This page was last updated : 100111.
File size is: 940 k.
Kwartierstaat Van Schothorst
Generatie 9
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Van Schothorst,
version 9.3,
Muiden, 2009.
© Copyright 2010 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Van Schothorst Gen. nr. 9

256. WILLEM REIJERSEN, ged. Barneveld 18-4-1641, ovl. 1715-1718,[1] "jonge man, zoon van Reijer Henricks, op Bitterschoten" (1675), bouwman op "Bitterschoten" (1694..1715), in het thinsboek van Barneveld nog vermeld als "1720 Willem Reijersen op Bitterschoten",[2] doch dan al overleden, tr. Barneveld 14-11-1675, of 1-11-1675[3]

257. GEERTJE JANS, geb. vóór ca. 1655, ovl. na 24-10-1718, "jonge dochter van Jan Toenissen op Burgstede".

De helfte van een erff ende goet Bitterschoten daer Willem Reijers woont en een vierde part van 't andere Bitterschoten, gelegen in den ampte Barnevelt buirschap Glinde, toecomende Evert Harmensen en Neeltjen Reijers en Rijck Cornelissen en Bartje Reijers, echtel(uijden). 1694 den 10 april vercogt en overgegeven aen ende ten behoeve van Willem Reijersen ende Geertjen Jans echtelieden voor 1400 gln. Geregistreert den 31e december 1714. [4]
De gerechte helfte van den soo gen(aemde) Hennikelerstient gaende uijt het goet van Willem Reijersen gelegen in den ampte Barnevelt buirschap de Glind, toecomende Eijbert van Rouwenburgh ende Geertruijd ten Hennekeler, echtel(uijden). 1713 den 24 jan(uari) vercoght ende overgegeven aen Willem Reijersen ende Geertjen Jans echteluiden voor de somma van 600 gln. Geregistreert den 31 december 1714. [5]
Op 7-11-1718 peijndt Geertien Jansen, weduwe van Willem Reijersen, geassisteert met haar soon Jan Willemsen, aan de gerede en ongereede goederen, actien en creditten in den amte van Barnevelt te vinden, toekoomende Joogem Joogemsen op Craaijenoort. Het betreft speciaal aan erf en goed Kraaijenoort, ten eijnde om daar aan te verhaalen een jaar intresse van een capitael groot ƒ 1000,--. [6]

260. GERRIT JANSEN VAN DE WETERING, woont te Ede [22], erft het goed "De Weteringh" van zijn moeder, de wed. Jan Gerritsen, omstreeks 1700 [23].

262. A(A)LBERT HENDRI(C)KS(EN) (VAN RAVENHORST)(¥), geb. Lunteren, ovl. na 1737, j.m. van Lunteren (1691), geref. lidmaat te Renswoude (ca 1694),[27], woont op "Ravenhorst" (1699..1703), schepen van Renswoude (1724, 1753),[28] otr. 1o Renswoude 1-11-1691 [29] [30] [31] JANTJE ARRIS(¥), ovl. vóór 1694, op Emmikhuizen, wed. van Peter Jacobsz(¥), tr. 2o Renswoude 24-6-1694 [32] ,[33] ,[34] ,[35]

263. PETERTJE EVERTS (VAN MANEN), j.d. van Manen, geref. lidmaat te Renswoude, komend van Ede (ca 1694) als huisvrouw van Albert Hendricksz tot "Emmickhuijsen" [36].

COMMENTAAR(¥) zie ook Kw. VG 23


COMMENTAAR(¥) zij is mogelijk een zr. van Reijer Arrissen op Emmikhuizen [37], en/of een dr. van Arris Janssen op Emmickhuysen, geref. lidmaat te Renswoude (1663) [38] of een dr. van Arris Teunisse, wonend op Emmickhuisen (1645) [39] of van Aris Wolven van Appelaer, ovl. voor 1668, tr. Renswoude 20-5-1654 Marrijtje Maes Willemse [40].


COMMENTAAR(¥) Jantje Arris, j.d., otr. Renswoude 21-5-1676 [41] Peter Jacobsz, j.m. van Lunteren, ovl. 1687-1691. Uit dit huwelijk gedoopt te Renswoude [42] : a) Jacob Evertsz (sic!), 8-4-1677, b) Jacob, 23-6-1678. c) Claasje, 2-7-1682, d) Arris, 13-9-1685. e) Evertje, 22-1-1688.

In 1682 en 1684 betaalt Albert Hendricx "van Immickhuysen" verponding [43], en betaalt bovendien "f 0-15-0 van Gerrit Evertsen Timmerman" [44].
In 1738 legateren Albert Hendrickx en Petertje Everts aan hun dochter Geusje ƒ 200,-- (¥) en het linnengoed.[45].

COMMENTAAR(¥) in [46] staat ƒ 2,-,- !

264. WOUTER HENDRIKSEN DEN DECKER, geb. ca. 1660[68], ovl. 1724-1729, woont 1708 op den Poll, tr. (huw. voorw. 9-3-1689)[69] ,[70] .

265. AALTJE BEERS, geb. ca. 1660[71], ovl. na 1733. Dit echtpaar wordt in 1688 als lidmaat aangenomen van de kerk te Lunteren. Zij testeren 20-1-1712. [72] ,[73]

In een doorgehaalde (vanwege het royement op 25-7-1740) acte van 19-12-1733 staat dat Evert Gerritsen Fonteijn x Aertjen Melissen verklaeren schuldig te sijn aan Aaltjen Beerts weduwe van Wouter Hendriksen en haeren erven een capitale somma van vijfhondert gulden en 20 stuijvers betreffende de cooppenninge van huijs en hof gepasseert den 11 junij 1716 (geroijeert 25 julij 1740).[74]

266. EVERT WOUTERSEN, geb. Ede (Wekerom) ca. 1670[80], ovl. na 1700, woont te Wekerom [81], betaalt ƒ 5,10,-- bruikschatting voor een huis te Weekerom (1698),[82] tr. ca. 1700[83]

267. ELYSABETH JANSEN (VAN OTTERLOO)(¥), geb. Ede [84] ca. 1670[85] , ovl. na 1700,[86] .

COMMENTAAR(¥) zij is mogelijk zr. van Hendrikje Jans van Otterloo (zie kw. nr. 520 ), en van Aert Jansen aen den Aenstoot/van Otterlo [87].

De boedel van Evert Woutersen en Elysabeth Jans wordt 27-4-1763 verdeeld : o.a. "huis, hof etc. onder Wekerom, bewoond door Wouter Evertsen en een halve hoeve holts in het Roekelsche of Wekeromse Bosch tesamen ƒ 5000,-- [88].

268. EVERT ROBBERTSEN (FLIERT), lidmaat te Lunteren 25-3-1692 wonend op het Oude Erf, was pachter van het "Oude Erf" te Lunteren 1-11-1725 tijdens overdracht binnen de fam. Van Lawick [99], eigenaar van het "Oude Erf",[100] betaalt ƒ 4,-- bruikschatting voor 't "Oude Erff" (1698) te Lunteren,[101] tr. 1o voor 1690 MARRITJE JANSEN, vóór ca. 1670, ovl. 1691-1694, geref. lidmaat te Lunteren 24-12-1685, tr. 2o Ede 1694

269. (BE)ATRIX HENRIJCKS(¥), geb. Doesburg (Ede)?, lidmaat te Lunteren met attestatie van Ede 11-5-1694, zij leeft nog in 1719.

COMMENTAAR(¥) is Hendrik Aartsen geb. ca 1660, boer in de Doesburgerveen,[102] mogelijk haar vader?

270. WOUTER HENDRIKS (BUYTENHUYS), ged. Lunteren 21-9-1679[113], ovl. 1723-1743, bezit een deel van het herengoed Beterum te Ede [114], ontleent de naam Buytenhuys aan een gedeelte van het herengoed "Buytenhuys" te Lunteren, afkomstig uit de familie van zijn eerste vrouw, en waarvan hij op 12-11-1698 met zijn tweede vrouw de opdracht ontving [115], "soolwehrbesitter" in 't herengoed Buytenhuys (1721) [116], tr. 1o Lunteren (huw. voorw. 23-11-1695) [117];(¥) AELBERTJE AERT JACOBSDR. (VAN) BUYTENHUYS, ovl. 1695-1698 (kinderloos), ontvangt 22-2-1695 investituur en oprukking voor het herengoed "Beterum" in Lunteren , otr./tr. 2o Barneveld/Lunteren 24-7/7-8-1698

271. DIRKJE WOUTERS VAN BOETSELER, ged. Barneveld 19-11-1680, ovl. 1743-1774, j.d. onder Barneveld (1698).

COMMENTAAR(¥) sic! dan zou hij dus 16 jaar oud zijn, wat klopt hier niet geboorte of huwelijksdatum?

Het erf Beterum of Hoogh Beterum in het ambt Ede, kerspel Ede, buurtschap Doesburg.[118]
23-10-1723 : Hendrik Otters, scholtis van het ambt Ede, oprukking na transport door Gerrit Hendrikx x Jantjen Jansen, bezitters van de zaalweer, en Wouter Hendriksen Buijtenhuys x Derkje Wouters, voor hun zelf en als mombers van twee onmondige kinderen van Neeltje Hendrikx getrouwd geweest met Aert Reyersen, en van de onmondige kinderen van Elbertje Hendrix getrouwd geweest met Wouter Hendrix, en van Egbertje en Woutertje Wouters, kinderen van Wouter Derks x Lijsbeth Hendrix, in leven echtelieden. Zij zijn tezamen kinderen en kleinkinderen van Hendrik Wouters.

Herengoed Buitenhuis :
22-2-1695 : Albertien Aerts van Buythehuys, investiture en oprukking als erfgenaam van haar vader Aert Jacobs.
1-5-1696 : Wouter Henrix x Albertjen Aerts approbatie van wederzijdse tucht en huw. voorwaarden d.d. 23-11-1695.
18-3--1698 : Evert Jacobs investiture en oprukking. N.B. Na overlijden van zijn vader Jacob Everts was het herengoed aan diens oudste zoon Aert Jacobs gekomen, daarna aan diens dochter Albertien Aerts van Buytenhuys, die kinderloos stierf.
12-11-1698 : Wouter Henriksen, wednr. van Albertien Aerts, gehuwd met Derckie Wouters, oprukking na transport door Evert Jacobs en Jacob Alberts.
12-11-1698 : Wouter Henriksen Buytenhuys x Derckie Wouters van Boetselaer approbatie van een wederzijdse tuchting.
29-9-1701 : Roetert Haelboom x Weijntien Henrix approbatie van verpanding van enige percelen lands aan Bart Jansen x Gerritien Jansen en Mor Jansen x Arisjen Jans.
10-5-1704 : Wouter Henrix approbatie van een bezwaring ten behoeve van zijn schoonvader Wouter Aerts.
15-10-1710 : Approbatie van de verpanding aan Jacob Francken van een kamp lands.
9-12-1712 : ...
24-2-1719 : ...
19-6-1721 : ...
6-1-1730 : ...
9-5-1742 : ...
... etc.
27-6-1743 : Derkje Wouters, wed. van Wouter Henriksen, oprukking. Op 8-3-1774 krijgen Evert van Lijsselen x Lijsebeth Woutersen Buijtenhuijs, Gerrit Jansen x Woutertje Wouters Buijtenhuijs, Jantje Wouters Buijtenhuijs, wed. van Hessel Woutersen approbatie van een magescheid d.d.d 7-3-1774 over de boedel van hun ouders Wouter Hendrick Buijtenhuijsx Dirkje Wouters. ... Aan Gerrit Jansen en Woutertje Wouters Buijtenhuijs, is toebedeeld een stuk bouwland in den Luntersen Enck groot 2½ schepel "den Hoppecamp" genaamd, een stuk bouland in den Houtcamper Eng groot 3½ schepel, een stuk Hooyland "de Agterste Hooijkamp" genaamd, en een stuk Hooyland....etc. [119]
Op 24-5-1725 krijgt Wouter Hendriksen Buytenhuys, buurmeester te Lunteren, op de buurspraak "voor goede ijver en extraordinair aangewende moeite voor de belangen der Gemeente, in dit singulier geval en sonder enige consequentie een rijksdaalder toegelegd".[120].

In 1730 vermaakt Gerrit Haalboom een legaat van 100 Car. gld. aan zijn neef Wouter Hendriks Buytenhuys [121].

Op 12-6-1730 kopen Wouter Hendriksen Buytenhuys en Derkje Wouters, echtelieden, een huis van Geurt Wouters en Geertje Jans, echtelieden [122].

In 1722 zijn Wouter Hendriksen Buytenhuys en Gerrit Hendrikse "oomen en bloetmomberen" over de twee minderjarige kinderen van Wouter Hendriksen en Elbertje Hendriksen [123].

Op 8-3-1774 krijgen Lijsbeth, Woutertje en Jannetje Buitenhuis approbatie voor een magescheid over de erfenis van hun ouders en hun broer Aert, waarbij "Buitenhuis" aan Lijsbeth wordt toebedeeld [124].
Seker hallef huys Hoff Bergh en vorder gereghtigheijt staande in den dorpe van Barnevelt so door Jan Schuijr is bewoont sijnde oostw naest gehuijst de wed. Wilh(em) van Esvelt en westw Jannitje Barten, toekomende Jan Aelten en Aeltje Aerts eghtel. ende Hendrik Jansen en Jannetje Aelten, eghtel.
1728 den 20 november verkoft getransporteert en overgegeven aan ten erfelijken behoeve van Vrouwe Elisabeth Heermans wed. wijlen Wilh(em) van Esvelt en haaren erven en sulks voor de somma van 775 gln gepasseert voor geerfden Herbert Hagen, Ambrosius van Dompseler, Herman Aelberts die de origen. transport hebben gezegelt en getekent op Dato als booven. Geregistreert den 28 julij 1729.

