|
This page was last updated : 100206.
|
File size is: 1056 k.
|
Kwartierstaat Van Schothorst Generatie 11 |
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
|
Refer to these data as:
L. Lapikás, Kwartierstaat Van Schothorst, version 9.3, Muiden, 2009.
|
|
© Copyright 2010
: L. Lapikás, Muiden, The Netherlands.
No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system,
or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical,
photocopying, recording or otherwise without the prior written
permission of the publisher. An exemption is made
for genealogical publications provided that adequate reference is
being made.
|
1024. HENDRICK REIJERSEN (ONTHEIJN, VAN BITTERSCHOTTEN), ovl. na 4-1-1635[1].
Register van overleden keurmedigen van de Kelnarij van Putten :[2]
1614 : "Obierat nullo ita pridem (niet zo lang geleden overleden) in pago Woenbergh (Woudenberg) Diocaesis Traiectensis Aelt Reijers Ontheijn filius Anthoniae Willmsen colonae qoundam in bono Bitterschotten, cuius cormedam redemit Henrich Reijnerzen Ontheijn 28 fl. Holl. intercedente et mediante Everhardo Schrasser. Nota scribes pro cormedam 26,5 gld. qua 1,5 gld. insumpti, pro vino, quando e meo confre redemire cormedam. Reliquit dictus Altetus (Aelt) frates Henrich supradictum item Jan et Willm Reijnersen Ontheinen. Item sorore Luitgen et Willmtgen Reijnersen Ontheinen. Nottandum porro qoud. 16 (Junij 1626) Obierat op Kleen Bitterschotten Henrich Reijnersen et solvi filii ipsius pro censu Capitali 2 gld. 10 stb. et pro equa traxerem vendita, accepti 26 gld. unde familia habet 30 stb.
VERTALEN
Uit het huwelijk (Reijersen-NN) geboren (o.a., volgorde onbekend) :
-
a. Reijer Hendricks ("alias BAATJES"), (=kw. nr. 512).
-
b. Willemtje Hendricks, geb. Barneveld, tr. Barneveld 4-4-1633
Jan Otten, geb. Barneveld, zn. van Otto Jochems, op Burgstede onder Barneveld (1632) (zie kw. nr. ⇒ 1027 sub b).
-
c. Hendrickje Hendricks, geb. Barneveld, tr. Barneveld 4-1-1635
Jacob Besselsen, geb. Barneveld, zn. van Bessel Hartens, op Bitterschoten onder Barneveld.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Bessel Jacobsen, tr. Barneveld 4-5-1676
Willemtje Jansen, dr. van Jan Toenissen, op Burgstede, (zie kw. nr. ⇒ 514 sub b).
-
2. Willemtje Jacobsen, tr. Barneveld 4-5-1676
Toenis Jansen, zn. van Jan Toenissen, op Burgstede, (zie kw. nr. ⇒ 514 sub c).
1026. OTTO JOCHEMS, op Burgstede onder Barneveld (1632), landbouwer,[3]
tr. 1o [4]
NN, tr. 2o Barneveld 15-8-1630[5]
1027. BAA(R)TJE JANS.
Is hij mogelijk Ott Joachimsz, zn. van Joachim Otten, pachter van Groot Haversteeg te Manen (1575), die als gevolmachtigde optreedt van zijn zwagers Henrick Jansz, Dirrick Cornelisz, Evert Aersz en wijlen Goert Gerritsz i.v.m. de nagelaten goederen van wijlen Jacob Joachimsz (zijn broer?)[6]
[7]
Uit zijn tweede huwelijk (Jochems-Jans) geboren (o.a.?) :
-
a. Marrijtjen Otto Jochemsdr, geb. Barneveld, (=kw. nr. 513).
-
b. Jan Otten, geb. Barneveld, tr. Barneveld 4-4-1633
Willemtje Hendricks, geb. Barneveld, dr. van Hendrick Reijersen (zie kw. nr. ⇒ 1024 sub b).
-
c. Joachim Otten, geb. 1602,[8]
1028. TOENIS WILLEMSEN VAN LUNTEREN?,[9]
parentatie niet bewezen.
uit hem mogelijk (o.a.?) :
-
a. Jan Toenissen, ged. Lunteren[10], (=kw. nr. 514).
1030. HENDRIK WILLEMS, renunciatie van het halve herengoed De Vaerst te Barneveld 8-6-1616.[11]
-
a. Willemtjen Hendrix, (=kw. nr. 515).
1040. GERRIT GOOSSENS (TOT VELTHUIJZEN) (VAN DE WETERING?[12], landbouwer [13]
te Veldhuizen bij Ede (1624) [14]
,
had tot 1614 een wei aan de Slunderstege te Ede (Velthuijzen).[15]
-
a. Aelt Gerrits (van de Wetering), bouwman te Woudenberg (1675).
-
1. Dirk Aalten (van de Wetering, 1772), tr. Amersfoort 19-6-1688
Marritje Saaren, beiden van Woudenberg, wonend op de Couwenhorst op het Hoogland.[17] Hij koopt op 18-1-1695 de herberg Moft te Leusbroek
met land (ca. 3 morgen) van Jan Vasz Haarman voor de somma van f 1000,--.[18]
-
d. Jan Gerrits (van de Wetering).
1048. AELBERT HENDRICKSZ VAN RAVENHORST, geb. Lunteren ca. 1590, tr. Scherpenzeel 13-2-1614[19]
1049. WILLEMIJNTJE CORNELISZ WILDEMANS, geb. Scherpenzeel ca. 1590.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[20]
-
a. Hendrick Jacobs (van Ravenhorst), geb. Putten, ovl. Renswoude 22-8-1673, (=kw. nr. 524).
filiatie niet bewezen. Hoezo het patroniem Jacobs?
1080. WOUTER HENRICKZ, geb. Ede (Doesburg) ca 1620[21], ovl. Ede, landbouwer,
krijgt op 14-1-1643 investituur voor het herengoed "Beterum" te Ede,
daarna oprukking op 20-1-1649 en 10-10-1655 [22].
vul aan HV 1/5
Uit zijn huwelijk (Henrickz-NN) geboren [23] :
-
a. Hendrik Wolters, (=kw. nr. 540).
-
b. Geurt Wouters, bezit een derde deel van "Beterum" [24],
tr. [25]
Nennetien Everts.
-
c. Metje Wouterse, filiatie niet bewezen,
tr.
Hendrik Jansen Haalboom, (zie kw. nr. ⇒ 1082 ).
1082. JAN HENDRIKS HAALBOOM, geb. ca. 1600-1610, ovl. 1674 [26], tr. ca. 1646 (huw. voorw. 28-2-1646) [27]
1083. GEURTIE CORNELISSE (volgens Ref. [28] Evertje Cornelisse).
vul aan HV 1/55 en 1/9
In 1647 neemt Jan Hendriks Haalboom een obligatie van f 100,-- over
van zijn zuster Gerritgen ten laste van Roetert Jansen en Rijckien Alberts.
Deze worden door de raden
van het vorstendom Gelre en het graafschap Zutphen gelast kapitaal en interest
onmiddellijk te betalen. Er gebeurt niets, waarmee Jan het recht krijgt om andere
gerechtelijke stappen te ondernemen [29].
Uit zijn huwelijk (Haalboom-NN) geboren [30] :(¥)
| COMMENTAAR(¥)
plus aanvullingen G.J. en H.J. Haalboom
|
-
a. Gerrit Jans Haalboom, geb. ca 1650, beg. Ede 26-11-1732[31], testeert diverse malen (1716, 1722, 1729, 1730)[32],
mogelijk dezelfde als Gerrit Haalboom, belender wonend in "De Roskam" te Ede (1687),[33]
tr. Ede tussen 13-6 en 13-8-1682[34]
Stijntje Roest, ovl. waarsch. voor 18-1-1716[35], wed. van Cornelis Timmer.
Hieruit geen kinderen.
-
b. Hendrik Jans Haalboom, geb. waarsch. ca. 1647, ovl. kort voor 30-4-1693[36]
[37]
, betaalt f 4,5,- bruikschatting in de Bovenbuurt (1698),[38]
eigenaar van het herengoed Haalboom aan de Heukelomse Brink te Bennekom,[39]
tr.[40]
voor 1678,[41]
Metje Wouterse, geb. ca. 1650[42]
, ovl. na 1710[43]
, dr. van Wouter Henricsen (zie kw. nr. ⇒ 1080 ),
verkrijgt op 28-6-1710 oprukking van het herengoed Haalboom,[44]
geref. lidmaat te Bennekom 1702.
Uit dit huwelijk geboren[45] :
-
1. Geeurtjen Hendriks Haalboom, geb. ca. 1679, ovl./beg. Bennekom 6/10-6-1750,[46]
tr.[47]
Evert Gosens.
-
2. Neeltjen Hendriks Haalboom, geb. ca. 1681, tr.[48]
Derk Woutersen van Eck.
-
3. Jan Hendriks Haalboom, geb. Bennekom voor 1688, ovl. Bennekom 20-11-1756, tr. Bennekom 8-4-1714[49]
Reijntje Hendriks, ovl. Bennekom 18-1-1746, dr. van Hendrik Petersen en Hendrikje Arissen.
-
4. Gerrit Hendriks Haalboom.
-
5. Hendrikjen Hendriks Haalboom, geb. 1687/88, verzorgt jarenlang haar kinderloze oom Gerrit.
tr.[50]
Jan Richold.
-
6. Grietjen Hendriks Haalboom, ged. Bennekom 11-4-1690, tr.[51]
Breunis Willemse.
-
7. Johanna Haalboom, filiatie niet bewezen, zie HV1/55.
-
c. Cornelis Jans Haalboom.
-
d. Roetert Jans Haalboom.
vul aan HV 1/9, 1/33
-
e. Elisabeth Jans Haalboom, (=kw. nr. 541).
1084. AERT GEURTS (VAN BUTSELER[52]), landbouwer[53], wonend op "Huyckenhorst" in Barneveld (1675),
mogelijk ook op "Boetseler" [54],
tr. Barneveld feb. 1632[55]
1085. JANNETJE GERRITSEN VAN SCHARRENBURG, tr. 2o Barneveld 22-2-1652[56]
EVERT EVERTS.
Zoek op VG 24(1999)42-63 en 25(2000)270. Wellicht is Aerts Geurts een zn. van Gerrit Reijers van Butseler.
Uit haar eerste huwelijk (Van Butseler-Van Scharrenburg):[57]
-
a. Jan Aarts, ged. geref. Barneveld 12-10-1634.
-
b. Merrijtjen Aarts, ged. geref. Barneveld 4-9-1636.
-
c. een dr., ged. geref. Barneveld 6-9-1640.
-
d. Jan Aarts, ged. geref. Barneveld 17-7-1642.
-
e. Jannetje Aarts (van Butseler, van Huyckenhorst), ged. geref. Barneveld 27-8-1643, tr. Barneveld 20-4-1674[58]
Henrick Cornelissen, ged. Barneveld 18-9-1642, afkomstig van Hurksveld (investituur en oprukking 15-3-1675),[59]
zn. van Cornelis Rijcksen en Hendrikje Hendriks. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
f. een kind, ged. geref. Barneveld 11-1-1646.
-
g. Aeltje Aarts van Huijckenhorst, ged. 23-4-1648, otr./tr. Barneveld 4/25-3-1677[60]
Gijsbert Cornelissen, ged. Barneveld 5-10-1651, eigenaar en gebruiker van "Groot Scharrenburg", dat zij van haar grootvader Gerrit Wouters hebben geerfd, zn. van Cornelis Rijcksen.
-
h. Reijer Aarts, ged. geref. Barneveld 14-7-1650.
-
i. Steventje Aarts, ged. geref. Barneveld 15-3-1654, mogelijk identiek met
Steventje Aerts van Huijckenhorst "nalatende tot
haar weduwenaar" Jan Hendriksen Collert (1731). Zie Ref. [61]
-
j. Wouter Aarts (van Boetseler, Van Huijckenhorst), ged. geref. Barneveld (11-1-1646 ?), ( = kw. nr. 542)
1112. EGBERT CRUIMER, ovl. vóór 1610, tr.[62]
1113. LUITTE STEVENS.
Uit dit huwelijk geboren :[63]
-
a. Steven Egberts Kruimer, woont in 1638 in Voorst. Van hem twee zoons bekend.[64]
-
b. Willem Egberts Kruimer, (=kw. nr. 556).
1116. JAN PETERS HISSINCK, geb. ca. 1600, ovl. verm. Voorst,[65]
woont te Voorst.
-
a. Aalbert Jansen Hissink, ovl. verm. Voorst[66], (=kw. nr. 558).
1120. WOLTER JANS, geb. ca 1580, ovl. na 1620-1637[67], eigenaar van 'Den Pass' of 'Egbert van Ordensgoed' (investiture op 29-10-1608) en van 'Ritbroeck'/'Ritbergh' (investiture op 29-10-1608),[68]
tr. vóór 1600;(¥)
1121. WOUTERTJE LUBBERTS, geb. ca. 1575, ovl. na 1626.
COMMENTAAR(¥)
ZOEK OP Arch. Rekenkr. 1551/310, 1551/311.
vul aan VWG
|
Op 30-10-1620 verkrijgt Wolter Janss "afdracht van misbruick voor ses jaeren
opruckingen van seecker vrij herengoet in den Ampte van Apeldoorn und Buerschap
Orden"
[69].
Omstreeks 1624 verpacht Wolter Jans een goet "Homoet" in zijn herengoed "De Pas" in Orden aan
Thiman Jacobs om er een papiermolentje op te timmeren, aangezien
"een waterken vuydt idt selve goedt sijnen oorspronck was hebben". Drie jaarlater blijkt deze z.g. Ordermolen inderdaad gebouwd te zijn als Tymen Jacobsz er 5 pond waterpacht voor moet geven
[70].
Op 1-7-1626 verkrijgt Wolter Janss prolongatie van "ses jaeren opruckinge van
2 Heerengoederen beide gelegen te Apeldoorn in de Buerschap Orden, te weten Den
Pas en Ritbergh"
[71].
In 1632 verkrijgt Wolter Janss afdracht van "seecker Heerengoet in den Ampte
Barneveld, Buerschap Essen, seecker Heerengoet Hergelpraeten uit een Heerengoet
Bart Stevens gent. in den Ampt Barneveld ende Buerschap Essen"
[72].
vul aan HV 4/631 en 4/640.
Uit het huwelijk (Jans-Lubberts) geboren :
-
a. Jan Wolters, geb. ca. 1615, ovl. ca. 1652, is in 1648/1652 eigenaar van de grond, waarop de papiermolen van Willem Thymans staat,[73]
verkrijgt investituur 17-7-1637 van "Den Pas" en "Ritbergh" te Apeldoorn
en "een saelweer herengoet" te Barneveld in de buurtschap Essen,
waarmee hij zijn vrouw tuchtigt [74], tr. Apeldoorn ca 1640
Aertjen Thonis.
Het herengoed Ritbroeck of Ritbergh :
17-7-1637 : Jan Wolters oprukking.
22-8-1643 : Jan Wolters oprukking.
30-7-1649 : Jan Wolters oprukking.
Het herengoed Den Pass of Egbert van Ordensgoed :
17-7-1637 : Jan Wolters investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Wolter Janss.[75]
Jan Wolters doet uit een van zijn herengoederen (in buitschap) 2 stukken land in
Lambert Pannekoecks enk, groot 2 mud, over aan zijn broer Cornelis Wolters waar tegenover hij van Cornelis 2 gelijke mudden gezaais krijgt, genaamd die Hooffjes.
Uit dit huwelijk (Wolters-Thonis):[76]
-
1. Wouter Jansen (Homoet), geb. Apeldoorn ca. 1645, ovl. Apeldoorn ca 1680, tr. Apeldoorn ca. 1673[77]
Mechtelt Jansen. Zij hertr. ca. 1682 Jan Jansen Peters van Orden, mr. papiermaker (waarschijnlijk op Grevesmolen in Apeldoorn).
Uit dit huwelijk (Homoet-Jansen) :[78]
-
aa. Lubbert Wouters (Homoet), ged. geref. Apeldoorn 7-11-1675, ovl./beg. Apeldoorn 19/26-1-1761 (oud 85 jr), schoenmaker. Lubbert Wouters heet na 1708 Homoet
en woont in 1722 in Orden, evenals in 1747 wanneer hij een vrouw en 2 kinderen heeft.
tr. 1o ca. 1700
J(oh)anna Jansen, tr. 2o ca. 1717
Aaltjen Hendriks, ovl./beg. Apeldoorn 10/14-6-1763.
-
bb. Theunis Wouters, ged. Apeldoorn 9-11-1679.
-
b. Cornelis Wolters, (=kw. nr. 560).
-
c. Lubbert Wolters, ovl. vóór 1654, wordt in 1638 beleend met enig land in het goed 'De Nije Heese',[79]
tr. ca. 1640[80]
Jutte Wychmans. Zij hertr. ca 1654 met Jan Jansen op de Kleine Heese [81].
1654: Cornelis Wolters, voor hem zelf en als momber van de kinderen van
zal. Lubbert Wolters, voorts Thonis Wolters, Jan Wolters en Truijtjen,
nagelaten wed. van zal. Aert Wolters, voor haar zelven en als moeder
van haar onmondige kinderen, procederen tegen Willem Thiemens voor hem,
en als vader en boedelhouder derselve kinderen over 6oo gulden verschenen
pacht van de grond.[82].
-
d. Thonis Wolters, ovl. na 1654.
-
e. Aert Wolters, ovl. vóór 1654, tr.[83]
Truijtien Alberts, ovl. na 1654.
vul aan Herengoederen dl.4
Uit dit huwelijk (Wolters-Alberts) :[84]
-
1. Wolter Aerts, ovl. na 1716.
-
5. Aalbert Aerts, ovl 1662-1669.
-
f. Jurrien/Jorrien Wouters,[85]
1132. =560. CORNELIS WOLTERS (VAN ASSELT/GOUDKUIJL).
1133. =561. LYSKEN ROELOFS.
1134. JAN BREUNIS.
-
a. Aaltjen Jansdr, geb. Kootwijk ca. 1640, ovl. na 1688, (=kw. nr. 567).
1152. HENDRIK BERENTS (VAN ULSEN), geb. ca. 1635, ovl. 1671-1680, voor het eerst vermeld als Henrik Berents in het boterpachtregister van Vriezenveen 1671,[86]
tr. vóór ca. 1660
1153. NN, wordt in 1680 en 1681 in de boterpachtregisters genoemd als de weduwe van Henrik van Ulsen (in 1680 wordt haar de boterpachtverplichting kwijt gescholden "om Godes wille").[87]
In het boterpachtregister van Vriezenveen 1682 luidt de vermelding: "wede. Henr. Berents of Berent Henrix". Deze laatste is dus kennelijk haar zoon.[88]
Uit dit huwelijk (o.a.?):[89]
-
a. Berend Hendriks Hopster (ook Snijder), geb. vóór ca. 1660, ovl. Vriezenveen ca. 1734, (=kw. nr. 576).
1154. BERENT CLAASSEN SNIJDER (SNIEDER), geb. ca. 1620, ovl. Vriezenveen na 1683, had een erf van een halve akker aan het Oosteinde van Vriezenveen,
wordt voor het eerst in het boterpachtregister Vriezenveen van 1678 genoemd (de naam staat vermeld in plaats van de doorgestreepte naam "de erfgenamen van Jan Heineman",
is wellicht kleermaker.[90]
-
a. (Janna Berents?) Snijder (?), geb. vóór ca. 1660, (=kw. nr. 577).
1220. GIJSBERT DERCKSEN("VAN DEN TOP")[92](¥), woont op de Kleine Top,[93]
als Gijsbert Dircksen op den Top geref. lidmaat te Kootwijk 1644,
tr. vóór ca. 1630[94]
1221. GRIETE JANSEN.
| COMMENTAAR(¥)
niet Gijsbert Stevens, zn. van Steven Evers, wonend op Zatterbroek onder Lunteren,
tr. Kootwijk 13-6-1640 [95]
Aaltje Gerrits, dr. van Gerrit Jans wonend op de Top. Zie Pub. VG. ...
|
Op 25-10-1735 comparereen de samentlijke erffgenaemen van wijlen
Reijer Gijsbertsen van den Top, met naemen
Cnelis Gijsbertsen soon van Trijntjen Derks, die een dogter was van
Derk Gijsbertsen, met sijn huysvrouw Grietje Philipsen, voor de eerste staek.
Voorts Jan Stevensen Rickbroek en sijn vrouw Aeltjen Hendriks doghter
van Nennetje Beerts zijnde geweest een doghter van Beernt Gijsbertsen, voor de tweede staek.
Wijders Gijsbert Jansen x Willemtjen Jacobs, Geurt Jansen x
Engeltjen Sanders en Harmen Ernsten met sijn vrou Jannetjen Elissen,
doghter van Trijntje Jans, kinderen van Jan Gijsbertsen, voor de derde staek.
Alsmede Gijsbert Otten, Wouter Otten, Jan Jansen Mulder x
Aeltjen Otten, Aert Jacobsen x Grietjen Otten en Jan Claessen x
Beertjen Otten, kinderen van Oth Gijsbertsen, voor de vierde staek.
Vervolgens Gijsbert Geursen voor hem selfs en voor de drie kinderen van wijlen sijn broer Jan Geursen, genaemt Geurt Janssen, Merritje Jansen en Steventje Jans, neffens Geurt Woutersen voor hem selfs en voor sijn broer Tijmen Woutersen, Dirk Cornelissen x Merritje Wouters,
Wouter Woutersen, Jorden Woutersen en Gijsbert Woutersen
kinderen van Wouter Geurtsen, welke alle kinderen geweest zijn van
Geurt Gijsbertsen, voor de vijfde staek.
En laestelijk Hendrik Jacobsen en Geurt Jacobsen
neffens Sweer Arissen x Trijntje Jacobs, kinderen van
Merritje Gijsberts, voor de sesde staek.
Zij alle te saemen en ieder voor haere hereditaire portien hebben vercoft
en alnu getransporteert aen Dub Jacobsen x Beertjen Jans vier tiende parten, aan Jan Carel Lugtigh x Willemina van den Ham twee tiende parten, aan Hendrik Gerritsen van Heerd x Evertjen van Estvelt insgelijks twee tiende parten en aen Gerard van de Vliert en Aelt van de Vliert met haere respective huysvrouwen ieder een. zijnde de twee resterende tiende parten, van 't erff en goed den Top daer Lambert Philipsen woont, gelegen in de buurschap 't Cootwijkerbroek, daer aen de eene kant het erve den Grooten Top, soo bij Reijer Jansen gebruykt word en aen de andere kant het goedje daer Gijsbert Jansen woont mede den Top genaemt, in dier voegen als het selve goed door Reijer Gijsbertsen
stervende nagelaten en door desselfs weduwe Aertjen Derks tot haer dood toe in tught beseeten is, zijnde vrij allodiael deylbaer goed, niet belast edogh tientpligtig, doende jaerlijks in 't quoier van verpondinge vier gulden seventien stuyvers voor de coopspenningen van een duysent vijff hondert vijftigh gulden en elff stuyvers.
Geerfden zijn Hendrik van Heerd, Jan van Wolfswinkel.
[96]
Uit dit huwelijk geboren :
-
a. Derck Gijsberts, geb. vóór ca. 1630, ovl. 1674-1735, tr. 1o Kootwijk 13-7-1651 (als zn. van Gijsbert Dercksen van den Top)
Metjen Stevens, ovl. vóór 1674, dr. van Steven Aertsen, j.d. van Stroe.
tr. 2o Kootwijk 17-7-1674
Evertjen Gijsberts, dr. van Gijsbert Jacobs, van Middendorp, wed. van zaliger Jan Geurtsen onder Cootwijck.
Uit zijn eerste of tweede huwelijk:
-
1. Trijntjen Derks, geb. vóór ca. 1695, ovl. vóór 1735.
-
aa. Cnelis Gijsbertsen, geb. vóór ca. 1715, ovl. na 1735, tr. vóór 1735
Grietje Philipsen, ovl na 1735.
-
b. Beernt Gijsbertsen, geb. verm. voor 1641, ovl. vóór 1735.
-
1. Nennetje Beerts, geb. vóór ca. 1715, ovl. vóór 1735, tr. vóór 1735
Hendrik NN.
-
aa. Aeltjen Hendriks, ovl. na 1735, tr. vóór 1735
Jan Stevensen Rickbroek, ovl. na 1735.
-
c. Jan Gijsbertsen (van den Top), geb. verm. voor 1641, ovl. vóór 1735, tr. Kootwijk geref. 16-1-1676[97]
Maritje Wouters van Groot Scherrenburgh, ovl. vóór 1735, geref. lidmaat te Lunteren 6-2-1685 ingekomen van Kootwijk,[98]
dr. van Wouter Gerritsen van Scharrenburg en Merritje Jordens (zie kw. nr. ⇒ 1220 sub d2). Volgens ref. [99] is zij echter dochter van Wouter Gerrits op Groot Panberg.
Uit dit huwelijk vier kinderen geref. gedoopt te Kootwijk (1676-1687) [100] waaronder :
-
1. Gijsbert Jansen, ovl. na 1735, tr. vóór 1735
Willemtjen Jacobs, ovl. na 1735.
-
2. Geurt Jansen, ovl. na 1735, tr. vóór 1735
Engeltjen Sanders, ovl. na 1735.
-
3. Trijntje Jans, ovl. na 1735, tr. vóór 1735
NN.
Uit haar een van de echtgenoten :
Harmen Ernsten x Jannetjen Elissen (tr. voor 1735).
-
d. Otto Gijsberts, ged. geref. Kootwijk 29-1-1641, (=kw. nr. 610).
-
e. Goert (Geurt) Gijsbertsen, geb. vóór ca. 1635, tr. Kootwijk 20-1-1656
Merritje Jordens, dr. van Jorden Teunissen van "de Hoef" onder Barneveld, wed. van Wouter Gerritsen van Scharrenburg [101].
Uit dit huwelijk (Gijsbertsen-Jordens) geboren :
-
1. Gijsbert Geursen, ovl. na 1735.
-
2. Jan Geursen, geb. vóór ca. 1710, ovl. vóór 1735.
-
aa. Geurt Janssen, geb. vóór 1735, onmondig in 1735.
-
bb. Merritje Jansen, geb. vóór 1735, onmondig in 1735.
-
cc. Steventje Jans, geb. vóór 1735, onmondig in 1735.
-
3. Wouter Geurtsen, ovl. vóór 1735. Is hij Wouter Gerritsen, tr. Barneveld 16-2-1696 als Wouter Gerritsen van den Top Fijtje Tijmens, j.d. van Veenendaal, verwant ?[102]
-
aa. Geurt Woutersen, geb. vóór 1735.
-
bb. Tijmen Woutersen, geb. vóór 1735.
-
cc. Merritje Wouters, geb. vóór 1735, tr. vóór 1735
Dirk Cornelissen, geb. vóór 1735.
-
dd. Wouter Woutersen, geb. vóór 1735.
-
ee. Jorden Woutersen, geb. vóór 1735.
-
ff. Gijsbert Woutersen, geb. vóór 1735.
-
f. Maritjen Gijsberts, geb. vóór ca. 1650, ovl. vóór 1735, geref. lidmaat te Kootwijk 1669, wonend op "den Top".
tr. vóór 1735
Jacob NN, ovl. vóór 1735.
-
1. Hendrik Jacobsen, ovl. na 1735.
-
2. Geurt Jacobsen, ovl. na 1735.
-
3. Trijntje Jacobs, ovl. na 1735, tr. vóór 1735
Sweer Arissen, ovl. na 1735.
-
g. Reijer Gijsbertsen van den Top, ovl. vóór 1735, sterft kinderloos en laat het goed "den Top" na aan (de erven van) zijn broers en zuster (zie akte boven),
tr. vóór 1735
Aertjen Derks, ovl. vóór 1735.
1222. RIJCK WOUTERS, van Stroo;(¥)
| COMMENTAAR(¥)
vul aan VG 22(1997)244 e.v.
|
-
a. (C(or))nelisje Rijcks, geb. Stroe, ovl. na 1718, (=kw. nr. 611).
1248. AERT LUBBERTS DROST, ovl. 1619-1639;(¥)
genoemd als bezitter van een herengoed te Nunspeet (1613-1619),
tr. vóór ca. 1620
1249. MERRIJKEN JANSEN, ovl. 1631-1639.
| COMMENTAAR(¥)
vul aan VG 22(1997)246 e.v.
|
Uit dit huwelijk (Drost-Jansen) geboren (o.a.?) (¥):
| COMMENTAAR(¥)
Wat is het verband met Willem Fransen en Gerrit Aertsen Drost, nomine uxoris Wichmantje Aarts avs moeder, die in 1695 procederen te Epe.[103].
|
-
a. Lubbert Aerts (Drost), geb. vóór ca. 1615, ovl. 1666-1676, genoemd als bezitter van (een deel van) Hullemanserve te Nunspeet (1639-1666),
-
b. Merritgen Aerts (Drost), geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1659, tr. vóór 1639
Jan Egbertsz, ovl. na 1659, genoemd als bezitters van een deel van Hullemanserve te Nunspeet (1639) en van een herengoed te Nunspeet (1639-1659).
-
c. Peter Aerts (Drost), geb. 1615-1639, (=kw. nr. 624).
-
d. Hendrick Aerts (Drost), ged. Nunspeet 26-6-1631,[104]
Hullemanserve te Nunspeet[105] :
Op 25-6-1639 krijgt Lubbert Aerts Drost oprukking als zoon van zaliger Aert Lubberts Drost en zaliger huisvrouw Merrijken Jansen, zn van zaliger Lubbert Aerts Drost (8-12-1610 transport en oprukking bekomen) met de olderdom en 1/4 part van het halve herengoed van zijn zuster Merrige Aertz Drost, krachtens magescheid d.d. 4-4-1639 tussen hem en zuster en nog twee onmondige kinderen van zijn zaliger ouders.
Op 25-6-1639 krijgen Jan Egbertsz en zijn echtgenote Merrige Aertz Drost investiture en oprukking van zaalweer, het 1/4 part van haverlanden, 1/4 part en het recht van inlossing van het halve herengoed. Krachtens magescheid tussen hen en broer Lubbert Aerts Drost opgericht als de vier kinderen (waarvan twee onmondig) van Aert Lubberts Drost, die erfgenaam was van vader Lubbert Aerts Drost. Lubbert Aerts Drost zal ook het 1/4 part van Merrige Aertz Drost krijgen.
Op 15-10-1642 krijgt Lubbert Aerts Drost consent voor de belasting van zijn herengoed ten profijte van Peel Jansz Nuck en zijn h.v. Hendricjen Jacobs.
Op 22-2-1649 krijgt Lubbert Aerts Drost oprukking van den olderdom en 3/4 van een half herengoed, waarvan zijn jongere broer het resterende 1/4 bezit.
Op 22-2-1649 krijgt Lubbert Aerts Drost approbatie van een verpanding aan Peel Jansen Nucke en zijn h.v. Hendrickien Jacobs van de olderdom en 3/4 part.
Op 5-12-1656 krijgt Lubbert Aerts Drost oprukking van de zaalweer en 3/4 van de helft van een herengoed.
Op 24-11-1666 krijgt Lubbert Aerts Drost oprukking. Zijn broer Peter Aerts Drost bezit het overige 1/4 part.
Op 24-11-1666 krijgt Lubbert Aerts Drost approbatie van een verpanding van de zaalweer en 3/4 part in een half herengoed aan Peter Aerts Drost. Een eerdere verpanding op 22-2-1649 ten behoeve van Hendrickie Jacobs, wed. van Peel Jans Nuck, en haar kinderen is ingelost.
Op 4-4-1676 krijgt Peter Aerts Drost oprukking van een half herengoed, nadat hij investiture in de zaalweer en 3/4 part van de helft, welke hij geerfd heeft van zijn broer Lubbert Aerts Drost, heeft gekregen, die tezamen met zijn 1/4 deel van de helft het halve herengoed vormen.
Een herengoed tot Nunspeet :
Op 12-11-1606 krijgt Lubbert Aerts Drost oprukking.
Op 2-9-1613 krijgt Aert Lubberts Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Lubbert Aerts Drost.
Op 9-10-1619 krijgt Aert Lubberts Drost oprukking.
Op 25-6-1639 krijgen Jan Egbertsz en zijn echtgenote Merritge Aertz Drost investiture na approbatie van een magescheid.
Op 29-5-1650 krijgen Jan Egbertsz en zijn echtgenote Merritge Aertz Drost oprukking.
Op 8-10-1656 krijgen Jan Egbertsz en zijn echtgenote Merritge Aertz Drost oprukking.
Op 8-10-1656 krijgen Jan Egbertsz en zijn echtgenote Merritge Aertz Drost approbatie van een verpanding van hun herengoed aan Wilhelmo Weijermanno, predikant te Nunspeet.
Op 11-2-1659 krijgen Jan Egbertsz en zijn echtgenote Merritge Aertz Drost approbatie van een verpanding aan Wilhelmo Weijermanno, predikant te Nunspeet.
Op 30-3-1660 krijgen Ds. Wilhelmo Wirmanne(¥) en Anna Witmaria transport na overdracht.
| COMMENTAAR(¥)
Is dit Willem Weerman?
|
1252. WILLEM LAMBERTS (TOE WESTENDORP), ged. Epe 11-10-1607, ovl. Epe 1650-1658, kerkmester te Epe (1637-1650),[106]
[107]
erft het herengoed tot Westendorp van zijn vader 24-2-1632,[108]
tr. Epe ca. 1630
1253. ANNIGJE HERMENS (TOE WESTENDORP),[109]
[110]
, ovl. na 1650.
vul aan HV 571
Een herengoed tot Westendorp:
Op 24-2-1632 krijgt Willem Lamberts investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Lambert Aerts. Tevens krijgt hij consent voor lijftuchting van zijn huisvrouw Enneken Hermens. [111]
-
a. Hermen Willems (toe Westendorp), geb. 1628-1638, (=kw. nr. 626).
-
b. Steven Willems, ged. Epe 3-11-1639.
-
c. Gerrit Willems, ged. Epe 9-1-1642.
-
d. Hermtjen Willems, ged. Epe 25-1-1646.
-
e. Benne Willems, ged. Epe 24-3-1650.
1254. JACOB JANS VORSTELMAN, ged. Epe 27-5-1609 [113]
, ovl. Epe 1668-1688[114]
afkomstig uit Westendorp,[115]
te Epe/Emsterenck,[116]
tr. Epe voor 1638
1255. ELISABETH (LYSBETH) LAMBERTS BRUIJNIS (BROENISSEN), ged. Epe/Emsterenck geref. 13-7-1617[117], ovl. vóór 1680, tr. 1o voor 1636[118]
JAN JACOBS (BOS), ged. Epe 30-4-1609, ovl. Epe voor 1639, zn. van Jacob Aelts.
Jacob en zijn vrouw bezaten de helft van een herengoed aan de Hegel, onder de Emster Enk. [119]
Op 22-09-1636 krijgt Jan Jacobs approbatie voor de lijftuchtiging van
zijn huisvrouw Elisabeth Lamberts, in zijn halve herengoed aan de
Emsterenk, buurtschap Hege, onder momberschap van haar oom
Hendrick Jansen Broenis.[120]
vul aan HV 514 en 521, 554, 564
Uit haar eerste huwelijk (Bos-Lamberts) geboren [121] :
Uit haar tweede huwelijk (Vorstelman-Lamberts) geref. gedoopt te Epe[122]
:[123]
-
a. Jantien (Jenneken) Vorstelman, ged. 27-1-1639, (=kw. nr. 627).
-
b. Jan Jacobs Vorstelman, ged. 23-5-1641, ovl. Emst voor 10-3-1656.
-
c. Lambert Jacobs Vorstelman, ged. Epe 11-2-1644,[124]
tr. (huw. dispensatie 5-8-1668 als broederskinderen[125])
Jentjen Gerrits (Vorstelmans), ged. Epe 16-10-1642, ovl. Epe/Schaveren voor 1699[126]
dr. van Gerrit Jansen (Vorstelmans) en Geertjen Gerrits (zie kw. nr. ⇒ 2509 sub b).
-
1. Egbertjen (Eibertjen) Lamberts Vorstelman, geb. Epe/Schaverden, ged. geref. Epe 5-6-1670, tr. geref. voor 1706[128]
Peter Jansen, geb. ca. 1675.
-
2. Jentjen Lamberts Vorstelman?, geb. ca. 1675, tr. geref. ca. 1705[129]
Jan Lambertsen Brummel?, geb. ca. 1675, bakker in Zuuk.
-
3. Jan Lamberts Vorstelman, geb. Epe/Schaverden, ged. geref. Epe 1-2-1680, tr. 1o Epe geref. 18-9-1707[130]
Megtelt Jans, geb. Emst ca. 1680, ovl. 1707-1713, tr. 2o Epe geref. 22-3-1713[131]
Reintje Goossens, geb. Epe/Emsterenk, ged. geref. Epe 24-1-1686, dr. van Goossen Reijnts en Betjen Jans.
Uit zijn eerste huwelijk (Vorstelman-Jans) 1 zoon.
Uit zijn tweede huwelijk (Vorstelman-Goossens) 9 kinderen, waaronder :
-
aa. Gosen Jans Vorstelman, ged. geref. Epe 1-1-1716.
-
bb. Megtelt Jans Vorstelman, ged. geref. Epe 15-11-1722.
-
cc. Gerrigjen Jans Vorstelman, ged. geref. Epe 25-2-1728.
-
4. Jennigjen (Jenneken) Lamberts Vorstelman, geb. Epe/Schaverden, ged. Epe geref. 4-9-1681, tr. Epe ca. 1700-1710[132]
[133]
Hendrick Hendriks van Essen (de jonge), ged. Epe 17-3-1678, landbouwer te Gortel,
zn. van Hendrick Hendriks van Essen (de oude), landbouwer, wildjagersknecht en Willemtjen Egberts.
-
5. Geele Lamberts Vorstelman, geb. Epe/Wissel, ged. Epe geref. 13-1-1684, tr. Epe geref. 1-4-1711[134]
Willem Herms (tot Westendorp), geb. Epe/Westendorp ca. 1680.
-
d. Gerrit Jacobs Vorstelman, geb. Emst, ged. geref. Epe 16-4-1648, otr./tr. Oene/Epe 20-9/11-10-1685[135]
Derckjen Frerix (Frederix), geb. Oene ca. 1660, dr. van Frerick Lucas en Grietje Jans.
-
1. Jenneken Gerrits Vorstelman, ged. geref. Epe 11-3-1688.
-
2. Jentjen (Jannetje) Gerrits Vorstelman, ged. geref. Epe 5-1-1690, tr. Velp geref. 5-9-1711[137]
Aart Derks Labots, geb. Rozendaal ca. 1685, ovl. Rozendaal 1749[138], volgt zijn vader op als pachter en papiermaker (1715-1749) op de Molen aan de Kerklaan/Arnhemseweg aan de Rozendaalsebeek te Velp,[139]
zn. van Derk Jacobs (C)labots, papiermaker te Rozendaal, en Trijntje Cornelis.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
3. Geertjen Gerrits Vorstelman, ged. geref. Epe 7-2-1692.
-
4. Jacob Gerritsen Vorstelman, geb. Epe/Emsterenk, ged. geref. Epe 4-2-1694, j.m. van de Emster Enk onder Epe (1721),
tr. 1o Epe geref. 30-3-1721[140]
Geertje Gerrits, geb. Epe Dijkhuizen ca. 1695, wed. van NN te Dijkhuizen onder Epe,
tr. 2o ca. 1730[141]
Maria Hendriks, geb. ca. 1695.
Uit het tweede huwelijk (Vorstelman-Hendriks) 3 zoons.
-
5. Jan Gerritsen Vorstelman, geb. Epe ca. 1695.
tr.
Reijntjen Gosens, (is dit de vrouw van zijn neef Jan Lamberts Vorstelman?)
-
aa. Jacob Jans Vorstelman, ged. geref. Epe 13-5-1725.
-
6. Lucas Gerritsen Vosselman, geb. Epe ca. 1710, tr. Doornspijk geref. 5-4-1750[142]
Maria (Chri)stoffels (Strijkman), geb. Doornspijk ca. 1720.
Uit dit huwelijk 7 kinderen (Vosselman!) gedoopt te Doornspijk (1750-1767).
-
e. Mechteldjen Jacobs Vorstelman, geb. ca. Emst? 1650, tr. ca. 1675[143]
Jan Warnersen (Vorstelman), geb. ca. 1650, ovl. vóór 1702, zn. van Warner NN.
-
f. Geele Jacobs Vorstelman, ged. 16-6-1650.
-
g. Egbertien Jacobs Vorstelman, ged. 23-1-1653, tr. Epe geref. 23-7-1671[144]
Gerrit Petersen Brouwer, ged. Epe geref. 26-10-1645, brouwer, custos tot Epe.
-
1. Derck Gerrets Brouwer, ged. geref. Epe 16-11-1690.
-
h. Jan Jacobs Vorstelman, geb. Emst, ged Epe 10-3-1656, landbouwer, woonde in Vemde,
tr. vóór 1687[145]
[146]
Fijtjen Lambers, ged. Epe/Vemde geref. 18-1-1652, dr. van Lambert Willems en Griete Egberts.
-
1. Grietjen Jans Vorstelman, ged. geref. Epe 26-2-1686.
tr. Epe geref. 6-5-1714[148]
Hendrik Aartsen Jonker, ged.. geref. Vaassen 27-10-1678, landbouwer, woonde in de Oosterenk,
zn. van Aerdt Jansen Jonker, landbouwer, en
Jenneken Hendriks.
Uit dit huwelijk nageslacht.
-
2. Elisabeth Jans Vorstelman, geb. Epe ca. 1690, tr. Epe geref. 31-3-1719[149]
NN. Magescheid in 1774.
-
i. Drees Jacobs Vorstelman, ged. 18-2-1658.
-
j. Geel Jacobs Vorstelman, ged. 10-8-1662.
-
k. Grietje Jacobs Vorstelman, geb. Epe/Emst ca. 1665, doet geref. belijdenis Vaassen Pinksteren 1707,
tr. Epe geref. 2-5-1706[150]
Jurrien (van) Blo(e)mkolk, geb. Beekbergen ca. 1665, ovl. Vaassen 1738[151], pachter en papiermaker op de Bloemkolksmolen aan de Nieuwe beek te Vaassen, (1715-1738),[152]
vervolgens (1735-1746) samen met Johanna Blomkolk, Gerhard van Laar, Jacob Blomkolk, Johannes Blomkolk en Nicolaas Nickel (allen papiermakers) papiermaker op De Strobroeksmolen aan de Strobroeksbeek te Loenen.[153]
vul aan HV 510 en 511, VG 24(1999)168,174.
Op 17-7-1715 sluiten Jurrien Bloemkolk en Grietje Jacobs Vorstelman een pachtcontract met de vrouwe van Cannenburg van de molen bij de Oosterhof aan de Hattemsebeek te Vaassen. Water, grond, weide en zaailand werden voor 30 jaar gepacht voor 200 gld. en een riem schrijfpapier. De pacht werd na het overlijden van Jurrien voortgezet door Grietje tot 1749 en daarna door de zoon Jacob Bloemkolk.
http://members.chello.nl/~j.nikkels/gen/papier/families/familienamen.html]
-
1. Willemtje Blo(e)mkolk, ged. Vaassen 4-10-1708.
-
2. Jacob Blo(e)mkolk, ged. Vaassen 5-6-1712, kwam in 1740 van Amsterdam, waar hij de papierhandel had leren kennen, naar Vaassen,
pachter en papiermaker op de Bloemkolksmolen aan de Nieuwe beek te Vaassen, (1738-1749),[155]
tr. Vaassen 29-8-1762[156]
Maria Hafkamp.
1260. = 1220. GIJSBERT DERCKSEN ("VAN DEN TOP").
1262. = 1222. RIJCK WOUTERS.
1264. MEIJNT (GOOSSENS).
Rechtzaak voor de bank Nijkerk, civiele rechtspraak, 1651[157] tussen Jan Bartolts en Trijntgen van Asselt contra Meynt Goossens. De kwestie handelde over de pacht van een huis en hof te Elspeet, die al 12 jaar niet door Meynt betaald zou zijn. In de bank van Barneveld 1653 wordt genoteerd dat Jan Bartols zo kwaad zou zijn geworden, dat hij met zijjn roer een schot hagel door Meynt's 'middeldeure' heeft afgevuurd. Meynt wil daar f 25 voor vangen wegens geleden schade.
Is Meynt de vader van Helmert Meynten? Is Trijntgen van Asselt identiek met Catharina van Asselt, dr. van Helmert van Asselt en Jenne Hendrikcs.[158]
Wat is verder het verband met de volgende van Asselt's die voorkomen in de Schattingslijsten van het Ambt en Kerspel Apeldoorn i.v.m. vermogenbelasting[159] :
Helmert Aernts van Asselt, te Zoeren, 1598-1606, ƒ 1,--,
"Uitheemsen" :Derick van Asselt, 1620, Derick van Asselt de jonghe, 1621, 1 oortje
vul aan HV 4/682
-
a. Helmert Meijntens, geb. 1639, (=kw. nr. 632).
hieruit zoon Goossen geb. ca. 1670.
-
b. Hendrickien Meijnten, tr. Elspeet (huw. commissarissen) 11-3-1671
Wulf Goossensen.
1280. JAN VAN DER MEULEN, woont in Den Haag op de Gevolde Gracht,[160]
tr. vóór ca. 1620
1281. ANNEKE SMULDERS, testeert te Den Haag 18-1-1645.
tr. 2o Den Haag 21-10-1629[161]
ROELOF HENDIKSZ ROONTOORN.
Uit haar eerste huwelijk (Van der Meulen-Smulders) geboren (o.a.?) (¥):
| COMMENTAAR(¥)
Is Lijsbetge Jans van der Meulen, ovl Den Haag 9-9-1636 een dochter?
|
-
a. Bartholomeus Jansz van der Meulen, geb. Den Haag ca. 1620, (=kw. nr. 640).
1282. JOOST JANSZ VAN DER ELST(¥), ovl. na 1642, woont in Den Haag op de Gevolde Gracht,[162]
mr. schoenmaker, vermeld 1642,
wonend in de Caterstraet aen de noortzijde betaalt klapwakersgeld (1642),[163]
tr.
1283. NEELKEN CORNELISDR VAN EMMERIK, ovl. vóór 1636.
Uit dit huwelijk geboren (o.a.?) :
-
a. Cathrijn Joostendr van der Elst, (=kw. nr. 641).
-
b. Jan van der Elst, filiatie niet bewezen,
comenijhouder op het Speuy aen de Oostzijde te Den Haag, betaalt
f 10,--,-- belasting voor een getaxeerd vermogen van
f 2000,--(1674).[164]
COMMENTAAR(¥)
Ongeplaatste Fragmenten VAN DER ELST:
Joost van der Elst, out schoenmaker op het Speuij aen de westzijde betaalt klapwakersgeld (1642),[165]
Jan van der Elst in de Caterstraet aende zuijtzijde betaalt tweemaal klapwakersgeld (1642),[166]
Joost van der Elst, schoenlapper in de Corte St. Jacobsstraet aen de oostzijde,
betaalt klapwakersgeld (1642),[167]
Joost van der Elst, tr. Catharina Florisdr, dr. van Floris Willemszn en Heyltje Aertmuts wonende te Dordrecht.
Uit dit huwelijk 4 kinderen :[168]
a) NN, tr. 1. Gijsbert Corneliszn van der Meulen,
betaalt als Gijsbert van der Meulen, wonend in de Hogewoerd in de wijk Hogewoerd te Leiden,
f 10-0-0 200ste penning (1674),[169]
en f 0-3-0 Klein Familiegeld (1674),[170]
tr. 2.
Jacob van Dueren, wonende te Leiden (1686).
Merkwaardig is, dat a. in de Leidse registers
niet van der Elst heet, doch van Groenewegen, en
haar vader Simon. Op 31 Augustus ondertrouwde
nl. te Leiden Jacob van Duren, wednr. van
Grietje Dielefs, wonende te Amsterdam, vergezeld
van zijn halve broeder Hermanus Besiclc, wonende
op de Heerengracht te Leiden, met Anna van Groenewegen,
wed. van Gijsbert van der Meulen, wonende
op de Hoogewoerd, vergezeld van hare schoonzusters
Adriana en Helena van der Meulen.
Op 10-9-1669 testeerden te Leiden voor
notaris Carel Outerman: Gijsbert van der Meulen en
Anna van Groenewegen, terwijl aldaar op 11-4-1665(68?) in ondertrouw gingen Gijsbert van der Meulen,
lakenwerker, j.m. van Dordrecht, en Anna Simonsdr van Groenewegen, j.d. van Leiden, vergezeld van hare zuster Cornelia.
b) NN, tr. Anthony van Biesheuvel, koopman te Dordrecht, leeft 1686.
c) Florentia van der Elst, leeft 1686.
d) NN met zijn vrouw in 1686 reeds overleden,
terwijl toen leefden hun kinderen Hartman,
Florentia en Catharina.
|
1284. CORNELIS HOOGENBOOM, parentatie niet bewezen.
tr. mogelijk
1285. CATHARINA NN.
Uit dit huwelijk mogelijk :
-
a. Jacob Hoogenboom, (=kw. nr. 642).
