This page was last updated : 120105.
File size is: 1192 k.
Kwartierstaat Van Schothorst
Generatie 11
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Van Schothorst,
version 9.4,
Muiden, 2011.
© Copyright 2012 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Van Schothorst Gen. nr. 11

1024. HENDRICK REIJERSEN (ONTHEIJN, VAN BITTERSCHOTTEN), ovl. na 4-1-1635[1].

Register van overleden keurmedigen van de Kelnarij van Putten :[2] 1614 : "Obierat nullo ita pridem (niet zo lang geleden overleden) in pago Woenbergh (Woudenberg) Diocaesis Traiectensis Aelt Reijers Ontheijn filius Anthoniae Willmsen colonae qoundam in bono Bitterschotten, cuius cormedam redemit Henrich Reijnerzen Ontheijn 28 fl. Holl. intercedente et mediante Everhardo Schrasser. Nota scribes pro cormedam 26,5 gld. qua 1,5 gld. insumpti, pro vino, quando e meo confre redemire cormedam. Reliquit dictus Altetus (Aelt) frates Henrich supradictum item Jan et Willm Reijnersen Ontheinen. Item sorore Luitgen et Willmtgen Reijnersen Ontheinen. Nottandum porro qoud. 16 (Junij 1626) Obierat op Kleen Bitterschotten Henrich Reijnersen et solvi filii ipsius pro censu Capitali 2 gld. 10 stb. et pro equa traxerem vendita, accepti 26 gld. unde familia habet 30 stb.
VERTALEN

1026. OTTO JOCHEMS, op Burgstede onder Barneveld (1632), landbouwer,[3] tr. 1o [4] NN, tr. 2o Barneveld 15-8-1630[5]

1027. BAA(R)TJE JANS.

Is hij mogelijk Ott Joachimsz, zn. van Joachim Otten, pachter van Groot Haversteeg te Manen (1575), die als gevolmachtigde optreedt van zijn zwagers Henrick Jansz, Dirrick Cornelisz, Evert Aersz en wijlen Goert Gerritsz i.v.m. de nagelaten goederen van wijlen Jacob Joachimsz (zijn broer?)[6] [7]

1028. TOENIS WILLEMSEN VAN LUNTEREN?,[9] parentatie niet bewezen. uit hem mogelijk (o.a.?) :

1030. HENDRIK WILLEMS, renunciatie van het halve herengoed De Vaerst te Barneveld 8-6-1616.[11]

1040. GERRIT GOOSSENS (TOT VELTHUIJZEN) (VAN DE WETERING?[12], landbouwer [13] te Veldhuizen bij Ede (1624) [14] , had tot 1614 een wei aan de Slunderstege te Ede (Velthuijzen).[15]

1048. AELBERT HENDRICKSZ VAN RAVENHORST, geb. Lunteren ca. 1590, tr. Scherpenzeel 13-2-1614[19]

1049. WILLEMIJNTJE CORNELISZ WILDEMANS, geb. Scherpenzeel ca. 1590.

1080. WOUTER HENRICKZ, geb. Ede (Doesburg) ca 1620[21], ovl. Ede, landbouwer, krijgt op 14-1-1643 investituur voor het herengoed "Beterum" te Ede, daarna oprukking op 20-1-1649 en 10-10-1655 [22].

vul aan HV 1/5

1082. JAN HENDRIKS HAALBOOM, geb. ca. 1600-1610, ovl. 1674 [26], tr. ca. 1646 (huw. voorw. 28-2-1646) [27]

1083. GEURTIE CORNELISSE (volgens Ref. [28] Evertje Cornelisse).

vul aan HV 1/55 en 1/9
In 1647 neemt Jan Hendriks Haalboom een obligatie van f 100,-- over van zijn zuster Gerritgen ten laste van Roetert Jansen en Rijckien Alberts. Deze worden door de raden van het vorstendom Gelre en het graafschap Zutphen gelast kapitaal en interest onmiddellijk te betalen. Er gebeurt niets, waarmee Jan het recht krijgt om andere gerechtelijke stappen te ondernemen [29].

1084. AERT GEURTS (VAN BUTSELER[52]), landbouwer[53], wonend op "Huyckenhorst" in Barneveld (1675), mogelijk ook op "Boetseler" [54], tr. Barneveld feb. 1632[55]

1085. JANNETJE GERRITSEN VAN SCHARRENBURG, tr. 2o Barneveld 22-2-1652[56] EVERT EVERTS.

Zoek op VG 24(1999)42-63 en 25(2000)270. Wellicht is Aerts Geurts een zn. van Gerrit Reijers van Butseler.

1112. EGBERT CRUIMER, ovl. vóór 1610, tr.[62]

1113. LUITTE STEVENS.

1116. JAN PETERS HISSINCK, geb. ca. 1600, ovl. verm. Voorst,[65] woont te Voorst.

1120. WOLTER JANS, geb. ca 1580, ovl. na 1620-1637[67], eigenaar van 'Den Pass' of 'Egbert van Ordensgoed' (investiture op 29-10-1608) en van 'Ritbroeck'/'Ritbergh' (investiture op 29-10-1608),[68] tr. vóór 1600;(¥)

1121. WOUTERTJE LUBBERTS, geb. ca. 1575, ovl. na 1626.

COMMENTAAR(¥) ZOEK OP Arch. Rekenkr. 1551/310, 1551/311.
vul aan VWG

Op 30-10-1620 verkrijgt Wolter Janss "afdracht van misbruick voor ses jaeren opruckingen van seecker vrij herengoet in den Ampte van Apeldoorn und Buerschap Orden" [69].

Omstreeks 1624 verpacht Wolter Jans een goet "Homoet" in zijn herengoed "De Pas" in Orden aan Thiman Jacobs om er een papiermolentje op te timmeren, aangezien "een waterken vuydt idt selve goedt sijnen oorspronck was hebben". Drie jaarlater blijkt deze z.g. Ordermolen inderdaad gebouwd te zijn als Tymen Jacobsz er 5 pond waterpacht voor moet geven [70].

Op 1-7-1626 verkrijgt Wolter Janss prolongatie van "ses jaeren opruckinge van 2 Heerengoederen beide gelegen te Apeldoorn in de Buerschap Orden, te weten Den Pas en Ritbergh" [71].

In 1632 verkrijgt Wolter Janss afdracht van "seecker Heerengoet in den Ampte Barneveld, Buerschap Essen, seecker Heerengoet Hergelpraeten uit een Heerengoet Bart Stevens gent. in den Ampt Barneveld ende Buerschap Essen" [72].

vul aan HV 4/631 en 4/640.

1132. =560. CORNELIS WOLTERS (VAN ASSELT/GOUDKUIJL).

1133. =561. LYSKEN ROELOFS.

1134. JAN BREUNIS.

1152. HENDRIK BERENTS (VAN ULSEN), geb. ca. 1635, ovl. 1671-1680, voor het eerst vermeld als Henrik Berents in het boterpachtregister van Vriezenveen 1671,[86] tr. vóór ca. 1660

1153. NN, wordt in 1680 en 1681 in de boterpachtregisters genoemd als de weduwe van Henrik van Ulsen (in 1680 wordt haar de boterpachtverplichting kwijt gescholden "om Godes wille").[87]

In het boterpachtregister van Vriezenveen 1682 luidt de vermelding: "wede. Henr. Berents of Berent Henrix". Deze laatste is dus kennelijk haar zoon.[88]

1154. BERENT CLAASSEN SNIJDER (SNIEDER), geb. ca. 1620, ovl. Vriezenveen na 1683, had een erf van een halve akker aan het Oosteinde van Vriezenveen, wordt voor het eerst in het boterpachtregister Vriezenveen van 1678 genoemd (de naam staat vermeld in plaats van de doorgestreepte naam "de erfgenamen van Jan Heineman", is wellicht kleermaker.[90]

1220. GIJSBERT DERCKSEN("VAN DEN TOP")[92](¥), woont op de Kleine Top,[93] als Gijsbert Dircksen op den Top geref. lidmaat te Kootwijk 1644, tr. vóór ca. 1630[94]

1221. GRIETE JANSEN.

COMMENTAAR(¥) niet Gijsbert Stevens, zn. van Steven Evers, wonend op Zatterbroek onder Lunteren, tr. Kootwijk 13-6-1640 [95] Aaltje Gerrits, dr. van Gerrit Jans wonend op de Top. Zie Pub. VG. ...

Op 25-10-1735 comparereen de samentlijke erffgenaemen van wijlen Reijer Gijsbertsen van den Top, met naemen
Cnelis Gijsbertsen soon van Trijntjen Derks, die een dogter was van Derk Gijsbertsen, met sijn huysvrouw Grietje Philipsen, voor de eerste staek.
Voorts Jan Stevensen Rickbroek en sijn vrouw Aeltjen Hendriks doghter van Nennetje Beerts zijnde geweest een doghter van Beernt Gijsbertsen, voor de tweede staek.
Wijders Gijsbert Jansen x Willemtjen Jacobs, Geurt Jansen x Engeltjen Sanders en Harmen Ernsten met sijn vrou Jannetjen Elissen, doghter van Trijntje Jans, kinderen van Jan Gijsbertsen, voor de derde staek.
Alsmede Gijsbert Otten, Wouter Otten, Jan Jansen Mulder x Aeltjen Otten, Aert Jacobsen x Grietjen Otten en Jan Claessen x Beertjen Otten, kinderen van Oth Gijsbertsen, voor de vierde staek.
Vervolgens Gijsbert Geursen voor hem selfs en voor de drie kinderen van wijlen sijn broer Jan Geursen, genaemt Geurt Janssen, Merritje Jansen en Steventje Jans, neffens Geurt Woutersen voor hem selfs en voor sijn broer Tijmen Woutersen, Dirk Cornelissen x Merritje Wouters, Wouter Woutersen, Jorden Woutersen en Gijsbert Woutersen kinderen van Wouter Geurtsen, welke alle kinderen geweest zijn van Geurt Gijsbertsen, voor de vijfde staek.
En laestelijk Hendrik Jacobsen en Geurt Jacobsen neffens Sweer Arissen x Trijntje Jacobs, kinderen van Merritje Gijsberts, voor de sesde staek.
Zij alle te saemen en ieder voor haere hereditaire portien hebben vercoft en alnu getransporteert aen Dub Jacobsen x Beertjen Jans vier tiende parten, aan Jan Carel Lugtigh x Willemina van den Ham twee tiende parten, aan Hendrik Gerritsen van Heerd x Evertjen van Estvelt insgelijks twee tiende parten en aen Gerard van de Vliert en Aelt van de Vliert met haere respective huysvrouwen ieder een. zijnde de twee resterende tiende parten, van 't erff en goed den Top daer Lambert Philipsen woont, gelegen in de buurschap 't Cootwijkerbroek, daer aen de eene kant het erve den Grooten Top, soo bij Reijer Jansen gebruykt word en aen de andere kant het goedje daer Gijsbert Jansen woont mede den Top genaemt, in dier voegen als het selve goed door Reijer Gijsbertsen stervende nagelaten en door desselfs weduwe Aertjen Derks tot haer dood toe in tught beseeten is, zijnde vrij allodiael deylbaer goed, niet belast edogh tientpligtig, doende jaerlijks in 't quoier van verpondinge vier gulden seventien stuyvers voor de coopspenningen van een duysent vijff hondert vijftigh gulden en elff stuyvers. Geerfden zijn Hendrik van Heerd, Jan van Wolfswinkel. [96]

1222. RIJCK WOUTERS, van Stroo;(¥)

COMMENTAAR(¥) vul aan VG 22(1997)244 e.v.

1248. AERT LUBBERTS DROST, ovl. 1619-1639;(¥) genoemd als bezitter van een herengoed te Nunspeet (1613-1619), tr. vóór ca. 1620

1249. MERRIJKEN JANSEN, ovl. 1631-1639.

COMMENTAAR(¥) vul aan VG 22(1997)246 e.v.

1252. WILLEM LAMBERTS (TOE WESTENDORP), ged. Epe 11-10-1607, ovl. Epe 1650-1658, kerkmester te Epe (1637-1650),[106] [107] erft het herengoed tot Westendorp van zijn vader 24-2-1632,[108] tr. Epe ca. 1630

1253. ANNIGJE HERMENS (TOE WESTENDORP),[109] [110] , ovl. na 1650.

vul aan HV 571
Een herengoed tot Westendorp: Op 24-2-1632 krijgt Willem Lamberts investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Lambert Aerts. Tevens krijgt hij consent voor lijftuchting van zijn huisvrouw Enneken Hermens. [111]

1254. JACOB JANS VORSTELMAN, ged. Epe 27-5-1609 [113] , ovl. Epe 1668-1688[114] afkomstig uit Westendorp,[115] te Epe/Emsterenck,[116] tr. Epe voor 1638

1255. ELISABETH (LYSBETH) LAMBERTS BRUIJNIS (BROENISSEN), ged. Epe/Emsterenck geref. 13-7-1617[117], ovl. vóór 1680, tr. 1o voor 1636[118] JAN JACOBS (BOS), ged. Epe 30-4-1609, ovl. Epe voor 1639, zn. van Jacob Aelts.

Jacob en zijn vrouw bezaten de helft van een herengoed aan de Hegel, onder de Emster Enk. [119]
Op 22-09-1636 krijgt Jan Jacobs approbatie voor de lijftuchtiging van zijn huisvrouw Elisabeth Lamberts, in zijn halve herengoed aan de Emsterenk, buurtschap Hege, onder momberschap van haar oom Hendrick Jansen Broenis.[120]
vul aan HV 514 en 521, 554, 564

1260. = 1220. GIJSBERT DERCKSEN ("VAN DEN TOP").

1262. = 1222. RIJCK WOUTERS.

1264. MEIJNT (GOOSSENS).

Rechtzaak voor de bank Nijkerk, civiele rechtspraak, 1651[158] tussen Jan Bartolts en Trijntgen van Asselt contra Meynt Goossens. De kwestie handelde over de pacht van een huis en hof te Elspeet, die al 12 jaar niet door Meynt betaald zou zijn. In de bank van Barneveld 1653 wordt genoteerd dat Jan Bartols zo kwaad zou zijn geworden, dat hij met zijjn roer een schot hagel door Meynt's 'middeldeure' heeft afgevuurd. Meynt wil daar f 25 voor vangen wegens geleden schade. Is Meynt de vader van Helmert Meynten? Is Trijntgen van Asselt identiek met Catharina van Asselt, dr. van Helmert van Asselt en Jenne Hendrikcs.[159]

Wat is verder het verband met de volgende van Asselt's die voorkomen in de Schattingslijsten van het Ambt en Kerspel Apeldoorn i.v.m. vermogenbelasting[160] :

Helmert Aernts van Asselt, te Zoeren, 1598-1606, ƒ 1,--,

"Uitheemsen" :Derick van Asselt, 1620, Derick van Asselt de jonghe, 1621, 1 oortje

vul aan HV 4/682

1280. JAN VAN DER MEULEN, woont in Den Haag op de Gevolde Gracht,[161] tr. vóór ca. 1620[162]

1281. ANNEKE SMULDERS, testeert te Den Haag 18-1-1645,[163] doopget. (1644, 1646) (als Anneke van der Meulen), tr. 2o Den Haag 21-10-1629[164] ROELOF HENDIKSZ ROONTOORN.

1282. JOOST JANSZ VAN DER ELST, ovl. na 1642, schoenmaker en wednr. wonend te Den Haag (1636), woont in Den Haag op de Gevolde Gracht,[166] mr. schoenmaker, vermeld 1642, wonend in de Caterstraet aen de noortzijde betaalt klapwakersgeld (1642),[167] doopget. (1644), otr./tr. 2o Delft 5/20-1-1636 CATELIJNTGE GILLIS, jongedochter wonend in de Vlamingstraat te Delft (1636), tr. 1o

1283. NEELKEN CORNELISDR VAN EMMERIK, ovl. vóór 1636.


Ongeplaatste Fragmenten Van der Elst
Joost van der Elst te Honselersdijk, van wie op 26-2-1612 te Naaldwijk een dochter Catrine gedoopt wordt.[169]
7 July 1588. Joost van der Elst van Dordt wordt poorter te Delft. [170]
Joost van der Elst, out schoenmaker op het Speuij aen de westzijde betaalt klapwakersgeld te 's-Gravenhage (1642),[171]
Jan van der Elst in de Caterstraet aende zuijtzijde betaalt tweemaal klapwakersgeld te 's-Gravenhage (1642),[172]
Joost van der Elst, schoenlapper in de Corte St. Jacobsstraet aen de oostzijde, betaalt klapwakersgeld te 's-Gravenhage (1642),[173]
Joost van der Elst, tr. Catharina Florisdr, dr. van Floris Willemszn en Heyltje Aertmuts wonende te Dordrecht.
    Uit dit huwelijk 4 kinderen :[174]
  • a. NN, tr. 1o Gijsbert Corneliszn van der Meulen, betaalt als Gijsbert van der Meulen, wonend in de Hogewoerd in de wijk Hogewoerd te Leiden, ƒ 10-0-0 200ste penning (1674),[175] en ƒ 0-3-0 Klein Familiegeld (1674),[176] tr. 2o Jacob van Dueren, wonende te Leiden (1686).

    Merkwaardig is, dat a. in de Leidse registers niet van der Elst heet, doch van Groenewegen, en haar vader Simon. Op 31 Augustus ondertrouwde nl. te Leiden Jacob van Duren, wednr. van Grietje Dielefs, wonende te Amsterdam, vergezeld van zijn halve broeder Hermanus Besiclc, wonende op de Heerengracht te Leiden, met Anna van Groenewegen, wed. van Gijsbert van der Meulen, wonende op de Hoogewoerd, vergezeld van hare schoonzusters Adriana en Helena van der Meulen. Op 10-9-1669 testeerden te Leiden voor notaris Carel Outerman: Gijsbert van der Meulen en Anna van Groenewegen, terwijl aldaar op 11-4-1665(68?) in ondertrouw gingen Gijsbert van der Meulen, lakenwerker, j.m. van Dordrecht, en Anna Simonsdr van Groenewegen, j.d. van Leiden, vergezeld van hare zuster Cornelia.
  • b. NN van der Elst, tr. Anthony van Biesheuvel, koopman te Dordrecht, leeft 1686.
  • c. Florentia van der Elst, leeft 1686.
  • d. NN van der Elst, met zijn vrouw in 1686 reeds overleden, terwijl toen leefden hun kinderen Hartman, Florentia en Catharina.

1284. CORNELIS HOOGENBOOM, parentatie niet bewezen, tr. mogelijk

1285. CATHARINA NN.

1300. MELCHIOR EDIGIELLE (YDICELLE), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1654, boratwerker (1624), huw. get. (1654), woont op de Beestemarckt (1654) te Leiden, tr. 1o voor 1623 MARIA HASART, ovl. Leiden 14-12-1623 (in de vrouwen betersael van het Gasthuis), tr. 2o Leiden geref. 8-3-1624

1301. LOUWERENSE BREYNE, ovl. na 1636, woont op de Beestemarckt (1632), op de Nyeuwe Varckemarckt (1636), tr. 1o voor 1618 GOUTIER MOTON, ovl. 1618-1624, woont op de Oosterlingplaats (1618).

1303. LOUYSA (LOUYSGE) LE PAR/PER (LEPER, ook LE FEVRE!)(¥), geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1662, woont in de St. Aechtenstraet (1654..1662).

