|
This page was last updated : 100111.
|
File size is: 940 k.
|
Kwartierstaat Van Schothorst Generatie 9 |
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
|
Refer to these data as:
L. Lapikás, Kwartierstaat Van Schothorst, version 9.3, Muiden, 2009.
|
|
© Copyright 2010
: L. Lapikás, Muiden, The Netherlands.
No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system,
or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical,
photocopying, recording or otherwise without the prior written
permission of the publisher. An exemption is made
for genealogical publications provided that adequate reference is
being made.
|
256. WILLEM REIJERSEN, ged. Barneveld 18-4-1641, ovl. 1715-1718,[1]
"jonge man, zoon van Reijer Henricks, op Bitterschoten" (1675),
bouwman op "Bitterschoten" (1694..1715),
in het thinsboek van Barneveld nog vermeld als
"1720 Willem Reijersen op Bitterschoten",[2]
doch dan al overleden,
tr. Barneveld 14-11-1675, of 1-11-1675[3]
257. GEERTJE JANS, geb. vóór ca. 1655, ovl. na 24-10-1718, "jonge dochter van Jan Toenissen op Burgstede".
De helfte van een erff ende goet Bitterschoten daer Willem Reijers woont
en een vierde part van 't andere Bitterschoten, gelegen in den ampte
Barnevelt buirschap Glinde, toecomende Evert Harmensen en
Neeltjen Reijers en Rijck Cornelissen en Bartje Reijers,
echtel(uijden).
1694 den 10 april vercogt en overgegeven aen ende ten behoeve van
Willem Reijersen ende Geertjen Jans echtelieden voor 1400 gln.
Geregistreert den 31e december 1714. [4]
De gerechte helfte van den soo gen(aemde) Hennikelerstient gaende uijt
het goet van Willem Reijersen gelegen in den ampte Barnevelt buirschap
de Glind, toecomende Eijbert van Rouwenburgh ende
Geertruijd ten Hennekeler, echtel(uijden).
1713 den 24 jan(uari) vercoght ende overgegeven aen Willem Reijersen
ende Geertjen Jans echteluiden voor de somma van 600 gln.
Geregistreert den 31 december 1714. [5]
Op 7-11-1718 peijndt
Geertien Jansen, weduwe van Willem Reijersen, geassisteert met haar soon Jan Willemsen, aan de gerede en ongereede goederen, actien en creditten in den
amte van Barnevelt te vinden, toekoomende Joogem Joogemsen op Craaijenoort.
Het betreft speciaal aan erf en goed Kraaijenoort, ten eijnde om daar aan te verhaalen een jaar
intresse van een capitael groot ƒ 1000,--.
[6]
-
a. Marijtje Willems, ged. Barneveld 19-3-1676, j.d. op Bitterschoten,
tr. Barneveld mei 1704
Korst (Cost) Lubberts, ged. Barneveld 22-9-1678, ovl. 1717, woont (1713) met zijn moeder in een huis in de Groenesteeg te Barneveld,
woont er daarna zelf (1716-1717),
[7]
zn. van Lubbert Gerrits en Elsje Corsten.
Hieruit verder nageslacht bekend (onmondige kinderen in 1722).
In 1720 is sprake van stukken betreffende de publieke verkoping door
de erfgenamen van Elsje Cornelissen, weduwe
van Lubbert Gerritsen, van een huis aan de
Groene Steeg te Barneveld, van nog een huis te
Barneveld en van land in de buurschap Esveld
gelegen. Met stukken betreffende de
afrekening, 1720-1722.
[8]
-
b. Reijer Willems, ged. Barneveld 23-9-1677, ovl. jong.
-
c. Jan Willems (van Bitterschoten), ged. ca. 1680, j.m. van Bitterschoten, bouwman op Bitterschoten (1740, 1744),
vermeld in Het huis en haardstedenkohier (1749) als
"Capitalist" op Bitterschoten,
treedt op als mombaar van de kinderen van Cost Lubbertse (1722),[9]
tr. Renswoude 9-6-1715
Trijntje Jans, ged. Renswoude 14-7-1678, j.d. van Daatselaar, dr. van Jan Cornelisz, bouwman op Daatselaar
onder Renswoude, en Hendrikje Stevens.
Het Thinsboek van Barneveld vermeldt: "Thins des Nijenlandts in de kerspel Barnevelt, (betaalt) Jan van Bitterschoten 't Amersfoort neemt van Paschier van Lovensteijn 1/6 12 dl. 20b. Simul 7 3/8 stv, Jan Willemsen van Bitterschoten."
[10]
-
d. Henrickje Willems, ged. Barneveld 20-8-1682.
-
e. Reijer Willems, ged. Barneveld 21(25?)-3-1685, ovl. jong.
-
f. Teunis Willems, ged. Barneveld 7-1-1688, ovl. jong, tweeling met
-
g. Hendrik Willems, ged. Barneveld 7-1-1688, ovl. jong.
-
h. Hendrik Willems (van Bitterschoten ook genaamd Haeseleger), ged. Barneveld 13-4-1690[11], ovl. 1727-1734, j.m. van Bitterschoten,
landbouwer op Haesenleger int Cootwijckerbroeck,
otr./tr. Barneveld/Ede 4/25-10-1725[12]
[13]
Reijntje Hendricks, ged. Otterlo 31-10-1697[14]
, ovl. Kootwijk[15]
jonge dochter van Wekerom onde Ede,
als "Reintje Hendriks,
huijsvrouw van Hendrick Wlllems int Cootwijckerbroek int Haesenleger",
aangenomen als geref. lidmaat te Kootwijk 17-10-1727,[16]
dr. van Hendrik Hendriks, woonde in het Laarderbosch te Otterlo, en
Lutje Beertsz.
Zij tr. 2e. Kootwijk 28-2-1734 [17]Theunis Gerritsz,
j.m. van Wessel.
Uit dit echtpaar stamt het geslacht Hazeleger :
-
1. Willem Hendriksen (Haaseleger), ged. Kootwijk 2-6-1727, ovl. 1791-1797, tr. Voorthuizen 30-3-1750[18]
Reintje Jans, ged. Voorthuizen 24-2-1726, ovl. Kootwijk 10-9-1796 (als wed. van Willem Haaseleger), dr. van Jan Wouters en Aaltje Jans.
Dit echtpaar woont op het "plaatsje genaamt 't Haaseleger gelegen in 't Cootwijkerbroek".[19]
Hun kinderen maken een magescheid op 18-2-1797. [20]
-
i. Teunis Willems (van Bitterschoten), ged. Barneveld 13-4-1690 (tweeling met Hendrik).
Op 7-3-1744 verkopen en transporteren
Cornelis Jochemsen x Willemtje Jans, neffens Jan Hendrik Jochemsen Brouwer als
kinderen en erfgenamen van wijlen Jochem Cornelissen x Johanna Demissaus,
aan Teunis Willemsen van Bitterschoten of nu desselfs erfgenamen,
twee campjes land, sijnde een hoog en een laag campjen, met het daar bij
gehoorende plaggeveld, mitsgaders nog een hofjen te samen in het Cootwijkerbroek
gelegen, sijnde vrij allodiaal deylbaar tinsgoed beswaart met Ős Heerenverpondinge
doende jaarlijks na het quoier drie gulden, voor ƒ 393,--.
[21]
-
j. Reijer Willems, ged. Barneveld 12-1-1696, (=kw. nr. 128).
260. GERRIT JANSEN VAN DE WETERING, woont te Ede [22],
erft het goed "De Weteringh" van zijn moeder, de wed. Jan Gerritsen,
omstreeks 1700 [23].
Uit zijn huwelijk (van de Wetering-NN) geboren (o.a.?) :[24]
-
a. Brand Gerritsen van de Wetering[25].
-
b. Jan Gerritsen van de Wetering, (=kw. nr. 130).
-
c. Flipsjen Gerrits van de Wetering, op Schothorst,
tr. Ede 26-4-1721[26]
Claas Wouters, geb. Ede.
262. A(A)LBERT HENDRI(C)KS(EN) (VAN RAVENHORST)(¥), geb. Lunteren, ovl. na 1737, j.m. van Lunteren (1691),
geref. lidmaat te Renswoude (ca 1694),[27],
woont op "Ravenhorst" (1699..1703),
schepen van Renswoude (1724, 1753),[28]
otr. 1o Renswoude 1-11-1691 [29]
[30]
[31]
JANTJE ARRIS(¥), ovl. vóór 1694, op Emmikhuizen, wed. van Peter Jacobsz(¥),
tr. 2o Renswoude 24-6-1694 [32]
,[33]
,[34]
,[35]
263. PETERTJE EVERTS (VAN MANEN), j.d. van Manen, geref. lidmaat te Renswoude, komend van Ede (ca 1694)
als huisvrouw van Albert Hendricksz tot "Emmickhuijsen"
[36].
| COMMENTAAR(¥)
zie ook Kw. VG 23
|
| COMMENTAAR(¥)
zij is mogelijk een zr. van Reijer Arrissen op Emmikhuizen [37],
en/of een dr. van Arris Janssen op Emmickhuysen, geref. lidmaat te
Renswoude (1663) [38]
of een dr. van Arris Teunisse, wonend op Emmickhuisen (1645) [39]
of van Aris Wolven van Appelaer, ovl. voor 1668, tr. Renswoude 20-5-1654
Marrijtje Maes Willemse [40].
|
| COMMENTAAR(¥)
Jantje Arris, j.d.,
otr. Renswoude 21-5-1676 [41]
Peter Jacobsz, j.m. van Lunteren, ovl. 1687-1691. Uit dit huwelijk gedoopt te Renswoude
[42] :
a) Jacob Evertsz (sic!), 8-4-1677, b) Jacob, 23-6-1678.
c) Claasje, 2-7-1682, d) Arris, 13-9-1685.
e) Evertje, 22-1-1688.
|
In 1682 en 1684 betaalt Albert Hendricx "van Immickhuysen"
verponding [43],
en betaalt bovendien "f 0-15-0
van Gerrit Evertsen Timmerman" [44].
In 1738 legateren Albert Hendrickx en Petertje Everts aan hun dochter Geusje ƒ 200,-- (¥)
en het linnengoed.[45].
| COMMENTAAR(¥)
in [46] staat ƒ 2,-,- !
|
Uit zijn eerste huwelijk (van Ravenhorst-Arris) geen kinderen gevonden [47].
Uit zijn tweede huwelijk (van Ravenhorst-van Manen) geref. gedoopt te Renswoude [48]
,[49]
:
-
a. Jantje Aalberts van Ravenhorst, ged. 21-9-1695.
-
b. Hendrick Aalberts van Ravenhorst, ged. 14-2-1697.
-
c. Grietje Aalberts van Ravenhorst, ged. 12-3-1699, (=kw. nr. 131).
-
d. Wijn Aalberts van Ravenhorst, geb./ged. Renswoude Emmikhuizen 9/12-6-1701 [50]
, beg. Renswoude 24-2-1790 (graf nr. 60 in de kerk)[51]
, landbouwer, woont op Emmikhuizen (1726),
otr. Renswoude 27-10-1726[52]
Rijkje Gijsberts (van de Vlierd), ged. geref. Renswoude 9-5-1706, ovl. Renswoude 15-11-1792[53], dr. van Gijsbert Cornelisz van de Meent en Marietje Hendricks[54].
Uit dit huwelijk:[55]
[56]
,[57]
[58]
-
1. Hendrik Wijnen van Ravenhorst, ged. Renswoude 12-10-1727, ovl. jong?
-
2. Hendrik Wijnen van Ravenhorst, ged. Renswoude 23-1-1729, tr. 1o Renswoude 25-4-1756[59]
Jacomijntje Aarts van Breschoten, geb./ged. Scherpenzeel 8/8-10-1719; 8-10-, beg. Renswoude 14-12-1787.
dr. van Aart Wouterszn en Rijkje Peters van Breschoten,
tr. 2o Scherpenzeel 7-9-1788[60]
Willempje Dirks Wilbrink, geb. Garderen ca. 1735.
-
3. Jantje Wijnen van Ravenhorst, ged. Renswoude 7-1-1731, tr. Amerongen 15-11-1761
Cnelis van Langelaar, ged. Amerongen 24-7-1735, zn. van Dirk Teunisse van Langelaar en Geertje Cornelisse van Selder.
-
4. Petertje Wijnen van Ravenhorst, geb./ged. Amerongen/Scherpenzeel /14-6-1733.
-
5. Gijsbert Wijnen van Ravenhorst, ged. Scherpenzeel 28-8-1735, ovl. jong?
-
6. Marretje Wijnen van Ravenhorst, geb./ged. aan De Groep Amerongen /Scherpenzeel 10-11-1737, ovl. Renswoude 2-1-1821, tr. Renswoude 5-11-1764[61]
[62]
Teunis Jansen Brink, ged. Renswoude 5-2-1741, ovl. Renswoude 20-8-1825, zn. van Jan Hendrikze Brink en Lijsje Thimenze van Zonen.
-
7. Gijsbert Wijnen van Ravenhorst, geb./ged. aan De Groep Amerongen /Scherpenzeel 28-2-1740, beg. Woudenberg 26-11-1808, tr. Renswoude 9-2-1776[63]
Geertje Lubberts Hoogeweg, ged. Renswoude 19-6-1740, ovl. Woudenberg 28-5-1819, dr. van Lubbert Aalbertz Hogeweg en Cornelia Gijsberts van de Vliert.
-
8. Aalbertje Wijnen van Ravenhorst, ged. Scherpenzeel 26-5-1743.
-
9. Aalbert Wijnen van Ravenhorst, ged. Scherpenzeel 9-1-1746, tr. Leersum 25-11-1770[64]
Annetje Jordesse van Nijburg, ged. Amerongen 3-8-1749, dr. van Jorden Jansz van Nijburg en Hendrickje Gerrits.
Uit dit huwelijk 10 kinderen geboren (1771-1784).
[65]
-
10. Aartje Wijnen van Ravenhorst, ged. Amerongen 5-10-1749.
-
e. Evert Aalberts van Ravenhorst, ged. 3-6-1703, tr.[66]
Aartje Gerritsen van De Brandhof, geb. Amerongen 29-12-1711, beg. Renswoude 24-3-1789, dr. van Gerrit Arentsz van den Brandhof en Maijghien Hendricks.
-
f. Mercelis Aalberts van Ravenhorst, ged. 8-11-1705, ovl. jong?
-
g. Mercelis Aalberts van Ravenhorst, ged. 12-12-1706.
-
h. Jacob Aalberts van Ravenhorst, ged. 12-8-1708.
-
i. Geusje Aalberts van Ravenhorst, ged. 26-1-1710, ovl. jong?
-
j. Geusje Aalberts van Ravenhorst, ged. 26-12-1712, tr. Renswoude 11-8-1748[67]
Jan Hendriks van Veenendaal, ged. Woudenberg 2-4-1713, zn. van Hendrik Claase van Veenendaal en Maagje Elis van Landaas.
264. WOUTER HENDRIKSEN DEN DECKER, geb. ca. 1660[68], ovl. 1724-1729, woont 1708 op den Poll,
tr. (huw. voorw. 9-3-1689)[69]
,[70]
.
265. AALTJE BEERS, geb. ca. 1660[71], ovl. na 1733. Dit echtpaar wordt in 1688 als lidmaat aangenomen van de kerk
te Lunteren. Zij testeren 20-1-1712. [72]
,[73]
In een doorgehaalde (vanwege het royement op 25-7-1740) acte van 19-12-1733 staat dat Evert Gerritsen Fonteijn
x Aertjen Melissen verklaeren schuldig te sijn aan Aaltjen Beerts
weduwe van Wouter Hendriksen en haeren erven een capitale somma van
vijfhondert gulden en 20 stuijvers betreffende de cooppenninge van huijs
en hof gepasseert den 11 junij 1716
(geroijeert 25 julij 1740).[74]
Uit dit huwelijk (Decker-Beers) geboren (o.a.?) :
-
a. Hendrick Woutersen (Decker), ged. Lunteren 26-12-1685, (=kw. nr. 132).
-
b. Metje Wouters[75], ged. Lunteren 1-1-1691, ovl. na 1728, tr. 1o Lunteren 3-12-1718[76]
Cornelis Gijsbertse[77], geb. Ede (Wekerom), ovl. 1728-1731, tr. 2o Lunteren 28-7-1731[78]
Gijsbert Jansen[79], geb. ca. 1695, ovl. na 1731.
266. EVERT WOUTERSEN, geb. Ede (Wekerom) ca. 1670[80], ovl. na 1700, woont te Wekerom [81],
betaalt ƒ 5,10,-- bruikschatting voor een huis te Weekerom (1698),[82]
tr. ca. 1700[83]
267. ELYSABETH JANSEN (VAN OTTERLOO)(¥), geb. Ede [84]
ca. 1670[85]
, ovl. na 1700,[86]
.
| COMMENTAAR(¥)
zij is mogelijk zr. van Hendrikje Jans van Otterloo (zie kw. nr. ⇒ 520 ),
en van Aert Jansen aen den Aenstoot/van Otterlo [87].
|
De boedel van Evert Woutersen en Elysabeth Jans
wordt 27-4-1763 verdeeld : o.a. "huis, hof etc.
onder Wekerom, bewoond door Wouter Evertsen en een halve
hoeve holts in het Roekelsche of Wekeromse Bosch tesamen ƒ 5000,--
[88].
Uit het huwelijk (Woutersen-van Otterloo) geboren te Wekerom (o.a.?) :
-
b. Marijtje Evertsen, (=kw. nr. 133).
-
c. Elbertje Everts, geb. Ede (Wekerom), ovl. Ede (Maanen) 28-11-1787[90], otr. Ede 3-8-1720[91]
Hendrik Willems, ged. Ede (Maanen), ovl. Ede 2-3-1780[92], j.m. van Maanen,
capitalist,[93]
landbouwer op "Groot Heest" in de Maanderbuurt te Ede,
zn. van Willem Petersen en Meysjen Gerritsen.
Op 10-9-1737 verkopen Jan Willemsen Veenbrink x Evertje Bernts
en Geurt Hendriksen,
voor 2000 gulden "huijs hooven en verder getimmerte met bouw- weij-,
hooy-, diest- en plaggevelden, wallen sloten, houtgewassen,
regten en geregtigheden slieten op den balk en hilden,
toebacxhancken" aan Hendrik Willemsen en
Elbertje Evertsen, die zich verder verplichtten
om Geurt Hendriksen
"sijn leven lanck gedurende te onderhouden in behoorlijke kosten in
drank, kledinge en redinge ook selve nae sijn dood een behoorlijcke begrafenisse en sullen transportenten nae doode van
Geurt Hendricksen profijteren de wulle klederen
tot sijn lijf gehorende en
verder niet".[94]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Elisabeth Hendriksen, ged. Ede 9-11-1721, tr. Ede 11-12-1746[95]
Philips Derk Folmer, ged. Ede 1-9-1720, burger van Wageneningen (1753),
zn. van Derk Gerritsen Folmer, smid te Ede, en Grietje Philipsen.
Uit dit huwelijk nageslacht.
-
2. Hendrikje hendriks, ged. Ede 10-11-1743, ovl. na 1766, tr. Ede 3-6-1764[96]
Jan Petersen, ged. Ede 1-10-1730, ovl. na 1766, zn. van Peter Rijkse en Wijmpje Geurtze.
Uit dit huwelijk nageslacht.
-
3. Evert Hendrikse, ged. Ede 21-8-1729, tr. Ede 1-4-1757[97]
Gerritje Pieters, ged. Ede 17-8-1731, dr. van Peter Rijkse en Wijmpje Geurtze.
Uit dit huwelijk nageslacht.
-
4. Meijnsje Hendriksen, ged. Ede 17-3-1735, ovl. Ede 20-10-1819, tr. Ede 24-10-1762[98]
Jochem Cornelisse, ged. Ede 5-12-1728, bouwman op 't Henrick Everts goed te Manen,
zn. van Cornelis Jochemsen, bouwman op het
Henric Everts-goed te Manen, en Gerritje Aelten.
268. EVERT ROBBERTSEN (FLIERT), lidmaat te Lunteren 25-3-1692 wonend op het Oude Erf, was
pachter van het "Oude Erf" te Lunteren 1-11-1725 tijdens
overdracht binnen de fam. Van Lawick [99],
eigenaar van het "Oude Erf",[100]
betaalt ƒ 4,-- bruikschatting voor 't "Oude Erff" (1698) te
Lunteren,[101]
tr. 1o voor 1690
MARRITJE JANSEN, vóór ca. 1670, ovl. 1691-1694, geref. lidmaat te Lunteren 24-12-1685,
tr. 2o Ede 1694
269. (BE)ATRIX HENRIJCKS(¥), geb. Doesburg (Ede)?, lidmaat te Lunteren met attestatie van Ede 11-5-1694, zij leeft nog in 1719.
| COMMENTAAR(¥)
is Hendrik Aartsen geb. ca 1660, boer in de Doesburgerveen,[102]
mogelijk haar vader?
|
Uit zijn eerste huwelijk (Robbertsen-Jansen) gedoopt te Lunteren:[103]
[104]
-
a. Jan Evertsen van Fliert, ged. 2-3-1690, tr. Ede 12-10-1720[105]
Reintje Jans, geb. Ede ca. 1695.
-
1. Evert Jansen, ged. Ede 12-10-1721.
-
2. Geertje Jansen, ged. Ede 20-2-1724.
-
3. Maartje Jansen, ged. Ede 27-2-1727.
-
4. Jan Jansen, ged. Ede 18-6-1730.
-
b. Robbert Everts, geb. 26-4-1691.
Uit zijn tweede huwelijk (Robbertsen-Henrijcks) gedoopt te Lunteren :[106]
[107]
-
a. Hendrik Everts, ged. 15-9-1695, ovl. jong?
-
b. Maartje (Maritjen) Everts (van Ouderf), ged. Lunteren 13-12-1696,[108]
woont op het Oude Erf te Lunteren (1722),
tr. Lunteren 14-11-1722(als zuster en broederskinderen met toestemming van de Landdag d.d. 30-11-1772)[109]
[110]
. Robbert Gerritsen, ged. Lunteren 2-3-1687,[111]
van de Valk (1722),
zn. van Gerrit Gijsbertsen en Willemtje Robberts (zie kw. nr. ⇒ 536 sub a).
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.[112]
-
c. Hendrik Everts, ged. 23-1-1698.
-
d. Rijck Everts op het Oude Erf, ged. Lunteren 4(8?)-10-1701, (=kw. nr. 134).
-
e. Wouter Everts, geb. 1709.
270. WOUTER HENDRIKS (BUYTENHUYS), ged. Lunteren 21-9-1679[113], ovl. 1723-1743, bezit een deel van het herengoed Beterum te Ede [114],
ontleent de naam Buytenhuys aan een gedeelte van het herengoed
"Buytenhuys" te Lunteren, afkomstig uit de familie van zijn eerste
vrouw,
en waarvan hij op 12-11-1698 met zijn tweede vrouw de opdracht ontving
[115],
"soolwehrbesitter" in 't herengoed Buytenhuys (1721)
[116],
tr. 1o Lunteren (huw. voorw. 23-11-1695) [117];(¥)
AELBERTJE AERT JACOBSDR. (VAN) BUYTENHUYS, ovl. 1695-1698 (kinderloos), ontvangt 22-2-1695 investituur en oprukking voor het herengoed "Beterum" in
Lunteren ,
otr./tr. 2o Barneveld/Lunteren 24-7/7-8-1698
271. DIRKJE WOUTERS VAN BOETSELER, ged. Barneveld 19-11-1680, ovl. 1743-1774, j.d. onder Barneveld (1698).
| COMMENTAAR(¥)
sic! dan zou hij dus 16 jaar oud zijn, wat klopt hier niet geboorte of huwelijksdatum?
|
Het erf Beterum of Hoogh Beterum in het ambt Ede, kerspel Ede, buurtschap Doesburg.[118]
23-10-1723 : Hendrik Otters, scholtis van het ambt Ede, oprukking na transport door Gerrit Hendrikx x Jantjen Jansen, bezitters van de zaalweer, en Wouter Hendriksen Buijtenhuys x Derkje Wouters, voor hun zelf en als mombers van twee onmondige kinderen van Neeltje Hendrikx getrouwd geweest met Aert Reyersen, en van de onmondige kinderen van Elbertje Hendrix getrouwd geweest met Wouter Hendrix, en van Egbertje en Woutertje Wouters, kinderen van Wouter Derks x Lijsbeth Hendrix, in leven echtelieden. Zij zijn tezamen kinderen en kleinkinderen van Hendrik Wouters.
Herengoed Buitenhuis :
22-2-1695 : Albertien Aerts van Buythehuys, investiture en oprukking als erfgenaam van haar vader Aert Jacobs.
1-5-1696 : Wouter Henrix x Albertjen Aerts approbatie van wederzijdse tucht en huw. voorwaarden d.d. 23-11-1695.
18-3--1698 : Evert Jacobs investiture en oprukking. N.B. Na overlijden van zijn vader Jacob Everts was het herengoed aan diens oudste zoon Aert Jacobs gekomen, daarna aan diens dochter Albertien Aerts van Buytenhuys, die kinderloos stierf.
12-11-1698 : Wouter Henriksen, wednr. van Albertien Aerts, gehuwd met Derckie Wouters, oprukking na transport door Evert Jacobs en Jacob Alberts.
12-11-1698 : Wouter Henriksen Buytenhuys x Derckie Wouters van Boetselaer approbatie van een wederzijdse tuchting.
29-9-1701 : Roetert Haelboom x Weijntien Henrix approbatie van verpanding van enige percelen lands aan Bart Jansen x Gerritien Jansen en Mor Jansen x Arisjen Jans.
10-5-1704 : Wouter Henrix approbatie van een bezwaring ten behoeve van zijn schoonvader Wouter Aerts.
15-10-1710 : Approbatie van de verpanding aan Jacob Francken van een kamp lands.
9-12-1712 : ...
24-2-1719 : ...
19-6-1721 : ...
6-1-1730 : ...
9-5-1742 : ...
... etc.
27-6-1743 : Derkje Wouters, wed. van Wouter Henriksen, oprukking.
Op 8-3-1774 krijgen Evert van Lijsselen x Lijsebeth Woutersen Buijtenhuijs, Gerrit Jansen x Woutertje Wouters Buijtenhuijs, Jantje Wouters Buijtenhuijs, wed. van Hessel Woutersen approbatie van een magescheid d.d.d 7-3-1774 over de boedel van hun ouders Wouter Hendrick Buijtenhuijsx Dirkje Wouters. ... Aan Gerrit Jansen en Woutertje Wouters Buijtenhuijs, is toebedeeld een stuk bouwland in den Luntersen Enck groot 2½ schepel "den Hoppecamp" genaamd, een stuk bouland in den Houtcamper Eng groot 3½ schepel, een stuk Hooyland "de Agterste Hooijkamp" genaamd, en een stuk Hooyland....etc. [119]
Op 24-5-1725 krijgt Wouter Hendriksen Buytenhuys, buurmeester te Lunteren,
op de buurspraak "voor goede ijver en extraordinair aangewende moeite voor de
belangen der Gemeente, in dit singulier geval en sonder enige consequentie een
rijksdaalder toegelegd".[120].
In 1730 vermaakt
Gerrit Haalboom een legaat van 100 Car. gld. aan zijn neef
Wouter Hendriks Buytenhuys
[121].
Op 12-6-1730 kopen Wouter Hendriksen Buytenhuys en Derkje Wouters,
echtelieden, een huis van Geurt Wouters en Geertje Jans, echtelieden
[122].
In 1722 zijn Wouter Hendriksen Buytenhuys en Gerrit Hendrikse "oomen en
bloetmomberen" over de twee minderjarige kinderen van Wouter Hendriksen en
Elbertje Hendriksen
[123].
Op 8-3-1774 krijgen Lijsbeth, Woutertje en Jannetje Buitenhuis approbatie voor
een magescheid over de erfenis van hun ouders en hun broer Aert, waarbij
"Buitenhuis" aan Lijsbeth wordt toebedeeld [124].
Seker hallef huys Hoff Bergh en vorder gereghtigheijt staande in den dorpe
van Barnevelt so door Jan Schuijr is bewoont sijnde oostw naest gehuijst
de wed. Wilh(em) van Esvelt en westw Jannitje Barten, toekomende
Jan Aelten en Aeltje Aerts eghtel. ende Hendrik Jansen en
Jannetje Aelten, eghtel.
1728 den 20 november verkoft getransporteert en overgegeven aan ten
erfelijken behoeve van Vrouwe Elisabeth Heermans wed. wijlen
Wilh(em) van Esvelt en haaren erven en sulks voor de somma van 775 gln
gepasseert voor geerfden Herbert Hagen, Ambrosius van Dompseler,
Herman Aelberts die de origen. transport hebben gezegelt en getekent op
Dato als booven.
Geregistreert den 28 julij 1729.
Wouter Jansen heeft testament gemaakt an de kinderen van sijn broer en
swager Steven Zegersen en sijn suster Aertje Jans eghtel. met namen
Jan Stevensen en Geertje Stevens en Woutertje Stevens, zijnde Geertje
getrouwt an Tuenes Zandersen, yder voor eenderde part ewiglijk en erfelijk
de gehele zaalweer en een gereghte vierde part en een twaalifde part an de
landereijen van 't erf en goet de Vaerst onder Barnevelt gelegen, bij
voornoemde Jan Stevensen en Woutertje Stevens gebruijckt, so comparant
van sijn vader aangeerft zijnde, daar en boven nog 500 gld an gelt en een
derde porti van sijn natelatene klederen en inval een van drij sonder
lijfferven streft sullen alle voorn. goederen devolveren op de langslevende
en sulks alles met uijtsluijtinge van Seger Stevensen om redenen vorder
sal sijn halve suster met namen Derkje Wouters getrouwt an
Wouter Hendriksen en Jannetje Wouters getrouwt an Wolbert Aertsen
off der selver kinderen uijt testatuers moeders goet bestaande uut 2100 gld
an obligatie en geregtig gelt trekken en proffijteeren yder een 3:pant ad
700 gln: en het overige derde part bij voorgemeld drij kinderen van sijn
suster getroken worden met uijtsluijting weder van Zeger Stevensen en dat
de dootschulden sullen hallef door gemeld drij kinderen en de andere helft
door gemelte halve susters worden betaalt, alles breder te sien in de
orginele brief gemaakt door E.C. Ardesch Scholtis die de selve neevens
Steven Coenjes en Jan Carel Lughtig getekent en gezegelt op den 8 juni
1729.
Geregistreert den 11 Aug. 1729.[125]
Uit zijn tweede huwelijk (Buytenhuys-Boetseler) geboren [126] :
-
a. Aart Wouters (Buitenhuis), geb. Lunteren 1699, ovl. jong?
-
b. Aart Wouters (Buitenhuis), geb. Lunteren 1700, ovl. waarsch. kinderloos voor 1774, tr. 1o 30-6-1730 [127]
Johanna Haalboom, dr. van Cornelis Jansz Haalboom,
tr. 2o (huw. dispensatie d.d. 26-6-1748 als halve zuster en broederskinderen[128])
Egbertje Wouters (van der Sande), dr. van Wouter Dirksz van der Sanden,
wed. van Otto van de Vijsel.
VUL AAN + kopie Haalboom
-
c. Wouter Wouters (Buitenhuis), geb. Lunteren 1704.
-
d. Lysbeth Wouters (Buitenhuis), geb. Lunteren 1705, ovl. na 1774, tr. vóór 1774
Evert van Lijssel(en), ovl. na 1774.
-
e. Woutertje Wouters (Buitenhuis), ged. Lunteren 5-3-1713, (=kw. nr. 135).
-
f. Jannetje Wouters (Buitenhuis), geb. Ede 27-2-1716, tr. vóór 1774
Hessel Wouters, ovl. vóór 1774.
-
g. Wouter Wouters (Buitenhuis), geb. Lunteren 1721.
276. JAN EGBER(T)S MENSIN(C)K, ovl. Apeldoorn 17-11-1743,[129]
brouwer (1714, 1722) te Apeldoorn op het goed Buitenhuis (15-5-1744),[130]
wordt, als brouwer, aangeslagen voor de cedulle voor ƒ 3,-- (1722),[131]
tr.
277. MARRITIEN (MARIA) REINDERS (BUURMAN), ovl. Apeldoorn 6-4-1743,[132]
Het goed Buytenhuys in het kerspel Apeldoorn, leenroerig aan de proosdij van Deventer.[133]
7-6-1715 : Approbatie van transport d.d. 20-7-1713 aan Jan Mensinck.
15-5-1714 : Approbatie van de vestiging van een hypotheek groot 1500 Car. gld. ten behoeve van Arnoldus Clasen en ten laste van Jan Mensink, brouwer, en zijn huisvrouw Marritien Reinders. Get. is Herman Gerrits Bosgoedt.
12-7-1716 : Idem voor een hypotheek groot 1500 Car. gld.
11-11-1730 : Jan Egberts Mensink en zijn huisvrouw Maria Reinders na de dood van de vorige hulkder en stellen to nieuwe hulder H. Hiddink
11-11-1730 : Approbatie voor de vestiging van een hypotheek groot 4000 Car. gld. ten laste van de advocaat Ellard Brouwer
21-12-1739 : Johan Hendrik Rochet, casteleijn op het Loo, na transport door Jan Mensink. Op verzoek van zijn volmacht Hermannus Buitenhoff, hulder A. Pieterman
COMMENTAAR(¥)
Ongeplaatste fragmenten MENSINK :
Jan Mentink, geb. ca. 1690[134], ovl./beg. Apeldoorn 6/10-6-1749, zn van Cornelis Mentink, geb. ca. 1660,[135]
kleermaker, eerst geref. later RK, woonde 1747 in de
buurtschap Orden te Apeldoorn,
tr. 1o ca. 1720
Johanna Roelofs Schut, ged. Apeldoorn 23-4-1693, ovl. 1732-1733, tr. 2o Vaassen RK 10-2-1733
Joanna Goossens, ovl./beg. Apeldoorn/Vaassen 11/16-4-1764[136], ingezetene van Apeldoorn (1747) met 3 kinderen [137]. zie ook VG 19(1994)133,134
uit zijn eerste huw. kinderen geref gedoopt Apeldoorn 1722-1732.
uit zijn tweede huwelijk kinderen RK gedoopt te Vaassen (1736-1741).[138]
Willem Mensink, otr./tr. Beekbergen 14/30-11-1706 (met attestatie van Apeldoorn)[139]
Eva Schut, waaruit een zoon Reinder Jans Mensink, etc (klopt dat check!).
Giele Mentink 2 haardsteden in Dorper Rot.[140]
|
Uit dit huwelijk (Mensink-Reinders):[141]
-
b. Jannes Mentink, aangeslagen voor 2 haardsteden in Westrenkse Rot (Epe) 1781.[142]
-
a. Reinder Buurman Mensink, ged. geref. Apeldoorn 13-3-1692, (=kw. nr. 138).
-
b. Aeltien Mensink, ged. geref. Apeldoorn 1-6-1693, ovl. jong?
-
c. Aelbert Mensink, ged. geref. Apeldoorn 9-9-1694.
-
d. Geertien Mensink, ged. geref. Apeldoorn 26-4-1696.
-
e. Cornelis Mentsinck, ged. geref. Apeldoorn 17-2-1699, ovl. jong?
-
f. Aeltien Mensink, ged. geref. Apeldoorn 9-1-1701, ovl. vóór 1741.
tr. vóór 1722[143]
Reinder Corthals, geb. (ged?) Apeldoorn 7-11-1680, ovl. (beg?) Apeldoorn 12-9-1756, samen met zijn broer Loogh Corthals papiermakers op de Pannekoeksmolen aan de Wenumsebeek te Wenum (1736-ca.1741),[144]
zn. van Jan Jansen Corthals, eigenaar van de Pannekoeksmolen en de molen De Tepelenberg, en Mechteld Reinders Pannekoek,
-
1. Mechteld Corthals, ged. Apeldoorn 27-9-1722.
-
2. Geertrui Corthals, ged. Apeldoorn 5-8-1725, ovl. 1810, tr. Hall 27-4-1760[146]
Jan van Heelsum, geb. (ged?) Heelsum 25-7-1729, ovl. Brummen 10-1-1821, kerkmeester van Heelsum (1786),
papiermaker op de Onderste Schoonmansmolen, De Hoop, aan de Coldenhovense/Eerbeekse beek te Eerbeek (1770-1794),[147]
die hij vermaakt aan zijn neef Reinder Huiskamp,[148]
zn. van Jan Jansen van Heelsum en Willemina Everts
-
3. Aaltien Corthals, ged. Apeldoorn 24-8-1727.
-
4. Johannes Corthals, ged. Apeldoorn 13-5-1731.
-
g. Egbert Mensink, ged. geref. Apeldoorn 9-1-1701, j.m.,
tr. Voorst 8-2-1728
Jenneken Bessems, j.d. van Voorst.
Uit dit huwelijk kinderen geref. gedoopt te Apeldoorn 1730-1734.
-
h. Cornelis Mensink, ged. geref. Apeldoorn 17-6-1703, woont in 1738 op 't Loo,
aangeslagen voor 1 haardstede Hege Rot (1781),[149] (is hij dat wel ?)
tr.
Wendelina Jansen.
Uit dit huwelijk gedoopt te Apeldoorn minstens 6 kinderen 1731-1745.[150]
Een deel van het erf en goed "de Heese" in het kerspel Apeldoorn, leenroerig aan de proosdij van Deventer.[151]
15-2-1738 : Cornelis Mensink, wonende op het Loo, onder hulderschap van zijn broer Jannes Mensink, na opdracht door Elsjen Lamberts Bouke, wed. van L.C. Muller.
19-5-1759: Cornelis Mensink stelt tot nieuwe hulder A. Pieterman, zijnde wonende te 's-Gravenhage.
17-7-1761: Arnoldina Michelina Opthen Noord, na transport door Cornelis Mensink en zijn huisvrouw Wendelina Jansen.
In 1747 zijn Cornelis Mensink en zijn huisvrouw Wendelina Janss met 6 kinderen en een meid (Grietje Gerrits) ingezetenen van de buurschap Noord-Apeldoorn.[152]
278. ROELOF WILLEMS KRUIMER, ovl. Voorst 1689-1697,[153]
otr. 1o Voorst 5-5-1678
JENNEKEN JANSEN, ovl. vóór 1689, wed. van Hermen Arents op Brinck,[154]
otr. 2o Voorst 25-8-1689
279. MARGARETHA HISSINK, ovl. Voorst ? na 1697,[155]
otr. 2o Voorst 29-8-1697[156]
WILLEM BESSEM, ged. Voorst 9-10-1664, geref. lidmaat te Voorst (okt. 1686),[157]
zn. van Willem Frederiks Bessem en Margaretha Telgen.
Uit zijn tweede huwelijk (Kruimer-Hissink) gedoopt te Voorst :[158]
-
a. Jenneken Kruimer, ged. 2-5-1690.
-
b. Wendeltjen Kruimer, ged. 8-3-1691, (=kw. nr. 139).
-
c. Fenneken Kruimer, ged. 11-2-1694, ovl. jong.
-
d. Fenneken Kruimer, ged. 29-9-1695, tr. 1o Voorst 3-3-1720[159]
Derk Bresser, beg. Voorst (overluyd) 29-4-1729, boerrichter in Empe,
zn. van Reinder Jansen Bresser, boerrichter in Empe, en Marritje Derks Hissink,
tr. 2o Voorst 16-10-1729
Lammert Martens, zn. van Arend Martens.
Uit haar eerste huwelijk (Bresser-Kruimer) gedoopt te Voorst :[160]
[161]
-
1. Maria Derks Bresser, ged. 9-2-1721, otr./tr. Voorst 17-3/2-4-1747 (als dr. van wijlen Derk Bresser)
Peter Hendriks Bresser, ged. Voorst 24-11-1709, zn. van Hendrik Jansen Bresser en Wendeltje Bessem.
-
2. Margriete Bresser, ged. 3-10-1723, otr. Voorst 17-1-1751 (als dr. van wijlen Derk Bresser)
Jannes Hendriks, zn. van Hendrik Jansen.
-
3. Reinder Derks Bresser, ged. 17-12-1724, ovl. na 1777, tr. 1o Voorst 20-8-1752
Anneke Willems, beg. Voorst (overluyd) 1-3-1756, dr. van Willem Hendriks,
tr. 2o Voorst 16-5-1756
Harmke Arends, beg. Voorst 18-2-1764, dr. van Arend Lucassen en Lijsbeth Hendriks,
otr./tr. 3o Voorst 26-7/12-8-1764, ovl. na 1777
Janneken Teunis, ged. Voorst 4-8-1743, dr. van Teunis Jansen en Henderica Arends.
Uit zijn eerste huwelijk (Bresser-Willems) 3 kinderen gedoopt te Voorst (1752-1755).
Uit zijn tweede huwelijk (Bresser-Arends) 4 kinderen gedoopt te Voorst (1758-1763).
Uit zijn derde huwelijk (Bresser-Teunis) 6 kinderen gedoopt te Voorst (1766-1777).
-
4. Leena Derks Bresser, ged. 10-11-1726, beg. Voorst (overluyd) 10-12-1728.
-
5. Roelof Derks Bresser, ged. 10-10-1728, ovl. Voorst 11-6-1794.
Uit haar tweede huwelijk (Bessem-Hissink) (o.a.?):
-
a. Jacob Bessem, ged. Voorst 11-2-1714, ovl. Beekbergen 19-12-1791, hospes in De Dwarsfluit in Lieren,
tr. ca. 1737[162]
Apolonia Timmers, ged. Beekbergen 21 of 24-6-1708, ovl. Beekbergen 5-7-1775, dr. van Hendrik Klaassen Timmer en Jenneke Henderix.
280. WOLTER CORNELIS (GOUDKUYL) (de jongste), geb. Apeldoorn [163] na 1635, ovl. 1720-1731, noemt zich in 1693 Goltkuyl naar het goed, dat hij van de kinderen van
Albert Tonis en Aeltien Jansen ter Bork koopt [164],
tr. 1o Kootwijk geref. 4-2-1665 [165]
MECHTELD JANS, ovl. vóór 1681, dr. van Jan Breunis,
tr. 2o 1681
281. JANTJE (JENTJE, JENNEKE) JANSDR[166], ovl. 1720-1731, tr. 1o [167]
HENDRIK GERRITS BUITENHUIS, geb. Apeldoorn, zn. van Gerrit Hendricks Buitenhuijs en Hendrickien Hessels,
landbouwer in de Wenumermark,[168]
gegoed in Wenum.[169]
6-3-1693 : Hessel Alberts en Aeltien Jansen ter Berck, wed. van Albert Tonis, als mombers van haar onmondige kinderen, approbatie voor de verpanding van enige percelen aan Wouter Cornelissen op den Goltkuijl x Jantien Jansen :
1) een kamp land groot 3 mulder (belend oost : den gemeene wegh naar Vaassen, zuid de straat
langs het huis en hof van Brant Albers),
2) een mulder land langs de Willige akkers gelegen
(belend zuid : Jacob Janssen en Hessel Alberts hoff, west : Derk Lamberts erfgenamen,
noord de weg door de enk aangelegen),
3) 2½ schepel mede op de Willige akkers (belend oost :
Jan Gerrits erfgenamen),
4) vier vierdl. op de Wenemer gemeente.[170]
Wouter Cornelis koopt de "Goldkuyl" van Albert Tonis en
Aeltien Jansen ter Bork, echtelieden. Op 6-3-1693 is de "Goldkuyl" een camp
lants groot omtrent 3 muler gesays, alwaerts ten oosten : de algemene weg naar
Vaessen, van ƒ 1400,-- [171].
Een herengoed in de buurtschap Wenum, kerspel Apeldoorn, ambt Apeldoorn.[172]
Op 6-3-1693 wordt approbatie verleend voor verpanding van enige percelen in een herengoed in de buurtschap Wenum, kerspel Apeldoorn, ambt Apeldoorn , aan Wouter Cornelissen Goltkuijl x Jantien Jans.
24-1-1700 : Wouter Cornelissen x Jantien Jans oprukking na transport door Willem Jacobs.
12-1-1714 : Wouter Cornelissen x Jannetje Jansen oprukking (2-5-1720).
24-1-1731 : Approbatie van een magescheid.
24-1-1731 : Lubbert Woutersen Goutkuijl c.s. investiture en oprukking.
Een herengoed in de buurtschap Orden, kerspel Apeldoorn, ambt Apeldoorn. [173]
3-4-1680 : Wouter Cornelissen de jongste, investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Cornelis Wouters, uit kracht van een magescheid tussen de erfgenamen.
6-3-1693 : Wouter Cornelissen de jongste, oprukking (30-6-1699, 2-5-1720).
24-1-1731 : Approbatie van een magescheid.
24-1-1731 : Gerrit Woutersen Goutkuijl en Lubbert Woutersen Goutkuijl en hun respectievelijke huisvrouwen investiture en oprukking.
Uit zijn tweede huwelijk (Goudkuyl-Jansdr) geref. gedoopt te Apeldoorn [174]
[175]
(o.a.?):
-
a. Cornelis Wolters Goltkuyl (van Asselt), ged. 29-10-1682.
-
b. Peterken Wouters (van Asselt/Goltkuyl), ged. 3-5-1685, beg. aang. Den Haag 9-11-1759 (pro deo als Petronella van Assel, 90 jr. "vergaan van levensgeesten"[176]), tr. geref. Heerde 27-6-1706 (zij oud 31 jaar, hij oud 21 jaar)
Derk Frederiksz van Marle, ged. Heerde 29-8-1680, zn. van Frerik Dercks en Anna Egberts.[177]
,[178]
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.[179]
-
c. Hendrik Wolters Goltkuyl (van Asselt), ged. 4-9-1686, tr. vóór 1724
Jenneken (Hendriks) Brink.
-
d. Gerrit Wolters Goltkuyl (van Asselt), geb. Apeldoorn 1686-1693, ovl. vóór 1743, j.m. te Apeldoorn (1717).
krijgt in 1731 het herengoed te Orden,
otr./tr. geref. Deventer/Apeldoorn 30-10/14-11-1717[180]
Lucretia Ensink(s), ovl. Deventer 24-9-1753, dr. van Derk Sweers Ensink en Maria Wolfsink.
Uit dit huwelijk drie zoons gedoopt te Apeldoorn (1718-1723).[181]
Op 24-1-1731 krijgen Gerrit Woutersen Goutkuijl en Lubbert Woutersen Goutkuijl en hun respectievelijke huisvrouwen investiture en oprukking van het herengoed te Orden. (Zie boven)
-
e. Lubbert Wolters Goltkuyl, ged. 4-8-1693, ovl./beg. Apeldoorn 2/6-10-1770, (=kw. nr. 140).
Uit haar eerste huwelijk (Buitenhuis-Jansdr) :
-
a. Jan Hendriks Buitenhuis, ged. Apeldoorn 1-11-1674, landbouwer in de Wenumermark,
tr. ca. 1693
Evertien Everts (Hissink), ovl. Apeldoorn voor 1735. Zij hertr. 1703 haar zwager Thonis Hendriks Buitenhuis (zie hieronder).
Uit dit huwelijk minstens 3 kinderen.[182] waaronder :
-
1. Jentien Jansen Buijtenhuijs, ged. Apeldoorn 30-7-1701, ovl. Apeldoorn 16-12-1759.
-
b. Thonis Hendriks Buitenhuis, ged. Apeldoorn 7-10-1677, ovl. Apeldoorn 28-3-1750[183]
tr. (huw. dispensatie 7-7-1703)
Evertien Everts Hissinck, ovl. Apeldoorn voor 1735.
Hieruit 2 kinderen.
Hij transporteert delen van het goed Wenum te bewesten op 8-3-1704
aan zijn neef Hendrick Hessels Buitenhuis.[184]
Hij verkoopt op 23-7-1735 vijf vierendelen hooiland op de Beemte. [185]
Uit dit huwelijk 2 kinderen waaronder :
-
1. Willem Teunis Buitenhuis, ingezetene te Wijssel (1747) met vrouw en 1 kind in het Broekland/Ankelaar,
tr.; 13-11-1745[186]
Willemken Rutgers, geb. Wilp, ovl. Apeldoorn 18-2-1773.
