This page was last updated : 100206.
File size is: 896 k.
Kwartierstaat Van Schothorst
Generatie 10
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Van Schothorst,
version 9.3,
Muiden, 2009.
© Copyright 2010 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Van Schothorst Gen. nr. 10

512. REIJER HENDRICKS ("alias BAATJES" 1650, 1652), landbouwer op Bitterschoten[1], woont op "Groot-Bitterschoten" in de buurtschap Glinde onder Barneveld (1643, 1675),[2] otr. Barneveld mrt. 1630

513. MARRIJTJEN OTTO JOCHEMSDR, geb. Barneveld, j.d. van Burgstede onder Barneveld.

Thinsboek van Barneveld: "Reijer Hendriks neemt ook 1/6 9 dl. 23 stv." [3]

514. JAN TOENISSEN, ged. Lunteren[4], landbouwer op Burgstede te Barneveld[5]. tr. Barneveld 3-7-1636[6]

515. WILLEMTJEN HENDRIX.

520. JAN GERRITSEN VAN DE WETERING, ovl. Ede ca. 1683 [9] , voor 1682 [10] , voor sept. 1684 [11] , landbouwer te Veldhuizen [12], koopt het goed "De Weteringh" onder Ede van Jan Janse Zuijr [13], tr. vóór 5-1-1679

521. CLAESJEN HENDRIKS, ovl. vóór 1689 [14].

524. HENDRICK JACOBS (VAN RAVENHORST), geb. Putten, ovl. Renswoude 22-8-1673 [34], tr. ca. 1640[35] [36] [37]

525. GEUSJE WILLEMS, geb. Putten, ovl. na 1679, wordt als wed. erfgename voor 2/3 deel van Hendrik Gerrits, wed. Wijn Jansen op 25-3-1675 [38], op lidmaten lijst Renswoude worden in 1669 vermeld Henrick Jacobz, Gosentje Willems (met attestatie van Lunteren) en Hendrickje Gerrits, afkomstig van Putten.

528. HENDRIK WOUTERSEN OP DEN POLL, kocht het goed "Steenbeek" in de Valk van Sweer Lamberts [41]. Dit is (een gedeelte van?) "Klein Steenbeek", waar hij ca. 1700 verponding (f 8-12-8) van betaalde [42].

532. WOLTER EVERTSE TOT WEKEROM, mogelijk een zn. van Evert Wolters tot Wekerom. Hij kocht het goed "Tonsel" onder Wekerom van Aert Pelen. In 1706 wordt Evert Wouters als erfgenaam genoemd.[44]

536. ROBBERT NN.

538. HENRICK NN.

540. HENDRIK WOUTERS, ovl. 1723 "in het erff en goed Bettrum", woont op 't herengoed "Beterum" onder Doesburg,[51]. landbouwer,[52] tr. 2o kerk en huw. voorw. 4-3-1676 [53] JANTIEN WOUTERS, ovl. 1723,[54] tr. 1o ca. 1670 [55]

541. ELISABETH HAALBOOM, geb. verm. Bennekom[56].

vul aan HV 1/6.

Wapen Haalboom : In zilver een zwarte omgewende schoorsteenhaal, hangend aan een zwarte in het schildhoofd geplaatste streepdwarsbalk (boom). Helmteken : een vlucht van zwart en zilver. Dekkleden : zilver en zwart [57].
Op 7-12-1667 krijgt Hendrik Wouters investituur vooor het herengoed Beterum te Ede, op 26-1-1677, 17-5-1684, 22-4-1691, 11-3-1699 oprukking. Hij krijgt op 17-5-1684 approbatie voor de op 4-3-1676 opgerichte huw. voorw. tussen hem en zijn echtgenote Jantien Wolters. Op 19-3-1698 krijgen hij en Jantien Wolters approbatie van een dispositie, waarin zijn eerste echtgenote Lijsbeth Haalboom wordt genoemd. Op 27-2-1706 wordt de zaalweer en 2/9 part van Beterum getransporteerd aan de oudste zoon Gerrit Hendriks [58]. (sic!)
In 1683 spannen Gerrit Haalboom als gevolmachtigde van zijn drie broers, Hendrik, Cornelis en Roetert (zie kw. nr. 1080 ) en Henrick Wouters, echtgenoot van Elisabeth Haalboom, die namens hun kind (Wouter Hendriks?) optreedt, een proces aan tegen een pachter. [59]

542. WOUTER AERTS (VAN BOETSELER) (VAN HUIJCKENHORST), ged. wellicht Barneveld 11-1-1646[66] , ovl. vóór 27-10-1719[67] , nog genoemd in 1704[68], otr./tr. Barneveld 29-1/7-2-1675[69]

543. WOUTERTJE WOUTERS, ovl. na 1719, tr. 1o JAN (LUBBERTSEN)[70] WILLEMS, ovl. vóór 1675, op de "Vaerst" onder Barneveld.

vul aan Caudron p 59.
Op 10-6-1684 krijgen Wouter Aertsen en Woutertje Wouters oprukking na transport van het herengoed "De Glinde" onder Barneveld door Jan Goerts, mede als momber van Marritge Henricx Mom, Gijsbert Geurtsen en Nennetje Cornelissen, wed. van Hendrick Geurtsen met haar onmondige dochter Geertgen Henricx, elk bezittende een vierde part.
Op 3-21-1692 en 12-11-1698 krijgen zij wederom oprukking.
Op 4-9-1699 krijgen Wouter Aertsen en Woutertje Wouters approbatie van een dispositie ten profijte van hun kinderen
Op 6-3-1703 krijgen zij approbatie van een dispositie ten profijte van hun kinderen, waarin zij bepalen dat hun oudste dochter Jantien Wouters danwel haar kinderen de zaalweer zullen erven.
Op 11-12-1710 krijgen zij wederom oprukking.
Op 27-10-1719 krijgen Wolbert Aerts en Jannigje Wolters investiture en oprukking, ingevolge een magescheid over de erfenis van Wouter Aertsen en Woutertje Wouters, tussen Jannigje als oudste dochter, haar moeder en andere broers en zusters. [71]

554. REINDER BUURMAN,[76] Voor zijn verdere parentatie zijn diverse nog onopgeloste mogelijkheden, zie [77].

556. WILLEM EGBERTS KRUIMER, ovl. 1638-1678,[78] woont in 1638 te Apeldoorn.

558. AALBERT JANSEN HISSINK, ovl. verm. Voorst,[80] op de Hofstee te Voorst in Appen, tr. vóór 1658[81]

559. FENNEKE JACOBS, ovl. Voorst.

Op 9-7-1675 is door Bernard Umbgroevius, pred. tot Voorst, Elbertus Lubberti en Henrik Barents, aan Jan Peters Timmerman en Evertje Derx echtelieden, opgedragen door Richelt Hissinck en Gerritje Jansen, echtelieden, haar huys ende getimmer met de putte staande opte Pastorij gront in Voorst te boek gebragt den 5-11-1679. Een agstedeel aan huys en en hoffstede met sijn saey en weylant, regt en gerechtigheyt gent. de klijne Hoeve in den ampte en carspel Voorst geleegen daar Coper de andere seeven delen van zijn toebehorende, en dit 1/8 part toebehoorende Reint Peters, segge Reint Peters. Anno 1677 den 26 feb. getransporteert en opgedragen aan en ten behoeven van Albert Jansen Hissinck en Fennetje Jacobsen, Echteluijden. Gereg. den 6-11-1679.[82]
vul aan HV 4/760, zie ook Kw. VG 225.

560. CORNELIS WOLTERS (VAN ASSELT/GOUDKUIJL ), geb. Apeldoorn ca. 1612, ovl. Apeldoorn 1661/62[88], stamvader van de geslachten VAN ASSELT [89] en GOUDKUIJL [90]. pachter van het goed Asselt 1648 1652 later landbouweer te Noord Apeldoorn (Veldhuizen), bezitter van de herengoederen 'De Breeck', 'Ritberg aent veen', 'Ritberg aent velt', 'Olden Willem Mullers steedjen' en 'Jonckeren Erff' tr. vóór 1637

561. LYSKEN ROELOFS, geb. ca. 1600, ovl. 1663/64[91].

Op 17-7-1637 passeert een acte van transport ten name van Cornelis Wolters, alsmede opruckingen van Saelweer en Heerengoet in den Ampte van Apeldoorn en Buerschap Orden gelegen voor Cornelis Wolters en Lijsken Roeloffs, echtelieden [92].

Op 22-1-1642 passeert een acte van transport ten name van Cornelis Wolters en Lijsken Roeloffs, echteluijden, "van Saelweer en Herengoet in den Ampte Barneveld ende Buerschap Essen gelegen" [93].

In 1648/49 is Cornelis Wolters pachter van het Goet Asselt, waarvan Frans van Appelthorn eigenaar is [94].

Op 31-1-1651 draagt Jan Aertsen van Asselt het Jonkerengoet(¥) te Apeldoorn in het Buerschap Veldhuijsen over aan Cornelis Wolters en Lijsken Roeloffs, echteluijden [95], waarvan later prolongatie [96].

COMMENTAAR(¥) "Jonkerengoet" komt van Jhr. van Apeldoorn, eerst (mede)eigenaar in het Asselter Marck en Heghe(?).


Op 22-4-1651 oprukking na transport van herengoed Ritbroeck door broer Jan Wolters, onder voorwaarde dat Jan zijn leven lang de helft ervan mag blijven bezitten en gebruiken, en dat zijn vrouw Aertjen Tonis, mocht zij hem overleven, in het huis mag blijven wonen en "van de appels mag blijven genieten.[97]

1654: Cornelis Wolters, voor hem zelf en als momber van de kinderen van zal. Lubbert Wolters, voorts Thonis Wolters, Jan Wolters en Truijtjen, nagelaten wed. van zal. Aert Wolters, voor haar zelven en als moeder van haar onmondige kinderen, procederen tegen Willem Thiemens voor hem, en als vader en boedelhouder derselve kinderen over 6oo gulden verschenen pacht van de grond.[98].