COMMENTAAR(¥) Louysa le Par/Per is mogelijk identiek met:
Loyse le Pierre, weduwe van Bernart Fovarcque, wonend in de Fockersteech (1636), otr. Leiden geref. 8-2-1636 (get. voor haar Mary Tronsau, haar nicht wonend in de Fockersteech, voor hem Franchoys Joly, haar bekende wonend in de Haerlemstraet bij de Fusteynhal, NB De geboden zijn geroyeerd, de bruid is nog geen 6 mnd weduwe) Gille Henry, weduwnaar van Baertgen Willemsdr, wonend in de Haerlemstraet bij de Fusteynhal (1636).

1304. JACOB JORI(J)SZ VAN DE(R) KELDER(¥), geb. Leiden vóór ca. 1610, ovl. tussen 1675 en 11-10-1677,[207], fusteinvolder (1633), fusteinzwartverver (1652), schipper op Haerlem (1674, 1675), betaalt wonend op Nieuwmaren te Leiden, ƒ 0-4-0 Klein Familiegeld (1674),[208] doopget. (1627..1665), huw. get. (1664, 1675), treedt op als gemachtigde van zijn vader (1651), wonend op Nieuwmaren te Leiden (1663..1674), Langegraft (1675), otr. Leiden geref. 18-11-1633 (get. Pieter Arentsz van Kegelenberch, zijn oom, "de bruidegom heeft attestatie overgeleverd" (van Voorburg?))

1305. (E)LYS(A)BETH CLAESDR (VAN TOL), geb. Voorburg vóór ca. 1615, ovl. tussen 14-9-1674 en 11-10-1677, doopget. (1657, 1665), huw. get. wonend op de Langegraft (1669).

COMMENTAAR(¥) Is er een verband met Anna van de Kelder, beg. Den Haag 10-6-1674, dr. van de klokkenmaker Jan Jacobsz van de Kelder, uit wier relatie met Maurits, prins van Oranje, graaf van Nassau etc. geboren werd Carel Maurits, bastaard van Nassau, geb. na 27-2-1616, ovl. voor 14-9-1646 (waarsch. te Antwerpen)? [209].

Op 9-8-1652 verzoeken Frederik Wevel, Arent Jorisz van de Kelder en Jacob Jorisz van de Kelder, fusteinzwartververs, aan het gerecht van Leiden, hun toe te slaan de winst uit de gemeene bus uitsluitend tusschen hen te verdeden, daar hun confrater Jan Leendertsz Overmeer sinds lang geen diensten meer aan de nering bewijst. Het verzoek wordt toegestaan.[210]
Huurcontract te Leiden: Op 12-8-1673 compareren Pr. Willems, schoenmaker wonende tot Warmond als verhuijrder ter eene, ende Jacob Jorisz van der Kelder, schipper op Haerlem, wonende binnen deser stede, als huijrder ter andere sijde, mij notaris wel bekent, ende bekende sijl(ieden)verhuijrt ende gehuijrt te hebben sekere huijsinge ende erve staende ende gelegen binne deser stede op de Langegraft ende dat voor de tijt van drie jaren inne teg gaen op de eersten meij aenstaende van den jare 1674 ende eijndende te selve dage van den jare 1677 ende jaerlijks om tweentagtig gld. ende tien stuivers te betalen alle 1/4 jaer een geregt vierdepart van een geheel jaer huijrs, ider verschijndag precijs, met conditie dat de verhuijrder tselve huijs glas ende dak digt sal opleveren, ende sal de huijrder 'tselve huijs metten uitganen van de huijr weder glas digt moeten opleveren, dog de glasen die van buijten innegeslag(en) werden sal de verhuijrder, moeten betalen, alles ter goeder trouwe sonder bedrog, onder verbant als naar regten, consenteeren hier van aen wedersijde acte in forma. Aldus gedaen ende verleden ter comptoire mijn notaris staende op de Oude Maren present de ondergesch. getuijgen. W.g. Peeter Willems Schoenmaecker, Willem Leopoldus, Jacob Jorijsz van der Kelder, Cornelis Verbeek Cornelisz. [211]

Handtekening van Jacob Jorijsz van der Kelder (ca. 1610 - 1675/77) onder bovenstaand huurcontract van 12-8-1673.
klik op plaatje(s) om te vergroten

1306. ANTHOINE (ANTHONY) DE LA CROIX (CROY(X))(¥), geb. vóór ca. 1615, ovl. 1643-1661, kammer, afkomstig van Waterloop, wonend op de Langegraft (1637), doopget. (1629, 1648, 1656, 1657, 1659), otr. Leiden geref. 12-2-1637 (get.voor hem Samuel de Roy, zijn neef wonend in de Santstraet, voor haar Maria de Tombe, haar zuster wonend op de Hogewoert),[215]

1307. MAGDALEINE (MAGDALENA) DE(S) (DEL) TOMBE(¥), geb. vóór ca. 1610, ovl. 1661-1665, afkomstig van Bondu, wonend in de Meutgenssteech (1627), op de Beestemarct (1637), op de Gaernmarckt (1658), in de Haerlemstraet (1661), otr. 1o Leiden geref. 8-4-1627 (get. voor haar Marij del Tombe, haar zuster wonend bij de Jan Vossenbrug, en Marij Plantefebers wonend in de Meutgenssteech, voor hem Guillame de Buijnge, zijn broer wonend bij de Zijlpoort, en Pieter le Mair wonend op de Langegraft) PASSCHIER DE BEUNJE (BUYNGE), ovl. 1627-1637, kammer, afkomstig van Templeu bij Doornic, wonend op de Verckemarct (1627), otr./tr. 3o Leiden/Valckenburch Waalse Kerk 31-3/18-4-1661 (get. voor haar Mary del Tombe, haar zuster wonend op de Langebrugge, voor hem Jaecq de Mortier, zijn zwager wonend op de Langegraft) haar zwager ANDRIES CATHOIR, ovl. 1665-1670, wednr. van Cathalyna Beunge, wonend op de Nieuwe Mare (1661, 1665), als Andries Catoor buurtheer van de buurt Breekhoven te Leiden (benoemd 28-5-1654 tot 1670 wegens overlijden), [216] Hij hertr. Leiden Waals 6-3-1665 Cathalyna del Ruw, wed. van Jaecq Mortier, wonend op de Langegraft.

COMMENTAAR(¥) Een Antoni de Croi kammer, afkomstig van Waterlo, otr. Leiden geref. 2-7-1625 Mary Payen, afkomstig van Arras. Dit zou een eerder huwelijk van hem kunnen zijn.

Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1626-1631: Passchier del Beugne [217]
1630: Magdalena des Tombes [218]

Fragment Beunje

Ia. NN Beunje, tr. Martijne des Obry, huw. get. wonend op de Varckenmarct (1627), op de Nieuwen Maren (1635). Hieruit:

  • d. Pierron de Beunge, afkomstig van Robyn bij Ryssele, otr. Leiden geref. 22-07-1611 (get. voor haar Margriete Fortery, haar bekende, Jenne de la No, haar bekende, voor hem Jan Gechier, zijn zwager, en Guilliame de Beun, toekomstig schoonbroer) Jan de la No, fusteinwerker, afkomstig van Moevan bij Rijssel (1611).
  • e. Jenne de Beunje, afkomstig van Ron bij Rijssel, wonend op de Nieuwen Maren, otr. Leiden geref. 9-3-1635 (get. voor haar Marteyne des Obry, haar moeder wonend op de Nieuwen Maren, voor hem Anthony de Tombe, zijn vader) Pieter de Tombe, bakker, afkomstig van Tourcongien, wonend op de Oude Chingel,

IIa. Passchier de Beunje (Buynge), ovl. 1627-1637, kammer, afkomstig van Templeu bij Doornic, wonend op de Verckemarct (1627), otr. Leiden geref. 8-4-1627 (get. voor hem Guillame de Buijnge, zijn broer wonend bij de Zijlpoort, en Pieter le Mair wonend op de Langegraft, voor haar Marij del Tombe, haar zuster wonend bij de Jan Vossenbrug, en Marij Plantefebers wonend in de Meutgenssteech) Magdalena del Tombe, geb. vóór ca. 1610, ovl. 1661-1665, (zie kw. nr. 1307 hierboven).



COMMENTAAR(¥) Is er verband met Henri del Croix tr. Barbara del Forge of Guillaume del Croix tr. Maya Jacobs Ciseur.[221]
Is er verband met de volgende poorters van Leiden (1576-1603)[222] : Andries de Croys, Franchois de Croys, van Alveringen, Geleijn de Croys, van St. Pol, Guillaume de Croys?
Philips de Croy, vul aan Prom. 15 p130
Jean del Croy, ged. Waals Leiden, 21-6-1637, wolkammer, zn. van Rafael del Croy en Catalina del Forge, tr. Leiden Catelijne le Dru.[223] Rafael ex Jean Delacroix x Catherine de Livregnies. [224]


COMMENTAAR(¥) Jacob de Beunge in het Gasthuisvierendeel, schoolmeester, ƒ 0-2-0 Klein Familiegeld (1674).
meester Jan de Beunge, op de Hogewoerd, schoolmeester, ƒ 0-2-0 Klein Familiegeld (1674).
Gijsbert de Beungie, in Noord-Rapenburg, backer, ƒ 0-1-0 Klein Familiegeld (1674).
Abraham de Beunje, op Nieuwmaren, timmerman, ƒ 0-1-0 Klein Familiegeld (1674). [225]


COMMENTAAR(¥) Is er verband met :
Pieter Del Tombe, afkomstig van Turcoingen bij Rijssel, wolcammer otr./tr. Leiden (schepenen) 15-9-1618/3-2-1619 Anna Sparre, afkomstig van Engelandt.


COMMENTAAR(¥) Abraham de Croy, op Zuid-Rapenburg, warmoesier, ƒ 0-1-0 Klein Familiegeld (1674).
Philip de Croy, in het Vleeshuis, boekdrukker, ƒ 0-1-0 Klein Familiegeld (1674).
Salomon de Croy, op West-Nieuwland, taback en brandewijnvercooper, ƒ 0-1-0 Klein Familiegeld (1674).
Philip del Croy, op Oost-Nieuwland, greinwerker, ƒ 0-0-6 Klein Familiegeld (1674). Hester la Croy, op West-Marendorp landzijde, coordewinckeltge, ƒ 0-0-6 Klein Familiegeld (1674).

1310. NN (GOIS?), tr. vóór ca. 1605

1311. NN RAUSSOU, heeft een ongehuwde zuster Jeanne Raussou.

1312. GERRIT JANSZ VAN DER BYE(¥), compareert te Heenvliet 11-12-1693 [226]. otr./tr. 2o Abbenbroek/Heenvliet kerkelijk 2/16-6-1680[227] MAERTJE JANSDR, ovl. vóór 1697, wed. van Jan Gerritszn Sneeuw, met wie zij compareert te Heenvliet 27-10-1673.[228]. Zij is mogelijk een dr. van Jan Cornelisse Hodenpijl, schepen te Heenvliet (1659).[229]. Hij tr. 1e?(¥)

1313. MAERTIE(N) HENDRICKSDR.

COMMENTAAR(¥) Is er verband met Vincent Jansz van der Bie, die beleend wordt met 2 gemet land in Bornesse (Heenvliet) 21-3-1603, dat overgaat 24-2-1615 op Jan van der Bie te Den Briel na de dood van Vincent (1610/1611).[230]


COMMENTAAR(¥) Het is onzeker of zijn eerste huwelijk blijkt uit de huwelijksaantekening (te Geervliet?/Heenvliet?) : "13-3-1644 Gerrit Janszn Bakker, j.m. van Bommel tr. (...Hendrik...) j.d. van Heenvliet" [231]. De slecht leesbare naam van de vrouw zou dan identiek moeten zijn aan kw. nr. 1313.

2 gemet 77 roeden land in de Zuythouck van de Ee te Heenvliet, leenroerig aan Heenvliet :
Op 3-11-1697 Andries Ariensse Vlielander oud 14 jaren. Hulde door zijn vader Arie Andriesz. Vlielander, die het leen heeft gekocht, nadat het door de erfgenamen van Maertje Jans, weduwe van Jan Gerrits Sneeuw, is verlaten.[232]).

1314. SIJBRANT ARENTSZ.

1324. KORNELIS KORNELISZ (WAELBOER)(¥), geb. vóór ca. 1640, tr. vóór ca. 1665

1325. MAARTJE PIETERS KNOOP.

COMMENTAAR(¥) Zie ook Ref. [242]

1344. PIETER JACOBSZ VAN DER JACHT, geb. 1599/1600, ovl. 1654-1659, visser (1629, 1634) en stierman (1641, 1643) te Maassluis, koopt 29-12-1656 een eigen graf nr. 112 in de Grote Kerk [252], vermeld in notarieel archief Maassluis 24-3-1651, 1-4-1666 (dan overleden),[253] tr. Maassluis 14-5-1628

1345. MAERTJE GOVERTSDR VAN WIJN, beg. Maassluis Grote K. (graf nr. 210) 5-3-1682 [254] [255] , tr. 1o Maassluis 3-5-1626 COENRAET ENGELSZ BOCXHOORN, ovl. vóór 14-4-1627, visser, zn van Engel Leendertsz Bocxhoorn (zie kw. nr. 1372 ) en Neeltgen Huijgen, wednr. van Jannitgen Cornelisdr. van der Swaluw.

Wapen Van Wijn : In goud een beurtelings gekanteelde zwarte dwarsbalk vergezeld van boven vier en beneden drie bijen. Helmteken : een vlucht [256].
vul aan Prom. 17, p 345 Teunis Jacobsz van der Jacht.
Op 28-3-1643 verklaren de zwagers Willem Govertsz van Wijn, stierman op een hoekerschip, oud 24 jaren en Pieter Jacobsz van der Jacht, bootsgesel, oud 42 jaren, dat op 5-12-1642 een schip verloren is gegaan "naer huys seijlende van Fransois Schot capiteyn uit Vlaenderen sijn genomen, den welcken het schip in de gront doen hacken hebbende haer deposanten alle heeft medegenomen ende tot Duynkercken in de gevancknisse heeft doen brengen." [257].
Op 12-12-1641 komen voor in een Attestatie te Maassluis: Pieter Jacobss van der Jacht stierman, oud 41 jr., en zijn vennoot Gerrit Claess, oud 19 jr. [258]
Op 14-03-1682 vindt te Maassluis boedelscheiding plaats van Maertje Goverts van Wijn echtgenote van wijlen Pieter Jacobszoon van der Jacht, stuurman. Er zijn 4 kinderen : NN Pieters van der Jacht =Barber, huisvr. van Job Jorisz Swartewaal, Jacob Pietersz van der Jacht, NN Pieters van der Jacht =Sara (mogelijk gehuwd met Willem Gerritsz Haringman), Ermpje P. Scharp en Pieter P. Scharp, kinderen van Maertje Pieters van der Jacht, en verder? Jan Joris NN. Reden van de opmaak: het overlijden in 1680 van JPvdJ, visser beroep: 1/2 kap. Boedelbeschrijving : 1 huis gelegen aan de noordzijde van de Zuidvliet, 1 huis(en erf) gelegen aan de westzijde van de Hoogstraat, obligaties ter waarde van ƒ 578.90, geld ter waarde van ƒ 190.00. In het voorhuis: 2 schilderijtjes, 8 aardewerken schotels, 1 bruine kast, 2 stoelen, 3 blauwe zitkussens, 1 paars zitkussen, zeven stuks aardewerk op de kast, 1 geverfde bank. In de keuken: 1 bed, 1 peluw, 2 dekens, 1 beddekleed, 2 blauwe gordijnen, 1 rabat, 1 blauw schoorsteenkleed, 6 schilderijen, 6 stoelen, 1 bankje, 1 kapstok, 18 schotels, 6 tafelborden, 3 pulletjes, 2 koppen, 1 spiegel, 1 achtkantige tafel, 1 ronde doos, 1 geverfd kastje, 1 bierkan, 4 zilveren lepels, 1 zilveren ketting met een haakje, 19 pond garen, 2 pond vlas, 1 paars schortekleed, 2 blauwe schortekleden, 4 mutsen, 7 halsjes, 18 halsdoeken, 18 zakneusdoeken, een webbe van 30 ellen wit linnen, een webbe van 10 ellen wit linnen, 1 naaikussen, 1 nachtmantel. Op de zolder: 1 bed, 1 peluw, 2 hoofdkussens, 2 dekens, 1 beddekleed, 2 gordijnen, 1 rabat, 5 klerenstokken, 1 koperen wasketel, 1 koperen asketel, 1 koperen potje, 1 koperen schuimspaan, 1 ijzeren hangijzer, 1 beugeltouw, 1 tang, 1 asschep, 1 koekepan, 1 kandelaar, 2 oude linnen lakens, 25 linnen slaaplakens, 22 linnen slopen, 6 linnen slopen, 2 linnen tafellakens, 5 vierkante linnen tafellakens, 32 linnen servetten, 5 linnen hemden, 3 mantels, 2 rokken, 3 schorten, 2 rijglijven, 3 schorten, 4 steekmutsen, 2 mopmutsen, 2 linnen mutsen, 1 zilver hoofdijzer, 10 hemden, 2 kousen. Verder zijn er de volgende schulden wegens doodskist ƒ 7.00, wegens kleed ƒ 8.45, wegens maken van graf f4.90, wegens vlees ƒ 11.35, wegens zalm ƒ 11.30, wegens bier ƒ 7.85, wegens suiker en kaken ƒ 12.10, wegens boter en kaas ƒ 5.35, wegens brood ƒ 4.05, wegens huur van tin ƒ 2.65, doodschuld ƒ 14.10, wegens afleggen ƒ 8.30, wegens braad en vlees ƒ 0.90. Totaal der schulden ƒ 152.80. [259]

1346. JAN JANSZ (VAN WILLIGEN??)(¥), tr. vóór ca. 1635

1347. MACHTELT VOLCKERS VAN ERCKELENS, geb. vóór ca. 1615, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk 21/27-9-1676 (graf nr. 207) [270], tr. 2o vóór ca. 1645 GIJSBERT BAERENSE LANGERACK(¥), geb. 1616/7, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk 3/7-12-1690 (graf nr. 207) [271], wordt ook genoemd Gijsbert van Schoonhoven, wanneer hij dit graf koopt op 29-7-1661, vermeld in notarieel archief Maassluis 1661-1663, [272] kaasverkoper (1663).

COMMENTAAR(¥) Is er verband met Mr. Heijndrick Hendricxz van Willigen, advocaat voor den Hove van Holland (1624),[273] schepen van Delft ( 1620),[274], wiens zegel is : een diagonaal geplaatst zwaard, gevest in de rechteronderhoek?
of met Catharina van Willigen, wed. van wijlen Robbrecht van den Bergh, te Maassluis 1644[275]
of met een geslacht Van Willigen te Rotterdam/Delft, waarin diverse naamdragers Jan die in aanmerking zouden kunnen komen als kw. nr. 1346.


COMMENTAAR(¥) Is er een verband met Gijsbert (van Langerack te Nieuwpoort.[276]

Wapen Van Erckelens : Drie vierbladige rozen 2 en 1 geplaatst.[277]
Graf in de Grote Kerk van Maassluis :[278]
Hier leyt begraven Machtelt Volckers van Erckelens, de huysvrou van Gijsbert Barentsen Langerack gestorven den 21en September 1676 ende haer man Gijsbert Baerensen Langerack oudt 73 jaer is gestorven den 3en December anno 1690.

