This page was last updated : 180816.
File size is: 1048 k.
Kwartierstaat Lapikás
Generatie 11
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Lapikás,
version 11.1,
Muiden, 2017.
© Copyright 2018 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Lapikás Gen. nr. 11

1280. EGIDE VANHAUW, geb. vóór ca. 1640, tr. Tienen RK St. Germanuskerk 31-5-1664 (Aegidius van Hau et Anna Cuijpers, testibus Servatio Mertens et Mathias Neutens)

1281. ANNE CUIJPERS.

1282. PETRUS (PIERRE) VECOVEN, geb. vóór ca. 1630, tr. vóór ca. 1655[1]

1283. NN VAN BINCUM, geb. vóór ca. 1635.

1292. JACQUES VAN MECHTER, tr.[9]

1293. CATHERINE VRYESENS, geb. (Tienen 29-7-1625).

1348. NN MASSAER(T).


Massaert
Andere personen met de naam Massaert die nog niet aan te sluiten zijn.

Ia. Joannes Franciscus Massaer, geb. vóór ca. 1700, mogelijk identiek met kwartier nr. 674, tr. vóór 1724 (zijn tweede huwelijk?) Margaretha van Wangh.

      Uit dit huwelijk (o.a.?):
    • 1. Jean Baptiste Poffé, geb. Tienen 5-9-1758, journalier, weduwnaar wonend te Tienen (1804), tr. 1o Barbe Stels, ovl. vóór 1804, tr. 2o Tienen 27-6-1804 (get. Jean Baptiste Merckx, tourneur en bois, 35, Jean Albert Lossche, journalier, 43, Joseph Dergel, journalier, 31, Arnold Vanderbeken, tailleur, 51, allen wonend te Tienen (1804), Jeanne Denonville, geb. Tienen 9-7-1780, wonend te Tienen (1804), dr. van Claude Denonville, en van Marie Elisabeth Homont, wonend te Tienen.
  • f. Jeanne Marie Massaert, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 1-11-1734 ("Joanna Maria filia legitima Joannis Francisci Massaert et Margaretae van Wangh suscep: Joannes Massaert et Anna Maria Pira").
  • g. Anne Gertrude Massaert, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 11-12-1736 ("Anna Gertrudis filia Joannes Francisci Massaer et Anne Margaretae van Wangh conjug: quem suscep: Jacobus Noee et Anna Gertrudis Merckx").

Ib. Arnoldus Massaer, geb. vóór ca. 1715, tr. vóór 1738 Anne Marie Cornet.

Ic. Anna Massaer, doopget. (1724)

Id. Joanna Massaer, doopget. (1727)

Ie. Godefridus Massart, doopget. (1732)

1350. NN CORTEN.


Corten
Andere personen met de naam Corten / Cotten die nog niet aan te sluiten zijn.

Ia. Hubertus Cortue(n) (Cortier), geb. vóór ca. 1690, tr. vóór 1711 Ida? Sersiant? (Sarsians?).

      Uit dit huwelijk (o.a.?):
    • 1. Marie Francoise Cortu, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 19-5-1737 ("Maria Francisca filia Petri Cortu(s?) et Annae Catharinae Festré conjug. quam suscep: Mathias Festré et Maria Francisca Cortu").

Ib. Andreas Corten (Cotten), geb. vóór ca. 1700, tr. vóór 1724 Clara (Carola) Moris (Maris?, Meuris).

Ic. Jacobus Corten (Cotte(n)), geb. vóór ca. 1705, doopget. (1724), tr. vóór 1729 Joanna Maria vanden Cruijce (van der Cruijssen).

      Uit dit huwelijk (o.a.?):
    • 1. Engelbert Cotten, geb. 1763/64, filiatie niet bewezen, vermeld als medeschuldige aan de dood van Lambert Hubert en verwoesting van diens huis, tijdens onlusten in Tienen 1791, huw. get. (1802), menuisier, wonend te Tienen (1802).
      Liste ou tableau Des Noms Et Actions De Tous Les Scelerats, Couppe-Jarrets, Assassins, Chefs Des Pillards, etc. etc. Qui sous la direction et aux ordres du magistrat de Tirlemont, et de leurs dignes complices, se sont souillés dans la dite ville de Tirlemont, de toutes sortes de crimes et y ont exercé une barbarie inconnue meme aux sauvages, Tienen, 1791.
      Nom de ceux qui avec les prédits ont assisté à la destruction de la maison et au meurtre de nommé Hubert (= Lambert Hubert, amidonnier)
      Corten, fils de la veuve, menuisier.
    • 2. Marie Angeline Corten, geb. Tienen 12-12-1772, wonend te Bruxelles vieux marché au grain Nr. 1147 (1800), tr. Brussel 9-7-1800 (get. Philippe Corten, propriétaire, 26, wonend te Alsemberg, Jeanbaptiste Stroobant, émploié au tribunal civil, 24, wonend te Berchem, Henri Joseph Verheyden, negociant, 26, wonend te Bruxelles rue des Pierres, Philippe Arents, marchand épicier, 43, wonend te Bruxelles rue du Commerce) Jean Hubert Mambour, geb. Moresnet 26-1-1750, negociant, 50, wonend te Bruxelles vieux marché au grain Nr. 1147 (1800), wednr. van Marie Thérèse Soyher, zn. van Noël Mambour, en van Egide Sowghi.
    • 3. Philip (Petrus!) Corten, geb. 1773/74, coadjutor tot Wespelaer (1794) benoemd tot pastoor te Alsemberg (1794), huw. get. (1800, 1805), propriétaire, wonend te Alsemberg (1800), curé wonend te Hoeilaart (1805).
      Wekelycks Bericht Voor de Stad en de Provincie Van Mechelen voor het jaer 1794, Volume 10, Mechelen, 1794:
      .. tot openstaende Pastoryen bevoorderd geworden:
      Alsemberg, Dist. van St. Pietersleeuw, den Eerw. Heere Petrus Corten, gebortig van Thienen, coadjutor tot Wespelaer.
    • 4. Marie Louise Cotten, geb. Tienen 29-3-1778, wonend te Tienen (1802), tr. Tienen 7-6-1802 (get. Guillaume Servaes, ex notaire, 45, Engelbert Cotten, menuisier, 38, zijn broer Jean Baptiste Vandenberghe, boulanger, 39, Jean François Antoine Vandevin, mercier, 52, allen wonend te Tienen) Matthias Vandenberghe, geb. Tienen 6-9-1768, boulanger, 33, wonend te Tienen (1802), zn. van Jean Baptiste Vandenberghe, en van Anne Marie De Becker.
    • 5. Anne Catherine Corten, geb. Tienen 19-12-1779, wonend te Hoeilaart (1805), tr. Hoeilaart 24-4-1805 (get. Jean Hubert Mambour, marchand, 50, wonend te Bruxelles (1805), haar broer Philip Corten, cure, 31, Henrij Hauwaert, 49, Jean Francois Nuewens, pretre, 64, de laatste drie wonend te Hoeilaart) Jean Francois Joseph Vanderhecht, geb. Bruxelles 21-11-1770, pasmentier wonend te Bruxelles (1805), zn. van Jean Baptist Mathieu Vanderhecht, orfevre, 74, en van Magdelaine Hermans, wonend te Bruxelles.
  • d. Anne Elisabeth Corten, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 23-8-1736 ("Anna Elisabetha filia legitima Jacobi Corten et Joannae Mariae vanden Cruijce suscep: Egidius de Wilde et Elisabetha van den Roeckhout").
  • e. Pierre Jacques Corten, ged. RK Tienen Onze Lieve Vrouw 13-3-1738 ("Petrus Jacobus filius Jacobi Corten et Joanne Marie van der Cruijssen conjug. quem suscep: Petrus Waelenbergh et Joanna Petronella Estienne").

1368. GENDOLF / GELDOLPHE (RODOLPHE) STE(IJ)LS (STIJLS), ged. RK Tienen St. Germanuskerk 29-10-1651 (filius Gendolphi Stijls et Annae Nijans, suscept: Guilielmus van Nijes et Anna Maria Wils), tr. Tienen RK St. Germanuskerk 10-5-1668 (get. Henricus Swevers et Joannes Tones)

1369. JEANNE LAMBRECHT.

1520. PIETER TRUMPENERS,[12] tr.

1521. MARIA VAN HERCK.

Pieter Trumpeners en zijn vrouw Maria van Herck leenden in 1691 een kapitaal van ƒ 400 met als onderpand een halve bunder akkerland "tusschen Cleijngelmen ende den Groenen Schilt op die straet".[13]

1536. CORNELIS DIRKSZ FENT / VAN PIJLEN (de oude), ged. geref. Nieuwkoop 6-10-1624, ovl. 1669-1671. doopget. (1643..1652), j.m. van Nieuwkoop (1648), belender in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de Achterweg (1671), aan de buitenweg (1652..1663), aan de binnenweg (1651), aan de overweg (1663), woont in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg (1662, 1663), komt in 1651 voor het eerst voor als Cornelis Dircxsz Fent van Pijlen, in 1652 voor het eerst als Cornelis Dircksz van Pijlen, in 1657 weer als Kornelis Dircksz Fent, betaalt als Cornelis Dircxsz van Pijlen, veenman te Nieuwkoop, ƒ 1/2 familiegeld (1674), tr. 2o voor 1671 SUZANNETGEN DIRCXSDR, ovl. na 1671 (verm. voor 1677), doopgetuige (1671), wordt in 1671 "laatst weduwe" van Cornelis Dircxz Fent den ouden genoemd en was dus verm. eerder gehuwd, tr. 1o Nieuwkoop geref. 12-1-1648 (als Kornelis Dircksz Fent)

1537. MARRITGEN JANSDR, ovl. vóór 1661, j.d. van Nieuwkoop (1648),

Op 12-5-1661 verkopen Jacob Jansz Verhoef, getrouwd met Neeltgen Jansdr, Hendrick Pietersz, getrouwd met Marritgen Jansdr, "Gert Lopeker als met kennisse van ons schepenen ten desen geconstitueeert van Tijs Aertsz Snell, getrouwt hebbende Jannetgen Jansdr" en Cornelis Dircksz Fent, vader en voogd van Dirck Cornelisz, minderjarig kind geboren bij Marritgen Jansdr, aan Roel Jansz Swanenburch en Neeltgen Jansdr Swanenburch een huis en erf met 4½ morgen land in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend van de Voorwetering tot het land van Roel Jansz, belend ten oosten de nazaten van Cornelis Dammasz van Griecken en ten westen Willem Gertsz Toll en Cornelis Jacobsz, buurman. Koopsom 1.800 gulden. [16]
Op 4-5-1662 is Cornelis Dircxsz Fent te Nieuwkoop 600 gulden schuldig aan Bouwen Pietersz Knecht te Aarlanderveen. Gesteld onderpand: zijn huis en erf met 2 morgen land in het Zuideinde buitenweg, belend ten oosten de weduwe van Jacob Dircxsz Fent, ten zuiden Cornelis Dircxsz Fent, ten westen Cornelis Willemsz Crijger en ten noorden de Wetering, nog 1 morgen hooiland met tuin aldaar, belend ten oosten Arijen Jansz Hogeboom, ten zuiden Pieter Cornelisz van Dobben, ten westen Dammis Cornelisz van Vliet en ten noorden Cornelis Dircxsz Fent. Geroijeerd d.d. 18-6-1682. [17]
Op 18-7-1662 is Cornelis Dircxsz Fent van Pijlen te Nieuwkoop 200 gulden schuldig aan de gereformeerde diaconie te Nieuwkoop. Gesteld onderpand: een perceel hooiland in het Zuideinde buitenweg, groot 2½ morgen, strekkend van het land van Jan Willemsz van Heijningen tot in de Meije, belend ten oosten Sijmen Dircxsz Coij en ten westen Jan Jansz van Leeuwen. [18]
Op 13-12-1662 is Cornelis Dircxsz van Pijlen te Nieuwkoop 350 gulden schuldig aan Gert Gerritsz Koij. Gesteld onderpand: een kamp hooiland in het Zuideinde buitenweg, groot 2 1/2 morgen, strekkend van het land van Jan Willemsz van Heijningen tot in de Meije, belend ten oosten Sijmen Dircxsz Koij en ten westen IJsbrant Jansz en Jan Jansz van Leeuwen. [19]
Op 10-5-1663 is Cornelis Dircxsz Fent te Nieuwkoop 250 gulden schuldig aan Bouwen Pietersz Knecht te Aarlanderveen. Gesteld onderpand: zijn huis en erf met 2 morgen land in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, belend ten oosten de weduwe van Jacob Dircxsz Fent, ten zuiden Cornelis Dircxsz Fent, ten westen Cornelis Willemsz Crijger en ten noorden de Voorwetering, nog een morgen hooiland met tuin aldaar, belend ten oosten de weduwe van Jan Hoogeboom, ten zuiden Cornelis van Dobben, ten westen Dammis Cornelisz van Vlieth en Arien Cornelisz van Wieringen en ten noorden Cornelis Dircxsz Fent. [20]
Op 15-5-1663 verkopen Cornelis Dircxsz Fent den ouden, Cornelis Dircxsz Fent den jongen, Cornelis Claesz Cats, getrouwd met Neeltge Dircxdr Fent, Dammis Cornelisz van Vlieth, getrouwd met Trijntie Dircxsdr Fent en Cornelis Ariensz van Wieringen, getrouwd met Grietge Dircxsdr Fent, allen als kinderen van de overleden Dirck Willemsz Fent, aan Elbert Jan Corsz aan de Meije een kamp hooiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 1½ morgen, strekkend van het land van Arien Cees Hoogeveen tot in de oude Meije, belend ten oosten Pieter Cornelisz van Dobben en ten westen Marcelis Abramsz en genoemde Pieter Cornelisz. [21]
Op 16-9-1663 verkopen Cornelis Dircxsz Fent den ouden en Cornelis Dircxsz Fent den jongen, Cornelis Claes Cats, getrouwd met Trijntge Dircxdr Fent en Cornelis Ariensz van Wieringen, getrouwd met Grietge Dircxsdr Fent, kinderen van de overleden Dirck Willemsz Fent, samen handelend namens Pieter Dircxsz Fent, aan Aelbert Fulpsz van Vlieth een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Dircxsz Fent de ouden tot dat van de weduwe van Roel Gijsen Crijger, belend ten oosten de koper en westen de nazaten van Jacob Pietersz Duijrniet. Koopsom 256 gulden 10 stuivers. [22]
Op 10-6-1668 draagt Cornelis Dircksz Fent de oude in het Zuideinde van Nieuwkoop over aan Johan van Assendelft, brouwer in "het Witte Paert" te Leiden, 2½ morgen hooiland in het Zuideinde buitenweg, strekkend van de weduwe van Jan Willemsz van Heijningen tot in de oude Meije, belend ten oosten de koper en ten westen IJsbrant en Jan Jansz van Leeuwen. Koopsom 1.187 gulden 13 stuivers 1 penning. [23]
Op 23-4-1669 dragen Cornelis Dircksz Fent de jonge, Cornelis Claesz Cats, man en voogd over Neeltgen Dircxsdr, Willem Jacobsz met opdracht van zijn moeder Merritgen Claesdr, weduwe van Jacob Dircksz Fent, Diewertgen Cornelisdr, huisvrouw van Pieter Dircksz Fent, uitlandig persoon, mede handelend namens Cornelis Arijensz van Wieringen, die getrouwd was met Grietgen Dircxsdr, ieder voor 1/7 deel, over aan Cornelis Dircksz Fent de oude, mede-erfgenaam voor 1/7 deel, een huis en erf met 2 morgen weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Cornelis Dircksz Fent de jonge, belend ten oosten de weduwe van Jacob Dircksz Fent en ten westen de weduwe van Cornelis Willemsz Crijger, nog een kamp hooiland aldaar, groot 1 morgen, strekkend van het land van de weduwe van Jacob Dircksz Fent tot het land van Pieter Cornelisz van Dobben, belend ten oosten Jacob Jacobsz van der Bijl en ten westen Cornelis Arijensz van Wieringen. Koopsom 3.350 gulden. [24]
Op 19-5-1671 verkopen Suzannetgen Dircxsdr, laatst weduwe van Cornelis Dircxz Fent den ouden, met als voogd Buijen Dircxsz van der Neut en haar zoon Dirck Cornelisz Fent, mede Cornelis Dircksz Fent de jonge als oom en voogd over het minderjarige kind van Cornelis Dircksz en Suzannetgen, aan Gillis Nouts een huis, erf, berg, schuur en weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Cornelis Dircxsz Fent de jonge, belend ten oosten de weduwe van Jacob Dircksz Fent en ten westen de weduwe van Cornelis Willemsz Crijger, nog een kamp hooiland en henneptuin aldaar, samen groot 676 roeden, belend ten oosten de weduwe van Arijen Jansz Hoogeveen, ten zuiden Pieter Cornelisz van Dobben, ten westen Cornelis Arijensz van Wieringen en Dammas van Vliet en ten noorden Jacob Dircksz van Pijlen. Koopsom 2.404 gulden. [25]

1538. CORNELIS TONISZ (THEUSZ, JORISZ) WARRE, geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1665, belender in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de binnenweg (1605..1665), aan de buitenweg (1635..1653), over de achterweg (1609..1614), in de Wouden (1649), achter Nieuwkoop over de Achterweg (1604, 1636, 1639), treedt op als voogd voor zijn zuster IJdichgen (1610), en als voogd voor zijn schoonzuster Grietgen Jansdr (1651), tr. vóór ca. 1645

1539. MARRITGE JANSDR.

Op 14-1-1608 koopt Jacob Adriaensz van Thonis Cornelisz Warre een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop, binnenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van het land van Jacop Pietersz tot het secreetland, belend ten oosten Jan Willem Volckensz en ten westen Gerrit Dircxsz den Jongen. Koopsom 200 gulden. [37]
Op 1-2-1611 verkopen Anthonis Cornelisz, Jasper Cornelisz, Dirck Jaspersz voor zichzelf en Dieloff Willemsz, getrouwd met Marritgen Cornelisdr, allen als erfgenamen van Cornelis Anthonisz Warre, aan Eijmbert Jansz een huis en erf in het Noordeinde van Nieuwkoop, buitenweg, verongeld voor 5 hond, strekkend uit de Voorwetering tot "aen 't slootgen" van het land van Jan Aertsz, belend ten oosten Lauris Mathijsz en ten westen IJillis, de wever. Koopsom 484 gulden. [38]
Op 25-5-1632 verkoopt Dirck Dircxsz als man en voogd van Emmetgen Jansdr, aan Cornelis Anthonisz Warre een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop, binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Stoffelsz tot dat van Dirck Jacobsz, belend ten oosten Jan Maertensz en ten westen Lambert Jacobsz, bode. Als garantie wordt gesteld: dit perceel en nog een perceel aldaar, strekkend van het land van Jan Severtsz tot dat van Sijmon Dircxsz, belend ten oosten Lambert Jacobsz, bode en ten westen Abram Jacobsz Trom. Koopsom 125 gulden. [39]
Op 17-7-1632 verkoopt Jan Claesz in het Zuideinde van Nieuwkoop aan Cornelis Tonisz Warre een bruikweerland in het Zuideinde, buitenweg, verongeld voor 3 morgen 1 hond. Betaald met 1.850 gulden, die Warre te vorderen heeft van Cornelis van Westerhout, wegens land liggend achter Gouda. [40]
Op 2-12-1639 verkoopt Adriaen Pietersz, bakker te Bodegraven, aan Cornelis Anthonisz Warre een perceel veenland achter Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van de landen van Pieter Willemsz Pijnt tot het land van Aris Philipsz, belend ten oosten Gerrit Jansz de Vries en Aert Cornelisz en ten westen de weduwe van Cornelis Sijmonsz en Claes Cornelis Ghijsz. Koopsom 302 gulden. [41]
Op 8-6-1640 is Cornelis Anthonisz Warre te Nieuwkoop 300 gulden schuldig aan Annetgen Ariensdr, weduwe van Huijbert Andries van Eijck te Bodegraven. Gesteld onderpand: een bruikweerland met huis en hof in het Zuideinde buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot de landen van Jan Severtsz, belend ten oosten Dirck Willemsz Fent en ten westen Philips Cornelisz, nog een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Gerrit Willemsz Fent tot dat van Sijmon Dircxsz, belend ten oosten Dirck Sijmonsz en ten westen Abram Jacobsz Trom. [42]
Op 15-5-1642 verkoopt Adriaen Pietersz, bakker te Bodegraven, aan Cornelis Anthonisz Warre een perceel veenland te Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van het land van Pieter Willemsz Pijnt tot dat van Aelbert Philipsz, belend ten oosten Dirck Ermboutsz en Aert Cornelisz en ten westen de weduwe van Cornelis Sijmonsz en Claes Cornelisz Ghijsz. Koopsom 302 gulden. [43]
Op 9-10-1642 verkoopt Cornelis Gerritsz Coij te Nieuwkoop aan Cornelis Thonisz Warre een perceel land in de Wouden, verongeld voor ½ morgen, strekkend van en tot het land van Anna Woutersz, belend ten oosten Anna Jacobsdr en ten westen Anna Woutersdr. Koopsom 600 gulden. [44]
Op 9-10-1642 verkoopt Wouter Heijndricxsz, bakker te Nieuwkoop, aan Cornelis Thonis Warre een kamp hooiland in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 1½morgen, strekkend van het land van Dirck Willemsz Fent tot dat van Dirck Willemsz, belend ten oosten Geerte Jacobsdr en ten westen Dirck Willemsz Fent. Tevens 1/3 deel van een sudde. Koopsom 860 gulden. [45]
Op 11-11-1643 verkoopt Gerrit Willemsz Vermij te Nieuwkoop aan Cornelis Anthonisz Warre een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van daar tot het land van Dirck Cornelisz, belend ten oosten Claes Claesz en ten westen Jan Claesz. Koopsom 125 gulden. [46]
Op 20-11-1643 verkoopt Cornelis Anthonisz Warre te Nieuwkoop aan Cornelis Jacob Arien Jacobsz een perceel veenland achter het dorp over de Achterweg, strekkend van het land van Pieter Willemsz tot dat van Aries Phillipsz, belend ten oosten Dirck Ermboutsz en ten westen Claes Cornelisz Quast. Koopsom 150 gulden. [47]
Op 5-3-1652 is Cornelis Anthonisz Warre te Nieuwkoop 300 gulden schuldig aan Jan Jansz van Leeuwen, lakenkoper te Nieuwkoop. Gesteld onderpand: een bruikweerland met huis en hof in het Zuideinde buitenweg, groot 3 morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Claes Cornelisz, belend ten oosten de nazaten van Dirck Fent en ten westen Elias Cornelisz, nog een perceel veenland aldaar binnenweg, strekkend van het land van Jan Gijsbertsz tot dat van Cornelis Hendricksz, belend ten oosten Dirck Sijmonsz en ten westen Pieter Leendertsz. [48]
Op 12-4-1662 draagt IJsack Pietersz Stouthandel, getrouwd met Marritgen Cornelisdr Warre over aan Cornelis Tonisz Warre een huis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van Marritgen Willemsdr, belend ten oosten Aert IJsacksz en ten westen Gert Willemsz Vermij. Koopsom 154 gulden. [49]

1540. PIETER CORNELIS OUDSHOORN, geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1686,[52] parentatie niet bewezen.

1552. PIETER GIJSBERTSZ VAN VEEN, geb. vóór ca. 1680, ovl. kort voor 1702.

1554. AEM SYMON CRIJNEN (VERMEY)(¥), geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1701, vermeld als Aem Sijmonsz bakker te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 4½ personen in de klasse kleine getaxeerden, [69] tr. 2o Nieuwkoop 6-11-1701[70] NEELTIE PIETERS WIT, ovl. na 1733, tr. 1o voor 1672[71]

1555. NEELTJE HUYBERTS TWAELFFHOVEN, geb. vóór ca. 1650, ovl. Nieuwkoop 30-4-1700 (gaarder ƒ 3,--).

COMMENTAAR(¥) Zou Cornelis Crijnen Vermij, veenman en bouwman te Nieuwkoop die ƒ 1 familiegeld betaalt (1674), zijn broer zijn.

1556. CORNELIS SYMONSZ (TIJSTERMAN) (DE JONGE), geb. ca. 1600 (in 1621 nog minderjarig), ovl. ca. 1644, parentatie niet bewezen. verkoopt goederen te Nieuwkoop (1638..1640), tr.[78]

1557. LEUNTJE CLAESDR VAN WIERINGEN, ovl. na 1624, doopget. (1619..1624).

Op 12-8-1638 verkoopt Cornelis Symonsz Teijsterman voor een custingbrief van ƒ 432,-- een perceel land in het Noordeinde aan Heijndrick Cornelisz.[79]
Op 15-11-1639 verkoopt Cornelis Symonsz Teijsterman voor een custingbrief van ƒ 1690,-- een perceel land in het Zuideinde aan Maerten Stoffelsz.[80]
Op 31-12-1640 verkoopt Cornelis Symonsz Teijsterman voor ƒ 979,-- een partij land in het Zuideinde aan Cornelis Ariens Wit.[81]
Op 23-8-1640 verkoopt Cornelis Symonsz Teijsterman voor ƒ 1220,-- contant een huis en erve in de Vierschouwerije aan Adriaen Symonsz Teijsterman, zijn broer.[82]
Op 6-9-1642 deelde Cornelis Symonsz Teijsterman mee in de zeer uitgebreide nalatenschap van zijn schoonvader. Neeltgen Dircks, wed. van Claes Fransz van Wieringen, maakte toen voor schepenen van Nieuwkoop een boedelscheiding ten behoeve van zichzelf en al haar kinderen : nl. Frans, Louris, Ghisbert, Dirck en Jan Claeszn van Wieringen, Cornelis Symonsz Teijsterman, gehuwd met Leuntgen Claesdr, Jan Gerritsz, gehuwd met Aeltgen Claesdr, Piete Dircksz Velsen, gehuwd met Geertgen Claesdr, alsmede de nog minderjarige Maritgen Claesdr.[83]

1560. = 1540. PIETER CORNELIS OUDSHOORN.

1564. JAN CORNELISZ HOGEVEEN, geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1674, belender in het Noordeinde van Nieuwkoop aan de buitenweg (1661), vermeld als bouwman in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680), in het ambacht Nieuwkoop en Noorden in de klasse kleine getaxeerden met 6 personen. tr. vóór 1669[87]

1565. FIJTJE PIETERSDR VAN NES.

Op 2-9-1663 verkoopt Willem Jan Gertsz te Nieuwkoop aan Jan Cornelisz Hoogeveen een kamp hooiland met een tuin in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 1 morgen 1 hond, strekkend van het land van Aert Gijsbertsz Sas tot dat van Cornelis Hermensz, belend ten oosten Elbert Dierten en ten westen Cornelis Claesz van der Ham, nog een kamp hooiland aldaar, strekkend van het land van Elbert Dierten tot dat van Arien Evertsz, belend ten oosten Neeltge Dammisdr en ten westen Cornelis Hermensz, nog een perceel veenland aldaar, groot 300 roeden, strekkend van en tot het land van Cornelis Jacobsz Hoogeveen, belend ten oosten Pieter Claes Cooningh en ten westen Jan Jansz Poel. Koopsom 2.100 gulden. [88]
Op 8-5-1665 verkopen Jan Cornelisz Hoogeveen voor zichzelf en Tonis Corssen van Swanenburch, getrouwd met Lijsbet Cornelisdr Hoogeveen, mede samen handelend namens Gerrit Gielen, getrouwd met Merritge Cornelisdr Hoogeveen en voor Grietge Cornelisdr Hoogeveen, jongedochter, allen als erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen en Arriaentge Aertsdr, in leven wonend in het Noordeinde van Nieuwkoop, aan Hilletge Jansdr van Leeuwen, weduwe van Jan Andriesz van Wieringen. een kamp weiland in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend van het land van Elbert Dierten tot de Masloot, belend ten oosten deze Dierten en Johanna de Vogel en ten westen de weduwe van Gijsbert Aertsz Sas. Koopsom 1.760 gulden. [89]
Op 2-9-1665 draagt Jan Cornelisz Hoogeveen te Nieuwkoop over aan Cornelis Willemsz van Leijden twee stukjes hooiland met een tuintje in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 7 hond, strekkend van het land van Aert Gijsbertsz Sas tot dat van Cornelis Hermensz en dat van Arijen Wertsz, belend ten oosten Elbert Diertensz en de weduwe van Gijsbert Aertsz Sas en ten westen Cornelis Claesz van der Ham en Cornelis Hermensz. Koopsom 775 gulden. [90]
Op 4-10-1665 verkopen Jan Cornelisz Hoogeveen, Teunis Corsz Swanenburch, getrouwd met Lijsbeth Cornelisdr Hoogeveen, Gerrit Michielsz, getrouwd met Marritge Cornelisdr Hoogeveen, mede vervangend verdere erfgenamen, aan Arien Jansz van Wijngerden een perceel veenland met schuur in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van de koper tot de Achterweg, belend ten oosten Pieter Cornelisz van Wieringen en ten westen Arien Japen Hoogeveen, nog een schuur en schuurstaal achter het erf van de koper. Koopsom 308 gulden. [91]
Op 7-3-1666 verkoopt Jan Cornelisz Hoogeveen aan Pieter Huijbertsz Brack een kamp weiland in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van het land van Cornelis Claesz van der Ham tot 3 roeden over de dam ten noorden van voornoemd kamp, belend ten oosten Aert Sas en ten westen Jan Jansz Poel. Koopsom 600 gulden. [92]
Op 1-7-1666 delen Jan Cornelisz Hoogeveen, Tonis Corsz van Swanenburch, man en voogd van Lijsbeth Cornelisdr Hoogeveen, Gerd Chielen, getrouwd met Marretij Cornelisdr Hoogeveen en Gijsbert Cornelisz Tuernhout, man en voogd van Grietgen Cornelisdr Hoogeveen, samen kinderen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen en Arijaentgen Aertsdr, de nalatenschap. Jan Cornelisz, Tonis Corsz en Gerd Chielen behouden alle roerende en onroerende goederen met de inschulden. Mede ook nemen zij op zich "alle lasten des boedels". Gijsbert Cornelis Tuernhout ontvangt 325 gulden. Ze stellen als garantie aan Tuernhout: het huis en erf in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Elberd Dierten, belend ten oosten Tonis Corsz met een huis en erf en ten westen Hendrick Jacobsz, kleermaker, nog twee percelen veenland aldaar, belend ten oosten de successeurs van Philips Arijen Jan Claesz, ten zuiden Dirck Fransz van Wieringen, ten westen de weduwe van Jan Jansz Poel en ten noorden Tonis Cors. [93]
Op 29-8-1666 verkoopt Jan Cornelisz Hoogeveen te Nieuwkoop aan Dirck Fransz van Wieringen een stuk veenland in het Noordeinde buitenweg, groot 250 roeden, strekkend van het land van Gerd Chielen tot dat van Pieter Gijsbertsz Brack, belend ten oosten Pieter Claesz Coningh en ten westen de erfgenamen van Jan Jansz Poel. Koopsom 705 gulden. Gesteld onderpand: dit veenland en nog een stuk weiland aldaar, strekkend van deze van Wieringen tot het land van de weduwe van Gijsbert Aertsz Sas, belend ten oosten Hilletgen Jansdr van Leeuwen en ten westen Arijen Cornelisz, klapperman, en Elbert Dierten. Geroijeerd d.d. 18-9-1667. [94]

1566. WILLEM EGBERTSZ VAN PIJLEN, geb. vóór ca. 1640, ovl. 1666-1672, belender in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg (1667-1677?), tr. vóór 1662[105] [106]

1567. MARITGEN CORNELISDR, geb. vóór ca. 1645, tr. 2o Nieuwkoop 17-1-1672[107] JACOB PIETERSZ VAN LEEUWEN, wednr. van (kennelijk een andere) Maritgen Cornelisdr, vermeld in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) in de klasse arbeiders en onvermogenden, met 6½ personen in het ambacht Nieuwkoop en Noorden .

Te Nieuwkoop vinden we in het kohier van het Familiegeld (1674):
Jacob van Leeuwen' weduwe, brandewijnvercoopster ƒ ½.
Jacob Pietersz van Leeuwen, veenman ƒ ½.
Op 16-3-1666 draagt Harmen Gijsbertsz van der Deijl over aan Willem Egbertsz van Pijlen een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, belend ten oosten de koper, ten zuiden Jacob Pietersz van Leeuwen, ten westen het Cloosters volck en ten noorden de weduwe van Harmen Cornelisz. Koopsom 150 gulden. [108]

1600. GERRIT CASPERS (KARSTENS), ged. Amsterdam Oude K. 29-10-1647 (get. Annetje Gerrits), beg. Amsterdam Noorderkh. 21-4-1719 ("Gerrit Kaspers, mr. kuijper op de Princegraft op de Noordermarct, baar, 16 roef, ƒ 1,5, graf n° WV38), kuyper (1670, 1681, 1705), mr. kuijper (1694, 1719), woont Anjeliersstraat (1670), Singel (1677..1681), Prinsegracht op de Noordermarkt (1683, 1719), poorter van Amsterdam, otr. 2o Amsterdam 27-9-1681 (beide voldoen de weeskamer 8/9-10-1681) LIJS(E)BET CORNELIS, geb. Amsterdam 1641/42, ovl. 1704-1727, beg. verm. Amsterdam Leidse Kh. 21-6-1707 ("Lijsbeth Cornelisse op de Singel bij de Regulierstoorn S: Huijs"), afkomstig van Amsterdam out 20 jaeren, wonend in de Negelantierstraet (1662), wed. van Frederik Arents Helt, kuiper op de Prinsegracht (1681), (bij wie voorkinderen, zie Huwelijk Helt-Cornelis ) woonde Egelantiersstraat (1662), doopget. (1671, 1676, 1706), huw. get. (1704), otr. 1o Amsterdam 18-4-1670 (get. Carsten Albers, sijn vader en Lijsbet Cornelis, haar moeder)

1601. MARRITJE ROELOFS, geb. Amsterdam 1648/9 (doop ald. niet gevonden), beg. Amsterdam Leidse Kerkhof 17-9-1680 na een miskraam vijf dagen eerder (laat 3 kinderen na), woont in de Jonge Roelofssteeg (1670), "op de Singel over de Regelierstoon" (1680).

Op 9-10-1681 verklaart Gerrit Caspers, wednr. van Marritje Roelofs, voor de Weeskamer "geen middelen te hebben om sijne kinderen iets voor moeders erff te kommen bewijsen, 't welck Lijsbeth Corssen, de grootmoeder getuijgde waeraghtigh te sijn" [110].

Huwelijk Helt-Cornelis
Frederik Arents(en) (Helt), geb. 1637/38, beg. Amsterdam Leidse Kerkhof 16-8-1678, cuijper van Amsterdam, out 24 jaren wonend op de Princegracht (1662), kuiper op de Prinsegracht (1678), otr. Amsterdam geref. 13-1-1662 (sijn voocht Huijgh Cornelisz, zijn ouders doot, haer voocht Claes Sijmmens, haar ouders doot) LIJS(E)BET CORNELIS, geb. Amsterdam 1641/42, ovl. 1706-1733, beg. verm. Amsterdam Leidse Kh. 21-6-1707 ("Lijsbeth Cornelisse op de Singel bij de Regulierstoorn S: Huijs"), afkomstig van Amsterdam out 20 jaeren, wonend in de Negelantierstraet (1662), wed. van Frederik Arents Helt, kuiper, wonend op de Prinsegracht (1681), doopget. (1671, 1676, 1706), huw. get. (1704).
Weeskamer Amsterdam:[111] Frederick Arents Helt, cuijper, Princegracht ende Noorderkerck,
- den 3-11-1679 heeft Lijsbeth Cornelis, de weduwe vertoont 't testament van haer overleden man gepasseert nevens haer voor de Nots. Johannes Hellerus op den 10-4-1663 daer bij de weeskamer is gesecludeert in't bijsijn van Cornelis Huijgen den neef.
- den 8-10-1681 heeft Cornelis Huijgen den neef verclaert omtrent het bewijs der vaderlijkke goederen door de gemelte Lijsbeth Cornelis voldaen te sijn voor den Nots. Mr. Cornelis Hoogeboom op de 7-10-1681.
    Uit dit huwelijk (bij alle dopen beide oudersnamen onder patroniem):
  • a. Neeltje Frederiks (Helt), ged. geref Amsterdam Noorderkerk 29-4-1663 (get. Annetjen Verhijck), afkomstig van Amsterdam oud 38 jaren wonend op de Prinsegraft (1704). otr. Amsterdam geref. 25-7-1704 (get. haar moeder Lijsbet Cornelis, hij met zijn moeders consent) Teunis Crijne Lagewaert (Lagenaart), lojer van Cappelle op den Eijsel oud 29 jaren wonend op Krimpe op de Leck (1704).
  • b. Arijantje Frederiks (Helt), ged. geref Amsterdam Noorderkerk 7-12-1664 (get. Annetije Verhijck), ovl. vóór 1727, in haer leven meerderjarige ongehuwde dochter.
  • c. Trijntje Frederiks (Helt), ged. geref Amsterdam Noorderkerk 27-6-1666 (get. Annetie Jans).
  • d. Fransijen Frederiks (Helt), ged. geref Amsterdam Noorderkerk 26-2-1670 (geen get.), ovl. jong?
  • e. Jannetie Frederiks (Helt), ged. geref Amsterdam Noorderkerk 1-11-1671 (get. Jannetie Huijge, Cornelis Huijge), ovl. jong?
  • f. Cornelis Frederiks (Helt), ged. geref Amsterdam Noorderkerk 12-7-1673 (get. Jannetien Huijgen).
  • g. Arnout Frederiks (Helt), ged. geref Amsterdam Westerkerk 12-10-1674 (get. Cornelis Huijgen).
  • h. Jannetie Frederiks (Helt), ged. geref Amsterdam Noorderkerk 10-5-1676 (geen get.).
  • i. Fransintie Frederiks (Helt), ged. geref Amsterdam Noorderkerk 9-3-1678 (get. Cornelis Huijgen, Jannetije Huijgen).
Gerrit Kaspers testeert op 9-3-1718 voor Nots. Francois Meerhout. ZOEK OP!
Op 21-7-1694 verkopen de ervan van Abraham ten Brinck, en de erven van Dirck Jansz Cramer: met name Geertruijd Dircx aan Lijsbet Cornelis en Gerrit Caspersz, mr. kuijper, een huis en erf op de Nieuwezijds Achterburgwal (OZ) (Spuistraat) noordoosthoek van de Pottebakkerssteeg te Amsterdam. [112]
Op 21-10-1727 verkoopt Teunis Lagewaert gehuwd met Neeltje Helt, die dochter en mederfgename is van Lijsbet Cornelis, eerder weduwe van Fredrik Arentsz Helt, en laatst huisvrouw van Gerrit Caspersz, en alzo gerechtigd tot 1/4 part, en nog hij comparant nomine uxoris als eenige erfgenaem ab intestato van wijlen haer suster Ariaentje Helt in haer leven meerderjarige ongehuwde dochter en medeerfgename van voorn. Lijsbet Cornelis voor een gelijk 1/4 part, also gerechtigd tot de helft van een huis, dat d.d 21-7-1694 door Gerrit Caspersz mr. kuijper en Lijsbet Cornelis verkregen was, aan Hendrik Houhof, mr. schoenmaker 1/2 huis en erf in de Nieuwezijds Achterburgwal (OZ) (Spuistraat), belend ZZ de Pottebakkerssteeg en de wed. Ringelenberg, NZ van de straet tot achter aan Rijnbregt Akersloot. Borgen zijn Jan van Zeijl, schuytevoerder in de Bloetsraet, en Cornelis van Zeijl voorsanger in de Zuijderkerk. Koopprijs ƒ 2000,--. [113]
Op 4-12-1733 compareren Maria Alberts Siewerts en Catharina Alberts Siewerts, meerderjarige en ongehuwde dochters, beijde kinderen van Jannetje Gerrits en Albert Siewerts, die door het overlijden van hun moeder het recht hebben gekregen op 1/4 part van het navolgende huis volgens testament door hun grootvader Gerrit Kaspers op 9-3-1718 gepasseerd voor Nots. Francois Meerhout alhier. Comparanten worden geassisteerd met Barent Luijkink als hun gekooren voogd, en Jan Luijkink, Joost Wiggers en de voorn. Barent Lijkink als hun vierendeelen. Zij verkopen aan Simon Appelboom, groenverkooper, 1/4 part van huis en erf, dat d.d 21-7-1694 door Gerrit Caspersz mr. kuijper en Lijsbet Cornelis verkregen was, in de Nieuwezijds Achterburgwal (OZ) (Spuistraat) op de noordoosthoek van de Pottenbakkerssteeg te Amsterdam. Koopprijs ƒ 975,-- [114]

1602. DIRCK PIETERSZ BLO(C)K, geb. Amstelveen 1645/6, ovl. 1684-1688(¥)), poorter van Amsterdam 26-11-1671 als spijkerverkoper van Amstelveen, betaalt ƒ 50,-- belasting voor de 200e penning als houtcoper (1674) in wijk 52 (=omgeving Haarlemmerdijk, Brouwersgracht),[119] otr. Amsterdam 10-4-1671 (get. Cornelis Dircse Bakker(¥), zijn voogd en Gerrit Gerritsz, haer vader)

1603. TRIJNTJE GERRITSZ, ged. Amsterdam Nieuwe K. 1-8-1645 (get. Belij Gerrits en Grietge (Arents?)), ovl. 1688-1693(¥), doopget. (1672, okt. 1687) woonde Bickerseiland (1671).