Op 10-11-1660 passeert een approbatie van "seeckere dispositie gedaen bij Cornelis Wolters en Lijsken Roeloffs, echtelieden betreffende successie van haere Heerengoederen in den Ampte van Apeldoorn en Barneveld ten profijte van haar kinderen.[99].

vul aan HV 4/701.

566. WOUTER CORNELIS (VAN ASSELT) (DEN OUDSTEN), geb. Apeldoorn ca. 1635, ovl. Apeldoorn 1692-1720 [153], eigenaar van Jonkerengoed te Apeldoorn (investituur 1663), tr. geref. Kootwijk 22-2-1667[154]

567. AALTJEN JANSDR, geb. Kootwijk ca. 1640, ovl. na 1688.

vul aan HV 4 /699, 702
Op 11-11-1663 heeft Wolter Cornelissen mit syne broeder Jan Cornelissen "becomen investiture van het Jonkerengoed te Apeldoorn" [155].
Op 2-7-1670 tuchtigt Wolter Cornelissen zijn vrouw Aeltjen Jans met de helft van het Jonkerengoet [156].
Op 28-11-1692 krijgt Wolter Cornelissen toestemming tot het vellen van bomen [157].

576. BEREND HENDRIKS HOPSTER (ook SNIJDER)(¥), geb. vóór ca. 1660, ovl. Vriezenveen ca. 1734, tr.[167]

577. (JANNA BERENTS?) SNIJDER (?), geb. vóór ca. 1660.

COMMENTAAR(¥) Hij is mogelijk een zoon van Hermann von Hopseten (1600-1675) en Barbara Vulbier, die in 1623 uit Hopsten (D) vluchten vanwege hevige gevechten in de Dertigjarige Oorlog. Zij vestigen zich op de Haar (te Altenrheine-Barentelge). Na 1672 noemt hij zich Hopster. Hij zou afstammen van een oud geslacht von Hopseten te Osnabrück (1200-1600). [168]
In 1300 bouwt Johannes von Hopseten de St. Georg Kapelle te Hopsten.[169]
In het register van de 1000e penning in het jaar 1694 te Vriezenveen [170] komen voor Berent Herms met een eigen vermogen van ƒ 5000, en Berent Herms met een eigen vermogen van ƒ 500. Zou een van beiden Berend Hopster zijn?


Akte d.d. 10-7-1734 uit het Huisarchief Almelo,[205] waaruit blijkt dat Gerrit Berents Hopster het alias Servis voerde.
Foto: Erik Berkhof, 2007.

klik op plaatje(s) om te vergroten

584. GEERT (HULS?).

610. OTTO GIJSBERTS, ged. Kootwijk 29-1-1641[235] of 7-3-1652[236] , ovl. (obiit) 1720, molenaar op de Puurveense molen (1697), geref. lidmaat te Kootwijk (1718)[237], tr. Kootwijk 11-1-1680 als j.m. van den Top[238]

611. (C(OR))NELISJE RIJCKS, geb. Stroe, ovl. na 1718, geref. lidmate te Kootwijk als Knelisje Rijx Otten vrouwe (1713, 1718)[239]. Zij pachten land te Kootwijkerbroek (1681).

vul aan Caudron, zie ook aldaar onder B. Otten
Op 18-10-1681 worden vermeld twee campen landts groot omtrent seven schepel in den carspel van Cootwijck buijrschap Cootwijckerbroeck mit alle recht ende gerechticheijt daer toe behoerende, toecomende Willem Henricksen Vermeulen ende Heijltgen Breunissen, echteluijden. Deze zijn anno 1681 den 17e october verpacht aen Otto Gijsbertsen ende Cornelisgen Rijcks, echteluijden, ende haeren erven voor de tijt van ses achtereen volgende jaaren ingaende mit pinxteren 1682: jaerlicx voor de darde garve van alt coorngewasch ende daarenboven ten profite van voors. echteluijden pachteren beswaert mit de somme van hondert ende vijftich gl. te verrenten tegens vijff gl. vant hondert jaarlicx ende bij expiratie der pacht jaaren te erleggen ende soo sulen buijten verkopinge niet en geschiedede, sulcx pachteren t voors. landt in handen ende pachte behouden ter tijt ende wijlen toe haerluijden voors. somme van 150 gl. geheel ende al gerestitueert ende betaalt sal sijn, verblievende voors. landen daer voor specialich verbonden. Geregistreert den 18e october 1681.[240]

624. PETER AERTS (DROST), geb. vóór ca. 1650, beg. Nunspeet 9-4-1680;(¥) onmondig in 1639, tr. (voor 1675?)

625. FIJE EGBERTS, beg. Nunspeet 2-3-1717.

COMMENTAAR(¥) vul aan VG 22

Hullemanserve te Nunspeet[284] :
Op 24-11-1666 krijgt Lubbert Aerts Drost oprukking. Zijn broer Peter Aerts Drost bezit het overige 1/4 part.
Op 24-11-1666 krijgt Lubbert Aerts Drost approbatie van een verpanding van de zaalweer en 3/4 part in een half herengoed aan Peter Aerts Drost. Een eerdere verpanding op 22-2-1649 ten behoeve van Hendrickie Jacobs, wed. van Peel Jans Nuck, en haar kinderen is ingelost.
Op 4-4-1676 krijgt Peter Aerts Drost oprukking van een half herengoed, nadat hij investiture in de zaalweer en 3/4 part van de helft, welke hij geerfd heeft van zijn broer Lubbert Aerts Drost, heeft gekregen, die tezamen met zijn 1/4 deel van de helft het halve herengoed vormen.
Op 23-3-1682 krijgt Aert Peters Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Peter Aerts Drost.
Op 10-10-1690, op 20-1-1699 en op 19-11-1708 krijgt Aert Peters Drost oprukking.
Op 26-5-1714 krijgt Fije Egberts, wed. van Peter Aerts Drost, approbatie van een dispositie ten profijte van Aert Peters Drost en Marritien Peters en Hermtien Peters, in haar gedeelte.

626. HERMEN WILLEMSEN (TOE WESTENDORP), ged. Epe/Westendorp 1628-1638, ovl. Epe na 1712[292], j.m. van Westendorp (Epe), kerkmeester, diaken en ouderling te Epe,[293] tr. Epe geref. 7-11-1658[294]

627. JANTIEN (JENNEKEN) JACOBS VORSTELMAN(S), geb. Emst, ged. Epe 27-1-1639[295] [296] , j.d.van de Emsterenck (Epe).

Een herengoed tot Westendorp :[297] Op 17-2-1658 krijgt Herman Willems investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Willem Lamberts. ZOEK OP

630. =610. OTTO GIJSBERTS.

631. =611. (C(OR))NELISJE RIJCKS.

632. HELMERT MEIJNTEN(S) (VAN ASSELT)(¥), geb. Elspeet of Assel ca. 1639[309] , ovl. na 1713[310] ,[311] tr. 2o Elspeet geref. 1-4-1684 [312] als wednr WILLEMP(T)JE(N) WICHMANSDR, geb. Elspeet, tr. 1o Elspeet ca. 1669

633. TRIJNTJE JANSDR, ovl. 1682-1684.

COMMENTAAR(¥) Is er verband met Helmert Aertsen (van Asselt), j.m. van Harderwijk, otr. Harderwijk Gerritgen Derricks, j.d. van Epe [313]?

640. BARTHOLOMEUS JANSZ VAN DER MEULEN, geb. Den Haag, ovl. 1674-1692, wonend in de Corte Craenstraet te Den Haag, betaalt klapwakersgeld (1642),[357] mr. schoenmaker, heeft een huis op de Gevolde Gracht te Den Haag (1672), schoenmaker in de Gevolde Laen West, betaalt f 5,--,-- belasting voor een getaxeerd vermogen van f 1000,-- (1674),[358] testeert met zijn eerste vrouw in Den Haag 22-10-1640 en 9-6-1654, vermeld in de 200e penning (1674),[359] otr. 2o Amsterdam/Den Haag 15/26-1-1659[360] GRIETIE JANS, geb. Leiden, otr. 3o Den Haag 15-4-1688 volgens Ref. [361] 15-4-1668 MAEIJKE ROOSE (ROSA),[362] mogelijk dr. van Adriaen Rosa, commis te Den Haag (1674), of Johan Rosa, burgemr. te Den Haag (1674), tr. 1o

641. CATHRIJN(A) JOOSTENDR VAN DER ELST, geb. 1621, ovl. na 1654.

The Eldest Church-Book of the English Congregation in the Hague: "Anno 1672 the 9th of January the Consistory being assembled to make an Election of Elders and Deakons in steade of Mr. Jacob Havius, Elder, and Mr. Alexander Ennis, deakon, whose time then was finished and after having called on the name of the Lord they made choise of Mr. William Rottermont for Elder and Mr. Van der Poel doctor, for deakonthe which alsoe after due proclamations are invested in thire respective offices. The same day is likewise resolved by the compleate Consistory whilst the sum(m)e of hundred silver ducatons, which by a legacy of Mr. Van der Heijden were bequeateth unto the poore of his church were stil1 in their hands without any proffit, that the said hundred ducatons should be laid out for the most proffit of the poore, and having occasion to lay them on a house that was not charged with other depts, the Consistorie hath put it down oppon the house of Bartholomeus van der Meulen up de gevolde gracht, whereof is made a renthebrief by the Schepens of the Hague, a foure gilders per conto a yeare.[363]

644. =640? BARTHOLOMEUS JANSZ VAN DER MEULEN.