1348. ROMBOUT (ROMMER) ROMBOUTSZ VAN BESOYEN, geb. vóór ca. 1615, beg. Maassluis 19-3-1696, kagenaar (1642, 1643), koopt 30-12-1664 graf nr. 33 in de Grote Kerk van Maassluis [283], vermeld in notarieel archief Maassluis 1665, 1666 ("op de wip"?), [284] tr. 2o Maassluis 13-8-1665 ADA PIETERS, weduwe (1665), tr. 1o Maassluis 22-1-1640

1349. NEELTJE GERRITS, ovl. 1653-1665, tr. 1o Maassluis 7-4-1630 BENJAMIN JACOBSZ (DE) HAAIJ, ovl. 1638-1640, visser (1633). zn. van Jacob Engelbrechtsz de Haeij.

Op 25-4-1642 gaat Heyndrick van Besoyen met Adam Adriaans Corporaal en Rombout Rombouts van Besoyen, kagenaar, een maatschap van kapenaars aan. [285] [286]
Op 20-5-1643 gaat Rombout Romboutss van Besoijen, kagenaar, weer een contract aan. [287]

1350. SYMON CLAES (VAN DER SWET)(¥), geb. Maassluis vóór ca. 1620, scheepmaker (1638), tr. Maassluis geref. 4-7-1637

1351. JANNETJE JACOBS LEVERSTEYN(S), geb. Maassluis vóór ca. 1620, beg. Maassluis 16-8-1682. vermeld in notarieel archief Maassluis 1650, 1656. [288]

COMMENTAAR(¥) Is hij mogelijk verwant aan
vul aan Kron. 6 (1997) 194 2x
Arent Jans van der Swet, die in 1631 in de Lier komt wonen "in de woning van Gerrit Willems", en uit wie mogelijk : a) Jan Arends van Sweth, b) Jannetje Arens van Sweth, beg. De Lier 1672/73 (impost fl 8,--) tr. Gerrit Gerrits, c) Wijven Arens van Sweth, beg. De Lier 1668/69 (impost f 8,--) [289].
of aan Cornelis Pieters van Sweth, tr. le Hilletgen Jansdr, tr. 2e Wateringen gerecht 15-4-1681 Barber Pietersdr. van der Houven (van Wateringen).[290]
of Michiel Harmansz van der Sweth, geb. ca 1620, wonend te Overschie, ambachtsbewaarder van Schieveen, boer aan de Swetheul, ovl. 1668, tr. Overschie 30-10-1647 Neeltje Pieterse Ackersdijck [291], zn. van Harman Michielsz (van der Swet), geb. Overschie ca . 1572, wonend te Schieveen, ambachtsbewaarder van de 64 hoeven, ovl. na 23-4-1651 en Ariaantje Dircxdr. van Dijck etc.
of Jan Rijers van der Swet, schoolmr., wordt 7-4-1731 het weeshuis te Maassluis uitgezet wegens dronkenschap en onbehoorlijk gedrag.[292]
Mattheus Pieterse van Swet, j.m., otr/tr. Maasland 28-4/20-5-1691 Pietertje Claes van der Cijs beide won. Maasland.
Paulus Pieterse van Swet, j.m., otr/tr. Maasland 30-10/15-11-1693 Aeghje Cornelis Beresteyn, wed. beide won. Maasland.

1352. WILLEM ARIJ(A)ENSZ (ARENTSZ) BREUR, geb. 1612/13, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk 19-5-1660 (graf nr. 344) [297], koopt op 17-12-1652 dit graf in de Grote Kerk, ook genoemd als Willem Arensz van Opdam,[298] reder en/of boekhouder te Maassluis, gecommitterde van de visserij (1640-1641) en president (1642) van het college van de visserij te Maassluis [299], koopman (1650, 1659), vermeld in 14 notarië akten te Maassluis 1650(dan 37 jr.)-1666 en van 1662-1664 als Willem Adrijaens Breur zaliger,[300] tr. Maassluis juli 1636 (attestatie naar Vlaardingen 14-5-1636)

1353. WIJVE ROCHUS (VAN POMEREN), geb. Vlaardingen vóór ca. 1615, ovl./beg. Maassluis (impost) 25/26-1-1697, wordt vermeld als rechthebbende in een boedelscheidingsakte te Vlaardingen 17-7-1662 vanwege het overlijden van haar moeder [301].

Wapen Breur : Een zeilend schip, in een gedeeld schildhoofd I. een leeuw, II. een vogel. [302] Dit wapen komt voor op zijn grafzerk in de Grote Kerk te Maassluis.

Graf in de Grote kerk van Maassluis nr. 344 :[303]
D. G. H. T. W. A. B. (dit graf hoort toe Willem Ariensen Breur) Hier leyt begraven Aeltge Willems de dochter van Willem Aeriensen Breur sij sterf int jaer 1642 den 17 October en was ontrent out jaren ende haer vader Willem Aryensen Breur sterf den 19 July 1660 oudt 47 jaren.

klik op plaatje(s) om te vergroten
Willem Arenss Breur wordt vermeld in twee notariële akten te Maassluis:
Akte van voogdij d.d. 12-10-1639, dan geh. met Wijve Rochus, zuster van Jacob Rochuss en Arij Rochuss, [304]
Attestatie d.d. 9-11-1639, dan koopman te Maassluis, oud 26 jr. [305]
In een akte van Procuratie d.d. 10-6-1644 wordt vermeld Wijvetje Rochusdr van Pomeren, geh. met Willem Adriaenss Breur. Zij is dr. van Aeltgen Pellen zaliger, haar tante is Anneke Pelle. [306]
Wijve Rochusdr van Pomeren komt voor in een tiental akten te Maassluis (1653..1666). [307]
In 1674 wordt de tuin van Wijve Rochus van Pomeren, wed. van Willem Adriaensz Breur, aan de zuidzijde van de Lange Boonestraat te Maassluis aangekocht ten behoeve van de bouw van het Hervormde Weeshuis aldaar [308].

1354. JAN WILLEMSZ SCHIM, geb. Maassluis, ovl. 1659-1663, zeilmaker wonend te Maassluis, testeert op 16-6-1636 met zijn vrouw Claesge Claes,[324] vermeld als zn. van Wm. Jansz Schim zaliger, koopman te Maassluis, en Annitge Leendersdr in een overeenkomst d.d. 27-11-1636,[325] zeilenmaker (1631..1656), koopt op 7-10-1656 graf nr. 364 in de Grote Kerk te Maassluis [326], vermeld in notarieel archief Maassluis 1656..1665 (in 1663 zaliger!),[327] belender te Vlaerdingerwout (1659),[328], otr. 2o Maasluis (attestatie 1650) LIJSBETH LOUWEN, weduwe wonend te Maasland (1650), tr. 1o Maassluis 12-5-1630 (zij onder patroniem)

1355. CLAESJE CLAAS TOUWE, geb. Vlaardingen, ovl. Maassluis 1648-1650.

Wapen Touw (van der Burch) : In goud een rode rechterschuinbalk.[329].

1356. PIETER (PETRUS) VAN WAESBERG(H)E(N), geb. Rotterdam 20-5-1599, beg. Rotterdam 6-11-1661, doopget. (1628..1646), koopman (1627), boekverkoper en boekdrukker te Rotterdam (1622-1661) op 't Steiger by de Merckt (1634-1661), met als uithangbord "In De Zwarte Klock" (1634-1650) en "In De gekroonde Leeuw" (1650-1661) stadsdrukker te Rotterdam (1633-1652), [331] en drukker van het Ed. Mog. Coll. der Admiraliteit op de Maze, belender, samen met meester Davit (zie kw. nr. 851 sub b), schoolmeester, met het huis het "Swijnshooft" op het West-Nieuwland (1629),[332] treedt op als medevoogd van de kinderen van Louris Lourisz (1640), [333] woont op de Delfsevaert (1660), doopget. (1659, 1660), otr./tr. 2o Rotterdam/Kralingen geref. 18-7/15-8-1660 (met attestatie van Rotterdam naar Cralingen) als weduwnaar afkomstig van Rotterdam MARIA CORNELISDR. VAN T(H)UYL(L), j.d., afkomstig van Bommel, woont op de Delfsevaert (1660, 1662), doopget. (1663). Zij hertr. als zijn weduwe wonend op de Delfse Vaart Rotterdam geref. 25-6/18-7-1662 Samuel Langle(e) (Langke), j.m., afkomstig van Rotterdam, wonend op de Beeste Mart, bij wie zij nog 3 kinderen krijgt. Hij otr. 1o Rotterdam geref. 10-5-1626 (met attestatie naar Enkhuizen), otr./tr. 1o Enkhuizen 8-5/9-6-1626 [334]

1357. CATHARINA (CATELINA) LA VIE (VIA), geb. Enkhuizen 4-11-1602, ovl./beg. Rotterdam 25/26-1-1659, woont op de Brestraat te Enkhuizen (1626). doopget. te Rotterdam (1628..1646), te Leiden (1632) en te Enkhuizen (1650).

Voorpagina van de "Ordonnantie, Edict ende Ghebodt, Ons's Heeren des Koninghs, Op 't stuck van de Criminele Justitien, in dese Nederlanden", uitgegeven door Pieter van Waesberge (1599-1661), Ordinaris Drucker der Stad Rotterdam, op 't Steygher in de ghekroonde Leeuw, anno 1650
Bron : brochure "Anno 1590", uitg. drukkerij Van Waesberghe en Van Sijn, Rotterdam

klik op plaatje(s) om te vergroten
zoek op testament van Pieter van Waesberge
Op 6-7-1627 bevestigt Pieter van Waesberge, coopman, schuldig te zijn aan Isaac Quesne een bedrag van 400 gulden wegens geleend geld. [335]
Op 31-1-1630 verklaart Pieter van Waesberghen, 30 jr, op verzoek van Barent Arentsz, beiden Bouckvercooper te Leeuwaerden in Vrieslant(¥) dat hij, Pieter van Waesberghen in augustus 1628 aan Barent Arentsz enkele ongebonden boeken heeft verkocht voor 74 gulden. Hiervoor ontving hij een obligatie. Het bedrag is nog niet aan hem voldaan. Tevens verklaart Pieter van Waesberghen dat zijn zwager mr. Davidt van Hoogenhuysen met deze zaak niets uitstaande heeft. [336]

COMMENTAAR(¥) Uit niets blijkt dat Pieter van Waesberghen ook bouckvercooper te Leeuwaerden was. Hoe zit dat? ZOEK UIT
Op 2-2-1630 verkoopt Pieter van Waesberghen, bouckvercooper, aan Cornelis Jansz Bosch, een huis en erve staande aan de zuidzijde van het Marckvelt, belend ten oosten Claes Matheeusz Verhoeven, ten westen Cornelis van Geel, waert in het Gouden Laecken, strekkende achter aan het erf van mr. Davidt van Hoogerhuysen. [337]
Op 25-4-1630 bevestigen Pieter van Waesbergen en zijn vrouw Catharina La Via of Lavia of Delavia, schuldig te zijn aan mr. David van Hoogenhuyse een bedrag van 1.200 gulden en verbinden als zekerheid hun vordering groot 3.000 gulden op Franchois Cornelisz de La Via te Enckhuysen. [338]
Op 30-6-1631 draagt Catrina Dupiere, weduwe van Jan van Waesbergen, alle uitstaande schulden in Brabant en Vlaenderen over, aan haar zoon Pieter van Waesbergen. Volgens machtiging gepasseerd voor Hendrick van Groynbergen, notaris d.d. 8 april verleden. Uitgezonderd is een aanspraak op Pieter van de Manacker. [339]
Op 7-10-1631 machtigt Heynrick de Leeuw, capiteyn, Cornelis van Crimpen advocaat, om het beslag dat Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, op zijn gage heeft gelegd, aan te vechten. [340]
Op 2-9-1632 heeft Adriaen van Asperen, wijncoper, aan Pieter van Waesbergen, coopman alhier tegenwoordig verblijvend in Antwerpen bij Jan van Cnobbaert, boeckvercoper wonende bij de Jesuwytekerck, met schipper Swart Thijsz acht vaten Franse wijnen gezonden om deze voor hem, tegen door hem vastgestelde prijzen, te verkopen. Hij machtigt nu Philips Heemssen, cruydenier wonende te Antwerpen, om aan Van Waesbergen te verzoeken het geld en de eventueel onverkochte wijnen aan hem over te dragen, zonodig met behulp van justitie. [341]
Op 15-2-1633 wordt verslag gedaan van een bijeenkomst op verzoek van Reynier van Percijn, raadsheer, in het huis van Adriaen Jansz Breetvelt, man van Annetgen Vrericxdr, waarbij ook aanwezig was Sara van Mistelen, vrouw van Percijn, bijgestaan door Pieter van Waesbergen. Zij meent nog geld tegoed te hebben van Annetgen Vrericxdr, maar haar man beweert dat de rekening geheel is voldaan. [342]
Op 8-2-1634 bekent Pieter van Waesbergen, boeckvercoper van het Steyger, 800 gld schuldig te zijn aan Anthonis Huygen Keyser. Borg is zijn broer Abraham van Waesbergen. [343]
Op 15-4-1634 dragen Jacob de Mars notaris alhier, mede namens zijn zwager Lodewijck Pijn, weduwnaar van Elysabet de Mars, alsook voor Grietgen de Mars zijn zuster, en procuratie hebbende van Lodewijck Pijn als voogd over Jan en Harmen de Mars zijn minderjarige broers, allen erfgenamen van hun ouders Jan de Mars en Cornelia Jacobsdr, over aan Pieter van Waesberghen, boekvercooper, een vordering van tachtig gulden op Jan van de Velde. De akte is opgemaakt in herberg het Swijnshoofd. [344]
Op 9-6-1634 ontslaan Arent de Vries, Jan van de Berch, Boudewijn van Berendrecht en Pieter van Waesbergen, ieder voor 1/8 deel, Frans van Bonchelwaert en Pieter Berckenij, ieder voor 1/4 deel, reders van het schip "de Grooten Nachtegael", de laatste 2 reders van de borgtocht van 22000 gulden, die zij aangegaaan zijn ten behoeve van de admiraliteyt. Capiteyn op het schip is Robbrecht Baerthouts Post van Delft. [345]
Op 19-6-1634 (de datum kan ook 9-6 zijn) sluiten Francoys van Bonckelwaert, Pieter Berckenij, ieder voor 1/4 deel, Arent de Vries, Jan van den Berch, Boudewijn van Berendrecht en Pieter Waesbergen, ieder voor 1/8 deel, reders ter vrije nering van het schip "de Grooten Nachtegael" een contract. Ieder zal zijn deel inbrengen en kan dit niet overdragen. Capiteyn op het schip is Robbrecht Baerthouts Post van Delft. Bouckelwaert wordt als boekhouder aangesteld. [346]
Op 8-2-1635 bekent Pieter van Waesberge, koopman, ƒ 648,- schuldig te zijn aan zijn broer Abraham van Waesberge, die ook koopman is. [347]
Op 26-2-1635 passeert een identieke akte. [348]
Op 13-10-1635 heeft Abraham van Waesbergen, coopman, zich borg gesteld voor Pieter Waesbergen, zijn broer, die 800 gulden schuldig is aan Anthonis Huygen Keyser en komt nu met hem een betalingsregeling overeen. Borgstelling volgens akte gepasseerd voor Adriaen Kieboom, notaris d.d. 8-2-1634. [349]
Op 2-6-1636 hebben Pieter van Waesberghen, bouckvercooper te Rotterdam, en zijn zwager Charles Lavia, taeffelhouder van de Banck van Leeninghe te Schiedam, een geschil omtrent de eigendom van de Bank van Leening. Na arbitrage belooft Lavia 1.150 gulden aan Van Waesbergen te betalen. De arbiters zijn: Jan van Aller, notaris en procureur, en mr. Davidt van Hoogenhuysen te Amsterdam. [350]
Op 14-7-1636 Charles Lavya, taeffelhouder v.d. Bank van Leenninge te Schiedam, bekent met toestemming van zijn zwager Pieter van Waesberghen, bouckvercooper, schuldig te zijn de somma van 1.000 gulden aan Jan Jacobsz Ketelaer, sulversmit. [351]
Op 21-6-1637 passeren de verkoopvoorwaarden van een huis en erf, vanouds genaamd Leckerkerk, door Abraham van Waesbergen verkocht aan Isaac van Waesbergen, zijn broer. De volgende personen worden genoemd: Pieter Ariensz Moyman te Zevenhuysen, Johannes van der Vucht in Waddincxveen, hun andere broer Pieter van Waesbergen en Adriaen Lievensz van Haemstede. [352]
Op 29-7-1637 draagt Anthonis Verhaer, capiteyn, over aan Pieter van Waesbergen, bouckvercoper, een restcedulle ten laste van de admiraliteit verleden ten behoeve van Arent de Four of Defour van Nimmeghen en een ordenante ten behoeve van Anthonis Dircksz die gediend heeft bij capiteyn Heyndrick de Leeuw, eerste man van Verhaers vrouw. Deze tweede ordonnantie is getekend door de heer Wolterus, raet van de admiraliteyt en is ten laste van Johan van IJck, ontfanger-generael. [353]
Op 21-7-1638 worden op verzoek van Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, verklaringen afgelegd door Pieter van Ghelen, 53 jaar, schoolmeester. en Stheven Wielickx, bouckdrucker 50 jaar. Door attestanten zijn in 1638 bij de weduwe van Mathijs Sebasteansz boeken gedrukt voor Isaack van Waesberghen, bouckvercooper, die van de weduwe boeken kocht gemaakt door domine Episcopius, tegen zekere boekjes getiteld Arcanius Arminanismi. In aanwezigheid van Isaac en Sebastiaen Mathijsz de zoon van voorn. weduwe van Mathijs Sebasteaensz zijn de boeken geteld waarbij is gebleken dat te veel bladen zijn gedrukt. [354]
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1638: Pieter van Waesbergen, Obligatie [355]
Op 22-5-1639 verrekenen Abraham van Waesbergen en zijn broer Isaacq van Waesbergen wederzijdse schulden en vorderingen. Het betreft: een obligatie van 900 gld. t.b.v. Adriaen Lievens van Haemstede, de kosten van een huis en erf genaamd 'Leckerkerck' staande in de Hoochstraet, een betaling van Gerard Barentsz, wijncooper, Willem Jacobsz en Pieter van Waesbergen, hun broer. [356]
Op 28-3-1640 bekent Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, 600 gulden schuldig te zijn aan Everardus Cloppenburch. bouckvercooper te Amsterdam, wegens een obligatie verschuldigd aan Jan Evertsen Cloppenburch, vader van Everardus Cloppenburch. [357]
Op 27-8-1642 bekent Willem Strick, koopman, wonend te Utrecht, 127 gulden schuldig te zijn aan Pieter Waesbergen, bouckvercooper, voor de levering van boucken en coopmanschappen. [358]
Op 19-3-1643 bekent Geurt Jansz Vermarck (tekent: Vermerck), bouckebinder, 400 gulden schuldig te zijn aan Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, voor de leverantie van boeken. [359]
Op 26-3-1643 doet Davit van Hogenhuijsen, die van IJsaac Waesbergen actie en transport heeft volgens transport van 5-8-1642 bij notaris Jan Verheijen, voor een ordonnnatie ten laste van de Raet ter Admiraliteyt van 400 gulden, dd. 22-5-1642, hier geheel afstand van, en autoriseert Pieter Waesbergen tot de ontvangst. [360]
Op 2-8-1644 bekent Pieter van Waesbergen 1.000 car. gulden schuldig te zijn aan Wessel Egbertsz van der Heul, substituut secretaris. In de marge: afgelost 7-6-1645. [361]
Op 25-7-1650 stelt Johannes Neranus, bouckvercooper, zich voor 200 carolus gulden borg ten behoeve van Pieter van Waesberghen, bouckvercooper, voor Jacob Colum, bouckvercooper te Amsterdam. [362]
Op 22-1-1652 heeft te Rotterdam Mathijs Jorisz van Aerts, vader van zijn overleden zoon Phillips van Aerts, een bedrag van 168 gulden ontvangen uit handen van Pieter van Waesbergen, als zijn deel in diens nalatenschap. Phillips was getrouwd met Susanneken Huysman, dochter van Anthony Huysman, notaris en procureur te Batavia. De nalatenschap was geregeld bij testament voor secretaris Pieter Hackius te Batavia d.d. 19-2-1650. [363]
Op 20-1-1656 gaat Pieter van Waesbergen, boeckvercoper, akkoord met de behandeling van zijn zaak tegen Joannis Neramis, boeckvercoper, zoals die door Joannes van Weel notaris en procureur behandeld is en tegen Hieronimus Carim of Caum, lettersetter en boekdrucker, en die tegen Abraham Jansz Leffers anders genoemd Lessenaer, boeckbinder. Hij machtigt hem verder te gaan met de zaak tegen Abraham Jansz Leffers. Verder machtigt hij Mr. Pieter Verschuer advocaat om met zijn zaken verder te gaan. [364]