-
b. Philipsz Cornelisz (Hoogenboom), metselaar.
tr.[171]
Maria Pouwels.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Catharina Philips Hoogenboom, geb. Den Haag, beg. Den Haag 17-9-1724, otr. Den Haag 4-5-1659[172]
[173]
Antoni Lodewijks (van) Reynooy (Renoy), ovl. na 1664, zn. van Lodewijck Renoij, koetsier, en Adriaentje Teunis Keijser.
Op 16-12-1668 testeerden voor notaris van
Medemblick te 's-Gravenhage de echtelieden Lodewijk Renoy,
koetsier van Jonker Jacob van Reygersbergen, heer van Couwerve en Krabbendijke, en Adriaantje Theunisdr Keyser ten
behoeve van hun zonen, Antonie, Rutger en Adriaan.
[174]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Lodewijk Reijnooij, geb. Den Haag vóór ca. 1665, ovl. Den Haag 8-12-1701, tr. Den Haag 24-2-1686[175]
Maria van der Meulen, ged. Amsterdam RK 10-8-1660 [176], ovl. na 1720, dr. van Bartholomeus Jansz van der Meulen en Grietie Jans (zie kw. nr. ⇒ 641 sub d).
-
bb. Magdalena Renoy, ged. 's-Gravenhage Kloosterk. 26-12-1661,[177]
-
cc. Jacob Renoy, ged. 's-Gravenhage Kloosterk. 27-1-1664,[178]
1300. MELCHIOR EDIGIELLE (YDICELLE), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1654, boratwerker (1624), huw. get. (1654),
tr. 1o voor 1624
MARIA HASART, ovl. vóór 1624, tr. 2o Leiden geref. 8-3-1624
1301. LOUWERENSE BREYNE, ovl. na 1636, tr. 1o voor 1624
GOUTIER MOTON, ovl. vóór 1624.
Uit zijn tweede huwelijk (Edigielle-Breyne) vermoedelijk (o.a.?) :
-
a. Abraham Ediselle (Edig(i)el(le)), geb. Leiden vóór ca. 1630, ovl. Leiden voor 1676, (=kw. nr. 650).
Uit zijn of haar eerste huwelijk (¥):
| COMMENTAAR(¥)
Bij de huwelijken van deze kinderen gebruiken ze de naam Edisel. Deze naam kunnen ze echter ook als voorkinderen van Louwerense Breyne hebben aangenomen.
|
-
b. Hester Edigel, geb. vóór ca. 1610, wonend op de Beestemarckt (1632),
otr. Leiden geref. 15-3-1632 (get. voor haar: Reureij Breijne, wed. Laurence Braine, haar moeder, wonend op de Beestemarckt voor hem: Sarel Carleth, zijn schoonvader wonend op de Beestemarckt, en Cornelis de Souseuw, zijn bekende wonend in de Fockersteech);(¥)
Jaecques de Can, geb. vóór ca. 1605, afkomstig van Tourconge,
wednr. van Sara Chaerle (Cerle),
wolkammer (1630, 1632)
wonend bij de Yserebrug (1630), op de Beestemarckt (1632).
| COMMENTAAR(¥)
Reureij Breijne, wed. Laurence Braine, haar moeder? Hoe zit dat precies?
|
-
c. Anna Edigel, geb. vóór ca. 1615, afkomstig van Valenzijn,
wonend op de Nieuwe Varckemarckt (1636),
otr. Leiden geref. 26-3-1636 (get. voor haar Lourensge Breyn, haar moeder(¥) wonend op de Nyeuwe Varckemarckt, voor hem Robaert Rosyer, zijn broeder wonend in de Jan Vossensteech)
Pieter Rosyer, afkomstig van Valencijn,
greinwerker, wonend in de Jan Vossensteech.
| COMMENTAAR(¥)
"haar moeder", kennelijk haar stiefmoeder!
|
1303. LOUYSA (LOUYSGE) LE PAR/PER (LEPER, ook LE FEVRE!)(¥), geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1662, woont in de St. Aechtenstraet (1654..1662).
COMMENTAAR(¥)
Louysa le Par/Per is mogelijk identiek met:
Loyse le Pierre, weduwe van Bernart Fovarcque, wonend in de Fockersteech (1636),
otr. Leiden geref. 8-2-1636 (get. voor haar Mary Tronsau, haar nicht wonend in de Fockersteech, voor hem Franchoys Joly, haar bekende wonend in de Haerlemstraet bij de Fusteynhal, NB De geboden zijn geroyeerd, de bruid is nog geen 6 mnd weduwe)
Gille Henry, weduwnaar van Baertgen Willemsdr, wonend in de Haerlemstraet bij de Fusteynhal (1636).
|
-
a. Mary(a) Sy(e) (Lessi), geb. Leiden vóór ca. 1635, ovl. Leiden voor 1676, (=kw. nr. 651).
-
b. Sara Sie (Zie), geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1662, afkomstig van Leyden, wonend in de St. Aechtenstraet (1660, 1662),
otr. 1o Leiden Waalse Kerk 14-4-1660 (get. voor haar Louysge le Per (Leper), haar moeder wonend in de St. Aechtenstraet, voor hem Andries Sackleu, zijn oom wonend op de Corte Oude Vest)
Jaecques Lansel(le), ovl. 1660-1662, greinwerker afkomstig van Leyden, wonend in de Cleystraet (1660),
mogelijk zn. van Jan Lanselle, wolkammer, en Judic Jaspersdr Cheaumon,
otr. 2o Leiden Waalse Kerk 8-12-1662 (get. voor haar Louyse le Fevre (sic!) haar moeder wonend in de St. Aechtenstraet, voor hem Adriaen de Croix (!) zijn broeder wonend op de Geergraft)
Abraham de Cruys, greinwerker afkomstig van Rijssel, wonend bij de Hogewoertspoort (1657),
weduwnaar van Margrieth Galje, wonend in de Coenesteech (1662).
Is er mogelijk verband met
Magdalena de (le) Per(re), tr. Leiden WK 4-9-1622 Jacques Joly.[179]
Daniel de Per (le Paer), tr. Leiden Magdalena Plouie,
Esther le Per, otr. Leiden 1619 Jean Hennebo[180]
[181]
Jean le Per kammer (ex Daniel Lepair x Magdalena Plouie) ged. Leiden Waals 1-3-1607[182]
, otr. Leiden 10-6-1626 Pironne de Halewijn, geb. Tourcoing, waaruit dr. Janne le Per(t) (Pair), van Leiden, otr. Leiden 1658 etc. [183]
Anne le Per, j.d. van Mark (F), geb. Marcq en Baroeul (F nord) tr. Leiden WK 24-7-1615 Jean du Pree, geb. Maquette bij Lille, baaiwerker.[184]
[185]
Judith le Per ovl. voor okt. 1619, tr. verm Tourcoing (F nord) ca. 1610 Abraham du Pon geb. Wambrechies (F nord), fusteinreder.[186]
Michiel Per (Peer) van Keseneth (=Quesnoy sur Deulle) wordt poorter van Leiden 25-7-1590, get. Pieter Bats van Hoogstade en Christiaen Merleyn van St. Thomas. Hij is getuige bij andere poorterinschrijvingen in 1595 (dan is hij greinwerker), 1602 (dan is hij saaidrapier).[187]
Mary le Perre, geb. Wasquehal otr. 1o Leiden 1617 Pierre du Canno.[188]
1304. JACOB JORISZ VAN DE KELDER(¥), geb. Leiden, ovl. tussen 1675 en 11-10-1677,[189],
fusteinvolder (1633),
woont op de Nyeuwe Maren (1663, 1664), Langegraft (1675),
betaalt als Jacob Jorisz. van der Kelder, schipper op Haerlem,
wonend op Nieuwmaren te Leiden, ƒ 0-4-0 Klein Familiegeld (1674),[190]
doopget. (1665), huw. get. (1664, 1675).
otr. Leiden geref. 18-11-1633 (get. Pieter Arentsz van Kegelenberch, zijn oom, "de bruidegom heeft attestatie overgeleverd" (van Voorburg?))
1305. (E)LYS(A)BETH CLAESDR (VAN TOL), geb. Voorburg vóór ca. 1615, ovl. tussen 14-9-1674 en 11-10-1677, doopget. (1665),
huw. get. wonend op de Langegraft (1669).
| COMMENTAAR(¥)
Is er een verband met Anna van de Kelder, beg. Den Haag 10-6-1674,
dr. van de klokkenmaker Jan Jacobsz van de Kelder, uit wier
relatie met Maurits, prins van Oranje, graaf van Nassau etc. geboren werd
Carel Maurits, bastaard van Nassau, geb. na 27-2-1616, ovl.
voor 14-9-1646 (waarsch. te Antwerpen)? [191].
|
Uit het huwelijk (van de Kelder-van Tol) gedoopt te Leiden :
-
a. Nicolaas Jacobsz van der Kelder, geb. ca. 1634-1644, (=kw. nr. 652).
-
b. Magdalena Jacobs van der Kelder, ged. Pietersk. 6-10-1638.
-
c. Cornelia Jacobs van der Kelder (alias Kellenaer!), ged. verm. Hooglandse K. 15-3-1644 [192], wonend op de Langegraft (1669),
otr. Leiden geref. 30-8-1669 (get. voor haar Lijsbet Claes van Tol, haar moeder wonend op de Langegraft, voor hem Immetge Jansdr van Tol (geboren Brammer (Drammer)?), zijn moeder wonend te Bleyswijck)
Claes Pietersz van Tol, metselaar wonend te Bleyswijck (1669).
-
d. Francijntje Jacobs van der Kelder, ged. Hooglandse K. 13-5-1646, ovl. jong?
-
e. Teuntje Jacobs van der Kelder, ged. Hooglandse K. 16-4-1648.
-
f. Francijntje Jacobs van der Kelder, ged. Hooglandse K. 12-9-1651.
-
g. Elisabeth (Lijsbeth) Jacobs van der Kelder, geb. ca. 1634-1656, ovl. 1678-1681, doopget. (1676, 1678),
tr.
Michiel Michielsz Castel, wonend in de Santstraet (1681).
Hij hertr. Leiden 25-4-1681 Lijntge Hendricx, wonend op de St. Jacobsgraft.
1306. ANTHOINE (ANTHONY) DE LA CROIX (CROY(X))(¥), geb. vóór ca. 1615, ovl. 1643-1661, kammer, afkomstig van Waterloop, wonend op de Langegraft (1637),
doopget. (1629, 1648, 1656, 1657, 1659),
otr. Leiden geref. 12-2-1637 (get.voor hem Samuel de Roy, zijn neef wonend in de Santstraet, voor haar Maria de Tombe, haar zuster wonend op de Hogewoert),[193]
1307. MAGDALEINE (MAGDALENA) DE(S) (DEL) TOMBE(¥), geb. vóór ca. 1610, ovl. 1661-1665, afkomstig van Bondu, wonend in de Meutgenssteech (1627),
op de Beestemarct (1637),
op de Gaernmarckt (1658),
in de Haerlemstraet (1661),
otr. 1o Leiden geref. 8-4-1627 (get. voor haar Marij del Tombe, haar zuster wonend bij de Jan Vossenbrug, en Marij Plantefebers wonend in de Meutgenssteech, voor hem Guillame de Buijnge, zijn broer wonend bij de Zijlpoort, en Pieter le Mair wonend op de Langegraft)
PASSCHIER DE BEUNJE (BUYNGE), ovl. 1627-1637, kammer, afkomstig van Templeu bij Doornic, wonend op de Verckemarct (1627),
otr./tr. 3o Leiden/Valckenburch Waalse Kerk 31-3/18-4-1661 (get. voor haar Mary del Tombe, haar zuster wonend op de Langebrugge, voor hem Jaecq de Mortier, zijn zwager wonend op de Langegraft) haar zwager
ANDRIES CATHOIR, ovl. 1665-1670, wednr. van Cathalyna Beunge,
wonend op de Nieuwe Mare (1661, 1665),
als Andries Catoor buurtheer van de buurt Breekhoven te Leiden (benoemd 28-5-1654 tot 1670 wegens overlijden),
[194]
Hij hertr. Leiden Waals 6-3-1665 Cathalyna del Ruw, wed. van Jaecq Mortier,
wonend op de Langegraft.
| COMMENTAAR(¥)
Een Antoni de Croi kammer, afkomstig van Waterlo,
otr. Leiden geref. 2-7-1625
Mary Payen, afkomstig van Arras.
Dit zou een eerder huwelijk van hem kunnen zijn.
|
Uit haar tweede huwelijk (de la Croix-des Tombe) (o.a.?):[195]
-
a. Rachel de Croy (Kroey) (de la Croix), ged. Leiden 19-7-1643, ovl. 1673-1675, (=kw. nr. 653).
Uit haar eerste huwelijk (de Beunje-des Tombe) (o.a.?):
-
a. Mag(h)dalena de Beunje, geb. 1627-1637, ovl. 1664-1671, doopget. (1656),
afkomstig van Leiden, wonend op de Gaernmarckt (1658),
halve zuster van Rachel de Croy, wonend in de Colfmaeckersteech (1664),
otr. Leiden Waalse Kerk 9-1-1658 (get. voor haar Maddelena de Tombe, haar moeder wonend op de Gaernmarckt, voor hem Jan la Noy, zijn broeder wonend op de Langegraft)
Pieter la Noy (de Lannoy), wednr. van Jenne de Heule, wonend in de Colffmaeckersteech (1658),
in de Meutjessteegh (1671).
Hij hertr. Leiden Waalse Kerk 12-8-1671 Ida Jacobs Verheul.
|
Fragment Beunje |
|
Ia. NN Beunje, tr.
Martijne des Obry, huw. get. wonend op de Varckenmarct (1627), op de Nieuwen Maren (1635).
Hieruit:
-
a. Passchier de Beunje (Buynge), ovl. 1627-1637, volgt IIa
-
b. Guillame de Buijnge, huw. get. (1611),
huw. get. wonend bij de Zijlpoort (1627).
-
c. Cathelyne Buynge, ovl. 1627-1661, afkomstig van Roij, wonend op de Varckenmarct (1627)
otr. Leiden geref. 8-4-1627 (get. voor haar Martijne des Obry, haar moeder wonend op de Varckenmarct, voor hem Jean le Per wonend in de Scheijstraet, en Pierre Catoor, zijn neef wonend op de Hasegraft)
Andries Catoor (Cathoir), ovl. 1665-1670, stoeldraaier afkomstig van Roubais, wonend op de Langegraft (1627),
op de Nieuwe Mare (1661, 1665),
buurtheer van de buurt Breekhoven te Leiden (benoemd 28-5-1654 tot 1670 wegens overlijden).[196]
Hij hertr 2) Leiden/Valckenburch Waalse Kerk 31-3/18-4-1661 (get. voor hem Jaecq de Mortier, zijn zwager wonend op de Langegraft, voor haar Mary del Tombe, haar zuster wonend op de Langebrugge,). Magdalena del Tombe, geb. vóór ca. 1610, ovl. 1661-1665, (zie kw. nr. ⇒ 1307 hierboven).
Hij hertr 3) Leiden Waalse Kerk 6-3-1665 Cathalyna del Ruw, wed. van Jaecq Mortier, wonend op de Langegraft.
-
d. Pierron de Beunge, afkomstig van Robyn bij Ryssele,
otr. Leiden geref. 22-07-1611 (get. voor haar Margriete Fortery, haar bekende, Jenne de la No, haar bekende, voor hem Jan Gechier, zijn zwager, en Guilliame de Beun, toekomstig schoonbroer)
Jan de la No, fusteinwerker, afkomstig van Moevan bij Rijssel (1611).
-
e. Jenne de Beunje, afkomstig van Ron bij Rijssel, wonend op de Nieuwen Maren,
otr. Leiden geref. 9-3-1635 (get. voor haar Marteyne des Obry, haar moeder wonend op de Nieuwen Maren, voor hem Anthony de Tombe, zijn vader)
Pieter de Tombe, bakker, afkomstig van Tourcongien, wonend op de Oude Chingel,
IIa. Passchier de Beunje (Buynge), ovl. 1627-1637, kammer, afkomstig van Templeu bij Doornic, wonend op de Verckemarct (1627),
otr. Leiden geref. 8-4-1627 (get. voor hem Guillame de Buijnge, zijn broer wonend bij de Zijlpoort, en Pieter le Mair wonend op de Langegraft, voor haar Marij del Tombe, haar zuster wonend bij de Jan Vossenbrug, en Marij Plantefebers wonend in de Meutgenssteech)
Magdalena del Tombe, geb. vóór ca. 1610, ovl. 1661-1665, (zie kw. nr. ⇒ 1307 hierboven).
|
COMMENTAAR(¥)
Is er verband met Henri del Croix tr. Barbara del Forge
of
Guillaume del Croix tr. Maya Jacobs Ciseur.[197]
Is er verband met de volgende poorters van Leiden (1576-1603)[198] :
Andries de Croys, Franchois de Croys, van Alveringen, Geleijn de Croys, van St. Pol, Guillaume de Croys?
Philips de Croy, vul aan Prom. 15 p130
Jean del Croy, ged. Waals Leiden, 21-6-1637, wolkammer, zn. van
Rafael del Croy en Catalina del Forge, tr. Leiden Catelijne le Dru.[199]
Rafael ex Jean Delacroix x Catherine de Livregnies. [200]
|
COMMENTAAR(¥)
Jacob de Beunge in het Gasthuisvierendeel, schoolmeester, ƒ 0-2-0 Klein Familiegeld (1674).
meester Jan de Beunge, op de Hogewoerd, schoolmeester, ƒ 0-2-0 Klein Familiegeld (1674).
Gijsbert de Beungie, in Noord-Rapenburg, backer, ƒ 0-1-0 Klein Familiegeld (1674).
Abraham de Beunje, op Nieuwmaren, timmerman, ƒ 0-1-0 Klein Familiegeld (1674).
[201]
|
COMMENTAAR(¥)
Is er verband met :
Pieter Del Tombe, afkomstig van Turcoingen bij Rijssel, wolcammer
otr./tr. Leiden (schepenen) 15-9-1618/3-2-1619
Anna Sparre, afkomstig van Engelandt.
|
COMMENTAAR(¥)
Abraham de Croy, op Zuid-Rapenburg, warmoesier, ƒ 0-1-0 Klein Familiegeld (1674).
Philip de Croy, in het Vleeshuis, boekdrukker, ƒ 0-1-0 Klein Familiegeld (1674).
Salomon de Croy, op West-Nieuwland, taback en brandewijnvercooper, ƒ 0-1-0 Klein Familiegeld (1674).
Philip del Croy, op Oost-Nieuwland, greinwerker, ƒ 0-0-6 Klein Familiegeld (1674).
Hester la Croy, op West-Marendorp landzijde, coordewinckeltge, ƒ 0-0-6 Klein Familiegeld (1674).
|
1310. NN (GOIS?), tr. vóór ca. 1605
1311. NN RAUSSOU, heeft een ongehuwde zuster Jeanne Raussou.
-
a. Florence Gois, geb. vóór ca. 1625, (=kw. nr. 655).
1312. GERRIT JANSZ VAN DER BYE(¥), compareert te Heenvliet 11-12-1693 [202].
otr./tr. 2o Abbenbroek/Heenvliet kerkelijk 2/16-6-1680[203]
MAERTJE JANSDR, ovl. vóór 1697, wed. van Jan Gerritszn Sneeuw, met wie
zij compareert te Heenvliet 27-10-1673.[204].
Zij is mogelijk een dr. van Jan Cornelisse Hodenpijl,
schepen te Heenvliet (1659).[205].
Hij tr. 1e?(¥)
1313. MAERTIE(N) HENDRICKSDR.
| COMMENTAAR(¥)
Is er verband met Vincent Jansz van der Bie, die beleend wordt met 2 gemet
land in Bornesse (Heenvliet) 21-3-1603, dat overgaat 24-2-1615 op
Jan van der Bie te Den Briel na de dood van Vincent (1610/1611).[206]
|
| COMMENTAAR(¥)
Het is onzeker of zijn eerste huwelijk blijkt uit de huwelijksaantekening (te
Geervliet?/Heenvliet?) : "13-3-1644 Gerrit Janszn Bakker, j.m. van Bommel
tr. (...Hendrik...) j.d. van Heenvliet"
[207]. De slecht leesbare naam van de
vrouw zou dan identiek moeten zijn aan kw. nr. 1313.
|
2 gemet 77 roeden land in de Zuythouck van de Ee te Heenvliet,
leenroerig aan Heenvliet :
Op 3-11-1697 Andries Ariensse Vlielander oud 14 jaren. Hulde
door zijn vader Arie Andriesz. Vlielander, die het leen heeft gekocht,
nadat het door de erfgenamen van Maertje Jans, weduwe
van Jan Gerrits Sneeuw, is verlaten.[208]).
Uit zijn eerste huwelijk (van der Bye-Hendriksdr) gedoopt te Heenvliet [209] :
-
a. Cornelis Gerrits (van der Bie), ged. 17-5-1648 (get. Jan Corneliszn (de grootvader?) en Cornelis Hendriks).
Indien de doopgetuige Jan Corneliszn hier inderdaad de grootvader is dan zou hij identiek kunne zijn met :
Jan Corneliszn, j.m., otr./tr. Heenvliet (schepenen) 27-5/10-6-1601 (get. zijn vader en voogd Cornelis Jansz) Aeltje Adriaens, wed. van Arris Senten, beide wonend te Heenvliet.[210]
-
b. Dirk Gerrits (van der Bie), ged. 21-4-1652 (get. Henric Dirkcsen en Maertien Thomas),[211]
-
c. Maertje Gerrits (van der Bie), ged. 4-10-1654, (get. Maertien Thomas),[212]
otr./tr. 1o Heenvliet kerkelijk 9/23-6-1680[213]
Andries Hendriksz van Hees, ovl. (1694?), tr. 2o Heenvliet kerkelijk 7-2-1694[214]
Leendert Klaasz Schenk.
-
d. Hendrik Gerrits (van der Bie), ged. 8-12-1658 (get. Jannetge Commers), otr./tr. Abbenbroek/Heenvliet kerkelijk 13-4/13-5-1681[215]
Dina van Meel, geb. Brielle.
1314. SIJBRANT ARENTSZ.
-
d. Cornelia Arents Niemantsverdriet, ged. Geervliet 14-5-1645, beg. Geervliet 28-1-1718 (in de kerk met dubbel luiden), (=kw. nr. 657).
Er lijkt vooralsnog geen verband met Arie Bastiaansz Niemansverdriet uit wie kinderen gedoopt te Klaaswaal ca. 1665.[217]
1344. PIETER JACOBSZ VAN DER JACHT, geb. 1599/1600, ovl. 1654-1659, visser (1629, 1634) en
stierman (1641, 1643) te Maassluis, koopt 29-12-1656 een eigen graf nr. 112
in de Grote Kerk [218],
vermeld in notarieel archief Maassluis 24-3-1651, 1-4-1666 (dan overleden),[219]
tr. Maassluis 14-5-1628
1345. MAERTJE GOVERTSDR VAN WIJN, beg. Maassluis Grote K. (graf nr. 210) 5-3-1682 [220]
[221]
, tr. 1o Maassluis 3-5-1626
COENRAET ENGELSZ BOCXHOORN, ovl. vóór 14-4-1627, visser, zn van Engel Leendertsz Bocxhoorn (zie kw. nr. ⇒ 1372 )
en Neeltgen Huijgen,
wednr. van Jannitgen Cornelisdr. van der Swaluw.
|
Wapen Van Wijn : In goud een beurtelings
gekanteelde zwarte dwarsbalk vergezeld van
boven vier en beneden drie bijen. Helmteken :
een vlucht [222].
|
vul aan Prom. 17, p 345 Teunis Jacobsz van der Jacht.
Op 28-3-1643 verklaren de zwagers Willem Govertsz van Wijn, stierman
op een hoekerschip, oud 24 jaren en Pieter Jacobsz van der Jacht,
bootsgesel, oud 42 jaren, dat op 5-12-1642 een schip verloren is gegaan
"naer huys seijlende van Fransois Schot capiteyn uit Vlaenderen sijn genomen,
den welcken het schip in de gront doen hacken hebbende haer deposanten alle heeft
medegenomen ende tot Duynkercken in de gevancknisse heeft
doen brengen." [223].
Op 12-12-1641 komen voor in een Attestatie te Maassluis: Pieter Jacobss van der Jacht stierman, oud 41 jr., en zijn vennoot Gerrit Claess, oud 19 jr.
[224]
Op 14-03-1682 vindt te Maassluis boedelscheiding plaats van
Maertje Goverts van Wijn echtgenote van wijlen
Pieter Jacobszoon van der Jacht, stuurman. Er zijn 4 kinderen :
NN Pieters van der Jacht =Barber, huisvr. van Job Jorisz Swartewaal,
Jacob Pietersz van der Jacht,
NN Pieters van der Jacht =Sara (mogelijk gehuwd met Willem Gerritsz Haringman),
Ermpje P. Scharp en Pieter P. Scharp, kinderen van
Maertje Pieters van der Jacht, en verder? Jan Joris NN.
Reden van de opmaak: het overlijden in 1680 van JPvdJ, visser beroep: 1/2 kap.
Boedelbeschrijving :
1 huis gelegen aan de noordzijde van de Zuidvliet,
1 huis(en erf) gelegen aan de westzijde van de Hoogstraat,
obligaties ter waarde van ƒ 578.90,
geld ter waarde van ƒ 190.00.
In het voorhuis:
2 schilderijtjes,
8 aardewerken schotels,
1 bruine kast,
2 stoelen,
3 blauwe zitkussens,
1 paars zitkussen,
zeven stuks aardewerk op de kast,
1 geverfde bank.
In de keuken:
1 bed,
1 peluw,
2 dekens,
1 beddekleed,
2 blauwe gordijnen,
1 rabat,
1 blauw schoorsteenkleed,
6 schilderijen,
6 stoelen,
1 bankje,
1 kapstok,
18 schotels,
6 tafelborden,
3 pulletjes,
2 koppen,
1 spiegel,
1 achtkantige tafel,
1 ronde doos,
1 geverfd kastje,
1 bierkan,
4 zilveren lepels,
1 zilveren ketting met een haakje,
19 pond garen,
2 pond vlas,
1 paars schortekleed,
2 blauwe schortekleden,
4 mutsen,
7 halsjes,
18 halsdoeken,
18 zakneusdoeken,
een webbe van 30 ellen wit linnen,
een webbe van 10 ellen wit linnen,
1 naaikussen,
1 nachtmantel.
Op de zolder:
1 bed,
1 peluw,
2 hoofdkussens,
2 dekens,
1 beddekleed,
2 gordijnen,
1 rabat,
5 klerenstokken,
1 koperen wasketel,
1 koperen asketel,
1 koperen potje,
1 koperen schuimspaan,
1 ijzeren hangijzer,
1 beugeltouw,
1 tang,
1 asschep,
1 koekepan,
1 kandelaar,
2 oude linnen lakens,
25 linnen slaaplakens,
22 linnen slopen,
6 linnen slopen,
2 linnen tafellakens,
5 vierkante linnen tafellakens,
32 linnen servetten,
5 linnen hemden,
3 mantels,
2 rokken,
3 schorten,
2 rijglijven,
3 schorten,
4 steekmutsen,
2 mopmutsen,
2 linnen mutsen,
1 zilver hoofdijzer,
10 hemden,
2 kousen.
Verder zijn er de volgende schulden
wegens doodskist ƒ 7.00,
wegens kleed ƒ 8.45,
wegens maken van graf f4.90,
wegens vlees ƒ 11.35,
wegens zalm ƒ 11.30,
wegens bier ƒ 7.85,
wegens suiker en kaken ƒ 12.10,
wegens boter en kaas ƒ 5.35,
wegens brood ƒ 4.05,
wegens huur van tin ƒ 2.65,
doodschuld ƒ 14.10,
wegens afleggen ƒ 8.30,
wegens braad en vlees ƒ 0.90.
Totaal der schulden ƒ 152.80.
[225]
Uit haar tweede huwelijk (Van der Jacht-van Wijn) (bij geen van de dopen wordt een naam van de moeder vermeld, vader alleen onder patroniem):
-
a. Barber Pieters van der Jacht(¥), ged. geref. Maassluis 4-3-1629 (vader Pieter Jacobsz, visscher), beg. Maassluis 26-2-1699, vermeld als weduwe in notarieel archief Maassluis 10-11-1666, 16-12-1666,[226]
tr. 1o voor 1650
Arij Jansz Steijl, geb. vóór ca. 1630, ovl. 1662-1666, tr. 2o 1666-1682
Job Jorisz Swartewaal, geb. vóór ca. 1625, beg. Maassluis 12-12-1689, wednr. van Maria Jacobs,
afkomstig van Zwartewaal.
COMMENTAAR(¥)
Volgens Ref. [227]
Barber Pieters van der Jacht
tr. 3o Maassluis 28-3-1694
Claes Jacobsz Verhoorn, wednr, van Pietertie Pleunen Olymans,
tr. 4o Maassluis 20-2-1707
Pieter Lambregtsz Bogaart.
In elk geval het vierde huwelijk is onmogelijk gezien haar ovl. in 1699.
|
Uit haar eerste huwelijk (Steijl-van der Jacht) (bij alle dopen is de moedersnaam Barber Pieters alleen met patroniem):
-
1. Ariaentgen Ariens Steijl, ged. geref. Maassluis 10-8-1650, ovl. jong?
-
2. Jan Ariens Steijl, ged. geref. Maassluis 13-3-1652, ovl. jong?
-
3. Jan Ariens Steijl, ged. geref. Maassluis 19-3-1653, ovl. jong?
-
4. Jan Ariens Steijl, ged. geref. Maassluis 04-10-1654.
-
5. Pieter Ariens Steijl, ged. geref. Maassluis 17-12-1656.
-
6. Adriaentjen Ariens Steijl, ged. geref. Maassluis 28-5-1660.
-
7. Trijntje Ariens Steijl, ged. geref. Maassluis 1-10-1662.
-
b. Jacob Pietersz van der Jacht, geb. 1629-1634, beg. Maassluis 8-10-1686, (=kw. nr. 672).
-
c. Sara Pieters van der Jacht, geb. vóór ca. 1645, beg. Maassluis 29-12-1705, vermeld in notarieel archief Maassluis 16-12-1666,[228]
tr. 1o Maassluis 6-8-1662
Willem Gerritsz Haring(man), geb. vóór ca. 1640, ovl. 1678-1684, wednr. van NN,
vermeld in notarieel archief Maassluis 9-8-1666,[229]
tr. 2o Maassluis 16-7-1684[230]
Job Eliasz Krijger, geb. vóór ca. 1645, wednr. van Maartje Arent.
Uit haar eerste huwelijk ( (o.a.?) :[231]
-
1. Maartje Willems Haring(man) (alias (de) Vogel), ged. geref. Maassluis 18-5-1664, tr. Maassluis 27-3-1689[232]
Hendrik Das, j.m. van Dordrecht,
zn. van Hendrik Dassen, schippersgast, en Anneken Vannuy.
Onbenoemde kinderen van Heijndrik (Heijndricksz) Das worden begraven Maassluis 1691-1706.
-
2. Annetgen Willems Haring, ged. geref. Maassluis 20-12-1665.
-
3. Pieter Willems Haring, ged. geref. Maassluis 5-2-1668, ovl. jong?
-
4. Pieter Willems Haring, ged. geref. Maassluis 28-8-1669.
-
5. Annittje Willems Haring, ged. geref. Maassluis 4-1-1671, ovl. jong?
-
6. Annittje Willems Haring, ged. geref. Maassluis 18-10-1673.
-
7. Trijntje Willems Haring, ged. geref. Maassluis 26-1-1678.
-
d. Maertie Pieters van der Jacht, ged. geref. Maassluis 6-8-1645 (vader Pieter Jacobsz), ovl. 1669-1682, vermeld in notarieel archief Maassluis 1665, 1666,[233]
tr. Maassluis 13-12-1654 (zij als wed. van NN);(¥)
Pieter Pietersen Scharp/Scherp.
| COMMENTAAR(¥)
Trouwen in 1654 kan alleen als haar geboorte ver voor het doopjaar 1645 valt. Hoe kan dat?
|
Uit dit huwelijk (bij alle dopen moedersnaam Maertie Pieters alleen onder patroniem):
-
1. Judic Pieters Scharp, ged. geref. Maassluis 18-2-1657, ovl. vóór 1682.
-
2. Pieter Pieters Scharp, ged. geref. Maassluis 30-5-1659, ovl. vóór 1669.
-
3. Trijntie Pieters Scharp, ged. geref. Maassluis 27-5-1663, ovl. vóór 1682.
-
4. Ermtgen Pieters Scharp, ged. geref. Maassluis 22-7-1665, ovl. na 1682.
-
5. Willempje Pieters Scharp, ged. geref. Maassluis 1-2-1668, ovl. vóór 1682.
-
6. Pietertje Pieters Scharp, ged. geref. Maassluis 1-2-1668, ovl. vóór 1682.
-
7. Pieter Pieters Scharp, ged. geref. Maassluis 25-11-1669, ovl. na 1682.
-
e. Joris Pieters (van der Jacht?), ged. geref. Maassluis 4-6-1634 (vader Pieter Jacobsz, visser), ovl. vóór 1682?
-
1. Jan Joris NN, genoemd in de boedelverdeling van 1682.
-
f. Trijntge Pieters van der Jacht, filiatie niet bewezen,
vermeld in notarieel archief Maassluis 16-12-1666.[234]
1346. JAN JANSZ (VAN WILLIGEN??)(¥), tr. vóór ca. 1635
1347. MACHTELT VOLCKERS VAN ERCKELENS, geb. vóór ca. 1615, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk 21/27-9-1676 (graf nr. 207) [235], tr. 2o vóór ca. 1645
GIJSBERT BAERENSE LANGERACK(¥), geb. 1616/7, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk 3/7-12-1690 (graf nr. 207) [236], wordt ook genoemd Gijsbert van Schoonhoven, wanneer hij dit graf koopt op 29-7-1661,
vermeld in notarieel archief Maassluis 1661-1663,
[237]
kaasverkoper (1663).
COMMENTAAR(¥)
Is er verband met Mr. Heijndrick Hendricxz van Willigen, advocaat voor den Hove van
Holland (1624),[238]
schepen van Delft ( 1620),[239], wiens zegel is : een diagonaal
geplaatst zwaard, gevest in de rechteronderhoek?
of met Catharina van Willigen, wed. van wijlen Robbrecht van den Bergh, te Maassluis 1644[240]
of met een geslacht Van Willigen te Rotterdam/Delft, waarin diverse naamdragers Jan die in aanmerking zouden kunnen komen als kw. nr. 1346.
|
| COMMENTAAR(¥)
Is er een verband met Gijsbert (van Langerack te Nieuwpoort.[241]
|
|
Wapen Van Erckelens : Drie vierbladige rozen 2 en 1 geplaatst.[242]
|
Graf in de Grote Kerk van Maassluis :[243]
Hier leyt begraven Machtelt Volckers van Erckelens,
de huysvrou van Gijsbert Barentsen Langerack gestorven
den 21en September 1676 ende haer man Gijsbert Baerensen Langerack oudt 73 jaer is gestorven den 3en December anno
1690.
Uit haar eerste huwelijk (van Willigen-van Erckelens):
-
a. Cuniertjen (Kniertje) Jans (van Willigen), geb. (Schoonhoven?) ca. 1640, beg. Maassluis Grote Kerk 28-8-1712, (=kw. nr. 673).
Uit haar tweede huwelijk (Langerack-van Erckelens) vermoedelijk:
-
a. Barend Gijsbertsz Langerack (Lange Rack), geb. vóór ca. 1645, beg. Maassluis 27-12-1694, schepen (1689-1691)[244] en
regent van het weeshuis (1689)[245] te Maassluis, tr. 1o Maassluis 30-10-1667 (als Barent Gijsbrechtsz van Schoonhoven !)
Willempje Willems, ovl. 1668-1670
tr. 2o 1668-1670
Leentje Pieters van Dorp, ovl. na 1683.
Uit zijn eerste huwelijk (Langerack-Willems):
-
1. Willem Barents van Schoonhoven (Langerack?), ged. geref. Maassluis 11-8-1668 (vader Barent Gijsbrechtsz van Schoonhoven, moeder Willempje Willems).
Uit zijn tweede huwelijk (Langerack-van Dorp) (o.a.?):
-
2. Pieter Barents Langerack, ged. geref. Maassluis 18-5-1670.
-
3. Maertje Barents Langerack, ged. geref. Maassluis 27-9-1671.
-
4. Ghijsbrecht Barents Langerack, ged. geref. Maassluis 4-1-1673, ovl. jong?
-
5. Ghijsbrecht Barents Langerack, ged. geref. Maassluis 11-2-1674, ovl. jong?
-
6. Trijntje Barents Langerack, ged. geref. Maassluis 20-2-1675, ovl. jong?
-
7. Machtelt Barents Langerack, ged. geref. Maassluis 24-10-1677, ovl. jong?
-
8. Machtelt Barents Langerack, ged. geref. Maassluis 7-12-1678, tr. Maassluis 8-7-1708[246]
Jan Zachariasz Beenhakker (door de wandeling genaamd Jan Buys), ged. Maassluis 29-4-1674, ovl. Maassluis (aang. 15)-2-1758, wednr. van Maartje van Wijn,
reder en boekhouder, gecommitteerde van de visserij (1710-1712, 1722-1724, 1729-1731, 1749-1751),
president gecommitteerde (1718),
schepen (1714-1716), burgemeester (1740-1742),
welgeboren man van Delfland (1714..1731),
regent van het weeshuis (1714, 1719, 1720 en 1734-1736,
zn. van Sacharias Teunisz Beenhakker en Annetje Jansdr Buys.[247]
-
9. Trijntje Barents Langerack, ged. geref. Maassluis 30-4-1681.
-
10. Gijsbert Barents Langerack, ged. geref. Maassluis 14-3-1683.
-
b. Vol(c)kert Gijsbrechtsz Langerack, geb. vóór ca. 1650, beg. Maassluis 31-12-1697, vermeld te Maassluis 3-5-1700 met Trijntie Jansdr Patijn in rechterlijk archief Maassluis,[248]
tr. 1o voor 1672
Maertje Pieters, ovl. 1673-1676, tr. 2o Maassluis 1-11-1676
Trijntje Jans Patijn.
Uit zijn eerste huwelijk (Langerack-Pieters):
-
1. Machtelt Volckerts Langerak, ged. geref. Maassluis 8-5-1672, ovl. jong?
-
2. Pieter Volckerts Langerak, ged. geref. Maassluis 10-12-1673, beg. Maassluis 3-9-1729, gecommitteerde van de visserij (1697-1699), president (1700) te Maassluis,
tr. vóór 1699
NN.
Uit zijn tweede huwelijk (Langerack-Patijn) (o.a.?):
-
3. Machtelt Volckerts Langerak, ged. geref. Maassluis 27-10-1677.
-
4. Jan Volckerts Langerak, ged. geref. Maassluis 19-4-1680.
-
5. Gijsbrecht Volckerts Langerak, ged. geref. Maassluis 17-8-1681.
-
6. Jacob Volckerts Langerak, ged. geref. Maassluis 13-12-1682.
-
c. Maertjen Gijsberts (Langerack), ged. geref. Maassluis 21-1-1650 (vader Gijsbert Barentsz, moeder Machtelt Volkers).
1348. ROMBOUT ROMBOUTSZ VAN BESOYEN, beg. Maassluis 19-3-1696, kagenaar (1642, 1643),
koopt 30-12-1664 graf nr. 33 in de Grote Kerk van Maassluis [249],
vermeld in notarieel archief Maassluis 1665, 1666 ("op de wip"?),
[250]
tr. Maassluis 22-1-1640
1349. NEELTJE GERRITS, ovl. 1653-1665, tr. 1o Maassluis 7-4-1630
BENJAMIN JACOBSZ (DE) HAAIJ, ovl. 1638-1640, visser (1633).
zn. van Jacob Engelbrechtsz de Haeij.
Op 25-4-1642 gaat Heyndrick van Besoyen met
Adam Adriaans Corporaal en Rombout Rombouts van Besoyen, kagenaar, een
maatschap van kapenaars aan.
[251]
[252]
Op 20-5-1643 gaat Rombout Romboutss van Besoijen, kagenaar, weer een contract aan.
[253]
Uit haar eerste huwelijk (de Haaij-Gerrits):
-
1. Haesgen Benjamins de Haaij, ged. geref. Maassluis 13-11-1633.
-
2. Jacob Benjamins de Haaij, ged. geref. Maassluis 3-1-1638.
Uit haar tweede huwelijk (van Besooyen-Gerrits):
-
a. Gerrit Romboutsz van Bezooyen, ged. geref. Maassluis 29-5-1642 (vader Rons Ronsz Besoijen, moeder Neeltje Gerrits), beg. Maassluis (impost) 11-12-1704, (=kw. nr. 674).
-
b. Beniamin Romboutsz van Bezooyen, ged. geref. Maassluis 4-11-1645 (vader Rom Romsz Besoijen, moeder Neeltje Gerrits), ovl. jong?
-
c. Maertie Romboutsz (Romme) van Bezooyen, ged. geref. Maassluis 21-10-1647 (vader Rom Romboutsz Besoijen, moeder Neeltje Gerrits), tr. Maassluis 21-4-1675
Leendert Abramsz van der Meer.
-
1. Abram Leenderts van der Meer, ged. geref. Maassluis 17-7-1675.
-
d. Reijntgen Romboutsz van Bezooyen, ged. geref. Maassluis 25-4-1649 (vader Roemer Roemersz Besoijen, moeder Neeltgen Gerrits).
-
e. Benjamin Romboutsz van Bezooyen, ged. geref. Maassluis 9-6-1651 (vader Rommer Rommersz Besoijen, moeder Neeltgen Gerrits), beg. Maassluis 6-11-1703.
-
f. Lijdija Romboutsz van Bezooyen, ged. geref. Maassluis 28-3-1653 (vader Rom Rommersz Besoijen, moeder Neeltge Gerrits).
-
g. Gerritje Romme Besoijen, geb. vóór ca. 1645 (doop te Maasluis niet gevonden), tr. Maassluis 3-10-1665
Pieter Jaspersz Kels, afkomstig van Rotterdam.
-
1. Leendert Pieters Kels, ged. geref. Maassluis 01.01.1669.
-
2. Jasper Pieters Kels, ged. geref. Maassluis 16.08.1671.
-
3. Jan Pieters Kels, ged. geref. Maassluis 17.12.1673.
-
4. Rombout Pieters Kels, ged. geref. Maassluis 07.08.1675.
-
5. Neeltje Pieters Kels, ged. geref. Maassluis 22.02.1682.
1350. SYMON CLAES (VAN DER SWET)(¥), geb. Maassluis vóór ca. 1620, scheepmaker (1638),
tr. Maassluis geref. 4-7-1637
1351. JANNETJE JACOBS LEVERSTEYN(S), geb. Maassluis vóór ca. 1620, beg. Maassluis 16-8-1682.
vermeld in notarieel archief Maassluis 1650, 1656.
[254]
COMMENTAAR(¥)
Is hij mogelijk verwant aan
vul aan Kron. 6 (1997) 194 2x
Arent Jans van der Swet, die in 1631 in de Lier
komt wonen "in de woning van Gerrit Willems", en uit wie mogelijk :
a) Jan Arends van Sweth,
b) Jannetje Arens van Sweth, beg. De Lier 1672/73 (impost fl 8,--) tr. Gerrit Gerrits,
c) Wijven Arens van Sweth, beg. De Lier 1668/69 (impost f 8,--)
[255].
of aan Cornelis Pieters van Sweth, tr. le
Hilletgen Jansdr, tr. 2e Wateringen gerecht 15-4-1681
Barber Pietersdr. van der Houven (van Wateringen).[256]
of Michiel Harmansz van der Sweth, geb. ca 1620, wonend te Overschie,
ambachtsbewaarder van Schieveen, boer aan de Swetheul, ovl. 1668,
tr. Overschie 30-10-1647 Neeltje Pieterse Ackersdijck [257],
zn. van Harman Michielsz (van der Swet), geb. Overschie ca . 1572,
wonend te Schieveen, ambachtsbewaarder van de 64 hoeven, ovl. na 23-4-1651
en Ariaantje Dircxdr. van Dijck etc.
of Jan Rijers van der Swet, schoolmr., wordt 7-4-1731 het weeshuis te Maassluis uitgezet wegens dronkenschap en onbehoorlijk gedrag.[258]
Mattheus Pieterse van Swet, j.m., otr/tr. Maasland 28-4/20-5-1691 Pietertje Claes van der Cijs beide won. Maasland.
Paulus Pieterse van Swet, j.m., otr/tr. Maasland 30-10/15-11-1693 Aeghje Cornelis Beresteyn, wed. beide won. Maasland.
|
-
a. Maertgen Sijmens, ged. geref. Maassluis 18-4-1638 (vadersnaam Sijmen Claesz, geen moedersnaam genoemd), mogelijk identiek met Maertje Sijmens
tr. Maasluis 10-7-1661
Pieter Andriesz Pot, waaruit 9 kinderen waaronder een Jannetje.
-
b. Leentge Sijmens van der Swet, ged. geref. Maassluis 30-3-1642 (vadersnaam Sijme Claesz, geen moedersnaam genoemd), beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 33) 13-3-1716, (=kw. nr. 675).
-
c. Claesie Sijmens, ged. geref. Maassluis 9-3-1644 (vadersnaam Sijmen Claesz, geen moedersnaam genoemd).
-
d. Susanna Sijmens, ged. geref. Maassluis 16-4-1651 (vadersnaam Simon Claesz, moedersnaam Jannetgen Jacobs Leversteijn).
COMMENTAAR(¥)
De beide volgende personen die soms ook de achternaam Van der Swet voeren lijken zoons te zijn van Sijmon Huijbrechts Vockestaert, vermeld in notarieel archief Maassluis (1650-1652):[259]
-
x. Hubrecht Symonsz van der Swet, geb. vóór ca. 1645 (doop niet gevonden te Maassluis), j.m. van Maassluis, woont Lange Kipstraat te Rotterdam (1667),
otr. Rotterdam geref. 26-6-1667 met attestatie naar Soetermeer 10-7-1667[260]
Adryaentie Jacobse van Macholen, wed. van Abraham Dirksz van Tol, afkomstig van Rotterdam, woont Rijstuijn aldaar (1667).
-
y. Hollandt Symonse van der Zweth (ook Vockestaart!), geb. vóór ca. 1655 (doop niet gevonden te Maassluis), beg. Maassluis 24-11-1692 (als Hollant Sijmonsz van der Swet), filiatie niet bewezen.
j.m. van Maassluis,
otr. Maassluis 5-12-1677[261]
otr. Maasland 5-12-1677 (met attestatie van Maassluis en Ridderkerk)
Stijntje Jacobs van der Zegen (Segen), j.d. van Ridderkerk.
Hollandt Symonse van der Zwet en Stijntje van der Zegen passeren
te Rotterdam voor notaris Adriaen Maes op 16-11-1677 hun huwelijkse voorwaarden, waarbij hij geassisteerd wordt door Hollant Cornelisse Langelijn.[262]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Trijntje Vockestaart/van der Swet, ged. geref. Maassluis 25-2-1680.
-
2. NN van der Swet, beg. Maassluis 31-5-1692 ("een kind van Hollant Sijmonsz van der Swet").
|
1352. WILLEM ARIJ(A)ENSZ (ARENTSZ) BREUR, geb. 1612/13, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk 19-5-1660 (graf nr. 344) [263], koopt op 17-12-1652 dit graf in de Grote Kerk,
ook genoemd als Willem Arensz van Opdam,[264]
reder en/of boekhouder te Maassluis, gecommitterde van de visserij (1640-1641)
en president (1642) van het college van de visserij te Maassluis
[265],
koopman (1650, 1659),
vermeld in 14 notarië akten te Maassluis 1650(dan 37 jr.)-1666 en van 1662-1664 als Willem Adrijaens Breur zaliger.[266]
|
Wapen Breur : Een zeilend schip, in een gedeeld schildhoofd I. een leeuw, II. een
vogel [267].
Dit wapen komt voor op zijn grafzerk in de Grote Kerk te Maassluis.
|
Graf in de Grote kerk van Maassluis nr. 344 :[268]
D. G. H. T. W. A. B. (dit graf hoort toe Willem Ariensen Breur
(Wapen: een zeilend schip en een gedeeld schildhoofd: I. een
leeuw. II. een vogel.)
Hier leyt begraven Aeltge Willems de dochter van
Willem Aeriensen Breur sij sterf int jaer 1642 den 17 October en was
ontrent out jaren ende haer vader Willem Aryensen Breur
sterf den 19 July 1660 oudt 47 jaren.
