| You are here: Louk-Home ⇒ Genealogy ⇒ Kwartierstaat Van Schothorst ⇒ Gen. nr. 9 |
256. WILLEM REIJERSEN, ged. Barneveld 18-4-1641, ovl. 1715-1718,[1]
"jonge man, zoon van Reijer Henricks, op Bitterschoten" (1675),
bouwman op "Bitterschoten" (1694..1715),
in het thinsboek van Barneveld nog vermeld als
"1720 Willem Reijersen op Bitterschoten",[2]
doch dan al overleden,
tr. Barneveld 14-11-1675, of 1-11-1675[3]
257. GEERTJE JANS, geb. vóór ca. 1655, ovl. na 24-10-1718, "jonge dochter van Jan Toenissen op Burgstede".
De helfte van een erff ende goet Bitterschoten daer Willem Reijers woont en een vierde part van 't andere Bitterschoten, gelegen in den ampte Barnevelt buirschap Glinde, toecomende Evert Harmensen en Neeltjen Reijers en Rijck Cornelissen en Bartje Reijers, echtel(uijden). 1694 den 10 april vercogt en overgegeven aen ende ten behoeve van Willem Reijersen ende Geertjen Jans echtelieden voor 1400 gln. Geregistreert den 31e december 1714. [4]
De gerechte helfte van den soo gen(aemde) Hennikelerstient gaende uijt het goet van Willem Reijersen gelegen in den ampte Barnevelt buirschap de Glind, toecomende Eijbert van Rouwenburgh ende Geertruijd ten Hennekeler, echtel(uijden). 1713 den 24 jan(uari) vercoght ende overgegeven aen Willem Reijersen ende Geertjen Jans echteluiden voor de somma van 600 gln. Geregistreert den 31 december 1714. [5]
Op 7-11-1718 peijndt Geertien Jansen, weduwe van Willem Reijersen, geassisteert met haar soon Jan Willemsen, aan de gerede en ongereede goederen, actien en creditten in den amte van Barnevelt te vinden, toekoomende Joogem Joogemsen op Craaijenoort. Het betreft speciaal aan erf en goed Kraaijenoort, ten eijnde om daar aan te verhaalen een jaar intresse van een capitael groot ƒ 1000,--. [6]
In 1720 is sprake van stukken betreffende de publieke verkoping door de erfgenamen van Elsje Cornelissen, weduwe van Lubbert Gerritsen, van een huis aan de Groene Steeg te Barneveld, van nog een huis te Barneveld en van land in de buurschap Esveld gelegen. Met stukken betreffende de afrekening, 1720-1722. [8]
Het Thinsboek van Barneveld vermeldt: "Thins des Nijenlandts in de kerspel Barnevelt, (betaalt) Jan van Bitterschoten 't Amersfoort neemt van Paschier van Lovensteijn 1/6 12 dl. 20b. Simul 7 3/8 stv, Jan Willemsen van Bitterschoten." [10]
Op 7-3-1744 verkopen en transporteren Cornelis Jochemsen x Willemtje Jans, neffens Jan Hendrik Jochemsen Brouwer als kinderen en erfgenamen van wijlen Jochem Cornelissen x Johanna Demissaus, aan Teunis Willemsen van Bitterschoten of nu desselfs erfgenamen, twee campjes land, sijnde een hoog en een laag campjen, met het daar bij gehoorende plaggeveld, mitsgaders nog een hofjen te samen in het Cootwijkerbroek gelegen, sijnde vrij allodiaal deylbaar tinsgoed beswaart met 's Heerenverpondinge doende jaarlijks na het quoier drie gulden, voor ƒ 393,--. [22]
260. GERRIT JANSEN VAN DE WETERING, woont te Ede [23],
erft het goed "De Weteringh" van zijn moeder, de wed. Jan Gerritsen,
omstreeks 1700 [24].
262. A(A)LBERT HENDRI(C)KS(EN) (VAN RAVENHORST)(¥), geb. Lunteren, ovl. na 1737, j.m. van Lunteren (1691),
geref. lidmaat te Renswoude (ca 1694),[28],
woont op "Ravenhorst" (1699..1703),
schepen van Renswoude (1724, 1753),[29]
otr. 1o Renswoude 1-11-1691 [30]
[31]
[32]
JANTJE ARRIS(¥), ovl. vóór 1694, op Emmikhuizen, wed. van Peter Jacobsz(¥),
tr. 2o Renswoude 24-6-1694 [33]
,[34]
,[35]
,[36]
263. PETERTJE EVERTS (VAN MANEN), j.d. van Manen, geref. lidmaat te Renswoude, komend van Ede (ca 1694)
als huisvrouw van Albert Hendricksz tot "Emmickhuijsen"
[37].
| COMMENTAAR(¥) zie ook Kw. VG 23 |
| COMMENTAAR(¥) zij is mogelijk een zr. van Reijer Arrissen op Emmikhuizen [38], en/of een dr. van Arris Janssen op Emmickhuysen, geref. lidmaat te Renswoude (1663) [39] of een dr. van Arris Teunisse, wonend op Emmickhuisen (1645) [40] of van Aris Wolven van Appelaer, ovl. voor 1668, tr. Renswoude 20-5-1654 Marrijtje Maes Willemse [41]. |
| COMMENTAAR(¥) Jantje Arris, j.d., otr. Renswoude 21-5-1676 [42] Peter Jacobsz, j.m. van Lunteren, ovl. 1687-1691. Uit dit huwelijk gedoopt te Renswoude [43] : a) Jacob Evertsz (sic!), 8-4-1677, b) Jacob, 23-6-1678. c) Claasje, 2-7-1682, d) Arris, 13-9-1685. e) Evertje, 22-1-1688. |
In 1682 en 1684 betaalt Albert Hendricx "van Immickhuysen" verponding [44], en betaalt bovendien "f 0-15-0 van Gerrit Evertsen Timmerman" [45].
In 1738 legateren Albert Hendrickx en Petertje Everts aan hun dochter Geusje ƒ 200,-- (¥) en het linnengoed.[46].
COMMENTAAR(¥) in [47] staat ƒ 2,-,- !
264. WOUTER HENDRIKSEN DEN DECKER, geb. ca. 1660[69], ovl. 1724-1729, woont 1708 op den Poll,
tr. (huw. voorw. 9-3-1689)[70]
,[71]
.
265. AALTJE BEERS, geb. ca. 1660[72], ovl. na 1733. Dit echtpaar wordt in 1688 als lidmaat aangenomen van de kerk te Lunteren. Zij testeren 20-1-1712. [73] ,[74]
In een doorgehaalde (vanwege het royement op 25-7-1740) acte van 19-12-1733 staat dat Evert Gerritsen Fonteijn x Aertjen Melissen verklaeren schuldig te sijn aan Aaltjen Beerts weduwe van Wouter Hendriksen en haeren erven een capitale somma van vijfhondert gulden en 20 stuijvers betreffende de cooppenninge van huijs en hof gepasseert den 11 junij 1716 (geroijeert 25 julij 1740).[75]
266. EVERT WOUTERSEN, geb. Ede (Wekerom) ca. 1670[81], ovl. na 1700, woont te Wekerom [82],
betaalt ƒ 5,10,-- bruikschatting voor een huis te Weekerom (1698),[83]
tr. ca. 1700[84]
267. ELYSABETH JANSEN (VAN OTTERLOO)(¥), geb. Ede [85]
ca. 1670[86]
, ovl. na 1700,[87]
.
| COMMENTAAR(¥) zij is mogelijk zr. van Hendrikje Jans van Otterloo (zie kw. nr. ⇒ 520 ), en van Aert Jansen aen den Aenstoot/van Otterlo [88]. |
De boedel van Evert Woutersen en Elysabeth Jans wordt 27-4-1763 verdeeld : o.a. "huis, hof etc. onder Wekerom, bewoond door Wouter Evertsen en een halve hoeve holts in het Roekelsche of Wekeromse Bosch tesamen ƒ 5000,-- [89].
Op 10-9-1737 verkopen Jan Willemsen Veenbrink x Evertje Bernts en Geurt Hendriksen, voor 2000 gulden "huijs hooven en verder getimmerte met bouw- weij-, hooy-, diest- en plaggevelden, wallen sloten, houtgewassen, regten en geregtigheden slieten op den balk en hilden, toebacxhancken" aan Hendrik Willemsen en Elbertje Evertsen, die zich verder verplichtten om Geurt Hendriksen "sijn leven lanck gedurende te onderhouden in behoorlijke kosten in drank, kledinge en redinge ook selve nae sijn dood een behoorlijcke begrafenisse en sullen transportenten nae doode van Geurt Hendricksen profijteren de wulle klederen tot sijn lijf gehorende en verder niet".[95]
268. EVERT ROBBERTSEN (FLIERT), lidmaat te Lunteren 25-3-1692 wonend op het Oude Erf, was
pachter van het "Oude Erf" te Lunteren 1-11-1725 tijdens
overdracht binnen de fam. Van Lawick [100],
eigenaar van het "Oude Erf",[101]
betaalt ƒ 4,-- bruikschatting voor 't "Oude Erff" (1698) te
Lunteren,[102]
tr. 1o voor 1690
MARRITJE JANSEN, vóór ca. 1670, ovl. 1691-1694, geref. lidmaat te Lunteren 24-12-1685,
tr. 2o Ede 1694
269. (BE)ATRIX HENRIJCKS(¥), geb. Doesburg (Ede)?, lidmaat te Lunteren met attestatie van Ede 11-5-1694, zij leeft nog in 1719.
| COMMENTAAR(¥) is Hendrik Aartsen geb. ca 1660, boer in de Doesburgerveen,[103] mogelijk haar vader? |
270. WOUTER HENDRIKS (BUYTENHUYS), ged. Lunteren 21-9-1679[114], ovl. 1723-1743, bezit een deel van het herengoed Beterum te Ede [115],
ontleent de naam Buytenhuys aan een gedeelte van het herengoed
"Buytenhuys" te Lunteren, afkomstig uit de familie van zijn eerste
vrouw,
en waarvan hij op 12-11-1698 met zijn tweede vrouw de opdracht ontving
[116],
"soolwehrbesitter" in 't herengoed Buytenhuys (1721)
[117],
tr. 1o Lunteren (huw. voorw. 23-11-1695) [118];(¥)
AELBERTJE AERT JACOBSDR. (VAN) BUYTENHUYS, ovl. 1695-1698 (kinderloos), ontvangt 22-2-1695 investituur en oprukking voor het herengoed "Beterum" in
Lunteren ,
otr./tr. 2o Barneveld/Lunteren 24-7/7-8-1698
271. DIRKJE WOUTERS VAN BOETSELER, ged. Barneveld 19-11-1680, ovl. 1743-1774, j.d. onder Barneveld (1698).
| COMMENTAAR(¥) sic! dan zou hij dus 16 jaar oud zijn, wat klopt hier niet geboorte of huwelijksdatum? |
Het erf Beterum of Hoogh Beterum in het ambt Ede, kerspel Ede, buurtschap Doesburg.[119]
23-10-1723 : Hendrik Otters, scholtis van het ambt Ede, oprukking na transport door Gerrit Hendrikx x Jantjen Jansen, bezitters van de zaalweer, en Wouter Hendriksen Buijtenhuys x Derkje Wouters, voor hun zelf en als mombers van twee onmondige kinderen van Neeltje Hendrikx getrouwd geweest met Aert Reyersen, en van de onmondige kinderen van Elbertje Hendrix getrouwd geweest met Wouter Hendrix, en van Egbertje en Woutertje Wouters, kinderen van Wouter Derks x Lijsbeth Hendrix, in leven echtelieden. Zij zijn tezamen kinderen en kleinkinderen van Hendrik Wouters.
Herengoed Buitenhuis :
22-2-1695 : Albertien Aerts van Buythehuys, investiture en oprukking als erfgenaam van haar vader Aert Jacobs.
1-5-1696 : Wouter Henrix x Albertjen Aerts approbatie van wederzijdse tucht en huw. voorwaarden d.d. 23-11-1695.
18-3--1698 : Evert Jacobs investiture en oprukking. N.B. Na overlijden van zijn vader Jacob Everts was het herengoed aan diens oudste zoon Aert Jacobs gekomen, daarna aan diens dochter Albertien Aerts van Buytenhuys, die kinderloos stierf.
12-11-1698 : Wouter Henriksen, wednr. van Albertien Aerts, gehuwd met Derckie Wouters, oprukking na transport door Evert Jacobs en Jacob Alberts.
12-11-1698 : Wouter Henriksen Buytenhuys x Derckie Wouters van Boetselaer approbatie van een wederzijdse tuchting.
29-9-1701 : Roetert Haelboom x Weijntien Henrix approbatie van verpanding van enige percelen lands aan Bart Jansen x Gerritien Jansen en Mor Jansen x Arisjen Jans.
10-5-1704 : Wouter Henrix approbatie van een bezwaring ten behoeve van zijn schoonvader Wouter Aerts.
15-10-1710 : Approbatie van de verpanding aan Jacob Francken van een kamp lands.
9-12-1712 : ...
24-2-1719 : ...
19-6-1721 : ...
6-1-1730 : ...
9-5-1742 : ...
... etc.
27-6-1743 : Derkje Wouters, wed. van Wouter Henriksen, oprukking. Op 8-3-1774 krijgen Evert van Lijsselen x Lijsebeth Woutersen Buijtenhuijs, Gerrit Jansen x Woutertje Wouters Buijtenhuijs, Jantje Wouters Buijtenhuijs, wed. van Hessel Woutersen approbatie van een magescheid d.d.d 7-3-1774 over de boedel van hun ouders Wouter Hendrick Buijtenhuijsx Dirkje Wouters. ... Aan Gerrit Jansen en Woutertje Wouters Buijtenhuijs, is toebedeeld een stuk bouwland in den Luntersen Enck groot 2½ schepel "den Hoppecamp" genaamd, een stuk bouland in den Houtcamper Eng groot 3½ schepel, een stuk Hooyland "de Agterste Hooijkamp" genaamd, en een stuk Hooyland....etc. [120]
Op 24-5-1725 krijgt Wouter Hendriksen Buytenhuys, buurmeester te Lunteren, op de buurspraak "voor goede ijver en extraordinair aangewende moeite voor de belangen der Gemeente, in dit singulier geval en sonder enige consequentie een rijksdaalder toegelegd".[121].
In 1730 vermaakt Gerrit Haalboom een legaat van 100 Car. gld. aan zijn neef Wouter Hendriks Buytenhuys [122].
Op 12-6-1730 kopen Wouter Hendriksen Buytenhuys en Derkje Wouters, echtelieden, een huis van Geurt Wouters en Geertje Jans, echtelieden [123].
In 1722 zijn Wouter Hendriksen Buytenhuys en Gerrit Hendrikse "oomen en bloetmomberen" over de twee minderjarige kinderen van Wouter Hendriksen en Elbertje Hendriksen [124].
Op 8-3-1774 krijgen Lijsbeth, Woutertje en Jannetje Buitenhuis approbatie voor een magescheid over de erfenis van hun ouders en hun broer Aert, waarbij "Buitenhuis" aan Lijsbeth wordt toebedeeld [125].
Seker hallef huys Hoff Bergh en vorder gereghtigheijt staande in den dorpe van Barnevelt so door Jan Schuijr is bewoont sijnde oostw naest gehuijst de wed. Wilh(em) van Esvelt en westw Jannitje Barten, toekomende Jan Aelten en Aeltje Aerts eghtel. ende Hendrik Jansen en Jannetje Aelten, eghtel.
1728 den 20 november verkoft getransporteert en overgegeven aan ten erfelijken behoeve van Vrouwe Elisabeth Heermans wed. wijlen Wilh(em) van Esvelt en haaren erven en sulks voor de somma van 775 gln gepasseert voor geerfden Herbert Hagen, Ambrosius van Dompseler, Herman Aelberts die de origen. transport hebben gezegelt en getekent op Dato als booven. Geregistreert den 28 julij 1729.
Wouter Jansen heeft testament gemaakt an de kinderen van sijn broer en swager Steven Zegersen en sijn suster Aertje Jans eghtel. met namen Jan Stevensen en Geertje Stevens en Woutertje Stevens, zijnde Geertje getrouwt an Tuenes Zandersen, yder voor eenderde part ewiglijk en erfelijk de gehele zaalweer en een gereghte vierde part en een twaalifde part an de landereijen van 't erf en goet de Vaerst onder Barnevelt gelegen, bij voornoemde Jan Stevensen en Woutertje Stevens gebruijckt, so comparant van sijn vader aangeerft zijnde, daar en boven nog 500 gld an gelt en een derde porti van sijn natelatene klederen en inval een van drij sonder lijfferven streft sullen alle voorn. goederen devolveren op de langslevende en sulks alles met uijtsluijtinge van Seger Stevensen om redenen vorder sal sijn halve suster met namen Derkje Wouters getrouwt an Wouter Hendriksen en Jannetje Wouters getrouwt an Wolbert Aertsen off der selver kinderen uijt testatuers moeders goet bestaande uut 2100 gld an obligatie en geregtig gelt trekken en proffijteeren yder een 3:pant ad 700 gln: en het overige derde part bij voorgemeld drij kinderen van sijn suster getroken worden met uijtsluijting weder van Zeger Stevensen en dat de dootschulden sullen hallef door gemeld drij kinderen en de andere helft door gemelte halve susters worden betaalt, alles breder te sien in de orginele brief gemaakt door E.C. Ardesch Scholtis die de selve neevens Steven Coenjes en Jan Carel Lughtig getekent en gezegelt op den 8 juni 1729. Geregistreert den 11 Aug. 1729.[126]
VUL AAN + kopie Haalboom
276. JAN EGBER(T)S MENSIN(C)K, ovl. Apeldoorn 17-11-1743,[130] brouwer (1714, 1722) te Apeldoorn op het goed Buitenhuis (15-5-1744),[131] wordt, als brouwer, aangeslagen voor de cedulle voor ƒ 3,-- (1722),[132] tr.
277. MARRITIEN (MARIA) REINDERS (BUURMAN), ovl. Apeldoorn 6-4-1743,[133]
Het goed Buytenhuys in het kerspel Apeldoorn, leenroerig aan de proosdij van Deventer.[134]
7-6-1715 : Approbatie van transport d.d. 20-7-1713 aan Jan Mensinck.
15-5-1714 : Approbatie van de vestiging van een hypotheek groot 1500 Car. gld. ten behoeve van Arnoldus Clasen en ten laste van Jan Mensink, brouwer, en zijn huisvrouw Marritien Reinders. Get. is Herman Gerrits Bosgoedt.
12-7-1716 : Idem voor een hypotheek groot 1500 Car. gld.
11-11-1730 : Jan Egberts Mensink en zijn huisvrouw Maria Reinders na de dood van de vorige hulkder en stellen to nieuwe hulder H. Hiddink
11-11-1730 : Approbatie voor de vestiging van een hypotheek groot 4000 Car. gld. ten laste van de advocaat Ellard Brouwer
21-12-1739 : Johan Hendrik Rochet, casteleijn op het Loo, na transport door Jan Mensink. Op verzoek van zijn volmacht Hermannus Buitenhoff, hulder A. Pieterman
| COMMENTAAR(¥)
Ongeplaatste fragmenten MENSINK :
Jan Mentink, geb. ca. 1690[135], ovl./beg. Apeldoorn 6/10-6-1749, zn van Cornelis Mentink, geb. ca. 1660,[136] kleermaker, eerst geref. later RK, woonde 1747 in de buurtschap Orden te Apeldoorn, tr. 1o ca. 1720 Johanna Roelofs Schut, ged. Apeldoorn 23-4-1693, ovl. 1732-1733, tr. 2o Vaassen RK 10-2-1733 Joanna Goossens, ovl./beg. Apeldoorn/Vaassen 11/16-4-1764[137], ingezetene van Apeldoorn (1747) met 3 kinderen [138]. zie ook VG 19(1994)133,134 uit zijn eerste huw. kinderen geref gedoopt Apeldoorn 1722-1732. uit zijn tweede huwelijk kinderen RK gedoopt te Vaassen (1736-1741).[139] Willem Mensink, otr./tr. Beekbergen 14/30-11-1706 (met attestatie van Apeldoorn)[140] Eva Schut, waaruit een zoon Reinder Jans Mensink, etc (klopt dat check!). Giele Mentink 2 haardsteden in Dorper Rot.[141] |
Een deel van het erf en goed "de Heese" in het kerspel Apeldoorn, leenroerig aan de proosdij van Deventer.[152]
15-2-1738 : Cornelis Mensink, wonende op het Loo, onder hulderschap van zijn broer Jannes Mensink, na opdracht door Elsjen Lamberts Bouke, wed. van L.C. Muller.
19-5-1759: Cornelis Mensink stelt tot nieuwe hulder A. Pieterman, zijnde wonende te 's-Gravenhage.
17-7-1761: Arnoldina Michelina Opthen Noord, na transport door Cornelis Mensink en zijn huisvrouw Wendelina Jansen.
In 1747 zijn Cornelis Mensink en zijn huisvrouw Wendelina Janss met 6 kinderen en een meid (Grietje Gerrits) ingezetenen van de buurschap Noord-Apeldoorn.[153]
278. ROELOF WILLEMS KRUIMER, ovl. Voorst 1689-1697,[154]
otr. 1o Voorst 5-5-1678
JENNEKEN JANSEN, ovl. vóór 1689, wed. van Hermen Arents op Brinck,[155]
otr. 2o Voorst 25-8-1689
279. MARGARETHA HISSINK, ovl. Voorst ? na 1697,[156]
otr. 2o Voorst 29-8-1697[157]
WILLEM BESSEM, ged. Voorst 9-10-1664, geref. lidmaat te Voorst (okt. 1686),[158]
zn. van Willem Frederiks Bessem en Margaretha Telgen.
280. WOLTER CORNELIS (GOUDKUYL) (de jongste), geb. Apeldoorn [164] na 1635, ovl. 1720-1731, noemt zich in 1693 Goltkuyl naar het goed, dat hij van de kinderen van
Albert Tonis en Aeltien Jansen ter Bork koopt [165],
tr. 1o Kootwijk geref. 4-2-1665 [166]
MECHTELD JANS, ovl. vóór 1681, dr. van Jan Breunis,
tr. 2o 1681
281. JANTJE (JENTJE, JENNEKE) JANSDR[167], ovl. 1720-1731, tr. 1o [168] HENDRIK GERRITS BUITENHUIS, geb. Apeldoorn, zn. van Gerrit Hendricks Buitenhuijs en Hendrickien Hessels, landbouwer in de Wenumermark,[169] gegoed in Wenum.[170]
6-3-1693 : Hessel Alberts en Aeltien Jansen ter Berck, wed. van Albert Tonis, als mombers van haar onmondige kinderen, approbatie voor de verpanding van enige percelen aan Wouter Cornelissen op den Goltkuijl x Jantien Jansen :
1) een kamp land groot 3 mulder (belend oost : den gemeene wegh naar Vaassen, zuid de straat langs het huis en hof van Brant Albers),
2) een mulder land langs de Willige akkers gelegen (belend zuid : Jacob Janssen en Hessel Alberts hoff, west : Derk Lamberts erfgenamen, noord de weg door de enk aangelegen),
3) 2½ schepel mede op de Willige akkers (belend oost : Jan Gerrits erfgenamen),
4) vier vierdl. op de Wenemer gemeente.[171]
Wouter Cornelis koopt de "Goldkuyl" van Albert Tonis en Aeltien Jansen ter Bork, echtelieden. Op 6-3-1693 is de "Goldkuyl" een camp lants groot omtrent 3 muler gesays, alwaerts ten oosten : de algemene weg naar Vaessen, van ƒ 1400,-- [172].
Een herengoed in de buurtschap Wenum, kerspel Apeldoorn, ambt Apeldoorn.[173]
Op 6-3-1693 wordt approbatie verleend voor verpanding van enige percelen in een herengoed in de buurtschap Wenum, kerspel Apeldoorn, ambt Apeldoorn , aan Wouter Cornelissen Goltkuijl x Jantien Jans.
24-1-1700 : Wouter Cornelissen x Jantien Jans oprukking na transport door Willem Jacobs.
12-1-1714 : Wouter Cornelissen x Jannetje Jansen oprukking (2-5-1720).
24-1-1731 : Approbatie van een magescheid.
24-1-1731 : Lubbert Woutersen Goutkuijl c.s. investiture en oprukking.
Een herengoed in de buurtschap Orden, kerspel Apeldoorn, ambt Apeldoorn. [174]
3-4-1680 : Wouter Cornelissen de jongste, investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Cornelis Wouters, uit kracht van een magescheid tussen de erfgenamen.
6-3-1693 : Wouter Cornelissen de jongste, oprukking (30-6-1699, 2-5-1720).