1358. GERRIDT (GERARDUS) WILLEMSZ VAN DIJ(C)K, geb. Utrecht, beg. Rotterdam 6-7-1664 (als Gerrit Dijk, weduwnaar), woont te Utrecht (1630), notaris, deurwaarder voor het Hof van Utrecht, doopget. (1660) otr./tr. Utrecht schepenen/RK 22/29-5-1630 (beide zijn RK)

1359. MEIJNTJE (WE(IJ)NDELMOED) HARMENS (VAN RAMSDONCK), geb. Utrecht, ovl. vóór 1664 (volgens onbekende Ref. Rotterdam 3-6-1660, doch aldaar geen beg. gevonden), woont te Utrecht (1630). Weijndelmoed van Ramsdonck en echtgenoot Gerrit vanDijck, deurwaarder aan het Hof, vragen octrooi aan om te testeren 2-3-1631 (Dirk Bosch, procureur).[371]

1360. Ds. JACOB(US) (JANS) RIDDERUS, geb. Leiden 1594, ovl. Middelharnis 1663, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 13-4-1619,[376] afkomstig van Leiden, predikant te Warmenhuysen bij Alkmaer (1617), Middelharnis (1621-1663, bevestigd 30-11-1621),[377] doopget. (1653, 1661), tr. 2o Brielle 8-9-1654[378] [379] MARIA (VAN DER) WELLE, ovl. na 1660, wed. van Ds. Johannes Courtenius, predikant te Nieuwenhoven (1619), en Goedereede (1621-1647), otr. 1o Leiden geref. 1-9-1617 (get. Jan de Ridder, zijn vader, en Phillippina Pit, haar zuster)

1361. ANNA PIT, geb. vóór ca. 1600, ovl. 1620-1654, afkomstig van Leiden (1617).

Acta van de kerkeraad van Middelharnis van 3 Julij 1635: "D. Ridderus heeft volgens syne credentie raet van de E. Vergaderinge gesocht om te steuten ende voor te comen de groote insolentie ende stouticheyt van de Mennisten, derselver stouticheyt eenige exemplen verhalende. De Vergaderinge heeft goetgevonden dat D. Ridderus, geassisteert met D. Hartwech ende D. Pantechem, eerst dese insolentie sullen remonstreren aen de Ambachtsheeren met versoeck dat deselfde door haer authoriteit geweert werde, ende niet connende iet vruchtbairlix utrichten, sullen vermogen verder te remonstreren by de Hooge Overicheyt, ja alles int werck te stellen wat sy om een goet effect te betomen sullen goetvinden te behooren."[380]
Ds. Jacobus Ridderus, predikant te Middelharnis, treedt op als getuige in akten van huw. voorw. 21-3-1636,[381] testament 30-9-1636, 15-7-1637, 17-7-1637,[382] en huw. voorw. 6-5-1648.[383]
In 1662 verkoopt Ds. Ridderus, als echtgenoot van de weduwe van Ds. J. de Court, en de kinderen van Joannes de Court, het huis, genaamd "het Paradijs", dat in 1649 door Joannes de Court te Brielle gekocht was.[384]

Handtekeningen, waaronder die van Joannes Ridderus (1661-1716), onder de hieronder beschreven akte van attestatie d.d. 11-12-1698.
klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 11-12-1698 verklaren Isbrand van der Elst, Abraham Corssendonck, Joannes Ridderus, Cornelis Luda, Abaraham Paradijs, Willem Kinke en Jochem van den Ende, allen coopluijden te Delft, ten verzoeke van Joannes Femwijck?, coopman ende raffinadeur te Rotterdam, dat zij gedurende 3 jaren met hem handel gedreven hebben, en dat hij een eerlijck ende fatsoenlijk coopman is. [398]

1362. JAN DAVIDSZ CAPERMAN, geb. vóór ca. 1605, ovl. na 16230, parentatie niet bewezen, wonende op de Grevelingendijk onder Geervliet (1628), belender te Geervliet bij de Hoenderhoekseweg (1632).

Op 8-11-1628 transporteert Jan Davidsz Caperman aan Cornelis Ariens Compeer als oom en voogd van de weeskinderen van Cornelis Ariens Compeer (sic, bedoeld zal zijn Gerrit) - 3 G in Oud Markenburg (belend n. Claas Gillisz, o. Wouter Jacobsz, z. de kinderen van Lenert Ariens, w. de Hogelandseweg. - 1 G 100 R in Oud Tolland (belend o. de Noorddijk, z. Lodewijk de Labije, w. Meeus Thomasz, n. Cornelis Jansz burgemeester). [399]
Op 16-11-1628 wordt Jan Davidsz Caperman, bij overdracht door mr. Maximiliaan van Bekerke, beleend met 1/6 deel van de Middeldijk van de Kapershoek (sic!) strekkend van de scheiding van Geervliet en Spijkenisse tot Oosterlekerdam, zo breed als beide sloten. Het hele leen is belast met 3 pond hollands jaarlijks en leenroerig aan de hofstede Putten.[400]
Op 16-11-1628 compareerden in Den Haag, Jacob Jansz Coppert, Cornelis Jan Lenerts, Jacob Jansz en Jan Davidts Caperman, allen wonende op de Grevelingendijk onder Geervliet. Zij bekenden schuldig te zijn aan mr. Maximiliaen van Bekercken, "advocaet voor den voorz. Hove", de somme van 370 Car. guldens tot 10 grooten 't stuck ter saecke ende reste van den cooppenningen van den voorz. Groenendijck, henluijden op huijden voor stadthouder ende leenmannen van Holland overgedragen. [401]
Op 20-8-1629 bekent Jan Davidsz Caperman aan de erfgenamen van Hendrik Jansz in leven gewoond hebbende aan de Conijndijk, een schuld van ƒ 2000 wegens koop van een huis, erf, keet, berge etc. aan de Conijndijk en een boomgaard in Schiekamp tegenover de woning, met overname van 60 G bruikwaar. [402]
Op 23-2-1630 transporteren Jan Davidsz Caperman en Arie Dirksz Hoenderhoek als erfgenamen van wijlen David Jansz Caperman aan Johan v.d. Werve, heer van Urk en Emmeloord, 4 G in Oud Noordeland (belend o. de koper, z. de Geervlietsedijk, w. de koper en de vrouwe van Ghijssenburg, n. de Oud-Noordelandsedijk). [403]
Op 23-2-1630 transporteren de erfgenamen van David Jansz Caperman aan Jacob Ariens Koelbier, schepen van Geervliet, ca 1 G buitengors aan de Oudhoenderhoeksedijk (belend o. en w. de erfgenamen van Beresteijn, z. de Bernisse, n. voornoemde dijk). [404]

1366. = 1354. JAN WILLEMSZ SCHIM.

1367. = 1355. CLAESJE CLAES TOUWE.

1368. JOORIS MAERT(EN)SZ (VISSCHER)(¥), ovl. 1636-1643, wordt genoemd als Jooris Maertsz, vader van Ary Jorisz, bij de doop van diens zoon Joris Arens in 1636, tr. vóór ca. 1609?

1369. CRIJNTGEN HUBRECHTSDR.

Crijntgen Hubrechtsdr, wonend te Maassluis, wed. van Joris Maertss Visscher, testeert te Maassluis 5-9-1643. Zij is moeder van Jan Joriss.

1370. = 2690. GOVERT PIETERSZ VAN WIJN.

1371. = 2691. TRIJNTJE JACOBSDR VAN VELDEN.

1372. LEENDERT GERRITSZ BOCXHOORN, geb. Maasland 1574/75, ovl./beg. Maassluis Grote K. 1-10-1638/okt. 1638 (graf nr. 141) [408], diaken (1608) [409] en ouderling (1637) [410] van de geref. kerk, koopman, burgemeester (1622..1634), schepen (1636-1637) van Maassluis [411] en als reder/boekhouder gecommitteerde van de visserij aldaar (1612, 1616, 1620),[412] koopman (1622..1638), reder (1616..1635) te Maassluis, tr. 2o 1631-1638 NEELTGE GERRITSDR, ovl. na 1643, koopvrouw (1641), woont te Maassluis (1638..1643), tr. 1o voor 1607

1373. TEUNTJE WILLEMS, ovl./beg. Maassluis Grote K. 31-3/april-1631 (graf nr. 141) [413].

Graf nr. 141 in de grote Kerk van Maassluis:[414]
Dit graf hoort toe Gerret Leenderts Buxhoorn. (Twee wapens : 1. drie springende bokken. Helmteken: een boom.) Hier leyt begraven Trientgen Willemsd. sterf den 31e Maert anno 1631. Hier leyt begraven Leendert Gerritz. Buxhoorn sterf den ... October 1638 was out 63 jaren. Hier leyt begraven Leentje Gerritdr. Buxhoorn sterf den 19 November 1646 was out 14 jaer en 7 maenden. Hier leyt begraven Gerrit Leendertsz. Buxhoorn stierf den 2en November ao. 1670 was out 63 jaren en 5 maenden.
Graf nr. 179: den 4 Octob. 1715 sterf Leendert G. B. out 72 jaer.
Op 14-7-1634 machtigen Leonardt Gerritsz Bocxhoorn, Aert Jansz van Waerdenburch, en Adriaen Jansz Schoonhoven, mede namens Gerrit Cornelisz Boudesteyn, en Hendrick Steffensz van der Laen, regenten van het dorp van Maessluys, Cornelis Pieck, procureur, om hun zaken in rechte waar te nemen. [415]
Op 9-10-1634 komen Aerten Jansz Waerdenburch en Leendert Gerritsz Bocxhoorn uit Maeslantsluys, reders, en Dirck Wijersz Vonck, schipper van het schip de Fortuyn, te Sleckvoorden in Noorwegen geladen met hout, overeen dat de laatste een waarborg van 600 carolusgulden betaalt nu het schip veilig ligt afgemeerd aan het Haringvliet hier ter stede, nadat het door Oostendenaers onder Jasper Houttebeen was genomen doch na 4 etmalen ontzet door Flips Jacobsz Schoneman, capiteyn, die voor voornoemde reders vaart. [416]
Op 30-6-1635 presenteert notaris Nicolaas Vogel Adriaansz aan Gerard Pijl, vendumeester van de admiraliteyt, een insinuatie. Voorn. Pijl is mede-reder van het schip ten oorloge ter zee, ter vrije nering uitgerust op bestelling van de Prince van Oranigen met capiteyn Philips Jacobsz Schoneman van Delfshaven. Dit schip, de St. Thomas met schipper Jan Wijnton, heeft 25 stukken laken vervoerd, waard volgens de reders 400 ponden Vlaems. De lading is opnieuw getaxeerd door Jan Quarles en Joris Chaundler, cooplieden van de Engelsche natie, en geschat op 301 pond en 9 schellingen. Bij afwezigheid van voorn. Pijl is de insinuatie overhandigd aan Leonard Gerardsz Bocxhoorn en Aert Jansz van Waerdenburch, beiden wonend te Maassluys en mede-reders, en wordt geprotesteerd tegen deze mistaxatie en de hierdoor opgelopen schade. De opdrachtgever ondertekent met Barney Reymes. [417]
Op 20-12-1635 komen Nicolaes de Smith, coopman te Gent in Vlaenderen, Louijs Jacobsz Vermande, eveneens coopman en Leendert Gerritsz Bocxhoorn uit Maessluys, met elkaar overeen dat de laatste in Brielle, Vlaerdingen en Maessluys zoveel mogelijk cabeljau, schelvis, heylbot en eventueel gezouten vis zal opkopen en naar Biervliet zenden, waarna hij met wisselbrieven zal worden betaald. [418]
Op 25-9-1636 compareert te Maassluis Leendert Gerritsz Bocxhoorn, oud 61 jr., koopman te Maassluis, voor een Attestatie. [419]
Op 28-9-1638 compareren te Maassluis Leendert Gerritsz Bocxhoorn, koopman wonend te Maassluis en zijn echtgenote Neeltge Gerritsdr wonend te Maassluis, voor een Akte van voogdij. [420]
Neeltgen Gerritsdr, wed. van Leendert Gerritss Bocxhoorn, koopvrouw wonend te Maassluis, compareert te Maassluis voor akten van Procuratie 5-3-1641 en 1-3-1643. [421]

1374. HERTICH ARYENSZ (HOOGHWERF)(¥), tr. Maassluis 11-1-1609

1375. AELTJE FRANSEN.

COMMENTAAR(¥) Is hij mogelijk een broer van Lenert Adriaensz Hartoich, ovl. 1586-1593, die tr. Maertgen Heindricxdr, ovl. na 1593, woont dan St. Pieterssteeg te Schiedam, uit welk echtpaar Cornelis Leenderts Hartich te Schiedam [426]?
of verwant aan Aryen Symonsz de Hoochwerff, tr. Naaldwijk 26-11-1617 Lidewij Jansdr.[427]

1376. LUCAS JANSZ (VAN VOLKOM), geb. Dordrecht, betaalt ƒ 2 hoofdgeld (1622) als eigenaar van een huis aan de Steegoversloot, met huurwaarde YYY, bewoond door 1 man, [429] schippersgezel onder de kapitein van de ponten van Dordrecht wonend op het Nieuwkerkhof te Dordrecht (1627), otr. Dordrecht (schepenen?) 12-9-1627 otr./tr. Dordrecht geref. 26-9/5-12-1627 (in margine: Michiel de Haes, bakker, getuigt dat de moeder van de bruid hiervoor toestemming geeft),[430]

1377. SARA ABRA(HA)MS (ABRAHAM PIETERSDR), afkomstig van Haarlem, wonend in het Torenstraatje (1627).

1380. BAREN(D)T VERHOEVEN (VERHOEF), ged. Doopsgez. 1652.

1381. MAYCKEN GILLIS (GILLES, JIELIS, JELISSEN).

Is er een verband met een geslacht Verhoeven te Dordrecht ca. 1600-1650?[432]

1384. ABRAHAM TARGIER (TARSIERS, TERSIER), geb. Doopsgez. Dordrecht vóór ca. 1615, ovl. Dordrecht doopsgez. 12-2-1676 ("Abraham Tergier, diaken dienaar"), j.m., twijnder wonend te Dordrecht (1640), grutter te Dordrecht, huw. get. (1658), burger van Dordrecht (1671), diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1676), otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 28-11/26-12-1640 (get. voor hem Cornelis Dierxsz van Oosterwijck, en Tanneken Jans, haar moeder)

1385. LIJSBETH JOCHEMS VAN GENT, geb./ged. Doopsgez. Dordrecht ../22-3-1637, ovl. 1691-1699, j.d. wonend te Dordrecht (1640), huw. get. (1678..1683).

Op 23-1-1691 verleent Ariaentje Claesdr hypotheek van ƒ 2000 aan Abraham Tergier, koopman. Als onderpand dient een pand genaamd de "Eenhoorn" in de Nieuwkerkstraat te Dordrecht, belend door Pieter Gront, ijzerkoper, en Pieter Gront, bakker. Overige personen Elisabeth van Gent (weduwe), Francois Mutsert en Abraham Tergier (overleden). [433]
In 1699 zijn de erfgenamen van de weduwe van Abraham Targier belenders in de Voorstraat te Dordrecht.

Dr. Bartholomeus Tersier (1744-1824), wandelend aan het Korte Spaarne met op de achtergrond een van zijn bezittingen: molen Het Fortuin. Geportretteerd door Johannes Pieter Visser Bender (1785-1813). [473] Frontpagina van het boek "Materia Chirurgica of verhandeling over de werkingen der Middelen, die in de heelkunde gebruikelijk zyn", door Joseph Jakob von Plenk, vertaald uit het Duits in het Nederlands door Bartholomeus Tersier (1744-1824), en uitgegeven door Gisbert Timon van Paddenburg, Utrecht, 1772.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Bijdrage door B(artholomeus) van Gent in het boekje met gedichten "Ter Bruyloft van Joachim van Gent en Susanna van Loon, Vereenight binnen Utrecht 4/14 Junij 1682". Bruid en bruidegom waren zijn volle neef en zijn volle nicht (zie kw. nr. 2771 sub c).
klik op plaatje(s) om te vergroten

Bijdrage door D(irck) van Deyl in het boekje met gedichten "Ter Bruyloft van Joachim van Gent en Susanna van Loon, Vereenight binnen Utrecht 4/14 Junij 1682". Bruid en bruidegom waren zijn aangetrouwde neef en nicht (zie kw. nr. 2771 sub c).
klik op plaatje(s) om te vergroten

1386. ANTONI(J) TERWEN, geb. Doopsgez. Dordrecht, ovl. Dordrecht doopsgez. 6-10-1681 ("Antonij Terwen, diaken dienaar"), beg. Dordrecht 7-10-1681, winkelier, burger van Dordrecht (1679), huw. get. (1678, 1681), diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1681), tr. Utrecht (schepenen) 10-3-1661

1387. SARA VAN DE(R) POEL, geb. vóór ca. 1640, ovl. 1707-1731, huw. get. (1681, 1688), testeert 1707, voert blijkens testament op later e leeftijd een gezamenlijke huishouding met haar drie ongehuwde dochters Anna, Barbera en Sara, bezit een tuin, gelegen buiten Dordrecht in het Meepaadje (1707). Zij wonen te Dordrecht (1681).