Hij
tr. Maassluis juli 1636 (attestatie naar Vlaardingen 14-5-1636)
1353. WIJVE ROCHUS (VAN POMEREN), geb. Vlaardingen vóór ca. 1615, ovl./beg. Maassluis (impost) 25/26-1-1697, wordt vermeld als rechthebbende in een boedelscheidingsakte te Vlaardingen
17-7-1662 vanwege het overlijden van haar moeder [269].
Willem Arenss Breur wordt vermeld in twee notariële akten te Maassluis:
Akte van voogdij d.d. 12-10-1639, dan geh. met Wijve Rochus, zuster van Jacob Rochuss en Arij Rochuss,
[270]
Attestatie d.d. 9-11-1639, dan koopman te Maassluis, oud 26 jr.
[271]
In een akte van Procuratie d.d. 10-6-1644 wordt vermeld Wijvetje Rochusdr van Pomeren, geh. met Willem Adriaenss Breur. Zij is dr. van Aeltgen Pellen zaliger, haar tante is Anneke Pelle.
[272]
Wijve Rochusdr van Pomeren komt voor in een tiental akten te Maassluis (1653..1666).
[273]
In 1674 wordt de tuin van Wijve Rochus van Pomeren, wed. van Willem Adriaensz Breur,
aan de zuidzijde van de Lange Boonestraat te Maassluis aangekocht ten
behoeve van de bouw van het Hervormde Weeshuis aldaar [274].
Uit het huwelijk (Breur-van Pomeren) :
-
a. Sijmon Wilemsz Breur, ged. geref. Maassluis 11-7-1637 (vader Willem Adrijaensz), (=kw. nr. 676).
-
b. Aeltge Willems Breur, ged. geref. Maassluis 25-11-1640 (vader Willem Ariensz, ovl. 17-10-1642, beg. Maassluis Grote K..
-
c. Jan Wilemsz (Breur?, ged. geref. Maassluis 13-6-1642 (vader Willem Arensz).
-
d. Adriaan Willemsz Breur(¥), tr. Maassluis gerecht 1-10-1664
Maria Kruijck, wed. van Johannes Reaal, wonend te Vlaardingen.
COMMENTAAR(¥)
Arij Willemsz Breur, geb. vóór ca. 1675, beg. Maassluis 12-12-1731 (als Arij Wijllijmse Breuer, in Maasland, met kinderen). -
a. NN Breur, beg. Maassluis 21-5-1700 (een kind van Arij Willemsz Breur).
-
b. NN Breur, beg. Maassluis 12-5-1715 (een kind van Arij Wullemse Bruer).
|
Een Adriaen/Arij Willemsz Breur wordt vermeld in enige tientallen notariële akten te Maassluis 1650-1665 en van 1664-1666 als Arij Willemsz Breur zaliger.[275] Is dat deze?
Wat is het verband met mr. Adriaen Willemsz Breur vermeld 18-12-1666 [276]
Op 23-3-1651 passeert te Delft een akte van insinuatie en protest. Het betreft o.a. Arijen Willemsz Breur, koopman te Maassluis, schuldenaar, en Joris van Aerden, houthandelaar, en schuldeiser.
[277]
Op 23-3-1651 passeert te Delft een akte van insinuatie en protest. Het betreft o.a. Arijen Willemsz Breur, koopman te Maassluis, schuldenaar, en Joris van Aerden, houthandelaar, en schuldeiser.
[278]
Op 23-9-1651 passeert te Delft een akte van insinuatie en protest. Het betreft o.a. Joris van Aerden, houtkoper, insinuant, en Arijen Willemsz Breur, koopman.
[279]
Is hij
Dr. Mr. Adrianus Breur, geb. (Maas?)Sluis 1643/44, vermeld in notarieel archief Maassluis 1662 (oud 18 jr),
[280]
ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 25-4-1664 ("Adrianus Breur, Slusanus, 20"),[281]
promoveert op 10-7-1665 in de rechten aan de Universiteit van Leiden op een dissertatie getiteld "Illustres quaedam quaestiones ex iure depromptae" ("Adrianus Breur, Zluys. Batav.").[282]
vermeld als mr. Adrijaen Breur (1666),
[283]
en/of
Adriaen Breur, advocaat over de Wagenbrugge te Den Haag, die ƒ 30,--,-- belasting betaalt voor een getaxeerd vermogen van ƒ 6000,-- (1674). [284]
-
e. Rochus (Roockis) Willemsz Breur, geb. 1643/44, beg. Maassluis 30-1-1686, vermeld in 7 notariële akten te Maassluis 1662-1666 (dan 18 jr.).[285]
Op 13-2-1668 bekent Rocus Breur, wonend te Maaslandsluis, schuldig te zijn aan Frans van Hurck, notaris en procureur te Delft. Mede genoemd
Gerrit Jansz Noree, commissaris van de wagens van Delft op Rotterdam.
[286]
UITWERKEN!
1354. JAN WILLEMSZ SCHIM, geb. Maassluis, ovl. 1659-1663, zeilmaker wonend te Maassluis, testeert op 16-6-1636 met zijn vrouw Claesge Claes,[287]
vermeld als zn. van Wm. Jansz Schim zaliger, koopman te Maassluis, en Annitge Leendersdr in een overeenkomst d.d. 27-11-1636,[288]
zeilenmaker (1631..1656), koopt op 7-10-1656 graf nr. 364 in de Grote Kerk
te Maassluis [289],
vermeld in notarieel archief Maassluis 1656..1665 (in 1663 zaliger!),
[290]
belender te Vlaerdingerwout (1659),[291],
tr. Maassluis 12-5-1630
1355. CLAESJE CLAAS TOUWE, geb. Vlaardingen, ovl. Maassluis 1648-1650.
|
Wapen Touw (van der Burch) : In goud een rode rechterschuinbalk.[292].
|
Uit dit huwelijk (vader en moeder bij alle dopen met achternaam vermeld):
-
a. Annittgen Jans Schim, ged. geref. Maassluis 1-6-1631 (vader seijlmaker).
-
b. Neeltgen Jans Schim, ged. geref. Maassluis 24-4-1633 (vader seijlmaker).
-
c. Meijnsgen Jans Schim, ged. geref. Maassluis 3-9-1634 (vader seijlmaker, datum geschat), ovl. jong?
-
d. Willempgen Jans Schim, ged. geref. Maassluis 26-12-1635 (vader seijlmaker).
-
e. Meijnsgen Jans Schim, ged. geref. Maassluis 1-4-1640 (vader seijlmaker), beg.. Maassluis 21-11-1691, (=kw. nr. 683).
-
f. Jannetie Jans Schim, ged. geref. Maassluis 24-1-1644, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 364) 30-3-1729 [293], (=kw. nr. 677).
-
g. Claes Jans Schim, ged. geref. Maassluis 2-3-1648.
1356. PIETER (PETRUS) VAN WAESBERG(H)E(N), geb. Rotterdam 20-5-1599, beg. Rotterdam 6-11-1661, doopget. (1628..1646),
koopman (1627),
boekverkoper en boekdrukker te Rotterdam (1622-1661) op 't Steiger
by de Merckt (1634-1661), met als uithangbord
"In De Zwarte Klock" (1634-1650) en "In De gekroonde Leeuw" (1650-1661)
stadsdrukker te Rotterdam (1633-1652),
[294]
en drukker van het Ed. Mog. Coll. der Admiraliteit op de Maze,
belender, samen met meester Davit (zie kw. nr. ⇒ 851 )"> ⇒ 10851 sub b), schoolmeester, met het huis
het "Swijnshooft" op het West-Nieuwland (1629),[295]
treedt op als medevoogd van de kinderen van Louris Lourisz (1640),
[296]
woont op de Delfsevaert (1660),
doopget. (1659, 1660),
otr./tr. 2o Rotterdam/Kralingen geref. 18-7/15-8-1660 (met attestatie van Rotterdam naar Cralingen) als weduwnaar afkomstig van Rotterdam
MARIA CORNELISDR. VAN T(H)UYL(L), j.d., afkomstig van Bommel, woont op de Delfsevaert (1660, 1662),
doopget. (1663).
Zij hertr. als zijn weduwe wonend op de Delfse Vaart Rotterdam geref. 25-6/18-7-1662 Samuel Langle(e) (Langke), j.m., afkomstig van Rotterdam, wonend op de Beeste Mart,
bij wie zij nog 3 kinderen krijgt.
Hij
otr. 1o Rotterdam geref. 10-5-1626 (met attestatie naar Enkhuizen)
tr. 1o Enkhuizen 9-6-1626 [297]
1357. CATHARINA (CATELINA) LA VIE (VIA), geb. Enkhuizen 4-11-1602, ovl./beg. Rotterdam 25/26-1-1659, doopget. (1628..1646).
|
Voorpagina van de "Ordonnantie, Edict ende Ghebodt, Ons's Heeren des Koninghs, Op 't stuck van de Criminele Justitien, in dese Nederlanden", uitgegeven door Pieter van Waesberge (1599-1661), Ordinaris Drucker der Stad Rotterdam, op 't Steygher in de ghekroonde Leeuw, anno 1650
Bron : brochure "Anno 1590", uitg. drukkerij Van Waesberghe en Van Sijn, Rotterdam
klik op plaatje(s) om te vergroten |
zoek op testament van Pieter van Waesberge
Op 6-7-1627 bevestigt Pieter van Waesberge, coopman, schuldig te zijn aan Isaac Quesne een bedrag van 400 gulden wegens geleend geld.
[298]
Op 31-1-1630 verklaart Pieter van Waesberghen, 30 jr, op verzoek van Barent Arentsz, beiden Bouckvercooper te Leeuwaerden in Vrieslant(¥) dat hij, Pieter van Waesberghen in augustus 1628 aan Barent Arentsz enkele ongebonden boeken heeft verkocht voor 74 gulden. Hiervoor ontving hij een obligatie. Het bedrag is nog niet aan hem voldaan. Tevens verklaart Pieter van Waesberghen dat zijn zwager mr. Davidt van Hoogenhuysen met deze zaak niets uitstaande heeft.
[299]
| COMMENTAAR(¥)
Uit niets blijkt dat Pieter van Waesberghen ook bouckvercooper te Leeuwaerden was. Hoe zit dat? ZOEK UIT
|
Op 2-2-1630 verkoopt
Pieter van Waesberghen, bouckvercooper,
aan Cornelis Jansz Bosch,
een huis en erve staande aan de zuidzijde van het Marckvelt,
belend ten oosten Claes Matheeusz Verhoeven,
ten westen Cornelis van Geel, waert in het Gouden Laecken,
strekkende achter aan het erf van mr. Davidt van Hoogerhuysen.
[300]
Op 25-4-1630 bevestigen Pieter van Waesbergen en zijn vrouw Catharina La Via of Lavia of Delavia, schuldig te zijn aan mr. David van Hoogenhuyse een bedrag van 1.200 gulden en verbinden als zekerheid hun vordering groot 3.000 gulden op Franchois Cornelisz de La Via te Enckhuysen.
[301]
Op 30-6-1631 draagt Catrina Dupiere, weduwe van Jan van Waesbergen,
alle uitstaande schulden in Brabant en Vlaenderen over,
aan haar zoon Pieter van Waesbergen.
Volgens machtiging gepasseerd voor Hendrick van Groynbergen, notaris
d.d. 8 april verleden.
Uitgezonderd is een aanspraak op Pieter van de Manacker.
[302]
Op 7-10-1631 machtigt Heynrick de Leeuw, capiteyn,
Cornelis van Crimpen advocaat,
om het beslag dat Pieter van Waesbergen,
bouckvercooper, op zijn gage heeft gelegd, aan te vechten.
[303]
Op 2-9-1632 heeft Adriaen van Asperen, wijncoper, aan Pieter van Waesbergen, coopman alhier tegenwoordig verblijvend in Antwerpen bij Jan van Cnobbaert, boeckvercoper wonende bij de Jesuwytekerck, met schipper Swart Thijsz acht vaten Franse wijnen gezonden om deze voor hem, tegen door hem vastgestelde prijzen, te verkopen.
Hij machtigt nu Philips Heemssen, cruydenier wonende te Antwerpen, om aan Van Waesbergen te verzoeken het geld en de eventueel onverkochte wijnen aan hem over te dragen, zonodig met behulp van justitie.
[304]
Op 15-2-1633 wordt verslag gedaan van een bijeenkomst op verzoek van Reynier van Percijn, raadsheer, in het huis van Adriaen Jansz Breetvelt, man van Annetgen Vrericxdr, waarbij ook aanwezig was Sara van Mistelen, vrouw van Percijn, bijgestaan door Pieter van Waesbergen. Zij meent nog geld tegoed te hebben van Annetgen Vrericxdr, maar haar man beweert dat de rekening geheel is voldaan.
[305]
Op 8-2-1634 bekent Pieter van Waesbergen, boeckvercoper van het Steyger, 800 gld schuldig te zijn aan Anthonis Huygen Keyser.
Borg is zijn broer Abraham van Waesbergen.
[306]
Op 15-4-1634 dragen Jacob de Mars notaris alhier, mede namens zijn zwager Lodewijck Pijn, weduwnaar van Elysabet de Mars, alsook voor Grietgen de Mars zijn zuster, en procuratie hebbende van Lodewijck Pijn als voogd over Jan en Harmen de Mars zijn minderjarige broers, allen erfgenamen van hun ouders Jan de Mars en Cornelia Jacobsdr, over aan Pieter van Waesberghen, boekvercooper, een vordering van tachtig gulden op Jan van de Velde.
De akte is opgemaakt in herberg het Swijnshoofd.
[307]
Op 9-6-1634 ontslaan Arent de Vries, Jan van de Berch, Boudewijn van Berendrecht en Pieter van Waesbergen, ieder voor 1/8 deel, Frans van Bonchelwaert en Pieter Berckenij, ieder voor 1/4 deel, reders van het schip "de Grooten Nachtegael", de laatste 2 reders van de borgtocht van 22000 gulden, die zij aangegaaan zijn ten behoeve van de admiraliteyt. Capiteyn op het schip is Robbrecht Baerthouts Post van Delft.
[308]
Op 19-6-1634 (de datum kan ook 9-6 zijn) sluiten Francoys van Bonckelwaert, Pieter Berckenij, ieder voor 1/4 deel, Arent de Vries, Jan van den Berch, Boudewijn van Berendrecht en Pieter Waesbergen, ieder voor 1/8 deel, reders ter vrije nering van het schip "de Grooten Nachtegael" een contract. Ieder zal zijn deel inbrengen en kan dit niet overdragen. Capiteyn op het schip is Robbrecht Baerthouts Post van Delft. Bouckelwaert wordt als boekhouder aangesteld.
[309]
Op 8-2-1635 bekent Pieter van Waesberge, koopman, ƒ 648,- schuldig te zijn aan zijn broer Abraham van Waesberge, die ook koopman is.
[310]
Op 26-2-1635 passeert een identieke akte.
[311]
Op 13-10-1635 heeft Abraham van Waesbergen, coopman, zich borg gesteld voor Pieter Waesbergen, zijn broer, die 800 gulden schuldig is aan Anthonis Huygen Keyser
en komt nu met hem een betalingsregeling overeen.
Borgstelling volgens akte gepasseerd voor Adriaen Kieboom, notaris d.d. 8-2-1634.
[312]
Op 2-6-1636 hebben Pieter van Waesberghen, bouckvercooper te Rotterdam,
en zijn zwager Charles Lavia,
taeffelhouder van de Banck van Leeninghe te Schiedam,
een geschil omtrent de eigendom van de Bank van Leening.
Na arbitrage belooft Lavia 1.150 gulden aan Van Waesbergen te betalen.
De arbiters zijn: Jan van Aller, notaris en procureur,
en mr. Davidt van Hoogenhuysen te Amsterdam.
[313]
Op 14-7-1636 Charles Lavya, taeffelhouder v.d. Bank van Leenninge te
Schiedam, bekent met toestemming van zijn zwager
Pieter van Waesberghen, bouckvercooper,
schuldig te zijn de somma van 1.000 gulden aan
Jan Jacobsz Ketelaer, sulversmit.
[314]
Op 21-6-1637 passeren de verkoopvoorwaarden van een huis en erf, vanouds genaamd Leckerkerk, door Abraham van Waesbergen verkocht aan Isaac van Waesbergen, zijn broer.
De volgende personen worden genoemd: Pieter Ariensz Moyman te Zevenhuysen, Johannes van der Vucht in Waddincxveen, hun andere broer Pieter van Waesbergen en Adriaen Lievensz van Haemstede.
[315]
Op 29-7-1637 draagt Anthonis Verhaer, capiteyn, over aan Pieter van Waesbergen, bouckvercoper, een restcedulle ten laste van de admiraliteit verleden ten behoeve van Arent de Four of Defour van Nimmeghen en een ordenante ten behoeve van Anthonis Dircksz die gediend heeft bij capiteyn Heyndrick de Leeuw, eerste man van Verhaers vrouw.
Deze tweede ordonnantie is getekend door de heer Wolterus, raet van de admiraliteyt en is ten laste van Johan van IJck, ontfanger-generael.
[316]
Op 21-7-1638 worden op verzoek van Pieter van Waesbergen, bouckvercooper,
verklaringen afgelegd door Pieter van Ghelen, 53 jaar, schoolmeester. en
Stheven Wielickx, bouckdrucker 50 jaar.
Door attestanten zijn in 1638 bij de weduwe van Mathijs Sebasteansz boeken gedrukt voor
Isaack van Waesberghen, bouckvercooper,
die van de weduwe boeken kocht gemaakt
door domine Episcopius, tegen zekere boekjes getiteld Arcanius Arminanismi.
In aanwezigheid van Isaac en Sebastiaen Mathijsz
de zoon van voorn. weduwe van Mathijs Sebasteaensz zijn de boeken geteld waarbij
is gebleken dat te veel bladen zijn gedrukt.
[317]
Op 22-5-1639 verrekenen Abraham van Waesbergen en zijn broer Isaacq van Waesbergen wederzijdse schulden en vorderingen.
Het betreft: een obligatie van 900 gld. t.b.v. Adriaen Lievens van Haemstede,
de kosten van een huis en erf genaamd 'Leckerkerck' staande in de Hoochstraet,
een betaling van Gerard Barentsz, wijncooper, Willem Jacobsz en Pieter van Waesbergen, hun broer.
[318]
Op 28-3-1640 bekent Pieter van Waesbergen, bouckvercooper,
600 gulden schuldig te zijn aan Everardus Cloppenburch.
bouckvercooper te Amsterdam,
wegens een obligatie verschuldigd aan Jan Evertsen Cloppenburch,
vader van Everardus Cloppenburch.
[319]
Op 27-8-1642 bekent Willem Strick, koopman, wonend te Utrecht, 127 gulden schuldig te zijn aan Pieter Waesbergen, bouckvercooper, voor de levering van boucken en coopmanschappen.
[320]
Op 19-3-1643 bekent Geurt Jansz Vermarck (tekent: Vermerck), bouckebinder, 400 gulden schuldig te zijn aan Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, voor de leverantie van boeken.
[321]
Op 26-3-1643 doet Davit van Hogenhuijsen, die van IJsaac Waesbergen actie en transport heeft volgens transport van 5-8-1642 bij notaris Jan Verheijen, voor een ordonnnatie ten laste van de Raet ter Admiraliteyt van 400 gulden, dd. 22-5-1642, hier geheel afstand van, en autoriseert Pieter Waesbergen tot de ontvangst.
[322]
Op 2-8-1644 bekent Pieter van Waesbergen 1.000 car. gulden schuldig te zijn aan Wessel Egbertsz van der Heul, substituut secretaris.
In de marge: afgelost 7-6-1645.
[323]
Op 25-7-1650 stelt Johannes Neranus, bouckvercooper,
zich voor 200 carolus gulden borg ten behoeve van
Pieter van Waesberghen, bouckvercooper,
voor Jacob Colum, bouckvercooper te Amsterdam.
[324]
Op 22-1-1652 heeft te Rotterdam Mathijs Jorisz van Aerts, vader van zijn overleden zoon Phillips van Aerts, een bedrag van 168 gulden ontvangen uit handen van Pieter van Waesbergen, als zijn deel in diens nalatenschap.
Phillips was getrouwd met Susanneken Huysman, dochter van Anthony Huysman, notaris en procureur te Batavia. De nalatenschap was geregeld bij testament voor secretaris Pieter Hackius te Batavia d.d. 19-2-1650.
[325]
Op 20-1-1656 gaat Pieter van Waesbergen, boeckvercoper, akkoord met de behandeling van zijn zaak tegen Joannis Neramis, boeckvercoper, zoals die door Joannes van Weel notaris en procureur behandeld is en tegen Hieronimus Carim of Caum, lettersetter en boekdrucker, en die tegen Abraham Jansz Leffers anders genoemd Lessenaer, boeckbinder. Hij machtigt hem verder te gaan met de zaak tegen Abraham Jansz Leffers. Verder machtigt hij Mr. Pieter Verschuer advocaat om met zijn zaken verder te gaan.
[326]
Uit zijn eerste huwelijk (van Waesberghe-la Vie) geboren te Rotterdam :[327]
-
a. Johan van Waesberghe, geb. april 1628, ovl. jong? (beg. niet te Rotterdam gevonden).
-
b. Johan van Waesberghe, ged. Rotterdam geref. 12-6-1631 (get. Aberam Waesberge, Maeika Arigens Cock, de moeder heet hier Elijsabet Waesberge, sic!), ovl. jong? (beg. niet te Rotterdam gevonden).
-
c. Abraham van Waesberghe, geb./ged. Rotterdam geref. 23/29-10-1632 [328]
) in de Lombertstraat, in 't "Eiland van Madera",[329]
(get. Aberam Waesberge, Dina Waesberge, Rebecka Waesberge), ovl./beg. Rotterdam Grote K. 26/30-4-1707, (=kw. nr. 678).
-
d. Sara van Waesberghe, ged. Rotterdam geref. 3-6-1634 (get. Davit van Hogenhuise, Mr. Philijps Durien, Catarijna Elsevijer), ovl. (1663-1682?) (beg. niet te Rotterdam gevonden), j.d., afkomstig van Rotterdam, woont op Steijger bij de Merct (1657),
doopget. (1659, 1663),
otr./tr. Rotterdam geref. 25-2/13-3-1657[330]
Martinus (Marthijn, Maartijn) Mijtens (Mijters, Mijtheus), ovl. (1674-1682?) (beg. niet te Rotterdam gevonden), j.m., afkomstig van en wonend te 's Gravenhage (1657),
doopget. (1663..1674),
verm. zn. van Abraham Mijtens, zadelmaker te 's-Gravenhage,
en Sara Elsevier.[331]
Hij hertr. verm. Jacobmina de Graeff, die in 1682 als
wed. van Martinus Mijtens hertr. met
Mr. Johan Hallingh, commissaris generaal der legerschepen. [332]
-
e. Elisabeth van Waesberghe, ged. Rotterdam geref. 10-9-1637 (get. Abaram Elsevier, Jacomine de Boijs), beg. niet te Rotterdam gevonden.
Uit zijn tweede huwelijk (van Waesberge-van Tuijl) :
-
f. Johannis van Waesberge, ged. geref. Rotterdam 11-8-1661 (get. Abraham van Waesberge en Marija van Dijck), beg. niet te Rotterdam gevonden.
1358. GERRIDT (GERARDUS) WILLEMSZ VAN DIJ(C)K, geb. Utrecht, beg. Rotterdam 6-7-1664 (als Gerrit Dijk, weduwnaar), woont te Utrecht (1630),
notaris, deurwaarder voor het Hof van Utrecht,
doopget. (1660)
otr./tr. Utrecht schepenen/RK 22/29-5-1630 (beide zijn RK)
1359. MEIJNTJE (WE(IJ)NDELMOED) HARMENS (VAN RAMSDONCK), geb. Utrecht, ovl. vóór 1664 (volgens onbekende Ref. Rotterdam 3-6-1660, doch aldaar geen beg. gevonden), woont te Utrecht (1630).
Weijndelmoed van Ramsdonck en echtgenoot Gerrit vanDijck, deurwaarder aan het Hof, vragen octrooi aan om te testeren 2-3-1631 (Dirk Bosch, procureur).[333]
Uit dit huwelijk geboren te Utrecht (o.a.?, RK doopboek Utrecht begint pas ...) :
-
a. Maria van Dijck, geb. 4-11-1632 [334].
-
b. Wijnanda van Dijck, filiatie niet bewezen,
j.d., wonend te Utrecht (1659, 1660, 1676), otr. 1o Utrecht schepenen, RK 20-7-1659
Dirk (Theodorus) Cincq, j.m. wonend te Gouda.
otr. 2o Amsterdam (pui)/Utrecht (schepenen), RK 1/5-5-1660 (get. Steijntje ..., sijn moeder)
Bernard(Barent) van Staden, ovl. vóór 1696, coopman (1660, 1676), wonend te Amsterdam (1660), verfverkoper ald. (voor 1696).
woont op de Nieuwendijk.
Uit dit huwelijk gedoopt te Amsterdam(¥) :
| COMMENTAAR(¥)
zijn er wellicht eerder kinderen elders geboren?
|
-
1. Jacomijntje van Staden, ged. Oud Kath. Amsterdam Brouwers K. 26-10-1669 (get. Wilhelm de Reede en Jacomijntje van Vliet).
-
2. Cornelis van Stade, ged. RK Amsterdam De Lely 10-12-1672 (get. Cornelia van Dijck).
-
3. Franciscus Melchior van Staden, ged. RK Amsterdam De Lely 7-1-1675 (get. Christiaen van Staden), wijnverlater, poorter van Amsterdam 9-5-1696.
-
4. Pieter van Staden, ged. RK Amsterdam De Lely 19-10-1676 (get. Petrus van Staden), wijnverkoper, poorter van Amsterdam 15-4-1700.
-
5. Jacobus Nicolaas van Staden, ged. Amsterdam RK De Lely 20-1-1679 (get. Gerardus van Staden).
-
6. Jan van Staden, geb. ?, verfverkoper, poorter van Amsterdam 30-9-1697.
-
c. Cornelia van Dijck, ovl. 1672-1676, doopget. 1672.
-
d. Rijckje van Dijck, te Utrecht (1676).
-
e. Harmanus van Dijck, te West-Indie (1676).
-
f. Jacomina van Dijck, tr. vóór 1676
Pieter van Vliet.
-
g. Willem van Dijck, filiatie niet bewezen,
doopget. (1659).
Kohier van de 200e penning van Rijnland 1676, Nieuwkoop :
Cornelia van Dijck, overleden. Haar erven zijn Rijckje van Dijck te Utrecht, Harmanus van Dijck in West-Indie, Marya van Dijck te Rotterdam, Wijnanda van Dijck echtgenote van Barent van Staden, koopman op de Voorburgwal bij de Jan Rompers Coornsteeg in Amsterdam, en Jacomina van Dijck echtgenote van Pieter van Vliet, tegenover de Deventer Houtmarkt te Amsterdam.[335]
1360. Ds. JACOB(US) (JANS) RIDDERUS, geb. Leiden 1594, ovl. Middelharnis 1663, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 13-4-1619,[336]
afkomstig van Leiden, predikant te Warmenhuysen bij Alkmaer (1617),
Middelharnis (1621-1663, bevestigd 30-11-1621),[337]
doopget. (1653, 1661), tr. 2o [338]
MARIA VAN DER WELLE, ovl. na 1660, wed. van Ds. Johannes Courtensis, predikant te Nieuwenhoven (1619), en Goedereede (1621-'47),
otr. 1o Leiden geref. 1-9-1617 (get. Jan de Ridder, zijn vader, en Phillippina Pit, haar zuster)
1361. ANNA PIT, geb. vóór ca. 1600, afkomstig van Leiden (1617).
Acta van de kerkeraad van Middelharnis van 3 Julij 1635: "D. Ridderus heeft volgens
syne credentie raet van de E. Vergaderinge gesocht om te steuten
ende voor te comen de groote insolentie ende stouticheyt van de
Mennisten, derselver stouticheyt eenige exemplen verhalende. De
Vergaderinge heeft goetgevonden dat D. Ridderus, geassisteert met
D. Hartwech ende D. Pantechem, eerst dese insolentie sullen remonstreren
aen de Ambachtsheeren met versoeck dat deselfde door
haer authoriteit geweert werde, ende niet connende iet vruchtbairlix
utrichten, sullen vermogen verder te remonstreren by de Hooge
Overicheyt, ja alles int werck te stellen wat sy om een goet effect
te betomen sullen goetvinden te behooren."[339]
Ds. Jacobus Ridderus, predikant te Middelharnis, treedt op als getuige in akten van huw. voorw. 21-3-1636,[340]
testament 30-9-1636, 15-7-1637, 17-7-1637,[341]
en huw. voorw. 6-5-1648.[342]
Uit het huwelijk (Ridderus-Pit) geboren (o.a.?) :
-
a. Adriaan Ridderus, geb. Middelharnis, (=kw. nr. 680).
-
b. Ds. Franciscus Ridderus, geb. 1620 [343], ovl./beg. Rotterdam in de kerk 11/15-1-1683 (als Frantssijtochets Rodereijts (sic!)), vermeld als getuige in een akte van procuratie te Maassluis 30-9-1636,[344]
ingeschreven als student filosofie 2-3-1638 en theologie 27-11-1642 aan de Universiteit van Leiden,[345]
doopget. (1649..1679),
op 13-1-1655 aangesteld als examinator voor een nieuw aan te stellen predikant in Hellevoetsluis, die hij op 25-4-1655 bevestigt,[346],
proponent in 1643,
predikant te Schermerhorn (1644), Brielle 19-1-1648 tot 30-4-1656,
Rotterdam 7-5-1656 tot 11-1-1683, wijdde
als oudste leraar op 1-1-1682 de Nieuwe- of Oosterkerk
in, was vele malen afgevaardigde op de Particuliere
Synode van Zu•d-Holland en enige jaren visitator, Curator van
de Latijnse school (1655), schreef vele stichtelijke
boeken en liederen, welke gaarne gelezen werden, maar zijn
aanstotelijk gedicht "Priesterlijk Bruylofs-Bedde", een
Hooglieds-allegorie, heeft vele pennen in beweging gebracht,[347]
woont te Oppert b.d. Lommertssebregge (1683),
otr. 1o Brielle 10-1-1649[348]
otr./tr. 1o Delft Nieuwe K. geref. 10-1-1649
Sara van der Mast, ged. Delft Oude K. 28-10-1620 (get. Arent Jacobsz van der Graef, Maria van Berensteijn), beg. Delft Oude K. 10-10-1649 (als huisvrouw van Franciscus Ridderis, predicant te Brielle), j.d. te Delft,
dr. van Claes van der Mast en Catrijna van der Mast,
tr. 2o Brielle 24-10-1651[349]
Alida van Ophoven, ovl. vóór 1659, otr./tr. 3o Rotterdam geref. 16-11/2-12-1659[350]
Anna Jansdr de Loo, beg. Rotterdam Grote K. (eigen graf) 5-8-1710 (als wed. van Fransiskes Redderes, wonend te Oppert bij de Lommertse breg), wed. van Henricus Goeree, predikant, woont Botersloot te Rotterdam (1659),
doopget. (1679).
Acta van de kerkeraad van Middelharnis van 3 Julij 1635: "D. Ridderus heeft volgens
syne credentie raet van de E. Vergaderinge gesocht om te steuten
ende voor te comen de groote insolentie ende stouticheyt van de
Mennisten, derselver stouticheyt eenige exemplen verhalende. De
Vergaderinge heeft goetgevonden dat D. Ridderus, geassisteert met
D. Hartwech ende D. Pantechem, eerst dese insolentie sullen remonstreren
aen de Ambachtsheeren met versoeck dat deselfde door
haer authoriteit geweert werde, ende niet connende iet vruchtbairlix
utrichten, sullen vermogen verder te remonstreren by de Hooge
Overicheyt, ja alles int werck te stellen wat sy om een goet effect
te betomen sullen goetvinden te behooren."[351]
Publicaties van Franciscus Ridderus:[352]
,[353]
Voorbeeld van een waar Predikant.
Weegschaal des Heylidoms.
Sevenderlei Gezigten over het Lijden van CHRISTUS.
Worstelende kerk door allerlei Dwalingen en Ketterijen.
Drieweeksche Voorbereyding of Samenspraak tusschen NARIA, MARTHA en LAZARUS.
Bloedspiegel der Religie of Kort en Beknopt
Huys-Martelaarsboekje, waarin alle de byzondere
gevallen en ontmoetingen van de Martelaaren, en byzonder haare laatste woorden worden
overhandeld, by wyze van Samemspraak.
Mensche Gods. (Hoorn 1658)
Historisch A, B, C. (Amsterdam, 1664)
Nuttige Tijdkorter. (Rotterdam 1664)
Nodige Tijdkorter in Oorlog en Vreede. (Rotterdam 1664)
Apollos of verantwoordinge van de Leere der
Gereformeerde Kerke. (Rotterdam 1670)
Dag boven dag. (Rotterdam 1670)
Historiesch Doop- en Avondmaal. (Amsterdam 1672)
Historisch Mensch. (Rotterdam 1672)
De Historische Fransman, Engelsman,
Spanjaart (gepast op de onderdrukte staat van
ons Vaderlant), Hollander en Kerk-Spiegel.
(Rotterdam 1673)
De dolende Herder. (1673)
Schriftuurlijk Licht. (Rotterdam 1675)
Proces voor God tegen Allerlei Atheisten.
(Rotterdam 1678)
Trappen des Heiligdoms. (1678)
Beschaamde Christen overtuygt door het Leven
der Heydenen. (Amsterdam 1679)
Aanmerkingen (Leerredenen) over verscheidene
texten der H. Schrifture. (Amsterdam 1681)
Over den Catechismus. (1687)
Leven van JEZUS CHRISTUS. (Amsterdam 1714)
De godsalige SARA en eenige brieven. (Amsterdam 1715)
Huysoeffening. (Amsterdam 1715)
Wegwijzer naar den Hemel. (Amsterdam 1716)
Historiesch Sterfhuis. (4de druk. Leyden 1737)
Den Christelijken Feestdag. (Amsterdam 1739)
Reis-Discours tussen een Burger, een Student
en een Reyziger op het verscheynen van de
Comeet-Sterre. (Amsterdam 1744)
Doop en zaligheit der Christen kinderen.
(Leyden 1738, Amsterdam 1745)
De eigenschappen en groote aangelegentheit
van een Opperbevelhebber zoo te waater als te
Lande, in tijden van Oorlogs Dienst, in deeze
tijdsomstandigheden, doormengt met opmerkenswaardige
voorbeelden der beiden, in Saamenspraaken
gesteld. (Amsterdam 1747)
Poezie:
Huysgesangen.
Priesterlijk Bruilofts-Bedde, Geheiligt door nuttige gedagten, en alzoo
bereid voor den Eerwaardigen, Godtsaligen
zeer geleerden Ds. CAROLUS URSINUS, Predikant
in Helvoetsluis, en de Eerbare Deugt- en
Zegenrijke Juffrouw CLARA BENTIUS, 't Samen
getreden in den Echten staat op den 26
November 1658, te Leyden.
Uit zijn derde huwelijk:[354]
-
1. Anna Ridderus, ged. Rotterdam geref. l5-9-1660 (get. Ds. Abraham van der Velde, Maria Welle).
-
2. Johannes (Jan) Ridder(i)us, ged. geref. Rotterdam 27-12-1661 (get. Jacobus Ridderius, Petronella Capermans), beg. Delft Nieuwe K. (in de kerk) 26-2-1716(¥), koopman te Delft (1698),
otr. Delft Nieuwe Kerk 7-8-1688
Mari(j)a van Zijl (Sijl), beg. Delft Nieuwe K. 1-12-1708.
COMMENTAAR(¥)
Hoe valt dit te rijmen met
Johannets Rijddeeris, j.m. en zn. van Frantssoeijts Rijddeeres en Anna de Loo, wonend te Oppert,
beg. Rotterdam 1-7-1680.
|
|
Handtekeningen, waaronder die van Joannes Ridderus (1661-1716), onder de hieronder beschreven akte van attestatie d.d. 11-12-1698.
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Op 11-12-1698 verklaren Isbrand van der Elst, Abraham Corssendonck, Joannes Ridderus, Cornelis Luda, Abaraham Paradijs, Willem Kinke en Jochem van den Ende, allen coopluijden te Delft, ten verzoeke van Joannes Femwijck?, coopman ende raffinadeur te Rotterdam, dat zij gedurende 3 jaren met hem handel gedreven hebben, en dat hij een eerlijck ende fatsoenlijk coopman is.
[355]
-
aa. Petronella Ridderus, ged. geref. Delft Oude K. 2-8-1689 (get. Henrij Gruns, Petronella Harpermans (sic!), Cornelia de Haan).
-
bb. Evert Ridderus, ged. geref. Delft Nieuwe K. 5-7-1691 (get. Evert van Sijl, Sophia van Sijl), ovl. jong (1696?).
-
cc. Catrijna (Catharina) Ridderus, ged. geref. Delft Nieuwe K. 11-1-1693 (get. Evert van Sijl, Sophija van Sijl), beg. Delft Nieuwe K. 4-9-1736.
-
dd. Adriana Ridderus, ged. geref. Delft Nieuwe K. 5-1-1696 (get. Robartus van Sijl, Petronella Kapermans).
-
ee. Everd Ridderus, ged. geref. Delft Oude K. 15-9-1698 (get. Evert van Zijl, Sophia van Zijl), ovl. jong (1702?).
-
ff. NN Ridderus;, geb./beg. Delft Nieuwe K. 16-11-1703 (dood kind).
-
gg. Evert Ridderus, ged. geref. Delft Oude K. 13-11-1708 (get. Evert van Sijl, Soffija van Sijl).
Er wordt driemaal een onbenoemd kind van Johannes Ridderus beg. Delft Nieuwe K. 13-3-1696, 21-4-1702, 7-5-1709. En voorts een Johannes Ridderus, beg. 16-11-1703.
-
3. Jacobus Ridderus, ged. Rotterdam geref. 6-6-1664 (get. Herman van den Berge, Sara Ridderus).
-
c. Sara Ridderus, doopget. (1653..1665).
tr. wellicht
Cornelis Jans, doopget. (1659)
1362. JAN DAVIDSZ CAPERMAN, geb. vóór ca. 1605, ovl. na 16230, parentatie niet bewezen,
belender te Geervliet bij de Hoenderhoekseweg (1632),
Op 8-11-1628 transporteert Jan Davidsz Caperman aan Cornelis Ariens Compeer als oom en voogd van de weeskinderen van Cornelis Ariens Compeer (sic, bedoeld zal zijn Gerrit) - 3 G in Oud Markenburg (belend n. Claas Gillisz, o. Wouter Jacobsz, z. de kinderen van Lenert Ariens, w. de Hogelandseweg. - 1 G 100 R in Oud Tolland (belend o. de Noorddijk, z. Lodewijk de Labije, w. Meeus Thomasz, n. Cornelis Jansz burgemeester). [356]
Op 16-11-1628 wordt Jan Davidsz Caperman, bij overdracht door
mr. Maximiliaan van Bekerke, beleend met 1/6 deel van de Middeldijk van de
Kapershoek (sic!) strekkend van de scheiding van Geervliet en Spijkenisse tot
Oosterlekerdam, zo breed als beide sloten. Het hele leen is belast met 3 pond
hollands jaarlijks en leenroerig aan de hofstede Putten.[357]
Op 20-8-1629 bekent Jan Davidsz Caperman aan de erfgenamen van Hendrik Jansz in leven gewoond hebbende aan de Conijndijk, een schuld van ƒ 2000 wegens koop van een huis, erf, keet, berge etc. aan de Conijndijk en een boomgaard in Schiekamp tegenover de woning, met overname van 60 G bruikwaar. [358]
Op 23-2-1630 transporteren Jan Davidsz Caperman en Arie Dirksz Hoenderhoek als erfgenamen van wijlen David Jansz Caperman aan Johan v.d. Werve, heer van Urk en Emmeloord, 4 G in Oud Noordeland (belend o. de koper, z. de Geervlietsedijk, w. de koper en de vrouwe van Ghijssenburg, n. de Oud-Noordelandsedijk). [359]
Op 23-2-1630 transporteren de erfgenamen van David Jansz Caperman aan Jacob Ariens Koelbier, schepen van Geervliet, ca 1 G buitengors aan de Oudhoenderhoeksedijk (belend o. en w. de erfgenamen van Beresteijn, z. de Bernisse, n. voornoemde dijk). [360]
-
a. Pieternella Jans Caperman, geb. Geervliet vóór ca. 1630, (=kw. nr. 681).
-
b. Cornelis Jansz Kaperman, die compareert te Heer Simonshaven 1-6-1669 met
Jorisie Jacobs Paling(¥).
| COMMENTAAR(¥)
ZOEK OP, ARA, ORA Heer Simonshaven D XLII, dl. 10
|
1366. = 1354. JAN WILLEMSZ SCHIM.
1367. = 1355. CLAESJE CLAES TOUWE.
1368. JOORIS MAERT(EN)SZ (VISSCHER)(¥), ovl. 1636-1643, wordt genoemd als Jooris Maertsz, vader van Ary Jorisz, bij de doop van diens zoon Joris Arens in 1636,
tr. vóór ca. 1609?
1369. CRIJNTGEN HUBRECHTSDR.
Crijntgen Hubrechtsdr, wonend te Maassluis, wed. van Joris Maertss Visscher, testeert te Maassluis 5-9-1643. Zij is moeder van Jan Joriss.
-
a. Ary Jorisz Bo(o)g(a)ert ("alias Sluys"), geb. 1609[361], beg. Maassluis 17-8-1672, (=kw. nr. 684).
-
c. Lenaert Jorisz, ged. geref. Maassluis 8-4-1612 (vadersnaam Joris Maertensz, geen moedersnaam genoemd).
-
d. Liedewij Joris, ged. geref. Maassluis 19-3-1619 (vadersnaam Joris Maertensz, geen moedersnaam genoemd).
-
e. Geertgen Joris, ged. geref. Maassluis 7-7-1624 (vadersnaam Jooris Maertensz, geen moedersnaam genoemd).
-
f. Maertgen Jorisz, ged. geref. Maassluis 29-11-1626(vadersnaam Joris Maertensz, geen moedersnaam genoemd).
| COMMENTAAR(¥)
Niet goed is hier vermoedelijk:
1368. JORIS ARENTSZ (BOGERT), ovl. vóór 3-3-1634,[362]
stierman.
1369. GEERTGEN JANSDR[363], ovl. vóór 31-12-1614.
|
1370. = 2690. GOVERT PIETERSZ VAN WIJN.
1371. = 2691. TRIJNTJE JACOBSDR VAN VELDEN.
1372. LEENDERT GERRITSZ BOCXHOORN, geb. Maasland 1574/75, ovl./beg. Maassluis Grote K. 1-10-1638/okt. 1638 (graf nr. 141) [364], diaken (1608) [365] en
ouderling (1637) [366] van de geref. kerk,
koopman, burgemeester (1622..1634), schepen (1636-1637) van Maassluis
[367] en als reder/boekhouder gecommitteerde van de visserij
aldaar (1612, 1616, 1620),[368]
koopman (1622..1638),
reder (1616..1635) te Maassluis,
tr. 2o 1631-1638
NEELTGE GERRITSDR, ovl. na 1643, koopvrouw (1641), woont te Maassluis (1638..1643),
tr. 1o voor 1607
1373. TEUNTJE WILLEMS, ovl./beg. Maassluis Grote K. 31-3/april-1631 (graf nr. 141) [369].
Graf nr. 141 in de grote Kerk van Maassluis:[370]
Dit graf hoort toe Gerret Leenderts Buxhoorn.
(Twee wapens : 1. drie springende bokken. Helmteken: een boom.)
Hier leyt begraven Trientgen Willemsd. sterf den 31e
Maert anno 1631.
Hier leyt begraven Leendert Gerritz. Buxhoorn sterf den ... October 1638 was out 63 jaren.
Hier leyt begraven Leentje Gerritdr. Buxhoorn sterf
den 19 November 1646 was out 14 jaer en 7 maenden.
Hier leyt begraven Gerrit Leendertsz. Buxhoorn stierf
den 2en November ao. 1670 was out 63 jaren en 5 maenden.
Graf nr. 179:
den 4 Octob. 1715 sterf Leendert G. B. out 72 jaer.
Op 14-7-1634 machtigen
Leonardt Gerritsz Bocxhoorn, Aert Jansz van Waerdenburch, en Adriaen Jansz Schoonhoven, mede namens Gerrit Cornelisz Boudesteyn, en Hendrick Steffensz van der Laen, regenten van het dorp van Maessluys, Cornelis Pieck, procureur, om hun zaken in rechte waar te nemen.
[371]
Op 9-10-1634 komen
Aerten Jansz Waerdenburch en Leendert Gerritsz Bocxhoorn uit Maeslantsluys, reders, en Dirck Wijersz Vonck, schipper van het schip de Fortuyn, te Sleckvoorden in Noorwegen geladen met hout, overeen dat de laatste een waarborg van 600 carolusgulden betaalt nu het schip veilig ligt afgemeerd aan het Haringvliet hier ter stede, nadat het door Oostendenaers onder Jasper Houttebeen was genomen doch na 4 etmalen ontzet door Flips Jacobsz Schoneman, capiteyn, die voor voornoemde reders vaart.
[372]
Op 30-6-1635 presenteert
notaris Nicolaas Vogel Adriaansz aan Gerard Pijl, vendumeester van de admiraliteyt, een insinuatie.
Voorn. Pijl is mede-reder van het schip ten oorloge ter zee, ter vrije nering uitgerust op bestelling van de Prince van Oranigen met capiteyn Philips Jacobsz Schoneman van Delfshaven.
Dit schip, de St. Thomas met schipper Jan Wijnton, heeft 25 stukken laken vervoerd, waard volgens de reders 400 ponden Vlaems.
De lading is opnieuw getaxeerd door Jan Quarles en Joris Chaundler, cooplieden van de Engelsche natie, en geschat op 301 pond en 9 schellingen.
Bij afwezigheid van voorn. Pijl is de insinuatie overhandigd aan Leonard Gerardsz Bocxhoorn en Aert Jansz van Waerdenburch, beiden wonend te Maassluys en mede-reders, en wordt geprotesteerd tegen deze mistaxatie en de hierdoor opgelopen schade.
De opdrachtgever ondertekent met Barney Reymes.
[373]
Op 20-12-1635 komen
Nicolaes de Smith, coopman te Gent in Vlaenderen, Louijs Jacobsz Vermande, eveneens coopman en Leendert Gerritsz Bocxhoorn uit Maessluys, met elkaar overeen dat de laatste in Brielle, Vlaerdingen en Maessluys zoveel mogelijk cabeljau, schelvis, heylbot en eventueel gezouten vis zal opkopen en naar Biervliet zenden, waarna hij met wisselbrieven zal worden betaald.
[374]
Op 25-9-1636 compareert te Maassluis Leendert Gerritsz Bocxhoorn, oud 61 jr., koopman te Maassluis, voor een Attestatie.
[375]
Op 28-9-1638 compareren te Maassluis Leendert Gerritsz Bocxhoorn, koopman wonend te Maassluis en zijn echtgenote Neeltge Gerritsdr wonend te Maassluis, voor een Akte van voogdij.
[376]
Neeltgen Gerritsdr, wed. van Leendert Gerritss Bocxhoorn, koopvrouw wonend te Maassluis, compareert te Maassluis voor akten van Procuratie 5-3-1641 en 1-3-1643.
[377]
Uit zijn eerste huwelijk (Boxhoorn-Willems) (o.a.?)(¥):
COMMENTAAR(¥)
In Maassluis worden verder nog geref. gedoopt de volgende kinderen van Le(e)n(d)ert Gerritsz (geen moedersnaam genoemd):
Maritgen, 23-1-1611,
Barbertge, 2-12-1612,
Leentgen, 31-3-1613,
Jannittgen, 06-9-1615,
Jannittgen, 14-5-1617.
Het is onzeker of dit ook kinderen van Leendert Gerritss Bocxhoorn zijn.
|
-
a. Gerrit Leendertsz Boxhoorn, geb. mei 1607, ovl./beg. Maassluis Grote K. 2-11/nov-1670 (graf nr. 141), (=kw. nr. 686).