24-1-1731 : Approbatie van een magescheid.
24-1-1731 : Gerrit Woutersen Goutkuijl en Lubbert Woutersen Goutkuijl en hun respectievelijke huisvrouwen investiture en oprukking.
Op 24-1-1731 krijgen Gerrit Woutersen Goutkuijl en Lubbert Woutersen Goutkuijl en hun respectievelijke huisvrouwen investiture en oprukking van het herengoed te Orden. (Zie boven)
Bartold en Thonis Hendricks Buitenhuijs ontvangen een kwart van de erven van Gerrit Hendricks Buitenhuijs. Hij koopt op 5-1-1723 met zijn vrouw huis hof en land op de Beemte. Ze bezitten de helft van Kluijtenberg, en pachten de andere helft van haar familie. Zij koopt op 5-4-1744 als wed. van Barthold een halve molder zaailand op 'den Heuvel' (Beemte). [191].
282. AALBERT GERRITS, ovl. vóór 1706, tr. ca. 1703?
283. JENNEKE WOUTERS (WOLTERS) (VAN ASSELT), ged. geref. Apeldoorn 22-7-1688.
Op 20-11-1706 verpandt Jenneke Wolters, wed. van Aalbert Gerrits haar 1/6 deel van "Jonkerengoet" aan haar dochter Lubbertie Aalberts [196].
Hoe zit dit zoek uit!
288. HENDRIK BERENDSZ HOPSTER(¥), ged. Vriezenveen 1685, ovl. Vriezenveen na 1726, maakt ruzie met Wolter Hans van Utert die hij geslagen en in de lip gebeten had, hetgeen hem een boete van 1½ oude schilden kostte (1726),[199]
vermeld in het register van boterpachtplichtigen te Vriezenveen (ca. 1735) met ruim 3 akker land, bijgenaamd Dikken, voor 18 ponden boter,
[200]
en met ½ akker woestenland land, bijgenaamd Dikken, voor 2 ponden boter,
[201]
tr. verm. 2o 1716?[202]
JENNEKEN JANS TUTERTJEN, tr. 1o voor 1710
289. JENNIGJEN HINDRIKS, geb. ca. 1684, ovl. 1716?.
| COMMENTAAR(¥) De wed. van Hendrik Berens betaalt 1 stuiver contributie (voor de huurwaarde van een woning) en 6 penningen verponding (de huurwaarde van landerijen) te Vriezenveen (1723). [203] Kennelijk kan dit niet de wed. van Hendrik Berendsz Hopster zijn want deze leeft nog in 1726, 1727. |
292. LUICAS GEERS HULS, geb. vóór ca 1670, als Luicass Gerrits vermeld in het kohier van zoutgeld te Vriezenveen (1694) met een aanslag van ƒ 0,10,--,[209]
als Lukas Geersen Huls vermeld in het register van boterpachtplichtigen [210]
te Vriezenveen (ca. 1735) met 4 akker versplit land, bijgenaamd Graaven Jennen Lant, versplit, voor 1 ponden boter,
en met 4 akker land, voor 16 ponden boter,
en met ruim 1 akker woestenland, voor 3 1/4 ponden boter,
betaalt als Lukes Hols ƒ 6,8,1 contributie (voor de huurwaarde van een woning) en ƒ 1,10,0 verponding (voor de huurwaarde van landerijen) te Vriezenveen (1723),
[211]
tr.
293. ANNEKEN HULS. In de volkstelling van Vriezenveen (1748) worden vermeld:[212] Luicas Geers Huls met zijn vrouw Anneken Huls en een kind onder de 10 jaar Gerrit Lucas en als inwoonder Hend. Geertsen Huls.
304. MAAS EVERTSEN, ovl. vóór 1731[213], j.m. van Voorthuizen (1710), otr. Voorthuizen 15-6-1710[214] (met attestatie op Cootwijk[215] ), otr./tr. Kootwijk 25-5/15-6-1710[216]
305. GRIETJE OTTEN, ged. Kootwijk 19-9-1686[217], ovl. na 1748(¥), j.d. uit Cootwijkerbroek (1710)[218],
betaalt ƒ 38,-- (1747) en ƒ 28,15,-- (1748) hoofdgeld als wed. van Aart Jacobs, bouwvrouw in het dorp Barneveld voor 1 persoon, 2 kinderen ouder dan 15 jaar, 2 knegts, 3/4 erf, 3 heerdsteden, 17½ morgen, 5 specien [219],
otr. 2o Voorthuizen/Barneveld 15-12-1731[220]
tr. 2o Kootwijk 1-1-1732[221]
AART JACOBSEN VAARKAMP, geb. Barneveld, ovl. 1747(¥), wednr. van Annetje Hendriks,
mulder (1732),
is gebruiker van een erve en goed Veller genaemt, gelegen in buijrschap Esvelt (1737),[222]
belender in de buurtschap Estvelt (1740),
geërfde in de buurtschap Estvelt (1744),
zn. van verm. Gerrit Jacobs, op Varecamp[223] en Beertien Gerrits,
verkoopt in 1747 het goed Varecamp te Lunteren aan Hendrik Brantse.[224]
| COMMENTAAR(¥) Wie van beide echtgenoten Grietje Otten en Aart Jacobs Vaarkamp het eerst overlijdt is onduidelijk. Grietje betaalt in 1748 hoofgeld als wed. van Aart Jacobs (dus Grietje ovl. na 1748, Aart ovl. voor 1748), terwijl Aart als wednr. van Grietje Otten nog in 1749 een stuk land transporteert (dus Grieteje ovl. voor 1749, Aart ovl. na 1749). Hoe zit dat? |
Op 12-2-1733 doen Aert Jacobsen en Grietjen Otten, egteluijden, cond en certificeren mits desen dat wij volgens maegescheijd opgerigt dato den 14 december 1731 schuldig zijn aen ieder kind bij Maes Evertsen en Grietjen Otten, egteluijden verwekt uijt het gerede een somma van 182 gld eene stuiver, bij welk magescheijd is verstaen, dat de moeder die penningen onder haer kan behouden, soo dat se mundig zijn. Dese de onmundigen met naemen Rijk, Ott en Gerret Maessen. Als onderpand wordt gesteld ons aanpart aen de Puurveensemolen met huijs en verder getimmer, landerijen, houtgewassen, niets uijtgesondert, gelegen in den ampte Barneveld, Carspel Cootwijk buurschap Cootwijkerbroek, soo het tegenwoordig door Gijsbert en Wouter Otten gebruijkt word. Geerfden zijn Jan van Dompseler Heijmans, Gerret Melissen van Couthooren en Hendrik Schut. Geteekend en bezeegeld op den 12 februari 1733.[225]
Op 12-1-1734 transporteren Aert Jacobsen Vaercamp x Grietje Otten aen Roeloff Aersen x Gerritjen Hendriks een camp bouwland genaamt de Heetcamp, ruijm een mergen groot met een plaggeveltje omtrent van die selfde groote daer 't einde aengelegen neffens een slagjen op 't heetveld hij de Weeij gehorende onder het erf en goedje Donkervoort aldaer Steven Aersen woont voormaels door ons transport aan Gerhardus van de Vliert en Evertjen Berghuijs gecoft, liggende in het buurtschap Esvelt, belend ten oosten coperen selfs, ten westen de gemeene steegh off de lijkenwegh, ten zuijden Jan Geurtsen en Geurt Heijmen en ten noorden Gijsbert Jacobs. En sulks alles voor een somma van drie hondert en negentigh gulden. Geerfden zijn Rijk Heijmensen van Huijckenhorst en Hendrik van Heerd. [226]
Op 16-3-1735 hebben Bor Aeltsen en desselfs suster Weijmpjen Aeltsen samen ieder voor de halfscheyd vercoft en getransporteert aen Tijmen Hermsen x Jannetjen Jans de eene helft, en aen de onmundige kinderen van wijlen Maes Evertsen en Grietje Otten, waervan voornoemde Tijmen Hermsen momber is de andere helft, van twee akkertjes landt te saemen groot omtrent een vierendeel mergen, gehorende en gelegen onder 't erve en goedjen in Seumeren daer Jan Hendriksen op woont, zijnde vrij allodiael deylbaer goedt, edogh belast met 's Heerenlasten en ongelden en sulks voor de somma van een hondert en dertigh gulden. Geerfden zijn Wijnant van Leuwen, Lubbert Romeijn, Willem Vincent.[227]
Op 26-66-1738 transporteren Aert Jacobsen Vaercamp x Grietjen Otten aen Rutcher Hendrikse van Gelkenhorst x Geertjen Jacobs. twee campjes saaij en weijlandt genaemt de Aghterste geweijden, na Groot Gelkenhorst aengehoordt hebbende beijder transportanten erff en goed Donkervoort daer Steven Aersen woont, gelegen in buijrschap Estvelt, voor ƒ 330,--. [228]
Op 27-12-1749 transporteert Aart Jacobsen, weduwnaar van Grietjen Otten, aan en ten erffelijken behoeve van Hendrik Woutersen x Marritjen Everts, een hoekjen velt gelegen op het Wesseler Veld tusschen het Rulerse Veld, het Camperland en Jan Geurts Veld, in de buurschap Esveld voor ƒ 60,--. [229]
Het herengoed Varecamp in het dorp Lunteren, kerspel Lunteren, Ambt Ede:[230]
2-4-1718 : Aert Jacobsen Varecamp x Annetie Henrix, krijgen transport na overdracht door Jacob Gerrits, bezitter van bijna de helft van de vrijgekochte percelen en de zaalweer.
10-5-1718 : Jacob Varekamp consent tot het houwen van bomen.
2-6-1725 : Aert Jac. Varecamp investiture en oprukking.
7-6-1725 : Consent voor het houwen van bomen.
21-4-1730 : Cornelis Brantsen investiture en oprukking na transport.
Op 22-6-1750 hebben Johan Walburgh scholtis tot Barneveld en Aalt Jansen als aangestelde curatoren over den verlaaten en desolaten boedel van Jan Jansen Mulder te Elspeet publijk verkogt aan Otto Maassen en sijn ehevrouw, een agtste part min een agtiende part uyt een twaalfde part van d'Elspeeter Moolen, soo als het selve uyt den verlaaten boedel van Jan Jansen Mulder is heengekoomen en sulx voor een somma van ƒ 630 guldens. Geerfden zijn F. van Voorts, D. Boonen.[239]
Op 28-5-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen x Knelisje Gerrits, Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van Evert Maassen x Marritje Willems, zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters, in erffcoop vercogt en al nu getransporteert aan Hendrik Cortus x Lubbertje Lucassen de geregte halvscheijd van 't erff en goedt Bellemans goedt, geleegen in buurschap Swartebroek met sijn huysinge en vorder getimmer boomen en houdtgewassen hoff hoffsteede en onderhoorige landerijen vheenen en plaggevelden en sulx voor de summa van twee duysent drie hondert en vijfftig guldens. Geerfden zijn Teunis Woutersen, Hendrik Drost.[240]
Op 25-5-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen x Knelisje Gerrits, Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van Evert Maassen x Marritje Willems, zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters, bij publicque veyling en toeslag vercogt en alnu gecedeert aan Hendrik Wouterssen en sijnen erven. 1/9 deel in erff de Bunt gelegen in 't Garderbroek, vervolgens xx deel van 1/9 deel, nog 1/8 deel van 1/9 deel ofte soo en als het selve bij Wouter Otten en sijn vrouw in eygendom is beseeten geweest, doende gemelde plaats in 't geheel in verpondinge f 24-4-, zijnde voorts vrij allodiaal erff en goedt niet beswaart als met Heerenverpondinge en andere lasten en wel voor de summa van negen hondert vijff en negentig gulden. Geerfden zijn Arent Vonck van Wolfswynkel , Hendrik Drost.[241]
Op 28-5-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Ot Maassen, vercogt aan Claas Janssen x Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen en haaren erven, soodaane aandeel off erffportie als ieder van haar was hebbende aan de Pureveense wind coornmoolen, als mede van huys hoff bakhuys en verder opstal en onderhorige landerijen houdtgewassen velden en slaagen, gelegen in buurschap Kootwijkerbroeck os soo en als het selve bij wijlen Wouter Otten gebruykt en beseeten is geweest, zijnde vrij allodiaal erff en goedt, niet beswaart als met 's Heerenverponding en wel voor de summa van drie hondert gulden ieder erffportie en dus te zamen ses hondert guldens. Geerfden zijn Derck Brouwer, Hendrik Drost.[242]
Op 25-5-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen x Knelisje Gerrits, Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van Evert Maassen x Marritje Willems, zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters, bij publicque veyling en toeslag verkogt en alnu gecedeert en getransporteert aan Hendrik Wouterssen en sijn erven, een derde gedeelte van 't geheel en dan nog 1/16 deel van 1/9 deel in 't erff en goedt genaamt de Munt gelegen in de buurschap Kootwijkerbroek, beneffens sooveel gedeeltens in 't Mheenlandt gelegen in de Puttermheen als Wouter Otten en desselvs vrouw daarvan beseeten hebben, doende de geheele plaats in verpondinge f 25-13- en van 't geheele mheenland ƒ 8-9, zijnde voorts vrij allodiaal erff en goedt niet beswaaert als met 's Heeren verponding en wel voor de summa van een duysent vijffhondert en twintig guldens. Geerfden zijn Arent Vonck van Wolfswynkel , Hendrik Drost.[243]
Op 2-6-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen x Knelisje Gerrits, Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van Evert Maassen x Marritje Willems, verkogt en alnu gecedeert en getransporteert aan Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, soodaane gedeelten als gemelde erffgenamen waaren hebbende aan een karpaardsplaatsje gelegen in buurschap Kootwijkerbroek en sulx voor de summa van sestien hondert guldens tegens het geheel gereekent, behoudende den onmundigen Peeltjen Peelen desselvs 15ee part in twee derde parten aan gemelde plaats, zijnde vrij allodiaal deylbaar erff en goed. Geerfden zijn Derk Brouwer, Hendrik Drost.[244]
Op 2-6-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen x Knelisje Gerrits, Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van Evert Maassen x Marritje Willems, zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters, bij publicque veyling en toeslag vercogt en alnu gecedeert aan Willem Janssen x Hendrikje Peelen een geregt vierde part van een plaatsje te Drienhuysen in buurschap Garderbroek gelegen, doende in ordinaris verponding over het geheel ƒ 19-19- zijnde vrij allodiaal erff en goedt en sulx voor de summa van vier hondert en veertig gulden. Geerfden zijn Derk Brouwer, Hendrik Drost.[245]
Op 3-7-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x Gysbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen x Knelisje Gerrits, Willem Janssen x Hendrikje Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen, alsmede Hendrik Peelen en Aart Gysbertsen als aangestelde momberen over Peeltje Peelen, mitsgaders Aart Evert Hooglandt en Cornelis Sonneveldt als tijdelijke Diaconen van Barneveld in plaatse van Evert Maassen x Marritjen Willems, zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters, vercogt gecedeert en getransporteert aan Wyn Hendriksen x Styntjen Peelen, een camp hooyland gelegen aan 't lage end te Essen, groot ongeveer 2 scheepel gesaay, benevens 1/3 part van Knuytencamp doende in verponding enkele guldens -8-9 en wel voor de somma van vier hondert guldens. Geerfden zijn Arent Vonk, Hendrik Drost.[246]
Op 12-05-1769 sijn Hendrik Evertsen x Evertjen Ryers wegens geleende penningen schuldig aan Rijkjen Dirks, weduwe van Otto Maassen, een summa van vijff en seventig gulden, als mede aan Derk Hendrikssen gelijke summa van vijff en seventig guldens. Als onderpand dient een vierde part in een erff en goed genaamt Gerbregts goed, groot ongeveer thien schepel, soo als bij haar selven gebruykt word en van Dr. Jacobus Apeldorn als volmagtiger van Hendrik Klinkenberg aangekofft, als mede hondert boomen in de Elspeter Bos van den oud Burgermeesetr Hendrik Boonen x Hendrina Ravensberg aangekofft. (Ingevolge vertoonde quitantie staande op de originele deses getekent door Derk Drost en Derk Otten, geroyeert den 15e july 1788.) Geerfden zijn Abraham van de Graaff, Marten Steven van Coot. [247]
Op 28-2-1774 hebben Hendrik Evertsen x Petertjen Geurtsen uyt de hand verkogt en alnu gecedeert en getransporteert aan Rikjen Derks, weduwe en boedelhoudersche van wijlen Ot Maassen en haare erven, een hoekje hoffs, gelegen in kerspel en dorp Elspeet, waaraan zuydwaarts gelant zijn Gerrit Derksen en Geertjen Snyders en voor de rest de kopersche selvs, zijnde vrij allodiaal deylbaar goed. Het hoekjen hoffs is verpligt jaarlijks en alle jaaren te moeten leveren aan de tijdelijke predikant des kerspels Elspeet een vierl spint rogge, Harderwijker mathe en zulx wel voor eene summa van vijff en veertig guldens vrijgelt. Geerfden zijn Ot Janssen, Hendrik Peelen.[248]
Op 22-06-1775 hebben Barent Stevensz x Hendrikjen Aarts Drost, Willem Aartsen Drost x Geertjen Jansz, Jan Aartsen Drost x Rykjen Hendriks, Gerrits Aartsen Drost x Aaltje van der Woude, Evert Janssen x Aaltje Aartsen Drost, te zamen kinderen en erffgenamen van Aart Lubbertsen Drost en Geertjen Heymans, in leven ehelieden, publijk vercogt aan Jacob Jacobsen x Grietjen Otten en Dirk Otten, kinderen en erffgenamen van Rykje Dirks, weduwe van Otto Maassen en haren erven, een camp saayland kennelijk gelegen bij de Elspeter Moolen in kerspel Elspeet voor de summa van vijfftig guldens vrij geld. Geerfden zijn Jan Lutz, G. Winckels.[249]
Op 24-2-1768 verkopen Gerrit Maasen x A.C. Nyenhuijs, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, als mede Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonnevelt als tijdelijke Diaconen van Barnevelt namens Evert Maassen, aan Hendrik Peterssen mulder op Pureveen en sijnen erven, soodaane aandeel of portie als ieder van haar was hebbende aan de Pureveense windcoornmoolen, als mede van huys hoff bakhuys en verder opstal en onderhorige landerijen, houdtgewassen velden en slaagen, gelegen in de buurschap Cootwijkerbroek of soo en als het selve bij wijlen Wouter Otten gebruykt geweest is en beseeten heeft, zijnde vrij allodiaal niet beswaart erff en goed, en wel voor de somma van neegen hondert caroly guldens. [252]
Het herengoed "Beert Stevensgoedt", vanaf 1651 "Den Essenboom" of "Bart Stevensgoedt" genaamd, in het ambt Ede, kerspel Garderen, buurtschap Essen. De grootte :... etc. [253]
28-9-1769 : Hendrik Rademaker x Marrijtje Derks, Rikje Derks, wed. van Otto Maessens, A.E. Hoogland, en Cornelis van Sonneveld, tijdelijk diaken van Barneveld names Evert Maassens x Marritje Willems, Aart Maassen x Hendrikje Jans, Gerrit Maassen van Seumeren x A.L. Nijenhuis, Klaas Janssen x Gijsbertje Willems, Ot Jansen x Aartje Rademaker, Otje Jansen, tezamen ergenamen van Cornelisje Woutersen, dr. van wijlen Wouter Otten x Gerritje Gerritsen, de laatste dochter en voor de helft erfgename van haar ouders Gerrit Gerritsen x Hendrikje Pelen, approbatie van een transport aan Wijn Hendriks x Stijntje Pelen van 8/30 van een pandschap van een kamp met nog een hoekje bouwland.
312. AART PETERS(EN) (DROST), ged. Nunspeet 3-6-1660[254]
, ovl. kort voor 1741, voor 21-4-1731[255]
, tr. Elspeet (huw. commissarissen) 4-9-1701[256]
313. GEERTJE HERMS (HARMSEN) (TOE WESTENDORP), ged. Epe 18-12-1669[257]
, ovl. 1744-1751[258]
.
|
Wapen (Toe) Westendorp : I. in zilver een rood heil op grasgrond, II. in blauw een klok hangende aan een dwarsbalk, alles van goud. Helmteken: het hert uitkomend. Dekkleden: rechts: zilver en rood, links: goud en blauw.[259]
[260]
| |
Het wapen werd aangetroffen in glas-in-loodramen in een deur van de woning van Sarris Overbosch (1909-1998) te Ootmarsum.[261]
| |
Een herengoed in de buurtschap Westendorp, kerspel Epe, Ambt Epe :[262]
vul aan
o.a.: Geertje Herms, wed. van Aart Peters, krijgt op 25-3-1744 consent voor het houwen van bomen op een herengoed tot Westendorp.[263]
Hullemanserve te Nunspeet :
Op 23-3-1682 krijgt Aert Peters Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Peter Aerts Drost.[264]
Op 10-10-1690 krijgt Aert Peters Drost oprukking (20-1-1699).[265]
Oprukking 19-11-1708 (geen naam vermeld, blijkbaar Aert Peters Drost).[266]
Op 26-5-1714 krijgt Fije Egberts, wed. van Peter Aertsen Drost, approbatie van een dispositie ten profijte van Aert Peters Drost en Marritien Peters en Hermtien Peters, in haar gedeelte.[267]
Op 14-4-1716 krijgt Aert Peters Drost oprukking (25-11-1719).[268]
Op 20-1-1720 krijgt Aert Peters Drost consent voor het houwen van bomen.[269]
Op 18-4-1739 krijgt Peter Aartsen consent voor het houwen van bomen.[270]
Op 1-3-1741 krijgt Peter Aartsen Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Aert Peterssen Drost.[271]
COMMENTAAR(¥)
Er zijn blijkbaar twee personen AART DROST. Deze tweede
AART PETERS DROST, tr. Nunspeet 11-4-1697[272]
,[273]
. AERTJE HENDRICKS, geb. Hoophuizen, beg. Nunspeet 3-1-1713 (Aart Petersz Drostt vrouw Aartjen).
|
Hullemanserve te Nunspeet :
Op 18-4-1739 krijgt Peter Aartsen consent voor het houwen van bomen.[278]
Op 1-3-1741 krijgt Peter Aartsen Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Aert Peterssen Drost.[279]
Op 9-3-1741 krijgen Peter Aartsen Drost senior en Hendrick Aartsen Drost junior approbatie van hun testamentaire dispositie.[280]
Op 10-6-1745 krijgt Peter Aartsen Drost oprukking.[281]
Op 4-8-1749 krijgt Peter Aerssen Drost consent voor het houwen van bomen.[282]
Op 1-7-1765 krijgt Hendrik Aartsen Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn broer Peter Aartsen Drost.[283]
Haardstedengeld van het Ambt Epe 1779/80:[284]
Westendorp
Peter Aerts ƒ 3,--.
Haardstedengeld van het Ambt Epe 1779/80:[291]
Westendorp
Lambert Drost, ƒ 2,--.
zoek op HV Westendorp
Op 11-11-1743 hebben Harmen Aartsen x Pietertjen Heeres woonagtig te Harderwijk verkogt en alnu getransporteert aan Otte Petersen x Marritjen Fredriks woonagtig te Elspeet, een halven akker land genaamt de KaarAkker, sijnde groot twee schepel land, waar van Lambert Aartsen Drost de wederhelfte toebehoort, alwaar oostwaards burgermeester Boonen, zuydwaards de Hooge Wegh, westwaards Christiaan Heijmensen en noordwaards de Vliertseweg naast gelegen is, sijnde vrij allodiaal deylbaar tinsgoed en sulx voor een somma van hondert en vijftig guldens vrij. (Welke somma door den kerkmeester Gerritsen Vermeer hier op verschooten en waar van een obligatie is gemaakt, onder conditie inval de intressen niet promt betaalt worden, 't voornoemde land voor 't capitaal en verloopen intresse door voornoemde Gerrit Teunissen Vermeer sal mogen worden aangevat). Geerfden zijn Jan Hannissen, Wichman Lambertsen. [292]
Op 28-1-1788 wordt een magescheid opgericht tussen Lambert van Essen wednr. en boedelhouder van Gijsje Weyenberg ten eenre en Jan Weyenberg Sr en Fennetje Smits echtelieden, Jacob Weyenberg en Marietje Jacobs echtelieden, en Marritje Weyenberg geass. met haar oudste broer Jan Weyenberg Jr en Hannesje Driesen echtelieden, Voorts Jan Hendriks Weyenberg en Willem Everts als voogden over het onmondige kind van Aart Weyenberg bij Beertje Eiberts verwekt, allen erfgenamen van Nicus Weyenberg voor Gijsje Weyenberg Dan nog Reinder Coenraads van Wijngaarden en Maria Drost echtelieden, Barend Hendrik Aarts en Eybertje Drost echtelieden, Renger Elberts en Geertje Drost echtelieden, allen erfgenamen van hun moeder Geysje Weyenberg en de overleden kinderen Aart en Trijntje Drost bij Lambert Drost verwekt en mede Jan Drost als volmachtiger van zijn moeder Aartje Weyenberg te Epe en ook nog Jan Drost en Jannetje Bakker echtelieden, en eindelijk nog Gerrit Jan Brink en Eibertje Wichmans echtelieden, namens hun moeder Gijsje Weyenberg. Zij verdelen de ongerede goederen waaronder bijv. het Blauwe kruis onder Apperloo. [293]
| COMMENTAAR(¥) Hoe kan dat, als zijn moeder al in 1786 overleden is? |
Register van naamsaanneming Epe 1812:
Renger Elberts (oud: 48), neemt de naam Schipper aan.