Op 16-5-1679 compareren Cornelis Teruwe, Anthonij Teruwe en Hendrick Teruwe, burgers van Dordrecht, erfgenamen van wijlen Jan Cornelisz Vijgenboom, hun oom en executeurs van het testament van Jan Cornelisz Vijgenboom en diens echtgenote Maria Jacobsdr Metschert. Compareren mede Jan Smith en Jan van Rixtel, getrouwd met Maria Smits, wonende te Amsterdam, voor 2/3 parten erfgenaam van Maria Jacobsdr Metschert, resp. hun tante en behuwd tante. Comparanten verklaren, dat bij de deling en scheiding van de boedel, nagelaten door Vijgenboom en Metschert, aan Hendrick Teruwen is toebedeeld een huis over de brug bij het Bagijnhof naast de gracht, staande tussen de gracht en het huis van Michiel van der Kesel, door Vijgenboom "nieuw getimmerd" en naderhand door hem en zijn vrouw bewoond, in welk huis zij ook zijn overleden. De overige comparanten verklaren, dat zij en hun mede-erfgenamen gecompenseerd zijn met andere goederen uit voornoemde nalatenschap. [497]
Op 26-5-1707 testeert Sara van de Poel, weduwe van Anthonij Terwen, wonende te Dordrecht, gezond van lichaam en geest. Zij legateert aan haar ongehuwde dochters Anna Terwen, Barbera Terwen en Sara Terwen elk een somma van 1400 gl., welke haar getrouwde kinderen reeds hebben gekregen "en in cas imande haar testatrices voorsz. dogters soude willen imputeren ofte affvorderen voldoeninge van de alimentatie die hare voorsz. drie dogters sedert hare meerderjarigheijt soude genoten hebben, 't welcke hare meijninge, begeerte nogte intentie in geen manieren niet en is, soo verclaert de testatrice de voorn. alimentatie ende verder en andersints ja selfs tot haren overlijden toe de opgemelte hare drie dogters bij dese te remitteren in recompense van de diensten haer huijshouden en andersints gedaen, gelijk de testatrice insgelijks is doende aen de dogter van Abraham Targier en Geertruijd Terwen die al eenigen tijde ten haren huijse heeft gewoont." Testatrice wil, dat haar drie ongehuwde dochters hun leven lang gedurende het bezit en vrije gebruik zullen hebben van haar tuin, gelegen buiten Dordrecht in het Meepaadje, zonder daarvoor iets te moeten betalen of in haar boedel in te brengen, evenwel op voorwaarde, dat zij de tuin goed zullen onderhouden, de gewone en buitengewone lasten daarvan zullen betalen en dat degene, die zal gaan trouwen, daarmee het recht op het bezit en gebruik van de tuin zal verliezen. Zij legateert voorts aan haar genoemde dochters een obligatie van 3200 gl. ten laste van Gelijn Clood en diens vrouw met de daarop verlopen interest. Aan haar dochter Anna Terwen legateert zij de jaarlijkse interest van een kapitale somma van 2000 gl. en na het overlijden van Anna aan haar testatrices behoeftige, na te laten kinderen of nakomelingen, totdat de laatste van haar kinderen zal zijn overleden. De eigendom van die 2000 gl. zal daarna toevallen aan haar kleinkinderen, doch in staken en niet per hoofd. Aan haar dochter Sara Terwen legateert zijn haar beste bed, de gordijnen voor de bedstee, de rabatten voor de bedstee en voor de schoorsteen en een stuk goud, waarop "de slag van Vlaenderen" staat. Haar kleren laat zij na aan haar vijf dochters Anna Terwen, Janneken Terwen, Barbera Terwen, Geertruijd Terwen en Sara Terwen. Aan haar kleinkinderen, die de voornaam Anthonij of Sara dragen, vermaakt zij een bedrag van 100 gl. Tot universele erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zoon Pieter Terwen, haar dochter Anna Terwen, haar dochter Janneken Terwen, echtgenote van Joan Copijn, haar dochter Barbera Terwen, haar dochter Sara Terwen en de kinderen van Geertruijd Terwen, bij haar verwekt door Abraham Targier. Haar zoon Jacobus Terwen benoemt zij tot haar mede-erfgenaam in de "blote" legitieme portie, waarop hem zal worden aangerekend al hetgeen hij reeds van haar heeft gekregen. Doch indien hij "sig komt te gedragen in alle moderaetheijt en sonder eenige de alderminste oppositie ofte quaetaerdigheijt door middelen van regten off daer buijten tegens de executeurs van desen testamente en voogden over de minderjarige", stelt zij hem aan tot erfgenaam in een zevende part van haar na te laten goederen. Aan haar dochter Geertruijd Terwen en haar man Abraham Targier legateert zij de opbrengsten, hun leven lang gedurende, van de goederen, die hun kinderen van haar zullen erven. Tot executeurs-testamentair stelt zij aan haar zoon Pieter Terwen, haar schoonzoon Joan Copijn en haar dochter Barbera Terwen en tot voogden Pieter Terwen en Joan Copijn. Zij tekent met haar naam. [498]
De bepaling in bovenstaand testament dat na het overlijden van dochter Anna het legaat ten goede moet komen aan behoeftige descendenten van Sara van de Poel zal in 1734 leiden tot een daartoe strekkend verzoek van Anna's schoonzuster Catharina van de Velde, wed. van Jacobus Terwen (zie hieronder sub i voor de gevolgen).

1388. PIETER GERRITSZ HULSTMAN(S), geb. Oosterhout vóór ca. 1615, ovl. Dordrecht doopsgez. 29-9-1654, jongman wonende te Oosterhout (1641), huw. get. (1643), otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 23-4/20-5-1641 (get. Bartholomeus Leendertsz van Steijn, zijn goede bekende, en Janneken Baltens van Horick, weduwe van Isaac Gerritsz Cuijp, haar moeder)

1389. GEERTRUYT ISAACS CUYP(SDR), geb. Dordrecht vóór ca. 1620, jonge dochter van Dordrecht (1641).

Wapen Cuyp : Een zwart veld met drie zespuntige gouden sterren, 2,1 geplaatst.[540]

1390. ISAAC(Q) STOFFELS TI(E)RION, ged. Rotterdam 16-2-1628, beg. Gouda 21-12-1699, woonde in Rotterdam, later te Gouda, waar hij deken was in de Doopsgez. kerk [545], perkamentbereider te Gouda (1660), betaalt zout-, zeep-, heren- en redemptiegeld te Gouda (1680), als perkamentwerker op de Kleiweg, wz.,[546] tr. 2o (huwelijk niet gevonden te Amsterdam 1661-1675) SUZANNA NIEUKERCK, geb. (niet gevonden te Amsterdam 1611-1660(¥)), van Amsterdam,[547] tr. 1o Gouda (schepenen) 10-3-1661 [548]

1391. AELTGEN JANS, geb. Doopsgez. Gouda.

COMMENTAAR(¥) wellicht veel later Doopsgez. gedoopt?

Op 17-4-1660 compareerde Isaac Stoffelsz Tierion, Parckement bereider, tegenwoordig wonende binnen Gouda, en bekende wel en deugdelijk schuldig te zijn aan Heijndrick van der Heijme, Regerend Schepen en Brouwer in de Brouwerij van "de Swarte Leeuw" binnen Schiedam, de somma van 300 Car. guldens, ter zake van deugdelijk geleende penningen. [549]

1402. WOUTER JANSZ CLOECK, geb. Gouda, ovl. Dordrecht, korenmeester te Dordrecht. mogelijk als Wouter van der Cloeck Jansz belender in de Nieuwstraat (1699), tr. 1o? MAGDALIENTJE VELTKAMP, otr./tr. Dordrecht/Papendrecht 23-10/6-11-1672

1403. AELTJE HERMANS (HERMENS).

1406. JOHANNES (JAN) BASTIAANS(SEN) (SEBASTIANUS) (SOETHOU(D)T), ged. RK Loon op Zand 4-12-1633[584], ovl. na 1668, verm. voor 1673, j.m. van Loon (1655), als landbouwer, tapper vermeld op de 'Lijst van personen met bezittingen die minder waard zijn dan 2000 gulden' te Loon op Zand (1665),[585] woont te Loon op Zand (1668), otr. 2o 1665-1668 THEUNISKEN PETERS TALEN, mogelijk identiek met Theunesken Peters, ged. geref. Sprang 6-11-1639 als dr. van Peter Theunes Pennings, otr./tr. 1o Sprang geref. 21-7/29-8-1655

1407. THEUNISKEN (ANTHONIA) CORNELIS(SEN) ((DE) LEEUW) (LION), ged. geref. Sprang 17-6-1635(¥), ovl. 1665-1668?, j.d. van Sprang (1655).

COMMENTAAR(¥) Gezien haar trouwdatum (1655) moet Theunisken Cornelis Leeuw geboren zijn vóór ca. 1635. Een doop valt rond die tijd te Sprang niet te vinden. Wel vermeldt het geref. doopboek op 17-6-1635: "Cornelis Petersen aan den Eijkendeick, s(oon) Thoenes". Van een Thoenes Cornelisz Leeuw wordt te Sprang niets meer gevonden. De conclusie moet luiden dat de scribent van het doopboek (predikant of koster) hier hoogstwaarschijnlijk een verschrijving heeft gedaan en dat er moet staan "d(ochter) Thoenesken". In het doopboek zijn meer verschrijvingen aan te wijzen.

Op 28-12-1660 transporteert Jan Bastiaen Janssen Soethout goederen aan zijn broer Aert Bastiaen Janssen Soethout, die bekent schuldig te zijn aan zijn broer Jan een bedrag van 260 gulden terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 1-1-1663 ingelost is. [586]
Op 31-1-1662 wordt Jan Bastiaenssen Soethout aangesteld als opvolger van Wijtman Peeters, samen met Jan Adriaenssen Roosenbrant als voogd over Peeter en Adriaentken, onmondige kinderen van wijlen Bastiaen Jan Adriaens. [587]
Op 8-1-1665 transporteren Jan Willemssen Cuijlman en Bastiaen Tunussen van Vuijtwijck, als voogden over de vier onmondige kinderen van Niclaes Wouterssen van Doremael en Anneken Jan Peeters, goederen aan Jan Bastiaenssen Soethout. [588]

Op dezelfde datum 8-1-1665 bekent Jan Bastiaenssen Soethout schuldig te zijn aan Anneken Jan Peeters en haar kinderen een bedrag van 575 gulden terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 2-11-1670 ingelost is. [589]
Op 9-2-1673 doen Huijbert Bastiaens Soethout en Floris Huijberts de Pruijser, als voogden over de twee onmondige kinderen van Jan Bastiaens Soethout en Anthonia Cornelis de Leeuw, afstand van goederen aan Robbert Adriaens Breeckelmans, Hl. Geestmeester op het Vaertskwartier, ten behoeve van de Hl. Geest. [590]

1410. GEURT JANSEN, geb. vóór ca. 1610, molenaar op de Puurveense Molen bij Barneveld,[594] otr. 2o Barneveld 24-3-1639[595] FRANSJE FRANCKEN, weduwe, tr. 1o Barneveld 18-9-1636[596]

1411. STIJNTJEN JANS, ovl. vóór 24-3-1639[597].

1416. EVERT MAASSEN VAN VELDHUIJSEN, geb. vóór ca. 1630, ovl. Ede-Veldhuizen 31-12-1709, pachter van 'De Slijpkruik' te Ede-Veldhuizen op het landgoed Kernhem,[599] tr. vóór ca. 1655[600] GERRITJE JANS VAN LANGEVELD, of JANTJE CLAASSEN VAN (DE) LANGEVELD, of LIJSBETH JACOBSEN.

1420. AART CORNELISSEN (VAN DER MEIJDEN)(ook genaamd Van de Geer)[602], geb. ca. 1625.

Op 4-2-1694 wordt het graf nr. 49 in de kerk van Veenendaal verkocht aan Dirck Aertsz en Gerrit Aertsz, gebroeders, voor ƒ 10,--,--.
vul aan Kw. VG 178

1422. REM (ROMBOUT) REMMERTSEN (ROMBOUTSZ) BULL DE JONGE, geb. vóór ca. 1610, ovl. na 1669, j.m. van Veenendaal (1636), schoolmeester en koster, landeigenaar,[610] otr./tr. Amersfoort geref. 20-2/11-3-1636[611]

1423. GIJSBERTJE WOUTERS, geb. vóór ca. 1615, j.d. van Groep bij Renswoude, wonend te Amersfoort (1636), landeigenares.[612]

1456. GUILLAUME VAN STEENHUYS(EN), geb. vóór ca. 1615, j.m. van Oplo (1638), corporaal van de adelborsten onder den Heer van Oploo(¥) (1642), corporaal van de adelborsten onder de compagnie van den ouden Heer van Oploo zaliger (1659), otr. 1o Creveceur 28-10-1638, otr./tr. 1o Grave geref. 30-10/31-11-1638 GERTRUIJDA (BERTRUD) JANSSEN, ovl. 1640-1643, j.d. van Grave (1638), otr./tr. 3o Grave geref. 15-11/3-12-1659 CATHARINA ANTONISENS MUITERS, j.d. van Grave, otr./tr. 2o Grave geref. 5/23-7-1642

1457. LEONORA (VAN) NIEUKERCKEN, ovl. 1656-1659, j.d. wonende in de Grave (1642), (mogelijk uit een geslacht Neukirchen).

COMMENTAAR(¥) Toeval of niet, met "den Heer van Oploo" kan niemand anders bedoeld zijn dan Godert van Steenhuijs, Heer van Oploe, Ambtman van het Graafschap en het Land van Cuijck. Zie Steenhuijs waarin de voornamen Walraven en Ludolph.

Drie (onder)trouwinschrijvingen van Guillaume van Steenhuysen in het geref. trouwboek van Grave in 1638, 1642 en 1659.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Steenhuijs

Ia. Godert van Steenhuijs. Heer van Oploe, Ambtman van het Graafschap en het Land van Cuijck, tr. 1o [616] Elberta van Honnepel gend. Impel tot Groen, tr. 2o [617] NN van Boetselaer.

    Uit zijn tweede huwelijk:[622]

IIa. Ludolph van Steenhuijs, ovl. 19-3-1680, beg. Heumen ("met 16 kwartieren"). Heer van Oploe, Heumen, Malden en Florenstein, Drost van de Graafschap en het Land van Cuijck, dat zijn vader aan hem opdroeg in 1637, Cornet 1630, Luitenant-Generaal van de Cavalerie in Staten Dienst, Gouverneur van Grave, ontvangt Oploe van zijn vader 1645, verdraagt zich met zijn broeder Walraven van Steenhuijs tot Aert, die hem Oploe en het goed te Lijnden cedeert (1648), testeert 1677, tr. 26-2-1641[623] Anna van Randwijck, geb. Nijmegen 15-10-1623, ovl. 16-10-1705, beg. Heumen (bij haar man), maakt met haar broer Frederick Hendrik van Randwijck een magescheid (1663 en 1675), dr. van Jacob van Randwijck, Heer van Rossem, Heeselt en Gameren en Jkvr. Genevieve Marie van der Noot-Risoir.

Op 25-2-1642 worden huwelijksche voorwaarden gesloten tussen Ludolph van Steenhuijs en Anna van Randwijck. Zijn huwelijksvrienden zijn : Walraven van Steenhuijs tot Oploe, Godefroij van Steenhujjs, Heer tot Oploe, Bernard van Steenhuijs Thoe Bekestein, Lt.-Colonel. Aan haar zijde getuigen: Genevieve Marie van der Noot, Douairière van Randwijck, Lamoraal van der Noot, Heer van Risoir, Sergeant-Majoor van een Regiment Cavalerie, Frederick Hendrik van Randwijck, Heer tot Rossem, Rutger van Randwijck, Ritmeester en Rutger van Till, Luitenant te Paard.[624]
    Uit dit huwelijk 3 kinderen (over wie de ouders op 8-1-1677 boedelscheiding maakten):
  • a. Walraven van Steenhuijs, geb. 1660?, ovl. 1722?. Heer Van Ubbergen, Randwijk, Malden, Heumen, Oploo en Beek, verkrijgt in 1677 Heumen, Malden, Opl00 en Florenstein, tr. 1690 Lucretia Louise van der Noot. Hieruit verder nageslacht bekend. Zij hertr. Alexander Stuart, majoor der Schotten.
  • b. Geertruid Albertina van Steenhuys, ged. Grave 28-11-1649, ovl. 22-6-1719, tr. 's-Gravenhage 8-10-1674[625] Gijsbert Tengnagell, ovl. 24-7-1705, beg. Gellicum, heer van Gellicum, dijkgraaf van de Tielerwaard, geadmitteerd in de ridderschap van Nijmegen, zn. van Alexander Tengnagell, heer van Gellicum, kapitein der infanterie, dijkgraaf van Tielerwaard, geadmitteerd in de ridderschap van Nijmegen, gecomm. ter Staten-Generaal, en Geertruid Ermgard van den Boetzelaer.