-
b. Willem Leendertsz Bucxhoorn, in een Akte van voogdij d.d. 4-3-1640 broer genoemd van Gerrit Leendertsz Boxhoorn,
[378]
caegenaar en koopman (1639),
commissaris te Maassluis (1661),
Willem Leendersz Boxhoorn te Maessluijs vermeld (1664) in de reeckeningh, bewijs ende reliqua van wijlen Jannetge Cornelisdr, in haar leven weduwe en boedelhoudster van Gerrit Dircxsz. Peurman,
[379]
Op 1-10-1661 transporteert
Willem Leendersz Bocxshoorn, commissaris te Maassluis, administrerende voogd over de twee nagelaten kinderen van Pieter Cornelisz van Dorp en Trijntge Jansdr 't Hoen, beiden overleden, in die kwaliteit aan en ten behoeve van Cornelis Jansz van Aert en diens vrouw, Stijntge Cornelis, wonenede te Vlaardingen. een obligatie ten laste van voorn. Pieter Cornelisz van Dorp als principaal en Cornelis Jansz van Dorp en voorn. Willem Leendersz Bocxshoorn als borgen een obligatie ten laste van Dirck Louwerisz Bouman, wonend in Maasland met Cornelis Louwerisz Bouman en Jan Willemsz Seijlmaker als borgen een obligatie ten laste van voorn. Cornelis Jansz van Aert, nog een dito obligatie. Voorn. Cornelis Jansz van Aert en diens vrouw verklaarden bovendien nog in contanten ontvangen te hebben van voorn. Bocxshoorn een som van 3095,- ter voldoening van het gelijke bedrag als Maertge Pieters van Dorp, dochter van voorn. Pieter Cornelisz van Dorp, heeft gelegateerd aan de huisvrouw van voorn. Cornelis Jansz van Aert.
[380]
-
1. Willempge Willems Bucxhoorn, ged. Maassluis 20-6-1639.
Uit zijn tweede huwelijk (Boxhoorn-Gerritss) (geen moedersnaam genoemd):
-
d. Pieter Leenderts Bocxhoorn, ged. geref. Maassluis 28-11-1632 (vader Leendert Gerritsz Bocxhoorn, coopman).
-
e. Jan Leenderts Bocxhoorn, ged. geref. Maassluis 19-11-1634 (vader Leendert Gerritsz Bocxhoorn, coopman), ovl. jong?
-
f. Teuntgen Leenderts Bocxhoorn, ged. geref. Maassluis 11-5-1636 (vader Leendert Gerritsz Bucxhoorn, coopman).
-
g. Jan Leenderts Bocxhoorn, ged. geref. Maassluis 26-7-1637 (vader Leendert Gerritsz Bucxhoorn, coopman).
vul aan Boxhoorn OV 52(1997)804
1374. HERTICH ARYENSZ (HOOGHWERF)(¥), tr. Maassluis 11-1-1609
1375. AELTJE FRANSEN.
COMMENTAAR(¥)
Is hij mogelijk een broer van Lenert Adriaensz Hartoich, ovl. 1586-1593,
die tr. Maertgen Heindricxdr, ovl. na 1593, woont dan St. Pieterssteeg
te Schiedam, uit welk echtpaar Cornelis Leenderts Hartich
te Schiedam [382]?
of verwant aan Aryen Symonsz de Hoochwerff, tr. Naaldwijk 26-11-1617 Lidewij Jansdr.[383]
|
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Maertgen Hertochs (Hoogwerf), geb. (doop niet gevonden), (=kw. nr. 687).
-
b. Adrijaen Hertochs (Hoogwerf), ged. geref. Maassluis 13-2-1611 (vader Hector Adrijaensz).
-
c. Adrijaen Hertochs Hoogwerf, ged. geref. Maassluis 1-1-1612 (vader Hertich Adrijaensz). ZOEK OP Ref. [384].
1376. LUCAS JANSZ (VAN VOLKOM), geb. Dordrecht, betaalt ƒ 2 hoofdgeld (1622) als eigenaar van een huis aan de Steegoversloot, met huurwaarde YYY, bewoond door 1 man,
[385]
schippersgezel onder de kapitein van de ponten van Dordrecht wonend op het Nieuwkerkhof te Dordrecht (1627),
otr. Dordrecht (schepenen?) 12-9-1627
otr./tr. Dordrecht geref. 26-9/5-12-1627 (in margine: Michiel de Haes, bakker, getuigt dat de moeder van de bruid hiervoor toestemming geeft),[386]
1377. SARA ABRA(HA)MS (ABRAHAM PIETERSDR), afkomstig van Haarlem, wonend in het Torenstraatje (1627).
Uit dit huwelijk (bij de dopen staan de vaders- en moedersnamen beide alleen onder patroniem):(¥)
COMMENTAAR(¥)
Er zijn in deze periode nog twee dopelingen met een vader Lucas Jansz en geen moedersnaam vermeld : naam onbekend, ged. okt 1624, Jan, ged. juni 1633.
Voorts is het mogelijk verband met de doop van Lucas, ged. 17-8-1586, vader: Lucas Jansz, moeder niet genoemd, vooralsnog onduidelijk.
|
-
a. Jan Lucasz (van Volkom), ged. geref. Dordrecht april 1628, tr. vóór ca. 1660
Digna Jochenis.
In de boedelinventaris van Jan Lucasz Volckum en zijn vrouw Digna Jochenis (10-12-1676) worden o.a. de volgende schilderijen genoemd :
4 schilderijkens daer jn tsamen uytgebeelt het huys (ende) dorp van Spijck,
Een Zeestucxken,
Een Cupidoken,
Een Jonckeren,
Een schilderijken vande twee discipulen die naer Emaus gingen,
Drie cleyne schilderijkens met glaeskens daer toe,
Noch een schilderijken.
[387]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Lucas Jansz (van Volcum), geb. vóór ca. 1660, otr. 13-5-1685
Anna Korthals.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Digna Lucasdr (van Volcum), ged. Dordrecht 21-10-1686.
-
b. Abraham Lucasz (van Volkom), ged. geref. Dordrecht aug. 1629, (=kw. nr. 688).
1380. BAREN(D)T VERHOEVEN (VERHOEF), ged. Doopsgez. 1652.
1381. MAYCKEN GILLIS (GILLES, JIELIS, JELISSEN).
Is er een verband met een geslacht Verhoeven te Dordrecht ca. 1600-1650?[388]
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Dordrecht :
-
a. Johannes Verhoeven, ged. 28-2-1652.
-
b. Pieter Verhoeven, ged. 16-8-1652, (=kw. nr. 690).
drieling met?
-
c. Martha Verhoeven, ged. 16-8-1652, drieling met?
-
d. Ewidt Verhoeven, ged. 16-8-1652.
-
e. Gijsbertgen Verhoeven, ged. 10-6-1656.
-
f. Johannes Verhoeven, ged. 15-7-1654.
-
g. Aeltje Verhoeven, ged. 18-10-1658.
1384. ABRAHAM TARGIER (TARSIERS, TERSIER), geb. Doopsgez. Dordrecht vóór ca. 1615, ovl. Dordrecht doopsgez. 12-2-1676 ("Abraham Tergier, diaken dienaar"), j.m., twijnder wonend te Dordrecht (1640),
grutter te Dordrecht,
huw. get. (1658),
burger van Dordrecht (1671),
diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1676),
otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 28-11/26-12-1640 (get. voor hem Cornelis Dierxsz van Oosterwijck, en Tanneken Jans, haar moeder)
1385. LIJSBETH JOCHEMS VAN GENT, geb./ged. Doopsgez. Dordrecht ../22-3-1637, ovl. 1691-1699, j.d. wonend te Dordrecht (1640),
huw. get. (1678..1683).
Op 23-1-1691 verleent Ariaentje Claesdr hypotheek van ƒ 2000 aan Abraham Tergier, koopman. Als onderpand dient een pand genaamd de "Eenhoorn" in de Nieuwkerkstraat te Dordrecht, belend door
Pieter Gront, ijzerkoper, en Pieter Gront, bakker.
Overige personen Elisabeth van Gent (weduwe),
Francois Mutsert en Abraham Tergier (overleden).
[389]
In 1699 zijn de erfgenamen van de weduwe van Abraham Targier belenders in de Voorstraat te Dordrecht.
Uit dit huwelijk (o.a.?):(¥)
| COMMENTAAR(¥)
Is Agnes (Agnietje) Targier, Remonstrants lidmaat te Haarlem (1688) op attestatie, verwant?
[390]
|
-
a. Abraham Targier (Tersier), geb. Dordrecht vóór ca. 1655, ged. Doopsgez. Dordrecht 1-4-1674, beg. Dordrecht 17-5-1709, (=kw. nr. 692).
-
b. Bartelmeus (Bartholomeus) Targier (Tersier, Tresier), geb. Dordrecht vóór ca. 1645, ovl. 1701-1706, jongman, twijnder van Dordrecht (1666),
in het testament (1682) van Jannichien Cornelisdr van Oosterwijck, wed. van Thieleman van Bracht, aangewezen als voogd over
haar minderjarige erfgenamen,
is voogd van Lijntge Tielmansdr van Bracht (1686),
is voogd van Leendert van der Roer (1691),
huw. get. (1683..1701),
medekoper van de Eenhoorn (1699, zie boven).
otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 25-9/24-10-1666 (get. Abraham Tersier, zijn vader, Heijltgen Hamers, vrouw van Aert Jochemsz van Gent, haar goede bekende)
Agneesken (Angeniegie) R(e)ijmen, geb. Giessen Nieuwkerk, ovl. na 1706, jonge dochter wonend te Dordrecht (1666).
Op 21-5-1699 compareren Bartholomeus Targier, Salomon Bosgasie, als echtgenoot van Tanneken Targier, Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij, Catharina Targier, ongehuwd en Joachum Targier, broers en zusters, wonende te Dordrecht. Zij verklaren samen schuldig te zijn aan Adriana Claas, wonende te Dordrecht, een bedrag van 300 gl., spruitende ter zake van en in mindering van een somma van 2000 gl., welke Abraham Targier aan Adriana Claas schuldig is uit hoofde van een schepenenschuldbrief dd 23 jan. 1691, verzekerd op een huis genaamd "de zeeperij van den Hamer", waarvoor comparanten elk persoonlijk ook aansprakelijk zijn krachtens een gepasseerde borgtocht. Akte door comparanten ondertekend.
[391]
Er is een gedicht bekend getiteld "Op de weer-bruyloft van Bartholomueus Targier en Agnes Reijmen den 31ste october 1666".
[392]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Abraham Targier, geb. vóór ca. 1670, ovl. 1696-1731, jongman (1695),
tr. Dordrecht gerecht 27-4-1694 (get. Bartholomeus Targier, zijn vader, haar voogden Reijnier Duijsser en Gerrit van Ringht)[393]
Adriana (van) Terney, ovl. 1733-1740, jonge dochter (1695),
dr. van Tieleman van Terneij.
Op 12-1-1696 compareren Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij enerzijds en Abraham Targier, als echtgenoot van Adriana van Terneij, dochter van Tieleman van Terneij, beiden wonende te Dordrecht. Zij verklaren, dat er met betrekking tot de nalatenschap van Tieleman van Terneij tussen hen geschillen en mogelijk zelfs processen zouden kunnen ontstaan. Om die te voorkomen zijn zij overeengekomen eventuele geschillen te onderwerpen aan de arbitrale uitspraak van mr. Johan Hoynck van Papendrecht en mr. Gerard Francken, advocaten te Dordrecht. In het geval die beiden niet tot overeenstemming kunnen komen hebben comparante tot "superarbiter" gekozen Willem van Blijenburg, burgemeester van het Gerecht te Dordrecht.
[394]
De weduwe van Abram Targier (Tergier, Tresier)) betaalt verponding (1731) als eigenaar van een groot aantal huizen in Dordrecht:[395]
een huis aan de Wijnstraat, getaxeerd op ƒ 140, nieuwe aanslag ƒ 20, oude aanslag ƒ 11-13,
een huis aan de Wijnstraat, getaxeerd op ƒ 100, nieuwe aanslag ƒ 18-15, oude aanslag ƒ 8-7,
een huis aan de Voorstraat (Vriesestr.steiger-Tolbrug), getaxeerd op ƒ 120, nieuwe aanslag ƒ 10, oude aanslag ƒ 13-10,
een huis aan de Vriesestraat, getaxeerd op ƒ 66, nieuwe aanslag ƒ 5-10, oude aanslag ƒ 6-5,
een huis aan de Sarisgang, getaxeerd op ƒ 30, nieuwe aanslag ƒ 2-10, oude aanslag ƒ 4-10, (het pand is verhuurd voor 17 st.p.w. (ƒ 45).)
een huis aan de Marienbornstraat (Vest-Doelstraat), getaxeerd op ƒ 15, nieuwe aanslag ƒ 1-5, oude aanslag ƒ 2-5, (het pand is verhuurd voor 8 st.p.w. (ƒ 22.2), waarvan af een derde)
een huis aan de Marienbornstraat (Vest-Doelstraat), getaxeerd op ƒ 21, nieuwe aanslag ƒ 1-15, oude aanslag ƒ 2-17, (het pand is verhuurd voor 12 st.p.w. (ƒ 31.4), waarvan af een derde)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 12, nieuwe aanslag ƒ 1, oude aanslag ƒ 9-18,
(verhuurd voor 7 st.p.w. (ƒ 17.10)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 12, nieuwe aanslag ƒ 1, oude aanslag ƒ 0,
(verhuurd voor 7 st.p.w. (ƒ 17.10))
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 8, nieuwe aanslag ƒ 0-13, oude aanslag ƒ 0,
(verhuurd voor 7 st.p.w. (ƒ 17.10))
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 12, nieuwe aanslag ƒ 1, oude aanslag ƒ 0,
(verhuurd voor ƒ 17)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 12, nieuwe aanslag ƒ 1, oude aanslag ƒ 0,
(verhuurd voor ƒ 17)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 20, nieuwe aanslag ƒ 1-13, oude aanslag ƒ 0,
(verhuurd voor ƒ 30)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 12, nieuwe aanslag ƒ 1, oude aanslag ƒ 0,
(verhuurd voor ƒ 17)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 12, nieuwe aanslag ƒ 1, oude aanslag ƒ 0,
(verhuurd voor ƒ 17)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 7, nieuwe aanslag ƒ 0-12, oude aanslag ƒ 0,
(verhuurd voor ƒ 10)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 12, nieuwe aanslag ƒ 1, oude aanslag ƒ 0,
(verhuurd voor ƒ 17)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 12, nieuwe aanslag ƒ 1, oude aanslag ƒ 0,
(verhuurd voor ƒ 17)
In 1732 zijn de erfgenamen van Abraham Targiers belenders in de Wijnstraat te Dordrecht. In 1733 is de weduwe van Abraham Targier belender in de Wijnstraat, Vriesestraat, en Kromme Elleboog te Dordrecht (1733).
Op 26-2-1733 verkoopt Adriana van Ternij, weduwe, aan Willem Mareloo voor ƒ 100,-- een pand in de Kromme Elleboog te Dordrecht, belend door de weduwe van Abraham Backus.
Overige personen Abraham Tarsier (overleden).
[396]
Op 12-1-1740 verkopen Jan van Delwijne, koopman, en Adriana Targier en Elisabeth Targier en en
Abraham Targier, doctor, en Agneesje Targier,
1) aan Jan van Es
voor ƒ 250,-- een pand in de Sarisgang te Dordrecht, belend door
Van Akeren en Van Trigt.
[397]
2) aan Pieter Ouburgh
voor ƒ 127,-- een pand in de Marienbornstraat te Dordrecht, belend door Nijs de Raad en Barent de Visser.
[398]
De panden komen uit de nalatenschap van
Abraham Targier en Adriana van Terneij, beiden overleden.
Op 2-2-1740 verkopen Jan van Delwijne, koopman, en Adriana Targier en Elisabeth Targier en Geertruijt Targier en
Abraham Targier, arts, en Agneesje Targier,
1) aan Hendrik Kuijters
voor ƒ 760,-- een pand in de Nieuwstraat, naast een gang gelegen, te Dordrecht, belend door Nicolaas Schatteling.
[399]
2) aan Maarten van Eijgens, zakkendrager
voor ƒ 270,-- een pand in de Breestraat te Dordrecht, belend door vrouw Castendijk en Fredrik Sifferie.
[400]
3) aan Jurrianus Douw en Johannes Looff,
voor ƒ 102,-- een pand in de Stoofstraat te Dordrecht, belend door
Arij de Bie.
[401]
4) aan Aart Pell voor ƒ 87,-- een pand in de Marienbornstraat te Dordrecht, belend door
Teunis van der Eel en Nicolaas van der Valk.
[402]
5) aan Nicolaas Slijp, metselaar, voor ƒ 885,-- een pand op de Groenmarkt, bij de Visbrug gelegen, te Dordrecht, belend door
de weduwe van Johan Baalen en Urbanus Pirot.
[403]
6) aan Gerardus Bommejus voor ƒ 190,-- 12 aparte woningen op de Hil, tegenover de trappen van de Vest gelegen,
te Dordrecht, belend door
Laurens de Boeff en Pieter Pell.
[404]
De panden komen uit de nalatenschap van
Adriana van Terneij, overleden. Verder genoemd Abraham Targier (overleden).
-
aa. Adriana Targier, ovl. na 1740.
-
bb. Elisabeth Targier, geb. ca. 1694, ovl. na 1740, jonge dochter van Dordrecht (1711),
tr. Dordrecht gerecht 22-10-1711 (get. haar broer en voogd Abraham Targier, hij bij schriftelijk consent van zijn vader)
Petrus van Loon. Mennonieten vermaander te Schiedam.
-
cc. Geertruijt Targier, ovl. na 1740.
-
dd. Agneesje Targier, geb. vóór 1709, ovl. na 1750, jonge dochter van Dordrecht (1731),
otr. Dordrecht schepenen/doopsgez. 8/25-11-1731 (get. haar moeder Adriana van Terneij, weduwe van Abraham Targier wonende te Dordrecht, zijn vader Hendrick van Delwijnen wonende te Dordrecht, "hebben op 21 nov. 1731 een extract uit het klepboek gelicht om op 25 nov. 1731 in de Doopsgezinde kerk te kunnen trouwen")
Jan van Delwijnen, ovl. vóór 1750, jongman van Dordrecht (1731),
burger van Dordrecht (1732),
koopman (1740),
zn. van Hendrick van Delwijnen.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Aletta van Delwijnen, geb. vóór ca. 1735, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Dolhuisstraat (1750),
otr. Dordrecht gerecht 16-10-1750 (zij met schriftelijk consent van haar moeder Angeneesje Tarsier, weduwe van Jan van Delwijnen, "Alsoo de geboden van de voorsz. persoonen onverhindert en sonder inspraak sijn gegaan, is aan deselve daervan attestatie (en) verclaring gegeven ten eijnde in de Mennonite kerk in de huwelijken staat te konne werde bevestigt, op den 30 October")
Ds. Adam Abrahamsz Moerbeek, jongman van Kleef wonende in de Voorstraat te Dordrecht (1750).
-
ee. Dr. Abraham Targier (Tersier), geb. 1712/13, ovl. 1770, ingeschreven als student geneeskunde aan de Universiteit van Leiden 27-7-1733 ("Abrahamus Tersier, Dordraco-Batavus. 20 (jaar)"),[405]
promoveert aldaar voor de Senaat op 27-10-1739 in de geneeskunde op een dissertatie getiteld "De Vita et morte",[406]
en
practiseerde medicijnen tot aan zijn dood in 1770,[407]
diaken van de doopsgezinde gemeente.te Dordrecht (1739),
[408]
Het is niet duidelijk of deze Abraham Targier een zoon of een kleinzoon van Abraham Targier en Geertruy Terwen is. In Ref. [409]
komt wel als eerste zoon een Abraham voor, maar Ref. [410]
beweert dat hij een zoon is van de dichter Jacob Targier (zie f hieronder). Deze overlijdt echter volgens Ref. [411] ongehuwd! Gezien de naam Bartholomeus van zijn zoon, zou Dr. Abraham Targier ook een zoon kunnen zijn van Bartolomeus Targier (zie d hieronder).
Abra(ha)m Targier (Tergier, Tersier) betaalt verponding (1731) als eigenaar van een groot aantal huizen in Dordrecht:[412]
een huis aan de Stoofstraat Vestzijde, getaxeerd op ƒ 13, nieuwe aanslag ƒ 1-2, oude aanslag ƒ 0, (geen oude verp. 8 st.p.w. (ƒ 20.16), waarvan af een derde)
een huis aan de Kromme Elleboog overzijde, getaxeerd op ƒ 14, nieuwe aanslag ƒ 2-12, oude aanslag ƒ 1-3 (het pand is verhuurd voor 8 st.p.w. (ƒ 20.16), waarvan af een derde)
een huis aan de Vriesestraat, getaxeerd op ƒ 100, nieuwe aanslag ƒ 8-7, oude aanslag ƒ 6-15,
een huis aan de Nieuwe Breestraat, getaxeerd op ƒ 36, nieuwe aanslag ƒ 3, oude aanslag ƒ 4-10,
een huis aan de Voorstraat (Nieuwkerkstr-Weeshuisstr.), getaxeerd op ƒ 160, nieuwe aanslag ƒ 13-7, oude aanslag ƒ 22-10,
-
aaa. Dr. Bartholomeus Tersier, geb. Dordrecht 16-1-1744, ovl. Haarlem 16-8-1824,[413]
ingeschreven als student geneeskunde aan de Universiteit van Leiden 16-9-1765 ("Bartholomeus Tersier, Dordracensis, 21 (jaar)"),[414]
promoveert aldaar op 31-7-1769 in de geneeskunde op een dissertatie getiteld "De Intempestivo remediorum usu",[415]
of [416]
practiseerde medicijnen in Haarlem gedurende meer dan vijftig jaar,[417]
bestuurder van de doopsgezinde Peuzelaarsteeg gemeente (1772-1824),[418]
aktief patriot, mede-oprichter van het Comité van zekerheid (27-8-1793),[419]
en lid van de nieuwe Municipaliteit per 21-1-1795,
komt voor als nummer 2 op een tekening van Wybrand Hendriks voorstellende de gewapende burgers op 19-1-1795 in de Goude Leeuw te Haarlem,
wordt op 22-1-1795 aangesteld als Vervanger van
de Weesmeesters,[420]
wordt 19-5-1811 lid van de Municipale Raad,[421]
bewoonde Grote Houtstraat 69 (wijk 3/613), dat sinds
4-3-1786 zijn eigendom was,
eigenaar van de mout- en pelmolen Het Fortuin aan het Noorder Buiten Spaarne en van de korenmolen de Zijl aan de Zijlweg, die beide beheerd werden door Coenraad Ritsema,
behoorde tot de honderd hoogstaangeslagen Haarlemmers in 1813,
verzamelaar, wiens boeken en rariteiten op 29-9-1825 in de concertzaal aan de Krutsstraat werden verkocht,[422]
tr. Haarlem 9-3-1798[423]
Geertruyd Vriends, geb. Haarlem 2-9-1758, ovl. Haarlem. Heruit geen kinderen.
Publicaties van Bartholomeus Tersier:
-
De behandeling der ingeënte op de natuurlijke kinderpokjes toegepast, Uitg. Francois Bohn, Haarlem, 1797.[424]
-
Joseph Jakob von Plenk, Materia Chirurgica of verhandeling over de werkingen der Middelen, die in de heelkunde gebruikelijk zyn, vertaling van het Duits in het Nederlands door Bartholomeus Tersier, Uitg. Gisbert Timon van Paddenburg, Utrecht, 1772.
-
Nieuwe natuur- en geneeskundige bibliotheek, Amsterdam, 1774, 3 delen
-
De geneeswijze der drenkelingen, Leiden, 1794, en een vervolg hierop
in een brief aan Martinus van Marum
-
Onderrigtingen omtrent de manier om den beetwortel te verbouwen, vermeerderd door Mr. Th. van Swinderen (Groningen , 1811). [425]
|
Dr. Bartholomeus Tersier (1744-1824), wandelend aan het Korte
Spaarne met op de achtergrond een van zijn bezittingen: molen Het Fortuin.
Geportretteerd door Johannes Pieter Visser Bender (1785-1813). [426]
|
Frontpagina van het boek "Materia Chirurgica of verhandeling over de werkingen der Middelen, die in de heelkunde gebruikelijk zyn", door Joseph Jakob von Plenk, vertaald uit het Duits in het Nederlands door Bartholomeus Tersier (1744-1824), en uitgegeven door Gisbert Timon van Paddenburg, Utrecht, 1772.
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
-
bbb. Abraham Tersier, geb. Dordrecht vóór ca. 1745, filiatie niet bewezen,
ingeschreven aug. 1761 als student aan het Doopsgezinde Seminarie vanwege de gemeente onder 't Lam te Amsterdam, heeft de studie gestaakt in 1768,[427]
ingeschreven als student aan de Universiteit van Franeker 1-11-1769 ("Abraham Tersier, Dordraco Batavus, gratis").[428]
laatste dienaar van de kleiene doopsgezinde gemeente in Middelharnis (1771-1804). [429]
-
c. Susanneke(n) Tresier (Targier), geb. vóór ca. 1660, ovl. Dordrecht doopsgez. 8-9-1681 ("Susanneken Targier, vrouw van Joost Prick"), jonge dochter van Dordrecht (1680),
otr./tr. Dordrecht schepenen/doopsgez. 11/29-9-1680 (get. Susanna de Bruijn, zijn moeder, en haar moeder Elisabeth Jochems van Gent)
Joost Janse Prick, geb. Dordrecht, ovl. na 1681, jongman van Dordrecht (1680),
woont in een huis genaamd "de Rosmolen" te Dordrecht (1701),
zn. van Jan Joosten Prick, viskoper te Dordrecht, en Susanna de Bruijn.
Hij hertr. Dordrecht schepenen 18-2/7-3-1683 Catharina van der Mers.
Op 1-9-1701 testeert Susanna de Bruijn, weduwe van Jan Joosten Prick, viskoper te Dordrecht. Zij legateert aan haar zoon Joost Prick een somma van 50 gl., "bij de testatrice gemaekt van een vercoft horologie" en een daarbij horende gouden ketting. Aan Susanna Verlove, dochter van haar dochter Maeijcke Prick, legateert zij een lijfrentebrief op het Sticht van Utrecht ten lijve van Susanna Verlove, haar grootste bed met toebehoren en enige andere goederen. Aan Frans Jansz, die tegenwoordig bij haar zoon Joost Prick werkt, legateert zij een bedrag van 50 gl. en aan Soetie Schoor, vrouw van Claes Clavan en Catharina Willems, haar nichten, elk een somma van 25 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij Joost Prick voor de eerste staak, haar dochter Francina Prick, weduwe van Aert van Bemmel, korenmeter te Dordrecht, voor de tweede staak en de kinderen van haar dochter Maeijcke Prick, bij haar verwekt door Abraham Verlove, voor de derde staak. Het vruchtgebruik van door laatstgenoemden te erven goederen zal komen aan testatrices dochter Maijcke Prick. Zij wenst, dat haar zoon Joost op zijn erfdeel zal aanvaarden het huis, waarin zij woont, voor een bedrag van 900 gl. en dat haar dochter Francina het huis, waarin haar zoon Joost Prick woont, genaamd "de Rosmolen", op haar erfdeel zal aanvaarden voor een somma van 1400 gl. Als iemand van haar erfgenamen zich zal verzetten tegen bovengenoemde bepalingen, zal hij of zij een boete verbeuren van 400 gl., waarvan de ene helft uitgekeerd moet worden aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht en de andere helft aan de diaconie-armen van de Doopsgezinde gemeente aldaar. Tot voogden benoemt zij haar zoon Joost Prick en haar schoonzoon Abraham Verlove. Zij tekent met haar naam.
[430]
-
d. Sara Tergier (Tresier, Targier), geb. vóór ca. 1665, ovl. na 1699, medekoper van de Eenhoorn (1699, zie akte boven),
jonge dochter van Dordrecht (1683),
otr./tr. 1o Dordrecht doopsgez. 27-1/21-2-1683 (get. Lijsbeth Jochemsdr van Gent, haar moeder, en Bartholomeus Tresier, haar broer)
Bartholomeus van Gent, geb. Amsterdam, ovl. 1684-1697, weduwnaar van Amsterdam (1683),
tr. 2o 1684-1697
T(h)iel(e)man (van) ter Neij(en), ovl. 1684-1697, verm. identiek met Tieleman Jorisz van Terneij, wednr. van Lijsbet van der Sluijs (huw. 1670),
zn. van Joris Willemsz van Terneijen.
Op 12-1-1696 compareren Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij enerzijds en Abraham Targier, als echtgenoot van Adriana van Terneij, dochter van Tieleman van Terneij, beiden wonende te Dordrecht. Zij verklaren, dat er met betrekking tot de nalatenschap van Tieleman van Terneij tussen hen geschillen en mogelijk zelfs processen zouden kunnen ontstaan. Om die te voorkomen zijn zij overeengekomen eventuele geschillen te onderwerpen aan de arbitrale uitspraak van mr. Johan Hoynck van Papendrecht en mr. Gerard Francken, advocaten te Dordrecht. In het geval die beiden niet tot overeenstemming kunnen komen hebben comparante tot "superarbiter" gekozen Willem van Blijenburg, burgemeester van het Gerecht te Dordrecht.
[431]
Op 21-5-1699 compareren Bartholomeus Targier, Salomon Bosgasie, als echtgenoot van Tanneken Targier, Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij, Catharina Targier, ongehuwd en Joachum Targier, broers en zusters, wonende te Dordrecht. Zij verklaren samen schuldig te zijn aan Adriana Claas, wonende te Dordrecht, een bedrag van 300 gl., spruitende ter zake van en in mindering van een somma van 2000 gl., welke Abraham Targier aan Adriana Claas schuldig is uit hoofde van een schepenenschuldbrief dd 23 jan. 1691, verzekerd op een huis genaamd "de zeeperij van den Hamer", waarvoor comparanten elk persoonlijk ook aansprakelijk zijn krachtens een gepasseerde borgtocht. Akte door comparanten ondertekend.
[432]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Elisabet van Gent, geb. 1684/85, ovl. na 1697.
-
e. Elijsabeth (Lijsbeth) Tergier (Targier, Tresier), geb. vóór ca. 1665, jonge dochter van Dordrecht (1683),
otr./tr. Dordrecht doopsgez./schepenen 10/16-10-1683 (get. Johannes van Deijl, zijn vader, en Lijsbet Jochemsdr van Gent, weduwe van Abram Tresier, haar moeder)
Dirck van D(e)ijl, volgens het doopsgezind kerkboek jongman van Saardam (1683),
volgens het trouwboek van het gerecht j.m. geboren te Utrecht (1683),
zn. van Johannes van Deijl.
-
f. Jacomijntje Tersier, geb. Dordrecht vóór ca. 1675, otr. Dordrecht gerecht 24-12-1692 (get. haar broers Bartholomeus en Joachim Tersier)
Niclaes van Elslant, geb. Haarlem, weduwnaar (1692).
-
g. Dr. Joachim Tersier (Targier), geb. vóór ca. 1670, ovl. 1699-1706, afkomstig van Dordrecht,
ingeschreven als student aan de Universiteit van Utrecht 1686 ("Joachimus Targier , Dordracenus"),[433]
promoveert aldaar op 15-3-1687 in de geneeskunde op een dissertatie getiteld "De Abortu",[434]
dichter, arts,[435]
huw. get. (1692),
tr. vóór 1706
IJda Verduijff, ovl. na 1706.
Op 13-2-1699 verkrijgt Dr. Joachim Tarsier een hypotheek van ƒ 450,-- van Hugo van Dijck en Gerrard Vingerhoed. Als onderpand dient een pand genaamd de Drie Leidse Kazen in de Pelserstraat te Dordrecht. Erflater is Willem van Blijenberg (overleden), lid oudraad.
Overige genoemde personen Adriaen van Starrevelt, procureur,
Bartholomeus Targier,
Lambert Vijffhuijsen, procureur
Abraham Zelkardt, procureur.
[436]
Op 21-5-1699 compareren Bartholomeus Targier, Salomon Bosgasie, als echtgenoot van Tanneken Targier, Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij, Catharina Targier, ongehuwd en Joachum Targier, broers en zusters, wonende te Dordrecht. Zij verklaren samen schuldig te zijn aan Adriana Claas, wonende te Dordrecht, een bedrag van 300 gl., spruitende ter zake van en in mindering van een somma van 2000 gl., welke Abraham Targier aan Adriana Claas schuldig is uit hoofde van een schepenenschuldbrief dd 23 jan. 1691, verzekerd op een huis genaamd "de zeeperij van den Hamer", waarvoor comparanten elk persoonlijk ook aansprakelijk zijn krachtens een gepasseerde borgtocht. Akte door comparanten ondertekend.
[437]
Publicaties van Joachim Targier:
D. van Hoogstraten, Gedichten. Uitg. Jacobus van Hardenberg. Amsterdam, 1696.
Met drempeldichten van: Kataryne Lescailje, P. Francius, Janus Broukhusius, J. Vollenhove, A. Moonen, J. Brandt, Joachimus Targier, J. Pluimer, Ant. Jansz. van der Goes, A. Bogaert.
Medicina Compendiana, Leiden, 1698.[438]
-
h. Tanneke(n) Targier(s) (Tersiers), geb. vóór ca. 1655, ovl. Dordrecht doopsgez. 14-5-1729 ("Tanneke Targiers, weduwe van Zalomon Basschasij"), j.d. (1671),
tr. Dordecht gerecht 5-5-1671 (get. Sijmon Boschgagie, zijn vader, Abraham Tersier, haar vader en burger van Dordrecht)
Salomon Bosgagie (Basschasij, Boschgagie), geb. Utrecht, ovl. 1706-1729, j.m. geboortig van Utrecht (1671),
grutter te Dordrecht (1699),
zn. van Sijmon Boschgagie.
Zij zijn medekopers van de Eenhoorn (1699, zie akte boven)
Op 21-5-1699 compareren Bartholomeus Targier, Salomon Bosgasie, als echtgenoot van Tanneken Targier, Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij, Catharina Targier, ongehuwd en Joachum Targier, broers en zusters, wonende te Dordrecht. Zij verklaren samen schuldig te zijn aan Adriana Claas, wonende te Dordrecht, een bedrag van 300 gl., spruitende ter zake van en in mindering van een somma van 2000 gl., welke Abraham Targier aan Adriana Claas schuldig is uit hoofde van een schepenenschuldbrief dd 23 jan. 1691, verzekerd op een huis genaamd "de zeeperij van den Hamer", waarvoor comparanten elk persoonlijk ook aansprakelijk zijn krachtens een gepasseerde borgtocht. Akte door comparanten ondertekend.
[439]
Op 14-7-1699 leggen Salomon Bosgasie, Ghijsbert van Leusde, en IJsaack Karssendijck, allen grutters te Dordrecht, een verklaring af.
[440]
Op 2-7-1706 compareren Lodewijk Verduijff, koopman te Amsterdam, enerzijds en Salomon Bosschasie, als echtgenoot van Tanneken Targier, Sara Targier, voor haarzelf en als erfgenaam ex testamento van haar zuster Catharina Targier, (Angeneese Rijmen), de weduwe van Bartholomeus Targier en Abraham Targier, anderzijds. Tweede comparanten verklaren door eerste comparant vergenoegd en betaald te zijn wegens hetgeen hen toekwam uit de boedel van wijlen dr. Joachum Targier en nu diens weduwe IJda Verduijff en afstand te doen van alle verdere rechten dienaangaande.
[441]
-
i. Catharina Targier, ovl. 1699-1706, is in 1699 nongehuwd,
verder alleen bekend als zuster van Sara Targier van wie laatstgenoemde ab intestato erft voor 1706 (zie akte hierboven).
Op 21-5-1699 compareren Bartholomeus Targier, Salomon Bosgasie, als echtgenoot van Tanneken Targier, Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij, Catharina Targier, ongehuwd en Joachum Targier, broers en zusters, wonende te Dordrecht. Zij verklaren samen schuldig te zijn aan Adriana Claas, wonende te Dordrecht, een bedrag van 300 gl., spruitende ter zake van en in mindering van een somma van 2000 gl., welke Abraham Targier aan Adriana Claas schuldig is uit hoofde van een schepenenschuldbrief dd 23 jan. 1691, verzekerd op een huis genaamd "de zeeperij van den Hamer", waarvoor comparanten elk persoonlijk ook aansprakelijk zijn krachtens een gepasseerde borgtocht. Akte door comparanten ondertekend.
[442]
1386. ANTONI(J) TERWEN, geb. Doopsgez. Dordrecht, ovl. Dordrecht doopsgez. 6-10-1681 ("Antonij Terwen, diaken dienaar"), beg. Dordrecht 7-10-1681, winkelier, burger van Dordrecht (1679),
huw. get. (1678, 1681),
diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1681),
tr. Utrecht (schepenen) 10-3-1661
1387. SARA VAN DE(R) POEL, geb. vóór ca. 1640, ovl. 1707-1731, huw. get. (1681, 1688), testeert 1707, voert blijkens testament op later e leeftijd een gezamenlijke huishouding met haar drie ongehuwde dochters Anna, Barbera en Sara, bezit een tuin, gelegen buiten Dordrecht in het Meepaadje (1707).
Zij wonen te Dordrecht (1681).
Op 16-5-1679 compareren Cornelis Teruwe, Anthonij Teruwe en Hendrick Teruwe, burgers van Dordrecht, erfgenamen van wijlen Jan Cornelisz Vijgenboom, hun oom en executeurs van het testament van Jan Cornelisz Vijgenboom en diens echtgenote Maria Jacobsdr Metschert. Compareren mede Jan Smith en Jan van Rixtel, getrouwd met Maria Smits, wonende te Amsterdam, voor 2/3 parten erfgenaam van Maria Jacobsdr Metschert, resp. hun tante en behuwd tante. Comparanten verklaren, dat bij de deling en scheiding van de boedel, nagelaten door Vijgenboom en Metschert, aan Hendrick Teruwen is toebedeeld een huis over de brug bij het Bagijnhof naast de gracht, staande tussen de gracht en het huis van Michiel van der Kesel, door Vijgenboom "nieuw getimmerd" en naderhand door hem en zijn vrouw bewoond, in welk huis zij ook zijn overleden. De overige comparanten verklaren, dat zij en hun mede-erfgenamen gecompenseerd zijn met andere goederen uit voornoemde nalatenschap.
[443]
Op 26-5-1707 testeert Sara van de Poel, weduwe van Anthonij Terwen, wonende te Dordrecht, gezond van lichaam en geest. Zij legateert aan haar ongehuwde dochters Anna Terwen, Barbera Terwen en Sara Terwen elk een somma van 1400 gl., welke haar getrouwde kinderen reeds hebben gekregen "en in cas imande haar testatrices voorsz. dogters soude willen imputeren ofte affvorderen voldoeninge van de alimentatie die hare voorsz. drie dogters sedert hare meerderjarigheijt soude genoten hebben, 't welcke hare meijninge, begeerte nogte intentie in geen manieren niet en is, soo verclaert de testatrice de voorn. alimentatie ende verder en andersints ja selfs tot haren overlijden toe de opgemelte hare drie dogters bij dese te remitteren in recompense van de diensten haer huijshouden en andersints gedaen, gelijk de testatrice insgelijks is doende aen de dogter van Abraham Targier en Geertruijd Terwen die al eenigen tijde ten haren huijse heeft gewoont." Testatrice wil, dat haar drie ongehuwde dochters hun leven lang gedurende het bezit en vrije gebruik zullen hebben van haar tuin, gelegen buiten Dordrecht in het Meepaadje, zonder daarvoor iets te moeten betalen of in haar boedel in te brengen, evenwel op voorwaarde, dat zij de tuin goed zullen onderhouden, de gewone en buitengewone lasten daarvan zullen betalen en dat degene, die zal gaan trouwen, daarmee het recht op het bezit en gebruik van de tuin zal verliezen. Zij legateert voorts aan haar genoemde dochters een obligatie van 3200 gl. ten laste van Gelijn Clood en diens vrouw met de daarop verlopen interest. Aan haar dochter Anna Terwen legateert zij de jaarlijkse interest van een kapitale somma van 2000 gl. en na het overlijden van Anna aan haar testatrices behoeftige, na te laten kinderen of nakomelingen, totdat de laatste van haar kinderen zal zijn overleden. De eigendom van die 2000 gl. zal daarna toevallen aan haar kleinkinderen, doch in staken en niet per hoofd. Aan haar dochter Sara Terwen legateert zijn haar beste bed, de gordijnen voor de bedstee, de rabatten voor de bedstee en voor de schoorsteen en een stuk goud, waarop "de slag van Vlaenderen" staat. Haar kleren laat zij na aan haar vijf dochters Anna Terwen, Janneken Terwen, Barbera Terwen, Geertruijd Terwen en Sara Terwen. Aan haar kleinkinderen, die de voornaam Anthonij of Sara dragen, vermaakt zij een bedrag van 100 gl. Tot universele erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zoon Pieter Terwen, haar dochter Anna Terwen, haar dochter Janneken Terwen, echtgenote van Joan Copijn, haar dochter Barbera Terwen, haar dochter Sara Terwen en de kinderen van Geertruijd Terwen, bij haar verwekt door Abraham Targier. Haar zoon Jacobus Terwen benoemt zij tot haar mede-erfgenaam in de "blote" legitieme portie, waarop hem zal worden aangerekend al hetgeen hij reeds van haar heeft gekregen. Doch indien hij "sig komt te gedragen in alle moderaetheijt en sonder eenige de alderminste oppositie ofte quaetaerdigheijt door middelen van regten off daer buijten tegens de executeurs van desen testamente en voogden over de minderjarige", stelt zij hem aan tot erfgenaam in een zevende part van haar na te laten goederen. Aan haar dochter Geertruijd Terwen en haar man Abraham Targier legateert zij de opbrengsten, hun leven lang gedurende, van de goederen, die hun kinderen van haar zullen erven. Tot executeurs-testamentair stelt zij aan haar zoon Pieter Terwen, haar schoonzoon Joan Copijn en haar dochter Barbera Terwen en tot voogden Pieter Terwen en Joan Copijn. Zij tekent met haar naam.
[444]
De bepaling in bovenstaand testament dat na het overlijden van dochter Anna het legaat ten goede moet komen aan behoeftige descendenten van Sara van de Poel
zal in 1734 leiden tot een daartoe strekkend verzoek van Anna's schoonzuster Catharina van de Velde, wed. van Jacobus Terwen (zie hieronder sub i voor de gevolgen).
Uit dit huwelijk volgens ms. Terwen [445] (dat geen geboorteplaats vermeldt, volgorde klopt met de volgorde van latere vermeldingen in akten) :
-
a. Anna Terwen, geb. 1661-1681, "dood".
-
b. Jacobus Terwen, geb. 1661-1681, "dood".
-
c. Jacobus Terwen, geb. 1661-1681, "dood".
-
d. Anna Terwen, geb. 1661-1681, ovl. (verm. Dordrecht) 27-1-1731, bejaarde ongehuwde dochter wonende te Dordrecht (1697),
voert blijkbaar in 1707 nog een gezamenlijke huishouding met haar moeder en haar twee ongehuwde zusters Barbera en Sara.
Op 11-4-1697 compareren te Dordrecht Anna Terwe, Berbera Terwe en Sara Terwe, gezusters, allen bejaarde ongehuwde dochters wonende te Dordrecht. Zij verklaren elkaar tot erfgenaam te benoemen: de eerststervende de twee langstlevenden en de tweede langstlevende de laatste nog levende zuster, "voor soo verre die alsdan nogh vrijsters, ende vrijster, en ongehuwt sullen werden bevonden, ende anders niet." Als de langstlevende van de drie zusters ongehuwd komt te overlijden, zullen alle goederen, die zijn van de twee andere zusters heeft geërfd, versterven op hun getrouwde broers en zusters, in egale porties, op voorwaarde, dat de erfportie van hun zuster Geertruij Terwen, getrouwd met Abram Tersier zal vererven op hun kind. Zij benoemen tot voogden hun broers resp. zwager Jacobus Terwe, Pieter Terwe en Jan Coppijn.
[446]
-
e. Jacobus Terwen, geb. 1661-1681, "dood".
-
f. Pieter Terwen, geb. 1661-1681, "dood".
-
g. Janneke (Jannitie) Antonisse Terwen, geb. vóór ca. 1665(¥), ovl. na 1707, jonge dochter van Dordrecht (1681),
otr./tr. 1o Dordrecht gerecht doopsgez. 21-2/23-3-1681 (get. Antonij Terwe en Sara van der Poel, haar vader en moeder beiden wonende te Dordrecht)
Seger (Zegert) Dir(c)kse de Pot, ovl. 1681-1690, twijnder, jongman van Dordrecht (1681),
burger van Dordrecht,
tr. 2o Dordrecht gerecht/doopsgez. 9-8/3-9-1690 (get. Hendric Terwen, zijn goede bekende, en Sara van der Poel, weduwe van Anthonij Terwe)[447]
J(o)an Kop(p)yn, ovl. na 1707, leeraar van de Doopsgezinde Gemeente te Middelburg (1690),
weduwnaar van Catrina Antwerpen,
wonende te Middelburg (1690).
| COMMENTAAR(¥)
Als Janneke op zijn vroegst op haar 16e jaar trouwde in 1681 dan zou zij geboren zijn 1665. Volgens het ms. Terwen zijn er nog 6 kinderen voor haar geboren, dat past niet (tenzij er sprake is van meerlingen) in de periode tussen het huwelijksjaar 1661 en 1665. Hoe kan dat?
|
Gedicht in de Collectie Balen: "De terwe ter bruilofte van Jan Kopijn leeraar der Doopsgezinde te Middelburg met Janneke Terwe getrouwd in Dordrecht den 3 van herfstmaand 1690". Door A. Jansen.
[448]
-
h. Geertruy Anthonisse Terwen, geb. Doopsgez. Dordrecht vóór ca. 1662(¥), beg. Dordrecht 14-2-1708, (=kw. nr. 693).
| COMMENTAAR(¥)
Als Geertruy op zijn vroegst op haar 16e jaar trouwde in 1681 dan zou zij geboren zijn 1662. Volgens het ms. Terwen zijn er nog 8 kinderen voor haar geboren, dat past niet (tenzij er sprake is van meerlingen) in de periode tussen het huwelijksjaar 1661 en 1662. Hoe kan dat?
|
-
i. Jacobus Anthonisz Terwen, geb. vóór ca. 1665, ovl. Dordrecht doopsgez. 13-9-1729, jongman van Dordrecht (1688),
garentwijnder en koopman (1720) te Dordrecht,
burger van Dordrecht,
otr. 1o Dordrecht gerecht 19-8-1688 (get. Sara van der Poel, weduwe van Anthonij Terwe, Leendert van Steijn, haar oom en voogd)
Sussana (Sara) Charels, ovl. ca. 1695-1711, jonge dochter van Haarlem (1688),
otr. 2o Dordrecht gerecht 2-7-1711 (get. haar vader Pieter van de Velde)
Catarina van de Velde, ovl. na 1734, jonge dochter (1711),
huurt in 1731 als wed. van Jacobus Terwen
een huis aan de Spuipoort buiten de Spuiweg te Dordrecht.
[449]
Op 30-12-1720 testeren Jacobus Terwen, garentwijnder en koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Catharina van de Velde. De testateur benoemt tot zijn universele ergenamen zijn vrouw, zijn voordochter Johanna Terwe en de kinderen bij zijn huidige vrouw verwekt of nog te verwekken, ieder voor een gerecht kindsgedeelte. De testatrice benoemt tot erfgenaam haar man. Zij stellen elkaar aan tot voogd over hun minderjarige erfgenamen.
[450]
Op 3-3-1730 compareert Catharijna van der Velde, weduwe van Jacobus Terwe, garentwijnder te Dordrecht. Zij verklaart tot voogden over haar drie minderjarige kinderen, bij haar verwekt door haar voornoemde man, aan te stellen Cornelis Terwe, koopman te Dordrecht, neef van haar overleden man en bij diens overlijden Pieter Terwe, koopman te Rotterdam, broer van haar overleden man. Zij tekent met haar naam.
[451]
Rekest d.d. 26-1-1734 van Catharina van der Velden om ten behoeve van haar kinderen aanspraak te maken op ondersteuning uit de nalatenschap van haar schoonzuster Anna Terwen,
volgens voorwaarden gesteld in het testament van Anna's moeder Sara van der Poel (zie kw. nr. ⇒ 1387 ).