-
c. Hendrickjen Hendriks Buitenhuis, ged. Apeldoorn 9-4-1680, tr. vóór 1714
Willem Nijnaber, onderscholt te Apeldoorn.[187]
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Apeldoorn (o.a.?) :[188]
-
1. Hendrik Nijnaber, ged. 28-1-1714.
-
2. Judith Nijnaber, ged. 19-1-1716.
-
3. Aaltien Nijnaber, ged. 6-3-1718.
-
4. Beernt Nijnaber, ged. 4-2-1720.
-
d. Bartholt Hendriks Buitenhuis, geb. Hall vóór ca. 1675, ovl. vóór 1744, waarschijnlijk eerst papiermaker, later landbouwer in de Wenumermark
tr. Hall 6-2-1698[189]
Metje Jansen Lubberhuysen, geb. Hall vóór ca. 1680, ovl. Apeldoorn 5-5-1753, geref. lidmaat te Hall,
erft in 1723 ¼ van de papiermolen Het Klooster te Eerbeek,
dr. van Jan Peters Lubberhuysen, papiermaker op het Oude Klooster te Eerbeek en kerkmr. te Hall, en Maria Hendriks Buytenhuis.
Bartold en Thonis Hendricks Buitenhuijs ontvangen een kwart van de erven van
Gerrit Hendricks Buitenhuijs. Hij koopt op 5-1-1723 met zijn vrouw huis hof en land
op de Beemte. Ze bezitten de helft van Kluijtenberg, en pachten de andere
helft van haar familie. Zij koopt op 5-4-1744 als wed. van Barthold een halve
molder zaailand op 'den Heuvel' (Beemte). [190].
Uit dit huwelijk:[191]
[192]
:
-
1. Hendrik Bartholts Buijtenhuijs, ged. Apeldoorn 11-12-1698, beg. Apeldoorn 1-11-1779, papiermaker, landbouwerop de Kluijtenberg,
tr. ca. 1723 zijn volle nicht[193]
[194]
Jentien Jansen Buijtenhuijs, ged. Apeldoorn 30-7-1701, ovl. Apeldoorn 16-12-1759, dr. van Jan Buijtenhuijs en Evertien Everts Hissink (zie hierboven).
Uit dit huwelijk nageslacht.
-
2. Petertien Bartholts Buijtenhuijs, ged. Apeldoorn 14-8-1701.
-
3. Janna Bartholts Buijtenhuijs, ged. Apeldoorn 18-5-1703.
-
4. Jan Bartholts Buijtenhuijs, ged. Apeldoorn 23-9-1704.
-
5. Jan Peters Bartholts Buijtenhuijs, ged. Apeldoorn 20-2-1707.
282. AALBERT GERRITS, ovl. vóór 1706, tr. ca. 1703?
283. JENNEKE WOUTERS (WOLTERS) (VAN ASSELT), ged. geref. Apeldoorn 22-7-1688.
Op 20-11-1706 verpandt Jenneke Wolters, wed. van Aalbert Gerrits haar 1/6
deel van "Jonkerengoet" aan haar dochter Lubbertie Aalberts [195].
Hoe zit dit zoek uit!
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. Lubbertien Aalberts, ged. geref. Apeldoorn 24-11-1695 [196]
, ovl./beg. op den Goudkuijl onder 't Broeklant/Apeldoorn 12/18-1-1746 (oud 50 jaar),[197]
(=kw. nr. 141).
288. HENDRIK BERENDSZ HOPSTER(¥), ged. Vriezenveen 1685, ovl. Vriezenveen na 1726, maakt ruzie met Wolter Hans van Utert die hij geslagen en in de lip gebeten had, hetgeen hem een boete van 1½ oude schilden kostte (1726),[198]
vermeld in het register van boterpachtplichtigen te Vriezenveen (ca. 1735) met ruim 3 akker land, bijgenaamd Dikken, voor 18 ponden boter,
[199]
en met ½ akker woestenland land, bijgenaamd Dikken, voor 2 ponden boter,
[200]
tr. verm. 2o 1716?[201]
JENNEKEN JANS TUTERTJEN, tr. 1o voor 1710
289. JENNIGJEN HINDRIKS, geb. ca. 1684, ovl. 1716?.
| COMMENTAAR(¥)
De wed. van Hendrik Berens betaalt 1 stuiver contributie (voor de huurwaarde van een woning) en 6 penningen verponding (de huurwaarde van landerijen) te Vriezenveen (1723).
[202]
Kennelijk kan dit niet de wed. van Hendrik Berendsz Hopster zijn want deze leeft nog in 1726, 1727.
|
Uit zijn (eerste?) huwelijk (Hopster-Hendriks):[203]
-
a. Hendrik Hendriksz Hopster, ged. Vriezenveen 29-5-1710, ovl. Vriezenveen, (=kw. nr. 144).
-
b. Janna Hendriks Hopster, ged. Vriezenveen 1712, ovl. jong?
-
c. Aeltjen Hendriks Hopster, ged. Vriezenveen 1714.
-
d. Janna Hendriks Hopster, ged. Vriezenveen 1714, ovl. jong?
-
e. Berend Hendriksz Hopster, ged. Vriezenveen 1716, ovl. jong?
Uit zijn (tweede?) huwelijk (Hopster-Tutertjen):[204]
-
f. Janna Hendriks Hopster, ged. Vriezenveen 1716, ovl. jong?
-
g. Janna Hendriks Hopster, ged. Vriezenveen 1718, ovl. na 1748.
-
h. Berend Hendriks (Hopster), ged. Vriezenveen. 1719, ovl. 1773-1817, tr.[205]
Janna Klasen de Jonge, ged. Vriezenveen 1731, ovl. 1773-1817, dr. van Klaes de Jonge en Fenneken Jansen.
-
1. Jennegjen Berends, ged. Vriezenveen 1762, ovl. Vriezenveen 1819.
-
2. Klaas Berends, ged. Vriezenveen 1764, ovl. 1764-1766.
-
3. Klaas Dikkers (sic!), ged. Vriezenveen 1766, ovl. Vriezenveen 1822, tr. Vriezenveen 1817[207]
Gerhardijna Brink, geb. Vriezenveen 1793.
-
4. Hendrik Berends, ged. Vriezenveen 1769.
-
5. Fenneken Berends, ged. Vriezenveen 1773.
-
i. Jenneken Hendriks Hopster, ged. Vriezenveen 1721, ovl. na 1748.
-
j. Jan Hendriks Hopster, ged. Vriezenveen 1727.
292. LUICAS GEERS HULS, geb. vóór ca 1670, als Luicass Gerrits vermeld in het kohier van zoutgeld te Vriezenveen (1694) met een aanslag van ƒ 0,10,--,[208]
als Lukas Geersen Huls vermeld in het register van boterpachtplichtigen [209]
te Vriezenveen (ca. 1735) met 4 akker versplit land, bijgenaamd Graaven Jennen Lant, versplit, voor 1 ponden boter,
en met 4 akker land, voor 16 ponden boter,
en met ruim 1 akker woestenland, voor 3 1/4 ponden boter,
betaalt als Lukes Hols ƒ 6,8,1 contributie (voor de huurwaarde van een woning) en ƒ 1,10,0 verponding (voor de huurwaarde van landerijen) te Vriezenveen (1723),
[210]
tr.
293. ANNEKEN HULS. In de volkstelling van Vriezenveen (1748) worden vermeld:[211]
Luicas Geers Huls met zijn vrouw Anneken Huls en een kind
onder de 10 jaar Gerrit Lucas en als inwoonder Hend. Geertsen Huls.
Uit dit huwelijk mogelijk :
-
a. Jan Lucassen Hulst, geb. vóór ca. 1720, (=kw. nr. 146).
-
b. Gerrit Lucas Huls, geb. 1738-1748.
304. MAAS EVERTSEN, ovl. vóór 1731[212], j.m. van Voorthuizen (1710),
otr. Voorthuizen 15-6-1710[213]
(met attestatie op Cootwijk[214]
), otr./tr. Kootwijk 25-5/15-6-1710[215]
305. GRIETJE OTTEN, ged. Kootwijk 19-9-1686[216], ovl. na 1748(¥), j.d. uit Cootwijkerbroek (1710)[217],
betaalt ƒ 38,-- (1747) en ƒ 28,15,-- (1748) hoofdgeld als wed. van Aart Jacobs, bouwvrouw in het dorp Barneveld voor 1 persoon, 2 kinderen ouder dan 15 jaar, 2 knegts, 3/4 erf, 3 heerdsteden, 17½ morgen, 5 specien [218],
otr. 2o Voorthuizen/Barneveld 15-12-1731[219]
tr. 2o Kootwijk 1-1-1732[220]
AART JACOBSEN VAARKAMP, geb. Barneveld, ovl. 1747(¥), wednr. van Annetje Hendriks,
mulder (1732),
is gebruiker van een erve en goed Veller genaemt, gelegen in buijrschap Esvelt (1737),[221]
belender in de buurtschap Estvelt (1740),
geërfde in de buurtschap Estvelt (1744),
zn. van verm. Gerrit Jacobs, op Varecamp[222] en Beertien Gerrits,
verkoopt in 1747 het goed Varecamp te Lunteren aan Hendrik Brantse.[223]
| COMMENTAAR(¥)
Wie van beide echtgenoten Grietje Otten en Aart Jacobs Vaarkamp het eerst overlijdt is onduidelijk. Grietje betaalt in 1748 hoofgeld als wed. van Aart Jacobs (dus Grietje ovl. na 1748, Aart ovl. voor 1748), terwijl Aart als wednr. van Grietje Otten nog in 1749 een stuk land transporteert (dus Grieteje ovl. voor 1749, Aart ovl. na 1749). Hoe zit dat?
|
Op 12-2-1733 doen Aert Jacobsen en Grietjen Otten, egteluijden, cond en
certificeren mits desen dat wij volgens maegescheijd opgerigt dato den 14
december 1731 schuldig zijn aen ieder kind bij Maes Evertsen en
Grietjen Otten, egteluijden verwekt uijt het gerede een somma van 182 gld
eene stuiver, bij welk magescheijd is verstaen, dat de moeder die penningen
onder haer kan behouden, soo dat se mundig zijn. Dese de onmundigen met
naemen Rijk, Ott en Gerret Maessen.
Als onderpand wordt gesteld ons aanpart aen de Puurveensemolen met huijs en
verder getimmer, landerijen, houtgewassen, niets uijtgesondert, gelegen in
den ampte Barneveld, Carspel Cootwijk buurschap Cootwijkerbroek, soo het
tegenwoordig door Gijsbert en Wouter Otten gebruijkt word.
Geerfden zijn Jan van Dompseler Heijmans, Gerret Melissen van Couthooren
en Hendrik Schut.
Geteekend en bezeegeld op den 12 februari 1733.[224]
Op 12-1-1734 transporteren
Aert Jacobsen Vaercamp x Grietje Otten aen
Roeloff Aersen x Gerritjen Hendriks
een camp bouwland genaamt de Heetcamp, ruijm een mergen groot met een
plaggeveltje omtrent van die selfde groote daer 't ejnde aengelegen neffens
een slagjen op 't heetveld hij de Weeij gehorende onder het erf en goedje
Donkervoort aldaer Steven Aersen woont voormaels door ons transport aan
Gerhardus van de Vliert en Evertjen Berghuijs gecoft, liggende in
het buurtschap Esvelt, belend ten oosten coperen selfs, ten westen de
gemeene steegh off de lijkenwegh, ten zuijden
Jan Geurtsen en Geurt Heijmen en ten noorden Gijsbert Jacobs.
En sulks alles voor een somma van drie hondert en negentigh gulden.
Geerfden zijn Rijk Heijmensen van Huijckenhorst en Hendrik van Heerd.
[225]
Op 16-3-1735 hebben Bor Aeltsen en desselfs suster Weijmpjen Aeltsen
samen ieder voor de halfscheyd vercoft en getransporteert aen
Tijmen Hermsen x Jannetjen Jans de eene helft, en aen de
onmundige kinderen van wijlen Maes Evertsen en Grietje Otten,
waervan voornoemde Tijmen Hermsen momber is de andere helft, van
twee akkertjes landt te saemen groot omtrent een vierendeel mergen,
gehorende en gelegen onder 't erve en goedjen in Seumeren daer
Jan Hendriksen op woont, zijnde vrij allodiael
deylbaer goedt, edogh belast met 's Heerenlasten en ongelden en sulks
voor de somma van een hondert en dertigh gulden. Geerfden zijn
Wijnant van Leuwen, Lubbert Romeijn, Willem Vincent.[226]
Op 26-66-1738 transporteren
Aert Jacobsen Vaercamp x Grietjen Otten aen Rutcher Hendrikse van Gelkenhorst x Geertjen Jacobs.
twee campjes saaij en weijlandt genaemt de Aghterste geweijden, na Groot
Gelkenhorst aengehoordt hebbende beijder transportanten erff en goed Donkervoort
daer Steven Aersen woont, gelegen in buijrschap Estvelt, voor ƒ 330,--.
[227]
Op 27-12-1749 transporteert
Aart Jacobsen, weduwnaar van Grietjen Otten, aan en ten
erffelijken behoeve van Hendrik Woutersen x Marritjen Everts,
een hoekjen velt gelegen op het Wesseler Veld tusschen het Rulerse Veld, het
Camperland en Jan Geurts Veld, in de buurschap Esveld voor ƒ 60,--.
[228]
Het herengoed Varecamp in het dorp Lunteren, kerspel Lunteren, Ambt Ede:[229]
2-4-1718 : Aert Jacobsen Varecamp x Annetie Henrix, krijgen transport na overdracht door Jacob Gerrits, bezitter van bijna de helft van de vrijgekochte percelen en de zaalweer.
10-5-1718 : Jacob Varekamp consent tot het houwen van bomen.
2-6-1725 : Aert Jac. Varecamp investiture en oprukking.
7-6-1725 : Consent voor het houwen van bomen.
21-4-1730 : Cornelis Brantsen investiture en oprukking na transport.
Uit het huwelijk (Evertsen-Otten) geboren :
-
a. Aart Maassen, (=kw. nr. 152).
-
b. Evert Maassen, ovl. na 1768, woont in "t zogenaamde kleijn Lunteren" (1777),[230]
tr. vóór 1768
Marritje Willems.
-
c. Rijk Maassen, onmondig in 1733,
-
d. Otto (Oth) Maassen, ged. Voorthuizen 7-2-1723[231], ovl. 1757-1768, j.m. van Vierhouten (1748), molenaar in Elspeet.
bewoner en gebruiker van de "Elspeeter Moolen met desselfs huys hof en landerijen",[232]
tr. Elspeet 25-2-1748[233]
(als zusterskinderen huwelijksdispensatie Hof van Gelderland 2-2-1748[234]
)
Rijkje Dirks, ged. Elspeet 27-1-1715, ovl. na 1774/75, betaalt ƒ 7,10,-- (1747) en ƒ 5,17,-- (1748) hoofdgeld als echtgenote van Ot Maassen, molenaar in het dorp Elspeet voor 2 personen, 2 knegts, 1 heerdstede, 1 morgen, 5 specien,[235]
doopget. (1761),
dr. van Dirk Teunissen (de Muller), molenaar van de korenwatermolen
te Staverden[236]
, en Aaltje Otten[237]
(zie kw. nr. ⇒ 611 ).
Op 22-6-1750 hebben Johan Walburgh scholtis tot Barneveld en Aalt Jansen als aangestelde curatoren
over den verlaaten en desolaten boedel van Jan Jansen Mulder te Elspeet
publijk verkogt aan Otto Maassen en sijn ehevrouw,
een agtste part min een agtiende part uyt een twaalfde part van d'Elspeeter
Moolen, soo als het selve uyt den verlaaten boedel van Jan Jansen Mulder is
heengekoomen en sulx voor een somma van ƒ 630 guldens. Geerfden zijn
F. van Voorts, D. Boonen.[238]
Op 28-5-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x
Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen
x Knelisje Gerrits,
Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede
Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over
Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van
Evert Maassen x Marritje Willems,
zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters,
in erffcoop vercogt en al nu getransporteert aan Hendrik Cortus x
Lubbertje Lucassen
de geregte halvscheijd van 't erff en goedt Bellemans goedt, geleegen in buurschap
Swartebroek met sijn huysinge en vorder getimmer boomen en houdtgewassen hoff
hoffsteede en onderhoorige landerijen vheenen en plaggevelden en sulx voor de summa van
twee duysent drie hondert en vijfftig guldens. Geerfden zijn Teunis Woutersen, Hendrik Drost.[239]
Op 25-5-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x
Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen
x Knelisje Gerrits,
Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede
Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over
Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van
Evert Maassen x Marritje Willems,
zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters,
bij publicque veyling en toeslag vercogt en alnu gecedeert aan
Hendrik Wouterssen en sijnen erven.
1/9 deel in erff de Bunt gelegen in 't Garderbroek, vervolgens xx deel van 1/9 deel,
nog 1/8 deel van 1/9 deel ofte soo en als het selve bij Wouter Otten en sijn vrouw in
eygendom is beseeten geweest, doende gemelde plaats in 't geheel in verpondinge
f 24-4-, zijnde voorts vrij allodiaal erff en goedt niet beswaart als met
Heerenverpondinge en andere lasten en wel voor de summa van negen hondert vijff
en negentig gulden.
Geerfden zijn Arent Vonck van Wolfswynkel , Hendrik Drost.[240]
Op 28-5-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks,
weduwe van Ot Maassen, vercogt aan Claas Janssen x Gijsbertje Willems,
Ot Janssen, Otje Janssen en haaren erven,
soodaane aandeel off erffportie als ieder van haar was hebbende aan de
Pureveense wind coornmoolen, als mede van huys hoff bakhuys en verder opstal
en onderhorige landerijen houdtgewassen velden en slaagen, gelegen in buurschap Kootwijkerbroeck os soo en als het selve bij wijlen
Wouter Otten gebruykt en beseeten is geweest, zijnde vrij allodiaal erff
en goedt, niet beswaart als met 's Heerenverponding en wel voor de
summa van drie hondert gulden ieder erffportie en
dus te zamen ses hondert guldens. Geerfden zijn Derck Brouwer, Hendrik Drost.[241]
Op 25-5-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x
Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen
x Knelisje Gerrits,
Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede
Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over
Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van
Evert Maassen x Marritje Willems,
zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters,
bij publicque veyling en toeslag verkogt en alnu gecedeert en
getransporteert aan Hendrik Wouterssen en sijn erven,
een derde gedeelte van 't geheel en dan nog 1/16 deel van 1/9 deel
in 't erff en goedt genaamt de Munt gelegen in de buurschap
Kootwijkerbroek, beneffens sooveel gedeeltens in 't Mheenlandt gelegen
in de Puttermheen als Wouter Otten en desselvs vrouw daarvan
beseeten hebben, doende de geheele plaats in verpondinge
f 25-13- en van 't geheele mheenland ƒ 8-9, zijnde voorts vrij allodiaal
erff en goedt niet beswaaert als met 's Heeren verponding en wel voor de
summa van een duysent vijffhondert en twintig guldens. Geerfden zijn Arent Vonck van Wolfswynkel , Hendrik Drost.[242]
Op 2-6-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x
Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen
x Knelisje Gerrits,
Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede
Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over
Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van
Evert Maassen x Marritje Willems, verkogt en alnu gecedeert en
getransporteert aan Willem Janssen x Hendrikjen Peelen,
soodaane gedeelten als gemelde erffgenamen waaren hebbende aan een
karpaardsplaatsje gelegen in buurschap Kootwijkerbroek en sulx voor de summa van
sestien hondert guldens tegens het geheel gereekent, behoudende den onmundigen
Peeltjen Peelen desselvs 15ee part in twee derde parten aan gemelde plaats, zijnde vrij allodiaal deylbaar erff en goed. Geerfden zijn Derk Brouwer, Hendrik Drost.[243]
Op 2-6-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x
Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen
x Knelisje Gerrits,
Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede
Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over
Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van
Evert Maassen x Marritje Willems,
zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters,
bij publicque veyling en toeslag vercogt en alnu gecedeert aan
Willem Janssen x Hendrikje Peelen
een geregt vierde part van een plaatsje te Drienhuysen in buurschap Garderbroek
gelegen, doende in ordinaris verponding over het geheel ƒ 19-19- zijnde vrij allodiaal
erff en goedt en sulx voor de summa van vier hondert en veertig gulden. Geerfden zijn Derk Brouwer, Hendrik Drost.[244]
Op 3-7-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans,
Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x Gysbertje Willems,
Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen x Knelisje Gerrits,
Willem Janssen x Hendrikje Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen, alsmede Hendrik Peelen en Aart Gysbertsen
als aangestelde momberen over Peeltje Peelen, mitsgaders
Aart Evert Hooglandt en Cornelis Sonneveldt als
tijdelijke Diaconen van Barneveld in plaatse van Evert Maassen x
Marritjen Willems,
zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters, vercogt gecedeert en
getransporteert aan Wyn Hendriksen x Styntjen Peelen,
een camp hooyland gelegen aan 't lage end te Essen, groot ongeveer
2 scheepel gesaay, benevens 1/3 part van Knuytencamp doende in
verponding enkele guldens -8-9 en wel voor de somma van vier hondert guldens.
Geerfden zijn Arent Vonk, Hendrik Drost.[245]
Op 12-05-1769 sijn Hendrik Evertsen x Evertjen Ryers wegens
geleende penningen schuldig aan
Rijkjen Dirks, weduwe van Otto Maassen,
een summa van vijff en seventig gulden, als mede aan
Derk Hendrikssen gelijke
summa van vijff en seventig guldens.
Als onderpand dient een vierde part in een erff en goed genaamt
Gerbregts goed, groot ongeveer thien
schepel, soo als bij haar selven gebruykt word en van
Dr. Jacobus Apeldorn als
volmagtiger van Hendrik Klinkenberg aangekofft, als mede hondert
boomen in de
Elspeter Bos van den oud Burgermeesetr Hendrik Boonen x
Hendrina Ravensberg aangekofft.
(Ingevolge vertoonde quitantie staande op de originele deses getekent door Derk Drost en Derk Otten, geroyeert den 15e july 1788.)
Geerfden zijn Abraham van de Graaff, Marten Steven van Coot. [246]
Op 28-2-1774 hebben Hendrik Evertsen x Petertjen Geurtsen uyt de hand verkogt en alnu
gecedeert en getransporteert aan Rikjen Derks, weduwe en boedelhoudersche van
wijlen Ot Maassen en haare erven,
een hoekje hoffs, gelegen in kerspel en dorp Elspeet, waaraan zuydwaarts gelant
zijn Gerrit Derksen en Geertjen Snyders en voor de rest de kopersche selvs, zijnde
vrij allodiaal deylbaar goed. Het hoekjen hoffs is verpligt jaarlijks en alle jaaren te
moeten leveren aan de tijdelijke predikant des kerspels Elspeet een vierl spint rogge,
Harderwijker mathe en zulx wel voor eene summa van vijff en veertig guldens vrijgelt. Geerfden zijn Ot Janssen, Hendrik Peelen.[247]
Op 22-06-1775 hebben Barent Stevensz x Hendrikjen Aarts Drost,
Willem Aartsen Drost x Geertjen Jansz, Jan Aartsen Drost x
Rykjen Hendriks, Gerrits Aartsen Drost x Aaltje van der Woude,
Evert Janssen x Aaltje Aartsen Drost, te zamen kinderen en erffgenamen
van Aart Lubbertsen Drost en Geertjen Heymans, in leven ehelieden,
publijk vercogt aan Jacob Jacobsen x Grietjen Otten en
Dirk Otten, kinderen en erffgenamen van
Rykje Dirks, weduwe van Otto Maassen en haren erven,
een camp saayland kennelijk gelegen bij de Elspeter Moolen in kerspel
Elspeet voor de summa van vijfftig guldens vrij geld. Geerfden zijn Jan Lutz,
G. Winckels.[248]
-
1. Dirk Otten, ged. Elspeet 26-1-1749 (hier is de vader molenaar in het dorp)[250], ovl. Elspeet 30-11-1788, tr. Elspeet 30-5-1785
Rijntje Jans, ged. Nunspeet 26-12-1760, ovl. Elspeet na 1818, (=kw. nr. 77).
j.d. van Nunspeet,
dr. van Jan Jansen en Jannetje Peters (zie kw. nr. ⇒ 154 ).
Voor verdere gegevens en nageslacht van dit echtpaar zie kw. nr. ⇒ 77 ).
-
2. Maas Otten, ged. Elspeet 1-1-1751, ovl. jong?
-
3. Grietjen Otten, ged. Elspeet 5-12-1751.
-
4. Maas Otten, ged. Elspeet 9-1-1757.
-
e. Gerrit Maessen van Seumeren, ovl. na 1768, onmondig in 1733,
tr. vóór 1768
A.C. Nijenhuis, ovl. na 1768.
Op 24-2-1768 verkopen
Gerrit Maasen x A.C. Nyenhuijs, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, als mede Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonnevelt als tijdelijke Diaconen van Barnevelt namens
Evert Maassen, aan Hendrik Peterssen mulder op Pureveen en
sijnen erven,
soodaane aandeel of portie als ieder van haar was hebbende aan de Pureveense
windcoornmoolen, als mede van huys hoff bakhuys en verder opstal en
onderhorige landerijen, houdtgewassen velden en slaagen, gelegen in de buurschap
Cootwijkerbroek of soo en als het selve bij wijlen Wouter Otten gebruykt geweest is
en beseeten heeft, zijnde vrij allodiaal niet beswaart erff en goed, en wel voor de
somma van neegen hondert caroly guldens.
[251]
Het herengoed "Beert Stevensgoedt", vanaf 1651 "Den Essenboom" of "Bart Stevensgoedt" genaamd, in het ambt Ede, kerspel Garderen, buurtschap Essen. De grootte :... etc. [252]
28-9-1769 : Hendrik Rademaker x Marrijtje Derks, Rikje Derks, wed. van
Otto Maessens, A.E. Hoogland, en Cornelis van Sonneveld, tijdelijk diaken
van Barneveld names Evert Maassens x Marritje Willems, Aart Maassen x
Hendrikje Jans, Gerrit Maassen van Seumeren x A.L. Nijenhuis, Klaas Janssen
x Gijsbertje Willems, Ot Jansen x Aartje Rademaker, Otje Jansen, tezamen
ergenamen van Cornelisje Woutersen, dr. van wijlen Wouter Otten x Gerritje Gerritsen, de laatste dochter en voor de helft erfgename van haar ouders Gerrit Gerritsen x
Hendrikje Pelen, approbatie van een transport aan Wijn Hendriks x Stijntje Pelen
van 8/30 van een pandschap van een kamp met nog een hoekje bouwland.
312. AART PETERS(EN) (DROST), ged. Nunspeet 3-6-1660[253]
, ovl. kort voor 1741, voor 21-4-1731[254]
, tr. Elspeet (huw. commissarissen) 4-9-1701[255]
313. GEERTJE HERMS (HARMSEN) (TOE WESTENDORP), ged. Epe 18-12-1669[256]
, ovl. 1744-1751[257]
.
|
Wapen (Toe) Westendorp : I. in zilver een rood heil op grasgrond, II. in blauw een klok hangende aan een dwarsbalk, alles van goud. Helmteken: het hert uitkomend. Dekkleden: rechts: zilver en rood, links: goud en blauw.[258]
[259]
|
Het wapen werd aangetroffen in glas-in-loodramen in een deur van de woning van Sarris Overbosch (1909-1998) te Ootmarsum.[260]
| |
Een herengoed in de buurtschap Westendorp, kerspel Epe, Ambt Epe :[261]
vul aan
o.a.:
Geertje Herms, wed. van Aart Peters, krijgt op 25-3-1744 consent voor het houwen van bomen op een herengoed tot Westendorp.[262]
Hullemanserve te Nunspeet :
Op 23-3-1682 krijgt Aert Peters Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Peter Aerts Drost.[263]
Op 10-10-1690 krijgt Aert Peters Drost oprukking (20-1-1699).[264]
Oprukking 19-11-1708 (geen naam vermeld, blijkbaar Aert Peters Drost).[265]
Op 26-5-1714 krijgt Fije Egberts, wed. van Peter Aertsen Drost, approbatie van een dispositie ten profijte van Aert Peters Drost en Marritien Peters en Hermtien Peters, in haar gedeelte.[266]
Op 14-4-1716 krijgt Aert Peters Drost oprukking (25-11-1719).[267]
Op 20-1-1720 krijgt Aert Peters Drost consent voor het houwen van bomen.[268]
Op 18-4-1739 krijgt Peter Aartsen consent voor het houwen van bomen.[269]
Op 1-3-1741 krijgt Peter Aartsen Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Aert Peterssen Drost.[270]
COMMENTAAR(¥)
Er zijn blijkbaar twee personen AART DROST. Deze tweede
AART PETERS DROST, tr. Nunspeet 11-4-1697[271]
,[272]
. AERTJE HENDRICKS, geb. Hoophuizen, beg. Nunspeet 3-1-1713 (Aart Petersz Drostt vrouw Aartjen).
Uit dit huwelijk kinderen gedoopt te Nunspeet:[273]
-
a. Peter Aarts Drost, ged. 11-12-1698.
-
b. Hendrik Aarts Drost, ged. 13-3-1701.
-
c. Stijntje Aarts Drost, ged. 4-4-1703.
-
d. Harmtjen Aarts Drost, ged. 27-6-1706, tr. Nunspeet 1-3-1737
Eijbert Eijbertsen Kruithof.
-
e. Eijbert Aarts Drost, ged. 14-1-1708.
-
f. Tijmen Aarts Drost, ged. 22-3-1711.
-
g. Andries Aarts Drost, ged. 6-11-1712.
-
h. Hendrik Aarts Drost, ged. 6-11-1712, (dit zou dan kw. nr. 156 zijn)
|
Uit zijn huwelijk geref. gedoopt te Elspeet (o.a.?) :
-
a. Peter Aartsen Drost, ged. 15-10-1702 (hier heet de moeder Geertje Willems![274]
), ovl. 1749-1765, volgens [275]
ovl./beg. Epe 27-1/1-2-1781, tr. ca. 1729[276]
Willempje Hendriks van Essen, ovl./beg. Epe 18/23-8-1780.
Hullemanserve te Nunspeet :
Op 18-4-1739 krijgt Peter Aartsen consent voor het houwen van bomen.[277]
Op 1-3-1741 krijgt Peter Aartsen Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Aert Peterssen Drost.[278]
Op 9-3-1741 krijgen Peter Aartsen Drost senior en Hendrick Aartsen Drost junior approbatie van hun testamentaire dispositie.[279]
Op 10-6-1745 krijgt Peter Aartsen Drost oprukking.[280]
Op 4-8-1749 krijgt Peter Aerssen Drost consent voor het houwen van bomen.[281]
Op 1-7-1765 krijgt Hendrik Aartsen Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn broer Peter Aartsen Drost.[282]
-
1. Janna (Jannigje) Peters Drost, ged. Epe 10-6-1731, ovl. Epe 31-1-1812, tr. Epe 9-5-1751[284]
Aart Hendriks Jonker, ged. Epe 22-5-1721, wednr. van Gerritje Jans Wijnbergen,
zn. van Hendrik Aarts Jonker, landbouwer, en Grietjen Vorstelman
(zie kw. nr. ⇒ 1255 sub h1).
Uit dit huwelijk nageslacht.
-
b. Hendrik Aartsen Drost, (=kw. nr. 156).
-
c. Lambert Aartsen Drost, ged. Elspeet dec. 1704 (hier heet de moeder Geertje Willems![285]), ovl. Epe/Westendorp 28-12-1782, beg. Epe 3-1-1783, geref. lidmaat te Epe 1751 met attestatie van Elspeet,[286]
otr./tr. Elspeet (huw. commissarissen) 8/24-2-1732[287]
Arnolda (Aertjen) Jans Weijenbergh, ged. Nunspeet 20-3-1707, ovl./beg. Epe 11/15-5-1786[288], dr. van Jan Aarts Weijenbergh, mr. brouwer, en Trijntje Hendriks.
zoek op HV Westendorp
Op 11-11-1743 hebben Harmen Aartsen x Pietertjen Heeres woonagtig te
Harderwijk verkogt en alnu getransporteert aan Otte Petersen x
Marritjen Fredriks woonagtig te Elspeet,
een halven akker land genaamt de KaarAkker, sijnde groot twee schepel land,
waar van Lambert Aartsen Drost de wederhelfte toebehoort, alwaar
oostwaards burgermeester Boonen, zuydwaards de Hooge Wegh,
westwaards Christiaan Heijmensen en noordwaards de Vliertseweg naast
gelegen is, sijnde vrij allodiaal deylbaar tinsgoed en sulx voor een somma
van hondert en vijftig guldens vrij. (Welke
somma door den kerkmeester Gerritsen Vermeer hier op verschooten en waar
van een obligatie is gemaakt, onder conditie inval de intressen niet
promt betaalt worden, 't voornoemde land voor 't capitaal en verloopen
intresse door voornoemde Gerrit Teunissen Vermeer sal mogen worden aangevat). Geerfden zijn Jan Hannissen, Wichman Lambertsen. [289]
Uit dit huwelijk (Drost-Weijenbergh) geref. gedoopt te Elspeet [290] :
-
1. Aart Lamberts (Drost), ged. 8-2-1733 (ouders wonen "in 't dorp").
-
2. Truitjen Lamberts (Drost), ged. 9-3-1735.
-
3. Jan Lamberts (Drost), ged. 22-9-1737.
-
4. Geertjen Lamberts (Drost), ged. 15-5-1740.
-
5. Trientjen Lamberts (Drost), ged. 1-9-1743.
-
6. Maria Lamberts (Drost), ged. 24-4-1746.
-
7. Willem Lamberts (Drost), ged. 2-4-1749.
-
d. Eijbertien Aartsen Drost, geb. Uddel,[291]
ged. Elspeet 16-1-1707, (hier heet de moeder Geertje Harmens[292]
), ovl. Elspeet 24-11-1747[293]
geref. lidmaat te Elspeet (1727),[294]
tr. Elspeet 22-4-1736[295]
Reijer Jacobs Schouten, geb. Uddel (Elspeet?), ovl. Elspeet 21-11-1747, zn. van Jacob Reijers en Evertien Lamberts,
geref. lidmaat te Elspeet (5-12-1734).[296]
Met betrekking tot een herengoed tot Westendorp onder Epe is er op 3-12-1751 sprake van :
Het resterende 1/5 part is in bezit van de drie onmondige kinderen van wijlen
Reijer Jacobs en Egbertje Aerts. Een huis, hof, schuur, schot en hoppenvelt
en de navolgende landerijen. Een bosje aan genoemd huis en hof. Item schuur.
campje met een hof daar aan gelegen groot 4½ schepel gesaijs. Item het
zaailand voor de deur groot 1 mudde gesaijs. Item het Boekweite campje daar
aan gelegen groot 1 mudde. Idem het land den Nieuwen camp groot 5 schepel
gesaijs. behalve heggen en wallen. Item de rust ? groot 3 schepel, item het
kortje stukje groot ½ schepel. Item de Lange akkers groot 3 schepel. Item
de akker bij het Paddegat qroot ½ mudde, het Broodakkertje 1 spint, item
op het Kruijs 3 stukje groot te zamen 6 schepel. Item een ½ akkertje met
Jan Cornelis gemeijn, groot 2 spint. Item nog een bos gnt. de Pelle van
Marie Egberts geerfd en laatstelijk een akker gnt. den Haarakker groot 2
schepel zijnde alle deze genoemde goederen ten dele herengoed en ten dele
thinsgoed. En dan nog ongeveer 3 schepel hooiland zijnde thinsgoed gnt.
Marrien ackers gelegen op den Emster enck onder kerspel Epe t'endes den
Vijgenkamp ten oosten Jan Weijers en noorden de kopers met haar land in
den Vijgenkamp. In een later akte over dit herengoed is er op 20-12-1754
sprake van de onmondige kinderen van Reijer Jacobz Schouten en
Egbertje Aarts Drost met name Evert Aert en Jacob Rijerts Schouten.
Deze zijn dan erfgenamen van hun grootmoeder Geertje Hermens.
Deze drie kinderen krijgen op 1-8-1767 oprukking van hun 1/5 deel van
het herengoed in Westendorp.[297]
-
1. Evertjen Reijers Schouten, ged. Elspeet 28-7(8?)-1737, j.d. aan den Emsterenk,
otr. Epe 14-11-1756[299]
Andries Aarts Bosch, j.m. in Dijkhuizen,
zn. van Aert Evertsen Bosch en Magteld Gerrits Brouwer.
Uit dit huwelijk nageslacht.
Op 13-8-1767 krijgen Andries Bos x Evertje Reijers approbatie van een magescheid d.d. 16-5-1766 over 1/5 part, aangeerfd van hun moeder en grootmoeder.
Op 15-6-1775 krijgt Andries Bos oprukking van het herengoed Evert Cornelis hofstede in Westendorp.
[300] ZOEK OP HV.
-
2. Aart Reijers Schouten, geb. Uddel, ged. Elspeet 15-5-1740, ovl. na 1817, geref. lidmaat te Elspeet 9-6-1764.
tr. Elspeet 1-3-1767
Geertjen Cornelissen, geb. Vierhouten, ged. Elspeet 15-4-1743, ovl. Elspeet 2-2-1783 , geref. lidmaat te Elspeet 22-12-1762,
dr. van Cornelis Beertsen en Geertje Dirks.
Uit dit huwelijk vier kinderen gedoopt te Elspeet (1767-1779).
-
3. Jacob Reijers Schouten, ged. Elspeet 19-7-1744.
-
e. Hermen Aartsen Drost, ged. 21-4-1709, (hier heet de moeder Geertje Herms[301]), ovl. vóór 1765, tr. verm voor 1743
Pietertjen Heeres. Zij zijn "woonagtig te Harderwijk" (1743). Zie akte hierboven bij zijn broer Lambert.
-
f. Janna Aartsen Drost, ged. 18-4-1710, (hier heet de moeder Geertje Willems![302]), ovl. vóór 1765, tr. vóór 1751
Aert Lubberts ten Holthe.
-
g. Aaltje Aarts Drost, ovl. na 1763, j.d. van Nunspeet (1747),
tr. Elspeet (huw. commissarissen) 7-5-1747[303]
Evert Jansen, ovl. na 1763, j.m. van Elspeet (1747).
Op 13-1-1760 hebben Aart Top x Geertruyd Wijnen en
Teunis Vos x Wijnanda Wijnen vercoft en
alnu gecedeert en getransporteert aan Evert Jansen x Aaltje Aarts,
een half huys en hoff staande en gelegen in Elspeet aan den Brink, waar
aan doctor Brouwer rondom gelandet is en de wederhelfte
Willem Brouwer gehoort, sijnde vrij
allodiaal goed en sulks voor een somma van vijff hondert guldens.
Geerfden zijn Reijer van Vierhouten, Beert van Holten. [304]
Op 22-8-1763 hebben Evert Jansen x Aaltje Aarts verkogt aan
Erwetje Garrits, weduwe van Frederik Cornelissen,
de geregte halfscheyd van een huys en hoff in Elspeet door Peel Hannissen
bewoond wordende en waar van Willem Brouwer de wederhelfte toekomt,
sijnde vrij allodiaal goed, niet beswaert edogh met 's Heerenverpondinge
doende jaarlijks 17½ stuyver, voor eene somma van drie hondert guldens.
Geerfden zijn Johannis Evertse Frens, Beert Gangolffsen. [305]
COMMENTAAR(¥)
Niet goed is hier :
-
h. Willem Aartse Drost[306], bakker.
tr. Nunspeet 31-3-1740[307]
Geertje Jans.
Op 22-06-1775 hebben Barent Stevensz x Hendrikjen Aarts Drost,
Willem Aartsen Drost x Geertjen Jansz, Jan Aartsen Drost x
Rykjen Hendriks, Gerrits Aartsen Drost x Aaltje van der Woude,
Evert Janssen x Aaltje Aartsen Drost, te zamen kinderen en erffgenamen
van Aart Lubbertsen Drost en Geertjen Heymans, in leven ehelieden,
publijk vercogt aan Jacob Jacobsen x Grietjen Otten en
Dirk Otten, kinderen en erffgenamen van
Rykje Dirks, weduwe van Otto Maassen en haren erven,
een camp saayland kennelijk gelegen bij de Elspeter Moolen in kerspel
Elspeet voor de summa van vijfftig guldens vrij geld. Geerfden zijn Jan Lutz,
G. Winckels.[308]
Uit dit huwelijk gedoopt te Nunspeet [309]:
-
1. Jan Aartsen Drost, ged. 25-6-1741, ovl./beg. Nunspeet 8/13-9-1810, bakker,
tr. Nunspeet 20-2-1774[310]
Eijbertje Dreessen van de Kolk, ged. Nunspeet 9-6-1748, ovl. Nunspeet 10-11-1835, dr. van Drees Reijntsen en Hendrikje Cornelissen. Hieruit kinderen gedoopt te Nunspeet 1774-1788.[311]
-
2. Jannetjen Aartsen Drost, ged. 27-1-1743.
-
3. Jannetien Aartsen Drost, ged. 16-8-1744.
-
4. Hendrikjen Aartsen Drost, ged. 8-5-1746.
-
5. Arent Aartsen Drost, ged. 6-7-1749.
-
6. Lubbert Aartsen Drost, ged. 2-9-1753.
|
314. DIRK TONISSEN, ovl. 1708-1726, j.m. van Aalten in de graafschap Zutphen,
molenaar van de korenwatermolen te Staverden,[312], otr./tr. Kootwijk 18-5/10-6-1708 [313];(¥)
315. AALTJE OTTEN, ged. Kootwijk op Puijrveen 1-2-1682 [314], ovl. na 1740, tr. 2o 1715-1726
JAN JANSEN (MULDER), ovl. 1740-1750, molenaar te Elspeet (1726-1740).
| COMMENTAAR(¥)
vul aan VG 22
|
Op 9-11-1726 verkopen
Elbert Hendriksen ende Marritjen Beerts, eghtel(uijden),
aan Jan Jansen, moolenaar tot Elspeet, en Aaltjen Otten eghtel(uijden) haar
gereghte aandeelen in huijs hoff schaapsschooten en onderhorige landerien daar tegenwoordig
Gangelig Beertsen tot Elspeet op woont dan nog onse gereghtigheijt aan huijs hoff en moolen
daar kooperen tegenwoordig selfs op woonen alles met des selfs reght en gereghtigheijt ap
en dependentis van dien niets daar van uijtgesondert en dat voor de somma van drijhondert
silvere ducatons en sulks te leeveren meij 1727 onder verbant en submissie van den Wel Ed.
Hove van Gelderlant met renuntiatie als na reghten alles breder te sien in den origen(eele) brieff als die van verkoopers nevens getuigen is ondertekent op den 9 november 1726.
De akte is geregistreerd den 5-5-1730.
[315]
Op 4-8-1729 wordt
het gedeelte in 't erff Veenhuijsen tot Elspeet so als bij Ganwelig Beertsen gebruijckt
nevens een aanpart in de moolen tot Elspeet toekomende Willem Evertsen ende
Jannetjen Claas, eghtel(uijden),
verkoft, getransporteert en overgegeven aan en ten erfflijken
behoeve van Jan Jansen Mulder tot Elspeet en Aeltjen Otten, eght(eluijden) voor de
somma van 400 guld(en)
De akte is geregistreerd den 20-2-1730.
[316]
Op 20-11-1738 verkoopt en transporteert
Evert Geurtsen aan Jan Jansen Mulder te Elspeet x Aeltjen Otten,
een twee en seventigste part aen de molen te Elspeet voornoemt, met sijn aendeel
aen huys hoff en daer bij gehorende landerijen, soo bij de kopers bewoont en
gebruykt wordende, alsmde sijn portie aen het oude molen land, waer aen
oostwaerts de Heer Burgermeester Boonen, west en zuydwaerts vercoper selfs en
noordwaerts de copers naest aengeland zijn, als ook aen den akker op de
molecamp, daer ten oosten en noorden de Heer Boonen voornoemt, ten westen het
gemeene velt en ten zuyden de heer Burgermeester Pannekoek naest aengelegen
zijn, wesende aen de molenhoff ten oosten en noorden de Steege en ten zuyden en
westen dukgemelte Burgermeester Boonen naest aengelant, zijnde deselve
goederen in den ampte van Barnevelt in het carspel en omtrent het dorp van Elspeet
en dit alles voor een somma van hondert en tien gulden.
[317]
Op 18-1-1740 verkopen en transporteren
Derk Engelen x Geertruydt Merrevelts, neffens Mechtelt Claerbeeck en Hendrickje Geurts, de getroude vrouw met haere eheman en de twee ongetrouwde met Peter Wijnen Brouwer geassisteert, aen Jan Jansen Mulder te Elspeet x Aaltje Otten,
de twee eerste comparanten yder een ses en dertighste deel en de derde off laetste
comparante een twee en seventighste deel aan de molen tot Elspeet, met haere
portie aan huys hoff en daerbij gehorende landerijen, soo bij copers bewoont en
gebruykt worden, als meede haerlieder aandeel aan het oude molenlant, waeraan
ooswaerts de heer Burgermeester Bonen, west en zuydwaerts het niuewe lant en
noortwaerts de copers selfs naest aangelant sijn, als ook aan den acker op den
Molencamp, daer ten oosten en noorden de heer Bonen voornoemt, ten westen het
gemeene velt en ten zuyden de heer burgermeester Pannekoek naest aengelegen,
wesende aan den molenhoff ten oosten en noorden de Steegh en ten zuyden en
westen dukgemelte burgermeester Bonen naest aangelant, soo als de vercopers
deese partien beseten hebben, sijnde gelegen omtrent het dorp van Elspeet en dit
alles voor de somma van vier hondert en vijfftigh guldens in Őt geheel.
[318]
Op 22-6-1750 hebben Johan Walburgh scholtis tot Barneveld en Aalt Jansen als aangestelde curatoren
over den verlaaten en desolaten boedel van Jan Jansen Mulder te Elspeet
publijk verkogt aan Otto Maassen en sijn ehevrouw,
een agtste part min een agtiende part uyt een twaalfde part van d'Elspeeter
Moolen, soo als het selve uyt den verlaaten boedel van Jan Jansen Mulder is
heengekoomen en sulx voor een somma van ƒ 630 guldens. Geerfden zijn
F. van Voorts, D. Boonen.[319]
Uit haar eerste huwelijk (Tonissen-Otten) geboren (o.a.?) :
-
a. Merritien Dirks, ged. Elspeet 1-5-1711 (als Merritien, dr. van Derrick de Muller en Aeltien Otten[320]), (=kw. nr. 157).
-
b. Rijkje Dirks, ged. Elspeet 27-1-1715, ovl.. na 1774/75, tr. Elspeet 25-2-1748[321]
(als zusterskinderen huwelijksdispensatie Hof van Gelderland 2-2-1748[322]
). Otto (Oth) Maassen, ged. Voorthuizen 7-2-1723[323], ovl.. 1757-1768
j.m. van Vierhouten (1748), molenaar in Elspeet,
zn. van Maas Evertsen en Grietje Otten (zie kw. nr. ⇒ 305 ).
Voor verdere gegevens en nageslacht van dit echtpaar zie kw. nr. ⇒ 305 sub d).
316. JAN HELMERTS VAN ASSELT(¥), geb. Elspeet ca. 1669, ovl. na 1753, woont op de Kijkover in de buurschap Uddel (1730, 1743),
betaalt ƒ 7,--,-- (1747) en ƒ 5,5,-- (1748) hoofdgeld als tapper in de buurschap Uddel voor 1 persoon, 3 kinderen ouder dan 15 jaar, 1 heerdstede, 1 morgen, 5 specien,[324]
tr. 1o Elspeet geref. (huw. commissarissen) 14-2-1692[325]
PETERTJE GERRITSDR, geb. Elspeet[326], ovl. 1702-1717, tr. 2o Elspeet geref. 27-6-1717 (als wednr.)[327]
317. GEERTJE (GRIETJE) JANS (VAN DEN KIJKOVER), ovl. na 1731.
| COMMENTAAR(¥)
Wie zijn Albert van Asselt x Hendrikje van Tongeren, Gerrit Harderwijk x Beerntje Arents van Asselt, Hendrik van Raelt x Gerritje van Asselt die tesamen met anderen erfgenamen zijn van 50 bomen staande in het Elspeterbosch (1755).[328]
|
Op 5-8-1743 hebben Hendrik Jansen x Weyme Everts, Hendrik Helmertsen
x Trijntjen Jans, Jan Helmertsen x Grietjen Jans, Hendrik Reijersen
x Annetjen Jans, Beert Jansen x
Pietertjen Jacobs, Jan Willemsen Bok x Geertjen Caspers verkogt en
getransporteert aan Otto Jansen x Geertjen Lubberts
elks pro quota haar aandeel van een half huys en hof minder een sestiende
part uyt gemelde halfscheyd, staande en gelegen te Elspeet, alwaar
oostwaards de kerk en pastory te Elspeet, zuydwaards westwaards en
noordwaards de gemeene weg naast geland sijn. En sulx voor de somma van twee hondert veertien caroli guldens en vijf
stuyvers en twaalf penningen. Geerfden zijn Gerrit Teunissen Vermeer, Jan Hannissen, Jannes Evertsen. [329]
Op 30-7-1753 hebben Jan Helmertsen, Jan Janssen x Rijkjen Christiaensen,
Arent Jansen x Gerritjen Hendriks, als meede Geertjen Janss en
Jannetjen Janss geassisteert met Jan Helmertsen als haeren momboir,
verkogt en alnu gecedeert en getransporteert aan Jan ten Caate x
Grietjen Wouters, een geregte halfscheyd van huys, hoff en onderhorige
landerijen van olts genaemt den Kijkover, gelegen in buurschap Uddel, soo
het selve bij Arent Janssen thans nogh bewoont en gebruykt wort en dat
voor een somma van 300 caroli guldens.
