|
This page was last updated : 120105.
|
File size is: 960 k.
|
Kwartierstaat Van Schothorst Generatie 10 |
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
|
Refer to these data as:
L. Lapikás, Kwartierstaat Van Schothorst, version 9.4, Muiden, 2011.
|
|
© Copyright 2012
: L. Lapikás, Muiden, The Netherlands.
No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system,
or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical,
photocopying, recording or otherwise without the prior written
permission of the publisher. An exemption is made
for genealogical publications provided that adequate reference is
being made.
|
512. REIJER HENDRICKS ("alias BAATJES" 1650, 1652), landbouwer op Bitterschoten[1],
woont op "Groot-Bitterschoten" in de buurtschap Glinde onder Barneveld (1643, 1675),[2]
otr. Barneveld mrt. 1630
513. MARRIJTJEN OTTO JOCHEMSDR, geb. Barneveld, j.d. van Burgstede onder Barneveld.
Thinsboek van Barneveld: "Reijer Hendriks neemt ook 1/6 9 dl. 23 stv."
[3]
Uit het huwelijk (Hendricks-Jochemsdr) gedoopt te Barneveld (het doopboek van Barneveld begint in 1634 en heeft een hiaat van 1654-1662):
-
a. Neeltje ("off Cnelisjen") Reijersen (van Bitterschoten), ged. 28-8-1636, ovl. na 1694, tr. 1o Barneveld 13-4-1667
Gijsbert Arissen, jongeman wonende op Klein Schaik te Scherpenzeel, bouwman ald..
tr. 2o Scherpenzeel 5-7-1674
Reijer Jacobsen van Havikshorst, ovl. 1674-1687, jongeman van Barneveld, zn. van Jacob Everts van Havikshorst.
tr. 3o Ede 10-4-1687
Evert Harmsen, ovl. na 1694, wedr. van Anna Maessen, wonende te Ede.
-
b. Baatje Reijersen, geb. Barneveld, ovl. na 1694, tr. Renswoude 26-7-1674
Rijck Cornelissen, ovl. na 1694, jonge man van Renswoude, zn. van Cornelis Rijcksen.
-
c. Willem Reijersen, ged. 18-4-1641, (=kw. nr. 256).
-
d. NN Reijersen, ged. 25-5-1643, "soone van Reijer Hendricks op Bitterschoten", waarschijnlijk identiek aan Hendrik Reijersen, tr. Barneveld 25-3-1666
Geertje Willems, wed. op Bitterschoten, beiden onder Barneveld.
-
e. Jochum Reijersen, ged. 27-3-1646, ovl. jong.
-
f. Otto Reijersen, ged. 15-12-1647, jonge man van Bitterschoten,
tr. Barneveld 7-2-1675
Gerritje Dirks, jonge dochter van Ede.
-
g. Jochum Reijersen, ged. 23-1-1650, ovl. jong.
-
h. Jochum Reijersen, ged. 14-11-1652.
514. JAN TOENISSEN, ged. Lunteren[4], landbouwer op Burgstede te Barneveld[5].
tr. Barneveld 3-7-1636[6]
515. WILLEMTJEN HENDRIX.
Uit dit huwelijk (Toenissen-Hendrix) geboren (volgorde onbekend) o.a. :
-
a. Geertje Jans, (=kw. nr. 257).
-
b. Willempje Jans, ovl. na 1713, tr. 1o Barneveld 4-5-1676 (als dr. van Jan Toenissen op Burgstede)
Bessel Jacobs, ged. Barneveld 3-12-1648, ovl. vóór 1713, j.m. van Bitterschoten, zn van Jacob Bessels en
Aaltje Willems.[7]
tr. 2o NN;(¥)
| COMMENTAAR(¥)
vul aan Kelnarij van Putten 208
|
In een doorgehaalde akte van 20-1-1713 staat: Het erff ende goet
genamet Bitterschooten bestaande in huijs,
hoff, boomgaert, schuer, schaepschot ende twee bergen mitsgaders hoge
ende lage
landerijen plaggevelden ende met den onderhorige houtgewassen ende vorderen
gereghtigheden, toebehorende Eijbert van Rouwenburgh ende
Geertruijt van Hennekeler, eghteluijden, wordende tegenwoordigh bij de wed(uw)e van Bessel Jacobsen gebruijckt.
Anno 1713 den 10 jannuarij beswaert met een capitael van agthondert gulden, ten profijte van Wolbert Aertsen ende Jantjen Wouters, eghteluijden ende haere erven, te
verrenten tegen vijf ten honderd edoch de renten op sijn tijdt betaelt wordende sullen de
rentgevers kunnen volstaen met 4-10-0 vant hondert, alles vrij gelt.
Geregistreert op den 20e jan(uarij) 1713.
Volgens verthoonde quitantie op de gevestigde obligatie wort deselve alhier geroijeert
ende doorgeslagen op den 17e jann(uarij) 1714. E. v. Dompseler qq.[8]
-
c. Toenis Jans, tr. Barneveld 4-5-1676
Willemtje Jacobsen, dr. van Jacob Besselsen en Hendrickje Hendricks, (zie kw. nr. ⇒ 1024 sub c).
520. JAN GERRITSEN VAN DE WETERING, ovl. Ede ca. 1683 [9]
, voor 1682 [10]
, voor sept. 1684 [11]
, landbouwer te Veldhuizen [12],
koopt het goed "De Weteringh" onder Ede van Jan Janse Zuijr
[13],
tr. vóór 5-1-1679
521. CLAESJEN HENDRIKS, ovl. vóór 1689 [14].
Uit het huwelijk (van de Wetering-Hendriks) geboren o.a. :
-
a. Arien Jansen van de Wetering, geb. Veldhuijsen onder Ede, ovl. na 19-6-1733 [15]. Landbouwer,
betaalt f 1,-- bruikschatting te Ede (Eeder Achterveen), 1698,[16],
in 1708 wordt hiervoor f 1,-- betaald door Aert Hendrikse, die het blijkbaar pacht van Arien van de Wetering,
woont te Lunteren (1701),[17]
otr. Lunteren 13-12-1701 (met attestatie naar Ede),[18]
[19]
Hendrikje Jans van Otterloo, ovl. 1724, j.d. van Ede.
Uit dit huwelijk geboren :
-
1. Hendrickjen Arissen van de Weetering, geb. Ede Veldhuizen, ovl./beg. Oosterbeek 25/30-3-1758 [20], tr. Oosterbeek 18-5-1726[21]
Stephen Roelofsen, ged. Oosterbeek 1-12-1695, ovl./beg. Oosterbeek 7/12-2-1774, meester timmerman, zn. van Roelen Stevens, kerkmeester, schaapherder te Oosterbeek, en Mechteld Aerntsen. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
b. Gerrit Jansen van de Wetering, geb. ca. 1675[22], (=kw. nr. 260).
-
c. Grietje Jans van de Wetering, geb. ca. 1665, ovl. (voor?)[23]
8-2-1729 [24]
, tr. Ede (huw. voorw. 29-5-1685[25])
Cornelis Arissen (Muller), geb. ca. 1660, ovl. vóór 28-12-1739, zn. van Arien Cornelissen Muller, korenmolenaar te Ede, en Geertien Jans.[26]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :[27]
-
1. Jan Cornelissen van de Craats (ook Mulder), ovl. Ede 15-1-1767, bezat de helft van de molen in Ede, de andere helft was eigendom van zijn vader,
[28]
tr. (huw. voorw. 3-5-1795)[29]
Rijkje Derksen van der Sande, ovl. Ede 4-2-1754. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
d. Gerbrech Jansen van de Wetering, ovl. vóór 1749, tr. ca. 1705[30]
Rijk Aalbersen (van de Poll), ovl. na 1749, erft ca. 1680 grond van zijn vader te Veldhuizen-Ede,
is in 1749 wednr. met grondbezit Lunterbroek,
vermeld in de verponding van Veldhuizen-Ede,
[31]
zn. van Aelbert Jacobs van de Poll en Jantjen Rijcks.
In dec. 1738 schenken zij een deel van de Lange Akker aan de kerk en armen van Ede.
-
1. Aalbertje Rijxe (van de Poll), ged. Veldhuizen/Ede 26-12-1716, tr. Ede 29-11-1743
Hendrik Cornelisse (van den Elskamp), zn. van Cornelis Hendriksz (van den Elskamp) en Goutje Aarts.
-
aa. Rijk (van den Elskamp), ged. Ede 28-9-1744.
-
bb. Goutje (van den Elskamp), ged. Ede 7-4-1748.
-
2. Japik (van de Poll), ged. Ede 23-2-1721.
524. HENDRICK JACOBS (VAN RAVENHORST), geb. Putten, ovl. Renswoude 22-8-1673 [34], tr. ca. 1640[35]
[36]
[37]
525. GEUSJE WILLEMS, geb. Putten, ovl. na 1679, wordt als wed. erfgename voor 2/3 deel van Hendrik Gerrits, wed. Wijn Jansen op 25-3-1675 [38], op lidmaten lijst Renswoude worden in 1669 vermeld Henrick Jacobz, Gosentje Willems (met attestatie van Lunteren) en Hendrickje Gerrits, afkomstig van Putten.
-
a. A(a)lbert Hendri(c)ks(en) (van Ravenhorst), geb. Lunteren?, (=kw. nr. 262).
-
b. Wijn Hendriksz van Ravenhorst, geb. ca. 1665, tr. Renswoude 5-7-1691[40]
Lijsbetje Ernsten, geb. Renswoude ca. 1649, ovl. vóór 7-5-1724.
528. HENDRIK WOUTERSEN OP DEN POLL, kocht het goed "Steenbeek" in de Valk van Sweer Lamberts
[41]. Dit is (een
gedeelte van?) "Klein Steenbeek", waar hij ca. 1700
verponding (f 8-12-8) van betaalde [42].
-
a. Wouter Hendriksen den Decker, geb. ca. 1660[43], ovl. 1724-1729, (=kw. nr. 264).
532. WOLTER EVERTSE TOT WEKEROM, mogelijk een zn. van Evert Wolters tot Wekerom. Hij
kocht het goed "Tonsel" onder Wekerom van Aert Pelen. In 1706
wordt Evert Wouters als erfgenaam genoemd.[44]
-
a. Evert Woutersen, (=kw. nr. 266).
-
b. Marritje Woutersen, tr.
Geurt Woutersen. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.[46]
536. ROBBERT NN.
-
a. Willemtje Robberts, tr.[47]
Gerrit Gijsbertsen (Ham), zn. van Gijsbert Ham.[48]
Uit dit huwelijk kinderen gedoopt te Lunteren[49], waaronder :
-
1. Robbert Gerritsen, ged. Lunteren 2-3-1687,[50] (zie kw. nr. ⇒ 268 sub b)
-
b. Evert Robberts, (=kw. nr. 268).
538. HENRICK NN.
-
a. Beatrix Henricks, (=kw. nr. 269).
-
b. Stijntje Hendriks, ovl. na 1719, tr.
Evert Aertsen, ovl. na 1719.
540. HENDRIK WOUTERS, ovl. 1723 "in het erff en goed Bettrum", woont op 't herengoed "Beterum" onder Doesburg,[51].
landbouwer,[52]
tr. 2o kerk en huw. voorw. 4-3-1676 [53]
JANTIEN WOUTERS, ovl. 1723,[54]
tr. 1o ca. 1670 [55]
541. ELISABETH HAALBOOM, geb. verm. Bennekom[56].
vul aan HV 1/6.
|
Wapen Haalboom : In zilver een zwarte omgewende schoorsteenhaal, hangend aan
een zwarte in het schildhoofd geplaatste streepdwarsbalk (boom). Helmteken : een
vlucht van zwart en zilver. Dekkleden : zilver en zwart [57].
|
Op 7-12-1667 krijgt Hendrik Wouters investituur vooor het herengoed Beterum
te Ede, op 26-1-1677, 17-5-1684, 22-4-1691, 11-3-1699 oprukking. Hij krijgt op
17-5-1684 approbatie voor de op 4-3-1676 opgerichte huw. voorw. tussen hem en
zijn echtgenote Jantien Wolters. Op 19-3-1698 krijgen hij en Jantien Wolters
approbatie van een dispositie, waarin zijn eerste echtgenote
Lijsbeth Haalboom wordt genoemd. Op 27-2-1706 wordt de zaalweer en 2/9 part
van Beterum getransporteerd aan de oudste zoon Gerrit Hendriks
[58]. (sic!)
In 1683 spannen Gerrit Haalboom als gevolmachtigde van zijn drie broers,
Hendrik, Cornelis en Roetert (zie kw. nr. ⇒ 1080 ) en Henrick Wouters, echtgenoot
van Elisabeth Haalboom, die namens hun kind (Wouter Hendriks?) optreedt, een
proces aan tegen een pachter. [59]
Uit zijn eerste huwelijk (Wouters-Haalboom) geboren [60] :
-
a. Wouter Hendriks Buitenhuis, geb. ca. 1670-1675, (=kw. nr. 270).
sic! Ref. [61] geeft hier Hendrik Jansen x Jantien Wouters als ouders, en als doopdatum Lunteren 21-9-1679. ZOEK UIT!
Uit zijn tweede huwelijk (Wouters-Wouters) geboren [62] :
-
a. Gerrit Hendriks Buitenhuis, tr.
Jantjen Jansen.
-
b. Lijsbeth Hendriks Buitenhuis, tr. [63]
Wouter Derks.
-
c. Neeltjen Hendrik Buitenhuis, tr. [64]
Aert Reijersen.
-
d. Elbertje Hendriks Buitenhuis, tr.[65]
Wouter Hendriks.
542. WOUTER AERTS (VAN BOETSELER) (VAN HUIJCKENHORST), ged. wellicht Barneveld 11-1-1646[66]
, ovl. vóór 27-10-1719[67]
, nog genoemd in 1704[68],
otr./tr. Barneveld 29-1/7-2-1675[69]
543. WOUTERTJE WOUTERS, ovl. na 1719, tr. 1o
JAN (LUBBERTSEN)[70] WILLEMS, ovl. vóór 1675, op de "Vaerst" onder Barneveld.
vul aan Caudron p 59.
Op 10-6-1684 krijgen Wouter Aertsen en Woutertje Wouters oprukking na transport van het herengoed "De Glinde" onder Barneveld door Jan Goerts, mede als momber van Marritge Henricx Mom, Gijsbert Geurtsen en Nennetje Cornelissen, wed. van Hendrick Geurtsen met haar onmondige dochter Geertgen Henricx, elk bezittende een vierde part.
Op 3-21-1692 en 12-11-1698 krijgen zij wederom oprukking.
Op 4-9-1699 krijgen Wouter Aertsen en Woutertje Wouters approbatie van een dispositie ten profijte van hun kinderen
Op 6-3-1703 krijgen zij approbatie van een dispositie ten profijte van hun kinderen, waarin zij bepalen dat hun oudste dochter Jantien Wouters danwel haar kinderen de zaalweer zullen erven.
Op 11-12-1710 krijgen zij wederom oprukking.
Op 27-10-1719 krijgen Wolbert Aerts en Jannigje Wolters investiture en oprukking, ingevolge een magescheid over de erfenis van Wouter Aertsen en Woutertje Wouters, tussen Jannigje als oudste dochter, haar moeder en andere broers en zusters.
[71]
Uit haar eerste huwelijk (Willems?-Wouters) geboren :
-
a. Wouter Jansen, geb. vóór 1675, ovl. na 1729, erft het goet de Vaerst onder Barnevelt van zijn vader.
Op 8-6-1729 heeft
Wouter Jansen testament gemaakt an de kinderen van sijn broer en swager Steven Zegersen en sijn suster Aertje Jans, eghteluijden met namen Jan Stevensen en Geertje Stevens
en Woutertje Stevens, zijnde Geertje getrouwt an Tuenes Zandersen, yder voor een derde
part ewiglijk en erfelijk de gehele zaalweer en een gereghte vierde part en een twaalffde part
an de landereijen van 't erf en goet de Vaerst onder Barnevelt gelegen, bij voorn. Jan Stevensen en Woutertje Stevens gebruijckt, so comparant van sijn vader aangeerft zijnde,
daar en boven nog 500 gld an gelt en een derde porti van sijn natelatene klederen en inval een
van drij sonder lijfferven streft sullen alle voorn. goederen devolveren op de langslevende
en sulks alles met uijtsluijtinge van Seger Stevensen om redenen vorder sal sijn halve suster
met namen Derkje Wouters getrouwt an Wouter Hendriksen en Jannetje Wouters getrouwt
an Wolbert Aertsen off der selver kinderen uijt testatuers moeders goet bestaande uijt 2100
gld an obligatie en geregtig gelt trekken en proffijteeren yder een 3:part ad 700 gln: en het overige
derde part bij voorgemeld drij kinderen van sijn suster getroken worden met uijtsluijting weder
van Zeger Stevensen en dat de dootschulden sullen hallef door gemeld drij kinderen en de
andere helft door gemelte halve susters worden betaalt, alles breder te sien in de orginele brief gemaakt door E.G. Ardesch Scholtis die de selve neevens Steven Coenjes en Jan Carel Lughtig
getekent en gezegelt op 8-6-1729.
Geregistreert op 11-10-1729
[72]
-
b. Aertje Jans, geb. vóór 1675, tr. vóór ca. 1710
Steven Zegersen, ovl. na 1729.
-
1. Jan Stevensen, geb. vóór ca. 1710, ovl. na 1729, gebruiker van het goet de Vaerst onder Barnevelt (1729).
-
2. Geertje Stevensen, geb. vóór ca. 1710, ovl. na 1729, tr. vóór 1729
Tuenes Zandersen, geb. vóór ca. 1705, ovl. na 1729.
-
3. Woutertje Stevens, geb. vóór 1729, ovl. na 1729, gebruiker van het goet de Vaerst onder Barnevelt (1729).
-
4. Zeger Stevensen, geb. vóór 1729.
Uit haar tweede huwelijk (Van Boetseler-Wouters) geboren (o.a.?) :
-
a. Jantien Wouters (van Boetseler), geb. vóór ca. 1695, ovl. na 1735, tr. vóór 1713
Wolbert Aerts, ovl. na 1735. Zij erven in 1719 het herengoed "De Glinde" onder Barneveld, en wonen daar in 1735.
vul aan HV
In een doorgehaalde akte van 20-1-1713 staat: Het erff ende goet
genamet Bitterschooten bestaande in huijs,
hoff, boomgaert, schuer, schaepschot ende twee bergen mitsgaders hoge
ende lage
landerijen plaggevelden ende met den onderhorige houtgewassen ende vorderen
gereghtigheden, toebehorende Eijbert van Rouwenburgh ende
Geertruijt van Hennekeler, eghteluijden, wordende tegenwoordigh bij de wed(uw)e van Bessel Jacobsen gebruijckt.
Anno 1713 den 10 jannuarij beswaert met een capitael van agthondert gulden, ten profijte van Wolbert Aertsen ende Jantjen Wouters, eghteluijden ende haere erven, te
verrenten tegen vijf ten honderd edoch de renten op sijn tijdt betaelt wordende sullen de
rentgevers kunnen volstaen met 4-10-0 vant hondert, alles vrij gelt.
Geregistreert op den 20e jan(uarij) 1713.
Volgens verthoonde quitantie op de gevestigde obligatie wort deselve alhier geroijeert
ende doorgeslagen op den 17e jann(uarij) 1714. E. v. Dompseler qq.[73]
Op 28-7-1735
Melchior van Wolfswinkel, scholtis van Scherpenzeel x Teuntje van de Vliert, Lubbert Romeijn x Grietje van Santen, Jan Romeijn x Maria van Heerdt voor haerselfs en 't regt
hebbende van haer suster Evertje Romeijn, weduwe van Arent Doreweert, te saemen
erffgenaemen van Evertjen Aelten van Huijckenhorst der twee eersten comparanten
moeder en der laatsten grootmoeder, hebben getransporteert aan en ten erffelijken
behoeve van Wolbert Aertsen x Jannetjen Wouters, wonende op de Glind, koper,
het negende gedeelte in de landerijen, houtgewassen en verdere gerechtigheden
behorende tot Erff en goedt Huijckenhorst daer Hendrik Willemsen gewoont heeft, dog
nu bij Zeger Evertsen gebruijckt wordt soo het selve aenpart haerlieden van voornoemde
Evertjen Aelten van Huijckenhorst aengeërft is, waarvan de overige delen
alsmede het huis, hof en verder getimmerte koper reeds toebehoort, voor ƒ 675,--.
[74]
-
b. Dirkje Wouters van Boetseler(¥), ged. Barneveld 19-11-1680, (=kw. nr. 271).
| COMMENTAAR(¥)
Ref. [75] geeft hier ten onrechte Wouter Aalten x Aeltje Claes als ouders.
|
554. REINDER BUURMAN,[76]
Voor zijn verdere parentatie zijn diverse nog onopgeloste mogelijkheden, zie [77].
556. WILLEM EGBERTS KRUIMER, ovl. 1638-1678,[78]
woont in 1638 te Apeldoorn.
-
a. Luitje Willems Kruimer, tr. Voorst 18-2-1666
Jan Hendricks Bresser, wednr. van Geertjen Reints.
-
b. Roelof Willems Kruimer, (=kw. nr. 278).
558. AALBERT JANSEN HISSINK, ovl. verm. Voorst,[80]
op de Hofstee te Voorst in Appen,
tr. vóór 1658[81]
559. FENNEKE JACOBS, ovl. Voorst.
Op 9-7-1675 is door Bernard Umbgroevius, pred. tot Voorst, Elbertus Lubberti
en Henrik Barents, aan Jan Peters Timmerman en Evertje Derx echtelieden, opgedragen
door Richelt Hissinck en Gerritje Jansen, echtelieden, haar huys ende getimmer met de
putte staande opte Pastorij gront in Voorst te boek gebragt den 5-11-1679.
Een agstedeel aan huys en en hoffstede met sijn saey en weylant, regt en gerechtigheyt gent.
de klijne Hoeve in den ampte en carspel Voorst geleegen daar Coper de andere seeven delen
van zijn toebehorende, en dit 1/8 part toebehoorende Reint Peters, segge Reint Peters.
Anno 1677 den 26 feb. getransporteert en opgedragen aan en ten behoeven van
Albert Jansen Hissinck en Fennetje Jacobsen, Echteluijden. Gereg. den 6-11-1679.[82]
vul aan HV 4/760, zie ook Kw. VG 225.
Uit dit huwelijk (Hissinck-Jacobs) gedoopt te Voorst :[83]
-
a. Bartelt Alberts Hissinck, ged. 3-7-1658.
-
b. kint (zoon), ged. 7-1-1660.
-
c. Jenneken Alberts Hissinck, ged. 21-12-1662, otr. 1o Voorst 16-11-1679
Gerrit Dercks Hissinck, zn. van Derk Gerrits Hissinck en Gerritjen Hendriks,
otr. 2o Voorst 16-6-1689
Frederik Willems Bessem, ged. Voorst 19-2-1660, zn. van Willem Frederiks Bessem en Margaretha Telgens.
-
d. Peter Alberts Hissinck, ovl. vóór 1708, op het Burgemeester Martelsgoet,
otr. Voorst 28-4-1689
Wendeltje Bessem, ged. Voorst 20-3-1668, dr. van Reiner Bessem en Henrixken Telligens.
Uit dit huwelijk 8 kinderen gedoopt te Voorst (1690-1705).[84]
-
e. Margrita (Margareta) Alberts Hissinck, (=kw. nr. 279).
-
f. Jan Alberts Hissinck, ged. Voorst op de hofstede te Appen, ovl. Voorst (overluijd 30-11-1728), otr. Voorst 31-5-1691
Geertje Wessels, ovl. Voorst (overluijd 15-10-1742), dr. van Wessel Berends.
Uit dit huwelijk 11 kinderen gedoopt te Voorst (1692-1708).[85]
-
g. Evert Alberts Hissinck, ged. 21-2-1669, tr. Voorst 26-1-1696
Mechteltje Bessem, ged. Voorst 14-10-1666, dr. van Willem Frederiks Bessem en Margaretha Telgen.
Uit dit huwelijk 7 kinderen gedoopt te Loenen (1696-1706).[86]
-
h. Hendrik Alberts Hissinck, ged. 17-12-1665;(¥)
otr. Voorst 29-4-1692
Aaltje Bessem, geb. Voorst ca. 1657, wed. van Herman Kersten,
dr. van Willem Frederiks Bessem en Margaretha Telgen.
| COMMENTAAR(¥)
check 1665?
|
-
i. Jacob Alberts Hissinck, ged. 17-12-1676, op de Kiekenkamp,
otr. Voorst 17-1-1706
Aaltjen Beumer (Boemer), ged. Voorst 28-10-1688, dr. van Lulof Hendriks Beumer en Jenneken Willems Piccars.
Uit dit huwelijk 12 kinderen gedoopt te Voorst (1707-1729).[87]
560. CORNELIS WOLTERS (VAN ASSELT/GOUDKUIJL ), geb. Apeldoorn ca. 1612, ovl. Apeldoorn 1661/62[88], stamvader van de geslachten VAN ASSELT [89] en
GOUDKUIJL [90].
pachter van het goed Asselt 1648 1652 later landbouweer te Noord Apeldoorn (Veldhuizen), bezitter van de herengoederen 'De Breeck', 'Ritberg aent veen', 'Ritberg aent velt', 'Olden Willem Mullers steedjen' en 'Jonckeren Erff'
tr. vóór 1637
561. LYSKEN ROELOFS, geb. ca. 1600, ovl. 1663/64[91].
Op 17-7-1637 passeert een acte van transport ten name van
Cornelis Wolters, alsmede opruckingen van Saelweer en
Heerengoet in den Ampte van Apeldoorn en Buerschap Orden
gelegen voor Cornelis Wolters en Lijsken Roeloffs,
echtelieden [92].
Op 22-1-1642 passeert een acte van transport ten name van
Cornelis Wolters en Lijsken Roeloffs, echteluijden, "van
Saelweer en Herengoet in den Ampte Barneveld ende Buerschap
Essen gelegen" [93].
In 1648/49 is Cornelis Wolters pachter van het Goet Asselt, waarvan
Frans van Appelthorn eigenaar is [94].
Op 31-1-1651 draagt Jan Aertsen van Asselt het Jonkerengoet(¥)
te Apeldoorn in het Buerschap Veldhuijsen over aan Cornelis Wolters en
Lijsken Roeloffs, echteluijden
[95], waarvan later prolongatie
[96].
| COMMENTAAR(¥)
"Jonkerengoet" komt van Jhr. van Apeldoorn, eerst (mede)eigenaar in het
Asselter Marck en Heghe(?).
|
Op 22-4-1651 oprukking na transport van herengoed Ritbroeck door broer Jan Wolters, onder
voorwaarde dat Jan zijn leven lang de helft ervan mag blijven bezitten en gebruiken, en dat zijn
vrouw Aertjen Tonis, mocht zij hem overleven, in het huis mag blijven wonen en "van de
appels mag blijven genieten.[97]
1654: Cornelis Wolters, voor hem zelf en als momber van de kinderen van
zal. Lubbert Wolters, voorts Thonis Wolters, Jan Wolters en Truijtjen,
nagelaten wed. van zal. Aert Wolters, voor haar zelven en als moeder
van haar onmondige kinderen, procederen tegen Willem Thiemens voor hem,
en als vader en boedelhouder derselve kinderen over 6oo gulden verschenen
pacht van de grond.[98].
Op 10-11-1660 passeert een approbatie van "seeckere dispositie gedaen bij
Cornelis Wolters en Lijsken Roeloffs, echtelieden betreffende successie
van haere Heerengoederen in den Ampte van Apeldoorn en Barneveld ten profijte
van haar kinderen.[99].
vul aan HV 4/701.
Uit het huwelijk (Wolters-Roelofs) geboren (o.a.?) [100] :
-
a. Wouter Cornelis (van Asselt) (den oudsten), geb. Apeldoorn ca. 1635, ovl. Apeldoorn 1692-1720 [101], (=kw. nr. 566).
waaruit de tak Van Asselt [102].
-
b. Steven Cornelissen van Asselt, geb. na 1635, ovl. 1690-1694 (ongehuwd),[103](¥)
landbouwer.
COMMENTAAR(¥)
vul aan HV 4/699
De door Mevr. G.J. de Beer-van Asselt te Amersfoort[104] veronderstelde dochter:
-
1. Johanna/Jenneke Stevens, tr. 1o Veessen geref. april-1707
Gerrit (Henricksen) Schraet, ovl./beg. Apeldoorn 4/10-4-1744, kerkmeester aan den Brink.
tr. 2o
Gerrit Jansen Muller, ovl. vóór 1707.
is volgens Ref. [105] niet correct.
|
-
c. Jantien Cornelis, geb. na 1635, tr.[106]
[107]
Henderick Breunissen.
-
d. Willemken Cornelis, geb. na 1635, tr.[108]
[109]
Bessel Brueniss.
De broers Henderick Breunissen en Bessel Brueniss verwerven samen het goed 'De Breeck' dat zij direct na de investituur op 11-11-1664 doorverkopen.[110]
-
e. Wouter Cornelis (de jongste) (Goudkuil), (=kw. nr. 280).
waaruit de tak Goudkuil [111].
-
f. Jan Cornelissen van Asselt, geb. na 1635, ovl. na 1697, is de jongste zoon, verm. ongehuwd, bezitter van de helft van het goed 'Jonckeren Erff' te Noord Apeldoorn, voor het laatst vermeld 1-5-1697.[112]
-
g. Claesien Cornelis, geb. Apeldoorn ca. 1635-1640, ovl. Apeldoorn 17-8-1712,[113]
j.d. van Apeldoorn (1668),
otr. Barneveld geref. 12-7-1668[114]
[115]
Wijn Tonissen (Raedemaecker, van Barneveld), ged. Barneveld 21-3-1641, ovl. Apeldoorn 1708-1712,[116]
j.m. van Barneveld (1668),
landbouwer te Noord-Apeldoorn (Veldhuizen),
veroordeeld voor een vechtpartij (1663),[117]
zn. van Teunis Gerritsen (de) Rademaker, rademaker te Barneveld, en Aeltjen Evers.[118]
Wijn Tonissen Raedemaecker en Claesien Cornelis (van Asselt) hebben op 19-9-1676 een vordering van f 150,- op Geertjen Gerrits, wed. van Abraham Bartels. [119].
Op 20-11-1706 verpanden Claesien Cornelis en Wijn Teunissen hun deel onder
"Jonkerenerff" aan hun kinderen voor f 2700,--
[120].
-
1. Cornelis Wijnen, ged. Barneveld geref. 17-10-1669, ovl. (kinderloos), beg, Hattem in de kerk 12-6-1719 [121], otr. Hattem 20-5-1708[122]
Berentje Jans, ged. Hattem 1-9-1661, beg. Hattem in de kerk 28-6-1737 [123], tegen wie in de jaren 1720-1722 wordt geprocedeerd door
Evert Barneveld over de erfenis van haar overleden man Cornelis Wijnen.
Uit dit huwelijk geen kinderen.[124]
-
2. Luitje Wijnen, geb. verm Apeldoorn ca. 1670-1674, beg. Hattem (in de kerk) 6-3-1751, geref. lidmaat te Hattem op attestatie van Apeldoorn (1709),
testeert op 28-8-1742 en 3-9-1750,[125]
otr./tr. 1o Hattem 23-3/9-4-1710 (met huwelijksdispensatie 12-3-1710) haar neef,[126]
Evert Gerrits van Barneveld, ged. Hattem 27-5-1666, beg. Hattem (in de kerk) 3-3-1722, wednr. van Elisabeth Gosens van Dijk,
zn. van Gerrit Teunissen Rademaker, rademaker te Hattem, en Lubbigjen Harms,
geref. lidmaat te Hattem op belijdenis (1705),
tapper, lid en gildemr. (1719-1721) van het tappersgilde.
provisor van de Gemeene Armen (1710-1722) te Hattem, over wie veel meer
te vinden in Ref. [127],
otr./tr. 2o Hattem 25-11/10-12-1724[128]
Lambert van Es(sen), beg. Hattem 2-3-1756, wednr. van Grietje van der Maeten,
winkelier, lid van het tappersgilde en brandewijnstoker.
Hij hertr. 1751 Jennigjen Herms.
Uit haar eerste huwelijk 2 kinderen gedoopt te Hattem (1711, 1713).
-
3. Teunis Wijnen, ovl./beg. Apeldoorn 19/25-3-1762[129], gezworene van de Noordapeldoornse Marke,
otr. 1o Heerde 4-7-1716[130]
Willemtje Freriks, ged. Heerde 5-12-1686, dr. van Frerik Derks en Anneken Egberts,
otr. 2o ca. 1724[131]
[132]
Aertien Jans(en) Buurman(s), ovl./beg. Apeldoorn 17/21-4-1755.
Uit zijn eerste huwelijk (Wijnen-Freriks) :[133]
-
aa. Klaesien Teunis, ged. Apeldoorn geref. 25-6-1717.
-
bb. Wijn Teunis, ged. geref. Apeldoorn 18-9-1718, ovl./beg. Apeldoorn 9/13-9-1780, gezworene van de Noordapeldoornse Marke,
tr. 1o voor 1749[134]
Gerritje Cornelis van Asselt, ged. geref. Apeldoorn 24-8-1711, ovl./beg. Apeldoorn 15/19-7-1762, dr. van Cornelis Wouters van Asselt en Hendrikje Hendriks Buijtenhuijs
(zie kw. nr. ⇒ 567 sub a),
tr. 2o 1762-1768[135]
Jacomina Dijkmans, ovl./beg. Apeldoorn 3/9-1-1784.
Uit beide huwelijken nageslacht.
-
cc. Cornelis Teunis, ged. geref. Apeldoorn 23-2-1721, ovl./beg. Apeldoorn 25/28-11-1774, tr. vóór 1737[136]
Annetje Harmens (Heim(er)ink), ovl./beg. Apeldoorn 7/13-3-1753.
Uit dit huwelijk nageslacht.
Uit zijn tweede huwelijk (Wijnen-Buurman) :[137]
-
dd. Steven Teunis, ged. geref. Apeldoorn 10-12-1724, ovl. jong?
-
ee. Steven Teunis, ged. geref. Apeldoorn 8-12-1726, ovl./beg. Apeldoorn 31-1/6-2-1800, tr. vóór 1752[138]
Jenneken Jansen, ovl./beg. Apeldoorn 12/19-1-1801 ("verdronken").
Uit dit huwelijk nageslacht.
-
4. Lubbert Wijnen, ged. Apeldoorn geref. 28-3-1675, ovl. jong.
-
5. Lubbert Wijnen, ged. Apeldoorn geref. 22-9-1678, beg. Hattem 27-10-1741, otr. Hattem 23-11-1720 (met attestatie van Alkmaar),[139]
otr. Alkmaar 8-12-1720
Gerardina Everts (van Barneveld), ged. Hattem 3-2-1697, ovl./beg. Hattem 12/17-12-1773, arbeidster (1749),
geref. lidmaat te Alkmaar op attestatie,[140]
dr. van Evert Gerrits van Barneveld en
Elisabeth Gosens van Dijk (zie hierboven).
Zij kopen op 18-12-1720 een huis in Hattem.[141]
-
aa. Wijnen Wijnen, ged. geref. Hattem 21-11-1721, ovl./beg. Hattem 13/16-6-1801, geref. lidmaat op belijdenis te Hattem (1763),
woonde als poortwachter met zijn gezin in de Dijkpoort te Hattem,
otr./tr. Hattem 19-4/4-5-1755[143]
Anna (Christina) van Assen (Asselt, Assink), ovl./beg. Hattem 13/18-11-1796, geref. lidmaat op belijdenis te Hattem (1755).
Uit dit huwelijk nageslacht.
-
bb. Evert Wijnen, ged. geref. Hattem 27-10-1723, ovl./beg. Hattem 4/7-4-1804, soldaat in 't 2e Bataillon van Clooster (1754),
geref. lidmaat op belijdenis (militieregister voor leden van het garnizoen) te Maastricht 13-12-1756,
krijgt attestattie naar Hattem 27-9-1758,
geref. lidmaat te Hattem op attestatie van Maastricht (1759),
steenfabrieksarbeider in Hattem,
otr./tr. Hattem 8/25-9-1754[144]
Hendrika Veldkamp, ovl./beg. Hattem 12/19-1-1796.
Uit dit huwelijk nageslacht.
-
cc. Nicolaus Wijnen, ged. geref. Hattem 12-8-1725, beg. Hattem 17-10-1725 (ƒ 1-8-0 begraafgeld ontvangen voor een kint van Lubb Wijnen).
-
dd. Knelis Wijnen, ged. geref. Hattem 8-9-1726, beg. Hattem 22-9-1747 (begraafrecht voor Wed. Wienens zoon).
-
ee. Gerrit Wijnen, ged. geref. Hattem 15-4-1729, beg. Hattem 3-1-1735 (begraafrecht voor een kind van Lubbert Wijnen).
-
ff. Elisabeth Wijnen, ged. geref. Hattem 4-11-1731, ovl./beg. Hattem 6/13-3-1777, otr./tr. Hattem 927/-9-1769[145]
Berend Tijssen, geb., ged. Bergen op Zoom 7-12-1750, ovl. Hattem 24-3-1823, zn. van Frederikus Coenradus Tijssen en Jacoba Veldkamp.
Uit dit huwelijk nageslacht.
-
gg. Klasina Wijnen ("bijgenaamd van Barneveld"), ged. geref. Hattem 3-1-1734, ovl. Rijswijk (ZH) 13-5-1824, j.d. van Hattum, wonende Den Haag (1765),
otr. Den Haag 5/26-5-1765[146]
Kornelis van Hattem, geb. Eck onder Tiel okt. 1741, ovl. Rijswijk (ZH) 1-5-1828, wonende onder Noordwijkerhout (1765),
zn. van Willem van Hattem en Anna Elizabeth van Uden.
-
hh. Gerrit Wijnen, ged. geref. Hattem 13-6-1736, ovl./beg. Hattem 19/21-3-1810 (ongehuwd).
-
ii. Steven Wijnen, ged. geref. Hattem 26-05-1740, ovl./beg. Hattem 16/22-2-1803 (ongehuwd), j.m. van en wonend te Hattem (1777),
otr./tr. Hattem 11-10/5-11-1777[147]
Geertruijt Visch, ged. geref. Amsterdam Noorderk. 18-3-1761, ovl/beg. Hattem 24/27-4-1799, j.d. van Amsterdam wonende onder Hattem,
dr. van Hendrik Vis en Catriena Dummenie.
-
6. Reijer Wijnen (alias Reinier van Barneveld), ged. Apeldoorn 19-10-1681, beg. 's-Gravenhage 22-6-1769 (impost f 6,--, derde klasse)[148]
,[149]
woont te Leiderdorp (1720),
otr./tr. 's-Gravenhage 7/23-5-1724[150]
Catharina Berkman(s), geb. Dordrecht, verm. dr. van Jacob Gerritse Berkman x Anna de Bruijn te Dordrecht.
-
aa. Anna Petronella van Barneveld, ged. 's-Gravenhage Nieuwe K. 8-4-1725 (get. Antony van Asselt en Johanna de Bruijn, wed. Van Assel), beg. 's-Gravenhage 9-1-1760 (impost f 8,--, overleden aan de stuipen).
-
bb. Wijnandt van Barneveld, ged. 's-Gravenhage Nieuwe K. 10-5-1727 (get. Antony van Asselt en Hendrijna van Maare, in margine "Extr. 29 Sept. 1753").
-
cc. Adriana van Barneveld, ged. 's-Gravenhage Kloosterk. 21-10-1729 (get. Antoni van Asselt en Johanna de Bruin, wed. van Asselt), beg. 's-Gravenhage 30-6-1736 ((impost f 3,--, vierde klasse).
-
dd. Johanna Adriana van Barneveld, ged. 's-Gravenhage Nieuwe K. 28-7-1737 (get. Antoni van Hasselt en Johanna de Bruijn, wed. van Hasselt), otr./tr. 's-Gravenhage Nieuwe K. 15/31-10-1769[152]
Jan de Bruijn, geb. Dordrecht.
566. WOUTER CORNELIS (VAN ASSELT) (DEN OUDSTEN), geb. Apeldoorn ca. 1635, ovl. Apeldoorn 1692-1720 [153], eigenaar van Jonkerengoed te Apeldoorn (investituur 1663),
tr. geref. Kootwijk 22-2-1667[154]
567. AALTJEN JANSDR, geb. Kootwijk ca. 1640, ovl. na 1688.
vul aan HV 4 /699, 702
Op 11-11-1663 heeft Wolter Cornelissen mit syne broeder Jan Cornelissen
"becomen investiture van het Jonkerengoed te Apeldoorn"
[155].
Op 2-7-1670 tuchtigt Wolter Cornelissen zijn vrouw Aeltjen Jans met de
helft van het Jonkerengoet
[156].
Op 28-11-1692 krijgt Wolter Cornelissen toestemming tot het vellen van bomen
[157].
Uit het huwelijk (van Asselt-Jansdr) geref. gedoopt te Apeldoorn [158]
[159]
:(¥)
| COMMENTAAR(¥)
aanvullen p150 van Asselt VI
|
-
a. C(or)nelis Wouters (van Asselt), ged. 20-9-1674, ovl./beg. Noord-Apeldoorn/Apeldoorn 7/12-3-1751 (oud 76 jr.), setter van Apeldoorn (1722) [160].
tr. ca. 1707
Hendrickje Hendrickx Buijtenhuijs, ged. geref. Apeldoorn 9-4-1680, ovl. vóór 1739, dr. van Hendrik Gerrits Buijtenhuijs, landbouwer in de Wenumermark en Jentien Jansen[161].
Zie HV.
Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:
-
1. Gerritje Cornelis van Asselt, ged. geref. Apeldoorn 24-8-1711 (als Grietien, dochter van Kneelis Wouters en Hendrickien Hendricks, ovl./beg. Apeldoorn 15/19-7-1762, tr. vóór 1749[162]
Wijn Teunis, ged. geref. Apeldoorn 18-9-1718, ovl./beg. Apeldoorn 9/13-9-1780, zn. van Teunis Wijnen en Willemtje Freriks
(zie kw. nr. ⇒ 61 sub g/3).
-
b. Lubbert Wouters (van Asselt), ged. 3-3-1678, ovl. jong.
-
c. Lubbert Wouters (van Asselt), ged. 23-2-1679, tr.[163]
J(oh)anna Jans van Loon.
-
1. Lijsebeth Lubberts (van Asselt), ged. geref. Apeldoorn 12-2-1702.
-
2. Wouter Lubberts (van Asselt), ged. geref. Apeldoorn 22-7-1703.
-
3. Jannes Lubberts (van Asselt), ged. geref. Apeldoorn 29-2-1705 (sic! 29 feb!).
-
4. Aaltien Lubberts (van Asselt), ged. geref. Apeldoorn 11-3-1708.
-
d. Lijsbetjen (Elisabeth) Wouters (van Asselt), ged. 19-2-1682, ovl. vóór 1737,[165]
tr. ca. 1706
Derck Hendricks Hissink, ged. geref. 11-6-1682, ovl. vóór 1737,[166]
zn van Henderick Dercks Hissink en Zwaantje Jansen.
-
e. Antonij (Thonis) Wouters (van Asselt), ged. 22-7-1688, beg. 's-Gravenhage Kloosterk (impost f. 30,--) 2-3-1782 ((ovl. aan verval van krachten, oud 93 jr.), meesterbakker, burger geworden in Den Haag op 25-4-1714,
laat bij testament ('s-Gravenhage 4 623/57, 63 van 5-5-1779) na aan de
kindskinderen van Lubbert Goutkuijl f. 2.000,-,
doopget. (1725..1737),
otr./tr. 1o 's-Gravenhage geref. Nieuwe K. 20-5/3-6-1714
Neeltje van der Swet, geb. Maassluis, ovl. 's-Gravenhage 19-12-1725 (impost f. 6,- .), otr./tr. 2o 's-Gravenhage geref. Engelsche K. 8/22-9-1726
Hendrina van Maren (Marle), geb./ged. 's-Gravenhage /23-10-1689 (get. Jakobus Verhoef en Geertruijd Toll), ovl. 's-Gravenhage 17-2-1770 (oud 80 jr.), doopget. (1727),
dochter van Kornelis van Maren (Marle) en Jakoba Tullings.
-
f. Jenneke Wouters (van Asselt), ged. 22-7-1688, (=kw. nr. 283).
576. BEREND HENDRIKS HOPSTER (ook SNIJDER)(¥), geb. vóór ca. 1660, ovl. Vriezenveen ca. 1734, tr.[167]
577. (JANNA BERENTS?) SNIJDER (?), geb. vóór ca. 1660.
COMMENTAAR(¥)
Hij is mogelijk een zoon van Hermann von Hopseten (1600-1675) en
Barbara Vulbier, die in 1623 uit Hopsten (D) vluchten vanwege hevige
gevechten in de Dertigjarige Oorlog. Zij vestigen zich op de Haar (te
Altenrheine-Barentelge). Na 1672 noemt hij zich Hopster. Hij zou afstammen van
een oud geslacht von Hopseten te Osnabrück (1200-1600).
[168]
In 1300 bouwt Johannes von Hopseten de St. Georg Kapelle te Hopsten.[169]
In het register van de 1000e penning in het jaar 1694 te Vriezenveen
[170]
komen voor Berent Herms met een eigen vermogen van ƒ 5000, en
Berent Herms met een eigen vermogen van ƒ 500. Zou een van beiden Berend Hopster zijn?
|
-
a. Hendrik Berendsz Hopster (ook Schuurman of Hopman), geb. Vriezenveen ca. 1685, ovl. Vriezenveen ca, 1735, (=kw. nr. 288).
-
b. Jan Beren(d)s Hopster (ook Does), geb. vóór ca. 1690, ovl. 1736-1741, landbouwer, koopman in linnen en zaad,[172]
betaalt als Jan Berens 1 stuiver contributie (voor de huurwaarde van een woning) te Vriezenveen (1723),[173]
vermeld in het register van boterpachtplichtigen te Vriezenveen (ca. 1735) met 2½ akker land, bijgenaamd Jan Herms Cluppels of Haviks Lant, voor 8 ponden boter,[174]
tr. 1o voor 1714[175]
Geertjen Derks, geb. vóór ca. 1695, ovl. 1723-1730, tr. 2o voor 1730[176]
Jenneken Claassen Stroomers, ged. Vriezenveen 2-11-1698, ovl. 1736-1741, dr. van Klaas Harmsen Stroomers en Jenneken Berents Faijer.
Artikelen van Herman Jansen over Vriezenveen:
"De Doesjoans
Dit hoofdstuk gaat over een zeer oud boerenspul, nl. dat van de heer Jan Alberts-Doesjans-. Op dit goed woonde aan het begin der 18e eeuw , dus ongeveer 250 jaar geleden, Jan Berends Hopster. Deze Hopster ook wel Does genaamd, dreef naast zijn boerengedoetje ook een handeltje in linnen en tuinzaden. Wij kwamen dit te weten uit oude rekeningen die na het overlijden van Jan Hopster of Does, in 1741 werden ingediend. Jan zijn vrouw was toen ook reeds overleden, want de kinderen werden voor de schulden van hun vader aangesproken. Deze beliepen enige honderden guldens en vermeldden als geleverde artikelen linnen en 'hoffssaasinge' tuinzaden ...". Dochter Janna Does, gehuwd met Berend Tutertjen bleef op het erf wonen, Westeinde 511-513.