Registre Civique de l'Arrondissement d'Arnhem: Epe, 1813
Renger Elbers Schipper, dagloner, geb. 24-3-1763
Met betrekking tot een herengoed tot Westendorp onder Epe is er op 3-12-1751 sprake van : Het resterende 1/5 part is in bezit van de drie onmondige kinderen van wijlen Reijer Jacobs en Egbertje Aerts. Een huis, hof, schuur, schot en hoppenvelt en de navolgende landerijen. Een bosje aan genoemd huis en hof. Item schuur. campje met een hof daar aan gelegen groot 4½ schepel gesaijs. Item het zaailand voor de deur groot 1 mudde gesaijs. Item het Boekweite campje daar aan gelegen groot 1 mudde. Idem het land den Nieuwen camp groot 5 schepel gesaijs. behalve heggen en wallen. Item de rust ? groot 3 schepel, item het kortje stukje groot ½ schepel. Item de Lange akkers groot 3 schepel. Item de akker bij het Paddegat qroot ½ mudde, het Broodakkertje 1 spint, item op het Kruijs 3 stukje groot te zamen 6 schepel. Item een ½ akkertje met Jan Cornelis gemeijn, groot 2 spint. Item nog een bos gnt. de Pelle van Marie Egberts geerfd en laatstelijk een akker gnt. den Haarakker groot 2 schepel zijnde alle deze genoemde goederen ten dele herengoed en ten dele thinsgoed. En dan nog ongeveer 3 schepel hooiland zijnde thinsgoed gnt. Marrien ackers gelegen op den Emster enck onder kerspel Epe t'endes den Vijgenkamp ten oosten Jan Weijers en noorden de kopers met haar land in den Vijgenkamp. In een later akte over dit herengoed is er op 20-12-1754 sprake van de onmondige kinderen van Reijer Jacobz Schouten en Egbertje Aarts Drost met name Evert Aert en Jacob Rijerts Schouten. Deze zijn dan erfgenamen van hun grootmoeder Geertje Hermens. Deze drie kinderen krijgen op 1-8-1767 oprukking van hun 1/5 deel van het herengoed in Westendorp.[302]
Op 13-8-1767 krijgen Andries Bos x Evertje Reijers approbatie van een magescheid d.d. 16-5-1766 over 1/5 part, aangeerfd van hun moeder en grootmoeder.
Op 15-6-1775 krijgt Andries Bos oprukking van het herengoed Evert Cornelis hofstede in Westendorp.
[305] ZOEK OP HV.
Op 13-1-1760 hebben Aart Top x Geertruyd Wijnen en Teunis Vos x Wijnanda Wijnen vercoft en alnu gecedeert en getransporteert aan Evert Jansen x Aaltje Aarts, een half huys en hoff staande en gelegen in Elspeet aan den Brink, waar aan doctor Brouwer rondom gelandet is en de wederhelfte Willem Brouwer gehoort, sijnde vrij allodiaal goed en sulks voor een somma van vijff hondert guldens. Geerfden zijn Reijer van Vierhouten, Beert van Holten. [309]
Op 22-8-1763 hebben Evert Jansen x Aaltje Aarts verkogt aan Erwetje Garrits, weduwe van Frederik Cornelissen, de geregte halfscheyd van een huys en hoff in Elspeet door Peel Hannissen bewoond wordende en waar van Willem Brouwer de wederhelfte toekomt, sijnde vrij allodiaal goed, niet beswaert edogh met 's Heerenverpondinge doende jaarlijks 17½ stuyver, voor eene somma van drie hondert guldens. Geerfden zijn Johannis Evertse Frens, Beert Gangolffsen. [310]
COMMENTAAR(¥)
Niet goed is hier :
|
314. DIRK TONISSEN, ovl. 1708-1726, j.m. van Aalten in de graafschap Zutphen, molenaar van de korenwatermolen te Staverden,[317], otr./tr. Kootwijk 18-5/10-6-1708 [318];(¥)
315. AALTJE OTTEN, ged. Kootwijk op Puijrveen 1-2-1682 [319], ovl. na 1740, tr. 2o 1715-1726
JAN JANSEN (MULDER), ovl. 1740-1750, molenaar te Elspeet (1726-1740).
| COMMENTAAR(¥) vul aan VG 22 |
Op 9-11-1726 verkopen Elbert Hendriksen ende Marritjen Beerts, eghtel(uijden), aan Jan Jansen, moolenaar tot Elspeet, en Aaltjen Otten eghtel(uijden) haar gereghte aandeelen in huijs hoff schaapsschooten en onderhorige landerien daar tegenwoordig Gangelig Beertsen tot Elspeet op woont dan nog onse gereghtigheijt aan huijs hoff en moolen daar kooperen tegenwoordig selfs op woonen alles met des selfs reght en gereghtigheijt ap en dependentis van dien niets daar van uijtgesondert en dat voor de somma van drijhondert silvere ducatons en sulks te leeveren meij 1727 onder verbant en submissie van den Wel Ed. Hove van Gelderlant met renuntiatie als na reghten alles breder te sien in den origen(eele) brieff als die van verkoopers nevens getuigen is ondertekent op den 9 november 1726. De akte is geregistreerd den 5-5-1730. [320]
Op 4-8-1729 wordt het gedeelte in 't erff Veenhuijsen tot Elspeet so als bij Ganwelig Beertsen gebruijckt nevens een aanpart in de moolen tot Elspeet toekomende Willem Evertsen ende Jannetjen Claas, eghtel(uijden), verkoft, getransporteert en overgegeven aan en ten erfflijken behoeve van Jan Jansen Mulder tot Elspeet en Aeltjen Otten, eght(eluijden) voor de somma van 400 guld(en) De akte is geregistreerd den 20-2-1730. [321]
Op 20-11-1738 verkoopt en transporteert Evert Geurtsen aan Jan Jansen Mulder te Elspeet x Aeltjen Otten, een twee en seventigste part aen de molen te Elspeet voornoemt, met sijn aendeel aen huys hoff en daer bij gehorende landerijen, soo bij de kopers bewoont en gebruykt wordende, alsmde sijn portie aen het oude molen land, waer aen oostwaerts de Heer Burgermeester Boonen, west en zuydwaerts vercoper selfs en noordwaerts de copers naest aengeland zijn, als ook aen den akker op de molecamp, daer ten oosten en noorden de Heer Boonen voornoemt, ten westen het gemeene velt en ten zuyden de heer Burgermeester Pannekoek naest aengelegen zijn, wesende aen de molenhoff ten oosten en noorden de Steege en ten zuyden en westen dukgemelte Burgermeester Boonen naest aengelant, zijnde deselve goederen in den ampte van Barnevelt in het carspel en omtrent het dorp van Elspeet en dit alles voor een somma van hondert en tien gulden. [322]
Op 18-1-1740 verkopen en transporteren Derk Engelen x Geertruydt Merrevelts, neffens Mechtelt Claerbeeck en Hendrickje Geurts, de getroude vrouw met haere eheman en de twee ongetrouwde met Peter Wijnen Brouwer geassisteert, aen Jan Jansen Mulder te Elspeet x Aaltje Otten, de twee eerste comparanten yder een ses en dertighste deel en de derde off laetste comparante een twee en seventighste deel aan de molen tot Elspeet, met haere portie aan huys hoff en daerbij gehorende landerijen, soo bij copers bewoont en gebruykt worden, als meede haerlieder aandeel aan het oude molenlant, waeraan ooswaerts de heer Burgermeester Bonen, west en zuydwaerts het niuewe lant en noortwaerts de copers selfs naest aangelant sijn, als ook aan den acker op den Molencamp, daer ten oosten en noorden de heer Bonen voornoemt, ten westen het gemeene velt en ten zuyden de heer burgermeester Pannekoek naest aengelegen, wesende aan den molenhoff ten oosten en noorden de Steegh en ten zuyden en westen dukgemelte burgermeester Bonen naest aangelant, soo als de vercopers deese partien beseten hebben, sijnde gelegen omtrent het dorp van Elspeet en dit alles voor de somma van vier hondert en vijfftigh guldens in 't geheel. [323]
Op 22-6-1750 hebben Johan Walburgh scholtis tot Barneveld en Aalt Jansen als aangestelde curatoren over den verlaaten en desolaten boedel van Jan Jansen Mulder te Elspeet publijk verkogt aan Otto Maassen en sijn ehevrouw, een agtste part min een agtiende part uyt een twaalfde part van d'Elspeeter Moolen, soo als het selve uyt den verlaaten boedel van Jan Jansen Mulder is heengekoomen en sulx voor een somma van ƒ 630 guldens. Geerfden zijn F. van Voorts, D. Boonen.[324]
316. JAN HELMERTS VAN ASSELT(¥), geb. Elspeet ca. 1669, ovl. na 1753, woont op de Kijkover in de buurschap Uddel (1730, 1743),
betaalt ƒ 7,--,-- (1747) en ƒ 5,5,-- (1748) hoofdgeld als tapper in de buurschap Uddel voor 1 persoon, 3 kinderen ouder dan 15 jaar, 1 heerdstede, 1 morgen, 5 specien,[329]
tr. 1o Elspeet geref. (huw. commissarissen) 14-2-1692[330]
PETERTJE GERRITSDR, geb. Elspeet[331], ovl. 1702-1717, tr. 2o Elspeet geref. 27-6-1717 (als wednr.)[332]
317. GEERTJE (GRIETJE) JANS (VAN DEN KIJKOVER), ovl. na 1731.
| COMMENTAAR(¥) Wie zijn Albert van Asselt x Hendrikje van Tongeren, Gerrit Harderwijk x Beerntje Arents van Asselt, Hendrik van Raelt x Gerritje van Asselt die tesamen met anderen erfgenamen zijn van 50 bomen staande in het Elspeterbosch (1755).[333] |
Op 5-8-1743 hebben Hendrik Jansen x Weyme Everts, Hendrik Helmertsen x Trijntjen Jans, Jan Helmertsen x Grietjen Jans, Hendrik Reijersen x Annetjen Jans, Beert Jansen x Pietertjen Jacobs, Jan Willemsen Bok x Geertjen Caspers verkogt en getransporteert aan Otto Jansen x Geertjen Lubberts elks pro quota haar aandeel van een half huys en hof minder een sestiende part uyt gemelde halfscheyd, staande en gelegen te Elspeet, alwaar oostwaards de kerk en pastory te Elspeet, zuydwaards westwaards en noordwaards de gemeene weg naast geland sijn. En sulx voor de somma van twee hondert veertien caroli guldens en vijf stuyvers en twaalf penningen. Geerfden zijn Gerrit Teunissen Vermeer, Jan Hannissen, Jannes Evertsen. [334]
Op 30-7-1753 hebben Jan Helmertsen, Jan Janssen x Rijkjen Christiaensen, Arent Jansen x Gerritjen Hendriks, als meede Geertjen Janss en Jannetjen Janss geassisteert met Jan Helmertsen als haeren momboir, verkogt en alnu gecedeert en getransporteert aan Jan ten Caate x Grietjen Wouters, een geregte halfscheyd van huys, hoff en onderhorige landerijen van olts genaemt den Kijkover, gelegen in buurschap Uddel, soo het selve bij Arent Janssen thans nogh bewoont en gebruykt wort en dat voor een somma van 300 caroli guldens. Geerfden zijn Arent Gerritsen, Beert Mouw.[335]
Op 26-11-1743 hebben Evert Rijksen x Trijntjen Jans, Evert Michielsen x Aartje Jans en Gerrit Jansen x Geertjen Lubberts samentlijk verkogt en al nu gecedeert en getransporteert aan Jan Jansen Kaat x Grietjen Wolters drie agste parten van de Kijk-over gelegen in buurschap Uddel, bestaande in huys, hof en onderhorige landerijen soo het selve bij Jan Helmertsen bewoond en gebruykt word en sulx voor een somma van hondert en tagentig gulden. Geerfden zijn Dithmar Martinius, Johannis Evertsen. [337]
vul aan Kw. VG p131.
Op 14-10-1757 hebben Jan Jansen x Rijkje Christiaans verkogt en al nu gecedeert en getransporteert aan Garrit Lammertsen x Maria Rijks, een huys en schuurtje staande in Elspeet op de grond van de Gemeente, waar voor jaarlijks aan de Boerrigters betaald word eene gulden, voorts vrij allodiaal. En sulks voor een somma van twee hondert ses en seventig guldens. Geerfden zijn Johannis Everts Frens, Cornelis Fredriks. [342]
| COMMENTAAR(¥) VG 20(1995)76 is hier onjuist. |
318. HENDRIK (VAN GALEN?)(¥), geb. vóór ca. 1710.
| COMMENTAAR(¥) Hij is vermoedelijk niet Henderi(j)k van Galen, geb. vóór ca. 1665, ovl. vóór 1710, tr.. vóór ca. 1687 Hilletien (Heijltjen) Claes van Leeuwen, ged. 3-2-1667, ovl. na 1715, waaruit twee kinderen gedoopt te Veenendaal 1701-1705, maar geen Gerritje. Zie kw. nr. 705 sub g. Immers Gerritje (Geertje) Hendriks van Galen krijgt nog een kind in 1757, zal dan hoogstens ca. 45 jaar oud geweest zijn, dus geboren na ca. 1712. Dat kan niet kloppen met het overlijden van Hendrik van Galen voor 1710, in welk jaar diens weduwe hertrouwt. |
320. PIETER BARTHOLOMEUSZ VAN DER MEULEN, ged. 's-Gravenhage Grote K. 13-4-1644 (get. Joost Janssen, Anneke van der Meulen), beg. 's-Gravenhage 17-10-1697,[344]
[345]
mr. schoenmaker,
otr./tr. 1o 's-Gravenhage/Scheveningen geref. 28-2/14-3-1666[346]
HELENA VAN WAARDE(N) (WAERDE(N)), ovl. 1674-1684, j.d. van 's-Gravenhage (1666),
dr. van Dirck Salomonsz van Waerden, beenhakker en vleeshouwer uit Den Briel, en Levvyntje Pietersdr Brackman,[347]
[348]
tr. 2o 's-Gravenhage 9-4-1684;(¥)
321. KATHARINA JACOBSDR HOGEBOOM, geb. vóór ca. 1665.
| COMMENTAAR(¥)
Archief van de Weeskamer Delft: Staat met scheiding van de boedel van Pieter van der Meulen, gehuwd met Helena van Waerden en Margaretha Zellers (1716).[349]
Duidt dit op een derde huwelijk van Pieter van der Meulen? Maar waarom staat Katharina Jacobsdr Hogeboom er dan niet bij? |
322. DAVIDT VAN DER MEULEN, ged. Den Haag 18-4-1650.
323. JANNETJE MOSIS.
324. ISAACK MERGOUW (MORGOU, MARGOUW), ged. Leiden 22-4-1663, ovl./beg. Leiden 30-11/7-12-1757, wolkammer wonend op de Geergraft (1689),
koopt (1720) en verkoopt (1728) een huis in de Achterste Doelsteeg,
koopt (1722) en verkoopt (1729) een huis in de Haverstraat,
koopt (1723) en verkoopt (1729) een huis op de Zijdgracht,
koopt (1725) en verkoopt (1726) een huis op de Oude Varkenmarkt,
doopget. (1722),
tr. 2o mrt-nov. 1720
SARA DE HAES, ovl. na 1722, wed. van Jan Lambertsz Marlier (huw. 1700, en bij wie kinderen),
woont op de Doelgraft (1700),
erft (1720) en verkoopt (1720) een huis in de Narmstraat te Leiden,
doopget. (1694..1722),
otr. 1o Leiden Waalse Kerk 9-9-1689 (get. voor hem Abraham Morgou, zijn broer wonend op de Garemart, voor haar Maria Edisel, haar zuster wonend in de Raemsteegh, en Ariaentie de Graeff, haar schoonzuster wonend in de Gorstestraet)
325. RA(E)CHEL EDISEL (EDISEYN, EDEGOM, EDUSEL, EDEGEL, EEDESVEL), ged. Leiden 14-10-1657, ovl./beg. Leiden 2/9-3-1720, wonend op de Geergraft (1681..1689),
huw. get. (1687), doopget. (1678..1699),
otr. 1o Leiden Waalse K. 29-8-1681 (get. voor haar Lijsbeth Wasseur, haar schoonzuster wonend op de Binnevestgraft, voor hem Jean Bourso, zijn zwager wonend in de Gorstestraet)
CLAES (NICOLAES) DE SITTER, ovl. 1682-1689, wednr. van Marya Slos, wonend op de Geergraft (1681).
Bonboeken Leiden: Een huis in de Narmstraat ZZ bon Hogemors:[385]
8-10-1700: Op den 30 Maert is alhier over gelevert copie autentijcq uit seeckere scheijding gepasseert voor de Nots. Johannes Becquau ende seeckere getuijgen binnen Leijden in dato den 2 maert 1720 tussen eerbare Sara de Haes, wed. van zal(ige)r Jan Marlier, mitsgaders Isaac van(der) Wagh als in huijwelijk hebbende Marijtie Marlier en Joseph Marlier ende laatstelijck de voorn. Isaac van der Wagh ende Jan Favier als in de seclusie van de E: Weesmeesteren haren gestelde voogden over Jan Marlier als kinderen en erfgenaemen van voorn. Jan Marlier aenbedeelt d' voorn. Sara de Haes, wedu. van Jan Marlier.
16-11-1720: Is bij Isaac Margouw als in huijwelijk hebbende Sara de Haes vercoft aen Willem Albertsz van(de)n Werf vrij om 223 gld gereet gelt.
Bonboeken Leiden: Een huis in de Achterste Doelsteeg bon Noord-Rapenburg:[386]
29-10-1720: Is bij hem (=Cornelis van Persijn) vercoft aan Isaac Margouw vrij om 150 gld gereet gelt.
16-9-1728 Is bij hem (-Isaac Margouw) vercoft aen Cornelis Knetter vrij om 165 gld gereet gelt.
Bonboeken Leiden: Een huis in de Haverstraat NZ bon Oost-Nieuwland:[387]
30-5-1722: Is bij hem (=Abraham de Rouw) vercoft aan Isaac Murgouw vrij om 350 gl gereet gelt.
4-1-1729: Is bij hem (=Isaac Murgouw) vercoft aen Johannes Schoeman vrij om 355 gl gereet gelt.
Bonboeken Leiden: Een huis op de Zijdgracht OZ bon Oost-Nieuwland:[388]
12-5-1723: Is bij Eva de Rijck, wed. van Johannes de Cruijs ende meede erfgen(aem) van Antonij de Koningh, vercoft aen Isaac Margouw met belastingh vande voorsz. pacht om 145 gld gereet gelt. 8-1-1729 Is bij hem (=Isaac Margouw) vercoft aen Willem van Heijningen belast mette voorsz pacht, om 160 gld gereet gelt.
Bonboeken Leiden: Een huis op de Oude Varkenmarkt OZ bon Noord-Rapenburg:[389]
17-6-1725: Is bij Pieter van Leeuwen, soon en mede geinstitueert erfgen(aem) van Marijtie Pleunen, in haer leven wedu. ende boedelhoutster van Claes Cornelisz van Leeuwen, vercoft aen Isaac Margouw met belastinge van de voorsz. pacht om 370 gld gereet gelt.
16-1-1726 Is bij hem (=Isaac Margouw) vercoft aen Michiel Haseman vrij om 380 gld. gereet gelt.
Bonboeken Leiden: Een huis op Levendaal OZ bon Oost-Nieuwland :[390]
7-1-1734: Is bij de voogden over het minderjarige kind van Cornelis Vennekool verkogt aan Pieter Murgouw, vrij om 45 gld gereed geld.
Op den 29-9-1768 is alhier overgelevert een onderhandse attestatie getekent bij Jan Langhorst en Jan van Hille op den 29-9-1762 waar bij zij hebben gedeposeert dat Pieter Murgouw tot zijne eenige erfgename ab intestato heeft nagelaten zijn broeder Abraham Murgouw.
6-10-1768 Is bij hem (=Abraham Murgouw) verkogt aan Leendert Houweling, vrij om 40 gld gereed geld.
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1753/54: Anna Muurgouw, Testament [392]
326. JACOBUS VAN DE(R) KELDER, ged. Leiden Hooglandse K. 24-5-1665 (get. Jacob Jorisz van der Kelder, Lijsbet Claes en Magdalena Buinie), ovl./beg. Leiden 9/16-1-1723, vachteploter (1692), wonend in de Krayerstraet (1692), in de Scheijstraet (1695),
koopt (169) en verkoopt (1717) een huis in de Molenwerfsteeg OZ te Leiden,
huw. get. (1695), doopget. (1719),
heeft een relatie(¥) met[394]
GEERTRUIJD (D)ROOTE (DE ROODE), ovl. Oegstgeest, beg. buiten Leiden 22-6-1745 (Geertruijd de Roode, weduwe van Johannes Kelder (sic!)), wed. van Jacob Geld,
huw. get. wonend op de Koepoortsgragt (1737), op de Marendorpsche Achtergracht (1745),
otr. 1o Leiden Waals 31-10-1692 (get. Servaes van de Kelder, zijn neef op de Oostdwersgraft, Margriet Keuckelaer, haar zuster in de Korte Vrouwensteegh)
327. FLORENTIA (VAN DER) KEUCKELAER, geb. vóór ca. 1675, ovl./beg. Leiden 12/19-6-1700, afkomstig van Doornik,
wonend in de Vrouwesteegh op de Haerlemstraet (1690), in de Korte Vrouwensteegh (1692), in de Scheijstraet (1695).
| COMMENTAAR(¥) Van een eventueel later huwelijk tussen Jacobus van der Kelder en Geertruijd Droote is vooralsnog niets gebleken, ofschoon zij begraven wordt als zijn weduwe. |
Bonboeken Leiden: Een huis in de Molenwerfsteeg OZ bon Noord-Rapenburg:[395]
22-7-1698: Is bij Fijtje Willems Persoon, wed. van Jan van der Voort voor de ene helft, ende Jan Jansz van der Voort cum sociis, kinderen ende erfgen(aeme)n van Jan Jansz van der Voort voorn(oem)t voor de wederhelfte, vercoft aen Jacob van der Kelder vrij om 205 gld. gereet gelt.
20-1-1717: Is bij hem (=Jacob van der Kelder) vercoft aen Pieter Lugt vrij om 150 gld. gereet gelt.
Op 4-4-1709 compareren Jacobus van der Kelder weduenaar van Florens Kekleer (!) ter eenre ende Geertruij Drote soo sij sijde(¥) weduwe van Jacob Geld, beijde wonende binnen desers stadt, mij notaris bekent, ter andere seijde. Dewelken te kennen gaven dat se met den and'ren in minder vrientschap t'samen hebben geteelt den soon tegenwoordig out agt weken genaamt Johannes, over de devloratie, craamkosten en alimentatie van dat geval, sij wederom in minne en vrintschappe met ten and'ren sijn verdragen ende overeengekomen so sij doen bij desen. Namentlijk, dat den eersten comparant aan de tweede comparante de tijt van tien jaren lanck (indien het kint soo lang int' leven blijft anders tot desselfs overlijden toe) sal moeten uijtkeren sweecs twaalf stuijvers en en ingevalle t'gemelde kint binnent voorsz. tijt quam te overlijden soo sal den eersten comparant het kint tot sijne koste eerlijk ter aarde moeten bestellen, waarmede alle qestien doot, af ende te niet sal sijn sonder enige te reserveren anders (indien het kint boven de tien jaaren nog alimentatie mogt van noden hebben dat hij dan nog sal moeten continueren). Tot naarkominge ende voldoeninge deses verbindende de comparanten hare respective personen ende goederen, roerende ende onroerende gene uijtgesondert, stellende deselve onder bedwang ende executie van alles s'heren reglen ende regteren. Consenterende voorts hier af gemaekt ende gelevert te werden contract in forma. Aldus gedaan, verleden ende gepasseert binnen Leijden ter presentie van Cornelis van Hutte ende Willem IJsselsteijn als getuijgen hier toe versocht. W.g. Jacobus van de Kelder, de getuigen, en een merk bij Geertruij Droote gesteld. [396]
COMMENTAAR(¥) Waarom voegt de notaris hier de woorden "soo sij sijde" toe aan de verklaring van Geertruij Drote dat zij weduwe is van Jacob Geld? Zou hij haar niet geloven? Inderdaad valt in Leiden geen huwelijk van Geertruij Drote en Jacob Geld te vinden. Er valt zelfs helemaal geen Jacob(us) Geld/Gelt in de archivalia van Leiden te vinden!
|
Handtekening van Jacobus van der Kelder en merk door Geertruid Droote gesteld onder de alimentatie overeenkomst voor hun "in minder vrientschap .. geteelde" zoon Johannes van der Kelder (1709).
