This page was last updated : 180303.
File size is: 1132 k.
Kwartierstaat Lapikás
Generatie 12
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Lapikás,
version 11.1,
Muiden, 2017.
© Copyright 2018 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Lapikás Gen. nr. 12

Verovering van Thienen door de Hollandse en Franse troepen in 1635. Anonieme gravure.
klik op plaatje(s) om te vergroten

2560. MATHIEU VANHOU, geb. vóór ca. 1615, huw. get. (1648), tr. 2o Tienen RK St. Germanuskerk 1-3-1648 (Matthaeus van Hauw et Catharina van Merssen, testibus Antonio van Hauw et Waltero van Hauw) CATHERINE VAN (DER) MERS(SCH)EN (MEERS, MEERSMANS), doopget. 1650. tr. 1o voor 1638

2561. ANNA WOUTERS, ovl. 1640-1646?


Van Hauw


I

Ia. Hercules Vanhauw, geb. vóór ca. 1595, beg. Tienen St. Germanuskerk 28-8-1645, is op 27-5-1641 geinteresseerd in de koop van een perceel "met baracque oft backhuys" aan de Veemarkt te Tienen,[1] tr. vóór 1620 Naij van Thienen.

Ib. Antoine Vanhouwe, geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1623, doopget. (1623) tr. vóór 1622 Agnes Tuteleers, ovl. na 1622.

Ic. Mathieu Vanhauw, geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1621, tr. vóór 1621 Elisabeta van Haegen, ovl. na 1621.



II

IIa. Wauthier (Walterus, Gualtherus) Vanhauw, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 26-6-1623 (Walterus van Hau filius Herculis van Hau matris Naij van Thienen, susceptor Anthoen van Hau, susceptrix Anna van Woestijne), ovl. na 1657, huw. get. (1648), doopget. (1649), tr. Tienen RK St. Germanuskerk 22-9-1646 (Walterus Vanhauw et Catharina Belfroij, testibus Antonio Vanhauw et Matthaeo Vanhauw) Catherine Bel(le)froij(t), ovl. na 1657, doopget. (1649).

IIc. Antoine Vanhauw, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 2-3-1620 (Anthonius van Haut (sic!) filius Herculis van Haut et Naij van Thienen susceptoribus Laurentio Imens et Margareta Stregnaert), ovl. na 1694, huw. get. (1648, 1694), tr. 1o Tienen RK St. Germanuskerk 29-9-1650 (Antonius van Hauw et Maria Andries, testibus Aegidio Andries et Henrico del Vaux) Marie Andries, ovl. 1651-1672, tr. 2o Tienen RK St. Germanuskerk 22-2-1672 (Anthonius Vanhouw et Catharina Christus, testibus Paulo van Houw et Joanne Toni) Catherine Christus, ovl. 1672-1676, tr. 3o Tienen RK St. Germanuskerk 5-2-1676 (Anthonius van Houw et Maria Lebergh, testibus Joanne de Witte et Joanne Frederix) Marie (Le)Beck(s) / Lebergh , ovl. na 1693.

    Uit zijn tweede huwelijk (Vanhauw-Christus):
  • b. Jean Vanhauw, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 4-9-1672 (filius legitimus Antonij van Hauw et Catharinae Christus, susceperunt Joannes Tossijns et Agnes Planson).
    Uit zijn derde huwelijk (Vanhauw-Lebeck):
  • c. Pierre Vanhauw, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 29-9-1677 (filius legitimus Anthonij van Hauws ! et Mariae Lebeck, susceperunt Petrus Lebeck et D(omi)na Barbara Margareta Immens).
  • d. Martin Jacques Vanhauw, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 3-4-1679 (filius legitimus Anthonij van Hauw et Mariae Beck, susceperint Mertinus Swares et Jacoba Landeloos), doopget. (1708).
  • e. Marie Vanhauw, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 29-1-1681 (filia legitima Anthonii van Hauw et Mariae Beck, suscep: Anthonius van der Eijcken et Maria Naveau), verm. identiek met Maria van Hauw, geb. vóór ca. 1685, tr. vóór 1705 Melchior Persin, vermeld (1705) als bieder bij bij de publieke verkoping en uiteindelijk koper van de herberg De Nobel op de Verckensmerckt te Tienen, wordt er op 23-2-1706 Persin in "Zijne Majesteits Tolkamer binnen Tienen" in gegoed, voor Jan Philips Immens, als substituut of vervanger, mits d'absentie vanden heer rentmeester Baerts en Hoegaerts, erflaeten. [2]
  • f. Mathieu Vanhauw, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 21-12-1682 (filius legitimus Anthonii van Hauw et Marie Lebeck, suscep: Mathias Mieus? et Anna Lebeck).
  • g. Toussaint Vanhauw, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 15-12-1683 (filius legitimus Antonij van Hauw et Mariae Beck, suscep: Tossanus Goeffaer et Maria Swers).
  • h. Anne Vanhouw, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 30-1-1686 (filia legitima Antoniij van Houw et Mariae Lebeck, suscep: Arnoldus Winnen et Anna Schutters).
  • i. Anne Catherine Vanhouwe, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 8-2-1690 (filia legitima Antonij van Houwe et Mariae Becks, susceperunt Paulus van Houwe et Anna Schutters).
  • j. Germain Vanhau, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 15-2-1693 (baptizatus sub conditione, filius legitimus Antoniij van Hau et Mariae Beckx, suscep: Germanus Claes et Catharina Nicols).


III

IIIb. Paul Vanhauw, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 4-1-1651 (filius legitimus Mathei van Hauw et Catharinae van der Mersens suscept: Joannes Matheeus no(min)e procuratorio Pauli Cauters et Anna Tutelers), ovl. na 1703, huw. get. (1672), doopget. (1690, 1703), tr. 1o Tienen RK St. Germanuskerk 6-2-1674 (Paulus Vannauw et Maria Sibilla van Sint, testibus Daniele van Hou et Anthonio Halen) Marie Sibille van Sinte Merten, ovl. 1681-1690, tr. 2o Tienen RK St. Germanuskerk 24-10-1690 (Paulus van Hauwe et Maria Bietmeis, testibus Nicolao Vervoe et Martino Obrechts) Marie Bietmeis (Beetemee), ovl. 1691-1694, tr. 3o Tienen RK St. Germanuskerk 29-8-1694 (Paulus Van Houw et Joanne Joris, testibus Anthonio Van Houw et Nicolao Vervoe) Jeanne Joris, ovl. na 1702

    Uit zijn tweede huwelijk (Vanhauw-Beetemee):
  • f. Marie Vanhauw, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 31-12-1691 (filia legitima Pauli van Hauw et Mariae Beetemee, suscep: Gorgonius? Beetemee et Maria Clerincks).
    Uit zijn derde huwelijk (Vanhauw-Joris):
  • g. Jeanne Catherine Vanhauw, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 21-9-1695 (filia legitima Pauli van Hauw et Joannae Joris, suscep: Georgius van Hauw et Joanna Catharina van Cauthem).
  • h. Marie Vanhouw, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 5-5-1697 (filia Pauli van Hauw et Joannae Joris, susceperunt Matias Dewang? et Joanna Maria van den Bos).
  • i. Anne Vanhauw, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 5-7-1702 (filia legitima Pauli van Hau et Joannae Joris:, suscep: Arnoldus Falens et Anna Batten).


IV

IVa. Georges Vanhau(w), ged. RK Tienen St. Germanuskerk 4-4-1676 (filius legitimus Pauli van Hau et Mariae Cedille van S. Merten (!), susceperunt Gregorius Spaens et Margarita Goessens), ovl. na 1708, doopget. (1695, 1727, 1728), tr. 1o Tienen RK St. Germanuskerk 28-2-1702 (Georgius van Hauw et Maria Catharina Cosinthin, testibus Francisco Spaens et Martino van Houw) Marie Cosentin, ovl. 1703/04, tr. 2o Tienen RK St. Germanuskerk 25-9-1704 (Georgius van Houw et Anna Margarita Groenegras, testibus Carolo Mertens et Paulo van Eersterdal) Marguerite Groenegras.

    Uit zijn tweede huwelijk (Van Hauw-Coenegras):

IVb. Georgius Van Hauw (Hou), geb. vóór ca. 1680, ovl. na 1717, tr. 1o voor 1705 (niet gevonden) Anna Margarita Staes, ovl. 1705-1710, tr. 2o verm verm. voor 1710 (niet gevonden) Maria (Magdalena) Swevers, ovl. na 1727, doopget. (1727), mogelijk dr. van Jan Swevers vermeld in het Cijnsboek van het Sint-Germeinskapittel te Tienen (ca. 1698).

    Uit zijn tweede huwelijk (Van Hauw-Swevers):
  • d. Paul Vanhauw, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 7-9-1710 (get. Paulus Willemsz en Magdalena ..des?), ovl. jong?
  • e. Marie Barbe Vanhauw, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 26-4-1712 (get. .. Swevers en Barbara Swevers).
  • f. Catherine Albertine Vanhauw, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 13-5-1714 (get. dominus Petrus Swevers en Catharina Swevers).
  • g. Marie Anne Vanhauw, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 10-11-1715 (get. Rudolphus Duvon en Maria Anna Pandarch?), tr. Tienen RK St. Germanuskerk 7-9-1741 (get. Petrus Swevers & Carolus Charmont) Jean Mannaers.
  • h. Paul Vanhauw, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 16-5-1717 (get. Paulus Willems en Maria Swevers), doopget. (1735), militair onder de Hollanders (1743), vermeld in de Volkstelling van Tienen 1755 als Paulus van Houw, geringhen backer, met vrouw, zoon van 3 jaar en dochter van 11 jaar 8 maanden, wonend in de Kolvenierswijk te Tienen,[3] bewoont als Paul van Houw in 1760 het huis Het Truweelken in de Nierincstraat te Tienen (hoek van de Nieuwstraat (nr. 23) en de Spiegelstraat),[4] otr. St. Truiden St. Martinuskerk 11-2-1743, en tr. Tienen RK St. Germanuskerk 4-3-1743 (get. Petrus Franciscus de Wijnantz & Mathias van Orsmael) Anne Vandenschilde.
    Trouwboek St. Germanuskerk Tienen:
    4 martii (1743)
    Contraxerunt matrimonium, seu renovarunt matrimonium dubie contractam Trudonopoli 11 febr anni 1743 coram G Bonnen pastor S(anc)ti Martini Paulus van Houw, miles sub copijs Hollandorum et Anna Catharina van den Schilden coram J.B. Mertens plebano loci ad id ab Emininenti ac Reverendi Cardinali Archiepiscopo specialiter deputato et testibus Petro Francisco de Wijnantz et Mathia van Orsmael.
    CHECK VOLGENDE
  • i. Pierre Emmanuel Vanhouw, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 20-1-1726 (get. Petrus Swevers en Margarita Swevers).

IVf. Egidius van Hauw, geb. vóór ca. 1675, heeft een relatie met Maria Joanna Gardin.



V

Va. Francois Vanhouw, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 30-10-1706 (filius legitimus Georgij van Hou et Anna Margaritae Coengras quem, susceperunt Franciscus Cosentin et Elisabetha Staes), ovl. na 1763, vermeld in de Volkstelling van Tienen 1755 als Francis van Hauw, belleman ende knecht van de Gulde, met vrouw, wonend in de Handboogwijk te Tienen,[5] belleman der stadt Thienen (1763), tr. Tienen RK St. Germanuskerk 29-11-1727 (Franciscus van Houw et Maria Helena van Reck, testibus Joanne van Reck et Helena van Houw) Maria Helena Vanreck (Van (Der) Reck), ovl. na 1755.

Op 28-2-1763 verkopen de broers Peeter, Hendrick en Georgius Steijls de herbergen Prins Eugenius, bestaande uit huis en de tuin te Tienen naast de Grote Omheining, buiten de Hoegaardsepoort, van Hoegaarden afgescheiden door een Vloedgracht, aan Franciscus Van Houw, Belleman deser stadt Thienen. Na 1800 werd H. Baudewijns de nieuwe eigenaar.[6]
    Uit dit huwelijk:
  • a. Mathieu Vanhouw, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 5-11-1728 (get. Georgius van Houw en Maria Vranx).
  • b. Jean Francois Vanhouw, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 2-4-1730 (get. Joannes Lacrolg? en Carolina Everaerts), ovl. jong?
  • c. Marie Catherine Vanhouw, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 12-5-1731 (get. Hendricus Du Mon en Maria Catharina Van Hoeijbroek), verm. identiek met Maria Catharina Van Hauw, tr. vóór 1775 Egidius De Wilde.
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Joannes De Wilde, geb. Tienen 1774/75, ovl. Gent 1855, tr. Maria Philippina Remue.
  • d. Jean Francois Vanhouw, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 6-5-1733 (get. Joannes van Reck en Jacoba Staes).
  • e. Paul Vanhouw, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 10-2-1735 (get. Paulus Van Houw en Anna Maria van Horen).
  • f. Marie Vanhouw, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 26-4-1737 (get. Joannes Palle en Maria de Latin?).
  • g. Anne Catherine Vanhouw, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 29-4-1738 (get. Renerus van Autgaerde en Helena van Houw).

Ve. Jeanne Marie Vanhauw, geb. vóór ca. 1725, ovl. vóór 1813, ménagère, tr. vóór 1743 Mathieu Blockx, ovl. vóór 1813, fruitier.

Ie. Marie Vanhouw, geb. vóór ca. 1720, tr. Tienen RK St. Germanuskerk 26-7-1739 Servais Nijs.

2566. NN VAN BINCUM, geb. vóór ca. 1615.

2586. SERVAIS VRYESENS, tr.[29]

2587. CATHERINE ALAERTS.

2736. GELDOLPHUS STEIJLS, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1658, doopget. (1651) tr. vóór 1640

2737. ANNA NEUS (NEENS, VIJERS, NIJANS, MEUS, SNIJERS).

3040. SYMON TRUMPENEERS, ovl. Sint-Truiden 18-6-1667, heette in 1661 Symon Trimpeneers van Gelmen d'alde[33] en in 1663 'nu woonachtig te Velm'.[34] In 1655 kocht hij met het uitgaan van de brandende kaars een bunder land te Velm[35] en in 1659 blijkt hij gegoed te zijn "op die Catsije" en "op het Culderken tot Gingelom."[36] Hij tr.

3041. ELISABETH MEUTELEERS, transporteerde in 1674 aan haar 'neef' Simon Trimpeneers, te weten "haers opdragersse soens soen, studerende der philosophie binnen die hooghe universiteijt der stadt Loven, in faveur ende subsidie synder voorschreven studie" 208 gulden Luiks geld ad 20 stuivers.[37]

3072. DIRCK WILLEMSZ FENT / VAN DER PIJLEN, geb. vóór ca. 1585, ovl. 9-11-1647, beg. Nieuwkoop NH Kerk (zie zerk), belender in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de Achterweg (1607..1629), aan de buitenweg (1615..1646), (1652, 1671: kinderen van Dirck Willems Fent) aan de binnenweg (1615..1638), in het Noordeinde van Nieuwkoop aan de overweg (1625), aan de Achterweg (1615..1630), achter Nieuwkoop binnenweg (1644), woont te Nieuwkoop (1623), landgebruiker te Nieuwkoop (1631-1636), was als Dirk Willems Fent ambachtsbewaarder van Nieuwkoop en Noorden (1633),[45] treedt op als voogd van zijn nichtje Grietje Willems Fent (1634, 1635), doopgetuige (1638), draagt als Dirk Willemz Fent in 1648 (postuum!) ƒ 15,-- bij aan het bouwfonds voor de bouw van een eigen remonstrantse kerk in Nieuwkoop,[46] tr. vóór ca. 1617

3073. MARITGE PIETERS (VAN WIERINGEN), geb. vóór ca. 1600, ovl. 1660-1665, doopget. (1647).

Op 8-12-1615 verkoopt Claes Willemsz te Nieuwkoop aan Dirck Willemsz Fent een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Jacob Ariensz tot de Achterweg, belend ten oosten Gerrit Jacob Pietersz en ten westen Cornelis Pietersz. Koopsom 116 gulden 2 stuivers 10 penningen. [47]
Op 4-2-1616 verkoopt Sijmon Jansz Jonge Snoeck te Zwammerdam aan Dirck Willemsz Fent een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van het land van Philips Barentsz tot van de koper, belend ten oosten Gerrit Cornelisz en ten westen Lenert Willemsz. Koopsom 200 gulden. [48]
Op 31-12-1618 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Leendert Willemsz een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van het land van de koper en dat van de verkoper tot het land van Lenert Cornelisz, belend ten oosten Dirck Willemsz Fent en ten westen Leendert Willemsz. Koopsom 62 gulden.[49]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Dirck Willemsz ende Maritgen Pietersdr huijsvre met Jacob, Neeltgen, Trijntgen ende Grietgen heure kinders - 6 hoofden". [50]
Op 15-5-1624 verkoopt Pieter Cornelis Andriesz te Nieuwkoop aan zijn zwager Dirck Willemsz Fent een bruikweerland in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 3 morgen, strekkend uit de Voorwetering tot aan de Masloot, belend ten oosten Dirck Willemsz Fent en Gerrit Gerritsz en ten westen Jan Claesz en Sijmon Jansz. Belast met een jaarlijkse pacht van 8 gulden, de koper toekomend. Koopsom 2.175 gulden. [51]
Op 10-8-1624 verkopen Pleun Bouensz (Barentsz?) en Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Jan Jansz, Jan Heer, een perceel land met schuur in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van het land van Cornelis Anthonisz tot dat van Jan Eliasz, belend ten oosten Gerrit Jacobsz en Gerrit Cornelisz en ten westen Lenert Willemsz. Koopsom 600 gulden. [52]
Op 22-10-1627 ruilen Dirck Willemsz Fent en Jan Willemsz Cats te Nieuwkoop onderling land. Dirck Willemsz Fent krijgt in eigendom een perceel veenland in het Noordeinde over de Achterweg, strekkend van het land van Willem Willemsz Cats tot dat van Ghijsbert Dricxsz van Vliet, belend ten oosten Anthonis Gerritsz en ten westen Jan Willemsz Lous. Jan Willemsz Cats ontvangt een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Jan IJsbrantsz tot de Achterweg, belend ten oosten Gerrit Jacobsz en ten westen Annetgen Lenertsdr. [53]
Op 22-10-1627 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Claes Willemsz Cats een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van het land van Adriaen Huijgensz tot dat van Cornelis Cornelisz Baillius, belend ten oosten Harmen Cornelisz Heer en Annetgen Lenertsdr en ten westen Cornelis Stoffelen. Koopsom 172 gulden. [54]
Op 30-11-1630 verkopen Dirck Willemsz Fent voor zichzelf en Frans Jaspersz, scheepmaker, getrouwd met Annetgen Willem Fentendr, kinderen van Willem Willemsz Fent, aan Cornelis Cornelisz Baillius een bruikweerland in het Zuideinde van Nieuwkoop, binnenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend van de Vorendijk tot het land van Cornelis Willemsz, belend ten oosten Claes Dircxsz en Willem Cornelisz en ten westen Jan Arien Jansz en Cornelis Stoffelsz. Koopsom 2.100 gulden. [55]
Register of Morgenboek van Nieuwkoop:[56]
1631 - ½ morgen op Dirck Willemsz Fent
1636 - op Ijsbrant Jansz.
Keuren, etc. etc. van de heerlykheid Nieukoop en Noorden:
28-8-1633: Keur betreffende het de Collegies van de Ambachtsbewaarders en van de Heemraden, uitgevaardigd "op 't Raathuis van Nieukoop, by den Ed. Heere van Nieukoop, Noorden en Achtienhoven, Meester Cornelis van Sevenhoven, Bailliuw en Schout, Dirk Willemsz Fent, Jan Cornelisz Snyer, Gysbert Maartensz Col, Aris Cornelisz Quast, en Cornelis Leendersz nieuwe en oude Ambachtsbewaarders, Willem van Grieken, Dirk Laurisz Wit, Jan Eliasz, Pieter Cornelisz Verhoef, Jan Ariensz Vermy, Meester Bartholomeus van Swanenburg, en Hendrik Maartensz, Molenmeesters in Nieukoop en Noorden, ten dage en Jare voorsz, en ter Ordonnantie geteikent als Secretaris. En was ondertekent, Adriaan Matheusz".[57]
Op 24-5-1635 verkoopt Cornelis Gerritsz Coij te Nieuwkoop aan Dirck Willemsz Fent een bruikweerland in het Zuideinde binnenweg, verongeld voor ½ morgen, strekkend van de Vorendijk tot aan de Achterweg, belend ten oosten Jan Jansz van Erckelen, de kinderen van Jacob Jochumsz en Pieter Tomasz en ten westen Pieter Janensz, Willem Jacobsz, Arien Aelbertsz en de weduwe van Philips Jansz. Koopsom 3.700 gulden. [58]
Op 24-5-1635 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Ghijsbert Ariensz een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van de weduwe van Jan Heijndricken tot aan mr. Cornelis van Sevenhoven, baljuw en het land van Willem Cornelisz, belend ten oosten Pieter Thomasz en ten westen Dirck Willemsz. Koopsom 700 gulden. [59]
Op 24-5-1635 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan mr. Cornelis van Sevenhoven, baljuw en schout, een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Dirck Willemsz tot aan de Achterweg, belend ten oosten Willem Cornelisz en Arien Aelbertsz en ten westen de baljuw zelf en Aris Philipsz. Koopsom 600 gulden. [60]
Op 24-5-1635 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Jacob Gerritsz Vermij een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Arimaat tot dat van Jan Isbrantsz, belend ten oosten Jan Gerritsz en ten westen Claes Jan Cluft en Jan Jacob Bouwensz. Koopsom 105 gulden. [61]
Op 5-11-1635 verkoopt Dirck Willemsz Fent aan Andries Pietersz een perceel veenland achter het dorp Nieuwkoop overweg, strekkend van Aris Gerritsz Coij tot het land van de koper, belend ten oosten de kinderen van Teus Gerritsz en ten westen Gerrit Jan de Vries. Koopsom 100 gulden. [62]
Op 5-11-1635 verkoopt Andries Pietersz, bakker te Nieuwkoop, aan Dirck Willemsz Fent een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van Willem Cornelisz tot aan de Achterweg, belend ten oosten Jan Fransz en Aechte Dircxsdr en ten westen de weduwe van Egbert Willemsz en Dirck Ariensz Twaelffhoven. Koopsom 40 gulden.
Op dezelfde dag 5-11-1635 verkoopt Dirck Willemsz Fent bovengenoemd perceel aan Jan Jansz, kleermaker. Koopsom 72 gulden. [63]
Op 12-5-1637 verkopen Pieter Andriesz Baillius voor zichzelf en Cors Cornelisz van Dijck (Eijck), getrouwd met Jannetgen Andriesdr, kinderen van de overleden Andries Cornelisz Baillius, aan Jacob Pietersz Duijerniet en Dirck Willemsz Fent een kamp weiland, te verongelden voor 2 morgen, strekkend van het land van Ghijsbert Cornelisz tot het blokkamp van Cornelis Jansz, belend ten oosten Adriaen Matheusz, secretaris en ten westen Cornelis Jansz. Koopsom 1.800 gulden. [64]
Op 11-6-1637 verkoopt Frans Jaspersz, scheepmaker, getrouwd met Annetgen Willem Fentendr, aan zijn zwager Dirck Willemsz Fent een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van Dirck Willemsz tot de Achterweg, belend ten oosten Dirck Ariensz Twaelffhoven en ten westen Jacob Pietersz en Adriaen Bouwensz. Koopsom 480 gulden. [65]
Op 11-6-1637 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Heijndrick Jochumsz een huis en erf in het Zuideinde binnenweg, verongeld voor ½ morgen, strekkend van de Vorendijk tot de weduwe van Jacob Jochumsz, belend ten oosten Jan Jansz van Erckel en ten westen de verkoper. Koopsom 975 gulden. Heijndrick Jochumsz draagt meteen dit huis over aan Pieter Ghijsbertsz, alias jonge Piet. Koopsom 1.150 gulden. [66]
Op 6-9-1638 verkoopt Cornelis Willem Jansz te Nieuwkoop aan Dirck Willemsz Fent een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Jan Andriesz tot aan de Achterweg, belend ten oosten de weduwe van Jacob Jochemsz en ten westen Cornelis Jansz. Koopsom 550 gulden. [67]
Op 15-9-1638 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Ghijsbert Cornelisz Crijger een perceel veenland binnenweg, strekkend van de verkoper tot aan de Achterweg, belend ten oosten Dirck Ariensz Twaelffhoven en ten westen Arien Bouwensz. Koopsom 567 gulden. [68]
Op 11-2-1639 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Cors Gerritsz een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Willem Jacob Dircksz tot dat van mr. Cornelis van Sevenhoven, belend ten oosten Claes Cornelisz Coij en ten westen Arien Aelbertsz van Wieringen. Koopsom 375 gulden. [69]
Op 11-2-1639 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Claes Cornelisz Coij een huis en erf met een perceel veenland daarbij gelegen in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, verongeld voor 3 hond, strekkend van de Vorendijk tot mr. Cornelis van Sevenhoven, belend ten oosten Pieter Ghijsz jonge Piet, de kinderen van Jacob Jochumsz en Ghijsbert Ariense Wit en ten westen Willem Jacob Dircksz en Cors Gerritsz. Koopsom 1.350 gulden. [70]
Op 1-9-1640 verkopen Roeloff Jacobsz, zwager en Willem Ghijsz, getrouwd met Marritgen Jacobsdr, handelend namens Cornelis Ariensz, oom en voogd van oude Jan Jacobsz en Neeltgen Jacobsdr, allen kinderen van Jacob Ariensz en Marritgen Roelendr, beiden overleden, aan Dirck Willemsz Fent een perceel veenland in Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van Jan Cornelisz van der Aer en dat van Dirck Claes Fransz tot de Achterweg, belend ten oosten Dirck Cornelisz, smid en ten westen de weduwe van Jan Pietersz van Aarlanderveen. Koopsom 915 gulden. [71]
Op 14-11-1640 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Aert Cornelisz van Vliet en Aris Jansz een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Jan Arisz tot aan de Achterweg, belend ten oosten de weduwe van Jacob Jansz en ten westen Cornelis Jansz. Koopsom 550 gulden. [72]
Op 14-11-1640 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Arien Willem Jan Huijgen een perceel veenland in het Noordeinde binnenweg, strekkend van het land van Jacob Sijmon Bouwensz tot dat van Cornelis Ariensz, buurman, belend ten oosten Cornelis Jacob Jansz en ten westen Arien Ariensz. Koopsom 565 gulden. [73]
Op 14-11-1640 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Adriaen Matheusz, secretaris van Nieuwkoop, een kamp weiland en tuinen in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van het land van Ghijsbert Cornelisz Heer tot dat van Jacob Pietersz Duijerniet, belend ten oosten de koper en ten westen Cornelis Jansz. Koopsom 1.075 gulden. [74]
Op 9-5-1646 verkopen Cornelis Maertensz en Jan Ariensz, aan de Meije onder Zegveld voor hen zelf en Jan Maertensz en Jan Cornelisz van Leeuwen als ooms en voogden over Pieter Ariensz, Trijntgen, Claesgen en Neeltgen Adriaensdrs, minderjarige kinderen van Arien Maertensz en Annichgen Cornelisdr, die woonden aan de Meije, aan Dirck Willemsz Fent een kamp hooiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend uit de Masloot tot in de oude Meije, belend ten oosten Geert Lamberden en ten westen Jan Teusz Crijger. Koopsom 1.225 gulden. [75]
Op 15-5-1663 verkopen Cornelis Dircxsz Fent den ouden, Cornelis Dircxsz Fent den jongen, Cornelis Claesz Cats, getrouwd met Neeltge Dircxdr Fent, Dammis Cornelisz van Vlieth, getrouwd met Trijntie Dircxsdr Fent en Cornelis Ariensz van Wieringen, getrouwd met Grietge Dircxsdr Fent, allen als kinderen van de overleden Dirck Willemsz Fent, aan Elbert Jan Corsz aan de Meije een kamp hooiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 1½ morgen, strekkend van het land van Arien Cees Hoogeveen tot in de oude Meije, belend ten oosten Pieter Cornelisz van Dobben en ten westen Marcelis Abramsz en genoemde Pieter Cornelisz. [76]
Op 16-9-1663 verkopen Cornelis Dircxsz Fent den ouden en Cornelis Dircxsz Fent den jongen, Cornelis Claes Cats, getrouwd met Trijntge Dircxdr Fent en Cornelis Ariensz van Wieringen, getrouwd met Grietge Dircxsdr Fent, kinderen van de overleden Dirck Willemsz Fent, samen handelend namens Pieter Dircxsz Fent, aan Aelbert Fulpsz van Vlieth een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Dircxsz Fent de ouden tot dat van de weduwe van Roel Gijsen Crijger, belend ten oosten de koper en westen de nazaten van Jacob Pietersz Duijrniet. Koopsom 256 gulden 10 stuivers. [77]
Rinse Penningen 1665 : de weduwe van Dirck Willemsz Fent overleden.[78]
Op 23-4-1669 dragen Cornelis Dircksz Fent de jonge, Cornelis Claesz Cats, man en voogd over Neeltgen Dircxsdr, Willem Jacobsz met opdracht van zijn moeder Merritgen Claesdr, weduwe van Jacob Dircksz Fent, Diewertgen Cornelisdr, huisvrouw van Pieter Dircksz Fent, uitlandig persoon, mede handelend namens Cornelis Arijensz van Wieringen, die getrouwd was met Grietgen Dircxsdr, ieder voor 1/7 deel, over aan Cornelis Dircksz Fent de oude, mede-erfgenaam voor 1/7 deel, een huis en erf met 2 morgen weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Cornelis Dircksz Fent de jonge, belend ten oosten de weduwe van Jacob Dircksz Fent en ten westen de weduwe van Cornelis Willemsz Crijger, nog een kamp hooiland aldaar, groot 1 morgen, strekkend van het land van de weduwe van Jacob Dircksz Fent tot het land van Pieter Cornelisz van Dobben, belend ten oosten Jacob Jacobsz van der Bijl en ten westen Cornelis Arijensz van Wieringen. Koopsom 3.350 gulden. [79]

Zerk in de NH Kerk te Nieuwkoop te voorschijn gekomen bij de restauratie van de kerk in 1984 (zie Ref. [80] voor een uitgebreid verslag hiervan). De tekst luidt:
"Hier is begraven Dirck Willemszoon van der Pijlen ende hij is gestorven den 9 november Ao 1647"
Foto: L. Lapikás, 2008
Detailopname van het wapen op deze zerk. Blazoenering: Gedeeld: A. drie gevederde pijlen schuinrechts geplaatst, B. een versmalde balk vergezeld van drie staande leeuwen, getongd en genageld, 1,2 geplaatst.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Het wapen op bovenstaande zerk lijkt een alliantiewapen Van Pijlen - van Wieringen te zijn.
Van Pijlen: in rood 3 zwartgepunte pijlen schuinrechts geplaatst, gevederd van goud en zwart. Kleuren gebaseerd op een wapen Pijl in Rietstap.
Van Wieringen: in goud een versmalde rode balk vergezeld van drie klimmende rode leeuwen, zwart getongd en genageld, 1,2 geplaatst. Dit wapen is een variant op het wapen van Dirck Heijricxzoon [81] (zie Kwartierstaat Lapikás nr. 27824 ).

klik op plaatje(s) om te vergroten

3076. ANTHONIS (TONIS) CORNELISZ WARRE, geb. vóór ca. 1565, ovl. 1622/23, woont te Aarlanderveen (1614, 1616), belender in het Zuideinde van Nieuwkoop, aan de binnenweg (1604..1622), (mrt 1623, de erfgenamen van Anthonis Cornelisz Warre over de Achterweg (1604..1614),

Op 26-6-1616 verkoopt Anthonis Cornelisz Warre te Aarlanderveen aan Gerrit Reijersz een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, verongeld voor 2 hond, strekkend van het land van Gerrit Reijersz tot dat van Dirck Jacobsz, belend ten oosten Gerrit Cornelisz en ten westen Maerten Jansz en Jan Cornelisz. Koopsom 243 gulden. [96]
Op 27-12-1623 verkopen Jan Pietersz, molenaar als man en voogd van IJechgen Tonisdr, Pieter Jansz, man en voogd van Marritgen Tonisdr, Cornelis Claesz, man en voogd van Leuntgen Tonisdr en Jasper Cornelisz, man en voogd van Aeltgen Tonisdr en Dirck Philipsz, vader en voogd van Adriaen Philipsz, weeskind van Neeltgen Tonisdr, allen als erfgenamen van Tonis Cornelisz Warre, in leven wonend te Aarlanderveen, aan hun zwager Cornelis Tonisz Warre als zoon en mede-erfgenaam van genoemde Anthonis Cornelisz een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, waarvan Cornelis Tonisz zelf al 1/6 deel toekomt, groot ½ morgen, strekkend van het land van Jan Roelen tot dat van Jan Ariensz Jan, belend ten oosten Jan Cornelisz Verburch, brouwer te Delft en ten westen Abram Jacobsz Trom. Koopsom 250 gulden. [97]

3078. JAN NN.

3108. SYMON CRIJNEN (VERMIJ), geb. vóór ca. 1620, belender in het Noordeinde van Nieuwkoop aan de Achterweg (1638..1651), aan de binnenweg (1640..1651), is gebruiker van land met een huis, berg en schuur in het Noordeinde van Nieuwkoop, groot 9½ morgen (1669).

Op 10-11-1639 verkoopt Roeloff Cornelisz, getrouwd met Marritgen Crijnendr te Nieuwkoop, aan Sijmon Crijnen Vermij een perceel veenland in het Noordeinde binnenweg, strekkend van het land van Jan de Vogel tot het land van Marritgen Crijnen, belend ten oosten Cornelis Roel Jansz en Marritgen Crijnendr en ten westen Jan Ariensz Vermij, bakker, nog een perceel over de Achterweg, strekkend van daar tot het land van Dirck Meesz, belend ten oosten de weduwe van Aert Willem Jan Louwen en ten westen Michiel Cornelisz. Koopsom 580 gulden. [107]
Op 1-10-1641 verkoopt Dirck Meesz te Nieuwkoop aan Sijmon Crijnen een perceel veenland in het Noordeinde over de Achterweg, strekkend van en tot het land van de koper, belend ten oosten Adriaen Arien Sijmonsz en ten westen Michiel Cornelisz. Koopsom 38 gulden. [108]

NIET GEPLAATSTE FRAGMENTEN VERMEIJ

Jan Aries Vermey, ged. Bodegraven 17-4-1707, beg. Bodegraven 24-12-1753, otr./tr. 1o Zegveld/Hoogblokland 14-2/9-3-1727[109] Grietje Ariens Koy, ged. Hoogblokland 9-4-1702, beg. Bodegraven 28-7-1736, otr./tr. 2o Bodegraven/Nieuwkoop 19-10/3-11-1737[110] Aeltje Aris Bouman, wed. van Wm Jans van Stavoren. Hij ex : Ary Cornelis Vermey, ged. Bodegraven 25-2-1671, otr./tr. Bodegraven/Nieuwkoop 29-7/14-8-1695 [111] [112] Magteltje Doedens van der Bergh, geb. Vinckeveen, ged. Wilnis 24-2-1667, beg. Bodegraven 8-1-1716. Hij ex : Cornelis Claas Vermey (van der My), van Bodegravenmye. tr. Bodegraven 19-11-1656[113] Marrigje Gysberts van Leyden, geb, beg. Zwammerdam 15-5-1688, van Zegveldermye.
Jannetje Ariens Vermey, tr. Bodegraven 19-11-1716 Gerrit Willemsze van der Giezen [114].
Jan Aris Vermey tr. voor 1738 Aaltje Aris Bouman.[115]
Annetje Pieters Vermey tr. (voor 1684) Cornelis Pietersz van Staveren.
Willem Jansz Vermey, overleden, vermeld in Kohier 200e penning Rijnland, Langer en Korteraar, 1625.
Jan Willemsz Vermij te Korteraar ende Geertgen Jansdr sijn huijsvr. vermeld met 2 hoofden in Hoofdgeld Ter Aar 1623. [116]
Willem Jansz Vermij te Korteraar ende Maritgen Jansdr sijn huijsvr. met David, Pieter, Willem, Machtelt, Maritgen ende Aeltgen heurl kinders, vermeld met 8 hoofden in Hoofdgeld Ter Aar 1623. [117]
Jan Claesz Vermij, kaeskoper te Aarlanderveen, is de enige erfgenaam van Claes Vermij uit Leiden. Hij betaalt 100e penning Rijnland, 1698.
Simon Jansz Vermey x Hillegont Reijers, waaruit Cornelis Symonsz Vermey te Oudshoorn, ca. 1650,[118] schepen aldaar, wiens wapen voorkomt op een gebrandschilderd raam van de ambagten van Outshoorn en Gnephoek, anno 1670, in de Ned. Herv. kerk te Oudshoorn.[119]
Cornelis Symensz (Vermey) x Geertje Symons (Schenckevelt). Hieruit Cornelis Vermey, ged. Oudshoorn geref. 31-1-1666 get. Annetje Thomas.[120] Hillegont Vermey 8-9-1669 get. Trijntje Symens.[121]
Gerrit Claes Vermey x Aeltgen Jansdr, waaruit dr. Jannitgen Gerritsdr, die tr. na 1592 Arie Jan Louwen, ambachtsbewaarder te Aarlanderveen.[122]
Jan Gerrits Vermij, armmeester, wiens wapen voorkomt op een gebrandschilderd raam van de ambagten van Outshoorn en Gnephoek, anno 1670, in de Ned. Herv. kerk te Oudshoorn.[123]

3110. HUYBERT DIRCKSZ TWAELFFHOVEN(¥), geb. vóór ca. 1605, ovl. na ca. 1680, belender in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de binnenweg (1632..1652), aan de buitenweg (1645), woont te Noorden (1653), baggerman (1673), betaalt als baggerman te Nieuwkoop, ƒ ½ familiegeld (1674), vermeld te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 4 personen in de klasse van de armen of aalmoezen levende. [124] tr. 2o Nieuwkoop 3-7-1651[125] GERRITGE CORNELIS, wed. van Govert Jans, woont te Noorden (1653), tr. 1o voor 1651[126]

3111. ANNETGE CORNELIS, ovl. vóór 1651.

COMMENTAAR(¥) Hij tr. ook voor 1648 Annetgen Huijbertsdr waaruit kinderen onmondig in 1648.

Op 20-11-1629 verkoopt Geerloff Philipsz te Nieuwkoop aan Huijbert Dircxsz Twaalfhoven een huis en erf in het Zuideinde, binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot Pieter Worboutsz, belend ten oosten Joost Pietersz en ten westen Pieter Worboutsz. Belast met 100 gulden, toekomend Crijn Jacobsz, weeskind te Bodegraven. Koopsom 275 gulden. [127]
Op 7-10-1642 delen Huijbert Dircxsz, Arien Dircxsz Twaelffhoven, Joost Pietersz, getrouwd met Gerritgen Dircxdr, Jasper Ghijsz, getrouwd met Lijsbet Dircxsdr en Marritgen Dircxsdr met haar broer Adriaen Dircxsz Twaelffhoven, Harmen Cornelisz Heer als voogd over het kind van de overleden (?) Adriaen Dircxsz Twaelffhoven en Cornelis Pieter Sijmonsz als voogd van Marritgen Pietersdr, weeskind van de overleden Pieter Dircxsz Twaelffhoven, samen kinderen van Dirck Ariensz Twaelffhoven en Neeltgen Cornelisdr, beiden overleden, de nalatenschap. Joost Pietersz ontvangt een voorhuis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het achterhuis van Marritgen Dircxsdr, belend ten oosten Gerrit Claes Gerritsz en ten westen Steven Cornelisz, nog een perceel veenland binnenweg, verongeld voor 4 hond, strekkend van het deel van Marritgen Dircxdr tot het land van Huijb Dircxsz, belend ten oosten Pieter Stoffel Jacobsz en ten westen Jacob Heijndricxsz. Marritgen Dircxsdr komt toe een achterhuis, berg, schuur en erf aan het Zuideinde buitenweg, strekkend van het genoemde voorhuis van Joost Pietersz tot het weiland van Huijbert Dircxsz, belend ten oosten Gerrit Claes Gerritsz en ten westen Steven Cornelisz, nog een deel van een stuk veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Willem Jacobsz tot het land van Joost Pietersz, belend ten oosten Pieter Stoffel Jacobsz en ten westen Jacob Heijndricxsz, schipper. Huijbert Dircxsz valt ten deel enkele wei- en hooilanden in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 8 hond, strekkend van de werf van Marritgen Dircxdr tot in de Masloot, belend ten oosten Gerrit Claesz en ten westen Pieter Huijgensz. Hij moet 650 gulden uitkeren aan de weeskinderen van Adriaen Dircxsz en Pieter Dircxsz. Jasper Ghijsbertsz, getrouwd met Lijsbet Dircxdr, ontvangt een kamp hooiland in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend van het land van Jan Claesz van Leijen tot in de oude Meije, belend ten oosten Cornelis Huijbertsz en ten westen de kinderen van Jacob Jochumsz. Lijsbet Adriaensdr en Marritgen Pietersdr, de genoemde weeskinderen, ontvangen een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van de kinderen van Jacob Jochumsz tot dat van Arien Bouwensz, belend ten oosten Lenert Roelen en ten westen Ghijsbert Cornelisz Crijger, nog een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van daar tot het land van Cornelis Jan Heijndricxsz, genaamd "Vossenland", nog 650 gulden, uit te keren door Huijbert Dircxsz. [128]
Op 21-3-1648 verkoopt Cornelis Dammasz van Griecken te Nieuwkoop aan Huijbert Dircxsz Twaelffhoven een perceel land in het Noordeinde binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot de Zevenhovense dijk, belend ten oosten Cornelis Abrahamsz en Cornelis Anthonisz de Jong en ten westen Pieter Egbertsz en de verkoper. Koopsom 1.540 gulden. [129]
Op 6-7-1648 verkoopt Huijbert Dircxsz Twaelffhoven aan Claes Cornelisz Boertgen een perceel veenland in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van de verkoper tot aan de Achterweg, belend ten oosten Jan Louwen en ten westen Pieter Egbertsz. Koopsom 600 gulden. [130]
Op 15-12-1648 verkopen Cornelis Dircxsz Twaelffhoven en Marten Ghijsbertsz, ooms en voogden van de onmondige kinderen van Huijbert Dircxsz Twaelffhoven en Annetgen Huijbertsdr, aan IJsbrant Jansz van Leeuwen, lakenkoper te Nieuwkoop, een perceel land in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 11 hond, strekkend van de werf van Maritgen Dircxsdr tot de Masloot belend ten oosten Gerrit Claes Gerritsz en ten westen Pieter Huijgen. 15-12-1648. IJsbrant Jansz van Leeuwen, lakenkoper te Nieuwkoop, is 1.800 gulden schuldig aan Cornelis Dircxsz Twaelffhoven en Marten Ghijsbertsz, ooms en voogden van de onmondige kinderen van Huijbert Dircxsz Twaelffhoven en Annetgen Huijbertsdr, wegens koop van bovengenoemd onroerend goed. [131]
Op 21-3-1651 verkoopt Cornelis Dircxsz Twaelffhoven te Nieuwkoop als oom en bloedvoogd van de kinderen van Huijbert Dircxsz Twaelffhoven aan Jan Tomasz van Vliet een huis en erf in het Zuideinde binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot aan het huis en erf van Adriaen Dircxsz Twaelffhoven, belend ten oosten Cornelis Pietersz Teijsterman en ten westen Adriaen Dircxsz Twaelffhoven. Koopsom 700 gulden. Geroijeerd d.d. 8-1-1664. [132]
Op 25-5-1651 is Gerricjen Cornelisdr, weduwe van Govert Jansz te Noorden met als voogd Willem Jansz 50 gulden schuldig aan de Armen van Noorden. Gesteld onderpand: een huis en erf te Noorden buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot aan het land van Cornelis Jansz, belend ten oosten Maerten Maertensz Vreken en ten westen de weduwe van Jan Jansz Braets. [133]
Op 4-1-1652 verkoopt Huijbert Dircxsz Twaelfhoven te Nieuwkoop aan Harmen Cornelisz van Griecken een bruikweerland in het Noordeinde binnenweg, verongeld voor 2 morgen 23 roeden, strekkend van de Vorendijk tot het land van Claes Cornelisz Boertge, belend ten oosten Gerrit Pietersz en Kors Claesz en ten westen de nazaten van Pieter Egbertsz. Koopsom 1.100 gulden. [134]
Op 2-4-1653 draagt Huijbert Dircxsz Twaelfhoven te Noorden over aan Luijt Cornelisz Padenburch een huis, erf en schuur op een bruikweerland in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van Claes Cornelisz Boertge, belend ten oosten Gerrit Pietersz en Cors Claesz en ten westen de nazaten van Pieter Egbertsz. Koopsom 321 gulden 8 stuivers 12 penningen. [135]

3112. SYMON JANSZ TEIJSTERMAN, ovl. 1623-1637. belender in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de binnenweg (), aan de achterweg (1606), vermeld in RA Nieuwkoop (1608), woont te Nieuwkoop (1623), tr. vóór ca. 1590[139]

3113. GEERTGEN JANSDR, ovl. vóór 1621.

Op 26-5-1608 verkoopt Symon Jansz Teijsterman voor ƒ 957,-- een perceel weiland met hennepakker aan Gijsbert Jeremiasz Oosterlick. [140]
Op 17-6-1608 verkoopt Symon Jansz Teijsterman voor ƒ 2922,-- een "bruyckweer lants" met huis en erve in het Noordeinde aan Jan Maertensz.[141]
Op 3-6-1621 delen Sijmon Jansz Teijsterman, weduwnaar van Geertgen Jansdr, ter ene en Pieter Sijmonsz Teijsterman, Jan Sijmonsz, Ouwe Cornelis Sijmonsz en Adriaen Sijmonsz voor hen zelf, en Cornelis Jonge Bloem als voogd over Jonge Cornelis Sijmonsz en Maritgen Sijmonsdr, allen als kinderen van Geertgen Jansdr, ter andere zijde de nalatenschap, waarbij geen nadere details worden vermeld. [142]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Sijmon Jansz Teijsterman wedr met Cornelis ende Maritgen sijn kinders - 3 hoofden". [143]
Op 4-6-1637 delen Adriaen Sijmonsz Teijsterman en Cornelis Sijmonsz Teijsterman voor zichzelf, Cornelis Pietersz Teijsterman voor zichzelf en Pieter Dircxsz Twaelffhoven, getrouwd met Annetgen Pietersdr, Jan Cornelisz Staveren, als oom en voogd van de kinderen van de overleden Pieter Sijmonsz Teijsterman, Aris Cornelisz Quast als oom en voogd van de kinderen van de overleden oude Cornelis Sijmonsz Teijsterman, Willem Elbertsz van Sevenhoven als voogd over de kinderen van de overleden Jan Sijmonsz Teijsterman, allen als kinderen van Sijmon Jansz Teijsterman, die woonde te Nieuwkoop, de nalatenschap. Cornelis Sijmonsz Teijsterman valt ten deel een huis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg in de Vierschouwerij, verongeld voor ½ morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Arien Sijmonsz, belend ten oosten Cornelis Jansz Poel en ten westen Arien Cornelisz. Hij zal 103 gulden ontvangen van de kinderen van Jan Sijmonsz Teijsterman. Adriaen Sijmonsz Teijsterman is aanbedeeld met een kamp weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, groot 1 morgen 394 roeden, strekkend van de werf van Cornelis Sijmonsz tot het land van de kinderen van oude Cornelis Sijmonsz, belend ten oosten Cornelis Jansz Poel en ten westen Arien Cornelisz. De kinderen van oude Cornelis Sijmonsz komt toe een kamp land met een henneptuin aldaar gelegen, groot 756 roeden, strekkend van het land van Adriaen Sijmonsz tot aan de blokkamp van de kinderen van Pieter Sijmonsz, belend ten oosten Jacob Jansz Pijper en ten westen Dirck Pietersz Velssen, nog een perceel veenland binnenweg, strekkend van en tot Arien Cornelisz, belend ten oosten Cornelis Harmensz en ten westen Jan Arisz. Ze ontvangen 108 gulden, uitgereikt door de kinderen van Jan Sijmonsz. De kinderen van Pieter Sijmonsz ontvangen een blokkamp land in het Zuideinde buitenweg, groot 805 roeden, strekkend van het land van de kinderen van oude Cornelis Sijmonsz tot aan de Masloot, belend ten oosten Aris Gijsz Quast en ten westen Arien Sijmonsz Teijsterman. Zij ontvangen 297 gulden van de kinderen van Jan Sijmonsz. De kinderen van Jan Sijmonsz Teijsterman ontvangen een kamp hooiland achter het bruikweer van de overleden Sijmon Jansz, groot 1.450 roeden, strekkend van de Masloot tot het land van Willem Cornelisz van Griecken, belend ten oosten deze van Griecken en ten westen de Twaelffmorgen. [144]

