| You are here: Louk-Home ⇒ Genealogy ⇒ Kwartierstaat Van Schothorst ⇒ Gen. nr. 11 |
1024. HENDRICK REIJERSEN (ONTHEIJN, VAN BITTERSCHOTTEN), ovl. na 4-1-1635[1].
Register van overleden keurmedigen van de Kelnarij van Putten :[2] 1614 : "Obierat nullo ita pridem (niet zo lang geleden overleden) in pago Woenbergh (Woudenberg) Diocaesis Traiectensis Aelt Reijers Ontheijn filius Anthoniae Willmsen colonae qoundam in bono Bitterschotten, cuius cormedam redemit Henrich Reijnerzen Ontheijn 28 fl. Holl. intercedente et mediante Everhardo Schrasser. Nota scribes pro cormedam 26,5 gld. qua 1,5 gld. insumpti, pro vino, quando e meo confre redemire cormedam. Reliquit dictus Altetus (Aelt) frates Henrich supradictum item Jan et Willm Reijnersen Ontheinen. Item sorore Luitgen et Willmtgen Reijnersen Ontheinen. Nottandum porro qoud. 16 (Junij 1626) Obierat op Kleen Bitterschotten Henrich Reijnersen et solvi filii ipsius pro censu Capitali 2 gld. 10 stb. et pro equa traxerem vendita, accepti 26 gld. unde familia habet 30 stb.
VERTALEN
1026. OTTO JOCHEMS, op Burgstede onder Barneveld (1632), landbouwer,[3]
tr. 1o [4]
NN, tr. 2o Barneveld 15-8-1630[5]
1027. BAA(R)TJE JANS.
Is hij mogelijk Ott Joachimsz, zn. van Joachim Otten, pachter van Groot Haversteeg te Manen (1575), die als gevolmachtigde optreedt van zijn zwagers Henrick Jansz, Dirrick Cornelisz, Evert Aersz en wijlen Goert Gerritsz i.v.m. de nagelaten goederen van wijlen Jacob Joachimsz (zijn broer?)[6] [7]
1028. TOENIS WILLEMSEN VAN LUNTEREN?,[9] parentatie niet bewezen. uit hem mogelijk (o.a.?) :
1030. HENDRIK WILLEMS, renunciatie van het halve herengoed De Vaerst te Barneveld 8-6-1616.[11]
1040. GERRIT GOOSSENS (TOT VELTHUIJZEN) (VAN DE WETERING?[12], landbouwer [13] te Veldhuizen bij Ede (1624) [14] , had tot 1614 een wei aan de Slunderstege te Ede (Velthuijzen).[15]
1048. AELBERT HENDRICKSZ VAN RAVENHORST, geb. Lunteren ca. 1590, tr. Scherpenzeel 13-2-1614[19]
1049. WILLEMIJNTJE CORNELISZ WILDEMANS, geb. Scherpenzeel ca. 1590.
1080. WOUTER HENRICKZ, geb. Ede (Doesburg) ca 1620[21], ovl. Ede, landbouwer,
krijgt op 14-1-1643 investituur voor het herengoed "Beterum" te Ede,
daarna oprukking op 20-1-1649 en 10-10-1655 [22].
vul aan HV 1/5
1082. JAN HENDRIKS HAALBOOM, geb. ca. 1600-1610, ovl. 1674 [26], tr. ca. 1646 (huw. voorw. 28-2-1646) [27]
1083. GEURTIE CORNELISSE (volgens Ref. [28] Evertje Cornelisse).
vul aan HV 1/55 en 1/9
In 1647 neemt Jan Hendriks Haalboom een obligatie van f 100,-- over van zijn zuster Gerritgen ten laste van Roetert Jansen en Rijckien Alberts. Deze worden door de raden van het vorstendom Gelre en het graafschap Zutphen gelast kapitaal en interest onmiddellijk te betalen. Er gebeurt niets, waarmee Jan het recht krijgt om andere gerechtelijke stappen te ondernemen [29].
| COMMENTAAR(¥) plus aanvullingen G.J. en H.J. Haalboom |
vul aan HV 1/9, 1/33
1084. AERT GEURTS (VAN BUTSELER[52]), landbouwer[53], wonend op "Huyckenhorst" in Barneveld (1675), mogelijk ook op "Boetseler" [54], tr. Barneveld feb. 1632[55]
1085. JANNETJE GERRITSEN VAN SCHARRENBURG, tr. 2o Barneveld 22-2-1652[56]
EVERT EVERTS.
Zoek op VG 24(1999)42-63 en 25(2000)270. Wellicht is Aerts Geurts een zn. van Gerrit Reijers van Butseler.
1112. EGBERT CRUIMER, ovl. vóór 1610, tr.[62]
1113. LUITTE STEVENS.
1116. JAN PETERS HISSINCK, geb. ca. 1600, ovl. verm. Voorst,[65]
woont te Voorst.
1120. WOLTER JANS, geb. ca 1580, ovl. na 1620-1637[67], eigenaar van 'Den Pass' of 'Egbert van Ordensgoed' (investiture op 29-10-1608) en van 'Ritbroeck'/'Ritbergh' (investiture op 29-10-1608),[68]
tr. vóór 1600;(¥)
1121. WOUTERTJE LUBBERTS, geb. ca. 1575, ovl. na 1626.
| COMMENTAAR(¥)
ZOEK OP Arch. Rekenkr. 1551/310, 1551/311.
vul aan VWG |
Op 30-10-1620 verkrijgt Wolter Janss "afdracht van misbruick voor ses jaeren opruckingen van seecker vrij herengoet in den Ampte van Apeldoorn und Buerschap Orden" [69].
Omstreeks 1624 verpacht Wolter Jans een goet "Homoet" in zijn herengoed "De Pas" in Orden aan Thiman Jacobs om er een papiermolentje op te timmeren, aangezien "een waterken vuydt idt selve goedt sijnen oorspronck was hebben". Drie jaarlater blijkt deze z.g. Ordermolen inderdaad gebouwd te zijn als Tymen Jacobsz er 5 pond waterpacht voor moet geven [70].
Op 1-7-1626 verkrijgt Wolter Janss prolongatie van "ses jaeren opruckinge van 2 Heerengoederen beide gelegen te Apeldoorn in de Buerschap Orden, te weten Den Pas en Ritbergh" [71].
In 1632 verkrijgt Wolter Janss afdracht van "seecker Heerengoet in den Ampte Barneveld, Buerschap Essen, seecker Heerengoet Hergelpraeten uit een Heerengoet Bart Stevens gent. in den Ampt Barneveld ende Buerschap Essen" [72].
vul aan HV 4/631 en 4/640.
Het herengoed Ritbroeck of Ritbergh :
17-7-1637 : Jan Wolters oprukking.
22-8-1643 : Jan Wolters oprukking.
30-7-1649 : Jan Wolters oprukking.
Het herengoed Den Pass of Egbert van Ordensgoed :
17-7-1637 : Jan Wolters investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Wolter Janss.[75]
Jan Wolters doet uit een van zijn herengoederen (in buitschap) 2 stukken land in Lambert Pannekoecks enk, groot 2 mud, over aan zijn broer Cornelis Wolters waar tegenover hij van Cornelis 2 gelijke mudden gezaais krijgt, genaamd die Hooffjes.
1654: Cornelis Wolters, voor hem zelf en als momber van de kinderen van zal. Lubbert Wolters, voorts Thonis Wolters, Jan Wolters en Truijtjen, nagelaten wed. van zal. Aert Wolters, voor haar zelven en als moeder van haar onmondige kinderen, procederen tegen Willem Thiemens voor hem, en als vader en boedelhouder derselve kinderen over 6oo gulden verschenen pacht van de grond.[82].
vul aan Herengoederen dl.4
1132. =560. CORNELIS WOLTERS (VAN ASSELT/GOUDKUIJL).
1133. =561. LYSKEN ROELOFS.
1134. JAN BREUNIS.
1152. HENDRIK BERENTS (VAN ULSEN), geb. ca. 1635, ovl. 1671-1680, voor het eerst vermeld als Henrik Berents in het boterpachtregister van Vriezenveen 1671,[86] tr. vóór ca. 1660
1153. NN, wordt in 1680 en 1681 in de boterpachtregisters genoemd als de weduwe van Henrik van Ulsen (in 1680 wordt haar de boterpachtverplichting kwijt gescholden "om Godes wille").[87]
In het boterpachtregister van Vriezenveen 1682 luidt de vermelding: "wede. Henr. Berents of Berent Henrix". Deze laatste is dus kennelijk haar zoon.[88]
1154. BERENT CLAASSEN SNIJDER (SNIEDER), geb. ca. 1620, ovl. Vriezenveen na 1683, had een erf van een halve akker aan het Oosteinde van Vriezenveen, wordt voor het eerst in het boterpachtregister Vriezenveen van 1678 genoemd (de naam staat vermeld in plaats van de doorgestreepte naam "de erfgenamen van Jan Heineman", is wellicht kleermaker.[90]
1220. GIJSBERT DERCKSEN("VAN DEN TOP")[92](¥), woont op de Kleine Top,[93]
als Gijsbert Dircksen op den Top geref. lidmaat te Kootwijk 1644,
tr. vóór ca. 1630[94]
1221. GRIETE JANSEN.
| COMMENTAAR(¥) niet Gijsbert Stevens, zn. van Steven Evers, wonend op Zatterbroek onder Lunteren, tr. Kootwijk 13-6-1640 [95] Aaltje Gerrits, dr. van Gerrit Jans wonend op de Top. Zie Pub. VG. ... |
Op 25-10-1735 comparereen de samentlijke erffgenaemen van wijlen Reijer Gijsbertsen van den Top, met naemen
Cnelis Gijsbertsen soon van Trijntjen Derks, die een dogter was van Derk Gijsbertsen, met sijn huysvrouw Grietje Philipsen, voor de eerste staek.
Voorts Jan Stevensen Rickbroek en sijn vrouw Aeltjen Hendriks doghter van Nennetje Beerts zijnde geweest een doghter van Beernt Gijsbertsen, voor de tweede staek.
Wijders Gijsbert Jansen x Willemtjen Jacobs, Geurt Jansen x Engeltjen Sanders en Harmen Ernsten met sijn vrou Jannetjen Elissen, doghter van Trijntje Jans, kinderen van Jan Gijsbertsen, voor de derde staek.
Alsmede Gijsbert Otten, Wouter Otten, Jan Jansen Mulder x Aeltjen Otten, Aert Jacobsen x Grietjen Otten en Jan Claessen x Beertjen Otten, kinderen van Oth Gijsbertsen, voor de vierde staek.
Vervolgens Gijsbert Geursen voor hem selfs en voor de drie kinderen van wijlen sijn broer Jan Geursen, genaemt Geurt Janssen, Merritje Jansen en Steventje Jans, neffens Geurt Woutersen voor hem selfs en voor sijn broer Tijmen Woutersen, Dirk Cornelissen x Merritje Wouters, Wouter Woutersen, Jorden Woutersen en Gijsbert Woutersen kinderen van Wouter Geurtsen, welke alle kinderen geweest zijn van Geurt Gijsbertsen, voor de vijfde staek.
En laestelijk Hendrik Jacobsen en Geurt Jacobsen neffens Sweer Arissen x Trijntje Jacobs, kinderen van Merritje Gijsberts, voor de sesde staek.
Zij alle te saemen en ieder voor haere hereditaire portien hebben vercoft en alnu getransporteert aen Dub Jacobsen x Beertjen Jans vier tiende parten, aan Jan Carel Lugtigh x Willemina van den Ham twee tiende parten, aan Hendrik Gerritsen van Heerd x Evertjen van Estvelt insgelijks twee tiende parten en aen Gerard van de Vliert en Aelt van de Vliert met haere respective huysvrouwen ieder een. zijnde de twee resterende tiende parten, van 't erff en goed den Top daer Lambert Philipsen woont, gelegen in de buurschap 't Cootwijkerbroek, daer aen de eene kant het erve den Grooten Top, soo bij Reijer Jansen gebruykt word en aen de andere kant het goedje daer Gijsbert Jansen woont mede den Top genaemt, in dier voegen als het selve goed door Reijer Gijsbertsen stervende nagelaten en door desselfs weduwe Aertjen Derks tot haer dood toe in tught beseeten is, zijnde vrij allodiael deylbaer goed, niet belast edogh tientpligtig, doende jaerlijks in 't quoier van verpondinge vier gulden seventien stuyvers voor de coopspenningen van een duysent vijff hondert vijftigh gulden en elff stuyvers. Geerfden zijn Hendrik van Heerd, Jan van Wolfswinkel. [96]
1222. RIJCK WOUTERS, van Stroo;(¥)
| COMMENTAAR(¥) vul aan VG 22(1997)244 e.v. |
1248. AERT LUBBERTS DROST, ovl. 1619-1639;(¥)
genoemd als bezitter van een herengoed te Nunspeet (1613-1619),
tr. vóór ca. 1620
1249. MERRIJKEN JANSEN, ovl. 1631-1639.
| COMMENTAAR(¥) vul aan VG 22(1997)246 e.v. |
| COMMENTAAR(¥) Wat is het verband met Willem Fransen en Gerrit Aertsen Drost, nomine uxoris Wichmantje Aarts avs moeder, die in 1695 procederen te Epe.[103]. |
Hullemanserve te Nunspeet[105] :
Op 25-6-1639 krijgt Lubbert Aerts Drost oprukking als zoon van zaliger Aert Lubberts Drost en zaliger huisvrouw Merrijken Jansen, zn van zaliger Lubbert Aerts Drost (8-12-1610 transport en oprukking bekomen) met de olderdom en 1/4 part van het halve herengoed van zijn zuster Merrige Aertz Drost, krachtens magescheid d.d. 4-4-1639 tussen hem en zuster en nog twee onmondige kinderen van zijn zaliger ouders.
Op 25-6-1639 krijgen Jan Egbertsz en zijn echtgenote Merrige Aertz Drost investiture en oprukking van zaalweer, het 1/4 part van haverlanden, 1/4 part en het recht van inlossing van het halve herengoed. Krachtens magescheid tussen hen en broer Lubbert Aerts Drost opgericht als de vier kinderen (waarvan twee onmondig) van Aert Lubberts Drost, die erfgenaam was van vader Lubbert Aerts Drost. Lubbert Aerts Drost zal ook het 1/4 part van Merrige Aertz Drost krijgen.
Op 15-10-1642 krijgt Lubbert Aerts Drost consent voor de belasting van zijn herengoed ten profijte van Peel Jansz Nuck en zijn h.v. Hendricjen Jacobs.
Op 22-2-1649 krijgt Lubbert Aerts Drost oprukking van den olderdom en 3/4 van een half herengoed, waarvan zijn jongere broer het resterende 1/4 bezit.
Op 22-2-1649 krijgt Lubbert Aerts Drost approbatie van een verpanding aan Peel Jansen Nucke en zijn h.v. Hendrickien Jacobs van de olderdom en 3/4 part.
Op 5-12-1656 krijgt Lubbert Aerts Drost oprukking van de zaalweer en 3/4 van de helft van een herengoed.
Op 24-11-1666 krijgt Lubbert Aerts Drost oprukking. Zijn broer Peter Aerts Drost bezit het overige 1/4 part.
Op 24-11-1666 krijgt Lubbert Aerts Drost approbatie van een verpanding van de zaalweer en 3/4 part in een half herengoed aan Peter Aerts Drost. Een eerdere verpanding op 22-2-1649 ten behoeve van Hendrickie Jacobs, wed. van Peel Jans Nuck, en haar kinderen is ingelost.
Op 4-4-1676 krijgt Peter Aerts Drost oprukking van een half herengoed, nadat hij investiture in de zaalweer en 3/4 part van de helft, welke hij geerfd heeft van zijn broer Lubbert Aerts Drost, heeft gekregen, die tezamen met zijn 1/4 deel van de helft het halve herengoed vormen.
Een herengoed tot Nunspeet :
Op 12-11-1606 krijgt Lubbert Aerts Drost oprukking.
Op 2-9-1613 krijgt Aert Lubberts Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Lubbert Aerts Drost.
Op 9-10-1619 krijgt Aert Lubberts Drost oprukking.
Op 25-6-1639 krijgen Jan Egbertsz en zijn echtgenote Merritge Aertz Drost investiture na approbatie van een magescheid.
Op 29-5-1650 krijgen Jan Egbertsz en zijn echtgenote Merritge Aertz Drost oprukking.
Op 8-10-1656 krijgen Jan Egbertsz en zijn echtgenote Merritge Aertz Drost oprukking.
Op 8-10-1656 krijgen Jan Egbertsz en zijn echtgenote Merritge Aertz Drost approbatie van een verpanding van hun herengoed aan Wilhelmo Weijermanno, predikant te Nunspeet.
Op 11-2-1659 krijgen Jan Egbertsz en zijn echtgenote Merritge Aertz Drost approbatie van een verpanding aan Wilhelmo Weijermanno, predikant te Nunspeet.
Op 30-3-1660 krijgen Ds. Wilhelmo Wirmanne(¥) en Anna Witmaria transport na overdracht.
COMMENTAAR(¥) Is dit Willem Weerman?
1252. WILLEM LAMBERTS (TOE WESTENDORP), ged. Epe 11-10-1607, ovl. Epe 1650-1658, kerkmester te Epe (1637-1650),[106]
[107]
erft het herengoed tot Westendorp van zijn vader 24-2-1632,[108]
tr. Epe ca. 1630
1253. ANNIGJE HERMENS (TOE WESTENDORP),[109]
[110]
, ovl. na 1650.
vul aan HV 571
Een herengoed tot Westendorp: Op 24-2-1632 krijgt Willem Lamberts investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Lambert Aerts. Tevens krijgt hij consent voor lijftuchting van zijn huisvrouw Enneken Hermens. [111]
1254. JACOB JANS VORSTELMAN, ged. Epe 27-5-1609 [113]
, ovl. Epe 1668-1688[114]
afkomstig uit Westendorp,[115]
te Epe/Emsterenck,[116]
tr. Epe voor 1638
1255. ELISABETH (LYSBETH) LAMBERTS BRUIJNIS (BROENISSEN), ged. Epe/Emsterenck geref. 13-7-1617[117], ovl. vóór 1680, tr. 1o voor 1636[118]
JAN JACOBS (BOS), ged. Epe 30-4-1609, ovl. Epe voor 1639, zn. van Jacob Aelts.
Jacob en zijn vrouw bezaten de helft van een herengoed aan de Hegel, onder de Emster Enk. [119]
Op 22-09-1636 krijgt Jan Jacobs approbatie voor de lijftuchtiging van zijn huisvrouw Elisabeth Lamberts, in zijn halve herengoed aan de Emsterenk, buurtschap Hege, onder momberschap van haar oom Hendrick Jansen Broenis.[120]
vul aan HV 514 en 521, 554, 564
vul aan HV 510 en 511, VG 24(1999)168,174.
Op 17-7-1715 sluiten Jurrien Bloemkolk en Grietje Jacobs Vorstelman een pachtcontract met de vrouwe van Cannenburg van de molen bij de Oosterhof aan de Hattemsebeek te Vaassen. Water, grond, weide en zaailand werden voor 30 jaar gepacht voor 200 gld. en een riem schrijfpapier. De pacht werd na het overlijden van Jurrien voortgezet door Grietje tot 1749 en daarna door de zoon Jacob Bloemkolk. [154]
1260. = 1220. GIJSBERT DERCKSEN ("VAN DEN TOP").
1262. = 1222. RIJCK WOUTERS.
1264. MEIJNT (GOOSSENS).
Rechtzaak voor de bank Nijkerk, civiele rechtspraak, 1651[158] tussen Jan Bartolts en Trijntgen van Asselt contra Meynt Goossens. De kwestie handelde over de pacht van een huis en hof te Elspeet, die al 12 jaar niet door Meynt betaald zou zijn. In de bank van Barneveld 1653 wordt genoteerd dat Jan Bartols zo kwaad zou zijn geworden, dat hij met zijjn roer een schot hagel door Meynt's 'middeldeure' heeft afgevuurd. Meynt wil daar f 25 voor vangen wegens geleden schade. Is Meynt de vader van Helmert Meynten? Is Trijntgen van Asselt identiek met Catharina van Asselt, dr. van Helmert van Asselt en Jenne Hendrikcs.[159]
Wat is verder het verband met de volgende van Asselt's die voorkomen in de Schattingslijsten van het Ambt en Kerspel Apeldoorn i.v.m. vermogenbelasting[160] :
Helmert Aernts van Asselt, te Zoeren, 1598-1606, ƒ 1,--,
"Uitheemsen" :Derick van Asselt, 1620, Derick van Asselt de jonghe, 1621, 1 oortje
vul aan HV 4/682
1280. JAN VAN DER MEULEN, woont in Den Haag op de Gevolde Gracht,[161] tr. vóór ca. 1620[162]
1281. ANNEKE SMULDERS, testeert te Den Haag 18-1-1645,[163]
doopget. (1644, 1646) (als Anneke van der Meulen), tr. 2o Den Haag 21-10-1629[164]
ROELOF HENDIKSZ ROONTOORN.
1282. JOOST JANSZ VAN DER ELST, ovl. na 1642, schoenmaker en wednr. wonend te Den Haag (1636), woont in Den Haag op de Gevolde Gracht,[166] mr. schoenmaker, vermeld 1642, wonend in de Caterstraet aen de noortzijde betaalt klapwakersgeld (1642),[167] doopget. (1644), otr./tr. 2o Delft 5/20-1-1636 CATELIJNTGE GILLIS, jongedochter wonend in de Vlamingstraat te Delft (1636), tr. 1o
1283. NEELKEN CORNELISDR VAN EMMERIK, ovl. vóór 1636.
| Ongeplaatste Fragmenten Van der Elst |
|
Joost van der Elst te Honselersdijk, van wie op
26-2-1612 te Naaldwijk een dochter Catrine gedoopt wordt.[169]
7 July 1588. Joost van der Elst van Dordt wordt poorter te Delft. [170] Joost van der Elst, out schoenmaker op het Speuij aen de westzijde betaalt klapwakersgeld te 's-Gravenhage (1642),[171] Jan van der Elst in de Caterstraet aende zuijtzijde betaalt tweemaal klapwakersgeld te 's-Gravenhage (1642),[172] Joost van der Elst, schoenlapper in de Corte St. Jacobsstraet aen de oostzijde, betaalt klapwakersgeld te 's-Gravenhage (1642),[173] Joost van der Elst, tr. Catharina Florisdr, dr. van Floris Willemszn en Heyltje Aertmuts wonende te Dordrecht.
|
1284. CORNELIS HOOGENBOOM, parentatie niet bewezen, tr. mogelijk
1285. CATHARINA NN.
Op 16-12-1668 testeerden voor notaris van Medemblick te 's-Gravenhage de echtelieden Lodewijk Renoy, koetsier van Jonker Jacob van Reygersbergen, heer van Couwerve en Krabbendijke, en Adriaantje Theunisdr Keyser ten behoeve van hun zonen, Antonie, Rutger en Adriaan. [180]
| COMMENTAAR(¥)
Van deze Maria (Marijtie) van der Meulen wordt hier aangenomen dat zij de dochter is van Bartholomeus Cornelissen van der Muelen x Grietie Jans. Een alternatief ouderpaar is
Pieter Bartholomeusz van der Meulen (kw. nr. 320) x Helena van Waerden, uit wie
Maria Pietersdr van der Meulen, ged. geref. 's-Gravenhage Nieuwe Kerk 14-2-1668. Deze Maria zou dan op haar 18e jaar met Lodewijk Reijnooij gehuwd moeten zijn. Mogelijk maar minder waarschijnlijk. Bovendien treden er bij de dopen van de kinderen Reijnooij-van der Meulen geen 'Haagse' Van der Meulens op als doopgetuigen.
