This page was last updated : 171029.
File size is: 856 k.
Kwartierstaat Lapikás
Generatie 10
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Lapikás,
version 11.1,
Muiden, 2017.
© Copyright 2017 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Lapikás Gen. nr. 10

544. JOANNES KOLEDA, tr. 2o voor 1680 BARBARA SMATANA, tr. 1o voor 1675

545. CATHARINA NN.

640. JEAN MICHEL VANHAUW, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 24-6-1675 (Joannes Michael filius legitimus Aegidij van Hau et Annae Cuijpers, susceperunt Michael Molders et Maria Nuters); zeer waarschijnlijk broer van Egide doopget. (1723, 1724), tr. Tienen RK St. Germanuskerk 25-5-1697 (Joannes van Hau et Maria Dieco, testibus Guielmus Michiels et Joanne Francisco Vervoe)

641. MARIA VECO(VEN) (VECKHOVEN) (DIECO)(¥), geb. vóór ca. 1675, doopget. (1706), tr. 1o voor 1697[1] JOANNES COUTILEYN.

COMMENTAAR(¥) Mogelijk haar broer is:
Joannes Vecoven vermeld op een in 1704 opgemaakte lijst van parochianen te Attenhoven, met vrouw Joanna Batta en kinderen: Maria 8 jaar, Lambertus 6 jaar, Joannes 4 jaar en Laurentius 1 jaar, wonend in de Hoolstraat (thans Collenstraat). [2]

644. MATHIAS CASTES, geb. vóór ca. 1685, tr. vóór 1707

645. MARIA MAES, geb. vóór ca. 1690.

646. JACQUES VAN MECHTER, geb. (Tienen 5-6-1649), ovl. vóór 1741, tr.[4]

647. AGNES MICHIELS, geb. 1655, ovl. (Tienen 8-6-1741).

672. EGIDIUS FESTRE (VASTRE), geb. vóór ca. 1665, tr. Tienen 12-2-1688[5]

673. CATHARINA DEBOES (DEN BOER), geb. vóór ca. 1670, doopget. (1735).


Fragment Festré
Enkele nog niet aangesloten 18de eeuwse personen Festré

Ia. Simon Festré, geb. vóór ca. 1705, tr. vóór 1730 Marie Hendricx, geb. vóór ca. 1710.

      Uit dit huwelijk (o.a.?):
    • 1. Guillaume De Boes, geb. Hautlinter 25-11-1772, dagloner, woont te Tienen (1806), tr. Tienen 19-2-1806 Anne Marie Cloots, geb. Grimde 11-4-1775, woont te Grimde (1806), dr. van Mathieu Cloots, dagloner, en Anne Marguerite Coenen.
  • b. Anne Gertrude Festré, geb. Oplinter 30-9-1732, ovl. Oplinter 17-2-1785, tr. Oplinter (Brabant (B)) 30-11-1758 Egidius Vanderlinden, geb. Oplinter 24-11-1730, ovl. Oplinter 29-9-1781, zn. van Jean Francois Vanderlinden en Marguerite Schidermans.
      Uit dit huwelijk:[11]
    • 1. Marie Catherine Vanderlinden, geb. Oplinter 25-3-1759.
    • 2. Anna Maria Vanderlinden, geb. Oplinter 5-9-1761, ovl. Bunsbeek 14-3-1826, tr. Bunsbeek 27-9-1785[12] Joannes Antonius Vandermeulen, geb. Bunsbeek 23-2-1761. Bunsbeek 5-9-1847, zn. van Joannes Vandermeulen en Elisabeth Huijbrechts. Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 3. Henricus Vanderlinden, geb. Oplinter 9-1-1764, ovl. Oplinter - 29-3-1828, tr.[13] Maria Elizabeth Gilis, geb. Oplinter 1760, ovl. Oplinter 18-8-1838. Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 4. Charles Antoine Vanderlinden, geb. Oplinter 2-1-1767.
    • 5. Pierre Vanderlinden, geb. Oplinter 26-9-1769.
    • 6. Anne Gertrude Vanderlinden, geb. Oplinter 11-11-1772.
    • 7. Servais Vanderlinden, geb. Oplinter 2-12-1775.
  • c. Anne Festré, geb. Oplinter (B) 25-9-1734.
  • d. Mathieu Festré, geb. Oplinter (B) 2-9-1739.
  • e. Egide Festré, geb. Oplinter 2-9-1739.
  • f. Marie Barbe Festré, geb. Oplinter (B) 17-1-1746, verm. identiek met Barbe Festré, wonende te Neerlinter (1798), tr. vóór 1771 François Massart, wonende te Neerlinter (1798).
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Henri Massart, geb. Hooglinter 25-2-1771, landbouwer, woont te Neerlinter (1798), tr. Tienen 15-2-1798 Marie Susanne Vandenbosch, geb. Majaer 31-5-1776, woont te Meldert (1798), dr. van Servaes Vandenbosch en Marie Catherine Wellens.
    • 2. Ambroes Massaer, geb. 1774/75, huw. get. (1798).

Ib. Joannes Festré, geb. vóór ca. 1715, heeft een relatie met Anna Margarete Witte. Hieruit een natuurlijke zoon:

674. JOANNIS (FRANCISCUS) MASSA(E)R, geb. vóór ca. 1685, doopget. (1735), tr. vóór 1706

675. MARIA (FRANCISCA) CORTEN, geb. vóór ca. 1685, doopget. (1735, 1737).

684. HENRI STE(IJ)LS, ged. RK Tienen St. Germanuskerk 13-8-1675 (filius legitimus Gellen Steijls et Joannae Lambrechs, susceperunt Hendricus Steijls et Maria van den Berck), tr. Tienen RK St. Germanuskerk 29-4-1698 (get. Nicolaus Vervoe et Jacobus Stevens)

695. ELISABETH SMETS, geb. vóór ca. 1680, (ged. Tienen 16-1-1675)[14]

708. NN VOLLAERTS.


Vollaerts

Ia. Michel? Vollaerts, tr. Tienen St. Germanuskerk 14-1-1734 (get. Petrus Vollaerts & Franciscus Vollaerts) Gertrudis Vandenborcht.

710. NN PULINX.

COMMENTAAR(¥) Een mogelijke verwant is Amerycx Pulinckx:
Arnoldus Pulinx, tr.[22] Catherina Vandenbergh. Zij hertr. 14-2-1615 Henricus Dilmans.
    Uit dit huwelijk:
  • a. Americ(us) Pulin(ck)x, ged. Neerhepsen 13-4-1614, tr. Tienen 18-1-1642[23] Barbara Vandenberck. is als weduwe van Amerycx Pulinckx in 1684 eigenaar was van de herberg de Moriaan op de Grote Markt te Tienen.[24]
    Cijnsboek van Oranje (CHEIJNSBOECK ORAGNIEN) ca. 1735.[25]
    nr. 85. D'Erffgenaemen Jacob van Dionant, te voren die weduwe Amerijck Pulinx, van eenen huijse, ende houe inde louenaere straete, regenoten Jan Paenhuijse, die straete van voor, ende is genoempt het fontijnken - j cap. iij Den.

760. J(E)AN TRIMPENEERS[26], ged. Gelinden (B) 20-5-1660, ovl. Gelinden 27-7-1719, tr. 1o Gelinden 24-11-1680 CHRISTINA STEVENS, dr. van Lambrecht Stevens, oudste schepen van Gelinden, en zijn zwager wijlen Georgius Bartheleyns, ook schepen, verkochten in 1687 te Gelinden voor ƒ 700 de winninge "ende eenige meubelen dienende voor die agricultere" tegen een jaarlijkse rente van ƒ 45 in aanwezigheid van Jan Trimpeners nomine uxoris Christina, dochter van genoemde Lambrecht.[27] tr. 2o 1686-1691

761. MARIA LUSSIS, ovl. na 1721 (1722?), wordt in 1721 vermeld als huurster van de Marsnillerhoeve gelegen langs het oude voetpad dat van Middelheers naar Mechelen-Bovelingen leidde.[28]

Nadat Jan Trimpeneers in 1719 te Gelinden was gestorven, testeerde zijn weduwe Maria Lussis in 1721 op haar ziekbed. Zij maakte haar zoon Peter Trimpeneers tot universele erfgenaam "van de winninge, weijwassen ende pachtlanden soe sij tegenwoordicht instaet is, gelegen onder Gelinden als onder andere jurisdictien, ende oock alle bestialen als andere meubelen." Peter moet elk jaar aan zijn zus, de begijn Jenne Marie Trimpeneers, "tot haer noodtdruft oft onderhaldt om te leven" ƒ 100,-- geven, alsmede een "vet vercken, getaxeert op vijfentwintocht guldens, met een ton boter van dartocht pondt". Aan zijn zus Anne Margriet Trimpeneers moest Peter ƒ 500,-- eens geven op haar trouwdag en een bed met toebehoren. Zolang zij onmondig was, zou ze bij Peter in de kost blijven. Aan het kind van zijn zus Marie moest Peter op haar bruiloft "een peerdt met een koije" of ƒ 100,-- eens geven. Haar winning "tot Mersnit aen de linde onder Gelinden" liet ze aan Peter op voorwaarde dat deze de winning weer aan een van diens kinderen zou laten. De testatrice tekende met een kruisje.[29]

763. MARIE TIEUNIS, ovl. 1744,[36]

768. DIRK CORNELISZ VAN PIJLEN, geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1723, betaalt als Dirck Cornelisz van Pijlen, veenman te Nieuwkoop, ƒ 1:2 familiegeld (1674), vermeld te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 3 personen in de klasse arbeiders en onvermogenden,[38] doopget. (1684), geref. lidmaat te Nieuwkoop 10-4-1689 op belijdenis [39], koopt op 13-3-1693 te Nieuwkoop van Ari Cornelisz Keijser een perceel veenland, groot ca. 80 roeden met twee schuren erop, en een perceel veenland van 180 roeden met een schuur erop [40], treedt op als bloedvoogd voor de kinderen van zijn zuster Marritje (1693), woont nog te Nieuwkoop in 1704, otr./tr. 2o Wilnis/Nieuwkoop ("pro deo" in de geref. kerk[41]) 8/30-1-1704 (gaarder Nieuwkoop 10-1-1704) ADRIAANTJE PIETERS KOOT(¥), ovl. na 1723, wed. van Jan Marcelisz Boekhoudt en wonende te Wilnis (1704), tr. 1o voor 1671 (NB hiaat trouwboek Nieuwkoop 1659-1684)

769. TEUNTJE CORNELIS (VAN) WARRE (WAARD) (¥), geb. vóór ca. 1650, ovl. 1689-1704(¥), geref. lidmaat te Nieuwkoop 10-4-1689 op belijdenis.

COMMENTAAR(¥) Arentie Cornelis Warre, beg. Nieuwkoop 10-3-1700 (gaarder pro deo). Zou dit "Teuntje" zijn? Leesfout?


COMMENTAAR(¥) is er verband met Anna Dirks te Koot, "die een los en geabandoneerd leeven heeft en geleyd" en wier kind om het leven is gebracht" etc. [42]


COMMENTAAR(¥)
Claasje Ernst van Warre, j.d. van Oudenwater, geref., tr. Woerden 18-2-1720 Jan Cornelisz van de Poel.[43]

Op 11-4-1723 compareren te Achttienhoven Dirk Cornelisz van Pijlen en Adriaantje Pieters Koot, vermoedelijk om hun testament te laten opmaken. Zoek op Ref. [44].

770. PIETER PIETERSE OUDSHOORN(¥), tr. vóór 1686

771. NN.

COMMENTAAR(¥) Niet goed is hier Pieter Janse Oudshoorn x Mergje Gerts van Staveren als ouders. Zij is verm. dr. van Gerrit Gerritsz (van Staveren), geb. voor 1623, zn. van Gerrit Cornelisz van Staveren en Stijntge Jans.[52] Pieter en Mergje compareren 21-3-1696 te Ter Aar, vermoedelijk om hun testament te laten opmaken [53].
Mogelijk verwant aan Willem Jansze Outshoorn, tr. Alphen 9-12-1703 Trijntje Claase van de Akker,[54].
en aan Pieter Jacobsze Oudshoorn x Mensje Sijmonse, Pieter Dirksze Oudshoorn x Aagje Ariens Koppersluijs, Pieter Gerritse Oudshoorn x Maartje Claasse Raaphorst, Pieter Cornelisze Oudshoorn x Jannetje van Leeuwen.
en aan Pieter Claasse Outshoorn, ged. Nieuwkoop 28-2-1731, zn. van Claas Cornelisz Outshoorn en Maritje Andries van Staveren, tr. Nieuwkoop gerecht 5-5-1760 Maritje Cornelisdr van Wieringen, ged. Nieuwkoop 27-11-1735, dr. van Cornelis Hendriks van Wieringen en Maria Ariens Bouman. [55] [56]
Uit Hendrik Claes Oudshoorn ged Nieuwkoop Rem. 18-8-1697 Trijntje Hendriks Oudshoorn
Verder lijkt er geen verband met een geslacht Oudshoorn te Alkemade.[57]
Vul aan Dirk Dirksz Oudshoorn.[58]
Claas Janse Outshoorn, ged. Oudshoorn 8-3-1676, tr. ald. 14-12-1664 Mijnsje Michiels Outshoorn, ged. Alphen 18-3-1635, ovl. Oudshoorn 1693[59]

772. CORNELIS (VERDUYN)(¥).

COMMENTAAR(¥) Er is mogelijk verband met de volgende :
Dirk Willems Verduijn waaruit Gerrit Dirckse Verduijn ged. Nieuwkoop Rem. 5-7-1682.
Teunis Jansz Verduijn waaruit Barber Teunisse Verduijn ged. Nieuwkoop Rem. 6-6-1683.
Adriaen Verduijn waaruit Engel Adriaensen Verduijn ged. Nieuwkoop Rem. 19-11-1684.
Jan Hendriksz Verduijn waaruit Neeltje Jansz Verduijn ged. Nieuwkoop Rem. 19-9-1688.
Gerrit Klaas Verduyn x Pietertje Klaas van Leeuwen. Zij hertr. Nieuwkoop 11-5-1732 Pieter Dircks Zoutman.[61]

776. WILLEM PIETERSE VAN VEEN, beg. Nieuwkoop 17-4-1745 (als Willem van Veen), tr. Nieuwkoop 13-1-1701

777. ANNETJE AMEN VERMEY, ged. Nieuwkoop Rem. 13-11-1672, ovl. Nieuwkoop 1-2-1752,[66]

Op 29-12-1702 krijgt Willem Pieterse van Veen bij de verdeling van zijn vaders erfenis een huis, erf, schuur en veenland in het Noordeinde "in de polder" alsmede honders caroliguldens.[67]

778. JAN CORNELISZ T(E)IJSTERMAN (DE JONGE?), beg. Nieuwkoop geref. 17-3-1747, woont te Nieuwkoop (1710, 1722), tr. wellicht voor 1710 AALTJE GIJSDR JONKHART, woont te Nieuwkoop (1710, 1722).

Op 15-5-1710 verkoopt Jan Cornelisz Teijsterman, getrouwd met Aeltje Gijsbertsdr Jonckhart te Nieuwkoop, aan Jan Swaneken een erf gelegen aan de Hei onder Aarlanderveen, belend ten oosten het water van Aarlanderveen en ten noorden Willem Jansz van Pijlen. De koopsom is 50 gulden. [75]
Op 13-5-1722 compareren Hendrik Gerritsz Nederstigt, Gerrit Gijsen Nederstigt, Pieter Gijsen Nederstigt, Jan Cornelisz Jonkhart, Annetie Cornelisdr Jonkhart, weduwe van Maarten Ariensz Breetvelt te Aarlanderveen, Gerrit Willemsz Nederstigt, Marrijtie Willemsdr Nederstigt te Korteraar, en Jan Cornelisz Tijsterman, getrouwd met Aaltje Gijsdr Jonkhart te Nieuwkoop, allen als mede-erfgenamen van Cornelis Gerritsz Nederstigt en Neeltje Jansz Hogenboom, in leven echtelieden. Zij machtigen Johannes Kalshoven te Alphen en Cornelis van Leeuwen te Nieuwkoop om de nagelaten goederen te verkopen. De akte is van 12-1-1722. [76]

780. = 770. PIETER PIETERSE OUDSHOORN.

782. PIETER JANSE(N) HOOGEVEEN, ged. Rem. Nieuwkoop 16-5-1662, beg. Nieuwkoop geref. 21-9-1748 (graf. nr. 66),[80] j.m. van Nieuwkoop (1687), treedt op als voogd over het kind van zijn schoonzuster Stijntje Willems van Pijlen (1692), vermeld in een akte te Zevenhuizen (5-1-1707), [81] veenman te Nieuwkoop, betaalt ƒ 6,-,- Personele Quotisatie (1742), "geroyeert" (1747),[82], otr./tr. Nieuwkoop gerecht 22-11/9-12-1687

783. AELTGEN WILLEMS VAN PIJLEN, ged. Rem. Nieuwkoop 15-8-1666 (vader Willem Eckberden, geen moedersnaam genoemd), ovl. 1697-1749,[83] j.d. van Nieuwkoop (1687).

Wapen Van Pijlen: in rood 3 zwartgepunte pijlen schuinrechts geplaatst, gevederd van goud en zwart.
Dit wapen komt voor als deel van een alliantiewapen Van Pijlen - van Wieringen op een zerk in de NH Kerk te Nieuwkoop.[84] De kleuren zijn gebaseerd op een wapen Pijl in Rietstap.

De veender.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

klik op plaatje(s) om te vergroten

798. JACOB HUYBERTS (KRANENBURG), geb. vóór ca. 1665, tr. vóór 1687 NN.

800. ALBERT GERRITSE, ged. Amsterdam Zuiderk. 14-6-1676 (get. Kasper Alberts, Lijsbetie Corse en Anna Roelofs), beg. Amsterdam Leidsekh. 21-12-1712 (laat 4 kinderen na), ingeschreven als ingeboren poorter te Amsterdam 18-3-1705 als kuyper, kuijper van Amsterdam oud 28 jaar wonede op de Prinsegraft (1705), woonde Prinsegracht (1705), Leidsegracht (1705, 1712), otr. Amsterdam 20-3-1705 (get. sijn vader Gerrit Casperse, in margine: mans doodt goet (ingebracht))

801. AALTJE BLOCK (BLOCQ), ged. Amsterdam Eilandskerk 1-11-1676 (get. Jan Gerritsz, Elisabeth Isaacx, Feijtje Gerrits), beg. Amsterdam Oude kh. 19-5-1750, afkomstig van Amsterdam en wed. van Johannes Tromp wonend op de Brouwerskaaij (1705), woonde Nieuwe Zijds Houttuinen (1697), Brouwerskade (1705) en Leidsegracht tussen de Prinsegracht en de Baangracht (1750), huw. get. (1735), otr. 1o Amsterdam 26-4-1697 (get. Marten Tromp, sijn vader en Albert Claes, haar voogd, de rato caveerende voor zijn medevoogd Barent Wedding, haar ouders dood)(¥) JOHANNES MARTENSZ (TROMP), ged. Amsterdam Noorderk. 15-2-1673 (get. Sieuwert Harperse en Annetie Pieters), beg. Amsterdam Oude Kerk 25-7-1698 ("Johannes Tromp" op de Brouwers Caij, ƒ 8,-,-"), seylemacker (1697, 1698) wonend op de Brouwerskade (1697, 1698), poorter van Amsterdam 14-3-1696, zn. van Marten Herpersz (Tromp), aanspreker (1696), en eigenaar van een huis en erve op de Brouwersgracht ofte Tijgracht omtrent de Vissersstraat (1693) [94] en Stintien Jans.

COMMENTAAR(¥) zie kw. nr. 3207 sub b1.
HERZIE het volgende: Aannemende dat Olphert Claas Molenaar geen voorgangers als voogd heeft gehad, zou hij als zodanig benoemd moeten zijn na zijn meerderjarigheid (25 jaar), dus na ca. 1684. De voorzichtige conclusie kan dus getrokken worden dat de ouders van Aaltje Blok overleden moeten zijn tussen 1684 en 1693, wanneer Olphert Claas Molenaar optreedt als voogd over haar zuster Marretje Dirks Blok. Of is hij dan voogd, terwijl een van de ouders toch nog leeft?
Van Barent Wedding geen huwelijk te Amsterdam gevonden.

Poorterbewijs van Albert Gerrits (1676-1712) afgegeven te Amsterdam 18-3-1705.
klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 18-8-1705 testeren te hunnen huize Albert Gerritse mr. kuijper en Aaltje Blok, echtelieden, wonend aan de westzijde van de Leidsegracht tussen de Prinsegracht en de Baangracht. Zij benoemen elkaar tot algeheel erfgenaam, op voorwaarde dat indien testateur overlijdt zonder kinderen uit het huwelijk, zijn vader een legitieme portie krijgt. De langstlevende is gehouden de eventuele kinderen op te voeden en "te laten leren lesen, schrijven en enig eerlijk ambagt, stijl ofte oefening". Aan kinderen dient bij hun meerderjarigheid of aan dochters bij hun huwelijk hun deel bewezen te worden. Indien de langstlevende een ander huwelijk sluit, dient hij de minderjarige kinderen hun erfenis te bewijzen, zoveel als de langstlevende goeddunkt, en een of twee voogden te kiezen met uitsluiting van de weeskamer. Getuigen zijn Jan Jacob van Scherpenzeel en Jacobus Swart, bewoners dezer stad [95].
Op 6-6-1709 compareert Maria Pagendarm, wed. en boedelhoudster van Erasmus Block (¥), geassisteerd met haar zoon Jan Block, met haar vierendelen Simon Aertsz van Sprang, Jan Smaddes? en voornoemde Jan Block. Zij verkoopt aan Albert Gerrits, mr. kuyper, voor ƒ 2500,-- contant een huis en erve op de Leidsegracht aan de zuidzijde tussen de grote en de kleine dwarssstraat, "daar De Driehoek in de gevel staat", tegenwoordig bewoond door Jean Loussaje, med. doctor, belend OZ de wed. Johannis Calve, WZ de erfgenamen van Claas Cock, achterzijde Cornelis Boon en Cornelis Borstelman. [96]

COMMENTAAR(¥) Deze Erasmus Block lijkt niet verwant te zijn aan Aaltje Blok. Immers, in 1671 wordt hij poorter van Amsterdam, als geelgieter van Hamburg.
Op 30-1-1710 verkopen Albert Gerritsz als gehuwd met Aaltje Block, voor 8/14 part, Luijtje Jans, wed. van Olfert Claesz Molenaar voor 1/14 part, Claas Jansz Lelie voor 1/14 part, Gerrit Jans de Jongh voor 1/14 part, Claas Purmerent als gehuwd met Luijtje Gerrits voor 1/14 part, Grietje Gerrits, wed . van Willem Vosman, voor 1//14 part, en nog de voorn. Claas Purmerent en Claas Jansz Lelie als gesurrogeerde voogden over Annetje Jans, minderjarige dr. van Annetje Jans voor het resteerdende 1/14 part, tesamen erfgenamen van Fijtje Gerrits, doch ten reguarde van de voorn. onmondige geaprobeert sijnde bij schepenen deser steede volgens appointemente op requeste van de voorn. voogden verleent d.d. 12-1-1709, sijnde de voorn. wed. geassisteerd met Albert Gerritsz als hare gekooren voogd in dese, Claas Purmerent, Claas Jansz Lelie ende verder Albert Geritsz hare vierendeelen soonen de naast soude gekrijgen, verkopen aan Hendricktje Willemsz en Cornelia Sijmensz, bejaarde dochters, een huis en erf genaamd De Leunstoel in de Sint Nicolaasstraat. Er wordt verwezen naar de oude brief van kwijtschelding d.d. 2-5-1642 ten behoeve van Gerrits Gerritsz, makelaer. Koopsom ƒ 1560,-- contant. [97]
Op 31-3-1719 compareert Aalijd Blok, laatst wed. van Albert Gerritsz, mr. kuiper, en benoemt met uitsluiting van de weesmeesteren tot voogden van haar minderjarige kinderen en tot administrateurs van hun vaderlijke en moederlijke goederen na haar overlijden Klaas Jansz Lelie (zie kw. nr. 3207 sub b2) wonende aan de zaagmolen De Lelie, en haar goede vriend Jan Jansz de Wit, wonende aan de zaagmolen De Duyf, en als plaatsvervanger haar goede vriend Daniel Mooy, wonende aan de zaagmolen De Hoop. Indien twee van de drie voogden zijn overleden, mag de overblijvende bij notariele acte een nieuwe voogd kiezen. De voogden of hun plaatsvervangers kunnen nooit aansprakelijk gesteld worden voor "eenige schaden, bankroeten ofte andere bedagte ofte onbedagte swarigheden" tijdens hun voogdijschap. Getuigen zij Jan Willemsz en Dirk van Alteren [98].
Op 17-9-1750 compareren Dirk Blok en Suzanna de Warm, wed. van Gerret Blok, alsmede Zacharias Zijlmans, suppoost van de Weeskamer te Amsterdam, die op 10-6-1750 gemachtigd is inzake de nalatenschap van Aaltje Blok aan de twee minderjarige nagelaten kinderen, Jan Blok en Alida Blok, van Gerrit Blok van wie Zusanna de Warm de moeder is, blijkens extract uit het register van de Voogdijen ter Weeskamer. De erfgenamen zijn Dirk Blok, zoon voor een helft en de voornoemde Jan Blok en Alida Blok vanwege vooroverlijden van hun vader Gerret Blok, voor de andere helft, ingevolge testament van Aaltje Blok d.d. 7-9-1740 voor Nots. Izaak Angelkot. Aaltje Blok was laatst weduwe en erfgename gebleven van Albert Gerretsz Mr. kuijper, ook genaamt Albert Gerretsz Blok volgens testament d.d. 18-8-1705 voor Nots. Livinus Meijer te Amsterdam. Bij haar bovengenoemd testament van 1740 heeft Aaltje Blok verklaard dat zij aan haar jongste zoon Dirk Blok reeds voor ƒ 1000,-- had verkocht een gedeelte van de grond van de plaats agter haar testatrices huijs op de Leijdsegragt waar zij toen woonde en waarop Dirk Blok twee agterhuijsjens heeft laten zetten. Voorts heeft zij de twee laatste comparanten al door Heren Weesmeesteren op 3-9-1750 gemachtigd deze grond (zonder de huijsjes) te transporteren aan Dirk Blok. De grond, op de Leidsegracht (ZZ), tussen de Lange Leidsedwarsstraat en de Korte Leidsedwarsstraat, was op 11-6-1709 in eigendom gekomen van Albert Gerrits, en wordt thans overgedragen aan Dirk Blok. [99]

Dalemans - de Ree
Jo(h)annes Da(a)leman(s), ged. geref. Amsterdam Westerkerk 3-2-1702 (get. Claas van Bruijn en Johanna van Dort), beg. Amsterdam Zuider Kerk ("in een kerkgraft letter -ij- Nr. 19:3::kist van onderen") 24-8-1751 ("Joannes Dalemans mr. boekdrukker op de Nieuwe Zijts Agterburgwal agter de brouwerij de Swaan, ƒ 15,--, in margine: (laat na 1?) kint"), afkomstig van Amsterdam oud 30 jaar wonende in de Madelievestraat (1732), wordt poorter van Amsterdam 22-9-1733 als Johannes Dalemans, letterzetter van Amsterdam gehuwd met Maria de Ree dochter van Isacke de Ree, bakker, doopget. (1739), wordt lid van het boekdrukkersgilde te Amsterdam 22-3-1734, betaalt daarvoor jaarzangen (contributie) 1734-1739, vermeld in het belastingkohier 1740 als Johannes Dalemans, boekdrukker op de Leidsegracht (wijk 34),[100] vermeld als Johannes Dalemans, boekdrukker in de Lombartsteeg te Amsterdam, in het Personele Quotisatie kohier van 1742, mr. boekdrukker op de Nieuwe Zijts Agterburgwal bij zijn stiefvader Dirk Alberts Blok (1751), zn. van Matthijs Dael(le)man en Anna Hollemans (Holman), otr. Amsterdam geref. 28-11-1732 (get. sijn moeder Anna Hollemans en haar vader Isaak de Ree) Maria de Ree, ged. Amsterdam Noorderk. 30-7-1713, beg. Amsterdam Zuider K. 1-12-1775 (hv. van Dirk Blok op de Nieuwezijds Agterburgwal op de hoek van 't Keijserrijk, ƒ 15,--, kerkgraf LJ N9 (eigenaar A.G. Scheer), afkomstig van Amsterdam oud 20 jaar wonend in de Angeliersstraat (1732), doopget. (1739), dr. van Isaak de Ree, backer, en van Maria van Ottinga.
Op 8-6-1750 maken Johannes Dalemans en Maria de Rhee een mutueel testament bij Nots. Salomon Dorper te te Amsterdam. TEKST nog opzoeken.
Op 19-1-1751 verkopen de erven van Willem van Beusecum, echtgenoot van Aaltje Backer aan Johannes Dalemans, een huis en erf op de Nieuwezijds Achterburgwal (OZ) (Spuistraat) bezuiden de Paleisstraat (Stilsteeg) noordhoek Keizerrijk te Amsterdam. [101]
Op 27-11-1782 verkopen de erven van Joannes Dalemans, echtgenoot van Maria de Rhee aan Hieronijmus Wilhelm Barth, een huis en erf op de Grote Leidsedwarsstraat (Lange Leidsedwarsstraat) het zevende huis van de Leidsegracht te Amsterdam. [102]
Op 16-5-1797 verkopen de erven van Johannes Dalemans aan Gerrit Andries Scheer, een 1/6 huis en erf in de Nieuwezijds Achterburgwal (OZ) (Spuistraat) bezuiden de Paleisstraat (Stilsteeg) noordhoek Keizerrijk te Amsterdam. [103]
Op 28-3-1798 verkopen de erven van Johannes Dalemans, echtgenoot van Maria de Rhee aan Gerrit Andries Scheer, een 1/6 huis en erf in de Nieuwezijds Achterburgwal (OZ) (Spuistraat) bezuiden de Paleisstraat (Stilsteeg) op de noordhoek Keizerrijk te Amsterdam. [104]
    Uit dit huwelijk: (van beide kinderen geen ondertrouw gevonden)
  • a. Mattijs Dalemans, ged. geref. Amsterdam Noorderkerk 10-11-1734 (get. Isaak de Ree en Anna Hollemans), (get. Isaak de Ree en Anna Hollemans), beg. Amsterdam Zuider Kerk ("Kl 1 L N 17") 27-10-1773 ("Matthijs Dalemans" behuwd zoon (=stiefzoon!) van Dirk Blok op de Nieuwe Zijds Agterburgwal op de hoek van 't Keijzer Rijk"), wordt poorter van Amsterdam 9-12-1756 als Matthijs Dalemans, boekdrukker van Amsterdam, zoon van wijlen Johannes Dalemans, letterzetter, woont op de Nieuwe Zijds Agterburgwal (1773).
  • b. Maria Dalemans, ged. geref. Amsterdam Westerkerk 12-2-1736, (get. Daniel Dalemans en Judith Booner), ovl. vóór 31-12-1773.