3114. CLAES FRANSZ, geb. ca. 1560/65, ovl. na 1623, voor 6-9-1642, schepen (1608) en weesmeester (1614) van Nieuwkoop,[159] [160] tr. vóór 1609[161]

3115. NEELTGEN DIRCSDR WIT, ovl. na 1642.

Wapen Claes Fransz: In blauw een gouden ring voorzien van een gouden (eikel). [162]


COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [163].
Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Nieuwkoop : Claes Fransz op vijftien ponden comt 30 gl.
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Claes Fransz ende Neeltgen Dircxdr sijn huijsvrouwe met Louris, Gijsbert, Dirck, Jan, Leuntgen, Maritgen, Aeltgen ende Geertgen heure kinders - 10 hoofden". [164]
Op 6-9-1642 wordt de omvangrijke nalatenschap van Claes Fransz, grotendeels bestaande uit percelen wei- en veenland, verdeeld tussen zijn weduwe, die bijgestaan werd door haar broer Louris Dircxz Wit, en de negen kinderen Frans, Louris, Ghijsbert, Dirck en Jan Claeszonen van Wieringen , Cornelis Symonsz Teijsterman, gehuwd met Leuntgen Claesdr, Jan Gerritsz, gehuwd met Aeltgen Claesdr, Pieter Dircksz Velsen, gehuwd met Geertgen Claesdr, alsmede de minderjarige Maritgen Claesdr.[165]

3128. CORNELIS JACOBSZ (VAN) HOOGEVEEN, geb. vóór ca. 1615, ovl. 1664-1665, belender in het Noordeinde van Nieuwkoop aan de buitenweg (1653..1663), aan de overweg (1653), aan de binnenweg (1660, 1664),(1671: de erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen), aan de Achterweg (1671: de erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen), in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de binnenweg (1663), achter Nieuwkoop aan de vaarlandscheiding (1669: de erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen), tr. vóór ca. 1640

3129. ARRIAENTGE AERTSDR, geb. vóór ca. 1620. Zij wonen "in leven" in het Noordeinde van Nieuwkoop.

Op 30-4-1647 verkoopt Heijndrick Jaspersz, timmerman te Nieuwkoop, aan Cornelis Jacobsz van Hoogeveen een huis en erf met een akker land in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor ½ morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Evert Cornelisz, belend ten oosten Elbert Dietersz en ten westen de koper en de kinderen van Philips Ariensz. Cornelis Jacobsz van Hoogeveen te Nieuwkoop is schuldig aan Heijndrick Jaspersz, timmerman, een bedrag van 800 gulden wegens koop van dit huis. [205]
Op 8-5-1665 verkopen Jan Cornelisz Hoogeveen voor zichzelf en Tonis Corssen van Swanenburch, getrouwd met Lijsbet Cornelisdr Hoogeveen, mede samen handelend namens Gerrit Gielen, getrouwd met Merritge Cornelisdr Hoogeveen en voor Grietge Cornelisdr Hoogeveen, jongedochter, allen als erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen en Arriaentge Aertsdr, in leven wonend in het Noordeinde van Nieuwkoop, aan Hilletge Jansdr van Leeuwen, weduwe van Jan Andriesz van Wieringen. een kamp weiland in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend van het land van Elbert Dierten tot de Masloot, belend ten oosten deze Dierten en Johanna de Vogel en ten westen de weduwe van Gijsbert Aertsz Sas. Koopsom 1.760 gulden. [206]
Op 4-10-1665 verkopen Jan Cornelisz Hoogeveen, Teunis Corsz Swanenburch, getrouwd met Lijsbeth Cornelisdr Hoogeveen, Gerrit Michielsz, getrouwd met Marritge Cornelisdr Hoogeveen, mede vervangend verdere erfgenamen, aan Arien Jansz van Wijngerden een perceel veenland met schuur in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van de koper tot de Achterweg, belend ten oosten Pieter Cornelisz van Wieringen en ten westen Arien Japen Hoogeveen, nog een schuur en schuurstaal achter het erf van de koper. Koopsom 308 gulden. [207]
Op 1-7-1666 delen Jan Cornelisz Hoogeveen, Tonis Corsz van Swanenburch, man en voogd van Lijsbeth Cornelisdr Hoogeveen, Gerd Chielen, getrouwd met Marretij Cornelisdr Hoogeveen en Gijsbert Cornelisz Tuernhout, man en voogd van Grietgen Cornelisdr Hoogeveen, samen kinderen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen en Arijaentgen Aertsdr, de nalatenschap. Jan Cornelisz, Tonis Corsz en Gerd Chielen behouden alle roerende en onroerende goederen met de inschulden. Mede ook nemen zij op zich "alle lasten des boedels". Gijsbert Cornelis Tuernhout ontvangt 325 gulden. Ze stellen als garantie aan Tuernhout: het huis en erf in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Elberd Dierten, belend ten oosten Tonis Corsz met een huis en erf en ten westen Hendrick Jacobsz, kleermaker, nog twee percelen veenland aldaar, belend ten oosten de successeurs van Philips Arijen Jan Claesz, ten zuiden Dirck Fransz van Wieringen, ten westen de weduwe van Jan Jansz Poel en ten noorden Tonis Cors. [208]

3132. EGBERT WILLEMSZ FENT, geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1674?, belender achter Nieuwkoop dorp over de Achterweg (1619, 1622), in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de buitenweg (1625), aan de binnenweg (1626), aan de Achterweg (1628..1632), aan de overweg (1632), (de kinderen van Egbert Willemsz Fent zijn belenders te Nieuwkoop 1666), j.m. van Nieuwkoop (1629), is doopgetuige (1624, 1625, 1627), mogelijk schepen van Nieuwkoop (1673, 1674) als Egbert van Pijlen [210], tr. (niet gevonden Nieuwkoop geref. 1619 (begin trouwboek) -1623);(¥) MARITGEN PIETERSDR, geb. vóór ca. 1605, doopget. (1620).

COMMENTAAR(¥) Er is nog een huwelijk van een Egbert Willemsz:
Egbert Willemsz, j.m. van Nieuwkoop, tr. Nieuwkoop geref. 25-11-1629 STIJNTGE HEIJNDRIXS, j.d. van Nieuwkoop (1629).
Het is onzeker of het hier een tweede huwelijk van bovenstaande Egbert Willemsz betreft. Andere inschrijvingen in het geref. trouwboek maken wel degelijk onderscheid tussen een j.m. en een wednr.

Op 11-11-1620 verkoopt Stoffel Cornelisz Mul te Nieuwkoop aan Egbert Willemsz Fent een bruikweer met huis en hof in het Zuideinde buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Jan Dirck Pietersz, belend ten oosten Cornelis Stoffelsz en Jan Hamers en ten westen Willem Pijnt. Onder voorwaarde dat Stoffel Cornelisz en zijn vrouw hun leven lang in het kleine huisje mogen blijven wonen. Koopsom 2.700 gulden. [211]
Op 25-9-1621 verkoopt Cornelis Sijmonsz, man en voogd van Maritgen Claesdr, die eerder getrouwd was met Heijndrick Dircxsz, aan Egbert Willemsz Fent een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van de kinderen van Pieter Jansz aan 't bruggetgen tot aan de Achterweg, belend ten oosten Jacob Sijmonsz Tol en ten westen Willem Fent. Koopsom 40 gulden. [212]
Op 28-12-1621 verkoopt Egbert Willemsz Fent aan Johan Theusz, dijkgraaf en Arien Claesz D'Erckel, drossaard, een perceel veenland achter het dorp, overweg, strekkend van het land van de weduwe van Arien Elisz tot aan Johan Theusz, belend ten oosten Dirck Gerritsz Coij en Dirck Jan Aelbertsz en ten westen Johan Theusz. Koopsom 250 gulden.[213]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Egbert Willemsz ende Maritgen Pietersdr sijn huijsvre met Neeltgen Pietersdr haer jongwijf - 3 hoofden". [214]
Op 2-1-1627 verkoopt Dirck Pietersz Velssen te Nieuwkoop aan Egbert Willemsz Fent een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Dirck Meesz tot de Achterweg, belend ten oosten Willem Willemsz Fent en ten westen de weduwe van Lambert Ariensz. Koopsom 450 gulden. [215]
Op 7-2-1629 verkoopt Egbert Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Arien Huijgen een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van het land van Dirck Fent tot dat van Claes Matsen, belend ten oosten de weduwe van Cornelis Jan Heer en ten westen Cornelis Stoffelen. Koopsom 175 gulden. [216]
Kohier van de 2b 200e penning van Rijnland: 1676. Nieuwkoop: de erven van Aryen Bouwensz Capiteyn zijn Pieter Egbertsz Fent van Pylen en Willem Egbertsz Fent van Pylen.

Amsterdam, ca. 1650.
Kaart uit "Toneel der Steden", door Joan Blaeu. Eerste uitgave : Amsterdam, 1652. Scan http://grid.let.rug.nl/~welling/maps/blaeu.html

klik op plaatje(s) om te vergroten

3200. CARSTEN ALBERTS, geb. (Kuythuijsen?? / Knyphuijsen) 1611/12, ovl. na 1676, schoenmakersgesel in de Hout(steeg?) (1643), doopget. (1671, 1676), otr. Amsterdam 2-1-1643 (haar ouders dood)

3201. JANNETJE DIRCX, geb. ... 1610/11, ovl. na 1654, woont in de Hout(steeg?) (1643).

Op 11-4-1650 verkoopt Cornelis Dirxsz Haen aan Carstiaen Albertsz(¥), een huis en erf in de Haantjessteegje (Hanengang) bij de Goudsbloemstraat te Amsterdam. [224]

COMMENTAAR(¥) Het is onzeker of het hier kw. nr. 3200 betreft.

3202. ROELOF NOMES(SEN) (MOOMERKEN) (VAN DER BERG), beg. Amsterdam Heiligewegs- en Leidsche Kh. 14-5-1676 (Roelof Nomes in de Jonge Roelofssteegh, laat 1 kind na), kleinpoorter van Amsterdam 9-5-1659 als schoenlapper van Semensbergen(¥), doopget. (1672), otr. vóór ca. 1648 (niet gevonden te Amsterdam)

3203. LIJS(A)BET CORNELIS (CORSSE) (VAN MARKEN), geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1689, beg. verm. Amsterdam St. Anthonis Kh. 18-9-1695 (Lijsbet van Marken in het Oude Manhuijs), doopget. (1671..1676).

COMMENTAAR(¥) waar ligt dat ?

3204. PIETER JACOBSZ BLOCK, geb. vóór ca. 1625, wordt door Gerrit Pauw in 1651 benoemd tot secretaris van Rietwijck en Rietwijckeroort.

Generale Privilegien ende Hantvesten van Kennemer-landt ende Kennemer-ghevolgh[243]

Rietwijck ende Rietwijcker-oort
De Heerlijckheydt van Rietwijck belendt aen Nieuwer-kerck, Sloten ende de nieuwe Meyr. Rietwijcker-oort over de voorschreven Meyr gheleghen, scheydt sich zuydt-oost met Amster-veen, ende noord-west met het oost-eynde van 't Schips-hol.
d' Ingesetenen deser plaetsen zijn tol-vry, ende waren van oudts gewoon hare Beden, Subventien, schot ende lasten te vinden uytten schot-ponden, die sy-luyden onder malkanderen niet hoogher estimeerden, als tot twee hondert Rijnsch gulden. De selve zijn mede jaerlijcks schuldigh aen de Graeflijckheyt van Hollant, van Herfst-bede die Bartholomei verschijnt twintigh schellingen, ende van Boddinghe die eens te drie Jaren Sinte Maertens dage vervallen, thien schellingen.
Zijn van de voor-ghemeldte Graeflijckheydt ghescheyden ende ghesepareert gheworden, in middele ende lage Jurisdictie, als vooren is aenghewesen.
Ende hebben nu tot haren Heere Joncker Gerrit Pauw, Rentmeester van de Espargne des meer-gemeldte Graeflijckheydts, die tot sijnen Schout over de voorsz Ambachten heeft ghestelt Jacob Pietersz Block, ende tot Schepenen voor den loopenden Jare sesthien hondert een-en-vijftigh (1651), Gijs Willemsz, Willem Jansz Bes, Theunis Dircksz, Jan Pieters, ende Claes Jansz, midtsgaders tot Secretaris Pieter Jacobsz Block, die 't bewindt van Justitie, ende verdere regeeringe werdt vertrout, die mede nae Kennemer zede jaerlijcks verkiesen een Kerck-meester over Rietwijck, eenen Polder-meester over Rietwijcker-oort stellen.

3206. GERRIT GERRITSE (DE JONGE), geb. 1596/97, ovl. na 1671 (dan is hij otr. getuige), voor 1678 (poorterinschrijving schoonzoon), scheepstimmergesel out 34 jaer wonende in de Ranskoij (1631), makelaer (1642), scheepstimmerman (1643, 1645, 1671), schoenlapper (1643), scheepstimmerman van Edam en wednr. van Lutgen Arens op Bickereilant (1643), otr. 1o Amsterdam 27-11-1631 (get. sijn vader Gerrit Gerritse de Oude) LU(I)TJE A(E)RENTS, geb. 1603/04, ovl. 1639-1643 (niet gevonden te Amsterdam), out 18 jaeren en wonend tot Edam (1622), van Amsterdam en wed. van Pieter Pieters(¥) in de Ranskoij, dr. van Arent NN en Aeltien Heijmes, otr. 2o Amsterdam 11-6-1643 (zij geen ouders hebbend, in margine: de wees.. de weescaemere voldaen den 5-12-1642)

3207. AEL(TJE) IJSAACX, geb. 1604/05, beg. Amsterdam Noorder Kh. 6-6-1664 (int Oostervack graf N17). van Goch? out 38 jaar (1643), huw. get. (1658), doopget. (1663), woont Bickerseylant (1664).
Pieters - Arents
Pieter Pietersen, ovl. 1622-1631, varentgesel out 28 jaren geen ouders hebbend wonend int Borensteegh? (1622), otr. Amsterdam geref. 20-8-1622 (get. Aeltien Heijmes haer moeder, de geboden sullen tot Edam meede gaan, in margine: t bethooch van de ingegaene gebooden is ingebracht geteeckent bij Casparus Staphorstius predikant tot Edam) Luijtgen Aerents, geb. 1603/04, out 18 jaeren en wonend tot Edam (1622), dr. van Arent NN en Aeltien Heijmes.

Op 2-5-1642 koopt Gerrits Gerritsz, makelaer, een huis en erf in de Sint Nicolaasstraat genaamd De Leunstoel belend door de erve van Anthoni Lubberts van ... .. Jan Dansz huijckemaker ... [245]
Op 30-1-1653 transporteert Dirk van Dijk een schepenkennisse van ƒ 630,-- capitaal ten laste van Teunis Dirksz, smalschipper, aan Gerrit Gerritsz. [246]

De scheepstimmerman.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

klik op plaatje(s) om te vergroten

Block

Ia. Jacob (Jakobes) Cornelisz (Cornelius), geb. 1611/12, mr. houtsaeger van Oostsaenen out 29 jaer wonend aen de Houtsagersmoelen (1641), otr. Amsterdam pui 12-1-1641 (get. Cornelis Claes zijn vader, en Jacob Claes haer vader) Neel(tje) (Neijl(tien)) Jacobs (Jakobes), geb. 1618/19, van Amsterdam out 22 jaer wonend op Raepenburg (1641), huw. get. (1685).

IIa. Jacob Jacobsz Blo(c)k, ged. geref. Amsterdam Noorderkerk 29-4-1657 (get. Lijsabet Jakobes), ovl. 1717-1722, beg. Amsterdam Heiligewegs- en Leidsche Kerkhof 27-11-1721 ("Jacob Jacobsz Block buijtten de Uijterssepoort op het Saagemolenspat aan de moolen van De Sparreboom, eijge (graf) bet. ƒ 4,br=14), houtsagersmolenaer oud 26 jaren wonend buijten de Saegmoolenspoort (1685), van wie een rekeningenboek getiteld Het Houdt Boeck van d'Moole d'Spaare Boom , Jacob Jacobszn Blok den 1-1-1714 bewaard is gebleven en dat is voortgezet door zijn zoon Jan Blo(c)k, en door Arie van den Berg,[253] otr. Amsterdam geref. 17-2-1685 (get. zijn moeder Neeltje Jacobs, en haer oom en voogt Marten Poot, haar ouders doot) Annetje Janse (van Swieten), geb. 1660/61, ovl. 1702-1722, beg. mogelijk St. Anthonis Kerkhof 24-1-1713 ("Anna van Swieten, Oudemannenhuijs" (!?)), trouwt als Annetje Janse van Meijert oud 24 jaren wonend in de Meijert (1685).

Op 6-5-1711 verkoopt Idsert Pieterse Klerck aan Jacob Jacobsz Blok, (wonend in de Schans?), een molen huis en loods, genaamd De Ekster, De Pijl, De Sparreboom buiten de Utrechtsepoort op het Zuidpad (Zuidelijk Zaagmolenpad) te Amsterdam. [254]
Op 23-1-1722 verkopen de erven van Anna Jans van Swieten, wed. van Jacob Block, aan Jan Jacobsz Block, een 1/2 molen, huis, loodsen en verder getimmerte, genaamd De Ekster, De Pijl, De Sparreboom buiten de Utrechtsepoort op het Zuidpad (Zuidelijk Zaagmolenpad) te Amsterdam. [255]
    Uit dit huwelijk Behalve bij de twee aangeven dopen is de moedersnaam overal Annetje Jans (van) Swiete(n)
  • a. Marritje Jacobs Blo(c)k, ged. geref. Amsterdam Noorderkerk 18-3-1691 (get. Jannetje Meeters? van Swieten), beg. verm. Amsterdam Heiligewegs- en Leidsche Kerkhof 23-4-1719 ("Marritje Jacobs Blok, huisvrouw van Pieter Pietersz Baas), van Amsterdam oud 24 (!) jare wonend buijten de Uijtregsepoort (1717), otr. Amsterdam 8-10-1717 (get. sijn vader Pieter Baas, haar vader Jacob Blok) Pieter Baas, van Amsterdam, oud 20 jaar wonend buijten de Uijtregsepoort (1717).
  • b. Neeltje Jacobs, ged. geref. Amsterdam Noorderkerk 13-12-1693 (oudersnamen onder patroniem, get. Aagje Jacobs).
  • c. Jan Jacobs Blo(c)k, ged. geref. Amsterdam Noorderkerk 26-1-1695 (oudersnamen onder patroniem, get. Gerrit Jans, Stijntje Cornelis), molenaar van Amsterdam oud 24 jare wonend buijten de Uijtregsepoort (1715), otr. Amsterdam geref. 1-3-1715 (get. zijn vader Jacob Blok en haar voogden Nen Pieterse en Claas Clijn, haar ouders dood) Marretje Claas (Hoogwater), ged. geref. Amsterdam Westerk. 9-3-1696, beg. Tricht 13-1-1747[256], wonend buijten de Raampoort.[257]
  • d. Catrina Jacobs Block, ged. geref. Amsterdam Noorderkerk 26-8-1696 (get. Aegje Jacobs Block).
  • e. Anna Jacobs Block, ged. geref. Amsterdam Noorderkerk 31-5-1699 (get. Aeltje Arents).
  • f. Jacob Jacobs Block, ged. geref. Amsterdam Noorderkerk 10-4-1701 (get. Aegje Jacobs Block), ovl. jong?
  • g. Jacob Jacobs Block, ged. geref. Amsterdam Noorderkerk 1-11-1702 (get. Aegje Jacobs Block). moedersnam onder patroniem
'De oude adellijke huijsinge en hoffstad Craijestijn' met 'den Toom of Heerenhuijs', een groot bouwhuis met stallen voor de koeien en paarden, koetshuis, tuinmanshuisje erachter en diverse boomgaarden en landerijen werden op 5-10-1737 door Jan Claeszn Lelij en Marretje Hoogwater uit de nalatenschap van de familie Meurs voorf 13.825,- gekocht. Voor het sluiten van het huwelijk tussen Jan en Catharina Elisabeth, werden op 25-2-1750 huwelijkse voorwaarden gemaakt, waarbij zij bepaalden dat de langstlevende erfgenaam zou zijn.

In de nacht van 13 op 14-2-1782 werd op huize Craijesteijn te Tricht ingebroken door vier onbekende mannen met zwart gemaakte gezichten. Het huis werd in die tijd bewoond door Catharina Elizabeth Kemp, weduwe van Jan Claeszn Lelij, haar zuster Maria Kemp, en een twintigjarige knecht en een veertigjarige dienstmaagd. De inbrekers forceerden de voordeur en knevelden het inmiddels ontwaakte en toegelopen personeel. De knecht werd onder bedreiging met doodschieten of halsafsnijden gedwongen om te vertellen waar het geld en de juwelen waren verstopt. Intussen werd Catharina Elisaberh door een van de andere mannen geslagen, op de grond gegooid en tegen haar hoofd geschopt. Hij dreigde haar nek te breken als ze niet zou stoppen met schreeuwen. Maria werd door twee mannen gegrepen en vastgebonden, maar hoorde, omdat zij doof was de dreigementen niet. Na ongeveer anderhalf uur slaagde zij erin zich los te maken en de anderen te bevrijden, waarna zij constateerden dat de sloten van de kasten en van het 'bureaux' waren opgebroken. Er was voor 600 gulden aan contanten en 2000 gulden aan sieraden gestolen, waaronder een 'grote boot met 11 stenen en een gouden boot' (= ovale siersluiting voor een ketting) en zilveren voorwerpen, zoals 'ordel(or)ijndoosjes' (= eau de la reine, d.w.z. reukwater) en tafelgerei. [258]

Op 10-11-1788 testeerden Catharina Elisabeth Kemp en Arien van den Berg en bepaalden zij dat de langstlevende vruchtgebruik van de boedel zou krijgen. Indiën zij als eerste overlijdt, moet hij jaarlijks een lijftocht van ƒ 200,- aan haar zuster Maria Kemp uitkeren 'tot haar alimentatie', die zij niet mag vervreemden of bezwaren. Catharina Elisabeth was goed op de hoogte van de precaire situatie van haar zuster. Zij prelegateert aan haar nicht Catharina Elisabeth Kemp, dochter van haar broer Cornelis Kemp, al haar lijfgoed en sieraden en aan haar zuster Maria al haar ongemunt goud en zilver. Verder aan de kerk van Tricht ƒ 300,- voor de aankoop van twee koperen kronen, waar bovenin naamplaatjes met haar naam en de wapenschilden van haar en haar laatste man moeten komen. De ene kroon zal komen te hangen voor het gestoelte van Craijesteijn en de andere voor die van het Hoff. Haar erfgenamen zullen zijn haar zuster Maria en de kinderen van haar broers Cornelis en Jan, elke staak voor een derde. Haar erfgenamen moeten 't Hoff aannemen. Als haar erfgenamen problemen maken, dienen zij onterfd te worden. Zij stelde als executeurs aan, bij akte van 6-1-1809, haar neef Hendrik Nicolaas Kemp, wonende te Beusichem, en bij diens overlijden zijn broer Anthonij Kemp, wonende te Tricht, en Jan Drost, wonende te Tricht, en bij diens overlijden Johannes Koedam, wonende te Zoelmond. Hiervoor stelde zij een vergoeding van ƒ 300,- vast. In het rekeningenboek van Hendrik Nicolaas Kemp vinden we een afrekening: aan de kinderen van Jan Kemp 3200 gulden, nog aan Karel Evert Kemp te betalen 600 gulden, aan 'Drost' en Anthonie Kemp, 1600 gulden en aan de collaterale successie 180 gulden. Aan het einde van haar leven heeft Catharina Elisabeth haar gezichtsvermogen verloren (1811). Zij doneerde aan Hendrik Nicolaas, omdat hij haar zaken behartigde, boven het hem al toekomende erfdeel, nog eens twee onderhandse obligaties van ieder 1000 gulden, diverse meubelen, waaronder haar bed, maar ook een schilderij van de Oude Kerk te Amsterdam en een van Craijesteijn, toentertijd gewaardeerd op respectievelijk ƒ 12,- en ƒ 3,-.[259]

Fragment van het testament van Symon Sluijs en Feijtje Gerrits d.d. 4-3-1688 voor Nots. Livinus Meijer te Amsterdam. Laatste twee bladzijden betreffende de inbreng van Sijmon Sluijs en de ondertekening. Voor de verdere tekst zie boven.
klik op plaatje(s) om te vergroten

3208. JOHANNES (JAN) DE WARM (WAAREM), geb. Alkmaar 1631/2, beg. Amsterdam Westerkhof 11-10-1693 ("Jan de Warm, sijgrijnwercker in de Laurierstraat tussen de Prinsegraft en eerste Dwarsstraat, baar roef 16, diaconij 12), zijgrofgrainwerker (1655, 1693), woonde Baangracht (1655), woont in de Negelantierstraet (1664), Thuijnstraet (1665), Laurierstraat tussen de Prinsegracht en de eerste dwarsstraat (1693), otr. Amsterdam 6-11-1655 (get. Ambrosius de Warm, sijn broeder en Cornelis Snewater, haer vader)

3209. CATERINA (TRIJNTJE) CORNELIS SNE(U)WATER(S), ged. Amsterdam 19-7-1633 (get. Elena Ruijters), beg. Amsterdam Westerkh. 1-11-1718 (wed. van Frans Fransz van der Riviere in de Loijersstraat naast de hoeksteen, 1 baar), woonde Baangracht (1655), Elandsstraat (1699), Looiersstraat (1718), otr. 2o Amsterdam 3-10-1699 (in margine : "also haer zoon Abrosius de Warm in judicio gecompareert is en heeft bekend van sijn moeder wegens sijn vaders goet voldaen te sijn") FRANS FRANSZ (VAN DER RIVIERE)(¥), ged. Amsterdam Nieuwe K. 27-11-1639 (get. Maritje Tomas), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 26-1-1716 (1 baar, 16 dragers, pro deo). Zie Frans Fransz van der Riviere voor verdere gegevens en zijn eerdere drie huwelijken.

COMMENTAAR(¥) Is hij wellicht verwant aan Jan van de Riviere (vermeld 1579) en diens zoon Pieter van de Riviere (vermeld 1602) met een leen (vrije akker) te Heemskerk [262]?

Frans Fransz van der Riviere
Frans Fransz van der Riviere (van de Revier), ged. Amsterdam Nieuwe K. 27-11-1639 (get. Maritje Tomas), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 26-1-1716 (1 baar, 16 dragers, pro deo), woont in de Conijnestraat (1679, 1699), bij de Lauriergracht (1716), arbeider op de Baangracht (1659), (stads?)arbeider op de Braeck (1662), koorndrager (1699), poorter van Amsterdam 23-9-1659 als arbeider, zn. van Frans Thomasse, poorter en schoenlapper op de Looiersgracht (1633), en Lijntje Pasquiers, otr. 1o Amsterdam 15-3-1659 (get. Lijntje Pasquers, sijn moeder en (Sijbrigh?) Pieters, haar moeder) Metje Jans, geb. Alkmaar 1638/39, beg. Amsterdam Noorder Kerk 12-9-1662 (in de kraam van haar derder kind), woont in de Looiersstraat of Laurierstraat (1659), waaruit 3 kinderen gedoopt te Amsterdam (1660-1662), otr. 2o Amsterdam 13-10-1662 (get. (Sijtje?) Jans, haar moeder) Hendrikje Jans, geb. Nimwegen 1634/35, ovl. 1678/79, beg. Amsterdam Nieuwe Zijds Kapel 27-9-1679 of Karthuizer Kerkhof 19-11-1679, woont in de Laurierdwarsstraat (1662), waaruit 9 kinderen gedoopt te Amsterdam (1664-1678), otr. 3o Amsterdam 21-1-1679 (get. Grietie Thoenes, "haer slaepvrou, haer ouders doot") Jannetje Willems, geb. Aken 1642/43, ovl. 1684-1699, waaruit 3 kinderen gedoopt te Amsterdam (1679-1684), otr. 4o Amsterdam 3-10-1699 Caterina Sne(u)water(s) (Trijntje Cornelis), ged. Amsterdam 19-7-1633 (get. Elena Ruijters), beg. Amsterdam Westerkh. 1-11-1718, (zie kw. nr. 3209 ).

De zijdereder.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

klik op plaatje(s) om te vergroten

3210. (NI)C(O)LAAS (NI)C(O)LAESZ (BECU, BEKU(E), BEKAUD), ged. Leiden Hooglandse K. 8-3-1629 (get. Paulus Bekaud, Pieter de Wilde en Cathalina Verschoten), beg. Amsterdam Leidse Kh. 12-5-1687 (met een diakens lootje, laat 1 kind na), passementwerker in de Loyersstraat (1656), poorter van Amsterdam 12-1-1657 als passementwerker komende van Leiden, turfdrager (1683), woonde in de Lange Leidsedwarsstraat (1687) naast Vredenburgh, otr. Amsterdam 1-7-1656 ("de geboden zijn in de Walekerk gegaen", get. Jeanne Angloes, sijn moeder en Jasper Kaijser, haer vader)

3211. JANNETJE JASPERS (KEIJSER(S)), ged. Amsterdam Nieuwe K. 24-2-1636 (get. Stijntje Pieters), ovl. na 1693, woonde in de Loijersstraat (1656), doopget. (1686), huw. get. (1693).

3212. LEENDERT STEVENS (STRUIJS), geb. Heemstede 1617/8, beg. Amsterdam Noorder Kh. 27-9-1684 (Leendert Struijs in de Langestraat), varentgesel, wonend in de Herenstraat (1650), op de hoek van der Haerlemmerstraat (1655), in de Langestraat (1684), doopget. (1651), otr. Amsterdam geref. 12-3-1650 (beider ouders dood)

3213. TRIJNTJE JANS, geb. Uithoorn 1623/4, ovl. na 1691 (dan is zij doopgetuige), woonde in de Haerlemmerstraat (1650).

Interieur van de Noorderkerk te Amsterdam, waar Leendert Stevens (Struijs) werd begraven en waar hij minstens vijf kinderen liet dopen.
Foto: Louk Lapikás, 2014

klik op plaatje(s) om te vergroten

3214. A(D)RIAEN BASTIAENSZ, geb. Het Bilt 1622/3, ovl. (niet gevonden te Amsterdam) 1668-1682, gortmaecker in de Anjeliersstraet (1644), poorter van Amsterdam 20-5-1644 als grutter van Bilt in Friesland, bij de poorterinschrijving (1682) van zijn schoonzoon Steven Leendersz Struijs wordt als zijn beroep opgegeven factoor en is hij reeds overleden, otr. Amsterdam 16-1-1644 (get. Cornelisz Jans, zijn neve, beider ouders dood)

3215. GEESJE BARENTS, geb. ... 1620/1, ovl. na 1691 (dan is zij doopgetuige), woonde in de Lindestraat (1644).

3220. LAMBERT WICHMANSEN TOP(P), geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1674 (beg. niet gevonden te Elburg), mondig 1654. belender bij het kerkhof te Elburg (1659, 1661), bij de Goorpoort (1662), woont in de Kerkstraat (1662), tr. vóór 1635

3221. HENDRICKJE BAE(C)KS, ovl. vóór 1656.

In de civiele procesdossiers in het rechterlijk archief van Elburg [265] komt voor onder nr. 33 Griete Peeters contra Lambert Top (1607) en onder nr. 73 Henrick Hartgers c.s. contra Lambert Top c.s. (1632).
Lambert Top is belender bij de Goorpoort te Elburg 1638. [266]
Lambert Wichmansen Top verkoopt aan zijn zwager en zuster Hermen Baeck en Grietje Wichmans echtel. 6 voedergrondsen op de Mheen zoals van zijn ouders aangeerft enz hem ter danke betaald get 4-2-1654 coram Heeck et Reefsen. [267]
Lambert Top voor hem zelf en zijn onmondige kinderen bij Hendrickje Baecks erwonnen aan de ene zijde en Hermen Baeck en Grietgen Wichmans echtel. aan de andere zijde verloten 2 huizen staande in de Kerkstraat naast Willem Limburch westw en Hermen Jansen oostw welke hun bij versterf van hun olderen aangekomen zijn. Lambert Top zal hebben het huis aan de oostzijde en Hermen Baeck het huis aan de westzijde naast Willem Limburch get 16 jan 1656. [268]
Op 12-12-1656 verkoopt Lambert Top mede als momber zijner Kinderen bij zall. Hendrikje Baeck verwekt aan burgem. Hendrik Bigge en Antonia Reefsen echtel. zijn huis staande in de Nieuwepoort strate waaraan oostw Maes Witte en Momme Wychmans, noordw Willem toe Waters weduwe en westw kopers zelf gehuiset zijn get 12 dec 1656 coram Feith et Hegeman. [269]
Op 26-2-1662 heeft Lambert Top opgenomen ƒ 58,- a 6% rente, van de afgestorven ontvanger der stad zoals alhier bij liquidatie der boekhouding van Joachim Loefsen en Maria Lutteken echtel. is bevonden, onderpand zijn huis in de Kerkstraat waaraan oostw Hermen Jansen westw Herman Baeck gehuiset zijn get 26-2-1662 coram Bigge et Wolfsen. [270]
Cars Aettien Gesien en Gerrit Lambertsen Top(¥) tesamen kinderen van Lambert Wychmansen Top verkopen aan Gosen Jansen en Peter Kellier? Beniers (een hof) voor de Goorpoort op de grachte naast Willem Velicke oostw zuidw Wolter Willems schoenmaker em westw Jan Jacobsen Backer get 25-4-1667 coram Hegeman et Wolfsen. [271]

COMMENTAAR(¥) Mogelijk Cors Lambertsen Top, Aelt Lambertsen Top, Gesien (Goesentien?) Lambertsen Top en Gerrit Lambertsen Top. Dat zou betekenen dat de andere hieronder genoemde kinderen overleden zijn voor 1667. Top Lambertsz staat er helemaal niet bij!
Op 1-9-1674 bekent Aleida Feith wed. van de scholtus Nucke verkocht te hebben aan Lambert Top 2 Goorgresen voor een somme haar ten danke betaald. actum i sept 1674 [272]

3222. LAMBERT COEPS, parentatie niet bewezen, gildebroeder (1609) van het schoenmakersgilde te Elburg, [286]

3224. JAN (POTSER), geb. vóór ca. 1610, alleen bekend uit het patroniem van zijn (veronderstelde) kinderen:

3226. REIJNT ROELEFS.


Maton / Matton / Mathon
Redelijk veel personen met deze namen verschijnen in de 17de eeuw vanuit de Zuidelijke Nederlanden in de Noordelijke. Op de vlucht voor de Spaanse machthebbers, om geloofsredenen of uit economische motieven. Een daarvan is onderstaand kwartier nr. 3232 de uurwerkmaker Jaques Matton. Bij het onderzoek naar diens herkomst en familie werd veel materiaal over gelijknamige families verzameld, waarvan echter het verband met Jaques Matton vooralsnog niet kon worden aangetoond. Deze gegevens zijn ondergebracht in de Fragment Genealogie Maton.

3232. JACOB (JAQUES) MATTON, geb. vóór ca. 1595, ovl. na 1641, verm. voor 1649, wordt, wonend in het Gasthuijs te Vlissingen, geref. lidmaat te Vlissingen juli 1619 met attestatie van Midellburg (in margine: "Vertrokken na Calais"), keert vandaar blijkbaar terug en wordt als j.g. wonend in de Vrouwestraete wederom geref. lidmaat te Vlissingen maart 1620 met attestatie van Calais, installleert een uurwerk in de Beurs van Vlissingen (1641), otr. Vlissingen geref. 29-4-1617

3233. JAQUEMIJNKEN BECART(¥), geb. vóór ca. 1592, ovl. na 1649, wordt in jan. 1610 als Jackemijntgen Bekaarts, j.d. van Corterijcke wonend in de Rioolstrate geref. lidmaat op belijdenis te Vlissingen, wordt in 1649 nog vermeld als erfgenaam in het testament van haar zoon Petrus.

De Beurs in Vlissingen door Maxime Lalanne. Hoelang en waar precies het in 1641 door Jaques Matton geplaatste "horloge" in het torentje heeft gezeten is vooralsnog onbekend.
Staalgravure, 12x11 cm
Datering: ca. 1882
Bron: Kunsthandel Ongering

klik op plaatje(s) om te vergroten


COMMENTAAR(¥) In een lijst van Members of the Dutch Church Norwich 1568,[308] komt voor:
Jan Bekaert, husbandman, from Flanders arrived 1567 with wife and son.

In Nord Genealogie. No. 189, 2004/4 wordt onder Registres de l'église Walonne de Menin (=Menen tussen Kortrijk en Ieper) de familie Becart vermeld.

Een Jaquemin(n)e Becquart (Bekaerts) is tweemaal doopgetuige te Leiden (1622, 1632). Of het hier kw. nr. 3233 betreft kan niet worden afgeleid uit de namen van de ouders der dopelingen, of van de andere getuigen.
Notulen van de Raad van Vlissingen betreffende de Beurs in Vlissingen:[309]
21-6-1635. Is besloten het horloge van Jaques Matton te koopen en boven de nieuwe beurs te zetten.
8-7-1641. Jaques Matton zal £ 7 genieten voor het stellen van het horologie van de Beurze.

3234. Dr. CAREL (KAREL) LENERTSZ (LENAERDTS) (de Jonge), ged. geref. Amsterdam Oude Kerk 19-10-1586 (get. Niesge Jans), ovl. na 1634, ingeschreven als student geneeskunde aan de Universiteit van Leiden 16-7-1609 ("Carolus Leonardus", Amsterodamensis, 22 (jaar)"), en 18-11-1610 ("Carolus Leonardus", Amsteldamensis, 23 (jaar)") [351] verdedigde zijn proefschrift op 26-4-1611 en promoveerde doctor op 9-5-1611, [352] der medicijnen docter, oud 24 jaeren, woonende in de Nes (1611), "eerzuchtig medicus", vergezelde in december 1628 zijn mede Contra-Remonstranten Jan Willemsz Bogaert en Pieter Jacobsz Elias naar Den Haag te klagen over de remonstranten,[353] werd als ondertekenaar van een verzoekschrift aan de Staten om de Remonstranten vrije uitoefening van hun godsdienst in Amsterdam te beletten, door de magistraat op 27-1-1629 voor zijn leven uit Amsterdam verbannen,[354] [355] is in 1634 een der ondertekenaars van een rekest aan de raad van Haarlem, waar onlangs een nieuwe orgel in de Grote Kerk in gebruik is genomen, het oude orgel op weekdagen meer te laten bespelen,[356] otr./tr. Amsterdam geref. Nieuwe Kerk 27-8/11-9-1611 (get. Kaerel Lenaertsz ende Grietgen Karels sijn vader en moeder, en Joannes Ursinus, dienaer des godl. woords, hare vader)

3235. ANNEKEN (ANNA) URSINUS (DES URSINS / ORSINS / ERSIJNS), ged. Frankenthal (Pfalz) Vluchtelingenkerk 14-1-1588, ovl. na 1649, van Frankendael, oud 22 jaeren, wonende te Amsterdam achter (krone?) Bagijnehoff (1611), en als doopget. te Leiden in de Pieters Choorsteech (1649).

Vonnis over Carel Lenards et al., Amsterdam, 1629:
"Sententien wtgesproken ende gepronuncieert (naar vorrgaende Clockegheslagh) ter Puye deser Stede, over Dr. Carel Lenards, Pieter van Goetthem, ende Albert Harmansz Dingstee, mitsg(aders) over de twee andere Gevangens binnens Cammers den 31-1-1629. Waer by ghevoecht is de Abolitie, ten selven daghe gekundicht [357]

Handtekeningen van Karel Lenaerdts M(edicinae) D(octor) en Anna des Orsins onder hun ondertrouwakte d.d. 27-8-1611 te Amsterdam. Kopergravure van Dr. Karel Lenertsz (Carolus Leonardi) op 42-jarige leeftijd, door J. van de Velde naar de tekening van P. Saenredam
Datering: 1629
Bron: Vondel's Werken

klik op plaatje(s) om te vergroten
Eerdicht op bovenstaande prent van Karel Lenertsz door Joost van den Vondel:[358]

EER-DICHT OP 'T BEELDT VAN DOCT. KAREL LENERTSZ.
van Amsterdam, Anno 1629, eeuwich uytgebannen.


Dit's Doctor Carels beeldt, die zich troost met sijn oogen, Dien 't muiten is misluckt, dien 't kussen is ontvloogen, Die schaemt en eer en twist, en alles heeft ontloopen, Waer voor de Kerck-uyl hem met rijmen hangt te koopen, En geeft hem voor advys, mach Kerck-uyl domineren, Zoo zal men kercx legaet zien Amsterdam regeren
Carel Lenaertsz schreef de tekst van twee stukken voor de tweede bundel madrigalen en motetten, getiteld 't Lof Iubals (Haarlem, 1645), door de Haarlemse componist Cornelis Tymensz Padbrué (1592-1670).[359] De tekst van de meeste liederen werd op verzoek van Padbrué door anderen geschreven, hijzelf componeerde de muziek (waarvan de tenorpartij bewaard is gebleven). Het eerste stuk van Carel Lenaertsz is een vierregelig lofdicht op de componist:

Carmen in Laudem Musici Excellentiss. D. Cornelii Thymëi Padbrué van C. Lenaerts.
(Loflied op de zeer uitstekende muzikant de heer Cornelis Tymensz Padbrué)
Carmine cum proprium tibi sit discrimina vocum
Reddere, Leucadio parta Trophaea petis,
Accipe, per numeros caput inter nubila condis,
Sic Jubal terris, sic & (?) Apollo manes.
(vertaling volgt)
Het tweede stuk is getiteld O zoete Jubal en bestaat uit twee coupletten (De romeinse nummering komt uit 't Lof Iubals :

O zoete Jubal van D.C. Leenaerts. XXXII en XXXIII. 4-stemmig.
XXXII
O soete Jubal Lamechs Soon,
Ey siet nu eens uyt dynen throon,
Wat konst dat ghy ons hebt gheleert,
Waer om ghy oock noch wert ge-eert,
't Is 't Musijck, en 's spel der snaeren,
Die den droeven vreugt doet baren,
Die Hemel en-de Aerd verheugt,
En die den krijger oock doet deugt,
Hoe de Trompette harder gaet,
Hoe men te meer en dapper slaet.
Het kint dat in de wiege schreyt,
Met singen wert het oock gepaeyt,
Maar boven al door Psalmen soet,
Wert God ge-eert in ons Gemoet.
De boose Geest en Sauels rel
Dreef David wegh door 's snaeren-spel.
XXXIII
Wel Vader, Jubal is u naem,
't Hebreuse woord beduyt bequaem,
Dat ghy soud Aaren brengen voort
Vol melody met soet ac-coort,
Dit zijn de Musicanten al
Die u Lof zingen, met geschal:
Dees konst door u aen haer bestelt,
Die doet ons aen een zoet ghewelt,
Want sy schreyende lach-en doet,
en hout weer maet op staende voet.

Drie strofen uit Vondels gedicht Rommel-pot van 't Hane-kot, gericht tegen de Amsterdamse kerkenraad, die de predikant Hanecop uit de dienst had ontzet. Dr. Karel Lenertsz wordt hier spottend "Oogentroost" genoemd.
Datering: 1627
Bron: De volledige werken van Joost van den Vondel, Utrecht, 1929

klik op plaatje(s) om te vergroten

3280. LAURIS VAN KEULEN.

3292. CORNELIS CRIJNSZ ZWAGER/SWAGER, ovl. 1660-1669, woonde te Rengerskerke, vermeld als erfgenaam van zijn schoonvader (1660),[407] tr.[408]

3293. NEELTJE JANS HERCKELSE, ovl. vóór 9-3-1660 [409]

3304. BOUDEWIJN VAN DEN ENDE, geb. vóór ca. 1650, (zie Fragment Van den Ende voor een mogelijke verwant), alleen bekend uit de patroniemen van zijn mogelijke zoons:


Fragment Van den Ende
Een mogelijke broer of zoon van Boudewijn van den Ende zou kunnen zijn:
Cornelis van den Ende, geb. vóór ca. 1645.
    Uit hem:
  • a. Cornelis Cornelisse van den Ende, geb. St. Maartensdijk vóór ca. 1670, ovl. Zierikzee 1733 (als Cornelis van den Ende)[420], j.m. geb. te St. Maartensdijk (1692), treedt op als get. in akten te Zierikzee (1694..1730), bierdrager te Zierikzee (1697..1729), otr. Zierikzee geref. (attestattie gegeven 12-9-1692),[421] tr. Poortvliet geref. 24-9-1692 Adriana van Es(sen), j.d. geb. te Poortvliet (1692).
    Cornelis van den Ende en Adriana van Essen worden vermeld in de weeskamer van Zierikzee (1748-1754).[422]
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Adriaan van den Ende, geb./ged. Zierikzee 24/28-6-1699 (get. Johannes Commerse, Pieternella Baaks), ovl. Zierikzee 29-4-1762,[423] j.m. van Zierikzee (1727), timmerman (1727..1734), genoemd in akten te Zierikzee (1727..1745), otr./tr. Goes/Zierikzee 11-4/7-5-1727;(¥) Cornelia Soetebier, ged. Goes 17-12-1694 (get. Catharina van Oosten), beg. Zierikzee 13-5-1762,[424] j.d. van Goes (1727).