De veronderstelde vader Bartholomeus Cornelissen van der Muelen, ofschoon ook afkomtig uit Den Haag, kan vooralsnog ook niet in verband gebracht worden met Bartholomeus Jansz van der Meulen kw. nr. 640. We weten over hem het volgende: Bartholomeus Cornelissen van der Muelen, geb. 1632/33, beg. Amsterdam Heiligewegs- en Leidsche Kerkhof 14-1-1663 ("Bartelomeues van der Muelen op Baltus Pat naest Grote Wijnvat, (laat) nae 2 kijnderen"), cleermaker, afkomstig van Den Haegh, woont in de Slyckstraet te Amsterdam (1659), otr. Amsterdam/Den Haag 18/26-1-1659 (zijn ouders doot, zij geast. met Jacobus Luts, haer vader (!)),[188] [189] Grietie (Margareta) Jans, afkomstig van Leiden.
|
1300. MELCHIOR EDIGIELLE (YDICELLE), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1654, boratwerker (1624), huw. get. (1654), woont op de Beestemarckt (1654) te Leiden, tr. 1o voor 1623 MARIA HASART, ovl. Leiden 14-12-1623 (in de vrouwen betersael van het Gasthuis), tr. 2o Leiden geref. 8-3-1624
1301. LOUWERENSE BREYNE, ovl. na 1636, woont op de Beestemarckt (1632), op de Nyeuwe Varckemarckt (1636),
tr. 1o voor 1618
GOUTIER MOTON, ovl. 1618-1624, woont op de Oosterlingplaats (1618).
| COMMENTAAR(¥) Bij de huwelijken van deze kinderen gebruiken ze de naam Edisel. Deze naam kunnen ze echter ook als voorkinderen van Louwerense Breyne hebben aangenomen. |
| COMMENTAAR(¥) Reureij Breijne, wed. Laurence Braine, haar moeder? Hoe zit dat precies? |
| COMMENTAAR(¥) "haar moeder", kennelijk haar stiefmoeder! |
1303. LOUYSA (LOUYSGE) LE PAR/PER (LEPER, ook LE FEVRE!)(¥), geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1662, woont in de St. Aechtenstraet (1654..1662).
| COMMENTAAR(¥)
Louysa le Par/Per is mogelijk identiek met:
Loyse le Pierre, weduwe van Bernart Fovarcque, wonend in de Fockersteech (1636), otr. Leiden geref. 8-2-1636 (get. voor haar Mary Tronsau, haar nicht wonend in de Fockersteech, voor hem Franchoys Joly, haar bekende wonend in de Haerlemstraet bij de Fusteynhal, NB De geboden zijn geroyeerd, de bruid is nog geen 6 mnd weduwe) Gille Henry, weduwnaar van Baertgen Willemsdr, wonend in de Haerlemstraet bij de Fusteynhal (1636). |
Is er mogelijk verband met
Magdalena de (le) Per(re), tr. Leiden WK 4-9-1622 Jacques Joly.[198]
Daniel de Per (le Paer), tr. Leiden Magdalena Plouie,
Esther le Per, otr. Leiden 1619 Jean Hennebo[199] [200]
Jean le Per, ged.. Leiden Waals 1-3-1607[201] kammer (ex Daniel Lepair x Magdalena Plouie) , otr. 1o voor 1622 Marie Favarcque, ovl. vóór 1626, otr. 1o Leiden 10-6-1626 Pironne de Halewijn, geb. Tourcoing. Uit het eerste huwelijk 3 kinderen Waals gedoopt te Leiden. Uit het tweede huwelijk 5 kinderen Waals gedoopt te Leiden.
Anne le Per, j.d. van Mark (F), geb. Marcq en Baroeul (F nord) tr. Leiden WK 24-7-1615 Jean du Pree, geb. Maquette bij Lille, baaiwerker.[202] [203]
Judith le Per ovl. voor okt. 1619, tr. verm Tourcoing (F nord) ca. 1610 Abraham du Pon geb. Wambrechies (F nord), fusteinreder.[204]
Michiel Per (Peer) van Keseneth (=Quesnoy sur Deulle) wordt poorter van Leiden 25-7-1590, get. Pieter Bats van Hoogstade en Christiaen Merleyn van St. Thomas. Hij is getuige bij andere poorterinschrijvingen in 1595 (dan is hij greinwerker), 1602 (dan is hij saaidrapier).[205]
Mary le Perre, geb. Wasquehal otr. 1o Leiden 1617 Pierre du Canno.[206]
1304. JACOB JORI(J)SZ VAN DE(R) KELDER(¥), geb. Leiden vóór ca. 1610, ovl. tussen 1675 en 11-10-1677,[207],
fusteinvolder (1633), fusteinzwartverver (1652),
schipper op Haerlem (1674, 1675),
betaalt wonend op Nieuwmaren te Leiden, ƒ 0-4-0 Klein Familiegeld (1674),[208]
doopget. (1627..1665), huw. get. (1664, 1675),
treedt op als gemachtigde van zijn vader (1651),
wonend op Nieuwmaren te Leiden (1663..1674), Langegraft (1675),
otr. Leiden geref. 18-11-1633 (get. Pieter Arentsz van Kegelenberch, zijn oom, "de bruidegom heeft attestatie overgeleverd" (van Voorburg?))
1305. (E)LYS(A)BETH CLAESDR (VAN TOL), geb. Voorburg vóór ca. 1615, ovl. tussen 14-9-1674 en 11-10-1677, doopget. (1657, 1665),
huw. get. wonend op de Langegraft (1669).
| COMMENTAAR(¥) Is er een verband met Anna van de Kelder, beg. Den Haag 10-6-1674, dr. van de klokkenmaker Jan Jacobsz van de Kelder, uit wier relatie met Maurits, prins van Oranje, graaf van Nassau etc. geboren werd Carel Maurits, bastaard van Nassau, geb. na 27-2-1616, ovl. voor 14-9-1646 (waarsch. te Antwerpen)? [209]. |
Op 9-8-1652 verzoeken Frederik Wevel, Arent Jorisz van de Kelder en Jacob Jorisz van de Kelder, fusteinzwartververs, aan het gerecht van Leiden, hun toe te slaan de winst uit de gemeene bus uitsluitend tusschen hen te verdeden, daar hun confrater Jan Leendertsz Overmeer sinds lang geen diensten meer aan de nering bewijst. Het verzoek wordt toegestaan.[210]
Huurcontract te Leiden: Op 12-8-1673 compareren Pr. Willems, schoenmaker wonende tot Warmond als verhuijrder ter eene, ende Jacob Jorisz van der Kelder, schipper op Haerlem, wonende binnen deser stede, als huijrder ter andere sijde, mij notaris wel bekent, ende bekende sijl(ieden)verhuijrt ende gehuijrt te hebben sekere huijsinge ende erve staende ende gelegen binne deser stede op de Langegraft ende dat voor de tijt van drie jaren inne teg gaen op de eersten meij aenstaende van den jare 1674 ende eijndende te selve dage van den jare 1677 ende jaerlijks om tweentagtig gld. ende tien stuivers te betalen alle 1/4 jaer een geregt vierdepart van een geheel jaer huijrs, ider verschijndag precijs, met conditie dat de verhuijrder tselve huijs glas ende dak digt sal opleveren, ende sal de huijrder 'tselve huijs metten uitganen van de huijr weder glas digt moeten opleveren, dog de glasen die van buijten innegeslag(en) werden sal de verhuijrder, moeten betalen, alles ter goeder trouwe sonder bedrog, onder verbant als naar regten, consenteeren hier van aen wedersijde acte in forma. Aldus gedaen ende verleden ter comptoire mijn notaris staende op de Oude Maren present de ondergesch. getuijgen. W.g. Peeter Willems Schoenmaecker, Willem Leopoldus, Jacob Jorijsz van der Kelder, Cornelis Verbeek Cornelisz. [211]
|
Handtekening van Jacob Jorijsz van der Kelder (ca. 1610 - 1675/77) onder bovenstaand huurcontract van 12-8-1673.
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1676: Claes van Tol, metselaar, getrouwd met Maertje Jans van Blijcklant. [213]
1676: Claes Tol [214]
1306. ANTHOINE (ANTHONY) DE LA CROIX (CROY(X))(¥), geb. vóór ca. 1615, ovl. 1643-1661, kammer, afkomstig van Waterloop, wonend op de Langegraft (1637), doopget. (1629, 1648, 1656, 1657, 1659), otr. Leiden geref. 12-2-1637 (get.voor hem Samuel de Roy, zijn neef wonend in de Santstraet, voor haar Maria de Tombe, haar zuster wonend op de Hogewoert),[215]
1307. MAGDALEINE (MAGDALENA) DE(S) (DEL) TOMBE(¥), geb. vóór ca. 1610, ovl. 1661-1665, afkomstig van Bondu, wonend in de Meutgenssteech (1627),
op de Beestemarct (1637),
op de Gaernmarckt (1658),
in de Haerlemstraet (1661),
otr. 1o Leiden geref. 8-4-1627 (get. voor haar Marij del Tombe, haar zuster wonend bij de Jan Vossenbrug, en Marij Plantefebers wonend in de Meutgenssteech, voor hem Guillame de Buijnge, zijn broer wonend bij de Zijlpoort, en Pieter le Mair wonend op de Langegraft)
PASSCHIER DE BEUNJE (BUYNGE), ovl. 1627-1637, kammer, afkomstig van Templeu bij Doornic, wonend op de Verckemarct (1627),
otr./tr. 3o Leiden/Valckenburch Waalse Kerk 31-3/18-4-1661 (get. voor haar Mary del Tombe, haar zuster wonend op de Langebrugge, voor hem Jaecq de Mortier, zijn zwager wonend op de Langegraft) haar zwager
ANDRIES CATHOIR, ovl. 1665-1670, wednr. van Cathalyna Beunge,
wonend op de Nieuwe Mare (1661, 1665),
als Andries Catoor buurtheer van de buurt Breekhoven te Leiden (benoemd 28-5-1654 tot 1670 wegens overlijden),
[216]
Hij hertr. Leiden Waals 6-3-1665 Cathalyna del Ruw, wed. van Jaecq Mortier,
wonend op de Langegraft.
| COMMENTAAR(¥) Een Antoni de Croi kammer, afkomstig van Waterlo, otr. Leiden geref. 2-7-1625 Mary Payen, afkomstig van Arras. Dit zou een eerder huwelijk van hem kunnen zijn. |
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1626-1631: Passchier del Beugne [217]
1630: Magdalena des Tombes [218]
| Fragment Beunje |
|
Ia. NN Beunje, tr.
Martijne des Obry, huw. get. wonend op de Varckenmarct (1627), op de Nieuwen Maren (1635).
Hieruit:
IIa. Passchier de Beunje (Buynge), ovl. 1627-1637, kammer, afkomstig van Templeu bij Doornic, wonend op de Verckemarct (1627),
otr. Leiden geref. 8-4-1627 (get. voor hem Guillame de Buijnge, zijn broer wonend bij de Zijlpoort, en Pieter le Mair wonend op de Langegraft, voor haar Marij del Tombe, haar zuster wonend bij de Jan Vossenbrug, en Marij Plantefebers wonend in de Meutgenssteech)
Magdalena del Tombe, geb. vóór ca. 1610, ovl. 1661-1665, (zie kw. nr. ⇒ 1307 hierboven).
|
| COMMENTAAR(¥)
Is er verband met Henri del Croix tr. Barbara del Forge
of
Guillaume del Croix tr. Maya Jacobs Ciseur.[221]
Is er verband met de volgende poorters van Leiden (1576-1603)[222] : Andries de Croys, Franchois de Croys, van Alveringen, Geleijn de Croys, van St. Pol, Guillaume de Croys? Philips de Croy, vul aan Prom. 15 p130 Jean del Croy, ged. Waals Leiden, 21-6-1637, wolkammer, zn. van Rafael del Croy en Catalina del Forge, tr. Leiden Catelijne le Dru.[223] Rafael ex Jean Delacroix x Catherine de Livregnies. [224] |
| COMMENTAAR(¥)
Jacob de Beunge in het Gasthuisvierendeel, schoolmeester, ƒ 0-2-0 Klein Familiegeld (1674).
meester Jan de Beunge, op de Hogewoerd, schoolmeester, ƒ 0-2-0 Klein Familiegeld (1674). Gijsbert de Beungie, in Noord-Rapenburg, backer, ƒ 0-1-0 Klein Familiegeld (1674). Abraham de Beunje, op Nieuwmaren, timmerman, ƒ 0-1-0 Klein Familiegeld (1674). [225] |
| COMMENTAAR(¥)
Is er verband met :
Pieter Del Tombe, afkomstig van Turcoingen bij Rijssel, wolcammer otr./tr. Leiden (schepenen) 15-9-1618/3-2-1619 Anna Sparre, afkomstig van Engelandt. |
| COMMENTAAR(¥)
Abraham de Croy, op Zuid-Rapenburg, warmoesier, ƒ 0-1-0 Klein Familiegeld (1674).
Philip de Croy, in het Vleeshuis, boekdrukker, ƒ 0-1-0 Klein Familiegeld (1674). Salomon de Croy, op West-Nieuwland, taback en brandewijnvercooper, ƒ 0-1-0 Klein Familiegeld (1674). Philip del Croy, op Oost-Nieuwland, greinwerker, ƒ 0-0-6 Klein Familiegeld (1674). Hester la Croy, op West-Marendorp landzijde, coordewinckeltge, ƒ 0-0-6 Klein Familiegeld (1674). |
1310. NN (GOIS?), tr. vóór ca. 1605
1311. NN RAUSSOU, heeft een ongehuwde zuster Jeanne Raussou.
1312. GERRIT JANSZ VAN DER BYE(¥), compareert te Heenvliet 11-12-1693 [226]. otr./tr. 2o Abbenbroek/Heenvliet kerkelijk 2/16-6-1680[227] MAERTJE JANSDR, ovl. vóór 1697, wed. van Jan Gerritszn Sneeuw, met wie zij compareert te Heenvliet 27-10-1673.[228]. Zij is mogelijk een dr. van Jan Cornelisse Hodenpijl, schepen te Heenvliet (1659).[229]. Hij tr. 1e?(¥)
1313. MAERTIE(N) HENDRICKSDR.
| COMMENTAAR(¥) Is er verband met Vincent Jansz van der Bie, die beleend wordt met 2 gemet land in Bornesse (Heenvliet) 21-3-1603, dat overgaat 24-2-1615 op Jan van der Bie te Den Briel na de dood van Vincent (1610/1611).[230] |
| COMMENTAAR(¥) Het is onzeker of zijn eerste huwelijk blijkt uit de huwelijksaantekening (te Geervliet?/Heenvliet?) : "13-3-1644 Gerrit Janszn Bakker, j.m. van Bommel tr. (...Hendrik...) j.d. van Heenvliet" [231]. De slecht leesbare naam van de vrouw zou dan identiek moeten zijn aan kw. nr. 1313. |
2 gemet 77 roeden land in de Zuythouck van de Ee te Heenvliet, leenroerig aan Heenvliet :
Op 3-11-1697 Andries Ariensse Vlielander oud 14 jaren. Hulde door zijn vader Arie Andriesz. Vlielander, die het leen heeft gekocht, nadat het door de erfgenamen van Maertje Jans, weduwe van Jan Gerrits Sneeuw, is verlaten.[232]).
Indien de doopgetuige Jan Corneliszn hier inderdaad de grootvader is dan zou hij identiek kunne zijn met :
Jan Corneliszn, j.m., otr./tr. Heenvliet (schepenen) 27-5/10-6-1601 (get. zijn vader en voogd Cornelis Jansz) Aeltje Adriaens, wed. van Arris Senten, beide wonend te Heenvliet.[234]
1314. SIJBRANT ARENTSZ.
Er lijkt vooralsnog geen verband met Arie Bastiaansz Niemansverdriet uit wie kinderen gedoopt te Klaaswaal ca. 1665.[241]
1324. KORNELIS KORNELISZ (WAELBOER)(¥), geb. vóór ca. 1640, tr. vóór ca. 1665
1325. MAARTJE PIETERS KNOOP.
| COMMENTAAR(¥) Zie ook Ref. [242] |
Op 7-12-1692 compareert Pieter Cornelisz Waelboer, weduwnaar van Jannetje Willems. Hun kinderen zijn Maertje Pieters en Willempje Pieters Waelboer. De moederlijke grootmoeder is Aeltje Ariense weduwe van Willem Hendriks Cerckboer, geassisteerd door haar zoon Heijndrick Willemse Cerckboer. Zij passeren 7-12-1692 akte van uitkoop voor schout en schepenen. Bij mondige dagen zouden de kinderen ieder een zilveren ducaton ontvangen. [247]
Op 28-7-1716 geeft Pieter Cornelis Waalboer een volmacht aan Jan Cloeck om een obligatie te verkopen die hij gemeen heeft met andere erfgenamen van Hugo Knoop, overleden, ten name van schout en gerechte van Bleskensgraaf van 25-9-1672, groot ƒ 1000,0,0.[248]
Pieter Waalboer is in zijn ziekte verzorgd door de dochter van Neeltie Buijnis van 2-12-1719 tot 20-1-1720, waarvoor de heilige geest armen betaalt ƒ 3,16,0.[249]
Pieter Waalboer wordt wekelijks bedeeld door de heilige geest armen a 15 st. van 14-1-1719 tot 29-2-1721, totaal ƒ 84,15,0. [250]
1344. PIETER JACOBSZ VAN DER JACHT, geb. 1599/1600, ovl. 1654-1659, visser (1629, 1634) en
stierman (1641, 1643) te Maassluis, koopt 29-12-1656 een eigen graf nr. 112
in de Grote Kerk [252],
vermeld in notarieel archief Maassluis 24-3-1651, 1-4-1666 (dan overleden),[253]
tr. Maassluis 14-5-1628
1345. MAERTJE GOVERTSDR VAN WIJN, beg. Maassluis Grote K. (graf nr. 210) 5-3-1682 [254]
[255]
, tr. 1o Maassluis 3-5-1626
COENRAET ENGELSZ BOCXHOORN, ovl. vóór 14-4-1627, visser, zn van Engel Leendertsz Bocxhoorn (zie kw. nr. ⇒ 1372 )
en Neeltgen Huijgen,
wednr. van Jannitgen Cornelisdr. van der Swaluw.
| Wapen Van Wijn : In goud een beurtelings gekanteelde zwarte dwarsbalk vergezeld van boven vier en beneden drie bijen. Helmteken : een vlucht [256]. |
vul aan Prom. 17, p 345 Teunis Jacobsz van der Jacht.
Op 28-3-1643 verklaren de zwagers Willem Govertsz van Wijn, stierman op een hoekerschip, oud 24 jaren en Pieter Jacobsz van der Jacht, bootsgesel, oud 42 jaren, dat op 5-12-1642 een schip verloren is gegaan "naer huys seijlende van Fransois Schot capiteyn uit Vlaenderen sijn genomen, den welcken het schip in de gront doen hacken hebbende haer deposanten alle heeft medegenomen ende tot Duynkercken in de gevancknisse heeft doen brengen." [257].
Op 12-12-1641 komen voor in een Attestatie te Maassluis: Pieter Jacobss van der Jacht stierman, oud 41 jr., en zijn vennoot Gerrit Claess, oud 19 jr. [258]
Op 14-03-1682 vindt te Maassluis boedelscheiding plaats van Maertje Goverts van Wijn echtgenote van wijlen Pieter Jacobszoon van der Jacht, stuurman. Er zijn 4 kinderen : NN Pieters van der Jacht =Barber, huisvr. van Job Jorisz Swartewaal, Jacob Pietersz van der Jacht, NN Pieters van der Jacht =Sara (mogelijk gehuwd met Willem Gerritsz Haringman), Ermpje P. Scharp en Pieter P. Scharp, kinderen van Maertje Pieters van der Jacht, en verder? Jan Joris NN. Reden van de opmaak: het overlijden in 1680 van JPvdJ, visser beroep: 1/2 kap. Boedelbeschrijving : 1 huis gelegen aan de noordzijde van de Zuidvliet, 1 huis(en erf) gelegen aan de westzijde van de Hoogstraat, obligaties ter waarde van ƒ 578.90, geld ter waarde van ƒ 190.00. In het voorhuis: 2 schilderijtjes, 8 aardewerken schotels, 1 bruine kast, 2 stoelen, 3 blauwe zitkussens, 1 paars zitkussen, zeven stuks aardewerk op de kast, 1 geverfde bank. In de keuken: 1 bed, 1 peluw, 2 dekens, 1 beddekleed, 2 blauwe gordijnen, 1 rabat, 1 blauw schoorsteenkleed, 6 schilderijen, 6 stoelen, 1 bankje, 1 kapstok, 18 schotels, 6 tafelborden, 3 pulletjes, 2 koppen, 1 spiegel, 1 achtkantige tafel, 1 ronde doos, 1 geverfd kastje, 1 bierkan, 4 zilveren lepels, 1 zilveren ketting met een haakje, 19 pond garen, 2 pond vlas, 1 paars schortekleed, 2 blauwe schortekleden, 4 mutsen, 7 halsjes, 18 halsdoeken, 18 zakneusdoeken, een webbe van 30 ellen wit linnen, een webbe van 10 ellen wit linnen, 1 naaikussen, 1 nachtmantel. Op de zolder: 1 bed, 1 peluw, 2 hoofdkussens, 2 dekens, 1 beddekleed, 2 gordijnen, 1 rabat, 5 klerenstokken, 1 koperen wasketel, 1 koperen asketel, 1 koperen potje, 1 koperen schuimspaan, 1 ijzeren hangijzer, 1 beugeltouw, 1 tang, 1 asschep, 1 koekepan, 1 kandelaar, 2 oude linnen lakens, 25 linnen slaaplakens, 22 linnen slopen, 6 linnen slopen, 2 linnen tafellakens, 5 vierkante linnen tafellakens, 32 linnen servetten, 5 linnen hemden, 3 mantels, 2 rokken, 3 schorten, 2 rijglijven, 3 schorten, 4 steekmutsen, 2 mopmutsen, 2 linnen mutsen, 1 zilver hoofdijzer, 10 hemden, 2 kousen. Verder zijn er de volgende schulden wegens doodskist ƒ 7.00, wegens kleed ƒ 8.45, wegens maken van graf f4.90, wegens vlees ƒ 11.35, wegens zalm ƒ 11.30, wegens bier ƒ 7.85, wegens suiker en kaken ƒ 12.10, wegens boter en kaas ƒ 5.35, wegens brood ƒ 4.05, wegens huur van tin ƒ 2.65, doodschuld ƒ 14.10, wegens afleggen ƒ 8.30, wegens braad en vlees ƒ 0.90. Totaal der schulden ƒ 152.80. [259]
| COMMENTAAR(¥) In Ref. [262] krijgt Barber Pieters van der Jacht noog een vierde huwelijk: Maassluis 20-2-1707 met Pieter Lambregtsz Bogaart. Dit lijkt onmogelijk gezien haar ovl. in 1699. Bij dit huwelijk staat ook niet dat zij weduwe is hetgeen bij haar voorgaande twee huwelijken wel het geval was. |
1346. JAN JANSZ (VAN WILLIGEN??)(¥), tr. vóór ca. 1635
1347. MACHTELT VOLCKERS VAN ERCKELENS, geb. vóór ca. 1615, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk 21/27-9-1676 (graf nr. 207) [270], tr. 2o vóór ca. 1645
GIJSBERT BAERENSE LANGERACK(¥), geb. 1616/7, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk 3/7-12-1690 (graf nr. 207) [271], wordt ook genoemd Gijsbert van Schoonhoven, wanneer hij dit graf koopt op 29-7-1661,
vermeld in notarieel archief Maassluis 1661-1663,
[272]
kaasverkoper (1663).
| COMMENTAAR(¥)
Is er verband met Mr. Heijndrick Hendricxz van Willigen, advocaat voor den Hove van
Holland (1624),[273]
schepen van Delft ( 1620),[274], wiens zegel is : een diagonaal
geplaatst zwaard, gevest in de rechteronderhoek?
of met Catharina van Willigen, wed. van wijlen Robbrecht van den Bergh, te Maassluis 1644[275] of met een geslacht Van Willigen te Rotterdam/Delft, waarin diverse naamdragers Jan die in aanmerking zouden kunnen komen als kw. nr. 1346. |
| COMMENTAAR(¥) Is er een verband met Gijsbert (van Langerack te Nieuwpoort.[276] |
| Wapen Van Erckelens : Drie vierbladige rozen 2 en 1 geplaatst.[277] |
Graf in de Grote Kerk van Maassluis :[278]
Hier leyt begraven Machtelt Volckers van Erckelens, de huysvrou van Gijsbert Barentsen Langerack gestorven den 21en September 1676 ende haer man Gijsbert Baerensen Langerack oudt 73 jaer is gestorven den 3en December anno 1690.
1348. ROMBOUT (ROMMER) ROMBOUTSZ VAN BESOYEN, geb. vóór ca. 1615, beg. Maassluis 19-3-1696, kagenaar (1642, 1643),
koopt 30-12-1664 graf nr. 33 in de Grote Kerk van Maassluis [283],
vermeld in notarieel archief Maassluis 1665, 1666 ("op de wip"?),
[284]
tr. 2o Maassluis 13-8-1665
ADA PIETERS, weduwe (1665),
tr. 1o Maassluis 22-1-1640
1349. NEELTJE GERRITS, ovl. 1653-1665, tr. 1o Maassluis 7-4-1630 BENJAMIN JACOBSZ (DE) HAAIJ, ovl. 1638-1640, visser (1633). zn. van Jacob Engelbrechtsz de Haeij.
Op 25-4-1642 gaat Heyndrick van Besoyen met Adam Adriaans Corporaal en Rombout Rombouts van Besoyen, kagenaar, een maatschap van kapenaars aan. [285] [286]
Op 20-5-1643 gaat Rombout Romboutss van Besoijen, kagenaar, weer een contract aan. [287]
1350. SYMON CLAES (VAN DER SWET)(¥), geb. Maassluis vóór ca. 1620, scheepmaker (1638), tr. Maassluis geref. 4-7-1637
1351. JANNETJE JACOBS LEVERSTEYN(S), geb. Maassluis vóór ca. 1620, beg. Maassluis 16-8-1682.
vermeld in notarieel archief Maassluis 1650, 1656.