COMMENTAAR(¥) In de periode 1684-1688 wordt te Amsterdam geen Dirck Pieters Blo(c)k begraven. Wel is er eenmaal een Dirck Pieters* begraven: Wester Kerkhof 16-4-1687, Dirck Pieters in het weeshuijs, baer van 12.
Het valt nog te bezien of deze identiek is aan Dirck Pieters Block kw. nr. 1602.

In de periode 1688-1693 wordt te Amsterdam ca. 15 maal een Trijntje Gerrits begraven. Het is onduidelijk of Trijntje Gerrits kw. nr. 1603 daaronder is.

Op 20-6-1684 verkopen Pieter Claasz, varentman, zoon en medeerfgenaam van zijn vader Claas Egbertsz, en bij schijdinge tusschen de gesamentlijke erfgenamen van de voornoemde zijn vader 't regt verkregen hebbende, voor de ene helft en Dirk Pietersz Blok voor de andere helft, aan Hercules Bouman, blauwsteenkooper een huis en erf op de Brouwersgracht (NZ), belend WZ de wed. Jan Pronk, OZ Philips Huijbertsz, achter Meijndert van Kunen. Borgen zijn Teunis Dirx Vreeland en Gerrit Gerritsz elk voor de helft van het huijs. Koopsom ƒ 3000,--. [120]
Op 4-3-1688 testeeert te Amsterdam Fijtie Gerrits (zie kw. nr. 3207 sub f). In haar omvangrijke testament wordt onder veel meer ook haar zuster Trijntje Gerrits bedacht:

Zij prelegateert aan haar zuster Trijntje Gerrits, met plaatsvervulling, eerstelijk alle hare klederen, van linde, wollen ende andere stoffen met de juwelen van goud, zilver en anders, tot haar testatrices lighaem ende hoofd behorende, uit te keren aanstonds na haar overlijden, ende dan nog de somme van ƒ 2000,-- eens, te voldoen opt hertrouwen of overlijden van Fijtjes echtgenoot Symon Sluijs.

Daar zijn echter wel voorwaarden aan verbonden:

Dit alles met de expresse wil en meninge ten opzigte van genoemde weduwe haer zuster Trijntje Gerrits, indien dezen zig komt te begeven in de huwelijkse staat met Otto Aartsz, haere tegenwoordige knegt, dat haar voornoemde prelegaat en de erfportie, voor 't geheel ofte eenig gedeelte, noch uijt eenige gemeenschap van goederen noch bij contract onder de levenden, bij uiterste wille ofte op eenige andere wijze, zal mogen gaan ofte komen nogte aan de gemelde Otto Aartsz, nogte aan de kinderen uit zodanig huwelijk te verwekken, in generlei manieren, als zulx expresselijk verbiedende bij deze.

Waarop nog de nadere bepaling volgt:

Gelijk zij testatrice in alle gevallen mede niet en wilde, dat het voors. prelegaat ende erfportie bij haar gemelde zuster Trijntje Gerrits uit kragte dezes t' erven ende genieten, nogte ook de renten vandien, aansprakelijk veelmin executabel zullen wezen voor eenige schulden ofte lasten reets gemaakt ofte nog te maken in eenigen manieren. Ende indien egter iemant harer crediteuren zulx zoude mogen ondernemen, dat alsdan het voors. prelegaat ende erfportie aanstonds zal moeten gaan en komen op haar gemelde zusters kinderen, die in zulken geval aan dezelve haar zuster zoo uijt het Capitaal als uit de renten zoo veel zullen moeten uitkeren als tot haar onderhoud van node zal wesen, en zal over 't voors. prelegaat ende erfportie haar levenlang gedurende administratie bekomen zodanig een persoon, als de gedagte haar zuster zelf daartoe zal komen te verkiezen.

Dat is helder: Trijntje Gerrits, die hoogstens vier jaar voor deze datum weduwe is geworden van Dirck Pietersz Block kan alleen erven van haar zuster als ze niet trouwt met haar knecht Otto Aartsz. Ook mag een eventueel legaat of erfenis door Trijntje Gerrits niet gebruikt worden om schulden mee te betalen.
Trijntje Gerrits heeft zeer waarschijnlijk van dit royale legaat geen gebruik kunnen maken want ze moet overleden zijn voor 8-5-1693 wanneer haar dochter Marretje bij haar huwelijk verklaart geen ouders te hebben, terwijl haar zuster Feijtje Gerrits op 4-4-1693 wordt begraven. Van een huwelijk tussen Trijntje Gerrits en Otto Aartsz is vooralsnog niets gebleken.

Poorterbewijs van Dirck Pietersz Block (ca. 1645-ca. 1690) afgegeven te Amsterdam op 26-11-1671.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Cornelis Dircxe Bakker
Voor het vinden van de doop en of ouders van Dirck Pieters Block kan wellicht diens mogelijke verwantschap met zijn voogd Cornelis Dircxe Bakker een aanknopingspunt vormen. Het volgende fragment levert een aanzet tot de beantwoording van deze vraag.

Claes Egbertsz, geb. 1591/92, ovl. 1658-1684, varentgeselle oud 24? jaren geen ouders hebbend wonende op Uijlenburg (1616), varentman van Leimuijden en wednr. van Lijsbeth Tonis, wonende op Uijlenburg (1621), schipper (1627), booromslagmaker (1637), ijzerkramer (1643), huw. get. (1658), otr. 1o Amsterdam geref. 28-5-1616 (get. Teunis Jans en Anne Pieters haer vader en moeder) Lijsbeth Tonis, ovl. 1616-1621, oud 24 jaren wonend in de Jonckerstraet (1616), otr. 2o Amsterdam geref. 7-1-1621 (get. Willem Arentsz en Grietje Minnes hare ouders) Anne(tjen) Willems, geb. 1598/99, oud 22 jaren woont op de Angeliersgraft (1721).
    Uit zijn tweede huwelijk:
  • a. Willem Claesz, ged. geref. Amsterdam Oude K. 7-10-1627 (get. Marijtje Willems).
  • b. Egbert Claesz, ged. geref. Amsterdam Oude K. 4-7-1630 (get. Jannetje Egbers, doopget. (1668), huw. get. (1670).
  • c. Jacob Claesz, ged. geref. Amsterdam Oude K. 18-7-1632 (get. Grietje Minnes en Marrij Willems).
  • d. Grietje Claesdr, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 28-11-1634 (get. Maritje Willems), ovl. na 1685, woont Bickerseijland (1658), otr. Amsterdam 30-1-1658 (get. zijn moeder (=stiefmoeder) Aeltje Isaacs, en Claas Egbertsz, haer vader) Jan Gerrits, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 13-11-1633 (get. Annetje Arents), ovl. 1675-1685, zn. van Gerrit Gerritse (de Jonge) en diens eerste vrouw Lutje Arents (zie kw. nr. 3206 ).
  • e. Pieter Claesz, ged. geref. Amsterdam Oude K. 28-5-1637 (get. Aerjaentje Claes en Fokel Willems), ovl. jong?
  • f. Aerjaentje Claesdr, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 13-9-1639 (get. Maritje Willems), doopget. (1668), wonend op het Bickerseiland (1670), otr. Amsterdam 29-3-1670 (get. haar broeder Egbert Claesz) Cornelis Dircxe Bakker, van Amstelveen en aldaar wonend, bierbeschooier, wednr. van Lijsbet Jans(¥) (1670).

    COMMENTAAR(¥) Zijn eerdere huwelijk zou kunnen zijn: Cornelis Dircxe, geb. 1635/36, varentman van Coppenhage, oud 26 jare wonend op de Negelantiersgracht (1662), otr. Amsterdam geref. 11-11-1662 (get sijn broeder Claes Dircxe en haer nicht Trijntje Pieters) Lijsbeth Jans, afkomstig van Zittert oud 32 jare wonend bij de Oosterkerck(1662).
  • g. Pieter Claesz, ged. geref. Amsterdam Oude K. 30-7-1643 (get. Giert Jans en Marij Willems, ovl. na 1684.
    Op 20-6-1684 verkopen Pieter Claasz, varentman, zoon en medeerfgenaam van zijn vader Claas Egbertsz, voor de ene helft en Dirk Pietersz Blok voor de andere helft, aan Hercules Bouman, blauwsteenkooper een Huis en erf op de Brouwersgracht (NZ), belend w.z. de wed. Jan Pronk, o.z. Philips Huijbertsz, achter Meijndert van Kunen. Borgen zijn Teunis Dirx Vreeland en Gerrit Gerritsz elk voor de helft van het huijs. [121]

Fragment Block te Rietwijk


Fragment A
In de archieven van het Burgerweeshuis te Amsterdam komen onder de boedelpapieren [122] van de erfgenamen van Dirk Pietersz Blo(c)k (zie kw. nr.
1602 ) een aantal stukken voor, betreffende een familie Blo(c)k te Rietwijck en Rietwijckeroort (Rijckeroort). Hieruit laat zich het volgende fragment samenstellen :
12816

Ia. Pieter Jansz Block, geb. vóór ca. 1575, ovl. vóór 1625, tr. vóór ca. 1600 (huw. noch dopen van kinderen gevonden te Amsterdam en Sloten) Aeltgen Jansdr, geb. vóór ca. 1580, ovl. vóór 1625 te Rijckeroort. Zij woonden te Rijckeroort.

Op 25-2-1625 compareren Jacop Pietersz Block, Jan Pietersz Block en Katrijna Pietersdr, "bij haer hebbende Arrent Stevensz (Broer), haar voogt .. gedrieën erfgenamen van Pieter Jansz Block en Aaltjen Jansdr, beiden overleden en gewoond hebbend op Rieckeroort. Zij maken een boedelscheiding ten overstaan van Jan Claasz, Gerrit Dircksz en Dirc Jans Diggel "als sijluiden middelaers ende gebueren hier over geroepen ende gebeden sijnde, woenende in den banne van Rijck op Rijckeroort". De volgende toebedelingen worden gemaakt:
Aan Jan Pietersz Block als vrij eigen goed: - een huis ende ??? met ca. 18 maden lands in de banne van Aalsmeer strekkende van de dijk af tot aan 't land van Katrijn Pietersdr, belend NZ het Sciphol, ZZ Kathrijn Pietersdr voors., Sijmon Puls met Willem Tonisz.
Aan Jacop Pietersz Block als vrij eigen goed: - een huis ende "koijhuisscuer" met ca. 15 maden land in de banne van Rieck op Rijeckeroort, strekkende van de dijk af tot aan het meer, belend NZ Jan Claes Tijssen, ZZ Claesgen Claesdr en Jan Jacopsz Spruijt. - 5 hont land in de Legmeer in de banne van Amsterveen gemeen liggend met Leendert Arrentsz en Jan Jans Mol, onder conditie dat Jacop Pietersz of zijn erfgenamen zullen betalen aan Katrijna Pietersdr zijn zuster, of haar erfgenamen 350 Car. gld. "het stuck gerekent tot veertich groeten Vlaems."
Aan Katrijna Pietersdr: - een huisje, "daer haer moeder saliger uijt gestorven is, staende op Jacop Pietersz voorsz. goed .... sijn werff". - een weer land, groot ca. 5½ maden in de banne van Rieck op Rijeckeroort, strekkende van de dijk tot de landscheiding belend ZZ St. Pieter Gasthuis te Amsterdam, NZ Dirck Jansz met Katrijna Pietersdr. - twee kampen land met een huisje in de banne van Rijeck op Rijeckeroort groot ca. 3½ made, strekkende van voornemde Dirk Jansz Diggel's land tot de landscheiding, belend ZZ Katrijna Pietersdr, NZ Jan Claes Tijssoen. - ca. 7½ maden land ,"genaempt Beste Vaderslant" leggende in den banne van Aelsmeer, belend NZ het Scyphol, ZW ... de erfgenamen van Broer Stevensz, NO Jan Pietersz en Willem Tonisz "met het recht van overpad, met besten hoij ende vruchten over Jan Pietersz voors. werff nu ende ter eeuwijchen daghen". - ca. 2 maden land in de banne van Aalsmeer, strekkende van Jan Pietersz voors. werf tot diens land toe, belenc ZZ de erfgenamen van Jacop Spruit, NZ Jan Pietersz voornoemd.
Elk der stukken land dient te worden "ontfangen met alzulke uuijt ende in paden ende overgange als sij van outs gehadt hebben", en is belast met "weck? wateringhe ongelden". Comparanten gaan akkoord met deze verdeling en beloven "malcander van dese voors. goeden niet meer te moyen noch te moolesteren in geender manieren nu noch ten eeuwijchen daghen". Zij ontvangen ieder een der drie "sceijsedullen, die van woord tot woorde alleens sijn luidende, die doorsneden sijn doer den a b c d".
De akte is ondertekend door Jacop Pietersz Block (merk +), Jan Pietersz Block (merk +), Arent Stevensz Broer (tekent zelf) en getuigen Jan Claes Tijssoen (merk /|\), Gerrit Dirksz (merk *) en Dirck Jansz Diggel (merk G) in presentie van .... Pieters "als klerck in den plaatse van den secretaris en als schout tot Rieck ende Rijeckeroort. Rechtonder staat in een andere hand bijgeschreven: "Trijn Pietersdr ende haer voecht Arent Stevens bekennen voldaen te wesen van de toegift die Jacop Pietersz toegeven most van de deeling". [123]
    Uit dit huwelijk:
  • a. Jacop Pietersz Block, geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1651.

IIa. Jacop Pietersz Block, geb. vóór ca. 1600, (huw. noch dopen van eventuele kinderen gevonden te Amsterdam en Sloten), heeft een werf te Rijckeroort (1625), erft in 1625 van zijn ouders een huis en "koijhuisscuer" met land in Rijckeroort, alsmede land in het gerecht Amstelveen, wordt op 14-10-1636 door Adriaen Pauw benoemd tot schout van Rietwijck en Rijckeroort voor een periode van drie jaar (1636-1639), en legt als zodanig de eed af op 30-10-1636, koopt de helft van drie morgen land te Rijckeroort van de Staten van Holland en West-Friesland (1639), wordt in 1651 door Gerrit Pauw benoemd als schout van Rietwijck ende Rietwijckeroort, woont te Rietwijkeroord (1639).

Regest
Op 15-5-1639 verkopen Mr. Jacob de With en Dirck de Vlamingh, heere van Outshoorn, gecomitteerde raden van de Staten van Holland en West-Friesland, aan Jacop Pietersz Block, schout op Rijckeroort, de helft van een perceel van drie mergen lants leggende op hemselven, daervan de wederhelft competeert de kercke van Amsterveen, streckende van de lantscheijdinge tot aen de Noortwech, belent aen de noortsijde t'Kerckepadt, ende aen de suijtsijde Cornelis Jacobsz Manck, gecomen van't Cruijs Autaer tot Amsterveen. Koopprijs \380 £ , 13 sch. te betalen aan de ontvanger generaal van den gemeenen kerckendienst Dirck van Schilperoort. W.g. Den Haag (A). Vossenburch, Henrick Nobel, P. Wagenaer.

Transcriptie
1 De Ridderschap, Edelen ende Steden van Holland ende Westvrieslandt, representerende den staten van denselven landen doe(n?) te weten dat wij tot vermeerderinge van de incomsten van geestelijcke goedren tot onderhout van den dienaren des goddelijcken woorts gedestineert ten eijnde op de betaelinge dersever (te) beter voorsien mochte werden, bevonden ende geordonneert hebben dat tot vercopinge van eenige derselven goedren alsnog geprocedeert souden werden, mits dat de penningen daaervan procederende op Renten jegens den penningen sestien ? souden beleijt ende beheert worden, ten meesten diesnte ende onderhout van de selve dienaren, ende dat wij daerop deur de heeren Mr. Jacob de WIth ende Dirck de Vlamingh, heere van Outshoorn, onse gecomitterde Raden naer voorgaende (affectie?) van (Billiette), binen de stadt Amsterdam onder anderen int openbaar vercocht hebben ende vercopen bij desen JAcop Pietersz Block, schout op Rijckeroort, de helft van een perceel van drie mergen lants leggende op hemselven , daervan de wederhelft competeert de kercke van Amsterveen, strckende van de lantscheijdinge tot aen de Noortwech, belent aen de Noortsijde t'Kerckepadt, ende aen de suijtsijde Cornelis JAcobsz Manck gecomen vant Cruijs Autaer tot Amsterveen, bij den hoof sonder maet mette voet gestoten sonder dat den voorn. coper van de overmaet uet sal betaelen, ofte van den ondermaet ijet sal mogen 2 corten ofte eijschen, daervooren den voorn. coper opt overleveren van den brieff gereet betaoelen sal den somma van drie hondert en tachtich ponden dertie schellingen te xl (40) groet t'pont in handen van onsen ontvanger generaal van den gemeenen kerckendienst, Dirck van Schilperoort, ende alsso wij den voorn. coper belooft hebben een brieff van de voorsz landen te passeren, .. soo (versijen?) wij ten behouve ende proffijten van den voors. coper van alle rcht, actie ende toeseggen, dat ons ofte t'voorn. Cruijs Autaer, daaraen gecompeteert heeft ofte competerende is , cederende, overdragende ende gevende, alle t'selven actie ende toeseggen, den vorrn. coper, Sijne erfgenamen ofte actie van den selves vercrijgende van nu voort(aen) ten eeuwigen dagem, omme t'voorn. landt te mogen aenvaerden, beruijcken ende daermede sijnen wille te doen sonder dat wij daeraen reserveren, nocht bij ijemant ander voor dese eerste (reijse?) geprtendeert sal mogen werden eenich recht van anecoop, naestinge, lossinge ofte ander vrij gelijck buijrlandt, sonder opstal van eenige renten, uijtgesondert de thijnsen, excijnsen , pachten, nijet hebbend natuijr van erffpacht, ofte andere diergelijcke cleyne beswaarnissen die welcjke cpmen ende blijven sullen tot laste van den voorn. coper., sulcx uit oplesen van de voorwaardende wel expresse .. geconditioneert 3 ende sal den voorn.coper vrij sijn nopende de eene helft van den xl peninge voor soveel t'landt ofte den voorn. comptore balangt, ende alleen gehouden sijn te betalen den tachtighsten penningh, ende dat voor dese reijse alleen en vorder nijet. Wort het voors. landt voorts vercoft, met sodanigen voordelen en lasten van servituijten, ende anders als't selve van outs gecompeteert ende geincubeert heeft, nijettegenstaende den bruijcker sijnen aen ende aff, ofte uijtganck vandien eenigen tijt herwarts elders te sijnen meesten diesnten, ende gemach (gemack/) genomen mochten hebben gehadt, ende wat (Questen?) den voorn. coper dienthalven? souden mogen werden e(i?)noveert, ofte die hij andere souden mogen moveren sal deselve gehouden sijn te vervolgen ende uijt te staen 't sijnen costen alleen des sal men hem vans'lants wegen alle assistenti, ende addres doen als naer behoren, item mede uut alsulcke lasten van dijckagie. Banwercken ende andere ongelden, als 't selve van outs heeft moeten dragen, dat oock den voorn. coper hem sal moeten reguleren ofte gedragen, nopende de huijsinge, schuure ofte ander getimmerte, mitsgaders houten heijningen t welc opt voorsz lant souden mogen staen alsmede 't g(eent) daerinnen besijt soude mogen wesen achtervolgende den voorgemelde conditie den ommestaende voorgelesen, daerinne 4 dien aengaaende oock breder (meutie?) is gemaect ende hem vorder alles hebben te reguleren nae de selve daertoe men sich om cortheijts willen is refererende,. Belovende voorts deze vercopinge te doen approberen ende staende te houden, bij alle tractaten van peijse ... reves ? off anders, oock tegens eenen ijegelijcken ende dat wij de selve landen ten eeuwigen dagen, voor alle lasten, calangen?, beco..r.grn 't sij generael ofte speciael voor dat(e) deses daerop gestelt sullen vrijen ende waren-ende den eijgenaers in't vrije gebruijck ende possessie der selver mainteneeren tegens eenen ijegelijck, nemende tot onsen laste alle feijtelijcken en rechtelijcken beswaernissen, die tot eenigen tijden souden mogen opcomen, aff te weeren ende den eijgnaers van dien costeloos ende schadeloos te houden tegens eenen ijegelijck. Verbindende voor de onderhoudenisse van elle ende een ijder der voors. pointen de goederen ende incomsten van t gemeene lant van Hollandt ende Westvrieslandt, stellende deselve ende elck van dien tot bedwanck van alle rechten ende rechteren te voldoen , Renuncieerende toto dieneijnde alle privilegien ende rschten , ende alle 't genen dat tot wederlegginge ofte enervatie van desen ofte eenich point vandien, soude mogen bedacht, ofte voorgestelt werden ofte sonderlinge 5 de rechten seggende, dat generale reninciatie van geender waarden is, tenzij de speciale renunciatie voorgaeett. Derogeerende ook mede soo veel des (Niet?) sij, allen rechten , wetten ende ordonnantien, die hier tegens souden mogen strijden, ofte desen verhinderen in eeniger manieren ende gemerct dat nae boorgaende ordonnatie ende placaten optr vervreemdinge van onroerende goederen gemeaect, t'voors. verccohte lant, behoort getransporteert, ofte overgedragen te werden, voor den gerechten daer t'selve gelegen is. Soo hebben wij nochtans verstaen ende verstaen mits desen dat den. voorn. coper genouch sal wesen d'opdrachten, die wij hem bij desen tegenwoordigen sijn doende alleenlijck dat hij desen onsen brieff sal denuncieren aen die van den ggerechte daeronder de voorsz landen gelegen sijn om van dese onse opdrachten en transporte kennis te hebben, ende 't selve in hare registrendoen registreren. Des 't' oirconden hebben wij onsen grroten segelen aen desen doen hangen ende bij onse gecommitteerde Raden ende secretaris gedaen teijckenen in Den Hage op den vijftienden meij in t jaer ons heeren duijsent ses hondert negen en dertich. w.g. ... (A). Vossenburch, Henrick Nobel, P. Wagenaer 1639
Ontvangstbewijs d.d. 18-7-1639 (slecht leesbaar)
"Ontfangen door handen van Guilijaem Dassengi vanwegen Jacob Pietersz Block tot Rijckeroort de somme van driehondert tachtig ponden van xl gl. 't pont over de volle betalinge van de cooppen(ningen) van de helft van iii mer(gen) lants in desen vermelt naer advenant bij mij S(ecre)t(ari)s op dato ter ... te betalen volgens den coopvoor waerden, doen(de?) in contant op de eerstdurijtie? der? voors. somme, Actum op xviii July 1639." In margine: ".. aens xx Julij .. heden dat.." W.g. D. Schilperoorts. [125]
Generale Privilegien ende Hantvesten van Kennemer-landt ende Kennemer-ghevolgh[126]

Rietwijck ende Rietwijcker-oort
De Heerlijckheydt van Rietwijck belendt aen Nieuwer-kerck, Sloten ende de nieuwe Meyr. Rietwijcker-oort over de voorschreven Meyr gheleghen, scheydt sich zuydt-oost met Amster-veen, ende noord-west met het oost-eynde van 't Schips-hol.
d' Ingesetenen deser plaetsen zijn tol-vry, ende waren van oudts gewoon hare Beden, Subventien, schot ende lasten te vinden uytten schot-ponden, die sy-luyden onder malkanderen niet hoogher estimeerden, als tot twee hondert Rijnsch gulden. De selve zijn mede jaerlijcks schuldigh aen de Graeflijckheyt van Hollant, van Herfst-bede die Bartholomei verschijnt twintigh schellingen, ende van Boddinghe die eens te drie Jaren Sinte Maertens dage vervallen, thien schellingen.
Zijn van de voor-ghemeldte Graeflijckheydt ghescheyden ende ghesepareert gheworden, in middele ende lage Jurisdictie, als vooren is aenghewesen.
Ende hebben nu tot haren Heere Joncker Gerrit Pauw, Rentmeester van de Espargne des meer-gemeldte Graeflijckheydts, die tot sijnen Schout over de voorsz Ambachten heeft ghestelt Jacob Pietersz Block, ende tot Schepenen voor den loopenden Jare sesthien hondert een-en-vijftigh (1651), Gijs Willemsz, Willem Jansz Bes, Theunis Dircksz, Jan Pieters, ende Claes Jansz, midtsgaders tot Secretaris Pieter Jacobsz Block, die 't bewindt van Justitie, ende verdere regeeringe werdt vertrout, die mede nae Kennemer zede jaerlijcks verkiesen een Kerck-meester over Rietwijck, eenen Polder-meester over Rietwijcker-oort stellen.
    Uit hem vermoedelijk:
  • a. Pieter Jacobsz Block, vóór ca. 1625, wordt door Gerrit Pauw in 1651 benoemd tot secretaris van Rietwijck en Rietwijckeroort. Hij zou de vader kunnen zijn van Dirk Pietersz Blok (kw. nr. 1602).

IIb. Jan Pieters Block, geb. vóór ca. 1600, (huw. noch dopen van eventuele kinderen gevonden te Amsterdam en Sloten), heeft een werf te Rijckeroort (1625), erft in 1625 van zijn ouders een huis en land in het ambacht Aalsmeer.
Uit het feit dat deze stukken zich onder de boedelpapieren van de erven van Dirk Pietersz Blok bevinden moet geconcludeerd worden dat er hier van afstamming in de mannelijke hetzij in de vrouwelijke lijn sprake moet zijn. Een bewijs daarvan is echter nog niet te leveren bij gebrek aan gegevens over de ouders van Dirk Pietersz Blok. Aansluiting zal verder bestaan (maar is nog niet aangetoond) met het volgende


Fragment B

Ib. Kornelis (Block?), geb. vóór ca. 1650.

      Uit dit huwelijk:
    • 1. NN Jans Block, beg. Rietwijk 4-4-1706 (gaarder ƒ 3,--, aangever de vader Jan Cornelisz Block).


II

IIa. Pieter Kornelis Block, geb. vóór ca. 1675, beg. Rietwijk 19-3-1719 (gaarder ƒ 3,--, aangever Jan Cornelisse Block), j.m. van Aelsmeer (1696), otr. Rietwijk 3-11-1696 (gaarder ƒ 3,--) Engeltie Jans, beg. Rietwijk 9-11-1729 (gaarder ƒ 3,--, aangever Dirck Gerritse Fock), j.d. wonend te Rietwijckeroort (1696).

De erfgenamen van de wed. van Pieter Block betalen ƒ 2,10 verponding voor een bouwhuijs in Rietwijckeroort (1733).
    Uit dit huwelijk verm.:
  • a. Jannitie Pieters Block, geb. vóór ca. 1705, beg. Rietwijk 27-2-1752 (gaarder ƒ 6,--, aangever Pieter Arisz Lely), otr. Rietwijk 17-7-1726 (gaarder ƒ 6,--) Dirck Gerritse Fock, beg. Rietwijk 4-7-1750 (gaarder ƒ 6,--, aangever Cornelis Blok), treedt op als aangever (1729).
    Dirk Gerritse Fock en Cornelis Pieterse Block betalen ƒ 2,10 verponding in Rietwijckeroort (1733).


III

IIIa. Cornelis Pieterse Block, geb. Rietwijkeroordt ca. 1710, ovl. na 1774(¥), beg. Rietwijk 25-2-1752 (gaarder ƒ 6,--, aangever Jacob van der Hoeven), minderjarige j.m. wonend op Rietwijkeroordt (1732) treedt op als aangever (1735..1750), otr. Rietwijk 19-1-1732 (gaarder ƒ 6,--) Jannitie Cornelis Candelaer, beg. Rietwijk 26-12-1746 (gaarder ƒ 6,--, aangever haar echtgenoot Cornelis Block), minderjarige j.d. wonend onder Mijdreght (1732).

COMMENTAAR(¥) Cornelis Pieterse Block, beg. Rietwijk 25-2-1752 (gaarder ƒ 6,--, aangever Jacob van der Hoeven), kan dus niet kloppen. Hij leeft nog in 1774.

Archief Ambacht Nieuwer-Amstel, Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder:
505. Kwitantie voor Cornelis Pietersz Blok voor de betaling van de impost op het begraven van zijn kind 1745 1 stuk [127]
Archief Ambacht Nieuwer-Amstel, Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder:
481. Testamenten ten overstaan van Willem Dolleman, notaris bij het hof van Holland, van Geertje, Jan, Pieter en Cornelis Blok, minuten 1770 - 1773 2 katernen [128]
    Uit dit huwelijk (o.a.?):
  • a. NN Cornelis Block, beg. Rietwijk 9-6-1735 (gaarder ƒ 6,--, aangever de vader Cornelis Block).
  • b. NN Cornelis Block, beg. Rietwijk 11-1-1742 (gaarder ƒ 6,--, aangever de vader Cornelis Block), tegelijk aangegeven met
  • c. NN Cornelis Block, beg. Rietwijk 11-1-1742 (gaarder ƒ 6,--, aangever de vader Cornelis Block).
  • d. NN Cornelis Block, beg. Rietwijk 10-11-1742 (gaarder ƒ 6,--, aangever de vader Cornelis Block).
  • e. NN Cornelis Block, beg. Rietwijk 2-8-1745 (gaarder ƒ 6,--, aangever de vader Cornelis Block).
  • f. Jannetje Cornelis Blok, beg. Rietwijk 8-7-1760 (aangever Willem Candelaar, "het lijk hoort onder de classe ƒ 6,- dog om dat dezelve ongehuwd is overleden en haare goederen collateraal moeten geerft worden dubbelt regt betaald" ƒ 12,--).
  • g. Pieter Blok, geb. ca. 1742, ovl. 1805-1810, treedt op als aangever (van het lijk van Willem Candelaar 1767, en verder tot 1805), testeert 1770-1773, en 1778, schepen van Rietwijk (1773), woont te Rietwijckeroord (1774), vermeld op de Lijst van inwoners van Rietwijkeroord (ca. 1800) [129] als Pieter Blok, 58 jaar, koehouder, ongehuwd.
    Archief Ambacht Nieuwer-Amstel, Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder:
    485. Testament ten overstaan van Willem Dolleman, notaris bij het hof van Holland, van Pieter Blok, minuut 1778 1 katern [130]
    Archief Ambacht Nieuwer-Amstel, Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder:
    490. Akte van overdracht ten overstaan van Willem Dolleman, notaris bij het hof van Holland, door E.J. Blok aan zijn broer Pieter Blok van een obligatie, ter waarde van 10.000 gulden, staande ten laste van het Land van Holland en West-Friesland, minuut 1779 1 stuk [131]
    Archief Ambacht Nieuwer-Amstel, Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder:
    493. Akte van dècharge ten overstaan van Willem Dolleman, notaris bij het hof van Holland, voor Pieter Blok, Pieter Buijs en Jan van der Swaard als voogden over de destijds minderjarige Aagje van der Beek, thans echtgenote van E.E. Cornelis Albertsz., minuut 1785 1 katern [132]
    Archief Ambacht Nieuwer-Amstel, Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder:
    511. Akte van taxatie ten overstaan van schout en schepenen van de nalatenschap van Pieter Blok, in verband met het successierecht, minuut 1810 1 stuk [133]
  • h. Jan Blok, geb. vóór ca. 1765, beg. Rietwijk 16-4-1799 (gaarder ƒ 3,--, aangever Cornelis Alberts), testeert 1770-1773, en 1777, woont te Rietwijckeroord (1774), j.m. wonende op Rietwijckeroort (1777), treedt op als aangever (1772..1797), otr. Rietwijk 18-4-1777 (gaarder ƒ 15, attestatie verleend om te Ouderkerk te trouwen 4-5-1777) Pietertje Janse Stip, geb. ca. 1758, beg. Rietwijk (jan?) 1805 (gaarder ƒ 3,--, aangever Pieter Blok), j.d. wonend onder Ouderkerk (1777), testeert 1777, vermeld op de Lijst van inwoners van Rietwijkeroord (ca. 1800) [134] als Pietertje Stip, 42 jaar, koehoudster, weduwe met 3 kinderen.
    Archief Ambacht Nieuwer-Amstel, Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder:
    483. Testament ten overstaan van Willem Dolleman, notaris bij het hof van Holland, van Jan Blok en Pietertje Jansz Stip, echtelieden, minuut 1777 1 katern [135]
    Archief Ambacht Nieuwer-Amstel, Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder:
    517. Stukken betreffende een rechtzaak van Lambertus Overmans tegen Petronella Jansz Stip, weduwe van Jan Blok, dienende voor de vierschaar te Rietwijk en Rietwijkeroord, vermoedelijk een geldkwestie 1800 3 stukken [136]
    Archief Ambacht Nieuwer-Amstel, Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder:
    484. Inventaris opgemaakt door schout en schepenen van Rietwijkeroord van de nalatenschap van Pietertje Stip, weduwe van Jan Blok 1805 1 katern [137]
      Uit dit huwelijk (o.a.):
    • 1. NN Jans Blok, beg. Rietwijk 8-6-1786 (gaarder ƒ 15,--, aangever de vader Jan Blok).
    • 2. Neeltje Blok, beg. Rietwijk 5-7-1786 (gaarder ƒ 15,--, aangever de vader Jan Blok).
    • 3. NN Jans Blok, beg. Rietwijk 24-6-1790 (gaarder ƒ 3,--, aangever de vader Jan Blok).
    • 4. Jannetje Blok, beg. Rietwijkeroort 23-1-1792 (gaarder ƒ 6,--, aangever de vader Jan Blok).
    • 5. Cornelis Blok, beg. Rietwijkeroort 5-4-1798 (gaarder ƒ 3,--, aangever de vader Jan Blok).
      In 1880 zijn er drie kinderen in leven:
    • 6. NN Jans Blok, geb. vóór 1800, ovl. na 1800.
    • 7. NN Jans Blok, geb. vóór 1800, ovl. na 1800.
    • 9. Joanna Blok, geb. 1794/95, dr. van Jan Blok en van Pietje Cornelisse Stip (sic!), oud 19 jaar (1814), tr. Nieuwer-Amstel 18-11-1814 Gerardus Kok, geb. 1893/94, landbouwer oud 20 jaar (1814), zn. van Willem Kok en van Maria van Schulpen.
  • i. Cornelis Blok, beg. Rietwijk 13-7-1772 (aangever Jan Blok van het "lijk van zijn broeder Cornelis Blok alhier overleden, gehoort onder de classe van ƒ 15,-- dog om dat dezelve ongehuwt is overleden betaalt dubbelt regt dus ƒ 30,--), testeert 1770-1772.
  • j. Geertje Blok, geb. vóór ca. 1750, ovl. na 1774, meerderderjarige j.d. wonende op Rietwijkeroord (1774), tr. (huw. voorw. 22-5-)1774 Gerrit van Zijl, ovl. na 1774, meerderjarige j.m. wonende onder de banne van Slooten (1774).
    Archief Ambacht Nieuwer-Amstel, Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder:
    491. Akte van transport ten overstaan van W. Dolleman, notaris bij het hof van Holland, door G. Blok aan haar broers Pieter en Jan Blok, van een huis met land, gelegen te Demmerik, alsmede twee kampen land, gelegen als bovengenoemd voor de som van 80 gulden, minuut 1773 1 katern [138]
    Op 22-5-1774 compareren te Rietwijkeroord Gerrit van Zijl meerderjarige j.m. wonende onder de banne van Slooten, en Geertje Blok meerderderjarige j.d. wonende op Rietwijkeroord, om huwelijkse voorwaarden te maken. Zij brengen al hun goederen, effecten en gelden in de gemeenschap van goederen in. Alle winsten en verliezen, erfenissen etc. staande hun huwelijk zullen ook in de gemeenschap van goederen vallen. Zij herroepen eerdere testamenten en codicillen. Zij benoemen elkaar tot tot enige algehele erfgenaam met de verplichting eventuele kinderen "behoorlijk op te brengen" en uit te zetten in hun ouderlijk erfdeel. Als Gerrit van Zijl overlijdt zonder kinderen na te laten dan ontvangt zijn vader Cornelis van Zijl ƒ 700,-- in plaats van de legitieme portie. Als zijn vader daarmee niet tevreden is, dan ontvangt in diens plaats zijn zuster Antje van Zijl ƒ 800,--. Mocht zijn vader al overleden zijn dan ontvangt genoemde Antje ƒ 1500,--. Als Geertje Blok overlijdt zonder kinderen na te laten dan ontvangen haar broeders Pieter Blok en Jan Blok beiden wonende op Rietwijckeroord ieder ƒ 1500,--. Comparanten benoemen voorts elkaar tot executeurs, en voogd over eventuele kinderen. Gerrit van Zijl benoemt voorts tot voogd over eventuele na te laten minderjarige kinderen zijn zuster Antje van Zijl en mocht deze overleden zijn "de personen van Willem Kok wonende te Amstelveen en de heere Martinus van Kuijl mediciene doctor woonende onder Slooten". Zij sluiten de weeskamer uit. Getuigen Pieter van der Beek en Jan Dolleman. W.g. Gerret van Seijl, Geertje Blok en getuigen. [139]


C

Jan (Block?), geb. vóór ca. 1650.
    Uit hem (o.a.?):
  • a. Jan Jansz Block, geb. vóór ca. 1675, ovl. na 1719, j.m. wonend te Rietwijk (1700), treedt op als aangever (1719), otr. Rietwijk 9-4-1700 (gaarder ƒ 2,--) Marritie Tamis, j.d. wonend op Rietwijckeroort (1700).
      Uit dit huwelijk verm.:
    • 1. Aaltjen Jans Block, geb. vóór ca. 1710, j.d. uijt Buijtenvelderd onder de gereghte van N. Amstel otr. Rietwijk 23-2-1730 (gaarder ƒ 6,--) Jan Cornelissen Manck, j.m. van Rietwijckeroordt, verm. zn. van Cornelis Gerritse Manck en Marritje Schoolenaer.

1604. AMBROSIUS DE WARM, ged. Amsterdam Westerk. 22-10-1656 (get. Marrijken Snewaters), ovl. 1737-1744 (beg. niet gevonden te Amsterdam), woont in de Elandsstraat (1682), in de Loijersstraat (1704, 1705), poorter van Amsterdam 13-4-1683 als greinwerker, (zijde)grijnwerker (1683..1730), doopget. (1717..1728), otr. Amsterdam 29-8-1682 (get. Johannes de Warm, sijn vader en Jannetje Beku, "vader ziek")

1605. SUSANNA (SANNEKE) CLAES (BEKU(E)), ged. Amsterdam Oude K. 17-2-1661 (get. Jasper de Keijsers en Trijntje Juriaans), beg. Amsterdam Karthuizerkh. 26-12-1737 ("Susanna Bekue, huijsvrouw van Ambrosius de Warm in de Oude Looijerstraat voorbij de dwarsstraat, een baar, laat 4 kinderen na), woonde Oude Lojersstraat (1682, 1737), doopget. (1716..1730).

1606. STEVEN LEENDERSZ (STRUIJS), ged. Amsterdam Noorderk. 6-7-1659 (get. Issack Stevens, Greijtien Jurrijans en Marike Meijssels), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 29-4-1708 (een baar, laat 3 kinderen na), kleermaker in de Mouthaansteegh (1682), poorter van Amsterdam 26-3-1682 als korendrager (zijn schoonvader Adriaen Bastiaans is factoor), woont Vinkestraat hoek Mouthaansteeg (1708), doopget. (1708), otr. Amsterdam 27-2-1682 (get. Trijntje Jans, sijn moeder en Geesje Barents, haar moeder)

1607. AERTJE (AALTJE) ADRIAENS, ged. Amsterdam Noorderk. 12-10-1653 (get. Greijtgen Tijsse), beg. Amsterdam Karthuizerkh. 5-10-1728 (wed. van Steven Struijs, een baar), woonde in de Vinkedwarsstraat (1682), op de Princegragt tussen de Tuin- en de Egelantiersstraat (1728), doopget. (1708..1717).

1608. NN (LINDEMAN?), ovl. vóór 1687.

1610. TOP LAMBERTS(EN), geb. ca. 1620?, beg. Elburg 10-6-1675 ("in de trans int kruiswerck den 10en Juny 1675, is voer kercken gerechticheit 4 - 4 - 0"), heeft als Top Lamberts zijn wasgelt betaald (1640), is gildemeester (1647-1648, 1658-1659), en gildebroeder (1670, 1672) van het schoenmakersgilde te Elburg, [151] belender in het Goor (1655), belender bij de Goorpoort (1657, 1667), momber over het onmondige kind van Albert Tops (1667), vermeld als diaken te Elburg (1661), [152] woont in het westerkwartier van Elburg, betaalt schoorsteengeld voor 3 vuursteden (6-7-1677 "van Grietjen Harmens betaelt op de naam van Top Lambertsen" f 1-10-, 27-4-1677 van de wed. van Topp Lambertsen "modo (= heden) Aelt Top" f 6--, 1678[153], tr. 2o Elburg 11-1-1674 (met attestatie op Hattem) GEERTRUIT GERRITSEN, ovl. na 1677, j.d. van Hattem. tr. 1o ca. 1642?

1611. GEERTIE LAMBERTS (COOPS), beg. Elburg 29-4-1670 (als Geertjen Coops huisvrouwe van Top Lambersen is bergaven in de trans, bedraeght voor de kercke 4 - 4 - 0 , borge Lubbert Geldorp).