      COMMENTAAR(¥) In het register Overleden personen Zierikzee komen drie onbenoemde kinderen voor van Adriaen van den Ende , ovl. 1727, 1728 en 1729. Het is onduidelijk om welke kinderen het gaat.
      Cornelia Soetebier en Adriaan van den Ende zijn op huwelijkscontract gehuwd. Op 29-4-1727 compareren voor de notaris Zijwert van der Bilt Adriaen van den Ende en Cornelia Soetebier, voor haar wordt gereserveerd een somma van 200 pond Vls. Indien er geen kinderen in leven zijn, is haar broer Adolf Soetebier haar erfgenaam en na hem haar andere broers en zusters, hen wordt dan nagelaten de somma van 100 pond Vls. tesamen. [425]
      Op 23-5-1728 testeren te Zierikzee: Adriaen van den Ende, timmerman, en Cornelia Soetebier, beiden wonend te Zierikzee. Verder genoemd: Zijwert van der Bilt, notaris, en Adolff Soetebier. Getuigen zijn Cornelis van der Hoeven en Boudewijn de Rijke, beiden wonend te Zierikzee. [426]
      Op 10-4-1730 testeren te Zierikzee: Adriaen van den Ende, timmerman, en Cornelia Soetebier, beiden wonend te Zierikzee. Verder genoemd: Zijwert van der Bilt, notaris, en Adolff Soetebier. Getuigen zijn Jan Swen en Claas Reijngout, beiden wonend te Zierikzee. [427]
      Op 12-6-1734 compareren te Zierikzee: Adriaen van den Ende, timmerman, wonend te Zierikzee, en Adolph Soetebier, wonend te Goes. Akte van procuratie. Verder genoemd: Cornelia Soetebier, Marinis Soetebier. Getuigen zijn Barent van der Jagt en Marinis van der Jagt, beiden wonend te Zierikzee. [428]
      Op 21-6-1734 testeren te Zierikzee: Adriaen van den Ende, timmerman, en Cornelia Soetebier, beiden wonend te Zierikzee. Verder genoemd: Adolph Soetebier, Marinis Soetebier, Johanna Soetebier, Jacobus Buijghanan, Jan Cornelisse Soetebier. Getuigen zijn Adriaen Mulock en Barend van der Jagt, beiden wonend te Zierikzee. [429]
    • 2. Cornelis van den Ende, geb. vóór ca. 1705, ovl. na 1740, j.m. van Zierikzee (1726), zeilmaker wonend te Zierikzee (1727, 1740), otr./tr. Zierikzee geref. 16-5/25-6-1726 (He)Lena Lauwrensdr van den Hoeke, ovl. na 1740.
      Op 10-10-1727 testeren te Zierikzee: Cornelis van den Ende, zeilmaker, en Lena van den Hoeke, beiden wonend te Zierikzee. Getuigen zijn Gijdeon de Vooght en Pieter van Es, beiden wonend te Zierikzee. [430]
      Op 5-5-1740 testeren te Zierikzee: Cornelis van den Ende, zeilmaker, en Lena Laurus van den Hoeke, beiden wonend te Zierikzee. Verder genoemd: Getuigen zijn Charles s' Graauwen en Barend van der Jagt, beiden wonend te Zierikzee. [431]
      Cornelis van den Ende en Helena Lauwrensdr. van den Hoeke worden vermeld in de weeskamer van Zierikzee (1753).[432]
        Uit dit huwelijk verm.:
      • aa. NN van den Ende, ovl. Zierikzee 1730 (kind van Cornelis van d' Ende)[433].
      • bb. Lourens (Laurens) van den Ende, geb. 1734/35, ovl. Zierikzee 4-3-1814 (oud 79 jaar), j.m. van en wonend te Zierikzee (1766), wednr. van en wonend te Zierikzee (1781), treedt veelvuldig op in akten te Zierikzee (1774..1809), vermeld als inwoner van Zierikzee in 1798 (oud 61 jaar, sic!) en 1811 (dan "voilier" oud 76 jaar), hypothecair schuldenaar in Zierikzee (1811), zeilmaker te Zierikzee (1785..1814), tr. 1o Zierikzee geref. 9-2-1766 Helena Bodt, ovl. 1766-1780, j.d. van en wonend te Zierikzee (1766), doopget. te Noordgouwe (1774), tr. 2o Zierikzee geref. 17-7-1781 Johanna Mommaas, ovl. Zierikzee 31-7-1820, j.d. van en wonend te Zierikzee (1781), zeilmaakster (1820), dr. van Martinus Mommaas en Neeltje de Vos. Hieruit verder nageslacht bekend.
      • cc. Maria van den Ende, geb. vóór ca. 1740, j.d. van en wonend te Zierikzee (1766), tr. Zierikzee geref. 9-2-1766 Ewout Bodt, j.m. van en wonend te Zierikzee (1766). Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 3. NN van den Ende, ovl. Zierikzee 1706 (kind van Cornelis van den Ende)[434].

3312. JACOB JACOBSZ BLEIJCKER(¥), parentatie niet bewezen genoemd in 1652 als grondeigenaar en gebruiker van land in de polder Klinkerland in Grijsoord/Nieuw Tonge.[435]



COMMENTAAR(¥) Wat is het verband met:
Adriaantje Aelbrechts Bleijker, doopsgezind, ged. geref. belijdenis Elkerzee 22-3-1654 [436].
Arjaantje Willems Bleijckers, tr. 1o na mrt 1667 Jacob Gabriels Schelhouck, geb verm. Spijkenisse (mennoniet), landbouwer te Spijkenisse 1648, won. Oud-Beierland ca. 1635, vermeld ald. 1636, dijkgraaf in de ring van Putten 1657, ovl. Spijkenisse voor 1681, wednr. van Maartgen Borrusdr en Jannetje Gabrielsdr Koijer [437] , tr. 2o Spijkenisse 19-10-1681 [438] Hugo Berents van der Clock, leerlooier en schoenmaker te Geervliet, doopsgezind voorganger aldaar, predikt te Ouddorp (1665, 1684, 1686) [439] ovl. (impost) Geervliet 25-10-1703 [440]

3474. PIETERS SYMONSZ TEIJSTERMAN, ovl. 1623-1637, in 1621 meerderjarig, tr. vóór ca. 1615[441]

3475. GEERTGEN CORNELISDR VAN STAVEREN, ovl. na 1646, vermeld in 1646.

Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Pieter Sijmonsz ende Geertgen Cornelisdr sijn huijsvrouwe met Cornelis, Jan, Gerrit, Annetgen, Sijburch ende Maritgen heure kinders - 8 hoofden". [442]
Op 4-6-1637 compareren Arien en Cornelis Symons Teijsterman voor henzelf, Cornelisz Pieters Teijsterman en Annetgen Pieters Teijsterman, gehuwd met Pieter Dircksz Zethoven, alsmede voogd over de nog onmondige kinderen van Pieter Symonsz Teijsterman , Aris Cornelisz Quast als voogd over de kinderen van Ouwe Cornelis Symonsz Teijsterman en de voogd over de kinderen van Jan Symonsz Teijsterman, allen erfgenamen van Symon Jansz Teijsterman, in zijn leven gewoond hebbend te Nieuwkoop [443].

3504. JAN CORNELISZ WITTEBOL (alias CLEIJN NEES), geb. vóór ca. 1590, ovl. 1653 (dus niet beg. Hazerswoude 12-5-1647 als Jan Cornelisz. belender aan de Binnenweg 1619..1649 (in 1653..1668 de weduwe en/of kinderen van Jan Cornelisz Wittebol), de Bovenweg 1627..1653 (in 1654..1663 de weduwe en/of kinderen van Jan Cornelisz Wittebol), in de lage Moeren onder Hoogeveen (1638), in de Kijfpolder in het Rietveld 1647..1651 (in 1675 de erfgenamen van Jan Cornelisz Wittebol), in de Vrouwe Opdamspolder (1648), te Hazerswoude (1619..1653), woont aan de Achterweg te Hazerswoude (1640, 1644), koopt o.a. een huis en erf met kaatsbaan en schuur gelegen op het Dorp Buitenweg, alwaar "de Hollantsche thuijn" uithangt (1647), treedt op als oom en voogd over Pieter Jansz Vonck en Emmerentia Jansdr Vonck (1649), is borg voor Jan Jansz van Geneuchten (1639), en voor Claes Pietersz van Hijselendoorn (1651), tr. vóór 1613

3505. TRIJNTJE (CRIJNTJE) PIETERS CORDT, beg. geref. Hazerswoude 15-5-1669 ("het lijk van Trijntje Pieters Cordt, huijsfrou van Jan Cornelisz Wittebol"),[444] wonende aan de Achterweg (1654..1665).

Op 29-4-1613 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol aan zijn zoon Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Pietersz 14½ hond land eensdeels geheel en eensdeels gebroken gelegen buitenweg, belend ten oosten Pouwels Woutersz, ten zuiden de nieuwe vaart, ten westen Sijmon Cornelisz en Florisz Cornelisz en ten noorden dezelfden, voldaan met een schuldbrief. [445]
In vervolg hierop verklaren op 29-4-1613 Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Pietersz, zwagers, schuldig te zijn 425 gulden met hypotheek op het gekochte. Borg Pieter Adriaensz voor respectievelijk zijn zwager en zijn zoon. [446]
Op 2-12-1616 verkoopt Adriaen Cornelisz Schouten aan Jan Cornelisz Wittebol 6 partijen slagturfland of water tezamen 5 kleine morgen en 4 hond, eerst 5 hond, 3½ hond en 6 hond tezamen belend ten noorden Martijn Dircksz en Jan Willem Sijmonsz, ten oosten Jasper Govertsz, ten zuiden de landscheiding en ten westen Cornelis Pieter Corsz, 3½ hond en 8 hond tezamen belend ten noorden de weduwe van Pieter Corsz en Jasper Govertsz, ten oosten Cornelis Sijmonsz en Dirck Sijmonsz, ten zuiden de landscheiding en ten westen Jasper Govertsz en 8 hond belend ten noorden Dirck Pieter Corsz met zijn huiswerf, ten oosten de weduwe van Pieter Corsz, ten zuiden dezelfde en ten westen Cornelis Govertsz, de 5 hond belast met een erfpacht van 10 stuivers 4 penningen per jaar ten behoeve van de heer van Hazerswoude. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 2-12-1616. Volgt schuldbrief van 180 gulden met hypotheek op het gekochte. [447]
Op 11-4-1617 verkoopt Pieter Adriaensz aan zijn zwager Jan Cornelisz Wittebol een huis en erf gelegen binnenweg, belend ten noorden Sijmon Meesz, ten oosten de Westvaartskant, ten zuiden de verkoper en ten westen de kinderen van Aernt Gerritsz. Koopsom 150 gulden. De koper heeft het huis en erf doorverkocht aan Jacob Dircksz Cluijt en is voldaan met een partij slagturfland in Hoogeveen, hetwelk Jacob aldaar zal beschrijven. [448]
Op 11-4-1617 verkoopt Claes Adriaen Hugenz aan Jan Cornelisz Wittebol 1 morgen weiland zoals de verkoper op 9-3-1616 met opdrachtbrief van Aelwijn Pietersz verkregen had, belend en belast volgens de brief. Voldaan met een custing van 240 gulden.
Vervolg a. 11-4-1617. Jan Cornelisz Wittebol als principaal schuldenaar en Pieter Adriaensz, zijn borg, indempneren de voorsz. verkoop voor 240 gulden als Claes Adriaen Hugenz pro resto nog schuldig was vanwege de voorsz. koop van Aelwijn Pietersz volgens de oude brief, welke Jan zal betalen. [449]
Op 12-4-1621 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Crijn Pietersz 3½ hond en 8 hond slagturfland gelegen bovenweg, tezamen belend ten oosten Cornelis Sijmonsz, en Dirck Sijmonsz, ten westen de koper, ten zuiden de landscheiding en ten noorden de weduwe van Pieter Corsz en de koper. Voldaan met een obligatie van 165 gulden. [450]
Op 9-3-1620 verkoopt Sijmon Claesz aan Jan Cornelisz Wittebol 10 hond 75 roe slagturfland of water gelegen binnenweg, belend ten noorden Floris Dirck Florisz, ten oosten Floris Reijersz, ten zuiden de Achterweg en ten westen Jan Hugenz. Laatste waarbrieven van 8-5-1569 en 17-4-1594. Koopsom 99 gulden.
Vervolg a. 9-3-1620. Doorverkoop aan Claes Adriaensz, molenaar, voor 100 gulden. [451]
Op 9-3-1620 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Claes Adriaen Hugenz 13 hond slagturfland of water gelegen bovenweg, belend ten noorden Jacob Dirck Florisz, ten oosten Adriaen Cornelis Pieter Corsz en Willem Adriaensz Boer, ten zuiden de landscheiding en ten westen Adriaen Jacob Woutersz. Jongste waarbrief van 2-12-1616. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 9-3-1620. Bovengenoemde schuldbrief van 240 gulden met hypotheek op het gekochte. [452]
Op 22-11-1620 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Jacob Doesz een schuldbrief ten laste van zijn zwager Bastiaen Cornelisz op 12-3-1620 te Hazerswoude verleden pro resto 250 gulden, met waarborg zijn huis en erf gelegen Binnenweg, belend ten oosten Claes Adriaen Hugenz en Joost Dircksz, ten westen de weduwe van Dirck Aemsz, ten noorden Aelwijn Pietersz en ten zuiden de Achterweg. Slot van de akte onleesbaar. [453]
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Op den Achterwech te Hazerswoude : Jan Cornelisz Wittebol ende Trijntgen Pietersdr met Cornelis, Annetgen, Ariaentgen ende Barber heure kinderen, 6 hoofden.
Op 14-3-1624 Cornelis Janszn van Geneuchten wonende Benthuizen, Pieter Janszn van Geneuchten, Thijs Corszn man en voogd van Maritje Jansdr van Geneuchten en Ruth Adriaenszn oom en voogd over Dirck Janszn van Geneuchten en Neeltje Jansdr van Geneuchten, minderjarig elk voor 1/7e deel, mitsgaders allen tezamen erfgenamen van Claes Janszn van Geneuchten hun overleden broer en zwager tezamen voor de helft van 1/7 en Anna Jansdr hun moeder en schoonmoeder met Claes Janszn haar broer als haar gekoren voogd voor de wederhelft van 1/7, mede erfgenamen van Jan Claeszn, varkensdrijver gewoond hebbende te Boskoop, haar overleden vader halve broer, verkopen aan Jan Janszn van Geneuchten 6/7 van de custingpenningen uit de boedel van Jan Claeszn waarvan de kinderen de rest toekomt groot 144 Car. gld. [454]
Op verm. 14-3-1624 (datum voorgaande akte) delen Anna Jansdr, wed. van Jan Gerritszn van Geneuchten met Claes Janszn, haar broer voor de helft en haar hiervoor genoemde kinderen voor de andere helft, erfgenamen van Claes Janszn haar zoon en broer, de boedel. Jan Janszn van Geneuchten 3 morgen 4 hond slagturfland of water gelegen bovenweg, belend O Wouter Corneliszn comwen, W Aem Dirckszn, Z de landscheiding en N Bastiaen Thijszn en Jan Corneliszn Soontgen, belast met 780 Car. gld. als nog te betalen custingpenningen alsmede 1200 ton turf liggende in de schuur (onleesbaar) en zal betalen aan Anna zijn moeder 250 Car. gld. Cornelis, Pieter, Neeltje, Thijs Corneliszn gehuwd met Maritje Jansdr tezamen 168 Car. gld. Ruth Adriaenszn namens Dirck Janszn de helft van 5 morgen 1 hond 14 roe slagturfland of water op de Grote Plas onder Hogeveen, belend O de Ruyge Kade of land, Z Cornelis Govertszn, W Jan Dirckszn van Montfoort en N Jan Claeszn belast met 345 Car. gld. custingpenningen. [455]
Op 3-5-1624 verkoopt Joost Dircksz Vercade aan Jan Cornelisz Wittebol 15 hond weiland gelegen ten westen van de Westvaert Binnenweg, belend ten oosten de Westvaart, ten westen Willem Jan Hugenz, ten zuiden Pieter Leendertsz Scheepmaker en ten noorden Jan Cornelisz Soontgen. Voldaan met een schuldbrief bij assignatie ten behoeve van Pieter Adriaensz van Diependorst, groot 1.900 gulden.
Vervolg a. 3-5-1624. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte alsmede op zijn huis en erf aan de Achterweg, belend ten oosten Claes Adriaen Hugenz, ten westen Pieter Ponsz, ten zuiden de Achterweg en ten noorden de erfgenamen van Aelwijn Pietersz. [456]
Op 2-4-1628 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol aan Jan Cornelisz Wittebol \derde van 7 hond slagturfland of water gelegen Binnenweg, belend ten oosten Geleijn Adriaensz, ten westen en noorden Louris Jansz Smetser en ten zuiden de Achterweg. Koopsom 60 gulden. [457]
Op 2-4-1628 verkoopt Thijs Cornelisz aan Jan Cornelisz Wittebol 4 hond turfland gelegen Bovenweg, belend ten oosten en noorden Maurits de Viri, baljuw, ten westen Vranck Jacobsz en ten zuiden Maritje Vranckendr. Koopsom 8 gulden. [458]
Akte met schepenen van Hoogeveen. Op 5-4-1638 verkopen Cornelis Anthonisz Ruijter en Pieter Gerritsz Heemstee, wonende te Katwijk, aan Jan Cornelisz Wittebol 2 morgen slagturfland of water gelegen in de Lagemoeren onder Hoogeveen, belend ten oosten Adriaen Jansz Mous, ten zuiden Jan Pietersz van IJperen en Jan Jansz Mous, ten westen de weduwe van Joost van Sonnevelt en ten noorden de voornoemde Jan van IJperen, 2 hond 75 roeden oude akkeren slagturfland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten Cornelis Adriaensz van Tol, ten zuiden de landscheiding en ten westen en noorden Claes Maertensz Snouckaert. Voldaan met een schuldbrief van 230 gulden. [459]
Op 20-5-1638 verkopen Govert Cornelisz als testamentaire voogd over de twee onmondige kinderen van Willem Dircksz Val bij Grietje Cornelisdr, Cornelis Adriaensz anders genaamd Cornelis Cornelisz, gehuwd met Lijsbeth Dircksdr en Eeuwout Cornelisz Craen als gehuwd gehad hebbende Geertje Dircksdr, waarvan hij boedelhouder is, kinderen en kindskinderen en mede-erfgenamen in de voornoemde kwaliteit, te weten Pieter Bonifaesz, Aert Cornelisz Craen, Cornelis Dircksz, ouwe Maritje en jonge Maritje, Dirck Wouter Dircksz, Claes Dircksz en Cornelis Adriaensz van zaliger Dirck Cornelisz Val en Trijntje Woutersdr elk voor 1/10 deel van vaderszijde in de ene helft en elk voor 1/9 deel van moederszijde in de andere helft en de voornoemde Grietje Cornelisdr en Eeuwout Cornelisz Craen, elk voor 1/9 deel van moederszijde in de andere helft en de voornoemde Grietje Cornelisdr en Eeuwout Cornelisz Craen elk voor (onleesbaar), de twee kinderen van Willem (onleesbaar) voor 1/9 deel van hun voornoemde grootmoeder, aan Jan Cornelisz Wittebol 16 hond land gelegen in het Rietveld, belend ten oosten de weduwe van Claes Claesz de Jonge en Aert Cornelisz Craen, ten westen en noorden de weduwe van Govert Cornelisz Val en ten zuiden de Nieuwe vaart. Voldaan met een schuldbrief van 545 gulden. [460]
Op 5-4-1639 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Mouring Sijmonsz van Hoochbrugge twee percelen veenland of water gelegen Bovenweg, tezamen groot 8 hond, elk van 4 hond, volgende de jongste waarbrieven van 11-9-1622 en 2-4-1628, tezamen belend ten oosten Adriaen Willemsz Cas en Dirck Jansz Soontgen, ten westen Vranck Jacobsz, ten zuiden Adriaen Willemsz Cas en IJsbrant Claesz Boscooper en ten noorden Dirck Jansz Soontgen en de weduwe van Wouter Cornelisz Speelman. Voldaan met een obligatie van 174 gulden. [461]
Op 16-7-1640 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Adriaen Cornelisz van Cranenburgh 5 hond veenland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten en zuiden Jan Cornelis Tonisz, ten westen Jan Claesz Vercade en de koper en ten noorden Cornelis Bastiaensz. Voldaan met een obligatie van 160 gulden. [462]
Op 16-7-1640 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Job Jacobsz van der Vis 6 hond 50 roeden slagturfland of water gelegen Buitenweg, belend ten oosten Eeuwout Ponsz, ten westen Gerrit Cornelisz Buijtewech, ten zuiden Jacob Cornelisz Comen en ten noorden de kinderen van Gerrit Jacobsz. Voldaan met een schuldbrief boven een schuit gerekend op 30 gulden en boven een rozenobel als speldegeld met 440 gulden.
Vervolg a. 16-7-1640. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [463]
Op 17-7-1640 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol, wonende aan de Achterwech 650 Roeden lands voor 448 Carolus guldens, en in een stuk van 23-9-1640 is hij principaal bij verkoop van grond te Haserswoude.[464]
Op 24-9-1640 verkoopt Adriaen Stalpaert, wonende te Leiden, aan Jan Cornelisz Wittebol een perceel slagturfland of water zijnde het oostwaartse deel gelegen van de Wildert, belend ten oosten Cornelis Corsz, ten zuiden Cornelis Sijmonsz, ten westen het westwaartse gedeelte van de Wildert en ten noorden Jan Maertensz Snouckert. Voldaan met een schuldbrief van 1.025 gulden.
Vervolg a. 24-9-1640. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Cornelis Cornelis Claesz. [465]
Op 24-9-1640 verkoopt Maurice de Viri, baljuw van Hazerswoude, aan Jan Cornelisz Wittebol, wonende aan de Achterweg, een huis en erf eertijds toebehoord hebbende aan Claes Gerritsz anders genaamd Claes Marri Thoenen, gelegen op het Dorp Binnenweg, belend ten oosten en zuiden Dirck Ponsz, ten westen Adriaen Huijgenz de Vries en ten noorden de Voorweg, waarvan de opstaande penningen uit de kooppenningen zullen worden voldaan. Voldaan met een schuldbrief van 182 gulden.
Vervolg a. 24-9-1640. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Gerrit Cornelisz Buijtewech. [466]
Op 3-6-1641 verkoopt Cornelis Leendertsz Does aan Jan Cornelisz Wittebol een werf groot 1 hond, belend ten oosten Cornelis Cornelisz Somer en Cornelis Claesz Boscoper, ten westen Crijn Cornelis Dircksz, ten zuiden de Nieuwe vaart en ten noorden de verkoper. Voldaan met een schuldbrief van 160 gulden.
Vervolg a. 3-6-1641. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [467]
Op 8-9-1642 verkoopt Sijmon Cornelisz Langendam aan Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Cornelisz 7½ hond slagturfland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten Claes Jacobsz Ket, ten westen en zuiden Thijs Cornelisz en ten noorden de Achterweg. Voldaan boven twee rozenobel met een schuldbrief van 875 gulden.
Vervolg a. 8-9-1642. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [468]
Op 26-1-1643 (1653?) verkopen Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Cornelisz, molenaar, aan Adriaen Leendert Pieter Corsz een derde gedeelte van 7½ hond slagturfland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten Claes Jacobsz Keth, ten westen de verkopers, ten zuiden Thijs Cornelisz en ten noorden de Achterweg. Voldaan met een schuldbrief van 725 gulden.
Vervolg a. 26-1-1643. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Afgelost 17-5-1655. [469]
Op 13-6-1644 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol, wonende aan de Achterweg, aan Adriaen Hendricksz, biersteker, een werf gelegen Buitenweg, groot 1 hond, belend ten oosten Cornelis Claesz Boscooper, ten westen Crijn Cornelis Dircksz, ten zuiden de Nieuwe vaart en ten noorden de koper. Voldaan met een schuldbrief van 210 gulden.
Vervolg a. 13-6-1644. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [470]
Op 14-10-1647 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Jacob Jansz Keuijer drie partijen slagturfland of water gelegen Bovenweg, groot 5, 3½ en 6 hond, tezamen belend ten oosten de koper, ten westen Adriaen Aenen, ten zuiden de landscheiding en ten noorden Maerten Dircksz Buijren, de 5 hond belast met een jaarlijkse erfpacht van 10 stuivers 4 penningen ten behoeve van de ambachtsheer van Hazerswoude. Voldaan met een schuldbrief boven de belasting van 400 gulden.
Vervolg a. 14-10-1647. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [471]
Op 14-10-1647 verkopen Cornelis Jansz Vonck, Joseph Jansz Vonck en Cornelis Jansz Goedhart, gehuwd met Judick Jansz, Mouringh Sijmonsz Hooch als voogd over Pieter en Emerensje Jansdr Vonck, minderjarige kinderen van Jan Gillisz Vonck en Neeltje Cornelisdr, beiden te Hazerswoude overleden, aan Jan Cornelisz Wittebol een huis en erf met kaatsbaan en schuur gelegen op het Dorp Buitenweg, alwaar "de Hollantsche thuijn" uithangt, belend ten oosten de laan van Ulrick Christiaensz, ten westen Jacob Dircksz Vercade, ten zuiden de Heerweg en ten noorden de sloot, belast met 12 gulden 10 stuivers per jaar ten behoeve van de erfgenamen van Aper Fransz, brouwer in de "Dubbele hellebaert" te Delft. Voldaan met een schuldbrief boven de belasting van 1.480 gulden.
Vervolg a. 14-10-1647. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [472]
Op 4-11-1647 verkoopt Jacob Lambrechtsz van Hoochbrugge, wonende te Hoogeveen, aan Jan Cornelisz Wittebol de helft van 5 morgen 3 hond 50 roeden slagturfland of water, belend ten oosten en zuiden de weduwe van Dirck Jansz, ten westen Adriaen Jansz Moes en ten noorden Willem Cornelisz Hogeveen. Voldaan met een schuldbrief van 1.050 gulden.
Vervolg a. 4-11-1647. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Adriaen Cornelisz Molenaer. [473]
Op 27-4-1648 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Willem Maertensz Snouckaert een staal met turfschuur gelegen Binnenweg, groot 1 hond, strekkende uit ten noorden van het land van Cornelis Hendricksz Crooswijck zuidwaarts tot buiten de esseboom op het staal staande, belend ten zuiden de verkoper, ten westen Pieter Ponsz van Sluijs en ten oosten Dirck jonge Roos. Voldaan met een obligatie van 252 gulden. [474]
Op 18-6-1648 verkoopt Cornelis Claesz van Leeuwen aan Jan Cornelisz Wittebol 2 morgen 4 hond 66 roe hooiland gelegen in Vrouw Opdamspolder in het Rietveld, belend ten oosten Inge Pietersz, ten westen Boon Michielsz, ten zuiden Jan Cornelisz Neleman en ten noorden de Kerkvaart, belast met 733 gulden 6 stuivers 10 penningen schuldpenningen ten behoeve van Jan Cornelisz Neleman. Voldaan boven de belasting met 72 gulden 4 stuivers 8 penningen. [475]
Op 8-2-1649 bekende Jan Cornelisz Wittebol bij ruiling van 3 morgen 25 roeden slagturfland of water gelegen Bovenweg welke hem op heden opgedragen zijn, te hebben opgedragen aan Sijmon Cornelisz Langendam 9 hond weiland gelegen Binnenweg, belend ten oosten Pieter Thonisz van Blommendael, ten westen Willem Cornelisz Boscoper, ten zuiden de Achterweg en ten noorden Dirck Jacobsz Vas en ontvangt nog een obligatie van 340 gulden.
Vervolg a. 8-2-1649. Taxatie van bovengenoemde 9 hond op 1.050 gulden.
Vervolg b. 8-2-1649. De overdracht aan Jan Cornelisz Wittebol van de voornoemde 3 morgen 25 roeden land, belend ten oosten Hendrick Adriaensz Pruijt en de kinderen van oude Neel Joostenz, ten westen Maerten Dircksz Buijren, ten zuiden Jacob Jansz Keuijer en ten noorden Jan Claesz Vercade.
Vervolg c. 8-2-1649. Taxatie van bovengenoemde 3 morgen 25 roeden op 800 gulden. [476]
Op 10-5-1649 verkoopt Oude Cornelis Cornelisz Somer, wonende te Leiden, aan Jan Cornelisz Wittebol twee partijen slagturfland of water gelegen Bovenweg, groot 16 hond 75 roeden, belend ten oosten Cornelis Jaspersz en Willem Dirck Florisz, ten zuiden Adriaen Hendricksz biersteker, ten westen de weduwe van Jan Cornelisz en ten noorden de Achterweg. Voldaan met een schuldbrief bij assignatie ten behoeve van Gerrit van Beest, raad en tresaurier van Gouda, van 1.000 gulden. Cornelis Somer heeft contant ontvangen 799 gulden 18 stuivers 6 penningen. [477]
Op 5-7-1649 verkopen Grietje Maertensdr, weduwe van Cornelis Cornelisz Wittebol, Jan Cornelisz Wittebol, Jacob Jacobsz Rijsdam, gehuwd met Maritje Cornelis Wittebol, Willem Gerritsz Schout, gehuwd met Joosje Cornelisdr Wittebol, Cornelis Jansz Vonck, Joseph Jansz Vonck, Jan Cornelisz Wittebol en Jacob Jacobsz Rijsdam als ooms en voogden over Pieter Jansz Vonck en Emmerentia Jansdr Vonck, geprocureerd bij Neeltje Cornelisdr Wittebol, Cornelis Jansz Goethart, weduwnaar van Judith Jansdr voor zichzelf en als vader en voogd van Maritje Cornelisdr bij Judith Jansdr, Mouring Sijmonsz Hoochbrugge, gehuwd met Lijsbeth Cornelisdr Wittebol, Maerten Cornelisz Wittebol en jonge Jan Cornelisz Wittebol, allen kinderen en kleinkinderen van Cornelis Cornelisz Wittebol, aan Jan Claesz Soontgen een huis en erf met schuur en berg in het Westeinde, belend ten oosten Aris Gerritsz Keijser, ten westen Cornelis Pietersz, scheepmaker, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de Nieuwe vaart, belast met 100 gulden ten behoeve van de Heilige Geest armen, 100 gulden ten behoeve van Pieter Fransz, klompmaker en 100 gulden ten behoeve van Leendert Leendertsz Smetser. Voldaan met een schuldbrief van 1.645 gulden.
Vervolg 5-7-1649. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Cornelis Pietersz, scheepmaker. [478]
Op 5-7-1649 verkopen dezelfden aan Leendert Cornelisz Craen 2½ hond slagturfland of water gelegen Buitenweg, belend ten oosten en ten zuiden Gerrit Cornelisz Buijtewech, ten westen Jan Claesz Soontgen, Pieter Corsz en Adriaen Hendricksz en ten noorden Jacob Cornelisz Comen. Voldaan met een schuldbrief van 190 gulden.
Vervolg a. 5-7-1649. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Cornelis Leendertsz van Tol. [479]
Op 7-12-1649 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Cornelis Stalpaert als testamentaire voogd van de moederlijke goederen ...... 14 hond land, belend ten oosten Huijch Jansz Speijert en Jan Reijersz, ten westen de commies Martini, ten zuiden de Kerkvaart en ten noorden Niclaes Isaacsz van Gerwen. Koopsom 1.000 gulden. [480]
Op 23-5-1650 verkopen Pieter Cornelis Claesz en Floris Cornelis Claesz voor zich zelf en als ooms en voogden over de nagelaten kinderen van Maritje Cornelisdr bij Engebrecht Hendricksz en de nagelaten kinderen van Jan Cornelis Claesz bij Lijsbeth Willemsdr Cas en nog over de nagelaten kinderen van Cornelis Cornelisz bij Lijsbeth Danielsdr, Johannes Danielsz, gehuwd met de weduwe van Jan Cornelis Claesz en Adriaen Elbertsz, gehuwd met de weduwe van Cornelis Cornelisz, allen kinderen en kleinkinderen van Cornelis Claesz en Annetje Cornelisdr, aan Jan Cornelisz Wittebol een huis en erf met twee schuren en schuitenhuis alsmede 8 hond slagturfland of water gelegen Buitenweg, belend ten oosten Adriaen Pietersz clompenmakers weduwe en Jacob de Haen, ten westen Adriaen Jansz van Achteren, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de Nieuwe vaart. Voldaan met een schuldbrief van 1.000 gulden.
Vervolg a. 23-5-1650. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Gerrit Cornelisz Buijtewech. [481]
Op 23-5-1650 verkoopt Cornelis Bastiaensz aan Jan Cornelisz Wittebol de helft van 11 hond weiland gelegen Binnenweg, belend ten oosten Maerten Dircksz Keijser en de ambachtsvrouwe van Hazerswoude, ten westen Cornelis Dircksz Keijser, ten zuiden Pieter Claes Jansz met de wederhelft en ten noorden Sijmon Cornelisz Langendam. Koopsom 860 gulden 6 stuivers 12 penningen.
Vervolg a. 23-5-1650. Jan Cornelisz Wittebol is schuldig aan de Heilige Geestarmen van Hazerswoude 608 gulden met hypotheek op het gekochte. Borgen Adriaen Cornelisz Molenaer en Dirck Jansz Wittebol. [482]
Op 17-8-1650 verkoopt "Dezelfde" (ZOEK OP vorige acte) aan Jan Cornelisz Wittebol een huis en erf met boomgaard, barg en schuur alsmede 11 hond land gelegen Bovenweg, belend ten oosten en ten westen Teunis Cornelisz van Aenen, ten zuiden Adriaen Pietersz Koij en ten noorden de Achterweg. Voldaan met een schuldbrief van 420 gulden bij assignatie ten behoeve van de voorseids van Beest en Verboom.
Vervolg a. 17-8-1650. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen Dirck Jansz Wittebol en Dirck Cornelisz Langendam. [483]
Op 29-8-1650 verkopen Aagje Evertsdr, weduwe van Sijmon Adriaensz van Swanenburgh, overleden te Hazerswoude in het Oosteinde, voor de helft en Abraham Adriaensz van Swanenburgh als bij testament aangewezen tot redding van de boedel, voor de andere helft, aan Jan Cornelisz Wittebol en Pieter Leendertsz van Tol 7½ hond weiland gelegen in het Oosteinde van Hazerswoude Binnenweg, belend ten oosten Pleun Gerritsz van der Plas en ten westen Pieter Roijert, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belast met twee hoofdsommen tezamen 500 gulden, waarvan 200 gulden ten behoeve van Maerten Cornelisz Rossum en 300 gulden ten behoeve van de Heilige Geest van Hazerswoude. Voldaan boven de belasting met een schuldbrief van 525 gulden.
Vervolg a. 29-8-1650. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [484]
Op 24-3-1651 verkopen Cornelis Dircksz en Willem Cornelisz Hogeveen met procuratie van Jan Cornelisz Engebrechtsz, hun schoonzoon en zwager, tegenwoordig wonende in Island in het land van Overijsel, aan Jan Cornelisz Wittebol een huis en erf met berg met een stuk slagturfland of water gelegen Binnenweg in het Oosteinde, belend ten oosten Adriaen Willemsz Craen en Baefje Comen Neelen, ten westen en zuiden Jan Cornelisz van Tol en ten noorden de Voorweg. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 24-3-1651. Bovengenoemde schuldbrief van 980 gulden met hypotheek op het gekochte. Borg Sacharias Reijersz. [485]
Op 24-3-1651 verkopen Cornelis Dircksz en Willem Cornelisz Hogeveen met procuratie van Jan Cornelisz Engebrechtsz, hun schoonzoon en zwager, tegenwoordig wonende in Island in het land van Overijsel, aan Jan Cornelisz Wittebol een huis en erf met schuur gelegen Buitenweg in het Westeinde, belend ten oosten Pieter Claesz Tack, ten westen Jacob Crijnenz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden Cornelis Dircksz Loot. Voldaan met een schuldbrief van 671 gulden.
Vervolg a. 24-3-1651. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen Dirck Jansz Wittebol en Adriaen Cornelisz Molenaer. [486]
Op 13-2-1651 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Jan Leendertsz Vermeulen een huis en erf met slagturfland of water gelegen Binnenweg, groot 6 hond, belend ten oosten Adriaen Willemsz Craen en Baefje Comen Neelen, ten zuiden en westen Jan Cornelisz van Tol en ten noorden de Voorweg. In margine 21-1-1654 koper insolvent.
Vervolg a. ongedateerd. Volgt schuldbrief van 1.370 gulden met hypotheek op het gekochte. Beide akten zijn niet ondertekend. [487]
Op 21-4-1651 verkoopt Jacob Bastiaensz, koopman, aan Jan Cornelisz Wittebol een partij veenland, dobben en plassen in Hazerswoude en in Hogeveen met een schuur, strekkende uit ten noorden van Gijsbert Cornelisz land zuidwaarts over de Hazerwoudse landscheiding tot aan de landen van Hendrick Reijersz en Floris Reijersz, broers, belend ten oosten in Hazerswoude de verkoper en in Hogeveen Hendrick en Floris Reijersz en ten westen in Hazerswoude Cornelis Elbertsz Jonck en in Hogeveen Hendrick en Floris Reijersz. Voldaan met een schuldbrief bij assignatie ten behoeve van Pieter Kievit te Gouda, groot 2.200 gulden.
Vervolg a. 21-4-1651. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Afgelost 10-3-1664. [488]
Op 8-5-1651 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol, wonende aan de Achterweg, aan Cornelis Jacobsz Doenen te Koudekerck 2 morgen 4 hond 66 roeden hooiland in Vrouw Opdamspolder in het Rietveld, belend ten oosten de weduwe van Claes Claesz, ten zuiden Jan Cornelisz, ten westen Pieter Thonisz Bloemendael en ten noorden de Kerckvaart. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 8-5-1651. Bovengenoemde schuldbrief van 1.350 gulden met hypotheek op het gekochte. Afgelost 20-10-1652. [489]
Op 3-5-1654 verkoopt Gerritje Michielsdr, weduwe van Cornelis Jansz Vonck, bode te Hazerswoude voor 1/5 erfgename van haar schoonouders Johannes Gillisz Vonck en Neeltje Cornelisdr, aan Jan Fransz van Leeuwen, notaris te Hazerswoude, 1/5 deel van een schuldbrief door Jan Cornelisz Wittebol wegens koop van een huis en erf gelegen op het Dorp waar de "Hollantsche Tuijn" uithangt gepasseerd en onder Joseph Johannesz mede-erfgenaam van Johannes Gillisz en Neeltje Cornelisdr berustende, groot boven de penningen van de lasten 200 gulden hoofdsom 1.400 gulden voor 80 gulden als voor 2 jaar huur van de voornoemde Van Leeuwen en 160 gulden over andere gerede penningen genoten. [490]
Op 12-10-1654 verkoopt Crijntje Pietersdr, weduwe en testamentaire boedelhoudster van Jan Cornelisz Wittebol, wonende aan de Achterweg met haar hulp Mouring Sijmonsz van Hoochbrugge aan Cornelis Jacobsz Verbaen te Koudekerk 16 hond land in het Rietveld, belend ten oosten de weduwe van Claes Claesz de Jonge en Aert Cornelisz Craen en ten westen en noorden de kinderen van Jan Pietersz Keth. Voldaan met een schuldbrief van 800 gulden.
Vervolg a. 12-10-1654. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Afgelost 22-11-1684. [491]
Op 31-5-1655 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol, wonende aan de Achterweg, aan de broers Cornelis Maertensz Keijser en Dirck Maertensz Keijser de helft van 11 hond land gelegen Binnenweg, belend ten oosten Dirck Maertensz Keijser, Cornelis Stevensz Dobbe en de ambachtsheer van Hazerswoude, ten westen Cornelis Dircksz Keijser, ten zuiden Pieter Claesz Hans met de wederhelft en ten noorden Jan Dircksz Keijser, belast met 608 gulden 13 stuivers ten behoeve van de Heilige Geest van Hazerswoude. Koopsom 47 gulden 6 stuivers 10 penningen boven de belasting. [492]
Op 27-8-1655 verkoopt Pieter Andriesz Keijser aan Trijntje Pietersdr, weduwe en ex testamento boedelhoudster van Jan Cornelisz Wittebol een schuur met schuurstaal gelegen Bovenweg, groot 25 roeden, belend ten oosten en noorden Pieter Claesz Boscoper, ten westen Adriaen Leendertsz Cranenburch en ten zuiden Adriaen Cornelisz, molenaar. Koopsom 292 gulden.
Vervolg a. 28-8-1655. Doorverkoop aan Pieter Claesz Boscoper voor 249 gulden. [493]
Op 7-3-1656 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol aan Maerten Lammertsz, wonende in het Westeinde, een huis en erf alsmede 8 hond slagturfland of water gelegen in het Westeinde Buitenweg, belend ten oosten Jacob de Haes en de weduwe van Willem Speelman, ten zuiden de Voorweg, ten westen Adriaen Jansz van Achteren en ten noorden de Bentvaart. Voldaan met een schuldbrief van 700 gulden.
Vervolg a. 7-3-1656. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg is Joris Claesz Oosterling. [494]
Op 2-12-1658 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol met haar zoon Bastiaen Jansz Wittebol aan Willem Adriaensz van der Tange 50 roeden erf gelegen aan de Achterweg, belend ten oosten en zuiden de verkoopster, ten westen Crijn Commersz en ten noorden de Achterweg. Koopsom 100 gulden. [495]
Op 22-9-1659 verkopen Maerten Cornelisz Wittebol en Jan Cornelisz Wittebol, Mouring Sijmonsz Hoochbrugge, gehuwd met Lijsbeth Cornelisdr Wittebol, elk voor zichzelf en de voornoemde Hoochbrugge vervangende Maertje Cornelisdr Wittebol, Willem Gerritsz Outshoorn, gehuwd met Joosje Cornelisdr Wittebol, Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol, Joseph Johannesz, timmerman voor zichzelf en vervangende zijn absente broer en zusters, kinderen van Neeltje Cornelisdr Wittebol, allen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Cornelis Cornelisz Wittebol en Grietje Maertensdr, aan Dirck Jansz Verburch een partij slagturfland of water gelegen Binnenweg, belend ten oosten Cornelis Florisz, ten zuiden Cornelis Jansz Backer, ten westen Willem Cornelisz Hoogeveen, Teunis Jansz van Kempen en Leendert Cornelisz Craen en ten noorden Adriaen Cornelisz Hoochbrugge. Koopsom 80 gulden. [496]
Op 19-5-1662 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol met haar zwager Adriaen Cornelisz Molenaer, aan Willem Maertensz Snoeckaert een huis en erf met boomgaard gelegen Bovenweg, groot 2 hond, belend ten oosten Adriaen Leendertsz Craen, ten westen de weduwe van Thijs Corsz, ten zuiden de verkoopster en ten noorden de Achterweg. Voldaan met een schuldbrief van 478 gulden.
Vervolg a. 19-5-1662. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Afgelost 15-7-1663. [497]
Op 9-2-1663 verkopen Aeltje Cornelisdr, weduwe van Pieter Leendertsz van Tol met haar voogd Adriaen Cornelisz Craen voor de helft en Adriaen Leendertsz van Tol, Cornelis Leendertsz van Tol, Cornelis Jansz Kuijer, gehuwd met Maritje Leendertsdr van Tol, Leendert Leendertsz van Tol, Cornelis Leendertsz van Tol, Joost Jorisz van Dipten, gehuwd met Trijntje Leendertsdr van Tol, Claertje Leendertsdr van Tol en Neeltje Leendertsdr van Tol, nagelaten kinderen van oude Leendert Leendertsz van Tol, elk voor zichzelf en vervangende Leendert Jansz van Tol, zoon van Jan Leendertsz van Tol, allen erfgenamen van voornoemde Pieter Leendertsz van Tol, voor de andere helft, aan Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol en haar kinderen de helft van 7½ hond geheel land liggende in de Bovenwegse polder ofte Watergang, belend ten oosten Pleun Gerritsz van der Plas, ten zuiden de Achterweg, ten westen Pieter Roijaert en ten noorden de Voorweg, belast met de helft van 600 gulden wegens de voorgaande koop nog te betalen. Koopsom 212 gulden 10 stuivers boven de belasting. [498]
Op 19-11-1663 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol met haar zoon Bastiaen Jansz Wittebol als voogd, aan Crijn Jansz van Heijningen een huis en erf gelegen Bovenweg, groot 11 hond, belend ten oosten Adriaen Hendricksz Geur en Cornelis Elbertsz, ten westen Gerrit Buijtewech, ten zuiden Adriaen Hendricksz Geur en ten noorden de Achterweg. Voldaan met een schuldbrief van 420 gulden.
Vervolg a. 19-11-1663. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Dirck Commersz van Heijningen en Claes Jansz van Heijningen. [499]
Op 2-6-1664 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol met haar zwager Adriaen Cornelisz Molenaer, aan de kinderen van Leendert Adriaensz Slick en Aeltje Pietersdr Craen een hoekje slagturfland of water gelegen Bovenweg, groot 2 hond 75 roeden, belend ten oosten Claes Amen, ten zuiden de Hazerwoudse landscheiding en ten westen en noorden Claes Maertensz Snoeckaert. Koopsom 100 gulden. [500]
Op 25-2-1665 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol, wonende aan de Achterweg met haar zoon Dirck Jansz Wittebol, aan Joseph Johannesz, timmerman, een huis en erf gelegen Buitenweg, belend ten oosten Pieter Claesz Tack, ten zuiden de Voorweg, ten westen Jacob Crijnenz en ten noorden de weduwe van Cornelis Dircksz Loot, waarvan de belasting uit de kooppenningen zal worden afgelost. Voldaan met een schuldbrief van 925 gulden.
Vervolg a. 25-2-1665. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [501]
Op 25-11-1666 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol met haar zoon Bastiaen Jansz Wittebol, aan Hendrick Ariensz Geur 5 morgen 2 hond slagturfland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten de weduwe van Gerrit Buijtewech en Jacob Jacobsz van der Does, ten zuiden de landscheiding, ten westen Dirck Claesz Hijselendoorn, Frans Ariensz Geur, Cornelis Ariensz Roskam en de verkoopster en ten noorden de verkoopster. Voldaan met een schuldbrief van 400 gulden.
Vervolg a. 25-11-1666. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [502]
Op 12-3-1669 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol met haar zoon Dirck Jansz Wittebol, aan Claes Jansz van der Willick een huis en erf gelegen Binnenweg bij het Dorp, belend ten oosten en zuiden Arie Leendertsz Slootweg, ten westen Cornelis Ariensz Craen en ten noorden de Heerweg. Koopsom 514 gulden, waarvan 278 gulden 10 stuivers contant en 235 gulden 10 stuivers met een obligatie. [503]
Op 12-3-1669 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol met haar zoon Dirck Jansz Wittebol, aan Dirck Claesz Hijselendoorn en Leendert Jansz van Leeuwen een huis, herberg, boomgaard en schuur met een kaatsbaan, genaamd de Hollandsche Tuin, gelegen op het Dorp, belend ten oosten Uldrick Christiaensz, ten westen Pieter Jansz Vonck, ten zuiden de Heerweg en ten noorden een sloot. Voldaan met een schuldbrief van 1.300 gulden.
Vervolg a. 12-3-1669. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [504]
Op 30-12-1669 verkopen Dirck Jansz Wittebol, Bastiaen Jansz Wittebol, Arie Cornelisz Molenaer, gehuwd met Ariaentje Jansdr Wittebol, Barent Jansz Ophoven, gehuwd met Annetje Jansdr Wittebol, Huijch Thijsz als man en voogd van Appolonia Jansdr Wittebol, ieder voor zichzelf en tezamen vervangende Cornelis Jansz Wittebol, Trijntje Jansdr Wittebol en Willem Dircksz Decker, gehuwd met Barbara Jansdr Wittebol, nagelaten kinderen van Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol, aan de erfgenamen van Pieter Bonefaesz van Outshoorn, overleden te Hazerswoude, een schuldbrief d.d. 12-10-1654 ten laste van Cornelis Jacobsz Verbaen, groot 800 gulden pro resto 600 gulden. De koopsom is 719 gulden 5 stuivers, inclusief de achterstallige rente van 4 jaar en 5 maanden. [505]

3508. THIJS CORSE HOUWELING, geb. vóór ca. 1590, beg. Hazerswoude 6-11-1652[607], treedt op als borg (1622, 1639), vermeld in de transportregisters van Hazerswoude (1640-1647), woont te Hazerswoude (1640-1647), belender aan de Bovenweg (1613..1628), aan de Achterweg (1619, 1628), te Hazerswoude (1629), tr. vóór ca. 1615[608]

3509. MARIJTGEN JANS VAN GENEUCHTEN, geb. vóór ca. 1595, beg. Hazerswoude na 19-7-1677 (als Maertje Jans, wed. van Tijs Corssen), vermeld in de transportregisters van Hazerswoude (1654..1676), belendster aan de Bovenweg (1662, 1663, de wed. van Thijs Corszn), in de Binnenwegsepolder (1665). Zij wonen aan de Achterweg (1622).