[288]
| COMMENTAAR(¥)
Is hij mogelijk verwant aan
vul aan Kron. 6 (1997) 194 2x Arent Jans van der Swet, die in 1631 in de Lier komt wonen "in de woning van Gerrit Willems", en uit wie mogelijk : a) Jan Arends van Sweth, b) Jannetje Arens van Sweth, beg. De Lier 1672/73 (impost fl 8,--) tr. Gerrit Gerrits, c) Wijven Arens van Sweth, beg. De Lier 1668/69 (impost f 8,--) [289]. of aan Cornelis Pieters van Sweth, tr. le Hilletgen Jansdr, tr. 2e Wateringen gerecht 15-4-1681 Barber Pietersdr. van der Houven (van Wateringen).[290] of Michiel Harmansz van der Sweth, geb. ca 1620, wonend te Overschie, ambachtsbewaarder van Schieveen, boer aan de Swetheul, ovl. 1668, tr. Overschie 30-10-1647 Neeltje Pieterse Ackersdijck [291], zn. van Harman Michielsz (van der Swet), geb. Overschie ca . 1572, wonend te Schieveen, ambachtsbewaarder van de 64 hoeven, ovl. na 23-4-1651 en Ariaantje Dircxdr. van Dijck etc. of Jan Rijers van der Swet, schoolmr., wordt 7-4-1731 het weeshuis te Maassluis uitgezet wegens dronkenschap en onbehoorlijk gedrag.[292] Mattheus Pieterse van Swet, j.m., otr/tr. Maasland 28-4/20-5-1691 Pietertje Claes van der Cijs beide won. Maasland. Paulus Pieterse van Swet, j.m., otr/tr. Maasland 30-10/15-11-1693 Aeghje Cornelis Beresteyn, wed. beide won. Maasland. |
COMMENTAAR(¥)
De beide volgende personen die soms ook de achternaam Van der Swet voeren lijken zoons te zijn van Sijmon Huijbrechts Vockestaert, vermeld in notarieel archief Maassluis (1650-1652):[293]
|
1352. WILLEM ARIJ(A)ENSZ (ARENTSZ) BREUR, geb. 1612/13, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk 19-5-1660 (graf nr. 344) [297], koopt op 17-12-1652 dit graf in de Grote Kerk,
ook genoemd als Willem Arensz van Opdam,[298]
reder en/of boekhouder te Maassluis, gecommitterde van de visserij (1640-1641)
en president (1642) van het college van de visserij te Maassluis
[299],
koopman (1650, 1659),
vermeld in 14 notarië akten te Maassluis 1650(dan 37 jr.)-1666 en van 1662-1664 als Willem Adrijaens Breur zaliger,[300]
tr. Maassluis juli 1636 (attestatie naar Vlaardingen 14-5-1636)
1353. WIJVE ROCHUS (VAN POMEREN), geb. Vlaardingen vóór ca. 1615, ovl./beg. Maassluis (impost) 25/26-1-1697, wordt vermeld als rechthebbende in een boedelscheidingsakte te Vlaardingen
17-7-1662 vanwege het overlijden van haar moeder [301].
| Wapen Breur : Een zeilend schip, in een gedeeld schildhoofd I. een leeuw, II. een vogel. [302] Dit wapen komt voor op zijn grafzerk in de Grote Kerk te Maassluis. |
|
Graf in de Grote kerk van Maassluis nr. 344 :[303]
D. G. H. T. W. A. B. (dit graf hoort toe Willem Ariensen Breur) Hier leyt begraven Aeltge Willems de dochter van Willem Aeriensen Breur sij sterf int jaer 1642 den 17 October en was ontrent out jaren ende haer vader Willem Aryensen Breur sterf den 19 July 1660 oudt 47 jaren. klik op plaatje(s) om te vergroten |
Willem Arenss Breur wordt vermeld in twee notariële akten te Maassluis:
Akte van voogdij d.d. 12-10-1639, dan geh. met Wijve Rochus, zuster van Jacob Rochuss en Arij Rochuss, [304]
Attestatie d.d. 9-11-1639, dan koopman te Maassluis, oud 26 jr. [305]
In een akte van Procuratie d.d. 10-6-1644 wordt vermeld Wijvetje Rochusdr van Pomeren, geh. met Willem Adriaenss Breur. Zij is dr. van Aeltgen Pellen zaliger, haar tante is Anneke Pelle. [306]
Wijve Rochusdr van Pomeren komt voor in een tiental akten te Maassluis (1653..1666). [307]
In 1674 wordt de tuin van Wijve Rochus van Pomeren, wed. van Willem Adriaensz Breur, aan de zuidzijde van de Lange Boonestraat te Maassluis aangekocht ten behoeve van de bouw van het Hervormde Weeshuis aldaar [308].
| COMMENTAAR(¥)
Vermoedelijk niet identiek met:
Arij Willemsz Breur, geb. vóór ca. 1675, beg. Maassluis 12-12-1731 (als Arij Wijllijmse Breuer, in Maasland, met kinderen), tr. Maassluis 24-3-1697 KLaasje Leenderts van Prooije.
|
Een Adriaen/Arij Willemsz Breur wordt vermeld in enige tientallen notariële akten te Maassluis 1650-1665 en van 1664-1666 als Arij Willemsz Breur zaliger.[318] Is dat deze?
Op 23-3-1651 passeert te Delft een akte van insinuatie en protest. Het betreft o.a. Arijen Willemsz Breur, koopman te Maassluis, schuldenaar, en Joris van Aerden, houthandelaar, en schuldeiser. [319]
Op 23-3-1651 passeert te Delft een akte van insinuatie en protest. Het betreft o.a. Arijen Willemsz Breur, koopman te Maassluis, schuldenaar, en Joris van Aerden, houthandelaar, en schuldeiser. [320]
Op 23-9-1651 passeert te Delft een akte van insinuatie en protest. Het betreft o.a. Joris van Aerden, houtkoper, insinuant, en Arijen Willemsz Breur, koopman. [321]
Op 13-2-1668 bekent Rocus Breur, wonend te Maaslandsluis, schuldig te zijn aan Frans van Hurck, notaris en procureur te Delft. Mede genoemd Gerrit Jansz Noree, commissaris van de wagens van Delft op Rotterdam. [323] UITWERKEN!
1354. JAN WILLEMSZ SCHIM, geb. Maassluis, ovl. 1659-1663, zeilmaker wonend te Maassluis, testeert op 16-6-1636 met zijn vrouw Claesge Claes,[324]
vermeld als zn. van Wm. Jansz Schim zaliger, koopman te Maassluis, en Annitge Leendersdr in een overeenkomst d.d. 27-11-1636,[325]
zeilenmaker (1631..1656), koopt op 7-10-1656 graf nr. 364 in de Grote Kerk
te Maassluis [326],
vermeld in notarieel archief Maassluis 1656..1665 (in 1663 zaliger!),[327]
belender te Vlaerdingerwout (1659),[328],
otr. 2o Maasluis (attestatie 1650)
LIJSBETH LOUWEN, weduwe wonend te Maasland (1650),
tr. 1o Maassluis 12-5-1630 (zij onder patroniem)
1355. CLAESJE CLAAS TOUWE, geb. Vlaardingen, ovl. Maassluis 1648-1650.
| Wapen Touw (van der Burch) : In goud een rode rechterschuinbalk.[329]. |
1356. PIETER (PETRUS) VAN WAESBERG(H)E(N), geb. Rotterdam 20-5-1599, beg. Rotterdam 6-11-1661, doopget. (1628..1646),
koopman (1627),
boekverkoper en boekdrukker te Rotterdam (1622-1661) op 't Steiger
by de Merckt (1634-1661), met als uithangbord
"In De Zwarte Klock" (1634-1650) en "In De gekroonde Leeuw" (1650-1661)
stadsdrukker te Rotterdam (1633-1652),
[331]
en drukker van het Ed. Mog. Coll. der Admiraliteit op de Maze,
belender, samen met meester Davit
(zie kw. nr. ⇒ 851 sub b), schoolmeester, met het huis
het "Swijnshooft" op het West-Nieuwland (1629),[332]
treedt op als medevoogd van de kinderen van Louris Lourisz (1640),
[333]
woont op de Delfsevaert (1660),
doopget. (1659, 1660),
otr./tr. 2o Rotterdam/Kralingen geref. 18-7/15-8-1660 (met attestatie van Rotterdam naar Cralingen) als weduwnaar afkomstig van Rotterdam
MARIA CORNELISDR. VAN T(H)UYL(L), j.d., afkomstig van Bommel, woont op de Delfsevaert (1660, 1662),
doopget. (1663).
Zij hertr. als zijn weduwe wonend op de Delfse Vaart Rotterdam geref. 25-6/18-7-1662 Samuel Langle(e) (Langke), j.m., afkomstig van Rotterdam, wonend op de Beeste Mart,
bij wie zij nog 3 kinderen krijgt.
Hij
otr. 1o Rotterdam geref. 10-5-1626 (met attestatie naar Enkhuizen),
otr./tr. 1o Enkhuizen 8-5/9-6-1626 [334]
1357. CATHARINA (CATELINA) LA VIE (VIA), geb. Enkhuizen 4-11-1602, ovl./beg. Rotterdam 25/26-1-1659, woont op de Brestraat te Enkhuizen (1626).
doopget. te Rotterdam (1628..1646), te Leiden (1632) en te Enkhuizen (1650).
|
Voorpagina van de "Ordonnantie, Edict ende Ghebodt, Ons's Heeren des Koninghs, Op 't stuck van de Criminele Justitien, in dese Nederlanden", uitgegeven door Pieter van Waesberge (1599-1661), Ordinaris Drucker der Stad Rotterdam, op 't Steygher in de ghekroonde Leeuw, anno 1650
Bron : brochure "Anno 1590", uitg. drukkerij Van Waesberghe en Van Sijn, Rotterdam klik op plaatje(s) om te vergroten |
zoek op testament van Pieter van Waesberge
Op 6-7-1627 bevestigt Pieter van Waesberge, coopman, schuldig te zijn aan Isaac Quesne een bedrag van 400 gulden wegens geleend geld. [335]
Op 31-1-1630 verklaart Pieter van Waesberghen, 30 jr, op verzoek van Barent Arentsz, beiden Bouckvercooper te Leeuwaerden in Vrieslant(¥) dat hij, Pieter van Waesberghen in augustus 1628 aan Barent Arentsz enkele ongebonden boeken heeft verkocht voor 74 gulden. Hiervoor ontving hij een obligatie. Het bedrag is nog niet aan hem voldaan. Tevens verklaart Pieter van Waesberghen dat zijn zwager mr. Davidt van Hoogenhuysen met deze zaak niets uitstaande heeft. [336]
COMMENTAAR(¥) Uit niets blijkt dat Pieter van Waesberghen ook bouckvercooper te Leeuwaerden was. Hoe zit dat? ZOEK UIT
Op 2-2-1630 verkoopt Pieter van Waesberghen, bouckvercooper, aan Cornelis Jansz Bosch, een huis en erve staande aan de zuidzijde van het Marckvelt, belend ten oosten Claes Matheeusz Verhoeven, ten westen Cornelis van Geel, waert in het Gouden Laecken, strekkende achter aan het erf van mr. Davidt van Hoogerhuysen. [337]
Op 25-4-1630 bevestigen Pieter van Waesbergen en zijn vrouw Catharina La Via of Lavia of Delavia, schuldig te zijn aan mr. David van Hoogenhuyse een bedrag van 1.200 gulden en verbinden als zekerheid hun vordering groot 3.000 gulden op Franchois Cornelisz de La Via te Enckhuysen. [338]
Op 30-6-1631 draagt Catrina Dupiere, weduwe van Jan van Waesbergen, alle uitstaande schulden in Brabant en Vlaenderen over, aan haar zoon Pieter van Waesbergen. Volgens machtiging gepasseerd voor Hendrick van Groynbergen, notaris d.d. 8 april verleden. Uitgezonderd is een aanspraak op Pieter van de Manacker. [339]
Op 7-10-1631 machtigt Heynrick de Leeuw, capiteyn, Cornelis van Crimpen advocaat, om het beslag dat Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, op zijn gage heeft gelegd, aan te vechten. [340]
Op 2-9-1632 heeft Adriaen van Asperen, wijncoper, aan Pieter van Waesbergen, coopman alhier tegenwoordig verblijvend in Antwerpen bij Jan van Cnobbaert, boeckvercoper wonende bij de Jesuwytekerck, met schipper Swart Thijsz acht vaten Franse wijnen gezonden om deze voor hem, tegen door hem vastgestelde prijzen, te verkopen. Hij machtigt nu Philips Heemssen, cruydenier wonende te Antwerpen, om aan Van Waesbergen te verzoeken het geld en de eventueel onverkochte wijnen aan hem over te dragen, zonodig met behulp van justitie. [341]
Op 15-2-1633 wordt verslag gedaan van een bijeenkomst op verzoek van Reynier van Percijn, raadsheer, in het huis van Adriaen Jansz Breetvelt, man van Annetgen Vrericxdr, waarbij ook aanwezig was Sara van Mistelen, vrouw van Percijn, bijgestaan door Pieter van Waesbergen. Zij meent nog geld tegoed te hebben van Annetgen Vrericxdr, maar haar man beweert dat de rekening geheel is voldaan. [342]
Op 8-2-1634 bekent Pieter van Waesbergen, boeckvercoper van het Steyger, 800 gld schuldig te zijn aan Anthonis Huygen Keyser. Borg is zijn broer Abraham van Waesbergen. [343]
Op 15-4-1634 dragen Jacob de Mars notaris alhier, mede namens zijn zwager Lodewijck Pijn, weduwnaar van Elysabet de Mars, alsook voor Grietgen de Mars zijn zuster, en procuratie hebbende van Lodewijck Pijn als voogd over Jan en Harmen de Mars zijn minderjarige broers, allen erfgenamen van hun ouders Jan de Mars en Cornelia Jacobsdr, over aan Pieter van Waesberghen, boekvercooper, een vordering van tachtig gulden op Jan van de Velde. De akte is opgemaakt in herberg het Swijnshoofd. [344]
Op 9-6-1634 ontslaan Arent de Vries, Jan van de Berch, Boudewijn van Berendrecht en Pieter van Waesbergen, ieder voor 1/8 deel, Frans van Bonchelwaert en Pieter Berckenij, ieder voor 1/4 deel, reders van het schip "de Grooten Nachtegael", de laatste 2 reders van de borgtocht van 22000 gulden, die zij aangegaaan zijn ten behoeve van de admiraliteyt. Capiteyn op het schip is Robbrecht Baerthouts Post van Delft. [345]
Op 19-6-1634 (de datum kan ook 9-6 zijn) sluiten Francoys van Bonckelwaert, Pieter Berckenij, ieder voor 1/4 deel, Arent de Vries, Jan van den Berch, Boudewijn van Berendrecht en Pieter Waesbergen, ieder voor 1/8 deel, reders ter vrije nering van het schip "de Grooten Nachtegael" een contract. Ieder zal zijn deel inbrengen en kan dit niet overdragen. Capiteyn op het schip is Robbrecht Baerthouts Post van Delft. Bouckelwaert wordt als boekhouder aangesteld. [346]
Op 8-2-1635 bekent Pieter van Waesberge, koopman, ƒ 648,- schuldig te zijn aan zijn broer Abraham van Waesberge, die ook koopman is. [347]
Op 26-2-1635 passeert een identieke akte. [348]
Op 13-10-1635 heeft Abraham van Waesbergen, coopman, zich borg gesteld voor Pieter Waesbergen, zijn broer, die 800 gulden schuldig is aan Anthonis Huygen Keyser en komt nu met hem een betalingsregeling overeen. Borgstelling volgens akte gepasseerd voor Adriaen Kieboom, notaris d.d. 8-2-1634. [349]
Op 2-6-1636 hebben Pieter van Waesberghen, bouckvercooper te Rotterdam, en zijn zwager Charles Lavia, taeffelhouder van de Banck van Leeninghe te Schiedam, een geschil omtrent de eigendom van de Bank van Leening. Na arbitrage belooft Lavia 1.150 gulden aan Van Waesbergen te betalen. De arbiters zijn: Jan van Aller, notaris en procureur, en mr. Davidt van Hoogenhuysen te Amsterdam. [350]
Op 14-7-1636 Charles Lavya, taeffelhouder v.d. Bank van Leenninge te Schiedam, bekent met toestemming van zijn zwager Pieter van Waesberghen, bouckvercooper, schuldig te zijn de somma van 1.000 gulden aan Jan Jacobsz Ketelaer, sulversmit. [351]
Op 21-6-1637 passeren de verkoopvoorwaarden van een huis en erf, vanouds genaamd Leckerkerk, door Abraham van Waesbergen verkocht aan Isaac van Waesbergen, zijn broer. De volgende personen worden genoemd: Pieter Ariensz Moyman te Zevenhuysen, Johannes van der Vucht in Waddincxveen, hun andere broer Pieter van Waesbergen en Adriaen Lievensz van Haemstede. [352]
Op 29-7-1637 draagt Anthonis Verhaer, capiteyn, over aan Pieter van Waesbergen, bouckvercoper, een restcedulle ten laste van de admiraliteit verleden ten behoeve van Arent de Four of Defour van Nimmeghen en een ordenante ten behoeve van Anthonis Dircksz die gediend heeft bij capiteyn Heyndrick de Leeuw, eerste man van Verhaers vrouw. Deze tweede ordonnantie is getekend door de heer Wolterus, raet van de admiraliteyt en is ten laste van Johan van IJck, ontfanger-generael. [353]
Op 21-7-1638 worden op verzoek van Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, verklaringen afgelegd door Pieter van Ghelen, 53 jaar, schoolmeester. en Stheven Wielickx, bouckdrucker 50 jaar. Door attestanten zijn in 1638 bij de weduwe van Mathijs Sebasteansz boeken gedrukt voor Isaack van Waesberghen, bouckvercooper, die van de weduwe boeken kocht gemaakt door domine Episcopius, tegen zekere boekjes getiteld Arcanius Arminanismi. In aanwezigheid van Isaac en Sebastiaen Mathijsz de zoon van voorn. weduwe van Mathijs Sebasteaensz zijn de boeken geteld waarbij is gebleken dat te veel bladen zijn gedrukt. [354]
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1638: Pieter van Waesbergen, Obligatie [355]
Op 22-5-1639 verrekenen Abraham van Waesbergen en zijn broer Isaacq van Waesbergen wederzijdse schulden en vorderingen. Het betreft: een obligatie van 900 gld. t.b.v. Adriaen Lievens van Haemstede, de kosten van een huis en erf genaamd 'Leckerkerck' staande in de Hoochstraet, een betaling van Gerard Barentsz, wijncooper, Willem Jacobsz en Pieter van Waesbergen, hun broer. [356]
Op 28-3-1640 bekent Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, 600 gulden schuldig te zijn aan Everardus Cloppenburch. bouckvercooper te Amsterdam, wegens een obligatie verschuldigd aan Jan Evertsen Cloppenburch, vader van Everardus Cloppenburch. [357]
Op 27-8-1642 bekent Willem Strick, koopman, wonend te Utrecht, 127 gulden schuldig te zijn aan Pieter Waesbergen, bouckvercooper, voor de levering van boucken en coopmanschappen. [358]
Op 19-3-1643 bekent Geurt Jansz Vermarck (tekent: Vermerck), bouckebinder, 400 gulden schuldig te zijn aan Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, voor de leverantie van boeken. [359]
Op 26-3-1643 doet Davit van Hogenhuijsen, die van IJsaac Waesbergen actie en transport heeft volgens transport van 5-8-1642 bij notaris Jan Verheijen, voor een ordonnnatie ten laste van de Raet ter Admiraliteyt van 400 gulden, dd. 22-5-1642, hier geheel afstand van, en autoriseert Pieter Waesbergen tot de ontvangst. [360]
Op 2-8-1644 bekent Pieter van Waesbergen 1.000 car. gulden schuldig te zijn aan Wessel Egbertsz van der Heul, substituut secretaris. In de marge: afgelost 7-6-1645. [361]
Op 25-7-1650 stelt Johannes Neranus, bouckvercooper, zich voor 200 carolus gulden borg ten behoeve van Pieter van Waesberghen, bouckvercooper, voor Jacob Colum, bouckvercooper te Amsterdam. [362]
Op 22-1-1652 heeft te Rotterdam Mathijs Jorisz van Aerts, vader van zijn overleden zoon Phillips van Aerts, een bedrag van 168 gulden ontvangen uit handen van Pieter van Waesbergen, als zijn deel in diens nalatenschap. Phillips was getrouwd met Susanneken Huysman, dochter van Anthony Huysman, notaris en procureur te Batavia. De nalatenschap was geregeld bij testament voor secretaris Pieter Hackius te Batavia d.d. 19-2-1650. [363]
Op 20-1-1656 gaat Pieter van Waesbergen, boeckvercoper, akkoord met de behandeling van zijn zaak tegen Joannis Neramis, boeckvercoper, zoals die door Joannes van Weel notaris en procureur behandeld is en tegen Hieronimus Carim of Caum, lettersetter en boekdrucker, en die tegen Abraham Jansz Leffers anders genoemd Lessenaer, boeckbinder. Hij machtigt hem verder te gaan met de zaak tegen Abraham Jansz Leffers. Verder machtigt hij Mr. Pieter Verschuer advocaat om met zijn zaken verder te gaan. [364]
1358. GERRIDT (GERARDUS) WILLEMSZ VAN DIJ(C)K, geb. Utrecht, beg. Rotterdam 6-7-1664 (als Gerrit Dijk, weduwnaar), woont te Utrecht (1630),
notaris, deurwaarder voor het Hof van Utrecht,
doopget. (1660)
otr./tr. Utrecht schepenen/RK 22/29-5-1630 (beide zijn RK)
1359. MEIJNTJE (WE(IJ)NDELMOED) HARMENS (VAN RAMSDONCK), geb. Utrecht, ovl. vóór 1664 (volgens onbekende Ref. Rotterdam 3-6-1660, doch aldaar geen beg. gevonden), woont te Utrecht (1630).
Weijndelmoed van Ramsdonck en echtgenoot Gerrit vanDijck, deurwaarder aan het Hof, vragen octrooi aan om te testeren 2-3-1631 (Dirk Bosch, procureur).[371]
| COMMENTAAR(¥) zijn er wellicht eerder kinderen elders geboren? |
Op 7-3-1673 verkoopt Adriaen Dorsman aan Pieter van Vliet, een huis en erf op de Reguliersgracht (WZ) naast het hoekhuis van de Herengracht te Amsterdam. [373]
Op 12-7-1693 verkopen de erven van Willem Basnijn en Aefje Louwes, wed. van Witze Sieverts, aan Pieter van Vliet, een huis en erf in de Jonge Roelensteeg te Amsterdam. [374]
Kohier van de 200e penning van Rijnland 1676, Nieuwkoop :
Cornelia van Dijck, overleden. Haar erven zijn Rijckje van Dijck te Utrecht, Harmanus van Dijck in West-Indie, Marya van Dijck te Rotterdam, Wijnanda van Dijck echtgenote van Barent van Staden, koopman op de Voorburgwal bij de Jan Rompers Coornsteeg in Amsterdam, en Jacomina van Dijck echtgenote van Pieter van Vliet, tegenover de Deventer Houtmarkt te Amsterdam.[375]
1360. Ds. JACOB(US) (JANS) RIDDERUS, geb. Leiden 1594, ovl. Middelharnis 1663, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 13-4-1619,[376]
afkomstig van Leiden, predikant te Warmenhuysen bij Alkmaer (1617),
Middelharnis (1621-1663, bevestigd 30-11-1621),[377]
doopget. (1653, 1661), tr. 2o Brielle 8-9-1654[378]
[379]
MARIA (VAN DER) WELLE, ovl. na 1660, wed. van Ds. Johannes Courtenius, predikant te Nieuwenhoven (1619), en Goedereede (1621-1647),
otr. 1o Leiden geref. 1-9-1617 (get. Jan de Ridder, zijn vader, en Phillippina Pit, haar zuster)
1361. ANNA PIT, geb. vóór ca. 1600, ovl. 1620-1654, afkomstig van Leiden (1617).
Acta van de kerkeraad van Middelharnis van 3 Julij 1635: "D. Ridderus heeft volgens syne credentie raet van de E. Vergaderinge gesocht om te steuten ende voor te comen de groote insolentie ende stouticheyt van de Mennisten, derselver stouticheyt eenige exemplen verhalende. De Vergaderinge heeft goetgevonden dat D. Ridderus, geassisteert met D. Hartwech ende D. Pantechem, eerst dese insolentie sullen remonstreren aen de Ambachtsheeren met versoeck dat deselfde door haer authoriteit geweert werde, ende niet connende iet vruchtbairlix utrichten, sullen vermogen verder te remonstreren by de Hooge Overicheyt, ja alles int werck te stellen wat sy om een goet effect te betomen sullen goetvinden te behooren."[380]
Ds. Jacobus Ridderus, predikant te Middelharnis, treedt op als getuige in akten van huw. voorw. 21-3-1636,[381] testament 30-9-1636, 15-7-1637, 17-7-1637,[382] en huw. voorw. 6-5-1648.[383]
In 1662 verkoopt Ds. Ridderus, als echtgenoot van de weduwe van Ds. J. de Court, en de kinderen van Joannes de Court, het huis, genaamd "het Paradijs", dat in 1649 door Joannes de Court te Brielle gekocht was.[384]
Acta van de kerkeraad van Middelharnis van 3 Julij 1635: "D. Ridderus heeft volgens syne credentie raet van de E. Vergaderinge gesocht om te steuten ende voor te comen de groote insolentie ende stouticheyt van de Mennisten, derselver stouticheyt eenige exemplen verhalende. De Vergaderinge heeft goetgevonden dat D. Ridderus, geassisteert met D. Hartwech ende D. Pantechem, eerst dese insolentie sullen remonstreren aen de Ambachtsheeren met versoeck dat deselfde door haer authoriteit geweert werde, ende niet connende iet vruchtbairlix utrichten, sullen vermogen verder te remonstreren by de Hooge Overicheyt, ja alles int werck te stellen wat sy om een goet effect te betomen sullen goetvinden te behooren."[394]
Publicaties van Franciscus Ridderus:[395] ,[396]
Voorbeeld van een waar Predikant.