Op 17-7-1675 verkopen Dibbolt Meyer en Weima de Vos, echtelieden, aan Aalt Lambertsen Top een hof voor de Goorpoort tussen Beert Albertsen Penninck en Celeman van Ommeren. Zij stellen tot waarborg Gerrit Vos. [154]
Op 18-9-1675 verkopen Henrick Gerritsen en Stijne Aerts, echtelieden aan Aalt Top het 6e deel van de kleine "Feussenhoop" waarvan koper en zijn zoon de andere 5/6 bezitten. actum den 18 sept coram Erkelens en Henricides (1675) [155]
Op 24-8-1677 Henrik Jansen van Sittardt als momber over de kinderen van Barthold Evertsen met namen Cornelia en Thiman en Henrik Jansen Dronkelaar als momber van het nagelaten kind van Aelt Top, genaamd Henrik Top ten aanzien van des kinds gerechtigheid van te mogen trekken uit een van de 3 voedergrondsen verkopen dit aan Meintjen Jans enz. [156]
NB Indien het hier bovenstaande Aelt Top (kw. nr. 1610) betreft dan zou uit deze akte blijken dar er in 1667 een minderjarige nagelaten zoon Henrik Top is.

Fragment Deutgenius
Voor het onderzoek naar Top Lamberts (zie kw. nr. 1610 in de Kwartierstaat Lapikás), wiens zoon Lambert Top trouwt met Anna Elisabeth Deutgenius, en wiens dochter Geertruid Top trouwt met Everhardus Deutgenius, bleek het nodig een en ander uit te zoeken over de familie Deutgenius in de 17de en 18de eeuw. De resultaten daarvan worden in onderstaand fragment weergegeven.

Proloog

Wapen Deutgen : in zilver twee groene klaverbladen en een roode roos. Helmteeken: de roos tussen een vlucht. Mr. Bernardus Deutgenius (geb. 1615) zegelt in 1668 met dit wapen. [163]


Dr. Mr. Eberhard (Bernard) Deutgen, geb. vóór ca. 1575, ovl. Düren 1642, ingeschreven als student aan het Paedagogium te Herborn voor het winter semester 1590/91 en "in secunda classe" zomer 1591 ("Everhardus Deutgenius, Marcoduranus"),[164] ingeschreven als student aan de Hogeschool te Herborn 1594 ("Eberhardus Deutgenius, Deurensis"), kennelijk nog in hetzelfde jaar uit Herborn naar Siegen gegaan,[165] promoveerde op 18-5-1597 aan de Universiteit van Marburg in de rechten op stellingen getiteld "De Testamentis ordinandis, et quibus modis testamenta infirmentur", schepen (te Düren), zn. van Wilhelm Deutgen secretaris en burgemeester (van Düren) en van Maria Keuchenmacher, tr. vóór ca. 1605[166] Catharina Lauven.


Frontpagina (links) van de Stellingen waarop Eberhardus Deutgenius in 1597 te Marburg promoveerde in de rechten. Rechts de opdracht aan zijn vader Wilhelmus Deutgenius, secretaris van Düren. [167]
klik op plaatje(s) om te vergroten
    Uit dit huwelijk:[168]


I

Ia. Ds. Ever(h)ardus Deutgenius, geb. sept. 1611, ovl. 30-4-1693, beg. Ruinerwold (Blijdenstein) NH Kerk ("oud 81 jaar 7/M"),[188] ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Leiden 14-6-1635 ("Everardus Deutgenius", Marco-Duranus Juliacensis, 23 (jaar)"),[189] ingeschreven als student filosofie en theologie aan de Universiteit van Franeker 9-9-1635 ("Everardus Deutgenius, Durensis Juliacensis"),[190] medeoprichter van het Geldersch-Overijselsch-Drentsch college van studenten aan de Universiteit van Franeker (1635),[191] j.g. van Deuren (1641), wordt op classis den 4-3-1641 tot conrector der Latijnsche Schole te Meppel aanbevolen en was daar als zoodanig in dienst den 14-10-1641, wordt bij deze classis preparatoir geëxamineerd den 14-4-1642, maar het bewijs daarvan wordt hem eerst afgegeven den 28-6-1647, omdat hem opgelegd was zich in het prediken om de 2 of 3 weken te oefenen in de tegenwoordigheid van de predikanten Van Meppel en waaraan hij traag voldeed,[192] conrector der Latijnse school te Meppel (1641-1648), doet op 2-10-1648 zijn intrede te Thuynen in het graafschap Lingen, predikant aldaar (1648-1653),[193] is op 8-8-1653 beroepen[194] van Thuine in Lingen als geref. predikant naar Ruinerwold (Blijdenstein), geref. predikant aldaar 1653-1693,[195] en tevens voorlezer en voorzanger,[196] doopget. te Amsterdam (1683), tr. Meppel nov. 1641 Anna Elysabeth (Anneken) Neander(s), geb. vóór ca. 1620, j.d. van Coekange (1641), dr. van Dr. Daniel Carolus Neander, schoolmeester, predikant te Koekange (1623-1654),[197] [198] en van Tatia Sartorius.[199]

In het Archief van de Universiteit te Franeker bevinden zich Lijsten van Dossiers inzake Criminele en Civiele Processen (meestal gevoerd tegen studenten). Hierin komen voor:[200]
  • 3-9-1638: E. Deutgenius (en anderen) wegens vechten bij het huis van Pieter Hotses.
  • 1-7-1640: Deutgenius (student) wegens beledigen van burgemeester C. Ghemmenich.
  • 5/6-2-1641: Deutgenius (student) (en anderen) wegens insolentie op straat.
  • 4/15-8-1641: Deutgenius (student) (en anderen) wegens insolentie op straat tegen Jac. Clases, assistent.
    Het eerste voorval betreft blijkbaar Everardus Deutgenius, de drie volgende mogelijk ook hem, of zijn broer Bernardus Deutgenius die tegelijk met hem in 1635 als student te Franeker werd ingeschreven.
  • Everhardus Deutgenius werd in 1641 conrector te Meppel en kwam van daar in 1648 als eerste predikant te Thuynen. Hij was reeds 14-4-1645 bij de Classis Meppel praeparatoir geëxamineerd, waarvan hij echter eerst 18 Juni 1647 het bewijs ontving, omdat hem opgelegd was zich om de twee of drie weken in tegenwoordigheid der predikanten van Meppel in het prediken te oefenen, waaraan hij traag voldeed. Hij werd van Thuynen te Ruinerwold (Drenthe) beroepen 8-8-1653, waar hij, niettegenstaande vele onaangenaamheden, toch bijna veertig jaren als predikant werkzaam bleef. Hij overleed daar den 30sten April 1693, oud 81 jaren.[201]
    Bij de visitatie van de parochie in Ruinerwold in 1657, 1663 en 1664 klaagde Everhardus Deutgenius dat hij geen onderwijzer, kosterij noch traktement daarvoor was, zodat hij bezwaard was met voorlezen en het voorzingen. Bij de visitaties in 1659 en 1660 klaagde hij dat de gemeente weigerde hem te betalen en zocht te verduisteren "het recht van gehoorsaem gelt" dat een gedeelte van zijn jaarlijkse inkomen uitmaakte.[202]

    Kerk te Blijdenstein waar Ds. Everardus Deutgenius van 1653-1693 geref. predikant was.
    Tekening door Cornelis Pronk (1691-1759)
    Pen in zwart, grijs gewassen, 144x196 mm
    Datering: 1732?
    Locatie: Rijksdienst voor de Monumenten Zorg
    Bron: Beeldbank Stichting Historie Ruinerwold
    Kerk met klokkenstoel te Koekange waar Dr. Daniel Carolus Neander (schoonvader van Everardus) van 1623-1654 geref. predikant was.
    Tekening door Cornelis Pronk (1691-1759)
    Datering: 1732
    Bron: Historische Vereniging De Wijk - Koekange

    klik op plaatje(s) om te vergroten
      Uit dit huwelijk (o.a.?):
    • b. Everhardus Deutgenius, geb. Bleidensteen 1647/48, beg. Amsterdam St. Anthoniskh. 10-1-1697 (op de Fluwele Burgwal, laat 6 kinderen na), volgt IIa.
        Uit dit huwelijk:
      • 1. Harmanus van Leut, ged. geref. Amsterdam Zuiderkerk 22-11-1684, beg. verm. Nieuwe Kerk 2-2-1737 ("Hermanus van Leut").
    • k. (Maria) Ida Duijtgenius, geb. vóór ca. 1660, beg. Amsterdam St. Anthonis Kerkhof 5-2-1696 ("Ida Duijtgenius", verm. kinderloos), doopget. (1676, 1685, 1690, 1693), otr. Amsterdam geref. 28-8-1693 Hendrick Jansz van der Sluijs, ovl. na 1704, wednr. van Jannetje Bartels (huw. 1669, zij ovl. 1691). Hij hertr. 1o Amsterdam geref. 27-4-1696 Margrieta Fontain, ovl. 1704, wed. van Wouter van Dorgeest, en hertr. 2o Amsterdam geref. 23-1-1705 Albertje Benninghs.
      Op 14-3-1685 verkopen de erven van Annetje Harmans, wed. van Klaas Barentsz en de erven van Elsje Claes wed. van Hendrik van der Mast, aan Henrik Jansz van der Sluijs, een achterhuis en erf in de Anjeliersstraat (NZ) te Amsterdam. [204]
      Hendrick en Ida hebben vermoedelijk een voorechtelijk kind:
      • 1. Johannes Hendriks, ged. geref. Amsterdam Nieuwe Kerk 25-2-1693 als zn. van Hendrik Jansz en van Ida Jans (sic!).


    II

    IIa. Everhardus Deutgenius, geb. Bleidensteen 1647/48, beg. Amsterdam St. Anthoniskh. 10-1-1697 (op de Fluwele Burgwal, laat 6 kinderen na), kuijper (1682), woont op de Fluweleburgwal (1682, 1697), doopget. (1674, 1676, 1685, 1693), otr. Amsterdam geref. 17-4-1682 (hij met vaders consent, haar ouders dood, zij geasst. met Anna Lijsbeth Deutgenius) Geertruid Top, ged. Elburg 19-3-1657, beg. verm. Amsterdam St. Anthonieskh. 20-8-1709 (als Geertruijd Top op de Oudezijdsarmsteeg, laat 3 kinderen na), woont op het Singel (1682). doopget. (1674, 1701), dr. van Top Lamberts gildemeester en diaken te Elburg en Geertie Lamberts (Coops) (zie kw. nr. 1610 ).

      Uit dit huwelijk:
    • a. Everhardus Deutgenius, ged. geref. Amsterdam Zuiderk. 7-4-1683 (get. Everhardus Deutgenius, Anna Elisabeth Deutgenius), beg. Amsterdamkarthuizer Kh. 31-7-1749 (in de Nieuwe Leliestraat tussen de tweede en derde dwarsstraat), volgt IIIa.
        Uit dit huwelijk:
      • 1. Christina Soepenkamp, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 17-2-1717 (get. Dirk Soepenkamp en Abigael Tops), beg. Amsterdam 28-10-1718 (kinderlijken, kind van Harmanus Soepenkamp).
      • 2. Dirck Soepenkamp, ged. geref. Amsterdam Oude K. 3-1-1723 (get. Daniel Duijtgenius en Abigael Tops), beg. Amsterdam 2-5-1723(kinderlijken, kind van Harmanus Soepenkamp).
    • d. Albartus Deutgenius, ged. geref. Amsterdam Oude Zijdsk. 24-10-1688 (get. Lambert Tops, Hendrikjen Tops), doopget. (1714).
    • e. Daniel Deutgenius, ged. geref. Amsterdam Oude K. 14-12-1690 (get. Deodatus Deutgenius, Marija IJda Deutgenius), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 19-5-1768, volgt IIIb.
        Uit haar eerste huwelijk (Duijts-Deutgenius):
      • 1. Albartus Duijts, ged. geref. Amsterdam Oude Kerk 4-5-1714 (get. Albartus Deutgenius en Grietje Blankevoogt).
      • 2. Everardus Duijts, ged. geref. Amsterdam Oude Kerk 20-10-1715 (get. Poulus Duijts en Grietje Blankenoort).
      • 3. Poulus Duijts, ged. geref. Amsterdam Westerkerk 19-12-1717 (get. Grietje Blanckevoort).
        Uit haar tweede huwelijk (Croese-Deutgenius) :
      • 1. Claas Croese, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 18-4-1728 (get. Harmanus Soepenkamp en Geertruij Duijtgenius).
    • g. Abigel Deutgenius, ged. geref. Amsterdam Oude Zijds Kapel 16-12-1696 (get. Barent Lindeman, Abigael Tops).

    IIb. NN Deutgenius, ged. geref. Meppel 25-1-1648 (de vader Ds. Everhardus Deutgenius, die zelf het doopboek bijhield, schrijft slechts "mij een soongen"), verm. identiek met Jo(h)annes Deutgenius, ovl./beg. Amsterdam Oude Kerk 14/18-3-1744, doopget. (1685, 1717) te Amsterdam, meestertimmerman (te Amsterdam), otr. Amsterdam geref. 13-6-1687 Cat(ha)rina Schip, ged. geref. Amsterdam Nieuwe Kerk , beg. Amsterdam Oude Kerk 7-6-1724 ("Catharina Schip vrouw van Joannes Deutgenius"), doopget. (1717), dr. van Gerrit Schip en van Geesje van Brakel.

    Op 3-4-1743 verkopen de erven van Christoffel Hek aan Johannes Deutgenius, een huis en erf in de Lange Leidsedwarsstraat (WZ) bezuiden de Leidsestraat te Amsterdam. [205]
      Uit dit huwelijk:
    • a. Anna Deutgenius, ged. geref. Amsterdam Nieuwe Kerk 7-4-1688, mogelijk identiek met Anna Deutgenius, geb. vóór ca. 1795, otr. Amsterdam geref. 9-6-1713 Adolf Hemsbergen, beg. Amsterdam Heiligewegs- en Leidsche Kerkhof 21-9-1727 ("Adolf Hemsbergen").

    Advertentie in de Amsterdamse courant d.d. 6-7-1762 betreffende de boedel van Gesina Deutgenius wed. van Abraham van de Lande.
    klik op plaatje(s) om te vergroten
    • e. Everhardus Deutgenius, ged. geref. Amsterdam Oude Kerk 17-10-1706 (get. Deodatus Duijtgenius en Margrita Schip), beg. verm. Amsterdam St. Anthonis Kerkhof ("kind van Johannis Duijtgenius").

    IIc. Barnardus Deutgenius, geb. 1658/59, beg. Amsterdam Heiligewegs- en Leidsche Kerkhof 12-8-1712, timmerman van Bleijdestein, oud 27 jaren, wonend op de Noordermarkt (1686), doopget. (1705), otr. Amsterdam geref. 25-10-1686 (hij met vaders consent, haar get. Lambert Top, haar ouders doot),[207] Annetje Claes van den Broek, geb. 1658/59, ovl. na 1705, afkomstig van Amsterdam, oud 27 jaren, wonend op de Oude Zijds Achterburgwal, (1686), doopget. (1705).

      • 1. Maria Deutgenius, j.d. van Meppel wonende te Amsterdam, otr. Amsterdam geref. 15-10-1762 Jan Roelofs Booij(s), ged. Meppel 5-12-1731, j.m. van Meppel, zn. van Roelof Booij en van Aaltjen Schiphorst.
    • b. Anna Deutgenius, ged. geref. Amsterdam Nieuwe Kerk 26-10-1688, beg. Amsterdam Oude Kerk 9-2-1736 ("Anna Deutgenius, wed. van Abraham de Water"), doopget. (1721, 1722, 1725), otr. Amsterdam geref. 5-8-1718 Abraham de Water, ovl. 1725-1736, doopget. (1721, 1722, 1725). Hieruit verder nageslacht bekend.
    • c. Maria Deutgenius, ged. geref. Amsterdam Nieuwe Kerk 30-10-1691, beg. verm. Amsterdam Heiligewegs- en Leidsche Kerkhof 10-2-1694 ("kind van Barent Butgenius !).
    • d. Anna Elisabeth Deutgenius, ged. geref. Amsterdam Nieuwezijds Kapel 28-11-1694.
    • e. Maria Deutgenius, ged. geref. Amsterdam Nieuwe Kerk 6-7-1698.

    IId. Deodat(i)us Neander Deutgenius, ged. geref. Ruinerwold 16-5-1663 (geen moedersnaam genoemd), beg. Amsterdam Oude Kerk 14-3-1747, meestertimmerman, doopget. (1690, 1706, 1729), huw. get. (1728), tr. Amsterdam geref. 12-1-1703 Margrita Schip, ged. geref. Amsterdam Nieuwe Kerk 16-12-1663, beg. Amsterdam Oude Kerk 17-10-1727 ("Margare(ta) Schip huisvrouw van Hendrik? Deutgenius" sic!), doopget. (1706), dr. van Gerrit Schip en van Geesje van Brakel.

    Op 8-6-1714 verkopen de erven van Adriaan de Man, Ari Arisz en Adriana de Man aan Deodatus Deutgenius, een huis en erf (2 onder een dak), waar De Man in de gevel staat, in de Sint Jansstraat (ZZ) te Amsterdam. [208]
    Op 19-10-1723 verkoopt Jacobus van Schoonhoven aan Deodatus Deutgenius, een huis, genaamd Het Sint Pietersscheepje, op de Fluwelenburgwal (Oudezijds Voorburgwal) zuidhoek Blauwlakensteeg te Amsterdam. [209]
    Op 7-8-1754 verkopen de erven van Deodatus Deutgenius aan Jan Hossee, 2 huizen onder een dak en erven, waar De Maan in de gevel staat, in de Sint Jansstraat (ZZ) te Amsterdam. [210]

    Gevelsteen (na restauratie) in het pand Oudezijds Voorburgwal 158, voorkomend in de bovenstaande akte van 1723. De afbeelding wordt "Pietersscheepje" genoemd maar verbeeldt eigenlijk de wonderbaarlijke visvangst (Luc: 5, vs. 1-11). Het Bijbelverhaal over het Sint Pietersscheepje staat in Luc: 8, vs. 22-25.
    Bron: Vereniging van Vrienden van Amsterdamse Gevelstenen

    klik op plaatje(s) om te vergroten
      Uit dit huwelijk:
    • a. Anna Elisabeth Deutgenius, ged. geref. Amsterdam Oude Kerk 6-1-1704 (get. Hendrik Schip en Geesien van Brackel), beg. Amsterdam Oude Kh. 22-4-1746 (hv. van Leonard Deutgen), afkomstig van Amsterdam, woont op de Oude Zijds Agterburgwal (1728) otr. Amsterdam geref. 5-2-1728 (get. haar vader Deodatus Deutgenius en zijn broeder Abraham Deutgen, zijn ouders dood) Leonard Deutgen, geb. 1695/96, ovl. 1746-1762, beg. Amsterdam Oude Kh. 19-4-1752 of 22-9-1761, afkomstig van Aken, woont op de Kijsersgraft (1728), wijnkoper te Amsterdam. Hij hertr. Amsterdam geref. 13-8-1751 Ger(har)dina Kramers.
        Uit dit huwelijk (Deutgen-Deutgenius) :
      • 1. Deodatus Deutgen, ged. geref. Amsterdam Oude K. 30-1-1729 (get. Deodatus Deutgenius en Maria Deutgenius), beg. Amsterdam Oude Kerk 3-4-1775("Deodatus Deutgen"), wordt in de boedelscheiding de oudste zoon genoemd, doopget. (1766, 1769), tr. Düren (D) 19-4-1763 (als jong gezel uit Amsterdam) zijn (achter?)nicht? Sara Maria Deutgen, beg. Amsterdam Oude Kh. 27-4-1778 (wed. van Deotatus Deutgen), doopget. (1766, 1769). Zij woonden in 1767 te Amsterdam op de Binnenkant.
        Op 4-5-1762 compareerde te Amsterdam "D. Heer Deodatus Deutgen, zoon van wijle d. Heer Leonard Deutgen, in zijn leven wijnkooper alhier", verklarende dat de nalatenschap van laatstgenoemde bij inventarisatie gebleken was een nadeelig saldo van ruim ƒ 2000 op te leveren "en dus dien boedel door de erfgenaamen behoorden te worden gerepudieert", waarop dan echter de oudste zoon, de genoemde Deodatus Deutgen, verklaarde de schulden voor zijn prive rekening te willen nemen.[211]
        Op 4-11-1789 verkopen de erven van Deodatus Deutgenius, echtgenoot van Sara Maria Deutgen aan Johan Willem Koenen,en Johannes Tammer Lohman, 1/10 deel van een huis en erf, waar een Sint Pietersscheepje in de gevel staat, aan de Oude Delftse Bierkaai (ZOZ) (Oudezijds Voorburgwal) hoek Blauwlakensteeg te Amsterdam. [212]
        Op 5-4-1792 verkopen de erven van Deodatus Deutgen, echtgenoot van Sara Maria Deutgen aan Johanna Magdalena Maria Deutgen, Everard Johan Deutgen, en Deodatus Jacob Deutgen, 1/8 deel van een huis en erf, waar Het Sint Pietersscheepje in de gevel staat, op de Oudezijds Voorburgwal zuidoosthoek Blauwlakensteeg te Amsterdam. [213]
          Uit dit huwelijk :
        • aa. Leonard Deutgen (Deodatuszoon), ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 1-2-1764 (get. Leonard Bernard Deutgen en Maria Esther Gunther), tr. Düren (D) 6-8-1792 (get. Abraham Koenen),[214] Magdalena Eleonora Charlotte Virmond, uit Blumenthal in de Eifel.
        • bb. Everhard Deutgen, ged. geref. Amsterdam Oude Kerk 1-9-1765 (get. Everhard Deutgen, Jacob Theodor Deutgen, en Anna Catharina Deutgen).
        • cc. Anna Maria Esther Deutgen, ged. geref. Amsterdam Nieuwe Kerk 26-8-1767 (get. Maria Esther Gunther, Johanna Maria Schleicher, en Johan Florens Deutgen).
        • dd. Johanna Magdalena Maria Deutgen, ged. geref. Amsterdam Oude Kerk 2-3-1770 (get. Fredrik August Voogd, Jeanne Madelaine Descostes, Hugo Ludolff Hoesch, en Maria Geertruijda Bunger), ovl. na 1792.
        • ee. Everhard Jo(h)an Deutgen, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 1-7-1772 (get. Johan Tilman Gunther en Sebilla Elisabeth Deutgen), ovl. na 1792.
        • ff. Deodatus Jacobus Deutgen, ged. geref. Amsterdam Nieuwezijds Kapel 18-2-1774 (get. Deodatus Deutgen, Sara Maria Deutgen geboren Deutgen, Anna Catharina Hoesch geboren Deutgen, en Jacob Theodor Deutgen), ovl. na 1792, ingeschreven als leerling op het Gymnasium Adolphinum te Meurs (D) 18-1-1790 ("Deodatus Jacobus Deutgen, Amstelodamensis, ad III (in de derde klas?)").[215]
      • 2. Sara Maria Deutgen, ged. geref. Amsterdam Nieuwezijdskapel 11-10-1730 (get. Bernard Deutgen en Sara Maria Deutgen), beg. Amsterdam Oude Kh. 30-10-1800 (hv. van Jan Kornmaul), doopget. (1778), otr. Amsterdam geref. 18-2-1763 Jan (Johannes) Cornmaul (Kornmaul), ged. Ev. Luth. Amsterdam 12-3-1730 (get. Johannes Kornmaul en Johanna Catharina de Wilde), ovl. na 1800, wednr. van Christina Heukel, doopget. (1778), zn. van Johan David Kornmaul en Margreta Schegetmans.
          Uit dit huwelijk:
        • aa. Johanna Anthanetta Kornmaul, ged. geref. Amsterdam NoorderK. 12-5-1765 (get. Johan Tilman Gunther en Johanna Anthanetta Deutger).
        • bb. Johannes Deodatus Kornmaul, ged. geref. Amsterdam NoorderK. 30-11-1766 (get. Deodatus Deutgen en Sara Maria Deutgen).
        • cc. Anna Elisabeth Kornmaul, ged. geref. Amsterdam Oude K. 19-3-1769 (get. Deodatus Deutgen en Sara Maria Deutgen).
        • dd. Anna Maria Elisabeth Cornmaul, ged. geref. Amsterdam AmstelK. 8-4-1770 (get. Stephanus Rigagneau en Immetje Swartwout).
    • b. Maria Deutgenius, ged. geref. Amsterdam Zuiderkerk 16-9-1705 (get. Bernardus Deutgenius en Anna van den Broek), beg. Amsterdam St. Anthonis Kerkhof 27-10-1705 ("kind van Deodatus Duijtgenius").
    • c. Maria Deutgenius, ged. geref. Amsterdam Nieuwe Kerk 23-3-1707 (get. Hendricus Schip en Marijka Schip), verm. identiek met Maria Deutgenius, geb. vóór ca. 1710, beg. Amsterdam Oude Kerk 13-3-1739 ("Maria Deutgenius huisvrouw van Jacob Roos"), doopget. (1729), otr. Amsterdam geref. 6-8-1728 Jacob Roos, ovl. na 1743. Hieruit verder nageslacht bekend. Hij hertr. Amsterdam geref. 11-1-1743 Catrina van Rossen, wed. van Simon Mulder.

    IIe. Wilhelmus (Everts) Deutgenius, ged. geref. Ruinerwold 29-1-1665, ovl. 1700-1703, beg. verm. Amsterdam Noorder Kerk en Kerkhof 1-10-1701 ("Willem Everts"), meester hoedenmaker (te Amsterdam) otr. Amsterdam geref. 31-12-1689 Jacomijntje Jurriaens van den Helt / Verhelt (van der Velden), beg. Amsterdam Wester Kerkhof 25-10-1709 ("Jacomijntje Juriaans vrouw van Hendrik Obroek"), heet bij het huwelijk van der Velden, bij de dopen van der Helt / Verhelt. Zij, als wed. van Willem Everts (!), hertr. Amsterdam geref. 21-12-1703 Hendrik Obroek.



    III

    IIIa. Everhardus Deutgenius, ged. geref. Amsterdam Zuiderk. 7-4-1683 (get. Everhardus Deutgenius, Anna Elisabeth Deutgenius), beg. Amsterdamkarthuizer Kh. 31-7-1749 (in de Nieuwe Leliestraat tussen de tweede en derde dwarsstraat), cuijper van Amsterdam, oud 25 jaren, wonende op de Flueeleburgwal (1708), huw. get. (1714), otr. Amsterdam geref. 27-4-1708 (get. zijn moeder Geertruij Tops, voor haar Hendrik van der Valk, haar ouders doot)[216] Mari(j)a ter Haar, geb. 1683/84, ovl. na 1712, afkomstig van Meppelt, oud 24 jaren, wonend in de Judebrijsterstraat (1708).

    IIIb. Daniel Deutgenius, ged. geref. Amsterdam Oude K. 14-12-1690 (get. Deodatus Deutgenius, Marija IJda Deutgenius), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 19-5-1768, doopget. (1712, 1723), otr. Amsterdam geref. 3-9-1717 Jannetje Stu(u)rman(s), ged. geref. Amsterdam Amstel K. 26-12-1694, beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 21-6-1772 (wed. van Daniel Deutgenias), dr. van Lambert Sturman en Maria van Hagenstijn.

    IIIc. Hendrick Deutgenius, ged. geref. Amsterdam Nieuwe Kerk 26-4-1690, beg. Amsterdam Oude Kerk 30-11-1763 ("Hendrik Deutgenius"), timmerman, otr. 1o Amsterdam geref. 20-3-1716 Janneke van Bilt (Belt), ovl. 1725-1743 (beg. niet gevonden te Amsterdam), tr. 2o Amsterdam geref. 31-5-1743 Anna Verstap, geb. Amsterdam 1693, beg. Amsterdam Oude Kerk 28-8-1749 ("Anna Verstap huisvrouw van Hendrik Deutgenius").

    1612. JACOB JANS POTSER, geb. vóór ca. 1635, beg. Amsterdam 4-7-1673 (int Swarte Bijlsteegie), woont te Dingsterveen (1660), Amsterdam (1673), tr. 1o voor 1657 JENTJEN JACOBS, ovl. 1657-1660, tr. 2o IJhorst/De Wijk 12-2/18-3-1660

    1613. JANTJEN REIJNTS, ovl. na 1695, woont te De Wijck (1660).

    Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten aangegeven dat Geesien de Marre, Trijntien Potser, Jantien Potser, alle drie tot Amsterdam, Jacob Potser, Jacob van den Bergh tot Zwolle, Jan Roelofs aan de Swartesluis, en Trijne Roelofs tot Hasselingen, van Hendrik Arents Potser hadden geërft iedere veertigh Car. gld. e nheeft daarvan den impost of twintigste pennink betaalt met 14 Car. gld. [218]

    Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten tot Meppel aangegeven dat hij selfs, Peter Wolthorst, Jan Alberts Poster, Jan Jans Potser en Gretien Jacobs als voor 6/13 parten erfgenamen tot Henderik Arents te samen hadden geërft 240 Car. gld. en heeft daarvan de 40e penninck betaalt met 6 Car. gld. Zijnde de 7/13 andere dertiende parten hier boven f:19 nr.7 sub capite van de buitenl(andse) erfenissen verrekent. [219]

    1616. Ds. PETRUS MATHON, geb. ca. 1620, ovl. 1-4-1661, beg. Delft Gasthuiskerk, wordt in de tweede helft van het schooljaar 1632 toegelaten tot klas VI (de laagste) van de Latijnse School te Middelburg ("Petrus Matthon"),[221] vertrekt vermoedelijk al voor het einde van de zesjarige cursus naar de academie aangezien van hem geen eindexamenjaar wordt vermeld, ontvangt op 20-3-1646 van Friedrich Spanhemius, hoogleraar godgeleerdheid, een getuigschrift waaruit blijkt dat hij is afgestudeerd aan de theologische faculteit te Leiden, wordt als kandidaat beroepen (1648) naar Rijnsaterwoude, predikant aldaar 1649-1652, en vandaar beroepen als predikant bij het Gasthuis te Delft (1652-1661),[222] is bij huwelijk j.m. van Vlissingen en predikant te Rijnsaterwoude (1649), otr. Rijnsaterwoude geref. (inschrijving jan/feb 1649) ("attestatie gegeven op Leijden en sijn aldaer getrout den 23-2-1649"), otr./tr. Leiden geref. 28-1/23-2-1649 (get. Pieter van Ravesteyn, zijn neef wonend op de Overwulfde Voldersgraft, haar moeder Anne Ursinus wonende in de Pieters Choorsteech)

    1617. ANNA LEENAER(T)S, ged. geref. Amsterdam Nieuwe Kerk 14-7-1626, beg. Amsterdam Nieuwe Kerk en Engelse Kerk 25-6-1685 ("Anna Leenaerts wed. van Ds. Petrus Maton op de Leijtsegracht, ƒ 15,--"), j.d. van Amsterdam wonende te Leiden in de Pieters Choorsteech (1649), doopget. (1672), wonend te Delft (1673).

    De Latijnse School aan de Latijnse Schoolstraat te Middelburg. Hier werd Petrus Matthon in 1632 als leerling toegelaten

    Bron: M. Smallegange, Nieuwe Chronijk van Zeeland (1696).
    Gravure door Coenraet Decker van het Oude Gasthuis "met des selfs kerck" aan de Koornmarkt te Delft. Hier werkte Petrus Mathon van 1652-1661 als predikant.
    Datering: ca. 1680.
    Bron: Rijksmuseum Amsterdam

    klik op plaatje(s) om te vergroten
    Op 21-11/1-12-1648 (oude stijl/nieuwe stijl) schrijft Willem Frederik van Nassau-Dietz in zijn dagboek: "Ick adt tehuys mit eenighe predicanten, die hare menschelijckheit toonden in 't kiesen van den nieuwen predicant Tobias (Techneus) Lindanus. - Maton seyde mij, dat een predicant te Middelburch sijn dienst had gequiteert, wass coopman geworden en nu banckerot gespeult." [223]

    COMMENTAAR(¥) De genoemde Maton is Ds. Petrus Mathon, predikant te Rijnsaterwoude (1648-1652), die kennelijk nog goede contacten in Middelburg had waar hij op de de Latijnse school had gezeten. Waar het diner van Willem Frederik met de predikanten plaatsvond id (mij) uit het dagboek niet helemal duidelijk. Vermoedelijk Den Haag.

    Op 15-10-1649 testeren te Leiden dominus Petrus Mathon dienaer des goddelijcken woorts te Rheynsaterwoude en d'eerbare Anna Lenaerts echtelieden wonende te Rheynsaterwoude, beiden gezond van lichaam en geest. Zij legateren eerst aen de Armen van Rheynsaterwoude 12 caroli guldens te 40 parten tstuck eens, en maken vervolgens een langstlevende testament. Zij benoemen elkaar tot enige algemene erfgenaam van alle andere roerende en onroerende goederen, gelt goud, silver, gemunt en ongemunt die de eerststervende zal nalaten, onder de verplichting dat langstlevende eventuele kinderen moet onderhouden en alimenteren, naar school zal sturen, uitzetten etc. Bij meerderjarigheid of huwelijk zullen de kinderen een somme van penningen ontvangen die door de langstlevende wordt bepaald in plaats van de legitieme portie.
    Indien de testateur Petrus Mathon als eerste overlijdt zonder kinderen bij Anna, dan dient zij aan zijn moeder, als zij dan nog leeft, uit te keren de somme van 115 caroli guldens in plaats van de legitime portie. Als zijn moeder niet meer leeft dan dient Anna aan zijn gezamelijke broeders en zusters als legaat uit te keren 100 caroli guldens. Indien Anna Lenaerts ls eerste overlijdt zonder kinderen bij Petrus, dan moet hij uitkeren als legaat aan haar broeder Johannes Leenaerts 50 caroli guldens, en aan haar zuster Raechael Leenaerts haar beste Roos diamante Ringh.
    Zij benoemen de langstlevende tot voogd over na te laten minderjarige kinderen met de bevoegdheid naar goeddunken bequame personen tot medevoogd te benoemen. Dit alles tot de kinderen 25 jaar zijn en onder uitsluiting van de weeskamer etc.
    Gedaan ter presentie van Sr. Davit Ursijns de Ouden ende Daniel Maertens schrienwerker.(¥) w.g. Petrus Matthon, dienaer J.C. tot Rijnsaterwoude, Anna Leenders en getuigen. [224]

    COMMENTAAR(¥) De beide getuigen zijn vermoedelijk familie van de testatrice Anna Leenaerts ex matre Anna Ursinus. De verwantschap zou dan moeten lopen via de (groot)vader Michiel des Ursijns van beide getuigen. Deze Michiel zou een neef kunnen zijn van Ds. Johannes Ursinus, vader van Anna Ursinus. In Ref. [225] wordt deze verwantschap wel waarschijnlijk genoemd maar kon niet worden aangetoond.

    Michiel des Ursijns, in 1588 te Leiden.
      Uit hem (o.a. zie Ref. [226])
    • a. David(t) des Ursijns (de oude), j.m hoedenstoffeerder van Leyden (1607), otr./tr. Leiden 18-5/7-6-1607 (get. voor hem: Franchoys des Ursijns sijn broeder, voor haar: Lowijsken van Damme haar moeder),[227] Emerentia van Otten, j.d. van Londen in Engelant dr. van Harmen van Otten en Lowysken van Damme.
    • b. Anna des Ursijns, ovl. vóór 30-8-1650, j.d. van Leiden (1611), otr. Leiden geref. 26-8-1611 (get. voor hem: Jan Maertens sijn cosijn, voor haar Franchyntgen Pye haar schoonzuster) Daniel Maertens, j.m. schrijnwerker van Nieuwpoort in Vlaenderen wonend te 's-Gravenhage (1611).
        Uit dit huwelijk verm.:
      • 1. Daniel Maertensz, schrijnwerker van Den Haech wonend in de Mandemaeckersteech (1644), otr. Leiden geref. 26-2-1644 (get. voor hem: Davidt Ursijns sijn oom wonend in de Cortsteech, voor haar: Barbara Maertens, haar bekende wonend in de Mandemaeckersteech) Willemyntgie van de Kolder, j.d. van 's Gravenhage wonend op de Haerlemstraet (1644).
    Archief Oude en Nieuwe Gasthuis te Delft:
    1652: Stukken betreffende ds. Petrus Mathon. [228]
    Op 24-8-1652 comparareert te Leiden Dominus Petrus Maton bedienaer des goddelijken woorts binnen Delft. Hij bekent schuldig te zijn aen ende ten behoeve van de nagelaten weeskinderen van zaliger Annetge Gerritsdr van Heijningen in haer leven geprocreert bij Cornelis Laurens van der Aa woonende tot Reijnsaterwoude, ofte haer actie ten desen verpeijnde, de somme van 600 Caroli guldens te 40 grooten tstuck, spruitende ter saecke van den cheelijcke? geldende ende aengelde pennningen hem comparant promptelijcke aengetelt. Derhalve hij bij desen was versouckende d execeptie van ongetelde gelden hem daer voor v..nderecht? houdende, welcke de voorsz somme van 600 guldens hij belooft heeft sulcxc hij doet bij desen, getrouwelijcke op te sullen leggen ende te betaelen met een gerecht derdepart sjaers daer van dienvolgens de eerste derdepart verschenenen ende ommegecomen sal zijn opte 15-10-1653, ende dat elck derdepart, met bijvouginge van de interest tegens vijf guldens van hondert int jaer, van alle de inleinlelde? parten aterinpere? nurel? tor de efentuele voldoeninge toe, geduerende soo voorts vervolgens van jare ter jaere te voeren betaelingen ende restitutie van de voorsz somme van 600 guldens. Soe hier onder ende tot naercominge van tgunt voorsz(eid) is, soo was hij comparant verbindende sijn persoon ende alle sijne goederen, roerende ende onroerende tgeen uijtgesondert, deselve daervooren onderwerpende den executie van allen sheeren rechten ende rechters ende speciale den eed: hove van Hollandt. Consenteerende hier van gemaeckt ende gelevert te hebben acte in forma aldus gedaen ende gepassert binne deser stede Leijden ten voors. daeghe ende Jaere ter presentie van Isaacq de Braux ende Jan Le Paer beijde als geloofwaaerdiige getuijgen hier toe versocht. w.g. Petrus Mathon predicant binnen de stadt Delft en getuigen. [229]
    Oud-archief der stad Delft, 1.1.10.2 Kerken, Priesters en Predikanten:
    1652: Nota van hetgeen er tussen de regenten van het Oude Gasthuis en de kerkenraad is voorgevallen inzake het beroepen van de predikant Petrus Mathon. [230]
    Archief Oude en Nieuwe Gasthuis te Delft:
    1658: Verzoekschrift van ds. Petrus Mathon aan Gecommitteerde Raden om een extra toelage voor het vertroosten van in het Gasthuis verpleegde militairen, met beschikking. [231]
    Grafschrift in de Gasthuis Kerk van het Oude Gasthuis van Delft:[232]
    Hier leyt Begraven Ds. Petrus Mathon, die dese Kerck als Bedienaer des Goddelijcken Woordts acht Iaeren en vier Maenden getrouwelijck heeft bedient, sterf den 1-4-1661.
    Op 7-5-1661 vertoont Jacob van Santen, notaris, voor de Weeskamer van Delft vanwege Anna Leendertsdr, wed. van zaliger Ds. Patrus Mathon, in sijn leven dienaer de godlijcken woorts te Delft, het testament van de voornoemde Mathon en Anna Leenders, zijn huisvrouw, door hen eigenhandig opgemaakt op 19-7-1655 en gepasseerd voor de voornoemde notaris op 23-7-1655. Zij hebben daarin de Weescamer uitgesloten. [233]
    Vermeld in Notarieel Archief Den Haag:(TEKST nog opzoeken)
    Petrus Mathon in leven predikant te Delft, zal. man van Anna Carel Lenaerts. [234]
    Op 27-4-1678 verleent Raegel Leenders wed. van Pieter Vessuijs wonende te Delft haer suster Anna Leenders, wed. van Ds. Petrus Maton in sijn leven bedienaer des goddelijcken woorts tot Delft int gasthuijs, om een som geld te innen van de Oost Indische Compagnie ter camere Amsterdam volgens obligatie d.d. 11-11-1666 waarvan een extract onder de gemachtigde berust. [235]
    ONA Delft:(TEKST nog opzoeken)
    17-2-1663: vermeld in de boedelinventaris van Maria van Schilperoort (wed. van Bruno van Ruiven?): schuldeiser Maton, predikant. [236]
    Op 21-12-1673 compareert te Delft Anna Lenaers wed. van Petrus Maton in zijn leven bedienaer des goddelijken woorts int Gashuijs binnen Delft. Zij verklaarde ten versoecke van Jacobus Rabbij, wonende te Amsterdam, dat haar overleden man schuldig is geweest aan de boedel en erfgenamen van Maria Craen seeckere somme van penningen over geleverde winckelwaeren bestaende in stoffen en diergelijcke haer attestante wel bekent, volgens het bouck van den reeq(uiran)t. Ende naedemael sij attestante seijt in leven van haer overleden man, die in den jaere 1661 is overleeden, niet aengesproocken is geweest, maer omtrent vijf of zes jaren geleden naer haer mans overlijden sonder den precijsen tijt te weeten, is aengesproocken tot betaelinge van den voorsz. schuld, door een onbekent persoon, doch niet weetende off het bij haer man za(liger) is betaelt ofte niet alsoo sij attestante wel weet voor haer niet betaelt te hebben. Zij verclaert verder dat (als) sij attestante aangesprocken was geweest, int leven van haer man ofte corten tijt naer sijn overlijden, souden den schuld hier vooren geseijt wel betaelt hebben sonder rechtsvorderingen te doen. Getuigen Dirck Gerritsz Vroom en Dirck Jansz van der Sluijs. W.g. Anna Lenaers, getuigen en notaris. [237]


    COMMENTAAR(¥) Om wat meer te weten te komen over Petrus Mathon en diens familie kan het dienstig zijn te gegevens na te gaan van
    - Pieter van Ravesteyn, neef van Petrus Maton wonend op de Overwulfde Voldersgraft te Leiden (1649) die getuige is bij Petrus's huwelijk
    - Maria van Ravesteijn die in 1651 getuige is bij de doop van Petrus' tweede kind.

