|
This page was last updated : 120109.
|
File size is: 1004 k.
|
Kwartierstaat Van Schothorst Generatie 7 |
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
|
Refer to these data as:
L. Lapikás, Kwartierstaat Van Schothorst, version 9.4, Muiden, 2011.
|
|
© Copyright 2012
: L. Lapikás, Muiden, The Netherlands.
No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system,
or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical,
photocopying, recording or otherwise without the prior written
permission of the publisher. An exemption is made
for genealogical publications provided that adequate reference is
being made.
|
64. JAN REYERSEN, ged. Barneveld 19-3-1730, ovl. Lunteren 20-11-1805, schaapherder op Koestapel onder Putten [1],
boer, landman,
NH ouderling te Lunteren (1804) [2],
bouwman op de hofstede "Schothorst"
in het Nederwoud onder Lunteren, die hij in 1762 huurt van Derk van der Hart, schout van het Ambt Ede, voor 193 Car. gld. en vier paar jonge hoenderen. Zijn kinderen
huren de hofstede na zijn overlijden in 1805 voor ƒ 200,--.
Hij
tr. Lunteren 23-3-1757 als j.m. geboren en wonende onder Barneveld
65. PETERTJE JANSEN VAN DE WETERING, ged. Lunteren (Nederwoud) 7-9-1732, ovl. Lunteren 7-9-1794, j.d. wonend op "Schothorst" onder Lunteren.[3]
,[4]
Jan Reyersen, ongetrouwd, bouwman in de buurschap Vierhouten, met 4 knegts en 3 drielingerven, 9 morgen bezaaid land , 5 specien, betaalt ƒ 27,-- (1747) en ƒ 20,5,- (1748) hoofd en haardstedegeld.
[5]
Op 2-8-1763 transporteren Jan Reyersen en zijn niet met name
genoemde vrouw voor ƒ 500,-- aan Hendrik Reyersen, bouwman
op "Burgstede", ten eerste : 1/4 part in iets minder dan 2/3 deel van het erf
"Burgstede" in de buurtschap Glinde onder Barneveld, door koper bewoond
(1/3 deel is van Geertje Reyers en een klein gedeelte van Evert Jansen), ten tweede : 1/4 part in 3/4 deel van twee
kampjes meenland gelegen onder Nijkerk
(1/4 deel is van Willen Hendriksen c.s.), ten derde : 1/4 part in 1/6
deel van de tiend uit het erf "Bitterschoten", bewoond door Jochem Jochemsen
[6].
Op 28-8-1762 pachten Jan Reyersen en Petertje Jansen het herengoed
"Schothorst" gelegen in het Nederwoud onder Lunteren, zoals
Jan Gerritsen het in gebruik heeft gehad, van Derk van der Hart,
schout van Ede, en zijn vrouw Anna Wijnanda Suermond voor 193 Caroli gld.
en vier jonge hoenders, een half molder rogge aan de vicarie
van Ede en het halve
schoorsteengeld per jaar. Dit pachtcontract wordt vernieuwd op 10-9-1765,
nadat de eigendom van het goed is overgegaan op
Mr. H. Schievelberg Bekking, advocaat te Arnhem, en
Alida Geertruid Jongbloed, echtelieden
[7],
[8]
,[9]
.
In 1776 spannen Barruw en Jan Berendsen, boerenknechts,
kleinzoons van Jan Gerritsen van de Wetering
uit zijn eerste huwelijk met Petertje Jansen van Velthuysen
een geding aan voor het gerecht
van Ede tegen hun halftante Peterje Jansen van de Wetering, getrouwd met
Jan Reijersen. Zij eisen ieder de 25 gld. op die hun ingevolge inventaris
en boedelbeschrijving na het overlijden van hun grootmoeder, d.d. 26-5-1729
[10], bij akte van overdracht d.d. 3-10-1772
[11]
had moeten worden uitbetaald. Partijen komen tot een akkoord en
Jan Reijersen belooft namens zijn vrouw 20 gld. te betalen
[12].
-
a. Willemijntje Jansen van Schothorst, geb./ged. geref. Lunteren 20/23-4-1758, ovl./beg. Renswoude 30-5/6-6-1809 (in de kerk, graf binnen de pilaren nr. 38), geref. lidmaat te Renswoude (1809), komende van Otterloo,
tr. Lunteren 9-9-1787[13]
Jan Teunissen van Wagensveld(¥), ged. Lunteren 24-8-1758, ovl./beg. Renswoude 14/15-6-1809 (in de kerk, graf binnen de pilaren nr. 38), bouwman te Harskamp onder Otterlo, zn. van Teunis Jansen, bouwman op
Klein Wagensveld onder Renswoude, en Dirkje Jansen Veldhuijzen,
geref. lidmaat te Renswoude (1809), komende van Otterloo.
| COMMENTAAR(¥)
Er kan gemakkelijk verwarring ontstaan met zijn gelijknamige broer:[14]
Jan Teunissen van Wagensveld, ged. Renswoude 1-12-1759 (geb. op Wagensveld), landbouwer op Hazeldonk te Ede (zie kw. nr. ⇒ 133 sub a1).
|
In 1809 worden Willemijntje Jansen van Schothorst en Jan Teunissen van Wagensveld als lidmaat ingeschreven van de kerk te Renswoude,
komende van Otterlo. Nog in datzelfde jaar zijn zij beiden, precies
veertien dagen na elkaar, vermoedelijk ten gevolge van een heersende
besmettelijke ziekte, overleden. De gemeenteraad van Renswoude stelt
op 8 juli tot voegden over hun nagelaten kinderen, Dirkje, Petertje,
Teunis, Jantje en Jan Reijer, aan hun ooms Maas Teunissen en
Reijer Jansen, die daartoe een verzoekschrift hadden ingediend.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Dirkje Jansen van Wagensveld, geb. vóór 1809.
-
2. Petertje Jansen van Wagensveld, geb. 1790/91, ovl. Renswoude 22-2-1826, tr. vóór 1815
Willem (Cornelis) Wolleswinkel, ovl. na 1826, landbouwer.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Lubbert Wolleswinkel, geb. 1814/15, ovl. Renswoude 25-8-1827.
-
bb. Petrus Wolleswinkel, geb. Renswoude 1826, ovl. Renswoude 3-11-1905, landbouwer (1864),
tr. Ede 6-2-1864 de nicht van zijn moeder
Petertje van Schothorst, geb. Ede 1831/32, ovl. 1874-1905, dr. van Hendrik van Schothorst en Woutertje Bos (zie hieronder nr. h.)
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
3. Teunis van Wagensveld, geb. Otterlo 1792/93, ovl. Renswoude 1-6-1823 , tr. Renswoude 17-1-1821
Hendrikje van Donkervoort, geb. Scherpenzeel 1794/95, ovl. na 1823, dr. van Beerd Jacobz van Donkervoort en Maria Dirkse van Voorthuise.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Dirk Teuniszen van Donkervoort (van Wagensveld), geb. Woudenberg 7-6-1818 (als wettig erkend bij huwelijk), ovl. Renswoude 9-4-1854, tr. Renswoude 18-3-1848
Marritje Mandersloot, geb. Renswoude 1824/25, ovl. na 1854, dr. van Peter Mandersloot en Arrisje Kruijf.
-
bb. Willemijntje van Wagensveld, geb. Renswoude 13-4-1822, ovl. Culemborg 5-2-1905, tr. Vreeswijk 23-1-1847
Nikolaas Bruijnis, geb. Teckop 1824/25, ovl. vóór 1905, zn. van Willem Bruijnis en Kornelia de Jong.
-
4. Jannetje van Wagensveld, geb. 1793/94 ovl Renswoude 9-6-1861.
-
5. Jan Reijersen van Wagensveld, ged. Otterlo 1799/1800, ovl. Lunteren 28-7-1849.
-
b. Jan Jansen van Schothorst, geb./ged. geref. Lunteren 17/20-1-1760, ovl. Lunteren 30-3-1844, koetsier van "den Heer Eytelwijn(¥) tot Arnhem" (1791, 1800, 1805),
bouwman op Schothorst in het Nederwoud onder Lunteren (1805, 1812).
| COMMENTAAR(¥)
Vermoedelijk Johan Frans Eytelwijn, geb. Leipzig 11-10-1732, ovl. Arnhem 8-2-1808, tr. Oosterbeek 21-10-1761 Christina Louisa Martens, geb. Zundorp 3-8-1730, ovl. Arnhem 1-4-1799. [15]
|
Jan Jansen, bouwman in het Woud, neemt op 29 okt. 1812 als geslachtsnaam de naam Schothorst aan.
Volgens overlevering hoedde Jan de laatste jaren van zijn leven de
schapen op Schothorst. Bij de nabij gelegen Postweg Arnhem-Amsterdam ontmoette
hij dan nog wel eens bekenden uit de tijd dat hij koetsier in Arnhem was. Aan
het eind van zijn leven was hij blind. Toen op zijn sterfbed zijn adem weg
bleef en zijn schoonzuster haar man riep en vertelde dat het afgelopen was,
liet Jan de pruim tabak in zijn mond zien en zei: "Het half pond tabak is
nog niet op!" Of hij daarna nog lang geleefd heeft vermeldt de historie niet.
-
c. Reyer Jansen, ged. geref. Lunteren 2-5-1762, ovl. Lunteren 3-7-1762.
-
d. Reyer Jansen, ged. geref. Lunteren 22-7-1764, ovl. Lunteren 1-9-1764.
-
e. Reyer Jansen van Schothorst, geb./ged. geref. Lunteren 24/29-9-1765, ovl. Lunteren 19-7-1848, (=kw. nr. 32).
-
f. Grietje Jansen van Schothorst, geb./ged. geref. Lunteren 14/17-4-1768, ovl. Lunteren 26-3-1846 (NB hier heet haar moeder Petertje van Wagensveld, sic!), tr. Lunteren 19-6-1813
Ot(to) Hendriksen van Maren (Maarn), geb./ged. Woudenberg 16-10/2-11-1783, ovl. Renswoude 28-9-1834 , landman (1813),
bouwman op Groot Kraayenkamp in het Kallenbroek onder Barneveld (1819),
zn. van Hendrik Petersen van Maren en Arrisje Otten van de Haar.
-
g. Aalbert Jansen, geb./ged. geref. Lunteren 25/31-3-1771, ovl. Lunteren in 1791.
-
h. Hendrik Jansen van Schothorst, geb./ged. geref. Lunteren 16(15?)/19-6-1774, ovl. Lunteren 17-3-1846 (NB hier heet zijn moeder Petertje van Wagensveld, sic!), bouwman op Schothorst in het Nederwoud onder Lunteren, lid Mij. tot Nut
van het Algemeen, dept. Barneveld (1811), ouderling (1811),
catechiseermeester (1817) en voorganger (1827, 1830) te Lunteren,
landbouwer (1846),
tr. Ede 25-12-1818
Woutertje Gerrits Bos, geb. Otterlo 1-11-1794, ovl. Lunteren 9-8-1856, landbouwster (1856),
dr. van Gerrit Harmsen Bos, bouwman te Otterlo, en
Maartje Christiaans van Meurs.
Op 21-9-1864 laten Gerrit van Schothorst, zonder beroep te Barneveld, Jan van Schothorst, landbouwer onder Lunteren, Petertje van Schothorst ( huisvrouw van Petrus Wolleswinkel) onder Renswoude en Aalbert van Schothorst, landbouwer onder Lunteren, een boedelstaat opmaken van de gemeenschap van goederen van wijlen hun ouders Hendrik van Schothorst (overleden 17-3-1846) en Woutertje Bos (overleden 9-8-1856).
Het gaat hierbij o.a. over de Hofste de Schothorst te Lunteren met alle daarop staande schuren, bergen, schaapskooijen en houtgewassen, kad. bekend onder sectie E nummer 18.
[16]
Op 13-1-1865 scheiden dezelfde personen degoedere uit dezelfde boedel benevens die uit de nalatenschap van wijlen hun tante Aaltje van den Berkt (weduwe van Gerrit van Schothorst) gewoond hebbende te Renswoude en overleden op 2-1-1853.
[17]
Uit dit huwelijk 7 kinderen geboren te Lunteren (1820-1835) (zie verder Ref. [18]).
-
i. Gerrit Jansen van Schothorst, geb./ged. geref. Lunteren 21(22?)/29-12-1776, ovl. Renswoude 20-9-1846, bouwman op de Kleine Vliert te Renswoude, na 1830 rentenier ald. aan
de noordzijde van de Dorpsstraat, lid gemeenteraad en assessor
(wethouder) van Renswoude 1817-1846,
tr.
Aaltje van den Berkt, ged. Renswoude 6-3-1778, ovl. Renswoude 2-1-1853, dr. van Elbert Killen van den Berkt, bouwman op de Kleine Vliert
te Renswoude, en Petertje Jansen Veenendaal.
W.A. van Enschut, kostschoolhouder te Arnhem, en Helena Beumer,
echtelieden, verpachten op 21 dec. 1805 aan Jan Jansen, Hendrik Jansen,
Gerrit Jansen en Grietje Jansen, tezamen broers en zuster, het erf
Schothorst in het Nederwoud onder Lunteren voor 200 gulden per jaar.
De nalatenschap van Aaltje van den Berkt, weduwe van Gerrit van Schothorst,
valt na haar overlijden in 1853, ingevolge haar testament voor notaris
J.W.A. Immink te Amerongen, d.d. 7 mei 1851, toe aan de vier kinderen van
wijlen haar zwager Hendrik van Schothorst. Deze bestaat uit een
hypothecaire vordering van ƒ 2500, en een huis te Renswoude, getaxeerd op
f 1000, (dit huis wordt bij boedelscheiding voor notaris H. P. van Heyst
te Barneveld d.d. 13 jan. 1865 toebedeeld aan Petertje van Schothorst,
getrouwd met Petrus Wolleswinkel). Behalve de ƒ 700, aan kennissen en
de diaconie, legateerde zij ƒ 200,- aan de kinderen van wijlen haar behuwd
nicht Petertje van Wagensveld, in leven huisvrouw van
Willem Cornelis Wolleswinkel, en ƒ 200,- aan de kinderen van wijlen
haar zwager Reijer van Schothorst.
66. REIJER HENDRIKSEN DECKER (DEKKER), ged. Lunteren 29-9-1738, ovl. Lunteren (De Valk) 11-10-1822,[19]
bouwman (1822) op "Vorstengeler (Singelaar)" in de Valk onder Lunteren,
tr. Lunteren 25-10-1767 (huw. voorw. 1-10-1767, zij brengen ieder ƒ 1300,-- aan contant geld mee
[20]).
67. HENDRIKJE RIJCKSEN (GERRITS), ged. Lunteren 23-9-1742, ovl. Ede 31-8-1818 (als Hendrikje Gerrits, oud 76 jaar, echtgenote van Reijer Dekker).
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Maria Reijers Dekker, ged. Lunteren (De Valk) 11-11-1773, ovl. Lunteren (De Valk) 16-7-1836,[21] (=kw. nr. 33).
68. GERRIT JANSEN VAN BEEK, geb. Apeldoorn, ovl./beg. Apeldoorn 22/26-9-1785 (aangever Lambert de Wilde, pachter en papiermaker op de Westelijke Holtse molen aan de Geelmolense beek / Dorpse beek te Vaassen (1756-1768),
[22]
en op De Grote Slatsmolen aan de Loenensebeek te Loenen (1770-1773),[23]
op de Copermolen (1785),
tr. vóór 1757 (niet gevonden RK Vaassen ..., Beekbergen 1714-1768[24]) verm. te Apeldoorn, waarvan de trouwboeken uit die periode verloren zijn gegaan)
69. MARGARITHA (MARIA) MENSINK (MENSING, MENSEN), ged. geref. Apeldoorn 29-1-1730, ovl./beg. Apeldoorn 29-4-1788 (de wed. van Gerrit van Beek op de Copermolen, aangever Jan Kluppel), doopget. (1775).
Gerrit Jansen en Margaretha Mensink echtelieden, worden geref. lidmaat te Vaassen 1757 (voor Kersmis) met attestatie van Apeldoorn, en krijgen 4-11-1768 weer attestatie naar Apeldoorn.[25]
Uit dit huwelijk (bij de eerste doop heet de moeder Maria, verder Margaretha):[26]
-
a. Jannes van Beek, ged. geref. Vaassen 16-10-1757, ovl./beg. Apeldoorn 26/30-4-1788 (aangever Jan Kluppel), woont te Apeldoorn (1787),
papiermaker op de Kopermolen (1788),
otr./tr. Apeldoorn geref. 25-5/17-6-1787
Willemina Kluppel, ged. Apeldoorn 17-5-1759, ovl./beg. Apeldoorn 28-4/1-5-1800 (huijsvrouw
van Gerrit Jan Colmschaten in den N(ieuwe) Enk, pro deo, aangever Jan Thijssen), woont te Apeldoorn (1787..1800),
dr. van Gerrit Jan Kluppel en Hijltje Heer(e)kamps.
Zij hertr. Apeldoorn 11-2-1792 Gerrit Jan Colmschate met attestatie naar Deventer 26-2-1791.
-
1. Heiltje van Beek, geb./ged. geref. Apeldoorn 21-5/3-6-1787 (geëcht bij het huwelijk), ovl./beg. Apeldoorn 16/20-3-1789 (een kind van de wed. van Jannes van Beek in het Dorp, aangever Jan Kluppel).
-
b. Roelof van Beek, ged. geref. Vaassen 29-4-1759.
-
c. Wendelina van Beek, ged. geref. Vaassen 16-11-1760, ovl. Barneveld 12-10-1839 (oud 79 jaar).
-
d. Evert van Beek, ged. geref. Vaassen 29-8-1762, ovl. jong?
-
e. Evert van Beek, ged. geref. Vaassen 15-1-1764, (=kw. nr. 34).
-
f. Maria van Beek, ged. geref. Vaassen 30-11-1766.
-
g. Jan van Beek, ovl./beg. Apeldoorn 30-4/4-5-1784 (zoon van Gerrit van Beek op de Copermolen, aangever Theuwis Vlim).
70. AALBERT (LUBBERTS) GOUDKUIL(¥), ged. Apeldoorn 1-1-1734, ovl./beg. Apeldoorn 5/9-9-1808 (op "de Goudkuil", aangever Teunis Poelman)),[27]
eigenaar en bewoner van het herengoed Ritbroek in de buurtschap Orden (1771-...),
compareert 't Loo 20-12-1779 als voogd over de twee onmondige kinderen van Jan Willems bij zijn zuster Jannetje Goudkuijl,[28]
voogd over de twee onmondige kinderen van Jan Willems bij zijn zuster Jannetje Goudkuijl (1783),[29]
weerbare man in de buurtschap Beemte te Apeldoorn (1784),[30],
woont op de Goudkuijl te Apeldoorn (1766..1808),
tr. 1o voor 1766
NN, ovl./beg. Apeldoorn 29-5/2-6-1766 (de -niet met name genoemde- huijsvrouw van
Aalbert Goudkuijl op de Goudkuijl, aangever Lucas Roelofs),[31], otr./tr. 3o Apeldoorn geref. 22-4/14-5-1775
ELSJE ABRAHAMS, ged. (Apeldoorn?) 8-3-1744, ovl./beg. Apeldoorn 8/14-4-1785 (de -niet met name genoemde- huijsvrouw Aalbert Goudkuijl op de Goudkuijl, aangever Harmen Janssen), woont te Apeldoorn (1775),
dr. van Abraham Claassen en Grietje Aarts,[32]
tr. 2o ca. 1766 (voor 1771)
71. JENNEKE GEURDS (DI(E)SBERG), ged. Apeldoorn 31-1-1740, ovl./beg. Apeldoorn 23/27-4-1774 (de huijsvrouw van Aalbert Goudkuijl op de Goudkuijl, aangever Wolterus Staal),[33].
| COMMENTAAR(¥)
ZOEK OP Boedelbeschrijving van Albert Goudkuil, RA Veluwe 1-7-1797.
|
Het erve Blijck groot 8 molder waarop een huijs van drie gebondt (1626) in Ambt Apeldoorn, het kerspel Heerde, buurtschap Markluiden.
Op 23-11-1784 krijgen Claas Abrahams x Reijntje Aalbers, Willem Gerrits Nijdeke x Grietje Gerrits,
Albert Goudkuyl x Elsje Abrahams, Megtelt Gerrits, wed. van Beerend Gerrits,
Willem Jacobs x Hendrina Teunis, ook voor haar minderjarige kinderen en Jentje Alberts
wed. van Claas van Lohuysen investiture en oprukking als erfgenamen van Jelis Jans Lieve x Hendrikje Claassen.
Op dezelfde dag transporteren de erfgenamen het goed aan Egbert Hendrix.[34]
Het herengoed Ritbroeck of Ritbergh in het Ambt Apeldoorn, kerspel Apeldoorn, buurtschap Orden :
22-8-1771 : Albert Goudkuijl x Jenneken Geurts, Wouterus Staal, wednr. van Aalje Goudkuijl,
mede als voogd van zijn kinderen, Jan Willems x Jannetje Goudkuijl, Gerrit Stegeman,
wednr. van Cornelia Goudkuijl, mede als voogd van zijn kinderen en Jan Hendriks Buitenhuis,
minderjarige kindenen van wijlen voornoemde Cornelia, bij wijlen Henrik Buitenhuis en
laatstelijk Jacobus Eckenhuis en Albert Goudkuijl als voogden over Johanna , Lubbert en Anthonetta Eckenhuis,
kinderen van wijlen Peter Eckenhuis bij wijlen Janna Goudkuijl, tezamen (klein)kinderen en
erfgenamen van Lubbert Goudkuijl en Lubbertje Alberts, approbatie van een magescheid d.d. 15-8-1771,
waarbij dit herengoed aan eerstgenoemden is toegevallen.
22-8-1771 : Albert Goudkuijl x Jenneken Geurts investiture en oprukking ingevolge een geapprobeerd magescheid.[35]
Een herengoed in het Ambt Apeldoorn, kerspel Apeldoorn, buurtschap Wenum, na 1771 Goedwil of
Welgelegen genaamd: de saelweer 1 schepel, waerop een huijs staat van 3 gebondt, hebbende de volle
gerechtigheijt in de Wenemer Enck, waartoe noch gehoeren 4 molder opte voorseide Enck in vier perceelen.
22-8-1771 : Albert Goudkuijl x Jenneken Geurts, Wouterus Staal, wednr. van Aalje Goudkuijl,
mede als voogd van zijn minderjarige kinderen, Jan Willems x Jannetje Goudkuijl, Gerrit Stegeman,
wednr. van Cornelia Goudkuijl, mede als voogd van zijn minderjarige kinderen, Willem Blauwenoort en
Gerrit Holterman als voogden over Anthonia en Jan Hendrik Buitenhuis, minderjarige kinderen van wijlen
voornoemde Cornelia, bij wijlen Henrik Buitenhuis en laatstelijk Jacobus Eckenhuis en Albert Goudkuijl
als voogden over Johanna , Lubbert en Anthonetta Eckenhuis, minderjarige kinderen van wijlen Peter Eckenhuis
bij wijlen Janna Goudkuijl, tezamen (klein)kinderen en erfgenamen van Lubbert Goudkuijl en Lubbertje Alberts,
approbatie van een magescheid d.d. 15-8-1771, waarbij dit herengoed aan Wouterus Staal en zijn kinderen, alsmede
Gerrit Stegeman met zijn kinderen, is toegevallen (ieder voor de helft).[36]
Uit zijn eerste huwelijk (Goudkuil-NN):
-
a. NN Goudkuijl, geb./ovl. Apeldoorn 18-5-1766, beg. Apeldoorn 20-5-1766 ("dood op dese wereld gekomen ... op de Goudkuijl").
Uit zijn tweede huwelijk (Goudkuil-Diesberg):[37]
-
a. Lubbertje Goudkuyl, ged. Apeldoorn 22-11-1767, (=kw. nr. 35).
-
b. Geurt Goudkuyl, ged. Apeldoorn 19-3-1769 ("obiit"), ovl./beg. Apeldoorn 17/18-7-1769 (kind van Aalbert Goudkuijl op de Goudkuijl),[38]
-
c. Geertje Aalberts Goudkuyl, ged. Apeldoorn 4-6-1770, ovl. Apeldoorn 12-4-1826, woont onder Apeldoorn (1795),
otr./tr. Apeldoorn geref. 9/24-5-1795
Evert Jans Reumerman, ged. Vaassen 24-12-1769, ovl. na 1803, woont onder Apeldoorn (1795),
landbouwer (1825), landman (1829),
zn. van Jan Reumerman en Jacobje Gerrits.
-
1. Jenneken Reumerman, geb./ged. geref. Apeldoorn 31-1/7-2-1796, dienstmeid (1829),
tr. Apeldoorn 9-6-1829
Hendrik Brink, geb. Apeldoorn 1797/98, vleeshouwer (1829, 1830), slagter (1856),
zn. van Jan Brink, vleeshouwer, en Rika Beekman.
-
aa. Rika Brink, geb. Apeldoorn 29-1-1830, tr. Apeldoorn 21-6-1856
Hendrik Jan Ruimer, geb. Beekbergen (Apeldoorn) 1829/30, landbouwer (1856),
zn. van Hendrik Ruimer, landman, en Hendrika van Gerrevink, landvrouw.
-
2. Aalbert Reumerman, geb./ged. geref. Apeldoorn 27-11/9-12-1798.
-
3. Aaltje Ruimerman, geb./ged. geref. Apeldoorn 10/15-12-1799, ovl. na 1842, tr. Apeldoorn 17-6-1837[40]
Derk Boks, geb./ged. geref. Beekbergen 6/-10-1791, ovl. Beekbergen jan. 1862, wednr. van Johanna Brouwer,
papiermaker op de Ruitersmolen I aan de Beekbergsebeek te Beekbergen (1808-1843),[41]
werd na 1839 papierhandelaar, verkoopt in 1843 de hamerbakken, en richt de Ruitersmolen als korenmolen in,[42]
zn. van Berend Boks (Box) en Aaltje Woudenberg, eigenaresse van de Ruitersmolen I.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
4. Jacoba Reumerman, geb./ged. geref. Apeldoorn 11/22-11-1801.
-
5. Lubbertjen (Luberta) Reumerman, geb./ged. geref. Apeldoorn 7/27-8-1803, ovl. na 1842, tr. Apeldoorn 9-7-1825
Jacob Meij(e)rink, geb./ged. geref. Beekbergen 16/19-1-1800, ovl. na 1842, winkelier (1850), inlandsch kramer (1861), koopman (1865), dagloner (1869),
zn. van Jacob Meijerink en Maria Buitenhof.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Maria Meijrink, geb. Apeldoorn 1826/27, dienstmeid (1850),
tr. Apeldoorn 12-7-1850
Andries Jetsch, geb. Beekbergen (Apeldoorn) 1825/26, boerenknecht (1850),
zn. van Gijsbert Jetsch en Henderika Teunissen.
-
bb. Cornelis Meijerink, geb. Brummen 1830/31, boerenknecht (1861), dagloner (1889),
tr. 1o Apeldoorn 9-2-1861
Johanna Reeupkes, geb. Apeldoorn 24-6-1831, ovl. 1861-1889, dienstmeid (1861),
dr. van Teunis Reeupkes, arbeider, landbouwer, en Mechteld Kruimer,
tr. 2o Apeldoorn 12-1-1889
Jabikje Ketel, geb. Apeldoorn 1-1-1834 (erkend Apeldoorn akte 21-10-1856), wed. van Aaldert van der Beek,
dr. van NN NN en Johanna Ketel.
-
cc. Johanna Meijrink, geb. Doesburg 1837/38, tr. Brummen 7-6-1862
Gerrit Jan Honders, geb. Brummen 1838/39, zn. van Teunis Honders en Cornelisken Burgers.
-
dd. Albartus Meijrink, geb. Doesborgh 1839/40, dagloner (1869),
tr. Apeldoorn 25-9-1869
Hendrika Docter, geb. Apeldoorn 23-1-1847, dienstmeid (1869),
dr. van Klaas Docter,arbeider, papiermakersknecht, en Reintje Weinbergen.
-
ee. Frederika Meijerink, geb. Brummen 1842/43, dienstmeid (1865),
tr. Apeldoorn 4-11-1865
Derk Alphert Landaal, geb. Apeldoorn 25-1-1828, kleermaker (1858, 1865),
wednr. van Aaltje IJzerman,
zn. van Arie Landaal, kleermaker, en Klazina Hendrika Heethaar.
-
6. Jacob Reumerman, geb./ged. geref. Apeldoorn 1/12-4-1805.
-
7. Aalbert Reumerman, geb./ged. geref. Apeldoorn 25-1/15-2-1807.
-
d. Lubbert Goudkuyl, geb./ged. geref. Apeldoorn 7/12-7-1772 (get. Willemina Geurts Diesberg), ovl./beg. Apeldoorn 2/7-8-1777 (een - niet met name genoemd - kind van Aalbert Goudkuijl op de Goudkuijl, aangever Geurd Arends).
Uit zijn derde huwelijk (Goudkuil-Abrahams):[43]
-
e. Abraham Goudkuyl, geb./ged. Apeldoorn 26-6/7-7-1776, ovl. na 1817, j.m. (1802),
tr. 1o Veenendaal geref. 31-1-1802
Ev(e)reintje van de Haar, ovl. 1816/17, j.d., wonend te Veenendaal (1802),
tr. 2o Woudenberg 22-2-1817
Hendrika van Dijk, geb. Woudenberg 1789, dr. van IJsbrand van Dijk en Aaltje Eertsen Donkervoort.
Uit zijn eerste huwelijk (Goudkuyl-van de Haar) (o.a.?) :
-
1. Jan Goudkuil, ged. geref. Veenendaal 31-10-1802, ovl. na 1837, tr. Woudenberg 28-1-1826
Elisabeth van Ede, geb. Woudenberg 1803, ovl. na 1837, dr. van Willem van Ede en Jannetje Hak.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Jannetje Goudkuil, geb. Woudenberg 1824/25, tr. Woudenberg 7-11-1846
Gijsbert Wagensveld, geb. Woudenberg 1821/22, zn. van Jacobus Wagenveld en Willempje van Geijtenbeek.
-
bb. Abraham Goudkuil, geb. Woudenberg 1837/38, tr. Woudenberg 23-3-1866
Oetje van Domselaar, geb. Woudenberg 1843/44, dr. van Cornelis van Domselaar en Oetje Meerbeek.
-
2. Elsje(n) Goudkuijl, ged. geref. Veenendaal 2-6-1805, tr. Nijkerk 18-3-1840
Jan Brandsen, geb. Nijkerk 1815/16, zn. van NN NN en Jannetje Brandsen.
-
3. Rijna (Rijntje) Goudkuijl, geb. Woudenberg 1807/08, ovl. Geldersch Veenendaal 15-12-1867.
tr. Veenendaal 9-4-1835
Huibert Sukkel, geb./ged. geref. Veenendaal 5/16-4-1809, ovl. Ede 23-12-1887, arbeider (1842), landbouwer,
wednr. van Baatje van Maanen,
zn. van Hendrik Sukkel, landbouwer, en Petronella van der Voort.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Hendrik Sukkel, geb. Ede 1836/37, ovl. Ede 19-4-1902, landbouwer,
tr. Ede 8-8-1868
Maria Aartsen, geb. Veenendaal 1834/35, ovl. na 1902, dr. van Aart Aartsen en Jacoba Hartman.
-
bb. Everijntje Sukkel, geb. Ede 1838/39, tr. Ede 8-9-1866
Hendrik van Ravenswaaij, geb. Veenendaal 1839/40, zn. van Nikolaas van Ravenswaaij en Josephine Constance Stubbe.
-
cc. Petronella Sukkel, geb. Ede 1840/41, tr. 1o Ede 3-5-1884
Cornelis Johannes Hardeman, geb. Ede 1825/26, ovl. 1884-1910, wednr. van Aaltje Aartsen,
zn. van Cornelis Hardeman en Maria Margreta Gerardina Leusden.
tr. 2o Veenendaal 23-2-1910
Gerrit Slotboom, geb. Veenendaal 1837/38, wednr. van Hendrijntje Budding,
zn. van Klaas Slotboom en Aartje van Amerongen.
-
dd. Reintje Sukkel, geb. Geldersch Veenendaal 1842/43 ovl Geldersch Veenendaal (Ede) 6-10-1848 (oud 5 jaar).
-
ee. Aalbertus Sukkel, geb. Ede 1844/45, tr. Ede 11-11-1886
Rikje Gaasbeek, geb. Ede 1837/38, wed. van Aart de Fluiter,
dr. van Derk Gaasbeek en Jacobje van Egdom.
-
ff. Rijk Sukkel, geb. Ede 1848/49, tr. Ede 16-3-1878
Hendrikje Beijer, geb. Ede 1846/47, dr. van Willem Beijer en Elsje van der Meiden.
-
4. Aalbert Goudkuil, geb. Woudenberg 1809/10, tr. Woerden 10-11-1854
Jannigje Hogendoorn, geb. Waarder 1804/05, zn. van Gerrit Hogendoorn en Cornelia Verburg.
-
5. Gerrigje (Gerritje) Goudkuil, geb. Woudenberg 1816, tr. Woudenberg 1-10-1841
Ar(r)is (Erris) Vonk, geb. Renswoude 1814, zn. van Gerrit Vonk en Neeltje Gertse Pol.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Abraham Vonk, geb. Woudenberg 1844/45, tr. Woudenberg 26-5-1871
Hillegonda Blankestijn, geb. Amerongen 1847/48, dr. van Adrianus Blankestijn en Geertje Vonk.
-
bb. Cornelis Vonk, geb. Woudenberg 1845/46, tr. Woudenberg 17-10-1893
Christina Velthuizen, geb. Woudenberg 1853/54, dr. van Jelis Velthuizen en Geertje van Garderen.
-
cc. Gerritje Vonk, geb. Woudenberg 1856, tr. 1o Woudenberg 21-12-1878
Jan Pieter van Garderen, geb. Woudenberg 1839/40, ovl. 1878-1897, zn. van Willem van Garderen en Jannetje Breeschoten.
tr. 2o Woudenberg 25-2-1897
Gerrit Bakkenes, geb. Woudenberg 1854/55, zn. van Grietje Bakkenes.
Uit zijn derde huwelijk (Goudkuijl-Abrahams):
-
f. Abraham Goudkuijl, geb./ged. geref. Apeldoorn 26-6/7-7-1776 (get. Harmina Geurds Diesberg).
-
g. Lubbert Goudkuyl, geb./ged. geref. Apeldoorn 22/26-4-1778 (get. Megteld Everts, ovl. Apeldoorn 13-12-1842, woont te Apeldoorn (1799..1811) op de Goudkuijl (1803),
journalier (dagloner), ingezetene van Apeldoorn en Het Loo (1811),[44]
boer (1813), bezembinder te Deventer (1819), landbouwer, landman (1825),
arbeider (1838, 1841),
otr. 1o Apeldoorn geref. 27-10-1799
Dirkje Hendriks Disbergen, geb. Apeldoorn 29-11-1775, ovl. Deventer 14-11-1819, woont te Apeldoorn (1799),
dr. van Hendrik Geurts Disbergen en Jenneke Dirks Velthoen, tr. 2o Apeldoorn 30-9-1825
Dorothea Jans (Derkje Loogen (van het Haar)), geb. Vaassen RK 25-6-1793, werkvrouw, landbouwster (1825),
dr. van Loog Jans en Janna Derks, wed. van
Herman Jansen Bossenbroeck.
Uit zijn eerste huwelijk acht kinderen [45], waaronder :
-
1. Elsjen Goudkuil, geb./ged. geref. Apeldoorn 11/17-8-1800.
-
2. Hendrik Goudkuil, geb./ged. geref. Apeldoorn 5/9-5-1802, ovl./beg. verm. Apeldoorn 29-5/1-6-1803 (een -niet met name genoemd- kind van Lubbert Goudkuijl op de Goudkuijl).
-
3. Jenneken Goudkuil, geb./ged. geref. Apeldoorn 4/30-6-1805.
4) A(a)lbert Goudkuil, eb/ged. geref. Apeldoorn 21-4/3-5-1807, ovl. 1854-1890, arbeider (1838, 1843, 1854, 1877), landman (1846),
tr. Apeldoorn 2-3-1838
(Joh)Anna Catharina Scholten, geb. Meppel 1815/16, ovl. Arnhem 8-10-1890, naaister (1838),
dr. van Gerrit Scholten, winkelier, en J(oh)anna Pi(j)lter.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Gerrit Goudkuil, geb. Woudenberg 1838/39, tr. Epe 29-1-1870
Gerritje Nijhof, geb. Vaassen 1839/40, dr. van Jan Nijhof en Jannetje Logtenberg.
-
bb. Dirk Goudkuil, geb. Woudenberg 1841/42, tr. Duiven 3-5-1879
Clasina Johanna Veenhuizen, geb. Brummen 1850/51, dr. van Gerrit Jan Hermanus Veenhuizen en Hendrijette van den Billaar.
-
cc. Johanna Goudkuil, geb. Apeldoorn 6-9-1843.
-
dd. Johannes Goudkuil, geb. Apeldoorn 24-1-1846, arbeider (1877),
tr. 1o Apeldoorn 27-10-1877
Jacoba van Doggenaar, geb. Nijkerk 1831/32, ovl. 1877-1892, dienstmeid (1877),
dr. van Willem van Doggenaar en Grietje Denneboom,
tr. 2o Arnhem 28-12-1892
Jantje Ploeg, geb. Beekbergen 2-10-1861, wed. van Jacobus Johannes Drost,
dr. van Jan Ploeg, landbouwer, en Trijntje Dorland.
-
ee. Lubert Goudkuil, geb. Apeldoorn 15-3-1854, huisknecht (1893),
tr. Apeldoorn 11-2-1893
Petronella Willemina van Druten, geb. Bemmel 1863/64, dienstbode (1893),
dr. van Andries van Druten, landbouwer, en Gerritje Derksen.
-
4. Hendrik Geurds(!) Goudkuil, geb./ged. Apeldoorn 2/12-2-1809, ovl. jong?
-
5. Hendrik Goudkuil, geb./ged. Apeldoorn 6/19-8-1810, ovl. na 1848, boerenknecht (1841), arbeider (1842, 1848), landman (1845, 1848),
tr. 1o Apeldoorn 6-3-1841
Jacomina Wolven, geb./ged. geref. Apeldoorn 13-1/3-2-1811, ovl. 1848, huiswerkdoende (1841),
dr. van Frederik Wolven en Annetje van Zeist Massink,
tr. 2o Apeldoorn 15-9-1848
Geertruida Klomp, geb. Vaassen 1806/07, dr. van Jochem Klomp en Gerritje Montezaan.
Uit zijn eerste huwelijk (Goudkuil-Wolven) :
-
aa. Derk Goudkuil, geb. Apeldoorn 27-7-1842, ovl. jong?
-
bb. Albert Goudkuil, geb. (Apeldoorn) 1843/44, slager (1880),
tr. Apeldoorn 5-6-1880
Janna Uit den Bogaard, geb. Epe 1853/54, dr. van Egbert Uit den Bogaard en Aartje Wagenaar.
-
cc. Derk Goudkuil, geb. Apeldoorn 29-12-1845, koetsier (1888),
tr. Apeldoorn 15-12-1888
Derkje Slijkhuis, geb. Apeldoorn 31-12-1853, dienstbode (1888),
dr. van Derk Slijkhuis, tuinman, en Aaltje van Olst.
-
dd. Frederik Goudkuil, geb. Apeldoorn 29-5-1848.
Uit zijn tweede huwelijk (Goudkuil-Klomp) :
-
ee. Jacob Goudkuil, geb. Apeldoorn 7-8-1849.
-
6. Andries Goudkuil, geb. Apeldoorn 9-2-1813.
Uit zijn tweede huwelijk twee kinderen [46], waaronder:
-
7. Hermina Goudkuil, geb. Apeldoorn 12-12-1825, tr. Epe 12-5-1855
Johannes Mossink, geb. Epe 1823/24, zn. van Lammert Mossink en Geertruij Hagen.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Geertruida Mossink, geb. Epe 1859/60, tr. Epe 31-7-1893
Johannes Schimmelpennink, geb. Epe 1863/64, zn. van Gradus Schimmelpennink en Bernardina Schoemaker.
-
8. Derk Goudkuil, geb. Apeldoorn 1827/28, tr. Voorst 15-11-1862
Antonia Terpelle, geb. Twello 1834/35, dr. van Willem Terpelle en Maria Karman.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Maria Willemina Goudkuil, geb. Voorst 1865/66, dienstbode (1887),
tr. Apeldoorn 7-5-1887
Willem Wolf, geb. Apeldoorn 4-4-1864, metselaar (1887),
zn. van Willem Wolf, metselaar, en Hermina Zoelen.
-
bb. Wilhelmina Goudkuil, geb. Epe 1873/74, tr. Apeldoorn 23-1-1902
Wilhelmus Mauritius Roes, geb. Gendringen 1866/67, zn. van Bernardus Roes en Willemina Huls.
-
h. Gerrit Goudkuyl, geb./ged. geref. Apeldoorn 17/19-2-1779 (get. Cornelia Wouters), ovl./beg. Apeldoorn 5/9-8-1781 (een -niet met name genoemd- kind van Aalbert Goudkuijl op de Beente, aangever Egbert Thuenis),[47]
72. HENDRIK HENDRIKSZ HOPSTER, ged. Vriezenveen 7-2-1740, ovl. Vriezenveen 1774/75, koster.
tr. 1o Vriezenveen kerk 14-4-1764
FENNIGJE HENDRIKSDR KOSTER, ged. Vriezenveen 1737[48], ovl. 1768/69, dr. van Hindrick Koster en Geertjen Jansen Bramer,
tr. 2o Vriezenveen kerk 1769[49]
73. BERENDINA JANSEN HULST, geb. 1738-1748, ovl. 1777-1784, tr. 2o Vriezenveen kerk 17-9-1775
JAN HEKHUIJS, ged. Getelo (D) 1758[50]
, ovl. Uelsen (D) 29-12-1829,[51]
wonend onder Uelsen (1775),
zn. van Hendrik Jansen Hekhuis en A(a)le Detert (Deters).
Hij hertr. Uelsen (D) 4-3-1784 Zwenne Bouwman.
Uit zijn eerste huwelijk (Hopster-Koster) geboren :[52]
-
a. Hen(d)ricus Hopster, ged. Vriezenveen 1768, als knegt vermeld in de lijst van intekenaren die een bijdrage hebben geleverd aan de verbouwing van de Gereformeerde Kerk te Vriezenveen (1801) voor een bedrag van ƒ 2,--.,
[53]
als landbouwer vermeld als huiseigenaar in het kadaster van Vriezenveen (1832),[54]
betaalt, als behorend onder de (laagste) inkomensklasse, ƒ 0,50 personele quotisatie te Vriezenveen voor huis nr. 112 (1808),[55]
Uit zijn tweede huwelijk (Hopster-Hulst) geboren :[56]
-
b. Fred(e)rik (Fredericus) Hopster, ged. Vriezenveen 14-10-1770, ovl. Apeldoorn 2-12-1845, (=kw. nr. 36).
-
c. Jennegjen Hopster, ged. Vriezenveen 1773, ovl. Vriezenveen (akte 17-9-1849), tr. Vriezenveen kerk 1795[57]
Otto Hendriks Buterman, ovl. verm Vriezenveen (akte 20-11-1830 als zn. van Hendrik Otten en Aeltjen Koster),
als Otto Hindriks vermeld in de lijst van intekenaren die een bijdrage hebben geleverd aan de verbouwing van de Gereformeerde Kerk te Vriezenveen (1801) voor een bedrag van ƒ 4,--,[58]
betaalt, als behorend onder de (laagste) inkomensklasse, ƒ 0,50 personele quotisatie te Vriezenveen voor huisnr. 252 (1808).[59]
-
1. Henderik Otten Buterman, geb./ged. Vriezenveen 1796, ovl. vóór 1798.
-
2. Hendrik Otten Buterman, geb./ged. Vriezenveen 24-1-1798/.., ovl. Vriezenveen 1873, als landbouwer vermeld als huiseigenaar in het kadaster van Vriezenveen (1832),[61]
tr. Vriezenveen 14-5-1825
J(oh)anna Bom, geb./ged. Vriezenveen 25-3-1794/, ovl. Vriezenveen 1878, dr. van Jan Lucas Bom en Geertjen Harms Zomer.
Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder :
-
aa. Jennigjen Buterman, geb. Vriezenveen 1827/28, tr. Vriezenveen 9-11-1854
Klaas Zwolsman, geb. Blokzijl 1832/33, zn. van Willem Zwolsman en Aaltjen Timmerman.
-
bb. Gezina Buterman, geb. 1837/38, tr. Vriezenveen 16-4-1870
Johannes Oudendijk, geb. 1839/40, zn. van Klaas Oudendijk en Gezina Hoff.
-
3. Bernardus Buterman, geb./ged. Vriezenveen 1804, ovl. Vriezenveen 1852, als landbouwer vermeld als huiseigenaar in het kadaster van Vriezenveen (1832),
[62]
tr. Vriezenveen 17-5-1828 ("bruid opgevoed te Amsterdam")
Eva Annes, geb. Amsterdam 1797, ovl. Vriezenveen 1869, dr. van Simon Annes en Souke Hendriks.
Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder :
-
aa. Otto Buterman, geb. Vriezenveen 1831/32, tr. Vriezenveen 31-3-1866
Jennigjen Nijboer, geb. Ambt Hardenberg 1834/35, dr. van Klaas Nijboer en Fennigjen van den Berg.
-
bb. Johanna Buterman, geb. Vriezenveen 1834/35, tr. Vriezenveen 9-5-1863
Jan Hendrik Bosboom, geb. Hellendoorn 1829/30, zn. van Zwier Bosboom en Janna Jansen.
-
cc. Hendrik Albertus Buterman, geb. Vriezenveen 1842/43, tr. Vriezenveen 15-4-1876
Mina Jansen, geb. Vriezenveen 1850/51, dr. van Engbertus Jansen en Johanna Pot.
-
4. Aaltjen Hendriks Buterman, geb./ged. Vriezenveen 1807, ovl. Vriezenveen (aang. 12-7-1808),[63]
-
5. Albert Hendriks Buterman, geb./ged. Vriezenveen (aang. 2-3-1811), ovl. Vriezenveen 1811,[64]
-
6. levenloze zoon Buterman, geb./ovl. Vriezenveen (akte 11-5-1812).
-
d. Johanna Hopster, ged. Vriezenveen 1774, ovl. Vriezenveen (akte 16-3-1850), tr. ca. 1799[65]
Jan Abbink, ged. Vriezenveen, ovl. Vriezenveen (akte 12-9-1845), vermeld in de lijst van intekenaren die een bijdrage hebben geleverd aan de verbouwing van de Gereformeerde Kerk te Vriezenveen (1801) voor een bedrag van ƒ 2,--,[66]
betaalt, als behorend onder de (laagste) inkomensklasse, ƒ 0,50 personele quotisatie te Vriezenveen voor huisnr. 305 (1808),[67]
als landbouwer vermeld als huiseigenaar in het kadaster van Vriezenveen (1832),
[68]
zn. van Gerrit Jan Abbink en Geertjen Smelt.
-
1. Gerhardus Abbink, geb. Vriezenveen 1801/02, ovl. Vriezenveen (akte 18-8-1833), als landbouwer vermeld als huiseigenaar in het kadaster van Vriezenveen (1832),
[70]
tr. Vriezenveen 18-4-1829
Johanna Noltes, geb. Vriezenveen 1807/08, dr. van Derk Noltes en Hermina Eshuis.
-
2. Jan Hendrik Abbink, ovl. jong?
-
3. Jan Hendrik Abbink, geb. Vriezenveen 1810/11, tr. 1o Vriezenveen 11-3-1837
(H)Anna Evers, geb. Vriezenveen 1811/12, ovl. 1843-1856, dr. van Albert Evers en Cornelia Lemans,
tr. 2o Avereest 23-2-1856
Maria van Tongeren, geb. Wassenaar 1806/07, dr. van Gerrit van Tongeren en Maria Voogt,
wed. van Benjamin ter Horst van Delden.
Uit zijn eerste huwelijk (Abbink-Evers) (o.a.?):
-
aa. Johannes Abbink, geb. Heerde 1836/37, tr. Stad Ommen 9-11-1861
Susanna Gerridina van Elburg, geb. Ambt Ommen 1832/33, dr. van Gerrit van Elburg en Maria Konijnenbelt.
-
bb. Kornelius Abbink, geb. Heerde 1843/44, schipper (1871..1875),
tr. Sleen 2-2-1871
Johanna Geertrui Kamerling, geb. Assen 19-4-1847, dr. van Roelof Kamerling, broodbakker, en Jantien Stoker.
-
aaa. Anna Abbink, geb. Schoonoord (Sleen) 3-11-1871.
-
bbb. Jantien Abbink, geb. Schoonoord (Sleen) 22-1-1873.
-
ccc. Roelof Abbink, geb. Schoonoord (Sleen) 2-4-1875.
-
4. Bernardus Abbink, ovl. Vriezenveen (akte 5-8-1833)
-
5. Gerrit Abbink, geb. Vriezenveen 1815/16, als landbouwer vermeld als huiseigenaar in het kadaster van Vriezenveen (1832),
[71]
tr. Vriezenveen 15-9-1843
Geertje Jansen, geb. Daarle (Hellendoorn) 1810/11, dr. van Hermannus Jansen en Janna Jansen.
-
e. Jennegjen Hopster, ovl. Vriezenveen (akte 17-8-1849).
Uit haar tweede huwelijk (Hekhuijs-Hulst) geboren:[72]
-
a. Hendrik Hekhuis, geb./ged. Vriezenveen 1/2-3-1777, ovl. Vriezenveen 8-1-1851, betaalt, als behorend onder de inkomensklasse 150-175 gulden per jaar, ƒ 3,00 personele quotisatie te Vriezenveen voor huisnr. 274 (1808),[73]
landbouwer,
boer en ingezetene van Vrieseveen (1811),[74]
als landbouwer vermeld als huiseigenaar in het kadaster van Vriezenveen (1832),
[75]
tr. Vriezenveen ca. 1807[76]
Fina Aman, ged. Vriezenveen 30-4-1786, ovl. Vriezenveen (akte 22-6-1840), dr. van Jan Aman en Geertjen Schipper.
-
1. Jan Hekhuis, geb. Vriezenveen 22-1-1808, ovl. Vriezenveen voor 1811.
-
2. Gezina Hekhuis, geb. Vriezenveen 15-4-1810, ovl. Vriezenveen 26-2-1868, tr. Vriezenveen 7-4-1855
Albertus Teunis, geb. Vriezenveen 1825, zn. van Jan Teunis en Hanna Bramer.
-
3. Berendina Hekhuis, geb. Vriezenveen 13-8-1812, ovl. Vriezenveen 2-1-1819.
-
4. Johanna Hekhuis, geb. Vriezenveen 30-9-1814, ovl. Vriezenveen 30-8-1860, tr. Vriezenveen 11-4-1846
Gerrit Noordkamp, geb. Vriezenveen 1815, zn. van Jan Noordkamp en Hendrine Mensink.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Fina Noordkamp, geb. Vriezenveen 21-2-1849, ovl. Huizen (Hoogeveen) 17-4-1865.
-
5. Jan Hekhuis, geb. Vriezenveen 30-9-1817, ovl. Vriezenveen 19-10-1884, als landbouwer vermeld als huiseigenaar in het kadaster van Vriezenveen (1876),
[78]
tr. Vriezenveen 5-4-1856
Alberdina Nijland, geb. Vriezenveen 1827, ovl. Vriezenveen 1904, dr. van Jan Nijland en Willemina Schutten.
Uit dit huwelijk 5 kinderen geboren te Vriezenveen (1857-1868), waaronder:
-
aa. Hendrik Adolf Hekhuis, geb. Vriezenveen 1856/57, tr. Vriezenveen 21-10-1887
Aaltjen Folbert, geb. Vriezenveen 1862/63, dr. van Albertus Folbert en Jennigjen Landhuis.
-
bb. Willemina Hendrika Hekhuis, geb. Vriezenveen 1858/59, tr. Vriezenveen 4-11-1886
Gerrit Jan Staarman, geb. Den Ham 1858/59, zn. van Albertus Staarman en Fredrika Miskotte.
-
cc. Fina Johanna Hekhuis, geb. Vriezenveen 1864/65, tr. Vriezenveen 4-5-1888
Gerrit Aman, geb. Vriezenveen 1863/64, zn. van Hendrik Fredrik Aman en Johanna Kobes.
-
6. Berendina Hekhuis, geb. Vriezenveen 7-2-1820, ovl. Vriezenveen 19-2-1883, als landbouwster en wed. van Bernard Schoenmaker, vermeld als huiseigenaar in het kadaster van Vriezenveen (1876),
[79]
tr. 1o Vriezenveen 28-4-1855
Bernardus Schoenmaker, geb. Vriezenveen 1817, ovl. 1856, zn. van Barend Schoenmaker en Aaltjen Waanders.
tr. 2o Vriezenveen 28-11-1857
Gerrit Dorgelo, geb. Ambt Ommen 1829, zn. van Jan Dorgelo en Gerritdina Kamerman.
Uit haar tweede huwelijk (Dorgelo-Hekhuis) (o.a.?):
-
aa. Gerritdina Fina Dorgelo, geb. Vriezenveen 1857/58, tr. Vriezenveen 29-9-1883
Jan Poortman, geb. Vriezenveen 1850/51, zn. van Derk Poortman en Hendrika Harbers.
-
7. Hendrika Klasina Hekhuis, geb. Vriezenveen 2-3-1822, ovl. Vriezenveen
26-10-1873, tr. 1o Vriezenveen 30-3-1850
Otto Evers, geb. Vriezenveen 1822, ovl. Vriezenveen 1866, zn. van Zwerus Evers en Jenneken Koes.
tr. 2o Vriezenveen 14-12-1867
Adam Kleijssen, geb. Vriezenveen 1823/24, ovl. Vriezenveen 1911, zn. van Jan Kleijssen en Gerhardina Evers.
-
8. Hendrik Hekhuis, geb. Vriezenveen 1-5-1824, ovl. De Huizen (Hoogeveen) 24-11-1917, timmerman,
tr. Vriezenveen 10-5-1856
Jeleyetta (Jelle Jetta) van Eijck, geb. Tubbergen 28-6-1829, ovl. Hoogeveen 16-6-1892, dr. van Pieter Jelkes van Eijck en Magdalena Hospers.
Uit dit huwelijk 4 kinderen :
-
aa. Magdalena Hekhuis, geb. Huizen (Hoogeveen) 15-5-1858 ovl De Huizen (Hoogeveen)7-11-1873.
-
bb. Fina Hendrika Hekhuis, geb. Huizen (Hoogeveen) 8-1-1863, ovl. De Huizen (Hoogeveen)14-4-1924, tr. Hoogeveen 30-11-1889
Oene Klijnsma, geb. Weststellingwerf 1864/65, ovl. vóór 1924, zn. van Jacob Foppes Klijnsma en IJnskje Klazes de Jong.
-
cc. Gesina Hekhuis, geb. Huizen (Hoogeveen) 15-5-1864, ovl. Hoogeveen 24-8-1913, tr. Hoogeveen 5-10-1889
Coenraad Hagen, geb. Hoogeveen 1864/65, ovl. vóór 1913, zn. van Koendert Hagen en Alberdina Krans.
-
dd. Pieterdina Johanna Hekhuis, geb. De Huizen (Hoogeveen) 14-5-1870, ovl. Huizen (Hoogeveen) 8-2-1871.
-
9. Fina Hekhuis, geb. Vriezenveen 29-4-1827, ovl. Vriezenveen 9-11-1901, tr. Vriezenveen 22-3-1856
Jan Broertjen, geb. Vriezenveen 1829, ovl. Vriezenveen 1906, als landbouwer vermeld als huiseigenaar in het kadaster van Vriezenveen (1876),
[80]
zn. van Gerrit Broertjen en Willemina Mulder.
-
10. Johannes Hekhuis, geb. Vriezenveen 24-8-1830, ovl. Vriezenveen 26-1-1858, ongehuwd.
74. KOST LOOGEN (VAN GARDER, VAN DE FLIERT)(¥), geb. Nijkerk vóór ca. 1750, ovl./beg. Barneveld 28-1/3-2-1778,[81]
diaken te Barneveld (1776),
treedt als Cost van de Flier op als geërfde in Barneveld (1771, 1777),[82]
otr. Barneveld 19-10-1769 [83]
75. EVERTJE JANSEN(¥), geb. Barneveld vóór ca. 1750, beg. Barneveld 10-6-1797 [84], otr./tr. 2o Barneveld 14 of 21-2-1779 [85]
HUI(J)BERT(US) LENS, beg. Barneveld 19-6-1795, is op 28-12-1778 met attestatie uit Utrecht naar Barneveld gekomen,
j.m. van Utrecht (1779),
belender aan 't zogenaamde Kerkhoffs Dijkje te Barneveld (1788).[86]
| COMMENTAAR(¥)
In een akte van 10-6-1771 treedt Cost van de Flier op als geërfde in Barneveld, terwijl indezelfde akte sprake is van Korst Logen als belender. Dit lijkt te suggereren dat Cost van de Flier en Ko(r)st Lo(o)gen niet een en dezelfde persoon zijn.
[87]
|
COMMENTAAR(¥)
Te Barneveld wonen achtereenvolgens in hetzelfde huis aan de Langstraat:
[88]
Aart van Gerder (1758-1769) die het in 1758 koopt,
Kost Loogen (1769-1774), (in 1770: heet hij Kost van Garder),
diens weduwe (1774-1779),
Heubert Lens (1779-1794), (1780: Huijbert, 1782: Heuijbert)
diens weduwe (1794-1796)
Evert Van der Flier(t) (1796-1807), heeft zich verdronken in de beek.
Welke Evert is dit? Blijkbaar niet onderstaande Evert x Grietje Romijn, die in 1815 nog een kind krijgen.
Hieruit valt wellicht voorzichtig te concluderen dat Aart van Gerder en Kost van Garder (Kost Loogen), broers zijn en mogelijk zoons van ene Loog (van Gerder) of NN Loogen.
Voorts is Kost van de Fliert (Kost Loogen) vermoedelijk een broer van Jan van de Flier, die optreedt als voogd over de onmondige kinderen van Kost van de Fliert en Evertje Jansen. Deze Jan komt in de gegevens van Barneveld verder niet voor, zou hij uit Nijkerk komen? Zoek aldaar.
Verder nog te onderzoeken mogelijke verwantschap met:
Evert Janse van de Flier tr. Teuntje Coster, waaruit een dr. Antonia 3-3-1743 (Nijkerk?).
Aart Jansse otr. Nijkerk 22-10-1732[89] Gerritje Willemse,
waaruit een zoon Cornelis Aartsen van de Fliert, ged. Nijkerk 9-9-1742.
Een Aalt van de Vliert is diaken en ouderling te Nijkerk (1747..1770)[90].
Anna, wed. van Aalt van de Vliert betaalt verponding voor een huis in het dorp Barneveld (1749)[91].
Zie voor diverse van der Fliert te Nijkerk ook [92]
en [93]
.
Aelt van de Vliert, bewoner van een huis in de Langstraat (1723)[94].
Voor Van der Flier zie ook [95].
Testamenten te Barneveld :
19-3-1746, Aelt van der Vliert,
7-2-1746, Aelt van der Vliert (lijftucht),
7-2-1746, Anna van der Vliert (lijftucht),
22-3-1755, Anna van de Vliert,
20-3-1758, Hendrikje van de Vliert,
20-3-1758, Teuntje van de Vliert.
Costerus van Garderen, tr. vóór 1770
Aartje van Garderen. -
a. Celia (Ceetje) van Garder(en), geb. Barneveld 1769/70, ovl. Barneveld 7-7-1851 (oud 81 jaar), tr. vóór 1808
Jan van R(h)ee, ovl. 1818(1829?)-1851, weever (1812, 1829), daghuurder (1816).
Uit dit huwelijk (o.a.?) .
-
1. Bart van Rhee, geb. Barneveld 1807/08, wagenmakersknegt (1829),
tr. Barneveld 11-9-1829
Maria Hapen, geb. Barneveld 1811/12, werkster (1829),
dr. van Hendrik Hermsen Hapen, daghuurder, en Gerritje Aarts van Rozelaar.
-
2. Cornelisje van Ree, geb. Barneveld 1810/11, ovl. Barneveld 5-11-1812 (oud 1 jaar).
-
3. Cornelia van Ree, geb. Barneveld 1815, ovl. Barneveld 5-4-1816 (oud 9 maanden).
-
4. Aart van Ree, geb. 1818/19, ovl. Barneveld 11-2-1851, kleermaker (1851).
Dit valt niet in overeensteming te brengen met Ref. [96]:
Jan Cornelissen van Garderen, geb. Stroe, ged. geref. Garderen 28-2-1740, otr. Barneveld 18-6-1773
Geesje Jacobs, geb. Harskamp, ged. geref. Otterlo 14-1-1753. -
a. Celia (Ceeltje, Seeltje, Zeeltje) van Garder(en), geb./ged. geref. Barneveld 19/21-11-1781, otr. Barneveld 12-10-1798
Jan Willems van R(h)ee, geb. Barneveld ca. 1770, landbouwer,
zn. van Jan Willems en Willempje Jans.
|
| COMMENTAAR(¥)
Zij is mogelijk Evertje, ged. Barneveld 26-1-1749, als dr. van Jan Eersens
en Bartje Peters.[97]
Er zijn echter geen kinderen naar dezen vernoemd. Of zijn
er nog meer kinderen?
|
Op 21-5-1779 vindt mageschijd plaats tussen Evertjen Jans, weduwe van
Cost van de Flier en de voogden over haare minderjarige kinderen, waarbij de moeder haar halv huijs verbind voor het aan de kinderen bewesene vaders versterff.
Tussen Evertjen Jans, weduwe van Cost van de Flier, geadsisteert als
regtens met Huijbert Lens, als haare hier toe verkorene momboir ter eenre
en Jan van de Flier en Evert van Norden als voogden over de drie
minderjarige kinderen, met namen Aart, Hendrikjen en Evert van de Flier,
bij gezijde Evertjen Jans door Cost van de Flier ehelijk verwekt ter
anderen zijde een erfmagescheijdt opgerigt.
De verdeling bestaat hieruit dat het ongereede goed, bestaande in een huijs en hoff in Barneveld gelegen al nog in het gemeen blijven sal,
blijkende dat den zuijveren boedel (behalve het in gemeen gebleven ongereede)
is overschietende, eene summa van ƒ 2400-8-11. En derhalve aan de drie
onmundige kinderen te zamen voor hunlieder vaders versterff bij desen
word toeerkent eene summa van ƒ 1200-4-6. Mageschijdsvrienden zijn :
W. B. Blanken, Arent Vonck van Wolffswijnkel, Jacob Verschuur en
Lubbert Jansen Cozijnsen.[98]
In een doorgehaalde (vanwege het royement op 3-5-1797) akte van 31-12-1782 staat dat Hermannus Vonck x
Elisabeth van Romswinkel eene capitale summa van ses hondert caroly
guldens schuldig zijn wegens geleende penningen aan Jan van de Flier
en Evert van Norden als voogden over de drie minderjarige kinderen
van Evertjen Jans in haar eerste huwelijk door Cost van de Flier
ehelijk verwekt.
Zij geven in onderpand hunlieder huijs en hoff in Barneveld in de
Groote Straat, zooals bij hunlieden zelvs bewoont en gebruijkt wordt.
(geroijeert den 3e meij 1797).[99]
Op 22-6-1784 cederen en transporteren Mr W. B. Blanken en C. Sonnevelt
als gevolmagtigden van Derk van Spankeren weduwenaar en boedelhouder
van Willemijntje Gijsberts pro se en als vader en voogd over zijn nog minderjarige kinderen aan Huijbert Lens x Evertjen Jans voor de summa
van een hondert en agt guldens vrij gelt de geregte halvscheijd aan een
hoff gelegen aan het Kerkhoffs Dijkje, tussen de hooven van
Hermannus van der Kiefft en Jan Riksen Jets, waarvan de wederhelvt
Anthony van Spankeren is toebehorende en wel de agterste helvt zo
als afgebaakt is.[100]
Op 27-2-1790 transporteren Anthonij van Spankeren x Geurtjen Brands
aan Huijbert Lens x Evertjen Jans voor de somma van tachentig guldens
vrijgeld de geregte halvscheijd aan een hoff gelegen aan het Kerkhoffs Dijkje
in Barneveld, tusschen de hoven van Hermannus van der Kieft en
Jan Riksen Jets, waarvan de wederhelvte koperen bereets
in eijgendom is toebehorende. [101]
Op 6-5-1797 transporteren Hendrik Besselsen x Aaltjen Aalten en
Frans Besselsen x Geertjen Aalten aan Evertjen Janssen, weduwe
van Huijbert Lens en haare erven voor een somma van vijffhondert en
vijfftig guldens vrijgeld een huijs kamer en hoff in Barneveld in de
Catharijne straat, tusschen de huijsinge van de weduwe van
Gijsbert Groenesteijn en dat van Geurt Rademaker.[102]
Uit haar eerste huwelijk (van de Fliert-Jansen) gedoopt te Barneveld:
(In mrt 1774 en feb. 1775 worden er onbenoemde kinderen van dit echtpaar begraven te Barneveld.)
-
a. Aart van de(r) Fliert, ged. Barneveld 9-9-1770 [103], ovl. Barneveld 1-1-1839, woont (1796-1797) in een huis in de Langstraat te Barneveld,
(1797-1807) in een huis te Barneveld (stratenatlas nr. 132),
[104]
belender in de Catharijnestraat te Barneveld (1798),[105]
verwer (1798),
patentschuldig te Barneveld (1812-1831) als (huis)schilder, glasemaker en verwer[106],
geërfde te Barneveld (1800),[107]
betaalt als Aart van de Fliert, schilder, ƒ 1.90 Belasting op het gemaal te Barneveld voor het malen van 4 mud graan (1825),[108]
woont te Barneveld (1827), als glazenmaker geboren te Barneveld (1770),
[109]
tr. vóór 1797
Catharina Blom, ged. Alphen 1761/62, ovl. Barneveld 19-9-1832, dr. van Gijsbert Blom en Nelletje Buitenweg.
Aart van de Flier, 27 jaar, verwer, gehuwd, wordt in 1798 vermeld als contribuabel maar vrijgesteld wegens lichaamsgebrek, op de lijst van Barneveldse ingezetenen van 18 jaar en ouder, die geschikt zijn om wapens te dragen.[110]
Op 16-5-1799 vindt plaats het erfmagescheijd opgerigt tusschen
Evert van der Flier en Hendrikje van der Flier, in deeze zooveel
noodig geassisteert als regtens met Evert van der Flier ter eenre en
Aart van der Flier x Catharina Blom ter ander zijde. Het
betreft de geheele boedel en nalatenschap van hunlieder moeder
Evertje Jans, voormaals getrouwt geweest met Cost van der Flier en
laast weduwe van Huijbert Lens.
Er wordt bepaald dat ten eerste Evert en Hendrikje van der Flier met
haar beijde in gemeenschap zullen hebben een huijs en hof in desen dorpe
van Barneveld, door condividenten tans zelvs bewoont en gebruikt wordende,
alsmede nog een hofje liggende aan het zoogenaamde Kerkhofsdijkje.
Aan de tweede condividenten Aart van der Flier x Catharina Blom word
bij desen toe en aangedeelt een huis en erv in de Catharijnestraat van
Barneveld, bij haar zelve voor een gedeelt bewoont en gebruikt wordende. Magescheijdsvrienden zijn Willem van Bommel, Cornelis van Gortel,
Evert van Norden en Gijsbert van Spankeren.[111]
In een doorgehaalde (blijkbaar vanwege het royement op 29-7-1807) akte van 22-5-1799 staat dat Aart van der Flier x
Catharina Blom een capitale somma van drie hondert caroly guldens
schuldig zijn wegens ontfangen penningen aan Metje Robbers en haare
erven betreffende een onderpand, hunlieder eijgendommelijk huijs en
erve met zijn tuijn daaragter in Barneveld in de Catharijnestraat door
comparanten debiteuren ehelieden zelvs bewoont en gebruijkt wordende en
waar van de kamer van gemeld huijs tans in huur gebruijkt en bewoond
word bij Isaak Jets.(geroijeert op den 29 juli 1807).[112]
Op 18-1-1802 cedeeren en transporteeren Aart van der Flier en Catriena Blom
echtelieden, te samen en een ieder voor de helfte, aan Evert van Norden
en Evert van der Flier,
een huijs hof en kamer daar aan vast en verder getimmer in Barneveld in de
Catharijnestraat tusschen de huijsinge van Pieter Budding ten noorden
ter eenre en dat van de weduwe Gijsbert Groenestein terwesten ter andere
zijde, met den eijgendom van den halve gang tusschen het huijs van verkopers
en dat van de weduwe van G. Groenesteijn ten westen lopende. En sulks voor
de somma van vijfhondert guldens. Geerfden zijn Gerrit Jansen en
Gijsbert van Spankeren.[113]
Uit dit huwelijk geboren/gedoopt te Barneveld (o.a?) :
-
1. Costerus van de Fliert, geb./ged. 4/12-11-1797, ovl. jong?
-
2. Costerus van de Fliert, geb./ged. 12/24-2-1799.
-
3. Nelletje van de Fliert, ged. Barneveld 1803/04, ovl. 14-3-1876 (oud 72 jaar).
-
b. Hendrikje van de Fliert, geb./ged. 10/27-1-1772 [114], (=kw. nr. 37).
-
c. Teunisje van de Fliert, geb./ged. 7/14-11-1773 [115], ovl. vóór 1779.
-
d. Evert van de Flier(t), ged. april/mei 1777 [116]
, ovl. Barneveld 19-4-1825[117]
, geërfde te Barneveld (1796..1810),[118]
schilder of verwer (1798),
patentschuldig te Barneveld (1812-1825) als (huis)schilder, glasemaker en verwer, lootgieter,[119]
kunstschilder,[120]
schilder en bewoner van een huis in de Langstraat (1806)[121], huisschilder (1819, 1825),
tr. Barneveld 28-2-1808[122]
[123]
Grietje Rom(e)ijn, geb. Barneveld 8-8-1787, ovl. Barneveld 21-2-1838 (oud 51 jaar), betaalt als wed. van Evert van de Fliert, schilderse ƒ 2.38 Belasting op het gemaal te Barneveld (1825) voor het malen van 5 mud graan,[124]
woont in huisnr 155 te Barneveld (1827), als wed. van
Evert v.d. Fliert, geboren te Barneveld (1787),[125]
dr. van Hendrikus Romijn, schilder, en Helena van Schaik.
Evert van de Vliert, 21 jaar, schilder of verwer, ongehuwd, wordt in 1798 vermeld als gewillig op de lijst van Barneveldse ingezetenen van 18 jaar en ouder, die geschikt zijn om wapens te dragen.[126]
Op 13-5-1802 hebben Fredrik Hopster en Hendrika van de Flier, Ehelieden,
uit de hand verkocht en getransporteert
aan haar Broeder Evert van de Flier, een halv hofje aan het
zogenaamde Kerkhofs Dijkje in desen dorpe Barneveld, waarvan de
wederhelfte aan den kooper in eijgendom toebehoort. En dat voor
de somma van een hondert guldens vrijgeld. Geerfden zijn
Evert van Norden en Lubbertus Romeijn.[127]
Op 19-3-1805 hebben Peter van der Kieft x Trijnije Muts,
Aaltje van der Kieft, weduwe van Gijsbert van Gortel,
Rikje van der Kieft, meerderjaarige jonge dogter, beijde geassisteert
met Cornelis van Gortel als haaren gekooren momber in deesen,
Teunis Tijseling als vader en voogd over zijn minderjaarige kinderen in
echt verwekt bij Stijntje van der Kieft en Peter van der Kieft en
Aalbert Aartsen als voogden over de minderjaarige kinderen van
Jan van der Kieft in egt verwekt bij Willempje Aarts, op conditien
de dato 7 september 1804 publiq verkogt en alnu gecedeert en
getransporteert aan Evert van der Flier en zijn erven
een zeekere hof met zijn opstaande boomen, geleegen agter de kerk
van Barneveld, tusschen de hoven van de voornoemde kooper en
juffrouw Hoogland, strekkende van het zogenaamd Kerkhofsdijkje tot
aan de Hesse of Straatweg. Zulks voor een somma van twee hondert een
en zeventig guldens. Geerfden zijn Evert van Norden en Hendrik Schouten.[128]
Op 5 van Lentemaand 1810 hebben Abel, Hermanus en Gerarda Verschuur
hun camp land verbonden aan Juffrouw J. Hoogland en Evert van der Vliert voor een borgtogt ad ƒ 400.
[129]
Uit dit huwelijk geboren (o.a.?) :[130]
-
1. Evert Jan van de Flier, geb. Barneveld 1808/09, als Evert Jan van de Fliert patentschuldig te Barneveld (1829-1833) als schilder, glazenmaker,[131]
tr. Veenendaal 12-4-1834
Gerarda de Ruiter, geb./ged. geref. Veenendaal 3/9-8-1807, dr. van Rijk de Ruiter en Geertrui van Eede.
-
2. Hendrikus van der Flier(t), geb./ged. Barneveld 3-5-1815, ovl. Barneveld 29-10-1869, patentschuldig te Barneveld (1840-1853) als koek- en broodbakker, winkelier,[132]
bakker (1848, 1869),
tr. Barneveld 2-5-1840
Johanna Bloemenda(a)l, geb. Barneveld 11-3-1818, ovl. Barneveld 6-9-1878, dr. van Aris Jansen Bloemendaal, landbouwer en Willempje van Kolfschoten, landbouwster.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Evert Jan van der Flier, geb. Barneveld 25-1-1841, ovl. Soest 13-12-1908, broodbakker te Soest kerkebuurt,[133]
tr. De Bilt 3-2-1869
Cornelia van Dam, geb. De Bilt 7-7-1845, ovl Soest 1-10-1929.
dr. van Jan van Dam en Arieaantje Floor.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aaa. Jan van der Flier, geb. De Bilt 1866 (bij het huwelijk erkend), ovl. Soest 28-2-1933, tr. Zaandam 29-9-1891
Aafje Bakker, geb. Wormerveer 1865/66, ovl. na 1933, dr. van Klaas Bakker en Maartje Japies.
-
aaaa. Adriana Johanna van der Flier, geb. Amsterdam 1905/06, ovl. 21-9-1938.
-
bbb. NN van der Flier, geb./ovl. Soest 13-9-1869 (levenloos kind).
-
ccc. Hendrikus van der Flier, geb. Soest 1870/71, ovl. Soest 21-2-1924, tr. Zaandam 1-4-1903
Grietje Baas, geb. Zaandam 1854/65, ovl. na 1924, dr. van Gerrit Baas en Aafje Otten.
-
ddd. Adriana Johanna van der Flier, geb. Soest 1871/72, tr. Soest 28-10-1897
Frederik van Lente, geb. Watergraafsmeer 1868/69, zn. van Teunis van Lente en Rijnoutje Alderse Baas.
-
eee. Cornelia Everdina van der Flier, geb. Soest 1876/77, tr. Soest 30-6-1898
Foeke Wijnia, geb. Franeker 1867/68, ovl Soest 3-7-1918, zn. van Lieuwe Herres Wijnia en Sjoukje van Althuis.
-
fff. Evert Jan van der Flier, geb. Soest 1882/83, tr. 1o Soest 6-8-1908
Adriana Clara de Zoete, geb. Soest 1887/88, ovl. Soest 24-4-1922.
dr. van Hessel de Zoete en Janna den Otter,
tr. 2o Soest 20-12-1922 (met dispensatie K.B. 24-11-1922 nr 32 betr. verbodart. 28 B.W.)
Clara de Zoete, geb. Soest 1891/92, dr. van Hessel de Zoete en Janna den Otter.
Uit zijn eerste huwelijk (o.a.?) :
-
aaaa. Cornelia Everdina van der Flier, geb. Soest 1913, ovl. Soest 16-7-1913 (oud 7 weken).
-
bbbb. Clara Margaretha van der Flier, geb. Soest 1918, ovl. Soest 20-9-1918 (oud 5 maanden).
-
cccc. Margaretha Geertruida van der Flier , geb. Soest 1921, ovl. Soest 19-1-1922 (oud 2 maanden).
-
bb. Aris van der Flier, geb. Barneveld 1844, ovl. Barneveld 30-12-1890, vermeld in het register van patentplichtigen te Barneveld
(1886-1890) als winkelier, broodbakker,
[134]
bakker (1879, 1890),
tr. Barneveld 14-3-1879
Evertje van Ramselaar, geb. Barneveld 1845/46, ovl. Barneveld 16-3-1925, vermeld in het register van patentplichtigen te Barneveld
(1891-1893) als wed. van A. van der Flier, winkelier, broodbakker,[135]
woont te Barneveld (1908),
dr. van Jan van Ramselaar en Aartje van Wessel.
Op 3-3-1879 testeert
Aris van der Flier, bakker, wonende te Barneveld, aanstaande echtgenoot van Evertje van Ramselaar.
[136]
Op 21-5-1908 laten
Evertje van Ramselaar, weduwe van Arie van de Flier te Barneveld. Hendrikus van de Flier te Barneveld. Jan Gerard van de Flier te Driebergen, en Johan van de Flier te Apeldoorn, een akte (verm. hypotheeklening) doorhalen
[137]
-
cc. Willempje van de Flier, geb. Barneveld 1848, ovl. Barneveld 1-11-1848 (oud 7 maanden).
-
dd. Willem van de Flier, geb. Barneveld 1849/50, ovl. Barneveld 24-3-1897, bakker (1897).
-
ee. Gerhard Flier (sic!), geb. Barneveld 1855/56, ovl. Doesburg 17-8-1876, kanonnier (1876).
-
3. Costerus Lubertus van de Flier, geb. Barneveld 1819, ovl. Barneveld 24-10-1819.
76. MAAS AARTS (VAN ZOMEREN/MULDER), ged. Garderen 13-1-1754 (geb. Elspeet 9-1-1757 (sic!) [138]
), ovl. Elspeet 26-2-1810 [139]
of 26-5-1810 [140]
, j.m. wonend te Garderen (1783), Elspeet (1789),
geërfde te Vierhouten (1790),[141]
molenaar te Elspeet,[142],
otr./tr. 1o Garderen 21-11/14-12-1783 (met attestatie naar Elspeet)[143]
AALTJE JANS [144], geb. Garderen 1754/55, ovl. 1784-1789, wonend te Garderen (1783)[145],
otr./tr. 2o Garderen/Elspeet 7-2/1-3-1789[146]
77. RIJNTJE JANS, ged. Nunspeet 26-12-1760, ovl. Elspeet na 1818 [147], j.d. van Nunspeet, woont te Elspeet (1785, 1789),
tr. 1o Elspeet 30-5-1785 [148]
(Nunspeet 29-5-1785 [149]
). DIRK OTTEN (MULDER), ged. Elspeet 26-1-1749 [150]
, ovl. Elspeet 30-11-1788 [151]
of 1-7-1788 [152]
, zn. van Oth Maassen, molenaar in Elspeet, en Rijkje Dirks (zie kw. nr. ⇒ 304 ).
Op 22-06-1775 hebben Barent Stevensz x Hendrikjen Aarts Drost,
Willem Aartsen Drost x Geertjen Jansz, Jan Aartsen Drost x
Rykjen Hendriks, Gerrits Aartsen Drost x Aaltje van der Woude,
Evert Janssen x Aaltje Aartsen Drost, te zamen kinderen en erffgenamen
van Aart Lubbertsen Drost en Geertjen Heymans, in leven ehelieden,
publijk vercogt aan Jacob Jacobsen x Grietjen Otten en
Dirk Otten, kinderen en erffgenamen van
Rykje Dirks, weduwe van Otto Maassen en haren erven,
een camp saayland kennelijk gelegen bij de Elspeter Moolen in kerspel
Elspeet voor de summa van vijfftig guldens vrij geld. Geerfden zijn Jan Lutz, G. Winckels.[153]
Maas Aartsen, 30 jaar, mulder te Garderen, herstelt 6-10-1783
na zeven dagen van de "Rode Loop" epidemie.
Aaltje Jans, 28 jaar, herstelt 1-10-1783
na vijf dagen van de "Rode Loop" epidemie.[154]
Maas Aartsen betaalt in 1785 aan de Diaconie van Garderen voor een
begrafenis,
waarschijnlijk die van Aaltje Jans.[155]
Op 9-5-1789 heeft Jacob Jacobsen Smit, weduwenaar van Grietjen Otten,
pro se en als vader en voogd van zijne twee minder jarige kinderen
verkogt, gecedeert en getransporteert aan
Maas Aartsen x Reyntjen Jans, drie agtste minder een seeven en
twintigste gedeelte in de molen, huys, hoff,
houtgewasch, benevens in al het land als bij tweede getransporteerde en
wijlen haar eerste man en voorzaaten en wijlen Beert Croes in pagt
is gebruykt geweest en zulks voor eene summa van sestien hondert
guldens vrijgeld. Zijnde vrij allodiaal goed niet beswaart dan met
zijne ordinaire verpondinge en verdere lasten, coperen als voor
een gelijk aandeel eygenaren zijnde en betaalt wordende. Geerfden
zijn R. Reyniers, L. Bunskerken.[156]
Op 9-5-1789 hebben Mr. E.J. Ammon x vrouwe F.H. Pannecoek uyt de
hand verkogt, gecedeert en getransporteert aan Maas Aartsen x
Reyntjen Jans, ons geregte vierde part in de windkoornmoolen te
Elspeet staande, benevens het huys en verder getimmer, hoff en molencampje
met verdere land, soo en als de getransporteerders behoort of bij haar en
pree decessuerens onder de molenpagt is gebruykt geweest ende zulks voor
eene summa van dertien hondert en twintig guldens vrijgeld, zijnde
vrij allodiaal goed, niet beswaart dan met sijne ordinaire
lasten coperen als voor een groot gedeelte eygenaren zijnde bekend en door
hen betaald. Geerfden zijn R. Reyniers, L. Bunskerken.[157]
Op 9-5-1789 hebben Hendrik en Lysbeth Gangolven pro se en als erfgenamen
van wijlen haare broeders Beert en Jan, welke tusschen de koop en
het transport overleden zijn, verkogt en kragt deses gecedeert
en getransporteert aan Maas Aartsen x Reyntjen Jans,
een vier en vijfftigste gedeelte in de Moolen, huys, hoff, houdgewassch,
benevens al het land, als getransporteerders van haar in pagt hadden, als
mede een negende part van 't land genaamt de buytenste Molenberg bij
transportanten gebruykt geweest en zulks voor een summa van een hondert
gulden vrijgeld. Zijnde vrij allodiaal goed, niet beswaart dan met
zijn ordinaire verpondinge en verdere lasten koperen bekend. Geerfden
zijn Beert Janssen Mouw, J.E. Frens.[158]
Op 13-05-1789 compareren Maas Aartsen weduwnaar van Aaltje Jans ter eenre en Merten Evers en Cornelis Aartsen voogden over zijn onmundig kind ter andere sijde een om een magescheyd op te richten.
Het betreft de boedel soo dese ehelieden te samen hebben bezeten en door Aaltje Jans stervende nagelaten is.
De ongereede goederen deses boedels gewardeert op ƒ 2803-11-.
de gereede goederen op ƒ 306-8-.
Het gereede geld en obligatie bedragende ƒ 1008-.-.
samen ƒ 4171-19-.
Gedecorteert de schulden cap. 7 te zien ƒ 50-.-.
Rest zuijver ƒ 4121-19-.
Door rendant van inventaris was aangebragt ƒ 1600-.-.
En door de overledene ƒ 1560-.-.
samen ƒ 2150-.-.
Affgetrokken van de bovenstaande waarde des boedels gewonnen ƒ 1971-19-.
waar van de halvscheyd bedraagt ƒ 985-19-8.
Hierbij gerekent dat de moeder had aangebragt ad ƒ 1550-.-.
beloopt des kinds portie ƒ 2535-19-8.
maar vermits hetselve moet missen de donatie bij huwelijkse
voorwaarden aan de vader besproken ad ƒ 400-.-.
blijvt 's kinds portie zuyver ƒ 2135-19-8.
Tot voldoeninge van welk montant aan het onmundige kragt deses worden
gecedeert
Een derde in een erff onder Garderen bouwman Aart van Drie, getaxeeert op ƒ 367-.-.
Een vierde in een erff te Speulde onder Ermel, bruyker T. Derksen ad ƒ 500-.-.
En twee en een halve mergen Mehenland onder Nijkerk ad ƒ 1250-.-.
En neemt de vader aan bij meerderjarigheijt van het kind te zullen
suppleren ƒ 18-19-8, uijtmakende des kinds portie ad ƒ 2135-19-8.
Zijnde 's moeders klederen cap. 8 genoteert aan de voogden overgegeven, terwijl de vader aanneemt tegens genot der opkomsten het kind te zullen alimenteren en van de schulden te bevrijden. Het linnen is egaal gedeeld, soo zijn aan de vader overgelaten en worden gecedeert 1/16 in de Gardersche moolen, 1/5 in 't erf daar H. Janssen woond, 1/16 in het huys het Clooster alle onder Garderen, 1/9 in een erf te Drie bruyker G. Lubbers onder Ermel en 1/24 in een plaatsje bewoont door G. Hendriks onder Meerveld, voorts alle de gereede goederen, gelden en obligatien, blijvende ten sijnen laste de schulden deses boedels.
Mageschydsvrinden zijn Hendrick Franken, Willem Woutersen, Wulf Riksen, B.C. Rasink.[159]
Op 13-5-1789 compareren Reyntjen Jans, weduwe van Derk Otten,
geassisteert met Maas Aartsen ter eenre en Jacob Jacobsen en
Ot Janssen voogden over haar eenig kind bij gezijde
haar eheman verwekt ter anderen zijde om een mageschyd op te richten.
Het betreft den boedel zoo die ehelieden samen hebben bezeten en de man stervende heeft nagelaten.
De ongereede goederen deses boedels bedragen volgens inventaris ƒ 2201-5-.
De gereede goederen zijn getaxeert op ƒ 577-6-.
Hier bij gerekent de contanten en inschulden ƒ 2152-0-.
En dus te zamen bedragende ƒ 4930-11-.
waarvan afgetrokken de schulden ƒ 151-0-.
het zuyvere moutant blijvt ƒ 4779-11-.
waar van een ieders helvte beloopt ƒ 2389-15-8.
Conform welke balance aan de eerste condividente gecedeert en
overgelaten worden een vierde in de Elspeter Moolen en onderhorig
land getaxeert op ƒ 1600-0-.
gelijk mede alle de gereede goederen, contanten, obligatien en
inschulden deses boedels, blijvende tot deses laste alle de
uytschulden. En dewijl het linnen onderlings egaal verdeelt is, soo word
bij dese aan het kind gecedeert anderhalv Lot in de Uddeler Heegden geschat
op ƒ 376-5-. alsmede den Moolenhof ad 225-0-.