1458. WILLEM MICH(A)ELS, geb. vóór ca. 1645, ovl. 1706-1709, woont te Sambeek (1663), vermeld als ontvanger van een tijns te Sambeek (1669), get. in een not. akte te Sambeek (1676), belender in de Aembeten onder Sambeek (1700), aan de gemeijne Strate (1706), aan de Heijde onder Sambeek (1718), wiens lening wordt afgelost door Ludolph Walravens (zijn kleinzoon?), tr. vóór 1677

1459. MARIA PHILIPSEN, ovl. na 1706.

Raad van Brabant: In 1663 procedeert Johan van Afferden, drossaard van Boxmeer, voor gravin van den Berg, vrouwe van Sambeek, contra Willem Michels in Sambeek: door Michels voor schout van Land van Cuijk afgelegde getuigenis over dood van Thijs Jansen. [626]
Op 9-2-1677 transporteren Dirck Aertz & Marij Jans echtelieden, aan Willem Michels & Marij echtelieden, een huis, schuur, schop, put en hof, groot 60 roeden en gelegen aan de Vriethoff bij de Berckhoff. Behalve de gewone lasten belast met een oort tijns aan de erfgenamen van Willem van Elderom. Verder alle rechten en plichten zoals hun was aangevallen op 4-1-jongstleden bij erfdeling. [627]
Op 28-3-1677 transporteren Willem Michaels & Maria Philpsen echtelieden, aan Peter Jans & Deriske echtelieden, huis, schuur, schop, put en aangelegen hof, gelegen aan de Friethoff met de plantage van ooftbomen en heggen bij de Kerckhoff, vrij erf behalve de gewone lasten en 14 stuiver erfelijke cijns aan de erfgenamen van Willemke van Eldrum, nu Willem Michaels. Tevens is bepaald dat Willem Michaels en zijn erven de watergraaf en kuil in de voornoemde hof die zij van ouders geërfd hadden, naar eigen goeddunken 12 voet verderop mogen graven, naar het pad van Aldert Michels, mits zij deze zullen onderhouden. De graaf is 1½ voet breed en de kuil 7 voet binnenwerks. Het aanleggen zal gebeuren in de toekomende lente of herfst met het recht van de 'deyckleder'. 340 gulden. [628]
Op 4-1-1685 verkopen Willem Michels en zijn huisvrouw Marrij Philipse, aan Gerrit Gerrits en zijn huisvrouw Leijsbeth Gerrits, een stuk hooiland genaamd het Aeijen, zuidwaarts grenzend aan de Lange Jans Camp te Vierlingsbeek. Dit land heeft zijn erfweg van de Holtesche Steegh langs de heg door de Lange Jans Camp. [629]
Rekeningen van het dorp Sambeek Rendant Willem Michaels. Afhoring. 19-3-1685. [630]
Op 2-11-1690 lenen Willem Michels & Maria Philipsen echtelieden, 300 gulden tegen 4% van de Eerw: Maters ende Conventualinnen tot Ostrum, met als onderpand een weikamp genaamd de Broexen Camp, groot 4 morgen vrij erf, wel belast met 3 sester rogge erfpacht en verder al hun gerede en ongerede goederen zoals vermeld in de obligatie van 25-10-1690. Deze obligatie is gequiteerd en ingelost. [631]
Op 15-2-1697 verkoopt Willem Michels "aenden openbaeren perck" aan Jacob Pouwels bouwland, groot 4 morgen 34 roeden en gelegen in de Aembeten, vrij erf behalve de normale lasten en leenroerig aan Boxmeer met 1 oort gouds. [632]
Op 19-5-1699 lenen Willem Michels & Maria Philippusen echtelieden, 200 gulden Hollants van jonker Carolus van Eijk, met als onderpand een wei- of hooikamp, groot 4 morgen en gelegen aan de Heghse straat, vrij erf behalve 3 sester rogge: 2 voor de Kerk en een voor de kosterij van Sambeeck. [633]
Op 12-1-1700 transporteert Elisabeth Michels met haar vader Willem Michels als momboir over haar onmondig kind, echtelijck verwekt door Arnolt van Steenhuijsen zal. en met volmacht van de de andere momboir Cornelis Walravens volgens octrooi van 9 december 1699 en 20 december 1699, aan Peter Jans Geubbels & Maria Jans echtelieden, bouwland, genaamd den Reuver, groot 4½ morgen en gelegen in de Aembeten aan de hei, belend met een sijde Wolter Jans erf, de andere sijde Hendrik van Slijpenbeeckx erf, met een eijndt uijtschietende op de heijde en het ander eijndt op Willem Michels vrij erf. Voor 353 gulden. [634]
Op 14-2-1700 transporteren Willem Michels & Maria Philippusen echtelieden, aan Goosen de Bruijn & Margrieta de Hoog Willem Michels & Maria Philippusen e.l. dragen op aan Goosen de Bruijn & Margrieta de Hoog e.l., bouwland genaamd den Kruijstocksen Saal, groot 1½ morgen en gelegen in de Aembeten, vrij erf. Voor 180 gulden en 12 hogen. [635]
Op 27-2-1700 transporteren Willem Michels & Maria Philipsen echtelieden, aan Peter Jans van Mil & Tunisken Cornelisen echtelieden, bouwland genaamd Cox mergen en gelegen in de Aembeten, vrij en teindvrij erf. Voor 170 gulden en 4 hogen. [636]
Op 15-3-1700 transporteren Willem Michels & Maria Philipsen echtelieden, aan Wijnant Verhaert & Willemken Hendrix echtelieden, bouwland genaamd den Reuver, groot 1½ morgen en gelegen in de Aembeten, vrij erf. Voor 180 gulden en 7 hogen. [637]
Op 21-3-1700 transporteren Willem Michels & Maria Philipsen echtelieden, aan Reijn Jans de Hoogh & Hermken Willems echtelieden, bouwland genaamd het Nieuw Erff, groot 1½ morgen en gelegen aan de heide, vrij erf. Voor 91 gulden en 3 hogen. [638]
Op 3-5-1706 transporteren Willem Michels & Maria Philippesen echtelieden, aan Jeuxken Aerts en haar erfgenamen, huis met hof aan de gemeijne Straete, belast met 1 kapoen thijns aan Willem Michels, vrij erf. Voor 150 gulden. [639]
Op 5-9-1706 leent Willem Michels 300 gulden van Hermanus van der Horst, borger en koopman te Grave, met als waarborg 2 langs elkaar gelegen weilanden op de Hegge den eersten met de een sijde neffens Jan de Wildts erf, de ander sijde Alardt Brouwers ende Jan Tijssen erf schietende van de Hegse Straet toto op Jan Simons erf, groot 5 morgen 19 roeden en 2 morgen 57 roeden, den tweeden camp daer aaen gelegen met eene sijde neffens Jan Tijssen erf, de ander sijde den heer van Cappellens erf, schietende van den voorsz eersten camp tot op Jan van Elsens erf, groot 2 morgen 57 roeden. Afgelost op 10 september 1722 door Ludolph Walravens. [640]
Op 27-7-1709 transporteert Procureur Anthoni van Elderon met volmacht van de erfgenamen van Willem Michels zal., aan Jacob Haevens & Jeuxken echtelieden, een hooikamp genaamd het Swinler, groot 1½ kleine morgen aan de Swinlerse Straet, belast met 3 schepel wijt Heijense maet, 1 gans, 1 hoen en ongeveer 1 stuiver thijns aan de Kerck van Afferden. Voor 44 gulden en 22 hogen. [641]

1460. NN WALRAVENS(¥), geb. vóór ca. 1640.


Cornelis Walravens
CORNELIS WALRAVEN(S), geb. vóór ca. 1675, beg. Nijmegen Stevenskerk 17-6-1722 (Walraven, ambtman, avondbegravenis ƒ 50-0-0, voor de hoge baar ƒ 5-12-0, voor zes weken spreien ƒ 5-12-0 en een grafdaalder ƒ 1-10-0) [648], is voogd over het onmondige kind van Elisabeth Michels en Arnolt van Steenhuijsen (1700), rentmeester en ambtman van de stad Nijmegen, beedigd op 15-2-1708, heemraad voor de Heerlijkheid Ooij, ambtman van de graaf Van Bijlandt, heer van Ooij en Persingen, (1718-1719), gecommitteerde (ambtman) van het Polderdistrict Circul van de Ooij en Millingen (1720),[649] otr./tr. Nijmegen 26-2/5-3-1699 (met attestatie op Hees 12-3-1699) [650], (huw. voorw. 24-2-1699), tr. Hees geref. 12-3-1699[651] JOHANNA DE HAART, geb. 1656/57, beg. Nijmegen Stevenskerk 1-10-1751 (als wed. van Cornelis Walraven, bij avond begraven ƒ 50-0-0, voor de hoge baar ƒ 5-12-0, en een grafdaalder ƒ 1-10-0.)[652]. Zij zijn eigenaar van 7 huizen te Nijmegen, Johanna als zijn weduwe van 5 huizen.
Op 12-1-1700 transporteert Elisabeth Michels met haar vader Willem Michels als momboir over haar onmondig kind, echtelijck verwekt door Arnolt van Steenhuijsen zal. en met volmacht van de de andere momboir Cornelis Walravens volgens octrooi van 9 december 1699 en 20 december 1699, aan Peter Jans Geubbels & Maria Jans echtelieden, bouwland, genaamd den Reuver, groot 4½ morgen en gelegen in de Aembeten aan de hei, belend met een sijde Wolter Jans erf, de andere sijde Hendrik van Slijpenbeeckx erf, met een eijndt uijtschietende op de heijde en het ander eijndt op Willem Michels vrij erf. Voor 353 gulden. [653]
Op 19-4-1718 transporteren Ludolph Walravens & Johanna Eleonora Walravens echtelieden, aan hun oom Cornelius Walravens Amptman en Richter van de Vrije Heerlijckheden Oij en Persingen & juffr. Johanna De Haard echtelieden een hofstede bestaande uit: * een huis, schuur, hof, boomgaard en bouwland, belend van beijde de kanten van Straet tot Mullem, aan de heijde kenbaar gelegen, voor desen toebehoort hebbende aan de erfgenamen van Jan Brienen zalr., groot ongeveer 23 kleine morgen 109 roeden, belast met 21 sester rogge Graafse maat geestelijcke pacht; * het bouwland gelegen langs het Nij Erff, groot 8 morgen 37½ roede is tiendvrij. * een weiland in het Beeckbroeck neffens Elsholdts erf, groot 3 morgen, vrij erf; * Nij Erff bij het voornoemd tiendvrij land, groot 4 morgen 100 roeden, vrij erf behalve 2 keer 1½ stuiver aan beide Heren. Coopspenn: ƒ 3000,0,0; 21 sest. rogge ƒ 367,10,0; 3 st. chijns ƒ 3,15,0, totaal ƒ 3371,5,0. [654]
Johanna de Haart was een liefhebster van de dichtkunst, er bestaan nog verzen, die zij in haar 89e, 90e en 91e jaar heeft gemaakt, onder anderen heeft zij op haar 90e jaar nog een vers gemaakt bij het hertrouwen van haar neef Gerard Cruitman met juffrouw Johanna Catharina van Troest? op 15-10-1747.[655]
Handelingen en resoluties van de Staten van Gelre en Zutphen Landdagsrecessen[656]
Extra-ordinaris Landdag te Arnhem 20 januari-11 februari 1713 :
Rekest van Cornelis Walravens met verzoek een appelprocedure voor het Hof aan te spannen tegen Bernhard Frans van Sevenaer tot Wolferen. Besluit H.E.M. tot uitstel van de zaak tot de eerstvolgende Landschapsvergadering.[657]
Recessen van de ordinaris Landdagen in 1714 te Zutphen gehouden (18-28 april en van 19 september-2 oktober) en de extra-ordinaris Landdag van 1-4 augustus) te Zutphen.
Machtiging verleend aan het Hof om zich uit te spreken over de appellabiliteit of inappellabiliteit van een vonnis gewezen tussen Bernhard (Berent) Frans van Sevenaer en Cornelis Walravens voor het landgericht van Over-Betuwe.[658]
Cornelis Walravens wonend te Ooij/Persingen wordt vermeld in de Nijmeegse schepenprotocollen (1719). ZOEK OP [659]
Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Hezelstraat (kadaster C1716):[660]
Cornelis Walravens en Johanna de Haert (1721-1736),
Johanna de Haert, wed. van Cornelis Walravens (1736-1754)

Eigenaren van een huis, stal en erf gelegen te Nijmegen in de Priemstraat (kadaster C1239) - Belast met een rente van 7 Philips guldens t.b.v. het kapittel van de St. Stevenskerk -:[661]
Cornelis Walravens Oud-Rentmeester, en Johanna de Haert (1720-1722),
Ludolph Walravens en Eleonora Walravens (1722-1754),
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755).

Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Lange Nieuwstraat (kadaster C 624):[662]
Oth de Haert (1655-1670),
Cornelis Walravens en Johanna de Haert (1702-1754),
Peter de Haart, advocaat en Cornelia B. Cop (1754-1757),

Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Lange Nieuwstraat (kadaster C 644):[663]
Cornelis Walravens (1712-1754),
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755)

Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Voerweg (kadaster C442) - Belast met een rente van 15 stuivers t.b.v. Rijk Tijssen -:[664]
Cornelis Walravens, rentmeester (1721-1754),
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755),
Peter de Haart, advocaat en Cornelia B. Cop (1754-1754)

Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Voerweg (kadaster C443) - Belast met een rente van 15 stuivers t.b.v. Rijk Tijssen -:[665]
Cornelis Walravens, rentmeester (1721-1754),
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755),
Peter de Haart, advocaat en Cornelia B. Cop (1754-1754)

Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Rozemarijngas (kadaster C473):[666]
Johanna de Haert, wed. van Cornelis Walravens (1722-1754),
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755)

eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Voerweg (kadaster C472):[667]
Cornelis Walravens en Johanna de Haert (1721-1722),
Ludolph Walravens (1722-1754),
Johanna E. Walravens (1722-1754)
Johanna de Haart en Cornelis Walravens (1721-1754)
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755)

1464. P(I)ETER NO(L)LENS (DE JONGE), ovl. Roermond tussen 16-9-1673 en 29-6-1682, was evenals zijn vader maasschipper en koopman te Roermond en ook burger van deze stad, vermeld als Peter Nollens op de "Lijste van alle schipperburgers der stadt Ruremonde, die servies zullen moeten betalen" (11-2-1644), [668] tr.

1465. AGNES VISS(CH)ERS, dr. van Jan Vischers den ouden zaliger van Eijsden.

Op 27-11-1649 verkocht Pieter "Nollens" te Dordrecht. voor notaris Daniel Eelboo, aan "Jan Vischers de Jongen sijnen swaeger mede maeschipper ende Borger tot Remundt" zijn aandeel, zijnde 1/3 in het ouderlijk huis Vissers, gelegen te Eisden en bewoond door hun oom Pieter Pauwelsen (of Peter Pauwels Petermans) [669].

1466. JACOB BOURS (BOERS)(¥), geb. ca. 1625, ovl. 1680[678], mr. maasschipper en koopman, burger van Dordrecht, sinds 16-7-1669 burger en sinds 5-8-1670 grootburger van Nijmegen. Ook Jacob Bours hoorde tot een typische maasschippersfamilie welke uit Elsloo stamde en, evenals de familie Clouns, verwant was met de bekende Limburgs- Dords-Nijmeegse schippersgeslachten gelijk Blanckaerts, Coninx, Jorissen, Morees, Vermaessen, enz. Bij al deze families treft men zowel katholieke als hervormde takken. Hij otr./tr. Nijmegen (St. Steven) en Maastricht/Eijsden geref. 6-11/14-12-1659[679] (¥)

1467. MARIA CLOUNS (CLOENS), geb. ca. 1640, ovl. Dordrecht 10-7-1711[680], dochter uit een oude Eisdense familie van maasschippers die zich vooral te Dordrecht en Nijmegen gevestigd had. Haar ouders waren zeer waarschijnlijk Jan Cloens en Aeltje (Aletta) Melsers [681]. Zij tr. 2o Nijmegen (St Steven) 16-5-1687 (zij ouder dan 36 jaar, hij 36 jaar oud)[682] PETRUS NOLENS, ged. Roermond (St Christoffel) 1-1-1651, ovl. vóór 3-4-1707, (zie kw. nr. 1464 sub d, zie aldaar). Evenals zijn vader was hij maasschipper en beleed de geref. godsdienst. Op 29-6-1682 verbleef hij te Dordrecht. Op 26-5-1687 werd hij burger, op 25-6-1688 grootburger van Nijmegen[683], in welke stad hij ook meester van het schippersgilde (1688, 1697) is geweest.

COMMENTAAR(¥) vul aan burger etc.[684] , familiegeld,[685] , logb 1844


COMMENTAAR(¥) check met Paquay, is dit zijn tweede huwelijk?


COMMENTAAR(¥) vul aan burgerbrief,[686] , doopget. Nijmegen (1683),[687] woont te Nijmegen 1659,[688] , 1669,[689] , zie schema H206, akten H212,213,214

vul aan H216, 220
Maria Cloens testeerde 9-9-1707 te Dordrecht [690]. Op 7-11-1668 had zij reeds met haar eerste man voor notaris Corstius te Maastricht een mutueel testament opgericht en daarmede een vorig, enige jaren eerder te Dordrecht voor notaris van Noetten gemaakt, herroepen [691]. Op 10 juli overleed zij te Dordrecht, "sijnde weinige weken van te vooren van Luyck na Dordt afgekomen met verscheydene schepen geladen met Spykers, Yserwerk, Coolen, Gruys etc.". Te Luik moest zij toen nog enige leveranciers voldoen, maar de afnemers van haar koopwaren te Dordrecht hadden haar reeds een groot deel van de prijs betaald. nl. 36582 gulden.[692]
In haar laatste levensjaren had Maria Cloens als zetschipper en vertrouwensman haar schoonzoon Anthony Louis, echtgenoot van Joanna Boers. De boekhouding echter was ze tot het einde toe zelf blijven voeren.[693]
Toen de kinderen van Maria Cloens, die allen uit haar eerste huwelijk waren, 10-10-1711 te Dordrecht twee paatschepen, drie aken en een roeischuitje van wijlen hun moeder lieten veilen, bleken deze onverkoopbaar wegens ouderdom. Maria Cloens had meer dan dertig jaren met oude schepen de Maas bevaren.[694] De onroerende goederen van haar nalatenschap lagen o.a. te Wessem, Elsloo, Breust en Eisden.

1468. GEURT (GODFRIES, GERARD) NOLENS, geb. ca. 1620, ovl.beg Eisden 25/26-1-1694, vestigde zich te Eisden, maar, blijkens een notariële akte op 30-12-1651 te Maastricht gepasseerd, ook burger van Roermond [733], maasschipper, schepen in Eisden (1665, 1686)[734], aangenomen als geref. lidmaat te Eijsden (1656) en vermeld als lidmaat (1678), diaken en ouderling (1693)[735]. Kort voor Kerstmis 1693 ging hij over tot de Katholieke Kerk en kreeg onderricht van de paters Capucijnen van Maastricht. Toen hij vlak hierna ziek werd, probeerde dominee Sylvius van Eisden hem herhaaldelijk tot andere gedachten te brengen. Geurt Nolens echter verbood tenslotte aan de dominee zijn huis te betreden. Daar deze laatste zulks in zijn pastorale ijver toch nog deed, liet Geurt Nolens "deur sijne huysvrau ende domestiken" de hulp van de gebiedende heer van Eisden inroepen om van voortgaande huisvredebreuk gevrijwaard te blijven. Op 24 en 25 jan. 1694 liet Geurt Nolens van het gebeurde een omstandig notarieel verslag opmaken [736] 's-Daags erna, 26 jan., werd hij reeds in de kerk van Eisden begraven, terwijl zijn dienst 4 febr. plaats vond[737]. Hij otr./tr. 2o Eijsden geref. 9/27-5-1677 (27-7-1677[738] (als wedr. van Meijcken Lemmen) MERRIJ (MARIA) AUSEMS(¥), ovl. na 1693, j.d. van ('s-Graven)Voeren (1677), tr. 1o voor 1647[739]

1469. MARIA TERFFS (LEMMEN), ged. RK Eijsden 29-7-1613, ovl. 1658-1677.

COMMENTAAR(¥) mogelijk ex notaris Aussems te Maastricht?[740]

Geurth Nolens, maasschipper, door de Dordtse nots. G. Waltherij op 4-5-1682 vermeld in een extract uit 1656 als debiteur van Juffr. Magdalena Vermaese, koopvrouw in zout en burgeres van Dordrecht[741].
In de periode dat Geurt Nolens maasschipper wordt genoemd blijkt hij ook herhaaldelijk elders te vertoeven. Zo bekent hij 29 nov. 1649 te Dordrecht aan Willem Wijers schuldig te zijn, wegens aankoop van kanterkaas en kruisharing, de toen grote som van 1958 gulden, en op 20 aug. 1651 blijkt hij aldaar in kalk en koren te hebben gehandeld [742], in 1656 was hij debiteur van juffrouw Magdalena Vermaese, koopvrouwe in zout en burgeresse van Dordrecht [743].
In 1656 en 1657 procedeert voor de Schepenbank Breust : Willem Weyers tegen Geurt Nolens wegens een schuldvordering. [744]

1470. HUBRECHT (HUBERTUS) FRAMBACH, ged. Eijsden RK 1-4-1624[768], ovl. vóór 1695, schepen van Eisden, collecteur, mogelijk dezelfde als Huibert Frambach, diaken te Eijsden 1678, tr.