Poorterbewijs van Dirk Alberts Blok (1708-..) afgegeven te Amsterdam op 3-3-1733. Verantwoording d.d. 30-4-1786 door de voogden Jan van Rossen en Gerrit Andries Scheer over het kapitaal dat de drie minderjarige kinderen Grietje, Gerrit en Roelof Blok ontvingen uit de nalatenschap van hun oom en tante Dirk Blok en Maria de Ree.[105]
klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 17-9-1750 compareren Dirk Blok en Suzanna de Warm, wed. van Gerret Blok, alsmede Zacharias Zijlmans, suppoost van de Weeskamer te Amsterdam, die op 10-6-1750 gemachtigd is inzake de nalatenschap van Aaltje Blok aan de twee minderjarige nagelaten kinderen, Jan Blok en Alida Blok, van Gerrit Blok van wie Zusanna de Warm de moeder is, blijkens extract uit het register van de Voogdijen ter Weeskamer. De erfgenamen zijn Dirk Blok, zoon voor een helft en de voornoemde Jan Blok en Alida Blok vanwege vooroverlijden van hun vader Gerret Blok, voor de andere helft, ingevolge testament van Aaltje Blok d.d. 7-9-1740 voor Nots. Izaak Angelkot. Aaltje Blok was laatst weduwe en erfgename gebleven van Albert Gerretsz Mr. kuijper, ook genaamt Albert Gerretsz Blok volgens testament d.d. 18-8-1705 voor Nots. Livinus Meijer te Amsterdam. Bij haar bovengenoemd testament van 1740 heeft Aaltje Blok verklaard dat zij aan haar jongste zoon Dirk Blok reeds voor ƒ 1000,-- had verkocht een gedeelte van de grond van de plaats agter haar testatrices huijs op de Leijdsegragt waar zij toen woonde en waarop Dirk Blok twee agterhuijsjens heeft laten zetten. Voorts heeft zij de twee laatste comparanten al door Heren Weesmeesteren op 3-9-1750 gemachtigd deze grond (zonder de huijsjes) te transporteren aan Dirk Blok. De grond, op de Leidsegracht (ZZ), tussen de Lange Leidsedwarsstraat en de Korte Leidsedwarsstraat, was op 11-6-1709 in eigendom gekomen van Albert Gerrits, en wordt thans overgedragen aan Dirk Blok. [106]
Op 31-12-1773 testeren Dirk Blok en Maria de Ree, echtelieden wonend op de Nieuwe Zijds Achterburgwal, en benoemen elkaar tot enige universele erfgenaam. Voorts verklaren beiden, indien zij de langstlevende zullen zijn tot erfgenamen voor gelijke helften te zullen benoemen Aaltje Blok, nagelaten dochter van wijlen testateurs broer Gerrit Blok en de drie kinderen Grietje, Gerrit en Roelof Blok van Jan Blok, zoon van testateurs voornoemde broer. Dit alles met plaatsvervulling bij vooroverlijden. Deze erfgenamen zullen verplicht zijn uit de boedel uit te keren de volgende legaten met plaatsvervulling :
  • ƒ 500,-- aan de kinderen van Matthijs Dalemans, nagelaten broederszoon van testatrices eerdere echtgenoot wijlen Johannes Dalemans.
  • ƒ 1000,-- aan Matthijs Schuijlenburg, nagelaten zusterszoon van Johannes Dalemans voornoemd, en ƒ 500,-- aan de kinderen van Matthijs Schuijlenburg.
  • ƒ 500,-- aan de kinderen van Jan Schuijlenburg, broer van Matthijs voornoemd.
  • aan Anthony Coffrier, thans meesterknecht en waarnemer in de boekdrukkerij van testanten, indien deze dan nog bestaat, en hij er nog waarnemer is, de "gehele boekdrukkerij, met alle de letters, parssen, en verdere gereedschappen en ingredienten", de boekenkast met boeken en het recht om het huis van testanten, zolang hij daar de boekdrukkerij in blijft drijven, te huren voor ƒ 300,-- per jaar.
  • aan de Diaconiearmen van de Gereformeerde Nederlandse Gemeente alhier ƒ 8000,-- onder voorwaarde dat de Diaconie wekelijks tot haar overlijden dient uit te keren ƒ 4,-- aan Neeltje van der Klijn, dienstmeid der testanten, indien zij dan nog in dienst is.
Al deze legaten dienen binnen drie maanden na overlijden van de langstlevende der testanten te worden uitgekeerd. De langstlevende der testanten wordt verzocht tot redders van de nalatenschap en voogden van eventuele minderjarige belanghebbenden te benoemen Jan van Rossen en Gerrit Andries Scheer. Zij dienen de erfportie van minderjarigen bij de Weeskamer te administreren. Testanten behouden zich het recht voor van wijziging bij onderhandse dispositie of notariele akte. Getuigen zijn Lucas van Diepen en Christiaan Doonas [107].
Op 15-3-1776 compareren Suzanna de Warm, wed. Gerrit Blok, wonende te Amsterdam en eigenaresse voor ¼ part in na te noemen perceel waarvan zij op 3-11-1767 de eigendom had verkregen, en haar dochter Alida Blok, die evenals haar broer Jan Blok wegens vooroverlijden van un vader Gerrit Blok ieder voor een ¼ erfgenaamis van hun grootmoeder Aaltje Blok laatst weduwe van Albert Gerritsz Blok (volgens haar testament d.d. 7-9-1740 voor Nots. Izaak Angelkot. Alida Blok heeft uit de boedel ¼ huis gekregen geadministeerd door de Weeskamer met haar voogd Gerrit Andries Scheer. Laatsgenoemde is tevens vierendeel. Suzanna en Alida verkopen thans aan Dirk Blok de helft van een huis en erf op Leidsegracht tussen de twee Leidsedwarsstraten. Koopsom ƒ 3000,--. [108]
16-9-1776 vermeld: Dirk Blok, aktetype: procuratie,[109]
25-1-1780 vermeld: Dirk Blok, aktetype: transport,[110]
Op 30-1-1783 passeert de boedelscheiding van Dirk Blok voor Nots. Abraham van Rhee te Amsterdam. TEKST nog opzoeken.
Op 10-5-1799 verkopen Alida Wieben, wed. van Jan Blok, de erven van Dirk Blok, de erven van Jan Loosjes en de erven van Reijnoutje Kouter, wed. van Leendert van der Horst, aan Jan Eeden, de houtzaagmolen De Witte Lelie op het Kwakerseiland buiten de Raampoort. [111]
Op 15-11-1799 verkopen de erven van Dirk Blok en Maria de Ree, alsmede Gerrit Andries Scheer namens zijn echtgenote Aaltje Blok, aan Gerrit van Tijen een huis en erf, op de Nieuwezijds Achterburgwal (OZ), op de noorderhoek Keizerrijk bezuiden de Paleisstraat (Stilsteeg). [112]

802. JOHANNES (JAN) DE WARM, ged. Amsterdam Westerk. 21-12-1687 (get. Johannes de Warm en Sara Becqu), beg. Amsterdam Westerkh. 30-1-1758 (klasse ƒ 0-15-), wever van Amsterdam oud 22 jaren wonend in de Lojersstraat (1709), wever (1709), woonde Lojersstraat (1709) en Prinsegracht (1758), wordt poorter van Amsterdam 10-6-1710 als fluweelwerker, koopt op 31-3-1734 een pand op de Prinsegracht waar De Gecroonde Hasewindhond uithangt, in 1742 vermeld als J. de Warm met een katoenwinkel aan de Prinsegracht, huur ƒ 330,--, inkomen ƒ 1000,--,[113] doopget. (1719..1745), otr. Amsterdam 6-9-1709 (get. sijn vader Ambrosius de Warrem, en haar moeder Aaltje Adriaans)

803. TRIJNTJE STEVENS (STRUIJS), ged. Amsterdam Noorderk. 6-5-1691 (get. Trijntje Jans en Geesje Barents), beg. Amsterdam Westerkh. 3-12-1756 (klasse ƒ 0-15-), afkomstig van Amsterdam oud 18 jaren wonende in de Vinkestraat (1709), woonde Vinkestraat (1709), Prinsegracht (1756), doopget. (1726..1752).

Op 13-5-1723 maken Jan de Warm en Trijntje Stevens een mutueel testament voor Nots. Cornelis Kenneweg te Amsterdam. TEKST nog opzoeken
Op 23-2-1724 compareert Cornelis Simon Breur, enige erfgenaam van zijn moeder Marritje Jans Herrigen in huwelijk verwekt bij Cornelis Simons Breur van wie hij mede-erfgenaam is, die bij boedelscheiding met zijn broeder en zuster Claas Simons Breur en Baefje Simons Breur, beiden van halven bedde, voor schout en schepenen van Ouder-Amstel d.d. 6-2-1712, eigenaar geworden van het nagemelde perceel. Hij verkoopt aan Abraham Struis en Jan de Warm, een huis en erf in de Boomstraat (ZZ) (Boomstraat) het elfde huis voorbij de dwarsstraat naast de Vergulde Valk te Amsterdam, belend WZ Laurens Meijer en OZ Maria van der Klok. Zijn principalen zijn Claas Simons Breur en Jan Cornelis Poes wonend te Ouder-Amstel. Koopsom ƒ 1250,-- contant. [114]
Op 27-4-1724 verkopen Abraham Struijs en Jan de Warm, aan Juriaan Nagel, een huis en erf in de Boomstraat (ZZ) (Boomstraat) het elfde huis voorbij de dwarsstraat te Amsterdam, waarvan zij op 23-2-1724 eigenaar waren geworden. Koopsom ƒ 1300,-- contant. [115]
Op 9-5-1724 verkopen Sijmon Aertsz van Sprang (voor de helft eigenaar sinds 27-6-1709) en Jan Bakker (voor de andere helft eigenaar sinds 30-12-1719), aan Assuerus Groenevelt en Jan de Warm, een huis en erf in de Looiersdwarsstraat tussen Oude Looiersstraat en Looiersgracht te Amsterdam. Koopsom ƒ 900,-- waarvan de helft contant en de andere helft over een jaar. [116]
Op 20-10-1724 compareert Trijntje Dirks geassisteerd met haar echtgenoot Reijnier Slot, vroeger in gemeenschap van goederen getrouwd geweest met Eric Willekes, van wie zij als erfgename op 30-1-1715 eigenaar is geworden van na te noemen perceel. Zij verkoopt aan Jan de Warm, Hendrik van Dijk en Assuerus Groeneveld, een erf en getimmertein in de Kleine Leidsedwarsstraat (NZ) te Amsterdam, getekent n° 7 en bekend n° 6. Koopsom ƒ 1200,--. [117]
Op 20-6-1725 verkoopt Jan de Warm aan Assuerus Groenevelt, een ½ huis en erf in de Eerste Looiersdwarsstraat tussen Looiersgracht en Looiersstraat te Amsterdam, waarvan hij op 9-5-1724 eigenaar was geworden. Koopsom ƒ 400,-- contant. [118]
Op 11-7-1725 verkopen Jan de Warm, Hendrik van Dijk, en Assuerus Groeneveld aan Willem van Campen, mr. timmerman, een erf met getimmerte in de Kleine Leidsedwarsstraat (NZ) te Amsterdam, getekent n° 7 en bekend n° 6, waarvan zij op 20-10-1724 eigenaar waren geworden. Koopsom ƒ 1650,-- last. [119]
Op 31-3-1734 verkopen de erven van Claas Arendsz de Vries en Grietie Gerbrands de Ridder, wier gerechtigheid in het ha te noemen perceel uitvoerig wordt beschreven, aan Jan de Warm, een huis en erf, waar De Gecroonde Hasewindhond uithangt, op de Prinsengracht (WZ) tussen Egelantiersstraat en Tuinstraat te Amsterdam. Koopsom ƒ 5950,-- waarvan ƒ 2950,-- contant en ƒ 3000,-- op interest. [120]
Op 22-4-1766 compareren de enige twee nagelaten kinderen en erven van Jan de Warm, met name - Susanna de Warm, geassisteerd met Cornelis van Dalen, weduwe en gemeensboedels getrouwd geweest met en ingevolge mutueel testament d.d. 27-12-1743 voor Nots. Philippus Pot te Amsterdam, erfgename van Gerrit Blok onder last van opvoeding en uitzetting hunner kinderen, waarvan de eene, met name Jan Blok door huwelijk mondig geworden, reeds is voldaan blijkens onderhandse quitantie d.d. 20-5-1759, - Alida de Warm getrouwd en geassisteerd met Cornelis van Dalen. Jan of Johannes de Warm is op 1-4-1734 eigenaar geworden van na te melden pand en uit kracht van mutueel testament d.d. 13-5-1723 voor Nots. Cornelis Kenneweg te Amsterdam, erfgenmaam gebleven van zijn bevorens overleden huisvrouw Trijntje Stevens, moeder van de comparanten. De vierendelen voor Susanna de Warm zijn Leendert de Warm, Willem van de Put en Cornelis van Dalen De comparanten verkopen aan Johannes George Born, een huis en erf, waar een Gekroonde Hazewindhond heeft uitgehangen, op de Prinsengracht (WZ) tussen Tuinstraat en Egelantiersstraat te Amsterdam. Koopsom ƒ 6000,-- waarvan ƒ 2000,-- contant en ƒ 4000 op intrest. [121]

804. BARENT LINDE(MA)N, geb. Deckmolt 1664/5, beg. Amsterdam St. Anthonieskh. 27-9-1708 (laat 5 kinderen na), wordt onder de naam Barent Tops (sic!) poorter van Amsterdam 3-6-1694 als komenijhouder van Depmolt in Cleefland, passer(?) (1693), woonde St. Annastraat (1693), Raamgracht bij de moddermolen (1708), doopget. (1688, 1696), otr. Amsterdam 24-4-1693 (get. Casper Lindeman, sijn broeder en Anna Elisabeth Duijtjes (sic! elders Deutgenius), haar behuwd zuster)

805. HENDRI(C)KJE TOPS, ged. Elburg 22-11-1665, beg. Amsterdam Karthuizerkh. 21-12-1738 (laat 2 kinderen na), doopget. (1688..1733), huwelijksget. (1719..1724), woonde Niezel (1693), "agter 't Kathuijserskerkhof over 't weduwenhofje" (1738).

806. JAN JACOBS POTSER, ged. Meppel 10-8-1666, ovl. 1711-1726, woont te Meppel (1697), tr. Meppel 10-2-1697

807. WIJGHERTJEN HENDRIX TISSINCK, ovl. 1711-1732, woont te Oosterboer (1697).


Familieaanteekeningen COUPE, MATON, MOUTON.
Medegedeeld door W.M.C. Regt,[137] en afkomstig uit een Staten Bijbel gedrukt Anno 1664

Eerste Blad
1673 Den 28 Octob. is gebore JANNEKEN snach ten half eene
1676 Den 10 Janarius is gebore smergens ten half sesse MARYA en MAGDALENA ten half seeve.
Den 21 Ditto is gestuirve MARA COUPE smergens ten ses euire
Den 24 Ditto is gestuirve MADALEENA COUPE smergens ten 4 euire
1677 Den 24 Jan. is gebore MARYA COUPE smergens ten 7 euire
1679 Den 18 April savens ten 6 euire is gebore SUSANNA COUPE
1685 Den 26 Decemb. is gestorve JANNETIE COUPE
Anno 1705 is gestorve JACOBUS COEPE den 5 December smiddaghs den klockke 2 uren op saterdagh op sint nicoelaas Dagh.
Den 30 October de klock negen uren is gebooren EMILIA MATON op een deynsdagh 1708
Den 6 Jannuwari 1711 is geboren PHILIEP MATON op drie konigen dagh smorgen ten 5 ure
Anno 1707 Den 24 Jannuwari Is getrouyt ISAACK MATON (gewijzigd in Mouton) met MARIA COEPE savons in de groote kerck de klock 8 uren
Anno 1705 is gestorven Grootvader BASTIAEN VAN ESCH de klock 4 uren
int Jaar 1683 op den 25 Juli ben ick gebooren ISAACK MATON (gewijzigd in Mouton) gedoopt in de nieuwekerck in den haagh
Op den 18 Jannuwari 1713 is gebooren SUGGERIAS MATON (gewijzigd in Mouton) savons ten 5 uren
1714 is gestuerven SUSANNA COEPE op den 18 Jannuwari
1715 gebooren JACOBUS MATON (gewijzigd in Mouton) op den 19 July soghtens tussen 1 en 2 ureren
int Jaar 1716 in de Maant van Juli ben ick na oos Indien gegaan met het schiep den haaringhtuyn ISAACK MATON (gewijzigd in Mouton) van Delft
1713 is uyt gevaaren PIETER MATON (gewijzigd in Mouton) van seelandt met het schip schellenbergh
1714 is uytgevaaren SAGGERIAS MATON (gewijzigd in Mouton) met het schip duyvenvoorde van seelandt
Op den 21e Zept. 1719 is myn zoontie JACOBUS MATON (gewijzigd in Mouton) overleede smergens ten 8 uure
Op een opgeplakt stuk Anno 1714 In Septemb. is vader SAGHARIAS MATON (gewijzigd in Mouton) uytgevaren van Zeelandt voor Command. van soldate met het schip duyvenvoorde na Oost indie en op Batavia op den 1e Aug 1717 In den Heer ontslape en aldaar begrave
Tweede blad
1683 Den 5 April is gestorve grootemoer COUPE out synde 80 Jaare
Op den 29-8-1722 is gestorven ARIAENTIE COEPE (hierboven staat : "VAN ESCH") out synde 67 Jaren
den 10e Maart 1724 is myn man gestorve IZAK MATON (gewijzigd in Mouton) en op den 15e dito tot den bergh begrave
Den 29e february 1728 is in den Heere ontslaape JOHANNIS MATON (gewijzigd in Mouton) sondags naademiddagh omtrent de klokke halff vier Een dag naa seyn veryaardagh out seynde 43 Jaare, ende den 4 Maart op Een donderdagh tot den bergh begraaven
Den 3 October is uyt gevaren PIETER MATON (gewijzigd in Mouton) met het schip barbersteyn voor konstaapel maat voor zelan met schip vermou en is in den heeren ontslapen den 17 maart aan dese kant bataveya anno 1728.
Den 15 Septemer Int Jaar onses heer 1746 ben ik getrout ZACHARIAS MOUTON met ARIAENTJE VERHOOG tot alfen in de kerk
Den 7 Januwaary 1747 is gestorven Mijn moeder genoemt MARIA MATON (gewijzigd in Mouton)
Den 21-3-1747 is gebooren MARIA MOUTON te voorbargh en gedoopt den 26 dito van domene de bond predicant alaar
Den 3 mey 1749 is in den heere ontslaape ARIANA VERHOOG, huysvrouw van ZACHARIAS MATON des saterdags te klok 3 uire oud 23 a 24 Jaar en te nieuwveen in de kerk begraaven
den 16 Mey 1751 ben ik weder hertrouw ZACHARIAS MOUTON met MARIA VAN GELDEREN te nieuwveen in de kerk van doomene LOVEN (zie noot)
den 14 Maart is gebooren JOHANNA MOUTON en gestorven den 25 dito en begraven te Nieuwveen in de kerk
den 27 mey is myn vrouw verlost van myn twee Jonge dogter smorgens te klokke half drie 1753 en het kind genaemt JOHANNA MOUTON en het kind is overleden den 7-10-1753 en te nieuwveen in de kerk begraaven
den 13 Maart is mijn vrouw verlost van myn derde jonge doghter donderdagh savons te half seven 1755 het kind genaamt JOHANNA MOUTON en gedoopt te nieuwe veen in de kerk van domene gerrardus Seylman van Selm den 16-3-1755
Den 11-3-1759 is gebooren myn soon ISACK MOUTON sondagsmorgens te drie ueren en denself tyt gedoopt te nieuwen veen van Doomene G. SEYLMAN VAN SELM (in margine: "dat ben ik")
Den 22 Septemb. 1761 is gebooren BARENT MOUTON myn twee soon smorgens te aght ueren op een dingsdagh en gedoop te neuweveen den 27 Septemb 1761 van doomine G. S. VAN SELM en is overleeden (in margine : "en te nieuweveen in de kerk begraven loof ik.")
en 18 Jannuwaary 1766 is gebooren myn Jongste soon saterdagh savons te Elf uiren en genaemt BAAREND MOUTON (veranderd in BAAREND VAN GELDER MOUTTON) gedoop te nieuwenveen van Doomine GERRAD SELMANS VAN SELM en Leeft nog ({in margine : "Ja dats waar en dat ben ik")
Den 14 Jannuwary is geboorere int Jaar 1765 BARENDINA MOUTON en 3 a 4 5 dagen daar na overleeden en begrave te nieuweveen en de kerk
Den 7-10-1770 Is gestorven myn broeder PHILIPPUS MOUTTON out synde 59 Jaar te Rotterdam en aldaar begraaven
Den 11-4-1783 is ZACHARIAS MOUTTON gebooren en leefde nog den 27-11-1830 en ben gedoopt in den oudenkerk van domini keer te Benthuisen
In Maart 1835 is gestorven IZAAK MOUTON te Benthuyzen
MARIA MOUTTON is getrouwd geweest met J. v. D. GEER en daaruit zijn gesprooten ZACHARIAS, PIETER, TRYNTJE, ARIE en ADRIANUS v. D. GEER. gestorven 4-1-1868 circa 83 Jaren te Sloten Tryntje is getrouwt in 1806 met JAN DE PYPER,
den 11en October 1815 is geboren MASJE DE PYPER
den 14-5-1817 is geboren ABRAHAM DE PYPER
den 12-2-1819 is geboren JAN DE PYPER
den 7-4-1821 is geboren MARIUS DE PYPER
den 28-5-1832 is overleden MARIUS DE PYPER oud 11 Jaar te Hooge Zwaluwe N. Brabant
den 6e Febr. 1837 ben ik J. DE PYPER JR. voor myn eerste reis vertrokken naar Batavia met het schip Generaal v. d. Bosch van Rotterdam

Noot 1. Trouwboek v. Nieuwveen Getr. l6 Mey 1751 ZACHARIAS MOUTON, weduwenaar van ABIAANTJE VERHOOG, geb. te Rotterdam en hier wonende met MARYTJE VAN GELDER j.d. hier geboren en woonachtig. Zij is te Nieuwveen gedoopt 15 Febr. 1728 uit BAREND VAN GELDER en JOHANNA v. LANGERACK


8 kwartieren van Petrus Johannes Maton (1725-1774)
Ds. Petrus Mat(h)on (voor ~1625 - 1661) Vlissingen? - Delft Anna Leenaer(t)s (1626- 1685) Amsterdam - Amsterdam NN NN Hendrick Roesenbos (1628/29 - 1715) (?? - Amsterdam Jannetje Hendricks (van Deventer) (1622/23 - 1707) (?? - Amsterdam Ds. Petrus Mat(h)on (voor ~1625 - 1661) Vlissingen? - Delft Anna Leenaer(t)s (1626- 1685) Amsterdam - Amsterdam
Sagharias Matton (1656 - 1717) Delft - Batavia Emilia van de Water (voor 1660 - 1707) ... - Rotterdam Hendrik (Van) Ro(e)senbos(ch) (de Jonge) (1665/66-1690)(...-Amsterdam Cornelia Mat(t)on (1660 - na 1707) Delft - ??
Johannes (Jan) Mat(t)on (1685 - 1728) 's-Gravenhage? - Rotterdam Johanna Ro(e)senbos(ch) (1689 - 1768) Amsterdam - Rotterdam
Petrus Johannes Maton (1725 - 1774) Rotterdam - Amsterdam

808. SAGHARIAS MATTON (MOUTON), ged. Delft 27-10-1656, ovl. Batavia 1-8-1717, beg. Batavia, ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Leiden 6-6-1680 ("Zacharias Matton Delphensis. 20 (jaar)" sic!),[138] bij zijn eerste huwelijk j.m. van Delft (1681), eerste schout (ter zee) bij de Admiraliteit op de Mase,[139] wednr. (1708) wonend te Rotterdam (1708...1713) op het Stijger (1708), in de Lombertstraat (1711), schrijver bij het Ed. Mog. Collegie van de Admiraliteit op de Maze, maakt als zodanig reizen op een aantal oorlogsschepen van de Admiraliteit, t.w. in 1709 op de Hardenbroek, in 1710 op de Provincie van Utregt, in 1711 op De Lepelaer, in 1712 op de Gelderlant, testeert 3-1-1711 met zijn tweede vrouw, vaart op 17-1-1715 als Sacharia(s) Maton, afkomstig van Delft in de rang Commandeur van de Soldaten voor de kamer Zeeland van de VOC met het schip Duivenvoorde via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 10-7-1715 en vertrek 25-8-1715) naar Batavia alwaar aankomst 10-11-1715 (hij heeft een maandbrief, en een schuldbrief met als begunstigde zijn dochter Anna Maria Maton die op de vertrekdatum 17-1-1715 twee maanden oud is, en voor wie ƒ 20,-- wordt ingehouden van zijn soldij, heeft voorts een schuld aan Zacharias de Jonge waarvoor ƒ 200,-- wordt ingehouden), wordt op 19-7-1717 overgebracht naar het bataljonshospitaal te Batavia, overlijdt aldaar kort daarop (1-8-1717) en wordt te Batavia begraven[140] [141] otr./tr. 2o Rotterdam geref. 5-2/8-3-1708 MARIA JANZ (VAN) BRUIJNHOFF, wed. van Thomas Stam (zie Stam -Jans ) afkomstig van Rotterdam, wonend op het Bagijnhof (1708), otr./tr. 1o 's-Gravenhage geref. 9/26-11-1681

809. EMILIA VAN (DE) WA(E)TER, geb. vóór ca. 1660, beg. Rotterdam Cool gaarder 31-1-1707 (als huisvrouw van NN Mouton), j.d. van Amsterdam wonende "alhier in den Haegh" (1681), wonend op de Schie (1707).


Stam - Jans
Gegevens van het eerste huwelijk van Maria Janz (van Mede / van Bruijnhoff).

Maria (Maritje) Janz (Jans), geb. vóór ca. 1670, bij eerste huwelijk genaamd Maritge Jans van Mede, van Rotterdam, wonend Agter Het Verbrande Clooster (1687), bij tweede huwelijk genaamd Maria Janz (1708), otr./tr. 1o Rotterdam schepenen 24-10/09-11-1687 Thomas Stam, ovl. 1702-1708, j.m. van Rotterdam wonend in de Doelstraet (1687). woont te Rotterdam (1688), otr./tr. 2o Rotterdam geref. 5-2/8-3-1708 Sagharias Matton. Zie kw. nr. 808 hierboven.
Op 9-12-1688 verkoopt Anthonij Hartman voor 1.300 gld. aan Thomas Stam, beiden wonend alhier, zijn huis en erf gelegen aan de westzijde van het Begijnhof, belend: de weduwe van NN Valckenburgh en de weduwe Maertge Jans. In het huis woont tegenwoordig Grietge, weduwe van Schenk. Koopprijs 100 gld. contant te voldoen op de giftedag 01/05/1689. Jaarlijks verder af te lossen met 100 gld. Bepalingen worden gemaakt betreffende onkosten, metzelwerck gemene scheijdmuijr etc. [142]
    Uit haar eerste huwelijk (Stam-van Mede) (bij alle dopen de moedersnaam onder patroniem Jans):
  • a. Geertruijt Stam, ged. RK/OK Rotterdam Slijkvaart 15-9-1689 (get. Krijntie Martens).
  • b. Joannes Stam, ged. RK/OK Rotterdam Slijkvaart 14-2-1691 (get. Caetje Jans), ovl. jong?
  • c. Maria Stam, ged. RK/OK Rotterdam Slijkvaart 25-8-1692 (get. Catrijn Verstrate), ovl. jong? , beg. verm. Rotterdam 3-3-1694 (kind van Tomets Stam op 't Beginhof).
  • d. Joannes Stam, ged. RK/OK Rotterdam Slijkvaart 17-3-1695 (get. Elsje van Eik), ovl. jong?
  • e. Johannis Stam, ged. RK Rotterdam Leeuwenstraat 20-3-1696 (get. Elsie van Eijck).
  • f. Thomas Stam, ged. RK Rotterdam Leeuwenstraat 10-6-1698 (get. Catrijna Leenders).
  • g. Maria Stam, ged. RK Rotterdam Leeuwenstraat 10-5-1700 (get. Geertruij Stam).
  • h. Petrus Stam, ged. RK Rotterdam Leeuwenstraat 9-8-1702 (get. Hester de Smares).

Relaas betreffende de verovering voor Texel op 11-11-1709 door Duinkerkse kapers van het oorlogsschip Hardenbroek onder Commandeur Jan Willem Hartley.[143] Zacharias Matton maakte als schrijver, in dienst van het Ed. Mog. Collegie van de Admiraliteit op de Maze, op dit schip de reis mee.
klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 3-1-1711 testeren te Rotterdam Monsr. Sacharias Maton, en jufvr. Maria Bruijnhoff, echtelieden.
De testateur benoemt tot zijn universele erfgenamen sijn kind ofte kinderen door hem verweckt bij Emilia van de Waeter syn eerste overlede huijsvrouw, de kind, ofte kinderen, die hij staende dit huwelijck soude mogen comen te procreeeren, en Maria Bruijnhoff sijn tegenwoordige huijvrouw, yder hooft voor hooft in egaelle portien. De testatrice benoemt tot haer universele erfgenamen de kind, ofte kinderen bij haer verweckt door Thomas Stam haeren overleden man, de kind ofte kinderen die sij staende dit huwelijck soude mogen comen te procreeren, en Sacharias Maton haeren tegenwoordigen man in egaele portien hooft voor hooft yder. Zij benoemen over en weer de langstlevende van hen beijden tot voogd over na te laten minderjarige kinderen met uitsluiting van de Weeskamer etc.
Verder begeren zij dat den boedel van d'eerst stervende van hen beijden niet, en sal werden verdeelt voor, en aleert jongste kind van d'eerst stervende sal bereijckt hebben, en gecomen zijn tot den ouderdom van vijff en twintigh jaeren oft huwelijcken staete toe, en als dan het resterende en overschietende capitael van d'eerst stervende met de langstlevende ende kinderen van den overledene hooft voor hooft yder egael deelen, en gemeten sonder nogtans dat de langstlevende van hen beijden gehouden sal zijn te leveren eenige staet oft inventaris en oft te stellen eenige de minste cautie voor de conservatie van der selver nalatenschap als d'eerst stervende de langst levende dat ten vollen is toevertrouwende bij desen.
Laestelijck is haer testateuren begeeren dat het de langstlevende sal vrij staen van hen beijden sich te ontslaen, en aff te staen van de kinderen van d'eerst stervende mits behoudende d'helft van den boedel en een kinds gedeelte van d'eerst stervende, en bij aldien de langstlevende voor de schulden van d'eerst overlijdende voor banden haerer huwelijck gemaeckt mocht gemolisteert, en lastigh gevallen werden, dat sij, off hij daer van sullen daeraen iets te betaelen volgens derselver contract daer van tusschen henlieden voor banden haerer huwelijck gemaeckt in dien gevallen.
De akte is gepasseert binnen Rotterdam ten huijse van de comparanten staende ende gelegen inde Lomberstraet ter presentie van de getuigen Joost Lombaert en Pieter Pijliser. (w.g.) S. Maton, Mareij van Bruijnhoff, getuigen en notaris. [144]
Op 16-2-1713 compareert te Rotterdam Sacharias Matton wonende aldaar. Hij machtigt Dirck Dame, kamerbewaarder van de Ed. Achtb. Heeren commissarissen van de kleuresaken (?) en hoedemakers deser stad omme in sijn comparants name van de heer en meester Daniel Voorthij ontvanger generael van het Ed. Mog. Collegie ten admiraliteit op de Maze, residerende binnen dese stad, te innen sodanige somme van penningen als hem comparant in qualiteit als schrijver het welgemelte Ed.Mog. Collegie hebbende gediend, ten laste van hetselve, erkennende volgens sijn schuld: rolle ten comptoire van de hooftlijcke betalinge van weergemeelte haer Ed. Mog. berustende, wegens sijne reis & gedaen met de des lants oorlogschepen ressorterende onder opgemelte admiraliteit te weeten in den Jare 1709 jrs. schip genaemt Hardenbroek onder de Commandeur Jan Willem Hartleij, anno 1710 jrs. schip genaemt de Provincie van Utregt onder de commandeur Willem van Zijl, in den jare 1711 met het schip genaemd De Lepelaer onder Capt. Nicolaas van den Manen, anno 1712 per schip Gelderlant onder den Capt. Cornelis van Brakel, quitantie van sijnen ontfang te geven of passeren en voor namannige te caveren omme daeruijt te voldoen soodanige schulden van hem comparant als hij den geconstitueerde bij assignatie of notitie sal opgeven. (...) Belovende hij comparant de verrigtinge in kragte deses te doen altoos te sullen approberen en ratificeren, onder verband van sijn comparants persoon en goederen ten bedwang als naregten. Get. Cornelis Wackerdack en Abraham Santvoort. (w.g.) Ss. Maton, getuigen en notaris. [145]
In de Bijbel met Familieaanteekeningen staat:
1714 is uytgevaaren Saggerias Maton met het schip duyvenvoorde van seelandt
Anno 1714 In Septemb. is vader Sagharias Maton uytgevaren van Zeelandt voor Command. van soldate met het schip duyvenvoorde na Oost indie en op Batavia op den 1e Aug 1717(¥) In den Heer ontslape en aldaar begrave.

COMMENTAAR(¥) In de VOC archieven staat "uit dienst 19-7-1717 wegens overlijden in Azie".

810. Dr. HENDRIK (VAN) RO(E)SENBOS(CH) (de Jonge), geb. 1665/66, beg. Amsterdam Nieuwe Kerk 20-11-1690 (Hendrick Roosenbosch, man van Korenelia Maton (doorgehaald "vrije zoon van Henderick Roosenbosch") op de Oude Heeregraft), ƒ 8,--), afkomstig van Amsterdam oud 22 jaarn wonend op de Heeregracht (1688), wordt ingeschreven als student aan de Universiteit van Utrecht 1689 ("Henricus Roesenbosch, Amstelodamensis") bevattende 11 stellingen over longvliesonysteking,[210] [211] en promoveert aldaar op 12-12-1689 in de geneeskunde op een Disputatio de Pleuritide bevattende 11 stellingen over longvliesonysteking,[212] [213] woont te Loenen Statengerecht (sept. 1690), te Amsterdam (okt. 1690) en bij overlijden op de Oude Heeregraft (nov. 1690), otr./tr. 's-Hertogenbosch/Berlicum geref. 1/16-5-1688 en otr./tr. Amsterdam/(Overtoom?) pui 23-7-1688/... (zie hieronder voor details over deze huwelijkssluitingen)

811. CORNELIA MAT(T)ON (MOETON/MOUTON/MATEN/Mathon)(¥), ged. Delft 26-3-1660 (get. Cornelis van Lodesteijn, Rachel Leenaerts), ovl. na 1707, j.d. van Delft wonende in 's-Gravenhage (1676), wed. van Johan Stroef de Jonge, afkomstig van Delft, wonend op de Keizersgracht te Amsterdam (1688), doopget. te Amsterdam (1681, 1684, 1695, 1696, als Cornelia Rosenbos), woont Botersloot te Rotterdam (1707), tr. 1o 's-Gravenhage geref. Kloosterkerk 12-7-1676 JOHAN STROEF DE JONGE, ovl. 1677-1688, j.m. geboortigh (alhier = 's-Gravenhage ontbreekt) wonende in 's-Gravenhage (1676), tr. 3o Rotterdam geref. 13-3/5-4-1707 (als weduwe van Hendrik van Rosenbosch, afkomstig van Delff) JAN KOSTER, j.m., afkomstig van 's Gravenhage, woont Lombertstraat te Rotterdam (1707), doopget. (1737..1755).


Henrik Rosenbosch trouwt tweemaal Cornelia Maton
De huwelijkssluiting van Henrik Rosenbosch en Cornelia Maton vindt tweemaal plaats.
Zij ondertrouwen eerst voor de nederduits geref. kerk te 's-Hertogenbosch op 1-5-1688 ( Henrik Rosenbosch, j.m. van Amsterdam en Cornelia Mouton, j.d. van Delff, beiden wonend in de Hintemerstraet aldaar). Twee weken later wordt het huwelijk te Berlicum in de nederduits geref. kerk voltrokken op 16-5-1688 met attestatie van 's-Hertogenbosch.

Twee maanden later op 23-7-1688 ondertrouwen zij opnieuw voor schepenen (pui) te Amsterdam. Henrik Rosenbosch de Jonge afkomstig van Amsterdam oud 22 jaar wonend op de Heeregracht neemt zijn vader Hendrik Roosenbosch als getuige mee en Cornelia Maton afkomstig van Delft mede wonend op de Heeregracht geeft nu aan wed. van Johan Stroef(e/er/en?) de Jonge te zijn. In de kantlijn van de akte staat dat "mans doot goet", waaruit blijkt dat zij bewijs heeft geleverd van het overlijden van Johan Stroef. Het hierop volgende huwelijk wordt niet gesloten te Amsterdam maar buiten de stad, waarvoor zij op 13-8-1688 een boete van ƒ 6,-- betalen wegens buijtentrouw. Op de locatie in de akte waar meestal deze plaats wordt aangeduid staat "Oss' Overtoom". Betekent dat dat er aan de Overtoom (katholiek?) werd getrouwd? En wat betekent "Oss'"?