Geerfden zijn Arent Gerritsen, Beert Mouw.[330]
Uit zijn eerste huwelijk (van Asselt-Gerrits) geref. gedoopt te Elspeet [331]:
-
a. Trijntien Jansen (van Asselt), ged. 22-1-1693, ovl. na 1743, tr. Elspeet geref. 9-2-1716 (oud 23 jaar)
Evert Rijkertsen, ovl. na 1743.
Op 26-11-1743 hebben Evert Rijksen x Trijntjen Jans, Evert Michielsen x Aartje Jans en Gerrit Jansen x
Geertjen Lubberts samentlijk verkogt en al nu gecedeert en getransporteert
aan Jan Jansen Kaat x Grietjen Wolters
drie agste parten van de Kijk-over gelegen in buurschap Uddel, bestaande in huys,
hof en onderhorige landerijen soo het selve bij Jan Helmertsen bewoond en gebruykt
word en sulx voor een somma van hondert en tagentig gulden. Geerfden zijn Dithmar Martinius, Johannis Evertsen. [332]
vul aan Kw. VG p131.
-
b. Jan Jansen (van Asselt), ged. 18-11-1694, schoenmaker,
tr. 1o Elspeet geref. 2-11-1721 (oud 26 jaar)
Grietje Wouters van de Brink, ged. te Epe (Gl), ovl. vóór 1738, tr. 2o geref. 1738
Cornelisje Hartgers (Kaats ?) van Beek, ged. Ermelo geref. 24-12-1713, dochter van Hartger Gerritsen, kerkmeester te Telgt.
-
c. Aert Jansen (van Asselt), ged. 16-8-1696.
-
d. Aertien Jansen (van Asselt), ged. 11-11-1697, volgens [333] 14-1-1697, beg. Ermelo (Horst) 26-6-1766 (oud 68 jaar), van de Kijkover,
otr./tr. Harderwijk 21-4/8-5-1726[334]
Evert Michielse (Essenburg), ged. geref. Ermelo 26-11-1699, beg. Ermelo (Horst) 10-7-1776, zn. van Michiel Gerritsen en Dirckje Rijckerts.
Uit dit huwelijk geboren (o.a.?)[335] :
-
1. Michiel Evertsen, (zie kw. nr. ⇒ 633 sub b2).
-
e. Aeltien Jansen (van Asselt), ged. 29-10-1699, ovl. vóór 1702.
-
f. Gerrit Jansen (van Asselt), ged. 6-2-1701, ovl. na 1743, tr. vóór 1743
Geertjen Lubberts, ovl. na 1743.
-
g. Aeltien Jansen (van Asselt), ged. 6-9-1702.
Uit zijn tweede huwelijk (van Asselt-van den Kijkover) geref. gedoopt te Elspeet [336]:
-
h. Helmert Jansen (van Asselt), ged. 6-3-1718.
-
i. Jan Jansen (van Asselt), ged. 30-7-1719, ovl. vóór 1721.
-
j. Jan Jansen (van Asselt), ged. 7-9-1720, ovl. vóór 1723.
-
k. Jan Jansen (van Asselt) (of Kijkover), ged. 26-3-1723, beg. Ermelo 4-6-1761, timmerman,
tr. Elspeet geref. 26-2-1747 (hij oud 23 jaar, zij oud 25 jaar)
Rijkje Christiaans (Pluim), ged. geref. Elspeet 2-11-1721, ovl. Ermelo 4-10-1804 (oud 82 jaar, ten huize van haar dochter Petertje), dr. van Christiaan Jacobs (Pluim) en Gerritje Willems.
Op 14-10-1757 hebben Jan Jansen x Rijkje Christiaans verkogt en al
nu gecedeert en getransporteert aan Garrit Lammertsen x Maria Rijks,
een huys en schuurtje staande in Elspeet op de grond van de Gemeente,
waar voor jaarlijks aan de Boerrigters betaald word eene gulden, voorts
vrij allodiaal. En sulks voor een somma van twee hondert ses en
seventig guldens. Geerfden zijn Johannis Everts Frens,
Cornelis Fredriks. [337]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Jan Jansen van Asselt, ged. Elspeet 26-2-1747;(¥)
| COMMENTAAR(¥)
VG 20(1995)76 is hier onjuist.
|
-
2. Petertje Jansen van Asselt, ovl. na 1804.
-
l. Arend Jansen (van Asselt), ged. Elspeet 7-3-1725, (=kw. nr. 158).
-
m. Geertie Jansen (van Asselt), ged. 18-1-1728, ovl. na 1753.
-
n. Jentjen (Jannetje) Jansen (van Asselt), ged. Elspeet 11-11-1730 (hier heten de ouders Jan Helmertsen en Grietje Jans op de Kijkover)[338], als geref. lidmaat te Harderwijk vertrokken met attestatie naar Tholen (1778),
tr. 1o Harderwijk geref. 7-11-1755 (oud 24 jaar)
Teunis Claassen, geb. Harderwijk, ovl. Harderwijk 11-12-1771, tr. 2o Harderwijk 27-1-1774 (oud 43 jaar)
Swerus Jacobs van Veluwen.
318. HENDRIK (VAN GALEN?)(¥), geb. vóór ca. 1710.
| COMMENTAAR(¥)
Hij is vermoedelijk niet
Henderi(j)k van Galen, geb. vóór ca. 1665, ovl. vóór 1710, tr.. vóór ca. 1687
Hilletien (Heijltjen) Claes van Leeuwen, ged. 3-2-1667, ovl. na 1715, waaruit twee kinderen gedoopt te Veenendaal 1701-1705, maar geen Gerritje.
Zie kw. nr. 705 sub g.
Immers Gerritje (Geertje) Hendriks van Galen krijgt nog een kind in 1757, zal dan hoogstens ca. 45 jaar oud geweest zijn, dus geboren na ca. 1712. Dat kan niet kloppen met het overlijden van Hendrik van Galen voor 1710, in welk jaar diens weduwe hertrouwt.
|
-
a. Gerritje (Geertje) Hendriks van Galen, geb. vóór ca. 1735, ovl. Elspeet ca. 1790, (=kw. nr. 159).
320. PIETER VAN DER MEULEN, ged. Den Haag Grote K. 14-3-1644, beg. Den Haag 17-10-1697,[339]
mr. schoenmaker,
tr. 1o Den Haag 14-3-1666[340]
HELENA VAN WAARDEN, geb. Den Haag, ovl. 1674-1684, j.d. van Den Haag (1666),
dr. van Dirck Salomonsz van Waerden, beenhakker en vleeshouwer, en
Levvyntje Pietersdr Brackman,[341]
tr. 2o Den Haag 9-4-1684;(¥)
321. KATHARINA JACOBSDR HOGEBOOM.
COMMENTAAR(¥)
Archief van de Weeskamer Delft: Staat met scheiding van de boedel van Pieter van der Meulen, gehuwd met Helena van Waerden en Margaretha Zellers (1716).[342]
Duidt dit op een derde huwelijk van Pieter van der Meulen? Maar waarom staat Katharina Jacobsdr Hogeboom er dan niet bij?
|
Uit zijn eerste huwelijk (van der Meulen-van Waarden) geboren 4 zoons en 1 dochter, waaronder :
-
a. Jacobus van der Meulen, ged. 's-Gravenhage Kloosterk. 21-5-1677, beg. Den Haag 27-8-1715, j.m. wonende te 's-Gravenhage (1705),
otr./tr. Den Haag 21-6/7-7-1705[343]
[344]
Neeltje van der Meulen, ged. 's-Gravenhage27-6-1683, j.d. wonende te 's-Gravenhage (1705),
dr. van Josua van der Meulen, mr. schoenmaker, en Hester Winkelmans (zie kw. nr. ⇒ 641 sub c).
Uit dit huwelijk (o.a.?) :[345]
-
1. Pieter van der Meulen, ged. 's-Gravenhage 20-10-1706, tr. 's-Gravenhage 11-11-1733[346]
Ariaantje Blanckenburgh, ged. Den Haag 1-6-1707, beg. Den Haag 19-5-1785, dr. van Jacobus Blanckenburgh en Geertruyd van der Linden.
Uit dit huwelijk nageslacht.
-
b. Pieter van der Meulen, ged. 's-Gravenhage 22-4-1674, tr. Den Haag 2-4-1698[347]
Elsje Brugman, ged. Den Haag Ev.Luth 14-4-1677, ovl. Den Haag (impost) 17-12-1731, dr. van Pieter Brughman en Emmerentia Hoorn.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[348]
-
1. Pieter van der Meulen, ged. Den Haag 4-11-1700, meesterchirurgijn,
tr. 1o Den Haag 6-7-1732[349]
[350]
Cunira Francken, ged. Dordrecht 19-10-1702, ovl. Den Haag (impost) 2-5-1754, dr. van Pieter Francken, grossier en Maria van der Straten,
tr. 2o [351]
Bernardina van Beest.
Uit zijn eerste huwelijk (van der Meulen-Francken) (o.a.?) :
-
aa. Elsje van der Meulen, ged. 's-Gravenhage Nieuwe K. 20-2-1735 (get. Elizabeth van der Meulen).
-
bb. Pieter van der Meulen, ged. 's-Gravenhage Grote K. 20-2-1735 (get. Arnoldus Francken en Elizabeth Francken).
-
cc. Wilhelmina van der Meulen, ged. 's-Gravenhage 14-11-1742, ovl. 's-Gravenhage 17-2-1842.
tr. 's-Gravenhage Schev.K 14-6-1772
Zeeger Mouton, ged. 's-Gravenhage 24-8-1743, ovl. 's-Gravenhage 30-4-1826, meester timmerman en architect aldaar,
zn. van Pieter Mouton, mr. timmerman en oprichter van de firma P. Mouton & Zoon te 's-Gravenhage, en Margaretha de Graaf.
-
aaa. Pieter Mouton, geb. 's-Gravenhage 10-4-1773, ovl. 's-Gravenhage 25-5-1860, meestertimmerman, architect en uitgever.
tr. 1o 's-Gravenhage 9-3-1800[353]
Fransina Cornelia Stricker, ged. 's-Gravenhage 24-5-1779, ovl. 's-Gravenhage 30-10-1810, dr. van Johannes Stricker and Johanna Stiffvrij,
tr. 2o 's-Gravenhage 26-2-1812
Johanna Frederieka Gaillard, ged. 's-Gravenhage 8-11-1775, ovl. 's-Gravenhage 9-11-1843, dr. van Leendert Gaillard and Johanna Gelina Groneman.
Uit zijn eerste huwelijk (Mouton-Stricker) :[354]
-
aaaa. Zeger Willem Mouton, geb. 's-Gravenhage 8-1-1801, ovl. 's-Gravenhage 27-1-1828, timmerman.
-
bbbb. Johannes Leonardus Mouton, geb. 's-Gravenhage 3-10-1802, ovl. Buitenzorg (NOI) 3-12-1831, adjunct-secretaris der Indische Regering (1830),
woont te Batavia (1830-1831), Buitenzorg (1831).[355]
-
cccc. Pieter Mouton, geb. 's-Gravenhage 31-7-1804, ovl. 's-Gravenhage 9-1-1878, architect en houthandelaar te 's-Gravenhage,
tr. 's-Gravenhage 27-5-1829[356]
Christina Slotboom, geb. 's-Gravenhage 10-10-1808, ovl. 's-Gravenhage 18-3-1874, dr. van Willem Slotboom and Gerhardina Reijtenbagh.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
dddd. Franciscus Cornelis Mouton, geb. 's-Gravenhage 16-7-1806, ovl. 's-Gravenhage 29-10-1869, mr. metselaar.
tr. Naarden 29-10-1830[357]
Emma Wilhelmina van der Stok, geb. Naarden 12-1-1804, ovl. 's-Gravenhage 22-7-1887, dr. van Nicolaas van der Stok en Antje van Ingen.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
eeee. Martinus Johannes Mouton, geb. 's-Gravenhage 11-3-1808, ovl. 's-Gravenhage 28-11-1833, schilder te 's-Gravenhage,
tr. 's-Gravenhage 13-3-1833[358]
Maria Elisabet Beck, geb. 's-Gravenhage 23-11-1809, ovl. 's-Gravenhage 3-12-1870, dr. van Carel Hendrik Lodewijk Beck and Henderina Maria van Raden.
-
ffff. Willemina Petronella Mouton, geb. 's-Gravenhage 2-4-1810, ovl. 's-Gravenhage 21-3-1812.
Uit zijn tweede huwelijk (Mouton-Gaillard) :[359]
-
gggg. Wilhelmina Mouton, geb. 's-Gravenhage 10-2-1814, ovl. 's-Gravenhage 2-2-1853, tr.[360]
Willem van Schagen, geb. Capelle aan den IJssel 13-9-1808, ovl. 's-Gravenhage 14-4-1882, directeur van een gasfabriek te 's-Gravenhage, kpt. der schutters aldaar,
zn. van Cornelis Arie van Schagen and Maria Boele.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
hhhh. Johanna Gelina Mouton, geb. 's-Gravenhage 17-4-1815, ovl. 's-Gravenhage 13-10-1815.
-
iiii. Fredericus Johannes Mouton, geb. 's-Gravenhage 8-9-1817, ovl. 's-Gravenhage 8-9-1817.
-
jjjj. Anna Leonarda Mouton, geb. 's-Gravenhage 20-5-1819, ovl. 's-Gravenhage 25-9-1902, tr. 's-Gravenhage 1-6-1842[361]
Henderik Weijmans, geb. Dordrecht 24-10-1804, ovl. 's-Gravenhage 19-11-1873, referendaris Dept. van Binnenlandse Zaken, ridder N.L.
dr. van Gerrit Weijmans and Elizabeth Schmidt.
-
bbb. Pieter Bernardus Mouton, geb. 's-Gravenhage 3-8-1774, ovl. 's-Gravenhage 11-11-1774.
-
ccc. Johannes Mouton, geb. 's-Gravenhage 23-8-1775, ovl. 's-Gravenhage 17-5-1850, apotheker,
tr. Noordwijk-Binnen 9-9-1798[362]
Jannetje van Struyck, geb. Noordwijk-Binnen 1-9-1771, ovl. 's-Gravenhage 20-4-1847, dr. van Jan van Struyck en Anna Heemskerk.
-
aaaa. Zeeger Willem Mouton, geb. 's-Gravenhage 31-12-1799, ovl. 's-Gravenhage 26-3-1845, lid fa. J. Mouton & Zoonen, apothekers te 's-Gravenhage.
tr. 's-Gravenhage 22-8-1827[364]
Catharina Hendrika Stutterheim, geb. 's-Gravenhage 26-8-1803, ovl. Rijswijk (ZH) 17-6-1875, dr. van Frederik Johan Stutterheim, smid en slotenmaker, en Hendrika Geertrui Center.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
bbbb. Anna Magdalena Mouton, geb. 's-Gravenhage 22-3-1801, ovl. 's-Gravenhage 11-12-1878, tr. 's-Gravenhage 25-3-1835[365]
Gijsbertus Mullemeister, geb. Utrecht 14-3-1802, ovl. 's-Gravenhage 14-12-1875, ontvanger in- en uitg. rechten, ridder N.L.,
zn. van Johannes Engelberth Mullemeister and Johanna Antonia van Rijsoort.
-
cccc. Jan Maarten Mouton, geb. 's-Gravenhage 20-2-1802, ovl. 's-Gravenhage 14-12-1802.
-
dddd. Willemina Petronella Mouton, geb. 's-Gravenhage 16-1-1804, ovl. 's-Gravenhage 19-3-1804.
-
eeee. Jan Maarten Mouton, geb. 's-Gravenhage 31-10-1806, ovl. 's-Gravenhage 16-3-1873, lid fa. J. Mouton & Zoonen, apothekers te 's-Gravenhage,
tr. 's-Gravenhage 9-7-1834[366]
Jacoba Geertruida Maria Eyssell, geb. 's-Gravenhage 17-2-1815, ovl. 's-Gravenhage 26-11-1893, dr. van Arend Philippus Theodorus Eijssell and Davina Alida Sophia van der Meer.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
ffff. Dr. Leonard Pieter Mouton, geb. 's-Gravenhage 24-2-1808, ovl. 's-Gravenhage 5-4-1901, ingeschreven als student geneeskunde aan de Universiteit van Leiden 8-7-1826,[367]
promoveert op 19-11-1833 cum laude in de geneeskunde aan de Universiteit van Leiden op een dissertatie getiteld "De Oculorum in Morbis habitu",[368]
geneesheer te 's-Gravenhage,
tr. 's-Gravenhage 14-7-1841[369]
Cornelia Sybille Krantz, geb. 's-Gravenhage 9-10-1808, ovl. 's-Gravenhage 13-10-1881, dr. van Johannes Justus Krantz and Cornelia Sybilla van de Laar.
-
gggg. Franciscus Cornelis Mouton, geb. 's-Gravenhage 30-6-1809, ovl. 's-Gravenhage 27-6-1812.
-
hhhh. Johanna Wilhelmina Maria Mouton, geb. 's-Gravenhage 22-7-1811, ovl. 's-Gravenhage 3-5-1884.
-
iiii. Willemina Quirina Mouton, geb. 's-Gravenhage 22-7-1811, ovl. 's-Gravenhage 20-4-1874.
-
ddd. Quinira Petronella Mouton, geb. 's-Gravenhage 16-8-1777, ovl. Rotterdam 13-12-1830, tr. 's-Gravenhage 9-5-1802[370]
Johannes Louis Dekkers, geb. Sprang 19-2-1777, ovl. Rotterdam 12-3-1823, winkelier te Rotterdam (1802, 1811),
zn. van Adam Dekkers and Johanna Louisa Teusselman.
-
aaaa. Zeger Willem Dekkers, geb. Rotterdam 1803/04, tr. Rotterdam 30-4-1834
Maria Apolonia van den Brinck, geb. Amsterdam 1812/13, dr. van Casper van den Brinck en Maria Elisabeth Schoonken.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
bbbb. Louisa Johanna Dekkers, geb. Rotterdam 1810/11, tr. Rotterdam 3-4-1839
Alexander Stempels, geb. Dordrecht 1814/15, zn. van Nicolaas Stempels en Geertruij Leemschot.
-
eee. Wilhelmina Mouton, geb. 's-Gravenhage 4-2-1780, ovl. 's-Gravenhage 26-4-1780.
Uit zijn tweede huwelijk (van der Meulen-Hogeboom) gedoopt te Den Haag :
-
c. Maria van der Meulen, ged. 26-12-1686.
-
d. Hendrik van der Meulen, ged. 22-8-1689, (=kw. nr. 160).
tweeling met,
-
e. Jakob van der Meulen, ged. 22-8-1689.
322. DAVIDT VAN DER MEULEN, ged. Den Haag 18-4-1650.
323. JANNETJE MOSIS.
Uit dit huwelijk geboren (o.a.?) :
-
a. Dorothea van der Meulen, ged. Den Haag 6-8-1698, beg. aang. Den Haag 22-5-1736, (=kw. nr. 161).
324. ISAACK MERGOUW (MORGOU), ged. Leiden 22-4-1663, ovl./beg. Leiden 30-11/7-12-1757, wolkammer wonend op de Geergraft (1689),
doopget. (1722),
otr. Leiden Waalse Kerk 9-9-1689 (get. voor hem Abraham Morgou, zijn broer wonend op de Garemart, voor haar Maria Edisel, haar zuster wonend in de Raemsteegh, en Ariaentie de Graeff, haar schoonzuster wonend in de Gorstestraet)
325. RA(E)CHEL EDISEL (EDISEYN, EDEGOM, EDUSEL, EDEGEL, EEDESVEL), ged. Leiden 14-10-1657, ovl./beg. Leiden 2/9-3-1720, wonend op de Geergraft (1681..1689),
huw. get. (1687), doopget. (1690),
otr. 1o Leiden Waalse K. 29-8-1681 (get. voor haar Lijsbeth Wasseur, haar schoonzuster wonend op de Binnevestgraft, voor hem Jean Bourso, zijn zwager wonend in de Gorstestraet)
CLAES (NICOLAES) DE SITTER, ovl. 1682-1689, wednr. van Marya Slos, wonend op de Geergraft (1681).
Uit haar eerste huwelijk (de Sitter-Edisel) (o.a.?) :
-
a. Jacobus de Sitter/van Heeter, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 1-11-1682 (vader: Nicolaus van Heeter (!), get. Isaack de Ree, Marija Edegel, Jacomijntje Slos).
Uit haar tweede huwelijk (Mergouw-Edisel) (o.a.?) :
-
a. Rachel Mergou (Mugau), ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 3-4-1691 (get. Abraham Edygel, Adriaentje de Graef).
-
b. Abraham Mergou, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 2-8-1693 (get. Isaak Derrij, Marij Abrahams), ovl. jong?
-
c. Abraham Morgou, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 26-7-1695 (get. Christiaen Kerkvliet, Maria Edigel), ovl. jong?
-
d. Abraham Mergouw, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 2-12-1696 (get. Christiaan Kerkvlied, Maria Edigel), ovl./beg. Leiden 21/28-6-1770, (=kw. nr. 162).
-
e. Pieter Meergou, ged. geref. Leiden Pieterskerk 20-4-1701 (get. Pieter de Fan, Marij de Geerman), ovl./beg. Leiden 21/28-6-1770, (=kw. nr. 162).
-
f. Johanna Muergouw, beg. Leiden Pietersk. in de week 3-10 okt. 1755, filiatie niet bewezen,
doopget. (1735),
otr. Leiden 24-2-1722[372]
Hendrik Willemse, ged. Leiden Loodsk. 13-7-1698 (get. Hendrik Willemse en Katrina Jans), ovl. 1741-1755, greinwerker,
doopget. (1735),
zn. van Abraham Willemse, greinwerker, en Jaapje van den Berg.
-
1. Marie Willemse, beg. Leiden in de week van 1-8 aug. 1741.
326. JACOBUS VAN DE(R) KELDER, ged. Leiden Hooglandse K. 24-5-1665 (get. Jacob Jorisz van der Kelder, Lijsbet Claes en Magdalena Buinie), ovl./beg. Leiden 9/16-1-1723, vachteploter (1692), wonend in de Krayerstraet (1692), in de Scheijstraet (1695),
huw. get. (1695)
otr. 2o 1700-1709[374]
GEERTRUIJD (D)ROOTE, huw. get. wonend op de Koepoortsgragt (1737),
otr. 1o Leiden Waals 31-10-1692 (get. Servaes van de Kelder, zijn neef op de Oostdwersgraft, Margriet Keuckelaer, haar zuster in de Korte Vrouwensteegh)
327. FLORENTIA (VAN DER) KEUCKELAER, geb. vóór ca. 1675, ovl./beg. Leiden 12/19-6-1700, afkomstig van Doornik,
wonend in de Vrouwesteegh op de Haerlemstraet (1690), in de Korte Vrouwensteegh (1692), in de Scheijstraet (1695).
Uit zijn eerste huwelijk (van der Kelder-Keuckelaer):
-
a. Florentia van der Kelder, ged. Leiden Mare Kerk 30-8-1693, (=kw. nr. 163).
-
b. Jacobus van der Kelder, ged. Leiden Mare Kerk 25-9-1695, ovl. in Oost Indien 24-4-1751, vaart op 1-6-1731 in de rang van Soldaat afkomstig van Leiden met het schip Slot Aldegonde voor de kamer Zeeland van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 14-10-1731 en vertrek 1-11-1731) naar Batavia alwaar aankomst 21-2-1732, vaart met het schip Arnestijn voor de kamer Zeeland via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 16-1-1738 en vertrek 18-2-1738) terug naar Nederland alwaar aankomst 7-6-1738, (hij heeft geen maandbrief, wel een schuldbrief),[375]
vaart op 27-10-1740 in de rang van Matroos afkomstig van Leiden met het schip Weltevreden van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 31-1-1741 en vertrek 19-02-1741) naar Batavia alwaar aankomst 22-05-1741, en waar zijn verbintenis met de VOC op 24-4-1751 eindigt door zijn overlijden in Azie, (hij heeft een maandbrief, en een schuldbrief waarvan de begunstigden zijn zijn kinderen: Jacob en Gieltje),[376]
otr. voor 1723
Johanna Oostsaanen, geb. Leiden, ovl. Leiden voor 1740.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Jacobus van de(r) Kelder, ged. Leiden Hooglandse K. 26-10-1723, vaart op 12-12-1742 als soldaat afkomstig van Leiden voor de kamer Zeeland van de VOC met het schip Kleverskerke via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 19-3-1743 en vertrek 9-4-1743) naar Batavia (uitreis 12-12-1742, aankomst 9-4-1743), waarna zijn verbintenis met de VOC eindigt 24-10-1748 omdat hij is gestraft (hij heeft geen maandbrief, wel een schuldbrief).[377]
Indien hij na zijn straf is teruggekeerd uit Oost Indië is hij mogelijk identiek met
Jacobus van der Kelder buurtheer van de buurt Zuid Rode Zee te Leiden (benoemd 26-3-1750 tot 1756 wegens vertrek).
[378]
-
2. Maghiel van der Kelder, ged. Leiden Hooglandse K. 24-2-1726, ovl. ("obiit") 24-3-1742.
Volgens het register van het Houhuis en Arm-Kinderhuis te Leiden worden de beide jongens op 17-10-1740 na het overlijden van de moeder
opgenomen in het Houhuis te Leiden, de vader is in okt. 1740 met het schip
"Weltevreden" naar Oost Indien gevaren, waar hij 24-4-1751 overlijdt. Er is
dan een tegoed van ƒ 63,11,2. Maghiel overlijdt jong, Jacobus is "met concent
van Zeland na Oost Indien gevaren den 22 October 1742 voor eigen rekening en
risico".[379]
"De weesjongens moesten bijdragen in de hoge kosten van het onderhoud
van de wezen. Daartoe namen ze onder meer dienst bij de V.O.C." In de lijst van personen die in dienst van de V.O.C. naar Indi zijn vertrokken staat vermeld :
Jakobus van der Kelder gedoopt 26-10-1723,
16-8-1749 "Raport kan niet gevonden worden ten zij het schip bekent is".[380]
Uit zijn tweede huwelijk (van der Kelder-Droote) (o.a.?):[381]
-
c. Jo(h)annes van der Kelder, ged. Leiden Hooglandse K. 17-2-1709, beg.. Leiden 18-5-1782, koekenbakker, wonend in de Hooglantsche Kerksteeg te Leiden (1737),
doopget. (1772, 1775),
otr./tr. Leiden (schepenen) 19-4/4-5-1737 (get. voor hem Geertruyt Roote, zijn moeder wonend op de Koepoortsgragt, voor haar Anna Maria van Merkerk, haar moeder wonend in de Haerlemstraet bij de Kerksteeg), en
tr. Leiden RK Statie Appelmarkt 4-5-1737 (get. voor hem Johanna Maria van Aken en Maria Bronsgeest)[382]
Bavonia (Baefje, Bavie) Gerarda van den/der Brand, ged. Leiden 10-12-1715, beg. Leiden 12-3-1794, woont in de Haerlemstraet bij de Kerksteeg (1737), in de Donkersteeg (1782, 1784),
doopget. (1772..1784), huw. get. (1779, 1782),
dr. van Gabriel van den Brand, pruikenmaker en Anna Maria Meerkerck.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[383]
-
1. Cornelia Willemina van der Kelder, ged. Leiden RK Appelmarktstatie 23-2-1738 (get. Jacobus van Sanen, Cornelia van Sanen), doopget. (1757, 1758), huw. get. (1782, 1784).
-
2. Anna Maria van der Kelder, ged. Leiden RK Appelmarktstatie 2-12-1739 (get. Nicolaus van Markerk, Anna Maria van den Brandt).
-
3. Joannes van der Kelder, ged. Leiden RK Appelmarktstatie 16-5-1741 (get. Gerardus van Marrekerk), ovl. jong?
-
4. Geertje (Gertruida) van der Kelder, ged. Leiden RK Appelmarktstatie 9-7-1742 (get. Nicolaus Jacobus van Merkerk, Brigitta Sloot), ovl. Leiden 14-11-1813, woont in de Donkersteeg te Leiden (1767),
otr. Delft Nieuwe K. 4-4-1767,
otr./tr. Leiden (schepenen) 2/25-4-1767[384]
Willem (Guilielmus Antonius) Jollie (de Jonge), ged. Delft RK Parochie St. Joseph 6-10-1739 (get. Joannes Antonia Cris, Johanna Cris), ovl. Leiden 27-12-1812, winkelier te Delft (1767),
zn. van Willem Jollie en Maria Krist (Cris).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
5. Johannes Jansz van der Kelder, ged. Leiden RK Appelmarktstatie 7-2-1745 (get. Joannes de Bruijn, Cornelia van der Brandt), koekebacker in de Donkersteeg te Leiden (1782),
op de Koepoortsgragt (1784),
doopget. (1782..1794),
otr./tr. 1o Leiden (schepenen) 25-4/11-5-1782 (get. voor hem Baefje van der Brand zijn moeder wonend in de Donkersteeg, voor haar Hermanus van Hensen haar behuwd zuster (?) wonend op de Koepoortsgragt)
en
tr. 1o Leiden RK Statie: Appelmarkt 11-5-1782 (get. voor hem Corn(elia) van der Kelder en Johanna van der Kelder)
Barbera Boon, geb. Leyden, ovl. 1782-1784, woont op de Koepoortsgragt (1782),
doopget. (1782),
otr./tr. 2o Leiden (schepenen) 30-9/16-10-1784 (get. voor hem Bavonia van den Brand, zijn moeder wonend in de Donkersteeg, voor haar Matthijs Baten, haar oom wonend op de Oude Rijn, Willem Jolie, haar bekende wonend op de Nieuwe Rijn)
en
tr. 2o Leiden Statie Appelmarkt 16-10-1784 (get. voor hem Cornelia van der Kelder en Petron(ella) van Gestel)
Catharina Kouwenberg, wed. van Frederik Tamson, woont aan de Delfsche Vliet (1784),
doopget. (1786, 1794).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
6. Jo(h)anna Clara van der Kelder, ged. Leiden RK Appelmarktstatie 1-5-1747 (get. Claas Sluijmers, Joanna Sluijmers), woont in de Donkersteeg te Leiden (1779),
doopget. (1775), huw. get. (1782).
otr./tr. Leiden (schepenen) 15-4/1-5-1779
Antony Everhardus van de Haar, ged. Leyden RK 3-3-1745, koperslager op de Hooygragt te Leiden (1779).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
7. Wilhelmus van der Kelder, ged. Leiden RK Appelmarktstatie 11-5-1749 (get. Joannes de Bruijn, Sibilla Nielen).
-
8. Jacobus van der Kelder, ged. Leiden RK Appelmarktstatie 11-10-1750 (get. Jacobus Moonen, Susanna Roseman).
-
9. Hermanus van der Kelder, ged. Leiden RK Appelmarktstatie 16-2-1755 (get. Hermanus Fonhouten, Fijtje Schuurmans).
-
10. Jacobus Cornelius van der Kelder, ged. Leiden RK Appelmarktstatie 15-05-1757 (get. Nicolaas Jacobus van Rhijn, Cornelia Wilhelmina van der Kelder).
-
11. Cornelia Johanna van der Kelder, ged. Leiden RK Appelmarktstatie 23-9-1758 (get. Cornelia van den Kelder, Joannes de Bruijn), woont in de Donkersteeg te Leiden (1790),
otr./tr. Leiden (schepenen) 3-6/19-5-1790
Jacobus Jansse, wednr. van Gesina Dirkse, woont op de Koepoortsgragt (1790).
328. JAN CORNELISSE VAN DER BYE, ged. Heenvliet 6-10-1680, ovl. na 17-6-1753,[385].
mr. wagenmaker (1708) [386], tr. Klaaswaal kerkelijk 1706
329. HENDRIKJE LAURENSE VAN MIEREN, ovl. Goudswaard voor 19-1-1735, met wie hij compareert te Goudswaard (31-5-1708).[387].
Op 15-12-1696 verkrijgt Jan Cornelisse van der Bye, minderjarig, vader Cornelis Gerrits van der Bye, na overdracht door Willem van Rije te
Strijen, "4 lijnen land in de vier houcken buyten over de Hoffwatering", heergewaad : een rode sperwer, leenroerig aan de heerlijkheid Heenvliet.[388]
Op 19-1-1735 is de voogdijregeling van de weduwnaar Jan Cornelisse van der Bie gedateerd.[389]
Een acte van taxatie ten verzoeken van Jan Cornelisse van der Bie en zijn drie zonen Cornelis, Arij en Laurents is gedateerd 18 augustus 1751.[390].
Jan Cornelisse van der Bie woont 17-1-1753 te Korendijk en heeft tijding gegeven aan de veerman van de Korendijk, dat hij door ziekte niet naar Heenvliet kan komen. Hij zendt zijn zoon wegens huis/schuur transport van de overleden Hendrik Spek. Deze had op 23-7-1718 huis/schuur gekocht van Jan Cornelisse van der Bije, met een schuldrentebrief van ƒ 300,--. Afgelost 17-6-1753, getekend door Arij Janse van der Bie, zoon van Jan Cornelisse van der Bije.[391]
Uit het huwelijk (van der Bie-van Mieren) gedoopt [392] :
-
a. Cornelia van der Bie, ged. Klaaswaal 3-7-1707 (get. Ariaantje Cornelisse van der Bije).
-
b. Cornelis Jans van der Bie, ged. Goudswaard 29-6-1710 (get. Ariaantje Cornelisse van der Bije), (=kw. nr. 164).
-
c. Christina van der Bie, ged. Goudswaard 10-9-1713 (get. Ariaantje Cornelisse van der Bije), tr. Goudswaard kerkelijk 30-5-1735[393]
Cornelis Leendertsz Sijl.
-
d. Ary Jans van der Bie, ged. Goudswaard 29-3-1716 [394], ovl. Goudswaard 14-3-1785, tr. 1o Goudswaard kerkelijk 1-1-1745[395]
Anna Engels Cooyman, ovl. Goudswaard 18-11-1756, tr. 2o Zuid-Beijerland kerkelijk 8-5-1757[396]
Trijntje Engels Zijdervelt (Verrijp), ged. Zuid-Beijerland 2-7-1731, ovl. Goudswaard 25-1-1779, dr. van Engel Zijdervelt en Annigje de Lange,
tr. 3o Goudswaard kerkelijk 1-8-1779[397]
Teuna van Krimpen, geb. Heinenoord 8-10-1730, ovl. Goudswaard 19-1-1787, wed. van Jan Piek. Zij hertr. Goudswaard 1786 Pieter Smeer.
Uit zijn eerste huwelijk (van der Bie-Cooyman) gedoopt te Goudswaard :[398]
-
1. Hendrikje Aris van der Bie, ged. 27-1-1746.
-
2. Engel Aris van der Bie, ged. 30-4-1747, tr.[399]
Maartje Huis.
Uit dit huwelijk 9 kinderen gedoopt te Goudswaard (1773-1792).
-
3. Jan Aris van der Bie, ged. 26-4-1750.
-
4. Jan Aris van der Bie, ged. 29-4-1753.
-
5. Adriana Aris van der Bie, ged. 17-12-1754.
Uit zijn tweede huwelijk (van der Bie-Zijdervelt) gedoopt te Goudswaard :[400]
-
6. Hendrikje Aris van der Bie, ged. 29-1-1758.
-
7. Annetje Aris van der Bie, ged. 18-4-1762.
-
8. Antony Aris van der Bie, ged. 17-6-1770.
-
e. Cornelia van der Bie, ged. Goudswaard 13-11-1718 [401]. In het register lidmaten Goudswaard van 17 september 1740, "Naemen der ledemaaten van de gemeijnte van den Koorndijk aangeteekend den 17e september 1740", komt ze twee keer voor:
20 maart 1742: op belijdenisse en
9 oktober 1746: Cornelia Janse van der Bie en Leenderd Goudswaard, beijde met att. van Piershil.[402] Zij
tr. Goudswaard kerkelijk 29-4-1742[403]
Arij Hendrikse Rollof.
-
f. Lauwris Jans van der Bie, ged. Goudswaard 7-3-1723, tr. 1o Goudswaard kerkelijk 4-10-1744[404]
Jannetje Jacobs Wils, tr. 2o (Goudswaard?) kerkelijk 23-2-1766[405]
Lena Theunisse van Hulst.
-
g. Gerrit van der Bie, ged. 11-8-1726, ovl. vóór 18-8-1751.
330. CORNELIS AARTS HOOGVLIET, ged. Goudswaard 31-10-1666, ovl. 1727-1733, otr. Goudswaard 8-6-1710
331. NEELTJE JACOBS WAALBOER, ged. Goudswaard 4-8-1686, tr. 2o [406]
KRIJN VAN NUFFELEN, wednr. van Lijntje Arends Prosman.
Cornelis Aarts Hoogvliet en Neeltje Jacobs Waalboer compareren te Goudswaard 23-11-1709.[407]
Op 24-10-1727 worden Cornelis Aarts Hoogvliet en Jan Arents Groeneveld
benoemd tot voogden over de na te laten kinderen van
Arie Bastiaanse Groenevelt.[408]
Uit haar eerste huwelijk (Hoogvliet-Waalboer):[409]
-
a. Jan Hoogvliet, ged. Goudswaard 22-3-1711, ovl. na 1740.
-
b. Japhie (Joppie, Jobje) Cornelis Hoog(h)vliet, ged. Goudswaard 17-7-1712, ovl. na 1756, (=kw. nr. 165).
-
c. Jacob Hoogvliet, ged. Goudswaard 18-2-1714, ovl. na 1740.
332. ARIEN ARIENTS VAN DER BEN(¥), geb. Waddinxveen, beg. Waddinxveen 9-3-1734, otr. Waddinxveen 31-5-1681
333. MARTIJNTJE JANS KLEIJNBURGH (KLEINBERGH)(¥), beg. Waddinxveen 4-2-1692.
| COMMENTAAR(¥)
Is er verband met Jan Jansz van der Ben, beg. Gouda 30-8-1715,[410]
tr. voor 1690 Maria Arijensdr (van) Oosterhout, beg. Gouda 29-6-1740[411]
waaruit
Ary Jansz van der Ben, tr. Gouda 1717 Jannigje Gerritsdr IJssendijk etc.[412]
|
| COMMENTAAR(¥)
verm. een zr. van Cornelis Jansen Kleijnbergh, j.m., wonend te Waddinxveen, tr. Gouda St. Jan 28-8-1670 Aeltien Elderts Verhoogh.[413]
|
vul aan Kron. 7(1998)234
Uit dit huwelijk geboren (o.a.) :
-
a. Hendrik Ariensz van der Ben, ged. Waddinxveen 4-7-1688, beg. Waddinxveen 30-5-1743, (=kw. nr. 166).
334. CORNELIS ADAMS VAN DER HEIJDEN, ged. Waddinxveen 25-10-1665, beg. Zuid-Waddinxveen 26-5-1714, otr. Zuid-Waddinxveen 28-5-1695
335. LIJSBETH CORNELIS KOCK, geb. Boskoop, beg. Waddinxveen 11-4-1735.
Uit dit huwelijk geboren (o.a.) :
-
a. Pieternella van der Heijden, ged. Waddinxveen 2-5-1700, beg. Zuid-Waddinxveen 8-10-1790, (=kw. nr. 167).
336. WILLEM VAN DER JAGT, ged. geref. Maassluis 11-3-1674, beg. Maassluis Grote Kerk 1-5-1728 (eerste graf nr. 33, daarna nr. 37 [414]), koopman, reeder, boekhouder, schepen (1722-1727) en burgemeester (1727-1728) te Maassluis, welgeboren
man van Delfland, regent van het Hervormd Weeshuis te Maassluis
(1723-1724),[415]
tr. Maassluis 23-3-1696
337. KLAASJE GERRITSDR. VAN BEZOOYEN, ged. geref. Maassluis 15-7-1674, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 33 [416]) 15-12-1716.
|
Wapen Van der Jagt : Een door twee honden en een fret vergezelde
jager, houdende over de schouder een stok waaraan twee dode vossen.
Dit wapen komt voor op het wapenbord in de N.H. Kerk
te Maasland [417].
|
Op 2- 7-1712 wordt Willem van der Jagt vermeld in een Attestatie te Maassluis.
[418]
Uit het huwelijk (o.a.?):[419]
-
a. Gerrit van der Jagt, geb. 24-5-1698, (=kw. nr. 168).
-
b. NN van der Jagt, beg. Maassluis Grote K. 20-4-1702 ("een kind van Willem van der Jagt").
-
c. NN van der Jagt, beg. Maassluis Grote K. 6-10-1705 ("een kind van Willem van der Jagt").
-
d. Kniertje van der Jagt, beg. Maassluis Grote K. (graf nr. 37) 28-12-1754.
-
e. NN van der Jaght, beg. Maassluis Grote K. 18-7-1709 ("een kind van Willem van der Jaght").
-
f. NN van der Jacht, beg. Maassluis Grote K. (graf nr. 33) 8-6-1712 ("een kind van Willem v. d. Jacht").
-
g. Jacob van der Jagt, beg. Maassluis Grote K. (graf nr. 33) 7-4-1728.
338. MR. WILLEM BREUR, geb. Den Haag maart 1665, ovl. Den Haag/Rotterdam? 26-6-1712 (beg. niet te Rotterdam gevonden), j.m., procureur, wonend te Den Haag (1694),
notaris te Den Haag,[420]
procureur voor het Hof van Holland (1694..1706),[421]
[422]
[423]
otr./tr. Rotterdam (schepenen) 15/31-10-1694
339. W(E)YNANDA VAN WAESBERGHE, geb./ged. Rotterdam 3/5-3-1665 (get. Isaack Elsevier en Ida van der Strate), beg. Rotterdam gaarder/Grote K. 26/28-10-1734 (eigen graf, laat na 1 (volgens gaarder) of 2 (volgens begraafinschrijving) meerderjarige kinderen).
[424],
[425]
j.d. wonend te Rotterdam (1694), in 't Proveniershuis onder Cool (1734),
doopget. (1684).
|
Wapen van Waesberghe : Een zilver veld beladen met een klimmende leeuw van sabel,
het veld bezaaid met zeventien zwarte blokjes.
Helmteken :
een klimmende leeuw [426],
[427].
Wapenspreuk : Nullus Limes Leone (er is geen grens voor de leeuw).
|
Op 1-2-1707 verleent Pieter van Assendelft, raad en burgemeester
te Vlaardingen, procuratie aan Willem Breur.
[428]
Zou het hier bovenstaande Willem Breur betreffen? ZOEK complete acte.
Op 1-8-1708 wordt procuratie verleend aan Willem Breur, procureur te Maassluis.
[429]
"Seker nonchalant procureur (Breur), die geordonneert
was te compareren", hield zich voortdurend op in een
herberg, "tanquam glebae adscriptus". In die rol wordt hij tot
drie keer toe door een deurwaarder namens Commissarissen
van de rol opgeroepen, maar hij blijft weg. Commissarissen
rapporteeren dit in den Raad en de Hoge Raad besluit
hem een boete op te leggen van twee ducatons (1708).[430]
Uit het huwelijk (Breur-van Waesberghe)(¥):[431]
COMMENTAAR(¥)
Wie zijn :
Simon Breur, geb. 27-9-1697[432], tr.
Maaike Borgers, ged. Dinteloord 1709, dr. van Willem Borgers. Hieruit geboren Leendert Simonszn. Breure
[433].
Simon Breur, ovl.(beg?) Den Haag 31-5-1701 [434].
|
-
a. Johanna Breur, geb../ged. 's-Gravenhage Remonstrantse Kerk 17/18-4-1696, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. N344) 26-6/1-7-1728, (=kw. nr. 169).
-
b. Simon Breur, geb. 's-Gravenhage17-9-1697, beg. Rotterdam Grote K. 20-11-1760 (eigen graf), jongeman, wonend Bij De Lombertse Brug (1740),
geadmitteerd als notaris te Rotterdam
door het Hof van Holland 9-10-1720,
werkzaam als zodanig 1720-1760,
notaris in de Torenstraat te Rotterdam (1760),
otr. Delft 15-10-1740,
otr. Rotterdam geref. 23-10-1740 (met attestatie naar Delft 6-11-1740)
Josina Jodoca le Blanc(e) (Leblanc), beg. Rotterdam Prinsenk. 18-9-1780, j.d., wonend te Delft (1740).
-
1. Wijnanda Willemina Breur, ged. Rotterdam Rem. 6-8-1741 ("in huis gedoopt", get. Maria Breur), van wie verder niets te Rotterdam gevonden.
-
c. Maria Breur, geb. 's-Gravenhage19-7-1699 (get. Jannetje Schim, wed. van Simon Breur),[435]
woont te Maassluis (1726), Noordwijk (1757),
doopget. (1741),
otr./tr. 1o Leiden (schepenen)/Maassluis gerecht 1/17-3-1726
Jacobus van der Val(c)k, lintier, wonend te Leiden (1726),
otr./tr. 2o Leiden (schepenen)/Noordwijk 18-3-1757/... (als zijn wed.)
David Munnik, wonend te Leiden (1757),
als David Munnik buurtheer van de buurt Oost Ossenland te Leiden (benoemd 13-01-1791 tot 1795 wegens ontslag).
[436]
Of zou het hier een (klein)zoon betreffen?
-
d. Alida Breur, geb. 's-Gravenhage17-10-1700, ovl.(beg?) 3-7-1701 [437].
-
e. Willem Breur, geb. 's-Gravenhage 14-8-1702(¥).
| COMMENTAAR(¥)
In ref. [438] heet deze zoon Simon!
|
340. PIETER RE(E)DERI(J)S (RIDDERUS), geb. Hellevoet-binnen, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 52) 27-11-1728[439], j.m. van Hellevoet binnen, woont op de Noorddijk (1692), in de Schans (1728) te Maassluis,
otr. Maassluis geref. 21-4-1692 (met attestatie 17-5-1692 om op Blankenburg of elders te trouwen)
341. SUSANNA PIETERS DE HAY, ged. geref. Maassluis 4-9-1669, beg. Maassluis (impost) 9-5-1740, j.d., wonend op de Noorddijk te Maassluis (1692).
Pieter Ridderis en zijn echtgenote Susanna de Haij komen voor in een akte van boedelscheiding 22-3-1709[440]
en van voogdij 23-3-1711.[441]
Op "8-9-1763 is het gebeente van Pieter Reederijs en het gebeente van
Sussannetye de Haeij in een beenekistje hergrave" in graf nr. 141.[442]
-
a. Pieternella Ridderus, ged. geref. Maassluis 23-4-1692, ovl. jong?
-
b. Adrianus Ridderus, ged. geref. Maassluis 14-10-1693, beg. Maassluis 28-10-1693 ("een kind van Pieter Ridderis).
-
c. Adrianus Ridderus, ged. geref. Maassluis 19-9-1694, (=kw. nr. 170).
-
d. Pieter Ridderus, ged. geref. Maassluis 27-1-1697.
-
e. Petronella Ridderus, ged. geref. Maassluis 17-5-1699, beg. Maassluis 11-3-1744 ("kinderen nagelaten").
j.d., wonend in de Schans te Maassluis (1726),
tr. Maassluis geref. 12-5-1726
Gerbrand Joppen Berkel, ovl. Maassluis 21-11-1761, j.m., wonend te Maaslanderambacht (1726),
schipper te Maassluis (1761).