[177]
Uit zijn eerste huwelijk (Does-Derks):[178]
-
1. Berend Jansen Does, ged. Vriezenveen 1714, ovl. 1754-1773, landbouwer,
tr. 1o voor 1739[179]
Aaltje Haar, ged. Wierden 1717, ovl. 1737-1747, dr. van Berend Berends van de Haar en Jenne Pauwel Gerligs,
tr. 2o voor 1747[180]
Janna Hendriks, ged. Vriezenveen 1710, ovl. na 1754, dr. van Henrik Roelofz Strijkerboer, landbouwer, en Anneken Henrikz Huls.
Uit zijn eerste huwelijk (Does-Haar):[181]
-
aa. Geertjen Berend Does, geb. 1737-1739, ovl. 1787-1825, tr.[182]
Hendrik Berends Smelt, geb. Vriezenveen 1739, ovl. Vriezenveen 1825, wever,
zn. van Berend Smelt, landbouwer, en Jennegjen Hendriks.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
Uit zijn tweede huwelijk (Does-Hendriks):[183]
-
bb. Aeltjen Berends, ged. Vriezenveen 1747, ovl. Vriezenveen 1790-1793, tr.[184]
Hendrik Jan Gerritsen, ged. Hellendoorn 1741, ovl. Vriezenveen 1812, landbouwer,
zn. van Garret Lucassen Harmsen en Janna Berents Soupenberg.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
cc. Jenneken Berends, geb. 1738-1748, ovl. na 1748.
-
dd. Geertjen Berends, geb. 1738-1748, ovl. na 1748.
-
ee. Antjen Berends, ged. Vriezenveen 1750.
-
ff. Janna Berends, ged. Vriezenveen 1752, ovl. 1752-1754.
-
gg. Janna Berends, ged. Vriezenveen 1754.
-
2. Janna Does, ged. Vriezenveen 1716, ovl. na 1755, tr.[185]
Berend Tut(t)ertjen, ged. Vriezenveen 1716, ovl. na 1755, zn. van Klaes Berends Tuttertjen en Jennigjen Lucas.
-
aa. Geertjen Tutertjen, ged. Vriezenveen 1746, ovl. na 1748.
-
bb. Jenneken Tutertjen, ged. Vriezenveen 1747, tr.[187]
Jannes Smelt, ged. Vriezenveen 1750, ovl. Vriezenveen 1819, betaalt, als behorend onder de inkomensklasse 150-175 gulden per jaar, ƒ 3,-- personele quotisatie te Vriezenveen voor huisnr. 372 (1808),[188]
landbouwer, wever,
zn. van Berend Smelt, landbouwer, en Jennegjen Hendriks.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
cc. Gerhardus Tutertjen, ged. Vriezenveen 1755.
-
dd. Jan Tutertjen, ged. Vriezenveen 1755.
-
3. Dijna Does, ged. Vriezenveen 1718.
-
4. Swennigjen Does, ged. Vriezenveen 1723.
Uit zijn tweede huwelijk (Does-Claassen):[189]
-
5. Gerrith Does, ged. Vriezenveen 1730.
-
6. Jan Does, ged. Vriezenveen 1732, ovl. dec. 1758, beg. Vriezenveen in de kerk feb. 1759, tr.[190]
Johanna Harwigh, ged. Vriezenveen 1736, ovl. 1761-1763, dr. van Nicolaas Harwigh, procurator, secretaris, rechter, kastelein, verwalters schout te Vriezenveen, en Johanna Jansen Schol.
-
aa. Jan Does, ged. Vriezenveen 1759.
-
7. Klasina Jansen Does, geb. Vriezenveen ca. 1734, ovl. Vriezenveen 1769-1811, landbouwster,
tr. 1o [192]
Hendrijk Klaasen, ged. Vriezenveen 1733, ovl. Vriezenveen 1769-1779, landbouwer,
zn van Klaes Berends Tuttertjen en Jennigjen Lucas,
tr. 2o [193]
Jan Gerrits, ged. Vriezenveen 1752, ovl. Vriezenveen 1832, zn. van Gerrit Jansen Wonde en Jenneken Jansen Olijslager.
Uit zijn eerste huwelijk (Does-Klaasen):[194]
-
aa. Cunnegjen Klaasen, ged. Vriezenveen 1761.
-
bb. Janna Hendriksen, ged. Vriezenveen 1763, ovl. Vriezenveen 1837, landbouwster,
betaalt, als wed. H. Scholten behorend onder de inkomensklasse 50-75 gulden per jaar, ƒ 1,-- personele quotisatie te Vriezenveen voor huisnr. 198 (1808),[195]
tr. 1o [196]
Hermannes Harmsen Scholten, ged. Vriezenveen 1759, ovl. Vriezenveen 1808, landbouwer,
zn. van Harmen Jansen en Geertjen Costers,
tr. 2o Vriezenveen 1811[197]
Albert Jansen Knol, ged. Vriezenveen 1777, ovl. Vriezenveen 1850, landbouwer,
betaalt, als behorend onder de inkomensklasse 50-75 gulden per jaar, ƒ 1,-- personele quotisatie te Vriezenveen voor huisnr. 154 (1808),[198]
zn. van Jan Knol, landbouwer, en Aaltjen Boers, landbouwster.
-
cc. Kunnegjen Klaasen, ged. Vriezenveen 1765, ovl. Vriezenveen 1839, landbouwster,
tr.[199]
Harmannus (Mannes) Tijhof, ged. Vriezenveen 1766, ovl. Vriezenveen 1840, landbouwer,
betaalt, als behorend onder de (laagste) inkomensklasse, ƒ 0,50 personele quotisatie te Vriezenveen voor huisnr. 390 (1808),[200]
zn. van Jan Tijhof en Geesjen Harmsens.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
dd. Jennegjen Klaasen, ged. Vriezenveen 1767.
-
ee. Jan Hendriksen, ged. Vriezenveen 1769, ovl. Vriezenveen 1831, landbouwer en kramer,
tr.[201]
Johanna Hartog, ged. Vriezenveen 1774, ovl. Vriezenveen 1839, landbouwster,
dr. van Hermen Hartog en Hendrijkjen Frijlink.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
8. Gerrit Does, ged. Vriezenveen 1736.
-
c. NN Berends, geb. Vriezenveen ca. 1690, ovl. (Wierden ?) na 1741.
-
d. Gerrit Berents Hopster (alias Servi(j)s, Servus), geb. vóór ca. 1700, ovl. na 1751, tr. 1o vóór ca. 1725
Geesje Gerrits, geb. Vriezenveen ca. 1690, ovl. vóór 1728, dr. van Gerrit Jansen de Witte en NN Jansen Glas (zie 3028,b)
betaalt als Gerrit Berens Servijs 6 stuiver contributie en ƒ 1,8,2 verponding (voor de huurwaarde van een woning) te Vriezenveen (1723),[202]
vermeld als Gerrit Berents Servijs in het register van boterpachtplichtigen te Vriezenveen (ca. 1735) met bijna 2 akker land voor 7½ ponden boter,[203]
tr. vóór 1728[204]
Aeltjen Jansen Faijer, geb. vóór ca. 1710, ovl. na 1748, dr. van Jan Jansen Faijer en Hendrikjen Berents ten Cate.
|
Akte d.d. 10-7-1734 uit het Huisarchief Almelo,[205]
waaruit blijkt dat Gerrit Berents Hopster het alias Servis voerde.
Foto: Erik Berkhof, 2007.
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
1. Jan Gerritsen Servijs, ged. Vriezenveen 30-5-1728[207], ovl. 1764-1785, linnenkoopman,
hofleverancier van de tsaar te St. Petersburg,
[208]
ging in 1751 op jacht met de tsarina samen met een andere Vriezenveense linnenkoopman Gerrit ten Cate,[209]
tr. 1o [210]
Magdalena Harwigh, ged. Vriezenveen 2-12-1725[211], ovl. 1755-1773, dr. van Nicolaas Harwigh en Johanna Jansen Schol,
tr. 2o [212]
Metjen Smelt, ged. Vriezenveen 1-12-1743, ovl. Vriezenveen 13-1-1809,[213]
dr. van Hermen Smelt en Fennegjen Gerrits Smelt.
Zij hertr. Jan Evertman.
Uit zijn eerste huwelijk (Servijs-Harwigh):[214]
-
aa. Gerhardus Jansen, ged. Vriezenveen 1755.
-
2. Berend Gerrits, ged. Vriezenveen 1730, ovl. na 1751.
-
e. Jenneken Berends, geb. vóór ca. 1705, ovl. na 1748, tr. vóór 1723[215]
Lukas Jansen Schoemaker, geb. vóór ca. 1700, ovl. Vriezenveen na 6-9-1755, heeft een erf op het Westeinde en heeft in 1735 2 akkers in eigendom die tot het "Albert Berents of Kraentien Leks Lant" behoren, geedeeld met Albert Berends (Grobben) en Berend Engbers Schoemaker,
vermeld in de volkstelling Vriezenveen 1748 met twee kinderen (Zwenne en Berent),
vermeld in het register van de 1000e penning Vriezenveen in 1751 met een vermogen van 400 gulden,
zn. van Jan Roelofs Schoemaker (Tout) en Metjen Jansen.
Op 23-7-1731 is er een ruzie tussen Gerrit Jansen Vleege, Derk Timmer en Lucas Jansen Schoemaker ten huize van de kroeg van Jan ten Cate (ook wel de weert genoemd).
[216]
-
1. Berent Lucas Schoenmaker, ged. Vriezenveen 23-3-1723, beg. Vriezenveen 1806, treedt op als voogd over de kinderen van zijn zuster Janna (1780),
doopgetuige bij zijn kleinzoon Barent in de Amsterdamse Westerkerk 1788),
testeert in 1805,
tr.[218]
Metjen Hoek, ged. Vriezenveen 10-7-1729, ovl. na 1770, dienstbode bij haar oom Gerrit Jansen Fronten en Janna Berends (Klooster) aan het Oosteinde te Vriezenveen (1748),[219]
dr. van Hendrik Harmsen Hoek, landbouwer, en Maria Jansen Fronten.
Hieruit verder nageslacht bekend.
Op 14-5-1770: verkoopt Hendrina Jansen, wed. van Frederik Feijer, 3 koeweiden in het zogenaamde Pillenland voor een bedrag van 75 car. guldens aan Berent Lucas Schoemaker en zijn echtgenote Mettjen Hoek.
[220]
-
2. Janna Lukassen Schoemaker, ged. Vriezenveen 3-11-1726, ovl. na 1779, j.d. van Lukas Jansen wonend te Vriezenveen (1755),
wordt in het belastingkohier van de reliqua van 1775 en het geslacht van hetzelfde jaar genoemd als de wed. Klaas Jansen,
tr. Vriezenveen 6-9-1755[221]
Klaas Jansen (ook Berents), ged. Vriezenveen 10-12-1724, ovl. vóór 1775, nagelaten zoon van Jan Berends wonend te Vriezenveen (1755),
betaalt in 1758 inzake het hoofdgeld voor 3 personen 14 stuivers,
wordt nog in het hoofdgeldkohier van 1779/1780 genoemd, maar is dan feitelijk al overleden,
zoon van Jaen Berends en Jenneken Janz.
Hieruit verder nageslacht bekend.
Op 14-11-1778 verklaart Janna Luicas, wed. van Claes Jansen, verklaart schuldig te zijn aan:
- haar broer Berend Luicas Schoemaker 417 gulden vanwege ten genoegen van haar betaalde rekeningen,
- Luicas Derksen 123 gulden.
- de wed. van wijlen Jan Evertmans ....
Ze verhypotheceert daarvoor haar land en huis gelegen op het Olde Scholland (gelegen in het Westeinde), 5 wand bouwland gelegen op het Sijmesland en een akker land beginnen vanaf de dorpsstraat tot aan de Oudeweg, en ½ akker Hoevenland op de Westerhoeven.[222]
In september 1780 verkopen Berent Luicas [223]
en Berent ten Cate als voogden van de minderjarige kinderen van wijlen Claas Jansen en huisvrouw Janna Luicas Schoemaaker het huis met een goorden van 300 roeden op het Scholsland, gelegen tussen het erf van de wed. Jan Gerritsen (oostwaarts) en Sijmesland (westwaarts) voor ƒ 330,-- aan Jan Egbers Pleij. Voorts verkopen zij een stuk land, gelegen tussen het Olde Scholsland en het land van Jan Leeders, voor ƒ 120,-- aan Gerrit Gerritsen Keep en voor ƒ 90,-- een stuk land aan broer Berent Luicas Schoemaaker, en voor ƒ 60 gulden een stuk grond aan Albert Harms.[224]
-
3. Swennigjen Lucassen, ged. Vriezenveen 15-5-1729, ovl. na 1795, doopgetuige bij de doop van haar kleinkind Fredrika op hemelvaartsdag 1795 in de Oude Kerk te Amsterdam,
tr. Vriezenveen voor 1753[225]
Jan Gerritsen Hospes, ged. Vriezenveen 25-7-1728, ovl. na 1764, wordt in de volkstelling Vriezenveen van 1748 vermeld als inwonend bij zijn vader,
komt als Jan Garrijts voor in het Hoofdgeldkohier van 1760, woont aan het Oosteinde van Vriezenveen, aangeslagen voor 3 personen,
zn. van Gerrit Harmsen Hospes en Geertjen Jansen.
Hieruit verder nageslacht bekend.
Op 28-10-1752 kopen Jan Gerrits Hospes en zijn vrouw voor 130 car. guldens 160 treden land, gelegen in de landerijen van Jan Harmsen Tutertjes, van o.a. Berent Gerrits Coster en Willem Jansen Post (gehuwd met Mette Jansen Snijder) als mombers voor het onmondige kind Jan Gerrits van wijlen Gerrit Gerritsen Koster en Aaltje Jansen Snijder.
[226]
Op 7-2-1760 kopen Jan Gerrits Hospes en zijn vrouw 2 koeweiden van Gerrit Willemsen Kamp en diens echtgenote Jenneken Hendriks Scheeper voor 277 guldens.
[227]
-
4. Jan Lucas(sen) Schoe(n)maker, ged. Vriezenveen ca. 1730, ovl. Kaap de Goede Hoop 6-11-1763, in dienst bij de VOC 8-5-1763,
vaart als matroos afkomstig van Friesenveen voor de kamer Zeeland van de VOC met het schip Barbara Theodora naar Batavia (uitreis 8-5-1763, aankomst Kaap de Goede Hoop 26-8-1763),
uit dienst van de VOC 6-11-1763 wegens overlijden in Kaap de Goede Hoop (geen maandbrief, wel schuldbrief).[228]
584. GEERT (HULS?).
-
a. Luicas Geers Huls, (=kw. nr. 292).
-
b. Hend. Geertsen Huls, mogelijk als Henrick Gerrits vermeld in het kohier van zoutgeld te Vriezenveen (1694) met een aanslag van f 0,10,--,[229]
In de volkstelling van Vriezenveen (1748) worden vermeld:[230]
Hend. Geertsen Huls als inwoonder bij Luicas Geers Huls (zijn broer?).
-
c. Harmen Geers Huls, als Harman Gerrits vermeld in het kohier van zoutgeld te Vriezenveen (1694) met een aanslag van f 0,0,-- (pauper),[231]
als Harmen Geersen Hols vermeld in het register van boterpachtplichtigen te Vriezenveen (ca. 1735) met 4 akker versplit land, bijgenaamd Jan Tunnes Geesen Lant, versplit, voor 6 ponden boter,
[232]
In de volkstelling van Vriezenveen (1748) worden vermeld:[233]
Harmen Geers Huls als inwoonder bij Frerik Janz. Arents.
Wat is het verband met het volgende:
Kerkelijk huwelijksboek te Vriezenveen:
Den 14 octob. 1688, door order van de Heer van Almelo ingeschreven, ende geproclameert dese personen: Hendrik Hendriksen Klein, N.S. (=nagelaten zoon) van Hendrik Hendriksen, J.M. (=jongeman), en Jennighjen Janssen, dochter van Jan Janssen Scholten, beijde op 't Friesenveen. Dese sijn niet gecopuleert door dien de Bruijdegom binnen den tijdt quam te overlijden.
Hendrik overleed dus in oktober of november 1688, na de afkondiging van het voorgenomen huwelijk.
Jennighjen Jannssen huwde ruim 3 jaar later, op 3 januari 1692, met Lucas Hendriks Huls.[234]
610. OTTO GIJSBERTS, ged. Kootwijk 29-1-1641[235]
of 7-3-1652[236]
, ovl. (obiit) 1720, molenaar op de Puurveense molen (1697), geref. lidmaat te Kootwijk (1718)[237],
tr. Kootwijk 11-1-1680 als j.m. van den Top[238]
611. (C(OR))NELISJE RIJCKS, geb. Stroe, ovl. na 1718, geref. lidmate te Kootwijk als Knelisje Rijx Otten vrouwe (1713, 1718)[239].
Zij pachten land te Kootwijkerbroek (1681).
vul aan Caudron, zie ook aldaar onder B. Otten
Op 18-10-1681 worden vermeld
twee campen landts groot omtrent seven schepel in den carspel van Cootwijck
buijrschap Cootwijckerbroeck mit alle recht ende gerechticheijt daer toe behoerende,
toecomende Willem Henricksen Vermeulen ende Heijltgen Breunissen, echteluijden.
Deze zijn anno 1681 den 17e october verpacht aen Otto Gijsbertsen ende Cornelisgen Rijcks, echteluijden, ende haeren erven voor de tijt van ses achtereen volgende jaaren
ingaende mit pinxteren 1682: jaerlicx voor de darde garve van alt coorngewasch ende
daarenboven ten profite van voors. echteluijden pachteren beswaert mit de
somme van hondert ende vijftich gl. te verrenten tegens vijff gl. vant hondert jaarlicx
ende bij expiratie der pacht jaaren te erleggen ende soo sulen buijten verkopinge niet
en geschiedede, sulcx pachteren t voors. landt in handen ende pachte
behouden ter tijt ende wijlen toe haerluijden voors. somme van 150 gl. geheel
ende al gerestitueert ende betaalt sal sijn, verblievende voors. landen daer
voor specialich verbonden. Geregistreert den 18e october 1681.[240]
-
a. Aaltje Otten, ged. Kootwijk op Puijrveen 1-2-1682 [242], ovl. na 1740, (=kw. nr. 315).
-
b. Gijsbert Otten, ged. Kootwijk 20-1-1684, ovl. na 1751, molenaar op Puurveen (1733, 1751).
Op 2-5-1741 hebben Bart Hendriksen van Essen en sijn oom Hendrick Barten vercoft en alnu
gecedeert en getransporteert aan Wouter Otten x Gerritjen Gerrits en Gijsbert Otten,
ijder voor de halffscheydt, een achtste part van een huys hoff bergh en schuur en
het onderhorige lant, neffens de molen de Puurveense Molen genaemt gelegen in
de buurschap Cootwikerbroeck, sijnde vrij allodiael, deylbaer tinsgoedt en sulx voor
een somma van vier hondert guldens. [243]
Op 2-5-1741 verkoopt en transporteert Evert Willemsen Smit voor sigh selfs en sigh sterck makende en de rato caverende voor sijn absente moeder Lijsbet Everts aen Wouter Otten x Gerritje Gerrits en Gijsbert Otten,
ijder voor de halfscheijt een sestiende part van huys hoff bergh schuur en
onderhorig lant neffens de molen de Puurveense Molen genaemt, voornoemt als
breder in voorstaende transport staet uytgedruckt en sulx voor een somma van twee
hondert guldens.
[244]
Op 2-3-1751 willen Gijsbert Otten en Wouter Otten, muldenaars tot Puurveen, beyde gesond van
lichaam, met ons gaande en staande ende haar verstand en uytspraak volkomen
magtig, disponeren over haare tijdelijke goederen.
Zij verklaarden beyde haare uyterste wille te sijn dat een van beyde de comparanten
komende te sterven, de langstlevende van haar beyde comparanten, sal sijn en
blijven eenige ende universeele erfgenaam, van alle de gerede en ongereede
goederen, hoe genaamd, waar gelegen ofte van wat natuure die weesen mogten, die
de eerste stervende met de dood ontruymen en nalaaten sal.
[245]
-
c. Grietje Otten, ged. Kootwijk 19-9-1686, ovl. na 1748, (=kw. nr. 305).
-
d. Rijck Otten, ged. Kootwijk 17-2-1689, ovl. jong? (voor 1735).
-
e. Maritjen Otten, ged. Kootwijk 21-1-1692, ovl. jong? (voor 1735).
-
f. Beertjen Otten, ged. Kootwijk 10-3-1695 of 10-3-1694[246]
, ovl./beg. Lunteren/Barneveld dec/30-12-1741[247]
, j.d. van Puirveen,
doet geref. belijdenis te Kootwijk 4-4-1719,
otr./tr. Kootwijk 8-6/2-7-1724[248]
Jan Claeszn van Middendorp, geb. Kootwijkerbroek, ged. Kootwijk 20-10-1684, ovl./beg. Kootwijkerbroek/Barneveld 15/18-4-1737,[249]
j.m. van Middeldorp,
zn. van Claas Jansen en Otje Wouters.
Op 30-10-1717 kopen Jan Klaesen en zijn moeder Otje Wouters van
Hendrik, Jan, Willem en Geenje Aelbertsen (Willem en Geertje worden
geassisteerd door Hendrik Aelbertsen hun gekozen mombaar) "een kampjen
Lants ofte hoeijvelt "Het Goor" met het halve huijs ende een acker hoff
soo als het tegenswoordig bij Jan Petersen Schoelapper bewoent ende
gebruijckt wordt, gelegen in den ampte van Bernevelt, Caspel Cootwijck,
beurschap het Cootwijckerbroeck" voor de somma van hondert taghtentigh
Crolij gult ad xx st. het stuijck ende boven dese vijf duicatons tot
een schenkkagie.[250]
Op 6-12-1753 verkoopt Hendrickje Francken, weduwe van Steeven Aartsen
aan de kinderen van Jan Klaassen voor een somma van 250 caroly guldens
haer eigendommelijk 1/8 part van seeker goeije genaemt De Wal, grenzend
ten noorden aan Cornelis Hendriksen, oostwaarts De Groote Heg, suytwaarts
De Crol en westwaarts 't land van Gerrit Klaessen.[251]
Op 20 maart 1759 verklaren Vrank Hendriksen en Hendrikje Breunissen,
eheluyden, en Gijsbertje Hendriks, weduwe van Aart Garritse, verkogt te
hebben aan de samentelijke kinderen van Jan Klaassen en Beertje Otten,
in leven eheluyden, haarlieden aandeelen bestaande in 1/20 en 1/40 part van
het erff en goet genaamt De Wal, dat bij Elbert Egberts en Lubbertje
bewoond en gebruykt wordt.[252]
-
1. Claes Jansen van Middendorp, geb./ged. Kootwijkerbroek/Kootwijk 30-9/6-10-1726, ovl. Lunteren 4-6-1786, geref. lidmaat te Kootwijk, 5-9-1753 met attestatie naar Lunteren,
tr. Kootwijk/Lunteren 9/30-3-1760[254]
Gijsbertje Willemse, geb. in 't Overwout onder Lunteren, ged. Barneveld 15-5-1724, ovl. Ede 20-2-1804, dr. van Willem Geurtsen van Veller en Willemtje Gerrits.
Uit dit huwelijk twee kinderen gedoopt te Lunteren (1761-1764).[255]
-
2. Ot Jansen van Middendorp, geb. Kootwijkerbroek, ged. Kootwijk 7-11-1728, ws overleden.
-
3. Ottho Jansen (van Middendorp), geb. Kootwijkerbroek, ged. Kootwijk 20-8-1730, ovl./beg. Kootwijkerbroek/Kootwijk 10/16-4-1800,[256]
geërfde in de buurschap Essen (1762), in Garderbroek (1765),
landbouwer, verkrijgt in 1794 door vererving o.a. het erf Middendorp te Kootwijkerbroek,[257]
bouwman (1798),
tr. Kootwijk 21-8-1768[258]
of 23-8-1768[259]
. Aartje Hendriks (Drost, Rademaker), ged. Nunspeet 3-11-1743[260]
, ovl. Kootwijkerbroek 13-5-1829[261]
, landbouwster, geref. lidmaat op belijdenis 8-6-1775 te Kootwijk,[262]
dr. van Hendrik Aartsen Drost en Marij Dirks (zie kw. nr. ⇒ 156 sub e).
Ot Janssen, 68 jaar, bouwman, gehuwd, heeft 8 kinderen, wordt in 1798 vermeld als contribuabel op de lijst van Kootwijkerbroekse ingezetenen van 18 jaar en ouder, die geschikt zijn om wapens te dragen.[263]
Het herengoed "Beert Stevensgoedt", vanaf 1651 "Den Essenboom" of "Bart Stevensgoedt" genaamd, in het ambt Ede, kerspel Garderen, buurtschap Essen.[264]
28-9-1769 : Hendrik Rademaker x Marrijtje Derks, Rikje Derks, wed. van Otto Maessens,
A.E. Hoogland, en Cornelis van Sonneveld, tijdelijk diaken van Barneveld namens
Evert Maassens x Marritje Willems, Aart Maassen x Hendrikje Jans,
Gerrit Maassen van Seumeren x A.L. Nijenhuis, Klaas Janssen x Gijsbertje Willems,
Ot Jansen x Aartje Rademaker, Otje Jansen, tezamen ergenamen van Cornelisje Woutersen,
dr. van wijlen Wouter Otten x Gerritje Gerritsen, de laatste dochter en voor de helft erfgename
van haar ouders Gerrit Gerritsen x Hendrikje Pelen, approbatie van een transport aan
Wijn Hendriks x Stijntje Pelen van 8/30 van een pandschap van een kamp met nog een hoekje bouwland.
Op 19-3-1774 verkopen en transporteren
Franck Herberden, weduwenaar van Elsjen Beerts, Wouter Francken voor sig selvs en de rato caverende voor zijn stieffmoeder Brandtje Hendriks, weduwe van Franck Wouters en Hermen Mulder x Geertjen Geurts aan Klaas Janssen x Gijsbertje Willems, Ot Janssen x Aartjen Hendriks en Otje Janssen,
de eerste comparant ½ part, de tweede 1/20 en 1/40e part en de derde comparanten
1/20 part van 't erff de Wal in de buurschap Garderbroek gelegen, zijnde in zijn geheel allodiaal deylbaar thinsgoed, voor ƒ 700,--.
[265]
Op 18-10-1779 verkopen en transporteren
Reyer Wouterssen Wincop x Tymetjen Cornelissen aan Claas Janssen x Gijsbertje Willems voor de ene helvt en
aan Ot Janssen x Aartjen Hendriks voor de andere halvscheyd,
hunlieder eygendommelijk erff en goed genaamt de Groote Heg of Wencop in
buurschap Garderbroek gelegen, zijnde vrij en allodiaal deylbaar thinsgoed, doende
jaarlijks in de ordinaris verpondinge met den maanpenning ƒ 67-5- en aan thins ƒ -8-10:, zijnde het land over het beekje langs de steeg op Drienhuysen aan, thiendpligtig
aan de Rekenkamer, als mede door drie campen lands op het eene eynd een streek
van den Essenstam op den Voorthuyser toorn aan , zijnde het overige thiend vrij,
voorts beswaart met een jaarlijksen uytgang aan de Rekencamer van 22 schepel
rogge Arnhemse maat, als mede moet dit erff jaarlijks aan den custos van Garderen
geven 44 rogge gerven en een paasch brood. Bestaande dit erff en goed in een huys
twee bergen, een schuur, drie schaapschotten en onder horige landerijen, boomen
en houtgewassen velden en slaagen en zulks voor de summa van elff duysent en
een hondert caroly guldens vrij gelt.
Verder is het coopscontract mede bedongen dat de schyding aan den hoff van de
kleijne Heg, 't geen de comparanten van dese kopers weder hebben aangekogt sal
gaan van den eyken boom, staande agter den Oven vast aan de zuyder kant nevens
den boom aan de noorderkant staande op de grond van 't erff van Jan Tuynenberg,
daar Hendrik Beertsen op woont en dat wel lijnd regt en niet verder als tot aan de
sloot die 't eynde de kleijnen Hegger hoff is.
Ook houden de verkoperen de sloot aan het eynde van de lage camp, zo ver als den
hoff gaat aan hunlieden om deselve te graven, maar zullen zij die niet wijder mogen
maken belovende deselve aldaar te zullen pooten een doorneheg anderhalve voet
binnen de schyding.
[266]
Op 18-10-1779 verkopen en transporteren
Claas Janssen x Gijsbertjen Willems mitsgaders Ot Janssen x Aartjen Hendriks
aan Reyer Wouterssen Wincop x Tymetjen Cornelissen.
hunlieder eygendommelijk erff en goed de Kleyne Heg gelegen in buurschap
Garderbroek, zijnde vrij en allodiaal deylbaar thinsgoed, doende jaarlijks in de
ordinaris verpondinge ƒ 3-10- en aan thins aan de Rekencamer ƒ -2-2, voorts zijn
gerechtigheyt aan de Maalen van Garderen, en dat alles voor ƒ 1200,-- vrijgelt.
[267]
Op 8-6-1780 verklaren Lubbert Egberts en Woutertjen Everts ehel. en
Wouter Egbertsen en Stijntjen Gerrits ehel. maritis tutoribus vercogt
te hebben aan Klaas Janssen en Gijsbertjen Willems ehel. en Ot Janssen
en Aartjen Hendriks ehel. een 1/8 part van erff en goed De Wal genaamt. waar
van de overige parten kopers toebehoren.[268]
Uit dit huwelijk acht kinderen geboren/gedoopt te Kootwijkerbroek/Kootwijk (1769-1788)[269]
, waaronder[270]
:
-
aa. Cornelis Otten van Middendorp, ged. Kootwijkerbroek 4-6-1779, ovl. Garderen 3-4-1834, landbouwer,
tr. Garderen 4-10-1811[271]
Jannetje Jans van Hiegt (van 't Heest), geb. Kootwijk 1-5-1787.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aaa. Evert van Middendorp, geb. Barneveld 1830/31, tr. Barneveld 2-11-1854
Geurtje van 't Hol, geb. Barneveld 1830/31, dr. van Jan Teunissen van 't Hol en Cornelisje Jans van Berghuis.
-
4. Wouter Jansen van Middendorp, geb. Kootwijkerbroek, ged. Kootwijk 14-9-1732, ovl. vóór 1794 (magescheid).
-
5. Otje Jansen van Middendorp, geb. Kootwijkerbroek, ged. Kootwijk 14-2-1734, ovl. na 1785, verm. niet gehuwd.
Op 1-3-1785 koopt Otje Jansen van Jan Gerritsen en zijn vrouw
Fijtje Aerts, Lambert Roeleven, Aart Lamberts en zijn zuster
Maria Lamberts een "camp lands hoog en laag, het Goor genaamt, in
den Ampte Barneveld, buurschap Cootwijckerbroek gelegen, sijnde vrij
allodiaal deilbaar goed voor ene somma van hondert en een en tachtig
guldens.[272]
-
g. Wouter Otten, ged. Kootwijk 20-6-1697, ovl. ("obiit") mrt 1767, belender te Kootwijkerbroek (1738, 1755),
molenaar op Puurveen (1733, 1751),
geërfde te Kootwijkerbroek (1751..1757), te Elspeet (1756), te Garderbroek (1758, 1759),
tr. vóór 1741
Gerritje Gerritsen, ovl. na 1763, dr. van Gerrit Gerritsen en Hendrikje Pelen.
Op 2-5-1741 hebben Bart Hendriksen van Essen en sijn oom Hendrick Barten vercoft en alnu
gecedeert en getransporteert aan Wouter Otten x Gerritjen Gerrits en Gijsbert Otten,
ijder voor de halffscheydt, een achtste part van een huys hoff bergh en schuur en
het onderhorige lant, neffens de molen de Puurveense Molen genaemt gelegen in
de buurschap Cootwikerbroeck, sijnde vrij allodiael, deylbaer tinsgoedt en sulx voor
een somma van vier hondert guldens. [273]
Op 2-5-1741 verkoopt en transporteert Evert Willemsen Smit voor sigh selfs en sigh sterck makende en de rato caverende voor sijn absente moeder Lijsbet Everts aen Wouter Otten x Gerritje Gerrits en Gijsbert Otten,
ijder voor de halfscheijt een sestiende part van huys hoff bergh schuur en
onderhorig lant neffens de molen de Puurveense Molen genaemt, voornoemt als
breder in voorstaende transport staet uytgedruckt en sulx voor een somma van twee
hondert guldens.
[274]
Op 8-1-1750 doet
Wouter Otten peijnden aan de goederen van Aalt van der Hoef en desselfs ehevrouw Maria van Coot, laatst weduwe en alnog boedelhouderse en tugtenaarse van wijlen Jan van Dompseler Heijmans, alsmede op de goederen van de samentlijke kinderen en erfgenaamen van Jan van Dompseler Heijmans.
Het betreft de ongerede goederen van Jan van Dompseler Heijmans en Maria van Coot speciaal aan huijs
hof berg en schuur soo bij pandvorderen bewoond en gebruijkt wordende, gelijk ook twee hoven
aan de Arnhemsewegh en 't soo genaamde Cooterland, alle in en omtrent den dorpe van
Barnevelt gelegen soo als dit een en ander bij Maria van Coot voornoemt in tugt beseeten word.
Ten eijnde om betalinge te erlangen van een somma van een hondert guldens, schuldbekentenis
ondertekent door Jan van Dompseler Heijmans in dat den 28 december 1728.
Na vertoonde quitantie dese geroijeert.
[275]
Op 2-3-1751 willen Gijsbert Otten en Wouter Otten, muldenaars tot Puurveen, beyde gesond van
lichaam, met ons gaande en staande ende haar verstand en uytspraak volkomen
magtig, disponeren over haare tijdelijke goederen.
Zij verklaarden beyde haare uyterste wille te sijn dat een van beyde de comparanten
komende te sterven, de langstlevende van haar beyde comparanten, sal sijn en
blijven eenige ende universeele erfgenaam, van alle de gerede en ongereede
goederen, hoe genaamd, waar gelegen ofte van wat natuure die weesen mogten, die
de eerste stervende met de dood ontruymen en nalaaten sal.
[276]
Op 28-9-1754 compareren
Hendrik van den Engh ende Killiaan van Steendeler, voor haar selfs en als volmagtiger van
P.H. van Golsteijn, Heere van Grunsfoort en Groot Appel etc. luyd acte van substitutie
gepasseert voor den schout van Nijkerk en sulks uyt kragte van speciaale volmagten door
Henderik van Greevengoed, Reijer van Harsselaer x Reijntjen van den Engh, Killiaan van Steendeler x Grietje van Greevengoed en Reijntje van Grevengoed luyd acte in dato den 23
maart 1753 en door Henderik van den Engh voor sigh selfs en voor sijn suster Elisabet van
den Engh weduwe van Henderik van den Hoeff, Renger Jacob en Rijkert van Greevengoed,
alle als naaste bloedverwanten en erfgenaamen ab intestato van de heer Reijnier Lijvens,
luyd acte in dato de eerste april 1752 beijde mede voor den scholtis van Nijkerk en
gerigtsluyden op 's Hoogh Welgeboren Gestrengen gepasseert en verleend bij 't passeeren
deses vertoont en verleesen ingevolge conditien in dato, hebben in onverbrekelijken erffcoop
verkogt en alnu getransporteert aan Henderik Cortis x Lubbertje Lucassen voor de eene
geregte halfscheyd en aan Wouter Otten x Gerretjen Garrits de geregte andere halfscheyd,
welke laaste genaamde eheluyden van Jan Veenenburgh hebben overgenomen en dus aan
haarlieden in compagnie het erff en goed Bellemans genaamt, gelegen in buurschap
Swartebroek, groot ongeveer veertigh morgen, hebbende ten oosten Hendrik Cortis en
Reijer van Harsselaer, ten westen en suyden Reijer Teunissen en 't Bierkenland en ten
noorden Hendrik Lammertse.
En een hoeks land 't Wiel genaamt onder voorschreven erff gehoorende is ten oosten
hebbende de beek, west en suyden Blankenhoeffs kinderen en noorden de vorstinne van
Elten. Sulks om en voor een somma van drie duysend vijffhondert caroli guldens.
[277]
Op 7-11-1755 zijn
Teunis Gijsbertsen x Marritje Geurs wegens opgenomen penningen schuldig
aan Wouter Otten x Garritje Garrits,
een capitaale somma van ƒ 400,--.
Als onderpand dient haerlieder plaatsje gelegen in 't Cootwijkerbroek, in voegen sij het selve aangeerft
hebben van Jacob Garritsen, sijnde vrij allodiaal deylbaar goedt.
De akte is doorgehaald vanwege royement.
[278]
Op 3-12-1755 verkopen en transporteren
Wouter Rijksen x Lijsje Garritse aan Wouter Otten x Garritje Garrits,
een vierde part in een plaatsje in Drienhuijsen in buurschap Garderbroek gelegen,
thans bewoond en gebruykt wordende bij Cornelis Hendriksen, alwaar ten noorden
Jan Stevense, suydwaarts Cootwijkerbroek, westwaarts Derk Drienhuysen en oost
cooperen selfs aangeland zijn. Sijnde vrij allodiaal goed en sulks voor ƒ 500,--.
[279]
Op 20-9-1756 zijn
Theunis Gijsbertse x Marritje Geurs wegens opgenomen penningen schuldig
aan Wouter Otten x Garritje Garrits,
een capitaale somma van ƒ 200,--.
Als onderpand dient erffje en goedtje in de buurschap Cootwijkerbroek gelegen, soo selfs
bewoonen en van Jacob Garritse hebben geerft. Geroyeert den 4e 1768.
[280]
Op 8-8-1759 verkoopt en transporteert
Rutger Jansen weduwenaar van Evertje Jans aan Wouter Otten x Garritje Garrits,
een darde part van het erff en goedtje Middendorp, soo in de buurschap
Cootwijkerbroek gelegen is en bij Wouter Jacobsen bewoond en gebruykt word.
Sijnde vrij allodiaal deylbaar thinsgoed en sulks voor ƒ 300,--.
[281]
Op 25-4-1763 is
Hendrikje Beernts in desen geassisteert met Arian Jansen Pul als haar gecoren
momber, wegens opgenomen penningen schuldig aan Wouter Otten en sijn
huijsvrouw voor de eene halfscheijd en Ott Jansen voor de andere halfscheijd,
een capitaale somma van ƒ 600,--.
Als onderpand: haar eijgendommelijk erff en goed Nosschoten, gelegen in buurschap Esveld.
Geroijeert den 23e julij 1771.
[282]
-
1. Cornelisje Wouters, geb. vóór ca. 1735, ovl. vóór 1768, verwerft in de periode 1757-1758 een aantal goederen in de buurtschappen Garderbroek, Kootwijkerbroek, Essen, die zij, kennelijk ongehuwd, in 1768 nalaat aan haar gezamenlijke erfgenamen die deze goederen in dat jaar verkopen.
Het herengoed "Beert Stevensgoedt", vanaf 1651 "Den Essenboom" of "Bart Stevensgoedt" genaamd, in het ambt Ede, kerspel Garderen, buurtschap Essen. De grootte :... etc. [283]
28-9-1769 : Hendrik Rademaker x Marrijtje Derks, Rikje Derks, wed. van
Otto Maessens, A.E. Hoogland, en Cornelis van Sonneveld, tijdelijk diaken
van Barneveld names Evert Maassens x Marritje Willems, Aart Maassen x
Hendrikje Jans, Gerrit Maassen van Seumeren x A.L. Nijenhuis, Klaas Janssen
x Gijsbertje Willems, Ot Jansen x Aartje Rademaker, Otje Jansen, tezamen
ergenamen van Cornelisje Woutersen, dr. van wijlen Wouter Otten x Gerritje Gerritsen, de laatste dochter en voor de helft erfgename van haar ouders Gerrit Gerritsen x
Hendrikje Pelen, approbatie van een transport aan Wijn Hendriks x Stijntje Pelen
van 8/30 van een pandschap van een kamp met nog een hoekje bouwland.
624. PETER AERTS (DROST), geb. vóór ca. 1650, beg. Nunspeet 9-4-1680;(¥)
onmondig in 1639,
tr. (voor 1675?)
625. FIJE EGBERTS, beg. Nunspeet 2-3-1717.
| COMMENTAAR(¥)
vul aan VG 22
|
Hullemanserve te Nunspeet[284] :
Op 24-11-1666 krijgt Lubbert Aerts Drost oprukking. Zijn broer Peter Aerts Drost bezit het overige 1/4 part.
Op 24-11-1666 krijgt Lubbert Aerts Drost approbatie van een verpanding van de zaalweer en 3/4 part in een half herengoed aan Peter Aerts Drost. Een eerdere verpanding op 22-2-1649 ten behoeve van Hendrickie Jacobs, wed. van Peel Jans Nuck, en haar kinderen is ingelost.
Op 4-4-1676 krijgt Peter Aerts Drost oprukking van een half herengoed, nadat hij investiture in de zaalweer en 3/4 part van de helft, welke hij geerfd heeft van zijn broer Lubbert Aerts Drost, heeft gekregen, die tezamen met zijn 1/4 deel van de helft het halve herengoed vormen.
Op 23-3-1682 krijgt Aert Peters Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Peter Aerts Drost.
Op 10-10-1690, op 20-1-1699 en op 19-11-1708 krijgt Aert Peters Drost oprukking.
Op 26-5-1714 krijgt Fije Egberts, wed. van Peter Aerts Drost, approbatie van een dispositie ten profijte van Aert Peters Drost en Marritien Peters en Hermtien Peters, in haar gedeelte.
Uit dit huwelijk (Drost-Egberts) geboren (o.a.?)(¥) :
COMMENTAAR(¥)
Wat is het verband met Gerritje Teunissen Drost[285]
ged. Veenendaal7-3-1680, tr. Veenendaal 21-3-1704 Aart Hendriksen. Zij is ex patre Teunis Teunis Drost x 1e. Gerritien Passchiers x 2e. Marritien Janse[286]
.
en met Geertje Jansen Drost in 1723 wed. van Gerrit Jansen Nuck.. Hij komt al voor 1699, zij als zijn h.v. 1700. Hij ovl. 1721.[287]
|
-
a. Aert Peters (Drost), geb. vóór 1682, (=kw. nr. 312).
-
b. Marritien Peters (Drost), geb. vóór 1682, ovl. na 1714.
-
c. Hermtien Peters (Drost), geb. vóór 1682, ovl. na 1714.
-
d. NN Peters (Drost), beg. Nunspeet 26-10-1675 (Peter Aarts kind begraven).
-
e. NN Peters (Drost), beg. Nunspeet 27-1-1680 (Peeter Aartsz dootboren kind begraven).
| COMMENTAAR(¥)
Volgens Ref. [288]
en [289]
zouden de nrs. 624 en 625 moeten zijn:
624. PETER HELMICHS.
625. EGBERTJEN EVERTS.
Uit dit huwelijk gedoopt te Nunspeet:[290]
-
a. Aert Peters, ged. 3-6-1660.
-
b. Hermtien Peters Drost, ged. 20-4-1663, tr. Nunspeet 28-5-1681[291]
Jan Cornelis, ged. Nunspeet (Doornspijk) 5-3-1654?, verm. zn. van Cornelis Jansen? en Hannisje Cornelis. Hij hertr. 1695. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
c. Marritien Peters, ged. 9-2-1673.
ZOEK UIT!
|
626. HERMEN WILLEMSEN (TOE WESTENDORP), ged. Epe/Westendorp 1628-1638, ovl. Epe na 1712[292], j.m. van Westendorp (Epe),
kerkmeester, diaken en ouderling te Epe,[293]
tr. Epe geref. 7-11-1658[294]
627. JANTIEN (JENNEKEN) JACOBS VORSTELMAN(S), geb. Emst, ged. Epe 27-1-1639[295]
[296]
, j.d.van de Emsterenck (Epe).
Een herengoed tot Westendorp :[297]
Op 17-2-1658 krijgt Herman Willems investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Willem Lamberts. ZOEK OP
-
a. Willem Hermsen, ged. Epe 12-11-1660, ovl. jong?
-
b. Annetje (Annechien) Hermsen (toe Westendorp), ged. Epe 13-4-1662[299], tr. Elspeet 9-6-1689 haar achterneef,[300]
Evert Peters (toe Westendorp), geb. Elspeet 1662, ovl. Epe 1740 (voor 1731?), boerrigter van Emst en Westendorp, diaken en ouderling te Epe,
zn. van Peter Helmichs toe Westendorp en Egbertjen Hendriks van Uddel (zie kw. nr. ⇒ 2504 sub d/1).
Uit dit huwelijk:[301]
[302]
-
1. Mechteld Everts (toe Westendorp), ged. Epe 30-3-1690, tr. 1o [303]
Hendrik Weyers Vorstelman, tr. 2o 18-8-1737[304]
Tijmen Petersen.
-
2. Lambert Everts (toe Westendorp), ged. Epe 29-11-1695.
-
3. Hermen Willems (toe Westendorp/Overbosch), geb. Elspeet ca. 1700, ovl. Epe 10-3-1783, zich vanaf 1749 noemend Hermen Willems Overbosch
boerrigter van Emst en Westendorp.
woonde tot 1749 op de "Emsterhof" in Westendorp, kocht vervolgens
de "Overbosch" onder Dijkhuizen bij Ede in gedeelten in de jaren 1743-1754
en ging in 1749 aldaar wonen, kocht voorts land in Zuuk (1751),
Dijkhuizen (1771, 1772) en de "Bokskamp" (1773),
tr. Epe 17-4-1733[305]
[306]
Janna van der Maaten, ged. Epe 27-7-1710, ovl. Epe 3-2-1790, dr. van Aart Lamberts van der Maaten en Annetje Jans Slijkhuis.
Uit dit huwelijk nageslacht (zie Ref. [307]).
-
4. Helmig Everts (toe Westendorp), geb. Elspeet.
-
5. Peter Everts (toe Westendorp), geb. Elspeet.
-
c. Willem Hermsen, ged. Epe 10-7-1665,[308]
tr.
Gieltien Lamberts Vorstelman.
-
d. Lambert Hermsen, ged. Epe 29-9-1667.
-
e. Geertje Hermsen, ged. Epe 18-12-1669, ovl. Epe 1744-1751, (=kw. nr. 313).
-
f. Benneken Hermsen, ged. Epe 22-12-1675, ovl. verm. jong.
-
g. Eijbertje (Egbertje) Hermsen, ged. Epe 23-1-1678, ovl. 1731-1739 (ongehuwd).
vul aan HV 571, HV 804
630. =610. OTTO GIJSBERTS.
631. =611. (C(OR))NELISJE RIJCKS.