En neemd de moeder aan, aan het kind meerderjarig geworden zijnde te
zullen toegeven ƒ 1788-10-8, uytmakende also des boedels halvscheyd
f 2389-15-8. Waartoe eerste condividente onder verband van haar perzoon
sig verbind bij desen, ook om het kind tegens genot van de inkomsten te
zullen alimenteren en van de schulden bevrijden. Terwijl des vaders
kleederen en cleijnodien aan de voogden zijn overgegeven en daar
tegens de moeder de haare behouden heeft. Mageschydsvrienden zijn
H.H. van Asselt, Evert Hermsen, Jan Beertsen Mouw, Rick Gerritsen.[160]
Op 7-4-1792 verklaren Rutger Gerritsen x Merritjen Gerrits,
Teunisjen Wouters, weduwe van Klaas Hesselsen, Gerrit Hendriksen x
Gerritjen Hendriks, Aalt Hesselssen, Maas Aartsen x Reyntjen Jans,
Willem Wouterssen x Aaltjen Willems, Wulff Riksen, Evert Klaassen
en Emmetjen Klaassen op den 25e april des jaars 1790, uyt de
hand verkogt te hebben en alnu getransporteert aan Jan Gerbertsen x
Maartjen Klaassen,
een hoekje hofland met een zaadbergge en eenige boomen om dat land, gehoort
hebbende onder het erff en huys daar Hendrik Janssen laast in gewoond en
dat gebruykt heeft en waar van het overige op den 2e september des gemelde
jaars in verschijde parceelen aan de differente koperen in het openbaar is
verkogt geworden, zijnde dit hoffland etc gelegen in den ampte van
Barneveld kerspels en dorp Garderen en dat voor de summa van twee hondert
guldens vrijgeld. Geerfden zijn Teunis Klaassen, Cornelis Aartsen.[161]
Op 7-4-1792 verklaren dezelfden
op den 2e september des jaars 1791 verkogt te hebben en alnu
getransporteert aan Aart Hesselsen en zijn erven.
een huys, hoff en schuyr, staande en gelegen in dorp Garderen, thans in pagt
gebruykt wordende bij Hendrik Janssen, doende jaarlijks in de ordinaris verpondinge ƒ 0-10-0, en dat voor de summa van twee hondert en vijfftig guldens, mitsgaders een hoekje bouwland den langen akker genaamt N 8, doende jaarlijks in de ordinaris verpondinge ƒ 0-4-0, gelegen als voren en dat voor vijfftig guldens en dus te zamen voor 300 guldens vrijgeld, zijnde vrij allodiaal goed. Geerfden zijn Teunis Klaassen, Cornelis Aartsen. [162]
Op 7-4-1792 verklaren dezelfden op
den 2e september des jaars 1791 ingevolge conditien van publicque veylinge,
verkogt te hebben en alnu getransporteert aan Maas Riksen en zijn erven
een hoekje lands gelegen in den ampte van Barneveld, kerspels en dorp Garderen
in de Westeneng, belend ten oosten de Pastorie en ten westen
Hendrik Franken zijnde vrij allodiaal goed, doende jaarlijks in de ordinaris verpondinge ƒ 0-10 op de conditien vermelt en dat voor de summa van een
hondert en eene gulden vrij geld. Geerfden zijn Teunis Klaassen,
Cornelis Aartsen.[163]
Op 7-4-1792 verklaren dezelfden op in gevolge conditien van publique veylinge
op den 2e september 1791 verkogt te hebben en alnu getransporteert aan
Grietjen Aarts, weduwe van Hendrik Franken en haar erven,
twee gewenden bouwland agter den boer zijn camp, gelegen in den ampte van
Barneveld kerspels Garderen, zijnde vrij allodiaal goed, doende jaarlijks in
de ordinaris verpondinge ƒ 0-10 en dat voor de summa van een hondert negen
en dertig guldens vrij geld. Geerfden zijn Teunis Klaassen,
Cornelis Aartsen.[164]
Op 7-4-1792 verklaren dezelfden in gevolge conditien van publique veylinge op
den 2e september 1791 verkogt te hebben en alnu getransporteert aan
Hendrikjen Hendriks, weduwe van Cornelis Damen,
1) ongeveer twee gewenden lands, gelegen in kerspel en dorp Garderen aan de
Zollerweg, zuydwaarts aan 't land van Evert Klassen, zijnde vrij allodiaal
goed doende dit perceel jaarlijks in de ordinaris verpondinge ƒ 0-4-. En dat
voor de summa van twee en zeventig guldens.
2) Een hoek bouwland genaamt den Broodakker gelegen als voren, geland
westwaarts Wulff Rikssen en oostwaarts Hendrik Franken, zijnde ook
allodiaal goed, doende jaarlijks in de ordinaris verpondinge ƒ 0-4- en dat
voor de summa van vijfftig guldens, en
3) Twee hoekjes lands, 't eene genaamt 't Geer langs de Meervelderweg en het
andere het akkertje langs de Oudendorperweg, zijnde ook vrij allodiaal goed en
gelegen als voren, niet beswaart en dat voor vier en zeventig guldens, dus
te zamen voor een hondert en ses en negentig guldens vrijgeld. Geerfden
zijn Teunis Klaassen, Cornelis Aartsen.[165]
Lijst van geleden schaden door plundering van in Engelse soldij staande Coren en bijzonder door die van den Prins Rouan geleden door de ingezetenen van het dorp en carspel Elspeet in den jare 1795 in de maant Jan(uar)i:[166]
Maas Aartsen
7000 lb. hooij a 16-10 d. voor 1000 lb. 115-10-:
een karre 50-:-:
den - touwerk van de corenmool, zelfden 3-:-:
totaal 168-10-:
Uit zijn eerste huwelijk (van Zomeren-Jans) gedoopt te Garderen :
-
a. Aalt Maasz van Zomeren, geb./ged. 11/21-11-1784[167].
Cornelis Aartsen te Garderen, die optreedt als voogd (kennelijk voor dit kind van zijn broer Maas Aartsen meldt ƒ 380,--,-- schade geleden "zo door de gevlekte Bondgenooten, als door de rampen des oorlogs" in 1795.[168]
Uit zijn tweede huwelijk (van Zomeren-Jans) gedoopt (o.a.?) :
-
a. Aart Maasz van Zomeren, ged. Elspeet 7-3-1790, ovl. Elspeet 5-6-1828, (=kw. nr. 38).
-
b. Jan Maasz van Zomeren(¥), geb. Elspeet (kerspel) 24-10-1802, molenaar in Hierden [169].
tr. Barneveld 19-12-1823 (waarbij zij 1 kind wettigen)
Teunisje Aartsen van Oort, geb. Kootwijk 10-1-1796, dr. van Aart Teunissen van Oort en Aaltje Wijnen.
| COMMENTAAR(¥)
Is hij dezelfde als Jan van Someren, patentschuldig (1837/38) te Garderen als inlandsch kramer in zoete koek, brood en beschuit.
|
Uit dit huwelijk geboren (o.a.?) :
-
1. Aartjen Jans van Zomeren, geb. Apeldoorn 1820/21 (geb. niet gevonden), tr. Harderwijk 26-4-1843
Gerrit van der Zanden, geb. Ermelo 1818/19, zn. van Reijer Aartsen en Hannesje Gerrits.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Hannesjen van de Zande, geb. Harderwijk 1843/44, tr. Apeldoorn 3-7-1869
Johannes van de Kolk, geb. Ermelo 1841/42, zn. van NN NN en Aaltje van de Kolk.
-
2. Maas van Zomeren, geb./ged. Elspeet 23-10/14-11-1824.
-
c. Hendrik van Zomeren, filiatie niet bewezen,
patentschuldig te Barneveld als inlandsch kramer
"met onoverdekte tafel", brood-en beschuitverkoper (1828-1830),
inlandsch kramer in zoete koek, brood en beschuit (1836-1847).
[170]
-
d. Heintje (Hendrikje) Maasen van Zomeren[171], ged. (Elspeet?) 13-4-1795, ovl. Elspeet 25-12-1839, tr. Garderen 23-9-1814[172]
Aart Evertsen (Eibertsen) van den Berg[173], geb. Elspeet 5-12-1793, ovl. Apeldoorn 30-1-1872, landbouwer (1872),
zn. van Egbert Aartsen van den Berg en Jacobje Goossens van Tongeren.
Uit dit huwelijk geboren (o.a.?) :
-
1. Reintje van den Berg, geb. Elspeet 1816/17, tr. Barneveld 13-10-1843
Hendrik Franken Nijhof, geb. Garderen 1803/04, zn. van Frank Hendriksen Nijhof en Rijntje Hendriks Bouwers.
-
2. Hendrika van den Berg, geb. Elspeet 1818/19, tr. Ermelo 3-2-1843
Jan Mouw, geb. Elspeet 1818/19, zn. van Hannes Mouw en Gerritje Rikkerts de Bruin.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Gerritje Mouw, geb. Ermelo 1843/44, tr. Ermelo 21-5-1869
Jan van Malenstijn, geb. Putten 1847/48, zn. van Elbert van Malenstijn en Jannetje Penning.
-
bb. Johanna Mouw, geb. Ermelo 1851/52
tr. Ermelo 27-3-1872
Willem Frens, geb. Ermelo 1846/27, zn. van Diecemer Frens en Antje Soveelen.
-
cc. Aart Mouw, geb. Ermelo 1856/57, tr. Ermelo 19-11-1886
Stijntje Schouten, geb. Apeldoorn 8-12-1858, dr. van Gerrit Schouten, landbouwer, en Stijntje Beekman.
-
dd. Johannes Mouw, geb. Ermelo 1860/61, tr. Ermelo 3-5-1889
Dirkje Mulder, geb. Ermelo 1863/64, dr. van Hendrik Mulder en Hendrikje de Bruin.
-
3. Jacobje van den Berg, geb. Elspeet 1820/21, ovl. na1862, tr. Ermelo 18-3-1847
Gerrit Mouw, geb. Elspeet 1823/24, ovl. na1862, zn. van Cornelis Mouw en Petertje Rikkerts de Bruin.
Uit dit huwelijk (o.a.) :
-
aa. Kornelis Mouw, geb. Ermelo 1849/50, tr. Ermelo 15-12-1871
Gerritje van 't Meer, geb. Ermelo 1846/47, dr. van Kars van 't Meer en Willemtje Groeneveld.
-
bb. Hendrikje Mouw, geb. Ermelo 1851/52, tr. Ermelo 17-2-1871
Hendrik Mouw, geb. Ermelo 1841/42, zn. van Hendrik Mouw en Evertje van de Bunte.
-
cc. Aart Mouw, geb. Ermelo 1853/54, tr. Ermelo 1-4-1892
Gerdina Rekers, geb. Ermelo 1857/58, dr. van Jan Rekers Gerritszoon Rekers en Lammertje Rens.
-
dd. Petertje Mouw, geb. Ermelo 1855/56, tr. Ermelo 28-4-1876
Willem Mouw, geb. Ermelo 1845/46, zn. van Dirk Mouw en Maria Mouw.
-
ee. Evertje Mouw, geb. Ermelo 1857/58, tr. Ermelo 6-3-1885
Jacob van Hierden, geb. Apeldoorn 27-3-1850, zn. van Hendrik van Hierden, landman, en Willempje Versteeg.
-
ff. Jentje Mouw, geb. Ermelo 1859/60, tr. Ermelo 29-4-1886
Hendrik Mouw, geb. Ermelo 1858/59, zn. van Rikkert Mouw en Jakobje Groeneveld.
-
gg. Gerbrand Mouw, geb. Ermelo 1862/63, tr. Ermelo 14-8-1884
Aaltje Mouw, geb. Ermelo 1853/54, dr. van Rikkert Mouw en Jacobje Mouw.
-
4. Maria van den Berg, geb. Elspeet 1821/22, tr. Ermelo 29-7-1842
Jan Mulder, geb. Elspeet 1818/19, zn. van Gerrit Hendriksen Mulder en Fennetje Helmerts Bakker.
-
5. Maas van den Berg, geb. Ermelo 1823/24, ovl. na 1865, landbouwer (1878..1900),
tr. Barneveld 30-10-1852
Gerritje van Millegen (Milligen), geb. Apeldoorn 6-4-1825, ovl. na 1865, dr. van Jan Hendriks van Milligen, landman, en Jannetje Driessen.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Heintje van den Berg, geb. Barneveld 1852/53, tr. Apeldoorn 12-1-1878
Gerrit Scherpenzeel, geb. Apeldoorn 28-3-1852, landbouwer (1878),
zn. van Aalbert Scherpenzeel, arbeider, en Tonia Kraus.
-
bb. Aart van den Berg, geb. Barneveld 1856/57, landbouwer (1882),
tr. Apeldoorn 24-6-1882
Naatje Elskamp, geb. Apeldoorn 8-9-1861, dienstbode (1882),
dr. van Hendrik Elskamp, landbouwer, en Hendrika Aleida Kuiper.
-
cc. Jannetje van den Berg, geb. Apeldoorn 1859/60, tr. Apeldoorn 20-11-1880
Hendrik Ruimerman, geb. Apeldoorn 24-10-1853, landbouwer (1880),
zn. van Jacob Ruimerman, landman, en Alberdina de Kroeze.
-
dd. Aaltje van den Berg, geb. Apeldoorn 1865/66, tr. Apeldoorn 23-6-1900
Gerrit Jochems, geb. Beekbergen 15-4-1872, landbouwer (1900),
zn. van Gerrit Jochems, landbouwer, en Gerritjen Muller.
-
ee. Reintje van den Berg, geb. Apeldoorn 1863/64, tr. Apeldoorn 24-11-1900
Dirk Andries Buitenhuis, geb. Apeldoorn 15-8-1864, zn. van Hessel Buitenhuis, landbouwer, en Evertje Slijkhuis.
-
6. Hendrik van den Berg, geb. Ermelo 1829/30, ovl. vóór 1916, tr. Barneveld 9-3-1865
Willemina van de Brug, geb. Ermelo 1836, ovl. Garderen (Barneveld) 14-5-1916, dr. van Aalt van de Brug en Willemtje van den Brink.
-
7. Aart van den Berg, geb. Ermelo 1832/33, landbouwer (1872),
tr. Apeldoorn 7-9-1872
Willempje Schouten, geb. Apeldoorn 5-3-1849, dienstbode (1872),
dr. van Gerrit Schouten, landman, en Stijntje Reijers Beekman.
-
e. Jannetje Maassen van Zomeren, geb. Elspeet 15-12-1796, ovl. Ermelo 11-8-1855, landbouwster,
geref. lidmaat op belijdenis te Elspeet 15-4-1817,
tr. Garderen 10-5-1816 haar neef[174]
Aart Cornelissen Brouwer, geb. Barneveld 11-6-1792, ovl. Ermelo 11-1-1838, dagloner, landbouwer, winkelier,
geref. lidmaat op belijdenis te Elspeet 15-4-1817,
zn. van Cornelis Brouwer en Jannetje Aartsen (zie kw. nr. ⇒ 153 sub b).
Hieruit verder nageslacht bekend.
Uit haar eerste huwelijk (Otten-Jans) gedoopt (o.a.?) :
-
a. Dirkje Dirks van Zomeren (sic!), ged. Elspeet 8-11-1788, ovl. Elspeet 21-10-1863 [175]
of Ermelo[176]
, tr. Elspeet 14-4-1805[177]
Willem Melissen Mouw, ged. Elspeet 7-1-1770[178]
, ovl. Elspeet 11-1-1835 [179]
, landbouwer, zn. van Melis Hendriksen Mouw en Willemina Everts "in de Nagtegaal".[180]
Op 19-9-1801 heeft Evert Cornelissen weduwenaar en boedelhouder van
Aaltjen Mouw uyt de hand verkogt en al nu gecedeert en getransporteert
aan des comparants overledene ehevrouw gesamentlijke erfgenaamen te weten
aan Gerbrand Mouw en zijne erven,
aan Margrieta Mouw en de hare erven,
aan Aart Everts en de zijne erfgenamen,
eindelijk aan Willem Melissen en Jan Melissen Mouw en de hare erven,
voor eerst een vijfde part in een erf en goed genaamt Vosseler goed,
dan nog een vijfde part, mede in een erff en goed genaamt den Pezels goed,
dan nog een vijfde part van twee en een halv lot in de Uddeler Heegden,
zijnde deze goederen gedeelte magtig geworden door aankoop en gedeeltelijk geerft van wijlen den comparante overledene ehevrouwen ouders en van
wijlen desselvs zuster Beeltjen Mouw. Zijnde
voorschreven goederen gelegen vrij allodiaal in kerspel Elspeet verkogt
voor de somma van zes en negentig guldens vrij geld. Geerfden zijn
Jan Otten, J.H. Baverman.[181]
Uit dit huwelijk (o.a.) :
-
1. Willemina Mouw, geb. Elspeet 22-1-1806, tr. Ermelo 27-12-1824
Goossen van den Berg, geb. Elspeet 23-8-1796, zn. van Eibert Aartsen en Jacobje Goossens.
-
2. Rijntje Mouw, geb. Elspeet 15-10-1808, tr. 1o Ermelo 12-3-1829 (met wettiging van 1 kind)
Evert de Bruin, geb. Elspeet 31-1-1803, zn. van Peter Jansen de Bruin en Grietje Geurts van Muijen,
tr. 2o Ermelo 24-4-1840
Jan van de Steeg, geb. Barneveld 1812/13, zn. van Cornelis van de Steeg en Eijbertje van de Pol.
-
3. Aaltje Mouw, geb. Elspeet 21-03-1811, tr. Ermelo 8-8-1833
Beerd van den Brink, geb. Ermelo 13-11-1809, zn. van Jacob Eversen van den Brink en Maartje Lubbertsen van Grevenhof.
-
4. Dirk Mouw, geb. Elspeet 1812/13, tr. Ermelo 26-11-1841
Maria Mouw, geb. Elspeet 1823/24, dr. van Hannes Mouw en Gerritje Rijkerts de Bruin.
-
5. Melis Mouw, geb. Barneveld 1814/15, tr. Ermelo 13-11-1863
Marijtje Mulder, geb. Ermelo 1821/22, dr. van an Hendriksen Mulder en Jannetje Ariens.
-
6. Jannetje Mouw, geb. Elspeet 1817/18, tr. Ermelo 17-9-1840
Aart van der Zande , geb. Elspeet 1815/16, zn. van Jacob Aartsen van der Zande en Teunisje Freriks van den Brink.
-
7. Hendrik Mouw, geb. Elspeet 1819/20, tr. Ermelo 5-2-1847
Metje Mouw, geb. Elspeet 1822/23, dr. van Hannes Mouw en Gerritje Rikkers de Bruin.
-
8. Grietje Mouw, geb. Elspeet 1821/22, tr. Ermelo 13-2-1846
Gerrit van der Zande, geb. Garderen 1817/18, zn. van Jacob Aartsen van der Zande en Teunisje Fredriks van den Brink.
-
9. Otto Mouw, geb. Ermelo 7-8-1825, tr. Ermelo 20-5-1853
Jakobje Haverkamp, geb. Ermelo 3-8-1828, dr. van Aart Haverkamp en Jentje Hendriks.
-
10. Hendrikus Mouw , geb. Ermelo 22-1-1829, tr. 1o Ermelo 1-8-1850
Maartje van der Veen, geb. Ermelo 12-9-1828, dr. van Evert van der Veen en Lubbertje van den Brink,
tr. 2o Ermelo 25-10-1861
Neeltje Scholten, geb. Ermelo 1818/19, dr. van Kornelis Ariens Scholten en Marijtje Lammerts Nijeboer.
-
11. Jan Mouw, geb. Ermelo 28-4-1831, tr. Ermelo 28-1-1853
Jennigje van Asselt, geb. Ermelo 6-2-1828, dr. van Gerrit van Asselt en Gerritje van den Hardenberg.
78. DIRK (DERK) HENDRIKSEN DROST, geb. Nunspeet ca. 1746[182], ovl. Elspeet 9-1-1812, geërfde te Elspeet (1792, 1799),[183]
winkelier te Elspeet,
tr. Elspeet 30-5-1785[184]
79. JANNETJE ARENDS VAN ASSELT, ged. Elspeet 10-7-1757 [185], ovl. Elspeet 18-7-1820, woont op de Kijkover (1785),
als wed. van Dirk Drost patentschuldig te Garderen, wonend te Elspeet (1812-1818) als vendeur de genièvre en detail, vendeur de genièvre en petit,
slijtster,
winkelierster in kruidenierswaren, zout, zeep, koffij, thee, tabak en snuif, roggebroodbakster.
[186]
Op 12-5-1769 zijn
Hendrik Evertsen x Evertjen Ryers wegens geleende penningen schuldig aan
Rijkjen Dirks, weduwe van Otto Maassen, ƒ 75,--,
als mede aan Derk Hendrikssen ƒ 75,--.
Als onderpand dient: Een vierde part in een erff en goed genaamt Gerbregts goed, groot ongeveer thien schepel, soo als bij haar selven gebruykt word en van Dr. Jacobus Apeldorn als volmagtiger van Hendrik Klinkenberg aangekofft, als mede hondert boomen in de Elspeter Bos van den oud Burgermeester Hendrik Boonen x Hendrina Ravensberg
aangekofft.
Ingevolge vertoonde quitantie staande op de originele deses getekent door Derk Drost en Derk Otten, geroyeert den 15e july 1788.)
[187]
Het herengoed Hullemanserve te Nunspeet :
Op 24-9-1784 krijgt Aart Hendriksen Drost investiture en oprukking na approbatie van een
magescheid d.d. 6-4-1784 tussen hem en zijn huisvrouw Eijbertje Peters, Teunis Hendriks Drost
en zijn huisvrouw Geertje Peters, Lambert Jochemsen en zijn huisvrouw Aaltje Hendriks,
Derk Hendriks Drost, en Ot Jansen en zijn huisvrouw Aartje Hendriks, tesamen erfgenamen
van Hendrik Aartsen Drost en Marritje Dirks, waarbij aan de eerste drie echtparen dit herengoed
is toegedeeld. Het goed is in pacht bij de wed. Cornelia Boot.[188]
Op 02-05-1785 hebben Mr. Arend van Bommel ten eerste als executeur
testamentair van den boedel en nalatenschap van wijlen Mr. Ellard Brouwer,
voorts ten tweede als volmagtiger van zijn beyde meerderjarige zoons
Bernard en Hendrik van Bommel en laastlijk ten derde als vader en
legitime voogd van zijn jongste nog minderjarige dogter
Maria Beatrix van Bommel en laastelijk nog Mr. Hendrik Willem van Meurs
als volmagtiger van Aleyda Maria en Francyna Lucretia van Bommel,
meerderjarige dogters te zamen kinderen van Mr. Arend van Bommel
x Margaretha van Meurs, alle te zamen erffgenamen ex testamento van
wijlen Mr. Ellard Brouwer, publicq verkogt en alnu getransporteert aan
Derk Drost en zijn erven twee hondert boomen in de Elspeter Bos voor
f 1446-0- vrijgelt. Geerfden zijn Heymen van Bemmel, Bart van Lissel.[189]
Op 22-3-1790 hebben Derk Hendriksen Drost x Jannetjen Ariens,
verkogt, gecedeert en getransporteert aan Jacob Gerrits en
Cornelis Gerrits een akker zaayland ongeveer 3 schepel
groot liggende in de buurschap Vierhouten, ofgedeylt onder mageschyd
laast gesaayt door Jan van Straten en vrij van verpondinge ofte lasten
en zulks voor een somma van 220 guldens. Geerfden zijn Maas Aartsen,
Jan Otten en Helmert Hendriks van Asselt.[190]
Lijst van geleden schaden door plundering van in Engelse soldij staande Coren en bijzonder door die van den Prins Rouan geleden door de ingezetenen van het dorp en carspel Elspeet in den jare 1795 in de maant Jan(uar)i:[191]
Dirk Drost
5 immen 20-:-:
een partie zilvere knopen 7-14-:
een hertslere broek 5-:-:
een bereid hertevel 6-:-:
2000 pond hooij a 16-10 de 1000 pond 33-:-:
aan kousen en schoenen 4-5-:
4 pond krinten 1-4-:
aan kandij en coffijbonen 3-10-:
aan syet en winkelwaren 3-19-:
aan halsdoeken en vries 16-12-:
een jak en een beddeken 7-:-:
6 boezelaars een kap 9-4-:
een lap cartoen een dek 2-:-:
7 zilvere gespels 8-3-:
8 pond tabak 2-:-:
een pijstool 4-:-:
30 pond honing 6-:-:
4 pond spek a 3 st(uiver) per pond :-12-:
2 halsdoeken 1-:-:
aan wijn en contante penningen 3-8-:
totaal 141-11-:
Op 26-03-1798 hebben Dirk Daniel Tydeman x Hendrikjen Hendriks uyt de
hand verkogt en alnu gecedeert en getransporteert aan Dirk Hendriksen Drost
x Jannetjen Arends, hunlieder eygendommelijk land met omstaande houtgewas,
bestaande in een camp zaayland genaamt de nieuwe camp groot 7 schepel met
de hegge aan westzijde daar aan geland Evert Harmsen met de hegge aan de
noord en oostkante scheyd aan de sloot daar aan geland Ammon aan 't
zuydeynde aan 't veld, gelegen in dorp Elspeet, vrij allodiaal goed en
dat voor een summa van seshondert guldens. Geerfden zijn J.H. Baverman,
E.J. Frensz.[192]
Uit het huwelijk (Drost-van Asselt) geboren te Elspeet o.a. [193] :
-
a. Hendrik Drost, geb. 5-6-1786, tr. Garderen 16-2-1816
Hendrikje Rijkers (de Bruin), geb. Elspeet 18-3-1790, dr. van Rijkert Jansen en Maritje Gerrits.
Uit dit huwelijk gedoopt te Elspeet (o.a.?) :
-
1. Rijkjen Drost, geb./ged. 29-12-1818/10-1-1819.
-
2. Dirkjen Drost, geb./ged. 1/16-6-1816, tr. Ermelo 21-4-1835
Johannes Frens, geb. Elspeet (Ermelo)24-03-1804, zn. van Bessel Johannessen Frens en Aaltje Jans Mouw.
-
b. Gerritje Dirks Drost, geb. 1787, ovl. na 1819, tr. vóór 1815
Jacob Jansen Brouwer, ovl. na 1819, neemt als Jacob Jansen, wonend te Garderen, in 1811 te Barneveld de geslachtsnaam Brouwer aan.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Jannetje Brouwer, geb. Garderen 1814/15, tr. Zeist 26-3-1842
Jacobus Bijdekellen, geb. Loenen 1813/14, zn. van Ernst Bijdekellen en Catharina de Vring.
-
2. Dirk Brouwer, geb. Garderen 6-4-1816, korenmolenaar,
tr. Harderwijk 3-7-1839[194]
Femmetjen Appeldoorn, geb. Harderwijk 15-5-1813, dr. van Hendrikus Appeldoorn, korenmolenaar,
en Gerritdina van Rijssen.
-
3. Dirk Brouwer, geb. Elspeet 1815/16, tr. Utrecht 10-11-1880
Helena van Eijken, geb. Amersfoort 3-11-1828, dr. van Jacob van Eijken en Geertruida Ruitenberg.
Is dit dezelfde Dirk als nr. 2? Bij dit huwelijk wordt hij niet als weduwnaar vermeld.
-
4. Johanna Brouwer, geb. Ermelo 1819/20, tr. Putten 18-8-1849
Gerhardus Schuitemaker, geb. Putten 1821/22, zn. van Marten Schuitemaker en Hendrikje Horseling.
-
c. Martijn Drost, geb. 18-4-1789, ovl. na 1843, tr. Ermelo 3-5-1822
Aaltje Teunissen Groeneveld, geb. Elspeet 18-4-1789, ovl. na 1843, dr. van Teunes Reijersen Groeneveld en Jentje Jacobs.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Teunes Drost, geb. Ermelo 1832/33, tr. Nijkerk 21-5-1862
Gerarda Rosenhoedt, geb. Nijkerk 1833/34, dr. van Heijmen Rosenhoedt en Gerritje Jans Eikendaal.
-
2. Dirk Drost, geb. Ermelo 1829/30, tr. Ermelo 29-5-1874
Petertje Mouw, geb. Ermelo 1841/42, dr. van Rijkert Mouw en Jacobje Groeneveld.
-
3. Jan Drost, geb. Ermelo 1837/38, tr. Harderwijk 9-10-1872
Neeltje Klaassen, geb. Kampen 1844/45, dr. van Willem Klaassen en Marrigje Kroeze,
wed. van Rokus Jongeneel.
-
4. Jennigje Drost, geb. Ermelo 1840/41, tr. Ermelo 11-10-1862
Hendrik Christiaan Haffmans, geb. Gelderen (D) 1808/09, zn. van Anthonij Haffmans en Christina Roder.
-
5. Jannetje Drost, geb. Ermelo 1843/44, tr. Ermelo 22-12-1871
Zeger Woudenberg, geb. Nijkerk 1832/33, zn. van Fennetje Woudenberg.
-
d. Aaltje Drost, geb. 1798 [195], (=kw. nr. 39).
-
e. Derkje Drost, geb./ged. 8/16-3-1800, ovl. Barneveld 18-9-1840, tr. Barneveld 26-8-1831
Costerus Hopster, geb./ged. Barneveld 21-9/12-10-1806, ovl. Barneveld 29-3-1875, (=kw. nr. 18).
80. HENDRIK VAN DER MEULEN, ged. Den Haag 22-2-1724 (get. Jacoba Zaer, "vader abzent na OostIndie"), ovl. Leiderdorp, beg. buiten Leiden geregistreerd 6-5-1805, lijfknecht (1755), poorter van Leiden (1755),
koster van de Vrouwenkerk (Waalse Kerk) te Leiden (1756),
is als Hendrik van der Meulen buurtheer van de buurt Mariënrijk te Leiden (benoemd 17-4-1783 tot 16-12-1790 wanneer hij ontslag verzoekt en verkrijgt wegens ouderdom),[196]
doopget. (1781..1795), huw. get. (1795),
woont aan de Vrouwekerk (1756, 1795),
in de Haarlemstraat (1798),
op de Varkenmarkt (1803),
otr./tr. Leiden geref. 16-1/1-2-1756 (get. Jan de Nooij, zijn goede bekende, en Florentia van der Kelder, haar moeder)
81. FLORENTIA MARGOUW, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 25-4-1724 (get. Maria Baart), ovl. Leiderdorp, beg. buiten Leiden geregistreerd 17-3-1803 (Florencia Mergouw, vrouw van Hendrik van der Meulen wonend op de Varkenmarkt), woont in de Breedestraat (1756),
doopget. (1781..1795).
In 1756 zijn "Hendrik van der Meulen et Florentia Murgou passés
de l'Eg. Flamande à l'Eg. Wallone"
[197].
Waals-Hervormde gemeente Leiden:
Stukken betreffende de vervanging van H. van der Meulen als koster, 1782, 1802.
[198]
15-1-1754: Acte van accord, cessie en transport tussen
Florentia van der Kelder, huijsvrouw van Abraham Mergouw ter eenre ende
Florentia Mergouw, meerderjarige ongehuwde persoone ter ander zijde, beiden wonende te Leiden.
Zij geven te kennen dat sij eerste comparante, (na)dat omtrent dertigh jaeren geleeden en dus niet lange naer derselver trouwen haar comparantes gemelte man zig geabsenteert en haar comparante verlaaten heeft, seedert dien tijd tot nu toe met haer handen arbeijd zoo voor haar en derselver dogter de 2e comparante in deezen de kost hebbende moeten verdienen, (en dat) 't seedert eenigen tijd herrewaerts zoo door haar eerste comparantes naderende ouderdom als ten deele werkeloosheid zodanig ten agteren geraakt is dat daer door haere meubilen en kleederen merkelijk zijn versleeten ende vermindert waardoor zij eerste comparante zoo nu en dan door haer gemelte dogter de tweeede comparante met de uijtterste bereidwillighied is geadsisteert, maar ook als nu dagelijx door dezelve hare dogter moet werden geadsisteert ende geholpen, en off wel de natuurlijke billikheijt quame te vereijsschen dat haer comparantes meergezeijde dogter na haer overlijden in geenderleij gevallen 't zij door haar voornoemde geabsenteerde man, ofte iemand anders eene moejelijkheid werde aangedaan veelmin gemolesteert omme 't geene de eerste comparante zoude moogen koomen naer te laaten (om reedenen de gemelte hare dogter van geene dezelve is verdienende haer comparante is adsisteerende).
Ende dienvolgens van 't geene waerlijk haer eerste comparantes voornoemde dogter is toebehoorende van het haere eenigzints te werden ontbloot, so verklaarde zij comparante om zodanige onverhoopte gevallen voor te koomen conscientie halven zig genoodsaekt hadde gevonden met de tweede comparante hare dogter te accorderen en contracteeren gelijk zij comparanten respective verklaeren te accorderen bij deezen:
Namentlijk dat zij eerste comparante van nu af aan bij deezen wel ende wettelijk aan de meergenoemde hare dogter de tweede comparante in deesen is cedeerende ende in vollen vrijen eijgendomme overgeevende alle haar eerste comparantes geringe meubiltjes, huijsraad en inboedel, kleederen etc., zodanig die ten haren huijze bevonden werden (uijtgezondert alle 't geene haer comparantes dogter als dienstbaar zijnde, en particulierlijk toebehoorende, bij haer comparante ten haren huijze in bewaringe is hebbende).
Waer teegens de tweede comparante Florentia Mergouw belooft en aanneemt bij deezen omme, soo veel in haer vermoogen sal zijn, haer gemelte moeder niet alleen te zullen adsisteeren en alle behoorlijke handreikinge te doen, maar ook gehouden zal zijn, gelijk zij belooft bij deezen, ten haren privé lasten te neemen ende te sullen voldoen de schulden en lasten des boedels, 't zij van huijshuer als andersints, op haer eerste comparantes overlijden te betaalen staend, als meede de kosten van haer eerste comparantes begravenisse te vallen, ende waer omtrent zij eerste comparante uijt de continueele preuves van de gemelte hare dogters adsistentie ende behulpsaamheijt niet anders is verwagtende tot naarkoominge van 't geene voorschreeven staat, verbinden zij weederzijdse comparanten hunnen persoonen en goederen dezelve stellende ten bedwang en executie als na regten.
Aldus gedaan, verleeden ende gepasseert binne de stad Leijden ter presentie van Leonardus Johannis van Rouveroij en Jan Dibbetz als getuijgen ten deesen verzogt.
W.g. Florentia Mergouw, de getuigen, een merk (+) gesteld bij Florentia van der Kelder.
[199]
Uit het huwelijk (van der Meulen-Margouw) geboren te Leiden (gedoopt Waalse Kerk) :
-
a. Henry (Hendrik) van der Meulen, geb. Leiden 18-11-1756 (gedoopt Waalse Kerk), ovl. Leiden 11-10-1820, schipper op Haarlem (1795, 1820),
wonend op de Oude Vest (1795), op Kort Rapenburg (1820),
doopget. (1811),
otr. 1o Leiden 14-4-1780[200]
Maria Johanna de Ma(a)re, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 19-3-1755 (get. Pieter de Mare en Johanna Elizabeth Bos, en Apolonia Kockeree, haar zuster wonend op de Oude Vest), ovl./beg. Leiden/Leiderdorp ../30-9-1795, dr. van Nicolaas de Maare en Johanna Roessel (Rouchel),
otr./tr. 2o Leiden schepenen 11/26-12-1795 (get. Hendrik van der Meulen, zijn vader wonend aan de Vrouwekerk, Apolonia Kockeree, haar zuster wonend op de Oude Vest, de wednr. heeft nog 1 kind)
Christina Kokkeree (Kockedee, Kokkerie), ged. Leiden 26-10-1774, ovl. Leiden 5-8-1817, wonend op de Oude Vest (1795),
dr. van Pieter Kokkeree en Neeltje O(u)b(e)ijn.
Weeskamer van Leiden:
Huwelijksvoorwaarden van Hendrik van der Meulen en Christina Kokkeree, 26-12-1795.
[201]
Uit zijn eerste huwelijk (van der Meulen-de Mare):
-
1. Florentia van der Meulen, geb./ged. geref. Leiden Marekerk 28-2/4-3-1781 (get. Hendrik van der Meulen en Florentia Mergauw), is vermoedelijk identiek met
Florentia van der Meulen, geb. Leiden, ovl. Leiden 6-4-1856, tr. Leiden 27-11-1811[202]
Pieter de Matter, geb. Leiden, ovl. Leiden 9-3-1856.
Uit Florentia van der Meulen een buitenechtelijk kind:
-
aa. Hendrik Jacobus (van der Meulen?/de Matter?), geb./ged. geref. Leiden Pieterskerk 5-11-1810/9-1-1811 (get. Hendrik van der Meulen, Johannes Florison).
Uit het huwelijk (de Matter-van der Meulen):
-
bb. Pieter de Matter, geb. Leiden 25-8-1812.
-
cc. Maria Florentia de Matter, geb. Leiden 13-4-1814.
-
dd. Agatha de Matter, geb. Leiden 19-6-1816, ovl. Leiden 10-2-1826.
-
2. Nicolaas van der Meulen, ged. geref. Leiden Marekerk 1-2-1784 (get. Nicolaas de Mare en Johanna Roesel), ovl. jong.
-
3. Hendrik Nicolaes van der Meulen, geb./ged. geref. Leiden Marekerk 22/28-8-1785, ovl. jong.
-
4. Hendrik van der Meulen, ged. geref. Leiden Marekerk 15-7-1787, ovl. jong.
Uit zijn tweede huwelijk (van der Meulen-Kokkeree):
-
5. Hendrik van der Meulen, geb./ged. geref. Leiden Marekerk 30-1/5-2-1797, ovl. 1873-1875, heeft de Nationale Militie voldaan (1822),
timmerman (1822..1858), (maelder?)baas (1861), opzigter van het lantaarnlicht (1867, 1873),
wonend in de St. Annastraat (en onlangs te Brussel) (1822), aan het Vrouwen(???) (1825), in de Luitensteeg (1835..1847), te Haarlem (1825..1873),
huw. get. (1825),
tr. 1o Haarlem 3-4-1822
Geertruij(d) van A(a)ken, geb. Haarlem 1-8-1789, ovl. Haarlem 26-8-1834, wonend in de St. Annastraat (1822), in de Kleine Houtstraat (1834),
dr. van Jacobus van Aken en Jacobus van Aken,
tr. 2o Haarlem 4-2-1835
Cornelia Swarts, geb. Haarlem 1803/04, ovl. na 1878, dienstbode, wonende in de Breesteeg (1835), te Haarlem (1873..1877).
dr. van Joannes Swarts en Jansje Dekker, groenteverkoopster.
Uit zijn eerste huwelijk (van der Meulen-van Aaken) (o.a.?):
-
aa. Christina Maria van der Meulen, geb. Haarlem 1822/23, wonend inde Luitesteeg (1851), te Haarlem (1882)
tr. 1o Haarlem 15-10-1851
Johannes Louis Melchier, geb. Spaarndam 1829/30, ovl. vóór 1882, broodbakkersknecht (1851), broodbakker (1861), wonend in de Grote Houtstraat (1851), te Haarlem (1861),
zn. van Adolf Melchier en Jannetje Louis,
tr. 2o Haarlem 16-8-1882
Jan Bronkhorst, geb. Haarlem 1815/16, metselaar wonend te Haarlem (1882),
wednr. van Lijntje Schoevaart,
zn. van Cornelis Bronkhorst en Maria Vermaas.
-
bb. Geertruij Nannette van der Meulen, geb. jan/feb 1825l ovl Haarlem 19-7-1825.
-
cc. Nanette Apolona van der Meulen, geb. Haarlem 1826/27, dienstbode wonend te Haarlem (1861),
tr. Haarlem 4-9-1861
Arie van Asten, geb. Haarlem 1807/08, wever wonend te Haarlem (1861),
wednr. van Anna Hillegonda Bruigom,
zn. van Arie van Asten en Maria van Elswijk.
-
dd. Hendrik Jacobus van der Meulen, geb. Haarlem 1829, artsenijmengersknecht (1858), werkman (1867..1883), wonend te Haarlem (1858), te Amsterdam (1867),
tr. Haarlem 5-5-1858
Johanna Wilhelmina Bottelier, geb. Haarlem 1831/32, dienstbode wonend te Haarlem (1858),
dr. van Paulus Bottelier en Johnana Petronella Krener (Kreinder), kraambewaarster.
Hieruit verder nageslacht bekend.
Uit zijn tweede huwelijk (van der Meulen-Zwarts) (o.a.?):
-
ee. Cornelia Suzanna van der Meulen, geb. Haarlem 1835/36, linnen- en wollennaaister wonend te Haarlem (1878),
tr. Haarlem 4-12-1878
Pieter Wapstra, geb. Haarlem 1848/49, wever (1875),
smid (1878, 1895) wonend te Haarlem (1875..1895),
zn. van Pier Wapstra, wever, en Elisabeth van der Horst.
-
ff. Abraham Jakob van der Meulen, geb. Haarlem 6-1-1841, ovl. Haarlem 4-9-1841.
-
gg. Willem Frederik van der Meulen, geb. Haarlem 1841/42, steenhouwer wonend te Haarlem (1867, 1878),
tr. Haarlem 7-8-1867
Helena Catharina Cornelissen, geb. Amsterdam 1836/37, dienstbode wonend te Amsterdam (1867),
dr. van Cornelis Cornelissen en Anne Chien Kroon.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
hh. Wilhelmus van der Meulen, geb. 1841/42, wever, wonend te Haarlem (1875).
-
ii. Jannetje van der Meulen, geb. Haarlem 1843/44, wonend te Haarlem (1873..1895),
tr. 1o Haarlem 22-1-1873
Anthonij Manschot, geb. Delft 18-11-1835, ovl. 1873-1877, fabriekswerker wonend te Haarlem (1873),
zn. van Maurits Manschot, veerschippersknecht, en Maria Kleindirkse,
tr. 2o Haarlem 30-5-1877
Jacobus Cornelis van Vugt, geb. 's-Gravenhage 1836, ovl. 1877-1895, fabriekwerker (1877), stadswerkman (1878), wonend te Haarlem (1877, 1878),
natuurlijke niet erkende zn. van Cornelia van Vugt.
Bij huwelijk erkennen zij een kind Cornelis Jacobus van Vugt, geb. Haarlem 28-4-1876.
Zij
tr. 3o Haarlem 12-6-1895
Johannes Koenraad van Roon, geb. Haarlem 1836/37, werkman wonend te Haarlem (1895),
wednr. van Anna Wilhelmina Adriana Majoor,
zn. van Hendrik van Roon en Jacomina Gerritsen.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
jj. Elizabeth van der Meulen, geb. Haarlem 1845/46, dienstbode (1875), wonend te Haarlem (1875, 1894),
tr. 1o Haarlem 12-5-1875
Jan Willem Kogenhop, geb. Haarlem 1849/50, ovl. vóór 1894, wever wonend te Haarlem (1875),
dr. van Hendrik Jacobus Kogenhop, broodverkoper, en Maria Catharina van den Berg,
tr. 2o Haarlem 9-5-1894
Ferdinandus Josephus Martens, geb. Haarlem 1824/25, koopman wonend te Haarlem (1894),
wednr. van Wilhelmina Catharina Honing,
zn. van Ferdinand Martens en Alida Goedhart.
-
6. Willem van der Meulen, geb./ged. geref. Leiden Marekerk 24/30-12-1798 (get. Florentia van der Meulen), ovl. 1860-1875, heeft de Natonale Militie voldaan (1821),
(huis)schilder (1821..1851) wonend op het Klein Heiligland (1821), in de Bogaardstraat (1822),
aan het Nieuwekerksplein (1825..1851) te Haarlem,
huw. get. (1822, 1835),
tr. 1o Haarlem 27-6-1821
Anna van Aken, geb. Haarlem 16-5-1787, ovl. Haarlem 4-12-1824, naaister wonend in de St. Annastraat (1821), Nieuwekerksplein (1824),
dr. van Jacobus van Ake en Maria Verschuil,
tr. 2o Haarlem 2-3-1825
Anna Sophia Schraader (Schraders), geb. Haarlem 1797/98, ovl. Haarlem 24-10-1860, wonend in de Bogaardstraat (1825), Nieuwekerksplein (1835, 1860) te Haarlem,
dr. van Hendrik Schraader, broodbakker, en Hyltje Valk.