Op 18-12-1761 vindt te Maassluis de boedelscheiding plaats van
Gerbrand Berkel, schipper te Maassluis overleden op 21-11-1761,
echtgenoot van wijlen Petronella Ridderus (huwelijk Maassluis 12-5-1726). Er is 1 kind Lysbeth Berkel. Deze dochter is echter overleden op het
moment dat het testament werd opgemaakt en tot erfgenamen zijn de twee
minderjarige kinderen benoemd welke zij heeft nagelaten. Tot medeerfgenamen
zijn tevens de kinderen van respectievelijk een nicht en een aangetrouwde
nicht van de overledene benoemd. Het gebruik van de woning, staande en
gelegen in de Schans te Maassluis bij de Grote Kerk, strekkende voor van het
Spuiwater tot achter aan de Kerkstraat, valt toe aan een aangetrouwde zoon.
De boedel omvat :
1 huis en erf staande en gelegen in de Schans te Maassluis bij de Grote Kerk, strekkende voor van het Spuiwater tot achter aan de Kerkstraat,
1 obligatie t.lv. de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden, ten comptoir 's-Gravenhage, t.n.v. de wed. en zoon van Willem van Nieuwpoort dd. 2-1-1727. Rest de interest sedert 2-1-1761 ad ƒ 1000.00,
1 obligatie t.l.v. de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden ten comptoir 's-Gravenhage, t.n.v. Adriaan de Graaff dd. 26-1-1708. Rest de interest sedert 26-1-1761 ad ƒ 1000.00,
wegens geleende penningen en wegens de koop van twaalf korenzakken van
Pleun Joppe Berkel, bouwman op het eiland Roosenburg ƒ 65.70,
vordering van de heer Maarte de Vos te Maassluis ƒ 15.00,
vordering van de heer Cornelis van Dalem ƒ 58.85,
vordering van de heer Willem van der Jagt ƒ 42.75,
vordering van de wed. Hogerbrugge ƒ 12.35,
vordering van Cornelis van Rijsoord ƒ 7.45,
vordering van de wed. van wijlen Pieter Schim ƒ 30.00,
contant geld in verscheidene gangbaren specien ƒ 190.45,
18 zilveren potstukjes, in soorten,
1 stukje goud, gelijkende een oude vreemde ducaat,
2 zilveren dukaten,
1 gouden rosenobel,
1 ring met elf stenen in het goud,
1 gouden ring glad, klein,
1 gouden hoepring glad,
1 ring van gewerkt goud,
1 ring met rode steentjes,
1 gouden haakje en lusje,
2 gouden akerhaakjes,
2 gouden broekgespen,
2 gouden knoopjes met stenen,
1 bloedkoralen ketting met een goud bootje waarin een rood steentje,
1 zilveren hoofdijzer met gouden stukken,
6 zilveren lepels,
6 zilveren lepels, ander soort,
2 zilveren lepels op de steel besneden,
1 zilveren lepel besneden op het blad,
2 lepels met ronde bladen en gedraaide stelen,
1 grote zilveren beker,
1 groot zilveren zoutvat,
1 klein zilveren zoutvat,
1 kleiner zilveren zoutvat,
1 zilveren kom,
2 stoppen zilver beslagen voor flessen,
2 kettingen zilver beslagen voor flessen,
1 zilveren kettingstreng,
3 zilveren zakhorloges,
2 zilveren knoopjes met steentjes,
2 zilveren knoopjes kristal,
2 zilveren schoengespen,
2 zilveren broekgespen,
1 zilveren kussendoosje,
4 zilveren broekknopen,
1 zilveren gespje,
1 zilveren stropslot,
2 zilveren eierlepeltjes,
1 zilveren knipkoker,
1 zilveren knipkoker,
1 zilveren schaartje,
1 zilveren beugeltje,
oude zilveren knoopjes in een zakje,
3 zilveren knoopjes,,
1 benen mes met zilver beslag,
1 benen vork met zilver beslag.
In het voorhuis :
1 notebomen kast,
3 kastdoeken,
1 nieuw tafellaken,
12 nieuwe servetten,
1 damasten tafellaken,
12 damasten servetten,
1 tafellaken,
6 servetten,
7 servetten,
4 servetten in soorten,
1 damasten tafellaken,
2 gemene tafellakens,
1 fijn slaaplaken,
1 grof slaaplaken,
5 oude lakens,
6 nieuwe kussenslopen,
9 slopen in soorten,
2 vrouwenhemden,
2 vrouwenhemden gegeven aan de aflegsters,
6 fijne nieuwe manshemden,
12 fijne manshemden,
8 oude manshemden,
5 grove manshemden,
6 nieuwe ongenaaide manshemden,
2 linnen rokjes,
6 wit gestreepte hemdrokken,
1 blauw gestreept rokje,
1 gebloemde hemdrok met 24 zilveren knopen,
2 mansonderbroeken,
4 witte gordijntjes in soorten,
2 schoorsteenkleedjes,
3 halve hemden,
17 stropjes,
15 paar mansmouwen,
7 neteldoekse dassen,
6 grote zakneusdoeken,
1 lap vlaams linnen stof,
1 lap fijn linnen stof,
1 lap wat minder fijn linnen stof,
1 lapje servet stof,
1 lapje dagelijks stof,
1 kan met een zilver lid,
1 glazen fles met zilver beslag en een ketting,
2 bijbeltjes met zilverbeslag,
1 bijbeltje zonder beslag,
1 avondmaalboekje met een zilver slotje,
1 zwart zijden dasje,
1 gekleurd dasje,
1 zijden neusdoek,
5 paar zwart gestreepte manskousen,
2 paar effen manskousen,
1 paar zwarte manshandschoenen,
1 paar zijden kousen,
2 stoffen japonnen,
1 rode sitsen japon,
2 balijnen rokken,
4 gordijntjes,
4 paar bedgordijnen,
4 rabatten,
5 katoenen vrouwenrokken in soorten,
1 gestreepte vrouwenrok,
1 damasten vrouwenrok,
1 zwart gestreepte kaleminken vrouwenrok,
1 geel sitsen vrouwenmanteltje,
1 wit vrouwenmanteltje,
3 katoenen vrouwenmanteltjes in soorten,
1 zwart vrouwenmanteltje,
1 gestreept gingangen vrouwenmanteltje,
1 gebloemd katoenen vrouwenmanteltje,
3 nieuwe blauwe gestreepte vrouwenborstrokken,
2 witte vrouwenborstrokken,
1 voering van een japon,
1 kapje fluweel,
1 kapje floers,
4 strooien hoeden in soorten,
1 zijden flodderhoed,
1 voering van een hoed,
1 zijden kaper met een goud haakje en lusje,
1 zwart laken mansrok,
1 zwart laken kamizool,
1 zwart laken mansbroek,
1 gekleurde mansrok,
1 gekleurde kamizool,
1 gekleurde mansbroek,
1 kamizool van zwart gebloemd stof,
1 paar zwarte gebreide manshandschoenen,
1 kistje,
1 doosje waarin losse steentjes (agaat) en enige kraaltjes,
1 hoorn,
4 spintdoekjes,
1 mopsmuts met kant,
3 langetten mopsmutsen,
3 oude neteldoekse halsdoeken,
3 kanten galantjes,
2 rouwgalantjes,
2 tipjes kant,
1 ongenaaid ondermutsje,
2 ongenaaide vrouwenlobben,
1 een paar fluwelen moffen,
1 een paar oude kousen,
2 beursjes voor tasbeugels,
1 waaier,
2 paar braceletjes,
1 ceintuur,
1 schaar,
1 suikerschaar,
5 paar mansschoenen,
1 paar zwarte vrouwenmuilen,
2 gekleurde vrouwenmuilen met zilveren neusjes,
1 tafel,
1 theetafel,
1 plank,
1 toonbank,
1 schootplank,
1 voetenbank,
1 kleerbak,
1 schenkbakje,
1 oud schilderij,
1 lei,
6 bruine stoelen,
1 naaidoos met enige rommeling.
In de keuken :
1 bed,
1 peluw,
2 kussens,
2 schilderijen,
4 theeblaadjes,
1 engels slagklokje,
1 oud theerek,
1 bruine lessenaar,
1 rookplankje,
2 tafels,
9 zwarte stoelen,
3 oude stoven,
6 paar gekleurd theegoed,
6 paar gekleurd theegoed kopjes,
5 zes paar gekleurd theegoed bakjes,
5 geemailleerde bakken,
3 kopjes van gekleurd porselein,
2 bakjes van gekleurd porselein,
4 bakjes van japans porselein,
6 blauwe kopjes met bruine randjes,
6 blauwe bakjes met bruine randjes,
5 kopjes bruin koffiegoed,
6 bakjes bruin koffiegoed,
4 koppen,
4 bakken,
1 bakje,
1 kopje,
5 paar geemailleerd koffiegoed waarvan een bak defect,
5 pulletjes in soorten,
6 porseleinen spoelkommen draakjes,
1 paar porseleinen spoelkommen,
1 paar spoelkommen,
1 paar porseleinen spoelkommen, defect,
1 porseleinen spoelkom, defect,
2 porseleinen trekpotjes,
6 gekleurde japans theebakjes,
6 blauwe porseleinen theebakjes,
2 blauwe theebakjes defect,
1 rode oostindisch trekpot,
6 paar gekleurde kopjes,
6 paar gekleurde bakjes,
6 paar gekleurde kopjes,
6 paar gekleurde bakjes,
1 kopje defect,
2 schoteltjes defect,
4 paar gekleurde kopjes, waarvan een kopje defect,
4 paar gekleurde bakjes,
6 koppen blauw theegoed,
5 bakken blauw theegoed,
6 kleine blauwe kommetjes,
1 wat groter blauw kommetje defect,
1 blauwe theebus,
10 stukjes kleingoed, in soorten,
1 bruin porseleinen koffiekopje,
2 pleisterbeeldjes,
2 pleistervaasjes,
1 spekstenen beeldje,
3 tinnen schotels,
1 tinnen soepkom,
1 tinnen soepkom, wat kleiner,
2 tinnen assieten,
6 tinnen borden,
2 tinnen trekpotten,
1 tinnen waterpot,
1 tinnen ondersteker,
1 tinnen bierkan,
1 tinnen kommetje,
1 tinnen tuit,
1 tinnen tuit, kleiner,
1 tinnen zoutvat,
1 tinnen bekertje,
1 tinnen lampje,
2 tinnen lepels,
2 tinnen eierlepeltjes,
1 koperen bruine koffiekan,
1 bruin koperen chocoladekannetje, met 'dril.stock',
1 'drilstock' bruin, koper, bij een chokoladekannetje,
1 klein koffiemolentje,
1 geel koperen ketel,
1 geel koperen tabakskomfoortje,
2 geel koperen kandelaars,
1 geel koperen blaker,
1 geel koperen snuiter,
1 geel koperen profijtje,
1 bruin koperen theeketel,
1 geel koperen kruiddoosje,
1 geel koperen tafelring,
1 geel koperen vijzel en stamper,
1 geel koperen rasp,
1 geel koperen theebusje,
1 geel koperen peperbusje,
1 rood koperen trekketeltje,
1 geel koperen zwavelbakje,
1 paar geel koperen schaatsen,
1 rood koperen doofpot met een geel koperen deksel,
2 koperen asketels,
1 koperen beddepan,
1 koperen zusterpan met deksel,
1 koperen ketel,
1 koperen ketel, kleiner,
1 koperen steelpan,
1 koperen blaasbalg,
1 koperen teerketel,
1 ijzeren pot,
1 ijzeren ketting,
2 ijzeren tangen,
1 ijzeren asschop,
1 ijzeren hengelhaak,
1 ijzeren hang.ijzer,
1 ijzeren hakmes,
1 ijzeren beugel,
1 ijzeren treeft,
1 ijzeren treeft, vierkant,
1 ijzeren koekepan,
1 ijzeren rooster,
1 ijzeren komfoor,
5 ijzeren blikken, zo groot als klein,
3 blikken theebusjes,
1 blikken blakertje,
6 messen,
4 messen in soorten,
6 vorken 'pienutterse',
1 tweetandige vork met een ivoren hecht,
1 stel van vijven, blauw aardewerk,
5 schotels blauw aardewerk, waarvan een defect,
2 schotels delfts aardewerk, waarvan een defect,
3 kleine schotels delfts aardewerk,
3 schotels delfts aardewerk, nog kleiner, waarvan een defect,
1 schotel delfts aardewerk, defect,
6 borden delfts aardewerk,
6 borden delfts aardewerk,
6 borden delfts aardewerk,
7 boterschoteltjes delfts aardewerk, in soorten,
5 spoelkommen delfts aardewerk, waarvan twee defect,
1 zwarte engelse trekpot,
1 zwart engels melkkannetje,
6 borden waarvan drie defect,
3 schoteltjes,
1 schaal,
3 borden,
2 scheerbekkens delfts aarden,
1 scheerbekken delfts aarden, defect,
5 koppen wit aardewerk,
2 witte engelse tonnetjes,
enige kleine beeldjes, in soorten.
In het achterkeukentje :
1 schenktafeltje,
2 spiegeltjes,
1 rek,
2 glazenrekjes,
1 klerenborstel,
1 strijkijzer met rekje,
1 theetafeltje.
In de schuur :
1 paar laarzen, zo goed als nieuw,
1 paar laarzen, zo goed als nieuw,
1 'garruwmolen',
1 kleermand,
enig rommeling, niet waardig te specificeren.
In de bovenvoorkamer :
1 bed,
1 peluw,
2 hoofdkussens,
1 kleine kussentje.
In de achterkamer :
1 bed,
1 peluw,
2 hoofdkussens,
1 oud beddekleed,
1 oud kombaars,
1 nieuw beddekleed,
1 groene wollen deken,
1 oude katoenen deken,
3 sitsen kussens,
3 spiegels met bruine of zwarte lijsten,
4 schilderijen in soorten,
2 theetafels,
1 grote tafel,
1 nieuw bruine lessenaar,
1 bijbel in folio met koper beslag,
1 bijbel oude overzetting,
1 bijbel in quarto met koperbeslag,
2 leeslessenaars,
3 theeblaadjes,
1 snaphaan,
6 oude bruine stoelen,
1 bruine leunstoel,
1 oud eiken kastje,
1 klerenkast,
9 pruiken in soorten,
1 blauwe dagelijkse laken rok,
1 peperzouten rok,
1 donkerblauwe lakense rok,
1 donkerblauwe lakense kamizool,
1 donkerblauwe lakense broek,
1 oude zwarte kamizool,
1 oude zwarte broek,
1 oude zwarte lakense rok,
1 oude zwarte kamizool,
1 oude zwarte broek,
1 oude bruine lakense rok,
1 blauwe jas,
1 oude jas,
1 zwart damasten hemdrok,
1 nieuw katoenen rok gestikt,
1 oude katoenen rok gestikt,
1 oude gestreepte kaleminken rok,
1 lege besneden naaidoos,
2 lappenmanden met overschotten.
In het portaal :
enig zeildoek.
.bt
Op de vliering :
1 lege pakmand,
1 lege kist,
1 vuurmand,
1 rustbank met planken,
1 bonte beestevellen rok,
enig oud zeegoed,
enig touw,
1 schapenvacht,
1 oude zwarte lange vrouwenmantel,
1 oude zwart gebloemd ekamizool,
1 dagelijks gewaterd zwart grijnen kamizool,
1 dagelijks gewaterd zwart grijnen broek,
1 oude zijden kaper,
1 oude zwarte broek,
2 oude zwarte schanslopers,
1 leeuwerikskooi,
enig rommeling, niet waart om te specificeren.
Voorts zijn er schulden :
wegens geleende penningen aan de heer Willem van der Jagt ƒ 200.00,
wegens geleende penningen aan Heijmen van Teijlingen ƒ 200.00,
wegens leverantie van laken aan Cornelis van Dalem ƒ 92.50,
wegens leverantie van linnen aan Jan Valk ƒ 38.50,
wegens leverantie van zeildoek aan de wed. Aldert Overschie ƒ 14.50,
voor het drukken van diverse rouwgedichten aan Stefanus Mostert ƒ 37.50,
wegens gedane leverantie en arbeidsloon aan Jan Neeff, baas metselaar ƒ 16.85,
wegens leverantie van hout en arbeidsloon aan Isaak van der Hout, baas timmerman ƒ 19.15,
wegens gedane leverantie en arbeidsloon aan Kornelis de Vos ƒ 8.60,
wegens naailoon aan de linnenaaister ƒ 1.65,
wegens het testament met de zegels aan notaris Gerrit de Heer ƒ 25.55,
wegens het graf, luiden etc. aan de koster ƒ 14.10,
wegens het maken van het graf aan de doodgravers ƒ 3.00,
voor de huur van het doodskleed ƒ 9.00,
voor het recht op het middel van het begraven, met het zegel ƒ 3.25,
voor zijn gedane diensten en verschot aan de bidder ƒ 12.80,
voor het maken van de kist ƒ 24.00,
wegens lev. rouwbanden en handschoenen kleding ƒ 33.60,
voor de huur van 94 rouwmantels a 8 stuivers per stuk ƒ 37.60,
wegens leverantie van wijnen aan Arij van der Lely 26.25,
wegens leverantie van bieren ƒ 1.60,
wegens het ter aarde bestellen van het lijk van de overledene aan veertien dragers ƒ 44.10,
voor het ontwaaijen van het lijk aan de aflegsters ƒ 10.50,
voor gedane diensten aan de werkster en de naaister ƒ 3.15,
wegens leverantie van geraspt brood ƒ 5.15,
voor de huur van roemers ƒ 0.45,
wegens gedane visites aan de heer Gerard du Feu, med. dokter en
Cornelis de Heer, apotheker, ƒ 39.25,
doodschulden aan Dirk Hoog en Arij de Vos, mr. chirurgijns, ƒ 4.20,
doodschulden aan de huishouding gedurende dat het lijk boven aarde stond ƒ 15.00.[443]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. NN Berckel, beg. Maassluis 2-4-1727 ("een kind van Gerbrand Berckel").
-
2. NN Berkel, beg. Maassluis 5-4-1730 ("een kind van Gerbrant Joppen Berkel").
-
3. NN Berckel, beg. Maassluis 25-7-1740 ("een kind van Gerrebrant Joppe Berkel").
-
4. Lysbeth Berkel, ovl. vóór 1761.
Uit haar twee kinderen die minderjarig zijn in 1761.
-
f. Anna Ridderus, ged. geref. Maassluis 11-2-1705, j.d., wonend in de Schans te Maassluis (1734),
tr. Maassluis geref. 26-4-1734
Cornelis de Vos, j.m., wonend op de Zuiddijk te Maassluis (1734).
342. GOVERT ARENSZ BOOGERT, ged. geref. Maassluis 6-3-1647, beg. Maassluis Grote K. (impost, graf nr. 291) 28-12-1731[444] ("met kinderen"), j.m., wonend achter de Taenschuer te Maassluis (1676),
koster te Maassluis (1731) [445],
otr. Maassluis geref. (attestatie naar Rijswijk 3-5-1676) en tr. Rijswijk (ZH) 3-5-1676
343. NEELTJE GERRITS BOXHOORN, ged. geref. Maassluis 30-8-1651, beg. Maassluis 1-10-1694, j.d., wonend in de Schans te Maassluis (1676).
|
Wapen Boxhoorn : Drie naar links gewende klimmende bokken (2-1).
Helmteken : een naar rechts gewende uitkomende bok tussen een vlucht
[446].
|
-
a. Arij Goverts Boogert, ged. geref. Maassluis 6-11-1678, beg. Maassluis 23-12-1680 ("een kind van Govert Boogert").
-
b. Trijntje Goverts Boogert, ged. geref. Maassluis 29-11-1679, beg. Maassluis 12-3-1682 ("een kind van Govert Boogert").
-
c. Gerrit Goverts Boogert, ged. geref. Maassluis 4-5-1681, beg. Maassluis 29-8-1684 ("een kind van Govert Boogert").
-
d. Gerrit Goverts Boogert, ged. geref. Maassluis 28-4-1683, beg. Maassluis 16-9-1719, j.m., wonend in de Schans te Maaslandsluis,
otr. Maasluis 1-5-1718 (attestatie naar Rotterdam 15-5-1718)
otr./tr. Rotterdam geref. 1/17-5-1718
Aaltje Vont (Vond), ged. geref. Rotterdam 1-1-1690 (get. Willemijntie Adolf), j.d. van Rotterdam, wonend op de Grote Markt,
woont te Maassluis (1720),
doopget. te Rotterdam (1729),
dr. van Heinderick Vont en Eva Adolfs.
Zij hertr. Rotterdam 21-4-1720 Adriaan Schollaart uit Rotterdam, wonend te Maassluijs.
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Maassluis :
-
1. Neeltje Gerrits Boogert, ged. 28-8-1719.
-
e. Ary Goverts Boogert, ged. geref. Maassluis 8-4-1685, beg. Maassluis 8-1-1687 ("een kind van Govert Boogert").
-
f. Trijntje Goverts Boogert, ged. geref. Maassluis 4-5-1687, (=kw. nr. 171).
-
g. Aeltje Goverts Boogert, ged. geref. Maassluis 5-6-1689, beg. Maassluis 9-3-1691 ("een kind van Govert Boogert").
-
h. Maertje Goverts Boogert, ged. geref. Maassluis 20-7-1692, beg. Maassluis 13-7-1696 ("een kind van Govert Boogert").
344. JACOB ABRAHAMSZ (VAN) VOLKOM (VOL(C)KUM), ged. Dordrecht 20-8-1670, beg. Dordrecht 13-2-1730, woonde Lindegracht.
betaalt verponding (1731) (postuum!) als eigenaar van een huis XXXX aan de Vleeshouwersstraat, getaxeerd op ƒ 75,--, nieuwe aanslag ƒ 7,10,--, oude aanslag ƒ 6,5,--,
[447]
otr./tr. 1o Dordrecht 16/30-5-1694
VOL(LIC)KJE (VOLCXKEN) JANS VAN SC(H)EVELINGEN, geb. Dordrecht, ovl. Dordrecht 13-6-1707, otr./tr. 2o Dordrecht 16/31-10-1707
345. ANNA VERHOEVE(N), geb. Dordrecht, woonde Steegh over Sloot.
Uit zijn eerste huwelijk (van Volkom-van Schevelingen) geref. gedoopt te Dordrecht :
-
a. Jan van Volkom, ged. 27-2-1695 (vader en moeder beiden alleen met patroniem vermeld), ovl. jong?
-
b. Maijke van Volkom, ged. 11-8-1696 (hier heet de vader Isaac Abrahamsz (sic!) en de moeder Volckje Jans), ovl. jong?
-
c. Ariaentje van Volkom, ged. 24-1-1698, ovl. jong?
-
d. Jan (Johannes) van Volkom(¥), ged. 17-6-1699, ovl. (kort?) voor 1741, betaalt verponding (1731) als eigenaar van een huis aan de Heerheymansuisstraat, getaxeerd op ƒ 50,--, nieuwe aanslag ƒ 6,--, oude aanslag ƒ 4,3,--,
[448]
betaalt verponding (1731) als eigenaar van een huis aan de Steegoversloot-Marienbornstraat, getaxeerd op 28,--, nieuwe aanslag ƒ 5,--, oude aanslag ƒ 2,7,--,
(dit pand is verhuurd voor 5 (2x) en 3 (2x) st.p.w. (f 13 en ƒ 7.16), waarvan af een derde)
[449]
betaalt verponding (1731) als eigenaar van een huis aan de Marienbornstraat hoek Vest, getaxeerd op 23, nieuwe aanslag ƒ 3,15,--, oude aanslag ƒ 1,18,--,
(dit pand is verhuurd voor 8 en 5 st.p.w. (f 20.16 en ƒ 13.4), waarvan een derde aftrek voor de verponding).
[450]
COMMENTAAR(¥)
Het is nog onzeker of deze Jan van Volkom dezelfde is als
Jan van Volkom, otr. Dordrecht 4-6-1739
Grietje Vermaasen. -
1. Jan van Volkom, ged. Dordrecht 6-1-1740.
|
Op 21-4-1735 verkoopt Johan van Volkom aan Nicolaas van der Valck, schoenmaker, voor ƒ 124,-- een pand aan de Marienbornstraat/vest te Dordrecht, belend door Bastiaan Markus en de erfgenamen van Abraham Targier.
[451]
Op 21-2-1741 verkopen Metie van Duijnen en Kasper van der Meer uit de nalatenschap van Jan van Volkom (overleden) aan Gerret van Duijnen voor ƒ 415,-- een pand aan de heer Heymansuysstraat te Dordrecht, belend door Bisschop en
Gerret Eeker.
[452]
-
e. Maijke van Volkom, ged. 18-6-1701, tr.
Jacob Swang.
-
1. Maijke Swang, ged. Dordrecht 11-3-1721. In het archief van de Weeskamer Dordrecht bevindt zich onder de boedelpapieren een stuk betreffende Maaijke Swang, 1769.
[453]
-
f. Abraham van Volkom, ged. 8-6-1703, ovl. jong?
-
g. Adriaentje van Volkom, ged. 17-10-1704.
-
h. Sara van Volkom, ged. 23-10-1706, otr. Dordrecht 5-5-1746
Uit zijn tweede huwelijk (van Volkom-Verhoeven) geref. gedoopt te Dordrecht :
-
i. Catharina van Volkom, ged. 31-7-1708.
-
j. Abraham van Volkom, ged. 25-1-1710 (hier heet de vader Jacob van Volckomst), (=kw. nr. 172).
-
k. Sara van Volkom, ged. 26-10-1716, otr. Dordrecht 5-5-1746
Huijbert Meijers, vermeld (als belender? bij de Augustijnenkamp) in een akte te Dordrecht (1747).
Op 30-4-1754 verkopen Jacob Fictor, en Helena van Hemert, weduwe, uit de erfenis van Anna van Hemert, overleden, en Hermanus Schoesters, overleden, voor ƒ 905,-- een pand in de Kolfstraat te Dordrecht aan Huijbert Meijers. Belenders zijn Geertruij Booms, weduwe, en Cornelis Dermoeij.
[454]
-
1. Dirk Meijers, ged. Dordrecht 25-9-1746.
-
l. Adrianus van Volkom, ovl. Dordrecht 8-6-1795, filiatie niet bewezen en geref. doop ook niet gevonden,
tr. wellicht
Johanna van Buuren.
Dordrecht 1797: De erfgenamen van Johanna van Buuren en Adrianus van Volkom vanwege een schuldvordering. [455]
Zoek tekst akte.
346. ANTHONY TARGIER, geb. Doopsgez. Dordrecht, tr. Gouda (schepenen) 14-10-1710
347. GEERTRUY HULSTMAN, geb. Doopsgez. Gouda.
Wat is het verband met :
Gerrit Targier, afkomstig van Dordrecht, woont Hogewoert te Leiden, twijnder
otr./tr. Leiden (schepenen) 29-12-1747/13-1-1748
Anna Vermij, afkomstig van Leyden, woont Hogewoert te Leiden.
Uit dit huwelijk geboren (o.a.?) :
-
a. Geertruy Targier, geb. Doopsgez. Dordrecht, beg. Dordrecht 16-11-1781, (=kw. nr. 173).
348. HENDRICUS (HENDRIK) KO(C)K, ged. Dordrecht 15-3-1686, beg. Dordrecht 8-8-1727, timmermansknecht.
tr. Dordrecht 18-3-1703
349. ANNA VAN DER LEE(DE) (LEDE), ged. Dordrecht 17-6-1686, beg. Dordrecht 6-6-1725.
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Dordrecht :
-
a. Jacob Kok, ged. 20-4-1704, ovl. jong?
-
b. Jacob Kok, ged. 18-11-1705.
-
c. Maria Kok, ged. 25-9-1707, tr. vóór 1745
Jan van der Kaa, ged. Dordrecht 29-3-1715, zn. van Jan (Engelen) van der Kaa en Jannetje Ariens (Kuijbers).
-
1. Hendrik van der Kaa, geb./ged. Dordrecht 19-4/14-7-1745, timmerman, stemgerechtigd te Dordrecht (1811).
-
2. Engel van der Kaa, ged. Dordrecht 2-6-1752.
-
d. Adriaen (Adrianus) Ko(c)k (Cock, Koek), ged. 21-7-1710, metselaarsknecht (1739),
tr. vóór 1734
Mari(j)a van der Lugt, ged. Dordrecht 2-6-1706, dr. van Barent van de Lucht en Geertruid Sam.
Op 28-5-1739 leent Adriaan Kok, metselaarsknecht, ƒ 100,-- van
Lambert Kemp, viskoper met als onderpand een pand in de dwarsgang tegenover de Gevulde Gracht, belend door Martinus Coevoet en Jurrianus Douw.
[456]
-
1. Anna Kok, ged. Dordrecht 20-1-1734.
-
2. Hendrika Kok, ged. Dordrecht 27-1-1740.
-
3. Maria Kok, ged. Dordrecht 18-8-1743.
-
4. Hendrik Kok, ged. Dordrecht 18-11-1746.
-
5. Hendrik Kok, ged. Dordrecht 1-9-1748.
-
6. Barrendijna Kok, ged. Dordrecht 19-12-1751.
-
e. Johanna Kok, ged. 14-6-1713.
-
f. Piter Kok, ged. 11-3-1716, ovl. jong?
-
g. Hendrick Kok, ged. 16-4-1719.
-
h. Pieter Kok, ged. 28-11-1721, beg. Dordrecht 29-6-1801, (=kw. nr. 174).
350. WILLEM NIEUWENHUIJSEN, ged. Dordrecht 26-11-1704, beg. Dordrecht 28-5-1762, schoenmaker (1747..1755),
belender in de Vriesestraat te Dordrecht (1747, 1760),
in het Achterom te Dordrecht (1756, 1757),
otr./tr. Dordrecht 23-4/29-5-1728
351. MARIA SMIT(S), geb. Waspik? / Sprang?.
Op 27-4-1747 verkoopt Marija Immerseel, weduwe, aan
Willem Nieuwenhuijse, schoenmaker, voor ƒ 60,-- een pand in de Vriesestraat te Dordrecht, belend door
Jannigje de Gester en de koper. Overige personen
Claas Soeteman (overleden).
[457]
Op 9-11-1751 verkoopt Cornelis Verbroek aan Willem Nieuwenhuijsen, schoenmaker, voor ƒ 300,-- een pand gelegen achter het Vrouwenhuis te Dordrecht, belend door Andries de Leeuw en de
weduwe Torijn. Overige personen : Jacobus van der Meer, garenbleker.
[458]
Op 25-9-1755 verkoopt Dirkje de Gester (ongehuwd) aan Willem Nieuwenhuijsen, schoenmaker, voor ƒ 60,-- een pand gelegen in de Vriesestraat te Dordrecht, belend door hemzelf.
[459]
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Dordrecht :
-
a. Geertruy Nieuwenhuysen, ged. 22-8-1728, beg. Dordrecht 25-11-1784, (=kw. nr. 175).
352. GEURT CLAESZ VAN LEEUWEN(¥), ged. Barneveld 18-3-1672[460]
of 13-3-1672[461]
, ovl. vóór 23-7-1726 [462]
, ook genaamd Geurt Claesen Kuiper, tonnenmaker en koster te Barneveld,[463]
otr./tr. Barneveld/Ede(¥) 18-3/10-4-1692 met attest op Ede [464]
353. CORNELIA (CORNELISJE) GOOSENS (VAN DE TREECK)(¥), geb. vóór ca. 1670, ovl. na 9-12-1743,[465]
j.d. van Ede (1692),
woont (1732-1735) als wed. van Geurt van Leeuwen in een camer in
de Grotestraat/Langstraat te Barneveld,
(1738-1739) als wed. van Geurt Claes van Leeuwen in een huis te Barneveld,
(..-1746) in een huis te Barneveld,
(1747-1750) als wed. van Geurt van Leeuwen, fruitverkoopster, in een huis te Barneveld.
[466]
[467]
.
| COMMENTAAR(¥)
zoek voor hem : RA Veluwe, inv. nr. 835 f51v, d.d. 24-4-1717, f63, d.d.
16-6-1721, nr. 803 f52, d.d. 18-11-1740 en f53v, d.d. 9-12-1743.
|
| COMMENTAAR(¥)
Zoek RAGld, RA Veluwe, Inv. 835 f51v, f63, Inv. 803 f52, f53v voor gegevens over dit echtpaar.
|
| COMMENTAAR(¥)
haar broer Otto Goosens treedt op als oom (=oudoom) en bloetmomber voor de
kinderen van haar zoon Goswijn van Leeuwen (1728) [468].
|
vul aan Caudron passim
Op 29-2-1717 verkopen en transporteren Guert Claesen van Leeuwen en Cornelissien Goosses egteluijden,
seeker huijs en hoff geleegen in den dorpe Barnevelt daar ten oosten Willem Willemsen, ten westen
Cornelis Gertsen Cosijnsen naast gehuijst en gelandt sijn,
aen enden ten behoeve van de
Heer Willem van Esvelt ontfanger des ampts Barnevelt en Jufr. Elisabet Heerman eghteluijden en erven
voor een somma van een duijsent gln.
(geregistreert den 24 nov. 1717).[469]
Op 16-6-1721 peijnt
Gerhardus van de Vliert cessionaris van Jacob van Bemmel op de gereede goederen actien en
creditten van Guert Claasen Cuijper ende Cornelisjen Gooses eghteluijden, speciaal aan een huijs
staand in den dorpe van Barnevelt door Voornoemde Guert Claasen en sijn vrouw bewoont wordende.
Ten eijnde om daar aan ter verhaalen betaalinge van de summa van twee hondert gulden met intresse
daar op verloopen volgens obligatie daar van sijnde.[470]
Op 23-7-1726 verkoopt en transporteert Cornelisjen Goosens weduwe en boedelholder van Wijlen Guert Claasen van Leeuwen, soo veel noodig geassisteert met haar soon Thoon Guertsen,
seeker huijs hoff en hofsteede in de Catrijnestraat staande in den dorpe Barneveld sijnde vrij alidiael
deijlbaar Thinsgoet daar aan de eene sijde Rutgerus Eijbergen en aan de andere kant Henderik Barghijs
naast gehuijst sijn,
aan ten erffelijken behoeven van Gijsbert Hendriksen Scherpekamp en Stefhanie van Haard eghteluijden en sulks voor de somma 600 guld gepasseert voor
geerfden Gerhardus van Vliert, H. v. Heert, Jacob van Heert die de origeneele transport hebben
geseegelt en geteekent op dato als booven.
(geregistreert op 23 julij 1726)[471]
Uit het huwelijk (van Leeuwen-Goosens) geref. gedoopt te Barneveld [472] :
-
a. Goswinus (Gosen) Geurts van Leeuwen, ged. 27-1-1693 [473]
volgens [474]
23-1-1693, volgens [475]
op 23-11-1693, beg. Veenendaal 6-7-1742 (luid- en begraafgeld ƒ 1,12,8)[476]
, kuiper,
otr./tr. 1o Veenendaal 12-12-1717/2-1-1718[477]
, volgens [478]
op 26-12-1717. Johanna Slok, ged. Veenendaal geref. 28-3-1692, ovl. vóór 1728.
dr. van Hendrik Everts Slok, herbergier in de Hartogh van Gelre en schout van Gelders Veenendaal, en Elisabeth Sanders Stip,[479]
otr./tr. 2o Amersfoort 29-10/16-11-1728[480]
[481]
Lijsbeth Sterk(ing), afkomstig Ommen, wonende Amersfoort.
Op 26-5-1728 treedt Goosen van Leeuwen op als weduwnaar en
boedelhouder van Johanna Slok. "Om desen Inventaris nae behoren
te dresseren, dient (men) voor oft te weten dat de gewesene
echteluijden in den huwelijken staet sijn getreden sonder
huwelijkse voorwaarden, ende derhalve nae den Lantgeregte van
Veluwe gemeenschap van goederen. Er sijn uit dit huwelijk
gesproten vier kinderen met naeme
Henrick, Geurt, Claes en Evert van Leeuwen".
In deze zeer uitgebreide boedelbeschrijving o.a. "een huis en hoft
in Veenendaal aan de gelderse sijde door den inventarisant bewoont
en gebruijkt wordende. De Erffenisse en versterfenisse van de
Inventarisants schoonmoeder ende kinderen grootmoeder
Lijsbet Stip welke Henrick Slock alsnog in lijfrecht besit".
[482]
Op 28-12-1773 compareren te Ede "Cornelis van Leeuwen en
Sophia van Leeuwen, Ehel:. Jan van Leeuwen en
Gijsbertje de Man Ehel:, Jan den Dolder en
Dirkje van Leeuwen mede ehel: kinderen en erffgenamen van
Elisabeth Sterking wede. van Gose van Leeuwen" verdelen haars
moeders boedel bestaande "alleen in een Huijs, Hoffe en Schuur in
den Dorpe Veenendaal, sijnde onderling getaxeerd op een somma van 375 gld. enz.
[483]
Uit zijn eerste huwelijk (van Leeuwen-Slok) gedoopt te Veenendaal:[484]
-
1. Hendrik van Leeuwen, ged. 17-7-1718.
-
2. Geurt van Leeuwen, ged. geref. 11-12-1720, beg. Veenendaal 5-7-1790, tr. geref. Veenendaal 7-8-1746[485]
Christina Verkuil, geb. Eck/Maurik ?.
Uit dit huwelijk 7 kinderen gedoopt te Veenendaal (1747-1763).
-
3. Claas van Leeuwen, ged. 15-11-1722, otr./tr. 1o Veenendaal geref. 5/28-1-1759[486]
Jannigje Rutte Veenvliet, ged. geref. Veenendaal 1-1-1719, otr./tr. 2o Amsterdam (Nieuwe kerk) geref. 26-2/15-3-1772[487]
Alida Roos, geb. Leiden ?.
Uit het eerste huwelijk 4 kinderen gedoopt te Veenendaal (1759-1764).
Uit zijn tweede huwelijk (van Leeuwen-Sterk) gedoopt te Veenendaal :
-
5. Jan van Leeuwen, ged. 19-11-1730.
-
6. Jannetje van Leeuwen, ged. 16-3-1732.
-
7. Cornelis van Leeuwen, ged. 24-1-1734, ovl. 1785, otr./tr. Amsterdam geref 15-11/1-12-1754[488]
Sophia van Leeuwen, geb. Amsterdam 29-9-1737, dr. van Willem van Leeuwen en Cornelia Jansen.
Uit dit huwelijk 1 kind gedoopt te Veenendaal (1760).
-
8. Dirkje van Leeuwen, ged. 5-2-1736.
-
9. Jan van Leeuwen, ged. geref. 20-7-1739, tr. Veenendaal geref. 6-2-1763[489]
Gijsbertje de Man, ged. geref. Veenendaal 5-11-1741, ovl. Veenendaal 3-6-1813 (oud 70 jaar sic!), dr. van Dirk de Man en Nenna Cornelissen.
Uit dit huwelijk 8 kinderen gedoopt te Veenendaal (1763-1784).
-
10. Dirkje van Leeuwen, ged. geref. 3-6-1741, tr. Veenendaal geref. 23-3-1766[490]
Jan Wessels van Dolder, ged. Veenendaal 20-8-1741.
-
b. Dirkjen Geurts van Leeuwen, ged. 4-11-1694[491]
, beg. Veenendaal 9-9-1782 (luid- en begraafgeld ƒ 3,5,0) [492]
.
-
c. Claes Geurts van Leeuwen, ged. 4-10-1696, otr./tr. Barneveld/Amersfoort 20-7/7-8-1725[493]
Geertruida Sijburg.
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Amersfoort :[494]
-
1. Johanna van Leeuwen, ged. 1-2-1726.
-
2. Cornelia van Leeuwen, ged. 1-8-1727.
-
3. Johannis van Leeuwen, ged. 21-6-1729.
-
4. Johannes van Leeuwen, ged. 13-2-1731.
-
5. Magdalena van Leeuwen, ged. 24-10-1732.
-
6. Johanna van Leeuwen, ged. 5-12-1734.
-
7. Geurt van Leeuwen, ged. 25-4-1738.
-
8. Dirkje van Leeuwen, ged. 10-1-1740.
-
9. Catharina van Leeuwen, ged. 3-4-1742.
-
d. Cnelis Geurts van Leeuwen, ged. 16-2-1698.
-
e. Cornelis Geurts van Leeuwen, ged. 16-10-1698,[495]
-
f. C(or)nelis Geurts van Leeuwen, ged. 29-10-1699, woont (1742-1744) in een huis aan het Schouteneinde te Barneveld,
(..-1745) in een huis ("de Rode Leeuw') te Barneveld,
(1746-1748) in een huis te Barneveld,
[496]
otr. Barneveld 28-4-1731[497]
Aaltje Gijsberts, ged. geref. Barneveld 8-1-1702, dr. van Gijsbert Jansen en Fijtje Willems.
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Barneveld:
-
1. Geurt (Gerrit) van Leeuwen, ged. 10-2-1732, tr. Utrecht geref. 1-5-1759
Johanna Catharina Wiglinkhuizen (Michlandshuysen), geb. Amersfoort 1-5-1733, of een zuster, begraven op 15-5-1788 te Amsterdam,
dr. van Johannes (Jan) Wiglinkhuizen (Wiggelinkhuijsen, Wiggelandshuijsen) en Maria den Uijl.
Uit dit huwelijk 2 kinderen geboren te Utrecht en Barneveld (1759, 1760)
-
2. Fijtje van Leeuwen, ged. 4-10-1733, ovl. vóór 1772, woont (1767-1770) in een huis in de Langstraat te Barneveld,
[498]
otr. Barneveld (zoek op)
Aalbert Jansen, woont (1770-1772) in ditzelfde huis in de Langstraat te Barneveld.
[499]
Op 23-4-1772 verkoopt Aelbert Janssen, wednr. van Fijtjen van Leeuwen, huis, hof, berg, enz. aan Herman Mulder en Geertjen Geurts.
[500]
Op 29-5-1776 verkopen Harmen Mulder en Geertjen Geurts huis, hof, berg en boomgaard aan Breunis, Aaltjen en Aalbertjen Aalberts, broer en zusters voor f. 1645,-.
[501]
NB zijn dit de kinderen uit het huwelijk Jansen-van Leeuwen?
-
3. Geisbert van Leeuwen, ged. 22-5-1735, ovl. jong?
-
4. Cornelia van Leeuwen, ged. 22-4-1736.
-
5. Geisbert van Leeuwen, ged. 5-10-1738.
Er is sprake van Rotterdam. Maar daar is niets te vinden. Tevens is er sprake van 2 kinderen, Sebastiaan en Jacoba (op 9 jarige leeftijd opgenomen in het gekkenhuis). Sebastiaan zou naar Canada zijn vertrokken.
CHECK
-
6. Willemeintje van Leeuwen, ged. 26-12-1740, ovl. Nijkerk 14-12-1819, otr./tr. Nijkerk/Hoevelaken geref. 23-10/9-11-1789
Roelof van Wilgenburg.
-
7. Gijsbertje van Leeuwen, ged. 17-3-1742, ovl. Nijkerk 22-10-1826.
-
8. Dirkje van Leeuwen, ged. 22-1-1747, ovl. na 1802, woont (1795-1802) als schoolhouderse en wed. van Gerrit Woutersen in een huis in de Langestraat te Barneveld,
[502]
tr.
Gerrit Woutersen, ovl. 1795-1798, woont (1789-1795) in ditzelfde huis in de Langestraat te Barneveld,
[503]
verm. wednr. van Aartjen Heijmens.
Dirkje van Leeuwen, schoolhouderse, weduwe van Gaart Wouterse, heeft 4 kinderen, die in 1798 wordt vermeld als onvermogend op de lijst van Barneveldse ingezetenen van 18 jaar en ouder, die geschikt zijn om wapens te dragen.[504]
-
g. Toon Geurts van Leeuwen, ged. 2-4-1702.
-
h. Wijnand Geurts van Leeuwen, ged. 7-9-1704, (=kw. nr. 176).
-
i. Willemijna Geurts van Leeuwen, ged. 19-6-1707.
-
j. Ott Geurts van Leeuwen, ged. 25-12-1709, volgens [505]
5-12-1709, volgens [506]
15-12-1709 .
-
k. Willem Geurts van Leeuwen, ged. 18-9-1712.
-
l. Hendrik Geurts van Leeuwen, ged. 10-2-1715, otr. 1o Barneveld 30-5-1739[507]
Steventje Willems, heeft een illegitieme verhouding met
Gijsbertje Breunisse, ged. Barneveld geref. 27-4-1721, dr. van Brunis Jansen en Metje Willems,
otr./tr. 2o Renswoude 11-7/18-8-1755[508]
Nennetje Teunisdr, dr. van Teunis de Kraay.
Uit de illegitime verhouding met Gijsbertje Breunisse :
-
1. Willemijntje Hendriksdr van Leeuwen(¥), ged. geref. Barneveld 24-8-1749, ovl. Sliedrecht 27-1-1802, otr. Sliedrecht 1-10-1779
Arij Jasperszn 't Jong, ged. geref. Sliedrecht 21-4-1748, ovl. Sliedrecht 26-8-1833.
| COMMENTAAR(¥)
Bij de huwelijken van haar kinderen heet zij Willemijntje Hendriksdr van Leeuwen. Zij is dus blijkbaar later geëcht.
|
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Jan 't Jong, geb. Sliedrecht 1785/86, tr. 1o
Kundertje Prins, tr. 2o Sliedrecht 4-4-1816
Annigje Pietersdr Bons, geb. Sliedrecht 1785/86, dr. van Pieter Bons en Marigje Baan.
-
bb. Gijsbert Arijszn 't Jong, geb. Sliedrecht 12-9-1789, tr. Sliedrecht 23-3-1811
Magdalena Arijsdr Guijs, geb. Sliedrecht 3-2-1787, dr. van Arij Arienszn Guijs en Aaltje Adriaansdr Bisschop.
-
cc. Geertje Ariesdr 't Jong, geb. Sliedrecht 1793/94, tr. Sliedrecht 15-6-1815
Adriaan Aartszn Boer, geb. Sliedrecht 1791/92, zn. van Aart Boer en Jannigje Lok.
-
2. Dirkje (Gijsbertsdr?), ged. geref. Barneveld 24-8-1749.
354. EVERT (MASEN) KLAASZ VAN VELTHUIJZEN, ged. Veenendaal 21-1-1677[509], wonende te Veenendaal (aan het Boveneind),
otr./tr. Veenendaal geref. 5/19-3-1702[510]
355. MARIA DIRKSE VAN DE GEER(¥), ged. Veenendaal 9-3-1679[511], woont te Veenendaal.
-
a. Rein (lees Rem?) Evertsz van Veldhuijsen(¥), ged. geref. Veenendaal 7-1-1703, schuitenmaker,[513]
tr. 1o voor 1726
Arriaantje (Aaltje) Hendriks, ovl. 1737-1740, tr. 2o Veenendaal geref. 29-5-1740
Antonia van den Berg, j.d., laatst wonend te Rotterdam (1740).
| COMMENTAAR(¥)
In de transcriptie Veenendaal Đ Dopen NG 1674-1810, staat deze Rein als zn. van Evert Maassen en Maria Dirckze, terwijl de volgende vier kinderen genoteerd staan met de ouders Evert Claesz van Veldhuizen en Mary Dirks. Is er bij de inschrijving van Rein een lees- of schrijffout gemaakt? Bij de doop van een van zijn kinderen heet hij weer Rein.
|
Uit zijn eerste huwelijk (van Veldhuijsen-Hendriks):
-
1. Hendrik Remmen van Veldhuijsen, ged. geref. Veenendaal 28-4-1726, ovl. jong?
-
2. Hendrik Remmen van Veldhuijsen, ged. geref. Veenendaal 1-6-1727, ovl. jong?
-
3. Maria Remmen van Veldhuijsen, ged. geref. Veenendaal 3-7-1729.
-
4. Hendrik Remmen van Veldhuijsen, ged. geref. Veenendaal 27-5-1731.
-
5. Christina Remmen van Veldhuijsen, ged. geref. Veenendaal 14-9-1732 (hier heet de vader Rein).
-
6. Evert Remmen van Veldhuijsen, ged. geref. Veenendaal 7-3-1734.
-
7. Elisabeth Remmen van Veldhuijsen, ged. geref. Veenendaal 8-5-1735.
-
8. Cornelis Remmen van Veldhuijsen, ged. geref. Veenendaal29-9-1737.
-
b. Metje Evers van Velthuijzen, ged. geref. Veenendaal 18-4-1706, (=kw. nr. 177).
-
c. Dirk Everts van Veldhuizen, ged. geref. Veenendaal 9-2-1709.
-
d. Cathrijna Everts van Veldhuizen, ged. geref. Veenendaal 7-1-1714.