    Ia. Nicolaus Jan Dircksz de Quade van Ravesteyn, ovl. 11-4-1556, beg. St. Janskerk te 's-Hertogenbosch, tr. 1o Agatha van Bree Jacobsz, ovl. 22-12-1533, beg. St. Janskerk te 's-Hertogenbosch, dr. van Jacob Wolters van Bree. tr. 2o Margriet van den Hovel Henricusdr, ovl. 12-11-1541, beg. St. Janskerk te 's-Hertogenbosch, dr. van Henricus Petersz van den Hoevel, tr. 3o Anna Melimaer, ovl. 25-5-1598, beg. St. Janskerk te 's-Hertogenbosch, dr. van AMelis Maesz Melimaer. [238]

    IIa. Aert Claesz de Quaede van Ravesteyn, heeft broeders: Nicolaas, Hendrik, Jan en Dirk de Quade van Ravesteyn,[241] tr. vóór 1587 Hester van der Stegen, "uit het Bossche regeeringsgeslacht van dien naam".[242]

    IIIa. Paulus Aertszoon de Quade van Ravesteyn, geb. Dordrecht 1587, ovl. 1657 (of 3-11-1655, beg. Zuiderkerk[243], den beroemden bijbeldrukker te Amsterdam, boekdrukker te Amsterdam 1611-1657,[244] richtte tevens in 1636 te Leiden een drukkerij op,[245] otr. Amsterdam 29-5-1608 (zijne volle nicht) Elisabeth Sweerts, geb. Amsterdam 24-6-1584, ovl. 1668,[246] zette na de dood van haar echtgenoot de drukkerijen te Amsterdam en Leiden voort (1657-1663), dr. van Emanuel Sweerts (Sweertius), kunstenaar aan de Bloemgrachtin Amsterdam, die in 1614 een planten- en bloemenboek Florilegium de variis floribus et aliis Dudicisplantis ad vivum delineatum,[247] en van Margaretha van der Stegen.


    Fragment Ravenstein te Leiden
    Dit fragment werd onderzocht op welke manier Pieter van Ravenstein die in 1649 als diens neef getuige is bij het huwelijk van Ds. Petrus Maton x Anna Leeanaerts (Zie kw. nr. 1616).

    Ia. Pieter Ravesteyn, geb. Giverinchoven(?) vóór ca. 1565, ovl.. aan de pest, beg. Leiden 15-12-1603 (Pieter Ravesteyn) otr. Leiden geref. 19-12-1587 (get. voor hem Christiaen Lammen en Andries Mannen, voor haar Magdalena Clobijns haar moeder en Mergriete Verroye) Jozijntgen (Jorijntgen) Clobijns, geb. Poperingen. Zij hertr. Leiden 23-11-1604 (zijn get. Rutgen Geerloffs zijn bekende, en Jan Doll zijn bekende, haar get. Jannetgen Clobijns haar schoonzuster, en Jorijntgen van der Walle, haar nicht). Anthonys van Thuyne, geb. Poperynge (Vlaenderen), greinwerker en wednr. (1604),

    Ib. Laurens van Ravenstein, geb. vóór ca. 1555, ovl. 1624-1640, koopt op 19-6-1587 een Stedelijke lijfrente (rente: 6de penning) te Leiden voor zijn dan 28 weken oud zijnde zoon Pieter Laurensz. van Ravesteyn te Leiden,[250] huw. get. (1602, 1606, 1616), doopget. (1609..1624), vermeld in ONA Leiden (1616..1624) tr. vóór ca. 1580 Proontgen de Wilde, ovl. na 1640, huw. get (1602, als Proontgen van Ravesteijn), doopget. (1608).

      • 1. Maijcken (Marya) de Bleu, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 21-4-1622 (get. N. de Stercke, Laurens van Ravesteijn, Joos de Bleu), ovl. 1660-1665, j.d. van Leiden wonend aan de Langebrugge (1660), otr. Leiden geref. 8-3-1660 (get. haar moeder Marya van Ravesteyn wonende aan de Langebrugge, voor hem Pauls van Crombrugge zijn bekende op hetSteenschuyr Henricus van Velsen, doktor in de medicijnen, j.m. van Heusden wonende in de Heeresteech te Leiden (1660) , op het Steenschuyr (1665), Hij hertr. Leiden 21-1-1665 (krijgen attestatie) Johanna van der Schepen, wed van Wouter Goutappel wonend te 's-Gravenhage.
      • 2. Daniel de Bleu, ged. geref. Leiden Pieterskerk 11-10-1624 (get. Bersabea Doude, Laurens van Ravensteen).
      • 3. Laurens le Bleu, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 10-5-1629 (get. Cornelia van Meson / Moton? en D. Carel Leenaertsz (zie kw. nr. 3234 )).
    • c. Josijntgen van Ravesteyn, geb. vóór ca. 1580, j.d. van Yperen (1594), otr. Leiden 29-4-1594 (get. haar vader Laurens van Ravesteyn en haar moeder Proontgen van Ravesteyn (=Proontgen de Wilde), voor hem zijn bekenden Boudewijn Matheus en Hans Matheus. Philps Sadelaer, koopman van Gent (1594).
    • d. Laurens van Ravesteyn (de jonge), geb. 1596, koopman te La Rochelle.
      
      Index Getuigenisboeken Leiden[251]
      Rayensteyn Laurens van C 270v., I 296, N 266v.
      Ravestein Laurens van, koopman K 6, 77
      Ravesteyn Laurens van (de jonge), koopman, geboren 1596, Rochelle V 14v.
      Ravesteyn Laurens van, koopman, 42 jaar D 85
      Ravesteyn Laurens van, koopman, 55 jaar H 234
      Ravesteyn Lourens van, koopman, 74 jaar N 148v.
      Ravesteyn Laurens van, wolkoper K 214
      Ravesteyn Lourens van, wolkoper, 64 jaar K 248
      Ravesteyn Laurens van (overleden man van Pieronne de Wilde) V 14v.
      Ravesteyn Laurens van, 40 jaar C 185v.
      Ravesteyn Laurens van, 42 jaar D 106v.
      Ravesteyn Maria van V 14v.
      Ravesteyn Maria van (weduwe van Daniel le Bleu), 52 jaar W 302v.
      Ravesteyn Pauls Arentsz. van, boekdrukker, 56 jaar W 311
      Ravesteyn Pieter van N 265, V 14v., X 223
      Ravensteyn Pieter van, 62 jaar X 114v.
      Ravesteyn Pieter van, 75 jaar Y 102
      Ravesteyn Pieter Cornelisz., 50 jaar, schuitvoerder H 322
      


    Conclusie
    De enige aanknopingspunten met de rest van de kwartierstaat zijn vooralsnog de namen

    Le Bleu: Jan Lebleu, doopget. te Amsterdam 1622 bij een kind van Dr. Karel Lenaerdts x Anna des Orsins kw. nr. 3234.

    Leenaertsz: D. Carel Leenaertsz die in 1629 doopget. is bij de doop van Laurens Lebleu is kw. nr. 3234.


    COMMENTAAR(¥) De herkomst van Ds. Petrus Mathon is vooralsnog onbekend. Hij wordt rond 1649 als kandidaat beroepen, dus zou men veronderstellen dat hij kort tevoren in de theologie is afgestudeerd, en dan ca. vijf jaar eerder aan die studie is begonnen. Een inschrijving in de jaren omstreeks 1640-1645 aan een van de Nederlandse universiteiten viel echter niet te vinden. Wel vindt men een aantal jaren eerder:
    "Petrus Matton", Leidensis, 19 (jaar)",ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Leiden 22-2-1617,[252] hetgeen op een geboortejaar 1597/98 zou duiden. Deze Petrus zou dan rijkelijk laat kandidaat geworden zijn en evenzeer rijkelijk laat getrouwd (in tweede echt?).

    Dat er een verband is met Vlissingen (zijn herkomstplaats volgens zijn ondertrouwakte) blijkt uit het optreden van diverse Vlissingers bij de dopen te Delft van zijn kinderen. We vinden:

    Ia. Arend van Lodensteyn, geb. Delft 12-7-1560, ovl. 8-12 (of okt) -1637, beg. Middelburg 14-12-1637, raad en schepen der stad Delft, bewindhebber der Oost- Indische Compagnie, kamer Delft, gedeputeerde in Zeeland, raadsheer in het Hof van Vlaanderen, zn. van Jacob van Lodensteyn, raad der stad Delft, en van Margaretha van der Graaff., tr. 1o [253] Anna Philipsdr van der Goes, tr. 2o 18-11-1614[254] Agatha de Jonge, geb. Zierikzee 1575, ovl. Zierikzee 18-12-1654, wed. van Cornelis Pous, dr. van Jan Anthonisz de Jonge, heer van Oosterland, 's Heer Jansland, Ellemeet, Ouwersdijk, Elkerzee, Botland en Oostersteyn, burgemeester van Zierikzee, en van Cornelia Boense gezegd Bonifacius.

      Uit zijn tweede huwelijk 4 kinderen onder wie::

    IIa. Jacoba van Lodensteyn, geb. 4-7-1599, tr.[255] Joan de Dorper, geb. 21-6-1596, huw. get. (1649), venduemeester van de Admiraliteit in Zeeland, ontvanger van den Prins van Oranje, Ordinaris Raad en Hoofdschout van Vlaanderen te Middelburg,

    IIIa. Mr. Johan de Dorper, geb. 7-3-1627, j.m. van Middelburg (1649), ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 9-6-1649 ("Johannes de Dorper, Medioburgo-Zelandus, 23 (jaar),[256] tr. 7-9-1649 (get. zijn vader Johan de Dorper, haar moeder Maria Tenis)[257] [258] Cornelia Aarnoutsdr Altena, geb. 21-2-1631, ovl. 5-4-1660, j.d. van Vlissingen (1649), dr. van Arnold Altena en Maria Tenijs.

    IIb. Mr. Cornelis van Lodensteyn, geb. 29-1-1617, drost van Hagesteyn, waardijn van de Munt in Zeeland, raad en schepen van Middelburg, gecommitteerde in de Generaliteits Rekenkamer, bezitter van een buitenplaats te Voorburg.[260] tr. 1o 4-4-1646 Susanna Cock Lievensdr, ovl. Dec. 1656, tr. 2o 13-2-1658 Maria van Kinschot, beg. 's Gravenhage Groote Kerk 5-3-1675 ("de huijsvrouw van d'heer Lodensteijn in de Nieuwe Molstraat"). dochter van Mr. Nikolaas van Kinschot, pensionaris van Delft, advocaat fiscaal van Holland, en Agatha de Jonge, regentes van het Fraterhuis te Delft,[261] otr. 3o 's-Gravenhage 8-3-1676 Maria van der Haer, ged. 's Gravenhage Kloosterkerk 19-8-1639 dr. van NN van der Haer en Maria Jaspersdr van Kinschot.

      Uit zijn tweede huwelijk:
    • b. Arend van Lodensteyn, geb. 24-3-1659.
    • c. Agatha van Lodensteyn.
    • d. NN van Lodensteyn, ("een doode zoon")
    • e. Agatha van Lodensteyn.
    • f. Anna Maria van Lodensteyn, ged. 's-Gravenhage Groote kerk 30-12-1665 (get. Mr. Cornelis Pous en Magdalena van Kinschot. otr. 's-Gravenhage 25-2-1675 Bonifacius van der Haer, ged. 's Gravenhage Groote Kerk 10-1-1653 luitenant-kolonel, commandant van Naarden.
    • g. Nicolaas van Lodensteyn, ged. 's-Gravenhage Kloosterkerk 13-4-1668 (get. Hendrik Meerman en Anna Willemsdr Pous).
    • h. Cornelia van Lodensteyn, ongehuwd na hare ouders overleden.
      Uit zijn derde huwelijk:
    • i. Jasper van Lodensteyn.

    Ritmeijer
    Om de herkomst van Matthias Ritmeijer te bepalen was het nodig een meer gedetailleerd onderzoek te doen naar zijn familie. Dit onderzoek werd gecompliceerd door de aanwezigheid van diverse blijkbaar niet gerelateerde families van die naam in de 17de en 18de eeuw. Zij lijken wel alle oorspronkelijk uit Duitsland afkomstig, Mathias' veronderstelde ouders komen uit Düsseldorf. Deze familie is zeer waarschijnlijk katholiek.

    Hendrick Bartholomeusz Ritmeijer, ovl. 1642-1654, j.m. van Duijsseldorp wonend aen de Oude Delft (1642), otr. Rotterdam geref. 6-7-1642 (attestatie gegeven op Overschie den 20-7-1742) en otr./tr. Delft stadthuijs 28-6-1642 (in margine: met attestatie opt Hof van Delft 13-7-1642) en tr. Overschie ambacht 27-7-1642 (met attestatie van Delft en Rotterdam) Aeltge Thijsse van Runnick(h)oven, beg. Delft Oude Kerk op het kerkhof 27-8-1678 ("Aeltje Tijsz wed. Ritmeijer, in de Dirklangesteeg"), j.d. van Dusseldorp (volgens otr. te Delft) of van Delleken (leesfout? Delft? volgens otr. te Rotterdam), wonend tot Rotterdam (1642), vermeld als Aeltgen Thijsz wed. van Hendrick Bartholemeesz wonend aan de Geerweg ZZ in de poort, van wie ƒ 9,1,12 schade aan eigendom getaxeerd is na de ontploffing van het kruitmagazijn aldaar in 1654.
    Weeskamer Delft: n° 5321: Inventaris van de boedel van Heijndrick Bartholomeusz, gehuwd met Aeltge Thijssen (1655).
        Uit dit huwelijk (o.a.?):
      • 1. Bartholomeus Ritmeijer, geb. vóór ca. 1645, beg. Delft Nieuwe Kerk 29-12-1677 ("Bartholomeus Ritmeier wonend in Voorstraat over de Goude A", in margine: 3 mind(erjarige kinderen)), j.m. wijnkoper wonend op de Geerweg (1667), wijnkoper (1667, 1668, 1671) wonend op de Geerweg (1667), op de Burchwal (1671), wednr. en wijnkoper wonend op de Burchwal (1671), vermeld met onroerend goed op de Burchwal,[276] otr. 1o Delft stadthuijs 15-1-1667 (met attestatie naar Leiden 30-1-1667) en tr. 1o Leiden schepenen 5-2-1667 (get. Aeltge Tijss sijn moeder wonend te Delft, Gilles Gillisse Cramer haer vader wonende op de Maere): Catharina Gillisdr Cramers, ovl. 9-6-1668, j.d. van Leiden wonende op de Maere (1667), otr./tr. 2o Delft stadhuijs 11/26-4-1671 Agata / Alette / Alitha van Sprinchuijsen, ovl. 1682-1686, j.d. wonende aen de Oude Langendijck (1671), wed. van Bartholomeus Ritmeijer wonende op het Oosteinde (1682), Zij hertr. Delft Nieuwe Kerk 10/25-1-1682 Gerard Nieuwenhuise, j.m. soldaat onder de compagnie van kapitein Laer heer tot Lichtenberch
        Weeskamer Delft:[277]
        Op 7-7-1668 vertoont notaris Cornelis Giorgijn het testament van Bertholomeus Ritmeijer, wijnkoper en zijn huijsvrouw zaliger Catharina Gillisdr Craemer gepasseerd d.d. 7-5-1668 voor deze notaris, waarbij de weeskamer is uitgesloten.

        Weeskamer Delft:[278] Op 21-5-1686 sijn door de weeskamer voogden benoemd over de drie minderjarige kinderen van Bertholomeus Ritmeijer en Agata Sprinchusen sijne tweede huijsvrouw, beijde zaliger, met name Marijtie Ritmeijer out omtrent 14 jaaren, Alita Ritmeijer out omtrent 10 jaaren en Hendrick Ritmeijer out omtrent 9 jaaren. De voogden zijn Gerret Nieuwenhuijse, soldaat der kinderen aanbehuwde vader, en Willem van Sprinchusen schoenmaker, haar neef.
        Op 8-4-1671 wordt de inventaris opgemaakt van de boedel die Catharina Cramers echtgenote van Bartholomeus Ritmeijer wijnkoper te Delft op 9-6-1668 metterdood heeft ontruijmt. 1. Een huis en erve op de Burgwal NZ waarde ƒ 2700,--. 2. Volgt een vier bladzijden lange lijst roerende goederen. 3. Zijn boeckschulden binnen en buijten de stad ƒ 5420,--. 4. Diverse lasten waaronder een schuld aan zijn moeder Aeltgen Tijs ƒ 3400,--. [279]
          Uit zijn eerste huwelijk:
        • aa. NN Rietmeijer, geb. 1667-1669, beg. Delft 21-3-1669 ("een kint van Bartholomeus Rietmeijer aen de Broerhuijslaan").
          Uit zijn tweede huwelijk (in leven 1686):
        • bb. Marijtie Ritmeijer, geb. omtrent 1672.
        • cc. Alita (Alida) Ritmeijer, geb. omtrent 1676, beg. Delft 9-3-1748 ("Alida Rithmeijer, geestelijke maagd"), doopget. te Delft (1706, 1715, 1732).
        • dd. Hendrick Ritmeijer, geb. omtrent 1677.
      • 2. Geertruijt Ritmeijers, beg. Delft Oude Kerk 22-5-1666 ("Geertruijt Ritmeijers aen de Geerwegh"), filiatie niet bewezen.
      • 3. Johannes Ritmeyer, filiatie niet bewezen, not. get. te Delft (1669).
      • 4. Mathias Ritmeijer, geb. vóór ca. 1650, ovl na 1695, filiatie niet bewezen.

    Inschrijving d.d. 30-12-1694 van Matthias Ritmeijer (tekent Mathias), van Delft, watermaker, in het Verzoekboek van het schip Oosterstein van de Kamer Zeeland van de VOC. Zijn vrouw Maria Maton heeft een maandbrief van ƒ 18,-- (geeft haar recht op drie maanduitkeringen per jaar). Hij heeft een schuldbrief van ƒ 200,--.
    Bron: Nationaal Archief, VOC archief.[280]

    klik op plaatje(s) om te vergroten

    Inschrijving in het begraafregister van de Weeskamer te Amsterdam d.d. 8-1-1695 van het begraven van Maria Maton. Zij laat alleen (haar echtgenoot) Matthias Ritmeijer na.
    klik op plaatje(s) om te vergroten
    Op 29-3-1678 verleent Sr. Jacobus van Goor, winckelier te Amsterdam, machtiging aan Mathijs Ritmeijer, boeckhouder te Amsterdam, om namens hem op te treden in alle financiële en juridische zaken betreffende zijn laecken affaire. [281]
    Op 17-11-1678 verleent Sr. Jan Hendrijcksz ter Hal, brootbacker te Amsterdam, machtiging aan Mathijs Ritmeijer, boeckhouder te Amsterdam, om namens hem op te treden in alle financiële en juridische saecken en affairen. [282]

    Akte in het geref. trouwboek van Voorschoten beschrijvende de bijzondere omstandigheden waaronder aldaar op 4-3-1721 het huwelijk werd gesloten tussen Catharina Mathon en Isac Reesen.
    klik op plaatje(s) om te vergroten
    Op 23-10-1727 verkopen de erven van Pieter Lijnslager aan Jacobus Munnikhoven, een huis en erf in de Jodenbreestraat (NZ) bij de Smousjesbeurs te Amsterdam. [300]
    Op 29-4-1728 verkopen de erven van Maria Venenburgh, wed. van Julius Sabbe aan Jacobus Munnikhoven, een huis en erf, waar de Zwarte Os uithangt in de kelder, en Het Vliegende Hart bij de deur, op de Brouwersgracht (NZ) tussen Singel en Binnen Vissersstraat te Amsterdam. [301]
    Op 14-6-1774 verkopen de erven van Jacobus Munnikhoven aan Lambert Wijk, een huis en erf op de Brouwersgracht (NZ) tussen Singel en Binnen Vissersstraat te Amsterdam. [302]
    Op 8-12-1796 verkopen de erven van Jacobus Munnikhoven, echtgenoot van Catharina Maton aan Salomon Simon van Norden, een 1/2 huis en erf in de Jodenbreestraat (ZZ) bij de Uilenburgersteeg (Steenvoetssteeg) te Amsterdam.[303]

    Op 2-11-1797 verkopen dezelfden een 1/2 huis en erf in de Jodenbreestraat (ZZ) bij de Uilenburgersteeg (Steenvoetssteeg) te Amsterdam (de andere helft?). [304]

    1618. ISA(A)C VAN DE WATER, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1671, woont verm. op de Prinsegracht (1662), doopget. (1663, 1667), tr. vóór 1637

    1619. MARIA (HASECAMPS) (VAN DE WA(E)TER), geb. ca. 1610-1620, ovl. na 1663, doopget. (1663 als Maria Hasecamps).

    3236. NN (VAN DE WATER?), geb. vóór ca. 1590.

    1620. HENDRICK ROESENBOS (RUSENBAS, RUSSENBOS), geb. 1628/29, beg. Amsterdam Nieuwe Kerk 3-1-1715 (Hendrick Roesenbosch, stadslakenmeter op de Heregraft, ƒ 15,-- + ƒ 2,2,- voor 3 uur luijden), afkomstig van Ceule, oud 25, cleermaker, wonend in de Langestraet (1654), stadslakenmeester (1667..1715), huw. get. (1688), doopget. (1690, 1697, 1701, 1705), woont in een huis waar De Ploegh in de gevel staat, op de Herengracht tussen de Romeinsarmsteeg en de Oude Spiegelstraat te Amsterdam (1682-1715), otr. Amsterdam pui 28-10-1654 (zijn ouders dood, zij onder patroniem, in margine: "Sij de weesc(amer). Sij heeft den 12-11-1654 de weescamer voldaen")

    1621. JANNETJE HENDRICKS (VAN DEVENTER), geb. 1622/23, beg. Amsterdam Nieuwe Kerk 14-1-1707 (Jannetje van Deventer vrouw van Hendrick Roesenbosch op de Heeregraft ƒ 8,--), oud 24 wonend in de Haerlemmerstraet (1647), afkomstig van Deventer, wed. van Jan Arents van Doesburgh, wonende op 't Singel, d heer (commissaris) Slosewijck weet van de (tekst eindigt abrupt) (1654), doopget. (1687, 1689, 1695, 1699), woont op de Herengracht (1707), otr. 1o Amsterdam pui 28-10-1647 (hij geen ouders hebbend in de Haerlemmerstraet) JAN ARENTSZ VAN DOESBURGH, geb. 1620/21, ovl. 1652?-1654, beg. mogelijk Amsterdam Nieuwe Kerk 23-12-1653 ("Jan Arentsz op de Nieuwedijck, ƒ 10,13,-), varentgesel, afkomstig van D(ordrecht), woont in de Haerlemmerstraet (1647).

    Willekeur van de Stad Amsterdam d.d. 1-2-1667 waarin wordt bepaald dat uisluitend de "geswoorene Laken en andere Wolle Waren Meters Cornelis Reyndersz en Hendrik Roosebos" gerechtigd zijn metingen te verichten bij transacties betreffende deze stoffen.
    Bron: Handvesten, privilegien, octroyen, costumen en willekeuren der stad Amstelredam, 1662-1683.[322]

    klik op plaatje(s) om te vergroten

    Twee meetbriefjes van Hendrik Roosenbos, stadslakenmeter, 1682 en 1687.
    Zie hieronder voor transcriptie en toelichting
    Bron: Nederlands Economisch Historisch Instituut te Amsterdam, Bijzondere collecties, Lakenmetersgilde te Amsterdam [323]

    klik op plaatje(s) om te vergroten

    Transcriptie en Toelichting
    
    --- Transcriptie bovenste briefje ---
    
    
    (Wapen van Amsterdam) Ady 25 sep(tembris) 1682 In Amsterdam,
    Ten versoecke van Willem Harnex
    gemeten droog 2/2 laecken(s)
    618 (een merk: pentagram) L 52¾
    90 (een merk: ligatuur van N en B) - 49½
    Hendr(ick) Roosenbos
    stadtsmeeter
    daar tussendoor en naast staat in iets andere hand:
    @ 102¼ @ rafactie
    ____
    101¾ @ u 53 st(uver). ƒ 269:13:-
    af 1 pr(o)cento (?..aantz..?)  ƒ 2:13:-
    __________________
    ƒ 266:16:-
    af 1½ pr(o)c(en)to provisie voor d'factoor.
    die se vercocht heeft                 ƒ 4:-
    __________________
    ƒ 262:16:-
    
    --- Transcriptie onderste briefje ---
    
    (Wapen van Amsterdam) Ady 25 novembr(is) 1687 In Amsterdam,
    Ten versoecke van Jan Daniel en Jacob Bronck
    gemeten droog ½ laecken
    357 (een merk) L 39¼
    Hendr(ick) Roosenbosch
    stadtsmeeter
    
    --- Toelichting ---
    
    . Ady = Anno Domini
    . droog: het laken werd dus niet nat gemeten (dan is het langer)
    . 1/2  en 2/2 betrof kennelijk (een rol) laecken van halve of hele breedte
    . de nummers 618, 90 en 357 zijn mogelijk productie- of identificatienummers van de lakenbereiders,
    en de merken hun bedrijfskenmerk mogelijk ook in het laken gestempeld
    . L = el, waarna volgt de gemeten lengte in Amsterdamse el = 68,8 cm
    . de beide lakenlengtes 52¾ en 49½ tellen op tot 102¼, zoals achter de accolade staat,
    waarvan vervolgens een korting wegens mindere kwaliteit (= rafactie) van ½ el is toegepast.  
    . @ = ad (Latijn) of à (Frans)
    . 101,75 el ad 53 stuiver (= ƒ 2,65) per el = 269 gulden 13 stuivers (1 gulden = 20 stuivers)
    . Jacob Bronck is bij zijn huwelijk in 1685 coopman van Frankvoort oud 28 jaar wonend op de Heeregracht met als getuige zijn broer 
    . Jan Daniel Bronck bij zijn huwelijk in 1687 coopman van Frankfort a Mijn wonend op de Heeregracht
    . van Willem Harnex (Harnes, Harneij) viel te Amsterdam vooralsnog niets te vinden
    
    Doorgehaalde ondertrouw akte voor de kerk te Amsterdam 12-10-1647 (in margine: "puije"): Jan Arentss van Doesburgh van Dort, varentgesel, woont in de Haerlemmerstraet oud 26 jaer geen ouders hebbend ende Jannetie Hendrix van Deventer out 24 jaer geen ouders hebbend woont als vooren.
    Advertentie in de Oprechte Haerlemse Courant d.d. 5-7-1674:[324]
    Voorleden Maendag Nacht is uyt de Wey buyten Alckmaer gestolen een vet Carstanje-Bruyn Ruyn-Paert, out 5 Jaren, met een Kol voor 't Hooft, een Palm van een Hant groot, en wit boven de eerste Klaeuw aen de achterste rechter Voet: iemant 't selve voorkomende, brengt het te rechte tot Alckmaer, aen Joan Roemer, Apothecaris, of tot Amsterdam, aen Mr. Hendrick Roesenbos, Stadts Laecken-meester, sal 25 Gulden hebben.
    Op 20-2-1682 verkopen Judith Arents de Cour en de erven van mr. Arent Arentsz Cour, voor ƒ 3109,-- aan Henrik Rosenbosch, een huis zijnde 2 woningen en erven, waar De Ploegh in de gevel staat, op de Herengracht tussen de Romeinsarmsteeg en de Oude Spiegelstraat te Amsterdam, belend Jan Bodijn met een gemene muur aan de NZ en de erfgenamen van Jacob van Kampen aan de ZZ, strekkende voor can de straat tot achter aan de voorsz. erfgenamen van Jacob van Campen). Voorwaarde is dat de koper de kosten van eventueel vertimmeren van de gemene muur aan Jan Bodijn dient te betalen, en dat hij het secreet volgens de keur deser stede niet te dicht bij de naeste buren plaatst. [325]
    Advertentie in de Amsterdamse Courant d.d. 13-12-1707:[326] Tot Amsterdam een welgelegen kaetsbaen te huur of te koop, gelegen in de Kalverstraat bij de Regulierstoorn, en mede en uytgang hebbende op de Cingel: te bevragen by Hendrick Roesenbosch, Stadslakenmeester woonende op de heeregracht by de Oude Spiegelstraat.
    Op 19-7-1714 verkopen de erven van Jacob van Campen voor ƒ 8000,-- aan Anthonij Bractearius, een huis en achterhuis en erf op de Herengracht (OZ) derde huis van Oude Spiegelstraat te Amsterdam, belend aan de noordzijde Henderick Roesenbosch. [327]
    Volgens Ref. [328] werd in 1722 het huis en bergplaats, waar De Ploegh in de gevel staat, op de Herengracht tussen de Romeinsarmsteeg en de Oude Spiegelstraat te Amsterdam gekocht door Anth. Bractiarius, makelaar. Ook is in 1722 sprake van een kantwinkel van Sus. Eijbergen. Een akte daarvan is in de Transportakten van Amsterdam vooralsnog niet gevonden.

    Winkelhuisje met een trapgevel, pui en rechte stoep, met De Ploeg in de gevel op de Herengracht (nr. 303) te Amsterdam. Hier woonden van 1682 tot hun dood Hendrick Roesenbos (1628/29-1715) en zijn vrouw Jannetje Hendricks (van Deventer) (1622/23-1707).
    Bron: Caspar Philip Jacobszoon, Grachtenboek, Amsterdam 1768-1771.[329] [330] [331]

    klik op plaatje(s) om te vergroten

    Rosenbos nog uitzoeken

    Ia. Hendrik Roosenbosch (Rooshenbus), afkomstig van Herfort, oud 30, wonend in de Negelantierstraat (1726), otr. Amsterdam pui 18-4-1726 (get. voor hem Arent Schroder, zijn ouders dood, haar moeder Annitje Lieuwis) Sara Sle(e)huijsen, afkomstig van Amsterdam, oud 29, wonend in de Tiggelstraat (1726).
    Deze Hendrik lijkt er dus niks mee te maken te hebben.

    Ib. Cat(h)arina Rootenbos (Rockelbos), beg. misschien Ammsterdam Heiligewegs- en Leidsche Kerkhof 1-7-1691 ("Catrijntje Raeckelborst"): afkomstig van Oudenaerde out 22 jaren ouders doot wonend in de Blomstraat (1673), otr. Amsterdam geref. 21-10-1673 (get. voor hem Jan Cordelier, zijn ouders doot, voor haar Marta Ploucka, haar ouders doot) Charles (Carel) Spronneau (Sprojou), klockegieter van Coude (?) out 36 jare wonend in de Blomstraat (1673).

    Ic. Dirck Schuijt, geb. 1655/56, glasemaker van Amsterdam out 25 jaaren wonend in de N: straat (1681), otr. Amsterdam pui 24-10-1681 (get. zijn oom P(iete)r Zimons, zijn ouders doot, en haer moeij Grietie Smedinx, in margine: sijn moeders consent ver. de Voogel goet ingebracht) Bert(h)a (Barta) Kou(w) (Couw, Kau(w)), geb. 1656/57, afkomstig van Amsterdam out 24 jaren wonend op de Blomgracht (1681), doopget. (1690).

    Id. Wessel Berningh, droogscheerder van Leijden out 32 jaaren wonend op de Nieuwendijck (1683), doopget. (1695, 1697) otr. Amsterdam pui 1-5-1683 (in margine hij vaders consent, haar get. haar broeder Mathijs Kouw) Angenis Couw, van Amsterdam 22 jaaren wonende op de Blomgracht (1683), doopget. (1689, 1693, 1697, 1701).

    Zou de volgende student verwant zijn?
    Carolus Rosenbosch, Hagiensis, ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 12-2-1677.[332]
    Dan moet wellicht in 's-Gravenhage verder gezocht.

    1622. = 1616. Ds. PETRUS MAT(H)ON.

    1623. = 1617. ANNA LEENAER(T)S.

    1640. CLAES LAUWERSE VAN KEULEN/CEULEN, geb. vóór ca. 1620, ovl. na 1683, treedt op als getuige in akten (1667..1683), treedt op in een verkoopakte (1674), arbeider (1667..1681), wonend te Zierikzee (1671..1683).

    Op 24-7-1673 wordt een akkoord gesloten tussen Gritje Gillis, wed. van Bartel Laurisse van Keulen, en Claes van Keulen, arbeider, over de onmondige kinderen Lauris Bartelse 3 jaar, Elisabeth Bartels 1 jaar. Get. Jan Roelantse van der Braal, en Lowijs del Forterie, beiden te Zierikzee. [333]
    Op 30-6-1683 legt Claes van Ceulen wonend te Zierikzee, een verklaring af op vezoek van Crijn Rommel te Zierikzee, betreffende Dingeman NN, knecht, en Jan Jorisse. Get. Adriaen Jacobse, Pieter Quackel. [334]

    1644. BOUDEWIJN WOUTERSE(N), ovl. (voor 18-2) 1716, schoolmeester en voorzanger van Rengerskerke en Zuidland (1663-1716),[336] schepen aldaar (1663..1705), sollicitant te Groede (1667),[337] secretaris van Rengerskerke en Zuidland in de periode (1679)-1716,[338] pachter van de plaatsenaccijns te Rengerskerke, (1715)-1716.[339]

    Op 15-1-1687 verkoopt Stoffel Cornelisz Peute aan Secretaris Boudewijn Wouterse een huis met gevolgen onder Rengerskerke/Zuidland [340]
    Op 27-2-1698 compareerden Boudewijn Wouterse en Cornelis Geeritse, beiden als grootvader van de 2 wezen van Johannes Boudewijns en Gerrije Corn., beide zal(iger). [341]

    Op 27-2-1698 wordt de boedelrekening opgemaakt door Boudewijn Wouterse, als grootvader en voogd van de wezen, nagelaten door ,Johannes Boudewijnse en Geertie Cornelisse, beiden zaliger. Het batig saldo bedraagt £ 24.11.9. [342]
    Akte van schuldbekentenis d.d. 10-4-1700. Personen: Cornelis Govertse, comparant, te Rengerskerke, Matthijs Keijser, Boudewijn Wouterse, comparant, secretaris, Willem Boudewijnse, comparant. Hat betreft geleend geld 16 pond 13 schelling en 4 groote. Boudewijn Wouterse en Willem Boudewijnse stellen zich borg voor terugbetaling van het geleende geld. Get. Hendrick Baleman, Dingeman Decker. [343]
    Op 18-10-1703 compareerden Boudewijn Wouterse, Secretaris van Rengerskerke en grootvader van alle vier weeskinderen, ten eenre, Jacob Cornelisz Gertse, ten tweede, en Bartel Cornelisz Gertse met Gert Cornelisz Gertse, tezamen ten derde zijde, betreffende: a. twee weeskinderen van Johannes Boudewijnse en Geertje Cornelisse Gertse, b. Cornelis Leendertse, geb. te Brijdorpe, zn. van Leendert Cornelisz Gertse en Madeleine Boudewijnse c. Lijsbeth Leendertse, geb. te Rengerskerke, mede-weeskind van Leendert Cornelisz Gertse. [344]
    Op 18-2-1716 wordt te Kerkwerve boedelinventaris opgemaakt van Meester Boudewijn Wouterse, overleden ...., door Pieter Boudewijnse en Pieter Jorisse van de Waerde, gehuwd met Madeleene Boudewijnse. [345]

    Op 17-3-1717 wordt te Kerkwerve door Jan Honingh boedelrekening opgemaakt van de overleden Secr. Boudewijn Wouterse. De kinderen zijn: 1. Pieter Boudewijnse, 2. Marinus Adriaanse en Janneken Boudewijnse. [346]

    1646. JAN CORNELISZ SWAGER/ZWAGER, ovl. verm. 1719-1724, wordt in de periode 1708-1711 vele malen vermeld als voogd over nagelaten kinderen van Jan Leendertsz Kister en Neeltje Crijns,[352] landman (1684) en weesmeester te Rengerskerke (1711, 1713, 1720), met een eigen handmerk,[353] tr. vóór ca. 1690(¥)[354]

    1647. NEELTJE HEERTJES.

    COMMENTAAR(¥) Een mogelijk huwelijk zou kunnen zijn Jan Cornelisse, otr./tr. geref. Zierikzee dec. 1685 Neeltje Machiels.
    of Jan Cornelisse, tr. geref. Zierikzee 9-9-1694 Neeltje Machiels.

    Op 29-4-1684 wordt een verklaring afgelegd door Jan Cornelisse Swager, landman wonend te Rengerskerke, en Marinis Boot, landman wonend te Rengerskerke, ten behoeve van Lieven Rijmberg, wonend Moriaanshoofd, wed. van Dominee Kerckhoven. Het betreft een huis aan de Karnemelksvaart te Zierikzee. Get. Abram Janse te Renesse, Daniel van Hulle te Haamstede. [355]
    Op 13-2-1719 testeren Jan Cornelisz Swager en Neeltje Heertjes. Tot voogden worden benoemd hun zoons Cornelis Jansz Zwager en Jochum Jansz Zwager. [356]

    1652. ADRIAAN (AERNOUT, AART) BOUDEWIJNSE VAN DEN ENDE(¥), geb. vóór ca. 1670, parentatie niet bewezen, treedt op als getuige in akten (1676, 1678), woont te Oosterland (1678(.

    COMMENTAAR(¥) Hij is zeer waarschijnlijk identiek met een of meerdere van de volgende drie personen:
    - Adriaan van den Ende, geb. vóór ca. 1655, j.m., varendeman van Antwerpen, wonend te Zierikzee (1679), otr. Zierikzee geref. 23-4-1679 Adriaantje Cornelis, wed. van Nieuwerkerk (Duiveland), wonend te Zierikzee (1769).
    of
    - Adriaan Boudewijnse van den Ende, geb. vóór ca. 1655, j.m. van Zierikzee (1680), otr. Zierikzee geref. 22-12-1680 Jobje Jacobs, j.d. van Zierikzee (1680). Een Jobje Jacobs ovl. Zierikzee 1719.[366] Dezelfde?
    of
    - Adriaan Boudewijnsze van den Ende, geb. vóór ca. 1660 j.m. van Zierikzee (1684), otr. Zierikzee geref. 12-11-1684 Gelyntje Pieters, van Haamstede, won. te Zierikzee (1684).

    1656. JACOB DE BLEIKER, geb. vóór ca. 1650, parentatie niet bewezen doopsgez. leraar te Sommelsdijk (1693).[369].

    1696. JACOB JANSZ STUER(¥), beg. Laren impost 9-11-1714.

    COMMENTAAR(¥) Is hij verwant aan Willem Gijsbertse St(e)ur, betaalt ƒ 2,10 verponding (1733) als eigenaar van een huis te Bussum, waarvan het voorste deel is verhuurd voor ƒ 16,--, en het achterste deel in gebruik bij verscheidene partijen, in totaal getaxeerd op ƒ 30,--, tr. Naarden 3-5-1709[373] Weegje Willemsen, geb./ged. RK Bussum/Naarden 14-9-1684,[374]? waaruit Aaltje Willemse Steur, geb./ged. RK Bussum/Naarden 4-11-1723.

    1704. JAN (DE WIT), is mogelijk identiek aan Jan Corn: de Witte vermeld in de lijst van koptiendplichtigen te Laren 1680,[375]

    1720. JAN (BOS?).

    Op 26-3-1706 is Jan Cossen medeondertekenaar, als geerfde en inwoner van Baambrugge, van een verzoek aan de Staten van Utrecht tot het instellen van een nachtwacht [378]. Is hij Jan Bos? In Weesp wordt rond die tijd vermeld Jan Jochemsz Bos [379], commissaris van de schaal aldaar [380]. Is hij Jan Bos?

    1718. ELBERT NN.

    1736. PIETER DIRCKSZ ZETHOVEN, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1637, parentatie niet bewezen, tr. vóór 1637

    1737. ANNETGEN PIETERS TEIJSTERMAN, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1637, parentatie niet bewezen.

    COMMENTAAR(¥) zie copie Teijsterman, p128. ZOEK OP.

    Op 4-6-1637 compareren Arien en Cornelisz Symons Teijsterman voor henzelf, Cornelisz Pieters Teijsterman en Annetgen Pieters Teijsterman, gehuwd met Pieter Dircksz Zethoven, alsmede voogd over de nog onmondige kinderen van Pieter Symonsz Teijsterman , Aris Cornelisz Quast als voogd over de kinderen van Ouwe Cornelis Symonsz Teijsterman en de voogd over de kinderen van Jan Symonsz Teijsterman , allen erfgenamen van Symon Jansz Teijsterman, in zijn leven gewoond hebbend te Nieuwkoop [383].

    1744. JAN (VAN STRATEN), geb. vóór ca. 1640.

    1752. CORNELIS JANSZ WITTEBOL, geb. vóór 1622 (vóór ca. 1617), ovl. 1670-1672, belender aan de Binnenweg 1654..1664 (in 1672, 1675 de weduwe van Cornelis Jansz Wittebol), de Bovenweg (1667), te Hazerswoude, is mogelijk in 1669/1670 al ziek of afwezig want laat zich in akten van die jaren door zijn broer vervangen, doopget. (1680), tr. 1626-ca. 1645

    1753. JANNETGE JANS, geb. vóór ca. 1595, ovl. na 1675, belendster te Hazerswoude als de weduwe van Commer Jansz(1628, 1629), en als de weduwe van Cornelis Jansz Wittebol (1672, 1675), tr. 1o vóór ca. 1615 COMMER JANSZ, beg. Hazerwoude 17-4-1626 (diaconieontvangsten), belender aan de Buitenweg (1618, 1622), in de Bent (1622) te Hazerswoude.