Uit zijn eerste huwelijk (van der Meulen-van Aken) (o.a.?):
-
aa. Hendrik van der Meulen, geb. Haarlem 9-12-1821, ovl. Haarlem 11-12-1821.
-
bb. Christina Maria van der Meulen, geb. Haarlem 1822/23, wonend aan het Nieuwekerksplein te Haarlem (1847),
tr. Haarlem 17-2-1847
Jacob Haeseker, geb. Haarlem 1821/22, letterzetter wonend inde Uitte Heerensteeg te Haarlem (1847),
zn. van Johan Cord Haeseker, werkman, en Maria van Amstel.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
cc. Johanna van der Meulen, geb. Haarlem 3-10-1824, ovl. Haarlem 16-7-1825.
Uit zijn tweede huwelijk (van der Meulen-Schraader) (o.a.?):
-
dd. Hendrik Koenraad van der Meulen, geb. Haarlem 1829/30, ovl. Haarlem 10-8-1847, koperslager wonend aan het Nieuwekerksplein (1847).
-
ee. Pieter van der Meulen, geb. Haarlem 1833/34, ovl. Bloemendaal 14-12-1893.
-
ff. Willem Fredrik van der Meulen, geb./ovl. Haarlem 28-12-1835, tweeling met
-
gg. Abraham Jacobus van der Meulen, geb./ovl. Haarlem 29-12-1835.
-
hh. Apolonia van der Meulen, geb. Haarlem 19-10-1837, ovl. Haarlem 14-2-1838.
-
ee. Willem Fredrik van der Meulen, geb. Haarlem 3-5-1839, ovl. Haarlem 25-9-1839.
-
ii. Maria Sophia van der Meulen, geb. Haarlem 1840/41, wonend te Haarlem (1875, 1906),
tr. 1o Haarlem 20-10-1875
Pieter Hessels, geb. Haarlem 1826/27, ovl. 1875-1906, schoenmaker wonend te Haarlem (1875),
wednr. van Ida Meeuwig,
zn. van Pieter Hessels en Sara van Bilderbeek,
tr. 2o Haarlem 11-7-1906
Abraham Teeuw, geb. Sliedrecht 1829/30, wonend te Hillegom (1906),
wednr. van Willempje Bartels,
zn. van Arie Teeuw en Neeltje Vogel.
-
7. Pieter Abraham van der Meulen, geb./ged. geref. Leiden Marekerk 25-10/2-11-1800 (get. Pieter Verhoeven, Florentia van der Meulen).
-
8. Christina Maria van der Meulen, geb./ged. geref. Leiden Marekerk 12/14-3-1802, tr. Leiden 20-10-1825
Abram Delfos, timmerman (1832),
zn. van Hendrik Delfos en Elisabeth Verlind.
Zij wonen op de Middelstegracht (1832).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
9. Johannes Jacobus van der Meulen, geb./ged. geref. Leiden Marekerk 2/17-6-1804 (get. Florentia van der Meulen), huisverver (1832),
tr. Leiden 18-12-1828
Jacoba de Vos, dr. van Dirk de Vos en Catharina van Bellen.
Zij wonen op de Oranjegracht (1832).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Johannes Jacobus van der Meulen, geb. Leiden 25-3-1832.
-
bb. Jacoba Maria van der Meulen, tr. Leiden 3-6-1857
Teunis van der Biezen, zn. van Hendrik van der Biezen en Maria van Holland
-
10. Adrianus van der Meulen, geb./ged. geref. Leiden Marekerk 3/6-7-1806.
-
11. Abraham Jakob van der Meulen, geb./ged. geref. Leiden Marekerk 24/29-4-1810, ovl. vóór 1864, wever (1842..1851),
wonende in de Booresteeg? (1842), op het Grootheiligland (1847), aan de Zijlweg (1851),
tr. Leiden 12-11-1835
Adriana Jacoba Deegen, geb. 1807/08, ovl. Haarlem 4-1-1864, woont in de St. Jansstraat (1864) te Haarlem,
dr. van Barend Deegen en Jacoba Versteege.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Hendrik van der Meulen, geb. Haarlem 1838/39, kleermaker (1878) wonend te Haarlem (1878),
tr. Haarlem 11-12-1878
Petronella Sieraad, geb. Haarlem 1848/49, wonend te Haarlem (1878),
natuurlijke erkende dr. van Margaretha Maria Sieraad.
-
bb. Barend van der Meulen, geb. Haarlem 5-5-1842, ovl. Haarlem 25-7-1842.
-
cc. NN van der Meulen, geb./ovl. Haarlem 16-8-1844 (levenloze dochter).
-
12. Apollonia van der Meulen, geb./ged. geref. Leiden Marekerk 24/29-4-1810.
-
b. Abraham Jacob van der Meulen, geb. Leiden 2-3-1758 (gedoopt Waalse Kerk).
-
c. Florenti(n)a van der Meulen, geb. Leiden 16-1-1760 (gedoopt Waalse Kerk), ovl. Leiden 16-1-1840, koopt een huis op de Voldersgracht (1793),
doopget. (1798..1804),
woont te Leiden op de Langebrugge (1799),
otr./tr. Leiden schepenen 26-4/11-5-1799 (get. Florentia Mervouw !, haar moeder wonend in de Haarlemstraat, Floris Verhoeven, zijn vader wonend op de Hooygragt)
Pieter Verhoeven, stoelenmaker, afkomstig van Leiden wonend op de Hooygragt (1799),
doopget. (1800).
Bonboeken Leiden:
Een huis op de Voldersgracht OZ bon Over 't Hof :[203]
7-5-1793:
Is bij hem (=Pieter du Pon) verkogt aan Florentina van der Meulen meerderjarige ongehuwde persona, vrij om 1000 gld. gereed geld.
-
d. Adrien (Adrianus) van der Meulen, geb. Leiden 17-3-1761 (gedoopt Waalse Kerk), ovl. 1798/99, klerk ter secretarie van de stad Leiden,
otr. Leiden 2-10-1783[204]
Maria Klin(c)kenberg(h), ged. Leiden 25-12-1758, dr. van Jan Klinkenberg en Johanna Noorduijn.
Hij
tr. verm. 2o Leiden Engelse gemeente 10-2-1788 (hij heet hier Johannes van der Meulen!!)
Elisabet Bresier (Bresler), ovl. na 1799, verm. wed. van Jan Gerrit Pieter Friderichs (huw. 1785) en van Frans van Heiningen.
In 1790 is Adrianus van der Meulen eigenaar van een huis op de Papengracht bon Vleeshuis te Leiden.
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1782: Adrianus van der Meulen cum suis, Cautie [205]
1794: Adrianus van der Meulen, Procuratie in het frans [206]
1799: Elisabeth Bresler wed. van Adrianus van der Meulen, Akte van voogdij [207]
Uit zijn (tweede?) huwelijk (van der Meulen-Bresier):
-
1. Ds. Henricus Adrianus van der Meulen, ged. Oegstgeest 26-6-1789 (get. de vader zelf en Hendrik van der Meulen en Florentia Mergouw)[208], ovl. Leiden 11-2-1850, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 16-8-1806,[209]
Ned. Herv. predikant te Midwoud,
tr. Leiden 26-5-1813[210]
[211]
Catharina Hendrica Meerburg, geb. Leiden, ged. Leiden Hooglandse K. 16-1-1785, ovl. Midwoud 8-5-1814, dr. van Hendrik Jansz Meerburg, nodiger ter begrafenis, en Catherina Snarenberg.
-
2. Pieternella Cornelia van der Meulen, geb./ged. geref Leiden Pieterskerk 28/30-11-1791 (get. Pieternella Mes, geb. van Tol, ovl. na 1822, tr. Voorschoten 4-12-1813
Ger(r)ardus Pieter van der Tak, geb. 's-Gravenhage 25-7-1795, zn. van Bonefacius van der Tak en Cristina Vissen.
-
aa. NN van der Tak, geb./ovl. Leiden 28-10-1815.
-
bb. Adrianus Hendricus van der Tak, geb. Leiden 20-11-1816 Leiden.
-
cc. Pieter Gerardus van der Tak, geb. Leiden 3-1-1818, ovl. Leiden 11-3-1818.
-
dd. Elisabeth Georgina Henriëtta van der Tak, geb. Leiden 3-6-1819.
-
ee. Cornelia Gerardina Petronella van der Tak, geb. Leiden 22-6-1820.
-
ff. Johanna Maria van der Tak, geb. Leiden 29-6-1821.
-
gg. Christianus Elisabethus van der Tak, geb. Leiden 13-8-1822, ovl. Leiden 10-9-1822.
-
e. Jean van der Meulen, geb. Leiden 9-10-1762 (gedoopt Waalse Kerk), ovl. Hillegersberg 25-4-1824, (=kw. nr. 40).
-
f. Jacob(us) van der Meulen, geb. Leiden 25-8-1764 (gedoopt Waalse Kerk), woont in de Haarlemstraat (1798),
tr. 1o Leiden voor 1795[213]
Elisabeth 't Hoen, ovl. Leiderdorp, beg. buiten Leiden geregistreerd 10-5-1797, wonende op de Middelweg (1797),
otr./tr. 2o Leiden schepenen 27-4/12-5-1798 (get. Hendrik van der Meulen, zijn vader wonend in de Haarlemstraat, Maria Viola, haar zuster wonend op de Beestemarkt)
Christina Viala, afkomstig van Leyderdorp, wonend op de Hogenwoerd (1798).
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1796: Jacobus van der Meulen en vrouw, Testament [214]
1798: Jacob van der Meulen, Huwelijkscontract [215]
Uit zijn eerste huwelijk (van der Meulen-'t Hoen) (waarvan in 1798 nog een in leven):
-
1. Hendrica Florentia van der Meulen, geb./ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 25/26-11-1795 (get. Hendrik van der Meulen en Florentia Mergouw).
-
2. Maria van der Meulen, geb./ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 19/23-4-1797 (get. Maria 't Hoen).
Uit zijn tweede huwelijk (van der Meulen-Viala):
-
3. Jacob van der Meulen, ged.. geref. Leiden Marekerk 16-6-1799 (get. Maria Geertruy Viala).
82. CORNELIS VAN DER BIE, ged. Nieuw Hellevoet 17-7-1740, ovl. Gouda, tr. 2o Waddinxveen 17-8-1783[216]
HENDRIKA ZWAKEN, geb. Emmelercamp, graafschap Bentheim, otr./tr. 1o Waddinxveen 19-5/3-6-1764
83. ELISABETH VAN DER BEN, ged. Zuid-Waddinxveen 10-4-1735, beg. Zuid-Waddinxveen 23-10-1781 (impost ƒ 3,-- [217]).
Uit zijn eerste huwelijk (van der Bie-van der Ben) geboren :
-
a. Elisabeth van der Bie, ged. Waddinxveen 2-6-1765, ovl. Broek 1-1-1846, tr. 1o Waddinxveen 4-11-1787[218]
Antonie van der Starre, geb. Waddinxveen, ovl. 11-6-1797, tr. 2o Waddinxveen 11-6-1797[219]
Jan van Wijk, geb. Bloemendaal 1771/72, ovl. Bloemendaal 29-6-1824, tr. 3o Waddinxveen 29-4-1830
Leendert van Donk, geb. Reeuwijk 28-1-1789, ovl. na 1846, zn. van Leendert van Donk en Leentje Blokhuijs.
Uit haar eerste huwelijk (van der Starre-van der Bie) (o.a.?):
-
1. Jan van der Starre, geb. Zuid-Waddinxveen 5-10-1788, tr. Noord-Waddinxveen 31-5-1819
Adriana Herfst, geb. Noord-Waddinxveen 29-1-1792, dr. van Jan Herfst en Cornelia van der Winden.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
b. Cornelis van der Bie, ged. Boskoop 20-7-1766, beg. Waddinxveen Nieukerck 28-7-1766 (een kind van Cornelis van der Bie genaamt Cornelis).
-
c. Cornelis van der Bie, geb./ged. 18/21-6-1767, ovl. Koudekerk 24-2-1853, tr. Waddinxveen 20-5-1793[220]
Maria van Bemmel, geb. Lopik of Lopiker Kapel 24-12-1766, ovl. Koudekerk 11-1-1850.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Zeger van der Bie, geb. IJsselstein 1795, ovl. Utrecht 2-5-1877, tr. 1o Utrecht 22-5-1822
Johanna Cornelia Terwogt, geb. Nederhorst den Berg 1799/1800, ovl. Utrecht 28-5-1826, dr. van Cornelis Terwogt en Wilhelmina (Mijntje) (van) Stam,
tr. 2o Utrecht 25-11-1826
Cornelia Johanna Terwogt, geb. Utrecht 1798/99, ovl. Utrecht 26-3-1869, dr. van Jan Hendrik Terwogt en Anna Maria Boers.
-
2. Hendrik van der Bie, geb. Koudekerk 1797, tr. 1o Koudekerk 11-11-1821
Neeltje Duis, geb. Woerden 1786/87, ovl. 1821-1835, dr. van Jan Duis en Geertje Pennewert,
tr. 2o Koudekerk 6-5-1835
Grietje Adrias, geb. Zevenhoven 1802/03, ovl. 1835-1838, dr. van Klaas Adrias en Neeltje van der Zwaard,
tr. 3o Koudekerk 28-10-1838
Neeltje Oudshoorn, geb. Zevenhoven 1795/96, dr. van David Oudshoorn en Ariaantje Bongenaar.
Uit zijn eerste huwelijk nageslacht bekend.
-
3. Gerrit (Gerrardus) van der Bie, geb. Koudekerke 1799/1800, ovl. Utrecht 25-9-1856, tr. Utrecht 28-1-1830
Aaltje (Alida) Berlijn, geb. Utrecht 1789, ovl. Utrecht 9-1-1870, dr. van Isa(a)k Berlijn en Neeltje Schoondijk (Schoordijk ).
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Gerrardus Cornelis Izakies van der Bie, geb. Utrecht 1832/33, ovl. Utrecht 11-6-1898, tr. Utrecht 18-7-1872
Catharina Elisabeth Altena, geb. Utrecht 1839/40, ovl. Utrecht 1-5-1902, dr. van Frederik Altena en Adriana Elisabeth Taats.
-
4. Marcelis van der Bie, geb. Koudekerk 1802/03, tr. Koudekerk 25-12-1847
Margje Brak, geb. Alphen 1805/06, wed. van Huibert van der Visch,
dr. van Cornelis Klaas Brak en Antonia Gies.
-
d. Hendrina van der Bie, ged. Waddinxveen 27-8-1769, (=kw. nr. 41).
-
e. Hendrik van der Bie, ged. Waddinxveen 26-5-1771, ovl. jong?
-
f. Hendrik van der Bie, ged. Waddinxveen 12-6-1774, ovl. jong?
-
g. Hendrik van der Bie, ged. Waddinxveen 27-8-1775.
-
h. Jopje (Elisabeth) van der Bie, ged. Waddinxveen 3-5-1778.
Uit zijn tweede huwelijk (van der Bie-Zwaken) gedoopt te Waddinxveen :
-
i. Hendrika Elisabeth van der Bie, geb./ged. Noord-Waddinxveen/Waddinxveen 18-4-1784.
tr. Waddinxveen 12-6-1803[221]
Hermannus Brugman, geb. Hazerswoude.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Hendrik Brugman, geb. Hazerswoude 28-3-1804, ovl. Klaaswaal 4-10-1871, tr. Zuid-Beijerland 11-12-1829
Adriaantje Boender, geb. Zuid-Beijerland 15-3-1803, ovl. vóór 1871, dr. van Cornelis Boender en Elizabeth Monster.
84. WILLEM VAN DER JAGT, geb./ged. Maassluis 30-1/2-2-1727, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 141) 19/25-4-1805, controleur der Convooien en Licenten te Maassluis, dichter,
als publicist van 1772 tot 1788 buitengewoon lid van
verdienste van het letterkundig genootschap "Kunstliefde spaart geen vlijt"(¥)
[222]
tr. Maassluis 12-1-1749
85. NEELTJE RIDDERUS, geb. Maassluis 10-4-1727, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 141) 9/15-12-1803.
|
Het gedicht "De ware vereischten in een' Dichter" waarmee Willem van der Jagt (1727-1805) een' tweeden zilveren eerpenning verdiende, in 1774 uitgereikt door het Haagsche Dichtgenootschap "Kunstliefde spaart geen vlijt".(¥)
Bron: "Proeven van Poëtische Mengelstoffen", door het dichtlievend kunstgenootschap onder de spreuk: Kunstliefde spaart geen vlijt, en prijsvaarzen, II Deel, bl. 298, Uitg. C. van Hoogeveen Jr, 1774.
[223]
klik op plaatje(s) om te vergroten |
| COMMENTAAR(¥)
Kunstliefde spaart geen vlijt, Haags dichtgenootschap van 1772-1818. Jacobus Bellamy werd er in 1779 'aankweekeling'. Staring werd in 1783 tot lid benoemd. Van 1774-1799 verschenen de genootschapsdichtbundels. De raadpensionaris Steyn was er de Maecenas. De leden waren verplicht tot jaarlijks 4 dichtstukjes, groter dan een sonnet, maar zij konden zich met een dukaat vrijkopen. Men vergaderde in het Mauritshuis. Bellamy had er reeds in 1783 genoeg van.
[224]
Ook Willem Bilderdijk, actief lid van maar liefst vier dichtgenootschappen, was lid van dit genootschap met een prinsgezind imago.
[225]
|
Willem van der Jagt was een veelbesproken figuur in Maassluis.
Zijn dichtstuk "De ware vereischte in een dichter" werd met een
zilveren erepenning bekroond. Toen in 1763 een nieuwe kerkklok
in gebruik werd genomen leverde Willem de volgende tekst ervoor :
Ik tel all' de uren / En roep het arbeidsvolk te werk
Verkondig rouwe en vreugde / En noodig elk ter kerk
In 1775 ontstond ruzie in de kerk over de "zangtoon" der nieuwe
psalmberijming(¥). Willem en Ds. van Sprang werden ervan beschuldigd
de uitvinders en doordrijvers van deze "Dans en Comediezang" te zijn.
Het liep uit op handtastelijkheden, en Willem en zijn zoon Adriaan
moesten beloven weer op de "oude toon" te zingen.
In 1781 schrijft Willem nog een gedicht ter gelegenheid van het
behouden terugkeren van de Maassluise en Vlaardingse vissersvloot
na het uitbreken van de oorlog met Engeland
[226].
| COMMENTAAR(¥)
In "Het psalmenoproer" [227] beschrijft Maarten 't Hart deze periode in de Maassluise geschiedenis in de vorm van een - mijns inziens meesterlijke - historische roman. De hoofdpersonen zijn fictief, de meeste andere personages en de gebeurtenissen historisch. Willem van der Jagt figureert herhaaldelijk als 'dichter(tje)' in de gebeurtenissen.
|
In 1795 komen de burgers W. van der Jagt, A. de Vos en J. Kaldeijer
op tegen de gewoonte van de regenten van het Hervormd Weeshuis te
Maassluis om rekening af te leggen tegenover Schout en Schepenen, zij
wensen, als democraten, dat de regenten aftreden en dat er door de
gereformeerde (sic!) burgers nieuwe regenten zouden worden gekozen en
dat rekening zou worden afgelegd tegenover gecommitteerden uit de
burgerij. Hun verzoek wordt niet ingewilligd
[228].
In het familiearchief van Dam[229] bevinden zich o.a.
- een gedicht ophet huwelijk van Willem van Dam, schepen
van den ambacht van Beukelsdijk, Oost- en West-Bloemersdijk,
gen. Kool, enz., met Margaretha van der Kloot
te Rotterdam 24 Aug. 1746 (dichters Nicolaes Versteeg
en W. van der Jagt).
- een lijkzang op 't ontijdig afsterven van Elisabeth Tamé, huisvrouw van
Severijn van der Kloot, ob. buiten
Rotterdam, oud 36 j., 6 m. en 9 d. op den llden dag
na hare bevalling van eenen zoon en wel op den 23 Oct.
1765 (dichter Willem van der Jagt).
-
a. Gerrit van der Jagt, ged. geref. Maassluis 30-4-1750, ovl. Moordrecht 13-4-1834, notaris te Zaandijk, Maassluis en Moordrecht,[230]
schepen van Westzaan, agent
van het administratief bestuur der banne Westzaan,[231]
schreef, behalve enkele boeken over het notariaat, voorts
"Het Vaderland" (Amsterdam, 1790) en
"Nederland in 't Miniatuur" (Haarlem, 1805),
[232]
tr. De Rijp 20-4-1778
Maartje Jantjes, geb. De Rijp 18-2-1744, ovl. Maassluis 30-4-1818, dr. van Pieter Jantjes en Lijsbeth 't Lam [233].
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Mr. Willem van der Jagt, geb. 1780/81, afkomstig van De Rijp,
ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 28-1-1801 ("Willem van der Jagt, ex pago Rijp Hollandus, 20 (jaar)"),[234]
solliciteur bij het Algemeen Bestuur en de Ministeriële Departementen te 's-Gravenhage (1822-1834),
procureur bij het Hooge Geregtshof te 's-Gravenhage (1822-1833),
thesaurier en secretaris van de Kamer van Discipline der prokureurs (1822-1823),[235]
lid van een Kommissie uit de Solliciteurs (1828),
woont in de Nieuwe Molstraat (1822-1833), Paveljoensgracht (1833) te 's-Gravenhage,
tr. vóór 1807
Maria Magdalena Tient, geb. 1779/80.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Dr. Mr. Gerrit van der Jagt, geb. (verm. 's-Gravenhage) 1807, ovl. 1857/58, ingeschreven als student rechten en letteren aan de Universiteit van Leiden 11-4-1825 ("Gerardus van der Jagt, Haganus. 17 (jaar)"),[236]
promoveert aldaar op 10-4-1829 magna cum laude in de beide rechten op een dissertatie getiteld "De Diocletiani Constitutionibus quae Jus Personarum spectant",[237]
advocaat (vanaf 1828) te 's-Gravenhage,
procureur (vanaf 1834) bij het Hoog-Geregtshof (sinds 1838 de Hoogen Raad) en het Provinciaal Geregtshof van Holland,
rechter in de Arrondissements-Rechtbank (1e Arr.) van 's-Gravenhage (1846-1857),
opziener van de Remonstrantsche Broederschap te 's-Gravenhage (1848-1855),
plaatsvervangend (1850-1855) en gewoon (1856) Commissaris voor 's-Gravenhage van de Nederlandsche Handelmaatschappij,
lid van het kies-college voor de gemeenteraad van 's-Gravenhage (1851),
lid van de Vaste Commissie tot het herzien van alle Plaatselijke Belastingen van de Gemeenteraad van 's-Gravenhage (1853-1854),[238]
woont in de Nieuwe Molstraat (1831), St. Anth. Burgwal (1833), Paveljoensgracht (1834-1836), Stille Veerkade (1837), Raamstraat 128 (1838-1857) te 's-Gravenhage,
tr. 's-Gravenhage 17-8-1831
Cornelia Schadee, geb. 1810/11, particuliere (1831),
dr. van Jan Schadee, oud administrateur, en Cornelia van der Wallen van Vollenhoven.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Mr. Willem van der Jagt, geb. 's-Gravenhage 14-9-1832, ovl. 's-Gravenhage 17-8-1911, adjunct-commies op het Ministerie van Binnenlandse Zaken biza (1858-1860),
secretaris van de Nederlandsche Evangelisch-Protestantsche Vereeniging (1862-1863),
priester van de Apostolische Gemeente te 's-Gravenhage (1885),
adjunct-commies op het Ministerie van Kolonien (1889-1897),[239]
woont Raamstraat (1858-1863), Hugo de Grootstraat 41 (1889-1897) te 's-Gravenhage,
zendeling op Bali,[240]
tr. Soerabaja 23-1-1867[241]
Sara Adriana Rijkschroeff, geb. Kema 31-3-1836, ovl. 's-Gravenhage 7-12-1886, dr. van Rijk Adriaan Rijkschroeff, opziener van Kema en Liekoepong, en Jacoba Frederika Velt.
-
bbb. Cornelia Johanna van der Jagt, geb. 1833/34, tr. 's-Gravenhage 27-6-1855
Johannes Gotlieb Jäger, geb. 1829/30, secretaris duinwater maatschappij (1855),
zn. van Christian Jäger en Alida Wetting.
-
bb. Mr. Martinus Willem van der Jagt, geb. 1815/16, ovl. Batavia 4-8-1850,[242]
ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 5-9-1835 ("Martinus Guilielmus van der Jagt, Haganus, 19 (jaar),[243]
eerste gezworen klerk van de Raad van Justitie te Soerabaja (1839),[244]
tweede luitenant bij de Schutterij te Soerabaja (1839),[245]
auditeur militair bij de Raad van Justitie te Makasser (Celebes) (1840),[246]
magistraat en fiskaal te Makasser (Celebes) (1840-1843),[247],
lid van het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen (1842-43),[248]
rechter bij de Raad van Justitie te Samarang (1844-1845),[249]
president bij de Raad van Justitie te Padang (Sumatra) (1847),[250]
lid van de Subcommisie van Onderwijs te Samarang (1845) en te Padang (1847),[251]
officier bij de Raad van Justitie te Soerabaja (1847-1849),[252]
eerste luitenant auditeur bij de Schutterij te Soerabaja (1848-1849),[253]
vermeld als Indisch ambtenaar (1841..1849),[254]
woont te Soerabaja (1839), Makasser (1843), Samarang (1844-1846), Padang (1847), Soerabaja (1849), Batavia (1849) [255]
tr. Soerabaja 1-9-1842[256]
Johanna Catharina Henriette van der Tuuk, geb. vóór ca. 1825, ovl./beg. Batavia 6/7-1-1878,[257]
[258]
woont te 's-Gravenhage (1869),
dr. van Mr. Sefridus van der Tuuk, president van de Raad van Justitie te Soerabaia, en Louisa Neubronner
Zij testeren te Batavia 1850.[259]
Grafsteen/gedenksteen op de begraafplaats Tanahabang te Batavia:[260]
nr. 83: Gewijd / aan / Mr. M. W. van der Jagt / zijne echtgenoote
/ J.C.H. van der Tuuk / en hun kleindochtertje /
Lousje van der Jagt / Openb. XIV 13 Matth. X1X. 14.
-
aaa. Severijn Johan Daniel van der Jagt, geb. Samarang 21-1-1841, ovl. Samarang 3-5-1841,[261]
filiatie niet bewezen (voorechtelijk?).
-
bbb. Louise Maria Magdalena van der Jagt, geb. Makasser (Celebes) 29-6-1843, ovl. Makasser (Celebes) 24-1-1844,[262]
-
ccc. Mr. Gerrit van der Jagt, geb. Samarang 27-10-1844,[263]
ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 15-9-1863 ("Gerardus van der Jagt e Samarang Ind. Or. 18 (jaar)",[264]
aspirant Oostindisch ambtenaar wonend onlangs te Londen thans (1869) te 's-Gravenhage,
derde substituut-griffier bij het Hoog Geregtshof en het Hoog Militair Geregtshof (1870-1871),
substituut Officier van Justitie bij de Raad van Justitie te Batavia (1873),[265]
voorzitter (benoemd 1-5-1880) van de Landraad te Buitenzorg (1880-1883),
lid (1876-1884) en vice-president (benoemd 17-3-1884) van de Raad van Justitie op Java te Batavia (1876-1889),
bestuurslid van het Liefdadigheidsgesticht te Depok (Buitenzorg) (1883-1886),
bestuurslid van het Genootschap van in- en uitwendige zending te Batavia (1886-1892),
raadsheer (benoemd 22-3-1890) in de vierde kamer van het Hooggerechtshof van Nederlandsch-Indië, (1890-1895),
raadsheer (benoemd 22-3-1890) in het Hoog Militair-Gerechtshof van Nederlandsch-Indië (1890-..)
bestuursvoorzitter van de Vereeniging "Jakobus" tot steun van weduwen en weezen van zendelingen in Nederlandsch-Indië te Batavia (1892),[266]
penningmeester van de vereniging Nederland en Oranje (1895),[267]
woont Perponcherstraat 's-Gravenhage (1895),
tr. 's-Gravenhage 10-11-1869 (get. o.a. Willem van der Jagt, zonder beroep, 37, Jan van der Jagt, procureur bij de Hoge Raad, 34, beiden won. 's-Gravenhage)
Louise Smissaert, geb. Samarang 19-3-1847, wonend te 's-Gravenhage (1869),
deelneemster in de suikeronderneming Pleret (1883-1885),[268]
dr. van Hendrik Anne Constantijn Smissaert, laatstelijk assistent resident van Probolingo, en Emma Davidsen.
Suikeronderneming Pleret in het district Pasoeroean en Ngempit:
Ondernemers:
M.H. Heijn, E. Davidson, wed.
van W.K. van der Eb, de Erven
van M.J. Smissaert, L. Smissaert,
echtgenoote van mr. G. van der Jagt, A. Snethlage
en H.A.O. Snethlage, administrateur J.P. Moquette.
De onderneming meet 178 6/13 bouws (à 500 vierkante roeden)
werkt op de grondslagen van 1870, en heeft een
vergunning voor 1871-1891, de verpondingswaarde is ƒ 275.000,--.
[269]
Uit dit huwelijk vermoedelijk:[270]
-
aaaa. Maarten Willem van der Jagt, geb. Batavia 17-11-1870, woont te Sidoardjo (1894-1895), te Kraksaän (1896-1897), Banjoewangi (1898-1901),[271]
fabricatiechef op de Suikerfabriek Kabat (1903-1904), Suikerfabriek Sewoe Galoor (1906-1908), tuinchemiker op de Suikerfabriek Sewoe Galoor (1908), tuinemployé op de Suikerfabriek Rewoeloe (1911), op de Suikerfabriek Soedhono (1912..1914), op de Suikerfabriek Redjoagoeng (1915), chef aanplant op de Suikerfabriek Redjoagoeng (1916-1918), tuinemployé Suikerfabriek Kedawoeng (1919-1925), nog tot 1937 als (gepensioneerd?) tuinemployé vermeld,[272]
tr. Soerabaja 12-1-1900[273]
[274]
Rolfine Josine Caroline Lautenslager, geb. Makassar (Celebes) 15-5-1881[275], ovl. na 1908, dr. van Andries Hermanus Lautenslager en Maria Karo1ina Hoffmann.[276]
Zij wonen te Banjoewangi (1903-1904), Djokjakarta (1906-1911), Madioen (1912-1918), Pasoeroean (1919-1937).[277]
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
bbbb. Emma van der Jagt, geb. Batavia 9-1-1872,[278]
tr. Batavia 4-6-1890[279]
Wilhelm Martin Ottow (RNL 1913), geb. Ternate 18-5-1863 [280]
, ovl. Batavia 22-11-1916 [281]
, ingeschreven als student pharmacie aan de Universiteit van Utrecht 9-10-1880,[282]
doorloopt een carrière als apotheker bij het Ministerie van Oorlog in NOI in de rang van
militair apotheker der tweede klasse (benoemd 1-9-1885),
der eerste klasse (bevorderd 18-8-1896),
kapitein (bevorderd 1898),
majoor (bevorderd 4-6-1908),
luitenant-kolonel (bevorderd 5-7-1910),
kolonel titulair (bevorderd 30-11-1914),
militair apotheker bij het Scheikundig laboratorium (1887-1891) van de VIe Afdeling (Hoofdbureau van de geneeskundige dienst) te Batavia,
secretaris van de afdeling Batavia van de Nederlandsche Militairen Bond (1890-1893),
militair apotheker(¥) (1898-1907) bij de Pharmaceutische-dienst te Semarang (1898-1899),
te Palembang (1902-1903) en bij het Scheikundig laboratorium te Batavia (1904-1905),
leraar, militair-apotheker (benoemd 27-10-1906) bij de School tot opleiding van Inlandsche artsen te Weltevreden (1906-1907),
administrateur van het magazijn van geneesmiddelen te Weltevreden(1906-1907),
dirigerend militair apotheker der 2de klasse en 1e klasse en eerste laborant van het scheikundig laboratorium te Batavia (1908-1913),
bestuurslid (1910) en secretaris (1911) van het Christelijk Militairentehuis te Batavia,
bestuurslid (1911-1914) van de Koninklijke natuurkundige vereeniging in
Nederlandsch-Indië te Batavia,
kolonel tit. apotheker en eerste laborant van het scheikundig laboratorium te Weltevreden (1914-1915),[283]
[284]
zn. van Carl Wilhelm Ottow, hoofd van het gewestelijk bestuur van Nieuw Guinea, residerend te Ternate.
Zij wonen te Semarang Bodjongscheweg ("vis a vis Assistent-Resident") (1898), met verlof naar Nederland (1900), Palembang (1902), Batavia (1903), Mr. Cornelis (1904), Batavia/Weltevreden, Sluisbrugweg (1906-1915).[285]
Hieruit verder nageslacht bekend.
| COMMENTAAR(¥)
In 1903 verschijnt hij ineens met de titel Dr. Hij zou op verlof in Nederland rond 1900 gepromoveerd kunnen zijn, maar daarvan is niets te vinden. Wel publiceert hij in 1886 "Onderzoekingen over den bast van Wistaria sinensis (Nutt.) syn. Glycine sinensis (Curt), gedaan in het Pharmaceutisch Laboratorium der Rijks-Universiteit te Utrecht",[286] maar dit is geen proefschrift.
|
-
cccc. Hendrik Anne Constantijn van der Jagt, geb. Batavia 17-5-1874.
-
dddd. Louise van der Jagt, geb. Batavia 19-8-1875, ovl. Batavia 2-7-1877.
Grafsteen/gedenksteen op de begraafplaats Tanahabang te Batavia:[287]
nr. 83: Gewijd / aan / Mr. M. W. van der Jagt / zijne echtgenoote
/ J.C.H. van der Tuuk / en hun kleindochtertje /
Lousje van der Jagt / Openb. XIV 13 Matth. X1X. 14.
-
eeee. Gerrit van der Jagt, geb. Batavia 23-12-1876.
-
ddd. Willem Hendrik van der Jagt, geb. Samarang 22-12-1845,[288]
-
eee. Cornelia Antoinette van der Jagt, geb. Soerabaja 25-7-1848, ovl. Soerabaja 18-11-1848,[289]
-
fff. Dirk van der Jagt, geb. Soerabaja 29-8-1850,[290]
-
b. Adriaan van der Jagt, geb./ged. geref. Maassluis 28/30-8-1752, ovl. Charlois 16-2-1830 [291], koopman, reder, schepen te Maassluis compareert te Maassluis 16-1-1784 en 19-2-1810,(¥)
neemt plaats in diverse vertegenwoordigende lichamen (zie hieronder),
tr. Schipluiden 10-11-1776
Cornelia Johanna van der Hoeven, geb. Maassluis 24-11-1749, ovl. Amsterdam 3-11-1824, dr. van Hendrik van der Hoeven en Agatha van der Meer [292].
| COMMENTAAR(¥)
ZOEK OP RA Maassluis, 1904, XLII 5, port 2, 1896 LIV 157, port 30, nr. 2.
|
Er blijkt een werk geschreven te zijn
"Op de huwelijksvoltrekking van den Heere Adriaan Van der jagt en Mejufvrouwe Cornelia Joanna Van der hoeve, te Schipluiden, den 10 van slachtmaand 1776".
Het is blijkbaar een extract uit een groter werk,[293] en bevat
zinspelingen op Maassluis als woonplaats van de bruid en op de koopvaardij als beroep van de bruidegom.
Adriaan van der Jagt, geb. 1752 ovl. 1830, wonend te Maassluis, Gereformeerd, is
namens Maassluis lid van de vergadering Provisionele Representanten van het Volk van Holland (16-2-1795, opnieuw gecommitteerd 9-4-1795),
gedeputeerde in de Staten-Generaal der Verenigde Nederlandse Provinciën (12-1-1796 tot 1-3-1796),
lid van het Provinciaal Bestuur van Holland (maart 1796 tot 22-1-1798, herkozen 21-3-1797),
namens het District Middelharnis lid van Tweede Nationale Vergadering (29-9-1797 tot 22-1-1798),
lid van de Constituerende Vergadering representerende het Bataafse Volk (22-1-1798 tot 3-4-1798), van welke functie hij werd ontheven op verdenking van speculaties,
[294]
[295]
blijkbaar na de staatsgreep der z.g. radicaal-unitarissen op 22-1-1798.[296]
-
1. Willem Adriaansz van der Jagt, ged. geref. Maassluis 7-9-1777, tr. (attestatie Maassluis 10-11-1800)
Petronella Margarita Roels.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. NN van der Jagt, geb./ged. geref. Maassluis 26/31-3-1802.
-
bb. Ant(h)onia van der Jagt, geb./ged. geref. Maassluis 26-2/23-3-1803, tr. Voorburg 13-12-1822
Matthijs Dirck Spoor, geb. Rijswijk 22-11-1799, zn. van Matthijs Spoor en Agatha Meijer.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Johannes Dirck Spoor, geb. Rijswijk 22-7-1824, tr. Voorburg 27-4-1851
Cornelia van der Gaag , geb. 's-Gravenhage 30-3-1828, dr. van Samuel Andries van der Gaag en Anna Maria Barbara van Thiel.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
bbb. Maria Agatha Spoor, geb. Rijswijk 24-9-1826, tr. Voorburg 19-2-1853
Jan van der Gaag, geb. 's-Gravenhage 13-3-1826, zn. van Samuel Andries van der Gaag en Anna Maria Barbara van Thiel.
-
ccc. Carel Abram Spoor, geb. Rijswijk 9-4-1829, ovl. Voorburg 24-10-1897, tr. Voorburg 1-6-1856
Cornelia Willemina de Gruijter, geb. Voorburg 16-8-1825, ovl. Voorburg 19-1-1899, dr. van Lambertus de Gruijter en Catharina Petronella Noordendorp.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
ddd. Hendrik Willem Spoor, geb. Rijswijk 20-5-1835, ovl. na 1919, tr. Voorburg 29-11-1868
Cornelia van Beekum, geb. Voorburg 2-8-1847, ovl. Voorburg 4-5-1919, dr. van Pieter van Beekum en Antonia Blom.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
cc. Adriaan van der Jagt, geb./ged. geref. Maassluis 26-2/23-3-1803, tweeling met Antonia.
-
dd. Abram van der Meer van der Jagt, geb./ged. geref. Maassluis 4-11/14-12-1809.
-
ee. Philippina Johanna van der Jagt, geb./ged. geref. Maassluis 18-9/2-10-1811.
-
2. Hendrik van der Hoeve van der Jagt, ged. geref. Maassluis 20-12-1778, ovl. Vianen 26-6-1839, ingeschreven als student geneeskunde aan de Universiteit van Leiden 20-5-1800,[297]
controleur der In- en Uitgaande Rechten,
tr. Maassluis 10-8-1820[298]
Geertrui(da) Braat, geb./ged. Maassluis 17/24-8-1787, ovl. Gorinchem 22-1-1861,[299]
dr. van Lambert (Lambrecht) Braat, chirurgijn, en Jacoba Post.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Kornelia Joanna van der Jagt, geb. Maassluis 12-8-1820, ovl. Maassluis 25-1-1821.
-
bb. Lambertus Jacobus van der Hoeven van der Jagt, geb. IJsselmonde 3-11-1823, ovl. Vianen 3-5-1841 (ongehuwd).
-
cc. Adrianus Cornelis van der Hoeven van der Jagt, geb. IJsselmonde 25-3-1825, ovl. Gorinchem 20-7-1878, tr. Gorinchem 25-10-1854 (als Adrianus Cornelis van der Jagt)
Anna Margaretha Schelvisvanger, geb. 's-Gravenhage 16-8-1829, ovl. Gorinchem 6-4-1903, dr. van Adrianus Schelvisvanger, adjunct commies, en Adriana Johanna Verstraten.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Adrianus Cornelis van der Jagt, geb. Gorinchem 16-9-1857.
-
bbb. Paulina Margaretha van der Jagt, geb. Gorinchem 26-8-1864, ovl. Apeldoorn 11-11-1942, tr. Gorinchem 10-4-1890
Hendrik Stokhui(j)zen, geb. Gorinchem 1859/60, ovl. Apeldoorn 28-1-1933, muziekonderwijzer (1891..1933),
zn. van Willem Stokhuizen en Johanna Everdina Faul.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaa. Adriaan Cornelis Stokhuijzen, geb. Apeldoorn 8-1-1891, fotograaf (1920),
tr. Arnhem 20-7-1920
Frederika Mensens, geb. Arnhem 1888/89, onderwijzeres (1920),
dr. van Mattheus Mensens en Elisabeth Gerdina Lijsen.
-
bbbb. Willem Stokhuijzen, geb. Apeldoorn 12-8-1892, ovl. Apeldoorn 18-8-1892.
-
cccc. Johanna Everdina Stokhuizen, geb. Apeldoorn 5-4-1894, ovl. Apeldoorn 26-4-1894.
-
ccc. Hendrik Lambertus van der Jagt, geb. Gorinchem 1854/55, tr. Schelluinen 31-12-1890 (NB hier heet zijn moeder Schelvis!)
Catharina Cornelia Kamsteeg, geb. Hardinxveld 1866/67, dr. van Dirk Kamsteeg en Alida Cornelia van der Schuit.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaa. Anna Margaretha van der Jagt, geb. Gorinchem 22-6-1893, ovl. Gorinchem 14-11-1893.
-
bbbb. Adriana Cornelia van der Jagt, geb. Gorinchem 2-4-1896.
-
cccc. Alida Paulina (van der Hoeve) van der Jagt, geb. Gorinchem 23-2-1901 ("De naam van der Jagt is op bevel van de Officier van Justitie in het arrondissement Dordrecht van 19-9-1976 verbeterd in van der Hoeve van der Jagt").
-
3. Abraham van der Meer van der Jagt, ged. geref. Maassluis 20-12-1778, tweeling met Hendrik.
-
4. Gerrit Adriaansz van der Jagt, ged. geref. Maassluis 20-8-1780, ovl. Maassluis 17-3-1819, tr. (Maassluis) 10-11-1810
Willempje van der Priem, ovl. na 1819.
Uit dit huwelijk (o.a.?).
-
aa. Cornelia Johanna van der Jagt, geb./ged. geref. Maassluis 27-7/13-8-1811, ovl. Maassluis 6-8-1835, tr. Hellevoetsluis 30-10-1834
Jacobus van der Endt, geb. Maassluis 1807/08, ovl. na 1835, zn. van Jacob van der Endt en Anna van den Bosch.
-
bb. Pieter van der Priem van der Jagt, geb. Maassluis 28-9-1813.
-
cc. Adriaan van der Jagt, geb. 1814/15, ovl. Maassluis 9-8-1818.
-
dd. Abraham van der Meer van der Jagt, geb. Maassluis 15-2-1817 (NB in de akte staat als voornaam Abraham van der Meer), ovl. Maassluis 1-7-1818.
-
c. Jo(h)anna van der Jagt, geb./ged. geref. Maassluis 10/12-9-1756, ovl. Den Bosch 29-3-1836, tr. Maassluis 6-6-1787
Ds. Johannes Duyser, geb. Den Haag 29-7-1755, ovl. Den Bosch 5-4-1836 ("ten huize van zijn eenigen zoon Ds. G.J. Duijser"), ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 30-9-1775 ("Johannes Duyser, Haga-Batavus, 20 (jaar)"),[300]
predikant te Ter Heide (classis 's-Gravenhage)(1781-1786),[301]
te Bergambacht (1786-1798), Ter Heide (1798) (classis Breda),
staat in 1798 op de lijst van kandidaten voor vervulling van de vacature in Wervershoof, wordt verkozen en beroepen,[302]
predikant te Wervershoof (1798..1804),
staat in 1804 op de lijst van kandidaten voor vervulling van de vacatures in Andijk en Hasselt maar wordt niet verkozen,[303]
predikant te Herpt en Hedikhuizen (1806),
predikant te Doeveren en Genderen (1818, 1823),[304]
emeritus predikant te Doeveren (sinds 1826),[305]
wordt op 13-5-1818 in de eerste vergadering van de afdeling Heusden van het Nederlandsche Bijbelgenootschap verkozen tot bestuurslid,[306]
zn. van Gijsbert Duyser en Johanna Dunck.