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1738: Jacobus van de Kelder [399]
Volgens het register van het Houhuis en Arm-Kinderhuis te Leiden worden de beide jongens Jacobus van der Kelder en Maghiel van der Kelder op 17-10-1740 na het overlijden van de moeder opgenomen in het Houhuis te Leiden, de vader is in okt. 1740 met het schip Weltevreden naar Oost Indien gevaren, waar hij 24-4-1751 overlijdt. Er is dan een tegoed van ƒ 63,11,2. Maghiel overlijdt jong, Jacobus is "met concent van Zeland na Oost Indien gevaren den 22 October 1742 voor eigen rekening en risico".[400]
"De weesjongens moesten bijdragen in de hoge kosten van het onderhoud van de wezen. Daartoe namen ze onder meer dienst bij de V.O.C." In de lijst van personen die in dienst van de V.O.C. naar Indië zijn vertrokken staat vermeld:
Jakobus van der Kelder gedoopt 26-10-1723,
16-8-1749 "Raport kan niet gevonden worden ten zij het schip bekent is".[401]
| COMMENTAAR(¥) Wijnand Eduards is de zoon van Jacobus' oudooms Anthnoy van der Kelders weduwe Anna Sterk en Pieter Eduards. Die kan hij inderdaad als 'neef' aanduiden. |
Bonboeken Leiden: Een huis op de Uiterste gracht OZ bon Nicolaasgracht:[404]
17-2-1756: Involgens deselve qual(itei)t als int 2e Reg. fol. 198 vercogt aan Jacobus van de Kelder vrij om 260 gld. gereed gelt.
Op den 13-11-1763 is alhier overgelevert t giollijtde? (geopende?) testamente van Jacobus van der Kelder en Anna Kunst, gepasseert voor de Nots. Jacob van der Does en get. in dato den ..-11-1760 waar bij blijkt dat de eerststervende de langstlevende tot erfgenaam heeft gesteld 't welk geweest is de voorn. Anna Kunst.
13-12-1763 Is bij haar (=Anna Kunst) verkogt aan Jan van Claveren vrij om 75 gld. gereed geld.
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1748: Jacobus van der Kelder, Attestatie [405]
1759: Jacobus van der Kelder en vrouw, Testament [406]
1763: Jacobus van der Kelder en Anna Kunst [407]
1764: Anna Kunst [408]
Op 4-4-1709 compareren Jacobus van der Kelder weduenaar van Florens Kekleer ter eenre ende Geertruij Drote soo sij sijde weduwe van Jacob Geld, beijde wonende binnen desers stadt, mij notaris bekent, ter andere seijde. Dewelken te kennen gaven dat se met den and'ren in minder vrientschap t'samen hebben geteelt den soon tegenwoordig out agt weken genaamt Johannes, over de devloratie, craamkosten en alimentatie van dat geval, sij wederom in minne en vrintschappe met ten and'ren sijn verdragen ende overeengekomen so sij doen bij desen. Namentlijk, dat den eersten comparant aan de tweede comparante de tijt van tien jaren lanck (indien het kint soo lang int' leven blijft anders tot desselfs overlijden toe) sal moeten uijtkeren sweecs twaalf stuijvers en en ingevalle t'gemelde kint binnent voorsz. tijt quam te overlijden soo sal den eersten comparant het kint tot sijne koste eerlijk ter aarde moeten bestellen, waarmede alle qestien doot, af ende te niet sal sijn sonder enige te reserveren anders (indien het kint boven de tien jaaren nog alimentatie mogt van noden hebben dat hij dan nog sal moeten continueren). Tot naarkominge ende voldoeninge deses verbindende de comparanten hare respective personen ende goederen, roerende ende onroerende gene uijtgesondert, stellende deselve onder bedwang ende executie van alles s'heren reglen ende regteren. Consenterende voorts hier af gemaekt ende gelevert te werden contract in forma. Aldus gedaan, verleden ende gepasseert binnen Leijden ter presentie van Cornelis van Hutte ende Willem IJsselsteijn als getuijgen hier toe versocht. W.g. Jacobus van de Kelder, de getuigen, en een merk bij Geertruij Droote gesteld. [411]
328. JAN CORNELISSE VAN DER BYE, ged. Heenvliet 6-10-1680, ovl. na 17-6-1753,[415].
mr. wagenmaker (1708) [416], tr. Klaaswaal kerkelijk 1706
329. HENDRIKJE LAURENSE VAN MIEREN, ovl. Goudswaard voor 19-1-1735, met wie hij compareert te Goudswaard (31-5-1708).[417].
Op 15-12-1696 verkrijgt Jan Cornelisse van der Bye, minderjarig, vader Cornelis Gerrits van der Bye, na overdracht door Willem van Rije te Strijen, "4 lijnen land in de vier houcken buyten over de Hoffwatering", heergewaad : een rode sperwer, leenroerig aan de heerlijkheid Heenvliet.[418]
Op 19-1-1735 is de voogdijregeling van de weduwnaar Jan Cornelisse van der Bie gedateerd.[419]
Een acte van taxatie ten verzoeken van Jan Cornelisse van der Bie en zijn drie zonen Cornelis, Arij en Laurents is gedateerd 18 augustus 1751.[420].
Jan Cornelisse van der Bie woont 17-1-1753 te Korendijk en heeft tijding gegeven aan de veerman van de Korendijk, dat hij door ziekte niet naar Heenvliet kan komen. Hij zendt zijn zoon wegens huis/schuur transport van de overleden Hendrik Spek. Deze had op 23-7-1718 huis/schuur gekocht van Jan Cornelisse van der Bije, met een schuldrentebrief van ƒ 300,--. Afgelost 17-6-1753, getekend door Arij Janse van der Bie, zoon van Jan Cornelisse van der Bije.[421]
330. CORNELIS AARTS HOOGVLIET, ged. Goudswaard 31-10-1666, ovl. 1727-1733, otr. Goudswaard 8-6-1710
331. NEELTJE JACOBS WAALBOER, ged. Goudswaard 4-8-1686, tr. 2o [436]
KRIJN VAN NUFFELEN, wednr. van Lijntje Arends Prosman.
Cornelis Aarts Hoogvliet en Neeltje Jacobs Waalboer compareren te Goudswaard 23-11-1709.[437]
Op 24-10-1727 worden Cornelis Aarts Hoogvliet en Jan Arents Groeneveld benoemd tot voogden over de na te laten kinderen van Arie Bastiaanse Groenevelt.[438]
332. ARIEN ARIENTS VAN DER BEN(¥), geb. Waddinxveen, beg. Waddinxveen Oude Kerk 12-5-1733(¥) (Ary Arentsz van der Ben), otr. Waddinxveen 31-5-1681
333. MARTIJNTJE JANS KLEIJNBURGH (KLEINBERGH)(¥), beg. Waddinxveen Oude Kerk 4-2-1692 (Martijntje Jans, huisvrouw van Arien Aartsz van der Ben).
| COMMENTAAR(¥) Zijn begraafdatum kan zijn verwisseld met die van zijn gelijknamige vermodelijke zoon een jaar later. |
| COMMENTAAR(¥) Is er verband met Jan Jansz van der Ben, beg. Gouda 30-8-1715,[440] tr. voor 1690 Maria Arijensdr (van) Oosterhout, beg. Gouda 29-6-1740[441] waaruit Ary Jansz van der Ben, tr. Gouda 1717 Jannigje Gerritsdr IJssendijk etc.[442] |
| COMMENTAAR(¥) verm. een zr. van Cornelis Jansen Kleijnbergh, j.m., wonend te Waddinxveen, tr. Gouda St. Jan 28-8-1670 Aeltien Elderts Verhoogh.[443] |
vul aan Kron. 7(1998)234
334. CORNELIS ADAMS VAN DER HEIJDEN, ged. Waddinxveen 25-10-1665, beg. Zuid-Waddinxveen 26-5-1714, otr. Zuid-Waddinxveen 28-5-1695
335. LIJSBETH CORNELIS KOCK, geb. Boskoop, beg. Waddinxveen 11-4-1735.
336. WILLEM JACOBSZ VAN DER JAGT, ged. geref. Maassluis 11-3-1674, beg. Maassluis Grote Kerk 1-5-1728 (eerste graf nr. 33, daarna nr. 37 [444]), koopman, reeder, boekhouder, schepen (1722-1727) en burgemeester (1727-1728) te Maassluis, welgeboren
man van Delfland, regent van het Hervormd Weeshuis te Maassluis
(1723-1724),[445]
tr. Maassluis 25-3-1696
337. KLAASJE GERRITSDR. VAN BEZOOYEN, ged. geref. Maassluis 15-7-1674, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 33 [446]) 15-12-1716.
| Wapen Van der Jagt : Een door twee honden en een fret vergezelde jager, houdende over de schouder een stok waaraan twee dode vossen. Dit wapen komt voor op het wapenbord in de N.H. Kerk te Maasland [447]. |
Op 2- 7-1712 wordt Willem van der Jagt vermeld in een Attestatie te Maassluis. [448]
338. MR. WILLEM BREUR, geb. Den Haag maart 1665, ovl. Den Haag/Rotterdam? 26-6-1712 (beg. niet te Rotterdam gevonden), j.m., procureur, wonend te Den Haag (1694),
notaris te Den Haag,[450]
procureur voor het Hof van Holland (1694..1706),[451]
[452]
[453]
otr./tr. Rotterdam (schepenen) 15/31-10-1694
339. W(E)YNANDA VAN WAESBERGHE, geb./ged. Rotterdam 3/5-3-1665 (get. Isaack Elsevier en Ida van der Strate), beg. Rotterdam gaarder/Grote K. 26/28-10-1734 (eigen graf, laat na 1 (volgens gaarder) of 2 (volgens begraafinschrijving) meerderjarige kinderen).
[454],
[455]
j.d. wonend te Rotterdam (1694), in 't Proveniershuis onder Cool (1734),
doopget. (1684).
|
Wapen van Waesberghe : Een zilver veld beladen met een klimmende leeuw van sabel,
het veld bezaaid met zeventien zwarte blokjes.
Helmteken : een klimmende leeuw [456], [457]. Wapenspreuk : Nullus Limes Leone (er is geen grens voor de leeuw). |
Op 1-2-1707 verleent Pieter van Assendelft, raad en burgemeester te Vlaardingen, procuratie aan Willem Breur. [458]
Zou het hier bovenstaande Willem Breur betreffen? ZOEK complete acte.
Op 1-8-1708 wordt procuratie verleend aan Willem Breur, procureur te Maassluis. [459]
"Seker nonchalant procureur (Breur), die geordonneert was te compareren", hield zich voortdurend op in een herberg, "tanquam glebae adscriptus". In die rol wordt hij tot drie keer toe door een deurwaarder namens Commissarissen van de rol opgeroepen, maar hij blijft weg. Commissarissen rapporteeren dit in den Raad en de Hoge Raad besluit hem een boete op te leggen van twee ducatons (1708).[460]
| COMMENTAAR(¥)
Wie zijn :
Simon Breur, geb. 27-9-1697[462], tr. Maaike Borgers, ged. Dinteloord 1709, dr. van Willem Borgers. Hieruit geboren Leendert Simonszn. Breure [463]. Simon Breur, ovl.(beg?) Den Haag 31-5-1701 [464]. |
UB Amsterdam: De handschriften, krachtens bruikleencontract in de Universitetsbibliotheek berustende. 1e gedeelte: De handschriften van de Remonstrantsche kerk beschreven door M.B. Mendes da Costa:
nr. 349: Verslag: wegens het genoteerde in de Societeits en Kerkeraads notulen (van Rotterdam) betreffende het legaat van A(driaan) Breur en de handelwijze van Simon Breur. - Loopende over 1721 - 1752.
Oud Archief van de Stad Rotterdam,[465]: nr. 3046 Request van Simon Breur, notaris, aan burgemeesteren om voorziening in zijn conflict met de Remonstrantse kerk te Rotterdam over de erfenis van zijn oud-oom mr. Adriaen Breur, 1749.
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1761: Maria Breur en echtgenoot David Munnik [468]
| COMMENTAAR(¥) In ref. [470] heet deze zoon Simon! |
340. PIETER RE(E)DERI(J)S (RIDDERUS), geb. Hellevoet-binnen, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 52) 27-11-1728[471], j.m. van Hellevoet binnen, woont op de Noorddijk (1692), in de Schans (1728) te Maassluis,
otr. Maassluis geref. 21-4-1692 (met attestatie 17-5-1692 om op Blankenburg of elders te trouwen)
341. SUSANNA PIETERS DE HAY (HAAIJ), ged. geref. Maassluis 4-9-1669, beg. Maassluis (impost) 9-5-1740, j.d., wonend op de Noorddijk te Maassluis (1692).
Pieter Ridderis en zijn echtgenote Susanna de Haij komen voor in een akte van boedelscheiding 22-3-1709[472] en van voogdij 23-3-1711.[473]
Op "8-9-1763 is het gebeente van Pieter Reederijs en het gebeente van Sussannetye de Haeij in een beenekistje hergrave" in graf nr. 141.[474]
Op 18-12-1761 vindt te Maassluis de boedelscheiding plaats van Gerbrand Berkel, schipper te Maassluis overleden op 21-11-1761, echtgenoot van wijlen Petronella Ridderus (huwelijk Maassluis 12-5-1726). Er is 1 kind Lysbeth Berkel. Deze dochter is echter overleden op het moment dat het testament werd opgemaakt en tot erfgenamen zijn de twee minderjarige kinderen benoemd welke zij heeft nagelaten. Tot medeerfgenamen zijn tevens de kinderen van respectievelijk een nicht en een aangetrouwde nicht van de overledene benoemd. Het gebruik van de woning, staande en gelegen in de Schans te Maassluis bij de Grote Kerk, strekkende voor van het Spuiwater tot achter aan de Kerkstraat, valt toe aan een aangetrouwde zoon.
De boedel omvat : 1 huis en erf staande en gelegen in de Schans te Maassluis bij de Grote Kerk, strekkende voor van het Spuiwater tot achter aan de Kerkstraat, 1 obligatie t.lv. de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden, ten comptoir 's-Gravenhage, t.n.v. de wed. en zoon van Willem van Nieuwpoort dd. 2-1-1727. Rest de interest sedert 2-1-1761 ad ƒ 1000.00, 1 obligatie t.l.v. de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden ten comptoir 's-Gravenhage, t.n.v. Adriaan de Graaff dd. 26-1-1708. Rest de interest sedert 26-1-1761 ad ƒ 1000.00, wegens geleende penningen en wegens de koop van twaalf korenzakken van Pleun Joppe Berkel, bouwman op het eiland Roosenburg ƒ 65.70, vordering van de heer Maarte de Vos te Maassluis ƒ 15.00, vordering van de heer Cornelis van Dalem ƒ 58.85, vordering van de heer Willem van der Jagt ƒ 42.75, vordering van de wed. Hogerbrugge ƒ 12.35, vordering van Cornelis van Rijsoord ƒ 7.45, vordering van de wed. van wijlen Pieter Schim ƒ 30.00, contant geld in verscheidene gangbaren specien ƒ 190.45, 18 zilveren potstukjes, in soorten, 1 stukje goud, gelijkende een oude vreemde ducaat, 2 zilveren dukaten, 1 gouden rosenobel, 1 ring met elf stenen in het goud, 1 gouden ring glad, klein, 1 gouden hoepring glad, 1 ring van gewerkt goud, 1 ring met rode steentjes, 1 gouden haakje en lusje, 2 gouden akerhaakjes, 2 gouden broekgespen, 2 gouden knoopjes met stenen, 1 bloedkoralen ketting met een goud bootje waarin een rood steentje, 1 zilveren hoofdijzer met gouden stukken, 6 zilveren lepels, 6 zilveren lepels, ander soort, 2 zilveren lepels op de steel besneden, 1 zilveren lepel besneden op het blad, 2 lepels met ronde bladen en gedraaide stelen, 1 grote zilveren beker, 1 groot zilveren zoutvat, 1 klein zilveren zoutvat, 1 kleiner zilveren zoutvat, 1 zilveren kom, 2 stoppen zilver beslagen voor flessen, 2 kettingen zilver beslagen voor flessen, 1 zilveren kettingstreng, 3 zilveren zakhorloges, 2 zilveren knoopjes met steentjes, 2 zilveren knoopjes kristal, 2 zilveren schoengespen, 2 zilveren broekgespen, 1 zilveren kussendoosje, 4 zilveren broekknopen, 1 zilveren gespje, 1 zilveren stropslot, 2 zilveren eierlepeltjes, 1 zilveren knipkoker, 1 zilveren knipkoker, 1 zilveren schaartje, 1 zilveren beugeltje, oude zilveren knoopjes in een zakje, 3 zilveren knoopjes,, 1 benen mes met zilver beslag, 1 benen vork met zilver beslag.
In het voorhuis : 1 notebomen kast, 3 kastdoeken, 1 nieuw tafellaken, 12 nieuwe servetten, 1 damasten tafellaken, 12 damasten servetten, 1 tafellaken, 6 servetten, 7 servetten, 4 servetten in soorten, 1 damasten tafellaken, 2 gemene tafellakens, 1 fijn slaaplaken, 1 grof slaaplaken, 5 oude lakens, 6 nieuwe kussenslopen, 9 slopen in soorten, 2 vrouwenhemden, 2 vrouwenhemden gegeven aan de aflegsters, 6 fijne nieuwe manshemden, 12 fijne manshemden, 8 oude manshemden, 5 grove manshemden, 6 nieuwe ongenaaide manshemden, 2 linnen rokjes, 6 wit gestreepte hemdrokken, 1 blauw gestreept rokje, 1 gebloemde hemdrok met 24 zilveren knopen, 2 mansonderbroeken, 4 witte gordijntjes in soorten, 2 schoorsteenkleedjes, 3 halve hemden, 17 stropjes, 15 paar mansmouwen, 7 neteldoekse dassen, 6 grote zakneusdoeken, 1 lap vlaams linnen stof, 1 lap fijn linnen stof, 1 lap wat minder fijn linnen stof, 1 lapje servet stof, 1 lapje dagelijks stof, 1 kan met een zilver lid, 1 glazen fles met zilver beslag en een ketting, 2 bijbeltjes met zilverbeslag, 1 bijbeltje zonder beslag, 1 avondmaalboekje met een zilver slotje, 1 zwart zijden dasje, 1 gekleurd dasje, 1 zijden neusdoek, 5 paar zwart gestreepte manskousen, 2 paar effen manskousen, 1 paar zwarte manshandschoenen, 1 paar zijden kousen, 2 stoffen japonnen, 1 rode sitsen japon, 2 balijnen rokken, 4 gordijntjes, 4 paar bedgordijnen, 4 rabatten, 5 katoenen vrouwenrokken in soorten, 1 gestreepte vrouwenrok, 1 damasten vrouwenrok, 1 zwart gestreepte kaleminken vrouwenrok, 1 geel sitsen vrouwenmanteltje, 1 wit vrouwenmanteltje, 3 katoenen vrouwenmanteltjes in soorten, 1 zwart vrouwenmanteltje, 1 gestreept gingangen vrouwenmanteltje, 1 gebloemd katoenen vrouwenmanteltje, 3 nieuwe blauwe gestreepte vrouwenborstrokken, 2 witte vrouwenborstrokken, 1 voering van een japon, 1 kapje fluweel, 1 kapje floers, 4 strooien hoeden in soorten, 1 zijden flodderhoed, 1 voering van een hoed, 1 zijden kaper met een goud haakje en lusje, 1 zwart laken mansrok, 1 zwart laken kamizool, 1 zwart laken mansbroek, 1 gekleurde mansrok, 1 gekleurde kamizool, 1 gekleurde mansbroek, 1 kamizool van zwart gebloemd stof, 1 paar zwarte gebreide manshandschoenen, 1 kistje, 1 doosje waarin losse steentjes (agaat) en enige kraaltjes, 1 hoorn, 4 spintdoekjes, 1 mopsmuts met kant, 3 langetten mopsmutsen, 3 oude neteldoekse halsdoeken, 3 kanten galantjes, 2 rouwgalantjes, 2 tipjes kant, 1 ongenaaid ondermutsje, 2 ongenaaide vrouwenlobben, 1 een paar fluwelen moffen, 1 een paar oude kousen, 2 beursjes voor tasbeugels, 1 waaier, 2 paar braceletjes, 1 ceintuur, 1 schaar, 1 suikerschaar, 5 paar mansschoenen, 1 paar zwarte vrouwenmuilen, 2 gekleurde vrouwenmuilen met zilveren neusjes, 1 tafel, 1 theetafel, 1 plank, 1 toonbank, 1 schootplank, 1 voetenbank, 1 kleerbak, 1 schenkbakje, 1 oud schilderij, 1 lei, 6 bruine stoelen, 1 naaidoos met enige rommeling.
In de keuken : 1 bed, 1 peluw, 2 kussens, 2 schilderijen, 4 theeblaadjes, 1 engels slagklokje, 1 oud theerek, 1 bruine lessenaar, 1 rookplankje, 2 tafels, 9 zwarte stoelen, 3 oude stoven, 6 paar gekleurd theegoed, 6 paar gekleurd theegoed kopjes, 5 zes paar gekleurd theegoed bakjes, 5 geemailleerde bakken, 3 kopjes van gekleurd porselein, 2 bakjes van gekleurd porselein, 4 bakjes van japans porselein, 6 blauwe kopjes met bruine randjes, 6 blauwe bakjes met bruine randjes, 5 kopjes bruin koffiegoed, 6 bakjes bruin koffiegoed, 4 koppen, 4 bakken, 1 bakje, 1 kopje, 5 paar geemailleerd koffiegoed waarvan een bak defect, 5 pulletjes in soorten, 6 porseleinen spoelkommen draakjes, 1 paar porseleinen spoelkommen, 1 paar spoelkommen, 1 paar porseleinen spoelkommen, defect, 1 porseleinen spoelkom, defect, 2 porseleinen trekpotjes, 6 gekleurde japans theebakjes, 6 blauwe porseleinen theebakjes, 2 blauwe theebakjes defect, 1 rode oostindisch trekpot, 6 paar gekleurde kopjes, 6 paar gekleurde bakjes, 6 paar gekleurde kopjes, 6 paar gekleurde bakjes, 1 kopje defect, 2 schoteltjes defect, 4 paar gekleurde kopjes, waarvan een kopje defect, 4 paar gekleurde bakjes, 6 koppen blauw theegoed, 5 bakken blauw theegoed, 6 kleine blauwe kommetjes, 1 wat groter blauw kommetje defect, 1 blauwe theebus, 10 stukjes kleingoed, in soorten, 1 bruin porseleinen koffiekopje, 2 pleisterbeeldjes, 2 pleistervaasjes, 1 spekstenen beeldje, 3 tinnen schotels, 1 tinnen soepkom, 1 tinnen soepkom, wat kleiner, 2 tinnen assieten, 6 tinnen borden, 2 tinnen trekpotten, 1 tinnen waterpot, 1 tinnen ondersteker, 1 tinnen bierkan, 1 tinnen kommetje, 1 tinnen tuit, 1 tinnen tuit, kleiner, 1 tinnen zoutvat, 1 tinnen bekertje, 1 tinnen lampje, 2 tinnen lepels, 2 tinnen eierlepeltjes, 1 koperen bruine koffiekan, 1 bruin koperen chocoladekannetje, met 'dril.stock', 1 'drilstock' bruin, koper, bij een chokoladekannetje, 1 klein koffiemolentje, 1 geel koperen ketel, 1 geel koperen tabakskomfoortje, 2 geel koperen kandelaars, 1 geel koperen blaker, 1 geel koperen snuiter, 1 geel koperen profijtje, 1 bruin koperen theeketel, 1 geel koperen kruiddoosje, 1 geel koperen tafelring, 1 geel koperen vijzel en stamper, 1 geel koperen rasp, 1 geel koperen theebusje, 1 geel koperen peperbusje, 1 rood koperen trekketeltje, 1 geel koperen zwavelbakje, 1 paar geel koperen schaatsen, 1 rood koperen doofpot met een geel koperen deksel, 2 koperen asketels, 1 koperen beddepan, 1 koperen zusterpan met deksel, 1 koperen ketel, 1 koperen ketel, kleiner, 1 koperen steelpan, 1 koperen blaasbalg, 1 koperen teerketel, 1 ijzeren pot, 1 ijzeren ketting, 2 ijzeren tangen, 1 ijzeren asschop, 1 ijzeren hengelhaak, 1 ijzeren hang.ijzer, 1 ijzeren hakmes, 1 ijzeren beugel, 1 ijzeren treeft, 1 ijzeren treeft, vierkant, 1 ijzeren koekepan, 1 ijzeren rooster, 1 ijzeren komfoor, 5 ijzeren blikken, zo groot als klein, 3 blikken theebusjes, 1 blikken blakertje, 6 messen, 4 messen in soorten, 6 vorken 'pienutterse', 1 tweetandige vork met een ivoren hecht, 1 stel van vijven, blauw aardewerk, 5 schotels blauw aardewerk, waarvan een defect, 2 schotels delfts aardewerk, waarvan een defect, 3 kleine schotels delfts aardewerk, 3 schotels delfts aardewerk, nog kleiner, waarvan een defect, 1 schotel delfts aardewerk, defect, 6 borden delfts aardewerk, 6 borden delfts aardewerk, 6 borden delfts aardewerk, 7 boterschoteltjes delfts aardewerk, in soorten, 5 spoelkommen delfts aardewerk, waarvan twee defect, 1 zwarte engelse trekpot, 1 zwart engels melkkannetje, 6 borden waarvan drie defect, 3 schoteltjes, 1 schaal, 3 borden, 2 scheerbekkens delfts aarden, 1 scheerbekken delfts aarden, defect, 5 koppen wit aardewerk, 2 witte engelse tonnetjes, enige kleine beeldjes, in soorten.