"Aan de Ed. Groot agtb. heeren den Presiderende Burgermeester ende Schepenen der stadt Dordregt. Geeft met behoorlijke reverentie ende schuldige eerbiedigheijt te kennen Catharina van der Velden, woonende binnen dese stadt, weduwe van Jacobus Terwen, in zijn leven garentwijnder en burger deser stadt, als moeder en voogdesse over hare drie kinderen, met name Anthonij Terwen, out 20 jaren, Catharina Terwen, out 18 jaren ende Jacobus Terwen, out 16 jaren, verwekt bij den voorn. haren man, dat Sara van der Poel in haar leven weduwe wijlen Anthonij Terwen, grootmoeder paternel van haar suppliante voorn. kinderen, bij haren testamentaire dispositie gepasseert voor den notaris Gillis Mugge ... binnen dese stadt geresideert hebbende sub dato den 26e meij 1707, onder ander heeft verclaart te willen ende begeren dat aan hare dogter Anna Terwen uijt den gemeenen boedel sal werden uijtgerijkt jaarlijks den interest van twee duijsent guldens capitaal haar leven lang gedurende en dat ten dien fine een obligatie oof ander suffisant pant sal werden versekert en verbonden, mitsgaders dat bij overlijden van de voorsz. Anna Terwen den voorn. interest van twee duijsent guldens sal werden genoten bij de behoeftigen naar te latene kint off kinderen en descendenten bij representatie, soo lange tot dat de laaste van haar testatrice voorsz. kinderen deser werelt sal wesen overleden ... en dat den eijgendom der voorsz. twee duijsent guldens naar overlijden van de laatste van haar testatrices kinderen komen ... sal op de respective kintskinderen van haar testatrice in stirpes (staken) ende niet in capita (per hoofd) ... Ende alsoo de voorn. Anna Terwen op den (27 jan. 1731) deser werelt is overleden, sulxs de intrest van de voorn. somma van 2000 gls. moet werden genoten bij de behoeftige naargelate kint off kinderen en descendenten bij representatie tot de laatste van haar testatrice ... kindren sal wesen overleden en alleenlijk van haar kinderen nog in leven is Pieter Terwen, koopman tot Rotterdam, executeur en voogt van den voorn. testamente, onder wie het voorn. capitaal van 2000 gl. is berustende ende niemant vande testatrice haar kint off kintskinderen behoeftig zijn dan de kinderen van de suppliante, derhalven de suppliante de intressen van de voorn. somma van 2000 gl. hoog nodig tot derselver kindren alimentatie ende vermits het sterfhuijs van de voorn. Sara van der Poel alhier gevallen is, soo keert de suppliante sig door dese tot UEd. Groot Agtb. ootmoedelijk versoekende appoinctement in margine deses, waar bij UEd. Groot Agtb. den voorn. Pieter Terwen in sijn qualiteijt gelieven te authoriseren en des noods te ordonneren de intressen van de voorn. somma van 2000 gl. sedert het overlijde van de voorn. Anna Terwen aan haar suppliante tot alimentatie van hare kinderen onder behoorlijke quitantie over te geven en daar inne van jaar tot jaar te continueeren sijn leven lang gedurende ... In margine stont voor apostille: De Camere alvorens te disponeren committeert de heeren mr. Paulus Gevaerts ende Johan Brandwijk van Bloklandt schepenen deser stadt omme den nevenstaande requeste nader te examineeren en haar Ed. Groot Agtb. te dienen van haar Ed. consideratiën. Actum den 26e januarij 1734 ...
De gecommitteerden hebben blijkbaar contact met de executeur testamentair Pieter Terwen die een brief schrijft:
NB: dese brieff raakt het vorenstaand request: Ed. Groot Agtbare Heeren. Mij is wel ter hand gecomen UEd. Groot Agtb. missive in dato 3e deser loopende maant februarij 1734, die eerder soude hebben beantwoort maar door indispositie en pressante affaires ben ik verhindert, waar over in alle nederigheijt excuse versoeke, in gedienstig antwoort op de selve sal desen dienen, dat ik met veel verwondering zie, hoe dat Catharina van de Velde heeft connen goetvinden haar te addreseren aan UEd. Groot Agtb. omme te moge ontfangen de intressen van zodanigen capitaal van 2000 gl. als door mijn moeder Sara van der Poel is gelegateert aan wijlen mijn suster Anna Terwen, en na haar doot aan de behoeftigen in de famielje, daar de suppliante niet onbewust is datter meerder behoeftigen in de famielje zijn dan de suppliante, maar die hebben om de eer en 't fatzoen van haar ende famielje te bewaren niet konnen resolveeren tot nog toe haar zelven te declareren, gelijk de suppliante abuzivelijk aan UEd. Groot Agtb. heeft te kennen gegeven als off zij de eenigste behoeftige was. Voor eerst zijnder 2 susterskinderen die gants blint sijn, en in 't geheel niet in staat haar broot te connen winnen, ten anderen is er nog een arme weduwe met drie kinderen, die ook buijten staat is iets te connen winnen en die haar soo sober behelpen, datse aller mededoogen waardig sijn, behalve nog meer andere die 't niet minder nodig hebben. En om UEd. Groot Agtb. verder desen aangaande te informeren soude (de) pen te ver moeten loopen, waarom de vrijheijd neme mijn neef Abraham Targier hier van kennisse te geven, die met en nevens mij executeur van den voorn. testamente is en alles soo wel als ik en meerder bewust is, die sig de eere sal geven UED. Groot Agtb. verder en van alles mondeling te informeren, waar aan ik mij verder gedrage. Maar ... om van die moeijelijke en lastige suppliante ontlast te zijn en mij van dese saak geheel aff te maken om in mijn hoge jaren en swacke toestant wat meerder rust te connen genieten, neem ik de vrijheijt UEd. Groot Agtb. in overweging off er geen middel conde gevonden worden dat dit capitaal van 2000 gl. wierde los gemaakt en dat het selve onder de erffgenamen wierde verdeelt, als de verdere erffgenamen daarin bewilligde, dan blijven mijne erffgenamen van die moeijte na mijn doot ontlast. Ik refereere mij verder aan de mondelinge informatie en verdere behandelinge van mijn neeff Abraham Targier voornt. ... (w.g.) Pieter Terwen. Rotterdam den 6 februarij 1734."
Hierna wordt afwijzend beslist op het verzoek van Catharina van der Velde maar wordt Pieter Terwen opgedragen het geld te distribueren.
Vervolgens stont: De Camere gehoort hebbende 't rapport van de heeren Commissarissen, voor welke degene die bij het versoek in dese gedaan eenigsints mogte sijn geïntresseert ware gecompareert geweest ende wijders geleth waar op in dese te letten stonde, ontseggen de suppliante haar versoek en verclaart dat daar in niet kan werden getreden, niettemin verclaart de voorn. Camere op de overgifte van de gemeene geïntresseerdens op dese requeste gehoort Pieter Terwen te authoriseeren en te qualificeren omme de revenu‘n van de 2000 gl. ten requeste gemelt, te rekenen sedert het overlijden van Anna Terwen te destribueeren ende te verdeelen onder de resp. erffgenamen van Sara van der Poel, in haar leven weduwe van Anthonij Terwen, te weten ieder staak in wesen sijnde haar geregtelijke portie. Actum den 18 februarij 1734 ...
[452]
Uit zijn eerste huwelijk (Terwen-Charels) (in 1720 alleen Johanna nog in leven):[453]
-
1. Johanna Terwen, "dood".
-
2. Leonora Terwen, "dood".
-
3. Antoni Terwen, "dood".
-
4. Jo(h)anna Terwen, ovl. na 1720.
Uit zijn tweede huwelijk (Terwen-van de Velde) (in 1734 alle drie in leven):
-
6. Anthonij Terwen, geb. 1713/14.
-
7. Catharina Terwen, geb. 1715/16.
-
8. Jacobus Terwen, geb. 1717/18.
-
j. Barbara Terwen, geb. 1661-1681, ovl. na 1707, bejaarde ongehuwde dochter wonende te Dordrecht (1697),
voert blijkbaar in 1707 nog een gezamenlijke huishouding met haar moeder en haar twee ongehuwde zusters Anna en Sara.
Op 11-4-1697 compareren te Dordrecht Anna Terwe, Berbera Terwe en Sara Terwe, gezusters, allen bejaarde ongehuwde dochters wonende te Dordrecht. Zij verklaren elkaar tot erfgenaam te benoemen: de eerststervende de twee langstlevenden en de tweede langstlevende de laatste nog levende zuster, "voor soo verre die alsdan nogh vrijsters, ende vrijster, en ongehuwt sullen werden bevonden, ende anders niet." Als de langstlevende van de drie zusters ongehuwd komt te overlijden, zullen alle goederen, die zijn van de twee andere zusters heeft geërfd, versterven op hun getrouwde broers en zusters, in egale porties, op voorwaarde, dat de erfportie van hun zuster Geertruij Terwen, getrouwd met Abram Tersier zal vererven op hun kind. Zij benoemen tot voogden hun broers resp. zwager Jacobus Terwe, Pieter Terwe en Jan Coppijn.
[454]
-
k. Heyltje Terwen, geb. 1661-1681, "dood".
-
l. Pieter Terwen, geb. vóór ca. 1675, beg. geregistreerd Rotterdam 22-3-1767 (laat na 1 minderjarige erfgenaam en 5 meerderjarige erfgenamen, vervoerd naar Dordrecht in de kerk), j.m. wonend te Middelburg (1695),
koopman te Middelburg (1706), te Rotterdam (1730),
woont op de Wijnhaven bij de Duivelssteeg (Rotterdam, 1767),
otr./tr. Rotterdam schepenen 16-3/10-4-1695[455]
Jacomina de Ruyter (Riegter), geb. (doop niet gevonden te Rotterdam, is zij wellicht doopsgezind ?), beg. Rotterdam Grote kerk 12-2-1739 (eijge kelder, laat na 6 meerderjarige kinderen), j.d. wonend te Rotterdam (1695),
op de Wijnhaven bij de Posthoornsteeg (1739),
dr. van Job de Ruyter en Elisabeth Ijssenbroek.
Op 28-10-1706 compareren te Utrecht de onmondige kinderen van Jan Janss alias Jan Janss Dop en Margareta van Heurn, in leven echtelieden, voor wie als voogd optreden Egbertus de Leeuw, hun oom, en Thomas van Heurn, hun oom en advocaet voor den hove van Utrecht. Het betreft een procuratie om van Pieter Terwen, coopman te Middelborch, te innen de uitdeling in de VOC te Zeeland.
Verwijzingen: appointement d.d. 11-10-1706 voor burgemeester en vroedschap
van Utrecht.[456]
-
1. Elisabeth Terwen, "dood".
-
2. Maria Terwen, j.d., afkomstig van Middelburg, wonend te Rotterdam (1740),
otr./tr. Rotterdam schepenen 9/27-4-1740 met attestatie naar Wildervank ("ijder 30 gld. ten huise van de Bruid aangetekend")
Mr. Henric Forsten, jongeman, afkomstig van Wildervanck (1740),
vermoedelijk dezelfde als Dr. Hindricus Forsten (te Veendam), geref. lidmaat te Wildervank 6-9-1737 (samen met (zijn broer?) Dr. Rudolphus Forsten).
-
3. Sara Terwen, beg. geregisteerd Rotterdam 11-3-1772 (als bejaarde jongedochter, wonend op het Haringvliet, vervoerd na Dordregt).
-
4. Jan Terwen, beg. Rotterdam Grote kerk 9-8-1725 (eijge kelder, jongeman wonend op de Boomtjes bij het Oost Indische huijs).
-
5. Antoni (Anthony) Terwen, geb. Middelburg 1699, ovl./beg. Kuilenburg/Rotterdam Waalsche Kerk (graf 175) te 28-12/5-3-1776 (oud 77 jr.), j.m. van Middelburg (1722),
vermogend houtkooper te Rotterdam op de Leuvehaven O.Z. hoek Gr. Scheepmakersbrug,
waar het Terwenakker naar hem genoemd is,
diaken van de Doopsgez. gemeente (1727),
met zijn broer Pieter (beide zijn houthandelaren op de Rijn),
medeondertekenaar van een request aan de Staten van
Gelderland (1737),[458]
houthandelaar (1750),[459],
koopman in houtwaren op de Rijn te Rotterdam (1760),[460]
otr./tr. Rotterdam schepenen 30-7/19-8-1722 (impost ieder ƒ 15,--) (huwelijk ten huize van de bruid, present burgemeester Adr. Roosmale) [461]
Johanna Boutkan (Bontkan, Boutkam), geb. Rotterdam ca. 1698, "werd te Rotterdam 24 Maart 1720 van den Christelijken wederdoop bedient", beg. Rotterdam Waalsche Kerk 21-7-1734 (eigen graf, oud 36 jr, laat na 2 minderjarige kinderen), j.d. van Rotterdam (1722),
woont op de Leuvehaven bij de Boompjes (1734).
zoek testament 30 Sept. 1726 verleden voor Nots. Jacob van den Berg te
Rotterdam
In de scheiding van de nalatenschap van Anthony Terwen op 23-9-1777 en 16-3-1780 voor notaris Justus van der Mey te Rotterdam,
worden als zijne eenige nagelaten kinderenen erfgenamen
genoemd : Maria Johanna Terwen, gehuwd met
Mr. Jacob Jongbloet en Jacomina Anthonia Terwen, gehuwd met
Mr. Jacob Herman Vingerhoed.[462]
-
aa. NN Terwe, beg. Rotterdam Prinsenkerk 15-3-1725 (eige kelder, kraamkind van Anthonij Terwe op de Leuvehave b.d. Posthoornsteeg).
-
bb. Maria (Marie) Joanna (Jeanne) Terwen (Terwer), geb. Rotterdam 20-1-1727 en ged. Waalsch 2-4-1745, ovl./beg. Culemborg/Rotterdam Waalsche Kerk (graf nr. 175) 23/29-4-1780 (van Kuylenburg hier gebragt), doopget. (1763),
tr. 1o Rotterdam Waals 9-2-1749
Jean George (de) Richter(e)n, geb. Hamburg, beg. Rotterdam Franse kerk 4-3-1749 (eijge kelder, overledene was jongeman (sic!), 4 1/2 ure luijen), luijtenant-colonel in het 4de Bataillon van Oranje Nassau (1749),
wonend te Maastricht (1749), woont op de Leuvehaven over Leuvebrug (1749),
otr./tr. 2o Rotterdam Waals/schepenen 13/30-12-1750
Mr. Jan Willem van Hoogstraten, ged. Schoonhoven 20-8-1722, ovl./beg. 's Gravenhage Kloosterkerk 11/16-2-1770, zn. van Francois van Hoogstraten, secretaris van Ijsselstein, en Wilhelmina de Wildt,[463]
heer van Heicop en Boeicop,
studeerde te Utrecht,
promoveerde aldaar 30-6-1746 op een proefschrift getiteld "Disputatio juridica inauguralis de differentiis jus inter antiquum, novum & hodiernum circa actionis editionem, litis contestationem & libelli emendationem atque mutationem".[464]
Hij was secretaris van IJsselstein en regent van het Martini Gasthuis
te Utrecht. Hij woonde te Utrecht en was raad in het Hof van Justitie
te Vianen en Ameide en procureur generaal van de Provincie
Utrecht. Daarna was hij raadsheer in het Hof van Holland
te Den Haag, einde 1758. Hij wordt vermeld als beoefenaar van de
Letterkunde en Dichtkunst. Vermeld als doopget. (1763).
Zij
tr. 3o Culemborg 13-3-1774
Mr. Jacob Jongbloet, geb. Culemborg 23-6-1726, ovl. Culemborg 20-9-1780, na zijn huwelijk heer van Heicop en Boeicop,
zn. van Ernst Frederik Jongbloet, notaris en procureur te Culumborg
en van Johanna Jacoba de Bra Hij was raad in
het hof en stadhouder van de leenen van het graafschap
Culemborg. Hij was weduwnaar van Anna Maria Ernestina van Bassen,
die hij geschaakt had.
Op 19-8-1751 testeren te Utrecht
Jan Willem van Hoogstraten, procureur generaal in het hof van Utrecht, en zijn echtgenote Maria Johanna Terwen. Zij benoemen
de langstlevende tot voogd, terwijl de ouders in de legitieme portie worden gesteld.[465]
De registers der graven in de Kloosterkerk
te 's-Gravenhage:[466]
Solvit verboeken ƒ 1-10, versuym ƒ 19-10.
Den 6 April 1763 de voors. grafstede over-
geboekt ten name van de WeldEd.Gestr. Heer
Mr. Jan Willem van Hoogstraten, Raadsheer
in den Hove van Holland, volgens de acte
van cessie overdragt en transport door de Heer
Jacques Turnhout op den 25 Maart 1763 voor
den Notaris Abraham Husson en getuyge ge-
passeert, waar van copie authenticq aan mij
als Rentmeester is geëxhibeert en overgelevert.
Solvit verboeken ƒ 18.
Den 14 Nov. 1763. Uit de 12 Regel, het
5e en 6e graft overgebragt Wilhelmina Francoisa van Hoogstraten, een kind : en Jacomina Antonetta van Hoogstraten, een kind : en uit
de 14e R. het 2e en 6e graft Anthony Terwen van Hoogstraten, een kind.
Den 20 Dec. 1766 bij avond begraven Cornelis Schrijver van Hoogstraten, een kind.
Den 16 Feb. 1770 bij avond begraven Mr. Jan Willem van Hoogstraten.
Den 24 Julij 1772 de voors. grafsteede overgeboekt ten name van
V(rouw)e Maria Johanna Terwen, weduwe van Hoogstraten, ingevolge de
acte van versoek door deselve als eenige en
universeele erfgename van wijlen de Heer Mr. J. W. van Hoogstraten, Raad ordinaris in de
Edelen Hove van Holland, ingevolge het
mutueel testament door hun den 24 Nov. 1758
voor den notaris Harman van Heezel en getuigen in Ôs Hage gepasseert, daarvan extract
aan mij als Rentmeester is geëxhibeert , op
den 18 deser getekent en overgelevert.
Solvit overboeken ƒ 9, 2 jaren versuym ƒ 3.
Uit haar tweede huwelijk (van Hoogstraten-Terwen) (o.a.?):
-
aaa. Wilhelmina Francoise Jean van Hoogstraten, ged. Waals Rotterdam 11-3-1753 (get. Francois van Hoogstraten, Wilhelmina de Wildt), ovl. vóór 1763, beg 's-Gravenhage Kloosterkerk.
-
bbb. Jacomina Antonetta van Hoogstraten, ovl. vóór 1763, beg 's-Gravenhage Kloosterkerk.
-
ccc. Anthony Terwen van Hoogstraten, ovl. vóór 1763, beg 's-Gravenhage Kloosterkerk.
-
ddd. Cornelis Schrijver van Hoogstraten, ovl. vóór 1766, beg 's-Gravenhage Kloosterkerk.
-
cc. Jacomina (Antonia) Terwen, geb. Rotterdam 10-12-1731 en ged. Waalsch (als Jacqueline Antoinette) 10-5-1748, ovl./beg. Rotterdam Franse kerk 26/29-8-1800.
woont op Leuvehaven (1754), Wijnhave (1800),
doopget. (1751..1782),
otr./tr. Rotterdam geref./schepenen 24-11/10-12-1754 (met attestatie van de Nederd. en waalse Kerk 9-12-1754)
Mr. Jacob Herman Vingerhoed(t), ged. Rotterdam geref. 15-6-1730 (get. Herman van Gelé, Elisabet Vingerhoet), ovl./beg. Brussel/Rotterdam Waalsche Kerk (graf nr. 75) 10/20-7-1788, doopget. (1764..1782)
j.m. van Rotterdam wonend op het Vasteland (1754),
op de Wijnhaven (1788),
heer van Esselickerwoude en St. Jacobswoude, zoon van
Mr. Herman Vingerhoed en Maria Cornelia 's Graafweg.
Hij was een Rotterdamsch regent,
evenals zijn vader, sinds 1768 Vroedschap tot 1787 toen
hij om zijn Patriottische gezindheid werd afgezet, het land
verliet en het jaar daarop in Brussel overleed. Hij was
vele malen burgemeester en bekleedde verschillende andere
stadsambten.
-
8. Barbara Terwe(n), geb. Middelburg, later wonende te Rotterdam,
otr./tr. Rotterdam schepenen 21-10/18-11-1744 (aangeteekend 21 Oct. 1744 ten huize van de bruid, present burgemeester Claudius Lormier),[467]
Daniel van Almonde, geb. 8-10-1718, ged. Doopsgezind Amsterdam Lam en Toren, ovl. na 1777, j.m. wonende te Amsterdam (1744),
zn. van Pieter van Almonde en Sara van Vianen.
In 1747 koopt Daniel van Almonde een huis, achterhuis en erf
in de Rozenstraat noordzijde, het achtste huis van de Prinsengracht.
[468]
In 1747 koopt Daniel van Almonde een huis en stal
in de Rozenstraat noordzijde tussen eerste dwarsstraat en de Prinsengracht.
[469]
In 1762 koopt Daniel van Almonde een huis en erf op de
Rozengracht zuidzijde.
[470]
In 1766 koopt Daniel van Almonde een huis en erf
op de Rozengracht noordzijde bij de Prinsengracht.
[471]
In 1777 koopt Daniel van Almonde een huis en erf
op de Keizersgracht oostzijde, het derde huis bezuiden het hoekhuis van de Leliegracht.
[472]
-
aa. Sara Pieternella van Almonde, geb. 5-11-1745, ged. Doopsgezind Amsterdam Lam en Toren.
-
bb. Daniel van Almonde, geb. 29-1-1747, ged. Doopsgezind Amsterdam K. Lam en Toren.
-
9. Pieter Terwen, geb. 1713/14, beg. Rotterdam Walekerk 11-2-1750 (eige kelder, laat na 1 minderjarig kind, 4 uere luijje, oud 36 jr.), koopman te Rotterdam, schepen van Cool (1747),
met zijn broer Anthony (beide zijn houthandelaren op de Rijn),
medeondertekenaar van een request aan
de Staten van Gelderland (1737),[473]
woont op de Leuvehaven bij de Boompjes (1746), Leuvehaven aan Ent (1750),
tr. (niet gevonden te Rotterdam)
Henriette Guillelmine Muys, woont te Franeker (1752),
Zij hertr. Rotterdam schepenen 15-4-1752 (ijder 30 gld. ten huise van de Bruit aangetekend) Joachim Wilhelm Brockes uit Hamburg, Captn. ter Zee van Maze.
-
aa. Margariete Jacomina Terwen, geb./ged. Rotterdam Waals 12/22-10-1745 (get. Jean Henrij Guillaume Muijs, Margareta van Ruijven, veuve Muijs), beg. Rotterdam Prinsenkerk 26-2-1746 (eige kelder, kraamkind van Pieter Tarwe op de L'haave b.d. boomties).
-
bb. Marquerite Terwen, geb./ged. Rotterdam Waals 24/30-9-1746 (get. de vader zelf, Marquerite van Ruijven veuve Muijs).
-
m. Sara Terwen, geb. 1661-1681, ovl. na 1707, bejaarde ongehuwde dochter wonende te Dordrecht (1697),
voert blijkbaar in 1707 nog een gezamenlijke huishouding met haar moeder en haar twee ongehuwde zusters Anna en Barbera.
Op 11-4-1697 compareren te Dordrecht Anna Terwe, Berbera Terwe en Sara Terwe, gezusters, allen bejaarde ongehuwde dochters wonende te Dordrecht. Zij verklaren elkaar tot erfgenaam te benoemen: de eerststervende de twee langstlevenden en de tweede langstlevende de laatste nog levende zuster, "voor soo verre die alsdan nogh vrijsters, ende vrijster, en ongehuwt sullen werden bevonden, ende anders niet." Als de langstlevende van de drie zusters ongehuwd komt te overlijden, zullen alle goederen, die zijn van de twee andere zusters heeft geërfd, versterven op hun getrouwde broers en zusters, in egale porties, op voorwaarde, dat de erfportie van hun zuster Geertruij Terwen, getrouwd met Abram Tersier zal vererven op hun kind. Zij benoemen tot voogden hun broers resp. zwager Jacobus Terwe, Pieter Terwe en Jan Coppijn.
[474]
1388. PIETER GERRITSZ HULSTMAN(S), geb. Oosterhout vóór ca. 1615, ovl. Dordrecht doopsgez. 29-9-1654, jongman wonende te Oosterhout (1641),
huw. get. (1643),
otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 23-4/20-5-1641 (get. Bartholomeus Leendertsz van Steijn, zijn goede bekende, en Janneken Baltens van Horick, weduwe van Isaac Gerritsz Cuijp, haar moeder)
1389. GEERTRUYT ISAACS CUYP(SDR), geb. Dordrecht vóór ca. 1620, jonge dochter van Dordrecht (1641).
|
Wapen Cuyp : Een zwart veld met drie zespuntige gouden sterren, 2,1 geplaatst.[475]
|
Uit het huwelijk (Hulstman-Cuyp) geboren (o.a?) :
-
a. Gerrit Hulstman, geb. Doopsgez. Dordrecht, beg. Dordrecht 30-6-1725, (=kw. nr. 694).
-
b. Ge(e)rard(t) (Gerrit) (Pietersz) Huls(t)man(¥), ovl. na 1686, jongman van Dordrecht (1669)
otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 3/20-1-1669 (get. Augustijn Hulsman, zijn oom, Jan Balen en Maeijken Santberghs, haar vader en moeder mede wonende te Dordrecht),[476]
Lijsbeth (Elisabeth) Jansdr Balen, geb. 14-5-1635, ovl. Dordrecht doopsgez. 17-3-1686 ("Lijsbeth Balen, vrouw van Geerit Hulsman"), jonge dochter van Dordrecht (1669),
huw. get. (1673, 1674),
dr. van Ian Matthijsz Balen en Maria Zandbergen.
| COMMENTAAR(¥)
Nog niet uitgesloten is dat a) Gerrit Hulstman, identiek is aan b) Ge(e)rard(t) (Gerrit) (Pietersz) Huls(t)man, en dat er sprake is van een tweede huwelijk.
|
-
c. Geertruijt Hulstman (Hussmans), filiatie niet bewezen,
jonge dochter van Dordrecht (1673),
otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 14-6/2-7-1673 (get. Jochem van Loo, zijn broer, Elisabeth van Balen, vrouw van Geerardt Huijlsman)
Abraham van Loo(n), jongman van Utrecht (1673),
burger van Dordrecht (1674),
verm. zn. van Herman Clementsz van Loon en Janneken Jochums Aerts van Gent (zie kw. nr. ⇒ 2771 sub c).
-
d. Grietken Hultsman(s), filiatie niet bewezen,
jonge dochter van Dordrecht (1674),
otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 9/27-5-1674 (get. Johannes Jansz van Loo, zijn goede bekende, voor haar Lijsbet Balen)
Johannes C(e)ijs(t), geb. Halteren in Münsterland, jongman (1674).
-
e. Anneken Huls(t)man(s), geb. vóór ca. 1655, ovl. na 1691, jonge dochter van Dordrecht (1674),
vermeld als Anneken Hulstman, weduwe van Leendert Brant, aan wie ƒ 100,-- wordt gelegateerd in het testament van Jacomijna van Steenkiste, weduwe van Leendert van Steijn, koopvrouw te Dordrecht (1691),[478]
otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 13-6-1674/juni 1674 (get. Elisabeth Baelen, haar schoonzuster, voor hem Abraham van Loon, burger van Dordrecht, "vermits het overlijden van sijnnen vader")
Leendert Brant(en) (Brand), ovl. Dordrecht doopsgez. 4-6-1687, jongman van Dordrecht (1674).
-
1. Sophia Brant, geb. vóór ca. 1680, jonge dochter van Dordrecht (1701),
otr. Dordrecht gerecht 7-4-1701 (get. Bartholomeus Targier zijn goede bekende, en Segertje Hulstmans haar tante)
Dirck Zeeman, jongman van Dordrecht (1701).
-
f. Segertje Hulstmans, huw. get. (1701).
1390. ISAAC(Q) STOFFELS TI(E)RION, ged. Rotterdam 16-2-1628, beg. Gouda 21-12-1699, woonde in Rotterdam, later te Gouda, waar hij deken was in de
Doopsgez. kerk [479], perkamentbereider te Gouda (1660),
betaalt zout-, zeep-, heren- en redemptiegeld te Gouda (1680), als perkamentwerker op de Kleiweg, wz.,[480]
tr. 2o (huwelijk niet gevonden te Amsterdam 1661-1675)
SUZANNA NIEUKERCK, geb. (niet gevonden te Amsterdam 1611-1660(¥)), van Amsterdam [481].
tr. 1o Gouda (schepenen) 10-3-1661 [482]
1391. AELTGEN JANS, geb. Doopsgez. Gouda.
| COMMENTAAR(¥)
wellicht veel later Doopsgez. gedoopt?
|
Op 17-4-1660 compareerde
Isaac Stoffelsz Tierion, Parckement bereider, tegenwoordig wonende binnen Gouda, en bekende wel en deugdelijk schuldig te zijn aan Heijndrick van der Heijme, Regerend Schepen en Brouwer in de Brouwerij van "de Swarte Leeuw" binnen Schiedam, de somma van 300 Car. guldens, ter zake van deugdelijk geleende penningen.
[483]
Uit zijn eerste huwelijk (Tirion-Jans) geboren (o.a.?) :
-
a. Fijtgen Tirion, geb. Dordrecht.
Uit zijn tweede huwelijk (Tirion-Nieukerck) geboren (o.a.?) :
-
b. Dr. Christoffel Tirion, geb. 1675, ovl. 1721, ingeschreven 2-7-1692 als student aan het Doopsgezinde Seminarie vanwege de gemeente onder 't Lam te Amsterdam, proponent 8-6-1694,[484]
studeerde aldaar onder
Galenus Abrahamsz,
ingeschreven als student aan de Universiteit van Utrecht 1695 (Christophorus Tirion, Gouda-Batavus"),[485]
promoveert aldaar op 5-9-1695 in de geneeskunde op een dissertatie getiteld "De Cordis palpitatione" ("Christophorus Terion, Gouda-Bat."),[486]
diende als prediker in de Amsterdamse Lamist
gemeente (1700-1703). In augustus 1703 werd hij uitgesloten van de communie
vanwege wangedrag. In juni 1704 werd hij beroepen als prediker bij de
doopsgezinde gemeente te Utrecht. Hier was hij prediker tesamen met de
conservatieve Jakob van Griethuyzen. De meerderheid van de gemeente was
sterk gekant tegen de meer liberale kijk van Tirion. Toen een aantal van zijn
volgelingen Van Griethuyzen sterk bekritiseerde scheen een schisma
onvermijdelijk. Dit werd echter vermeden doordat Tirion in 1720 ontslag nam.
Hij verhuisde weer naar Amsterdam, waar hij medicijnen practiseerde tot zijn
dood in 1721. Hij publiceerde zijn medisch proefschift in 1695 en voorts
"Predicatie over de Versoekinge onses Heeren Jesu Christi" (Amsterdam, 1700),
en "Lykreden over Johannes Andries" (Utrecht, 1706). [487]
[488]
Hij
tr. 18-6-1703[489]
Dorothea Aldenhove, ovl. na 1708.
Op 22-1-1706 compareren te Utrecht
Pieter Claesse Sandhorst, wonend in het Bartholomeusgasthuys aldaar, en
Christoffel Tirion, predicant, en Huybert van Maerseveen, diaken van de mennonitekercke te Utrecht. Het betreft een schenking van
f 200,- zijnde een deel van schuldbekentenis van ƒ 1000,- ten laste van
Jacob Vorstelman te Amsterdam.
Bijzonderheden: schenker houdt lyftocht.
[490]
Op 16-2-1706 compareren te Utrecht
Hendrik van Singel, Pieter van der Swaen,
Willem Ortman, Abraham Verbeeck,
Johannes Terwen, Matthys van Dulcken,
Willem Verbeeck, Dyonis Oortman,
Cornelis Schut, Cornelis van Griethuyze, ter ene zijde,
en ter andere zijde
de dienaren en diaconen van de Mennonitengemeente te Utrecht
Frans Andriesse van Aken, Huybert van Maersseveen,
Hendrick van Langelaer, Pieter Brouwer, Jan de Heger.
Het betreft
een protest tegen benoeming van Christoffel Tirion als
predikant.[491]
Op 18-6-1708 testeren te Utrecht Kristoffel Tirion, medicinae doctor, en zijn echtgenote Dorothea Aldenhoven. Zij
benoemen Wilhem van Maurik de jonge en
Jacob van Royensteyn, naast de langstlevende, tot voogden over hun kinderen.[492]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Jacob Tirion, geb. 1703, ovl. 1768, verhuisde naar Crefeld (D).
-
aa. Hester Tirion, geb. 1740, tr.[493]
Wopko Molenaar, doopsgezind leraar te Crefeld.
-
bb. Jan Tirion, geb. Crefeld 1745, ovl. Amsterdam 1832, verhuisde terug naar Amsterdam. Zijn kleinzoon Jan Tirion
was deken van de doopsgezinde congregation in Den Haag.
-
cc. Izaak Tirion, drukker en uitgever.
-
aaa. Izaak Tirion, drukker en uitgever, gaat in 1811 een partnerschap aan met de
doopsgezinde uitgever Johannes Muller.
-
2. Izaak Tirion, geb. 1708, ovl. 1765, doopsgezind, vriend van het Collegiantisme, dient 1746-1751 als
bestuurder van "De Oranjeappel" het weeshuis van de Collegianten,
boekdrukker en uitgever te Amsterdam,
tr. 1o ca. 1730[495]
Johanna Abrahams Fries, geb. Amsterdam 1708, ovl. 1734, tr. 2o [496]
Johanna Koster, geb. Alkmaar, ovl. 1793, dr. van Herman Koster, leraar der doopsgezinden, en
koekbakker te Alkmaar, en Glaasje Post[497]
In 1742 koopt Izaak Tirion, een huis en erf in de
Kalverstraat tussen de Dam en de Jonge Roelensteeg.
[498]
In 1752 koopt Izaac Tirion, een tuin op het Zandpad bij de Leidsepoort.
[499]
In 1765 koopt Izaac Tirion, een tuin op de
Singelgracht ("Buitensingel") bij de Weteringpoort.
[500]
In 1768 koopt Johanna Coster, wed. Tirion een huis en erf
op de Herengracht zuidzijde het tweede huis van de westhoek van de Vijzelstraat.
[501]
In 1768 koopt Johanna Coster, wed. Tirion een huis en erf
in de Vijzelstraat westzijde tussen de Keizersgracht en de Herengracht.
[502]
Uit zijn tweede huwelijk (Tirion-Coster) :
-
aa. Maria Tirion, geb. 28-12-1740, ged. Doopsgezind Amsterdam Lam en Toren.
-
bb. Maria Tirion, geb. 3-8-1743, ged. Doopsgezind Amsterdam Lam en Toren.
-
cc. Anna Tirion, geb. 14-4-1749, ged. Doopsgezind Amsterdam Lam en Toren.
-
dd. Katharina Tirion, geb. 20-8-1750, ged. Doopsgezind Amsterdam Lam en Toren;.
-
ee. Jakob Tirion, geb. 12-10-1756, ged. Doopsgezind Amsterdam Lam en Toren;.
-
c. Jannetje Tirion, ged. Gouda Waals 1681, ovl. Gouda 1742, filiatie niet bewezen.
-
d. Sijtje Tirion, ged. Gouda Waals 1682, ovl. Gouda 1682, filiatie niet bewezen.
-
e. Susanna Tirion, ged. Gouda Waals 1682, ovl. Gouda 1682, filiatie niet bewezen.
1402. WOUTER JANSZ CLOECK, geb. Gouda, ovl. Dordrecht, korenmeester te Dordrecht.
mogelijk als Wouter van der Cloeck Jansz belender in
de Nieuwstraat (1699),
tr. 1o?
MAGDALIENTJE VELTKAMP, otr./tr. Dordrecht/Papendrecht 23-10/6-11-1672
1403. AELTJE HERMANS (HERMENS).
Uit zijn eerste huwelijk (Cloeck-Veltkamp) geref. gedoopt te Dordrecht :
-
a. Christina Kloeck, ged. 18-10-1669.
Uit zijn tweede huwelijk (Cloeck-Hermans) geref. gedoopt te Dordrecht :
-
b. Geertruijd Kloeck, ged. 9-9-1673, beg. Dordrecht Nieuwe K. 15-6-1746, (=kw. nr. 701).
-
c. Wouter Cloek, ged. 13-8-1684, tweeling met?
-
d. Aaltje Cloek, ged. 13-8-1684.
1406. JOHANNES (JAN) BASTIAANS(SEN) (SEBASTIANUS) (SOETHOU(D)T), ged. RK Loon op Zand 4-12-1633[503], ovl. na 1668, verm. voor 1673, j.m. van Loon (1655),
als landbouwer, tapper vermeld op de 'Lijst van personen met bezittingen die minder waard zijn dan 2000 gulden' te Loon op Zand (1665),[504]
woont te Loon op Zand (1668),
otr. 2o 1665-1668
THEUNISKEN PETERS TALEN, mogelijk identiek met
Theunesken Peters, ged. geref. Sprang 6-11-1639 als dr. van Peter Theunes Pennings,
otr./tr. 1o Sprang geref. 21-7/29-8-1655
1407. THEUNISKEN (ANTHONIA) CORNELIS(SEN) ((DE) LEEUW) (LION), ged. geref. Sprang 17-6-1635(¥), ovl. 1665-1668?, j.d. van Sprang (1655).
| COMMENTAAR(¥)
Gezien haar trouwdatum (1655) moet Theunisken Cornelis Leeuw geboren zijn vóór ca. 1635.
Een doop valt rond die tijd te Sprang niet te vinden. Wel vermeldt het geref. doopboek op 17-6-1635:
"Cornelis Petersen aan den Eijkendeick, s(oon) Thoenes". Van een Thoenes Cornelisz Leeuw wordt te Sprang niets meer gevonden. De conclusie moet luiden dat de scribent van het doopboek (predikant of koster) hier hoogstwaarschijnlijk een verschrijving heeft gedaan en dat er moet staan "d(ochter) Thoenesken". In het doopboek zijn meer verschrijvingen aan te wijzen.
|
Op 28-12-1660 transporteert Jan Bastiaen Janssen Soethout goederen aan zijn broer Aert Bastiaen Janssen Soethout, die bekent schuldig te zijn aan zijn broer Jan een bedrag van 260 gulden terzake van een transport op heden.
Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 1-1-1663 ingelost is.
[505]
Op 31-1-1662
wordt Jan Bastiaenssen Soethout aangesteld als opvolger van Wijtman Peeters, samen met Jan Adriaenssen Roosenbrant als voogd over Peeter en
Adriaentken, onmondige kinderen van wijlen Bastiaen Jan Adriaens.
[506]
Op 8-1-1665 transporteren Jan Willemssen Cuijlman en Bastiaen Tunussen van Vuijtwijck, als
voogden over de vier onmondige kinderen van Niclaes Wouterssen van Doremael en
Anneken Jan Peeters, goederen aan Jan Bastiaenssen Soethout.
[507]
Op dezelfde datum 8-1-1665 bekent Jan Bastiaenssen Soethout schuldig te zijn aan Anneken Jan Peeters en haar kinderen een bedrag van 575 gulden terzake van een transport op heden.
Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 2-11-1670 ingelost is.
[508]
Op 9-2-1673 doen Huijbert Bastiaens Soethout en Floris Huijberts de Pruijser, als voogden over de twee onmondige kinderen van Jan Bastiaens Soethout en Anthonia Cornelis de Leeuw, afstand van goederen aan Robbert Adriaens Breeckelmans, Hl. Geestmeester op het Vaertskwartier, ten behoeve van de Hl. Geest.
[509]
Uit zijn eerste huwelijk (Soethout-de Leeuw)(¥):(NB hiaat geref. doopboek Sprang 12-12-1650 tot 20-2-1656):[510]
| COMMENTAAR(¥)
Volgens bovenstaande akte zouden er in 1673 twee onmondige kinderen zijn. Echter, volgens onderstaande dopen zijn er vijf kinderen geboren waarvan er in 1673 hoogstens een overleden kan zijn. Hoe kan dat?
|
-
a. Cornelis Janse Soethout, ged. geref. Sprang 4-11-1657 (hier heet de vader Jan Bastiaensen), kleermaker te Sprang (1683),
jongeman van Sprang,
otr./tr. Sprang geref. 20-12-1680/12-1-1681
Anneken Willems Taellen, jongedochter uit de Vrijhoeven (1683).
Op 19-2-1683 heeft Cornelis Janse Soethout, kleermaker te Sprang, van de armmeesters het arme weeskind Bastiaen Janssen Soethout aangenomen. Hij heeft het kind aangenomen voor vier jaar om hem te voorzien van eten en drinken, maar ook om hem naar school te laten gaan zodat hij leert lezen en schrijven en om hem het kleermakersvak te leren. De armmeesters betalen 50 gulden. Huijbert Peeters Talen stelt zich borg.
[511]
-
1. Jan Kornelis Soethout, geb. vóór ca. 1685, filiatie niet bewezen,
jongeman van Vrijhoeven (1705),
otr./tr. Sprang geref. 26-6/19-7-1705
Ariaantje Franz Soethout, weduwe van Bastiaan Soethout.
-
b. Peter Janse Soethout, ged. geref. Sprang 22-11-1659.
-
c. Catelijn Janse Soethout, ged. geref. Sprang 10-9-1662 (hier heet de vader Jan Bastiaensen), (=kw. nr. 703).
-
d. Emmerentia (Emmiken) Soethout, ged. geref. Sprang 22-4-1665, ovl./beg. Dordrecht/Dubbeldam aang. 22-5-1742/..
betaalt verponding (1731) als eigenaar van een huis aan de Dubbeldamseweg te Dordrecht, getaxeerd op ƒ 21, nieuwe aanslag ƒ 1-15, oude aanslag ƒ 0,
(geen oude verponding, verhuurd aan Bastiaan van Gent voor ƒ 30, waarvan af voor het erf of de fruitbomen ƒ 9).
[512]
Uit zijn tweede huwelijk (Soethout-Talen)
-
e. Bastiaen Janse Soethout, ged. geref. Sprang 19-8-1668 (hier heet de moeder Theunesken Peters Talen), wordt in 1673 door de armmeesters bij zijn oudere broer uitbesteed.
1410. GEURT JANSEN, geb. vóór ca. 1610, molenaar op de Puurveense Molen bij Barneveld,[513]
otr. 2o Barneveld 24-3-1639[514]
FRANSJE FRANCKEN, weduwe,
tr. 1o Barneveld 18-9-1636[515]
1411. STIJNTJEN JANS, ovl. vóór 24-3-1639[516].
Uit zijn eerste huwelijk (Jansen-jans) geboren (o.a.?) :
-
a. Dirkje Geurts, ged. Barneveld 13-8-1637[517], (=kw. nr. 705).
1416. EVERT MAASSEN VAN VELDHUIJSEN, geb. vóór ca. 1630, ovl. Ede-Veldhuizen 31-12-1709, pachter van 'De Slijpkruik' te Ede-Veldhuizen op het landgoed Kernhem,[518]
tr. vóór ca. 1655[519]
GERRITJE JANS VAN LANGEVELD, of
JANTJE CLAASSEN VAN (DE) LANGEVELD, of
LIJSBETH JACOBSEN.
-
a. Claas Evertsz van Veldhuijsen, geb. vóór ca. 1655, (=kw. nr. 708).
-
b. Petertje Everts van Veldhuysen, geb. vóór ca. 1655, ovl. na 1692, tr. vóór 1673
Jacob Evertsz (van den) Bosch, ovl. na 1692, zn. van Evert Hendriksz Bos, kerkmeester te Veenendaal en Gijsbertje Everts of Rijkje Derksen.[520]
| COMMENTAAR(¥)
ZOEK OP inventaris van de bezittingen van Jacob Evertsz en Petertje Everts in ORA Veenendaal 22 d.d. 16-6-1719.
|
Uit dit huwelijk (o.a.? doopboek Veenendaal begint 1674):
-
1. Geertje Jacobs Bos, geb. Veenendaal (G) 1672/73, ovl. na 1718, tr. vóór 1701
Aart Dirkse van de Geer, ged. geref. Stichts Veenendaal 23-11-1674, ovl. na 1718, zn. van Dirck Aartsen van der Meijden (alias van de Geer) en Trijntje (Teuntien) Remmen (Remmerts) (zie kw. nr. ⇒ 711 ).
Voor verdere gegevens van dit echtpaar en hun nageslacht zie kw. nr. ⇒ 711 sub b.
-
2. Evert Masen Jacobsz Bos, ged. geref. Veenendaal 15-2-1674, tr. Veenendaal dec. 1696
Gerrigje Willems. Hieruit verder nageslacht bekend (6 kinderen gedoopt 1697-1710).
| COMMENTAAR(¥)
Zie kwstatenboek VG 1988 p37 en GN 1984 p75
|
-
3. Henrick Jacobs Bos, ged. geref. Veenendaal 5-4-1675.
-
4. Gerretien Jurriens Jacobs Bos, ged. geref. Veenendaal 14-7-1678, ovl. jong?
-
5. Gerretien Jacobs Bos, ged. geref. Veenendaal 26-2-1682.
-
6. Lijsbet Jacobs Bos(man), ged. geref. Veenendaal 12-8-1683 (hier heet de vader Bosman!), j.d. wonend te Veenendaal (1705),
tr. Veenendaal geref. 18-1-1705
Cornelis Gerrits (van der Meijden), ged. geref. Veenendaal (G) 24-6-1683, ovl. vóór 26-12-1723, j.m. wonend te Veenendaal (1705),
zn. van Gerrit Aartsen (van der Meijden) en Aeltjen Berends Bessels Lagerwey (zie kw. nr. ⇒ 1420 sub b).
Hieruit verder nageslacht bekend (8 kinderen geref. gedoopt te Veenendaal (1705-1717).
-
7. Jan Jacobs Bos, ged. geref. Veenendaal 31-8-1684, ovl. jong?
-
8. Dirck Jacobs Bos, ged. geref. Veenendaal 23-8-1685.
-
9. Jannetien Jacobs Jacobs Bos, ged. geref. Veenendaal 18-9-1687 (hier heet de vader Bosman!).
-
10. Jan Jacobs Bos, ged. geref. Veenendaal 30-12-1688.
-
11. Ghijsbertien Jacobs Bos, ged. geref. Veenendaal 17-8-1690.
-
12. Grietien Jacobs Bos, ged. geref. Veenendaal 30-10-1692.
-
c. Marretien Everts van Veldhuijsen, geb. vóór ca. 1670, j.d. wonend te Veenendaal (1686)
otr./tr. Veenendaal geref. 20/30-6-1686
Peter Hendriksen van Stempvoort, ovl. vóór 24-6-1721, j.m. wonend te Veenendaal (1686),
zn. van Hendrik Hendriksen van Steinfoort en Geertje Peters.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Hendrik Peters van Stenfoort, ged. Veenendaal 26-5-1690, j.m. wonend te Veenendaal (1724),
tr. Veenendaal geref. 23-3-1724
Fijtje (Sophia) van Holten, ged. Veenendaal 11-9-1698, j.d. wonend te Veenendaal (1724),
dr. van Jan Jacobs van Holten en Cathrijn Turen.
Hieruit verder nageslacht bekend (3 kinderen gedoopt te Veenendaal (1724-1728).
1420. AART CORNELISSEN (VAN DER MEIJDEN)(ook genaamd Van de Geer)[521], geb. ca. 1625.
Op 4-2-1694 wordt het graf nr. 49 in de kerk van Veenendaal verkocht aan Dirck Aertsz en Gerrit Aertsz, gebroeders, voor ƒ 10,--,--.
vul aan Kw. VG 178
-
a. Dirck Aertsz, (=kw. nr. 710).
-
b. Gerrit Aartsen (van der Meijden), geb. Veenendaal (G) 1652, ovl. Veenendaal (G) 1716/17, j.m. wonend aan de Munnickenweg te Veenendaal (1674),
wednr. wonend te Veenendaal (1702),
otr./tr. 1o Veenendaal geref. 20-9/11-10-1674[523]
Aeltjen Berends Bessels Lagerwey, geb. Veenendaal (G) ca. 1653, ovl. Veenendaal (G) 1698-1702, j.d. wonend aan de Munnickenweg te Veenendaal (1674),
dr. van Bessel Harmensz Lagerwey en Feijtje Tijssen,
tr. 2o Renswoude 5-11-1702[524], en Veenendaal geref. 22-10-1702
Elsken Gerrits, geb. Renswoude 1675, ovl. na 1728, j.d. wonend te Veenendaal (1702).
Veenendaal 16-2-1728 : Steventje Garrits laatst weduwe van Willem Berents wonende op 't erf en goed van de Heer Anthonij van Wijck en juffrouw van Wijck te Emmickhuijsen is achter met de pacht, stelt gewas te velde als onderpand. Stellen zich tot borgen Jacob Garritsen, Arien Garrits en
Elsje Garrits, weduwe van Garrit Aerts. [525]
Uit zijn eerste huwelijk (van der Meijden-Lagerweij) :
-
1. Aert Gerrits (van der Meijden), ged. geref. Veenendaal (Utr.) 23-6-1675.
-
2. Harmen (Herman) Gerrits, ged. geref. Veenendaal (G) 17-2-1678, ovl. Veenendaal (G) voor 23-12-1688, j.m., wonend aan de Munnikenweg (1714),
tr. 1o Veenendaal geref. 28-1-1714
Jannetje Jacobs, j.d. wonend aan de Panhuijs (1714),
otr. 2o Veenendaal geref. 20-4-1732 (hij als wednr. van Jannetje Jacobs klopt dat wel?),
tr. Rhenen
Marretje Berendsen, wed. van Gerrit Teunis, wonend op de Achterberg.