645. =641? CATHRIJN(A) JOOSTENDR VAN DER ELST.

648. NN MIRGOU (MO(U)RGOU, MERGOUW, MERGAUW), alleen bekend uit de achternaam van zijn drie bekende zoons:

650. ABRAHAM EDISELLE (EDIG(I)EL(LE)), geb. Leiden vóór ca. 1630, ovl. Leiden voor 1676, greinwerker wonend op de Beestemarckt (1654, 1656), doopget. (1654), huw. get. (1656), otr. Leiden Waalse Kerk 2-7-1654 (get. Melchior Edigielle, zijn vader wonend op de Beestemarckt, en Louysa le Par, haar moeder wonend in de St. Aechtenstraet)

651. MARY(A) SY(E) (SIJES) (LESSI)(¥), geb. Leiden vóór ca. 1635, ovl. Leiden voor 1676, wonend in de St. Aechtenstraet (1654), doopget. (1654).

COMMENTAAR(¥) Zij is mogelijk verwant aan (dr. van?) Pierre Sy, die op 26-7-1644 te Leiden wordt veroordeeld tot 14 dagen hechtenis op water en brood vanwege het verkopen van gesmokkeld bier [374].


COMMENTAAR(¥) De herkomst van Marya Sije(s) (Sie, Seij) is vooralsnog onduidelijk. Kennelijk is Louysa le Par haar moeder, maar dier huwelijk is niet te vinden.
Abraham Edigel en Marij Sijes (echtgenoten? of niet?) zijn in 1654 getuige bij de doop van Isaack zn. van Joris Hofman en Susanna de la/del Port(e)/Poorte. Dit echtpaar trouwt in 1636 waarbij haar getuige is: Mary Sij haar moeder wonend in de Marepoort. Vervolgens is zij doopgetuige (1638, 1643, 1648, 1654) bij kinderen van Joris en Susanna. Deze Mary Sij, kennelijk vóór ca. 1618 getrouwd met Anthoin del Porte, en dus geboren vóór ca. 1600, kan dus onmogelijk de moeder zijn van de kinderen van Abraham Edigel. Mogelijk zijn die dus uit een eerder huwelijk van Abraham. Of er zijn meerdere personen Mary Sijes. Van deze laatste is bekend:
Marytgen (Marie) Sy (Chy), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1654, weduwe van Anthoin del Porte (1636), wonend bij de Marepoort (1636), in de Backersteech (1643), tr. 1o vóór ca. 1618 Anthoin del Porte, ovl. vóór 1636, otr. 2o Leiden geref. 20-10-1636 (get. voor haar Susanne del Porte, haar dochter wonend op de Garemarct, voor hem Pierre le Roy, zijn schoonvader wonend in de Cruysstraet) J(e)an Claris, ovl. 1636-1643, kammer, weduwnaar van Mary du Per, wonend op de Langegraft (1636), otr. 3o Leiden geref. 18-12-1643 (get. voor haar Susanna del Poorte, haar dochter wonend in de Backersteech, voor hem Piere Biljet, zijn broer wonend in de Corte Scheijstraet) Jean Billjet, weduwnaar van Cathalijna Houset, wonend op de Langegraft (1643).

652. (NI)C(O)LAES JACOBSZ VAN DE(R) KELDER, geb. ca. 1634-1644, ovl. 1678-1686, van Leiden, wolscheier (1664), wonend op de Nieuwe Maren (1664), Corte Houffstraet (1675) te Leiden, betaalt als Claes van den Kelder, wolscheider, wonend op Oost-Nieuwland te Leiden, f 0-0-6 Klein Familiegeld (1674),[376] otr. 2o Leiden geref. 12-4-1675 (get. Jacob Jorisz van der Kelder, zijn vader, en Marija van Schade, haar moeder, en Jacob Jansz Doe, veertigraad, haar bekende op de Kerckgraft) en 26-4-1675[377] MARIJA (MARYTGE) VAN SCHADE, wed. van Anthony Crama, wonend op de Oude Chingel (1675), in de Hoeffstraet (1686), dr. van wellicht Gerret Meijndertsz van Schaden en Marija van Schaden. Zij hertr. Leiden geref. 1-11-1686 Johannes Nierhoff, wednr. van Jacomijntge Smits, wonend op de Garenmarckt. Hij otr./tr. 1o Leiden/Kouderkerck geref. 26-4/11-5-1664 (get. Jacob Jorisz, zijn vader, wonend op de Nieuwe Maren, Maddalena de Beunje, haar halve zuster in de Colfmaeckersteech)

653. RACHEL DE CROY (KROEY) (DE LA CROIX), ged. Leiden 19-7-1643[378], ovl. 1673-1675, j.d., wonend op de Nieuwe Mare (1664).

654. ROELAND KUKULEER (KEUCLAIR), ovl. na 1706, uit Doornik, huw. get. (1695, 1706), wonend in de Scheistraat (1695), in de Kamp (1706) te Leiden, tr. (Doornik?) vóór ca. 1645[379]

655. FLORENCE GOIS, geb. vóór ca. 1625.


Jan de Forest
Voor het vinden van de ouders van Sara Forest en Catharina Forest was het nodig de diverse aspirant vaders Jan de Forest in kaart te brengen.

Ia. Jean (Johan) du Foreth (Forest), geb. vóór ca. 1610, ovl. na 1666, koopman wonend op de Oude Chingel (1633, 1637), doopget. (1665, 1666), tr. 1o voor 1633 Cathalina de le Pole, ovl. vóór 1633, otr. 2o Leiden geref. 9-3-1633 (get. voor hem Thoucheijn de Heijnion, zijn bekende wonend in de Bredestraat, voor haar IJsaack Vermeulen, haar vader wonend in de Haerlemstraat) Maria Vermeulen, ovl. 1633-1637, afkomstig van Leyden, wonend in de Haerlemstraat (1633), otr. 3o Leiden geref. 15-12-1637 ("bruidegom heeft attestatie overgeleverd") Johanne la Motte (Lamotius), ovl. na 1666, wonend te 's-Gravenhage (1637), doopget. (1665, 1666).

Ib. Jan du Forest, geb. vóór ca. 1610, verver afkomstig van Sedan, wonend op de Hogewoert (1634), otr. Leiden geref. 20-4-1634 (get. voor hem Jean Monier, zijn schoonbroer wonend in de Clocksteech, voor haar Tanneken Jansdr haar moeder wonend in de Clocksteech) Maeycken de Fijne, geb. vóór ca. 1605, afkomstig van Leiden (1622), weduwe van Jasper (Casper) Metman, wonend in de Clocksteech (1634).

Ic. Jean du Foret, geb. vóór ca. 1610, ovl. 1635-1647, wolkammer afkomstig van Roubay, wonend op de Coolgraft (1635), otr. Leiden geref. 2-3-1635 (get. voor hem Pierre du Fouret, zijn broeder wonend in de Coolstraet, voor haar Jenne Buret haar bekende wonend in de Santstraet) Sara Tybergyn, afkomstig van Leyden, wonend in de Santstraet (1635), dr. van Anthonette Donchy. Zij hertr. Leiden Waalse Kerk 1-3-1647 Jean le Claire.

Id. Jan Foreth, geb. vóór ca. 1640, wonend op de Rijn (1666). tr. 1o voor 1666 Magdalena du Gardeyn, ovl. vóór 1666, otr. 2o Leiden 29-12-1666 (get. voor hem Jacob Baelde(¥), zijn neef wonend op de Oude Cingel, voor haar Barbara du Sar, haar moeder wonend op de Oude vest) Mary du Van, weduwe van Jan de Ras, wonend op de Oude Vest (1666).

COMMENTAAR(¥) Jacob Baelde x1658 Marya du Gardyn, dr. van Rosa du Foret.


CONCLUSIE: Sara Forest is een dr. van Jean (Johan) du Foreth (Forest) x Johanne la Motte (Lamotius) en Catharina Forest is een dr. van Jan Foreth x Magdalena du Gardeyn. NB Het is nog niet uitgesloten dat Jan Forest Ia en Id dezelfde persoon zijn.


Portretten van Johannes Lingeman (1790-1880) en zijn echtgenote Suzanna le Clercq (1791-1846), geschilderd door hun zoon de schilder Lambertus Lingeman (1829-1894).
Bron: Ref. [427]

klik op plaatje(s) om te vergroten

656. CORNELIS GERRITS VAN DER BYE, ged. Heenvliet 17-5-1648 (get. Jan Cornelisz en Cornelis Hendriks), ovl. 1698/99, woont in 1680 met zijn vrouw en twee kinderen boven de 4 jaeren op de Molendijk te Heenvliet en houdt zich bezig met koehouden en arbeyden,[449] pacht land onder Heenvliet in de Sonnewaardsehoek nr. 11 (1693),[450] otr./tr. Abbenbroek/Heenvliet kerkelijk 3/17-1-1672[451]

657. CORNELIA ARENTS NIEMANTSVERDRIET, ged. Geervliet 14-5-1645, beg. Geervliet 28-1-1718 (in de kerk met dubbel luiden), j.d. van Heenvliet, met wie hij compareert te Heenvliet 11-1-1698,[452] wordt als zijn weduwe genoemd als pachter van land in de Vier Hoeken buiten nr. 2 onder Heenvliet (1699),[453] wordt in 1707 weduwe genoemd op de Molendijk te Heenvliet en woont er in 1715 nog als "onvermogende".[454]

In 1699 pacht Cornelia Arents Niemantsverdriet van de kerk van Geervliet 2 gemeten en 58 roeden weiland onder Heenvliet [455].