Wouter Jansen heeft testament gemaakt an de kinderen van sijn broer en swager Steven Zegersen en sijn suster Aertje Jans eghtel. met namen Jan Stevensen en Geertje Stevens en Woutertje Stevens, zijnde Geertje getrouwt an Tuenes Zandersen, yder voor eenderde part ewiglijk en erfelijk de gehele zaalweer en een gereghte vierde part en een twaalifde part an de landereijen van 't erf en goet de Vaerst onder Barnevelt gelegen, bij voornoemde Jan Stevensen en Woutertje Stevens gebruijckt, so comparant van sijn vader aangeerft zijnde, daar en boven nog 500 gld an gelt en een derde porti van sijn natelatene klederen en inval een van drij sonder lijfferven streft sullen alle voorn. goederen devolveren op de langslevende en sulks alles met uijtsluijtinge van Seger Stevensen om redenen vorder sal sijn halve suster met namen Derkje Wouters getrouwt an Wouter Hendriksen en Jannetje Wouters getrouwt an Wolbert Aertsen off der selver kinderen uijt testatuers moeders goet bestaande uut 2100 gld an obligatie en geregtig gelt trekken en proffijteeren yder een 3:pant ad 700 gln: en het overige derde part bij voorgemeld drij kinderen van sijn suster getroken worden met uijtsluijting weder van Zeger Stevensen en dat de dootschulden sullen hallef door gemeld drij kinderen en de andere helft door gemelte halve susters worden betaalt, alles breder te sien in de orginele brief gemaakt door E.C. Ardesch Scholtis die de selve neevens Steven Coenjes en Jan Carel Lughtig getekent en gezegelt op den 8 juni 1729. Geregistreert den 11 Aug. 1729.[125]

276. JAN EGBER(T)S MENSIN(C)K, ovl. Apeldoorn 17-11-1743,[129] brouwer (1714, 1722) te Apeldoorn op het goed Buitenhuis (15-5-1744),[130] wordt, als brouwer, aangeslagen voor de cedulle voor ƒ 3,-- (1722),[131] tr.

277. MARRITIEN (MARIA) REINDERS (BUURMAN), ovl. Apeldoorn 6-4-1743,[132]

Het goed Buytenhuys in het kerspel Apeldoorn, leenroerig aan de proosdij van Deventer.[133]
7-6-1715 : Approbatie van transport d.d. 20-7-1713 aan Jan Mensinck.
15-5-1714 : Approbatie van de vestiging van een hypotheek groot 1500 Car. gld. ten behoeve van Arnoldus Clasen en ten laste van Jan Mensink, brouwer, en zijn huisvrouw Marritien Reinders. Get. is Herman Gerrits Bosgoedt.
12-7-1716 : Idem voor een hypotheek groot 1500 Car. gld.
11-11-1730 : Jan Egberts Mensink en zijn huisvrouw Maria Reinders na de dood van de vorige hulkder en stellen to nieuwe hulder H. Hiddink
11-11-1730 : Approbatie voor de vestiging van een hypotheek groot 4000 Car. gld. ten laste van de advocaat Ellard Brouwer
21-12-1739 : Johan Hendrik Rochet, casteleijn op het Loo, na transport door Jan Mensink. Op verzoek van zijn volmacht Hermannus Buitenhoff, hulder A. Pieterman


COMMENTAAR(¥) Ongeplaatste fragmenten MENSINK :
Jan Mentink, geb. ca. 1690[134], ovl./beg. Apeldoorn 6/10-6-1749, zn van Cornelis Mentink, geb. ca. 1660,[135] kleermaker, eerst geref. later RK, woonde 1747 in de buurtschap Orden te Apeldoorn, tr. 1o ca. 1720 Johanna Roelofs Schut, ged. Apeldoorn 23-4-1693, ovl. 1732-1733, tr. 2o Vaassen RK 10-2-1733 Joanna Goossens, ovl./beg. Apeldoorn/Vaassen 11/16-4-1764[136], ingezetene van Apeldoorn (1747) met 3 kinderen [137]. zie ook VG 19(1994)133,134 uit zijn eerste huw. kinderen geref gedoopt Apeldoorn 1722-1732.
uit zijn tweede huwelijk kinderen RK gedoopt te Vaassen (1736-1741).[138]
Willem Mensink, otr./tr. Beekbergen 14/30-11-1706 (met attestatie van Apeldoorn)[139] Eva Schut, waaruit een zoon Reinder Jans Mensink, etc (klopt dat check!).
Giele Mentink 2 haardsteden in Dorper Rot.[140]

278. ROELOF WILLEMS KRUIMER, ovl. Voorst 1689-1697,[153] otr. 1o Voorst 5-5-1678 JENNEKEN JANSEN, ovl. vóór 1689, wed. van Hermen Arents op Brinck,[154] otr. 2o Voorst 25-8-1689

279. MARGARETHA HISSINK, ovl. Voorst ? na 1697,[155] otr. 2o Voorst 29-8-1697[156] WILLEM BESSEM, ged. Voorst 9-10-1664, geref. lidmaat te Voorst (okt. 1686),[157] zn. van Willem Frederiks Bessem en Margaretha Telgen.

280. WOLTER CORNELIS (GOUDKUYL) (de jongste), geb. Apeldoorn [163] na 1635, ovl. 1720-1731, noemt zich in 1693 Goltkuyl naar het goed, dat hij van de kinderen van Albert Tonis en Aeltien Jansen ter Bork koopt [164], tr. 1o Kootwijk geref. 4-2-1665 [165] MECHTELD JANS, ovl. vóór 1681, dr. van Jan Breunis, tr. 2o 1681

281. JANTJE (JENTJE, JENNEKE) JANSDR[166], ovl. 1720-1731, tr. 1o [167] HENDRIK GERRITS BUITENHUIS, geb. Apeldoorn, zn. van Gerrit Hendricks Buitenhuijs en Hendrickien Hessels, landbouwer in de Wenumermark,[168] gegoed in Wenum.[169]

6-3-1693 : Hessel Alberts en Aeltien Jansen ter Berck, wed. van Albert Tonis, als mombers van haar onmondige kinderen, approbatie voor de verpanding van enige percelen aan Wouter Cornelissen op den Goltkuijl x Jantien Jansen :
1) een kamp land groot 3 mulder (belend oost : den gemeene wegh naar Vaassen, zuid de straat langs het huis en hof van Brant Albers),
2) een mulder land langs de Willige akkers gelegen (belend zuid : Jacob Janssen en Hessel Alberts hoff, west : Derk Lamberts erfgenamen, noord de weg door de enk aangelegen),
3) 2½ schepel mede op de Willige akkers (belend oost : Jan Gerrits erfgenamen),
4) vier vierdl. op de Wenemer gemeente.[170]
Wouter Cornelis koopt de "Goldkuyl" van Albert Tonis en Aeltien Jansen ter Bork, echtelieden. Op 6-3-1693 is de "Goldkuyl" een camp lants groot omtrent 3 muler gesays, alwaerts ten oosten : de algemene weg naar Vaessen, van ƒ 1400,-- [171].
Een herengoed in de buurtschap Wenum, kerspel Apeldoorn, ambt Apeldoorn.[172]
Op 6-3-1693 wordt approbatie verleend voor verpanding van enige percelen in een herengoed in de buurtschap Wenum, kerspel Apeldoorn, ambt Apeldoorn , aan Wouter Cornelissen Goltkuijl x Jantien Jans.
24-1-1700 : Wouter Cornelissen x Jantien Jans oprukking na transport door Willem Jacobs.
12-1-1714 : Wouter Cornelissen x Jannetje Jansen oprukking (2-5-1720).
24-1-1731 : Approbatie van een magescheid.
24-1-1731 : Lubbert Woutersen Goutkuijl c.s. investiture en oprukking.
Een herengoed in de buurtschap Orden, kerspel Apeldoorn, ambt Apeldoorn. [173]
3-4-1680 : Wouter Cornelissen de jongste, investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Cornelis Wouters, uit kracht van een magescheid tussen de erfgenamen.
6-3-1693 : Wouter Cornelissen de jongste, oprukking (30-6-1699, 2-5-1720).
24-1-1731 : Approbatie van een magescheid.
24-1-1731 : Gerrit Woutersen Goutkuijl en Lubbert Woutersen Goutkuijl en hun respectievelijke huisvrouwen investiture en oprukking.

282. AALBERT GERRITS, ovl. vóór 1706, tr. ca. 1703?

283. JENNEKE WOUTERS (WOLTERS) (VAN ASSELT), ged. geref. Apeldoorn 22-7-1688.

Op 20-11-1706 verpandt Jenneke Wolters, wed. van Aalbert Gerrits haar 1/6 deel van "Jonkerengoet" aan haar dochter Lubbertie Aalberts [195].
Hoe zit dit zoek uit!

288. HENDRIK BERENDSZ HOPSTER(¥), ged. Vriezenveen 1685, ovl. Vriezenveen na 1726, maakt ruzie met Wolter Hans van Utert die hij geslagen en in de lip gebeten had, hetgeen hem een boete van 1½ oude schilden kostte (1726),[198] vermeld in het register van boterpachtplichtigen te Vriezenveen (ca. 1735) met ruim 3 akker land, bijgenaamd Dikken, voor 18 ponden boter, [199] en met ½ akker woestenland land, bijgenaamd Dikken, voor 2 ponden boter, [200] tr. verm. 2o 1716?[201] JENNEKEN JANS TUTERTJEN, tr. 1o voor 1710

289. JENNIGJEN HINDRIKS, geb. ca. 1684, ovl. 1716?.

COMMENTAAR(¥) De wed. van Hendrik Berens betaalt 1 stuiver contributie (voor de huurwaarde van een woning) en 6 penningen verponding (de huurwaarde van landerijen) te Vriezenveen (1723). [202] Kennelijk kan dit niet de wed. van Hendrik Berendsz Hopster zijn want deze leeft nog in 1726, 1727.

292. LUICAS GEERS HULS, geb. vóór ca 1670, als Luicass Gerrits vermeld in het kohier van zoutgeld te Vriezenveen (1694) met een aanslag van ƒ 0,10,--,[208] als Lukas Geersen Huls vermeld in het register van boterpachtplichtigen [209] te Vriezenveen (ca. 1735) met 4 akker versplit land, bijgenaamd Graaven Jennen Lant, versplit, voor 1 ponden boter, en met 4 akker land, voor 16 ponden boter, en met ruim 1 akker woestenland, voor 3 1/4 ponden boter, betaalt als Lukes Hols ƒ 6,8,1 contributie (voor de huurwaarde van een woning) en ƒ 1,10,0 verponding (voor de huurwaarde van landerijen) te Vriezenveen (1723), [210] tr.

293. ANNEKEN HULS. In de volkstelling van Vriezenveen (1748) worden vermeld:[211] Luicas Geers Huls met zijn vrouw Anneken Huls en een kind onder de 10 jaar Gerrit Lucas en als inwoonder Hend. Geertsen Huls.

304. MAAS EVERTSEN, ovl. vóór 1731[212], j.m. van Voorthuizen (1710), otr. Voorthuizen 15-6-1710[213] (met attestatie op Cootwijk[214] ), otr./tr. Kootwijk 25-5/15-6-1710[215]

305. GRIETJE OTTEN, ged. Kootwijk 19-9-1686[216], ovl. na 1748(¥), j.d. uit Cootwijkerbroek (1710)[217], betaalt ƒ 38,-- (1747) en ƒ 28,15,-- (1748) hoofdgeld als wed. van Aart Jacobs, bouwvrouw in het dorp Barneveld voor 1 persoon, 2 kinderen ouder dan 15 jaar, 2 knegts, 3/4 erf, 3 heerdsteden, 17½ morgen, 5 specien [218], otr. 2o Voorthuizen/Barneveld 15-12-1731[219] tr. 2o Kootwijk 1-1-1732[220] AART JACOBSEN VAARKAMP, geb. Barneveld, ovl. 1747(¥), wednr. van Annetje Hendriks, mulder (1732), is gebruiker van een erve en goed Veller genaemt, gelegen in buijrschap Esvelt (1737),[221] belender in de buurtschap Estvelt (1740), geërfde in de buurtschap Estvelt (1744), zn. van verm. Gerrit Jacobs, op Varecamp[222] en Beertien Gerrits, verkoopt in 1747 het goed Varecamp te Lunteren aan Hendrik Brantse.[223]

COMMENTAAR(¥) Wie van beide echtgenoten Grietje Otten en Aart Jacobs Vaarkamp het eerst overlijdt is onduidelijk. Grietje betaalt in 1748 hoofgeld als wed. van Aart Jacobs (dus Grietje ovl. na 1748, Aart ovl. voor 1748), terwijl Aart als wednr. van Grietje Otten nog in 1749 een stuk land transporteert (dus Grieteje ovl. voor 1749, Aart ovl. na 1749). Hoe zit dat?