Op 13-3-1611 verkoopt Cors Jacobszn Houweling aan Thijs Corszn zijn zoon 5½ hond slagturfland of water gelegen bovenweg, belend O IJsbrant Claeszn, Z Ignaertje Claesdr, W Claes Dirckszn en Adriaen Huych Bruynenznzn en N de Achterweg. Voldaan met een custingbrief. [609]
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Op den Achterwech te Hazerswoude : Tijs Corssoon ende Maritgen Jansdr met Cornelis, Maritgen, Geertgen, Jan ende Cors heure kinderen, 7 hoofden.
Op 14-3-1667 verkoopt Maritje Jansdr wed. van Matthijs Corszn met Cornelis Matthijszn haar zoon. aan Arie Dirckszn Loot haar zwager (=schoonzoon) 9 hond slagturfland of water gelegen bovenweg, belend O Arie Elbertszn en Arie Hendrickszn Liefste, Z de koper, W Willem Maertenszn Snoeckaert en de verkoopster, N Arie Corneliszn Molenaer en Arie Corneliszn Craen, 9 hond slagturfland of water gelegen als voren, belend O Cornelis Corneliszn Houweling, de kinderen van Dirck Willemszn?? Dobbe, Z Willem Dirckszn schoemaker, W Arie Dirckszn van Leeuwen en Cornelis Corneliszn Houweling en N Cornelis Arienszn Elsthout voor 22 KG. [610]
Op 22-6-1676 verkopen Jan Thijsz Houweling en Cors Thijsz Houweling, Arie Dircksz Loot, gehuwd met Maritje Thijsdr Houweling en Leendert Leendertsz van Tol als man en voogd van Geertje Thijsdr Houweling, allen kinderen en erfgenamen van Thijs Corsz Houweling, voor zichzelf en vervangende hun moeder Maritje Jansdr, aan Dirck Egbertsz Langenbenth 7 hond 10 roeden heelland in de Binnenwegse polder, strekkende uit ten zuiden van de Achterwegse wetering af noordwaarts tot de afpaling tussen het verkochte en de partij gekocht door Dirck Jansz Wittebol, belend ten oosten de weduwe van Jan Cornelisz van Rijn en ten westen Arent Jansz Berckel. Voldaan met een schuldbrief van 1.100 gulden.
Vervolg a. 22-6-1676. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Arie Hendricksz Pruijt en Jacob Hendricksz Pruijt. [611]
Op 26-6-1676 verkopen dezelfden aan Dirck Jansz Wittebol 3 hond 65 roeden heelland in de Binnenwegse polder, strekkende uit ten zuiden van de afpaling tussen dit perceel en de partij gekocht door Dirck Egbertsz Langenbenth af noordwaarts tot Jan Joppenz, belend ten oosten de weduwe van Abraham Geleijnsz Roos en ten westen Arent Jansz Berckel. Voldaan met een schuldbrief van 550 gulden boven 3 ducatons als speldegeld.
Vervolg a. 22-6-1676. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Bastiaen Jansz Wittebol en Cornelis Ariensz Molenaer. [612]

3510. GOVERT PIETERS VAN HIJZELENDOORN (ook BROER?), geb. ca. 1590, ovl. na 1667, j.g. wonend te Hazerswoude (1621), vermeld in de transportregisters van Hazerswoude, wonend in de Bent (1645-1650), treedt op als voogd over de kinderen van zijn zuster Annetje (1646), tr. Leiden schepenen 22-5-1621 (als Govert Pietersz)[617] [618]

3511. DIEWERTGEN DIRCXDR, geb. ca. 1600, beg. Hazerswoude 30-4-1667 ("Dieuwer Dirck, huisvr. v. Govt. Hijselend"), j.d. wonend te Hazerswoude (1621).

ORA Hazerswoude 30, 216v, 3-6-1658 Dieuwer Dircxdr., geh.m. Govert Prss Hijselendoorn
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Govert Pietersz ende Dieuwer Ariensdr, 2 hoofden.

COMMENTAAR(¥) Zou Dieuwer Ariensdr identiek zijn met Dieuwertgen Dircxdr? De vader van Dieuwertgen Dircxdr heet Dirck Ariens Janse, dus dat is mogelijk.
Op 8-9-1664(¥) verkoopt Govert Pieterszn Hyselendoorn aan Willem Bouwenszn Lofiet zeker bouhuis en erf met schuur alsmede 11 hond 39 roe hooi- of weiland gelegen in de Bent, belend O de Piswetering, Z Arie Cornelis Paulusznzn, W de kinderen van Pieter Pieterszn van der Steen en N Jan Janszn Vermeulen, belast met 900 Car. gld. tbv de wede van Gerrit Pieterszn van der Marck te Leiden voor 1700 Car. gld. gereed geld boven de belasting en 2 rozenobels tot speldegeld. [619]

COMMENTAAR(¥) Dit klopt dus niet met het overlijdens jaar 1656! ZOEK UIT

3520. CORNELIS (SCHANSMAN), alleen bekend uit het patroniem van zijn vermoedelijke zoons.

3522. DIRCK PIETERS VAN DER GOUDE, geb. vóór ca. 1560, ovl. 1607-1649, tr. 2o Ridderkerk 25-11-1607[626] FYCKEN ARYENS, wed. van NN, tr. 1o vóór ca. 1585[627]

3523. NEELTJE CORNELISDR, geb. vóór ca. 1565, ovl. vóór 1607, tr. 1o vóór ca. 1585[628] EGBERT NN, ovl. vóór ca. 1585.

Op 15-11-1649 compareren Cornelis Dirks van der Goude, Willem Cornelisse Schansman als man van Sytgen Dirksdr, Jan Henricxz als man van Pietertje Dircksdr, kinderen en erfgenamen van 's vaders zijde, voor de helft, ende Henrick Egberts voor sijn selven mitsgaders hem sterck maeckende voor Govert Bastiaens ende voor Jacob Willems Moockhoek als man van Jorisje Cornelisdr(¥) ende noch als oom ende bloetvoocht, hier mede present, neffens Jan Aryens Punct, mede oom ende bloetvoocht van de nagelaten weeskinderen van sa. Lenert Aryens Punct en Lyntgen Egbertsdr sa., ende noch transport hebbende (soo hij seyde) van Bastiaen Cornelisse, all tesamen mede kinderen ende erfgenamen van 's moeders syde elc voor een gerecht sesde part, in de wederhelft van de nagelaten boedel van sa. Dirck Pieters van der Goude ende Neeltje Cornelisdr sa. hare vader ende moeder, schoonvader ende schoonmoeder respectieve. Zij verkoopen ende transporteeren aan Cornelis Henricxs als man van Grietje Gornelisdr(¥), eertijds weduwe van Gijsbert Daniels die mede een dochter is van de voors. Neeltje Cornelisdr sa. ende oversulcks mede-erfgenaam in de wederhelft voor een gelijck sesde part, een huysinghe, erve ende boomgaert aan den buytenkant van den droosgewaerd onder dese jurisdictie. [629]

COMMENTAAR(¥) Het is onduidelijk hoe Jorisje Cornelisdr en Grietje Gornelisdr verwant zijn aan Neeltje Cornelisdr. Het lijkt onwaarschijnlijk dat zij haar zusters zijn, doch als zij haar dochters zijn zou Neeltje Cornelisdr met een Cornelis NN getrouwd moeten zijn geweest, hetgeen nergens in de akte blijkt. Of zouden Jorisje en Grietje wel dochters zijn die het patroniem Cornelisse van hun moeder hebben overgenomen?

3536. LEENDERT ARIENS GELDER, ovl. vóór 1667, woont aan de Molendijk onder Ridderkerk, tr.

3537. NEELTIE WILLEMS, ovl. vóór 1667.

Een Leendert Gelder wordt beg. (rekeningen kerkmrs) Geref. Kerk Charlois 15-2-1664.[640]
Op 16-4-1667 compareren de eerzame Pleun Leenderts Gelder, Willem Leenderts Gelder en Arij Leenderts Gelder, allen kinderen en erfgenamen van Leendert Gelder ende Neeltie Willems haar comparanten vader en moeder beiden zaliger in haar leven gewoond hebbende aan de Molendijk onder Ridderkerk. Zij verdelen in vriendschap de boedel. Pleun Leenderts Gelder valt ten deel een boomgaard gelegen boven veertien voeten van de voors. dijk waar aan belent is ten oosten Berber Teunis, en nog de helft van zeven ackeren griend staande op zelve twaalf roeden medegelegen aldaar waarvan de wederhelft is toekomede Pleun Willems. De voorn. Willem Leenderts Gelder is ten dele gevallen een huis en boomgaard waar van de diverse tuijnen bij de voorn. Pleun Leenderts en Willem Leenderts tot laatste is nemende den dijck, mitsgaders 't uitpad ieder voor zijn werf ende griend en boomgaard gelijk daaraan van ouds is geweest, als mede schouw daarop te verwachten en te voldoen. De voorn. Arij Leenderts Gelder is ten dele gevallen een som van 130 car. gld, en is gelijk betaald uit handen van voorn Pleun Gelder, zijn broer, en beloven elkaar over en weer het volle effect ervan te zullen laten genieten. Pleun Leenderts Gelder en Arij Leenderts Gelder, ondertekenen met een handmerk, Willem Leenderts Gelder met een kruisje.[641]

3540. JACOB LAMBRECHTSZ SNOEK, geb. (Gorinchem ?) ca. 1597 (oud 53 jaar in 1650), ovl. 1664-1669,[642] (voor 13-11-1669 te Sleeuwijk ten huize van Corn A. Snoeck [643] ), heemraad, schepen van Sleeuwijk (1650),[644] tr. 2o voor 21-2-1649[645] [646] MAIJKEN HERMENSDR VERSCHOOR, ovl. 1649-1660, dr. van Herman Melissen Verschoor en Pietertje Joppen,[647] tr. 3o (huw. voorw. Gorinchem 12-4-1660) [648] ,[649] MAYKE JOOSTENDR SNOEK, geb. Emmikhoven, tr. 1o voor 1630[650] [651] [652]

3541. LEITGHEN NN.

3542. MELIS ADRIAENSEN VERSCHOOR, geb. (Sleeuwijk?) ca. 1600, ovl. 1636-1639, tr.[653]

3543. MAIJKEN JANS, geb. (Sleeuwijk?).

3580. JAN (DE LANGE)(¥).

COMMENTAAR(¥) Hij is mogelijk identiek met
- Jan Abrahamsz x Leentje Corssen die 1649 een zn. Arien laten dopen waarbij getuigen zijn Dirk Abrahamsen en Machtelt Cornelis.
- Jan Dircxe de Lange, vermeld te Leimuiden in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 3 personen in de klasse arbeiders en onvermogenden. [654]

3616. BREUNIS HENDRIKS CRAEYENKAMP, geb. Barneveld ca. 1606, landbouwer te Barneveld, tr. Barneveld (volgens Ref. [657] 1628 doch dan niet gevonden);(¥)

3617. HENDRIJNA WILLEMSDR., j.d. van Barneveld.

COMMENTAAR(¥) Breunis Hendriks, van Barneveld otr. Barneveld geref. 19-11-1637 Trijntje Gerrits, wed. van Amerongen. Zou dit een tweede huwelijk van Breunis Hendriks Craeyenkamp zijn?

3620. JACOB (BERGHUIS(¥)), geb. vóór ca. 1610, alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon:

3622. HESSEL EVERTS (VAN JOLENBROEK), ovl. 1672-1687, eigenaar en bewoner van het goed Jolenbroek in Swartebroek onder Voorthuijsen (1666), tr. vóór ca. 1645 (niet gevonden te Barneveld)[659]

3623. AELTJE REIJMERS BEECK (BACK), geb. vóór ca. 1625, ovl. vóór 1687.

Op 12-4-1680 passeert de volgende akte: De drije vijerde parten van omtrent ses mergen landts genaamt de Weijtcamp, liggende in Geurt Claessens Goet ter Schuijr sijnde vrij deijlbaer thinsgoet, daer oost ende west de Hr van der Schuijer, zuijd ende noort naebeschreven eijgenaers selffs naest gelandt sijn, toebehoerende Jacob Fransen Smith ende Wulffien Henrickx echteluijden. Anno 1672 den 17 april beswaert mit drijehondert gl capitaals ten profite van Hessel Evertsen van Jolenbroeck ende sijne erffgenaemen te verrenten mit 5-18-8: vant hondert jaerlix mit costende daer inne alleen den 14e penninck, soo dat de rente van ieder hondert suijver blievt 5-10 stuivers. Edoch soo binnen een maant nae den verschijndach betaalt wort sullen rentgevers volstaen mit 5-5: svr. geregistreert den 12 april 1680. [660]
Op 14-12-1687 passeert de volgende akte: Het alinge erff ende goet Joolenbroeck gnt soo houtgewasch, landen ende velden, getimmer ende gepoot soo groot ende cleijn dat bij za. Hessel Evertsen van Jolenbroeck ende Aeltien Reijmers Beeck in leven echteluijden nagelaten ende der selver soone Evert Hesselsen Jolenbroeck bij maegescheijt tusschen haere kinderen in dato den 11e december 1676 opgericht, tegens de uitkeringe van sevenduijsent en vijffhondert gl aen sijn vijer susteren mit naemen Annitgen, Trintgen, Aeltgen ende Evertgen Hessels ende de kinderen van sijn za. suster Merritgen Hessels, ieder staeck ad vijffthienhondert gulden, toegescheijden is waer voor ofte voor de voldoeninge van welcke voorseijde sevenduijsentvijffhondert gl t voors. erff ende goet Jolenbroeck in crachte van voors. erffmagescheijt geaffecteert ende verbonden is, alles brederen inholts derselver magescheijde van dato den 11 december 1676 voors. quo relatio: geregistreert den 14-12-1687 segge 1687. [661]

3642. EVERT (NN).

3646. REIJER WILLEMSZ, ged. Scherpenzeel 28-3-1612, tr. Leusden 7-7-1634[674]

3647. HENDRIKJE CORNELIS, geb. Leusden vóór ca. 1615.

Op 31-12-1692 verkopen Dirck Henrickse Bonecamp en zijn vrouw Claertje Reijers, Beernt Lasserij en zijn vrouw Mechteld Reijers, Ceel Jansen en Jannitgen Reijers, insgelijks echtelieden, alle wonende binnen deze stad, mitsgaders Jannitgen Willems, weduwe van Willem Reijersse te Amsterdam, aan Claes Claessen Mierus, voerman, zijn vrouw en hun erfgenamen, een camp land, daar van een morgen aan Cornelis van Liender verkocht is, genaamd de Geercamp soo groot en klein dezelfde gelegen is tegenover de behuizing genaamd het "Swarte Berghje", belend aan de oostzijde de Lieve Vrouwe Capelle, aan de zuidzijde het voorzeide morgen land, aan de westzijde het bos van Hooft, aan de noordzijde de heuvel van Vlooswijck's erfgenamen. [675]

3648. OLOF (OLEPHIER)AERTSZ (COCK?/VAN CEULEN?), ovl. 1660-1675. Aaltje Reijers, wed. van Oloff Aardsen in de Krommestraat te Amersfoort, betaalt ƒ 12,10,-- Familiegeld (1675).[680]

Op 7-2-1667 testeren: Oloff Aertsz van Ceulen (tekent: O. Aertsz, schoolmeester, borgers en inwoonders van Amersfoort) Echtgenoot Aeltgen Reijers van Rootselaer (tekent: Aeltgen Reijers) Akten Testament: 7-2-1667 (ouden stijl) Notaris R. van Ingen AT008 a002 folio 136 V. Open brieven van Octroij (Hove van Utrecht) d.d. 12-10-1666. Over en weer bemaken zij elkaar de levenslange lijftocht van al hun na te laten goederen, inclusief juwelen, met een volkomen bewind en administratie. Zij secluderen de Weeskamer. Aeltgen Reijers van Rootselaer legateert uit haar na te laten goederen aan haar broeder Brandt Reyersz. van Rootselaer of bij vooroverlijden, diens dochter Barbara Brandtsdr 100 Caroli gulden. Onverminderd de lijftocht bemaken de testateuren al hun na te laten goederen, inclusief de lijfsklederen van Oloff Aertsz. (maar niet die van zijn vrouw en haar kleinodien en juwelen van goud en zilver) aan de nagelaten onmundige zoontjes van haar broeder Christiaen Reijersz. van Rootselaer zaliger (in zijn leven boeckvercoper) en Mechtelt Aerts van Ceulen, diens nagelaten weduwe (zijn zuster), in gelijke portien: - Arnoldus Christiaensz. van Rootselaer; - Reijnier Christiaensz. van Rootselaer. - Wilhelmus Christiaensz. van Rootselaer. Bij hun overlijden te vererven op elkaar wanneer zij geen nalatende geboorte hebben. Mocht Oloff Aertsz. van Ceulen overlijden voor zijn moeder Anna Claes, weduwe van zijn vader Aert Oloffs. van Ceulen, dan zal bij expiratie van de lijftocht van zijn vrouw aan deze goederen, de levenslange lijftocht daarvan toekomen aan zijn moeder. Verder is het een voorwaarde dat mocht een van hun neefjes trouwen met een dochter van Aernt Jacobsz. Buijs (bombasijdeverwer, tegenwoordig wonend in de Slijckstraet), deze neef dadelijk onterfd zal worden en zal diens portie vervallen op zijn broeders of hun resp. geboorte, die niet getrouwd zijn met een dochter van voornoemde Aernt Jacobss. Buijs. Zij stellen tot mombers en administrateurs over hun neefjes: - Johan van Groeningen (apotecair); - en Peter Fredericks. Noroth (glaseschrijver, borgers en inwoonders van Amersfoort). Onder het geven van een jaarlijkse afrekening voor de Weesmeesteren of de Weeskamer, met behoorlijk salaris, zonder bewind of opzicht op de kinderen of hun goederen. Akte ten huyse van de comparanten, staande in de Crommestraat. Getuigen: Steven Alberts. Thonis Aelten Versteech tekent: Antony Aelten, backer) en Elbert Jans. (tekent: Elbert Jans van Hoevelaeck, backer), allen borgers en inwoonders van Amersfoort. [681]
Op 7-2-1667 testeren: Aeltgen Reijers van Rootselaer (tekent: Aeltgen Reijers, borgerse en inwoonster van Amersfoort) huysvr. van: Oloff Aerts van Ceulen, schoolmeester te Amersfoort. Zij legateert aan Dirckgen Jacobs, mundige nagelaten dochter van Jacob Dircxs Neus zaliger en Marritgen Jansdr, diens nagelaten weduwe (wonende bij de Camppoort binnen Amersfoort), al haar klederen en haar kleinodien en juwelen van goud en zilver tot haar lijve behorende. Behoudens dat haar man, indien hij dat begeert, daaraan zijn lijftocht heeft, volgens hun gezamenlijk testament op heden voor mij notario. Zij legateert nog aan dezelfde Dirckgen Jacobsdr een bed met hoofdpeluw, zijnde het beste naast het beste. In dit legaat consenteert haar man, die mede compareert. Akte ten huyse van de comparanten, staande in de Crommestraet. Getuigen: Steven Albertsz Versteech (tekent: Steven Versteech), Thonis Aelten (tekent: Antonij Aelten, backer) en Elbert Jansse (tekent: Elbert Jans van Hoevelaack, backer), allen borgers en inwoonders van Amersfoort. In margine is genoteerd dat dit codicil d.d. 22-4-1674 herroepen is door een ander codicil voor Notaris Reijnier van Ingen. [682]


COMMENTAAR(¥) Olof aertszn not. get 1647 1648 Mr. Oloff Aertsz. van Ceulen (tekent: O. Aertz.. Duijts schoolmeester) not.get. (1667), Henrick Oleviers Cock not. get. 1688


COMMENTAAR(¥) Willemtgen Jorriaensdr. (weduwe, boedelharster en lijftochterse, borgerse en inwoonster van Amersfoort) Echtgenoot (wed. van:) Jan Marsile Tahier (bombasijdewercker op de Breedestraet binnen Amersfoort) Zij legateert aan: - Oloff Aertsz. van Culen (schoolmeester) en zijn vrouw Aeltgen Reijers van Rootselaer samen de beste eiken kast, die staat in het voorhuys en 250 Carolus gulden. Testament: 25-2-1667 (oude stijl) Notaris R. van Ingen AT008 a002 folio 150 V
Op 1-4-1653 verklaren Frans Lamphertsz, burger, glazenmaker en Teuntje Gerrits, zijn vrouw, schuldig te zijn aan Olephier Aertsz van Ceulen een hoofdsom van 300 gulden, met een losrente van 18 gulden per jaar. Zij stellen als onderpand een huis bestaande uit twee woningen aan de Hof, belend aan de ene zijde de weduwe van Claes van Geijn, aan de andere zijde Gosen Reijersz. In de marge: Oloff Aertzen verklaart van Frans Lampfen van Schaacke, glazenmaker, de schuldsom ontvangen te hebben, waarvan akte d.d. 24-7-1660. [683]

3658. NN (WULPHERT?) (VAN DIJCK), tr.

3659. WOUTERTJEN CORNELIS, ovl. na 1666.

3662. HENRICK BOSSEN (BOSCH)(¥), ovl. na 1660 burger van Amersfoort, tr. vóór ca. 1655

3663. MECHTELTGEN HENRICX, geb. vóór ca. 1635, ovl. na 1660, burger van Amersfoort.

COMMENTAAR(¥) In 1653 en 1657 is sprake van de onmondige kinderen van Henrick Bosch zaliger. Een andere Henrick dus?

Op 29-3-1660 verkopen Henrick Bossch en zijn vrouw Mechteltgen Henricx, borgers, Willem Henricksen, de broeder van Mechtelgen Henricx, en de kinderen van Gerritgen Henricx, allen erfgenamen van Henrick Meijnsen en zijn vrouw Evertgen Brants, aan Maes Cornelisen als enige erfgenamen van Cornelis Maesen en zijn vrouw Claesgen Martens, een huis, hof en hofstede, gelegen op Bloemendal met het hofken daarachter met planken afgevreet (omheind) belend aan de ene zijde: Henrick Meijnsen, maar nu Gerritgen Cornelis, cremster, aan de andere zijde: de weduwe van Rijck Heijmansen. [689]

3664. JACOB (BOTTER)(¥), alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon.

COMMENTAAR(¥) Vooralsnog lijkt onderstaande Jan Jacobs Botter niet de zoon van jonkheer Jacob Botter (de Oude), krijgt octrooi om te testeren 15-8-1646 voor Nots. C. van Ingen,[692] wordt burger van Amersfoort op 17-6-1650, x Margareta Verhorst, betaalt als wed. van Jacob Botter, in de Muurhuizen te Amersfoort, ƒ 25,--,-- Familiegeld (1675).[693] Hun enige universele erfgenaam wordt genoemd Jacob Botter (de Jonge). [694]

3668. JOHANNES FEDDER, geb. vóór ca. 1605, ovl. na 1654, genoemd in het testament van zijn zoon Philips (1654).

3692. HENDRICK HENDRIKSEN (DEN ELSEN), geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1663, (dus blijkbaar niet beg. Amersfoort St. Joriskh. 4-3-1654 Henrick den Elsen), huw. get. (1663) tr.

3693. NN, beg. Amersfoort St. Joriskh. 7-3-1653 (de vrouw van Hendrik den Elsen).

Weeskamer te Amersfoort:
1653 Hendrick den Elsen en NN. [695]

3694. ARIEN (JANSE?) PONTMAN, geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1684, huw. get. 1684. tr. vóór 1680

3695. LAMBERTJE HENDRIKS.

3704. JAN AERTSZ VAN COUWENHOVEN(¥), ovl. na 1690, vermeld 1660 (zie EK 25, p 522, als verwant van Peternelle Claes, j.d. wonend te Amersfoort), tr. vóór ca. 1655 (niet gevonden op achternaam en patroniem)

3705. ANNETJE (ADE) JANS, ovl. na 1687, huw. get. (1687).

COMMENTAAR(¥) Jan Aertsz, zadelmaker, is borg (1652),[704]
Jan Aertsz, sadelmaeker, wiens huis in de Utrechtsestraat executoriaal wordt verkocht, (1676),[705]

3706. WILLEM THEUNISZ, ovl. vóór 1687, tr. vóór ca. 1665;(¥)

3707. CUIJNDERTJE MEIJNSZ, ovl. na 1687, doopget. (1687).

COMMENTAAR(¥) zie EK 25/522

3708. EVERT PIETERSZ (VER)KERCKHOFF, ovl. 1689-1697, tr. vóór ca. 1650 (huwelijk niet gevonden)

3709. TRIJNTJE LUCAS, ovl. na 1699.

COMMENTAAR(¥) In de onderstaande akten komt een aantal personen met de naam Kerkhoven voor. Het is onduidelijk of het hier de kinderen van Evert Pieters (Ver)kerckhoff betreft.

Op 6-1-1732 vindt te Amersfoort de boedelscheiding plaats van Anna Maria Kerkhoven, overleden, echtgenote van Willem Ducaat (Dukaet), bombazijdewerker. Het betreft vaste goederen en koopmanschappen. Erfgenamen zijn (voor ¼ deel:) haar broer Peter Kerkhoven, (voor ¼ deel:) Catharina Kerkhoven, gehuwd met Aert van Eldert, (voor ¼ deel:) de kinderen van haar overleden broer Hendrik Kerkhoven, met name: Evert Kerkhoven, Jacomina Kerkhoven, gehuwd met Gerrit Koopman, Lucretia Kerkhoven, gehuwd met Jan Lambertsen van Daal, (voor ¼ deel:) de kinderen van haar overleden broer Johannes Kerkhoven, met name: Johannes Kerkhoven, meerderjarig, te Leusden. Evertje Kerkhoven, gehuwd met Wouter Queij in Amersfoort, en verdere kinderen. [707]

3710. PAULUS (VAN RODERSTEIJN), alleen bekend uit het patroniem van zijn dochters.

3770. ANDRIES VAN DER VEEN, ovl. vóór 1678, tr. vóór ca. 1635

3771. JUDITH FREDERICX, ovl. na 1678, woont te Amersfoort (1678).

3784. PHILIPS COIGNARD (CONGIAERT, COENJART), ovl. 1636-1640, j.m. van Samuer in Vrancrijck (1634), cleermaker (1634), heeft als Philips Coenjard, Fransman, op 29-9-1634 het burgerrecht van Amersfoort verzocht, otr./tr. Amersfoort geref. 23-8/07-9-1634

3785. GEERTGEN JANS (VAN BEEFTINCK), geb. vóór ca. 1610, ovl. na 1655, j.d. van Amersfoort (1629), wed. van Jan Stevensen van Amersfoort (1634), wordt geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 27-9-1634 als Geertgen Jans huisvrouw van Francis Coniaert (sic!), cleermaker, wonend op Bloemendael, wed. van Phlijps Coenijaert wonend te Amersfoort (1640), otr./tr. 1o Amersfoort geref. 19/29-12-1629 JAN STEVENSEN, ovl. 1629-1634, j.m. van Huijssen, en ruiter onder de compagnie van den ritmeester Chesie? (1629), otr./tr. 3o Amersfoort geref. 4/19-1-1640 HERMAN PIETERSZ SCHRIJVER, geb. 1589/90, ovl. 1650-1655, wednr. van Margrijet Mont. Zie voor hem en nageslacht uit zijn beide huwelijken Schrijver.

Wapen Van Beeftingh: In zwart een zilveren eenhoorn, met gouden hoeven en gouden hoorn. Helmteeken: de kop en hals van de eenhoorn. Dekkleden: zilver en zwart. [710]
Weeskamer te Amersfoort:
1637: Geertgen Jans en Philips Coenjart. [711]
Op 22-6-1655 verkoopt Geertje Jans van Beeftinck, weduwe van Herman Schrijver, voor zich zelf en als moeder van haar onmondige kinderen, met Jacob Jansz Beeftinck en Tijs Ebbertsz als mombers over die kinderen, aan Jan Aertsz Craemer en zijn vrouw Lijsbeth Damen een huis, hof en hofstede met al wat aard- en nagelvast is, bij de Bloemendaalse Binnenpoort waar Bunschooten uithangt, belend aan de ene zijde: Jan Miechus, kramer, aan de andere zijde: Harmen Peters van Meeckeren, bakker, belast met 300 gulden aan de kinderen van Rutger van Westrenen, 200 gulden aan Henrick Both, oud-cameraar, 200 gulden aan de kinderen van Henrick Brant, 150 gulden aan Henrickje Cornelis Caen. [712]

Schrijver


I

Ia. Herman (Helmich) Pietersz Schrijver, geb. 1589/90, ovl. 1650-1655, koperslager oud 24 jaren afkomstig van M..chon? in Julicherland wonend opt Raempad te Amsterdam en bij eede verklaerend vrij te wezen (1614), wordt geref. lidmaat te Amersfoort op attestatie van Amsterdam 27-3-1630 als Herman Schrijver, werckende in de Copermeulen, met zijn huisvrouw Margriet Mont ende Catharina Mont, haer moeder (in margine later bijgeschreven "doot, doot"), heeft als Helmich Schrijver op 27-2-1632 het burgerrecht van Amersfoort verkregen, koopt het huis Bunschoten op Bloemendael (1634), belender te Amersfoort aan de stadssingel met zijn huis genaamd Buntschoten (1638), wednr. van Margrijet Mont afkomstig van Mouglsou (?) wonend te Amersfoort (1640), treedt op als not. getuige (1637), en als momber (1650), zn. van Pieter Schrijver en NN (beg. Amersfoort Joriskerk 2-9-1643 ("de moeder van Hermen Schrijver" NB of wordt hier zijn schoomoeder bedoeld?), otr. 1o Amsterdam geref. 1-11-1614 Margriet Willems Mundt (tekent Margrit Mundt), ovl. 1636-1640, afkomstig van Eijsleben oud 21 jaren en wonend opt Raempad te Amsterdam mede bij eede verklarend vrij te wezen (1614), dr. van Willem Mundt en Catharina NN, otr. 2o Amersfoort geref. 4/19-1-1640 Geertgen Jans (van Beeftinck), geb. vóór ca. 1610, ovl. na 1655, zie hierboven kw. nr. 3785.

Op 25-7-1634 verkopen Lourens van Wijlant en zijn vrouw Catharina Haeck aan Harman Schrijver en Margaretha Willems, een hof en hofstede staande en gelegen op Blommendael "altwaer Bunschoten uijtganget", belend aan de ene zijde: Jan Geurtsz, glazenmaker, aan de andere zijde: Clemens Cornelisz, belast met: 300 gulden hoofdsom ten behoeve van de kinderen van wijlen Rutger van Westrenen, 200 gulden hoofdsom ten behoeve van Henrick Both, oud-cameraer, 200 gulden kapitaal competerende de kinderen van wijlen Henrick Brandt, 150 gulden hoofdsom gevestigd ten behoeve van Henrickgen Cornelis Canen. [713]
    Uit zijn eerste huwelijk (Schrijver-Mundt):
  • a. Annitgen (Anneken) Harmans Schrijver(s), ged. geref. Amsterdam Nieuwe Kerk 17-4-1618 (oudersnamen onder patroniem), ovl. na 1650, j.d. van Amersfoort (1637), wordt geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 24-12-1646 als Annetge Schrijvers huisvrouw van d'Appel glasemaker, otr./tr. Amersfoort geref. 15/30-7-1637 G(h)ijsbert Jacobsz Appel, ovl. 1646-1648, j.m. van Amersfoort (1637), glazenmaker (1646).
    Op 7-8-1645 verkopen Jacob Willemsz, knopenmaker en zijn vrouw Claesgen Gerits., aan Gijsbert Appel, gewezen schrijver (?), zijn vrouw en hun erven, een huis in de Bloemendalse Binnenpoort, gekomen van wijlen Goort Jansz., belend aan de ene zijde: de voorschreven Binnenpoort, aan de andere zijde: een gang naar het huis van Henric Frederixen, boomezijdewerker. [714]
    Op 22-8-1648 leent Anna Schrijvers, weduwe en boedelhoudster van Gijsbert Jacobsz Appel, van Cornelis Simonsz, zijn vrouw en hun erven te Amsterdam, een losrente van 11 gulden 5 stuivers per jaar, hoofdsom 225 gulden, met als onderpand: een huis aan de Bloemendalse Binnenpoort, belend aan de ene zijde: de Bloemendalse Binnenpoort, aan de andere zijde: Henrick Fredericksz. :In margine: Peter en Sijmon Groenvelt te Amsterdam verklaren te hebben ontvangen van Willem Hessels de verschuldigde somma. Akte 25-6-1655 [715]
    Op 16-3-1650 verkoopt Annitgen Harmans, weduwe van Gijsbert Jacobsz, glazenmaker, met haar vader Harmen Schrijver en met Jacob Aertsz Appell, timmerman, als momber over de onmondige kinderen van Gijsbert Jacobsz, aan Willem Hesselsz, lakenkoper, zijn vrouw en hun erven, een huis in de Bloemendalse Binnenpoort te Amersfoort, gekomen van Goort Jansz, belend aan de ene zijde de Bloemendalse Binnenpoort, aan de andere zijde: een gang, lopend naar het huis van Henrick Fredericksz, bomezijdewerker, belast met 50 gulden aan de Melaten, met 100 gulden aan Reijer Maesz, met 300 gulden aan Reijnier van Inghen en met 225 gulden aan Cornelis Sijmonsz. Voldaan. [716]
  • b. Aeltjen Hermansz Schriever, ged. geref. Amsterdam Oude Kerk 19-4-1626.
  • c. Willem Hermansz Schrijver, ged. geref. Amsterdam Oude Kerk 16-7-1628.
  • d. Catarina Schrijver, ged. geref. Amersfoort 22-8-1630.
  • e. Abraham Schrijver, ged. geref. Amersfoort 17-2-1633, ovl. jong?
  • f. Abraham Schrijver, ged. geref. Amersfoort 14-2-1636.
    Uit zijn tweede huwelijk (Schrijver-van Beefting):(bij alle dopen geen moedersnaam vermeld)


II

IIa. Quirijn (Crijn) Harmansz Schrijver (Schriever), ged. geref. Amersfoort 29-11-1640, ovl. na 1687, wordt geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 25-12-1661 als Crijn Schrijver wonend op Bloemendal, j.m. van Amersfoort, woonende in de Muerhuysen (1665), wednr. van Geerttruijt Cornelis (1665) vermeld als koper van een obligatie d.d. 19-5-1671,[717] belender in de Arnhemsestraat (Slijckstraat) (1681), otr./tr. 1o Amersfoort geref. 31-3/16-4-1665 Geertruit Cornelis van Zuylen, ovl. 1665-1667, j.d. van Amersfoort, wonende in de Kerckstraet (1665), otr. 2o Amersfoort geref. 11-4-1667 Gerritgen (Geertjen, Grietje) Franssen, j.d. van Scherpenseel (1667).

Crijn Hermans Schrijver, coper van huysinge op Bloemendal, coopcedule 30-12-1670.
Op 2-7-1678 compareert Reynier van Rochel als momber van de vier onmondige kinderen van Cornelis Jansz, smid en heeft hij comparant ten overstaan van Johan Richolt van Ruytenbeecq en Henrick van Ommeren, oud-schepen en raad, getransporteerd en bij hem op 29-4-1671 ten overstaan van Johan Richolt van Ruytenbeecq en Henrick van Ommeren en tevens wijlen Rijck van Oort als schepenen en commissarissen gecommitteerd, aan Evert Lubbers en Cornelia Frans op 30-4-1671 voorleden verkocht,, aan Crijn Hermans Schrijver, als erfgenaam van het onmondige nagelaten zoontje van Evert Lubbertsz van Ringen en zijn vrouw Cornelia Frans, een huis met de schuur daarachter in de Arnhemsestraat (Slijckstraat), tot achter in de Koesteeg, "met de slypmeulen in de schuer staende", met de gerechtigheid van de halve pomp tussen beiden staande in het gescheyt met de erfgenamen van Ellert Ellertsz Verhel, belend aan de ene zijde: bovengenoemde erfgenamen, aan de andere zijde: de comparant zelf, op laste van 600 gulden ten behoeve van Grietje Wulphers "daerinne gehypothequeerd", mitsgaders op last van 300 gulden Cornelis Boelhouwer, het recht van Jan Claesz Claes bekomen hebbende daaruyt competerende. [718]
Op 13-4-1687 verkopen Crijn Hermans Schrijver en zijn vrouw Gerritgen Franssen voor de ene helft en Gerrit Hendricksen, bombazijnwerker, gemachtigde van Hiletje Lubbertssen voor de andere helft, gezamenlijk erfgenamen van Lubbert Lubbertssen en Weijmptgen Evertsen, aan Wilem Janssen van Neckvelt en zijn vrouw Ida Cornelis van Grootdavelaer, huis met schuur daarachter in de Slijkstraat (Arnhemsestraat) strekkende tot aan de Koesteeg, belend aan de ene zijde: de erfgenamen van Elbert Elbertsen, aan de andere zijde: Willem Coston (Corton?). [719]
    Uit zijn eerste huwelijk (Schrijver-van Zuylen):
  • a. Nelletje Scrijvers, ged. geref. Amersfoort 14-1-1666 (geen moedersnaam vermeld).
    Uit zijn tweede huwelijk (Schrijver-Franse):
  • b. Antonia Crijnen Schrijver, ged. geref. Amersfoort 30-3-1669 (geen moedersnaam vermeld), ovl. na 1739, j.d. van Amersfoort (1689), otr./tr. Amersfoort geref. 14-9/01-10-1689 Jan Jacobsen Kruyermaath, ovl. 1721-1739, j.m. van Amersfoort (1689). Hieruit verder nageslacht bekend.
    Op 26-6-1713 verkopen Jan Jacobsen Craeijermaath en zijn vrouw Anthonia Schrijvers, burgers, aan Jacob Janssen Craeijermaath, burger, een huis, hof, hofstede met grond en erf, hof en schuur, gelegen in de Arnhemsestraat (Slijckstraet), belend aan de ene zijde: Dirkje Cornelis van Hoppesteijn, aan de andere zijde: Hendrik Willemsen van Egdom. [720]
    Op 6-10-1721 verkoopt de gemachtigde van Jan Jacobse Crajermaath en zijn vrouw Anthonia Schrijvers, burgers, aan Gijsbert van Deventer, raad in de vroedschap en schepen van deze stad, huis, hof en hofstede in de Arnhemsestraat (Slijkstraat) door de comparanten bewoond, belend aan de ene zijde: Pieter de Bruijn, aan de andere zijde: Jacob Jacobsz Schuijleman, op de last van 300 gulden ten behoeve van de acceptant. [721]
    Op 31-3-1739 passeert een akte van beraad door Jannitje en Cornelis Kreyermaath. Het betreft Anthonia Schrijver wed. van Jan Kruyermaath. [722]
  • c. Harmannus Crijnen, ged. geref. Amersfoort 12-9-1671, beg. Amersfoort Joriskerk 26-9-1671 (een kind van Crijn Hermensen).
  • d. Geertruijt Crijnen, ged. geref. Amersfoort 3-6-1673.
  • e. Hermannus Schriever, ged. geref. Amersfoort 5-11-1676.
  • f. Frans Crijnen Schrijver, ged. geref. Amersfoort 9-11-1679, wonend te Amersfoort (1704), otr./tr. Amersfoort 11/29-4-1704 Annitje Jans van Eck, wonend te Amersfoort (1704), dr. van Johannes van Eck. Hieruit verder nageslacht bekend.
    Op 7-4-1726 worden Gerritje Schrijver oud agt jaaren en Catarijntje Schrijver oud elf jaaren, dochters van Frans Schrijver en Annitje Jans van Eck gepresenteert door Johannes van Eck, hun grootvader, voor opname in het Burgerweeshuis te Amersfoort.

IIb. Joannes (Jan) Hermans Schrijver, ged. geref. Amersfoort 1-5-1642, ovl. 1686-1715, schoenmaker en belender op de Langestraat (1668), treedt op als not. getuige te Amersfoort (1671, 1673), tr. vóór 1668 Annitje van Daal, ovl. 1715-1719, borgeres (1715).

Onduidelijk regest! Op 17-4-1715 Breunis Reijers en zijn echtgenote Willemina Cornelia. Erfgenamen zijn de kinderen van Breunis Reijers: ½ deel: Reijnier Breunis en Cornelis Breunis verwer. Reijnier is 1702 als soldaat naar Portugal gegaan, en men heeft niets meer van hem vernomen. ½ deel: Annitje van Daal borgeresse, weduwe van Jan Schrijver. Er is sprake van een schuldbekentenis van Willemijn Cornelis borgeres, wonend achter de wal tussen Utrechtse- en Slijkpoort, aan Anna van Daal, weduwe van Jan Schrijver. [723]
Op 2-2-1719 vindt de verkoop plaats van een huis in de Korte St. Jansstraat uit de nalatenschap van Jan Schrijver en zijn echtgenote Annitje van Daal. De erfgenamen zijn hun kinderen en kleinkinderen: 1) Hermannus Schrijver, Jan's zoon, meerderjarig; 2) Jan Heijmenbergh, gehuwd met Catharina Schrijver; 3) Frederick van Wesel, gehuwd met Margareta Schrijver; 4) Claas Schrijver, overleden, gehuwd met Maria Berents. De nrs 1, 2 en 3 zijn ooms en mombers over Hendrickje Schrijver, onmondig dochtertje van Claas Schrijver. [724]
    Uit dit huwelijk: (tenzij anders aangegeven bij geen van de dopen een moedersnaam vermeld)
  • b. Catri(j)na Schrijver(s), ged. geref. Amersfoort 21-8-1668, ovl. na 1719, wordt geref. lidmaat teAmersfoort okt. 1714 op attestatie van ... j.d van en wonend te Amersfoort (1717), otr./tr. Amersfoort geref. 15-10/02-11-1717 Jan Heijmensen (van) Heijmenbergh, wednr. van Gerarda van Welij geboortig te Woudenberg en wonend te Amersfoort (1717).
  • c. Claes Jansz Schrijver, ged.. geref. Amersfoort 13-2-1670 (moeder Annitje van Dael), ovl. jong?
  • d. Claes Jansz Schrijver, ged. geref. Amersfoort 11-8-1674 (moeder Anne van Daal), ovl. 1703-1706, soldaat in de Compagnie van de Hr. Capiteijn Ommeren onder 't Regiment van de hr. Brigadier Baron van Plettenbergh leggende in guarnisoen tot Sluijs in Vlaanderen (1703), otr./tr. Amersfoort geref. 13/30-1-1703 Maria Berents van Sprockelenbergh, afkomstig van Amersfoort (1703), wed. van Claes Schrijver wonend te Amersfoort (1706). Hieruit een dochter Hendrickje Schrijver geb. 1704-1706, onmondig in 1719. Zij hertr. Amersfoort gerecht 11/26-6-1706 Sander Sandersz, wednr. van Neeltje Varencamp wonend te Amersfoort (1706).
  • e. Joannes Schrijver, ged. geref. Amersfoort 25-3-1677, ovl. vóór 1719.
  • f. Margrietje Schrijver, ged. geref. Amersfoort 20-5-1681, ovl. jong?
  • g. Geertruijt Schr(e)ijver, ged. geref. Amersfoort 3-2-1684, ovl. vóór 1719?
  • h. Margriet(je) (Margaretha) Schrijver(s), ged. geref. Amersfoort 26-8-1686, beg. Amersfoort St. Joriskh. 24-6-1762 (laat kinderen na), wordt geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort dec. 1705 en okt. 1710 met attestatie, j.d. wonend te Amersfoort (1714), bewoont als weduwe van Fredrik van Wesel in 1724 het kleine huisje in de Lieve Vrouwestraat, waarvan eigenaars zijn Steven van Brinkesteijn notaris, en Maria Gabrij, vermeld (1724..1759) als wed. van Frederik van Wesel belendster in de Nieuwestraat (1758, 1759), otr./tr. Amersfoort geref. 9/27-3-1714 (beide onder patroniem) Frederick Boudewijns van Wesel, ged. geref. Amersfoort 13-6-1690, beg. Amersfoort Lieve Vrouwe Kapel 19-10-1723, j.m. wonend te Amersfoort (1714), meesterkistenmaker (1714..1720), zn. van Boudewijn Frederijcks rentmeester van het Burgerweeshuijs te Amersfoort, en van diens eerste vrouw Jannetje Dirks van Ou(de)water. Zie Fragment Van Wesel voor verdere gegevens en nageslacht van dit echtpaar.
  • i. Jannetje Schrijver, ged. geref. Amersfoort 18-9-1698 (vader Jan Schrijver), filiatie niet bewezen.

3786. DIRK JASPERSEN (BURCHART), j.m. van Amersfoort, als Dirck Jasperss geref. lidmaat te Amersfoort 27-9-1634 [726] als echtgenoot Grietgen Carels, otr./tr. Amersfoort geref. 18-5/6-6-1633 (get. Henric Jaspersen namens zijn moeder, en Neeltje Choudron namens haar ouders)

3787. GRIETGEN CARELS (CHOUDRONS), ged. Amersfoort 1-4-1596, j.d. van Amersfoort (1633), als Grietjen Charles Choudrons geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 25-4-1625 wonend in de Krommestraat (in margine "doot").