1471. CATHARINA DE BOTH.

1504. TEUNIS JANSZ. VAN DER WIEL, geb. ca. 1645, ovl. Niemantsvrient (Sliedrecht) voor 10-5-1692, testeerde met zijn vrouw 16-2-1676 voor notaris Arent van Neten te Dordrecht, tr. ca. 1670[776]

1505. DIVERTGEN ARYENSDR, ovl. na 13-11-1710.

1506. JOOST JANSZ SLAG(H)BOOM, geb. Papendrecht ca. 1649, tr. ca. 1680

1507. JACOMIJNTJE ANDRIESDR VAN DER SLUIJS, geb. ca. 1654.

1508. LEENDERT CORNELISSE BOER, geb. Molenaarsgraaf ca. 1637, ovl. na 1715, tr. Molenaarsgraaf 20-10-1668[791]

1509. NEELTJE CLAES VAN CRIMPEN, geb. Bleskensgraaf ca. 1639.

1510. CORNELIS JANSZ WAERT, geb. ca. 1635, tr. ca. 1670[793]

1511. MARICHJE ROOCKEN, geb. ca. 1642.

1584. HENDRIK VELSINK, geb. ca. 1610, ovl. Heemse voor mei 1667.

1586. JAN RIBBERINGH (RIPPERINGK), ovl. vóór 1671.

1604. NN COUPER/CUIPER(S).


Fragment Couper
J(oh)an Cuiper, geb. vóór ca. 1615, ovl. Goor 2-3-1676, burgemeester van Goor (1670-1676), tr. vóór ca. 1640 Barbara van Eibergen, ovl. Goor 12-1-1676. Zij woeden vermeld als "Johan Cuiper met sijn vrou Barbara van Eibergen ende sijn dochter Stijnken huisvrou van Rutg. ten Hengel" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658.[803]
Kerkenboek van Goor:[804]
1676 Op nieu Jaersdagh wort kranck na gehouden Godsdienst en sterfft Jan. 12 Barbara van Eibergen vrou van Borgmr. Jan Cuiper.

1676 Mart. 2 sterfft Borgmr. Jan Cuiper en volcht so haest sijn vrouwe.
    Uit dit huwelijk:
  • a. Wolter(us) Couper (Cuiper), geb. vóór ca. 1635, ovl. Goor 1672 ("doch door het vluchten niet aengeteekent"), filiatie niet bewezen (hij zou ook een zoon van Hendrik Couper x Trijntje Mullers kunnen zijn), schoolmeester te Goor (1658) tr. vóór 1658 Bernerdina (Berentken) ten Hengel. Zij worden vermeld als "Wolterus Cuiper, schoelmr. en sijn vrou Berentken ten Hengel in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658.[805] Zij hertr. Goor geref. 24-5-1674 Jan Cuiper wednr. van Anneken van Coesvelt (zie hieronder).
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Fenne(ken) (Fenna) Cuiper(s) (Coupers), geb. vóór ca. 1660, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 26-3-1676,[806] tr. Goor 31-12-1684[807] [808] Ds. Johannes Benjamin Putman, geb. 1654/55, ovl. Goor 11-11-1722[809], volgens aantekening van zijn vader in het Kerkenboek van Goor[810] op 17-6-1679 "tot Deventer geexamineert met contentement des classis mijn soon Jan Benjamin Putman en tot proponent aangenomen", ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 17-10-1680,("Johannes Benjamin Putmannus, Gorensis. 25 (jaar)")[811] predikant te Goor 1684-1722, wednr. van Anneken Vat(e)bender (huw. Goor 10-12-1682), zn. van Ds. Abraham Putman, predikant te Weerselo, Diepenheim en Goor, en Christina Borgerink.
        Uit dit huwelijk:[812]
      • aa. Anna Christina Putman, ged. geref. Goor 13-9-1685.
      • bb. Abraham Putman, ged. geref. Goor 29-4-1688.
      • cc. Wolter Putman, ged. geref. Goor 16-2-1690.
      • dd. Wolter Joan Putman, ged. geref. Goor 26-5-1695.
    • 2. Bernardina/Berendina Couper(s), ged. Goor 24-10-1663, dogter van zal: Wolter Couper binnen Goor (1686), otr. 1o Goor 7-2-1686[813] otr. 1o Delden geref. 7-2-1686 (attestatie verleend 28-2-1686) Helmich Helmichs, ovl. 1688-1693, zn. van zal: Borgermeester Conraet Helmichs binnen Delden, otr./tr. 2o Delden 5/27-8-1693[814] Gerrit van Heek, geb. Delden ca. 1668, ovl. 1733, zn. van Herman Laurens van Heek, burgemeester van Delden, en Mechteld ten Grootenhuys.
        Uit haar eerste huwelijk nageslacht Helmich.
        Uit haar tweede huwelijk nageslacht Van Heek.
    • 3. Jan Cuiper, ged. geref. Goor Misericord (=tweede zondag na Pasen) 1670.
    • 4. Henricus Couper, geb. vóór ca. 1665, filiatie niet bewezen, geref. lidmaat te Goor op belijdenis 24-9-1682, tr. Goor geref. 7-8-1692 Jacomina Hildrink, dr. van Joan Hildrink, burgemeester van Goor.
      Kerkenboek van Goor:[815]
      - 1682 Dom. 15 Trin. (24 Sept.) gecommuniceert ende aengenomen na examinatie Henricus Cuiper soon van Z. Wolter Cuiper Scholtus.
      - 1692 Gecop. Augustus 7 Henricus Couper soon van W. Wolter Couper Jacomina Hildrink dochter van Burgemeester Joan Hildrink.
        Uit dit huwelijk:[816]
      • aa. Wolter Couper, ged. geref. Goor 11-6-1693.
  • b. Ds. Rutger(us) Couper, geb. Goor 1637, ovl. 19-3-1723[817], afkomstig van Goor, ingeschreven als student filosofie en theologie aan de Universiteit van Groningen 7-3-1657 ("Rutgerus Couper, Gora Transisalanus"),[818] predikant te Rekken (1676-1694) otr./tr. Goor 19/16-4-1676 Catharina Raterink, dr. van Henricus Raeterinck, brouwer, burgemeester van Goor, en Geertruida toe Laer.[819]
    Kerkenboek van Goor:[820]
    1676 Mart. 19 op Palm. geproclameert: Rutgerus Cuiper, soon van Z. Borgmr. Jan Cuiper, Predicant in Recken Catharina Rateringh, dochter van Z. Borgmr. Henricus Rateringh, Copulati Goor Dom. Jubilate April 16.
    Beleningen:[821]
    Nijenhuis te Diepenheim
    30-5-1695: Rutgerus Cuper voor hemzelf en tevens namens Hoseas Meylink, predikanten te Rekkum en Goor, na opdracht door Elbert Derk Adriaan van Hertevelt en zijn vrouw N van Beverforde.
    10-11-1710: Rutgerus Cuper, predikant te Reccum, namens zijn zwager Hoseas Meilink, predikant te Goor, met lediger hand.
    16-5-1718: Seino Meilink, predikant te Goor, na de dood van zijn vader Hoseas Meilink.
      Uit dit huwelijk (o.a.?):[822]
    • 1. Johanna Coupers (Cuiper, Kuijpers), ged. Rekken 11-4-1679, ovl. na 1720,[823] tr. Rekken 1702[824] Otto Schutte, geb. vóór ca. 1670, ovl. Diepenheim 1715, ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 11-2-1684 ("Otto Schutte, Diepenheima-Tubantus"),[825] wordt geref. lidmaat te Diepenheim op belijdenis Pasen 1685, vermeld als geref. lidmaat te Diepenheim in de lijst opgemaakt Pasen 1696, burgemeester en rechter te Diepenheim, zn. van Hendrik Schutte en Agnita Schrunder.
        Uit dit huwelijk,[826]
      • aa. Agnes (Agneta/Agnita) Schutte(n), geb. Diepenheim 5-1-1706, ovl. Rouveen 2-3-1793, wordt geref. lidmaat te Diepenheim op belijdenis 29-6-1725, otr. Rouveen 27-6-1732[827] otr. Diepenheim 13-7-1732[828] Ds. Willem Sluiter, ged. Raalte 24-11-1700, ovl. Rouveen 15-5-1776, proponent in 1721, beroepen te Rouveen in 1722, predikant te Rouveen (1723-1776), bevestigd aldaar 10-10-1723 door zijn vader, deed 10-10-1773 zijn 50-jarige preek te Rouveen,[829] zn. van Ds. Jo(h)annes Sluiter, laatstelijk predikant te Steenwijk, en Maria Sluiter (zie kw. nr. 1765 sub a/2). Voor nageslacht van dit echtpaar zie kw. nr. 1765 sub a/2/dd.
  • c. Stijnken Cuiper, geb. vóór ca. 1640, vermeld als Stijnken huisvrou van Rutg. ten Hengel in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658, tr. vóór 1658 Rutg. ten Hengel.
  • d. Geesken Cuiper, geb. vóór ca. 1650, otr. Goor geref. 4-12-1670 Herman de Ram, wednr. van Josina van Hulst te Nijmegen.
    Kerkenboek van Goor:[830]
    1670 Dom. z advent. (4 Dec.) geproclameert Herman de Ram, wedeman van Z. Josina van Hulst tot Nimmegen, ende Geesken Cuiper, dochter van Borgmr. Jan Cuiper.
  • e. Trijnken (Catharijna) Cuipers, geb. vóór ca. 1655, otr./tr. Goor geref. 11-4/9-5-1675 Egbert Seemsmaker, zn. van Henrick Seemsmaker, burgemeester van Goor.
    Kerkenboek van Goor:[831]
    1675 April II Quasimodo geproclameert Egbert Seemsmaker, soon van Borgmr. Henrick Seemsmaker, Trijnken Cuipers dochter van Borgmr. Jan Cuiper Getrout Dom. Rogat. may 9.
      Uit dit huwelijk:[832]
    • 1. Hendrikus Seemsmaker, ged. Goor 7-12-1684.
    • 2. Barbara Seemsmaker, ged. Goor 6-6-1686.
    • 3. Hendrick Seemsmaker, ged. Goor 16-9-1688.
    • 4. Hendrika Seemsmaker, ged. Goor 4-5-1690, tr. Fijke Rombartus Altena. Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 5. Wolter Seemsmaker, ged. Goor 11-9-1692.
  • f. Fenneken Cuiper, geb. vóór ca. 1655, otr. Goor geref. 11-6-1676, tr. Rekken Gerrit Scholten, j. m., zn. van Derck Scholten te Arnhem.
    Kerkenboek van Goor:[833]
    1676 Dom. 3 post Trin. (11 Juni) geproclameert Gerrit Scholten j. m. soon van Derck Scholten tot Arnhem, Fenneken Cuiper dochter van Z. Borgmr. Jan Cuiper. Copulati in Recken.
      Uit dit huwelijk (o.a.?):[834]
    • 1. Jan Scholten alias Cremers, geb. vóór ca. 1704, kotter te Stockum, tr. Markelo 27-11-1729[835] Berendje Kremers, geb. Markelo 1708 dr. van Jan Kremers en Aaltjen Mensink. Hieruit verder nageslacht bekend.
========

Hen(d)rick Couper, geb. vóór ca. 1620, ovl. 1655/56, burgemeester van Goor, vermeld te Borculo 1655,[836] procurator te Goor, tr. vóór ca. 1645 Trijntje Mullers, ovl. na 1656.
    Uit dit huwelijk:
  • a. Derck Couper (Cuijper(s)), vermeld als het nagelaten kind van wijlen Henrick Couper en diens wed. Trijntje Mullers (1656),[837] onmondig (1656, 1657).
  • b. J(o)an Cuiper/Couper, geb. vóór ca. 1645, ovl. na 1675, volgens Ref. [838] is hij een zn. van burgemeester Hendrick Cuiper en Agnes Pothof, bakker (1671), otr./tr. 1o Goor geref. 8/23-8-1668 Anneken van Coesvelt, geb. vóór ca. 1650, ovl. Goor 11-8-1671 (in het kraambed), dr. van Hendrick van Coesvelt herbergier "in den Engel" te Goor (1668), en Hilleken Hoefslach,[839] otr. 2o Goor geref. 24-5-1674 Bernardina (Berentken) ten Hengel, wed. van Wolter Cuiper, schoolmr.
    Kerkenboek van Goor:[840]
    - 1668 Dom. 8 Trin. geproclameert Jan Cuiper soon van Borgmr. Hendrick Cuiper en Anneken van Coesvelt, dochter van Hendrick van Coesvelt, Copul. Dom. XIV Trin. Aug. 23.
    - 1671 Aug. XI kort na den middagh sterfft seer onverwacht int Craembedde, sonder verlost te worden na weinig uren arbeits met een bloetstortinge Enneken van Coesvelt, dochter wt den Engel vrou van Jan Cuiper die Backer.
    - 1674: May 24 Geproclameert Jan Cuiper Wedeman van Z. Anneken van Coesvelt ende Bernardina ten Hengel, weduwe van Z. Wolter Cuiper schoelmr. Geproclameert met die derde proclamatie na den middagh in die Kercke. Wolter Cuiper gestorven in 1672 doch door het vluchten niet aengeteekent.
      Uit zijn eerste huwelijk:[841]
    • 1. Hendrick Cuiper, ged. geref. Goor 16-5-1669.
      Uit zijn tweede huwelijk:[842]
    • 2. Anna Gertruit Cuiper/Couper, ged. geref. Goor 3-1-1675, tr. Goor geref. 29-5-1698 Gerhard (Gerrit) Holst, ged. Bad Bentheim (D) 16-4-1676, ovl. Rijssen Stad voor 1734,[843] chirurgijn te Goor, wednr. van Aleida Holst, zn. van Derk Holst, chirurgijn te Schüttorf (D) en Clara Homoet. Hieruit verder nageslacht bekend.
      Kerkenboek van Goor:[844]
      1698 Gecopul. 29 Mey Gerhard Holst soon van W. Derk Holst Anna Geertruid Couper dogter van Joan Couper.
  • c. Anna (Anneken) Kuipers, geb. vóór ca. 1650, dr. van "Heijndrick Kuiper, Procurator tot Goor" (1668), otr. Oldenzaal geref. 13-12-1668, otr./tr. Goor geref. 20-12-1668/7-2-1669, Gerrit Pot(t), tinnegieter afkomstig van Oldenzaal, zn. van Berent Pot(t), te Oldenzaal.
    Kerkenboek van Goor:[845]
    1668 Dom. 4 advent (20 Dec.) geproclameert Gerrit Pot Tinnegieter soon van Berent Pot, tot Oldenzael, en Anna Kuipers, dochter van Borgmr. Hendrick Kuiper gecopuleert, Ao. 69 Febr. 7.
  • d. Wolter Cuiper/Couper, geb. vóór ca. 1650, filiatie niet bewezen, burgemeester van Goor (1678..1692).
      Uit hem:
      Kerkenboek van Goor:[846]
      - 1675 April 7 Woensdagh na Paeschen gestorven aen die bleken een kint van Wolter Cuiper.
      - 1676 Febr. 20 Reminis, gedoopt Hendrick een soon van Wolter Cuiper.
      - 1678 Dom. 24 Trin. (10 Nov.) gedoopt Wolter een kint van Borgmr. Wolter Cuiper.
      - 1681 Saterdag morgen op Kersavent gedoopt een kranck kint van Borgmr. Wolter Cuiper 'is gnt. Elsken.
    • 1. NN Cuiper, ovl. Goor 7-4-1675.
    • 2. Hendrick Cuiper, ged. geref. Goor 20-2-1676.
    • 3. Wolter Cuiper, ged. geref. Goor 10-11-1678.
    • 4. Elsken Cuiper, ged. geref. Goor 24-12-1681.
    • 5. (Joh)Anna Couper(s), geb. vóór ca. 1675, ovl. na 1720, tr. Goor geref. 30-10-1692 Egbert Schutten, ovl. vóór 1720, zn. van Mr. Jacob Schutten.
      Kerkenboek van Goor:[847]
      1692 Gecopuleert Oct. 30 Egbert Schutten soon van Meister Jacob Schutten Anna Coupers dogter van Burgemeester Wolter Couper.
      Op 22 -8-1720 compareren te Lochem Dr. Lod. Joh. Bomble als volmachthebber vam Theodorus en Abraham Schutten, voorts mede van Juffr. Johanna Couper, wed. Schutte, voor haar zelve, en als moeder van haar kinderen, en Juffr. Margarita Schutte. [848]
    • 6. J(o)an Couper, geb. vóór ca. 1670, tr. Goor geref. 19-2-1693[849] Elisabeth Meyer(s), dr. van Adolph Meyer, chirurgijn, en Janna Brants.
      Kerkenboek van Goor:[850]
      1693 Gecopul. Febr. 19 Joan Couper soon van Burgermeester Wolter Couper Elisabeth Meyer dogter van Adolph Meyer.
        Uit dit huwelijk:[851]
      • aa. Jan Couper, ged. geref. Goor 10-5-1695.
      • bb. Anna Elisabeth Couper, ged. geref. Goor 13-12-1696.
      • cc. Adolphina Couper, ged. geref. Goor 12-3-1699.
    • 7. Johanna Catharina Couper, geb. vóór ca. 1690, filiatie niet bewezen, tr. 1o voor 1719 NN Hasebroek, tr. 2o voor 1719 (gesepareerd 1719/20) Jan Teger (Jr.).
      Akten te Lochem:
      Ingekomen 9-8-1719 request d.d. van Joost Hendr. Bomble en Hendrick Gerverdinck als gericht. gestelde momberen over Jan Willem Hasebroeck, onmondig en van wijlen Floris Jan Hasebroek en Johanna Catharina Couper, nu getr. aan Jan Teger. [852] [853]

      Op 22-8-1720 transporteren Johanna Catharina Couper, gesepareerde vrouw van Jan Teger Jr., in deze geass. met Dr. Lod. Joh. Bomble, voorts Joost Hendr. Bomble en Hendr. Gerverdinck, als gericht. momberen van haar voorzoon Jan Willem Hasebroeck, enz., aan den Heer Pieter Scheene de helft van het erve en goed den Palsenberg, Scholtambt Lochem, boerschap Boshuijrne. [854]
        Uit haar eerste huwelijk (Hasebroeck-Couper) :
      • aa. Jan Willem Hasebroeck, onmondig in 1719.
      • bb. Floris Jan Hasebroek, ovl. vóór 1719.
  • e. Gerrit Cuiper, sone van wijlen Henr. Cuiper wonend te Ootmarsum (1688), afkomstig van Ootmarsum (1688), otr./tr. Ootmarsum geref. 8-4/15-5-1688 Gesina Cramers, doghter van wijlen Arent Cremer wonend te Ootmarsum (1688).
=====

Lambert Cuiper, geb. vóór ca. 1620, ovl. 1660-1667, burgemeester van Goor, vermeld in akten te Borculo 1654-1660,[855] tr. vóór ca. 1645 Agnes Pothof(¥), ovl. na 1671.

COMMENTAAR(¥) Wessel Jalinck en sijn huisvrou Agnes Pothof worden vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658.[856] Zijn deze beide Agnessen dezelfde persoon?
    Uit dit huwelijk:
  • a. Joannes Cuiper, geb. vóór ca. 1645, ovl./beg. Deventer 2 of 3 maart/6-3-1671, rector van de school te Grol (1671)
    Kerkenboek van Goor:[857]
    1671: Joannes Cuiper soon van Z. Lambert Cuiper S. S. Th. Candidatus en Rector van die schoele tot Grolle, coemt krank aan die teeringe tot Goor tot sijn moeder, gevoelende geen beterschap treckt na Deventer sterfft aldaer bij sijn broeder tusschen Mart. 2 & 3 is begraven Mart. 6 tot Deventer op Saterdagh.
  • b. Lammertina Cuipers, geb. vóór ca. 1650, wordt geref. lidmaat te Goor op belijdenis 7-4-1667, otr. Goor geref. 18-7-1675 (krijgt attestatie 1-8-1675) Derck Cramer, zn. van Arent Cramer te Ootmarssum.
    Kerkenboek van Goor:[858]
    1667 Op Paschen (7 April) gecommuniceert ende aengenomen Lammertina Cuipers, dochter van Z. Lambert Cuiper.