Memorie van successie van Johanna van der Jagt.
Kantoorplaats: 's-Hertogenbosch, Memorienr: 98, Datum: 29-3-1836.
|
Bericht in Boekzaal der geleerde wereld[307] over de dankrede op 3-8-1806 door Ds. J Duijser t.g.v. zijn 25-jarig ambtsjubileum.
|
Bericht in Boekzaal der geleerde wereld[308] over het overlijden op 5-4-1836 van Ds. J Duijser.
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Ds. Gijsbert Johannes Duijser, geb. Bergambacht 21-11-1791, ovl. Helvoirt 22-1-1874 (zie ook Mem. van Successie), ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 4-5-1810 ("Gijsbert Johannes Duijser, ex Bergambacht prope Goudam Hollandus, 19 (jaar)"),[309]
wordt op 18-7-1814 als kandidaat te Gorinchem beroepen naar Sirjansland, maar aldaar kennelijk niet benoemd,[310]
proponent onder de classis van Gorinchem (1817, 1818),
staat in 1817 op de lijst van kandidaten voor vervulling van de vacature in Nootdorp, en voor Helvoort en Haaren, maar wordt niet verkozen,
staat in 1818 op de lijst van kandidaten voor vervulling van de vacature in Babijlonienbroek en Hill, voor Heeze en Leende, voor Meeuwen en Haagoort, maar wordt niet verkozen,
wordt in 1818 beroepen tot predikant te Helvoort en Haaren,
en op 14-6-1818 aldaar bevestigd door zijn vader Ds. Johannes Duijser,[311]
predikant aldaar (1818..1842),
staat in 1823 op de lijst van kandidaten voor vervulling van de vacature in Ethen en Drongelen, maar wordt niet verkozen,[312]
staat in 1829 tweemaal op de lijst van kandidaten voor vervulling van de vacature in Oud en Nieuw Gastel, maar wordt niet verkozen,[313]
houdt in 1842 de lijkrede voor zijn overleden collega Ds. Reinhard Adriaan van Heusden, predikant te Oisterwijk,[314]
krijgt tot zijn overlijden een pensioen van ƒ 740,-- per jaar,[315]
tr. Haaren (NB) 13-11-1823
Catharina Jacoba Arnoldina Veltcamp Helbach, geb. 's-Hertogenbosch 3-3-1799, ovl. Helvoirt 15-7-1890 , dr. van Johannes Casparus Veltcamp Helbach en Johanna Maria Catharina van Teijlinge.
-
2. Cornelia Duijser, ovl. Helvoirt 1-8-1821.
-
d. Govert van der Jagt, ged. geref. Maassluis 25-12-1760, ovl. jong.
-
e. Pieter van der Jagt, geb./ged. geref. Maassluis 22/24-9-1762, (=kw. nr. 42).
-
f. Maria van der Jagt, geb./ged. geref. Maassluis 15/17-11-1765, ovl. Rotterdam 13-12-1844, tr. Gouda 7-12-1820
Anthonie van Bommel, geb. Maassluis 16-10-1765, ovl. Rotterdam 20-3-1839, koperslager,[316]
zn. van Maarten van Bommel en Jannetje van Balen, wednr. van
Christina Elizabeth Henning.
86. ADRIANUS (ADRIAAN) VAN VOLKOM, ged. (geb?) Dordrecht 9-5-1751, ovl. Amsterdam 27-10-1834, woonde Voorstraat bij de Munt,
in wijk C nr. 1042 (ca 1796-1797)[317]
in wijk C nr. 1338, (ca. 1800)[318]
te Dordrecht,
op de Achtergracht bij het Weesperplein te Amsterdam (1834),
vermeld op de Lijst van leden, donateurs en donatrices
van het Patriottisch exercitiegenootschap "De vrijheid"
te Dordrecht (1783-1788),
[319]
betaalt ƒ 1-0-0 quotisatie klasse 40, (ca. 1800),
huw.get. (1828),
otr. Dordrecht 4-5-1776,
otr./tr. Den Haag Grote Kerk 12-5/2-6-1776 als j.m. met attestatie van Dordrecht
87. MARIA KO(C)K (KOEK!, KOLK, KOOK), geb. Dordrecht 3-3-1751, ovl./beg. Amsterdam Westerkh. 23/27-3-1809, j.d. woonde Vriesestraat te Dordrecht (1776),
woonde op de Amstel bij de Achtergracht,
op de Lindengracht op 't Suijkerhoffie(¥) te Amsterdam (1809).
| COMMENTAAR(¥)
In het Suijkerhofje, gelegen aan de Lindengracht 149-163 te Amsterdam, en
gesticht uit de nalatenschap van Jan Suijkerhof (ovl.
1667), werden protestantse vrouwen boven de 50 jaar gehuisvest
[320].
|
|
Overlijdensadvertentie in de Dordrechtse Courant d.d. 4-11-1834 van Adrianus van Volkom (1751-1834).
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Uit dit huwelijk:(¥)
COMMENTAAR(¥)
Wie is Willem van Volkom, ovl. Willemstad 7-9-1842, van wie Memorie van successie, Toegangnr: 036.03.19 Inventarisnr: 29,
Kantoorplaats: Zevenbergen, Memorienr: 66, Datum: 07-09-1842
En Willem van Volkom, woont te Batavia (1841-1845).[321]
|
-
a. Geertruy Pieternella van Volkom, ged. geref. Dordrecht 28-2-1777, (=kw. nr. 43).
-
b. Abraham van Volkom, ged. geref. Dordrecht 13-12-1778, ovl. jong?
-
c. Pieter van Volkom, geb./ged. geref. Dordrecht 25-12-1779/1-1-1780, ovl. 's-Gravenhage 28-5-1847, woont in wijk C nr. 1042 ((ca 1796-1797))[322]
in wijk C. nr. 1005 (verm. ca. eind 1808),
wijk C. nr. 1119 (1813),[323]
te Dordrecht,
betaalt ƒ 100,-- quotisatie (verm. ca. eind 1808),[324]
kiesgerechtigd in 1811 als boekhouder te Dordrecht,[325]
betaalt belasting op personeel en meubilair (1818),[326]
boekhouder (1808..1814),
makelaar (1815-1817),[327]
adjunct kommies (1830, 1834), ambtenaar (1836, 1837), commies (1847),
adjunct-commies (1833-1841) en commies (1842-1847) bij het Departement van Financien te 's-Gravenhage,
[328]
huw. get. (1830..1837),
woont in wijk C1119 (1813, 1814) te Dordrecht, Scheveningsche brug (1833-1837) Brouwersgracht (1828-1839), Lange Achterom (1840-1841), Wagenplein (1842-1847) te 's-Gravenhage,
tr. vóór 1803
Wilhelmina (Willemina) Briedé (Bridee, Brude), geb. Gorinchem 1776/77, ovl. 's-Gravenhage 30-10-1836, dr. van Hendrik Willem Briedé en Apolonia Hoffman.
Op 5-6-1813 verkopen Teunis Willem Plukhooy, koopman, en Pieter van Volkom, boekhouder, een pand in de Wijnstraat te Dordrecht,
aan Everhardus Chevalier, handelaar,
Johan Christiaan de Klerk, handelaar,
Jacobus de Voogd, handelaar.
[329]
Op 17-6-1820 verkoopt Anna van Tienen, particulier, een pand op het Latourpad te Dordrecht,
aan (de erven van?) Pieter van Volkom (overleden), makelaar.
[330]
Op 9-1-1822 verkoopt (de erven van?) Pieter van Volkom (overleden), makelaar, een pand op het Latourpad te Dordrecht,
aan Carlo Antonio Conelli, winkelier.
[331]
Uit dit huwelijk (o.a.?):(¥)
| COMMENTAAR(¥)
Vanaf 1837 worden te Gorinchem kinderen geboren van Pieter van Volkom Briedé en Jenneke van Tricht. Hij is kennelijk Pieter Bridé geb. 1811 te Gorinchem als zn. van Johannes Briede en
Johanna Bol.[332] Waarom hij zich van Volkom Briedé noemt is vooralsnog onduidelijk.
|
-
1. Maria Apollonia van Volkom, ged. Dordrecht 19-7-1803.
-
2. Apolonia Anna van Volkom, ged. Dordrecht 12-12-1804, ovl. Padang (NOI) 10-10-1838[333], tr. Batavia 24-7-1831[334]
Leendert Verboon, geb./ged. geref. Rotterdam 12/21-8-1806 (get. Leendert Verboon en Alida Boogaerdt Né Verboon)[335]
, ovl. Tagal 2-5-1862[336]
Voor verdere gegevens van Leendert Verboon, zijn drie vrouwen en zijn kinderen zie
Fragment Verboon.
-
3. Henriette Willemina van Volkom, ged. Dordrecht 30-10-1806.
-
4. Geertruij Pieternella van Vollekom, ged. Dordrecht 27-3-1809.
-
5. Adrianus van Volkom, ged. Dordrecht 12-1-1811.
-
6. NN van Volkom, geb./ovl. Dordrecht 13-18 April 1818 (doodgeboren zoon)[337].
-
7. Anthonie van Volkom, geb. Dordrecht 1820/21, ovl. vóór 1874, steentekenaar wonend te 's-Gravenhage (1849),
tr. 's-Gravenhage 7-11-1849
Francina de Zwaan, geb. 's-Gravenhage 1819/20, ovl. na 1882, dienstbode (1849), plaatsbewaarster (1874, 1876), wonend te 's-Gravenhage (1849..1882),
dr. van Johannes de Zwaan en Maria van Ingen, naaister.
Bij het huwelijk erkennen zij het kind Johanna Eva van Volkom geb. 's-Gravenhage 4-11-1842.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
d. Abraham van Volkom, ged. geref. Dordrecht 17-1-1782.
-
e. Ds. Willem van Volkom, ged. geref. Dordrecht 14-5-1784, ovl. Amsterdam 14-2-1-1836 (ongehuwd), volgt de Latijnse school te Dordrecht,
ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 14-9-1801,[338]
hervormd predikant te Nieuwenhoorn (1807), Giessendam (1810), Breda (1814-1833, emeritaat),
mede-voorzitter van de Commissie van Bestuur van de Maatschappij ter Bevordering van Welstand (1828-1833),
vice-president van de Algemene Synode der Hervormde Kerk (1832),[339]
oprichter en redacteur van het tijdschrift De Protestant (1818-1831), polemiseert tegen katholieken.
[340]
Bericht in de Dordrechtsche Courant d.d. 26-7-1800
DORDRECHT, den 25 July 1800.
De voor eenige MAANDEN van Haarlem hier beroepen Conrector
A. J. ROSS, zal op Woensdag den 30 July, in de Fransche
Kerk, zyne inaugureele redevoering houden. By deze gelegenheid
zullen twee welverdiende Jongelingen, H. VAN DAM en
W. VAN VOLKOM, tot de Akademische Lessen bevorderd
worden, en met HUNNE redevoeringen, welke zy zelven hebben
opgesteld, onze Scholen vaarwel zeggen, zullende de eerste in
Dichtmaat handelen
de aestate et Vita rustlca.
de tweede: de superbia.
Waar na onder de naarstigste Jongelingen der lagere Scholen de
gewone pryzen zullen uitgedeeld worden. Aan al 't welk, door
een aantal kundige Liefhebbers door een schoon muzyk, geen
geringe luister zal worden bygezet.
-
f. Anna van Volkom, ged. geref. Dordrecht 19-5-1786.
-
g. Maria van Volkom, ged. geref. Dordrecht 10-12-1788, ovl. na 1860, vermeld in het bevolkingsregister Dordrecht (1850-1860, 1860-1890),
tr. 's-Gravenhage 5-3-1817
Jan de Greef, geb. Dordrecht 1784/85, woont te Amsterdam (1834),
zn. van Bastiaan de Greef en Johanna van Dalen.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Cornelis de Greef, geb. Amsterdam 1824/25, ovl. Zijpe 24-2-1850.
-
h. Jakob van Volkom, ged. geref. Dordrecht 30-12-1791.
|
Fragment Verboon |
|
Ia. Pieter Verboon, ged. geref. Hillegersberg 27-2-1780 (get. Pieter Verboon en Cornelia Verboon geb. Van Logchum), ovl. Batavia 26-6-1833[341], zn. van Leendert Verboon en Alida Boogaard,
j.m. van Hillegersberg (1806), woont op de Goudsche Weg (1806), Houttuin (1808), Hogendijk (1811) te Rotterdam,
woont te Goenong Saharie (1831) bij Batavia (1830-1831),[342]
werktuigkundige voor de Rijcksmolens op Java (1831),
ambtenaar te NOI (1833),[343]
otr./tr. Rotterdam schepenen 12-2/5-3-1806
Adriana de Hoog, ged. geref. Rotterdam 9-4-1780 (get. Cornelis Braaex en Adriana van Doeveren), ovl. Padang 27-6-1838[344], j.d. van Rotterdam (1806),
dr. van Krijn de Hoog en Barbara Jacoba Braaex.
Zij vertrekken kennelijk tussen 1811 en 1830 naar NOI.
Uit dit huwelijk (mogelijk meer kinderen te NOI geboren, zoals wellicht Catarina):
-
a. Leendert Verboon, geb./ged. geref. Rotterdam 12/21-8-1806 (get. Leendert Verboon en Alida Boogaerdt né Verboon), ovl. Tagal (NOI) 2-5-1862, volgt IIa.
-
b. Barbera Jacoba Verboon, geb./ged. geref. Rotterdam 20-2/8-3-1808 (get. Krijn de Hoog en Barbera Jacoba Braaks), ovl./beg. Rotterdam Franse kerk 20/22-10-1811.
-
c. Catarina Verboon, ovl. Amboina 16-3-1838[345], filiatie niet bewezen. Achter haar naam staat "v.", hetgeen betekent dat het om het overlijden van een meerderjarige vrouw gaat.
IIa. Leendert Verboon, geb./ged. geref. Rotterdam 12/21-8-1806 (get. Leendert Verboon en Alida Boogaerdt né Verboon)[346]
, ovl. Tagal 2-5-1862[347]
j.m., woont te Goenong Saharie (1831-1836) bij Batavia (1830-1836), Aijer Bangies (1840-1841), te Madioen (1842-1846), Tagal (1848-1862),
assistent werktuigkundige bij de Rijcksmolens op Java (1831),[348]
adjunct eerste gezworen klerk (1832-1834) en eerste gezworen klerk (1835-1836) bij het Hoog Geregtshof voor NOI te Batavia,
klerk bij het Hoog Militair Geregtshof voor NOI (1833-1836),
griffier bij de Raad van Justitie te Padang (1837-1838),
secretaris van de resident van Aijer Bangies (Padangsche Bovenlanden) (1840),
fungerend notaris en vendumeester te Aijer Bangies (1840),
secretaris van de residentie en landraad te Madioen (1842-1847),
fungerend notaris en vendumeester en ambtenaar van de burgerlijke stand aldaar (1842-1846),
secretaris en thesaurier bij de Subkommisie van Weldadigheid in de Residentie Madioen (1842-1846),
secretaris der residentie Tagal (1847-1850) (op zijn verzoek daarvan ontheven 1850),
griffier bij de landraad (1848-1850) en fungerend notaris en vendumeester (1848-1849) te Tagal,
ouderling bij de protestanse gemeente te Tagal (1848-1849),
secretaris en thesaurier bij de Subkommisie van Weldadigheid in de Residentie Tagal (1848-1850),
heeft het Radicaal van Indisch Ambtenaar (1835-1858),[349]
tr. 1o Batavia 24-7-1831(¥)[350]
Apolonia Anna van Volkom, ged. Dordrecht 12-12-1804, ovl. Padang (NOI) 10-10-1838[351], voor wie een kerkelijke attestatie wordt opgesteld te Amsterdam 24-11-1831,[352]
j.d. wonend te Goenong Saharie bij Batavia (1831),
dr. van Pieter van Volkom, boekhouder, makelaar, commies, en Wilhelmina (Willemina) Briedé (zie hierboven kw.nr. 87 sub c),
tr. 2o 1838-1840
vrouwe Wilhelmina Sophia Maria Welsman(¥), geb. 1819/20?, ovl. Madioen 14-6-1847, beg. Madioen. Hij begon na de dood van zijn tweede vrouw een relatie met de inlandse vrouw Sarinam bij wie nog minstens vijf kinderen.
Sarinam is overleden na 1883, bij het huwelijk van haar zoon Frederik Verboon leefde zij nog en woonde te Batavia.
COMMENTAAR(¥)
Getuigen bij het huwelijk van Leendert Verboon en Apolonia Anna van Volkom in 1831 te Batavia waren zijn vader Pieter Verboon oud 51 jaar, werktuigkundige voor rijksmolens op Java, wonende te Goenong Saharie, en de vrienden van de comparanten
Adrianus van der Jagt, oud 31 jaar, hoofdkommies bij de ontvanger der Inkomende en Uitgaande Regten te Batavia, wonende te Weltevreden, en
Johan Godhold Sweeebe, oud 57 jaar, (m..?) pakhuismeester te Batavia, wonende te Rijswijk.
De getuige Adrianus van der Jagt wordt in de akte vriend genoemd, hij is ook nog Apolonia's volle neef (zie kw. nr. ⇒ 43 sub c), die in 1823 als tweede luitenant ter zee naar NOI komt. Zou hij zijn dan 19-jarige nicht Apolonia naar NOI hebben meegenomen? Haar ouders bleven in elk geval in Nederland. Of is zij met de familie Verboon (als verloofde van Leendert?) tussen 1811 en 1830 meegekomen naar NOI?
|
| COMMENTAAR(¥)
Over de herkomst van Leenderts tweede echtgenote vrouwe(?) Wilhelmina Sophia Maria Welsman kon niets worden gevonden. Haar geboorte viel in NOI niet te vinden en vooralsnog ook niet te Nederland. De op 28-8-1859 te Indramajoe (NOI) overleden Arij Antoine Welsman (militair), zou haar broer of vader kunnen zijn.
|
Grafsteen op de Begraafplaats te Madioen:[353]
nr. ll. Hier rust / Vrouwe Wilhelmina / Sophia Maria
Welsman / echtgenoote van / Leendert Verboon /
secretaris der res. / Madioen / overl. 14 Juni 1847 / oud 27 jaar (24?)
|
Handtekeningen van de echtelieden Leendert Verboon en Apolonia Anna van Volkom, en van Leenderts vader Pieter Verboon, onder hun huwelijksakte te Batavia 24-7-1831.
|
Overlijdensadvertentie in de Dordrechtse Courant d.d. 28-3-1839 van Apolonia Anna van Volkom (1804-1838).
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
Uit zijn eerste huwelijk (Verboon-van Volkom):[354] (van deze kinderen zijn er in 1838 bij het overlijden van de moeder nog twee in leven, kennelijk Willemina Maria en Adriana)
-
a. Adriana Wilhelmina Verboon, geb. Batavia 3-6-1832, ovl. Batavia 11-12-1834.
-
b. Willemina Maria Verboon(¥), geb. Batavia 14-6-1833, ovl. Batavia 16-5-1896, beg. Batavia begraafplaats Tanahabang.
| COMMENTAAR(¥)
In de marge van de geb. akte is op 21-10-18.. (jaar gedeeltelijk onleesbaar) aangetekend dat haar voornaam gewijzigd is in Willemina Maria.
|
Grafsteen op de begraafplaats Tanahabang te Batavia:[355]
nr. 215. Rustplaats / van onze geliefde / zuster en tante / Wi1helmina Alida / Verboon / geb. 14 Juni 1833 / overl. 16 Mei 1896.
-
c. Pieter Verboon, geb. Batavia 4-8-1834, ovl. Batavia 4-8-1835.
-
d. Adriana Verboon, geb. Batavia (Goenong Saharie) 18-8-1835(¥), ovl. na 1838, (overlijden niet gevonden te NOI, op 21-3-1845 krijgt Leendert Verboon een dochter die hij weer Adriana noemt, zodat deze eerste Adriana vermoedelijk is overleden tussen 1838 en 1845).
| COMMENTAAR(¥)
In de geb. akte staat als geboortedatum 18-8-1835 (akte opgemaakt 20-8-1835), in de Regeeringsalmanak voor Nederlandsch Indië staat 28-8-1835.
|
-
e. Pieter Verboon, geb. Batavia (Goenong Saharie) 20-8-1836(¥), ovl. Batavia 1-3-1838.
| COMMENTAAR(¥)
In de geb. akte staat als geboortedatum 20-8-1836 (akte opgemaakt 22-8-1836), in de Regeeringsalmanak voor Nederlandsch Indië staat 22-8-1835.
|
-
f. Geertruida Petronella Verboon, geb. Batavia 4-11-1837, ovl. Batavia 23-2-1838.
Uit zijn tweede huwelijk (Verboon-Welsman):
-
g. Alida Verboon, geb. Padang 2-2-1840[356]
, ovl. Batavia 11-2-1906,[357]
beg. Weltevreden begraafplaats Tanahabang, tr. Tagal 24-12-1863[358]
Pieter Adrianus Schram, geb. Terneuzen 27-11-1839, ovl. Bandoeng 27-5-1902, beg. Weltevreden begraafplaats Tanahabang,[359]
[360]
zn. van Arie Pieterszoon Schram, opzichter bij Rijkswaterstaat, en Adriana de Jong.[361]
Voor verdere gegevens van dit echtpaar en hun kinderen zie
Fragment Schram.
Grafsteen op de Begraafplaats Tanahabang te Weltevreden:[362]
nr. 286. Rustplaats / van onze geliefde ouders / Pieter
Adrianus / Schram / geb. 27 November 1839 / overl.
27 Mei 1902 / en zijne echtgenoote / Alida Schram / geb.
Verboon / geb. 2-2-1840 / overl. 11 Februari 1906 / Diep
betreurd door / hunne kinderen.
-
h. Leendert Verboon, geb. Aijer Bangis 25-3-1842[363], ovl. na 1918, woont te Tagal (1857-1859), Batavia (1863-1867, 1872-1893),[364]
te Semarang (1895-1897),[365]
te Makasser prins Hendrikspad (1897-1899),[366]
derde kommies bij het hoofdbureau der directie der Middelen en Domeinen te NOI (1862),[367]
Oost-Indisch ambtenaar (1870),
hoofdkommies (benoemd 30-5-1881) bij de Algemeene Rekenkamer te NOI (1881-1888, 1892-1893),[368]
heeft het notaris-examen afgelegd (1882),[369]
ambtenaar met verlof (8-5-1890), op non-activiteit (1-11-1892),
waarnemend adjunct secretaris (benoemd 18-6-1894) van de wees- en boedelkamer te Semarang (1894),
waarnemend bestuurslid (benoemd 5-11-1897) van de wees- en boedelkamer te Makasser (1897-1899),[370]
bestuurslid (benoemd 15-8-1901) van de wees- en boedelkamer te Soerabaja (1901),[371]
bestuurslid van de Solosche Fröbelschool te Soerakarta (1904-1906),[372]
wijkmeester van wijk no. 1 van de Afdeeling Soerakarta van het Gewestelijk Bestuur (1905),[373]
gepensioneerd lid van de Weeskamer (1902-1918),
tr. Alkmaar 17-11-1870
Margaretha Susanna Boom, geb. Alkmaar 1843/44, ovl. na 1918, dr. van Johannes Petrus Boom en Barbara Margaretha Schoenmaker, winkelierster.
Zij wonen te Soerabaja, Blaoeran (1900-1904), Lawang (1906-1911), Weltevreden, Marinelaan 7 (1912-1917), Weltevreden, Gg. Halkema 11 (1918).[374]
Uit dit huwelijk wellicht:[375]
-
1. Leendert Verboon, geb. Cheribon 10-9-1871[376]
tweede luitenant (benoemd 12-12-1896) bij de Militaire Administratie van het KNIL (1896-1899),[377]
tweede luitenant-kwartiermeester bij het 16e Bataljon Infanterie tevens garnizoen
te Padang Pandjang (1900),[378]
eerste luitenant-kwartiermeester (benoemd 26-9-1901) bij het Subsistentenkader te Padang (1901-1903).[379]
|
De officieren van het 19de Bataljon Infanterie in het bivak te Watampone.
Staand vijfde van links: eerste luitenant-kwartiermeester Verboon.
Foto: Watampone (Celebes), op de foto staat met potlood 1906 (dit kan slaan op de opname- of publikatiedatum).
Bron: Fotocollectie
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
2. Wilhelmina Margaretha Verboon, geb. Batavia 23-7-1873[380], ovl. 1908-1924?, tr. Soerakarta 27-7-1904[381]
Willem van Leewen, adjunct-commies (benoemd 17-3-1881), commies derde klasse (bevorderd 19-6-1884), tweede klasse (bevorderd 1-3-1894), eerste klasse (bevorderd 28-10-1902) der Post en Telegraafdienst in NOI [382]
kantoorchef te Tjilatjap (1900-1902), te Kraksaan (1904-1909) te Samarinda (benoemd 6-3-1911),[383]
met verlof 5-10-1909,[384]
woont te Soerakarta (1883-1888), Bengkalis (1889-1890), Soerakarta (1899), Banjoemas ((1901).[385]
Zij wonen te Kraksaan (1904-1908).[386]
Hij woont als gepensioneerd kantoorchef eerste klasse te Tegal (1924-1933).[387]
-
3. Johanna Petronella Verboon, geb. Benkoelen 20-6-1875,[388]
filiatie niet bewezen,
tr. Semarang 3-2-1897[389]
Johann Reinier von Nordheim, administrateur van de Onderneming Tjolo Madoe (1903-1911),[390]
bestuurslid van de afdeling Soerakarta van het Algemeen Syndicaat van suikerfabrikanten op Java en Zijne Departementen (1909),[391]
bestuurslid van de Solosche Landhuurdersvereeniging te Soerakarta (1911).[392]
Zij wonen te Klaten (1903-1904), Soerakarta (1905), Solo (1908-1911).[393]
-
4. Adriene Marie Verboon, geb. Batavia 18-11-1877,[394]
-
5. Maria Wilhelmina Verboon, geb. Batavia 7-11-1885[395]
, ovl. wellicht Djokjakarta 5-11-1914,[396]
filiatie niet bewezen.
-
i. Willem Verboon, geb. Madioen 19-4-1843[397]
, ovl. Tagal 1849[398]
.
-
j. Adriana Verboon, geb. Madioen 21-3-1845[399]
, ovl. wellicht Djokjakarta 18-11-1912,[400]
-
k. Maria Wilhelmina (ook W.M.) Verboon, geb. Madioen 18-5-1846[401], ovl. na 1924, binnen-regentes van het Verzorgingsgesticht "Pamoeridan Wolanda"
te Djokjakarta (1883-1888),[402]
woont als wed. te Djokjakarta (1902-1924),[403]
tr. Ambarawa 6-10-1874[404]
Pieter Hobbelaar, geb. vóór ca. 1850(¥), ovl. Djokjakarta 11-1-1902,[405]
woont te Ambarawa (1882),[406]
te Djokjakarta (1883-1902),[407]
binnen-regent van het Verzorgingsgesticht "Pamoeridan Wolanda"
te Djokjakarta (1883-88)[408]
directeur van de societeit "Vereeniging" te Djokjakarta (1887),[409]
gepensioneerd kapitein (1898).
| COMMENTAAR(¥)
De geboorte van Pieter Hobbelaar viel in NOI niet te vinden. Mogelijk is hij (voor 1874) uit Nederland naar NOI gekomen. Hij is mogelijk de Pieter Hobbelaar, die wordt geb. Ritthem (Zeeland) 27-11-1835 als zn. van
Johanna Hobbelaar en een onbekende vader. Een andere mogelijkheid is dat hij een zn. is van Adriaan Johannes Hobbelaar, provoost aan boord Z.M. korvet de Ajax, en Wilhelmina Fritz, echter noch in Nederland noch in NOI is daarvan een geboorteakte gevonden.
|
Uit de relatie van Leendert Verboon met de inlandse vrouw Sarinam:[410]
-
l. Pieter Verboon, geb. Tagal 14-4-1853[411], ovl. na 1929, woont te Batavia (1876-1877),[412]
te Soerabaja (1888-1890),[413]
te Batavia (1891-1899),[414]
te Batavia-Kwitang (1898-1902),[415]
Buitenzorg Lelongok (1903-1929),[416]
kommies (benoemd 12-5-1881) bij het Marine-établissement te Onrust (1881-1887),[417]
derde commies (benoemd 29-6-1888) bij de Magazijnen en stapelplaatsen van het Marine-établissement te Onrust (1888-1889),[418]
ambtenaar op non-activiteit (16-7-1890) te Soerabaja,[419]
derde commies (benoemd 27-4-1891) en tweede commies (benoemd 3-6-1898) bij de vierde afdeeling (Comptabiliteit) van het Departement der Marine te NOI,[420]
gepensioneerd tweede commies (1902-1929),[421]
tr. Buitenzorg 14-4-1904 met de Inlandsche vrouw[422]
Mina.
Uit deze relatie wellicht:
-
1. Wilhelmina Alida Verboon, geb. Batavia 16-5-1896,[423]
-
m. Hendrik Verboon(¥), geb. Tagal 25-4-1854[424]
, ovl. Soerabaja 14-10-1888[425]
beg. begraafplaats Peneleh, woont te Batavia (1877-1882),[426]
Buitenzorg (1883-1888),[427]
tijdelijk onder-commies der derde klasse (benoemd 12-8-1887) bij de Algemene Dienst der Spoor en Tramwegen te NOI (1887).[428]
Grafsteen op de begraafplaats "Peneleh" te Soerabaja:[429]
nr. E6119
Hier rust / H. Verboon / overl. te Soerabaia / in den ouderdom / van /
35 jaren.
Hij heeft vermoedelijk een relatie met een inlandse vrouw, waaruit:
-
1. Johanna Suzanna Verboon, erkend Batavia 25-3-1882[430], tr. Soerabaja 12-8-1909[431]
Wilhelmus Philippus de Haas, employé van scheepsagentuur Ruhaak en Co. (1911-1923).[432]
Zij wonen te Soerabaja Oedjong (1911-1931).[433]
Hieruit verm. nageslacht.
-
2. Justien Antonette Verboon, geb. Buitenzorg 1-4-1885, ovl. 's-Gravenhage 10-1-1969,[434]
erkend Batavia 1-4-1884 (sic!),[435]
woont als wed. te Solo (1916-1929),[436]
tr. Batavia 14-1-1905[437]
Paul Legand, geb. St. Gilles (Brussel) 27-7-1875, ovl. Soerakarta 30-3-1916, sergeant-majoor-stafhoornblazer der Infanterie in het KNIL.[438]
Hieruit verder nageslacht bekend.[439]
-
n. Johanna Verboon, geb. Tagal 28-2-1855[440], ovl. na 1931, woont als wed. te Buitenzorg (1898), Soerabaja, Embong Malang (1900), Buitenzorg (1903-1904), Soerabaja (1906-1908), tijdelijk in Europa (1908), Weltevreden (1909-1918), Bandoeng (1919-1931),[441]
tr. Sumatra's Westkust (Padangsche Benedenlanden) 20-7-1878[442]
Henri Johan Bierstedt, ovl. Groot-Atjeh 20-2-1888,[443]
eerste luitenant (benoemd 28-5-1880) der Infanterie bij het KNIL (1880-1885).[444]
-
o. Frederik Verboon, geb. Tagal 24-10-1857[445], beg. Soerabaja begraafplaats Peneleh 13-8-1907, loods derde klasse (benoemd 14-3-1883), tweede klasse (bevorderd 24-9-1887), eerste klasse (bevorderd 1-1-1904) bij het Loodswezen te Soerabaja (1883-1906),[446]
[447]
woont te Soerabaja Dapoean (1885-1901),[448]
[449]
tr. Soerabaja 22-12-1883[450]
Marie Siermans, geb. Pasoeroean 1866/67, ovl. na 1929, woont als meisje te Soerabaja (1883),
als wed. te Soerabaja Dapoean (1909-1929),[451]
natuurlijke dr. van Johan(nes) Albert(us) Siermans(¥) en de inlandse vrouw T(rinia?).
Zij wonen te Soerabaja, Dapoean (1902-1906).[452]
| COMMENTAAR(¥)
Johan(nes) Albert(us) Siermans, geb. Hellevoetsluis 28-9-1849 als zn. van Gerrit Siermans en Jannettje Adriana Kloesman, vertrekt kennelijk op jeugdige leeftijd naar NOI en verwekt daar ca. 1867 bij de inlandse vrouw T(rinia?) een dochter Marie Siermans die in 1867 te Passaroean wordt geboren en die hij op 16-9-1877 te Soerabaja erkent.[453]
In 1876 woont hij te Batavia, in 1882 te Soerabaja.[454]
Hij sterft te Soerabaja 4-12-1885[455]
en wordt begraven 3-12-1885 (sic!) op de begraafplaats "Peneleh" aldaar.[456]
.
|
Grafsteen op de begraafplaats "Peneleh" te Soerabaja:[457]
nr. B2169: Maria Adriana Verboon, begr. 9 sept. 1893.
Willem Leendert Verboon, begr. 30 jan. 1901.
Hendrik Maximiliaan Verboon, begr. 27 april 1902.
Anton Bernard Verboon, begr. 15 sept. 1904.
Frederik Verboon, begr. 13 aug. 1907.
Martine Adolphine Verboon, begr. 2 aug. 1911.
Cornelia Wilhelmina Verboon, begr. 23 dec. 1919.
Jan Verboon, begr. 16 okt. 1921.
Uit dit huwelijk:[458]
[459]
-
1. Margaretha Anthoinetta Verboon, geb. Soerabaja 12-12-1884, woont als wed. te Soerabaja (1917-1929),[460]
tr. Soerabaja 13-2-1904
Johannes Hagelaars(¥), ovl. 1916/17, employé bij de Uitvoer en Commissiehandel (1902-1909),
boekhouder bij Hoppenstedt en Co. (1915-1916),[461]
woont te Soerabaja (1900-1901), Soerabaja Deventerlaan (1902-1903).[462]
[463]
Zij wonen te Soerabaja Dapoean (1904-1909), te Kediri (1911-1915), Soerabaja (1916-1916).[464]
| COMMENTAAR(¥)
Op 6-1-1886 trouwt te Soerabaja[465]
Johannes Hagelaars, waarnemend tweede sleuteldrager (benoemd 30-6-1884) bij de gevangenis te Soerabaja,[466]
met de Inlandsche vrouw Samina. Hij woont van 1884-1901 te Soerabaja [467]
. In 1901 wordt er tweemaal een J. Hagelaars vermeld als inwoner van Soerabaja. Vermoedelijk zijn zij vader en zoon.
|
-
2. Marinus Fredricus Verboon, geb. Soerabaja 12-1-1888, employé van de Dordtsche Petrol. Mij., wonend te Soerabaja (1917),[468]
tr. Djokjakarta hervomd 23-4-1910 (zijn nicht?)[469]
(huwelijk door echtscheiding ontbonden Djokjakarta 2-4-1911),[470]
Maria Wilhelmina Verboon, geb. Batavia 7-11-1885?[471]
, ovl. verm. Djokjakarta 5-11-1914,[472]
verm. dr. van Leendert Verboon en Margaretha Susanna Boom.
COMMENTAAR(¥)
Wat is het verband met :
Batavia 13-4-1915 Ontbonden het huwelijk bestaan hebbende tusschen Willem Mollet en Maria Wilhelmina Verboon.[473]
|
|
Brief, gedateerd 9-9-1908 te S.f. (suikerfabriek) Ngelom, van M.F. Verboon aan een onbekende ontvanger, betreffende zijn betalingsverplichtingen.
Bron: Oost-Indische Bronnen
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
3. Marie Anne Verboon, geb. Soerabaja 30-1-1889.
-
4. Mathilda Agatha Verboon, geb. Soerabaja 14-4-1890.
-
5. Martina Adolfina Verboon, geb. Soerabaja 17-12-1891, beg. Soerabaja begraafplaats Peneleh 2-8-1911.
-
6. Martha (Maria) Adriana Verboon, geb. Soerabaja 7-5-1893, ovl./beg. Soerabaja begraafplaats Peneleh 8/9-9-1893.
-
7. Cornelia Wilhelmina Verboon, geb. Soerabaja 17-6-1894, beg. Soerabaja begraafplaats Peneleh 23-12-1919.
-
8. Johanna Josephine Verboon, geb. Soerabaja 29-4-1898.
-
9. Willem Leendert Verboon, geb. Soerabaja 29-1-1901, beg. Soerabaja begraafplaats Peneleh 30-1-1901.
-
10. Hendrik Maximiliaan Verboon, geb. Soerabaja 23-11-1901[474], beg. Soerabaja begraafplaats Peneleh 27-4-1902.
-
11. Anton Bernard Verboon, geb. Soerabaja 7-8-1904, ovl./beg. Soerabaja begraafplaats Peneleh 14/15-9-1904,[475]
-
12. Jan Verboon, ovl./beg. Soerabaja begraafplaats Peneleh 15/16-10-1921,[476]
filiatie niet bewezen.
-
p. Adolf Verboon, geb. Tagal 29-5-1859[477]
, ovl. Batavia 20-3-1872[478]
|
88. GEURT VAN LEEUWEN [545], ged. Barneveld geref. 30-1-1735, ovl./beg. Barneveld 11/16-8-1799, woont te Barneveld (1761-1781) in een huis (camer) waar
het "Wapen van Gelderland" uithangt,
(1784-1788) in een huis in Barneveld,
(1788-1791) in een huis in Barneveld,
(1792-1794) in een huis in Barneveld,
(1794-1798) als kuijper in een huis in de Langstraat,
waarna (1798-1800) zijn kinderen er wonen,
[546]
treedt op als geerfde aldaar (1768, 1772, 1776, 1779),[547]
heeft ƒ 132,--,-- schade geleden "zo door de gevlekte Bondgenooten, als door de rampen des oorlogs" in 1795,[548]
kuiper (1795, 1798),
otr./tr. 1o Barneveld 16-6/5-7-1759 [549]
BEERTJE STEVENS VAN DE POL, ged. Voorthuizen geref. 14-1-1725, ovl. 1762-1768(¥), dr. van Steven Peters en Hendrikje Herberts,
otr. Barneveld/Voorthuizen 15-7-1768[550]
otr./tr. 2o Voorthuizen 17/31-7-1768 [551]
89. HENDRIKJE HENDRIKS, ged. Voorthuizen geref. 12-3-1747, ovl./beg. Barneveld 13/17-7-1799, j.d. onder Voorthuizen (1768).
In juni 1759 krijgen Geurt van Leeuwen en Beertje Stevens attestatie van
Nijkerk naar Barneveld.[552]
| COMMENTAAR(¥)
De in VG 9(1984)132 vermelde beg. datum 1799 moet dus fout zijn.
|
Geurt van Leeuwen, 64 jaar, kuijper, gehuwd, heeft 8 kinderen, wordt in 1798 vermeld als onvermogend op de lijst van Barneveldse ingezetenen van 18 jaar en ouder, die geschikt zijn om wapens te dragen.[553]
Op 8-4-1760 transporteren Juffrouw Maria van Koot geassisteert met Tymen van Koot als haar momber aan en ten erffelijken behoeve van Geurt van Leuwen x
Beertje Stevens, een half huijs in Barneveld tans door Jan Bloemendael gebruijkt wordende uijtgesondert het agterhuijs nevens twee camers daar naast aan door
transportanten gebruijkt wordende, alsmede het niuwe kookhuisje daaragter en de plaats ten eujnde dat huijsje gelegen welke egter soo verre gemeen blijft. (getekent door Maria van Coot weduwe van Aalt van der Hoef en Tijmen van Koot)[554]
Op 4-6-1761 compareren Metje Evers van Velthuijzen, wed. en boedelhoudster
van wijlen Wijnand van Leeuwen, geassisteerd met haar zoon
Geurt van Leeuwen, voor zich en namens
haar onmondige kinderen, Evert van Leeuwen,
voor zich en namens zijn echtgenote Eva Hiens, Geurt van Leeuwen voor zich
en namens zijn echtgenote Beertje Stevens, Cornelia van Leeuwen,
geassisteerd met haar broeder Jan van Leeuwen, voorstaande comparanten mede
voor Maria van Leeuwen, "en bekende verkogt te hebben Een Huys en Hoff met
twee bergen staande in den Dorpe barnevelt voor de somma van ses hondert
gulden" [555].
Op 11-12-1762 hebben Metje Evers van Veldhuijsen weduwe en boedelhouderse
van Wijnand van Leeuwen in desen geassisteert met haar zoon E. van Leeuwen
en pro se en noch namens haar onmundigen hiertoe geautoriseert,
Gerrit van Leeuwen x Beertje Stevens, Evert van Leeuwen x
Eva Herms, Jan van Leeuwen, Cornelia en Maria van Leeuwen,
verkogt aan Jan Tuijnenbergh en sijn huijsvrouw en erven voor eene
somma van agt hondert en vijfftig guldens een huijs en hoff staande
en gelegen in den dorpe van Barneveld over de kerk tussen de behuijsinge
van Lubbert Janssen Cousijnsen en Hermanus van der Kieft.[556]
Op 20-12-1762 hebben Metje Evers van Veldhuijsen, weduwe van
Wijnand van Leeuwen, Cornelia van Leeuwen in dese geadsisteert met
Evert van Leeuwen, de weduwe hiertoe geautoriseert namens haar
onmundige kinderen, Geurt van Leeuwen, Evert van Leeuwen,
Jan van Leeuwen en Maria van Leeuwen vercoft aan en
ten behoeve van Gijsbertje van den Ham weduwe van
Frederick van den Ham en haare erven een huijsje in de Catharinastraat
staande, voor een somma van ƒ 136,-,-. [557]
Op 13-4-1768 vindt plaats het magescheidt tussen Geurt van Leeuwen,
weduwenaar van Beertjen Stevens ter eenre en Evert van Leeuwen en
Hermannus van der Kiefft momberen over de onmundige kinderen van
gemelde Geurt van Leeuwen bij sijne gemelde overleedene huijsvrouw
ehelijk verwekt met namen Steven en Wijnant van Leeuwen ter andere
zijden, betreffende den boedel van Geurt van Leeuwen en wijlen
sijn huijsvrouw Beertjen Stevens.
Aan de vader Geurt van Leeuwen wordt toegedeelt den geheelen boedel
soo gereedt als ongereedt met de inkomende en lastige schulden soo als
alles in 't brede op den inventaris te sien.
Waartegens door de vader aan sijn twee minderjarige kinderen voor haar
moeders versterff wordt beweesen en toegedeelt een summa van een duijsend
ses en sestig gulde vier stuijvers en dertien penningen en dus aan
ieder kindt ƒ 533-2-6 1/2, welke summa door de vader aan sijn onmundige
kinderen soo ras deselve meerderjarig geworden sullen sijn sal worden
uijtgerijkt.
Tot onderpand dient desselvs huijs hoff en bergh staande en gelegen
in der dorpe van Barneveldt.
Het portie van Wijnand van Leeuwen op den 26e maij 1779 voor de
halvscheijdt. Geheel geroijeert den 19e maij 1785.
Was getekend Geurt van Leeuwen, Evert van Leeuwen als voogt,
Hermannus van der Kieft als voogt, W.B. Blanken als
magescheijdsvriendt, J.H. Bloemendaal, Jan van Leeuwen,
Pieter Budding.[558]
In 1772 is sprake van een akte van overeenkomst tussen
Geurt van Leeuwen en Cornelis Sonnevelt over de bouw
van een achterhuis tegen de muur van
Sonnevelts huis.