    COMMENTAAR(¥) Het huwelijk van Cornelis Jansz Wittebol en Jannetge Jans valt niet te vinden. Wel is in de relevante periode bekend:
    Cornelis Janss (Wittebol), j.g. van Haserswoude, otr. Hazerswoude geref. 28-11-1638 (met attestatie) Machteltgen Thomas, j.d. van Haserswoude.
    Cornelis Janss laat te Hazerswoude geref. dopen 31-10-1638 Jan (geen moedersnaam genoemd, get. Jacob Janss, Jan Janss, Aefje Jansdr)
    Cornelis Janss, wednr. van Hasertswoude, otr./tr. Hazerswoude geref. 3-9/1-10-1628 Annetgen Jansdr, wede. van Wensveen, won. tot Haserswoude.
    Cornelis Janss & Janneke Jansdr (dezelfden als hierboven?) laten te Hazerswoude geref. dopen 2-9-1629 Trintgen (get. Crinke Jans, Wouter Huijgen).

    Op 29-11-1611 verkoopt Leendert Cornelisz aan Commer Jansz een huis en erf met 2½ morgen land of water, gelegen binnenweg, belast met 6 gulden per jaar rente, verder belend volgens de oude brief welke overhandigd wordt. Leendert zal de oude custing, welke hij nog schuldig is wegens de koop, aan Jan Eeuwoutsz aflossen. Voldaan met een schuldbrief.
    Vervolg a. 29-11-1611. Volgt schuldbrief van 300 gulden met hypotheek op het gekochte. [384]
    Op 28-3-1616 verkoopt Gerrit Claesz aan Commer Jansz 5½ hond slagturfland of water gelegen buitenweg, belend en belast zoals verkoper het had verkregen bij brief van 11-12-1604 van Floris Cornelisz, welke brief wordt overhandigd. Voldaan met een obligatie van 20 gulden en 60 ton turf. [385]
    Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
    te Hazerswoude : Commer Jansz ende Jannetgen Jansdr, "onvermogent", met Jan, Gijs, Ariaentgen ende Aeltgen heure kinderen - 6 hoofden.
    Op 22-8-1660 maken Corns Janss Wittebol en Jannetge Jans, echtelieden, zij wonend op de Achterweg in Hazerswoude en eerder wed. van Commer Janss, een codicil. [386]

    1754. CORS T(H)IJSZ HOUWELING, geb. Hazerswoude voor 1622, ovl. na 1676, j.m. van Hazerswoude (1647), vermeld als Cors Thijss in de transportregisters van Hazerswoude (1649, 1676), woont in Zoeterwoude en Benthuizen, betaalt als veenman te Benthuizen ƒ 1/2 familiegeld Rijnland (1674), otr./tr. Hazerswoude geref. 10/24-3-1647 (beiden onder patroniem),[410]

    1755. MAERTJE GOVERTS VAN HIJZELENDOORN, geb. ca. 1620, ovl. Zoeterwoude voor 20-1-1695, j.d. van Hazerswoude (1647).

    1756. MAERTEN (VAN ZUIJLEN), geb. vóór ca. 1640.

    1760. WILLEM CORNELIS (SCHANSHEER/SCHANSMAN), ovl. na 1649, j.m. van Ridderkerk (1613), tr. Ridderkerk 20-10-1613[413]

    1761. SYERGEN (ZIJTGEN, SIJGJE) DIRKS, geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1649, j.d. van Ridderkerk (1613).

    VUL AAN Schansman, Prom. 14, p243
    Op 15-11-1649 compareren Cornelis Dirks van der Goude, Willem Cornelisse Schansman als man van Sytgen Dirksdr, Jan Henricxz als man van Pietertje Dircksdr, kinderen en erfgenamen van 's vaders zijde, voor de helft, ende Henrick Egberts voor sijn selven mitsgaders hem sterck maeckende voor Govert Bastiaens ende voor Jacob Willems Moockhoek als man van Jorisje Cornelisdr ende noch als oom ende bloetvoocht, hier mede present, neffens Jan Aryens Punct, mede oom ende bloetvoocht van de nagelaten weeskinderen van sa. Lenert Aryens Punct en Lyntgen Egbertsdr sa., ende noch transport hebbende (soo hij seyde) van Bastiaen Cornelisse, all tesamen mede kinderen ende erfgenamen van 's moeders syde elc voor een gerecht sesde part, in de wederhelft van de nagelaten boedel van sa. Dirck Pieters van der Goude ende Neeltje Cornelisdr sa. hare vader ende moeder, schoonvader ende schoonmoeder respectieve. Zij verkoopen ende transporteeren aan Cornelis Henricxs als man van Grietje Gornelisdr, eertijds weduwe van Gijsbert Daniels die mede een dochter is van de voors. Neeltje Cornelisdr sa. ende oversulcks mede-erfgenaam in de wederhelft voor een gelijck sesde part, een huysinghe, erve ende boomgaert aan den buytenkant van den droosgewaerd onder dese jurisdictie. [414]

    1768. PLEUN LENAERTS (LEENDERTS) GELDER, geb. 1607/08, ovl. 1667-1671, j.g. van den Oostendam (1629), woont te Ridderkerk (1659, 1661) testeert met zijn vrouw Dordrecht,[439] tr. Hendrik Ido Ambacht 13-5-1629[440] [441]

    1769. GRIETJE PIETERS, ovl. na 1676 j.d. wonend aan den Droogendijck (1629).

    Op 25-8-1659 verklaren Wouter Jacobsz 't Hoen, woonachtig op de Oostendam te Hendrik Ido Ambacht, 48 jaar, Pleun Leendertsz Gelder, 51 jaar, Cornelis Pleunen, 30 jaar, en Pieter Pleunen, 28 jaar, op verzoek van Neeltgen Ariens, weduwe van Jan Cornelisz van Papendrecht, woonachtig ongeveer bij de Oostendam te Ridderkerk, dat zij bij het ziekbed zijn geroepen van Jan Cornelisz die hen meedeelde dat het zijn wens was dat zijn echtgenote na zijn dood hun gehele boedel zou behouden. [442]
    Op 7-4-1661 maken Pleun Leenderts Gelder en Grietje Pietersdr, zijn huisvrouw wonend te Ridderkerk een testament voor de langstlevende en benoemen elkaar over en weer tot erfgenaam.[443] [444]
    Op 16-4-1667 compareren de eerzame Pleun Leenderts Gelder, Willem Leenderts Gelder en Arij Leenderts Gelder, allen kinderen en erfgenamen van Leendert Gelder ende Neeltie Willems haar comparanten vader en moeder beiden zaliger in haar leven gewoond hebbende aan de Molendijk onder Ridderkerk. Zij verdelen in vriendschap de boedel. Pleun Leenderts Gelder valt ten deel een boomgaard gelegen boven veertien voeten van de voors. dijk waar aan belent is ten oosten Berber Teunis, en nog de helft van zeven ackeren griend staande op zelve twaalf roeden medegelegen aldaar waarvan de wederhelft is toekomede Pleun Willems. De voorn. Willem Leenderts Gelder is ten dele gevallen een huis en boomgaard waar van de diverse tuijnen bij de voorn. Pleun Leenderts en Willem Leenderts tot laatste is nemende den dijck, mitsgaders 't uitpad ieder voor zijn werf ende griend en boomgaard gelijk daaraan van ouds is geweest, als mede schouw daarop te verwachten en te voldoen. De voorn. Arij Leenderts Gelder is ten dele gevallen een som van 130 car. gld, en is gelijk betaald uit handen van voorn Pleun Gelder, zijn broer, en beloven elkaar over en weer het volle effect ervan te zullen laten genieten. Pleun Leenderts Gelder en Arij Leenderts Gelder, ondertekenen met een handmerk, Willem Leenderts Gelder met een kruisje. [445] [446]
    Op 27-2-1671 verkoopt Grietje Pietersdr, wed. van wijlen Pleun Leenderts Gelder wonend onder Ridderkerk, aan haar zoon Jan Pleunen Gelder "een hoog aertschuijt met zeijl ende verder aancleven van dien zoo de zelve rijld en zeijlt" voor de som van 40 car. gld alle 't welke voors. is en contant heeft betaald. [447]

    1770. MICHIEL JACOBS(EN) SNOUCK (SNOECK), geb. (Sleeuwijk?) ca. 1630, ovl. vóór 2-11-1680 [461], otr. 2o Sleeuwijk 11-3-1668[462] [463] MAIJKEN CORNELISDR, geb. Almkerk, ovl. na 1684. Zij hertr. Sleeuwijk 2-11-1680 Claas Pieters Romeijn en 19-11-1684 Cornelis Bastiaans. Hij tr. 1o voor 1652[464] [465] [466]

    1771. HENDRIKSJE MELISDR VERSCHOOR, geb. (Sleeuwijk?) ca. 1625, ovl. na 25-7-1666[467] , voor 11-3-1668 [468] .

    Wapen Verschoor: Gedeeld: I. in goud een uitgerukte boom vergezeld boven van twee eikels van natuurlijke kleur, II. doorsneden: a. in zilver een pauselijke tiara van goud, gaande over twee schuingekruiste gouden sleutels, b. in goud een rode dwarsbalk vergezeld van 21 koeken van hetzelfde, waarvan in het schildhoofd 6 en 5 en in de schildvoet 4,3,2,1. Helmteken: de boom uit het schild. Dekkleden: goud en groen.

    1774. HE(IJ)NDRI(C)K PIETERSZ, jongeman van en wonend te Barendrecht (1647), otr. Rotterdam geref. 30-12-1646 ("attestatie gegeven den 13-1-1647 op Pietershoek"), en tr. Puttershoek 16-1-1647 (hij met attestatie van Rotterdam, zij met attestatie van Barendrecht)[491]

    1775. HARM(P)TJE (ERMTJE) GERRITS (VAN WASSENBERGH), jongedochter van Wassenborch In 't Lant Van Gulich, wonend in de Kerckstraet te Rotterdam (1647).

    1788. JAN KLOOSIER (KLOOSTER?), parentatie niet bewezen, vermeld in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) in de klasse arbeiders en onvermogenden, met 3½ personen in het ambacht Rijnsaterwoude.

    1790. ABRAHAM JANSZ (DE LANGE)(¥), vermeld als Abraham Jansz arbeider te Oude Wetering in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 2 personen in de klasse kleine getaxeerden,[496] tr. vóór 1659

    1791. INGETJE CORNELISDR.

    COMMENTAAR(¥) Er is mogelijk verwantschap met Kors Jacobsz de Lange, j.m. van Rijnsaterwoude , otr/tr Purmerend/Rijnsaterwoude 21-9-1675/13-10-1675 Dieuwertge Jans, j.d. van Purmerend.
    en Cors Rieuwersz de Lange, j.m. van Rijnsaterwoude en Grietge Claas van Kraneveld, j.d. van Oudewater, otr. Oudewater 7-7-1674.

    1806. JAN GALLOIS, geb. vóór ca. 1625, ovl. na 1680, wordt burger van Amersfoort 18-10-1652 als Jan Gallois afkomstig van "Can in Normandijen", tekent als Jan Galois, schoenmakersgesel (1652), schoenverstelder, borger en inwoonder van Amersfoort 1654..1665), met een merk, als getuige diverse not. akten, huw. get. (1680).

    Gereformeerde Lidmaten Amersfoort, Lijst opgemaakt 1688:
    Teuntje Galois in de Peperstraat. Zou zij de echtgenote van Jan Galois (kw. nr. 1806) zijn?

    1808. WILLEM BREUNISSEN (VAN) KRAAJENKAMP, geb. Barneveld ca. 1632, ovl. 1684-1701, aanvankelijk landbouwer te Barneveld, later pachter van de hoeve Over Seldert onder Hoogland [504], geref. lidmaat te Amersfoort 30-9-1660 op belijdenis, woont dan in de Coninckstraat [505], burger van Amersfoort 30-4-1660, afkomstig uit Barneveld, betaalt ƒ 12,10,-- Familiegeld (1675) als Willem Bruijnissen, verbouwt tabak op Overzeldert te Hoogland, met vrouw en twee kinderen (oud 3 en 1 jaar) heeft een voorzoontje genaamd Gerrit Willemsen (oud 13 jaar) van moeder bestorven, wiens goederen door de vader in lijftocht worden bezeten,[506] otr. 2o Amersfoort 25-8-1671 (als wednr. van Aeltjen Willems) GEERTJE JOOSTEN, ged. verm. geref. Barneveld 9-7-1643 (als dr. van Joost NN, wullewever), ovl. na 1702, j.d. van Barneveld, wonend te Hoogland, otr./tr. 1o Amersfoort 17-3/3-4-1660, als j.m. van Barneveld, met betoon van Barneveld, alwaar de geboden gaan

    1809. AELTJEN WILLEMS, beg. Amersfoort St. Jorisk. 7-9-1668 (als h.v. van Willem Breunissen "in de Noortkerck met een platte kist", impost ƒ 10,--), j.d. van en wonend te Barneveld.

    De landman.
    Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

    klik op plaatje(s) om te vergroten
    Op 6-9-1684 krijgen Willem Breunisz Crayencamp en Geertie Joosten octrooi om te testeren.[507]
    Op 4-9-1684 maken Willem Breunissen Crayencamp, "sieck te bedde leggende" en Geertje Joosten, "gesont", echtelieden en burgers van Amersfoort, wonende op Overseldert onder het gerecht Hogelandt een mutueel testament. Zij geven elkaar vruchtgebruik en lijftocht van de wederzijdse goederen, en willen dat hun goederen onverdeeld blijven totdat het jongste kind mondig of getrouwd zal zijn. Willem Breunissen Crayencamp prelegateert aan zijn nakinderen ƒ 600,-- voor moeders goed, hetgeen minder is omdat "hij comparant door de franse tijd groote schade heeft gehad". Dit alles onder uitsluiting van de weeskamer. De akte is gedaan op Overseldert onder getuigenis van (Daniel?) Wouters wonend op de Wetering, Wouter Barts en Jacob Gerrits, beide wonend op Overseldert. Was getekend door Willem Breunissen Crayencamp en van kruisjes voorzien door Geertje Joosten en de getuigen. [508]
    Op 18-10-1702 compareren Geertje Joosten, wed. en "boedelharster en lijftogterse" van Willem Breunisz Craeyencamp, Breunis Willems Craeyecamp gehuwd met Leentje Jans, "waer bij hij blijckende geboorte heeft", Gerrit Heijmensen Edelman gehuwd met Elbertje Willems Craeyecamp, Joost Willems Craeyecamp gehuwd met Maria de Hoogh, "waer voor hij sich bij desen sterck maekt", Hendrick Willems Craeyecamp gehuwd met Martijntje Huijberts, Arien Reijerts gehuwd met Aeltge Willems Craeycamp, en Hendrick van Couchine gehuwd met Hendrina Willems Craeyecamp. Zij machtigen Hendrick Lodewijcks van Steijnfort, gerechtsbode van 't Hogeland, om in hun naam voor schout en schepen aldaar te "cederen, transporteren ende over te geven ten behoeve van Meerten Hendricksz ende Neeltge Gerrits seeckere omtrent se(..) (gameten?) lands gelegen op Nederseldert onder de geregte van 't Hogeland", belend ter ene zijde "den (erve?) A..hoeve?, genaempt De Hof tot Amersfoort", ter andere zijde de (hoeve?) .. Gerrets van haer Ed. Mog. heren kapittel van St. Jan van Utrecht". Het land is vrij van lasten "uijgesondert de .. gelde schilt schellinge ende mergengelden, polder ende dijckgelden" en "servituijten soo van wegen sloten uijt ende overgangen" als vermeld in de koopcedulle. Het vorenstaande wordt "geinsereert met belofte van vrijdinge ende waringe als erfcooprecht ende costuijme van de landen. Zij bekennen "met eenen van de comparanten van de totale cooppennighen te zijn voldaen". De acte wordt gepasseerd "ten comptoire" van de notaris met als getuigen Wijnand van Leeuwen en Herman van Houten. De acte wordt met "+" gemerkt door Geertje Joosten, "x" door Arien Reijertsz, "+" door Aeltge Willems Crayecamp, "+" door Hendrina Willems, en getekend door verdere comparanten en getuigen. [509]

    1810. HENDRIK JACOBSEN BERGHUIS, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1669-1675, wednr. afkomstig van Barneveld (1666), tr. 1o (huw. voorw. 12-7-)1658 ELBERTJEN WIJN(N)EN, geb. vóór ca. 1600, ovl. 1664-1666, vermeld 17-12-1658 als Elbertje Wijnen, wed. van Reyer van Esvelt (Esfelt)(¥), met haar tegenwoordige man Hendrik Jacobs, laat een - bij de huw. voorwaarden geregisteerd - kapitaal na van ƒ 1100,-- waarvan de renten te betalen zijn aan haare behoeftige vrinden of armen van Barneveld, wier erfgenamen belenders zijn te Barneveld (1677), dr. van Wijn Wouters en Elbertgen NN, otr. 2o Barneveld geref. 2-9-1666 (beiden onder patroniem, tr. wellicht te Hoevelaken?))

    1811. ANNETGEN HESSELS (VAN JOLENBROEK), geb. vóór ca. 1645, ovl. na 1688, dr. van Hessel Everts, van Swartebroek onder Voorthuijsen (1666), otr./tr. 2o Barneveld geref. 21-11/12-12-1675 JAN PETERS ROMEIJN ("de Weerd"), ovl. na 1688, wednr. van Lijsje Lubbert Geurtsdr (huw. 1664), bij wie voorkinderen, logementhouder te Barneveld,[526] zn. van Peter Romijn en Dirkje Jansdr van Rijnberck.

    Wapen Jolenbroek: 3 gekruiste zwaarden. Kleuren onbekend.
    Dit wapen werd gevoerd door Annetjes zuster Evertje Hessels van Jolenbroek. Het komt voor op de koperen lezenaar van den voorzanger in de kerk te Barneveld.[527]


    COMMENTAAR(¥) Volgens Ref. [528] "trouwde Reyer van Esvelt met Elbertgen Wijnen en overleed na zijn echtgenote, zonder kinderen na te laten." Dit is niet overeenstemming met het trouwen vam Elbertje Wijnnen in 1658 als diens weduwe!
    Reijer van Esfelt, geb. vóór ca. 1600, ovl. 1653-1658, zn. van Pouwel van Esfelt, tr. vóór 1624 Elbertje Wijnen, geb. vóór ca. 1600, ovl. 1664-1666, dr. van Wijn Wouters en Ellertgen NN.
      Uit dit huwelijk (o.a.?):
    • a. Maria van Esvelt, geb. vóór ca. 1620, ovl. vóór 1666, tr. vóór ca. 1640 Gerrit van Alpen.
        Uit dit huwelijk:
      • 1. Jan Gerrits van Alpen, geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1666, mondig 1666.
      • 2. Hendrik Gerrits van Alpen, geb. vóór ca. 1640, mondig 1666.
      • 3. NN (dochter) Gerrits van Alpen, ovl. na 1666.
      • 4. NN (dochter) Gerrits van Alpen, ovl. na 1666.
    Herengoederen op de Veluwe, nr. 115:[529]
    Een half herengoed (na 1618 wordt gesproken van een bijzondere zaalweer) genaamd Millingen in het ambt Barneveld, Kerspel Garderen, in het dorp.
    18-5-1625 Pouwel van Esfelt oprukking. N.B. Op verzoek van zijn zoon Reijner van Esfelt.
    8-5-1632 Reijner van Esfelt investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Pouwel van Esfelt.
    20-12-1636 Reijner van Esfelt x Elbertgen Wijnen approbatie van een accoord aangaande de successie van het herengoed.
    4-12-1638 Reijners van Esfelt oprukking (23-12-1644).
    31-3-1654 Reijner van Esfelt en huisvrouw Elbertjen Wijnen approbatie van hun wederzijdse tucht.
    30-3-1653 Oprukking.
    20-7-1659 Elbertgen Wijnen, weduwe van Reijner van Esfelt, oprukking.
    13-3-1666 Jan Gerrits van Alpen investiture en oprukking als erfgenaam van zijn moeder Maria van Esvelt, die het geërfd had van haar ouders Reijer van Esvelt x Elbertgen Wijnen.
    etc.
    Herengoederen op de Veluwe, nr. 105:[530]
    Een herengoed (in 1615 in twee delen gesplitst en in 1629 weer geconsolideerd tot een herengoed) genaamd Evert Wouters goet in het ambt Barneveld, Kerspel Kootwijk, in het dorp.
    28-4-1599 Tijmen Reijners oprukking (25-6-1610).
    18-1-1611 Thijman Reijerss consent voor zijn huwelijksvoorwaarden tussen hem en zijn co Henrickgen Thonis, weduwe van Jan Maessen, opgericht. N.B. Getuigen: Claes Thonissen, Evert Somer en Winant Wouters.
    18-1-1611 Thiman Reijers consent voor het belasten van de olderdom en zijn aandeel ten behoeve van Wijn Woutersen tot Barnevelt.
    14-1-1615 Wijn Wouters x Ellertgen bekomen transport na overdracht door Thiman Reijers, van het halve herengoed, hetgeen tot een bijzondere zaalweer wordt gemaakt.
    3-5-1623 Thimen Reijers oprukking. N.B. Sedert de laatste oprukking heeft Thimen Reijers de helft van het goed, als een bijzondere zaalweer, opgedragen aan Wijn Wouters x Everdtgen. Bovendien gebruikt Henrick Thimens en Willemken zijn zuster, een vierde van dit goed, zodat Thimen Reijers buiten de zaalweer slechts een vierde van het goed in gebruik heeft.
    3-5-1623 Approbatie van magescheid tussen Thimen Reijers van Coetwick en de mombers van zijn onmondig kind, verwekt bij zijn eerste vrouw Marye, dochter van Jan Gerrits Custer en Aertgen. N.B. Thimen is na de dood van Marye opnieuw getrouwd. Hij is toen op 10-1-1609 met Thoenis Cornelissen en Gerrit Jans (ooms van het onmondige kind) te overstaan van Derick Gein, Ambrosio van Ommeren, schout van het ambt Barneveld, en Evert Soemer overeengekomen om aan het onmondige kind bij zijn meerderjarigheid 125 Car. gulden (á 20 stuiver brabants) uit te betalen, welke som hij in zijn te Kootwijk gelegen erfgoederen gevestigd had.
    10-1-1624 Idem, consent voor een bezwaring ten behoeve van Reijer van Esvelt en huisvrouw.
    10-1-1624 Reijer van Esfelt oprukking als man en momber van zijn huisvrouw, die het halve goed erfde van haar ouders, Wijn Wouters en Evertgen.
    21-3-1629 Reijner van Esfelt x Elbertgen Wijnen investiture voor een bijzondere zaalweer (zijnde de helft) welk Elbertgens ouders, Wijn Wouters en Elbertgen, gekocht hadden van Thijman Reijersz. Idem oprukking voor de halve olderdom en een vierendeel na transport door Thijman Reyersz, hetwelk met de bijzondere zaalweer tot een zaalweer wordt geconsolideerd, het resterende vierendeel is nog in bezit van Henrick Thimens en Willemken (zijn zuster).
    14-3-1635 Reijer van Esfeldt x Elbertgen Wijnen oprukking.
    20-12-1636 Reijner van Esfelt x Elbertgen Wijnen approbatie voor een accoord aangaande de successie van het herengoed.
    15-11-1641 Reier van Esvelt oprukking (14-3-1648, 30-3-1653).
    14-12-1658 Elbertgen Wijnen approbatie voor de tuchting van haar tegenwoordige echtgenoot Hendrick Jacobs.
    20-7-1659 Elbertgen Wijnen, weduwe van Reijer van Esfelt, oprukking.
    19-2-1664 Elbertien Wijnen approbatie voor de tuchting van haar man Hendrick Jacobs Berchuijs.
    13-3-1666 Jan Gerrits van Alpen investiture en oprukking, mede voor zijn broer Hendrik Gerrits van Alpen, en zijn twee zusters, erfgenamen van hun moeder Maria van Esvelt, die het geërfd had van haar ouders, Reijer van Esvelt oo Elbertgen Wijnen.
    13-3-1666 Hendrik Gerrits van Alpen oprukking na transport door zijn broer, Jan Gerrits van Alpen, van de halve zaalweer en een vierde part van een vierde deel van het herengoed.
    13-3-1666 Hendrick Jacobs Berghuis oprukking na transport door Hendrick Gerrits van Alpen, van de halve zaalweer en de helft van een vierde part van het herengoed.
    6-10-1676 Gerrit Hendrickse Brouwer investiture en oprukking als erfgenaam van Elbertgen Wijnen.
    9-4-1685 Gerrit Hendricksen Brouwer oprukking.
    9-4-1685 Idem approbatie voor het verbinden van zijn herengoed voor de administratie van het Rentambt van de Veluwe.
    2-8-1699 Gerrit Hendrix Brouwer oprukking.
    2-8-1699 Heymen Jansen, tot Essen, oprukking na transport door Gerrit Hendricksen Brouwer, Scholtis tot Ermelo.
    3-12-1716 Heijmen Jansen oprukking.

    Elbertje Wijnen en Hendrik Jacobs Berchuis, vermeld 1664. [531]
    In 1768 wordt Hendrik Berghuys vermeld als curator ofte administrateur van een seekere somma familiegelt heencomende van Elbertjen Wijnen (die zijn betovergrootmoeder is, zie Fragment Berghuijs ).[532]
    Op 4-5-1669 wordt seekere gedeelte vant erff gent. Creijencamp en van Oldenbernevelt twelck Jan Tuenissen en Aeltijen Hendricks, door dode en offsterven van zal. Elbertijen Wijnnen is angeerfft neffens sodane erff en versterffenis als haer eluijden, van voors. zal. Elbertijen Wijnnen is angeerfft, beswaert met 250 gl. ten behoeve van Hendrick Jacopsen Berghuijs en Annetgen Hessels eluijden. Geregistreert den 16-11-1676.[533]
    Op 16-10-1687 compareerde voor den Welgeboren ende Gestrengen Heer Lucas Wilhem van Essen tot Helbergen en Schaffeler landtdrost van Veluwen etc ende onderbenoemde gerichtsluijden, Evert Hesselsen van Jolenbroeck ende bekende voor hem ende sijne erven dueglich schuldich te sijn aen Johan Romeijn wegens geleende penn(ingen) als anders de somma van drijehondert vijftich caroly guldens aen Roeloff Zegersen wegens geleende ende verstreckte penningen, vermogens obligatie van den 8 augusti 1686, een somma van vijffhondert gl capitaal mit den interesse van dien tegens vier percento a tempere dater obligatioris, aen het onmundige kindt van Lambert Aertsen in ehestant geprocreert bij Aeltien Hessels van Jolenbroeck de somma van vijff en t negentich gulden wegens geleende penningen ende aen Evert Heijmen van Middendorp de somma van scht en veertich gulden wegens twee jaaren pacht van een stuck landts gnt de Koecamp bijt erff ende goet Joelenbroeck gelegen, alles nochtans ter goeder reeckeninge en bewijsselicke betalinge affgetrokken, welke somma met den intresse van voorn. obligatie bereets verschenen off noch te verschijnen, hij comparant beloofde te betalen aen respectieve crediteuren haeren erven ofte derselver recht hebbende van huijden over een halff jaar daer voor verwilleckeurende, nae dat hij van de krachte van dien genoeghsaem geinformeert ende gericht waer, sijn gerechte aenpart aen een erff en goet genaemt den Brant in den ampte van Barnevelt, carspel Garder buijrschap Garderbroeck gelegen, noch de helfte van anderhalve mergen mehen landts in den ampte van Nijkerck in Arckemehen aen de Bleeckerwegh gelegen, soo die selve in haere bekende bepalingen sijn leggende en van welck voorn. erff en mehenlant Johan Romeijn de gerechte halffscheijt competeert ende toestendigh is, om bij cause van betalinge die gemelte verschulde penningen bij in ende aenkeeringe paratelick ende promptelick nae verwillekeuronghs rechten te cunnen en mogen verhalen, voorts bekende hij comparant aen alle drie opgemelte crediteuren noch schuldich te sijn een somma van sesduijsent guldens capitael met den interesse tegens drie percento sedert den 11e december 1676 ende daer voor verbonden te hebben het aenlinge erff ende goet Joelenbroeck, met sijn houtgewasch, landen en velden, getimmer en gepoot soo groot en cleijn als dat bij sijn ouders naegelaten is met alle sijne gerechticheijt en toebehoren, mitsgaders sijn hebbende veen in dese ampte van Barnevelt carspel Voorthuijsen, buijrschap Swartebroeck gelegen, daer oostwaert Willem van Westervelt, westwaerts t erff Corler, noortwaerts den Schuijerdersteegh, zuijtwaerts haer Ed. Mog. d Hren Staaten des Quartiers van Veluwen naest aengelandet sijn, gelijck mede een parceel landts uit het gemelte erff Corler groot omtrent twee mergen den Corler Enck gnt, soo het in sijn bekende bepalinge is liggende ende sijn ouders zal. behoort heeft, alles vermogens magescheijt tusschen hem comparant en opgemelt crediteuren in dato den 11-12-1676 opgericht ende daer bij uijt te rechten aenbeloovt, welck verbond hij bij desen in alle sijne leden is verclarende deughdelick te sijn geschiet ende bij desen in sijne volle waarde te houden, mitsgaders die betalinge van capitaal sampt interesse en die respective termijnen bij magescheijt gespecificeert promptelick nae te sullen coomen, onder verwillekeuringe van die verbonden percelen nae verwillekeuringhs rechten als boven en vorder verbondt van sijn persoon en goederen die selve daer voor en t geene breder bij desen vermelt submitterende die judicature des Wel Ed Hoves van Gelderlant, geschiet voor geërfde gerichtsluijden H. Nicolaas van Gendt tot Draeckenborge en H. Fred: Henr: van Gendt, actum den 16-12-1687 was beteijkent Wilh. van Essen Landdrost van Veluwen, lager off ter sijden stont, dese acte voor verwillekeuringe bij mij onders. geregistreert den 16 10 br. 1687, was beteijkent Joh. van Megen Landtschriever en boven besegelt met het cleijn zegel van 3 strs daer bij stondt Henr: Otters. Gecopieert ende geregistreert den 17-12-1687. besiet oock onder het Garderbroeck off Garderen fol. 9 verso. [534]
    Seecker huijs en hoff mit daertoe behoerende landerien gnt den cleijnen Camp in den Carspel van Barnevelt Esvelder boijhoek gelegen toebehoorende het onmundige kindt van Aert Maessen ende Geurtgen Lubberts in leven echteluijden.
    Anno 1678 den ... (N.B.: er staat geen datum vermeld) ter versoecke van Jan Crolboom als gemachtighte van Jan Francken door Johan van Dompseler Scholtis tot Barnevelt op speciale authorisatie van den Heere Landtdrost bepeijnt om betalinge te hebben van een capitaele somma van 200 gl mit daer op verlopene interesse bij Geurtjen Lubberts voors. wed. van Aert Maessen ten profite van Claes Willemssen en Evertjen Teunis echteluijden in dato den 11 Junij 1669 gepasseert waervan voors. Jan Francken door erffenisse en deijlinge t recht is hebbende. geregistreert den 7e augusti 1678. Anno 1688 den 16 februarij heeft Aertjen Aerts dochter van Aert Maessen boven geschreven het voors. goetgen de Camp mit alle aancleven van dien vercocht, gecedeert en getransporteert aan Jan Peterssen Romeijn en Annitgen Hessels Jolenbroeck echteluijden en haere erven. Geregistreert den 20 febr. 1688. [535]
    Op 5-6-1744 zijn Jan van Dompseler Heijmans x Maria van Coot, wegens opgenomen penningen, schuldig aan Cornelis Gerritsen en Jan Brouwer als naast bestaanden van Elbertje Wijnen en uijt dien hoofde wettige administrateurs, van een capitael groot ƒ 1100,-- soo gemelte Elbertjen Wijnen in conformite van haar huwelijkse voorwaarden met haar bruijdegom Hendrik Jacobsen in dato den 12 julij 1658 opgerigt heeft, gemaakt om bij twee van haar naaste vrinden te worden belegd en de renten te betalen aan haare behoeftige vrinden of armen van Barneveld. Als onderpand dient al hun aangedeelde en aangekogte goederen aan en op het erf en goed de Coot. Geroijeert den 7 julij 1774. [536]

    1820. JAN CORNELISSEN (BOON), ovl. vóór 1691, woont in De Birk (1670), tr. Amersfoort RK 't Zand en Soest[551] 25-7-1670

    1821. WEIJNGEN EVERS, ovl. na 1705, woont in De Birk (1670), voorheen in Celschuijr(¥) in de vrijheid van Amersfoort (1691), huw. get. (1705), otr./tr. 2o Amersfoort gerecht 4/8-12-1691 (als wed. van Jan Cornelissen Boon) WOUTER HENRICKSEN, meerderj. j.m. wonend te Isselt onder de vrijheid van Amersfoort (1691).

    COMMENTAAR(¥) In het Familiegeld van Amersfoort 1675[552] komt voor een inschrijving van de huisman op T(?)alschuijr goet f6,5,--.

    1822. DIRK HENDRICKS BONE(N)KAMP(¥), geb. Beusichem, ovl. 1692-1726, j.m. van Beusekom, woont te Amersfoort achter de Camp (1660), als Dirck Henricksz Bonencamp, afkomstig en geboortigh van Beusecom, burger van Amersfoort op 28-6-1675, otr./tr. Amersfoort gerecht 19-4/20-5-1660 (hij met attestatie van Beusekom en geast. met Geurt Petersen, zij met haar tante Geertjen Cornelis)

    1823. CLAARTJEN REIJERS, ged. Amersfoort 29-1-1637, ovl. na 1692, woont te Amersfoort in de Kreupelstraat. De erfgenamen van Dirck Boonekamp zijn in 1726 belenders in de Utrechtsestraat.

    COMMENTAAR(¥) Wie is Marritje, wed. Boonecamp, beg. Amersfoort 30-11-1720?
    Hendrik Dirk Booncamp, geb. te Amersfoort, acte van benoeming tot soldaat 7-2-1705 in dienst van de VOC te Ceylon,[555] vaart op 16-10-1721 als korporaal afkomstig uit Amsterdam op het schip Noordbeek voor de kamer Amsterdam van de VOC naar Batavia maar overlijdt op 21-2-1722 nog voordat het schip op 27-4-1722 in Kaap de Goede Hoop aankomt (hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief).[556]

    Op 31-12-1692 verkopen Dirck Henrickse Bonecamp en zijn vrouw Claertje Reijers, Beernt Lasserij en zijn vrouw Mechteld Reijers, Ceel Jansen en Jannitgen Reijers, insgelijks echtelieden, alle wonende binnen deze stad, mitsgaders Jannitgen Willems, weduwe van Willem Reijersse te Amsterdam, aan Claes Claessen Mierus, voerman, zijn vrouw en hun erfgenamen, een camp land, daar van een morgen aan Cornelis van Liender verkocht is, genaamd de Geercamp soo groot en klein dezelfde gelegen is tegenover de behuizing genaamd het "Swarte Berghje", belend aan de oostzijde de Lieve Vrouwe Capelle, aan de zuidzijde het voorzeide morgen land, aan de westzijde het bos van Hooft, aan de noordzijde de heuvel van Vlooswijck's erfgenamen. [557]

    1824. HENRICK OLOFSZ COCK, geb. vóór ca. 1645, ovl. 1698-1706, huw. get. (1691, 1698).

    1826. JOHANNES JURRIAEN (GEORGIUS) SPONSIS, geb. Warendorp, ovl. na 1693, als Johannes Joriaen Sponsis, bombasijnwercker, afkomstig en geboortigh van Warendorp, burger van Amersfoort op 13-1-1661, tr. vóór ca 1665 (huwelijk niet gevonden op achternaam)

    1827. GUILHELMA (WILLEMINA) (JANS) VAN (A) LIENDER, geb. vóór ca. 1645, ovl. na 1703, doopget. (1692..1703).

    1828. PAULUS PIJPER, ovl. 1673-1675, woont te Amersfoort (1666), tr. 1o voor 1663 JANNETJE VAN DIJCK, ovl. 1663-1666, tr. 2o Amersfoort geref. 8-11-1666 (hij als haar wednr., get. haar moeder Woutertjen Cornelis)

    1829. CORNELIA WULPHERTSZ, ovl. na 1689, j.d. van Scherpenzeel, wonend te Amersfoort (1666), betaalt nihil Familiegeld (1675) als wed. van Paulus Pijper in de Muurhuizen te Amersfoort,[581] mogelijk identiek met Cornelia Pijpers vermeld in 1688 in de lijst van geref. lidmaten te Amersfoort wonend in de Valkestraat, tr. 2o Amersfoort geref. 19-11/9-12-1675 (als wed. van Paulus Pijper) JAN (JOHANNES) LAMBERTSZ, j.m. van en wonend te Amersfoort.

    1830. JACOB DIRCKSZ GEELDORP (VAN GIJSDORP), ovl. vóór 1694, tr. vóór ca. 1675

    1831. CATH(A)RINA HENDRICKS BOSSEN (BOSCH), ovl. na 1699, doopget. (1695, 1697, 1699).

    1832. JAN (JOANNIS) JACOBS (BOTTER), ovl. na 1688, beg. verm. Amersfoort 31-10-1716 (als Jan Botter), j.m. van Amersfoort (1664), betaalt nihil Familiegeld (1675) als Jan Potter, arm, op de Weverssingel te Amersfoort,[582] tr. 2o Amersfoort geref. 15-11/22-12-1678 (als wednr. van Jannitjen Jordes (sic!));(¥) DIRKJE GIJSBERTS PINS, j.d. wonend te Amersfoort, tr. 1o Amersfoort geref. 15-9-1664 (get. zijn vader Jacob Botter, voor haar Catrijntje Sijlbachs)

    1833. BARTHA JORDENSSE (JORDAANS) VAN ECK, j.d. van Amersfoort, doopget. (1689, 1693).

    COMMENTAAR(¥) Dat klopt dus niet als zijn eerste vrouw nog in 1693 als doopgetuige optreedt. Is dit dus een andere Jan Botter?

    1834. PHILIP(PUS) FETTER (VERDER, VETTER)(¥), geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1696, kleermaker, afkomstig uit de Nederpals (1653), mr. kleermaker (1654), noemt zich na ca. 1680 PHILIP MOJAART, woont te Leiden (1653..1688), in de Ketelboetersteech (1653), op het Rapenburch (1654), op het Steenschuyr (1663, 1669), op de Corte Oude Vest (1680), in de Vegtersteeg (1681), doopget. (1656..1696), otr. 1o Leiden geref. 15-8-1653 (get. voor haar Marya Moyaerts, haar schoonzuster wonend op de Houck van de Clocksteech, voor hem Jan van Maerlant, zijn bekende wonend in de Berckelstraet) MARYA MOYAERT, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1654-1663, afkomstig van Leiden, wonend in de Berckelstraet (1653), dr. van Franchoys Moyaert (de Oude) en Martyne Rotsaerts (Rudsaers) (zie Fragment Genealogie Mooyaert ), tr. 2o Leiden geref. 22-8-1663 (met consent verleend 8-9-1663 om te Oestgeest te trouwen) (get. voor haar Marya Moyaerts haar bekende wonend op het Raepenburch) CORNELIA CORNELIS, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1663-1669, wed. van Joris Cornelisz van Dorp, boekverkoper (huw. 1657), afkomstig van Harderwijck (1657), wonend in de Nobelstraet (1657), op de Steenschuyr (1663), otr. 3o Leiden geref. 11-4-1669 (get. Cornelis Driehuysen, zijn neef(¥) wonend op het Rapenburgh, Anna Vroman haar bekende wonend op het Rapenburch), tr. Valckenburch MARIA (MAERTGE, MAAYKEN) VRO(O)MAN(S), ovl. Oegstgeest, beg. buiten Leiden (gereg. 24-7-1679), mogelijk identiek met Maritje Bartholomeus Vromans, doopget. (1659).

    COMMENTAAR(¥) Cornelis Driehuysen, boekverkoper op het Rapenburgh (x Elysabeth Moijaert), is eigenlijk een aangetrouwd neefje (tantezegger) van Philips eerste vrouw Maria Moyaert


    COMMENTAAR(¥) Er is lang gezocht naar kwartier nr. 1834, de vader van Anna Maria Mojaart die Philip zou moeten heten. Een Philip Mojaart komt vanaf 1680 voor te Leiden, maar uit de huwelijksjaren van zijn kinderen berekent men dat hij vóór ca. 1655 getrouwd zou moeten zijn. Een dergelijk huwelijk valt echter niet te vinden in Leiden. Wel vinden we Marya Moyaert, otr. Leiden geref. 15-8-1653 Philps Fetter (Verder). Het is vrijwel zeker dat deze Philps de gezochte is. In 1663 en 1669 hertrouwt hij, en lijkt zich sindsdien naar zijn eerste vrouw Mojaart te noemen. In het bovenstaande is Philps Fetter (Verder) als kwartier nr. 1834 aangemerkt.

    Er zijn kinderen van Philips Fetter (Verder) zoals hieronder vermeld. Wie de moeder is blijft vooralsnog onzeker. Het feit dat die kinderen zich Mooyaert noemen (en niet Fetter) en later Philips zelf ook, is een aanwijzing dat Maria Moyaert hun moeder is. Het is echter geen bewijs en derhalve is Maria Moyaert vooralsnog niet als kwartier nr. 1835 opgevoerd. Haar afstamming en verwanten kunnen worden gevonden in de Fragment Genealogie Mooyaert.