Amersfoort, ca. 1650.
Kaart uit "Toneel der Steden", door Joan Blaeu. Eerste uitgave : Amsterdam, 1652. Scan http://grid.let.rug.nl/~welling/maps/blaeu.html

klik op plaatje(s) om te vergroten

3792. CORNELIS VAN LIJN, ovl. vóór 1687, alleen genoemd als erflater in onderstaande akte, tr. vóór ca. 1590

3793. NN.

Op 24-7-1687 compareren:
  • Trijntge Pauwels, weduwe van Aert van Lijn, voor haarzelf en haar 2 kinderen,
  • Jan Anthonis van Lijn,
  • Reynier van Lijn.
    Zij compareren tevens voor:
  • Joost Henricks Schol en
  • Anna Henricks Schol, gehuwd met Edmond Obreijn, (kinderen van Lijsbeth van Lijn).
    Verder compareren:
  • Johannes van Kempen, (zoon van Aeltje Jans van Lijn),
  • Peter Gou, (voor hemzelf en voor zijn zieke zuster Atris Gou, kinderen van Jan Gou, en Petertje Jans van Lijn),
  • Samuel Lievens, (voor hemzelf en voor zijn uitlandige broer Johannes Lievens, en zijn zuster Grietge Lievens, kinderen van wijlen Lieven Samuels),
  • Metgen Coopse, weduwe van Cornelis Samuels, (voor haarzelf en als momber voor haar 2 onmondige zoontjes),
  • Samuel Cornelis,
  • Gerrit Henricks, als man en voogd van Geertruyd Cornelis, (voorkinderen van Cornelis Samuels),
  • Rijck Dirckszn, weduwnaar van Jannetje Thonis, (als vader en voogd van 3 onmondige kinderen: Dirck, Teuntje en Neeltje Rijcks),
  • Evert Cornelis, als man en voogd van Marry Rijcks, (dochter van Jannetje Thonis en Rijck Dircks),
  • Levy Craen (voor de kinderen van Aert Samuels).
De comparanten machtigen Reynier van Lijn, Jan Gou (of Goud) en Levy Craen om te compareren voor de heren Diakonie van Amsterdam in verband met de erfenis van Neeltje Gerrits, overleden te Amsterdam, om gezamenlijk 1/5 part te ontvangen van de erfenis. De bovengenoemde nrs. 1 - 5 zijn kinderen en nakomelingen van Thonis Cornelis en Merritgen Ghijsberts van Rijn is weduwe en boedelhoudster van Jan Jans van Lijn. Voor haarzelf en voor haar man's voorzoon en als moeder en momberse van de onmondige kinderen van haar en Jan Jans van Lijn. Lieven Samuel, Cornelis Samuels en Aert Samuels zijn voorkinderen van Neeltje Cornelis. Zij allen zijn de erfgenamen van: Jan Cornelis van Lijn, Anthony (Thonis) Cornelis van Lijn en Neeltje Cornelis van Lijn (kinderen van wijlen Cornelis van Lijn). Zij erfden ieder 1/3 deel van 1/5 deel van Neeltje Gerrits. (zie ook recordnrs.: 9953, 9954 en 9955.) [727]

3796. JACOB CLAESSEN (VAN) GROENENBERCH, geb. Utrecht vóór ca. 1570. verzoekt als Jacob Claes van Grenenberch, geboren van Utrecht, op 26-4-1591 om het burgerschap van Amersfoort, coster van de Lieve Vrouwen Capelle te Amersfoort (1596-1626), treedt in 1611 op als getuige van Aeltgen Dircx, dr. van Dirck Henrickszn en Anna Dircxs bij het sluiten van haar huwelijkse voorwaarden met Heyman Henricxzn van Overhorst, vermedl als getuige in akten (1613..1635), genoemd als geref. lidmaat te Amersfoort in de lijst van 1621, otr./tr. 2o Amersfoort geref. 19-11/8-12-1631 (als wednr. van Aeltgen Dirckx) ANNITGEN HENRICKX BLONDE, geb. vóór ca. 1590, van en wonende te Amersfoort (1608, 1631), wed. van Thomas Daffij, engelsman, soldaat onder kolonel Veer (huw. 1627), eerder wed. van Helmich Petersen (huw. 1608), die in de geref. lidmatenlijst van 1621 voorkomt als Helmich, de kleermaker, en zijn h.v. Anneke, binnenmoeder van het weeshuijs, waarbij later bijgeschreven is "nu h.v. van Jacob Claessen", tr. 1o Amersfoort geref. 1591 (als Jacop Claessen)

3797. AELTGEN DIRICK POUELSDR, ovl. vóór 1620-1631, wordt als Aeltge Dircks geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 8-7-1620 in de Cromstraat (is zij dat wel?).

Op 31-7-1626 legt Jacob Claes Groenenberch. (ook: van Gruenenberch) coster van de Vrouwen Capelle te Amersfoort) een verklaring af op verzoek van Jannichgen van Dael, weduwe van Cornelis Vos. Hij verklaart dat hij 30 jaar in dit "offitie" (ambt) geweest is en dat hij wel weet dat de wijn die in die jaren in 't "nachtmael" (= Avondmaal) in de Gereformeerde Kercke van St. Joris te Amersfoort werd gebruikt, altijd gehaald werd ten huijse van Beernt Cock, weerd in de Roode Leuw. Akte te Amersfoort, ten woonplaatse van de producente. Getuigen: Jan van Capelle (tekent met huismerk in de vorm van kapel?) en Gysbert Peters. (deurwaarder). [737]

3798. WOUTER (VAN BURGHSTEIJN), alleen bekend uit het patroniem van zijn kind(eren).

3804. JAN SEGERSEN, ovl. 1604-1630, tr. Amersfoort gerecht 2-11-1586

3805. DIRCKJE BAERTS, ovl. na 1630, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 10-7-1630 als wed. van Jan Segersen, wonend tegenover Surckesteijn.

3848. STOFFEL T(H)OMASZ, geb. Lu.. boven Wesel (D), als Stoffel Tomasz, afkomstig van en geboren in Lu.. boven Wesel, burger van Amersfoort op 15-10-1627, tr. vóór ca. 1631

3849. NN, ovl. "eenighe jaren" voor 1636.

3876. REIJER JANSSEN, geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1650 (na 1655?, verm. voor 1660), afkomstig van Guttecoven (bij Sittard) (1606), verzoekt op 13-4-1607 om het burgerrecht van Amersfoort als Reijer Jansz afkostig van Sittert (Sittard), hoedemaker (1619..1650), vermeld als Reyer Jansz hoedtmaecker en sijn huisvrouw Aertgen Jans, wonend op de Camp, op de lijst van geref. lidmaten te Amersfoort opgemaakt in 1619, en opnieuw idem in het overzicht van 1621, maar daar (later?) doorgehaald, belender op de Camp (1619) en buiten de St. Andriespoort (1622, 1646), not. get. (1619, 1647), tekent met een merk (1647), huw. get. (1640), otr./tr. Amersfoort geref. 28-5/5-6-1606

3877. AERTGEN JANS, geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1650 (na 1655?), afkomstig van Amersfoort (1606), huw. get. (1640). Zij wonen op de Camp (1619, 1621), in een huis aan de Kamperbinnenpoort op de hoek van de Singel (1650).

Op 5-10-1610 lenen Rijck Dircksz en zijn vrouw IJtgen Gerrits, van Judith Maes en haar erven, 150 gulden met als onderpand: huis en hofstede op de Kamp belend enerzijds Jan Woutersz, cremer, en anderzijds Wouter Evertsz. In margine: Margareta Peters tevens voor haar broer Henrick de Wilt, als erven van hun grootmoeder Judith Maes, verklaren dat Reijer Jansz, hoedenmaker, de schuldsom heeft voldaan. [742]
Op 23-6-1618 lenen Goosen Aelbertsz en zijn vrouw Lijsbeth borgen te Utrecht van Jan Rutgersz de Bruijn en zijn vrouw Judith Jansdochter 300 carolusgulden met als onderpand: , een huis en hofstede bij de Kamperbinnenpoort op de Singel belend Elbert Lubbertsz, schoonmaker, ten oosten en de Kamperbinnenpoort ten westen. Het huis is belast met 46 stuivers per jaar aan de Retorisijnen (rederijkers?) te Amersfoort, met 50 stuivers per jaar aan Sint Barbara, nog met 50 stuivers aan de Melaatsen. In margine: Compareerde Lenard Jansz Botter als koper en houder van nevenstaande plecht, verklaard betaald te zijn door Reijer Jans, hoedenmaker, eigenaar van de hypotheek, consenteert in de cassatie 11-5-1648. [743]
Op 18-6-1621 verkopen Cornelis Aertsz voor zichzelf en Claes Dircksz van Geijn en zijn vrouw Anna Jans, en bij deze zich sterkmakende voor Reijer Jansz, hoedenmaker, aan Peter Willemssz, timmerman, een huis op de Singel te Amersfoort belend enerzijds de ontvanger van dit huis, anderzijds Thomas van Aeken. [744]
Op 13-5-1623 lenen Reyer Janssen en zijn vrouw Aertgen Jans, van Wouter Reyersz en zijn vrouw Rijckgen Aelten, een hoofdsom van 150 gulden voor een losrente van9 gulden per jaar, met als onderpand: een hof buiten de Sint Andriespoort, belend noord: Dirck Stevensz Verburch zuid: de weduwe van Rijck Bartholomeusz. In margine: Rijckgen Aelten, weduwe van Wouter Reyertsz, verklaart van Reyer Jansz de schuldsom ontvangen te hebben. Akte 28-4-1636. [745]
Op 27-9-1626 testeren Jan Henricxz, hoedemaker en zijn vrouw Geertgen Otten (tekent met merk), borgers en inwoonders van Amersfoort.
Jan Henricxz bemaakt al zijn na te laten goederen aan: 1. zijn broeder Thyman Henricxs (hoedemaker) of diens na te laten geboorte; 2. en aan de kinderen van zijn overleden broeder Albert Henricxz met eenre hand, in de plaats van hun vader en alleen als zij de erfenis komen verzoeken. Hij legateert aan: 1. Fijtgen Wijnen, die tegenwoordig bij hem woont, 100 Carolus gulden. Mocht dit kind zonder nalatende geboorte komen te overlijden en dit geld niet verteerd hebben, dan zal die 100 gulden komen op de erfgenamen van hem, comparant; 2. de kinderen van zijn halve broeder Peter Henricxz, die zijn dood beleven, elk 50 gulden eens.
Gerritgen Otten bemaakt haar na te laten goederen aan Anna Jans, de huysvrouw van Claes Dircxs van Geyn, of aan haar na te laten geboorte. Zij legateert aan: 1. de kinderen van Aertgen Jans, de huysvrouw van Reyer Jansz, 600 Carolus gulden. Bij overlijden van deze kinderen zullen zij op elkaar erven ter lester dood toe, mochten zij overlijden zonder nalatende geboorte. Bij het overlijden van de laatste zonder nalatende geboorte, zal dit erven op de naaste van den bloede van de zijde van haar, comparante; 2. haar neef Elis Adriaens 200 Carolus gulden eens, wanneer deze bij haar overlijden in leven is. 3. haar knecht Gerrit Heymans 50 gulden indien hij haar dood beleeft; 4. Fytgen Wynen een nieuwe heuck. Onder verband dat indien Anna Jans en haar kinderen alle zonder nalatende geboorte zouden sterven, dat in dat geval haar voorschreven erfenis komen zal op de kinderen van Aertgen Jans voornoemd.
De comparanten verklaarden dat Fijtgen Wijnen het onderhoud berekend zal worden wat zij aan haar gedaan hebben. Akte te Amersfoort ten comptoire mijns notary. Getuigen: Harman van Rijsen (tekent: Harman Dercks van Rissen), Gysbert Harmanss, wever en Gerrit Gerritsz, schoenlapper. [746]
Op 21-4-1641 lenen Reijck (!) Jansz, hoedenmaker, en zijn vrouw Aertgen Jansdochter, van Otto van Gessel, apotheker een som van 500 carolusgulden met als onderpand: 1. een huis aan de Kampstraat belend aan de ene zijde Henrick Henricxz Belleman (Welleman?), aan de andere zijde Adriaan Hermansz, 2. een hof gelegen buiten de Sint Andriespoort in de Nachtegaalsteeg, belend aan de ene zijde: Lambert Verhooch (De Hooch?), aan de andere zijde: Geertruijd van .... [747]
Op 4-8-1644 legt Anna Jan Remmelaersdr, borgerse van Amersfoort, echtgenote van Claes Dirckzn van Gheijn een verklaring af. Zij verklaart dat haar tante, Geertgen Otten zaliger, in leven huisvrouw van Jan Henricks (hoedemaker), haar, comparante, had benoemd tot enige erfgename van haar na te laten goederen. Onder voorwaarde dat deze goederen na comparantes dood zouden vererven op comparantes kinderen. Om nu die goederen te specifiseren, opdat haar kinderen zullen weten wat zij krachtens het voornoemde zullen erven, heeft zij de volgende verklaring afgelegd, "oprecht en in de waerheid".
Het eerste dat zij heeft geërfd is een huis aan de Langestraat, onlangs verkocht aan Jan Bartzn, mandemaker, voor 1.400 gulden. Thyman Henricx, hoedemaker, als erfgenaam van Jan Henricx, behield het huis in de Sevenhuysen en heeft comparante daarvoor 200 gulden gegeven. Verder heeft zij geërfd: - de helft van een rentebrief van 500 gulden hoofdsom, die door Thyman Henricx geheel is overgenomen en waarvoor zij 250 gulden kreeg; - de helft van een rentebrief van "derde half honderd" gulden (= 250 gulden), die Aertgen Jans, comparantes zuster, van comparantes tante op rente had en waarvan Thyman Henricx de andere helft erfde en die haar zuster aan haar, comparante, afloste met 140 gulden; - 100 gulden, die zij, comparante, van haar tante op rente had; - 75 gulden, van de verkoop van de halve hof aan Maes Symonszn; - 50 gulden, voor haar deel afkomstig van Gerrit Janzn, schipper; - in contant geld de helft van 700 gulden dat in het sterfhuis is gevonden, zijnde 350 gulden; - de helft van een grafstede in de Lieve Vrouwekerk; - nog te verwachten ontvangst van de helft van ongeveer 40 gulden van Jasper Lenertzn te Haarlem, zijnde 20 gulden. Vervolgens de volgende mobilia, inboedel en huisraad: - een nieuw bed met twee kussens en een beste deken, en een brede gouden ringh, dat verkocht is voor 36 gulden, en nog een bed en hoofdpeluw; - twee hoofdkussens, een mooie heuck, die comparante nog heeft, en die gekost heeft 30 gulden; - een heuck, verkocht voor 10 gulden; - een rock, vekocht voor 12 gulden en een voor 8 gulden; - een mooie zwarte rock, op z'n minst 20 gulden waard; - de helft van het "cantoor" en de andere helft aangekocht voor 6 gulden; - de helft van een kleerkast, verkocht voor 5 gulden; - de helft van al het linnen, tinnen, koper, tafelzilver en andere inboedel en huisraad, waarvan Thyman Henricx de andere helft heeft geërfd.
Van voornoemde erfenis moeten nog de volgende legaten worden afgetrokken: - voor Aertgen Jans, comparantes zuster, 600 gulden; - voor Elis Ariaenszn, 200 gulden; - het legaat van de knecht is hem betaald met wol, turf en hout en het gereedschap dat tot de mesterij behoort, doch moet nog afgetogen worden; - 25 gulden, die de knechts Cornelis Reyerszn en Reyer Peterzn gelegateerd waren met een som van 50 gulden tezamen en waarvan Thyman Henricx de andere helft, zijnde 25 gulden, betaald heeft; - wat verder aan doodschulden en uitschulden moest worden betaald. Tenslotte verklaart zij dat het meeste van de inschulden uit het boek wel ontvangen is. Getuigen: Teel Servaes en Meus Heymanzn. [748]
Op 5-5-1645 verkopen Johan Henricsz Poth en zijn vrouw Jannitgen Henricx, aan Reijer Jansz, hoedenmaker, zijn vrouw Aertgen Jans en hun erven, een hof buiten de Bloemendalse Poort op de hoek van de Derde Steeg, met alle plantsoenen erin staande, belendingen aan de ene zijde: de Derde Steeg, aan de andere zijde: Evert Stevensz, en voorts belend door Evert Hermansz van der Duist. [749]
Op 16-7-1646 verkopen Evert Stevens en zijn vrouw Weijntgen Jans, aan Reijer Jansz, zijn vrouw en hun erven, een hof met toebehoren, buiten de Bloemendalse Poort in de Tweede Steeg, belend aan de ene zijde: Reijer Jansz aan de andere zijde: Oth Jansz, metselaar. [750]
Op 2-5-1648 verkopen Reijer Jansz en zijn vrouw Aertgen Jans, aan jonker Carel Alexander van Berck, Heer van Aschgat, en zijn vrouw en hun erven een hof buiten de Sint Andriespoort in de Nachtegaelstege, met bepoting en beplanting belend aan de ene zijde: Geeertruijd van Rijn, aan de andere zijde: Gijsbert Jansz Methorst. [751]
Op 1-1-1649 zijn Reijer Jansz, burger, en zijn vrouw Aertgen Jans, schuldig aan de executeurs van het testament van Mechtelt van de Wall, een losrente van 30 gld., hoofdsom 600 gld, met als onderpanden:
1. een huis aan de Campstraet (Kamp), belend aan de ene zijde: Hendrick Hendricksz, smid, aan de andere zijde: Arien Harmansz, hoedenmaker,
2. een hof buiten de Bloemendalsepoort.
In margine: Jacob Vlugh, mede-executeur van het testament van Mechtelt van de Wall verklaart ontvangen te hebben de schuldsom uit handen van Trijntgen Reijers. Akte 22-8-1663. [752]
Op 7-2-1650 zijn Reijer Jansz, hoedenmaker en zijn vrouw Aertgen Jans, schuldig aan Steven Albertsz Versteech, zijn vrouw en erven, een losrente van 24 gulden per jaar, hoofdsom 400 gulden, met als onderpanden:
1. huis, hof en hofstede aan de Kampstraat (Kamp). belend aan de ene zijde: Henrick Henricxsz, belman, Smits, aan de andere zijde: Adriaen Harmensz, hoedenmaker.
2. huis, hof en hofstede aan de Kamperbinnenpoort op de hoek van de Singel, nu door de comparant bewoond, belend aan de ene zijde: de Singel, aan de andere zijde: Aert Jansz Cremer,
3. een hof buiten de Bloemendalse Poort op de hoek van de Derde Steeg, belend Oth Jansz, metselaar. [753]
Op 12-4-1650 lenen Jan Cornelisz en zijn vrouw Neeltgen Evers van Reijer Jansz, zijn vrouw en erven, een losrente van 6 gulden per jaar, hoofdsom 100 gulden, met als onderpand: de helft van een huis, hof en hofstede in de Krankenledenstraat, belend aan de ene zijde: Evert Reijersz met de andere helft, aan de andere zijde: Dirck Brant, en verder belend door de weduwe van Albert Verhell. [754]
Op 21-5-1650 lenen Reijer Jansz, hoedenmaker en zijn vrouw Evertgen (sic!) Jans van Judith van Rhijn weduwe van Willem Moij ten behoeve van de Weduwen Zusterschap een jaarrente van 7 gulden, 10 stuivers, hoofdsom 150 gulden, met als onderpand: , een huis en erf aan de Kamperbinnenpoort, belend aan de ene zijde: de poort, aan de andere zijde: de Stadssingel. [755]
Op 29-5-1655 verkopen Jan Sweertsz van Raelt, kuiper en Aert Sweertsz van Raelt, bakker als mombers over de onmondige kinderen van wijlen Splinter Sweertsz van Raelt en Aertgen Aerts, burgers aan Reyer Jansz, zijn vrouw en hun erfgenamen, een hof buiten Bloemendal met recht tot de steeg, Derde Steeg genoemd, belend Evert Hermansz van de Duijst ten westen, ten oosten en zuiden: Reyer Jansz ten noorden: Willemtgen, weduwe van Beernt Huijgen. [756]
Op 13-10-1685 verkopen de volgende vier partijen
1. Cornelis Otten en Jelis Meussen wonende te Rhenen als gemachtigden van Oth Reijerssen hun vader en schoonvader wonende te Rhenen, die voor een vierde part erfgenaam is van Trijntgen Reijers in leven laatst weduwe van Dirck Janssen van Bavoort,
2. en als gemachtigde van Jan Rijerssen nevens Isacq Jans en zijn vrouw Metgen Taets, Jan Janssen en zijn vrouw Anthonia Gerrits, Quiringh Berents en zijn vrouw Aeltgen Jansz, Steven Berentsen en zijn vrouw Gerritgen Jans en zich sterkmakende en de rato caverende voor Thonis Janssen hun broer en zwager, respectievelijk kinderen van de hiervoor genoemde Jan Reijerssen ook voor een vierde part.
3. Jan Gerritsen en zijn vrouw Henrickje Willems voor hunzelf en de voornoemde Jan Gerritsen als lasthebbende en zich sterkmakende voor Lucas Wolls en zijn vrouw Gijsbertje Gerrits, wonende te Utrecht. Leendert Janssen en zijn vrouw Annitgen Heijmans, dochter van Heijman Gerritssen, Wilhelmus Doeff als vader en voogd en de voornoemde Jan Gerritsen zich sterkmakende en de rato caverende voor Gertruijd Willems Doeff, dochter van Jannitgen Gerrits tezamen kinderen en kindskinderen van Geesje Reijers eveneens voor een vierde part.
4. Jan Cornelissen Coll en zijn vrouw Magdalena Cornelis, tevens Cornelis Janssen Cooll de Jonge voor zichzelf en zich sterkmakende voor Cornelis Janssen Cooll de Oude, Gerrit Cornelissen Cooll en zijn vrouw Anna Meijnssen, Jannitgen Cornelis Cooll, weduwe van Jacob Roeloffsen en Cornelia Cornelis Cooll weduwe van Thomas Gerritsen allen kinderen en kindskinderen van Cornelis Reijerssen voor het resterende vierde part,
aan Petronella Coninck, jongedochter, huis, hof en hofstede staande alhier op de Cingel, belend aan de ene zijde: Cornelis van Linden, aan de andere zijde: Jan Aertsen Mom. [757]

3878. EVERT NN, vóór ca. 1590 is verm. (schoon)broer van Wouter NN (zie Wouter NN en Evert NN hieronder, waar kw. nr. 1939: Neeltgen Everts in 1666 de dochter wordt genoemd van de oom van de testateur Evert Wouters).


Wouter NN en Evert NN
Op 25-9-1666 (Oude Stijl) testeert Evert Wouters van Snorrenhouff (Snoerrenhoef), borger en inwoonder van Amersfoort, "syeck van lichame sijnde, evenwell binnenshuijs gaende ende staende". Hij herroept alle voorgaande disposities, uitgezonderd de reciproke lijftocht van hem en zijn huysvrouw Anna Jansdr, gepasseerd d.d. 16-1-1650 voor Notaris Nicolaes Verduijn te Utrecht, welke van kracht blijft.
Hij legateert aan: - Willemtgen Aeltsdr, de mundige impotente dochter van zijn broeder Aelt Wouters saliger (hoedemaker) 600 Carolus gulden; - Adriaen Harmansz, het onmundig nagelaten zoontje van Claesgen Aelten zaliger (de dochter van zijn overleden broeder) en Harman Adriaenss zaliger (hoedemaker) 300 Carolus gulden. Mocht Adriaen Harmansz overlijden zonder na te laten geboorte, dan zal dit weder komen en erven op de dan in leven zijnde naaste vrunden (= familie) van de testateur. - de kinderen van Neeltgen Everts en haar overleden man Cornelis Reijersz (hoedemaker) 500 Carolus gulden, mits Neeltgen Everts (de dochter van de oom van de testateur) daarvan levenslang de jaarlijkse renten trekken zal.
Hij prelegateert aan: - Wouter Willemsz (molenaer tot Naerden, de zoon van de testateurs zuster): een lap zwart laken van 6 ellen, twee zwarte kleine lakense mantels, een "vuijr-roer"en al de wollen klederen van de testateur en de helft van zijn linnen lijfsklederen; - Jannitgen Aelts, dochter van Aelt Woutersz. voornoemd en huysvrouw van Jan Jans. "in de schaepskoij": de wederhelft van het lijfslinnen, de rouwmantel van de testateur en een lap zwart laken van 3 ellen.
Al zijn andere na te laten goederen, inclusief winkelwaren bemaakt hij voor de ene helft aan zijn neve Wouter Willems, of diens nalatende geboorte in egale portien in geval van vooroverlijden en de andere helft aan zijn nicht Jannitgen Aeltsdr, of haar nalatende geboorte. De legaten zullen binnen het jaar na zijn dood betaald moeten worden. Met seclusie van de Weeskamer. Akte gepasseerd ten huyse van de comparant. Getuigen: Anthonis Jacobs Soest (meestertimmerman), Willem Verhouwel (mede timmerman) en Johan Verhouwel (draeijer, ook: Jan), allen borgers en inwoonders van Amersfoort.
In margine opgenomen notities dat op 25-10-1666 geleverd is int sterfhuijs aan de erfgenamen en ontvangen 3-12-1666, en dat d.d. 6-11-1666 extract is geschreven voor het Weeshuys van Naerden, vanwege de kinderen van Wouter Willems (molenaer) zaliger en betaald is 1-16- ??_ door Willem Jans (binnenvader van het Weeshuys aldaar) en aan hem gezonden. En 8 stuivers betaald aan Cornelis Caen, voor 't extract van de codicille door Wouter Willems gepasseerd d.d. 2-11-1666, en meegezonden aan de binnenvader.
Er wordt verwezen naar een Octroy (Hove van Utrecht) d.d. 2-8-1630 (van hem en zijn vrouw). [778]
Uit bovenstaande akte kan het volgende fragment worden afgeleid (aangevuld met verder DTB gegevens):

Ia. NN.

  • b. Wouter NN, geb. vóór ca. 1575, volgt IIa.

IIa. Wouter NN, geb. vóór ca. 1575.

      Uit dit huwelijk:
    • 1. Wouter Willemsz, geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1666, molenaer tot Naerden, de zoon van de testateurs (Evert Wouters') zuster.

IIIa. Aelt Wouters, vóór ca. 1600, ovl. 1642-1666, j.m. van Amersfoort (1621), hoedemaker (1625, 1631), not. get. (1620..1631), otr. Amersfoort geref. 18-7-1621 Gijsbertie Claes, ovl. na 1657, j.d. van Amsterdam (1621), wordt geref. ldimaat op belijdenis te Amersfoort 23-9-1642 als Gijsbertgen Niclaes, huisvrouw van Aelt Woutersen wonend in de wijk Rotoorn,

      Uit dit huwelijk:
    • 1. Adriaen Harmansz, ged. geref. Amersfoort 30-5-1658, het in 1666 onmundig nagelaten zoontje.
  • c. Jannitgen Aelts, geb. vóór ca. 1630, wordt geref. ldimaat op belijdenis te Amersfoort 24-12-1648 als Jannetgen Aelten, wonend in de Schaepskoy in de wijk Rotoorn, woont in de schaepskoij (1648, 1666), tr. vóór 1666 Jan Jans.


Wouter Lambertzn
De bovenstaande Wouter NN (nr. IIa) zou identiek kunnen zijn met de hierna genoemde Wouter Lambertzn over wie het volgende bekend is:
Wouter Lambertzn, bleyker (1611, 1614) wonend te Amersfoort, testeert 1611, 1614 tr. (huw. niet gevonden te Amersfoort geref. en gerecht) Aeltgen Jansdr, ovl. 1611-1614.
    Uit dit huwelijk geboren voor 1614 (dopen niet gevonden te Amersfoort geref.):
  • a. Geertgen Wouters.
  • b. Jannichgen Wouters.
  • c. Evert Wouterzn, oudste zoon
  • d. Aelt Wouterzn.

3880. JACOB GIJSBERTSZ BOSCH(¥), geb. vóór ca. 1575, ovl. 1626-1637, treedt op als momber voor zijn moeder (1610), get. in not. akte (1612), belender in de Krommestraat (1616),

COMMENTAAR(¥) Hij is mogelijk identiek met Jacob Gijsbertsen, van Amersfoort, tr. Amersfoort geref. 15-9-1586 Hillitgen Coenraets, van Amersfoort.

17-10-1610. Het Amersfoorts gerecht legt vast dat Jacob Bosch en zijn erven een huis, hof en hofstede op 't Havik hebben gekocht van Mouris Pannekoeck en zijn vrouw. Het huis is belast met ƒ 200 aan de kinderen van Raesvelt.[781]
23-3-1613. Jacob Gijsbertsz Bosch, die bij het gerecht bekende "wel deuchelijk schuldig te zijn uit al zijn goederen roerend en onroerend van wijlen Jonker Hubrecht van Breegel of 't recht van hemzelf hebbende", verklaarde een lening te hebben genomen van ƒ 400 Caroli waarover ƒ 25 van 20 gesalueerde stuiver losrente. Als onderpand dient zijn huis, hof en hofstede staande alhier binnen Amersfoort op Havick en "verklaarde comparant dat zijn huis niet meer dan met 200 gulden hoofdsom bezwaard is, competerende de kinderen van Raesvelt". Op 25-10-1621 is de hoofdsom met de verlopen rente afgelost en voldaan, hetgeen Jan van de Bosch als gemachtigde, bij procuratie van Aeren van Oth als rentmeester van zaliger Hubrecht van Bengel, verklaart.[782]
Op 3-6-1613 heeft Henrick Dircxzn, borger te Amersfoort, als man en voogd van zijn huysvrouw, in die qualite, gemachtigd Aernt van Hardicxfelt en Jan Strick, procureurs van de Hove van Utrecht, gelijkelick of elck bijsonders speciaal in de zaak die hij heeft tegen Jacob Bosch. Getuigen: Lambert Boreniszn en Jan Dircxzn. [783]
20-4-1614. Jacob Bosch en de Rijck Bosch voor zich zelf en zich sterkmakende voor Anthonis Bosch en Anthonia Bosch zijn broeder en zuster, allen tezamen erfgenamen van Lutgen Boschgen haar zaliger moeder, beleiden voor het gerecht schuldig te zijn aan de erfgenamen van Servaes Jansz een jaarlijkse losrente van 5 gulden over een hoofdsom van 83 gulden en voorts alle andere goederen die Lutgen Bosch zal toebehoord hebben. Het onderpand is een zekere schuur staande bij de Poth in de Coninckstraat aan de Gemeene straat. Op 30-9-1648 verklaart Tijelleman Servaes dat de schuld is afgelost.[784]
Op 13-9-1616 leent dat Jacob Ghijsbertusz Bosch ƒ 300 van Aelbert van Rijn. Als onderpand dient het huis en hof aan 't eind van de Krommestraat, belend voor de herenstraat, achter 't Havik, ten westen het huis van Bram Henricksz. Opmerking: ingevolge van uitspraak van dit gerecht op 6-9-1615. [785]
1-9-1618. Het transport wordt geregistreerd van een schuur geschikt tot een woning in de Coninckstraat met de lege plaats strekkende tot de bergschuur van Henrick Jacobsz, dat Jacob Gijsberts Bosch heeft verkocht aan Wulpher Stevens en vrouw.[786]
16-2-1619. Met consent van zijn broeders en zijn zwager, compareert Jacob Ghysberts Bosch bij notaris E. van Mulenborch te Amersfoort. Hier wordt de akte opgesteld van de openbare verkoop van zeker veen en grond, gelegen in het Hateveen, gelegen onder het Gerecht van 't Hoochlandt gelegen tussen een gemeene weg en die Laeck. Het is een tiendvrij leengoed, gekocht door Jorden van der Maeth, die eveneens aanwezig is. In 1622 wordt een akte van transport ten overstaan van schout, buurmeester en schepen van Hoogland overlegd.[787]
Op 2-3-1624 verkoopt Ghijsbert van Rijn voor hemzelf en voor zijn moeder Jannitgen Bosch en voor zijn zwager Gerrit Goortsz, aan Cunera Thijsen, weduwe van Jan Arissen op Wee en haar erven, een plechte bij Jacob Bosch ten behoeve van zijn ouders. Hoofdsom 300 gulden, gevestigd in huis en hof tegenover de Krommestraat, een huis en hof tegenover de Krommestraat met als onderpand: een huis en hof tegenover de Krommestraat [788]
23-6-1626. Jacob Gijsbertsz Bosch heeft een huis, hof en hofstede aan 't eind van de Krommestraat, tegenover de Vijver en achter belend aan de gracht van 't Havik verkocht aan de timmerman Oth Willemsz en vrouw, hetgeen bij het gerecht wordt vastgelegd.[789]

3884. ABRAHAM JANSZ (DE) PALMA(R)/PALM(A)ER, geb. Brugge vóór ca. 1585, ovl. na 1624, als Abraham Jansz Palmar, geboren in Brugge, burger van Amersfoort op 13-3-1620, schoenlapper, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 15-4-1620, wonend in de Langestraet, wijk Breul, "doot" (blijkbaar nadien bijgeschreven?), not. get. (1620..1624), tr. vóór ca. 1610

3885. GEERTGEN VAN HOUDT, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 24-12-1624, wonend in de Langestraet in de 3 Stellingen, als huisvrouw van Abraham de Palma. Geertruijt van Hout, echtgenote van Adriaen van Schaijck, glasschrijver, buiten Utrecht, krijgt octrooi om te testeren 11-3-1632.

Op 25-7-1620 (ouden stijl) compareren Jan Jansz Palmer (Palmaers) en Abraham Jansz Palmer (tekent: Palmaer), borgers en inwoonders van Amersfoort. Zij verklaren dat zij en hun zusters Sara Palmer en Judith Palmer kinderen zijn van Jan Palmer en Jannichgen Meuwen. Zij begrijpen dat na de dood van hun ouders aan hen en hun zusters enige erfenis in Vlaanderen zou zijn aangeërfd door het overlijden van hun nicht Maijken, die tot Leyden in Hollant gestorven is. Deze erfenis zou ter Weeskamer in de stad Vueren in Vlaanderen uitstaande zijn. Daarom machtigen de comparanten hun zwager Jan Moreel, wonende tot Haarlem, om hun portie voor hen te ontvangen, te weten voor ieder van hen een vierdepart van de erfenis, en verder af te handelen. Getuigen zijn Frederick Janss van den Ham, Lamffert Arisz van Schadijck (tekent: Laemffert Aerrissen). [791]
Op 31-8-1623 verklaren Jan Jans, trompetter, Abraham Jans Palmer, en Jacob Claesz van Gronenberch, coster, allen poorters van Amersfoort, op verzoek van Adriaen Jans van Texel, dat zij zekere tabak geproeft hebben van Cornelis Peters, woonachtig tot Bunschoten, bij Adriaen Jans, de requirent, en gekocht hadden en zij hadden die tabak bevonden geen koopmansgoed te zijn. Ook andere personen hebben deze tabak geproeft, maar men heeft deze tabak niet kunnen verkopen. Waarvan Adriaen Jans verzocht akte. Getuigen zijn Jan Frans Cremer, en Lourens van Wyelant (tekent: Lourens van Wijlant). [792]

3886. BERENT NN, tr. vóór ca. 1615

3887. GRIETGEN JANS, ovl. na 1634.



Hieronder volgen enige fragmenten Edelin(c)k, waarvan het verband met kwartier nr. 3896 Henric Edelijn (nog?) niet kon worden aangetoond.


Fragment Edelinck te Leiden
Balancemaecker, is enkele jaren na de Spaanse Furie van 1575 uit Antwerpen gevlucht. 1594: huwde op 19-11-1594 te Amsterdam met Magdalena Valery uit Middelburg. 1594: Gemeentelijke Archieven Amsterdam, D.T.&B. 762A/53, 19-11-1594. Thomas Edelinck van Brugge, balansemaker en Magdalena Velery ... Middelburg. Bron: aantekeningen G.A. van Borssum Buisman. Zijn zoon Balthasar gaf bij zijn huwelijk ook balancemaecker op als beroep. Bron: Houben, Meten & Wegen p. 2360. werkzaam 1580-1594 [793]


---- fragment A ------


I

Ia. T(h)omas Edeling, geb. Brugge ca. 1531-1535, ovl. tussen 1613 (mutueel testament) en 1625 (testament van zijn weduwe), goud- en zilversmid te Brugge (1566), is al ten tijde van de Beeldenstorm (aug. 1566) aanhanger en een van de leiders van de "nieuwe religie", wordt in het daaropvolgende jaar met zijn medestanders vervolgd, maar is in de loop van 1567 naar Wesel gevlucht, wordt veroordeeld tot verbanning en confiscatie van zijn goederen, terwijl zijn vrouw een verzoek om gratie indient,[794] [795] komt mogelijk later weer terug naar Antwerpen, is enkele jaren na de Spaanse Furie van 1575 uit Antwerpen gevlucht,[796] muntgewichtmaker werkzaam te Amsterdam ca. 1580-1594, balancemaker en wednr. van Margriete de Kueuvel wonende op 't Water te Amsterdam (1594), betaalt ƒ 8,0,0 om poorter te worden van Amsterdam 25-1-1595 als Thomas Ydelinck (Ydeling) van Brugge, balancemaecker, schoolmeester (1606, ca. 1613), woont met zijn tweede vrouw te Leiden (1606, 1613), tr. 1o voor 1566 Margriet(e) (de) Kneuvel(e) (Kneuvels), geb. ca. 1538 (in 1568 omtrent 30 jaar), beg. Amsterdam Oude Kerk 10-9-1594 ("Margriete de Knueuvel de huijsvrouwe van Tomas Edeling, ƒ 4,7,0"), vlucht in 1567 met haar echtgenoot uit Brugge, blijft echter in Brussel waar ze zich meldt vanwege een dagvaarding en wordt teruggestuurd naar Brugge, verklaart bij het daaropvolgende verhoor dat ze altijd vroom katholiek is gewest en gebleven, en herhaaldelijk met haar echtgenoot ruzie heeft gemaakt over diens aansluiting bij en leiderschap van de "nieuwe religie" in Brugge, zulks adstruerend met getuigschriften van haar pastoor, haar kapelaan en haar buren,[797] [798] komt uiteindelijk ca. 1580 toch met haar echtgenoot naar Amsterdam, dr. van Joos de Kneuvele (Kneuvels), otr. 2o Amsterdam geref. (Extra-ordinaris intekenregister) 19-11-1594 (met attestatie van Middelburg) Magdalena Valery, geb. ca. 1573, ovl. (kort?) na 1625, volgt scholen te Antwerpen (vanaf april 1582 de Lauwerboom van schoolmeester Peeter Heyns), Brugge en Middelburg,[799] woont bij huwelijk te Middelburg (1594), gaf les in Hoorn,[800] publiceert in 1599 een conversatieboekje La montaigne des pucelles,... Den maeghdenbergh, in negen t'samenspraken, op de naam vande neghen Musen krijgt in 1599 toestemming van het Leidse stadsbestuur om een Franse school te openen,[801] schoolmeesteres van de Franse school te Leiden gevestigd naast de brug die de kruising vormt tussen de huidige Hogewoerd en de Hooigracht,[802] woont te Leiden (1606, 1613, 1624), was op 8-2-1604 te Veere getuige bij de doop van Franchois, zn. van haar broer Adriaen Valerius, auteur van de Nederlandtsche gedenck-clanck, en van diens eerste vrouw Elizabeth Adriaens (Muynck,[803] testeert te Leiden op 24-10-1625 "zieckelic van lichame te bedde leggende", dr. van een onbekende moeder en van Francois Valerius, poorter van Middelburg (1569), notaris aldaar, en advocaat-fiscaal ter admiraliteit van Zeeland (1581-1586).[804] [805]

COMMENTAAR(¥) In Ref. [806] wordt verwezen naar Wagenaar. Amsterdamse geschiedenissen dl.IV blz 108 waarin iets zou staan over "de zaak der gewaande toverije tegen den balansmaker op 't waater by de oude brugge, die van hier naar Middelburg was gaan woonen". Dat moet haast wel Thomas Edeling betreffen. Ook in Proeven van Nederduitsche welsprekendheid door Matthys Siegenbeek (1799) [807] wordt een toespraak van Hooft vermeld waarin dit voorkomt. Dit blijkt Amsterdam, in zyne opkomst, aanwas, geschiedenissen, voorzegten, koophandel, gebouwen, kerkenstaat, schoolen, schutterye, gilden en zegecringe Jan Wagenaar ook deel 1, p411 G. Brandts Historie der Reformatie, en andre kerkelyke geschiedenissen, in en ontrent de Nederlanden, Amsterdam, 1677

Troubles Religieux du XVIme Siecle au Quartier de Bruges.[808] [809]
Verslag van de gebeurtenissen na de Beeldenstorm in Brugge in augustus 1566

24-12-1566: Thomas Edelinc behoort tot een van de personen "van de nieuwe religie", die bij de magistraat van Brugge "zyn ghecompareirt omme thebben Gillis Moye, spellemakere uut vanghenesse".[810]

Op 4-3-1567 verschijnen voor schepenen van Brugge "de naervolghende beleeders van tghemeente vande nieuwe religie int quartier van Brugghe : Mr. Lenart Knibbe, Jan Bacleer, ende Thomas Edelinc, by den voors. college ontboden ende ghedachvaert om hemlieden te kennen te gheven huerlieder meeninghe up zeker point bij de voors. van de nieuwe religie ghecontroverteert ende ghevraecht ter laster deputatie in heurlieder ghemeente buuten ande ghedeputeerde van de voorn. college an hemlieden ghesonden, om hemlieden indachtich te maken ende tgheheele ghemeente van heur- lieder religie te kennen te gheven de voorgaende resolutien annopende tverbodt van predeken ....etc." [811]

Afgevaardigden van de Hertog van Alva worden naar Brugge gezonden om aldaar onderzoek te doen en informatie te verzamelen. Diverse personen worden gehoord en leggen een verklaring af over deelnemers aan de beeldenstorm, aan verboden preken, en over diegenen die de stad ontvlucht zijn.

Déposition de Jean van der Meersch
"Jan van der Meersch filius Andries, oudt 60 jaeren ofte daerontrent, ondervraecht up eet upde presenten ende absenten ter cause vander nieuwer religie ende ander saken albier gheschiet, verclaert dat absent syn ..." (volgt lijst namen onder wie) Thomas Elynck (Edelinck), goudsmet, absent tot Wezelt (Wesel) met zyn wyf ter causen voorscreven." [812]

Déposition de Josse Vogarts
Joos Vogarts, oudt 45 jaeren, coopman van lynwaet, orconde gheexamineert upde voorgaende vraeghe, zecht by zynnen eede dat ... (volgt opssomming van namen onder wie) "hebbende nietemin wel hooren segghen dat Thomaes Edelynck, goudsmet, wech es' [813]

Déposition d'Antoino Dulay
Anthonis Dulay, oudt 36 jaeren ofte daerontrent, bleeckere van synnen style, orconde ondervraecht up de voorgaende vraeghen, zecht by zynnen eede dat ... " absent waren (volgt lijst namen onder wie) Thomaes Heilynck, goudtsmet, wezende te Wezele, ... metsgaders de huusvrauwe van Thomaes Heilincq..." [814]

Déposition d'E Baptisto Lommelyn
Baptiste Lommelyn, oudt 62 jaeren ofte daerontrent, poorter der stede yan Brugghe ghevraecht upde absenten ende presenten vander nieuwer religie, secht dat ter causen vande nieuwe religie als hemlieden daermede seere ghemoyt hebbende absent syn de persoenen naervolghende, te weten (volgt lijst namen onder wie) "Zo oick ter predicatio gheweest es ... Thomaes Heilynck met zyne huusvrauwe [815]

Eind 1567 worden deelnemers gedagvaard

Op 23-12-1567 worden gedagvaard de volgende "Bourgeois de Bruges, fugitifs ou latitants, assignés devant le duc d'Albe pour le 14 Janvier 1668, à l'effet de répondre de leur absence (volgt lijst namen onder wie) "Thomaes Edelinck, en Marg. Knuevels, huusvrauwe van den voorn. Thomaes." [816]

Op 27-1-1568 volgt een nieuwe oproep aan de niet verschenenen personen onder wie "Thomaes Edelinck et sa femme". Zij moeten verschijnen "sur paine de ban perpétuel et confiscation des biens". [817]

Kort hierna is Marguerite Kneuvels, épouse de Thomas Edelinck in Brussel verschenen en op 1-3-1568 teruggestuurd naar Brugge [818]

Aldaar wordt zij verhoord, waarna zij een verzoek om gratie indient bij de koning Philips II

Interrogatoire de Marguerite Kneuvels femme de Thomas Edelinck.

1568: Margriete Kneuvels, filia Joos, oudt dertich jaeren ofte daerontront, huusvrauwe van Thomas Edelinck, zelvesmet, ghevraecht waer omme dat zou haer gheabsenteert heeft uut Brugghe ende ter wat plaetsen, zecht dat zou, naerdien Thomas Edelinck, haeren man, vertrocken was van Brugghe, ende zekeren tyt wech gheweest hadde, hebbende ghenomen zyne residentie tot Wezelt, alwaer zou meent dat hy noch es, heeft haer bescreven met zekeren brief by hem te willen commen, zo zou ghedaen heeft, volghende haeren man, metten welcken zou aldaer es blyven wonen tot dat Joos de Kneuvele, haeren vadere, haer de wete ghedaen heeft dat zou by commissarissen binnen der voorseide stede van Brugghe ghedachvaert was te compareren voor der excellencie vanden duc d'Alve, alwaer zou te Brussele ghecompareert heeft ende, gheexamineert wesende, es gheheeten thuus commen.
Kendt twee zo drye reysen ter predicatie gheweest hebbende ende dat by vertweeffelthede van haeren man, die haer zegde (alzo zou haer excuseerde van mede te gaene ende dat haer de kercke verre ghenouch was) : "Indien ghy eene vrauwe van eeren waert ghy zout uwen man volghen", hoewel zou noeynt trock totter zelver nieuwer religie ghehadt en heeft, nochte oock haere oude religie verlaeten, hebbende paesschen lestleden ende oock alle andere tyden daer te vorent te biechte ende sacramente gheweest, zo zou oick gheweest es ende haer ghereconcilleert heeft, nu zondaeghe lestleden, voor Mr Roelandt, pasteur van Ste Salvators, in welcke prochie zou jeghenwoordelic woont, nemaer met haeren man woonde inde prochie van Ste. Jacobs, alwaer zou te biechte gheweest es jeghens den capellaen, wiens naeme zou nyet en weet, wesende bereedt ende vulstandich inde oude religie te blyvene ende de gheboden vande roomsche kercke tobserveren, biddende van tguent voorscreven zulcx als zou mesdaen zoude moghen hebben, omme gratie, met belofte van constant te blyvene ende nemmermeer te resilleeren, zo zou oick inder waerheyt noeynt afgheweken en es.
Ghevraecht oft thaeren huuse den zelven haeren man noeynt eeneghe vergaderinghen ghehouden en heeft, zecht dat neen ende dat zou oick zulcx nyet en hadde ghedoocht.
Zecht niet wetende by wien den zelven haeren man verleedt es gheweest, die van te vorent zeer catholyck ende kerckelyc was.
P. le Cocq L. Snouck. 1568. [819] [820]

Supplique de Marguerite Kneuvels au Roi.
Au Roy.
Supplie en toute révérence et humilité Margriete Cneuvels, femme de Thomas Edelinck, bourgeoise de vostre ville de Bruges, et se tenant pour le present audict Bruges, comme la suppliante a esté tous les jours de sa vie et est encoires fille très obéyssante à nostre mère la saincte Église, et n'ont à elle oncques pleu les nouvelletés passéez, ce néantmoings, ainsi que durant lesdictes nouvelletés elle avoit esté ung mois de long malade au lict, et que sondict mary, lequel avoit esté du paravant de la mesme anchiene religion, s'avoit laissé ce pendant séduyre par ceulx de la nouvelle et dampnée religion, lesquels il auroit de puys toutjours suivy, bien contre le gré de la suppliante, laquelle au regardt de ce souventefois entrat en discordt et querolle avecques sondict mary, a de puys icelle suppliante durant ladicte hantise de sondict mary tellement esté importuné d'icelluy par toutes voyes à luy possibles, qu'elle s'est trouvé durant la tollérance de la Court, à leur grand regret, par deux ou trois fois au publicques prescbes que se sont esté faictes par les dicts de la nouvelle religion allentour de ladicte vostre ville de Bruges. Combien toutesfois qu'elle n'a jamais trouvée leur doctrine bonne, mais pour damnée et faulse, tesmoignant mesmes de ce sa propre conscience, suyvant aussy la déclaration qu'elle fist pour lhors de cela à sondict mary. Et par après ainsi que plusieurs de ladicte faction s'estoient retirées hors du vostre pays de par decha, et entre aultres sondict mary, qui s'en estoit party vers la ville de Wesele, a depuys aussy la suppliante certain tamps après le département de son mary, suyvie sondict mary, tant à l'intention de le povoir vaincre, si à elle eust esté possible, et le ramener au droict et anchien chemin, que pour la sustentation de sa personne, et s'est illecq tenue près de luy tant et jusques que elle a esté adjournée de comparoir par devant l'excellence du duc d'Alve, (pour se purger de ce qu'elle s'auroit absenté de vous pays), auquel adjoumement elle a pareillement obéy et comparu, se tenant pour présent audict Bruges. Et pour d'autant qu'elle pouroit avoir offensé avecq ce que dessus est, vostre Majesté,

suyvie l'anchiene religion mesmes durant lesdictes troubles, comme peult apparoir par attestations tant de son curé que de ses voysins cy joinctes), prie pour cela bien humblement qu'il plaise à vostre dicte Majesté de grace spéciale octroyer à elle pardon desdictes faultes et offenses, quoy faisant sera la suppliante obligé, tous les jours de sa vie, prier pour la prospérité de voste dicte Majesté. Et feres bien.