632. HELMERT MEIJNTEN(S) (VAN ASSELT)(¥), geb. Elspeet of Assel ca. 1639[309]
, ovl. na 1713[310]
,[311]
tr. 2o Elspeet geref. 1-4-1684 [312] als wednr
WILLEMP(T)JE(N) WICHMANSDR, geb. Elspeet, tr. 1o Elspeet ca. 1669
633. TRIJNTJE JANSDR, ovl. 1682-1684.
| COMMENTAAR(¥)
Is er verband met Helmert Aertsen (van Asselt), j.m. van Harderwijk, otr.
Harderwijk Gerritgen Derricks, j.d. van Epe [313]?
|
Uit zijn eerste huwelijk (Meijntens-Jansdr) geboren :[314]
-
a. Jan Helmerts (van Asselt), (=kw. nr. 316).
-
b. Goosen Helmerts, geb. ca. 1670, tr. 1o Elspeet geref. 12-3-1696
Gerritje Laurens Bos, geb. Borkeloo, ovl. 1697/98, dochter van Laurens Bos,
tr. 2o Elspeet geref, 14-8-1698
Grietien Gerrits, ovl. 1700-1703, tr. 3o Elspeet geref. 11-3-1703
Hermtien Martens, ovl. na 1708.
Uit zijn eerste huwelijk:[315]
-
1. Laurens Goosens van Asselt, geb. Elspeet, ged. geref. Elspeet 28-11-1697, tr. 1o Elspeet geref, 25-5-1727
Johanna Jans Oostrik, geb. Amsterdam, ovl. 1727-1736, tr. 2o Elspeet geref, 6-5-1736
Grietje Peters, geb. Epe.
Uit zijn tweede huwelijk:
-
2. Trientien Goosens van Asselt, ged. geref. Elspeet 9-6-1700, beg. Harderwijk 2-11-1773, als Catharina van Asselt geref. lidmaat te Harderwijk (1719) op belijdenis,
[316]
otr./tr. Harderwijk geref. 27-4/11-5-1727
Simon Janssen, weduwnaar.
-
3. Merten Goosens van Asselt, ged. geref. Elspeet 11-5-1704.
-
4. Helmigh Goosens van Asselt, ged. geref. Elspeet 24-1-1706.
-
5. Aeltien Goosens van Asselt, ged. geref. Elspeet 25-3-1707.
-
6. Stientien Goosens van Asselt, ged. geref. Elspeet 8-7-1708.
-
c. Mei(j)nt Helmerts, ged. Elspeet geref. 10-3-1672, ovl. ca. 1747,[317]
tr. Elspeet geref. 16-7-1699[318]
Aertje Hendriks van der Vaerst.
Uit dit huwelijk (van Asselt-van der Vaerst) geref. gedoopt :[319]
,[320]
-
1. Hendrick van Asselt, ged. Elspeet 29-10-1701.
-
2. Trientien van Asselt, ged. Elspeet 18-11-1703, ovl. Lisse 26-10-1780 (oud 76 jr.), tr.
Simon Cornelisse de Graaf, ovl./beg. Lisse /18-2-1781, schepen, bloemist.
-
3. Helmert van Asselt, ged. Elspeet 4-9-1706, ovl. Hattem 23-6-1787 (oud 80 jr).
Helmert is in de lente van 1725 op belijdenis.
tr. Hattem geref. 28-11-1728 (hij oud 22 jaar)
Alida Harmse van Grol, geb. Deventer, ovl. Hattem 21-4-1779, dr. van Harm van Grol.
-
4. Janna (Johanna) van Asselt, ged. Hattem 5-5-1709, ovl. Harderwijk 14-9-1742 (oud 33 jaar), als Johanna van Asselt, huisvrouw van Aart Muller in de Bruggestraat, geref. lidmaat te Harderwijk (1729) op attestatie van Elburg,
[321]
tr. 1o Harderwijk geref. 14-11-1728 (zij oud 19 jaar)
Aart Muller, tr. 2o Hierden geref. 11-12-1735 (zij oud 26 jaar, hij 31 jaar oud)
Gerrit van Elfrinckhoff, ged. geref. Harderwijk 23-2-1704, ovl. Harderwijk 19-4-1751 (oud 47 jaar), geref. lidmaat te Harderwijk (1730) op belijdenis, wonend bij syn ouders in de Wollewevers-straet,
[322]
zoon van Jan van Elfrinckhoff en Trijntje Moijen.
-
5. Henderijn van Asselt, ged. Hattem 21-6-1711.
-
6. Geertruijd van Asselt, ged. Hattem 11-6-1713.
-
7. Henrikus van Asselt, ged. Hattem 19-4-1715.
-
8. Maria van Asselt, ged. Hattem 21-2-1717, als Marija van Asselt, dogter uijt de Bijl, geref. lidmaat te Harderwijk (1738) op belijdenis,
[323]
tr. Harderwijk geref. 18-5-1742 (oud 25 jaar)
Brand Brandsen.
-
9. Maria Margareta van Asselt, ged. Hattem 31-7-1718.
-
10. Maria Magdalena van Asselt, ged. Hattem 26-11-1719.
-
11. Lijzebeth van Asselt, ged. Hattem 19-12-1721.
-
12. Jannes van Asselt, ged. Hattem 22-3-1724, tr. Elburg geref. 8/23-5-1763
Hendrikje Wijnen, ged. Elburg.
-
d. Arent Helmerts, geb. ca. 1674, tr. Elspeet geref. 29-11-1696
Geertien Gerrits.
-
1. Gerrit Arents van Asselt, ged. geref. Elspeet 29-5-1698.
-
2. Trientien Arents van Asselt, ged. geref. Elspeet 14-1-1700.
-
3. Hendrik Arents van Asselt, ged. geref. Elspeet 27-8-1701.
-
e. Jentjen Helmerts, ged. Elspeet geref. 18-2-1677.
-
f. Trijntjen Helmerts, ged. Elspeet geref. 13-4-1679, beg. Harderwijk 15-12-1753.
-
g. Hendrik Helmerts, ged. Elspeet geref. 7-8-1681, ovl. jong?
-
h. Geertien Helmerts, ged. Elspeet geref. 23-7-1682.
Uit zijn tweede huwelijk (Meijntens-Wichmansdr):[325]
-
i. Petertien Helmerts, ged. Elspeet geref. 11-1-1685, tr. Elspeet geref. 15-2-1711
Christiaan Heijmensen.
-
j. Hendrik Helmerts (van Asselt), ged. Elspeet 3-10-1687 [326], ovl. na 1743, tr. Elspeet geref. 1-11-1711 (hij oud 24 jaar, zij oud 24 jaar) [327]
Trijntje Jans Redeker, ged. Elspeet 17-12-1686 [328], ovl. na 1743, dr. van Jan Redeker ("uyt de graafschap Lippe") en Geertje Otten.
Hendrik Helmerts, daghuurder in het dorp Voorthuizen, en vrouw betalen f 3,--,-- (1747) en f 2,5,-- (1748) hoofdgeld voor 2 personen, 1 caterstede, 5 specien.[329]
Op 5-8-1743 hebben Hendrik Jansen x Weyme Everts, Hendrik Helmertsen
x Trijntjen Jans, Jan Helmertsen x Grietjen Jans, Hendrik Reijersen
x Annetjen Jans, Beert Jansen x
Pietertjen Jacobs, Jan Willemsen Bok x Geertjen Caspers verkogt en
getransporteert aan Otto Jansen x Geertjen Lubberts
elks pro quota haar aandeel van een half huys en hof minder een sestiende
part uyt gemelde halfscheyd, staande en gelegen te Elspeet, alwaar
oostwaards de kerk en pastory te Elspeet, zuydwaards westwaards en
noordwaards de gemeene weg naast geland sijn. En sulx voor de somma van twee hondert veertien caroli guldens en vijf
stuyvers en twaalf penningen. Geerfden zijn Gerrit Teunissen Vermeer, Jan Hannissen, Jannes Evertsen. [330]
Uit dit huwelijk gedoopt te Elspeet :[331]
[332]
-
1. Geertje Hendriks van Asselt, ged. geref. Elspeet 6-11-1712 te Elspeet.
tr. Harderwijk geref. 4-5-1742 (oud 29 jaar)
Jan Cornelisse Suijk, voerman, zoon van Cornelis Suijk.
-
2. Petertje Hendriks van Asselt, ged. geref. Elspeet 25-2-1714, tr. Sloten geref. 6-4-1736 (oud 22 jaar)
Pieter Claasz Duijts, geb. ca 1710, zoon van Claas Duijts.
-
3. Willempje Hendriks van Asselt, ged. geref. Elspeet 23-8-1716.
-
4. Jannetje Hendriks van Asselt, ged. geref. Elspeet 2-10-1718.
-
5. Helmert Hendriks van Asselt, ged. geref. Elspeet 16-2-1720,[333], geref. lidmaat op 23-5-1747 te Elspeet.
otr./tr. Harderwijk geref. 24-12-1758/11-1-1759 (hij oud 38 jaar, zij oud 22 jaar)
tr. Elspeet 14-1-1759 [334]
Gerbrigje Gerrits, ged. Elspeet geref. 13-5-1736 [335].
Uit dit huwelijk geboren (o.a.?) :
-
aa. Grietje Helmerts van Asselt, ged. Elspeet 2-12-1759, ovl. vóór 1838 [336], tr. Elspeet 2-3-1783 [337]
Frederik Teunissen van de Brink, ged. Elspeet 3-8-1755, ovl. Elspeet 13-2-1838 [338], winkelier, zn. van Teunis Willemsen en Evertje Frederiks.
-
bb. Hendrik Helmerts (van Asselt), ged. Elspeet 9-5-1771[339], patentschuldig te Garderen, wonend te Elspeet (1812-1818) als slijter en tapper ("op eigen naam"),[340]
tr. Elspeet 13-7-1794[341]
Geertje Aarts, geb. Uddel.
Lijst van geleden schaden door plundering van in Engelse soldij staande Coren en bijzonder door die van den Prins Rouan geleden door de ingezetenen van het dorp en carspel Elspeet in den jare 1795 in de maant Jan(uar)i:[342]
Hendrik Helmerts van Asseld
11 schepel boekweite a 29 st(uiver) per schepel 16-10-:
1600 pond hooij a 16-10 de 1000 pond 25-15-:
6 immen 21-:-:
4 honing korven 8-:-:
1 paar schoenen, 1 koekepan 2-13-:
1 reuster, 2 mans hoeden 5-2-:
een strijkijzer :-12-:
3 halsdoeken en 1 beddelaken 3-19-:
1 paar handschoenen :-5-:
totaal 83-16-:
-
6. Evertje Hendriks van Asselt, ged. geref. Elspeet 3-6-1725.
vul aan Kw. VG 128
-
k. Wichman Helmerts van Asselt, ged. Elspeet 17-2-1689 [343], ovl. na 1757. Wigman Helmertsen, daghuurder, en vrouw te Elspeet betalen f 5,5,-- (1747) en f 3,16,-- (1748) hoofdgeld voor 2 personen, 2 kinderen van 10-15 jaar en 2 kinderen ouder dan 15 jaar, 1 heerdstede, 1 morgen, 5 specien[344].
tr. Elspeet 9-12-1714[345] (oud 25 jaar)
Hendrikje Jans, ovl. na 1747, van Elspeet.
Op 28-6-1757 hebben Wichman Helmertsen voor 1/4 part en Peter Cornelisse pro se en sigh serk makende
voor de verdere erffgenamen van Peter Otten voor 3/4 parten eygenaar,
vercoft en al nu gecedeert en getransporteert aan Hendrik Juriaansen en sijn erven een halfhuys in Elspeet staande, sijnde vrij allodiaal goed en dat voor de somma van
twee hondert vijff en twintigh guldens. Geerfden zijn Willem Brouwer, Gerrit Fredriksen. [346]
Uit dit huwelijk (van Asselt-Jans) geboren :[347]
-
1. Lambertje Wichmans van Asselt, ged. geref. Elspeet 6-1-1715, ovl. Elspeet voor 1716.
-
2. Lambertje Wichmans van Asselt, ged. geref. Elspeet 12-1-1716, als Lammertje van Asselt, dienstmaagd bij de weduwe Rigters in de Vijselstraat, geref. lidmaat te Harderwijk (1738) op belijdenis,
tr. Harderwijk geref. op 15-4-1753 (oud 37 jaar)
Berent Hendrikse van Galen, weduwnaar.
-
3. Helmert Wichmans van Asselt, ged. geref. Elspeet 18-9-1718.
-
4. Petertje Wichmans van Asselt, ged. geref. Elspeet 29-12-1719.
-
5. Helmig (Helmert) Wichmans van Asselt, ged. geref. Elspeet 31-5-1722[348], ovl. na 1799, tr. 1o Elspeet geref. 26-4-1761 (oud 38j)">8jaar) [349]
Bartje Everts, geb. Harderwijk, ovl. Elspeet voor 1762, tr. 2o Elspeet geref. 7-11-1762 (hij oud 40 jaar, zij oud 31 jaar) [350]
Petertje Gerrits, ged. Elspeet 11-2-1731, beg. Ermelo 15-2-1799 (aangifte 9-2-1799, 2 klokken, "afgerekend"), woont op de Hardenberg (1762), te Leuvenum (1799),
dr. van Gerrit Hendricksen en Grietjen Peters.
Hieruit verder nageslacht bekend.[351]
-
6. Trijntje Wichmans van Asselt, ged. geref. Elspeet 2-7-1724.
-
7. Jan Wichmans van Asselt, ged. geref. Elspeet 2-6-1727.
-
8. Willempje Wichmans van Asselt(¥), ged. geref. Elspeet 23-7-1730, tr. Hierden geref. 26-8-1760 (oud 30 jaar)
Andries op de Winkel.
| COMMENTAAR(¥)
Van haar is een mogelijk eerder huwelijk. Willemtjen Wigmans, geb. Hierden.
otr./tr. Ermelo geref. 31-10/21-11-1756
Steven Hendriksen, geb. Veldwijk .
|
-
9. Trijntje (Truitjen) Wichmans van Asselt, ged. geref. Elspeet 22-3-1733[352]
, ovl. Horst 19-9-1768 (oud 35 jaar),[353]
tr. Ermelo geref. 1-10-1758[354]
Michgel Evertsen (Essenburg), geb. Horst, ged. geref. Ermelo 1-3-1733[355], ovl. Hierden, beg. Harderwijk 13-8-1801 (oud 68 jaar), zn van Evert Michielsen (Essenburg) en Aartje Jans van Asselt van de Kijkover[356],
custos te Hierden. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
10. Evertjen Wichmans van Asselt, ged. Elspeet 21-8-1735 (hier wonen de ouders op Hardenberg).
-
l. Evert Helmerts, ged. Elspeet geref. 6-5-1694.
-
m. Willem Helmerts, ged. Elspeet geref. 10-1-1697, tr. Elspeet geref. 14-3-1723 (oud 26 jaar)
Fennigje Jans (of Gerrits?).
-
1. Hendrikje Willemsen van Asselt, ged. geref. Elspeet 27-2-1724.
-
2. Willemtie Willemsen van Asselt, ged. geref. Elspeet 14-12-1726.
-
3. Jan Willemsen van Asselt, ged. geref. Elspeet 22-4-1730.
-
4. Jan Willemsen van Asselt, ged. geref. Elspeet 6-9-1733.
-
5. Petertje Willemsen van Asselt, ged. geref. Elspeet 4-6-1739.
-
6. Helmert Willemsen van Asselt, ged. geref. Elspeet 20-5-1742, otr./tr. 1o Harderwijk/Elspeet geref. 13/27-5-1770 (oud 28 jaar)
Geurtje Willems, geb. Elspeet, ovl. vóór 1775, tr 2) Elspeet geref. 14-1-1775(oud 32 jaar).
Dirkien Wouters, geb. Tonsel/Harderwijk.
-
n. Hannisien Helmerts, ged. Elspeet geref. 13-2-1701.
640. BARTHOLOMEUS JANSZ VAN DER MEULEN(¥), geb. Den Haag vóór ca. 1620, ovl. 1674-1692, wonend als Bartholomeus van der Meulen in de Corte Craenstraet te Den Haag, betaalt
klapwakersgeld (1642),[358]
wordt op 17-3-1643 als schoenmaecke' burger van Den Haag,
mr. schoenmaker, heeft een huis op de Gevolde Gracht te Den Haag (1672),
schoenmaker in de Gevolde Laen West, betaalt ƒ 5,--,-- belasting voor
een getaxeerd vermogen van f 1000,-- (1674),[359]
[360]
testeert met Cathrijna Joostendr van der Elst in Den Haag 22-10-1640 en 9-6-1654,
doopget. (1667..1681),
otr. 2o Den Haag 15-4-1668[361]
MAEIJKE(N) ROOSE (ROSA, ROSEN), doopget. (1668),
mogelijk dr. van Adriaen Rosa, commis te Den Haag (1674), of Johan Rosa, burgemr. te Den Haag (1674),
tr. 1o voor 1644
641. CATHRIJN(A) JOOSTENDR VAN DER ELST, geb. 1621[362], ovl. 1663-1668.
COMMENTAAR(¥)
Wat is het verband met
JOHAN BARTHOLOMEUS VAN DER MEULEN, geb. vóór ca. 1675, ovl. vóór 1701, tr. vóór 1701
(H)Ester van (der) Vorst, ovl. na 1711. Zij hertr. (als zijn wed. wonende te Den Haag) Delft 16/17-4-1701, Den Haag 2-5-1701[363] Jacob Jaspersz van Kinschot, wednr. van Maria van der Dussen, wonende te Delft, raad en schepen van Delft, Landdrost van Delfland.
Op 7-4-1711 compareren te Delft de erven van Jacob van Kinschot, waaronder zijn weduwe Ester van Vorst teneinde enige zaken ter vemindering van de betaling van belastingen te regelen. [364]
|
The Eldest Church-Book of the English Congregation in the Hague:
"Anno 1672 the 9th of January the Consistory being assembled
to make an Election of Elders and Deakons in steade of Mr.
Jacob Havius, Elder, and Mr. Alexander Ennis, deakon, whose time
then was finished and after having called on the name of the Lord
they made choise of Mr. William Rottermont for Elder and Mr.
Van der Poel doctor, for deakonthe which alsoe after due proclamations
are invested in thire respective offices. The same day
is likewise resolved by the compleate Consistory whilst the sum(m)e
of hundred silver ducatons, which by a legacy of Mr.
Van der Heijden were bequeateth unto the poore of his church were stil1
in their hands without any proffit, that the said hundred ducatons
should be laid out for the most proffit of the poore, and having
occasion to lay them on a house that was not charged with other
depts, the Consistorie hath put it down oppon the house of
Bartholomeus van der Meulen up de gevolde gracht, whereof is made
a renthebrief by the Schepens of the Hague, a foure gilders per
conto a yeare.[365]
Uit zijn eerste huwelijk (van der Meulen-van der Elst):[366]
[367]
-
a. Pieter Bartholomeusz van der Meulen, ged. geref. 's-Gravenhage Groote Kerk 13-4-1644 (get. Joost Janssen, Anneke van der Meulen), (=kw. nr. 320).
-
b. Hendrickgen Bartholomeusdr van der Meulen, ged. geref. 's-Gravenhage Kloosterkerk 12-6-1646 (get. Bastiaen van Maseijck, Anneken van der Meulen, Hendrickgen Roetoren), ovl. jong?
-
c. Hendrickgen Bartholomeusdr van der Meulen, ged. geref. 's-Gravenhage Groote Kerk 28-7-1647 (get. Pieter van der Meulen, Anna van der Meulen).
-
d. Cornelis Bartholomeusz van der Meulen, ged. geref. 's-Gravenhage Groote Kerk 23-6-1649 (get. Leendert Taal, Anna van der Meulen).
-
e. Anna Bartholomeusdr van der Meulen, ged. geref. 's-Gravenhage Groote Kerk 1-10-1651 (get. Pieter en Anna van der Meulen), doopget. (1681, 1685, 1692, 1695, 1705).
-
f. Joost Bartholomeusz van der Meulen, ged. geref. 's-Gravenhage Groote Kerk 21-09-1653 (get. Pieter van der Meulen met sijn huijsvrou), ovl. jong?
-
g. Cornelia Bartholomeusdr van der Meulen, ged. geref. 's-Gravenhage Kloosterkerk 13-11-1654 (get. Jan Arents, Vranck Kerkhoven, Maria van Sevenhuijsen).
-
h. Josua Bartholomeusz van der Meulen, ged. geref. 's-Gravenhage Kloosterkerk 10-11-1658 (moedersnaam Catharina Joosten, get. Pieter Kaneels, Jan van Mansvelt, Maertgen Abrahams, Grietge van der Meulen), mr. schoenmaker,
otr./tr. Rotterdam geref. 18-12-1678/1-1-1679[368]
[369]
Hester Abrahams Wi(j)n(c)kelmans, ged. Rotterdam geref. 4-11-1654 (get. Rijtsaert de Jong, Engel Jacobse de Jongh), wonend op de Blaak (1679),
dr. van Abraham Wijnckelmans en Trijntge Cornelis.
-
1. Trijntie Josuasdr van der Meulen, ged. geref. 's- Gravenhage Groote Kerk 15-11-1679 (get. Trijntie Winckelmans, Jacobus Winckelmans, Elisabeth de Puit).
-
2. Bartholomeus Josuasz van der Meulen, ged. geref. 's- Gravenhage Nieuwe Kerk 20-4-1681 (get. Bartholomeus van der Meulen, Anna van der Meulen), ovl. jong?
-
3. Neeltje Josuasdr van der Meulen, ged. geref. 's- Gravenhage Nieuwe Kerk 27-6-1683 (zie 797 op blz. 55).
tr. Den Haag 7-7-1705[371]
Jacobus van der Meulen, ged. Den Haag Kloosterk. 21-5-1677, beg. Den Haag 27-8-1715, zn. van Pieter van der Meulen en Helena van Waerden (zie kw. nr. ⇒ 321 sub a).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
4. Anneke Josuasdr van der Meulen, ged. geref. 's- Gravenhage Groote Kerk 18-7-1685 (get. Anneke van der Meulen).
-
5. Abraham Josuasz van der Meulen, ged. geref. 's- Gravenhage Groote Kerk 30-11-1687 (get. Tryntje Leenderts de Puit, Lijsbeth Claas).
-
6. Bartholomeus Josuasz van der Meulen, ged. geref. 's- Gravenhage Nieuwe Kerk 30-9-1692 (get. Anna van der Meulen).
-
7. Johannis Josuasz van der Meulen, ged. geref. 's- Gravenhage Nieuwe Kerk 12-4-1695 (get. Anna van der Meulen).
-
8. Kornelia Josuasdr van der Meulen, ged. geref. 's- Gravenhage Groote Kerk 11-9-1697 (get. Kornelia Kerksiek).
-
9. Martijntie Josuasdr van der Meulen, ged. geref. 's- Gravenhage Nieuwe Kerk 30-4-1698 (get. Coenraet en sijn huijsvrou Martijntie).
-
i. Bartholomeus Bartholomeusz van der Meulen, ged. geref. 's-Gravenhage Nieuwe Kerk 13-6-1661 (get. Pieter van der Meulen, Maria Sevenhuijsen, Maria Abrahams), ovl. jong?
-
j. Sara Bartholomeusdr van der Meulen, ged. geref. 's-Gravenhage Groote Kerk 25-2-1663 (get. Pieter van der Meulen, Franck Hackquaert, Geertruijt van der Elst).
-
k. Bartholomeus Bartholomeusz van der Meulen, ged. geref. 's-Gravenhage Nieuwe Kerk 15-6-1664 (moedersnaam Catelina Joosten, get. Pieter van der Meulen, Maria Asterens, Janneke Haesart), is verm. identiek met
Bartholomeus van der Meulen(¥), doopget. (1726),
tr. vóór 1700[372]
Elisabeth Bijlandt, doopget. (1726).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Bartholomeus van der Meulen, ged. 's-Gravenhage Nieuwe Kerk 27-7-1700, ingeschreven als boekbinder in het gilde (1726),
woonde in bij de boekverkoper J. Swart (1727-verm. 1738),
huurt een huis op de Kalvermarkt (1742-1746),
tr. Scheveningse Kerk 14-10-1725[374]
Catrina Peijl (Pyl).
Op 20-4-1742 passeert een
huurovereenkomst voor notaris Leonard Bylandt te 's- Gravenhage, tussen Maria Martha Gaultier, weduwe van Pieter Bonnemaison als verhuurster en Bartholomeus van der Meulen als huurder van een huis aan de Zuidzijde van de Kalvermarkt.
[375]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :[376]
-
aa. Elizabeth van der Meulen, ged. 's-Gravenhage Kloosterkerk 19-7-1726 (get. Bartholomeus van der Meulen en Elizabeth Bijlant.
-
bb. Jezina Jacoba van der Meulen, ged. 's-Gravenhage Kloosterkerk 4-9-1735 (get. Bartholomeus van der Meulen en Elizabeth Bijlant.
642. JACOB HOGENBOOM, geb. vóór ca. 1640, doopget. (1686),
tr.
643. (CORNELIA?) NN.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. Katharina Jacobsdr Hogeboom, geb. vóór ca. 1665, (=kw. nr. 321).
-
b. Anna Hogeboom, filiatie niet bewezen,
doopget. (1689).
644. NN VAN DER MEULEN.
-
a. Davidt van der Meulen, ged. Den Haag Kloosterk. 18-4-1650, (=kw. nr. 322).
648. NN MIRGOU (MO(U)RGOU, MERGOUW, MERGAUW), alleen bekend uit de achternaam van zijn drie bekende zoons:
-
a. Abraham Mourgou (Mugoude), geb. Leiden vóór ca. 1655, wolkammer wonend op de Camp (1680), in de Raemsteech (1684), op de Garemart (1689),
huw. get. (1689),
otr. Leiden Waalse K. 26-7-1680 (get. Pieter Delfje, zijn bekende in de Hasewintsteegh, en Mary Favarck haar moeder op de Coepoortsgraft)
Mary la Roy (de Kooning, de Konink), geb. Leiden, wonend op de Coepoortsgraft (1680).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Anna Mugoude, ged. geref. Leiden Pieterskerk 1-12-1686 (get. Ida van der Schut).
-
2. Abr(ah)am Mergauw, ged. geref. Leiden Pieterskerk 8-1-1690 (moeder: Maria de Kooning !, get. Isaak Gaade, Rachel Edusel), tr.
Maria Wakke, ovl. na 1750, doopget. (1737..1744).
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1734: Marija Wakke [377]
1743: Marija Wakke [378]
1750: Marija Wakke, Testament[379]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Zara Margouw, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 13-9-1722 (get. Isaak Murgaouw, Zara de Haes).
-
b. Johannes Mirgou, geb. Leiden vóór ca. 1660, saaikronenwerker wonend op de Zijtgraft (1684),
otr. Leiden Waalse K. 24-6-1684 (get. Abraham Mirgou, zijn broer in de Raemsteech, en Annetge van der Schoot haar zuster in de Vestestraet, Lijsbeth de Smeth haar schoonzuster op de Oude Vest)
Yda (Ytge) Michiels van der Schoot (Schut, Schoten), geb. vóór ca. 1640, afkomstig van Leiden,
wed. van Pieter van Aeckervall, baggerman (huw. 1660, bij wie kinderen),
wonend op de Oude Vest (1660), op de St. Jacobsgraft (1684),
doopget. (1686, 1690),
dr. van Michiel van der Schoten en Maertge Jans.
-
c. Isaack Mergouw (Morgou), ged. Leiden 22-4-1663, ovl./beg. Leiden 30-11/7-12-1757, (=kw. nr. 324).
650. ABRAHAM EDISELLE (EDIG(I)EL(LE))(¥), geb. Leiden vóór ca. 1630, ovl. Leiden voor 1676, greinwerker wonend op de Beestemarckt (1654, 1656),
doopget. (1654), huw. get. (1656),
otr. Leiden Waalse Kerk 2-7-1654 (get. Melchior Edigielle, zijn vader wonend op de Beestemarckt, en Louysa le Par, haar moeder wonend in de St. Aechtenstraet)
651. MARY(A) SY(E) (SIJES) (LESSI)(¥), geb. Leiden vóór ca. 1635, ovl. Leiden voor 1676, wonend in de St. Aechtenstraet (1654),
doopget. (1650, 1654).
| COMMENTAAR(¥)
Bij de doop Waals 29-5-1661 te Leiden van Marie, dr. van
Andre Gelton x Jeane/Johanna le Pair/Perre zijn getuigen
Abraham Dygel, Francois Fuau, Jeanne le Perre et Marie Paieroij.
Zou Abraham Dygel identiek zijn met Abraham Ediselle?
|
| COMMENTAAR(¥)
Zij is mogelijk verwant aan (dr. van?) Pierre Sy, die op 26-7-1644 te Leiden
wordt veroordeeld tot 14 dagen hechtenis op water en brood vanwege het
verkopen van gesmokkeld bier
[380].
|
COMMENTAAR(¥)
De herkomst van Marya Sije(s) (Sie, Seij) is vooralsnog onduidelijk. Kennelijk is Louysa le Par haar moeder, maar dier huwelijk is niet te vinden.
Abraham Edigel en Marij Sijes (echtgenoten? of niet?) zijn in 1654 getuige bij de doop van Isaack zn. van Joris Hofman en Susanna de la/del Port(e)/Poorte. Dit echtpaar trouwt in 1636 waarbij haar getuige is: Mary Sij haar moeder wonend in de Marepoort. Vervolgens is zij doopgetuige (1638, 1643, 1648, 1654) bij kinderen van Joris en Susanna. Deze Mary Sij, kennelijk vóór ca. 1618 getrouwd met Anthoin del Porte, en dus geboren vóór ca. 1600, kan dus onmogelijk de moeder zijn van de kinderen van Abraham Edigel. Mogelijk zijn die dus uit een eerder huwelijk van Abraham. Of er zijn meerdere personen Mary Sijes. Van deze laatste is bekend:
Marytgen (Marie) Sy (Chy), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1654, weduwe van Anthoin del Porte (1636),
wonend bij de Marepoort (1636), in de Backersteech (1643),
tr. 1o vóór ca. 1618
Anthoin del Porte, ovl. vóór 1636, otr. 2o Leiden geref. 20-10-1636 (get. voor haar Susanne del Porte, haar dochter wonend op de Garemarct, voor hem Pierre le Roy, zijn schoonvader wonend in de Cruysstraet)
J(e)an Claris, ovl. 1636-1643, kammer, weduwnaar van Mary du Per, wonend op de Langegraft (1636),
otr. 3o Leiden geref. 18-12-1643 (get. voor haar Susanna del Poorte, haar dochter wonend in de Backersteech, voor hem Piere Biljet, zijn broer wonend in de Corte Scheijstraet)
Jean Billjet, weduwnaar van Cathalijna Houset, wonend op de Langegraft (1643).
|
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. Rachel Edisel, ged. Leiden 14-10-1657, (=kw. nr. 325).
-
b. Mary (Maria) Abrahams Edisel (Edegel), ged. Leiden Waalse K. 27-8-1662, wonend op de Geergraft (1687),
doopget. (1682..1723),
otr. Leiden geref. 4-7-1687 (get. voor haar Raechel Edegel, haar zuster wonend op de Geergraft, voor hem Mathijs Dyckman, zijn bekende wonend in de Raemsteegh)
Corstiaen (Christiaen) Ker(c)kvliet(h), droogscheerder afkomstig van Leyden (1685),
wednr. van Baertge van Engelroy,
wonend in de Raemsteegh (1685..1706),
doopget. (1695, 1696).
-
1. Maria Kerckvlijt, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 16-4-1688 (get. Abraham Edigel, Rachel Edigel).
-
2. Hendrikje Kerkvlied, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 16-10-1689 (get. Isaak Meugou, Adriaantje de Graaf).
-
3. Hesther Kerkvlied, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 13-2-1691 (get. Daniel Edigel, Annetje Bulten).
-
4. Christiaen Kerkvliet, ged. geref. Leiden Pieterskerk 12-12-1696 (get. Joannes Brouwer, Annitje Bulte).
-
5. Abraham Kerkvliet, ged. geref. Leiden Pieterskerk 9-9-1699 (get. Ysaac Morgou, Raghel Eedigel).
-
6. Maria Kerkvlied, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 10-4-1701 (get. Willem Langepée, Maria Pas).
-
c. Samuel Edisel, ged. geref. Leiden Hooglandse K. 9-1-1667 (get. Jan Joreneau, Jan le Per, Maria Valen, Susanna Bojaraa), ovl. na 1676.
Maria (11½ jaar) en Samuel (7 jaar) Edisel worden op 20-4-1676 in het
Weeshuis te Leiden opgenomen, op verzoek van Cornelis Scharp, heer van de buurt Geresteyn. Er is geen erfenis.
[381].
-
d. Janne(tge) Edi(e)selle (Edigel, Ydechelle), geb. vóór ca. 1650, ovl. vóór 1681?, doopget. (1670..1679),
woont in de Crayerstraet (1678),
tr. 1o voor 1668
Jan Chouvenouw (Jouvenaie, Jourvernaux, Souveneau ), ovl. 1671-1678, doopget. (1671),
otr. 2o Leiden geref. 1-7-1678 (get. voor hem Isaack Jacobsz de Key, zijn schoonbroer wonend in de Loyerstraet, voor haar Margriet Rouchell, haar nicht wonend op de Beestemart, en Elisabet Vaseur, haar schoondochter(¥) wonen op de Geergraft, "het derde gebod door ordere v/d Burgemeesteren opgehouden")
Jan (Johannes) (le) G(u)iljon (Gilleon, Jillion), wednr. van Elisabet Jacobs de Key,
woont op de Nieuwen Rijn (1678), in de Krayerstraet (1681).
Hij hertr. Leiden 18-4-1681 Weyntge Lodewycks, wed. van Lambert Christiaensz, wonend in de Gorstestraet.
In 1671 zijn Jean Jouveneaux en Jannetge Ediselle, eigenaar van een huis in de Kraaierstraat bon Zuid-Rijnevest en van een huis in de Gortestraat bon Zuid-Rijnevest te Leiden.
In 1682 zijn Jan Jillion en Jannetge Ediselle, eigenaar van een huis in de Kraaierstraat bon Zuid-Rijnevest te Leiden.
| COMMENTAAR(¥)
schoondochter moet verm. schoonzuster zijn.
|
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1671: Jan Jourvernaux [382]
Uit haar eerste huwelijk (Chouvenouw-Edieselle):
-
1. Jan Jouvenaie, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 8-1-1668 (get. Jan van Pene, Jannetje Gose, Marij Veilens, Marij Delmot).
-
e. Daniel Edisel (Edycel, Edijgel), geb. vóór ca. 1660, afkomstig van Leiden
greinwerker wonend op de Binnevestgraft bij de Rijnstraet (1685),
doopget. (1686..1691),
huw. get. wonend in de Raemsteegh (1687),
otr. Leiden Waalse Kerk 19-5-1685 (get. voor hem Abraham Edicel, zijn broer wonend op de Binnevestgraft bij de Rijnstraet, voor haar Barber de Graeff, haar zuster wonend in de Raemsteeg)
Adriaentje (de) Graeff, afkomstig van Leiden, wonend in de Raemsteeg (1687),
doopget. (1686, 1691).
-
1. Maria Edigel, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 30-7-1686 (get. Jan Morlegent, Abraham Edigel, Maria Edigel, Maria de Graaf).
-
2. Abigael Edijgel, ged. geref. Leiden Pieterskerk 16-8-1690 (get. Isaac de Ree, Susanna de Graaf, Jannetje du Saar).
-
f. Abraham Edygel (Edycel), geb. vóór ca. 1655, greinwerker wonend op de Geergraft (1677),
op de Binnevestgraft bij de Rijnstraet (1681..1687),
huw. get. (1685), doopget. (1681..1691),
otr. 1o Leiden Waalse Kerk 3-9-1677 (get. voor hem: Jan Schoggens, zijn oom wonend in de Crayerstraet, voor haar: Francyntge Symons, haar bekende wonend in de Haverstraet)
Elisabeth Vaseur, ovl. 1682-1687, afkomstig van Doornick, wonend op de Geergraft (1677),
huw. get. wonend op de Binnevestgraft (1681),
doopget. (1681),
otr. 2o Leiden Waalse Kerk 4-1-1687 (get. voor hem Daniel Edycel, zijn broer wonend in de Raemsteegh, voor haar Maria van der Does, haar nicht wonend op de Geergraft)
Jannetge Dusaer (du Saar), afkomstig van Leiden, wonend op de Geergraft (1687),
doopget. (1690).
Uit zijn eerste huwelijk (Edigel-Vasseur):
-
1. Maria Edigel, ged. geref. Leiden Pieterskerk 31-8-1678 (get. Jan Fregent, Isaak Pouchajn, Rachel Edigel, Esther Moote).
-
2. Esther Edigel, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 24-9-1679 (get. Abraham Sije, Rachel Edigel, Maria Edigel).
-
3. Abraham Edigel, ged. geref. Leiden Loodskerk 27-9-1682 (get. Nicolaes Eter, Isaac de Ree, Maria Edigel, Annetgen Gonber).
Uit zijn tweede huwelijk (Edigel-Dusaer):
-
4. Samuel Edijgel, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 11-12-1687 (get. Daniel Edijgel, Corstiaen Kerckvliet, Maria Fouou).
-
5. Samuel Edijgel, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 24-3-1689 (get. Philip le Douze, Rachel Edijgel).
-
6. Simeon Edisel, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 1-1-1691 (get. Jan du Saar, Adriaentje de Graef).
-
g. Ester Edijgel, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 10-3-1669 (get. Abraham del Croij, Abraham Cattel, Maria Cosart, Jannetgen Creson).
652. (NI)C(O)LAES JACOBSZ VAN DE(R) KELDER, geb. ca. 1634-1644, ovl. 1683-1686, van Leiden,
wolscheier (1664..1674),
wonend op de Nieuwe Maren (1664), Corte Houffstraet (1668..1686) te Leiden,
betaalt als Claes van den Kelder, wolscheider, wonend op Oost-Nieuwland te Leiden, ƒ 0-0-6 Klein Familiegeld (1674),[383]
doopget. (1673, 1675),
otr. 2o Leiden geref. 12-4-1675 (get. Jacob Jorisz van der Kelder, zijn vader, en Marija van Schade, haar moeder, en Jacob Jansz Doe, veertigraad, haar bekende op de Kerckgraft) en 26-4-1675[384]
MARIJA (MARYTGE) VAN SCHADE, ovl. na 1702, wed. van Anthony Crama (huw. 1673, haar moeder dan Maria Franse),
wonend op de Oude Chingel (1675), in de Hoeffstraet (1686),
doopget. (1673),
dr. van wellicht Gerret Meijndertsz van Schaden en Marija van Schaden.
Zij hertr. Leiden geref. 1-11-1686 Johannes Nierhoff, wednr. van Jacomijntge Smits, wonend op de Garenmarckt.
Hij
otr./tr. 1o Leiden/Kouderkerck geref. 26-4/11-5-1664 (get. Jacob Jorisz, zijn vader, wonend op de Nieuwe Maren, Maddalena de Beunje, haar halve zuster in de Colfmaeckersteech)
653. RACHEL DE CROY (KROEY) (DE LA CROIX), ged. Leiden 19-7-1643[385], ovl. 1673-1675, j.d., wonend op de Nieuwe Mare (1664).
Bonboeken Leiden:
Een huis in de Korte Hoefstraat ZZ, Bon Oost-Nieuwland:[386]
1-5-1668: Is bij de erfgenamen van Sara Botterweg? vercoft aen Claesz Jacobsz van de Kelder wolscheijer, belast met de voorsz. pacht om eerst 308 gld. gereet ende noch een custinghb(rief) van 1200 gld. te betalen met 100 gld. sjaers Meije 1669 .. telckens metten interest vantonbet? jegens den 15den 20sten? bij overstel? aen Isaac van Hoecke, coopman.
In margine: De gecass(eerde) custingb(rief) van (690?) gld is alh(ie)r vertoont den 10-2-1735.
24-7-1683: Is bij hem vercoft aen de gesamentlijcke erfgenamen van Isaac van Hoecke en Clara Jansdr Ruijch vrij om 400 gld.
Uit zijn eerste huwelijk (van der Kelder-de Croy):
-
a. Jacob van der Kelder, ged. Leiden Hooglandse K. 24-5-1665 (get. Jacob Jorisz van der Kelder, Lijsbet Claes en Magdalena Buinie), (=kw. nr. 326).
-
b. Ant(h)ony van de(r) Kelder, ged. Leiden Hooglandse K. 2-10-1667, wonend op de Binnevestgraft (1700),
doopget. (1708),
otr. Leiden geref. 12-6-1700 (get. voor hem Samel van der Haven, zijn bekende, voor haar Geertruyt Kroeger, haar bekende)
Anna Ste(r)(c)k, wonend in de Tweede Groenesteegh (1700).
Zij (wonend in de Groenesteegh) hertr. verm. Leiden geref. 19-7-1715 (get. o.a. Maria van der Laan, haar moeder)
Pieter Eduards, coperslagersknegt, waaruit een zoon Wijnand Eduwardus.
-
1. Claas van de Kelder, ged. geref. Leiden Pieterskerk 18-1-1702 (get. Marijtje Schade).
-
2. Antonij van der Kelder, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 7-9-1704 (get. Gerrit Sterck, Catarina Heimens).
-
3. Gerrarth van der Kelder, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 4-5-1707 (get. Gerrarth Steck, Maria Schaade).
-
4. Jannetje van der Kelder, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 22-11-1711 (get. Dirk de Jongh, Marijtje Nierhof).
-
5. Jacobus van der Kelder, ged. geref. Leiden Pieterskerk 18-11-1714 (get. Pieter Leupe, Anna Mora).
-
c. Magdalena van der Kelder, ged. Leiden Pietersk. 25-10-1673.
Uit zijn tweede huwelijk (van der Kelder-van Schade):
-
d. Elisabeth van der Kelder, ged. Leiden Hooglandse K. 3-3-1676.
-
e. Gerret van der Kelder, ged. Leiden Pietersk. 25-5-1678.
654. ROELAND KUKULEER (KEUCLAIR), ovl. na 1706, uit Doornik, huw. get. (1695, 1706),
doopget. (1692),
wonend in de Scheistraat (1695), in de Kamp (1706) te Leiden,
tr. (Doornik?) vóór ca. 1645[387]
655. FLORENCE GOIS, geb. vóór ca. 1625.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Jan Quecler (Keuclair, Quequelaer, Keuckler), geb. Doornik vóór ca. 1645, ovl. na 1706, "jeune homme de Tournai" (1667),
woont op de Breestraat (1667), Haarlemmerstraat (1670), op de Broertiesgraft (1690), op de Cellebroedersgraft (1691), in het Tevelshofje (1706),
huw. get. (1690, 1691),
doopget. (1681..1705),
otr./tr. 1o Leiden Waalse K./Voorschoten geref. 8/28-8-1667 (get. voor hem Anthony Chombaer, zijn bekende wonend op de Corte Vest, voor haar Anna Chombaer, haar nicht wonend op de Oude Maeren),[388]
Sara de (du) Forest(s) (Foreth), geb. vóór ca. 1650, ovl. 1667-1670, afkomstig van Leiden,
wonend op de Hooglantsche Kerckgraft (1664), op de Rijn (1667),
wed. van Anthony de Mortier, greinier,[389]
verm. dr. van Jan (Johan) Foreth (Forest), koopman, en Johanna (C)lamotius (la Motte),[390]
otr. 2o Leiden Waalse Kerk 7-3-1670 (get. voor hem zijn zwager Abraham du Forest wonend op de Oude Chingel, en voor haar: haar moeder (=stiefmoeder!) Maria de Va wonend op de Oude Chingel),[391]
Cat(h)arina For(r)est (Ferre, Ferzee!), geb. vóór ca. 1650, ovl. 1700-1706, afkomstig van Tourconje, wonend op de Oude Singel (1670),
doopget. (1700),
dr. van Jan (Johan) Foreth, koopman, en Magdalena du Gardeyn,[392]
tr. 3o Leiden Waalse Kerk 27-3-1706 (get. voor hem zijn vader Roeland Keuclair wonend in de Kamp, voor haar Cornelia van der Burgh, haar bekende wonend op het Tevelshofge, en Lucretia Lauderus haar bekende wonend op de Hogewoert)[393]
Maria Wieri(n)cks, geb. vóór ca. 1660, ovl. na 1709, afkomstig van Leiden,
wed. van Jaeq (Jacobus du Back, eerder van Jochem Marcusz de Kiel/Kien, wonend op de Langegraft (1678), in het Tevelshofje (1698..1709).
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1671: Jan Cucler, alle crediteuren [394]
Uit zijn eerste of tweede huwelijk (Queckler-Forest):
-
1. Roeland Quecler (Cuclair, Keuckelaer, Kukuleer), geb. vóór ca. 1670, ovl. 1702-1709, knoopmaker, wonend op de Cellebroersgracht (1691), op de Hogewoerd (1695),
doopget. (1694, 1702),
otr. 1o Leiden geref. 11-2-1691 (als Roelandt Keuckelaer, get. voor hem Jan Keuckelaer zijn vader wonend op de Cellebroedersgraft, voor haar Jenneke Ferret, haar bekende op de Garemarkt),[395]
Maria Claesdr, ovl. 1694/95, wonend op de Garenmarkt (1691), doopget. (1694),
otr. 2o Leiden geref. 9-3-1695 (als Roeland Kukuleer, get. zijn grootvader Roeland Kukuleer, wonende in de Scheistraat, en haar zuster Maria Loderus, wonend op de Garenmarkt),[396]
Lucretia Loderus (Loderich), afkomstig van Kesteren,
wonend op de Breestraat (1695), op de Oude Hogewoerd (1699..1709),
huw. get. (1706),
verm. dr. van Ds. Winandus Loderus, predikant te Kesteren, en Maria Aelts.[397]
[398]
Zij hertr. Leiden 3-8-1709 (als wed. met twee kinderen van Roeland Cuclair, get. haar aanbehuwd moeder Maria Wiericx, wonend in het Tevelshofje aan de Vierde Binnenvestgracht, en haar zuster Beatrix Loderes, wonend aan de Pieterskerk) met Isaac Gade, wednr. van Grietge van Straelen, wonend op de Uytterstegragt.[399]
Uit zijn eerste huwelijk (Kukuleer-Claesdr):
-
aa. Johannes Ceuller, ged. geref. Leiden Marekerk 28-9-1692 (get. Roeland Ceuller, Catharina Serret, Anna Claasd), ovl. jong?
Uit zijn tweede huwelijk (Kukuleer-Loderus):[400]
-
bb. Jan (Johannes) Kukler (Coucqlair, Ceuller), ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 25-3-1696 (get. Jillis Hollant en Catharina Fenet), haarsnijder wonend in de Koenesteeg (1722),
tr. 1o Leiden mei 1722 (get. zijn stiefvader Isaac Gade)[401]
Christina Rijping (Ripping), ovl. 1722-1734, tr. 2o Leiden mei 1734[402]
Grietje van Vleuten.
Uit zijn eerste huwelijk minstens twee kinderen in leven 1734.
Uit zijn tweede huwelijk (o.a.?) :
-
aaa. Christiaan Kukler, ged. Leiden Hooglandse K. 24-4-1757. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.[403]
-
cc. Elisabet Keukler, ged. geref. Leiden Loodskerk 24-11-1697 (get. Simon Boonaart, Jan Keukler, Maria Lodeerus, Katrina Keukler), ovl. na 1709.