Weegschaal des Heylidoms.
Sevenderlei Gezigten over het Lijden van CHRISTUS.
Worstelende kerk door allerlei Dwalingen en Ketterijen.
Drieweeksche Voorbereyding of Samenspraak tusschen NARIA, MARTHA en LAZARUS.
Bloedspiegel der Religie of Kort en Beknopt Huys-Martelaarsboekje, waarin alle de byzondere gevallen en ontmoetingen van de Martelaaren, en byzonder haare laatste woorden worden overhandeld, by wyze van Samemspraak.
Mensche Gods. (Hoorn 1658)
Historisch A, B, C. (Amsterdam, 1664)
Nuttige Tijdkorter. (Rotterdam 1664)
Nodige Tijdkorter in Oorlog en Vreede. (Rotterdam 1664)
Apollos of verantwoordinge van de Leere der Gereformeerde Kerke. (Rotterdam 1670)
Dag boven dag. (Rotterdam 1670)
Historiesch Doop- en Avondmaal. (Amsterdam 1672)
Historisch Mensch. (Rotterdam 1672)
De Historische Fransman, Engelsman, Spanjaart (gepast op de onderdrukte staat van ons Vaderlant), Hollander en Kerk-Spiegel. (Rotterdam 1673)
De dolende Herder. (1673)
Schriftuurlijk Licht. (Rotterdam 1675)
Proces voor God tegen Allerlei Atheisten. (Rotterdam 1678)
Trappen des Heiligdoms. (1678)
Beschaamde Christen overtuygt door het Leven der Heydenen. (Amsterdam 1679)
Aanmerkingen (Leerredenen) over verscheidene texten der H. Schrifture. (Amsterdam 1681)
Over den Catechismus. (1687)
Leven van JEZUS CHRISTUS. (Amsterdam 1714)
De godsalige SARA en eenige brieven. (Amsterdam 1715)
Huysoeffening. (Amsterdam 1715)
Wegwijzer naar den Hemel. (Amsterdam 1716)
Historiesch Sterfhuis. (4de druk. Leyden 1737)
Den Christelijken Feestdag. (Amsterdam 1739)
Reis-Discours tussen een Burger, een Student en een Reyziger op het verscheynen van de Comeet-Sterre. (Amsterdam 1744)
Doop en zaligheit der Christen kinderen. (Leyden 1738, Amsterdam 1745)
De eigenschappen en groote aangelegentheit van een Opperbevelhebber zoo te waater als te Lande, in tijden van Oorlogs Dienst, in deeze tijdsomstandigheden, doormengt met opmerkenswaardige voorbeelden der beiden, in Saamenspraaken gesteld. (Amsterdam 1747)
Poezie:
Huysgesangen.
Priesterlijk Bruilofts-Bedde, Geheiligt door nuttige gedagten, en alzoo bereid voor den Eerwaardigen, Godtsaligen zeer geleerden Ds. CAROLUS URSINUS, Predikant in Helvoetsluis, en de Eerbare Deugt- en Zegenrijke Juffrouw CLARA BENTIUS, 't Samen getreden in den Echten staat op den 26 November 1658, te Leyden.
| COMMENTAAR(¥)
Hoe valt dit te rijmen met
Johannets Rijddeeris, j.m. en zn. van Frantssoeijts Rijddeeres en Anna de Loo, wonend te Oppert, beg. Rotterdam 1-7-1680. |
|
Handtekeningen, waaronder die van Joannes Ridderus (1661-1716), onder de hieronder beschreven akte van attestatie d.d. 11-12-1698.
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Op 11-12-1698 verklaren Isbrand van der Elst, Abraham Corssendonck, Joannes Ridderus, Cornelis Luda, Abaraham Paradijs, Willem Kinke en Jochem van den Ende, allen coopluijden te Delft, ten verzoeke van Joannes Femwijck?, coopman ende raffinadeur te Rotterdam, dat zij gedurende 3 jaren met hem handel gedreven hebben, en dat hij een eerlijck ende fatsoenlijk coopman is. [398]
1362. JAN DAVIDSZ CAPERMAN, geb. vóór ca. 1605, ovl. na 16230, parentatie niet bewezen,
wonende op de Grevelingendijk onder Geervliet (1628),
belender te Geervliet bij de Hoenderhoekseweg (1632).
Op 8-11-1628 transporteert Jan Davidsz Caperman aan Cornelis Ariens Compeer als oom en voogd van de weeskinderen van Cornelis Ariens Compeer (sic, bedoeld zal zijn Gerrit) - 3 G in Oud Markenburg (belend n. Claas Gillisz, o. Wouter Jacobsz, z. de kinderen van Lenert Ariens, w. de Hogelandseweg. - 1 G 100 R in Oud Tolland (belend o. de Noorddijk, z. Lodewijk de Labije, w. Meeus Thomasz, n. Cornelis Jansz burgemeester). [399]
Op 16-11-1628 wordt Jan Davidsz Caperman, bij overdracht door mr. Maximiliaan van Bekerke, beleend met 1/6 deel van de Middeldijk van de Kapershoek (sic!) strekkend van de scheiding van Geervliet en Spijkenisse tot Oosterlekerdam, zo breed als beide sloten. Het hele leen is belast met 3 pond hollands jaarlijks en leenroerig aan de hofstede Putten.[400]
Op 16-11-1628 compareerden in Den Haag, Jacob Jansz Coppert, Cornelis Jan Lenerts, Jacob Jansz en Jan Davidts Caperman, allen wonende op de Grevelingendijk onder Geervliet. Zij bekenden schuldig te zijn aan mr. Maximiliaen van Bekercken, "advocaet voor den voorz. Hove", de somme van 370 Car. guldens tot 10 grooten 't stuck ter saecke ende reste van den cooppenningen van den voorz. Groenendijck, henluijden op huijden voor stadthouder ende leenmannen van Holland overgedragen. [401]
Op 20-8-1629 bekent Jan Davidsz Caperman aan de erfgenamen van Hendrik Jansz in leven gewoond hebbende aan de Conijndijk, een schuld van ƒ 2000 wegens koop van een huis, erf, keet, berge etc. aan de Conijndijk en een boomgaard in Schiekamp tegenover de woning, met overname van 60 G bruikwaar. [402]
Op 23-2-1630 transporteren Jan Davidsz Caperman en Arie Dirksz Hoenderhoek als erfgenamen van wijlen David Jansz Caperman aan Johan v.d. Werve, heer van Urk en Emmeloord, 4 G in Oud Noordeland (belend o. de koper, z. de Geervlietsedijk, w. de koper en de vrouwe van Ghijssenburg, n. de Oud-Noordelandsedijk). [403]
Op 23-2-1630 transporteren de erfgenamen van David Jansz Caperman aan Jacob Ariens Koelbier, schepen van Geervliet, ca 1 G buitengors aan de Oudhoenderhoeksedijk (belend o. en w. de erfgenamen van Beresteijn, z. de Bernisse, n. voornoemde dijk). [404]
| COMMENTAAR(¥) ZOEK OP, ARA, ORA Heer Simonshaven D XLII, dl. 10 |
1366. = 1354. JAN WILLEMSZ SCHIM.
1367. = 1355. CLAESJE CLAES TOUWE.
1368. JOORIS MAERT(EN)SZ (VISSCHER)(¥), ovl. 1636-1643, wordt genoemd als Jooris Maertsz, vader van Ary Jorisz, bij de doop van diens zoon Joris Arens in 1636, tr. vóór ca. 1609?
1369. CRIJNTGEN HUBRECHTSDR.
Crijntgen Hubrechtsdr, wonend te Maassluis, wed. van Joris Maertss Visscher, testeert te Maassluis 5-9-1643. Zij is moeder van Jan Joriss.
| COMMENTAAR(¥)
Niet goed is hier vermoedelijk:
1368. JORIS ARENTSZ (BOGERT), ovl. vóór 3-3-1634,[406] stierman. 1369. GEERTGEN JANSDR[407], ovl. vóór 31-12-1614. |
1370. = 2690. GOVERT PIETERSZ VAN WIJN.
1371. = 2691. TRIJNTJE JACOBSDR VAN VELDEN.
1372. LEENDERT GERRITSZ BOCXHOORN, geb. Maasland 1574/75, ovl./beg. Maassluis Grote K. 1-10-1638/okt. 1638 (graf nr. 141) [408], diaken (1608) [409] en
ouderling (1637) [410] van de geref. kerk,
koopman, burgemeester (1622..1634), schepen (1636-1637) van Maassluis
[411] en als reder/boekhouder gecommitteerde van de visserij
aldaar (1612, 1616, 1620),[412]
koopman (1622..1638),
reder (1616..1635) te Maassluis,
tr. 2o 1631-1638
NEELTGE GERRITSDR, ovl. na 1643, koopvrouw (1641), woont te Maassluis (1638..1643),
tr. 1o voor 1607
1373. TEUNTJE WILLEMS, ovl./beg. Maassluis Grote K. 31-3/april-1631 (graf nr. 141) [413].
Graf nr. 141 in de grote Kerk van Maassluis:[414]
Dit graf hoort toe Gerret Leenderts Buxhoorn. (Twee wapens : 1. drie springende bokken. Helmteken: een boom.) Hier leyt begraven Trientgen Willemsd. sterf den 31e Maert anno 1631. Hier leyt begraven Leendert Gerritz. Buxhoorn sterf den ... October 1638 was out 63 jaren. Hier leyt begraven Leentje Gerritdr. Buxhoorn sterf den 19 November 1646 was out 14 jaer en 7 maenden. Hier leyt begraven Gerrit Leendertsz. Buxhoorn stierf den 2en November ao. 1670 was out 63 jaren en 5 maenden.
Graf nr. 179: den 4 Octob. 1715 sterf Leendert G. B. out 72 jaer.
Op 14-7-1634 machtigen Leonardt Gerritsz Bocxhoorn, Aert Jansz van Waerdenburch, en Adriaen Jansz Schoonhoven, mede namens Gerrit Cornelisz Boudesteyn, en Hendrick Steffensz van der Laen, regenten van het dorp van Maessluys, Cornelis Pieck, procureur, om hun zaken in rechte waar te nemen. [415]
Op 9-10-1634 komen Aerten Jansz Waerdenburch en Leendert Gerritsz Bocxhoorn uit Maeslantsluys, reders, en Dirck Wijersz Vonck, schipper van het schip de Fortuyn, te Sleckvoorden in Noorwegen geladen met hout, overeen dat de laatste een waarborg van 600 carolusgulden betaalt nu het schip veilig ligt afgemeerd aan het Haringvliet hier ter stede, nadat het door Oostendenaers onder Jasper Houttebeen was genomen doch na 4 etmalen ontzet door Flips Jacobsz Schoneman, capiteyn, die voor voornoemde reders vaart. [416]
Op 30-6-1635 presenteert notaris Nicolaas Vogel Adriaansz aan Gerard Pijl, vendumeester van de admiraliteyt, een insinuatie. Voorn. Pijl is mede-reder van het schip ten oorloge ter zee, ter vrije nering uitgerust op bestelling van de Prince van Oranigen met capiteyn Philips Jacobsz Schoneman van Delfshaven. Dit schip, de St. Thomas met schipper Jan Wijnton, heeft 25 stukken laken vervoerd, waard volgens de reders 400 ponden Vlaems. De lading is opnieuw getaxeerd door Jan Quarles en Joris Chaundler, cooplieden van de Engelsche natie, en geschat op 301 pond en 9 schellingen. Bij afwezigheid van voorn. Pijl is de insinuatie overhandigd aan Leonard Gerardsz Bocxhoorn en Aert Jansz van Waerdenburch, beiden wonend te Maassluys en mede-reders, en wordt geprotesteerd tegen deze mistaxatie en de hierdoor opgelopen schade. De opdrachtgever ondertekent met Barney Reymes. [417]
Op 20-12-1635 komen Nicolaes de Smith, coopman te Gent in Vlaenderen, Louijs Jacobsz Vermande, eveneens coopman en Leendert Gerritsz Bocxhoorn uit Maessluys, met elkaar overeen dat de laatste in Brielle, Vlaerdingen en Maessluys zoveel mogelijk cabeljau, schelvis, heylbot en eventueel gezouten vis zal opkopen en naar Biervliet zenden, waarna hij met wisselbrieven zal worden betaald. [418]
Op 25-9-1636 compareert te Maassluis Leendert Gerritsz Bocxhoorn, oud 61 jr., koopman te Maassluis, voor een Attestatie. [419]
Op 28-9-1638 compareren te Maassluis Leendert Gerritsz Bocxhoorn, koopman wonend te Maassluis en zijn echtgenote Neeltge Gerritsdr wonend te Maassluis, voor een Akte van voogdij. [420]
Neeltgen Gerritsdr, wed. van Leendert Gerritss Bocxhoorn, koopvrouw wonend te Maassluis, compareert te Maassluis voor akten van Procuratie 5-3-1641 en 1-3-1643. [421]
| COMMENTAAR(¥)
In Maassluis worden verder nog geref. gedoopt de volgende kinderen van Le(e)n(d)ert Gerritsz (geen moedersnaam genoemd):
Maritgen, 23-1-1611, Barbertge, 2-12-1612, Leentgen, 31-3-1613, Jannittgen, 06-9-1615, Jannittgen, 14-5-1617. Het is onzeker of dit ook kinderen van Leendert Gerritss Bocxhoorn zijn. |
Op 1-10-1661 transporteert Willem Leendersz Bocxshoorn, commissaris te Maassluis, administrerende voogd over de twee nagelaten kinderen van Pieter Cornelisz van Dorp en Trijntge Jansdr 't Hoen, beiden overleden, in die kwaliteit aan en ten behoeve van Cornelis Jansz van Aert en diens vrouw, Stijntge Cornelis, wonenede te Vlaardingen. een obligatie ten laste van voorn. Pieter Cornelisz van Dorp als principaal en Cornelis Jansz van Dorp en voorn. Willem Leendersz Bocxshoorn als borgen een obligatie ten laste van Dirck Louwerisz Bouman, wonend in Maasland met Cornelis Louwerisz Bouman en Jan Willemsz Seijlmaker als borgen een obligatie ten laste van voorn. Cornelis Jansz van Aert, nog een dito obligatie. Voorn. Cornelis Jansz van Aert en diens vrouw verklaarden bovendien nog in contanten ontvangen te hebben van voorn. Bocxshoorn een som van 3095,- ter voldoening van het gelijke bedrag als Maertge Pieters van Dorp, dochter van voorn. Pieter Cornelisz van Dorp, heeft gelegateerd aan de huisvrouw van voorn. Cornelis Jansz van Aert. [424]
vul aan Boxhoorn OV 52(1997)804
1374. HERTICH ARYENSZ (HOOGHWERF)(¥), tr. Maassluis 11-1-1609
1375. AELTJE FRANSEN.
| COMMENTAAR(¥)
Is hij mogelijk een broer van Lenert Adriaensz Hartoich, ovl. 1586-1593,
die tr. Maertgen Heindricxdr, ovl. na 1593, woont dan St. Pieterssteeg
te Schiedam, uit welk echtpaar Cornelis Leenderts Hartich
te Schiedam [426]?
of verwant aan Aryen Symonsz de Hoochwerff, tr. Naaldwijk 26-11-1617 Lidewij Jansdr.[427] |
1376. LUCAS JANSZ (VAN VOLKOM), geb. Dordrecht, betaalt ƒ 2 hoofdgeld (1622) als eigenaar van een huis aan de Steegoversloot, met huurwaarde YYY, bewoond door 1 man,
[429]
schippersgezel onder de kapitein van de ponten van Dordrecht wonend op het Nieuwkerkhof te Dordrecht (1627),
otr. Dordrecht (schepenen?) 12-9-1627
otr./tr. Dordrecht geref. 26-9/5-12-1627 (in margine: Michiel de Haes, bakker, getuigt dat de moeder van de bruid hiervoor toestemming geeft),[430]
1377. SARA ABRA(HA)MS (ABRAHAM PIETERSDR), afkomstig van Haarlem, wonend in het Torenstraatje (1627).
| COMMENTAAR(¥)
Er zijn in deze periode nog twee dopelingen met een vader Lucas Jansz en geen moedersnaam vermeld : naam onbekend, ged. okt 1624, Jan, ged. juni 1633.
Voorts is het mogelijk verband met de doop van Lucas, ged. 17-8-1586, vader: Lucas Jansz, moeder niet genoemd, vooralsnog onduidelijk. |
In de boedelinventaris van Jan Lucasz Volckum en zijn vrouw Digna Jochenis (10-12-1676) worden o.a. de volgende schilderijen genoemd : 4 schilderijkens daer jn tsamen uytgebeelt het huys (ende) dorp van Spijck, Een Zeestucxken, Een Cupidoken, Een Jonckeren, Een schilderijken vande twee discipulen die naer Emaus gingen, Drie cleyne schilderijkens met glaeskens daer toe, Noch een schilderijken. [431]
1380. BAREN(D)T VERHOEVEN (VERHOEF), ged. Doopsgez. 1652.
1381. MAYCKEN GILLIS (GILLES, JIELIS, JELISSEN).
Is er een verband met een geslacht Verhoeven te Dordrecht ca. 1600-1650?[432]
1384. ABRAHAM TARGIER (TARSIERS, TERSIER), geb. Doopsgez. Dordrecht vóór ca. 1615, ovl. Dordrecht doopsgez. 12-2-1676 ("Abraham Tergier, diaken dienaar"), j.m., twijnder wonend te Dordrecht (1640),
grutter te Dordrecht,
huw. get. (1658),
burger van Dordrecht (1671),
diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1676),
otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 28-11/26-12-1640 (get. voor hem Cornelis Dierxsz van Oosterwijck, en Tanneken Jans, haar moeder)
1385. LIJSBETH JOCHEMS VAN GENT, geb./ged. Doopsgez. Dordrecht ../22-3-1637, ovl. 1691-1699, j.d. wonend te Dordrecht (1640),
huw. get. (1678..1683).
Op 23-1-1691 verleent Ariaentje Claesdr hypotheek van ƒ 2000 aan Abraham Tergier, koopman. Als onderpand dient een pand genaamd de "Eenhoorn" in de Nieuwkerkstraat te Dordrecht, belend door Pieter Gront, ijzerkoper, en Pieter Gront, bakker. Overige personen Elisabeth van Gent (weduwe), Francois Mutsert en Abraham Tergier (overleden). [433]
In 1699 zijn de erfgenamen van de weduwe van Abraham Targier belenders in de Voorstraat te Dordrecht.
| COMMENTAAR(¥) Is Agnes (Agnietje) Targier, Remonstrants lidmaat te Haarlem (1688) op attestatie, verwant? [434] |
Op 21-5-1699 compareren Bartholomeus Targier, Salomon Bosgasie, als echtgenoot van Tanneken Targier, Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij, Catharina Targier, ongehuwd en Joachum Targier, broers en zusters, wonende te Dordrecht. Zij verklaren samen schuldig te zijn aan Adriana Claas, wonende te Dordrecht, een bedrag van 300 gl., spruitende ter zake van en in mindering van een somma van 2000 gl., welke Abraham Targier aan Adriana Claas schuldig is uit hoofde van een schepenenschuldbrief dd 23 jan. 1691, verzekerd op een huis genaamd "de zeeperij van den Hamer", waarvoor comparanten elk persoonlijk ook aansprakelijk zijn krachtens een gepasseerde borgtocht. Akte door comparanten ondertekend. [435]
Er is een gedicht bekend getiteld "Op de weer-bruyloft van Bartholomueus Targier en Agnes Reijmen den 31ste october 1666". [436]
Op 16-12-1687 verkopen de erven van Jacob Jansz aan Bartholomeus Tersier, een huis, erf en achterhuis, waar De Pauw in de gevel staat, in de Egelantiersstraat (ZZ) te Amsterdam. [437]
Op 6-1-1688 verkoopt Jan Rodenburg aan Bartholomeus Targier, een huis en erf op de Braak (Palmgracht) te Amsterdam. [438]
Op 12-1-1696 compareren Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij enerzijds en Abraham Targier, als echtgenoot van Adriana van Terneij, dochter van Tieleman van Terneij, beiden wonende te Dordrecht. Zij verklaren, dat er met betrekking tot de nalatenschap van Tieleman van Terneij tussen hen geschillen en mogelijk zelfs processen zouden kunnen ontstaan. Om die te voorkomen zijn zij overeengekomen eventuele geschillen te onderwerpen aan de arbitrale uitspraak van mr. Johan Hoynck van Papendrecht en mr. Gerard Francken, advocaten te Dordrecht. In het geval die beiden niet tot overeenstemming kunnen komen hebben comparante tot "superarbiter" gekozen Willem van Blijenburg, burgemeester van het Gerecht te Dordrecht. [440]
De weduwe van Abram Targier (Tergier, Tresier)) betaalt verponding (1731) als eigenaar van een groot aantal huizen in Dordrecht:[441]
een huis aan de Wijnstraat, getaxeerd op ƒ 140, nieuwe aanslag ƒ 20, oude aanslag ƒ 11-13,
een huis aan de Wijnstraat, getaxeerd op ƒ 100, nieuwe aanslag ƒ 18-15, oude aanslag ƒ 8-7,
een huis aan de Voorstraat (Vriesestr.steiger-Tolbrug), getaxeerd op ƒ 120, nieuwe aanslag ƒ 10, oude aanslag ƒ 13-10,
een huis aan de Vriesestraat, getaxeerd op ƒ 66, nieuwe aanslag ƒ 5-10, oude aanslag ƒ 6-5,
een huis aan de Sarisgang, getaxeerd op ƒ 30, nieuwe aanslag ƒ 2-10, oude aanslag ƒ 4-10, (het pand is verhuurd voor 17 st.p.w. (ƒ 45).)
een huis aan de Marienbornstraat (Vest-Doelstraat), getaxeerd op ƒ 15, nieuwe aanslag ƒ 1-5, oude aanslag ƒ 2-5, (het pand is verhuurd voor 8 st.p.w. (ƒ 22.2), waarvan af een derde)
een huis aan de Marienbornstraat (Vest-Doelstraat), getaxeerd op ƒ 21, nieuwe aanslag ƒ 1-15, oude aanslag ƒ 2-17, (het pand is verhuurd voor 12 st.p.w. (ƒ 31.4), waarvan af een derde)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 12, nieuwe aanslag ƒ 1, oude aanslag ƒ 9-18, (verhuurd voor 7 st.p.w. (ƒ 17.10)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 12, nieuwe aanslag ƒ 1, oude aanslag ƒ 0, (verhuurd voor 7 st.p.w. (ƒ 17.10))
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 8, nieuwe aanslag ƒ 0-13, oude aanslag ƒ 0, (verhuurd voor 7 st.p.w. (ƒ 17.10))
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 12, nieuwe aanslag ƒ 1, oude aanslag ƒ 0, (verhuurd voor ƒ 17)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 12, nieuwe aanslag ƒ 1, oude aanslag ƒ 0, (verhuurd voor ƒ 17)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 20, nieuwe aanslag ƒ 1-13, oude aanslag ƒ 0, (verhuurd voor ƒ 30)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 12, nieuwe aanslag ƒ 1, oude aanslag ƒ 0, (verhuurd voor ƒ 17)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 12, nieuwe aanslag ƒ 1, oude aanslag ƒ 0, (verhuurd voor ƒ 17)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 7, nieuwe aanslag ƒ 0-12, oude aanslag ƒ 0, (verhuurd voor ƒ 10)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 12, nieuwe aanslag ƒ 1, oude aanslag ƒ 0, (verhuurd voor ƒ 17)
een huis op de Hil, getaxeerd op ƒ 12, nieuwe aanslag ƒ 1, oude aanslag ƒ 0, (verhuurd voor ƒ 17)
In 1732 zijn de erfgenamen van Abraham Targiers belenders in de Wijnstraat te Dordrecht. In 1733 is de weduwe van Abraham Targier belender in de Wijnstraat, Vriesestraat, en Kromme Elleboog te Dordrecht (1733).
Op 26-2-1733 verkoopt Adriana van Ternij, weduwe, aan Willem Mareloo voor ƒ 100,-- een pand in de Kromme Elleboog te Dordrecht, belend door de weduwe van Abraham Backus. Overige personen Abraham Tarsier (overleden). [442]
Op 12-1-1740 verkopen Jan van Delwijne, koopman, en Adriana Targier en Elisabeth Targier en en Abraham Targier, doctor, en Agneesje Targier,
1) aan Jan van Es voor ƒ 250,-- een pand in de Sarisgang te Dordrecht, belend door Van Akeren en Van Trigt. [443]
2) aan Pieter Ouburgh voor ƒ 127,-- een pand in de Marienbornstraat te Dordrecht, belend door Nijs de Raad en Barent de Visser. [444]
De panden komen uit de nalatenschap van Abraham Targier en Adriana van Terneij, beiden overleden.
Op 2-2-1740 verkopen Jan van Delwijne, koopman, en Adriana Targier en Elisabeth Targier en Geertruijt Targier en Abraham Targier, arts, en Agneesje Targier,
1) aan Hendrik Kuijters voor ƒ 760,-- een pand in de Nieuwstraat, naast een gang gelegen, te Dordrecht, belend door Nicolaas Schatteling.