Op 12-2-1733 doen Aert Jacobsen en Grietjen Otten, egteluijden, cond en certificeren mits desen dat wij volgens maegescheijd opgerigt dato den 14 december 1731 schuldig zijn aen ieder kind bij Maes Evertsen en Grietjen Otten, egteluijden verwekt uijt het gerede een somma van 182 gld eene stuiver, bij welk magescheijd is verstaen, dat de moeder die penningen onder haer kan behouden, soo dat se mundig zijn. Dese de onmundigen met naemen Rijk, Ott en Gerret Maessen. Als onderpand wordt gesteld ons aanpart aen de Puurveensemolen met huijs en verder getimmer, landerijen, houtgewassen, niets uijtgesondert, gelegen in den ampte Barneveld, Carspel Cootwijk buurschap Cootwijkerbroek, soo het tegenwoordig door Gijsbert en Wouter Otten gebruijkt word. Geerfden zijn Jan van Dompseler Heijmans, Gerret Melissen van Couthooren en Hendrik Schut. Geteekend en bezeegeld op den 12 februari 1733.[224]
Op 12-1-1734 transporteren Aert Jacobsen Vaercamp x Grietje Otten aen Roeloff Aersen x Gerritjen Hendriks een camp bouwland genaamt de Heetcamp, ruijm een mergen groot met een plaggeveltje omtrent van die selfde groote daer 't e”jnde aengelegen neffens een slagjen op 't heetveld hij de Weeij gehorende onder het erf en goedje Donkervoort aldaer Steven Aersen woont voormaels door ons transport aan Gerhardus van de Vliert en Evertjen Berghuijs gecoft, liggende in het buurtschap Esvelt, belend ten oosten coperen selfs, ten westen de gemeene steegh off de lijkenwegh, ten zuijden Jan Geurtsen en Geurt Heijmen en ten noorden Gijsbert Jacobs. En sulks alles voor een somma van drie hondert en negentigh gulden. Geerfden zijn Rijk Heijmensen van Huijckenhorst en Hendrik van Heerd. [225]
Op 16-3-1735 hebben Bor Aeltsen en desselfs suster Weijmpjen Aeltsen samen ieder voor de halfscheyd vercoft en getransporteert aen Tijmen Hermsen x Jannetjen Jans de eene helft, en aen de onmundige kinderen van wijlen Maes Evertsen en Grietje Otten, waervan voornoemde Tijmen Hermsen momber is de andere helft, van twee akkertjes landt te saemen groot omtrent een vierendeel mergen, gehorende en gelegen onder 't erve en goedjen in Seumeren daer Jan Hendriksen op woont, zijnde vrij allodiael deylbaer goedt, edogh belast met 's Heerenlasten en ongelden en sulks voor de somma van een hondert en dertigh gulden. Geerfden zijn Wijnant van Leuwen, Lubbert Romeijn, Willem Vincent.[226]
Op 26-66-1738 transporteren Aert Jacobsen Vaercamp x Grietjen Otten aen Rutcher Hendrikse van Gelkenhorst x Geertjen Jacobs. twee campjes saaij en weijlandt genaemt de Aghterste geweijden, na Groot Gelkenhorst aengehoordt hebbende beijder transportanten erff en goed Donkervoort daer Steven Aersen woont, gelegen in buijrschap Estvelt, voor ƒ 330,--. [227]
Op 27-12-1749 transporteert Aart Jacobsen, weduwnaar van Grietjen Otten, aan en ten erffelijken behoeve van Hendrik Woutersen x Marritjen Everts, een hoekjen velt gelegen op het Wesseler Veld tusschen het Rulerse Veld, het Camperland en Jan Geurts Veld, in de buurschap Esveld voor ƒ 60,--. [228]
Het herengoed Varecamp in het dorp Lunteren, kerspel Lunteren, Ambt Ede:[229]
2-4-1718 : Aert Jacobsen Varecamp x Annetie Henrix, krijgen transport na overdracht door Jacob Gerrits, bezitter van bijna de helft van de vrijgekochte percelen en de zaalweer.
10-5-1718 : Jacob Varekamp consent tot het houwen van bomen.
2-6-1725 : Aert Jac. Varecamp investiture en oprukking.
7-6-1725 : Consent voor het houwen van bomen.
21-4-1730 : Cornelis Brantsen investiture en oprukking na transport.

312. AART PETERS(EN) (DROST), ged. Nunspeet 3-6-1660[253] , ovl. kort voor 1741, voor 21-4-1731[254] , tr. Elspeet (huw. commissarissen) 4-9-1701[255]

313. GEERTJE HERMS (HARMSEN) (TOE WESTENDORP), ged. Epe 18-12-1669[256] , ovl. 1744-1751[257] .

Wapen (Toe) Westendorp : I. in zilver een rood heil op grasgrond, II. in blauw een klok hangende aan een dwarsbalk, alles van goud. Helmteken: het hert uitkomend. Dekkleden: rechts: zilver en rood, links: goud en blauw.[258] [259] Het wapen werd aangetroffen in glas-in-loodramen in een deur van de woning van Sarris Overbosch (1909-1998) te Ootmarsum.[260]
Een herengoed in de buurtschap Westendorp, kerspel Epe, Ambt Epe :[261]
vul aan
o.a.: Geertje Herms, wed. van Aart Peters, krijgt op 25-3-1744 consent voor het houwen van bomen op een herengoed tot Westendorp.[262]
Hullemanserve te Nunspeet :
Op 23-3-1682 krijgt Aert Peters Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Peter Aerts Drost.[263]
Op 10-10-1690 krijgt Aert Peters Drost oprukking (20-1-1699).[264]
Oprukking 19-11-1708 (geen naam vermeld, blijkbaar Aert Peters Drost).[265]
Op 26-5-1714 krijgt Fije Egberts, wed. van Peter Aertsen Drost, approbatie van een dispositie ten profijte van Aert Peters Drost en Marritien Peters en Hermtien Peters, in haar gedeelte.[266]
Op 14-4-1716 krijgt Aert Peters Drost oprukking (25-11-1719).[267]
Op 20-1-1720 krijgt Aert Peters Drost consent voor het houwen van bomen.[268]
Op 18-4-1739 krijgt Peter Aartsen consent voor het houwen van bomen.[269]
Op 1-3-1741 krijgt Peter Aartsen Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Aert Peterssen Drost.[270]


COMMENTAAR(¥) Er zijn blijkbaar twee personen AART DROST. Deze tweede AART PETERS DROST, tr. Nunspeet 11-4-1697[271] ,[272] . AERTJE HENDRICKS, geb. Hoophuizen, beg. Nunspeet 3-1-1713 (Aart Petersz Drostt vrouw Aartjen).
    Uit dit huwelijk kinderen gedoopt te Nunspeet:[273]
  • a. Peter Aarts Drost, ged. 11-12-1698.
  • b. Hendrik Aarts Drost, ged. 13-3-1701.
  • c. Stijntje Aarts Drost, ged. 4-4-1703.
  • d. Harmtjen Aarts Drost, ged. 27-6-1706, tr. Nunspeet 1-3-1737 Eijbert Eijbertsen Kruithof.
  • e. Eijbert Aarts Drost, ged. 14-1-1708.
  • f. Tijmen Aarts Drost, ged. 22-3-1711.
  • g. Andries Aarts Drost, ged. 6-11-1712.
  • h. Hendrik Aarts Drost, ged. 6-11-1712, (dit zou dan kw. nr. 156 zijn)

314. DIRK TONISSEN, ovl. 1708-1726, j.m. van Aalten in de graafschap Zutphen, molenaar van de korenwatermolen te Staverden,[312], otr./tr. Kootwijk 18-5/10-6-1708 [313];(¥)

315. AALTJE OTTEN, ged. Kootwijk op Puijrveen 1-2-1682 [314], ovl. na 1740, tr. 2o 1715-1726 JAN JANSEN (MULDER), ovl. 1740-1750, molenaar te Elspeet (1726-1740).

COMMENTAAR(¥) vul aan VG 22

Op 9-11-1726 verkopen Elbert Hendriksen ende Marritjen Beerts, eghtel(uijden), aan Jan Jansen, moolenaar tot Elspeet, en Aaltjen Otten eghtel(uijden) haar gereghte aandeelen in huijs hoff schaapsschooten en onderhorige landerien daar tegenwoordig Gangelig Beertsen tot Elspeet op woont dan nog onse gereghtigheijt aan huijs hoff en moolen daar kooperen tegenwoordig selfs op woonen alles met des selfs reght en gereghtigheijt ap en dependentis van dien niets daar van uijtgesondert en dat voor de somma van drijhondert silvere ducatons en sulks te leeveren meij 1727 onder verbant en submissie van den Wel Ed. Hove van Gelderlant met renuntiatie als na reghten alles breder te sien in den origen(eele) brieff als die van verkoopers nevens getuigen is ondertekent op den 9 november 1726. De akte is geregistreerd den 5-5-1730. [315]
Op 4-8-1729 wordt het gedeelte in 't erff Veenhuijsen tot Elspeet so als bij Ganwelig Beertsen gebruijckt nevens een aanpart in de moolen tot Elspeet toekomende Willem Evertsen ende Jannetjen Claas, eghtel(uijden), verkoft, getransporteert en overgegeven aan en ten erfflijken behoeve van Jan Jansen Mulder tot Elspeet en Aeltjen Otten, eght(eluijden) voor de somma van 400 guld(en) De akte is geregistreerd den 20-2-1730. [316]
Op 20-11-1738 verkoopt en transporteert Evert Geurtsen aan Jan Jansen Mulder te Elspeet x Aeltjen Otten, een twee en seventigste part aen de molen te Elspeet voornoemt, met sijn aendeel aen huys hoff en daer bij gehorende landerijen, soo bij de kopers bewoont en gebruykt wordende, alsmde sijn portie aen het oude molen land, waer aen oostwaerts de Heer Burgermeester Boonen, west en zuydwaerts vercoper selfs en noordwaerts de copers naest aengeland zijn, als ook aen den akker op de molecamp, daer ten oosten en noorden de Heer Boonen voornoemt, ten westen het gemeene velt en ten zuyden de heer Burgermeester Pannekoek naest aengelegen zijn, wesende aen de molenhoff ten oosten en noorden de Steege en ten zuyden en westen dukgemelte Burgermeester Boonen naest aengelant, zijnde deselve goederen in den ampte van Barnevelt in het carspel en omtrent het dorp van Elspeet en dit alles voor een somma van hondert en tien gulden. [317]
Op 18-1-1740 verkopen en transporteren Derk Engelen x Geertruydt Merrevelts, neffens Mechtelt Claerbeeck en Hendrickje Geurts, de getroude vrouw met haere eheman en de twee ongetrouwde met Peter Wijnen Brouwer geassisteert, aen Jan Jansen Mulder te Elspeet x Aaltje Otten, de twee eerste comparanten yder een ses en dertighste deel en de derde off laetste comparante een twee en seventighste deel aan de molen tot Elspeet, met haere portie aan huys hoff en daerbij gehorende landerijen, soo bij copers bewoont en gebruykt worden, als meede haerlieder aandeel aan het oude molenlant, waeraan ooswaerts de heer Burgermeester Bonen, west en zuydwaerts het niuewe lant en noortwaerts de copers selfs naest aangelant sijn, als ook aan den acker op den Molencamp, daer ten oosten en noorden de heer Bonen voornoemt, ten westen het gemeene velt en ten zuyden de heer burgermeester Pannekoek naest aengelegen, wesende aan den molenhoff ten oosten en noorden de Steegh en ten zuyden en westen dukgemelte burgermeester Bonen naest aangelant, soo als de vercopers deese partien beseten hebben, sijnde gelegen omtrent het dorp van Elspeet en dit alles voor de somma van vier hondert en vijfftigh guldens in Őt geheel. [318]
Op 22-6-1750 hebben Johan Walburgh scholtis tot Barneveld en Aalt Jansen als aangestelde curatoren over den verlaaten en desolaten boedel van Jan Jansen Mulder te Elspeet publijk verkogt aan Otto Maassen en sijn ehevrouw, een agtste part min een agtiende part uyt een twaalfde part van d'Elspeeter Moolen, soo als het selve uyt den verlaaten boedel van Jan Jansen Mulder is heengekoomen en sulx voor een somma van ƒ 630 guldens. Geerfden zijn F. van Voorts, D. Boonen.[319]

316. JAN HELMERTS VAN ASSELT(¥), geb. Elspeet ca. 1669, ovl. na 1753, woont op de Kijkover in de buurschap Uddel (1730, 1743), betaalt ƒ 7,--,-- (1747) en ƒ 5,5,-- (1748) hoofdgeld als tapper in de buurschap Uddel voor 1 persoon, 3 kinderen ouder dan 15 jaar, 1 heerdstede, 1 morgen, 5 specien,[324] tr. 1o Elspeet geref. (huw. commissarissen) 14-2-1692[325] PETERTJE GERRITSDR, geb. Elspeet[326], ovl. 1702-1717, tr. 2o Elspeet geref. 27-6-1717 (als wednr.)[327]

317. GEERTJE (GRIETJE) JANS (VAN DEN KIJKOVER), ovl. na 1731.

COMMENTAAR(¥) Wie zijn Albert van Asselt x Hendrikje van Tongeren, Gerrit Harderwijk x Beerntje Arents van Asselt, Hendrik van Raelt x Gerritje van Asselt die tesamen met anderen erfgenamen zijn van 50 bomen staande in het Elspeterbosch (1755).[328]

Op 5-8-1743 hebben Hendrik Jansen x Weyme Everts, Hendrik Helmertsen x Trijntjen Jans, Jan Helmertsen x Grietjen Jans, Hendrik Reijersen x Annetjen Jans, Beert Jansen x Pietertjen Jacobs, Jan Willemsen Bok x Geertjen Caspers verkogt en getransporteert aan Otto Jansen x Geertjen Lubberts elks pro quota haar aandeel van een half huys en hof minder een sestiende part uyt gemelde halfscheyd, staande en gelegen te Elspeet, alwaar oostwaards de kerk en pastory te Elspeet, zuydwaards westwaards en noordwaards de gemeene weg naast geland sijn. En sulx voor de somma van twee hondert veertien caroli guldens en vijf stuyvers en twaalf penningen. Geerfden zijn Gerrit Teunissen Vermeer, Jan Hannissen, Jannes Evertsen. [329]
Op 30-7-1753 hebben Jan Helmertsen, Jan Janssen x Rijkjen Christiaensen, Arent Jansen x Gerritjen Hendriks, als meede Geertjen Janss en Jannetjen Janss geassisteert met Jan Helmertsen als haeren momboir, verkogt en alnu gecedeert en getransporteert aan Jan ten Caate x Grietjen Wouters, een geregte halfscheyd van huys, hoff en onderhorige landerijen van olts genaemt den Kijkover, gelegen in buurschap Uddel, soo het selve bij Arent Janssen thans nogh bewoont en gebruykt wort en dat voor een somma van 300 caroli guldens. Geerfden zijn Arent Gerritsen, Beert Mouw.[330]

318. HENDRIK (VAN GALEN?)(¥), geb. vóór ca. 1710.

COMMENTAAR(¥) Hij is vermoedelijk niet Henderi(j)k van Galen, geb. vóór ca. 1665, ovl. vóór 1710, tr.. vóór ca. 1687 Hilletien (Heijltjen) Claes van Leeuwen, ged. 3-2-1667, ovl. na 1715, waaruit twee kinderen gedoopt te Veenendaal 1701-1705, maar geen Gerritje. Zie kw. nr. 705 sub g. Immers Gerritje (Geertje) Hendriks van Galen krijgt nog een kind in 1757, zal dan hoogstens ca. 45 jaar oud geweest zijn, dus geboren na ca. 1712. Dat kan niet kloppen met het overlijden van Hendrik van Galen voor 1710, in welk jaar diens weduwe hertrouwt.