In het achterkeukentje : 1 schenktafeltje, 2 spiegeltjes, 1 rek, 2 glazenrekjes, 1 klerenborstel, 1 strijkijzer met rekje, 1 theetafeltje.
In de schuur : 1 paar laarzen, zo goed als nieuw, 1 paar laarzen, zo goed als nieuw, 1 'garruwmolen', 1 kleermand, enig rommeling, niet waardig te specificeren.
In de bovenvoorkamer : 1 bed, 1 peluw, 2 hoofdkussens, 1 kleine kussentje.
In de achterkamer : 1 bed, 1 peluw, 2 hoofdkussens, 1 oud beddekleed, 1 oud kombaars, 1 nieuw beddekleed, 1 groene wollen deken, 1 oude katoenen deken, 3 sitsen kussens, 3 spiegels met bruine of zwarte lijsten, 4 schilderijen in soorten, 2 theetafels, 1 grote tafel, 1 nieuw bruine lessenaar, 1 bijbel in folio met koper beslag, 1 bijbel oude overzetting, 1 bijbel in quarto met koperbeslag, 2 leeslessenaars, 3 theeblaadjes, 1 snaphaan, 6 oude bruine stoelen, 1 bruine leunstoel, 1 oud eiken kastje, 1 klerenkast, 9 pruiken in soorten, 1 blauwe dagelijkse laken rok, 1 peperzouten rok, 1 donkerblauwe lakense rok, 1 donkerblauwe lakense kamizool, 1 donkerblauwe lakense broek, 1 oude zwarte kamizool, 1 oude zwarte broek, 1 oude zwarte lakense rok, 1 oude zwarte kamizool, 1 oude zwarte broek, 1 oude bruine lakense rok, 1 blauwe jas, 1 oude jas, 1 zwart damasten hemdrok, 1 nieuw katoenen rok gestikt, 1 oude katoenen rok gestikt, 1 oude gestreepte kaleminken rok, 1 lege besneden naaidoos, 2 lappenmanden met overschotten.
In het portaal : enig zeildoek. .bt Op de vliering : 1 lege pakmand, 1 lege kist, 1 vuurmand, 1 rustbank met planken, 1 bonte beestevellen rok, enig oud zeegoed, enig touw, 1 schapenvacht, 1 oude zwarte lange vrouwenmantel, 1 oude zwart gebloemd ekamizool, 1 dagelijks gewaterd zwart grijnen kamizool, 1 dagelijks gewaterd zwart grijnen broek, 1 oude zijden kaper, 1 oude zwarte broek, 2 oude zwarte schanslopers, 1 leeuwerikskooi, enig rommeling, niet waart om te specificeren.
Voorts zijn er schulden : wegens geleende penningen aan de heer Willem van der Jagt ƒ 200.00, wegens geleende penningen aan Heijmen van Teijlingen ƒ 200.00, wegens leverantie van laken aan Cornelis van Dalem ƒ 92.50, wegens leverantie van linnen aan Jan Valk ƒ 38.50, wegens leverantie van zeildoek aan de wed. Aldert Overschie ƒ 14.50, voor het drukken van diverse rouwgedichten aan Stefanus Mostert ƒ 37.50, wegens gedane leverantie en arbeidsloon aan Jan Neeff, baas metselaar ƒ 16.85, wegens leverantie van hout en arbeidsloon aan Isaak van der Hout, baas timmerman ƒ 19.15, wegens gedane leverantie en arbeidsloon aan Kornelis de Vos ƒ 8.60, wegens naailoon aan de linnenaaister ƒ 1.65, wegens het testament met de zegels aan notaris Gerrit de Heer ƒ 25.55, wegens het graf, luiden etc. aan de koster ƒ 14.10, wegens het maken van het graf aan de doodgravers ƒ 3.00, voor de huur van het doodskleed ƒ 9.00, voor het recht op het middel van het begraven, met het zegel ƒ 3.25, voor zijn gedane diensten en verschot aan de bidder ƒ 12.80, voor het maken van de kist ƒ 24.00, wegens lev. rouwbanden en handschoenen kleding ƒ 33.60, voor de huur van 94 rouwmantels a 8 stuivers per stuk ƒ 37.60, wegens leverantie van wijnen aan Arij van der Lely 26.25, wegens leverantie van bieren ƒ 1.60, wegens het ter aarde bestellen van het lijk van de overledene aan veertien dragers ƒ 44.10, voor het ontwaaijen van het lijk aan de aflegsters ƒ 10.50, voor gedane diensten aan de werkster en de naaister ƒ 3.15, wegens leverantie van geraspt brood ƒ 5.15, voor de huur van roemers ƒ 0.45, wegens gedane visites aan de heer Gerard du Feu, med. dokter en Cornelis de Heer, apotheker, ƒ 39.25, doodschulden aan Dirk Hoog en Arij de Vos, mr. chirurgijns, ƒ 4.20, doodschulden aan de huishouding gedurende dat het lijk boven aarde stond ƒ 15.00.[475]
342. GOVERT ARENSZ BOOGERT, ged. geref. Maassluis 6-3-1647, beg. Maassluis Grote K. (impost, graf nr. 291) 28-12-1731[476] ("met kinderen"), j.m., wonend achter de Taenschuer te Maassluis (1676),
koster te Maassluis (1731) [477],
otr. Maassluis geref. (attestatie naar Rijswijk 3-5-1676) en tr. Rijswijk (ZH) 3-5-1676
343. NEELTJE GERRITS BOXHOORN, ged. geref. Maassluis 30-8-1651, beg. Maassluis 1-10-1694, j.d., wonend in de Schans te Maassluis (1676).
| Wapen Boxhoorn : Drie naar links gewende klimmende bokken (2-1). Helmteken : een naar rechts gewende uitkomende bok tussen een vlucht [478]. |
348. HENDRICUS (HENDRIK) KO(C)K, ged. Dordrecht 15-3-1686, beg. Dordrecht 8-8-1727, timmermansknecht.
tr. Dordrecht 18-3-1703
349. ANNA VAN DER LEE(DE) (LEDE), ged. Dordrecht 17-6-1686, beg. Dordrecht 6-6-1725.
344. JACOB ABRAHAMSZ (VAN) VOLKOM (VOL(C)KUM), ged. Dordrecht 20-8-1670, beg. Dordrecht 13-2-1730, woonde Lindegracht.
betaalt verponding (1731) (postuum!) als eigenaar van een huis XXXX aan de Vleeshouwersstraat, getaxeerd op ƒ 75,--, nieuwe aanslag ƒ 7,10,--, oude aanslag ƒ 6,5,--,
[479]
otr./tr. 1o Dordrecht 16/30-5-1694
VOL(LIC)KJE (VOLCXKEN) JANS VAN SC(H)EVELINGEN, geb. Dordrecht, ovl. Dordrecht 13-6-1707, otr./tr. 2o Dordrecht 16/31-10-1707
345. ANNA VERHOEVE(N), geb. Dordrecht, woonde Steegh over Sloot.
Uit zijn eerste huwelijk (van Volkom-van Schevelingen) geref. gedoopt te Dordrecht :
COMMENTAAR(¥)
Het is nog onzeker of deze Jan van Volkom dezelfde is als
Jan van Volkom, otr. Dordrecht 4-6-1739
Grietje Vermaasen.
Uit dit huwelijk:
Op 21-4-1735 verkoopt Johan van Volkom aan Nicolaas van der Valck, schoenmaker, voor ƒ 124,-- een pand aan de Marienbornstraat/vest te Dordrecht, belend door Bastiaan Markus en de erfgenamen van Abraham Targier.
[483]
Op 21-2-1741 verkopen Metie van Duijnen en Kasper van der Meer uit de nalatenschap van Jan van Volkom (overleden) aan Gerret van Duijnen voor ƒ 415,-- een pand aan de heer Heymansuysstraat te Dordrecht, belend door Bisschop en
Gerret Eeker.
[484]
Uit dit huwelijk:
Uit zijn tweede huwelijk (van Volkom-Verhoeven) geref. gedoopt te Dordrecht :
Op 30-4-1754 verkopen Jacob Fictor, en Helena van Hemert, weduwe, uit de erfenis van Anna van Hemert, overleden, en Hermanus Schoesters, overleden, voor ƒ 905,-- een pand in de Kolfstraat te Dordrecht aan Huijbert Meijers. Belenders zijn Geertruij Booms, weduwe, en Cornelis Dermoeij.
[486]
Uit dit huwelijk:
Dordrecht 1797: De erfgenamen van Johanna van Buuren en Adrianus van Volkom vanwege een schuldvordering. [487]
Zoek tekst akte.
346. ANTHONY TARGIER, geb. Doopsgez. Dordrecht vóór ca. 1685, ovl. Azie 2-1-1730, vaart op 24-12-1724, als Anthonij Tresier uit Dord, in de rang adelborst voor de kamer Rotterdam van de VOC met het schip Huis ten Donk via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 1-6-1725 en vertrek 21-6-1725) naar Batavia alwaar aankomst 23-08-1725, (hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief), uit dienst van de VOC op 2-1-1730 wegens overlijden in Azie,[488]
tr. Gouda (schepenen) 14-10-1710
347. GEERTRUY HULSTMAN, geb. Doopsgez. Gouda.
Index ONA Schiedam: (tekst nog opzoeken):
1745: Testament Geertruij Hulstman,
Anthony Targier executeur testamentair.
[489]
1760: Testament: Geertruij Anthonij'sdr Targier, Geertruij Hulstman, wed. van Anthonij Targier.[490]
1762: Geertruij Hulstman, surr.voogdij .[491]
1763: Geertruij Hulstman, wed. van Anthonij Targier : procuratie.[492]
Uit dit huwelijk geboren (o.a.?) :
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1748: Gerrit Tergier Testament [494]
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Dordrecht :
Uit dit huwelijk:
Op 28-5-1739 leent Adriaan Kok, metselaarsknecht, ƒ 100,-- van
Lambert Kemp, viskoper met als onderpand een pand in de dwarsgang tegenover de Gevulde Gracht, belend door Martinus Coevoet en Jurrianus Douw.
[495]
Uit dit huwelijk:
350. WILLEM NIEUWENHUIJSEN, ged. Dordrecht 26-11-1704, beg. Dordrecht 28-5-1762, schoenmaker (1747..1755),
belender in de Vriesestraat te Dordrecht (1747, 1760),
in het Achterom te Dordrecht (1756, 1757),
otr./tr. Dordrecht 23-4/29-5-1728
351. MARIA SMIT(S), geb. Waspik? / Sprang?.
Op 27-4-1747 verkoopt Marija Immerseel, weduwe, aan
Willem Nieuwenhuijse, schoenmaker, voor ƒ 60,-- een pand in de Vriesestraat te Dordrecht, belend door
Jannigje de Gester en de koper. Overige personen
Claas Soeteman (overleden).
[496]
Op 9-11-1751 verkoopt Cornelis Verbroek aan Willem Nieuwenhuijsen, schoenmaker, voor ƒ 300,-- een pand gelegen achter het Vrouwenhuis te Dordrecht, belend door Andries de Leeuw en de
weduwe Torijn. Overige personen : Jacobus van der Meer, garenbleker.
[497]
Op 25-9-1755 verkoopt Dirkje de Gester (ongehuwd) aan Willem Nieuwenhuijsen, schoenmaker, voor ƒ 60,-- een pand gelegen in de Vriesestraat te Dordrecht, belend door hemzelf.
[498]
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Dordrecht :
352. GEURT CLAESZ VAN LEEUWEN(¥), ged. Barneveld 18-3-1672[499]
of 13-3-1672[500]
, ovl. vóór 23-7-1726 [501]
, ook genaamd Geurt Claesen Kuiper, tonnenmaker en koster te Barneveld,[502]
otr./tr. Barneveld/Ede(¥) 18-3/10-4-1692 met attest op Ede [503]
353. CORNELIA (CORNELISJE) GOOSENS (VAN DE TREECK)(¥), geb. vóór ca. 1670, ovl. na 9-12-1743,[504]
j.d. van Ede (1692),
woont (1732-1735) als wed. van Geurt van Leeuwen in een camer in
de Grotestraat/Langstraat te Barneveld,
(1738-1739) als wed. van Geurt Claes van Leeuwen in een huis te Barneveld,
(..-1746) in een huis te Barneveld,
(1747-1750) als wed. van Geurt van Leeuwen, fruitverkoopster, in een huis te Barneveld.
[505]
[506]
.
| COMMENTAAR(¥) zoek voor hem : RA Veluwe, inv. nr. 835 f51v, d.d. 24-4-1717, f63, d.d. 16-6-1721, nr. 803 f52, d.d. 18-11-1740 en f53v, d.d. 9-12-1743. |
| COMMENTAAR(¥) Zoek RAGld, RA Veluwe, Inv. 835 f51v, f63, Inv. 803 f52, f53v voor gegevens over dit echtpaar. |
| COMMENTAAR(¥) haar broer Otto Goosens treedt op als oom (=oudoom) en bloetmomber voor de kinderen van haar zoon Goswijn van Leeuwen (1728) [507]. |
vul aan Caudron passim
Op 29-2-1717 verkopen en transporteren Guert Claesen van Leeuwen en Cornelissien Goosses egteluijden, seeker huijs en hoff geleegen in den dorpe Barnevelt daar ten oosten Willem Willemsen, ten westen Cornelis Gertsen Cosijnsen naast gehuijst en gelandt sijn, aen enden ten behoeve van de Heer Willem van Esvelt ontfanger des ampts Barnevelt en Jufr. Elisabet Heerman eghteluijden en erven voor een somma van een duijsent gln. (geregistreert den 24 nov. 1717).[508]
Op 16-6-1721 peijnt Gerhardus van de Vliert cessionaris van Jacob van Bemmel op de gereede goederen actien en creditten van Guert Claasen Cuijper ende Cornelisjen Gooses eghteluijden, speciaal aan een huijs staand in den dorpe van Barnevelt door Voornoemde Guert Claasen en sijn vrouw bewoont wordende. Ten eijnde om daar aan ter verhaalen betaalinge van de summa van twee hondert gulden met intresse daar op verloopen volgens obligatie daar van sijnde.[509]
Op 23-7-1726 verkoopt en transporteert Cornelisjen Goosens weduwe en boedelholder van Wijlen Guert Claasen van Leeuwen, soo veel noodig geassisteert met haar soon Thoon Guertsen, seeker huijs hoff en hofsteede in de Catrijnestraat staande in den dorpe Barneveld sijnde vrij alidiael deijlbaar Thinsgoet daar aan de eene sijde Rutgerus Eijbergen en aan de andere kant Henderik Barghijs naast gehuijst sijn, aan ten erffelijken behoeven van Gijsbert Hendriksen Scherpekamp en Stefhanie van Haard eghteluijden en sulks voor de somma 600 guld gepasseert voor geerfden Gerhardus van Vliert, H. v. Heert, Jacob van Heert die de origeneele transport hebben geseegelt en geteekent op dato als booven. (geregistreert op 23 julij 1726)[510]
Op 26-5-1728 treedt Goosen van Leeuwen op als weduwnaar en boedelhouder van Johanna Slok. "Om desen Inventaris nae behoren te dresseren, dient (men) voor oft te weten dat de gewesene echteluijden in den huwelijken staet sijn getreden sonder huwelijkse voorwaarden, ende derhalve nae den Lantgeregte van Veluwe gemeenschap van goederen. Er sijn uit dit huwelijk gesproten vier kinderen met naeme Henrick, Geurt, Claes en Evert van Leeuwen". In deze zeer uitgebreide boedelbeschrijving o.a. "een huis en hoft in Veenendaal aan de gelderse sijde door den inventarisant bewoont en gebruijkt wordende. De Erffenisse en versterfenisse van de Inventarisants schoonmoeder ende kinderen grootmoeder Lijsbet Stip welke Henrick Slock alsnog in lijfrecht besit". [521]
Op 28-12-1773 compareren te Ede "Cornelis van Leeuwen en Sophia van Leeuwen, Ehel:. Jan van Leeuwen en Gijsbertje de Man Ehel:, Jan den Dolder en Dirkje van Leeuwen mede ehel: kinderen en erffgenamen van Elisabeth Sterking wede. van Gose van Leeuwen" verdelen haars moeders boedel bestaande "alleen in een Huijs, Hoffe en Schuur in den Dorpe Veenendaal, sijnde onderling getaxeerd op een somma van 375 gld. enz. [522]
Op 23-4-1772 verkoopt Aelbert Janssen, wednr. van Fijtjen van Leeuwen, huis, hof, berg, enz. aan Herman Mulder en Geertjen Geurts. [539]
Op 29-5-1776 verkopen Harmen Mulder en Geertjen Geurts huis, hof, berg en boomgaard aan Breunis, Aaltjen en Aalbertjen Aalberts, broer en zusters voor f. 1645,-. [540]
NB zijn dit de kinderen uit het huwelijk Jansen-van Leeuwen?
Er is sprake van Rotterdam. Maar daar is niets te vinden. Tevens is er sprake van 2 kinderen, Sebastiaan en Jacoba (op 9 jarige leeftijd opgenomen in het gekkenhuis). Sebastiaan zou naar Canada zijn vertrokken.
CHECK
Dirkje van Leeuwen, schoolhouderse, weduwe van Gaart Wouterse, heeft 4 kinderen, die in 1798 wordt vermeld als onvermogend op de lijst van Barneveldse ingezetenen van 18 jaar en ouder, die geschikt zijn om wapens te dragen.[543]
| COMMENTAAR(¥) Bij de huwelijken van haar kinderen heet zij Willemijntje Hendriksdr van Leeuwen. Zij is dus blijkbaar later geëcht. |
354. EVERT (MASEN) KLAASZ VAN VELTHUIJZEN, ged. Veenendaal 21-1-1677[548], wonende te Veenendaal (aan het Boveneind),
otr./tr. Veenendaal geref. 5/19-3-1702[549]
355. MARIA DIRKSE VAN DE GEER(¥), ged. Veenendaal 9-3-1679[550], woont te Veenendaal.
| COMMENTAAR(¥) In de transcriptie Veenendaal - Dopen NG 1674-1810, staat deze Rein als zn. van Evert Maassen en Maria Dirckze, terwijl de volgende vier kinderen genoteerd staan met de ouders Evert Claesz van Veldhuizen en Mary Dirks. Is er bij de inschrijving van Rein een lees- of schrijffout gemaakt? Bij de doop van een van zijn kinderen heet hij weer Rein. |
vul aan VG 26(2001)229
COMMENTAAR(¥)
MARIA DIRKSE VAN DE GEER is niet dezelfde als
MARRIJGJE DIRKS, j.d. aan de Muilenbrug (1714),
otr./tr. 2o Veenendaal 9/23-9-1714 (als Marigje Dirks van der Meijden, sic!)[553]
[554]
,
tr. Veenendaal geref. 23-9-1714
KLAAS ARIENS(EN) VAN SANTEN (Klaus van Sauken), ged. Veenendaal 8-11-1683, weversbaas,
betaalt als Claes Ariensen ƒ 1-4-0 haardstedegeld voor 1 haarstede te Veenendaal (1707-1711),[555]
woont aan de Muilenbrug (1714),
wednr. van Marrigje Remmen en beoogd echtgenoot van Johanna Willems Verkuijl,
die echter "voor de trou' is gestorven in de kraam" (1713),
[556]
zn. van Arien Claassen van Santen en Willempje Wesselsen van de Holsteegh.
|
360. HANS CONRAD SCHIRMER, geb. (CH).
362. JOHANNES GRUBELIN, geb. (CH), tr.
363. NN, ovl. verm. Beek 17-11-1760 (wed. van NN Groebert).
Op 16-11-1780 verkoopt Capitijn Cornelis Johannes Walraven als gelaste van Christiaan Thielen Kock en Johanna Gertruijd Maria Staas echtelieden ingevolge volmacht voor notaris Pieter Rooth te Beek, land van Valkenburg, 14-10-1780 verkoopt aan Michiel Jansen en Johanna van de Voordt echtelieden, bouwland, ongeveer een klijne morgen groot, op den Acker onder den dorpe Beugen gelegen, voor ƒ 128,--. [574]
Op 10-4-1782 transporteert de Heer C. Walraven, Capitain ten diensten der Verenigde Nederlanden met volmacht van zijn neef Christiaen Tiele Kock & zijn nicht Joanna Getruij Maria Stas echtelieden, (volmacht te Beek int Land van Valkenburg d.d. 20 februari 1782) aan F. Schroeder, waldwachter van Zijn Kooninglijke Majesteijt van Pruijsen & Eva Cornelia Smits echtelieden, * een huis, een klein huisje, moeshof en bongaard genaamd Steenhuijsen, groot 102 roeden, belend enerzijds de straat, anderzijds Christiaan Clabbers en van de Duijster Steegh tot op Christiaan Clabbers erf, belast met 34½ stuiver chijns aan Geijsteren, voorts vrij erf; * de helft van een huis en moeshof, groot 42½ roede, belend enerzijds Peter A. van Aerssen, anderzijds het straatje ofte den Heer Schoeder, en van de Dorpse Straat tot op Geurt Vink zijn erf, belast met 4½ stuiver chijns aan Geijsteren; * de thijns uit diverse goederen onder Sambeek, alles vrij allodiaal goed. Coopspenning: ƒ 1061,0,0; 39 st. chijns ƒ 48,15,0, totaal ƒ1109,15,0. [575]
364. LUDOLPH VAN STEENHUIJSEN / WALRAVENS, geb. vóór ca. 1690, ovl. 1729-1737 (1729-1731?), gebruikt later blijkbaar de naam Walravens, die hij mogelijk van zijn vrouw overneemt,
tr. vóór 1711
(volgens Ref [576] otr. Nijmegen 1-5-1722, maar dat kan gezien de onderstaande transportakten niet kloppen)
365. JOHANNA (E)LEONORA WALRAVEN(S), geb. vóór ca. 1690, ovl. na 1760, vermeld als Johanna Eleonora Smits geb. Walraven geref. lidmaat te Sambeek in de lijst van 1756 (later bijgeschreven staat "overleden"),
tr. 2o 1729-1737
WILLEM CORNELIS SMITS(¥), ovl. na 1754, belender te Mullem (1743).
Ludolph Walravens en Johanna Eleonora Walravens zijn eigenaren van 3 huizen te Nijmegen (1722-1754), Johanna Eleonora als zijn weduwe na 1754 van 6 huizen.
| COMMENTAAR(¥)
De volgende twee vrouwen zijn nogelijk zusters of dochters van Williem Cornelis Smits. Zij worden ingeschreven als geref. lidmaat te Sambeek direct na Johanna Eleonora Walraven, die dus mogelijk hun schoonzuster, moeder of stiefmoeder is.