Opmerkelijke punten:
1. Ondertrouw/trouw eerst nederduits geref., vervolgens civiel / katholiek? Was dit huwelijk in Brabant in Amsterdam niet rechtsgeldig?
2. De bruid is eerst jongedochter en twee maanden later weduwe van Johan Stroef. Heeft de bruid in Brabant gelogen over haar burgerlijke staat?

Valt er wat te vinden over Johan Stroef (de Jonge)?
Jan Strooff (Stroeff, Troef), ovl. vóór 1677, j.m., lakenwerker van Steenvert (Steinfurt?) wonende op de Heeregraft vergezeld met Willem Gijsz zijn bekende (1666), doopget. (1672), otr. Leiden geref. 5-2-1666 Annetgen Gijsberts, j.d. van Leyden wonende op de Heeregraft vergezeld met Neeltje Leenderts haar bekende in de Barbersteech (1666), als Annetge Gerrits (sic!) wed. van Jan Stroeff wonende op de Middelstegraft (1677).
    Uit dit huwelijk (o.a.?):
  • a. Grietie Troef, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 16-6-1671 (get. Marselis Wijmel).
  • b. Johannes Stroef, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 14-8-1674 (get. Michiele ... (niet ingevuld).
    Hier kan noch de vader Jan Strooff, noch de zoon Johannes Stroef de gezochte persoon zijn.
    I H 62, Johan Halman, eiser contra Johannes Stroeff c.s., gedaagden, 1675-1676 9323, Dossier I H 62 Johan Halman, eiser Johannes Stroeff c.s., gedaagden Onderwerp: Geschil over een gemeenschappelijke gang tussen panden op de Nieuwe Burgwal te 's-Gravenhage

Titelblad en opdrachtblad van de disputatie waarop Henricus Roesenbosch (junior) op 12-12-1689 te Utrecht promoveert. Het document bevat 24 bladzijden waarin 11 stellingen worden gepresenteerd.
Bron: Universiteitsbibliotheek Utrecht [214]

klik op plaatje(s) om te vergroten

De opdrachtpagina
Spectatissimis atque Eruditissimis VIRIS,
D. REINERO de SWAAN, Domino de Poelenburg.
D. GEORGIO BOUKART.
D. CASPARO de BLOIS à GINDERDEUR.
D. DAVIDI de BLOIS à GINDERDEUR.
D. JOANNI BARCHMANDE WALE,
Studiorum meorum sautoribus summis perpetuo honore colendis.
NEC NON
HENRICO ROESENBOSCH, patri meo dilectissimo.
JOANNI ROESENBOSCH, Fratri germano.
D. JOANNI MATON, Medicinae Doctori.
MATHIAE RITMEYER, affinibus.
Hanc disputationem inauguralem qua par est veneratione
Offero & dedico
HENRICUS ROESENBOSCH, Junior
Author

Wie zijn de bovenstaande personen op de 'opdrachtpagina" van het proefschrift van Henricus Roesenbosch? Er zijn twee groepen: weldoeners en familieleden. De laatsten zijn het makkelijkst te identificeren (NB alle namen zijn gelatiniseerd en staan in de derde naamval):

Familieleden

Ia. HENRICO ROESENBOSCH, patri meo dilectissimo. Hendrik Roesenbosch, zijn vader

IIa. JOANNI ROESENBOSCH. Fratri germano. Johannes Roesenbosch, zijn tweelingbroer of halfbroer (sic!)

IIIa. D. JOANNI MATON. Medicinae Doctori. Dr. Johannes Maton (1653-1721), arts te Amsterdam, en broer van zijn vrouw Cornelia Maton

IVa. MATHIAE RITMEYER, affinibus. Matthias Ritmeijer, aanverwant, echtgenoot van zijn schoonzuster Maria Maton, van wie sinds zijn vertrek in 1695 naar Nederlands Oost Indie niets meer te vinden is.


Begunstigers

Ia. D. REINERO de SWAAN. Domino de Poelenburg. Reijnier de Swaen, geb. 1640/41, na zijn tweede huwelijk in 1681 "heer van Poelenburg" afkomstig van der Moscouo oud 26 jare wonende in de Doelestraet (1667), afkomstig van Amsterdam en wednr. van Judith Boucart wonende in de Nieuwe Doelestraet (1681), is doopheffer bij een kind van Jasper de Blois 1680 te Amsterdam[215] is huw. get. (1713), otr. 1o Amsterdam pui 12-1-1667 (get. sijn vader Thomas de Swaen en moeder Elisabeth Valck, haar ouders doot, get. haer voogt Coenraed Clerck en als proc(uratie) hebbend van Mr. Laurens van der Hem) Judith Boecard (tekent Boucart), geb. 1648/49, ovl. kort na de dood van haar laatste kind, overluid Amsterdam Oude Kerk 2-3-1679 ("Judith Boucart vrouw van Rijnier de Swaen comt van de Nieuwe Doelestraet, 4 uuren geluijdt met de groote klock, in de Nieuwe Kerck begraven, ƒ 24,--") en beg. Nieuwe Kerk 2-3-1679 ("Judith Boucart vrouw van Reijnier de Swaen uijt de Nieuwe Doelstraet, ƒ 8,--"), afkomstig van Amsterdam oud 18 jare wonend in de Doelestraet (1667), otr. 2o Amsterdam pui 25-4-1681 (op de acte van J. Bonckenburgh, secr. tot Heemskerck ingetekent, in margine: hij weeskamer voldaen den 8-5-1681, onder staat: gaet voort tot het derde gebod blijvende de bruijdegom gehouden voor het selve hier te koomen teijkenen ofte wel bij procuratie een ander in sijne naeme hetselve te laten doen, waarna volgt: N.V. Paddenburg als procu(ratie) hebbende van Reijnier de Swaan en Judith Catharina de Schot, vrouwe van Poelenburg volgens de actens van procuratie en substitutie respectieve daarvan gepasseert den 8 april en 23-4-1681 respectieve) Judith Catrina de Schott, vrouwe van Poelenburgh en wed. van Daniel van den Tempel wonend tot Heemskerck (1681).

In de periode 1688-1694 voert Eleonora Mendez eiser, een proces voor het Hof van Holland contra Reinier de Swaen, gedaagde, betreffende een Geschil over het recht van vestiging van hypotheek op een nieuw gebouwd huis de Amsterdam en voorwaarden. [216]
      Uit zijn eerste huwelijk (de Swaen-Boucart):
    • 1. NN de Swaen, beg. Amsterdam Nieuwe Kerk 3-9-1669 ((doodgeboren?) kint van Reijnier de Swaen op de Nieuwe Heregraft, ƒ 4,--).
    • 2. Reinerus de Swaen, ged. RK Amsterdam Kerk 't Boompje 1-3-1670 (get. Reinerus de Swaen, Margareta van der Hemde).
    • 3. Thomas de Swaen, ged. RK Amsterdam Kerk 't Boompje 5-4-1672 (get. Joris Bouckarts), beg. verm. Amsterdam Nieuwe Kerk 17-7-1673 (kint van Reijnier de Swaen op de Nieuwe Heeregraft, ƒ 4,--)
    • 4. Georgius de Swaen, ged. RK Amsterdam Kerk 't Boompje 18-3-1676 (get. Debora van der Wilen, David de Blois), beg. verm. Amsterdam Nieuwe Kerk 7-4-1676 (kint van Reijnier de Swaen in de Nieuwe Doelstraet, ƒ 4,--)
    • 5. NN de Swaen, beg. Amsterdam Nieuwe Kerk 11-1-1677, (2 kinderen Reijnier de Swaen in de Nieuwe Doelstraet, ƒ 16,--)
    • 6. NN de Swaen, beg. Amsterdam Nieuwe Kerk 11-1-1677, (2 kinderen Reijnier de Swaen in de Nieuwe Doelstraet, ƒ 16,--)
    • 7. Joannes de Swaen, ged. RK Amsterdam Kerk 't Boompje 29-1-1679 (get. Debora van der Wielen), beg. Amsterdam Nieuwe Kerk 11-2-1679 (kint van Reijnier de Swaen en Judith Boucart in de Nieuwe Doelstraet, ƒ 4,--)

IIa. D. GEORGIO BOUKART.
Georgius (Jurriaan, Joris) Bouc(k)art (Boucaerdt, Bockart), geb. 1645/46, ovl. 1680-1710, afkomstig van Amsterdam oud 21 jaren wonende in de Doelenstraet (1667), afkomstig van Amsterdam en wednr. van Machtildis Maria de Swaen wonend op de Heregracht (1671), doopget. te Amsterdam (1672), otr. 1o Amsterdam pui 16-11-1667 (zijn ouders doot, get. Laurens van der Hem als voogt ende als procuratie hebbend van sijn medevoogt Coenraed Klerck, en haer moeder Elisabeth Valck als procuratie hebbend van haer vader Thomas de Swaen) Machtildis (Maria) de Swaen, ovl. 1667-1671, afkomstig van Amsterdam oud 17 jaren wonend in de Doelenstraet (1667), otr. 2o Amsterdam pui 20-2-1671 (sijn ingeteeckent op de acte van Quint, secretaris tot Uijtecht, in margine: hij weescamer voldaen) en otr./tr. 2o Utrecht schepenen 25/27-2-1671 (gesolemniseert voor schepenen den 27-2-1671) Debora van der Wi(e)le(n), beg. Utrecht 25-7-1725 ("Debora van der Wiele, wed. van de heer Jurrien Boucart, laet na minderjarige kinderen, aen de Lange Nieuwstraet ontrent 't Catharijnesteechje, ƒ 63,--), wonende tot Uijtrecht (1676), is doophefster bij een kind van Jasper de Blois 1680 te Amsterdam,[217] doopget. te Amsterdam (1676, 1679), als weduwe doopget. te Utrecht (1710).

    • 1. Beatrix Boucart, ged. RK Amsterdam Kerk 't Boompje 22-9-1674 (get. Petrus van Narden, Gertrudis .. (niet ingevuld)), doopget. te Utrecht (1705).
    • 2. Maria Clara Boucart, ged. RK Amsterdam Kerk 't Boompje 17-3-1676 (get. Gaspar de Blois, Judit Bouckart), beg. Utrecht Buurkerk 16-4-1744 ("Juffr. Maria Clara Bouckart, bejaerde dogter op de Runnebaen, laat na meerderjarige susters, beg. 12 dragers, ƒ 4,--, swarte kist en baer ƒ 8,-- en 16 ellen laken gekleurt).
    • 3. Elisabeth Boucart, ged. RK Amsterdam Kerk 't Boompje 21-12-1677 (get. Petrus van Narden, Getrudis Scricke?).
    • 4. Anna Maria Boucart, ged. RK Amsterdam Kerk 't Boompje 8-5-1680 (get. David de Blois, Anna Maria de Ruy), doopget. te Utrecht (1707, 1710, 1717, 1722).


De beide volgende nummers III en IV zijn zoons van Jan Baptista Blois van Ginderdeuren, en van Jacoba Menton te Amsterdam.

IIIa. D. CASPARO de BLOIS à GINDERDEUR.
Jasper (Caspar) de Blois van Ginderdeuren, geb. 1648/48, ovl. vóór 1710, woonde te Amsterdam in de Doelenstraat, ridder des H.R. Rijks sinds 16-5-1694, doopget. te Amsterdam (1676), otr./tr. Amsterdam 27-19-2-1670[218] [219] Geertrui van der Hem, geb. 1653/54, ovl. 1725, doopget. te Amsterdam (1670), dr. van Laurens van der Hem, advocaat en heer van Nederstein, en van Margaretha Lap van Waveren genaamd Schagen. Dit echtpaar woonde op het slot Loenersloot. Hieruit verder nageslacht bekend.

IVa. D. DAVIDI de BLOIS à GINDERDEUR.
David de Blois (van Treslong) van Ginderdeuren, ovl./beg. Alkmaar Groote Kerk 11/18-2-1710, is doopheffer bij een kind van Jasper 1682 te Amsterdam, wordt in 1677 als tertiaris ingeschreven, professie doende, in 1678 bij de Statie van St. Franciscus in de Schoutenstraat te Alkmaar,[220] doopget. te Amsterdam (1676), tr. Alkmaar 7-11-1694[221] Engeltje Courten, beg. Alkmaar Grote Kerk ("Angelica Courtes wed. van de heer David de Blois van Genderdeuren, ƒ 35,--), wordt met haar beide dochters op 9-8-1711 opgenomen in de congregatie van het koordje (de Chorda), wier leden een scapulier om den hals droegen of ook een koord om het middel.

    Uit haar tweede huwelijk nageslacht bekend.
    • 2. Susanna Maria Bloys van Treslong van Ginderdeuren, ged. Alkmaar 5-7-1697, ovl./beg. Alkmaar Groote Kerk 6/12-5-1729, over wie het doodboek te Alkmaar vermeldt Singulariter in devotione enituit, tr. Alkmaar RK/schepenen 12/14-7-1716[223] Jacob Bosschaert, ovl./beg. Alkmaar Groote Kerk 30-4/5-5-1750. Hierut nageslacht bekend.
Op 19-9-1690 machtigt Hendrick Rosenbosch medicinen doctor wonende te Loenen Statengerecht, zijn zwager Matthys Ridmeyer, tot voortzetting van een proces tegen Huygh Govertsz, schout van Loenen Statengerecht. [224]
Op 4-10-1690 tekent Hendrick Rosenbosch medicinen doctor wonende te Amsterdam appel aan by het hof van Utrecht tegen de uitspraak van het gerecht van Loenen Statengerecht in het voordeel van Huygh Govertsz. [225]

812. NN VAN DOESBURG, tr.

813. NN, ovl. na 1723, geeft in 1723 consent voor het huwelijk van haar zoon Gerrit.


Van Doesburg
Verdere verwanten te Zwolle zijn mogelijk:

Catharina van Doesburg, geb. vóór ca. 1645, wed. in de Bitterstraet (1668), otr./tr. Zwolle geref. 8/23-8-1668 ("Bruijt moet erfuijting doen") Jan Korf, j.m., soldaat onder Capt. Eenholt.

Sijmon Jansen van Doesbergh, geb. vóór ca. 1650, j.m. soldaet onder Capitein Lagrandiere (1671), otr./tr. Zwolle geref. 8/16-5-1671 Harmina Stickers, j.d. bij de Muntemeester Remunde (1671).

Jori(j)s (Georg) Doesburch (Dousburgh, Doesbergh), geb. vóór ca. 1660, j.m. Sargiant onder de Cap: Lickema (1681), otr./tr. Zwolle geref. 8/25-1-1681 Maria Linckvel (Ringvelts), j.d. wonend te Zwolle (1681).
    Uit dit huwelijk:
  • a. Jannis Dousburgh, ged.. geref. Zwolle 1-11-1681, ovl. jong?
  • b. Jannes Dousborg, ged.. geref. Zwolle 11-12-1683.
  • c. Hendrik Doesburgh, ged.. geref. Zwolle 1-9-1685.
  • d. Angenieta Doesbergh, ged.. geref. Zwolle 5-5-1689.
  • e. Jacobus Doesborg, ged.. geref. Zwolle 6-8-1691.
  • f. Abraham Doesburg, ged.. geref. Zwolle 28-3-1706.


Derck Willems van Duisburgh, geb. vóór ca. 1660, j.m. (doorgehaald: in Wullewevers straet) (1683), otr./tr. Zwolle geref. 6-10/4-12-1683 Catarina Herms, j.d. bij Vrouw Soutelande (1683).

Jan van Doesburgh, geb. vóór ca. 1690, ovl. vóór 1715, tr. vóór 1715 Margarita Jans. Zij hertr. Zwolle geref. 11-5-1715 (attestatie naar Deventer 26-5-1715) Hendrik Scholte, ruijter in 't Regiment en Comp. van den Heer Luijt. Generaal Baron van Vitinghof, liggende in Guarnisoen te Zwolle.

Hendrik van Doesburg, geb. vóór ca. 1695, beg. verm. Zwolle Grote Kerk 13-4-1735 (Hendrik van Doesborg), tr. vóór 1717 Christina Harmensz.
    Uit dit huwelijk:
  • a. Jan van Doesburg, ged. geref. Zwolle 5-9-1717.

Harmen van Doesburg, geb. vóór ca. 1700, beg. verm. Zwolle Grote Kerk 23-5-1742 (Hermen van Doesburg NB kan ook de zoon zijn!), tr. vóór 1725 Katrina Jacobus.
    Uit dit huwelijk:
  • a. Harmen van Doesburg, ged. geref. Zwolle 10-5-1725.
  • b. Hendrik van Doesburg, beg. Zwolle Grote Kerk 10-7-1739 (Hendrik zoon van Hermen van Doesburg).

Garrit van Doesburg, geb. vóór ca. 1715, j.m. onder de compagnie van Capt. Sloet (1737), otr. Zwolle geref. 19-10-1737 (get. haar moeder, "De proclam: gaan mede te Hasselt. Den 7-11-1737 att. afgegeven om tot Hasselt te trouwen") Swaantjen Werders (Waardij, Werdij, Wardi), j.d. te Hasselt (1737).
    Uit dit huwelijk verm.:
  • a. Harmen van Doesburg, ged. geref. Zwolle 25-9-1738, beg. verm. Zwolle Grote Kerk 5-11-1739 (een kind van Gerrit van Doesburg).
  • b. Jacobus van Doesburg, ged. geref. Zwolle 9-10-1740, beg. Zwolle Grote Kerk 29-10-1740 (een kind van Gerrit van Doesburg).
  • c. Jacobus van Doesburg, ged. geref. Zwolle 5-11-1741.

814. HENDRI(C)K KOLDER (COLDER), geb. vóór ca. 1675, ovl. na 1712, j.m., sold(aat) (1700), otr./tr. Zwolle geref. 20/23-4-1700 (haar get. de moeder, bij hem in margine: "moet eerst permissie van de Magistraat hebben")

815. (ANNA) MARGRITA (MARGRIET) SOTTERLAND (SODDERLANT)(¥), geb. vóór ca. 1680, ovl. na 1723, j.d. (1700), huw. get. in 1712 ("de vrou van Hendrick Kolder") en 1714 ("d'Huisvrouw van Hendrik Kolder"), huw. get. bij haar dochter Maria (1723).

COMMENTAAR(¥) Sotterland / Sodderlant is vermoedelijk een verbastering van het Schotse Sutherland. Militairen met die naam kwamen voor in de Schotse Brigade die van 1572-1782 in de Nederlanden aanwezig was.[229]


Kulders / Keulders / Kolders / Kelders
Verdere verwanten te Zwolle zijn mogelijk:

Jan Keulders (Cuilders), j.m. op de Nieuwstad (1720), otr./tr. Zwolle geref. 6/413-5-1720 (get. voor hem Jan Gerrits, en haar moeder, hij "moet attestatie van sijn vader vertoonen, van consent", tr. Zwolle RK Bogenkerk 14-5-1720 (get. Maria Sophia de Sweerse, Catharina Keijsers) Marichie Everts, j.m. op de Nieuwstad (1720),

Andries Celders, j.m., otr./tr. Zwolle geref. 19-10/13-11-1709 (get. voor hem Jan van der Vecgt, en haar moeder) Gerregjen de Leuw, j.d..

Beerrentien Kelders, j.d., otr./tr. Zwolle geref. 24-10/16-11-1733 (get. voor hem Anderijs Herklant, (zijn/haar get.?) de moeder, "De bruijdegom moet Erffujtijnge doen. Is getoont.") Garrit Romkes, wedenaer.

820. PIETER KLAASSE VAN KEULEN, geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1693, parentatie niet bewezen, treedt op als getuige in een akte, wonend te Kerkwerve (1671), wordt als gehuwde man wonend te Elkerzee geref. lidmaat aldaar 1693, landman (1675, 1683) wonend te Cappelle (1675, 1683), tr. vóór 1681

821. SIJTJE CORNELIS, ovl. na 1693.

Op 19-10-1675 machtigt Pieter Claesse van Keulen, landman, wonend te Capelle (Duiveland), Joan Vijnk, procureur. Get. Abram Paulusse, Abram Paulusse. [230]
Op 22-2-1681 wordt een akkoord gesloten tussen Daniel Dingemansse, te Westenschouwen, (gehuwd met?/wednr. van?) Crijntje Dingemans, verwant aan Rens Cornelisse, overleden, secretaris, Pieter Claesse van Keulen, (gehuwd met?) Sijtje Cornelis, Claes Tonisse Lopse, te Elkerzee, Pieterje Cornelisse Maijken Cornelis Aechken Cornelis, te Nieuwerkerk. Get. Jacobus Walrant, koopman, Pieter Pieterse van den Berch. [231]
Op 19-7-1681 machtigt Pieter Claesse van Ceulen, wonend te Capelle (Duiveland), Christoffel van Meerderwerff, notaris, inzake Rens Cornelisse, overleden, secretaris. Get. Pieter Jan Oortse, herbergier, Jan Reijnderse Noom, landman. [232]
Op 26-1-1683 machtigen Pieter Claesse van Keulen en Sijtje Cornelis, wonend te Capelle (Duiveland), NN. Verder genoemd Claes Thonis Lobse, te Elkerzee, Weduwe van Daniel Ockerse, Adriaen van der Hove. Get. Joos Pauwelse, smid, Aert Soetemanse, gareelmaker. [233]
Pro memorij akte d.d. 28-1-1683. Personen: Pieter Claase van Ceulen, comparant, landman te Capelle (Duiveland), Jacob Corstiaense de Maat, comparant, landman te Nieuwerkerk, Daniel Ockerse, overleden, raadsheer. Get. Pieter Jan Oorse, Joannis Oorse, beiden te Zierikzee. Het betreft: overname van de pacht van een boerderij van de weduwe van Daniel Ockerse vlakbij Capelle door De Maat. [234]
Akte van insinuatie d.d. 3-11-1685 Personen: Crijntje Dijngemans, insinuant, Cornelis de Witte, Heer, Reijnier Cornelisse, overleden, Pieter van Keulen, Claes Tonisse Putocq, Cristoffel van Melde. Get. Bastiaen Blom, Claes Bulaert de Jonge. [235]

822. PIETER BOUDEWIJNS(E)(¥), geb. vóór ca. 1685, ovl. na 1736, tr. vóór ca. 1710[236]

823. ELISABETH JANS SWAGER, ovl. Kerkwerve feb. 1736.

COMMENTAAR(¥) Volgens Ref. [237] is hij:
BOUDEWIJNSE, PIETER, overl. 1708 Zoon van Boudewijn Dircxze, schoolmeester Schoolmeester te Ellemeet, 1688-1708 (als opvolger van zijn vader) Tr. Elkerzee 14.2.1683 Sara Cornelissen, weduwe van Leendert Jansen. Hieruit kinderen waaronder Geertruyt Pieter Boudewijnse, tr. Cornelis Pieterse van Keulen (-1736), schoolmeester, opvolger van zijn schoonvader. ZA, Staten van Zeeland, inv.nr. 697 (16.7.1689) GA Schouwen-Duiveland, Doop- en trouwboek Elkerzee. Lidmatenregister Elkerzee. Drost, Overzicht, 8.
ZOEK UIT!

Op 9-8-1736 wordt te Kerkwerve boedelinventaris opgemaakt van Elisabeth Janse Swager, overleden te Kerkwerve in feb. 1736. Haar wednr. is Pieter Boudewijnse. Tot voogd wordt benoemd Jochem Janse Swager. Het batig saldo bedraagt £ 87.17.8. De minderjarige kinderen zijn: De meerderjarige kinderen zijn: 3. Krina Pieters, gehuwd met Jacob Kister; 4. Neeltje Pieters, gehuwd met Cornelis Jacobsz. Gertse. 5. Janna Pieters, gehuwd met Job Peute; 6. Geertruijt Pieters, gehuwd met Cornelis Kister. De meerderjarige kinderen deden afstand van hun erfportie. [238] [239]

826. BOUDEWIJN AARTSE VAN DEN ENDE, geb. vóór ca. 1695, ovl. Zierikzee 1740[243], treedt op als get. in akten (1723, 1732), dan wonend te Zierikzee, wednr. van Zierikzee (1728, 1731), otr. 2o Zierikzee geref. 12-8-1728 TONA TONIS DEN BOER, ovl. Zierikzee 1730[244], wed. van Zierikzee (1728), otr. 3o Zierikzee geref. 21-12-1730 WILLEMIJNTJE (WILLEMINA) KOOLE, ovl. Zierikzee 1733[245], wed. van Zierikzee (1731), otr. 1o voor 1720

827. NEELTIE REIJNIERS, ovl. Zierikzee 1727 (als vrouw van Boudewijn van d' Ende)[246].

Op 13-2-1720 testeert te Zierikzee: Neeltie Reijniers, wonend te Zierikzee. verder genoemd : Boudewijn Aartse van den Ende (haar echtgenoot?), Maria Bastiaens, (haar moeder?). Getuigen zijn Jacob Boer en Leendert Beijer beiden wonend te Zierikzee. [247]
Willemyntje Koole wordt vermeld in de weeskamer van Zierikzee (1753).[248]

828. FRANS JACOBSE (DE(N)) BL(E)IJ(C)KER, geb. vóór ca. 1670, ovl. Zierikzee 11-11-1730 [251] [252] , getuigt in akten te Zierikzee (1714..1725),[253] tr. 2o ..esse (Renesse? Spijkenisse?) 2-9-1703 [254] ANNETJE ISAAKS DE BLIJKER, tr. 3o 1708-1712 JANNETJE JAKOBS DEN BLIJKER, ovl. Zierikzee 18-6-1728 [255], tr. 4o Zierikzee 20-6-1728 [256] JANNETJE CORNELISSE DE BLONDE, ovl. Zierikzee 12-1-1744 [257], huw. get. (1737), vermoedelijk dr. van Cornelis de Blonde, slager te Noordgouwe, en Cornelia Pieters,[258] [259] tr. 1o ..esse (Renesse?) 8-9-1691

829. KATELINA KAM(¥), ovl. Zierikzee 1702 [260].

COMMENTAAR(¥) Wat is het verband met Cornelis de Kam, geb. ca. 1630, uit wie Willem Cornelissen de Kam, geb. ca. 1656, tr. 1o ca. 1680 Catelijntje Aernoudts, tr 2) ca. 1690 Louwertie Louwers, otr/tr 3) Koudekerke 12/27-3-1712 Leijntie Cornelis Machielsen. [261]

848. JAN JACOB STUYR (STEUR, STUUR)(¥), geb. vóór ca. 1670, beg. Laren impost 2-2-1736, vermeld als Jan Jacobz Stuur als erfgooier te Laren (1708),[279] betaalt als Jan Stuer ƒ 1,2,-- verponding voor een huis te Laren getaxeerd op ƒ 13,--,--, (1733),[280] tr. (als Jan Jacobsz)

849. GEERTJE JANS.

COMMENTAAR(¥) zoek op vermeldingen van Jan Jacob Stuur in ORA Laren, inv. nr. 3253, f15,134 en 3254, f203, 204, 214. voorts wed. van Gijsbert Jacobs Stuur, in ORA Laren, inv. nr. 3250, f55

Jan Steur wordt te Laren vermeld in de Lijst van gemeente gerechtigden (1708), en in een lijst van Eigendom van bomen (ca. 1740). [281]
Jan Steur wordt vermeld in de lijst van koptiendplichtigen te Laren 1740.[282]
Ongedateerde acte te Laren (tussen 1740 en 1744) :
"Weegens boomen die voor de huijse Voor den een, en den anderen Sijn Staande Namelijk Nog het huijs daar Jan Donker van ouds in gewoont heeft. Nu de Erfgenamen Van Jan Steur Staan de boomen Voor 't gemeen" [283]

852. GEURT JANSZ DE WIT, geb. vóór ca. 1670, vermeld als Geurt Jansz de Wit in de Erfgooierslijst Laren 1708,[286] vermeld als Geurt Jansz de Wit in de lijsten van koptiendplichtigen te Laren 1708 en 1719,[287] komt in 1717 tweemaal voor als voogd in processen te Laren,[288]

Laren Brandkeur 1696:[289]
"1696 den 2 april is bij die vanden gerechten namentlijk lubbers tuenisen Buuermeester Rutger Martesen/Willem Guertsen ende Willem Cornelis swanicken Sijne scheepenen neeuens de Vier Raden Vant dorp Laeren geresolveert en vast Gesteelt dat alle de in Woonders vant selve Dorp Laer binnen den tijdt van viertien daegen na dato deses sullen moeten Versien van sodanigen brandt gereetschap als bij Jders Naem staet Uijt gedruijckt namentlijck leeren ende staaken de leeren moeten lang sijn 8 sporten en de stocken inde haaken moeten lang sijn 15 voet."
...
Geurt Jansen de Wit

854. PIETER ANXEN(¥), ovl. vóór 1708, tr.

855. NN, ovl. na 1708, komt voor als d'Wed: Pieter Anxen op de lijst van erfgooiers te Laren (1708). [290]

COMMENTAAR(¥) Is zijn broer mogelijk : Claas Assen (of Anxe) (de Groot), vermeld op de erfgooierslijst te Blaricum (1708), bezit het recht tot scharen, maar gebruikt het niet (1706), tr. Blaricum 11-2-1686 Lijsbeth Everts Sas. [291]

856. HENDRIK (VEEN?).

1718. ELBERT NN.

858. TATI(C)K JANSEN (TOP), geb. vóór ca. 1675, tr. vóór 1690

859. NEELTJE ELBERS(E), geb. vóór ca. 1680.

In 1680 heeft een zekere Tatick Jansz een tapperij in het Roosterhuisje naast de kerk te Abcoude dat hij vier jaar eerder al gehuurd heeft van de eigenaar Jan Brouwer den Ouden.[292]
Tatick Jans Top vermeld in akte nr.38 (ca. 1700) protocol notaris Arent Veenman 1697-1705 te Abcoude. TEKST opzoeken.
30-8-1731: Testament van Zwaantje Cornelisse Vis wedeuwe van Tatik Jans ter Horst, vermeld in f337 van protocol van notaris Antipas Tradeé 1730-1731 te Abcoude.[293] TEKST opzoeken.
Elders blijkt : Swaantje Cornelis Visch tr. 1694 Tatick Jansz Drost (sic!).

Fragment Suicker
Uit ONA Abcoude en RK dopen Abcoude 1689-1743

Ia. Jan (Suicker).

      Uit dit huwelijk:
    • 1. Gerardus Pietersz de Ruijter, ged. RK Abcoude 4-12-1743 (get. Neeltje Jans Suijker en Maria Aerts Koekenbier).

IIa. Laurence (Louwerens) Jans Suijker, geb. vóór ca. 1670, ovl. na 1732, doopget. (1722, 1725, 1729, 1730, 1732), huw. get. (1718), voor 1692. NNN.

      Uit dit huwelijk:
    • 1. Divera (Diewertje) Jans Suijker, ged. RK Abcoude 3-6-1725 (get. Laurence Suijker en Anna Laurents), ovl. 1763/64, executeur van de nalatenschap van Jacoba Stappers (1762), tr. vóór 1763 (huw. test.) Hendrik Jansz Koops. Hij hertr. 1764 Cornelia van Malsum.
    • 2. Aefje (Ava) Janse Suijker, ged. RK Abcoude 1-10-1726 (get. Cornelis Jansen en Anna Laurense Suijker), tr. vóór 1762 Hendrik Kok.
    • 3. Cornelia Janse Suijker, ged. RK Abcoude 2-4-1729 (get. Lauwerents Suijker en Anna Lauwerentse), ovl. na 1763, tr. vóór 1760 (huw. vw.) Dirk Tijmense Breur, ovl. na 1763.
    • 4. Pieter Janse Suijker, geb. vóór ca. 1725, ovl. na 1759, volwassen 1750.
    • 5. Johannes Janse Suijker, ged. RK Abcoude 2-12-1730 (get. Anna Laurents Suijker), ovl. na 1763.
    • 6. Laurentius Janse Suijker, ged. RK Abcoude 7-7-1732 (get. Laurens Jans Suijker en Anna Laurence Suijker), ovl. na 1763.
    • 7. Divera Janse Suijker, ged. RK Abcoude 7-7-1732 (get. Pieter Moons en Jannetje Thijssen), ovl. na 1763.
  • b. Antje (Anna) Laurens Suijker, geb. vóór ca. 1700, j.d. wonende te Abcoude (1718), doopget. (1725, 1726, 1729, 1730, 1732), otr./tr. Acoude gerecht 5/24-2-1718 (get. haer vader Louwerens Jansz Suijcker) Evert Gijssen Schouten, meerderjarige j.m. wonende te Abcoude (1718).
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Gijsbert Everts Schouten, ged. RK Abcoude ..-12-1718 (get. Teunis Gijssen Schouten en Jannetje Jacobse Heus), ovl. jong ("obiit").
    • 2. Gijsbert Everts Schouten, ged. RK Abcoude 25-2-1720 (get. Teunis Gijsberts Schouten en Jannetje Jacobse Heus).
    • 3. Gijsbert Everts Schouten, ged. RK Abcoude 1-2-1722 (get. Laurens Janse Suijker).
    • 4. Divera Everts Schouten, ged. RK Abcoude 9-2-1724 (get. Joannes Laurense Suijker).
    • 5. Martinus Everts Schouten, ged. RK Abcoude 20-1-1726 (get. Klaese Golive en Jannetje Jacobs).
    • 6. Laurentius Everts Schouten, ged. RK Abcoude 16-1-1731 (get. Jacoba Pieters Stappers en Johanna Pieters Schouten).

IIb. Pieter Jans Suijcker, geb. vóór ca. 1670, ovl. vóór 1722, j.m. van Baembrugh (1694), koehouder, otr. Abcoude Baambrugge gerecht 7-2-1694[294] Aefje Cos(sen) Ba(c)k, ovl. 1726-1731, j.d. van Baembrugh (1694), doopget. (1725, 1726).