320. PIETER VAN DER MEULEN, ged. Den Haag Grote K. 14-3-1644, beg. Den Haag 17-10-1697,[339] mr. schoenmaker, tr. 1o Den Haag 14-3-1666[340] HELENA VAN WAARDEN, geb. Den Haag, ovl. 1674-1684, j.d. van Den Haag (1666), dr. van Dirck Salomonsz van Waerden, beenhakker en vleeshouwer, en Levvyntje Pietersdr Brackman,[341] tr. 2o Den Haag 9-4-1684;(¥)

321. KATHARINA JACOBSDR HOGEBOOM.

COMMENTAAR(¥) Archief van de Weeskamer Delft: Staat met scheiding van de boedel van Pieter van der Meulen, gehuwd met Helena van Waerden en Margaretha Zellers (1716).[342]
Duidt dit op een derde huwelijk van Pieter van der Meulen? Maar waarom staat Katharina Jacobsdr Hogeboom er dan niet bij?

322. DAVIDT VAN DER MEULEN, ged. Den Haag 18-4-1650.

323. JANNETJE MOSIS.

324. ISAACK MERGOUW (MORGOU), ged. Leiden 22-4-1663, ovl./beg. Leiden 30-11/7-12-1757, wolkammer wonend op de Geergraft (1689), doopget. (1722), otr. Leiden Waalse Kerk 9-9-1689 (get. voor hem Abraham Morgou, zijn broer wonend op de Garemart, voor haar Maria Edisel, haar zuster wonend in de Raemsteegh, en Ariaentie de Graeff, haar schoonzuster wonend in de Gorstestraet)

325. RA(E)CHEL EDISEL (EDISEYN, EDEGOM, EDUSEL, EDEGEL, EEDESVEL), ged. Leiden 14-10-1657, ovl./beg. Leiden 2/9-3-1720, wonend op de Geergraft (1681..1689), huw. get. (1687), doopget. (1690), otr. 1o Leiden Waalse K. 29-8-1681 (get. voor haar Lijsbeth Wasseur, haar schoonzuster wonend op de Binnevestgraft, voor hem Jean Bourso, zijn zwager wonend in de Gorstestraet) CLAES (NICOLAES) DE SITTER, ovl. 1682-1689, wednr. van Marya Slos, wonend op de Geergraft (1681).

326. JACOBUS VAN DE(R) KELDER, ged. Leiden Hooglandse K. 24-5-1665 (get. Jacob Jorisz van der Kelder, Lijsbet Claes en Magdalena Buinie), ovl./beg. Leiden 9/16-1-1723, vachteploter (1692), wonend in de Krayerstraet (1692), in de Scheijstraet (1695), huw. get. (1695) otr. 2o 1700-1709[374] GEERTRUIJD (D)ROOTE, huw. get. wonend op de Koepoortsgragt (1737), otr. 1o Leiden Waals 31-10-1692 (get. Servaes van de Kelder, zijn neef op de Oostdwersgraft, Margriet Keuckelaer, haar zuster in de Korte Vrouwensteegh)

327. FLORENTIA (VAN DER) KEUCKELAER, geb. vóór ca. 1675, ovl./beg. Leiden 12/19-6-1700, afkomstig van Doornik, wonend in de Vrouwesteegh op de Haerlemstraet (1690), in de Korte Vrouwensteegh (1692), in de Scheijstraet (1695).

328. JAN CORNELISSE VAN DER BYE, ged. Heenvliet 6-10-1680, ovl. na 17-6-1753,[385]. mr. wagenmaker (1708) [386], tr. Klaaswaal kerkelijk 1706

329. HENDRIKJE LAURENSE VAN MIEREN, ovl. Goudswaard voor 19-1-1735, met wie hij compareert te Goudswaard (31-5-1708).[387].

Op 15-12-1696 verkrijgt Jan Cornelisse van der Bye, minderjarig, vader Cornelis Gerrits van der Bye, na overdracht door Willem van Rije te Strijen, "4 lijnen land in de vier houcken buyten over de Hoffwatering", heergewaad : een rode sperwer, leenroerig aan de heerlijkheid Heenvliet.[388]
Op 19-1-1735 is de voogdijregeling van de weduwnaar Jan Cornelisse van der Bie gedateerd.[389]
Een acte van taxatie ten verzoeken van Jan Cornelisse van der Bie en zijn drie zonen Cornelis, Arij en Laurents is gedateerd 18 augustus 1751.[390].
Jan Cornelisse van der Bie woont 17-1-1753 te Korendijk en heeft tijding gegeven aan de veerman van de Korendijk, dat hij door ziekte niet naar Heenvliet kan komen. Hij zendt zijn zoon wegens huis/schuur transport van de overleden Hendrik Spek. Deze had op 23-7-1718 huis/schuur gekocht van Jan Cornelisse van der Bije, met een schuldrentebrief van ƒ 300,--. Afgelost 17-6-1753, getekend door Arij Janse van der Bie, zoon van Jan Cornelisse van der Bije.[391]

330. CORNELIS AARTS HOOGVLIET, ged. Goudswaard 31-10-1666, ovl. 1727-1733, otr. Goudswaard 8-6-1710

331. NEELTJE JACOBS WAALBOER, ged. Goudswaard 4-8-1686, tr. 2o [406] KRIJN VAN NUFFELEN, wednr. van Lijntje Arends Prosman.

Cornelis Aarts Hoogvliet en Neeltje Jacobs Waalboer compareren te Goudswaard 23-11-1709.[407]

Op 24-10-1727 worden Cornelis Aarts Hoogvliet en Jan Arents Groeneveld benoemd tot voogden over de na te laten kinderen van Arie Bastiaanse Groenevelt.[408]

332. ARIEN ARIENTS VAN DER BEN(¥), geb. Waddinxveen, beg. Waddinxveen 9-3-1734, otr. Waddinxveen 31-5-1681

333. MARTIJNTJE JANS KLEIJNBURGH (KLEINBERGH)(¥), beg. Waddinxveen 4-2-1692.

COMMENTAAR(¥) Is er verband met Jan Jansz van der Ben, beg. Gouda 30-8-1715,[410] tr. voor 1690 Maria Arijensdr (van) Oosterhout, beg. Gouda 29-6-1740[411] waaruit Ary Jansz van der Ben, tr. Gouda 1717 Jannigje Gerritsdr IJssendijk etc.[412]


COMMENTAAR(¥) verm. een zr. van Cornelis Jansen Kleijnbergh, j.m., wonend te Waddinxveen, tr. Gouda St. Jan 28-8-1670 Aeltien Elderts Verhoogh.[413]

vul aan Kron. 7(1998)234

334. CORNELIS ADAMS VAN DER HEIJDEN, ged. Waddinxveen 25-10-1665, beg. Zuid-Waddinxveen 26-5-1714, otr. Zuid-Waddinxveen 28-5-1695

335. LIJSBETH CORNELIS KOCK, geb. Boskoop, beg. Waddinxveen 11-4-1735.

336. WILLEM VAN DER JAGT, ged. geref. Maassluis 11-3-1674, beg. Maassluis Grote Kerk 1-5-1728 (eerste graf nr. 33, daarna nr. 37 [414]), koopman, reeder, boekhouder, schepen (1722-1727) en burgemeester (1727-1728) te Maassluis, welgeboren man van Delfland, regent van het Hervormd Weeshuis te Maassluis (1723-1724),[415] tr. Maassluis 23-3-1696

337. KLAASJE GERRITSDR. VAN BEZOOYEN, ged. geref. Maassluis 15-7-1674, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 33 [416]) 15-12-1716.

Wapen Van der Jagt : Een door twee honden en een fret vergezelde jager, houdende over de schouder een stok waaraan twee dode vossen. Dit wapen komt voor op het wapenbord in de N.H. Kerk te Maasland [417].
Op 2- 7-1712 wordt Willem van der Jagt vermeld in een Attestatie te Maassluis. [418]

338. MR. WILLEM BREUR, geb. Den Haag maart 1665, ovl. Den Haag/Rotterdam? 26-6-1712 (beg. niet te Rotterdam gevonden), j.m., procureur, wonend te Den Haag (1694), notaris te Den Haag,[420] procureur voor het Hof van Holland (1694..1706),[421] [422] [423] otr./tr. Rotterdam (schepenen) 15/31-10-1694

339. W(E)YNANDA VAN WAESBERGHE, geb./ged. Rotterdam 3/5-3-1665 (get. Isaack Elsevier en Ida van der Strate), beg. Rotterdam gaarder/Grote K. 26/28-10-1734 (eigen graf, laat na 1 (volgens gaarder) of 2 (volgens begraafinschrijving) meerderjarige kinderen). [424], [425] j.d. wonend te Rotterdam (1694), in 't Proveniershuis onder Cool (1734), doopget. (1684).

Wapen van Waesberghe : Een zilver veld beladen met een klimmende leeuw van sabel, het veld bezaaid met zeventien zwarte blokjes.
Helmteken : een klimmende leeuw [426], [427].
Wapenspreuk : Nullus Limes Leone (er is geen grens voor de leeuw).
Op 1-2-1707 verleent Pieter van Assendelft, raad en burgemeester te Vlaardingen, procuratie aan Willem Breur. [428]
Zou het hier bovenstaande Willem Breur betreffen? ZOEK complete acte.
Op 1-8-1708 wordt procuratie verleend aan Willem Breur, procureur te Maassluis. [429]
"Seker nonchalant procureur (Breur), die geordonneert was te compareren", hield zich voortdurend op in een herberg, "tanquam glebae adscriptus". In die rol wordt hij tot drie keer toe door een deurwaarder namens Commissarissen van de rol opgeroepen, maar hij blijft weg. Commissarissen rapporteeren dit in den Raad en de Hoge Raad besluit hem een boete op te leggen van twee ducatons (1708).[430]

340. PIETER RE(E)DERI(J)S (RIDDERUS), geb. Hellevoet-binnen, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 52) 27-11-1728[439], j.m. van Hellevoet binnen, woont op de Noorddijk (1692), in de Schans (1728) te Maassluis, otr. Maassluis geref. 21-4-1692 (met attestatie 17-5-1692 om op Blankenburg of elders te trouwen)

341. SUSANNA PIETERS DE HAY, ged. geref. Maassluis 4-9-1669, beg. Maassluis (impost) 9-5-1740, j.d., wonend op de Noorddijk te Maassluis (1692).

Pieter Ridderis en zijn echtgenote Susanna de Haij komen voor in een akte van boedelscheiding 22-3-1709[440] en van voogdij 23-3-1711.[441]
Op "8-9-1763 is het gebeente van Pieter Reederijs en het gebeente van Sussannetye de Haeij in een beenekistje hergrave" in graf nr. 141.[442]

342. GOVERT ARENSZ BOOGERT, ged. geref. Maassluis 6-3-1647, beg. Maassluis Grote K. (impost, graf nr. 291) 28-12-1731[444] ("met kinderen"), j.m., wonend achter de Taenschuer te Maassluis (1676), koster te Maassluis (1731) [445], otr. Maassluis geref. (attestatie naar Rijswijk 3-5-1676) en tr. Rijswijk (ZH) 3-5-1676

343. NEELTJE GERRITS BOXHOORN, ged. geref. Maassluis 30-8-1651, beg. Maassluis 1-10-1694, j.d., wonend in de Schans te Maassluis (1676).

Wapen Boxhoorn : Drie naar links gewende klimmende bokken (2-1). Helmteken : een naar rechts gewende uitkomende bok tussen een vlucht [446].