-
2. Maddeleentje Keuckelaer, geb. vóór ca. 1680, ovl. na 1714, afkomstig van Leiden, wonend in het Tevelshoffje (1699),
otr. Leiden geref. 27-11-1699 (get. voor haar Lucretia Louderus haar zuster (=schoonzuster!) wonend op de Hogewoert, voor hem Marcus Rengers, zijn vader wonend op de Papegraft)
Frans van Hien, geb. vóór ca. 1675, ovl. (kort) voor 1732, afkomstig van Leyden,
wednr. van Marijtje Nilje,
kammaker (1696), wonend in de Gorstestraet (1696,1699),
doopget. (1697,1709),
buurtheer van de buurt Kraaienstein te Leiden (benoemd 12-7-1714 tot 1732 wegens overlijden).[404]
Hieruit verder nageslacht bekend (7 kinderen gedoopt Leiden 1700-1714).
Hij hertr. wellicht voor 1716 Jannetje Malsen.
-
3. Catharyna Keuckelaer, geb. vóór ca. 1675, ovl. verm. Leiden Gasthuis 9-5-1762 (Catharina Cuculair), afkomstig van Leiden, wonend op de Hogewoert (1696),
doopget. (1697..1714),
otr. Leiden geref. 13-9-1696 (get. voor haar Catharyna Foret, haar moeder wonend op het Tevelshoffjen, voor hem Jan de Bruyne, zijn grootvader wonend te Alphen)
Jan Veddese, afkomstig van Amsterdam, wonend op Levendael (1696).
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1731: Catharina Kuijkelier [405]
1743: Catharina Ceucler [406]
-
b. Florentia Quecler, geb. vóór ca. 1675, ovl./beg. Leiden 12/19-6-1700, (=kw. nr. 327).
-
c. Margriet Quecler (Keuckelaer), geb. vóór ca. 1670, ovl. 1745/46, afkomstig van Doornick, wonend in de Vrouwesteegh op de Haerlemstraet (1690), in de Korte Vrouwensteegh (1692), in de Scheijstraet(1695),
doopget. (1693, 1695),
otr. 1o Leiden Waalse Kerk 31-3-1690 (get. voor haar Florentia Keuckelaer, haar zuster wonend in de Vrouwesteegh op de Haerlemstraet, voor hem Jan Keuckelaer, zijn bekende wonend op de Broertiesgraft)
Abraham Delinge (Linny), ovl. 1690-1695, wolkoper, afkomstig van Provonval in Tiras (?), wonend in de Doelensteeg (1690),
otr. 2o Leiden Waalse Kerk 13-5-1695 (get. voor haar Florentia Leklair (sic!) haar zuster wonend in de Scheijstraet, en Susanna de Keune, haar bekende op de Marendorpse Achtergraft, voor hem Jacobus van de Kelder, zijn bekende wonend in de Scheijstraet),[407]
Gille le Clercq (Klair) (den Ouden), ovl. vóór 1746, greinwerker, afkomstig van Rangrokoere wonend in de Scheijstraet (1695).
In 1721 zijn Gilles le Cler en Margaretha Cuclair eigenaar van huizen te Leiden, in de Stadsvrijdom (Buiten de Marepoort), op de Lange Mare bon West-Marendorp-Landzijde, op de Oude Singel bon Zijloord.
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1735: Marguerita Cuclair [408]
1743: Margreta Ceucler [409]
1744: Margaeta Keukler [410]
1745: Margaretha Cuclair of Cuclain Testament [411]
"Wij schepenen der stad Leyden, hieronder geteykent, doen cond eenen yegelijken, dien 't bekomt, dat voor ons gekomen ende verschenen zijn
Gilles le Clercq, zo door de geboorte als 't huwelijk meerderjarig, en Jan de Noij, als in huwelijk hebbende Martha le Clercq, zijnde voorn. Gilles en Martha le Clercq kinderen ende eenige geinstitueerde erfgenamen van hunne moeder, wijlen Margareta Ceucler, in haar leven wedue van Gilles le Clercq den Ouden,
Ende bekenden by desen voor haar, haaren Erven ende Nakomelingen, uyt handen van de E.E.3 Heeren Weesmeesten deser Stede, als Opper-Voogden van alle onmondigen ende anderen toesigt-behoevende, geligt, ontfangen ende met volkomen genoegen met hen genomen te hebben, alle soodanige goederen, geschriften, papieren ende munimenten, als haar comparanten in qualite voors., vrij zonder last of verband zijn aangekomen ende opbestorven door dode en vermogens de testamente van de voorn. Margareta Ceucler die een van de vier kinderen was van Florence Gois, gewonnen by Roeland Ceucler, en mede legatarisse van Jeanne Raussou, ongehouwde persone, hare oud Moeij Maternel, tot Doornik overleden, volgens hare Testamentaire dispositie, bij haar geteekend ende gepasseerd voor den Notaris Jean Carpentier ende getuijgen tot Doornik voornd op den 12. Nove(mber) 1670 mitsgaders op den 20. Meij 1676 voor de Heeren Schout ende Schepenen aldaar geopent, alles volgens de Liquidatie en Scheijdinge daar van voor de Heeren Weesmeesteren heden gesloten ende gepasseert,
Ende welke goederen ter Wees kamer alhier tot desen dage toe, in getrouwe bewaringe gelegen ende berust hebben, egeene van dien uytgesondert, quiterende daar van by desen de E.E. Heeren Weesmeesteren voorseyt, ook de Voogden ende wyders allen anderen dien 't behoort, belovende alle deselve ende yder van hun in 't bysonder, hier af jegens yder man te indemneren, ende bevryden, onder verband als regt is.
Onder oirconden desen by ons Schepenen voornoemt geteykent,
huyden den 18. Meij 1746
Uit dit huwelijk (in 1746 nog in leven) :
-
1. Gilles le Clercq, geb./ged. Leiden Waalse K. 1/2-3-1696, ovl. vóór 1776, kammersbaas (1760),
otr.[412]
Catherine de la Maat (Delemaat), ovl. vóór 1776. Zij wonen op de Maaren omtrent de Haarlemstraat (1760).
Op 13-5-1760 testeren te Leiden Sr Gille Le Clercq, kammersbaas en Juffrouw Catharina Delemaat, echtelieden, wonende op de Maaren omtrent de Haarlemstraat. Zij
stellen elkaar tot absolute voogd of voogdesse, over eventuele minderjarige kinderen, en na 't overlijden van de Langstleevende "tot Executeur van de voorsz: haare Testamente, Redderaars van haare agtertelatene boedel en goederen, als mede tot absolute Voogden over de minderjarige Erfgenamen bij de Langstleevende naartelaten te weeten: de voorn: haare Zoon Anthony Le Clercq en haar Zoon Gille Le Clercq, ingevalle denzelven op 't overlijden van de Langstleevende, meerderjarig of getrouwt zoude mogen zijn, ende anders zo eene dezelve veniam aetatis zal hebben geobtineert."
Dit alles met uitsluitinge van de weeskamer. Getuigen
Adrianus van Waalwijk d'Jonge en Jacob van Leeuwen.
[413]
Op 24-1-1776 wordt
't Voorgaande Extract testament ter vergadering voor de Ed: Agtb. H:H: Weesmeesteren der Stad Leiden overgelevert en aldaar ge:examineert zijnde, zo hebben Anthony Le Clercq en Gille Le Clercq verklaart de voogdije daar inne gemeld dien conform aanteneemen, waar op goedgevonden is 't zelve te doen Registreeren, volgens de 10e keure dezer kamer.
[414]
Uit dit huwelijk:[415]
[416]
-
aa. Marguerite le Clercq, geb. (Leiden?) 23-3-1727, ovl. jong?
-
bb. Ant(h)oine (Antony) le Clercq, geb./ged. Leiden Waalse K. 20/22-10-1728, ovl./beg. Leiden Hooglandse Kerk 13-9-1786/..), tr.[417]
[418]
Suzanna van den IJssel, ged. Leiden geref. 2-8-1731, ovl. 1-1-1780, dr. van Willem (Jacobusz.?) van den IJssel en Jannetje Bulte(e).
Uit dit huwelijk:[419]
[420]
-
aaa. Cornelis le Clercq, geb./ged. Leiden Waalse K. * 9/12-2-1755, ovl./beg. Leiden (Cecilia Gasthuis)/Leiderdorp 7/11-12-1807, secretaris, baljuw en (1785) schout van de heerlijkheid Warmond
tr.[421]
Anna Boer, ged.. Warmond geref. 20-10-1754,
dr. van Cornelis Pieterszoon Boer en Geertje van der Harp.
-
aaaa. Anthonie le Clercq, geb. 31-1-1779, ged. Warmond, ovl. 's-Gravenhage 28-11-1841, secretaris Generaal aan het ministerie van Buitenlandse Zaken onder Koning Willem I,
tr.[423]
Maria Huijgens, ovl. 's-Gravenhage 5-5-1868, particuliere wonend te 's-Gravenhage (1832),
dr. van Adrianus Huijgens en Johanna Carré.
-
aaaaa. Cornelis le Clercq, geb. 's-Gravenhage 3-2-1802, ovl. 's-Gravenhage 9-9-1881, adjunct kommies (1832),
referendaris (1844), en
secretaris generaal aan het ministerie van Buitenlandse Zaken,
woont te 's-Gravenhage (1875)
tr. 's-Gravenhage 28-10-1875[425]
Jeanette Cornelia Susanna Ottolina Muller, geb. 15-7-1824, dr. van Abraham Muller, broeder der orde van de Nederlandschen Leeuw, gepensioneerd kamerbewaarder, en Susanna Fredrica Wilhelmina Catharina Reynaud.
-
bbbbb. Johanna Adriana le Clercq, geb. 's-Gravenhage 6-1-1804, ovl. 's-Gravenhage 9-10-1872, particuliere wonend te 's-Gravenhage (1832),
tr. 's-Gravenhage 8-8-1832
Johannes Ferdinand Vol(l)graff, geb. 's-Gravenhage 1805/06, ovl. 's-Gravenhage 13-6-1864, distillateur (1832), brander (1844), wonend te 's-Gravenhage (1832, 1844),
zn. van Johann Christoph Volgraff en Carolina Ruckert, particuliere.
-
ccccc. Anna Maria le Clercq, geb. 's-Gravenhage 15-7-1805, ovl. 's Gravenhage 9-7-1870, particuliere,
tr. 's-Gravenhage 3-7-1844[426]
Willem Gerardus de Bas, geb. 's-Gravenhage 12-10-1797, kommies aan het ministerie van Binnenlandse Zaken, wonend te 's-Gravenhage (1844),
zn. van Willem Johannes de Bas en Barendina Cornelia Gouzy, particuliere.
-
ddddd. Johannes Anthonie le Clercq, geb. 's-Gravenhage 14-4-1807, ovl. 's-Gravenhage 28-9-1880, generaal majoor bij de artillerie, adjudant van Z.H. Prins Frederik.
-
eeeee. Johannes Henricus Willem le Clercq, geb./ged. geref.Amsterdam 5/26-2-1809 (get. Joannes Henricus Huijgens en Maria Wilhelmina de la Faille), ovl. 's-Gravenhage 9-12-1885, generaal majoor der Generale Staf Oost Indië.
-
fffff. Hendrik Pieter le Clercq, geb. 7-6-1811, ovl. Amersfoort 21-5-1849, student (1832),
medicus, chirurg Amersfoort, tr. Zoetermeer 9-5-1845[427]
Maria Georgette Philippina Gautier, ovl. 11-11-1865.
-
ggggg. Maria Adriana le Clercq, geb. 26-5-1813, ovl. 's-Gravenhage 7-2-1861.
-
hhhhh. Hendrik Lambertus le Clercq, geb. 19-1-1815, ovl. 's-Gravenhage 23-11-1882, kolonel der Dragonders,
gepensioneerd ltnt. kolonel wonend te 's-Gravenhage (1877),
tr. 1o voor 1876 (niet gevonden te 's-Gravenhage)[428]
Catharina Petronella Godefrida van Bijsterveld, geb. 27-9-1837, ovl. 14-1-1876, dr. van Antonius Wilhelmus van Bijsterveld en Geertruida Maria van Emden,
tr. 2o 's-Gravenhage 19-12-1877[429]
Joanna Carolina Josephina Theresia de Groote, geb. 18-10-1847, dr. van Francois de Groote en Cornelia Elisabeth van Hove.
Uit zijn tweede huwelijk 3 kinderen.
-
iiiii. Willem le Clercq, geb. 25-12-1816, ovl. 2-11-1835.
-
jjjjj. Gertrude Agathe le Clercq, geb. 2-4-1819, ovl. 's-Gravenhage 19-11-1882.
-
kkkkk. Hendrina Antonia Gerarda le Clercq, geb. 10-11-1821, ovl. 's-Gravenhage 13-1-1902.
-
bbbb. Geertruida le Clercq, ged. Warmond 11-3-1781.
-
cccc. Martha le Clercq, ged. Warmond 1-6-1783.
-
dddd. Cornelis le Clercq, ged. Warmond 24-4-1785.
-
eeee. Pieter le Clercq, geb./ged. Warmond geref. 26-6/1-7-1787, ovl. 20-2-1839, resident van Semarang, deed zaken met zijn
zwager Johannes Lingeman, aan wie hij
koffie zond,
gouverneur van Celebes,
tr. Batavia 4-10-1821[430]
Caroline Henriette Bousquet, geb. Delft 24-9-1804, ovl. Delft 28-3-1875, dr. van Isaac Bousquet en Jeanne Francoise Marianna Monod de Froideville.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[431]
-
aaaaa. Emilie Marie Antoinette le Clercq, geb. Batavia 16-12-1822, ovl. Utrecht 20-9-1907 (ongehuwd).
-
bbbbb. Henriette Adrienne Frédérique le Clercq, geb. Magelang (Java) 28-9-1824, ovl. 's-Gravenhage 3-11-1904 (akte Utrecht: "overigens niets bekend, blijkens een ingekomen extract uit het overlijdensregister der gem. 's-Gravenhage"), tr. Paroeroldu(?) 26-4-1843[432]
Charles Henri Be(c)kking, geb. 29-1-1818, ovl. 4-8-1866. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
ccccc. Wilhelmina Frederika Maria Carolina Reiniera Le Clercq, geb. Batavia 4-4-1827, ovl. Arnhem 16-11-1897.
.
tr. 1o Breda 14-5-1846[433]
Pieter Kooy, geb. Amsterdam 2-3-1823, ovl. Amsterdam 9-10-1856, zn. van Joannes Kooij en Petronella Rouffaer,
tr. 2o Delft 25-9-1868[434]
Augustinus Raaijmakers, geb. Bergen op Zoom 25-7-1819, ovl. Arnhem 15-11-1897.
-
ddddd. Willem Hendrik Antonie le Clercq, geb. Makassar 20-9-1828, ovl. Arnhem 29-12-1887, dreef tesamen met Pieter Lambertus Kooy uit Amsterdam de vennootschap Kooy en Co,
gevestigd te Honduras, ter exploitatie van gronden voor de cultuur van suiker, tot
de liquidatie in 1872,
tr. vóór 1857[435]
Carolina Smit. Uit dit huwelijk 1 zoon (1857).
-
eeeee. Charles Eugène le Clercq, geb. Semarang 19-8-1830, ovl. Rotterdam 3-4-1895, tr. 1o
Louise Francoise Marianne de Grave, geb. Makassar 5-3-1841, ovl. Arnhem 19-8-1870, dr. van Johan Hendrik de Grave en Henriette Cornelia Louise Focquin,
tr. 2o Breda 10-7-1875 (in de huwelijksacte heet de vader van de bruid Karel Lodewijk de Bourbon!)
Augusta Marie Thérèse de Bourbon, geb. Dresden 16-5-1835, ovl. Apeldoorn 26-11-1908, dr. van Carl Naundorf(¥) en Johanna Friederika Einert.
| COMMENTAAR(¥)
Carl Naundorf beweerde Lodewijk XVII van Bourbon zijn, de zn. van de onthoofde Lodewijk XVI en Marie-Antoinette.
Inmiddels heeft DNA-onderzoek aangetoond, dat hij een bedrieger was. [436]
|
Uit zijn eerste huwelijk een zoon (1863).
-
fffff. Jean Jules Abraham le Clercq, geb. 20-6-1835, gedoopt Baarn, ovl. 1914, tr. Ngawia (? Java) 11-6-1870[437]
Emilie Clementine Cordier de Croust, geb. 5-11-1844, ovl. 1908. Uit dit huwelijk 8 kinderen.
-
ggggg. Abraham Henri Olivier le Clercq, geb. Tjandjor 1-4-1838, tr.[438]
Giesje van Reede van Oudtshoorn.
-
ffff. Lambertus le Clercq, ged. 17-5-1789, ovl. Makassar 13-6-1828, majoor in het Ned. leger op Java,
tr. Leeuwarden 30-8-1819[439]
Julia Ruitinga, geb. ca. 1792, ovl. Leeuwarden 2-9-1829.
-
aaaaa. Anna Catharina le Clercq, geb. Coevorden 26-8-1817, ovl. Leeuwarden 16-12-1835.
-
gggg. Suzanna le Clercq, geb./ged. Warmond geref. 28-1/6-2-1791, ovl. Zeist 4-7-1846, otr. Amsterdam 17-8-1810[441]
Johannes Lingeman, ged. geref. Amsterdam NoorderK. 13-1-1790, ovl. Amsterdam 16-3-1880 (get. Pieter Reijsens en Mariaa Dresiaa van de Cappelle).
makelaar in koffie en thee op de Keizersgracht in Amsterdam,
zn. van Johannes Lingeman(n), kleermaker, en
Geertruid van de Kapelle.
|
|
Portretten van Johannes Lingeman (1790-1880) en zijn echtgenote Suzanna le Clercq (1791-1846), geschilderd door hun zoon de schilder Lambertus Lingeman (1829-1894).
Bron: Ref. [442]
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
-
hhhh. Anna le Clercq, geb./ged. Warmond 29-3- 1792/...
-
iiii. Agatha le Clercq, ged. Warmond 8-1-1794.
-
jjjj. Maria le Clercq, geb./ged. Warmond 19-11-1795/...
-
kkkk. Johannis le Clercq, geb./ged. Warmond 20-1-1797/.., tr. 30-4-1820[443]
Grietje Zuilhof, geb. Noordwijk 10-2-1788, dr. van Kornelis Zuilhof en Marijtje Teeuwen.
-
aaaaa. Cornelis le Clercq, geb. Warmond 3-5-1821, bouwman,
tr.[445]
Willemijntje Kroes, dr. van Jacob Kroes en Gerritje Waasdorp.
Uit dit huwelijk 5 kinderen (1847-1854).
-
bbbbb. Anna Maria le Clercq, geb. Warmond 21-2-1822.
-
ccccc. Martinus le Clercq, geb. Warmond 1-7-1824, ovl. Warmond 21-4-1832.
-
ddddd. Anthonie le Clercq, geb. Warmond 22-2-1827, ovl. 16-7-1899, tr. 1853[446]
Christine Klaveren, geb. 16-2--1828, ovl. 15-12-1893. Uit dit huwelijk 14 kinderen (1853-1874).
-
eeeee. Martha Cornelia le Clercq, geb. Warmond 21-9-1829, tr.[447]
Willem Hoogstraten.
-
bbb. Martha le Clercq, geb. 15-10-1756, ged. Leiden (Waals), ovl. 28-2-1803, tr Leiden 18-8-1789 haar volle neef,[448]
Gilles Jean le Clercq, geb. Leiden 10-4-1763, ovl. Leiden 16-2-1802, zn. van Gille Le Clercq en Catharina Maria Brouwer. Zie hieronder voor hun nageslacht.
-
ccc. Catherine le Clercq, geb. 12-6-1753, ged. te Leiden (Waals).
-
ddd. Marie Marguerite le Clercq, geb. 22-8-1759, ged. Leiden (Waals), ovl. 16-11-1782.
-
cc. Marthe le Clercq, geb. (Leiden?) 3-1-1730, ged. Leiden (Waals), tr.[449]
Lambertus van den IJssel.
-
aaa. Ds. Cornelis Gilles van den IJssel, geb. (Leiden?) 1767, ovl. 19-10-1838. Ned. Hervormd predikant,
tr.[450]
Josina van der Wall.
-
aaaa. Martha van den IJssel, geb. 1799:
-
bbbb. Martha Catharina van den IJssel, geb. 1796, ovl. Leiden 22-11-1855.
Een van beide zusters trouwde Ds. Cornelis le Clercq (zie hieronder). ZOEK UIT
-
dd. Marguerite le Clercq, geb. (Leiden?) 30-12-1730, ovl. jong?
-
ee. Marguerite le Clercq, geb. (Leiden?) 13-12-1732, tr,[452]
Johannes Dermout.
-
aaa. Catherine Dermont, ged. Leiden 7-3-1756;.
-
bbb. Jean Dermont, ged. Leiden 19-8-1753.
-
ccc. Anthoine Dermont, geb./ged. Leiden 14-3-1760/...
-
ff. Pierre le Clercq, geb. (Leiden?) 9-4-1734, ovl. jong?
-
gg. Pierre le Clercq, geb. (Leiden?) 23-5-1735.
-
hh. Jean le Clercq, geb. (Leiden?) 9-7-1737.
-
ii. Catherine le Clercq, geb. (Leiden?) 11-7-1739, ovl 6-7-1776, tr,[453]
Roste Roskas.
-
jj. Gille Le Clercq, geb. (Leiden?) 26-2-1742, beg. Leiderdorp 6-6-1791, kammersbaas (1762), meester wolkammer,
tr. vóór 1762
Catharina Maria Brouwer, ovl. na 1791, ovl 14-12-1817.
Op 26-1-1762 testeren, Sr Gille Le Clercq, kammersbaas, en
Juffr Catharina Maria Brouwer, egteluijden, woonende op de Maare
Zij stellen elkaar tot Voogd, Voogdesse off Voogden, over eventuele minderjarige kinderen.
dat alles met Uijtsluijtinge en Weeskameren
getuijgen
Jacob Van Leeuwen en Jacobus Hanjer
[454]
Op 27-8-1791 is het Voorgaande Testament ter Vergadering van de Edele Achtbare Heeren Weesmeesten der Stad Leijden Overgeleeverd, en aldaar ge-examineert zijnde, zoo heeft Catharina Maria Brouwer verklaard de Voogdije daar inne vermeld, dien conform aanteneemen. Waar op goedgevonden is, het selve te doen Registreeren volgens de 10e Keure deser Kamer.
[455]
-
aaa. Jean Jacques le Clercq, geb. 22-1-1765, ged. Leiden (Waals), ovl. Leiden 29-7-1817, vleeshouwer,
tr.[457]
Elisabeth de Vogel, ovl. ca. 1817, dr. van Elisabeth Kraemers.
-
bbb. Gilles Jean le Clercq, geb. Leiden 10-4-1763, ovl. 16-2-1802 te Leiden, heeft een tabaksnegotie en kruideniersnering,
tr. Leiden 18-8-1789 zijn volle nicht[458]
Martha le Clercq, geb. 15-10-1756, ged. Leiden (Waals), ovl. 28-2-1803, dr. van Antony le Clercq en Suzanna van den IJssel.
-
aaaa. Joannes Antonie le Clercq, ged. 30-9-1790, vleeshouwer,
tr.[460]
Jannetje Mulder, dr. van Jacobus Mulder.
-
bbbb. Ds. Cornelis le Clercq, geb. Leiden 1794, ovl. Beek bij Nijmegen 4-10-1828, hervormd predikant te Zegveld,
tr. Linschoten 14-4-1819[461]
Martha (Catharina?) van den IJssel , geb. 1796/99?, ovl. Leiden 22-11-1855, dr. van Ds. Cornelis Gilles van den IJssel en Josina van der Wall. Zie hierboven.
-
cccc. Anthony le Clercq, geb. Leiden 1798, tr. Utrecht 30-1-1822[462]
Maria van Batenburg, geb. Utrecht 1799, dr. van Andries van Batenburg en Gijsberta van Gog.
-
ccc. Susanne Catherine le Clercq, geb. 20-11-1766, ged. Leiden (Waals), ovl. jong?
-
ddd. Susanne Catherine le Clercq, geb. 4-10-1769.
-
eee. Sophie Catherine le Clercq, geb. 2-3-1771, ged. te Leiden (Waals).
-
fff. Anthonie Corneille le Clercq, geb. 9-7-1778, ged. Leiden (Waals).
-
kk. Jeanne le Clercq, geb. (Leiden?) 31-3-1743.
-
2. Marthe le Clercq, ged. Leiden Waalse K. 13-9-1698, ovl. na 1746, tr. vóór 1746[463]
Jan de Noij, ovl. na 1746. In 1740 zijn Jan de Noy en Martha le Clercq eigenaar van huizen te Leiden, in de Gansoord bon Burgstreng, op de Oude Rijn bon Burgstreng.
-
d. NN Keuckelaer, niet met name genoemd in het bovenstaande testament (1746) van zijn/haar zuster Margriet Quecler als een van de vier kinderen was van Florence Gois, gewonnen by Roeland Ceucler.
656. CORNELIS GERRITS VAN DER BYE, ged. Heenvliet 17-5-1648 (get. Jan Cornelisz en Cornelis Hendriks), ovl. 1698/99, woont in 1680 met zijn vrouw en twee kinderen boven de 4 jaeren op de Molendijk te Heenvliet en houdt zich bezig met koehouden en arbeyden,[464]
pacht land onder Heenvliet in de Sonnewaardsehoek nr. 11 (1693),[465]
otr./tr. Abbenbroek/Heenvliet kerkelijk 3/17-1-1672[466]
657. CORNELIA ARENTS NIEMANTSVERDRIET, ged. Geervliet 14-5-1645, beg. Geervliet 28-1-1718 (in de kerk met dubbel luiden), j.d. van Heenvliet, met wie hij compareert te Heenvliet 11-1-1698,[467]
wordt als zijn weduwe genoemd als pachter van land in de Vier Hoeken buiten nr. 2 onder Heenvliet (1699),[468]
wordt in 1707 weduwe genoemd op de Molendijk te Heenvliet en woont er in 1715 nog als "onvermogende".[469]
In 1699 pacht Cornelia Arents Niemantsverdriet van de kerk van Geervliet 2 gemeten en 58 roeden weiland onder Heenvliet
[470].
Uit het huwelijk (van der Bye-Niemantsverdriet) gedoopt te Heenvliet :
-
a. Maertje (Maertge) van der Bye, ged. 28-2-1672, wordt te Heenvliet op 31-5-1693 genoemd als getuige bij de doop van Jannetje Jans van Putten,
tr.[471]
Arent Arentse Visscher.
-
b. Arent van der Bye, ged. 26-11-1673, ovl. vóór 1680.
-
c. Ariaantje Cornelisse van der Bye, ged. 6-1-1675, doopget. (1707, 1710, 1713),
tr. Heenvliet kerkelijk 12-11-1713[472]
Laurens Visser (Vitters ??), wonende te Ambacht van Cool,
wednr. van Marijtje Cospersboom.
-
d. Jannetje van der Bye, ged. 23-10-1678, ovl. vóór 1680.
-
e. Jannetge van der Bye, ged. 29-10-1679, ovl. vóór 1680.
-
f. Jan Cornelisse van der Bye, ged. 6-10-1680 (get. Maertge Jans), (=kw. nr. 328).
-
g. Arie van der Bye, ged. 29-1-1683.
-
h. Jannetje van der Bye, ged. 21-5-1684.
-
i. Arie Cornelisse van de(r) Bye (Bie), ged. 27-5-1688, ovl. Geervliet 20-7-1735, belender te Geervliet bij de Kerkstraat (1717), bij de Meijboom (1724), bij de Molenstraat (1726), met een erf bij de Tolstraat (1729), met een boomgaard in Oud-Tolland (1732),
wagenmaker te Geervliet, verricht ook schilderswerkzaamheden,
in 1726 genoemd als eigenaar van een huis naast de molen te Geervliet en 190 roeden boomgaard buiten de landpoort, in 1732 onder kerkelijke censuur geplaatst wegens zijn levenswandel,
tr. 1o Spijkenisse kerkelijk 6-3-1712[473]
Trijntje Cornelis Orange, beg. Geervliet 2-6-1713 (met luiden begraven f. 4.12.-- [474]), tr. 2o Geervliet kerkelijk 18-11-1714[475]
Lena Hermans (Hercules) Keijser, ovl. Geervliet 5-2-1768, belendster achter het stadhuis (1743).
Op 5-3-1715 verkoopt Arie Spruit, wedr. en boelhouder van Arentje Cornelis Laaij, die wed. was van Herman Keijser, aan Arie Cornelisz van de Bie te Geervliet 2 G 36 R wei in 't Oudeland van Geervliet, nr 206 (bel. ten w de Deurlo, ten z Huige Blok, ten n het weeshuis in Den Haag, ten o de wed. van Aren Corvingh) voor ƒ 180. [476]
Op 12-3-1715 bekent Arie Spruit een schuld van ƒ 180 aan Arij Cornelisz van de Bie, die gehuwd is met Lena Hercules Keijser, verzekerd op zijn huis, schuur en erf (bel. ten z de straat, ten w Arij Cornelisz van de Bije, ten n de achterweg, ten o het stadhuis). [477]
Op 15-4-1721 verkoopt Jacobus de Baan te Geervliet aan Arie Cornelisz van de Bie te Geervliet een stukje zaailand van 190 R, eerder boomgaard, buiten de Landpoort op nr 1 voor ƒ 3. [478]
Op 5-9-1721 verkoopt Arie Cornelisz van de Bie te Geervliet aan Hendrik Koningh, een huis en erf aan de oostzijde van de Kerkstraat (bel. ten w de strat, ten z de Anthonisplaats, ten o 't erf van Cornelis Luijder, ten n de erfgenamen van Anthonij de Labije). Verder: een werkhuis aan de westzijde van de Kerkstraat (bel. ten o de straat, ten n de wed. van Jan van Es, ten w en z Arij Compeer) voor een schuldbrief van ƒ 400. Volgt schuldbrief van Hendrik Koningh, wagenmaker te Geervliet. Geroyeerd in 1723. [479]
23-10-1722 Copie van machtiging voor gerecht van Geervliet. Jannetje Jans Niemantsverdriet, meerderjarige ongehuwde, Pieter Jacobsz Niemantsverdriet, en Jan Jacobsz Niemantsverdriet tezamen erfgenamen van Kathalijn Jans, wed. van Cornelis Huisman, gewoond en overleden te Geervliet, machtigen hun neef en broeder Dirk Jacobsz Niemantsverdriet, tevens mede-erfgenaam, Maartje Jans Niemantsverdriet, wed. van Cornelis Helmont, voor 1/xx deel. Jannetje Jans Niemantsverdriet, meerderjarige ongehuwde dochter van Jan Jansz Niemantsverdriet zaliger, voor 1/4 deel. Dirk Jacobsz Niemantsverdiret, mede namens zijn broers Pieter en Jan en Arij Fransz Kreuk, gehuwd met Marijtje Jacobs Niemantsverdriet, gevieren kinderen van Jacob Jansz Niemantsverdriet zaliger, samen voor 1/xx deel. Claas Andries van de Waart en Abrahm Duijnsdael, in huwe. hebbende Neeltje van de Waart, meerderjarige jongedochter, en voor Lijntje van de Waart, gehuwd met Jillis van Steenderen en Catharina van de Waart, gehuwd met Frans Dimmer, allen kleinkindern van Lijntje Niemantsverdriet, in leven wed. van Claas Andries van de Waart, samen voor 1/xx deel verkopen aan Arie Cornelisz van de Bie een huis en erf in de Kerkstraat te Geervliet (belast met 15 st tbv de Grote Armen van Geervliet en ƒ 2-18-12 tbv het Kerkelijk Comptoir van Holland) en 210 R boomgaard in Tolland (belast met erfpacht tbv Cornelis Groeninx) voor ƒ 195. [480]
Op 2-3-1723 verkoopt Jacob Gastelaer, dienaar van de justitie te Geervliet, aan Arie van de Bie te Geervliet een huis en erf in de Molenstraat (ten bel. ten w is Heerenweg, ten z de Molenstraat, ten n Pieter de Labije, ten o de tuin van Arie Spruit) voor ƒ 30. [481]
Op 2-3-1723 verkoopt Arie van de Bie te Geervliet aan Jacob Gastellar, dienaar van de justitie te Geervliet, een huis en erf in de Kerkstraat (bel. ten o de Kerkstraat, ten z Cors Waardenburg, ten w Arij Spruit, en n de wed. van Goossen de Man) voor ƒ 3. [482]
Op 8-10-1726 verkoopt Arij Cornelisz van de Bie te Geervliet, aan Arij Isaaqs Por te Geervliet een huis en erf op de Kaaij (bel. ten w de Kaaij of is Heerenstraat, ten z Arij Spruijt, ten o het stads gemene slop, ten n Eeuwout en Hendrik Alant) voor ƒ 40-5- contant en ƒ 20 met Kerstmis. [483]
Op 16-3-1728 verkoopt Arij Cornelis van de Bie te Geervliet aan Arij Compeer te Geervliet 2 G 36 R weiland aan de Deurlo op nr 206, voor ƒ 310 en een speldegeld van 3 zilveren ducatons. [484]
Op 1-4-1739 verkoopt Lena Keijser, wed. van Arie van de Bie, aan Leendert Sluijmer een huis, schuur en erf in de Molenstraat (op cohier nr 79) voor ƒ 150. [485]
Op 15-10-1740 verkoopt Lena Keizer, wed. van Arie van de Bie, aan Willem Jansz Smetkamp een boomgaardje van 75 R in de Steenplaats (bel. ten z Hendrik Wilmer, ten w de wed. van Dammes Hogendijk, ten n Hendrik Waardenburg, ten o de Spuikade) voor ƒ 17-10-. [486]
Akte d.d. 3-7-1749: In 1745 is door de wed. van Arie van de Bie geabandonneerd en zo tot last van de polder gekomen, 190 R weiland op nr 1 genaamd 'De zes zinnen', eertijds boomgaard. Schepenen verkopen 1/xx hiervan aan Jacob van Neck, regerend burgemeester van Den Haag, voor overname van de verpondingslasten. Nog 1/3 part aan Paulus Hendrikus Justus Ivoy, ontvanger van de gemenelandsmiddelen te Rotterdam, eveneens om niet. Nog 1/3 part aan mr. Anthonij van Hees, advocaaat voor beide hoven, eveneens om niet. [487]
Uit zijn tweede huwelijk (o.a.?) :
-
1. Cornelis Arisz van der Bie, geb. 1718, ovl. vóór 1801, tr. 1745[488]
Jaapje Vogelaar, ovl. vóór 1801.
Akte d.d. 24-4-1801: Leendert van de Bie te Geervliet is overleden. Cornelis, 16 jaar, zoon van hem en Erkenraadje Swaneveld heeft een voogd nodig ivm het overlijden van zijn grootmoeder Jaapje Vogelaar, wed. van Cornelis van de Bie. Aangesteld Steven en Jacob Swaneveld. Jan van de Bie, Petrus van de Bie, beiden te Geervliet, Jan de Labije te Zuidland, in huwelijk hebbende Maria van de Bie, mede namens Jan Oostwal Smolt te Rotterdam, in huwelijk hebbende Cornelia van de Bie, en voornoemde voogden, samen kinderen en kleinkinderen van Jaapje Vogelaar, verkopen aan de erfgenamen van Thijs van de Ham een huis en schuur in de Molenstraat op cohiernr 80 voor ƒ 395. [489]
Uit dit huwelijk 6 kinderen (1747-1760).
658. LAURENS HENDRIKS VAN MIEREN, geb. Klaaswaal, tr. Westmaas dec. 1667[490]
659. CORNELIA WILLEMSDR VAN DER BOM, geb. Westmaas.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Hendrikje Laurense van Mieren, ovl. Goudswaard voor 19-1-1735, (=kw. nr. 329).
660. AERT CORNELIS, tr.[491]
661. ADRIAENTJE PIETERS.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Cornelis Aerts Hoogvliet, ged. Goudswaard 31-10-166, (=kw. nr. 330).
662. JACOB CORNELISZ WAELBOER, geb. vóór ca. 1665, tr. vóór 1686
663. JOBJE CRIJNE (CRIJNSEN), geb. vóór ca. 1665. Zij compareren te Goudswaard 29-12-1698.[492].
Uit het huwelijk (Waelboer-Crijne) geboren (o.a.?) :[493]
-
a. Neeltje Jacobs Waelboer, ged. Goudswaard 4-8-1686, (=kw. nr. 331).
-
b. Arendje Waalboer, ged. Goudswaard 30-8-1693
-
c. Cornelis Waelboer[494], filiatie niet bewezen.
672. JACOB PIETERSZ VAN DER JACHT, geb. vóór ca. 1635, beg. Maassluis 8-10-1686, vermeld als visser in notarieel archief Maassluis 10-2-1659, 9-8-1666,
18-8-1666, 26-8-1666, 10-11-1666, 16-12-1666,
[495]
stierman, en gecomitteerde van de visserij(¥)(1667, 1668) te Maassluis,[496],
tr. Maassluis 13-1-1658
673. CUNIERTJEN (KNIERTJE) JANS (VAN WILLIGEN), geb. Schoonhoven, beg. Maassluis Grote Kerk 28-8-1712 in het graf nr. 112 van Pieter Jacobsz van der Jagt [497].
| COMMENTAAR(¥)
Het college van gecommitteerden van de visserij was bij plakaat van
1620 en 1625 van de Staten van Holland geautoriseerd uitspraken te
doen en vonnis te wijzen in alle zaken betreffende toegebrachte schade aan
het visserijbedrijf en het vissen in verboden wateren, en om recht te doen
over kapiteins, officieren en manschappen van de convooischepen
[498].
|
Uit dit huwelijk (moeder overal met patroniem vermeld) :
-
a. Ermtjen Jacobs van der Jacht, ged. geref. Maassluis 18-10-1658, ovl. jong
-
b. Machtild Jacobs van der Jacht, ged. geref. Maassluis 28-4-1660.
-
c. Jan Jacobs van der Jacht, ged. geref. Maassluis 16-7-1664.
-
d. Maartgen Jacobs van der Jacht, ged. geref. Maassluis 9-5-1666, beg. Maassluis 24-7-1737 (heeft "kinderen nagelaten"!):
-
e. Ermpje Jacobs van der Jacht, ged. geref. Maassluis 6-10-1669, beg. Maassluis 22-1-1722, tr. vóór 1699[499]
Rocus Engelsz den Draak, ged. geref. Maassluis 30-5-1669, beg. Maassluis 23-12-1738, zn. van Engel Heijndricksz de Draak en Heijltje Roockus.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[500]
-
1. Engel Rocusz den Draak, ged. Maassluis 30-8-1699, ovl. verm. op zee gebleven, tr. Maassluis 6-6-1728[501]
Trijntje van Wijn, ged. Maassluis 16-2-1698, ovl. Maassluis (aang. 8-12-1762), dr. van Willem Davidsz van Wijn en Leentje Jansdr van der Homel.
-
f. Abram Jacobs van der Jacht, ged. geref. Maassluis 30-11-1672.
-
g. Willem Jacobs van der Jacht, ged. geref. Maassluis 11-3-1674, (=kw. nr. 336).
-
h. Trijntje Jacobs van der Jacht, ged. geref. Maassluis 2-2-1676, beg. Maassluis 14-2-1704, tr. Maassluis 25-4-1700[502]
Cornelis Jansz van Oosten.
-
j. Pieter Jacobsz van der Jagt, ged. geref. Maassluis 25-12-1661 (vader Jacob Pieters, moeder Pleuntje (!) Jans), beg. Maassluis 27-9-1695, tr. Maassluis 9-12-1685
Maartje Nathaniels Leversteyn, ged. geref. Maassluis 26-1-1661, dr. van Nathanael Jacobsz Leversteijn en Aeriaentie Cornelis Denick
(zie kw. nr. ⇒ 2703 sub c).
-
1. Gerrit Pietersz van der Jagt, tr. Maassluis 9-4-1724[504]
Jannetje Dirkse Ruijgrok.
-
2. Dirk Pietersz van der Jagt, beg. Maassluis 26-2-1749, tr. Maassluis 1-11-1716[505]
Ariaentie Jacobse Leversteijn.
-
aa. Maertie Dirks van der Jagt, ged. Maassluis 25-12-1719 tr Maassluis 27-04-1749. Jan Janzs Koppert,[507]
-
bb. Jannetje van der Jagt, ged. Maassluis 8-5-1726, beg. verm. Maassluis 23- 8-1726 ("een kind van Dirck Pieterse van der Jagt").
-
3. Ariaantje van der Jagt, geb./ged. Maassluis 8/12-11-1690, beg. Maassluis 15-1-1725, tr. Maassluis 20-6-1717
Harmen Jansz van der Burg.
-
4. Jacob Pietersz van der Jagt, geb./ged. Maassluis 29-7/6-8-1692, tr. Pijnacker 31-3-1715[508]
Eva Maertense van Nieuwveen, geb. Pijnacker. Hieruit verder nageslacht bekend.[509]
-
5. Kniertje van der Jagt, ged. Maassluis 25-04-1694, beg. Maassluis 19-9-1695 ("een kind van Pr. Jacobss van der Jacht").
-
6. Barber Pieters van der Jagt, beg. Maassluis 20-1-1728, filiatie niet bewezen.
-
k. Aaltje Jacobs van der Jagt, geb. vóór ca. 1685, tr. Rotterdam 5-4-1707[510]
Adriaan Hendrikse Klis.
-
l. Gerrit Jacobs van der Jagt, bootsman, harpoenier,
tr. 1o Rotterdam 2-2-1712[511]
Anna Hendriks Schouwenberg, tr. 2o Rotterdam 26-04-1735[512]
Anna Kant. Uit zijn eerste huwelijk nageslacht bekend.[513]
674. GERRIT ROMBOUTSZ VAN BEZOOYEN, ged. geref. Maassluis 29-5-1642, beg. Maassluis (impost) 11-12-1704, tr. Maassluis 22-6-1664 (zij onder patroniem)
675. LEENTJE SYMONS VAN DER SWET, ged. geref. Maassluis 30-3-1642, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 33) 13-3-1716.
Uit dit huwelijk (bij alle dopen moeder onder patroniem vermeld):
-
a. Sijmon Gerrits van Besoije(n), ged. geref. Maassluis 22-12-1666, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 171) 7-2-1749[514], koopt op 6-10-1722 graf nr. 171 van de Grote Kerk te Maassluis,[515]
tr. Maassluis 23-5-1694
Maertje Ar(y)ense Kouwen(h)ove(n).
-
1. Ary Sijmonsz van Besoijen, ged. geref. Maassluis 19-5-1695.
-
2. Leentje Sijmons van Besoijen, ged. geref. Maassluis 3-6-1696.
-
3. Gerrit Sijmonsz van Besoijen, ged. geref. Maassluis 25-8-1697, otr. Maassluis 24-10-1723
Jannetie Ariens Broer.
-
aa. Marijtie Gerrits van Besoijen, ged. geref. Maassluis 1-5-1729.
-
bb. Ary Gerrits van Besoijen, ged. geref. Maassluis 1-12-1730.
-
cc. Sijmon Gerrits van Besoijen, ged. geref. Maassluis 26-12-1734, verm. identiek met
Simon van Besoijen, tr. Maassluis 24-11-1765
Cornelia van Veen.
-
aaa. Gerrit Sijmons van Besoijen, ged. geref. Maassluis 2-4-1769.
-
bbb. Gerrit Sijmons van Besoijen, ged. geref. Maassluis 15-8-1770.
-
ccc. Jannetje Sijmons van Besoijen, ged. geref. Maassluis 12-3-1775.
-
b. Rombout Gerrits van Besoije, ged. geref. Maassluis 13-11-1669, ovl. jong?
-
c. Neeltje Gerrits van Besoije, ged. geref. Maassluis 3-7-1672, tr. Maassluis 10-1-1694
Cornelis Leendertsz Denick.
-
d. Claasje Gerrits van Besoije, ged. geref. Maassluis 15-7-1674, (=kw. nr. 337).
-
e. Huijbrecht Gerrits van Besoije, ged. geref. Maassluis 7-11-1677.
-
f. Rombout Gerrits van Besoije, ged. geref. Maassluis 23-3-1681, tr. Maassluis 24-4-1701
Ariaantje Jannsse Jongebreur.
-
1. Leentie Rombouts van Besoije, ged. geref. Maassluis 2-7-1702.
-
2. Gerrit Rombouts van Besoije, ged. geref. Maassluis 13-2-1707, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 33) 23-2-1707[516].
-
3. Gerrit Rombouts van Besoije, ged. geref. Maassluis 22-7-1708.
-
4. NN van Besoije, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 33) 24-6-1710[517]. Dit zal Gerrit of Leentie zijn.
676. SYMON (WILLEMSZ) BREUR, ged. geref. Maassluis 11-7-1637, ovl. 1666-1668, mr. zeilmaker (1666),
reeder, koopman en magistraat te Maassluis,
vermeld in 11 notariele akten te Maassluis 1659-1666,[518]
tr. Maassluis 16-9-1657(¥)
677. JANNETJE (JANSDR) SCHIM, ged. geref. Maassluis 24-1-1644, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 364) 30-3-1729 [519], otr. 2o Maassluis 20-1-1668
JOHAN BEETS, ovl. 1668-1683, zeilmaker wonend te Delfshaven (1668),
tr. 3o Maassluis 20-4-1683
CORNELIS VAN SWIETEN, weduwnaar en schipper op Delft en Leiden (1683).
| COMMENTAAR(¥)
sic! dan zou zij 13 jaar oud zijn, of is zij pas op latere leeftijd gedoopt?
|
|
Symon Willemsz Breur (1637-??)
geschilderd door Antonie Palamedesz, schilder te Delft 1600-1673.
Kopie van een afdruk in "W.A. Blijdorp Lz., Genealogie Familie Breure 1614-heden" (Uitgave 1973, aanwezig in bibl. NGV, Weesp).
Er onder staat
"Simon Breur (ruim 20 jaar) zoon van Willem Aryensen. Gesigneerd: A. Palmledes. Vindplaats: Leiden- Gem. Museum De Lakenhal".
Navraag bij De Lakenhal in 2004 leerde dat het schilderij daar niet (meer) is. Mogelijk dat in het oud archief van de Lakenhal berustend bij het gemeentearchief te Leiden na te gaan is waar het gebleven is.
klik op plaatje(s) om te vergroten |
|
Wapen Schim : In goud een geplante groene boom, vergezeld van
drie vogels van natuurlijke kleur die naar de boom toe vliegen.
Helmteken : een goud-groene vlucht.[520]
|
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Mr. Willem Breur, geb. Den Haag maart 1665, ovl. Den Haag/Rotterdam? 26-6-1712, (=kw. nr. 338).
-
b. Cornelis Simonsz Breur, tr. 1o
NN, ovl. vóór 1681, otr. Maassluis geref. 21-12-1681
Aeltje Leenderts.