-
e. Alet Everts van Veldhuizen, ged. geref. Veenendaal 27-12-1716.
vul aan VG 26(2001)229
COMMENTAAR(¥)
MARIA DIRKSE VAN DE GEER is niet dezelfde als
MARRIJGJE DIRKS, j.d. aan de Muilenbrug (1714),
otr./tr. 2o Veenendaal 9/23-9-1714 (als Marigje Dirks van der Meijden, sic!)[514]
[515]
,
tr. Veenendaal geref. 23-9-1714
KLAAS ARIENS(EN) VAN SANTEN (Klaus van Sauken), ged. Veenendaal 8-11-1683, weversbaas,
betaalt als Claes Ariensen ƒ 1-4-0 haardstedegeld voor 1 haarstede te Veenendaal (1707-1711),[516]
woont aan de Muilenbrug (1714),
wednr. van Marrigje Remmen en beoogd echtgenoot van Johanna Willems Verkuijl,
die echter "voor de trou' is gestorven in de kraam" (1713),
[517]
zn. van Arien Claassen van Santen en Willempje Wesselsen van de Holsteegh.
Uit dit huwelijk:[518]
[519]
-
a. Annegie Claassen van Santen, ged. Veenendaal (G) 4-8-1715, otr./tr. Veenendaal (UT) geref. 6/13-10-1748[520]
Aart (Arie) van Asperen, ged. Veenendaal (UT) 21-10-1714, zn. van Willem Aarts van Asperen en Petertje Hendriks Gaasbeek.
-
b. Willemijntje (Willemina) Klaasze van Santen, ged. Veenendaal (G) 25-11-1718, beg. Veenendaal 21-2-1784, wonend in het Rhenense Veen (1743),
otr./tr. Rhenen/Veenendaal (Gld.) 3/17-8-1743[521]
[522]
Willem Hendriksz van Schuppen, ged. Veenendaal (G) 28-8-1718, lantaarnopsteker,
soldaat in het regiment van Gen. Maj. De Bedarides, wonende in het garnizoen te Rhenen (1743),
zn. van Henrick Claasz van Schuppen, wolkammer, en Marretien Hendricks van Manen.
-
1. Hendrik Willemsz van Schuppen, ged. Veenendaal (U) 27-10-1743.
-
2. Maria Willems van Schuppen, ged. Veenendaal (G) 17-7-1746, ovl. Veenendaal 1762.
-
3. Klaasje Willems van Schuppen, ged. Veenendaal (G) 30-8-1750.
-
4. Heijnderijntje Willems van Schuppen, ged. Veenendaal (G) 6-8-1752, ovl. Veenendaal 7-4-1831, tr. Veenendaal (G) 27-5-1774
Willem Matthijsz (van) Diepeveen, ged. Veenendaal (G) 12-8-1753, ovl. Veenendaal 14-1-1844, spinner te Veenendaal,
zn. van Matthijs Claessen van Diepeveen en Catharina Willems van Hardeveld.
Uit dit huwelijk 8 kinderen gedoopt te Veenendaal, waaronder :
-
aa. Willemijntje Diepeveen, geb. Veenendaal 1776/77, tr. 1o
Johannes Turkesteen, tr. 2o Veenendaal 11-12-1818
Evert van Offeren, geb. Veenendaal 1780/81, zn. van Jan van Offeren en Christina Valk .
wednr. van Aaltje van den Berg.
-
5. Klaas Willemsz van Schuppen, ged. Veenendaal (Gld.) 12-1-1755.
-
6. Willem Willemsz van Schuppen, ged. Veenendaal (Gld.) 3-4-1757, ovl. Veenendaal 1787.
-
7. Maria Willems van Schuppen, ged. Veenendaal (Gld.) 21-2-1762, ovl Veenendaal 1788.
-
c. Dirck Aertse Claasz van Santen, ged. Veenendaal (G) 1-1-1723.
otr./tr. 1o Veenendaal geref. 22-10/14-11-1751[524]
Gerritje Spoor, ged. Veenendaal 19-6-1729, dr. van Andries Spoor en Ghijsbertien Jacobs Bosch,
tr. 2o Veenendaal 7-10-1781[525]
Annetje van Engelenburg, ged. Veenendaal 24-5-1733, dr. van Dirk Berentsen van Engelenburg en Maria Jans van Campen.
Uit zijn eerste huwelijk (van Santen-Spoor):[526]
-
1. Hendrik (Klaas) van Zanten, ged. Veenendaal 27-8-1752, ovl. Veenendaal 11-3-1827, wever,
tr. Veenendaal 19-5-1782[527]
Jannigje (Jannetje) Boomsloot (Boom), ged. Veenendaal 25-5-1760, ovl. Veenendaal 21-10-1832, spinster,
dr. van Gijsbert Boomsloot en Jannetje Jansz Ros.
Uit dit huwelijk 5 kinderen (zie verder Ref. [528]).
-
2. Andries van Zanten, ged. Veenendaal 10-8-1755, ovl. Veenendaal 25 -12-1811, wever,
tr. Veenendaal 16-11-1778[529]
Cornelia Vrekenhorst, ged. Veenendaal 2-11-1755, ovl. Veenendaal 24-5-1825, spinster,
dr. van Anthonij Vrekenhorst en Jannigje Prijs.
Uit dit huwelijk 6 kinderen (zie verder Ref. [530]).
-
3. Maria van Santen, ged. Veenendaal 30-4-1758.
-
4. Gijsbert van Santen, ged. Veenendaal 9-11-1760, ovl. jong?
-
5. Gijsbert van Zanten, ged. Veenendaal 1-12-1765, ovl. Veenendaal 4-11-1816, wever.
tr. Veenendaal 30-4-1797[531]
Gijsbertje van Manen, ged. Veenendaal 12-11-1769, beg. Veenendaal 20-3-1806, dr. van Aard Cornelisse van Manen en Christijntje Gaasbeek.
Uit dit huwelijk 1 zoon (zie verder Ref. [532]).
|
360. HANS CONRAD SCHIRMER, geb. (CH).
-
a. Mr. Johannes Schirmer, ovl. vóór 1822, (=kw. nr. 180).
362. JOHANNES GRUBELIN, geb. (CH).
-
a. Catharina Gröblin (Gröbein, Grüb(er)lin), ovl. vóór 1822, (=kw. nr. 181).
364. LUDOLPH WALRAVENS, ovl. vóór 1754, otr. Nijmegen 1-5-1722[535]
365. JOHANNA ELEONORA WALRAVENS (?), tr. 2o voor 1754
WILLEM CORNELIS SMITS.
21-6-1754 : Johanna Eleonora Walravens, weduwe van wijlen Ludolph Walravens, thans hertrout here Willem Cornelis Smits, hiertoe gequalificeert zijnde als na rechten, Arnold Cornelis Walravens, cornet ten
dienste deser Landen, Jan Hendrik Cock als in huwelijk hebbende Alberdina Elisabeth Walravens,
Eleonora Walravens, meerderjarig ongehuwde dochter en Cornelis Johan Walravens, (voorthans
hebben?) als erfgenamen van haren vader Ludolph Walravens voorgemelt, respectivelijk: Voorts te
samen(?) en in qualiteijt als mediate en immediate erfgenamen ex testamento van wijlen Cornelis Walravens in leven out rentmeester deser stadt.[536]
Uit het eerste huwelijk:[537]
-
a. Arnoldus Cornelis Walraven, geb. Sambeek? vóór ca. 1730 (doop aldaar niet gevonden), (=kw. nr. 182).
-
b. Alberdina Elizabeth Walravens, beg. Nijmegen Stevenskerk 22-12-1767 (in een kerkgraf ƒ 12-0-0 en een graf en luiddaalder ƒ 3-0-0.)[538], tr. vóór 1754
Jan Hendrik Cock.
-
c. Eleonora (van) Walraven(s), meerderjarige (1754),
vermeld als geref. lidmaat te Sambeek (1756),
testeert te Sambeek als meerderjarige j.d., ziek (30-7-1770).(¥)
| COMMENTAAR(¥)
ZOEK OP ORA Land van Cuyk, R 343
|
-
d. Cornelis Johan Walravens.
366. JACOB(US) NOLENS, geb. Nijmegen ca. 1695, ovl. 1748[539]
of tussen 30-4-1746 en 14-1-1751[540]
, voor 20-11-1747 [541]
geeft 7-8-1747, j.m. van Nimwegen (1716), vice-schout (1725, 1737, 1742) en schout (1742-1747)[542]
, (1745, 1746) [543]
te Eijsden,
schepen te Eijsden (vanaf 1719)[544]
,(1720)[545]
en Oost (1724-1748)[546]
.
otr./tr. Eijsden geref. 25-7/16-8-1716 (met attestatie van Nimwegen) zijn achternicht
367. CHRISTINA (STIJN) NOLENS, ged. geref. Eijsden 18-12-1695, beg. Eijsden 15-11-1786 (als zijn wed.), j.d. van Castert (gehucht bij Eijsden), na het overlijden van haar man koopvrouwe genoemd.
Zowel Jacob als Christina zijn afkomstig uit het bekende maasschippersgeslacht Nolens te Eijsden [547].
|
Wapen Nolens : In rood een gouden wiel met zes spaken aan de velg, waarvan boven ongeveer een vierde gedeelte ontbreekt. Helmteken : hetzelfde wiel. (Glasraam NH Kerk te Venlo)[548]
.[549]
Volgens [550]
echter acht spaken en het ontbrekende deel beneden (lakafdruk notaris Hubert Nolens te Maastricht, 27-11-1769).
|
In 1735 procedeert Jacob Nolens uit Eijsden voor de Schepenbank Breust tegen Peter Jeuckens alias Leenen over een schuldvordering uit achterstallige pacht.
[551]
Uit dit huwelijk (Nolens-Nolens) geref. gedoopt te Eijsden :
-
a. Frederik Nolens, ged. 21-3-1717 (get. G. Beranger, de zwager, in plaats van Frederik Nolens, en Adriana Frambag, wed. van Frederik Nolens van Castert), ovl. jong[552].
vul aan refs!
-
b. Hubertus Nolens, ged. 20-11-1718 (get. G. Beranger en Maria Jorisse in plaats van Petronella Boers, huisvrouw van Frederik Nolens), ovl. Maastricht 19-1-1797. Hij werd 15-3-1751 burger van Maastricht en was klerk van het gerecht
van Maastricht (1746), notaris ald. (1749-1792) en, volgens zijn sterfakte,
wijnkoper woonachtig in de Bredestraat. Ook was hij schepen en secretaris van
Eisden (1753, 1767) en schepen van Geulle (1784-1787). Van de geref.
gemeente van Maastricht komt hij voor als diaken, ouderling en kerkmeester,
terwijl hij ook ald. regent van het geref. weeshuis geweest is. Hij
otr. geref. Maastricht (St Jan)
Johanna Margaretha Strom(m)enger, ged. geref. Urmond 7-10-1705, ovl. Maastricht 16-12-1775, beg. Maastricht St Janskerk 21-12-1775, dr. van Henricus Stromenger, predikant te Urmond, en Catharina Odilia Weyermans.
In 1757-1762 procederen Johan Bogaert en C.B. Bogaert, wed. van Johan Hubert van Slijpe tegen Petrus Philippus Bogaert en Hubert Nolens.
Het betreft de verdeling van de nalatenschap van het echtpaar Philip Bogaert en Maria Walraven tussen de drie kinderen of erfgenamen van de kinderen. De eis is : overleggen van papieren, scheiding en deling, schadevergoeding, uitsluiting deel van de goederen.
[553]
Uit het huwelijk (Nolens-Strommenger) werd slechts een jongoverleden dochtertje geboren:
-
1. Maria Christina Nolens, geb. 1748, ovl. 1750.
-
c. Petrus (Pieter) Nolens, ged. 29-12-1720 (get. Johannes Bauts, Pieternella Boers, huisvrouw van Frederik Nolens, maasschipper), ovl. na 1753, schepen te Oost (1749-1753)[554], (KLOPT DAT deze?)
-
d. Godefridus Nolens, ged. 30-8-1722 (get. Pieter Nolens, Maria Nolens, huisvrouw G. Beranger), ovl. jong.
-
e. Jacob Nolens, ged. 9-4-1724 (get. Msr. Jacob Delchef, Pieternella Boers, huisvrouw van Frederik Nolens), dorpmeester en ontvanger van de Maastol te Eijsden (1757), 19-3-1787 commies te Chenee nabij Luik.
Na zijn huwelijk woonde hij eerst te Hoog Caastert (territoir van Breust)
later te Chenee. Hoewel hij katholiek huwde, bleef hij zelf geref..
Hij
otr./tr. Eijsden geref. 22-1/15-4-17 ⇒ 57 (aangezien zij RK is wordt er bedongen dat de eventuele kinderen geref. worden opgevoed, waarbij de acte wordt mede ondertekend door Jan Frederik Nolens, diaken te Eijsden, zijn oom zie kw. nr. ⇒ 733 sub d) en RK Breust 22-4-1757
Ida Jeuckens alias Leenen, geb. te Hoog Caastert, van Hoog Caster onder Breust, dr. van Jacobus Jeuckens en Catharina Theunissen.
Uit dit huwelijk (Nolens-Jeuckens) werden te Breust RK gedoopt :
-
1. Christina Nolens, ged. 31-3-1755, die in 1797 met haar echtgenoot Joseph Bayard te Chenee woonde.
-
2. Jacobus Nolens, ged. 6-9-1757, in 1797 wonend te Chenee.
-
3. Petronella Nolens, ged. 26-5-1759, ovl. vóór 1787, evenals haar echtgenoot Jean Jacques Magnee was zij in 1787 reeds overleden.
-
4. Maria Catharina Nolens, ged. 23-9-1762, die in 1797 met haar man Simon Custers te Chenee woonde.
-
5. Agatha Nolens, ged. 20-7-1764, ovl. jong.
-
f. Lambertus Nolens, ged. 3-12-1725 (get G. Beranger en sijn huisvrouw in plaats van Lambertus Blankers(¥) en zijn vrouw, hier heet de vader Jacobus Nolens, vice schout), ovl. jong.
| COMMENTAAR(¥)
Het geslacht Blanckaerts was een bekend maasschippersgeslacht te Eijsden [555].
|
-
g. Piternella Nolens, ged. 29-6-1727 (get. J. Delchef en zijn vrouw, in plaats van Gerardus van de Berg, Pieternella Boers huisvrouw van Frederik Nolens), (=kw. nr. 183).
-
h. Willem Nolens, ged. 13-2-1729 (get. Frederik Nolens en Pieternella Boers, in plaats van Willem Vonk en zijn huisvrouw Maria Boers te Nimwegen), ovl. Schimmert 3-2-1809, gepensioneerd vaandrig ten dienste der Verenigde Nederlanden (1756),
tr. geref. Beek (L) 4-7-1756
Ida Geertruid Groeber, ged. geref. Beek 2-8-1733, ovl. Schimmert 1-4-1792, dr. van Johan Nicolaas Groeber en Geertruid Francken.
Uit het huwelijk (Nolens-Groeber) werden te Beek geref. gedoopt:
-
1. Johanna Christina Nolens, ged. 8-5-1757, tr.
Abraham Swildens, garde du corps van de Prins van Oranje,
zn. van Ds. Leonard Swildens, geref. predikant te Gemert, en Sybille Engelburgs.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Wilhelmina Sibilla Louisa Swildens, geb. Schimmert ca. 1789, ovl. Brussel 19-5-1852,[556]
woont te Boxmeer (1809), tr. Beugen geref. 17-9-1809
Hu(y)bert Johann(es) Schirmer, geb./ged. Sambeek 12/17-3-1782, ovl. vóór 1853[5 ⇒ 57 ], zn. van Johann Martin Schirmer en Christina Jacoba Walraven (zie kw. nr. ⇒ 91 sub c).
Vredegerecht Gemert: Op 13-1-1813 verklaren
Guillaume van den Einden, bierbrouwer, Jan Georg Geiser, herbergier, Benoit Roefs, linnenfabrikant, en André van Bon, hoefsmid, allen in Gemert, te kennen Guillielmine Sybille Louise Swildens (geassisteerd door haar man Hubert Jean Schirmer, rentenier in Boxmeer), als enige en universele erfgename van haar grootmoeder Sybille Engelburgs, weduwe van Leonard Swildens, bij leven dominee van de gereformeerde kerk in Gemert, overleden in Gemert 23 september 1812.
[558]
-
2. Jacob Hubert Nolens, ged. 25-2-1759, ovl. Schimmert 20-5-1815 (ongehuwd).
-
3. Peter Johannes Nolens, ged. 14-3-1762.
-
4. Bertina Geertruydt Alida Nolens, ged. 8-5-1764, ovl. 5-7-1764.
-
5. J(oh)an Willem Corneli(u)s Nolens, ged. 4-11-1766, tr. Klimmen geref. 1794
Henrietta Maria Goppel. Zij gingen te Heerlen wonen.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Jan Jacob Lambert Nolens, geb. Heerlen 16-6-1799, secretaris van Heerlen,
tr. Heerlen 3-11-1830
Maria Geertruida Margaretha Barbara Struijk, geb. Heerlen, dr. van Jan Jakob Struijk en Maria Margaretha Weijdman.
Uit dit huwelijk 5 dochters.
-
bb. Henrietta Wilhelmina Nolens, geb. Heerlen, tr. Heerlen 7-8-1858
Jannes Gerrits, geb. Olst 15-7-1819, zn. van Reinder Gerrits en Tenne Gerrits.
-
cc. Ernestina Nolens, geb. Heerlen, ovl. 1864-1871, tr. Heerlen 13-2-1864
Jan Roos, geb. Sliedrecht 3-12-1829, zn. van Arie Roos en Grietje van Putten.
-
dd. Jakobina Geertruida Nolens, geb. Heerlen, tr. Heerlen 29-9-1866
Jacob Groenewout, geb. Groningen 11-5-1826, zn. van Harmannus Groenewout en Zwaantje Jacobs Sieman.
-
ee. Frederika Nolens, geb. Heerlen, tr. Heerlen 8-7-1871 haar zwager
Jan Roos, geb. Sliedrecht 3-12-1829, wednr. van Ernestina Nolens,
zn. van Arie Roos en Grietje van Putten.
-
6. Bertina Hendrina Geertruid Nolens, ged. 7-1-1770, tr. 1o
Gerard Toussaint, tr. 2o Schimmert 27-8-1815
Ds. Anthony (Antoine) Adriaan (Adrien) Wierts (Wiertz) van Coehoorn, geb. Breda 10-3-1782, als Antoni Adriaan Wierts ingeschreven als leerling aan de Hieronymusschool te Utrecht 19-1-1798,[559]
als Antonius Adrianus Wierts ingeschreven als student letteren 8-7-1826 en theologie 20-9-1805 aan de Universiteit van Utrecht,[560]
predikant te Eisden en Daalhem (B),
zn. van Gideon Wiertz van Coehoorn en Petronelle Anemaat.
-
i. Adelheijd (Aletta, Adelaide) Nolens, ged. 7-1-1731 (get. Johan Adolf Peltzer van Staelbergh en Jufr. Blanckers in plaats van Peltzers huisvrouw), ovl. Eisden 29-5-1815, lidmaat der Waalse Kerk te Daalhem,
otr./tr. Eijsden geref. 28-6/13-7-1749
Jean Francois Franck, ged. (Waalse Kerk) Daalhem 2-4-1719, ovl. vóór 11-1-1769, j.m. van Bombaije, "secretair en voorleeser aldaar", zn. van
Jean Franck, griffier van het hof te Daalhem, en van Maria Suzanna Guyot.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Jean Jacques Franck, geb. Bombaye (B) 16-7-1750, ovl. Eijsden 8-12-1810, tr. Eijsden 1-7-1797
Anne Catherine Gertrude Hollander, geb. Waltnilt (D) 16-5-1769 (elders 18-5-1768), ovl. na 1810, dr. van Arnold Hollander en Gertrude Konings.
Zij hertr. Eijsden 8-6-1815 Gregoir Joseph Habellok.
-
2. Jeanne Marie Christine Franck, geb. 1755/56, ovl.
Eijsden 5-9-1818, tr.
Abraham Samuel Borel, ovl. vóór 1818.
-
j. Johan Adolph Nolens, ged. 4-10-1733 (get. Jan Nolens en Juffr. Blankers, vrouw van Lambertus Blankers, in plaats van Agneta Nolens, wonende te Rotterdam), vertrok voor 4-11-1766 als luitenant naar West-Indie.
-
k. Maria Agneta (Agnes) Nolens, ged. 1-1-1736 (get. Lambertus Blankers met zijn vrouw), woonde 20-3-1780 te Maastricht.
-
l. Hendrik Nolens, ged. 5-1-1737 (get. Lambertus Blankers met zijn huisvrouw, hier heet de vader Jacobus Nolens, vice schout alhier), beg. Eijsden 11-2-1794, j.m., schepen te Oost (1757-1773)[561]
,[562]
,
schout te Oost (1773)[563]
, (1787, 1794)[564]
,
dorpmeester van Eijsden (1759).
Hij was koopman en komt voor als schepen van Bombaije (1770) als burgemeester van Eisden (1770, 1772).
Te Oost was hij in 1778 koning der schutterij[565].
Hij
otr./tr. Eijsden geref./Heinsberg 10/27-11-1759 (met attestatie van Heinsberg)
tr. Heinsberg (D) 29-11-1759
Geertruijd Elisabeth Ko\*uning(s), geb. Heinsberg 1732, ovl. Eisden 15-8-1817, j.d. van Heinsberg (1759), dr. van Peter Ko\*uning en Catharina Dorpmans.
Mechel (Mechtilde) Pitermans verkoopt de Taterenbeemd te Eijsden op 3 juni 1783 aan Hendrick Nolens voor 500 gulden.[566]
-
1. Jacobus Petrus (Pieter) Nolens, ged. geref. Eijsden 3-8-1760, ovl. Eijsden 1-12-1838, koopman en grondeigenaar, secretaris van Eisden (1785, 1795) en later maire aldaar (1805, 1812), schepen te Oost (1788-1794),[567]
tr.
Maria Agnes Hollander(s), ovl. na 1838, van Waldniel. Uit dit huwelijk geen kinderen.
-
2. Catharina Christina Nolens, ged. geref. Eijsden 16-9-1765, ovl. Eijsden 4-2-1829, bleef ongehuwd.
368. HERMANNUS HEIJSINGH (HEISE(I)N), ged. Arnhem 25-3-1683, tr. geref. Arnhem 5-4-1705[568]
369. MARIJ (MARTIJ) ALBERTS, geb. Westervoort?, parentatie niet bewezen.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[569]
-
a. Johannes Heijseen, ged. Arnhem 3-11-1705, ovl. Arnhem 8-4-1788, (=kw. nr. 184).
376. JOOST JANSZ VAN DER WIEL, ged. Sliedrecht 17-3-1709, tr. Bleskensgraaf 30-12-1734[570]
377. NEELTJE KLAASDR BOER, geb. vóór ca. 1715.
Uit dit huwelijk gedoopt te Sliedrecht [571]:(¥)
| COMMENTAAR(¥)
Begraven te Sliedrecht impost:
11-7-1744, kind van Joost van der Wiel,
|
-
a. Marichje van der Wiel, ged. 4-9-1735.
-
b. Claes van der Wiel, ged. 15-9-1737.
-
c. Jan van der Wiel, ged. 26-11-1738, (=kw. nr. 188).
-
d. Gerrit van der Wiel, ged. 6-11-1740.
-
e. Teunis van der Wiel, ged. 22-4-1742, ovl. jong?
-
f. Anna van der Wiel, ged. 22-4-1742, ovl. jong?
-
g. Teunis van der Wiel, ged. 28-7-1743, ovl. jong?
-
h. Teunis van der Wiel, ged. 4-10-1744, ovl. jong?
-
i. Anna van der Wiel, ged. 18-9-1746.
-
j. Annigje van der Wiel, ged. 8-10-1747.
-
k. Teunis van der Wiel, ged. 2-5-1751.
-
l. Teunis van der Wiel, geb./ged. 22/26-11-1752.
-
m. Lijsbeth van der Wiel, geb./ged. 22/26-11-1752, ovl. jong?
-
n. Lijsbeth van der Wiel, geb./ged. 15/19-12-1753, ovl. jong?
-
o. Cornelis van der Wiel, geb./ged. 22/28-9-1755, ovl. Sliedrecht 3-5-1828[572].
-
p. Lijsbeth van der Wiel, ged. 27-4-1760, tr. Sliedrecht 6-4-1781[573]
Arie Ariensz Visser, zn. van Ary Arysz Visser en Ariaantje Ariesdr Visser
-
1. Arie Visser, geb. Sliedrecht 6-8-1781, ovl.(beg?) Sliedrecht 17-4-1794.
-
2. Neeltje Visser, geb. Sliedrecht 9-9-1782, ovl.(beg?) Sliedrecht 6-7-1784.
-
3. Neeltje Visser, geb. Sliedrecht 24-9-1784, ovl.(beg?) Sliedrecht 20-5-1785.
-
4. Neeltje Visser, geb. Sliedrecht 6-1-1787, ovl.(beg?) Sliedrecht 16-5-1794.
-
5. Ariaantje Visser, geb. Sliedrecht 4-12-1788, ovl.(beg?) Sliedrecht 17-4-1794.
-
6. Joost Visser, geb. Sliedrecht 24-2-1792, ovl.(beg?) Sliedrecht 17-4-1794.
-
7. Arie Arieszn Visser, geb. Sliedrecht 27-10-1794, ovl.(beg?) Sliedrecht 25-3-1869, tr. Sliedrecht 29-3-1821[575]
Pietertje Jansdr Visser, dr. van Jan Visser en Marigje Kalis.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Jan Visser, geb. Sliedrecht 1824/25, tr. Sliedrecht 25-5-1848
Lijntje Kamsteeg, geb. Giessendam 1824/25, dr. van Herber Kamsteeg en Geertje de Keizer.
-
8. Joost Visser, geb. Sliedrecht 5-11-1796, ovl.(beg?) Sliedrecht 14-7-1803.
-
9. Neeltje Visser, geb. Sliedrecht 22-12-1799.
vul aan Van der Wiel NL 102(1985)26
380. = 184, JAN HEYSINK.
381. = 185, JOHANNA CATHARINA HANSEN.
382. = 186, JOHANN HENRICH SCHAAP.
383. = 187, ANNA MARGARETHA STEIGERS.
392. WILLEM WERF, tr. vóór 1709
393. FENNIGJE (FENNA) GERRITS.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. Hillebrandt Werf, ged. geref. Zwolle 21-3-1709, tr.[576]
Margareta Vermeer.
-
b. Orzele Werf, ged. geref. Zwolle 20-9-1711.
-
c. Peter Werf, ged. geref. Zwolle 13-8-1713, ovl. jong?
-
d. Peeter Werf, ged. geref. Zwolle 8-8-1717, ovl. jong?
-
e. Peter Werf, ged. geref. Zwolle 26-6-1719, (=kw. nr. 196).
394. JAN MARSMAN(¥), tr. vóór 1721
395. GEERTRUID NYEMEYERS.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. Janna Marsman(s), geb. vóór ca. 1730, (=kw. nr. 197).
filiatie niet bewezen.
-
c. Wi(j)cher Marsman, ged. geref. Zwolle 13-4-1721, tr. vóór 1747
Johanna Bui(j)sman.
-
a. Geertruijd Marsman, ged. geref. Zwolle 11-5-1747.
-
b. Hendrickien Marsman, ged. geref. Zwolle 29-6-1749.
-
c. Cornelia Marsman, ged. geref. Zwolle 10-10-1751.
COMMENTAAR(¥)
Blijkbaar een ander dan:
JAN MARSMAN, tr. vóór 1715
SARA VAN DEN BOS(CH).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. Klaes Marsman, ged. geref. Zwolle 11-12-1715.
-
b. Gesina Marsman, ged. geref. Zwolle 24-7-1719.
-
c. Jacobus Marsman, ged. geref. Zwolle 8-20-1722.
|
396. HENDRIK RUTGERS VELSINK, geb. (Zwolle?) ca. 1680, tr.
397. ALEIDA CORNELIA VAN DIJK.
-
a. Jan Velsink[577], geb. (Heemse?) voor 1708, ovl. (Zwolle?) na 1748, (=kw. nr. 198).
filiatie niet bewezen.
-
b. Willemina Velsing, ged. geref. Zwolle 11-9-1709.
398. JAN VAN BRUGGE(N), geb. ca. 1685, ovl. vóór 1774, tr. na 1705[578]
399. JANNA SCHUTTE(N), geb. 1686/87, beg. Zwolle Kruijskerk 16-7-1781 ("weduwe van Jan van Bruggen, om half drie begraven in de Kruijskerk, komt voor een half uur luidens of Klokkengeregtigheid, oud 94 jaar, ƒ 2.16"), geref. lidmaat te Zwolle 25-3-1717, wonend buiten de Camperpoort.
-
a. Cornelia van Bruggen, geb. (Zwolle?) voor 1710, ovl. na 1747, (=kw. nr. 199).
-
b. Cornelis van Bruggen, geb. ca. 1710, tr. Zwolle geref. 17-5-1734[580]
Aaltje Berendse.
-
2. Jannegien van Bruggen.
-
c. Angenis van Brugge, ged. geref. Zwolle 28-2-1714.
-
d. Maria van Brugge, ged. geref. Zwolle 21-1-1716, ovl. jong?
-
e. Claes van Brugge, ged. geref. Zwolle 5-10-1717.
-
f. Claes Hendrik van Bruggen, ged. geref. Zwolle 16-12-1718.
-
g. Gerrit van Brugge, ged. geref. Zwolle 15-9-1720.
-
h. Maria van Bruggen, ged. geref. Zwolle 26-3-1722.
-
i. Johanna van Bruggen, ged. geref. Zwolle 28-8-1729.
400. ADOLF (ALOF, AELLOF, ADOLPH) JANSEN LOSEMAN (LOOSMAN) SASSER, geb. vóór ca. 1645, ovl. na 1689, wordt als Aellof Loosman Sasser tesamen met zijn tweede echtgenote Gerritje Jansen geref. lidmaat in de buurtschap Hulsen (Hellendoorn) tussen 1667 en 1673,
wordt als Adolph Loseman, chercher (=tolkommies en/of scheepsbevrachter) met zijn derde echtgenote Femia Maria Cuijpers vermeld als geref. lidmaten in de buurtschap Hulsen (Hellendoorn) in de lijst opgemaakt in 1689,
tr. 1o voor 1667 (verm. voor 1664, trouwboek Hellendoorn 1631-1664 ontbreekt)
AALTGEN JANS, ovl. vóór 1667, tr. 2o Hellendoorn geref. 27-5-1667 (als Aellof Jansen Loosman Sasser, wednr. van Aeltgen Jans)
GERRITJE JANSEN, geb. vóór ca. 1650, ovl. 1670-1676, dr. van Jan Jansen,
wordt tesamen met haar echtgenote Aellof Loosman Sasser geref. lidmaat in de buurtschap Hulsen (Hellendoorn) tussen 1667 en 1673,
tr. 3o Hellendoorn geref. 2-1-1676 (als Adolf Losman Sasser van den Schuilenburgh, wednr. van Gerritje Jansen)
401. FEMIA MARIA CUI(J)PER(S) (COUPER), geb. vóór ca. 1660, ovl. na 1689, dr. van "wijlen Bartholt Courpen in sijn leven ... en Richter tot Diepenheim tot Deventer woonende" (1676),
wordt als Femia Maria Cuijpers geref. lidmaat te Elen en Rhaen tussen Pasen 1675 en juli 1679.
wordt met haar echtgenoot Adolph Loseman vermeld als geref. lidmaten in de buurtschap Hulsen (Hellendoorn) in de lijst opgemaakt in 1689.
Hij woont met zijn eerste vrouw te Hulsen, met zijn tweede vrouw te Hulsen (Hellendoorn) (1667, 1668),
met zijn derde vrouw te Hellendoorn (1677), op Schuilenborgh (1680..1683), Hulsen (1689).
De eerste maal dat Adolf Loseman wordt aangetroffen met de toenaam Sasser is in 1667 bij zijn tweede huwelijk. De toenaam wordt bij alle dopen van zijn kinderen (1668-1683) en bij zijn derde huwelijk in 1676 eveneens gebruikt. De kinderen gebruiken de toevoeging later niet. Het betreft dus kennelijk de aanduiding van zijn beroep sluiswachter (Oud-Nederlands: sasser). Hij zal dit beroep hebben uitgeoefend aan de schutstallen (houten stuwen) in de rivier de Regge die tussen 1663 en 1672 zijn aangelegd bij de Schuilenburgerbrug.[582]
Hij woonde daar, aan de (toen reeds in verval zijnde) havezathe Schuilenburg, in ieder geval van 1676 tot 1689, wellicht ook eerder en later. In deze tijd stonden daar ook een of twee watermolens waarmee graan en olie werd gemalen. Dit laatste kan goed overeenstemmen met het beroep "chercher" dat hij in 1689 heeft. Volgens het WNT betekent chercher "belastingkommies of tolkommies", volgens Ref. [583]
"belastingambtenaar voor het malen van koren op de molen". Als de molens toen nog werkten werd er zeker belasting op het gemaal geheven. Ook tolheffing in de Regge zou een van zijn bezigheden geweest kunnen zijn. Ten slotte geeft het WNT "scheepsbevrachter" nog als betekenis van "cherger". Ook deze bezigheid is een mogelijkeid voor iemand die de schutstallen in de Regge bewaakt en vlak naast de watermolen(s) woont.
|
De havezathe Schuilenburg in de gelijknamige buurtschap aan de Regge nabij Hellendoorn. Adolf Loseman Sasser was hier ca. 1676-1689 sluiswachter (Oud-Nederlands: sasser). De havezathe, toen in het bezit van de familie Van Raesfelt, werd in deze tijd bewoond door
Wennemer van Raesfelt (1657-1672 en na 1676),
diens broer Hendrik van Raesfelt (1677),
diens zoon Johan Degenhart van Raesfelt (1678),
diens zuster Agnes Sophia van Raesfelt, gehuwd met Johan Zeger van Rechteren (1682.
Hierna wordt de havezathe, die in 1705 vererft naar de famile Van Rechteren, kennelijk een tijd niet bewoond.[584]
Tekening door Cornelis Pronk (1691-1759).
Datering: 1733.
|
Op deze locatie stond kennelijk eerder de "waterburcht de Sculenborg aan de Regge" omstreeks 1400-1500. Tekenaar onbekend.
Bron:
Mr. G.J. ter Kuile Sr., De opkomst van Almelo en omgeving, Zwolle, 1947
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
Uit zijn eerste huwelijk (Loseman-Jansen): geen dopen gevonden, maar doopboek Hellendoorn begint pas in 1666.
Uit zijn tweede huwelijk (Loseman-Jansen):
-
a. Henrietta (Henriette) Loseman(s), ged. geref. Hellendoorn 25-7-1668 (vader heet hier Aellof Loosman Sasser), wordt geref. lidmaat op belijdenis te Hellendoorn Kerstmis 1683,
wordt als Henriette Losemans aan den Schulenborg op 28-9-1710 geref. lidmaat te Hellendoorn op attestatie van Zwolle,
krijgt op 27-3-1714 als Henriette Losemans nu vrouw van der Linde, attestatie voor vertrek naar Zwolle,
j.d. aan den Schulenborgh (1714),
tr. Hellendoorn geref. 16-2-1714
Wolter van der Linde, wednr. wonend te Zwolle (1714).
-
b. Geesje Loseman, ged. geref. Hellendoorn 11-12-1670 (vader heet hier Alof Loosman Sasser).
Uit zijn derde huwelijk (Loseman-Cuijper):
-
c. Gerrijt Loseman, ged. geref. Hellendoorn 14-1-1677 (vader heet hier Alof Loseman Sasser).
-
d. Janna Elizabeth Loseman, ged. geref. Hellendoorn 26-9-1680 (vader heet hier Adolph Loseman Sasser aan de Schuijlenborgh).
-
e. Margreta (Margarita) Sophia Loseman(s), ged. geref. Hellendoorn 12-3-1682 (vader heet hier Adolph Loseman Sasser aan de Schuijlenborgh), wordt geref. lidmaat op belijdenis te Hellendoorn wonend in de buurtschap Elen mid-somer 1699,
krijgt op 23-7-1702 attestatie voor vertrek naar Hulst,
keert op 8-11-1704 weer terug als geref. lidmaat te Hellendoorn met attestatie van Hulst,
krijgt op 3-3-1707 attestatie voor vertrek naar Kampen,
keert op 30-10-1707 weer terug als geref. lidmaat te Hellendoorn met attestatie van Kampen,
krijgt op 2-10-1709 wederom attestatie voor vertrek naar Kampen.
-
f. Gerritje(n) Loseman(s), ged. geref. Hellendoorn 16-12-1683 (vader heet hier Adolph Loseman Sasser aan de Schuijlenborgh), wordt op Paaschen 1703 geref. lidmaat op belijdenis te Hellendoorn wonend te Schulenborg,
krijgt op 8-3-1704 attestatie voor vertrek naar Dalfsen,
keert op 20-3-1707 weer terug als geref. lidmaat te Hellendoorn met attestatie van Dalfsen,
krijgt op 30-9-1707 attestatie voor vertrek naar Heino.
-
g. J(o)(h)annes Loseman, geb. vóór ca. 1690(¥), ovl. 1727-1748, (=kw. nr. 200).
filiatie niet bewezen,
wordt als Johannes Loseman aan den Schulenborgh op 8-4-1710 geref. lidmaat te Hellendoorn op attestatie van Zwolle,
krijgt op 8-4-1713 als Johannes Loseman van den Schulenborgh attestatie voor vertrek naar Zwolle,
wordt als Johannes Loseman aan den Schulenborgh op 17-5-1716 weer geref. lidmaat te Hellendoorn op attestatie van Zwolle.
COMMENTAAR(¥)
Zijn doop niet gevonden in het doopboek van Hellendoorn tussen 1683 (doop van zijn jongste zuster) en 1692 (in 1710 is hij al geref. lidmaat dus zeker 18 jaar oud). Echter, van 1685 tot 1687 doet een zeer onnauwkeurige hand zeer incomplete inschrijvingen met veelal alleen voornamen in het doopboek. De enige inschrijving die in aanmerking komt is (zie plaatje hieronder):
16-1-1687 vadersnaam (onleesbaar), moedersnaam N(emo?) kind: Jan.
Dit zou kunnen, de ouders leven dan in ieder geval nog, maar blijft speculatief.
Ook zijn mogelijke belijdenis te Hellendoorn is in de periode 1699-1710 niet gevonden.
Ook niet uitgesloten is dat hij een zoon is uit het eerste huwelijk van Adolph Loseman en dan dus geboren voor 1666. Hij zou dan pas trouwen op minstens 56-jarige leeftijd en zijn laatste kind krijgen op minstens 61-jarige leeftijd. Niet onmogelijk.
|
Geref. doopboek Hellendoorn.
Wat staat hier op de tweede regel?
dito ???? N(emo?) Jan
klik op plaatje(s) om te vergroten |
|
408. GERRIT HOFMEIJER (TEN HOOVE, VAN DEN HOF[585]), geb. 1652-1671, van den Hof te Rectum bij Rijssen[586].
tr. 2o Wierden 22-1-1719[587]
ENGELE VAN 'T BEVERDAM, geb. Wierden 1653-1661, wed. van Hermen van 't Dasselink alias ten Beverdam,
dr. van Engbert van 't Beverdam en Jenken Henriksen,
tr. 1o [588]
409. ENGELE VAN KEPPELING, geb. 1655-1682.
Uit zijn eerste huwelijk (Hofmeijer-van Keppeling) :[589]
-
a. Berent ten Hove (alias Wibbelink) (sic!), geb. Rectum 15-4-1703, (=kw. nr. 204).
410. EGBERT ASSINK, ged. Rijssen Stad 1-11-1663, woonde te Ypelo bij Rijssen [590].
tr. 1o [591]
JENNEKEN WILLEMS, geb. 1660-1685, tr. 3o Wierden 16-7-1712[592]
JENNEKEN EGBERTS, geb. 1660-1690, wed. van H. Goselink,
tr. 2o Wierden 13-11-1686[593]
411. JENNEKEN VRIJLINK*, geb. 1640-1670, ovl. vóór 1705
Uit zijn tweede huwelijk (Assink-Vrijlink) :[594]
-
a. Jenneken Egberts Assink, geb. Ypelo 22-4-1694, ovl. vóór 1775, (=kw. nr. 205).
412. EVERT KEMPERMAN (KEMPENAAR), geb. Etten, ged. verm. Terborg 15-1-1682[595], woont te Etten (1701),
doopget. (1712),
tr. Lochem 1-5-1701 [596]
413. MARIA TEN BERG (VAN DEN BERG)[597], woont te Swijp (1701);(¥)
| COMMENTAAR(¥)
vul aan Kw. VG p45.
|
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Doris Kemperman (Kempenaar), ged. Lochem ca. 1700, (=kw. nr. 206).
-
b. Arnold(us) (Aarnout) Kemperman(s), ovl. Leiden voor 1768, brouwersknecht, afkomstig van Rulo(!) bij Zutphen (1745),
doopget. (1745, 1751),
wonend op de Oude Rijn (1745), in de Noordrundersteegh (1757)
otr./tr. Leiden schepenen 30-4/15-5-1745 (get. Johannes Kramer, zijn zwager wonend op de Nieuwe Rijn, Geertruijt Kniest, haar zuster wonend in de Haerlemstraet),[598]
Wilhelmina Knies(t), ovl./beg. Leiden 24/30-12-1768, afkomstig van Zeddam, Gelderland, wonend op de Nieuwe Rijn (1745),
doopget. (1751).
-
1. Maria Kemperman(s), ged. RK Leiden Bakkersteeg 19-7-1746 (get. Theodorus Ravens, en Lucia Kemperman), ovl. Leiden 13-4-1830, afkomstig van Leyden, wonend op de Voldersgragt (1772),
doopget. (1783..1811),
otr./tr. Leiden schepenen 26-6-11-7-1772 (get. Jan Langezaal, zijn broer wonend op de Middelstegragt, Lucia Kemperman, haar moey wonend op de Doelegragt),[599]
Gerardus (Gerrit) Langezaal, ged. Leiden RK 10-7-1745, ovl. Leiden 4-1-1817, rokjeswever, afkomstig van Leyden, wonend op de Middelstegragt (1772),
doopget. (1783, 1799),
zn. van Hendricus Langezaal en Claasie Breedevelt.
-
aa. Henricus Langesaal, ged. RK Leiden Bakkersteeg 6-4-1773 (get. Joannes Langesaal en Gertruij Dulleman), tr.
Christina Kliebbé (Clabbé). Hieruit verder nageslacht bekend.
-
bb. Maria Willemina Langesaal, ged. RK Leiden Bakkersteeg 23-6-1775 (get. Evert Kempermans en Maria Kriek), tr. vóór 1808
Michaël Overdijk. Hieruit verder nageslacht bekend.
-
cc. Joannes Langesaal, ged. RK Leiden Bakkersteeg 8-3-1777 (get. Joannes Langesaal en Geertruij Dulleman).
-
dd. Joanna Langesaal, ged. RK Leiden Bakkersteeg 27-5-1780 (get. Nicolaus Langesaal en Anna Elisabeth Swieremans).
-
ee. Gertruda Langezaal, ged. RK Leiden Bakkersteeg 14-5-1783 (get. Nicolaus Langezaal en Anna Elisabeth Swieremans), tr. vóór 1809
Nicolaas de Vrind. Hieruit verder nageslacht bekend.
-
ff. Everardus Langezaal, ged. RK Leiden Bakkersteeg 15-3-1786(get. Everardus Kempermans en Elizabeth Roelanse).
-
2. Everard(us) (Evert) Kemperman (Kimperman), ged. RK Leiden Bakkersteeg 4-2-1748 (get. Theodorus Favins, en Gertruda Kniest), kabinetwerkersknecht, afkomstig van Leyden (1774),
doopget. (1775..1810), huw. get. (1788),
wonend in de Rijnstraat (1774), op Levendael (1784), op Kijfhoek (1788),
otr./tr. 1o Leiden schepenen 22-4/7-5-1774 (get. Arnoldus van den Broek, zijn oom wonend bij de Doelen, en Catharina Engelbrecht haar moeder wonend in de Rijnstraat)
Maria Kriek, ovl. 1781-1784, afkomstig van Leyden, wonend op de Hooygragt (1774),
doopget. (1775),
otr./tr. 2o Leiden schepenen 16-4/1-5-1784 (get. Paulus Kriek, zijn behuwd vader wonend in de Rijnstraat Geertruy Prins op Kijfhoek)
Elisabeth (Lijsje) Roelandse, afkomstig van Leiden, wonend op de Hoogewoerd (1784), op Levendaal (1799, 1808),
doopget. (1786..1810), huw. get. (1799).
Uit zijn eerste huwelijk (Kimperman-Kriek) (waarvan drie in 1784 in leven):
-
aa. Catharina Wilhelmina Kimperman, ged. RK Leiden Utrechtse Veer 24-02-1776 (get. Paulus Kriek, Catharina Engelbereght), afkomstig van Leiden, wonend op Levendaal (1799),
otr./tr. Leiden schepenen 30-8/14-9-1799 (get. Paulus Kriek, zijn bekende op de Koepoortsgragt, en Elisabeth Roelandse, haar aanbehuwd moeder wonend op Levendaal)
Hendrik Boode, kleermakersknecht, afkomstig van ..ickhuyzen, Westphal(en), wonend op de Koepoortsgragt (1799).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
bb. Arnold Paulus Kimperman, geb./ged. RK Leiden Utrechtse Veer 4/5-2-1778 (get. Paulus Kriek, Catharina Engelbereght).
-
cc. Arnold Kimperman, ged. RK Leiden Utrechtse Veer 18-2-1779 (get. Paulus Kriek, Catharina Engelbereght).
-
dd. Maria Wilhelmina Kimperman (Kempermans), ged. RK Leiden Utrechtse Veer 6-6-1781 (get. Paulus Kriek, Catharina Engelbereght), afkomstig van Leyden, wonend op Levendaal (1808).
otr./tr. Leiden schepenen 15/30-7-1808 (get. Johannes Gordijn senior, zijn vader wonend op de Oude Volmolengragt, en Elisabeth Roelandsen haar moeder (= stiefmoeder!) wonend op Levendaal)
Johannis Godijn (Jr.), timmermansknecht afkomstig van Leyden, wonend op de Oude Volmolengragt (1808).
Hieruit verder nageslacht bekend.
Uit zijn tweede huwelijk (Kimperman-Roelandse):
-
dd. Antonius Kimperman, ged. RK Leiden Utrechtse Veer 2-7-1785 (get. Reijnier Roelandse en Gertrude Prins).
-
ee. Gertrude Kimperman, ged. RK Leiden Utrechtse Veer 20-5-1786 (get. Reijnier Roelandse en Gertrude Prins).
-
ff. Joannes Kimperman, ged. RK Leiden Utrechtse Veer 5-5-1788 (get. Joannes Kuijpers en Joanna Roelandse).
-
gg. Clasijna Kimperman, ged. RK Leiden Utrechtse Veer 14-11-1789 (get. Jacobus van Driel en Clasijna Roelandse).
-
hh. Theodorus Kimperman, ged. RK Leiden Utrechtse Veer 22-3-1792(get. Johanna Wassenburg en Theresia Albers).
-
3. Theodorus (Dirk) Kemperman(s), ged. RK Leiden Bakkersteeg 11-2-1750 (get. Christianus Kempermans, en Arnolda Kniest), schoenmakersknecht, afkomstig van Leyden, wonend op de Middelstegragt (1788),
doopget. (1810),
otr./tr. Leiden schepenen 30-5/14-6-1788 (get. Evert Kemperman zijn broer wonend op Kijfhoek, Elisabeth van Egge, haar nicht wonend in de Geerestraat),
tr. Leiden RK Kuipersteeg 14-6-1788 (get. voor de bruidegom: Dora van der Hoef en Joanna Jansen)
Maria Meijsing (Meysen), afkomstig van Leyden, wonend op het Galgewater (1788).
-
aa. Arnoldus Kempermans, ged. RK Leiden Bakkersteeg 10-5-1789 (get. Eijvert Kempermans en Elizabeth Roelandse).
-
bb. Gertruda Kempermans, ged. RK Leiden Bakkersteeg 25-10-1791(get. Willem Meijsing en Gertruda Meijsing).
-
cc. Barnardus Kempermans, ged. RK Leiden Bakkersteeg 24-6-1793(get. Bernardus Knuijvers en Bernarda Knuijvers).
-
dd. Franciscus Kempermans, ged. RK Leiden Bakkersteeg 30-3-1795(get. Franciscus Spierings en Francisca Maria Wijtenburg).