344. JACOB ABRAHAMSZ (VAN) VOLKOM (VOL(C)KUM), ged. Dordrecht 20-8-1670, beg. Dordrecht 13-2-1730, woonde Lindegracht. betaalt verponding (1731) (postuum!) als eigenaar van een huis XXXX aan de Vleeshouwersstraat, getaxeerd op ƒ 75,--, nieuwe aanslag ƒ 7,10,--, oude aanslag ƒ 6,5,--, [447] otr./tr. 1o Dordrecht 16/30-5-1694 VOL(LIC)KJE (VOLCXKEN) JANS VAN SC(H)EVELINGEN, geb. Dordrecht, ovl. Dordrecht 13-6-1707, otr./tr. 2o Dordrecht 16/31-10-1707

345. ANNA VERHOEVE(N), geb. Dordrecht, woonde Steegh over Sloot.

346. ANTHONY TARGIER, geb. Doopsgez. Dordrecht, tr. Gouda (schepenen) 14-10-1710

347. GEERTRUY HULSTMAN, geb. Doopsgez. Gouda.

Wat is het verband met :
Gerrit Targier, afkomstig van Dordrecht, woont Hogewoert te Leiden, twijnder otr./tr. Leiden (schepenen) 29-12-1747/13-1-1748 Anna Vermij, afkomstig van Leyden, woont Hogewoert te Leiden.

348. HENDRICUS (HENDRIK) KO(C)K, ged. Dordrecht 15-3-1686, beg. Dordrecht 8-8-1727, timmermansknecht. tr. Dordrecht 18-3-1703

349. ANNA VAN DER LEE(DE) (LEDE), ged. Dordrecht 17-6-1686, beg. Dordrecht 6-6-1725.

350. WILLEM NIEUWENHUIJSEN, ged. Dordrecht 26-11-1704, beg. Dordrecht 28-5-1762, schoenmaker (1747..1755), belender in de Vriesestraat te Dordrecht (1747, 1760), in het Achterom te Dordrecht (1756, 1757), otr./tr. Dordrecht 23-4/29-5-1728

351. MARIA SMIT(S), geb. Waspik? / Sprang?.

Op 27-4-1747 verkoopt Marija Immerseel, weduwe, aan Willem Nieuwenhuijse, schoenmaker, voor ƒ 60,-- een pand in de Vriesestraat te Dordrecht, belend door Jannigje de Gester en de koper. Overige personen Claas Soeteman (overleden). [457]
Op 9-11-1751 verkoopt Cornelis Verbroek aan Willem Nieuwenhuijsen, schoenmaker, voor ƒ 300,-- een pand gelegen achter het Vrouwenhuis te Dordrecht, belend door Andries de Leeuw en de weduwe Torijn. Overige personen : Jacobus van der Meer, garenbleker. [458]
Op 25-9-1755 verkoopt Dirkje de Gester (ongehuwd) aan Willem Nieuwenhuijsen, schoenmaker, voor ƒ 60,-- een pand gelegen in de Vriesestraat te Dordrecht, belend door hemzelf. [459]

352. GEURT CLAESZ VAN LEEUWEN(¥), ged. Barneveld 18-3-1672[460] of 13-3-1672[461] , ovl. vóór 23-7-1726 [462] , ook genaamd Geurt Claesen Kuiper, tonnenmaker en koster te Barneveld,[463] otr./tr. Barneveld/Ede(¥) 18-3/10-4-1692 met attest op Ede [464]

353. CORNELIA (CORNELISJE) GOOSENS (VAN DE TREECK)(¥), geb. vóór ca. 1670, ovl. na 9-12-1743,[465] j.d. van Ede (1692), woont (1732-1735) als wed. van Geurt van Leeuwen in een camer in de Grotestraat/Langstraat te Barneveld, (1738-1739) als wed. van Geurt Claes van Leeuwen in een huis te Barneveld, (..-1746) in een huis te Barneveld, (1747-1750) als wed. van Geurt van Leeuwen, fruitverkoopster, in een huis te Barneveld. [466] [467] .

COMMENTAAR(¥) zoek voor hem : RA Veluwe, inv. nr. 835 f51v, d.d. 24-4-1717, f63, d.d. 16-6-1721, nr. 803 f52, d.d. 18-11-1740 en f53v, d.d. 9-12-1743.


COMMENTAAR(¥) Zoek RAGld, RA Veluwe, Inv. 835 f51v, f63, Inv. 803 f52, f53v voor gegevens over dit echtpaar.


COMMENTAAR(¥) haar broer Otto Goosens treedt op als oom (=oudoom) en bloetmomber voor de kinderen van haar zoon Goswijn van Leeuwen (1728) [468].

vul aan Caudron passim
Op 29-2-1717 verkopen en transporteren Guert Claesen van Leeuwen en Cornelissien Goosses egteluijden, seeker huijs en hoff geleegen in den dorpe Barnevelt daar ten oosten Willem Willemsen, ten westen Cornelis Gertsen Cosijnsen naast gehuijst en gelandt sijn, aen enden ten behoeve van de Heer Willem van Esvelt ontfanger des ampts Barnevelt en Jufr. Elisabet Heerman eghteluijden en erven voor een somma van een duijsent gln. (geregistreert den 24 nov. 1717).[469]
Op 16-6-1721 peijnt Gerhardus van de Vliert cessionaris van Jacob van Bemmel op de gereede goederen actien en creditten van Guert Claasen Cuijper ende Cornelisjen Gooses eghteluijden, speciaal aan een huijs staand in den dorpe van Barnevelt door Voornoemde Guert Claasen en sijn vrouw bewoont wordende. Ten eijnde om daar aan ter verhaalen betaalinge van de summa van twee hondert gulden met intresse daar op verloopen volgens obligatie daar van sijnde.[470]
Op 23-7-1726 verkoopt en transporteert Cornelisjen Goosens weduwe en boedelholder van Wijlen Guert Claasen van Leeuwen, soo veel noodig geassisteert met haar soon Thoon Guertsen, seeker huijs hoff en hofsteede in de Catrijnestraat staande in den dorpe Barneveld sijnde vrij alidiael deijlbaar Thinsgoet daar aan de eene sijde Rutgerus Eijbergen en aan de andere kant Henderik Barghijs naast gehuijst sijn, aan ten erffelijken behoeven van Gijsbert Hendriksen Scherpekamp en Stefhanie van Haard eghteluijden en sulks voor de somma 600 guld gepasseert voor geerfden Gerhardus van Vliert, H. v. Heert, Jacob van Heert die de origeneele transport hebben geseegelt en geteekent op dato als booven. (geregistreert op 23 julij 1726)[471]

354. EVERT (MASEN) KLAASZ VAN VELTHUIJZEN, ged. Veenendaal 21-1-1677[509], wonende te Veenendaal (aan het Boveneind), otr./tr. Veenendaal geref. 5/19-3-1702[510]

355. MARIA DIRKSE VAN DE GEER(¥), ged. Veenendaal 9-3-1679[511], woont te Veenendaal.

360. HANS CONRAD SCHIRMER, geb. (CH).

362. JOHANNES GRUBELIN, geb. (CH).

364. LUDOLPH WALRAVENS, ovl. vóór 1754, otr. Nijmegen 1-5-1722[535]

365. JOHANNA ELEONORA WALRAVENS (?), tr. 2o voor 1754 WILLEM CORNELIS SMITS.

21-6-1754 : Johanna Eleonora Walravens, weduwe van wijlen Ludolph Walravens, thans hertrout here Willem Cornelis Smits, hiertoe gequalificeert zijnde als na rechten, Arnold Cornelis Walravens, cornet ten dienste deser Landen, Jan Hendrik Cock als in huwelijk hebbende Alberdina Elisabeth Walravens, Eleonora Walravens, meerderjarig ongehuwde dochter en Cornelis Johan Walravens, (voorthans hebben?) als erfgenamen van haren vader Ludolph Walravens voorgemelt, respectivelijk: Voorts te samen(?) en in qualiteijt als mediate en immediate erfgenamen ex testamento van wijlen Cornelis Walravens in leven out rentmeester deser stadt.[536]

366. JACOB(US) NOLENS, geb. Nijmegen ca. 1695, ovl. 1748[539] of tussen 30-4-1746 en 14-1-1751[540] , voor 20-11-1747 [541] geeft 7-8-1747, j.m. van Nimwegen (1716), vice-schout (1725, 1737, 1742) en schout (1742-1747)[542] , (1745, 1746) [543] te Eijsden, schepen te Eijsden (vanaf 1719)[544] ,(1720)[545] en Oost (1724-1748)[546] . otr./tr. Eijsden geref. 25-7/16-8-1716 (met attestatie van Nimwegen) zijn achternicht

367. CHRISTINA (STIJN) NOLENS, ged. geref. Eijsden 18-12-1695, beg. Eijsden 15-11-1786 (als zijn wed.), j.d. van Castert (gehucht bij Eijsden), na het overlijden van haar man koopvrouwe genoemd. Zowel Jacob als Christina zijn afkomstig uit het bekende maasschippersgeslacht Nolens te Eijsden [547].

Wapen Nolens : In rood een gouden wiel met zes spaken aan de velg, waarvan boven ongeveer een vierde gedeelte ontbreekt. Helmteken : hetzelfde wiel. (Glasraam NH Kerk te Venlo)[548] .[549] Volgens [550] echter acht spaken en het ontbrekende deel beneden (lakafdruk notaris Hubert Nolens te Maastricht, 27-11-1769).
In 1735 procedeert Jacob Nolens uit Eijsden voor de Schepenbank Breust tegen Peter Jeuckens alias Leenen over een schuldvordering uit achterstallige pacht. [551]

368. HERMANNUS HEIJSINGH (HEISE(I)N), ged. Arnhem 25-3-1683, tr. geref. Arnhem 5-4-1705[568]

369. MARIJ (MARTIJ) ALBERTS, geb. Westervoort?, parentatie niet bewezen.

376. JOOST JANSZ VAN DER WIEL, ged. Sliedrecht 17-3-1709, tr. Bleskensgraaf 30-12-1734[570]

377. NEELTJE KLAASDR BOER, geb. vóór ca. 1715.

380. = 184, JAN HEYSINK.

381. = 185, JOHANNA CATHARINA HANSEN.

382. = 186, JOHANN HENRICH SCHAAP.

383. = 187, ANNA MARGARETHA STEIGERS.

392. WILLEM WERF, tr. vóór 1709

393. FENNIGJE (FENNA) GERRITS.

394. JAN MARSMAN(¥), tr. vóór 1721

395. GEERTRUID NYEMEYERS.

396. HENDRIK RUTGERS VELSINK, geb. (Zwolle?) ca. 1680, tr.

397. ALEIDA CORNELIA VAN DIJK.

398. JAN VAN BRUGGE(N), geb. ca. 1685, ovl. vóór 1774, tr. na 1705[578]

399. JANNA SCHUTTE(N), geb. 1686/87, beg. Zwolle Kruijskerk 16-7-1781 ("weduwe van Jan van Bruggen, om half drie begraven in de Kruijskerk, komt voor een half uur luidens of Klokkengeregtigheid, oud 94 jaar, ƒ 2.16"), geref. lidmaat te Zwolle 25-3-1717, wonend buiten de Camperpoort.

400. ADOLF (ALOF, AELLOF, ADOLPH) JANSEN LOSEMAN (LOOSMAN) SASSER, geb. vóór ca. 1645, ovl. na 1689, wordt als Aellof Loosman Sasser tesamen met zijn tweede echtgenote Gerritje Jansen geref. lidmaat in de buurtschap Hulsen (Hellendoorn) tussen 1667 en 1673, wordt als Adolph Loseman, chercher (=tolkommies en/of scheepsbevrachter) met zijn derde echtgenote Femia Maria Cuijpers vermeld als geref. lidmaten in de buurtschap Hulsen (Hellendoorn) in de lijst opgemaakt in 1689, tr. 1o voor 1667 (verm. voor 1664, trouwboek Hellendoorn 1631-1664 ontbreekt) AALTGEN JANS, ovl. vóór 1667, tr. 2o Hellendoorn geref. 27-5-1667 (als Aellof Jansen Loosman Sasser, wednr. van Aeltgen Jans) GERRITJE JANSEN, geb. vóór ca. 1650, ovl. 1670-1676, dr. van Jan Jansen, wordt tesamen met haar echtgenote Aellof Loosman Sasser geref. lidmaat in de buurtschap Hulsen (Hellendoorn) tussen 1667 en 1673, tr. 3o Hellendoorn geref. 2-1-1676 (als Adolf Losman Sasser van den Schuilenburgh, wednr. van Gerritje Jansen)

401. FEMIA MARIA CUI(J)PER(S) (COUPER), geb. vóór ca. 1660, ovl. na 1689, dr. van "wijlen Bartholt Courpen in sijn leven ... en Richter tot Diepenheim tot Deventer woonende" (1676), wordt als Femia Maria Cuijpers geref. lidmaat te Elen en Rhaen tussen Pasen 1675 en juli 1679. wordt met haar echtgenoot Adolph Loseman vermeld als geref. lidmaten in de buurtschap Hulsen (Hellendoorn) in de lijst opgemaakt in 1689. Hij woont met zijn eerste vrouw te Hulsen, met zijn tweede vrouw te Hulsen (Hellendoorn) (1667, 1668), met zijn derde vrouw te Hellendoorn (1677), op Schuilenborgh (1680..1683), Hulsen (1689).