Eva Cornelia Smits vermeld als geref. lidmaat te Sambeek op de lijst van 1756 (bijgeschreven staat "vertrokken na Cranenburgh") Anna Maria Smits vermeld als geref. lidmaat te Sambeek op de lijst van 1756 (bijgeschreven staat "vertrokken na Nijmegen") |
Op 23-9-1711 transporteren Hendrick Michels & Alitien echtelieden, en Gijsbert Michels & Agnes echtelieden, aan Ludolph Walravens & Johanna Leonora echtelieden, een weiland genaamd Beijers Camp aan de Heghse Straet, groot 5 kleine morgen 19 roeden, gedeeltelijk tiendvrij, zoals zij dezelfde camp op 12 augustus 1711 aan Oswoldt Vinck verkocht hadden en op 22 augustus 1711 door Walravens 'gevolge den landtrechte ende Costuijme locael beschud ende vernaerdert', belend aan de ene zijde neffens Jan de Wildts erf, de andere zijde Geurt Aerts Ebben), Jan Brouwers en ..suoldt Vincken erf, schietende van de Hoghestraet tot Jan Simons erfgenamen erf, voor 900 gulden. [577]
Op 12-2-1714 transporteert Peter Kremers, gesubst. scholtis, namens beide Heeren, aan Ludolff Walravens & Johanna Leonora echtelieden, * een hofstede met huis, schuur, hof, boomgaard en bouwland te Mullem resort Sambeek neffens erve van Reijnder Biermans, groot ongeveer 23 kleine morgen 109 roeden, belast met 21 sester rogge geestelijcke pacht en met de vermelding dat 8 morgen 37½ roede bij het nieuwe erf tiendvrij zijn; * een weiland genaamd het Beeckbroeck gelegen neffens Elsholts erf, groot 3 morgen, vrij erf; * nieuw erf bij het voorsr. tiendvrij land, groot 4 morgen 100 roeden, vrij erf, behalve de chijns aan beide Heeren, afkomstig van de erfgenamen van Jan Brienen zalr. en verkocht aan de openbare perk d.d. 19 januari 1714. Coopspenn: ƒ 2000,0,0; 75 hoogen ƒ 225,0,0; 21 sester rogge ƒ 315,0,0, totaal ƒ 2540,0,0. [578]
Op 19-4-1718 transporteren Ludolph Walravens & Johanna Eleonora Walravens echtelieden, aan hun oom Cornelius Walravens Amptman en Richter van de Vrije Heerlijckheden Oij en Persingen & juffr. Johanna De Haard echtelieden een hofstede bestaande uit: * een huis, schuur, hof, boomgaard en bouwland, belend van beijde de kanten van Straet tot Mullem, aan de heijde kenbaar gelegen, voor desen toebehoort hebbende aan de erfgenamen van Jan Brienen zalr., groot ongeveer 23 kleine morgen 109 roeden, belast met 21 sester rogge Graafse maat geestelijcke pacht; * het bouwland gelegen langs het Nij Erff, groot 8 morgen 37½ roede is tiendvrij. * een weiland in het Beeckbroeck neffens Elsholdts erf, groot 3 morgen, vrij erf; * Nij Erff bij het voornoemd tiendvrij land, groot 4 morgen 100 roeden, vrij erf behalve 2 keer 1½ stuiver aan beide Heren. Coopspenn: ƒ 3000,0,0; 21 sest. rogge ƒ 367,10,0; 3 st. chijns ƒ 3,15,0, totaal ƒ 3371,5,0. [579]
Op 15-11-1718 transporteert Peter Cremers, gesubst. scholtis, namens beide Heren, aan Ludolph Walravens & Johanna Elenora echtelieden, nieuw erf aan de Heijde tussen Willem Michaels en Sieger Jans erf, uijtschietende beijde eijnde op de gemeent, groot 1 morgen 75 roeden, belast met 1½ stuiver chijns aan beide Heren en afkomstig van de erfgenamen van Geurt Aerts zalr. zoals procurator Anthonius van Elderon dat wegens commerslagh aan de openbare perk verkocht heeft op 6 oktober 1718, voor 50 gulden en 7 hogen. [580]
Op 5-9-1706 leent Willem Michels 300 gulden van Hermanus van der Horst, borger en koopman te Grave, met als waarborg 2 langs elkaar gelegen weilanden op de Hegge den eersten met de een sijde neffens Jan de Wildts erf, de ander sijde Alardt Brouwers ende Jan Tijssen erf schietende van de Hegse Straet toto op Jan Simons erf, groot 5 morgen 19 roeden en 2 morgen 57 roeden, den tweeden camp daer aaen gelegen met eene sijde neffens Jan Tijssen erf, de ander sijde den heer van Cappellens erf, schietende van den voorsz eersten camp tot op Jan van Elsens erf, groot 2 morgen 57 roeden. Afgelost op 10 september 1722 door Ludolph Walravens. [581]
Op 9-11-1724 transporteren Ludolph Walravens & Johanna Walravens echtelieden, aan Oswoldt Vinck & Wendelina Loomans echtelieden, hoij ofte weicamp genaamd Beijers Camp aan de Heghse Straet, met een sijde neffens Jan de Wildts erf, de ander sijde Geurt Aerts Ebbe weduwe, ende meer erve schietende van de Heghse Straet tot op voornd. coopers en Johannes Craps erf, groot 5 kleine morgen 19 roeden, vrij erf, voor 800 gulden. [582]
Op 9-3-1729 lenen Ludolph Walravens & Joanna Walravens echtelieden, 200 gulden Hollands van Wijnandt Verhaert gevest in: * een huis, schuur, schop en land, belend NZ Jan van den Bogert erf, de andere zijde den wegh ofte Gofse Jans erf, en Duijster Steegh toto op het gemeene Broeck, groot 5 morgen 136 roeden, belast met 11 sester en 1 hoop gerst Graafse maat voor de helft aan de erfgenamen van Colderen en ½ aan de erfgenamen Elshout; * bouwland aent Broeck voorsz en NW neffens voorsz Gofse Jans erf, en de ander zijde Jacob Brouwers erf, en van Duijster Steegh tot op Huijssen Hoff, groot 1 morgen 12 roeden, belast met 6 sester een hoop Graafse maat en ½ kapoen heerenpacht. [583]
Op 23-8-1729 transporteren Coenradus Witmarius & Susanna Engelen echtelieden, aan Ludolph Walravens & Joanna Leonora Walravens echtelieden, een huis, hof en boomgaard met de ap- en dependentien vandien, met eene zijde den voetpath, de andere zijde de Duijster Stege, belend voor de gemeene straet en achter op de erven van Hendrick van Bon, vrij erf behalve 1 gulden 14 stuiver chijns aan Geijsteren. Coopspenn: ƒ 955,0,0; 1 g. 14 st. chijns ƒ 42,10,0, totaal ƒ 997,10,0. [584]
Op 9-10-1742 transporteren Willem Cornelis Smits & Joanna Walravens echtelieden, Derck Peters & Ida Michels echtelieden, Adriaen Michels, Reijnier Michels & Catharina Coenen echtelieden, Aert Van Wijlick & Aldegonda Van Meer echtelieden, Joannes Van Meer als momboir over de kinderen van wijlen Peter Van Wert & Jenneken Van Meer, Anthonius Van Nuijs met volmacht van Peter Van Nuijs & Petronella Michels echtelieden, Elisabeth Michels, Elisabeth Kennis (volmacht 's-Hertogenbosch d.d. 29 januari 1742), zich samen sterk makende voor de afwezige Willem Van Sambeeck en Hubertus Corp, aan Wijnant Verhaert 6/7 deel van ongeveer 1½ morgen bouwland aan de Heerstraet, neffens Peter van Waters erff, de ander zijde Michiel Jacobs erfgenamen, uijtschietende van de Heerstraet tot op Hermen Tijssen en Marten Mooren erff,vrij alodiael erf. Coopspenning: ƒ 161,0,0; 4 hoogen ƒ 12,0,0; 2 kan wijn Lijc. ƒ 1,0,0 , totaal ƒ 174,0,0. [585]
Op 18-7-1743 compareert te Oploo Leonora Walravens, weduwe van Ludolph Walravens en thans gehuwd met Willem Smits en voor zover nodig door laatstgenoemde geasisteerd, als gevolmachtigde van haar zoon Arnoldus Cornelis Walravens, wachtmeester in het regiment van kolonel Buijs. Volmacht is opgemaakt te Hoorn op 18-2-1743. Comparante verkoopt voor 840 gulden aan Jorden Peters en zijn vrouw Elisabeth Jans, een perceel bouwland, genaamd den Bremheuvel, gelegen binnen Oploo en ongeveer 10 kleine morgen groot. In het noorden grenzend aan Pouwel Willems, in het westen aan de weduwe Antonij Aben en in het oosten aan de gemeente. Het goed is leenroerig aan het Huijs Oploo. Koopsom ƒ 840,--. Zij ondertekent Johanna Walraven. [586]
Op 30-7-1744 transporteren Willem Cornelis Smits & Johanna Eleonora Walravens echtelieden, tevens als Vader & Voogd van haar onmondige kinderen verwekt door wijlen Ludolph Walraven en zij met volmacht van haar mondige soone Arnoldus Cornelis Walraven Wachtmeester ten dienste deser Landen (volmacht Notaris te Hoorn d.d. 19 maart 1744), alsook Cornelis & Eleonora Walraven ende de voornoemde comparenten mede 'de rato caverende' voor Albertina Walraven resp. dochter en zuster (alhier niet present), mitsgaders vermogens octroij (voor soo veel het Leen concerneert) van Sijn Doorleuchtigste Hooghweerdigheijt den Heere Bisschop van Ruremonde, Primaet van Gelderlandt Testamentaire Vooght en administrateur van 't Hooghgraeffelijck Huijs Bergh, aan Albert Vinck & Christina Havens echtelieden een huis, schuur, bakhuis, moeshoeven, boomgaard met aangelegen bouwland, groot 8 morgen, de maat onbegrepen maar waarvan ongeveer 3½ morgen leenroerig is aan de Vrije Boxmeersche Leencamer, gelegen 'rontsomme' aan de wegen en het Broeck, belast met 1 malder rogge Graeffsche maete aan Caspar Lhoo tot Boxmeer, item 5 sester garst Sambeekse maat aan de Heer van Afferden.. Coopspenning: ƒ 1130,0,0; 35 hoogen ƒ 105,0,0; 1 mld, rogge Gr. ƒ 175,0,0; 5 sester garst ƒ 50,0,0; ½ bier: ƒ 1,0,0; 2 kan wijn ƒ 0,12,0 , totaal ƒ 1461,12,0. [587]
Extract uijt het Sententieboek der stad Nijmegen over den jaere 1737:
Veneris den 1 November 1737
In sake van Willem Cornelis Smits als in huwelijck hebbende Johanna Eleonora Walravens mede erfgename ex testamento van wijlen den oud rentmr. Cornelis Walravens en mede namens hare onmondige kinderen ehelijk verwekt bij Ludolph Walravens en die kinderen als erfgenamen ab intestato van wijlen haren vader Ludolph Walravens, ook mede erfgenamen ex testamento van voorsz Cornelis Walravens, citant ter eenre (zijde), op en tegen Juffrouw Johanna de Haert weduwe en boedelhouderse van wijlen gemelden Cornelis Walravens, geciteerde ter andere zijde, verklaren de heeren schepenen dat de geciteerde schuldigh en gehouden is om
- Eerstelijck den staet en inventaris van den boedel van gemelden Cornelis Walravens aen citants huijsvrouw en desselfs eerste eheman Ludolph Walravens overgegeven en welke men bij examinatie bevonden heeft onbetekent te wesen, te tekenen, voorbehoudens nogtans aen de rendante hare ampliatie na des te mogen overgeven na rade.
- Ten tweeden om suffisante borgen te stellen voor de goederen bij wijlen Cornelis Walravens nagelaten en bij de geciteerde in toght beseten wordende, onvermindert en ongeprejudiceert den boedel eed en straffe van den inventaris.
- Ten derden omme datelijck aen citant over te geven eenen gouden ring met eenen groenen steen, mits dat de huijsvrouw van Willem Cornelis Smits, citant in desen, met solemnelen eede sal moeten verklaren den gelibellerden ring nooijt te hebben ontfangen ofte weten dat deselve in haren boedel gekomen is.
De geciteerde mede condemnerende in de halve kosten deser procedure.
Onderstont: pro vero extractu was get. Henrik Bieck, secr.
Lagerstont: "tot voldoeninge van voorstaende sententie ten aensien van de twee laetste pointen heb Juffr Johanna de Haert wed. Walravens op den 5 decemb: 1737 gesommeert, alsmede op den 15 dec: 1738 en op den 26 jan: 1739 ten aensien van 't tweede poinct mede gesommeert was get. H.V. Aldenburgh ..."
In margine naast het derde punt: "voor den heere borgermeester Coenraet Pieck heeft Johanna Eleonora Walravens huijsvrouwv van Willem Cornelis Smits den eed in de nevenstaende sententie geexprimeert, geprasteert den 25 november 1737".
De heer Aldenburgh gaat bij Johanna de Haert langs om bij haar de halve kosten van de procedure te innen maar krijgt daar volgens zijn eigen Memorie d.d. 10-2-1749 van haar tot antwoord: "Ik heb mijn neef De Haart (=de advocaat Mr. Peter de Haert) de rekeningen gesonden die mij seijde dat ik met die rekeningen niets te doen had, maar spreekt met mijn neef daarover".
Op 11-2-1749 schrijft Willem Cornelis Smits een brief aan het schepengericht van Nijmegen waarin hij vaststelt dat Johanna de Haert weduwe van Cornelis Walravens nog steeds niet aan de sententie van 1737, heeft voldaan en de rekening niet wil betalen.
Op 21-6-1754 procederen voor schepenen van Nijmegen de erfgenamen van Cornelis Walravens contra Peter de Haart. Op de eerste bladzijde staat "in saeke van Johanna Eleonora Walravens, weduwe van wijlen Ludolph Walravens, thans hertrout aan Willem Cornelis Smits, citanten, ter eenre, op en tegens Dr. Peter de Haart geciteerde ter andere zijde, accorderen de heeren schepenen aan den geciteerden het versoghte uitstel voor den tijd van van ses weken ... peremptorie."
Akte: Johanna Eleonora Walravens, weduwe van wijlen Ludolph Walravens, thans hertrout aan Willem Cornelis Smits, hiertoe gequalificeert zijnde als na rechten, Arnold Cornelis Walravens, cornet ten dienste deser Landen, Jan Hendrik Cock als in huwelijk hebbende Alberdina Elisabeth Walravens, Eleonora Walravens, meerderjarige ongehuwde dochter en Cornelis Johan Walravens, voor haer selfs en als erfgenamen van haren vader Ludolph Walravens voorgemelt, respectivelijk: Voorts te samen pro se en in qualiteijt als mediate en immediate erfgenamen ex testamento van wijlen Cornelis Walravens in leven out rentmeester deser stadt,
Wachten
Dr. Peter de Haert ten eijnde omme te horen verstaen dat op het Edele en Waerde Schepengericht over den boedel en goederen bij wijlen den voorgemelte out rentmeester Cornelis Walraven en Johanna de Haert, in leven e(chte)l(ieden) beseten voor so verre die binnen dese stadt en schependom gelegen en geconstitueert sijn, eenen sequestis bij dit Ed. en Waerde Gerecht te benoemen, die deselve hangende des citanten procedure tegens den geciteerde geentameert, en welcke bij decreet van het Ed. en Waerde Schepengericht van de 2-2-1753 tot schrijven gewesen is, administrere en beware werde aengestelt. En dat den geciteerde schuldigh en gehouden is om alle de selve goederen, effecten en gerede penningen, voorts de charters en papieren daertoe behoorende, aen handen van den ... ... sequestis onder Eede van niets daervan onder sigh te behouden of ... quade trouwe weerloos gemaekt te hebben, uijt te keren cum (Expertis?). Offererende de citanten voor so verre eenige der goederen tot voorgemelte boedel behorenend hebbende, reets bij hun citanten in possessie wesen mogten, en voorts alle de verdere goederen voor so verre sij daer toe beregtigt sijn en binnen dese stad en schependom sijn gelegen, onder den voorgemelte aen te stellen sequestis te hebben laten komen. [588]
Eigenaren van een huis, stal en erf gelegen te Nijmegen in de Priemstraat (kadaster C1239) - Belast met een rente van 7 Philips guldens t.b.v. het kapittel van de St. Stevenskerk -:[589]
Cornelis Walravens Oud-Rentmeester, en Johanna de Haert (1720-1722),
Ludolph Walravens en Eleonora Walravens (1722-1754),
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755).
Eigenaren van een huis, erf en plaisiertuin gelegen te Nijmegen in de Muchterstraat (kadaster C184):[590]
Ludolph Walravens en Johanna E. Walravens (1722-1760),
Leonora Walraven (1760-1761)
Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Lange Nieuwstraat (kadaster C 644):[591]
Cornelis Walravens (1712-1754),
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755)
Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Voerweg (kadaster C442) - Belast met een rente van 15 stuivers t.b.v. Rijk Tijssen -:[592]
Cornelis Walravens, rentmeester (1721-1754),
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755),
Peter de Haart, advocaat en Cornelia B. Cop (1754-1754)
Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Voerweg (kadaster C443) - Belast met een rente van 15 stuivers t.b.v. Rijk Tijssen -:[593]
Cornelis Walravens, rentmeester (1721-1754),
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755),
Peter de Haart, advocaat en Cornelia B. Cop (1754-1754)
Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Rozemarijngas (kadaster C473):[594]
Johanna de Haert, wed. van Cornelis Walravens (1722-1754),
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755)
eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Voerweg (kadaster C472):[595]
Cornelis Walravens en Johanna de Haert (1721-1722),
Ludolph Walravens (1722-1754),
Johanna E. Walravens (1722-1754)
Johanna de Haart en Cornelis Walravens (1721-1754)
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755)
| COMMENTAAR(¥)
ZOEK OP 9e protokol van bezwaar van Schoutambt Bemmel, 1e serie, 1752-1759, inv. nr. 322 f94.
Hierin komen voor
de erfgenamen van Cornelis Walravens,
met name
Arnolt Cornelis Walravens,
Alberdina Elisabeth Walravens,
Catharina Daniels,
Cornelia Jan Walravens (leesfout? Cornelis Jan?),
Eleonora Walravens,
Johanna Eleonora Walravens,
Jan Henrick Cock,
Willem van Doesburg,
Willem Cornelis Smits.
Zie ook inv. nr. 315 f277 en inv. nr. 317 f58, 59, 60, 135, 202 voor Cornelis Walraevens |
Op 21-2-1731 dient een verzoek van een ongenoemde verzoekster aan graaf tot den Bergh betreffende "Survivantie van de Custerye Van Beugem op Ludolph Wilhelm Walraven" waarvan de tekst luidt:
"Wy Frans Wilhelm grave tot den Bergh en Hohen Zollern &c &c &c Op de goede Recommandatie aen ons gedaan en genegen Zynde de Suppliante in haeren bedroeffden Staet te Soulageren, Geven aen haeren Outsten Soone Ludolph Wilhelm Walraven de Expectance Van de Custerye van Beugem, waer van aen ons voor dese Reijse de Collatie is Competerende, onder beding en Conditie Nogtans, dat desen Ludolph Wilhelm Walraven Sigh middelertyt Sal hebben te bequamen, om desen dienst en Functie naer behooren te Connen bedienen en Waernemen, Signatum op ons Slott S Heerenbergh den 21 Februarij 1731." (onderstont) Frans Wilhelm grave tot den Bergh en Hohen Zolleren. [597]
Op 20-12-1732 volgt de "Commissie voor Ludolph Wilhelm Walraven als Custos en Schoolmeester tot Sambeeck", waarvan de tekst luidt:
Wij Frans Wilhel grave tot den Bergh en Hohen Zollern &c &c &c Alsoo doort Overlyden van Henrick van Limborgh Laetst gewesene Custos en Schoolmeester onser Heerlickheyt Sambeeck, die plaetse is Comen te Vaceren, Waer van aen ons alternative en voor desen Keer het Reght van Collatie is Competerende, ende Wij ons verseekert houwdende van de Bequaemheijt en Neerstigheyt van Ludolph Wilhelm Walraven, den Welcken Wy met de Survivance van dese Plaetse in dato den 21 Februarij 1731 alreede begnadight hadden. Soo hebben Wij aen Voorn: Ludolph Wilhelm Walraven voorsz~: Custers en Schoolmeestersdienst genadigh geconfereert, gelyck Confereren Cragt en mits deesen, met Last en maght van die Diensten aenstonts t aenvaerden, ende in alle Deelen Wel waerte neemen tegen alsulcke gereghtigheyt, Emolumenten, en Profijten, als daertoe Staan, en Syn Voorsaeten in die Qualiteyt met Reght genoten hebben. Versoeckende alle Heeren Officieren, en ordonnerende aen onse onderdanen Voorseyden Ludolph Wilhelm Walraven Voor Custos en Schoolmeester tot Sambeeck te Erkennen: In Waerheyts Oirconde hebben Wy dese eygenhandigh geteeckent, en met ons aengeboren Hooghgraeff~: Segel becraghtigt: Op ons Slott S Heerenbergh den 20 Decembris 1732. (onderstont) L:S: Frans Wilhelm grave tot den Bergh en Hohen Zolleren. [598]
| COMMENTAAR(¥) ZOEK OP ORA Land van Cuyk, R 343 |
Op 24-1-1743 transporteren Geurt, Jan en Peter Gossens, Hendrick Gossens met volmacht van zijn vrouw Wilhelmina Koenen (volmacht Calcar d.d. 23 januari 1743), Johanna Gossens meerderjarige dochter geassisteerd met Geurt Verheijen, aan Cornelius Joannes Walravens bouwland nieuw erf te Mullem resort de Dinghbancke van Sambeek, neffens Willem Cornelis Smits erf, voorts de gemeene heijde, groot 1 morgen, belast met 1 stuiver chijns aan beide Heren. Coopspenning: ƒ 52,0,0; 1 st. chijns ƒ 1,5,0, totaal ƒ 53,5,0. [601]
Op 16-11-1780 verkoopt Capitijn Cornelis Johannes Walraven als gelaste van Christiaan Thielen Kock en Johanna Gertruijd Maria Staas echtelieden ingevolge volmacht voor notaris Pieter Rooth te Beek, land van Valkenburg, 14-10-1780 verkoopt aan Michiel Jansen en Johanna van de Voordt echtelieden, bouwland, ongeveer een klijne morgen groot, op den Acker onder den dorpe Beugen gelegen, voor ƒ 128,--. [602]
Op 10-4-1782 transporteert de Heer C. Walraven, Capitain ten diensten der Verenigde Nederlanden met volmacht van zijn neef Christiaen Tiele Kock & zijn nicht Joanna Getruij Maria Stas echtelieden, (volmacht te Beek int Land van Valkenburg d.d. 20 februari 1782) aan F. Schroeder, waldwachter van Zijn Kooninglijke Majesteijt van Pruijsen & Eva Cornelia Smits echtelieden, * een huis, een klein huisje, moeshof en bongaard genaamd Steenhuijsen, groot 102 roeden, belend enerzijds de straat, anderzijds Christiaan Clabbers en van de Duijster Steegh tot op Christiaan Clabbers erf, belast met 34½ stuiver chijns aan Geijsteren, voorts vrij erf; * de helft van een huis en moeshof, groot 42½ roede, belend enerzijds Peter A. van Aerssen, anderzijds het straatje ofte den Heer Schoeder, en van de Dorpse Straat tot op Geurt Vink zijn erf, belast met 4½ stuiver chijns aan Geijsteren; * de thijns uit diverse goederen onder Sambeek, alles vrij allodiaal goed. Coopspenning: ƒ 1061,0,0; 39 st. chijns ƒ 48,15,0, totaal ƒ1109,15,0. [603]
366. JACOB(US) NOLENS, geb. Nijmegen ca. 1695, ovl. 1748[604]
of tussen 30-4-1746 en 14-1-1751[605]
, voor 20-11-1747 [606]
geeft 7-8-1747, j.m. van Nimwegen (1716), vice-schout (1725, 1737, 1742) en schout (1742-1747)[607]
, (1745, 1746) [608]
te Eijsden,
schepen te Eijsden (vanaf 1719)[609]
,(1720)[610]
en Oost (1724-1748)[611]
.
otr./tr. Eijsden geref. 25-7/16-8-1716 (met attestatie van Nimwegen) zijn achternicht
367. CHRISTINA (STIJN) NOLENS, ged. geref. Eijsden 18-12-1695, beg. Eijsden 15-11-1786 (als zijn wed.), j.d. van Castert (gehucht bij Eijsden), na het overlijden van haar man koopvrouwe genoemd.