-
4. Petrus Kemperman, ged. RK Leiden Bakkersteeg 5-8-1753 (get. Pieter Boerée, en Maria Homan).
-
c. Jacomi(j)na Kemperman(s), ged. geref. Lochem 15-7-1719 ("Evert Kemperman in Swijp sijn dochter Jacomina, getuijge de vader selfs"), tr.
Willem (Wilhelmus) Coorenveld.
-
1. Maria Coorenveld, ged. RK Leiden Kuipersteeg 3-10-1750 (get. Evert Christiaan Kempermans, Lucia Kempermans).
-
2. Joanna Coorenveld, ged. RK Leiden Kuipersteeg 8-2-1753 (get. Christiaan Kempermans, Sijtje Kempermans).
-
d. Henderina Kempermans (Kampermans), geb. vóór ca. 1725, ovl./beg. Ruurlo geref. 14/18-5-1801 (als weduwe van Tolkamp, laat kinderen na).
j.d. van Evert Kemperman, wonend te Ruurlo (1745),
otr. Ruurlo geref. 23-1-1745
Garrit Tolkamp, ovl./beg. Ruurlo geref. 26/29-11-1779, j.s. van Jan Tolkamp, wonend te Ruurlo (1745).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. NN Tolkamp, ovl./beg. Ruurlo geref. 12/14-10-1779 (dr. van G. Tolkamp).
-
2. Everdina Tolkamp, ovl./beg. Ruurlo 3/6-9-1780, otr./tr. Ruurlo geref. 30-5/22-6-1777 (als dogter van Garrit Tolkamp onder Ruerlo)
Garrit Lenderink, zn. van wijlen Hendrik Lenderink, wonagtig onder Grol (1777),
woont te Ruurlo (1783).
Hij hertr. als haar wednr. Hengelo 1783 (op attest van Hengelo te Ruurlo ingeschreven 26-9-1783) Lijsabeth Stern, j.d. van Frederik Stern onder Hengelo.
-
3. Janna Tolkamp, ovl. vóór 1780, tr. vóór 1780
Garritjan Lenderink. Hij hertr. als haar wednr. onder Ruerlo, Grol 1780 (op attest van Grol te Ruurlo ingeschreven 24-6-1780) Janna Zettelbrink,
dr. van Harmen Zettelbrink in Lindvelde onder Grol.
-
e. Anna Assuera Kemperman, ged. geref. Ruurlo 27-3-1722 (get. parens (= de ouders)).
-
f. Christiaan Everts Kemperman, ged. geref. Ruurlo 19-9-1723 (get. Maria Helena Schimmelpenninck), koetsier, afkomstig van Ruurloo (Gelderland), wonend op de Hoogewoerd (1757),
doopget. te Leiden (1750, 1753).
otr./tr. Leiden schepenen 1-4/6-8-1757 (get. Aarnout Kempermans, zijn broer wonend in de Noordrundersteegh, Maria Ouderling, haar zuster wonend op de Middelweg, bruidegom is RK, bruid is geref.)
Rebecca Ouderling, afkomstig van Leyden, wonend op de Heeregragt (1757).
-
g. Lucia Kempermans, doopget. te Leiden (1746..1758), te Sassenheim (1752),
woont op de Doelegragt te Leiden (1772).
-
h. Pieter Kempermans, filiatie niet bewezen,
tr. Leiden RK Kuipersteeg 3-5-1755
Sytje Kempermans.
-
h. Susanna Kempermans, ovl. vóór 1778, tr. vóór 1774
Arnoldus van den Broek, wonend bij de Doelen (1774), bij de Doelegragt (1778),
huw. get. (1774).
Hij hertr. Leiden schepenen 10/25-7-1778 Maria Catharina Ducart.
414. BEREND (DE) (TE) GULYCKER(S)(¥), geb. vóór ca. 1685, ovl. na 1716, woont te Ruurlo (1713),
otr. 2o Lochem/Ruurlo 30-4/1-5-1713 [600]
BERENTJE MENGER(S), ged. Lochem 14-4-1678, ovl. na 1716, j.d.,
geref. lidmaat te Ruurlo juni 1713 op attestatie van Lochum,
dr. van wijlen Derck Mengers, burger van Lochem, en verm. Berentje Amtincs,
otr. 1o Ruurlo geref. 17-4-1707 (als j.m. zn. van Jan Gulijcker,[601]
415. LEMME (LUMME) BART(H)ELTS, geb. vóór ca. 1680, ovl. 1707-1713, geref. lidmaat te Ruurlo 25-12-1699 op belijdenis,
doopget. (1706, 1707),
j.d. van wijlen Barthelt Lubberts van Nijenhuis (1707).
| COMMENTAAR(¥)
Is hij Berend te Gulijcker, geref. lidmaat te Ruurlo 9-4-1730 op belijdenis?
|
Uit zijn eerste huwelijk (Gulycker-Bartelds) (o.a.?) :
-
a. Janna (de) Gulycker (Gulikers), ged. geref. Ruurlo 4-12-1707 (get. parens(=de ouder(s)), ovl. na 1756, j.d. van Berent Guliker, wonend te Ruurlo (1738),
otr. Ruurlo geref. 1-3-1738
Meijnt Bemer(t)s, ovl. na 1756, wednr. van wijlen Henders Bemers, wonend te Ruurlo (1738).
-
1. Henderina Bemerts, ged. geref. Ruurlo 8-2-1739.
-
2. Aeltjen Bemers, ged. geref. Ruurlo 26-2-1741.
-
3. Harmen Bemers, ged. geref. Ruurlo 27-10-1743.
-
4. Harmina Beemer, ged. geref. Ruurlo 3-1-1745, ovl. jong?
-
5. Berentje Bemets, ged. geref. Ruurlo 1-3-1748.
-
6. Anna Maria Bemer, ged. geref. Ruurlo 13-3-1750.
-
7. Harmina Bemers, ged. geref. Ruurlo 11-3-1753.
-
8. Reijntjen Bemers, ged. geref. Ruurlo 6-6-1756.
-
b. Bartha de Gulycker, ged. geref. Ruurlo 4-12-1707 (get. parens(=de ouder(s)), (=kw. nr. 207).
tweeling met voorgaande Janna.
Uit zijn eerste of tweede huwelijk (o.a.?) :
-
c. Janna Gulijcker(s), ged. geref. Ruurlo 27-7-1716 (get. parens(=de ouder(s)), tweeling (alweer!) met
-
d. Derkske(n) Gulijcker(s), ged. geref. Ruurlo 27-7-1716 (get. parens(=de ouder(s)), ovl. 1758-1760, dr. van Berent te Guliker, wonend te Ruurlo (1749),
otr. Ruurlo geref. 5-7-1749
Berent ter Huerne, ovl./beg. Ruurlo geref. 23/27-3-1790, zn. van Jan ter Huerne, wonend te Ruurlo (1749, 1760).
Hij hertr. Ruurlo 27-8-1760 Hilleken Fruink.
-
1. Evert (Jan) ter Huerne, ged. geref. Ruurlo 9-8-1750, woont te Ruurlo (1775),
otr./tr. Ruurlo geref. 21-4/21-5-1775
Henders Wan(n)ink, ged. geref. Ruurlo 12-11-1758, woont te Ruurlo (1775),
dr. van Jan Wanink en Teuntjen ten Boom.
-
aa. Derksken ter Huerne, geb./ged. geref. Ruurlo 24/26-5-1776 (get. de vader).
-
bb. Tone ter Huerne, geb./ged. geref. Ruurlo 26-2/1-3-1778 (get. de vader), ovl. jong?
-
cc. Tone ter Huerne, geb./ged. geref. Ruurlo 27/30-5-1779 (get. Jan Wannink).
-
dd. Toone ter Huerne, geb./ged. geref. Ruurlo 21/24-12-1780 (get. de vader), ovl. jong?
-
ee. Jan Willem ter Huerne, geb./ged. geref. Ruurlo 13/13-7-1783 (get. de vader).
-
ff. Jan Berent ter Huerne, geb./ged. geref. Ruurlo 9/15-1-1786 (get. de vader).
-
gg. Sander ter Huerne, geb./ged. geref. Ruurlo 15/18-1-1789 (get. de vader).
-
hh. Vrerik ter Huerne, geb./ged. geref. Ruurlo 30-5/2-6-1791 (get. de vader).
-
ii. Willemina ter Huerne, geb./ged. geref. Ruurlo 24/27-4-1794 (get. de vader).
-
2. Berentje ter Huerne, ged. geref. Ruurlo 5-5-1754.
-
3. Janna ter Huerne, ged. geref. Ruurlo 26-11-1758.
-
d. Berentje Gulikers, filiatie niet bewezen,
doopget. (1740).
416. DANIEL WEERMAN, geb. Bentheim (D), ovl. Almelo 1691-1697, raadsverwalter en koopman te Almelo.
scheepskoopman te Almelo[602], tr. Zwolle voor 1679[603]
417. HASINA (HENDINA) STEENKERCK(EN), geb. Zwolle vóór ca. 1660[604]
, ovl. vóór 1691,[605]
In 1691 procedeert
Gabriel van Velthuysen ten overstaan van de magistraat van de stad Zwolle tegen Daniel Weerman, weduwnaar van Haaje Steenkerken wegens afgifte van een legaat uit de nalatenschap van wijlen Johanna van der Hege, naderhand gehuwd met Lubbertus van Velthuysen.
[606]
Uit dit huwelijk (o.a?) (doopboeken van Almelo voor 1734 ontbreken):
-
a. Ds. Jo(h)annes Hen(d)ricus Weerman, geb. Almelo 30-6-1679, ovl. Denekamp 19-3-1738, (=kw. nr. 208).
-
b. Bartha (Bertha) Elisabeth Weerman(s), geb. vóór ca. 1680, ovl. 1714-1744, wonend te Almelo (1697..1716),
doopget. (1705, 1716),
otr./tr. 1o Almelo 31-1/2-3-1697 (als nagelaten dr. van Daniel Weerman)
Hendrik Ruink, ovl. 1697-1714, wonend te Almelo (1697) [607],
zn. van Berend Ruink, oud-Burgemeester,
otr. 2o Almelo 19-1-1714 (met attestatie op Denekamp),
tr. Denekamp geref. 27-1-1714 (met attestatie van Almelo)
Godschalk ten Bruggencate, wonend te Almelo,
doopget. (1716).
Hij hertr. Almelo 12-2-1744 Engelke Pelsers.
Uit haar eerste huwelijk (Ruink-Weerman) vermoedelijk (doopboeken van Almelo voor 1734 ontbreken):
-
1. Daniel Ruink, geb. vóór ca. 1705, j.m. van Almelo (1727),
otr. Denekamp geref. 30-4-1727[608]
Gesina Palthe, j.d. van Denekamp (1727),
dr. van Gerryt Jan Palthe en Bartha Elizabeth Stoppers (zie kw. nr. ⇒ 837 sub d/1).
-
c. Gabriel Weerman, geb. vóór ca. 1680, woont te Almelo (1697), te Noorwolde (1716),
doopget. (1716),
otr./tr. Almelo 31-1/28-2-1697 (attestatie gelicht op Noortwolde, als nagelaten zoon van Daniel Weerman)
tr. Noordwolde 6-3-1697[609]
Renske (Rinsje) Walles, woont te Noordwolde (1697),
doopget. (1716),
nagelaten dr. van Auke (Ouke) Walles[610].
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Barte/Barta Weerman(s), filiatie niet bewezen,
tr. vóór 1731
Jan Freerks Witteveen, bijzitter (=bezitter) (1730..1739).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Hiltjen Witteveen, ged. geref. Noordwolde 31-12-1730 (geen moedersnaam genoemd, vader onder patroniem).
-
bb. Gabriel Witteveen, geb./ged. geref. Noordwolde 10/12-8-1731. Hieruit verder nageslacht bekend.
-
cc. Bartelt Witteveen, geb./ged. geref. Noordwolde 9/13-9-1733 (geen moedersnaam genoemd).
-
dd. Geesje Witteveen, ged. geref. Noordwolde 25-10-1733 (geen moedersnaam genoemd, vader onder patroniem).
-
ee. Rinske Witteveen, geb./ged. geref. Noordwolde 15/20-11-1735.
-
ff. Abraham Witteveen, geb./ged. geref. Noordwolde 5/10-3-1737. Hieruit verder nageslacht bekend.
-
gg. Harmanius Witteveen, geb./ged. geref. Noordwolde 4-1-1739. Hieruit verder nageslacht bekend.
-
2. Daniel Weerman, ovl. vóór 1749, filiatie niet bewezen,
afkomstig van Noordwolde (1735),
tr. Noordwolde geref. 29-4-1735
Jantien Jacobs, ovl. na 1749, afkomstig van Noordwolde (1735),
betaalt als Jantjen Jacobs, wed. Weerman "een goed bestaan" leidend te Noordwolde ƒ 20-12-0 personele quotisatie voor een gezin met 1 volwassene (1749).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Gabriel Weerman, ged. geref. Noordwolde 26-3-1736.
-
3. Walle Weerman, filiatie niet bewezen,
afkomstig van Noordwolde (1737),
betaalt als Walle Weerman, backer te Noordwolde ƒ 44-15-0 personele quotisatie voor een gezin met 4 volwassenen en 3 kinderen (1749),
tr. Noordwolde geref. 13-10-1737
Antien Hanses, afkomstig van Noordwolde (1737).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Gabriel Walles Weerman, ged. geref. Noordwolde 20-12-1738/1-1-1739, afkomstig van Noordwolde (1763),
tr. Noordwolde geref. 15-5-1763 (kan ook zijn neef zijn)
Vroukjen (Froukien) Claesens, ged. verm. geref. Noordwolde 26-3/15-6-1738, afkomstig van Noordwolde (1763),
verm. dr. van Klaas Heijnes en Antien Tiedes.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Walle Weerman, geb./ged. geref. Noordwolde 1/4-3-1764 (beide ouders onder patroniem genoemd), afkomstig van Noordwolde (1806),
tr. Noordwolde geref. 27-4-1806
Hendrikjen Annes de Vries, afkomstig van Noordwolde (1806).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
bbb. Antje Gabriels Weerman, geb./ged. geref. Noordwolde 1/3-3-1765 (beide ouders onder patroniem genoemd), tr. Noordwolde geref. 9-10-1785
Willem Franken.
-
ccc. Sake Weerman, geb./ged. geref. Noordwolde 18/19-10-1766, ovl. jong?
-
ddd. Sake Weerman, geb./ged. geref. Noordwolde 27/29-11-1767.
-
eee. Jacobjen (Jacoba) Weerman, geb./ged. geref. Noordwolde 15/18-12-1768, afkomstig van Noordwolde (1789),
tr. Noordwolde geref. 22-11-1789
Cornelis Bloemhof, afkomstig van Wolvega (1789).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
fff. Trientjen Weerman, geb./ged. geref. Noordwolde 5/9-6-1771.
-
ggg. Klaas Weerman, geb./ged. geref. Noordwolde 5/7-xxx-1773, ovl. jong?
-
hhh. Klaas Weerman, geb./ged. geref. Noordwolde 5/10-8-1777.
Klaas Andries Weerman
afkomstig van Noordwolde (1794)
tr. Noordwolde geref. 27-4-1794
Hendrikje Wijbes, afkomstig van Noordwolde (1794).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaa. Wijbe Weerman, geb./ged. geref. Noordwolde 29-5/7-6-1795.
-
bbbb. Froukje Weerman, geb./ged. geref. Noordwolde 17-2/4-3-1798.
-
cccc. Gabriel Weerman, geb./ged. geref. Noordwolde 27-2/8-3-1801.
-
dddd. Jantien Weerman, geb./ged. geref. Noordwolde 3/18-12-1803 (hier jeet de vader Klaas Andries Weerman !).
-
eeee. Sake Weerman, ged. geref. Noordwolde 20-4-1806.
-
ffff. Walle Weerman, geb./ged. geref. Noordwolde 23-1/11-2-1810.
-
bb. NN Weerman, ged. geref. Noordwolde 15-8-1740.
-
cc. Jacobjen Weerman, geb./ged. geref. Noordwolde 23/28-1-1742.
-
dd. Hans Weerman, geb./ged. geref. Noordwolde feb. 1744/9-2-1744, afkomstig van Hijkersmilde (1775),
tr. Noordwolde geref. 19-3-1775
Antien Claessen, afkomstig van Noordwolde (1775).
-
ee. Rinske (Renske) Weerman, geb./ged. geref. Noordwolde 1/3-10-1745, afkomstig van Noordwolde (1783),
tr. Noordwolde geref. 11-5-1783
Klaas Otten, afkomstig van Noordwolde (1783).
Hieruit verder nageslacht bekend.
418. Ds. JOHANNES PALTHE(¥), geb. Ootmarsum 1639, ovl./beg. Denekamp 2/5-3-1702 [611], ingeschreven als als student aan de Illustre School te Deventer 14-5-1652,[612]
geref. lidmaat aldaar als filosofiestudent wonend in de Golstraat,[613]
ingeschreven als student aan de Universiteit van Groningen 10-6-1653,[614]
geref. lidmaat te Groningen sept. 1653 op attestatie van Oothmarsen.[615]
Zijn studie aldaar wordt evenals die van zijn vader bekostigd uit de
inkomsten van het St. Caharina vicarie (zie kw. nr. ⇒ 836 ).[616]
In april 1674 benoemt Gerhard Sloet, heer van Singraven en eerste ouderling van de kerk te Denekamp, hem tot predikant aldaar,[617]
hetgeen hij blijft tot zijn dood in 1702.[618]
Hij
otr. Ootmarsum geref. 31-5-1668,
tr. Denekamp
419. JOHANNA VAN UELSEN(¥), geb. Uelsen 1647, ovl. Denekamp 20-3-1727, geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum 26-3-1665 (Pasen),[619]
afkomstig van Ootmarsum (1668),
doopget. (1705..1708).
| COMMENTAAR(¥)
toevoegen Abels, p84
|
|
Wapen Van Ulsen :
In rood(?) drie (zwarte?) bomen (bladeren?).
Dit wapen komt voor op haar portret. Zie onder
|
|
Ds. Johannes Palthe (1639-1702). [620]
|
Zijn echtgenote Johanna van Uelsen (1647-1727). [621]
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
Denekamp 24-4-1703. Gerhard Sloet, heer van Singraven enz., als collator der vicarie van St. Catharina etc. in de kerk te Denekamp, begiftigt Joanna van Ulsen, wed. van de predikant Joannes Palthe te Denekamp, met de renten, opkomsten en revenuen van deze vicarie.
[622]
Denekamp: 14-5-1704. Afrekening tussen Johannes Henricus Weerman, predikant te Denekamp en zijn schoonmoeder Janna van Ulsen wed. Johannes Palten, inzake haar genade-jaar als predikantsweduwe. Met nadere afrekening 14-2-1710. [623]
Denekamp 26-3-1714. Liquidatie en afrekening tussen ds. Joannes Henricus Weerman, predikant te Denekamp, en zijn schoonmoeder Johanna van Ulsen, wed. Palthe, over het tijdvak sedert 14 februari 1710. Met nadere gelijktijdige acte, waarbij Johanna van Ulsen haar schuld afdoet met meubelen en boeken.
[624]
Denekamp 14-2-1710. Kwitantie door Johanna van Ulsen, weduwe Palthen, aan ds. Joh. Henr. Weerman, predikant te Denekamp, voor de voldoening van 4 schepel rogge uit het huis te Noord-Deurningen, en een schepel miskoren uit her erf Tijman, verschenen op st. Maarten 1709.
[625]
Denekamp 26-1-1711. Voor Jacob Raeterinck, richter te Ootmarsum, en kornoten, verkopen Johanna van Ulsen, weduwe Palthe, geassisteerd door haar schoonzoon Jan Hendrik Weerman, pastor te Denekamp, en Anna van Ulsen, weduwe Schiphorst, geassisteerd door haar zoon Jan ter Schiphorst, haar halve Hoog- of Voorste Woerte in de boerschap Denekamp, aan de tijdelijke opsieners ende versorgeren der Armenmiddelen in de kerk van Denekamp, den Hooggeb. Heer Arent Hendrik Sloodt, Heer van 't Singraven, als ouderling, en den E. Berent Palthe ook als ouderling, en de E. A. Palthe en Lambert ter Schiphorst als diakenen voor 660 oar. gld. N.B. Getypt regest, met de aantekening: Origineel, perkament, beschadigd zegel (was vroeger aanwezig in het kerkelijk archief der Ned. Herv.Gemeente te Denekamp, thans verdwenen. Zie bronnen Singraven 1284).
[626]
Uit dit huwelijk(¥) (doopboek Denekamp begint 1675):
| COMMENTAAR(¥)
Volgens [627]
waren er twee (drie?) broers en vier zusters in dit gezin,
terwijl [628]
en [629]
nog een dr. Catrina, (geb. 1708?) vermeldt.
|
-
a. Joanna Florentina Palthe(n), geb. vóór ca. 1675, beg. Denekamp 30-11-1721 (als Florentia Palthe)[630], afkomstig van Denekamp,
tr. Denekamp geref. 15-7-1694
Jan Berger(s), ovl. vóór 1708 [631], afkomstig van Bimolt.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Berend Berger, geb. vóór ca. 1700, filiatie niet bewezen,
j.m. van Denekamp (1721),
tr. Denekamp geref. 18-5-1721
Christina Kuijpers, j.d. van Breckelenkamp 1721).
-
b. Aleida Palthe, ged. geref. Denekamp 14-11-1675[632], (=kw. nr. 209).
-
c. Hadewijk (Hadewich) Palthe, geb. ca. 1668-1674, tr. Denekamp voor 1692
Hermen ter Schiphorst, geb. vóór ca. 1674. Op St. Michiel 1692 worden Herman ter Schiphorst en Hadewigh Palthe, eeluiden. geref. lidmaat te Ootmarsum op attestatie van Denekamp.[633]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Gerrit Jan ter Schiphorst, ged. geref. Ootmarsum 4-12-1692.
-
2. Anna Gesina Schiphorst, ged. geref. Ootmarsum 13-3-1695.
-
3. Anne Judith Schiphorst, ged. geref. Ootmarsum 19-7-1696, ovl. jong?
-
4. Anne Judith Schiphorst, ged. geref. Ootmarsum 3-10-1697.
-
5. Hendrik ter Schiphorst, ged. geref. Ootmarsum 1-3-1699.
-
6. Joanna ter Schiphorst, ged. geref. Ootmarsum 11-9-1701.
-
7. Joannes ter Schiphorst, ged. geref. Ootmarsum 4-3-1703.
-
8. Anna ter Schiphorst, ged. geref. Ootmarsum 14-12-1704.
-
9. Henderika ter Schiphorst, ged. geref. Ootmarsum 4-1-1708.
-
10. Anna Catharina ter Schiphorst, ged. geref. Ootmarsum 23-6-1709.
-
d. Anthonius Palthe, ged. geref. Denekamp 4-6-1677, beg. Denekamp 6-2-1723 ("Anthoni Palthe overleden, organist en schoolmeester alhier te Denekamp"), diaken te Denekamp (1711),
j.m., orgelist en schoolmeester te Denekamp (1712),
doopget. (1706),
otr. Denekamp geref. 13-2-1712[634]
Aleijda Meijers, wed. te Denekamp (1727).
Zij hertr. Denekamp geref. 27-7-1727 Arend Jansen Veldhof.[635]
j.d. van Laage (1712).
-
1. Derk Palthe, ged. Denekamp 8-1-1713 ("Anthonius Palthe, de schoolmeester zijn zoon Derk"), ovl. jong?
-
2. Derk Palthe, ged. Denekamp 24-5-1713 ("Anthoni Palthe, schoolmeester zijn zoon Derk"), ovl. Denekamp 18-11-1714 (". Antooni Palthe schoolmeester zin kind Derk").
-
3. Gesina Elsebeen Palthe, ged. Denekamp 22-1-1719 ("Anthoni Palthe, schoolmeester sijn dochter Gesina Elsebeen"), ovl. na 1748, woont in de boerschap Denekamp (1748).
Gesina en Elsabet Palthe en de laatsten kindt ouder dan 10 Cornelia, en haer halfbroer Antoni Valkhof over 10 j. worden vermeld in de Volkstelling boerschap Denekamp (1748). [636]
-
4. Elsebeen (Elsabet) Palthe, ged. Denekamp 11-5-1721 ("Anthoni Palthe zijn dochter Elsebeen"), woont in de boerschap Denekamp (1748).
-
aa. Cornelia (Palthe?), ged. Denekamp 6-12-1739 ("dochter van Elsebeen Palthe", vader niet vermeld).
-
e. Ger(h)ard (Gerrit) Jan Palthe, geb. Denekamp 21-7-1681 (doop niet gevonden te Denekmap), ovl. Deventer 30-7-1767 [637], doopget. (1705), al in 1705 schilder genoemd,
portretschilder,
werd al jong aangetrokken door de kunst, werd door zijn vader naar Amsterdam gestuurd
om daar les te nemen bij de portretschilder Juriaen Pool. Hij vestigt zich ca. 1716
als portretschilder te Deventer, waar hij lokale persoonlijkheden schildert.
Voorts schildert hij voorstellingen uit het dagelijks leven, veelal onder
het schijnsel
van kaarslicht. Hij verwerft grote bekendheid met zijn voorstellingen geschilderd
op hout op de manier (clair-obscur) van Godfried Schaldken uit Den Haag.
[638]
Hij
tr. Denekamp 7-10-1714[639] en Stad Delden 1715
(Magda)lena Le(e)ferin(c)k, j.d. uit Delden.(¥)
COMMENTAAR(¥)
Doop van (Magda)lena Le(e)ferin(c)k niet gevonden te Delden. Wel dopen te Delden van :
Magdalena, 1680 dr. van Derck Averinck en Lutgert Hermsen.
Magdalena, 1684 dr. van Jan Hendriksen en Grietjen NN.
|
|
Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Gravure/ets : datum en herkomst onbekend.
Bron : Patrick Seignemartin (F), 2005
|
Schilderij van een tekenende jongeman ("Joven dibujante") door
Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Volgens Van Gool [640]
is dit een zelfportret.
Formaat : 20x24 cm.
Bron : Prado Museum, Madrid. [641]
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
|
Raadhuis Deventer : Kast met klok daarboven, vervaardigd door Joost van Houten, waarschijnlijk in 1732. De tafereeltjes die de Vier Jaargetijden voorstellen zijn geschilderd door Gerrit Jan Palthe (1681-1767). Het opschrift van het geheel luidt: "Audi et alteram partem" (Luister ook naar de wederpartij). De twee vrouwenfiguren stellen de Gerechtigheid en de Voorzichtigheid voor.
[642]
|
Johanna Wilhelmina de Beaufort, echtgenote van J. van Lemker.
Portret frontaal, het gelaat iets naar links gewend, donker haar. Zacht groene japon met lege décolet\*' waaruit een randje witte stof steekt. Donker rode mantel omgeslagen, die met de linkerhand wordt vastgehouden. Gesigneerd: r.m. boven de elleboog (vaag): G.J. Palthe.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Datering : ca. 1740
Materiaal : olieverf op doek.
Bron : Deventer Musea. [643]
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
|
Hendrik Gerrit Jordens.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Datering : 1741
Materiaal : olieverf op doek.
Bron : Deventer Musea. [644]
|
Agatha Aleida van Munster (1723-1768), echtgenote van Hendrik Gerrit Jordens.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Datering : 1740
Materiaal : olieverf op doek.
Bron : Deventer Musea. [645]
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
|
Hendrik Gerrit Jordens op latere leeftijd.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Datering : 1779
Materiaal : olieverf op doek.
Bron : Deventer Musea. [646]
|
Joan van Suchtelen (1668-1753).
Portret ten voeten uit, rode mantel, kniebroek, lichtbruine rok, zwarte schoenen met gespen. Op het voetstuk van de tuinvaas en tafel het wapen; 4 ringen van zilver op veld van rood. J.v.S. 17-07-1744 Raad en Schepen van Deventer, 1713-1732 Statenlid Overijssel, daarnaast rentmeester van de Proosdij van de Lebuïnuskerk en de goederen van de familie Boedeker.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Datering : 1e kwartaal 18e eeuw.
Materiaal : olieverf op doek.
Bron : Deventer Musea. [647]
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
|
Paar bij kaarslicht aan tafel.
Paar bij kaarslicht aan ronde tafel, hij bolle wijnfles in de hand, om haar in te schenken. Links een haardschouw met vuur, rechts een raam waar onder gesigneerd is en links op de achtergrond een open deur naar achterkamer waar een vrouw bij kaarslicht werkt. Gesigneerd: rechts onder raam G.J. Palthe 1750.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Datering : 1750
Materiaal : olieverf op paneel.
Bron : Deventer Musea. [648]
|
Minnekozend paar.
Een minnekozend paar aan ronde tafel, waarop schaal met sinaasappels, wijnfles, glas en koperen blaker met brandende kaars. Links raam, rechts deuropening waarin vrouw. Gesigneerd: onder raam links G.J. Palthe 1750.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Datering : 1750
Materiaal : olieverf op paneel.
Bron : Deventer Musea. [649]
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
|
Zeus en Hermes in de hut van Philemon en Baucis.
Tafereel bij kaarslicht. Links achter het paar Philemon en Baucis, In het midden aan tafel Zeus en Hermes, die een kandelaar vasthoudt. Zeus is gebaard, gekleed in paars met blauw overkleed. Hermes heeft een rode doek om zich heen. Uit de zoldering steekt hooi.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Datering : 18e eeuw
Materiaal : olieverf op paneel.
Bron : Deventer Musea. [650]
|
Zeus en Hermes in de hut van Philemon en Baucis.
Detail van het schilderij hiernaast.
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
|
Portret van een vrouw in zwarte japon.
Toegeschreven aan Gerhard Jan Palthe (1681-1767)
("signed "Palthe" on piece of canvas nailed to stretcher").
Datering : onbekend.
Materiaal : olieverf op doek.
Formaat 55 cm x 44 cm.
Bron: Te koop aangeboden op Ebay (Chicago, 2006).
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Thans is er nog een dozijn schilderijen van Gerard Jan Palthe bekend.
[651]
Verspreide vermeldingen van schilderijen door Gerard Jan Palthe :
-
Tekenende jongeman, Prado Museum, Madrid,
volgens Van Gool een zelfportret.
-
Tafereeltjes van de Vier Jaargetijden op een klok, Raadhuis Deventer
-
Twee musicerende vrouwen. (Two Women Making Music. One sings, the other plays a clavicord), in prive bezit.
-
Schilderijen van Jan Adriaan Joost Sloet en zijn echtgenote W. A. E. E. van Heeckeren tot Nettelhorst (1740). Locatie : Museum Zwolle.
-
Schilderijen van Hendrik Gerrit Jordens en Agatha Aleida van Munster (ca. 1740). Olieverf op doek. Locatie : De Waag Deventer.[652]
-
Schilderij voorstellende zijn zoon Jan Palthe (1717-1769). Locatie onbekend. Datering ca. 1740.
-
De gelijkenis van de balk en de splinter.
Schoorsteenstuk van houten schouw af- komstig uit perceel Hofstraat 4. Opschrift Matth. 7:3,4,5. De voorstelling van "De balk en de splinter" slaat op een familietwist tussen de twee broeders, van wie de eigenaar van het huis den ander bovengenoende bijbeltekst voorhoudt.
Datering : 1759.
Materiaal : olieverf op doek.
Deventer Musea. [653]
-
Schilderij voorstellende Johanna Wilhelmina de Beaufort, echtgenote van J. van Lemker.
Datering : ca. 1740
-
Schilderij voorstellende Hendrik Gerrit Jordens op latere leeftijd. Datering : 1779. Locatie : Deventer Musea. [654]
-
Schilderij voorstellende Joan van Suchtelen (1668-1753). Datering : 1e kwartaal 18e eeuw. Locatie : Deventer Musea. [655]
-
Schilderij voorstellende "Paar bij kaarslicht aan tafel". Datering : 1750. Locatie : Deventer Musea. [656]
-
Schilderij voorstellende "Minnekozend paar". Datering : 1750. Locatie : Deventer Musea. [657]
-
Schilderij voorstellende portret van Pieter Paul van Gelre (1735-1810).
Datering 1760. Locatie : onbekend, geveild door Christie's (Amsterdam, 1991).
-
Schilderij getiteld "Beim Schlachten". Toegeschreven aan Gerard Jan Palthe. Datering : onbekend. Locatie : onbekend, geveild door Lempertz (Keulen, 1991).
-
Schilderij voorstellende "Portret van een vrouw in zwarte japon".
Toegeschreven aan Gerhard Jan Palthe (1681-1767)
("signed "Palthe" on piece of canvas nailed to stretcher").
Datering : onbekend.
Locatie: Chicago (2006).
Uit dit huwelijk [658]
(nr. 5 in Ref. [659]
niet vermeld) :
-
1. J(o)anna Palthe, ged. Delden 1-9-1715, vermeld als inwonend bij haar nicht Catarina Leferinck
in de Volkstelling Delden (1748).
-
2. Jan Palthe, ged. Deventer 14-2-1717, ovl. Leiden 24-6-1769, portretschilder, genreschilder,
van wie ongeveer 60 werken bekend zijn,
aanvankelijk in de leer bij zijn vader,
vertrekt in 1742 naar Leiden,
ingeschreven bij de kunstacademie aldaar (dec. 1742),
en ingeschreven bij de Universiteit van Leiden als
"Daventriensis pictor" (1743),
reist geregeld naar Middelburg voor portretopdrachten,
verkoopt schilderijen van zichzelf en van zijn vader,
bestuurder van het Oudemannenhuis van de Waalse Kerk,
is commissaire-priseur van de Waalse Kerk, (1766)
organiseerde in de Rijnsburgerpoort openbare schilderbijeenkomsten,
in principe bedoeld voor meesters, maar leerlingen werden er ook toegelaten,
maakte deel uit van een groep schilders met Mattheus Verheyden, Phillip van Dijk,
en Hendrik Potoven,[660]
doopget. te Amsterdam (1763),
tr. Leiden 14-2-1756[661]
Johanna (Jeanne) de Kanter, ged. geref. Wemeldinge 13-9-1731 (get. Jan Smits and Maria Smits), ovl. Plainpalais (dept. Léman canton Genève, CH) 25-3-1813, wed. van Jan de Munck,
dr. van Philippus Kanter, chirurgijn, en Suzanna Cra(a)ne.
Zij hertr. Leiden 23-8-1772 Charles Alexandre Dunant,
Zwitsers officier,
met wie zij zich vestigt te Suriname, en vandaar terugkeert naar Genève (zie
⇒ Fragment Genealogy De Kanter
voor een verdere uitvoerige beschrijving van haar afkomst, eerdere en latere huwelijken en nageslacht.
|
Jan Palthe (1717-1769).
Gravure/ets : datum en herkomst onbekend.
Bron : Patrick Seignemartin (F), 2005
|
Jan Palthe (1717-1769).
Schilderij door zijn vader Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Locatie : Museum Het Palthe Huis te Oldenzaal, in bruikleen van het
Van Deinse Instituut Enschede. Datum : onbekend.
Bron : Patrick Seignemartin (F), 2005
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
|
Zelfportret van Jan Palthe (1717-1769).
Locatie en datering : onbekend.
Bron : Patrick Seignemartin (F), 2005
|
Schilderij van Tiberius Hemsterhuis (Groningen 1685-1766 Leiden), filoloog, hoogleraar te Amsterdam, Franeker en Leiden, door Jan Palthe (1717-1769).
[662]
Datering : 1766. Materiaal : Olieverf op doek. Afmetingen 77,5x60,5 cm. Locatie Universiteitsbibliotheek Groningen.
Bron:[663]
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
|
Vrouwtje aan spinnewiel.
Zittend vrouwtje aan spinnewiel met wit kapje op het hoofd. In 18e eeuws interieur: rechts een schouw met bovenop borden, links ernaast een hoge kast eveneens met borden. Daarnaast klaptafeltje. Links op de voorgrond twee honden. Gesign: r.o. J. Palthe. 1745.
Schilderij door Jan Palthe (1719-1769).
Datering : 1745
Materiaal : olieverf op paneel.
Bron : Deventer Musea. [664]
|
Na zijn dood in 1769 vindt op 20-3-1770 in het huis van zijn weduwe een openbare verkoop bij opbod plaats van bezittingen van Jan Palthe. De catalogus (zie frontpagina hiernaast) vermeldt 263 schilderijen waaronder Rubens, Jordaens, Anthony van Dijk, Titiaan, Veronese, Rembrandt, Frans Hals. Er is slechts een werk bij van Gerard Jan Palthe, en geen van Jan Palthe zelf. [665]
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
|
Gravure door de Engelse schilder en graveur William Pether (1738-1821), kennelijk naar een schilderij van Jan Palthe (1717-1769), voorstellende Carlo Tessarini (ca. 1690-1766), Italiaans violist en componist.
Onderschrift: "J. Palthe pinxit, W.m Pether fecit"
"Carlo Tessarini da Rimini, professeur de fiolon en la metropolitaine d'Urbino"
Datering: onbekend.
Bron : Bibliothèque Nationale de France.[666]
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
aa. Magdelena Palthe, ged. Leiden 22-1-1757.
-
bb. Johanna Elisabeth Palthe, ged. Leiden 8-11-1758, ovl. Genève (CH) 13-5-1794, tr. Genève (CH) 25-2-1782[668]
Marc Conrad Dunant, ged. Gorinchem 3-9-1747, ovl. Genève (CH) 28 Pluviose an VIII (18-2-1810).
Uit dit huwelijk nageslacht in Zwitserland en Frankrijk.[669]
-
cc. Gerard-Jan Philip Palthe, ged. Leiden 8-11-1758.
-
3. Adriaan Palthe, ged. Deventer 8-9-1718, ovl. Spaarndam 12-1-1774, ontvanger der convoyen en licenten te Spaarndam,
secretaris van graaf Wassenaar Obdam,
amateur schilder, die kopieen vervaardigde, onder andere in gouache,
van bekende schilderijen (zoals van Hobbema). Hij bezat een kleine collectie schilderijen
van o.a. Jacob van Ruysdael, Meindert Hobbema, David Teniers en
Jan van Huysum. De dood verhinderde hem een kopie af te maken van
een schilderij met bloemen en fruit van Jan van Huysum.
[670]
-
4. Adolf Hendrik Palthe, ged. Deventer 18-8-1720.
-
5. Gerhard Joan Palthe, ged. Deventer 2-8-1722, beg. Amsterdam
Noorderk. 24-1-1759, tr. Sloterdijk 21-2-1745[671]
Anna Margaretha Chassé, geb. Mastenbroek ca. 1722, beg Amsterdam Noorderk. 13-9-1787.
dr. van Ds. Theodorus Chassé, predikant te Mastenbroek
en Juliana Sophia Louisa Woorfman.
Zij hertr. Amsterdam Oude K. 1-10-1767
Anthonie Geyer, geb. Weenen ca. 1731, beg. Amsterdam St. Anth. Kh. 3-1-1798. [672]
Op 12-7-1751 maken Gerard Jan Palthe en Anna Margaretha Chassé
mutueel testament.[673]
Op 7-2-1763 compareerde te Amsterdam
mejuffrouw Anna Margaretha Chassé, weduwe van
Gerard Jan Palthe, voogdesse voor haar minderjarige
kinderen Johanna Theodora, Magdalena, Jacomina en
Gerard Martinus Palthe. Zij legt een verklaring af in
zake de nalatenschap van Jacomina Chassé, weduwe
Grousius ten behoeve van de "drie eenige nagelatene
kinderen van wijlen den meergenoemden Heer
Hubertus Gerardus Chassé met name Juffrouwen Maria Chassé,
gehuwd aan de Heer Gerlach Kaspar Kruimel,
Anna Margaretha Chassé en Jacomina Chassé.[674]
Uit het huwelijk (Palthe-Chassé) kinderen, waarvan 4 in leven in 1763 :
-
aa. Johanna Theodora Palthe, ged. geref. Amsterdam NoorderK. 13-10-1745 (get. Bartholdus Arensen en Maria Chasse), ovl. na 1763.
-
bb. Magdalena Palthe, ged. geref. Amsterdam NoorderK. 13-12-1747 (get. Bartholdus Arendzen en Johanna Hendriena Leeferink), ovl. na 1763.
-
cc. Jacomina Palthe, ged. geref. Amsterdam WesterK. 6-6-1749 (get. Egbert Tenikinck en Margareta Cornelia Walheer), ovl. na 1763.
-
dd. Anna Louwiesa Palte, ged. geref. Amsterdam ZuiderK. 5-2-1755 (get. Anthonij Palte en Anna Rumpeus), ovl. vóór 1763.
-
ee. Gerard Martinus Palthe, ged. geref. Amsterdam NoorderK. 25-1-1758 (get. Anthonij Palthe en Anna Rumpeus), ovl. na 1763.
-
6. Antony Palthe, ged. Deventer 17-11-1726, ovl. Amsterdam 3-5-1772, portretschilder,
van wie helaas geen schilderijen thans bekend zijn,
[675]
exploiteert een behangselatelier in Amsterdam,
doopget. te Amsterdam (1762, 1767),
tr. (niet gevonden te Rotterdam)
Agatha Ke(e)tel, ged. geref. Rotterdam 1-6-1736 (get. Francois Waarts en Agatha Besojen), beg. Haarlem 16-6-1802,[676]
doopget. te Amsterdam (1762, 1767),
dr. van Jacobus Ketel en Judith Waarts.
Zij hertr. Amsterdam 21-5-1775 Wybrand Hendriks,
schilder en tekenaar van portretten, genre-taferelen,
stadsgezichten en landschappen,
zn. van Hendrik Hendriks en Aaltje Claes. [677]
In 1765 werd Wybrand Hendriks lid van de Amsterdamse Stadstekenakademie, en was
werkzaam in de behangselfabriek van Johannes Remmers. Hij kocht in 1774 het
behangselatelier van Anthony Palthe met wiens weduwe hij het volgende jaar
trouwde. [678]
In 1766 koopt Anthonij Palte een tuin op de
Overtoom ("Overtoomseweg").
[679]
|
Zeer waarschijnlijk Anthony Palthe (1726-1772) geschilderd door zijn broer Jan Palthe.
Bron:
⇒ AskArt.
Het portret komt treffend overeen met de beschrijving: "Portret van Anthony Palthe, broer van de schilder, in 1895 geveild in Keulen.
65x47 cm. Levensgroot borststuk, naar links gewend, rechtuit kijkend, baardloos, op de witgelokte haardos een driekanten hoofddeksel. Draagt bruinrood, van voren open jak met witte halsbinde. Roodbruine achtergrond. Met brede penseelstreek in de beste traditie van 17de eeuwse portretkunst." door Peggie Breitbarth in Ref. [680].
Het zal ook hetzelfde zijn als het portret van Antony Palthe, geschilderd door zijn broer Jan Palthe dat Van Eijnden en Van der Willigen bij hun bezoek (datum?) aan Wybrand Hendriks in Haarlem aan de muur zien hangen, en dat zou dateren van 1767.
[681]
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Gerhard Jan Philip Palthe, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 13-3-1763 (get. Jan Palthe en Johanna de Kanter).
-
7. Willem Palthe, geb. Deventer, beg. Deventer 20-6-1793, ord.-luiteant der artillerie 1753,
tr.
Geertruy Everhardina Heselenbergh, ovl./beg. Deventer 2/7-6-1782.
-
f. Anthony Palthe, geb. Denekamp 1683 (dopen Denekamp mrt 1683-jan. 1686 ontbreken), ovl. Denekamp 17-9-1760 [682], burgemeester van Denekamp (1726, 1731),
tr. 1o Ootmarsum 1702 (in het trouwboek Denekamp ontbreekt het jaar 1702) zijn achternicht
J(oh)anna Theodora Krop, ged. geref. Ootmarsum 9-7-1676, ovl. Denekamp 11-11-1723, dr. van Henrick Krop en Magdalena Palthe (zie kw. nr. ⇒ 1673 sub g/1)
tr. 2o Denekamp geref. 7-12-1726
Hendryna Schulten, geb. Goor 17-5-1691 (volgens Ref. [683] 7-5-1691), ovl. Denekamp 25-2-1782, j.d. van Goor (1691)
dr. van Arent Schulten en Janna NN.
|
Anthony Palthe (1683-1760). [684]
|
Zijn eerste echtgenote Johanna Krop(s) (1676-1723). [685]
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
In de periode 1717-1724 vorderen de goedsheren van de marke Denekamp voor het drostengericht van Twente dat Anthonie Palthe en Albert Cuper, die met andere inwoners van Denekamp gewelddadig het oude huisje van Gese Knippert, dat op grond van de marke stond, hebben verwoest, de door hen aangerichte schade herstellen en in het vervolg geen handelingen meer zullen verrichten, waardoor dat huisje schade lijdt.
[686]
Antoni Palthe x Henrina Schulten, met kinderen ouder dan 10 :
Jan Arent Palthe studerende te Franeker, Janna Palthe, en de
meid Berendina, vermeld in de Volkstelling dorp
Denekamp (1748). [687]
==== BELENINGEN ====
Richterambt Ootmarsum, buurschap Hezingen (nr. 1152):[688]
De tienden over Vrilinc to Vasse in den kerspel van Oetmerssem
... J(o)an Krop, burgemr. van Ootmarsum, x Catharina Kip.
15-6-1686 : Helmich Volkers, zoals zijn schoonvader(¥) Jan Krop daar in 1667 mee was beleend.
| COMMENTAAR(¥)
"Schoonvader" moet hier gelezen worden als "de eerdere schoonvader van zijn vrouw"!
|
12-11-1710 : Joan Leonard Berents, als gemachtigde van Joannes Palthe, zn. van Antoni Palthe en zijn vrouw Joanna Crop, zoals Helmich Volkers daer op 15-6-1686 als stiefvader(¥) van Antoni Palthe mee was beleend.
| COMMENTAAR(¥)
"Stiefvader van Antoni Palthe" moet hier gelezen worden als "de stiefvader van J(o)anna (Theodora) Krop die in 1702 trouwde met Anthony Palthe"!
|
18-8-1761: Joannes Palthe met lediger hand, nadat hij in 1710 als onmondige onder hulderschap van Joan Leonard Berents was beleend, die in 1710 ten onrechte alleen als gemachtigde was aangeduid.
31-1-1768 : F.J.S. baron van Heiden, heer van Ootmarsum, drost van Twente, als koper na opdracht door Jan Palthe, burgemeester.
Uit zijn eerste huwelijk 7 kinderen bekend [689], waaronder :
-
1. Jo(h)annes Palthe, ged. geref. Denekamp 12-10-1703("Anthoni Palthe syn soon nomine Johannes na salige Do. Johannes Palthe genoemt"), ovl. Oldenzaal Stad 23-7-1784[690], procurator, afkomstig uit Denekamp (1733),
wordt burger van Oldenzaal 26-12-1733,
burgemr. van Ootmarsum (1768), (Oldenzaal?),
otr. Oldenzaal geref. 16-8-1733,
tr. Oosterhesselen
(Johanna) Maria Westerlo, geb. 1710, ovl. 1762, afkomstig uit Oldenzaal (1733).
|
Joannes Palthe (1703-1784). [691]
|
Zijn echtgenote Johanna Maria Westerlo (1710-1762). [692]
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
-
2. Magdalena Palthe(¥), ged. geref. Denekamp 21-7-1709 (Anthoni Palthe sijne dochter Magdalena).
-
3. Helena Palthe(¥), beg. Denekamp 28-6-1710 ("Anthoni Palthe sijn Dochter Helena met 1.p. tabak betaalt").
| COMMENTAAR(¥)
Van Magdalena werd geen begraven gevonden en van Helena geen doop. De verleiding is groot te denken dat het hier om hetzelfde kind gaat, temeer daar de grootmoeder van moederzijde Magdalena Palthe ook met de namen Helena en Leentje aangetroffen werd.
|
-
4. Hindrik Jan Palt(h)e, ged. geref. Denekamp 26-2-1711 (Anthoni Palthe sijn soon Hindrik Jan), ovl. Oldenzaal 20-2-1792, afkomstig uit Denekamp (1741),
wordt burger van Oldenzaal 19-1-1742 (geboortig van Denekamp),
weduwnaar, uit Oldenzaal (1762),
burgemr. van Oldenzaal (1762),
otr./tr. 1o Oldenzaal geref. 1741
Fenna (Venne) Margarita Huiskes, ged. Oldenzaal 6-8-1713, ovl. 1741-1762, afkomstig uit Oldenzaal (1741),
dr. van Rein Huiskes en Margarita Rehorst,
otr./tr. 2o Oldenzaal geref. 31-7-1762,
otr./tr. 2o Uelsen 1/29-8-1762[693].