658. LAURENS HENDRIKS VAN MIEREN, geb. Klaaswaal, tr. Westmaas dec. 1667[475]

659. CORNELIA WILLEMSDR VAN DER BOM, geb. Westmaas.

660. AERT CORNELIS, tr.[476]

661. ADRIAENTJE PIETERS.

662. JACOB CORNELISZ WAELBOER(¥), geb. vóór ca. 1665, tr. vóór 1686

663. JOBJE CRIJNE (CRIJNSEN), geb. vóór ca. 1665. Zij compareren te Goudswaard 29-12-1698.[477].

COMMENTAAR(¥) Jacob Cornelisz Waelboer is mogelijk een zn. van Cornelis Cornelisz Waelboer (alias Niesen, alias Jonge Nies), die te Ridderkerk otr. 1e. 18-1-1615[478] Pietertje Bastiaansdr, otr./tr. 2e. Ridderkerk 31-1/28-2-1616[479] Leendertgen Willemsdr Penning, of een zn. van Cornelis Bouwens Waelboer, gebruiker van zaailand in de Hoekse Waard (ca. 1628) [480] .
Zie ook [481]

vul aan OV 56(2001)425

672. JACOB PIETERSZ VAN DER JACHT, geb. vóór ca. 1635, beg. Maassluis 8-10-1686, vermeld als visser in notarieel archief Maassluis 10-2-1659, 9-8-1666, 18-8-1666, 26-8-1666, 10-11-1666, 16-12-1666, [484] stierman, en gecomitteerde van de visserij(¥)(1667, 1668) te Maassluis [485], tr. Maassluis 13-1-1658

673. CUNIERTJEN (KNIERTJE) JANS (VAN WILLIGEN), geb. Schoonhoven, beg. Maassluis Grote Kerk 28-8-1712 in het graf nr. 112 van Pieter Jacobsz van der Jagt [486].

COMMENTAAR(¥) Het college van gecommitteerden van de visserij was bij plakaat van 1620 en 1625 van de Staten van Holland geautoriseerd uitspraken te doen en vonnis te wijzen in alle zaken betreffende toegebrachte schade aan het visserijbedrijf en het vissen in verboden wateren, en om recht te doen over kapiteins, officieren en manschappen van de convooischepen [487].

674. GERRIT ROMBOUTSZ VAN BEZOOYEN, ged. geref. Maassluis 29-5-1642, beg. Maassluis (impost) 11-12-1704, tr. Maassluis 22-6-1664

675. LEENTJE SYMONS VAN DER SWET, ged. geref. Maassluis 30-3-1642, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 33) 13-3-1716.

676. SYMON (WILLEMSZ) BREUR, ged. geref. Maassluis 11-7-1637, ovl. 1666-1668, mr. zeilmaker (1666), reeder, koopman en magistraat te Maassluis, vermeld in 11 notariele akten te Maassluis 1659-1666,[508] tr. Maassluis 16-9-1657(¥)

677. JANNETJE (JANSDR) SCHIM, ged. geref. Maassluis 24-1-1644, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 364) 30-3-1729 [509].

COMMENTAAR(¥) sic! dan zou zij 13 jaar oud zijn, of is zij pas op latere leeftijd gedoopt?

Symon Willemsz Breur (1637-??) geschilderd door Antonie Palamedesz, schilder te Delft 1600-1673. Kopie van een afdruk in "W.A. Blijdorp Lz., Genealogie Familie Breure 1614-heden" (Uitgave 1973, aanwezig in bibl. NGV, Weesp). Er onder staat "Simon Breur (ruim 20 jaar) zoon van Willem Aryensen. Gesigneerd: A. Palmledes. Vindplaats: Leiden- Gem. Museum De Lakenhal". Navraag bij De Lakenhal in 2004 leerde dat het schilderij daar niet (meer) is. Mogelijk dat in het oud archief van de Lakenhal berustend bij het gemeentearchief te Leiden na te gaan is waar het gebleven is.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Wapen Schim : In goud een geplante groene boom, vergezeld van drie vogels van natuurlijke kleur die naar de boom toe vliegen. Helmteken : een goud-groene vlucht.[510]

678. ABRAHAM VAN WAESBERGHE, geb./ged. Rotterdam geref. 23/29-10-1632 [511] ) in de Lombertstraat, in 't "Eiland van Madera",[512] (get. Aberam Waesberge, Dina Waesberge, Rebecka Waesberge), ovl./beg. Rotterdam Grote K. 26/30-4-1707 (in een eigen graf, laat 3 meerderjarige kinderen na), j.m., afkomstig van Rotterdam, woont op Steijger (1658), boekverkooper en boekdrukker te Rotterdam (1656-1706) op 't Steiger in "De gekroonde Leeuw" (1660-1681), over 't Admiraliteitshoff (1688), stadsdrukker te Rotterdam (1661-1706) en drukker van het Ed. Mog. Coll. der Admiraliteit op de Maze (1678), [513] "muntte uit in schoonschrijven, gaf ook gravures uit, minnaar van de tekenkunst en letterkundig zeer belezen",[514], woont op de Kaasmarkt naast v.d. Steen (1707), doopget. (1661..1702), otr. Rotterdam geref. 11-8-1658 (met attestatie naar Utrecht 25-8-1658) otr./tr. Utrecht schepenen, RK 17/27-8-1658

679. MARIA VAN D(E)YCK, geb. Utrecht? 4-11-1632 (geref?), ovl. na 1704(¥), j.d., afkomstig van Utrecht, woont te Utrecht (1658), doopget. (1661..1704).

COMMENTAAR(¥) Maria van Dijck is nog getuige bij de doop van haar kleinzoon Gerardus in 1704. Bij het begraven van haar echtgenoot Abraham van Waesbergen in 1707 staat hij genoemd als man (niet weduwnaar) van haar. Gezien haar leeftijd (dan 75 jaar) moet haar overlijden niet al te lang daarna plaatsvinden. De enige inschrijving die in aanmerking komt is dan
Maria van Dijk, beg. Rotterdam Schotse kerkhof 16-7-1712, wonend in de Breestraat.
Hier staat niet bij dat zij weduwe is. Ook woont geen van haar kinderen dan in de Breestraat. Haar overlijdens/begraafdatum blijft dus onzeker.

Het ambt van stadsdrukker van Rotterdam was gedurende meer dan 100 jaar in handen van de familie van Waesberghe. Dit blijkt o.a. uit een request, dat Abraham van Waesberghe op 1-5-1699 aanbiedt aan de stedelijke overheid, en waarin hij zegt "dat niet alleenlyken d'eerste Drukkery na de Spaansche tijden alhier ter stede door zyne voorouders is opgerecht ofte overgebragt, maar dat Haar. Ed. Groot Achtbare in der tyd succesivelyken, nu verre over de hondert jaren geleden, Suppliants voorouders en nog hem Suppliant daar mede begunstigt hebben, van deselve tot Ordinaris Drukkers en Leveranciers van Behoeftens derselver Boekneringe concernerende, tot dienste deser stadt te admitteren ende te employeren" [515].

680. ADRIAEN RIDDERUS (DE RIDDER), geb. Middelharnis, ovl. Nieuw-Hellevoet 1669, notaris te Brielle (1648-1669), als zodanig geadmitteerd 17-2-1639 en 9-4-1647, secretaris van Hellevoet (bij dopen van zijn kinderen vermeld 1653..1668) en otr. Brielle 10-4-1650

681. P(I)ETRONELLA CAPERMANS, geb. Geervliet, beg. Delft Nieuwe K. 11-3-1711, geref. lidmaat op belijdenis te Geervliet 20-4-1642 als Petronella Jans, jongedr., geref. lidmaat te Geervliet 17-10-1649 met attestatie van Delft als Pieternella Capermans,[530](¥) doopget. (1661..1696).

COMMENTAAR(¥) Pieternella Kapermans is doopget. te Nieuwe Tonge (1696) bij een zn. van Jannetje Gerrits Tou en Cornelis Eduards.[531]. Is zij dezelfde?,

Wapen Caperman : gedeeld, 1: een zwarte gewende paalsgewijs geplaatste paling in goud; 2: een vis in blauw. Dit wapen komt voor op een wapenbord (1654) van de leden van de vierschaar van Putten (1654) in het stadhuis van Geervliet.[532]

Interieur van het stadhuis van Geervliet, waarin de bovengenoemde wapenborden van de leden van de vierschaar van Putten hangen. [533] Handtekening van Petronella Capermans (..-1711) onder hieronder beschreven akte van procuratie d.d. 23-8-1708.
klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 23-8-1708 machtigt Juffr. Petronella Capermans, wed. van Adrianus Ridderus, in zijn leven secretaris van Hellevoet, wonende te Delft, Adriaan Hoppesteijn van Leeuwen, advocaat en procureur te Delft, om ter sterfhuijse van wijlen Jacob Palingh overleden in 't Zuidland, haar belangen te behartigen. Comparante is een medeerfgenaam in de nalatenschap van mede wijlen Johannes Capermans, overleden te Barendrecht, betaande uit sekere goederen die gedurende het leven van voorn. Jacob Palingh bij denselven in lijftoght beseten waren, en de na desslfs dood op de naeste kinderen van de meergemelte Johannes Capermans gedesolveert waren. De gemachtigde moet helpen met de verdere medererfgenamen staat en inventaris te maken, de boedel te scheiden, en haar erfportie in ontbvangst nemen. [534]

682. PIETER LAMBRECHTSZ DE/VAN HAY (HAAIJ), geb. vóór ca. 1640, beg. Maassluis 27-2-1682 (als Pieter Lambrechtsz, kuiper), woont op de Dijck te Maassluis (1666), kuiper (1682),[537] tr. 1o voor 1664 ERMPJE JORIS, ovl. 1664-1666, tr. 2o Maassluis geref. 26-12-1666 (als wednr., zij als wed.)