[445] 2) aan Maarten van Eijgens, zakkendrager voor ƒ 270,-- een pand in de Breestraat te Dordrecht, belend door vrouw Castendijk en Fredrik Sifferie. [446]
3) aan Jurrianus Douw en Johannes Looff, voor ƒ 102,-- een pand in de Stoofstraat te Dordrecht, belend door Arij de Bie. [447]
4) aan Aart Pell voor ƒ 87,-- een pand in de Marienbornstraat te Dordrecht, belend door Teunis van der Eel en Nicolaas van der Valk. [448]
5) aan Nicolaas Slijp, metselaar, voor ƒ 885,-- een pand op de Groenmarkt, bij de Visbrug gelegen, te Dordrecht, belend door de weduwe van Johan Baalen en Urbanus Pirot. [449]
6) aan Gerardus Bommejus voor ƒ 190,-- 12 aparte woningen op de Hil, tegenover de trappen van de Vest gelegen, te Dordrecht, belend door Laurens de Boeff en Pieter Pell. [450]
De panden komen uit de nalatenschap van Adriana van Terneij, overleden. Verder genoemd Abraham Targier (overleden).
Het is niet duidelijk of deze Abraham Targier een zoon of een kleinzoon van Abraham Targier en Geertruy Terwen is. In Ref. [456] komt wel als eerste zoon een Abraham voor, maar Ref. [457] beweert dat hij een zoon is van de dichter Jacob Targier (zie f hieronder). Deze overlijdt echter volgens Ref. [458] ongehuwd! Gezien de naam Bartholomeus van zijn zoon, zou Dr. Abraham Targier ook een zoon kunnen zijn van Bartolomeus Targier (zie d hieronder).
Abra(ha)m Targier (Tergier, Tersier) betaalt verponding (1731) als eigenaar van een groot aantal huizen in Dordrecht:[459]
een huis aan de Stoofstraat Vestzijde, getaxeerd op ƒ 13, nieuwe aanslag ƒ 1-2, oude aanslag ƒ 0, (geen oude verp. 8 st.p.w. (ƒ 20.16), waarvan af een derde)
een huis aan de Kromme Elleboog overzijde, getaxeerd op ƒ 14, nieuwe aanslag ƒ 2-12, oude aanslag ƒ 1-3 (het pand is verhuurd voor 8 st.p.w. (ƒ 20.16), waarvan af een derde)
een huis aan de Vriesestraat, getaxeerd op ƒ 100, nieuwe aanslag ƒ 8-7, oude aanslag ƒ 6-15,
een huis aan de Nieuwe Breestraat, getaxeerd op ƒ 36, nieuwe aanslag ƒ 3, oude aanslag ƒ 4-10,
een huis aan de Voorstraat (Nieuwkerkstr-Weeshuisstr.), getaxeerd op ƒ 160, nieuwe aanslag ƒ 13-7, oude aanslag ƒ 22-10,
Publicaties van Bartholomeus Tersier:
- De behandeling der ingeënte op de natuurlijke kinderpokjes toegepast, Uitg. Francois Bohn, Haarlem, 1797.[471]
- Joseph Jakob von Plenk, Materia Chirurgica of verhandeling over de werkingen der Middelen, die in de heelkunde gebruikelijk zyn, vertaling van het Duits in het Nederlands door Bartholomeus Tersier, Uitg. Gisbert Timon van Paddenburg, Utrecht, 1772.
- Nieuwe natuur- en geneeskundige bibliotheek, Amsterdam, 1774, 3 delen
- De geneeswijze der drenkelingen, Leiden, 1794, en een vervolg hierop in een brief aan Martinus van Marum
- Onderrigtingen omtrent de manier om den beetwortel te verbouwen, vermeerderd door Mr. Th. van Swinderen (Groningen , 1811). [472]
|
Dr. Bartholomeus Tersier (1744-1824), wandelend aan het Korte
Spaarne met op de achtergrond een van zijn bezittingen: molen Het Fortuin.
Geportretteerd door Johannes Pieter Visser Bender (1785-1813). [473]
| |
Frontpagina van het boek "Materia Chirurgica of verhandeling over de werkingen der Middelen, die in de heelkunde gebruikelijk zyn", door Joseph Jakob von Plenk, vertaald uit het Duits in het Nederlands door Bartholomeus Tersier (1744-1824), en uitgegeven door Gisbert Timon van Paddenburg, Utrecht, 1772.
| klik op plaatje(s) om te vergroten |
Jakob Targier schrijft een gedicht Ter drieënzeventigste verjaringe van mijn moeje Katahrina van der Mersch, weduwe wylen Joost Prik door hem gedateerd 1729.[477]
Op 1-9-1701 testeert Susanna de Bruijn, weduwe van Jan Joosten Prick, viskoper te Dordrecht. Zij legateert aan haar zoon Joost Prick een somma van 50 gl., "bij de testatrice gemaekt van een vercoft horologie" en een daarbij horende gouden ketting. Aan Susanna Verlove, dochter van haar dochter Maeijcke Prick, legateert zij een lijfrentebrief op het Sticht van Utrecht ten lijve van Susanna Verlove, haar grootste bed met toebehoren en enige andere goederen. Aan Frans Jansz, die tegenwoordig bij haar zoon Joost Prick werkt, legateert zij een bedrag van 50 gl. en aan Soetie Schoor, vrouw van Claes Clavan en Catharina Willems, haar nichten, elk een somma van 25 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij Joost Prick voor de eerste staak, haar dochter Francina Prick, weduwe van Aert van Bemmel, korenmeter te Dordrecht, voor de tweede staak en de kinderen van haar dochter Maeijcke Prick, bij haar verwekt door Abraham Verlove, voor de derde staak. Het vruchtgebruik van door laatstgenoemden te erven goederen zal komen aan testatrices dochter Maijcke Prick. Zij wenst, dat haar zoon Joost op zijn erfdeel zal aanvaarden het huis, waarin zij woont, voor een bedrag van 900 gl. en dat haar dochter Francina het huis, waarin haar zoon Joost Prick woont, genaamd "de Rosmolen", op haar erfdeel zal aanvaarden voor een somma van 1400 gl. Als iemand van haar erfgenamen zich zal verzetten tegen bovengenoemde bepalingen, zal hij of zij een boete verbeuren van 400 gl., waarvan de ene helft uitgekeerd moet worden aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht en de andere helft aan de diaconie-armen van de Doopsgezinde gemeente aldaar. Tot voogden benoemt zij haar zoon Joost Prick en haar schoonzoon Abraham Verlove. Zij tekent met haar naam. [478]
Op 12-1-1696 compareren Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij enerzijds en Abraham Targier, als echtgenoot van Adriana van Terneij, dochter van Tieleman van Terneij, beiden wonende te Dordrecht. Zij verklaren, dat er met betrekking tot de nalatenschap van Tieleman van Terneij tussen hen geschillen en mogelijk zelfs processen zouden kunnen ontstaan. Om die te voorkomen zijn zij overeengekomen eventuele geschillen te onderwerpen aan de arbitrale uitspraak van mr. Johan Hoynck van Papendrecht en mr. Gerard Francken, advocaten te Dordrecht. In het geval die beiden niet tot overeenstemming kunnen komen hebben comparante tot "superarbiter" gekozen Willem van Blijenburg, burgemeester van het Gerecht te Dordrecht. [479]
Op 21-5-1699 compareren Bartholomeus Targier, Salomon Bosgasie, als echtgenoot van Tanneken Targier, Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij, Catharina Targier, ongehuwd en Joachum Targier, broers en zusters, wonende te Dordrecht. Zij verklaren samen schuldig te zijn aan Adriana Claas, wonende te Dordrecht, een bedrag van 300 gl., spruitende ter zake van en in mindering van een somma van 2000 gl., welke Abraham Targier aan Adriana Claas schuldig is uit hoofde van een schepenenschuldbrief dd 23 jan. 1691, verzekerd op een huis genaamd "de zeeperij van den Hamer", waarvoor comparanten elk persoonlijk ook aansprakelijk zijn krachtens een gepasseerde borgtocht. Akte door comparanten ondertekend. [480]
Jakob Targier schrijft een gedicht Ter agtenseventigste verjaringe van myne moeje Sara Targier door hem gedateerd op "Den XXIXten van herfstmaant MDCCXXVIII" (29-9-1728).[481]
Publicaties van Bartholomeus van Gent
- Op de Werken van den heer Dr. J. Antonides vander Goes, gedicht in "Alle de gedichten van J. Antonides vander Goes. Hier by komt het leven des dichters", div. auteurs, Amsterdam, 2de dr. 1705
- Bruylofts-Sangh voor Neef Joachim van Gent en Nicht Susanna van Loon, gedicht in ""Ter Bruyloft van Joachim van Gent en Susanna van Loon, Vereenight binnen Utrecht 4/14 Junij 1682", Utrecht, 1682
- Op de Afbeelding van de Heer Johan de Witt, een van een drietal gedichten in het "Zwart Toneel-gordyn opgeschoven voor de Heeren gebroederen Cornelis en Johan de Witt" verm. door Hieronymus Sweerts, 1676
|
Bijdrage door B(artholomeus) van Gent in het boekje met gedichten "Ter Bruyloft van Joachim van Gent en Susanna van Loon, Vereenight binnen Utrecht 4/14 Junij 1682". Bruid en bruidegom waren zijn volle neef en zijn volle nicht (zie kw. nr. ⇒ 2771 sub c).
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Op 15-7-1697 testeert Elisabet van Gent, jonge dochter, 12 jaar oud. Zij benoemt tot haar enige en universele erfgenaam haar moeder Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman ter Neij. Zij tekent met haar naam. [482]
| COMMENTAAR(¥)
Johannis Dirx van Deijl, vertrekt (voor 1675) van Utrecht naar Dordecht
tr. Utrecht 30-4-1659[483]
Catalina Ferwen.
Ferwen is waarschijnlijk en leesfout en moet denkelijk Terwen zijn. Wie de ouders waren van deze Catalina Terwen (geb. vóór ca. 1640) is echter nog niet duidelijk. |
|
Bijdrage door D(irck) van Deyl in het boekje met gedichten "Ter Bruyloft van Joachim van Gent en Susanna van Loon, Vereenight binnen Utrecht 4/14 Junij 1682". Bruid en bruidegom waren zijn aangetrouwde neef en nicht (zie kw. nr. ⇒ 2771 sub c).
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Op 13-2-1699 verkrijgt Dr. Joachim Tarsier een hypotheek van ƒ 450,-- van Hugo van Dijck en Gerrard Vingerhoed. Als onderpand dient een pand genaamd de Drie Leidse Kazen in de Pelserstraat te Dordrecht. Erflater is Willem van Blijenberg (overleden), lid oudraad. Overige genoemde personen Adriaen van Starrevelt, procureur, Bartholomeus Targier, Lambert Vijffhuijsen, procureur Abraham Zelkardt, procureur. [488]
Op 21-5-1699 compareren Bartholomeus Targier, Salomon Bosgasie, als echtgenoot van Tanneken Targier, Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij, Catharina Targier, ongehuwd en Joachum Targier, broers en zusters, wonende te Dordrecht. Zij verklaren samen schuldig te zijn aan Adriana Claas, wonende te Dordrecht, een bedrag van 300 gl., spruitende ter zake van en in mindering van een somma van 2000 gl., welke Abraham Targier aan Adriana Claas schuldig is uit hoofde van een schepenenschuldbrief dd 23 jan. 1691, verzekerd op een huis genaamd "de zeeperij van den Hamer", waarvoor comparanten elk persoonlijk ook aansprakelijk zijn krachtens een gepasseerde borgtocht. Akte door comparanten ondertekend. [489]
Publicaties van Joachim Targier:
D. van Hoogstraten, Gedichten. Uitg. Jacobus van Hardenberg. Amsterdam, 1696. Met drempeldichten van: Kataryne Lescailje, P. Francius, Janus Broukhusius, J. Vollenhove, A. Moonen, J. Brandt, Joachimus Targier, J. Pluimer, Ant. Jansz. van der Goes, A. Bogaert.
Medicina Compendiana, Leiden, 1698.[490]
Op 21-5-1699 compareren Bartholomeus Targier, Salomon Bosgasie, als echtgenoot van Tanneken Targier, Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij, Catharina Targier, ongehuwd en Joachum Targier, broers en zusters, wonende te Dordrecht. Zij verklaren samen schuldig te zijn aan Adriana Claas, wonende te Dordrecht, een bedrag van 300 gl., spruitende ter zake van en in mindering van een somma van 2000 gl., welke Abraham Targier aan Adriana Claas schuldig is uit hoofde van een schepenenschuldbrief dd 23 jan. 1691, verzekerd op een huis genaamd "de zeeperij van den Hamer", waarvoor comparanten elk persoonlijk ook aansprakelijk zijn krachtens een gepasseerde borgtocht. Akte door comparanten ondertekend. [491]
Op 14-7-1699 leggen Salomon Bosgasie, Ghijsbert van Leusde, en IJsaack Karssendijck, allen grutters te Dordrecht, een verklaring af. [492]
Op 17-11-1702 verklaren Salomon Bosschasi, grutter te Dordrecht en zijn vrouw Tanneken Targier, dat zij hun mutueel testament, op 28 mei 1677 gepasseerd voor notaris Samuel van der Heijden, waarin zij elkaar tot voogd over hun minderjarige kinderen hebben aangesteld, ratificeren. Zij benoemen naast de langstlevende van hen beiden tot medevoogd hun zoon, Abraham Bosschasi. [493]
Op 2-7-1706 compareren Lodewijk Verduijff, koopman te Amsterdam, enerzijds en Salomon Bosschasie, als echtgenoot van Tanneken Targier, Sara Targier, voor haarzelf en als erfgenaam ex testamento van haar zuster Catharina Targier, (Angeneese Rijmen), de weduwe van Bartholomeus Targier en Abraham Targier, anderzijds. Tweede comparanten verklaren door eerste comparant vergenoegd en betaald te zijn wegens hetgeen hen toekwam uit de boedel van wijlen dr. Joachum Targier en nu diens weduwe IJda Verduijff en afstand te doen van alle verdere rechten dienaangaande. [494]
Op 4-1729 testeert Abraham Bosschagie, grutter en burger van Dordrecht. Hij legateert aan zijn neef IJsaacq Targier, wonende te Amsterdam, zijn zakhorloge, aan zijn neven Bartholomeus en Jacobus Targier, wonende te Dordrecht, zijn kleren en boeken, aan de kinderen van zijn oom zaliger, Abraham Targier, die bij zijn overlijden nog ongehuwd zullen zijn, zijn meubelen, huisraad en inboedel en aan zijn nicht Annetje van der Fles, wonende te Haarlem, een bedrag van 150 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij de kinderen van zijn oom Abraham Targier voor de ene helft en zijn nicht Elisabeth van Gent of bij vooroverlijden haar moeder Sara Targier, laatst weduwe van Thieleman van Terneij, voor de wederhelft. Tot executeurs-testamentair en voogden stelt hij aan zijn neven Abraham, Bartholomeus en Jacobus Targier, wonende te Dordrecht. Hij secludeert de weeskamer en tekent met zijn naam. [495]
Op 21-5-1699 compareren Bartholomeus Targier, Salomon Bosgasie, als echtgenoot van Tanneken Targier, Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij, Catharina Targier, ongehuwd en Joachum Targier, broers en zusters, wonende te Dordrecht. Zij verklaren samen schuldig te zijn aan Adriana Claas, wonende te Dordrecht, een bedrag van 300 gl., spruitende ter zake van en in mindering van een somma van 2000 gl., welke Abraham Targier aan Adriana Claas schuldig is uit hoofde van een schepenenschuldbrief dd 23 jan. 1691, verzekerd op een huis genaamd "de zeeperij van den Hamer", waarvoor comparanten elk persoonlijk ook aansprakelijk zijn krachtens een gepasseerde borgtocht. Akte door comparanten ondertekend. [496]
1386. ANTONI(J) TERWEN, geb. Doopsgez. Dordrecht, ovl. Dordrecht doopsgez. 6-10-1681 ("Antonij Terwen, diaken dienaar"), beg. Dordrecht 7-10-1681, winkelier, burger van Dordrecht (1679),
huw. get. (1678, 1681),
diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1681),
tr. Utrecht (schepenen) 10-3-1661
1387. SARA VAN DE(R) POEL, geb. vóór ca. 1640, ovl. 1707-1731, huw. get. (1681, 1688), testeert 1707, voert blijkens testament op later e leeftijd een gezamenlijke huishouding met haar drie ongehuwde dochters Anna, Barbera en Sara, bezit een tuin, gelegen buiten Dordrecht in het Meepaadje (1707).
Zij wonen te Dordrecht (1681).
Op 16-5-1679 compareren Cornelis Teruwe, Anthonij Teruwe en Hendrick Teruwe, burgers van Dordrecht, erfgenamen van wijlen Jan Cornelisz Vijgenboom, hun oom en executeurs van het testament van Jan Cornelisz Vijgenboom en diens echtgenote Maria Jacobsdr Metschert. Compareren mede Jan Smith en Jan van Rixtel, getrouwd met Maria Smits, wonende te Amsterdam, voor 2/3 parten erfgenaam van Maria Jacobsdr Metschert, resp. hun tante en behuwd tante. Comparanten verklaren, dat bij de deling en scheiding van de boedel, nagelaten door Vijgenboom en Metschert, aan Hendrick Teruwen is toebedeeld een huis over de brug bij het Bagijnhof naast de gracht, staande tussen de gracht en het huis van Michiel van der Kesel, door Vijgenboom "nieuw getimmerd" en naderhand door hem en zijn vrouw bewoond, in welk huis zij ook zijn overleden. De overige comparanten verklaren, dat zij en hun mede-erfgenamen gecompenseerd zijn met andere goederen uit voornoemde nalatenschap. [497]
Op 26-5-1707 testeert Sara van de Poel, weduwe van Anthonij Terwen, wonende te Dordrecht, gezond van lichaam en geest. Zij legateert aan haar ongehuwde dochters Anna Terwen, Barbera Terwen en Sara Terwen elk een somma van 1400 gl., welke haar getrouwde kinderen reeds hebben gekregen "en in cas imande haar testatrices voorsz. dogters soude willen imputeren ofte affvorderen voldoeninge van de alimentatie die hare voorsz. drie dogters sedert hare meerderjarigheijt soude genoten hebben, 't welcke hare meijninge, begeerte nogte intentie in geen manieren niet en is, soo verclaert de testatrice de voorn. alimentatie ende verder en andersints ja selfs tot haren overlijden toe de opgemelte hare drie dogters bij dese te remitteren in recompense van de diensten haer huijshouden en andersints gedaen, gelijk de testatrice insgelijks is doende aen de dogter van Abraham Targier en Geertruijd Terwen die al eenigen tijde ten haren huijse heeft gewoont." Testatrice wil, dat haar drie ongehuwde dochters hun leven lang gedurende het bezit en vrije gebruik zullen hebben van haar tuin, gelegen buiten Dordrecht in het Meepaadje, zonder daarvoor iets te moeten betalen of in haar boedel in te brengen, evenwel op voorwaarde, dat zij de tuin goed zullen onderhouden, de gewone en buitengewone lasten daarvan zullen betalen en dat degene, die zal gaan trouwen, daarmee het recht op het bezit en gebruik van de tuin zal verliezen. Zij legateert voorts aan haar genoemde dochters een obligatie van 3200 gl. ten laste van Gelijn Clood en diens vrouw met de daarop verlopen interest. Aan haar dochter Anna Terwen legateert zij de jaarlijkse interest van een kapitale somma van 2000 gl. en na het overlijden van Anna aan haar testatrices behoeftige, na te laten kinderen of nakomelingen, totdat de laatste van haar kinderen zal zijn overleden. De eigendom van die 2000 gl. zal daarna toevallen aan haar kleinkinderen, doch in staken en niet per hoofd. Aan haar dochter Sara Terwen legateert zijn haar beste bed, de gordijnen voor de bedstee, de rabatten voor de bedstee en voor de schoorsteen en een stuk goud, waarop "de slag van Vlaenderen" staat. Haar kleren laat zij na aan haar vijf dochters Anna Terwen, Janneken Terwen, Barbera Terwen, Geertruijd Terwen en Sara Terwen. Aan haar kleinkinderen, die de voornaam Anthonij of Sara dragen, vermaakt zij een bedrag van 100 gl. Tot universele erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zoon Pieter Terwen, haar dochter Anna Terwen, haar dochter Janneken Terwen, echtgenote van Joan Copijn, haar dochter Barbera Terwen, haar dochter Sara Terwen en de kinderen van Geertruijd Terwen, bij haar verwekt door Abraham Targier. Haar zoon Jacobus Terwen benoemt zij tot haar mede-erfgenaam in de "blote" legitieme portie, waarop hem zal worden aangerekend al hetgeen hij reeds van haar heeft gekregen. Doch indien hij "sig komt te gedragen in alle moderaetheijt en sonder eenige de alderminste oppositie ofte quaetaerdigheijt door middelen van regten off daer buijten tegens de executeurs van desen testamente en voogden over de minderjarige", stelt zij hem aan tot erfgenaam in een zevende part van haar na te laten goederen. Aan haar dochter Geertruijd Terwen en haar man Abraham Targier legateert zij de opbrengsten, hun leven lang gedurende, van de goederen, die hun kinderen van haar zullen erven. Tot executeurs-testamentair stelt zij aan haar zoon Pieter Terwen, haar schoonzoon Joan Copijn en haar dochter Barbera Terwen en tot voogden Pieter Terwen en Joan Copijn. Zij tekent met haar naam. [498]
De bepaling in bovenstaand testament dat na het overlijden van dochter Anna het legaat ten goede moet komen aan behoeftige descendenten van Sara van de Poel zal in 1734 leiden tot een daartoe strekkend verzoek van Anna's schoonzuster Catharina van de Velde, wed. van Jacobus Terwen (zie hieronder sub i voor de gevolgen).
Op 11-4-1697 compareren te Dordrecht Anna Terwe, Berbera Terwe en Sara Terwe, gezusters, allen bejaarde ongehuwde dochters wonende te Dordrecht. Zij verklaren elkaar tot erfgenaam te benoemen: de eerststervende de twee langstlevenden en de tweede langstlevende de laatste nog levende zuster, "voor soo verre die alsdan nogh vrijsters, ende vrijster, en ongehuwt sullen werden bevonden, ende anders niet." Als de langstlevende van de drie zusters ongehuwd komt te overlijden, zullen alle goederen, die zijn van de twee andere zusters heeft geërfd, versterven op hun getrouwde broers en zusters, in egale porties, op voorwaarde, dat de erfportie van hun zuster Geertruij Terwen, getrouwd met Abram Tersier zal vererven op hun kind. Zij benoemen tot voogden hun broers resp. zwager Jacobus Terwe, Pieter Terwe en Jan Coppijn. [500]
| COMMENTAAR(¥) Als Janneke op zijn vroegst op haar 16e jaar trouwde in 1681 dan zou zij geboren zijn 1665. Volgens het ms. Terwen zijn er nog 6 kinderen voor haar geboren, dat past niet (tenzij er sprake is van meerlingen) in de periode tussen het huwelijksjaar 1661 en 1665. Hoe kan dat? |
Gedicht in de Collectie Balen: "De terwe ter bruilofte van Jan Kopijn leeraar der Doopsgezinde te Middelburg met Janneke Terwe getrouwd in Dordrecht den 3 van herfstmaand 1690". Door A. Jansen. [502]
Jakob Targier heeft in 1712 van zijn "Kunstrijke Nigt" Sara Kopyn kennelijk een dichtbindel geleend want hij schrijft in dat jaar een gedicht Aam myne nigte Sara Kopyn op de Poëzy van Kaspar Brandt, door haar Ed. my geleent. Negen jaar later schrijft hij een gedicht Op het huwelyk van de heere Paulus van Tiel en myne nigte Sara Kopyn, waaronder staat "Getrouwt binnen Dordregt den XVIden van Lentemaant MDCCXXI". [503]
| COMMENTAAR(¥) Als Geertruy op zijn vroegst op haar 16e jaar trouwde in 1681 dan zou zij geboren zijn 1662. Volgens het ms. Terwen zijn er nog 8 kinderen voor haar geboren, dat past niet (tenzij er sprake is van meerlingen) in de periode tussen het huwelijksjaar 1661 en 1662. Hoe kan dat? |
Op 30-12-1720 testeren Jacobus Terwen, garentwijnder en koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Catharina van de Velde. De testateur benoemt tot zijn universele ergenamen zijn vrouw, zijn voordochter Johanna Terwe en de kinderen bij zijn huidige vrouw verwekt of nog te verwekken, ieder voor een gerecht kindsgedeelte. De testatrice benoemt tot erfgenaam haar man. Zij stellen elkaar aan tot voogd over hun minderjarige erfgenamen. [505]
Op 3-3-1730 compareert Catharijna van der Velde, weduwe van Jacobus Terwe, garentwijnder te Dordrecht. Zij verklaart tot voogden over haar drie minderjarige kinderen, bij haar verwekt door haar voornoemde man, aan te stellen Cornelis Terwe, koopman te Dordrecht, neef van haar overleden man en bij diens overlijden Pieter Terwe, koopman te Rotterdam, broer van haar overleden man. Zij tekent met haar naam. [506]
Rekest d.d. 26-1-1734 van Catharina van der Velden om ten behoeve van haar kinderen aanspraak te maken op ondersteuning uit de nalatenschap van haar schoonzuster Anna Terwen, volgens voorwaarden gesteld in het testament van Anna's moeder Sara van der Poel (zie kw. nr. ⇒ 1387 ).