Hendrina Nijhoff, geb. 1696, ovl. Oldenzaal 23-3-1787, wed. van Gerrit Andreas Muilvoor(d)t,
dr. van Derk Nijhof, borgemeester.
Wed. Huiskes en schoonzoon H.J. Palthe, dienstbode Geertruid, vermeld volkstelling van ambt en stad Oldenzaal (1748). [694]
Uit het eerste huwelijk:[695]
-
aa. Johanna Margareta Palthe, ged. Oldenzaal 2-2-1746.
-
5. NN Palthe, geb. 1702-1726, tr.[696]
Jan Crull (Krul), geb. Uelsen ca. 1691, ovl. Uelsen ca. 1730,[697]
volgens Ref. [698] burgemr. van Uelsen,
doch dat is mogelijk eerder zijn vader Jan Krul, burgemeester en ouderling te Uelsen.
Uit zijn tweede huwelijk:[699].
-
8. Ds. Jan Arend Palthe, ged. geref. Denekamp 2-11-1727, ovl. Nieuw-Leusen 7-3-1803, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Lingen jan. 1746,[700]
ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Groningen 14-9-1748,[701]
"Candidaat der Hl. Godsgeleerdheit van Denekamp" (1754),[702]
predikant eerst te Nieuw-Leusen, dan te Oldenzaal (1754-),
tr. Uelsen 3-12-1753
J(oh)anna Mulder, geb. Uelsen, ovl. Nieuw-Leusen 15-7-1791, dr. van Derk Mulder en Aleida ten Busche.
Hieruit verder nageslacht bekend (6 kinderen geboren te Nieuw-Leusen 1754-1767).
|
Ds. Jan Arend Palthe (1727-1803). [703]
|
Palthe huis te Oldenzaal.
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
"In 1754 werd Jan Arend Palthe uit Oldenzaal tot dominee in Nieuwleusen benoemd. Tijdens zijn bijna vijftigjarige predikantschap verwierf hij hier belangrijke bezittingen, die in de familie bleven tot in 1928. Toen overleed Gulia Palthe, de laatste van deze tak van de familie.
Tot de bezittingen van de familie Palthe behoorde o.a. het Palthebos: weilanden omgeven door lanenstelsels. De familie Palthe was van oorsprong een predikantengeslacht uit Twente. Men woonde 's zomers in Nieuwleusen en 's winters in Oldenzaal. Gulia Palthe was de laatste van haar tak van de familie. Ze heeft veel goeds voor de gemeenschap van Nieuwleusen gedaan door schenkingen aan bijvoorbeeld het Groene Kruis en de muziekverenigingen. Wanneer ze weer naar Nieuwleusen kwam, werd ze met muziek van de tram gehaald en in optocht naar haar huisje gereden. Dat stond ongeveer op de huidige oprijlaan naar het museum.
Na haar overlijden bleek dat ze de meeste boerderijen die zij hier bezat bij testament aan de pachters had vermaakt. Haar huisje in Nieuwleusen en het er achter gelegen Palthebos vermaakte ze aan de Hervormde Kerk. Helaas is het huisje vanwege de slechte staat in de jaren 60 afgebroken, maar gelukkig zijn er nog foto's bewaard gebleven waarop te zien is hoe het was."
[704]
Uit dit huwelijk 6 kinderen geboren te Nieuw-Leusen 1754-1767.
-
9. J(oh)anna Palthe, ged. geref. Denekamp 18-2-1731 ("Anthoni Palthe de borgemeester zijn dochter Johanna"), ovl. Denekamp 14-9-1790, tr.
Evert Weernink, geb. Gildehaus, ovl. vóór 1790.
-
g. Catrina Palthe, geb. (1708?) (geen doop te Denekamp gevonden).
| COMMENTAAR(¥)
Wie is :
wed. secr. Palthe, vermeld in de Volkstelling schiltvierendeel Ootmarsum stad
(1748). [705]
|
424. LAURENS LASONDER, geb. Enschede 1680-1690, ovl. (kort) voor 1737(¥), grutter [706]
, gemeensman (1708) [707]
,
woonde te Enschede Stad,
tr. Enschede voor 1708[708]
425. JUDITH STROINK, geb. Enschede 1681, ovl. Enschede 1737-1751 (kort voor 1751?), na 1764 [709]
,[710]
woont (1748) in de Langestraat te Enschede als wed. Lasonder met haar
zoon Engbert Lasonder [711].
| COMMENTAAR(¥)
vul aan lb. 671.
|
|
Wapen Stroink : In zilver drie gegolfde blauwe fazen. Helmteken :
een blauw zilveren vlucht. Dekkleden : zilver en blauw.
Dit wapen komt voor op een zegel van Johan Strodinck, keurnoot
in 1420. Diens relatie tot de hier beschreven familie is onbekend.
Jurriaan Stroink,
(zn. van Hermannus Stroink, zie kw. nr. ⇒ 77 0)"> ⇒ 1770 sub a)
voerde als wapen :
In zilver een rode keper, vergezeld van drie vijfbladige rode rozen
met groen gebladerde
stelen naar boven. Helmteken : een roos van het schild,
met steel naar beneden, tussen een vlucht
[712]
[713]
|
Richterambt Enschede, buurschap Lonneker : een tiende ter Hole to Loninghe.
23-4-1726 : Judith Stroink na de dood van haar vader Jan Stroink die deze tiende op 23-7-1714 had gekocht. Hulder haar man Laurens Lasonder.
23-3-1737 : Judith Stroink met ledige hand. Hulder Derk Rampen, boekdrukker te Zwolle, na de dood van Judiths man Laurens Lasonder.
21-4-1751 : Ursela Lazonder na de dood van haar moeder Judith Stroijnk, wed. van Laurens Lasonder. Hulder haar man Hendrik ten Kate.
19-3-1781 : Herman ten Cate na de dood an zijn moeder Ursula Lasonder.[714]
Verdere vermeldingen Lasonder waarvan hetverband met bovenstaande kwartieren nog niet duidelijk is :
Richterambt Enschede, buurschap Enscheder Esch , het halve erve de Horst, gelegen in de karspel Enschede in de Eschmarkt :
10-11-1710 : Henrick Steenbergen als gemachtigde van de erfgenamen van Albert Rodink.
1-9-1728 : Albert Lasonder, na de dood van Hendrik Steenbergen.
(Het erve ende goed de Horst in de haaresch, gerigte Enschede gelegen)
26-5-1764 : Hermen op de Horst Hermenzn, na de dood van Albert Lasonder,
die leendrager van dit goed was geweest.[715]
Richterambt Enschede, buurschap Enscheder Esch , die Mate ende Horst ende Schurinck die gelegen zijn in den kerspell van Enschede:
19-1-1777 : Geesken Mensinck, wed. van Jan Schukking, die hertr. was met
Jannes Kwekkeboom, na opdracht door haar schoonzoon Gerrit Lasonder en
zoon van Geertruijd Schukking, enige dr. en erfgenaam van genoemde
Jan Schukking, alles na herstel van de verzuimen van hulder
Hendrik Swiers.[716]
Richterambt Delden, buurschap Woolde : drie vierde parten van de erven Langdaers genaamd, gelegen in het gericht van Delden, buurschap Woolde :
25-2-1771 : J.W. Cramer, die dit goed samen met Benjamin Blijdenstein en
J.B. Lasonder had gekocht na opdracht door Ernst Herman baron van Delwick tot Nieuborgh.[717]
idem het vierde part :
10-2-1771 : Jan Willem Cramer, richter van Delden, die dit part op 14-6-1771 samen
met Benjamin Blijdenstein en Jan Berend Lasonder had gekocht van
O.E. van Hoevel to Haagenhoeven, namens diens vader de heer
Hoevel tot Wesevelt.[718]
Uit het huwelijk (Lasonder-Stroink) geboren te Enschede :[719]
[720]
-
a. Fenne(ken) Lasonder(¥), geb. Enschede Stad 1700-1709, ovl. Enschede Stad 13-12-1730, woonde te Enschede Stad,
tr. vóór 1727[721]
Andries van Goch, geb. 1686-1707, woonde te Enschede Stad.
| COMMENTAAR(¥)
Volgens Mr. Walkate zou er geen dochter Fenne geweest zijn, maar een Judith.
|
-
1. Margaretha van Goch, ged. Enschede Stad 9-4-1727, vr 1797, tr.[723]
Gerrit Planten, geb. 1710-1726, ovl. 1804, woonde te Enschede Stad,
zn. van Hermanus (Harmen) Planten, chirurgijn, en Hermina Bekker.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
2. Gerrit van Goch, ged. Enschede Stad 13-12-1730
-
b. Jan Lasonder, geb. Enschede Stad 1710-1713, ovl. Deventer november 1763, tr.[724]
[725]
Berendina Reiger, geb. Enschede Stad 1707-1717, ovl. na 1748, dr. van Claas Reiger en Aaltke Bussier.
-
1. Gerrit Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 7-3-1734, ovl. Enschede Stad 13-3-1814, korenmolenaar te Enschede Landgericht,
woonde te Enschede Landgericht,
tr. Enschede Stad 1764 zijn volle nicht[727]
Judith Lasonder, geb. Enschede Stad 31-12-1741, ovl. Enschede Stad 29-07-1812, dr. van Jurriaan Lasonder en Aaltje van Lochem (zie kw. nr. ⇒ 425 sub d)
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
2. Margreta Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 2-9-1736, ovl. Enschede Stad 11-4-1768, tr. haar achterneef,[728]
Wolter Lasonder geb Enschede Stad 1712-1723, ovl. na 1774, koster te Enschede Stad,
woonde te Enschede Stad,
zn. van Barthold Lasonder, koster, en Margaretha Matthaei (zie kw. nr. ⇒ 849 sub b).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
3. Laurens Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 26-10-1738, ovl. Enschede Stad 17-6-1808, grutter te Enschede Stad,
woonde te Enschede Stad,
tr.[729]
Fenna Margaretha Ottenhof, ged. geref. Enschede Stad 11-6-1736, ovl Enschede Stad 2-4-1813, dr. van Egbert Ottenhof en Janna Tegeler.
-
aa. Bernardus Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 19-5-1757, ovl. vóór 1776.
-
bb. Johanna Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 23-4-1758, ovl. na 1795.
-
cc. Egbert Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 25-3-1761, ovl. vóór 1765.
-
dd. Berendina Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 11-4-1762, ovl. na 1795.
-
ee. Egbert Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 21-10-1764, ovl. Enschede Stad 18-7-1828, tr. Gronau 20-4-1791[731]
grutter te Enschede Stad,
Janna Pennink, ged. geref. Enschede Stad 7-10-1759, beg. Hengelo (O) 30-3-1830, dr. van Hendrik Pennink, procurator en gemeensman, en Gesina Bekker (zie kw. nr. ⇒ 427 sub b).
-
aaa. Janna Margaretha Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 30-1-1792, tr. Enschede Stad 8-11-1817[733]
Egbert Heymerik van Hoeclum, geb. Elburg 1791-1793, ovl. Elburg 20-9-1829
-
bbb. Hendrik Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 12-2-1794, ovl. 22-12-1817, tr. 14-9-1813[734]
Wemmerina Thummius, ged. geref. Enschede Stad 1-2-1796, ovl. 28-5-1828, dr. van Jean Theodoor Christiaan Thummius en Susanna Jacoba de Velouw.
-
ccc. Laurens Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 17-9-1796, ovl. jong?
-
ddd. Laurens Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 16-3-1799, ovl. jong?
-
eee. Laurens Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 13-4-1802, ovl. Groenlo 15-4-1879, ingeschreven als student aan de Universiteit van Groningen 22-9-1823,[735]
tr. 1o Enschede Stad 27-5-1829[736]
Anna Aleida Abbink, geb. Groenlo 1784-1814, ovl. Groenlo 12-2-1834, dr. van Lambertus Hermanus Abbink en Isabella Maria Roelvink.
tr. 2o Enschede Stad 6-7-1836[737]
Wilhelmina Margaretha Cat Smits, geb. Enschede Stad 22-3-1813, ovl. 1-7-1888
dr. van Gerrit Smits en Elisabeth Scholten.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
ff. Hermannus Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 6-4-1766, ovl. vóór 1785.
-
gg. Hermanna Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 7-6-1767, ovl. na 1820 voor 1830.
-
hh. Laurens Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 12-5-1769, ovl. in 1769.
-
ii. Aleida Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 20-2-1771.
-
jj. Laurens Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 24-1-1773, ovl. vóór 1792.
-
kk. Laurens Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 12-6-1774.
-
4. Jan Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 12-9-1741.
-
5. Judith Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 6-11-1743, ovl. vóór 1773, tr. Gronau 25-9-1763[738]
[739]
Gerrit Nijhof, geb. Enschede 1720-1722, ovl. Enschede na 1795, wednr. van Gesina ten Dam,
zn. van Sander Nijhof en Janna ten Hundveld.
Hij hertr. Gronau 4-7-1773 Maria Nijhof
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
6. Engbert Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 5-6-1746, ovl. vóór 1760.
-
7. Aaltjen Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 22-10-1747, ovl. jong?
-
8. Aaltje Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 26-12-1749, ovl. (Burg)Steinfurt na 1796, woonde te (Burg)Steinfurt
tr. (Burg)Steinfurt 21-8-1774[740]
Arnold Upman (Opmann), geb. 1719-1756, woonde te (Burg)Steinfurt.
-
9. Berendina Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 8-10-1752, ovl. na 1796, tr.[741]
Hendrik Wolterink, geb. 1740-1750, ovl. 1795-1800, blikslager te Enschede Stad,
Woonde te Enschede Stad.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
c. Ursula Lasonder, geb. Enschede Stad 1711-1715, ovl. Enschede 9-12-1779, tr. Enschede 17-5-1730[742]
[743]
Hendrik ten Kate, geb. Enschede 1698, ovl. Enschede Stad 17-2-1783, woonde te Enschede Stad,
zn. van Herman Abrams ten Cate en Aaltje van Lochem.
-
1. Aleida ten Cate, geb. Enschede Stad 29-5-1730.
-
2. Judith ten Cate, geb. Enschede Stad 25-3-1732, ovl. 1738.
-
3. Herman ten Cate, geb. Enschede Stad 13-8-1734, tr. Enschede Stad 5-2-1777 zijn volle nicht
Johanna Elisabeth Lasonder, geb. Enschede Stad 24-9-1747, ovl. Enschede Stad 5-4-1824, dr. van Jurriaan Lasonder en Aaltje van Lochem (zie kw. nr. ⇒ 425 sub d).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
4. Judeken ten Cate, geb. Enschede Stad 4-8-1737, ovl. 1749.
-
d. Jurriaan Lasonder, geb. Enschede Stad 1711/12, ovl. Enschede na 1786, tr. Enschede Stad 1737[745]
Aaltje van Lochem, geb. Enschede Stad 1718, ovl. Enschede Stad 1779, dr. van Hendrik van Lochem en Johanna Quinkeler.
-
1. Laurens Lasonder, geb. Enschede Stad 20-4-1738, ovl. Enschede Stad 14-6-1802, linnenkoopman, provisor van de stadsarmen,
"trekker van den impost op de gebrande wateren over de Stad en het Gerichte van Enschede",
woonde te Enschede Stad,
tr. Gronau 14-3-1778[747]
, Enschede 14-3-1778[748]
,
Anna Bussier, geb. Enschede Stad 22-5-1732, ovl. Enschede Stad 18-10-1789, dr. van Jan Bussier en Anna Nijhof (zie kw. nr. ⇒ 428 ).
-
2. Hendrica Lasonder, geb. Enschede Stad 16-0-1739, ovl. Enschede Stad voor 1779.
-
3. Judith Lasonder, geb. Enschede Stad 31-12-1741, ovl. Enschede Stad 29-7-1812.
tr. Enschede Stad 1764 haar volle neef[749]
Gerrit Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 7-3-1734, ovl. Enschede Stad 13-3-1814, korenmolenaar te Enschede Landgericht,
woonde te Enschede Landgericht,
zn. van Jan Lasonder en Berendina Reiger (zie kw. nr. ⇒ 425 sub b).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
4. Johanna Elisabeth Lasonder, geb. Enschede Stad 24-9-1747, ovl. Enschede Stad 5-4-1824, tr. Enschede Stad 5-2-1777 haar volle neef
Herman ten Cate, geb. Enschede Stad 13-8-1734, zn. van Hendrik ten Cate en Ursula Lasonder (zie kw. nr. ⇒ 425 sub c).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
e. Laurens Lasonder (alias Laeken), geb. Enschede Stad 1712-1716, ovl. Enschede 1755/56, brouwer,
tr. 1o Gronau 22-8-1734[750]
Jenneken Schipholt (Sciphout), geb. 1690-1716, ovl. 1738-1740, woonde te Eschmarke,
tr. 2o Losser 12-7-1739[751]
Catharina Jannink, geb. 1706-1723, dr. van Hendrik Jannink en Geertruidt Stenvers.
Uit zijn eerste huwelijk (Lasonder-Schipholt):[752]
-
1. Jude Lasonder, geb. Enschede Stad 5-2-1735, ovl. 30-8-1805, tr. 1o [753]
Wander Ypkemeule, geb. 1721-1736, ovl. 1784, zn. van Gerrit Ypkemeule en Geertje ten Cate
tr. 2o Gronau 25-11-1785[754]
Jan Coster, geb. Gronau 1743-1765, zn. van Hendrik Coster.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
2. Aleida Lasonder, geb. Enschede Stad 6-2-1737, ovl. vóór 1756.
Uit zijn tweede huwelijk (Lasonder-Jannink):[755]
-
3. Jan Lasonder, geb. Enschede Stad 3-2-1740, ovl. Enschede Stad 17-4-1806, schepen te Enschede Stad,
woonde te Enschede Stad,
tr.[756]
Geertjen (= Geesken?) Gerritsen, geb. Eschmarke 15-1-1741, dr. van Hendrik Gerritsen en Harmken Boss.
-
4. Hendric Lasonder, geb. Enschede Stad 20-12-1741, ovl. jong?
-
5. Hendric Lasonder, geb. Enschede Stad 10-11-1742, woonde te Enschede Stad.
-
6. Aleida Lasonder, geb. Enschede Stad 20-6-1751.
-
f. Hermina (Willemina) Lasonder, geb. Enschede Stad 1722/23, ovl. Enschede 1-7-1796, woonde te Twente,
tr. 1745[757]
Gerrit Becker, geb. Enschede 1719, ovl. Enschede 10-4-1795, fabrikeur en postcommissaris van de postwagen naar Deventer,
zn. van Laurens Gerritsen Becker en Anna Margaretha Lasonder (zie kw. nr. ⇒ 426 sub d).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
g. Engbert Lasonder (alias Jr.), ged. geref. Enschede Stad 4-8-1725, ovl. Enschede na 1797, (=kw. nr. 212).
426. LAURENS GERRITSEN BEKKER, geb. Enschede 1685-1695, ovl. Enschede 1758-1760, burgemeester te Enschede Stad,[758]
genoemd als borg (1720),
woont (1748) in de Langestraat te Enschede met zijn 3 dochters [759],
tr. ca 1714[760]
427. (ANNA) MARGARETHA LASONDER, geb. 1683-1690, ovl. Enschede voor 1748 (1749).
Op 10-9-1735 gaan Theodoor Pennink, Albert Laersonder, Rudolph Laersonder
en Joannes Linthuys jagen, en kopen te voren "een oortje jenever voor 4
stuivers bij Laurens Bekker" [761].
De erven van Laurens Bekker bezitten een grafsteen in de Grote Kerk van
Enschede (1768) [762].
Uit het huwelijk (Bekker-Lasonder):[763]
-
a. Geertruyt Bekker, ged. Enschede Stad 1710/1730, ovl. Enschede Stad 1760/1761.
-
b. Gesina Bekker, geb. 1718-1725, ovl. Enschede Stad 11-5-1802, woonde te Enschede Stad,
tr. 1o 1-10-1742[764]
Jan Diderik Stroink, geb. Enschede Stad 24-6-1708, ovl. vóór 1744, ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 17-9-1725 ("Johannes Didericus Stroïnk, Enschede-Tubantinus"),[765]
rector,[766]
zn. van Georgius Stroink en Aleida Margaretha Grotenhof (zie kw. nr. ⇒ 851 sub a),
tr. 2o Losser 21-1-1744[767]
Hendrik Pennink, ged. Enschede Stad 28-3-1691, beg. Enschede Stad 10-11-1770, procurator en gemeensman (1724),
wednr. van Maria Catharina Pennink,
zn. van Hieronymus Pennink en Theodora Petereus.
Uit haar tweede huwelijk (Pennink-Bekker):[768]
-
1. Janna Pennink, ged. geref. Enschede Stad 4-11-1744.
-
2. Hieronymus Hendriksz Pennink, ged. (Enschede?) 31-10-1745, ovl. Ootmarsum 4-7-1830, afkomstig van Enschede (1786),
secretaris van Enschede (1786),
secretaris (1787..1789),
otr./tr. Ootmarsum geref. 3/26-11-1786
Alei(j)da Mechteld van Assen, ged. geref. Ootmarsum 20-6-1762, ovl. 1816/17, afkomstig van Ootmarsum (1786),
dr. van Jan van Assen en Gesina Staverman.
Zij wonen te Ootmarsum Stad (1787-1805).
-
aa. Gezi(e)na Pennink, ged. geref. Ootmarssum 27-5-1787, tr. Ootmarsum 31-7-1822[770]
Gerrit van Goor, geb. Ruinerwold 1792, wednr. van Aleida Hendrika van Assen,
zn. van Gerrit van Goor en Jantjen Hendriks Diphoorn.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
bb. Hendrieka Johanna Pennink, ged. geref. Ootmarssum 20-7-1788, ovl. jong?
-
cc. Hendrika Johanna Pennink, ged. geref. Ootmarssum 27-9-1789.
-
dd. Catharina Pennink, geb./ged. geref. Ootmarssum 13/20-11-1791, ovl. jong?
-
ee. Catharina Pennink, geb./ged. geref. Ootmarssum 9/16-12-1792, tr. Ootmarsum 17-4-1813[771]
Egbert Meuleman, geb. Nordhoorn 1787, zn. van Otto Meuleman en Berendina Eijlers.
-
ff. Anna Dorothea Pennink, geb./ged. geref. Ootmarssum 7/10-5-1795, tr. Ootmarsum 1-9-1838[772]
Antoni Jan Kip, geb./ged. geref. Ootmarssum 18/23-4-1809, zn. van Antoni Kip en Sophia Nijman.
-
gg. Hendrik Jan Pennink, geb./ged. geref. Ootmarssum 15/19-11-1797, tr. Ootmarsum 10-6-1823[773]
Carolina Christina Phaelig (Paehlig, Pachlig), geb. Winschoten 1797, dr. van Carel Christjaan Paehlig en Etje Vinkers.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
hh. Mechteld Pennink, geb./ged. geref. Ootmarssum 15/17-8-1800, tr. Ootmarsum 18-9-1845[774]
Pieter Hendrik Dannenbargh, geb. Nordhoorn (Hannover) 1794, wednr. van Aleida Mechteld van Laer,
zoon van Petrus Dannenbargh en Herberdina Margaretha Grijp.
-
ii. Hieronimus Pennink, geb./ged. geref. Ootmarssum 12/16-6-1805.
-
3. Dr. Mr. Laurens Pennink, ged. (Enschede?) 5-2-1747, is RK,
ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Groningen 23-9-1763,
promoveert op 10-10-1767 aldaar in de rechten op een dissertatie getiteld "De fideicommisso universali",[775]
tr. Losser 26-5-1781[776]
Helena Wagelaar, geb. Enschede Stad 1744-1749
dr. van Albertus Wagelaar en Janna Catharina Davina.
-
4. Hendrik(us) Pennink, ged. geref. Enschede 1-12-1748, ovl. Enschede 28-11-1820, fabrikeur, na 1783 gemeensman, in 1810 kerkmeester,
en fabrikeur en suppliant Vrederechter in het kanton Enschede (1820),
tr. 1o Enschede 29-12-1779[777]
J(oh)anna Bussier, ged. Enschede 23-10-1752, ovl. (Enschede?) 11-9-1781, dr. van Tobias Bussier en Janna Treylers (zie kw. nr. ⇒ 214 ),
tr. 2o 1783[778]
J(oh)anna ten Cate, ged. geref. Neede 3-5-1744, ovl. Enschede 21-11-1810 ("21 Slachtmaand 1810 geeft G. Pennink aan dat is overleden Johanna ten Cate, huisvrouw van Hendrikus Pennink ten haren huize in de Haverstraat, oud 66 jaar. Nalatende 1 zoon."), dr. van Hendrick J(o)an ten Cate en Gezijna te(n) (ter) Rhae (Aa) (zie kw. nr. ⇒ 444 ).
Uit zijn eerste huwelijk (Pennink-Bussier):[779]
-
aa. Hendrik Pennink, ged. geref. Enschede Stad 3-11-1780, ovl. jong.
Uit zijn tweede huwelijk (Pennink-ten Cate):[780]
-
aa. Hendrika Johanna Pennink, ged. geref. Enschede 28-1-1784, ovl. vóór 1810[781].
-
bb. Hendrik Jan Pennink, geb./ged. geref. Enschede 21/24-8-1785, ovl. volgens Ref. [782]
Neede 9-1-1834 maar volgens Ref. [783]
Neede 21-11-1810, lid van de gemeenteraad te Enschede van 5-10-1818 tot 18-1-1819 en als zodanig waarnemer van het stads-secretariaat.[784]
-
5. Anna Margaretha Pennink, ged. (Enschede?) 18-10-1750, tr. 31-12-1780[785]
Adriaan Hendrik Friesendorp, geb. Wijdenes 4-9-1746, schoolmeester,
zn. van Bernardus Friesendorp en Aleida Catharina Tegelaar.
-
aa. Aleida Katharina Friezendorp, ged. geref. Enschede Stad 22-7-1781.
-
bb. Hendrik Friesendorp, ged. geref. Enschede Stad 30-5-1785, ovl. Enschede Stad 31-5-1830, tr. Enschede Stad 11-12-1811[787]
Elisabeth Kok, ged. geref. Enschede Stad 20-2-1785, woonde te Enschede Stad
dr. van Jan Hendrik Kok en Jacomine Hols.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
6. Theodora Wilhelmina Pennink, ged. Enschede Stad 12-11-1752.
-
7. Gerrit Pennink, ged. Enschede Stad 11-8-1754.
-
8. Fenneken Pennink, ged. Enschede Stad 22-12-1756.
-
9. Janna Pennink, ged. geref. Enschede Stad 7-10-1759, beg. Hengelo (O) 30-3-1830, tr. Gronau 20-4-1791[788]
Egbert Lasonder, geb. Enschede Stad 21-10-1764, ovl. Enschede Stad 18-7-1828, grutter te Enschede Stad,
zn. van Laurens Lasonder en Fenna Margaretha Ottenhof (zie kw. nr. ⇒ 425 sub b/3).
Voor nageslacht van dit echtpaar zie kw. nr. ⇒ 425 sub b/3/ee.
-
10. Gerrit Pennink, ged. Enschede Stad 6-9-1761, beg. (ovl?) Enschede Stad 4-4-1835, woonde te Enschede Stad,
eigenaar (1820),
notaris,
tr. 1o Frankrijk 30-10-1791[789]
Marie Philippine Josephe Breton, geb. Frankrijk 28-3-1761, ovl. Enschede Stad 28-5-1797, woonde te Enschede Stad,
dr. van Jean Jacques Francois (Breton?) en NN,
tr. 2o Vriezenveen 9-5-1799[790]
Berendina Spijker, geb. (ged?) Vriezenveen 28-3-1774, dr. van Hendrik Spijker en Maria van den Berg.
Uit zijn eerste huwelijk (Pennink-Breton):[791]
-
aa. Hendrik Carel (Henrij Charles) Pennink, geb. St. Omer (F) 11-11-1792, ovl. 29-7-1827, tr. Enschede 31-12-1814[792]
Susanna Christina Greve, geb. Enschede 24-7-1792, dr. van Willem Philip Carel Greve en Johanna Wilhelmina Zwiers.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
bb. Dr. Jan Jacob (Frans) Pennink, geb. Enschede Stad 17-10-1795, ovl. Twello 13-3-1877, ingeschreven als student geneeskunde aan de Universiteit van Utrecht 3-10-1814,[793]
promoveert aldaar op 7-5-1819 in de geneeeskunde op een dissertatie getiteld "De medicamentorum in corpore humano agendi ratione, eorumque administratione externa in morbis internis", en op 14-12-1825 in de heelkunde ("Med. Chir."),[794]
medicinae doctor (1819..1877),
tr. Barneveld 20-12-1820[795]
Nicolina Catharina Wilhelmina Kleinpennink, geb. Nijmegen 13-10-1790, dr. van Jacobus Reinier Kleinpennink en Johanna Carolina Klein, rentenierse.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
cc. Gesina Felicita Pennink, ged. geref. Enschede Stad 30-4-1797.
Uit zijn tweede huwelijk (Pennink-Spijker):
-
dd. Hendrik Pennink, ged. geref. Enschede Stad 7-12-1800, notaris (1836),
tr. Zutphen 19-8-1836
Johanna Wilhelmina Agatha Tjardijna Klein, geb. Zutphen 1814, dr. van Jan Frederik Klein en Anna Wilhelmina Fennema.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
ee. Gesina Maria Adolphina Pennink, ged. geref. Enschede Stad 16-7-1803, tr. Enschede 19-10-1837[796]
Wilhelm Gerhards, geb. Crefeld (Pruijssen) 1810, zn. van Johan Gerhards en Anna Meiswinkel.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
ff. Margaretha Gezina Pennink, ged. geref. Enschede Stad 20-6-1806, ovl. 29-10-1833, tr. Enschede Stad 22-6-1829[797]
Cornelis Nagel, geb. Utrecht 1805, bankier,
zn. van Jan Nagel en Engeltje Smit.
-
gg. Maria Philippine Josephine Pennink, ged. geref. Enschede Stad 28-2-1810.
-
hh. Johanna Gerridina Pennink, geb. Enschede 1816, tr. Harderwijk 28-4-1853[798]
Jacob Binneweg, geb. IJsselmonde 1801, ingeschreven als student letteren aan de Universiteit van Utrecht 20-9-1824 ("Probatus testimonio Viri Cl. Phil. Guil. van Heusde."),[799]
wednr. van Antonia Malgha (1853),
zn. van Arij Binneweg en Jannetje Jansen.
-
c. Gerrit Becker (Bekker), geb. Enschede 1719/20, ovl. Enschede 10-4-1795, fabrikeur en postcommissaris van de postwagen naar Deventer,
woonde te Enschede Stad,
tr. ca 1745[800]
Hermina (Willemina) Lasonder, geb. 1722/23, ovl. Enschede 1-7-1796, woonde te Twente,
dr. van Laurens Lasonder en Judith Stroink (zie kw. nr. ⇒ 425 sub f).
-
1. Laurens Bekker (Becker), geb. Enschede Stad 28-8-1746
-
2. Anna Margareta Bekker, geb. Enschede Stad 31-1-1748
-
3. Johanna Judith Bekker, geb. Enschede Stad 24-3-1758
-
4. Laurens Bekker, geb. Enschede Stad 26-10-1760
-
d. Fenneke Bekker, ged. 11-3-1725, ovl. 6-3-1804, (=kw. nr. 213).
-
e. Willemina Bekker, ged. Enschede Stad 22-2-1728, ovl. Enschede Stad na 1748.
vul aan lb 1771.
428. JAN BUSSIER (BOSSIER), geb. Enschede Stad 21-3-1682, ovl. Enschede Stad 29-10-1746,[802]
burgemeester van Enschede,[803]
tr. vóór 1715
429. ANNA NIJHOF, geb. Enschede Stad 5-1-1684, ovl. Enschede Stad 11-12-1765, woont (1748) in de Langestraat te Enschede met 4 kinderen [804].
Richterambt Enschede, buurschap Lonneker : het eene gedeelte van het erve Menkmaat in Enscheder Eschmarke gelegen.
21-6-1727 : Jan Huivink voor hemzelf en tevens namens Anna Nijhoff vouw van Jan Bossier en bovendien namens Hendrik Freriksen Dekker, als voogd van de onmondige kinderen van wijlen Jan Romp, na de dood van Lucas Huivink.[805]
Uit het huwelijk (Bossier-Nijhof) geboren (gedoopt?) :[806]
-
a. Bernardus Bussier, geb. (Enschede?) 23-2-1715, ovl. (Enschede?) 17-12-1777.
-
b. Tobias Bussier, geb. 1716-1720, ovl. 1790, (=kw. nr. 214).
-
c. Hendrika Bussier, geb. (Enschede?) 9-1-1724, ovl. (Enschede?) 23-9-1761.
-
d. Willemina Bussier, geb. Enschede Stad 22-10-1730.
-
e. Anna Bussier, geb. Enschede Stad 22-5-1732, ovl. Enschede 18-10-1789, tr. Gronau 14-3-1778[807]
, Enschede 14-3-1778[808]
. Laurens Lasonder, geb. Enschede 20-4-1738, ovl. Enschede 14-6-1802.
linnenkoopman, provisor van de stadsarmen,
"trekker van den impost op de gebrande wateren over de Stad en het Gerichte van Enschede",
zn. van Jurriaan Lasonder en Aaltje van Lochem (zie kw. nr. ⇒ 425 sub d).
430. GERRIT TEYLERS(¥), geb. Enschede Stad 31-5-1677, ovl. Enschede Stad 3-1-1756,[809]
tr. Enschede Stad 31-10-1723[810]
431. BERENDINA BEKKER, geb. Enschede Stad 1696/97, ovl. Enschede Stad 26-4-1769,[811]
Dit echtpaar woont in de Langestraat te Enschede met 2 kinderen (1748).[812]
COMMENTAAR(¥)
Wat is het verband met:
Theodorus Teylers, luitenant,
en Henr. Teylers, "sersiant van een Oranje vendel te Losser" (1747).[813].
De wed. Teylers ovl. (Losser?) 14-1-1751.[814].
Omstreeks 1740 is er sprake van Teylers Molen, te Losser blijkbaar gekocht
door het "aanzienlijk genoemde" geslacht Teylers.[815].
Richterambt Oldenzaal: Op 2-5-1786 worden de van 31-10-1785 daterende huwelijks voorwaarden van Dr. Johannes Hulskens en Maria Teylers bekrachtigd.[816]
J. Teijlers en vrouw Maria, en kinderen ouder dan 10 :
Theodorus, Henric Teijlers,
vermeld volkstelling van ambt en stad Oldenzaal, dorp Losser (1748). [817]
|
Uit het huwelijk (Teylers-Bekker) geboren :[818]
-
a. J(o)anna Teylers, geb. Enschede Stad 18-6-1724, ovl. Enschede Stad 9-3-1762, (=kw. nr. 215).
-
b. Hendrik Derk Teylers, geb. Enschede Stad 11-9-1729, ovl. Enschede Stad 24-4-1783.
432. HERMAN (HARMEN) RE(E)RINK, ged. Lochem 3-2-1667, ovl. na 1736 (voor 1737?, 1748), burger van Lochem (1706) [819]
(1712-1736) in 't Marks Rott [820]
, gemeensman (1707),[821]
,[822]
een van de viergecommitteerden der gemeenslieden (1707),[823]
medeondertekenaar van de hernieuwde gildebrief (van het schoenmakersgilde (25-10-1694),[824]
schoenmaker, looier,
neemt deel aan de plooierijen van 1703,[825]
doopget. (1728),
otr. Lochem 27-2-1692
433. JENNEKEN PAEUWEN, ged. Lochem 26-12-1673, ovl. na 1728 (voor 1737?, 1736?, 1748), doopget. (1728).
|
Wapen Paauwen : In goud een pronkende pauw van natuurlijke kleur.[826]
|
Op 9-4-1697 kopen Harmen Rerinck en zijn huisvrouw Jenneken Pauwen van Arent Arents en zijn huisvrouw Jenneken Willekes een stuk hooiland in het Nettelhorster broek.[827]
Transport aan Hermen Rerinck en zijn huisvrouw Jenneken Pauwen (7-4-1704).[828]
Plooierijen in Lochem .
Op 8-3-1703 komen Esken Enderinc, Arent Simmelinck, Arent Arents,
Warner Wenninck, Gerrit Greven, Jan Schrunder, Herman Rerinck,
Meint de Groen en Jan Beijer ook genoemd Thomasson, bij burgemr.
Jan Westenbergh met de eis dat de gemeenslieden in het vervolg zelf de stedelijke
bestuurders wilden aanwijzen. Na enige verwikkelingen waarbij door
Albert Thomasson nog de sleutel van het stadhuis uit de woning van de
stadsdienaar Henrick Hensen werd gestolen, gaf de magistratuur op 22-3-1703
hieraan toe, mede onder druk van een joelende menigte voor het stadhuis.
Er werd een contract getekend dat tot 1717 stand hield, waarna de oude toestand van cooptatie weer werd hersteld.[829]
Uit zijn huwelijk zes dochters en twee zoons[830](o.a.?) (¥):
| COMMENTAAR(¥)
ZOEK voor dezen Pers. Quot.
|
-
a. Machtelt Re(e)rin(c)k(s), geb. Lochem 1692/93 (doop niet te Lochem gevonden), beg. Amsterdam Zuider Kh. 20-5-1730 (hv. van Constantinus Carel), woont op de Prinsegracht (1725),
otr. Amsterdam 18-5-1725 (get. zijn neef Jacob Snaphaan, zijn ouders dood, zij met consent van haar vader Harmen Reerink te Lochem, "bij vaders consent goed ingebracht")
Constantinus Carel (Carul), geb. Amsterdam 1692/93, ovl. na 1730, woont in de Reguliersdwarsstraat (1725),
ingeboren poorter van Amsterdam 2-3-1725 als ruiterwacht van Amsterdam en zn. van Joan Ernst Carul, overleden, lakenverver.
-
1. Johanna Carul, ged. geref. Amsterdam AmstelK. 28-3-1726 (get. Jacob Cleijsen en Johanna Rerinks).
-
2. Johanna Carul, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 17-8-1728 (get. Harmen Rerinks en Janneken Paauwen).
-
b. Johanna Reerink, ged. geref. Lochem 2-6-1695 (get. Henrick Leeuwen en Geertjen Raett), ovl. na 1749, beg. verm. Amsterdam St. Anthonis Kh. 8-11-1761 (hv. van Gerrit ter Heuren), huw. get. te Amsterdam (1737).
doopget. te Amsterdam (1726, 1749).
-
c. Aeltjen Reerink, ged. geref. Lochem 8-11-1696, beg. Amsterdam Wester Kh. 7-12-1776 (wed. van Nicolaas Hoveling), woont in de Kerkstraat (1737),
doopget. (1738..1748),
otr. Amsterdam 29-11-1737 (get. zijn zwager Jan Meijer, zijn ouders dood, haar zuster Johanna Rerinck, haar ouders dood), ovl. 1750-1776
Nicolaas Hovelink, geb. Zutphen 1705/06, woont op de Nieuwe Zijds Voorburgwal (1737),
doopget. (1738..1748),
poorter van Amsterdam 12-3-1750 als kleermaker van Zutphen.
-
d. Henrijka Rerink, ged. geref. Lochem 26-6-1698.
-
e. Willemijn(a) Rerin(c)k, ged. geref. Lochem 7-11-1700, beg. verm. Amsterdam Wester Kh. 18-6-1753 (Willemina Reerinck), woont in de Kerkstraat te Amsterdam (1736), doopget. (1740),
doopget. te Amsterdam (1744),
otr. Amsterdam 5-10-1736 (get. zijn moetje Soetje Visser, zijn ouders dood, zij met consent van haar vader Harmen Rerinck) te Lochem, "bij vaders consent goed ingebracht")
Jan Middelboer, ged. Makkinga 1705/1706, beg. Amsterdam Oude Kh. 11-4-1770 , woont in de Wagestraat te Amsterdam (1736),
doopget. te Lochem (1740), Amsterdam (1744), huw. get. te A'dam (1748),
poorter van Amsterdam 26-7-1754 als boekhouder van Makkinga.
Hij hertr. Amsterdam 8-2-1754 Margrietje Vreugdenrijk.
-
f. Jan Rerink(¥), ged. 30-9-1703, (=kw. nr. 216).
| COMMENTAAR(¥)
Hij is blijkbaar niet dezelfde als Jan Rerink tr. Hengelo (Gld) 1742
Mette Gerritsen Mennink [831]
|
-
g. Gueltjen Rerink, ged. geref. Lochem 18-4-1706 (get. Geesken Hagens), (=kw. nr. 219).
-
h. Margaretha (Margrieta) Rerincks, ged. geref. Lochem 17-5-1708 (get de vader zelfs), beg. Amsterdam St. Anthonis Kh. 6-2-1781 (hv. van Harmanus van Rekken), woont in de Kerkstraat te Amsterdam (1748).
otr. Amsterdam 29-11-1748 (get. Jacob van Oort, zijn ouders dood, Jan Middelboer, haar ouders dood)
Harmanus (van) Rekken, geb. Groningen 1723/24, beg. Amsterdam St. Anthonis Kh. 3-5-1781, woont op de Nieuwe Zijds Achterburgwal (1748).
Uit dit huwelijk (van Rekken- Reerink) geboren :
-
1. Harmen van Rekke, ged. geref. Amsterdam ZuiderK. 26-10-1749 (get. Jacob van Oort en Johanna Reering), beg. Amsterdam St. Anthonis Kh. 9-7-1804, poorter van Amsterdam 28-8-1781 als schoenmaker van Amsterdam, en zn. van Hermanus van Rekken, schoenmaker,
doopget. te Amsterdam (1772).
-
i. Wolter Rerink, ged. geref. Lochem 23-5-1711, blijft ongehuwd. Op 27-10-1728 is Wolter Reerink, die op jacht was gegaan met G.J. Thomasson en H.J. Nijman betrokken bij een ongeluk. Zijn roer gaat per ongeluk af in de herberg de Reijger en raakt de dij van Goossen de Wolff. Beiden erkennen dat alles per ongeluk is gegaan.[832]
434. LAMBERT SMIT(S), ovl. 1722-1732, tr. Geesteren 27-???-1697[833]
435. CATARINA SIMONS.
-
a. Mechteld (Megtelt) Smids (Smits), geb. Geesteren 1705, ovl. 1749-(1759?), (=kw. nr. 217).
-
b. Jan Hendrik Smit, geb. Geesteren 1707.
-
c. Berent Hendrik Smit, geb. Geesteren 1709.
-
d. Derk Smit, geb. Geesteren 1712.
-
e. Fenneken Smit, geb. Geesteren 1716.
-
f. Lamberta Smits, geb. Geesteren 1722, tr. Geesteren 11-???-1748[835]
Gerrit ter Weeme, geb. Eibergen 1719, zn. van Jan ter Weeme en Johanna Tijberink.
-
1. Catharina ter Weeme, geb. Geesteren 1750, tr. Geesteren 18-???-1789[837]
Arend Ruwhof, geb. Neede 1759, zn. van Jochem Ruwhof en Janna ten Damme.
-
2. Jan ter Weeme, geb. Geesteren 1753.
-
3. Lamberdina ter Weeme, geb. Geesteren 1755, tr. Eibergen 6-???-1786[838]
Albert Mullerink, geb. Eibergen 1755, zn. van Jan Alberts Mulderink en Aleida ter Wheme.
Uit dit huwelijk nageslacht.[839]
-
4. Mechteld ter Weeme, geb. Geesteren 1757.
-
5. Gerrit ter Weeme, geb. Geesteren 1760.
436. GERRIT BRETHOUWER, geb. Aalten (dorp), ged Aalten 24-12-1684, ovl. vóór aug. 1758, woont in het dorp Aalten (1709),
otr./tr. Aalten geref. 24-11/24-12-1709
437. WILLEMKEN SLOTBOOM, geb. Aalten (dorp), ged. Aalten 28-1-1683, woont in het dorp Aalten (1709).
Uit dit huwelijk (bij alle dopen heet de moeder Willemke Brethouwer):
-
a. Engel Brethouwer, ged. geref. Aalten 16-11-1710.
-
b. Hendrik (Henric) Brethouwer, ged. geref. Aalten Aalten 28-1-1713, ovl. Aalten 12-???-1787[840], woont te Aalten (1754, 1758),
otr. 1o Aalten geref. 29-6-1742
(J)(oh)anna Berendina Keunink, ged. Aalten geref. 20-3-1707, ovl. 1746-1754, woont te Aalten (1742),
wed. van Wessel te Bokkel,
dr. van Jan Keunink en Johanna Roelvinck,
otr. 2o Aalten geref. 19-10-1754,
otr. 2o Winterswijk geref. 19-10-1754 (met attestatie naar Aalten)
Stijntjen (Christina) Elverdinck, geb. Winterswijk (dorp), ged. Winterswijk 18-4-1714 (get. Berentjen Elferdink, Grietjen Bras, Jan Bras), ovl. 1757/58, woont te Winterswijk (1754),
dr. van Geerdt (Gerrit) Elverdinck en Gertrutt Bras,
otr. 3o Aalten/Dinxperlo geref. 17-6-1758
Derske Gebink, geb. Dinxperlo (Heurne) ca. 1726, woont te Dinxperlo (1758),
dr. van wijlen Dirk Giebinck en Jantien te Ormel.
Uit zijn eerste huwelijk (Brethouwer-Keunink):
-
1. Derk Jan Brethouwer, ged. geref. Aalten 28-4-1743.
-
2. Barent Brethouwer, ged. geref. Aalten 13-12-1744.
-
3. Hendrik Gerrit Brethouwer, ged. geref. Aalten 6-2-1746.
Uit zijn tweede huwelijk (Brethouwer-Elverdinck):
-
4. Janna Willemina Brethouwer, ged. geref. Aalten 9-5-1756.
-
5. Hendrik Willem Brethouwer, ged. geref. Aalten 30-10-1757.
Uit zijn derde huwelijk (Brethouwer-Gebink):
-
6. Dirk Christiaan Brethouwer, ged. geref. Aalten 19-8-1759.
-
7. Jan Hendrik Brethouwer, ged. geref. Aalten Aalten 28-6-1761, ovl. Aalten 23-1-1823, j.m. wonend te Aalten (1789),
winkelier,
otr./tr. Aalten geref. 22-5/14-6-1789
Hendrika Manschot, geb. ca. 1767, ovl. 3-12-1837, j.d. wonend te Aalten (1789),
dr. van Bernardus Manschot en Aleijda Wissink.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
8. Gerrit Jan Brethouwer, ged. geref. Aalten 14-10-1764.
-
9. Derken Brethouwer, ged. geref. Aalten 14-8-1768.
-
10. Derk Christiaan Brethouwer, ged. geref. Aalten 14-4-1771.
-
c. Gerrit (Jan) Brethouwer(s), ged. geref. Aalten 6-10-1715, ovl. vóór 1777, (=kw. nr. 218).
-
d. Hendrina (Hendrien) Brethouwer, ged. geref. Aalten Aalten 9-1-1718, ovl. 1742-1774, woont te Aalten (1742),
otr. Aalten geref. 29-6-1742
Jan Hendrik van Beulingen, woont te Aalten (1774),
zn. van wijlen Jurriaan van Beulingen te Silvolde.
Hij hertr. Aalten/Velp geref. 20-3/4-4-1774 Gerritjen Wilting.
-
e. Engelbartus Brethouwer, ged. geref. Aalten 21-9-1720.
-
f. Margarieta (Grietje) Brethouwer, ged. geref. Aalten 21-12-s1721, woont te Aalten (1746),
otr. Aalten geref. 26-11-1746
Gerrit Jan Lenkhof, ged. geref. Aalten 3-12-1726, ovl. Aalten 16-???-1801[841], zn. van wijlen Gerrit (Jan) Lenckhoff en Hermina Geertruid (Meijntje) Könink.