683. MEIJNSJE JANS SCHIM, ged. Maassluis 1-4-1640, beg. Maassluis 21-11-1691, j.d., woont op de Noortvliet (1665), en als wed. op de Noorddijk (1666) te Maassluis. otr. 1o Maassluis geref. (attestatie op Blankenburg 20-12-1665) WILLEM WILLEMSZ (VAN DE) HOFSTEDE, ovl. 1665/66, wonend op de Noortvliet te Maassluis (1665).

684. ARY JORISZ BO(O)G(A)ERT ("alias Sluys")(¥), geb. 1609[542], beg. Maassluis 17-8-1672, j.m., wonend in het Groeneveld te Maassluis (1630), stierman, tr. Maassluis geref. 16-6-1630 (beiden onder patroniem)

685. TRIJNTJE GOVERTSDR VAN WIJN, ovl. 1666-1670 (CHECK!) er is wel een Trijntje Goverts beg. Maassluis 19-5-1673. j.d., wonend op het Voorvliet (Noortvliet?) te Maassluis (1630), vermeld in notarieel archief Maassluis 18-5-1666. [543]

COMMENTAAR(¥) mogelijke verwant aan Willem Boogaert, penningmr. van de visssery te Maassluis, en Hendrik Boogaert, schepen van Maassluis (1649).[544]

Op 19-8-1653 wordt attestatie afgelegd ten verzoeke van Jan van Lis, door Jan Woutersz Rous, stierman, oud 36 jaren, en Jan Bastiaensz, visser, oud 31 jaren : " dat zij deposanten op den XXIe july 1653 lestleden hebben gezien dat stierman Ary Jorisz van hyer uitgeseylt sijnde alsdoen omtrent de Vlyelanderbanck van een Engels schip genomen en(de) ten huydige dach niet thuys gecomen is [545].
Adrijaen Jorisz "gewesene styerman op een hoeker, verklaarde op 14 november 1653 ten verzoeke van Jan van Lis, boekhouder van het schip, dat het schip omtrent eind september tot Londen in het venduhuis in het openbaar was verkocht voor 265 pond Sterling. Het schip was op thuisreis andermaal door een Engelse kapitein genomen. Nadat het schip op 1 juli 1653 voor de eerste maal was genomen door de Engelse kapitein Richard Swaens, was het schip met het volk en de gevangen vis naar Engeland opgebracht en daar eerst vrijgegeven nadat het rantsoen van tweehonderd pond Sterling, of wel tweeduizend car. guldens was betaald [546].
Op 29-10-1668 is Ary Jorisz Sluijs, stierman, onder de verkopers van 5/6 parten, of "dertich lijnen uyt sesendertich lijnen " in een hoekerschip, oud vijf jaren, groot zesentwintig last haring, laatst gevoerd bij Jacob Arentsz Bogert (zijn zoon) [547].

686. GERRIT LEENDERTSZ BO(C)XHOORN, geb. Maassluis mei 1607, ovl./beg. Maassluis Grote K. 2/5-11-1670 (graf nr. 141)[559], koopt dit graf in 1645 van de kerk [560], j.m., wonend in de Schans te Maassluis (1629), blocmaker (1630..1640), vermeld in notarieel archief Maassluis (1652..1666), [561] schepen (1652-1657) en burgemeester (1663..1668) van Maassluis [562], tr. Maassluis geref. 9-9-1629 (beiden onder patroniem)

687. MAERTGEN HERTOCHS (HOOGWERF), geb. vóór ca. 1610, ovl. na 1654, j.d., wonend in de Schans te Maassluis (1629).

Wapen Hoogwerf : Een schip in aanbouw, in de spanten, voor- en achtersteven geschoord [563]. Deze afbeelding komt voor in een ovaal op graf nr. 147, waarin o.a. haar broer Arijen Hertochsz begraven ligt.
Gerrit Leenderss, blokmaker, en zijn echtgenote Maertge Hartoochs testeren 20-9-1638. Haar nicht is Ariaentge Goverts. [564]
Gerrit Leenderss Bocxhoorn vermeld als blokmaker, wonend te Maassluis, oud 32 jr., in een Attestatie d.d. 9-11-1639 [565]
Gerrit Leenderss Bocxhoorn vermeld als blokmaker in een Attestatie d.d. 10-12-1639. [566]
Gerrit Leenderss, blokmaker, en zijn echtgenote Maertge Hartoochs testeren 20-9-1638. Haar nicht is Ariaentge Goverts. [567]
Gerrit Leenderss Bocxhoorn vermeld als voogd in een Akte van voogdij d.d. 4-3-1640. Zijn broer is Willem Leend. Bocxhoorn. [568]
Gerrit Leenderss Bocxhoorn vermeld als getuige in een Testament d.d. 29-12-1640. [569]
Gerrit Leenderss Bocxhoorn vermeld als voogd in een Codicil d.d. 13-10-1642. Hij is zwager van Machtelt Prsdr van der Werve. [570]
Gerrit Leenderss Bocxhoorn vermeld als voogd in een Testament d.d. 18-10-1642. Hij is zwager van Leendert Prss van der Werve. [571]

688. ABRAHAM LUCASZ VAN VOLKOM (VOLCKENS?), ged. Dordrecht aug. 1629, "schippersgast" te Dordrecht, tr. Dordrecht 27-7-1653

689. MAYCKEN JACOBS.

690. PIETER BARENTSE VERHOEVEN, geb. Doopsgez. Dordrecht 1647, ged. (DG??) 16-8-1652, ovl. na 1679, otr. Dordrecht 21-3-1666

691. TRIJNTJE JANS CAMP(EN) (KEMPEN), geb. Mörs, ovl. na 1679.

692. ABR(AH)AM TARGIER (TERSIER, TRESIER), geb. Dordrecht vóór ca. 1655, ged. Doopsgez. Dordrecht 1-4-1674, beg. Dordrecht Grote K. 17-5-1709 (Abram Tresier Mennonite vermaender woont op de Groenmarkt), jongman, grutter van Dordrecht (1678), zeepzieder (1699), koopman en zeepzieder in "De Hamer",[574] leeraar der Doopsgezinden,[575], gekozen/benoemd tot ouderling/leeraar van de Doopsgezinde gemeenschap te Dordrecht (1691),[576] [577] belender in de Vriesestraat te Dordrecht (1699), woont op de Groenmarkt (1709), otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 11-5/5-6-1678 (get. Elijsabet Jochems, zijn moeder, Anthonij Teruwe, haar vader)

693. GEERTRUY ANT(H)ONISDR TER(U)WE(N), geb. Doopsgez. Dordrecht, beg. Dordrecht 14-2-1708, jonge dochter wonende te Dordrecht (1678).

Wapen Terwen : In groen een zilveren korenschoof,[578] met pluimen.[579]
Op 21-5-1699 verkoopt Abraham Targier, zeepzieder, aan Salomon Bosgagie, Bartholomeus Targier, Tanneke Targier, Sara Targier (weduwe), Catarina Targier en Dr. Joachim Targier, voor f 1700,-- een pand genaamd de Eenhoorn in de Nieuwkerkstraat te Dordrecht, belend door Pieter Gront, bakker, en Cornelis Huijsman. Schuldeiser is Adriana Claes. Als curator treedt op Samuel De Moraaz, notaris. Overige genoemde personen Tielman van Ternij (overleden). [580]
Op 21-5-1719 komen in een procuratieakte te Schiedam voor Huibert van den Berg, mr. Loodgieter, gehuwd met Sara Targier, en Abraham Targier, gehuwd met Geertruit Terwe. [581] Vooralsnog is onduidelijk of alle genoemdemn dan nog leven.

694. GERRIT HULSTMAN, geb. Doopsgez. Dordrecht, beg. Dordrecht 30-6-1725, tr. Gouda (schepenen) 15-9-1686

695. FIJTGEN TIRION, geb. Doopsgez. Dordrecht, beg. Gouda 30-11-1700.

700. PIETER (VAN) NIEUWENHUIJSEN, geb. Waltziel (Gulik), beg. Dordrecht Nieuwe K. 26-1-1717, otr./tr. Dordrecht 3/18-1-1694

701. GEERTRUIJD (VAN DER) KLOECK (KLO(C)K, KLOGH), ged. Dordrecht 9-9-1673, beg. Dordrecht Nieuwe K. 15-6-1746.

702. ADRIAEN JANSEN SMITS(¥), ged. (niet gevonden te Waspik na 1668, wanneer Doopboek aldaar begint), j.m. van Waspik (1685). otr./tr. Waspik/Sprang geref. 22-11/16-12-1685

703. CATIE (CATALEIJN) JANS SOETHOUT(¥), ged. geref. Sprang 10-9-1662, j.d. van Sprang, wonend te Waspik (1685). tr. 2o Waspik 12-3-1711 JURGEN DRAEIJER.

COMMENTAAR(¥) Er bestaat een geref. geslacht Smits te Den Bosch, beginnend met Jan Mathijssen Smits, uit wie kinderen gedoopt 1663-1678, waaronder echter geen Adriaen. [620] Is hier een verband?

704. CLAES OTTEN (VAN LEEUWEN) (DE CUYPER)(¥), geb. ca. 1635, kuiper te Barneveld [627], tr. ca. 1657 (volgens ref. [628] Barneveld 1668 moet onjuist zijn gezien de doopdata van de kinderen)

705. DIRKJE GEURTS, ged. Barneveld 13-8-1637[629].

COMMENTAAR(¥) Zijn beweerde afstamming van OTTE (CLAES) VAN LEEUWEN en ANNETJE GIJSBERTSEN [630] kan niet juist zijn zoals aangetoond in [631]. Zie hiervoor ook [632].
check VG 19(1994)293 Otto Gijsberts.
In Ref. [633] wordt de mogelijkheid geopperd dat Claes een zoon is van Otto van Leeuwen, geb. ca. 1590, ovl. Wijk bij Duurstede 1639, burgemeester van Wijk bij Duurstede, tr. 1o Cornelia van Noort, geb. ca. 1590, ovl. vóór 1628, tr. 2o Wijk bij Duurstede aug 1628 Helena van Lith, geb. Driel. Onder de (geref.) gedoopte kinderen uit het tweede huwelijk is geen Claes. Het geref. doopboek Wijk begin 1635. Het RK doopboek Wijk begint 1685.