"Aan de Ed. Groot agtb. heeren den Presiderende Burgermeester ende Schepenen der stadt Dordregt. Geeft met behoorlijke reverentie ende schuldige eerbiedigheijt te kennen Catharina van der Velden, woonende binnen dese stadt, weduwe van Jacobus Terwen, in zijn leven garentwijnder en burger deser stadt, als moeder en voogdesse over hare drie kinderen, met name Anthonij Terwen, out 20 jaren, Catharina Terwen, out 18 jaren ende Jacobus Terwen, out 16 jaren, verwekt bij den voorn. haren man, dat Sara van der Poel in haar leven weduwe wijlen Anthonij Terwen, grootmoeder paternel van haar suppliante voorn. kinderen, bij haren testamentaire dispositie gepasseert voor den notaris Gillis Mugge ... binnen dese stadt geresideert hebbende sub dato den 26e meij 1707, onder ander heeft verclaart te willen ende begeren dat aan hare dogter Anna Terwen uijt den gemeenen boedel sal werden uijtgerijkt jaarlijks den interest van twee duijsent guldens capitaal haar leven lang gedurende en dat ten dien fine een obligatie oof ander suffisant pant sal werden versekert en verbonden, mitsgaders dat bij overlijden van de voorsz. Anna Terwen den voorn. interest van twee duijsent guldens sal werden genoten bij de behoeftigen naar te latene kint off kinderen en descendenten bij representatie, soo lange tot dat de laaste van haar testatrice voorsz. kinderen deser werelt sal wesen overleden ... en dat den eijgendom der voorsz. twee duijsent guldens naar overlijden van de laatste van haar testatrices kinderen komen ... sal op de respective kintskinderen van haar testatrice in stirpes (staken) ende niet in capita (per hoofd) ... Ende alsoo de voorn. Anna Terwen op den (27 jan. 1731) deser werelt is overleden, sulxs de intrest van de voorn. somma van 2000 gls. moet werden genoten bij de behoeftige naargelate kint off kinderen en descendenten bij representatie tot de laatste van haar testatrice ... kindren sal wesen overleden en alleenlijk van haar kinderen nog in leven is Pieter Terwen, koopman tot Rotterdam, executeur en voogt van den voorn. testamente, onder wie het voorn. capitaal van 2000 gl. is berustende ende niemant vande testatrice haar kint off kintskinderen behoeftig zijn dan de kinderen van de suppliante, derhalven de suppliante de intressen van de voorn. somma van 2000 gl. hoog nodig tot derselver kindren alimentatie ende vermits het sterfhuijs van de voorn. Sara van der Poel alhier gevallen is, soo keert de suppliante sig door dese tot UEd. Groot Agtb. ootmoedelijk versoekende appoinctement in margine deses, waar bij UEd. Groot Agtb. den voorn. Pieter Terwen in sijn qualiteijt gelieven te authoriseren en des noods te ordonneren de intressen van de voorn. somma van 2000 gl. sedert het overlijde van de voorn. Anna Terwen aan haar suppliante tot alimentatie van hare kinderen onder behoorlijke quitantie over te geven en daar inne van jaar tot jaar te continueeren sijn leven lang gedurende ... In margine stont voor apostille: De Camere alvorens te disponeren committeert de heeren mr. Paulus Gevaerts ende Johan Brandwijk van Bloklandt schepenen deser stadt omme den nevenstaande requeste nader te examineeren en haar Ed. Groot Agtb. te dienen van haar Ed. consideratiën. Actum den 26e januarij 1734 ...
De gecommitteerden hebben blijkbaar contact met de executeur testamentair Pieter Terwen die een brief schrijft:
NB: dese brieff raakt het vorenstaand request: Ed. Groot Agtbare Heeren. Mij is wel ter hand gecomen UEd. Groot Agtb. missive in dato 3e deser loopende maant februarij 1734, die eerder soude hebben beantwoort maar door indispositie en pressante affaires ben ik verhindert, waar over in alle nederigheijt excuse versoeke, in gedienstig antwoort op de selve sal desen dienen, dat ik met veel verwondering zie, hoe dat Catharina van de Velde heeft connen goetvinden haar te addreseren aan UEd. Groot Agtb. omme te moge ontfangen de intressen van zodanigen capitaal van 2000 gl. als door mijn moeder Sara van der Poel is gelegateert aan wijlen mijn suster Anna Terwen, en na haar doot aan de behoeftigen in de famielje, daar de suppliante niet onbewust is datter meerder behoeftigen in de famielje zijn dan de suppliante, maar die hebben om de eer en 't fatzoen van haar ende famielje te bewaren niet konnen resolveeren tot nog toe haar zelven te declareren, gelijk de suppliante abuzivelijk aan UEd. Groot Agtb. heeft te kennen gegeven als off zij de eenigste behoeftige was. Voor eerst zijnder 2 susterskinderen die gants blint sijn, en in 't geheel niet in staat haar broot te connen winnen, ten anderen is er nog een arme weduwe met drie kinderen, die ook buijten staat is iets te connen winnen en die haar soo sober behelpen, datse aller mededoogen waardig sijn, behalve nog meer andere die 't niet minder nodig hebben. En om UEd. Groot Agtb. verder desen aangaande te informeren soude (de) pen te ver moeten loopen, waarom de vrijheijd neme mijn neef Abraham Targier hier van kennisse te geven, die met en nevens mij executeur van den voorn. testamente is en alles soo wel als ik en meerder bewust is, die sig de eere sal geven UED. Groot Agtb. verder en van alles mondeling te informeren, waar aan ik mij verder gedrage. Maar ... om van die moeijelijke en lastige suppliante ontlast te zijn en mij van dese saak geheel aff te maken om in mijn hoge jaren en swacke toestant wat meerder rust te connen genieten, neem ik de vrijheijt UEd. Groot Agtb. in overweging off er geen middel conde gevonden worden dat dit capitaal van 2000 gl. wierde los gemaakt en dat het selve onder de erffgenamen wierde verdeelt, als de verdere erffgenamen daarin bewilligde, dan blijven mijne erffgenamen van die moeijte na mijn doot ontlast. Ik refereere mij verder aan de mondelinge informatie en verdere behandelinge van mijn neeff Abraham Targier voornt. ... (w.g.) Pieter Terwen. Rotterdam den 6 februarij 1734."
Hierna wordt afwijzend beslist op het verzoek van Catharina van der Velde maar wordt Pieter Terwen opgedragen het geld te distribueren.
Vervolgens stont: De Camere gehoort hebbende 't rapport van de heeren Commissarissen, voor welke degene die bij het versoek in dese gedaan eenigsints mogte sijn geïntresseert ware gecompareert geweest ende wijders geleth waar op in dese te letten stonde, ontseggen de suppliante haar versoek en verclaart dat daar in niet kan werden getreden, niettemin verclaart de voorn. Camere op de overgifte van de gemeene geïntresseerdens op dese requeste gehoort Pieter Terwen te authoriseeren en te qualificeren omme de revenuën van de 2000 gl. ten requeste gemelt, te rekenen sedert het overlijden van Anna Terwen te destribueeren ende te verdeelen onder de resp. erffgenamen van Sara van der Poel, in haar leven weduwe van Anthonij Terwen, te weten ieder staak in wesen sijnde haar geregtelijke portie. Actum den 18 februarij 1734 ... [507]
Op 11-4-1697 compareren te Dordrecht Anna Terwe, Berbera Terwe en Sara Terwe, gezusters, allen bejaarde ongehuwde dochters wonende te Dordrecht. Zij verklaren elkaar tot erfgenaam te benoemen: de eerststervende de twee langstlevenden en de tweede langstlevende de laatste nog levende zuster, "voor soo verre die alsdan nogh vrijsters, ende vrijster, en ongehuwt sullen werden bevonden, ende anders niet." Als de langstlevende van de drie zusters ongehuwd komt te overlijden, zullen alle goederen, die zijn van de twee andere zusters heeft geërfd, versterven op hun getrouwde broers en zusters, in egale porties, op voorwaarde, dat de erfportie van hun zuster Geertruij Terwen, getrouwd met Abram Tersier zal vererven op hun kind. Zij benoemen tot voogden hun broers resp. zwager Jacobus Terwe, Pieter Terwe en Jan Coppijn. [509]
Op 28-10-1706 compareren te Utrecht de onmondige kinderen van Jan Janss alias Jan Janss Dop en Margareta van Heurn, in leven echtelieden, voor wie als voogd optreden Egbertus de Leeuw, hun oom, en Thomas van Heurn, hun oom en advocaet voor den hove van Utrecht. Het betreft een procuratie om van Pieter Terwen, coopman te Middelborch, te innen de uitdeling in de VOC te Zeeland. Verwijzingen: appointement d.d. 11-10-1706 voor burgemeester en vroedschap van Utrecht.[511]
zoek testament 30 Sept. 1726 verleden voor Nots. Jacob van den Berg te Rotterdam
In de scheiding van de nalatenschap van Anthony Terwen op 23-9-1777 en 16-3-1780 voor notaris Justus van der Mey te Rotterdam, worden als zijne eenige nagelaten kinderenen erfgenamen genoemd : Maria Johanna Terwen, gehuwd met Mr. Jacob Jongbloet en Jacomina Anthonia Terwen, gehuwd met Mr. Jacob Herman Vingerhoed.[519]
Jakob Targier schrijft in 1728, een gedicht Op den eersten verjaardag van myne nigte Maria Terwen, dogtertje van myn' neve Anthoni Terwen en myne nigte Johanna Boutkan. Kennelijk aan dezelfde Maria is gericht zijn gedicht Ter verjaringe van myn nigte Maria Terwen, door hem gedateerd "Den Xden van Sprokkelmaant MDCCXXXI" (10-2-1731). [522]
Op 19-8-1751 testeren te Utrecht Jan Willem van Hoogstraten, procureur generaal in het hof van Utrecht, en zijn echtgenote Maria Johanna Terwen. Zij benoemen de langstlevende tot voogd, terwijl de ouders in de legitieme portie worden gesteld.[523]
De registers der graven in de Kloosterkerk te 's-Gravenhage:[524]
Solvit verboeken ƒ 1-10, versuym ƒ 19-10.
Den 6 April 1763 de voors. grafstede overgeboekt ten name van de WeldEd.Gestr. Heer Mr. Jan Willem van Hoogstraten, Raadsheer in den Hove van Holland, volgens de acte van cessie overdragt en transport door de Heer Jacques Turnhout op den 25 Maart 1763 voor den Notaris Abraham Husson en getuyge gepasseert, waar van copie authenticq aan mij als Rentmeester is geëxhibeert en overgelevert.
Solvit verboeken ƒ 18.
Den 14 Nov. 1763. Uit de 12 Regel, het 5e en 6e graft overgebragt Wilhelmina Francoisa van Hoogstraten, een kind : en Jacomina Antonetta van Hoogstraten, een kind : en uit de 14e R. het 2e en 6e graft Anthony Terwen van Hoogstraten, een kind.
Den 20 Dec. 1766 bij avond begraven Cornelis Schrijver van Hoogstraten, een kind.
Den 16 Feb. 1770 bij avond begraven Mr. Jan Willem van Hoogstraten. Den 24 Julij 1772 de voors. grafsteede overgeboekt ten name van V(rouw)e Maria Johanna Terwen, weduwe van Hoogstraten, ingevolge de acte van versoek door deselve als eenige en universeele erfgename van wijlen de Heer Mr. J. W. van Hoogstraten, Raad ordinaris in de Edelen Hove van Holland, ingevolge het mutueel testament door hun den 24 Nov. 1758 voor den notaris Harman van Heezel en getuigen in 's Hage gepasseert, daarvan extract aan mij als Rentmeester is geëxhibeert , op den 18 deser getekent en overgelevert. Solvit overboeken ƒ 9, 2 jaren versuym ƒ 3.
Op 8-3-1747 verkopen de erven van Adrianus Montanus, echtgenote van Cornelia Cruijmel aan Daniel van Almonde, een huis, achterhuis en erf in de Rozenstraat (NZ) het achtste huis van de Prinsengracht te Amsterdam. [528]
Op 17-5-1747 verkopen de erven van Govert Groenewout aan Daniel van Almonde, een woonhuis en stal in de Rozenstraat (NZ) tussen eerste dwarsstraat en Prinsengracht te Amsterdam. [529]
Op 11-5-1762 verkoopt Frans Houttuijn, wednr. van Eva van den Bosch aan Daniel van Almonde, een huis en erf zijnde een steenkoperij, waar Hoed in het Scheiden (?) en De Hoge Hof van Holland in de gevel staat, op de Rozengracht (ZZ) voorbij Het Loodsje. [530]
Op 17-4-1766 verkopen de erven van Jan Lemmers, echtgenoot van Susanna Russel aan Daniel van Almonde, een huis en erf, waar De Zwaan in de gevel staat, op de Rozengracht (NZ) bij de Prinsengracht te Amsterdam. [531]
Op 30-4-1777 verkopen de erven van Abraham Bruijn aan Daniel van Almonde, een huis en erf, waar De Vogelenzang in de gevel staat, op de Keizersgracht (OZ) het derde huis bezuiden het hoekhuis van de Leliegracht te Amsterdam. [532]
Op 24-1-1786 verkoopt Daniel van Almonde aan Mathilda van Steen, een huis, achterhuis en erf in de Rozenstraat (NZ) het achtste huis van de Prinsengracht achteruit komend in een slopje te Amsterdam. [533]
Op 2-12-1795 verkopen de erven van Daniel van Almonde, echtgenoot van Barbara Terwen, aan Hendrik Naraad, een huis en stal in de Rozenstraat (NZ) tussen Prinsengracht en eerste dwarsstraat te Amsterdam. [534]
Op 7-7-1796 verkopen de erven van Daniel van Almonde, echtgenoot van Barbara Serwen (!) aan Carel Lodewijk Schorffius, een huis en erf op het Rozengracht (NZ) bij de Prinsengracht te Amsterdam. [535]
Op 13-8-1799 verkopen de erven van Daniel Almonde, echtgenoot van Barbara Terwen aan Johannes Lastdrager, een huis en erf zijnde een steenkoperij op de Rozengracht (ZZ) tussen eerste en tweede dwarsstraat te Amsterdam. [536]
Jakob Targier schrijft een gedicht Het geestelyk leven van een Kristen, aan myn nigte Sara Terwen en Ter verjaringe van myne nigte Sara Terwen.[538]
Op 11-4-1697 compareren te Dordrecht Anna Terwe, Berbera Terwe en Sara Terwe, gezusters, allen bejaarde ongehuwde dochters wonende te Dordrecht. Zij verklaren elkaar tot erfgenaam te benoemen: de eerststervende de twee langstlevenden en de tweede langstlevende de laatste nog levende zuster, "voor soo verre die alsdan nogh vrijsters, ende vrijster, en ongehuwt sullen werden bevonden, ende anders niet." Als de langstlevende van de drie zusters ongehuwd komt te overlijden, zullen alle goederen, die zijn van de twee andere zusters heeft geërfd, versterven op hun getrouwde broers en zusters, in egale porties, op voorwaarde, dat de erfportie van hun zuster Geertruij Terwen, getrouwd met Abram Tersier zal vererven op hun kind. Zij benoemen tot voogden hun broers resp. zwager Jacobus Terwe, Pieter Terwe en Jan Coppijn. [539]
1388. PIETER GERRITSZ HULSTMAN(S), geb. Oosterhout vóór ca. 1615, ovl. Dordrecht doopsgez. 29-9-1654, jongman wonende te Oosterhout (1641), huw. get. (1643), otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 23-4/20-5-1641 (get. Bartholomeus Leendertsz van Steijn, zijn goede bekende, en Janneken Baltens van Horick, weduwe van Isaac Gerritsz Cuijp, haar moeder)
1389. GEERTRUYT ISAACS CUYP(SDR), geb. Dordrecht vóór ca. 1620, jonge dochter van Dordrecht (1641).
| Wapen Cuyp : Een zwart veld met drie zespuntige gouden sterren, 2,1 geplaatst.[540] |
| COMMENTAAR(¥) Nog niet uitgesloten is dat a) Gerrit Hulstman, identiek is aan b) Ge(e)rard(t) (Gerrit) (Pietersz) Huls(t)man, en dat er sprake is van een tweede huwelijk. |
Geerit Hulstman testeert te Dordrecht 11-5-1688.[542]
1390. ISAAC(Q) STOFFELS TI(E)RION, ged. Rotterdam 16-2-1628, beg. Gouda 21-12-1699, woonde in Rotterdam, later te Gouda, waar hij deken was in de
Doopsgez. kerk [545], perkamentbereider te Gouda (1660),
betaalt zout-, zeep-, heren- en redemptiegeld te Gouda (1680), als perkamentwerker op de Kleiweg, wz.,[546]
tr. 2o (huwelijk niet gevonden te Amsterdam 1661-1675)
SUZANNA NIEUKERCK, geb. (niet gevonden te Amsterdam 1611-1660(¥)), van Amsterdam,[547]
tr. 1o Gouda (schepenen) 10-3-1661 [548]
1391. AELTGEN JANS, geb. Doopsgez. Gouda.
| COMMENTAAR(¥) wellicht veel later Doopsgez. gedoopt? |
Op 17-4-1660 compareerde Isaac Stoffelsz Tierion, Parckement bereider, tegenwoordig wonende binnen Gouda, en bekende wel en deugdelijk schuldig te zijn aan Heijndrick van der Heijme, Regerend Schepen en Brouwer in de Brouwerij van "de Swarte Leeuw" binnen Schiedam, de somma van 300 Car. guldens, ter zake van deugdelijk geleende penningen. [549]
"Wij ondergeschreven broederen der Mennonite gemeente tot Utrecht verclaren beij desen dat wij dr. Tirion die op een onwettighe wijsse in weerwil van ons en meer andere is gestemt (om leeraar te sijn van dese onsse gemeente) niet erkennen omdat hem niet verantwoort wegens veele welbekende weereltkundighe beschuldinghe en daerom versoecke dat ons protest van dato den 1 junij in 't kerckeresolutieboeck magh werden aengeteeckent en hem niet laeten predicken voor al eer hij met sich te verantworden ons vergenoeging sal hebben gegeven. Actum Utrecht den 24 juni 1704"
Was getekend: Johannes Terwen, Abraham Verbeeck, Willem Verbeeck, Dionijs Oortman, Jacobus van Griethuysen de jongen, Simon van Griethuysen, Willem Ortman, D. Jacobus van Griethuysen, Matthijs van Dulcken, Hendrik van Singel.[556]
Op 22-1-1706 compareren te Utrecht Pieter Claesse Sandhorst, wonend in het Bartholomeusgasthuys aldaar, en Christoffel Tirion, predicant, en Huybert van Maerseveen, diaken van de mennonitekercke te Utrecht. Het betreft een schenking van f 200,- zijnde een deel van schuldbekentenis van ƒ 1000,- ten laste van Jacob Vorstelman te Amsterdam. Bijzonderheden: schenker houdt lyftocht. [557]
Op 16-2-1706 compareren te Utrecht Hendrik van Singel, Pieter van der Swaen, Willem Ortman, Abraham Verbeeck, Johannes Terwen, Matthys van Dulcken, Willem Verbeeck, Dyonis Oortman, Cornelis Schut, Cornelis van Griethuyze, ter ene zijde, en ter andere zijde de dienaren en diaconen van de Mennonitengemeente te Utrecht Frans Andriesse van Aken, Huybert van Maersseveen, Hendrick van Langelaer, Pieter Brouwer, Jan de Heger. Het betreft een protest tegen benoeming van Christoffel Tirion als predikant.[558]
Op 18-6-1708 testeren te Utrecht Kristoffel Tirion, medicinae doctor, en zijn echtgenote Dorothea Aldenhoven. Zij benoemen Wilhem van Maurik de jonge en Jacob van Royensteyn, naast de langstlevende, tot voogden over hun kinderen.[559]
Zijn kleinzoon Jan Tirion was deken van de doopsgezinde congregation in Den Haag.
Op 30-12-1740 wordt verkocht uit de insolvente boedel van Dirk Koel aan Isaac Tirion, een opstal, 2 huizen, tuin en streek raams op het Slijppad (Slijpmolenpad) buiten de Raampoort te Amsterdam. [574]
Op 7-11-1742 verkopen de erven van Rudolph Wetsteijn aan Izaak Tirion, een huis en erf in de Kalverstraat tussen Dam en Jonge Roelensteeg te Amsterdam. [575]
Op 7-11-1742 verkopen de erven van Rudolph Wetsteijn aan Izaak Tirion, 2 huizen en erven in de Jonge Roelensteeg (NZ) te Amsterdam. [576]
Op 20-9-1752 verkopen de erven van Nicolaas Parie aan Izaak Tirion, een Tuin en huis op het Zandpad bij de Leidsepoort te Amsterdam. [577]
Op 3-10-1758 testeert Isaac Tirion voor Nots. Hermanus van Heel te Amsterdam. ZOEK OP!
Op 24-4-1765 verkoopt Isaac Tirion aan Jan van Rijssen, een tuin behuizing bepoting en beplanting op het Zandpad buiten de Leidsepoort te Amsterdam. [578]
Op 21-2-1765 verkopen de erven van Johanna Jager, wed. van Johannes Junius aan Izaac Tirion, een tuin huizingen erven en achthoekige koepel in de Buitensingel bij de Weteringpoort te Amsterdam. [579]
Op 25-10-1768 verkopen de erven van Hendrik Colonius, echtgenoot van Angenieta van Broekhoff aan Johanna Coster, wed. van Isaak Tirion, een huis en erf op de Herengracht (ZZ) het tweede huis van de westhoek Vijzelstraat te Amsterdam. [580]
Op 25-10-1768 verkopen de erven van Hendrik Colonius, echtgenoot van Angenieta van Broekhoff aan Johanna Coster, wed. van Isaak Tirion, een huis en erf op de Vijzelstraat (WZ) tussen Herengracht en Keizersgracht te Amsterdam. [581]
Op 26-10-1769 verkoopt Joanna Coster, weduwe, en bij testament van 3-10-1758 voor Nots. Hermanus van Heel te Amsterdam boedelhoudster, van Isaac Tirion, via haar makelaar Willem van Aalst Willemsz, geassisteerd met Abraham de Lanoij als haar gekooren voogd, en Jan van Rijken en de voornoemde Willem van Aalst Willemsz en Abraham de Lanoij als haar vierendeelen, aan Gerrit de Groot, een huijs en erve in de Kalverstraat tussen Dam en Jonge Roelensteeg, benevens 2 daraan annexe huizen en erven, waar De Wetsteen in de gevel staat, in de Jonge Roelofssteeg (NZ) te Amsterdam. Koopsom tesamen in een koop ƒ 38.000,--. [582]
Joanna Coster, weduwe Isaak Tirion testeert op 23-7-1789 voor Nots. Isaac Pool te Amsterdam. ZOEK OP!