      Uit dit huwelijk:
    • 1. Nicolaus Cornelisz Bout, ged. RK Abcoude 20-5-1725 (get. Jannetje Dirks en Aafje Cossen).
    • 2. Petrus Cornelisz Bout, ged. RK Abcoude 24-5-1726 (get. Aafje Cossen en Anna Laurense), ovl. jong?
    • 3. Petrus Cornelisz Bout, ged. RK Abcoude 24-5-1726 (get. Jacobus Boeyer).
  • c. Jan Pieterse Suijker, geb. vóór ca. 1700, ovl. vóór 1731, filiatie niet bewezen, j.m. wonende in het gerecht Abcoude (1722), tr. Abcoude gerecht 10-2-1722 Rijmpje Cornelisse Schouten, ovl. na 1731, j.d. wonende onder den gerechte ter Ouder Amstel (1722), NB in 1737 is zij wed. van Dirk Janse Suijker.

Scheepmaker
Cornelis Cornelisz Scheepmaker, ovl. vóór 1740, wednr. van Jannetje Willems (1708), wednr. wonende onder de gerechte van Boxhol (1714), otr. 1o voor 1708 (niet gevonden te Waverveen geref. en Abcoude RK statie Waveren 1704-1708) Jannetje Willems, ovl. vóór 1708, (uit welk huwelijk geen dopen geref. Waverveen 1700-1708 gevonden), otr. 2o Waverveen geref. 1708 (NB de predikant noteerde geen preciesere datum, er was maar één huwelijk dat jaar!) Lijsbeth Jans, ovl. 1708-1714, j.d. van Mijdregt (1708), (uit welk huwelijk geen dopen geref. Waverveen 1708-1714 gevonden), otr. 3o Abcoude gerecht 18-1-1714 (get. Pieter Jansz Suijcker die de rato caverende is voor sijn broeder Louwrens Jans Suijcker als voochden) Maritje (Maria (Marij) Tatiks (Taticke) (Top), ged. RK Abcoude 6-8-1690 (get. Lijsbeth Cornelisz), ovl. na 1746, j.d. wonende nu jegenwoordigh mede in de gerechte van Boxhol (1714), doopget. (1723..1737), huw. get. (1740, 1746). dr. van Tati(c)k Jansen (Top) en Neeltje Elbers(e).
Ondertrouwakte Abcoude gerecht:
Compareerden Cornelis Cornelisz Scheepemaecker wednr. wonende onder de gerechte van Boxhol en Marritje Taticksz Top j.d. wonende nu jegenwoordigh mede in de gerechte van Boxhol voornoemt geassisteert met Pieter Jansz Suijcker die de rato caverende is voor sijn broeder Louwrens Jans Suijcker als voochden, versochten dat haer drie huwelijxe geboden tot Abcoude mochten worden gepubliceert die haer sijn geaccordeert met belastinge om deselven onder de gerechte van Boxhol te brengen. Actum in Abcoude op den 18-1-1714.
NB Top staat buiten de kantlijn bijgeschreven zodat het net lijkt of er staat Marritje Taticksz Top.
ONA Abcoude:
3-11-1720: Quitantie gepasseert bij Cornelis Cornelisse Scheepmaker in huwelijk hebbende Marritje Tatikse Top t.b.v. Jan en Pieter Jans Suijker als gewezen voogden over zijne voornoemde huijsvrouw. TEKST nog opzoeken. [295]
      Uit dit huwelijk (o.a.?, volgorde onbekend):[296]
      Uit zijn eerste (Scheepmaker-Willems) of tweede huwelijk (Scheepmaker-Willems):[297]
    • 1. Cornelis Cornelisze Schepemaker, geb. vóór ca. 1715, beg. verm. Weesp 4-11-1755 (?? dan kan haar tweede huwelijk niet kloppen), tr. Ouder-Amstel RK 12-12-1734[298] Digna Huijbers (Hogelant), ovl. na 1751, doopget. (1742, 1745). Zij hertr. verm. 1740-1743 Gerbrandt Jansse, waaruit nageslacht.
        Uit dit huwelijk:[299]
      • aa. Huijbert Scheepmaker, ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 24-9-1735 (get. Frederik Huijbers), ovl. jong?
      • bb. Crelis Scheepmaker, ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 10-2-1737( get. Martie Crelis Scheepmaker).
      • cc. Huijbert Scheepmaker, ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 26-4-1738 (get. Frederik Huijbers).
      • dd. Grietie Scheepmaker, ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 25-4-1739 (get. Grietie Cornelis Scheepmaker).
      • ee. Cornelia Scheepmaker, ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 14-6-1740 (get. Neeltje Cornelis Scheepmaker), beg. Ouder-Amstel 7-5-1794, tr. 1o Ouder-Amstel RK 24-7-1763[300] Pieter Claasz van Dijk, otr./tr. 2o Ouder-Amstel 1/15-11-1770[301] Cornelis Aardsen (Arisz) de Lange, beg. Ouderkerk a/d Amstel 1-2-1810, j.m., wonende onder Ouder-Amstel. Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 2. Marritie Cornelisse (Crelissse) Schepemaker, geb. vóór ca. 1715, doopget. (1737), tr. Ouder-Amstel RK 27-9-1733[302] Claas Martense Blomswaart.
    Uit zijn eerste, tweede of derde huwelijk:
    • 3. Neeltie Cornelisse Scheepmaeker, geb. vóór ca. 1720, ovl. na 1755, doopget. (1740..1754), otr./tr. 1o Ouder-Amstel RK 25-6/10-7-1740 (get. haar moeder Marretje Tadik, wed. van Cornelis Schepemaeker),[303] Pieter Gijsen van de(r) Laan, ovl. 1743-1747, otr./tr. 2o Ouder-Amstel RK 24-8/10-9-1747[304] Pieter Gerritsz Koot, ovl. na 1755, doopget. (1746, 1754).
        Uit haar eerste huwelijk (van der Laan-Scheepmaker) (o.a.?):
      • aa. Cornelis Pieterse van der Laan, ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 22-1-1742 (get. Grietie Crelis Schepemaker).
      • bb. Gijsbert Pieterse van de Laan, ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 19-7-1743 (get. Lijsbet Cornelis Schepemaker).
        Uit haar tweede huwelijk (Koot-Scheepmaker) (o.a.?):
      • aa. Gerardus Koot, ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 30-4-1755 (get. Cornelis Cornelisse van Zijl en Leisje Gerritse Koot).
    • 4. Lijsbet Cornelis Scheepmaker, geb. de Rijke Waveren (gerecht Botshol) vóór ca. 1720, wonende onder Abcoude Proosdij gerecht (volgens ondertrouwakte) of Abcoude St. Pieters gerecht (volgens trouwakte!)(1746), doopget. (1743, 1748), otr. 1o Abcoude Proosdij gerecht 7-4-1746 (get. haar moeder Marretje Taticke Top), tr. 1o Abcoude St. Pieters gerecht 26-4-1746 en tr. 1o Ouder-Amstel RK 23-4-1746[305] Cornelis Aarsse (Aartsz) Buijs, geb. Loenersloot, ovl. 1746-1753, wednr. van Hilletje Pieters, woont te Abcoude St. Pieters gerecht (1746), tr. 2o Ouder-Amstel RK 9/26-8-1753[306] Gerbrand Jansen, doopget. (1760).
        Uit haar tweede huwelijk (Jansen-Scheepmaker) (o.a.?):
      • aa. Maria Crelisse (sic!) Gerbrands, ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 2-11-1754 (get. Pieter Gerritse Koot en Neeltie Cornelisse Schepemaker).
    • 5. Grietie (Margaretha) Cornelis (Crelisse) Schepemaker(s), geb. vóór ca. 1725, ovl. na 1754, j.d. wonende onder den gerechte van Boxhol (1743), doopget. (1739..1754), tr. Abcoude gerecht 12-11-1743 en tr. Ouder-Amstel RK 13-11-1743[307] Gijsbert Everse Schoute(n), ovl. na 1767, j.m. laatst gewoond hebbende onder den gerechte van Abcoude Prooosdij (1743), doopget. (1754), huw. get. (1767).
        Uit dit huwelijk (o.a.?):
      • aa. Antie Gijze Schouten, ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 25-2-1744 (get. Divertie Evers Schoute), ovl. 1767-1790, j.d. wonend te Abcoude St. Pieter (1767). otr./tr. Abcoude Proosdij/Aasdom St. Pieter 17-4/3-5-1767 (get. zijn moeder Gijsbertje van Dijk, wed. van Cors Huibertsz Bos en haar vader Gijsbert Schouten, aanget. Abcoude St. Pieter) Wilhelmus (Willem) Cosse (Bos), geb. Abcoude Bercks gerecht, ged. RK Abcoude-Proosdij 14-4-1736 (get. Christina Huijbers Bosch), beg. Abcoude Proosdij (impost) 15-10-1794, zn. van Kors (Cos(mas)) Huibertse Bos(ch) en Gijsbertje Willems van Dijk (zie kw. nr. 431 ).
      • bb. Jannitie Gijse Schouten, ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 18-1-1745 (get. Neeltie Cornelis Schepemaker), ovl. jong?
      • cc. Evert Gijsberse Schouten, ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 23-1-1746 (get. Lauw Everse Schouten), ovl. jong?
      • dd. Evert Gijze Schouten, ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 23-1-1746 (get. Baasie Jacobse van Velden), ovl. jong?
      • ee. Johanna (Jannetje) Gijsberts Schouten, geb. Abcoude St. Pieter, ged. RK Abcoude 28-7-1748 (get. Lijsbeth Cornelis Scheepmaker), meerderjarige j.d. wonend te Abcoude St. Pieter (1773), otr./tr. Abcoude Proosdij gerecht/ Abcoude St. Pieter 9/25-4-1773 Anthonij van Waijen, geb. Abcoude St. Pieter, meerderjarige j.m. wonend te Abcoude St. Pieter (1773).
      • ff. Maria Gijsberts Schouten, ged. RK Abcoude 8-4-1750 (get. Neeltje Cornelis Scheepmakers).
      • gg. Everardus Gijsberts Schouten, ged. RK Abcoude 9-1-1754 (get. Baefje Jacobs van Velsen).
    Uit zijn derde huwelijk (Scheepmaker-Taticks) (NB RK doopboek Ouder-Amstel statie Bullewijk begint 1717):
    • 6. Tadik Cornelisse (Schepemaker), ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 21-9-1720 (get. Claasje Dirks), ovl. jong?
    • 7. Jannetje Cornelisse (Schepemaker), ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 8-7-1722 (get. Claasje Tateke), ovl. jong?
    • 8. Johanna (Jannetje) Cornelis (Scheepmaker), ged. Abcoude RK 29-8-1724 (get. Claesje Taticke) ("zij horen in de Bullewijck, maar de pastoor is absent"), ook ingeschreven RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 29-8-1724 (get. Claasje Tadik).
    • 9. Tadik (Tadeus) Cornelisse Schepemaker, ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 25-12-1726 (get. Claasje Tadik), wonende in de Waver onder Ouderkerk (1726), otr./tr. Ouder-Amstel RK 9/26-8-1726(¥),[308] Jannetie Jans, wonende in de Waver onder Ouderkerk (1726), dr. van Jan Gerrebranse.

      COMMENTAAR(¥) CHECK dit klopt niet
        Uit dit huwelijk:[309]
      • aa. Cornelis Scheepmaker, ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 14-11-1754 (get. Gijs Everse Schouten en Grietie Cornelis Scheepmaker).
      • bb. Maria (Marietje) Tadiks Scheepmaker, ged. RK Ouder-Amstel 23-10-1760, en RK Nes a/d Amstel 25-10-1760 (get. Gerbrand Jansen en Marietje Gerbrandse), ovl. Abcoude-Proosdij 16-10-1826 (als Marritje Scheepmaker, huisvrouw van Klaas Setvast), otr./tr. Ouder-Amstel 29-3/22-4-1798[310] Nicolaas (Klaas) Sitvast (Sipvast), geb. ca. 1775, ovl. Abcoude-Proosdij 6-1-1840, winkelier, zn. van Gerrit Zitvast en Dievertje Zoethof. Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 10. Elbert Crelisse Scheepmaker, ged. RK Ouder-Amstel statie Bullewijk 16-10-1731 (get. Claasje Tadicke Top).

860. HUIBERT JANSEN (BOS), geb. vóór ca. 1665, ovl. vóór 1730? bakker? (1698), doopget. (1727), tr. vóór 1690

861. AELTJE JANS (VAN VELSEN?)(¥), doopget. 1727?

COMMENTAAR(¥) Heeft mogelijk zusters Baafje Jans doopget. 1690, en Opje Jans

Opje Jans, doopget. (1690, 1692, 1695, 1696, 1702) (1728?), tr. vóór 1689 Bruijn Cossen.
    Uit dit huwelijk:
  • a. Elbert Bruijns, ged. RK Abcoude Proosdij 13-12-1689 (Matrina: Jannetje Cossen Ouwes).

De bakker.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

klik op plaatje(s) om te vergroten
ONA Abcoude:
2-1-1730: Scheidinge tussen Jan Huibertse Bos, Stijntje Huibertse Bos en Cors Huibertse Bos TEKST nog opzoeken. [311]

862. WILLEM (VAN DIJK?) (¥), tr. vóór ca. 1710 NN. (Barentje Claes?).

COMMENTAAR(¥) Is Willem van Dijk, commissaris van de brandspuit (1758-1775), en gildemeester van het Timmermans-, Metselaars- en Glazenmakersgilde te Weesp [319] verwant?
of
Willem Gerritsz van Dijk, j.m. wonende tot Abcoude (1725), otr./tr. Weesp gerecht 18-5/5-6-1725 Wijntje Cornelisz Leijbes, wed. van Jan Janse Kriek wonende tot Abcoude (1725).

868. AART PIETERSE (SETHOVEN)[320], geb. vóór ca. 1625, j.m. van Sevenhoven wonende te Langeraar (1645), kleermaker (1651, 1654) wonend te Langeraar (1646..1654), otr. Noorden sept. 1645, en tr. Langeraar geref. sept./okt. 1645 (hij als Aert Pietersz)

869. NEEL(TGE) JANS, geb. vóór ca. 1625, j.d. van Noorden wonende te Langeraar (1645), doopget. (1672, 1673, 1675, 1677, 1679 ).

872. PIETER JANS VAN STRATEN, geb. vóór ca. 1660, parentatie niet bewezen, doopget. (1713, 1714, 1719), tr.

873. NN (mogelijk Aeltje Dircks van Dam).

876. JAN CORNELISZ WITTEBOL, geb. vóór ca. 1645, ovl. na 1700, woont te Benthuizen (1671), vermeld in de transportregisters van Hazerswoude (1659-1690), huw. get. (1700), tr. Hazerswoude 17-1-1666[348]

877. JANNETJE CORNELIS HOUWELING, geb. vóór ca. 1645, ovl. na 1714, woont te Benthuizen (1671), doopget. (1711, 1714).

Op 26- 2-1671 compareren Jan Corneliss Wittebol en Jannitgen Cornelis Houwelingh, echtgenoten, en wonende te Benthuizen. [349]

878. FRANS (MAERTENS?) (VAN ZUIJLEN), geb. vóór ca. 1660.

880. SIMON WILLEMS (SCHANSHEER?)(¥), ged. geref. Rijsoord 27-2-1628, genoemd in een akte d.d. 15-2-1687 als erfgenaam, tr.[362] [363] voor 1651.

881. JANNETJE CORNELIS.

COMMENTAAR(¥) Verdere gegevens Schansheer te Ridderkerk (ook veel Schansman aangetroffen!, dit lijkt dezelfde familie te zijn :
Willempje Schansheer, v.v. Gerrit Verhoeve, zij geref. lidmate te Hendrik Ido Ambacht, 1792.[364]

vul aan Kron. 9(2000)117

882. ELDERT GERRITS, parentatie niet bewezen.

883. MARYTIEN JANS, parentatie niet bewezen.

884. JAN PLEUNEN (DE) GELDER (alias GELDERSZ)(¥), ged. Rijsoord 6-4-1642, ovl. april-aug. 1688,[401] [402] j.m. van Ridderkerk (1671), bakker (1675, 1682), woont te Hendrik Ido Ambacht op de Oostendam (1674..1688), otr./tr. 1o Hendrik-Ido-Ambacht/Ridderkerk(attestatie gegeven) 18-10/7-11-1671[403] ARIAENTJE CORNELIS BOOGAERTS, ovl. 1672-1675, j.d. van Hendrik-Ido-Ambacht (1671), tr. 2o 1672-1675 ARIAANTJE LEENDERTS BLOCK, geb. IJsselmonde, ovl. 1677-1680, dr. van Leendert Huigen Block, armmeester en mr. timmerman te IJsselmonde, en Neeltje Cornelis Clootwijk,[404] tr. 3o Dordrecht (huw. voorw. 1-11-1680)[405]

885. LIJSJE (LIJGJE, CLEISJE, LEIJTGEN) MICHIELS SNOUCK (HOEK ![406])(¥), ged. Sleeuwijk 21-10-1665, ovl. Hendrik-Ido-Ambacht 1692-1710, doopget. (1689),[407] mogelijk identiek met Lijsebet Michielse, die in 1689 wordt vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Hendrik-Ido-Ambacht wonend op de Kerkwegh aldaar en op 9-10-1690 is vertrokken naar Rotterdam, is in 1688 in verwachting van een kind, tr. 2o Hendrik Ido Ambacht 8-1-1690[408] WIL(LE)M AERTS (DE KONING), ovl. Ridderkerk 18-9-1738,[409] moet, na de grote brand te Ridderkerk (1731), als bewoner van een huis aan de Meulendijk zorg dragen voor de aanwezigheid van 1 lantaarn, 1 brandemmer, en 1 leer van 12 sporten, [410] verm. zn. van Aert Cornelis Koning,[411] en Aechje Engelen.

Wapen Snoek (Gorinchem): Effen groen met een hermelijnen schildhoofd en in een gouden vrijkwartier een groengeknopte en -gepunte rode roos. Helmteken: een verticaal geplaatste snoek van natuurlijke kleur, met de kop naar beneden, tussen een gouden vlucht. Dekkleden: zilver en groen. Schildhouders: twee gouden griffioenen met de staart tussen de achterpoten doorgaande. De oudste gebruiker van dit wapen is Jan Snoeck Jacobsz, raad (1558) en schepen (1564) van Gorinchem. [412]


COMMENTAAR(¥) Is er verband met
Cornelis Hermans (de Gelder) te Dubbeldam 1631.[413]
een geslacht Gelder te Charlois [414].
Neeltje Pieters de Gelder te Ridderkerk ca. 1700.[415]
Jan de Gelder, ged. Heerjansdam 3-4-1672 (get. Jan Dircksen van Driel, Maeijke Melsen en Trijntje Jans) als zn. van Wilm Ariensen de Gelder en Teuntje Jans van Driel.[416]
Jan Staese van Gelder, beg. Poortugaal 3-1-1676 (in de kerk), timmerman, tr. Poortugaal 5-4-1637, als j.m. van Rhoon, met Leijgje Bastiaens Spruijt j.d., geb. 1611, ovl. 31-7-1655, beg. Poortugaal 3-8-1655 (in de kerk, oud 44 jaar, 7 mnd) dr. van Bastiaen Pietersz Spruijt en Neeltje Jansdr Koman.[417]
Pieter Pleune Gelder, woont bij de Ridderkerkse korenmolen (1677).[418]
Er lijkt geen verband te bestaan met een geslacht Gelder te Charlois ca. 1600-1700.[419]



COMMENTAAR(¥) Is er verband met
Grietie Pleune Snoek otr.IJsselmonde 28-4-1709 met Cornelis Hendricksse van Mullum, ged. Charlois 15-10-1684, ovl. aangegeven IJsselmonde 28-4-1723 (Corn Heijnd. van Mulm, aangeefster Grietie Pleune Snoek), zn. van Hendrik Hendricks van Mullem en Lijsbeth Stoffels de Groot.[420]
Op 27-2-1671 verkoopt Grietje Pietersdr, wed. van wijlen Pleun Leenderts Gelder wonend onder Ridderkerk, aan haar zoon Jan Pleunen Gelder "een hoog aertschuijt met zeijl ende verder aancleven van dien zoo de zelve rijld en zeijlt" voor de som van 40 car. gld alle 't welke voors. is en contant heeft betaald. [421]
Op 26-8-1671 verkoopt Margaretha Melsse onroerend goed aan Jan Pleune Gelder.[422]

Op dezelfde datum neemt Adriaan Melsse hypotheek onroerend goed van Jan Pleune Gelder, j.m..[423]
Op 4-6-1674 verkoopt Leendert Reijersz van der Sint, wonende aan de Korenmolen te Ridderkerk, aan Jan Pleunen Gelder, wonende aan de Oostendam 12 roeden land, gesitueerd recht achter Jan Pleune. Belend ten Oosten Cornelis Herbertsz de jonge, ten Westen een tuin of boomgaard van Geertie Pieters tijdens haar leven bewoond en nu toebehorende aan de voornoemde comparant, behalve de gang of slop die tussen beide huizen ligt, dit is voor wederzijds gebruik. [424]
Op 4-2-1675 verklaren Jan Pleune Gelder, bakker op de Oostendam en Ariaentie Leendert Block, zijn huisvrouw, op verzoek van Claes Jansz van de Linde, dat hij voor 30-12-1674 altijd bij hen brood heeft gehaald. [425]
Op 4-2-1675 verklaren Bastiaen Jansz van Gelder en Dirck Cornelisz Bogaert, metselaar wonende op de Oostendam, Ariaentie Leenderts Blocq, vrouw van Jan Pleune Gelder, backer en Maaijken Leenders, huisvrouw van Gerrit Hendricxsz van der Hoep, waard wonende op de Oostendam, op verzoek van Claes Jansz van de Linde dat op 30-12-1674 de drost van Zuid Holland met zijn paard op de Oostendam is geweest op zoek naar Claes Jansz, met de bedoeling hem te arresteren. Hij heeft zich echter op de bovenkamer verstopt, zodat hij onverrichterzake weer moest vertrekken. [426]
Op 11-3-1675 verklaren Jan Pleunen Gelder, bakker en Jan Bastiaensz, meester metselaar, beiden wonende op de Oostendam op verzoek van Claes Jansz van de Linde, kramer, dat Claes bij de voornoemde Jan Pleunen jaren achter elkaar brood heeft gehaald en soms deed zijn zoontje dit (die verleden zomer is verongelukt). Zij leggen een verklaring af inzake het gebeurde op 30-12-1674. [427]
Op 25-2-1677 maken Ariaantje Leenderts Block en Jan Pleunen Gelder huwelijkse voorwaarden te Dordrecht.[428]
Op 24-5-1677 benoemt Jan Pleune Gelder wonende te Hendrik Ido Ambacht op de Oostendam zijn dochter Ariaentie Jans tot zijn erfgenaam. Mocht zij voor overlijden dan komen zijn broers en zus, met name Pieter Pleune Gelder, Cornelis Pleune Gelder en Maeijcken Pleune Gelder in aanmerking. Tot voogd en boedelbeheerder stelt hij aan zijn broer Pieter Pleune Gelder. [429]
Op 1-11-1680 maken Jan Pleunen Gelder, laatst wednr. van Ariaentgen Leenderts Block, toekomemde bruidegom wonend onder Hendrik-Ido-Ambacht, en Leijtgen Michiels, j.d. mede wonende aldaar, toekomende bruid, geasst. met mij notaris en gekoren voogd, huwelijkse voorwaarden. Zij trouwen buiten gemeenschap van goederen, en brengen ieder roerende en onroerende goederen in tot onderstant van hun huwelijk. [430]
Op 21-11-1682 machtigen Jan Pleune Gelder, bakker wonende op de Oostendam, Huijgh Leendertsz Block, bakker te IJsselmonde en Bastiaen Jansz Besteman, bakker op 't Dorp te Ridderkerk, Johannes Bellu procureur der stad Dordrecht, om namens hen te handelen tegen de pachters van het gemaal. [431]
Op 13-1-1683 verhuurt Jacob Cornelisz de Vries, dijkgraaf in Ridderkerk, aan Jan Pleune Gelder, wonende op de Oostendam te Hendrik Ido Ambacht, 2 mergen land in oud Reijerwaard. [432]
Op 21-4-1688 testeren Jan Pleunen Gelder (ziek op bed) en Leijchje Machielse (in verwachting zijnd), echtpaar wonende op de Oostendam te Hendrik Ido Ambacht. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. De langstlevende benoemen zij tot voogd alsmede Teunis Aertsz Jongeruijter. [433]
Op 28-5-1689 huurt Leygie Michielsdr Snoeck, wed. van Jan Pleune Gelder voor twee jaar 1 morgen boomgaard genaamd "Danckeren Bogaert" aan de Pruymendijck in Oud Reywerwaard van Barber Claesdr.[434]
Op 5-4-1710 kavelen de erfgenamen de boedel van Leijgje Michielsdr Snoek, overleden te Hendrik-Ido-Ambacht. Antonie Joppen Verschoor bekent ontvangen te hebben uit handen van Pleun Jans de Gelder een som van 30 gld. in voldoening van een som van 86 gld. van gehuurd vlasland door zijn stiefvader Willem de Conick gehuurt te hebben van mijn schoonvader Pieter Ariens Huigen bekenne met deze som van 30 gld. ten volle voldaan te zijn bij akkoord door Willem de Coninck en mijn ondergeschreven gemaakt in data 20-4-1710 als schoonzoon van Ariaentje Ariens Snoeck wed. van Pieter Huigen. Ondertekend door Antonie Joppen Veschoor. [435]

886. CORNELIS GERRITSE NEUTEBOOM(¥), j.m. van Barendrecht, woont te Barendrecht (1672), otr./tr. Barendrecht 29(20?)-10-1672 / Heerjansdam,[445] [446]

887. ANNICHIEN HENDRIX, ged. Puttershoek 4-9-1650,[447] j.d. van Puttershoek, woont te Barendrecht (1672), is doopget. (1682).

COMMENTAAR(¥) Is er verband met Bastiaantje en Maria Maartens Neuteboom, doopget. te Maasdam na 1680.[448]
Bastiaen Adriaensz Noteboom betaalt 5 pond hoofdgeld te Charlois (1623) [449]
Maerten Jacobsz Neuteboom te Maasdam 1640-1719.[450]

894. CORNELIS JANSZ KLOOSTER, ovl. 1706-1746, j.m. van Vriesekoop, otr. Leimuiden 4-11-1696 (pro deo, met attestatie naar Rijnsaterwoude) en otr./tr. Rijnsaterwoude 20-10/4-11-1696

895. NEELTJE ABRAHAMSE DE LANGE, ovl. Oudshoorn, beg. Leimuiden geref. 28-11-1746 (graf 50, weduwe van Cornelis Klooster), j.d. te Rijnsaterwoude.

900. CORNELIS BREES (BRIE), geb. Eemnes, beg. verm. Amersfoort Lieve Vrouwe Kapel 8-3-1742 (als Cornelis Brees, laat kinderen na), vermeld in de lijst van 1688 als geref. ldimaat te Amersfoort wonend nabij de Kapel, wordt als Cornelis Brees, afkomstig van en geboren te Emmenes, burger van Amersfoort op 27-3-1702, tr. vóór 1700

901. TRIJNTJE PIETERS, ovl. na 1707, mogelijk identiek met Trijntje Pieters, die in juli 1707 geref. lidmaat te Amersfoort wordt op belijdenis.

902. DIRCK P(I)ETERSEN, geb. vóór ca. 1670, beg. Veenendaal (kerkrekening 10-4-1742), j.m. wonend te Amersfoort (1695), otr./tr. Amersfoort geref. 29-3/14-7-1695 (zij onder patroniem)

903. MARIA JANS GALLO(Y), geb. vóór ca. 1670, ovl. na 1710, j.d. wonende te Amersfoort (1690), wed. van Geurt Cock wonende te Amersfoort (1695), doopget. (1710) tr. 1o Amersfoort gerecht 18-2/04-3-1690 (get. sijn moeder Aerland Jacobs, wed. van Rijck Cock, haer broeder Michiel Jans Gallo), en tr. 1o Amersfoort RK Kromme Elleboog 4-3-1690 GEURT RIJCKXSZ COCK, j.m. wonende te Amersfoort (1690), zn. van Rijck Cock en van Aerland? Jacobs.

Kerkmeestersrekeningen Veenendaal:
Den 10-4-1742 heft Jan Dirkse van Wesel de kercke gerechtigheyt bet(aald) van sijn vader ƒ 1-12-8.

904. GERRIT WILLEMSZ (VAN) CRAJEKAMP, ged. Amersfoort 24-1-1661, ovl. na 1714, j.m. van Amersfoort (1693), schepen van het gerecht Hoogland (9-1-1695 tot 1714) [466], otr. Amersfoort geref. 29-1-1693 met betoon op Barneveld 17-2-1693) en otr./tr. Barneveld geref. 29-1/19-2-1693

905. AALTJE(N) HENDRICKS BERGHUI(J)S, geb. vóór ca. 1675, ovl. na 1697, j.d. wonend te Barneveld (1693).

Wapen Berghuijs: in goud een zwart ankerkruis. Helmteken: een vlammende vuurmand.
Dit wapen (oorspronkelijk zegel, kleuren onbekend) werd gevoerd door Hendrik Berghuijs, leenman van de Kellenarij te Putten, Barneveld 31-3-1764.[467]

906. JAN DIRKS(EN) (DERKSEN), geb. vóór ca. 1680, ovl. na 1741, te Barnevelt treedt in 1741 op als momber van de kinderen van zijn dochter Aalten Jans, otr./tr. 2o Barneveld geref. 15-7/7-8-1712 JANNETJE DERKS, ovl. 1717-1720, afkomstig van Apeldoorn (1712), tr. 1o voor 1705 (niet gevonden te Barneveld)

907. LIJSBETH EVERTS, geb. vóór ca. 1685, ovl. 1708-1712.

Op 8-9-1720 is te Barneveld een maegescheijt opgeright tussen Jan Dirksen weduwenaar van wijlen Jantien Dirks en twee onmundige kinderen met naamen Lijsbet en Stijntien Jansen in ehestand verweckt bij Jan Dirks voornoemd. Er wordt bepaald dat de vader sal behouden ende besitten huijs hoff en landt met alle actien en creditten waartegens ook sal lasten en betaalen alle schulden en lasten des boedels. Daar tegens aan de kinder overgegeven en goederen tot de moeders lijff behoorende en daar en booven ale de kinderen tot haar mundige jaaren koomen aan haar uijtschieten en betaalen de somma van twee hondert en viefftigh gulden. Onderpand: De Rooseler Kamp. getekent door: Jan Dirksen, Frerik Dirksen, Hendrik Jansen, Wessel Dirksen, Tijs Leendersen, als getuijgen J. Coenies, Joost Gisbertsen. [468]
Op 16-7-1721 worden Secker Huijs staande in den Dorpe van Barneveld ant Oost Eijnde. Toekomende Jan Dirksen neevens een stuk lant gelegen onder Rooseler sijde Noordw. naast gelant Wouter van de Vliert, Suijdw. het Rooseler Steegjen Oostw. de Wed. Rik Willemse Otterloo, Westw. Willem Aerts neevens een stuk lant mede in voorn. buurschap gelegen waar naast oostw gelant Leijts Jacob Coobesen, Westw. Joegem Jansen, Suijdw, Noordw. Wouter Willemsen van de Vliert, verbonden voor een Cappitale Somma van Drij hondert guld. tegen 5 percento neevens de intresse. Gepasseert voor geerfdens Jan van Dompsler Heijmans, Hendrik Tijmens van Coot en Hendrik Evertsen Schut die de originele Brief hebben getekent en gesegelt op de 16 julij 1721. Na vertoonde quitantie Geregistreerd, dese geroyeert, op den 16 julij 1721, akte is doorgehaald: [469]

908. HESSEL HESSELSEN(¥), otr./tr. Nijkerk 16-4/7(?)-5-1705, als j.m. onder Nijkerk

909. METJEN JANS, j.d. onder Nijkerk.

COMMENTAAR(¥) Is Klaesje Hessels, j.d. van Nijkerk, die tr. Barneveld 1709 [470], mogelijk zijn zuster?

910. DIRK (THEODORUS) JANS (BOON/BONERT), ged. Amersfoort RK Muurhuizen 5-5-1679, beg. Amersfoort Lieve Vrouwe Kapel 30-1-1745 (laat kinderen na), otr./tr. Amersfoort geref. 4/24-3-1707 als Dirk Jansen j.m. van Amersfoort

911. JANNETJE DIRKS BONEKAMP, ged. geref. Amersfoort 1-1-1679, ovl. 1728-1745, wed. van Amersfoort (1707). otr./tr. 1o Amersfoort geref. 7/23-12-1703 GERRIT KOLCKMAN, ovl. 1704-1707 (beg. te Amersfoort niet gevonden), ruijter onder ritmr. de Bitter (1703).

Op 19-11-1727 koopt Dirck Boon van de heer Lion Parnase van de Hoogduijtse joodse natie binnen Amsterdam een tabaxschuer met een hof daarachter bij de Utrechtse Poort binnen Amersfoort voor 550 guldens boven eene stuiver op de gulden tot randsoen monterende same 577 guldens. De 40ste penning wordt op 3-1-1728 bij R. Goudoever te Amersfoort betaald.[471]
Op 9-1-1728 verkoopt Cosmanus Gomperts, als speciale gemachtigde van Leon Gomperts, Parnasse van de Hoogduitse Joodse Natie van Amsterdam en als gemagtigde van Levi Marcus, Salomon Jacobs, Salomon Moses, Salomon Levi, Aaren Abraham en Alexander Levi, regerende Parnassen van de Hoogduijtse Joodse Natie, tesamen gestelde executeurs over den boedel en nalatenschap van Joseph de Beer, aan Dirk Boon en zijn vrouw Jannitje Boonecamp, een tabaxschuur met hof daarachter en een mestvaaltplaats daarvoor, gelegen bij de Utrechtsepoort, belend aan de ene zijde Johannes Ebbenhorst, aan de andere zijde de stadswal. [472]
Op 31-5-1745 verkopen Dirk Boom, meerderjarige Jongman, Jan Boom en zijn vrouw Elsje van Westeneng, Leendert Boom en zijn vrouw Claartje Boom, Adam Binksteen en zijn vrouw Cornelia Boom, Jan Willemsz en zijn vrouw Willemijntje Boom, enige nagelaten kinderen en behuwdkinderen van Dirk Boom en Jannitje Bonekamp, gewezen echtelieden (coopcedule d.d. 5-4-1745), aan Coenraad Temmink, Raad in de Vroedschap en Schepen dezer stad, een tabakschuurtje van 5 vakken met het huisje daar annex, het hofje daarachter en de grond daarbij, belend aan de ene zijde Johannes Ebbenhoven, aan de andere zijde de Stadswal. [473]
NB Boom zal hier wel verkeerd gelezen zijn : Boon?