    Op 30-9-1654 compareren de eersame Philps Fedder, mr. cleermaker en de eerbare Maria Moijaerts, echteluijden, wonende te Leiden op het Rapenburch, neijde clouck ende gesont van lichame, gaende ender staende haer verstandt, redenen ende memorie wel machtich ende ten volle gebruijckende, welcke verclaerden van voornemens te wesen net van deser weerelt te scheijden sonder eerste ende alvoorens van haer tijtlijkcen goederen gedisponeert te hebben. Zij maken een mutueel testament en benoemen elkaar tot universeel erfgenaam. Er is een uitkering van 25 gulden te 40 grooten vlaems tstuck indien de langstlevende een tweede huwelijk sluit. Mocht bij het eerst overlijden van testateur diens vader Johannes Fedder nog in leven zijn dan krijgt deze in plaats van de ƒ 25,-- een legitieme portie. W.g. Fillip Vetter, Marije Moiaert. [584]
    De kinderen van de heer Mojert op de Havik te Amersfoort betalen ƒ 25,--,-- Familiegeld (1675).[585]
    Van de volgende personen is niet bewezen dat zij kinderen zijn van Philip Mojaart. Ze treden allen op als getuigen bij de dopen van kinderen van hun veronderstelde broer Maximiliaan. De beide volgende zusters Marytge en Sara Moyaart zijn vermoedelijk ook kinderen van Philip Mojaart. In elk geval treedt bij de huwelijken van beide zusters telkens Catarina Pieters, vrouw van Maximiliaen Moyaert als getuige op.

    1844. REIJNIER (JANSEN?) VAN OUWERKERK(E), geb. vóór ca. 1665, ovl. 1711-1718 (kort voor 1718?), vermeld als Reijnier Jansen van Ouwerkerk en zijn huisvrouw Lijsbeth Jans Smetzer, wonend in de Utrechtsestraat, in de lijst van geref. lidmaten te Amersfoort opgemaakt in 1688 (is dat misschien later bijgeschreven?), woont te Amersfoort (1703), otr. 2o Utrecht geref. 6-5-1703 (met attestatie naar Amersfoort 20-5-1703) en otr./tr. 2o Amersfoort geref. 4/22-5-1703 ANNETJE JANS (ANNETJE WANDERTS), j.d. van Emmerik, wonend te Amersfoort (1703), tr. 1o voor 1688 (niet gevonden te Amersfoort, mogelijk Utrecht 5-4-1685??)

    1845. LIJSBETH JANS SMITS(ER) (SMETZER), ovl. 1694-1703.

    Op 26-11-1718 vindt verkoop plaats uit de nalatenschap van Reijnier van Ouwerkerk, overleden echtgenoot van Annitje Wanderts. Het betreft een huysinge annex tabacxschuur aan de steeg aan de westzijde van de Hellestraat tot op de Cingel toe. Erfgenamen zijn: Arent Vriend, wednr. van Annitje Pieters van Ouwerkerck. Henrik Pieters Fiers, gehuwd met Alijda Pieters van Ouwerkerck. Pieternella van Ouwerkerk tot Amsterdam, zoon Pieter van Ouwerkerck, gehuwd met Annitje Theunis van Colverschoten, zoon Jan van Ouwerkerck, gehuwd met Henrickje Reyniers, en hun dochters: Maria en Sophia van Ouwerkerk. Onmondige kinderen van de erflater zijn Geertruijd, Wandert, Neeltje en Reijnier van Ouwerkerk. [588]
    Op 13-5-1719 verkopen Arend Vrind weduwenaar van Annitje Pieters van Ouwerkerck voor de eene helft en Hendrick Pieters Tiers en Aleijda Pieters van Ouwerkerck echtelieden alhier, Peternella van Ouwerkerck wonende tot Amsterdam, Pieter van Ouwerkerck en Annetje Teunis van Colverschooten mede echtelieden alhier, Maria van Ouwerkerck meerderjarige ongehuwde dochter en Michiel van Alphen en Sophia van Ouwerkerck echtelieden woonende tot Utrecht en Jan van Ouwerkerck en Henrickje Reyniers insgelijks echtelieden wonende alhier mitsgaders Annitje Wanderts, weduwe van Reynier van Ouwerkerck in haar kwaliteit als moeder van de voornoemde, Henrick Pieters Fiers als oom en de eerdergenoemde Pieter en Jan van Ouwerkerck als broeders en voogden over Geertruijdt, Wandert, Neeltje en Renier van Ouwerkerck minderjarige nagelaten kinderen van Reijnier van Ouwerkerck zaliger door hem bij de voornoemde Annitje Wanderts in echte verwekt tezamen erfgenamen van de voornoemde Annitje Pieters van Ouwerkerck zaliger voor de andere helft, aan Steven Scheer, bierdrager alhier, een huis en tabaksschuurtje met een hof daarachter strekkende van de steeg van de Hellestraat af tot aan de Singel en staande aan de westzijde van Hellestraat, belend aan de ene zijde: de weduwe van Jan van Loeveseijn aan de andere zijde: Hendrick van Colffschooten. [589]

    COMMENTAAR(¥) Men zou hieruit concluderen dat PIETER VAN OUWERKERK (kw. nr. 3688) de vader moet zijn van Reijnier (Jansen?) van Ouwerkerk, maar dat klopt niet met diens patroniem.

    3688. PIETER VAN OUWERKERK.

      Uit hem:
    • a. Annitje Pieters van Ouwerkerck, ovl. vóór 1718, tr. vóór 1718 Arent Vriend, ovl. na 1719.
    • b. Aleijda Pieters van Ouwerkerck, geb. Amersfoort vóór ca. 1665, ovl. na 1719, wonend te Amersfoort (1689, 1719), tr. 1o Wilhelmus Christoffelse, ovl. vóór 1689, otr./tr. 2 Amersfoort geref. 13-7/1-8-1689 (zij onder patroniem) Hendrick Pieters Fiers, geb. Zeeskappel in Vlaanderen, ovl. na 1719, wonend te Amersfoort (1689, 1719), verkrijgt het burgerrecht te Amersfoort 31-10-1718 voor hem, sijn huijsfrouw Aleijda Peters van Ouwerkerck ende haerlieder soon Peter Hendriksz Fiers, beijde alhier geboren.
    • c. Pieternella van Ouwerkerk, tot Amsterdam (1718, 1719).
    • d. Reijnier (Jansen?) van Ouwerkerk, geb. vóór ca. 1665, (kw. nr. 1844)

    1846. REIJNIER HENDRICKSEN DEN ELSEN, geb. vóór ca. 1660, ovl. na 1711, overleden 18-4-1724 te Amersfoort CHECK! j.m. (1684), bewoont een huis, hof en hofstede, staande en gelegen in de Muurhuizen of Breestraa, uitkomende in de Kromme Elleboogsteeg (1697), woont te Amersfoort (1704), huw. get. (1711), otr./tr. 2o Amersfoort geref. 3/19-10-1704 JANNETJE PETERS, wed. van Hannes de Wit, wonend te Amersfoort (1704), otr./tr. 1o Amersfoort gerecht 8/29-4-1684 (get. zijn broer Anthonij Henricxe, en haar vader Arien Pontman)

    1847. MARIJTJE ARIENS PONTMAN, geb. vóór ca. 1665, ovl. vóór 1704, j.d. (1684).

    1848. WILLEM (WILHELMUS) ADRIAENSZ (DE) PRONCKER(T)(¥), ovl. 1679-1686, betaalt ƒ 6,5,-- (verminderd tot ƒ 3,2,8) Familiegeld (1675) als Willem Pronckert in de Muurhuizen te Amersfoort,[599] wednr. van Geertruit Woutersvan Dijc (1678), otr./tr. 2o Amersfoort gerecht 29-10/11-11-1678 (get. haar vader Barent Baltusz) en tr. 2o Amersfoort Oud Kath. 't Zand 12-11-1678 (in civitate voor de gemeente) ENGELTJE BARENTS (BERENS), geb. vóór ca. 1660, j.d. van Amersfoort, doopget. (1677, 1679), dr. van Barent Baltusz (zie Baltusz, ), tr. 1o voor 1673

    1849. GEERTRUIJDT (GEERTRUDIS) WOUTERS VAN DIJC, geb. vóór ca. 1655, ovl. 1677/78.

    COMMENTAAR(¥) De herkomst van Willem (Wilhelmus) Adriaensz (de) Proncker(t) is onbekend. Uit Amersfoortse bronnen is niet gebleken waar hij mogelijk vandaan komt. Onderzocht is of er mogelijk een verband is met een geslacht Pronckert uit IJsselstein. Vooralsnog kon geen enkele relatie tussen de 17de eeeuwse leden van dit geslacht te IJsselstein en omstreken en het Amersfoortse geslacht worden gevonden. De gegevens staan in de Fragment Genealogie Pronckert .

    Baltusz
    Barent (Berent) Baltusz (Balthazarser) (de Thoeter / Toeta?), geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1678, j.m. van Amersfoort, soldaet onder Capiteijn du Boier? (1637), not. get. (1677, 1679 als Beernt Balthuyszn), otr./tr. Amersfoort geref. 28-10/14-11-1637 Lijsbetgen Berents, j.d. van Amersfoort (1637).
      Uit dit huwelijk (o.a.?):
    • a. Engeltje Barents, geb. vóór ca. 1660, ovl. na 1686, j.d. van Amersfoort (1678), doopget. (1677, 1679), wed. van Willem Adriaenszs Proncker afkomstig van Amersfoort (1686), otr./tr. 1o Amersfoort gerecht 29-10/11-11-1678 (get. haar vader Barent Baltusz) en tr. 1o Amersfoort Oud Kath. 't Zand 12-11-1678 (in civitate voor de gemeente) Willem (Wilhelmus) Adriaensz (De) Proncker(t), ovl. 1679-1686, (zie n° 1848 hierboven, tevens voor hun enige kind) wednr. van Geertruijdt (Geertrudis) Wouters van Dijc, otr./tr. 2o Amersfoort geref. 19-6/11-7-1686 Hendrick Aertsz van den Oudenaller, afkomstig van Amersfoort (1686).
        Uit zijn eerste huwelijk (Gunter-Barents):
      • 1. Henricus Gunter, ged. Oud-Kath. Amersfoort 't Zand in civitate 3-9-1676 (hier heet de moeder Margareta Berents de Thoeter, vader is soldaat miles, get. Catharina Berents), burger van Amersfoort (1718), tr. vóór 1704 Annetje Rams, vermeld als lidmaat van de Evangelisch-Lutherse Gemeente te Amersfoort 23-12-1704 en gehuwd met Hendrik Valenteinsen Gunter.
      • 2. Anna Elisabeth Gunter, ged. Oud-Kath. Amersfoort 't Zand in civitate 30-9-1677 (hier heet de moeder Margareta Berens, vader is soldaat miles, get. Engeltie Berens), ovl. jong?
      • 3. Wilhelmus Gunter, ged. Oud-Kath. Amersfoort 't Zand in civitate 15-10-1679 (hier heet de moeder Margareta Berens, get. Engeltie Pronckers).
      • 4. Balthazar Gunter, ged. Oud-Kath. Amersfoort 't Zand in civitate 9-10-1681 (hier heet de moeder Margareta Berens, get. de zuster van de echtgenote Toeta? patrina soror uxor(is) Toeta?).
      • 5. Anna Elisabeth Gunter, ged. Oud-Kath. Amersfoort 't Zand in civitate 24-8-1684 (hier heet de moeder Margarita Berens, get. Berent Balthazarser), ovl. jong?
      • 6. Anna Elisabeth Gunter, ged. Ev.-Luth Amersfoort 10-10-1688 (hier heet de moeder Margritge Bernts, get. Juffrou Frolicks en Johannes Klausing).
        Uit zijn derde huwelijk (Gunter-Carstens):
      • 7. Belitje Gunter, ged. geref. Amersfoort 19-1-1697 (geen moedersnaam vermeld).
        Uit een van zijn huwelijken:
      • 8. Martinus Gunter, ovl. na 1718, burger van Amersfoort (1718).

    1852. PETER JANSZ VAN COUWENHOVEN, geb. vóór ca. 1665, beg. Amersfoort 2-1-1717, otr./tr. Amersfoort RK Kromme Elleboog 28-1-1687, gerecht 14/28-1-1687 (get. zijn moeder Annetje Jans, h.v. van Jan Aertsz van Couwenhoven, die consenteert (indispositie), en haar moeder Cuijndertje Meijnsz, wed. van Willem Theunisz)

    1853. WEIJNTIE WILLEMS, geb. vóór ca. 1665, beg. Amersfoort 22-7-1724, j.d.

    1854. PETER EVERTSEN (VAN) KERKHOVEN (KERCKHOFF), geb. vóór ca. 1665, beg. mogelijk Amersfoort (impost) 26-1-1747 (als Peeter Kerkhof), j.m. otr./tr. 2o Amersfoort gerecht 13/30-5-1711 (als wednr. van Anna Paulus) HENRICKJE JANS, doopget. (1737), wed. Hans Jurrien de Graaff. otr./tr. 1o Amersfoort gerecht 11/26-11-1687 (get. zijn vader Evert Petersz Karckhof, en haar zuster Lambertje Paulus van Rodersteijn, h.v. van Willem Hendricksz, wollewever)

    1855. ANNITJE PAULUS VAN RODERSTEIJN, geb. vóór ca. 1665, ovl. Amersfoort 4-5-1710 (als Annitje Paulus), j.d.

    1884. ARENT DIEPRINCK, geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1674, geref. lidmaat te Amersfoort 17-4-1652 als schoolmr. op de Cingel (wijk Bloemendaal),[602] treedt op in akten als Mr. Aernt Dieprinck, duijts schoolmeester en borger te Amersfoort wonend op de Bredestraat (1664..1674), tr. vóór 1655 (huwelijk niet gevonden te Amersfoort op achternaam)

    1885. ANNA VAN (DER) VEEN, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1659-1678.

    De schoolmeester.
    Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

    klik op plaatje(s) om te vergroten
    Op 12-4-1678 machtigt Judith Fredericx, wonend te Amersfoort, wed. van Andries van der Veen, Samuel Thiens, schepen van Amersfoort om haar bezit te verkopen en hieruit schulden en begrafeniskosten te betalen en het overschot aan haar dochters nagelaten kinderen bij Arent Diepringh uit haar (de dochter) verweckt, te voldoen. Zij verzoekt van het weinige dat zij bezit om een eerlijke begrafenis. [603]

    1888. REYN(N)(IER) HE(E)(R)RES (HEERTS) (POTJE, POTSMA)(¥), geb. Sneek, als Reinier Heeres geref. lidmaat te Sneek op belijdenis 10-3-1671 [604] pottebakker te Sneek (1674), wordt als Reijnier Heres Potje, afkomstig van en geboren te Sneeck in Vriesland, burger van Amersfoort op 22-5-1693, otr. Sneek geref. en gerecht 8-5-1669 (als Reynnier Heerts Potsma) tr. Sneek geref. 4-6-1669

    1889. ANTIE (ANTJE) HEERTS.

    COMMENTAAR(¥) Zou hij dezelfde zijn als Rein, ged. geref. Bolsward 10-1-1650 als zn. van Heere Fransen en een niet genoemde moeder? Dit is de enige doop van een Rein Heres in heel Friesland rond die tijd.

    1890. EVERT NN, otr. wellicht Jacobje NN (naamgeving kleinkinderen!)

    1892. PHILIP(S) PHILIPS DE ROGIER / ROSIER (CONIA(E)RD), ged. geref. Amersfoort 2-12-1636 (als Philippus Philipsz Coignard), beg. Amersfoort 12-12-1716 (als Philip Rosie, laat kinderen na), j.m. van Amersfoort (1657), geref. lidmaat te Amersfoort 20-9-1657 op belijdenis, woont dan op den Hof [607], komt op de lijst van Familiegeld (1675) niet voor onder patroniem of achternaam, wel is er een Philip, daghuurder in de Scherbierstraat die nihil betaalt,[608], wednr. van Hester Dircks van Bronckhorst! wonenD te Amersfoort (1704), otr. 2o Utrecht geref. 5-3-1704 (get. Lijsbeth Houtman haer moeje) en otr./tr. 2o Amersfoort geref. 29-3/15-4-1704 (hij als wednr. van Hester Dircks van Borghorst) met attestatie naar Utrecht PETRONELLA VAN HINTMAN / HOUTMAN, j.d. wonend in de Ballemarckenstrate? te Utrecht (1704), otr./tr. 1o Amersfoort geref. 5/31-3-1657

    1893. HESTER DIRKS BURGHORST (BORCKHORST), ged. Amersfoort 1-1-1637, ovl. 1681-1704, j.d. van Amersfoort (1657), geref. lidmaat 30-9-1655 te Amersfoort. [609]
    Coignard / Rogier

    Ia. Philips Coignard (Congiaert), j.m. van Samuer in Vrancrijck (1634), otr./tr. Amersfoort geref. 23-8/07-9-1634 Geertgen Jans, wed. van Jan Stevensen van Amersfoort (1634),

    IIa. Philips Conia(e)rd, tr. vóór 1658 Hesther Bossier.

    1894. JAN JANSZ VAN BREE(¥), geb. vóór ca. 1630, ovl. 1684-1694, j.m. van Utrecht wonende in Lauwerecht (1654), wednr. van Neeltje Cornelis van Amersfoort wonend in het Moijestraatje (1673), wordt als Jan Jansen van Beer op de Heyligenbergh, van Utrecht, met zijn huisvrouw Neeltien Cornelis geref. lidmaat te Amersfoort 22-6-1662,[618] treedt op als get. in akten (1676), otr./tr. 2o Amersfoort geref. 16-1/09-2-1673 NEELTGEN JANS, wed. van Hessel Hesselsz van Amersfoort wonende in de Breestraat (1673), otr./tr. 1o Utrecht in het Teunis Gasthuijs geref. 22-10/07-11-1654 (hij als Jan Jansen

    1895. NEELTJE CORNELIS, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1669-1673, j.d. van Utrecht wonende in Lauwerecht (1654).


    Drie huwelijken van Neeltgen Jans
    Neeltgen Jans, geb. vóór ca. 1640, j.d. van Amersfoort wonend te Naerden (1660), wed. van Hessel Hesselsz van Amersfoort wonende in de Breestraat (1673), wed. van Jan Jansen van de Bree wonende te Amersfoort (1694), otr. 1o Amersfoort geref. 6-10-1660 (geboden gaan tot Narden, betoon gegeven naar Naerden 21-10-1660) Hessel Hesselsz, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1662-1673, j.m. van Amersfoort (1660), otr./tr. 2o Amersfoort geref. 16-1/09-2-1673 Jan Jansz van Bree, geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1684, zie kw. nr. 1894 hierboven, otr./tr. 3o Amersfoort geref. 6/24-4-1694 Peel Splintersz, j.m. wonend te Amersfoort (1694).
      Uit haar eerste huwelijk (Hessels-Jans):
    • a. Marritjen Hessels, ged. geref. Amersfoort 9-1-1662.
      Uit haar tweede huwelijk (van Bree-Jans) nageslacht (zie hieronder).


    COMMENTAAR(¥) Is er verband met Laurens van Bree, zadelmaker uit Utrecht, die burger wordt van Amersfoort 21-12-1657?

    Op 4-6-1684 verkoopt Rutger Jacobus van Drakenburgh, voor hemzelf en zich sterkmakende voor zijn broeders, zusters, zwagers en kinderen en erfgenamen van Everard van Drakenburgh in zijn leven majoor dezer stad, mede erfgenamen van Rutger Evertgen van Drakenburgh bij zijn leven oud burgemeester en Sophia Henricx, gewezen echtgenote, aan Jan Jansen van Bree en zijn vrouw Neeltgen Jans, een huis, hof en hofstede staande en gelegen aan de Breedestraet op de hoek van 't Lieve Vrouwen Kerckhoff, waer het huis zijn uitgang heeft, belend aan de ene zijde het zelve kerckhoff, aan de andere zijde Jan Thonissen, metselaer. [619]

    1896. ANTHONIS CORNELIS VAN LIJN(G), geb. vóór ca. 1590, ovl. 1649-1666, afkomstig van Amersfoort (1615), belender in de St. Jansstraat (1620), timmerman (1622), vermeld als Tonis Cornelissen van Lijng op de lijst van Remonstrantse lidmaten te Amersfoort opgemaakt op 24-9-1643, otr. Amersfoort geref. 15-10-1615 (beiden onder patroniem, met attestatie naar Woudenberg)

    1897. DIRCKGEN AERTS, ovl. na 1649, afkomstig van Woudenberg (1615).

    Op 21-6-1620 verkopen Tonis Cornelisz en zijn vrouw Dirrickgen Aerts, aan Steven Claesz, een huis op de hoek van de Sint Jansstraat belend aan de ene zijde: de St. Jansstraat, aan de andere zijde: de transportanten. [620]
    Op 2-7-1622 verkopen Thonis Cornelisz, timmerman, en zijn vrouw Dirckgen Aerts, aan Reijer Cornelisz Taets en zijn vrouw Anna Thonis, een huis op de Singel belend aan de ene zijde: Henrick Both, aan de andere zijde: Peter Crijnen. Op een last van 100 gulden hoofdsom toekomende de weduwe en erfgenamen van Evert Claesz, kistemaker, nog 225 gulden t.b.v. Mr. Henrick Willebrantsz, captein der Armes, nog 100 gulden hoofdsom t.b.v. Anthonia Melis van Dronckelaaersdochter [621]
    Op 26-4-1649 lenen Leendert Jansz, korenkoper en Henrick Temminck en hun respectieve erfgenamen, van Tonis Cornelisz en Dirckjen Aerts zijn vrouw. Jan Cornelisz en Neelgen Jans zijn vrouw. Teunis Gerritsz en Neeltgen Cornelis zijn vrouw, met als onderpand: twee huizen met hof en hofstede: 1) de eerste in de Sint Jansstraat, belend aan de ene zijde: Claes Evertsz, kistenmaker, aan de andere zijde: Atris Willems, 2) de andere op de Singel, belend aan de ene zijde: Jan Henricksz, kleermaker, aan de andere zijde Wiecheman Jansz, linnenwever. Voldaan. [622]

    1898. CLAES JACOBSEN VAN GROENENBERG, ged. Amersfoort geref. 15-4-1596, ovl. na 1672, j.m., wonend te Amersfoort (1621), huw. get. (1656, 1662), geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 24-12-1619, wonend op de Weverscingel, meestertimmerman (1644..1664), treedt op als momber van Jannitgen Cornelis, weduwe en lijftochterse van Gerrit Hendrixksz (1652), otr./tr. Amersfoort geref. 13/21-10-1621

    1899. PETERTGEN WOUTERS (VAN BURGHSTEEN), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1672, j.d. van Amesfoort (1621).

    Op 29-4-1664 lenen Claes Jacobz van Groenenbergh, timmerman en zijn vrouw Petertgen Wouters van Juffrouwe Geertruijt Ram, weduwe van Willem van Schaack, in leven oud-schepen van deze stad 500 gulden tot 20 stuivers het stuk met als onderpand een huis aan de Weverssingel belend aan de ene zijde Cornelis Willmz en zijn vrouw Aeltgen Meensofen, aan de andere zijde NN en zijn vrouw Geesgen. De akte is doorgestreept, in de marge: compareerde Gijsbert Ouderdoelen die eigenaar is van de plegt bij acte van cessie 30-5-1719, dat 500 gulden betaald is, acte geroyeerd 9-5-1739. [631]
    Op 11-3-1672 testeren te Amersfoort Claes Jacobs van Groenenbergh ("swack van lichaam etc."), wonend te Amersfoort, en zijn echtgenote Petertje Wouters van Burghsteen. Zij verwerpen alle eerdere wilsbeschikkingen speciaal die van 16-9-1662 voor notaris Dirck Matheus. Zij vermaken elkaar de lijftocht van hun bezit, en prelegateren aan: Jacomina van Groenenbergh, hun dochter voor getrouwe diensten aan haar ouders, aan Johannes Dirks van Groenenbergh, zoon van wijlen hun zoon Dirck Claes van Groenenbergh, aan Oen Joosten, zoon van wijlen Cunera van Groenenbergh. (Verder op in dit testament wordt Petertge Wouters genoemd: Geertge Wouters. Zij tekent als Petertje Wouters. Petertje Wouters van Burghsteen prelegateert aan haar dochters: Marije van Groenenbergh, huysvrouw van Reynier van Lijn (1/4 part), aan Jacomina van Groenenbergh (1/4 part), aan Johannes Dirks van Groenenbergh, zoon van wijlen Dirck van Groenenbergh (1/4 part), aan Oen en Lambert Joosten, zonen van wijlen Cunera van Groenenbergh (1/4 part). Zij secluderen de weeskamer. [632]
    In een akte van 1719 wordt verwezen naar een plegt van 500 gulden kapitaal met de interest vandien, op 29-4-1719 gevestigd in een huis staande binnen deze stad op de W everssingel, alles breder omschreven in de plegtbrief daarvan door Claas Jacobsz van Groenenbergh, timmerman en Peter tje Wouters echtelieden, voor schout en schepenen dezer stad, ten behoeve van juffrouwe Geertruijd Cam, weduwe Willem van Schaal. [633]

    1900. DIRCK BARTHOLOMEESSEN(¥), geb. vóór ca. 1605, ovl. na 1667, lijndraaier (1628), huw get. (1667), tr. vóór 1626 (niet gevonden te Amsterdam)

    1901. ANNE I(J)DES.

    COMMENTAAR(¥) Is hij Dirck Bartholomeusz van Amersvoort, beg. Amsterdam Nieuwe K. 16-7-1668.

    1902. RUTGER JANSEN, ged. Amersfoort geref. 4-9-1599, ovl. na 1669, j.m. van Amersfoort (1627), geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 19-7-1628 als zoon van Jan Segersen, metselaar (1631), huw. get. (1660, 1667), otr./tr. Amersfoort geref. 10-3/8-4-1627

    1903. AGNIESJEN DIRCKX, ovl. 1660-1669, j.d. van Amersfoort (1627), geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 24-9-1631 als h.v. van Rutger Jansen, metselaar, huw. get. (1660).

    De metselaar.
    Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

    klik op plaatje(s) om te vergroten
    Op 29-4-1669 verkopen Helmich Barlemeijer en zijn vrouw Emmitgen Jacobs Buijs, aan Rutger Jans, weduwnaar van Agniesgen Dircks, zeker huis met alles wat daar toebehoort, staande en gelegen in de Lieve Vrouwestraat, strekkende voor van de straat tot aan de scheidsmuur toe waarin de balken liggen van de comparant. De omschrijving bepaalt verder dat bouwwerkzaamheden op een verantwoorde manier altijd gedaan mogen worden en gedaan moeten worden en ook dat de waterlozing langs de scheidsmuur goed gehandhaafd blijft. Belend aan de ene zijde de comparant zelf, aan de andere zijde Rutger Jansz. [641]
    Op 5-8-1709 verkoopt Harmannus Caan, procureur, als geauthoriseerde volgens appoinctement van het Edele Gerecht van dato den 20e juli 1709 op de requeste van den collecteur van het heerdstedegeld wegens de gedecreteerde huisinge van Rutger Janssen Erven, aan Dirk van Stuijvenbergh, meesterchirurgijn, een huis cum annexis, staande in de Lieve Vrouwestraat, belend aan de ene zijde de transportant, aan de andere zijde Agatha weduwe van Livius Harderwijk zaliger. [642]

    1904. POUELS VAN GROENNINGEN, geweesene ruter van Chernasse (1637).

    1924. THOMAS (TEUNIS) STOFFELSZ, geb. ca. 1631, beg. Amersfoort 22-9-1712, opgenomen in het Burgerweeshuis te Amersfoort 10-12-1636, als "zoon van Stoffel Thomasz, welcke kijnts moeder all over eenighe jaren was overleden, ende van de doot des vaders men noch geen seeckere kennisse was hebbende, out omtrent vijff jaren, d' borgemeester Van Dam uuijt vrije wille volgens sijne presentatie jaerlicks sal contribueren ses gulden, ende noch gelijcke ses gulden bij de oom genaempt Dirck Davidtsz, messemaecker",[649] j.m. van en wonend te Amersfoort (1653), tr. Amersfoort geref. 8-6-1653 (get. voor hem weesmeester Gerrit Wesselsen, voor haar Gerrichien de Vouw namens haar moeder)

    1925. GRIETJE JANS, j.d. van en wonend te Amersfoort.

    1936. ROELOF ROELOFSZ VAN PIPPINGE (VAN PUPPIJN), geb. vóór ca. 1605, ovl. 1652-1661, jonckgesel uit Sticht van Munster (1623), belender bij de St. Andriespoort (1647, 1650), korfkoper en tabakspijpenmaker (1651), drager (1652), otr./tr. Amersfoort geref. 15/23-3-1623 (beiden onder patroniem)

    1937. BETGEN GERRITS, geb. vóór ca. 1610, ovl. na 1661, j.d. van Amersfoort (1623). Zij wonen op het Havik aan de gracht (1651).

    Op 8-4-1651 verkopen Roeloff Roeloffs van Puppijn, korfkoper en tabakspijpenmaker, en Betgen Gerrits, aan Aernt Matheusz, zijdelakenkoper, een hof met een huisje daarin buiten de Sint Andriespoort, belend aan de ene zijde: Warnaer van Hulsen, aan de andere zijde: Aert Swersz, bakker. [650]
    Op 3-3-1652 lenen Roeloff Roeloffsz, drager en zijn vrouw Betgen Gerrits, van Steven Albertsz Versteech, zijn vrouw en hun erfgenamen, een hoofdsom van 300 gulden tegen een losrente van 18 carolusgulden per jaar, met als onderpand: een huis op het Havik aan de gracht door comparanten bewoond en een kamer achter het huis, in de Muurhuizen. In margine: 28-5-1661 Steven Albertsz Versteegh verklaart van Betgen Gerrits de schuldsom ontvangen te hebben. [651]
    Op 13-5-1661 verkopen Roeloff Roelofsz als gemachtigde van Betgen Gerrits, weduwe van Roelof Roelofsz van Pippinge geassisteert met mr. Steven Versteegh als haar gekozen momber, Jan Roelofsz en zijn vrouw Jannitgen Peters, Abraham Roelofsz en zijn vrouw Maria Philips, Isack Roelofsz, Jacob Roelofsz en Jannitgen Cornelis, Aert Gerritz en zijn vrouw Gerritgen Roelofsz, aan Goord Bartelz en zijn vrouw Jannitgen Jans, een doorgaende huijsinge staande op Havik belend aan de ene zijde: Beernt van Munster, aan de andere zijde: de kinderen van Goris Aertz Botter, tegen een losrente van 18 gulden spruitende uit zake van een hoofdsom van 200 gulden. [652]

    1938. CORNELIS REIJERTSSEN, geb. vóór ca. 1610, ovl. 1646-1649, j.m. wonend te Amersfoort (1635), belender aan de Stadssingel (1637), hoedemaker, otr./tr. Amersfoort geref. 3/18-1-1635

    1939. NEELTGEN EVERTS, vóór ca. 1615, ovl. na 1669, j.d. wonend te Amersfoort (1635), wed. wonend te Amersfoort (1649), doopget. (1669), tr. 2o Amersfoort 8-12-1649 JAN CORNELISSEN, afkomstig van Renswoude (1649), huw. get. (1663).

    Cornels Reijersen en sijn huisvrouw Neeltjen Everts, wonend in de St. Jansstraat, worden "als passanten" geref. lidmaat te Amersfoort 24-12-1645.
    Cornelis Reijers en sijn huisvrouw Neeltjen Everts wonend in de St. Jansstraat worden geref. lidmaat te Amersfoort 28-3-1646 op attestatie van Wijck (bij Duurstede).
    Op 4-3-1637 verkoopt Cornelis Reijerssen, roeper als bij uitcoop het recht verkregen hebbende, aan Elisabeth Jans, jongedochter een plechte van 200 gulden door Rijck Cornelissen van Amerongen en zijn vrouw Margariet beleden uit een huis in de Muurhuizen, belend aan de ene zijde: Gijsbert van der Maeth, aan de andere zijde: de erfgenamen van Henric van Westhrenen. [653]

    COMMENTAAR(¥) Het is onzeker of dit de juist Cornelis Reijersen betreft.
    Op 13-10-1685 verkopen de volgende vier partijen
    1. Cornelis Otten en Jelis Meussen wonende te Rhenen als gemachtigden van Oth Reijerssen hun vader en schoonvader wonende te Rhenen, die voor een vierde part erfgenaam is van Trijntgen Reijers in leven laatst weduwe van Dirck Janssen van Bavoort,
    2. en als gemachtigde van Jan Rijerssen nevens Isacq Jans en zijn vrouw Metgen Taets, Jan Janssen en zijn vrouw Anthonia Gerrits, Quiringh Berents en zijn vrouw Aeltgen Jansz, Steven Berentsen en zijn vrouw Gerritgen Jans en zich sterkmakende en de rato caverende voor Thonis Janssen hun broer en zwager, respectievelijk kinderen van de hiervoor genoemde Jan Reijerssen ook voor een vierde part.
    3. Jan Gerritsen en zijn vrouw Henrickje Willems voor hunzelf en de voornoemde Jan Gerritsen als lasthebbende en zich sterkmakende voor Lucas Wolls en zijn vrouw Gijsbertje Gerrits, wonende te Utrecht. Leendert Janssen en zijn vrouw Annitgen Heijmans, dochter van Heijman Gerritssen, Wilhelmus Doeff als vader en voogd en de voornoemde Jan Gerritsen zich sterkmakende en de rato caverende voor Gertruijd Willems Doeff, dochter van Jannitgen Gerrits tezamen kinderen en kindskinderen van Geesje Reijers eveneens voor een vierde part.
    4. Jan Cornelissen Coll en zijn vrouw Magdalena Cornelis, tevens Cornelis Janssen Cooll de Jonge voor zichzelf en zich sterkmakende voor Cornelis Janssen Cooll de Oude, Gerrit Cornelissen Cooll en zijn vrouw Anna Meijnssen, Jannitgen Cornelis Cooll, weduwe van Jacob Roeloffsen en Cornelia Cornelis Cooll weduwe van Thomas Gerritsen allen kinderen en kindskinderen van Cornelis Reijerssen voor het resterende vierde part,
    ten eerste: aan Petronella Coninck, jongedochter, huis, hof en hofstede staande alhier op de Cingel, belend aan de ene zijde: Cornelis van Linden, aan de andere zijde: Jan Aertsen Mom,
    ten tweede: aan Bartholomeus de Vries en zijn vrouw een hof gelegen buiten de Kamppoort aan de stadsgracht belend aan de ene zijde Reijer Maessen Roberts erfgenamen, en aan de andere zijde de erfgenamen van Anthonia van Oudewater laatst weduwe van Dirck van Cortrecht. [654]
    Op 18-5-1688 verkopen Jan Cornelis Cool, voor zichzelf en zich sterk makende voor zijn kinderen, Gerrit Cornelis Cool, Jannetje Cornelis Cool, wed. van Jacob Roeloffs, en Cornelia Cornelis Cool, wed. Thomas van Gerrits, tesamen kinderen/kleinkinderen van Cornelis Reyers en voor ¼ part erfgenamen van wijlen Trijntje Reyers, in leven huysvr. van Dirck Jans van Bavoort, ten behoeve van Gerrit Everts Cock en zijn huysvr. en erfgenamen het ¼ part van de helft van een plecht van 400 gulden capitaal in de huysinge van Beernt Beernts, aan de Deze Singel. Deze laatste plecht is bij de scheiding gemeen gebleven omdat de hypotheek niet zoveel waard was dat bij verkoop daarvan iets geprofiteerd zou worden. [655]

    1940. GOOSEN JACOBSZ (BOSCH), geb. Amersfoort vóór ca. 1600, ovl. na 1676 (1679?), wordt als Gosen Jacobsen Bosch, wonend op de Langegraft, Rotoorn, geref. lidmaat te Amersfoort 25-9-1641,[656] betaalt als Goosen Jacobsz in de Slijkstraat te Amersfoort nihil Familiegeld (1675),[657] belender in de Slijkstraat (1651, 1676), provenier in't Blocklants Gasthuijs (1679), otr./tr. Amersfoort geref. 19-4/27-4-1623

    1941. AELTGEN JANS, beg. Amersfoort 2-2-1680[658], woonde voorheen te Rhenen nu te Amersfoort (1623), wordt op 26-2-1679 als Aeltie Jans, de huisvrouw van Gosen Bos, provenier in't Blocklants Gasthuijs in het gasthuis ingeschreven wegens haar "groote armoede en hoogen ouderdom",[659] tr. 1o voor 1623 JAN JANSEN, ovl. vóór 1623. Goosen Bosch en Aeltgen Jans kopen een huis in de Slijckstraat (1645) en wonen daar tot 1679/80.

    Op 25-11-1637 laat zijn oom Rijck Gijsbertszn Bosch in zijn testament vastleggen dat terstond na zijn dood, Gosen Jacobszn Bosch een legaat krijgt van ƒ 200 aan geld, zijn dagelijkse lakense clederen, gecoleurde mantel, hoed en zes hemden. Op 6-3-1642 wordt het testament door testateur echter gerevoceerd en geannuleerd.[660] [661]
    25-11-1645. Het transport wordt geregistreerd van een huis, hof en hofstede in de Slijkstraat, belend aan de ene zijde Oth Hermansz, timmerman, aan de andere zijde Jacob Woutersz, bottercoper, dat is verkocht door Jan Lubbertsz aan Goosen Jacobsz Bosch, zijn vrouw en hun erven.[662]
    29-10-1651. De burgers Gosen Jacobsz Vosch (sic!) en zijn vrouw Aeltgen Jans hebben ƒ 100 tegen een rente van 6 caroli guldens geleend van Steven Albertsz Versteegh. Het register meldt dat het huis, hof en hofstede in de Slijkpoortsteeg als onderpand dient.[663]
    1-3-1653. In het transportregister van Amersfoort wordt vastgelegd dat de borgers Gosen Jacobsz Bosch en zijn vrouw Aeltgen Jans een hypotheek van ƒ 100 op hun woonhuis in de Slijckstraet, belend aan de ene zijde Oth Hermansz, timmerman, aan de andere zijde Jacob Woutersz, bottercoper, hebben genomen. De schuld is aan de wijnkoper Gerard van der Meulen en is tegen een losrente van 6 Carolus gulden per jaar.[664]
    Op 11-5-1668 verkoopt Gerritgen Andries voor haarzelf en als weduwe en boedelharster van Jacob Woutersz Brinck, geassisteerd met Wouter Jansz, waarover hij Jacob Woutersz in zijn leven momber is geweest, aan Jan Baan van Sittert, een huis, hof en hofstede staande in de Arnhemsestraat (Slijckstraat), belend aan de ene zijde Goosen Jacobsen, aan de andere zijde Thonis Gijsbertsen, cleermaecker. Opmerking : "met de vrijheden, gerechtigheden en servituijten, dat Goosen Jacobsen de pomp staande op het geschey van deselve, aldaar moet gedogen en de coste die daaraan soude moeten worden gedaan, half gedragen, mitsgaders gedogen dat hij het water comende uit de voorseide pomp moet leyden door zijn kookhuisje in de Muurhuizen. Zois Thonis Gijsbertsen gehouden in de costen die aan sekere geut souden mogen worden gedaen, leggende tussen desselfs en de comparants huisinge, mede half te dragen. [665]
    14-6-1676. Gosen Jacobsz Bosch woont in de Slijkstraat (Arnhemsestraat) als het huis naast hem wordt getransporteerd.[666]

    1942. JAN ABRAHAMS(EN) (PALMA(R)), geb. vóór ca. 1610, ovl. Amersfoort 27-10-1672 (als Jan Palmar, kostkoper in het St. Pieters- en Bloklandsgasthuis), j.m. van 's Gravenweert (1634), geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort dec. 1630, op de Langestraat, en opnieuw lidmaat 24-12-1633 op attestatie van Den Bosch ("is wedergecomen"), momber over Lambertgen Segers, onmondige nagelaten dochter van de deurwaarder Seger Lambertsz, (1653, 1654),[667] huw. get. (1638..1666), otr./tr. Amersfoort geref. 29-11/14-12-1634 (get. NN Palmar namens zijn moeder, en haar moeder Grietje Jans)

    1943. ANNA BERENTSZ, geb. vóór ca. 1615, ovl. 1666-1676, j.d. van Amersfoort, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 5-4-1634, wonend op het Havick, huw. get. (1666).