Hieruit verder nageslacht bekend.[526]
-
3. Cornelis Gerrits (van der Meijden), ged. geref. Veenendaal (G) 24-12-1680, ovl. Veenendaal (G) voor 15-1-1682.
-
4. Cornelis Gerrits (van der Meijden), ged. geref. Veenendaal (G) 15-1-1682, ovl. jong?.
-
5. Cornelis Gerrits, ged. geref. Veenendaal (G) 24-6-1683, ovl. vóór 26-12-1723, j.m. wonend te Veenendaal (1705),
tr. Veenendaal geref. 18-1-1705
Lijsbeth Jacobse Bos(man), ged. geref. Veenendaal 12-8-1683, j.d. wonend te Veenendaal (1705),
dr. van Jacob Evertsz (van den) Bosch en Petertje Everts van Veldhuysen (zie kw. nr. ⇒ 1416 sub b).
Hieruit verder nageslacht bekend (8 kinderen geref. gedoopt te Veenendaal (1705-1717).
-
6. Jacob Gerrits (van der Meijden), ged. geref. Veenendaal (G) 10-10-1686, ovl. na 1728.
-
7. Harmen Gerrits (van der Meijden), ged. geref. Veenendaal (G) 23-12-1688, ovl. na 1732, tr. 1o Veenendaal (G) geref. 28-1-1714
Jantje Jacobs van Barneveld, ged. Veenendaal (G) 22-1-1688, ovl. 1727-1732, dr. van Jacob Henricksen (van Barneveld) en Marretien Claas,
tr. 2o Veenendaal geref. 20-4-1732
Marretje Berendsen, wed. van Gerrit Teunis, wonende te Achterberg.
Uit zijn eerste huwelijk van der Meijden van Barneveld 7 kinderen gedoopt te Veenendaal (1715-1727). [527]
-
8. Arien Gerrits, ged. geref. Veenendaal (G) 1-6-1691, ovl. na 1728, j.m. van Renswoude, wonend aan de Munnikenweg (1716),
otr. Veenendaal geref. 13-12-1716 (met attestatie naar Amerongen),
otr./tr. Amerongen geref. 17/27-1-1717
Jantje (Jacobje) Teunis van Barneveld, geb. Veenendaal (aan de Dwarsweg), ged. Amerongen 27-1-1689, ovl. na 1726, j.d. wonend aan de Dwarsweg (1717),
dr. van Teunis Hendriksen (van Barneveld) en Hendrikje Hendriks Hardeman.
Hieruit verder nageslacht bekend (4 kinderen geref. gedoopt te Veenendaal (1717-1726)).
-
9. Steventje Gerrits (van der Meijden), ged. geref. Veenendaal (G) 3-6-1694, tr.
Willem Berents, ovl. vóór 1728.
Veenendaal 16-2-1728 : Steventje Garrits laatst weduwe van Willem Berents wonende op 't erf en goed van de Heer Anthonij van Wijck en juffrouw van Wijck te Emmickhuijsen is achter met de pacht, stelt gewas te velde als onderpand. Stellen zich tot borgen Jacob Garritsen, Arien Garrits en
Elsje Garrits, weduwe van Garrit Aerts. [528]
-
10. Feijtje Gerrits (van der Meijden), ged. geref. Veenendaal (G) 19-6-1698.
Uit zijn tweede huwelijk (van der Meijden-Gerrits) :
-
11. Hendrik Gerrits (van der Meijden), ged. geref. Veenendaal (Utr.) 9-8-1705.
-
12. Aaltje Gerrits (van der Meijden), ged. geref. Veenendaal (G) 4-6-1707.
-
13. Jan Gerrits (van der Meijden), ged. geref. Veenendaal (G) 12-2-1709.
-
14. Annigje Gerrits (van der Meijden), ged. geref. Veenendaal (G) 3-5-1711.
-
15. Dirk Gerritsz van der Meijden, ged. geref. Veenendaal (G) 28-10-1714.
-
16. Gerrigje Gerrits (van der Meijden), ged. geref. Veenendaal (G) 17-3-1717 ("post obitum patris nata").
1422. REM (ROMBOUT) REMMERTSEN (ROMBOUTSZ) BULL DE JONGE, geb. vóór ca. 1610, ovl. na 1669, j.m. van Veenendaal (1636),
schoolmeester en koster, landeigenaar,[529]
otr./tr. Amersfoort geref. 20-2/11-3-1636[530]
1423. GIJSBERTJE WOUTERS, geb. vóór ca. 1615, j.d. van Groep bij Renswoude, wonend te Amersfoort (1636),
landeigenares.[531]
Uit dit huwelijk (o.a.?) .
-
a. Trijntje Remmen (Remmerts), ovl. na 1707, (=kw. nr. 711).
1456. LUDOLPH WALRAVENS, j.m. wonend te Grave, secretaris van de heer Van Oploo en korporaal onder diesn compagnie,
mogelijk dezelde als de Ludolph Walravens die
in de inwonerslijst uit 1693 van Heumen als eerste voorkomt met de vermelding richter,[532]
tr. mogelijk Grave 14-9-1657[533]
1457. AELTIEN FELDERMANS, j.d. wonend te Grave (1657)
Uit dit huwelijk vermoedelijk (o.a.?) :[534]
-
a. Cornelis Walravens, (=kw. nr. 728).
1458. N.N. DE HAART.
-
a. Johanna de Haart, (=kw. nr. 729).
-
b. Hendrik de Haart, advocaat fiscaal van Nijmegen.
Een Jacob Walraven heeft in Engeland gecollecteerd voor de bouw van de kerk te Urmond (1685).[536]
een Joanna (Jenneken) Jacobs de Haert, geb. Wussen, ged. Ewijk RK 20-11-1698, ovl/beg. Wussen 25-1-1771, dr. van Jacobus de Haert en Henderske Gijsbers.[537]
een Adriaen de Heerdt is raadsvriend te Nijmegen (1700).[538]
1464. P(I)ETER NO(L)LENS (DE JONGE), ovl. Roermond tussen 16-9-1673 en 29-6-1682, was evenals zijn vader maasschipper en koopman te Roermond en ook burger van deze stad,
vermeld als Peter Nollens op de "Lijste van alle schipperburgers der stadt Ruremonde, die servies zullen moeten betalen" (11-2-1644),
[539]
tr.
1465. AGNES VISS(CH)ERS, dr. van Jan Vischers den ouden zaliger van Eijsden.
Op 27-11-1649 verkocht Pieter "Nollens" te Dordrecht. voor notaris Daniel Eelboo, aan "Jan Vischers de Jongen sijnen swaeger mede maeschipper ende Borger tot Remundt"
zijn aandeel, zijnde 1/3 in het ouderlijk huis Vissers, gelegen te Eisden en bewoond door hun oom Pieter Pauwelsen (of Peter Pauwels Petermans) [540].
Uit dit huwelijk (Nollens-Vischers) [541]:
-
a. Catharina Nolens, geb. ca. 1644. Zij verbleef 29-6-1682 te Dordrecht.
-
b. Mechtildis Nolens, ged. geref. Maastricht (St Jan) 5-10-1646.
Zij verbleef 29-6-1682 te Dordrecht.
-
c. Agnes Nolens, ged. geref. Maastricht (St Jan) 3-10-1648, ovl. RK Wessem 28-7-1722, tr. RK[542]
Gisbertus Deurlincx, uit Elsloo, die te Roermond wordt vermeld als schipbeziender, tollenaar, collecteur der
kolenaccijns, tienman en kapitein van het Cremerenambacht (koopliedengilde).
vul aan H216
Uit dit huwelijk (Deurlinckx-Nolens) kinderen gedoopt RK Roermond, waaronder :
-
1. Joannes Deurlings, geb. 1675, ovl. 1744, priester, secretaris van de bisschop van Antwerpen Reginald Cools, pastoor van Wessem, deken van het landdekenaat Weert, en protonotarius apostolicus.
vul aan H214
-
d. Petrus Nolens, ged. RK Roermond (St Christoffel) 1-1-1651, ovl. vóór 3-4-1707. Evenals zijn vader was hij maasschipper en beleed de geref. godsdienst. Op 29-6-1682 verbleef hij te Dordrecht. Op 26-5-1687 werd hij burger van Nijmegen, in welke stad hij ook meester van het schippersgilde (1688, 1697) is geweest,
draagt 100 stenen bij aan de collecte voor de kerk van Urmond (1685 en 1701).[543]
Hij
tr. Nijmegen (St Steven) 16-5-1687[544]
Maria Cloens, ovl. Dordrecht 10-7-1711, (=kw. nr. 1467).
-
e. Joannes (Jan) Nolens, ged. Roermond (St Christoffel) 11-9-1653, ovl. vóór 3-4-1707, j.m. van Roermond (1692).
vertoefde 29-6-1682 te Dordrecht, otr./tr. Eijsden geref. 31-8/14-9-1692[545]
Barbara (Berber) Fornay (Farnaij, Froneij), j.d. van Dordregt (1692).
geref. lidmaat te Eijsden (1683) op belijdenis.
Op 3-4-1707 zijn Geurt Servaas, maasschipper en burger van Nijmegen, en
Jan Fornay voogden van het minderjarig kind van wijlen Jan Nolens.
vul aan GN 55(2000)216
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Angenieta Nolens, ged. Dordrecht geref. 18-8-1693, ovl. jong?
-
2. Agnietie Nolens, ged. Dordrecht geref. 30-4-1696, beg. geregisteerd Rotterdam 14-11-1736 (als Angenita Nolens, bejaarde jongedochter, wonend op de Gelderse Kaaij, vervoert na Dordregt in de kerk).
-
f. Maria Nolens, geb. in 1655, tr. RK Roermond (St Christoffel) 11-2-1677[546]
Joannes Schoncken, wedr. van Maria Kervers en zn. van Arnold en Elisabeth Siben. De gezamenlijke kinderen Nolens-Visser machtigden 29-7-1682 te Dordrecht hun zuster Juffrouw Maria Nolens, echtgenote van de huurvaarder Johan Schonck om hun ouderlijke goederen te Eisden te verkopen [547].
-
g. Frederik Nolens, ged. Roermond (St Christoffel) 11-11-1657, ovl. Nijmegen tussen 13-2-en 31-12-1729, verm. beg. te Ooy, (=kw. nr 732)
-
h. Cornelia Nolens, ged. Roermond (St Christoffel) 4-4-1659, tr. RK 1689[548]
Severinus Severins. De kinderen uit dit huwelijk geboren, werden katholiek gedoopt. In de doopakte van het oudste kind staat betreffende Cornelia Nolens genoteerd: Conversa, sed nondum operibus ostendit fidem (bekeerlinge, doch zij toont haar geloof nog niet in haar handelen).
1466. JACOB BOURS (BOERS)(¥), geb. ca. 1625, ovl. 1680[549], mr. maasschipper en koopman, burger van Dordrecht, sinds 16-7-1669 burger en sinds 5-8-1670 grootburger van Nijmegen.
Ook Jacob Bours hoorde tot een typische maasschippersfamilie welke uit Elsloo
stamde en, evenals de familie Clouns, verwant was met de bekende Limburgs-
Dords-Nijmeegse schippersgeslachten gelijk Blanckaerts, Coninx, Jorissen, Morees,
Vermaessen, enz. Bij al deze families treft men zowel katholieke als hervormde
takken.
Hij
otr./tr. Nijmegen (St. Steven) en Maastricht/Eijsden geref. 6-11/14-12-1659[550] (¥)
1467. MARIA CLOUNS (CLOENS), geb. ca. 1640, ovl. Dordrecht 10-7-1711[551], dochter uit een oude Eisdense familie van maasschippers die zich vooral te Dordrecht en Nijmegen gevestigd had. Haar ouders waren zeer waarschijnlijk Jan Cloens en Aeltje (Aletta) Melsers [552]. Zij
tr. 2o Nijmegen (St Steven) 16-5-1687 (zij ouder dan 36 jaar, hij 36 jaar oud)[553]
PETRUS NOLENS, ged. Roermond (St Christoffel) 1-1-1651, ovl. vóór 3-4-1707, (zie kw. nr. 1464 sub d, zie aldaar).
Evenals zijn vader was hij maasschipper en beleed de geref. godsdienst. Op 29-6-1682 verbleef hij te Dordrecht. Op 26-5-1687 werd hij burger, op 25-6-1688 grootburger van Nijmegen[554], in welke stad hij ook meester van het schippersgilde (1688, 1697) is geweest.
| COMMENTAAR(¥)
vul aan burger etc.[555]
, familiegeld,[556]
, logb 1844
|
| COMMENTAAR(¥)
check met Paquay, is dit zijn tweede huwelijk?
|
| COMMENTAAR(¥)
vul aan burgerbrief,[557]
, doopget. Nijmegen (1683),[558]
woont te Nijmegen 1659,[559]
, 1669,[560]
, zie schema H206, akten H212,213,214
|
vul aan H216, 220
Maria Cloens testeerde 9-9-1707 te Dordrecht [561]. Op 7-11-1668 had zij reeds
met haar eerste man voor notaris Corstius te Maastricht een mutueel testament
opgericht en daarmede een vorig, enige jaren eerder te Dordrecht voor notaris
van Noetten gemaakt, herroepen [562].
Op 10 juli overleed zij te Dordrecht, "sijnde weinige weken van te vooren van
Luyck na Dordt afgekomen met verscheydene schepen geladen met Spykers,
Yserwerk, Coolen, Gruys etc.". Te Luik moest zij toen nog enige leveranciers
voldoen, maar de afnemers van haar koopwaren te Dordrecht hadden haar reeds
een groot deel van de prijs betaald. nl. 36582 gulden.[563]
In haar laatste levensjaren had Maria Cloens als zetschipper en vertrouwensman
haar schoonzoon Anthony Louis, echtgenoot van Joanna Boers. De boekhouding
echter was ze tot het einde toe zelf blijven voeren.[564]
Toen de kinderen van Maria Cloens, die allen uit haar eerste huwelijk waren,
10-10-1711 te Dordrecht twee paatschepen, drie aken en een roeischuitje van
wijlen hun moeder lieten veilen, bleken deze onverkoopbaar wegens ouderdom.
Maria Cloens had meer dan dertig jaren met oude schepen de Maas bevaren.[565] De onroerende goederen van haar nalatenschap lagen o.a. te Wessem,
Elsloo, Breust en Eisden.
Uit haar eerste huwelijk (Bours-Clouns) geboren [566] :
vul aan geb. data H209, 220
In 1714 procedeert voor de Schepenbank Breust : Poulus Stassen namens Helena Morrees, weduwe van Johan Bours als erfgenaam van Jacob Bours en Maria Clouns,
tegen de overige erfgenamen van Jacob Bours en Maria Clouns, wegens een
scheiding en deling
-
a. J(oh)an Boers, geb. Nijmegen? ca. 1655, ovl. vóór 1713, tr. 1684
Helena (Heijltje) Morees, ged. Nijmegen 5-4-1663, ovl. na 1714, dr. van (Dio)nijs Moorrees, maasschipper en grootburger te Nijmegen (1673) en Johanna Hermandr van Doesburg, gen. Schullings.[567] (zie H217)
-
b. Aletta Boers, geb. 1662, drijft nog handel op de Maas (1719),[568]
tr. 1689
Willem Vonck, (zie H216,219)
stadsrekenmr. van de Nijmeegse Rekenkamer (1719),[569],
draagt 100 stenen bij aan de collecte voor de vloer van de kerk te Urmond (ca. 1700).[570]
Dit echtpaar schenkt een glas-in-lood raam met hun wapens voor de geref. kerk te Venlo.[571]
-
c. Petronella Boers, ged. 9-11-1664, ovl. jong?
-
d. Matthys Boers, geb. 1665, ovl. jong?
-
e. Melchior Boers, geb. 1666, kleinburger (zie H209).
-
f. Matthijs Boers, ged. 17-1-1668.
-
g. Aaltje Boers, ged. 17-1-1668.
-
h. Petronella Boers, ged. geref. Nijmegen (St Steven) 7-10-1670, ovl. na 1729, (=kw. nr. 733).
-
i. Catharina Boers, geb. 1672, ovl. 1738, tr. 1694
Marten Jorissen (Jeurissen), (zie H228).
draagt 100 stenen bij aan de collecte voor de vloer van de kerk te Urmond (1701).[572]
-
j. Johanna (Jenneken) Boers, geb. 1673, tr. 1702
Anthony Louis, (zie H227)
-
k. Maria Boers, geb. 1676, tr. 1695
Pieter Croon, (zie H229).
-
m. Jacob Boers, geb. 1679.
Uit haar tweede huwelijk (Nolens-Clouns): geen kinderen.
1468. GEURT (GODFRIES, GERARD) NOLENS, geb. ca. 1620, ovl.beg Eisden 25/26-1-1694, vestigde zich te Eisden, maar, blijkens een notariële akte op 30-12-1651 te Maastricht gepasseerd, ook burger van Roermond [573],
maasschipper,
schepen in Eisden (1665, 1686)[574],
aangenomen als geref. lidmaat te Eijsden (1656) en vermeld als lidmaat (1678), diaken en ouderling (1693)[575].
Kort voor Kerstmis 1693 ging hij over tot de Katholieke Kerk en kreeg onderricht van
de paters Capucijnen van Maastricht. Toen hij vlak hierna ziek werd, probeerde
dominee Sylvius van Eisden hem herhaaldelijk tot andere gedachten te brengen.
Geurt Nolens echter verbood tenslotte aan de dominee zijn huis te betreden.
Daar deze laatste zulks in zijn pastorale ijver toch nog deed, liet Geurt Nolens
"deur sijne huysvrau ende domestiken" de hulp van de gebiedende heer van
Eisden inroepen om van voortgaande huisvredebreuk gevrijwaard te blijven. Op
24 en 25 jan. 1694 liet Geurt Nolens van het gebeurde een omstandig notarieel
verslag opmaken [576] 's-Daags erna, 26 jan., werd hij reeds in de kerk van Eisden
begraven, terwijl zijn dienst 4 febr. plaats vond[577]. Hij
otr./tr. 2o Eijsden geref. 9/27-5-1677 (27-7-1677[578] (als wedr. van Meijcken Lemmen)
MERRIJ (MARIA) AUSEMS(¥), ovl. na 1693, j.d. van ('s-Graven)Voeren (1677),
tr. 1o voor 1647[579]
1469. MARIA TERFFS (LEMMEN), ged. RK Eijsden 29-7-1613, ovl. 1658-1677.
| COMMENTAAR(¥)
mogelijk ex notaris Aussems te Maastricht?[580]
|
Geurth Nolens, maasschipper, door de Dordtse nots. G. Waltherij op 4-5-1682 vermeld in een extract uit 1656 als debiteur van Juffr. Magdalena Vermaese, koopvrouw in zout en burgeres van Dordrecht[581].
In de periode dat Geurt Nolens maasschipper wordt genoemd blijkt hij ook
herhaaldelijk elders te vertoeven. Zo bekent hij 29 nov. 1649 te Dordrecht aan
Willem Wijers schuldig te zijn, wegens aankoop van kanterkaas en kruisharing,
de toen grote som van 1958 gulden, en op 20 aug. 1651 blijkt hij aldaar in kalk en
koren te hebben gehandeld [582], in 1656 was hij debiteur van juffrouw Magdalena
Vermaese, koopvrouwe in zout en burgeresse van Dordrecht [583].
In 1656 en 1657 procedeert voor de Schepenbank Breust :
Willem Weyers
tegen
Geurt Nolens
wegens een schuldvordering.
[584]
Uit zijn eerste huwelijk (Nolens-Terffs) geboren :
-
a. Christina Nolens, geb. ca. 1647[585]
, ovl. Eijsden 5-12-1722[586]
, meerderjarige j.d. tot Eijsden (1668).
otr./tr. Eijsden geref. 29-6/19-8-1668
Liebert (Lambertus) Je(e)gers, ovl. vóór 1684, j.m. te Eijsden (1668).
De kinderen uit dit huwelijk werden allen katholiek gedoopt[587].
In 1684 procedeert voor de Schepenbank Breust :
Het Klooster van het H. Graf uit Visé
tegen
Hendrick Blonden namens Willem Willems, resp. weduwe Leben Jegers namens Hendrick Blonden
wegens een rente.
[588]
-
b. Maria Nolens, ged. geref. Maastricht (St Jan) 14-10-1650[589]
, ovl. Caustert/Eijsden 16-10-1724[590]
, tr. Breust kerk 8-4-1674[591]
Matthias Jeuckens, geb. Eijsden 11-8-1646, ovl. Caustert/Eijsden 23-11-1718, zn. van Joannes Jeukens en Jehenna Tosses.
De kinderen uit dit huwelijk werden allen katholiek gedoopt[592].
-
c. Frederik Nolens, ged. geref. Maastricht (St Jan) 9-11-1653, ovl. Eisden 1708 (tussen 3 febr. en 12 juni), (=kw. nr. 734).
-
d. Petrus Nolens, geb. ca. 1655, ovl. Eisden voor 21-9-1718, j.m. van Eijsden (1688).
otr./tr. Eijsden geref. 3/26-7-1688 ("sijn de selven den 26 july in de kerke tot Wilre in den Vroenhove getrouwd volgens ontvangen attestatie meldende insgelijken van haar dogtertje Maria")
tr. Wolder geref. 26-7-1688[593]
Jenneken (Joanna ) Cousen (alias Peters), ovl. na 1730, j.d. van Eijsden (1688).
Zij wordt 9-5-1730 vermeld als hertrouwd met Anthonius Theunissen[594]
. De kinderen Nolens-Cousen gingen 21-9-1718 over tot scheiding en deling van de erfenis van hun vader [595]
.
Uit het huwelijk (Nolens-Cousen) geboren[596]:
-
1. Maria Nolens, ged. RK Breust 8-10-1687, j.d. van Eijsden (1710).
otr./tr. Eisden geref. 8-2/2-3-1710 en RK Breust 3-3-1710[597]
Nicolaas Lebens, j.m. van Eijsden (1710).
zn. van Joannes Lebens en Catharina Geurten. Hij hoort tot een der katholieke families Lebens[598].
-
2. Godefridus (Govert) Nolens[599], ged. geref. Eisden 11-10-1690, ovl. Eisden 1-3-1775, j.m. van Eijsden (1717).
tr. RK Breust 20-1-1717
otr./tr. Eisden geref. 9/24-1-1717[600]
Catharina (Catrijn ) Ceurvers (Corbers, Kurvers)[601], geb. ca. 1687, ovl. Eisden 1781, j.d. van Eijsden (1717).
Uit dit huwelijk (Nolens-Ceurvers) vier zonen en vier dochters allen katholiek te Breust gedoopt, waaronder de enigen die huwden[602]:
-
aa. Maria Nolens, ged. Breust 2-9-1728. In 1804 wonend te Herstal (B) met haar echtgenoot Joseph Melsers.
-
bb. Godefridus Nolens, ged. Breust 31-1-1737, ovl. Hasselt (B) 16-11-1832, tr. Hasselt 22-9-1765
Mana Agnes Bastiaens, ged. Hasselt 23-6-1740, ovl. Hasselt 3-5-1794, dochter van Carolus Bastiaens en Anna Dams. De echtelieden Nolens-Bastiaens zijn de stamouders der katholieke familie Nolens te Hasselt.
-
cc. Jan Nolens, tr.
Anna Mertens.
zie akte, zoek op
-
3. Christina Nolens[603], ged. RK Breust 5-1-1694, ovl. Eisden 23-12-1730, j.d. van Eijsden (1719).
tr. Eisden geref. 14-10-1719 en Breust RK 29-10-1719[604]
Joannes Beckers, j.m. van Eijsden (1719).
zn. van Laurentius Beckers en Gertrudis Nieuwhooff. Joannes Beckers hertr. RK in 1731 Anna Tuyt (of Teuth), weduwe van Ulricus Herff.
-
e. Aleydis Nolens, ged. geref. Eisden 1-8-1656, tr. 1677[605]
Philippus Praesten (Proosten?). De kinderen uit dit huwelijk werden katholiek gedoopt.
hij mogelijk ex Christianus (Keerst) Pruesten x Jehenna (Jenneken) Petermans.[606]
-
f. Mechtelt Nolens, ged. geref. Eisden 25-10-1658, ovl. verm. jong.
Uit zijn tweede huwelijk (Nolens-Ausems) geen kinderen bekend[607].
1470. HUBRECHT (HUBERTUS) FRAMBACH, ged. Eijsden RK 1-4-1624[608], ovl. vóór 1695, schepen van Eisden, collecteur,
mogelijk dezelfde als Huibert Frambach, diaken te Eijsden 1678,
tr.
1471. CATHARINA DE BOTH.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Ariane (Adriana) Frambach, geb. ca. 1660, (=kw. nr. 735).
Ongeplaatste fragmenten FRAMBACH :
Peter Petermans, geb. waarschijnlijk Eijsden ca. 1652, burger van Maastricht 8-
10-1676 (bakkersambacht), bakker te Maastricht en Wyck, tr. (1) Maastricht (St.-Nicolaaskerk)
1-5-1682 Maria Tomma, tr. (2) Catharina Chupplier (Schuppelier).
Aan dit kind werden Peter Petermans, schout van Eijsden (na zijn overlijden: Willem Frambachs, schepen van Eijsden) en Gerard Hustin, schepen van Oost, beiden grootvaders van het kind, als voogden
aangesteld.[609]
1694: aankoop door de weduwe Petermans van 10 grote roeden land gelegen in het "Backeveltgen",
5 grote roeden land gelegen in het "Broecxken", 6 grote roeden min 3 kleine gelegen achter
Breust en 3 grote roeden land gelegen in het Maarlanderveld, van haar schoonzoon Peter Frambach(s), voor 28 gulden per grote roede"i. Op dezelfde dag geeft zij "den erffdomme. ende de tochte
aende voerseijde eeluijdens (voorgenoemde Peter Frambachs en zijn vrouw Jenneken Petermans)
oft ouders der selve kinders haere beijde leven lanck" van de goederen die zij in haar weduwelijken
staat heeft verworven, Het betreft goederen verkregen van Balthazar Rijckelt, aankopen zoals
beschreven voor notaris Vlijck en de hiervoor van Frambachs gekochte goederen.[610]
12-12-1714: aankoop van 5 grote roeden land, "hagendoerns goet onder Bruest", gelegen achter
Morckenshof, bezaait met rogge, van Peter Frambach van Maastricht, echtgenoot van Anna Nelissen,
voor 52 gulden per grote roede, "des moet de gelder den achterleen ende saetkorn goet maken
aen Claes Beijarts alias Janssen". Op 19-4-1715 verkoopt ze hiervan 2 1/2 grote roede aan Willem Fafschamp voor 130 gulden.[611]
Leonardus (Leenart) Petermans, ged. 5-9-1694 (get.: Petrus Petermans en
Margaretha Frambach), overl. Oost 3-8-1770, ongehuwd.
Leonardus komt voor op de leerlingenlijst van de Latijnse school te Hoog-Cruts:
gekomen 3 april 1704, laatst vermeld 3 mei 1706.[612]
14-4- 1725: Petermans krijgt 5 grote roeden Breusterland, gelegen in het Oosder-veld
in bezit. Dit perceel is afkomstig van zijn grootmoeder van vaderszijde".
Wilhelmus Petermans, ged. 27-1l-1695 (get.: Petrus Frambach en Anna Hustin),
overl. voor 20-4- 1704.[613]
Margaretha Petermans, ged. 15-4-1701 (get.: Renatus Lantmeeters voor
Peter Frambachs en Elizabeta Wijers).[614]
Mechtel Petermans (tweeling met volgende), ged. 16-4-1628 (get.: Lens Frambach en Geet Waelpots).
Margret Petermans (tweeling met voorgaande), ged. l8-4- 1628 (get.: Laurentius Frambach
en Jen Swarten).[615]
1504. TEUNIS JANSZ. VAN DER WIEL, geb. ca. 1645, ovl. Niemantsvrient (Sliedrecht) voor 10-5-1692, testeerde met zijn vrouw 16-2-1676 voor notaris Arent van Neten te Dordrecht,
tr. ca. 1670[616]
1505. DIVERTGEN ARYENSDR, ovl. na 13-11-1710.
-
a. Commertje van der Wiel, ovl. Sliedrecht 14-3-1760, doopget. (1707), woont te Niemantsvrient (1718),
tr. ca. 1704[618]
Jasper Pietersz Prins, ged. Oud-Ablas 26-4-1676, ovl. (aangeg.) Niemantsvrient (Sliedrecht) 27-8-1754, doopget. (1707, 1709, 1710), woont te Niemantsvrient (1718),
armmeester van Sliedrecht, zn. van Pieter Hendrickszn Prins en Neeltje Jaspersdr van der Meijden.
-
b. Jan Teunisz van der Wiel, geb. ca. 1673, (=kw. nr. 752).
-
c. Geertruij van der Wiel, geb. ca. 1675, ovl. Bergambacht 27-2-1743, doopget. (1706), woont te Klein Amers (1718),
tr. Papendrecht 13-2-1701[619]
Jan Bastaensz van Rijn, ged. Papendrecht 30-8-1678, ovl. (aangeg.) Niemantsvrient (Sliedrecht) 25-8-1757, mansman (schepen) van de Hoge Vierschaar van Bergambacht,
's-Heeraertsberg en Ammerstol, woont te Klein Amers (1718),
zn. van Bastiaen Jansz van Rijn, schepen van Papendrecht, en Marichije Ariensdr. Baen.
-
d. Annigje van der Wiel, ged. Papendrecht 19-3-1677.
COMMENTAAR(¥)
Begraven Sliedrecht impost :
Arien Willems van der Wiel (Naaldwijk) en Berber Ariens Visser (Naaldwijk), pro deo 16-4-1706.
Corneliss Willemse van der Wiel (Sliedrecht) en Lena Rocus (Sliedrecht) pro deo 21-2-1705.
Teunis Pleunen van der Wiel betaalt 10 pond 500e penning te Sliedrecht 1627.[620]
De wed. van Jan Teunisz van der Wiel, als erfgenaam van Cornelis Tonis van der Wiel betaalt 45 pond 200e penning te Sliedrecht 1667.[621]
|
1506. JOOST JANSZ SLAG(H)BOOM, geb. Papendrecht ca. 1649, tr. ca. 1680
1507. JACOMIJNTJE ANDRIESDR VAN DER SLUIJS, geb. ca. 1654.
Uit dit huwelijk:[622]
[623]
-
a. Marrigje Joosten Slagboom, ged. Papendrecht 18 aug. 1680, ovl. vóór 3-10-1720, (=kw. nr. 753).
-
b. Aelte Joosten Slagboom, geb. ca. 1682, doopget. (1706).
-
c. Jan Joosten Slagboom, geb. Sliedrecht ca. 1680, doopget. (1707, 1709, 1714).
tr.
Anna Aarts van Hofwegen.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Aart Jans Slag(t)boom, ovl. na 1741, j.m. van Naaldwijk (bij Sliedrecht) (1728),
tr. Goudriaan, 29-5-1728[624]
Fijghjen Scheper, ged. Goudriaan 27-11-1695 (get. Marrighjen Willems Scheper), beg. Sliedrecht (ambacht Naaldwijk) (aangifte
impost classis 3 gulden) 29-12-1764, j.d. van Goudriaan (1728),
dr. van Willem Matthijsz Scheper, mr. linnenwever en
Adriaentje Gabriels Kooyman.
6-10-1731: "Den 6 Octob[625] 1731 van d'Hr Bailliu van Goudriaan ontfangen volgende missive
luijdende als volgd, Goede Vriend Secrets Verweerd, wilt u de kinderen van Willem Mattijsen Scheper haar geld geeven onder uw gearresteert mits dat zij de kosten over 't arrest gevallen afdoen,
volgens acoord op heden met haar gesloten, waar op mij verlaate en blijve, uwe genegene vriend, was
geteijkend Rogier van Slijpe, 1731."
Vervolgens verklaren Tijs Willemsz Scheper,
Gabriel Willemszx Scheper en Jannigje Willems Scheper
en Arien Jansz Slagboom als man en voogd van
Fijtje Willems Scheper, allen kinderen van
Willem Matthijsz Scheper uit handen van Willem Verweerd, substituut secretaris van Noordeloos de
somma van 132 gulden ontvangen te hebben.[626]
Uit dit huwelijk nageslacht.[627]
-
2. Joost Jansz Slagtboom, geref. lidmaat op belijdenis te Mijnsheerenland 8-4-1745,[628]
diaken van de geref. kerk te Mijnsheerenland (1759),[629]
tr.
Neeltje Ariens Dam, als vrouw van Joost Jansz Slagtboom geref. lidmaat op belijdenis te Mijnsheerenland 26-3-1744.[630]
-
d. Geertruij(d) Joosten Slagboom, geb. Sliedrecht ca. 1680, ovl. Sliedrecht ca. 1721, doopget. (1709, 1710, 1714).
-
e. Sijmen Joosten Slag(t)boom.
1508. LEENDERT CORNELISSE BOER, geb. Molenaarsgraaf ca. 1637, ovl. na 1715, tr. Molenaarsgraaf 20-10-1668[631]
1509. NEELTJE CLAES VAN CRIMPEN, geb. Bleskensgraaf ca. 1639.
-
a. Claas Leendertse Boer, geb. ca. 1668, ovl.(beg?) Bleskensgraaf 6-1-1720, (=kw. nr. 754).
1510. CORNELIS JANSZ WAERT, geb. ca. 1635, tr. ca. 1670[633]
1511. MARICHJE ROOCKEN, geb. ca. 1642.
-
a. Teunis Cornelisd Waert, geb. ca. 1666, ovl. Hardinxveld 19-1-1703.
-
b. Annigje Cornelisdr de Waard, geb. Wijngaarden? ca. 1670, ovl. 1712, (=kw. nr. 755).
-
c. Jop Cornelisz Waert, geb. ca. 1670.
-
d. Jasper Cornelisz Waert, geb. ca. 1670.
-
e. Seger Cornelisz Waert, geb. ca. 1670.
-
f. Marigje Cornelis Waerd, geb. ca. 1675.
1584. HENDRIK VELSINK, geb. ca. 1610, ovl. Heemse voor mei 1667.
-
a. Jenne Hendriksen Velsink, geb. ca. 1640, woont in 1667 te Heemse,
tr. Heemse geref. mei 1667[636]
Eghbert Ruitenbergh, zn. van Jan Ruitenbergh.
-
1. Hendrik Egberts Ruitmink (sic!), ged. geref. Heemse 19-11-1671.
-
b. Jan Hendriks Velsink, geb. ca. 1645, woont in 1671 te Heemse,
tr. Heemse geref. 1671[638]
Berendjen Jansen (Ribberink), geb. Manderen (bij Tubbergen) ca. 1645, dr. van Jan Ripperingk (zie kw. nr. ⇒ 1586 ).
-
1. Fennichjen Jansen (Velsink), ged. geref. Heemse 1673, ovl. jong?
-
2. Fenne Jansdr. Velsink, ged. geref. Heemse 22-9-1674.
-
c. Rotger Hendriks Velsink, geb. ca. 1650, (=kw. nr. 792).
1586. JAN RIBBERINGH (RIPPERINGK), ovl. vóór 1671.
-
a. Aele Jansen, geb. ca. 1650, (=kw. nr. 793).
-
b. Berendjen Jansen (Ribberink), geb. Manderen (bij Tubbergen) ca. 1645, tr. Heemse geref. 1671[641]
Jan Hendriks Velsink, geb. ca. 1645, zn. van Hendrik Velsink (zie kw. nr. ⇒ 1584 ).
1604. NN COUPER/CUIPER(S).
-
a. Dr. Bartholdt Couper (Cuyper, Cuiper), geb. vóór ca. 1610, ovl. 1664-1673, (=kw. nr. 802).
-
b. Jan Cuiper, geb. vóór ca. 1615, ovl. Goor 2-3-1676, filiatie niet bewezen,
zie voor hem
Fragment Couper.
-
c. Hen(d)rick Couper, geb. vóór ca. 1620, ovl. 1655/56, filiatie niet bewezen,
zie voor hem
Fragment Couper.
-
d. Lambert Cuiper, geb. vóór ca. 1620, ovl. vóór 1667, filiatie niet bewezen,
zie voor hem
Fragment Couper.
-
e. Jenneken Cuijper(s) Kuijper, geb. vóór ca. 1630, filiatie niet bewezen,
zie voor haar
Fragment Couper.
-
f. Aeltjen Cuipers, geb. vóór ca. 1630, ovl. Goor 10-12-1673 als vrouw van Wessel Jalingh, "welcke oock te doot kranck was".[642], filiatie niet bewezen,
zie voor haar
Fragment Jalink/Coesvelt.
|
Fragment Couper |
J(oh)an Cuiper, geb. vóór ca. 1615, ovl. Goor 2-3-1676, burgemeester van Goor (1670-1676),
tr. vóór ca. 1640
Barbara van Eibergen, ovl. Goor 12-1-1676. Zij woeden vermeld als "Johan Cuiper met sijn vrou Barbara van Eibergen ende sijn dochter Stijnken huisvrou van Rutg. ten Hengel" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658.[643]
Kerkenboek van Goor:[644]
1676 Op nieu Jaersdagh wort kranck na gehouden Godsdienst
en sterfft Jan. 12 Barbara van Eibergen
vrou van Borgmr. Jan Cuiper.
1676 Mart. 2 sterfft Borgmr. Jan Cuiper en volcht so
haest sijn vrouwe.
-
a. Wolter(us) Couper (Cuiper), geb. vóór ca. 1635, ovl. Goor 1672 ("doch door het vluchten niet aengeteekent"), filiatie niet bewezen (hij zou ook een zoon van Hendrik Couper x Trijntje Mullers kunnen zijn),
schoolmeester te Goor (1658)
tr. vóór 1658
Bernerdina (Berentken) ten Hengel. Zij worden vermeld als "Wolterus Cuiper, schoelmr. en sijn vrou Berentken ten Hengel in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658.[645]
Zij hertr. Goor geref. 24-5-1674 Jan Cuiper wednr. van Anneken van Coesvelt (zie hieronder).
-
1. Fenne(ken) (Fenna) Cuiper(s) (Coupers), geb. vóór ca. 1660, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 26-3-1676,[646]
tr. Goor 31-12-1684[647]
[648]
Ds. Johannes Benjamin Putman, geb. 1654/55, ovl. Goor 11-11-1722[649], volgens aantekening van zijn vader in het Kerkenboek van Goor[650] op 17-6-1679 "tot Deventer geexamineert met contentement des classis mijn soon Jan Benjamin Putman en tot proponent aangenomen",
ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 17-10-1680,("Johannes Benjamin Putmannus, Gorensis. 25 (jaar)")[651]
predikant te Goor 1684-1722,
wednr. van Anneken Vat(e)bender (huw. Goor 10-12-1682),
zn. van Ds. Abraham Putman, predikant te Weerselo, Diepenheim en Goor, en Christina Borgerink.
-
aa. Anna Christina Putman, ged. geref. Goor 13-9-1685.
-
bb. Abraham Putman, ged. geref. Goor 29-4-1688.
-
cc. Wolter Putman, ged. geref. Goor 16-2-1690.
-
dd. Wolter Joan Putman, ged. geref. Goor 26-5-1695.
-
2. Bernardina/Berendina Couper(s), ged. Goor 24-10-1663, dogter van zal: Wolter Couper binnen Goor (1686),
otr. 1o Goor 7-2-1686[653]
tr. 1o Delden geref. 7/28-2-1686
Helmich Helmichs, ovl. 1688-1693, zn. van zal: Borgermeester Conraet Helmichs binnen Delden,
otr./tr. 2o Delden 5/27-8-1693[654]
Gerrit van Heek, geb. Delden ca. 1668, ovl. 1733, zn. van Herman Laurens van Heek, burgemeester van Delden, en Mechteld ten Grootenhuys.
Uit haar eerste huwelijk nageslacht Helmich.
Uit haar tweede huwelijk nageslacht Van Heek.
-
3. Jan Cuiper, ged. geref. Goor Misericord (=tweede zondag na Pasen) 1670.
-
4. Henricus Couper, geb. vóór ca. 1665, filiatie niet bewezen,
geref. lidmaat te Goor op belijdenis 24-9-1682,
tr. Goor geref. 7-8-1692
Jacomina Hildrink, dr. van Joan Hildrink, burgemeester van Goor.
Kerkenboek van Goor:[655]
- 1682 Dom. 15 Trin. (24 Sept.) gecommuniceert ende
aengenomen na examinatie Henricus Cuiper soon
van Z. Wolter Cuiper Scholtus.
- 1692 Gecop. Augustus 7 Henricus Couper soon van
W. Wolter Couper Jacomina Hildrink dochter
van Burgemeester Joan Hildrink.
-
aa. Wolter Couper, ged. geref. Goor 11-6-1693.
-
b. Ds. Rutger(us) Couper, geb. Goor 1637, ovl. 19-3-1723[657], afkomstig van Goor,
ingeschreven als student filosofie en theologie aan de Universiteit van Groningen 7-3-1657 ("Rutgerus Couper, Gora Transisalanus"),[658]
predikant te Rekken (1676-1694)
otr./tr. Goor 19/16-4-1676
Catharina Raterink, dr. van Henricus Raeterinck, brouwer, burgemeester van Goor, en Geertruida toe Laer.[659]
Kerkenboek van Goor:[660]
1676 Mart. 19 op Palm. geproclameert:
Rutgerus Cuiper, soon van Z. Borgmr. Jan Cuiper,
Predicant in Recken Catharina Rateringh,
dochter van Z. Borgmr. Henricus Rateringh,
Copulati Goor Dom. Jubilate April 16.
Beleningen:[661]
Nijenhuis te Diepenheim
30-5-1695: Rutgerus Cuper voor hemzelf en tevens namens Hoseas Meylink,
predikanten te Rekkum en Goor, na opdracht door Elbert Derk Adriaan van Hertevelt en zijn vrouw N van Beverforde.
10-11-1710: Rutgerus Cuper, predikant te Reccum, namens zijn zwager Hoseas Meilink,
predikant te Goor, met lediger hand.
16-5-1718: Seino Meilink, predikant te Goor, na de dood van zijn vader Hoseas Meilink.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[662]
-
1. Johanna Coupers (Cuiper, Kuijpers), ged. Rekken 11-4-1679, ovl. na 1720,[663]
tr. Rekken 1702[664]
Otto Schutte, geb. vóór ca. 1670, ovl. Diepenheim 1715, ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 11-2-1684 ("Otto Schutte, Diepenheima-Tubantus"),[665]
wordt geref. lidmaat te Diepenheim op belijdenis Pasen 1685,
vermeld als geref. lidmaat te Diepenheim in de lijst opgemaakt Pasen 1696,
burgemeester en rechter te Diepenheim,
zn. van Hendrik Schutte en Agnita Schrunder.
-
aa. Agnes (Agneta/Agnita) Schutte(n), geb. Diepenheim 5-1-1706, ovl. Rouveen 2-3-1793, wordt geref. lidmaat te Diepenheim op belijdenis 29-6-1725,
otr. Rouveen 27-6-1732[667]
otr. Diepenheim 13-7-1732[668]
Ds. Willem Sluiter, ged. Raalte 24-11-1700, ovl. Rouveen 15-5-1776, proponent in 1721, beroepen te Rouveen in 1722,
predikant te Rouveen (1723-1776),
bevestigd aldaar 10-10-1723 door zijn vader,
deed 10-10-1773 zijn 50-jarige preek te Rouveen,[669]
zn. van Ds. Jo(h)annes Sluiter, laatstelijk predikant te Steenwijk, en Maria Sluiter (zie kw. nr. ⇒ 1765 sub a/2).
Voor nageslacht van dit echtpaar zie kw. nr. ⇒ 1765 sub a/2/dd.
-
c. Stijnken Cuiper, geb. vóór ca. 1640, vermeld als Stijnken huisvrou van Rutg. ten Hengel in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,
tr. vóór 1658
Rutg. ten Hengel.
-
d. Geesken Cuiper, geb. vóór ca. 1650, otr. Goor geref. 4-12-1670
Herman de Ram, wednr. van Josina van Hulst te Nijmegen.
Kerkenboek van Goor:[670]
1670 Dom. z advent. (4 Dec.) geproclameert Herman de Ram, wedeman van Z. Josina van Hulst tot
Nimmegen, ende Geesken Cuiper, dochter van
Borgmr. Jan Cuiper.
-
e. Trijnken (Catharijna) Cuipers, geb. vóór ca. 1655, otr./tr. Goor geref. 11-4/9-5-1675
Egbert Seemsmaker, zn. van Henrick Seemsmaker, burgemeester van Goor.
Kerkenboek van Goor:[671]
1675 April II Quasimodo geproclameert Egbert Seemsmaker,
soon van Borgmr. Henrick Seemsmaker,
Trijnken Cuipers dochter van Borgmr. Jan Cuiper
Getrout Dom. Rogat. may 9.
-
1. Hendrikus Seemsmaker, ged. Goor 7-12-1684.
-
2. Barbara Seemsmaker, ged. Goor 6-6-1686.
-
3. Hendrick Seemsmaker, ged. Goor 16-9-1688.
-
4. Hendrika Seemsmaker, ged. Goor 4-5-1690, tr.
Fijke Rombartus Altena. Hieruit verder nageslacht bekend.
-
5. Wolter Seemsmaker, ged. Goor 11-9-1692.
-
f. Fenneken Cuiper, geb. vóór ca. 1655, otr. Goor geref. 11-6-1676, tr. Rekken
Gerrit Scholten, j. m., zn. van Derck Scholten te Arnhem.
Kerkenboek van Goor:[673]
1676 Dom. 3 post Trin. (11 Juni) geproclameert Gerrit Scholten
j. m. soon van Derck Scholten
tot Arnhem, Fenneken Cuiper dochter van Z.
Borgmr. Jan Cuiper. Copulati in Recken.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[674]
-
1. Jan Scholten alias Cremers, geb. vóór ca. 1704, kotter te Stockum,
tr. Markelo 27-11-1729[675]
Berendje Kremers, geb. Markelo 1708
dr. van Jan Kremers en Aaltjen Mensink.
Hieruit verder nageslacht bekend.
========
Hen(d)rick Couper, geb. vóór ca. 1620, ovl. 1655/56, burgemeester van Goor,
vermeld te Borculo 1655,[676]
procurator te Goor,
tr. vóór ca. 1645
Trijntje Mullers, ovl. na 1656. -
a. Derck Couper (Cuijper(s)), vermeld als het nagelaten kind van wijlen Henrick Couper en diens wed. Trijntje Mullers (1656),[677]
onmondig (1656, 1657).
-
b. J(o)an Cuiper/Couper, geb. vóór ca. 1645, ovl. na 1675, volgens Ref. [678] is hij een zn. van burgemeester Hendrick Cuiper en Agnes Pothof,
bakker (1671),
otr./tr. 1o Goor geref. 8/23-8-1668
Anneken van Coesvelt, geb. vóór ca. 1650, ovl. Goor 11-8-1671 (in het kraambed), dr. van Hendrick van Coesvelt herbergier "in den Engel" te Goor (1668), en Hilleken Hoefslach,[679]
otr. 2o Goor geref. 24-5-1674
Bernardina (Berentken) ten Hengel, wed. van Wolter Cuiper, schoolmr.
Kerkenboek van Goor:[680]
- 1668 Dom. 8 Trin. geproclameert Jan Cuiper soon van
Borgmr. Hendrick Cuiper en Anneken van Coesvelt,
dochter van Hendrick van Coesvelt,
Copul. Dom. XIV Trin. Aug. 23.
- 1671 Aug. XI kort na den middagh sterfft seer onverwacht
int Craembedde, sonder verlost te worden
na weinig uren arbeits met een bloetstortinge
Enneken van Coesvelt, dochter wt den Engel
vrou van Jan Cuiper die Backer.
- 1674: May 24
Geproclameert Jan Cuiper Wedeman van Z. Anneken van Coesvelt
ende Bernardina ten Hengel,
weduwe van Z. Wolter Cuiper schoelmr.
Geproclameert met die derde proclamatie na den
middagh in die Kercke. Wolter Cuiper gestorven
in 1672 doch door het vluchten niet aengeteekent.
Uit zijn eerste huwelijk:[681]
-
1. Hendrick Cuiper, ged. geref. Goor 16-5-1669.
Uit zijn tweede huwelijk:[682]
-
2. Anna Gertruit Cuiper/Couper, ged. geref. Goor 3-1-1675, tr. Goor geref. 29-5-1698
Gerhard (Gerrit) Holst, ged. Bad Bentheim (D) 16-4-1676, ovl. Rijssen Stad voor 1734,[683]
chirurgijn te Goor,
wednr. van Aleida Holst,
zn. van Derk Holst, chirurgijn te Schüttorf (D) en Clara Homoet.
Hieruit verder nageslacht bekend.
Kerkenboek van Goor:[684]
1698 Gecopul. 29 Mey Gerhard Holst soon van W.
Derk Holst Anna Geertruid Couper dogter
van Joan Couper.
-
c. Anna (Anneken) Kuipers, geb. vóór ca. 1650, dr. van "Heijndrick Kuiper, Procurator tot Goor" (1668),
otr. Oldenzaal geref. 13-12-1668,
otr./tr. Goor geref. 20-12-1668/7-2-1669,
Gerrit Pot(t), tinnegieter afkomstig van Oldenzaal,
zn. van Berent Pot(t), te Oldenzaal.