De eerste maal dat Adolf Loseman wordt aangetroffen met de toenaam Sasser is in 1667 bij zijn tweede huwelijk. De toenaam wordt bij alle dopen van zijn kinderen (1668-1683) en bij zijn derde huwelijk in 1676 eveneens gebruikt. De kinderen gebruiken de toevoeging later niet. Het betreft dus kennelijk de aanduiding van zijn beroep sluiswachter (Oud-Nederlands: sasser). Hij zal dit beroep hebben uitgeoefend aan de schutstallen (houten stuwen) in de rivier de Regge die tussen 1663 en 1672 zijn aangelegd bij de Schuilenburgerbrug.[582] Hij woonde daar, aan de (toen reeds in verval zijnde) havezathe Schuilenburg, in ieder geval van 1676 tot 1689, wellicht ook eerder en later. In deze tijd stonden daar ook een of twee watermolens waarmee graan en olie werd gemalen. Dit laatste kan goed overeenstemmen met het beroep "chercher" dat hij in 1689 heeft. Volgens het WNT betekent chercher "belastingkommies of tolkommies", volgens Ref. [583] "belastingambtenaar voor het malen van koren op de molen". Als de molens toen nog werkten werd er zeker belasting op het gemaal geheven. Ook tolheffing in de Regge zou een van zijn bezigheden geweest kunnen zijn. Ten slotte geeft het WNT "scheepsbevrachter" nog als betekenis van "cherger". Ook deze bezigheid is een mogelijkeid voor iemand die de schutstallen in de Regge bewaakt en vlak naast de watermolen(s) woont.

De havezathe Schuilenburg in de gelijknamige buurtschap aan de Regge nabij Hellendoorn. Adolf Loseman Sasser was hier ca. 1676-1689 sluiswachter (Oud-Nederlands: sasser). De havezathe, toen in het bezit van de familie Van Raesfelt, werd in deze tijd bewoond door Wennemer van Raesfelt (1657-1672 en na 1676), diens broer Hendrik van Raesfelt (1677), diens zoon Johan Degenhart van Raesfelt (1678), diens zuster Agnes Sophia van Raesfelt, gehuwd met Johan Zeger van Rechteren (1682. Hierna wordt de havezathe, die in 1705 vererft naar de famile Van Rechteren, kennelijk een tijd niet bewoond.[584]
Tekening door Cornelis Pronk (1691-1759).
Datering: 1733.
Op deze locatie stond kennelijk eerder de "waterburcht de Sculenborg aan de Regge" omstreeks 1400-1500. Tekenaar onbekend.
Bron: Mr. G.J. ter Kuile Sr., De opkomst van Almelo en omgeving, Zwolle, 1947

klik op plaatje(s) om te vergroten

408. GERRIT HOFMEIJER (TEN HOOVE, VAN DEN HOF[585]), geb. 1652-1671, van den Hof te Rectum bij Rijssen[586]. tr. 2o Wierden 22-1-1719[587] ENGELE VAN 'T BEVERDAM, geb. Wierden 1653-1661, wed. van Hermen van 't Dasselink alias ten Beverdam, dr. van Engbert van 't Beverdam en Jenken Henriksen, tr. 1o [588]

409. ENGELE VAN KEPPELING, geb. 1655-1682.

410. EGBERT ASSINK, ged. Rijssen Stad 1-11-1663, woonde te Ypelo bij Rijssen [590]. tr. 1o [591] JENNEKEN WILLEMS, geb. 1660-1685, tr. 3o Wierden 16-7-1712[592] JENNEKEN EGBERTS, geb. 1660-1690, wed. van H. Goselink, tr. 2o Wierden 13-11-1686[593]

411. JENNEKEN VRIJLINK*, geb. 1640-1670, ovl. vóór 1705

412. EVERT KEMPERMAN (KEMPENAAR), geb. Etten, ged. verm. Terborg 15-1-1682[595], woont te Etten (1701), doopget. (1712), tr. Lochem 1-5-1701 [596]

413. MARIA TEN BERG (VAN DEN BERG)[597], woont te Swijp (1701);(¥)

COMMENTAAR(¥) vul aan Kw. VG p45.

414. BEREND (DE) (TE) GULYCKER(S)(¥), geb. vóór ca. 1685, ovl. na 1716, woont te Ruurlo (1713), otr. 2o Lochem/Ruurlo 30-4/1-5-1713 [600] BERENTJE MENGER(S), ged. Lochem 14-4-1678, ovl. na 1716, j.d., geref. lidmaat te Ruurlo juni 1713 op attestatie van Lochum, dr. van wijlen Derck Mengers, burger van Lochem, en verm. Berentje Amtincs, otr. 1o Ruurlo geref. 17-4-1707 (als j.m. zn. van Jan Gulijcker,[601]

415. LEMME (LUMME) BART(H)ELTS, geb. vóór ca. 1680, ovl. 1707-1713, geref. lidmaat te Ruurlo 25-12-1699 op belijdenis, doopget. (1706, 1707), j.d. van wijlen Barthelt Lubberts van Nijenhuis (1707).

COMMENTAAR(¥) Is hij Berend te Gulijcker, geref. lidmaat te Ruurlo 9-4-1730 op belijdenis?

416. DANIEL WEERMAN, geb. Bentheim (D), ovl. Almelo 1691-1697, raadsverwalter en koopman te Almelo. scheepskoopman te Almelo[602], tr. Zwolle voor 1679[603]

417. HASINA (HENDINA) STEENKERCK(EN), geb. Zwolle vóór ca. 1660[604] , ovl. vóór 1691,[605]

In 1691 procedeert Gabriel van Velthuysen ten overstaan van de magistraat van de stad Zwolle tegen Daniel Weerman, weduwnaar van Haaje Steenkerken wegens afgifte van een legaat uit de nalatenschap van wijlen Johanna van der Hege, naderhand gehuwd met Lubbertus van Velthuysen. [606]

418. Ds. JOHANNES PALTHE(¥), geb. Ootmarsum 1639, ovl./beg. Denekamp 2/5-3-1702 [611], ingeschreven als als student aan de Illustre School te Deventer 14-5-1652,[612] geref. lidmaat aldaar als filosofiestudent wonend in de Golstraat,[613] ingeschreven als student aan de Universiteit van Groningen 10-6-1653,[614] geref. lidmaat te Groningen sept. 1653 op attestatie van Oothmarsen.[615] Zijn studie aldaar wordt evenals die van zijn vader bekostigd uit de inkomsten van het St. Caharina vicarie (zie kw. nr. 836 ).[616] In april 1674 benoemt Gerhard Sloet, heer van Singraven en eerste ouderling van de kerk te Denekamp, hem tot predikant aldaar,[617] hetgeen hij blijft tot zijn dood in 1702.[618] Hij otr. Ootmarsum geref. 31-5-1668, tr. Denekamp

419. JOHANNA VAN UELSEN(¥), geb. Uelsen 1647, ovl. Denekamp 20-3-1727, geref. lidmaat op belijdenis te Ootmarsum 26-3-1665 (Pasen),[619] afkomstig van Ootmarsum (1668), doopget. (1705..1708).

COMMENTAAR(¥) toevoegen Abels, p84

Wapen Van Ulsen : In rood(?) drie (zwarte?) bomen (bladeren?). Dit wapen komt voor op haar portret. Zie onder

Ds. Johannes Palthe (1639-1702). [620] Zijn echtgenote Johanna van Uelsen (1647-1727). [621]
klik op plaatje(s) om te vergroten
Denekamp 24-4-1703. Gerhard Sloet, heer van Singraven enz., als collator der vicarie van St. Catharina etc. in de kerk te Denekamp, begiftigt Joanna van Ulsen, wed. van de predikant Joannes Palthe te Denekamp, met de renten, opkomsten en revenuen van deze vicarie. [622]
Denekamp: 14-5-1704. Afrekening tussen Johannes Henricus Weerman, predikant te Denekamp en zijn schoonmoeder Janna van Ulsen wed. Johannes Palten, inzake haar genade-jaar als predikantsweduwe. Met nadere afrekening 14-2-1710. [623]

Denekamp 26-3-1714. Liquidatie en afrekening tussen ds. Joannes Henricus Weerman, predikant te Denekamp, en zijn schoonmoeder Johanna van Ulsen, wed. Palthe, over het tijdvak sedert 14 februari 1710. Met nadere gelijktijdige acte, waarbij Johanna van Ulsen haar schuld afdoet met meubelen en boeken. [624]
Denekamp 14-2-1710. Kwitantie door Johanna van Ulsen, weduwe Palthen, aan ds. Joh. Henr. Weerman, predikant te Denekamp, voor de voldoening van 4 schepel rogge uit het huis te Noord-Deurningen, en een schepel miskoren uit her erf Tijman, verschenen op st. Maarten 1709. [625]
Denekamp 26-1-1711. Voor Jacob Raeterinck, richter te Ootmarsum, en kornoten, verkopen Johanna van Ulsen, weduwe Palthe, geassisteerd door haar schoonzoon Jan Hendrik Weerman, pastor te Denekamp, en Anna van Ulsen, weduwe Schiphorst, geassisteerd door haar zoon Jan ter Schiphorst, haar halve Hoog- of Voorste Woerte in de boerschap Denekamp, aan de tijdelijke opsieners ende versorgeren der Armenmiddelen in de kerk van Denekamp, den Hooggeb. Heer Arent Hendrik Sloodt, Heer van 't Singraven, als ouderling, en den E. Berent Palthe ook als ouderling, en de E. A. Palthe en Lambert ter Schiphorst als diakenen voor 660 oar. gld. N.B. Getypt regest, met de aantekening: Origineel, perkament, beschadigd zegel (was vroeger aanwezig in het kerkelijk archief der Ned. Herv.Gemeente te Denekamp, thans verdwenen. Zie bronnen Singraven 1284). [626]

Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Gravure/ets : datum en herkomst onbekend.
Bron : Patrick Seignemartin (F), 2005
Schilderij van een tekenende jongeman ("Joven dibujante") door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Volgens Van Gool [640] is dit een zelfportret.
Formaat : 20x24 cm.
Bron : Prado Museum, Madrid. [641]

klik op plaatje(s) om te vergroten

Raadhuis Deventer : Kast met klok daarboven, vervaardigd door Joost van Houten, waarschijnlijk in 1732. De tafereeltjes die de Vier Jaargetijden voorstellen zijn geschilderd door Gerrit Jan Palthe (1681-1767). Het opschrift van het geheel luidt: "Audi et alteram partem" (Luister ook naar de wederpartij). De twee vrouwenfiguren stellen de Gerechtigheid en de Voorzichtigheid voor. [642] Johanna Wilhelmina de Beaufort, echtgenote van J. van Lemker.
Portret frontaal, het gelaat iets naar links gewend, donker haar. Zacht groene japon met lege décolet\*' waaruit een randje witte stof steekt. Donker rode mantel omgeslagen, die met de linkerhand wordt vastgehouden. Gesigneerd: r.m. boven de elleboog (vaag): G.J. Palthe.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Datering : ca. 1740
Materiaal : olieverf op doek.
Bron : Deventer Musea. [643]

klik op plaatje(s) om te vergroten

Hendrik Gerrit Jordens.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Datering : 1741
Materiaal : olieverf op doek.
Bron : Deventer Musea. [644]
Agatha Aleida van Munster (1723-1768), echtgenote van Hendrik Gerrit Jordens.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Datering : 1740
Materiaal : olieverf op doek.
Bron : Deventer Musea. [645]

klik op plaatje(s) om te vergroten

Hendrik Gerrit Jordens op latere leeftijd.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Datering : 1779
Materiaal : olieverf op doek.
Bron : Deventer Musea. [646]
Joan van Suchtelen (1668-1753).
Portret ten voeten uit, rode mantel, kniebroek, lichtbruine rok, zwarte schoenen met gespen. Op het voetstuk van de tuinvaas en tafel het wapen; 4 ringen van zilver op veld van rood. J.v.S. 17-07-1744 Raad en Schepen van Deventer, 1713-1732 Statenlid Overijssel, daarnaast rentmeester van de Proosdij van de Lebuïnuskerk en de goederen van de familie Boedeker.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Datering : 1e kwartaal 18e eeuw.
Materiaal : olieverf op doek.
Bron : Deventer Musea. [647]

klik op plaatje(s) om te vergroten

Paar bij kaarslicht aan tafel.
Paar bij kaarslicht aan ronde tafel, hij bolle wijnfles in de hand, om haar in te schenken. Links een haardschouw met vuur, rechts een raam waar onder gesigneerd is en links op de achtergrond een open deur naar achterkamer waar een vrouw bij kaarslicht werkt. Gesigneerd: rechts onder raam G.J. Palthe 1750.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Datering : 1750
Materiaal : olieverf op paneel.
Bron : Deventer Musea. [648]
Minnekozend paar.
Een minnekozend paar aan ronde tafel, waarop schaal met sinaasappels, wijnfles, glas en koperen blaker met brandende kaars. Links raam, rechts deuropening waarin vrouw. Gesigneerd: onder raam links G.J. Palthe 1750.
Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Datering : 1750
Materiaal : olieverf op paneel.
Bron : Deventer Musea. [649]

klik op plaatje(s) om te vergroten

Zeus en Hermes in de hut van Philemon en Baucis.
Tafereel bij kaarslicht. Links achter het paar Philemon en Baucis, In het midden aan tafel Zeus en Hermes, die een kandelaar vasthoudt. Zeus is gebaard, gekleed in paars met blauw overkleed. Hermes heeft een rode doek om zich heen. Uit de zoldering steekt hooi.