912. OLOF HENRICKSZ COCK, geb. vóór ca. 1670, beg. Amersfoort St. Joriskh. 29-5-1726 (laat kinderen na), j.m. (1691), woont te Amersfoort (1704), bombazijnwerker te Amersfoort, get. (1712) als oom van Steven Janssen, huw. get. (1706, 1716), otr. 2o Amsterdam pui/Amersfoort gerecht 9/13-5-1704 (hij als wednr. van Margriet Sponsis, zij oud 36 jaar, haar ouders dood, geast. met Marretie Hartman) MARIA (MARRETJE) JANSSE, geb. Amersfoort 1667/68, ovl. 1726-1729, j.d., woont te Amsterdam op de Fluweleburgwal (1704), otr./tr. 1o Amersfoort gerecht 3/17-4-1691 (get. zijn vader Henrick Cock, haar vader Johannis Jurriaen Sponsis) en tr. Amersfoort RK 17-4-1691 (get. Catharina Spons)

913. MARGARETA JANS SPONSUS, geb. vóór ca. 1670, ovl. 1699-1704 (beg. te Amersfoort niet gevonden op achternaam en patroniem), j.d. (1691).

Op 2-5-1713 machtigt Maria Wouters van Diemen, wed. van Theunis Bartsz van de Boomgaert, Olof Cock, bombazijdewerker in Amersfoort de nalatenschap te administrieren en te redden. Erfgenamen zijn de kinderen van Theunis. [493]
Op 3-6-1726 machtigt Maria Jans, boedelhoudster, "lijfftogteresse", wonend te Amersfoort, wed. van Oloff Cock, "in leven bombasijdewerker alhier", Jacob Hendrikse Graaff, schipper van Tessel, om haar belangen te behartigen bij Cornelis de Jongh, mede schipper wonende te Tessel, om van hem arbeidsloon en verschot te innen voor haar. [494]
Op 23-6-1726 vindt de boedelscheiding plaats van de nalatenschap van Oloff Cock, overleden, echtgenoot van Maria Jans, en eerder gehuwd met Margrieta Jans. Het betreft een huijsinge, winkel en winkelwaren. Comparanten zijn Maria Jans, wed. en boedelhoudster en lijftochteresse van Olof Cock, en Hannes Kok als oudste nagelaten zoon en erfgenaam van Oloff Cok, meerderjarig, en Pieter Birkhoven, man van Annetje Cock, dochter en medeerfgenaam, wonende alhier. Hannes en Annetje zijn kinderen uit het eerste huwelijk, uit het tweede huwelijk is Geertruijd Cock, minderjarige jonge dochter. Gemachtigden voor de scheiding zijn Steven Janse namens eerste comparant en Jan en Pieter Kok wegens de twee laatste comparanten. [495] Er wordt verwezen naar een Testament: d.d. 10-6-1704 [496].

914. JOHANNES POUWELS (DE) PIJP(H)ER, ged. geref. Amersfoort 15-10-1667, ovl. na 1727 (beg. te Amersfoort niet gevonden op achternaam en patroniem), j.m. (1689), otr./tr. 1o Amersfoort gerecht 9/27-4-1689 (get. zijn moeder Cornelia Wulphertsz nu h.v. van Jan Lambertsz, en haar bekende Hendrijn Jacobs en Laurens Stevens) en tr. 1o Amersfoort Kr. Elleboog 26-4-1689 MARIA SESARIEN (CAESARIUS), ovl. 1694 (beg. te Amersfoort niet gevonden), ouderloze j.d (1689), mogelijke dezelfde als Maria Cesarius, echtgenote van Cornelis van Vilvoorden die octrooi krijgt om te testeren te Utrecht 10-2-1681.[501] Zij is mogelijk nazaat van Ds. Hendrik Caesarius.[502] . Hij tr. 2o Amersfoort gerecht 2/20-10-1694 (als wednr. van Marijtje Secarius, zij met consent van haar moeder Cathrina Bossen wed. van Jacob Dircksz Geeldorp, en geast. met haar oom Henrick van Raalt, kuiper) en tr. 2o Amersfoort RK Kr. Elleboog 20-10-1694

915. ANNITJE (ANNA) JACOBS, geb. vóór ca. 1675, ovl. na 1725 (diverse begraven komen in aanmerking), j.d. (1694), doopget. (1724, 1725).

916. JORDANUS BOTTER, geb. vóór ca. 1670 (doop te Amersfoort geref. niet gevonden), ovl. na 1720 (beg. wellicht te Amersfoort 1749 of 1752 als Goris Botter), j.m. (1688), otr./tr. Amersfoort gerecht 18-5/2-6-1688 (get. zijn vader Jan Botter, zij geast. met haar moeij Maria Mojaart h.v. van Abraham Abrahamsz in plaats van haar vader Philip Mojaart te Leiden die consent geeft ) en tr. Amersfoort Kr. Elleboog 2-6-1688

917. ANNA MARIA (PHILIPS) MOJAART (MOIJERS), geb. vóór ca. 1670 (vóór ca. 1655?), ovl. na 1724 (beg. niet gevonden te Amersfoort op achternaam en patroniem), j.d. (1688), doopget. (1716..1724), huw. get. (1717). Zij woont kennelijk van 1688 tot (na) 1706 in Amersfoort wanneer haar kinderen daar worden gedoopt, met uitzondering van (een periode rond) 1702, wanneer haar dochter Agnes in Leiden wordt gedoopt en zij zelf in Leiden als getuige optreedt bij de doop van een kind van Gerrard van Loenhorst en Josina de Pauw. Zij treedt in 1692 en 1694 op als doopget. te Amersfoort (Oud Kath. 't Zand) bij dopen van natuurlijke kinderen van Martinus NN en Geertruid Jans. In 1673 is een Anna Maria Moyaert te Leiden getuige bij de doop (RK Bakkersteeg) van een onecht kind van Bernard Haes en Marie Jans van Betou. Als het hier kw. nr. 917 betreft dan moet zij dus geboren zijn vóór ca. 1655.

Op 6-10-1692 compareren te Utrecht de erven van Neeltien Egberts, in leven wed. van Willem Coot, met name Hendrik van Wamell, steenbacker wonend te Zuylen, en gehuwd met Maria Coot, hun dochter, mede namens haar broer Joost Coot, en Goris Botter, metselaer en steencoper wonend te Amersfoort. Het betreft een procuratie tot het innen van geld van procureur NN Visser, als curator van de boedel van wijlen Hendrikien Hermens te Amersfoort, vanwege geleverde stenen.[503]
Op 15-1-1750 compareert te Utrecht Adriaen Hennebo, coopman wonend aldaar, om procuratie te verlenen aan Antony van Veersen, procureur voor den geregte van Amersfoort, om geld in te vorderen van Bart van Hoevelaak, Ryk Cruyf, David Moesman, Mordechay Levi, Goris Botter, N.N., wed. Jan van Raeld, Wulvert Hyne, Fredrik Fennis, Paulus Eykhout, Wynand van den Bosch en Gysbert van Couverden, wegens geleverde tabak, en van Willem Muys, wegens geleend geld en geleverde tabak.[504]
Op 20-2-1679 testeert te Amersfoort Maria Moja(a)rt, sieck te bedde liggende, wonend te Amersfoort, wed. van Hans van Bijlevelt. Zij vermaakt aan haar nicht Anna Maria Mojaert, dochtertje van haar broer Philip Mojaert, haar silverwerck, haar clederen, 2 gouden ringen, bedlakens enz., van alles het beste, en verzoekt Anthoni Jacobs van Soest deze goederen in bewaring te nemen totdat Anna Maria mondig is of trouwt. Zij secludeert de weeskamer. Indien Anthoni Jacobs voor haar overlijdt, dan benoemt zij in zijn plaats Jan Jacobs van Beeftingh. Getuigen zijn Casper Jans(en) van Holt, Joost Salomons en Jacob Willemsen, borgers van Amersfoort. In margine: op 25-10-1680 gerevoceert folio 4. zie hiervoor recordnr. 8858) [505]

918. JAN KEMP(S), alleen bekend uit het patroniem van zijn dochter, tr. vóór ca. 1695

919. NN.

922. JAN REINERTSEN (REIJNIERSZ) VAN OUWERKERK, ged. geref. Amersfoort 23-10-1694, ovl. na 1723, j.m. van Amersfoort (1716), otr./tr. Amersfoort geref. 17-1/4-2-1716

923. HENDRIKJE REIJ(NI)ERS DEN ELSEN (TEN ELSE), geb. vóór ca. 1695, ovl. na 1723, j.d. van Amersfoort (1716).


Incorrecte kwartieren 920-923

920. ADOLPH (AART, ARNULPHUS) THOMASZ (VAN LONDEN), ged. ca. 1659-1665, ovl. 1710-1720, parentatie niet bewezen, j.m. (1688), van Amersfoort (1710), uitlandig (1722), echter zijn dr. Baatje is bij huwelijk 1720 ouderloos (sic!), otr./tr. 2o Amersfoort geref. 7/25-3-1710 (als wednr. van Woutertje Jacobs van Wichraet) GEERTRUIJD MORRE(N), ged. voor 1685 (doop geref. Amersfoort niet gevonden), ovl. na 1710 (beg. te Amersfoort niet gevonden), van Amersfoort (1710), wed. Jacobus Hendrijksen (huw. 1706), otr./tr. 1o Amersfoort gerecht 11/26-5-1688 (get. zijn moeder Maria Tielemans, wed. van Thomas Jacobsz Londen, zijn broer Thielman Thomasz Londen, haar vader Jacob Jansz van Wickra)

921. WOUTERTJE (WOU(L)TERA) JACOBS(EN) VAN WICHRAET (WIGGERAAT), ged. vóór ca. 1665 (doop geref. Amersfoort niet gevonden), ovl. Amersfoort (reg. ovl. RK Kromme Elleboog) 13-1-1710, j.d. (1688), doopget. (1701..1709).

    Uit zijn eerste huwelijk (van Londen-van Wichraet) gedoopt te Amersfoort :
  • a. Aleida van Londen, ged. Oud Kath Muurhuizen 2-8-1692 (get. Anna Jacobs, hier heet de vader Aldi Thomassen).
  • b. Fietje (Feijtje) Aarts (Adolphs) van Londe, ged. vóór ca. 1695, beg. Amersfoort St. Joriskh. (impost) 4-12-1762, j.d. van en wonend te Amersfoort (1715), otr./tr. Amersfoort geref. 25-10/10-11-1715 Jacobus Stoffelsen van der Linden, ged. Amersfoort geref. 21-1-1694, ovl. na 1729, j.m. van en wonend te Amersfoort (1715), zn. van Stoffel Thomassen en Aaltje Jacobs (zie kw. nr. 962 /963).
      Uit dit huwelijk kinderen geref. gedoopt te Amersfoort 1717-1729 (zie kw. nr. 962 /963).
  • c. Joannes van Londen, ged. Oud Kath. 't Zand 1-8-1697 (get. Annetje Thomas).
  • d. Gijsbertje Aarts (Adolfs) (van Londen), ged. Oud Kath. 't Zand 24-3-1699 (get. Petronella Thomas), ovl. na 1736 (beg. te Amersfoort niet gevonden), otr./tr. Amersfoort gerecht 11/29-4-1730 en Oud Kath. 't Zand 29-4-1730 Hendrik Willemsz Groenewout, ged. voor ca 1680 (doop te Amersfoort geref. niet gevonden), ovl. na 1736 (beg. te Amersfoort niet gevonden), wednr. van Johanna Elisabeth Jans (huw. 1702), zn. van NN (in 1702 is zijn moeie Gerbrecht Theunis, h.v. van Cornelis Reijersz).
      Uit dit huwelijk Oud Kath. gedoopt te Amersfoort 't Zand :
    • 1. Woltertie (Waltera) Groenewout , ged. 27-12-1730 (get. Catharina Hendricks).
    • 2. Arnolus (Aard) Groenewout (Groenewoude), ged. 6-3-1733, (get. Catharina Hendricks), opgenomen in het Stadskinderhuis te Amersfoort 8-1-1742 (oud omtrent 9 jaar), vandaar in mei (waarchijnlijk 1752) vertrokken,[512] krijgt op 12-3-1759 indemniteit ten laste van het stadsbestuur van Amersfoort en is vertrokken naar Hilversum.
    • 3. Machtildis Groenewout, ged. 15-8-1734 (get. Catharina Hendricks).
    • 4. Thomas Groenewout, ged. 7-9-1736 (get. Catharina Croes).
  • e. Beatrix (Baatje) Aarts van Londen, geb. vóór ca 1700, doopget. (1723..1736), otr./tr. 1o Amersfoort gerecht 27-9/12-10-1720 (get. haar grootmoeder Petertje Hermans, wed. van Jacobus Jansz van Wichelraad, zij ouderloos, en zijn vader Oth Jans) en RK Kromme Elleboog 12-10-1720 Jan (Joannes) Otten, ged. geref Amersfoort 12-11-1686, ovl. vóór 1724?, j.m. (1720), zn. van Oth Jansz en verm. Hendrickjen Everts, tr. 2o verm 1720-1724 (huw. niet gevonden Amersfoort geref. en gerecht) Jan Luijkasse.
      Uit haar (eerste?) huwelijk (Otten-van Londen) geen dopen geref. te Amersfoort gevonden.
      Uit haar een zoon Wouter gedoopt geref. Amersfoort 1724 waarvan de vader is Jan Luijkasse.
  • f. Maria Aerts van Londen, geb. vóór ca. 1700, ovl. na 1731 (diverse begraven komen in aanmerking), meerderjarige j.d. (1722), doopget. (1731), otr./tr. Amersfoort gerecht 10/25-4-1722 (get. haar grootmoeder Petertje Hermans, wed. Jacob van Wichenraed, haar vader is uitlandig, zijn vader Albert Albertsen van den Engel) en RK Kromme Elleboog 25-4-1722 Cornelis Albertsen van den Engel, geb. vóór ca 1700 (doopr te Amersfoort geref. niet gevonden), beg. Amersfoort St. Joriskh. (impost) 11-3-1739 (als Cornelis van Engelen), j.m. (1722), zn. van Albert Albertsen (van den) Engel, luthers, afkomstig van Hamburgh, burger van Amersfoort (1697), en NN.
      Uit dit huwelijk RK gedoopt te Amersfoort Kromme Elleboog :
    • 1. Walterus van den Engel, ged. 1-1-1723 (get. Beatrix van Londe).
    • 2. Beatrix van den Engel, ged. 18-5-1724 (get. Petronilla Alberts van Engelen, hier heet de moeder Maria Jacobs).
    • 4. Petronilla van den Engel, ged. 28-12-1725 (get. Beatrix van Londen).
    • 5. Cornelius van den Engel, ged. 10-11-1727 (get. Beatrix van Londen), betaalt als Cornelis van Engelen ƒ 4,--,-- huisgeld voor een huis in de Muurhuysen (na 1755).[513]
    • 6. Gerardus van den Engel, ged. 18-2-1730 (get. Beatrix Aerts van Londe).
    Uit zijn tweede huwelijk (van Londen-Morre) geref. gedoopt te Amersfoort :
  • g. Peternel van Londen, ged. 6-4-1710.
    Uit een van zijn beide huwelijken vermoedelijk :
  • h. Wouter Van Londen, geb. vóór ca. 1715 (doop niet gevonden te Amersfoort), beg. Amersfoort St. Joriskh. (impost) 15-5-1779, (=kw. nr. 460). filiatie niet bewezen.
    Als hij uit Adolph's tweede huwelijk spruit en mogelijk vernoemd is naar Adolph's eerste vrouw Woutertje Jacobs van Wichraet dan is kwartier 921 dus niet goed. maar moet dan zijn Geertruijd Morre.

922. HENDRICK GERRITSZ VAN BEMMEL, beg. Amersfoort St. Joriskh 20-10-1740 (als Hendrik van Bemmel, laat kinderen na), mogelijk identiek met Henrick van Bemmel, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 24-12-1699, tr. vóór 1710 (geref. en overig Amersfoort niet gevonden)[514]

923. JACOBJE JANS BEEKMAN, ged. geref. Amersfoort 4-11-1687, beg. Amersfoort Lieve Vrouwe Kapel 3-2-1739 (laat kinderen na).

    Uit dit huwelijk (van Bemmel-Beekman) geref. gedoopt te Amersfoort [515]:
  • a. Gerrit van Bemmel, ged. 3-9-1710, beg. verm. Amersfoort 15-2-1776.
  • b. Merritje van Bemmel, ged. 7-5-1713.
  • c. Maria van Bemmel, ged. 28-6-1714, (=kw. nr. 461).

924. ARIEN (ARENT) WILLEMSZ (PRONCKER(T)), ged. Amersfoort Oud Kath. Muurhuizen 29-2-1676 (get. Geertrude Joppen), ovl. 1709-1712 (beg. niet gevonden te Amersfoort op achternaam en patroniem);(¥) otr./tr. Amersfoort geref. 5/30-1-1700 als Arien Willemsz, j.m. wonend te Amersfoort

925. GEERTJE TIJLEMANS(¥), ovl. na 1731, wonend te Amersfoort (1700), doopget. (1700), huw. get. te Amsterdam (1731), tr. 1o voor 1700 PETER LAMPHEN(¥), tr. 3o Amersfoort geref. 11-11-1712 (als wed. van Arien Willemsz Pronckert) JAN PETERSEN, j.m. wonend te Amersfoort (1712)

COMMENTAAR(¥) Is C.P. Pronckert predikant te Woudenberg verwant?[516]


COMMENTAAR(¥) Zij is wellicht dr. van :
Baijrent Tieleman zoek op patroniem
Henrick Tijleman, in de Groten Haag te Amersfoort betaalt nihil familiegeld (1675).[517]


COMMENTAAR(¥) Hij is mogelijk zn. van Cornelis Lamphen. Een eventueel huwelijk Peter Cornelisz (Lamphen) met Geertruy (Tielemans) te Amersfoort geref. niet gevonden. Zoek nog gerecht e.d.
Cornelis Lamphen betaalt ƒ 6,5,0 familiegeld in de Hellestraat te Amersfoort.[518]

926. JOCHEM P(I)ETERSZ (TEUNISZ?) VAN COUWENHOVEN, ged. Amersfoort RK Kromme Elleboog 5-3-1691 (get. Anna Maria van Sijl), beg. Amersfoort St. Joriskh. (impost, naar Leusden) 14-3-1741, j.m. (1718), otr./tr. Amersfoort gerecht 21-12-1717/8-1-1718 (get. zijn moeder Weijntie Willems, wed. van Peter Jansz van Couwenhoven, en haar vader Peter Evertsen van Kerkhoven)

927. EVERTJE (EVERARDA) PETERS (VAN) KER(C)KHOVEN, geb. vóór ca. 1695, ovl. Amersfoort (reg. ovl. RK Kromme Elleboog) 12-4-1777, j.d. (1718).

942. HEN(D)RICK (ARENTS) DIEP(E)RIN(C)K (DIEP(E)RING(H)), ged. geref. Amersfoort 15-7-1659, beg. Amersfoort Lieve Vrouwe Kapel 6-10-1717, woont te Amersfoort (1681), tr. 1o voor 1681 (geref. Amersfoort niet gevonden) HILLETJE VOSCAMP, ovl. vóór 1681, otr./tr. 3o Amersfoort geref. 15-11/1-12-1695 MARIA CORNELIS (KRAYEKAMP), ovl. na 1719, dr. van Reinier Antoniese Kraaykamp en Janna Everts van Breukelerveen (zie kw. nr. 3617 sub b1), (zij hertr. als zijn wed. in 1719), otr./tr. 2o Amersfoort geref. 22-7/14-8-1681

943. AMMERENTIA (EMERENTIA) JANS, ovl. 1693-1695 (beg. te Amersfoort niet gevonden op patroniem), van Amersfoort (1681).

944. HEERE REYNIERSZOON(¥), ovl. 1701-1713, j.m. wonend te Amersfoort (1695) otr./tr. Amersfoort geref. 15-11/3-12-1695

945. HENDRIKJE EVERTS, beg. verm. Amersfoort 1717 of 1738 j.d. wonend te Amersfoort (1695), wed. van Hero Reyniers wonend te Amersfoort (1713), otr. Utrecht geref. 27-8-1713 (met attestatie naar Amersfoort 10-9-1713) en otr./tr. 2o Amersfoort geref. 25-8/15-9-1713 VALENTIJN SALEMAN, j.m. van Pruijssen, soldaat in de Compagnie van Vlierden in regiment van de heer Keppelfox, in garnizoen te Utrecht (1713).

COMMENTAAR(¥) Is er verband met Hero Laurensz van Hoochpalen in wiens nageslacht diverse Hero's voorkomen?

946. CORNELIS PHILIPSZ DE ROGIER (ROSI(ER)), ged. geref. Amersfoort 26-1-1668, beg. Amersfoort St. Joriskh. 5-5-1740 (als Cornelis Rosier), j.m. geboren en wonend te Amersfoort (1689), bewoont als Cornelis Rosier een huijsinge cum annexis staande aan de Langestraat genaamt de Bonte Koeij (1731), [521] otr./tr. Amersfoort geref. 22-2/10-3-1689

947. (CA)TRIJNTJE JANS (VAN DE BREE), ged. geref. Amersfoort 28-11-1669, beg. Amersfoort St. Joriskh. (impost) 6-11-1747 (als wed. van Cornelis Rosier), j.d. van Amersfoort (1689).

948. REIJNIER ANTHONISZ (THEUNISSE) VAN LING (LIJN), geb. vóór ca. 1640 (doop te Amersfoort niet gevonden op van Ling), beg. Amersfoort St. Joriskh. 4-4-1716 (laat kinderen na), wordt Rem. lidmaat te Amersfoort 25-12-1657 na gedane belijdenis, j.m. van en wonend te Amersfoort bij de St. Janskerk (1662), betaalt ƒ 6,5,0 familiegeld, wonende op de Weverscingel (1675),[534] treedt op als Reijnier van Lijngen, ouderling van de Remonstrantse kerk te Amersfoort (1690), otr./tr. Amersfoort geref. 15/26-8-1662 (get. zijn broer Aardt Theunissen van Lijn, en Claes Jacobsen van Groenenberg)

949. MARIJTJE CLAES (VAN) GROENENBERG, ged. verm. Amersfoort geref. 16-9-1638 (als Marritjen, dr. van Claes Jacobsz), ovl. 1677-1741 (beg. niet gevonden te Amersfoort), als Merritien Claes Jacobs geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 24-12-1657, op de Singel, j.d. van en wonend te Amersfoort op de Cingel (1662).

Op 8-3-1741 vindt het vervolg plaats van de boedelscheiding van Reijnier van Ling en Maria van Groenenburgh, beiden overleden. Het betreft een deel uit de nalatenschap dat de kinderen nog gemeenschappelijk bezitten, te weten een huysinge met een kleijn huijsje dien annex en hoven daarachter op de Wevercingel. Erfgenamen zijn de kinderen: Anthony van Ling, mr. timmerman, meerderjarig, Nicolas van Ling, mr. kuijper, gehuwd met Agnes van Struijvenbergh, Dirkje van Ling, gehuwd met Evert Kerkhoven, zijdereder. [535]

950. BARTHOLOMEUS DIRKSZ (VAN) STUYVENBERG, ged. geref. Amsterdam Oude K. 3-4-1636 (als Bartelt, zn. van Dirck Bartelsz en Anne Ides), ovl. 1703-1710, j.m. van Amsterdam (1667), schilder (1668), als Bartholomeus van Stuvenburgh, afkomstig van en geboren te Amsterdam, burger van Amersfoort op 28-6-1669, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 26-6-1670, wonend over de Capel, betaalt ƒ 6,5,0 familiegeld, wonende op de Krankeleedestraat (1675),[536] treedt op wegens de Noothulp (1690) en als penningmeester van den Armen Noothulp (1698, 1700) te Amersfoort,[537] otr./tr. Amersfoort geref. 24-7/10-8-1667 (get. zijn vader Dirck Bartholomeessen, en Rutger Jansen)

951. SARA RUTGERS, ged. Amersfoort geref. 12-11-1637, ovl. na 1710, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 25-12-1661, wonend aan het Vrouwenkerkhof, wijk Rotoorn.

zoek beg. van beiden
Op 19-5-1668 testeren te Amersfoort Bartholomeus Dirkszn Stuyvenburgh, schilder, en zijn echtgenote Sara Rutgers. Het echtpaar vermaakt aan elkaar de lijftocht van al hun bezittingen tot wederhuwelijk van de langstlevende. Zij secluderen de Heeren van de Weeskamer tot opzichters van onmondigen. Bartholomeus verklaart te niet te doen alle testamenten en codecillen die hij in Alkmaar gemaakt heeft en eventuele andere elders. Getuigen zijn Lambert Segers, Henrick Ellertszn Smith en Steven Versteegh, wonend te Amersfoort. [538]
Op 2-3-1681 verkoopt Catharina Marschier, weduwe van Dominee Johannes Sanius, predicant tot Sunderdorp ende haer bij deser sterckmakende ende de rato caverende voor Pieter Porsoy, onmondige naegelaten soone van Michiel Porsoy en sijn vrouw Catharina Bartels Marchien, tevens voor Cornelis Henricsz Marschier, jegenswoordich uitlandich, tesamen erfgenamen van Anthoni Bartelsz Marschier, aan Bartholomeus van Stuyvenbergh een huis, staande aan het Lieve Vrouwe Kerckhoff sijnde gecomen en naegelaeten bij de voornoemde Anthonie Marschier ende bij Steven Versteegh sijn leven langh daar van't gebruick gehad, belend aan de ene zijde Oth Arisz, aan de andere zijde de Lieve Vrouwe Capelle. [539]
Op 30-8-1703 verkoopt Harmannus Craan, procureur als gemachtigde van Everardt van der Burgh en Cornelia Cruijff, echtelieden, aan Rogier Camerbeecq, oud-schepen en raad, voor 500 gulden ten behoeve van Bartholomeus van Stuijvenburgh en 451 gulden ten behoeve van den rentmeester van het Vrouwe Convent, een huis, hof en hofstede gelegen aan de Langestraat belend aan de ene zijde Daniel van Coeverden, aan de andere zijde Johan Nooijen. Procuratie is verleend voor notaris Eduard van Co everden op 27-8-1703, verleden op het Hogelandt. De akte is oorgehaald en geroyeerd door Rogier Camerbeek op 31-1-1719. [540]
Op 30-8-1703 verkoopt dezelfde voor eenzelfde prijs een vierde part in een tabaksschuur en de helft van een morgen land in de Lageweg, met Willem Cruijff Jansoon gemeen en onverdeeld. Procuratie is verleend voor notaris Eduard van Co everden op 27-8-1703. De akte is oorgehaald en geroyeerd door Rogier Camerbeecq op 16-6-1725. [541]
Op 10-7-1710 vindt te Amersfoort de boedelscheiding plaats van Bartholomeus van Stuijvenburgh, overleden, echtgenoot van Sara Rutgers. Zijn weduwe, Sara Rutgers, ten eenre en Pieter de Rijcke, weduwnaar van Aleijda van Stuijvenburgh, dochter van Sara Rutgers, ter andere zijde, willen scheiding van de gemeenschappelijke boedel. De inschulden en effecten des boedels zijn ontvangen, alle lasten en schulden voldaan. De groene tabak op 't veld zal Pieter de Rijcke hebben en behouden, alle onkosten daarvan zijn tot zijn last. De weduwnaar zal uit de boedel ook het beste bed hebben, de beste "zitse" deken, een paar van de beste lakens, een oorkussen en een hoofdpeluw met de slopen daarbij behorende. Ook houdt hij het geverfde (?) grenenhouten kastje. De bakermand met zijn toebehoren en het zilveren paplepeltje zal tussen de twee comparanten worden verdeeld. Hij is schuldig aan Sara Rutgers ƒ 49.8.8 en belooft die over 10 maanden te betalen. [542]

952. JOANNES (JAN) VAN GROENINGEN, geb. vóór ca. 1635, als Johannes van Groeningen, apothekar, afkomstig van en geboren te Amersfoort, burger van Amersfoort op 1-6-1657 ("gebooren uijt een moeder borgerse en van ouder tot ouder uijt borgers deser stad gesproten"), wordt in 1667 als Johan van Groeningen, apotecair, aangewezen als momber over de neefjes van de testerende Oloff Aertsz van Ceulen, schoolmeester, en Aeltgen Reijers van Rootselaer,[556] ruijter in de Compagnie Lievendael in garnizoen te Amersfoort, betaalt in 1675 ƒ 6,5,0 familiegeld, wonende in de Krommestraat te Amersfoort [557]. Een Barbara van Groeningen wonend idem betaalt eveneens ƒ 6,5,0. Hij treedt op als getuige (1671),[558] en is belender (1675).

De apotheker.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

klik op plaatje(s) om te vergroten

954. JAN (RUTGERS?/ROELOFS?) VAN COELEN(¥), ovl. verm. Amersfoort (reg. ovl. RK Kromme Elleboog) 28-10-1758 (als Jan van Coelen).

COMMENTAAR(¥) Is Neeltie Rutte, doopget. (1709) zijn zuster?
Is Joanna Hendericx van Coelen, doopget. (1719), verwant?
Is hij dezelfde als Jan Rutten buiten de Koppelpoort te Amersfoort betaalt nihil Familiegeld (1675).[559]
Jan Rutgersen, op de Camp te Amersfoort betaalt ƒ 6,5,-- Familiegeld (1675).[560]
Jan Rutgersz, geboortigh van Deventer, wordt burger van Amersfoort 21-6-1675
Roeloff Petersen van Koelen echtgenoot van Jannichien Jans van Loenden krijgt octrooi om te testeren 3-7-1688 voor Nots. G. van Bijlevelt.[561]
Jan Jansen Coelen, ovl voor 1655 zie EK 25/424
Op 9-2-1733 verkopen Jan van Coelen en zijn vrouw Gijsberta Soetenaar aan Jacobus van de Rouweduijst een huis met een gemeene plaets en pomp aan de Varkemarkt, belend aan de ene zijde Pieter Feer, aan de andere zijde de weduwe Ebbenhorst. [562]

960. VINSENT LIFOR, geb. Dusseldorp 1655/56, ovl. vóór 1728 (niet gevonden te Amsterdam op Lifor, Lefort, Lafort, Lavoor, Laavoor, etc. noch op Jelles Jansen), kleermaker van Dusseldorp, oud 31 jaar wonend in de Jonge Roelofssteeg (1687), geen poorterinschrijving van hem te Amsterdam gevonden, otr. Amsterdam geref. 29-3-1687(¥) (get. voor hem Claas Otten en voor haar Hendrickje Kocx, beider ouders zijn dood)

961. ANNETJE AREN(T)S(¥), geb. 1656/57, beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 9-3-1728 (wed. van Vincent Lavoor op de Keijsersgracht tussen de Prinsestraat en de Brouwersgracht), afkomstig van Amersfoort oud 30 jaren wonende op de Elandsgracht (1687), Keijsersgracht (1728).

Ofschoon dat niet uit de bovenstaande ondertrouwakte van 1687 blijkt, is het zeer waarschijnlijk dat Annetje Arents eerder was gehuwd met Willem Ka(t)s, waaruit een dochter Willempje Willems die naar zal blijken een (half)zuster is van Marritje Lavoor. De gegevens van dit huwelijk Kas-Arents volgen in het fragment Kats-Arents. Annetje Arents zegt bij haar ondertrouw in 1687 afkomstig (geboren) te zijn van (in) Amersfoort, doch daarvan viel niets te vinden.

Een Annetje Aertsen wordt op 22--3-1695 geref. lidmaat te Amersfoort (op belijdenis?)

Annetje Arents zet een kruisje bij haar ondertrouw in 1687 met Vinsent Lifor (zoals hij in de akte heet), maar hoe ondertekent hij zelf?
klik op plaatje(s) om te vergroten


COMMENTAAR(¥) Is er een verband met
Annetje Arents is gehuwd met of heeft een relatie met Jelles Jansen. Hieruit:
Marritje Jelles, ged. geref. Amsterdam Westerk. 8-6-1691 (get. Sijmones Tort en Marritie Rijgert).

Het huwelijk van Willem Kats en Annetje Arents
Willem Kats, ovl. vóór 1723, tr. vóór 1684 Annetje Arents, ovl. vóór 1723(¥).