-
1. Harmina Geertruid Lenkhof, ged. geref. Aalten 18-2-1748.
-
2. Willemina Johanna Lenkhof, ged. geref. Aalten 12-10-1749.
-
3. J(oh)anna Berendina Lenkhof, ged. geref. Aalten 21-8-1751, woont te Aalten (1773),
otr./tr. Aalten-Bredevoort/Aalten geref. 3-9/3-10-1773
Jan Willem Slats, ged. Bredevoort 20-11-1740, j.m. in Bredevoort (1773),
zn. van Gerrit Slats en Johanna Josina Eckerveld.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
4. Gerrit Jan Lenkhof, ged. geref. Aalten 4-11-1753, ovl. jong?
-
5. Garrit Jan Lenkhof, geb. Aalten, ged. geref. Aalten 25-5-1755, j.m. wonend te Aalten (1792),
otr./tr. Aalten geref. 7-4/20-5-1792
Dora Duunk (Duenk), ged. Aalten 16-9-1764, ovl. Aalten 7-12-1829, j.d. wonend te Aalten (1792),
dr. van Derk Deunk en Aaltjen te Veene.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
6. Hendrina Lenkhof, ged. geref. Aalten 26-2-1758.
-
7. Dulken Lenkhof, ged. geref. Aalten 11-1-1761.
-
8. Jan Hendrik Lenkhof, ged. geref. Aalten 2-3-1766.
-
g. Dersken Johanna Brethouwer(s), ged. geref. Aalten 7-1-1725, ovl./beg. Aalten 7/12-8-1806, dr. van wijlen Gerrit Brethouwer, wonend te Aalten (1758),
otr. 1o Aalten geref. 26-8-1758
Herman te Neet, ged. geref. Aalten 9-4-1713, ovl./beg. Aalten 11/17-1-1763, zn. van wijlen Warner te Neet in Barlo (1758),
otr. na 1763[842]
Jan in 't Walvaart, geb. Keppel ca. 1735, ovl. vóór aug. 1806, zn. van Anthonie in 't Walvoort en Janna Wolterink.
438. =432. HERMAN (HARMEN) RE(E)RINK.
439. =433. JENNEKEN PAEUWEN.
440. Dr. ORTWINUS WESTENBERG(H), geb. Neede 7-9-1645, ovl. 22-3-1727, ingeschreven als als student aan de Illustre School te Deventer 10-2-1667,[843]
ingeschreven als student geneeskunde aan de Universiteit van Groningen 6-10-1673,
promoveert op 15-12-1675 aldaar in de geneeskunde op een dissertatie getiteld "De epilepsia",[844]
geneesheer te Zutphen (1676), gemeensman aldaar,[845]
daarna stads med. doctor,[846]
diaken van het Arme of Vreemde Weeshuis der Stad Zutphen (1696),
en burgemeester van Bredevoort (1717), otr./tr. Zutphen geref. 14-8/4-9-1687[847]
441. SWAANTJE SLUIJTER(S), geb. Neede 1661, ovl. 25-9-1712,[848]
als j.d. geref. lidmaat te Neede 25-12-1677 ("op Kersmisse") op belijdenis,
j.d. te Neede (1687).
|
Wapen Sluiter : In rood een half zilveren paard met gouden manen.
Helmteken : een beurtelings van zilver en rood doorsneden vlucht.
Dekkleden : zilver en rood.[849]
Ook de volgende blazoenering is aangetroffen :
In zilver een half klimmend zwart paard.[850]
|
Op 27-3-1696 compareren te Lochem Johan Ronneboom,
Dr. Ortwinus Westenbergh, en Albertus Allercamp, boekhouder
en diaconen van het Arme of Vreemde Weeshuis der Stad Zutphen. Het betreft
de verloting van het erve en goed Draeffsel, Scholtambt Lochem, boerschap Groot
Dochteren: de eene helft komt aan den Heer Johan Nijs, capitein en zijn huisvrouw Anna Elisabeth Tijsinga, de andere helft aan den Heer Joost Brugginck. De loting van de
diaconie was op 17-3-1696.
[851]
-
a. Ro(e)lina Westenberg(s), ged. geref. Zutphen 30-12-1688, ovl. okt. 1733, woont te Zutphen (1713),
otr. Zutphen geref. 3-12-1713 (met attestatie naar Gorssel 17-12-1713),
tr. Gorssel 17-12-1713
Rudolphus (Roedolf) Roelofsen, ged. geref. Zutphen 7-3-1690, ovl. 12-3-1720, apotheker te Zutphen,
wednr. van Clara Haack
zn. van Roedolphus Roelofsen en Titia Haack,.
-
1. Hendricus Roelofsen, ged. geref. Zutphen 24-10-1714, ovl. jong?
-
2. Zwaantje Roelofsen, ged. geref. Zutphen 9-10-1715.
-
3. Peter Roelofsen, ged. geref. Zutphen 28-10-1716.
-
4. Hendericus Roelofsen, ged. geref. Zutphen 27-7-1718.
-
b. Bernardus Westenberg, ged. geref. Zutphen 13-9-1691, ovl. jong.
-
c. Geertruid Westenberg, ged. geref. Zutphen 15-7-1694, ovl. Den Haag 7-2-1764, tr. Den Haag 22-10-1730
Frederik de Wilde, ged. Den Haag 12-12-1694, ovl. Den Haag 21-5-1757, kaarsenmaker,
zn van Niklaas de Wilde en Sara van Westerstee en wednr. van Elisabeth van Wijk.
-
d. Ds. Bernardus Westenberg, ged. geref. Zutphen 5-4-1697, ovl. Lochem 1777, (=kw. nr. 220).
442. CHRISTOFFEL TEN CATE, geb. Neede ca. 1670(¥), ovl. na 1742, als Christoffer ten Cate geref. lidmaat te Neede 25-12-1681 ("op Christ-geboorte") op belijdenis,(¥)
doopget. (1674..1740),
koopman te Neede,[853]
burger van Deventer 30-7-1658,[854]
tr. Neede geref. 21-5-1693
443. HENDRIJKA (HENRICA) SLUIJTERS, ged. Neede 3-10-1669[855], ovl. na 1714.
| COMMENTAAR(¥)
Als de belijdenis hier inderdaad dezelfde persoon betreft dan moet de geboorte op zeker voor 1665 gesteld worden.
|
|
Wapen Sluiter : In rood een half zilveren paard met gouden manen.
Helmteken : een beurtelings van zilver en rood doorsneden vlucht.
Dekkleden : zilver en rood.[856]
Ook de volgende blazoenering is aangetroffen :
In zilver een half klimmend zwart paard.[857]
|
Op 2-12-1706
verkopen Daniel Sluijter, naegelaeten wedeman en boedelhouder van wijlen sijn huijsvrouw
Enneken Wijginck, voorts Christoffel ten Cathe naemens sijn huijsvrouw Hendrica Sluijters, zij te
saemen voor haer selfs en naemens haer resp. andere dochters en zwagers de rato caverende, aan
Gerhard Wijginck en Elisabeth Harders ehel., het goedt Kamphuijs in de bourschap Meddehoe,
kerspel Wenterswick gelegen.
[858]
Op 13-7-1707 transporteren te Neede Christoffer ten Caete en Hendericka Sluiter, echtelieden, aan Roelf ten Hoopen en Anna van der Wijck,
echtelieden, stukken bouwland op de Eppinck Camp, de Bleken Schippe
en Spelbrock, in ruil voor stukken bouwland in de Rotgerinck Patte,
in de Nedeberg en voor 100 Car. gld. Get. Godtschalck ten Cate en W. ter Hagreis.[859]
Op 12-10-1714 transporteren te Neede Christoffer ten Caete en Hendericka Sluiter,
echtelieden, aan Berend Traes (Traeman) en Geertjen, echtelieden,
de erve Tras Plaese te Neede, die Christoffer ten Caete eerder had
gekocht van Helmig Maximiliaen Schaep, heer tot Winsum en zijn
eheliefste gen. Heeckeren, voor ƒ 2000,-- plus kosten, pacht,
een half dozijn schinken van zestig pond elk en ƒ 10,-- voor de
armen van Neede.[860]
vul aan volledige tekst.
Het huis De Camp onder Neede werd in 1742 door de familie Tengnagel verkocht aan
Christoffel ten Cate (getrouwd met Henrica Sluiter).[861]
-
a. Gerrit (Garrit) ten Cate (Kaete), ged. geref. Neede 26-8-1694, ovl. 1741-1759, geref. lidmaat te Neede 29-9-1716 ("op Michilius") op belijdenis,
samen met zijn vrouw vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Neede, opgemaakt in 1741,
otr. 1o Neede 15-12-1720;(¥)
Hendrickjen Tijsselink, otr./tr. 2o Haaksbergen/Neede 17-2/26-1-1726;(¥)
Johanna t(o)e (t(ho)) Lintelo, geb. Haaksbergen, ovl. na 1741, van het Lintelo,[862]
samen met haar man vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Neede, opgemaakt in 1741,
dr. van Harmen te Lintelo en Geesken ter Horst.
| COMMENTAAR(¥)
Is het wel zeker dat het bij deze beide huwelijken dezelfde Gerrit ten Cate betereft?
|
Uit zijn eerste huwelijk (ten Cate-Tijsselink) geen kinderen.[863]
Uit zijn tweede huwelijk (ten Cate-te Lintelo):
-
1. Gesina ten Cate, ged. geref. Neede 6-7-1727 (de aanvankelijke naam Geesken is doorgehaald en veranderd in Gesina), geref. lidmaat te Neede 21-6-1742 op belijdenis,
woont te Neede (1758),
tr. Neede 15-6-1758 (zij als j.d. van Gerrit Ten Cate), hij als j.m. zn. van Tieleman Ten Cate) haar neef
Hendericus (Hend(e)rik) ten Cate, ged. geref. Neede 30-7-1724, ovl. na 1784,
woont te Neede (1758),
koopman,
zn. van Tieleman ten Kaete en Catharina te Lintelo (zie kw. nr. ⇒ 443 sub b/5).
-
2. Helena ten Cate, ged. geref. Neede 16-11-1732.
-
3. Maria ten Caten(¥), tr. Neede geref. 21-12-1759 (op attestatie van Haxbergen, zij als j.d. van wijlen Garrit Ten Caten onder Haxbergen)
Henderikus Ten Brummeler, j.m.z. van Jan Ten Brummeler uit Markvelde.
| COMMENTAAR(¥)
Deze dochter wordt niet genoemd in Refs. [864] en
[865]. Is er mogelijk nog een andere Garrit Ten Caten?
|
-
b. Tieleman (Telleman) ten Ca(e)te, ged. geref. Neede 1-11-1696, ovl. na 1741, als Telleman ten Kaete, geref. lidmaat te Neede 29-9-1716 ("op Michilius") op belijdenis,
als geref., "Halve iura", grootburger van Zutphen 21-10-1717, wegens huwelijk met een burgersdr.,[866]
j.m. van Neede (1718),
geref. lidmaat te Zutphen 1719, koopman,[867]
go(e)dsheer der Nederduits gereform. kerk te Haaksbergen (1725),
doopget. (1740),
samen met zijn tweede vrouw vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Neede, opgemaakt in 1741,
otr. Zutphen geref. 11-9-1718 (attestatie naar Neede 29-9-1718),
otr./tr. 1o Neede 10/29-9-1718 (met dispensatie van het Hof van Gelderland 22-8-1718, zijnde zusterskinderen),[868] zijn nicht
Catharina Abbinck(s) (Abbing), ged. geref. Zutphen 24-2-1692, ovl. Zutphen kort voor 20-1-1723, j.d. wonend te Zutphen (1718),
dr. van Derk Abbing, koopman, en Geertruid Sluiter (zie kw. nr. ⇒ 883 sub i),
otr./tr. 2o Neede/Haaksbergen 22-8/5-9-1723
Cat(h)arina te Lintelo, ovl. na 1742, doopget. (1740, 1742),
samen met haar man vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Neede, opgemaakt in 1741,
dr. van Bernt toe Lintelo, diaken, gecommitteerde of burgemr.
te Haaksbergen, eigenaar der vrij allodiale goederen
Laakmarsch, Meyerink, Rijt of Riet en Hassinck, en Eva Steenberg.[869]
Uit zijn eerste huwelijk (ten Cate-Abbincks):[870]
-
1. Derk ten Cate, ged. geref. Zutfen 1-9-1719.
-
2. Hendrik Jan ten Cate, geb. Neede 1719.
-
3. Aaltje ten Ca(a)te, geb. Neede 1720, samen met haar man vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Neede, opgemaakt in 1741,
tr. Neede geref. 5-6-1738 ("Garrit te Rhae en Aeltjen ten Kaete onder Eijbergen")[871] (¥)
Gerrit (Garrit) te(r) (R)aa (Traa), samen met zijn vrouw vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Neede, opgemaakt in 1741,
scholte op het Giffel(e) (1741..1752).
| COMMENTAAR(¥)
Volgens Ref. [872] is deze Aaltje ten Cate een dr. van Gosen ten Cate and Jenneken Hemsinck. Zoek uit.
|
Uit dit huwelijk (te Raa-ten Cate):
-
aa. Jan te(n) Raa, ged. geref. Neede 7-5-1741.
geref. lidmaat te Neede 18-4-1764 op belijdenis.
-
bb. Henderik Jan te Raa, ged. geref. Neede 1-9-1743, ovl. jong?
-
cc. Wendelina te Raa, ged. geref. Neede 27-8-1747.
-
dd. Jenneken te Raa, ged. geref. Neede 16-8-1750.
-
ee. Henderik Jan te ged geref. Neede, ged. 9-4-1752.
-
4. Dr. Daniel ten Cate(¥), ged. geref. Zutfen 16-11-1721, ovl. 1774-1778, burgemeester en president rechter te Groenlo,
treedt op als gevolmachtigde van de magistraat van Groenlo (1774).
[873]
otr./tr. Groenlo geref. 24-10/21-11-1749[874]
Hendrica Elisabeth H(e)untelaar, ged. geref. Groenlo 26-5-1726, dr. van Gerrit Joost Hunteler en Janna Barbara ter Hoeve.
| COMMENTAAR(¥)
Van hem zijn merkwaardigerwijs geen inschrijvingen noch promotie aan een der Nederlandse Universiteiten te vinden.
|
-
aa. Hendrika Johanna ten Cate, ged. geref. Groenlo 2-11-1749, ovl. jong.
-
bb. Mr. Christoffel Gerrit Joost ten Cate, ged. geref. Groenlo 7-5-1751, ovl. Groenlo 29-10-1802, begunstigde van de vicarie Sancti Nicolai (gesticht 1501) van 11-11-1762 tot en met 10-11-1768 (inst. 2-10-1764),
geref. lidmaat te Groenlo sept. 1770,
doet examen in filosofie en juristerij te Harderwijk 23-9-1770,
student filosofie en rechten aldaar, doet kandidaatsexamen rechten aldaar 2-7-1774, promoveert in de rechten aldaar 11-7-1774,
burgemeester te Groenlo,[876]
otr./tr. Eibergen gerecht 7/28-8-1801[877]
[878]
Ant(h)onetta ten Cate, geb. Eibergen 16-11-1751, ovl. Borculo 20-11-1833, komt op 22-3-1796 met attestatie uit Zandeweer (Groningen) naar Eibergen en gaat op 23-6-1802 naar Groenlo,
dr. van Dr. Cornelis ten Cate, advocaat en steenbakker, en Catharina van Eybergen.
Hieruit geen kinderen.
-
cc. Maximiliaan Theodorus ten Cate, ged. geref. Groenlo 28-3-1753, ovl. 's-Gravenhage 15-6-1831, militair, kolonel der artillerie.
otr./tr. Zutphen geref. 7-12-1783/13-1-1784,
tr. Venlo 12-12-1783[879]
Aaltje Bobbink, ged. geref. Zutfen 15-12-1748, ovl. 's-Gravenhage 1-2-1813, dr. van Barthold Bobbink, timmerman, en Johanna Temminck.
Hieruit geen kinderen.
-
dd. Ds. Hendricus Gerhardus ten Cate, ged. geref. Groenlo 29-6-1755, ovl. Zundert 1-2-1814, begunstigde van de vicarie Sancti Nicolai van 11-11-1768 tot en met 10-11-1774 (coll. 30-5-1770, inst. 5-6-1770),
student theologie te Harderwijk (i. 26-10-1776),
legerpredikant, predikant te Oudendijk (1798, 1801) en te Zundert en Rijsbergen (1803),[880]
otr./tr. Oudendijk geref. 19-7/5-8-1795 (tr. "'s avonds om acht uur door de vicaris in de pastorie"),[881]
Anna Ham, ged. Gouda 28-2-1766, ovl. 's-Gravenhage 17-5-1851, dr. van Ds. Johannis Christiaan Ham en Geertruida van Vlierden.
-
aaa. Geertruida Hendrica Elisabeth ten Cate, geb. Oudendijk 17-9-1796, ovl. Voorburg "Huize den Binckhorst" 20-9-1861, rentenierster en scheepsrederesse,
tr. 1o Batavia (NOI) geref. 25-8-1824 (door Ds. D. Lenting ten huize van de bruid op Kampong Makassar)
Jan Jansen Bonn, geb. Norden (Ost-Friesland, D) 1794, ovl. 's-Gravenhage 13-2-1852, tr. 2o
Ma(a)rten Christoffel Löschen, ovl. Amsterdam 21-5-1867 (aan de Singel, nabij de Lutherse kerk), scheepskapitein.
Jan Jansen Bonn laat bij testament opgemaakt Batavia 11-10-1824, een groot kapitaal na aan zijn vrouw Geertruida Hendrica Elisabeth ten Cate. Wanneer zij in 1861 sterft is de totale waarde ƒ 238.627,22½. Gerechtigden in deze nalatenschap zijn:
1. voor de helft haar echtgenoot Maarten Christoffel Löschen,
2. voor 1/6 haar zuster Theodora Mechtilda ten Cate, wed. van Barend Willem van Starckenborg van Straten, wonend in Amsterdam,
3. voor 1/6 haar zuster Maximiliana Theodora ten Cate, wed. van Johannes van der Kouwen, wonend in Den Haag,
4. voor 1/12 haar nichtje Anna Maria ten Cate, een dochter van haar overleden broer Daniel ten Cate, getrouwd met Jan Marinus van Vleuten en wonend op Java.
5. voor 1/12 haar neefje Hermanus Pauw ten Cate, zoon van de overleden Daniel ten Cate, eveneens wonend op Java.
Zie
⇒ Genealogie van de familie Ten Cate
voor een uitvoerige beschrijving van deze nalatenschap.
Ook Ma(a)rten Christoffel Löschen laat bij overlijden in 1867 een flinke nalatenschap na. Deze blijkt te bedragen ƒ 62.285,40, en wordt verdeeld over zijn familieleden.
De afwikkeling van deze nalatenschap wordt eveneens beschreven in
⇒ Genealogie van de familie Ten Cate.
-
bbb. Daniel ten Cate, geb. Oudendijk 25-4-1798, ovl. Oudendijk 6-6-1801 ("na een Ziekte van 8 Dagen, in den ouderdom van ruim 3 Jaaren.").
-
ccc. Theodora Mechtelda ten Cate, geb. Oudendijk 28-5-1801, ovl. Amsterdam 14-12-1864, woont te Amsterdam (1861),
tr. Batavia geref. 14-8-1825[883]
Barend Willem van Starkenborg (van Straten, van Starckenborg van Straten), geb./ged. geref. Amsterdam Oudekerk 22-2/25-3-1804 (get. Clara Bilsteijn, wed. van Barend Willem Oftenoord), ovl. Bad Homburg (D) 9-9-1846. R.O.N.L.,
reder en koopman te Amsterdam,
zn. van Jan Cornelis van Starckenborg en Aaltje Oftenoord.
-
aaaa. NN (zoon) van Starkenborg van Straten, geb. Batavia 17-9-1826, ovl. Batavia 5-11-1926.
-
bbbb. NN (dochter) van Starkenborg van Straten, geb. Batavia 26-9-1827, ovl. Batavia 4-10-1827.
-
cccc. Alida Theodora Willemina van Starkenborg van Straten, geb. Amsterdam 23-11-1828.
-
dddd. Barend Willem van Starkenborg van Straten, geb. Amsterdam 6-10-1833, ovl. Amsterdam 7-4-1901, reder en koopman te Amsterdam,
beheert het vermogen van zijn tante Maximiliana Theodora ten Cate en wordt via berichten in de kranten verdacht gemaakt als zou hij betrokken zijn bij de moord op haar (zie hieronder). Deze aantijgingen blijken ongegrond en hij looft een bedrag van ƒ 1000,-- uit om de werkelijke daders op te sporen. Hij
tr. Amsterdam 23-11-1854[885]
Jeanne Maria Bruinier, geb. Leeuwarden 4-7-1833, ovl. Amsterdam 29-11-1921, dr. van Ds. Jan Bernard Hendrik Bruinier, predikant te Eck-en-Wiel, en Jeane Marie Bonebakker.
-
eeee. NN (zoon) van Starkenborg van Straten, geb. Amsterdam 4-10-1838.
-
ddd. Daniel ten Cate, geb./ged. Zundert 22-4/10-5-1804, ovl. Batavia 6-10-1841, leerling Latijnse school te Breda,
begunstigde van de vicarie Sancti Nicolai van 11-11-1820 tot en met 10-11-1821 (inst. 28-10-1821),[886]
militair (eerste luitenant, 13de Afd. Nat. Inf. (1832),
later N.O.I. leger,
Ridder Militaire Willemsorde 4e klas,
tr. Doesburg 18-8-1832[887]
Anna Maria Pauw, geb. Breda 20-1-1805, ovl. onbekend, dr. van Ds. Hermannus Pauw en Sara Maria Wolterbeek.
-
aaaa. Anna Maria ten Cate, geb. Maastricht 1835, tr. Delft 24-9-1857[889]
Jan Marinus van Vleuten, geb. Amsterdam 1837, zn. van Cornelis Jan van Vleuten en Susanna Maria Franck.
-
eee. Maximiliana Theodora ten Cate, geb. Zundert 11-5-1809, ovl. (vermoord) 's-Gravenhage 13-12-1872, tr. 's-Gravenhage 29-9-1841[890]
Johannis van der Kouwen, geb. Schiedam ca. 1782, ovl. 's-Gravenhage 26-2-1858, onderwijzer,
wednr. van Elisabeth Harmen van Radersma,
zn. van Johannes van der Kouwen en Maria van der Wal.
Hieruit geen kinderen.
|
Maximiliana Theodora ten Cate (1809-1872). Zij wordt op 13-12-1872 samen met haar dienstbode Leentje Beeloo in haar huis aan de bocht van Guinea (thans Huijgenspark) te 's-Gravenhage vermoord door Hendrik Jut en diens vriendin Christina Goedvolk die bij Maximiliana als hulp had gewerkt. De buit bedroeg sieraden, contanten en effecten die Maximiliana had geërfd van haar zuster Geertruida Hendrica Elisabeth ten Cate (zie hierboven). Na aanhouding van de daders drie jaar later begon een kermisexploitant met de attractie 'de kop van Jut'. Voor een uitgebreide beschrijving van de gebeurtenissen zie
⇒ Moord Ten Cate.
Foto: Familieblad Ten Cate-Ten Kate 16(1978).
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
ee. Theodora Johanna Barbara ten Cate, ged. Groenlo 23-12-1757, ovl. Haarlem 27-4-1806 (aan borstziekte), beg. Haarlem Nieuwekerk (middentrans nr 99), impost 30-4-1806, woont te Lochem (1805),
tr. Haarlem 24-11-1805[891]
Cornelis Wedenhoff, ovl. na 1806, wednr. van Cornelia de Wilde en wonende te Haarlem.
-
ff. Hendrica Elisabeth ten Cate, ged. Groenlo 17-8-1760, ovl. vroeg?
-
gg. Daniel ten Cate, geb./ged. Groenlo 2/3-7-1763, ovl. Paramaribo 2-6-1797 (ongehuwd), begunstigde van de vicarie Sancti Nicolai van 11-11-1774 tot en met 10-11-1780 (inst. 2-1-1776),
adjunct-hoofdapotheker in het Militaire Hospitaal te Paramaribo.[892]
-
hh. Tieleman Bernardus ten Cate, ged. Groenlo 17-8-1766, begunstigde van de vicarie Sancti Nicolai van 11-11-1781 tot en met 10-11-1786 (coll. 5-11-1781, inst. 2-1-1782),
geref. lidmaat te Groenlo 13-3-1787.[893]
-
ii. Hendrika Johanna Mechtelda ten Cate, ged. Groenlo 19-3-1769, ovl. Amersfoort 11-3-1800 (ongehuwd).
Uit zijn tweede huwelijk (ten Cate-te Lintelo):
-
5. Hendericus ten Ca(a)te, ged. 30-7-1724 (als zn. van Tieleman ten Kaete en Catharina te Lintelo, "de toenaam der moeder is ingevoegt op berigt van T. ten Cate"), ovl. 1784-1789, woont te Neede (1758),
wordt in 1784, samen met zijn broeder Bernardus predikant te Markelo, genoemd als koopman te Neede in de protocollen van opdrachten van de Heerlijkheid Borculo [894]
tr. Neede 15-6-1758 (zij als j.d. van Gerrit Ten Cate), hij als j.m. zn. van Tieleman Ten Cate) zijn nicht
Gesina ten Ca(a)te, ged. geref. Neede 6-7-1727, geref. lidmaat te Neede 21-6-1742 op belijdenis,
woont te Neede (1758),
dr. van Gerrit ten Cate en Johanna te Lintelo (zie kw. nr. ⇒ 443 sub f/1).
-
aa. Hendrica Eva ten Ca(e)te, ged. geref. Neede 3-5-1759, ovl. Winterswijk 3-3-1835, geref. lidmaat te Neede 29-3-1777 op belijdenis,
met attestatie vertrokken naar Winterswijk 12-12-1782,
dr. van Hendrik ten Cate, wonend te Neede (1782),
otr. Neede 19-9-1782 (met attestatie naar Eibergen),[895]
otr./tr. Winterswijk/Eijbergen geref. 21-9/22-10-1782
Ds. Willem Arnold Becking, geb./ged. geref. Winterswijk 22/24-10-1745, ovl./beg. Winterswijk 28-4/2-5-1796, gratis uit vriendschap (sic!) ingeschreven als student aan de Universiteit van Groningen 23-9-1763 ("Wilhelmus Arnoldus Becking, Winterswijco Gelrus.
Gratis amicitiae causa"),[896]
predikant te Latum en Winterswijk,
wonend te Winterswijk (1782..1792),
verwerft ca. 1789 het Huis De Camp onder Neede,[897]
zn. van Ds. Willem Becking, predikant te Winterswijk, en Johanna Christina Monhemius.
-
aaa. Jan Willem Becking, geb./ged. geref. Neede 10/21-9-1783, ovl./beg. Winterswijk 30-4-1791.
-
bbb. Gesijna Beeking, geb./ged. geref. Winterswijk 15/19-6-1785, ovl./beg. Winterswijk 5/7-11-1786.
-
ccc. Hindrik Frederik Bekking, geb./ged. geref. Winterswijk 7/14-6-1789, geref. lidmaat te Winterswijk 27-2-1811,
tr. Neede 26-8-1834[899]
Janna te Paste, geb./ged. geref. Neede 6/12-8-1798, dr. van Engbert te Paste en Geertjen Groothuis.
-
aaaa. Willem Arnold Becking, geb. Neede ca. 1836, tr. Neede 14-6-1870[900]
Janna Geertrui Boerman, geb. ca. 1847, dr. van Jan Derk Boerman, landbouwer, en Janna ten Cate.
-
ddd. Catharina Becking, geb./ged. geref. Winterswijk 12/17-6-1792, geref. lidmaat te Winterswijk 30-11-1811,
tr.[901]
Dr. Mr. Jan Berend Bernardz Roelvink, geb. Bredevoort ca. 1780, ingeschreven als student rechten 15-1-1800 ("Joh. Bern. Roelvink, Brefurto-Batavus") en kandidaat rechten 19-6-1804 ("Joannes Bernardus Roelvink, Bredefurda-Gelrus. J. Cand.") aan de Universiteit van Harderwijk,[902]
promoveert aldaar op 21-6-1804 in de rechten na het houden van een disputatio,[903]
keizerlijk notaris (1812), notaris,
zn. van Bernard Andries Roelvink, rentmeester der domeinen, en Harmina Abbink.
-
aaaa. Gesiena Helena Leonarda Roelvink, geb. Winterswijk ca. 1824, tr. Winterswijk 4-8-1846[905]
Drs. Herman Jacob Roelvink, geb. Aalten ca. 1820. HERMANNUS JACOBUS ROELVINK ex oppido Bredevoort,
M.
Cum testimonio Gymnasii Grollensis. 18-4-1836
medicinae doctor,
zn. van Mr. Arnoldus Florentinus Roelvink, notaris en burgemeester te Aalten, en Harmina Abbink (zie kw. nr. ⇒ 443 /b/5/aa/ddd).
-
bb. Gerrit ten Cate, ged. geref. Neede 6-2-1761, geref. lidmaat te Neede 6-4-1787 op belijdenis,
otr./tr. 1o Neede geref. 24-1/22-2-1789 (met attestatie van Haaxbergen)
j.m. zn. van wijlen Hendrik Ten Cate in Neede (1789),
Hendrika Groothuis, ovl. 1799-1802, j.d. van Christiaan Groothuis onder Haaxbergen (1789),
otr./tr. 2o Neede huw. com./geref. 3/28-11-1802 (op attest van den secretaris van Neede)
Eva Zwaantjen Ruwhof, jonge dochter van wijlen Joachum Ruwhoff, geboren en wonende onder Neede.
Uit zijn eerste huwelijk (ten Cate-Groothuis):
AANVULLEN ovl
-
aaa. Gesina ten Cate, geb./ged. geref. Neede 8/13-12-1789.
-
bbb. Hendrik ten Cate, geb./ged. geref. Neede 20/26-6-1791. AANVULLEN
-
ccc. Johanna Catharina ten Cate, geb./ged. geref. Neede 29/31-3-1793, otr./tr. Neede huw.com./geref. 9-6/8-7-1810
Gerrit ten Hoopen, geb. Neede 1784/85, j.m. woont in Neede (1810),
zn. van Jan ten Hoopen en wijlen Grietjen ter Weeme.
AANVULLEN
-
ddd. Bernardus ten Cate, geb./ged. geref. Neede 25/30-11-1794.
-
eee. Geertruid ten Cate, geb./ged. geref. Neede 8/13-8-1797.
-
fff. Christoffelina ten Cate, geb./ged. geref. Neede 1/3-11-1799.
Uit zijn tweede huwelijk (ten Cate-Ruwhof):
-
ggg. Hendrika Johanna ten Cate, geb./ged. geref. Neede 31-8/11-9-1803. AANVULLEN
-
cc. Catharina Christoffelina ten Cate, ged. geref. Neede 10-7-1763, ovl. jong?
-
dd. Catharina Christoffelina ten Cate, ged. geref. Neede 16-6-1765.
-
ee. Tieleman ten Cate, ged. geref. Neede 2-8-1767, ovl. Winterswijk 6-7-1812, geref. lidmaat te Neede op belijdenis 29-12-1792,
zn. van wijlen Hendrik ten Cate, wonend te Neede (1790, 1799),
grondeigenaar,
otr./tr. 1o Winterswijk geref. 5/24-6-1790[906]
Anna Jacoba Roelvink, geb. Bredevoort 5-5-1765, ovl. Neede 9-8-1798, wonend te Winterswijk (1790),
dr. van Harmen Otto Roelvink,
otr./tr. 2o Neede huw. comm. 4-10/3-11-1799[907]
Bernhardina Johanna Groll, geb. Doesburg ca. 1774, ovl. Neede 27-12-1804 ("na eene slepende Ziekte van eenige Maanden"), j.dogter van wijlen Lucas Groll,
woont te Neede (1799),
Uit zijn eerste huwelijk (ten Cate-Roelvink):[908]
-
aaa. Hendrik Bernhardus ten Cate, geb./gef geref. Neede 4/7-8-1796, ovl. Bredevoort 24-12-1857.
-
bbb. Elsabé Maria Theodora (Elizabeth Theodora Maria) ten Cate, geb./ged. geref. Neede 21/22-7-1798, ovl. Bredevoort 2-1-1881, tr. Bredevoort 12-11-1817[909]
Mr. Arnoldus Florentinus Roelvink, geb. Borculo 23-12-1789, ovl. Bredevoort 6-1-1861, notaris en burgemeester te Aalten, zn. van Bernard Andries Roelvink, rentmeester der domeinen, en Harmina Abbink.
-
aaaa. Mr. Bernard Andries Roelvink, geb. Bredevoort (Aalten) ca. 1819, ovl. Aalten op 17-4-1882, notaris.
-
bbbb. Drs. Herman Jacob Roelvink, geb. Aalten ca. 1820, medicine doctor,
tr. Winterswijk 4-8-1846[911]
Gesiena Helena Leonarda Roelvink, geb. Winterswijk ca. 1824, dr. van Mr. Jan Berend Bernardz Roelvink, notaris, en Catharina Becking (zie kw. nr. ⇒ 443 /b/5/ee/bbb).
-
cccc. Anna Jacoba Roelvink [912], geb. Bredevoort 13-3-1822, ovl. Doorn 1-7-1907, tr. Aalten op 10-7-1855 of Bredevoort 16-7-1855[913]
Guillam van den Broeke, geb. Jutphaas 16-9-1829, ovl. Utrecht op 27-12-1898, lid van de fa. G. van den Broeke eigenaar steen-en panmnenfabriek "Rhijnhoven" te Jutphaas.
zn. van Pieter van den Broeke en Jeannette Adelaïde de Wolff van Westerrode.
ZOEK OP Ned. Patriciaat (uitg. C.B.G.), genealogie Van den Broeke, 71e jrg. (1987).
-
dddd. Mr. Bernard Engelbart Roelvink, geb. Aalten 1823/24, ovl. Zutphen 11-10-1866, advocaat en procureur (1857..1866),
tr. Zutphen 30-7-1857
Eleonore Christine Albertine Thooft, geb. Zutphen ca. 1830/31, ovl. Zutphen 18-6-1865, dr. van Mr. Hendrik Jan Thooft, rechtbankpresident, en Louise Juliana Balthasarina Valentina von Rosenthal.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
eeee. Anne Johan Roelvink, geb. Bredevoort 1827, ovl. Bredevoort 2-8-1870.
-
ffff. Theodor Roelvink, geb. Bredevoort 17-6-1829, ovl. Utrecht 19-3-1849.
-
gggg. Leonard Roelvink, geb. Aalten ca. 1833, ovl. Bredevoort 3-3-1886, burgemeester,
tr. Winterswijk 14-11-1870[914]
Christina Paschen, geb. Winterswijk 27-3-1848, dr. van Herman Hendrik Paschen en Maria Geertruid Willink.
Uit zijn tweede huwelijk (ten Cate-Groll):
-
ccc. Carel Jacobus ten Cate, geb./ged. geref. Neede 23/31-8-1800, ovl. Lochem 5-8-1806 ("naar eene kortstondige Ziekte van Roodvonk van slegts 4 Dagen").
-
ff. Johanna Helena ten Caate, ged. geref. Neede 17-2-1771[915], ovl. 1790-1805, dr. van wijlen Hendrik ten Cate, wonend te Neede (1790),
otr./tr. Winterswijk geref. 24-6-1790 (op dezelde dag als haar broer)
Hendrik Ketjen, zn. van wijlen Hendrik Ketjen, wonend te Doetinchem (1790, 1805).
Hij hertr. Winterswijk geref. 7/10-9-1805 Gesina Christina Willink.
AANVULLEN
-
6. Ds. Berent (Bern(h)ardus) ten Cate, ged. geref. Neede 3-8-1727 ("de toenaam der moeder is ingevoegt op berigt van T. ten Cate, predikant te Markelo"), beg. Markelo 15-1-1793, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 23-1-1750 ("Bernardus ten Cate, Neda-Gelrus, 23 (jaar)"),[916]
als proponent geref. lidmaat te Neede 27-6-1754 op attestatie van Leiden,
predikant te Markelo,
vermeld als de "Predikant ten Cate en een meid" te Stokkum in het register van het Hoofdgeld (1767),[917]
vermeld als "Do. ten Cate" eigenaar van het erve Tijman in de Lijst van Goedsheeren en Eygengeërfdens in de Buurschap Markelo (ca. 1785),
woonde op huize De Kamp te Neede,
en liet dit na aan zijn nichtje Hendrica Eva ten Cate (zie hierboven),[918]
otr. Zwolle en Markelo 16-10-1784[919]
tr. Geesteren en Markelo 13-11-1784
Zwanida Gesina Westenberg, ged. geref. Lochem 11-9-1735 (get. Juff. Gesina Sluijters, wed. van wijlen de heer Van der Spijk, en de vader zelfs), ovl./beg. Neede 25/29-6-1805, geref. lidmaat te Neede 27-9-1794 op attestatie van Markelo,
dr. van Ds. Bernardus Westenberg, predikant te Lochem, en Mechtelt ten Cate (zie kw. nr. ⇒ 221 sub e).
-
7. Christoffelina ten Cate, ged. geref. Neede 21-8-1729 ("de toenaam der moeder is ingevoegt op berigt van T. ten Cate").
-
8. Derck ten Cate, ged. geref. Neede 17-8-1732 ("de toenaam der moeder is ingevoegt op berigt van T. ten Cate").
-
c. Prof. Dr. Gerhardus (Garrit) ten Cate, ged. geref. Neede 2-10-1698, beg. Harderwijk 28-11-1749, doopget. ("de heer Gerhardus ten Cate Philosphiae Doctor en Professor te Deventer", 1738),
geref. lidmaat te Harderwijk op attestatie van Deventer (1742),
studeerde geleerde talen te Borculo, daarna te Zaltbommel, godgeleerdheid te Deventer en Utrecht,
werd in 1720 toegelaten tot de proponenten der classis van Zaltbommel,
promoveert in de wijsbegeerte juli 1725,
in datzelde jaar 1725 beroepen tot hoogleraar in de wijsbegeerte aan de Hogeschool te Lingen,
in 1728 beroepen aan het atheneum te Deventer, komt vervolgens in 1729 in aanmerking voor de Hogeschool te Franeker, maar bleef te Deventer tot in 1745, werd toen beroepen aan de Gelderse Hogeschool te Harderwijk tot hoogleraar in de Godsgeleerdheid en oosterse talen en 2 jaar later tevens tot hoogleraar kerkgeschiedenis, werd in oktober 1749 door een ernstige borstkwaal aangetast en overleed kort daarop.[920].
-
d. Hendrick J(o)an ten Cate, ged. geref. Neede 18-11-1701, ovl. 1746-1779, geref. lidmaat te Neede 29-9-1722 ("op Michilius") op belijdenis,
samen met zijn vrouw vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Neede, opgemaakt in 1741,
otr. Neede geref. 20-6-1737
Gezijna te(n) (ter) Rhae (Aa), ged. geref. Neede 11-9-1712[921], ovl. na 1746, afkomstig uit Hoonte,
samen met haar man vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Neede, opgemaakt in 1741,
dr. van Jan ten Raa en Anna te Giffel (zie kw. nr. ⇒ 885 sub b/2).
-
1. Hend(e)rik ten Cate, geb. Neede 1736, ovl. Neede 1787[922], geref. lidmaat te Neede 24-3-1758 op belijdenis,
koopman.
-
2. Henderica (Hendersken) ten Cate, ged. geref. Neede 6-10-1737, ovl. Neede 25-3-1813.
geref. lidmaat te Neede 22-6-1758 op belijdenis.
-
3. Johanna ten Cate, ged. geref. Neede 20-3-1739, ovl. jong?
-
4. J(oh)anna ten Cate, ged. geref. Neede 3-5-1744, ovl. Enschede 21-11-1810 ("21 Slachtmaand 1810 geeft G. Pennink aan dat is overleden Johanna ten Cate, huisvrouw van Hendrikus Pennink ten haren huize in de Haverstraat, oud 66 jaar. Nalatende 1 zoon."), geref. lidmaat te Neede 18-4-1764 op belijdenis,
tr. 1783[923]
Hendrikus Pennink, ged. geref. Enschede 1-12-1748, ovl. Enschede 28-11-1820, fabrikeur, na 1783 gemeensman, in 1810 kerkmeester,
en fabrikeur en suppliant Vrederechter in het kanton Enschede (1820),
weduwnaar van Joanna Bussier (zie kw. nr. ⇒ 215 sub a),
zn. van Hendrik Pennink, procurator en gemeensman, en Gezina Bekker (zie kw. nr. ⇒ 427 sub b).
Voor verder nageslacht van dit echtpaar zie kw. nr. ⇒ 427 sub b/4.
-
5. Christoffel ten Cate, geb./ged. geref. Neede 1/4-12-1746, ovl. Neede 12-11-1836.
geref. lidmaat te Neede 2-7-1767 op belijdenis,
j.m. wonend te Neede (1779),
otr. Eibergen 26-2-1779 (met attestatie naar Neede 18-3-1779),
otr./tr. Neede 26-2/19-3-1779 (met attestatie van Eibergen),[924]
Johanna Teger, ged. geref. Eibergen 3-8-1760, ovl. Neede 14-9-1811, j.d. wonend te Eibergen (1779),
dr. van Floris Jan Teger en Aleida Getruij te Raa (zie kw. nr. ⇒ 885 sub b/2/aa/ccc).
-
aa. Hendrik Jan ten Cate, geb./ged. Neede geref. 30-3/3-4-1785, ovl. Neede 8-5-1855, geref. lidmaat te Neede 24-6-1805 op belijdenis, nog lidmaat aldaar in 1854,
j.m. wonend te Neede (1804),
koopman en winkelier in geweven goederen, otr/tr Neede gerecht/geref. 6/29-7-1804,[926]
J(oh)anna Ruwhoff, geb. Neede 26-9-1784, ovl. Neede 14-6-1854, j.d. wonende in Neede (1804),
dr. van Jan Ruwhoff en Judicht Harperink,
Hieruit 12 kinderen.
-
bb. Floris Jan ten Cate, geb./ged. geref. Neede 13/14-1-1787, ovl Neede 27-7-1858 (ongehuwd), wever.
-
cc. Geziena (Gesina) ten Cate, geb./ged. geref. Neede 28/31-5-1795, ovl. Neede 12-3-1805.
-
e. Christoffel ten Cate(¥), geb. ca. 1702, ovl. 1742.
| COMMENTAAR(¥)
CHECK doop niet gevonden te Neede. Zoek op collectie Oltmans (CBG) notities 'protocollen van opdr. van de Heerlijkheid Borculo)
|
-
f. Dr. Daniel ten Cate (Kaete), ged. geref. Neede 19-8-1703, ovl. Groenlo 21-5-1777, ingeschreven als als student aan de Illustre School te Deventer 15-10-1722,[927]
ingeschreven als student aan de Universiteit van Utrecht 1727,[928]
promoveert (?? niet gevonden),
geref. lidmaat te Neede 29-9-1737 ("op Michilius") op belijdenis.
raad en burgemeester van Groenlo,
tr. vóór 1728[929]
Johanna van Septeren.
-
1. Daniel Christoffer ten Cate, ged. geref. Deventer 4-3-1728.
-
g. Meghteld(a) ten Cate, ged. geref. Neede 18-10-1705, (=kw. nr. 221).
-
h. Wilhelmus ten Cate, ged. geref. Neede 8-4-1709.
-
i. Anna ten Cate, ged. geref. Neede 12-10-1710.
-
j. Geertruijt ten Caete, geb. vóór ca. 1701(¥), ovl. na 1735, geref. lidmaat te Neede 9-4-1719 ("op Paeschen") op belijdenis,
wordt als Geertruit ten Cate, weduwe Pafs, vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Neede, opgemaakt in 1741.
otr. Neede geref. 7-6-1729
Piter (Peter) Paf(s), ovl. 1733-1735.
| COMMENTAAR(¥)
Doop niet gevonden te Neede. Aangenomen dat ze op haar 18de (of later) lidmaat werd zou ze dus geboren moeten zijn in 1701 (of eerder).
|
-
1. Jan Willem Paf, ged. geref. Neede 7-5-1730.
-
2. Helena Paff, ged. geref. Neede 12-4-1733, geref. lidmaat te Neede 22-12-1750 op belijdenis.
-
3. Petronella (Peeternella) Paf(f)(s), ged. geref. Neede 9-10-1735 (postuum), geref. lidmaat te Neede 8-3-1752 op belijdenis,
woont te Neede (1757),
otr./tr. Neede geref. 10-11/4-12-1757
Henderik Olthaer, geref. lidmaat te Neede 8-3-1752 op belijdenis,
j.m. woont te Neede (1757),
zn. van Arend Olthaer.
444. JAN GARRITSEN SMIT, ovl. 1720-1723, gemeensman in het Molenstraats Rott (1712)[931],
tr. vóór 1674
445. ANNEKEN TELLEMANS, ovl. na 1720.
Jan Gerritsen Smith en zijn huisvrouw Anneken Tellemans, Jacop van Alfen en zijn huisvrouw Lijsbeth Gerritsen Smitt, hun schoonzoon en dochter, 30-4-1720.[932]
Uit dit huwelijk (Smit-Tellemans) gedoopt te Lochem (o.a.?) :(¥)
| COMMENTAAR(¥)
Gerrit Jan ten Bossche, gehuwd met dochter van Jan Smitt, burger van Lochem 11.5.1718
|
-
a. Gerrit Jansen Smit, ged. Lochem 13-12-1674 (get. de vader Jan Smitt, en J. Telleman), woont te Lochem (1700),
otr. Lochem 25-9-1700,
otr. Zuphen geref. 3-10-1700 (met attestatie naar Lochem, "De bruijt heeft aen de diaconie voldaen", 23-10-1700)
Anneke Janssen, geb. Zutphen, woont te Zutphen (1700),
dr. van wijlen Jan Hermssen.
-
b. Anna Maria Smit, ged. 7-4-1678 (get. de vader Jan Gerrits Smit).
-
c. Henric Smit, ged. 11-4-1680 (get. de vader Jan Gerrits Smit).
-
d. Margrietjen Smith, geb. Lochem, j.d. van wijlen Jan Garritsen Smith uijt Lochem (1723),
otr. Lochem 30-11-1723 (zijn met attestatie naar Borkelo vertrokken 30-11-1723)
Gerhard Engels, geb. Borkelo, j.m., zn. van wijlen Adolf Engels
tr. 2?) voor 1753
Derk Cremer.
voeg toe Regesten Lochem RAGld, inv. nr. 122, 260/114
-
e. Lijsbeth Gerritsen Smith, tr. vóór 1720
Jacob van Alfen.
voeg toe Regesten Lochem RAGld, inv. nr. 122, 258/2
-
f. Herman Janssen (elders Garritsen) Smits, geb. Lochem, ovl. na 1730, tr. Lochem 1716
Catharina Luijnks, ged. Lochem 4-2-1683, ovl. na 1730, dr. van Jan Luink en Driesken Hergerincks (zie kw.nr. 892/893).
voeg toe Regesten Lochem RAGld, inv. nr. 61, 258/139
-
g. Jan Smit, ged. 29-1-1671 (get. de vader Jan Smit), (=kw. nr. 222).
filiatie niet bewezen, het is niet onmogelijk, gezien de leeftijden, dat deze Jan Smit zelf nog een zoon Jan (Gerritsen) Smit heeft die kw. nr. 222 is.
-
h. Jan (Jansen/gerritsen?), ged. geref. Lochem 12-11-1688 ("Jan Gerritsen uijt Lochum sijn sone Jan, get. de vader selve").
446. HENDRIK LEUNK, ged. Lochem 15-3-1671, ovl. 1730-1737, kuiper (1706, 1712), burger (1706) [933]
van Lochem (1712) in het Bierstraten Rott [934]
,
tr. Lochem 1-5-1698 [935]
447. CORNELIA (VAN) LOBBERIG(EN), ged. Lochem 6-8-1677, ovl. na 1740.
voeg toe Regesten Lochem RAGld, inv. nr. 52/258/20v, 61/258/139, copn. aanv. kaart, 259/38
Op 25-2-1721 transporteren Johanna Scholten, wed. van Sweer Jolinx, geasst. met Francois de Wolff, gelijk ook
Gosen Jolink, alsmede Henrick Leunck en zijn huisvrouw
Cornelia Lobbregh, dan
nog Francois de Wolff en zijn huisvrouw Swaentjen Lobbregh, aan den
H.W.Geb. Heer Henrick Jacob Baron van Nagel, Heer van de Heest, en zijn erven,
hun goed Klein Burink of Kempkesplaatse, Scholtambt Lochem, boerschap Swijp.
De koopcedul is van 12-12-1720.
[936]
Op 28-6-1740 transporteert Cornelia Lobbrichs, wed. van Hendrick Luincks, in deze geassisteerd met Louijs Milleville,
voor haar en haar mondige kinderen, aan
Jenneken Thomasson, wed. van Theodorus van Campen, en haar zoon Gerhard van Campen,
[937]
Uit het huwelijk (Leunk-Lobberigen) gedoopt te Lochem :