Op 6-6-1799 verkoopt Casper Andries Telting, makelaar, en gemachtigde bij procuratie d.d. 25-5-1799 voor Jacob de Flines Sijbrandij te Amsterdam, van Jan Tirion in huwelijk hebbende Catharina Tirion en van haar Catharina Tirion zelve, zijnde laatsgenoemde een der nagelaten kinderen van wijlen Joanna Coster, weduwe Isaak Tirion, en volgens derzelver testament d.d 23-7-1789 voor Nots. Isaac Pool te Amsterdam, voor 1/4 part mede erfgenaam van haar moeder, en daarmee volgens acte van scheiding der nalatenschap van voornoemde Joanna Coster op 26-11-1794 voor Nots. Cornelis Jan van Teijlingen te Amsterdam, eigenaar geworden van na te noemen percelen, aan Johannes Sijlvius en Arnoldus Sijlvius, een huis en erf op de Herengracht (ZZ) het tweede huis van de westerhoek van de Vijzelstraat te Amsterdam, en een huis en erf in de Vijzelstraat (WZ) tussen Herengracht en Keizersgracht te Amsterdam (door de constituanten aan Johannes Sijlvius en Arnoldus Sijlvius uit de hand verkocht). Koopsom ƒ 18.000,--. [583]
1402. WOUTER JANSZ CLOECK, geb. Gouda, ovl. Dordrecht, korenmeester te Dordrecht. mogelijk als Wouter van der Cloeck Jansz belender in de Nieuwstraat (1699), tr. 1o? MAGDALIENTJE VELTKAMP, otr./tr. Dordrecht/Papendrecht 23-10/6-11-1672
1403. AELTJE HERMANS (HERMENS).
1406. JOHANNES (JAN) BASTIAANS(SEN) (SEBASTIANUS) (SOETHOU(D)T), ged. RK Loon op Zand 4-12-1633[584], ovl. na 1668, verm. voor 1673, j.m. van Loon (1655),
als landbouwer, tapper vermeld op de 'Lijst van personen met bezittingen die minder waard zijn dan 2000 gulden' te Loon op Zand (1665),[585]
woont te Loon op Zand (1668),
otr. 2o 1665-1668
THEUNISKEN PETERS TALEN, mogelijk identiek met
Theunesken Peters, ged. geref. Sprang 6-11-1639 als dr. van Peter Theunes Pennings,
otr./tr. 1o Sprang geref. 21-7/29-8-1655
1407. THEUNISKEN (ANTHONIA) CORNELIS(SEN) ((DE) LEEUW) (LION), ged. geref. Sprang 17-6-1635(¥), ovl. 1665-1668?, j.d. van Sprang (1655).
| COMMENTAAR(¥) Gezien haar trouwdatum (1655) moet Theunisken Cornelis Leeuw geboren zijn vóór ca. 1635. Een doop valt rond die tijd te Sprang niet te vinden. Wel vermeldt het geref. doopboek op 17-6-1635: "Cornelis Petersen aan den Eijkendeick, s(oon) Thoenes". Van een Thoenes Cornelisz Leeuw wordt te Sprang niets meer gevonden. De conclusie moet luiden dat de scribent van het doopboek (predikant of koster) hier hoogstwaarschijnlijk een verschrijving heeft gedaan en dat er moet staan "d(ochter) Thoenesken". In het doopboek zijn meer verschrijvingen aan te wijzen. |
Op 28-12-1660 transporteert Jan Bastiaen Janssen Soethout goederen aan zijn broer Aert Bastiaen Janssen Soethout, die bekent schuldig te zijn aan zijn broer Jan een bedrag van 260 gulden terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 1-1-1663 ingelost is. [586]
Op 31-1-1662 wordt Jan Bastiaenssen Soethout aangesteld als opvolger van Wijtman Peeters, samen met Jan Adriaenssen Roosenbrant als voogd over Peeter en Adriaentken, onmondige kinderen van wijlen Bastiaen Jan Adriaens. [587]
Op 8-1-1665 transporteren Jan Willemssen Cuijlman en Bastiaen Tunussen van Vuijtwijck, als voogden over de vier onmondige kinderen van Niclaes Wouterssen van Doremael en Anneken Jan Peeters, goederen aan Jan Bastiaenssen Soethout. [588]
Op dezelfde datum 8-1-1665 bekent Jan Bastiaenssen Soethout schuldig te zijn aan Anneken Jan Peeters en haar kinderen een bedrag van 575 gulden terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 2-11-1670 ingelost is. [589]
Op 9-2-1673 doen Huijbert Bastiaens Soethout en Floris Huijberts de Pruijser, als voogden over de twee onmondige kinderen van Jan Bastiaens Soethout en Anthonia Cornelis de Leeuw, afstand van goederen aan Robbert Adriaens Breeckelmans, Hl. Geestmeester op het Vaertskwartier, ten behoeve van de Hl. Geest. [590]
| COMMENTAAR(¥) Volgens bovenstaande akte zouden er in 1673 twee onmondige kinderen zijn. Echter, volgens onderstaande dopen zijn er vijf kinderen geboren waarvan er in 1673 hoogstens een overleden kan zijn. Hoe kan dat? |
Op 19-2-1683 heeft Cornelis Janse Soethout, kleermaker te Sprang, van de armmeesters het arme weeskind Bastiaen Janssen Soethout aangenomen. Hij heeft het kind aangenomen voor vier jaar om hem te voorzien van eten en drinken, maar ook om hem naar school te laten gaan zodat hij leert lezen en schrijven en om hem het kleermakersvak te leren. De armmeesters betalen 50 gulden. Huijbert Peeters Talen stelt zich borg. [592]
1410. GEURT JANSEN, geb. vóór ca. 1610, molenaar op de Puurveense Molen bij Barneveld,[594]
otr. 2o Barneveld 24-3-1639[595]
FRANSJE FRANCKEN, weduwe,
tr. 1o Barneveld 18-9-1636[596]
1411. STIJNTJEN JANS, ovl. vóór 24-3-1639[597].
1416. EVERT MAASSEN VAN VELDHUIJSEN, geb. vóór ca. 1630, ovl. Ede-Veldhuizen 31-12-1709, pachter van 'De Slijpkruik' te Ede-Veldhuizen op het landgoed Kernhem,[599]
tr. vóór ca. 1655[600]
GERRITJE JANS VAN LANGEVELD, of
JANTJE CLAASSEN VAN (DE) LANGEVELD, of
LIJSBETH JACOBSEN.
| COMMENTAAR(¥) ZOEK OP inventaris van de bezittingen van Jacob Evertsz en Petertje Everts in ORA Veenendaal 22 d.d. 16-6-1719. |
| COMMENTAAR(¥) Zie kwstatenboek VG 1988 p37 en GN 1984 p75 |
1420. AART CORNELISSEN (VAN DER MEIJDEN)(ook genaamd Van de Geer)[602], geb. ca. 1625.
Op 4-2-1694 wordt het graf nr. 49 in de kerk van Veenendaal verkocht aan Dirck Aertsz en Gerrit Aertsz, gebroeders, voor ƒ 10,--,--.
vul aan Kw. VG 178
Veenendaal 16-2-1728 : Steventje Garrits laatst weduwe van Willem Berents wonende op 't erf en goed van de Heer Anthonij van Wijck en juffrouw van Wijck te Emmickhuijsen is achter met de pacht, stelt gewas te velde als onderpand. Stellen zich tot borgen Jacob Garritsen, Arien Garrits en Elsje Garrits, weduwe van Garrit Aerts. [606]
Veenendaal 16-2-1728 : Steventje Garrits laatst weduwe van Willem Berents wonende op 't erf en goed van de Heer Anthonij van Wijck en juffrouw van Wijck te Emmickhuijsen is achter met de pacht, stelt gewas te velde als onderpand. Stellen zich tot borgen Jacob Garritsen, Arien Garrits en Elsje Garrits, weduwe van Garrit Aerts. [609]
1422. REM (ROMBOUT) REMMERTSEN (ROMBOUTSZ) BULL DE JONGE, geb. vóór ca. 1610, ovl. na 1669, j.m. van Veenendaal (1636),
schoolmeester en koster, landeigenaar,[610]
otr./tr. Amersfoort geref. 20-2/11-3-1636[611]
1423. GIJSBERTJE WOUTERS, geb. vóór ca. 1615, j.d. van Groep bij Renswoude, wonend te Amersfoort (1636), landeigenares.[612]
1456. GUILLAUME VAN STEENHUYS(EN), geb. vóór ca. 1615, j.m. van Oplo (1638), corporaal van de adelborsten onder den Heer van Oploo(¥) (1642), corporaal van de adelborsten onder de compagnie van den ouden Heer van Oploo zaliger (1659), otr. 1o Creveceur 28-10-1638, otr./tr. 1o Grave geref. 30-10/31-11-1638 GERTRUIJDA (BERTRUD) JANSSEN, ovl. 1640-1643, j.d. van Grave (1638), otr./tr. 3o Grave geref. 15-11/3-12-1659 CATHARINA ANTONISENS MUITERS, j.d. van Grave, otr./tr. 2o Grave geref. 5/23-7-1642
1457. LEONORA (VAN) NIEUKERCKEN, ovl. 1656-1659, j.d. wonende in de Grave (1642), (mogelijk uit een geslacht Neukirchen).
| COMMENTAAR(¥) Toeval of niet, met "den Heer van Oploo" kan niemand anders bedoeld zijn dan Godert van Steenhuijs, Heer van Oploe, Ambtman van het Graafschap en het Land van Cuijck. Zie Steenhuijs waarin de voornamen Walraven en Ludolph. |
|
Drie (onder)trouwinschrijvingen van Guillaume van Steenhuysen in het geref. trouwboek van Grave in 1638, 1642 en 1659.
klik op plaatje(s) om te vergroten |
| Steenhuijs |
|
Ia. Godert van Steenhuijs. Heer van Oploe, Ambtman van het Graafschap en het Land van Cuijck,
tr. 1o [616]
Elberta van Honnepel gend. Impel tot Groen, tr. 2o [617]
NN van Boetselaer. |
1458. WILLEM MICH(A)ELS, geb. vóór ca. 1645, ovl. 1706-1709, woont te Sambeek (1663), vermeld als ontvanger van een tijns te Sambeek (1669), get. in een not. akte te Sambeek (1676), belender in de Aembeten onder Sambeek (1700), aan de gemeijne Strate (1706), aan de Heijde onder Sambeek (1718), wiens lening wordt afgelost door Ludolph Walravens (zijn kleinzoon?), tr. vóór 1677
1459. MARIA PHILIPSEN, ovl. na 1706.
Raad van Brabant: In 1663 procedeert Johan van Afferden, drossaard van Boxmeer, voor gravin van den Berg, vrouwe van Sambeek, contra Willem Michels in Sambeek: door Michels voor schout van Land van Cuijk afgelegde getuigenis over dood van Thijs Jansen. [626]
Op 9-2-1677 transporteren Dirck Aertz & Marij Jans echtelieden, aan Willem Michels & Marij echtelieden, een huis, schuur, schop, put en hof, groot 60 roeden en gelegen aan de Vriethoff bij de Berckhoff. Behalve de gewone lasten belast met een oort tijns aan de erfgenamen van Willem van Elderom. Verder alle rechten en plichten zoals hun was aangevallen op 4-1-jongstleden bij erfdeling. [627]
Op 28-3-1677 transporteren Willem Michaels & Maria Philpsen echtelieden, aan Peter Jans & Deriske echtelieden, huis, schuur, schop, put en aangelegen hof, gelegen aan de Friethoff met de plantage van ooftbomen en heggen bij de Kerckhoff, vrij erf behalve de gewone lasten en 14 stuiver erfelijke cijns aan de erfgenamen van Willemke van Eldrum, nu Willem Michaels. Tevens is bepaald dat Willem Michaels en zijn erven de watergraaf en kuil in de voornoemde hof die zij van ouders geërfd hadden, naar eigen goeddunken 12 voet verderop mogen graven, naar het pad van Aldert Michels, mits zij deze zullen onderhouden. De graaf is 1½ voet breed en de kuil 7 voet binnenwerks. Het aanleggen zal gebeuren in de toekomende lente of herfst met het recht van de 'deyckleder'. 340 gulden. [628]
Op 4-1-1685 verkopen Willem Michels en zijn huisvrouw Marrij Philipse, aan Gerrit Gerrits en zijn huisvrouw Leijsbeth Gerrits, een stuk hooiland genaamd het Aeijen, zuidwaarts grenzend aan de Lange Jans Camp te Vierlingsbeek. Dit land heeft zijn erfweg van de Holtesche Steegh langs de heg door de Lange Jans Camp. [629]
Rekeningen van het dorp Sambeek Rendant Willem Michaels. Afhoring. 19-3-1685. [630]
Op 2-11-1690 lenen Willem Michels & Maria Philipsen echtelieden, 300 gulden tegen 4% van de Eerw: Maters ende Conventualinnen tot Ostrum, met als onderpand een weikamp genaamd de Broexen Camp, groot 4 morgen vrij erf, wel belast met 3 sester rogge erfpacht en verder al hun gerede en ongerede goederen zoals vermeld in de obligatie van 25-10-1690. Deze obligatie is gequiteerd en ingelost. [631]
Op 15-2-1697 verkoopt Willem Michels "aenden openbaeren perck" aan Jacob Pouwels bouwland, groot 4 morgen 34 roeden en gelegen in de Aembeten, vrij erf behalve de normale lasten en leenroerig aan Boxmeer met 1 oort gouds. [632]
Op 19-5-1699 lenen Willem Michels & Maria Philippusen echtelieden, 200 gulden Hollants van jonker Carolus van Eijk, met als onderpand een wei- of hooikamp, groot 4 morgen en gelegen aan de Heghse straat, vrij erf behalve 3 sester rogge: 2 voor de Kerk en een voor de kosterij van Sambeeck. [633]
Op 12-1-1700 transporteert Elisabeth Michels met haar vader Willem Michels als momboir over haar onmondig kind, echtelijck verwekt door Arnolt van Steenhuijsen zal. en met volmacht van de de andere momboir Cornelis Walravens volgens octrooi van 9 december 1699 en 20 december 1699, aan Peter Jans Geubbels & Maria Jans echtelieden, bouwland, genaamd den Reuver, groot 4½ morgen en gelegen in de Aembeten aan de hei, belend met een sijde Wolter Jans erf, de andere sijde Hendrik van Slijpenbeeckx erf, met een eijndt uijtschietende op de heijde en het ander eijndt op Willem Michels vrij erf. Voor 353 gulden. [634]
Op 14-2-1700 transporteren Willem Michels & Maria Philippusen echtelieden, aan Goosen de Bruijn & Margrieta de Hoog Willem Michels & Maria Philippusen e.l. dragen op aan Goosen de Bruijn & Margrieta de Hoog e.l., bouwland genaamd den Kruijstocksen Saal, groot 1½ morgen en gelegen in de Aembeten, vrij erf. Voor 180 gulden en 12 hogen. [635]
Op 27-2-1700 transporteren Willem Michels & Maria Philipsen echtelieden, aan Peter Jans van Mil & Tunisken Cornelisen echtelieden, bouwland genaamd Cox mergen en gelegen in de Aembeten, vrij en teindvrij erf. Voor 170 gulden en 4 hogen. [636]
Op 15-3-1700 transporteren Willem Michels & Maria Philipsen echtelieden, aan Wijnant Verhaert & Willemken Hendrix echtelieden, bouwland genaamd den Reuver, groot 1½ morgen en gelegen in de Aembeten, vrij erf. Voor 180 gulden en 7 hogen. [637]
Op 21-3-1700 transporteren Willem Michels & Maria Philipsen echtelieden, aan Reijn Jans de Hoogh & Hermken Willems echtelieden, bouwland genaamd het Nieuw Erff, groot 1½ morgen en gelegen aan de heide, vrij erf. Voor 91 gulden en 3 hogen. [638]
Op 3-5-1706 transporteren Willem Michels & Maria Philippesen echtelieden, aan Jeuxken Aerts en haar erfgenamen, huis met hof aan de gemeijne Straete, belast met 1 kapoen thijns aan Willem Michels, vrij erf. Voor 150 gulden. [639]
Op 5-9-1706 leent Willem Michels 300 gulden van Hermanus van der Horst, borger en koopman te Grave, met als waarborg 2 langs elkaar gelegen weilanden op de Hegge den eersten met de een sijde neffens Jan de Wildts erf, de ander sijde Alardt Brouwers ende Jan Tijssen erf schietende van de Hegse Straet toto op Jan Simons erf, groot 5 morgen 19 roeden en 2 morgen 57 roeden, den tweeden camp daer aaen gelegen met eene sijde neffens Jan Tijssen erf, de ander sijde den heer van Cappellens erf, schietende van den voorsz eersten camp tot op Jan van Elsens erf, groot 2 morgen 57 roeden. Afgelost op 10 september 1722 door Ludolph Walravens. [640]
Op 27-7-1709 transporteert Procureur Anthoni van Elderon met volmacht van de erfgenamen van Willem Michels zal., aan Jacob Haevens & Jeuxken echtelieden, een hooikamp genaamd het Swinler, groot 1½ kleine morgen aan de Swinlerse Straet, belast met 3 schepel wijt Heijense maet, 1 gans, 1 hoen en ongeveer 1 stuiver thijns aan de Kerck van Afferden. Voor 44 gulden en 22 hogen. [641]
Op 23-9-1711 transporteren Hendrick Michels & Alitien echtelieden, en Gijsbert Michels & Agnes echtelieden, aan Ludolph Walravens & Johanna Leonora echtelieden, een weiland genaamd Beijers Camp aan de Heghse Straet, groot 5 kleine morgen 19 roeden, gedeeltelijk tiendvrij, zoals zij dezelfde camp op 12 augustus 1711 aan Oswoldt Vinck verkocht hadden en op 22 augustus 1711 door Walravens 'gevolge den landtrechte ende Costuijme locael beschud ende vernaerdert', belend aan de ene zijde neffens Jan de Wildts erf, de andere zijde Geurt Aerts Ebben), Jan Brouwers en ..suoldt Vincken erf, schietende van de Hoghestraet tot Jan Simons erfgenamen erf, voor 900 gulden. [642]
1460. NN WALRAVENS(¥), geb. vóór ca. 1640.
| COMMENTAAR(¥)
Of de volgende personen Walraven verwant zijn is vooralsnog onbekend:
Derrik (Dirk) Walraven, geb. Sambeek vóór ca. 1710, ovl. 1733-1739, j.m. van Sambeek, ruijter onder de compagnie van de heer Maj. A. van Sonn, regiment van de heer Brigadier Baron van Drymborn, in garnizoen te Grave (1733), otr./tr. geref. Grave 18-4-1733 (met attestatie van Nederasselt)/3-5-1733) Allegonda Jans(e), uit Nederasselt, woont te Grave (1939). Zij hertr. Grave 15-7/2-8-1739 Martijn Dannenberg, soldaat in het regiment van colonel Doys, comp. capt. Hertell, in garnizoen te Grave.[643] Anna Walraven, geb. vóór ca. 1670, j.d. wonende te Grave (1688), otr./tr. Grave 27-8/24-9-1688[644] Cornelis Allart, j.m. soldaat onder de comp. van Jennfleury, in garnizoen tot Maastricht. Ludolph Walravens, j.m. wonend te Grave, secretaris van de heer Van Oploo en korporaal onder diens compagnie, tr. Grave 14-9-1657 (18-9 obiit)[645] Aeltien Feldermans, j.d. wonend te Grave (1657). Vermoedelijk een andere Ludolph Walravens komt voor als eerste in de inwonerslijst uit 1693 van Heumen met de vermelding richter.[646] Collectie insignes, platen en schilden van Noordbrabantse en Limburgse boogschuttersgilden:[647] |
| Cornelis Walravens |
CORNELIS WALRAVEN(S), geb. vóór ca. 1675, beg. Nijmegen Stevenskerk 17-6-1722 (Walraven, ambtman, avondbegravenis ƒ 50-0-0, voor de hoge baar ƒ 5-12-0, voor zes weken spreien ƒ 5-12-0 en een grafdaalder ƒ 1-10-0) [648], is voogd over het onmondige kind van Elisabeth Michels en Arnolt van Steenhuijsen (1700),
rentmeester en ambtman van de stad Nijmegen, beedigd op 15-2-1708,
heemraad voor de Heerlijkheid Ooij, ambtman van de graaf Van Bijlandt, heer van Ooij en Persingen, (1718-1719),
gecommitteerde (ambtman) van het Polderdistrict Circul van de Ooij en Millingen (1720),[649]
otr./tr. Nijmegen 26-2/5-3-1699 (met attestatie op Hees 12-3-1699) [650], (huw. voorw. 24-2-1699),
tr. Hees geref. 12-3-1699[651]
JOHANNA DE HAART, geb. 1656/57, beg. Nijmegen Stevenskerk 1-10-1751 (als wed. van Cornelis Walraven, bij avond begraven ƒ 50-0-0, voor de hoge baar ƒ 5-12-0, en een grafdaalder ƒ 1-10-0.)[652]. Zij zijn eigenaar van 7 huizen te Nijmegen, Johanna als zijn weduwe van 5 huizen.
Op 12-1-1700 transporteert Elisabeth Michels met haar vader Willem Michels als momboir over haar onmondig kind, echtelijck verwekt door Arnolt van Steenhuijsen zal. en met volmacht van de de andere momboir Cornelis Walravens volgens octrooi van 9 december 1699 en 20 december 1699, aan Peter Jans Geubbels & Maria Jans echtelieden, bouwland, genaamd den Reuver, groot 4½ morgen en gelegen in de Aembeten aan de hei, belend met een sijde Wolter Jans erf, de andere sijde Hendrik van Slijpenbeeckx erf, met een eijndt uijtschietende op de heijde en het ander eijndt op Willem Michels vrij erf. Voor 353 gulden. [653] Op 19-4-1718 transporteren Ludolph Walravens & Johanna Eleonora Walravens echtelieden, aan hun oom Cornelius Walravens Amptman en Richter van de Vrije Heerlijckheden Oij en Persingen & juffr. Johanna De Haard echtelieden een hofstede bestaande uit: * een huis, schuur, hof, boomgaard en bouwland, belend van beijde de kanten van Straet tot Mullem, aan de heijde kenbaar gelegen, voor desen toebehoort hebbende aan de erfgenamen van Jan Brienen zalr., groot ongeveer 23 kleine morgen 109 roeden, belast met 21 sester rogge Graafse maat geestelijcke pacht; * het bouwland gelegen langs het Nij Erff, groot 8 morgen 37½ roede is tiendvrij. * een weiland in het Beeckbroeck neffens Elsholdts erf, groot 3 morgen, vrij erf; * Nij Erff bij het voornoemd tiendvrij land, groot 4 morgen 100 roeden, vrij erf behalve 2 keer 1½ stuiver aan beide Heren. Coopspenn: ƒ 3000,0,0; 21 sest. rogge ƒ 367,10,0; 3 st. chijns ƒ 3,15,0, totaal ƒ 3371,5,0. [654] Johanna de Haart was een liefhebster van de dichtkunst, er bestaan nog verzen, die zij in haar 89e, 90e en 91e jaar heeft gemaakt, onder anderen heeft zij op haar 90e jaar nog een vers gemaakt bij het hertrouwen van haar neef Gerard Cruitman met juffrouw Johanna Catharina van Troest? op 15-10-1747.[655] Handelingen en resoluties van de Staten van Gelre en Zutphen Landdagsrecessen[656] Cornelis Walravens wonend te Ooij/Persingen wordt vermeld in de Nijmeegse schepenprotocollen (1719). ZOEK OP [659] Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Hezelstraat (kadaster C1716):[660] |
1464. P(I)ETER NO(L)LENS (DE JONGE), ovl. Roermond tussen 16-9-1673 en 29-6-1682, was evenals zijn vader maasschipper en koopman te Roermond en ook burger van deze stad,
vermeld als Peter Nollens op de "Lijste van alle schipperburgers der stadt Ruremonde, die servies zullen moeten betalen" (11-2-1644),
[668]
tr.
1465. AGNES VISS(CH)ERS, dr. van Jan Vischers den ouden zaliger van Eijsden.
Op 27-11-1649 verkocht Pieter "Nollens" te Dordrecht. voor notaris Daniel Eelboo, aan "Jan Vischers de Jongen sijnen swaeger mede maeschipper ende Borger tot Remundt" zijn aandeel, zijnde 1/3 in het ouderlijk huis Vissers, gelegen te Eisden en bewoond door hun oom Pieter Pauwelsen (of Peter Pauwels Petermans) [669].
vul aan H216
vul aan H214
Op 3-4-1707 zijn Geurt Servaas, maasschipper en burger van Nijmegen, en Jan Fornay voogden van het minderjarig kind van wijlen Jan Nolens.
vul aan GN 55(2000)216
1466. JACOB BOURS (BOERS)(¥), geb. ca. 1625, ovl. 1680[678], mr. maasschipper en koopman, burger van Dordrecht, sinds 16-7-1669 burger en sinds 5-8-1670 grootburger van Nijmegen.
Ook Jacob Bours hoorde tot een typische maasschippersfamilie welke uit Elsloo
stamde en, evenals de familie Clouns, verwant was met de bekende Limburgs-
Dords-Nijmeegse schippersgeslachten gelijk Blanckaerts, Coninx, Jorissen, Morees,
Vermaessen, enz. Bij al deze families treft men zowel katholieke als hervormde
takken.
Hij
otr./tr. Nijmegen (St. Steven) en Maastricht/Eijsden geref. 6-11/14-12-1659[679] (¥)
1467. MARIA CLOUNS (CLOENS), geb. ca. 1640, ovl. Dordrecht 10-7-1711[680], dochter uit een oude Eisdense familie van maasschippers die zich vooral te Dordrecht en Nijmegen gevestigd had. Haar ouders waren zeer waarschijnlijk Jan Cloens en Aeltje (Aletta) Melsers [681]. Zij
tr. 2o Nijmegen (St Steven) 16-5-1687 (zij ouder dan 36 jaar, hij 36 jaar oud)[682]
PETRUS NOLENS, ged. Roermond (St Christoffel) 1-1-1651, ovl. vóór 3-4-1707, (zie kw. nr. 1464 sub d, zie aldaar).
Evenals zijn vader was hij maasschipper en beleed de geref. godsdienst. Op 29-6-1682 verbleef hij te Dordrecht. Op 26-5-1687 werd hij burger, op 25-6-1688 grootburger van Nijmegen[683], in welke stad hij ook meester van het schippersgilde (1688, 1697) is geweest.
| COMMENTAAR(¥) vul aan burger etc.[684] , familiegeld,[685] , logb 1844 |
| COMMENTAAR(¥) check met Paquay, is dit zijn tweede huwelijk? |
| COMMENTAAR(¥) vul aan burgerbrief,[686] , doopget. Nijmegen (1683),[687] woont te Nijmegen 1659,[688] , 1669,[689] , zie schema H206, akten H212,213,214 |
vul aan H216, 220
Maria Cloens testeerde 9-9-1707 te Dordrecht [690]. Op 7-11-1668 had zij reeds met haar eerste man voor notaris Corstius te Maastricht een mutueel testament opgericht en daarmede een vorig, enige jaren eerder te Dordrecht voor notaris van Noetten gemaakt, herroepen [691]. Op 10 juli overleed zij te Dordrecht, "sijnde weinige weken van te vooren van Luyck na Dordt afgekomen met verscheydene schepen geladen met Spykers, Yserwerk, Coolen, Gruys etc.". Te Luik moest zij toen nog enige leveranciers voldoen, maar de afnemers van haar koopwaren te Dordrecht hadden haar reeds een groot deel van de prijs betaald. nl. 36582 gulden.[692]
In haar laatste levensjaren had Maria Cloens als zetschipper en vertrouwensman haar schoonzoon Anthony Louis, echtgenoot van Joanna Boers. De boekhouding echter was ze tot het einde toe zelf blijven voeren.[693]
Toen de kinderen van Maria Cloens, die allen uit haar eerste huwelijk waren, 10-10-1711 te Dordrecht twee paatschepen, drie aken en een roeischuitje van wijlen hun moeder lieten veilen, bleken deze onverkoopbaar wegens ouderdom. Maria Cloens had meer dan dertig jaren met oude schepen de Maas bevaren.[694] De onroerende goederen van haar nalatenschap lagen o.a. te Wessem, Elsloo, Breust en Eisden.
vul aan geb. data H209, 220
In 1714 procedeert voor de Schepenbank Breust : Poulus Stassen namens Helena Morrees, weduwe van Johan Bours als erfgenaam van Jacob Bours en Maria Clouns, tegen de overige erfgenamen van Jacob Bours en Maria Clouns, wegens een scheiding en deling
1468. GEURT (GODFRIES, GERARD) NOLENS, geb. ca. 1620, ovl.beg Eisden 25/26-1-1694, vestigde zich te Eisden, maar, blijkens een notariële akte op 30-12-1651 te Maastricht gepasseerd, ook burger van Roermond [733],
maasschipper,
schepen in Eisden (1665, 1686)[734],
aangenomen als geref. lidmaat te Eijsden (1656) en vermeld als lidmaat (1678), diaken en ouderling (1693)[735].