COMMENTAAR(¥)
De in de volgende akte voorkomde Cornelis Simons Breur is kennelijk niet identiek met bovengenoemde nr. b.
Op 23-2-1724
verkoopt Cornelis Simons Breur, enige erfgenaam van zijn moeder Marritje Jans Herrigen in huwelijk verwekt bij Simon Cornelisz Breur, en na scheidng en overdracht door zijn halfbroer en halfzuster Claas Simons Breur en Baefje Simons Breur voor schout en schepenen van Ouder Amstel d.d. 6-9-1712, eigenaar van nagenoemd perceel,
aan Abraham Struis en Jan de Warm,
een huis en erf in de Boomstraat (ZZ) het elfde huis voorbij de dwarsstraat te Amsterdam, aan de ZZ naast De Vergulde Valk wederzijds met vrije muren belend, , WZ Laurens Meijer, OZ MAria van der Klok. Borgen zijn Claas Simons Breur en Jan Cornelis Poes wonend te Ouder Amstel. Koopsom ƒ 1250,--.
[521]
|
Uit zijn tweede huwelijk (Breur-Leenderts) (o.a.?) :
-
1. Trijntje Breur, ged. geref. Maassluis 1-1-1683 (ouders Cornelis Sijmons en Aaltje Leenders .
-
2. Ariaentje Breur, ged. geref. Maassluis 14-3-1685.
-
3. Cornelia Cornelis(se) Breuer, geb. vóór ca. 1700, beg. Maassluis 12-8-1743, filiatie niet bewezen,
tr. Maassluis 11-6-1719
Pieter Jacobsz van der Bies.
678. ABRAHAM VAN WAESBERGHE, geb./ged. Rotterdam geref. 23/29-10-1632 [522]
) in de Lombertstraat, in 't "Eiland van Madera",[523]
(get. Aberam Waesberge, Dina Waesberge, Rebecka Waesberge), ovl./beg. Rotterdam Grote K. 26/30-4-1707 (in een eigen graf, laat 3 meerderjarige kinderen na), j.m., afkomstig van Rotterdam, woont op Steijger (1658),
boekverkooper en boekdrukker te Rotterdam (1656-1706)
op 't Steiger in "De gekroonde Leeuw" (1660-1681),
over 't Admiraliteitshoff (1688),
stadsdrukker te Rotterdam (1661-1706)
en drukker van het Ed. Mog. Coll. der Admiraliteit op de Maze (1678),
[524]
"muntte uit in schoonschrijven, gaf ook gravures uit, minnaar van
de tekenkunst en letterkundig zeer belezen",[525],
woont op de Kaasmarkt naast v.d. Steen (1707),
doopget. (1661..1702),
otr. Rotterdam geref. 11-8-1658 (met attestatie naar Utrecht 25-8-1658)
otr./tr. Utrecht schepenen, RK 17/27-8-1658
679. MARIA VAN D(E)YCK, geb. Utrecht? 4-11-1632 (geref?), ovl. na 1704(¥), j.d., afkomstig van Utrecht, woont te Utrecht (1658),
doopget. (1661..1704).
COMMENTAAR(¥)
Maria van Dijck is nog getuige bij de doop van haar kleinzoon Gerardus in 1704. Bij het begraven van haar echtgenoot Abraham van Waesbergen in 1707 staat hij genoemd als man (niet weduwnaar) van haar. Gezien haar leeftijd (dan 75 jaar) moet haar overlijden niet al te lang daarna plaatsvinden. De enige inschrijving die in aanmerking komt is dan
Maria van Dijk, beg. Rotterdam Schotse kerkhof 16-7-1712, wonend in de Breestraat.
Hier staat niet bij dat zij weduwe is. Ook woont geen van haar kinderen dan in de Breestraat. Haar overlijdens/begraafdatum blijft dus onzeker.
|
Het ambt van stadsdrukker van Rotterdam was gedurende meer dan 100 jaar in
handen van de familie van Waesberghe. Dit blijkt o.a. uit een request, dat
Abraham van Waesberghe op 1-5-1699 aanbiedt aan de stedelijke overheid, en
waarin hij zegt "dat niet alleenlyken d'eerste Drukkery na de Spaansche tijden
alhier ter stede door zyne voorouders is opgerecht ofte overgebragt, maar dat
Haar. Ed. Groot Achtbare in der tyd succesivelyken, nu verre over de hondert
jaren geleden, Suppliants voorouders en nog hem Suppliant daar mede begunstigt
hebben, van deselve tot Ordinaris Drukkers en Leveranciers van Behoeftens
derselver Boekneringe concernerende, tot dienste deser stadt te admitteren
ende te employeren"
[526].
Uit het huwelijk (van Waesberghe-van Deyck) geboren te Rotterdam :[527]
-
a. Pieter Abrahamsz van Waesberge, geb./ged. geref. Rotterdam 4/8-4-1659 (get. Pieter van Waesberge, Willem van Dijck, Sara van Waesberge, Abraham van Waesberge), beg. Rotterdam Grote K. 11-2-1737 (eige kelder, laat na 2 minderjarige en 5 meerderjarige kinderen).
j.m., afkomstig van Rotterdam, woont op het Steijger (1685),
over het Admijraliteijtshuis (1709),
over het Princenhof (1704..1737),
bij de Koestraat over 't Admeriraliteits Hof (1716),
Agter 't Clooster (1718),
boekdrukker te Brielle (1691) op de Langestraet,
by de hoeck van de pomp (1691),
boekdrukker te Rotterdam (1699-1731) en stadsdrukker (1699-1731) aldaar,[528]
doopget. (1716..1720),
otr./tr. 1o Rotterdam geref. 18-3/4-4-1685[529]
Mechtelina (Magtelena) van Moster(t)dijk, beg. Rotterdam Grote K. 21-4-1711 (eige kelder, laat na 7 minderjarige kinderen), j.d., afkomstig van Den Briel, woont in de Jufferstraat (1685),
over het Prinsenhof (1711),
otr./tr. 2o Rotterdam geref. 12/28-11-1713[530]
Aletta (Alida) van Donge(n), beg. Rotterdam Grote K. 9-9-1734 (eige kelder, laat na 2 minderjarige en 1 meerderjarige kind), doopget. (1705..1720),
woont Leuvehaven (1699),
woont Hooftsteeg (1713), over het Princenhof (1734),
wed. van Charles Michel (huw. 1699), afkomstig van Rotterdam.
Op 31-7-1692 verklaren
Eduard van Herwijnen, Laurens de Nijs en Pieter van Waasbergen, allen wonend te Brielle, ten verzoeke van Jacob Frederik baron van Schagen, vrijheer van Heenvliet etc. dat op 15-7 ten huize van eerste deposant
Pieter Schevelinger en Timotheus van Diepenheim aan het kaarten waren. Wie de kaart 'vergeeft' verbeurt een half pintje wijn. Toen dit Diepenheim overkwam werd erom gelachen, waarop hij zeer onfatsoenlijk tekeer ging en met Schevelinger aan het vechten sloeg. Hij heeft daarbij een mes getrokken. Geertrui Eduards van Herwijnen, 20 jaar, bevestigt een en ander.
[531]
Uit zijn eerste huwelijk (van Waesberghe-van Mosterdijk) (in de periode 1690-1700 waarschijnlijk geboren te Brielle) :
-
1. Johannes van Waesberg(h)e(n), geb. Brielle 1690, beg. Rotterdam Waalse kerk 15-1-1768 (laat na 1 meerderjarig kind), woont in de Molesteegh (1720),
in de Korte Wagenstraat boven 't Brugse Gisthuijs (1719..1739),
in de Lommerstraat naast juffrouw Kuster (1768),
schildeknecht van een vleeshouwer (1768),
otr./tr. 1o Rotterdam geref. 15/31-1-1719
Willemi(j)ntje van Buure(n), beg. Rotterdam 20-10-1738 (laat na 2 minderjarige kinderen);(¥)
jongedochter, afkomstig van Dort, woont te Oppert (1719),
woont Cordewagestraat boven 't gisthuijs (1738),
otr./tr. 2o Rotterdam geref. 13/29-12-1739
Johanna Rink (Ring), geb. Haften 1710/11, beg. Rotterdam 27-10-1789 (oud 78 jaar), wonend in de Lombertstraat (1739),
in het Armhuijs (1789).
Uit zijn eerste huwelijk (van Waesberge-van Buuren) :
-
aa. Johanna van Waesberge, ged. geref. Rotterdam 7-7-1720 (get. Johanna van Waesbergen), ovl. na 1738.
-
bb. Aplonia van Waesbergen, ged. geref. Rotterdam 23-6-1722 (get. Aplonia van Buuren), ovl na 1738.
-
cc. NN van Waesbergen, beg. Rotterdam 9-6-1724 (een kraamkind van Johannes van Waasberghe in de Cordewagestraat boven 't Gisthuijs).
-
dd. Magtelijna van Waasbergen, ged. geref. Rotterdam 25-11-1725 (get. Eduard van Mosterdijk, Geertruij Stachius), beg. Rotterdam Waalse kerk 7-1-1726 (een kraamkind van Johannes van Waasberge in de Corde Wagestraat).
-
ee. Pieter Waasberge, ged. geref. Rotterdam 2-2-1727 (get. Catharijna van Waasberge), beg. Rotterdam Waalse kerk 17-3-1727 (een kraamkind van Johannis van Waasbergen in de Cordewagestraat boven Gisthuijs).
-
ff. NN van Waesbergen, beg. Rotterdam Waalse kerk 2-4-1728 (een kind van Johannis van Waasberge in de Corde Wagestraat boven Brugse Gisthuijs).
-
gg. Chatrijna van Waasberge, ged. geref. Rotterdam 22-5-1729 (get. Chatrijna van Waasbergen), beg. Rotterdam Waalse kerk 6-7-1729 (een kraamkind van Johannis van Waasberge in de Korde Wagestraat).
-
hh. Catharina van Waasberge, ged. geref. Rotterdam 21-1-1731 (get. Catharina van Waasberge, Maria van Waasberge), beg. Rotterdam 21-1-1737 (een kind van Johannnes van Waasberge in de Cordewagestraat over draajes, 6 jaar oud).
-
ii. Willemijntie van Waasberge, ged. geref. Rotterdam 15-2-1733 (get. Catharijna van Waasberge), beg. Rotterdam 20-5-1737 (een kind van Johannis Waasberge in de Cordewagestraat, 4 jaar oud).
-
2. Abrabam van Waasbergen, geb. juli 1692, ovl. na 1725 (beg. te Rotterdam niet gevonden, of zou het zijn Abraham van Waasbeek, wonend in 't Loossie, beg. Rotterdam 26-5-1747), opperkuiper,
j.m., woont over 't Admiraliteitshof (1715),
op de Leuvehaven (1716),
in de Moolestraet bij Packenbreggen (1720),
in de Baenstraet (1725),
otr./tr. Rotterdam geref. 10/28-3-1715[532]
Catharina Boelhouwer (Boelhouder), ged. Rem. Rotterdam 14-12-1694 (get. Maria van Vliet, Willem Cornelisse), beg. Rotterdam St. Janskerkhof 18-12-1732 (laat na 3 minderjarige kinderen(¥)), j.d., woont in de Molestraat (1715), aan de Stinksloot b/d Vogelenzang (1732),
dr. van Wouter Boelhouwer en Aplonia van Vliet.
| COMMENTAAR(¥)
Uit onderstaande lijst van kinderen blijkt dat er in 1732 nog maar (maximaal) twee kinderen in leven zijn. Een doop van een derde dan nog levend kind is niet te Rotterdam gevonden.
|
-
aa. Maghtelina van Waesberge, ged. geref. Rotterdam 22-3-1716 (get. Pieter van Waesberge, Aelletta van Donge).
-
bb. Wouter van Waesbergen, ged. Rem. Rotterdam 16-10-1717 (get. Wouter Boelhouder, Willem van Dijk, Cornelia van Dijk).
-
cc. Aplonia van Waasberge, ged. Rem. Rotterdam 3-9-1719 (get. Wouter Boelhouwer, Pieter Plaatswijk, Marija van Vliet, Aagie de Man), beg. Rotterdam 10-9-1720 (kind van Abraham Waesbergen op de Moolestraet bij Packenbreggen, oud 11 mnd).
-
dd. Apolonia van Waasberge, ged. Rem. Rotterdam 23-8-1725 (get. Wouter Boelhouwer, Maria Plaatswijk), beg. Rotterdam 12-9-1725 (kraamkind van Abraham van Waesberge in de Baenstraet naest de Moij, de smit).
-
3. Mich(i)el (Maghiel) van Waesberghe, geb. Den Briel vóór ca. 1698, beg. Rotterdam Schotse kerkhof 11-9-1734 (laat na 2 minderjarige kinderen), woont bij 't Admiraliteitshof (1718),
in de Westewagestraat (1718, 1720),
in de Kijpstraet (1722),
in de Lombertstraet op de hoek van de Meent bij de Lomberse brug (1723, 1724),
op de Rotte op de hoek van de Karremelckshaven naast van Leuwe (1726..1734)
otr./tr. Rotterdam geref. 10/24-4-1718
Margaretha (Mar(e)grita) Hesman(s), ged. geref. Rotterdam 7-4-1686 (get. Mevaert Grondthout), beg. Rotterdam 2-1-1764 (liet na 2 meerderjarige kinderen)
woont in de West Wagestraat (1718),
in de Bagijnestraat bij de Krattebrug (1764),
dr. van Lendert Hesman en Jannetie Dame
-
aa. Pieter van Waesbergen, ged. geref. Rotterdam 23-10-1718 (get. Jenneke Dame, wed. van Leendert Hesman, Pieter van Waesbergen), beg. Rotterdam 16-12-1718 (kraamkind van Migghiel Waesbergen, in de Westewagestraet).
-
bb. Leonardus van Waasberge, ged. geref. Rotterdam 12-9-1720 (get. Pieter van Waasberge, Aletta van Donge), ovl. na 1764.
-
cc. Magtelijna van Waesbergen, ged. geref. Rotterdam 10-5-1722 (get. Dirckje Jans Hardewijk), beg. Rotterdam 13-9-1723 (kind van Maghiel van Waesbergen, in de Lombertstraet op de hoek v.d. Meent, oud 1 jaar).
-
dd. Stephanus van Waasberge, ged. geref. Rotterdam 14-10-1723 (get. Susanna Verheij), beg. Rotterdam 3-1-1724 (kraamkind van Michiel van Waasbergen, in de Lombertstraet b.d. Lomberse brug).
-
ee. Steefanus van Waesberge, ged. geref. Rotterdam 10-12-1724 (get. Margrieta Segbroek, Pieternella Hooghwinkel), ovl. na 1764.
-
ff. Jan van Waasberge, ged. geref. Rotterdam 16-5-1726 (get. Marija Bergroeper), beg. Rotterdam Schotse kerkhof 27-6-1726 (kraamkind van Magghiel van Waesbergen, in de Karremelckshaven n./v. Leuwe).
-
gg. Macheltie van Waesberge, ged. geref. Rotterdam 8-6-1727 (get. Marija Berghroeper), beg. Rotterdam Schotse kerkhof 25-8-1727 (kraamkind van Maghiel Waasberge, in de Rotte b/Keremelkxhaven).
-
hh. Magtellina van Waasberge, ged. geref. Rotterdam 20-2-1729 (get. Elijsabet Pieters), beg. Rotterdam Schotse kerkhof 1-10-1729 (kind van Michiel van Waasberge, in de Rotte o/d hoek, oud ½ jaar).
-
4. Sara van Waesberghe, geb. mei 1700, ovl. jong?
-
5. Johanna van Waesberg(h)e(n), geb. Den Briel vóór ca. 1702, beg. Rotterdam St. Janskerkhof 7-8-1752 (als wed., laat na 4 minderjarige en 2 meerderjarige kinderen), woont in de Houttuijn (1720),
in het Achterklooster bij de Schudddevissteeg (1752),
doopget. (1720, 1745),
otr./tr. Rotterdam geref. 13-10/29-11-1720
Gerrit (Gerret) van Barneveld(t) (Barnevelt), geb. Arnhem, ovl. 1739-1752 (beg. niet gevonden te Rotterdam), woont in de Houtthuijn (1720..1728),
in de Nieustraat (1730),
in de Molestraat (1732),
in de Moolesteeg (1734),
in de Hoogstraad (1736),
in de Valkesteeg (1739).
-
aa. Alida van Barnevelt, ged. geref. Rotterdam 24-7-1721 (get. Jacobus van Barnevelt, Alida van Barnevelt), ovl. na 1752.
-
bb. Magteltje van Barnevelt, ged. geref. Rotterdam 28-7-1722 (get. Marija van Waesbergen), ovl. na 1752.
-
cc. Jacobus van Barneveldt, ged. geref. Rotterdam 2-7-1724 (get. Jacobus van Barneveldt, Maritje van Waesbergen), beg. Rotterdam St. Janskerkhof 5-3-1726 (kind van Gerrit v. Bernevelt, oud 1½ jaar).
-
dd. Jacoba van Baernevelt, ged. geref. Rotterdam 18-7-1726 (get. Marija van Barnevelt), beg. Rotterdam St. Janskerkhof 15-10-1727 (kind van Gerrit van Bernevelt, oud 1 jaar).
-
ee. Jacob van Barnevelde, ged. geref. Rotterdam 4-4-1728 (get. Katrijna van Waesberge), ovl. na 1752.
-
ff. Adrijanus van Barnevelt, ged. geref. Rotterdam 5-1-1730 (get. Katarijna van Waasberge), ovl. na 1752.
-
gg. Johanna van Barneveld, ged. geref. Rotterdam 4-5-1732, ovl. na 1752.
-
hh. Gerrit van Barnevelt, ged. geref. Rotterdam 19-9-1734, beg. Rotterdam St. Janskerkhof 30-10-1734 (kind van Gerrit van Barnevelt, oud 2 jaar).
-
ii. Jan Willem van Barneveld, ged. geref. Rotterdam 2-9-1736, beg. Rotterdam 17-10-1743 (kind van Gerrit van Barnevelt, oud 6 jaar).
-
jj. Pieter van Barneveld, ged. geref. Rotterdam 6-12-1739, ovl. na 1752.
-
6. Catharina (Katarina) van Waesberg(h)e(n), geb. Den Briel, beg. Rotterdam 21-5-1744, woont op de Schiedamsedijk (1736),
in de Santstraat over de 4-Windestraat (1744),
doopget. (1727..1733),
otr./tr. Rotterdam geref. 22-4/8-5-1736
Dir(c)k Vraam, ged. Hillegersberg geref. 3-5-1716 (get. Annetje Claas Schoute), beg. Rotterdam op Schoondeloo bij de Biscobpale kerk 30-11-1750, woont buijten De Delfsepoort (1736),
zn. van Arij Dirkse Vraam en Martijntje Cornelis Versijde.
Hij hertr. als Dirk Vraam, uit Terbregge, wonend in de Santstraat,
Rotterdam 4/20-10-1744
Anna van der Linden, wed van Joseph Boomans, uit Rotterdam, wonend
te Haringvliet.
-
7. Gerardus van Waesbergen, ged. geref. Rotterdam 4-7-1702 (get. Abraham van Waesbergen, Maria van Dijck), beg. Rotterdam 1-8-1702 (eijge Sark, kind van Pieter van Waesbergen op 't Prinsenhof).
-
8. Ger(r)ardus (Gerrit) van Waesberg(h)e(n), ged. geref. Rotterdam 11-3-1704 (get. Abraham van Waesberge, Marija van Dijck), beg. Rotterdam 31-3-1774 (laat na 2 minderjarige kinderen en 4 meerderjarige kinderen(¥)), wonend in de Koestraat (1740..1774),
drukker (1762),
otr./tr. Rotterdam geref. 6/20-3-1740
Pieternelletje van Wijk, geb. Rumf in Gelderland, ovl./beg. Rotterdam 30-8/02-9-1805 (liet na 2 meerderjarige kinderen), wonend op de Hooimarkt (1740), Haringvliet (1805).
| COMMENTAAR(¥)
Dat is niet in overeenstemming met de onderstaande lijst kinderen. Zou er nog (elders?) een kind gedoopt zijn?
|
-
aa. Magtelijna van Waesberge, ged. geref. Rotterdam 6-4-1741 (get. Aalbert Post, Jacomijntie van Wijk, Aletta van Waesberge).
-
bb. Hendrik van Waasberge, ged. geref. Rotterdam 14-10-1742 (get. Steven van Wijk, Dirktie van Groenevelt, Jacomijntie van Wijk).
-
cc. Gerrit van Waasberge, ged. geref. Rotterdam 2-11-1745 (get. Johanna van Waesbergen).
-
dd. Pieternella van Waesberge, ged. geref. Rotterdam 7-2-1747 (get. Steven van Wijk, Belia Stavast).
-
ee. Abraham van Waesberge, ged. geref. Rotterdam 17-10-1748 (get. Steven van Wijk, Belia Stavast).
-
ff. Aalbregt van Waasbergen, ged. geref. Rotterdam 3-1-1751 (get. Aalbregt Post, Jacomijntje van Wijk), beg. Rotterdam 12-2-1762 (kind van Gerrit van Waasbergen, drukker in de Koestraat, oud 10 jaar (sic!)).
-
9. Pieter van Waesberghe, ovl. jong?,[533]
-
10. Maria van Waesberghe, ovl. jong?,[534]
-
11. Maria van Waesberghe,[535]
doopget. (1722..1731).
-
12. NN van Waasbergen, beg. Rotterdam Grote K. 23-4-1706 (eigen graf, kind van Pieter van Waasbergen over 't Ad. Hof), mogelijk identiek met een van de voorgaande kinderen.
-
13. NN van Waesbergen, beg. Rotterdam Grote K. 17-9-1707 (eigen graf, kind van Pieter van Waasbergen naast 't Prinsenhof), mogelijk identiek met een van de voorgaande kinderen.
-
12. Sara van Waasbergen, ged. geref. Rotterdam 14-5-1709 (get. Wilmina van Dam), beg. Rotterdam Grote K. 27-06-1709 (eigen graf, kind van Pieter van Waesberge over 't Prinsenhof).
Uit zijn tweede huwelijk (van Waesberghe-van Dongen) :
-
13. Pieter van Waasbergen, ged. geref. Rotterdam 13-12-1714 (get. Catharina van Waasbergen), beg. Rotterdam Grote K. 21-1-1772 (laat na 1 minderjarig kind), wonend op het Princenhoff (1741),
buijten de Oostpoort (1743..1747) op de werf van Brakel (1743), op de 2e houtkoperij (1745),
te Oppert bij de Lommerssebrug (1772),
doopget. (1743..1760),
otr./tr. Rotterdam geref. 3/17-12-1741
Kornelia (Cornelia) Timmers, ged. geref. Rotterdam 12-11-1719 (get. Willem Timmers, Ariaentje Timmers), beg. Rotterdam Grote K. 12-7-1787 (laat na 1 meerderjarig kind), wonend buiten de Oostpoort (1741), te Oppert bij de Lommerssebrug (1787),
doopget. (1743..1760),
dr. van Jacob Timmers en Jacomijntie Wallants.
-
aa. Aletta van Waesberge, ged. geref. Rotterdam 14-3-1743 (get. Gerard van Leeuwen, Aletta van Waesberge), beg. Rotterdam 27-4-1743 (kraamkind van Pieter van Waesberg buijten de Oostpoort op de werf van Brakel).
-
bb. Jacob van Waesberge, ged. geref. Rotterdam 11-7-1745 (get. Jacob Timmers, Jacomina Wallans), beg. Rotterdam Grote kerk eige kelder 21-8-1745 (eige kelder, kraamkind van Pieter van Waesberge buijten Oostpoort de 2de houtkooperij).
-
cc. Pieter van Waesberge, ged. geref. Rotterdam 29-1-1747 (get. Gerard van Leeuwen, Aletta van Waesberge), ovl. na 1787.
-
14. Adrianus van Waasberge, ged. geref. Rotterdam 23-8-1716 (get. Adriana van Donge), beg. Rotterdam 20-2-1719 (kind van Pieter van Waasberge over 't Prinsenhof, 2 jaar oud).
-
15. Al(l)etta van Waesberge, ged. geref. Rotterdam 17-7-1718 (get. Abram van Waesberge, Maria van Waesberge), ovl./beg. Rotterdam Grote K. 10/15-1-1795 (laat na 2 meerderjarige kinderen), wonend op de Nieuwehave (1741), op het Haringvliet bij de Bogertstraat (1795),
doopget. (1741..1747),
otr./tr. Rotterdam geref. 5/19-11-1741
Gerardus (Gerrit) van Leeuwen, ged. geref. Rotterdam 25-6-1711 (get. Sijmon van Leeuwen, Annettje Kuijn, Stijntje Kopmans), beg. Rotterdam 25-3-1780 (laat na 2 meerderjarige kinderen), doopget. (1743, 1747),
wonend in de Bogertstraat bij de Nieuwehaven (1741..1743),
op het Haringvliet bij de Bogertstraat (1746..1760),
N.Z. van het Haringvliet (1780),
zn. van Maarten van Leeuwen en Lijsbet van Attem.
-
aa. Martinus van Leeuwen, ged. geref. Rotterdam 30-9-1742 (get. Mattheus van der Ven, Elisabet Hopmans), beg. Rotterdam 5-3-1743 (kraamkind van Gerardus van Leeuwen in de Bogertst. bij Niewhaven).
-
bb. Pieter van Leeuwen, ged. geref. Rotterdam 22-12-1743 (get. Pieter van Waesberge, Cornelia Timmers), beg. Rotterdam 6-3-1747 (kind van Gerrit van Leeuwe op het Haaringvliet naast Capt. Noot, oud 3 jaar).
-
cc. NN van Leeuwen, beg. Rotterdam 7-7-1745 (kraamkind van Gerrit van Leeuwe in de N have b. Boogertstraet).
-
dd. Aletta van Leeuwen, ged. geref. Rotterdam 6-11-1746 (get. Pieter van Waesbergen, Cornelia Timmers), ovl. na 1795.
-
ee. Elisabet van Leeuwen, ged. geref. Rotterdam 13-2-1748 (get. Mattheus van der Ven, Elisabet Hopmans), beg. Rotterdam 24-4-1748 (kraamkind van Gerrit van Leeuwe op het Haaringvliet b. Coestraat).
-
ff. Pieter van Leeuwen, ged. geref. Rotterdam 17-6-1749 (get. Pieter van Waasberge, Cornelia Timmers), ovl. na 1795.
-
gg. Maartinus van Leeuwen, ged. geref. Rotterdam 17-6-1751 (get. Pieter van Waasbergen, Cornelia Timmers), beg. Rotterdam Schotse kerkhof 1-10-1754 (kind van Gerrit van Leeuwe op het Haringvliet bij de Boogertstraat, oud 3 jaar).
-
hh. Cornelia van Leeuwen, ged. geref. Rotterdam 18-6-1752 (get. Pieter van Waasbergen, Cornelia Timmers), beg. Rotterdam Zuiderkerkhof 22-9-1752 (kind van Gerrit van Leeuwen in de Haringvliet bij Bogertstraat).
-
ii. NN van Leeuwen, beg. Rotterdam Schotse kerkhof 17-7-1753 (kraamkind van Gerard van Leeuwen op het Haringvliet b.d. Koestraat).
-
jj. NN van Leeuwen, beg. Rotterdam 11-5-1756 (kraamkind van Gerrit van Leeuwen in de Haringvliet b.d. boogerstraat).
-
kk. Elijsabet van Leeuwen, ged. geref. Rotterdam 25-9-1757 (get. Pieter van Waesberge, Cornelia Timmers), beg. Rotterdam 5-11-1757 (kraamkind van Gerrit van Leeuwen op het Haringvliet Bogertstr.).
-
ll. Elizabet van Leeuwen, ged. geref. Rotterdam 20-3-1760 (get. Pieter van Waesberge, Cornelia Timmers), beg. Rotterdam 14-11-1768 (kind van Gerrit van Leeuwen op het Haringvliet bij Bogerstr., oud 9 jaar).
-
b. Gerardus van Waesbergen, geb./ged. geref. Rotterdam 11/12-10-1660 (get. Pieter van Waesberge, Gerardus van Dijck, Maria van Waesberge)[536]
, ovl. (Rotterdam?) 11-05-1663 volgens Ref. [537]
, doch beg. aldaar niet gevonden.
-
c. Cat(ha)ri(j)na (Kat(h)arina) van Waesberge(n), ged. geref. Rotterdam 6-9-1663 (get. Martijnus Mijters, Sara van Waesberge), beg. Rotterdam Grote K. 2-2-1742 (eijge kelder), gaarder Cool 31-1-1742 (oud 78 jaar, ovl. in 't Proveniershuis onder Cool, geen kinderen), woont op het Steijger (1681),
in het Proveniershuijs (1721, 1742),
doopget. (1709, 1714),
otr./tr. 1o Rotterdam geref. 7/23-12-1681 [538]
Ad(e)ri(j)aan Pijthius (Pijthuijs, Pieteijus), beg. Rotterdam Grote K. 11-11-1706 (eigen graf, laat na 1 minderjarig kind), j.m., afkomstig van Willemstad, woont Molestraat (1681),
op 't Steijger (1683),
notaris op de Kaasmarkt naast van der Steen (1706),
otr./tr. 2o Hillegersberg 19-9/6-10-1721 (als wed. van Adrianus Pitius)
Thomas Sanders Rop (Kop), beg. Cool gaarder 18-4-1722 (ovl. in 't Proveniershuis, geen kinderen), wednr. van Lijsbeth Heyndriks, wonend in het Proveniershuijs (1721, 1722).
Uit haar eerste huwelijk (Pijthius-van Waesbergen) :
-
1. Maria Pijthuijs, ged. geref. Rotterdam 18-8-1682 (get. Abram van Waesbergen, Maria van Eijck en Johanna Pijthuis), beg. Rotterdam 4-6-1683 (kind van Adereijaen Pitsijnnets op 't Steijger).
-
2. Abra(ha)m Pijthius, ged. geref. Rotterdam 18-6-1684 (get. Abraham van Waesbergen en Veijnanda van Waesbergen), ovl. 1709-1714 (beg. niet gevonden te Rotterdam), wonend bij de Beurs (1707),
doopget. (1708),
otr./tr. Rotterdam geref. 10/26-7-1707
Anna van (der) Wi(e)l(li)(n)gen, ged. (verm. Rotterdam geref. 23-8-1676 als dr. van Henderick Jacopse van der Willege en Sara Davits), beg. Rotterdam Nieuwe K. 21-4-1752 (eigen graf, laat na 2 minderjarige en 3 meerderjarige kinderen), wonend te Groote Wijnbruggesteeg (1707),
op de Botersloot (1714),
Nieuwehavensteeg (1752)
Zij hertr. Rotterdam geref. 1/17-4-1714 Johannes Imchoor uit 's Gravenhage,
wonend te buyten De Schiedamsche Poort, bij wie zij nog kinderen krijgt.
-
aa. Adrianus Pithius, ged. geref. Rotterdam 28-7-1709 (get. Pieter van Waesberge, Catharina van Waesberge), van wie verder niets gevonden te Rotterdam.
-
d. Wijnanda van Waesberghe, geb./ged. geref. Rotterdam 3/5-3-1665 (get. Isaac Elsevier, Ida van der Straten), beg Rotterdam gaarder/Grote K. 16/28-10-1734 (eigen graf, laat na 2 meerderjarige kinderen), (=kw. nr. 339).
-
e. Gerit (Gerardus) van Waesberge, geb./ged. geref. Rotterdam 7/13-3-1667 (get. Johannis Rotsgene, Marija Drielenburg), over hem verder niets te Rotterdam gevonden.
-
f. Cornelis van Waesberge, ged. geref. Rotterdam 7-10-1670 (get. Marthijn Mijtheus, Johannes Isaacks van Waesbergh en Maria van der Leeu, ovl. (Rotterdam?) 30-11-1670,[539] beg. Rotterdam 2-12-1670(in de kerk, kind van Abereham Waesbergen).
-
g. Sara van Waesberge, geb./ged. geref. Rotterdam 8/10-3-1672 (get. Hermanus de Uijl, Marijtie Tierinx), beg. Rotterdam 11-5-1672 (in de kerk, kind van Abereham Waesbergen op 't Steijger).
-
h. Abraham van Waasbergen, ged. geref. Rotterdam 22-2-1674 (get. Maartijn Mijtens, Jacomina de Ridder, Adriaan van der Sluijs, Maartje van Bergen), ovl. (Rotterdam?) 30-7-1674[540], beg. Rotterdam 4-8-1674 (in de kerk, kind van NN Waesbergen, bockbijnder op 't Steijger).
680. ADRIAEN RIDDERUS (DE RIDDER), geb. Middelharnis, ovl. Nieuw-Hellevoet 1669, komt in 1648 als j.m. met attestatie van Middelharnis naar Brielle,[541]
notaris te Brielle (1648-1669), als zodanig geadmitteerd 17-2-1639 en 9-4-1647,
secretaris van Hellevoet (bij dopen van zijn kinderen vermeld 1653..1668) en
otr. Brielle 10-4-1650
681. P(I)ETRONELLA CAPERMANS, geb. Geervliet, beg. Delft Nieuwe K. 11-3-1711, geref. lidmaat op belijdenis te Geervliet 20-4-1642 als
Petronella Jans, jongedr., geref. lidmaat te Geervliet 17-10-1649
met attestatie van Delft als Pieternella Capermans,[542](¥)
doopget. (1661..1696).
| COMMENTAAR(¥)
Pieternella Kapermans is doopget. te Nieuwe Tonge (1696) bij een zn. van Jannetje Gerrits Tou en Cornelis Eduards.[543]. Is zij dezelfde?,
|
|
Wapen Caperman : gedeeld, 1: een zwarte gewende paalsgewijs geplaatste paling in goud; 2: een vis in blauw. Dit wapen komt voor op een wapenbord (1654) van de leden van de vierschaar van Putten (1654) in het stadhuis van Geervliet.[544]
|
|
Interieur van het stadhuis van Geervliet, waarin de bovengenoemde wapenborden van de leden van de vierschaar van Putten hangen.
[545]
|
Handtekening van Petronella Capermans (..-1711) onder hieronder beschreven akte van procuratie d.d. 23-8-1708.
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
Op 23-8-1708 machtigt Juffr. Petronella Capermans, wed. van Adrianus Ridderus, in zijn leven secretaris van Hellevoet, wonende te Delft, Adriaan Hoppesteijn van Leeuwen, advocaat en procureur te Delft, om ter sterfhuijse van wijlen Jacob Palingh overleden in 't Zuidland, haar belangen te behartigen. Comparante is een medeerfgenaam in de nalatenschap van mede wijlen Johannes Capermans, overleden te Barendrecht, betaande uit sekere goederen die gedurende het leven van voorn. Jacob Palingh bij denselven in lijftoght beseten waren, en de na desslfs dood op de naeste kinderen van de meergemelte Johannes Capermans gedesolveert waren. De gemachtigde moet helpen met de verdere medererfgenamen staat en inventaris te maken, de boedel te scheiden, en haar erfportie in ontbvangst nemen.
[546]
Uit dit huwelijk (Ridderus-Capermans) geref. gedoopt te Nieuw-Hellevoet :
-
a. Anna Ridderus, ged. 3-10-1653 (get. Ds de Ridder, predikant van Middelharnis, Ds Johanis van Noeijen en Sara Ridderus).
-
b. Johanna Ridderus, ged. 20-12-1654.
-
c. Johannis Ridderus, ged. 15-4-1657 (get. Ds van Noeijen en Sara Ridderus).
-
d. Johannis Ridderus, ged. 21-9-1659 (get. Cornelis Jans, sijn swager en Sara (Ridderus), sijn suster).
-
e. Franssiscus Ridderus, ged. 29-1-1665 (get. Sara Ridderis).
-
f. Francijscus Ridderus, ged. 17-10-1666 (get. Francij(scus Ridderus), predikant tot Rotterdam).
-
g. Franciskus Ridderus, ged. 5-8-1668 (get. Anna ??, Marija Swalmius, vr. van predikant(¥)).
| COMMENTAAR(¥)
Blijkbaar Ds. Godefridus Goverts du Bois, predikant te Kruiningen, Spijkenisse en Schiedam.[547]
|
-
h. Pieter Ridderus, geb. Hellevoet-binnen (doop niet gevonden), beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 52) 27-11-1728 [548], (=kw. nr. 340).
682. PIETER LAMBRECHTSZ DE/VAN HAY (HAAIJ), geb. vóór ca. 1640, beg. Maassluis 27-2-1682 (als Pieter Lambrechtsz, kuiper), woont op de Dijck te Maassluis (1666),
kuiper (1682),[549]
tr. 1o voor 1664
ERMPJE JORIS, ovl. 1664-1666, tr. 2o Maassluis geref. 26-12-1666 (als wednr., zij als wed.)
683. MEIJNSJE JANS SCHIM, ged. Maassluis 1-4-1640, beg. Maassluis 21-11-1691, j.d., woont op de Noortvliet (1665), en als wed. op de Noorddijk (1666) te Maassluis.
otr. 1o Maassluis geref. (attestatie op Blankenburg 20-12-1665)
WILLEM WILLEMSZ (VAN DE) HOFSTEDE, ovl. 1665/66, wonend op de Noortvliet te Maassluis (1665).
Uit zijn eerste huwelijk (de Hay-Joris):
-
a. Lambregt Pietersz van/de Haaij, ged. geref. Maassluis 11-5-1664 (vadersnaam Pieter Lambregtsz), tr. 1o Maassluis 31-5-1693[550]
Maartje Arents de Beste, ovl. 1694-1697, tr. 2o Maassluis 8-12-1697[551]
Aeltje Arents van der Does (Verdoes), ged. Maassluis 17-3-1675, dr. van Ary Cente van der Does en Pietertje Claas van der Hoef [552].
Uit zijn eerste huwelijk (de Haaij-de Beste):
-
1. Ary Lambregts de Haaij, ged. geref. Maassluis 28-4-1694.
Uit zijn tweede huwelijk (de Haaij-van der Does) (bij beide dopen moedersnaam patroniem):
-
2. Ermpje Lambregts de Haaij, ged. geref. Maassluis 9-11-1698.
-
3. Pieter Lambregts de Haaij, ged. geref. Maassluis 18-7-1700, tr. Maassluis 12-5-1726
Jannetje Gerritse van Looije. Hieruit verder nageslacht bekend (5 kinderen geref. gedoopt Maassluis 1727-1741).
Uit zijn tweede huwelijk (de Hay-Schim) (moeder alleen onder patroniem vermeld) :
-
b. Susanna Pietersz van Haaij, ged. geref. Maassluis 4-9-1669, (=kw. nr. 340).
-
c. Willem Pietersz van Haaij, ged. geref. Maassluis 11-11-1676, beg. Maassluis 1-12-1677 ("een kind van Pieter Lambrechtsz").
-
d. Jan Pietersz van/de Ha(a)ij, ged. geref. Maassluis 1-1-1679,[553]
tr. Maasluis 18-5-1704
Ariaantje Arents Keijser.
-
1. Meinsje Jans de Haaij, ged. geref. Maassluis 25-2-1705, ovl. jong?
-
2. Meinsje Jans de Haaij, ged. geref. Maassluis 16-11-1707.
-
3. Leentje Jans de Haaij, ged. geref. Maassluis 11-12-1712, ovl. jong?
-
4. Leentje Jans de Haaij, ged. geref. Maassluis 21-5-1714.
-
e. Claasje Pietersz van Haaij, ged. geref. Maassluis 11-1-1682, beg. Maassluis 28-1-1682 ("een kind van Pieter Lambrechtsz").
Uit haar eerste huwelijk (Hofstede-Schim) geref. gedoopt te Maasluis (moeder alleen onder patroniem vermeld) :
-
a. Willemtgen Willems Hofstede, ged. 21-2-1666.
684. ARY JORISZ BO(O)G(A)ERT ("alias Sluys")(¥), geb. 1609[554], beg. Maassluis 17-8-1672, j.m., wonend in het Groeneveld te Maassluis (1630),
stierman,
tr. Maassluis geref. 16-6-1630 (beiden onder patroniem)
685. TRIJNTJE GOVERTSDR VAN WIJN, ovl. 1666-1670 (CHECK!) er is wel een Trijntje Goverts beg. Maassluis 19-5-1673.
j.d., wonend op het Voorvliet (Noortvliet?) te Maassluis (1630),
vermeld in notarieel archief Maassluis 18-5-1666.
[555]
| COMMENTAAR(¥)
mogelijke verwant aan Willem Boogaert, penningmr. van de visssery te Maassluis, en Hendrik Boogaert, schepen van Maassluis (1649).[556]
|
Op 19-8-1653 wordt attestatie afgelegd ten verzoeke van Jan van Lis, door Jan Woutersz Rous,
stierman, oud 36 jaren, en Jan Bastiaensz, visser, oud 31 jaren : " dat zij
deposanten op den XXIe july 1653 lestleden hebben gezien dat stierman Ary
Jorisz van hyer uitgeseylt sijnde alsdoen omtrent de Vlyelanderbanck van een
Engels schip genomen en(de) ten huydige dach niet thuys gecomen is
[557].
Adrijaen Jorisz "gewesene styerman op een hoeker, verklaarde op 14 november
1653 ten verzoeke van Jan van Lis, boekhouder van het schip, dat het schip
omtrent eind september tot Londen in het venduhuis in het openbaar was verkocht
voor 265 pond Sterling. Het schip was op thuisreis andermaal door een Engelse
kapitein genomen. Nadat het schip op 1 juli 1653 voor de eerste maal was
genomen door de Engelse kapitein Richard Swaens, was het schip met het volk
en de gevangen vis naar Engeland opgebracht en daar eerst vrijgegeven nadat
het rantsoen van tweehonderd pond Sterling, of wel tweeduizend car. guldens
was betaald
[558].
Op 29-10-1668 is Ary Jorisz Sluijs, stierman, onder de verkopers van 5/6 parten, of
"dertich lijnen uyt sesendertich lijnen " in een hoekerschip, oud vijf jaren,
groot zesentwintig last haring, laatst gevoerd bij Jacob Arentsz Bogert (zijn
zoon)
[559].
Uit dit huwelijk (bij geen van de dopen een moedersnaam genoemd, vadersnaam alleen met patroniem) :
-
a. Maertgen Arens (Boogert?), ged. 16-3-1631 (vader Adrijaen Jorisz, stierman), ovl. jong?
-
b. Trijntgen Arens (Boogert?), ged. 9-1-1633 (vader Adrijaen Jorisz).
-
c. Maertgen Arens (Boogert?), ged. 14-12-1636 (vader Adrijaen Joorisz, visser), ovl. jong?
-
d. Joris Arens (Boogert?), ged. 4-7-1638 (vader Adrijaen Jorisz, visser, zoon van Jooris Maertsz), ovl. jong?
-
e. Jacob Arensz Boogaert, ged. 14-10-1640 (vader Arij Jorisz), ovl. aang. Maassluis 25-4-1718, j.m., wonend in de Taenstraat te Maassluis (1668),
stierman,
tr. Maassluis geref. 22-1-1668
Neeltgen Abrahams van der Lee, ovl. aang. Maassluis 30-10-1713, j.d., wonend op de Suijtvliet te Maassluis (1668),
dr. van Abraham Leendertsz van der Lee, stierman, gecommitteerde van
de visserij te Maassluis, en Ariaentjen Joostendr Abbenbrouck.[560]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Arejaentje Jacobs Boogaert, ged. geref. Maassluis 12-2-1669.
-
2. Arij Jacobs Boogaert, ged. geref. Maassluis 4-3-1671, ovl. jong?
-
3. Trijntje Jacobs Boogaert, ged. geref. Maassluis 25-1-1673.
-
4. Lijsbet Jacobs Boogaert, ged. geref. Maassluis 17-11-1675.
-
5. Abram Jacobs Boogaert, ged. geref. Maassluis 5-3-1679.
-
6. Ary Jacobs Boogaert, ged. geref. Maassluis 5-9-1683.
-
f. Neeltge Arens (Boogert?), ged. 27-10-1641 (vader Arij Jorisz).
-
g. Maertie Arens (Boogert?), ged. 9-1-1643 (vader Arij Jorisz).
-
h. Joris Arens (Boogert?), ged. 9-1-1643 (vader Arij Jorisz), ovl. jong?
-
i. Joris Arens (Boogert?), ged. 28-1-1643 (vader Arij Jorisz), ovl. jong?
-
j. Joris Arensen Bogert, ged. 18-3-1643 (vader Arij Jorisz), j.m., wonend achter de Taenschuer te Maassluis (1667),
stierman ter haring- en beugvaart, tr. Maassluis geref. 8-5-1667[561]
Annetje Arensen Lucht, j.d., wonend inde Patijnestraat te Maassluis (1667),
dr. van Arent Andriesz Lucht, visser, en Trijntje Elisdr.[562]
Een Joris Boogert, inwoner van Schiedam, is getuige bij een acte te Schiedam 7-11-1696.[563]
Uit dit huwelijk (moedersnaam bij alle dopen onder patroniem):
-
1. Arij Jorisz Boogert, ged. geref. Maassluis 12-2-1668.
-
2. Trijntje Jorisz Boogert, ged. geref. Maassluis 26-10-1670, beg. Maassluis Grote K. 17-8-1752 (graf nr. 261)[564], tr. Maassluis 4-4-1695
Tijs Gideonsz Kouwenhove.
-
3. Jan Jorisz Boogert, ged. 19-6-1672.
-
4. Geertruij Jorisz Boogert, ged. geref. Maassluis 11-2-1678.
-
5. Neeltje Jorisz Boogert, ged. geref. Maassluis 16-4-1681.
-
6. Willem Jorisz Bog(a)ert, ged. (na 1683?), filiatie niet bewezen,
j.m. wonend te Maasland (1707),
tr. Maasland 15-5-1707[565]
Aaltje Cornelis Bergman, ged. Maasland 26-9-1677, beg. verm. Maasland 24-10-1760, j.d. won. Maasland (1707),
verm. dr. van Cornelis Pietersz. Bregman, bouwman te Maasland en Maertgen Jansdr (Huysman).
-
aa. Trijntje Bogaart, ged. Maasland 14-10-1708, ovl. na 1770, komt nog voor op de lidmatenlijst van de kerk te Maasland
in 1770,
tr. Maasland 18-12-1740[566]
Pieter van Wijn, ged. De Lier 25-5-1711, ovl. na 1765, arbeider ten haring,
zn. van Willem van Wijn, mr. chirurgijn en diaken
te Maasland, en Anna T(h)iel(e)mans.
-
aaa. ongedoopt kind, beg. Maasland 22-10-1742.
-
bbb. Anna van Wijn, ged. Maasland 26-12-1744, ovl. Maasland 6-9-1807, otr. Maasland 22-10-1773[568]
Bruyn van Dijk, ged. 's-Gravenzande 23-10-1735, zn. van Jan Jacobsz van Dijk en
Annetje Bruynen Valkenburg,
wednr. van Lidewij de Vriendt.
-
ccc. Willem van Wijn, ged. Maasland 31-7-1746.
-
ddd. Adriana van Wijn, ged. Maasland 24-1-1748.
-
k. Arij Arens (Boogert?), ged. 9-7-1645 (vader Arij Jorisz).