Kerkenboek van Goor:[685]
1668 Dom. 4 advent (20 Dec.) geproclameert Gerrit Pot
Tinnegieter soon van Berent Pot, tot Oldenzael,
en Anna Kuipers, dochter van Borgmr.
Hendrick Kuiper gecopuleert, Ao. 69 Febr. 7.
-
d. Wolter Cuiper/Couper, geb. vóór ca. 1650, filiatie niet bewezen,
burgemeester van Goor (1678..1692).
Uit hem:
Kerkenboek van Goor:[686]
- 1675 April 7 Woensdagh na Paeschen gestorven aen die
bleken een kint van Wolter Cuiper.
- 1676 Febr. 20 Reminis, gedoopt Hendrick een soon
van Wolter Cuiper.
- 1678 Dom. 24 Trin. (10 Nov.) gedoopt Wolter een
kint van Borgmr. Wolter Cuiper.
- 1681 Saterdag morgen op Kersavent gedoopt een kranck
kint van Borgmr. Wolter Cuiper 'is gnt. Elsken.
-
1. NN Cuiper, ovl. Goor 7-4-1675.
-
2. Hendrick Cuiper, ged. geref. Goor 20-2-1676.
-
3. Wolter Cuiper, ged. geref. Goor 10-11-1678.
-
4. Elsken Cuiper, ged. geref. Goor 24-12-1681.
-
5. (Joh)Anna Couper(s), geb. vóór ca. 1675, ovl. na 1720, tr. Goor geref. 30-10-1692
Egbert Schutten, ovl. vóór 1720, zn. van Mr. Jacob Schutten.
Kerkenboek van Goor:[687]
1692 Gecopuleert Oct. 30 Egbert Schutten soon van
Meister Jacob Schutten Anna Coupers dogter
van Burgemeester Wolter Couper.
Op 22 -8-1720 compareren te Lochem
Dr. Lod. Joh. Bomble als volmachthebber vam Theodorus en Abraham Schutten,
voorts mede van Juffr. Johanna Couper, wed. Schutte, voor haar zelve, en als
moeder van haar kinderen, en Juffr. Margarita Schutte.
[688]
-
6. J(o)an Couper, geb. vóór ca. 1670, tr. Goor geref. 19-2-1693[689]
Elisabeth Meyer(s), dr. van Adolph Meyer, chirurgijn, en Janna Brants.
Kerkenboek van Goor:[690]
1693 Gecopul. Febr. 19 Joan Couper soon van Burgermeester
Wolter Couper Elisabeth Meyer dogter
van Adolph Meyer.
-
aa. Jan Couper, ged. geref. Goor 10-5-1695.
-
bb. Anna Elisabeth Couper, ged. geref. Goor 13-12-1696.
-
cc. Adolphina Couper, ged. geref. Goor 12-3-1699.
-
7. Johanna Catharina Couper, geb. vóór ca. 1690, filiatie niet bewezen,
tr. 1o voor 1719
NN Hasebroek, tr. 2o voor 1719 (gesepareerd 1719/20)
Jan Teger (Jr.).
Akten te Lochem:
Ingekomen 9-8-1719
request d.d. van Joost Hendr. Bomble en Hendrick Gerverdinck als gericht. gestelde momberen over Jan Willem Hasebroeck, onmondig en van wijlen Floris Jan Hasebroek en Johanna Catharina Couper, nu getr. aan Jan Teger.
[692]
[693]
Op 22-8-1720 transporteren
Johanna Catharina Couper, gesepareerde vrouw van Jan Teger Jr., in deze geass. met Dr. Lod. Joh. Bomble, voorts Joost Hendr. Bomble en Hendr. Gerverdinck, als gericht. momberen van haar voorzoon Jan Willem Hasebroeck, enz., aan den Heer Pieter Scheene de helft van het erve en goed den Palsenberg, Scholtambt Lochem, boerschap Boshuijrne.
[694]
Uit haar eerste huwelijk (Hasebroeck-Couper) :
-
aa. Jan Willem Hasebroeck, onmondig in 1719.
-
bb. Floris Jan Hasebroek, ovl. vóór 1719.
-
e. Gerrit Cuiper, sone van wijlen Henr. Cuiper wonend te Ootmarsum (1688),
afkomstig van Ootmarsum (1688),
otr./tr. Ootmarsum geref. 8-4/15-5-1688
Gesina Cramers, doghter van wijlen Arent Cremer wonend te Ootmarsum (1688).
=====
Lambert Cuiper, geb. vóór ca. 1620, ovl. 1660-1667, burgemeester van Goor,
vermeld in akten te Borculo 1654-1660,[695]
tr. vóór ca. 1645
Agnes Pothof(¥), ovl. na 1671.
| COMMENTAAR(¥)
Wessel Jalinck en sijn huisvrou Agnes Pothof worden vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658.[696] Zijn deze beide Agnessen dezelfde persoon?
|
-
a. Joannes Cuiper, geb. vóór ca. 1645, ovl./beg. Deventer 2 of 3 maart/6-3-1671, rector van de school te Grol (1671)
Kerkenboek van Goor:[697]
1671: Joannes Cuiper soon van Z. Lambert Cuiper S. S. Th. Candidatus en Rector van die schoele
tot Grolle, coemt krank aan die teeringe tot Goor tot sijn moeder, gevoelende geen beterschap treckt na Deventer sterfft aldaer bij sijn broeder tusschen Mart. 2 & 3 is begraven Mart. 6 tot Deventer op Saterdagh.
-
b. Lammertina Cuipers, geb. vóór ca. 1650, wordt geref. lidmaat te Goor op belijdenis 7-4-1667,
otr. Goor geref. 18-7-1675 (krijgt attestatie 1-8-1675)
Derck Cramer, zn. van Arent Cramer te Ootmarssum.
Kerkenboek van Goor:[698]
1667 Op Paschen (7 April) gecommuniceert ende aengenomen Lammertina Cuipers, dochter van Z. Lambert Cuiper.
1675 Trin. 7 Juli 18 geproclameert Derck Cramer soon
van Z. Arest Cramer tot Oetmarsen Lammbertina Cuipers
dochter van Z. Lambert Cuiper,
in sijn leven Borgmr alhijr. Gegeven attestatie
Dom. 1X Trin. Aug. I.
-
c. Trijnken Cuiper, ovl. Amsterdam aug. 1669 (overluid te Goor 19-8-1669).
Kerkenboek van Goor:[699]
1669 In Aug. gestorven een dochter van Z. Lambert Cuiper
en Agnes Pothof tot Amsterdam gnt
Trijnken overluit Aug. 19.
-
d. NN Cuiper, ovl. Deventer april 1676, tr.?
Helmich.
Kerkenboek van Goor:[700]
1676 April sterfft tot Deventer vrou Helmich dochter
van Lamb. Cuiper.
-
e. Jo(h)anna Maria Cupers, dr. van Lambert Couper, burgemr. van Goor (1690),
tr. Laren (Gld) en Goor geref. 29-11-1690
Ds. Georgh (Georgius) Claphouwer, afkomstig van Warnsfeld,
ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 27-5-1662 ("Georgius Claphouwer, Warnsfeldensis"),[701]
predikant te Laren (1690).
Kerkenboek van Goor:[702]
1690 Gecopuleert 29 Nov. D. Georgius Claphouwer
Predicant in Laren Joanna Maria Cupers dochter
van W. Lambert Cuper alhier.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[703]
-
1. Johanna Maria Margarieta Claphouwer, geb. vóór ca. 1705, ovl. 1722-1736, otr. Goor 20-2-1722[704]
Dr. Mr. Hendrik Mich(g)orius, ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 4-10-1705 ("Henricus Michorius, Haxbergensis Transisulanus"),[705]
ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Groningen 22-9-1707("Henricus Michorius, Holsberga Tubantinus"),
promoveert aldaar in de rechten op 17-3-1710 op een dissertatie getiteld "Quinquaginta controversiae" ("Henricus Michorius, Henrici filius, Haxberga Transisalanus"),[706]
lidmaat 1709, advocaat-fiscaal van het Drostambt Haaksbergen en Diepenheim, burgemeester van Goor,
zn. van Hendrik Michgorius, burgemeester, bierbrouwer, gecommitteerd Goedsheer, provisor, ouderling en diaken te Haaksbergen, en
Mechteld Manten.
Hij hertrouwt Neede 11-2-1736 Hendrika Weddelink.
======
Lambert Cuiper, geb. vóór ca. 1630, vermeld als echtgenoot van Aeltjen van Hemeren in akte te Borculo (1656),[707]
tr. vóór 1656
Aeltjen van Hemeren, vermeld in akten van de Heerlijkheid Borculo 1656.
=====
Jenneken Cuijper(s) Kuijper, geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1658, vermeld als echtgenote van Gerrit Wolff, wed. van Gerrit Muller in akten te Borculo (1655..1658),[708]
tr. 1o voor 1655
Gerrit Muller(s), ovl. vóór 1655, tr. 2o voor 1655
Gerrit Wolff(s).
====
Wie zijn dit?
Kerkenboek van Goor:[709]
- 1685 Angenomen op Kersmis Wolter Cuper.
- 1695 Aangenomen op Paeschen Agnes Cuper.
===
diverse vermeldingen:
Jacob Couper, vermeld 29-7-1665.[710]
Tonnis Cuijper, vermeld 6-7-1663.[711]
Willem Cuijper, vermeld 8-6-1660.[712]
Aeltien Cuijpers, wed. Jan Oldenborgh, vermeld 23-6-1660.[713]
Anna Cuijpers, vermeld 17-11-1663 (ovl).[714]
Geertken Cuipers, geb. vóór ca. 1640, tr. vóór 1658
Albert Pothof, vermeld als "Albert Pothof met sijn vrou Geertken Cuipers" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[715]
Aeltjen Cuipers, geb. vóór ca. 1640, tr. vóór 1658
Arnoldus Nienhuis, vermeld als "Arnoldus Nienhuis en sijn husvrou Aeltjen Cuipers" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[716]
Albertken Cuipers, geb. vóór ca. 1640, tr. vóór 1658
Johan Hilderingh, vermeld als "Johan Hilderingh met sijn vrou Albertken Cuipers" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[717]
Anna Coupers, tr. Laren (Gld) geref. 28-4-1703 (met att. v. Goor)
Jan Jacob Stromeijer.
Fenna Coupers, wed. Haselbroeck moeder van Joan (1681),[718]
Fenna Coupers, en
Maria Coupers, vermeld in akten te Borculo (1683),[719]
Garridt Phijlips, soon van Phijlips Couper onder Goor,
tr. Geesteren geref. 19-7-1698
Roelefken Janssen, dochter van Jan Egginck onder Geesteren.
Derck Couper, doopgetuige te Breedevoort 1648.
|
|
Fragmenten Jalink en Coesvelt |
Mr. Wessel Jalinck(¥), geb. vóór ca. 1625, ovl. Goor 13-7-1675, regent (1675).
tr. vóór ca. 1650
Aeltjen Cuipers, geb. vóór ca. 1630, ovl. Goor 10-12-1673.
| COMMENTAAR(¥)
Hij wordt een paar genoemd met de titel Mr., maar een inschrijving aan een der Nederlandse universiteiten is niet te vinden.
|
Kerkenboek van Goor:[720]
1673 Xbr. 10 s'morgens omtrent 4 uren sterfft Aeltjen Cuipers
vrou van Wessel Jalingh, welcke oock
te doot kranck was.
1675 Juli 13 op dinxcdagh na Deventersche kermisse
na langjarige quyninge sterfft Wessel Jalingh
regent na dat hij drie weken gelegen hadde.
| COMMENTAAR(¥)
Wessel Jalinck en sijn huisvrou Agnes Pothof worden vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658.[721] Dit is blijkbaar een andere Wessel?
|
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. Werner Jalinck (Jr.), geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1680, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 27-9-1668,[722]
otr./tr. Goor geref. Pinkstermaandag/8-8-1668
Geertken Peters, ovl. na 1680, wed. van Wolter Welmers.
Kerkenboek van Goor:[723]
1668 Dom. X1X Trin. (27 Sept.) gecommuniceert ende
aengenomen Werner Jalinck, soon van Mr. Wessel Jalinck.
1669 Op Pincxster Maendagh geproclameert Werner Jalingh
soon van Wessel Jalingh ende Geertken Peters,
weduwe van Z. Wolter Welmers. Gecopuleert
Dom. 1X Trin. Aug. 8.
-
1. Aeltjen Jalinck, ged. geref. Goor 27-2-1670, geref. lidmaat op belijdenis te Goor Pasen 1695.[725]
-
2. Wolterken Jalinck, ged. geref. Goor 4-2-1672, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 1689.[726]
-
3. Elske Jalinck, ged. geref. Goor 17-6-1677.
-
4. Janna Jalinck, ged. geref. Goor 18-4-1680.
-
b. Wolter Jalinck, geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1685, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 7-4-1672 (Pasen),[727]
smid,[728]
otr./tr. Goor geref. 21/28-5-1676
Engelken van Coesvelt, ovl. na 1685, dr. van Hendrick van Coesvelt herbergier "in den Engel" te Goor (1668), en Hilleken Hoefslach.[729]
Kerkenboek van Goor:[730]
1676 Dom. Misericordia (21 Mei) geproclameert Wolter Jalinck,
soon van Z. Wessel Jalingh Regent
Engelken van Coesvelt dochter van Z. Hendrick van Coesvelt in den Engel. Copulati Dom. I
Trin. May 28.
Uit dit huwelijk:[731]
[732]
-
1. Wessel Jalink, ged. Goor 29-9-1676, ovl. Goor 25-8-1737, burgemeester,
testeert 7-10-1730, tr.[733]
Hendrina van Leeuwen.
-
2. Hendrick Jalingh, ged. geref. Goor 4-8-1678, geref. lidmaat op belijdenis te Goor Pasen 1695.[734]
-
3. Gerrit Jalingh, ged. geref. Goor 4-4-1680.
-
4. Aelken Jalingh, ged. geref. Goor 3-12-1682.
-
5. Helena Jalink, ged. geref. Goor 18-1-1685.
-
c. Elske(n) Jalinck, geb. vóór ca. 1655, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 7-4-1672 (Pasen),[735]
otr./tr. Goor geref. 21/28-5-1676
Derck van Coesvelt, geb. vóór ca. 1660, ovl. 1692-1696, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 25-12-1676,
herbergier in de Engel (1675-1687),
zn. van Hendrick van Coesvelt herbergier "in den Engel" te Goor (1668), en Hilleken Hoefslach.[736]
Kerkenboek van Goor:[737]
1676 Op kersdach gecommuniceert ende, aengenomen
Derck van Koesvelt weert in den Engel.
Dom. Nisericordia (21 Mei) geproclameert Derck van Coesvelt
soon van Z. Hendrick van Coesvelt in den Engel,
Elske Jalingh dochter van Z. Wessel Jalingh Regent.
Copulati Dom. I Trin. May 28.
-
1. Hilleken (Helena) van Coesvelt, ged. geref. Goor 4-2-1677, geref. lidmaat op belijdenis te Goor Pasen 1695,[739]
tr. Goor geref. 25-10-1696
Hendrik Giffel, zn. van wijlen Christiaan Giffel,
tr. 2o [740]
NN ten Tije. Hieruit verder nageslacht bekend.
Kerkenboek van Goor:[741]
1696 Gecopul. Oct. 25 Hendrik Giffel soon van W.
Christiaan Giffel en Helena van Coesvelt
dogter van W. Derk van Coesvelt.
-
2. Aelken van Coesvelt, geb./ged. geref. Goor 7/9-5-1678 ("op Hemelvaert gedoopt, verlost den voorigen dinxdagh"), tr. Goor geref. 8-5-1698[742]
Willebrant Boreas, raad van Goor,[743]
zn. van Wolter Boreas, koster te Goor.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
3. Hendrick van Coesvelt, ged. geref. Goor 22-6-1679, ovl. Goor 1-8-1680.
-
4. Hendrick van Coesvelt, ged. geref. Goor 6-3-1681, tr. Goor geref. 8-5-1698[744]
J(oh)anna Stroink, geb. Enschede Stad 1671-1681, (zie kw. nr. ⇒ 851 sub c voor verder gegevens van dit echtpaar).
-
5. Jo(h)anna van Coe(t)svel(d)t, geb. verm. 1683 (doopregisters Goor over dit jaar ontbreken), ovl./beg. 's-Gravenhage Grote K. nov./2-12-1768, geref. lidmaat te Goor op belijdenis Pasen 1700,[745]
volgens Willem Bilderdijk dienstmeid van haar latere echtgenoot Mr. Simon van Slingelandt,[746]
koopt een graf in de Grote Kerk te 's-Gravenhage 29-10-1756,
otr./tr. 's-Gravenhage 29-9-1726[747]
[748]
Mr. Simon van Slingelandt, geb./ged. Dordrecht 14/21-1-1664, beg. 's-Gravenhage 6-12-1736[749], wednr. van Susanna de Wildt,
raadpensionaris van Holland en Westfriesland (1727-1736),
zn. van Mr. Govert van Slingelandt, pensionaris van Dordrecht, en Arnoudina van Beaumont.
Johanna van Coesvelt testeert te 's-Gravenhage 1767.
[750]
Collaterale successie 's-Gravenhage 1768. ZOEK OP!
|
Mr. Simon van Slingelandt (1664-1736).
Epitaaf?
Locatie: onbekend.
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
6. Geertrui van Coesvelt, ged. geref. Goor 24-1-1686.
-
7. Wessel van Coesvelt, ged. geref. Goor 16-10-1687, tr.[751]
NN. Hieruit verder nageslacht bekend.
-
8. Elisabeth van Coesvelt, ged. geref. Goor 16-10-1687, tr.[752]
Petrus Schiphorst, kamerbewaarder van H. E. Gr. Mog. de Heeren Staten van Holland en Westfriesland.
-
9. Jan van Coesvelt, ged. geref. Goor 30-1-1692.
-
d. Der(c)k Jalin(c)k, ged. geref. Goor Goede Vrijdag 1662, ovl. Goor 1710[753], weerd in de Prins 1696-1710,[754]
tr. Goor geref. 28-4-1695
Margrieta toe Meerman, testeert te Goor 30-8-1718,[755]
wed. van Hendrik van Coesvelt.
Kerkenboek van Goor:[756]
1662 Op stillen Vrijdach gedoopt een kint van Wessel Jalinck Derk.
1695 Gecopul. 28 April Derk Jalink soon van wijlen
Wessel Jalink Margrieta toe Meerman wed.
van wijlen Hendrik van Coesvelt.
-
e. Berent Jalink, ged. geref. Goor 17-2-1667, ovl. Goor 22-7-1669.
Kerkenboek van Goor:[757]
1667 Quinquag. (17 Febr.) gedoopt Berent een soon
van Mr. Wessel Jalinck.
1669 Juli 22 sterft het jongsten kint van Wessel Jalinck
Berent out int derde.
-
f. Gerrit (Gerhard) Jalingh, geb. vóór ca. 1665, ovl. (Goor?) 1714, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 26-12-1681 (tweede Kerstdag),[758]
j.m. wonend te 's-Gravenhage (1680),
burgemeester van Goor,[759]
woont te Goor (1689),
otr. 1o Zwolle geref. 24-12-1680 (proclamatien gaen mede in 's Gravenhage),
tr. 1o 's-Gravenhage 12-1-1681[760]
Katharina de Bruin, ovl. 1681-1686, j.d. wonende te Zwolle (1680),
otr. 2o 's-Gravenhage 17-3-1686[761]
Lubberta Beekmans, geb. ('s-Gravenhage?), ovl. 1686-1689, wonend te Zwolle (1686), wed. van Gerrit NN,
otr./tr. 3o 's-Gravenhage/Lossduinen geref. 23-10/6-11-1689[762]
Aaltje Haaffkens, woont te Bredevoort (1689).
|
1648. LAMBERT KEMPERMAN(¥), geb. vóór ca. 1625, ovl. vóór 1683.
| COMMENTAAR(¥)
Wat is het verband met Willem Kempermans uit wie Goslink Kempermans tr. Silvolde 1690 Jenneken Hebing.[763]
|
COMMENTAAR(¥)
ONGEPLAATST FRAGMENT KAMPERMAN
Berend Kamperman, geb. vóór ca. 1680, ovl. vóór 1727.
Uit hem (o.a.?):
A) Albert Berents (Kamperman), geb. vóór ca. 1705, ovl. vóór 1754, j.m. zn. van wilen Berend Kamperman,
tr Ruurlo geref. 2-2-1727. Berentje Breërs.
j.d. van Gerrijt Breërs, en verm. Fenneken Fruink.
B) wellicht Garrijt Berents, doopget. 1727.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
x. Berent Alberts Camperman, ged. geref. Ruurlo 2-11-1727 (get. Albert Jansen, Garrijt Berents en Derkske Breërs, vadersnaam Albert Berents, ovl. vóór 1787, zn. van wijlen Aelbert Camperman wonend onder Ruurlo (1754),
tr. Ruurlo geref. 17-5-1754 (zij als Mechelt Meulenveen!)
Mechelt Meulemans, dr. van wijlen Jan Meulenveen! wonend onder Ruurlo (1754).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Berent Camperman, ged. geref. Ruurlo 28-3-1760, woont te Ruurlo (1787),
otr./tr. Ruurlo geref. 6/29-7-1787 (als j.m., zoon van wijlen Berent Camperman)
Geesken Holstege, woont te Ruurlo (1787),
j.d. van wijlen Hendrik Holstege.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Berent Kamperman, geb./ged. geref. Ruurlo 12/12-10-1788 (get. de vader).
-
bb. Berentjen Kamperman, geb./ged. geref. Ruurlo 9/14-11-1790 (get. de vader).
-
cc. Hendrik Kamperman, geb./ged. geref. Ruurlo 30-1/3-2-1793 (get. de vader).
-
dd. Garritjan Kamperman, geb./ged. geref. Ruurlo 14/18-10-1795 (get. de vader).
-
ee. Cathrina Kamperman, geb./ged. geref. Ruurlo 27/28-10-1798 (get. de vader).
-
ff. Maria Kamperman, geb./ged. geref. Ruurlo 10/15-2-1801 (get. de vader).
-
gg. Harmen Kamperman, geb./ged. geref. Ruurlo 3/8-4-1804 (get. de vader).
-
hh. Arend Kamperman, geb./ged. geref. Ruurlo 6/13-7-1806 (get. de vader).
-
ii. Garret Kamperman, geb./ged. geref. Ruurlo 24/30-7-1809 (get. de vader).
|
Uit zijn huwelijk(en?) (o.a.?) :
-
a. Henrijck Lamberts Kemperman, geb. vóór ca. 1650, ovl. 1704-1708, (=kw. nr. 824).
-
1. Jan Kemperman, te Etten, Langen (1711), Swijpe (1712-..1716),
tr. Lochem 30-8-1710
Janna Franken, wed. van Thomas Sérat in Swijpe.
Zij hertr. Lochem (als Jenneken Franken, wed. van Jan Kemperman in Swijpe) in 1717/18 met Jan Broshuijs.
-
aa. Anna Geertruid Kemperman, ged. geref. Lochem 31-5-1711 ("Jan Kemperman in Langen sijn dogter").
-
bb. Geesken Kemperman, ged. geref. Lochem 22-5-1712 ("Jan Kemperman in Swijpe sijn dogter", get. Evert Kemperman en Anna Fransen).
-
cc. Jannes Kemperman, ged. geref. Lochem 8-7-1713 ("Jan Kemperman in Swijpe sijn soon", get. de vader selve).
-
dd. Ernest Willem Kemperman, ged. geref. Lochem 2-8-1716 ("Jan Kemperman sijn soon, op de Heest in Swijpe", get. de vader selve ten doop gehouwden, ten overstaan van Jan Oortwijn Westenberg).
-
c. Jan Camperman, geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1687, filiatie niet bewezen,
tr. vóór 1671
Enneken NN.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Lambert Camperman, ged. geref. Ruurlo 9-6-1671 (get. Hendrick Beuckes, Frerick Camperman en Berentjen Stephens).
-
2. Jenneken Campersmans, otr. Bredevoort 25-12-1687
Niclaes Brouwer, soldaat onder compagnie van de heer Rosier.
-
3. Berentien Jansen, geb. vóór ca. 1670, ovl. 1690-1694, j.d. van wilen Jan Camperman (1690),
otr. Ruurlo geref. 17-8-1690
Herman Frericks, wednr. van Enneken Haijtinck tot Hengelo (1690),
woont te Ruurlo (1894).
Hij hertr. Ruurlo geref. 18-2-1694 Wijske ten Rijckenberg.
-
d. Hendersken Kampermans, geb. vóór ca. 1655, filiatie niet bewezen,
tr. vóór 1672
Berendt Garritsen.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. Hendersken Berendts, ged. geref. Ruurlo 19-5-1672 (get. Bartelt Corten, Lijsken ten Erve en Marie op 't Hogeslach).
-
b. Garrit Berendts, ged. geref. Ruurlo 19-5-1672 (get. "parens ipse", Jan ten Erve en Jenneken Smeincks).
-
e. Frerick Camperman, filiatie niet bewezen,
doopget. (1671).
1656. HARMEN (HERMEN) GU(IJ)LIJCKERS(¥), geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1680, doopget. (1671, 1672).
| COMMENTAAR(¥)
Mogelijk zijn broer is Berent Guijlikers, uit wie:
Grietjen Berentsen, geb. vóór ca. 1650, jonge dochter van wijlen Berent Guijlikers uit Ruurlo.
otr./tr. Ruurlo/Zutphen geref. 12-5/14-6-1672
Jan Hendricksen, jonghman en sone van zall. Hendrick Berentsen, wonende tot Zutphen.
|
-
a. Jan Hermsen (de) Gulicker(s), geb. vóór ca. 1655, ovl. verm. Ruurlo 1705-1717[764], (=kw. nr. 828).
-
b. Roelof Harmsen ((de) Guli(jc)ker), geb. vóór ca. 1665, j.s. van Harmen Guliker wonend te Ruurlo (1687),
doopget. (1691),
otr. Ruurlo geref. 27-2-1687
Steventjen Bouwmeisters (Boumeester(s)), geb. vóór ca. 1665, geref. lidmaat te Ruurlo 29-6-1684 "op 't get. van Gerh. Lonius, p(astor) tot Schermerhorn",
wed. van wijlen Berend Naeldenberg, wonend te Ruurlo (1687).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Berent Roelofs, ged. geref. Ruurlo 1-5-1692 (get. Henrick Pasman, Engbert Hiddinck en Teuniske Rommeler).
-
2. Hermen de Gulicker, ged. geref. Ruurlo 3-11-1695 (get. parens ipse (= de ouder(s)).
-
3. Trijntje Roelofs de Gulijcker, ged. geref. Ruurlo 23-10-1698 (get. parens (= de ouder(s)).
-
c. Lubbert Hermsen, filiatie niet bewezen,
doopget. (1694).
-
d. Steventie Guliker, filiatie niet bewezen,
doopget. (1694).
1658. WILLEM (VAN) AVERBECKINK[765], ovl. vóór 1680,[766]
-
a. Berentjen Willems, geb. vóór ca. 1660, (=kw. nr. 829).
1660. LUBBERT WESSELS[767], geb. vóór ca. 1625, ovl. vóór 1671.
-
a. Barteld Lubberts van Nijenhuis, geb. vóór ca. 1650, ovl. vóór 1698, (=kw. nr. 830).
-
b. Aelbert Lubberts, geb. vóór ca. 1650, jonghman en sone van wijlen Lubbert Wessels wonend te Ruurlo (1671),
geref. lidmaat te Ruurlo 3-10-1675 op belijdenis,
doopget. (1675..1698),
otr./tr. 1o Ruurlo geref. 16-4/4-6-1671, ovl. 1692-1694
Jenneken Kaspers, geref. lidmaat te Ruurlo 29-9-1666 op belijdenis,
jonge dochter van Caspar Caspersen wonend te Ruurlo (1671),
doopget. (1692),
otr. 2o Ruurlo geref. 12-8-1694 zijn volle nicht
Berentjen Berentsz (Wessels), geref. lidmaat te Ruurlo 15-12-1693 op belijdenis als Berentje Wessels aan het Lieve Stroo,
dr. van Berent Wessels (zie kw. nr. ⇒ 3320 sub b).
In het geref. doopboek Ruurlo staat bij haar tweede huwelijk genoteerd:
"Aelbert Lubbersz, wedenaer van Jenneken Kaspers, met
Berentjen Berentsz sijnde de volle night van Aelbert Lubberts bovengen. en
verlaten vrouw van Dirck Berentszen Westerholt, levende omtrent Nijmegen.
Sijn op approbatie van het weledle hof alhier tot den h. houwelijck staat
ingeschreven en bevestight den (datum niet ingevuld)".
De dispensatie van het Hof van Gelderland luidt:
"1694- 7-17. Albert Lubbers en Berentje Wessels, broederskinderen."
[768]
Uit zijn eerste huwelijk:
-
1. Lubbeke(n) Aelberts, ged. geref. Ruurlo 24-9-1671 (get. Jan ten Stricker, Berentjen Ibinckx en Enneken Berenschots, hier heet de vader Alebert Wessels!), ovl. 1709/10, geref. lidmaat te Ruurlo 25-12-1695 op belijdenis als "Lubbeke Aelberts, j.d. van Aelbert Lubberts op Breuil",
j.d. van Albert Lubberts tot Ruerlo (1696),
tr. Ruurlo geref. 13-4-1696
Teunis Gerrits(en), j.m. sone van wilen Gerrijt op de Groote Haar.
Hij hertr. Ruurlo geref. 24-5-1710 Wanderke ten Spencke.
-
aa. Gerrijt Teunisz, ged. geref. Ruurlo 20-3-1698 (get. Albert Lubberts, Wessel Lievestro en Trijntje Gerrijts), ovl. jong?
-
bb. Gerrijt Teunisz, ged. geref. Ruurlo 12-11-1699 (get. Casper Alberts, Henrickje Gerrijts en Jan de Gulijcker).
-
cc. Aelbert Teunisz, ged. geref. Ruurlo 20-1-1709 (get. de vader selfs).
-
2. Casper A(e)lberts, geb. vóór ca. 1675, ovl. 1699-1704, s. van Albert Lubberts,
doopget. (1699),
tr. Ruurlo geref. 20-3-1698
Kunneke(n) Hanni(n)cks, dr. van Esken Hannincks.
Zij hertr. Ruurlo geref. 2-3-1704 Lambert Lamberts.
-
aa. Jan Kaspers, ged. geref. Ruurlo 4-12-1698 (get. Albert Lubberts, Alefs de Wever en Henrickje Hannincks).
-
3. Geertje Aelberts, ged. geref. Ruurlo 16-6-1678 (get. "parens ipse", Fenneken Janssen en Elsken op 't Winckel, dr. van Albert Lubbers op d'Breuil,
tr. Ruurlo geref. 8-7-1703
Henrick Gerrijtsen, zn. van wijlen Gerrijt Roelofs.
-
aa. Jenneken Henricks, ged. geref. Ruurlo 29-9-1709 (get. parens ipse (= de ouder(s) zelf)), ovl. jong?
-
bb. Jenneken Henricks, ged. geref. Ruurlo 2-11-1710 (get. parens ipse (= de ouder(s) zelf)).
-
cc. Jan Henricks, ged. geref. Ruurlo 18-11-1714 (get. parens ipse (= de ouder(s) zelf)).
-
c. Wessel Lubberts (op Lievestroo, Oldenboom), geb. vóór ca. 1650, doopget. (1672..1698),
als Wessel op 't Oldenboom geref. lidmaat te Ruurlo 25-12-1678 op belijdenis,
tr. vóór 1672
(F)Enneken (op het) Berenschot(s), doopget. (1671),
als Enneken Berenschot, uxor van Wessel Oldenboom (sic!) geref. lidmaat te Ruurlo 3-10-1675 op belijdenis.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Lubbert Wesseldts, geb. vóór ca. 1675, zn. van Wessel op Lievestroo (1699),
tr. Ruurlo geref. 26-2-1699
Berendje Teunis, dr. van Teunis op Elferinckamp onder Hengelo.
-
2. Berentjen Wessels, ged. geref. Ruurlo 22-5-1672 (get. Thonis Berenschots, Essele Leuckes en Jacobjen Lubberts), mogelijk identiek met Berentje Wessels aan het Lieve Stroo, geref. lidmaat te Ruurlo 25-12-1693 op belijdenis,
of Berentje Wessels aan het Lievenstroo, geref. lidmaat te Ruurlo 12-4-1716 op belijdenis.
-
3. Hendrick Wessels, ged. geref. Ruurlo 17-10-1675 (get. Hendrick Berenschot, Aelbert Lubberts en Grietjen Berenschots).
-
4. Jan Wessels, ged. geref. Ruurlo 21-9-1684 (get. Derk Berenschot, Dries Niuwenhuis, Aeltjen Groes).
-
d. Jacobjen Lubberts (Nijenhuis), geref. lidmaat te Ruurlo 4-7-1675 op belijdenis als Jacobjen Nijenhuijs,
doopget. (1672, 1678),
tr. vóór 1672
Dries (de) Stricker (Wolsenhuis), geref. lidmaat te Ruurlo 25-12-1675 op belijdenis,
doopget. (1680).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Lubbert Driessen Stricker, ged. geref. Ruurlo 31-3-1672 (get. Jan Stricker, Anna Strickers en Wessel Lubberts), mogelijk identiek met Lubbert Driessen op de Vosser, geref. lidmaat te Ruurlo 25-12-1700 op belijdenis.
-
2. Garrit Driessen Stricker, ged. geref. Ruurlo 15-2-1680 (get. "parens ipse", Thonis Stricker en Metjen Hellen, hier heet de moeder Jacobjen Nijenhuis).
-
3. Jenneken Driessen Stricker, ged. geref. Ruurlo 8-11-1685 (get. de vader, Aeltjen Strickers en Hilleken Cremers).
-
4. Jannamine Driessen (Wolsenhuis), ged. geref. Ruurlo 16-11-1690 (get. Arent te Winckel, Luble Alberts en Berentie Oldenboom, hier heten de ouders Dries Wolsenhuis en Jacobje Lubberts).
1662. GERRIT MULLER(S)[769], ovl. vóór 1672.
-
a. Mette Mullers, geb. vóór ca. 1655, (=kw. nr. 831).
-
b. Fenne Mullers, filiatie niet bewezen,
doopget. (1680),
mogelijk identiek met Fenneken Mullers, die met haar echtgenoot Roelof
Bloemena geref. lidmaat wordt te Ruurlo 4-7-1675 op belijdenis.
1670. NN VAN VELTHUYSEN, geb. vóór ca. 1615, tr. vóór ca. 1640
1671. BARTHA VAN ERP, geb. vóór ca. 1620.
Ds. Johannes Hendricus Weerman, de achterkleinzoon (zie kw. nr. ⇒ 208 ) van Bartha van Erp vernoemt zijn dochter Bartha naar "Bartha van Erp, zijn overbestemoeder".[770]
-
a. Gabriel van Velthuysen, ovl. na 1701, verkrijgt in 1690 uit de boedel van Otto van Vilsteren en Hille van Ittersum de Vilsterense goederen. [772]
Gabriel van Velthuysen zelf liet op het erve Luttikehof een spieker bouwen, een landhuisje, waarbij tevens "cingels en plantagiën" werden aangelegd. In 1694 werd hij wegens zijn goed Luttikhof getaxeerd op ƒ 2500,-. De bouw en aanleg vergde nogal wat kapitaal dat door Gabriel van Velthuysen werd geleend, maar dat hij niet wist terug te betalen. In 1701 werd er namens de schuldeisers beslag gelegd op zijn goederen, zowel die te Zwolle - zijn huis op de Dijk - als te Vilsteren. Bovendien stelde hij zelfs zijn roerende goederen ter beschikking. Tenslotte kwamen zijn goederen in handen de gezusters Jennigje en Geertje Dietmerink.[773]
-
b. NN (dr.) van Velthuysen, geb. vóór ca. 1640, (=kw. nr. 835).
1672. JOHAN(NES) PALTHE, geb. Bentheim [774]
1566/67 (in 1627 "60 jr. oud")[775]
, ovl. 1628, bijgenaamd "De Jonge", rentmeester van het huis Ootmarsum (1596-1628),
vermeld in de verponding van Twente (1601),
secretaris van Gisbrecht Uff den Berge, Commandeur van het huis
Ootmarsum van de Duitse Orde(¥),
burger van Ootmarsum (1601),[776],
burgemeester (1602-1617(?)), kerkmeester (1603) te Ootmarsum, keurnoot van richter Henrik Voltelen (1604) en diens opvolger als
schrijver [777],
keurnoot van het Landgericht Oldenzaal (1609, 1619),
vertegenwoordiger van de Commandeur van de Duitse Orde (1619),
in 1608 met zijne vrouw Henrika, beiden te Ootmarsum, in de Bentheimsche
kerkerekening vermeld,[778]
tr. vóór 1608
1673. HENRIKA VAN (VON) UELSEN.
| COMMENTAAR(¥)
De Commanderie "St. Joris" van de Duitse Orde ("de hospitaalridders")
ten zuidoosten van Ootmarsum wordt gesticht in 1262, in 1644 is het
bezit aangegroeid tot 88 boerenerven tesamen groot 827 mudden gezaai
en 250 dagwerk hooi en weiland [779].
|
Verpondingsregister Twenthe (1601) [780] :
Richterambt Ootmarsum :
nr. 1026 : Egbert ten Maetkatte tesamen met Johan Palte unde sin suster Hermen 1 dachmal hoies, f 4,3,8.
nr. 1039 : Johan Palte, 5 schepel fryes landes, 2 mudde in die hore.
Stadgericht Ootmarsum :
nr. 2859 : Johan Palthe, 3 scepel eigen, .. ten 1 kamp gepachtet van
Andries Boese jaerlix voer 9 daler, f 1,19,12.
nr. 2860 : Herman van Ulsen, 3 scepel eigen, f 0,11,4. (Is hij Johans
schoonvader of zwager?)
1601 : Johan Palthe heeft "leddere emmers betalt".[781]
1602 : Johan Palthe is "itziger Zeit Diener des Hauses Othmarssen".[782]
1620 : Johan Palthe is voor zijn zoon Gerhard Palthe bezitter van de vicarie St. Catharinae te Denekamp.[783]
Volgens Ref. [784]
in 1617.
"Johannes Palthe, saligen Bernards Sohn, itziger Zeit des Herrn
Compturs zu Othmarschen Schreiber und Henrica von Uelsen Eheleute
verkaufen den Eheleuten Henrich Nibberich, Gerichtsschreiber und
Walburg von Bevern den Apfelhoff oder das Immehoeveken zwischen Henrich
Nibberichs Mathe, item Johan von Soests Garten, item den Presentien Garten
und den Gruetzkamp in Bentheim gelegen." Bentheim 20-10-1611 [785].
Landgericht Oldenzaal d.d. 27-6-1618:[786]
Erschennen die weerdige heer Henricus van Wijrden ende (?) alsodaenen koep so hie
hierbefuirentz ahm 10den Januarij Anno 1618 voer deesen gerichte mit verhoeginge
verworven hefft, vann seeckere maeth die welcke Johan Palte hierbevorents mit rechte
ingewonnen und op dato voerg. verkofft, gelegen in der buijrschap Boeningen aen den Soggen
Maeth, allent in conformiteit der acten der verkoepinge op dach und dato voerg: daer van
alhier voer den gedelegierden richter van Oetmerssen geprothocolliert, also dat voerges. Palthe
daer mit henferners mach doen und laeten, sunder inspieringe van voerg. Wijrden, so als sijn
gueden raet? draegen sall, und ontsliet ock voerges. Palthe der voerges. Wijrden, kost und
schadeloes van den voerges. koep
Landgericht Oldenzaal d.d. 29-4-1620:[787]
Erschennen Johan Palthe und hefft aen handen van Herman Schulte toe Boeninge geteldt, die
summa van thien daler current, so gemelten Palthe van den heeren droste van Twente,
geordonniert jaerlicx uuith die vicarije Sanct Catharinen toe Denigkamp, tot reparatie der
kercken te betaelen, und dit wegen vergangen jaer 1619 op Martini verschennen. Waertegen
Schulte praesentiert hett miskoern in die Marcke Boeninge tott voerschr. vicarije gehoerende,
volgen te laeten.
Op 25-7-1627 wordt Johan Palten, 60 jaar gehoord ten overstaan
van schepenen en raad van Ootmarsum. Hij verklaart van voor 1597 binnen
Ootmarsum te wonen [788].
COMMENTAAR(¥)
Ongeplaatst fragment Palthe :
Alert Palthe, geb. vóór ca. 1630, tr. vóór ca. 1655
Gesina Holst. Zij hertr. Ootmarsum geref. 29-11-1663/3-1-1664 Gerrit Kremer.[789]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
d'16 Maart
-
a. Wilhelm Palte, ovl. 1688-1694, soon van sal. Alerd Palthe in Ootmarsum (1679),
otr./tr. Ootmarsum geref.16-3/11-5-1679
Johanna Staverman, doghter van sal. Joan Staverman, burgemeester te Ootmarsum,
woont te Ootmarsum (1679, 1694).
Zij hertr. Ootmarsum 28-1/14-12-1694 Berent van Asten.
-
1. Alerdt Palthe, ged. geref. Ootmarsum 29-11-1685.
-
2. Alerd Jan Palthe, ged. geref. Ootmarsum 7-10-1688.
-
3. Fenne Margareta Palthe, ged. geref. Ootmarsum 21-8-1692.
|
Uit het huwelijk (Palthe-van Uelsen) geboren (volgorde onbekend) (Volgens Abels [790]
die [791]
citeert zijn er vijf kinderen) :
-
a. Jan Palthe, geb. vóór ca. 1620, ovl. na 1669, vermeld 1619-1667, provisor (1641-1646), diaken (1663),
burgemr. (1658, 1664) te Ootmarsum [792],
met zijn vrouw ("cum uxore") vermeld op de in 1652 opgemaakte lijst
van geref. lidmaten te Ootmarsum,[793]
als Jan Palthe Sr. door de kerkenraad van Ootmarsum op 13-5-1667 verkozen tot ouderling
van de geref. kerk aldaar,[794]
welke benoeming door de kerkenraad op 20-5-1669 voor een jaar wordt gecontinueerd,
tr. vóór ca. 1639
NN.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. J(o)an (Johannes) Palthe (Palten) (Jr.), geb. vóór ca. 1639, ovl. na 1682 (na 1692?), ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 14-5-1652 ("Johannes Palthe, Othmarsensis"),[795]
ingeschreven als student aan de Universiteit van Groningen 10-6-1652 ("Johannes Palthe, Othmersa Transisulanus"),[796]
geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum Pasen 1657,[797]
wordt als Johannes Palthe Jr. door de kerkenraad van Ootmarsum
op 11-5-1663 benoemd tot diaken
van de geref. kerk aldaar,[798]
wordt als Joan Palthe borgemeester, door de kerkenraad van Ootmarsum
op 20-5-1669 verkozen tot ouderling
van de geref. kerk aldaar,[799]
vermeld als burgemr. (1666..1692), en oud-burgemr. (1682) van Ootmarsum,
otr./tr. Ootmarsum geref. 20-5/13-6-1666[800]
Catharina Willemsdr. Warners, geb. vóór ca. 1646, geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum 25-12-1664,[801]
nagelaten dr. van Willem Werners, ontvanger te Ootmarsum, en Fenna Tijdeman.[802]
In het kerkenraadsboek van Ootmarsum staat op 27-3-1673 genoteerd:[803]
"Des morgens vroegh sijn hier 2 gevangen van Koevorden
uijtgebroken, waer over mij den Overst heeft in aarest genomen ende de Ed. Jan Palthe, ons beschuldigende dat
wij daarvan kennis hadden gehad ende de gevangenene geholpen, het welck (..?) tegen de waerht. Soo hebben wij noghtans tot den 10 dage moeten sitten, niet willende 't vans (..) voor deselve betalen."
Gericht Borne - Huis Weleveld: Ootmarsum 21-12-1682: Acte van substitutie, waarbij voor Joan Palthe, oud-burgemeester van Ootmarsum, en Joan Adolph de Meijer als mannen van leen: Albert de Meijer als gevolmachtigde van Willem Henrik Scheele opdracht doet van een renteverschrijving uit de goederen Jonge en Olde Bertelingh ten profijt van Gerhard Cremer, advocaat te Ootmarsum. Oorspr. met opgedr. zegels van Joan Palthe, Joan Adolph en Albert de Meijer.
[804]
-
aa. Aleyda (Aele) Palthe, geb. ca. 1666-1670, geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum midwinter 1688,[806]
als dr. van borgemr. Jan Palthe in Ootmarsum,
otr. Ootmarsum geref. 6-3-1692
otr./tr. Oldenzaal/Losser geref. 6-3/13-4-1692
J(o)an Herman (Harmen) Ketwich, geb. vóór 1674 (verm. ged. geref Oldenzaal 4-10-1670 als "Joannes s. van Steven Ketwich Dr., en H...inta, Eheluiden alhier"), ovl. na 1710, afkomstig van Oldenzaal (1692),
geref. lidmaat te Ootmarsum 1692 op attestatie van Oldenzeel,[807]
burgemr. van Ootmarsum (1710),
zn. van. Dr. Stephanus Ketwich, secr. van Oldenzaal.
Richterambt Ootmarsum, buurschap Hezingen :
De tynde uijt Engbertink te Hesinge in den gerigte van Ootmarsum gelegen:
12-11-1710 : Jan Ketwich, burgemr. van Ootmarsum, namens zijn zoon Steven Ketwich, als echtgenoot van Aleida Palthe, dr. van Jan Palthe, die op 3-1-1688 was beleend (die belening was niet geregistreerd)
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum Pasen 1719.[808]
-
aaa. Anna Catharina Ketwich, ged. geref. Ootmarsum 20-8-1693.
-
bbb. Elsabeen Ketwich, ged. geref. Ootmarsum 7-3-1697, ovl. jong?
-
ccc. Elsabeen Ketwich, ged. geref. Ootmarsum 1-4-1698.
-
ddd. Steven Ketwich, ged. geref. Ootmarsum 11-12-1699.
-
eee. Anna Elsabe, ged. geref. Ootmarsum 30-1-1702.
-
2. Hendri(c)kjen (Hindrickje, Henrica) Palthe (Palten), geb. vóór ca. 1640, ovl. 1685-1691, geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum 11-4-1658,[809]
weduwe wonend te Ootmarsum (1662, 1674),
otr. 1o Ootmarsum geref. 13-7-1662,
tr. 1o 6-8-1662[810]
Mr. Hendrik Glaserus, geb. vóór ca. 1643, ovl. 1662-1674, geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum 25-12-1661,[811]
woont te Ootmarsum (1662),
"Borgermeister tot Oetmarssen",
otr. 2o Oldenzaal geref. 25-1-1674,
tr. 2o Ootmarsum 4-2-1674[812]
Bernhard van Niel (Nijell, Neel), geb. vóór ca. 1656, ovl. na 1691, chirurgijn wonend te Oldenzaal (1674),
wordt als Bernhard van Niel, getroudt aan de wed. Glaserus, geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum Pasen 1674,[813]
burgmr. van Ootmarsum (1676..1691),
zn. van Hendrick van Neel.
Hij hertr. Ootmarsum/Borculo geref. 27-9/25-10-1691 Elizabet Charlotte Hoornaers, nagelatene j.d. van wijlen Joan Hoornaert, in sijn leven rentmr. van sijn hoog grl. excell. van Stirum, z.g. van Borculoo.
Uit haar eerste huwelijk (Glaserus-Palthe) geen kinderen gevonden:
Uit haar tweede huwelijk (van Niel-Palthe) (doopboek Ootmarsum begint 1676):
-
aa. Agneta van Neel, ged. geref. Ootmarsum 25-10-1676.
-
bb. Jan Diederick van Neel, ged. geref. Ootmarsum 30-1-1678 (get. G.G. Baron van Heiden).
-
cc. Jan Henrick van Neel, ged. geref. Ootmarsum 1-1-1680, tr. vóór 1701
Clara van Borne. Hieruit verder nageslacht bekend.
-
dd. Agneta Hermanna van Niel, ged. geref. Ootmarsum 9-10-1681.
-
ee. Lambert van Niel, ged. geref. Ootmarsum 25-3-1683.
-
ff. Carel Dideriq van Niel, ged. geref. Ootmarsum 1-3-1685.
Jan 1 Bernhard van Neel Ootmarsum Hendrickjen Jan Henrick
-
3. Christina Palten, geb. vóór ca. 1639, filiatie niet bewezen,
geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum Pasen 1657,[814]
-
b. NN Palthe (een dochter).
-
c. NN Palthe (een dochter).
-
d. Jutta (Jutha) Palthe, geb. vóór ca. 1620, tr. vóór 1639[815]
Gerrit Kock, ovl. vóór 1666, burgemr. van Ootmarsum (1646).