Zowel Jacob als Christina zijn afkomstig uit het bekende maasschippersgeslacht Nolens te Eijsden [612].
| Wapen Nolens : In rood een gouden wiel met zes spaken aan de velg, waarvan boven ongeveer een vierde gedeelte ontbreekt. Helmteken : hetzelfde wiel. (Glasraam NH Kerk te Venlo)[613] .[614] Volgens [615] echter acht spaken en het ontbrekende deel beneden (lakafdruk notaris Hubert Nolens te Maastricht, 27-11-1769). |
In 1735 procedeert Jacob Nolens uit Eijsden voor de Schepenbank Breust tegen Peter Jeuckens alias Leenen over een schuldvordering uit achterstallige pacht. [616]
vul aan refs!
In 1757-1762 procederen Johan Bogaert en C.B. Bogaert, wed. van Johan Hubert van Slijpe tegen Petrus Philippus Bogaert en Hubert Nolens. Het betreft de verdeling van de nalatenschap van het echtpaar Philip Bogaert en Maria Walraven tussen de drie kinderen of erfgenamen van de kinderen. De eis is : overleggen van papieren, scheiding en deling, schadevergoeding, uitsluiting deel van de goederen. [618]
| COMMENTAAR(¥) Het geslacht Blanckaerts was een bekend maasschippersgeslacht te Eijsden [620]. |
Vredegerecht Gemert: Op 13-1-1813 verklaren Guillaume van den Einden, bierbrouwer, Jan Georg Geiser, herbergier, Benoit Roefs, linnenfabrikant, en André van Bon, hoefsmid, allen in Gemert, te kennen Guillielmine Sybille Louise Swildens (geassisteerd door haar man Hubert Jean Schirmer, rentenier in Boxmeer), als enige en universele erfgename van haar grootmoeder Sybille Engelburgs, weduwe van Leonard Swildens, bij leven dominee van de gereformeerde kerk in Gemert, overleden in Gemert 23 september 1812. [623]
Mechel (Mechtilde) Pitermans verkoopt de Taterenbeemd te Eijsden op 3 juni 1783 aan Hendrick Nolens voor 500 gulden.[631]
368. HERMANNUS HEIJSINGH (HEISE(I)N), ged. Arnhem 25-3-1683, tr. geref. Arnhem 5-4-1705[633]
369. MARIJ (MARTIJ) ALBERTS, geb. Westervoort?, parentatie niet bewezen.
376. JOOST JANSZ VAN DER WIEL, ged. Sliedrecht 17-3-1709, tr. Bleskensgraaf 30-12-1734[635]
377. NEELTJE KLAASDR BOER, geb. vóór ca. 1715.
| COMMENTAAR(¥) Begraven te Sliedrecht impost: 11-7-1744, kind van Joost van der Wiel, |
vul aan Van der Wiel NL 102(1985)26
380. = 184. JAN HEYSINK.
381. = 185. JOHANNA CATHARINA HANSEN.
382. = 186. JOHANN HENRICH SCHAAP.
383. = 187. ANNA MARGARETHA STEIGERS.
392. WI(E)LLEM WERF(¥), geb. vóór ca. 1685, woont buiten de Sassenpoort (1707), otr./tr. Zwolle geref. 5/22-2-1707 ("Sij moet Erfuijtinge doen, gedaan sijde getrouwt")
393. FENNIGJE (FENNA) GERRITS, geb. vóór ca. 1685, huw. get (1710),
tr. 1o
WILLEM VAN BERCKOM, ovl. vóór 1707.
| COMMENTAAR(¥) Een mogelijk tweede huwelijk van hem is: Willem Werf, weduwenaer, otr./tr. Zwolle geref. 1/17-3-1738 Willemina Hagewolt, wed: van Baer. |
In 1720 is Willem Werff een van de velen die zijn - door windhandel vrijwel waardeloos geworden - aandelen in de "Zwolsche Expeditie-, Commercie- en Assurantiecompagnie" inwisselde bij het stadsbestuur Zwolle voor obligaties ten laste van de stad. [641]
==== BELENINGEN ====
Lenen van het Stift Essen: Stadsgericht Zwolle / buurschap Dieze[642]
nr. 492: Een stuck guedes, genoempt het Ongesolthenguedt, geleghen in die buirschap ende marcke van Diese. In 1630: "de gerechte helffte van dese nabenoemde percelen van landerien unde datt mett synen raett ende onraet, recht unde gerechticheyt daertoe gehorende, to weten: eene made landes, gelegen achter den Ooster Enck, soe Johan Alberts nu in 't gebruyck heefft, item, een hoech maetien achter den Ooster Enck, soe Melchor Jaspers nu in 't gebruyck heefft, item, twee ackeren opten Ooster Enck, naest Vrerick op 't Slott, item, eenen acker landes, streckende van de twee ackeren opten Ooster Enck, naest Splytloffslant, item, een acker landes, wesende de helffte van twee ackeren, naest Kockmanslant, item, eem acker landes, wesende de helffte van twee ackeren opten Ooster Enck, naest de schulte van Hattums lant, de Hendrick Wychers gebruyckett, welcke helffte van de voernoemde percelen van landerien, synde (...) van hett guett ende landerien, soe well hoege als leege landen, sampt synen raett ende onraett, recht unde Afgespleten van nr. 488, naderhand hieruit afgespleten nr. 493.
...
14-6-1736: Procurator Hillebrand Werf na opdracht door Claas Jansen Turk
31-8-1742: Gerrit van Berkum als hulder van Fennigien Werff, het oudste dochtertje van wijlen procurator Hillebrand Werff
24-11-1751: Hermannus Knape, als hulder van Fennegien Werf
27-11-1764: Dr. G.J. ter Braak, als volmacht van Teunisje ter Meer, weduwe van Jan Morre, leenvolger van de weduwe Werf, de erfgename van haar dochter juffer Fenna Werf
394. JAN MARSMAN(¥), geb. vóór ca. 1695, ovl. na 1743, j.m. wonend op den Dijk (1720), w.d. wonend aan de Camperpoort (1734) te Zwolle, huw. get. (1737..1743), otr./tr. Zwolle geref. 10-4/2-5-1734 (get. voor hem Gerrit Nieuwmeijer, en haer moeder. "Hij moet erfuijtinge doen. Is getoont.") WENDELTIEN MEILINKS (MEIJERS), otr./tr. 1o Zwolle geref. 1-5/10-6-1720 (get. voor hem Gerrijt Wijchers, voor haar de wed. van Albert Munnik, "de proclamatien moeten mede te Amsterdam gaan, dit getuigenis is hier vertoont en alhier getrouwt")
395. GEERTRUID NY(E)MEYER(S) (NIEUMEIER, NUMEYERS), ovl. 1732-1734, j.d. wonend bij de Gasthuis brug (1720).
COMMENTAAR(¥)
Blijkbaar een ander dan:
JAN MARSMAN, tr. vóór 1715
SARA VAN DEN BOS(CH).
|
396. HENDRIK RUTGERS VELSINK, geb. vóór ca. 1680, j.m. wonend te Zwolle (1705),
otr. 's-Gravenhage geref. Groote Kerk 20-12-1705 en
otr./tr. Zwolle geref. 21-11-1705/12-1-1706 (get. Jan De Haas en "des bruijdts broers vrouw, gebooden gaen meede in den Haeg, en is attestatie vertoond en daerop alhier getrouwd")
397. ALEIDA CORNELIA VAN DIJ(C)K, geb. (Den Haag?), j.d. wonend te Zwolle (1705).
398. JAN VAN BRUGGE(N), geb. ca. 1685, ovl. 1743-1774, huw. get. (1734, 1743), tr. na 1705, vóór ca. 1710[644]
399. JANNA SCHUTTE(N)(¥), geb. 1686/87, beg. Zwolle Kruijskerk 16-7-1781 ("weduwe van Jan van Bruggen, om half drie begraven in de Kruijskerk, komt voor een half uur luidens of Klokkengeregtigheid, oud 94 jaar, ƒ 2.16"), geref. lidmaat te Zwolle 25-3-1717, wonend buiten de Camperpoort,
huw. get. (1736).
| COMMENTAAR(¥)
Het volgende huwelijk is mogelijk een eerder huwelijk van haar:
Den 5 Aprill Enbert Pieckers, jonckman, otr./tr. Zwolle geref. 5-4/7-5-1710 (get. "s:g: Nicklaes Weijs en Haar Suester") Jannae Schuts, jonge d:. |
400. ADOLF (ALOF, AELLOF, ADOLPH) JANSEN LOSEMAN (LOOSMAN) SASSER, geb. vóór ca. 1645, ovl. na 1689, wordt als Aellof Loosman Sasser tesamen met zijn tweede echtgenote Gerritje Jansen geref. lidmaat in de buurtschap Hulsen (Hellendoorn) tussen 1667 en 1673, wordt als Adolph Loseman, chercher (=tolkommies en/of scheepsbevrachter) met zijn derde echtgenote Femia Maria Cuijpers vermeld als geref. lidmaten in de buurtschap Hulsen (Hellendoorn) in de lijst opgemaakt in 1689, tr. 1o voor 1667 (verm. voor 1664, trouwboek Hellendoorn 1631-1664 ontbreekt) AALTGEN JANS, ovl. vóór 1667, tr. 2o Hellendoorn geref. 27-5-1667 (als Aellof Jansen Loosman Sasser, wednr. van Aeltgen Jans) GERRITJE JANSEN, geb. vóór ca. 1650, ovl. 1670-1676, dr. van Jan Jansen, wordt tesamen met haar echtgenote Aellof Loosman Sasser geref. lidmaat in de buurtschap Hulsen (Hellendoorn) tussen 1667 en 1673, tr. 3o Hellendoorn geref. 2-1-1676 (als Adolf Losman Sasser van den Schuilenburgh, wednr. van Gerritje Jansen)
401. FEMIA MARIA CUI(J)PER(S) (COUPER), geb. vóór ca. 1660, ovl. na 1689, dr. van "wijlen Bartholt Courpen in sijn leven ... en Richter tot Diepenheim tot Deventer woonende" (1676),
wordt als Femia Maria Cuijpers geref. lidmaat te Elen en Rhaen tussen Pasen 1675 en juli 1679.
wordt met haar echtgenoot Adolph Loseman vermeld als geref. lidmaten in de buurtschap Hulsen (Hellendoorn) in de lijst opgemaakt in 1689.
Hij woont met zijn eerste vrouw te Hulsen, met zijn tweede vrouw te Hulsen (Hellendoorn) (1667, 1668),
met zijn derde vrouw te Hellendoorn (1677), op Schuilenborgh (1680..1683), Hulsen (1689).
De eerste maal dat Adolf Loseman wordt aangetroffen met de toenaam Sasser is in 1667 bij zijn tweede huwelijk. De toenaam wordt bij alle dopen van zijn kinderen (1668-1683) en bij zijn derde huwelijk in 1676 eveneens gebruikt. De kinderen gebruiken de toevoeging later niet. Het betreft dus kennelijk de aanduiding van zijn beroep sluiswachter (Oud-Nederlands: sasser). Hij zal dit beroep hebben uitgeoefend aan de schutstallen (houten stuwen) in de rivier de Regge die tussen 1663 en 1672 zijn aangelegd bij de Schuilenburgerbrug.[646] Hij woonde daar, aan de (toen reeds in verval zijnde) havezathe Schuilenburg, in ieder geval van 1676 tot 1689, wellicht ook eerder en later. In deze tijd stonden daar ook een of twee watermolens waarmee graan en olie werd gemalen. Dit laatste kan goed overeenstemmen met het beroep "chercher" dat hij in 1689 heeft. Volgens het WNT betekent chercher "belastingkommies of tolkommies", volgens Ref. [647] "belastingambtenaar voor het malen van koren op de molen". Als de molens toen nog werkten werd er zeker belasting op het gemaal geheven. Ook tolheffing in de Regge zou een van zijn bezigheden geweest kunnen zijn. Ten slotte geeft het WNT "scheepsbevrachter" nog als betekenis van "cherger". Ook deze bezigheid is een mogelijkeid voor iemand die de schutstallen in de Regge bewaakt en vlak naast de watermolen(s) woont.
|
De havezathe Schuilenburg in de gelijknamige buurtschap aan de Regge nabij Hellendoorn. Adolf Loseman Sasser was hier ca. 1676-1689 sluiswachter (Oud-Nederlands: sasser). De havezathe, toen in het bezit van de familie Van Raesfelt, werd in deze tijd bewoond door
Wennemer van Raesfelt (1657-1672 en na 1676),
diens broer Hendrik van Raesfelt (1677),
diens zoon Johan Degenhart van Raesfelt (1678),
diens zuster Agnes Sophia van Raesfelt, gehuwd met Johan Zeger van Rechteren (1682.
Hierna wordt de havezathe, die in 1705 vererft naar de famile Van Rechteren, kennelijk een tijd niet bewoond.[648]
Tekening door Cornelis Pronk (1691-1759). Datering: 1733. |
Op deze locatie stond kennelijk eerder de "waterburcht de Sculenborg aan de Regge" omstreeks 1400-1500. Tekenaar onbekend.
| Bron: Mr. G.J. ter Kuile Sr., De opkomst van Almelo en omgeving, Zwolle, 1947 klik op plaatje(s) om te vergroten |
| COMMENTAAR(¥)
Zijn doop niet gevonden in het doopboek van Hellendoorn tussen 1683 (doop van zijn jongste zuster) en 1692 (in 1710 is hij al geref. lidmaat dus zeker 18 jaar oud). Echter, van 1685 tot 1687 doet een zeer onnauwkeurige hand zeer incomplete inschrijvingen met veelal alleen voornamen in het doopboek. De enige inschrijving die in aanmerking komt is (zie plaatje hieronder):
16-1-1687 vadersnaam (onleesbaar), moedersnaam N(emo?) kind: Jan. Dit zou kunnen, de ouders leven dan in ieder geval nog, maar blijft speculatief. Ook zijn mogelijke belijdenis te Hellendoorn is in de periode 1699-1710 niet gevonden. Ook niet uitgesloten is dat hij een zoon is uit het eerste huwelijk van Adolph Loseman en dan dus geboren voor 1666. Hij zou dan pas trouwen op minstens 56-jarige leeftijd en zijn laatste kind krijgen op minstens 61-jarige leeftijd. Niet onmogelijk.
|
410. HERMEN/HERMAN BRAAKMAN, geb. vóór ca. 1695, tr. vóór 1717
411. ANNA ZAGESNIJDER, geb. vóór ca. 1700, mogelijk dr. van Jan Sagesnijder en Berentjen Klaassen (vermeld op de lijst van geref. lidmaten te Raalte 1699i)">9in het Sagensnijder huis). Zij wonen te Raalte in het dorp (1718..1720).
412. EVERT OVERWEG, tr. vóór 1695
413. TONISJEN JANSEN. Zij wonen te Raalte in het dorp (1695..1705).
414. HENRIJKUS SMITS, geb. vóór ca. 1690, tr. vóór 1714
415. STEVENTJE BOMERS, geb. vóór ca. 1695. Zij wonen te Raalte in het dorp (1716). Zij hertr. wellicht Albert Voomberg, waaruit nageslacht.
In juli 1704 worden geref. lidmaten op belijdenis te Raalte : Henrikus Smits, Engbert Smits, en Janna Smits, resp. zoons en dochter van de wed. Smits in de Kroon.
416. DANIEL WEERMAN, geb. Bentheim (D), ovl. Almelo 1691-1697, j.m. wonend te Almelo (1670),
raadsverwalter en koopman te Almelo, scheepskoopman te Almelo[649].
otr. Zwolle geref. 26-4-1670 (attestatie gegeven op Almelo)
417. HASINA (HENDINA, HAASIEN) STEENKERCK(EN), geb. Zwolle[650]
vóór ca. 1650, ovl. vóór 1691[651]
, j.d. wonend te Zwolle (1670).
In 1691 procedeert Gabriel van Velthuysen ten overstaan van de magistraat van de stad Zwolle tegen Daniel Weerman, weduwnaar van Haaje Steenkerken wegens afgifte van een legaat uit de nalatenschap van wijlen Johanna van der Hege, naderhand gehuwd met Lubbertus van Velthuysen. [652]
418. Ds. JOHANNES PALTHE(¥), geb. Ootmarsum 1639, ovl./beg. Denekamp 2/5-3-1702 [657], ingeschreven als als student aan de Illustre School te Deventer 14-5-1652,[658]
geref. lidmaat aldaar als filosofiestudent wonend in de Golstraat,[659]
ingeschreven als student aan de Universiteit van Groningen 10-6-1653,[660]
geref. lidmaat te Groningen sept. 1653 op attestatie van Oothmarsen.[661]
Zijn studie aldaar wordt evenals die van zijn vader bekostigd uit de
inkomsten van het St. Caharina vicarie (zie kw. nr. ⇒ 836 ).[662]
In april 1674 benoemt Gerhard Sloet, heer van Singraven en eerste ouderling van de kerk te Denekamp, hem tot predikant aldaar,[663]
hetgeen hij blijft tot zijn dood in 1702.[664]
Hij
otr. Ootmarsum geref. 31-5-1668,
tr. Denekamp
419. JOHANNA VAN UELSEN(¥), geb. Uelsen 1647, ovl. Denekamp 20-3-1727, geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum 26-3-1665 (Pasen),[665]
afkomstig van Ootmarsum (1668),
doopget. (1705..1708).
| COMMENTAAR(¥) toevoegen Abels, p84 |
| Wapen Van Ulsen : In rood(?) drie (zwarte?) bomen (bladeren?). Dit wapen komt voor op haar portret. Zie onder |
|
Ds. Johannes Palthe (1639-1702). [666]
| |
Zijn echtgenote Johanna van Uelsen (1647-1727). [667]
| klik op plaatje(s) om te vergroten |
Denekamp 24-4-1703. Gerhard Sloet, heer van Singraven enz., als collator der vicarie van St. Catharina etc. in de kerk te Denekamp, begiftigt Joanna van Ulsen, wed. van de predikant Joannes Palthe te Denekamp, met de renten, opkomsten en revenuen van deze vicarie. [668]
Denekamp: 14-5-1704. Afrekening tussen Johannes Henricus Weerman, predikant te Denekamp en zijn schoonmoeder Janna van Ulsen wed. Johannes Palten, inzake haar genade-jaar als predikantsweduwe. Met nadere afrekening 14-2-1710. [669]
Denekamp 26-3-1714. Liquidatie en afrekening tussen ds. Joannes Henricus Weerman, predikant te Denekamp, en zijn schoonmoeder Johanna van Ulsen, wed. Palthe, over het tijdvak sedert 14 februari 1710. Met nadere gelijktijdige acte, waarbij Johanna van Ulsen haar schuld afdoet met meubelen en boeken. [670]
Denekamp 14-2-1710. Kwitantie door Johanna van Ulsen, weduwe Palthen, aan ds. Joh. Henr. Weerman, predikant te Denekamp, voor de voldoening van 4 schepel rogge uit het huis te Noord-Deurningen, en een schepel miskoren uit her erf Tijman, verschenen op st. Maarten 1709. [671]
Denekamp 26-1-1711. Voor Jacob Raeterinck, richter te Ootmarsum, en kornoten, verkopen Johanna van Ulsen, weduwe Palthe, geassisteerd door haar schoonzoon Jan Hendrik Weerman, pastor te Denekamp, en Anna van Ulsen, weduwe Schiphorst, geassisteerd door haar zoon Jan ter Schiphorst, haar halve Hoog- of Voorste Woerte in de boerschap Denekamp, aan de tijdelijke opsieners ende versorgeren der Armenmiddelen in de kerk van Denekamp, den Hooggeb. Heer Arent Hendrik Sloodt, Heer van 't Singraven, als ouderling, en den E. Berent Palthe ook als ouderling, en de E. A. Palthe en Lambert ter Schiphorst als diakenen voor 660 oar. gld. N.B. Getypt regest, met de aantekening: Origineel, perkament, beschadigd zegel (was vroeger aanwezig in het kerkelijk archief der Ned. Herv.Gemeente te Denekamp, thans verdwenen. Zie bronnen Singraven 1284). [672]
| COMMENTAAR(¥) Volgens [673] waren er twee (drie?) broers en vier zusters in dit gezin, terwijl [674] en [675] nog een dr. Catrina, (geb. 1708?) vermeldt. |
Gesina en Elsabet Palthe en de laatsten kindt ouder dan 10 Cornelia, en haer halfbroer Antoni Valkhof over 10 j. worden vermeld in de Volkstelling boerschap Denekamp (1748). [682]
| COMMENTAAR(¥)
Doop van (Magda)lena Le(e)ferin(c)k niet gevonden te Delden. Wel dopen te Delden van :
Magdalena, 1680 dr. van Derck Averinck en Lutgert Hermsen. Magdalena, 1684 dr. van Jan Hendriksen en Grietjen NN. |
|
Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Gravure/ets : datum en herkomst onbekend. Bron : Patrick Seignemartin (F), 2005 |
Schilderij van een tekenende jongeman ("Joven dibujante") door
Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
| Volgens Van Gool [686] is dit een zelfportret. Formaat : 20x24 cm. Bron : Prado Museum, Madrid. [687] klik op plaatje(s) om te vergroten |
|
Raadhuis Deventer : Kast met klok daarboven, vervaardigd door Joost van Houten, waarschijnlijk in 1732. De tafereeltjes die de Vier Jaargetijden voorstellen zijn geschilderd door Gerrit Jan Palthe (1681-1767). Het opschrift van het geheel luidt: "Audi et alteram partem" (Luister ook naar de wederpartij). De twee vrouwenfiguren stellen de Gerechtigheid en de Voorzichtigheid voor.
[688]
| |
Johanna Wilhelmina de Beaufort, echtgenote van J. van Lemker.
| Portret frontaal, het gelaat iets naar links gewend, donker haar. Zacht groene japon met lege décolet\*' waaruit een randje witte stof steekt. Donker rode mantel omgeslagen, die met de linkerhand wordt vastgehouden. Gesigneerd: r.m. boven de elleboog (vaag): G.J. Palthe. Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767). Datering : ca. 1740 Materiaal : olieverf op doek. Bron : Deventer Musea. [689] klik op plaatje(s) om te vergroten |
|
Hendrik Gerrit Jordens.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767). Datering : 1741 Materiaal : olieverf op doek. Bron : Deventer Musea. [690] |
Agatha Aleida van Munster (1723-1768), echtgenote van Hendrik Gerrit Jordens.
| Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767). Datering : 1740 Materiaal : olieverf op doek. Bron : Deventer Musea. [691] klik op plaatje(s) om te vergroten |
|
Hendrik Gerrit Jordens op latere leeftijd.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767). Datering : 1779 Materiaal : olieverf op doek. Bron : Deventer Musea. [692] |
Joan van Suchtelen (1668-1753).
| Portret ten voeten uit, rode mantel, kniebroek, lichtbruine rok, zwarte schoenen met gespen. Op het voetstuk van de tuinvaas en tafel het wapen; 4 ringen van zilver op veld van rood. J.v.S. 17-07-1744 Raad en Schepen van Deventer, 1713-1732 Statenlid Overijssel, daarnaast rentmeester van de Proosdij van de Lebuïnuskerk en de goederen van de familie Boedeker. Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767). Datering : 1e kwartaal 18e eeuw. Materiaal : olieverf op doek. Bron : Deventer Musea. [693] klik op plaatje(s) om te vergroten |
|
Paar bij kaarslicht aan tafel.
Paar bij kaarslicht aan ronde tafel, hij bolle wijnfles in de hand, om haar in te schenken. Links een haardschouw met vuur, rechts een raam waar onder gesigneerd is en links op de achtergrond een open deur naar achterkamer waar een vrouw bij kaarslicht werkt. Gesigneerd: rechts onder raam G.J. Palthe 1750. Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767). Datering : 1750 Materiaal : olieverf op paneel. Bron : Deventer Musea. [694] |
Minnekozend paar.
| Een minnekozend paar aan ronde tafel, waarop schaal met sinaasappels, wijnfles, glas en koperen blaker met brandende kaars. Links raam, rechts deuropening waarin vrouw. Gesigneerd: onder raam links G.J. Palthe 1750. Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767). Datering : 1750 Materiaal : olieverf op paneel. Bron : Deventer Musea. [695] klik op plaatje(s) om te vergroten |
|
Zeus en Hermes in de hut van Philemon en Baucis.
Tafereel bij kaarslicht. Links achter het paar Philemon en Baucis, In het midden aan tafel Zeus en Hermes, die een kandelaar vasthoudt. Zeus is gebaard, gekleed in paars met blauw overkleed. Hermes heeft een rode doek om zich heen. Uit de zoldering steekt hooi. Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767). Datering : 18e eeuw Materiaal : olieverf op paneel. Bron : Deventer Musea. [696] |
Zeus en Hermes in de hut van Philemon en Baucis.
| Detail van het schilderij hiernaast. klik op plaatje(s) om te vergroten |
|
Portret van een vrouw in zwarte japon.