Margriete de Kneuvele. [821] [822]

Attestation de R. van den Bussche curé de St. Sauveur en faveur de Marguerite Kneuvels.
15-4-1567: Omnibus et singulis in republica administrationem habentibus salutem in Dn°. Quia equum est veritati prebere testimonium, hinc est quod ego Rolandus vanden Bussche, pastor ecclesie Sti Salvatoris oppidi Brugensis, unumquemque vestrum certiorem reddam Margaretam de Kneuvele uxorem Thome Edelinck boni nominis et fame esse catholicam et obedientem filiam sancte matris nostre ecclesie Romane, et de nulla, quantum nobis innotescere potuit, suspectam heresi, mihi quoque hac in quadragesima confessam esse et sacramentum Eucharistie accepisse. In fidem dictorum hiis signum meum subscripsi. Brugis 15 Aprilis 1567.
R. vanden Bussche. [823] [824]

Attestation de A. de Lantheere, chapelain de St. Jacques, en faveur de Marguerite Kneuvels.
14-3-1567: Ego Adrianus de Lantheere, presbyter et capellanus divi Jacobi Brugensis hiisce testor hanc latorem Margaretam Kneuvels, uxorem Thome Helinck, semper honeste et catholice vixisse in parochia nostra, ei ecclesiastica sacramenta administravi singulisannis et in aliis temporibus, nuUa excommunicationis aut censurarum ecclesiasticarum vinculo irrethita aut innodata existit. In robur veritatis supradictorum, omnibus firmiter affirme. Actum Brugis in ecclesia sancti Jacobi, XIIII martii 1567 more scribendi.
Ita est: Lantheere. [825] [826]

Instrument du notaire L. Sproncholf en faveur de Marguerite Kneuvels.
14-4-1567: Au quatorsiesme jour d'april XVc soixante et sept devant pasques, à la requeste de Margriete Cneuvels, femme de Thomas Edelinck, bourgeoise de la ville de Bruges, sont comparus devant moy notaire et les tesmoings soubscripts, maistre Alouche Reyniers, Jehan de Clercq et Jehan van Camen, touts trois pareillement bourgeois et inhabitans de ladicte ville de Bruges, lesquels ont d'ugne bouche et conjoinctement declairé sur leur serment et part de paradis, comment qu'ilz congnoissent bien ladicte Margriete Cneuvels, comme ayant icelle Margbiete demeuré en leur voisinaige à la paroche et en la rue St. Jacques, dedans ladicte ville de Bruges, jusques à ce que elle peu de temps encha, énsuyvant son mary, s'est partye de ladicte ville de Bruges. Et au respect et regardt de ladicte coignoissance et voisinaige, disent les déposans bien scavoir que ladicte Margriete s'est toutjours, mesmes aussy durant les troubles passées, tenue en la vielle et anchiene catholicque religion, ayant icelle Margriete en tesmoingde ce fréquenté les églises et tout faict que ung vray catholicq est tenu de faire, non obstant que ledict Thomas Edelinck son mary s'est meslié et a conversé, durant lesdictes troubles dernières avecque ceulx de la nouvelle religion. Bien schacans que cela a esté contre le gré et la volonté de ladicte Margriete, laquelle pour l'amour de cela, est aucunes fois entré en discort avecques sondict mary, comme ladicte Margriete durant mesmes lesdictes troubles, s'est plaincte et a ordonné à cognoistre à eulx attestans et déposans, déclarans iceulx attestans d'avoir faict icelle leur attestation pour la pure et simple vérité. Et d'aultant que ladicte Margriete de ce que dessus a requis à elle avoir despechié ung instrument ou plusieurs pour s'en ayder, je luy ay accordé ce présent. Ainsy faict et passé en ladicte ville de Bruges, l'an et jour que dessus en la présence de Cornille Bussche et Victor Brandt, bourgeois de ladicte ville, comme tesmoings, et de moy Lambert Sproncholf, notaire impériael admis à l'exercice d'icelle notarié de par messeigneurs du conseil ordonnés en Flandres.
L. Sproncholf, notarius. [827] [828]

Extra-ordinaris intekenregister Amsterdam:[829]
Uijt crachte van acte getekent Michiel Pasneel dienar tot Middelburch van den 9-11-1594 sijn drie sondaegschen geboden ingewilliget aen Thomas Edelinck van Brugge, balancemaker wednr. van Margriete de Kneuvel, wonende opt Water, ende Magdalene Valery, woonende tot Middelburch, (en) deze dag ook voor voornoemde comissarissen op den? otp? die et coram commisariis predictis.
Op 26-2-1606 testeren Thomas Edeling en Magdalena Valerij, echtelieden, wonend te Leiden. Langstlevende testament met nadere bepalingen .[830] TEKST nog uitwerken. Eventuele kinderen krijgen bij 25 jaar 600 keisers gulden en daarna? nog een 1000 keisers gulden en medeerfgenamen ipv de legitieme portie voogd over de kinderen Franchoijs (B?) alge? Baeke coopman van raije heur goeder vrunt. Deze moet voor de kinderen bij overlijden van een der ouders terstond een rentebroef van 600 kopen plus die 1000 de medevoogd krijgt hiervoor 200 uit keren binne een jaar na het overlijden van de eerst strevende.

Op 11-6-1613 testeren Thomas Edeling en Magdalena Valerij, echtelieden, wonend te Leiden. Nadere bepalingen.[831] TEKST nog uitwerken.
Getuignisboeken Leiden:[832]
Tomas Edelinck: boek G. 1596 juni-1599 oktober, f363v
Thomas Edeling schoolmeester, 79 jaar: boek L. 1611 mei-1615 februari, f196
De Iconographia Batava [833] vermeldt :
- een geschilderd portret van Thomas Edeling (ovl. voor 1625), schoolmeester te Leiden, door "Monsieur Peres".
- geschilderde portretten van Magdalena Valery, echtgenote van Thomas Perez (sic!) door 1. J. van Schooten, en 2. "Monsieur Peres"
Op 24-10-1625 testeert de eer- ende deugentrijcke Juffr. Magdalena Valery, wed. van Mr. Thomas Edeling, franchoijs schoolmeester, wonend te Leiden, zieckelic van lichame te bedde leggende, maar haar verstant redenen en de memorie wel machtich, onder herroepen van eerdere testamenten.
     Zij verklaart dat Hester Edeling, haar dochter van de penningen die sij met 'tleeren speelen van de dochters op de clavecimbel ende andere scientien, consten ende wetenschappen t'eenige jaren herwaerts buijtenstijts verdient hadde ende d'selve daer over vereert was, haer comparantes zaliger man ende haer comparante geleent heeft ruijm een somme van ƒ 500,--, waermede onder andere afgelost es een obligatie van ƒ 300,-- hooftsoms, ende een jare interests vandien tot ƒ 27,-- die Jacob de Stercke zaliger tot laste van de boedel van haer comparantes man en haer comparente spreeckende hadde.
     Verclaerde sij comparante verder dat zij in de begrotinge van de voorgemelde somme, bij de voorsz. haer dochter geleent in conscientie ende ter goeder trouwe als voor de oogen Godes die de harten en nieren doorgrondet, gehandelt heeft, ende dat 'tselve ende nijet minder maer wel meerder als d'voorsz ƒ 500,-- es bedragende, ende dat zij comparante ende haren boedel mitsdien in de betalinge zo van de voorsz ƒ 500,-- , als van noch ƒ 100,-- d'selve Hester Edeling daer buijten voorsz hare zaliger vaders erffenisse competeren, maeckende tsamen een somme van ƒ 600,--, als een schulde ende last des boedels gehouden es, welcke ƒ 600,-- mitsgaders noch een somme van ƒ 300,-- sij comparante bij desen maeckte, wilde ende ordonneerde dat d'voorsz Hesther Edelingx uijt de eerste ende gereetste goederen van haer comparantes boedel zal hebben, trecken ende genieten.
     Gelijc zij comparante ooc wilde maecken ende ordonneeren dat d'voorsz Hesther Edelincx mede genieten ende volgen zullen, de silvere schael daer inne de Maechdenberch gesneden staet. Item, het beste bedde mit zijn toebehoren, noch het cleijne bedde twelc d'voorsz haer dochter gebruijct ooc mit sijn toebehoren, vorder de schilderije daer inne haer comparentes zaliger vader, moeder, mitsgaders de kinderen vandien afgebeeldet sijn, ende noch de schilderijen van haer comparante ende haer zaliger man, beijde gedaen bij Monsieur Peres.
     Verclaerde wijders sij comparante wel te goedertrouwen ende in conscientie wel te weeten dat d'voorsz haer dochter toecomende es als bij d'selve van haer eijgen gelt gecoft of d'selve geschoncken of vereert (es), een vergult copken ende eenige cleijne porsselijntgens, (ende) alle de fraijigheijt die de voorsz haer dochter voor haer selfs gemaect heeft, daer in begrepen twee gesteecken rabatten (?), noch d'voorsz haer dochters twee conterrefeijtsels, noch een stuc tersenilje (?) lang negen ellen, noch een beddepan, spiegel ende tafelcken, wijders een kantoorkasken, item een kabinetkasken ende een lindenkasken, noch een hoge kasse staende in haer comparantes slaepkamer, noch twee kisten mit een lacke kistgen ende vier cleijne kistgens, twee clavecimbels, een franchoijs testament (=bijbel) mit silver beslagen, ende verscheijden andere boucken, ende wijders alle de clederen, cleijnodien, juwelen ende fraeijigheijt ten lijve ende dienste van d'voorsz haer dochter behorende, alle 'twelc zij comparante mede wilde ende ordonneerde dat d' voorsz haer dochter zonder eeniche jegenseggen sal volgen.
     Dat voorts IJsaac Edeling, haer comparantes zoon, mede sal volgen haer comparantes schilderije gedaen bij Mr. Joris Verschoten, ende dat mit tgenen voorsz es, mitsgaders mit tgenen d'voorsz IJsaac Edeling haer comparante ende haren zaliger man in 'tleeren van de neeringe ende handelinge van 't suijckerbacken, cruijdenieren ende apotheecquen, t opsetten van d'selve neeringen ende handelingen, ende in sijn uijtsettinge gecost heeft, boven tgenen sij comparante ende haren saliger man uijt d'selve neeringen weder? ontfangen hebben, welcke costen suijvers merckelicke somme es bedragen, d'voorsz haer comparantes twee kinderen als vereffent ende gelijcgestelt gehouden sullen werden, zo over hare zaligers vaders erfenisse als anders sonder alle naereeckeninge of liquidatie dienaengaende, welverstaende dat onder de schulden ende lasten van haer comparantes boedel mede voldaen sullen werden de obligatien daerinne zij comparante ende haeren saliger man sich als borge verbonden hebben voor d'voorsz haer comparantes zoon, ende dat ten profite van haer comparantes boedel comen sal de somme van in de ƒ 50,-- die d'voorsz haer soon aen apothecarije waren ten behouve van zaliger Juffr. Elisabeth Cramers heeft gelevert.
     Verclaerde verder sij comparante te legateren bespreecken aen Neeltgen (Pie?)ters haer meijsken, twee van haer comparantes (hemp)den ende haer comparantes rode laeckensche onderroc, ende dat sij comparante in alle hare verdere goederen die boven de schulden ende lasten haers boedels overschieten sullen, tot hare algeheeele erfgenamen bij desen noemde, stelde ende institueerde, d' voorsz IJsaac Edeling haer zoon, ende Hester Edelingh haer dochter, ende dat hooft voor hooft ende bij gelijcke portien, ende bij voorsterven van d'selve of een vandien de wettige afcomelingen vandien bij representatie van hare voorgestorven ouders.
     Willende ende ordonnerende dat d'voorsz hare erfgenamen haer in alles nae de jegentwoordige hare comparantes uijterste wille goetwillich gedragen ende sich daer mede tevreden houden sullen, zonder daer jegens ijet te doen of attenteren mit wrock of wercken directelic of indirectelic in rechte of daer buijten in geenre manieren, op pene dat bij gebreecke van ijet wes? voorsz es, d'onwillige of jegentdoender sijne of hare simpele legitieme portie in haer comparentes nae te laten goederen sal moeten afstaen, ende dat bij eenige oppsositie of jegendoeninge van d' voorsz haer comparantes zoon in dessels legitieme portie opt scherpste gereeckent ende afgecort sal werden alle tgene hij haer comparante ende haren saliger man gecost heeft, daer van eenige de minste collatie of inbrenginge naer rechten costumen end ordonantien deser landen soude moeten gedaaen werden, d'selve onwillige of jegendoende d'voorsz legitieme portie alleen ende simpelicken institueren ende haer comparantes goetwillige erfgenaem in alle t verdere.
     Verclaerde vorder d' voorz. comparante dat sij tot testamenteurs ende executeurs van jegentwoordige haeren testamente ende uijterste wille bij desen ernstelicke versochte, setlde ende committeerde, d'eersame Jacob de Mon(nier? ende David Rousse haer comparantes goede bekennden, mit macht ende last omme nae haer comparantes overlijden in haren boedel te treden, de begraefnisse haers dode lichaems te eechten? versorgen ende laten d(oen?).
     Item hare boedel onder staet ende inventaris te aenvaerden, verder sodanige vercopinge van haer comparantes nae te laten goederen te d(oen?) als d'voorsz executeurs goet of oirbaerlic beduncken sal, item scheijdinge en deijlinge tusschen haer comparantes erfgenamen naer de bescheijdenheijt van d'voorsz executeurs bij haer selve te doen, ende voorts alles te doen ende verrichten (wat) tot reddinge ende vereffeninge van haer comparantes boedel d(ient), ende bij d'voorsz executeurs dienstich gevonden soude mogene werden, ende goede testamenteurs vermogen te doen.
     Tgene voorsz es verclaert (bij) d'voornoemde comparante sonder wettige stipulatie bij haer ten d(ien?) eijnde aen handen mijns notarijs als een publijc persoon gedaen, also te wesen haer testament ende uijterste willle, twelc sij begeert naegecomen ende geachtet recht te werden, in crachte tsij van testamente, codicille, gifte uijt saecke des doots, of soe tselve anders (beter?) sal werden best te mogen subsisteren ende bestaen, nijettegenstaende een deser ten gebreeckelicheiden, omissien of versuijmenissen. Ende ver(claerde) voorts d'voornoemde comparante daar van bij mij notario gemaect (verex?)pedieert te wesen een of meer instrumenten in gewoonlicker forme.
     Aldus gedaen bij d'voorsz comparante, gepasseert ende verleden binnen der stadt Leijden tharer woonplaetse staende aldaer op de Hoijgraft genaemt de Maechdenberch, ten tijde ende stonde als voren, in presentie van d'eersame Barnardus Nicolaj ende Pieter van der Slaert, velleploter, beijde wonende binnen der voorsz stede als geloofwaerdige getugen daartoe beneffens mij notario bij d'voornoemde comparante versocht ende geroepen.
W.g. Magdalena Valery, Bernardus Nicolai mijn hant als getuijge, Pieter van der Slaert en de notaris. [834]

Initialen van Thomas Edelinck op een muntgewichtje voor het wegen van een rozenobel.
Datering: 1580
Locatie: Gevonden in de haven van Enkhuizen.[835]
Bron: Luc Swinnen muntgewichtdoos 1580. [836]
Titelblad van "La montaigne des pucelles ..." door Magdaleine Valery (ca. 1573- ca. 1625), Leiden, 1599.
Permalink
Bron: Herzog August Bibliothek, Wolfenbüttel

klik op plaatje(s) om te vergroten
    Uit zijn tweede huwelijk (Edeling-Valery) een zoon en een dochter:
  • a. Hester Edeling, ovl. na 1625, woont in 1625 nog bij haar moeder in Leiden die in dat jaar in haar testament verklaart dat Hester "met 'tleeren speelen van de dochters (=leerlingen) op de clavecimbel ende andere scientien, consten ende wetenschappen t'eenige jaren herwaerts" geld verdiend had op de school De Maeghdenberch van haar moeder. Hester leent daarvan ƒ 500,-- aan haar ouders. In haar moeders testament is voorts sprake van "alle de fraijigheijt die de voorsz haer dochter voor haer selfs gemaect heeft".

IIa. Dr. Isaac(k) Edelinck (Edelingh, Edelingius), geb. 1597-1601, ovl. verm. Sluis kort voor 3-7-1633, wordt ingeschreven aan de Universiteit van Leiden als student letteren 21-2-1614 ("Isaacus Edelingius", Leidensis, 14 (jaar)"), en als student medicijnen 22-11-1619 ("Isaacus Edelingius", Leidensis, 21 (jaar)"),[838] krijgt blijkens het testament (1625) van zijn moeder van zijn ouders geld voor "'t leeren van de neeringe ende handelinge van 't suijckerbacken, cruijdenieren ende apotheecquen", is bij huwelijk apothecaris en j.m. van Leiden (1624), wordt ingeschreven aan de Universiteit van Caen (F) als baccalaureus in de medicijnen 9-4-1626 ("Isaac Edelingius, Lugdunobatavus"),[839] ingeschreven aan de Universiteit van Leiden als doctor in de medicijnen 17-2-1627 ("Isaacus Edelingius", 26 (jaar)"), [840] wat suggereert dat hij te Caen gepromoveerd is, hetgeen echter niet blijkt, verkoopt een huis in de Bredestraat te Leiden 3-8-1630, otr. Leiden 1-7-1624 Susanna de Wulf(f)(¥), j.d. van Haerlem (1624).

COMMENTAAR(¥) Onder de personen die uit Roeselare uitgewken zijn naar Haarlem komen voor:[841] 1594 Tannekin Weerbrouck, Tannekin Weerbrouck, filia Jan, naar: Nederland, Haarlem, do cume ntjaa r 1594,[842] u it: Z. 53, blz. 253. 1613 Dieric Weerbrouc, 1620 Jan de Wulf. Jan de Wulf, filius Nicolays, gestorven in Haarlem, naar: Nederland, Haarlem, documentjaar: 1620, uit: Z. 52, blz. 45.[843]

Notarieel Archief Leiden:
Op 2-8-1624: verleent Susanna de Wulff huisvrouw van Isaac Edeling, apothecaris te Leiden, machtiging aan haar voornoemde echtgenoot om binnen Haerlem te vorderen en innnen alles wat haar toekomt uit de erfenis berustende onder Sr. Jacques Werrebrouc haer constituantes schoonvader (= stiefvader?) en onder .de heer Matheus Roije/Coije?, coopman, beiden wonend te Haarlem, desnoods tegen hen te procederen, of een vervanger aan te stellen. De akte is opgemaakt te Leiden ten woonhuijse van Magdalena Valerij ter presentie van de getuigen Sr. David(t) Roefs, coopman, en Laurens Vergeijl. [844]
Op 25-11-1624: constitueert Izaac Edeling, apothecaris te Leiden, hem selven borge als principael onder renuntiatie van t beneficie ordinis daer van hij hem onderrecht en betrusthiel(?), voor Jacobus Bontius doctor medecinae ord(inari?)s wonende alhier, ten behoeve van Casparus Staphorst predikant tot Edam (zie Fragment Genealogie Staphorstius n° 3b ), om aan dezelven te voldoen de helfte van sodanige condemnatie als tegens de voorsz. Bontius bij het Hoff van Holland nopende de betalinge van en gehele so(mm)e van 150 gld capitaels met atterminatie van drie maenden sedert t'geven der voorsz sententie, is gedecerneert, daer toe hij comparant zijn persoon en goederen was verbindende onder werpende sulx als na rechten, des beloofende voorsz Bontius mede comparerende, ende gemelde zijnen borge hier van behoorlijk te indmemneren onder gelijc verbant als boven, consenterende zij comparanten respectievelic hiervan een meer acten gemaect te weesen, aldus gedaen binnen Leijden ter presentie van Jan Ewoutsz Backer ende Joannes Edelwaert student etc. [845]

In de marge van de bovenstaande akte is in andere hand een tweede akte geschreven, luidende:
Op den 24-4-1625 heeft Isaac Edeling mij notario ende met eijgen handen vertoont, laten handelen ende lesen, twee obligatien in eene charta beijde ten behoeve van Casp(arus) Staph(orst) en de tot laste van Jacob Bontius, d'eene inhoudende ƒ 100 in dato den 27-6-1623, ende d'andere ƒ 50 in dato den 28 des zelven maents ende jaers. Item is mij also vertoont een quitantie van P(iete)r de Vilders inhoudende ƒ 92 voor geleverde pe...?) ende salaris bij de voorsz. Edeling naer luijden ter quitantie aen voorsz de Vilders ten proffite van voorn. Staph(orst) (betaelt) zal zijn den zelven obl(igatie) ende quit(antie) wederom bij de gemelde Edeling naer ve...ant?
Bonboeken Leiden:[846]
Bon: 't Vleijshuijs, Breder Bredestraet ZZ Westwaerts
3-8-1630: is bij Isaack Edelinck dr. in de medicijne met het naest voorgaaende huijske vercoft aen Joffr. Anna Gheens belast met verscheijde pachten t' samen bedragende 30 st. ende noch o..c.
    Uit dit huwelijk (o.a.?):
  • a. Claes Edelinck, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 4-11-1625 (get. Christiaen Bockellion en Francoijse de Vos).
  • b. Nicolaes Edelingh, ged. geref. Leiden Pieterskerk 30-12-1626 (get. Susanna de Coene en Marcus Valerius), beg. Leiden St. Pancraskerk 21-1-1627 (een kint van Isaack Edeling opte Langebrugge).



---- fragment B ------


I

Ib. Dirck (Edelinck), geb. vóór ca. 1570, vooralsnog alleen bekend uit het patroniem van zijn dochter



II

IIb. Susanna (Dircks) Edelinck, geb. vóór ca. 1595, ovl. na 1648, j.d. van Noorwits in Engelant (1612), doopget. (1628, 1636, 1637, 1645, 1648), huw. get. (1634, 1636, 1639, 1647), woont op de Corte Vest (1636), otr. Leiden geref. 20-4-1612(get. voor hem Laurys Pietersz zijn bekende, voor haar Phillipsgen Franssen haar moeye, en Leysgen Thonis, haar bekende) Boudewijn Gerytsz (Slijpper), ovl. na 1645, schipper, j.m. van Wassenaer (1612), doopget. (1634, 1637).

Op 30-2-1645 testeren Bouwen Gerritsz Slijpper, siecekelijk van lichaem te bedde liggende, en Susannetgen Dircx Edelings, clouck en gesont van lichame, echtelieden wonende te Leiden opt Kort Rapenburgh. Zij maken een langstlevende testament. Hun twee dochters Apolonia en Marijtge Gerritsen hebben bij hun huwelijk al sodanige penningen ontvangen als hun testateuren wederzijds bekend is in plaats van de legitieme portie. Zij benoemen thans hun twee dochters tot medeerfgenamen. Akte ten huise van de testateuren te Leiden. [847]
    Uit dit huwelijk:
  • a. Appolonia (Pleuntje) Boudewijns, ovl. na 1660, doopget. (1629, 1633), huw. get. (1660), j.d van Leiden wonende op de Oude Vest (1630), otr. Leiden geref. 5-12-1630 (get. voor hem Joost van Gaver sijn vader, voor haar Susanna Edelings haer moeder) Johannes (Joosten) van (de) Gaver, brouwersknecht, j.m. van Leyden wonende op de Uijtterstegraft (1630), doopget. (1629, 1636, 1644, 1648).
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Trincken Jans (van Gaver), ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 17-12-1634 (get. Bouwen Gerritsen en Maertgen Bouwens).
    • 2. Joost van Gaver, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 18-1-1637 (get. Boudewyn Gerrits en Susanneken Diricks).
    • 3. Magdaleentgen Jans (van Gaver), ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 18-5-1645 (get. Jacob Schepman en Susanna Dirckxdr).
    • 4. Boudewijn Jans (van Gaver), ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 6-9-1648 (get. Susanna Dirckx en Jacob Jansz).
    • 5. Susanna Jans (van Gaver), ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 24-8-1651 (get. Trijntje Jans).
  • b. Maertgen Bouwens, vóór ca. 1620, ovl. 1660-1664, j.d. van Leiden wonende op de Corte Vest (1636), wed. van Pieter Pietersz van Hoogenwerf wonende op de Corte Vest (1641), wed. van Gillis Abrahamsz wonende in de Veststraet bij de Witte Poort (1647), wed. van Jacob Jansz wonende op het Noorteynde (1660), doopget. (1634, 1638), otr. 1o Leiden geref. 27-2-1636 (get. voor hem Jan van Govre zijn bekende op de Uyterstegraft, voor haar Susannetge Edelings haar moeder op de Corte Vest) Pieter Pietersz van Hogewerff, ovl. 1640/41, wednr. van Ariaentge Deckers wonende op de Corte Vest (1636), otr. 2o Leiden geref. 25-10-1641 (get. voor hem Andries Andriesz wonende te Oestgeest, voor haar Susanna Edelings haar moeder wonende op Cort Rapenburch) Gillis Abrahamsz, ovl. 1642-1647, volder en wednr. van Franchijntgen Andries wonende te Oestgeest (1641) otr. 3o Leiden geref. 5-8-1647 (get. voor hem: Pieter Bogaert zijn bekende wonende in de Valckensteech, voor haar: Susanna Edelinck haer moeder wonende op Cort Rapenburch) Jacob Jansz, ovl. 1651-1660, passementwerker, j.m. van Amsterdam, wonende in de Valckensteech (1647), doopget. (1648), otr. 4o Leiden geref. 18-11-1660 (get voor hem: Pieter Muys, zijn bekende wonende int Noorteynde, en haar zuster Appolonia Bouwens wonende in de Nieuweveststraet) Joris Geldersz, laeckenwercker j.m. van Uyttrecht wonende int Noorteynde (1660). Hij hertr. Leiden 13-6-1664 (get. voor hem: Pieter Hackenys zijn zwager wonend op de Langegraft, voor haar: Vrouwtge Hackenys, haar moeder wonende in de West Voldersteech) Marytgen Hackenys, j.d. van Leyden, wonende in de West Voldersteech (1644).
      Uit haar eerste huwelijk (Hogewerff-Bouwens):
    • 1. Pieter van Hogerwerf, ged. geref. Leiden Pieterskerk 17-12-1636 (get. Jan Joosten van Gaveren en Susanna Edelinghs).
    • 2. Susanneken Pieters, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 10-7-1640 (vadersnaam alleen patroniem) get. Lijsebeth Pieters )
      Uit haar tweede huwelijk (Abrahamsz-Bouwens):
    • 1. Isaac Gillisz, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 13-7-1642 (get. Jan Joosten van de Gaver (Gaber)).
      Uit haar derde huwelijk (Jansz-Bouwens):
    • 1. Susanna Jacobs, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 11-10-1648 (get. Jan Joosten en Grietje Pieters).
    • 2. Johannes Jacobs, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 23-4-1651 (get. Pieter Boogaert ).



Fragment Edelink te Coevorden
Deze familie Edelinck komt vermoedelijk oorspronkelijk uit Reine[848])

Ia. Hendrik Edelinck, geb. ca. 1620, ovl. 1670-1675, burger van Coevorden, eigenaar van een huis en hof in de Reenschestraat, koopt op 14-8-1642 met Aeltien, zijn huisvrouw, ¾ dagwerk hooiland gelegen bij de dijk na Esschenbrugge, doopget. te Amsterdam (1667), was 2 febr. 1670 nog in leven, doch is voor 16-11-1675 overleden, wanneer de weduwe van Hendrick Edelinck als belendster wordt genoemd,[849] tr. vóór 1638[850] Aeltien Jans, ovl. Coevorden kort voor 1688 (in welk jaar Daniël Janszn. Soeterik en Femmetje Hendriksdr. Edelinck het huis in de Reenschestraat verkochten. doopget. te Amsterdam (1668).

      Uit dit huwelijk:
    • 1. Guilliam van Keijssel, ged. geref. Amsterdam Nieuwe Kerk 15-6-1667 (get. Hendrik Edelings).
    • 2. Maria van Kei(j)ssel, ged. geref. Amsterdam Westerkerk 14-12-1668 (vader: Guilliam van Keissel makelaer, get. Maria Voijs wed. van Davidt van Keijssel, Aeltie Jans, huijsvrouw van Hendrik Edellinck), afkomstig van Amsterdam oud 21 jaren wonend op de Prinsegracht (1690), otr. Amsterdam geref. 25-8-1690 (get. haer moeder Grietje Edelings, en zijn neef en voogt Meijndert Abramsz, zijn ouders doot, in margine: hij ooms consent goet ingebracht, acte verleent den 10-9-1690) Pieter Verhips, clerk opt Oostindisch Huijs, afkomstig van Amsterdam, oud 22 jaren, wonende op de Westermart (1690).
  • b. Anneke Hendrik(s) Edelinck, tr. Coevorden 21-1-1659[852] Jan Jansen Glün (Gloen).
  • c. Femmetge Hendricksdr Edelinck, geb. Coevorden ca. 1645, beg. Haarlem 23-8-1705, j.d. van Coevorden (1666), otr. Haarlem 23-5-1666 ( attestatie gegeven om te trouwen te Bennebroek),[853] Daniël Janszn Soeterik, geb.. Waalwijk ca. 1642, beg. Haarlem 19-1-1707, j.m. van Tilburtg (1666), poorter van Haarlem, mr. metselaar, vervolgens stadsmetselaar, maakte 2 febr. 1670 met zijn vrouw ten overstaan van Nots. W . van Kittensteyn een mutueel testament, kocht 7-3-1682 een huis en erf gelegen aan het Spaarne in Haarlem, verkocht met zijn vrouw 21 sept. 1688 voor Nots. C. Rens te Haarlem een huis met hof in de Rheenschestraat in Coevorden, ten aanzien van welke overdracht neef Jan Edelinck, koopman te Coevorden, ten overstaan van het gerecht van die stad de verkoopacte zou doen passeren,[854] zn. van Jan Pieterszn. Soetrick, mr. metselaar, en Helena NN.

Fragment Edelinck te Nijmegen

Ia. Nicolaes Edelijnck, geb. vóór ca. 1595, tr. vóór 1620 Trijntgen Berents.

3896. HENRIC EDELIJN, geb. vóór ca. 1615, ovl. 1647-1662, vaandrager (1647), wordt failliet verklaard (kort voor) 1647, tr. vóór ca. 1640

3897. NN.

Resoluties van de magistraat te Zutphen: [865]
30-10-1647: J. Messemaker geordonneerd, de goederen van de vendrich Edlijn uit de Lombart te lossen, en tot voordeel der crediteuren te verkoopen, de staat over te leveren, om bij haar eerz. de verdeelinge gemaakt te worden. Conf. nov. 5.9.
22-11-1647 Staat van de verkogte goederen van voorn. vendrich.

Drie huwelijken van Hermannus Lenegra
Hermannus (Harmanus) Lene(n)gra(ed) (Leningra), geb. vóór ca. 1675, ovl. 20-2-1755 (aantekening in het geref. lidmatenboek te Enkhuizen), zn. van Johannes Lenegra te Leeuwarden, bij eerste huwelijk j.m. wonend aan de Steenwech te Utrecht (1696), woont met zijn eerste vrouw op de Steenwech te Utrecht (1696, 1698), bij tweede huwelijk wednr. ("voor desen getrouwt") afkomstig van Leeuwarden wonende in Breedstraat te Enkhuizen (1705), bij derde huwelijk wednr. afkomstig uit Leeuwarden en wonend te Enkhuizen in de Nieuwe Westerstraat (1706), vermeld als drukker te Enkuizen (1707), maakt als ziekentrooster in dienst van de VOC drie reizen naar Indië (1709-1724), schrijft, verm. na zijn derde reis naar Indië, Godvrugtige Overdenkingen die in 1756, een jaar na zijn dood, worden gepubliceerd,

--- in dienst van de VOC ---

- vaart op 17-7-1709 als Harmanus Lenegra, afkomstig van Enkhuizen in de rang Ziekentrooster voor de kamer ? van de VOC met het schip Bon naar Batavia alwaar aankomst ?, vaart op 30-11-1710 met het schip Limburg voor de kamer Hoorn via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 6-3-1711 en vertrek 15-4-1711) terug naar Nederland alwaar aankomst 3-8-1711, (hij heeft een maandbrief, en een schuldbrief), waarbij hij 3/m wordt vermaakt aan zijn huisvrouw Johanna Elberts, en waarbij hij bij terugkeer ƒ 679,-,- uitbetaald krijgt in najaar 1721 (CHECK),[886] [887]
- vaart op 9-1-1715 als Hermanus Lenegra, afkomstig van Enkhuizen in de rang Ziekentrooster voor de kamer ? van de VOC met het schip Brug naar Batavia alwaar aankomst ?, vaart op 1-12-1720 met het schip Barneveld voor de kamer Amsterdam via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 8-2-1721 en vertrek 23-4-1721) terug naar Nederland alwaar aankomst 21-8-1721, (hij heeft een maandbrief, en een schuldbrief), waarbij jaarlijks 3/m wordt vermaakt aan zijn huisvrouw Johanna Elbarti, en waarbij hij zelf bij terugkeer ƒ 1054,1,- uitbetaald krijgt op 1-10-1721[888] [889]
- vaart op 12-6-1722 als Hermanus Lenengra, afkomstig van Enkhuizen in de rang Ziekentrooster voor de kamer ? van de VOC met het schip Huis de Vlotter naar Batavia alwaar aankomst ?, vaart op 25-11-1723 met het schip Huis de Vlotter voor de kamer Hoorn via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 11-3-1724 en vertrek 2-4-1724) terug naar Nederland alwaar aankomst 5-7-1724, (hij heeft een maandbrief, en een schuldbrief), waarbij jaarlijks 3/m wordt vermaakt aan zijn huisvrouw Johanna Alberti, en waarbij hij zelf bij terugkeer ƒ 525,12,1 uitbetaald krijgt op 24-7-1724[890] [891]

--- drie huwelijken ---

- otr./tr. 1o Utrecht geref. in den Dom 06/24-12-1696 (get. Johannes Edelijn, bruids broeder, en met schriftelijk consent van bruidgoms vader) Sara Edelijn (Edelings), geb. vóór ca. 1680, ovl. 1701-1705 (in Friesland?), j.d. wonend aan de Steenwech te Utrecht (1696), dr. van Nicolaes (Claes) Edlijn en een onbekende moeder (zie kw. nr.
1948 ),
- otr./tr. 2o Enkhuizen geref. 31-1/15-2-1705 Catharina Edelings, j.d. van Zwolle wonende in de Nieuwstraat te Enkhuizen (1705), dr. van Johannes Petrus Edlijn koster, en van Aleijda toe Water (zie kw. nr. 3896 sub b),
- otr./tr. 3o Enkhuizen geref. 19-6/4-7-1706 ("beijde voor desen getrouwt) Johanna (Jantje) Elberts (Elberti, Elbarti, Elbarty, Alberti), geb. vóór ca. 1670, ovl. Enkhuizen (impost ƒ 3,-- op 3-1-1728 betaald voor Johanna Albarti in de Nieuwe Westerstraet) en beg. Enkhuizen Westerkerk 5-1-1728 (Noordkap graf n° 52), wed. van Heijmerigh Heijmerigse (bij wie voorkinderen, zie Heijmerigse-Elberti ), wonende op het Verlaat te Enkhuizen (1706), dr. van Elbertus Lubberti (=Albertus Lubaerty verwalter-scholtis van Voorst[892] ), koster van de geref. kerk te Voorst, eigenaar van de Tesse en van Aeltjen Huygens Hofsteedjen, en van verm. diens tweede vrouw Maria Bitter.[893]


Advertentie voor de "Godvrugtige Overdenkingen" door Harmanus Lenegra, in leven krankbezoeker in Compagnies dienst.
Bron: Boekzaal der geleerde waerelt dl, 83, Amsterdam, july 1756
Titelpagina van dit boek.
Bron: Google Books

klik op plaatje(s) om te vergroten


--- drukker van een satirisch pamflet ---

In het proefschrift Louis XIV d'après les pamphlets répandus en Hollande [894] wordt melding gemaakt van een boek of pamflet getiteld:

Den Franschen Haan, Geplukt van den Roomschen Adelaar, Engelsche Marskiekens en Bataviersche Leeuw, Van syn Veeren naakt ontbloot, en uytgeschud zijnde, word in een Platonisch Mens Verandert
In 't Latijn vertoont, en in 't Nederduits vertaalt en uytgebreydt. Tot Enchuysen by H. Lenegra . . . 1707.
Par J. Pastorius, recteur à Oldenzaal, trad. par L. Elberti.

De drukker H. Lenegra tot Enchuysen, kan niemand anders zijn dan Harmanus Lenegra (ca. 1675-1755) beschreven hierboven.

De auteur J. Pastorius is
  • Dr. Jo(h)annes Pastorius, geb. Deventer, beg. (overluid) Oldenzaal 21-1-1734 ("de Heer Rector Joannes Pastorius ƒ 1,14,-"), wordt geref. lidmaat te Hummelo 1679, eigenaar van een huis in de Polstraat te Deventer,[895] wednr. van wijlen Elizabeth Panten wonend in de Kleine Overstraet te Deventer" (1695), preceptor van de Latijnsche School te Deventer (1700),[896] verhuist kennelijk tussen 1702 en 1707 van Deventer naar Oldenzaal, rector van de Latijnsche School te Oldenzaal (vermeld 1707-1734), tr. 1o voor 1695 Elizabeth Panten, (mogelijk Liesbet Panten, ged. geref. Doesburg 10-9-1665, als dr. van Willem Panten en van Aeltien Herberts). otr. 2o Deventer geref. 18-5-1695 ("de bruit was niet tegenwoordigh"), otr. 2o Stad Delden geref. 19-5-1695 (attestatie 5-6-1695) en tr. 2o Deventer geref. 11-6-1695 Christina de Reiger, geb. Stad Delden 1670/71, beg. (overluid) Oldenzaal 22-3-1747 ("De wed. van wijlen d'Heer Rector Joh. Pastorius ƒ 1,14,--) (volgens Ref.[897] oud 76 jaar), j.d. wonend te Delden (1695), dr. van Dr. Bernardus (Berhnard) de Rei(j)ger, burgemeester van Delden en van Mechteld van Deth.[898] Hieruit verder nageslacht bekend.
    4-11-1699: Akte van transport van een obligatie op de Stads Achtenkamer te Deventer door Joannes Pastorius aan Derck Kuiper.[899]
    Archief Oldenzaal:[900]
    1732 Verklaring van den rector Pastorius, dat hij geen aanspraak meer zal maken op de 11 gl. 4 st. welke hem jaarlijks van de stad toekomen.
      Uit zijn eerste huwelijk verm.:
    • a. H. Pastorius, vóór ca. 1699, ingeschreven als student aan het Gymnasium te Lingen 19-9-1711 ("H. Pastorius, Oldensaliensis"),[901]
      Uit zijn tweede huwelijk (Pastorius-de Reiger):
    • a. Ds. Antoni Pastorius, ged. geref. Deventer 2-2-1696, ovl. in Indië opt eijland Aij (Pulau Ai in de Banda eilanden) 6-7-1720 ("nalatende een Hollandse vrouw en soontje"), overluid in Oldenzaal 23-6-1721 ("D. Pastorius soon van de Hr. Rector Pastorius in Indien gestorven en hier overluidet ƒ 1,14,-"), ingeschreven als student aan de Universiteit van Franeker 15-2-1714 ("Antonius Pastorius, Oldensaliensis"),[902] porponent te Oldenzaal (1717),[903] vaart op 5-5-1718 als predikant in dienst van de VOC naar Indië gaat en op 6-7-1720 overlijdt opt eijland Aij nalatende een Hollandse vrouw en soontje, bij huwelijk afkomstig van Deventer, bedienaer des goddelijken woords (1719), tr. Batavia 2-2-1719[904] Johanna Rijcke (Rijk), afkomstig van Batavia, voor wie Johannes Patorius als haar gemachtigde op 8-10-1723 van de VOC het salaris van haar overleden echtgenoot Ds. Antoni Pastorius uitbetaald krijgt.[905]
    • b. Mechtelt Pastorius, ged. geref. Deventer 15-6-1697, ovl. na 1749, bij eerste huwelijk "Magtelt Pastorius, dr. van Johannes Pastorius, rector der Latijnsche Scholen", uit Oldenzaal (1718), otr./tr. 1o Oldenzaal geref. 20-11/18-12-1718 Gerhardus Tegelaar, geb. vóór ca. 1695, ovl. 1718-1749, zn. van burgermr. Jacob Tegelaar en Aleida Lasonder (zie LINK), otr./tr. 2o Oldenzaal geref. 19-10/5-11-1749 Jan Hendrick Cappelhof, wednr. van Janna Elshof (zie meskw. nr. 1701 sub a/2).
    • c. Elisabeth Pastorius, ged. geref. Deventer 16-8-1698, beg. Oldenzaal (overluid) 10-4-1769 ("Elisabeth Pastorius, ƒ 1,14,-").
    • d. Bernhardina Pastorius, ged. geref. Deventer 16-7-1702.
    • e. Geertruijt Pastorius, beg. Oldenzaal (overluid) 7-3-1750 ("Juffr. Geertruijt Pastorius, ƒ 1,14,-").
    • f. NN Pastorius, beg. (overluid) Oldenzaal 18-12-1713 ("Rector Pastorius sijn soontje, ƒ 1,14,-).
      mogelijk nog meer kinderen gedoopt te Oldenzaal


    De vertaler L. Elberti is de zwager van drukker H. Lenegra:
  • Ds. Lubbert(us) Elberti, ged. geref. Voorst 23-10-1642, ovl. Twello, overluid 25-9-1729, halfbroer van Johanna Elberti, die de derde vrouw van de drukker Harmanus Lenegra was, ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 19-4-1660 ("Lubbertus Elberti, Vorsta-Gelrus),[906] student te Groningen en Utrecht, legt in april 1666 het Praeparatoir examen af, bevestigd 21-8-1672 als vijfde predikant van Voorst, beroepen naar Loenen, predikant te Twello 11-10-1685 (als opvolger van zijn schoonvader),[907] gaat met emeritaat (1724),[908] zn. van Elbertus Lubberti verwalter-scholtis van Voorst[909] ), koster van de geref. kerk te Voorst, en van diens eerste vrouw Dorothea Fischbach [910] tr. Voorst geref. 4-4-1681[911] Hillegonda Nagge, dochter van Ds. Wilhelmus Nagge, predikant te Twello en geschiedschrijver van Overijssel, en van diens eerste vrouw Catalina Berdenis.[912] Hieruit verder nageslacht bekend.

    --- kinderen ---
      Uit zijn eerste huwelijk (Lenegra-Sara Edelijn):
    • a. Heijltje Lenegra, ged. geref. Utrecht 5-1-1698, ovl./beg. verm. Leeuwarden 04/10-9-1777 (Heiltie Lenegra huisvr. van Lt. Johannes Rudolphi bij de D. Martenapijp"), wordt als j.d. geref. lidmaat te Leeuwarden 15-3-1719 op belijdenis, en nogmaals aldaar 19-7-1724 op belijdenis, wordt geref. lidmaat te Mantgum 8-12-1730 en vertrekt vanaadr in 1747 naar Leeuwarden, wordt weer geref. lidmaat te Leeuwarden 28-6-1747 op attestatie van Mantgum, wonend te Leeuwarden (1725, 1730), Mantgum (1747), Leeuwarden (1747, 1765), vermeld als weduwe geboren 1704(sic!) wonend te Leeuwarden (1762),[913] otr./tr. 1o Leeuwarden geref. Westerkerk 16-2/4-3-1725 Wybe Sjoerds Fenema, mr. bakker wonende te Leeuwarden (1725), otr. 2o Leeuwarden gerecht 21-4-1730 en tr. 2o Mantgum Schillaard geref. 14-5-1730 Frank Brinkman, schoolmeester en organist wonende te Mantgum (1730), otr. 3o Leeuwarden gerecht 8-12-1747 en tr. 3o Leeuwarden Westerkerk 24-12-1747, ovl. 1760-1765 Pytter (Petrus)de Vries, landsch(rijver?), chirurgijn wonende te Leeuwarden (1747), vroedsman van Leeuwarden,[914] otr. 4o Leeuwarden gerecht 20-12-1765 en tr. 4o Leeuwarden Jacobijner kerk 5-1-1766 Johannes Rudolphi, ovl. na 1770, ovl/beg. Leeuwarden 28-11/04-12-1795 ("Johannes Rudolphi oud-luitenant, bij de D. Martenapijp"), luitenant wonende te Leeuwarden (1765).

      COMMENTAAR(¥) Het is onzeker of alle vier deze huwelijken dezelfde Heijltje betreffen. Er is vermoedelijk nog een gelijknamige nicht ex patre Garardus Leenegra.
      Nieuwe Stads Weeshuis te Leeuwarden:
      n° 337: 1760 (Afschrift, (c.1762)) Testament réciproque van Petrus de Vries en Heijltje Leenegra echtelieden, waarbij het Nieuwe Stads Weeshuis tot mede-erfgenaam wordt benoemd. [915] Zie n° 346.
      n° 346: 1770. Afschrift, (c.1778) Testament réciproque van Johannes Rudolphi en Heijltje Leenegra echtelieden, betreffende een legaat groot 1000 car.glds. op voorwaarde dat het Nieuwe Stads Weeshuis afziet van zijn rechten in de nalatenschap van Petrus de Vries [916]
      In 1740 verkoopt Folkerts-Rommels, A. een huis op het Nieuwland onder Leeuwarden aan Brinkman-Leenegra. [917]
      In 1747 verkoopt H. Brinkman-Leenegra een huis op het Nieuwland onder Leeuwarden aan P. Bos. [918]
      Nieuwe Stads Weeshuis te Leeuwarden:
      n° 337: 1760 (Afschrift, (c.1762)) Testament réciproque van Petrus de Vries en Heijltje Leenegra echtelieden, waarbij het Nieuwe Stads Weeshuis tot mede-erfgenaam wordt benoemd. [919] Zie n° 346.
      n° 346: 1770. Afschrift, (c.1778) Testament réciproque van Johannes Rudolphi en Heijltje Leenegra echtelieden, betreffende een legaat groot 1000 car.glds. op voorwaarde dat het Nieuwe Stads Weeshuis afziet van zijn rechten in de nalatenschap van Petrus de Vries [920]
      In 1764 verkoopt H. de Vries-Lenegra een huis in de Oude Doelesteeg te Leeuwarden aan P.H. Wesselius. [921]
      In 1776 verkoopt H. Rudolphi-Lenegra een huis op de Eewal aan Th. Hakma. [922]
    • b. Nic(o)laas Lenegra, ged. geref. Franeker 4-6-1699, ovl. na 1733, vaart op 29-4-1722 als Nicolaas Lenegra, afkomstig van Leeuwaarden in de rang soldaat voor de kamer Hoorn van de VOC met het schip Cornelia naar Batavia alwaar aankomst 28-1-1723, vaart op 1-1-1732 met het schip Noordwaddinxveen voor de kamer Rotterdam via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 27-4-1732 en vertrek 24-5-1732) terug naar Nederland alwaar aankomst 7-9-1732, (hij heeft geen maandbrief, wel een schuldbrief), krijgt na terugkeer ƒ 333,2,19 uitbetaald op 20-2-1733.[923] [924]
    • c. Anna Catharina Lenegraed, ged. geref. Bolsward 26-7-1701, ovl. verm. voor 1718 (niet vermeld in de autorisatieakte d.d. 4-11-1718).
      Uit zijn tweede huwelijk (Lenegra-Catharina Edelings):
      Uit zijn derde huwelijk (Lenegra-Elberti):
    • e. Sara Elisabeth Lenegra, geb. vóór ca. 1740, ovl. na 1761, filiatie niet bewezen, j.d. "van Hasselt en alhier (=Enkhuizen) een geruijme tijdt gewoont" (1760), wonende op de Zuiderhavendijk (1760) doopget. (1760), otr. Enkhuizen 20-12-1760 (get. haar moeder Elisabeth Stomphens) en tr. Enkhuizen 4-1-1761 in de kerk Pieter Mulgers, ovl. in Azie 11-3-1769, j.m., wonende te Enkhuizen in de Oude Westerstraat (1769), opperchirurgijn (1762, 1769) bij de VOC. Hieruit verder nageslacht bekend.
      Bericht in de Oprechte Haerlemsche courant d.d. 22-8-1769:
      Alzo PIETER MULGERS, Opper-Meefster in dienst van de Ed. Oostindische Compagnie op de thuis Reize met het Schip het Veldhoen, den 4 Maart deezes Jaars is overleden, zo kan deszelfs Huisvrouw SARA ELISABETH LENEGRA (ook wel genaamd ROOSEBOOM) zig adresseeren by den Boekverkooper H. W. DRONSBERG, op den Dam t'Amsterdam, alwaar haar nader onderrigting zal gegeven worden. Inmiddels iemant zekere narigt van gemelde SARA ELISABETH LENEGRA (ook wel genaamd ROOSEBOOM) kunnende geven, en waar dezelve zig mogt beveinden, word verzogt daarvan ter bovengemelde plaats kennis te geven, zullende voor de moeite een Goude Ducaat genieten.