[559]
In 1774 beswaaren Geurt van Leeuwen et uxor haar huijs cum annexis de
twee campjes land de Geer en 't Kleijne Campje en 7/8e parten van den Dove
ten behoeve van Jan Tuijnenberg en vrouw met 600 gulden.
Voorts beswaren zij al het voorgemelde beneffens den geheelen camp den Dove
ten behoeve van deselve egtelieden nog met 200 gulden. Vide in 't prothocol
van de buurschap Esveld op folio 392 verso en 393 recto en op folio 405
verso en 406 recto.[560]
Op 26-5-1779 compareren Geurt van Leeuwen en Hendrikje Hendriks,
echtelieden, en "bezwaren haar Huys en Hoff in Barneveld mitsgaders de
Landerijen in de buurschap Estveld ten behoeve van Jan Tuijnenburg met 300
gld." Op vertoon van quitantie vindt op 26-3-1781 royement plaats
[561].
Op 27-5-1779 zijn Geurt van Leeuwen x Hendrikjen Hendriks wegens
geleende penningen schuldig aan Jan Tuijnenberg, weduwenaar van
Petertjen Westendorp eene capitale summa van drie hondert caroly
guldens. Zij stellen tot onderpand
1) hunlieder eijgendommelijk huijs
en hoff cum annexis staande midden in Barneveld, bij hunlieden zelvs
bewoont en gebruijkt wordende,
2) twee campjes bouwland gelegen in den ampte Barneveld buurschap Estvelt,
de Geer en het Kleijne Campje genaamt, alsmede
3) hunne thans geheele eijgendommelijke camp lands genaamt Den Dove
gelegen als vooren (geroijeert den 28e maart 1781).[562]
Deze akte wordt nog eens (doorgehaald) herhaald in [563].
In een doorgehaalde (blijkbaar vanwege het royement op 30-3-1781) akte staat dat
op 14-12-1780 Geurt van Leeuwen x Hendrikjen Hendriks wegens
geleende penningen schuldig zijn aan de Heer Scholtis van Scherpenzeel
G.M. van Seumeren x J.C. Nijenhuis eene capitale summa van hondert
en vijff en twintig guldens. Zij stellen dezelfde goederen als
hierboven tot onderpand (geroijeert den 30e maart 1781).[564]
In een doorgehaalde (blijkbaar vanwege het royement op 24-2-1781) akte staat dat op 14-12-1780 Geurt van Leeuwen
x Hendrikjen Hendriks wegens geleende penningen schuldig zijn aan
Jan Teunissen, bouwman op Lankeren en Aaltjen Hendriks, egtelieden,
eene capitale summa van een hondert en vijfftig caroly guldens. Zij
stellen dezelfde goederen als hierboven tot onderpand (geroijeert den 24e februari 1781).[565]
In een doorgehaalde (blijkbaar vanwege het royement op 10-4-1781) akte staat dat op 15-12-1780 Geurt van Leeuwen x
Hendrikjen Hendriks wegens geleende penningen schuldig zijn aan het
Edesche Hooge en Lohe bosch de summa van vier hondert en vier guldens
wegens gekogte ses percelen boomen verschuld. Zij stellen tot
onderpand speciaal derselver huijs en hoff gelegen in den dorpe van
Barneveld met de schuurberg en verder toe behoren, voorts drie campen
lands, waar van twee aan de Arnhemseweg even buijten dit dorp en een
aan de Rootzeler weg op de Coot gelegen. (geroijeert den 10e april 1781).[566]
Op 26-3-1781 hebben Geurt van Leeuwen x Hendrikjen Hendriks
getransporteert voor de summa van een duijsent en seeven hondert
guldens vrijgelt aan Paulus Schut x Geertjen Franssen
hun huijs hoff en schuurberg cum annexis in Barneveld midden in de
Groote Straat tussen de behuijsingen van Cornelis Sonnevelt en
Breunis Aalbertsen cum suis, bij verkoperen tot Paaschen aanstaande
bewoont en gebruijkt wordende, alwaar het "Wapen van Gelderland" is
uijthangende.[567]
Gezien het vrijwel gelijktijdig overlijden van Geurt van Leeuwen en Hendrikje Hendriks in 1799 zou verwacht mogen worden dat er rond deze tijd een boedelscheiding zou plaats vinden. Deze in niet aangetroffen in Ref. [568].
Uit het oud Barneveldsarchief: Repertoire op de resolutien van het Ambtsbestuur: Besluit: Cornelis en Anthony van Leeuwen mogen het lijk van hun vader Geurt
begraven, zonder daardoor als erfgenamen te worden beschouwd. Dat zij de zich in het sterfhuis bevindende kuipergereedschap mogen gebruiken en dat
Anthony van Leeuwen (oom?) en Willem cornelissen van Corler (vermoedelijk een oom van moederszijde Hendriks) worden aangesteld als voogden over hun
minderjarige broer en zuster (Willem en Marie?).[569]
[570]
Uit zijn eerste huwelijk (van Leeuwen-van de Pol):[571]
-
a. Wijnand van Leeuwen, ged. geref. Barneveld 14-12-1760, ovl. Elburg 10-5-1841, chirurgijn te Hoevelaken, Lochem en Elburg,
waar hij koepokinentingen verrichtte, heelmeester, chirurg, artsenijmenger, schepen van Goor & Mheen (Elburg),http://www.stoffelswereldweb.com/kwartierstaatfrits.htm
otr./tr. Hoevelaken kerk 26-4/13-5-1787[572]
Engelberta Claassen, geb. Hall, ged. geref. Brummen 22-3-1767, ovl. Elburg 27-3-1847, dr. van Arent Claassen en Wendelina Belloo,
vroedvrouw, heeft op 11-8-1791 te Utrecht met
goed gevolg het examen voor vroedvrouw afgelegd bij het
Collegium Medica Chirurgicum, in september 1793 te Lochem
aangesteld tot stadsvroedvrouw a ƒ 100,-- per jaar, in mei 1796
te Elburg aangesteld tot stadsvroedvrouw a ƒ 150,-- per jaar
benevens een vrije woning met tuin.[573]
-
1. Geurt van Leeuwen, geb./ged. geref. Hoevelaken 21/25-12-1787.
-
2. Wendelina van Leeuwen, geb./ged. geref. Hoevelaken 19/21-12-1788 Hoevelaken, ovl. Monnickendam 15-2-1848, tr. Monnickendam 8-5-1825[575]
Cornelis Schouten, geb. Monnickendam 7-5-1797, ovl. Monnickendam 5-3-1879, timmerman, zn.van Pieter Schouten en Grietje Cornelis Nooij.
-
3. Beertjen van Leeuwen, geb./ged. geref. Hoevelaken 21/28-11-1790, ovl. Hoevelaken 6-8-1794.
-
4. Adriana van Leeuwen, geb./ged. geref. Hoevelaken 21/25-1-1792, ovl. Hoevelaken 14-6-1793.
-
5. Arent van Leeuwen, geb./ged. geref. Hoevelaken 30-8-1793, ovl. Hoevelaken 1-5-1795.
-
6. Bernard Arend van Leeuwen, geb./ged. geref. Lochem 24-11-1795.
-
7. Arent Willem van Leeuwen, geb./ged. geref. Elburg 27-10-1797, ovl. Rhienderen (bij Brummen) 1845, tr. Elburg 14-7-1821[576]
Fennigjen Eijberts Oostendorp, ged. Elburg 14-5-1785, ovl. Elburg 20-8-1849, wed. van Willem Hulst en van Heijmen Stoffels,
welgesteld winkelierster in koloniale waren, tabak en snuif,
dr. van Eijbert Gerritsen Oostendorp, schipper, en Hendrikjen Jochems.
Haar boedel (zeer uitvoerig beschreven in
⇒ Een hele Boedel
)
bedraagt in 1813: FFr. 5143,93 bezittingen - FFr. 996,34 schulden.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
8. Hendrika Cornelia van Leeuwen, geb./ged. geref. Elburg 1-9-1799, ovl. Monnickendam 29-8-1855, tr. Monnickendam 13-5-1827[577]
Reijndert van der Kamp, geb. Broek in Waterland 14-6-1807, ovl. Monnickendam 13-4-1857, timmerman, zn.van Christoffel van der Kamp en Marijtje Lakeman.
-
9. Egberta Antonia van Leeuwen, ged. geref. Elburg 20-11-1800, ovl. Elburg 24-1-1803.
-
10. Metta Everarda van Leeuwen, geb./ged. geref. Elburg 5/7-2-1802, ovl. Elburg 23-6-1876, klein-tapster, baker,[578]
tr. 1o Elburg 5-6-1824[579]
Jan Veldhoen, ged. geref. Elburg 6-2-1794, ovl. Elburg 13-12-1827, schippersknecht.
zn. van Gerrit Veldhoen en Pieternella Steneveld,
tr. 2o Elburg 27-2-1830[580]
Evert Stoffels, geb./ged. geref. Elburg 30-8/21-9-1809, ovl. Elburg 14-8-1901, schoenmaker.
zn. van Heijman Stoffels en Fennigje Eijberts Oostendorp.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
11. Grieta Antonia van Leeuwen, ged. geref. Elburg 22-9-1803, ovl. Elburg 10-10-1803.
-
12. Maria Antonia van Leeuwen, geb./ged. geref. Elburg 21-3-1805, ovl. Elburg 6-9-1882, tr.[581]
Evert Timmer, geb. Ermelo 15-2-1820, ovl. Elburg 21-3-1885, zn. van Peter Hendriksen Timmer en Jantje Janse.
-
13. Geertruida Margarieta van Leeuwen, geb./ged. geref. Elburg 25-5-1808, ovl. Nijkerk 17-8-1885, tr. Monnickendam 10-5-1829[582]
Harmen Kool, geb./ged. geref. Monnickendam 9/13-9-1804, landman.
-
b. Steven van Leeuwen, ged. Barneveld 9-5-1762, ovl. na 1837, kleermaker(sbaas) te Barneveld (1795..1837),
woont (1787-1789) in een camer,
(1790-1791) in een huis in de Langstraat,
(1791-1794) in een ander huis in de Langstraat,,
(1794-1796) in weer een ander huis in de Langstraat te Barneveld,
(1795-1807) als kleermaker, kleermakersbaas (1827) in nog weer een ander huis in de Langstraat te Barneveld (waar later "de blauwe bril uithangt"),
[583]
kleermaker en bewoner van een huis in de Langstraat (1806)[584], patentschuldig te Barneveld (1814-1836/37) als kleermaker,
betaalt als Steven van Leeuwen, kledermaker ƒ 2.54, 2.38, 1.74 en 2.15 Belasting op het gemaal te Barneveld voor het malen van 4, 4, 4, 5 mud graan (1825-1828),[585]
otr./tr. Amsterdam/Hoevelaken kerk 9-4/9-5-1790[586]
Susanna (Suzanna) Jacoba Meijer, ged. Bemmel geref. 31-09-1753, ovl. Barneveld 8-10-1813, dr. van Iedel Meijer en Berendina Adriana de Wit,[587]
echter, volgens haar ovl. akte
dr. van Jacob Meijer en Jurriana Berendina de Wet.
Steven van Leeuwen, 36 jaar, kleermaker, gehuwd, heeft 1 kind, wordt in 1798 vermeld als contribuabel maar ongeschikt op de lijst van Barneveldse ingezetenen van 18 jaar en ouder, die geschikt zijn om wapens te dragen.[588]
-
1. Berendina Hendrika van Leeuwen, geb. Barneveld 29-4-1795, tr. Barneveld 1-9-1826[590]
Johannes Gerrit Diederik Meijer, ged. Amsterdam geref. 8-1-1792, kleermaker (1829, 1832),
patentschuldig te Barneveld (1837/38) als kleermaker,
zn. van Johannes Wilhelmus Meijer en Maria van Teeseling.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Johan Wilhelm Meijer, geb. Barneveld 6-12-1825 (volgens de ovl. akte), ovl. Veenhuizen (Norg) 4-11-1856.
-
bb. NN Meijer, geb./ovl. Barneveld 18-5-1829 (levenloos kind).
-
cc. NN Meijer, geb./ovl. Barneveld 3-11-1832 (levenloos kind).
Uit zijn tweede huwelijk (van Leeuwen-Hendriks):[591]
/[592]
-
c. Metje van Leeuwen, ged. Barneveld 4-5-1769, ovl./beg. Barneveld 30-5/2-6-1770.
-
d. Hendrikus van Leeuwen, geb./ged. Barneveld 7/21-7-1771, ovl. Barneveld 28-7/1-8-1772.
-
e. Hendrikus van Leeuwen, geb./ged. Barneveld 26/30-5-1773, heeft ƒ 14,13,-- schade geleden "zo door de gevlekte Bondgenooten, als door de rampen des oorlogs" in 1795.[593]
-
f. Kornelis (Cornelis) van Leeuwen(¥), geb./ged. Barneveld 7/13-11-1774, ovl. Barneveld 6-3-1855, kuiper te Barneveld (1811..1847),
woont (1803-1805) in een huis in de Langstraat te Barneveld,
woont (1806-1807) in een huis te Barneveld,
[594]
kuiper en bewoner van een huis in de Langstraat (1827)[595],
betaalt als Cornelis van Leeuwen, kuijper ƒ 3.34, 3.58, 3.48 en 3.43 Belasting op het gemaal te Barneveld voor het malen van 7, 8 , 8, 8 mud graan (1825-1828),[596]
otr. Barneveld 27-4-1804[597]
Willempje van Tongeren, geb./ged. Nijkerk 2/16-7-1781, ovl. Barneveld 7-4-1859, dr. van Willem van Tongeren en Aaltje Willems Dierman (van Diermen).
| COMMENTAAR(¥)
Op de lijst van Barneveldse ingezetenen van 18 jaar en ouder, die geschikt zijn om wapens te dragen (1798), komt tweemaal een Cornelis van Leeuwen voor, resp. 21 en 22 jaar, beiden kuijper en ongehuwd, en onwillig. [598]
Van geen van beiden lijkt de leeftijd te kloppen met bovenstaande Kornelis.
|
-
1. Geurt van Leeuwen, geb./ged. geref. Barneveld 9/10-3-1805, ovl. Barneveld 13-10-1870, kuiper (1870),
tr.
Evertje Mulder, ovl. na 1870.
-
2. Aaltje van Leeuwen, geb./ged. geref. Barneveld 4/17-5-1807.
-
3. Gerrit Adrianus van Leeuwen, geb./ged. geref. Barneveld 14-9/1-10-1809, ovl. Barneveld 5-8-1811.
-
4. Gerrit Adrianus van Leeuwen, geb. Barneveld 8-7-1812.
-
5. Willem van Leeuwen, geb. Barneveld 16-9-1815.
-
6. Anthonij van Leeuwen, geb. Barneveld 3-12-1818.
-
7. Hendrika van Leeuwen, geb. Barneveld 5-3-1822, ovl. Nijkerk 17-5-1878, tr. Barneveld 27-10-1853[600]
Wouter de Bruin, geb. Nijkerk 17-6-1820, ovl. Nijkerk 18-5-1860, timmerman, zn. van Jan de Bruin en Beerdje van Rouwendaal.
-
8. Steven van Leeuwen, geb. Barneveld 2-12-1824, ovl. Barneveld 12-1-1847, kuiper (1847).
-
g. Willem van Leeuwen, geb./ged. Barneveld 4/11-8-1776, ovl. 1785.
-
h. Antonie van Leeuwen, geb./ged. Barneveld 11/17-5-1778, ovl. Cuijk 13-2-1854, rademakersknecht (1798),
opzichter der domeinen, assessor (wethouder?),
rentenier (ca. 1830),
tr. 1o voor 1825[601]
Geertruida Adriana Schut, tr. 2o Cuijk 13-10-1825[602]
Charlotte Agneta Geistman, geb. Beers 4-6-1775, ovl. Cuijk 17-1-1839.
Anth(onie) van Leeuwen, 19 jaar, rademakersknecht, wordt in 1798 vermeld als gewillig op de lijst van Barneveldse ingezetenen van 18 jaar en ouder, die geschikt zijn om wapens te dragen.[603]
Anthonie van Leeuwen, rentenier wonend te Cuijk, heeft twee stukken hooiland (1,0700 ha en 1,0380 ha) in bezit in De Heeswijksche bossen te Cuijk (ca. 1830).[604]
-
i. Metje van Leeuwen, geb./ged. Barneveld 22-3/2-4-1780.
-
j. Wouter van Leeuwen, geb./ged. Barneveld 2/6-5-1781.
-
k. Evert van Leeuwen, geb./ged. Barneveld 4/16-6-1782, ovl. 1785.
-
l. Jan van Leeuwen, geb./ged. Barneveld 17/26-12-1784.
-
m. Willem van Leeuwen, geb./ged. Barneveld 19/26-12-1786, (=kw. nr. 44).
-
n. Maria van Leeuwen, geb./ged. Barneveld 25/27-1-1790.
-
o. Evert van Leeuwen, geb./ged. Barneveld 28-11/4-12-1791, ovl. Barneveld 4-12-1791.
90. JOHANN (HANS) MARTIN SCHIRMER, ged. "in 't vlek Herisau" (Appenzell, CH) 18-9-1747[605], ovl. Sambeek 13-4-1822, vaendrig (1775, 1776) in de compagnie van kapt. Sohenssonder(?), regiment van Gen.
Luit. Bouquet, in garnizoen te Grave,
sous-lieutenant (bevorderd 25-7-1777) in de compagnie maj. Nänny, 2de battaillon, Regiment Zwitsers nr. 2 Bouquet, in garnizoen te Leiden (1781),
luitenant (bevorderd 1-3-1784) in de compagnie maj. Nänny, 1e battaillon Regiment Zwitsers nr. 2 Stokar de Neuform, in garnizoen te Bergen op Zoom (1786) en Veere (1787),
kapitein-luitenant (bevorderd 5-6-1789) in de 6de compagnie, 2de battaillon Regiment Zwitsers nr. 2 Stokar de Neuform, in garnizoen te Breda (1791), Venlo (1792), en in 5de compagnie 2e battaillon Regiment Zwitsers nr. 2 Stokar de Neuform(¥), in garnizoen te Breda (1794),
[606]
kapitein-luitenant (1789..1802)[607]
dient herhaaldelijk requesten in voor zijn militair psnsioen, dat op 17-7-1799 wordt vastgesteld bij besluit der Eerste Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam des Bataafschen volks ("Johan Martyn Schirmer, oud 51 jaaren, gediend 28 jaaren, Capitein-Lieutenant Effectief, ƒ 600,-- pensioen in de Republiek, in Zwitserland ƒ 375,--),[608]
vermeld als geref. lidmaat te Sambeek (1806),
rentenier te Sambeek (1822),
huwelijksget. (1796),
doopget. (1797..1811),
woont te Mullem (gem. Sambeek) (1782, 1797), Sambeek (1810, 1822),
otr./tr. Sambeek/Grave 17-5/2-6-1775 ("den 17 may tot Grave van den Garnisoenspredikant in ondertrouw opgenomen")
91. CHRISTINA JACOBA (VAN?) WALRAVEN (VAN SANDBECK), geb./ged. Sambeek 4/5-3-1758 (get. Mevr. Vanass, née Petronella Geertruide La Palma de Sint Fuentes), ovl. Sambeek 2-1-1823, woont te Mullem (gem. Sambeek) (1782),
Sambeek (1775, 1800, 1810, 1822, 1823), doopget. (1798, 1802),
huwelijksget. (1796),
geref. lidmaat te Sambeek op belijdenis (als "Jacoba Christina"!)
1-4-1774, is nog lidmaat aldaar in 1806.
| COMMENTAAR(¥)
Het Regiment Zwitsers (o.l.v Sturler (1748), Bouquet (1756), Marty
(1784), Stockar (1786), opgeheven 1796) is aanvankelijk in verschillende
plaatsen in de zuidelijke Nederlanden gelegerd, vanaf 1770 te Veere/Vlissingen,
daarna Venlo (1779), Leiden (1781), Venlo (1784), Bergen op Zoom (1786),
Veere/Vlissingen (1787), Breda (1790), Venlo(1792), Amersfoort (1793) en
Breda (1794)
[609].
|
Op 28-7-1794 transporteert
Johannes Dirx weduwnaar Hermina van Keulen zalr. geassisteerd door zijn meerder-jarige kind Marianus Dirx & Johanna Lamers echtelieden, aan J.M. Schirmer, Captein ten diensten deezer landen & Christina Jacoba Walraven echtelieden, een uitterwaart op de Maaze en geweegt over de waard van de weduwe Peeter Peeters, groot 6 morgen 88 roeden, belast met ½ malder garst Heijense maat aan de kerk van Afferden, 1 sleijke sester garst aan de Gild Sinte Anthonius tot Sambeeck, 3 stuiver 6 duit chijns aan Grave en 5 stuiver 3 duit aan Geijsteren, voorts vrij allodiaal erf. Coopspenning: ƒ 4000,0,0; ½ malder garst ƒ 60,0.0; 1 sl. sester garst 7,10,0; 1½ st. chijns 4,13,12; 5 st. 3 d. chijns 6,14,6; 4078,18,2.
[610]
Op 11-6-1796 transporteert
Eva Cornelia Smitz met volmacht van haar man F. Schroeder (Schernbeeck, Westphalen d.d. 2 juni 1796), aan J.M. Schirmer & Christina J. Walraven echtelieden, * een huis, klein huisje, hof en bongaard aan de Duijster Steeg, groot 102 roeden, belast met 34\ha, f stuiver chijns aan Geijsteren; * de chijns uit diverse goederen onder Sambeeck gelegen, alles vrij allodiaal goed. Coopspenning: ƒ 265,0,0; 5 stuiver chijns ƒ 1,5,0.
[611]
Op 11-4-1802 doen de twee dochters Maria Johanna en Anna Maria Schirmer,
geref. belijdenis voor "de gemeente der kerk die in 't huys van den heer
Capitein luitenant Schirmer" gehouden wordt. Blijkbaar worden in diens
huis geregeld diensten gehouden, zulks tengevolge van
een conflict dat eind 1800 speelt over de eigendom van de kerk te Sambeek
tussen de RK en de geref. gemeente, waarbij de laatstgenoemde
uiteindelijk verliest.
Volgens de predikant "vergunde de heer Capitein Schirmer
als eigenaar en de lieut. von Bulow als tegenwoordige bewoonder van
het huys Steenhuysen(¥)
genaamd aan de linkerhand van den ingang van
genoemd huys eene Christelijke behangene Kamer met Tafel en Stoelen
gratis tot aenstaende Paaschfeest ter godsdienstoefening in gebruyk te nemen
waar wij den H. Dienst den 21 november (1802) begonnen hebben"
[612].
| COMMENTAAR(¥)
Dit huis heeft gestaan op de plaats van het huidige Redemptoristinneklooster
[613].
|
Op 19-1-1805 transporteren
M. Schirmer & Jacoba Walraven echtelieden, * heijgrond groot 469 roeden, belend oost nr 8, zuid nr 6; * heijgrond groot 1 morgen 200 roeden, belend zuid nr 8; * heijgrond groot 77 roeden, belend west aan den Bullem, noord Francis Stiphoudt; * heijgrond groot 100 roeden; * heijgrond groot 569 roeden, belend west nr 27, noord nr 28 ; * heijgrond groot 173 roeden, belend oost nr 32, west Gradus Tiegelaars, zuid R. Huibers, totaal 3 morgen 488 roeden, vrij allodiaal erf. Coopspenning: ƒ 57,19,0; 30 hoogen ƒ 60,0,0.
[614]
Op 29-10-1805 transporteren
Elisabeth Jacobs weduwe Ernst Huigen zalr., Lambertus Huugen als bloedmomboir over de twee minderjarige kinderen en zich tevens sterk makende voor de absente Willem en Agnes Huugen, Willem Jansen & Sara Fransen echtelieden, Martinus van Emerik & Johanna Jansen echtelieden, Maria van Eisteren weduwe Johannes Jansen zalr. geassisteerd met Gradus de Hoog tevens momboir over haar twee minderjarige kinderen, Thomas Elbers & Getruda Janse echtelieden, Johanna Janse meerderjarige jonge dochter geassisteerd met Renier Dijnssen, allen kinderen en erfgenamen van Jacob Jans Juriens & Maria Schoonhoven zalr., aan J.H. Schirmer & C.J. Walraven echtelieden, een huis, hof, bouwland en houtgewas te Mullem, groot 1 morgen 93 roeden, vrij erf behalve de chijns aan beider Heeren, een nieuw erf an de Mullemse heide, groot 1 morgen 18 roeden, vrij erf behalve de chijns aan beider Heeren. Kooprijs + kosten ƒ 293,8 12.
[615]
|
Inschrijving van de zusters Maria Johanna Schirmer (1787-1862) en Anna Maria Schirmer (1789-1862) als geref. lidmaten te Sambeek in een dienst gehouden in hun ouderlijk huis d.d. 11-4-1802.
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Uit het huwelijk (Schirmer-Walraven) geboren (o.a.?(¥)) :
| COMMENTAAR(¥)
In Sambeek verder geen kinderen uit dit huwelijk gevonden, wellicht zijn er
nog andere kinderen in de andere garnizoensplaatsen geboren of gedoopt.
Wie is J. Schirmer, vermeld in de lijst van ingekomen personen Nijmegen (1822-1830) [616]
|
In een lijst van in 1796/1797 in Nederland achtergebleven Zwitsere officieren komt voor "luitenant Schirmer, gehuwd met ene Van Walraven van Sandbeck (sic!, wordt hier wellicht Sambeek bedoeld) met 1 zoon en 4 dochters."[617]
-
a. Catharina Petronella Schirmer, geb./ged. Sambeek 25/25-8-1776 (get. Arnoldus Cornelis Walraven en Petronella Walraven (= Petronella Nolens?)), otr./tr. Sambeek 8/25-7-1796 (get. Martin Schirmer, haar vader, en Christina Johanna Schirmer, geb. Walraven, haar moeder)
Caspar (Balthazar) (von) Schindler, geb. Mollis (canton Glarus, CH) voor 1767, ovl. Vierlingsbeek 1-12-1826, vaandrig (bevorderd 1-11-1780 (sic! zo jong)) in de compagnie maj. A. Schmid, 1e battaillon Regiment Zwitsers nr. 2 Marty / Bouquet in garnizoen te Leiden (1782, 1783), Venlo (1784) en Bergen op Zoom (1786),[618]
capiteijn-luitenant onder het Regiment Zwitsers Stockar de Neuform (in 1798 al gepensioneerd),
wiens militair pensioen op 17-7-1799 wordt vastgesteld bij besluit der Eerste Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam des Bataafschen volks ("Caspar Schindler, oud 32 jaaren, gediend 16 jaaren, Capitein-Lieutenant Effectief, ƒ 600,-- pensioen in de Republiek, in Zwitserland ƒ 375,-- , is op den 27 Augustus 1793 zwaar geblesseerd, en uit dien hoofde is hem ƒ 600,-- toegelegd),[619]
zn. van Jacob Schindler en Lucia Zwickij.
Zij wonen te Boxmeer (1801) en verkrijgen 9-7-1803 attestatie van
Beugen naar Vierlingsbeek.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Lucia Schindler, geb./ged. Sambeek 19/20-1-1797 (get. Johan Martin Schirmer capt.-luint. onder het Regiment Zwitsers Stockar de Neuform en vader van Mevr. Schindler, Lucia Schindler, geb. Zwicky, moeder van den capt.lt. Schindler).
-
2. Johan Christiaan Jacob Jelle Schindler, geb./ged. Vierlingsbeek geref. 29-4/5-5-1799 (get. J.H.(M.?) Schirmer en C.J. Schirmer, née Walraven), ovl. Groenlo 19-4-1875, woont te Cuijk en Sint Agatha (bev. reg. 1860-1810),
geneesheer (1864), militair (1875),
tr. Groenlo 20-4-1864
Catharina Elisabeth Wilhelmina Vechtman, geb. Amsterdam 1838/39, ovl. Cuijk 1-10-1872, dr. van Karel August Vechtman, winkelier, en Catrienna Henderiekka van Bunnik.
Memorie van successie
van Catharina Elis. W. Vechtman, ovl. Cuijk 1-10-1872.
Kantoorplaats: Boxmeer,
Memorienr: 340,
Datum: 1-10-1872.
-
3. Jo(h)anna Ursula Schindler, geb./ged. Beugen (in huis Boxmeer) 28-1/11-2-1801 (get. Johann Melchior Zwicky, capitein), ovl. Groenlo 26-4-1884[620], tr. Bergen Zoom 16-8-1821
Joannes Jacobus Josephus Edwardus Müller (R.M.W.O.), geb. Herisau (CH) ca. 1798, ovl. Groenlo 7-4-1884[621], luitenant-kolonel, oud Militie-Commissaris,
zn. van Johan Jacob Müller en Anna Catharina Schirmer.[622]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Joanna Catharina Müller, geb. Antwerpen (B) 15-2-1823, ovl. Groenlo 8-1-1896,[623]
tr. Breda 7-2-1855
Johan Hendrik Meiss (R.M.W.O. 4kl), geb. 's-Gravenhage 1808/09, ovl. Groenlo 10-2-1886,[624]
officier bij de Infanterie in het KNIL, eerste luitenant (bevorderd 3-1-1839), kapitein (bevorderd 3-12-1843), majoor (bevorderd 5-4-1851),
tijdelijke militair kommandant te Bagelen (1848-1850),
lid van de Subkomissie van Onderwijs te Bagelen (1848-1850),
kapitein-kommandant bij het Korps Pupillen (1850),
vice-president van de Societeit Concordia van de Maatschappij van Toonkunst te Batavia (1851),[625]
vertrekt kennelijk 1851-1855 weer naar Nederland,
zn. van Johannes Meiss en Maria Smits.
Hij was kennelijk eerder gehuwd met Louise Smitt(¥), waaruit een dochter
Dorothea Marie Meiss, geb. Bagelen (afd. Poerworedjo, NOI) 5-3-1851[626], ovl. Zeist 2-7-1926 (ongehuwd, oud 74 jaar, sic!).
| COMMENTAAR(¥)
Louisa Smitt is geboren te Samarang afd. Salatiga op 28-4-1835. Zij is dus nog geen zestien jaar oud als zij bevalt van haar eerste kind Dorothea Marie Meiss. Bij de (genlias) akte van Johan Hendrik's huwelijk te Breda 1855, wordt hij niet als weduwnaar vermeld. Vond hij dit niet zo'n goed idee of is er iets anders aan de hand? Een huwelijk Meiss-Smitt is in de Indische bronnen niet te vinden, evenmin als het overlijden van Louisa Smitt.
|
|
Majoor Johan Hendrik Meiss (1808/09-1886).
Foto: ca. 1875.
Bron: Fotocollectie
⇒ CBG
|
Joanna Catharina Müller (1823-1896).
Foto: ca, 1875
Bron: Mevr. Karla Mulder, 2008
⇒ Genealogie KJJM
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
Uit dit huwelijk (o.a.?) :[627]
-
aaa. Ursele Catharina Meiss, geb. Breda 14-9-1856, ovl. Nijmegen 25-10-1928, woont te Nijmegen (1924).
|
Overlijdensadvertentie in de NRC d.d. 27-10-1928 van Ursele Catharina Meiss (1856-1928).
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
bbb. Dr. Mr. Johan Hendrik Meiss (R.O.N.L), geb. Breda 30-8-1858, ovl. 's-Gravenhage 25-3-1924, ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 30-9-1876,[628]
promoveert aldaar op 21-12-1883 in de rechten op een dissertatie getiteld "Eenige bijdragen tot de kennis van den inwendigen toestand van Nederlands Indië onder het bestuur van den Gouverneur Generaal J.J. Rochussen (1845-1851)",[629]
legt het groot ambtenaarsexamen, het eindexamen van de Nederlandsch-Indische administratieve dienst, af in Nederland in 1883,
vertrekt kennelijk in 1883/84 naar NOI,
buitengewoon substituut griffier (benoemd 8-6-1884) bij de landraad te Magelang en Temanggoeng (Kedoe) (1884-1886),
griffier (benoemd 4-8-1886) bij de landraad te Bondowoso en Djember (Besoeki) (1886-1888),
griffier (benoemd 6-10-1888) bij de landraad te Madioen (1888-1889),
lid (benoemd 11-4-1889) van de Raad van Justitie te Semarang (1889-1891),
tweede luitenant (benoemd 22-6-1890) bij de Schutterij te Semarang,
voorzitter (benoemd 2-2-1891) van de Landraad te Indramajoe (Cheribon) (1891-1895),
krijgt verlof naar Europa 13-3-1895,
ingedeeld 1-4-1896 bij afdeeling A van het Ministerie van Kolonien,
voorzitter (benoemd 27-10-1898) van de Landraad te Cheribon, Modjolengka en Koeningan (1898-1899),
lid (benoemd 18-3-1900, herbenoemd 24-8-1901) en vice-president (1906) van de Raad van Justitie te Batavia (1900-1906),
president (benoemd 3-9-1906) van de Raad van Justitie te Semarang (1906-1908),
lid (benoemd 16-7-1907) van de commissie van toezicht van de Hoogere Burgerschool te Semarang,
met verlof (1909),
raadsheer (benoemd 8-12-1908, herbenoemd 1-6-1910) in het Hoog Gerechtshof (1908-1916) en in het Hoog Militair Gerechtshof van Ned.-Indië (1908-1916),
op zijn verzoek met eervol ontslag (1916),
[630]
woont te Magelang (1884-1886),[631]
tr. Magelang (Kedoe) 3-8-1886[632]
Maria Andriette Schoorel, geb. 's Heer Abtskerke 14-3-1867[633]
, ovl. 's-Gravenhage 1-8-1963[634]
, woont te 's-Gravenhage (1924..1963),
dr. van Ds. Cornelis Willem Schoorel en Maria Johanna Schoorel.[635]
Zij wonen te Bondowoso (1886-1887), Semarang (1889-1891), Indramajoe (1891-1894), in Europa (met verlof 1895) Cheribon (1898),[636]
Batavia (Gg. Setjang en Gg. Scott) (1902-1904), Semarang (1906-1907), Weltevreden (1908), in Europa (met verlof 1909), Batavia (Gg. Scott) (1911-1918), Medan (1921),[637]
en te 's-Gravenhage (1924).
|
Overlijdensadvertentie in Het Vaderland d.d. 26-3-1924 van Dr. Mr. Johan Hendrik Meiss (1858-1924).
|
Overlijdensadvertentie van Maria Andriette Schoorel (1866/67-1963).
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
|
Het echtpaar Meiss-Schoorel met drie van hun vier kinderen: v.l.n.r.
Willem Cornelis Meiss (1896-1983),
Maria Andriette Schoorel (1867-1963),
Johanna Catharina Meiss (1893-??),
Maria Johanna Meiss (1887-??),
Johan Hendrik Meiss (1858-1924).
De tweede zoon Johan Hendrik Sijlvester Meiss (1888-??) ontbreekt hier omdat hij voor school al naar Nederland gestuurd was.[638]
Foto: Ned.-Indië, ca. 1901
Bron:
⇒ Genealogie KJJM
|
In memoriam van Dr. Mr. Johan Hendrik Meiss in Het Vaderland d.d. 26-3-1924.
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
Uit dit huwelijk:[639]
[640]
-
aaaa. Maria Johanna Meiss, geb. Magelang (NOI)28-7-1887, ovl. na 1967, tr. Batavia 3-4-1912[641]
Ir. Marie Cornelis van den Broeke, geb. 1878/79, ovl. 's-Gravenhage 21-8-1967, werktuigkundig ingenieur, werkzaam bij de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij als
adjunct-ingenieur (1908-1911) en afdeelings-ingenieur (1913-1916) bij de Uitvoerende dienst in Midden- en Oost-Java van de Dienst Tractie en Materieel (1908-1911),
chef der centrale werkplaats (1911-1912),
plaatsvervangend lid (1923-1926) en lid (1927-1928) van het Comité van Bestuur,
tevens lid (benoemd 17-5-1912) van de Commissie van toezicht van de Ambachtsschool voor Inlanders te Semarang (1912-1927),
lid van de Commissie van toezicht van de Technische school te Semarang (1922-1926),
lid (1924-1926) en voorzitter (1927) van de Commissie van toezicht van de Hoogere Burgerschool te Semarang.[642]
Zij wonen te Semarang (Bodjong) (1912-1926),[643] 's-Gravenhage (1963, 1967).
|
Overlijdensadvertentie van Ir. Marie Cornelis van den Broeke (1878/79-1967).
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Uit dit huwelijk (o.a.?):(¥)
| COMMENTAAR(¥)
Ref. [644] vermeldt als kinderen Jan van den Broeke, Hendrik van den Broeke, Hans van den Broeke (1913).
|
-
aaaaa. Maria Henriëtte van den Broeke, geb. Semarang 1-3-1913[645], reist als mej. M.H. van den Broeke van Batavia naar Rotterdam met het schip Slamat, dat op 31-5-1928 van Marseille naar Rotterdam is vertrokken,[646]
tr.
M. Mauve. Zij wonen te Heemstede (1967).
-
bbbbb. P.J.G. van den Broeke, geb. (verm. Semarang 1914-1917), tr.
S.R. Leopold. Zij wonen te 's-Gravenhage (1967).
-
ccccc. Johan Hendrik van den Broeke, geb. Semarang 19-7-1918[647], tr.
Th. E. Immink. Zij wonen te Arnhem (1967).
-
bbbb. Dr. Mr. Johan Hendrik (Sijlvester) Meiss(¥), geb. Magelang (NOI) 31-12-1888, ovl. na 1963, ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 21-9-1907,[648]
heeft als doctor in de rechtswetenschappen het faculteitsexamen in 1912 afgelegd,
buitengewoon substituut griffier (benoemd 19-10-1912) bij de Raad van Justititie te Batavia (1912-1913),
griffier (benoemd 21-10-1913) bij de Raad van Justititie te Medan (1913-1914),
substituut officier van Justitie (benoemd 1-9-1914) bij de Raad van Justititie te Medan (1914-1915),
voorzitter (benoemd 21-12-1915) van de Landraad te Ngawi en Magetan (Madioen) (1915-1917),
tijdelijk buitengewoon voorzitter (benoemd 16-10-1919) van de Landraad te Batavia en Tangerang(1919),
advocaat (benoemd 24-10-1919) bij de Raad van Justititie te Medan,
advocaat en procureur te Medan (1921),
plaatsvervangend landrechter te Medan (1921-1922),
bestuurslid van de Ziekenverpleging "Djembersche Kliniek" te Djember (1923),
chef van het administratiekantoor Reynst & Vinju te Batavia(1924-1926),
vice-voorzitter van de Vereeniging Kinder Vacantie Kolonie "Batavia" (1926-1928),
plaatsvervangend lid (benoemd 29-4-1927) van de Raad van Beroep voor Belastingzaken te Batavia (1927),
lid van de Regentschapsraad van Djember (1928-1931),
chef van Birnie's administratiekantoor te Djember (1933-1940),
commissaris van het bestuur van het Besoekisch Proefstation te Djember (1936-1938),[649]
[650]
woont (alleen?) te Medan (1913-14), Ngawi (1916-1917), met eerste echtgenote Edine Gertrude Nederburgh te Ternate (1918), Weltevreden (1919), Medan (1921-1923), Batavia (1924), Weltevreden (1924-1925), met tweede echtgenote Emilie Caroline Henriette Eversdijk Smulders te Weltevreden (1926) en Djember (1929), met zijn derde echtgenote Geertruida A. Mathies te Djember (1933-1940) en Comano (I) (1963),[651]
tr. 1o 's-Gravenhage 29-7-1912 (huwelijk door echtscheiding ontbonden 1925-1927)[652]
[653]
Edine Gertrude Nederburgh, geb. Buitenzorg 29-10-1889, ovl. Blaricum 5-10-1952, reist als Mevr. E.G. Meiss-Nederburgh met 2 kinderen met het schip Rembrandt dat op 19-4-1922 van Java naar Amsterdam is vertrokken, en keert weer terug als Mevr. E.G. Meiss met 2 kinderen met het schip Insulinde dat op 23-8-1924 van Rotterdam naar Ned. Indië is vertrokken[654]
woont te 's-Gravenhage (1924), Blaricum (1952),
dr. van Mr. Cornelis Bastiaan Nederburgh, laatstelijk Algemeen Secretaris van de Gouverneur-Generaal en het Bestuur van Nedelandsch Indië, en Caroline Wilhelmina Hulshoff Pol,
tr. 2o Weltevreden (NOI) 1-3-1927 (huwelijk door echtscheiding ontbonden 1929)[655]
Mr. Emilie Caroline Henriette ("Lily") Eversdijk Smulders(¥), geb. Sidoardjo 20-6-1903, ovl. Amsterdam 1994, ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 20-9-1921,[656]
administratief ambtenaar bij de Afdeeling Geldzaken van de Generale Thesaurie van het Departement van Financiën te NOI (1926-1929),
reist als mevr. Mr. E.C.H. Meiss met het schip Christiaan Huygens dat op 26-3-1929 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken,[657]
buitengewoon substituut griffier (benoemd 27-6-1929, herbenoemd 14-11-1930) bij de Raad van Justitie te Medan,[658],
woont alleen te Weltevreden (1926),
met Mr. J.H. Meiss te Weltevreden (1926) en te Djember (1929),
alleen te Weltevreden (1929)
en met R. Traill te Poeloe Samboe (1931) en Medan (1933),[659]
waarna zij vanaf 1936 zich volledig op de schilderkunst toelegde, al tekenend en schetsend door Oost-Azië reisde, in WO II in Nederland in het verzet zat, en na de oorlog talloze landen in Azië en Afrika bezocht om daar te tekenen en schilderen tot haar gezichtsvermogen in 1977 te veel was achteruitgegaan,
publiceerde daarnaast een zestal boeken (zie
⇒ Stichting Lily
voor een uitvoerige biografie),
dr. van Thomas Anthony Smulders, assistent resident van de Afdeeling Sidoardjo (gewest Soerabaja), en Mary Madeleine Beckers,
tr. 3o ('s-Gravenhage?) 13-12-1933[660]
(huw. afkondiging 's-Gravenhage nov. 1933[661]
)
Geertruida A. Mathies, ovl. na 1963, woont te Djember (NOI) (1933-1940), te Comano (I) (1963).
COMMENTAAR(¥)
De derde voornaam Sijlvester van Johan Hendrik Sijlvester Meiss, die hij kreeg omdat hij op Oudejaarsdag geboren is, komt alleen voor in de geboorteakte. In alle latere vermeldingen heet hij Johan Hendrik Meiss soms aangevuld met Jr. Volgens Ref. [662] heeft hij zijn derde voornaam later afgekocht omdat hij er een hekel aan had.
In haar geboorteakte heet zij Emilie Caroline Henriette Smulders. De tweede naam Eversdijk is er kennelijk aan toegevoegd voor 1921, wanneer zij die bij haar universitaire inschrijving gebruikt. Waarom zij deze naam heeft toegevoegd is vooralsnog onduidelijk. In haar latere leven als schilderes wordt zij bekend als Lily Eversdijk Smulders.
|
Nationaal Archief, Inventaris van het archief van S.C. Nederburgh[663]
nr. 1319: Van dr. W. van Lingen om geluk te wensen met het huwelijk van Edine Gertrude Nederburgh met Mr. Johan Hendrik Meiss, Weltevreden 1912 augustus 11.
nr. 1322: Van Johan Hendrik Meiss sr. en jr. met concept-antwoord van Cornelis Bastiaan Nederburgh
1882 augustus 1 - 1921 augustus 1
nr. 1469: Brief van J.H. Meiss aan zijn voormalige echtgenote, Kitzbühel. Afschrift z.j.(ca. 1931).
nr. 1470: Brieven van J.H. Meiss aan zijn voormalige echtgenote en aan zijn
dochter Anneke over de opleiding door de laatste na haar eindexamen
te volgen,
1931 mei 25 en 26
|
Overlijdensadvertentie van Edine Gertrude Nederburgh (1880-1952).