    Op 10-5-1647 transporteren Johan Pots, apotheker, en Margareta Both, echtelieden, aan Jan Abrahamss Palmer en Anna Beernts zijn huisvrouw en hun erven 'n huis aan de Markt, belend aan de ene zijde: Sophia Augustijns van Oudenwater, aan de andere zijde: Lambert Evert Wouterss. Zij lenen daartoe aan Jan Abrahamss Palmer en Anna Beernts een hoofdsom van 400 gulden tegen een losrente van 20 gld.p.jaar. De hypotheek wordt doorverkocht aan Jan Jansz de Vlieger en Magdalena Rijntsdochter. zijn huisvrouw en hun erven [668]
    Op 14-7-1658 verkoopt de gemachtigde van Johan Poth van Wooningh, gewezen apotheker en burger, voor hemzelf en als weduwnaar van Margareta Both, van Simonides Groen en Jacobus Poth van Wooningh, medisch doctor, kinderen en erven van Margareta Both, hun overleden moeder, aan Reynier van Ingen, notaris, zijn vrouw en hun erven, een plechte van 400 gulden, rente 20 gulden per jaar op Jan Abrahamsen Palmer en zijn huisvrouw, gevestigd in het huis van Johan Poth aan de Hof, tegenwoordig behorend aan Nicolaes Pijeck, korenkoper. [669]
    Op 10-1-1676 compareren te Amersfoort Abraham Palmer en Jacob Bosch, als man en voogd van Rebecca Palmer. Beide comparanten zijn ook gemachtigden voor Beernt Palmer, soldaat, Ghijsbert Craen en zijn vrouw Catrarina Palmers, en Sara Palmer, kinderen van Jan Abrahams Palmer en Anna Beernts, beide overleden. De Diaconije van de Gereformeerde Kercke van Amersfoort heeft een vordering op de huijsinge op Havick, op de hoek van de Havickerbrugh, belend: Gerritje Roelofs en Willem Davits, welk huis zwaarder belast is dan de waarde ervan. De comparanten machtigen de Diaconen in de Geref. Kercke alhier het huis te verkopen of te verhuren. Getuigen zijn Anthonie van der Houve en Lodewijck Doens. [670]
    Op 16-6-1677 verkopen Helmich Barckemeyer, dispensier (huisbestuurder) in den tijd van de Diaconie der Gereformeerde Kerk en Henrick Evertsz van Veenendaal, mede diacen als gemachtigde van Abraham Palmer en Jacob Bosch als man en voogd van Rebecca Palmer en zich sterkmakende voor Barent Palmer, soldaat, Gijsbert Craen en zijn vrouw Catharina Palmer, tevens Sara Palmer, allen kindren van Jan Abramsz Palmer en zijn vrouw Anna Beernts, aan Wilkens Verhouvel en zijn vrouw Riesgen Jerusalems, een huis op het Havik, op de hoek bij de Havikerbrug, belend aan de ene zijde Gerritje Roelofs, aan de andere zijde de ontvanger van dezer. [671]

    1948. NICOLAES (CLAES) EDLIJN, geb. vóór ca. 1635, ovl. na 1671, tr. vóór 1660 (niet gevonden op Ed(e)lijn te Twello in trouwboek dat 10-1-1658 begint)

    1949. NN(¥).

    COMMENTAAR(¥) De kleindochters heten (Anna) Catharijna (2x), Marijtje, Elisabeth, Sara, Anna Maria, Aleijda en Johanna. Dat zou de naam van Nicolaes vrouw kunnen zijn, maar een huwelijk van een Nicolaes of Claes met een vrouw van die naam viel niet te vinden in het trouwboek van Twello (1658-1660). Mogelijk is een huwelijk in Deventer of in een van de omliggende dorpen gesloten.

    1950. SI(J)MON COURT(E)AU (CORTON, CORTOU), geb. vóór ca. 1625, ovl. na 1666, j.m. van Lottheringen (1649), wednr. van Hendrikje Jacobs wonend in de St. Jorisstraet te Amersfoort (1666), otr./tr. 1o Amersfoort geref. 27-12-1649/17-1-1650 HENRICIE JACOBS, geb. vóór ca. 1630, ovl. 1650-1666, j.d. van Amersfoort (1649). otr./tr. 2o Amersfoort geref. 22-3/8-4-1666 JANNETJE THOMAS, geb. vóór ca. 1650, wonend in de St. Jorisstraet te Amersfoort (1666).(¥)

    COMMENTAAR(¥) Zij zou een dr. kunnen zijn van Thomas Jansz in de St. Jorisstraat te Amersfoort die nihil Familiegeld betaalt (1675).[696]

    1952. WILLEM CLERCK, ged. geref. Utrecht Geertekerk 15-2-1635, ovl. 1679-1685 (niet gevonden te Utrecht), j.m. van Utrecht wonend op de Lange-Nieustraat (1657), vermeld als boekdrukker te Utrecht (1658-1685), op de Lange-Nieustraat (1657..1660), in de Zalestraet (1661, 1662), in de Stroy-steegh (1669-1671), op het Neude, in de Kintjens-haven (1672-1685), met als uithangbord In de Vergulde Sak, [697] [698] treedt op als borg (1668), burger van Utrecht (1669), geeft in 1679 een pamflet uit ter verdediging van Ds. Lambertus Visvliet te Amersfoort,[699] otr./tr. 2o Utrecht Catharijnekerk geref. 10/26-4-1670 (get. D. Montanus vanwege de bruijdegom, en Johannes Leusden vanwege haer, NB er staat niet bij dat hij weduwnaar is, en evenmin dat zij weduwe is!) MARGRIETA (GRIETGEN) HOLL(EN), ged. geref. Utrecht Geertek. 10-4-1636, ovl. na 1697, wed. van Dirck van Stuyvesant (zie Fragment van Stuyvesant - Hol ), wordt als wed. van Willem Clerck genoemd als boekdrukster/verkoopster (1686-1700) te Utrecht,[700] in de Vergulde Coornsack (1685), op het Neude (1686-1700), en met het uithangbord Grond-regel der Gereformeerden = Grond-regel der Waarheid (1688-1700), [701] [702] dr. van Gijsbert Gijsberts Hol(len) en van Jacobgen Jans van Do(o)rn, otr./tr. 1o Utrecht Anthoniegasthuis geref. 30-8/15-9-1657

    1953. MARIA (MARIJCKEN, MAYCHGEN) AERTSDR VAN AMMEL, ged. geref. Utrecht Jacobskerk 28-5-1628 (get. de vader Arent Lucassen, moedersnaam Fijken Meltsers, zij wonen bij de Catrijnepoort), ovl. juli 1669 - april 1670, geref. lidmaat te Utrecht (1648), wed. van Lambert Roeck wonend op de Lange-Nieustraat (1657), tr. 1o 1640-1645 LAMBERT JANSZ ROECK, ovl. 1655-1657, vermeld (1645), boekverkoper te Utrecht (1645-1654) op de Steenwegh (1645-1646), in de Lange Nieustraet (1646-1654), [703] burger van Utrecht (1652), zn. van Jan Lambertss Roeck en van Aeltgien Oloffs van Hindersteyn (zie (zie Fragment Roeck - van Ammel ).

    Willem Clerck, boekdrukker en burger van Utrecht, en zijn echtgenote Maria van Ammell, vragen octrooi aan om te testeren 25-7-1669 (Nots. Carel van Doorn).[704]
    Op 26-7-1669 testeren Willem Clerck, boeckdrucker en burger te Utrecht, gesont ende machtich met ons gaende en staende, en zijn echtgenote Maria van Ammell niet wel te paste als sieck te bedde leggende, wonende in de Stroysteech te Utrecht. Zij maken een testament met lyftocht op de langstlevende, met benoeming van de langstlevende alsmede Hermannus Clerck, zyn broer, en Herman van Ginckel, bakker en burger te Utrecht, tot voogden over minderjarige kinderen en erfgenamen. Acte ten huize van de comparanten te Utrecht met get. Joannes Kients en Abraham van Wettingen. W.g. Willem Clerck, Maria van Ammell, get. en notaris. [705]
    Op 2-10-1685 compareren te Utrecht Margareta Holl, wed. van Willem Klerck, en Wernardt Berbee, procureur voor het hof en het gerecht van Utrecht, om een proces te voeren.[706]
    Op 11-12-1685 (oude stijl) compareren te Utrecht Cornelis Coop, wyncoper en borger te Utrecht, en Margareta Holl, wed. Willem Clercq in leven boeckdrucker en borger te Utrecht. De eerste comparant verkoopt aan de tweede zijn huysinge genaamd de Vergulde Coornsack aan de oostzijde van de Neude, door de tweede comparant reeds in huur bewoond, belend achter de Teelinghstraet, zuid: de erven van Jo(hannes) van de Poort, noord: Aelbert van Ingen en Steven van Vianen. De koopsom is ƒ 1450,--, onder de conditie dat er een hypotheek op zal blijven rusten van ƒ 800,-- en dat de coperse de resterende som zal betalen in twee termijnen, de eerste helft op St. Jan in de somer van het toekommnde jaar 1686 en de andere helft op Victories daer aan volgende, waarna transport en opdracht volgt. De huur over 1686 blijft ten voordele van eerste comparant. Als borg voor de coperse treedt op (haar zoon) Johannes van Stuyvesandt. De akte is opgemaakt ten huise van de vercoper met als get. Lambertus Zijlberts Maerschen en Henrick van der Stoop. Getekend door allen. [707]
    Op 22-1-1686 heeft Margarita Hol, wed. van Willem Clerck verhuurd haar huysinge aan de Vroujuttestraet te Utrecht, dat tegenwoordig in huur bewoond wordt door Gijsbert Verkerck, aan Isaack Kie voor de tijd van een jaar ingaande op Pasen 1646 voor de somma van 18 gulden eens geld te betalen.[708]
    Op 18-4-1689 compareren te Utrecht Johannes van Anraet bratwercker wonend te Utrecht nz Vrouwjuttenstraet, voor wie als borg optreedt Jan Staell, speckvercooper en cramer, en ter andere zijde namens de boedel van Anthoni de Wilt en Jacomina van Doorn, in leven echtelieden, de administrateur Margareta Holl, wed. van Willem Klerck. Het betreft een schuldbekentenis van ƒ 23,- vanwege verschuldigde huishuur.[709]
    Op 7-4-1690 compareren te Utrecht ter ene zijde Hermen Clerck en Herman van Ginckell, beiden voogd over de kinderen Jacobus Clerck, onmondig, en Agata Clerck, onmondig, van wijlen Willem Clerck, in zijn leven boekverkoper te Utrecht, Johannes Clerck en Willemina Clerck, zijn meerderjarige kinderen, en ter andere zyde Jan Corneliss de Graeff wonend te Utrecht voor de verkoop van 2 cameren aan de Keuckenstraet, zz te Utrecht, belend nw Henrick Leendertss van Saerloos, ow Grietjen Robberts.[710]
    Op 28-4-1690 verleent Willemina Clerck, wonende te Amsterdam, meerderjarige dochter van wijlen Willem Clerck, in sijn leven boeckdrucker en borger te Utrecht en wijlen Maria van Ammell, haar overleden ouders, aan Hermannus Clerck, haar oom, en Hermannus van Ginckell, beiden burgers van en wonende te Utrecht, haar voogden en mombers, ontslag uit hun voogdyschap en momberschap. Get. Johannes de Geest en David Houtman. [711]
    Op 7-5-1690 compareren te Utrecht Margareeta Holl, wed. van Willem Klerck, in leven boeckdrucker, wonend te Utrecht, en Henrick van Hees, procureur voor den gerechte van Utrecht. Het betreft een machtiging om een proces te voeren tegen Loduwyck Wachtendorp, gehuwd met Johanna de Wilt, en Paulus Coeckenbacker, gehuwd met Josina de Wilt, allen te Kleef, erven van Anthony de Wilt en Jacomina van Doorn, in leven echtelieden.[712].
    Op 31-12-1691 compareren te Utrecht ter ene zijde Margareta Holl, wed. van Willem Klerck, in leven boeckdrucker binnen Utrecht, en Loduwyck Wachtendorp x Johanna de Wilt, dochter van wijlen Anthony de Wilt en wijlen Jacomina van Doorn, Paul Koeckenbacker x Josina de Wilt, haar zuster wonend te Cleve, en ter andere zijde Johannes van Stuyvesant, boeckdrucker te Utrecht en zoon van Margareta Holl. Het betreft een procuratie tot tekening van koop en verkoop, en afhandeling daarvan, van een huis cum annexis in Benschop uit nalatenschap van Anthony de Wilt en Jacomina van Doorn. Verwijzing: procuratie d.d. 7-12-1691 voor het gerecht van Kleef. Bijzonderheden: de akte wordt niet gepasseerd.[713]
    Op 12-12-1693 compareren te Utrecht ter ene zijde Jacobus Klerck, burger van Utrecht en soldaat ten dienste deses lants, en zoon van Willem Klerck en Maria van Ammel, in leven echtelieden, en ter andere zijde Margareta Hol, wed. van Willem Klerck wonende te Utrecht, en Johannes Klerck, zijn broer. Jacobus quiteert de tweede partij voor het filiale deel in de nalatenschap van zyn vader en moeder, volgens boedelscheiding d.d. 10-5-1687 tussen tweede party met eerste party en zyn zusters. Hij verleent tevens ontslag aan zijn voogden en mombers Hermannus Klerk en Hermannus van Ginckel. Get. Dirck van Dam en David Houtman.[714]
    Op 15-9-1694 compareren te Utrecht de erven van Jacomina van Doorn, in leven laatst geh. met Anthoni de Wilt, met name Margareta Hol, voordochter van Jacomina van Doorn, en wed. van Willem de Klerk, de erven van Anthoni de Wilt, met name Loduwijk Wagtendorp, wedr. van Johanna de Wilde voor de kinderen van Loduwijk Wagtendorp bij Johanna de Wilde, en Paulus Kuikenbeker x Josina de Wilt. Zij verklaren dat in een geschil over de scheiding van de boedel van Anthoni de Wilt en Jacomina van Doorn men zich zal onderwerpen aan arbitrage door Godard de Wys, Johan Schagen en Johan van Cleeff.[715]
    Op 1-3-1697 compareren te Utrecht Johannes van Stuyvesandt, boeckdrucker te Utrecht, en Johan van der Cloes, coopman te Utrecht, voor wie als borg optreedt Margrieta Hol, wed. van Willem Clerck ter zake van een schuldbekentenis van ƒ 1000,--. [716]

    Plangman
    Evert Plang(h)man, ged. geref. Amsterdam Nieuwe Kerk 15-12-1652, beg. Amsterdam Nieuwe Zijds Kapel 7-6-1730 (Evert Plangman uijt de Nieuwe Spiegelstraet tusschen de Heere & Keijsersegragt, ƒ 15,--), snijder van Amsterdam oud 30 jaren wonend in de Blomstraet (1683), mr. kleermaker de Nieuwe Spiegelstraat (1699), kleermaeker van Amsterdam en wednr. van Aeltje de Vries wonend in de Nieuwe Spiegelstraet (1703), doopget. (1703), otr. 1o Amsterdam geref. 1-5-1683 (get. zijn moeder Jannetje Evers en haar vader Frederik de Vries) Aaltje de Vries, geb. 1660/61, beg. Amsterdam Nieuwe Zijds Kapel 27-5-1699 Aaltje de Vries, huijsvrou van Evert Planghman, mr. kleermaaker, uijt de Nieuwe Spiegelstraat tussen de Kijssersgraft en de Kerkstraat, ƒ 15,--), afkomstig van Amsterdam oud 22 jaren wonend in de Treeststeeg (1683), otr. 2o Amsterdam geref. 2-11-1703 (get. Barbera Woudenbergh, haar ouders doot, in margine (doorgehaald): sij den dootcedul ghetoont, is gae(nde?)) Willemijntje (Willemina) Clerck, ged. geref. Utrecht Domk. 23-9-1663, beg. Amsterdam 14-6-1743 (Wilhelmina Klerk, wed. van Evert Plangman ƒ 15,--), zie hierboven.
      Uit zijn eerste huwelijk (Plangman-de Vries):
    • a. Geertruijd Plangman, ged. geref. Amsterdam Amstelkerk 24-9-1684, afkomstig van Amsterdam oud 18 jaren wonende in de Nieuw Spiegelstraat (1703), otr. Amsterdam pui en kerk 19-1-1703 (get. haar vader Evert Plangman) Cornelis Ouwendijk, grutter van Hoesum en wednr. van Sara Hendrickx Maas wonend op de Kijsersgraft (1703), grutter van Hoesum en wednr. van Geertruij Plangman wonend op de Lijdsegraft (1708). Hij hertr. Amsterdam pui 13-1-1708 Catrina van Dueren, wed. van Maginus Theunisse wonend op de Geldersekaij.
      Uit zijn tweede huwelijk (Plangman-Clerck): geen dopen gevonden.
    Op 28-4-1690 ontslaat Willemina Clerck, dochter van wijlen Willem Clerck en wijlen Maria van Ammell, in leven echtelieden, Hermannus Clerck, haar oom, en Hermannus van Ginckell uit de voogdy. [717]
    Op 3-7-1743 verleent Johannes Klerk, boekverkoper en stadsdrukker te Ameersfoort, broer en erfgenaam van Wilhelmina Klerk, wegens zijn hoge ouderdom machtiging aan Hendrik Burgers, boekverkoper te Amsterdam, om de ervenis te regelen van Wilhelmina Klerk, overleden, wed. van Evert Plangman. Het betreft roerend en onroerend goed. [718]
    Er wordt verwezen naar een testament in Amsterdam voor Nots. Frederik Klinkhamer : d.d. 15-5-1743. [719]

    Eerdere huwelijken van Hendrik Dongrius
    Hendrik Dongrius, geb. vóór ca. 1645, ovl. Utrecht (in de voorstadt van de Weerdt) 9-4-1705, beg. Utrecht 20-1705 ("d'commissaris Hendrik Dongrius, laet na sijn vrouw met een onmondig kint, buijten d'Weertpoort, 12d"), schout te Honswijck en wednr. van Anna Sluijskens wonend te Utrecht (1682), wednr. schout te Hontswijck en wonende te Utrecht (1696), otr./tr. 1o Utrecht geref. in den Dom 19-9/27-10-1669 (get. voor de bruid "Henrick Spoor, mr. / huijsvrouw") Anna Sluijskens, otr. 2o Utrecht 12-11-1682 (den 26-11-1682 attestatie gegeven om in 't Waal of Honswijck te trouwen) Antonia Beltermans, wed. van Willem van 't Hofken wonend te Utrecht (1682). otr. 3o Utrecht 15-3-1696 (met attestatie naar 't Wael, procl. aldaar 7 tot 27-2-1696) en tr. 3o Hontswijck 15-3-1696 Agatha (de) Clerck, ged. geref. Utrecht Domk. 24-5-1668, ovl.. na 1715, zie hierboven sub e.
        Uit zijn eerste huwelijk:
      • 1. Anna Catharina Margareta Dongrius, ged. geref. Utrecht Jacobikerk 29-1-1671 (get. "de Hoogh Ed. geb. Mevrouwe van der Lier, Mevrouwe Land-drostinne van Apeldoorn, ende de Hoogh Edel Welgeboren heer van dWoestwesel).

    Fragment Roeck - van Ammel
    Maria (Marijcken, Maychgen) Aertsdr van Ammel, ged. geref. Utrecht Jacobskerk 28-5-1628 (get. de vader Arent Lucassen, moedersnaam Fijken Meltsers, zij wonen bij de Catrijnepoort), ovl. 1669/70, geref. lidmaat te Utrecht (1648), wed. van Lambert Roeck wonend op de Lange-Nieustraat (1660), tr. 1o 1640-1645 Lambert Jansz Roeck, geb. vóór ca. 1620, ovl. 1655-1657, vermeld (1645), boekverkoper te Utrecht (1645-1654) op de Steenwegh (1645-1646), in de Lange Nieustraet (1646-1654), [740] treedt op al borg (1650), burger van Utrecht (1652), zn. van Jan Lambertss Roeck en van Aeltgien Oloffs van Hindersteyn (huw. 1613), otr./tr. 2o Utrecht Anthoniegasthuis geref. 30-8/15-9-1657 Willem Clerck, ged. Utrecht Geertekerk 15-2-1635, ovl. 1679-1685, zie kw. nr. 1952 .
    Op 24-3-1652 verklaren Lucas de Vries en Lambert Roeck boeckvercopers ende boeckdruckers wonende te Utrecht, als mede Willem Snellaert en Tryntgen Snellaerts, moeder van Willem Snellaert, ten behoeve van Gerard van Nieuwenhuysen, boeckvercoper ende boeckdrucker, wonende te Utrecht, dat Van Nieuwenhuysen van het boek Het leven van Frederick Hendrick, prins van Oranje, dat comparanten gezamenlyk hebben uitgegeven, tot 600 exemplaren privé mag leveren zonder aandeel van de eerste party en dat hy de opbrengst mag behouden in mindering van voorgeschoten geld. [741]
    Op 2-6-1652 sluiten Catharina Jacobs wed. van Esdras Willemss Snellaert boeckvercooper, wonende te Utrecht, Lucas de Vries, boeckvercooper, wonende te Utrecht, Lambert Roeck, boeckvercooper, wonende te Utrecht, en Gerrit Nieuwenhuys boeckvercooper, wonende te Utrecht, een overeenkomst met Willem Snellaert boeckvercooper, wonende te Utrecht, over het drukken en aan van het boek 't Leven van Frederick Henrick. [742]
    Op 10-6-1652 verklaart Catharina Jacobsdr borg te staan voor voldoening van de koopsom door Willem Snellaert, haar zoon, aan Lucas de Vries, Lambert Roeck en Gerard Nieuwenhuys, krachtens bovenstaande overeenkomst d.d. 2-6-1652 voor notaris W. van der Houve. [743]
    Maria Aertsdr van Ammel,en haar echtgenote Lambert Roeck, boekverkoper en burger van Utrecht, vragen octrooi aan om te testeren 13-7-1652 (Nots. Willem van der Houver).[744]
    Op 13-7-1652 testeren Lambert Roeck, boeckvercooper en burger van Utrecht, gesond, en zijn huisvrouw Maria Aertsdochter van Ammel, sieckelijck van lichaam opt bedde leggende edoch haer verstand ende spraraecke volcome machtigh, wonende te Utrecht in de Lange Nieuwstraet. Zij maken een testament met lyftocht op alle goederen voor de langstlevende en benoemen zijn broer Oloff Roeck, exploicteur aan het hof van Utrecht, en haar neef Egbert Vosch, tot voogden over onmondige erfgenamen. Gepasserd ten huijse van de testateurs. Get. Willem van Deutecum en Jan Berents van Breunes. [745]
      Uit haar eerste huwelijk (Roeck-van Ammel):
    • a. Arent Roeck, ged. geref. Utrecht 20-11-1645 (hier heet de vader Lambert Janssen Roeck, de moeder Maria Cornelis!).
    • b. Maria Roeck, ged. geref. Utrecht 25-8-1653.
    • c. Arnoldus Roeck, ged. geref. Utrecht 22-4-1655.

    Fragment van Stuyvesant - Hol
    Margrieta (Grietgen) Holl(en), ged. geref. Utrecht Geertek. 10-4-1636, ovl. na 1697, j.d. van Utrecht wonend op de Smebrugge (1653), wordt als wed. van Willem Clerck genoemd als boekdrukster/verkoopster (1686-1700) te Utrecht,[746] in de Vergulde Coornsack (1685), op het Neude (1686-1700), en met het uithangbord Grond-regel der Gereformeerden = Grond-regel der Waarheid (1688-1700), [747] [748] dr. van Gijsbert Gijsberts Hol(len) en van Jacobgen Jans van Do(o)rn, otr./tr. 1o Utrecht Anthonigasthuiskerk geref. 19-6/5-7-1653 Dirck van Stuyvesant, geb. vóór ca. 1620, ovl. 1665-1670, j.m. van Vreeland wonend bij de Viebrugge (1653), procureur van de cleyne rolle 's lants van Utrecht (1658, 1659), secretaris van Vleuten (1659..1665), otr./tr. 2o Utrecht Catharijnekerk geref. 10/26-4-1670 (get. D. Montanus vanwege de bruijdegom, en Johannes Leusden vanwege haer, NB er staat niet dat hij weduwnaar is!) Willem Klerk, zie kw. nr. 1952 .
    Op 18-9-1658 verklaart Dirck van Stuyvesant procureur van de cleyne rolle 's lants van Utrecht, schuldig te zijn aan de erven van Eduwaert Schouten, in leven procureur en voorganger van Dirck van Stuyvesant ƒ 375--, vanwege het restant van de kooppenningen van het procureursambt, met garantie ten behoeve van de borg Anthony de Wilt, houtcoper. [749]
    Op 15-3-1659 verleent Dirck van Stuyvesant procureur van de cleyne rolle 's lants van Utrecht, en secretaris van Vleuten, een garantie aan Antoni de Wilt houtcoper wonende te Utrecht, voor zyn borgtocht van ƒ 400,- ten behoeve van Johanna Moreelss, weduwe van Johan van Portengen gepasseerd. Hij garandeert een overdracht van een jaarlyks legaat van ƒ 150,-- uit de nagelaten boedel van Willem van Royen en ƒ 50,-- van zyn secretarisambt. [750]
      Uit haar eerste huwelijk (van Stuyvesant Hol):
    • a. Johannes van Stuyvesant, geb. ca. 1653-1660, ovl. na 1713, boeckdrucker te Utrecht (1679-1703), op de Oudegracht, by het Weeshuys, in den Hout-tuyn (1689), in de Schoutsteeg (1690-1703), met als uithangbord In de Konink van Engelant (1690-1695), [751] otr./tr. Utrecht Catharijnekerk geref.27-7/12-8-1679 (bejde hebben vertoont schrifelijk consent van hare ouders) Johanna Lammerts van Cuyk (Kuijk).
      Op 3-9-1679 bekent Johannes van Stuyvesant boeckdrucker wonende te Utrecht,gehuwd met Johanna van Kuyck schuldig te zijn aan de kinderen Anna Christina van der Burch, wier voogd is Johan van Baern, ƒ 700,-- vanwege een lening. Als onderpand dient een obligatie ten laste van de provincie Utrecht. [752]
      Op 5-4-1713 testeert te Utrecht Johannes van Stuijvesant. Hij vermaakt aan zijn schoondochter Margaretha de Reus, weduwe van zijn zoon Justus van Stuijvesant, het vruchtgebruik van zijn nalatenschap tot hertrouwen en benoemt tot zijn erfgenamen haar twee kinderen en het kind waarvan ze zwanger is. Mochten deze kleinkinderen niet in leven blijven dan zullen erfgenamen zijn de kinderen van zijn beide tantes, Johanna de Wild, in leven echtgenote van Lodewijk van Wuchendorf en Josina de Wild, gehuwd met Paulus Koekebakker. Tot voogden over zijn minderjarige erven benoemt hij A. C. Ph. van Wachendorf en C. A. van Wachendorf (beiden gehuwd met een stiefdochter van Sibilla Codde) en Ds. Jac. de Reus te De Bilt. [753] [754]
      Op 16-3-1715 testeert Johannes van Stuyvesant boekdrucker wonende te Utrecht op de Neude. Hij benoemt tot zijn erfgenamen: Adrianus van Stuyvesant, en Johannes van Stuyvesant, kinderen van wijlen Justus van Stuyvesant, zijn zoon, en Margareta de Reus, met lyftocht op Margareta de Reus. Tot voogden worden benoemd Alexander Carel Philip van Wachendorff, Cornilis Anthoni van Wachendorff en Jacobus de Reus, predikant te Hamburg. [755]
        Uit dit huwelijk kinderen onder wie :
      • 1. Justus van Stuijvesant, ged. Utrecht Domk. 22-11-1682, ovl. Utrecht 4-1-1713, j.m. tot Utrecht (1705), woont op de Neude, otr. Utrecht geref. 19-4-1705 (in margine: proclamaties aen de Bilt, attestatie gegeven op 3-5-1705 om aldaer te trouwen), tr. De Bilt 5-5-1705[756] Margaretha de Reus, ged. Amsterdam Westerk. 9-12-1685, beg. Utrecht 20-5-1716, j.d. aen de Bilt (1705), dr. van Adriaan de Reus, mr. steenhouwer en poorter te Amsterdam, en Elisabeth Fransz.
          Uit dit huwelijk 6 kinderen van wie in 1730 alleen nog in leven is :[757]
        • aa. Johannes van Stuijvesant, ged. Utrecht Jacobik. 2-1-1712, ingeschreven als leerling aan de Hieronymus-school te Utrecht maart 1725.[758]
        • bb. Adrianus van Stuyvesant, geb. vóór 1715.
      • 2. Maria Stuijvesand, ged. geref. Utrecht Domkerk 28-1-1681, ovl. jong?
      • 3. Maria Stuijvesand, ged. geref. Utrecht Domkerk 20-7-1684.
      • 4. Teodorus Stuijvesand, ged. geref. Utrecht Domkerk 6-1-1686.
      • 5. Jacoba van Stuijvesant, ged. geref. Utrecht Domkerk 28-11-1686.

    1954. P(I)ETER MINNE (MINUS)(¥), ged. Hoorn 20-9-1629, beg. Amsterdam Karthuizer Kerkhof 23-9-1669 (Pieter Minnen op de Haerlemmerdijck bij de Eenhoorensluijs)[759], zilversmid wonend in de Dijkstraat te Amsterdam, geref. (1656), poorter van Amsterdam 11-7-1656 als zilversmid van Hoorn, zilversmit te Utrecht (1675), otr./tr. Amsterdam/Utrecht Buurk. 3/15-6-1656

    1955. GRIETGEN (MARGARETA) (PIETERS) VAN MEREWIJCK(¥), ged. Utrecht Buurk. 20-4-1628, beg. Amsterdam Zuiderkerk 15-6-1656 (Margritje van Meerwijck, weduwe van Pieter Minnen ten huyse van de weduwe Marten Bulijn op de Uijterse straet tussen de Keijsersgraft ende Kerckstraet)[760], wordt als Grietje van Meerwijck, huisvrouw van Pieter Minnen, 'nicht' genoemd in het testament van Margaretha van der Marck op 5-1-1677. bij het begraven van Pieter Minne: 'Pieter Minnen op de Haerlemmerdijck bij de Eenhoorensluijs'.

    In het museum Flehite te Amersfoort staat een zilveren avondmaalsbeker, gemaakt door P. Minnen (1689). In bekende werken over zilversmeden te Amsterdam[761] en Hoorn[762] wordt echter geen Minne vermeld.


    COMMENTAAR(¥) Is Johannes Minne, maeckelaer, poorter van Delft 7-11-1679, geb. te Leiden, borg Jan Soet, coorncoper, verwant.[763]


    COMMENTAAR(¥) bij de doop van Gerrit heet zij Grietgen Pieters, elders Margriet van Merewijck

    De zilversmid.
    Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

    klik op plaatje(s) om te vergroten
    Op 15-9-1664 tekent Elisabeth Adriaens van Nieuwaell, wed. van Michiell Lover, wonend te Utrecht, geast. met Adriaen Lover, haar zoon en silversmith te Utrecht, die als borg optreedt, een schuldbekentenis ten behoeve van Pieter Minnen, silversmith te Utrecht, vanwege een lening van ƒ 600,-. [764]
    NB volledige tekst nog doen

    1956. J(OH)AN WILLEMSEN VAN RAALT, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1678-1691, j.m. wonend te Amersfoort, geref. lidmaat te Amersfoort "aen de Verckemarkt" op belijdenis 24-12-1651,[765], Jan Willemsen van Raalt, op de Nieuwmarkt te Amersfoort, betaalt ƒ 18,15,-- Familiegeld (1675),[766] raad van Amersfoort (1675), belender in de Nieuwstraat (1675, 1678), otr./tr. Amersfoort geref. 29-3/17-4-1655 (get. zijn vader Willem Jansz van Raalt en haar moeder Jacobien Simons)

    1957. MARGRIETJEN ANTHONIS (LAMBRECHT), ged. geref. Amersfoort 5-6-1638, ovl. 1699-1715, j.d. wonend te Amersfoort (1655), als huisvrouw van Jan van Raalt geref. lidmaat te Amersfoort op de Appelmerckt op belijdenis 8-7-1655,[767] belendster tussen de Utrechtsepoort en de Arnhemsepoort (1698), buiten de Andriespoort (1694), in de Nieuwestraat (1691..1699).

    Op 29-3-1655 lenen Anthonis Matheeuwsz, bakker, en Jacobgen Simons zijn vrouw, van Herman Lap en Grietgen Henricx, zijn vrouw, en hun erven, een bedrag van een losrente van 48 Carolus gulden per jaar over een hoofdsom van 800 Carolus gulden, met als onderpand (1) 'n huis, hof en hofstede in de Muurhuizen, door comparanten bewoond., belend aan de ene zijde: Willem Rijcksz, kramer, aan de andere zijde: Robbert Holland. Deze akte bestaat uit 4 delen, (zie ook ID 6511, 6513 en 61514). De akte is geheel doogehaald. In de marge: Johan Narot, bij erfenis van zijn moeder zaliger de plechte verkregen, verklaart van Margaretha Anthonis Lamberts, weduwe van Jan Willems van Raalt en dochter van Anthonis Mattheusz Backer en Jacobgen Simons zijn vrouw, de schuldsom ontvangen te hebben. Akte 24-6-1691. [768]
    Op 6-6-1660 verkopen Willem Jansen van Raelt voor hemzelf en als weduwnaar en boedelharder van zijn overleden vrouw Aeltgen van Schaeck en Jannitgen Jans zijn tegenwoordige huisvrouw, nevens zijn zoon Jan Willemsen van Raelt, en zijn huisvrouw Grietgen Anthonissen, erfgenamen van Aeltgen van Schaeck, aan Hendricus Camerbeecque, een huis, hof en hofstede, staande aan de Campstraet (Kamp) achter in de Pothstraat uitkomende belend aan de ene zijde: Jan van Vulpen, aan de andere zijde: Peter Wulphertsen, bakker. [769]
    Op 28-12-1667 verkopen Wilhem Janz van Raelt en zijn vrouw Jannitje Jans, aan Jan Wilhems van Raelt en zijn vrouw, zekere hof gelegen buiten de Kamppoort aan de Flierbeek, belend aan de ene zijde Thimooth Janz van Borculo, aan de andere zijde Gijsbert Jansen Methorst. [770]
    Op 17-5-1669 verkopen Frederick Gerritsen, binnenvader in het weeshuis en zijn vrouw Constantia Boothe, aan Jan Willemsen van Raelt en zijn vrouw Margareta Anthonis Lambrecht, een zekere behuizing staande aan het St. Joriskerkhof met de gerechtigheid en uitgang op de Appelmarkt, belend aan de ene zijde de stadswaag, aan de andere zijde Peter Willemsen Coster. [771]
    Op 23-8-1669 verkopen Anthoni Matheusen en zijn vrouw Aertgen Tonissen, aan Jan Willemsen van Raelt, een huis, hof en hofstede bij de pomp in de Muurhuizen, belend aan de ene zijde de erfgenamen van Willem Rijcksen, aan de andere zijde Marcelis Loockerman. [772]
    Op 23-10-1678 machtigt Grietgen Anthonis, wed. van Johan van Raalt, in leven oud raad van Amersfoort, Anthoni van Raalt, notaris en procureur van Amersfoort voor de zaak tegen Borchert Schouten. Zij tekent: Margrita Antonis wed. van Jan Willemszn. van Raelt. [773]
    Op 1-11-1696 verkoopt de speciaal gemachtigde van 1) Wijnanda van Burculo, 2) Gijsbert Verkrooft gehuwd met Johanna van Burculo, 3) Cornelis van Helden gehuwd met Elisabeth van Burculo, 4) Gijsberta van Burculo, voor zichzelf en zich sterk makend voor Jacomina van Burculo, aan Margareta Anthonis, weduwe van Jan Willemszn van Raelt zal., een hof en grond gelegen aan de beek achter Beeckhoven, belend aan de ene zijde de voornoemde weduwe, aan de andere zijde Everard van de Maath, apothecair. [774]
    Op 17-2-1715 compareert te Amersfoort Johan van Dulm, gehuwd met Ida Swart, eerder weduwe van Matheus van Raalt. Zij machtigt Arnoldus Veenendaell, hij moet de administratie van Rutgerus Dibbits van de nalatenschap van Grietje Lamberts, overleden wed. van Heer Jan Willems van Raalt, kontroleren. Het betreft de helft van een huysinge, hof en hofstede op de Appelmerckt [775]

    1958. BESSEL (WESSEL) EVERTSZ (SCHUERBEECK), geb. Nijkerk, ovl. 1695-1702, j.m. van Nijkerk (1647). als Bessel Evertsz, schoenmaker, afkomstig van Nijekerck, burger van Amersfoort op 5-4-1647, met zijn huisvrouw Evertje Jans geref. lidmaat te Amersfoort 17-4-1652, in de Sevenhuijsen,[826] belender in de St. Jansstraat (1669), betaalt als Wessel Evertsen Schuurbeecq, in de Langestraat te Amersfoort, ƒ 18,15,-- Familiegeld (1675),[827] als tabaksplanter belender aen de Langestraat (1678), belender buyten de Camppoort (1678), met land aan de Oude Gracht (1682), gebruiker van een tabaksschuur, lang elf gebinten en staande aan het voetpad (1682), otr./tr. Amersfoort geref./Leusden jan/21-2-1647 (get. Jan Aertssoon, sadelmaker, en haar moeder Willemken Huijberts)

    1959. EVERTJE JANS, ovl. na 1668, j.d. van Amersfoort (1647).

    Op 16-12-1668 verkopen Evert Meusz van Harselaer en zijn vrouw Geertje Swarten, aan Wessel Evertsen en zijn vrouw, een zeker hofje met een huisje daarin staande, gelegen omtrent de beek, belend aan de noordzijde Oetje van Butselaer, aan de zuidzijde de weduwe van Peter Gerritsen Coedijck en de koper zelf met een schuur voor aan de gemeene weg. [828]
    Op 17-7-1695 verkoopt de gemachtigde van Cornelis Bor, wonende te Amsterdam, voor hemzelf en als gemachtigde van zijn vrouw Catharina van der Weij, aan Wessel Evertzn Scheurbeecq, burger, een huis, hof en hofstede, staande en gelegen aan de Langestraat, belend aan de ene zijde mr. Otto Jacobus van Gessel, aan de andere zijde de weduwe Goossen Veth. [829]
    In 1702 zijn de erfgenamen van Wessel Evertsen belenders aan de Langestraat omtrent de Kamperbinnenpoort. In 1719 zijn de kinderen en erfgenamen van Wessel Evertsen Schuurbeek belenders buiten de Kamppoort.

    2016. JACOBUS NOEST(MAN), ged. Utrecht Domk. 1-8-1641, ovl. na 1670, suyckerbacker te Utrecht (1670), otr. Zuilen 1665 met attestatie van Utrecht 29-7-1665, tr. Utrecht 13-8-1665 (get. zijn vader en haar vader)

    2017. JOHANNA CONINCK(X) (KONINGH), ged. geref. Utrecht Jacobik. 29-11-1640[851], ovl. na 1670. Zij wonen in 't Hoge Masegat (1667).

    De suikerbakker.
    Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

    klik op plaatje(s) om te vergroten
    Op 19-8-1670 maakt Johanna Coninck, gehuwd met Jacobus Noest, en wonende te Utrecht op de Neude zz een codicil. Het betreft prelegaten aan haar dochtertje Aletta van Noest en zoontje Cornelis Noest. Haar schoonvader Cornelis Noest en broer Michiel Coninck worden benoemd tot voogden. [852]
    NB volledige tekst nog doen
    Op 10-11-1670 machtigt Jacobus Noest, suyckerbacker te Utrecht, gehuwd met Johanna Koninck, zijn zwager Michiell Coninck, gehuwd met Elysabet Meyeringh, om voor het gerecht van Utrecht te transporteren hun aandeel in een huysinge c.a. te Utrecht in de Vinckenborchsteege nz, ten behoeve van Johannes Looff te Utrecht. Jacobus Noest is medeerfgenaam van zijn schoonouders Anthoni Koninck x Margareta Kirrichgarden. [853]
    NB volledige tekst nog doen

    2018. STOFFEL CROES, ovl. vóór 1698, tr.;(¥)

    2019. ANNICKJE JANS, geb. ca. 1645, ovl. na 1698, wonend in de Rietstege te Utrecht (1698).

    COMMENTAAR(¥) geen huwelijk van Annetje Jans en NN Croes, te Utrecht gevonden 1659-1685. Ook dopen geref. Utrecht 1640-1680 levert geen dochter Sara Croes op.

    Op 29-10-1698 compareert Annigje Croes, wonend in de Rietstege te Utrecht, wed. van Stoffel Croes, om te machtigten Cornelis Noest, haar schoonzoon, wonend te Montfoort, medecomparant, om van de VOC kamer Amsterdam drie maanden gage ter somme van ƒ 27,-- te innen uit de gage van Johannes Croes, haar zoon. Deze is uitgevaren als soldaat op het schip Berckenrode en heeft dit bedrag jaarlijks uit sijn verdiende gage aan haar geassigneerd. Getuigen zijn Cornelis van Cleef, Jacob Croes en Henrikus van Till, burgers te Utrecht. Annigje Croes, Cornelis van Cleef en Jacob Croes zetten een merk, de anderen tekenen.[867]

    2032. JAN (GERRITS?) (VAN BECKBERGEN), vooralsnog alleen bekend uit het patroniem van zijn vermoedelijke kinderen.

    COMMENTAAR(¥) Is hij verwant aan (identiek met) Jan Hendricksz van Beckbergen, genoemd in het register van het Familiegeld Woudenberg (1693, 1694).[870]

    2036. ARNOLDUS MICHIELSZ ASBACH(¥), geb. vóór ca. 1650, beg. Amersfoort St. Joriskh. 11-8-1723 (laat kinderen na), soldaet onder Cap. Mornouw in garnizoen te Wijck (1675), doopget. (1713), otr. 1o Wijk bij Duurstede geref. 16-1-1675 (met attestatie naar Amersfoort), otr./tr. 1o Amersfoort geref. 4/29-1-1675, ANNA (ANNETJE) P(I)ETERS, ovl. 1675/76, j.d. wonend te Amersfoort (1675), otr./tr. 2o Amersfoort geref. 9/22-3-1676 (als Arnoldus van Asburgh wednr. van Annitjen Peeters) JANNITJE (JOANNA) JANS, j.d. wonend te Amersfoort (1676), doopget. (1705..1711).