    1675 Trin. 7 Juli 18 geproclameert Derck Cramer soon van Z. Arest Cramer tot Oetmarsen Lammbertina Cuipers dochter van Z. Lambert Cuiper, in sijn leven Borgmr alhijr. Gegeven attestatie Dom. 1X Trin. Aug. I.
  • c. Trijnken Cuiper, ovl. Amsterdam aug. 1669 (overluid te Goor 19-8-1669).
    Kerkenboek van Goor:[859]
    1669 In Aug. gestorven een dochter van Z. Lambert Cuiper en Agnes Pothof tot Amsterdam gnt Trijnken overluit Aug. 19.
  • d. NN Cuiper, ovl. Deventer april 1676, tr.? Helmich.
    Kerkenboek van Goor:[860]
    1676 April sterfft tot Deventer vrou Helmich dochter van Lamb. Cuiper.
  • e. Jo(h)anna Maria Cupers, dr. van Lambert Couper, burgemr. van Goor (1690), tr. Laren (Gld) en Goor geref. 29-11-1690 Ds. Georgh (Georgius) Claphouwer, afkomstig van Warnsfeld, ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 27-5-1662 ("Georgius Claphouwer, Warnsfeldensis"),[861] predikant te Laren (1690).
    Kerkenboek van Goor:[862]
    1690 Gecopuleert 29 Nov. D. Georgius Claphouwer Predicant in Laren Joanna Maria Cupers dochter van W. Lambert Cuper alhier.
      Uit dit huwelijk (o.a.?):[863]
    • 1. Johanna Maria Margarieta Claphouwer, geb. vóór ca. 1705, ovl. 1722-1736, otr. Goor 20-2-1722[864] Dr. Mr. Hendrik Mich(g)orius, ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 4-10-1705 ("Henricus Michorius, Haxbergensis Transisulanus"),[865] ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Groningen 22-9-1707("Henricus Michorius, Holsberga Tubantinus"), promoveert aldaar in de rechten op 17-3-1710 op een dissertatie getiteld "Quinquaginta controversiae" ("Henricus Michorius, Henrici filius, Haxberga Transisalanus"),[866] lidmaat 1709, advocaat-fiscaal van het Drostambt Haaksbergen en Diepenheim, burgemeester van Goor, zn. van Hendrik Michgorius, burgemeester, bierbrouwer, gecommitteerd Goedsheer, provisor, ouderling en diaken te Haaksbergen, en Mechteld Manten. Hij hertrouwt Neede 11-2-1736 Hendrika Weddelink.
======

Lambert Cuiper, geb. vóór ca. 1630, vermeld als echtgenoot van Aeltjen van Hemeren in akte te Borculo (1656),[867] tr. vóór 1656 Aeltjen van Hemeren, vermeld in akten van de Heerlijkheid Borculo 1656.
=====

Jenneken Cuijper(s) Kuijper, geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1658, vermeld als echtgenote van Gerrit Wolff, wed. van Gerrit Muller in akten te Borculo (1655..1658),[868] tr. 1o voor 1655 Gerrit Muller(s), ovl. vóór 1655, tr. 2o voor 1655 Gerrit Wolff(s).

====

Wie zijn dit?
Kerkenboek van Goor:[869]
- 1685 Angenomen op Kersmis Wolter Cuper.
- 1695 Aangenomen op Paeschen Agnes Cuper. ===
diverse vermeldingen:
Jacob Couper, vermeld 29-7-1665.[870]
Tonnis Cuijper, vermeld 6-7-1663.[871]
Willem Cuijper, vermeld 8-6-1660.[872]
Aeltien Cuijpers, wed. Jan Oldenborgh, vermeld 23-6-1660.[873]
Anna Cuijpers, vermeld 17-11-1663 (ovl).[874]
Geertken Cuipers, geb. vóór ca. 1640, tr. vóór 1658 Albert Pothof, vermeld als "Albert Pothof met sijn vrou Geertken Cuipers" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[875]
Aeltjen Cuipers, geb. vóór ca. 1640, tr. vóór 1658 Arnoldus Nienhuis, vermeld als "Arnoldus Nienhuis en sijn husvrou Aeltjen Cuipers" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[876]
Albertken Cuipers, geb. vóór ca. 1640, tr. vóór 1658 Johan Hilderingh, vermeld als "Johan Hilderingh met sijn vrou Albertken Cuipers" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[877]
Anna Coupers, tr. Laren (Gld) geref. 28-4-1703 (met att. v. Goor) Jan Jacob Stromeijer.
Fenna Coupers, wed. Haselbroeck moeder van Joan (1681),[878]
Fenna Coupers, en Maria Coupers, vermeld in akten te Borculo (1683),[879]
Garridt Phijlips, soon van Phijlips Couper onder Goor, tr. Geesteren geref. 19-7-1698 Roelefken Janssen, dochter van Jan Egginck onder Geesteren.
Derck Couper, doopgetuige te Breedevoort 1648.

Fragmenten Jalink en Coesvelt
Mr. Wessel Jalinck(¥), geb. vóór ca. 1625, ovl. Goor 13-7-1675, regent (1675). tr. vóór ca. 1650 Aeltjen Cuipers, geb. vóór ca. 1630, ovl. Goor 10-12-1673.

COMMENTAAR(¥) Hij wordt een paar genoemd met de titel Mr., maar een inschrijving aan een der Nederlandse universiteiten is niet te vinden.
Kerkenboek van Goor:[880]
1673 Xbr. 10 s'morgens omtrent 4 uren sterfft Aeltjen Cuipers vrou van Wessel Jalingh, welcke oock te doot kranck was.
1675 Juli 13 op dinxcdagh na Deventersche kermisse na langjarige quyninge sterfft Wessel Jalingh regent na dat hij drie weken gelegen hadde.


COMMENTAAR(¥) Wessel Jalinck en sijn huisvrou Agnes Pothof worden vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658.[881] Dit is blijkbaar een andere Wessel?
    Uit dit huwelijk (o.a.?):
  • a. Werner Jalinck (Jr.), geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1680, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 27-9-1668,[882] otr./tr. Goor geref. Pinkstermaandag/8-8-1668 Geertken Peters, ovl. na 1680, wed. van Wolter Welmers.
    Kerkenboek van Goor:[883]
    1668 Dom. X1X Trin. (27 Sept.) gecommuniceert ende aengenomen Werner Jalinck, soon van Mr. Wessel Jalinck.
    1669 Op Pincxster Maendagh geproclameert Werner Jalingh soon van Wessel Jalingh ende Geertken Peters, weduwe van Z. Wolter Welmers. Gecopuleert Dom. 1X Trin. Aug. 8.
      Uit dit huwelijk:[884]
    • 1. Aeltjen Jalinck, ged. geref. Goor 27-2-1670, geref. lidmaat op belijdenis te Goor Pasen 1695.[885]
    • 2. Wolterken Jalinck, ged. geref. Goor 4-2-1672, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 1689.[886]
    • 3. Elske Jalinck, ged. geref. Goor 17-6-1677.
    • 4. Janna Jalinck, ged. geref. Goor 18-4-1680.
  • b. Wolter Jalinck, geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1685, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 7-4-1672 (Pasen),[887] smid,[888] otr./tr. Goor geref. 21/28-5-1676 Engelken van Coesvelt, ovl. na 1685, dr. van Hendrick van Coesvelt herbergier "in den Engel" te Goor (1668), en Hilleken Hoefslach.[889]
    Kerkenboek van Goor:[890]
    1676 Dom. Misericordia (21 Mei) geproclameert Wolter Jalinck, soon van Z. Wessel Jalingh Regent Engelken van Coesvelt dochter van Z. Hendrick van Coesvelt in den Engel. Copulati Dom. I Trin. May 28.
      Uit dit huwelijk:[891] [892]
    • 1. Wessel Jalink, ged. Goor 29-9-1676, ovl. Goor 25-8-1737, burgemeester, testeert 7-10-1730, tr.[893] Hendrina van Leeuwen.
    • 2. Hendrick Jalingh, ged. geref. Goor 4-8-1678, geref. lidmaat op belijdenis te Goor Pasen 1695.[894]
    • 3. Gerrit Jalingh, ged. geref. Goor 4-4-1680.
    • 4. Aelken Jalingh, ged. geref. Goor 3-12-1682.
    • 5. Helena Jalink, ged. geref. Goor 18-1-1685.
  • c. Elske(n) Jalinck, geb. vóór ca. 1655, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 7-4-1672 (Pasen),[895] otr./tr. Goor geref. 21/28-5-1676 Derck van Coesvelt, geb. vóór ca. 1660, ovl. 1692-1696, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 25-12-1676, herbergier in de Engel (1675-1687), zn. van Hendrick van Coesvelt herbergier "in den Engel" te Goor (1668), en Hilleken Hoefslach.[896]
    Kerkenboek van Goor:[897]
    1676 Op kersdach gecommuniceert ende, aengenomen Derck van Koesvelt weert in den Engel.
    Dom. Nisericordia (21 Mei) geproclameert Derck van Coesvelt soon van Z. Hendrick van Coesvelt in den Engel, Elske Jalingh dochter van Z. Wessel Jalingh Regent. Copulati Dom. I Trin. May 28.
      Uit dit huwelijk:[898]
    • 1. Hilleken (Helena) van Coesvelt, ged. geref. Goor 4-2-1677, geref. lidmaat op belijdenis te Goor Pasen 1695,[899] tr. Goor geref. 25-10-1696 Hendrik Giffel, zn. van wijlen Christiaan Giffel, tr. 2o [900] NN ten Tije. Hieruit verder nageslacht bekend.
      Kerkenboek van Goor:[901]
      1696 Gecopul. Oct. 25 Hendrik Giffel soon van W. Christiaan Giffel en Helena van Coesvelt dogter van W. Derk van Coesvelt.
    • 2. Aelken van Coesvelt, geb./ged. geref. Goor 7/9-5-1678 ("op Hemelvaert gedoopt, verlost den voorigen dinxdagh"), tr. Goor geref. 8-5-1698[902] Willebrant Boreas, raad van Goor,[903] zn. van Wolter Boreas, koster te Goor. Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 3. Hendrick van Coesvelt, ged. geref. Goor 22-6-1679, ovl. Goor 1-8-1680.
    • 4. Hendrick van Coesvelt, ged. geref. Goor 6-3-1681, tr. Goor geref. 8-5-1698[904] J(oh)anna Stroink, geb. Enschede Stad 1671-1681, (zie kw. nr. 851 sub c voor verder gegevens van dit echtpaar).
    • 5. Jo(h)anna van Coe(t)svel(d)t, geb. verm. 1683 (doopregisters Goor over dit jaar ontbreken), ovl./beg. 's-Gravenhage Grote K. nov./2-12-1768, geref. lidmaat te Goor op belijdenis Pasen 1700,[905] volgens Willem Bilderdijk dienstmeid van haar latere echtgenoot Mr. Simon van Slingelandt,[906] koopt een graf in de Grote Kerk te 's-Gravenhage 29-10-1756, otr./tr. 's-Gravenhage 29-9-1726[907] [908] Mr. Simon van Slingelandt, geb./ged. Dordrecht 14/21-1-1664, beg. 's-Gravenhage 6-12-1736[909], wednr. van Susanna de Wildt, raadpensionaris van Holland en Westfriesland (1727-1736), zn. van Mr. Govert van Slingelandt, pensionaris van Dordrecht, en Arnoudina van Beaumont.
      Johanna van Coesvelt testeert te 's-Gravenhage 1767. [910] Collaterale successie 's-Gravenhage 1768. ZOEK OP!

Mr. Simon van Slingelandt (1664-1736).
Epitaaf?
Locatie: onbekend.

klik op plaatje(s) om te vergroten
    • 6. Geertrui van Coesvelt, ged. geref. Goor 24-1-1686.
    • 7. Wessel van Coesvelt, ged. geref. Goor 16-10-1687, tr.[911] NN. Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 8. Elisabeth van Coesvelt, ged. geref. Goor 16-10-1687, tr.[912] Petrus Schiphorst, kamerbewaarder van H. E. Gr. Mog. de Heeren Staten van Holland en Westfriesland.
    • 9. Jan van Coesvelt, ged. geref. Goor 30-1-1692.
  • d. Der(c)k Jalin(c)k, ged. geref. Goor Goede Vrijdag 1662, ovl. Goor 1710[913], weerd in de Prins 1696-1710,[914] tr. Goor geref. 28-4-1695 Margrieta toe Meerman, testeert te Goor 30-8-1718,[915] wed. van Hendrik van Coesvelt.
    Kerkenboek van Goor:[916]
    1662 Op stillen Vrijdach gedoopt een kint van Wessel Jalinck Derk.
    1695 Gecopul. 28 April Derk Jalink soon van wijlen Wessel Jalink Margrieta toe Meerman wed. van wijlen Hendrik van Coesvelt.
  • e. Berent Jalink, ged. geref. Goor 17-2-1667, ovl. Goor 22-7-1669.
    Kerkenboek van Goor:[917]
    1667 Quinquag. (17 Febr.) gedoopt Berent een soon van Mr. Wessel Jalinck.
    1669 Juli 22 sterft het jongsten kint van Wessel Jalinck Berent out int derde.
  • f. Gerrit (Gerhard) Jalingh, geb. vóór ca. 1665, ovl. (Goor?) 1714, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 26-12-1681 (tweede Kerstdag),[918] j.m. wonend te 's-Gravenhage (1680), burgemeester van Goor,[919] woont te Goor (1689), otr. 1o Zwolle geref. 24-12-1680 (proclamatien gaen mede in 's Gravenhage), tr. 1o 's-Gravenhage 12-1-1681[920] Katharina de Bruin, ovl. 1681-1686, j.d. wonende te Zwolle (1680), otr. 2o 's-Gravenhage 17-3-1686[921] Lubberta Beekmans, geb. ('s-Gravenhage?), ovl. 1686-1689, wonend te Zwolle (1686), wed. van Gerrit NN, otr./tr. 3o 's-Gravenhage/Lossduinen geref. 23-10/6-11-1689[922] Aaltje Haaffkens, woont te Bredevoort (1689).

1668. MR. MARTINUS (MAARTEN) JANSEN VRIESE VAN STEENKERCKE(¥), geb. vóór ca. 1565, ovl. verm. na 1628, woont in de Voorstraate te Zwolle (1622, 1628), otr. Zwolle geref. 31-12-1588

1669. CLEMENTIA WOLFFS, geb. vóór ca. 1570. Hindrick Wolffs dochter van Campen (1588).

COMMENTAAR(¥) Wat is het verband met:
Timen Petersen Steenkercke, tr. vóór 1624 Marijken Peters. Zij hertr. Zwolle geref. 9-3-1624 Derck Gerrijts van Aemsfoort, Schipper.

Stadsarchief van Zwolle:[923]
1611-1612:[924] De rentmeester van het stift Zwartewater procedeert tegen Maarten Jans Steenkerck, optredende voor zijn pachter Otto Jans, over een vordering in geld wegens een jaarlijkse rente, gaande uit een stuk land te Berkum.
1617:[925] De rentmeester van het stift Zwartewater procedeert tegen Maarten Jans Steenkerck, optredende voor zijn pachter Tonnis Jans, over een vordering in geld wegens een jaarlijkse rente, gaande uit een stuk land te Berkum.

1670. GORIS (GORRYS) ECKBERS (ELBERTS) VERHO(E)F(F), geb. vóór ca. 1580, ovl. 1625-1627, gemeensman te Zwolle (1606),[927] wonende bij de Vischpoort (1616, 1624), heeft een dienstmaagd (1616), tr. vóór ca. 1605

1671. HILLEKEN FRANSSEN, ovl. 1627-1638 (kort voor 1638?).

Lenen van het Stift Essen: Stadsgericht Zwolle / buurschap Assendorp[928]
nr. 397: 't Erve unnd guidt genoempt den Engk, tusschen datt Hillige Kreutze unnd Franckhuis gelegenn, mit dre stucken landes, waterenn unnd visscherienn, dycken, dammen unnd aller schlachter nöth, sampt allenn hoghenn unde legenn thobehoir, nichtz darvan uthgesondert. In 1610: "... 3 stucken bouwlandts, groedt vierdehalff acker, gelegen in den Koenynenbergh [929], gelyck borgemeister Brandenbergh ende Wolter ter Borgh dieselve goederen als pachters in 't gebruyck hadden"; 1638: "een stucke landes, genoemt den Enck, gelegen in de vryheyt van Swolle, buyrschap Assendarp, sampt ackeren ende anders daertho gehoerende, gelegen in Westenholte". Hiervan afgespleten de nrs. 398, 399, 410 en 416.
9-10-1572: Dr. Otto Tengenegell denn jongenn, als volmacht van zijn moeder Alheid Tengenegel
22-1-1596: Reyner Gansneb genant Tengneghel, als oom en voogd van Otto Gansneb Tengeneghel, gelijk eertijds Arendt Gansneb genent Tengeneghel daarmee was beleend
13-1-1597: Reyner Gansneb genant Tengneghel, burgemeester van Campen, als voogd van Otto Gansneb Tengneghel, zoontje van wijlen juffer Henrica van Wermeloe, weduwe van Arendt Gansneb Tengneghel, vestigt ten behoeve van Gherrydt Brandenburgh en diens vrouw Jenneke een jaarlijkse rente van 46½ gulden, te lossen met 700 gulden
8-12-1600 Otto Gansneb genant Tengheneghel en zijn moeder juffer Henrica van Wermeloe, weduwe van Arendt Tenghneghel, met haar zoon als haar voogd, vestigen ten behoeve van joncker Gerhardt van Wermeloe, drost van Sallandt, en diens vrouw juffer Judith Renghers een jaarlijkse rente van 25 gulden, te lossen met 400 gulden
23-1-1606: Herman Gansneb genant Tenghneghel vestigt ten behoeve van Wilhelma, weduwe van Egbert Wyllemssen, een jaarlijkse rente van 37 gulden, te lossen met 600 gulden
30-5-1610: Assuerus Gansneb genandt Tengnaegel na de dood van Otto Gansneb Tengnagel
30-5-1610: Gorys Albertszen na opdracht door Assuerus Gansneb genant Tengnagell, welke opdracht geschiedde met toestemming van zijn moeder juffer Henrica van Wermeloe, weduwe van Arendt Tenghnagell, alsmede blijkens een volmacht van zijn zusters, de juffers Geertruydt, Elysabeth en Heylena Tengnegel en van zijn broer Otto Tenghneghell.
4-10-1625: Gorys Alberts en zijn vrouw Hilleken Frans, met Johan Martenssen als haar voogd, begiftigen elkaar over en weer met het vruchtgebruik van het goed, tevens verkrijgen zij goedkeuring van hun testamentaire bepalingen
3-9-1627: Hilleken Franssen, weduwe van Gorrys Elberts, stelt na de dood van haar man tot hulder Johan Martenssen Steenkercke.
12-2-1638: Johan Gorys Verhoeff na de dood van zijn moeder, vanwie hij het goed krachtens haar testamentaire bepalingen had geërfd