Schilderij door Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Datering : 18e eeuw
Materiaal : olieverf op paneel.
Bron : Deventer Musea. [650]
Zeus en Hermes in de hut van Philemon en Baucis.
Detail van het schilderij hiernaast.

klik op plaatje(s) om te vergroten

Portret van een vrouw in zwarte japon. Toegeschreven aan Gerhard Jan Palthe (1681-1767) ("signed "Palthe" on piece of canvas nailed to stretcher").
Datering : onbekend.
Materiaal : olieverf op doek.
Formaat 55 cm x 44 cm.
Bron: Te koop aangeboden op Ebay (Chicago, 2006).

klik op plaatje(s) om te vergroten
Thans is er nog een dozijn schilderijen van Gerard Jan Palthe bekend. [651] Verspreide vermeldingen van schilderijen door Gerard Jan Palthe :
  • Tekenende jongeman, Prado Museum, Madrid, volgens Van Gool een zelfportret.
  • Tafereeltjes van de Vier Jaargetijden op een klok, Raadhuis Deventer
  • Twee musicerende vrouwen. (Two Women Making Music. One sings, the other plays a clavicord), in prive bezit.
  • Schilderijen van Jan Adriaan Joost Sloet en zijn echtgenote W. A. E. E. van Heeckeren tot Nettelhorst (1740). Locatie : Museum Zwolle.
  • Schilderijen van Hendrik Gerrit Jordens en Agatha Aleida van Munster (ca. 1740). Olieverf op doek. Locatie : De Waag Deventer.[652]
  • Schilderij voorstellende zijn zoon Jan Palthe (1717-1769). Locatie onbekend. Datering ca. 1740.
  • De gelijkenis van de balk en de splinter.
    Schoorsteenstuk van houten schouw af- komstig uit perceel Hofstraat 4. Opschrift Matth. 7:3,4,5. De voorstelling van "De balk en de splinter" slaat op een familietwist tussen de twee broeders, van wie de eigenaar van het huis den ander bovengenoende bijbeltekst voorhoudt. Datering : 1759. Materiaal : olieverf op doek. Deventer Musea. [653]
  • Schilderij voorstellende Johanna Wilhelmina de Beaufort, echtgenote van J. van Lemker. Datering : ca. 1740
  • Schilderij voorstellende Hendrik Gerrit Jordens op latere leeftijd. Datering : 1779. Locatie : Deventer Musea. [654]
  • Schilderij voorstellende Joan van Suchtelen (1668-1753). Datering : 1e kwartaal 18e eeuw. Locatie : Deventer Musea. [655]
  • Schilderij voorstellende "Paar bij kaarslicht aan tafel". Datering : 1750. Locatie : Deventer Musea. [656]
  • Schilderij voorstellende "Minnekozend paar". Datering : 1750. Locatie : Deventer Musea. [657]
  • Schilderij voorstellende portret van Pieter Paul van Gelre (1735-1810). Datering 1760. Locatie : onbekend, geveild door Christie's (Amsterdam, 1991).
  • Schilderij getiteld "Beim Schlachten". Toegeschreven aan Gerard Jan Palthe. Datering : onbekend. Locatie : onbekend, geveild door Lempertz (Keulen, 1991).
  • Schilderij voorstellende "Portret van een vrouw in zwarte japon". Toegeschreven aan Gerhard Jan Palthe (1681-1767) ("signed "Palthe" on piece of canvas nailed to stretcher"). Datering : onbekend. Locatie: Chicago (2006).

Jan Palthe (1717-1769).
Gravure/ets : datum en herkomst onbekend.
Bron : Patrick Seignemartin (F), 2005
Jan Palthe (1717-1769).
Schilderij door zijn vader Gerhard Jan Palthe (1681-1767).
Locatie : Museum Het Palthe Huis te Oldenzaal, in bruikleen van het Van Deinse Instituut Enschede. Datum : onbekend.
Bron : Patrick Seignemartin (F), 2005

klik op plaatje(s) om te vergroten

Zelfportret van Jan Palthe (1717-1769).
Locatie en datering : onbekend.
Bron : Patrick Seignemartin (F), 2005
Schilderij van Tiberius Hemsterhuis (Groningen 1685-1766 Leiden), filoloog, hoogleraar te Amsterdam, Franeker en Leiden, door Jan Palthe (1717-1769). [662]
Datering : 1766. Materiaal : Olieverf op doek. Afmetingen 77,5x60,5 cm. Locatie Universiteitsbibliotheek Groningen.
Bron:[663]

klik op plaatje(s) om te vergroten

Vrouwtje aan spinnewiel.
Zittend vrouwtje aan spinnewiel met wit kapje op het hoofd. In 18e eeuws interieur: rechts een schouw met bovenop borden, links ernaast een hoge kast eveneens met borden. Daarnaast klaptafeltje. Links op de voorgrond twee honden. Gesign: r.o. J. Palthe. 1745.
Schilderij door Jan Palthe (1719-1769).
Datering : 1745
Materiaal : olieverf op paneel.
Bron : Deventer Musea. [664]
Na zijn dood in 1769 vindt op 20-3-1770 in het huis van zijn weduwe een openbare verkoop bij opbod plaats van bezittingen van Jan Palthe. De catalogus (zie frontpagina hiernaast) vermeldt 263 schilderijen waaronder Rubens, Jordaens, Anthony van Dijk, Titiaan, Veronese, Rembrandt, Frans Hals. Er is slechts een werk bij van Gerard Jan Palthe, en geen van Jan Palthe zelf. [665]
klik op plaatje(s) om te vergroten

Gravure door de Engelse schilder en graveur William Pether (1738-1821), kennelijk naar een schilderij van Jan Palthe (1717-1769), voorstellende Carlo Tessarini (ca. 1690-1766), Italiaans violist en componist.
Onderschrift: "J. Palthe pinxit, W.m Pether fecit"
"Carlo Tessarini da Rimini, professeur de fiolon en la metropolitaine d'Urbino"
Datering: onbekend.
Bron : Bibliothèque Nationale de France.[666]

klik op plaatje(s) om te vergroten

Zeer waarschijnlijk Anthony Palthe (1726-1772) geschilderd door zijn broer Jan Palthe. Bron: AskArt. Het portret komt treffend overeen met de beschrijving: "Portret van Anthony Palthe, broer van de schilder, in 1895 geveild in Keulen. 65x47 cm. Levensgroot borststuk, naar links gewend, rechtuit kijkend, baardloos, op de witgelokte haardos een driekanten hoofddeksel. Draagt bruinrood, van voren open jak met witte halsbinde. Roodbruine achtergrond. Met brede penseelstreek in de beste traditie van 17de eeuwse portretkunst." door Peggie Breitbarth in Ref. [680]. Het zal ook hetzelfde zijn als het portret van Antony Palthe, geschilderd door zijn broer Jan Palthe dat Van Eijnden en Van der Willigen bij hun bezoek (datum?) aan Wybrand Hendriks in Haarlem aan de muur zien hangen, en dat zou dateren van 1767. [681]
klik op plaatje(s) om te vergroten

Anthony Palthe (1683-1760). [684] Zijn eerste echtgenote Johanna Krop(s) (1676-1723). [685]
klik op plaatje(s) om te vergroten
In de periode 1717-1724 vorderen de goedsheren van de marke Denekamp voor het drostengericht van Twente dat Anthonie Palthe en Albert Cuper, die met andere inwoners van Denekamp gewelddadig het oude huisje van Gese Knippert, dat op grond van de marke stond, hebben verwoest, de door hen aangerichte schade herstellen en in het vervolg geen handelingen meer zullen verrichten, waardoor dat huisje schade lijdt. [686]
Antoni Palthe x Henrina Schulten, met kinderen ouder dan 10 : Jan Arent Palthe studerende te Franeker, Janna Palthe, en de meid Berendina, vermeld in de Volkstelling dorp Denekamp (1748). [687]
==== BELENINGEN ====
Richterambt Ootmarsum, buurschap Hezingen (nr. 1152):[688]
De tienden over Vrilinc to Vasse in den kerspel van Oetmerssem
... J(o)an Krop, burgemr. van Ootmarsum, x Catharina Kip.
15-6-1686 : Helmich Volkers, zoals zijn schoonvader(¥) Jan Krop daar in 1667 mee was beleend.

COMMENTAAR(¥) "Schoonvader" moet hier gelezen worden als "de eerdere schoonvader van zijn vrouw"!

12-11-1710 : Joan Leonard Berents, als gemachtigde van Joannes Palthe, zn. van Antoni Palthe en zijn vrouw Joanna Crop, zoals Helmich Volkers daer op 15-6-1686 als stiefvader(¥) van Antoni Palthe mee was beleend.

COMMENTAAR(¥) "Stiefvader van Antoni Palthe" moet hier gelezen worden als "de stiefvader van J(o)anna (Theodora) Krop die in 1702 trouwde met Anthony Palthe"!

18-8-1761: Joannes Palthe met lediger hand, nadat hij in 1710 als onmondige onder hulderschap van Joan Leonard Berents was beleend, die in 1710 ten onrechte alleen als gemachtigde was aangeduid.
31-1-1768 : F.J.S. baron van Heiden, heer van Ootmarsum, drost van Twente, als koper na opdracht door Jan Palthe, burgemeester.

Joannes Palthe (1703-1784). [691] Zijn echtgenote Johanna Maria Westerlo (1710-1762). [692]
klik op plaatje(s) om te vergroten

Ds. Jan Arend Palthe (1727-1803). [703] Palthe huis te Oldenzaal.
klik op plaatje(s) om te vergroten
"In 1754 werd Jan Arend Palthe uit Oldenzaal tot dominee in Nieuwleusen benoemd. Tijdens zijn bijna vijftigjarige predikantschap verwierf hij hier belangrijke bezittingen, die in de familie bleven tot in 1928. Toen overleed Gulia Palthe, de laatste van deze tak van de familie.
Tot de bezittingen van de familie Palthe behoorde o.a. het Palthebos: weilanden omgeven door lanenstelsels. De familie Palthe was van oorsprong een predikantengeslacht uit Twente. Men woonde 's zomers in Nieuwleusen en 's winters in Oldenzaal. Gulia Palthe was de laatste van haar tak van de familie. Ze heeft veel goeds voor de gemeenschap van Nieuwleusen gedaan door schenkingen aan bijvoorbeeld het Groene Kruis en de muziekverenigingen. Wanneer ze weer naar Nieuwleusen kwam, werd ze met muziek van de tram gehaald en in optocht naar haar huisje gereden. Dat stond ongeveer op de huidige oprijlaan naar het museum.
Na haar overlijden bleek dat ze de meeste boerderijen die zij hier bezat bij testament aan de pachters had vermaakt. Haar huisje in Nieuwleusen en het er achter gelegen Palthebos vermaakte ze aan de Hervormde Kerk. Helaas is het huisje vanwege de slechte staat in de jaren 60 afgebroken, maar gelukkig zijn er nog foto's bewaard gebleven waarop te zien is hoe het was." [704]

424. LAURENS LASONDER, geb. Enschede 1680-1690, ovl. (kort) voor 1737(¥), grutter [706] , gemeensman (1708) [707] , woonde te Enschede Stad, tr. Enschede voor 1708[708]

425. JUDITH STROINK, geb. Enschede 1681, ovl. Enschede 1737-1751 (kort voor 1751?), na 1764 [709] ,[710] woont (1748) in de Langestraat te Enschede als wed. Lasonder met haar zoon Engbert Lasonder [711].

COMMENTAAR(¥) vul aan lb. 671.

Wapen Stroink : In zilver drie gegolfde blauwe fazen. Helmteken : een blauw zilveren vlucht. Dekkleden : zilver en blauw.
Dit wapen komt voor op een zegel van Johan Strodinck, keurnoot in 1420. Diens relatie tot de hier beschreven familie is onbekend. Jurriaan Stroink, (zn. van Hermannus Stroink, zie kw. nr. 77 0)"> 1770
sub a) voerde als wapen :
In zilver een rode keper, vergezeld van drie vijfbladige rode rozen met groen gebladerde stelen naar boven. Helmteken : een roos van het schild, met steel naar beneden, tussen een vlucht [712] [713]
Richterambt Enschede, buurschap Lonneker : een tiende ter Hole to Loninghe.
23-4-1726 : Judith Stroink na de dood van haar vader Jan Stroink die deze tiende op 23-7-1714 had gekocht. Hulder haar man Laurens Lasonder.
23-3-1737 : Judith Stroink met ledige hand. Hulder Derk Rampen, boekdrukker te Zwolle, na de dood van Judiths man Laurens Lasonder.
21-4-1751 : Ursela Lazonder na de dood van haar moeder Judith Stroijnk, wed. van Laurens Lasonder. Hulder haar man Hendrik ten Kate.
19-3-1781 : Herman ten Cate na de dood an zijn moeder Ursula Lasonder.[714]
Verdere vermeldingen Lasonder waarvan hetverband met bovenstaande kwartieren nog niet duidelijk is :
Richterambt Enschede, buurschap Enscheder Esch , het halve erve de Horst, gelegen in de karspel Enschede in de Eschmarkt :
10-11-1710 : Henrick Steenbergen als gemachtigde van de erfgenamen van Albert Rodink.
1-9-1728 : Albert Lasonder, na de dood van Hendrik Steenbergen. (Het erve ende goed de Horst in de haaresch, gerigte Enschede gelegen)
26-5-1764 : Hermen op de Horst Hermenzn, na de dood van Albert Lasonder, die leendrager van dit goed was geweest.[715]

Richterambt Enschede, buurschap Enscheder Esch , die Mate ende Horst ende Schurinck die gelegen zijn in den kerspell van Enschede:
19-1-1777 : Geesken Mensinck, wed. van Jan Schukking, die hertr. was met Jannes Kwekkeboom, na opdracht door haar schoonzoon Gerrit Lasonder en zoon van Geertruijd Schukking, enige dr. en erfgenaam van genoemde Jan Schukking, alles na herstel van de verzuimen van hulder Hendrik Swiers.[716]

Richterambt Delden, buurschap Woolde : drie vierde parten van de erven Langdaers genaamd, gelegen in het gericht van Delden, buurschap Woolde :
25-2-1771 : J.W. Cramer, die dit goed samen met Benjamin Blijdenstein en J.B. Lasonder had gekocht na opdracht door Ernst Herman baron van Delwick tot Nieuborgh.[717]
idem het vierde part :
10-2-1771 : Jan Willem Cramer, richter van Delden, die dit part op 14-6-1771 samen met Benjamin Blijdenstein en Jan Berend Lasonder had gekocht van O.E. van Hoevel to Haagenhoeven, namens diens vader de heer Hoevel tot Wesevelt.[718]

426. LAURENS GERRITSEN BEKKER, geb. Enschede 1685-1695, ovl. Enschede 1758-1760, burgemeester te Enschede Stad,[758] genoemd als borg (1720), woont (1748) in de Langestraat te Enschede met zijn 3 dochters [759], tr. ca 1714[760]

427. (ANNA) MARGARETHA LASONDER, geb. 1683-1690, ovl. Enschede voor 1748 (1749).