-
1. Pieter Arensz Boogaert, geb. vóór ca. 1665 (doop niet gevonden), beg. Maassluis Grote K. 4-7-1738 (graf nr. 310, alias Pieter de klapwacker (=nachtwaker))[569], tr. 1o
Maartje Coenen, tr. 2o Maassluis geref. 3-11-1688
Jaapje Jacobse, tr. 3o?
Meijnsje Cornelisdr van der Meer, beg. Maassluis Grote K. 8-5-1726 (graf nr. 225) (gaat op 4-7-1738 ook naar graf nr. 310)[570]
Uit zijn tweede huwelijk (¥):
-
aa. Ary Boogaert, ged. Maassluis geref. 16-1-1686.
| COMMENTAAR(¥)
Wie zijn de drie kinderen van Pieter Bogaart die worden beg. Maassluis Grote K. (allen in graf nr. 178) 17-9-1709, 16-4-1716, en 16-9-1717.[571]
|
-
l. Govert Arens Boogaert, ged. 6-3-1647 (vader Arij Jooste), (=kw. nr. 342).
686. GERRIT LEENDERTSZ BO(C)XHOORN, geb. Maassluis mei 1607, ovl./beg. Maassluis Grote K. 2/5-11-1670 (graf nr. 141)[572], koopt dit graf in 1645 van de kerk [573],
j.m., wonend in de Schans te Maassluis (1629),
blocmaker (1630..1640),
vermeld in notarieel archief Maassluis (1652..1666),
[574]
schepen (1652-1657) en burgemeester (1663..1668) van Maassluis [575],
tr. Maassluis geref. 9-9-1629 (beiden onder patroniem)
687. MAERTGEN HERTOCHS (HOOGWERF), geb. vóór ca. 1610, ovl. na 1654, j.d., wonend in de Schans te Maassluis (1629).
|
Wapen Hoogwerf : Een schip in aanbouw, in de spanten, voor- en achtersteven geschoord
[576]. Deze afbeelding komt voor in een ovaal op graf nr. 147,
waarin o.a. haar broer Arijen Hertochsz begraven ligt.
|
Gerrit Leenderss, blokmaker, en zijn echtgenote Maertge Hartoochs testeren 20-9-1638. Haar nicht is Ariaentge Goverts.
[577]
Gerrit Leenderss Bocxhoorn vermeld als blokmaker, wonend te Maassluis, oud 32 jr., in een Attestatie d.d. 9-11-1639
[578]
Gerrit Leenderss Bocxhoorn vermeld als blokmaker in een Attestatie d.d. 10-12-1639.
[579]
Gerrit Leenderss, blokmaker, en zijn echtgenote Maertge Hartoochs testeren 20-9-1638. Haar nicht is Ariaentge Goverts.
[580]
Gerrit Leenderss Bocxhoorn vermeld als voogd in een Akte van voogdij d.d. 4-3-1640.
Zijn broer is Willem Leend. Bocxhoorn.
[581]
Gerrit Leenderss Bocxhoorn vermeld als getuige in een Testament d.d. 29-12-1640.
[582]
Gerrit Leenderss Bocxhoorn vermeld als voogd in een Codicil d.d. 13-10-1642.
Hij is zwager van Machtelt Prsdr van der Werve.
[583]
Gerrit Leenderss Bocxhoorn vermeld als voogd in een Testament d.d. 18-10-1642.
Hij is zwager van Leendert Prss van der Werve.
[584]
-
a. Hertich Gerrits Boxhoorn, ged. geref. Maassluis 25-8-1630 (vader Gerrit Leendertsz, blocmaker), ovl. jong?
-
b. Aeltgen Gerrits Boxhoorn, ged. geref. Maassluis 12-4-1632 (vader Gerrit Leendertsz blockmaker), ovl. jong?
is vermoedelijk (CHECK doopboek),
Leentje Gerritdr Boxhoorn, geb. april 1632, ovl. 19-11-1646, beg. Maassluis Grote K..
-
c. Teuntgen Gerrits Boxhoorn, ged. geref. Maassluis 28-10-1635 (vader Gerrit Leendertsz Bucxhoorn, blockmaker, moeder Maartje Hartog), j.d., wonend in de Schans te Maassluis (1662),
tr. Maassluis geref. 21-5-1662
Dirk Huijgen van der Doll, mandemaker (1661),
wednr. van Trijntie Vrancken (huw 1655), wonend in de Boogert (1662).
Uit dit huwelijk (van der Doll-Boxhoorn) geref. gedoopt te Maassluis :
-
1. Arij Dirks van der Doll, ged. 23-2-1663.
-
2. Hertogh Dirks van der Doll, ged. 22-5-1664.
-
3. Huijch Dirks van der Doll, ged. 23-4-1666.
-
4. Korstijntje Dirks van der Doll, ged. 29-7-1668.
-
5. Dirckje Dirks van der Doll, ged. 24-6-1671.
-
d. Hartich Gerrits Boxhoorn, ged. geref. Maassluis 15-8-1638 (vader Gerrit Leendertsz Bucxhoorn, moeder Maartje Hartog).
-
e. Arijaentgen Gerrits Boxhoorn, ged. geref. Maassluis 21-1-1640 (vader Gerrit Leendertsz Bucxhoorn, blockmaker, moeder Maartje Hartog), ovl. jong?
-
f. Neeltge Gerrits Boxhoorn, ged. geref. Maassluis 25-5-1642 (vader Gerrit Lenertsz), ovl. jong?
-
g. Lenert (Leendert) Gerritsz Boxhoorn, ged. 21-9-1642 (vader Gerrit Lenertsz), ovl. 4-10-1715, beg. Maassluis Grote K., j.m., wonend in de Schans te Maassluis (1677),
otr./tr. Maassluis geref. 31-10/21-11-1677 (met attestatie naar Dordrecht 29-10-1677)
Marijtje Claes van Sittert, j.d., wonend in de Schans te Maassluis (1677).
-
i. Aeltgen Gerrits Boxhoorn, ged. geref. Maassluis 24-11-1647 (vader Gerrit Leendersen Boxhoorn, moeder Maertgen Hartochs, in de Schans).
-
j. Neeltgen Gerrits Boxhoorn, ged. geref. Maassluis 30-8-1651 (vader Gerrit Leendertsz Buxhorn, moeder Maertjen Hertochs), (=kw. nr. 343).
CHECK elders doopdatum 3-9-1651
-
k. Adriaen Gerrits Boxhoorn, ged. geref. Maassluis 5-7-1654 (vader Gerrit Leendertsen Boxhoorn, moeder Maertgen Hartoghs), stierman op het haringsschip de Eendragt.[585]
-
h. Willem Gerrits Boxhoorn, filiatie niet bewezen, geen doop gevonden,
j.m., wonend in de Bonestraat te Maassluis (1680),
otr./tr. Maassluis geref. 21-4/5-5-1680
Cornelia Gerrits, j.d., wonend in de Zandrijnstraat te Maassluis (1680).
688. ABRAHAM LUCASZ VAN VOLKOM (VOLCKENS?), ged. Dordrecht aug. 1629, "schippersgast" te Dordrecht,
tr. Dordrecht 27-7-1653
689. MAYCKEN JACOBS.
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Dordrecht (vader bij alle dopen alleen met patroniem genoemd) :
-
a. Sara Abrahams (van Volkom), ged. 13-2-1654, ovl. jong?
-
b. Jacob Abrahams (van Volkom), ged. 8-10-1655, ovl. jong?
-
c. Neeltgen Abrahams (van Volkom), ged. 6-1-1657, ovl. jong?
-
d. Sara Abrahams (van Volkom), ged. 7-6-1658, ovl. jong?
-
e. Lucas Abrahams (van Volkom), ged. 4-1-1660.
mogelijk dezelfde als Lucas van Volkom,
betaalt verponding (1731) als eigenaar van een huis aan de Marienbornstraat, getaxeerd op f 31,--, nieuwe aanslag f 5,5,--, oude aanslag f 2,12--,
(het pand is verhuurd voor 12 en 6 st.p.w. (f 31.4 en f 15.12), waarvan af een derde).
[586]
-
f. Sara Abra(ha)ms(e), ged. 2-7-1662.
otr. Dordrecht 7-10-1685
Pieter Ariense van Dongen.
-
1. Maijken van Dongen, ged. Dordrecht 29-7-1686, ovl. jong?
-
2. Maijkcje van Dongen, ged. Dordrecht 4-2-1688.
-
3. Abram van Dongen, ged. Dordrecht 16-9-1693, ovl. jong?
-
4. Abraham van Dongen, ged. Dordrecht 7-8-1696, ovl. jong?
tweeling met
-
5. Maijcke van Dongen, ged. Dordrecht 7-8-1696.
-
6. Abraham van Dongen, ged. Dordrecht 22-1-1698.
-
7. Denijs van Dongen, ged. Dordrecht 8-11-1700.
-
g. Jacob Abrahams (van Volkom), ged. 7-12-1664, ovl. jong?
-
h. Neeltge Abrahams (van Volkom), ged. 3-1-1666, tr. vóór 1702
Ari Eduardse Maekali.
-
1. Berber Ariens, ged. Dordrecht 9-8-1702.
-
2. Barber Ariens, ged. Dordrecht 17-12-1703.
-
i. Jacob Abrahams (van Volkom), ged. 3-6-1668, ovl. jong?
-
j. Jacob Abrahams (van Volkom), ged. 20-8-1670, beg. Dordrecht 13-2-1730, (=kw. nr. 344).
690. PIETER BARENTSE VERHOEVEN, geb. Doopsgez. Dordrecht 1647, ged. (DG??) 16-8-1652, ovl. na 1679, otr. Dordrecht 21-3-1666
691. TRIJNTJE JANS CAMP(EN) (KEMPEN), geb. Mörs, ovl. na 1679.
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Dordrecht (bij alle dopen vaders naam alleen patroniem, moeders naam Campen of Kempen):
-
a. Baertge Pieters (Verhoeven), ged. 9-9-1667.
-
b. Maria Pieters (Verhoeven), ged. 16-8-1670.
-
c. Pietronella Pieters (Verhoeven), ged. 19-8-1675.
-
d. Jillis Pieters (Verhoeven), ged. 10-9-1677.
-
e. Anna Pieters (Verhoeven), ged. 26-8-1679, (=kw. nr. 345).
692. ABR(AH)AM TARGIER (TERSIER, TRESIER), geb. Dordrecht vóór ca. 1655, ged. Doopsgez. Dordrecht 1-4-1674, beg. Dordrecht Grote K. 17-5-1709 (Abram Tresier Mennonite vermaender woont op de Groenmarkt), jongman, grutter van Dordrecht (1678),
zeepzieder (1699),
koopman en zeepzieder in "De Hamer",[587]
leeraar der Doopsgezinden,[588],
gekozen/benoemd tot ouderling/leeraar van de Doopsgezinde
gemeenschap te Dordrecht (1691),[589]
[590]
belender in de Vriesestraat te Dordrecht (1699),
woont op de Groenmarkt (1709),
otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 11-5/5-6-1678 (get. Elijsabet Jochems, zijn moeder, Anthonij Teruwe, haar vader)
693. GEERTRUY ANT(H)ONISDR TER(U)WE(N), geb. Doopsgez. Dordrecht, beg. Dordrecht 14-2-1708, jonge dochter wonende te Dordrecht (1678).
|
Wapen Terwen : In groen een zilveren korenschoof,[591]
met pluimen.[592]
|
Op 21-5-1699 verkoopt Abraham Targier, zeepzieder, aan
Salomon Bosgagie, Bartholomeus Targier, Tanneke Targier, Sara Targier (weduwe), Catarina Targier en Dr. Joachim Targier, voor f 1700,-- een pand genaamd de Eenhoorn in de Nieuwkerkstraat te Dordrecht, belend door Pieter Gront, bakker, en
Cornelis Huijsman. Schuldeiser is Adriana Claes. Als curator treedt op Samuel De Moraaz, notaris. Overige genoemde personen Tielman van Ternij (overleden).
[593]
Op 21-5-1719 komen in een procuratieakte te Schiedam voor
Huibert van den Berg, mr. Loodgieter, gehuwd met Sara Targier, en
Abraham Targier, gehuwd met Geertruit Terwe.
[594]
Vooralsnog is onduidelijk of alle genoemdemn dan nog leven.
Jakob Targier schrijft een gedicht Troost aan myne moeder Geertruid Terwen, door hem gedateerd 1708.[595] Zijn moeder, die op 14 februari van dat jaar wordt begraven, is dan blijkens de tweede strofe al ernstig ziek "Want van een teering aangrandt / Vergaat u 't merg en ingewant".
Uit het huwelijk (Targier-Terwen)(¥) geboren (Doopgez?) te Dordrecht [596] :
-
a. Anthony Targier, (=kw. nr. 346).
-
c. Sara Targier, geb. vóór ca. 1700, ovl. 1737-1748, betaalt verponding (1731) als eigenaar van een huis aan de Wijngaardstraat (Heerheym.str-Nieuwkerkstr), getaxeerd op f 59,--, nieuwe aanslag f 4-18, oude aanslag f 12, (op de plaats van Sara Targier, vier huisjes, elk verhuurd voor 8 st. p.w. (f 22.02), daarvan af een derde),[597]
testeert in 1737,
tr. vóór 1719
Huibert van den Berg(h), mr. loodgieter (1719),
woont te Schiedam (1748).
Hij hertr. Leiden schepenen 15-2/2-3-1748 (get. Abraham van den Bergh, zijn zoon op de Hogelandse Kerkgragt, en Johanna Outshoorn snaer(?) op de Ouden Rhijn) Geertruyd Esbeek, wonend op de Nieuwen Rhijn.
Op 21-5-1719 komen in een procuratieakte te Schiedam voor
Huibert van den Berg, mr. Loodgieter, gehuwd met Sara Targier, dochter van Abraham Targier en Geertruit Terwe.
[598]
Index ONA Schiedam: (tekst nog opzoeken):
1733: Sara Targier: procuratie.[599]
1737: Sara Targier maakt een testament.[600]
-
1. Abraham van den Bergh, geb. Schiedam, apotheker (1747),
woont op de Hogelandse Kerkgragt te Leiden (1747, 1748),
huw. get. (1747, 1748),
otr./tr. Leiden schepenen 16-2/5-3-1747 (get. Huybert van den Bergh, zijn vader wonend te Schiedam, en Fop Reeneman, haar vader op de Hogewoert)
Geertje Reeneman, woont op de Oude Hogewoert te Leiden (1747).
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1747: Abraham van den Bergh Akte van cautie [601]
1747: Abraham van den Berg en vrouw, Testament [602]
-
d. Bartolomeus Targier, ovl. na 1743, vermeld als legataris in het testament van zijn aangetrouwde neef Abraham Bosschagie (1729.
Jakob Targier schrijft, na het overlijden van zijn vader in 1709, een gedicht Troost aan myne broederen Bartholomeus en Pieter Targier.[603]s
Index ONA Schiedam: (tekst nog opzoeken):
1737: Testament. Abraham Targier, Bartholomeus Tergier.
[604]
Op 11-4-1741 verkoopt Arent de Heer aan Bartholomeus Targier en Geertruijt Targier voor f 1400,-- een pand in de Lange Breestraat te Dordrecht, belend door Dirk de Graaff en
Maria Vermaas.
[605]
-
e. Elisabeth Targier, geb. vóór ca. 1690, ovl. na 1744, tr. vóór 1711
J. v. Louw.
Index ONA Schiedam: (tekst nog opzoeken):
1711: Elisabet Targier, echtgenote van J. v. Louw maakt een testament.[606]
Op 5-2-1743 verkopen Bartholomeus Targier en Elisabeth Targier aan Jacob Stoop Jacobsz, ontvanger gemene middelen, voor f 1100,-- een pand in de Voorstraat bij de Nieuwkerk, met een uitgang op de Wijngaardstraat, belend door de erfgenamen van Willem de Bruijn,
Leendert de Laat (overleden) en
Adriana Swaan (diens?) weduwe.
[607]
Op 27-2-1744 verstrekt Elisabeth Targier aan Jan Chaellier ee hypotheek van f 100,--, met als onderpand een pand in de Dwarsgang bij de Vriesestraat te Dordrecht, belend door Gosset
en Cornelis van Wijk
[608]
-
f. Jacob(us) Targier, geb. Dordrecht 21-3-1688, ovl. Dordrecht 10-11-1735, ongehuwd, dichter, werd blind in 1712, maar ging voort met het componeren
van gedichten, die door zijn vrienden werden opgeschreven,[609]
vermeld als legataris in het testament van zijn aangetrouwde neef Abraham Bosschagie (1729.
Jacobus Targier toonde in zijn jeugd veel aanleg voor studie en letteren
maar zijn reeds verzwakkend gezichtsvermogen belette hem zich daaraan te
wijden. Reeds in 1712 werd hij geheel blind. In 1722 gaf hij den moed geheel
op, zich verder met dichten bezig te houden, maar door de poezie van
Klara Ghijben werd hij er weer toe opgewekt. Zijn vriendschap met
Johannes Baden, later gehuwd met Klara Ghijben en
Mr. Johannes Petraeus bewerkte, dat deze hem werken van smaak en
geleerdheid voorlazen en zijn verzen opteekenden. Hij overleed ongehuwd
aan een uitterende ziekte. In 1737 gaf zijn vriend Johannes Baden
zijn "Gedichten" uit, voorafgegaan door een korte levensschets en met
een opdrachtsvers aan den overleden dichter door Arnoldus Hoogvliet.
De bundel bestaat uit zededichten, verjaardichten, bruiloftsdichten,
lijkdichten en mengeldichten, waaronder ook erotische poezie en een gedicht
aan N. N., waaruit blijkt, dat hij ca. 1712 verloofd is geweest. Achteraan
volgt: "Lijkcipressen gestrooid op het graf van Jacob Targier", door
Klara Ghijben-Badon, Susanna Baden, J. Petraeus, A. van der Vliet
en Johannes Badon. Oudere critici als Jeronimo de Vries en
Witsen Geysbeek hebben zijn verzen zeer geprezen. [610]
|
Frontpagina van de Gedichten door Jakob Targier (1688-1735), postuum uitgegeven in 1737 door zijn vriend Johannes Baden.
|
Liefdesgedicht uit 1712 door Jakob Targier voor een onbekende beminde.
Uit: Jakob Targier, Gedichten, Delft, 1737.
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
-
g. Willem Targier, "dood".
-
h. Pieter Targier, ovl. na 1709.
Jakob Targier schrijft, na het overlijden van zijn vader in 1709, een gedicht Troost aan myne broederen Bartholomeus en Pieter Targier.[611]
-
j. Geertruijd Targier, geb. "dood".
-
k. Geertruijd Targier, ovl. na 1741.
Op 11-4-1741 verkoopt Arent de Heer aan Bartholomeus Targier en Geertruijt Targier voor f 1400,-- een pand in de Lange Breestraat te Dordrecht, belend door Dirk de Graaff en
Maria Vermaas.
[612]
-
n. Susanna Targier, "dood".
694. GERRIT HULSTMAN, geb. Doopsgez. Dordrecht, beg. Dordrecht 30-6-1725, tr. Gouda (schepenen) 15-9-1686
695. FIJTGEN TIRION, geb. Doopsgez. Dordrecht, beg. Gouda 30-11-1700.
Uit dit huwelijk geboren (o.a.?) (¥):
-
a. Geertruy Hulstman, geb. Doopsgez. Gouda, (=kw. nr. 347).
| COMMENTAAR(¥)
Is Isaak Hulstman, poorter van Rotterdam 30-3-1724, geboortig van Gouda, een zoon? [613]
|
700. PIETER (VAN) NIEUWENHUIJSEN, geb. Waltziel (Gulik), beg. Dordrecht Nieuwe K. 26-1-1717, otr./tr. Dordrecht 3/18-1-1694
701. GEERTRUIJD (VAN DER) KLOECK (KLO(C)K, KLOGH), ged. Dordrecht 9-9-1673, beg. Dordrecht Nieuwe K. 15-6-1746.
-
a. Arnoldus Nieuwenhui(j)sen, ged. geref. Dordrecht 27-6-1694, ovl. na 1760, looier (1747),
belender in de Augustijnenkamp te Dordrecht (1760),
otr. Dordrecht 7-2-1721
Cat(a)rina Ser(r)et, ovl. na 1726.
Op 16-5-1743 neemt Jacobus Visscher, secretaris, een hypotheek van f 300,-- op Arnoldus Nieuwenhuijse. Als onderpand dient een pand aan de noordzijde van de Augustijnenkamp te Dordrecht, belend door de erfgenamen van Joost van de Graaff en de
weduwe Veltman.
[614]
Op 17-1-1747 koopt Arnoldus Nieuwenhuijse, looier, van curator Ewout Bosveld, klerk ter secretarie, en Huijbert van Wetten, notaris, uit de failliete boedel van Willem Pickaert, overleden leerhandelaar en Maria Scheij, diens weduwe, voor
f 240,-- een pand aan de Kromme Elleboog te Dordrecht, belend door de weduwe Jan van der Kroon en Hendrik van der Meulen.
[615]
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Dordrecht :
-
1. Pieter Nieuwenhuijsen, ged. 13-1-1722, ovl. jong?
tweeling met
-
2. Geertruij Nieuwenhuijsen, ged. 13-1-1722.
-
3. Sophia Nieuwenhuijsen, ged. 9-11-1723.
-
4. Pieter Nieuwenhuijsen, ged. 6-1-1726.
-
b. Gerrit Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 28-11-1695, otr. 1o Dordrecht 14-4-1720
Anna van Hoogstraten, ovl. 1721/22, dr. van Frans Jacobsz van Hoogstraten en Jannetje Pleunen (Freckolaas) (dan ged. Dordrecht 25-10-1693) of
van Pieter van Hoogstraten en Johanna Rosiers (dan ged. Dordrecht 25-10-1693)
otr. 2o Dordrecht 1-5-1722
Di(j)na Herdam (van Hardam), ovl. na 1725.
Uit zijn eerste huwelijk (Nieuwenhuijsen- van Hoogstraten) geref. gedoopt te Dordrecht :
-
1. Pieter Nieuwenhuijsen, ged. 11-3-1721.
Uit zijn tweede huwelijk (Nieuwenhuijsen- Herdam) geref. gedoopt te Dordrecht :
-
2. Magdalena Nieuwenhuijsen, ged. 21-3-1723.
-
3. Pieternella Nieuwenhuijsen, ged. 1-1-1725.
-
c. Belia (van) Nieu(wen)huijsen, ged. geref. Dordrecht 4-1-1698, ovl. na 1731, otr. Dordrecht 29-3-1716
Jan Smit(s), ovl. na 1731.
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Dordrecht :
-
1. Lijsbeth Smits, ged. 22-12-1716.
-
2. Frans Smits, ged. 9-8-1718.
-
3. Jacomijntie Smits, ged. 29-9-1719, ovl. jong?
-
4. Johanna Smits, ged. 21-4-1722.
-
5. Francijntje Smits, ged. 26-12-1723.
-
6. Michiel Smits, ged. 28-6-1726.
-
7. Jacomeintje Smits, ged. 9-5-1731.
-
d. Christiaen (Korstiaan) Nieuwenhuijse(n), ged. geref. Dordrecht 26-6-1699, otr. Dordrecht 2-11-1725
Anna Maeswin(c)kel.
-
1. Geertruij Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 24-9-1726.
-
2. Maertie Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 13-3-1729.
-
3. Pieternella Willemijna Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 23-1-1732.
-
4. Pieter Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 22-12-1734.
-
e. Willem Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 27-5-1702, ovl. jong?
-
f. Willem Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 26-11-1704, beg. Dordrecht 28-5-1762, (=kw. nr. 350).
-
g. A(a)lbert Nieuwenhui(j)se(n), ged. geref. Dordrecht 4-4-1707, ovl. na 1768, belender in de Kromme Elleboog (1738..1755), in de Tolbrugstraat landzijde (1740), in de Kolfstraat (1754), aan het Bagijnhof (1756, 1758), in het Achterom in de omgeving van oude vrouwenhuis (1757, 1759), aan de Varkenmarkt/Tolbrugstraat (1766), in de Nieuwkerkstraat (1768)
zakkendrager (1750..1767),
otr. Dordrecht 16-10-1724
Maaijke (Marijke) de Raadt (Raad, Raat), ged. Dordrecht 16-8-1702, ovl. na 1768(¥), dr. van Joost de Raat en Pieternel Gijsberts.
| COMMENTAAR(¥)
Op 30-9-1760 komt in een verkoopakte de wed. van Aalbert Nieuwenhuizen voor als belendster in de Riedijk. Dat valt niet te rijmen net het feit dat Aalbert Nieuwenhuizen en zijn vrouw Maaike de Raat nog tot in 1768 tesamen in verkoopakten optreden (zie hieronder). ZOEK UIT!
|
Op 29-9-1735 geeft Aalbert Nieuwenhuijse, schuldenaar, aan Adriana de Laat wed. van Bartholomeus van Aarden, schuldeiser, voor f 100,-- in hypotheek een pand aan de Tolbrugstraat landzijde te Dordrecht, belend door Hendrik van Bracht en
Matthijs Struijkman,
[616]
en voor f 310,-- in hypotheek twee panden aan de Kromme Elleboog te Dordrecht, belend door Lena van den Berg, Gijsbert Beugels, Jan den Dragonder, en Lambert Vogels.
[617]
Op 29-9-1735 geeft Aalbert Nieuwenhuijse, schuldenaar, aan Adriana de Laat wed. van Bartholomeus van Aarden, schuldeiser, voor f 410,-- in hypotheek drie panden aan de Tolbrugstraat landzijde te Dordrecht, belend door Lena van den Berg, Gijsbert Beugels, Jan den Dragonder, Lambert Vogels, Hendrik van Bracht en
Matthijs Struijkman.
[618]
Op 29-9-1735 verkoopt Justus de Caesteker, notaris, uit de nalatenschap van Bartholomeus van Aarden, aan Aalbert Nieuwenhuijse voor f 150,-- en f 310,-- twee panden in de Tolbrugstraat landzijde te Dordrecht, belend door Lena van den Berg, Hendrik van Bragt, Matthijs Struijkman en Lambert Vogels.
[619]
Op 29-9-1735 verkoopt Adriana de Laat, wed. van Bartholomeus van Aarden, aan Aalbert Nieuwenhuijse voor f 150,-- een pand in de Tolbrugstraat landzijde te Dordrecht, belend door Hendrik van Bragt, Matthijs Struijkman .
[620]
Op 20-5-1738 verkoopt Pieternella Cumsius, wed. van Arent van Hattem, voor f 310,-- een pand aan het Bagijnhof te Dordrecht, belend door de wed. Terreijn en Damas Voorstappen.
[621]
Op dezelfde dag geeft Aalbert Nieuwenhuijse, schuldenaar, aan Pieternella Cumsius , schuldeiser, voor f 200,-- ditzelfde pand in hypotheek.
[622]
Op 9-5-1747 verkopen Arij de Bie en Maaijke Bonte aan Aalbert Nieuwenhuijse voor f 105,-- een pand in de Stoofstraat te Dordrecht, belend door Jurrianus Douw en Jan van Holst.
[623]
Op 28-7-1750 verkoopt Aalbert Nieuwenhuijsen, zakkendrager, aan Adriaan de Koning, voor f 400,-- een pand aan de Tolbrugstraat landzijde te Dordrecht, belend door Pieter van der Kemp en Johannes Kerkeling.
[624]
Op 24-12-1754 verkopen Matthijs Korper, wednr. van Hendrijn Boel, en Jan landmeter, zakkendrager, aan Aalbert Nieuwenhuijse voor f 176,-- een pand in de Kromme Elleboog te Dordrecht, aan de noordzijde, naast de stadsgracht gelegen, en belend door Pieter Verdonk.
[625]
Op 22-7-1755 verkoopt Jan den Burger aan Aalbert Nieuwenhuijsen voor f 100,-- een pand in de Stoofstraat te Dordrecht, belend door Jan van den Bos en Cornelis 't Hoen.
[626]
Op 16-3-1756 verkoopt Jacobus Taart aan Aalbert Nieuwenhuijse, zakkendrager, voor f 190,-- twee panden aan het Bagijnhof te Dordrecht, naast elkaar gelegen achter het vrouwenhuis, belend door de erfgenamen van Maria Helena Beens en Magdalena Blenkvliet, wed. van Jan Jureijn.
[627]
Op 8-9-1757 verkoopt Jacobus Boet aan Aalbert Nieuwenhuijse voor f 110,-- een pand in de Hil/Raamstraat te Dordrecht, belend door de wed. Van Erve.
[628]
Op 13-4-1758 verkoopt Jan van der Star, notaris en procureur, aan Aalbert Nieuwenhuijsen voor f 100,-- een pand aan de Gevulde Gracht te Dordrecht, belend door Jacob van Adrichem en Hendrik Vermeulen. De vorige eigenaar was Andries Looff.
[629]
Op 11-9-1759 verkoopt Joseph van Oorschot, koopman, executeur-testamentair van wijlen Maria Elisabet van der Veer, koster,
aan Aalbert Nieuwenhuisen, zakkendrager, voor f 1170,-- zes panden in de Wijngaardstraat te Dordrecht, waarvan er drie naast elkaar in de Nieuwkerkstraat zijn gelegen, belend door Adriaan van Allen, (overleden), Jacomijna Dansert,
Pieter Evenwel, Wessel Kamermans, en Gerret Vonk.
[630]
Op 23-10-1760 verkoopt Johan Hendrik de Roo, burgemeester, aan Aalbert Nieuwenhuijsen, voor f 925,-- een pand aan de Varkenmarkt te Dordrecht, belend door Bordels en Leendert Roos.
[631]
Op 30-10-1760 geeft Aalbert Nieuwenhuijsen, schuldenaar, aan Johan Hendrik de Roo, burgemeester, schuldeiser, voor f 600,-- in hypotheek ditzelfde pand.
[632]
Op 1-12-1767 geeft Maartje van der Steen, wed. van Paulus Kroos, schuldenaar, aan Aalbert Nieuwenhuijsen, zakkendrager, schuldeiser, voor f 200,-- in hypotheek een pand aan de Vriesestraat te Dordrecht, belend door Gillis de Quint en Van der Wulp.
[633]
Op 29-3-1768 geeft Jan Giltaij, smid, schuldenaar, aan Aalbert Nieuwenhuijsen, schuldeiser, voor f 800,-- in hypotheek een pand aan de Wijnstraat/Kraansteiger te Dordrecht.
[634]
Op 20-9-1768 verkopen Aalbert Nieuwenhuijsen en Maaike de Raat aan Hendrik den Boer, schipper, voor f 300,-- een pand in de Riedijkstraat te Dordrecht, belend door Pieter Evenwel en Wessel Kamermans.
[635]
Op 25-10-1768 verkopen Aalbert Nieuwenhuijsen en Maaike de Raat aan Hendrik Kronen voor f 95,-- een pand in de Raamstraat te Dordrecht, belend door Willem van Dam en de wed. Van Erve,
[636]
en aan Huijbert van der Schulp voor f 287 een pand aan de Kromme Elleboog/Stadsgracht te Dordrecht, belend door Elizabet 't Hoen, Claas Jonas en Pieter Verdonk,
[637]
en aan Johannes Verhaare voor f 142 een pand aan de Nieuwkerkstraat/Wijngaardstraat te Dordrecht, belend door Lambert de Visser,
[638]
en aan Willem van Dam voor f 77 een pand aan de Hil/Raamstraat te Dordrecht, belend door Leendert Blenkvliet,
[639]
-
1. Pieter Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 27-2-1725, ovl. jong?
-
2. Pieternella Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 1-9-1726.
-
3. Pieter Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 16-3-1729, ovl. jong?
-
4. Geertruij Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 30-4-1730, ovl. jong?
-
5. Joost Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 20-5-1731, ovl. jong?
-
6. Joost Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 5-7-1733.
-
7. Geertruij Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 4-8-1737.
-
8. Maijke Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 5-3-1740.
-
9. Pieter Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 16-8-1744.
-
h. Pieter Nieuwenhuijsen, ged. geref. Dordrecht 25-8-1710.
Op 7-9-1762 verkoopt Jan Disjongh, bakker, aan Pieter Nieuwenhuijse voor f 1800,-- een pand in de Voorstraat/Boomstraat te Dordrecht, belend door de weduwe van NN van de Water.
[640]
-
i. Johannes Nieuhuijsen, ged. geref. Dordrecht 29-12-1713 (vader heet Pieter Nieuhuijsen, moeder Geertruijd Stok), filiatie niet bewezen.
702. ADRIAEN JANSEN SMITS(¥), ged. (niet gevonden te Waspik na 1668, wanneer Doopboek aldaar begint), j.m. van Waspik (1685).
otr./tr. Waspik/Sprang geref. 22-11/16-12-1685
703. CATIE (CATALEIJN) JANS SOETHOUT(¥), ged. geref. Sprang 10-9-1662, j.d. van Sprang, wonend te Waspik (1685).
tr. 2o Waspik 12-3-1711
JURGEN DRAEIJER.
| COMMENTAAR(¥)
Er bestaat een geref. geslacht Smits te Den Bosch, beginnend met
Jan Mathijssen Smits, uit wie kinderen gedoopt 1663-1678,
waaronder echter geen Adriaen. [641]
Is hier een verband?
|
Uit dit huwelijk (Smits-Zoethout) geboren (o.a.?) :
-
a. Maria Smits, geb. (doop niet gevonden te Sprang (1670-1726) en Waspik (1660-1716)), (=kw. nr. 351).
-
b. Sijken Janse Smits, geb. Waspik, filiatie niet bewezen,
j.d. wonend aldaar (1721), otr. Waspik 2-5-1721
Peter Jansen Verschuren, geb. Waspik, j.m. wonend aldaar (1721).
Op 12-4-1746 transporteert Johannis Janse Verschuren aan Peeter Janse Verschuren.
[642]
-
c. Theuntie Smits, ged. geref. Waspik 14-2-1692,[643]
-
d. Jan Smits, ged. geref. Waspik 15-8-1694,[644]
j.m. wonend aldaar (1723, 1730), geref. (1730),
otr. 1o Waspik 12-12-1723
Maria Paans, geb. Cappel, j.d. wonend aldaar (1723).
otr. 2o Waspik/Capelle 24-2/12-3-1730
Adriaantje de Groot, wed. van Corstiaan Swart, wonend te Capelle, geref. (1730).
Op 15-1-1725 transporteren Pieter Adriaanse Smits en anderen aan Jan Adriaanse Smits.
[645]
Op 19-1-1731 transporteren Thomas Bommelaar en anderen aan Jan Adriaanse Smits.
[646]
-
e. Peter Smits, ged. geref. Capelle 31-8-1698,[647]
704. CLAES OTTEN (VAN LEEUWEN) (DE CUYPER)(¥), geb. ca. 1635, kuiper te Barneveld [648],
tr. ca. 1657 (volgens ref. [649] Barneveld 1668 moet onjuist zijn gezien de doopdata van de kinderen)
705. DIRKJE GEURTS, ged. Barneveld 13-8-1637[650].
COMMENTAAR(¥)
Zijn beweerde afstamming van OTTE (CLAES) VAN LEEUWEN en ANNETJE GIJSBERTSEN
[651]
kan niet juist zijn zoals aangetoond in [652]. Zie hiervoor ook
[653].
check VG 19(1994)293 Otto Gijsberts.
In Ref. [654] wordt de mogelijkheid geopperd dat Claes een zoon is van
Otto van Leeuwen, geb. ca. 1590, ovl. Wijk bij Duurstede 1639, burgemeester van Wijk bij Duurstede,
tr. 1o
Cornelia van Noort, geb. ca. 1590, ovl. vóór 1628, tr. 2o Wijk bij Duurstede aug 1628
Helena van Lith, geb. Driel. Onder de (geref.) gedoopte kinderen uit het tweede huwelijk is geen Claes. Het geref. doopboek Wijk begin 1635. Het RK doopboek Wijk begint 1685.
|
Johannes van der Beke (1671-1674) Cellerarius van Putten (....) verzocht
begin juni 1674 aan Meinardus van Houten om te gaan naar Barneveld en er
zich in te zetten voor de weinige Katholieken in de wijde omgeving. Daar aangekomen, ging hij naar de boerderij van Claas Otten. Deze was gehuwd met Dirkje Geurts (....). Een klein gedeelte van de boerderij, die nog steeds in handen was gebleven van de Katholieken, was bestemd voor Pastorie (....).[655]
Vermoedelijk pachtte Claes deze boerderij, onder bepaalde voorwaarden,
waaronder de plicht tot het verlenen van schuilkerk, van de katholieke
geestelijkheid.[656]
Uit het huwelijk (van Leeuwen-Geurts) (allen?) geref. gedoopt te Barneveld [657] :(¥)
| COMMENTAAR(¥)
plus aanvullingen Wormsbecher
|
-
a. Otto Claes van Leeuwen, geb. Barneveld ca. 1660 [658]
, ovl. vóór 1732[659]
, j.m. van Barneveld (1689), smid,[660]
te Veenendaal,[661]
betaalt f 6-8-0 haardstedegeld voor 2 haarsteden te Veenendaal (1703-1711),
[662]
otr./tr. Veenendaal 6/27-1-1689[663]
Cornelia Lamberts van Stockum, geb. Veenendaal[664]
ca. 1665, ovl. 1754-1756[665]
, j.d. van Veenendaal (1689), dr. van Lambert van Stockum en Heijltje Cornelisse Hoochbeen.
Ot van Leeuwen en sijn vrou Cornelia van Stokkum en hun dogter zijn geref. lidmaat te Veenendaal (1705), wonend aan de westzijde van de Kerkstraat.
Op 20-2-1690 is Heultje Cornelis Hoochbeen, de wed. van Lambert van Stockum eigenaar van graf nr. 8 in de kerk te Veenendaal. Op 17-1-1710 worden Oth van Leeuwen, gehuwd met Cornelia van Stockum, die het van haar moeder de wed. van Lambert van Stockum heeft geerfd, en Roelof van Garderen ieder voor de helft eigenaar. Op 6-3-1710 gaat de helft van Oth naar Roelof van Garderen, getrouwd met Garritje van Stockum.[666]
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Veenendaal :[667]
-
1. Lambert Otten van Leeuwen, ged. 17-11-1689, tr. Veenendaal geref. 23-3-1710
Geertje Verhoef, dr. van Gerrit Hendricksen Verhoef en Elsien Claas.
Uit dit huwelijk 6 kinderen geref. gedoopt te Veenendaal (1710-1721).
-
2. Dirkje Otten van Leeuwen, ged. 1-11-1691, gecremeerd te Montfoort ?, tr.
Philippus Paleij, ovl. vóór 1757.
-
3. Heijlie Otten van Leeuwen, ged. 13-2-1695, ovl. Naarden voor 1755, tr.
Dirk Bonnet.
-
4. Cornelia Otten van Leeuwen, ged. 8-5-1698, tr. Veenendaal geref. 31-3-1720
Hendrik Cornelis de Kleuver.
-
aa. Cornelis Kleuver, ged. geref. Stichts Veenendaal 22-12-1720.
-
bb. Otto Kleuver, ged. geref. Veenendaal 31-5-1722.
-
cc. Geertruij Kleuver, ged. geref. Veenendaal 1-3-1724.
-
dd. Cornelia Kleuver, ged. geref. Veenendaal 13-5-1726.
-
5. Claasje Otten van Leeuwen, ged. 11-4-1706, tr. Veenendaal geref. 1-4-1731
Teunis de Wit, ged. Veenendaal geref. 30-9-1708, zn. van Teunis Cornelis de Wit en Fijtje Willems.
Uit dit huwelijk een zoon bekend.
-
b. Christijntje Claes de Leeuw (van Leeuwen), ged. 1661, j.d. van Barneveld (1684).
otr./tr. Barneveld 24-2/9-3-1684[668]
Jan Jansz de Waal(l), ged. Amerongen 22-11-1646, j.m. van Veenendaal,
glazenmaker,[669]
wednr. van Dirkje Jans Versteeg, van Amerongen,[670]
eigenaar van graf nr. 64 in de kerk te Veenendaal,[671]
zn. van Jan Jansen de Waal en Hendrikje Jacobs.[672]
-
c. Jan Claes van Leeuwen, ged. 5-4-1663, ovl. na 1705, (meester)schoenmaker en burger van Amersfoort (1703,1704),
leestemaker, wonende te Amsterdam (1705),
otr. Barneveld 26-6-1687[673]
otr./tr. Amersfoort geref. 24-6/10-7-1687
Jannigje Gerri(t)s, geb. Amersfoort, ovl. na 1705, dr. van Gerrit Claassen, koekenbakker, en Dirkje Jacobs.
Op 4-6-1703 verkopen
Rijk Elbertsen van Putten, slotenmaker wonende te Amsterdam en zijn vrouw Maria Gerrits, Gerrit Austing wonende aan de Vuerst, in kwaliteit als weduwenaar en boedelharder van Aartje Gerrits, mitsgaders als vader en voogd van zijn twee onmondige kinderen bij Aartje Gerrits verwekt, mitsgaders Jan van Leeuwen, meesterschoenmaker en zijn vrouw Jannitje Gerrits, tesamen kinderen en erfgenamen van Gerrit Claassen, koekenbakker en zijn vrouw Dirkje Jacobs, borgers van Amersfoort,
aan
Marrijtje Wijnen, weduwe van Jan van Dijk,
een huis staande in de Zevenhuizen,
belend aan de ene zijde Gosen Taets,
aan de andere zijde de verkopers met het huis bij de kinderen van Cornelis van Loghum bewoond.
Er is procuratie verleend voor notaris Johan de Goeije op 9-12-1702.
[674]
Op 4-1-1704 verkopen
Jan Claassen van Leeuwen, schoenmaker en zijn vrouw
Jannitje Gerrits, borgers van Amersfoort,
aan Margareta de Wolff, weduwe van Reijnier van Butselaar
voor 200 gulden een huis genaamd "Het Wittehuijs", staande op De Hof of Koornmarkt te Amersfoort,
belend aan de ene zijde Harmes de Hoogh,
aan de andere zijde ...
[675]
Op 2-5-1705 verkoopt
Jan Claassen van Leeuwen, leestemaker, wonende te Amsterdam voor zichzelf en als gemachtigde van zijn vrouw Jannitje Gerrits
aan Harmannus van Laar, kleermaker,
een huis genaamd "Het Witte Kruijs", staande op Den Hof of Koornmerkt te Amersfoort,
belend aan de ene zijde Johannis de Hoogh,
aan de andere zijde Johannes van Kempen.
De procuratie is voor notaris Henr ick Outgers verleend op 1-5-1705 te Amsterdam.
[676]
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Amersfoort :[677]
-
1. Dirckje Jans van Leeuwen, ged. 19-4-1688.
-
2. Jacoba Jans van Leeuwen, ged. 16-10-1692.
-
3. Gerrit Jans van Leeuwen, ged. 3-10-1697.
-
4. Anthonij Jans van Leeuwen, ged. 5-1-1700.
-
5. Franscis Jans van Leeuwen, ged. 8-2-1702.
-
6. Jacobus Jans van Leeuwen, ged. 11-1-1704.
-
d. Teunis Claes van Leeuwen, ged. 23-10-1664, ovl. jong?
-
e. Hilletien (Heijltjen) Claes van Leeuwen, ged. 3-2-1667, ovl. na 1715, geref. lidmaat te Veenendaal, wonend aan de westzijde van de Kerkstraat, en in 1715 vertrokken naar Naarden,
tr. 1o vóór ca. 1687
Henderi(j)k van Galen, geb. vóór ca. 1665, ovl. vóór 1710, otr./tr. 2o Barneveld/Veenendaal 25-10/23-11-1710[678]
Paulus Everts van Ginkel, geb. ca. 1686.
betaalt f 3-4-0 haardstedegeld voor 1 haarstede te Veenendaal (1703-1711).
[679]
Hendrik van Galen en sijn vrou Hilligje van Leeuwen en hun dochter Jannigje van Galen zijn geref. lidmaat te Veenendaal (1705), wonend aan de westzijde van de Kerkstraat.
Op 29-10-1710 worden te Veenendaal de huwelijkse voorwaarden gemaakt tussen Paulus Everts van Ginkel en Hilletien Claes van Leeuwen. Hij oud 24 jaar
brengt een half mud en een schepel land aan, beide bij Barneveld gelegen, benevens 200 gulden
contant geld, enige boeken en gerede goederen begroot op 70 gulden. Zij oud 43 jaar brengt aan al
haar goederen volgens inventaris waarop zij haar kinderen hun vaderlijke goederen heeft bewezen, zij werd geassisteerd door haar broeder Oth van Leeuwen.[680]
vul aan Wormsbecher
Uit haar eerste huwelijk (van Galen-van Leeuwen) :[681]
-
1. Jannigje van Galen, geb. vóór ca. 1687, geref. lidmaat te Veenendaal (1705).
-
2. Dirkje van Galen, ged. geref. Stichts Veenendaal 23-12-1701, tr. Veenendaal 10-6-1720[682]
Jacob van Schuylenburgh.
Uit dit huwelijk 9 kinderen gedoopt te Veenendaal (1721-1744).
-
3. Claes van Galen, ged. geref. Stichts Veenendaal 24-5-1705.
-
f. Teunis Claes van Leeuwen, ged. 20-6-1669.
-
g. Geurt Claes van Leeuwen, ged. Barneveld 18-3-1672[683]
, ovl. vóór 23-7-1726 [684]
, (=kw. nr. 352).
-
h. Cornelia Claes (van Leeuwen), geref. lidmaat te Veenendaal (1717), wonend aan de westzijde van de Kerkstraat,
otr./tr. Barneveld 16-8/13-9-1685[685]
Jan Aerts van Leeuwen, wednr. van Teuntje Dirks.
-
i. Evert Claes van Leeuwen, ged. 3(?)-3-1672.
NB In Ref. [686] wordt deze zoon niet genoemd.
706. GOOSEN (VAN DEN TREECK).
Uit zijn huwelijk (VAN DEN TREICK-NN) geboren (o.a.?) :
-
a. Cornelisje Goossens (van den Treeck), (=kw. nr. 353).
708. CLAAS EVERTSZ VAN VELDHUIJSEN, geb. vóór ca. 1655, ovl. na 1718, j.m. wonend te Veenendaal (1676),
tr. 2o Veenendaal 30-1-1718[688]
LIJSBETJE WILLEMS, otr./tr. 1o Veenendaal geref. 12-3/5-4-1676 (als Claas Evertsen),[689]
709. METJE ALBERTS, geb. vóór ca. 1660, ovl. 1717[690], j.d. wonend te Veenendaal (1676).
Uit zijn eerste huwelijk (van Veldhuijsen-Alberts):
-
a. Evert Klaassen van Velthuijzen(¥), ged. geref. Gelders Veenendaal 21-1-1677, (=kw. nr. 354).
| COMMENTAAR(¥)
In de klapper staat Evert Masen. Leesfout?
|
-
b. Geertien Claassen (van Veldhuizen), ged. geref. Gelders Veenendaal 10-8-1679
-
c. Aeltien Claassen (van Veldhuizen), ged. geref. Gelders Veenendaal 29-3-1682.
-
d. Jan Claassen (van Veldhuizen), ged. geref. Gelders Veenendaal 29-3-1682.