  • Heijmerigse-Elberti
    Heijmerigh Heijmerigse, geb. vóór ca. 1665, ovl. "int guarnisoen op Batavia" 23-5-1703, mogelijk zn. van Hermen Heijmerigs te Wilp, van wie twee kinderen te Twello trouwen, uitgeschreven als geref. lidmaat te Enkhuizen 15-12-1701 wegens vertrek "naar Indie", vaart op 21-12-1701 als Hendrick (!) Heijmerigsz, afkomstig van Deventer in de rang commanderend korporaal voor de kamer Enkhuizen van de VOC met het fluijtschip Venhuizen via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 6-6-1701 en vertrek 25-6-1701) naar Batavia alwaar aankomst 5-9-1701, uit dienst van de VOC op 23-5-1703 wegens overlijden "int guarnisoen op Batavia sonder testament te maken" (hij heeft een maandbrief, en een schuldbrief met als begunstigde zijn huijsvrouw Jantjen Alberti),[929] tr. vóór 1688[930] Jannetje (Jantje, Johanna) Elberti (Alber(t)s, Alberti), geb. vóór ca. 1670. Johanna Elberts (Elberti, Elbarti), geb. vóór ca. 1670, beg. Enkhuizen .. ("Johanna Albarti in de Nieuwe Westerstraet, ƒ 3,--"). dr. van Elbertus Lubberti (=Albertus Lubaerty, verwalter-scholtis van Voorst[931] ), koster van de geref. kerk te Voorst, eigenaar van de Tesse en van Aeltjen Huygens Hofsteedjen, en verm. van diens tweede vrouw Maria Bitter.[932]
      Uit dit huwelijk:
    • a. Marijtje Heijmerigs, ged. geref. Enkhuizen 4-2-1688 (get. de vader, en Antje Maas), ovl. jong?
    • b. Hermannus Heijmerigsz, ged. geref. Enkhuizen 30-8-1689 (get. de vader, en Marij Cornelis).
    • c. Marijtjen Heijmerigs, ged. geref. Enkhuizen 11-4-1692 (get. de vader, en Antjen Huijghen), ovl. vóór 1756, wordt door haar stiefvader Harmanus Lenegra vermeld als zijn schoondochter (lees: stiefdochter) Maria Heymering in het voorbericht van zijn boek de Godvrugtige Overdenkingen.
    • d. Willemijne Heijmerigs, ged. geref. Enkhuizen 20-4-1694 (get. de vader, en Dieuwertje de Wit ).
    • e. Catalijntjen Heijmerigs, ged. geref. Enkhuizen 9-9-1696 (get. Catalijntjen Albers, en Dieuwtjen de Wit).
    • f. Elbert(us) Heijmerigs, ged. geref. Enkhuizen 1-10-1697 (get. de vader, en Marijtje Dirks), ovl. in Azie 7-9-1726.
      - vaart op 20-12-1716 als Elbertus Heijmerigsz, afkomstig van Enkhuizen in de rang Tweede Chirurgijn voor de kamer Enkhuizen van de VOC met het schip Brug via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 31-3-1717 en vertrek 23-4-1717) naar Batavia alwaar aankomst 14-7-1717, vaart op 1-12-1720 met het schip Rijksdorp voor de kamer Hoorn via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 27-2-1721 en vertrek 23-4-1721) terug naar Nederland alwaar aankomst 19-8-1721, (hij heeft een maandbrief, en een schuldbrief met als begunstigde zijn moeder Johanna Elbertie),[933]
      - vaart op 15-12-1721 als Elbertus Heijmerigsz, afkomstig van Enkhuizen in de rang Opperchirurgijn voor de kamer Enkhuizen van de VOC met het schip Lakenman via Kaap de Goede Hoop, alwaar aankomst 6-6-1722, waarna het schip schipbreuk lijdt op 15-6-1722 bij de Kaap, vaart daarna volgens de soldijboeken nog op de schepen De Keetel (1722), de Bentveld (1724, 1725) op de Ketel (1725) en de Gansenhoef (1726) en overlijdt in het hospitaal op 7-9-1726 ("zonder testament, dog goederen ter montant van ƒ 3-,-,- hieronder begrepen nalatende")(hij heeft een maandbrief, en een schuldbrief met als begunstigde Johanna Elberts). Zijn moeder krijgt in 1723 en 1726 ƒ 136+380+216 uitbetaald, waarna de definitieve afrekening met zijn gemachtigde Frans Meun volgt op 13-11-1729.[934]

    Twee huwelijken van Maria Constantia de Haese
    Maria Constantia de Haese (Hase, Haze), geb. Middelburg 31-12-1693, ovl. Utrecht 27-4-1751,[935] dr. van Willem de Hase en Dina van Nant, weduwe van den burger Rutgert Voogd, afkomstig van Middelburg (1726), woont te Utrecht (1751),

    - tr. 1o voor 1715[936] Rutger(t) (de) Voogt, ovl. 1721-1726, komt voor in de "Generale Monsterrolle van Lippstadt",[937] vaart op 2-6-1708 als Rutgert de Voocht, afkomstig van Lipstad in de rang lantspassaat voor de kamer Zeeland van de VOC met het schip Zandhorst via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 22-1-1709 en vertrek 10-2-1709) naar Batavia alwaar aankomst 12 juni, uit dienst van de VOC op 10-12-1709 in Azie als vrijburger, (hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief), (van zijn gage koopt hij o.a. "een kiste, een bultsack, een deken, een bolckvanger en een hangematte", en in 1710 en 1711 wordt aan Geertruijt van den Berg in totaal ƒ 150,-- uitbetaald),[938] vaart op 31-12-1718 als Rutger de Voogt, afkomstig van Lipstadt in de rang onderkoopman voor de kamer Zeeland van de VOC met het schip Meijenburg via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 18-6-1719 en vertrek 11-8-1719) naar Batavia alwaar aankomst 11-10-1719, vaart op 8-2-1721 met het schip Middelwoud voor de kamer Zeeland via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 19-4-1721 en vertrek 3-5-1721) terug naar Nederland alwaar aankomst 17-9-1721, (hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief, op 11-9-1720 wordt aan de gemachtigde van Maria Constantia de Haese ƒ 264,10,- uitbetaald, en op 10-10-1721 ƒ 573,6,10 aan Rutger de Voogt zelf),[939] koopman te Batavia, wordt volgens Resolutie van Gouvernement en Raden te Batavia d.d. 20-5-1738 "naar Nederland verlost op 24-12-1720",[940]

    - tr. 2o Batavia 5-12-1726[941] [942] Johannes Lenengraa (Lenega), geb. vóór ca. 1707, ovl. 1731-1749, vaart op 9-1-1723 als Johannes Lenegra, afkomstig van Enkhuizen in de rang Derde meester voor de kamer ? van de VOC met het schip Geertruid naar Batavia alwaar aankomst ?, vaart op 25-11-1723 met het schip Ketel voor de kamer Amsterdam via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 12-5-1725 en vertrek 3-6-1725) terug naar Nederland alwaar aankomst 3-6-1725, (hij heeft een maandbrief, geen schuldbrief), [943] waarbij hij ƒ 42,-- aan zijn moeder Johanna Elbikti ! vermaakt, en waarvan zijn vader Hermanus Lenegra als Johannes' gemachtigde op 10-1-1726 ƒ 339,6,51 ontvangt, [944] vaart op 17-1-1726 als Johannes Lenega, afkomstig van Leeuwaerden in de rang oppermeester voor de kamer Zeeland van de VOC met het schip Heinkenszand via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 28 april en vertrek 16 mei) naar Batavia alwaar aankomst 30-7-1726, (hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief), uit dienst van de VOC op 9-4-1728 in Azie als vrijburger, (op 15-8-1731 wordt aan de gemachtigde Lieven Menckaert ƒ 808,12,-- uitbetaald)[945] opperchirurgijn afkomstig van Leeuwaerden (1726), wordt in 1729, als een van de meer dan 400 genodigden, vermeld als Jan Lenegra op de Lees-Roll der Lijkstatie van sijn Edelheijd Den Wel Edelen Hoog agtb. Heer Mattheus De Haan, Gouverneur Generaal van Nederlands India q.q. overleden op Woensdag den Eerste Junij A° 1729 Des morgens de Klocke omtrent half agt uuren en op Saturdag morgen Den 4e Derselver maand op 't Hollands Kerkhoff Deser stede Batavia in sijn Wel Edelens grafkelder ter aarde gebragt.[946]

    Waar Johannes Lenengraa overlijdt, in Indie of Nederland is onbekend. In elk geval is zijn vrouw teruggekeerd naar Nederland voor of in 1738, in welk jaar zij doopget. is te Amsterdam.
    Op 6-5-1749 verleent Vrouwe Maria Constantia de Haze, wed. van Johannes Lenegra, wonende te Utrecht, machtiging aan Govert Klinkhamer wonende te Amsterdam, om in Amsterdam beslag te leggen op een huis op de Nieuwendijk op de hoek van de Oudebrugsteeg. Dit huis is onderpand voor een obligatie van ƒ 18.000,- ten laste van Suzanna Wynverbeek, wed. van Paulus Smit te Amsterdam. De rentebrief is verleden door hun zoon Jan Smit als hun gemachigde d.d. 11-12-1737 voor schepenen te Amsterdam. [947]
    Op 20-3-1750 testeert Maria Constantia de Haze, laatst weduwe van de heer Johannes Lenegra, wonende te Utrecht, gezond, met octrooi van het Hof van Utrecht d.d. 19-3-1750. Enige universele erfgenaam is haar dochter Petronella de Voogd, huisvrouw van de heer Christiaan Wijardi Plesman, en bij haar vooroverlijden haar kind en kinderen. In dat laatste geval zal niets van haar nalatenschap ooit vererven op genoemde Plesman. Naast haar dochter benoemt de testatrice tot executeurs van haar nalatenschap haar neef Willem Christiaan Jonck te Maarssen en Govert Klinkhamer, koopman te Amsterdam, en laatstgenoemde ook als voogd over eventuele onmondige erfgenamen. Zij dienen de kinderen een jaarlijkse alimentatie te geven, zoveel "als in redelijkheid sal werden bevonden te behoren, desnoods bij den regter te arbitreren". Akte ten huize van de testarice te Utrecht. [948]
    Op 8-5-1750 verleent Vrouwe Maria Constantia de Haze wed. van de heer Johannes Lenegra, wonende te Utrecht, machtiging aan Govert Klinkhamer wonende te Amsterdam, om in Amsterdam een huis op de Nieuwendijk op de hoek van de Oudebrugsteeg in eigendom te nemen, en om dit huis te beheren. Dit huis is onderpand voor een obligatie van ƒ 18.000,- ten laste van Suzanna Wynverbeeck, wed. van Paulus Smit te Amsterdam. De rentebrief is verleden d.d. 11-12-1737 voor schepenen te Amsterdam. [949]
    Op 16-3-1751 herroept Juffr. Maria Constantia de Haze wed. van de heer Johannes Lenegra, wonende te Utrecht, siekelijke zijnde, haar eerdere codicillen, testamenten en verdere disposities. Comparante wil dat haar nalatenschap ab intestato gaat naar haar enige dochter Petronella de Voogd. [950]
    Op 8-4-1751 testeert Juffr. Maria Constantia de Haze, wed. van Johannes Lenegra, ziek en swakkelijk van lighaem, leggende op een rustbank, met consent een approbatie van haer dogter Juffr. Petronella de Voogd uit kracht van het octrooi bij het Hof van Utrecht d.d. 19-3-1750. Erfgenamen zijn de onmondige kinderen van Petronella de Voogd, haar dochter, en Christiaen Wiardi Plesman, met name Simon Willem Plesman, Willem Jacob Plesman, Rutger Henricus Plesman. De lyftocht is voor Petronella de Voogd ter voldoening van legitieme portie met benoeming van Petronella de Voogd tot voogd over de onmondige kinderen, onder uitsluiting van de weeskamer etc. Er worden nadere bepalingen gemaakt die de vader van de erfgenamen, Christiaen Wiardi Plesman, volledig uitsluiten ooit iets uit testatrices nalatenschap te erven, en evenmin ooit de voogdij over genoemde kinderen te krijgen. Akte opgemaakt ten huize van de testatrice op de St Pietersdam te Utrecht. [951]
    Op 26-1-1757 compareert Gerrit Klinkhamer, koopman te Amsterdam, gevolmachtigde (voor Nots. J. van den Doorslag te Utrecht d.d. 24-12-1756) van Petronella de Voogd gesepareerde huisvrouw van Christiaan Wijardi Plesman (volgens dispositie van het Hof van Utrecht d.d. 15-3-1751) wonende te Utrecht, die door haar moeder, in leven Maria Constantia de Haze, wed. van Johannes Lenegra, bij testament voor Nots. Dirk Oskamp te Utrecht d.d. 8-4-1751 aan haar, constituante, in plaats van de legitieme portie heeft besproken de het vruchtgebruik van haar gehele nalatenschap. Voorts heeft haar moeder Petronella benoemd tot voogd over haar kinderen bij Christiaan Wijardi Plesman te weten Simon Willem, Willem Jacob en Rutger Henricus Plesman. Deze kinderen zijn de enige algehele erfgenamen van Maria Constantia de Haze, op last van het vruchtgebruik. De gemachtigde verkoopt thans het perceel, waarvan Maria Constantia de Haze d.d. 6-6-1750 de eigendom heeft verkregen door benadering bij executie quijtscheldinge, aan Marcus Tettingh. Het betreft een huis en erf op de Nieuwendijk (OZ) noordhoek Oudebrugsteeg te Amsterdam, belend ZZ de Oudebrugsteeg, NZ de wed. Huijding benevens de wed. Sprakel "muur tegen muur", voor van de Nieuwendijk tot achter aan het huis van ... Wijnant met een gemeene muur. Koopsom ƒ 10200,-- contant. [952]
      Uit het huwelijk (De Voogd-De Haese):[953]
    • a. Petronella de Voogt, geb. Batavia 20-2-1715, ovl. Utrecht 2-5-1770,[954] wed. van den eerw. Petrus Hoevenagel afkomstig van Batavia (1737), tr. 1o Batavia 1733-1737[955] Ds. Petrus Hoevenagel, ged. geref. Leiden Pieterskerk 16-9-1701 (get. Abraham Heusik en Altie Hendriks), ovl. 1735-1737, otr./tr. 2o Batavia 29-6/14-7-1737 (huwelijk ontbonden bij vonnis van scheiding voor het Provinciaal Hof te Utrecht op 13-3-1751),[956] [957] Ds. Christiaan Wiardi (Wijnandi) Plesman, geb. vóór ca. 1700, ovl. na 1751. Zie Ds. Petrus Hoevenagel en Ds. Christiaan Wiardi Plesman hieronder voor mee details van deze beide predikanten.
    • b. NN de Voogd, beg. Middelburg Koorkerk 22-8-1718 (een ongedoopt kind van Rutger de Voogd).


    Ds. Petrus Hoevenagel


    Ds. Petrus Hoevenagel (Hoefnagel), ged. geref. Leiden Pieterskerk 16-9-1701 (get. Abraham Heusik en Altie Hendriks), beg. Batavia (Binnen Portugese kerkhof) 27-3-1737[958], zn. van Josua Hoevenagel, saaiwerker, en van Adriana Pieters (Poorens), ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 10-10-1721 ("Petrus Hoevenagel", Leidensis, 20 (jaar)"),[959] studeert op 26-1-1724 te Leiden af bij Prof.Dr. Johannis a Marck, op een Disputatio theologica continens analysin exegeticam, Jesaae cap. IV. vers. 2 ... 6. prima et secunda,[960] proponent bij de Classis Leiden en Neder-Rhynland (1728),[961], proponent te Leiden (1729), solliciteert 15-8-1729 op de vacature voor een predikant te 's-Heerenhoek maar wordt niet verkozen,[962] j.m. van Leiden en proponent in de H. Theologie wonende op de Orangegragt (1729), werd op 2-10-1729 geexamineerd dor de Classis Amsterdam en na een preek over Psalm 142:10 toegelaten tot het finale examen door gedeputeerden van de Synode dat hij zonder bezwaren aflegde,[963] doopget. te Leiden (6-11-1729 (Petrus Hoevenagel, predikant naar Oostindien)), vertrekt in nov. 1729 vanaf de rede van Texel met het schip Gaasperdam voor de kamer Amsterdam naar Azië, kwam aan te Batavia 17-7-1730,[964] wordt op 2-2-1731 aangesteld tot predikant te Batavia, predikant aldaar 1731-1737, ontvangt salarisverhoging aldaar 12-10-1735, vermeld als overledene in het Naamboekje van de wel. ed. heeren der Hooge Indische Regeeringe, etc., tot 4-4-1737, otr. 1o Leiden geref. 8-9-1729 (get. Josua Hoevenagel sijn vader wonende op de Orangegragt, en Johanna Molles ! haar moeder wonende opt Nieuwe Levendael) Anna Catharina Tuijtman, ged. geref. Leiden Hooglandse kerk 29-1-1696 (get. Otto Croese, Anna Moorlage en Johanna Mollis), beg. Batavia (Binnen Portugese kerk) 15 sept. 1733[965], j.d. van Leiden wonende opt Nieuwe Levendael (1729), kreeg 15-10-1729 (met haar echtgenoot) attestatie van Leiden naar Oost-Indië,[966] doopget. te Leiden (6-11-1729), dr. van Hermanus Tuijtman, kleermaker, en van Maria van Crombrugge, tr. 2o Batavia 1733-1737[967] Petronella de Voogt, geb. Batavia 20-2-1715, ovl. Utrecht 2-5-1770,[968] dr. van Rutger de Voogt en Maria Constantia de Haese (zie hierboven n° 1).
    Generale missiven van gouverneurs-generaal en raden aan heren XVII der Verenigde Oostindische Compagnie:
    Brief van 2-2-1731: Verder aangesteld ds. Hoefnagel te Batavia.
    Brief van 12-10-1735: Ds. Petrus Hoefnagel en Christiaan Wiardi Plesman verhoogd in salaris tot ƒ 130,-- per maand.

    Titelpagina van het afstudeerwerk van Petrus Hoevenagel te Leiden d.d. 26-1-1724.
    Bron: Google Books

    klik op plaatje(s) om te vergroten


    Ds. Christiaan Wiardi Plesman


    Ds. Christiaan Wiardi (Wijnandi) Plesman, geb. Pilsum (Oost-Friesland) vóór ca. 1700, ovl. na 1759, zn. van Ds. Simon Gerhard Gottfried Plesman, predikant te Lemgo en te Pilsum,[969] ingeschreven als student aan de Universiteit van Franeker 14-9-1720 ("Christianus Wyardi Plesmannus, Embdanus),[970] vaart op 16-9-1724 als Christiaan Wijardi Plesman, afkomstig van Pilsum in de rang Predikant voor de kamer XXX van de VOC met het schip Castricum naar Batavia alwaar aankomst (15-5-1725?), vaart op 12-11-1738 met het schip Nieuw Walcheren voor de kamer Zeeland via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 14-2-1739 en vertrek 2-3-1739) terug naar Nederland alwaar aankomst 29-6-1739, (hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief),[971] [972] werd beroepen naar Malakka 27-6-1726, naar Onrust 12-12-1730 en naar Batavia bij de Nederd. Gem. in 1733,[973] bediener des Goddelijken woords afkomstig van Pilsum en wednr. van Susanna Voltelen (1737), wordt na terugkeer in Nederland Schout van Soest (geregistreerd 16-1-1740) tot 1752 (Recognitie ƒ 1400,-- Gedemitteerd 23-10-1752),[974] en schout van Ter Eem (geregistreerd 16-1-1740),[975] woont te Baarn,[976] zn. van Ds. Simon Gerhard Gottfried Plesman, predikant te Pilsum,[977] tr. 1o Batavia Oct. 1725 (ondertr. 27 Sept.)[978] Susanna Voltelen, geb. Cochin op de kust van Malabar 1698, beg. Hollandsche kerk Batavia 15-6-1736[979], wed. van Eldert Ongewassen, binnenregent van het Chineesche hospitaal te Batavia,[980] dr. van Ds. Arnoldus Voltelen, beoogd Oostindisch predikant die echter in 1698 op weg naar Batavia overlijdt, en van Agnita Ram, otr./tr. 2o Batavia 29-6/14-7-1737 (huwelijk ontbonden bij vonnis van scheiding(¥) voor het Provinciaal Hof te Utrecht op 13-3-1751),[981] [982] Petronella de Voogt, geb. Batavia 20-2-1715, ovl. Utrecht 2-5-1770,[983] dr. van Rutger de Voogt en Maria Constantia de Haese (zie hierboven n° 1).

    COMMENTAAR(¥) Een Christiaan Plesman laat met Elisabeth van Diest in 1750 en 1753 twee kinderen dopen te Amsterdam. Zou hij de gescheiden echtgenoot van Petronella de Voogt zijn?
    Generale missiven van gouverneurs-generaal en raden aan heren XVII der Verenigde Oostindische Compagnie:
    Brief van 8-12-1732: De predikant Christiaan Wiardi Plesman heeft zijn huis binnen het kasteel te Malakka aan de VOC. te koop aangeboden voor 2000 rsd.
    Brief van 31-10-1733: Het huis van ds.Plesman is aangekocht voor 1200 rsd. Aan bouwmaterialen zou dit huis tegen inkoopsprijs 1611 rsd moeten kosten.
    Brief van 12-10-1735: Ds. Petrus Hoefnagel en Christiaan Wiardi Plesman verhoogd in salaris tot ƒ 130,-- per maand.
    TANAP, Database of VOC Documents:
    1733 Berigt weegens de gesteltheijt van seeker huijs en erf toebehorende de predikant Plesman med eenige bijlagen daertoe relatief (ontvangen den 2 Februarij 1733 per de pantchiallang 't Opontbod). [984]
    Op 19-7-1759 passeert te Alkmaar een acte van acquit van Christiaan Wijardi Plesman aan Zacheüs Stoezak. INHOUD NOG NIET GEZIEN. [985]
      Uit het huwelijk Plesman-de Voogt (de uit dit huwelijk geboren kinderen voerden later de naam van hun moeder)[986]:
    • a. Simon Willem Plesman (later: de Voogd, ged. geref. Baarn 12-6-1740 (get. Maria Constantia de Haaze), ovl. Kaap de Goede Hoop 27-5-1770, vaart op 13-5-1768 als Simon Willem de Voogt, afkomstig van Baren in de rang botteliersmaat voor de kamer Amsterdam van de VOC met het schip Vredestein via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 12-9-1768 en vertrek 8-10-1768) naar Batavia alwaar aankomst 27-12-1768, uit dienst van de VOC op 27-5-1770 wegens overlijden in Kaap de Goede Hoop "zonder testament, een kist nalatende" (hij heeft geen maandbrief, wel een schuldbrief van ƒ 300,-- met als begunstigde zijn moeder Petronella de Voogt te Maarssen, deze schuld wordt op 17-10-1771 uitbetaald aan de gevolmachtigde Jan Starink).[987]
      Op 12-4-1768 doet Simon Willem de Voogdt geboren Plesman wonende te Maarssen afstand - van te verwachten erfporties uit de nalatenschappen van zyn moeder Petronella de Voogdt, weduwe van Christiaen Wiardi Plesman en zyn grootmoeder Maria Constantia de Haze, in leven weduwe Johannes Leenegra, vanwege eerdere aan hem verstrekte penningen door zyn moeder voor zyn reizen naar West-Indie en nu naar Oost-Indie, ten behoeve van Willem Jacob de Voogdt geboren Plesman, zijn broer, wonende te Utrecht. [988]
    • b. Willem Jacob Plesman (later (de) Voogt), ged. geref. Baarn 11-11-1742 (get. Maria Constantia de Haaze), ovl. Utrecht 7-2-1821, otr./tr. Utrecht Jacobikerk geref. 10/25-6-1770 Maria Casius, ged. geref. Utrecht Catharijnekerk 16-2-1745, ovl. Utrecht 1-2-1819, dr. van Gosuinus Casius en van Everina van Munster. Hieruit verder nageslacht bekend.
    • c. Engelina Plesman, ged. geref. Baarn 18-10-1744 (get. Maria Constantia de Haaze), tweeling met
    • d. Maria Plesman, ged. geref. Baarn 18-10-1744 (get. Maria Constantia de Haaze).
    • e. Rutger Henrikus Plesman, ged. geref. Baarn 27-7-1749 (get. Maria Constantia de Haase).

    3904. LAURENS KLERCK (CLERCQ, CLERECK), geb. vóór ca. 1615, j.g. van Utrecht wonend in de Schalckwijckstraat (1634), burger van Utrecht 28-2-1640 als hantschoenmaecker in de Schalckwijckstraat, geref., van Utrecht, woont in de Schalckwijckstraat (1634, 1640), geref. lidmaat te Utrecht 1638 of 1643 (tweemaal een Laurens Clerck genoemd, zoek uit), otr./tr. Utrecht Geertek. geref. 23-3/8-4-1634

    3905. AEFKEN (AELTJEN) EVERTS, j.g. van Utrecht wonend in de Nieuwstraat (1634). Zij wonen in de Wijstraat (1635), Nieuwstraat (1634, 1644), Schalckwijckstraat (1638).


    Fragment Clerck
    Vermoedelijk niet verwant is de volgende familie Clerck:
    J(oh)an Clerck, geb. waarsch. 1670-1675, woont achter het Stadhuijs (1693), Pauwelsbrugh (1696) te Utrecht, te Amersfoort (1698), blijkbaar leerling pruikmaker (1693) bij Jacob de la Verge (x Elisabeth van Deutecom), meester paruykemaker te Utrecht (1710),[995] als Jean Clercq, paruijckmaker, afkomstig van Languedocq, burger van Amersfoort op 11-6-1703, ("verclaerd te wesen borger deser stad", benevens sijne kinderen), tr. Utrecht Anthoniegasthuis 14-3-1693 (get. Jacob la Verge, zijn meester, en Josijntje van Deutecom haar moeder) Sara van Deutecom(¥).

    COMMENTAAR(¥) De wed. van Johannes Clercq wordt genoemd als belendster van een stuk land te Nigtevecht (1742).[996]
    Betreft het hier Sara van Deutecom?
      Uit dit huwelijk:
    • a. Abraham Klerk, ged. Utrecht Catharijnek. 13-3-1694.
    • b. Abraham Klerk, ged. Utrecht Buurk. 17-4-1696.
    • c. Maria Klerk, ged. Amersfoort 3-6-1698.
    • d. Joannes Klerk, ged. Amersfoort 28-12-1700.
    • e. Susanna Klerk, ged. Amersfoort 19-11-1702, filiatie niet bewezen, is zij soms kw. nr. 976 sub e?
    • f. Annetje Jansen Klark, filiatie niet bewezen, otr./tr. Amersfoort 17-10/6-11-1727 als j.d. van Amersfoort Bart Willemsen, j.m. van Amersfoort.
    • g. Caspar Jansen Clerk, filiatie niet bewezen. otr./tr. Amersfoort geref. 16-10/3-11-1739 Catharina van Steenderen, beg. Amersfoort 22-1-1778 (als Kaatje van Steenderen in de Koningsstraat), j.d. van Amersfoort.

    3906. AERT (ARENT) LUCASZ VAN AMMEL, geb. vóór ca. 1580, ovl. 1628-1636, beg. Utrecht Jacobikerk, vraagt als vettewarier en burger van Utrecht, met zijn echtgenote Lucia Melchiorsdr octrooi aan om te testeren 13-9-1631 (Nots. Nicolaas van der Molen),[997] woont bij de Catrijnepoort (1614..1628), tr. Utrecht geref. 3-9-1601 (beiden onder patroniem)

    3907. LUCIA (SIJKEN, SIJCHEN) MELCHIORS (MELSERS, MARTENS, MEELTEN), ovl. 1640-1645, doopget. (1629),

    In de Jacobikerk te Utrecht ligt een grafsteen (no. 246) waarop de tekst "Dit is de grafsteen van Arent Luykassoon van Ammel".[998]
    Op 24-8-1636 compareren de kinderen van Lucia Melchiors, met name : Cornelis Aerntsz van Ammel, Dirck Antonisz van Doorn echtgenoot van Mechtelt Aernts van Ammel, Emmichgen Aernts van Ammel Willem Gerritsz van Woerden namens zijn toekomstige echtgenote Aeltgen Aernts van Ammel en Maychgen Aernts van Ammel. Zij sluiten een onderling akkoord inzake bepalingen in het codicil van hun ouders: dispositie over 4 kameren en verband op portie in kameren en goederen, nagelaten door hun vader, worden als nietig beschouwd. Cornelis Aerntsz van Ammel zal voordeel trekken en rente die door Dirck Antonisz van Doorn, zyn vrouw en kinderen betaald zou moeten worden, wordt kwytgescholden, legatering van ƒ 300,-- aan de kinderen van wijlen Lucas Aerntsz blyft van kracht, evenals het verband op de portie van die kinderen. Er wordt verwezen naar een codicil d.d. 14-1-1636 voor notaris Niclaes van der Meulen Getuigen Melchior Petersz Bock en Jacob Adriaensz van Beeck (zie akte 148) [999]
    Op 14-11-1640 transporteren Lucia Melchiors, weduwe van Aert Lucasz van Ammel c.s aan Cornelis Aartsz van Swesereng x Neeltje Roelofs van Goudoever een huis en hofstede aan het Vredenburg "met een poortwech ofte uijtgangh op ten Hogenberch uijtgaende". [1000]
    Op 13-1-1645 vindt overdracht van een lyfrentebrief van ƒ 6,-- per jaar ten laste van de stad Utrecht en ten lyve van de eerste party en van kooppenningen van een koets, verkocht aan Gerrit van Cuelen, mede-erfgenaam, wegens een schuld van ƒ 100,--. De verkoper is Geertruyt Spyckers. De ontvangers zijn de erven van Sychgen Meelten. met name Andries Jacobss van Putten, Cornelis Janss van Leent, Willem Gerritss van Woerden, Dirck van Doorn, Gerrit van Cuelen en Lambert Roeck. Bijzonderheden: Willem Gerritss van Woerden ook als voogd. Tevens onderpandstelling van roerende goederen die zullen berusten onder Jacob Adriaenss van Beeck te Utrecht, noordzyde Voorstraat genaamd St. Jansveld. Het is onduidelyk of Cornelis Janss van Leent ook mede-erfgenaam is U037a001 [1001]

    3908. GERRIT (GEERT) MINNEN(¥), geb. Dordrecht 1588/89, controlleur te Hoorn (1619, 1626, 1629), wonend aldaar (1619) in de Ramen (1626, 1629) otr. Amsterdam/Hoorn geref. 13-9-1619/.. (hij oud 40 jaar, zij heeft de Weeskamer goed ingebracht)

    3909. JACOMIJNTJE RUTTEN, geb. Haarlem 1589/90, woont op de Langedijckstraat (1619), otr. 1o Amsterdam geref. 21-4-1612 JOOST (DE) PALM(AN) (PALMEN), geb. ??? (onleesbaar) 1583/84, beg. Amsterdam Nieuwe K. 26-9-1617, diamantslijper (1612), woont in de Gasthuijssteegh te Amsterdam (1612).

    COMMENTAAR(¥) Hij is mogelijk (verwant aan) :
    Henricus van Minnen, van Varik, geref., otr. Utrecht (attestatie gegeven om te Varik te trouwen 10-10-1669, get. Mr. Caspar Baltusse, oom van de bruidegom, Margrietje Peters, goede kennis van de bruid, tevens schriftelijke toestemming van de moeder van de bruid te Varik) Neeltje Gijsberts, wonend Lange Jansstraat, afkomstig van Rhenen.
    Rutger Minne, burger van Utrecht 10-3-1647 als boekbinder, wonend op de Neude (1647), geref., otr./tr. Leeuwarden/Utrecht (attestatie gegeven 24-10-1647 naar Leeuwarden) Annitjen Henricks, wonend te Leeuwarden.
    Cornelis Jansz Minne koopt 14-12-1546 en verkoopt 15-12-1546 een huis in de Pankouckstraet te Rotterdam.[1024]
    Adriaen Jacobsz Minne bezit een loods aan de haven te Rotterdam 27-6-1547.[1025]
    Een verband met het Hoornse geslacht Minnes lijkt er niet te zijn. [1026], [1027]
    De volgende poorters van Leiden:[1028] Jacques Minne van Hondschooten, poorter van Leiden 5-4-1590, bezit een saaigetouw. Lodewijck Minne, saaywerker van Hondschoten 7-5-1593, Joost Minne van Belle(=Bailleul) 8-12-1589 legt de eed af 6-5-1594 als rasdrapier, Lieven de Minne, van Antwerpen, 26-5-1590, zelf get. 1593.

    3910. CORNELIS GERRITZEN VAN MEERWIJCK, geb. Utrecht 27-11-1598, ovl. Utrecht (aangifte momberkamer) 2-11-1649 (laat mondige en onmondige kinderen na)[1033], geref., j.g. van Utrecht wonend op de Lijnmerckt (1624), schoutensteeg (1643), schoenmaker en burger van Utrecht (1625), otr./tr. Utrecht geref. Buurk. 4/11-4-1624[1034]

    3911. GRIETGEN DAMEN (BOR), geb. vóór ca. 1605, ovl. Utrecht (aangifte momberkamer) 25-5-1657 (laat mondige en onmondige kinderen na) [1035], j.d. van Utrecht, wonend in de Schoutensteeg (1624) geref. lidmaat te Utrecht 18-4-1622, als j.d. wonend in de ..., (get. Dirckje Jans en Neeltje (Hermens?), doopget. (1626, 1638). Zij wonen op de Neude (1628), in de Schoutensteech (1625..1657).

    Op 25-3-1625 vragen Cornelis Gerritsz van Meerwijck, schoenmaker en burger van Utrecht en zijn echtgenote Grietgen Damen Bor octrooi aan om te testeren, (Nots. Willem van Galen)[1036].
    "Postreme soo behoort tot de kinderen van Geert van Meerwijck, Cornelis Gerritss van Meerwyck geboren den 27 Novemb(er) 1598 getrout met Grietgen Damen, hier comt van Daem van Meerwyck." [1037]
    Op 5-6-1643 kwiteert Cornelis van Meerwyck wonende te Utrecht in de Schoutesteech OZ, voor ontvangst van de som van ƒ 45,- vanwege de borgtocht door Bartel Cornelis voor Daniel Lucas vanwege de betaling van een party wol die hy van comparant had gekocht, met cessie van actie op Bartel Cornelis ten laste van Daniel Lucas. [1038] TEKST nog uitwerken
    Op 16-11-1649 testeert Wynalt Jacobss van Dorsten, ebbenwercker, gehuwd met Petronella Henricx van Voorst wonende te Utrecht. Hij benoemt tot erfgenaam de kinderen van Joost van Voorst, zijn zwager, en Grietje Damen Bor en haar zuster Neeltje Damen Bor. Een en ander op last van lyftocht van zijn echtgenote. Er wordt verwezen naar een akte d.d. 8-8-1624 voor notaris A. van Deuticum [1039]
    Grietgen Borre laat bij haar overlijden in 1657 mondige en onmondige kinderen na, van wie het oudste, Daem van Meerwijck, momber is. Op 27-7-1657 wordt Daem van Meerwijck als oudste mondige broer door de momboirkamer ontboden in verband met het momberschap over de onmondige kinderen van Grietgen Borre, weduwe van Cornelis van Meerwijck in de Schoutesteech en meldt dat het jongste kind, zijnde een zoon, inmiddels 20 jaar en dus mondig is. [1040]

    3912. WILLEM JANSZ VAN RAELT, ovl. na 1667, als Willhem Jansz van Raelt, burger van Amersfoort op 27-10-1623, bakker (1633..1646), geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 20-4-1644 als bakker op de Camp, [1048] woont te Amersfoort (1651), belender in de Potstraat (1654), aan de Liendertseweg (1667), [1049] otr./tr. 2o Amersfoort/Hoevelaken geref. 10/25-5-1651 (met attestatie naar Hoevelaken 25-5-1651, hij als wednr. van Aelten van Schaijck) JANNETJE JANS PALMA(R)(¥), geb. vóór ca. 1610 (verm. ged. geref. Amersfoort 4-2-1608 (als dr. van Jan Jansz, geen moedersnaam genoemd), ovl. na 1667, wed. van Cornelis Laurentsz, j.d. van Amersfoort (1631), huw. get. (1667), dr. van Jan Jansz Palmer(t), sijdewercker, cramer en kaarsenmaker, en Fijtge (Fietgen) Galtus (zie kw. nr. 7769 sub a/1), otr./tr. 1o Amersfoort geref. 11/19-10-1623

    3913. AELTIEN ARISDR VAN SCHAECK (SCHAYCK)(¥), ged. geref. Amersfoort 27-1-1596, ovl. 1646-1651, wordt als Aeltien Aris van Schayck geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 24-12-1620,[1050] j.d. wonend te Amersfoort (1623).

    COMMENTAAR(¥) Is zij verwant aan Cornelis Ammelsen van Schayck, ca. 1600 te Amersfoort.[1051]
    of Aeltgen Jans van Schaeck, j.d. van Amersfoort, otr/tr Amersfoort/Leusden geref. 22/30-6-1622 Seger Lambertsen, j.m. van Amersfoort

    Op 28-1-1607 lenen Cornelis Melisz en Deliana zijn vrouw, van Willem Willemsz, rentmeester van de Heilige Geestschool, voor dit godshuis, 150 gulden, met als onderpand: huis, hof en hofstede op de Kamp, belend aan de ene zijde: Aert Aertsz, aan de andere zijde: de erfgenamen van Jan Cremer. In margine: Thijman Henricsz, rentmeester van de Heilige Geestschool verklaart dat Willem Jansz van Raelt, eigenaar van de hypotheek, de schuldsom heeft voldaan. Akte 8-7-1647. [1052]
    Op 18-11-1622 lenen Jacob van Hall en Eecht Brijncken zijn vrouw, van Willem Rijcksz en Aechtgen Reyers zijn vrouw, een losrente van 6 gulden, 5 stuivers per jaar, hoofdsom 100 gulden, met als onderpand: huis aan de Langestraat, belend aan de ene zijde: Elias de Cuper, aan de andere zijde: Bart Harmansz, mandenmaker. In margine: Jacob Vlugh, busmeester. Jan Henricxz Aucoop, eertijds Raden van St. Lucasgilde, verklaren dat de schuldsom ontvangen is van Willem Jansen van Raelt. Akte 15-6-1634 [1053]
    Op 11-6-1632 verkoopt Maria Jansdr, vrouw van Albert Harmansz voor haarselve en als gemachtigde van haar man in krachte van procuratie op 9 juni gepasseerd voor Wolphard Swaerdecroon, notaris te Utrecht, aan Willem Jansz van Raelthe en Aeltgen van Schadijck, een huis aan de Langestraat op laste als vermeld in vorige akte, belend aan de ene zijde: Bart Harmansz, mandemaeker, aan de andere zijde: Elias Jansz, cuijper, en bekende van de kooppenningen ten volle betaald te zijn. [1054]
    Op 22-5-1633 verkopen Marritgen Moijen, weduwe van Gosen Jacobsz. en Cornelis Moij, haar gekozen voogd, aan Willem Jansz van Raelte, backer en zijn vrouw Aeltgen van Schadijck, een hof gelegen buiten de Sint Andriespoort (Tryesgenspoort) belend aan de ene zijde: Gillis Sandra, aan de andere zijde:n Henrickgen Moijen, weduwe van Gerrit Jansz Coedijck, aan de andere zijde: de weduwe van Evert van Butselaer. De middel-vrede (afscheiding), gelegen tegen de hof van genoemde Sandra, zal door hem onderhouden worden en de vrede aan de noordzijde van de hof, van de weduwe Evert van Butselaer, zal door haar en de ontvangers, ieder voor de helft gevredet worden. [1055]
    Op 13-9-1636 verkoopt de gemachtigde van Jan Claesz Pancraes te Amsterdam, aan Willem Jansz van Raelt bakker, zekere hof gelegen buiten de Kamppoort belend aan de ene zijde: de weduwe van Jan Fransz, aan de andere zijde: de kinderen van Jan Aertsz, kaarsemaker, voor de weg en achter strekkende aan de sloot tussen de voorseide hof en het land van Jacobgen Paesschuers naast gelegen zijnde. [1056]
    Op 2-11-1636 verkoopt de curator van de desolate boedel van Jan Evertsz bakker en zijn vrouw Dircgen Cornelis, beide overleden, aan Willen Jansz van Raelte bakker en zijn vrouw Aeltgen van Schadijck, een hof gelegen buiten de Kamppoort met het recht van een overgang over zeker steegje of gang behorende aan de hof van de erfgenamen van Jan Nertsz kaarsenmaker zal. belend aan de ene zijde: Jan Sijmonsz schipper, aan de andere zijde: de erfgenamen van Gerard Fransz. [1057]
    Op 12-11-1636 verkopen Willem Jansz van Raelt bakker en zijn vrouw Aeltgen van Schaek, aan Gijsbert Jansen en zijn vrouw Fransgen Jansz, zekere hof gelegen buiten de Kamppoort voor de weg en achter strekkende tot aan de sloot tussen de voorseide hof en het land van Jacobgen Faschueren, belend aan de ene zijde: de weduwe van Jan Fransen, aan de andere zijde: de kinderen van Jan Aertsen kaarsenmaker, [1058]
    Op 1-9-1638 verkopen Mr. Joost van Vanevelt en zijn vrouw Maria Fransdr., aan Willem Jansz van Raelthe bakker en zijn vrouw Aeltgen van Schaek, zekere hof gelegen in de eerste steeg buiten Bloemendal in de vrijheid belend aan de ene zijde: Mr. Jacob Hooft, aan de andere zijde: Gijsbert en Peter Bor en achteraan de kapel van Onze Lieve Vrouwe. [1059]
    Op 19-12-1640 verkopen Willem Janszoon Raelte, bakker, en zijn vrouw Aeltgen van Schadijck, aan Gerard Cocq en zijn vrouw Christina Donad, een hofje buiten de St. Andriespoort belend aan de ene zijde: daar voor ... Gillis, aan de andere zijde: Henrickgen Moijen, weduwe van Gerard Jansz Coedijck en de weduwe van Evert van Butselaar. [1060]
    Op 27-4-1642 verkoopt Willem Jansz van Raelth, voor Wouter Govertsz van Roijen en Elisabeth van Schadijck zijn vrouw, zijn zwager, aan Annitgen Jansz, weduwe van Evert Maess en hun erven, een huis en hofstede in de Sint Jansstraat belend aan de ene zijde: Gijsbert Jans Methorst, aan de andere zijde: Jacob Laurens, linnenwever. 100 gulden aan Jan Jansz Baks, koperslager. Voldaan [1061]
    Op 5-1-1646 verkopen Willem Jansz van Raelt, bakker, en Aeltgen van Schaick, echtelieden, aan Hessel Breecker, zijn huisvrouw en erven, 'n hof met vrije uitgang in de Pothstraat, strekkend achterwaarts tot aan de erven van de huizen van de erfgenamen van zaliger Jan Joosten Baecken en Jacob Willemsz, hoedenmaker, belend aan de ene zijde: Hessel Breecker, aan de andere zijde: Gijsbert Hermansz Cremer en Cornelis Huijgen, [1062]
    Op 3-8-1652 is Willem Jansz van Raelt belender (oost) van een huis aan de Langestraat. De belenders west zijn de erven van zaliger Jan van Raelt. Zou dat zijn vader zijn? [1063]
    Op 12-6-1654 verkopen Willem Jansen van Raelt voor de ene helft. David van Schaeck en Henrick Martensen van Kempen, mombers over de onmondige nagelaten kinderen van van Raelt en zaliger Aeltgen van Schaeck zijn vrouw, voor de andere helft, aan Peter Wulphertsen Backer en Marritge Rijckx zijn vrouw, 'n huis, hof en hofstede, schuur en gang aan de Kampstraat tot aan de Potstraat belend aan de ene zijde: Willem Jansen van Raelt, aan de andere zijde: Reijer Evertsz Smith. Op laste van 1 gulden, 4 stuivers per jaar aan L. Vrouwekapel. [1064]
    Op 5-3-1655 verkopen Jan Amsijngh, tinnegieter, en Lijsbeth Jans zijn vrouw voor de ene helft, en Willemtgen Jans, weduwe van Jan Buijck, in leven tinnegieter, aan Willem Jansen van Raelt, en zijn vrouw, 'n hof tussen de Andriespoort en de Kamppoort, belend aan de ene zijde: de erven van Joost van Vanevelt, aan de andere zijde: Gisbert Jansen Methorst, aan de oostzijde: Willem Jansen van Raelt, aan de westzijde: de gemene weg. [1065]
    Op 6-6-1660 verkopen Willem Jansen van Raelt voor hemzelf en als weduwnaar en boedelharder van zijn overleden vrouw Aeltgen van Schaeck en Jannitgen Jans zijn tegenwoordige huisvrouw, nevens zijn zoon Jan Willemsen van Raelt, en zijn huisvrouw Grietgen Anthonissen, erfgenamen van Aeltgen van Schaeck, aan Hendricus Camerbeecque, een huis, hof en hofstede, staande aan de Campstraet (Kamp) achter in de Pothstraat uitkomende belend aan de ene zijde: Jan van Vulpen, aan de andere zijde: Peter Wulphertsen, bakker. [1066]
    Op 7-5-1663 verkopen Willem Jansz van Raelt en Jannitgen Jans Palmer, echtelieden, aan Hilletgen Barents, weduwe en boedelharster van Herman Cornelis Cruijs, huis, grond en toebehoren in Langestraat, belend: Dirck Breecker, en de weduwe van Hendrick Oucoop. De verkoop geschiedt op de last van 150 gulden t.b.v. 't blockland gasthuis, 100 gulden t.b.v. de erfgenamen van Carman, 200 gulden t.b.v. het Sint Pieters gasthuis en 100 gulden t.b.v. Sint Elisabeths gasthuis. [1067]
    Op 28-12-1667 verkopen Wilhem Janz van Raelt en zijn vrouw Jannitje Jans, aan Jan Wilhems van Raelt en zijn vrouw, zekere hof gelegen buiten de Kamppoort aan de Flierbeek, belend aan de ene zijde Thimooth Janz van Borculo, aan de andere zijde Gijsbert Jansen Methorst. [1068]

    3914. ANTHONY MATHEUSSEN, ged. geref. Naarden 29-1-1617 (als Tuenis), ovl. 1669/70, bakker (1642..1669), j.m. van Amersfoort (1637), als Anthoni Mattheussen, wonend in de Muerhuyssen, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 24-12-1638, belender buiten de Andriespoort (1642), otr. 2o Amersfoort/Putten voor 1669 (get. zijn broer Matheus Matheussen, en Claas Hendrix, verwant van de bruid),[1069] AARTJE TEUNISSE VAN GENEN, ovl. na 1670, j.d. van Putten, (zij hertr. 1670), tr. 1o Amersfoort geref. 15-7-1637 (get. zijn vader Matheus Petersz, zij als wed. van Wouter Thijmensz)[1070]

    3915. JACOBIEN SIMONS, geb. Groeningen, ovl. 1655-1669, woont te Amersfoort (1628) geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 9-4-1631 in de Muerhuisen, als h.v. van Wouter Tijmessen, backer, otr./tr. 1o Amersfoort geref. 19-4/11-5-1628 WOUTER THIJMENSZ, ovl. 1636/1637, j.m. van en wonend te Amersfoort, soldaet onder Edwart Veer (1628), bakker (1631, 1633), geref. lidmaat op belijdenis van Amersfoort 13-7-1633 in de Muerhuysen bij de Stoofstraat.