COMMENTAAR(¥) Volgens Annetje Arents' dochter Willempje Willems zijn bij haar huwelijk in 1723 haar ouders dood. Als echter deze Annetje Arents identiek moet zijn met kw. nr. 961 dan klopt dat niet want laatstgenoemde annetje Arents wordt in 1728 begraven.
Confessieboeken Amsterdam: 16-5-1684: De Schout verhoort drie personen over hetzelfde misdrijf:[583]
- Nicolaes Breul van Aacken, varentman oudt ..(niet ingevuld) jaren, bekent sig in dienst van de O(ostindische) C(ompagnie) begeven en 2 m(aanden) gagie op handt ontfangen te hebben sonder sijn reijs te voltrecken.
- Willem Kas(¥) van Haerlem, oudt ..(niet ingevuld) jaren, heeft ut s(upra)
- P(iete)r Boer van Langendijck, oudt ..(niet ingevuld) jaren, varentman heeft ut s(upra)

COMMENTAAR(¥) Het is onzeker of deze Willem Kas identiek is met Willem Kat(s).
    Uit het huwelijk Kats-Arents:
  • a. Willemijna (Willempje) Willems (Kats, Kas), ged. geref. Amsterdam Nieuwe Kerk 13-2-1684 (get. Livinus Kats), van Amsterdam oud 35 jare (sic!) op de Negelantiersgracht (1723), wed. van Jan Kraak, op den Amstel (1733), otr. 1o Amsterdam pui 20-8-1723 (zij onder patroniem, get. haer suster Marrijtje Willems (=Marritje Lavoor!), haar ouders doot, get. voor hem Assweerus Wolmus, sijn ouders doot) Jan Hendrik Kraak, geb. 1688/89, ovl. op zee tussen Kaap de Goede Hoop en Batavia 2-2-1730 aan boord van het VOC schip Midloo, vaart vijf maal in dienst van de VOC naar Indie, afkomstig van Straalsont, oud 34 jaren, wonend op de Botermarkt (1723),
    - vaart op 26-10-1717 als Jan Hendrik Kraack, afkomstig van Straalsond in de rang Matroos voor de kamer Amsterdam van de VOC met het schip Nesserak via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 1-5-1718 en vertrek 23-5-1718) naar Batavia alwaar aankomst 18-8-1718, vaart op DDD met het schip Standvastigheid voor de kamer Amsterdam via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 9-2-1719 en vertrek 2-4-1719) terug naar Nederland alwaar aankomst 7-8-1719, (hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief),[584]
    - vaart op 18-12-1719 als Jan Henriksz Kraek, afkomstig van Straalsond in de rang Matroos voor de kamer Amsterdam van de VOC met het schip Standvastigheid via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 16-3-1720 en vertrek 19-4-1720) naar Batavia alwaar aankomst 11-7-1720, vaart op 1-12-1720 met het schip Elisabeth voor de kamer Amsterdam via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 21-2-1721 en vertrek 23-4-1721) terug naar Nederland alwaar aankomst 21-8-1721, (hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief),[585]
    - vaart op 13-1-1722 als Jan Henriksz Kraek, afkomstig van Straalzond in de rang Bosschieter voor de kamer Amsterdam van de VOC met het schip Stad Leiden via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 12-4-1722 en vertrek 10-5-1722) naar Batavia alwaar aankomst 11-7-1722, vaart op 27-11-1722 met het schip Boekenrode voor de kamer Amsterdam via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 17-2-1723 en vertrek 25-3-1723) terug naar Nederland alwaar aankomst 24-7-1723, (hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief),[586]
    - vaart op 11-6-1724 als Jan Henriksz Kraek, afkomstig van Straelsond in de rang Bosschieter voor de kamer Amsterdam van de VOC met het schip Boekenrode via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 12-10-1724 en vertrek 9-11-1724) naar Batavia alwaar aankomst 4-2-1725, vaart op 4-12-1725 met het schip Meijenburg voor de kamer Amsterdam via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 18-2-1726 en vertrek 21-3-1726) terug naar Nederland alwaar aankomst 6-7-1726, (hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief),[587]
    - vaart op 31-5-1729 als Jan Kraak, afkomstig van Straalsond in de rang Bottelier voor de kamer Amsterdam van de VOC met het schip Midloo via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 5-10-1729 en vertrek 30-10-1729) naar Batavia alwaar het schip aankomt 19-2-1730, maar zonder Jan die ruim twee weken tevoren op 2-2-1730 aan boord is overleden, (hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief),[588]
    - otr. 2o Amsterdam pui 9-4-1733 (zij als Willemijntje Kas, get. voor hem Assweerus Willems) Johan Slink (Slenck), geb. 1688/89, ovl. na 1734, afkomstig van Eschenoun (?), oud 44 jare wonende op de Botermarkt (1733), wiens behuwd suster Marritje Lavoor te zijnen huize in 1734 overlijdt.
      Uit haar eerste huwelijk (voorechtelijk!):
    • 1. Johanna Kraak, ged. Ev.-Luth. Amsterdam Lutherse Kerk 14-7-1720 (get. Jan Minck en Maria Liebergh), beg.. verm. Amsterdam Karthuizer Kerkhof 28-7-1720 (een kind van Jan Kraak op de Keisersgraft).
      NB Tussen zijn twee eerste reizen naar Indie was Jan Kraak van aug. tot dec. 1719 in Nederland. Hij kan dus inderdaad de vader zijn van het in juli 1720 gedoopte kind, maar heeft waarschijnlijk bij zijn vertrek in dec. 1719 niet geweten dat Willempje toen 3 maanden zwanger van hem was. Er worden in 1723, 1725, 1726 nog drie kinderen van een Jan (Johannes) Kraak begraven, maar het valt niet vast te stellen of het hier dezelfde persoon betreft.

Personen Lavoor, van wie het verband met kwartier nr. 960 onbekend is
Catrijn Lavoor, beg.. Amsterdam St. Anthonis Kh. 5-7-1718 (woont in het Gasthuijs), mogelijk identiek met Catrijn Lafoor (la Foor), geb. 1668/69, afkomstig van Cales oud 50 jaren wonend in de Koninkstraat (1709). otr. Amsterdam pui 8-11-1709 en geref. 8-11-1709 (get. voor haar Mattijs Wikkemeijer, haar ouders dood, en zijn oom Jan Joosten Nisman, zijn ouders dood) Hendrick M(e)ijer, ovl. Kaap de Goede Hoop 13-10-1721, varentman van Herfort oud 34 jaren wonend in de Koninkstraat (1709), vaart op 24-4-1714 als Hendrik Meijer, afkomstig van Herfort in de rang Matroos voor de kamer Amsterdam van de VOC met het schip Standvastigheid via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 12-8-1714 en vertrek 8-9-1714) naar Batavia alwaar aankomst 24-11-1714, uit dienst van de VOC door overljden in Kaap de Goede Hoop 13-10-1721 (hij heeft een maandbrief, en een schuldbrief met als begunstigde zijn vrouw Catrijn Lavoor).[589] Het is nog onbekend of Hendrik op de heenreis in 1709 al is uitgestapt in Kaap de Goede Hoop, dan wel later vanuit Batavia daarheen is gereisd.
      Uit dit huwelijk geen kinderen te Amsterdam gedoopt.
-----

Jan NN, ovl. vóór 1670, tr. vóór 1641 NN.
    Uit dit huwelijk (o.a.):
  • a. Harmen Jansz (van Amsterdam), ovl. vóór 1683, is in 1654 in dienst van de WIC kamer Amsterdam met het schip Amsterdam als hooploper naar Guinea gevaren.
  • b. Trijntie Jans (Lavoor), geb. na ca. 1640, ovl. na 1683, afkomstig van Amsterdam, wed. van Steven Roelofs wonende buijten de Uijtersenpoort (1679), tr. 1o voor 1679 Steven Roelofs, ovl. vóór 1679, tr. 2o Amsterdam pui 11-11-1679 (beiden onder patroniem, in margine: 3de gebodt opgezonden den 26-11-1679, hij weeskamer voldaen 10 nov., sij weeskamer voldaen 10 nov, mans doot goet ingebracht) Theunis Sijmensz, schoenmaker van Amsterdam, wednr. van Leuntje Jacobs wonende buijten de Uijtersenpoort (1679), hovenier wonende op de Lindegracht bij de Brouwersgracht (1683).
      Uit haar tweede huwelijk (Sijmensz-Jans):
    • 1. Apollonia Theunis, ged. RK Amsterdam Kerk Op Het Kuiperspad 16-10-1681 (get. Jan de Wit en Jannetje Jacobs).
    • 2. Maria Theunis, ged. RK Amsterdam Kerk Op Het Kuiperspad 8-12-1683 (get. Romert Jacobse en Jannetie Schooneven).
    • 3. Maria Theunis, ged. RK Amsterdam Kerk Op Het Kuiperspad 2-1-1686 (get. Jannetje Jacobs).
  • c. Aefie (Aeghie) Jans (Lavoor), geb. 1640/41, ovl. na 1683, afkomstig van Amsterdam, oud 29 jaren, wonend opt Bickerseijland (1670), otr. Amsterdam geref. 7-6-1670 (get. voor hem ..pitie Gosen, zijn ouders doot, , voor haar Trijn Jans) zij gene ouders) Pieter Theunisz, varentman vant Hereveen oud 31 jaar wonende op de Haerlemmerdijck (1670), uijtlandig (1683).
    Op 6-3-1683 compareert te Amsterdam Theunis Sijmensz, hovenier wonende op de Lindegracht bij de Brouwersgracht, gehuwd met Trijntie Jans Lavoor, mede vervangende Pieter Theunisz, varentman, jegenwoordich uijtlandig, en gehuwd met Aefie Jans Lavoor, beijden zusters en enige erfgenamen ab intestato van wijlen Harmen Jansz van Amsterdam in de jare 1654 in dienst van de WIC kamer Amsterdam, met het schip Amsterdam als hooploper naar Guinea gevaren. Comparant verklaart teh hebben ontvangen van de heren bewindhebberen der WIC kamer Amsterdam een extract authenticq uit het maandgeldboek wegens de verdiende gagie en gedane betalinge van de nalatenschap van Harmen Jansz van Amsterdam, en belooft dat hij noch de erven zich met het extract tegens de WIC zal 'behelpen' en het op desbetreffend verzoek onmiddellijk aan de WIC zal restitueren. W.g. getuigen en notaris, Theunis Sijmensz stelt een merk. [590]

962. STOFFEL THOMASSEN, ged. geref. Amersfoort 26-7-1660[591], beg. Amersfoort St. Joriskh. 24-1-1725 (laat kinderen na), treedt op als getuige (tekent met een huismerk) (1693), doopget. (1722), otr./tr. 1o Amersfoort geref. 16-12-1681/6-1-1682 RUTJEN JACOBS, ovl. 1686-1688, j.d. van Amersfoort (1682), otr./tr. 2o Amersfoort geref. 24-8/9-9-1688 als wednr. van Rutjen Jacobs

963. AALTJE JACOBS(¥), geb. vóór ca. 1670, ovl. na 1732,[592] j.d. van Amersfoort (1688), gebruikt als wed. van Stoffel Tomassen een huisje met erff in de Stovestraat (1732).

COMMENTAAR(¥) Zijn Rutjen en Aaljte Jacobs wellicht zusters?

De wed. van Stoffel Tomassen gebruijkt een huisje met erff in de Stovestraat (1732 of 1712). [593]

968. JACOBUS ROELOFS VAN PIPPINGH, geb. vóór ca. 1640, ovl. sept 1684 - aug. 1685, j.m. wonend op Havick (1661), otr./tr. Amersfoort geref. 7/29-3-1661 (beiden onder patroniem)

969. JANNITJE CORNELIS COOLS (COOLL), geb. vóór ca. 1645, ovl. na 1688, j.d. wonend achter de Camp (1661), huw. get. (1686).

Op 13-5-1661 verkopen Roeloff Roelofsz als gemachtigde van Betgen Gerrits, weduwe van Roelof Roelofsz van Pippinge geassisteert met mr. Steven Versteegh als haar gekozen momber, Jan Roelofsz en zijn vrouw Jannitgen Peters, Abraham Roelofsz en zijn vrouw Maria Philips, Isack Roelofsz, Jacob Roelofsz en Jannitgen Cornelis, Aert Gerritz en zijn vrouw Gerritgen Roelofsz, aan Goord Bartelz en zijn vrouw Jannitgen Jans, een doorgaende huijsinge staande op Havik belend aan de ene zijde: Beernt van Munster, aan de andere zijde: de kinderen van Goris Aertz Botter, tegen een losrente van 18 gulden spruitende uit zake van een hoofdsom van 200 gulden. [618]
Op 13-10-1685 verkopen de volgende vier partijen
1. Cornelis Otten en Jelis Meussen wonende te Rhenen als gemachtigden van Oth Reijerssen hun vader en schoonvader wonende te Rhenen, die voor een vierde part erfgenaam is van Trijntgen Reijers in leven laatst weduwe van Dirck Janssen van Bavoort,
2.en als gemachtigde van Jan Rijerssen nevens Isacq Jans en zijn vrouw Metgen Taets, Jan Janssen en zijn vrouw Anthonia Gerrits, Quiringh Berents en zijn vrouw Aeltgen Jansz, Steven Berentsen en zijn vrouw Gerritgen Jans en zich sterkmakende en de rato caverende voor Thonis Janssen hun broer en zwager, respectievelijk kinderen van de hiervoor genoemde Jan Reijerssen ook voor een vierde part.
3.Jan Gerritsen en zijn vrouw Henrickje Willems voor hunzelf en de voornoemde Jan Gerritsen als lasthebbende en zich sterkmakende voor Lucas Wolls en zijn vrouw Gijsbertje Gerrits, wonende te Utrecht. Leendert Janssen en zijn vrouw Annitgen Heijmans, dochter van Heijman Gerritssen, Wilhelmus Doeff als vader en voogd en de voornoemde Jan Gerritsen zich sterkmakende en de rato caverende voor Gertruijd Willems Doeff, dochter van Jannitgen Gerrits tezamen kinderen en kindskinderen van Geesje Reijers eveneens voor een vierde part.
4. Jan Cornelissen Coll en zijn vrouw Magdalena Cornelis, tevens Cornelis Janssen Cooll de Jonge voor zichzelf en zich sterkmakende voor Cornelis Janssen Cooll de Oude, Gerrit Cornelissen Cooll en zijn vrouw Anna Meijnssen, Jannitgen Cornelis Cooll, weduwe van Jacob Roeloffsen en Cornelia Cornelis Cooll weduwe van Thomas Gerritsen allen kinderen en kindskinderen van Cornelis Reijerssen voor het resterende vierde part,
aan Petronella Coninck, jongedochter, huis, hof en hofstede staande alhier op de Cingel, belend aan de ene zijde: Cornelis van Linden, aan de andere zijde: Jan Aertsen Mom. [619]
Op 18-5-1688 verkopen Jan Cornelis Cool, voor zichzelf en zich sterk makende voor zijn kinderen, Gerrit Cornelis Cool, Jannetje Cornelis Cool, wed. van Jacob Roeloffs, en Cornelia Cornelis Cool, wed. Thomas van Gerrits, tesamen kinderen/kleinkinderen van Cornelis Reyers en voor ¼ part erfgenamen van wijlen Trijntje Reyers, in leven huysvr. van Dirck Jans van Bavoort, ten behoeve van Gerrit Everts Cock en zijn huysvr. en erfgenamen het ¼ part van de helft van een plecht van 400 gulden capitaal in de huysinge van Beernt Beernts, aan de Deze Singel. Deze laatste plecht is bij de scheiding gemeen gebleven omdat de hypotheek niet zoveel waard was dat bij verkoop daarvan iets geprofiteerd zou worden. [620]

970. JACOB GOOSSENS (BOSCH)(¥), ged. (geref. niet gevonden Amersfoort), ovl. na 1682, j.m. wonend te Amersfoort in de Slijckstraedt (1669), betaalt als Jacob Bosch, in de Havik te Amersfoort, nihil Familiegeld (1675),[624] otr./tr. Amersfoort geref. 29-7/5-8-1669

971. REBECKA JANS (PALMER), ged. geref. Amersfoort 20-12-1640, ovl. na 1682, j.d. wonend te Amersfoort in de Peperstraedt (1669). Jacob Gosens en zijn huisvrouw Rebecca Jans worden geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 23-4-1671.[625]

COMMENTAAR(¥) Isaack Bosch, in de Kerkstraat te Amersfoort betaalt ƒ 6,5,-- Familiegeld (1675).[626] Is hij zijn broer?

Op 6-2-1671 treedt Jacob Gosens op als gemachtigde van Bessel Gerrits, wonend te Stoutenburgh, t.l.v.: hr. Ferreris in de leenbanck, Willem Jans van Raelt's erfgenamen. Herman van Voorthuysen's erfgenamen. Herman van Bombergen. Thomaes Aeltgen erfgenamen. Willem Reyers Ramakers. Jan Willems in Leusderbroek. Henrick Claeszn op 't Veen. [627]
Op 10-1-1676 compareren te Amersfoort Abraham Palmer en Jacob Bosch, als man en voogd van Rebecca Palmer. Beide comparanten zijn ook gemachtigden voor Beernt Palmer, soldaat, Ghijsbert Craen en zijn vrouw Catrarina Palmers, en Sara Palmer, kinderen van Jan Abrahams Palmer en Anna Beernts, beide overleden. De Diaconije van de Gereformeerde Kercke van Amersfoort heeft een vordering op de huijsinge op Havick, op de hoek van de Havickerbrugh, belend: Gerritje Roelofs en Willem Davits, welk huis zwaarder belast is dan de waarde ervan. De comparanten machtigen de Diaconen in de Geref. Kercke alhier het huis te verkopen of te verhuren. Getuigen zijn Anthonie van der Houve en Lodewijck Doens. [628]
Jacob Bosch gebruikt zekere behuizing staande in de Krommestraat (1692). [629]

974. JOHANNIS (ANTHONIJ) EDELINGH (EDELIJN), geb. vóór ca. 1665, ovl. na 1704 (beg. te Amersfoort niet gevonden), j.m. van Deventer (1685), doopget. (1685), otr./tr. Amersfoort geref. 18-7/9-8-1685

975. ARIAENTJE SIJMON(T)S (CORTOUW, COURTAU, COURTON), geb. vóór ca. 1665, ovl. na 1704 (beg. te Amersfoort niet gevonden), j.d. van Amersfoort (1685), doopget. (1685, 1687), betaalt als Ariaentje Corton, in de Paternosterstraat te Amersfoort, ƒ 6,5,-- Familiegeld (1675).[630]

NB Ariaantje Corton, jd. wonend te Amersfoort, otr/tr Amersfoort geref. 10-10?/28-1?-1677 Jan Mareij wednr. Dorothe Claes, wonend te Amersfoort.
Op 6-4-1716 wordt te Amersfoort inventaris gemaakt van de nalatenschap van Adriaantje Corton, overleden 8-2-1716, echtgenote van Jan Morée. Het betreft een huis in de Bredestraat. Aan geld in huis is ƒ 285:7:4 en een klein zakje met "Luijckse oortiens". Verder het huis in de Bredestraat, bewoond door de weduwnaar. Er wordt verwezen naar de huwelijksvoorwaarden: d.d. 24-1-1677 [631]. [632]
NB dit lijkt dus niet Ariaentje Sijmons Cortouw te zijn.

976. JOHANNES KLERK (CLERCK, CLERQ), geb. (Utrecht?) ca. 1670, beg. Amersfoort St. Jorisk. 18-9-1748 (laat kinderen na), boekdrukker te Utrecht in de Lange Janstraat (1688),[636] woont Jansstraat (1692) te Utrecht, als Johannes Clercq, boeckdrucker, afkomstig van en wonende tot Utrecht, burger van Amersfoort op 17-10-1692, vermeld als boekdrukker te Amersfoort 1693-1732,[637] benoemd tot stadsdrukker van Amersfoort 17-10-1692,[638] van wie stadsdrukwerk bekend is sinds 1703,[639] boekdrukker aan de Langestraat bij de Camper binnepoort te Amersfoort (1692-1748),[640] belender in de Langestraat (1717, 1737), op Bloemendal (1743), op Havik (1745). Hij geeft in 1695 een aantal pamfletten uit van Ds. Jacob Visvliet naar aanleiding van het overlijden van Maria Stuart, en produceert voorts uitgaven die betrekking hebben op een loterij, geloofsproblemen, de regeringswisseling in Amersfoort van 1703 en een "Oratio pro scholis" gehouden door Franc Lentfrink.[641] Hij treedt op als borg voor zijn zuster Agatha Clerq (1707, zie onder kw. nr. 1953 sub e). Zijn erfgenamen betalen ƒ 8,-,- huisgeld voor een huis op Havik op de hoek van de Lavendelstraat (1755).[642] Hij tr. Utrecht Anthonigasthuis 13-3-1692 (get. Johannes van Stuyvesand, zijn stiefbroer en Jannickje van Meerwijk, haar tante)

977. MARG(A)RIET(E) MINNE(N) (MINUS), ged. Amsterdam Zuiderk. 31-10-1657, beg. Amersfoort St. Joriskh. 3-3-1727 (laat kinderen na), woont Jansstraat (1692) te Utrecht, doopget. (1701).

Drukkersmerk van Johannes Clerck : een denkende man onder een boom waardoorheen een motto "Meditando et Legendo".[643]
Op 24-7-1709 verkopen Henri Arent van Zevender, weduwnaar, boedelharder en lijftochtenaar van Simonida Petronella Maria van Muijlwijk zaliger, en Johan van Muijlwijk, voor zichzelf en als voogd over Alowidius van Muijlwijk en Gouda van Muijlwijk, zijn minderjarige broeder en zuster, en zich sterk makende voor Maria en Simona Maria van Muijlwijk, zijn meerderjarige zusters, mitsgaders Joseph, Frans en Gerardus van Muijlwijk, meerderjarige broeders, aan Johannes Clerck, stadsdrukker, een huis, erf, hof en hofstede, staande aan de Langestraat met zijn hof, stalling en schuur in de Muurhuizen uitkomende, belend aan de ene zijde Arnoldus Brouwer, medicine doctor, aan de andere zijde Johan Noijen, apothecair. [644]
Op 19-1-1719 compareert te Utrecht Johannes Clercq, boekdrucker der stad Amersfoort, jegenwoordig sijnde alhier, voor sig selven en als in huwelijk hebbende Juff. Margareta Minne, "daarbij sijn E. ter desertijt levende blijkende geboorte heeft". Hij verkoopt aan Jacob Reaal, en Michiel Reaal, executeurs van de nalatenschap van Nicolaes van der Poort ten behoeve van diens erfgenamen, twee obligaties, ieder groot ƒ 500,- ten laste van de provincie Utrecht, door hem comparant beleijd ten kantore van de hr Adriaen Gentman op 6-6-1704, de ene ten lijve van zijn dochter Maria Clercq doen oud 8 jaar waarvan de moeder is Margareta Minne, en de andere ten lijve van zijn zoon Willem Clercq doen oud 6 jaren, moeder ut supra, welke lijfrenten de 31 Mey 1714 geconverteerd zijn in losrente a 3 ½ % volgens de nieuwe obligatien daar voor gewisseld en gedateerd 28-3-1715. Get. zijn Mr Thiens, advocaat en Willem Clercq, zoon van de eerste comparant. Was getekend allen.[645]
Op 7-10-1719 verkoopt Maria van Swijnevoort, borgerse aan Johannes Clerck, boekdrukker, en Margareta Nimmer (sic!), echtelieden, voor 800 gulden een huis staande alhier aan de Langestraat bij de Kamperbinnenpoort op de hoek van de Muurhuizen. [646]
Op 10-5-1728 verkoopt Johannes Clercq, weduwnaar van Margareta Weinen (sic!), boekdrukker, aan Ezechiel Cohen, coopman in tabak, en zijn vrouw Meerte Cohen, een seeker gebouw of schuurtje, staande in de Muurhuizen achter de hof van de comparants principalen, met de muur aan de straat van de hoff daar ter zijde, tot op seven voeten nae van de muur ter zijde Louis van den Lodijk, soodat sijn principaal voor hem behoud een uijtgang van seven voeten wijt, tot in de Muurhuizen. [647]
Op 20-7-1729 verkoopt Johan Hendrik van der Linden, clercq alhier, als speciale gemagtigde van Hendrik van Kempen, verwer, en zijn vrouw Elisabeth van de Pel, burgers, aan Johannes Clercq, weduwnaar van Margareta Minnen, boekdrukker, voor 399 gulden, een halve vierendeel of twee mergen tabaksland, gelegen buijten de Kamppoort, tusschen de Tweede en Derdesteeg, strekkende voor van de Hogeweg tot agter aan de Hoevelaekerwetering, belending aan de oostzijde Louis Corton, aan de westzijde Theodorus van Lielaar. [648]
Op 31-7-1733 laat de hoogwelgeboren vrouwe Maria Cornelia van der Burg, douariere van de hoogwelgeboren heer Olivier van Hacfort, vrouwe van de Horst den Ham, voor zichzelf en als speciale gemachtigde van haar zuster de hoogwelgeboren Jv. Aletta van der Borgh, veilen en verkopen de hierna te beschrijven hofstede en landerijen te Baambrugge. De koper moet de eerste helft betalen voor 1-11-1733 en de andere helft voor 1-5-1734. Uit de akte blijkt dat een eerdere koper niet de vereiste twee borgen kon stellen, waardoor er opnieuw geveild moet worden op 31-7-1733 ten huijze van Jan Sluijter, hospes aan de brug te Baambrugge. De goederen bestaan uit een huijsinge hofstede met berg en schuur nevens 22 mergen 147 roeden wey- en hoylanden onder het gerecht van Abcoude bij Baambrugge strekkende van het zandpad tot de Indijk, belend ten zuiden de Molenkade en de heer Valkenier, ten noorden de heer Bosch. De goederen zijn thans in bezit van de verkoopster en thans nog in gebruik bij Frank Verhoef. De veiling wordt ingezet door Hendrik van Westervoord op ƒ 2750,--, en verhoogd door Johannes Clercq die de goederen daarmee koopt voor ƒ 2850,--. Getuigen zijn Jan Sluijter en Frank Verhoef. Was getekend door allen.[649]
Op 31-7-1737 verkoopt Alida van Deventer, weduwe van Jan van Raalt, in leven organist en klokkenist, die de enige nagelaten dochter is van haar moeder Marritje van Brinckesteijn en haar man Gijsbert van Deventer, mede erfgename van haar grootvader Steven Geurtsen van Brinckesteijn, aan Johannes Clerck, boekverkoper, eenhuis, erf en grond op de hoek van de Havik, belending aan de ene zijde, in de Lavendelstraat, Benjamin Vermeer aan de andere zijde op de Havik: Johannes Kaas. [650]
Op 21-9-1739 verkoopt Johannes Clercq, boekverkoper, aan Jan Veenendaal, zijdereder, en zijn vrouw Gerritje Bootsman, een huis en hof en hofstede, met een gang in de Muurhuizen uitkomend, in de Langestraat, belend aan de rechterzijde de erven van weduwe Louis van de Lodijk, aan de andere zijde: Wilhelmus Noyen. [651]
Op 21-9-1739 verkoopt Jan Veenendaal, zijdereder en burger, aan Johannes Clercq, boekverkoper, voor 1000 gulden een huis en hof en hofstede, met een gang in de Muurhuizen uitkomend, in de Langestraat, belend aan de rechterzijde de erven van weduwe Louis van de Lodijk, aan de andere zijde: Wilhelmus Noyen. [652]
Op 20-6-1740 verkoopt Johannes Clercq, weduwnaar van Margaretha Minnen aan Anthonij van Veerssen, notari s en procureur, zekere plechtbrief groot 999 gulden van 20-7-1729, met renten ten lasten van Hendrik van Kempen, verwer en Elisabeth van de Pel, in leven echtelieden. Het betreft de hypotheek van 'n halve vierendeel of 2 morgen tabaksland buiten de Kamppoort tussen de Tweedesteeg en Derdesteeg, van de weg tot achter aan de Hoeflaker Weteringe toe, belend aan de ene zijde: oostzijde Louis Corton, aan de andere zijde: westzijde de weduwe Theodorus van Lilaar. [653]
Op 30-1-1743 verkopen Helena Jans Kees, weduwe van Pieter van Hoppesteijn voor de ene helft, Dirk van Hoppesteijn en zijn vrouw Maria van Eldert voor de andere helft aan Johannes Clercq, boekverkoper een huis, hof en hofstede aan de oostzijde van Bloemendal, belend aan de ene zijde: Johannes van Oort met het huis "De Roode Haan", aan de andere zijde: Hermannus van Steenderen. [654]
Op 3-7-1743 verleent Johannes Klerk, boekverkoper en stadsdrukker te Amsterdam, broer en erfgenaam van Wilhelmina Klerk, wegens zijn hoge ouderdom Hendrik Burgers, boekverkoper te Amsterdam, om de ervenis te regelen van Wilhelmina Klerk, overleden, wed. van Evert Plangman. Het betreft roerend en onroerend goed. [655]
Er wordt verwezen naar een testament in Amsterdam: d.d. 15-5-1743. [656]
Op 19-6-1751 compareren te Amersfoort de erven van Johanna Sophia Gronchart, overleden op 16-2-1751 te Amsterdam, met name Willem Klerck, Johannes Ouwerkerk, gehuwd met Elisabeth Clerck, Maria Clerck, meerderjarige dochter, en Evertje van Raalt, weduwe en boedelhoudster van Pieter Clerck, overleden may 1751 (bij testament 5-3-1751 voor notaris A. van Bemmel), allen inwoners van Amersfoort. De erven verlenen volmacht aan Dirk Heck, veerschipper van hier op Amsterdam om namens neven en nichten van de overledene ƒ 800,- te ontvangen van de heer Rut van Kranenburg. Getuigen: Willem de Wijs en Jacobus van Weijland. [657]
In 1755 betalen de erfgenamen van Jordanus (Johannes?) Klerk ,ƒ 2,13,8 huisgeld voor een huis op Bloemendal, tussen de Teut en de Weverscingel. De volgende eigenaren zijn : de erfgenamen van Pieter Klerk en daarna Evert Klerk [658].

978. WILLEM (JANSZ) VAN RAALT(¥), ged. geref. Amersfoort 7-6-1657, ovl. 1698-1700, organist (1674-1701) van de Grote of Sint-Joriskerk te Amersfoort,[724] woont te Amersfoort (1690), otr./tr. 2o Amersfoort geref. 20-3/8-4-1690 ELISABETH BRAEMS, ged. Amsterdam Zuiderk. 21-3-1668 (get. Thomas Braems en Janneke Braems), beg. Amersfoort St. Joriskh. 25-5-1740 (laat kinderen na), j.d., wonend te Amersfoort (1690). woont Langestraat (1715), dr. van Carel Braems, blauwselverver afkomstig van Haarlem, en Judith de Molijn, otr./tr. 1o Amersfoort geref. 30-3/16-4-1676

979. EVERARDA (EVERTGE) WESSELS (VAN) SCHUURBEECK, ged. geref. Amersfoort 13-1-1650, ovl. 1685-1689, j.d. (1676) geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 25-12-1670 (als Evertien Wessels), j.d. in de Langstraat (Camp) [725].