-
1. Ds. Gerhardus Kock, geb. vóór ca. 1640, filiatie niet bewezen,
candidaat afkomstig van Ootmarssum (1663),
otr./tr. Ootmarsum geref. 25-10/9-11-1663
Kunnira Huisken, afkomstig van Ootmarssum (1663).
-
2. Hendrick Kock, geb. vóór ca. 1645, ovl. vóór 1699, afkomstig van Ootmarssum (1666),
burgemr. van Ootmarsum (1682),
zn. van sal. Gerrit Kock, burgemr. tot Ootmarsum (1666),
otr./tr. Ootmarsum geref. 23-9/17-10-1666
Anna Staverman, afkomstig van Ootmarssum (1666),
doghter van Burgemr. Hendrick Staverman.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Conraed Cock, geb. vóór ca. 1675, afkomstig van Ootmarssum (1699),
soon van wijlen Burgemr. Henrik Kock (1699),
otr./tr. Ootmarsum geref. 9-7/20-8-1699
Anna Gesina Staverman, ged. geref. Ootmarsum 11-2-1677, afkomstig van Ootmarsum (1699),
doghter van burgemr. Jan Hendrik Staverman en Geeske Huibertz.
-
bb. Judith Kock, ged. geref. Ootmarsum 17-9-1682.
-
e. Ds. Gerhard(us) Palthe, geb. Ootmarsum voor 1617, ovl. Denekamp 1673 [816], (=kw. nr. 836).
-
f. Bernhard Palthe, geb. vóór ca. 1615, ovl. 26-1-1663 tot 6-8-1665 [817], filiatie niet bewezen(¥), volgens [818] is hij een zn. van Anthony Palthe (zie sub g),
lakenkoper te Ootmarsum (1639),
"Borger tot Ootmarssen",
tr. vóór ca. 1636
Aeltjen Kip, ovl. na 12-1-1661 [819].
| COMMENTAAR(¥)
Volgens Ref. [820] is Bernhard Palthe een zn. van Anthony Palthe (zie hieronder sub g). Gezien de geschatte geboortedata (Bernard vóór ca. 1615, Anthony vóór ca. 1616) is dit niet onmogelijk maar verder bewijs ontbreekt.
|
28-5-1639 : Vanaf deze datum drijft Bernard Palthe handel met Berend Codde te Amsterdam. Sinds ca. 1645 was hij "in sijn sinnen gekrenckt" en handelingsonbekwaam, maar in 1658 kwam hij weer bij zijn verstand, zij het dat hij niet meer buitenshuis ging.[821]
. Burgemr. en schepenen van Ootmarsum verklaren dat zijn huisvrouw Aeltjen Kip niet kan lezen noch schrijven.[822]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Aeltien Palthe(n), geb. vóór ca. 1636, ovl. na 1677, geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum Pasen 1654,[823]
afkomstig van Ootmarsum (1665),
dr. van "zaliger Bernard Palthen in sijn leven Borger tot Ootmarssen" (1665),
otr. Ootmarsum/Oldenzaal geref. 5/6-8-1665 [824],
tr. Neuenhaus (Nijenhuis)
Lambert Sallant (Jr.), ovl. na 1699 [825], afkomstig uit Neuenhaus (D) (1665),
geref. lidmaat te Ootmarsum 1667 op attestatie van Oldenzeel,[826]
burgemr. van Ootmarsum?, testeert ald. 24-8-1664, zn. van Lambert Sallant, burgemr. en ouderling te Neuenhaus, en Swenne Stevens.
[827]
[828]
Uit dit huwelijk (o.a.?) (doopboek Ootmarsum begint 1676):
-
aa. Anna (Anne) Sallandt, geb. ca. 1665-1667, geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum Kerstmis 1685 als dr. van Lambert Sall. in Ootmarsum,[829]
doghter van Lambert Sallant, Borger tot Ootmarsum (1687),
afkomstig van Ootmarsum (1687, 1696),
otr./tr. 1o Ootmarsum geref. 4/20-12-1687
Derck Tijdeman, ovl. 1691-1696, afkomstig van Ootmarsum (1687),
verm. wednr. van Henrickje Staverman,
sone van Sal. Johannis Tijdeman, Borger tot Ootmarsum (1687).
otr./tr. 2o Ootmarsum geref. 12-1/5-2-1696
Berent Helmichs, soon van wijlen burgemr. Conraad Helmichs tot Delden.
Uit haar eerste huwelijk 3 kinderen geref. gedoopt te Ootmarsum 1687-1691.
-
bb. Aeltjen (Aleida) Salland(t), geb. vóór ca. 1678, geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum Kerstmis 1696 als dr. van Lambert Salland in Ootmarsum,[830]
afkomstig van Ootmarsum (1699),
otr./tr. Ootmarsum geref. 5-3/18-4-1699
Abraham Kappelhof, afkomstig van Oldenzaal (1699),
sone van wilen Aelbert Kappelhof.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
cc. Gesina Salland(t), geb. Ootmarsum vóór ca. 1680, ovl. Neuenhaus 1736[831], geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum Pinksteren 1698 als dr. van de Ed. Lambert Sallandt,[832]
afkomstig van Ootmarsum (1703),
otr./tr. Ootmarsum geref. 11/25-11-1703
Harmen Arents, wednr. van Aleijda Bauijtkamp,
afkomstig van Nijenhuis (1703).
-
dd. Eva Sallant, ged. geref. Ootmarsum 22-4-1677.
-
2. Berent Palthe, geb. vóór ca. 1640, filiatie niet bewezen,
woont te Oldenzaal (1660..1664),
tr. 1o Oldenzaal geref. 9-12-1660
Maria Wijnber? (Wijnberg?), ovl. 1661-1664, afkomstig uit Amsterdam (1660),
otr./tr. Oldenzaal geref. 30-10/6-11-1664
woont te Oldenzaal (1664),
tr. vóór 1664
Ursula de Leuwe, afkomstig uit Amsterdam (1664).
Uit zijn eerste huwelijk (Palthe-Wijnber):
-
aa. Anna Palthe, ged. geref. Oldenzaal 15-9-1661 ("d. van Berent Palthe Inwoonder alhier, en Maria Eheluijden").
Uit zijn tweede huwelijk (Palthe-de Leuwe):
-
bb. Gerrit Palthe, ged. geref. Oldenzaal 26-10-1664 ("s. van Berent Palthe Inwoonder alhier, en Ursula Eheluij").
-
g. Anthony (Tonnis) Palthe, geb. Ootmarsum vóór ca. 1616, ovl. 1656-1659, filiatie niet bewezen, volgens Ref. [833] eerder een broer van Johan Palthe (kw. nr. 1672),
burgemr. van Ootmarsum (nog in 1656),
olderman van het kramerengilde (benoemd 1639) aldaar,
door de kerkenraad van Ootmarsum op 3-7-1642 benoemd tot diaken
en op 8-6-1647 verkozen tot ouderling
van de geref. kerk aldaar,[834]
met zijn vrouw ("cum uxore") vermeld op de in 1652 opgemaakte lijst
van geref. lidmaten te Ootmarsum,[835]
tr. vóór ca. 1634
Sara Schötteler (Schetteler),[836]
verm. dr. van Arnaudt Schötteler en Ursula van Middachten te
Gildehaus.[837]
Zij hertr. 1659 (otr. Burgsteinfurt 30-11-1659) Ds. Rudolphus Theodorus Snethlage, pastor in Steinfurt.[838].
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Magdalena Palthe, geb. vóór ca. 1634, ovl. 1677-1689, tr. 1o voor 1652 (verm. 1646-1652)
Johan Warners de Jonge, geb. vóór ca. 1632, ovl. 1671/72, wednr. van Geysen NN,
wordt met zijn vrouw ("cum uxore Leentje Palten") geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum 1652,[839]
houtkoper te Almelo, later breukmeester (1667), schepen, raad, burgemr. en kameraar te Ootmarsum, wiens handmerk een weverspoel is,
zn. van Olde Jan Warners en Grietjen Hertgers,
otr. 2o Ootmarsum geref. 14-3-1675 (als wed. van sal. Burgemr. Jan Werners te Ootmarsum)
tr. 2o Ulsen
Henrick Krop, geb. vóór ca. 1645, ovl. 1676/77, geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum 25-12-1663,[840]
zn. van sal. Burgemr. Joan Krop (1675),
d.w.z. Mr. Jan Krop, secretaris en burgemr. van Ootmarsum, en Catharina Kip,
otr. 3o Ootmarsum geref. 27-5-1677 (als wed. van sal. Henrick Krop te Ootmarsum)
tr. 3o Denekamp
Helmich Volkers, geb. vóór ca. 1654, ovl. Ootmarsum (Doodenboek "betaalt") 13-3-1710[841], geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum 25-12-1672,[842]
waarna hem op 11-4-1675 attestatie wordt verleend naar Deventer,
door de kerkenraad van Ootmarsum op 25-5-1692 verkozen tot ouderling van de geref. kerk aldaar,[843]
zn. van Mr. Hendrick Volkers en Hille Cruse.
Hij hertr. als wednr. van Helena Palthe (sic!) Ootmarsum 24-12/11-3-1689[844]
Johanna Holst en laat in de jaren 1690-1708 te Denekamp verscheidene kinderen dopen.[845]
8-10-1627 : Johan Werners die Jungste procedeert.[846]
20-1-1632 : Johan Werners de Junge koopt een huis voor 252 goltgld., 2 rosnobel.[847]
6-1-1640 : Johan Werners (x Stine), Geert Warners (x Trine), en Junge Jan Werners (x Gesyen) verkopen een gorden gelegen ahnn die Stege bij Vickers huisz.[848]
16-3-1646 Johan Werners de Junge mede voor zijn husfr. Gezken (so wegen swackheit ant Raethusz niet koste compareren) verkoopt zijn huis en hoff.[849]
1653: Jan Werners cum uxore Leentje Palten worden geref. lidmaten in Ootmarsum.[850]
Petri 1667 : Jan Warners wordt gekozen tot Brockemr. (breukmeester = ontvanger van boeten) in Ootmarsum.[851]
11-9-1671 : coram consilibus : Jan Werner, Kemere e.a.[852]
29-1-1672 : Leentken Palten wed. Werners spreekt de erfgenamen van de wed. Herman ten Maetcotte aan voor 28 car. gld. heerspruitende van gehaelde waren.[853]
22-5-1676 Henrick Krop getrouwt an die weduwe van zal. borgemr. Kemener Jan Werners.[854]
23-6-1679 : vermelding van zal. Joan Werners getr. aen Leenthien Palthe, dr. van wijlen Anthoni Palthe.[855]
==== BELENINGEN ====
Richterambt Ootmarsum, buurschap Hezingen (nr. 1152):[856]
De tienden over Vrilinc to Vasse in den kerspel van Oetmerssem
... J(o)an Krop, burgemr. van Ootmarsum, x Catharina Kip.
15-6-1686 : Helmich Volkers, zoals zijn schoonvader(¥) Jan Krop daar in 1667 mee was beleend.
| COMMENTAAR(¥)
"Schoonvader" moet hier gelezen worden als "de eerdere schoonvader van zijn vrouw"!
|
12-11-1710 : Joan Leonard Berents, als gemachtigde van Joannes Palthe, zn. van Antoni Palthe en zijn vrouw Joanna Crop, zoals Helmich Volkers daer op 15-6-1686 als stiefvader(¥) van Antoni Palthe mee was beleend.
| COMMENTAAR(¥)
"Stiefvader van Antoni Palthe" moet hier gelezen worden als "de stiefvader van J(o)anna (Theodora) Krop die in 1702 trouwde met Anthony Palthe"!
|
18-8-1761: Joannes Palthe met lediger hand, nadat hij in 1710 als onmondige onder hulderschap van Joan Leonard Berents was beleend, die in 1710 ten onrechte alleen als gemachtigde was aangeduid.
31-1-1768 : F.J.S. baron van Heiden, heer van Ootmarsum, drost van Twente, als koper na opdracht door Jan Palthe, burgemeester.
Uit haar eerste huwelijk (Warners-Palthe) nageslacht,[857] onder wie vermoedelijk:
-
aa. Gesina (Geesken) Werners (Warners), geb. vóór ca. 1658, ovl. 1682-1686, afkomstig van Ootmarsum (1679),
wordt als dr. van burgemr. Jan Werners geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum Kerstmis 1676,[858]
otr. 1o Denekamp geref. 9-3-1679
otr./tr. 1o Ootmarsum geref. 9-3/22-4-1679 [859]
Bernardus (Berend) Palthe, geb. Denekamp vóór ca. 1655, ovl./beg. Denekamp 29-12/8-1-1722, zn. van Ds. Gerhardus Palthe en Anna Hilverdinck (zie kw. nr. ⇒ 836 ).
Voor verder nageslacht van dit echtpaar zie kw. nr. ⇒ 837 sub d).
-
bb. Catharina Werners, geb. vóór ca. 1660, j.d. van sal. Burgemr. Jan Werners tot Ootmarsum (1681),
otr. Denekamp geref. 13-11-1681
otr./tr. Ootmarsum geref.4/27-12-1681
Hendrick Froon, wedr. van sal. Sara ter Horst afkomstig van Denekamp (1681).
-
cc. Jan Henrick Werners, geb. vóór ca. 1665, ovl. 1686-1697
soon van wijlen Burgemr. Jan Werners afkomstig van Ootmarsum (1686),
otr./tr. Ootmarsum geref. 10-1/8-2-1686
Aleijd Albrinck (Alerinck), dochter van wijlen Burgemr. Otto Albrinck tot Ootmarssum (1686).
Zij hertr. Ootmarsum 21-2-1697 Harmen Jan Kremer.
-
dd. Warner Warnersz, geb. vóór ca. 1665.
onderrighter tot Ootmarsum (1689),
otr. Ootmarsum geref. 13-10-1689 (als sone van wijlen Borgemr. Jan Wernersz)
tr. Denekamp
Anna Maria van Ledden, doghter van wijlen borgemr. Harmen van Ledde in Ootmarsum (1689).
-
ee. Joost Warnersz, geb. vóór ca. 1665, ruiter onder de Vorst van Nassau, Stathouder van Vriesland, Garde du Corps (1690),
otr./tr. Ootmarsum geref. 9-2/19-3-1690 (als son van wijlen Borgemr Jan Warners)
Janna Westenbergh, afkomstig van Ootmarssum (1690),
doghter van wijlen Jorrien Westenbergh.
-
ff. Geertruijd Werners, geb. vóór 1675, dochter van wijlen Burgemr. Jan Werners in Ootmarssum (1703),
otr./tr. Ootmarsum geref. 25-3/15-4-1703
Gerrit Noordendorp, wedr. van Catherina ?Ullenkater? te Ootmarsum (1703).
Uit haar tweede huwelijk (Krop-Palthe):
-
aa. Janna Theodora Krop, ged. geref. Ootmarsum 9-7-1676, ovl. Denekamp 11-11-1723, tr. Ootmarsum 1702 (in het trouwboek Denekamp ontbreekt het jaar 1702) haar achterneef
Anthony Palthe, geb. Denekamp 1683 (dopen Denekamp mrt 1683-jan. 1686 ontbreken), ovl. Denekamp 17-9-1760 [860], zn. van Ds. Johannes Palthe en Johanna van Uelsen (zie kw. nr. ⇒ 418 ).
Voor verder nageslacht en portretten van dit echtpaar (zie kw. nr. ⇒ 419 sub f).
Uit haar derde huwelijk (Volkers-Palthe):
-
aa. Henrica Helena Volkers, ged. geref. Ootmarsum 20-3-1678.
-
h. Harmen Palthen, geb. vóór ca. 1630, filiatie niet bewezen,
burgemr. te Bentheim (1675).
-
1. Barbara Palthen, geb. vóór ca. 1655, ovl. na 1688, dr. van Harmen Palthen, burgemr. tot Bentheim (1675),
otr. 1o Ootmarsum geref. 7-11-1675
tr. 1o Bentheim
Derck Tideman, ovl. 1684-1688, zn. van sal. Egbert Tideman, burgemeester te Ootmarsum,
otr./tr. 2o Ootmarsum geref. 10-6/8-7-1688 (als wed. van wijlen Derck Tijdeman te Ootmarssum)
Jan Leonard Berents(¥), zn. van Burgemr. Willem Berents.
Uit haar eerste huwelijk 5 kinderen geref. gedoopt te Ootmarsum (1677..1684).
| COMMENTAAR(¥)
Jan Leonard Berents treedt in 1702 op als hulder/gemachtigde van Joannes Palthe, zn. van Antoni Palthe en zijn vrouw Joanna Crop. Deze Joannes Palthe is van moederszijde een kleinzoon van Henrick Krop x Magdalena Palthe. De meest voor de hand liggende verklaring hiervoor is dat Barbara Palthen, de echtgenote van Jan Leonard Berents een nicht is van deze Magdalena Palthe. Daarmee zou Harmen Palthen, Barbara's vader, dan een broer zijn van Anthony Palthe, Magdalena's vader.
|
1696. BEREND LASONDER (alias SMIT), geb. Enschede 1603-1605, ovl. Gronau na 1645, smid te Gronau,
tr. vóór 1635[861]
1697. STIJNE BEKKER, geb. 1595-1607, ovl. na 1635, woonde te Enschede Stad.
Uit dit huwelijk geboren te Gronau :[862]
-
a. Laurens Lasonder, geb. 1630-1660, woonde te Gronau,
tr. Gronau 7-3-1677[863]
[864]
Jenneken NN, geb. 1640-1660, woonde te Gronau.
-
1. Bertina Lasonder, ged. geref. Gronau 23-6-1678.
-
2. Johann Berent Lasonder, ged. geref. Gronau 6-7-1679, ovl. jong?
-
3. Johann Berent Lasonder, ged. geref. Gronau 29-1-1682.
-
4. Alheit Lasonder, ged. geref. Gronau 19-8-1685.
-
b. Geesken Lasonder, geb. 1630-1657, woonde te Gronau
tr. Gronau 10-11-1675[866]
Engelbert Löring, geb. Enschede 1610-1657, woonde te Enschede Stad,
zn. van Engelbert Leuring en Geese Voss.
Hij hertr. Engele ten Dam.
-
c. Gerrit (Senior) Lasonder, geb. 1638-1642, ovl. Enschede 1715-1722, (=kw. nr. 848).
1700. JORRIEN STROYNCK, geb. Delden 1611-1621, ovl. Enschede 20-8-1684 (een grafsteen van burgemr. Jurrian Stroink Rutgersz ligt in 1768 nog in de Grote Kerk van Enschede [867]), vestigt zich te Enschede ca. 1642, wanneer hij een huis koopt aan
de Marktstraat,
vermeld op de lijst van schutters te Enschede (1646),[868]
en als zodanig ondertekenaar van het Usseler Markeboek,
graankoper (1649, 1650, 1659), herbergier en burgemeester (1651..1676),
neemt tijdens de verkiezing van een nieuw stadsbestuur op 22/23-2-1660
te Enschede deel aan rellen en vechtpartijen, die het gevolg zijn van een uit de hand gelopen avondmaaltijd in het stadhuis,
otr. Goor geref. 27-3-1676 ("Op Paeschmaendagh"),[869]
tr. 2o Enschede 6-4-1676
MARGARETHA TE MEERMAN(¥), geb. Goor 1620-1635, ovl. Enschede 1-1-1685, wed. van Henrich (ten) Spraeckel,
klokkenmaker uit Goor (huw. Goor geref. 23-9/7-10-1666)[870],
dr. van Mr. Gerrit te Meerman en NN,
tr. 1o Enschede voor 1642
1701. JUDITH WAGEL(A)ER, geb. Enschede 1605-1626, ovl. Enschede 1651-1676.
| COMMENTAAR(¥)
Volgens Ref. [871]
is zij ook wed. van Hendrik van Coesvelt. Deze ovl. Goor 21-11-1668 als "Weert in den Engel in die fleur sijns levens".[872]
Echter in het Kerkenboek van Goor[873]
staat zij bij haar huwelijk aldaar in 1676 duidelijk als weduwe van Z. Henrick Sprakel.
|
In 1651 lenen Jorrien Stroynck en Jetken, eheluyden, aan
Henrich ten Spraekel en Jenneken zijn huisvrouw honderd daeler.
In 1667 spreekt burgemeester Jorrien Stroynck van Enschede de
wed. Tusschede aan voor de in 1661 gekochte ouderlijke huisstede
in Delden.
Uit zijn eerste huwelijk (Stroynck-Wagelaer) geboren te Enschede :[874]
-
a. Hermannus Stroynck, geb. Enschede Stad 1640-1651, ovl. Enschede 1721/22[875], burgemr. van Enschede[876],
tr.[877]
[878]
Catharina Lasonder, geb. Enschede Stad 1660-1670[879], dr. van Laurens Lasonder en Geertgen Menkmaat (zie kw. nr. ⇒ 6785 sub c/1).
vul aan Stroink p44
-
1. Maria Geertruid Stroink, geb. Enschede Stad 26-10-1685, ovl. Enschede Stad 26-1-1775, tr. Enschede Stad 6-4-1720[881]
Nicolaas Hoedemaker, geb. 1683, ovl. Enschede Stad 13-10-1743, linnenreder te Enschede Stad,
woonde te Enschede Stad, doopsgezind,
zn. van Hendrik Hoedemaker, oopman te Enschede Stad, en Fenneken Hofkes.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
2. Laurens Stroink, geb. Enschede vóór ca. 1700, ovl. Oldenzaal Stad 28-7-1737[882], afkomstig van Enschede (1722),
wordt burger van Oldenzaal 23-10-1722,
otr./tr. 1o Oldenzaal/Weerselo geref. 18-10/21-11-1722
Hendrica Margaretha Waterham, geb. Oldenzaal Stad 16-8-1696, ovl. 1722-1734, wed. van wijlen burgemr. Laurens Tegelaar, wonend te Oldenzaal (1722),
dr. van Lubbert Waterham, burgemeester te Oldenzaal Stad, en Catharina Aleida van Benthem,
otr. 2o Oldenzaal geref. 24-9-1724,
tr. 2o Losser 21-10-1724[883]
J(oh)anna Elshof, geb. Enschede Stad ⇒ 1700 -1706, dr. van Gerrit Elshof(f), burgemeester te Enschede, en Geesken Leurink (zie kw. nr. ⇒ 1701 sub d/1).
Zij hertr. Oldenzaal geref. 1741 Jan Hendrick Kappelhof.
Hieruit verder nageslacht bekend.
Burgerboek Oldenzaal:
1722 den 23 Octobr: heeft Lourens Stroink, geboortig van
Endschede voor hem de borgerschap gewonnen en heeft
den eed daar toe staande in forma gepraesteert, en
afgelegt, en het veraccordeerde van dien betaalt
-
3. Hermina Stroink, geb. Enschede Stad 1702-1715, tr. Weerselo 31-12-1730[884]
Theodorus Pennink, geb. 1690-1711, ovl. Enschede Stad in 1762, secretaris te Enschede Stad,
woonde te Enschede Stad,
zn. van Hieronymus Pennink, commies te Enschede Stad, en Theodora Petereus.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
4. Jurriaan Stroink, geb. Enschede Stad 1704, linnenreder,
tr. Losser 5-6-1727[885]
Herberdina Keller, geb. Losser 10-6- ⇒ 1703 , ovl. Enschede Stad 6-9-1751, dr. van Ds. Hendricus Keller, predikant te Losser, en Aleida Leurink (zie kw. nr. ⇒ 1701 sub d/4).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
b. Jan Stroynck, geb. 1640-1651, (=kw. nr. 850).
-
c. Egbert Stroynck, geb. 1640-1671, tr.[886]
Woltera Becker, geb. 1620-1671, woonde te Enschede Stad
dr. van Joan Bekker en Hermken Jorissen (zie kw. nr. ⇒ 1702 ).
vul aan Stroink p37
-
d. Herberdina (Harbertje) Stroynck, geb. Enschede Stad 1640-1660, ovl. Enschede Stad 19-8-1694
tr.[887]
Jan Leurink, geb. Enschede Stad 1635-1650, ovl. Enschede Stad 21-12-1694, burgemeester,
zn. van Engelbert Leuring, koopman te Enschede Stad, en Geese Voss.
vul aan Stroink p 37,48
Uit dit huwelijk:[888]
[889]
-
1. Geesken Leurink, geb. Enschede Stad 1665-1677, ovl. Enschede Stad 1721-1739, tr. Delden Stad 25-3-1695[890]
Gerrit Elshof, geb. Delden Stad 1650-1677, ovl. Enschede Stad na 1739, burgemeester te Twente,
zn. van Berend Elshof en NN.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
2. Catharina Leurink, geb. Enschede Stad 1665-1690, ovl. Enschede Stad 1758-1762, woonde te Enschede Stad,
tr.[891]
Hendrik Steenberg, geb. Enschede Stad 1670-1685, ovl. Enschede Stad 1725-1732, burgemeester te Enschede Stad,
woonde te Enschede Stad,
zn. van Jan Steenberg en NN.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
3. Judith Leurink, geb. Enschede Stad 1670-1680, ovl./beg. Enschede Stad 27-3/1-4-1737, tr. 1o
Gerrit Bekker Linthuis, geb. Enschede Stad 1660-1680, ovl. Enschede Stad 1706, burgemeester van te Enschede Stad,
zn. van Lucas Bekker en Anneke Besselink (zie kw. nr. ⇒ 1703 sub a),
tr. 2o Enschede 10-4-1707[892]
Abraham Strick, geb. Enschede Stad 1686, ovl. Enschede Stad 11-7-1751, burgemeester van Enschede (1711..1741), verwalter-richter van het Landgericht Enschede (1741), fabrikeur van bombasijden en bombazijn-octrooihouder (1728),
zn. van Ds. Johannes Strick, predikant en rector te Enschede, en Anna Gesina van Laar.
In 1714-1715 procedeert Abraham Strick als pandverweerder tegen
Dr. Mich. Albert Muntz als pandeiser.[893]
In 1737 procedeerde Johan Stuerman te Gildehaus,
nomine uxoris wijlen Herberdina Linthuis tegen burgemeester
Abraham Strick. Uit de stukken blijkt dat burgemeester
Gerrit Becker Linthuis (ovl. 1706) en Judith Lörink (ovl. 27-3-1737, in 1707 hertrouwd met Abraham Strick) drie kinderen hadden: Willem Linthuis, Herberdina Linthuis,
bovengenoemd, en Johannes Linthuis (ovl. 16-5-1736).
Verder dat Abraham Strick en Judith Leurink op
13-3-1707 huwelijkse voorwaarden hadden gemaakt,
waarbij hij geassisteerd werd met zijn ouders,
zijn grootvader Antoni Stulen, Johannes Strick en twee
ooms J. H. Noordbeek en Henricus van Laer en zij met
haar broer Georgius Leurink en zwager Henr. Keller,
terwijl als voogden over de kinderen optraden Frerik Jorise en Jan Becker Linthuis.[894]
Uit haar eerste huwelijk (Linthuis-Leurink):
-
aa. Willem Linthuis, geb. 1690-1707, burgemeester te Enschede Stad,
woonde te Enschede Stad,
tr.[895]
Swaantje Hof, geb. 1675-1730, woonde te Enschede Stad.
Zij hertr. Nicolaas Stoltenkamp, chirurgijn te Enschede Stad.
-
bb. Herberdina Linthuis, geb. vóór 1707, ovl. vóór 1737, tr.
Johan Stuerman, wonend te Gildehaus (1737).
-
cc. Johannes Linthuis, geb. vóór 1707, ovl. 16-5-1736).
Uit haar tweede huwelijk (Strick-Leurink):
-
aa. Johannes (Jan) Stri(c)k, geb. Enschede Stad na 1707-1721, ovl. 22-2-1741, tr. Enschede 19-8-1739[896]
Theodora Pennink, geb. Enschede 25-2-1714, ovl. Enschede 21-4-1749, dr. van Henricus Pennink, procurator, gemeensman en burgemeester van Enschede, en Maria Catharina Pennink.
Hieruit verder nageslacht bekend.
Zij hertr. 1748 Anton Gerardsz Avéres.
-
4. Aleida Leurink, geb. Enschede Stad 24-9-1682, ovl. Losser 31-7-1754.
tr. Enschede Stad 9-3-1698[897]
Ds. Hendricus Keller, geb. Nordhorn 10-6-1669, ovl. Losser 20-7-1750, predikant te Losser,
woonde te Losser,
is get. bij de huw. voorwaarden van zijn schoonzuster Aleida Leurink(1707),
zn. van Christiaan Keller, burgemeester te Nordhorn, en Anne Staverman.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
5. Georgius (Jorrien) Leurink, geb. Enschede Stad 1686, ovl. na 1721, is get. bij de huw. voorwaarden van zijn zuster Aleida (1707).
1702. J(OH)AN BECKER, geb. Enschede Stad 1620-1658, ovl. Enschede Stad 1675-1698,[898]
koopt 12 mudde molt (1626) [899],
olderman van het snijdersgilde (1630) [900],
vermeld als burgemeester te Enschede (1644, 1650)
herbergier (1650) [901],
neemt als "olte burgemeester" ook deel aan de bovengenoemde rellen
in het stadhuis (1661),
brouwer te Enschede Stad,[902]
tr. 1o [903]
ARSELE VAN COESVELT, geb. Enschede Stad 1610-1623, ovl. Enschede Stad 1647-1653, dr. van Hendrik van Coesvelt en Anna NN,
tr. 2o na 1649[904]
1703. HERMKE(N) JORISSE(N), geb. Enschede Stad 1615-1632, ovl. Enschede Stad na 1698.
Op 4-2-1698 testeert Hermken Jorisse wed. van burgermeester Joan Becker,
geassisteerd met burgemeester Lucas Becker.[905] In het testament worden genoemd haar zoons: Derck, Gerrit, Egbert, Jan en Hendrick Becker en haar dochters Arsele, Wendela en Woltertjen Becker en de kinderen
van haar dochter Annetjen Becker gehuwd met Jan Reiners.
Johan Becker en Tryne Engerkick kopen 3/4 huis op de Oude
Gracht (1636) en kopen op 6-11-1637 het resterende vierde deel.[906]
In 1649 verkopen zij het aan richter Herman van Hovel [907]
.
Jan Beckers en Berent Paschen lenen f 1200,-- (1646) [908].
Overstichtse en Overijsselse Lenen: nr. 331: Den halven Horst, gelegen aen Enscheder Esch (Richterambt Enschede, buurschap Enscheder Esch).[909]
Beleningen :
18-9-1649 :
Gerrit Backer van Enschede, zoals Albert van Tongeren daarmee was beleend.
17-6-1686 :
Lucas Bekker namens Lucas Bekker Junior, die in het buitenland was, zoals diens vader Gerrit Bekker daar in 1649 mee was beleend.
(Den halven Horst anders genaamt Klein Weldink, gelegen aan Ensscheder Esch)
23-12-1749 :
Hermannus Becker.
(De halve Horst of zogenaamde Lutteke Welding).
21-6-1766 :
Lucas Becker, rentmeester van de "Malthezer Commande te Steinfurt", na de dood van zijn oom Hermannus Becker.
15-12-1770 :
Henrik Zwiers, burgemeester van Enscheide, namens de stad Enscheide als koper na opdracht door Lucas Becker.
(Het erve en goed Luttike Weldinck off soogenaamde Halve Horst, geleegen in de Eschmarcke gerigts Enschede).
In 1636 kopen Johan Becker x Trijne Engerkinkc drie delen, kopen 6-11-1637 het vierde deel verkopen weer in 1649 ... WAT? ZOEK OP
[910]
Uit zijn eerste huwelijk (Becker-van Coesvelt) :[911]
-
a. Lucas Janse Bekker, geb. Enschede Stad 1630-1648, ovl. Enschede Stad na 1698, tr.[912]
Anneke Besselink, geb. Enschede Stad 1630-1650, ovl. Enschede Stad na 1668, dr. van Hendrik Besselink en NN.
-
1. Jan Bekker Linthuis, geb. Enschede Stad 1660-1670, ovl. Enschede Stad voor 1733, burgemeester te Enschede Stad,
tr.[913]
Margareta van Loo, geb. 1675-1700, ovl. Enschede Stad 1757, woonde te Enschede Stad.
-
2. Gerrit Bekker Linthuis, geb. Enschede Stad 1660-1680, ovl. Enschede Stad 1705, burgemeester van te Enschede Stad,
tr.[914]
Judith Leurink, geb. Enschede Stad 1670-1680, ovl./beg. Enschede Stad 27-3/1-4-1737, dr. van Jan Leurink en Herberdina (Harbertje) Stroynck (zie kw. nr. ⇒ 1701 sub d).
Zij hertr. Enschede 10-4-1707[915] Abraham Strick.
Voor verdere gegevens van deze beide huwelijken zie kw. nr. ⇒ 1701 sub d/3.
Uit zijn tweede huwelijk (Becker-Jorisse):[916]
-
b. Derck (Dirk) Janse Becker, geb. Enschede Stad 1615-1657, ovl. Enschede Stad, tr. Delden Stad 30-10-1675[917]
Eelke Belderink, geb. Delden Stad 1630-1657, ovl. Enschede Stad na 1687.
-
1. Jan Bekker, geb. Enschede Stad 1670-1690, ovl. Enschede Stad 1754.
-
2. Dirk Bekker, geb. Enschede Stad 1675-1687, ovl. Enschede Stad voor 1748, tr.[919]
Helena Jannink, geb. Enschede Stad 1670-1690, ovl. Enschede Stad na 1752, dr. van Engelbert Jannink en Geertruit Nijenhuis.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
3. Janna Bekker, geb. Enschede Stad 1690-1695, ovl. Enschede Stad 1754, tr.[920]
Jan Hendrik Tijdhof, geb. Oldenzaal Stad 18-8-1700, woonde te Enschede Stad,
zn. van Marten Tijdhof en Aaltjen NN.
-
c. Woltertje (Woltera) Janse Becker, geb. 1620-1671, woonde te Enschede Stad,
tr.[921]
Egbert Stroynck, geb. 1640-1671, zn. van Jorrien Stroynck en Judith Wageler (zie kw. nr. ⇒ 1700 ).
-
d. Gerrit (Gerard) Janse Becker, geb. Enschede Stad 1625-1667, ovl. Enschede Stad 1716-1723, (=kw. nr. 852).
-
e. Jan Janse Becker, geb. Enschede Stad 1630-1662, ovl. Enschede Stad 1698-1703, woonde te Enschede Stad,
tr.[922]
[923]
Janna Rotgers Vos, geb. 1645-1665, ovl. Enschede Stad na 1726, dr. van Rotger Vos en NN.
Op 22-10-1708 compareeren voor het Stadgericht te Enschede D(e) E(dele) Willem ten Cate en D(e) E(dele)
Johan Becker, mombaren van de nagelatene kinderen
van wijlen Willem Severin en Fenneken Wensinck.[924]
-
1. Jan Bekker, geb. Enschede Stad 1670-1690, ovl. Enschede Stad voor 1747, smid te Enschede Stad,
tr.[926]
Janna ter Hofstede, geb. 1670-1690, ovl. Enschede Stad na 1748, woonde te Enschede Stad.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
2. Gerrit Bekker, geb. Enschede Stad 1675-1695, ovl. Enschede Stad 1756-1765, woonde te Enschede Stad,
tr.[927]
Anna Nakke, geb. Epe (Münsterland) 1675-1695, ovl. Enschede Stad na 1756, woonde te Enschede Stad,
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
3. Geertruijt Bekker, geb. Enschede Stad 1678-1684, ovl. 1732-1755, tr.[928]
Jacob Lasonder, geb. Enschede Stad 1678, ovl. 1742-1748, koopman te Enschede Stad,
bombazijn-octrooihouder (1728),
zn. van Herman Lasonder (zie kw. nr. ⇒ 6785 sub c/1/ff).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
4. Herm(an) Jansen Becker, geb. Enschede 1680-1690, ovl. Enschede voor 1748, tr.[929]
[930]
Anna Catharina Lasonder, geb. Enschede 1680-1690, ovl. Enschede na 1755, dr. van Herman Lasonder (zie kw. nr. ⇒ 6785 sub c/1/ff).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
f. Egbert Janse Becker, geb. Enschede Stad 1640-1660, ovl. Enschede Stad 1707-1711, tr.[931]
Fenne Cromhof, geb. Enschede Stad 1640-1660, ovl. Enschede Stad na 1698, dr. van Engelbert Cromhof en Ale ter Bruggen.
-
g. Hendrick Janse Becker, geb. vóór ca. 1655, ovl. Enschede Stad na 1723, smid te Enschede Stad,
woonde te Enschede Stad,
tr. vóór ca. 1680[932]
Fenne Derkink, geb. Enschede Stad 1640-1660, ovl. Enschede Stad na 1721, dr. van Hendrik Derkink en NN.
-
1. Lucas Bekker, geb. Enschede Stad 1660-1680, ovl. Enschede Stad na 1754.
-
2. Hendrik Bekker, geb. vóór ca. 1680, ovl. Enschede Stad na 1728, afkomstig van Enschede (1705.
otr. Oldenzaal geref. 9-8-1705
Catharina Grumptink, geb. vóór ca. 1685, ovl. 1705 ("De bruid is voor de copulatie gestorven"), afkomstig van Oldenzaal (1705).
-
3. Ursula Bekker, geb. Enschede Stad 1665-1685, ovl. Enschede Stad na 1755, tr.[934]
Gerrit Rutgers, geb. Enschede Stad 1660-1680, ovl. Enschede Stad voor 1723.
-
4. Jan aan de Bekke alias Becker, geb. Enschede Stad 1685-1705, ovl. Enschede Stad 1745, bakker te Enschede Stad,
woonde te Enschede Stad,
tr. 1o [935]
Fenneken Scholten, geb. Enschede Stad 1689-1706, ovl. Enschede Stad na 1734, tr. 2o [936]
Hendrina Eggerink (Egberink), geb. Enschede Stad 1695-1721, ovl. Enschede Stad na 1748.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
h. Ursula (Arsele) Becker, geb. 1645-1661, (=kw. nr. 851).
-
i. Wendela (Wendele) Janse Becker, geb. Enschede Stad 1645-1660, ovl. Enschede Stad na 1723, tr.[937]
Berend Bussier, geb. 1645-1665, ovl. Enschede Stad 1704-1707, woonde te Enschede Stad.
-
j. Annetjen Becker, geb. Enschede Stad 1645-1665, ovl. Enschede Stad na 1698, tr. vóór 1698[938]
Jan Reiners, geb. 1645-1665, ovl. na 1698, woonde te Enschede Stad.
1704. =1702. J(OH)AN BECKER.
1705. =1703. HERMKEN JORISSE.
1708. =1696. BEREND LASONDER (alias: SMIT).
1709. =1697. STIJNE BEKKER.
1724. =1702. J(OH)AN BECKER.
1725. =1703. HERMKEN JORISSE.
1728. HERMAN RERINC(¥), geb. vóór ca. 1610, ovl. vóór 1667, portier van de Molenpoort tegen een salaris van ƒ 6,6,0 per jaar (1635).[939]
COMMENTAAR(¥)
Wie is Griete Rerinck, doopget. te Bredevoort 1659.
Johan Rerinck, tr. Grietien Rerinck, waaruit Huge Rerincks, koopt als wed. op 14-11-167? een stuk land te Zelhem, het "Ickingslag", tr. Albert Besselink.[940]
|
Bertha van Karvenhem, wed. Harckels, vermits Herman Rerinck oerer gekarener momber (25-3-1630). Bertha maakt aanspraak op een deel van de goederen, welke door haar overleden zoon Hendrick tho Harckell uit de erfenis van zijn vader zijn ontvangen.[941]
zie copie
Uit zijn huwelijk(en) geboren (o.a.?) :(¥)
COMMENTAAR(¥)
wat is het verband met Alida Reerink otr. Amsterdam 4-12-1795 Hendricus Hagens, beide te Eijbergen, zijn te Amsterdam op akte van Ds. Smits, predikant te Eijbergen ingeteekend.
Willem Reerink, otr. Hengelo (G) 17-3-1661 Aaltje Berents Cremer, waaruit dr. Berendje Willems Cremer.[942]
|
-
a. Lumme(ken) Rerink, geb. Lochem, ovl. vóór 1711[943], uit Lochem, doopget. (1672, 1682),
tr. 1o Lochem geref. 19-5-1667 (als dr. van Herman Rerinc)[944]
Herman Brabander, ovl. 1677-1681, wednr. van Aeltjen Hoyers uit Lochem.
verm. herbergier te Lochem,
doopget. (1667..1675),
tr. 2o Lochem 1-5-1681
Egbert Jalinck, zn. van wijlen Albert ten Passe van Geesteren (sic!).
In okt. 1677 rijden twee boerenwagens van Deventer naar Klein Dochteren. De wagens
zijn in Deventer beladen met zout, haring, brandewijn en traan. Het zout en de haring
werden gekocht voor Peter en Grietje van Eps, de traan voor Esken Enderinc en
de brandewijn voor Lummeken Brabander. Voerlieden zijn Evert, bouwman op
Hietbrinck, en Derck te Westerholt, bouwman op Westerholt. In de wagen van Derck reed
Lummeken Brabander mee. Doordat de voerlieden steeds harder zijn gaan rijden,
waarbij de een de ander probeerde te passeren, is de ton met traan van Esken Enderinc
kapot gegaan en is de traan in de wagen van Derck gelopen. Esken heeft zich daar kennelijk
niet bij neergelegd en is een proces begonnen.[945]
Uit haar eerste huwelijk (Brabander-Rerink) geref. gedoopt te Lochem :[946]
-
1. Herman Brabander, ged. 31-5-1668 (get. Jan Rerinc, Neesken Rerinc en Derk Muyderman).
-
2. Arent Brabander, ged. 24-12-1669 (get. de vader), ovl. (beg.?) 4-11-1740, ondertekent de nieuwe gildebrief van het schoenmakersgilde (1694),
verkozen to gildemr. (1699 en later),
gemeensman (1707), en rotmr. van het Walderstraats rot
(1731),[947]
tr. 16-10-1698[948]
Willemken Slaghmans, dr. van Herman Slaghmans uit Exel.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.[949]
-
3. Goeltjen Brabander, ged. 9-7-1671 (get de vader)
tr. 3-1-1694[950]
Herman Spijker.
-
4. Henrica Brabander, ged. 13-10-1689 (sic! moet dat niet zijn 1679, gezien haar tweede huwelijk).
COMMENTAAR(¥)
Volgens Ref. [951] zou Herman Brabander nog een broer Henric gehad hebben. Deze zou dan blijkbaar uit een eerder huwelijk (met Aeltjen Hoyers?) van Herman Brabander (de oudere) moeten stammen. Uit hem zijn de volgende kinderen bekend (geref. gedoopt te Lochem):
-
aa. Henric Brabander, ged. 6-11-1667 (get. Herm. ter Beec, Herman Brabender en Henric Rerinc).
-
bb. Aeltjen Brabander, ged. 9-1-1670 (get. Herman Brabender).
-
cc. Mechtelt Brabander, ged. 14-9-1672 (get. Herman Brabender).
-
dd. Derck Brabander, ged. 29-8-1675 (get. Herman Brabender).
-
ee. Mechtelt Brabander, ged. 7-11-1677 (get. Jan Smit).
|
Uit haar tweede huwelijk (Jalinc-Rerink) mogelijk:
-
1. Joanna Jalinc, ged. geref. Lochem 22-10-1682 ("Engele Jalinc in Lochem sijn dr. Joanna,
get. de vader selfs, Marie Egginc, Mechtelt Rerinc."). Is Engele Jalinc dezelfde persoon als Egbert Jalinck.
-
b. Jan Rerink, (=kw. nr. 864).
-
c. Neesken Rerincs, doopget. (1668).
-
d. Machtelt(je) Jans Reeringx (Reerlinghs), geb. Lochgom 1655/56, beg Amsterdam Heiligeweg- en Leidsche Kh. 3-5-1689 (hv. van Gosen Thasslo, mr. hoefsmit op de Botermarkt, laat twee kinderen na(¥)), doopget. te Lochem (1682) (bij een dr. van Engele Jalink),
woont op de Heerengracht te Amsterdam(1686),
otr. Amsterdam 26-4-1686 (hij geast. met moeders consent, zij met haar ouders consent, in margine : "Anna van Hoorn, wed. van Jacob Korte, heeft in judicio verklaart dat het consent dat de bruidegom heeft ingebracht de moeders eigen hand te zijn, voorals ook het consent van der Bruiden ouders, en zal voor alles de rato caveren")
Goosen te Hasselo, geb. Lochgom 1658/59, mr. (hoef)smit op de Botermarckt (1686, 1689),
poorter van Amsterdam 13-7-1686 als hoefsmid van Lochem.
COMMENTAAR(¥)
ZOEK OP Weeskamer A'dam
klopt het patroniem Jans hier?
|
-
1. Hendrikje Thasselo, ged. geref. Amsterdam Nieuwe Zijds Kapel 28-2-1687.
-
2. Jan (Johannes) t(h)e Hasselo, ged. geref. Amsterdam Zuiderk. 20-3-1689, j.m. soon van Gosen Hasselo uijt Lochem,
tr. Lochem geref. 4-11-1725
Anna (Anneken) ten Berenpas (Perenpas), j.d. van wijlen Willem ten Berenpas uijt Lochem.
-
aa. Maria Geertruijt te Hasselo, ged. geref. Lochem 23-10-1726 (get. de vader selfs en Maria Geertruijt ten Berenpas, geen moedersnaam genoemd).
-
bb. Gosen the Hasselo, ged. geref. Lochem 7-10-1731.
-
d. Henrick(e) Rerincs, doopget. (1667).
1732. JAN PA(E)UWEN, geb. ca. 1614 (verm. ged. Lochem jan-1614[952]
), ovl. tussen 23-4-1676 en 4-12-1681[953]
, tr. vóór 1642[954]
1733. JENNEKE NIJKAMP, geb. ca. 1622/24, ovl. na 1681, otr. 2o Lochem 4-12-1681
EGBERT JOOSTEN, ovl. vóór 1706[955], zn. van wijlen Joost Arents, van Holten.
27-2-1643 : Jan Pauwen en Jenneke Nijkamp verkopen hun gaard voor de Smedespoort in Lochem[956]
eind 1646 : Jan Pauwen heeft een huis in Lochem en 1/2 molder saet land in de Sijden Enck, alsmede enkele gepachte stukken land.[957]
6-5-1658 : Contract tussen Berent Smidt en Jan Pauwen over "seker secreet".[958].
7-7-1663 : Jan Pauwen en Jenneke Nijkamp verkopen een hof aan het Molgerinck [959].
7-7-1663 : Fam. Pauwen en Peterken Jans van Westerholt wed. van wijlen Roeloff van Steenbergen, geasst. met Willem Lunfert, voor haar zelve en als volmr. van haar broeder (sic!) Jan Pauwen (volm. Nienkirchen 20-3-1663).[960].
14-8-1665: Goesen Schoemaker, Burgemr. en zijn h.v. Elisabeth Tiesinck transporteren aan Jan Pauwen, Gerrit Thomas, Derrick Volmers en Berent Janknecht, en hun huisvrouwen,[961].
1672, 1674 : Jan Pauwen vermeld als een der voor acht maanden aangestelde regenten van de gecommitteerde raden van Lochem en als pachter van het weiland Heynck Hack.[962]
1674 : Provisionele stadsregering: Bruno van Dam, schout, Johan Schutte, Johan Westenberch, Cornelis van Lobberich, Gerrit van Campen, Hendrick Beijen, Bartholt Schomaecker, Wanardt Weeninck en Jan Pauwen, regenten, Johan te Winckel, als ontvanger gecontinueerd, benoeming d.d. Den Haag 12-5-1674[963].
11-3-1675 : Jan Pauwen (60 jaar oud) en Wolter Pauwen (28 jaar) leggen een verklaring af : in jan. 1614 liet Jaen Pauen een kindt dopen waarvan de naam niet vermeld staat. [964]
1675 : Jan Pauwen treedt op als borg.[965]
23-4-1676 : Jan Pauwen is dronken geweest - mogelijk op de bruiloft van zijn dochter Geertjen die een week tevoren ondertrouwde - en is uit berouw borg geworden [966]
15-10-1684 : De dochter Gertjen van Jan Pauwen is 42/43 jaar oud [967]. Hij zal dus voor 1642 getrouwd zijn. Jenneke Nijkamp kreeg kinderen van 1642 tot 1671 (doop Egbert 10 juni). Zij moet dus ca. 1625 zijn geboren.
Uit haar eerste huwelijk (Pauwen-Nijkamp) gedoopt te Lochem (o.a.?) :
-
a. Geertjen (Grietjen) Paeuwen, geb. Lochem 1641/43[968]
, ovl. Lochem 7-10-1721[969]
, doopget. (1686..1696),
otr. Lochem 16-4-1676
Arendt Raet, geb. Lochem, ovl. Lochem 1-4-1718[970], zn. van sal. Henrich Raet en Janna Morgenstern[971],
doopget. (1669),
geref. lidmaat van Lochem Kerstmis 1675, diaken (1702) en ouderling (1711) aldaar[972],
burger van Lochem in het Bierstraten Rott (1712)[973].