Toegeschreven aan Gerhard Jan Palthe (1681-1767)
("signed "Palthe" on piece of canvas nailed to stretcher").
Datering : onbekend. Materiaal : olieverf op doek. Formaat 55 cm x 44 cm. Bron: Te koop aangeboden op Ebay (Chicago, 2006). klik op plaatje(s) om te vergroten |
Thans is er nog een dozijn schilderijen van Gerard Jan Palthe bekend. [697] Verspreide vermeldingen van schilderijen door Gerard Jan Palthe :
- Tekenende jongeman, Prado Museum, Madrid, volgens Van Gool een zelfportret.
- Tafereeltjes van de Vier Jaargetijden op een klok, Raadhuis Deventer
- Twee musicerende vrouwen. (Two Women Making Music. One sings, the other plays a clavicord), in prive bezit.
- Schilderijen van Jan Adriaan Joost Sloet en zijn echtgenote W. A. E. E. van Heeckeren tot Nettelhorst (1740). Locatie : Museum Zwolle.
- Schilderijen van Hendrik Gerrit Jordens en Agatha Aleida van Munster (ca. 1740). Olieverf op doek. Locatie : De Waag Deventer.[698]
- Schilderij voorstellende zijn zoon Jan Palthe (1717-1769). Locatie onbekend. Datering ca. 1740.
- De gelijkenis van de balk en de splinter.
Schoorsteenstuk van houten schouw af- komstig uit perceel Hofstraat 4. Opschrift Matth. 7:3,4,5. De voorstelling van "De balk en de splinter" slaat op een familietwist tussen de twee broeders, van wie de eigenaar van het huis den ander bovengenoende bijbeltekst voorhoudt. Datering : 1759. Materiaal : olieverf op doek. Deventer Musea. [699]- Schilderij voorstellende Johanna Wilhelmina de Beaufort, echtgenote van J. van Lemker. Datering : ca. 1740
- Schilderij voorstellende Hendrik Gerrit Jordens op latere leeftijd. Datering : 1779. Locatie : Deventer Musea. [700]
- Schilderij voorstellende Joan van Suchtelen (1668-1753). Datering : 1e kwartaal 18e eeuw. Locatie : Deventer Musea. [701]
- Schilderij voorstellende "Paar bij kaarslicht aan tafel". Datering : 1750. Locatie : Deventer Musea. [702]
- Schilderij voorstellende "Minnekozend paar". Datering : 1750. Locatie : Deventer Musea. [703]
- Schilderij voorstellende portret van Pieter Paul van Gelre (1735-1810). Datering 1760. Locatie : onbekend, geveild door Christie's (Amsterdam, 1991).
- Schilderij getiteld "Beim Schlachten". Toegeschreven aan Gerard Jan Palthe. Datering : onbekend. Locatie : onbekend, geveild door Lempertz (Keulen, 1991).
- Schilderij voorstellende "Portret van een vrouw in zwarte japon". Toegeschreven aan Gerhard Jan Palthe (1681-1767) ("signed "Palthe" on piece of canvas nailed to stretcher"). Datering : onbekend. Locatie: Chicago (2006).
|
Jan Palthe (1717-1769).
Gravure/ets : datum en herkomst onbekend. Bron : Patrick Seignemartin (F), 2005 |
Jan Palthe (1717-1769).
| Schilderij door zijn vader Gerhard Jan Palthe (1681-1767). Locatie : Museum Het Palthe Huis te Oldenzaal, in bruikleen van het Van Deinse Instituut Enschede. Datum : onbekend. Bron : Patrick Seignemartin (F), 2005 klik op plaatje(s) om te vergroten |
|
Zelfportret van Jan Palthe (1717-1769).
Locatie en datering : onbekend. Bron : Patrick Seignemartin (F), 2005 |
Schilderij van Tiberius Hemsterhuis (Groningen 1685-1766 Leiden), filoloog, hoogleraar te Amsterdam, Franeker en Leiden, door Jan Palthe (1717-1769).
[708]
| Datering : 1766. Materiaal : Olieverf op doek. Afmetingen 77,5x60,5 cm. Locatie Universiteitsbibliotheek Groningen. Bron:[709] klik op plaatje(s) om te vergroten |
|
Vrouwtje aan spinnewiel.
Zittend vrouwtje aan spinnewiel met wit kapje op het hoofd. In 18e eeuws interieur: rechts een schouw met bovenop borden, links ernaast een hoge kast eveneens met borden. Daarnaast klaptafeltje. Links op de voorgrond twee honden. Gesign: r.o. J. Palthe. 1745. Schilderij door Jan Palthe (1719-1769). Datering : 1745 Materiaal : olieverf op paneel. Bron : Deventer Musea. [710] |
Na zijn dood in 1769 vindt op 20-3-1770 in het huis van zijn weduwe een openbare verkoop bij opbod plaats van bezittingen van Jan Palthe. De catalogus (zie frontpagina hiernaast) vermeldt 263 schilderijen waaronder Rubens, Jordaens, Anthony van Dijk, Titiaan, Veronese, Rembrandt, Frans Hals. Er is slechts een werk bij van Gerard Jan Palthe, en geen van Jan Palthe zelf. [711]
| klik op plaatje(s) om te vergroten |
|
Gravure door de Engelse schilder en graveur William Pether (1738-1821), kennelijk naar een schilderij van Jan Palthe (1717-1769), voorstellende Carlo Tessarini (ca. 1690-1766), Italiaans violist en componist.
Onderschrift: "J. Palthe pinxit, W.m Pether fecit" "Carlo Tessarini da Rimini, professeur de fiolon en la metropolitaine d'Urbino" Datering: onbekend. Bron : Bibliothèque Nationale de France.[712] klik op plaatje(s) om te vergroten |
Op 12-7-1751 maken Gerard Jan Palthe en Anna Margaretha Chassé mutueel testament.[719]
Op 7-2-1763 compareerde te Amsterdam mejuffrouw Anna Margaretha Chassé, weduwe van Gerard Jan Palthe, voogdesse voor haar minderjarige kinderen Johanna Theodora, Magdalena, Jacomina en Gerard Martinus Palthe. Zij legt een verklaring af in zake de nalatenschap van Jacomina Chassé, weduwe Grousius ten behoeve van de "drie eenige nagelatene kinderen van wijlen den meergenoemden Heer Hubertus Gerardus Chassé met name Juffrouwen Maria Chassé, gehuwd aan de Heer Gerlach Kaspar Kruimel, Anna Margaretha Chassé en Jacomina Chassé.[720]
Op 2-2-1762 maken Antony Palthe en Agatha Ketel een mutueel testament voor Nots. Harmanus Morrey te Amsterdam. ZOEK OP
Op 24-4-1766 verkoopt Maria Hardeveld, wed. van Arnoldus Frankendaal aan Anthonij Palte, een tuin met huizing, woning en erf, waar Het Schaap in de gevel staat, op de Overtoomseweg (Overtoom) te Amsterdam. [725]
Advertentie in de Amsterdamsche Courant d.d. 25-3-1766:[726]
"De belangselfabriek van Anthony Palthe zal tegens primo may aanstaande verplaatst worden op de Overtoomsen weg over de eerste moolen, alwaar allerhande nieuwmodische kamerbehangsels te bekomen zijn tot een civiele prijs, en blijft continueeren met huis- en rijtuigschilderen, alles na de nieuwste smaak".
Op 21-11-1774 wordt en publicque veilinge verkocht door de Agatha Kethel weduwe en ingevolge mutueel testament d.d. 2-2-1762 voor Nots. Harmanus Morrey te Amsterdam enige geinstitueerde erfgename van Antony Palthe, die op 24-4-1766 de nagenoemde percelen heeft gekocht, geassisteerd met Cornelis van Eeden als haar voogd, Fijko de Valk en Jan Rijser de Jonge benevens voornoemde Cornelis van Eeden haare vierendelen, aan Wijbrand Hendriks, een tuin met huizinge en aparte wooning en erven, waar Het Schaap in de gevel staat, voor aan op de Overtoomseweg (Overtoom) te Amsterdam. Het transport vindt plaats op 10-1-1775. Koopsom ƒ 4200,--. [727]
Een vrijwel identieke akte, waarin de naam van Jan Rijser de Jonge als vierendeel ontbreekt, is ingeschreven in dec. 1774, waarbij in margine staat "deze heeft geen voortgang gehad". [728]
|
Zeer waarschijnlijk Anthony Palthe (1726-1772) geschilderd door zijn broer Jan Palthe.
Bron:
⇒ AskArt.
Het portret komt treffend overeen met de beschrijving: "Portret van Anthony Palthe, broer van de schilder, in 1895 geveild in Keulen.
65x47 cm. Levensgroot borststuk, naar links gewend, rechtuit kijkend, baardloos, op de witgelokte haardos een driekanten hoofddeksel. Draagt bruinrood, van voren open jak met witte halsbinde. Roodbruine achtergrond. Met brede penseelstreek in de beste traditie van 17de eeuwse portretkunst." door Peggie Breitbarth in Ref. [729].
Het zal ook hetzelfde zijn als het portret van Antony Palthe, geschilderd door zijn broer Jan Palthe dat Van Eijnden en Van der Willigen bij hun bezoek (datum?) aan Wybrand Hendriks in Haarlem aan de muur zien hangen, en dat zou dateren van 1767.
[730]
| |
Zelfportret met echtgenote Agatha Ketel (1736-1802) door Wybrand Hendriks (1744-1831). Hendriks' kunstenaarschap wordt tot uitdrukking gebracht door twee attributen: de tekenpen op de tafel en de links in de voorgrond geplaatste tekeningenportefeuille
| Datering: ca. 1800-1804. Bron: ⇒ Teylers Museum Haarlem. klik op plaatje(s) om te vergroten |
|
Portret van Anthony Palthe (1683-1760). [733]
Schilder onbekend, trant van Gerhard Jan Palthe. Olieverf op doek, 83,5x72,0 cm. Locatie: particuliere collectie |
Zijn eerste echtgenote Johanna Krop(s) (1676-1723). [734]
| Schilder onbekend, trant van Gerhard Jan Palthe. Olieverf op doek, 83,5x71,5 cm. Locatie: particuliere collectie klik op plaatje(s) om te vergroten |
In de periode 1717-1724 vorderen de goedsheren van de marke Denekamp voor het drostengericht van Twente dat Anthonie Palthe en Albert Cuper, die met andere inwoners van Denekamp gewelddadig het oude huisje van Gese Knippert, dat op grond van de marke stond, hebben verwoest, de door hen aangerichte schade herstellen en in het vervolg geen handelingen meer zullen verrichten, waardoor dat huisje schade lijdt. [735]
Antoni Palthe x Henrina Schulten, met kinderen ouder dan 10 : Jan Arent Palthe studerende te Franeker, Janna Palthe, en de meid Berendina, vermeld in de Volkstelling dorp Denekamp (1748). [736]
==== BELENINGEN ====
Richterambt Ootmarsum, buurschap Hezingen (nr. 1152):[737]
De tienden over Vrilinc to Vasse in den kerspel van Oetmerssem
... J(o)an Krop, burgemr. van Ootmarsum, x Catharina Kip.
15-6-1686 : Helmich Volkers, zoals zijn schoonvader(¥) Jan Krop daar in 1667 mee was beleend.
COMMENTAAR(¥) "Schoonvader" moet hier gelezen worden als "de eerdere schoonvader van zijn vrouw"!
12-11-1710 : Joan Leonard Berents, als gemachtigde van Joannes Palthe, zn. van Antoni Palthe en zijn vrouw Joanna Crop, zoals Helmich Volkers daer op 15-6-1686 als stiefvader(¥) van Antoni Palthe mee was beleend.
COMMENTAAR(¥) "Stiefvader van Antoni Palthe" moet hier gelezen worden als "de stiefvader van J(o)anna (Theodora) Krop die in 1702 trouwde met Anthony Palthe"!
18-8-1761: Joannes Palthe met lediger hand, nadat hij in 1710 als onmondige onder hulderschap van Joan Leonard Berents was beleend, die in 1710 ten onrechte alleen als gemachtigde was aangeduid.
31-1-1768 : F.J.S. baron van Heiden, heer van Ootmarsum, drost van Twente, als koper na opdracht door Jan Palthe, burgemeester.
|
Portret van Joannes Palthe (1703-1784). [740]
Toegeschreven aan Gerhard Jan Palthe. Olieverf op doek, 88,0x72,5 cm. Locatie: particuliere collectie |
Zijn echtgenote Johanna Maria Westerlo (1710-1762). [741]
| Toegeschreven aan Gerhard Jan Palthe. Olieverf op doek, 88,0x72,0 cm. Locatie: particuliere collectie klik op plaatje(s) om te vergroten |
Kerkmeestersrekeningen Oldenzaal:
13 martii 1737 Heb ik met goetvinden van de Heeren Gecomitteerden bij openbare opslag aan de Ed. Procur: Palten verkoft den groten Esschen boom op de Kerkhoff achter het huis van de Wed. Zeigers voor twaalf Carl. guldens. Den kosten als uitroepen, afslaan van de Dienaer Wijnkoop etc. afgetrokken zijnde, blijft ten profijte van de Kerk tien gld.
| COMMENTAAR(¥) Van Magdalena werd geen begraven gevonden en van Helena geen doop. De verleiding is groot te denken dat het hier om hetzelfde kind gaat, temeer daar de grootmoeder van moederzijde Magdalena Palthe ook met de namen Helena en Leentje aangetroffen werd. |
Wed. Huiskes en schoonzoon H.J. Palthe, dienstbode Geertruid, vermeld volkstelling van ambt en stad Oldenzaal (1748). [743]
|
Ds. Jan Arend Palthe (1727-1803). [752]
| |
Palthe huis te Oldenzaal.
| klik op plaatje(s) om te vergroten |
"In 1754 werd Jan Arend Palthe uit Oldenzaal tot dominee in Nieuwleusen benoemd. Tijdens zijn bijna vijftigjarige predikantschap verwierf hij hier belangrijke bezittingen, die in de familie bleven tot in 1928. Toen overleed Gulia Palthe, de laatste van deze tak van de familie.
Tot de bezittingen van de familie Palthe behoorde o.a. het Palthebos: weilanden omgeven door lanenstelsels. De familie Palthe was van oorsprong een predikantengeslacht uit Twente. Men woonde 's zomers in Nieuwleusen en 's winters in Oldenzaal. Gulia Palthe was de laatste van haar tak van de familie. Ze heeft veel goeds voor de gemeenschap van Nieuwleusen gedaan door schenkingen aan bijvoorbeeld het Groene Kruis en de muziekverenigingen. Wanneer ze weer naar Nieuwleusen kwam, werd ze met muziek van de tram gehaald en in optocht naar haar huisje gereden. Dat stond ongeveer op de huidige oprijlaan naar het museum.
Na haar overlijden bleek dat ze de meeste boerderijen die zij hier bezat bij testament aan de pachters had vermaakt. Haar huisje in Nieuwleusen en het er achter gelegen Palthebos vermaakte ze aan de Hervormde Kerk. Helaas is het huisje vanwege de slechte staat in de jaren 60 afgebroken, maar gelukkig zijn er nog foto's bewaard gebleven waarop te zien is hoe het was." [753]
| COMMENTAAR(¥) Wie is : wed. secr. Palthe, vermeld in de Volkstelling schiltvierendeel Ootmarsum stad (1748). [754] |
424. LAURENS LASONDER, geb. Enschede 1680-1690, ovl. (kort) voor 1737(¥), grutter [755]
, gemeensman (1708) [756]
,
woonde te Enschede Stad,
tr. Enschede voor 1708[757]
425. JUDITH STROINK, geb. Enschede 1681, ovl. Enschede 1737-1751 (kort voor 1751?), na 1764 [758]
,[759]
woont (1748) in de Langestraat te Enschede als wed. Lasonder met haar
zoon Engbert Lasonder [760].
| COMMENTAAR(¥) vul aan lb. 671. |
|
Wapen Stroink : In zilver drie gegolfde blauwe fazen. Helmteken :
een blauw zilveren vlucht. Dekkleden : zilver en blauw.
Dit wapen komt voor op een zegel van Johan Strodinck, keurnoot in 1420. Diens relatie tot de hier beschreven familie is onbekend. Jurriaan Stroink, (zn. van Hermannus Stroink, zie kw. nr. ⇒ 77 0 sub a) voerde als wapen : In zilver een rode keper, vergezeld van drie vijfbladige rode rozen met groen gebladerde stelen naar boven. Helmteken : een roos van het schild, met steel naar beneden, tussen een vlucht [761] [762] |
Richterambt Enschede, buurschap Lonneker : een tiende ter Hole to Loninghe.
23-4-1726 : Judith Stroink na de dood van haar vader Jan Stroink die deze tiende op 23-7-1714 had gekocht. Hulder haar man Laurens Lasonder.
23-3-1737 : Judith Stroink met ledige hand. Hulder Derk Rampen, boekdrukker te Zwolle, na de dood van Judiths man Laurens Lasonder.
21-4-1751 : Ursela Lazonder na de dood van haar moeder Judith Stroijnk, wed. van Laurens Lasonder. Hulder haar man Hendrik ten Kate.
19-3-1781 : Herman ten Cate na de dood an zijn moeder Ursula Lasonder.[763]
Verdere vermeldingen Lasonder waarvan hetverband met bovenstaande kwartieren nog niet duidelijk is :
Richterambt Enschede, buurschap Enscheder Esch , het halve erve de Horst, gelegen in de karspel Enschede in de Eschmarkt :
10-11-1710 : Henrick Steenbergen als gemachtigde van de erfgenamen van Albert Rodink.
1-9-1728 : Albert Lasonder, na de dood van Hendrik Steenbergen. (Het erve ende goed de Horst in de haaresch, gerigte Enschede gelegen)
26-5-1764 : Hermen op de Horst Hermenzn, na de dood van Albert Lasonder, die leendrager van dit goed was geweest.[764]
Richterambt Enschede, buurschap Enscheder Esch , die Mate ende Horst ende Schurinck die gelegen zijn in den kerspell van Enschede:
19-1-1777 : Geesken Mensinck, wed. van Jan Schukking, die hertr. was met Jannes Kwekkeboom, na opdracht door haar schoonzoon Gerrit Lasonder en zoon van Geertruijd Schukking, enige dr. en erfgenaam van genoemde Jan Schukking, alles na herstel van de verzuimen van hulder Hendrik Swiers.[765]
Richterambt Delden, buurschap Woolde : drie vierde parten van de erven Langdaers genaamd, gelegen in het gericht van Delden, buurschap Woolde :
25-2-1771 : J.W. Cramer, die dit goed samen met Benjamin Blijdenstein en J.B. Lasonder had gekocht na opdracht door Ernst Herman baron van Delwick tot Nieuborgh.[766]
idem het vierde part :
10-2-1771 : Jan Willem Cramer, richter van Delden, die dit part op 14-6-1771 samen met Benjamin Blijdenstein en Jan Berend Lasonder had gekocht van O.E. van Hoevel to Haagenhoeven, namens diens vader de heer Hoevel tot Wesevelt.[767]
| COMMENTAAR(¥) Volgens Mr. Walkate zou er geen dochter Fenne geweest zijn, maar een Judith. |
| COMMENTAAR(¥)
Wat is het verband met:
Register der vermogende personen opgeschreven volgens notifijcatie van H Edelmogend van den 15 april 1767 sulkx van 't dorp Losser: Everadt Lasonder vrouw Gese dogter Gesijne 3 personen (dogter Gesijne doorgehaald) |
426. LAURENS GERRITSEN BEKKER, geb. Enschede 1685-1695, ovl. Enschede 1758-1760, burgemeester te Enschede Stad,[808]
genoemd als borg (1720),
woont (1748) in de Langestraat te Enschede met zijn 3 dochters [809],
tr. ca 1714[810]
427. (ANNA) MARGARETHA LASONDER, geb. 1683-1690, ovl. Enschede voor 1748 (1749).
Op 10-9-1735 gaan Theodoor Pennink, Albert Laersonder, Rudolph Laersonder en Joannes Linthuys jagen, en kopen te voren "een oortje jenever voor 4 stuivers bij Laurens Bekker" [811].
De erven van Laurens Bekker bezitten een grafsteen in de Grote Kerk van Enschede (1768) [812].
vul aan lb 1771.
428. JAN BUSSIER (BOSSIER), geb. Enschede Stad 21-3-1682, ovl. Enschede Stad 29-10-1746,[852] burgemeester van Enschede,[853] tr. vóór 1715
429. ANNA NIJHOF, geb. Enschede Stad 5-1-1684, ovl. Enschede Stad 11-12-1765, woont (1748) in de Langestraat te Enschede met 4 kinderen [854].
In 1726 wordt door de geconsulteerde deskundigen "Advys en Sententie over het cedeeren van een Boedel" gegeven betreffende een zaak tussen Jacob Bussier enerzijds en Roelof Bekker anderzijds. In de zaak is voorts sprake van zijn broer Jan Bussier die borg is. [855]
Richterambt Enschede, buurschap Lonneker : het eene gedeelte van het erve Menkmaat in Enscheder Eschmarke gelegen.
21-6-1727 : Jan Huivink voor hemzelf en tevens namens Anna Nijhoff vouw van Jan Bossier en bovendien namens Hendrik Freriksen Dekker, als voogd van de onmondige kinderen van wijlen Jan Romp, na de dood van Lucas Huivink.[856]
430. GERRIT TEYLERS, geb. Enschede Stad 31-5-1677, ovl. Enschede Stad 3-1-1756,[860]
tr. Enschede Stad 31-10-1723[861]
431. BERENDINA BEKKER, geb. Enschede Stad 1696/97, ovl. Enschede Stad 26-4-1769,[862]
Dit echtpaar woont in de Langestraat te Enschede met 2 kinderen (1748).[863]
In 1768 kopen Jan Berend Lasonder en Anthony ten Tije van de wed. Gerrit Teylers enige stukken grond.[864]
432. HERMAN (HARMEN) RE(E)RIN(C)K, ged. Lochem 3-2-1667, ovl. na 1736 (voor 1737?, 1748), burger van Lochem (1706) [866]
(1712-1736) in 't Marks Rott (1725) [867]
, gemeensman (1707),[868]
,[869]
een van de viergecommitteerden der gemeenslieden (1707),[870]
medeondertekenaar van de hernieuwde gildebrief (van het schoenmakersgilde (25-10-1694),[871]
schoenmaker, looier,
neemt deel aan de plooierijen van 1703,[872]
doopget. (1728),
otr. Lochem 27-2-1692
433. JENNEKEN PAEUWEN, ged. Lochem 26-12-1673, ovl. na 1728 (voor 1737?, 1736?, 1748), doopget. (1728).
| Wapen Paauwen : In goud een pronkende pauw van natuurlijke kleur.[873] |
Op 9-4-1697 kopen Harmen Rerinck en zijn huisvrouw Jenneken Pauwen van Arent Arents en zijn huisvrouw Jenneken Willekes een stuk hooiland in het Nettelhorster broek.[874]
Transport aan Hermen Rerinck en zijn huisvrouw Jenneken Pauwen (7-4-1704).[875]
Plooierijen in Lochem .
Op 8-3-1703 komen Esken Enderinc, Arent Simmelinck, Arent Arents, Warner Wenninck, Gerrit Greven, Jan Schrunder, Herman Rerinck, Meint de Groen en Jan Beijer ook genoemd Thomasson, bij burgemr. Jan Westenbergh met de eis dat de gemeenslieden in het vervolg zelf de stedelijke bestuurders wilden aanwijzen. Na enige verwikkelingen waarbij door Albert Thomasson nog de sleutel van het stadhuis uit de woning van de stadsdienaar Henrick Hensen werd gestolen, gaf de magistratuur op 22-3-1703 hieraan toe, mede onder druk van een joelende menigte voor het stadhuis. Er werd een contract getekend dat tot 1717 stand hield, waarna de oude toestand van cooptatie weer werd hersteld.[876]
| COMMENTAAR(¥) ZOEK voor dezen Pers. Quot. |
| COMMENTAAR(¥) Hij is blijkbaar niet dezelfde als Jan Rerink tr. Hengelo (Gld) 1742 Mette Gerritsen Mennink [878] |
434. LAMBERT SMIT(S), ovl. 1722-1732, tr. Geesteren 27-???-1697[880]
435. CATARINA SIMONS.
436. GERRIT BRETHOUWER, geb. Aalten (dorp), ged Aalten 24-12-1684, ovl. vóór aug. 1758, woont in het dorp Aalten (1709),
otr./tr. Aalten geref. 24-11/24-12-1709
437. WILLEMKEN SLOTBOOM, geb. Aalten (dorp), ged. Aalten 28-1-1683, woont in het dorp Aalten (1709).