    Op 29-3-1655 lenen Anthonis Matheeuwsz, bakker, en Jacobgen Simons zijn vrouw, van Herman Lap en Grietgen Henricx, zijn vrouw, en hun erven, een bedrag van een losrente van 48 Carolus gulden per jaar over een hoofdsom van 800 Carolus gulden, met als onderpand (1) 'n huis, hof en hofstede in de Muurhuizen, door comparanten bewoond., belend aan de ene zijde: Willem Rijcksz, kramer, aan de andere zijde: Robbert Holland. Deze akte bestaat uit 4 delen, (zie ook ID 6511, 6513 en 61514). De akte is geheel doogehaald. In de marge: Johan Narot, bij erfenis van zijn moeder zaliger de plechte verkregen, verklaart van Margaretha Anthonis Lamberts, weduwe van Jan Willems van Raalt en dochter van Anthonis Mattheusz. Backer en Jacobgen Simons zijn vrouw, de schuldsom ontvangen te hebben. Akte 24-6-1691. [1071]
    Op 29-5-1669 verkoopt Steven Reijerz van Voorthuijsen voor hemzelf en als weduwnaar en boedelharder van Sibbera Jansen, zijn overleden vrouw, aan Antonis Matheusz, backer, een huis, hof en hofstede staande en gelegen in de Nieuwstraat, belend aan de ene zijde de koper zelf, aan de andere zijde Marcelus Loockerman. [1072]
    Op 23-8-1669 verkopen Anthoni Matheusen en zijn vrouw Aertgen Tonissen, aan Jan Willemsen van Raelt, een huis, hof en hofstede bij de pomp in de Muurhuizen, belend aan de ene zijde de erfgenamen van Willem Rijcksen, aan de andere zijde Marcelis Loockerman. [1073]

    3918. JAN WILLEMSZ HAEN, geb. ca. 1600, ovl. 1667-1675, geref. lidmaat op belijdenis van Amersfoort 1-4-1648 bij de St. Janskerk, wijk Camp, tr.

    3919. WILLEMKEN HUYBERTS, geb. ca. 1605, ovl. na 1675, geref. lidmaat op belijdenis van Amersfoort 27-9-1645 achter de Camp, h.v. van Jan Haen. De wed. van Jan Haan, op de Singel bij de Triesjenstraat in de wijk Camp buiten, betaalt ƒ 6,5,-- Familiegeld (1675).[1074]

    In de Groote of St. Joriskerk te Amersfoort bevindt zich een grafzerk met de tekst "Jan Haen ..... Sittert".[1075]

    Utrecht, ca. 1650.
    Kaart uit "Toneel der Steden", door Joan Blaeu. Eerste uitgave : Amsterdam, 1652. Scan http://grid.let.rug.nl/~welling/maps/blaeu.html

    klik op plaatje(s) om te vergroten

    4032. CORNELIS JACOBSZ NOEST, geb. Utrecht (waarschijnlijk voor 1612, wanneer het doopboek begint), ovl. na 1680, getuige te Utrecht (1628), geref. lidmaat te Utrecht 1634, als schoenmaecker, wonend in de Beekerbrugge naast de Groene Draeck (get. Albert van Hattum), woont op de Steenweg (1634), wordt in het testament van Niclaes van der Meer benoemd tot voogd over diens zuster Willemtgen Adriaens van der Meer (1645), is als koster van de Buyrkerck gemachtigde een transportaakte (1646), genoemd als voogd over de kinderen van zijn schoondochter Johanna Coninck (1670), gemachtigde in een ander akte (1679), woont te Utrecht (1628..1646), tr. 2o 1650-1657 AELTGEN GORIS, ovl. 1682-1684, woont op het Buerkerckhoff over de westkerck- off toorndeur (1667), tr. Utrecht Geertek. 7-10-1634

    4033. AEFGEN (AELTJE) (VAN) EM(M)ENES (PINC(H)AS), geb. Leiden ca. 1610, ovl. 1650-1657;(¥) woont in de Oude Munstertrans. Zij wonen op het Buurkerkhof (1639..1650).

    COMMENTAAR(¥) Is Anthonis Dircksz van Emmenes, burger en cleermaker te Utrecht, die tr. Utrecht 7-2-1630 Elisabeth Aertsdr de Cruijff wellicht verwant?[1107]

    Op 27-10-1648 verlenen de mede-erfgenamen van Jacob Hendrixss Noest en Huybertgen Willems Schade, in leven echtelieden, met name: Floris de Ruyter gehuwd met Hendrickgen Jacobs Noest, dochter, wonende te Woerden, Christiaen Martens gehuwd met Willemtgen Jacobs Noest, dochter wonende te Leyden, Anthoni van Hemert gehuwd met Willemyntgen Jacobs van Noest, dochter, wonende te Utrecht, machtiging aan Cornelis Jacobss Noest, broer en mede-erfgenaam, en Aelbert van Hattem gehuwd met Geerten Jacobs Noest, zuster en mede-erfgename, om voor het gerecht van Utrecht ten behoeve van Johan van Hemert x Geertgen Jacobs Noest afstand te doen van huis, erf en hofstede aan de zuidzyde van de Steenweg tegen de Buurkerk, hun by scheiding toebedeeld. [1108]
    Op 6-11-1648 transporteren Cornelis Jacobsen Noest, voor hemzelf en als lasthebber van Maijcken Jacobs zijn zuster, Aelbert van Hattem, als man en voogd van Geertruijd Jacobs Noest, in die kwaliteit mede voor hemzelf en beiden als gemachtigden van Floris de Ruijter, burger te Woerden, als man en voogd van Hendrickgen Jacobs Noest, en Christoffel Martens, burger te Leiden, als man en voogd van Willemtgen Jacobs Noest, mitsgaders Anthonij van Hemert, burger te Utrecht, als man en voogd van Willemtgen Jacobs Noest zijn vrouw volgens procuratie van 27-10-1648 voor notaris Gerrit Houtman, met Johan van Hemert en Geertruijd Jacob Noestdr zijn vrouw, kinderen erfgenamen van Jacob Hendricks Noest, burger te Utrecht, en Huijbertje Willems Schade, in leven echtelieden, hun zal. vader en moeder, schoonvader en schoonmoeder, etc. (ZOEK OP) [1109]
    Archief Familie De Pesters: Stukken betreffende de uitgifte van graven in de Buurkerk en op de gemeentelijke begraafplaats te Utrecht ten behoeve van leden van de familie De Pesters en Ormea:[1110]
    11-12-1651: Johan van Bijler en Dievertgen Gerrits van Puffliet aan Cornelis Jacobszoon Noest
    29-12-1651 Cornelis Jacobszoon Noest aan Pieter van Hattingh.
    Op 8-10-1650 testeren Cornelis Jacobss en Aeffgen Pineas, echtelieden, wonende te Utrecht op het Buyrkerckhoff. Zij meken een langstlevende testament met benoeming van Niclaes van der Meer, schepen en raad in de vroedschap van Utrecht, en Adriaen Pineas te Rotterdam tot voogden. [1111]
    Cornelis Noest, burger van Utrecht, en echtgenote Aeltgen Goris, vragen octrooi aan om te testeren, 10-4-1657 (Nots. Willem van de Houve).[1112]
    Cornelis Noest, vader van Cornelia Noest, buiten Utrecht, krijgt octrooi om te testeren 23-10-1680.[1113]
    Op 2-10-1656 verlenen de mede-erven van Nicolaes van der Meer, in leven raad in de vroedschap en schepen van Utrecht, en Cornelia van Soestdyck, in leven echtelieden, met name Adriaen Vermeer, Cornelis Noest, Maria Pineas van Steenwyck, wed. van Anthonis Marcuss de Schot, Steven van Soestdyck, Henrick van Soestdyck en Johan van Bockhoven, machtiging aam Peter van Helm, mede-erfgenaam, om uit handen van N.N. Vervelst, advocaat hove van Utrecht, als mede-crediteuren van mevrouw N.N. van Stavenes, ƒ 257-10- van hun vordering van ƒ 1000,-- te ontvangen. [1114]
    Op 10-10-1667 testeert Aeltgen Goris, gehuwd met Cornelis Noest, wonend te Utrecht, Buerkerckhoff over de westkerck- off toorndeur. Zij benoemt tot erfgenaam: Cornelia Noest, voordochter van haar echtgenoot. met uitsluiting van de weeskamer. Op 9-5-1682 heeft testatrice dit testament wederom bevestigd. Er wordt verwezen naar een testament d.d. 10-4-1657 voor notaris W. van der Houve. [1115]
    In de "Memorie van utgeef soo tot de begraeffenisse als andersints, voor moeder vrouwe Mechteld Catharine van Santen sal." door Wilh. van der Muelen komt voor de post
    24-12-1677 voor 2 uer luys in Buerkerck aan Cornelis Noest betaelt ƒ 0-4-4
    item, voor zegel an den selve ƒ 0-1-11.[1116]
    Op 31-12-1679 (oude stijl) compareert Jacob Bodegraven, die bij deze machtigt Cornelis Noest, om toe te stemmen in een akkoord, heden bereikt door overige medecrediteuren van Willem Boom, bakker en burger in Utrecht. Deze moet zijn schulden binnen 6 weken voldoen. Getuigen zijn Gerard Noest en Jochem van Kleeff. Was getekend allen.[1117]
    Op 25-6-1684 laten de kinderen van Bastiaen Dirckssen van Cuylenburch ter ene zijde, een akte van insinuatie door de notaris voorlezen aan Cornelia Noest, stiefdochter van wijlen Aeltgen Goris, en Gerard Noest, stiefzoon van wijlen Aeltgen Goris, terzake van aanspraken op de nalatenschap van Aeltgen Goris. De moeder van insinuanten was een nicht ("twee gesusters kinderen") van Aeltgen Goris. Er wordt verklaard "dat de voorn Aeltgen Goris saliger de insinuanten altijt voor haere nichten en erfgenamen ab intestato heeft gehouden" en "dat volgens de rechten en costumen der stadt end provincie Utrecht een vrouw aan haer man noch aan desselfs voorkinderen staande huwelijck geen testament maecken can". Voorts "dat derhalve de gesamentlijcke kinderen van Bastiaen Dirckssen van Cuylenburch vrindelijck versoecken haer de erfenisse van de voors. Aeltgen Goris niet te willen onthouden noch te zwaaren met onnodighe vracht costen te beswaren namentlijck die geene die sij weten het haare soo van noden te hebben, presenterende de insinuanten oversulx Indiën yets tegens haer recht tot de voors. erfenisse soude connen of mogen te seggen vallen te selvighe ende alles wel te willen stellen aen twee ofte meer onpartijdighe rechtsgeleerden oof andere goede mannen. hun des verstaende (versochte?) mitsdien dat de voor gemelte Cornelia ende Gerardus Noest haer in t geene voors. contentement sullen (nenien?) en dat alles het sij aan onpartijdighe off andersints oock bij onderlingh verdrach in den minne sal cunnen afgedaen werden ende sal den notaris hiertoe versocht sijn wedervaren sulx onder inscrijving stellen en relaterende etc." De notaris heeft assistentie ingeroepen van "Nicolaas van de Kempe, clercq in den kapittele van den Dom ende Wilhelmus van Rhenen, secretaris tot Werckhoven getuijgen hiertoe versocht" die "mij verclaert ten huijse van Cornelia en Gerardus Noest en haer lieden de vorenstaende acte van insinuatie door mijn notaris van woorde tot woorde voorgelesen sijnde gaf den voorn. Gerardus Noest tot antwoord : wij sullen daar in voorsien, wij weten haer niet te wel ende antwoorde Cornelia Noest noch ick wij sullen mijn hr. de Heus daerover afspreecken". Aldus gedaen etc. [1118]

    Fragment Jonolin de Rochely

    Ia. NN Jonolin (de Rochely), geb. vóór ca. 1580.

    IIa. Thomas Jonoli(j)n, geb. vóór ca. 1635, die met zijn vrouw gedurende veertien jaar wordt onderhouden door zijn broer Jean, waarvoor laatsgenoemde een vordering hield die tot niet minder dan 5300 rijksdaalders was opgelopen, toen hij in 1673 daarvoor als onderpand een perceel akkerland en vier percelen hooiland verwierf,[1128] tr. vóór 1660 Anna NN, geb.


    IIb. Jean Jonolin, geb. vóór ca. 1605, ovl. na 1684, réfugié, kleermaker en diaken van de Waalse kerk te 's-Gravenhage, die als klanten talrijke adellijke officieren heeft onder wie de heer van Langerack, wordt later mr. tailleur van de Prins van Oranje (1681) en de koning van Engeland (Willem III) genoemd, [1130] meester kleermaker te 's-Gravenhage (1665).

    Op 29-8-1665 bekent Petronella Campe, laatst wed. van Johan Eyckburch, in leven secretaris van de Raid van Staten schuldig te zijn aan Jean Jonolin, meester cleermaker wonend te 's-Gravenhage, en Johan Germyn wonend te 's-Gravenhage, respectievelyk ƒ 1000-- en ƒ 617-16-, verschuldigd door Christiaen Huygens, drossaard van land en baronie van Kranendonk, en kosten van arrest en detentie. Er wordt verwezen naar een schuldbekentenis d.d. 5-9-1664 voor notaris M. Verwey te 's-Hertogenbosch een sententie d.d. 16-4-1665 van de raad van Brabant. [1131]
    De rechtsgeleerde Ulrik Huber haalt in zijn werk Heedensdaegse rechts-geleertheyt, soo elders, als in Frieslandt gebruikelijk[1132] ter illustratie van zijn betoog aan de "sake van Jan Jonelijn, kleermaker van den Prince van Orangien, contra N.B." voor Alderheiligen 1680.
    In dec. 1683 procedeert Petronella Kenens, weduwe van Hermanus van Schoorstraten, impetrant, voor de Hoge Raad contra Jean Jonolijn, meester kleermaker in den Hage, gecondemeerde. [1133]
    Op 10-12-1684 heeft Jean Jonolin te 's-Gravenhage een vordering op Anna Elisabeth Wilhelmina zu Bentheim-Tecklenburg-Steinfurt als voogdes van haar zoon graaf Arnold Mauritz Wilhelm. [1134]
      Uit hem vermoedelijk:

    IIIa. Johannes Jonolin Roschelius, geb. vóór ca. 1630, wordt als Johan Jonolin de Roschely, Hoogdijk en waterheemraad, met sijn dogter Johanna Jonolin, geref. lidmaat te Langerak op attestatie van de Fransche gemeente in 's-Gravenhage 1685 (in margine: vertrokken), dyck en waterheemraed van de Overweert (1685), tr. vóór ca. 1655 Susanna Planchard, beg. Langerak in de kerk (zie beschrijving zerk hieronder), doopget. (1660)

    Zerk in de Ned. Herv. Kerk te Langerak (ZH):
    Twee wapens:
    I. Gevierendeeld: 1 en 4 eene staande vrouw, 2 en 3 een breedarmig kruis. Helmteeken een zittende hond.
    II. Een kasteel, waarboven een dubbele adelaar. Helmteeken een kind, dat een stok in de rechterhand houdt.
    "Hier leyt begraven Susanna Jonolin Roschelius a Bonorando gebooren Planchard huisvrou van d Heer Johannes Jonolin Roschelius a Bonoranda Hoogen Dijck . . . ." [1135]
    Op 2-6-1685 (ver)koopt Jurriaen ter Horst wonend te Langeraek over Leck aan Jean Jonolin de Rochely, dyck en waterheemraed van de Overweert,
    - 4½ mergen wey-, hoy- en bouwland, gelegen aan de dyckslooth in het gerecht Langeraeck over Leck, belend achter: de Goudriaense lantscheydinge, ow: de kinderen van Willem Damen, ww: Teunis Willem Damen
    - 2 mergen bouwland met huys gelegen aan de dyckslooth in het gerecht Langeraeck over Leck, belend achter: de Tientwegh, ow: Joost Willemss Stuyvenbergh ww: Pieter Blom c.s. [1136]
    In de onmiddelijk hierop volgende akte van 2-6-1685 verklaart Jean Jonolin de Rochely, dyck en waterheemraed van de Overweert, dat hy bereid is om huis en land in Langerak terug te verkopen aan Jurriaen ter Horst voor ƒ 500,--. Er wordt verwezen naar koop en verkoop d.d. 2-6-1685 voor notaris H. Ribbius. [1137]
      Uit dit huwelijk:
    • a. Johanna Jonolin, geb. vóór ca. 1665, wordt geref. lidmaat te Langerak op attestatie van de Fransche gemeente in 's-Gravenhage 1685 (in margine: vertrokken).

    IVa. Jean (Johan(nes)) Jonnelyn (Joneli(j)n) (de Roschelm), geb. vóór ca. 1655, ovl. na 1716, filiatie niet bewezen, afkomstig van 's-Gravenhage (1673), ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Groningen 10-10-1673 (Johannes Jonolinus A. Rochelaen, Hagensis"),[1138] verandert blijkbaar zijn studierichting in geneeskunde (promotie niet gevonden), wordt als Johan Jonolin de Roschely m.d. (medicinae doctor) geref. lidmaat te Langerak op attestatie van 's-Gravenhage 1685 (in margine: vertrokken), medicinae doctor te Langerak (1692), doctor te Delfshaven (1702..1705), treedt op als Jan Jonelyn medicine doctor, wonend te Utrecht, gemachtigde voor Maria Magister (procuratie 9-4-1715 ter secretarie van Suriname), [1139] docter tot Utrecht (1716),(¥) otr. Schoonhoven 27-6-1692 (attestatie gegeven om (elders) te trouwen),[1140] Catharina Leendersdr Pelt, geb. Schoonhoven, ovl. na 1715, wordt in 1698, met haar twee zusters, bij testament door haar vader aangewezen als zijn erfgenaam, dr. van Leendert Cornelisz Pelt, Remonstrants lakenkoper, schutter en korporaal van een Oranjevendel te Schoonhoven.[1141]

    Uit de boedelinventaris van Pieter Van Gasten te Delfshaven d.d. 25-1-1702, blijkt dat hij o.a. een schuld heeft aan dokter Sonolin (sic!). [1142]

    Op 20-10-1702 treedt dokter Johan Sonolingh (sic!) op als medevoogd van de kinderen van Aerjaentie Willems van Bergen, wed. van Claes Walingsse Walingh te Delfshaven. [1143]

    Uit de boedelinventaris van Meynsie Aertsdr, vrouw van Leendert Janse van der Jagt, te Delfshaven d.d. 20-10-1702, blijkt dat zij o.a. een schuld heeft aan docter Johan Sonnolinn (sic!). [1144]

    Uit de boedelinventaris van Lysbeth Barens, weduwe van Claes Dircxse van Kimmenaer, te Delfshaven d.d. 9-1-1703, blijkt dat zij o.a. een schuld heeft aan docter Johan Jonolin. [1145]

    Uit de boedelinventaris van Hendrick van Schie, wednr. van Maritje Dircxdr te Delfshaven d.d. 4-2-1705, blijkt dat hij o.a. een schuld heeft aan Doctor Johan Jonnolin. [1146]

    Uit de boedelinventaris van Cornelis Dircxsz Proper, wednr. van Geertje Jansdr Kranendonck te Delfshaven d.d. 25-5-1705, blijkt dat hij o.a. een schuld heeft aan Johan Jonnolin, doctor. [1147]
    Op 3-11-1715 verlenen Johan Jonolyn doctor in de medicyne, gehuwd met Catharina Pelt, wonend te Utrecht, en Maria Pelt, wed. van Gerrit Verhoeff, brouwster wonend te Ameyde, aan Pieter Taure, mr. silversmith wonend te 's- Gravenhage, garantie inzake borgtocht i.v.m. ontvangst van een bedrag uit de boedel van Mathys Pierson de Courval. Johan Jonolyn was gemachtigde van Maria Magister, erfgenaam van haar vader Glande Magister de Lauron, die enige erfgenaam was van Matthys Pierson de Courval. Er wordt verwezen naar een borgstelling d.d. 10-10-1715 voor nots. S. Favon, te 's-Gravenhage. [1148]
    Op 7-8-1716 eist Barendt Buddingh van Jean Jonnelyn, docter tot Utrecht het voldoen van een wissel : "Suriname den 31en Maij 1716 voor ƒ 500,-- Courant geldt, etc.". [1149]
    Johan Jonolijn wordt genoemd in de vonnissen Rechtspraak civiele zaken, van de Raad van Brabant in de periode 1721 - 1727.[1150] Betreft het hier Jean Jonolin?
      Uit dit huwelijk (o.a.?):
    • a. Maria Jonelin, ged. Rem. Delfshaven 24-3-1699 (in huis gedoopt, get. Maria Pelt), beg. verm. Delfshaven (gaarder) 13-1-1702 (kind van Johan Jonnolin doctor).
    • b. Susanna Jon(n)elijn, ged. Rem. Rotterdam (Delfshaven?) 16-9-1701 (in huis gedoopt), beg. Rotterdam 20-2-1783, als bejaarde jongedochter wonend in de Lomberstraat bij de Beursteeg.
    • c. Lena Jonelijn, ged. Rem. Rotterdam (Delfshaven?) 10-3-1704.
    • d. Catharina Jonolin (Jonelijn), ged. Rem. Rotterdam (Delfshaven?) 7-4-1706 (get. Maria Pelt), beg. Rotterdam Franse kerk 25-7-1725, jongedochter van Delfshaven, wonend te Rotterdam, woont op de L'haave bij de Varkesteegh (1725) otr./tr. Rotterdam schepenen 14/29-4-1725 (betalen ijder 30 gld.) Johannes Cors(t)ius, jongeman van Amsterdam (1725).

    4034. ANTHONI MICHIELSZ CONINCK, geb. vóór ca. 1605, ovl. 1656-1668, kleermaker bij de St. Jansbrug te Utrecht,[1151] wordt in juli 1631 benoemd tot voogd over een onmondig kind van zijn broer Peter Michielsz Coninck,[1152] woont met zijn eerste vrouw te Utrecht in de Vinckenborgerstege (1636, 1639), woont met zijn tweede vrouw te Utrecht in de Vinckenborgerstege (1642, 1656), treedt op als Anthoni de Coninck, huw. get. bij Harbart Corneliss van Coten, die hem zijn neef noemt (1649), en wordt in 1656 tot voogd van diens kinderen benoemd, tr. 1o Utrecht geref. St Jacobskerk 10-11-1630 (op attestatie van 's-Gravenhage) MAGDALENA AERTS BESSEM, ovl. feb-april 1639, otr./tr. 2o Utrecht geref. St Jacobskerk 28-4/19-5-1639

    4035. MARGRITA (GRIETJE) DAMEN (KIRRICHGARDEN), geb. vóór ca. 1610, ovl. na 1668, j.d. van Utrecht wonend in de Hooge Jacopijnestraet (1627), wed. wonend in de Hooghe Jacobijnenstraet (1639), zie voor haar mogelijke verwantschappen Fragment Kircharten, otr./tr. 1o Utrecht geref. St. Jacobskerk 22/29-4-1627 J(OH)AN GERRITSS VAN KESTEREN, ovl. 1633-1639, j.g. van Utrecht wonend aen de Vismerct (1627), wonend met zijn vrouw bij 't Weeshuijs (1632), op de Verckemerckt (1630..1633), aen de Backersbrugh (1629), verm. zn. van Gerrit Jansen van Kesteren.

    Op 9-8-1638 besluiten Dirck Aertss Bessem, en Anthonis Coninck gehuwd met Magdalena Aerts Bessem, diens zuster, wonende te Utrecht, tot liquidatie van het bedrag van ƒ 290-2-8, door Anthonis Coninck ontvangen uit handen van Aert Janss Vetman te Gorkum, gewezen voogd van Dirck Aertss Bessem, diens in Oost-Indie overleden broer Jan Aertss Bessem en Magdalena Aerts Bessem. [1153]
    Op 2-2-1639 testeert Magdalena Aerts Bessem gehuwd met Anthoni Coninck wonende in de Vinckenborchsteech te Utrecht. De testatrice is in barensnood. Zij benoemt tot erfgenaam Jacobgen Goossens, haar schoonmoeder, wed. van Michiell Anthoniss Coninck. [1154]
    Op 25-4-1639 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Anthoni Conincx, bruidegom, geassisteerd met Jacobgen Goosens van Tielt, zijn moeder, Hermen Weerntss Bouwcamp, zijn broer, Dirck Conincx, zijn broer, en Grietgen Daemen, bruid, wed. van Johan Gerritssen van Kesteren, geassisteerd met Annichgen Thonis, wed. van Daem Bastiaenssen, haar moeder, Hendrick Gerritss van Kesteren, haar zwager, Wernert Janss Hassingh, haar zwager. [1155]
    Op 7-3-1656 testeren Anthonis Coninck en zijn vrouw Margareta Damen wonende te Utrecht in de Vinckenborgerstege. Zij make een lyftocht op de langstlevende, en benomen hun zwager Warnardt Hassingh te Culemborg en neef Gilles van Thiell te Utrecht tot voogden. [1156]
    Op 16-1-1668 wordt een akkoord gesloten over de aanspraken van partyen op de erfenissen van Anna Thonis, (groot)moeder, in leven weduwe van Daem Bastiaenss en op die van de vaders van eerste party. De eerste partij wordt gevormd door: De kinderen en erven Jan Gerritss van Kesteren, met name : 1. Adam van Kesteren en Geurt Willemss Smetzer x Heyltgen van Kesteren 2. De kinderen en erven van Antoni Koninck, met name Michiel Koninck en Jacobus Noest x Johanna Coninck. De tweede partij is: Grietgen Damen, eerder wed. van Jan Gerritss van Kesteren en laatst wed. van Antoni Koninck. Bijzonderheden: toewyzing van een prelegaat door Grietgen Damen [1157]
    Op 10-11-1670 machtigt Jacobus Noest, suyckerbacker en burger te Utrecht, gehuwd met Johanna Koninck, zijn zwager en schoonzuster Michiell Coninck en Elysabet Meyeringh, echtelieden, om voor het gerecht van Utrecht te transporteren hun aandeel in een huysinge c.a. te Utrecht in de Vinckenborchsteege nz, ten behoeve van Johannes Looff, burger te Utrecht. Jacobus Noest is medeerfgenaam van zijn schoonouders Anthoni Koninck, burger te Utrecht, x Margareta Kirrichgarden. [1158]

    Fragment Kirckharten
    Grietje Damen Kirichgarden (kw. nr. 4035) is zeer waarschijnlijk verwant aan een geslacht Kirchgarten te Utrecht.[1160] Hoe het verband is blijft vooralsnog onduidelijk.

    I

    Ia. Jan (Smit), ovl. (verm. Kirchherten) voor 1597, tr. vóór ca. 1570 Truychje (Smit), ovl. (verm. Kirchherten) voor 1597.

    Proces d.d. 11-5-1597[1161] Henrick Jansz, "smit van Kerckharten" machtigt zijn broer Bartholomeus Jans, smit van Kerckharten, de nalatenschap van hun ouders Jan Smit en Truychje Smit, te Kerkharten overleden, te regelen. Niet duidelijk is of zij "smid" waren of heetten.[1162]
      Uit dit huwelijk (o.a.?):


    II

    IIa. Henrick Jansz van Kirckharten, geb. vóór ca. 1570, ovl. 18-9-1626, afkomstig van Kirchherten, Kreis Bergheim, Ambt Karster in het land van Jülich, smit van Kerckharten (1597), tr. ca. 1590[1166] Jacomijntje Cornelis Jansdr Tack, ovl. 13-6-1631, verm. dr. van Cornelis Jans Tack en Jacomina van Dorssen.

    Op 7-7-1626 testeren Henrick van Kirckharten en Jacomijntje Tack Cornelisdr en in hun boedelscheiding van 24-9-1633 worden genoemd Gerard Ruysch, gehuwd met Sara Hendricks van Kirckharten, Bartholomeus Jans van Kirkharten als oom van de voorkinderen van Sara voorn., Jannichie van Kirckharten weduwe van Hans Verstegen, Jan Stevens van Soestdijck gehuwd met Hester van Kirckharten, Ds. Otto Glimmerus, predikant te Breukelen, geh. met Cornelia Henricks van Kirckharten, Ysaack Henricks van Kirckharten.
      Uit dit huwelijk (in 1633 in leven):
        Uit dit huwelijk:[1184]
      • 1. Aaltje Versteegh, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1664, tr. 28-12-1634[1185] Herman(nus) Ribbius, geb. vóór ca. 1610, ovl. vóór 1662, huw. get. (1640, 1650), boekdrukker te Utrecht,[1186] werkzaam 1634-1660 op "by de Sint Jans dam" 1636-1637, in "de Corte Sint Jans straet" 1647,[1187] zn. van Ds. Hermanus Ribbius, predikant te Paasloo, Oldemarkt en IJsselham, Huizen, Bolsward en Utrecht, en Elisabeth Nagge.[1188]
        Zij testeren d.d. 21-1-1636 voor nots. C. Verduyn.
      • 2. Maria Versteech (van der Steegh), geb. Utrecht vóór ca. 1620, ovl. vóór 1654, otr./tr. Tiel/Utrecht 9/31-5-1640[1189] [1190] Cornelis van Niel, ovl. 1670, weesmeester (1652-1656), stadsfabriekmeester, en lakenkooper (1655) te Tiel , deken van 't Heilige Kruisgilde en het Kramersgilde aldaar,[1191] wednr. van Anneke Rövers (de Roever), zn. van Quiryn van Niel, brouwer, en Margriete Matheusdr van der Steech. Hij hertr. 1o Tiel/Avezaath 18-11-1655 Dirkje van Cattenburch[1192] en hertr. 2o Buren 1658 Dirkje (Elisabeth!) van den Kerckhoff.[1193]
        Op 16-4-1640 maken Maria Versteech en Cornelis van Niel huwelijks voorwaarden. Getuigen zijn Johan van Eck, schepen van Tiel, en Cornelis Udens, secretaris van Tiel als neven van de bruidegom, en voor de bruid haar moeder Jannichje van Kirckharten, wed. van Hans Versteech, Hermannus Ribbius als schoonbroeder, Isaacq van Kirckharten, oom, Gerard Ruysch en Ds. Otto Glimmerus, predikant te Tiel, als behuwde ooms. [1194]
      • 3. Hendricus Versteegh, ged. geref. Utrecht 20-5-1629, ovl. 22-9-1673, werkzaam (1654-1670) als boekverkoper te Utrecht op de Steenwegh (1655) en de Oudegraght tegen over 't Weeshuys (1655-1667),[1195] tr. 29-4-1655[1196] Elisabeth van Aken, wed. van Johan van Eijckelbeeck.
      • 4. Sara Verstege, ovl. na 1668.
      • 5. Peter Verstege, ovl. na 1662.
      • 6. Geertruyt Verstege, ovl. 1662-1664, tr. vóór 1662 Johan van Deventer, ovl. na 1664, kranckenbesoecker van Utrecht (1664).
        Op 27-5-1664 wordt een akkoord gesloten over de verdeling van de boedel van Geertruyt Versteech, in leven gehuwd met Johannes van Deventer, tussen enerzijds Jannigen van Kirckharten, wed. van Johannes Versteech, geassisteerd met Henrick Versteech, zoon en anderzijds Johannes van Deventer, kranckenbesoecker van Utrecht, wedr. van Geertruyt Versteech, geassisteerd met Leendert van Wassenberch. Er wordt verwezen naar een testament d.d. 9-5-1661 voor notaris C van Doorn. [1197]
    • c. Hester Hendricks van Kirckharten, geb. vóór ca. 1600, ovl. 28-8-1655, tr. 1o 29-3-1619[1198] Jan Stevens van Soestdijck, ovl. 23-6-1636, huw. get. (1623), ijzerkoper,[1199] zn. van Steven Janszn van Soes(t)dijck, tr. 2o 22-2-1646 haar zwager[1200] Nicolaas van der Meer, ovl. 24-6-1654, raad en schepen van Utrecht (1646, 1648), wonend te Utrecht in de Oudemunsters Trans (1645), in den Iseren Man op den Steenwech (1646, 1648), wednr. van Cornelia van Soestdijck, zn. van Adriaan van der Meer (zie kw. nr. 16134 ). Nicolaas van der Meer testeert op zijn familie 10-9-1650 voor nots. G. Houtman. Verdere testamenten 15-1-1621 nots. C. Verduyn en 16-3-1630 nots. W. Zwaerdecroon.
      Hestertje Henricks van Kircharten, weduwe van Jan Stevens van Soestdijck, toont op 5 en 7-3-1638 een acte van seclusie d.d. 10 juli of aug. 1624 waarin tot voogden over haar kinderen worden benoemd de grootvader Steven Jans van Soestdijck en de oom Ysaeck Henrick van Kircharten, die de benoeming aanvaarden.[1201]
      Op 9-6-1645 testeert Niclaes van der Meer, out scheepen ende raet in de vroetschap van Utrecht wonende te Utrecht, in de Oudemunsters Trans. Erfgenaam is Willemtgen Adriaens van der Meer, zijn zuster, wed. van N.N. Pineas van Steenwyck, met benoeming van neef Adriaen Pineas en aangehuwde neef Cornelis Jacobss Noest, gehuwd met Aeffgen Pineas, tot voogden. [1202]
      Op 2-10-1656 verlenen de mede-erven van Nicolaes van der Meer, in leven raad in de vroedschap en schepen van Utrecht, en Cornelia van Soestdyck, in leven echtelieden, met name Adriaen Vermeer, Cornelis Noest, Maria Pineas van Steenwyck, wed. van Anthonis Marcuss de Schot, Steven van Soestdyck, Henrick van Soestdyck en Johan van Bockhoven, machtiging aam Peter van Helm, mede-erfgenaam, om uit handen van N.N. Vervelst, advocaat hove van Utrecht, als mede-crediteuren van mevrouw N.N. van Stavenes, ƒ 257-10- van hun vordering van ƒ 1000,-- te ontvangen. [1203]
        Uit haar eerste huwelijk:[1204]
      • 1. Geertruidt van Soestdijck, ged. 31-7-1622.
      • 2. Trijntgen van Soestdijck, ged. 11-9-1628.
      • 3. Steven Jans van Soestdijck, geb. vóór ca. 1625, ovl. 15-11-1675, raad van Utrecht, tr. 1o 11-5-1647[1205] Huberta van Hattem, ged. 28-10-1627, ovl. 12-3-1649, dr. van Aelbert Dirck Aelbertszn van Hattem en Geertruid Jacob Hendriksdr Noest (zie kw. nr. 80064 sub b), tr. 2o 19-2-1650[1206] Maria Flaman, ged. 5-10-1630, ovl. 14-3-1664, dr. van Ds. Joannes Flaman, predikant te Utrecht, en Anna Pieters van Strijp, tr. 3o 24-8-1665[1207] Johanna Quint, ged. 22-3-1629, ovl. 18-1-1692, dr. van Cornelis Corneliszn Quint (de jonge), raad en schepen van Utrecht, en Margaritha Henricks van Velthuysen (laatstgenoemde is getuige bij het huwelijk). Hieruit verder nageslacht bekend.
        Op 5-4-1648 maken Steven Jans van Soestdijck en Huberta van Hattem een mutueel testament. [1208]
        Op 31-1-1650 maken Steven Jans van Soestdijck en Maria Flaman huwelijksvoorwaarden. Als getuigen treden op voor de bruidegom: Nicolaas van der Meer, raad en oud-schepen van Utrecht, behuwdvader (stiefvader), Hermannus Ribbius, neef, en voor de bruid: haar vader Ds. Joannes Flaman, predikant te Utrecht, haar broeders Ds. Ioannes Flaman, predikant te Eemnes, en Petrus Flaman, apotheker, en de Utrechtse predikant Ds. Arnoldus Teckmannus. Steven tekent "van Soestdijck". [1209]
        Ds. Johannes Flaman testeert 16-5-1666 en legateert o.a. aan de onmondige kinderen van zijn dochter Maria Flaman bij Steven van Soestdijck.[1210]
    • d. Cornelia Henricks van Kirckharten (Kerkschoten!), geb. vóór ca. 1605, ovl. verm. Tiel (voor 1670), j.d. van Utrecht (1623), otr. Wijk bij Duurstede dec. 1623 (zij onder patroniem, zij krijgen attestatie naar Utrecht), tr. Utrecht 30-12-1623[1211] Ds. Otto Glimmerus (Gellumerus), geb. 1598/99, beg. Tiel 14-3-1686 (luiden ƒ 13,--)[1212] (op 6-12-1686 "over ds. Glimmerius 3 poosen geluijt, ƒ 12--)[1213] bedienaer des Heiligen Evangelie, afkomstig van Bommel, en wonend te Schalckwijck (1623), ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 27-4-1619 ("Otto Gelumerus (!)", Bommelanus, 20 (jaar)"),[1214] predikant te Schalkwijk 1623-1625 (doet als kandidaat zijn intree aldaar 24-8-1623 en neemt afscheid maart 1625) te Breukelen (intree april 1625, afscheid april 1634) 1625-1634 en Tiel (1634-1686),[1215] [1216] [1217] afgevaardigde van de classis Tiel op de synode te Zutfen (28 juli - 2-8-1641),[1218] scholarch te Tiel (1653),[1219] belender in de Kekstraat aldaar (1670),[1220] doopget. (1659, 1681), mogelijk zoon of kleinzoon van Otto Glummer en Aeltgen Hendrick van Doyweert te Zaltbommel. Hij hertr. 1655 Geertruidt van Eck, wed. van Gillis de Maré.[1221] verm. beg. Tiel 17-5-1690 ("de schoonmoeder van den kustus Jan Taey ƒ 7,--).
      Publicaties van Otto Glimmerus.
    • Otto Gellumerus, Theses theologicae de fide justificante, (sub praesidio Joh. Polyandri), Leiden, 1621 (ex off. Jac. Marci)
    • Akte van huw. voorw. d.d. 18-11-1623 tussen Ds. Otto Glimmerus en Cornelia Henricks van Kirckharten. Getuigen voor hem zijn zijn oom Thomas Ottens van Thiel en zijn neven Claes Willems, burger van Tiel en Adriaan Peters Verthint, borger te Utrecht. Getuigen voor de bruid zijn haar ooms Bartholomeus Jans van Kirckharten en Peter Tacq en haar schoonbroeders Jan Stevens van Soestdijck en Geerhard Ruys. [1222]
      In 1625 wordt een betalingsopdracht verstrekt door Gedeputeerde Staten van Utrecht aan rentmeester Johan van Beeck ten behoeve van Otho Glimmerus, oud-predikant te Schalkwijk, predikant te Breukelen, wegens traktement voor de bediening van 't Goy. [1223]
      Op 25-5-1657 machtigt Maychen Versteech wed. van Isaack van Kirckharten, Hendrick van Leuwen om huis c.a. de Elant in de Choorstraat en het huis c.a. ernaast aan de westzyde te Utrecht te belasten met plecht van ƒ 1000,-- ten behoeve van Otto Glimmeerus, predikant te Tiel en diens voorkinderen. [1224]
        Uit dit huwelijk (o.a.?):
          Uit haar tweede huwelijk (van Raesvelt-Glimmerus) (o.a.?):
        • aa. Mechteld Cornelia van Raesfeldt, ged. geref. Echteld 29-8-1675 (get. NN Eck, Cor. Glijmmerus, NN Taeij), ovl. 4-2-1710[1235], tr. Echteld geref. 29-5-1697 Ds. Petrus Bisschop, geb. IJzendoorn 14-10-1668, ovl./beg. Lienden 7/15-5-1737[1236], werd na de dood van zijn vader in 1677 door zijn grootmoeder Beatrix Lisselius te Tiel op de Triviale Schole besteld, en van daar in 1680 naar Utrecht op de Triviale Schole gezonden, werd in 1688 met een oratie De vituperio in Cajum Marium naar de hoogeschool te Utrecht bevorderd,(¥) wordt op 24-4-1694 proponent bij de classis van Tiel,[1237] hulppredikant te Kesteren (1700-1703),[1238] wordt als predikant te Avezaat (bevestigd 25-3-1703) 1703-1705, wordt lid van de classis 23-4-1703, predikant te Yzendoorn 1705-1711 en te Lienden (intree 28-6-1711) 1711-1737,[1239] [1240] begiftigd met de collatie van de Doorlugtigste Prinse Hartogh Johan Ernst van Saxen, Gulich, Cleev en Bergh, ook Engern bij Westphalen, Landgraaf in Thuringen, Markgraaf tot Meyschen,Gefürsteter Graf tot Hennebergh, Graaf van der Mark en Ravensbergh, heere tot Ravesteyn,[1241] vermeld als geref. lidmaat te Lienden op de lijst van 1717,[1242] geref. lidmaat te Avezaath 11-4-1721, zn. van Ds. Bartholomeus Bisschop, pred. te IJzendoorn en Odelia de Haas. Hij hertr. 1o Zoelen 23-6-1712 Cornelia Tay (Taei) (volle nicht van zijn eerste vrouw), vermeld als Juffr. Cornelia Taeij, geref. lidmaat te Lienden op de lijst van 1717,[1243] dr. v. Jan Tay, Fransch schoolmeester, boekhouder en landmeter te Tiel, en Jacomijna Glimmerus, en hertr. 2o Lienden 16-2-1736 Neeltje van Versendaal, ovl na 1748, vrouwe tot de Bouwing, wed. van Aart Vink, schepen der hooge heerlijkheid Lienden .[1244]

          COMMENTAAR(¥) Maar aldaar is geen inschrijving van hem gevonden. Wel Petrus Bisschop, ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 24-9-1682 ("Petrus Bisschop", Roterodamo-Batavus, 20 (jaar)").[1245] Hier klopt de 20 jaar niet met het veronderstelde doopjaar 1668.
          Kerkarchief te Lienden, aantekening door Ds. Petrus Bisschop:[1246]
          "Anno 1711 den 28 Juny ben ik (Ds. Petrus Bisschop) tot Lienden bevestigt geworden door D: Petrus Sounslieffer pred: tot Soelen en extraord: Thiell:"
            Uit het huwelijk (Bisschop-van Raesfeldt) (volgens Ref. [1247] zeven kinderen waarvan in 1737 zes in leven, vier dochters en twee zonen):
          • aaa. Ds. Johannes Bisschop, ged. Avezaath 3-6-1703 (get. Maria van Raetsvelt), ovl. Rijswijk (Gld) 8-3-1748[1248]. ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 23-9-1721 ("Johannes Bisschop", Linda-Gelrus. 20 (jaar)"),[1249] kandidaat 1725 te Tiel/Lienden, geref. predikant te Rijswijk (Nederbetuwe) 1730-1748 (bevestigd op 8-10-1730 door zijn vader),[1250] tr. Lienden en Schoonhoven geref. 18-4-1731 Anna (van) Groen(e)veld, j.d. geboortig van Schoonhoven. Hieruit verder nageslacht bekend.
            Kerkarchief te Lienden, aantekening door Ds. Petrus Bisschop:[1251]
            "den 18-4-1731 sijn door mij (in) de consistorie in de kercke tot Schoonhoven op woensdag voor de middag getrout mijn soon Johannes Bisschop geboortig van Avesaten, predikant tot Rijswijck en Anna Groeneveld jonge juffrou geboortig van Schoonhoven daer was een uijtnemende Bruijloft."
            Oud Archief Culemborg:
            nr. 1912 Stukken betreffende het geschil met de erfgenamen van wijlen Ds. Johannes Bisschop over een door diens vader, wijlen Ds. Petrus Bisschop, als administrateur aan den boedel schuldig gebleven geldsom. Datering: 1787-1794 [1252]
          • bbb. Jacomijna Bisschop, ged. Avezaath 10-4-1705 (get. Cornelia Taeij en Jan Taeij), ovl. na 1729, wordt geref. lidmaat te Lienden 13-4-1724.
          • ccc. Wilhelmus Bisschop, ged. IJzendoorn 20-4-1707 (get. Odilia de Haas), vaandrig in Statendienst.[1253]
          • ddd. Beatrix Bisschop, ged. IJzendoorn 18-3-1708 (get. Beatrix van Liessel), ovl. na 1725, wordt geref. lidmaat te Lienden 1-5-1725, doopget. (1732).
          • eee. Agatha Bisschop, geb. vóór ca. 1699, ovl. na 1726, vermeld als geref. lidmaat te Lienden op de lijst van 1717, wordt geref. lidmaat te Avezaath 11-4-1721.
          • fff. Maria Bisschop, ovl. na 1733, j.d. (1719), doopget. (1733), tr. Lienden geref. 30-11-1719 Huijbert van Wijck, ovl. na 1729, wednr. van Johanna Bouman, schout te Lienden (1719, 1733), doopget. (1733).
            Kerkarchief te Lienden, aantekening door Ds. Petrus Bisschop:[1254]
            "1719 Den 30 nov. sijnde Donderdag in de kerke tot Lienden getrout Huybert van Wijck weduwenaar van wijle Johanna Bouman, schout enz. met Maria Bisschop, j.d. door mij, D. Peregrinus en Ds. Menso waren mede op de bruiloft."
          • ggg. NN (dr) Bisschop, ovl. vóór 1737.
        • bb. Cornelis Lambartus van Raesvelt, ged. geref. Echteld 3-3-1672 (get. Geertruijt van Asch, Cornelius Gelumerus, Otto Gelumerus, Jan Taeij).
        • cc. Cornelia (van) Rae(t)svelt, ged. geref. Echteld 10-2-1678 (get. Cornelius Glijmmerus, Ottho NN, Joh. a Raesvelt), beg. Echteld 10-7-1696, tr. 30-10-1694 (otr. Echteld 16-9-1694) (get. Adriaentjen van den Bergh),[1255]