-
e. Albert Claassen (van Veldhuizen), ged. geref. Gelders Veenendaal 25-9-1687.
Is er verband met
Waeijntjen Claes van Veldhuizen, geb. Veenendaal, tr. Veenendaal 21-6-1674 Hendrik Aerts Hardeman.[691]
710. DIRCK AARTSEN VAN DER MEIJDEN (alias VAN DE GEER)(¥), geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1707, tr. vóór 1674 (trouwboek Veenendaal begint 1672)[692]
[693]
.
711. TRIJNTJE (TEUNTIEN) REMMEN (REMMERTS)(¥), geb. vóór ca. 1655, ovl. na 1707. Zij wonen in Stichts Veenendaal op de hofstede De Geer (1694), op de Munnikenweg (1705).
COMMENTAAR(¥)
Is er verband met Arie Cornelisse van de Geer, arbeider (1748) (te Veenendaal?)?[694]
of met Van der Meijden,[695]
of met Cornelis Jansen op de Geer.[696]
|
COMMENTAAR(¥)
Is er verband met
Hendrickje Remme, koopt 17-4-1712 graf nr. 81 in de kerk van Veenendaal.[697]
Teunis Jansen Remmen (van de Melm) otr/tr Veenendaal 22-12/15-3-1673 Maria Abrahamsen van Blijsa.[698]
|
Op 4-2-1694 wordt graf nr. 49 in de kerk te Veenendaal verkocht aan Dirck Aertsz en Gerrit Aertsz, gebroeders, voor ƒ 10,--,--.[699]
Veenendaal 4-4-1694 : Comparanten Dirck Aertsz en Trijntje Remmen, echtelieden, wonende Stichts Veenendaal op den hofstede genaamd De Geer. Secluderen weeskamer uit hun boedel. [700]
Dirk Aarts en sijn vrou Trijntje Remmen en de meyt Lijsbet Joosten (getrouwd met Evert Evertsen), zijn geref. lidmaat te Veenendaal (1705), wonend op de Munnikenweg.[701]
Veenendaal 10.6.1707, des morgen 11.00 uur :
Comparanten Dirck Aertsen en Trijntje Remmerden, echtelieden onder de
Vr..& H. Heerl. van Renswoude, gezond, benoemen tot hun erfgenamen hun
kinderen in gelijke porties met dien verstande dat 't soontje bij haar
dochter in ehestand geprocreert en verwekt door Anthoni van Kessel,
genaamd Hendrick, nu ongeveer 5 jaar oud, om redenen dat deselver met
lammigheijt is bezocht uit de portie van die dochter 300 gld zal hebben en
stellen daarover Aert en Cornelis sijn comparants zonen om dezelven voor 't
kind te beleggen. De moeder van het kind heet Teuntje. [702]
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Veenendaal :[703]
[704]
(geref. doopboek Veenendaal begint 1674)
-
a. Neeltje Dircks (van der Meijden), geb. Veenendaal (G) (1672?), ovl. na 11-3-1740,[705], tr. vóór 1698 (niet gevonden te Veenendaal),[706]
Aalbert Geurts Bolderman, geb. 1665-1670, ovl. na 1713, zn. van Geurt Barendsen Bolderman, ouderling te Rhenen,[707] en Heijltje Marcelis van Wakeren (Waecker).
Aalbert Bolderman en sijn vrou Neeltje Dircksen zijn geref. lidmaat te Veenendaal (1705), wonend aan de westzijde van de Kerkstraat.[708]
Uit dit huwelijk:[709]
[710]
[711]
-
1. Lijsbeth Albertsen Bolderman, ged. Veenendaal (U) 6-2-1698.
-
2. Geurt Albertsz Bolderman, ged. Veenendaal (G) 17-3-1700, tr. 1o Veenendaal (UT) 4-3-1725[712]
Annetje Hendriks, dr. van Hendrik Everts en Geertje Dirks,
otr. 2o Veenendaal (UT) 5-3-1730[713]
Geurtje van Kreel, ged. Veenendaal (UT) 25-11-1703, dr. van Hendrik Jans van Kreel en Geertje Jans Weppelman,
tr. 3o Veenendaal (UT) 12-5-1733[714]
Geertje Cornelisse van Beekum, ged. 20-1-1699, dr. van Cornelis Aarts van Beeckum en Niesje Peters.
Uit zijn eerste huwelijk 1 kind geboren te Veenendaal (1729).
Uit zijn derde huwelijk 1 kind geboren te Veenendaal (1740).
-
3. Katrijna Albertsen Bolderman, ged. Veenendaal (G) 21-6-1702, tr. Veenendaal (UT) 1-3-1725[715]
Arie van Ijzendoorn, ged. Veenendaal (UT) 12-10-1692, zn. van Aalbert Albertsen van Ijzendoorn en Lijsbeth Jans.
-
4. Hendrickje Alberts Bolderman, ged. Veenendaal (G) 21-12-1704, tr. Veenendaal (UT) 29-7-1731[716]
Teunis van Holten, ged. Veenendaal (UT) 17-9-1713, zn. van Cornelis Thonis van Holten en Maria Willems.
-
5. Heijltje Albertsen Bolderman, ged. Veenendaal (G) 4-5-1707, tr. Veenendaal (UT) 27-10-1737[717]
Lammert van Hoeven, ged. Veenendaal (UT) 3-6-1714, zn. van Hendrik Peters van Hoeven, schipper, en Cornelia Lammerts van Stokkum.
-
6. Jacobje (Jacomina) Albertsen Bolderman, ged. Veenendaal (G) 4-5-1707, tr. Veenendaal (UT) 27-3-1740[718]
Teunis Remmen, zn. van Rem Teunissen en Aartje Tijssen Lagerweij.
-
7. Dirk Albertsz Bolderman, ged. Veenendaal (G) 13-6-1713, beg. Veenendaal 15-12-1794, schippersknecht te Veenendaal,
tr. Veenendaal (G) 5-11-1733[719]
[720]
Teuntje Teunisse van Keulen, ged. Veenendaal (G) 25-8-1709, beg. Veenendaal, dr. van Teunis Willemsz van Ceulen, schipper te Veenendaal,
en Weijntje Lamberts van Stokkum.
Uit dit huwelijk 8 kinderen gedoopt te Veenendaal (1734-1751). [721]
-
b. Aart Dirkse van de Geer(¥), ged. geref. Stichts Veenendaal 23-11-1674, ovl. na 1718, (vertrokken naar Amerongen in 1712),
huurt blijkbaar een huis met 2 haardsteden te Veenendaal, waarvoor mevrouw Van der Hem als eigenaar
f 6-8--0 haardstedegeld betaalt te Veenendaal (1703-1711),
[722]
tr. vóór 1701 (hiaat trouwboek Veenendaal 1689-1701)[723]
[724]
Geertje Jacobs Bos, geb. Veenendaal (G) 1672/73, ovl. na 1718, dr. van Jacob Evertsz (van den) Bosch en Petertje Everts van Veldhuysen (zie kw. nr. ⇒ 1416 sub b).
| COMMENTAAR(¥)
In de klapper staat Aert Cornelissen, zn. van Dirck Aertsen.
|
Aarts Dirks en sijn vrou Geertje Bos zijn geref. lidmaat te Veenendaal (1705), wonend op de Geer. Zij zijn vertrokken naar Amerongen.[725]
-
1. Jacob Aartse van de Geer, ged. geref. Veenendaal 20-11-1701.
-
2. Hend(e)ri(j)k Aartse van de Geer, ged. geref. Veenendaal Veenendaal 17-5-1703, ovl. na 1759, wonende te Amerongen,
tr. 1o Amerongen 19-7-1739
Petronella van Brinkererf, ovl. Veenendaal 1744, j.d. van Amerongen,
tr. 2o Renswoude 14-11-1745
Jannetje de Gooyer, geb. Ederveen, ovl. na 1759, wonende te Utrecht.
Uit zijn eerste huwelijk (van de Geer-de Gooyer) 3 kinderen geref. gedoopt te Veenendaal (1740-1744).[726]
Uit zijn tweede huwelijk (van de Geer-van Brinkererf) 5 kinderen geref. gedoopt te Veenendaal (1747-1759).[727]
-
3. Peter Aartse van de Geer, ged. geref. Veenendaal 15-8-1706.
-
4. Petertje Aartse van de Geer, ged. geref. Veenendaal 22-2-1708.
-
5. Evert Aartse van de Geer, ged. geref. Veenendaal 9-2-1710, tr. vóór 1738
Willemijntje van Dellewijnen.
Uit dit huwelijk 3 kinderen geref. gedoopt te Veenendaal (1738-1741).[728]
-
6. Petertje Aartse van de Geer, ged. geref. Veenendaal 17-4-1712.
-
7. Trijntje Aartse van de Geer, ged. geref. Veenendaal 22-7-1714, beg. Leersum 24-1-1783, wonende te Amerongen,
tr. vóór 1747
Jorden Steenbeek, ged. Leersum 14-1-1720, wonende te Leersum,
zn. van Cornelis Jordens Steenbeek en Feijgje Reijers.
Uit dit huwelijk 4 kinderen gedoopt te Veenendaal en Leersum (1747-1757).[729]
-
8. waarschijnlijk Cornelis Aartse van de Geer, geb. ca. 1716 (doop niet gevonden), tr. Amerongen 17-3-1737
Grietje Kabel, ovl. Amerongen 26-10-1739.
Uit dit huwelijk 2 kinderen geref. gedoopt te Amerongen (1738-1739).[730]
-
9. Dirk Aartse van de Geer, ged. geref. Veenendaal 13-2-1718, beg. Leersum 3-9-1790, wonende te Amerongen,
otr. 1o Leersum 27-11-1745
Willemijntje Cornelis van Woudenberg, geb. ca. 1718, beg. Leersum 27-8-1762
wonende te Woudenberg.
otr./tr. 2o Leersum geref. 8/28-6-1767
Judik (Judith) Teunisse Lagerweij, geb. Leusden, beg. Leersum 22-8-1807. Zij hertr. Leersum 26-10-1800 Roelof van Vulpen.
Uit zijn eerste huwelijk (van de Geer-van Woudenberg) 5 kinderen geboren/gedoopt te Leersum en Amerongen (1746-1757).[731]
Uit zijn tweede huwelijk (van de Geer-Lagerweij) 4 kinderen gedoopt te Leersum (1769-1778).[732]
-
c. Teuntje Dirkse (van der Meijden) (van de Geer), ged. geref. Veenendaal 12-3-1676, tr. 1-10-1699[733]
Anthonie van den Brouch.
-
d. Cornelis Dirkse (van der Meijden) (van de Geer), ged. geref. Veenendaal 13-1-1678, ovl. na 1724, j.m. wonende te Veenendaal (1702),
tr. Veenendaal geref. 24-10-1702 (als Cornelis Dircksen van de Geer)
Cornelia Geurtse Bunt, ged. geref. Veenendaal 4-12-1681, ovl. na 1724, j.d. wonende te Veenendaal (1702),
dr. van Geurt Jorissen Bunt en Cornelia Lubberts van Ginckel.
-
1. Derk Cornelisz van der Meijden, ged. geref. Veenendaal 15-4-1703, tr. Veenendaal 10-10-1728[734]
Hendrikje Hendriks Koetsveld.
-
2. Dirk Cornelisse van de Geer, ged. geref. Veenendaal 15-4-1703.
-
3. Cornelia Cornelissen van der Meijden, ged. Veenendaal 11-1-1705.
-
4. Catrijn(tje) Cornelisse van de Geer (van der Meijden), ged. geref. Veenendaal 14-11-1706, wonende te Elst,
otr./tr. Veenendaal(U)/Maurik 4/12-8-1736[735]
Albert Pieterse Koesfeld, wonende te Maurik.
Uit dit huwelijk 5 kinderen gedoopt te Veenendaal (1739-1747).[736]
-
5. Gerrit (Geurt) Cornelisz van der Meijden (van de Geer), ged. geref. Veenendaal (G) 29-12-1708.
-
6. Gijsbertje Cornelisse van de Geer, ged. geref. Veenendaal 29-4-1711.
-
7. Arien Cornelisse van de Geer, ged. geref. Veenendaal 22-10-1713.
-
8. Aart (Arie) Cornelisse van der Meijden (van der Geer), ged. geref. Veenendaal 20-12-1716, tr. Veenendaal (G) 21-10-1736[737]
Maagje (Mayke, Maayke) Peters van Kampen, ged. Bennekom 28-2-1712, dr. van Peter Jacobsz (van Kampen) en Reijertje Maassen van Methorst.
Uit dit huwelijk 6 kinderen gedoopt te Veenendaal (1737-1750).[738]
-
9. Cornelis Cornelisse van de Geer, ged. geref. Veenendaal 24-4-1719.
-
10. Maria Cornelisse van de Geer, ged. geref. Veenendaal 31-8-1721.
-
11. Jacomijntje Cornelisse van de Geer, ged. geref. Veenendaal 22-10-1724.
-
d. Maria (Marretien) Dirkse (van de Geer), ged. geref. Veenendaal 9-3-1679 (vader Dirck Aertsen), (=kw. nr. 355).
-
e. Raijer Dirkse , ged. geref. Veenendaal 31-10-1680.
-
f. Rem Dirkse (van der Meijden) (van de Geer), ged. geref. Veenendaal 31-10-1680.
-
g. Jacobjen Dirkse van der Meijden (van de Geer), ged. geref. Veenendaal 2-3-1684.
-
h. Henrick Dirkse van der Meijden (van de Geer), ged. geref. Veenendaal 28-8-1687.
-
i. Henrickje Dirkse van der Meijden (van de Geer), ged. geref. Veenendaal 2-12-1688.
vul aan VG 26(2001)237.
728. ARNOLT (ARNOLDUS) VAN STEENHUIJS(EN), ged. geref. Grave 6-3-1650, ovl. vóór 1700, koster en schoolmeester in Sambeeck (1681, 1682)
doopget. 1685,
tr. vóór 1681
729. ELISABETH MICHELS, geb. vóór ca. 1660.
Op 30-4-1681 transporteren
Diderick Aertz & Marij Janssen echtelieden, aan Aernolt van Steenhuijs, koster in Sambeeck, & Elisabeth Michels echtelieden, bouwland, groot 1 morgen met het recht van de schaar tegenwoordig daar op staande, in het Meersche Velt aan de Santsteegh, vrij erf behalve de dorpslasten en de Heerenschatting. 100 gulden.
[739]
Op 21-10-1682 transporteren
Grietje Jacobs, weduwe Thonis Peters zal. met haar gecoren momboir Peter Jans, haar zoon Peter Thonissen & Trieneke echtelieden, schoonzoons Jan Aben & Maria Thonissen echtelieden en Gerrit Willems & Neliske Thonissen echtelieden, aan Aernolt van Steenhuijs, koster en schoolmeester, & Elisabeth Michels echtelieden:
* een huis, schuur, schop, hof en bouwland met het houtgewas, gelegen aan het Broeck, groot 6 morgen zoals Thonis Peters en Grietje in gebruik hadden, vrij erf, behalve dat de drie morgen waar het getimmerte op staat tussen het Broeck en de Duijstere Steegh, voor ½ part is belast met 11 sester en een hoop rogge aan juffrou van Eijck en 5 sester aan Elsholt, hiervan is in 1664 afgelost aan van Stalburgh vier malder en ½ sester rogge, aan het huis Boxmeer een oort gelds; * 1 morgen 12 roeden op de Duijster Steegh, belast met 6 sester en ½ vat rogge en ½ deel van een capuijn aan Sijne Hoogheit.
* bouwland aan de Warande en de Meulenwegh, groot 1½ morgen, drie lopen langs elkaar waarvan de eerste 2 lopen zijn belast met 1½ malder rogge Graafse maat aan Sijne Hoogheit, waardoor de hele lopen tiendvrij zijn, de derde loop langs het Meulenhuijs is belast met 6 sester rogge aan het Sint Anthonius Gilde tot Sambeeck; * bouwland in de Aenbeten, groot 1 morgen 20 roeden, half belast met 9½ sester rogge en 1 kapoen aan Sijne Hoogheit, jaarlijkse erfpacht.
* bouwland op de Reuver, drie lopen en het nieuw erf aan de heide, groot 4 morgen 67 roeden, vrij erf.
[740]
Op 12-1-1700 transporteert
Elisabeth Michels met haar vader Willem Michels als momboir over haar onmondig kind, echtelijck verwekt door Arnolt van Steenhuijsen zal. en met volmacht van de de andere momboir Cornelis Walravens volgens octrooi van 9 december 1699 en 20 december 1699, aan Peter Jans Geubbels & Maria Jans echtelieden, bouwland, genaamd den Reuver, groot 4½ morgen en gelegen in de Aembeten aan de hei, belend met een sijde Wolter Jans erf, de andere sijde Hendrik van Slijpenbeeckx erf, met een eijndt uijtschietende op de heijde en het ander eijndt op Willem Michels vrij erf. Voor 353 gulden.
[741]
Op 3-2-1708 transporteren
Lysbeth Michaels en haar zoon Ludolff Van Steenhuijsen, aan Geret Kerstens & Geurtien Aerts echtelieden, bouwland, groot 2½ morgen aan de Warande, de Broecksen Muelenwegh en de Warandschen wegh, bestaande uit 2 onderpanden: het eerste afkomstig van Aert van Lerp en belast met 1½ malder rogge Graafse maat Herenpacht het tweede belast met 6 sester rogge aan het Gilde van Sint Antonius te Sambeeck. Voor 20(!) gulden en 9 hogen.
[742]
Op 14-8-1709 transporteert
Elisabeth Michels met haar zoon Ludolph van Steenhuijsen, aan Osvoldt Vinck & Wendelina Loomans echtelieden, wei- of hooiland, groot 2 kleine morgen 1½ vierendeel, gelegen onder Sambeek, belend aan de ene zijde Jan van Els, de andere zijde Hendrick en Ghijsbert Michels, schietende van Geurt Aerts Ebben erf toto op de heer van Capellen vrij erf. Voor 500 gulden.
[743]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. Ludolph van Steenhuijsen, geb. vóór en onmondig 1700, mondig 1709?, (=kw. nr. 364).
noemt zich later Ludolph Walravens.
730. NN WALRAVENS, geb. vóór ca. 1665.
-
a. Johanna (E)Leonora Walraven(s), geb. vóór ca. 1690, ovl. na 1760, (=kw. nr. 365).
Zij noemt Cornelis Walravens haar oom.
732. FREDERIK NOLENS, ged. Roermond (St Christoffel) 11-11-1657, ovl. Nijmegen tussen 13-2-en 31-12-1729, verm. beg. te Ooy, j.m.van Roermond (1692), maasschipper (1720),
vestigde zich te Eisden en ontving 16-9-1673 van zijn vader,
die te Roermond woonde, het vruchtgebruik van de goederen die te Eisden
lagen en herkomstig waren van wijlen zijn moeder [744]. Hij was maasschipper en
koopman en werd 10-7-1695 burger en 29-9-1697 grootburger van Nijmegen,
draagt 50 stenen bij aan de collecte voor de kerk van Urmond (1685 en 1701) en schenkt een glas-in-lood raam[745]
Hij
otr./tr. Eijsden geref. 24-5/15-6-1692 (met attestatie van Nimwegen)
733. PETRONELLA BOURS, ged. geref. Nijmegen (St Steven) 7-10-1670, ovl. na 1729, j.d. van Nimwegen (1692) uit het bekende maasschippersgeslacht Boers [746], dr. van Jacob Bours en Maria Clouns. Petronella
Nolens-Bours was dus tegelijkertijd dochter en schoonzuster van Maria Nolens-Clouns (zie kw. nr. ⇒ 1467 ).
|
Wapen Boers : In goud een rood rad van vijf spaken, van boven gebroken, met een afgebroken stukje velg rustend tussen de twee onderste spaken, de spaken geplaatst schuinkruisgewijs met een vijfde spaak naar links. (Glasraam NH Kerk te Venlo)[747]
.[748]
|
Op 22-1-1713 gaven Frederik Nolens en Petronela Boers te Venlo volmacht
om hun aandeel, zijnde 1/6, in het ouderlijk huis Boers-Cloens, gelegen aan de
Lage Markt te Nijmegen, gerechtelijk te verbinden voor de ontvangst van de verponding over stad en schependom van Nijmegen door hun schoonbroer Willem Vonck, echtgenoot van Aletta Boers [749]. De echtgenoten Nolens-Boers schonken
in 1719 een glasraam aan de hervormde kerk te Venlo waarin hun alliantie-wapens waren aangebracht benevens het onderschrift "Frederick Nolens en Pitronella Bours syn huysvrouwe 1719" [750].
Op 20-5-1726 liet Frederik Nolens te Eisden een uitvoerig notarieel verslag
met protest opmaken betreffende de omstandigheden waaronder hem kort tevoren
te Reckheim een verklaring was afgeperst. Uit deze akte blijkt dat hij toen met
vier eigen schepen langs Reckheim de Maas afvoer [751].
In de jaren 1728-1731 procedeert Germain Beranger tegen P. Bours, wed. van Frederik Nolens, vanwege een schuldvordering. Frederik Nolens had namens zijn tante een som geld ontvangen, maar deze nooit terugbetaald. Beranger als mede-erfgenaam maakt alsnog aanspraak op zijn aandeel in die som.
De eis is aan te tonen de som voldaan te hebben of alsnog de helft uit te betalen, met interest.
[752]
In het Stadarchief van Dordrecht bevinden zich onder Stukken betreffende insolvente boedels, nr. 1069, stukken betreffende Pieternella Boers, weduwe van Fredrik Nolens, 1735. Opzoeken!
Uit het huwelijk (Nolens-Bours) :(¥)
| COMMENTAAR(¥)
De opsomming van kinderen in Ref. [753] is niet erg compleet. In Dordrecht blijken nog een aantal kinderen gedoopt, vaak met een afwijkende achternaam van de moeder.
|
-
a. Pieter Nolens, ged. geref. Dordrecht 21-2-1693 (moeder heet hier Bours), ovl. verm. jong.
-
b. Agnes (Agneta) Nolens, geb. ca. 1693, ovl. 1731-1734, burgeresse van Rotterdam 6-8-1731 (gratis als zijnde de comtoirdogter van de Heer Burgemeester De Meij)[754].
woont in 1733 te Rotterdam, tr. geref. Dordrecht 28-12-1717[755]
met attestatie van Nijmegen[756]
. Gerrit van den Bergh, ged. geref. Dordrecht 8-4-1690, ovl. vóór 2-11-1777.
rijnschipper, zn. van Frans van den Bergh en Geertruy Schulders. Hij hertr. Mulheim 17-4-1734 Geertruyd Odendaell, beg. Nijmegen (St Steven) 1-10-1785, die als zijn weduwe en oud
burgeres te Nijmegen wordt ingeschreven 2-11-1777.
Uit dit huwelijk (van den Bergh-Nolens):[757]
-
1. Geertruy van den Bergh, ged. Dordrecht geref. 20-1-1719.
-
2. Frederik van den Bergh, ged. Nijmegen 22-1-1721 (get. Willem Vonck en Juffr. Omlings, gent. Margreta van Elst).
-
c. Maria Nolens, ged. geref. Dordrecht 30-6-1694 (moeder heet hier Baens!), ovl. verm. jong.
-
d. Jacob Nolens, geb. Nijmegen ca. 1695, ovl. tussen 30-4-1746 en 14-1-1751, (=kw. nr. 366).
-
e. Pieter Nolens, geb. ca. 1697, ovl. Schimmert (ten huize van zijn neefje Willem Nolens-Groeber) 23-11-1773 (ongehuwd). Op 8-9-1734 werd hij grootburger van Nijmegen[758].
-
f. Peter Nolens, ged. geref. Dordrecht 15-4-1700 (moeder heet hier Bois!), is mogelijk identiek met Pieter Nolens sub e hierboven.
-
g. Jan Frederik Nolens, geb. Luik ca. 1700, ged. wellicht Coronmeuse, ovl. Eisden 29-9-1774, belender te Eijsden (1766),[759]
(1773),[760]
grootburger van Nijmegen (20-9-1740), schipper en koopman, schepen te Oost (1749-1774)[761]. Te Eisden was hij
schepen (1751, 1761) en diaken van de geref. gemeente aldaar. Hij
otr. geref. Eisden 2-12-1743 en Nijmegen (St Steven) 8-12-1743[762]
Sara Pietermans, ged. geref. Eisden 18-5-1710, ovl. Eijsden 9-3-1775, dr. van Willem Pietermans en Anna Maria Roemer,
als wed. van J.F. Nolens belendster te Eijsden (1775).[763]
(De familie Pietermans, is een oude familie van dorpsbestuurderen uit de omgeving van Eisden, waarin zowel katholieke als geref. takken voorkomen).[764]
etc. vul aan. logb 1843
Uit dit huwelijk (Nolens-Pietermans) geboren [765]:
-
1. Frederik Willem Nolens, ged. geref. Eisden 12-12-1745, ovl. Eisden 11-11-1788[766], schepen van Oost (1775-1788)[767].
tr. vóór 1782
(Anna) Ge(e)rtrui(d) Landme(e)ter, geb. 1752/53, ovl. Eijsden 26-4-1829, dr. van Thomas Hendrik Landmeeter en NN NN.
Mechel Pitermans verkoopt op 30 augustus 1782 "zeeker plaatske uijt haare mestkuijl geleegen neffens en langs
het huijs van (de koper)" ter grootte van 1 kleine roede min 10 voeten land van het perceel waarop haar
huis staat aan de weduwe (= Gertruid Landmeeter) van Fred(e)rik Willem Nolens voor 30 gulden.[768]
Aan deze weduwe verkoopt ze op (1)9 april 1791 de rest van haar woonhuis, omschreven als "het huijs
door haer bewoont, met hof schuur en stallingen en op en dependentien van dien gelegen alhier aen
de Maes in de Dorpstraet", grenzende oost de weduwe van Hendrick Pieters, zuid de Dorpstraat, west
Gertruijd Landmeter (de koopster) weduwe van W.F. (sic!) Nolens, voor 400 gulden, onder de conditie
dat zij gedurende de rest van haar leven in het verkochte huis mag blijven wonen[769]
KLOPT DIT WEL
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Willem Hendrik Nolens, geb. 1778/79, ovl. Eijsden 19-12-1857, tr.
Maria Hubertina Schrivers, ovl. vóór 1857.
-
bb. Christina Bertina Nolens, geb. Eijsden 3-10-1784, ovl. Eijsden 20-8-1872, tr. Eijsden 4-11-1825
John (Jan) Jones, geb. Nijmegen 15-2-1778, ovl. vóór 1872
zn. van Griffin Jones en Jane Tindlay.
-
cc. Pieter Jacob Nolens, geb. 1787/88, ovl. Eijsden 30-6-1837.
-
2. Anna Maria Nolens, ged. geref. Eisden 26-12-1753, tr.
Abraham Mikkers.
Verkopers waren daarenboven Gertruid Landmeeter, weduwe van Nolens, de gezusters Margrita, Elisabeth, Catharina en Anna Teuth, de kinderen van
Jan Hendrick Frankot voor 1/12 gedeelte, de
kinderen van Abraham Mikkers en Anna Maria Nolens.[770]
-
h. Maria Nolens, geb. Luik 21-6-1702, ged. Coronmeuse (tussen Luik en Herstal ) 22-6-1702.
-
i. Aletta Nolens, geb. Luik 24-6-1704, ged. (Coronmeuse?) 28-6-1704.
-
j. Frederik Nolens, ged. geref. Dordrecht 29-12-1708 (moeder heet hier Boers!), is mogelijk identiek met Frederik Nolens sub k hieronder.
-
k. Frederik Nolens, geb. ca. 1713, ovl. 's-Hertogenbosch, tr.[771]
Hendrina van Munster, ovl. na 13-5-1767. Zij hertr. 1o Peter Vos, hertr. 2) Andries Rochelt.
vul aan logb 1844
Uit het huwelijk (Nolens-van Munster) geboren :
-
2. Pieter Nolens, welke beiden 13-5-1767 vermeld worden.
-
l. Anna Maria Nolens, ged. geref. Dordrecht 29-3-1715 (moeder heet hier Boers).
734. FREDERIK NOLENS[772], ged. geref. Maastricht (St Jan) 9-11-1653, ovl. Eisden 1708 (tussen 3 febr. en 12 juni), j.m. van Eijsden (1680).
mogelijk dezelfde als NN Nolens, schepen van Oost (1684-1692)[773], schepen van Eisden en herhaaldelijk diaken van de Hervormde Gemeente aldaar (1684-1689, 1691, 1695, 1698-1706).
otr./tr. Eijsden geref. 30-11/15-12-1680
Het huwelijkscontract Nolens-Frambach werd op 8-12-1680 gesloten voor Peter Franssen en WiLlem Deckers als schepenen van Eisden en bepaalde o.a., dat
Geurt Nolens direct na het voltrekken van het huwelijk aan de toekomende echtelieden tot hun onderhoud zou geven elf grote roeden akkerland en 200 gulden
Brabants Maastrichter cours in contant geld. Daarentegen beloofde Hubrecht Frambach zijn toekomende schoonzoon en dochter, gelijk ook de kinderen bij
haar te verwekken, bij zich in huis te nemen en van kost, drank en andere behoeften behoorlijk te voorzien, zolang als zij genegen zouden zijn bij hem te
blijven. Wensten zij echter op zich zelf te gaan wonen en hun eigen "menagie''
te doen, dan zou hij in zulk geval aanstonds aan hen uitreiken en medegeven elf
grote roeden akkerland en vijftig pattacons (= 200 gulden) in contante penningen [774].
735. ADRIANA FRAMBACH, geb. vóór ca. 1660, ovl. 1718-1727, j.d. van Eijsden (1680), woont te Castert (1717).
Met Paesschen 1693 worden Frederik Nolens en sijn h.v. Adriana Frambachs, beijde te Eijsden, aangenomen als geref. lidmaat op belijdenis. In 1709 en 1716 wordt Adriana in de lidmatenlijst nog vermeld als zijn wed. Adriana Frambach stamde uit een familie van plattelands magistraten te Eijsden,
die overwegend katholiek was. Zij wordt 13-8-1710 te Eisden vermeld als
ouwersse ende biertappersse alhier" [775]. Wellicht zette zij hiermede het beroep van haar overleden man voort. Bij de deling van de ouderlijke goederen
door haar kinderen op 8-5-1727 voor notaris W. B. Vaessen te Eisden, blijkt
hieronder te zijn een huis en hoeve met brouwerij, gelegen te Caastert, op den
"Treffert". Op 31-8-1718 testeerde Adriana Frambach voor Theod. van der Wood, notaris te Maastricht.
Uit dit huwelijk (Nolens-Frambach) gedoopt[776] :
-
a. Govert Nolens, ged. geref. Eijsden 8-3-1682, ovl. jong.
-
b. Anna Catharina Nolens, ged. geref. Maastricht (St Jan) 10-9-1684, ovl. jong.
-
c. Maria Nolens, ged. geref. Eisden 7-3-1688, ovl. na 1725, geref. lidmaat te Eijsden op belijdenis (29-7-1712, achter de inschrijving staat genoteerd: vertrokken naar Dalhem),
j.d. van Castert (1713), doopget. (1722),
otr./tr. Eijsden geref. 9/19-2-1713 ("met attestatie te Dalhem getrouwd")
tr. (Waalse Kerk) Daalhem (B) 19-2-1713[777]
Germain Berangé (Beranger), ovl. na 1728, j.m. van Dalhem (1713).
schepen der hoge justitie van stad en (staats) land van Daalhem.
In de jaren 1728-1731 procedeert Germain Beranger tegen P. Bours, wed. van Frederik Nolens, vanwege een schuldvordering. Frederik Nolens had namens zijn tante een som geld ontvangen, maar deze nooit terugbetaald. Beranger als mede-erfgenaam maakt alsnog aanspraak op zijn aandeel in die som.
De eis is aan te tonen de som voldaan te hebben of alsnog de helft uit te betalen, met interest.
[778]
-
d. Agnes Nolens, ged. geref. Eijsden 25 (24?)-3-1691, ovl. jong[779].
-
e. Stijn (Christina) Nolens, ged. geref. Eijsden 18-12-1695, beg. Eisden 15-11-1786, (=kw. nr. 367).
736. HERMEN HEIJSINGH (HEISING), geb. vóór ca. 1655, tr. Arnhem geref. 26-3-1679[780]
737. METJEN EVERTS.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[781]
-
a. Hermannus Heijsingh, ged. Arnhem 25-3-1683, (=kw. nr. 368).
752. JAN TEUNISZ VAN DER WIEL, geb. ca. 1673, ovl. na 3-10-1720, tr. ca. 1705[782]
753. MAEIJKEN (MARRIGJE) JOOSTEN SLAG(T)BOOM, ged. Papendrecht 18-8-1680, ovl. vóór 3-10-1720.
-
a. Marijgen van der Wiel, ged. Sliedrecht 21-2-1706, ovl. Sliedrecht mei 1772, tr. omstreeks 1733[784]
Arien Baensz Baen, ged. Sliedrecht 15-9-1709, zn. van Baan Cornelisz Baan en Neeltje Gijsbertsdr Bot.
-
b. Teunes Jansz. van der Wiel, ged. Sliedrecht 6-11-1707, ovl. Sliedrecht (aangifte 14-4-1775)[785], tr. 1o ca. 1730
Jaapje Visser, geb. Giessen-Oudekerk (?), ovl. na 25-10-1750, dr. van Willem Meeszn Visser en Huijbertje Eijmertsdr. de Gelder,
tr. 2o ca. 1740
Maria (Marichje) de Groot, ged. Sliedrecht 23 -10-1718, ovl. na 26-11-1752, dr. van Cornelis Teunisz de Groot en Pietertje Jacobsdr. van der Hoek.
Uit zijn eerste huwelijk (van der Wiel-Visser) gedoopt :
-
1. Jan van der Wiel, ged. Sliedrecht 10-6-1731, ovl. jong?
-
2. Janna van der Wiel, ged. Sliedrecht 25-12-1735.
-
3. Jan van der Wiel, ged. Sliedrecht 8-9-1737, beg. Sliedrecht (impost) 18-11-1752 (als Jan van der Wiel, zn. van Teunis Janse van der Wiel).
Uit zijn tweede huwelijk (van der Wiel-de Groot) gedoopt:
-
4. Pieter van der Wiel, ged. Sliedrecht 17-9-1741.
-
5. Cornelis van der Wiel, ged. Sliedrecht 27-5-1745.
-
6. Pietertie van der Wiel, ged. Sliedrecht 16-4-1747.
-
7. Teunis van der Wiel, ged. Sliedrecht 7-4-1749, beg. wellicht Sliedrecht (impost) 19-7-1749 (kind van Teunis van der Wiel).
-
8. Marigje van der Wiel, ged. Sliedrecht 2-8-1750.
-
9. Teuntie van der Wiel, geb. Sliedrecht 19-1-1752.
-
c. Joost Jansz van der Wiel, ged. Sliedrecht 6-11-1707, (=kw. nr. 376).
-
d. Gerrit van der Wiel, ged. Sliedrecht 30-11-1710.
-
e. Jacomijntje van der Wiel, ged. Sliedrecht 30-12-1714.
754. CLAAS LEENDERTSE BOER , geb. ca. 1668, ovl.(beg?) Bleskensgraaf 6-1-1720, tr. Bleskensgraaf 3-5-1701[786]
755. ANNIGJE CORNELISDR DE WAARD, geb. Wijngaarden? ca. 1670, ovl. 1712.
-
b. Cornelis Claesse Boer.
-
c. Leendert Claasse Boer.
-
d. Jan Claasse Boer, ovl. na 1784.
-
e. Neeltje Claasd Boer, geb. Bleskensgraaf ca. 1711, (=kw. nr. 377).
792. ROTGER (RUTGER) HENDRIKS VELSIN(C)K, geb. ca. 1650, woont in 1678 te Achteler, vermeld als kuiper te Zwolle (1696),[788]
tr. Heemse geref. 1678[789]
793. AELE JANSEN, geb. ca. 1650, woont in 1678 te Mander (bij Tubbergen).
-
a. Hendrik Rutgers Velsink, geb. (Zwolle?) ca. 1680, (=kw. nr. 396).
-
b. Hillegien Rutgers Velsinck, geb. (Zwolle?) ca. 1680, ovl. Zwolle voor 4-2-1714, j.d. in die Korte Wolweversstraet (1705),
otr./tr. Zwolle geref. 27-12-1704/11-1-1705 ("die man moet erfuiting doen. Is vertoont en getrouwt")
Hendrik Wijngaarden (Wijngart(s)), geb. Leeuwarden ca. 1665, wednr. van Willempjen Gerrits Bruinenberg (waaruit voorkinderen),
woont aan de Dieserpoort (1705),
huw. get. (1708).
Hij hertr. Zwolle 3-2-1714 Machteld Hendriks.
Uit het huwelijk (Wijngaarden-Velsinck):[791]
-
1. Willemtje Wijngaarden, ged. geref. Zwolle 20-10-1709.
-
2. Catharina Wijngaarden, geb. vóór ca. 1715, verm. identiek met
Catri(j)na (Trijntien) (van) Wijngaarden, wed. van Pieter Mels in d' Smeen (1746),
tr. 1o voor 1733
Pieter Mels, tr. 2o Zwolle geref. 10-12-1746/9-1-1747 (get. voor haar: deszelfs zuster, voor hem: Dirk Jan van Dulmen, in margine: "Erfuitinge moet van beide blijken dat gedaen is als mede dat d' Bruidegom bewijst dat zijn vrouw de gezette tijd is overleden. is begraven den 28 Octob: 1745. d' Erfuitinge van wederzijden is getoont.")
Jan van Vilsteren, wednr. aan d' Vispoort (1747).
Uit haar eerste huwelijk (Mels-van Wijngaarden) (o.a.?):
-
aa. Simon Mels, ged. geref. Zwolle 20-4-1733.
-
bb. Wilpien Mels, ged. geref. Zwolle 27-9-1737.
-
cc. Henderik Mels, ged. geref. Zwolle 18-10-1739.
-
dd. Geessien Mels, ged. geref. Zwolle 22-3-1742.
-
3. Gerrit Wijngart, ged. geref. Zwolle 27-5-1711.
798. NN SCHUTTE(¥).
COMMENTAAR(¥)
Mogelijk verwant zijn:
Berent Schutte, wijndrager, eigenaar van grafplaats nr. 591 in de Grote of St. Michaelskerk te Zwolle.[792]
Henricus Schutte, wednr. van Goor (1666),
otr./tr. Zwolle geref. 21-4/13-5-1666 (proclamatien gaen tot Campen, attestatie gegeven om te Campen te trouwen)
Swaentien Geers van Echten, weduwe tot Campen (1666).
|
-
a. Janna Schutte, geb. 1686/87, beg. Zwolle Kruijskerk 16-7-1781, (=kw. nr. 399).
-
b. Judit(h) Schutte, geb. vóór ca. 1690, j.d. (1715),
geref. lidmaat te Zwolle Kerst 1709,[794]
otr./tr. Zwolle geref. 6/23-4-1715 (get. Bruidegoms vader en haar suster)
Jan Campste(de), j.m. (1715).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Jan Kampste, ged. geref. Zwolle 10-4-1716, ovl. jong?
-
2. Jan Campste, ged. geref. Zwolle 27-4-1717.
-
3. Jacob Kampste, ged. geref. Zwolle 2-4-1719.
-
4. Helmigh Kampsté, ged. geref. Zwolle 13-6-1720.
-
5. Berentien Kampste, ged. geref. Zwolle 21(?)-11-1722.
-
6. Willem Campste, ged. geref. Zwolle 26-5-1729.
-
c. Hendrik Schutte(n) (Schit), geb. ca. 1680, j.m. (1707),
geref. lidmaat te Zwolle Christdag 1710,
otr./tr. Zwolle geref. 9-4/10-5-1707 (get. "Sijn oom en van Haer de huivrouwe van Jan Wijten)
Annigjen (Jannetje, Jennigje, Janna) Hol(t)voort (Holthorst), j.d. (1707).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Wichmondt Schutte, ged. geref. Zwolle 22-11-1709.
-
2. Wijgman (Wiggert) Schutte(n), ged. geref. Zwolle 27-3-1712, j.m. in de Papenstraat (1748),
huw. get. (1752, 1756),
otr./tr. Zwolle geref. 30-11/16-12-1748 (get. voor hem Arent Schutte, voor haar: Angenis Bruijngh, vrouw van Hamhuis)
Maggelt Bruink, j.d. in de Camperstraat (1748).
-
3. Arent Schutte, ged. geref. Zwolle 5-11-1713, huw. get. (1748..1762),
tweeling met
-
4. Gerrit Schutte, ged. geref. Zwolle 5-11-1713.
-
5. Geertruit Schutte, ged. geref. Zwolle 9-9-1717.
-
6. Maria Geertruydt Schutten, ged. geref. Zwolle 3-9-1719, j.d. in de Paapenstraat (1750),
otr./tr. Zwolle geref. 24-10/8-11-1750 (get. voor haar Anna Maghteljen Schutten)
Adrianus Hoopop, j:man aande Kerkhof (1750).
-
d. Hendrina Schutte(n), geb. ca. 1685, j.d. (1708),
geref. lidmaat te Zwolle 21-9-1711,
otr./tr. Zwolle geref.14-4/2-5-1708 (get. "Sijn vaeder en haer moeder"
Be(e)ren(d)t Hagedoorn, j.m. (1708).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Gerredina Hagedoorn, ged. geref. Zwolle 15-1-1710.
-
2. Wessel Hagedoorn, ged. geref. Zwolle 31-7-1712.
-
3. Bartelt Hagedoorn, ged. geref. Zwolle 19-5-1715, j.m. in de Walstraat (1762),
otr./tr. Zwolle geref. 19-6/5-7-1762 (get. voor hem: Wessel Hagedoorn, voor haar: Catarina Hagedoorn, in margine: "de Bruits Erfuijting moet nog geschieden. Dat sij sulkx gedaan heeft is gebleken.")
Judith Vernhoudt, wed. van Jan Egberts mede in de Walstraat (1762),
-
e. Beerendtje (Berentijn) Schutte, j.d. buiten de Camp:p(oort) (1718),
geref. lidmaat te Zwolle 25-3-1717,[795]
otr./tr. Zwolle geref. 19-3/3-4-1718 (get voor hem Gerijt Wijgers, voor haar "Bruidts suster")
Jacob Freriks Nie(uw)meyer, j.m. buiten de Dieserpoort (1718).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Jacomine Niemeyer, ged. geref. Zwolle 11-9-1724.
802. Dr. BARTHOLDT COUPER (CUYPER, CUIPER), geb. vóór ca. 1610, ovl. 1664-1673 (kort voor 6-11-1673), "in sijn leven" Richter te Diepenheim,
wordt op 29-11-1633 geadmitteerd als procureur en op 3-7-1635 als advocaat(¥) door Ridderschap en Steden, de Staten van Overijssel,[796]
richter (1643..1660),
doopget. te Gelselaar (1644) als Barthold Couper J.u. Licentiaet
ende Richter tot Diepenheim,
vermeld als "Bartholdus Cuiper, Licentiaet en sijn vrou" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[797]
vermeld in akten te Borculo (1655, 1660),[798]
en Rijssen (1652),[799]
tr. verm. 1o vóór ca. 1635
NN, ovl. verm. voor 1658, tr. 2o verm. voor 1658
803. PETRONELLA MARHULSEN, ovl. Goor 6-11-1673, vermeld als niet met name genoemde vrouw van Bartholdus Cuiper in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[800]
tr. 1o (verm. voor 1658)
Jhr. HERTSVELT, tot Deventer.
Kerkenboek van Goor:[801]
1673. Nov. 6 op enen donderdach voor Trin. 24 na een
dach slapens sterfft in een vasten slaap Petronella Marhulsen
vrou van den Z. Richter Barthold Cuiper, welcke was haer twiede man,
haer eerste was Joncker Hertsvelt tot Deventer.
Sij is haest gevolcht haer Z. man Cuiper.
| COMMENTAAR(¥)
Om toegelaten te worden diende men gepromoveerd jurist te zijn. Een inschrijving en/of promotie aan een der Nederlandse universiteiten werd vooralsnog niet gevonden.
|
In 1662 procedeert Dr. Bartholdt Couper (Cuyper) voor het Stads- en landgericht Borculo tegen burgemeester Bernhardt ten Noever, Johan Christiaens en andere mede gevoegde crediteuren van Jan van Marhulsen.
[802]
Uit zijn (eerste?) huwelijk (Cuiper-NN) (o.a.?):
-
a. Gerhardt Couper, geb. vóór ca. 1635, treedt op namens zijn vader Bartholdt Couper (1658),[803]
wordt op 25-6-1665 geref. lidmaat te Goor met attestatie van Amsterdam.
Kerkenboek van Goor:[804]
1665. Juni 25 gecommuniceert ende aengenomen met
attestatie van Amsterdam Gerhardt Cuiper, soon
van die Richter Cuiper.
-
b. Gualtherus Kuyper, geb. vóór ca. 1640, filiatie niet bewezen,
afkomstig van Goor,
ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 7-11-1651 ("Gualtherus Kuyper, Gora-Tubantus").[805]
-
c. Margaretha Cuipers, vóór ca. 1640, vermeld als "Margaretha Cuipers, Bartholdi dochter" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[806]
otr. Goor geref. 24-5-1674
Jan Casper Loerberch, van Hamel uit het Vorstendom Luneburg,
zn. van Otto Loerberch.
Kerkenboek van Goor:[807]
1674 May 24 geproclameert Jan Casper Loerberch
van Hamel wt. het Vorstendom Lunenborgh soon
van Otto Loerberch, ende Margaretha Cuipers,
dochter van Z. Barthold Cuiper, Licentiaat en
Richter tot Diepenheim. Gecopuleert tot Gelselaer
Juni 14 Dom. Trin.
-
d. Helena Coupers, geb. vóór ca. 1650, otr. Goor 6-1-1667 (attestatie afgegeven 24-1-1667)
Berent Joosten, wednr. van Maria Rhebenders,
sergeant in de Compagnie van den Heer Jacob van Rhenen in garnizoen te Deventer (1667).
Kerkenboek van Goor:[808]
1667 Dom. Epiph. (Jan. 6) geproclameert Berent Joosten,
Wedeman van Z. Maria Rhebenders, sergeant van die
Compagnie van den Heer Jacob van Rhenen int Garnisoen
tegenwoordich tot Deventer en Helena Coupers.
dochter van den Heer Licentiaet Barthold Couper,
Richter tot Diepenheim. Gegeven attestatie Jan. 24.
Uit zijn (tweede?) huwelijk (Cuiper-Marhulsen) (o.a.?):
-
e. Femia (Fenne) Maria Cuijpers (Courpen), geb. vóór ca. 1660, ovl. na 1683, (=kw. nr. 401).
-
f. Arnolt Cuiper, geb./ged. Goor geref. 17/31-1-1664.
Kerkenboek van Goor:[809]
1664. Dom. 2 Epiphan. (17 Jan.) a partus doloribus liberata
inter 5 & sextam matutinam Jan. 17, aqua in vinum
mutata, enixa e filium die huisvrou van den Licentiaet
en Richter Barth. Cuiper.