Johannes van der Beke (1671-1674) Cellerarius van Putten (....) verzocht begin juni 1674 aan Meinardus van Houten om te gaan naar Barneveld en er zich in te zetten voor de weinige Katholieken in de wijde omgeving. Daar aangekomen, ging hij naar de boerderij van Claas Otten. Deze was gehuwd met Dirkje Geurts (....). Een klein gedeelte van de boerderij, die nog steeds in handen was gebleven van de Katholieken, was bestemd voor Pastorie (....).[634] Vermoedelijk pachtte Claes deze boerderij, onder bepaalde voorwaarden, waaronder de plicht tot het verlenen van schuilkerk, van de katholieke geestelijkheid.[635]

706. GOOSEN (VAN DEN TREECK).

708. CLAAS EVERTSZ VAN VELDHUIJSEN, geb. vóór ca. 1655, ovl. na 1718, j.m. wonend te Veenendaal (1676), tr. 2o Veenendaal 30-1-1718[667] LIJSBETJE WILLEMS, otr./tr. 1o Veenendaal geref. 12-3/5-4-1676 (als Claas Evertsen),[668]

709. METJE ALBERTS, geb. vóór ca. 1660, ovl. 1717[669], j.d. wonend te Veenendaal (1676).

710. DIRCK AARTSEN VAN DER MEIJDEN (alias VAN DE GEER)(¥), geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1707, tr. vóór 1674 (trouwboek Veenendaal begint 1672)[671] [672] .

711. TRIJNTJE (TEUNTIEN) REMMEN (REMMERTS)(¥), geb. vóór ca. 1655, ovl. na 1707. Zij wonen in Stichts Veenendaal op de hofstede De Geer (1694), op de Munnikenweg (1705).

COMMENTAAR(¥) Is er verband met Arie Cornelisse van de Geer, arbeider (1748) (te Veenendaal?)?[673]
of met Van der Meijden,[674]
of met Cornelis Jansen op de Geer.[675]


COMMENTAAR(¥) Is er verband met
Hendrickje Remme, koopt 17-4-1712 graf nr. 81 in de kerk van Veenendaal.[676] Teunis Jansen Remmen (van de Melm) otr/tr Veenendaal 22-12/15-3-1673 Maria Abrahamsen van Blijsa.[677]

Op 4-2-1694 wordt graf nr. 49 in de kerk te Veenendaal verkocht aan Dirck Aertsz en Gerrit Aertsz, gebroeders, voor ƒ 10,--,--.[678]
Veenendaal 4-4-1694 : Comparanten Dirck Aertsz en Trijntje Remmen, echtelieden, wonende Stichts Veenendaal op den hofstede genaamd De Geer. Secluderen weeskamer uit hun boedel. [679]
Dirk Aarts en sijn vrou Trijntje Remmen en de meyt Lijsbet Joosten (getrouwd met Evert Evertsen), zijn geref. lidmaat te Veenendaal (1705), wonend op de Munnikenweg.[680]
Veenendaal 10.6.1707, des morgen 11.00 uur : Comparanten Dirck Aertsen en Trijntje Remmerden, echtelieden onder de Vr..& H. Heerl. van Renswoude, gezond, benoemen tot hun erfgenamen hun kinderen in gelijke porties met dien verstande dat 't soontje bij haar dochter in ehestand geprocreert en verwekt door Anthoni van Kessel, genaamd Hendrick, nu ongeveer 5 jaar oud, om redenen dat deselver met lammigheijt is bezocht uit de portie van die dochter 300 gld zal hebben en stellen daarover Aert en Cornelis sijn comparants zonen om dezelven voor 't kind te beleggen. De moeder van het kind heet Teuntje. [681]

728. CORNELIS WALRAVENS, beg. Nijmegen Stevenskerk 17-6-1722 (N.N. Walraven, ambtman, avondbegravenis f 50-0-0, voor de hoge baar f 5-12-0, voor zes weken spreien f 5-12-0 en een grafdaalder f 1-10-0) [718], rentmeester van de stad Nijmegen, beedigd op 15-2-1708, otr./tr. Nijmegen 26-2/5-3-1699 (met attestatie op Hees 12-3-1699) [719], (huw. voorw. 24-2-1699)

729. JOHANNA DE HAART, beg. Nijmegen Stevenskerk 1-10-1751 (als wed. van Cornelis Walraven, bij avond begraven f 50-0-0, voor de hoge baar f 5-12-0, en een grafdaalder f 1-10-0.)[720].

vul aan logb. p 221?
Handelingen en resoluties van de Staten van Gelre en Zutphen Landdagsrecessen[721]
Extra-ordinaris Landdag te Arnhem 20 januari-11 februari 1713 :
Rekest van Cornelis Walravens met verzoek een appelprocedure voor het Hof aan te spannen tegen Bernhard Frans van Sevenaer tot Wolferen. Besluit H.E.M. tot uitstel van de zaak tot de eerstvolgende Landschapsvergadering.[722]
Recessen van de ordinaris Landdagen in 1714 te Zutphen gehouden (18-28 april en van 19 september-2 oktober) en de extra-ordinaris Landdag van 1-4 augustus) te Zutphen.
Machtiging verleend aan het Hof om zich uit te spreken over de appellabiliteit of inappellabiliteit van een vonnis gewezen tussen Bernhard (Berent) Frans van Sevenaer en Cornelis Walravens voor het landgericht van Over-Betuwe.[723]

732. FREDERIK NOLENS, ged. Roermond (St Christoffel) 11-11-1657, ovl. Nijmegen tussen 13-2-en 31-12-1729, verm. beg. te Ooy, j.m.van Roermond (1692), maasschipper (1720), vestigde zich te Eisden en ontving 16-9-1673 van zijn vader, die te Roermond woonde, het vruchtgebruik van de goederen die te Eisden lagen en herkomstig waren van wijlen zijn moeder [725]. Hij was maasschipper en koopman en werd 10-7-1695 burger en 29-9-1697 grootburger van Nijmegen, draagt 50 stenen bij aan de collecte voor de kerk van Urmond (1685 en 1701) en schenkt een glas-in-lood raam[726] Hij otr./tr. Eijsden geref. 24-5/15-6-1692 (met attestatie van Nimwegen)

733. PETRONELLA BOURS, ged. geref. Nijmegen (St Steven) 7-10-1670, ovl. na 1729, j.d. van Nimwegen (1692) uit het bekende maasschippersgeslacht Boers [727], dr. van Jacob Bours en Maria Clouns. Petronella Nolens-Bours was dus tegelijkertijd dochter en schoonzuster van Maria Nolens-Clouns (zie kw. nr. 1467 ).

Wapen Boers : In goud een rood rad van vijf spaken, van boven gebroken, met een afgebroken stukje velg rustend tussen de twee onderste spaken, de spaken geplaatst schuinkruisgewijs met een vijfde spaak naar links. (Glasraam NH Kerk te Venlo)[728] .[729]
Op 22-1-1713 gaven Frederik Nolens en Petronela Boers te Venlo volmacht om hun aandeel, zijnde 1/6, in het ouderlijk huis Boers-Cloens, gelegen aan de Lage Markt te Nijmegen, gerechtelijk te verbinden voor de ontvangst van de verponding over stad en schependom van Nijmegen door hun schoonbroer Willem Vonck, echtgenoot van Aletta Boers [730]. De echtgenoten Nolens-Boers schonken in 1719 een glasraam aan de hervormde kerk te Venlo waarin hun alliantie-wapens waren aangebracht benevens het onderschrift "Frederick Nolens en Pitronella Bours syn huysvrouwe 1719" [731].
Op 20-5-1726 liet Frederik Nolens te Eisden een uitvoerig notarieel verslag met protest opmaken betreffende de omstandigheden waaronder hem kort tevoren te Reckheim een verklaring was afgeperst. Uit deze akte blijkt dat hij toen met vier eigen schepen langs Reckheim de Maas afvoer [732].
In de jaren 1728-1731 procedeert Germain Beranger tegen P. Bours, wed. van Frederik Nolens, vanwege een schuldvordering. Frederik Nolens had namens zijn tante een som geld ontvangen, maar deze nooit terugbetaald. Beranger als mede-erfgenaam maakt alsnog aanspraak op zijn aandeel in die som. De eis is aan te tonen de som voldaan te hebben of alsnog de helft uit te betalen, met interest. [733]
In het Stadarchief van Dordrecht bevinden zich onder Stukken betreffende insolvente boedels, nr. 1069, stukken betreffende Pieternella Boers, weduwe van Fredrik Nolens, 1735. Opzoeken!