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
|
Huwelijksannonce van Johan Hendrik Meiss en Geertruida A. Mathies. Waar het huwelijk gesloten wordt is vooralsnog onduidelijk, zij woont blijkbaar in Hamburg, hij in Djember (NOI), terwijl de huwelijksafkondiging in nov. 1933 in de Haagse krant Het Vaderland staat.
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
|
Mr. Emilie Caroline Henriette ("Lily") Eversdijk Smulders (1903-1994).
Foto: datum onbekend (ca. 1935?)
Bron:
⇒ Stichting Lily
|
Collage van portrettekeningen door Lily Eversdijk Smulders vervaardigd tijdens haar reizen in elf verschillende landen.
Bron:
⇒ Stichting Lily
Op de website van
⇒ The British Museum
worden 61 door haar gemaakte tekeningen geëxposeerd.
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
Uit zijn eerste huwelijk (Meiss-Nederburgh):[664]
-
aaaaa. Edine Caroline Anna Meiss, geb. Soerabaja 27-5-1913, ovl. Laren 12-6-1963[665], tr. vóór 1943
P. de Jongh. Zij wonen te Leopoldville (Belgisch Congo) (1943, 1952).
-
bbbbb. Mr. E.M. Meiss, geb. Medan 30-9-1915, vermeld als geïnterneerde in het Japanse interneringskamp Tjideng te Batavia op de lijsten van maart en april 1944 (met een kind van 2 jaar) en augsutus 1945 (met 2 personen),[666]
tr. vóór 1940
Mr. C.W. van Dam, tijdelijk buitengewoon subsituut griffier (benoemd 25-9-1939) bij de Raad van Justitie te Batavia (1939-1940),
plaatsvervangend landrechter (1940-1941) bij het Landgerecht te Batavia (benoemd 16-3-1940) en te Meester-Cornelis (benoemd 23-5-1940).[667]
Zij wonen te Batavia (1940-1943), Djakarta (1952).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
cccc. Ir. Johanna Catharina Meiss, geb. Indramajoe (Magelang, NOI) 24-9-1893, woont te 's-Gravenhage (1924, 1963).
-
dddd. Dr. Willem Cornelis Meiss, geb. Oegstgeest 20-6-1896, ovl. Schiedam 9-12-1983[668], ingeschreven als student geneeskunde aan de Universiteit van Leiden 22-9-1915,[669]
woont te Leiden (1924),
vestigt zich in 1926 als chirurg in Dordrecht en vertrok na 6 jaar naar Leiden om daar de opleiding orthopaedie in de Annakliniek te volgen bij Dr. Murk Jansen,[670]
[671]
[672]
vestigt zich in 1935 als chirurg-orthopaed te 's-Gravenhage (Jan van Nassaustraat 8) 1935,[673]
lid van de medische commissie van de KNVB (1940),[674]
lid van het voorlopig Nationaal Comité voor het Gezin (1940), dat zich "op het standpunt stelt van de Christelijke beginselen in het echtelijk leven, de huwelijkswetgeving en de opvoeding",[675]
werkte tijdens WO II in het katholiek ziekenhuis te 's-Gravenhage,
en werkte mee aan het verzetsblad voor artsen Medisch Contact,
werd gearresteerd en enige weken gevangen gehouden in Kamp Amersfoort,
werkte vervolgens in Bronovo en in de Rudolf Steiner kliniek,[676]
tr. Dordrecht 9-4-1924
Mr. Karla Johanna Juliana Lotsij, geb. Dordrecht 25-5-1897, ovl. Schiedam 25-4-1975,[677]
slaagt voor het eindexamen gymnasium te Dordrecht (1916),[678]
doet kandidaatsexamen (juni 1918)[679]
en doctoraal examen (dec. 1921)[680]
rechten aan de Universiteit van Utrecht,
woont te Dordrecht (1924),
testeert te Dordrecht (4-4-1924),[681]
dr. van Karel Lotsij en Henriette Boudewine de Court Onderwater.
-
aaaaa. Dr. Johan Hendrik Meiss, geb. Leiden 8-4-1925, ovl. 's-Hertogenbosch 11-4-1985[682], promoveert op 27-3-1956 in de geneeskunde aan de Universiteit van Utrecht op een dissertatie getiteld "Gevolgen van totale exstirpatie van de maag",[683]
chirurg,
tr. De Bilt 27-11-1956[684]
Jkvr. Willemine Louise van Holthe tot Echten, geb. Nieuwersluis 12-10-1923, dr. van Jhr. Dr. Marie Louis van Holthe tot Echten, burgemeester van Zeist, laatstelijk van Breukelen, presidentcurator van de Rijksuniversiteit te Utrecht, dijkgraaf van het hoogheemraadschap Amstelland, en Agatha Johanna Elisabeth van Notten.
Hieruit verder nageslacht bekend (2 dochters en 2 zoons).
-
bb. Carel Caspar Müller, geb./ged. Antwerpen 1823/24, ovl. Nijmegen 8-7-1844,[687]
militair.
-
cc. Sophia Henriette Müller, geb. Philippeville (B) 1826/27, ovl. Groenlo 10-11-1913,[688]
-
dd. Emma Ursula Müller, geb./ged. Breda 1835/36, ovl. Nijmegen 18-6-1844,[689]
-
4. Maria Conradina von Schindler, ged. Vierlingsbeek 1803/04, ovl. Groenlo 20-3-1894, tr. Namen 1-5-1829
Johan Hendrik Kern (R.M.W.O. 4kl), ged. Groningen 1798/99, ovl. Groenlo 25-7-1863, officier in het KNIL,
eerste luitenant bij het vierde bataljon van de 19de Afdeeling Nationale Infanterie (1823-1829),
inspecteur te Tampallang van de tinmijnen te Banka en Billiton (1825),
met verlof naar Nederland (1827-1828),
kapitein (bevorderd 10-3-1830) bij het Algemeen Depot (1830) en bij de infanterie (1831-1837),
majoor (bevorderd 14-2-1837) bij de Infanterie (1837-1839),[690]
zn. van Johan Hendrik Kern, officier, en Maria Nieuwenhuis.
|
Huwelijksannonce van Johan Hendrik Kern en Maria Conradina von Schindler, en
overlijdensadvertentie van Johan Hendrik Kern (1798/99-1863).
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Prof. Dr. Johan Hendrik Caspar Kern, geb. Poerworedgo (NOI) 6-4-1833, ovl. Utrecht 4-7-1917, (ook bekend onder de naam H. Kern),(¥)
komt als zesjarige met zijn ouders naar Nederland, volgde op het gymnasium naast de voorgeschreven vakken ook lessen Engels (destijds niet verplicht) en Italiaans,[691]
ingeschreven als student letteren aan de Universiteit van Utrecht 19-9-1850 ("Johan Hendrik Casper Kern nat. in insula Java, Probatus testimonio Collegii Regii d. 6 m. Aug. 1850"),[692]
maar vertrekt een jaar later naar Leiden,
ingeschreven als student letterkunde aan de Universiteit van Leiden 30-9-1851,[693]
volgt daar o.a. colleges Sanskriet bij Prof. A. Rutgers,
promoveert aldaar op 12-10-1855 magna cum laude in de letteren en filosofie op een dissertatie getiteld Scriptores Graecos de rebus Persicis Achaemenidarum monumentis collatos,[694]
vertrekt na zijn promotie naar Berlijn, waar hij zijn studie Sanskriet voortzette bij Albrecht Weber, en ook Germaanse en Slavische talen studeerde,
keert in 1858 naar Nederland terug, en aanvaardt een aanstelling als docent Grieks aan het Maastrichts Atheneum,
wordt in 1863 hoogleraar in Benares, en doceerde Sanskriet aan het Brahmana College en aan het Queen's College,
wordt op 2-6-1865 benoemd tot hoogleraar Bespiegelende Wijsbegeerte en Letteren, met als onderwijsopdracht Sanskrit en Vergelijkende Taaistudie aan de Universiteit van Leiden (1865-1903), houdt zijn oratie op 18-10-1865,
blijft in Leiden tot zijn emeritaat op 21-9-1903,[695]
rector magnificus van de Universiteit van Leiden (1879-1880),
verhuisde na zijn emeritaat naar Utrecht, zette na zijn pensionering zijn werkzaamheden voort, totdat in 1916 zijn vrouw stierf, een slag die hij niet boven kwam, waarna hij nog geen jaar later zelf overleed,[696]
krijgt ter gelegenheid van zijn 80ste verjaardag door Prof Speyer zijn buste aangeboden, vervaardigd door de beeldhouwer Charles van Wijk, en door Prof. Simons, voorzitter van het Utrechtsche Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen het erelidmaatschap van dat genootschap (1913),[697]
tr. 1o Groenlo 17-8-1859
Hendrika Anna Wijnveldt, geb. Zutphen 1833/34, ovl. Groenlo 17-8-1860 (akte ook te Maastricht), dr. van Joost Wijnveldt, particulier, en Hendrika Johanna Huijskes,
tr. 2o Maastricht 1-5-1866
Annette Marie Therèse de Chat(t)eleux, geb. Delfzijl 30-6-1839, ovl. Utrecht 24-11-1916, dr. van Engelbertus Bernardus Josephus Moïse de Chateleux, belastingcontroleur, en Jantina Roedolphine Vos.
Graftombe
Kern Johan Hendrik Caspar 06-04-1833 Poerworedjo, ovl. 04-07-1917 Utrecht
Chateleux Annette Maria Therese, 30-06-1839 Delfzijl, ovl. 24-11-1916 Utrecht
| COMMENTAAR(¥)
Zoek op:
http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn3/kern
http://www.dbnl.org/tekst/_jaa003191801_01/_jaa003191801_01_0010.htm
|
|
Prof. Dr. Johan Hendrik Caspar Kern (1833-1917).
Foto: voor 1913
Bron: Collectie Veenhuijzen
⇒ CBG
|
Buste van Prof. Dr. Johan Hendrik Caspar Kern door de beeldhouwer Charles van Wijk. De buste werd door Prof. Speyer in 1913 aangeboden aan Kern ter gelegenheid van diens 80ste verjaardag. Recent werd de buste in opdracht van het Universitair Historisch Museum Leiden gerestaureerd door
⇒ Restauratie Studio Peter Willemse
in Leiden.
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
Uit zijn eerste huwelijk (Kern-Wijnveldt):
Uit zijn tweede huwelijk (Kern-de Chateleux):
-
bbb. Prof. Dr. Johan Hendrik Kern, geb. Leiden 24-1-1867, ovl. 19-12-1933, ingeschreven als student letterkunde aan de Universiteit van Leiden 27-9-1886,[698]
promoveert aldaar op 27-6-1891 met lof in de letteren op een dissertatie getiteld Klankleer der Limburgsche sermoenen,[699]
benoemd tot hoogleraar Engelse taal en letterkunde (1901) en Sanskriet (1904),[700]
tr. Rotterdam 22-5-1903
Susanna Wilhelmine Petronella Salomons, geb. Kralingen 1874, ovl. Wassenaar 12-10-1952, woont te Leiden (1946, 1947),
dr. van Hendrik Pieter Salomons en Catharina Johanna Rozenraad.
| COMMENTAAR(¥)
Zoek op:
http://www.dbnl.nl/auteurs/auteur.php?id=kern005
http://www.digitallibrary.nl/levensberichten/authors_detail.cfm?RecordId=976
|
|
Prof. Dr. Johan Hendrik Kern (1867-1933).
Foto: 1916
Bron: Collectie Veenhuijzen
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten |
|
Huwelijksannonce van Prof. Dr. Johan Hendrik Kern en Susanna Wilhelmine Petronella Salomons.
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
|
Overlijdensadvertentie van Susanna Wilhelmine Petronella Salomons (1874-1952).
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
-
aaaa. Ada Kern, geb. Groningen 17-1-1905, ovl. na 1952, ingeschreven als student letteren aan de Universiteit van Leiden 14-11-1924,[701]
gouvernante te Leiden (1924), Pretoria (ZA) (1930), Leiden, Den Haag (1932), Zoute (B) (1934), Brussel (1940), Den Haag (1940), Amsterdam (1946) en Den Haag (1947),[702]
woont te Amsterdam (1946), Baarn (1952).
-
bbbb. Hilda Kern, geb. Groningen 17-9-1906, ovl. na 1953, huishoudster te Leiden, Rheden (1929), Leiden (1932), Amsterdam (1951) en Delft (1953), woont te Leiden (1946), Delft (1952).
-
cccc. Dr. Willem Kern, geb. Groningen 2-10-1908, ovl. Bandjermassin (Borneo) 8-6-1946, promoveert in 1934 aan de Universiteit van Leiden op een dissertatie getiteld "Oudjavaansche en Balische hellevoorstellingen",[703]
tijdelijk waarnemend taalambtenaar (1935) bij, tijdelijk waarnemend hoofd (1936) van, taalambtenaar (1937) bij
de Taal-technische Afdeeling van het Kantoor voor de Volkslectuur te Batavia,
taalambtenaar (benoemd 1-5-1938) in dienst van het Departement van Onderwijs en Eeredienst, ter beschikking van de gemeenschappelijke zelfbesturen in de
Zuider- en Oosterafdeling van Borneo te Bandjermasin (1938-1939) en te Samarinda (1941),
als taalambtenaar t.b.v. het curatorium bestuurslid van de Mallinckrodt Stichting te Bandjermasin (1938-1941),[704]
woont te Bandjermasin 1937-1940.[705]
|
Overlijdensadvertentie van Dr. Willem Kern (1908-1946).
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
ccc. Rudolfine Jantine Kern, geb. Leiden 14-12-1868, ovl. Apeldoorn 4-7-1947.
|
Overlijdensadvertentie van Rudolfine Jantine Kern (1868-1947).
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
ddd. Maria Conradia Hilda Kern, geb. Leiden 8-10-1870, ovl. na 1960, woont te Barchem in huize "De Lochemse Berg" (1960),
tr. Utrecht 6-6-1912
Willem Joachim Pieter Suringar, geb. Maastricht 29-2-1876, ovl. Lochem 17-6-1955, lid van de bankiersfirma Lzwijn & Eigeman te Leiden, directeur van het Bijkantoor Leiden der Amsterdamsche Bank (1918-1927), regent van het Heilige Geest of Arme-, Wees- en Kinderhuis, W. B. van Assendelfthof, Loridanhof, Barend van Naamenhof, kapitein der d.d. schutterij, regent van het Wale-Weeshuis (1907-1912), ouderling en kerkvoogd van de Waalsche gemeente,[706]
zn. van Johan Arnold Suringar, leraar aan de KMA te Breda en de HBS te Zutphen, en Wilhelmina Christine de Chateleux.
Zij wonen te Bilthoven huize Rapenburgh" (1927), Groenlo (1947), Barchem in huize De Lochemse Berg (1955).
|
Huwelijksannonce van Maria Conradia Hilda Kern en Willem Joachim Pieter Suringar.
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
|
Overlijdensadvertentie van Willem Joachim Pieter Suringar (1876-1955).
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
-
eee. Berta Kern, geb. Leiden 9-11-1872, ovl. (Maryland USA?) 27-1-1965, woont te Groenlo (1947), Zeist (1960),
otr./tr. Leiden 9/23-6-1898
Dr. Hendrik Herman Juynboll, geb. Delft 24-7-1867, ovl. Bethesda (Md, USA) 25-10-1945, ingeschreven als student letteren aan de Universiteit van Leiden 24-9-1886,[707]
promoveert aldaar op 14-10-1893 in de letteren op een dissertatie getiteld "Drie boeken van het oud Javaansche Mahabharata in Kawi-tekst en Nederlandsche vertaling, vergeleken met den
sanskrit-tekst",[708]
treedt in 1899 toe tot de staf van het Ethnografisch Museum aan het Rapenburg te Leiden, waarvan hij vervolgens van 1909 tot zijn pensioen in 1932 directeur is,[709]
bestuurslid van het Koninklijk instituut voor de taal-, land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië te 's-Gravenhage (1904-1926),[710]
zn. van Dr. Abraham Wilhelm Theodorus Juynboll en Wilhelmina Maria Cornelia Schadee.
Publicaties van Hendrik Herman Juynboll:[711]
-
Vervolg van de lijst van Javaansche en Sudaneesche woorden, uit het arabisch of het perzisch afstammende, naar de nagelatene papieren van Dr. A.W.T. Juynboll, uitg. Nijhoff, 's Gravenhage, 1894.
-
Kawi-Balineesch-Nederlandsch glossarium op het oudjavaansche Ramayana, uitg. Nijhoff, 's-Gravenhage, 1902
-
Het Javaansche tooneel, uitg. Hollandia-Drukkerij, Baarn, 1915
-
Oudjavaansch-Nederlandsche woordenlijst, uitg. Brill, Leiden, 1923
-
Catalogi van 's-Rijks Ethnographisch Museum te Leiden, 23 delen, 1909-1932
-
Diverse andere catalogi, gidsen, vertalingen en bewerkingen.
|
Overlijdensadvertentie van Berta Kern (1872-1965).
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
|
In memoriam van Dr. Hendrik Herman Juynboll (1867-1945) door Robert Heine-Geldern.
Bron: The Far Eastern Quarterly 5(1946)216
⇒ JSTOR
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
-
aaaa. A.M.Th. Juynboll (dochter), geb. Leiden 18-10-1899, tr.
Th.W.L. Scheltema. Zij wonen 1945-1965 in Bethesda, Maryland, USA.
-
bbbb. Dr. Willem Rudolf Juynboll, geb. Leiden 20-5-1903, ovl. 1977, slaagt op 1-12-1928 voor het candidaatsexamen kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Leiden, promoveert aldaar in 1934 in de letteren op een dissertatie getiteld "Het komische genre in de Italiaansche schilderkunst gedurende de zeventiende en de achttiende eeuw : bijdrage tot de geschiedenis van de caricatuur",[713]
gewoon lid (verkozen 1935) en bestuurslid (1954-1957) van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde,
lid (1947-1972) en voorzitter (1971) van de commissie voor geschied- en oudheidkunde van de Maatschappij,[714]
en lid van de Commissie voor het jaarboek van de Maatschappij (1950-1953, 1958),
tr. (Den Haag? of Leiden?) 12-7-1932
M.S. van Ysselsteyn, dr. van Ir. Hendrik Albert van Ysselsteyn, minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, en Susanna Christina Hofstede.
Hieruit verder nageslacht bekend.
Publicaties van Willem Rudolf Juynboll:[715]
-
Barok en classicisme te Rome : openbare les aan de Rijksuniversiteit te Leiden op woensdag 6 mei 1936, Leiden, 1936
-
Biographisch woordenboek van Noord Nederlandsche graveurs (door F.G. Waller, bewerkt door W.R. Juynboll), 's-Gravenhage, Nijhoff, 1938
-
J. Huizinga, Verzamelde werken (red. Leendert Brummel, Willem Rudolf Juynboll en Theodor Jacob Gottlieb Locher), Haarlem, 1948-1956
-
Winkler Prins van de kunst : encyclopedie van de architectuur, beeldende kunst, kunstnijverheid (hoofdred. W.R. Juynboll, V. Denis), Amsterdam, Elsevier, 1958-1959
-
Artikelen in diverse boeken en tijdschriften, o.a. in de Jaarboeken van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde
-
fff. Rudolf Arnoud Kern (R.O.N.L., Ridder der Orde van de Witte Olifant / Kroon van Siam.), geb. Leiden 26-9-1875, ovl./beg. Leiden (Groenesteeg) 23/27-3-1958.
bibliothecaris van de Indologische Vereeniging te Delft (1895),[716]
legt het groot ambtenaarsexamen, het eindexamen van de Nederlandsch-Indische administratieve dienst, af in Nederland in 1896,
werkzaam als ambtenaar bij het Binnenlandsch Bestuur te NOI:
adspirant-controleur ter beschikking (benoemd 9-1-1897) voor de Preanger-Regentschappen (1897-1899),
adspirant-controleur (benoemd 28-4-1899) aldaar (1899-1901),
adspirant-controleur (1901) te Trogong (Garoet),
controleur (benoemd 26-7-1902) te Bodjong lopang (Lengkong) (1902-1903), met verlof naar Europa (22-10-1903) (1903-1905),
controleur te Patjitan (Madioen) (1906-1907), te Bandoeng (1908-1910), met verlof naar de Bestuursacademie (8-5-1911) (1911-1913),
assistent-resident (benoemd 29-6-1914) van de Afdeling Brebes in Pekalongan (1914-1917),
assistent-resident (benoemd 21-2-1917) van de Afdeling Modjokerto (1917-1920),
waarnemend adviseur voor Inlandsche zaken (benoemd 19-5-1920) bij het gelijknamige Bureau (1920-1924), met verlof 1922,
heeft het klein notaris-examen afgelegd (1922),
bestuurslid van de Spaar-, hulp- en landbouwcredietbank Limbangan te Garoet (1901),
secretaris-thesaurier van de Afdeling Garoet van de Vereeniging 'Oofteelti te Buitenzorg (1901-1902),
lid van de Gemeenteraad van Bandoeng (1908),
bestuurslid (1908-1909) en secretaris (1910) van de Bandoengsche Afdeelingsbank,
president van de Brebesche Afdeelingsbank (1915-1916),
correspondent van het gewest Pekalongan van de Vereeniging van Ambtenaren bij het Binnenlandsch
Bestuur in Nederlandsch-Indië (1916),
voorzitter van de Modjokertosche Afdeelingsbank (1917-1919),
lid en tevens voorzitter van de Commissie tot voorbereiding van een Centraal Encyclopaedisch Instituut (1920-1921),
bestuurslid van het Bataviaasch genootschap van kunsten en wetenschappen, onder de zinspreuk: "Tot nut
van 't algemeen" (1920-1925),
lid (benoemd 3-1-1921) van de Commissie van toezicht van de Opleidingschool voor Inlandsche rechtskundigen (1921-1925),
lid (benoemd 10-9-1921) van de Commissie van toezicht en bijstand van de Centrale Kas van het Volkscredietwezen,
lid (benoemd 14-4-1921) van het Bestuur over de protestantsche kerken in Nederlandsch-Indië (1922-1924),
bestuurslid van het Centraal Comité voor de Zending der Indische kerk te Batavia (1925),
bestuurslid van het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde van Nederlandsch-Indië te 's-Gravenhage (1930),[717]
woont te Bandoeng (1898-1899), te Lenkong Soekaboemi (1902), te Patjitan (1906), te Bandoeng (1907),[718]
[719]
woont te Leiden (1913, 1947),
lector Soendase Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Leiden,
tr. Leiden bij volmacht 19-3-1914,
en
tr. Brebes (NOI) 5-8-1914[720]
Romelia Rutgers van der Loeff, geb. Stad Almelo 6-4-1882[721], ovl./beg. Amersfoort/Leiden (Groenesteeg) 31-1/4-2-1943, woont te Katwijk aan Zee (1913),
dr. van Ds. Manta Rutgers van der Loeff, NH predikant laatstelijk te
Kerk-Avezaath, en Maria Elisabeth Adriana Fockema.[722]
Het echtpaar Kern-Rutgers van der Loeff woont te Brebes (1914-1915), Modjokerto (1916-1918), Weltevreden (1919-1924).[723]
R.A. Kern en Mevr. Kern reizen met het schip Koningin Emma dat op 28-3-1914 van Amsterdam naar Batavia vertrekt.[724]
| COMMENTAAR(¥)
Waarom zij volgens hun eigen annonce "bij volmacht" te Leiden trouwen en 9 dagen later kennelijk samen op de boot naar Indië stappen is onduidelijk. Evenmin duidelijk is waarom het huwelijk na aankomst in Indië nog eens herbevestigd moest worden.
|
| COMMENTAAR(¥)
Zoek op
http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn2/kern
|
|
Verlovings- en huwelijksannonce van Rudolf Arnoud Kern en Romelia Rutgers van der Loeff.
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
|
Overlijdensadvertentie van Rudolf Arnoud Kern (1875-1958).
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaa. Dr. Johan Hendrik Caspar Kern, geb. Modjokerto (NOI) 19-1-1919, ovl. Leiden 29-7-2000, promoveert in 1947 aan de Universiteit van Leiden op een dissertatie getiteld "Antieke portretkoppen : een vergelijkend getuigenis van de oude beschaving van Egypte, Babylonie-Assyrie, Griekenland en Rome",[725]
tr. Leiden 11-9-1959
J.L. Esbach, geb. 1929, historica.
Hieruit verder nageslacht bekend.
|
Huwelijksannonce van Johan Hendrik Caspar Kern en J.L. Esbach.
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
bbbb. NN Kern, geb./ovl. Modjokerto 17-2-1920 (levenloos geboren).
-
cccc. NN Kern (dochter), geb. Arnhem 16-2-1923.
-
ggg. Herman Egbert Kern, geb. Leiden 2-4-1879, ovl. Voorburg 11-3-1960, woont te Voorburg (1947).
|
Overlijdensadvertentie van Herman Egbert Kern (1879-1960).
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
5. Jakob Luciaan Schindler, geb./ged. Vierlingsbeek geref. 20/25-11-1804, ovl. Cuijk 30-11-1865, apotheker der derde klasse bij het Militair Hospitaal te Weltevreden (1831) en bij de Militaire Geneeskundige Dienst in NOI (1832-1835),
stadsapotheker bij de Burgerlijke Geneeskundigen Dienst te Semarang (1836-1840),
secretaris van de Plaatselijke Kommissie van Geneeskundig Onderzoek en Toevoorzigt te Semarang (1837-1840),
woont te Semarang (1838-1842),[726]
tr. Semarang 3-5-1837 (zij is bijna 15 jaar oud!)[727]
Maria Alexander (Alexandrina) Jeanetta Thörig, geb. Weltevreden (Batavia) (NOI) 15-5-1822[728], ovl. Cuijk en Sint Agatha 26-8-1903.
dr. van Willem Thörig, militair, laatstelijk kapitein der Infanterie bij het KNIL, en Catharina van der Ven.
Zij hertr. Cuijk en Sint Agatha 13-1-1869 Pieter Hermannus Jongedijk.
Memorie van successie
van Jacob Luciaan Schindler, ovl. Cuijk 30-11-1865.
Kantoorplaats: Boxmeer,
Memorienr: 340,
Datum: 30-11-1865.
-
6. Catharina Petronella von Schindler, geb. Vierlingsbeek 1813/14, tr. Doesburg 22-7-1834
Daniel Theodorus de Ridder, geb./ged. geref. Oisterwijk 26-10-1796/4-11-1797, griffier (1834) van de Arrondissements-Rechtbank Kanton Doesburg (1842-1847),[729]
gemeentesecretaris (1867),
zn. van Dirk Jan de Ridder en Maria Jacoba Baart Verspijck.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Petrus Theodorus de Ridder, geb. Doesburg 1835/36, ovl. Nijmegen 17-8-1902[730], directeur van een postkantoor (1867, 1874),
tr. 1o Winterswijk 9-9-1867
Anna Jacoba Oswaldina Tulleken, geb. Winterswijk 17-10-1839, ovl. 18-3-1872,[731]
dr. van Oswald Francois Oswaldzoon Tulleken, burgemeester van Winterswijk, en Jacoba Diderica Johanna van der Sluis,
tr. 2o Winterswijk 16-9-1874 (met dispensatie) zijn schoonzuster
Oswaldina Tulleken, geb. Winterswijk 28-6-1845, ovl. Nijmegen 11-2-1898,[732]
dr. van Oswald Francois Oswaldzoon Tulleken, burgemeester van Winterswijk, en Jacoba Diderica Johanna van der Sluis.
Uit zijn tweede huwelijk (de Ridder-Tulleken) (o.a.?):[733]
-
aaa. Jacoba Diederika Johanna de Ridder, geb. Winterswijk 1875/76, ovl. Nijmegen 5-3-1940.
-
bbb. Oswald Daniel Theodorus de Ridder, geb. Winterswijk 1878/79, ovl. Deventer 20-1-1948, adelborst 1ste klasse (1900-1902),[734]
tr.
Arnolda Klazina Wijker.
-
bb. Catharina Petronella Maria Jacoba de Ridder, geb. Doesburg 1837/38, tr. Doesburg 14-10-1869
Marinus Carel Lodewijk Catshoek, geb. Venlo 30-5-1840[735], zn. van Adriaan Johan Catshoek en Johanna Louisa van Groin.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :[736]
-
aaa. Adriaan Johan Catshoek, geb. Doesburg 22-6-1870, ovl Oegstgeest 21-7-1890.
-
bbb. NN Catshoek (dochter), geb. Doesburg 18-12-1871.
-
ccc. Catharina Louisa Catshoek, geb. Doesburg 26-2-1873, ovl Gendringen 17-7-1875.
-
ddd. Carel Louis Catshoek, geb. Doesburg 13-3-1874, ovl Gendringen 12-9-1875.
-
eee. Catharina Louisa Catshoek, geb. Gendringen 1875, ovl. Gendringen 12-3-1876.
-
fff. Catharinus Louis Catshoek, geb. Gendringen 1877/78, ovl Nijmegen 30-5-1908.
-
ggg. Constant Henri Catshoek, geb. Paramaribo 1880/81, ovl. Nijmegen 15-2-1944, handelsagent (1910),
tr. Groesbeek 12-5-1910
Mathilda Louisa Agnes Hoeboer, geb. Nijmegen 1879/80, dr. van Johannes Franciscus Hoeboer en Cornelia Pieternella Voorsluis.
-
cc. Constant Henrij de Ridder, geb. Doesburg in 1844/45, ovl. Doesburg 7-1-1888 .
-
b. Arnolda Johanna Schirmer, geb./ged. Sambeek 2/8-8-1779 (get. Arnoldus Cornelis Walraven en Petronella Walraven (= Petronella Nolens?))[737], ovl. Erichem 21-1-1855, woont te Mullem (1796),
tr. Beugen schepenen 24-4-1796
Johan van Walsem, geb./ged. Vierlingsbeek 14/18-8-1771[738]
[739]
, ovl. Vught 25-5-1854 (toen wonend te Erichem (Gld.)), zn. van Johannes van Walsem, schoolmr. te Vierlingsbeek,
en Jacoba Petronella Boess. Hij is
stadsschoolmr. en koster te Beugen (1794,
1796), Frans kostschoolonderwijzer te Buren,[740],
vertaler franse taal kanton Geldermalsen,[741]
krijgt 29-6-1794 attestatie te Beugen komend van Vierlingsbeek, zij
krijgt idem 8-10-1797.
Zij beiden krijgen op 25-10-1803 attestatie als geref. lidmaten naar Lienden (Gld.), waar hij schoolmr. en koster wordt, en worden op 26-3-1847 ingeschreven te Erichem met attestatie van Arnhem.
Uit dit huwelijk:[742]
[743]
-
1. Johanna Jacoba van Walsem, geb. Beugen 7-10-1796, ovl. Erichem 29-9-1851, wordt geref. lidmaat te Erichem 1828 met attestatie van Buren,
tr. Buren 5-10-1826[744]
Remmert van Soelen, geb. Ophemert 24-2-1803, ovl. Dordrecht (6?)-10-1873, onderwijzer,
wordt geref. lidmaat te Erichem 1828 met attestatie van Ophemert, krijgt attestatie van Erichem naar Ophermert 1860,
zn. van Jan van Soelen en Geertje van Mill.
-
2. Christina Johanna van Walsem, geb. Beugen 30-9-1798, ovl. Nijmegen 19-11-1888, tr. Buren 28-6-1817[745]
Willem Frederik van Heemskerck, geb. Emmerik 24-4-1796, ovl. Arnhem 18-8-1832, kapitein der infanterie,
zn. van Willem Sijbrand van Heemskerck en
Johanna Catharina Vitriarius.
-
3. Ds. Johan Jacob van Walsem, geb. Beugen 25-8-1800, ovl.
Zwartewaal 19-12-1890, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Utrecht 15-12-1818 ("Suos progressus probavit Cl. van Goudoever."),[746]
Ned. Herv. predikant laatstelijk te Zwartewaal,
tr. Heumen 31-8-1827[747]
Anna Geertruid Mos, geb. Heumen 30-8-1807, ovl. Zwartewaal
25-8-1875, dr. van Gerardus Mos en Christina van Goor.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
4. Pieter Arnold van Walsem, geb. Beugen 4-12-1802, ovl. Utrecht
19-8-1877, hoofdonderwijzer te Utrecht,
tr. 1o Maasbommel 18-10-1827[748]
Anna Zegerina Branderhorst, geb. Heerewaarden 9-5-1805, ovl.
Utrecht 29-6-1833, dr. van Blees Branderhorst en Anna Catharina Hiebendaal,
tr. 2o Buren 27-12-1837[749]
Maria Johanna Cornelia van Diest, geb. Alblasserdam 24-1-1804, ovl. Utrecht 29-4-1864, dr. van Ds. Cornelis van Diest en Adriana Wendelina Vinju.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
5. Huberta Johanna van Walsem, geb. Lienden 16-11-1804, ovl. Enkhuizen 22-6-1846, tr. Buren 22-10-1834[750]
Petrus Gerardus Duker, geb. Alphen a/d Rijn 2-8-1806, ovl. Enkhuizen 6-7-1869
notaris te Enkhuizen,
zn. van Arnoldus Cornelis Duker en Willemina van der Chijs. Hij hertr. Enkhuizen 2-8-1848 Arnolda Johanna van Heemskerck.
-
6. Francois Martin Gérard van Walsem, geb. Buren 16-10-1806, ovl. Hoorn 17-3-1886, apotheker te Hoorn,
tr. Hoorn 18-5-1839[751]
Elisabeth Catharina van Stralen, geb. Hoorn 11-5-1811, ovl. Broek in Waterland 23-4-1897, dr. van Jan en Alida Maria Swarthoff.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
7. Ds. Jacob Arnold van Walsem, geb. Buren 3-3-1808, ovl. Vught 9-10-1896, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Utrecht 17-4-1825 ("Probatus testimonio Viri Cl. Ant. van Goudoever."),[752]
nam als vrijwillig jager deel aan de Tiendaagse Veldtocht (1830),
Ned. Herv. predikant te Vught,
tr. 1o Amsterdam 20-6-1835[753]
Clasina van Oosterwijk, geb. Amsterdam 18-9-1810, ovl. Vught
29-1-1860, dr. van Johannes van Oosterwijk en Jannetje Jansen,
tr. 2o Vught 3-7-1867[754]
Jkvr. Sibilla Paulina Geertruid de Jonge van Zwijnsbergen, geb. Helvoirt 6-2-1825, ovl. Vught 18-7-1875, wed. van Friedrich Eduard Gunther von Goeckingk,
dr. van Jhr. Marinus Bonefacius Willem de Jonge van Zwijnsbergen, heer van Zwijnsbergen en Dreischor, en Sara Adriana Ortt van Nijenrode.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
8. Ds. Johan Martin van Walsem, geb. Buren 27-1-1810, ovl. Dordrecht 22-3-1896, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Utrecht 19-3-1827 ("In Math. a Cl. Schrödero in Lit. a me (v. Goudoever) probatus."),[755]
nam als vrijwillig jager deel aan de Tiendaagse Veldtocht (1830),
Ned. Herv. predikant te Reeuwijk en Lekkerkerk,
tr. 1o Amsterdam 21-8-1838[756]
Jannetta van Oosterwijk, geb. Amsterdam 4-6-1813, ovl. Lekkerkerk 30-1-1855, dr. van Johannes van Oosterwijk en Jannetje Jansen,
tr. 2o Zeist 9-10-1857[757]
Johanna Maria Cornelia Weggeman Guldemont, geb. Ouderkerk a/d IJssel 9-6-1817, ovl. Dordrecht 17-10-1908, dr. van Mr. Cornelis Weggeman Guldemont en
Elisabeth Jongebreur.
Hieruit verder nageslacht bekend.
|
Foto van Ds. Johan Martin van Walsem (1810-1896).
Datering: onbekend.
Bron : Ref. [758]
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
c. Hu(y)bert Johann(es) (Jean) Schirmer, geb./ged. Sambeek 12/17-3-1782 (get. Huybert Nolens, A.C. Walraeven, Petronella Walraven geb. Noolens), ovl. vóór 1852, woont te Mullem (1797), Sambeek (1809),
geref. lidmaat op belijdenis te Sambeek 10-4-1797 (Huybert Johan Schirmer zoon van de Heer Capitain Lieut. Schirmer te Mullem woonagtig),
eerste burgemeester van Sambeek (1811),[759], rentenier in Boxmeer (1813),
notaris te Boxmeer (1814), te Schimmert (1816-1825),
eigenaar van een wonig genaamd "het Steenhuys(en)" waarin de gereformeerden van Sambeek hun protestantse eredienst hielden van 1800-1843, nadat ze in 1800 de kerk hadden moeten teruggeven aan de katholieken,[760]
tr. Beugen geref. 17-9-1809
Wilhelmina (Guillaumine) Sibilla Louisa Swildens, geb. Schimmert ca. 1789, ovl. Brussel 19-5-1852, woont te Boxmeer (1809).
dr. van Abraham Swildens, garde du corps van de Prins van Oranje, en Johanna Christina Nolens (zie kw. nr. ⇒ 367 sub h/1).
Op 11-4-1802 doen de twee dochters Maria Johanna en Anna Maria Schirmer,
geref. belijdenis voor "de gemeente der kerk die in 't huys van den heer
Capitein luitenant Schirmer" gehouden wordt. Blijkbaar worden in diens
huis geregeld diensten gehouden, zulks tengevolge van
een conflict dat eind 1800 speelt over de eigendom van de kerk te Sambeek
tussen de RK en de geref. gemeente, waarbij de laatstgenoemde
uiteindelijk verliest.
Volgens de predikant "vergunde de heer Capitein Schirmer
als eigenaar en de lieut. von Bulow als tegenwoordige bewoonder van
het huys Steenhuysen(¥)
genaamd aan de linkerhand van den ingang van
genoemd huys eene Christelijke behangene Kamer met Tafel en Stoelen
gratis tot aenstaende Paaschfeest ter godsdienstoefening in gebruyk te nemen
waar wij den H. Dienst den 21 november begonnen hebben"
[761].
| COMMENTAAR(¥)
Dit huis heeft gestaan op de plaats van het huidige Redemptoristinneklooster
[762].
|
Vredegerecht Gemert: Op 13-1-1813 verklaren
Guillaume van den Einden, bierbrouwer, Jan Georg Geiser, herbergier, Benoit Roefs, linnenfabrikant, en André van Bon, hoefsmid, allen in Gemert, te kennen Guillielmine Sybille Louise Swildens (geassisteerd door haar man Hubert Jean Schirmer, rentenier in Boxmeer), als enige en universele erfgename van haar grootmoeder Sybille Engelburgs, weduwe van Leonard Swildens, bij leven dominee van de gereformeerde kerk in Gemert, overleden in Gemert 23 september 1812.
[763]
|
Doopinschrijving d.d. 17-3-1782 van Huybert Johannes Jean Schirmer (1782-..).
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Uit dit huwelijk (o.a.?):[764]
-
1. Martin Jean Schirmer, geb./ged. Boxmeer/Sambeek 1/3-3-1811 (get. Johan Martin Schirmer en Johanna Christina Nolens).
-
2. Petronille Hubertina Schirmer, geb. Boxmeer, tr. Schimmert 17-4-1833
Hector (Theodor) Maillart, geb. Vilvorde (B) 12-3-1803, zn. van Philippe Joseph Maillart en Chistina Caroline Van Boukhout.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[765]
-
aa. Edmond Maillart, geb. Valkenburg 21-3-1834.
-
bb. Gustave Maillart, geb. Valkenburg 16-6-1836.
-
3. Christina Johanna Schirmer, ovl. Boxmeer 16-5-1814.
-
4. Henrietta Antoinetta Schirmer, geb. Schimmert 10-3-1816.
-
5. Christina Laurentia Schirmer, geb. Schimmert 24-6-1818, ovl. Schimmert 16-11-1820.
-
6. Willem Hendrik Schirmer, geb. Schimmert 10-2-1820, ovl. Schimmert 29-01-1834.
-
d. (Johanna Maria) Maria Johanna Schirmer, geb. Veere 12-7-1787, ovl. Heusden 20-12-1862, wordt geref. lidmaat te Sambeek op belijdenis 11-4-1802,
tr. Sambeek 28-4-1818
Andreas Johannes Pfeiffer, geb. Geertruidenberg 6-11-1788, ovl. Vierlingsbeek 18-7-1825, kapitein bij het Bataljon Infanterie van Ligne nr. 9 (1818), bij de 8ste Afdeeling Infanterie (1819),
zn. van Anthoon Pfeiffer en Catharina Alberdina Petronella Ihrman.
Zoek op : Memories van successie van Maria Johanna Schirmer
Heusden, Toegangnr: 036.03.08, Inventarisnr: 56, Kantoorplaats: Heusden, Memorienr: 224, Datum: 20-12-1862
|
Ondertrouwannonce van Maria Johanna Schirmer en Andreas Johannes Pfeiffer,
overlijdensadvertentie van Maria Johanna Schirmer (1787-1862), en
geboorteannonce van Antoinetta Catharina Petronella Pfeiffer.
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Uit dit huwelijk:[766]
[767]
:
-
1. Antoinetta Catharina Petronella Pfeiffer, geb. Groningen 4-2-1819, ovl. Heusden 21-5-1897.
Zoek op : Memories van successie van Antoinetta Catharina Petronella Pfeiffer
Heusden, Inventarisnr: 20, Kantoorplaats: Werkendam, Memorienr: 85, Datum: 21-5-1897
-
2. Christina Jacoba Johanna Pfeiffer, geb. Groningen 28-11-1820, ovl. Heusden 11-2-1902.
-
e. (Joh)Anna Maria Schirmer(¥), geb. Grave 2-7-1789, ovl. Uden 1-4-1862[768]
[769]
wordt geref. lidmaat te Sambeek op belijdenis 11-4-1802,
belendster te Sambeek (1805),
woont te Uden (1820..1859),
tr. () geref. 8-5-1808[770]
Andreas (Andries) Peter Nuijtz (Nuijts)(¥), ovl. Bergeyk 8-6-1827, zn. van Johannis Antonius Nuijts en Johanna Bekkers.
Johanna Maria Schirmer, ovl. 1-4-1862, memorie van successie : Uden [771]
Andreas Petrus Nuijts, ovl. 8-6-1827 memorie van successie : Eindhoven [772]
| COMMENTAAR(¥)
In de ovl. akte van een van haar zoons heet zij Anna Maria Schirmer von Steinhausen, kennelijk zich zo noemende naar het huis Steenhuysen te Sambeek waar zij als kind gewoond had.
|
|
Andreas Petrus Joannes Nuyts |
Het volgende fragment[773] betreft de broer van Andreas Peter Nuijts
Andreas Petrus Joannes Nuyts, ged. RK 's-Hertogenbosch 18-12-1786, als zoon van Joannes Antonius Nuyts en Joanna Francisca Beckers,
garde d'honneur van Napoleon, verdrinkt op 20-7-1813 in de Moesel, naar het schijnt bij het baden van de paarden ("d'Neux
pieces qui constatent la mort de Mr. Nuyts, trouvé noyé dans la rivière de Moselle le 20 juillet"). Hij wordt beschreven als
"Taille élevée, bon pour le service, bonne conduite, son père
négociant estimé", met een inkomen van 8000 frs.
Het verzoek van zijn vader om teruggave van het paard van zijn zoon wordt doorgezonden aan de regiments commandant.
Het Staatkundig Dagblad van de Rijnmonden bericht hier onder andere over op 15 februari 1814:
"Onder het getal der jammerlijk omgekomen
en voor den dwingeland opgeofferde jongelingen dezer stad, welkers lot
wij beklagen, behoren Andries Nuits en Antoni Laurens Colen. Deze hebben alzoo hunne bedrukte ouders, vrienden en Vaderland niet kunnen of mogen te gemoed snellen."
|
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Johannes Antonius Nuijts, geb. Boxmeer 16-12-1808, ovl. Uden 20-9-1878, tr. Uden 23-1-1843
Carolina Adriana Schoenmakers, geb. Uden 24-7-1815, dr. van Joannes Petrus Schoenmakers en Joanna Mechtildis van den Broek.