1664 Dom. 4 Epiph. (31 Jan.) gedoopt Arnolt soon
van den Richter Barth. Cuiper.
832. GABRIEL WEERMAN(S), geb. Metelen (Bentheim) ca. 1600, ovl. vóór 1657, burger van Bentheim
lid van de vroedschap,
burgemeester van Bentheim (D) (1635-1637, 1648-1652), tr. Bentheim
833. MARIA BERTLING(¥), ovl. na 1673.
COMMENTAAR(¥)
is de naam mogelijk Posteling ?? [810],
Is er verband met :
Hijndrijck Bertlijnck, kerkmeester te Borne (1639).[811]
Anna Alida Bertelings, geb. Bentheim ca. 1712, dr. van Willem bertelings, tr. Amsterdam 21-11-1738 Barent Verloop.[812]
Wissmann Bertling x Adelheid Krull[813],
Anna Bertling, die tr. voor 1673 waarschijnlijk te Lingen(D) Ds. Lambertus Lankhorst,[814]
Jobst Hermann Bertling uit Steinfurt, jur. student te Groningen (1667), die tr. Hesina Metelerkamp, geb. Bentheim ca.1647[815]
Ds. Michael Bertling, geb. Coevorden 2-2-1710, hoogleraar theologie (1752-1772), zn. van Hendericus Bertling en Berendina Witzenberg.[816]
|
Bentheim 18-12-164x : Overdracht, gedaan voor Johannes Theben, grafelijk richter te Bentheim en Schuttorf, gograaf te Emburen, door Casparius Langenhert en Gabriell Weermans, burgers te Bentheim, van een stuk land op den Hohenkamp, behoorend tot de katerstede Einhorst in het kerspel Bentheim, gelegen tusschen de landerijen van Johan Hochklemmer en de koopers vader Henrich Kleinbrecker, ten behoeve van Johan Kleinbrecker en zijn vrouw Aelheit Heidtgers. Oorspr. perkament, met zegel v.d. richter, gaaf. 164. Dec. 18, Bentheim. (datum gedeeltelijk onleesbaar).
[817]
Uit dit huwelijk (o.a.?)(¥):
| COMMENTAAR(¥)
Is Michael Weerman, als studiosus in de Messemakersstrate, sept. 1650 geref. lidmaat op belijdenis te Groningen,[818] mogelijk ook een zoon?
|
-
a. Daniel Weerman, geb. Bentheim (D), ovl. Almelo voor 1697, (=kw. nr. 416).
-
b. Johannes Weerman, ovl. vóór 1706.
-
c. Henricus Weerman, ovl. vóór 1706.
834. JAN (JOHANNES) MARTENS(EN) STEENKERCK(E), geb. vóór ca. 1600, ovl. 1637-1646, jonggesel in de Voorstraet (1624),
woont voor de Vijschporte (1628),
gesubstitueerde richter wegen de hoocheyt des kerspel Swol (1630),
vermeld als procureur (22-6-1633),[819]
heeft een dienstmaagd (1633, 1635),
weduwnaar (1637),
otr. 2o Zwolle geref. 25-7-1637
JOHANNA VAN DEN HAGEN(¥), n(agelaten) d(ochter) van Alexander van den Hegen wonend buiten de Visporte (1637) (zie voor haar
Fragment Van Velthuysen / Van Erp
),
otr. 1o Zwolle geref. 5-12-1624
835. HAASJE GORIS(SEN) VERHOEFF, geb. vóór ca. 1605, ovl. 1635-1637, woenende bij de Vischpoort (1624),
dr. van Goris (Gorrys) Eckbers (Elberts) en Hilleken Franssen.
|
Wapen Steenkerck: 3 eikels 2 en 1. Half aanziende helm, helmteken : een eikel tusschen eene vlucht.[820]
Johannes Martens Steenkerck,
gesubsittueerde richter wegen de hoocheyt des kerspel Swol zegelt met dit wapen in groene was (1630).
|
| COMMENTAAR(¥)
Volgens Ref. [821] is de naam van de echtgenote (weduwe) van Jan Martens Steenkercke NN van Velthuijsen. Hiermee wordt kennelijk Johanna van den Hagen gehuwd met Lubbertus van Velthuysen bedoeld.
|
Willem Wolters, "onder den Generael Veer",
otr. Zwolle geref. 22-4-1628
Geesien Jansen, n(agelaten).d(ochter). van Jan Egberts wonende met Joan Mertensen Steenkercke voor de Vijschporte.
Stadsarchief van Zwolle:[822]
1628-1629:
Johan Maartens Steenkerck, als man van Haasje Gorissen, procedeert tegen Klaas Hendriks over de eigendom van het halve erve het Voorster goed in de buurschap Berkum.
COMMENTAAR(¥)
Het is onzeker of de hieronder genoemde Jan Martensz identiek is met kw.nr. 834.
Handelingen van de Kerkeraad van de geref. gemeente Zwolle d.d. 13-10-1642:[823]
3. Heeft oock Jan Martensz seker request an de vergaderinge der e(erwaarde)
kerckenraets overgelevert, versoeckende met sijn vrouwe, die hem een tijt lanck
verlaten heeft, wederom verenicht of so niet, wettelick van haer gescheyden
te worden ende heeft daerop de kerckenraet geresolveert an de vrou te schrijven
dat sij haer wederom bij haren wettelicken man vervoege of dat anders bij
faute van dien, de kerckenraet genootsaeckt sal wesen de sake an den a(chtbare)
magistraet te brengen ende verder tegen haer te procederen.
|
Lenen van het Stift Essen:
Stadsgericht Zwolle / buurschap Assendorp[824]
nr. 398:
Een gerechte vyfftepart van een stucke landes, genoempt den Enck, gelegen in de vryheyt van Swolle, buyrschap Assendarp, sampt de ackers ende anders daertobehoerende, gelegen in Westenholte.
Afgespleten van nr. 397, naderhand samengevoegd met nr. 399 tot nr. 400.
27-6-1646:
Clementia Steenkercke onder hulderschap van haar man Thiman Jacobssen Joncker.
27-6-1646:
Thiman Jacobssen Joncker en zijn vrouw Clementia Steenkercke vestigen ten behoeve van licentiaat Joannes Wycherlinck, burgemeester van Zwoll, en diens vrouw Aleyda Berentssen, een jaarlijkse rente van 75 gulden, te lossen met 1500 gulden.
NB:
Afgelost op 7-4-1653 door de weduwe van Cornelis Gorissen Verhoeff aan de weduwe van burgemeester Wycherlinck.
12-6-1648:
Cornelis Goris Verhoeff na opdracht door dr. Goswinus Hogencamp, als volmacht van Thiman Jacobsen Joncker en diens vrouw Clementia Steenkercke, neef en nicht van Verhoeff.
Uit zijn eerste huwelijk (Steenkercke-Verhoeff) (o.a.?) :[825]
[826]
[827]
-
a. Hasina (Hendina, Hassien) Steenkerck, geb. Zwolle vóór ca. 1650, ovl. vóór 1691, (=kw. nr. 417).
-
b. Clementia (de) Steenker(c)k(e), geb. vóór ca. 1625, ovl. 1687-1717, beg. niet gevonden te Amsterdam, vermeld als "Jan Martensen Steenkercke dochter", wonende te Amsterdam (1645),
otr. 1o Zwolle geref. 26-10-1645 ("met attestatie tot Amsterdam getrout")
T(h)i(i))men Jacobsen Joncker, ged. verm. Ev. Luth. Amsterdam Lutherse Kerken 19-9-1616 (als zn. van Jacob Timansz), beg. Amsterdam Oude Kerk 11-4-1676, tr. 2o 1676-1681
Hendrik Brugman, ovl. 1676-1681, beg. verm. Amsterdam Oude Kerk 23-10-1680 (Hendrick Brugman), tr. 2o 1681-1684
Jan Claesz van Dijck, ovl. 1684-1700.
Stadsarchief van Zwolle:
1641-1646:[828]
Geesje Egberts, weduwe van bleker Jacob Willems, en Soetje Gerrits, weduwe van Gerrit Jans Coninck, procederen tegen de voogden over Clementia Steenkerck wegens een vordering in geld.
1645-1647:[829]
De voogden van Clementia Steenkerck, dochter van Johan Maartens Steenkerck en wijlen Haasje Gorissen Verhoeff, procederen tegen burgemeester Jan Maartens te Zwartsluis over de verkoop van het goed Kranenweerd bij Zwartsluis.
Register van Lijfrenten, in 1670 opgenomen door de Stad Kampen:[830]
Tymen Jacobs Joncker ten lyve van Jacobus Joncker
syn soon, oudt 17 iaeren daer moeder aff is Clementia Steenkerck, ƒ 250,--
Op 12-6-1670
verkoopt Gosen Claesz aan Tijmon Jacobsz Joncker,
een huizing en tuin op het Spiegelspad (ZZ) (Hoedenmakerspad) te Amsterdam.
[831]
Op 29-9-1681
verkopen de erven van Joanna Wijbrands, wed. van Izaac Loman aan Clementia de Steenkerk, wed. van Hendrik Brugman,
een huis en erf, waar De Vergulde Gekroonde Zwaan in de gevel staat, op de Keizersgracht (WZ) tussen Westermarkt en Leliegracht te Amsterdam.
[832]
Op 21-7-1684
verkopen de erven van Martijn du Gardijn, echtgenoot van Police le Thoor aan Clementia Steenkerck echtgenote van Jan Claesz van Dijk,
een huis en erf, waar Sint Jacob in de gevel staat, op de Verwersgracht (Kloveniersburgwal) tegenover deOudemanhuispoort te Amsterdam.
[833]
Op 22-9-1684
verkoopt Eduard Paats aan Clementia Steenkerk, echtgenote van Jan Claesz van Dijk,
een, huis en erf, waar De Groene Tent uithangt, op de Fluwelenburgwal (Oudezijds Voorburgwal) schuin tegenover de Oude Kerk te Amsterdam.
[834]
Op 20-10-1684
verkoopt Eduard Paets aan Clementia Steenkerk, echtgenote van Jan Dijck,
een huis en erf, genaamd Het Schild, op de Oudezijds Achterburgwal bij de Korte Niezel te Amsterdam.
[835]
Stads-gericht Vollenhove, Stukken overgelegd en gebruikt in processen:
1695-1700: Tussen Henricus ter Meer en zijn vrouw Rebecca van Leeuwen, ter ene zijde, en Clementia Steenkerken, weduwe van Jan van Dijck, ter andere zijde, wegens laster.
[836]
Op 25-6-1723
verkopen de erven van Clementia de Steenkerken aan Anthonij van Waard,
een huis, waar Sint Jacob in de gevel staat, op de Kloveniersburgwal tegenover de Oude Mannenhuispoort te Amsterdam.
[837]
Op 2-12-1733
verkopen de erven van Clementia de Steenkerk, wed. van Jan van Dijk aan Rachel de Weer, wed. van Joannes de Witt,
een huis en erf, genaamd De Groene Tent op de Fluwelenburgwal (OZ) (Oudezijds Voorburgwal) het zesde huis bezuiden de Korte Niezel te Amsterdam.
[838]
Op 2-12-1733
verkopen de erven van Clementia de Steenkerk, wed. van Jan van Dijk aan Jacobus Nieuwkerk, echtgenoot van Joachimina van Ulsen,
2/3 huis en erf, waar De Jonker in de gevel staat op de Oudezijds Achterburgwal (WZ) bezuiden de Korte Niezel te Amsterdam.
[839]
Op 17-4-1739
verkopen Jacobus Nieukerk, echtgenoot van Joachimina van Ulsen en de erven van Clementia de Steenkerk, wed. van Jan van Dijk,
aan Joost Bergacker,
een huis en erf, waar De Jonker in de gevel staat, op de Oudezijds Achterburgwal (WZ) bezuiden de Korte Niezel te Amsterdam.
[840]
-
1. Joannes Joncker, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 8-11-1646.
-
2. Margrete Joncker(s), ged. geref. Amsterdam Oude K. 28-6-1648, ovl. in de kraam van haar (eerste?) kind, beg. Amsterdam Oude Kerk 23-1-1670 (Margarita Jonckers, vrouw van Joannis van Bruggen), tr. vóór 1669
Johannes van Brugge.
-
aa. Johanna van Brugge (Bruijns!), ged. geref. Amsterdam Zuider Kerk 25-12-1669, ovl. na 1730, van Amsterdam (1687),
doopget. (1719..1730),
otr. Zwolle geref. 30-4-1687 ("De proclamatien gaan mede te Amsterdam en tot Hellendoorn NB. op den 8 meij sal hier de eerste proclamatie gaen, NB: op den 15e Maaij is de 2 & 3 proclam. geschiet en Attest: gegeeven om tot Amst: te trouwen),
otr. Amsterdam 10-5-1687 (zij geast. met haar grootmoeder Clementie de Steenkerk),[841]
Ds. Rutgerus van Ulsen, geb. 1662, ovl. 1709, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 9-10-1683 ("Rutgerus van Ulsen, 21 (jaar)"),[842]
afkomstig van Zwolle, predikant te Hellendoorn (1686-1687), te Vollenhove (1687-1709).[843]
[844]
Hieruit verder nageslacht bekend.
Stads-gericht Vollenhove: Stukken overgelegd en gebruikt in processen:
1718-1720: Tussen Cornelis Verhoeff, advocaat te Zwolle, t.e.z., en de erfgenamen van Rutgerus van Ulsen, t.a.z., over de aanspraak op een kapitaal in consignatie door de goedsheren en erfgenamen van Barsbeek.
[845]
-
3. Haesientie Joncker, ged. geref. Amsterdam Oude K. 22-2-1650.
-
4. Jacobus Joncker, ged. geref. Amsterdam Oude K. 11-2-1652, ovl. jong?
-
5. Jacobus Joncker, ged. geref. Amsterdam Oude K. 18-5-1653, ovl. 1684-1717, tr. vóór 1678
Anna van Zuylen, ovl. na 1684.
Op 9-11-1717 verkoopt
Dirck Rijtgers, gemachtigde van Anna Jonckers, laatst wed. van Ds. Harmanus Gerlacius, mitsgaders Clementia Jonckers, getrouwd met Gerlacius Gerlacius, zijnde zij Anna en Clementia kinderen en enige erfgenamen van Jacob Jonckers die een zoon en enige erfgenaam was van Clementia Steenkerck, en daarmee rechthebbenden op nagenoemd perceel (bij de procuratie d.d. 15-10-1717 voor burgemeester van de stad Vollehoo werd Anna Jonckers geassisteerd door Dr. ter Broek en Clementia Jonckers door haar man)
aan Andries Kloek,
een huis en erf, waar De Vergulde Gekroonde Zwaan in de gevel staat, op de Keizersgracht (WZ) tussen Westermarkt en Leliegracht te Amsterdam,
door Clementia Steenkerck op 29-9-1681 gekocht.
Koopsom ƒ 9000,--.
[846]
-
aa. Thijmon Joncker, ged. geref. Amsterdam Oude kerk 17-6-1678, beg. Amsterdam Oude Kerk 25-8-1678 (kind van Jacob Joncker).
-
bb. Anna Jonker, ged. geref. Amsterdam Nieuwe kerk 12-7-1679, ovl. na 1732, tr. 1o (voor kerstmis) 1693 (niet te Amsterdam afgekondigd, "wat wel te maken zal hebben met de zeer jeugdige leeftijd van de bruid"),[847]
Ds. Johan Henrick Metelerkamp, ged. Gildehaus 15-6-1672, ovl. Emlichheim 1708, predikant te Emlichheim,
zn. van Ds. Johannes Metelerkamp, predikant te Gildehaus, en Geertruid Nordbeck,
tr. 2o Emlichheim 1709[848]
Ds. Hermanus Gerlacius, ovl. vóór 1717, verm. identiek met
Ds. Hermannus Gerlacius, ged. geref. Oldezaal 24-11-1652 ("Woensdagh den 24 9bris
Gedoopt Herman sone van Gerlacus Gerlaci Predicant alhier, en Maria sijn huijsvrouw), ovl. 27-8-1702[849], afkomstig van Oldenzaal (1684),
predikant te Oldenzaal (1679, 1684),
te Nede?,
wednr. van Adelheida Margareta Mettingh (huw. 1684),
zn. van Ds. Gerlacus Gerlaci, predikant te Oldenzaal, en Maria Bossiers,
tr. 3o Emlichheim 17-3-1726[850]
Ds. Eijlardus Reiners, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Groningen 15-9-1694 ("Eijlardus Reiners, Drenthinus"),[851]
predikant te Dalen.
Hieruit verder nageslacht bekend (Metelerkamp, 4 kinderen gedoopt te Emlichheim 1696-1703).
-
cc. Clementia Joncker, ged. geref. Amsterdam Zuider Kerk 18-3-1682, ovl. na 1717, tr. vóór 1717
Gerlacius Gerlacius, ovl. na 1717, mogelijk identiek met
Dr. Gerlach Gerlacius, geb. Oldenzaal 1-1-1696, ovl. Ipenburen 7-4-1756,[852]
ingeschreven als student geneeskunde aan de Universiteit van Leiden 19-9-1716 ("Gerlacus Gerlacius, Oldenzalia-Transisalanus, 20 (jaar)"),[853]
over wie een biografie in Van der Aa,
zn. van Ds. Hermannus Gerlacius en Adelheida Margareta Mettingh.
-
dd. Jacob Joncker, ged. geref. Amsterdam Zuider kerk 25-10-1684, ovl. vóór 1717?
-
6. Cornelis Joncker, ged. geref. Amsterdam Oude K. 27-6-1655, beg. verm. Amsterdam Oude Kerk 9-9-1655 (kind van Tijmen Jacobsz Joncker).
-
7. Gooris Joncker, ged. geref. Amsterdam Oude K. 6-7-1656.
-
8. Gregories Joncker, ged. geref. Amsterdam Oude K. 5-6-1659.
-
9. Cornelia Joncker, ged. geref. Amsterdam Oude K. 9-7-1662, tr. 1680[854]
Jeronimus van Zuylen.
Uit zijn tweede huwelijk (Steenkercke-van den Hagen) (o.a.?):
-
c. Alexander Steenker(c)k(en), geb. vóór ca. 1655, tr. Zwolle geref. 23-6-1678 (proclamatien gaan tot Emmelencamp)
Juffer Talle van Aswede en Groenendal(¥), wonend te Emmelencamp (1678).
| COMMENTAAR(¥)
Mogelijk een dochter van Borchard van Aswede, jr. en hoofdeling op Lutkegast, lidmaat der Herv. kerk te Groningen, medegecommitteerde in de Generale Rekenkamer, en diens tweede vrouw Talle ten Campe.[855]
|
Alexander Steenkerk en Hassien Steenkerk zijn partij in processen over de boedel van Otto van Vilsteren en Hille van Ittersum tegen hum oom Gabriel van Velthuysen.[856]
836. Ds. GERHARD(US) PALTHE(¥), geb. Ootmarsum voor 1617, ovl. Denekamp 1673 [866], ingeschreven als student theologie te Groningen 21-10-1632,[867]
geref. lidmaat op belijdenis te Groningen sept. 1632,[868]
als Gerhardus Sualve (sic! lees of schrijffout?), studiosus in't Krumme Jat,
ingeschreven als student theologie te Deventer 18-12-1634,[869]
legt op 26-5-1635 zijn examen af voor de classis Deventer,[870]
en werd op 5-6-1635 naar Denekamp beroepen,
maar kan daar pas in 1638 de pastorie gaan bewonen,
moest tijdens de twee Münsterse oorlogen vluchten naar het huis
Noord-Deurningen, waar hij voor de gereformeerden bleef preken,[871]
predikant te Denekamp 1635-1673,
vanaf 1663 bijgestaan door zijn zoon, de proponent Johannes Palthe
tr. 2o na 1660
NN SCHONGELER, ovl. Denekamp 4-4-1694, tr. 1o voor 1639
837. ANNA HILVERDINCK, geb. 1626/27, ovl. na 1660.
| COMMENTAAR(¥)
Is hij dezelfde als Gerhardus Palthe, die ovl. Neede 16-17-1673,
"provisor pauperum, acatholicus" ? [872]
|
Ter argumentatie van de beroeping van Gerhard Palthe tot predikant te
Denekamp motiveren de lidmaten hun keuze als volgt : "(..) D. Palthen
van Ootmarsen, van welcken wij oock als onse nabuer goede kennise sijn
dragende, als dat hij gesont van Leere, Vroom ende Godtsalich in sijnen
wandel en sonderlinge van onsen gantschen Kerspel selvest van Paepsche
gesinde wel geachtet ende bemint."[873]
In 1616 draagt de graaf van Bentheim als collator de vicarie van St. Catharina,
Agnes en Barbara, gesticht in 1436 op het gelijknamige altaar in de kerk van Denekamp,
over aan Johannes Palthe ten behoeve van zijn zoon Gerhardus Palthe.
Deze zou uit de inkomsten van de vicarie moeten studeren en later als geref.
predikant de pastorie van Denekamp moeten krijgen. De
vicaris moest ook het kostersambt bekleden
[874].
In het kerkenraadsboek van Ootmarsum staat in 1639 genoteerd:[875]
"Is Ds. Herman Hoemoeet tot den tweeden praedicant alhijr beroepen, welke dan den 15 sept. opentlijck in sijne dienst is bevestigt van
Ds. Gerhardo Palten pastor tott Degenenkamp."
In 1644 begint de bouw van een nieuw schoolmeestershuis in Denekamp. De rekening daarvan is in extenso in 't boek der kerkelijke rekeningen is opgenomen door
de predikant Gerhard Palthe en getiteld: "Aentekünge van die onkosten so in
het timmeren van het huys so Anno 1644 op de vicarien huijsstede tot ene woninge voor den schoelmeijster getimmert gedaen." De totale uitgaven bedroegen ƒ 394,4,-.
[876]
Omstreeks 1650 klagen Herman en Johan Schulte, kerkmannen te Denekamp
(die zelf nog sinds de invoering van de Reformatie in Denekamp in 1635
Rooms Katholiek waren gebleven),
bij de drost van Twente over aanmatiging van de predikant Palthe.
Hun klacht heeft echter een averechts effect, want de goedsheren
nemen nu zelf het beheer der kerk in handen [877].
|
In het Palthehuis te Oldenzaal bevinden zich twee gebrandschilderde
glas in lood raampjes met de volgende inscripties :
Gerhardus Palthe Dienaer des Heij.
Euangely tot Degnikamp. Anno 1636.
|
Gerhardus Palthe Pastor tho Denekamp.
Anna Hilverdinck Eheleute. Anno 1660.
Foto's: Ric van Wulfften Palthe.
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
|
Anna Hilverdinck (1626/27-...)
aetatis 24
Schilderij door onbekende schilder.
Datering : 1651 (linksonder)
Materiaal : olieverf op doek, 68.5 cm x 59 cm
Locatie: particuliere collectie
Beschrijving:
Zwart kostuum, rabat met kant, chignonkapje met afhangende slippen en rood lint.
Bron :
⇒ RKD
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Uit zijn eerste huwelijk (Palthe-Hilverdinck)(¥) :
| COMMENTAAR(¥)
Volgens Ref. [878]
, die echter Ref. [879]
citeert, allen geboren uit het huwelijk met NN Schongeler. Aangezien Gerhardus Palthe en Anna Hilverdinck nog in 1660 als echtelieden worden vermeld kan dit zeker voor de eerste vijf kinderen niet waar zijn.
|
-
a. Henricus Palthe, geb. (Denekamp?) vóór ca. 1640, beg. wellicht Denekamp 26-2-1719(¥)[880], studeert te Steinfurt (1656), doet belijdenis aldaar Pinksteren 1656,[881]
ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Groningen 2-7-1661,("Henricus Palthe, Denecampis,")[882]
j.m. (te Denekamp?) 1667,
geref. lidmaat te Ootmarsum 27-9-1668 op attestatie van Zwolle,[883]
heeft een dienstbode te Ootmarsum (1677),[884]
otr. Zwolle geref. 6-7-1667 (proclamaties gaan mede te Denekamp),[885]
[886]
Maria Fockingh, j.d. wonend te Zwolle (1667),
afkomstig uit Burgsteinfurt,[887]
wordt als huisvrouw van Henricus Palthe geref. lidmaat te Ootmarsum 27-9-1668 op attestatie van Zwolle.[888]
| COMMENTAAR(¥)
Op 26-2-1719 wordt te Denekamp begraven Henricus Palthe. Het is onzeker of het hier de echtgenoot/weduwnaar van Maria Fockingh betreft dan wel de onderstaande Henricus Palthe, student te Franeker, afkomstig uit Denekamp.
|
-
1. Jannes Henricus Palthe(¥), ged. Zwolle 26-4-1668.
| COMMENTAAR(¥)
Hij is mogelijk identiek met Henricus Palthe ingeschreven als student aan de Universiteit van Franeker 13-9-1693 ("Henricus Palthe, Degnecampia Tubantus").[890]
|
-
2. Geertruijd Palten, filiatie niet bewezen,
tr. 1o
NN, otr./tr. 2o als weduwe Zwolle geref. 30-12-1706/18-1-1707 (get. "Claas Klinkert met de Bruijdegom en des bruijdts moeder. De Bruijd moet erfuijtinge doen")
Jan Balack, j.m. (1706),
-
b. Antonius Palthe, geb. vóór ca. 1650, studeert te Steinfurt (1667), doet belijdenis aldaar Pinksteren 1667.[891]
-
c. Johannes Palthe, geb. Ootmarsum ca. 1639, ovl./beg. Denekamp 2/5-3-1702, (=kw. nr. 418).
-
d. Bernardus (Berend) Palthe, geb. Denekamp vóór ca. 1655, ovl./beg. Denekamp 29-12/8-1-1722, afkomstig van Denekamp (1679),
wordt organist en schoolmeester te Denekamp (in dienst tussen 1678 en 1684) en blijft dat tot zijn overlijden in 1722,[892]
diaken en ouderling (1711) te Denekamp,
doopget. (1711),
otr. 1o Denekamp geref. 9-3-1679,
otr./tr. 1o Ootmarsum geref. 9-3/22-4-1679 [893]
Gesina (Geesken) Werners (Warners), geb. vóór ca. 1658, ovl. 1682-1686, afkomstig van Ootmarsum (1679),
geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum Kerstmis 1676,[894]
als dr. van burgemr. Jan Werners,
afkomstig van Ootmarsum (1679),
dr. van saliger Jan Werners, burgemeester van Ootmarsum (zie kw. nr. ⇒ 1673 sub g/1),
otr. 2o Denekamp geref. 7-2-1686 [895]
Anna Somberg (Somberchs), uit Bentheim.
De tekst van de begraafinschrijving luidt:[896]
(1722) December den 29e:
Zijnde dings-dag. is Berend Palthe, soon van wijlen Do. Gerhardus Palthe (eerste gereformeerde preedicant alhier te Denekamp) Broeder van wijlen Do. Joannes Palthe, in leven insgelijks alhier preedicant te Denekamp. En welke voorgem. Berend Palthe organist, en school-meester, daar bij seer lange jaaren alhier Diaken, en daarna tot zijn dood toe Ouderling van onse gemeente geweest is. is derselvige heloes! bij't Broekhuijs hecke, tusschen Zingraven en Denekamp 's avonds dood gevonden, en is desselvs doode ligchaam Ano. 1723 den 8 en Januar: zijnde 's vrijdaags alhier in onse kerke ter aerden besteedt, als wanneer ik daarover de lijkpreedicatie gedaan hebbe, en gepredikt de text:
Rom: 8 v. 28. ende wij weeten ...
De schoolmeester te Denekamp wer betaald uit de vicarie van
St. Antonius, de orqanisten-vicarie, gesticht op 1-8-1506 tot onderhoud van een priester, die onder meer het kerkorgel moest bespelen. Na het overlijden van de laatste vicarius, Johannes Duvel, besloten pastor en kerkenraad,
op 5-2-1632, de inkomsten te besteden ter bezoldiging van
een schoolmeester, die tevens verplicht zou zijn, als organist
te fungeeren. De inkomsten van de vicarie bestonden uit opbrengsten van landerijen in de omringende boerschappen, geld- en graanrenten. Anthony Palthe maakt daarvan in 1709 een lijst der "Opkomsten der Vicarije St. Anthonij behoorende tot School en Orgel van Denekamp". Opsteller "ANTHONIJ PALTHE Schoolmr. en orgenist tot Denekamp. Anno 1709 den 5 Junij".[897]
Uit zijn eerste huwelijk (Palthe-Werners) geboren :[898]
-
1. Gerryt Jan Palthe, ged. geref. Denekamp 11-1-1680 (geen moedersnaam genoemd), j.m. van Denekamp (1703),
otr. Denekamp geref. mei 1703[899]
Bartha Elizabeth Stoppers (Hoppers?), wed. van Berend Tyneke, koster en orgelist te Emlenkamp. [900]
Uit dit huwelijk vermoedelijk :[901]
-
aa. Marg(a)retha Palthe, geb. vóór ca. 1705, j.d. van Denekamp (1725),
otr. Denekamp 20-5-1725[902]
Willem Sombergh, j.m. van Bentheim (1725).
-
bb. Anna Magdalena Palthe, geb. vóór ca. 1710, ovl. 1727-1735, j.d. van Denekamp (1727),
otr. Denekamp 16-3-1727 [903]
Derk Sombergh, j.m. van Bentheim (1727).
Hij hertr. als weduwnaar Denekamp 13-2/3-3-1735 Hindrickjen Klifmans.
-
aaa. Berend Herman Sombergh, ged. geref. Denekamp 21-12-1727.
-
cc. Gesina Palthe, geb. vóór ca. 1710, j.d. van Denekamp (1727),
otr. Denekamp geref. 30-4-1727[904]
Daniel Ruink, geb. vóór ca. 1705, j.m. van Almelo (1727),
verm. zn. van Hendrik Ruink en Bartha Elizabeth Weerman (zie kw. nr. ⇒ 417 sub b).
-
2. Anthonius Palthe, ged. geref. Denekamp 15-1-1682, ovl. 16-2-1723[905], wordt op 5-6-1709 benoemd tot adjunct schoolmeester te Denekamp van zijn vader benoemd en blijft dat tot zijn overlijden in 1723.[906]
-
3. Anna Judith Palthe, geb. vóór ca. 1700, ovl. 1731-1733, filiatie niet bewezen,
j.d. van Denekamp (1717),
otr. Denekamp geref. 16-10-1717[907]
Georg Andreas Mülfort, ovl. na 1748, j.m. uit Zöwits in het vorstendom Anhalt (1717),
hovenier op Singraven (1721..1748).
Hij hertrouwt als hovenier op Singraven en weduwnaar te
Denekamp geref. 14-5-1733 Anna Maria Buninks j.d. van Bentheim.
Jurrien Muhlfort, hovenier op Singraven, en zijn vrouw Anne Marie, met kind ouder dan 10 : Eleonora Muhlfort, vermeld in de Volkstelling boerschap
Denekamp (1748). [908]
Uit dit huwelijk (bij geen der dopen een moedersnaam genoemd):
-
aa. Anna Maria Mülfort, ged. geref. Denekamp 17-7-1718.
-
bb. Gerrijt Andries Mülfort, ged. geref. Denekamp 23-11-1721.
-
cc. Berendina Mülfort, ged. geref. Denekamp 23-6-1724.
-
dd. Leonora Margreta Mülfort, ged. geref. Denekamp 15-5-1729, ovl. na 1748.
-
ee. Johannes Godfried Mülfort, ged. geref. Denekamp 15-4-1731.
-
4. Henrica Palthe, geb. vóór ca. 1700, j.d van Denekamp (1721),
otr. Denekamp 16-11-1721 [909]
(Se)bastiaan Fox, ged. geref. Denekamp 2-1-1687, j.m. van Denekamp (1721),
zn. van Gijsbert Fox, koster, en Lutgert Jansen.
Uit dit huwelijk (bij geen der dopen een moedersnaam genoemd):
-
aa. Gerrijt Jan Fox, ged. geref. Denekamp 27-9-1722, beg. Denekamp 4-10-1722 ("Sebastiaan Fox zijn kind).
-
bb. Lutgert Fox, ged. geref. Denekamp 10-4-1724.
-
cc. Berend Jan Fox, ged. geref. Denekamp 3-10-1728.
-
dd. Gerrijt Henderik Fox, ged. geref. Denekamp 28-10-1731.
-
ee. Gisbertus Fox, ged. geref. Denekamp 5-8-1736.
-
e. Berend (= Ds. Bernardus?) Palthe [910], mogelijk is hij degene die in Ref. [911] predikant te Veldhuizen wordt genoemd, ovl. Veldhuizen.
838. HENDRIK VAN UELSEN, geb. vóór ca. 1625, ovl. vóór 1675, burgemeester van Ootmarsum.
met zijn vrouw ("cum uxore") vermeld op de in 1652 opgemaakte lijst van geref. lidmaten te Ootmarsum,[912]
door de kerkenraad van Ootmarsum op 8-6-1647 benoemd tot diaken en
op 4-1-1660 verkozen tot ouderling
van de geref. kerk aldaar,[913]
tr. vóór 1647
839. NN.
Uit dit huwelijk(¥) (o.a.?) :
| COMMENTAAR(¥)
Is J(oh)anna van Ulsen, geb. Noorddeurningen bij Denekamp,
otr./tr.. Zwolle 26-4/26-5-1690 (d geboodt gaat t Amsterdam. Attest: verthoont en getrouwt) Herman Canneman, j.m. van Deventer,
verwant?[914]
|
-
a. Johanna van Uelsen, geb. Uelsen vóór ca. 1647, ovl. Denekamp 20-3-1727, (=kw. nr. 419).
-
b. Ha(r)dewich van Ulsen (Ulzen), geb. vóór ca. 1650, geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum 22-3-1668,[915]
afkomstig van Noord-Deurninge (1682),
otr./tr. 1o Ootmarsum/Denekamp geref. feb./7-4-1675[916]
Derck van Broeckhuysen, ovl. 1675-1682, afkomstig uit de Meyerij van 's-Hertogenbosch,
zn. van Herman van Broeckhuysen, secretaris van Hien en Doodewaard,
otr. 2o Oldenzaal geref. 9-4-1683,
otr. 2o Denekamp geref. jan. 1683 (en tr. aldaar)
Gerri(j)t Jan ten Dam, borgersoon te Oldenzaal en preceptor der Latijnse school te Oldenzaal (1682).
-
c. Anna van Ulsen, ovl. na 1715, tr.
NN ter Schiphorst, ovl. vóór 1711.
Denekamp 26-1-1711. Voor Jacob Raeterinck, richter te Ootmarsum, en kornoten, verkopen Johanna van Ulsen, weduwe Palthe, geassisteerd door haar schoonzoon Jan Hendrik Weerman, pastor te Denekamp, en Anna van Ulsen, weduwe Schiphorst, geassisteerd door haar zoon Jan ter Schiphorst, haar halve Hoog- of Voorste Woerte in de boerschap Denekamp, aan de tijdelijke opsieners ende versorgeren der Armenmiddelen in de kerk van Denekamp, den Hooggeb. Heer Arent Hendrik Sloodt, Heer van 't Singraven, als ouderling, en den E. Berent Palthe ook als ouderling, en de E. A. Palthe en Lambert ter Schiphorst als diakenen voor 660 oar. gld. N.B. Getypt regest, met de aantekening: Origineel, perkament, beschadigd zegel (was vroeger aanwezig in het kerkelijk archief der Ned. Herv.Gemeente te Denekamp, thans verdwenen. Zie bronnen Singraven 1284).
[917]
Denekamp 19-8-1713. Anna van Ulsen, weduwe Hendrik ter Schiphorst, geassisteerd door haar zoons Jan, Lambert en Berent, mede gemachtigd door de erfgenamen van wijlen Lambert ter Schiphorst te Amsterdam, verkopen bij brandende keerse de Achterste Woorte in vijf percelen.
[918]
Denekamp 2-2-1715 Dezelfden verkopen aan Jan Fransen en Heilken Wigbels, echtelieden twee stukken bouwland op de Achterste Woorte voor 272 gl. 5 st.
[919]
-
1. Jan ter Schiphorst, ovl. na 1715.
-
2. Lambert ter Schiphorst, ovl. na 1715, diaken te Denekamp (1711).
-
3. Berent ter Schiphorst, ovl. na 1715.
-
d. Jenneken Hindiksen van Ulsen, geb. vóór ca. 1665, (of afkomstig van Ulsen?)
filiatie niet bewezen,
tr. Denekamp geref. mei 1685
Willem Gerrijttsen, afkomstig van Döringe.
-
e. Anneken van Ulsen, geb. vóór ca. 1645, ovl. vóór 1688, filiatie niet bewezen,
afkomstig van Ootmarsum (1664),
tr. Ootmarsum geref. 17/27-4-1664
Harmen van Ledden (Leiden), afkomstig van Goor (1664),
burgemeester van Ootmarsum (1688).
Hij hertr. Ootmarsum geref. 1/19-4-1688 Hendrickien van Ringe.
848. GERRIT (GERHARD) (SENIOR) LASONDER, geb. Gronau 1638-1642, ovl. Enschede 1715-1722, burgemeester van Enschede 1679-1710,
woonde te Enschede Stad,
eigenaar van het erve Unlandt (Onland) te Oldenzaal (1704),[920]
tr. Gronau 29-6-1669[921]
849. GESINA PEEK (alis PECK), geb. Gronau 1637-1650, ovl. Enschede na 1722.
Op 18-2-1698 compareeren voor het Stadgericht te Enschede Peter Grevinck en
Catharina Beckers, zijn huisvrouw, en bekennen opgenomen
te hebben van Burgermeester Gerhard Laarsunder en
Gesina Peck zijn huisvrouw.[922]
Uit dit huwelijk geboren te Enschede:[923]
-
a. Christina (of Gesina) Lasonder, geb. 1665-1675, ovl. Enschede voor 1749, tr. vóór 1690[924]
[925]
Martijn ten Bouwhuijs, geb. Enschede 1660-1670, ovl. Enschede 1744-1748, kleermaker te Enschede Stad,
olderman van het kleermakersgilde, assessor Landgericht,
zn. van Goossen ten Bouwhuijs en Fenneke te Rutbeek.
-
1. Fenneken (ten) Bouwhuis, geb. Enschede Stad 1690, ovl. Enschede Stad na 1755, tr.[927]
Engbert ten Bouwhui(j)s, geb. Enschede Stad 1686, ovl. Enschede Stad voor 1745, stadsdienaar te Enschede Stad,
zn. van Roloff ten Bouwhuijs en Grietje Leurink.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
2. Abraham ten Bouwhuis, geb. 1695-1724, woonde te Enschede Stad,
tr.[928]
Anna Ebbink (Eppink), geb. 1715-1729, woonde te Enschede Stad.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
b. Barthold Lasonder, geb. 1669-1682, ovl. Enschede 1738-1749, koster van de Geref. Kerk te Enschede,
tr.[929]
Margaretha Matthaei, geb. Enschede 1678-1685, ovl. Enschede voor 1748, dr. van Gerrit Hzn. Matthaei, schoolmeester, en Fenneken Wolters Pothoff.
-
1. Rudolf Lasonder (alias Oost Indië), geb. Enschede Stad 1696-1710, ovl. Enschede 1748-1755, bombazijn-octrooihouder (1728),
koopman te Enschede Stad,
woonde te Enschede Stad,
tr.[931]
Elisabeth Geertruid Strick, geb. 1692-1711, ovl. 1753, dr. van Johannes Strick en Anna Gesina van Laar.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
2. Fenne Geertruid Lasonder, geb. Enschede Stad 1700-1721, ovl. Enschede Stad na 1748, tr. vóór 1738[932]
[933]
Herman Scholten, geb. Enschede 1700-1718, ovl. Enschede Stad na 1748.
-
3. Gerhard Lasonder, geb. Enschede Stad 1700-1719, ovl. Oldenzaal na 1774. Duitse schoolmeester te Oldenzaal (1748),
weduwnaar uit Oldenzaal (1748),
tr. 1o voor 1737[934]
Theodora (Dorothé) Elisabet Stork, geb. 1695-1719, ovl. vóór 1748, woonde te Oldenzaal Stad,
otr./tr. 2o Oldenzaal geref. 8/26-12-1748
Christina Bekker(s), geb. Enschede Stad 6-7-1727, afkomstig uit Enschede (1748),
aanvankelijk zijn dienstbode (1748),
dr. van Jan Bekker en Geertje Veluwe.
Hieruit verder nageslacht bekend.
Gerhardus Lasonder, met een kind jonger dan 10 : Jannes Lasonder, en
Regina Lasonder, en de dienstbode Christina Bekker, worden vermeld in de volkstelling van ambt en stad Oldenzaal (1748). [935]
-
4. Margaretha Lasonder, geb. Enschede Stad 1700-1710, ovl. Enschede na 1764, tr. Utrecht (schepenen) 13-5-1741[936]
Balthasar Greve, geb. 1695-1705, ovl. Enschede 1748-1755, woonde te Enschede Stad.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
5. Christina (Stijntie) Lasonder, geb. Enschede Stad 1707, beg. Amsterdam Karthuizer Kerkhof 18-2-1779 (Christina Lasonder huisvrouw van Willem Wegman), doopget. te Amsterdam (1749, 1756).
otr. Amsterdam 31-5-1737[937]
Willem (Joannes Wilhelmus) Wegman, geb. Münster 1700-1710, ovl. na 1779, doopget. te Amsterdam (1749, 1756).
wednr. van Catharina Pais.
Op 19-9-1743
verkopen Hendrik Eekhout en Willem Wegman,
erven van Pieter Huijker, aan Willem Muijsart,
en Jan van der Werken,
een 1/2 huis en erf, waar Het Gekroonde Laken in de gevel staat, in de Reguliersdwarsstraat (ZZ) het derde huis achter het hoekhuis Thorbeckeplein (Reguliersgracht) te Amsterdam.
[938]
Op 16-2-1745
verkopen de erven van Albert Harmensz Kaartman aan Willem Wegman,
een huis en erf op de Herengracht (ZZ) hoek Utrechtsestraat te Amsterdam.
[939]
Op 7-5-1754
verkopen de erven van Harmina van de Poll, wed. van Jan van Ghesel aan Willem Wegman,
een huis en erf in de Utrechtsestraat het vijfde huis van de Herengracht te Amsterdam.
[940]
-
aa. Mattheus Weghman, ged. RK Amsterdam Stadhuis van Hoorn 17-4-1738 (get. Matthijs Weghman en Elizabeth Wegman).
-
bb. Gertrudis Wegman, ged. RK Amsterdam 7-3-1744 Stadhuis van Hoorn (get. Jan van Bevere en Anna Ulenkodt).
6) Wolter Lasonder geb Enschede Stad 1712-1723, ovl. na 1774, koster te Enschede Stad,
woonde te Enschede Stad,
tr. zijn achternicht[941]
Margreta Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 2-9-1736, ovl. Enschede Stad 11-4-1768, dr. van Jan Lasonder en Berendina Reiger (zie kw. nr. ⇒ 425 sub b).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
7. Gesina Lasonder, geb. Enschede Stad 1720-1725, ovl. Enschede Stad na 1764, tr. 1o voor 1753[942]
Anthoni Reiger, geb. Enschede 1698-1725, ovl. Enschede 1755-1758, woonde te Enschede Stad,
zn. van Claas Reiger en Aalke Bussier,
tr. 2o [943]
Willem Wikke, geb. 1700-1750, woonde te Enschede Stad,
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
8. Jan Berend Lasonder, geb. Enschede Stad 1723, ovl. Enschede 22-12-1808, burgemeester te Enschede (1782),
tr. 1o
(Wille)Mina Lasonder, ovl. vóór 1782, wed. van Eng(el)bert Lasonder,
dr. van Jacob Lasonder en Geertruijt Bekker (zie kw. nr. ⇒ 1703 sub e/3).
otr. 2o Ootmarsum geref. 5-9-1782 ("pro ambobus" (?)),
tr. Losser,
Margaretha Elisabeth Warners (Werners), geb. 1737-1760, wed. van Jan Werners (Warnars),
woonde te Enschede Stad.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
c. Laurens Lasonder, geb. 1670-1680, ovl. Enschede voor 1739 (=kw. nr. 424).
-
d. Gesina Judith Lasonder, geb. 1670-1685, ovl. Enschede 1738-1749, tr. vóór 1738[944]
Nicolaas Stoltenkamp, geb. Gronau 1675-1685, ovl. Gronau 1749-1760,[945]
chirurgijn, procureur, burgemeester te Enschede.
Hij hertr. Swaantje Hof.
Protocollen van het Stadgericht Enschede :
Op 21-7-1738 compareren Burgemeester Nicolaas Stoltenkamp
en zijn huisvrouw Judith Laarsonder en zijn
schuldig aan hun zwager Martijn ten Bochuys.[946]
Op 7-10-1738 compareren Burgemeester Nicolaas Stoltenkamp
en Gesina Judith Laarsonder tutore marit. en
bekennen schuldig te zijn aan hun broeder en swager
Barthold Laarsonder.[947]
-
1. Anna (Geertruid) Stoltenkamp, geb. 1718-1723, woonde te Enschede Stad,
tr.[949]
Coenraad Reijger, geb. 1698-1718, woonde te Enschede Stad,
zn. van Claas Reiger en Aalke Bussier.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
e. Anna Margaretha Lasonder, geb. 1683-1690, ovl. Enschede voor 1749, (=kw. nr. 427).
850. JAN STROINK (STROYNCK), geb. Enschede 1640-1651, ovl. 1714-1726, tot 1708 geregeld vermeld als burgemeester van Enschede, treedt op als
momber van de kinderen van zijn zuster Harbertje Stroink x Jan Leurink (1699),
tr. vóór 1681
851. URSULA JANSDR BECKER(¥), geb. Enschede 1645-1661, ovl. na 1708[950]
, voor 1715[951]
, woonde te Enschede Stad.
vul aan Stroink p153, 160, 247
Op 3-2-1698 compareren Willem van Lier en Aeltjen Paschen om geld
op te nemen van Jan Stroinck en Arsele Beckers [952].
Op 28-11-1709 compareren te Enschede Engbert Lodewijk Laersonder
en Orsele Beckers syn huysvrouw [953].
Regesten van acten uit het Register van Testamenten en Overdrachten en Verzettingen 1697-1741 van de stad Enschede en uit dat van het landgericht Enschede.[954] In de periode 1701-1714 wordt vermeld Jan Stroink x Aafke (?) Beckers.
Richterambt Enschede, buurschap Lonneker : een tiende ter Hole to Loninghe.
23-4-1726 : Judith Stroink na de dood van haar vader Jan Stroink die deze tiende op 23-7-1714 had gekocht. Hulder haar man Laurens Lasonder.[955]
Uit dit huwelijk:[956]
[957]
| COMMENTAAR(¥)
De wed. Stroink betaalt in 1733 verponding voor de erven
Vijker (ƒ 20,15,--) en Wallembeke (ƒ 18,12,--) in de buurtschap Lindersijd, en
Bult (ƒ 15,2,--) en Wooldrink (ƒ 37,--,--) in de Esmarke.
[958]
Zou zij de wed. van de onderstaande Georgius of Rutger zijn?
|