734. FREDERIK NOLENS[753], ged. geref. Maastricht (St Jan) 9-11-1653, ovl. Eisden 1708 (tussen 3 febr. en 12 juni), j.m. van Eijsden (1680). mogelijk dezelfde als NN Nolens, schepen van Oost (1684-1692)[754], schepen van Eisden en herhaaldelijk diaken van de Hervormde Gemeente aldaar (1684-1689, 1691, 1695, 1698-1706). otr./tr. Eijsden geref. 30-11/15-12-1680

Het huwelijkscontract Nolens-Frambach werd op 8-12-1680 gesloten voor Peter Franssen en WiLlem Deckers als schepenen van Eisden en bepaalde o.a., dat Geurt Nolens direct na het voltrekken van het huwelijk aan de toekomende echtelieden tot hun onderhoud zou geven elf grote roeden akkerland en 200 gulden Brabants Maastrichter cours in contant geld. Daarentegen beloofde Hubrecht Frambach zijn toekomende schoonzoon en dochter, gelijk ook de kinderen bij haar te verwekken, bij zich in huis te nemen en van kost, drank en andere behoeften behoorlijk te voorzien, zolang als zij genegen zouden zijn bij hem te blijven. Wensten zij echter op zich zelf te gaan wonen en hun eigen "menagie'' te doen, dan zou hij in zulk geval aanstonds aan hen uitreiken en medegeven elf grote roeden akkerland en vijftig pattacons (= 200 gulden) in contante penningen [755].

735. ADRIANA FRAMBACH, geb. vóór ca. 1660, ovl. 1718-1727, j.d. van Eijsden (1680), woont te Castert (1717). Met Paesschen 1693 worden Frederik Nolens en sijn h.v. Adriana Frambachs, beijde te Eijsden, aangenomen als geref. lidmaat op belijdenis. In 1709 en 1716 wordt Adriana in de lidmatenlijst nog vermeld als zijn wed. Adriana Frambach stamde uit een familie van plattelands magistraten te Eijsden, die overwegend katholiek was. Zij wordt 13-8-1710 te Eisden vermeld als
ouwersse ende biertappersse alhier" [756]. Wellicht zette zij hiermede het beroep van haar overleden man voort. Bij de deling van de ouderlijke goederen door haar kinderen op 8-5-1727 voor notaris W. B. Vaessen te Eisden, blijkt hieronder te zijn een huis en hoeve met brouwerij, gelegen te Caastert, op den "Treffert". Op 31-8-1718 testeerde Adriana Frambach voor Theod. van der Wood, notaris te Maastricht.

736. HERMEN HEIJSINGH (HEISING), geb. vóór ca. 1655, tr. Arnhem geref. 26-3-1679[761]

737. METJEN EVERTS.

752. JAN TEUNISZ VAN DER WIEL, geb. ca. 1673, ovl. na 3-10-1720, tr. ca. 1705[763]

753. MAEIJKEN (MARRIGJE) JOOSTEN SLAG(T)BOOM, ged. Papendrecht 18-8-1680, ovl. vóór 3-10-1720.

754. CLAAS LEENDERTSE BOER , geb. ca. 1668, ovl.(beg?) Bleskensgraaf 6-1-1720, tr. Bleskensgraaf 3-5-1701[767]

755. ANNIGJE CORNELISDR DE WAARD, geb. Wijngaarden? ca. 1670, ovl. 1712.

792. ROTGER (RUTGER) HENDRIKS VELSIN(C)K, geb. ca. 1650, woont in 1678 te Achteler, vermeld als kuiper te Zwolle (1696),[769] tr. Heemse geref. 1678[770]

793. AELE JANSEN, geb. ca. 1650, woont in 1678 te Mander (bij Tubbergen).

798. NN SCHUTTE(¥).

COMMENTAAR(¥) Mogelijk verwant zijn:
Berent Schutte, wijndrager, eigenaar van grafplaats nr. 591 in de Grote of St. Michaelskerk te Zwolle.[774]
Henricus Schutte, wednr. van Goor (1666), otr./tr. Zwolle geref. 21-4/13-5-1666 (proclamatien gaen tot Campen, attestatie gegeven om te Campen te trouwen) Swaentien Geers van Echten, weduwe tot Campen (1666).

802. Dr. BARTHOLDT COUPER (CUYPER, CUIPER), geb. vóór ca. 1610, ovl. 1664-1673 (kort voor 6-11-1673), "in sijn leven" Richter te Diepenheim, wordt op 29-11-1633 geadmitteerd als procureur en op 3-7-1635 als advocaat(¥) door Ridderschap en Steden, de Staten van Overijssel,[779] richter (1643..1660), doopget. te Gelselaar (1644) als Barthold Couper J.u. Licentiaet ende Richter tot Diepenheim, vermeld als "Bartholdus Cuiper, Licentiaet en sijn vrou" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[780] vermeld in akten te Borculo (1655, 1660),[781] en Rijssen (1652),[782] tr. verm. 1o vóór ca. 1635 NN, ovl. verm. voor 1658, tr. 2o verm. voor 1658

803. PETRONELLA MARHULSEN, ovl. Goor 6-11-1673, vermeld als niet met name genoemde vrouw van Bartholdus Cuiper in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[783] tr. 1o (verm. voor 1658) Jhr. HERTSVELT, tot Deventer.

Kerkenboek van Goor:[784]
1673. Nov. 6 op enen donderdach voor Trin. 24 na een dach slapens sterfft in een vasten slaap Petronella Marhulsen vrou van den Z. Richter Barthold Cuiper, welcke was haer twiede man, haer eerste was Joncker Hertsvelt tot Deventer. Sij is haest gevolcht haer Z. man Cuiper.


COMMENTAAR(¥) Om toegelaten te worden diende men gepromoveerd jurist te zijn. Een inschrijving en/of promotie aan een der Nederlandse universiteiten werd vooralsnog niet gevonden.
In 1662 procedeert Dr. Bartholdt Couper (Cuyper) voor het Stads- en landgericht Borculo tegen burgemeester Bernhardt ten Noever, Johan Christiaens en andere mede gevoegde crediteuren van Jan van Marhulsen. [785]

824. HEN(D)RYCK KEMPERMAN(S) (KAMPERMAN(S), geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1704-1708, te Etten[793], j.m. zn. van wijlen Lambert Campermans uit Ruurlo (1683), otr. 2?) Ruurlo geref. 18-3-1683 Jantjen Lambertz, j.d. van Lambert Brink uit Sellem. JENNEKEN (JANTJEN) LAMMERTS BI(C)K(S) (BRINK!), j.d. van Lambert Brink uit Sellem (1683), tr. 1o?

825. CATHRIJNA GIJSEN.

826. DERCK TEN BERG, ovl. vóór 1701, te Aenholt[794].

827. ELSKEN REIJERINCK(?), parentatie niet bewezen.

828. JAN (DE) GULICKER(S), geb. vóór ca. 1655, ovl. verm. Ruurlo 1705-1717[796] j.m. sone van Harmen Gulickers (1680), doopget. (1691, 1699), otr. Ruurlo geref. 20-6-1680[797]

829. BERENTJEN WILLEMSS, geb. vóór ca. 1660, nagelaten j. dochter van wijlen Willem Averbeckinck, wonende te Ruurlo (1680).

830. BARTELD LUBBERTS VAN NIJENHUIS, geb. vóór ca. 1650, ovl. vóór 1698, jonghman en sone van zall. Lubbert Wessels wonend te Ruurlo (1672), geref. lidmaat te Ruurlo 28-9-1678 op belijdenis,[798] otr./tr. Ruurlo 28-1/3-3-1672[799]

831. METT(J)E(N) MULLERS, geb. vóór ca. 1655, jonge dochter van zall. Gerrit Muller wonend te Ruurlo (1672), geref. lidmaat te Ruurlo 28-9-1678 op belijdenis,[800] woont te Ruurlo in het dorp (1699), doopget. (1685..1715), otr. 2o Ruurlo geref. 10-9-1699[801] JAN WILLEMSEN, nagelaten zn. van Willem Gerrijts, verm. identiek met Jan Willemsz toegenaamt Anslag, geref. lidmaat te Ruurlo 25-12-1699 op belijdenis.

vul aan Kw. VG 49

832. GABRIEL WEERMAN(S), geb. Metelen (Bentheim) ca. 1600, ovl. vóór 1657, burger van Bentheim lid van de vroedschap, burgemeester van Bentheim (D) (1635-1637, 1648-1652), tr. Bentheim

833. MARIA BERTLING(¥), ovl. na 1673.

COMMENTAAR(¥) is de naam mogelijk Posteling ?? [802],
Is er verband met :
Hijndrijck Bertlijnck, kerkmeester te Borne (1639).[803]
Anna Alida Bertelings, geb. Bentheim ca. 1712, dr. van Willem bertelings, tr. Amsterdam 21-11-1738 Barent Verloop.[804]
Wissmann Bertling x Adelheid Krull[805],
Anna Bertling, die tr. voor 1673 waarschijnlijk te Lingen(D) Ds. Lambertus Lankhorst,[806]
Jobst Hermann Bertling uit Steinfurt, jur. student te Groningen (1667), die tr. Hesina Metelerkamp, geb. Bentheim ca.1647[807]
Ds. Michael Bertling, geb. Coevorden 2-2-1710, hoogleraar theologie (1752-1772), zn. van Hendericus Bertling en Berendina Witzenberg.[808]

Bentheim 18-12-164x : Overdracht, gedaan voor Johannes Theben, grafelijk richter te Bentheim en Schuttorf, gograaf te Emburen, door Casparius Langenhert en Gabriell Weermans, burgers te Bentheim, van een stuk land op den Hohenkamp, behoorend tot de katerstede Einhorst in het kerspel Bentheim, gelegen tusschen de landerijen van Johan Hochklemmer en de koopers vader Henrich Kleinbrecker, ten behoeve van Johan Kleinbrecker en zijn vrouw Aelheit Heidtgers. Oorspr. perkament, met zegel v.d. richter, gaaf. 164. Dec. 18, Bentheim. (datum gedeeltelijk onleesbaar). [809]

834. JAN STEENKERCK, geb. vóór ca. 1635, is vermoedelijk identiek aan Johannes Martinsz Steenkerck, gesubsittueerde richter wegen de hoocheyt des kerspel Swol (1630), die zegelt in groene was : 3 eikels 2 en 1. Half aanziende helm, helmteken : een eikel tusschen eene vlucht,[811] tr. vóór ca. 1650[812]