    COMMENTAAR(¥) De verdere afkomst van Arnoldus Michielsz Asbach is onopgehelderd. Van zijn kennelijke vader Michiel Asbach (misschien ook militair) is in Amersfoort geen spoor te vinden. Een verband met Gerard Bernhard Pelnitz thou Asbach, camerheer van sijn vorstelijke doorluchtigheid van Brandenborch,(1655) ritmr. ten dienste der Ver. Ned. (1652),[885] [886] die rond 1650 blijkbaar in Amersfoort vertoeft, is puur speculatief.


    Rebecca Peters
    Voor verder onderzoek naar de herkomst van Anna P(i)eters lijkt de herhaaldelijk optredende getuige Rebecca Peters (haar zuster?) van belang. Wie is zij?

    Rebecka P(i)eters, ovl. Amersfoort 30-4-1714 (reg. overledenen RK Kromme Elleboog) jd. van Amersfoort, treedt in 1686 op als get. bij de Oud-Kath. doop van Gisberta dr. van Henrick Jansen x Rachel Pieters (haar zuster?) (juw huwelijk Amersfoort 1681 zonder verdere namen), otr./tr. Amersfoort geref. 28-3/17-4-1684 Hendrick Hendricksz, j.m. van Amersfoort (1684), wednr. van en wonende te Amersfoort (1719), Hij hertr. (als Hendrik Thins!) Amersfoort geref. 22-9/13-10-1719 Jannitje Jans van der Velden, wed. van Daniel van de Velden.
      Uit het huwelijk Hendricksz-Peters 10 kinderen Oud-Kath. gedoopt te Amersfoort Muurhuizen (1684-1705) waarbij de vader geregeld heet Hendrick Hendricksen Bosse. Bij de doop van het eerste kind is doopget. Anna Jans, wellicht de tweede vrouw van Arnoldus Michielsz Asbach.
    Wat hebben we dus nu? Alleen een zwakke aanwijzing dat we moeten zoeken naar Anna, Rebeca en Rachel, mogelijk zusters, geboren vóór ca. 1660, met als vader een P(i)eter.

    2040. = 1924. THOMAS (TEUNIS) STOFFELSZ.

    2041. = 1925. GRIETJE JANS.

    2046. = 1842. (JA)COBUS JANSEN (VAN WICHELRAAD).

    2047. = 1843. PETERTJEN HERMENS.


    Referenties van de gegevens van generatie 11 staan ook hier
    Referenties Kwartierstaat Lapikás --- Generatie 11 ( 888 refs.)
    Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld.
    Verkorte verwijzingsvormen voor veelgebruikte literatuur
    • Asch1849 = Jhr. A.M.C. van Asch van Wijck, De schut- of schuttengilde in Nederland, Utrecht, 1849
    • Buchelius = Arnoldus Buchelius, Observationes Ecclesiasticae en Ecclesiastica Ultraiectina, Editie en vertaling: Kees Smit, Utrecht, 2011
    • Burman1750 = Kaspar Burman, Utrechtsche jaarboeken van de vyftiende eeuw, vervattende het merkwaardige in het Gesticht, en voornamentlyk in de stadt Utrecht : zedert den jare 1402 en vervolgens voorgevallen, dl. 1, Utrecht, 1750 en dl. 2 Utrecht 1758
    • Dobson2009 = The New York Genealogical and Biographical Record 140(2009)13
    • Dobson2010 = The New York Genealogical and Biographical Record 141(2010)292
    • Dobson2015 = John Blythe Dobson, The descendants of Lenaert Lenaerts and Margaretha van Sassenbroeck of Cologne, Winnipeg, 2015 (to be published)
    • Engelberts1927 = Lyte (F.J.G.W.C.) Engelberts (L.E.), Anna Maria de Sandra, Zeist, 1927
    • Gedenkwaardigheden-Drenthe = Mr. J. Belonje en J. Westra van Holthe, Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de Kerken der Provincie Drenthe, Assen, 1937
    • Godgeleerden-1 = Hugo Visscher en Lambregt Abraham van Langeraad, Biographisch woordenboek van protestantsche godgeleerden in Nederland. Deel 1. Utrecht 1907
    • Heussen1733 = H.F. Van Heussen, Historia episcopatuum foederati Belgii, Antwerpen, 1733
    • Kohier1631 = J.G. Frederiks en P.J. Frederiks, Kohier van den 200sten penning voor Amsterdam en onderhoorige plaatsen over 1631, Amsterdam, 1890
    • Matthaeus1704 = Antonius Matthaeus, Fundationes et fata ecclesiarum, praesertim quae Ultrajecti, et in ejusdem suburbiis, et passim alibi in dioecesi. Libri dvo, Leiden, 1704
    • Montias = The Montias Database of 17th Century Dutch Art Inventories, ⇒ montias
    • Placaetboek1729 = Johan van de Water, Groot Placaatboek vervattende alle de Placaten, Ordonantien en Edicten, der Edele Mogende Heeren Staten 'S Lands Van Utrecht, Utrecht, 1729
    • Predikanten-Amsterdam1692 = P.H. van Leeuwen, Verzameling van alle de Nominatien ... 1578-heden, Amsterdam, z.j. (1692)
    • Sluijter-1988 = E.J. Sluijter et al., Leidse fijnschilders : van Gerrit Dou tot Frans van Mieris de Jonge 1630-1760, Zwolle, 1988
    • Studenten-Herborn = G. Zedler und H. Sommer, Die Matrikel der Hohen Schule und des Paedagogiums zu Herborn, Veröffentlichungen der historischen Commission für Nassau V, Wiesbaden, 1908
    • Tienen1755 = P. Kempeneers, De Bevolking van Tienen in 1755, Publ. 041, VVF Leuven, 2011
    • Tienen1796 = P. Kempeneers, De Volkstelling van Tienen Jaar IV (1796), Publ. 52, VVF Leuven, 2015
    • UP5 = Utrechtse Parentelen, dl. 5, Rotterdam, 2015
    • Uil2015 = Huib Uil, De scholen syn planthoven van de gemeente. Het onderwijs in Zeeland en Staats-Vlaanderen, 1578-1801, Bergschenhoek, 2015, ISBN 978-90-820494-7-3, ⇒ onderwijsgevendeninzeeland.wordpress.com
    1. VS (1981)433
    2. VS (1981)433
    3. VS (1981)439
    4. www.netradyle.be
    5. VS (1981)439
    6. ⇒ www.netradyle.be
    7. VS (1981)439
    8. www.netradyle.be
    9. ⇒ jawery?lang=nl;pz=suzanne+aline;nz=krier;ocz=0;p=jacques;n=van+mechter
    10. ⇒ nb-07-09-01.html
    11. ⇒ sprokkel-6-119.html
    12. R.A.Ht, Gelinden S.B. 10, f85,13 november 1681.
    13. RA.Ht, Gelinden S.B. 10, f253v, 22 november 1691 en 24 oktober 1706.
    14. R.A.Ht, N 5207, f63, 20 april 1723.
    15. R.A.Ht, N 5207, f42, 1 januari 1723. Gelinden S.B. 11, p. 436, 4 februari 1724.
    16. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 66, blz. 204v
    17. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 66, blz. 252v
    18. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 66, blz. 267v
    19. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 66, blz. 286
    20. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 66, blz. 305
    21. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 66, blz. 307v
    22. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 66, blz. 324
    23. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 153
    24. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 188
    25. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. YY
    26. Het Weesboek van Nieuwkoop en Noorden, dd 20 jan. 1693, mededeling T. Brouwer te Canada (2003
    27. ONA Woerden, WO54, inv. nr. 8559, p 76
    28. ONA Woerden, WO54, inv. nr. 8560, p 18
    29. Streekarchief Alphen a/d Rijn, Weeskamer-archief Nieuwkoop en Noorden, weesboek genaamd "Prothocol en vertigting" 1684-1727, 1796, 1809, f25, ⇒ www.den-braber.nl
    30. ONA Woerden, WO54, inv. nr. 8563, p 2
    31. ⇒ noord1.html
    32. NA, Archief van het Kantoor van Collectieve Middelen van het Zuiderkwartier van Holland, inv. nr. 6682 - 406 vso, nr. 6
    33. Kuipers, l.c., en Onze Voorouders II, l.c., p31
    34. Kuipers, l.c.
    35. Onze Voorouders II, l.c., p31
    36. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 68, blz. 129v
    37. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 54, blz. 160
    38. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 55, blz. 185v
    39. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 60, blz. 35
    40. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 60, blz. 42
    41. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 62, blz. 126
    42. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 62, blz. 162v
    43. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 62, blz. 295
    44. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 63, blz. 4
    45. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 63, blz. 4v
    46. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 63, blz. 76v
    47. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 63, blz. 79
    48. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 65, blz. 97
    49. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 66, blz. 247
    50. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 46
    51. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 66, blz. 247
    52. Kuipers, l.c.
    53. ORA Nieuwkoop 69, ook gecit. in GBLO 6(1991) SR65
    54. Aarlanderveen, Rechterlijk archief, protocollen, inv.nr. 65 folio 1v, 09-04-1686
    55. GBLO 9(1994)140 e.v.
    56. ORA Nieuwkoop 7
    57. ORA Nieuwkoop 106
    58. ORA Nieuwkoop 7, 10-4-1777
    59. Gen. Bijdragen Leiden e.o. 6(1991) SR64
    60. ONA Ter Aar 17 ....
    61. OV...(1989?)217
    62. GN 48(1993)46
    63. GBLO 6(1991)66 en Onze Voorouders II, l.c., p 30
    64. GBLO 6(1991)66
    65. Onze Voorouders II, l.c., p30 e.v.
    66. Genealogie Van Pijlen
    67. GBLO 8(1993)128
    68. ORA Nieuwkoop 2, gecit. in GBLO 8(1993)128
    69. Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 178v volgnr. 108
    70. Kuipers, l.c.
    71. Kuipers, l.c.
    72. Kuipers, l.c.
    73. Kwartierstatenboek Hollands Noorderkwartier, dl. 3, Afd. NGV, 1992
    74. NA, Archief van het Kantoor van Collectieve Middelen van het Zuiderkwartier van Holland, inv. nr. 6682 - 398 vso, nr. 68
    75. GBLO 8(1993)55
    76. ORA Nieuwkoop, invnr. 5, fol. 92-92v, gecit. in Meijer en Van Wieringen, l.c.
    77. GBLO 8(1993)55
    78. Meijer en Van Wieringen, l.c., p518
    79. GBLO 8(1993)129
    80. GBLO 8(1993)129
    81. GBLO 8(1993)129
    82. GBLO 8(1993)129
    83. GBLO 8(1993)129
    84. GBLO 8(1993)128
    85. ORA Nieuwkoop 2, gecit. in GBLO 8(1993)128
    86. Weesboek 1 Nieuwkoop, 22-2-1695, gecit. in GBLO 8(1993)128
    87. Kuipers, l.c.
    88. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 66, blz. 322v
    89. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 16
    90. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 28v
    91. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 33v
    92. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 46v
    93. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 66v
    94. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 73v
    95. zie ook GBLO 8(1993)55
    96. GBLO 8(1993)55
    97. GBLO 8(1993)55
    98. Kuipers, l.c.
    99. ORA Nieuwkoop, inv. nr. 1, gecit. in Meijer en Van Wieringen, l.c., p591
    100. ORA Nieuwkoop 1, gecit. in GBLO 8(1993)55
    101. GBLO 8(1993)55
    102. ORA Nieuwkoop inv. nr. 81, gecit. in Meijer en Van Wieringen, l.c., p592
    103. NA Thamen, inv. nr. 5068, f92, gecit. in Meijer en Van Wieringen, l.c., p592
    104. ORA Nieuwkoop, inv.nr. 5, f23, gecit in Meijer en Van Wieringen, l.c., p591
    105. zie ook OVO II p 31
    106. zie ook Mededeling C.E. Kuipers te Drachten, 1995
    107. Mededeling C.E. Kuipers te Drachten, 1995
    108. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 49v
    109. Arch. N.H. Kerk, Hospice Wallon, Amsterdam, Kerckboek van Nieuwkoop 1694-1720, hierna Kb. Nieuwkoop, ook op microfilm in CBG
    110. GAA, Beg. Reg. WK 80
    111. Weeskamer Amsterdam, A16442000169
    112. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21640347
    113. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21661234
    114. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21666338
    115. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21688559
    116. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21702877
    117. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21702878
    118. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21704975
    119. GAA, Kohier van de 200e penning, 1674
    120. SAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21634236
    121. Transportakten voor 1811; NL-SAA-21634236
    122. GAA, Boedelpapieren Burgerweeshuis, inv. nr. 2030
    123. SAA, WK Burgerweeshuis, inv. nr. 2030, losse akte
    124. Aalsmeer in functies en beroepen tussen 1449 en 1811, Maarten 't Hart, z.j.
    125. SAA, WK Burgerweeshuis, inv. nr. 2030, losse akte
    126. B. van Santen, Generale Privilegien ende Hantvesten van Kennemer-landt ende Kennemer-ghevolgh, 1652, transcriptie door Dé Wintersteijn, ⇒ www.wintersteijn.nl
    127. GA Amsterdam, toeg.nr. 5501, Archief van het Ambacht Nieuwer-Amstel, met het Archief van de Ambachten Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder, inv.nr. 505
    128. GA Amsterdam, toeg.nr. 5501, Archief van het Ambacht Nieuwer-Amstel, met het Archief van de Ambachten Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder, inv.nr. 481
    129. SAA Amsterdam, toeg.nr. 5501, Archief van het Ambacht Nieuwer-Amstel, met het Archief van de Ambachten Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder, inv.nr. 514, Lijst van inwoners van Rietwijkeroord, vermoedelijk opgemaakt in verband met de gewapende burgermacht ca. 1800, - A15076000001
    130. GA Amsterdam, toeg.nr. 5501, Archief van het Ambacht Nieuwer-Amstel, met het Archief van de Ambachten Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder, inv.nr. 485
    131. GA Amsterdam, toeg.nr. 5501, Archief van het Ambacht Nieuwer-Amstel, met het Archief van de Ambachten Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder, inv.nr. 490
    132. GA Amsterdam, toeg.nr. 5501, Archief van het Ambacht Nieuwer-Amstel, met het Archief van de Ambachten Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder, inv.nr. 493
    133. GA Amsterdam, toeg.nr. 5501, Archief van het Ambacht Nieuwer-Amstel, met het Archief van de Ambachten Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder, inv.nr. 511
    134. SAA Amsterdam, toeg.nr. 5501, Archief van het Ambacht Nieuwer-Amstel, met het Archief van de Ambachten Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder, inv.nr. 514, Lijst van inwoners van Rietwijkeroord, vermoedelijk opgemaakt in verband met de gewapende burgermacht ca. 1800, - A15076000001
    135. GA Amsterdam, toeg.nr. 5501, Archief van het Ambacht Nieuwer-Amstel, met het Archief van de Ambachten Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder, inv.nr. 483
    136. GA Amsterdam, toeg.nr. 5501, Archief van het Ambacht Nieuwer-Amstel, met het Archief van de Ambachten Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder, inv.nr. 517
    137. GA Amsterdam, toeg.nr. 5501, Archief van het Ambacht Nieuwer-Amstel, met het Archief van de Ambachten Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder, inv.nr. 484
    138. GA Amsterdam, toeg.nr. 5501, Archief van het Ambacht Nieuwer-Amstel, met het Archief van de Ambachten Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder, inv.nr. 491
    139. SAA Amsterdam, toeg.nr. 5501, Archief van het Ambacht Nieuwer-Amstel, met het Archief van de Ambachten Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder, inv.nr. 492, Akte van huwelijkse voorwaarden ten overstaan van
    140. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21659111
    141. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21658964
    142. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21663977
    143. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21669038
    144. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21590862
    145. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21691064
    146. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21695559
    147. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21721705
    148. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21691040
    149. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21695559
    150. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21695559
    151. ⇒ www.streekarchivariaat.nl, Transcriptie op de archiefstukken van het Schoenmakersgilde Elburg 1594 - 1810
    152. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
    153. Publ. Arent thoe Boecop, nr. 7, Schoorsteengeld Elburg 1676-1678
    154. GA Elburg, protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg, f21, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
    155. GA Elburg, protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg, f25, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
    156. GA Elburg, protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
    157. Wap 5(1901)184
    158. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21678394
    159. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21662627
    160. Wap 5(1901)184
    161. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21587789
    162. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21673956
    163. ANF 5(1901)183
    164. Studenten-Herborn
    165. Studenten-Herborn
    166. ⇒ kwartierstaat-van-ham.htm
    167. ⇒ books?id=521KAAAAcAAJ&pg=PT4&dq=deutgenius&hl=nl&sa=X&ei=YAJeVaDZL4noUte3gLgF&ved=0CCgQ6AEwATgU#v=onepage&q=a&f=false
    168. zie ook ⇒ kwartierstaat-van-ham.htm
    169. ⇒ kwartierstaat-van-ham.htm
    170. Studenten-Herborn
    171. Studenten-Herborn
    172. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
    173. ⇒ kwartierstaat-van-ham.htm
    174. ⇒ kwartierstaat-van-ham.htm
    175. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
    176. S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
    177. NL 68(1951)229
    178. S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
    179. Th.J. Meijer, Album Promotorum Academiae Franekerensis (1591-1811), Franeker, 1972
    180. ANF 5(1901)183
    181. ⇒ kwartierstaat-van-ham.htm
    182. ANF 5(1901)202
    183. ⇒ 1150625170
    184. ⇒ wapen-deutgen-2.htm
    185. NL 83(1966)206
    186. ⇒ kwartierstaat-van-ham.htm
    187. ⇒ kwartierstaat-van-ham.htm
    188. Gedenkwaardigheden-Drenthe
    189. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
    190. S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
    191. NL 68(1951)229
    192. ⇒ everhardus_deutgenis__16531693
    193. Niederdeutsche Studien, Band 29, Keulen, 1981
    194. Gedenkwaardigheden-Drenthe
    195. dominees.nl
    196. ⇒ everhardus_deutgenis__16531693
    197. G.R.W. Dibbets, Joannes Vollenhove (1631-1708): dominee, dichter, Hilversum, 2007
    198. dominees.nl
    199. ⇒ homepageGetperson.php?personID=I2232&tree=A301209
    200. Tresoar, toeg. nr. 181 Universiteit te Franeker, inv. nr. 07.3. Criminele Processen
    201. S.D. van Veen, Historische Studiën en Schetsen, Groningen, 1905
    202. ⇒ everhardus_deutgenis__16531693
    203. ⇒ kwartierstaat-van-ham.htm
    204. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21586611
    205. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21674050
    206. GA Amsterdam, Archief van het Diaconieweeshuis der Hervormde Gemeente, Boedelpapieren: NL-SAA-4584762 en ..63
    207. Mededeling Huub Schrijver, 2015
    208. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21650567
    209. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21658308
    210. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21681026
    211. GAA, Nots. Beukelaar, d.d. 4-5-1762, gecit. in Wap 5(1901)184
    212. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21710955
    213. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21713511
    214. Wap 5(1901)184
    215. NL 44(1926)118
    216. Mededeling Huub Schrijver, 2015
    217. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21690728
    218. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2195
    219. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2219
    220. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2195
    221. J.G. Vogler, De leerlingen van het Middelburgsch gymnasium van 1629 tot 1905, Archief /Mededelingen van het Zeeuws Genootschap der Wetenschappen, Middelburg, 1906
    222. ⇒ www.dominees.nl
    223. Willem Frederik van Nassau-Dietz, Gloria parendi. Dagboeken van Willem Frederik, stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe, 1643-1649, 1651-1654 (ed. J. Visser en G.N. van der Plaat). Nederlands Historisch Genootschap, Den Haag 1995
    224. GA Leiden, ONA, Nots. Frans Doude, Arch.nr. 0506, inv. nr. 626, f038
    225. Nav. 87(1938)174
    226. Nav. 87(1938)174
    227. zie ook Nav. 87(1938)174
    228. GA Delft, Inventaris van het archief van het oude en nieuwe gasthuis te Delft, Toegang: 97, inv. nr. 975
    229. GA Leiden, ONA, Nots. Frans Doude, Arch.nr. 0506, inv. nr. 629, f085
    230. GA Delft, toeg.nr. 1 Oud-archief der stad Delft, eerste afdeling 1246-1795, inv. nr. 1182
    231. GA Delft, Inventaris van het archief van het oude en nieuwe gasthuis te Delft, Toegang: 97, inv. nr. 996
    232. Beschryving der Stadt Delft, Delft, 1729
    233. GA Delft, Comparitieregister van de Weeskamer Delft, arch.nr. 0072, inv.nr. 00465, folio 0308 bundel 8
    234. GA Den Haag, ONA, Nots. W.N., inv. nr. 704, f273, d.d. 8-9-1670
    235. GA Delft, ONA, Nots. Johannes Ranck, inv. nr. 2126A, Folio 47
    236. ONA Delft, Notaris Johan van Ruiven, Inventarisnummer 1967D, Folio 163 d.d. 17-02-1663
    237. GA Delft, ONA, Nots. Johannes Ranck, inv.nr. 2123F, Folio 289
    238. NL 60(1952)213
    239. NL 78(1961)119
    240. NL 78(1961)119
    241. NL 78(1961)119
    242. ANF 11(1894)85
    243. NP14(1924)395
    244. ANF 11(1894)85
    245. ANF 11(1894)86
    246. ANF 11(1894)86
    247. Amstelodamum 79(1992)2
    248. Jb. CBG 56(2002)88
    249. Jb. Amstelodamum 09(1911)79
    250. RAL, Lijfrente 1402 - 1609
    251. GA Leiden inv.nr. 79, 27 delen
    252. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
    253. Her. Bib. 7(1880)99
    254. NL 8(1890)42
    255. NL 8(1890)45
    256. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
    257. Nav 37(1887)558
    258. NL 8(1890)60
    259. NL 8(1890)60
    260. Gen. Her. Bib. 1914)308
    261. ANF 14(1901)22
    262. Gen. Her. Bib. 1914)308
    263. zie ook NL 103(1986)394
    264. GAA, ONA 7303 dd. 20 maart 1715, not. A. Karreman, gecit. in NL 103(1986)394
    265. NL 103(1986)394
    266. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21671629
    267. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21674086
    268. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21674087
    269. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21681253
    270. Jb. Amstelodamum 28(1931)124
    271. zie ook NL 103(1986)395
    272. NL 103(1986)394
    273. Jb. Amstelodamum 28(1931)124
    274. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
    275. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
    276. GA Delft, ORA, toeg. nr. 0013, inv. nr. 00281, f 318r1
    277. GA Delft, ORA, toeg. nr. 0072, inv. nr. 00467, f 0064
    278. GA Delft, ORA, toeg. nr. 0072, inv. nr. 00467, f 0064
    279. GA Delft, ONA, Nots. Johannes Ranck, inv.nr. 2122D, f 178
    280. NL-HaNA, VOC, 1.04.02, inv.nr. 12236
    281. SAA, Not. Arch. toeg.nr. 5075, Nots. Jan Coemans, inv.nr. yyyy, akte nr. 6191, URL: ⇒ eknwvju7a
    282. SAA, Not. Arch. toeg.nr. 5075, Nots. Jan Coemans, inv.nr. yyyy, akte nr. 6357, URL: ⇒ eknwvjuta
    283. Album Promotorum Academiae Rheno-Trajectinae 1636-1815, Utrecht, 1936
    284. ANF 1(1883)#17 p4
    285. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
    286. Wap. 7(1903)489
    287. NL 50(1932)163, 166
    288. AMstelodamum 45(1958)17
    289. GA Leiden, ONA, Nots. Theodorus Schrevelius, Arch.nr. 0506, inv. nr. 1824, f038
    290. D.G. van Epen, Album Studiosorum Academiae Gelro-Zutphanicae 1648-1818, 's-Gravenhage, 1904
    291. CBG, GHS 03D04, Genealogie ofte Geslagt Register van de Familie van Steelant, blz. 48., Heraldische Databank CBG
    292. ORA Schiedam, toeg. nr. 105, inv. nr. 386, f36v.
    293. NA, Hof van Holland, toeg.nr. 3.03.01.01, inv.nr: 3105, f 005
    294. GA Utrecht, ONA, Nots. P. Van Schoonhoven , inv.nr. U252a004, akte nr. 44
    295. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
    296. NA, toegang: 1.05.12.01, inv. nr. 175 en 176
    297. L.W. Balai, Het slavenschip Leusden: over de slaventochten en de ondergang van de Leusden, de leefomstandigheden aan boord van slavenschepen en het einde van het slavenhandelsmonopolie van de WIC, 1720-1738, Proefschrift Universiteit van Amsterdam, 2011
    1. Peter de Bode, Tresoor der zee- en landreizen III, Zutphen, 2007
    2. Jacobus Elet, Henk den Heijer, Naar de koning van Dahomey, Zutphen, 2000
    3. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21661561
    4. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21662083
    5. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21697724
    6. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21716270
    7. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21716880
    8. NL 39(1921)277
    9. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
    10. P.C. Molhuysen, Album Promotorum Academiae Lugduno Batavae 1575-1812, 's-Gravenhage 1913-1924
    11. zie ook ANF 1(1883)#19 p1
    12. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21667392
    13. GA Utrecht, ONA, Nots. H. Van Dam , inv.nr. U184a011, akte nr. 46
    14. D.G. van Epen, Album Studiosorum Academiae Gelro-Zutphanicae 1648-1818, 's-Gravenhage, 1904
    15. O. Schutte, Het Album Promotorum van de Academie te Harderwijk, Arnhem. 1980
    16. West-Brabants Archief, Brabant, Notariële archieven Bergen op Zoom, archief boz - 0050, inventaris­num­mer 0394, 10 januari 1718, Notaris Lambertus van Sambeeck, Minuutakten van andere akten, 1718, aktenummer 2
    17. Balen-1677
    18. ⇒ 5004.nl.html#A26466000012
    19. Balen-1677
    20. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
    21. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
    22. NL 12(1894)116
    23. NL-HaNA, Hof van Holland, 3.03.01.01, inv.nr. 12380
    24. Jb. Amstelodamum 50(1958)
    25. ⇒ books?id=Z29hAAAAcAAJ&dq=Handvesten%2C%20privilegien%2C%20octroyen%2C%20costumen%20en%20willekeuren%20der%20stad%20Amstelredam&hl=nl&pg=PA1011#v=onepage&q=Handvesten,%20privilegien,%20octroyen,%20costumen%20en%20willekeuren%20der%20stad%20Amstelredam&f=false
    26. ISSG, NEHA, Bijzondere collecties, toeg. nr. 338, Nederlandse, Vlaamse, Duitse en Franse gilden, inv. nr. I.Nederland / 2.Amsterdam / i. Lakenmeters
    27. ⇒ ohc74b.htm
    28. Transportakten voor 1811: NL-SAA-21585972
    29. Cees de Bondt, Heeft yemant lust met bal, of met reket te spelen...?": tennis in Nederland, uitg. Verloren, 1993
    30. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21651061
    31. ⇒ www.amsterdamsegrachtenhuizen.info
    32. Caspar Philip Jacobszoon, Grachtenboek, Amsterdam 1768-1771
    33. E. van Houten, Geschied-bouwkundige beschrijvingen, Amsterdam, 1962
    34. ⇒ www.amsterdamsegrachtenhuizen.info
    35. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
    36. Schouwen Duiveland, ONA, Nots. Jacob Weststrate, Aktenummer: RAZE 4007-89, Microfiche: 4007/4-1664
    37. Schouwen Duiveland, ONA, Nots. Jacobus Lansbergius, Aktenummer: RAZE 4021-70, Microfiche: 4021/4-804
    38. Aktenummer: RAZE 4035-28, Microfiche: 4035/3-1986
    39. RAZE, Archief Rekenkamer van Zeeland B
    40. Uil2015
    41. Mededeling Sietske Hoogerhuis, 2010
    42. Uil2015
    43. RAZE inv. nr. 5081 d.d. 15-1-1687, gecit. in Zeeuwse Kwartierstaten, Kwartierstaat Triest de Jonge
    44. RAZE nr. 5025, 27-2-1698
    45. RAZE nr. 5028, 27-2-1698
    46. Schouwen Duiveland, ONA, Nots. Cornelis Zeeman, Aktenummer: RAZE 4066-162, Microfiche: 4066/9-1976
    47. RAZE nr. 5023, dl. 2, d.d. 18-10-1703
    48. RAZE nr. 5095 (Rengerskerke, Minuten van Boedelrekeningen en -inventarissen periode 1709-1808.
    49. RAZE nr. 5095 (Rengerskerke, Minuten van Boedelrekeningen en -inventarissen periode 1709-1808.
    50. Mededeling Sietske Hoogerhuis, 2010
    51. Mededeling Sietske Hoogerhuis, 2010
    52. Mededeling Sietske Hoogerhuis, 2010
    53. Mededeling Sietske Hoogerhuis, 2010
    54. Zeeuwse Kwartierstaten, Kwartierstaat Triest de Jonge
    55. RAZE 5094 en 5095
    56. Zeeuwse Kwartierstaten, Kwartierstaat van Hendrik Adriaan van Dijke
    57. Zeeuwse Kwartierstaten, Kwartierstaat Triest de Jonge
    58. Schouwen Duiveland, ONA, Nots. Pieter Ketel, Aktenummer: RAZE 4032-127, Microfiche: 4032/7-1292
    59. RAZE 5093/13-2-1719, gecit. in Zeeuwse Kwartierstaten, Kwartierstaat Triest de Jonge
    60. Zeeuwse Kwartierstaten, Kwartierstaat Triest de Jonge
    61. Zeeuwse Kwartierstaten, Kwartierstaat Triest de Jonge
    62. Schouwen Duiveland, ONA, Nots. Johan de Vos, Aktenummer: RAZE 4151-151, Microfiche: 4151/8, 4151/9
    63. Zeeuwse Kwartierstaten, Kwartierstaat Triest de Jonge
    64. Zeeuwse Kwartierstaten, Kwartierstaat van Hendrik Adriaan van Dijke
    65. RAZE 5093
    66. Zeeuwse Kwartierstaten, Kwartierstaat van Hendrik Adriaan van Dijke
    67. Zeeuwse Kwartierstaten, Kwartierstaat van Hendrik Adriaan van Dijke
    68. RAZE 5026, dd 21.09.1734
    69. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
    70. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
    71. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
    72. NNBW I, p371
    73. Dgz. Kb. Zierikzee, l.c.
    74. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
    75. Bijlage 2B bij Album Academicum van het Atheneum Illustre en van de Universiteit van Amsterdam 1632-1882, Amsterdam, 1882
    76. Herlevend Verleden, Genealogisch Werk Afd. Amersfoort NGV, Amersfoort, 1990
    77. Herlevend Verleden, l.c.
    78. ⇒ ?page=article&warticle_id=70298&LAREN-KOPTIENDEN-1504---1740
    79. ⇒ ?page=article&warticle_id=70298&LAREN-KOPTIENDEN-1504---1740
    80. ⇒ ?page=article&warticle_id=70298&LAREN-KOPTIENDEN-1504---1740
    81. Pepping, l.c., p183
    82. Brood, Collaterale Successie 27-1-1674, H31B/p199
    83. Brood, Officiantenregister, l.c.
    84. Pepping, l.c., p97
    85. RAU, ONA Abcoude, nots. Huibert Hoogeveen, inv. nr. 24, gecit. in Van Papier naar Digitaal
    86. GBLO 8(1993)128
    87. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 22, blz. 52
    88. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 22, blz. 477
    89. ONA Hazerswoude, Nots. Jacobus Buijtewech, inv. nr. 4691, nr. 26
    90. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 25, blz. 289, 291
    91. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 25, blz. 299v, 300
    92. zie ook Nav. 81(1932)164
    93. zie ook Nav.78(1929)132
    94. Nav.78(1929)134
    95. Nav. 81(1932)162, 168
    96. Nav. 81(1932)165
    97. Nav. 81(1932)162, 165
    98. Nav. 81(1932)168
    99. Nav. 81(1932)168
    100. Nav. 81(1932)164
    101. Nav. 81(1932)167
    102. Nav. 81(1932)167
    103. Nav. 81(1932)168
    104. Nav. 81(1932)162, 165
    105. Nav. 81(1932)168
    106. Nav. 81(1932)168
    107. Nav. 81(1932)165
    108. Nav. 81(1932)168
    109. Nav. 81(1932)168
    110. zie ook Nav.78(1929)132
    111. Nav.78(1929)132
    112. Nav.78(1929)132
    113. zie ook Kwartierstaat Hofstee-Neef
    114. Ref. OPZOEKEN
    115. GN 46(1991)324
    116. Mededeling A. Hofstee te Canada, 1996, Prom 14, p60
    117. ORA Ridderkerk, E XL nr. 10, gecit. NL 75(1958)435
    118. Mededeling A. Hofstee te Canada, 1996
    119. K.J. Slijkerman, Geslachten van het eiland IJsselmonde, dl. 5, p89, Rotterdam, 1991, en Mededeling A. Hofstee te Canada, 1996
    120. Prom. 14, p44
    121. GA Rotterdam, ONR Ridderkerk & Rijsoord, Nots. Engelbrecht Cornelisz van der Gijp, inv. nr. 14, aktenr. 87, blz. 157
    122. GA Rotterdam, ONA Ridderkerk, Nots. Pieter van Gilst, inv. nr. 1 R aktenr. 73 blz 318
    123. Slijkerman, l.c., en Med. P. Klok te Nijmegen, 1996
    124. Prom. 14, p31
    125. Slijkerman, l.c.
    126. GA Rotterdam, ONA Ridderkerk, Nots. Pieter van Gilst, inv. nr. 1 R aktenr. 105 blz 432
    127. GA Rotterdam, ONR Ridderkerk & Rijsoord, Nots. Pieter van Gilst, inv. nr. 2, aktenr. 27, blz. 113
    128. Med. P. Klok te Nijmegen, 1996
    129. GA Rotterdam, tg 1270 Gemeente Ridderkerk, inventaris 1 Keurboek, ⇒ 1731Brandgereedschappen.doc
    130. GA Rotterdam, tg 1270 Gemeente Ridderkerk, inventaris 1 Keurboek, ⇒ 1731Brandgereedschappen.doc
    131. GA Rotterdam, tg 1270 Gemeente Ridderkerk, inventaris 1 Keurboek, ⇒ 1731Brandgereedschappen.doc
    132. GA Rotterdam, ONR Ridderkerk & Rijsoord, Nots. Cornelis Reynen, inv. nr. 9, aktenr. 24, blz. 47
    133. OV 26(1971)63
    134. Med. P. Klok te Nijmegen, 1996
    135. Med. P. Klok te Nijmegen, 1996
    136. GA Rotterdam, ONA Ridderkerk, Nots. Pieter van Gilst, inv. nr. 19, aktenr./blz. 54/201
    137. Med. P. Klok te Nijmegen, 1996
    138. Med. P. Klok te Nijmegen, 1996
    139. OV 26(1971)59
    140. OV 26(1971)61
    141. OV 27(1972)69
    142. Prom. 14, p278
    143. Prom. 14, p278
    144. OV 55(2000)308
    145. GA Rotterdam, ONR Ridderkerk & Rijsoord, Nots. Engelbrecht Cornelisz van der Gijp, inv. nr. 2, aktenr. 320, blz. 599
    146. OV 55(2000)308
    147. Prom. 14, p278
    148. OV 55(2000)309
    149. GA Rotterdam, ONA Ridderkerk, Nots. Pieter van Gilst, inv. nr. 1 R aktenr. 85 blz 363
    150. OV 55(2000)308
    151. GA Rotterdam, ONR Ridderkerk & Rijsoord, Nots. Pieter van Gilst, inv. nr. 2, aktenr. 144, blz. 498
    152. GN 36(1981)367
    153. GA Rotterdam, ONA Ridderkerk, Nots. Engelbrecht Cornelisz van der Grijp, inv. nr. 15, aktenr./blz. 153/206
    154. Hendrik Ido Ambacht, Arch.nr. 1023, inv.nr. 3
    155. Hendrik Ido Ambacht, Arch.nr. 1023, inv.nr. 3
    156. OV 55(2000)306
    157. Prom. 14, p246
    158. OV 55(2000)306
    159. OV 55(2000)306
    160. OV 55(2000)306
    161. OV 55(2000)306
    162. OV 55(2000)306
    163. Prom. 14, p208
    164. ⇒ snoek01.html
    165. ⇒ huisman_w_ks.htm
    166. ⇒ snoek01.html
    167. Tobé, l.c.
    168. ⇒ huisman_w_ks.htm
    169. ⇒ kwartierstaat
    170. ⇒ snoek01.html
    171. ⇒ gd-hoofd.htm
    172. ⇒ gd-hoofd.htm
    173. ⇒ snoek01.html
    174. ⇒ gd-hoofd.htm
    175. ⇒ gd-hoofd.htm
    176. ⇒ gd-hoofd.htm
    177. ⇒ gd-hoofd.htm
    178. GN 64(2009)327
    179. GN 64(2009)327
    180. GN 64(2009)327
    181. ⇒ huisman_w_ks.htm
    182. ⇒ kwartierstaat
    183. ⇒ kwartierstaat
    184. ⇒ kwartierstaat
    185. ⇒ kwartierstaat
    186. ⇒ kwartierstaat
    187. ⇒ kwartierstaat
    188. ⇒ kwartierstaat
    189. ⇒ huisman_w_ks.htm
    190. ⇒ huisman_w_ks.htm
    191. ⇒ huisman_w_ks.htm
    192. ⇒ huisman_w_ks.htm
    193. ⇒ huisman_w_ks.htm
    194. Mededeling A. Hofstee te Canada, 1996
    195. Mededeling A. Hofstee te Canada, 1996
    196. Kron. 7(1998)50
    197. Kron. 7(1998)50
    198. Kron. 7(1998)50
    199. Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 13 volgnr. 227
    200. Van der Poel, l.c., p27
    201. GA Amersfoort, ONA, Nots. A. v. Brinckesteyn, inv. nr. AT 015a003 folio 11
    202. GA Amersfoort, ORA, Transporten, toeg. nr. 0012, inv.nr. 436-31, blz. 163r
    203. Archief Eemland, Toeg.nr. 0039 Weeskamer te Amersfoort, inv. nr. 2
    204. GA Amersfoort, toeg. nr. 0001.01 Stadsbestuur Amersfoort, inv. nr. 2283
    205. GA Amersfoort, ORA, Transporten toeg. nr. 0012, inv.nr. 436-31, blz. 73r
    206. GA Utrecht, ONA, Nots. N. Vonck , inv.nr. U083b042, akte nr. 44
    207. ref ...
    208. Eemlandse Klappers, dl. 1, l.c.
    209. EK 29
    210. Putman, Octrooien, l.c.
    211. GA Amersfoort, Nots. A. van Brinckesteijn, inv. nr. AT015a004, f20v, d.d.4-9-1684
    212. GA Amersfoort, Nots. A. Bloeijlanth, inv. nr. AT021a001 , d.d. 18-10-1702
    213. ORA Barneveld 0203, boek 836, Buurtschap Esvelt, folio 252v, dd. 24-09-1742
    214. ORA Barneveld 0203, boek 836, , folio 253, dd. 24-09-1743
    215. ORA Barneveld 0203, boek 836, , folio 254, dd. 24-09-1743
    216. GA Amersfoort, Nots. S. van Brinckesteyn
    217. GA Amersfoort, Nots. A. v. Goudoever -o-
    218. GA Amersfoort, Nots. S. van Brinckesteyn AT 030b005
    219. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-33, blz. 219
    220. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-34, blz. 23
    221. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-35, blz. 150 verso
    222. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-36, blz. 32 verso
    223. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-36, blz. 105
    224. GA Amersfoort, Nots. A. v. Brinckesteyn AT 039a001 rep 2
    225. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-36, blz. 200 verso
    226. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-36, blz. 258
    227. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-36, blz. 261
    228. GN 40(1985)181
    229. GN 17(1962)95
    230. Wap. 21(1917)213
    231. NL 70(1953)382
    232. Herengoederen op de Veluwe, nr. 115
    233. Herengoederen op de Veluwe, nr. 115
    234. Arch. Rekenk. mv. l5SOfoI. l27vso, gecit. in VG 76.41
    235. ORA Barneveld 0203, boek 846, buurschap Garderbroek, folio 158, 158v, 159, dd. 05-12-1768
    236. ORA Barneveld 0203, boek 835, Callenbroek, folio 2, dd. 16-11-1676.
    237. ORA Barneveld 0203, boek 835, Zwartebroek, folio 12, 12v, dd. 17-12-1687
    238. ORA Barneveld 0203, boek 835, Estvelt, folio 3v, dd. 07-08-1678 en 20-02-1688
    239. ORA Barneveld 0203, boek 836, Buurtschap Esvelt, folio 258, dd. 05-6-1744
    240. mededeling J.G. Smit te Leidschendam
    241. zie ook mededeling J.G. Smit te Leidschendam
    242. GN 17(1962)95
    243. GN 17(1962)95
    244. ORA Barneveld 0203, boek 836, Buurtschap Callenbroek, folio 430, 430v, dd. 7-3-1736
    245. RA Vel. 836
    246. zie ook GN 17(1962)95
    247. zie ook GN 17(1962)95
    248. ORA 0203, boek 836, dorp Barneveld, folio 85 en 85E, d.d. 01-06-1747
    249. GN 17(1962)95
    250. GN 17(1962)95
    251. ORA Barneveld 0203, boek 835, dorp Barneveld, folio 69E
    252. GN 17(1962)95
    253. ORA Barneveld 0203, boek 836, Buurtschap Callenbroek, folio 506, 506v, dd. 22-4-1757
    254. ⇒ Kwartierstaat.htm
    255. EK 29
    256. ⇒ Kwartierstaat.htm
    257. &