Op 10-9-1735 gaan Theodoor Pennink, Albert Laersonder, Rudolph Laersonder en Joannes Linthuys jagen, en kopen te voren "een oortje jenever voor 4 stuivers bij Laurens Bekker" [761].

De erven van Laurens Bekker bezitten een grafsteen in de Grote Kerk van Enschede (1768) [762].

428. JAN BUSSIER (BOSSIER), geb. Enschede Stad 21-3-1682, ovl. Enschede Stad 29-10-1746,[802] burgemeester van Enschede,[803] tr. vóór 1715

429. ANNA NIJHOF, geb. Enschede Stad 5-1-1684, ovl. Enschede Stad 11-12-1765, woont (1748) in de Langestraat te Enschede met 4 kinderen [804].

Richterambt Enschede, buurschap Lonneker : het eene gedeelte van het erve Menkmaat in Enscheder Eschmarke gelegen.
21-6-1727 : Jan Huivink voor hemzelf en tevens namens Anna Nijhoff vouw van Jan Bossier en bovendien namens Hendrik Freriksen Dekker, als voogd van de onmondige kinderen van wijlen Jan Romp, na de dood van Lucas Huivink.[805]

430. GERRIT TEYLERS(¥), geb. Enschede Stad 31-5-1677, ovl. Enschede Stad 3-1-1756,[809] tr. Enschede Stad 31-10-1723[810]

431. BERENDINA BEKKER, geb. Enschede Stad 1696/97, ovl. Enschede Stad 26-4-1769,[811] Dit echtpaar woont in de Langestraat te Enschede met 2 kinderen (1748).[812]

COMMENTAAR(¥) Wat is het verband met:
Theodorus Teylers, luitenant, en Henr. Teylers, "sersiant van een Oranje vendel te Losser" (1747).[813].
De wed. Teylers ovl. (Losser?) 14-1-1751.[814].
Omstreeks 1740 is er sprake van Teylers Molen, te Losser blijkbaar gekocht door het "aanzienlijk genoemde" geslacht Teylers.[815].
Richterambt Oldenzaal: Op 2-5-1786 worden de van 31-10-1785 daterende huwelijks voorwaarden van Dr. Johannes Hulskens en Maria Teylers bekrachtigd.[816]
J. Teijlers en vrouw Maria, en kinderen ouder dan 10 : Theodorus, Henric Teijlers, vermeld volkstelling van ambt en stad Oldenzaal, dorp Losser (1748). [817]

432. HERMAN (HARMEN) RE(E)RINK, ged. Lochem 3-2-1667, ovl. na 1736 (voor 1737?, 1748), burger van Lochem (1706) [819] (1712-1736) in 't Marks Rott [820] , gemeensman (1707),[821] ,[822] een van de viergecommitteerden der gemeenslieden (1707),[823] medeondertekenaar van de hernieuwde gildebrief (van het schoenmakersgilde (25-10-1694),[824] schoenmaker, looier, neemt deel aan de plooierijen van 1703,[825] doopget. (1728), otr. Lochem 27-2-1692

433. JENNEKEN PAEUWEN, ged. Lochem 26-12-1673, ovl. na 1728 (voor 1737?, 1736?, 1748), doopget. (1728).

Wapen Paauwen : In goud een pronkende pauw van natuurlijke kleur.[826]
Op 9-4-1697 kopen Harmen Rerinck en zijn huisvrouw Jenneken Pauwen van Arent Arents en zijn huisvrouw Jenneken Willekes een stuk hooiland in het Nettelhorster broek.[827]
Transport aan Hermen Rerinck en zijn huisvrouw Jenneken Pauwen (7-4-1704).[828]
Plooierijen in Lochem .
Op 8-3-1703 komen Esken Enderinc, Arent Simmelinck, Arent Arents, Warner Wenninck, Gerrit Greven, Jan Schrunder, Herman Rerinck, Meint de Groen en Jan Beijer ook genoemd Thomasson, bij burgemr. Jan Westenbergh met de eis dat de gemeenslieden in het vervolg zelf de stedelijke bestuurders wilden aanwijzen. Na enige verwikkelingen waarbij door Albert Thomasson nog de sleutel van het stadhuis uit de woning van de stadsdienaar Henrick Hensen werd gestolen, gaf de magistratuur op 22-3-1703 hieraan toe, mede onder druk van een joelende menigte voor het stadhuis. Er werd een contract getekend dat tot 1717 stand hield, waarna de oude toestand van cooptatie weer werd hersteld.[829]

434. LAMBERT SMIT(S), ovl. 1722-1732, tr. Geesteren 27-???-1697[833]

435. CATARINA SIMONS.

436. GERRIT BRETHOUWER, geb. Aalten (dorp), ged Aalten 24-12-1684, ovl. vóór aug. 1758, woont in het dorp Aalten (1709), otr./tr. Aalten geref. 24-11/24-12-1709

437. WILLEMKEN SLOTBOOM, geb. Aalten (dorp), ged. Aalten 28-1-1683, woont in het dorp Aalten (1709).

438. =432. HERMAN (HARMEN) RE(E)RINK.

439. =433. JENNEKEN PAEUWEN.

440. Dr. ORTWINUS WESTENBERG(H), geb. Neede 7-9-1645, ovl. 22-3-1727, ingeschreven als als student aan de Illustre School te Deventer 10-2-1667,[843] ingeschreven als student geneeskunde aan de Universiteit van Groningen 6-10-1673, promoveert op 15-12-1675 aldaar in de geneeskunde op een dissertatie getiteld "De epilepsia",[844] geneesheer te Zutphen (1676), gemeensman aldaar,[845] daarna stads med. doctor,[846] diaken van het Arme of Vreemde Weeshuis der Stad Zutphen (1696), en burgemeester van Bredevoort (1717), otr./tr. Zutphen geref. 14-8/4-9-1687[847]

441. SWAANTJE SLUIJTER(S), geb. Neede 1661, ovl. 25-9-1712,[848] als j.d. geref. lidmaat te Neede 25-12-1677 ("op Kersmisse") op belijdenis, j.d. te Neede (1687).

Wapen Sluiter : In rood een half zilveren paard met gouden manen. Helmteken : een beurtelings van zilver en rood doorsneden vlucht. Dekkleden : zilver en rood.[849]
Ook de volgende blazoenering is aangetroffen : In zilver een half klimmend zwart paard.[850]
Op 27-3-1696 compareren te Lochem Johan Ronneboom, Dr. Ortwinus Westenbergh, en Albertus Allercamp, boekhouder en diaconen van het Arme of Vreemde Weeshuis der Stad Zutphen. Het betreft de verloting van het erve en goed Draeffsel, Scholtambt Lochem, boerschap Groot Dochteren: de eene helft komt aan den Heer Johan Nijs, capitein en zijn huisvrouw Anna Elisabeth Tijsinga, de andere helft aan den Heer Joost Brugginck. De loting van de diaconie was op 17-3-1696. [851]

442. CHRISTOFFEL TEN CATE, geb. Neede ca. 1670(¥), ovl. na 1742, als Christoffer ten Cate geref. lidmaat te Neede 25-12-1681 ("op Christ-geboorte") op belijdenis,(¥) doopget. (1674..1740), koopman te Neede,[853] burger van Deventer 30-7-1658,[854] tr. Neede geref. 21-5-1693

443. HENDRIJKA (HENRICA) SLUIJTERS, ged. Neede 3-10-1669[855], ovl. na 1714.

COMMENTAAR(¥) Als de belijdenis hier inderdaad dezelfde persoon betreft dan moet de geboorte op zeker voor 1665 gesteld worden.

Wapen Sluiter : In rood een half zilveren paard met gouden manen. Helmteken : een beurtelings van zilver en rood doorsneden vlucht. Dekkleden : zilver en rood.[856]
Ook de volgende blazoenering is aangetroffen : In zilver een half klimmend zwart paard.[857]
Op 2-12-1706 verkopen Daniel Sluijter, naegelaeten wedeman en boedelhouder van wijlen sijn huijsvrouw Enneken Wijginck, voorts Christoffel ten Cathe naemens sijn huijsvrouw Hendrica Sluijters, zij te saemen voor haer selfs en naemens haer resp. andere dochters en zwagers de rato caverende, aan Gerhard Wijginck en Elisabeth Harders ehel., het goedt Kamphuijs in de bourschap Meddehoe, kerspel Wenterswick gelegen. [858]
Op 13-7-1707 transporteren te Neede Christoffer ten Caete en Hendericka Sluiter, echtelieden, aan Roelf ten Hoopen en Anna van der Wijck, echtelieden, stukken bouwland op de Eppinck Camp, de Bleken Schippe en Spelbrock, in ruil voor stukken bouwland in de Rotgerinck Patte, in de Nedeberg en voor 100 Car. gld. Get. Godtschalck ten Cate en W. ter Hagreis.[859]

Op 12-10-1714 transporteren te Neede Christoffer ten Caete en Hendericka Sluiter, echtelieden, aan Berend Traes (Traeman) en Geertjen, echtelieden, de erve Tras Plaese te Neede, die Christoffer ten Caete eerder had gekocht van Helmig Maximiliaen Schaep, heer tot Winsum en zijn eheliefste gen. Heeckeren, voor ƒ 2000,-- plus kosten, pacht, een half dozijn schinken van zestig pond elk en ƒ 10,-- voor de armen van Neede.[860]
vul aan volledige tekst.
Het huis De Camp onder Neede werd in 1742 door de familie Tengnagel verkocht aan Christoffel ten Cate (getrouwd met Henrica Sluiter).[861]

Maximiliana Theodora ten Cate (1809-1872). Zij wordt op 13-12-1872 samen met haar dienstbode Leentje Beeloo in haar huis aan de bocht van Guinea (thans Huijgenspark) te 's-Gravenhage vermoord door Hendrik Jut en diens vriendin Christina Goedvolk die bij Maximiliana als hulp had gewerkt. De buit bedroeg sieraden, contanten en effecten die Maximiliana had geërfd van haar zuster Geertruida Hendrica Elisabeth ten Cate (zie hierboven). Na aanhouding van de daders drie jaar later begon een kermisexploitant met de attractie 'de kop van Jut'. Voor een uitgebreide beschrijving van de gebeurtenissen zie Moord Ten Cate.
Foto: Familieblad Ten Cate-Ten Kate 16(1978).

klik op plaatje(s) om te vergroten

444. JAN GARRITSEN SMIT, ovl. 1720-1723, gemeensman in het Molenstraats Rott (1712)[931], tr. vóór 1674

445. ANNEKEN TELLEMANS, ovl. na 1720.

Jan Gerritsen Smith en zijn huisvrouw Anneken Tellemans, Jacop van Alfen en zijn huisvrouw Lijsbeth Gerritsen Smitt, hun schoonzoon en dochter, 30-4-1720.[932]

446. HENDRIK LEUNK, ged. Lochem 15-3-1671, ovl. 1730-1737, kuiper (1706, 1712), burger (1706) [933] van Lochem (1712) in het Bierstraten Rott [934] , tr. Lochem 1-5-1698 [935]

447. CORNELIA (VAN) LOBBERIG(EN), ged. Lochem 6-8-1677, ovl. na 1740.

voeg toe Regesten Lochem RAGld, inv. nr. 52/258/20v, 61/258/139, copn. aanv. kaart, 259/38
Op 25-2-1721 transporteren Johanna Scholten, wed. van Sweer Jolinx, geasst. met Francois de Wolff, gelijk ook Gosen Jolink, alsmede Henrick Leunck en zijn huisvrouw Cornelia Lobbregh, dan nog Francois de Wolff en zijn huisvrouw Swaentjen Lobbregh, aan den H.W.Geb. Heer Henrick Jacob Baron van Nagel, Heer van de Heest, en zijn erven, hun goed Klein Burink of Kempkesplaatse, Scholtambt Lochem, boerschap Swijp. De koopcedul is van 12-12-1720. [936]
Op 28-6-1740 transporteert Cornelia Lobbrichs, wed. van Hendrick Luincks, in deze geassisteerd met Louijs Milleville, voor haar en haar mondige kinderen, aan Jenneken Thomasson, wed. van Theodorus van Campen, en haar zoon Gerhard van Campen, [937]