835. NN VAN VELTHUYSEN, geb. vóór ca. 1640.

836. Ds. GERHARD(US) PALTHE(¥), geb. Ootmarsum voor 1617, ovl. Denekamp 1673 [823], ingeschreven als student theologie te Groningen 21-10-1632,[824] geref. lidmaat op belijdenis te Groningen sept. 1632,[825] als Gerhardus Sualve (sic! lees of schrijffout?), studiosus in't Krumme Jat, ingeschreven als student theologie te Deventer 18-12-1634,[826] legt op 26-5-1635 zijn examen af voor de classis Deventer,[827] en werd op 5-6-1635 naar Denekamp beroepen, maar kan daar pas in 1638 de pastorie gaan bewonen, moest tijdens de twee Münsterse oorlogen vluchten naar het huis Noord-Deurningen, waar hij voor de gereformeerden bleef preken,[828] predikant te Denekamp 1635-1673, vanaf 1663 bijgestaan door zijn zoon, de proponent Johannes Palthe tr. 2o na 1660 NN SCHONGELER, ovl. Denekamp 4-4-1694, tr. 1o voor 1639

837. ANNA HILVERDINCK, geb. 1626/27, ovl. na 1660.

COMMENTAAR(¥) Is hij dezelfde als Gerhardus Palthe, die ovl. Neede 16-17-1673, "provisor pauperum, acatholicus" ? [829]

Ter argumentatie van de beroeping van Gerhard Palthe tot predikant te Denekamp motiveren de lidmaten hun keuze als volgt : "(..) D. Palthen van Ootmarsen, van welcken wij oock als onse nabuer goede kennise sijn dragende, als dat hij gesont van Leere, Vroom ende Godtsalich in sijnen wandel en sonderlinge van onsen gantschen Kerspel selvest van Paepsche gesinde wel geachtet ende bemint."[830]
In 1616 draagt de graaf van Bentheim als collator de vicarie van St. Catharina, Agnes en Barbara, gesticht in 1436 op het gelijknamige altaar in de kerk van Denekamp, over aan Johannes Palthe ten behoeve van zijn zoon Gerhardus Palthe. Deze zou uit de inkomsten van de vicarie moeten studeren en later als geref. predikant de pastorie van Denekamp moeten krijgen. De vicaris moest ook het kostersambt bekleden [831].
In het kerkenraadsboek van Ootmarsum staat in 1639 genoteerd:[832]
"Is Ds. Herman Hoemoeet tot den tweeden praedicant alhijr beroepen, welke dan den 15 sept. opentlijck in sijne dienst is bevestigt van Ds. Gerhardo Palten pastor tott Degenenkamp."
In 1644 begint de bouw van een nieuw schoolmeestershuis in Denekamp. De rekening daarvan is in extenso in 't boek der kerkelijke rekeningen is opgenomen door de predikant Gerhard Palthe en getiteld: "Aentekünge van die onkosten so in het timmeren van het huys so Anno 1644 op de vicarien huijsstede tot ene woninge voor den schoelmeijster getimmert gedaen." De totale uitgaven bedroegen ƒ 394,4,-. [833]
Omstreeks 1650 klagen Herman en Johan Schulte, kerkmannen te Denekamp (die zelf nog sinds de invoering van de Reformatie in Denekamp in 1635 Rooms Katholiek waren gebleven), bij de drost van Twente over aanmatiging van de predikant Palthe. Hun klacht heeft echter een averechts effect, want de goedsheren nemen nu zelf het beheer der kerk in handen [834].

In het Palthehuis te Oldenzaal bevinden zich twee gebrandschilderde glas in lood raampjes met de volgende inscripties :

Gerhardus Palthe Dienaer des Heij.
Euangely tot Degnikamp. Anno 1636.
Gerhardus Palthe Pastor tho Denekamp.
Anna Hilverdinck Eheleute. Anno 1660.
Foto's: Ric van Wulfften Palthe.

klik op plaatje(s) om te vergroten

Anna Hilverdinck (1626/27-...) aetatis 24
Schilderij door onbekende schilder.
Datering : 1651 (linksonder)
Materiaal : olieverf op doek, 68.5 cm x 59 cm
Locatie: particuliere collectie
Beschrijving: Zwart kostuum, rabat met kant, chignonkapje met afhangende slippen en rood lint.
Bron : RKD

klik op plaatje(s) om te vergroten

838. HENDRIK VAN UELSEN, geb. vóór ca. 1625, ovl. vóór 1675, burgemeester van Ootmarsum. met zijn vrouw ("cum uxore") vermeld op de in 1652 opgemaakte lijst van geref. lidmaten te Ootmarsum,[869] door de kerkenraad van Ootmarsum op 8-6-1647 benoemd tot diaken en op 4-1-1660 verkozen tot ouderling van de geref. kerk aldaar,[870] tr. vóór 1647

839. NN.

848. GERRIT (GERHARD) (SENIOR) LASONDER, geb. Gronau 1638-1642, ovl. Enschede 1715-1722, burgemeester van Enschede 1679-1710, woonde te Enschede Stad, eigenaar van het erve Unlandt (Onland) te Oldenzaal (1704),[877] tr. Gronau 29-6-1669[878]

849. GESINA PEEK (alis PECK), geb. Gronau 1637-1650, ovl. Enschede na 1722.

Op 18-2-1698 compareeren voor het Stadgericht te Enschede Peter Grevinck en Catharina Beckers, zijn huisvrouw, en bekennen opgenomen te hebben van Burgermeester Gerhard Laarsunder en Gesina Peck zijn huisvrouw.[879]

850. JAN STROINK (STROYNCK), geb. Enschede 1640-1651, ovl. 1714-1726, tot 1708 geregeld vermeld als burgemeester van Enschede, treedt op als momber van de kinderen van zijn zuster Harbertje Stroink x Jan Leurink (1699), tr. vóór 1681

851. URSULA JANSDR BECKER(¥), geb. Enschede 1645-1661, ovl. na 1708[906] , voor 1715[907] , woonde te Enschede Stad.

vul aan Stroink p153, 160, 247
Op 3-2-1698 compareren Willem van Lier en Aeltjen Paschen om geld op te nemen van Jan Stroinck en Arsele Beckers [908].

Op 28-11-1709 compareren te Enschede Engbert Lodewijk Laersonder en Orsele Beckers syn huysvrouw [909].

Regesten van acten uit het Register van Testamenten en Overdrachten en Verzettingen 1697-1741 van de stad Enschede en uit dat van het landgericht Enschede.[910] In de periode 1701-1714 wordt vermeld Jan Stroink x Aafke (?) Beckers.

Richterambt Enschede, buurschap Lonneker : een tiende ter Hole to Loninghe.
23-4-1726 : Judith Stroink na de dood van haar vader Jan Stroink die deze tiende op 23-7-1714 had gekocht. Hulder haar man Laurens Lasonder.[911]

852. GERRIT JANSEN BECKER, geb. Enschede Stad 1625-1667, ovl. Enschede Stad 1716-1723, woonde te Enschede Stad, tr. vóór 1697[942]

853. NN VAN DE(R) SCHILDT, geb. Gronau 1650-1667, ovl. Enschede Stad, woonde te Enschede Landgericht.

854. =848. GERRIT (GERHARD) (SENIOR) LASONDER.

855. =849. GESINA PEEK (alis PECK).

860. HENDRIK TEYLERS, geb. 1612-1656,[953] burgemeester, tr. (Enschede?) 1677[954]

861. JENNEKEN LAMBERTS (alias CATE), geb. 1632-1661,[955]

862. = 852. GERRIT JANSEN BECKER.

863. = 853. NN VAN DE(R) SCHILDT.

864. JAN REERINK(¥), ovl. 1692-1706, doopget. te Lochem (1666..1685), volgt zijn vader op als portier van de Molenpoort ,[961] diaken en beheerder van de geldmiddelen van de kerk te Lochem,[962] burger van Lochem[963], tr. waarschijnlijk voor 1665

865. (JOHANNA?) NN, als weduwe Reerinks burgeres van Lochem (1706).[964]

COMMENTAAR(¥) Wat is het verband met:
Jan Rerinck, tr. vóór 1640 Geese NN.
    Uit dit huwelijk (o.a.?):
  • a. Jan Rerinck, ged. geref. Gelselaar 10-5-1640 (get. Henrijck Tekelenborch, Henrijck van Dingen en Aeltien Bennekinck).

Gueltjen, Henrick en Geertjen Reerinks (1-5-1706).[965]

866. WOLTER PAEUWEN, geb. Lochem ca. 1646, ovl. 1692/93, burger van Lochem, doopget. (1669, 1688), rentmr. van Lochem (1687), tr. Lochem geref. 17-4-1670 (zij als dr. van Henr. Willekes)

867. AELTJEN WILLEKES, geb. Lochem vóór ca. 1650, ovl. na 1700.

In de nacht van 27 op 28 augustus 1693 onstaat er brand in het huis van Egbert Duymen, koster van de kerk te Lochem, waardoor in een uur tijds 24 huizen van de volgende personen verloren zijn gegaan :[992] Egbert Duymen, Wendele van Eps, Henrick Hensen, Derrick Stoeldrayer, Arent Huntelaer, Berent te Hasseloo (smid), Olmins (beide huizen), de wed. van Wolter Pauwen, Gerrit van Campen, Gerrit Thomasson, Evert Reussinck, Peter van Eps (beide huizen), Jan Schrunder, Jan van Dingen, Jan Reinderink, Albert de Gruiter, Tonis Mont, Henrick Mont, en het halve bouwhuis van Roleff Ebbekink.
Proces met Harmen de Groen, Wolter Pauwen, omtrent 38 jaar, Jan Schrunder, omtrent 34