COMMENTAAR(¥) Blijkbaar een ander is Mr. Willem van Raalt, schepen (1681, 1682) te Amersfoort, schepen en raad dezer stad, belender buiten de Driesjespoort [726], belender in de Utrechtsestraat (1692), die als advocaat wonend te Utrecht, otr. Amersfoort 14-5-1680 Maria van Gheyn. Hij is ook oud ouderling (1679).[727]
Op 6-6-1668 leent Ghijsbertjen Willems, weduwe en boedelharster van Geurt Claassen ende als moeder ende momberse over haar onmondige kinderen bij dezelve aan haar verwekt, van de mombers van Willem van Raalt de jonge, nagelaten zoon van Jan van Raelt, een bedrag van 200 carolij gulden, met als onderpand huis, hof en hofstede met de steeg daarnevens, staande en gelegen in de Utrechtse straat, belend aan de ene zijde Geertje Vinck, aan de andere zijde Willem Cornelissen. [728]

voeg toe verklaring Brongers ??
Boedelscheiding van Willem van Raelt, organist, wedr. van Evertje Wessels, met zijn kinderen Jan, Evert en Evertje. ZOEK OP GA Amersfoort, Nots. A. van Brinckesteijn, inv. nr AT015b013, f... d.d. 13-12-1689.
Op 16-7-1691 maken Mr. Willem van Raelt en Elisabeth Braems, echtelieden en burgers wonende te Amersfoort een mutueel testament. Zij vermaken aan elkaar, d.w.z. aan de langstlevende die daarvoor borgen zal behoeven te stellen, "de lijftogt en vruchtgebruik van alle roerende en onroerende goederen, obligatien, inboedel, huisraad, gelt, goud gemunt en ongemunt, clederen, cleijnodien". Elisabeth Braems stelt, indien zij zonder kinderen komt te overlijden, tot erfgenamen Jan van Raelt en Evert van Raelt, voorkinderen van haar man, voor gelijke delen, en bij vooroverlijden de langstlevende van hen. In geval bij haar overlijden haar moeder Judith de Molin nog in leven is dan krijgt deze uit haar nalatenschap een legitieme portie. Indien het laatste kind van haar man komt te overlijden en haar man nog in leven is, dan erven hun kinderen bij representatie van hun ouders. Indien deze er niet zijn dan gaat haar nalatenschap naar haar zijde, d.w.z. naar de naasten in bloed, zonder dat de goederen komen op haar man. Dit alles onder uitsluiting van de weeskamer. Voorts benoemen zij de langstlevende van hen tot voogd over eventueel na te laten kinderen. De akte is gepasseerd ten huize van de comparanten, getekend door hen en door de getuigen Aert Laurens van Bergambacht, Bartholomeus (onleesbaar), en Aert Vlugh, alle burgers van Amersfoort. [729]
Op 15-6-1698 verkopen Juffrouw Geertruijd van Wijckerslooth, weduwe van de heer Doctor Cornelis van Gessel te Utrecht en de heer Cornelis Schoorel, haar schoonzoon te Amsterdam aan Willem van Raalt , organist dezer stad, omtrent vijf morgen tabaks- en bouwland, gelegen tussen de Utrechtsepoort en de Arnhemsepoort (Slijkpoort), strekkende uit het voetpad langs de Cingelgracht ter breedte tussen de straaten ten beide zijden doorgaans op tot aan de landen van de weduwe van Jan Willemszn van Raalt en de erfgenamen van Thonis Eliszn Molenaar toe. [730]
Op 23-11-1700 verkopen de gemachtigde van Maria van Schaak en Sophia van Schaak, mitsgaders David van Schaak en Marcus van Schaak, haar sterk makende voor haar uitlandige broeder Andries van Schaak, tesamen kinderen en erfgenamen van wijlen Evert van Schaak en zijn vrouw Annitje Vogelsangh, aan Elisabeth Braems voor haarzelf en als weduwe en boedelharster van Willem van Raalt in zijn leven organist, een huis, hof en hofstede met de molenwerf alsmede omtrent een morgen land, gelegen buiten de Arnhemsepoort (Slijkpoort), belend ten oosten de weduwe Van Raalt, ten westen het Watersteegje, ten noorden de kinderen van Thonis Elissen, ten zuiden de gemene weg. Er is procuratie verleend op 15-11-1699 voor notaris Johannes Boots te Amsterdam. [731]
Op 24-3-1701 vraagt Elisabeth Braams, weduwe van Willem van Raald in zijn leven organist geassisteerd met Rutger Dibbits, haar gekozen momboir, toestemming uit krachte van de fidei-commisse(¥) vervat in het testament door wijlen Sara de Molijn op den 8-4-1655 voor notaris Frans Wttenbogaert te Amsterdam, de goederen gelegen te Amersfoort te mogen hypothekeren, met name zeven morgen tabaksland met de tabaksschuur daarop staande, gelegen buiten de Arnhemsepoort (Slijkpoort) aan de stadspoort, strekkende tot aan de Utrechtsepoort. [732]

COMMENTAAR(¥) fidei-commis = erfstelling over de hand, aanwijzing als erfgenaam met de verplichting dat hij de erfenis moet bewaren en deze na zijn dood moet nalaten aan een aangewezen derde. Hij mag het goed dus niet vervreemden. Van deze aan het Romeinse recht ontleende instelling werd bovenal door de adel gebruik gemaakt om bepaalde goederen binnen de familie te houden.
Op 4-11-1654 lenen David van Schadijck en Geertruijt Claes van Daelen zijn vrouw, van Aleijda en Jacomina Bor, kinderen van Anthonis Bor en Jacobgen Cornelis zijn overleden vrouw, een losrente van 18 Carolus gulden per jaar, over een hoofdsom van 300 gulden, met als onderpand: een huis met omtrent anderhalve morgen land, buiten de Arnhemsepoort (Slijkpoort), belend aan de ene zijde: een gemene steeg, aan de andere zijde: Mr. Clemens van Gessel, advocaat voor de Edele Hove van Utrecht. Deze akte geheel doorgehaald, In margine: Cornelis van Schuijlenburgh, notaris 's Hoofs van Utrecht, gehuwd met Aleijda Bor, bij erfloting Jacomina Bor, verklaart van Elisabeth Braems, weduwe van Willem van Raelt in leven organist, de som van de plechte ontvangen te hebben. Akte 5-10-1702. [733]
Op 17-11-1708 leent Elisabeth Braems, weduwe en boedelharster van Willem van Raelt in zijn leven borger en organist, voor zichzelf en als moeder en momboir van haar vier minderjarige kinderen, en Johan van Raelt, borger en organist, meederjarige zoon van de voornoemde Willem van Raalt, mede voor zichzelf en als gemachtigde van zijn huisvrouw Aletta van Deventer en ook als gemachtigde van zijn meerderjarige broeder Evert van Raelt en zijn vrouw Luijte Dove,
  • 1 van Cornelia van Wijckerslooth, wonende te Utrecht, een bedrag van 3000 gulden, met als onderpand zeven morgen tabaksland met een woning en tabaksschuur, gelegen tussen de Utrechtsepoort en de Arnhemsepoort (Slijkpoort), belend aan de oostzijde de Stadsgraft, ten zuiden de Steenstraat buiten de Slijckpoort, ten noorden de Steenstraat buiten de Utrechtsepoort. De akte is doorgehaald en geroyeerd op 22-6-1725 door Cornelis van Gessel als executeur van het testament van Cornelia van Wijckersloot, gepasseerd voor Jacob Woertman te Utrecht op 14-2-1722. Ontvangen uit handen van Johan Harderwijk de somma van 3000 gulden [734]
  • 2 van Agatha Murraij, weduwe en boedelharster van Livius Harderwijck in zijn leven decaan van het Kapittel van Sint-Joriskerk, een bedrag van 1000 gulden, met als onderpand winkelwaren. De akte is doorgehaald en geroyeerd door Johan Harderwijk op 30-6-1725. [735]
Op 30-3-1717 compareerde Jan van Raalt, organist en klokkenist, die verklaarde als gemachtigde van Evert van Raelt en zijn vrouw Luijtje Dove te Amsterdam volgens procuratie voor notaris Juriaen Verbeeck gepasseerd te consenteren in de royering van de helft van genoemde plechte. [736]
Op 11-11-1710 leent Elisabeth Braems, borgerse, als weduwe en boedelharster van Willem van Raalt, in zijn leven organist, mitsgaders als moeder en momboorse over haar vier onmondige kinderen met name Carel, Judith, Aleijda en Jasper van Raalt, van de executeurs van het testament van Agatha Morraij in haar leven echtgenote van Livius Harderwijck een bedrag van 600 gulden met als onderpand (een huis) met zeven morgen tabaksland met een woning en tabaksschuur daarop staande, gelegen aan de Utrechtse- en de Arnhemsepoort (Slijckpoort), belend aan de oostzijde de stadsgracht, ten zuiden de Steenstraat, buiten de Arnhemsepoort (Slijckpoort) , ten noorden de Steenstraat buiten de Utrechtsepoort. Medecomparanten zijn Jan van Raelt, organist, alsmede Evert van Raelt, wonende te Amsterdam, en Everarda van Raelt, onmondige voorkinderen van Willem van Raelt zaliger, en verklaarden te constitueren borgers elkeen voor allen als principaal de twee onmondige kinderen van de genoemde Agatha Morray. De akte is doorgehaald en geroyeerd op 30-6-1725 door Johan Harderwijk, notaris en procureur, die daartoe bij maaggescheid het recht van de hypotheek verkregen had. [737]
Op 17-11-1715 leent Elisabeth Braams, weduwe van Willem van Raalt van Evertje van Raalt, jongedochter, een bedrag van 300 gulden, met als onderpand een tabaksschuur met alle landerijen daarbij behorende, staande buiten de Arnhemsepoort (Slijckpoort), strekkende van de stadsbuitengracht tot aan de Watersteeg en in de breedte tot aan de Utrechtseweg, zoals het in huur gebruikt werd bij Johan van Raalt, organist en klokkenist. De akte is doorgehaald en geroyeerd op 24-2-1717 door Pieter Clercq, borger, getrouwd met Evertje van Raalt, die verklaarde van Elisabeth Braams, weduwe van Willem van Raelt de 300 gulden ontvangen te hebben [738]
Op 30-3-1717 compareerde Jan van Raalt, organist en klokkenist, die verklaarde als gemachtigde van Evert van Raelt en zijn vrouw Luijtje Dove te Amsterdam volgens procuratie voor notaris Juriaen Verbeeck gepasseerd te consenteren in de royering van de helft van genoemde plechte. [739]
Op 2-6-1725 verkoopt Elisabeth Braams, boedelharster van Willem van Raalt,
  • 1 aan Anthony Hoogland seeker parceel, zijnde toebaks- en bouwland met de grond daar de schuur opgestaan heeft, tevens de berken boomen langs 't voetpad aan de waterkant, alsmede de erste elsewegh met twee voeten gronds daarbuijten groot een morgen, soo groot en klein, gelegen aan de Utrechtsepoort en de Arnhemsepoort (Slijkpoort), strekkende uijt 't voetpad langs de Cingelgracht ter breete tussen de straaten in beijder seijden doorgaans tot aan de eerste else heg toe, belend steande door 't selve land aan de westzijde met te twee voeten gronds daarbuiten. [740]
  • 2 aan Saar Hendriks seekere twee vakken toebaxland, gebruikt door de erfgenamen van Arent van Veenhuijzen, schout, met de twee else heggen, in twee voeten gronds buijten de laatste hegh gelegen, buijten de Utrechtsepoort en de Arnhemsepoort (Slijkpoort), tuschen de selver twee straaten daar, belend aan de ene zijde Anthony Hoogland, aan de andere zijde Lodewijk van Birkhoven. [741]
  • 3 aan Lodewijk van Birkhoven seekere twee vakken tabaxland, met de twee else heggen en twee voeten gronds, buijten de laatste hegg, gelegen buijten de Utrechtsepoort en de Arnhemsepoort (Slijkpoort), tusschen de selvers twee straaten, belend aan de ene zijde Saar Hendriksen, aan de andere zijde Casparus Bor en de erfgenamen van Thonis Eijerssen, molenaar. [742]
  • 4 aan Casparus Bor een huis, hof en hofstede, bestaande uit twee aparte woningen en schuurtje daar annex, met twee hofjens en de molenwerff en het hout daarop staande. [743]
  • 5 aan Casparus Bor een morgen bouwland beneffens 't eijken hout langs 't waterwegje tot aan en met de dwarsheg daarop en omme staande edog soo groot en kleijn 't selve gelegen is buijten de Arnhemsepoort (Slijkpoort), belend ten oosten Lodewijk van Bunschoten, ten westen 't Watersteegje, ten noorden de kinderen en erfgenamen van Thonis Elissen. [744]

990. ANDRIES ELDERTS(¥), beg. Amersfoort (impost, naar Leusden) 8-12-1745 (of is dit zijn gelijknamige zoon).

COMMENTAAR(¥) Deze of een van de onderstaande personen Andries Eldertsz is mogelijk Andries Eldertsz, afkomstig van en geboortigh binnen de stad Lemminge in den graeffschappe van der Lippe, burger van Amersfoort op 11-1-1692 ("als Luijters geconcedeert").

Andries Elders gebruikt in huur een huis, hof en hofstede, staande op Bloemendal, genaamd't Vergulde Kalff (1745). [777] Welke Andries Elders is dit, vader of zoon?

1008. CORNELIS JACOBSZ NOES(T), ged. Utrecht Buurk. 23-8 en 25-9-1667 (get. Coninx), ovl. Utrecht 2-1-1704, woont Smeewegh te Utrecht (1695), woont te Montfoort (1698), genoemd als geref. lidmaat te Utrecht (1704), tr. Utrecht Domk. 11-9-1695 (get. Annickje Jans, haar moeder, hij meerderjarig)

1009. SARA CROES, geb. ca. 1670, ovl. na 1704, woont bij de Gaardbrug (1695), in de Boterstraat op het Buurkerkhof (1704), genoemd als geref. lidmaat te Utrecht (1704), tr. 2o Utrecht Domk. 1-10-1704 (get. Geurt Willemsz Calf, zijn vader, en Claertje Coopmans, haar goede bekende) HENDERICK GEURTSZ (CALF), afkomstig van Maersen en wonend in de Boterstraat op het Buurkerkhof (1704). Cornelis Noest en Sara Croes wonen Haverstraat (1696), Vrouwjuttestraat (1699) te Utrecht.

Op 29-10-1698 compareert Annigje Croes, wonend in de Rietstege te Utrecht, wed. van Stoffel Croes, om te machtigten Cornelis Noest, haar schoonzoon, wonend te Montfoort, medecomparant, om van de VOC kamer Amsterdam drie maanden gage ter somme van ƒ 27,-- te innen uit de gage van Johannes Croes, haar zoon. Deze is uitgevaren als soldaat op het schip Berckenrode en heeft dit bedrag jaarlijks uit sijn verdiende gage aan haar geassigneerd. Getuigen zijn Cornelis van Cleef, Jacob Croes en Henrikus van Till, burgers te Utrecht. Annigje Croes, Cornelis van Cleef en Jacob Croes zetten een merk, de anderen tekenen.[778]

1016. GIJSBERT JANSEN VAN BECKBERGEN, beg. Amersfoort (impost) 29-10-1746 (als Giesbert van Bekbergen), j.m. van en wonend te Amersfoort. otr./tr. Amersfoort geref. 13-4/8-5-1708

1017. LIJSBETH JANSEN VAN DER VELDEN, beg. Amersfoort (impost) 13-2-1740 (als Liesbet van der Velden), j.d. van Utrecht, wonend te Amersfoort

1018. WILHELMUS (WILLEM, GUIELMUS) (VAN) ASBACH (ASBACK, ERSBACH), geb. vóór ca. 1675, ovl. Amersfoort (reg. ovl. RK Kromme Elleboog) 30-3-1722, parentatie niet bewezen. tr. 2o Amersfoort RK Kromme Elleboog 15-8-1716, gerecht 31-7/15-8-1716 (als wednr. van Anna Janse) CORNELIA MARCUS, geb. vóór ca. 1675, ovl. 1716-1719, wed. van Bart Huijgen (huw. 1695), tr. 3o Amersfoort RK Kromme Elleboog 12-12-1719, gerecht 28-11/12-12-1719 (als wednr. van Cornelia Marcus) EVERARDA (EVERTJE) ANDRIES(ENS), geb. vóór ca. 1700, beg. Amersfoort Lieve Vrouwe Kapel 25-1-1721 (als vrouw van Willem Asbagh), j.d., otr./tr. 4o Amersfoort geref. 28-2/16-3-1721 (als wednr. van Evertje Andries) LUCRETIA (THERESIA) HERMANS (HERMSSEN)(¥), ovl. verm. 27-10-1732 (als Lubertie Hermans), dr. van Herman Fransen, tr. 1o voor 1705

1019. (JO)ANNA (ANNA) JANSE, ovl. (tussen 1711 (haar laatst bekende kind) en 1716 (haar echtgenoot vermeld als haar weduwnaar) verm. Amersfoort (reg. ovl. RK Kromme Elleboog) 1714 (als Joanna Jansens, de enige van die naam in de periode 1711-1716).

COMMENTAAR(¥) Lucretia Hermans, wed. van Willem Asbagh, hertr. Amersfoort gerecht 12/30-10-1723 Jan Jansz van Naarden, j.m. Getuigen zijn zijn moeder Maria Marcus, wed. van Jan Claasen van Naarden en haar vader Herman Fransen.

1020. = 962. STOFFEL THOMASSEN.

1021. = 963. AALTJE JACOBS.

1022. REIJER JANSEN VAN LEUVERDEN, beg. Amersfoort (impost) 9-9-1747, j.m. van Amersfoort, otr./tr. Amersfoort geref. 22-7/14-8-1692