Kort voor Kerstmis 1693 ging hij over tot de Katholieke Kerk en kreeg onderricht van
de paters Capucijnen van Maastricht. Toen hij vlak hierna ziek werd, probeerde
dominee Sylvius van Eisden hem herhaaldelijk tot andere gedachten te brengen.
Geurt Nolens echter verbood tenslotte aan de dominee zijn huis te betreden.
Daar deze laatste zulks in zijn pastorale ijver toch nog deed, liet Geurt Nolens
"deur sijne huysvrau ende domestiken" de hulp van de gebiedende heer van
Eisden inroepen om van voortgaande huisvredebreuk gevrijwaard te blijven. Op
24 en 25 jan. 1694 liet Geurt Nolens van het gebeurde een omstandig notarieel
verslag opmaken [736] 's-Daags erna, 26 jan., werd hij reeds in de kerk van Eisden
begraven, terwijl zijn dienst 4 febr. plaats vond[737]. Hij
otr./tr. 2o Eijsden geref. 9/27-5-1677 (27-7-1677[738] (als wedr. van Meijcken Lemmen)
MERRIJ (MARIA) AUSEMS(¥), ovl. na 1693, j.d. van ('s-Graven)Voeren (1677),
tr. 1o voor 1647[739]
1469. MARIA TERFFS (LEMMEN), ged. RK Eijsden 29-7-1613, ovl. 1658-1677.
| COMMENTAAR(¥) mogelijk ex notaris Aussems te Maastricht?[740] |
Geurth Nolens, maasschipper, door de Dordtse nots. G. Waltherij op 4-5-1682 vermeld in een extract uit 1656 als debiteur van Juffr. Magdalena Vermaese, koopvrouw in zout en burgeres van Dordrecht[741].
In de periode dat Geurt Nolens maasschipper wordt genoemd blijkt hij ook herhaaldelijk elders te vertoeven. Zo bekent hij 29 nov. 1649 te Dordrecht aan Willem Wijers schuldig te zijn, wegens aankoop van kanterkaas en kruisharing, de toen grote som van 1958 gulden, en op 20 aug. 1651 blijkt hij aldaar in kalk en koren te hebben gehandeld [742], in 1656 was hij debiteur van juffrouw Magdalena Vermaese, koopvrouwe in zout en burgeresse van Dordrecht [743].
In 1656 en 1657 procedeert voor de Schepenbank Breust : Willem Weyers tegen Geurt Nolens wegens een schuldvordering. [744]
In 1684 procedeert voor de Schepenbank Breust : Het Klooster van het H. Graf uit Visé tegen Hendrick Blonden namens Willem Willems, resp. weduwe Leben Jegers namens Hendrick Blonden wegens een rente. [748]
zie akte, zoek op
hij mogelijk ex Christianus (Keerst) Pruesten x Jehenna (Jenneken) Petermans.[766]
1470. HUBRECHT (HUBERTUS) FRAMBACH, ged. Eijsden RK 1-4-1624[768], ovl. vóór 1695, schepen van Eisden, collecteur,
mogelijk dezelfde als Huibert Frambach, diaken te Eijsden 1678,
tr.
1471. CATHARINA DE BOTH.
Ongeplaatste fragmenten FRAMBACH :
Peter Petermans, geb. waarschijnlijk Eijsden ca. 1652, burger van Maastricht 8- 10-1676 (bakkersambacht), bakker te Maastricht en Wyck, tr. (1) Maastricht (St.-Nicolaaskerk) 1-5-1682 Maria Tomma, tr. (2) Catharina Chupplier (Schuppelier). Aan dit kind werden Peter Petermans, schout van Eijsden (na zijn overlijden: Willem Frambachs, schepen van Eijsden) en Gerard Hustin, schepen van Oost, beiden grootvaders van het kind, als voogden aangesteld.[769]
1694: aankoop door de weduwe Petermans van 10 grote roeden land gelegen in het "Backeveltgen", 5 grote roeden land gelegen in het "Broecxken", 6 grote roeden min 3 kleine gelegen achter Breust en 3 grote roeden land gelegen in het Maarlanderveld, van haar schoonzoon Peter Frambach(s), voor 28 gulden per grote roede"i. Op dezelfde dag geeft zij "den erffdomme. ende de tochte aende voerseijde eeluijdens (voorgenoemde Peter Frambachs en zijn vrouw Jenneken Petermans) oft ouders der selve kinders haere beijde leven lanck" van de goederen die zij in haar weduwelijken staat heeft verworven, Het betreft goederen verkregen van Balthazar Rijckelt, aankopen zoals beschreven voor notaris Vlijck en de hiervoor van Frambachs gekochte goederen.[770]
12-12-1714: aankoop van 5 grote roeden land, "hagendoerns goet onder Bruest", gelegen achter Morckenshof, bezaait met rogge, van Peter Frambach van Maastricht, echtgenoot van Anna Nelissen, voor 52 gulden per grote roede, "des moet de gelder den achterleen ende saetkorn goet maken aen Claes Beijarts alias Janssen". Op 19-4-1715 verkoopt ze hiervan 2 1/2 grote roede aan Willem Fafschamp voor 130 gulden.[771]
Leonardus (Leenart) Petermans, ged. 5-9-1694 (get.: Petrus Petermans en Margaretha Frambach), overl. Oost 3-8-1770, ongehuwd. Leonardus komt voor op de leerlingenlijst van de Latijnse school te Hoog-Cruts: gekomen 3 april 1704, laatst vermeld 3 mei 1706.[772] 14-4- 1725: Petermans krijgt 5 grote roeden Breusterland, gelegen in het Oosder-veld in bezit. Dit perceel is afkomstig van zijn grootmoeder van vaderszijde".
Wilhelmus Petermans, ged. 27-1l-1695 (get.: Petrus Frambach en Anna Hustin), overl. voor 20-4- 1704.[773]
Margaretha Petermans, ged. 15-4-1701 (get.: Renatus Lantmeeters voor Peter Frambachs en Elizabeta Wijers).[774]
Mechtel Petermans (tweeling met volgende), ged. 16-4-1628 (get.: Lens Frambach en Geet Waelpots). Margret Petermans (tweeling met voorgaande), ged. l8-4- 1628 (get.: Laurentius Frambach en Jen Swarten).[775]
1504. TEUNIS JANSZ. VAN DER WIEL, geb. ca. 1645, ovl. Niemantsvrient (Sliedrecht) voor 10-5-1692, testeerde met zijn vrouw 16-2-1676 voor notaris Arent van Neten te Dordrecht,
tr. ca. 1670[776]
1505. DIVERTGEN ARYENSDR, ovl. na 13-11-1710.
| COMMENTAAR(¥)
Begraven Sliedrecht impost : Arien Willems van der Wiel (Naaldwijk) en Berber Ariens Visser (Naaldwijk), pro deo 16-4-1706. Corneliss Willemse van der Wiel (Sliedrecht) en Lena Rocus (Sliedrecht) pro deo 21-2-1705. Teunis Pleunen van der Wiel betaalt 10 pond 500e penning te Sliedrecht 1627.[780] De wed. van Jan Teunisz van der Wiel, als erfgenaam van Cornelis Tonis van der Wiel betaalt 45 pond 200e penning te Sliedrecht 1667.[781] |
1506. JOOST JANSZ SLAG(H)BOOM, geb. Papendrecht ca. 1649, tr. ca. 1680
1507. JACOMIJNTJE ANDRIESDR VAN DER SLUIJS, geb. ca. 1654.
6-10-1731: "Den 6 Octob[785] 1731 van d'Hr Bailliu van Goudriaan ontfangen volgende missive luijdende als volgd, Goede Vriend Secrets Verweerd, wilt u de kinderen van Willem Mattijsen Scheper haar geld geeven onder uw gearresteert mits dat zij de kosten over 't arrest gevallen afdoen, volgens acoord op heden met haar gesloten, waar op mij verlaate en blijve, uwe genegene vriend, was geteijkend Rogier van Slijpe, 1731."
Vervolgens verklaren Tijs Willemsz Scheper, Gabriel Willemszx Scheper en Jannigje Willems Scheper en Arien Jansz Slagboom als man en voogd van Fijtje Willems Scheper, allen kinderen van Willem Matthijsz Scheper uit handen van Willem Verweerd, substituut secretaris van Noordeloos de somma van 132 gulden ontvangen te hebben.[786]
1508. LEENDERT CORNELISSE BOER, geb. Molenaarsgraaf ca. 1637, ovl. na 1715, tr. Molenaarsgraaf 20-10-1668[791]
1509. NEELTJE CLAES VAN CRIMPEN, geb. Bleskensgraaf ca. 1639.
1510. CORNELIS JANSZ WAERT, geb. ca. 1635, tr. ca. 1670[793]
1511. MARICHJE ROOCKEN, geb. ca. 1642.
1584. HENDRIK VELSINK, geb. ca. 1610, ovl. Heemse voor mei 1667.
1586. JAN RIBBERINGH (RIPPERINGK), ovl. vóór 1671.
1604. NN COUPER/CUIPER(S).
| Fragment Couper | |
J(oh)an Cuiper, geb. vóór ca. 1615, ovl. Goor 2-3-1676, burgemeester van Goor (1670-1676),
tr. vóór ca. 1640
Barbara van Eibergen, ovl. Goor 12-1-1676. Zij woeden vermeld als "Johan Cuiper met sijn vrou Barbara van Eibergen ende sijn dochter Stijnken huisvrou van Rutg. ten Hengel" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658.[803]
Kerkenboek van Goor:[804]
Hen(d)rick Couper, geb. vóór ca. 1620, ovl. 1655/56, burgemeester van Goor, vermeld te Borculo 1655,[836] procurator te Goor, tr. vóór ca. 1645 Trijntje Mullers, ovl. na 1656.
Kerkenboek van Goor:[846]
Lambert Cuiper, geb. vóór ca. 1620, ovl. 1660-1667, burgemeester van Goor, vermeld in akten te Borculo 1654-1660,[855] tr. vóór ca. 1645 Agnes Pothof(¥), ovl. na 1671.
Lambert Cuiper, geb. vóór ca. 1630, vermeld als echtgenoot van Aeltjen van Hemeren in akte te Borculo (1656),[867] tr. vóór 1656 Aeltjen van Hemeren, vermeld in akten van de Heerlijkheid Borculo 1656. ===== Jenneken Cuijper(s) Kuijper, geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1658, vermeld als echtgenote van Gerrit Wolff, wed. van Gerrit Muller in akten te Borculo (1655..1658),[868] tr. 1o voor 1655 Gerrit Muller(s), ovl. vóór 1655, tr. 2o voor 1655 Gerrit Wolff(s). ==== Wie zijn dit? Kerkenboek van Goor:[869] - 1685 Angenomen op Kersmis Wolter Cuper. - 1695 Aangenomen op Paeschen Agnes Cuper. === diverse vermeldingen: Jacob Couper, vermeld 29-7-1665.[870] Tonnis Cuijper, vermeld 6-7-1663.[871] Willem Cuijper, vermeld 8-6-1660.[872] Aeltien Cuijpers, wed. Jan Oldenborgh, vermeld 23-6-1660.[873] Anna Cuijpers, vermeld 17-11-1663 (ovl).[874] Geertken Cuipers, geb. vóór ca. 1640, tr. vóór 1658 Albert Pothof, vermeld als "Albert Pothof met sijn vrou Geertken Cuipers" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[875] Aeltjen Cuipers, geb. vóór ca. 1640, tr. vóór 1658 Arnoldus Nienhuis, vermeld als "Arnoldus Nienhuis en sijn husvrou Aeltjen Cuipers" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[876] Albertken Cuipers, geb. vóór ca. 1640, tr. vóór 1658 Johan Hilderingh, vermeld als "Johan Hilderingh met sijn vrou Albertken Cuipers" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[877] Anna Coupers, tr. Laren (Gld) geref. 28-4-1703 (met att. v. Goor) Jan Jacob Stromeijer. Fenna Coupers, wed. Haselbroeck moeder van Joan (1681),[878] Fenna Coupers, en Maria Coupers, vermeld in akten te Borculo (1683),[879] Garridt Phijlips, soon van Phijlips Couper onder Goor, tr. Geesteren geref. 19-7-1698 Roelefken Janssen, dochter van Jan Egginck onder Geesteren. Derck Couper, doopgetuige te Breedevoort 1648. |
| Fragmenten Jalink en Coesvelt | ||||
Mr. Wessel Jalinck(¥), geb. vóór ca. 1625, ovl. Goor 13-7-1675, regent (1675).
tr. vóór ca. 1650
Aeltjen Cuipers, geb. vóór ca. 1630, ovl. Goor 10-12-1673.
Kerkenboek van Goor:[880]
|
1668. MR. MARTINUS (MAARTEN) JANSEN VRIESE VAN STEENKERCKE(¥), geb. vóór ca. 1565, ovl. verm. na 1628, woont in de Voorstraate te Zwolle (1622, 1628), otr. Zwolle geref. 31-12-1588
1669. CLEMENTIA WOLFFS, geb. vóór ca. 1570. Hindrick Wolffs dochter van Campen (1588).
| COMMENTAAR(¥)
Wat is het verband met:
Timen Petersen Steenkercke, tr. vóór 1624 Marijken Peters. Zij hertr. Zwolle geref. 9-3-1624 Derck Gerrijts van Aemsfoort, Schipper. |
Stadsarchief van Zwolle:[923]
1611-1612:[924] De rentmeester van het stift Zwartewater procedeert tegen Maarten Jans Steenkerck, optredende voor zijn pachter Otto Jans, over een vordering in geld wegens een jaarlijkse rente, gaande uit een stuk land te Berkum.
1617:[925] De rentmeester van het stift Zwartewater procedeert tegen Maarten Jans Steenkerck, optredende voor zijn pachter Tonnis Jans, over een vordering in geld wegens een jaarlijkse rente, gaande uit een stuk land te Berkum.
1670. GORIS (GORRYS) ECKBERS (ELBERTS) VERHO(E)F(F), geb. vóór ca. 1580, ovl. 1625-1627, gemeensman te Zwolle (1606),[927]
wonende bij de Vischpoort (1616, 1624),
heeft een dienstmaagd (1616),
tr. vóór ca. 1605
1671. HILLEKEN FRANSSEN, ovl. 1627-1638 (kort voor 1638?).
Lenen van het Stift Essen: Stadsgericht Zwolle / buurschap Assendorp[928]
nr. 397: 't Erve unnd guidt genoempt den Engk, tusschen datt Hillige Kreutze unnd Franckhuis gelegenn, mit dre stucken landes, waterenn unnd visscherienn, dycken, dammen unnd aller schlachter nöth, sampt allenn hoghenn unde legenn thobehoir, nichtz darvan uthgesondert. In 1610: "... 3 stucken bouwlandts, groedt vierdehalff acker, gelegen in den Koenynenbergh [929], gelyck borgemeister Brandenbergh ende Wolter ter Borgh dieselve goederen als pachters in 't gebruyck hadden"; 1638: "een stucke landes, genoemt den Enck, gelegen in de vryheyt van Swolle, buyrschap Assendarp, sampt ackeren ende anders daertho gehoerende, gelegen in Westenholte". Hiervan afgespleten de nrs. 398, 399, 410 en 416.
9-10-1572: Dr. Otto Tengenegell denn jongenn, als volmacht van zijn moeder Alheid Tengenegel
22-1-1596: Reyner Gansneb genant Tengneghel, als oom en voogd van Otto Gansneb Tengeneghel, gelijk eertijds Arendt Gansneb genent Tengeneghel daarmee was beleend
13-1-1597: Reyner Gansneb genant Tengneghel, burgemeester van Campen, als voogd van Otto Gansneb Tengneghel, zoontje van wijlen juffer Henrica van Wermeloe, weduwe van Arendt Gansneb Tengneghel, vestigt ten behoeve van Gherrydt Brandenburgh en diens vrouw Jenneke een jaarlijkse rente van 46½ gulden, te lossen met 700 gulden
8-12-1600 Otto Gansneb genant Tengheneghel en zijn moeder juffer Henrica van Wermeloe, weduwe van Arendt Tenghneghel, met haar zoon als haar voogd, vestigen ten behoeve van joncker Gerhardt van Wermeloe, drost van Sallandt, en diens vrouw juffer Judith Renghers een jaarlijkse rente van 25 gulden, te lossen met 400 gulden
23-1-1606: Herman Gansneb genant Tenghneghel vestigt ten behoeve van Wilhelma, weduwe van Egbert Wyllemssen, een jaarlijkse rente van 37 gulden, te lossen met 600 gulden
30-5-1610: Assuerus Gansneb genandt Tengnaegel na de dood van Otto Gansneb Tengnagel
30-5-1610: Gorys Albertszen na opdracht door Assuerus Gansneb genant Tengnagell, welke opdracht geschiedde met toestemming van zijn moeder juffer Henrica van Wermeloe, weduwe van Arendt Tenghnagell, alsmede blijkens een volmacht van zijn zusters, de juffers Geertruydt, Elysabeth en Heylena Tengnegel en van zijn broer Otto Tenghneghell.
4-10-1625: Gorys Alberts en zijn vrouw Hilleken Frans, met Johan Martenssen als haar voogd, begiftigen elkaar over en weer met het vruchtgebruik van het goed, tevens verkrijgen zij goedkeuring van hun testamentaire bepalingen
3-9-1627: Hilleken Franssen, weduwe van Gorrys Elberts, stelt na de dood van haar man tot hulder Johan Martenssen Steenkercke.
12-2-1638: Johan Gorys Verhoeff na de dood van zijn moeder, vanwie hij het goed krachtens haar testamentaire bepalingen had geërfd
Memoriael van het geslachte ende afkomste van Michiel Schultinck, tot aen het vierde gelidt, van haer staet, officien ende van haer aengetroude Geslachten. Beginnende van 't Jaer 1500, tot den Jaere 1650. [931]
blz. 65: Elisabeth Arens, Borgermr. Jan Arens dochter, is getrout met Cornelis Goris Verhoef, Meentsman der Stadt Swolle, voerende dit wapen: In zilver drie roode jachthoorns met 2 gouden banden, 2 en 1. Helmteken: een uitkomende dubbele zwarte adelaar. Dekkleden en wrong: zilver en rood.
1671: Akte van transport van de achterste vier morgen uit acht morgen, genaamd de Hoeve, gelegen in de buurschap Zuthem in het kerspel van Zwolle aan Elisabeth Arents, weduwe van Cornelis Verhoeff.[932]
Uit de kerkeraadshandelingen van de geref gemeente Zwolle blijkt dat Goris Verhoeff moeilijkheden heeft met zijn vrouw:[936]
Kerkeraad 24-6-1669: nr 6. Is vorder voorgestelt hoe Goris Verhoeff, brouwer, ende sijn vrou van maalcanderen sijn, sullen dese beijde daarover van d(ominus) Hesseelius ende vaandrig Roeck aangesproken worden.
Kerkeraad 1-7-1669: nr. 4. Articul 6 spreeckt van den brouwer Goris Verhoeff, welckers huisvrouw haer onthout buyten sijn huis ende nu seer biddet dat hij haer weder wilde ontfangen, met groote beloften van beterschap. Ende alsoo de saecke alrede hangt voor de magistraet, gelijck d(ominus) Heeselius rapporteert, soo wort goetgevonden af te wagten wat uytslag de saecke aldaer ne(m)en sal.
Kerkeraad 8-7-1669: nr. 2. Articul 4. daerop wert geseijt dat door tusschenko(m)en van dom(inus) Crans en(de) borgemeesteren in der tijt de saecke tussen Goris Verhoef en(de) sijn huisvrouw geaccommodeert is en(de) dat sij nu weder bij maelkanderen sijn.
Kerkeraad 15-7-1669: nr.2. Articul 2, sprekende van Goris Verhoef en(de) sijn huisvrouw, is afgedaen.
Kerkeraad 29-9-1670: nr. 14 Verhoeff. Belangende de separatie quoad thorum tussen den brouwer Verhoef en sijn huysvrouw wordt bekent gemaeckt dat 't selvige noch niet gerichtelijck sou sijn geschiet en oversulcks sal d(ominus) Rouse en Crans daar nader vernemen watter van zij.
Lenen van het Stift Essen: Stadsgericht Zwolle / buurschap Assendorp[938]
nr. 416: Het goet genaemt den Enck cum annexis, gelegen to Assendarp buyten Camperpoorte aen Voorsterdyck, in de vryheyt van Zwolle. In 1687: "een camp weydelant genaemt den Hoogencamp ende een hoymate, tegensover de zyll tusschen Franchuys ende het H. Cruys gelegen, synde 2/5 van 't erve ende goet den Enck tot Assendarp, in de vryheyt van Zwolle gelegen". In 1760: "een gedeelte van den Enck". Afgespleten van nr. 397.
31-8-1661: Georgh Verhoeff na de dood van zijn vader Cornelis Verhoeff
13-7-1675: Jan Willemssen, mede voor zijn consorten, met "het vierdepart van twee vyffteparten van den Enck, genaemt den Hoogencamp, tegenover den Kettelcolck tusschen het H. Cruys ende Franckhuis, gelegen in de vryheyt van Zwolle, buyrschap Assendarp"
31-12-1687: Arnold Greven, burger-hopman van Zwolle, namens zijn vrouw Hillegunda Verhoeff, gelijk haar broer Goergh Verhoeff, burgemeester van Zwolle, daarmee op 31-8-1661 was beleend
18-8-1713: Fenna Verhoef, weduwe van de schout Thomas van Muyden, na de dood van haar zuster Hillegien Verhoeff, vrouw van hopman Arnold Greven, onder hulderschap van Georgh Lipperus. Tevens verkrijgt zij toestemming om over het leen te beschikken
25-1-1725: Fenna Verhoeff, weduwe van Thomas van Muyden, met de ledige hand onder hulderschap van Evert Honorst
10-9-1738: Aleyda Greven, mede voor haar zusters Elisabet, Margrita en Cornelia Greven, na de dood van Fenna Verhoef, weduwe van de schout Tomas van Muyden, onder hulderschap van Tobias Hondela, gemeensman van Zwolle.
Lenen van het Stift Essen: Schoutambt Ommen en den Ham / buurschap Eerde[939]
nr. 281: Twiederde parten van Egbertinck, nuu Wyllemsguedt, daervan eene derdepart modo toebehoert Johan Baptista van Renesse vanweghen die Van Twyckeloe toe Eerde. In 1685: "twee derdeparten van het erve ende goet Egberdinck, nu Willemsgoet genoemt, gelegen in 't carspel van Ommen in de buyrschap Eerde".
....
10-1-1693: Maria Maghtelt van Muyden, oudste dochter van wijlen Thomas van Muyden, schout van Ommen, onder hulderschap van haar oom dr. Jan van Muyden, na opdracht door dr. Bernard van Ryssen als hulder.
29-7-1716: Fenna Verhoef, weduwe van schout Thomas van Muyden, na de dood van haar dochter Maria Mechtelt van Muyden, onder hulderschap van burgemeester Joan van Muyden
29-7-1716: Eusebius Willem Voet als volmacht van Joan Werner baron van Palland, heer tot Eerde, luitenant-generaal, en diens vrouw Johanna Elisabeth baronesse van Baar, na opdracht door Fenna Verhoef, weduwe van Thomas van Muyden, met haar hulder.
1720: Akte van transport door Femma Verhoef, weduwe van Muiden, en Elisabeth ten Holte, weduwe Oudewater, aan Harm Jans Heimerink en Jan en Tymen Jacobs van een stuk land op Steenwijkerwold. [940]
Lenen van het Stift Essen: Stadsgericht Zwolle / buurschap Assendorp[941]
nr. 400: Eenen camp weydelants, gelegen tusschen Franckhuis ende Hillen Cruys, tegenover de Kettelcolck, zynde twee vyffteparten van den Enck to Assendarp in de vryheyt van Zwolle aen Voorsterdyck, den Rosschendyck ten oosten ende Casper Borgerssen Smit, ten westen, streckende van den Voorsterdyck tot aen de midden vuldinge. Samengevoegd uit de nrs. 398 en 399, naderhand hieruit weer afgespleten de nrs. 401, 402, 408 en 409.
21-5-1669: Machtelt Verhoeff na de dood van haar vader Jan Goryssen Verhoeff, onder hulderschap van haar man Wolter van Duyren
21-5-1669: Henrick Willemssen, mede voor zijn vrouw Henrickien Berentssen, en voor Caspar Borgerssen Smit en diens vrouw Arentien Berentsen, na opdracht door Machtelt Verhoeff met haar hulder