1023. GIJSBERTJE JACOBS VAN WIJKRAAD, geb. ca. 1662-1670, j.d. van Amersfoort.


Referenties van de gegevens van generatie 10 staan ook hier
Referenties Kwartierstaat Lapikás --- Generatie 10 ( 786 refs.)
Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld.
Verkorte verwijzingsvormen voor veelgebruikte literatuur
  • Asch1849 = Jhr. A.M.C. van Asch van Wijck, De schut- of schuttengilde in Nederland, Utrecht, 1849
  • Buchelius = Arnoldus Buchelius, Observationes Ecclesiasticae en Ecclesiastica Ultraiectina, Editie en vertaling: Kees Smit, Utrecht, 2011
  • Burman1750 = Kaspar Burman, Utrechtsche jaarboeken van de vyftiende eeuw, vervattende het merkwaardige in het Gesticht, en voornamentlyk in de stadt Utrecht : zedert den jare 1402 en vervolgens voorgevallen, dl. 1, Utrecht, 1750 en dl. 2 Utrecht 1758
  • Dobson2009 = The New York Genealogical and Biographical Record 140(2009)13
  • Dobson2010 = The New York Genealogical and Biographical Record 141(2010)292
  • Dobson2015 = John Blythe Dobson, The descendants of Lenaert Lenaerts and Margaretha van Sassenbroeck of Cologne, Winnipeg, 2015 (to be published)
  • Engelberts1927 = Lyte (F.J.G.W.C.) Engelberts (L.E.), Anna Maria de Sandra, Zeist, 1927
  • Gedenkwaardigheden-Drenthe = Mr. J. Belonje en J. Westra van Holthe, Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de Kerken der Provincie Drenthe, Assen, 1937
  • Godgeleerden-1 = Hugo Visscher en Lambregt Abraham van Langeraad, Biographisch woordenboek van protestantsche godgeleerden in Nederland. Deel 1. Utrecht 1907
  • Heussen1733 = H.F. Van Heussen, Historia episcopatuum foederati Belgii, Antwerpen, 1733
  • Kohier1631 = J.G. Frederiks en P.J. Frederiks, Kohier van den 200sten penning voor Amsterdam en onderhoorige plaatsen over 1631, Amsterdam, 1890
  • Matthaeus1704 = Antonius Matthaeus, Fundationes et fata ecclesiarum, praesertim quae Ultrajecti, et in ejusdem suburbiis, et passim alibi in dioecesi. Libri dvo, Leiden, 1704
  • Montias = The Montias Database of 17th Century Dutch Art Inventories, ⇒ montias
  • Placaetboek1729 = Johan van de Water, Groot Placaatboek vervattende alle de Placaten, Ordonantien en Edicten, der Edele Mogende Heeren Staten 'S Lands Van Utrecht, Utrecht, 1729
  • Predikanten-Amsterdam1692 = P.H. van Leeuwen, Verzameling van alle de Nominatien ... 1578-heden, Amsterdam, z.j. (1692)
  • Sluijter-1988 = E.J. Sluijter et al., Leidse fijnschilders : van Gerrit Dou tot Frans van Mieris de Jonge 1630-1760, Zwolle, 1988
  • Studenten-Herborn = G. Zedler und H. Sommer, Die Matrikel der Hohen Schule und des Paedagogiums zu Herborn, Veröffentlichungen der historischen Commission für Nassau V, Wiesbaden, 1908
  • Tienen1755 = P. Kempeneers, De Bevolking van Tienen in 1755, Publ. 041, VVF Leuven, 2011
  • Tienen1796 = P. Kempeneers, De Volkstelling van Tienen Jaar IV (1796), Publ. 52, VVF Leuven, 2015
  • UP5 = Utrechtse Parentelen, dl. 5, Rotterdam, 2015
  • Uil2015 = Huib Uil, De scholen syn planthoven van de gemeente. Het onderwijs in Zeeland en Staats-Vlaanderen, 1578-1801, Bergschenhoek, 2015, ISBN 978-90-820494-7-3, ⇒ onderwijsgevendeninzeeland.wordpress.com
  1. VS (1981)433
  2. ⇒ sprokkel-7-077.html
  3. Tienen1796
  4. ⇒ jawery?lang=nl;pz=suzanne+aline;nz=krier;ocz=0;p=marguerite;n=van+mechter
  5. ⇒ ~u0046041
  6. ⇒ ~u0046041
  7. Tienen1755
  8. ⇒ ~u0046041
  9. ⇒ ~u0046041
  10. zie ook ⇒ ~u0046041
  11. ⇒ ~u0046041
  12. ⇒ ~u0046041
  13. ⇒ ~u0046041
  14. MyHeritage
  15. MyHeritage
  16. MyHeritage
  17. MyHeritage
  18. MyHeritage
  19. Tienen1755
  20. Tienen1755
  21. www.dekerckhem.com/dekerckhem/dekerckhem3.php
  22. VS 39(2003)236
  23. VS 39(2003)236
  24. ⇒ sprokkel-6-018.html
  25. ⇒ nb-2010-03-01.html
  26. Adriaenssen, l.c.
  27. R.A.Ht, Gelinden S.B. 10, f222v, 20 december 1687.
  28. ⇒ marsnil.html
  29. RA.Ht, N 5207, f19v, 1 oktober 1721.
  30. R.A.Ht, Gelinden S.B. 11, p. 239, 15 juli 1717.
  31. VS (1975)511
  32. VS (1975)511
  33. R.A.Ht, Gelinden S.B. 15, ƒ 57,18 maart 1775.
  34. R.A.Ht, N 2328,10 september 1741.
  35. VS (1983)313
  36. ⇒ index.php3?b=geneahuy&lang=fr%3Bm%3DP%3Bv%3Djean;p=anne+marguerite;n=vandenhoven
  37. ⇒ index.php3?b=geneahuy&lang=fr%3Bm%3DP%3Bv%3Djean;p=anne+marguerite;n=vandenhoven
  38. Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 185v volgnr. 247
  39. Kb. Nieuwkoop, l.c.
  40. mededeling J. Verduijn te Voorburg
  41. Kb. Nieuwkoop, l.c.
  42. Criminele Vonnisboek ORA Nieuwkoop 26, geciteerd door Kuipers
  43. J. Bos-Bliek et al., OnzeVoorouders, Kwartiertstaten en stamreeksen dl II, p334, Leiden, 1992
  44. R.A. Achttienhoven LXII, 90, nr. 110
  45. Regt, l.c.
  46. Kb. Nieuwkoop l.c.
  47. Onze Voorouders, dl. III, p 285
  48. Kb. Nieuwkoop l.c.
  49. Regt, l.c.
  50. Regt, l.c.
  51. Kb. Nieuwkoop, l.c.
  52. Gen. Bijdragen Leiden e.o. 6(1991) SR64
  53. ONA Ter Aar 17 ....
  54. OV...(1989?)217
  55. GBLO 8(1993)55
  56. Meijer en Van Wieringen, l.c.
  57. GN 48(1993)46
  58. Kron. 4 (1995)253
  59. Kwartierstaat Hofstee
  60. ONA Woerden, WO54, inv. nr. 8603, p5,6
  61. Hofstee, l.c.
  62. Lidmaten Nieuwkoop 1688-1707, ⇒ vpnd
  63. Lidmaten Nieuwkoop 1711-1721, ⇒ vpnd
  64. NA, Archief van het Kantoor van Collectieve Middelen van het Zuiderkwartier van Holland, inv. nr. 6682 - 400, nr. 358
  65. Onze Voorouders,... p205
  66. Kuipers, l.c.
  67. ORA Nieuwkoop 1
  68. Rijnland (1967)
  69. ORA Achttienhoven, d.d. 22-3-1720
  70. Kuipers, l.c.
  71. NA, Archief van het Kantoor van Collectieve Middelen van het Zuiderkwartier van Holland, inv. nr. 6707 - 12, nr.177
  72. NA, Archief van het Kantoor van Collectieve Middelen van het Zuiderkwartier van Holland, inv. nr. 6732 - 37, nr. 30
  73. NA, Archief van het Kantoor van Collectieve Middelen van het Zuiderkwartier van Holland, inv. nr. 6732 - 93, nr. 18
  74. NA, Archief van het Kantoor van Collectieve Middelen van het Zuiderkwartier van Holland, inv. nr. 6682 - 398 vso, nr. 108
  75. Groenehart Archieven, protocollen Aarlanderveen 1706-1712, inv. nr. 5, blz. 218v
  76. Groenehart Archieven, protocollen Aarlanderveen 1720-1727, inv. nr. 7, blz. 67
  77. Rijnland (1967)
  78. Gen. Bijdragen Leiden e.o. 6(1991) SR64
  79. Groenehart Archieven, protocollen Nieuwveen 1748-1809, inv. nr. 22, blz. 31
  80. zie ook Onze Voorouders, l.c., dl. II, p28
  81. Groenehart Archieven, notaris Johan van Velsen, inv. nr. 16 aktenr. 46
  82. Rijnland (1967)
  83. zie ook Onze Voorouders, l.c., dl. II
  84. Hendrik Battjes, Zerken in de NH Kerk te Nieuwkoop, Nieuwkoop, 2008
  85. zie ook ⇒ kwtierdl2.html
  86. Onze Voorouders IV, p111
  87. RA Nieuwkoop, inv. nr. 3 f69v en 84v, gecit. in GN 41(1986)80
  88. Rijnland (1967)
  89. Onze Voorouders IV, p105
  90. Rijnland (1967)
  91. zie GBLO 8(1993)131 en Kuipers l.c.
  92. ORA Achttienhoven, d.d. 17-4-1721
  93. ORA Nieuwkoop nr. 70, d.d. 5-6-1702, gecit. in Gen. Bijdragen Leiden e.o. 6(1991)SR66
  94. GAA, Kw. Sch. K3 f284v
  95. GAA, ONA, Nots. Livinus Meijer, inv. nr. 5406, pag. 585, d.d. 18-8-1705
  96. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21647420
  97. GAA Transportakten voor 1811; NL-SAA-21648198
  98. GAA, ONA, Nots. Livinus Meijer, d.d. 31-3-1719
  99. GAA Transportakten voor 1811; NL-SAA-21677659
  100. J. van Goinga -van Driel, 'Alom te bekomen'. Veranderingen in de boekdistributie in de Republiek 1720-1800, FGw: Amsterdam School for Cultural Analysis (ASCA), 1999
  101. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21678213
  102. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21704660
  103. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21717142
  104. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21717789
  105. GAA, Boedelpapieren Burgerweeshuis, inv. nr. 2034
  106. GAA Transportakten voor 1811; NL-SAA-21677659
  107. GAA, ONA, Nots. Jan Willem Smit, d.d. 31-12-1773
  108. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21699024
  109. SAA, ONA, toeg. nr. 5075, Nots. Abraham van Beem, inv. nr. 15041-15164 (1767-1807) jaar ... akte nr. 701
  110. SAA, ONA, toeg. nr. 5075, Nots. Abraham van Beem, inv. nr. 15041-15164 (1767-1807) jaar ... akte nr. 57
  111. GAA Transportakten voor 1811; NL-SAA-21718104
  112. GA Amsterdam, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21718571
  113. Oldewelt, Personele Quotisatie, Amsterdam, 1742, l.c.
  114. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21659111
  115. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21658964
  116. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21658718
  117. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21659237
  118. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21659641
  119. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21660072
  120. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21666879
  121. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21690778
  122. Oldewelt, Personele Quotisatie, Amsterdam, 1742, l.c.
  123. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21720353
  124. SAA, Not. Arch. toeg.nr. 5075, Nots. XXXX, inv.nr. yyyy, akte nr. 39, URL: ⇒ eknwvk4bn
  125. zie ook GN 24(1969)238
  126. ⇒ gkframe2.htm
  127. GAA, Kwijtscheldingen
  128. zie ook Kwartierstatenboek A'dam, dl.4 p96
  129. zie ook ⇒ gkframe2.htm
  130. Kwartierstatenboek A'dam, dl.4 p96
  131. zie ook Kwartierstatenboek A'dam, dl.4 p96
  132. Kwartierstatenboek A'dam, dl.4 p96
  133. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21701031
  134. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21592883
  135. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21592884
  136. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21722387
  137. Wap. 13(1909)89
  138. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  139. GA Rotterdam, ONA, arch.nr.: 1814/327, gecit. in ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  140. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  141. ARA, Scheepssoldijboeken 1.04.03 VOC, inv.nr. 12760, gecit. in ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  142. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jan van der Hoeven, inv. nr. 1049, aktenr./blz. 39/220
  143. Mr. J.C. de Jonge, Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen, dl.4 /II 's-Gravenhage 1841, Google Books
  144. GA Rotterdam, ONA, Nots. Pieter Onseel, inv. nr. 1544/1, gecit. in ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  145. GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnoldus De Guijluken, inv. nr. 1798/127, gecit. in ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  146. NA Scheepssoldijboeken 1.04.13 VOC, inv.nr 13908, gecit. in ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  147. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  148. NA ARdHR, Scheepssoldijboeken 1.04.13 VOC, inv.nr 13908, gecit. in ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  149. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Nicolaas van der Vaart, inv. nr. 3881, akte nr. 4/10
  150. de volgende akten gecit. uit ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  151. GA Rotterdam, arch. nr. 1961/32
  152. GA Rotterdam, arch. nr. 1921/343
  153. GA Rotterdam, arch.nr. 1991/27
  154. GA Rotterdam, arch.nr. 1991/306
  155. GA Rotterdam, arch.nr.1549/419
  156. GA Rotterdam, arch. nr. 1549/438
  157. GA Rotterdam, arch.nr. 2385/136
  158. gecit. in ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  159. GA Rotterdam, archief nr. 871/209 dd. 20.2.1728
  160. GA Rotterdam, archief nr. 872/447 dd. 1.12.1731
  161. GA Rotterdam, archief nr. 874/332
  162. ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  163. ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  164. Statenbijbel van het geslacht der Matons, Mathons en Moutons (zie: CBG/Dossier Mouton)
  165. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  166. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  167. ARA, inv.nr. 1.04.02, scheepsbetaalboeken nrs. 14182 en 14187, gecit. in ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  168. P.F. Poortvliet, De bemanningen der schepen van de Admiraliteit van Zeeland 1740-1749 (uitgave NGV Afdeling Zeeland 1995-1997 (nummer 26205)
  169. P.F. Poortvliet, De bemanning der schepen van de Middelburgsche Commercie Compagnie 1721-1803 (uitgave NGV Afdeling Zeeland 1995), deel 2, pagina 10-11
  170. P.F. Poortvliet, De bemanningen der schepen van de Admiraliteit van Zeeland 1740-1749,(uitgave NGV Afdeling Zeeland 1995-1997 (nummer 26205)
  171. GAH, kast 20, 301-343, Capitaal boekje van de Groote Armen van Nieuwveen/Afrekeningen van de Diakonie, gecit. in ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  172. GAH, kast 20, nrs.235-274, Rekeningen van den Achterhoekse polder van Nieuwveen
  173. bewerkt uit ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  174. ORA, Nieuwveen, passim
  175. ARM/OAN I, Commissieboek Nieuwveen, passim
  176. ARM/OAN I, Commissieboek Nieuwveen, passim
  177. Capitaal boekje van de Groote Armen van Nieuwveen (GA, kast 20, nr. 308)
  178. Capitaal boekje van de Groote Armen van Nieuwveen (GA, kast 20, nr. 309)
  179. SRM/OAN I, Commissieboek Nieuwveen passim
  180. Dorpkosten Nieuwveen en Uitterbuurt, GAH, kast 21, nr.34 passim
  181. Dorpkosten Nieuwveen en Uitterbuurt, GAH, kast 21, nr. 49
  182. Dorpsrekening van Nieuwveen en Uitterbuurt; GAH, kast 21, nrs. 53-69
  183. Kerkkosten van Nieuwveen, kast 21, nrs. 74-92
  184. Rekeningen wegens 't slagturven en baggeren Nieuwveen, GAH, kast 21, nrs. 144-160
  185. Stuivergelden Nieuwveen, GAH, kast 21, nrs. 245-263
  186. Capitaal boekje van de Groote Armen van Nieuwveen/Afrekeningen van de Diakonie (GAH, kast 20, nr. 331)
  187. Rekeningen van den Achterhoekse polder van Nieuwveen passim
  188. Rekeningen van de Agterhoeksepolder van Nieuwveen (toev.), GAH, kast. 20, nr. 201
  189. GA Utrecht, ONA, Nots. L. Vermande, inv.nr. U198a001, akte nr. 26
  190. ORA, Nieuwveen 14, blz. 2 dd. 26.9.1747
  191. GAH Rekeningen van den Achterhoekse polder van Nieuveen (GAH/kast 20, nr. 236)
  192. ORA, Nieuwveen van 18.7.1793, Kopie Testament Zacharais Mouton en Marijtje van Gelder, opgemaakt op 14.7.1752 te Nieuwveen door notaris Corn. Schrevelius Theodoruszoon
  193. ONA Nieuwveen, Corn. Bosch d.d. 19-9-1773
  194. ORA, Nieuwveen van 13.6.1758
  195. ORA, Nieuwveen 14, blz 135 dd. 13.6.1758
  196. ONA/Nieuwveen, Corn. Bosch van 19-9-1773
  197. ORA, Nieuwveen 17, p.18,19 dd. 5.7.1787
  198. ORA, Nieuwveen van 15-2-1792
  199. R.A. Nieuwveen 19
  200. ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  201. ONA/Nieuwveen, Corn. Bosch van 19-9-1773
  202. zie ook ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  203. ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  204. ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  205. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  206. ARA, Den Haag, Scheepssoldijboeken 1.04.13 VOC inv. nr. 12747 en 12859, gecit. in ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  207. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  208. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  209. ARA, Den Haag, Scheepssoldijboeken 1.04.13 VOC inv. nr. 12747 en 12859, gecit. in ⇒ MOUTON%20%28MATON%29.htm
  210. Album Studiosorum Academiae Rhenotraiectinae, 1636-1886, Utrecht, 1886
  211. ⇒ universiteitsbibliotheek
  212. Album Promotorum Academiae Rheno-Trajectinae 1636-1815, Utrecht, 1936
  213. ⇒ universiteitsbibliotheek
  214. ⇒ 347257
  215. NL20(1902)24
  216. NA 3.03.01.01, II M 80
  217. NL20(1902)24
  218. Amstelodamum 38(1951)86
  219. NL20(1902)24
  220. NL20(1902)24
  221. NL20(1902)26
  222. Blois NH
  223. NL20(1902)24
  224. GA Utrecht, ONA, Nots. P. Stael , inv.nr. U111a004, akte nr. 41
  225. GA Utrecht, ONA, Nots. P. Stael , inv.nr. U111a004, akte nr. 43
  226. ⇒ pagina51.htm
  227. ⇒ pagina51.htm
  228. zie ook ⇒ pagina51.htm
  229. NL 89(1972)297
  230. Schouwen Duiveland, ONA, Nots. Jacob Weststrate, Aktenummer: RAZE 4007-228, Microfiche: 4007/9, 4007/10-1855
  231. Schouwen Duiveland, ONA, Nots. Leonardt Ellepoele, Aktenummer: RAZE 4004-168, Microfiche: 4004/6-677
  232. Schouwen Duiveland, ONA, Nots. Leonardt Ellepoele, Aktenummer: RAZE 4004-201 Microfiche: 4004/7-715
  233. Schouwen Duiveland, ONA, Nots. Leonardt Ellepoele, Aktenummer: RAZE 4004-286, Microfiche: 4004/10-814
  234. Schouwen Duiveland, ONA, Nots. Jacob Weststrate, Aktenummer: RAZE 4009-63, Microfiche: 4009/4-2478
  235. Schouwen Duiveland, ONA, Nots. Jacobus Lansbergius, Aktenummer: RAZE 4022-32, Microfiche: 4022/2-1009
  236. Mededeling Sietske Hoogerhuis, 2010
  237. Uil2015
  238. RAZE nr. 5026, 9-8-1736
  239. Mededeling Sietske Hoogerhuis, 2010
  240. Mededeling Sietske Hoogerhuis, 2010
  241. Zeeuwse Kwartierstaten, Kwartierstaat Triest de Jonge
  242. Schouwen Duiveland, ONA, Nots. Johan Erkelens, Aktenummer: RAZE 4135-82, Microfiche: 4135/4-445
  243. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  244. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  245. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  246. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  247. Arch. Schouwen-Duiveland, Inv. nr. 4099-13, Microfiche: 4099/1
  248. Arch. Schouwen-Duiveland, Weeskamer, inv. nr. 201/19
  249. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  250. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  251. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
  252. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  253. ONA Zierikzee
  254. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
  255. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
  256. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
  257. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
  258. Zeeuws Kwartierstatenboek, dl. 4, p117
  259. Archief Schouwen-Duiveland, ONA, passim, ⇒ www.schouwen-duiveland.nl
  260. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
  261. Zeeuws Kwartierstatenboek, CD-ROM 2003, Kwartiertsaat Steketee
  262. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
  263. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
  1. ONA Zierikzee, Invoernummer: 4100-184 Microfiche: 4100/11
  2. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
  3. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  4. ⇒ www.schouwen-duiveland.nl
  5. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  6. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
  7. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  8. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
  9. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
  10. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
  11. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
  12. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  13. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
  14. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  15. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
  16. TVE 1(1970)249
  17. ⇒ nh_verponding_1733.html
  18. Streekarchief Gooi- en Vechtstreek, Resolutien Boek Van de dorpe Laeren in Goiland, Oud Archief Nr. 2, ⇒ laren_resolutie-1687-1806.zip
  19. ⇒ ?page=article&warticle_id=70298&LAREN-KOPTIENDEN-1504---1740
  20. Ref. W.J. Willard?
  21. Streekarchief Gooi- en Vechtstreek, Resolutien Boek Van de dorpe Laeren in Goiland, Oud Archief Nr. 2, ⇒ laren_resolutie-1687-1806.zip
  22. Wiersma, l.c.
  23. ⇒ ?page=article&warticle_id=70298&LAREN-KOPTIENDEN-1504---1740
  24. ⇒ ?page=article&warticle_id=70298&LAREN-KOPTIENDEN-1504---1740
  25. ORA Laren, inv. nr. 3239, d.d. 11-1-1717 en 5-4-1717
  26. Resolutieboek Laren N.H. Deel II, folio 34-52
  27. Resolutieboek Laren N.H., Deel II, folio 67-70
  28. ⇒ blaricum-1708-erfgooiers.blogspot.com
  29. Angstelkroniek 40(2013)552
  30. UA, toeg. nr. 34-1, Nots. Antipas Tradeé, inv. nr. 5
  31. p.84v
  32. RAU, Abcoude, ONA toeg. nr. 34-1, Nots. Antipas Tradeé, inv. nr. 2, f 211, foto nr. 819
  33. zie ook A.C. Scheepmaker, SCHEEPMAKER - III, Voorhout en o.g., 2001, geciteerd door Kees Wijnen, 2006
  34. zie ook A.C. Scheepmaker, SCHEEPMAKER - III, Voorhout en o.g., 2001, geciteerd door Kees Wijnen, 2006
  35. A.C. Scheepmaker, SCHEEPMAKER - III, Voorhout en o.g., 2001, geciteerd door Kees Wijnen, 2006
  36. zie ook A.C. Scheepmaker, SCHEEPMAKER - III, Voorhout en o.g., 2001, geciteerd door Kees Wijnen, 2006
  37. A.C. Scheepmaker, SCHEEPMAKER - III, Voorhout en o.g., 2001, geciteerd door Kees Wijnen, 2006
  38. A.C. Scheepmaker, SCHEEPMAKER - III, Voorhout en o.g., 2001, geciteerd door Kees Wijnen, 2006
  39. A.C. Scheepmaker, SCHEEPMAKER - III, Voorhout en o.g., 2001, geciteerd door Kees Wijnen, 2006
  40. A.C. Scheepmaker, SCHEEPMAKER - III, Voorhout en o.g., 2001, geciteerd door Kees Wijnen, 2006
  41. A.C. Scheepmaker, SCHEEPMAKER - III, Voorhout en o.g., 2001, geciteerd door Kees Wijnen, 2006
  42. zie ook A.C. Scheepmaker, SCHEEPMAKER - III, Voorhout en o.g., 2001, geciteerd door Kees Wijnen, 2006
  43. A.C. Scheepmaker, SCHEEPMAKER - III, Voorhout en o.g., 2001, geciteerd door Kees Wijnen, 2006
  44. A.C. Scheepmaker, SCHEEPMAKER - III, Voorhout en o.g., 2001, geciteerd door Kees Wijnen, 2006
  45. A.C. Scheepmaker, SCHEEPMAKER - III, Voorhout en o.g., 2001, geciteerd door Kees Wijnen, 2006
  46. zie ook A.C. Scheepmaker, SCHEEPMAKER - III, Voorhout en o.g., 2001, geciteerd door Kees Wijnen, 2006
  47. A.C. Scheepmaker, SCHEEPMAKER - III, Voorhout en o.g., 2001, geciteerd door Kees Wijnen, 2006
  48. RAU, Abcoude, ONA toeg. nr. 34-1, Nots. Antipas Tradeé, inv. nr. 4, f 172, foto nr. 176-178 en 182
  49. Pepping, l.c., p177
  50. RAU, Abcoude, ONA toeg. nr. 34-1, Nots. Antipas Tradeé, inv. nr. 9, akte nr. 386, f 217, foto nr. 679
  51. RAU, Abcoude, ONA toeg. nr. 34-1, Nots. Antipas Tradeé, inv. nr. 11, akte nr. 575, f 385, foto nr. b29
  52. RAU, Abcoude, ONA toeg. nr. 34-1, Nots. Antipas Tradeé, inv. nr. 13, akte nr. 833, f 179, foto nr. b90
  53. RAU, Abcoude, ONA toeg. nr. 34-1, Nots. Antipas Tradeé, inv. nr. 14, akte nr. 943, f 77, foto nr. b103
  54. RAU, Abcoude, ONA toeg. nr. 34-1, Nots. Antipas Tradeé, inv. nr. 9, akte nr. 370, f 6? (tussen 61 en 73), foto nr. 677
  55. RAU, Abcoude, ONA toeg. nr. 34-1, Nots. Antipas Tradeé, inv. nr. 17, akte nr. 1361, f 643, foto nr. 052-056
  56. Brood, Officianten, l.c.
  57. zie ook GN 41(1986)445
  58. Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 246v volgnr. 322
  59. Nav. 68(1919)121
  60. zie ook GN 41(1986)443
  61. Onze Voorouders III, p262
  62. Mededeling A. Hofstee te Canada, 1997
  63. Van Wieringen, l.c.
  64. Van Wieringen, l.c.
  65. Groenehart Archieven, protocollen Aarlanderveen 1699-1705, inv. nr. 4, blz. 126v
  66. Groenehart Archieven, protocollen Aarlanderveen 1699-1705, inv. nr. 4, blz. 127
  67. Groenehart Archieven, protocollen Aarlanderveen 1699-1705, inv. nr. 4, blz. 128
  68. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  69. GA Leiden, ONA, Arch. nr. 0506, Nots. Jacobus Camper, inv. nr. 1702, f035
  70. GA Leiden, ONA, Arch. nr. 0506, Nots. Jacobus Camper, inv. nr. 1702, f054
  71. GA Leiden, ONA, Arch. nr. 0506, Nots. Hendrick Wilmers, inv. nr. 1876, f126
  72. Mededeling Mgr. Mr. Dirk van Leeuwen, Antwerpen, 2006
  73. Mededeling Mgr. Mr. Dirk van Leeuwen, Antwerpen, 2006
  74. Groenehart Archieven, protocollen Aarlanderveen 1666-1671, inv. nr. 64, blz. 274
  75. zie ook Mededeling Mgr. Mr. Dirk van Leeuwen, Antwerpen, 2006
  76. zie ook GN 41(1986)439
  77. Groenehart Archieven, protocollen Aarlanderveen 1720-1727, inv. nr. 7, blz. 10
  78. Nav. 68(1919)121
  79. GN 41(1986)437
  80. GN 41(1986)437
  81. GN 41(1986)435
  82. Nav. 68(1919)121
  83. Groenehart Archieven, Transportakten Bodegraven 1764, inv. nr. 8, akte nr. 066, blz. 74v
  84. Groenehart Archieven, protocollen Zwammerdam 1760-1778, inv. nr. 29, blz. 47v
  85. Mededeling M. Tukker te Hoofddorp, 2000
  86. ONA Hazerswoude, Nots. Arent van Os, inv. nr. 4692, Attestatie no.63
  87. Nav.78(1929)132
  88. zie ook Nav. 81(1932)161
  89. zie ook Nav. 81(1932)161
  90. Nav. 81(1932)161
  91. zie ook Nav.78(1929)132
  92. Nav. 83(1934)73
  93. Nav. 83(1934)71
  94. zie ook Nav. 81(1932)161
  95. Nav. 81(1932)164
  96. Nav.78(1929)132
  97. Mededeling M. Tukker te Hoofddorp, 2000
  98. Van der Poel, l.c., p55, 203
  99. E.A.F.H. Tobé, Uitgebreid kwartierenboek van de familie Tobé, Nijmegen, 1988
  100. Mededeling A. Hofstee, te Canada, 1996
  101. OV 47 (1992) 486
  102. Mededeling A. Hofstee te Canada, 1996
  103. Tobé, l.c.
  104. Tobé, l.c.
  105. Tobé, l.c.
  106. Tobé, l.c.
  107. Jb. OV (1955) p37
  108. GA Rotterdam, tg 1270 Gemeente Ridderkerk, inventaris 1 Keurboek, ⇒ 1731Brandgereedschappen.doc
  109. OV 47 (1992) 490
  110. ⇒ ~vorm
  111. GA Rotterdam, tg 1270 Gemeente Ridderkerk, inventaris 1 Keurboek, ⇒ 1731Brandgereedschappen.doc
  112. GA Rotterdam, ONA Ridderkerk, Nots. Hendrick Verhoeff, inv. nr. 30B, aktenr./blz. 29/19
  113. GA Rotterdam, ONA, Nots. Hendrick Verhoeff, inv. nr. 31, aktenr./blz. 1/1
  114. GA Rotterdam, tg 1270 Gemeente Ridderkerk, inventaris 1 Keurboek, ⇒ 1747WeerbareMannen.pdf
  115. GA Rotterdam, ONR Ridderkerk & Rijsoord, Nots. Cornelis Reynen, inv. nr. 9, aktenr. 106, blz. 248
  116. Tobé, l.c.
  117. Tobé, l.c.
  118. Hendrik Ido Ambacht, Arch.nr. 1024, inv.nr. 05
  119. Hendrik Ido Ambacht, Arch.nr. 1024, inv.nr. 03
  120. GA Rotterdam, ONR Ridderkerk & Rijsoord, Nots. Cornelis Reynen, inv. nr. 9, aktenr. 33, blz. 65
  121. GA Rotterdam, tg 1270 Gemeente Ridderkerk, inventaris 1 Keurboek, ⇒ 1731Brandgereedschappen.doc
  122. Tobé, l.c.
  123. Tobé, l.c.
  124. ⇒ start.htm
  125. GA Rotterdam, tg 1270 Gemeente Ridderkerk, inventaris 1 Keurboek, ⇒ 1731Brandgereedschappen.doc
  126. ⇒ dat107.html#15
  127. ⇒ dat107.html#15
  128. ⇒ dat107.html#15
  129. ⇒ dat107.html#15
  130. ⇒ start.htm
  131. ⇒ penning.html
  132. ⇒ penning.html
  133. GA Rotterdam, tg 1270 Gemeente Ridderkerk, inventaris 1 Keurboek, ⇒ 1747WeerbareMannen.pdf
  134. GA Rotterdam, ONR Ridderkerk & Rijsoord, Nots. Cornelis Reynen, inv. nr. 9, aktenr. 58, blz. 127
  135. Boek 3a doop 1775-1789 van St. Oud Ridderkerk
  136. OV 66(2011)95
  137. Mededeling A. Hofstee te Canada, 1996
  138. zie ook GTMWB 24(2000)304
  139. zie ook OE 10(2002)213
  140. GTMWB 24(2000)304
  141. GTMWB 24(2000)304
  142. GTMWB 24(2000)304
  143. OE 10(2002)213
  144. GTMWB 24(2000)304
  145. Tobé, l.c.
  146. Tobé, l.c.
  147. GA Rotterdam, tg 1270 Gemeente Ridderkerk, inventaris 1 Keurboek, ⇒ 1731Brandgereedschappen.doc
  148. Prom. 14p332
  149. NP (1953) 243.
  150. Prom. XII, p160
  151. Kron. 4 (1995)51
  152. Prom. 13, p131
  153. Mededeling P. Klok te Nijmegen, 1996
  154. Mededeling P. Klok te Nijmegen, 1996
  155. OV 52(1997)529
  156. OV 53(1998)1
  157. Mededeling P. Klok te Nijmegen, 1996
  158. OV 55(2000)308
  159. Hendrik Ido Ambacht, Arch.nr. 1023, inv.nr. 3
  160. Hendrik Ido Ambacht, Arch.nr. 1023, inv.nr. 3
  161. GA Rotterdam, ONR Ridderkerk & Rijsoord, Nots. Pieter van Gilst, inv. nr. 2, aktenr. 67, blz. 247
  162. GA Rotterdam, ONR Ridderkerk & Rijsoord, Nots. Pieter van Gilst, inv. nr. 2, aktenr. 89, blz. 324
  163. GA Rotterdam, ONR Ridderkerk & Rijsoord, Nots. Pieter van Gilst, inv. nr. 2, aktenr. 88, blz. 322
  164. GA Rotterdam, ONR Ridderkerk & Rijsoord, Nots. Pieter van Gilst, inv. nr. 2, aktenr. 92, blz. 331
  165. GA Dordrecht, ONA, inv. nr. 418 f321, gecit. in OV 56(2001)168
  166. GA Rotterdam, ONR Ridderkerk & Rijsoord, Nots. Pieter van Gilst, inv. nr. 2, aktenr. 144, blz. 498
  167. ONA Dordrecht 419, d.d. 1-11-1680, f81
  168. GA Rotterdam, ONA Ridderkerk, Nots. Pieter van Gilst, inv. nr. 19, aktenr./blz. 86/369
  169. GA Rotterdam, ONA, Nots. Pieter van Gilst, inv. nr. 19, aktenr./blz. 89/377
  170. GA Rotterdam, ONA, Nots. Pieter van Gilst, inv. nr. 20, aktenr./blz. 72/272
  171. OV 57(2002)239
  172. Hendrik-Ido-Ambacht, Weeskamer 1, d.d. 20-4-1710, gecit. in GTMWB 24(2000)304
  173. zie ook OE 10(2002)213
  174. Hendrik Ido Ambacht, Arch.nr. 1024, inv.nr. 6
  175. Hendrik Ido Ambacht, Arch.nr. 1024, inv.nr. 12
  176. GA Rotterdam, tg 1270 Gemeente Ridderkerk, inventaris 1 Keurboek, ⇒ 1747WeerbareMannen.pdf
  177. OV 5(1950)45
  178. OV 5(1950)45
  179. GA Rotterdam, tg 1270 Gemeente Ridderkerk, inventaris 1 Keurboek, ⇒ 1731Brandgereedschappen.doc
  180. Prom 14 p325
  181. Hendrik Ido Ambacht, Arch.nr. 1024, inv.nr. 9
  182. Overwater, l.c.
  183. Kron. 7(1998)52
  184. Kron. 7(1998)52
  185. OV 48(1993)527
  186. OV 49(1994)461
  187. Prom. 13, p124
  188. Overwater, l.c.
  189. Mededeling A. Hofstee te Canada, 1996
  190. Kron. 7(1998)40
  191. Kron. 7(1998)40
  192. GA Rotterdam, tg 1270 Gemeente Ridderkerk, inventaris 1 Keurboek, ⇒ 1731Brandgereedschappen.doc
  193. GA Rotterdam, ONR Ridderkerk & Rijsoord, Nots. Cornelis Reynen, inv. nr. 10, aktenr. 23, blz. 44
  194. ref. ?
  195. GA Rotterdam, tg 1270 Gemeente Ridderkerk, inventaris 1 Keurboek, ⇒ 1747WeerbareMannen.pdf
  196. P.D. Meijer en A.M.L. van Wieringen, Van Wieringen in Rijnland, Schoorl, 2005, p510
  197. Meijer en Van Wieringen, l.c. p510
  198. Esselijkerwoude Weeskamer 2, gecit. in Meijer en Van Wieringen, l.c.
  199. Meijer en Van Wieringen, l.c. p510
  200. Meijer en Van Wieringen, l.c. p510
  201. Meijer en Van Wieringen, l.c. p510
  202. GA Veenendaal, Publicatien van de Veenraden betreffende de schouw, verpachtingen,aanbestedingen, vergaderingen, verkoopingen enz. 1660-1890, Archief van het Veenraadschap der Gelderse en Rhenense veenen, inv. nr. 34
  203. zie J.F.X. van den Bergh, Het Archief van het zeer oude en voorname College van de Malen op het Hoogland buiten de stad Amersfoort, dl. III Rekeningen, Den Haag, M. Nijhoff, 1898
  204. A.C. Zeven, Wapenboek Vereniging Veluwse Geslachten, Barneveld 2011
  205. ORA Barneveld, 0203, boek 835, dorp Barneveld, folio 58E, dd. 8-9-1720
  206. ORA Barneveld, 0203, boek 835, dorp Barneveld, folio 63E, dd. 16-7-1721
  207. VG 8(1983)282
  208. Mededeling T. van Ooik, 2001
  209. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-33, f105
  210. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-36, akte nr. 62
  211. Blaffert Amersfoort, l.c.
  212. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-38, f40
  213. Amersfoort, not. Wisselingh AT 049 a007, rep 36, 8-3-1796, geciteerd door T. van Ooik, 2001
  214. Blaffert, l.c.
  215. Blaffert, l.c.
  216. ⇒ Kwartierstaat.htm
  217. ⇒ Kwartierstaat.htm
  218. ⇒ Kwartierstaat.htm
  219. ⇒ Kwartierstaat.htm
  220. Blaffert Amersfoort, l.c.
  221. ⇒ www.stamek.nl
  222. ⇒ stam.htm
  223. GA Amersfoort, Stadsarchief inv. nrs. 70 en 1848
  224. ⇒ www.stamek.nl
  225. ⇒ stam.htm
  226. Rob van Koert, geciteerd in ⇒ stam.htm
  227. ⇒ stam.htm
  228. Blaffert Amersfoort, l.c.
  229. Blaffert Amersfoort, l.c.
  230. GA Amersfoort, Nots. E. Harthoorn, inv. nr. AT 027a001
  231. GA Amersfoort, Nots. J. Harderwijk, inv. nr. AT 031a002
  232. GA Amersfoort, Nots. J. Harderwijk, inv. nr. AT 031a002
  233. GA Amersfoort, Nots. B. Hagen AT 016 -o-
  234. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-38, akte nr. 4
  235. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-38, akte nr. 10
  236. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-38, akte nr. 11
  237. GA Amersfoort, Nots. S. van Brinckesteyn, inv. nr. AT AT 030b002
  238. Putman, Octrooien, l.c.
  239. Prom. 15, p288
  240. GAU, Notaris N. Vonck, Utrecht, aktenr. 79, d.d. 06-10-1692
  241. GAU, Notaris C.P. van Cuylenborgh, Utrecht, inv.nr.U214a1, aktenr. 79, d.d. 15-01-1750
  242. GA Amersfoort, Nots. A. v. Brinckesteyn, inv. nr. AT 015a003 folio 48
  243. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  244. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  245. GA Amersfoort, Nots. S. van Brinckesteyn, inv. nr. AT 030b0011
  246. Archief Eemland, Toeg.nr. 0039 Weeskamer te Amersfoort, inv. nr. 3 en 139
  247. Archief Eemland, Toeg.nr. 0039 Weeskamer te Amersfoort, inv. nr. 150
  248. GA Amersfoort, Burgerweeshuis
  249. GA Amersfoort, Burgerweeshuis
  250. Blaffert Amersfoort, l.c.
  251. Nav. 98(1960)21
  252. Nav. 98(1960)21
  253. VG 20(1995)246
  254. EK 29
  255. EK 29
  256. GA Amersfoort, Burgerweeshuis
  257. zie ook mededeling P.H. Heere te Amsterdam
  258. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-34, f42v
  259. Mededeling Ar Stramrood, 2010
  260. Mededeling R. Maaswinkel te Belgie, 2004
  261. Mededeling R. Maaswinkel te Belgie, 2004
  262. ⇒ knech003
  263. Mededeling R. Maaswinkel te Belgie, 2004
  1. ⇒ knech003
  2. Mededeling R. Maaswinkel te Belgie, 2004
  3. Gooise Geslachten, Hilversum, 2004
  4. Gooise Geslachten, Hilversum, 2004
  5. Mededeling R. Maaswinkel te Belgie, 2004
  6. zie ook Mededeling R. Maaswinkel te Belgie, 2004
  7. zie ook Mededeling R. Maaswinkel te Belgie, 2004
  8. EK dl. 29
  9. GA Amersfoort, Nots. S. van Brinckesteyn AT 030b009
  10. EK dl. 29
  11. GA Amersfoort, Burgerweeshuis, passim
  12. GA Amersfoort, Nots. A. v. Brinckesteyn AT 015a001
  13. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-28, blz. 243
  14. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-31, f77
  15. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-31, f77
  16. GA Amersfoort, Nots. E. van Goudoever AT 028b002 4e lias
  17. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-31, blz. 128
  18. Archief Eemland, Stadsbestuur Amersfoort, 1300-1810, Inventaris van het archief van het stadsbestuur, charterverzameling, nr. 4794
  19. GA Amersfoort, Nots. A. van der Maath AT 029a001
  20. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-37, akte nr. 39, blz. 159
  21. GA Amersfoort, Nots. A. Methorst AT 037a023 rep 83
  22. GA Amersfoort, Nots. A. Methorst AT 037a025 rep 27
  23. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-36, blz. 217v
  24. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-37, akte nr. 5, blz. 3
  25. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-37, akte nr. 19, blz. 22
  26. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-37, akte nr. 22, blz. 23
  27. GA Amersfoort, Nots. A. Methorst AT 037a021 rep 49
  28. GA Amersfoort, Nots. A. Methorst AT 037a023 rep 83
  29. GA Amersfoort, Nots. A. Methorst AT 037a025 rep 26
  30. GA Amersfoort, Nots. R. van Ingen, AT008 a002 folio 136 V;
  31. EK 29
  32. GA Amersfoort, Nots. A. v. Brinckesteyn AT 015a001 folio 32 V
  33. EK 29
  34. EK 29
  35. Putman, Octrooien, l.c.
  36. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-34, f134
  37. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-31, blz. 167v
  38. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-31, blz. 174v
  39. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-32, blz. 138r
  40. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-32, blz. 211r
  41. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-33, blz. 66r
  42. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-33, blz. 80r
  43. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-33, blz. 121v
  44. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-33, blz. 164v
  45. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-34, blz. 250r
  46. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-36, blz. 170v
  47. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-36, blz. 178v
  48. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-35, blz. 194v
  49. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-36, blz. 198r
  50. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-37, blz. 180v
  51. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-38
  52. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-38
  53. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-38
  54. SAA, Confessieboeken: NL-SAA-29280296, inv. nr. 367, p180
  55. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  56. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  57. GA AMsterdam Confessieboeken, Inv.nr. 328, p. 165, A22342000166
  58. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  59. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  60. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  61. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  62. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  63. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  64. SA, Not. Arch. toeg.nr. 5075, Nots. Stephanus Pelgrom, inv.nr. yyyy, blz. 49, URL: ⇒ eknwvk7ys
  65. zie ook Kwartierstatenboek VG, Barneveld, 1988
  66. zie ook Kwartierstatenboek VG
  67. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-34, f108
  68. GA Amersfoort, Burgerweeshuis
  69. zie ook Kwartierstatenboek VG en OV 30 (1975)297
  70. zie ook Kwartierstatenboek VG
  71. zie ook Kwartierstatenboek VG
  72. ref. ?
  73. Mededeling T. van Ooik, 2002
  74. ONA Amersfoort, nots. A.van Veerssen, rep. 42, d.d. 26-07-1752, volgens mededeling T. van Ooik, 2000
  75. Blaffert Amersfoort, l.c.
  76. Mededeling T. van Ooik, 2000
  77. Mededeling T. van Ooik, 2000
  78. Amersfoort Registre Civique
  79. Mededeling T. van Ooik, 2000
  80. Mededeling T. van Ooik, 2000
  81. ⇒ Kwartierstaat.htm
  82. ⇒ Kwartierstaat.htm
  83. ⇒ Kwartierstaat.htm
  84. ⇒ Kwartierstaat.htm
  85. ⇒ Kwartierstaat.htm
  86. ⇒ Kwartierstaat.htm
  87. zie ook Kwartierstatenboek VG
  88. ⇒ Kwartierstaat.htm
  89. ⇒ Kwartierstaat.htm
  90. ⇒ Kwartierstaat.htm
  91. Amersfoort Registre Civique
  92. GA Amersfoort, ORA, Transporten toeg. nr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, 1435-1811, inv.nr. 436-24
  93. GA Amersfoort, ORA, Transporten toeg. nr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, 1435-1811, inv.nr. 436-29, blz. 78r
  94. GA Amersfoort, ONA, Nots. A. van Brinckesteyn, AT 015a005 folio 8
  95. GA Amersfoort, Nots. G. van Wisselingh AT 035a001
  96. NL 112(1995)404
  97. NL 112(1995)404
  98. EK 29
  99. Eeml. Kl. dl 1, l.c.
  100. EK 29
  101. GA Amersfoort, Nots. A. van Brinckesteyn AT 015a001 folio 11 V, 12 V
  102. GA Amersfoort, Nots. A. van Brinckesteyn AT015 a002 folio 14 R
  103. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-30, f46v
  104. EK 29
  105. GA Amersfoort, Nots. Gerard van Swijnevoord
  106. GA Amersfoort, Nots. E. van Goudoever AT 028b005
  107. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-35, blz. 52
  108. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-35, blz. 62v
  109. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-35, blz. 182
  110. J.A. Gruys en J. Bos, Adresboek. Nederlandse drukkers en boekverkopers tot 1700, Den Haag,1999
  111. J.A. Gruys en J. Bos, Adresboek. Nederlandse drukkers en boekverkopers tot 1700, Den Haag,1999
  112. Brongers, l.c.
  113. Brongers, l.c.
  114. Brongers, l.c., p176, zie ook Nav. 20(1870)128 en A.H. Ledeboer, Boekdrukkers, boekverkopers en uitgevers in Noord Nederland, 1876
  115. Brongers, l.c., p178
  116. Blaffert Amersfoort, l.c.
  117. Brongers, l.c., p177
  118. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-31, f127
  119. GAU, Nots A. van Meerwyk, Akte nr. U132a4-83, d.d. 19-1-1719
  120. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-32, f78
  121. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-33, f125
  122. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-33, f217v
  123. GAU, Nots E. Vlaer, Akte nr. U166b2-19, d.d. 31-7-1733
  124. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-35, f35v
  125. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-35, f107v
  126. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-35, f108
  127. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-35, f142
  128. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-35, f241
  129. GA Amersfoort, Nots. S. van Brinckesteyn, inv. nr. AT 030b0010
  130. GAA, Nots. Frederik Klinkhamer
  131. GA Amersfoort, Nots. A. v. Brinckesteyn, inv. nr. AT 039a001 rep 5
  132. Blaffert Amersfoort, l.c.
  133. Blaffert Amersfoort, l.c.
  134. Blaffert Amersfoort, l.c.
  135. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-34, blz. 106v
  136. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-34, blz. 127
  137. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-34, blz. 140v
  138. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-35, blz. 183v
  139. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-36, blz. 14
  140. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-35, blz. 253
  141. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-36, blz. 71v
  142. GA Amersfoort, Nots. A van Bemmel, inv. nr. AT036a007, f..., d.d.9-1-1752
  143. GA Amersfoort, Nots. A van Bemmel, inv. nr. AT036a007, d.d.16-4-1754
  144. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-38, akte nr. 5, blz. 3v
  145. GA Amersfoort, Nots. A van Bemmel, inv. nr. AT036a010, f..., d.d. 6-6-1766
  146. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-38, akte nr. 25
  147. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-38, akte nr. 26
  148. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-38, akte nr. 27
  149. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-38, akte nr. 28
  150. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-38, akte nr. 44
  151. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-38, akte nr. 52
  152. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-38, akte nr. 53
  153. Blaffert Amersfoort, l.c.
  154. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-34, blz. 140v
  155. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-35, blz. 252v
  156. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-38, akte nr. 45
  157. GA Amersfoort BNR 001-(1252) 1300-1800, inv. nr. 1676
  158. Blaffert Amersfoort, l.c.
  159. GA Amersfoort, Nots. J. Harderwijk, inv. nr. AT 031a002
  160. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-33, blz. 132v
  161. GA Amersfoort, ONA Nots. S. van Brinckesteyn AT 030b0012, d.d. 17-5-1753
  162. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-38, akte nr. 9, blz. 51v
  163. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-38, akte nr. 4
  164. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-38, akte nr. 22
  165. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-38, akte nr. 16
  166. GA Amersfoort, Nots. J. Both Hendriksen, inv. nr. AT046a004, ƒ 1246, d.d.10-2-1786
  167. GA Amersfoort, Nots. C. Suijck, inv. nr. AT 045a014 rep 32
  168. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-40, akte nr. 286
  169. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-40, akte nr. 287
  170. GA Amersfoort, ORA Transportregisters, inv. nr. 436-40, akte nr. 288
  171. Blaffert Amersfoort, l.c.
  172. Blaffert Amersfoort, l.c.
  173. ORA Barneveld, 0203, boek 843, buijrschap Seumeren, folio 160, 160v, dd. 12-07-1786
  174. NP 13(1926)466
  175. Nav 24(1874)53
  176. GA Amersfoort, Nots. Suijk, inv. nr. AT045a014, 45 f164
  177. GA Amersfoort, Nots. Suyk, inv. nr. AT045a014, 32 f108
  178. E. de Jonge et al., Herengoederen Veluwe, dl. 1, p 106, Barneveld, 1990
  179. Herengoederen Veluwe, dl. 1, l.c., p 106
  180. GA Amersfoort, Nots. E.J. van Wisselingh, inv. nr. AT 055b003 rep 93
  181. GA Amersfoort, Nots. E.J. van Wisselingh, inv. nr. AT 055b003 rep 84
  182. GA Amersfoort, Nots. A. Voskuyl, inv. nr. AT 042a040 rep 3538
  183. GA Amersfoort, Nots. S. van Wisselingh, inv. nr. AT 049a014 rep 2
  184. Bloys van Treslong Prins, l.c., Kerken Utrecht, p33
  185. GA Amersfoort, Nots. J. Both Hendriksen, inv. nr. AT 046a004 rep 526
  186. GA Amersfoort, Nots. A. Voskuyl, inv. nr. AT 042a023 rep 2602
  187. GA Amersfoort, Nots. J. Both Hendriksen AT 046a
  188. Archief Eemland, Toegangsnummer: 0001.01, Archieftitel: Stadsbestuur Amersfoort, 1300-1810, Charterverzameling
  189. GA Amersfoort, Nots. J. Schijvliet, inv. nr. AT 057a010 rep 49
  190. GA Amersfoort, Nots. J. Schijvliet, inv. nr. AT 057a022 rep 357
  191. GA Amersfoort, Nots.J. Schijvliet AT 057a009 rep 152
  192. GA Amsterdam, Nots. Ae Hanssen
  193. GA Amersfoort, Nots.A. Voskuyl AT 042a023 rep 2602
  194. GA Amersfoort, Nots.J. Schijvliet AT 057a012 rep 113
  195. Jb. CBG 33(1979)269
  196. NL 74(1957)323
  197. Ledeboer, l.c.
  198. ⇒ dmh07.htm
  199. Eemlandse Klappers, dl. 1, l.c.
  200. GN 24(1968)36
  201. Brongers, l.c. p105
  202. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-26 , blz. 92
  203. GA Amersfoort, Nots. A. van Brinckesteijn, inv. nr. AT015a006, f24, d.d. 16-7-1691
  204. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-30, f217
  205. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-31, blz. 55
  206. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-31, blz. 60 verso
  207. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-22
  208. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-31, blz. 118 verso
  209. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-31, blz. 120
  210. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-31, f120v
  211. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-31, f144
  212. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-31, f204
  213. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-31, f120v
  214. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-33, f5v
  215. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-33, f6
  216. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-33, f6
  217. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-33, f6v
  218. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-33, f6v
  219. ⇒ dmh07.htm
  220. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-32, blz. 30 verso
  221. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-32, f221v
  222. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-32, f222v
  223. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-32, f222v
  224. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-35, f35v
  225. GN 22(1967)375 e.v.
  226. GN 15(1960)69
  227. GN 22(1967)375 e.v.
  228. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-33, blz. 15 verso
  229. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-33, blz. 226
  230. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-35, blz. 34 verso
  231. Blaffert Amersfoort, l.c.
  232. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-38, aktenr. 8, blz. 28 verso
  233. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-38, aktenr. 9, blz. 29 verso
  234. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-35, blz. 42 verso
  235. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-36, blz. 15
  236. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-36, blz. 213 verso
  237. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-36, blz. 228
  238. GA Amersfoort, Nots. J.G. Methorst AT 038a008
  239. GA Amersfoort, Nots. J.G. Methorst AT 038a008
  240. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-37, aktenr. 42, blz. 162
  241. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-37, aktenr. 43, blz. 162 verso
  242. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-37, aktenr. 44, blz. 163
  243. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-37, aktenr. 45, blz. 163 verso
  244. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-37, aktenr. 46, blz. 163 verso
  245. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-37, aktenr. 47, blz. 164
  246. GA Amersfoort, Nots. J.G. Methorst AT 038a015
  247. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-37, aktenr. 6, blz. 101 verso
  248. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-37, aktenr. 13, blz. 106
  249. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-39, aktenr. 48
  250. GA Amersfoort, Nots. A. van Veerssen, inv. nr. AT 033a007 rep 53
  251. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-36, blz. 65
  252. GAU, ONA, J. MUNSTER, Akte nr. U124a1-143, d.d. 29-10-1698
  253. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-35, blz. 81 verso
  254. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-35, blz. 106
  255. ONA Amersfoort, Nots. A. van Brinckesteijn, AT 039a002 rep 25 (1 en 2)
  256. GA Amersfoort, Burgerweeshuis, nr. 744
  257. ONA Utrecht, Nots. G. J. van Spall, inv. nr. U196a7, nr. 53
  258. ONA Montfoort, inv. nr. 1455, akte nr. 366, ⇒ www.rhcrijnstreek.nl
  259. St. Her. 11(1999)84
  260. ONA Utrecht, Nots. L. Swartendijk, inv. nr. U226a2, nr. 26

Back to the
genealogy page
Back to the
contents
Go to the
index
Forward to next
generation 11
Back to previous
generation 9
Directly go to generation :
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43