-
2. Christina Jacoba Francisca Nuijts, geb. Boxmeer 21-9-1810, tr. Uden 10-7-1850
Jacobus Antonius Kuijpers, geb. 's-Hertogenbosch 11-5-1827, zn. van Judocus Kuijpers, mr. goud- en zilversmid, en Henrica Helena Teunissen.
-
3. Maria Theresia Nuijts, geb. Bergeijk 4-12-1812, ovl. Uden 2-6-1892, tr. Uden 8-5-1846
Martinus Trix, geb. Boxmeer 9-11-1806, ovl. Uden 15-9-1880, fabrikant (1852..1880),
zn. van Wilhelmus Josephus Trix en Joanna Tunnesen.
Zij wonen te Uden (1850..1880).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Antonette Christine Marie Trix, geb. Uden 5-10-1850, tr. Uden 30-6-1881
Franciscus Alouijsius Micha l Scheefhals, geb. Uden 12-2-1845, zn. van Johannes Franciscus Scheefhals en Anna Gijsberdiena Meuwese.
-
bb. Joseph Martin Guillaume Marie Trix, geb. Uden 1847/48, ovl. Uden 15-11-1852.
-
cc. Josephine Martine Anne Marie Trix, geb. Uden 9-2-1855, ovl. Uden 12-2-1855.
-
4. Petrus Lambertus Nuijts, geb. Bergeijk 19-2-1826, ovl. Dinther 31-8-1896 (mem. van succ. Veghel), tr. 1o Uden 16-6-1849
Theodora van der Loop, geb. Uden 18-6-1824, ovl. 1853-1863, dr. van Jan van der Loop en Hendrina van de Loop,
tr. 2o Uden 12-9-1863
Wilhelmina Verbakel, geb. Veghel 19-10-1829, ovl. Uden 11-10-1884 (mem. van succ. Sint-Oedenrode), dr. van Lucas Verbakel en Geertruij Hurkmans.
Uit zijn eerste huwelijk (Nuijts-van der Loop) (o.a.?) :
-
aa. Andreas Petrus Johannes Alphonsus Nuijts, geb. Uden 19-8-1849, tabaksmakelaar (1903),
tr. Tilburg 9-7-1874
Anna Maria van Bebber, geb. Tilburg 25-3-1849, dr. van Theodorus van Bebber en Willemijna Bertens.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
bb. Jacoba Helena Maria Nuijts, geb. Uden 31-3-1853, tr. Uden 21-8-1882
Adrianus Frankevoort, geb. Uden 11-5-1850, zn. van Petrus Frankevoort en Johanna Verhagen.
Uit zijn tweede huwelijk (Nuijts-Verbakel) (o.a.?) :
-
cc. Josephus Martinus Alphonsus Nuijts, geb. Uden, tr. Oisterwijk 4-5-1892
Johanna Otten, geb. Mill en Sint Hubert, dr. van Martinus Otten en Antonetta van Aar.
-
dd. Geertruda Petronella Maria Nuijts, geb. Uden 29-6-1866, tr. Uden 17-5-1895
Hendrikus Schoenmakers, geb. Dinther 24-06-1871, zn. van Josephus Schoenmakers en Mechelina Bosch.
-
ee. Dorothea Maria Geertruda Nuijts, geb. Uden ca. 1865, tr. Asten 13-2-1900
Franciscus Dorotheus van Lieshout, geb. Uden ca. 1860, zn. van Johannes Franciscus van Lieshout en Hendrica van der Loop.
-
5. Johanna Helena Nuijts, geb. Bergeijk 12-2-1821, tr. Uden 20-8-1853
Adreas Ignatius Verhoeven, geb. Uden 23-11-1831, bierbrouwer (1887),
zn. van Joannes Adrianus Verhoeven en Antonia van der Meulen.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Johanna Maria Henrica Antonia Verhoeven, geb. Uden 13-2-1859, ovl. Amsterdam 24-4-1951, tr. Arnhem 8-6-1887 (echtscheiding bij vonnis Amsterdam 3-11-1916),[774]
Jhr. Prospère Hubert Henri de Kuijper, geb. Veghel 4-12-1862, ovl. Amsterdam 19-12-1942, inspecteur (1887),
zn. van Jhr. Victor Ferdinand August Henri de Kuijper, burgemeester, en Maria Hubertina Louisa Gatignon.
-
aaa. Louisa Maria Josephina Christina de Kuijper, geb. Uden 23-5-1888, ovl. Amsterdam 2-11-1898.
-
bbb. Jhr. Victor August Hubert André de Kuijper, geb. Uden 5-8-1890, ovl. Amsterdam 11-8-1954, ambtenaar bij de Sociale Verzekeringsbank te Amsterdam,
tr. Amsterdam 24-2-1937
Maria Margaretha Hagedoorn, geb. Amsterdam 22-4-1913, dr. van Christiaan Hagedoorn en Grietje van Rookhuijzen.
-
aaaa. Jhr. Victor August Hubert André de Kuyper, geb. Amsterdam 6-8-1937, gemeente-ambtenaar,
tr. Amsterdam 24-12-1959[777]
Johanna Elisabeth Lode, geb. Amsterdam 5-7-1938, dr. van Gerrit Jan Lode en Cornelia Maria Lucassen.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
ccc. Jhr. Eugenius Josephus Franciscus de Kuijper, geb. Kliprivier (Transvaal, ZA) 11-3-1894, ovl. Rotterdam 12-4-1967, gaat 16-8-1921 van Amsterdam naar Rotterdam,
scheepswerktuigkundige, machinist op de koopvaardij, machinist bij het gemeente-ziekenhuis te Rotterdam, technisch opzichter,
tr. Rotterdam 28-9-1921[778]
Maria Monsen, geb. Rotterdam 11-3-1894, ovl. Rotterdam 5-1-1975, dr. van Mons Olaf Monsen en Maria Catharina Lindeijer.
-
aaaa. Jkvr. Eugenie Maria de Kuijper, geb. Rotterdam 20-12-1933, tr. Rotterdam 29-7-1959[780]
Frans Vogelesang, geb. Amsterdam 1-7-1927, adjunct-hoofd personeelszaken Acad. Ziekenhuis Univ. van Amsterdam,
zn. van Laurens Vogelesang en Antje Antonia Welman.
-
ddd. Jkvr. Virginie Johanna Maria de Kuijper, geb. Suurfontein (Pretoria, ZA) 5-8-1896, tr. Amsterdam 9-7-1930[781]
Cornelis Johannes Drijfhout, geb. Amsterdam 27-10-1896, ovl. Amsterdam 2-12-1965, expediteur (1930), lid firma Gebr. Drijfhout's Scheepsagentuur te Amsterdam, scheepsagent,[782]
zn. van Christiaan Jacob Drijfhout en Grietje Oly.
-
eee. Jkvr. Louisa Odilia Maria Antonia de Kuijper, geb. Amsterdam 30-6-1901, ovl. Amsterdam 2-4-1904.
-
fff. Jhr. Prosper Aloysius Franciscus de Kuijper, geb. Amsterdam 14-7-1905, tr. 1o Amsterdam 2-5-1935 (huwelijk door echtscheiding ontbonden Amsterdam 19-2-1952),[783]
chef-operateur van het Alhambra-theater te Amsterdam,
Engelina Wilhelmina de Groot, geb. Nijmegen 17-7-1908, dr. van Engelbertus de Groot en Gerharda Hendrika Wilhelmina Ansink,
tr. 2o Amsterdam 1-6-1954[784]
Christina Johanna van Houten, geb. Amsterdam 14-3-1925, gescheiden echtgenote van Willem de Vries,
dr. van Johannes van Houten en Christina Mensina Johanna Burgdorffer.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
bb. Christina Jacoba Francisca Josephina Martina Maria Verhoeven, geb. Uden 24-12-1862, tr. Uden 1-9-1890
Gerardus Anselmus Johannes Belderbos, geb. 's-Gravenhage 3-3-1864, zn. van Franciscus Anselmus Belderbos en Maria Cornelia van Meel.
-
6. Josephus Martinus Nuijts, ovl. Deurne en Liessel 7-11-1859 (in de ovl. akte heet de moeder Anna Maria Schirmer von Steinhausen sic!).
-
7. Hubertus Jacobus Nuijts, ovl. Uden 23-12-1868 (in de ovl. akte heet de moeder Anna Maria Schermer !).
-
8. Johanna Maria Nuijts, ovl. Bergeyk 14-5-1819.
-
f. Geertruida Johanna Schirmer, geb. Venlo 17-11-1792 [785]
of 7-11-1792[786]
, (=kw. nr. 45).
-
g. Christina Johanna Schirmer, geb./ged. Sambeek 26/30(sic!)-2-1800, ovl. 14-10-1801.
92. HENDRIK HEYS(S)INK (HEIJSINGH), ged. Arnhem 4-8-1737, ovl. Arnhem 31-3-1808, slager te Arnhem,[787]
tr. Mülheim aan de Rijn (D) 24-6-1770[788]
93. EVA MARIA SCHAAP, geb. Mülheim aan de Rijn (D) vóór ca. 1748, ovl. Arnhem 9-11-1797.
-
a. Anna Margaretha (Margrita) Heysink (Heijsingh), ged. Arnhem 10-7-1771, ovl. Köln (D) 3-1-1822, (zie kw. nr. ⇒ 95 ).
-
b. Anna Catharina Heijsinck, ged. Arnhem 18-2-1773, ovl. jong?
-
c. Jan Heijsinck, ged. Arnhem 24-4-1774, ovl. jong?
-
d. Eva Maria Heijsink, ged. Arnhem 1-8-1776, ovl. Elden (Elst) 21-9-1845, tr. 1o voor 1814
Jan Joseph Wiel, geb. 1771/72, ovl. Arnhem 27-7-1814, tr. 2o voor 1845
Daniel Wiel, ovl. vóór 1845.
-
e. Johan Hendrik Heijsinck, ged. Arnhem 16-7-1778, ovl. jong?
-
f. Anna Katharina (Catrina) Heijsinck, ged. Arnhem 3-8-1780, tr. vóór 1807
George David Brand(t), ged. Ev. Luth. Amsterdam (aan huis) 8-3-1770 (get. George Mentz en Angenietje Kok), ovl. na 1822, student geneeskunde aan het Atheneum Illustre te Amsterdam 1799-1803 ("George David Brand, 29 (jaar)"),[790]
vermeld als lid van het chirurgijnsgilde te Amsterdam, geboortig van Amsterdam, in 1801 tot chirurgijn gepromoveerd, niet meer vermeld sinds 1822,
heelmeester, stadschirurgijn,
doopget. te Amsterdam (1802),
zn. van David Brandt en Adriana de Haan.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Eva Adriana Brand, geb./ged. geref. Amsterdam Oude K. 17/24-5-1807 (get. Lourens Vonk en Maria Magdalena Hendrina Vonk geboren Castelijns, ovl. Arnhem 21-1-1833, tr. Arnhem 27-5-1829 de wednuwnaar van haar tante
Frank van Engelenburg, geb. Arnhem 1789/90, ovl. Arnhem 16-12-1864, boekhouder (1829),
zn. van Jan van Engelenburg en Hendrika Slosser,
wednr. van Maria Elisabeta Heijsink (zie hieronder).
Hij hertr. Catharina Louise Meijer, ovl. na 1864.
|
Briefje van de 13-jarige Eva Adriana Brand (1807-1833) aan haar tante Anna Margaretha van der Wiel-Heysink (1771-1822).
Gedateerd : Arnhem, 29-7-1820.
In particulier bezit.[791]
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
2. Ds. George Hendrik Brand, geb./ged. geref. Amsterdam Oude K. 21-2/12-3-1809 (get. Catrina Pieterman), ovl. Sint-Michielsgestel 6-12-1874, volgt het gymnasium te Arnhem,
ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Utrecht 11-6-1826 ("E Gymnasio Arnhemiensi rite dimissus cum honorifico Curatorum Weertsii, Hovii, Vitringae et Rappardii testimomo."),[792]
is kennelijk overgestapt naar een studie theologie, waarvan echter geen inschrijving is te vinden,
kandidaat te Gelderland aug. 1833,
doet op 4-8-1839 intree als predikant te Ooij en Persingen (1839-1851), vandaar beroepen naar Sint Michielsgestel en doet op 30-5-1851 intree als predikant aldaar (1851-1874),[793]
tr. Arnhem 26-7-1839
Nelida Maria Elisabetha van Gorkum, geb. Arnhem 13-1-1813, ovl. Nijmegen 15-1-1904, wordt op 31-3-1851 hervormd lidmaat te St. Michielsgestel met attest van Ooy en Persingen (afgegeven aldaar 22-3-1851) en krijgt op 16-9-1875 attestatie naar Nijmegen,
dr. van Derk Gijsbertus van Gorkum, koopman, en Gesina de Haas.
Uit het Archief van de Nederlands Hervormde Gemeente Sint Michielsgestel e.o.:[794]
1851 den 30sten Maart ben ik George Hendrik Brand, den 29sten December des vorigen jaars van Ooy en Persingen naar deze gemeente van St. Michielsgestel c.a. beroepen zijnde, door mijnen hooggeachten vriend Ds. J.A. van Walsum Pred. Te Vught alhier in de H. Dienst bevestigd met de woorden uit Lucas XII 35a "zoekt het koninkrijk Gods" terwijl ik des namiddags mijne intrede deed, waarbij ik "het bevel onzes Heeren' Marc.XVI 15,6' predikt het evangelie" tot tekst had.
|
Overlijdensadvertentie van Nelida Maria Elisabetha van Gorkum (1813-1904) in Het nieuws van den dag : kleine courant d.d. 19-1-1904.
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
aa. Derk Gijsbertus Brand, geb. Ubbergen 23-9-1840, ovl. na 1904, doorloopt een carrière bij de Nederlandse Marine (in Oost Indië) als
adelborst 1e klasse (1860), luitenant-ter-zee 2e klasse (1862-1871) en 1e klasse (1873-1883), kapitein-luitenant-ter-zee (benoemd 16-2-1883) (1883-1886) en kapitein-ter-zee (1887-1894),
officier van politie te Willemsoord (1878-1880) bij de Directie der Marine van het Ministerie van Marine,
kapitein-luitenant-ter-zee op Zr. Ms. raderstoomschip te Merapi bij de Nederlandsch-Indische militaire Marine (1885), hoofd van het vak van Uitrusting te Willemsoord bij de Directie der Marine van het Ministerie van Marine (1889-1890),
begiftigd met het Eereteeken voor bijgewoonde belangrijke krijgsbedrijven, de Atjeh-medaille, ridder Nederlandsche Leeuw en Ridder 3e klasse der orde van den Bevrijder Simon Bolivar van Venezuela,[796]
[797]
tr. Lith 28-8-1873
Maria Jeannette Frijlinck, geb. Lith 13-3-1845, ovl. na 1904, dr. van Carel Marinus Frijlinck en Emilia Maria Wilhelmina Brunsveld van Hulten.
Zij wonen te Amsterdam (1904).
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aaa. Nelida Maria Elisabeth Brand, geb. Lith aug. 1877, ovl. Nijmegen 3-5-1878 (oud 8 maanden).
-
bbb. George Hendrik Brand, geb. Den Helder 20-4-1880, ovl. "In de Middelandse Zee" 27-4-1941 (aangifte Groningen 28-2-1951), zonder beroep wonend te Alkmaar, krijgt als enige zoon vrijstelling van militaire dienst 14-12-1899,[798]
ingeschreven als student geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam 1900-1907, bevorderd tot arts 15-10-1908,[799]
arts (1908),
waarnemend gouvernementsarts (benoemd 29-8-1919) bij C.B.Z. te Soerabaia (1919), ter beschikking van de Geneesheer Directeur van het Krankzinnigengesticht te Buitenzorg (1920-1922),
waarnemend geneesheer (benoemd 8-10-1922) bij het Doorgangshuis voor krankzinnigen te Mangoendjajan (Soerakarta) (1922-1924),[800]
woont te Amsterdam (1904), Buitenzorg (1922), Magelang (1923),
tr. 1o Amsterdam 16-12-1908 (huwelijk ontbonden door echtscheiding 1-9-1931)
Margaretha Louise Henriëtte Homeijer, geb. Amsterdam 1884/85, dr. van Johannes Andries Homeijer, koopman, en Hendrika Jacomina Louise Deijs,
tr. 2o 1931-1941
Trijntje de Haas, ovl. na 1941.
-
ccc. Emilia Paulina Brand, geb. Lith 1877/78, tr. Amsterdam 27-8-1903
Johannes de Bruijn, geb. Amsterdam 1873/74, kandidaat-notaris (1903),
zn. van Arent de Bruijn en IJda Geertruij Marretje Brinkman.
Zij wonen te Zaltbommel (1904).
-
bb. Eva Maria Brand, geb. Ubbergen 1844/45, ovl. Nijmegen 14-8-1909, woont te Nijmegen (1904).
-
3. Carolina Henrietta Brand, geb. 1813/14, ovl. Utrecht 27-3-1817.
-
g. Willemina Heijsinck, ged. Arnhem 18-11-1781, ovl. Arnhem 6-10-1827, tr. vóór 1827
Derk Willemsen, ovl. na 1827.
-
h. Peter Heysin(c)k, geb. Elden 7-3-1784, ged. Arnhem 7-3-1784 (sic!)[801], ovl. Elden 20-1-1848, (=kw. nr. 46).
-
i. Maria Elisabeta Heijsink, geb./ged. Arnhem 1787, ovl. Arnhem 14-1-1828, tr. Arnhem 13-6-1816
Frank van Engelenburg, geb. Arnhem 1789/90, ovl. Arnhem 16-12-1864, kantoorbediende (1816), boekhouder (1829),
zn. van Jan van Engelenburg en Hendrika Flesser (Slosser).
Hij hertr. Arnhem 27-5-1829 het nichtje van zijn eerste vrouw. Eva Adriana Brand, geb./ged. geref. Amsterdam Oude K. 17/24-5-1807 (get. Lourens Vonk en Maria Magdalena Hendrina Vonk, ovl. Arnhem 21-1-1833.
dr. van George David Brand en Anna Cat(ha)rina Heijsink (zie hieronder).
-
j. Johan Hendrik Heijsinck, ged. Arnhem 11-3-1787.
-
k. Jan Heijsinck, ged. Arnhem 13-11-1788.
-
l. Johanna Hendrika Heijsink, geb. Arnhem 1790/91, ovl. Elden (Elst) 20-8-1835, tr. Arnhem 10-12-1823
Jan (Johann) Christiaan Daal, geb. Kleef (D) 1799/1800, ovl. Arnhem 23-8-1826, slager (1823, 1826),
zn. van Johann Christian Daal (Daab), slager, en Helena Fredrica Zischler.
-
m. Maria T(he)resia Heijs(s)ink, geb. Arnhem 1797, ovl. Arnhem 21-10-1856 (als Theresia Maria Heijssink, moeder Eva Maria Schup sic!), tr. Arnhem 11-5-1826
Henderikus Benedictus Gamelkoorn, geb. Arnhem 1798/99, ovl. Arnhem 29-11-1845, schrijnwerker (1833, 1845),
zn. van Henderikkus Johannes Gamelkoorn, schrijnwerker, en Johanna Berendina Rooth (Roode).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Hendricus Johannes Gamelkoorn, geb. Arnhem 1827/28, ovl. Arnhem 23-6-1828 (oud 1 jaar).
-
2. Eva Maria Gamelkoorn, geb. 1827/28, ovl. Arnhem 13-4-1833 (oud 5 jaar).
-
3. Hendricus Johannes Gamelkoorn, geb. Arnhem 1829/30, ovl. Arnhem 23-5-1874, schrijnwerker (1853, 1874),
tr. Arnhem 25-5-1853
Gerharda Megchelina Mattijssen, geb. Arnhem 1833/34, ovl. Arnhem 29-3-1894, dr. van Gerhardus Everhardus Mattijssen, schoenmaker, en Alberta Bresser.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Gerardus Everardus Gamelkoorn, geb. Arnhem 1856/57, ovl. Arnhem 20-7-1858 (oud 1 jaar).
-
bb. Gerarda Everarda Gamelkoorn, geb. Arnhem 1859/60, ovl. Arnhem 16-3-1861 (oud 1 jaar).
-
cc. Hendricus Benedictus Gamelkoorn, geb. Arnhem 1862/63, tr. Arnhem 20-12-1882
Cornelia Lamberdina Pepelaar, geb. Arnhem 1864/65, dr. van Catharina Pepelaar.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aaa. Gerhardus Everhardus Gamelkoorn, geb. Arnhem 1892/93, ovl. Arnhem 31-3-1894
-
dd. Susanna Theresia Gamelkoorn, geb. Arnhem, tr. Breda 30-6-1890
Adrianus Exalto, geb. Heukelum, zn. van Jan Exalto en Hendrika de Vries.
-
ee. Gerhardus Everhardus Gamelkoorn, geb. Arnhem 1863/64, ovl. Arnhem 6-9-1933, tr. Arnhem 27-1-1892
Hendrina Jacoba Naves, geb. Arnhem 1870/71, ovl. na 1933, dr. van Hendrik Jan Naves en Johanna Jacoba Schwartze.
-
ff. Hendricus Johannes Gamelkoorn, geb. Arnhem 1869/70, tr. Arnhem 4-2-1903
Geertruida Catharina van den Berg, geb. Arnhem 1877/78, dr. van Hendricus Josephus Theodorus van den Berg en Wilhelmina Catharina Berends.
-
4. Johanna Berendina Gamelkoorn, geb. Arnhem 1831/32, ovl. Arnhem 27-8-1854.
94. WILLEM DIRK (DERK) VAN DER WIEL(¥), geb. Orsau ca. 1769, ovl. Koeln (D) 27-9-1811, hollandsch schipper te Keulen.
otr./tr. Arnhem 12/29-7/1792[802]
95. ANNA MARGARETHA (MARGRITA) HEYSINK (HEIJSINGH, HIJSSINK), ged. Arnhem 10-7-1771, ovl. Köln (D) 3-1-1822, als weduwe winkelierster te Keulen.
| COMMENTAAR(¥)
Is Geertruijda Wilhelmina van der Wiel, hospita in de Koningsstraat te Arnhem,
ovl. ald. 9-10-1823 (vermoord door Christiaan Gottfried Donner) [803],
zijn zuster? In de overlijdensakte te Arnhem (als Gijsberta Willemina van der Wiel) worden geen ouders genoemd.
|
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Willemina Gerhardina (Grada) van der Wiel, geb. Köln (D) juni 1802, ovl. Arnhem 27-3-1828, (=kw. nr. 47).
-
b. Peter van der Wiel, ged. Köln (D) 1805/06, ovl. Arnhem 14-12-1823 (oud 17 jaar), schrijnwerkersknecht.
96. RO(E)LOF RHIJNDERS (REIJNDS, REIJNDERS, REINERS)(¥), geb. vóór ca. 1730, ovl. (na 1815?), tuinier op het Nijenhuis te Heino (1753..1759),
vermeld in protocollen te Oldebroek (1796-1803, 1807-1811)
als Roelof Reijnders,[804]
in de huw. akte van zijn zoon in 1815 vermeld als tuinman,
otr./tr. Amsterdam/Raalte 26-11-1751/.. ("dese personen sijn alhier op de acte van Ds. G. van Hoorn. predikant te Raalte ingetekent", akte verleend 12-12-1751 om te Raalte te trouwen);(¥)
97. SOPHIA MAGDALENA ELSABEE BEUDEKERS (BEUTEKERS, BOETTEKERS)(¥), geb. vóór ca. 1730, wordt geref. lidmaat te Raalte "op Kerstijd 1748" als Sophia Magdalena Elsabee Beudekers dienende op den Huize Schoonheeten.
De echtelieden Roelof Rhijnders en Sophia Magdalena Beudekers,
afkomstig uit Hees (dit is Heeze in Noord-Brabant) worden geref. lidmaat te Wijhe op St. Jan (24 juni [805]
) 1767 [806]
.
| COMMENTAAR(¥)
Volgens Ref. [807] zouden Roelof Reinders en Sophia Magdalena Elsabee Beudekers getrouwd zijn te Hees. Hiermee is vermoedelijk Heeze in Noord-Brabant bedoeld, doch aldaar is geen huwelijk te vinden (wel de doop van dochter Maria Elisabeth Reijnders).
|
Een Magdalena Reinders wordt geref. lidmaat te Deventer 24-6-1772, komend uit Delden, vertrekt in 1774 naar Enschede en komt in 1778 weer van Delden naar Deventer.[808] Is zij wellicht Sophia Magdalena Elsabee Beudekers?
|
Kasteel Het Nijenhuis te Heino, waar Roelof Reijnders tuinier was.
|
Havezate Schoonheten te Raalte, waar Sophia Magdalena Elsabee Beudekers dienstmeisje was.
Aquarel door J. Snebbelie
Datering: 1807
Bron: Wikipedia
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
Uit dit huwelijk:(¥)
| COMMENTAAR(¥)
Hiervoor bekeken : doopboek geref. Heino 1750-1763, geref. Wijhe 1750-1777, Heeze (NB) geref. 1649-1807.
|
| COMMENTAAR(¥)
Zou Anna Elizabeth Reinders, wordt geref. lidmaat te Raalte 25-5-1794 met attestatie van Zutphen en krijgt attestatie naar Hellendoorn 24-6-1800, verwant zijn?
|
-
a. Hendrina Amelia Reinders, ged. geref. Heino 2-12-1753.
-
b. Gesina Reiners, ged. geref. Heino 16-10-1755.
-
c. Carel B... Reinders, geb./ged. geref. Heino 7/8-4-1757.
-
d. J(oh)an Ledebour (Lede(r)boer) Rei(j)nders, geb./ged. geref. Heino 15/21-1-1759, ovl. Oldebroek 5-12-1832[809], geërfde op de Veluwe (1784..1811),
vermeld in protocollen (1784..1811),
geref. lidmaat te Oldebroek op attestatie van Zwolle 16-4-1790,
met zijn echtgenote Neeltjen Eijmerts (1803..1806)
vermeld onder de gerichtslieden die samen met de
schout huwelijken voltrekken te Oldebroek (1810),
[810]
als schilder, geb. 15-1-1759, ingezetene van Oldebroek (1811)
[811]
verver en glazemaker (1815),
schilder (1820),
tr. 1o Oldebroek 28-4-1793[812]
Neeltjen Eim(b)erts, beg. Oldebroek 13-3-1807 (doodregister 16-3-1807), geref. lidmaat te Oldebroek op attestatie van Doornspijk 4-4-1771,
dr. van Eimbert Hendriks en Grietje Beerts,
tr. 2o Oldebroek 18-3-1815 (als haar wednr.)
Hendrikje Gerrits Schut, geb. (Oldebroek) 26-12-1755, ovl. Oldebroek 20-5-1830, wed. van Heimen Willemsz,
dr. van Gerrit Janszen en Eerlandjen Gerrits.
In indexen van notarissen wordt Jan Ledeboer Reinders herhaaldelijk vermeld :
Oldebroek 1813 :Verkoop hout [813]
Oldebroek 1813 : Transport land [814]
Oldebroek 1814 : Huwelijksvoorwaarden [815]
Oldebroek 1817 : Transport weiland [816]
Oldebroek 1818 Transport weiland [817]
Oldebroek 1821 : Provisionele toewijzing huis en land [818]
Oldebroek 1821 : Definitieve toewijzing huis en land [819]
Oldebroek 1825 : Verkoop hout [820]
Oldebroek 1826 : Verkoop gras [821]
Oldebroek 1828 Provisionele toewijzing land [822]
Oldebroek 1828 : Definitieve toewijzing land [823]
Oldebroek 1829 : Verkoop hout [824]
Elburg 1851 : Houtverkoop [825]
Op 30-12-1793
verschenen te Doornspijk Evert Beerts als oudste schepen van Oldebroek en
Jan Eimberts en Geertruid Jans, echtelieden, en
Beert Eimberts, en Jan Ledeboer Rijnders en
Neeltje Eimberts echtelieden, Rens Bakker en Stijntje Eimberts echtelieden, kinderen en
schoonkinderen van wijlen Eimbert Hendriks en Grietje Beerts in leven echtelieden. Zij
verdelen de erfenis enz enz.
Dat Jan en Beert Eymerts zullen hebben 9 gresen de Coopskamp gen. nader omschreven.
[826]
Geregistreerd 18-4-1807.
[827]
Jan Ledeboer Reinders wordt vermeld in de Rotlijsten van Oldebroek (1825),[828] als eigenaar van twee panden in het Dorperrot. In het ene pand (nr 8k) is hijzelf de hoofdbewoner (2 gehuwde personen, een man ouder dan 50 jaar en een vrouw, beiden geref.). In het andere pand (nr. 8) woont zijn zoon Roelof Reinders (2 gehuwde personen, een man ouder dan 18 en een vrouw, en een ongehuwde vrouw, allen geref.).
-
e. Maria Elisabeth Reijnders, ged. Heeze 18-3-1764 (get. Femme van Dulmen, vrouw van Hendrick Schaap).
-
c. Harmen Jan Reijnders, ged. geref. Wijhe 26-7-1767, ovl. Deventer 9-8-1822, (=kw. nr. 48).
100. JAN JAN(NE)S(SEN) LOSEMAN (LOZEMANS), geb. op Schuilenburg, ged. geref. Hellendoorn 21-9-1727, ovl. 1773-1811, j.m. dienende aan de borgmolen onder Raalte (1753),
landbouwer in de buurtschap Linderte,
otr. Wijhe 1-2-1753 (derde proclamatie, "zijn met attestatie derwaarts gegaan")
101. WILLEMI(J)NA JANS(EN), geb. Wijhe (in de Ossenweide), ged. Raalte 25-11-1731, ovl. 1773-1811, woont in 1748 (Volkstelling Wijhe) nog bij haar ouders op de Ossenweide in de boerschap Tongeren onder Wijhe,
j.d. van de Ossenweijde in Tongeren (1753),
landbouwster in de buurtschap Linderte.
Zij wonen aan de Ossenweijde bij de Vellenaer (1754..1761), aan de Vuist Mate onder den Vellenaar (1766..1773) onder Wijhe.
Willemtje Jans en Jan Loseman, wonend op de Ossenweide in de buurschap Vellenerhoek worden vermeld als geref. lidmaat te Raalte (in 1745 !?).
-
a. Trijntje Lozeman, geb. (Raalte?) 29-10-1751(¥), vermeld op de 'Naamlijst der ingezetenen van de Gemeente Raalte Augustus 1811' als Trijntje Lozeman, oud 60 jaar, geb. 29-10-1751, wonend in het dorp Raalte huis nr. 44, dr. van Jan Loozeman en W. Jansen bouwlieden te Tongeren, beiden overleden.[830]
| COMMENTAAR(¥)
Zij is kennelijk een (voorechtelijke) dochter van Willemina Jansen, wier doop vermoedelijk in oktober 1751 te Raalte zal hebben plaatsgevonden. Juist deze maand is het doopboek van Raalte onleesbaar.
|
-
b. Janna (Janssen) Loseman, geb. in Wijhe (aan de Ossenweide), ged. geref. Raalte 20-1-1754, ovl. Raalte 1808[831], tr. vóór 1783[832]
[833]
Jan Gerrits Kotterman, geb. vóór 1738, ovl. Raalte 1806[834], wordt in de Volkstelling Wijhe 1748 vermeld als Jan ouder dan 10 jaar wonend bij zijn vader Gerrit op Kotterman in de boerschap Tongeren onder Wijhe,
zn. van Gerrit Janssen en Berendina Gerrits.
Zij wonen te Wijhe (1783-1793) onder den Vellener (1788), op 't Keuterman onder de Vellener (1790).
Uit dit huwelijk:[835]
[836]
-
1. Gerhardina Janssen Kotterman, geb./ged. Wijhe/Raalte 24/27-4-1783, ovl. Raalte 28-4-1843 (als Gezina Jansen Kotterman).
-
2. Jannes Janssen Kotterman, geb./ged. Wijhe/Raalte 21/23-1-1785 (ouders Jan Keuterman en Janna Foesmaat !),[837]
-
3. Willemina Janssen Kotterman, geb./ged. Wijhe ("van het
Kutterman onder de Vellener")/Raalte 12/13-3-1788, ovl. Raalte 27-10-1847, tr. Wijhe 6-5-1809[838]
Egbert Everts Vossebelt (Vossebeld), ged. Hellendoorn 14-5-1780, ovl. Raalte 23-10-1846,[839]
landbouwer, bouwman,
vertrekt op 23-6-1812 vanuit Hellendoorn met attestatie naar Raalte,
zn. van Evert (Egbert) Egberts Vossebelt en Maria Gerrits Vossebelt.
Hieruit verder nageslacht bekend (6 kinderen 1810-1827).
-
4. Janna Janssen Kotterman, geb./ged. Wijhe/Raalte 27-10-1790 ("van 't Keuterman onder de Vellener").
-
5. Antonia (Teuntje) Janssen Kotterman, geb./ged. geref. Wijhe/Raalte 27-8/1-9-1793 (ouders: Jan Gerrits op 't Caterman en Janna Loseman onder den Vellener), ovl. Boetele 15-7-1860 [840]
landbouwster (1840, 1854),
tr. Raalte 15-11-1820 (de bruid heet hier Teuntjen Gerrits) de weduwnaar van haar tante
Jan Brinks (Brinkhuis Tijs), geb. Raalte 3-9-1781, ovl. Raalte 3-6-1852,[841]
vermeld op de 'Naamlijst der ingezetenen van de Gemeente Raalte Augustus 1811' als Jan Brinks, oud 34 jaar, landbouwer in de buurtschap Linderte huis nr. 97, zn. van J. Brinks (sic!), overleden, en G. Brinks nog in leven, landbouwers te Boetele,[842]
landbouwer (1811..1854),
wednr. van Willemina Lozeman (zie hieronder sub h)),
zn. van Peter Brinks, landbouwer, en Gerritje Jansen (Brinks), landbouwster.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Willemina Brinks, geb. Raalte 1820/21, tr. Raalte 1-4-1840
Jan Albert Oolbekkink, geb. Holten 1813/14, boerenknecht (1840),
zn. van Jan Oolbekkink, landbouwer, en Jenneken Lavarn, landbouwster.
-
bb. Geertjen Brinkhuis, geb. Raalte 1824/25, tr. Raalte 2-3-1854 haar achterneef
Arend Jan Loseman, geb. Wijhe 1823/24, landbouwer (1854),
zn. van Adolf Loseman en Geertjen Roseboom. Zie hieronder sub f/2/cc.
-
cc. Albert Brinkhuis Tijs, geb. Raalte 19-3-1829, tr. 1o Raalte 18-11-1852 zijn achternicht,[843]
Jansje Loseman, geb Wijhe 13-10-1833, ovl. Wijhe 1868,[844]
dr. van Adolf Loseman en Geertjen Roseboom (zie hieronder sub f/2),
tr. 2o Raalte 31-8-1877[845]
Hendrika Veldhuis, geb. Heino 1844/45. Hieruit verder nageslacht bekend.
-
dd. Gerritdina Brinkhuis, geb. Raalte 31-1-1834, tr. Raalte 3-6-1855[846]
Gerrit Jan Bartels, geb. Raalte 24-9-1833.
-
c. Jannes Janssen Loseman, geb. Wijhe (aan de Ossenweide bij den Vellenaar), ged. geref. Raalte 17-8-1755, ovl. verm. Raalte 1812 (CHECK akte 78), vermeld op de 'Naamlijst der ingezetenen van de Gemeente Raalte Augustus 1811' als Jannes Loseman, oud 60 jaar (sic!), landbouwer in de buurtschap Linderte huis nr. 97, zn. van J. Loseman en W. Jansen landbouwers te Linderte, beiden overleden.[847]
-
d. Teuntje Janssen Loseman (Lozemans), geb. Wijhe (aan de Ossenweide bij den Vellenaar), ged. geref. Raalte 29-5-1757, wordt geref. lidmaat te Raalte 26-11-1786 op attestatie van Amsterdam, en krijgt op 15-1-1816 attestatie van Raalte naar Deventer,
tr. 1o na 1786?
Johan August Beele, geb. 2-6-1751, ovl. Raalte 1815, verm. wednr. van Berendje Eijkenaar en van Geesje Jans Laanbroek,
vermeld op de 'Naamlijst der ingezetenen van de Gemeente Raalte Augustus 1811' als Johan August Beele, chirurgijn, oud 60 jaar, geb. 2-6-1751, wonend in het dorp Raalte huis nr. 44, zn. van J.P. Beele, koopman, en A.E. Hakkebragt te Nassau Tilburg, beiden overleden,[848]
tr. 2o Raalte 7-5-1816
Antonij Roskamp, geb. Deventer 17-2-1765, ovl. Deventer 1846, wednr. van Gerritjen Krijt,
zn. van Gerrit Roskamp en Hermina Boerbooms.
-
e. Arend Janssen Loseman, geb. Wijhe (aan de Ossenweide bij den Vellenaar), ged. Raalte 12-8-1759, ovl. Deventer 4-3-1826, (=kw. nr. 50).
-
f. Henricus (Hendri(e)kus) Janssen Lo(o)seman, geb. Wijhe (aan de Ossenweide bij den Vellenaar), ged. geref. Raalte 18-10-1761, ovl. Wijhe 1830 (CHECK akte 11), landbouwer (1818..1828), daghuurder (1827),
tr. vóór 1789 zijn volle nicht
Sara Sophia Nagel(s), ged. geref. Hellendoorn 15-9-1765, ovl. Wijhe 1844[849], landbouwster (1818..1828), boerin (1836),
dr. van Jan Hendrik Nagel, oppasser in dienst van de familie Van Coeverden op Huize Rhaan in Hellendoorn, en
Adolphine Maria Looseman(s)[850] (zie kw. nr. ⇒ 200 sub a).
Zij wonen te Hellendoorn (1789..1799) op de Ossenweide onder de Vellener (1791..1809), op de Ossenweide in Tijenraan (1799).
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Jan Hendrik Loseman, geb. Hellendoorn 1788/89, wordt geref. lidmaat op belijdenis te Raalte 19-4-1809 en krijgt vandaar attestatie naar 26-4-1818,
bouwman (1826), arbeider (1856), landbouwer (1861),
tr. Wijhe 25-5-1826
Harmiena van der Hulst , geb. Wijhe 1801/02, dienstmeid (1826), arbeidster (1856), landbouwster (1861..1880),
dr. van Jan van der Hulst en Janna Arends, boerin.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Janna Loseman, geb. Wijhe 1826/27, dienstmeid (1856),
tr. Wijhe 26-4-1856
Berend van den Bosch, geb. Zwollerkerspel 1821/22, landbouwer (1856),
wednr. van Johanna Everdina Schaapman,
zn. van Dries van den Bosch, landbouwer, en Berendina Fredriks, landbouwster.
-
bb. Gerrigje Loseman, geb. Wijhe 1830/31, tr. Raalte 11-4-1861
Gerrit Jan Schotman, geb. Raalte 1815/16, landbouwer(1861),
weduwnaar van Klasina Huisman,
zn. van Jan Hendrik Schotman en Gardina Harms, landbouwster.
-
cc. Sara Sophia Loseman, geb. Wijhe 1832/33, landbouwster (1873),
tr. 1o Wijhe 18-8-1864 haar neef
Hendrik Jan Loseman, geb. Heino 12-1-1819, ovl. 1864-1873, landbouwer (1864),
wednr. van Janna van Garner,
zn. van Adolf Loseman en Hermina van der Hulst,
tr. 2o Wijhe 14-6-1873
Evert Jan Bartels, geb. Raalte 1841/42, landbouwer (1873),
zn. van Mannes Bartels en Willemina Keizer.
-
dd. Jan Loseman, geb. Wijhe 1834/35, landbouwer (1893),
tr. Wijhe 28-4-1893
Hendrika van der Hulst, geb. Wijhe 1858/59, dienstmeid (1893),
dr. van Gerrit van der Hulst en Geertje Bruggeman.
-
ee. Jannes Loseman, geb. Wijhe 1835/36, landbouwer (1861, 1880),
tr. 1o Wijhe 2-11-1861
Geesjen Ganzekuile, geb. Heino 1832/33, dienstmeid (1861),
dr. van Hendrik Ganzekuile en Janna Westerkamp, arbeidster,
tr. 2o Raalte 11-11-1880
Hendrika Bosman, geb. Raalte 1849/50, dienstbode (1880),
dr. van Jan Bosman en Jansje Overesch.
-
2. Adolf Loseman (Lozeman), geb./ged. Wijhe/Raalte 18/30-1-1791 ("van de Ossenweide onder de Vellener"), wordt geref. lidmaat op belijdenis te Raalte 19-4-1809,
landbouwer (1818..1861),
tr. Heino 7-8-1818
Geertjen Roseboom, geb. Zwollerkarspel 18-12-1795, boerin (1818), landbouwster (1844..1864),
dr. van Hendrik Roseboom, landbouwer, en Janna Jans, landbouwster.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Hendrik Jan Loseman, geb. Heino 12-1-1819, ovl. 1864-1873, landbouwer (1844, 1864),
tr. 1o Zwolle 25-4-1844
Janna van Garner, geb. Zwolle 3-1-1818, ovl. 1844-1864, dr. van Peter Jans van Garner, landbouwer, en Geertje Lamberts, landbouwersche,
tr. 2o Wijhe 18-8-1864 zijn nicht
Sara Sophia Loseman, geb. Wijhe 1832/33, landbouwster (1873),
dr. van Jan Hendrik Loseman en Hermina van der Hulst.
-
bb. Frederikus Lozeman, geb. Wijhe 1820/21, koetsier (1861),
tr. Nijkerk 8-5-1861
Aaltje van Maanen, geb. Ede 1832/33, dienstbode (1861),
dr. van Jacob van Maanen, landbouwer, en Willempje Hooijer.
-
cc. Arend Jan Loseman, geb. Wijhe 1823/24, landbouwer (1854),
tr. Raalte 2-3-1854 zijn achternicht
Geertjen Brinkhuis, geb. Raalte 1824/25, dr. van Jan Brinkhuis, landbouwer, en Teune Korterman, landbouwster (zie hierboven sub b/5).
-
dd. Antonie Looseman, geb. Wijhe 1830/31, koetsier (1864),
tr. Zwolle 28-4-1864
Hendrikje Olthuis, geb. Stad Ommen 1828/29, dr. van Derk Olthuis en Willemina Heijkamp.
-
ee. Jansje Loseman, geb. Wijhe 13-10-1833, ovl. Wijhe 1868,[851]
tr. Raalte 18-11-1852 haar achterneef
Albert Brinkhuis Tijs, geb. Raalte 19-3-1829, landbouwer (1852),
zn. van Jan Brinkhuis Tijs, landbouwer, en Antonia Kotterman, landbouwster (zie hierboven sub b/5).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
3. Johanna Augustina Loseman, geb. Wijhe juli 1793, dienstmaagd (1827),
tr. Zwollerkerspel 20-4-1827
Egbert Egberts van Dijk, geb. Hasselerdijk (Zwollerkerspel) 10-9-1794 (ged. Zwolle), boerenknecht (1827),
wednr. van Aaltje van den Berg,
zn. van Egbert Egbers en Annegien Warnars Pegge.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Arend Jan van Dijk, geb. Wijhe 1834/35, boerenknecht (1875),
tr. Raalte 4-2-1875
Gerritdina Brinkhuis, geb. Raalte 1847/48, dienstmeid (1875),
dr. van Hermannus Brinkhuis, landbouwer, en Jenneken Hiddink.
17-12-1797 d: Arendina v: Hendricus Loseman m: Sara Sophia Nagel geb. 17-12-1797 brt: op de
Ossenweide onder de Vellener
-
4. Arendina Loseman (Lozeman(s)), geb./ged. Wijhe/Raalte geref. 17/17-12-1797 ("op de Ossenweide onder de Vellener"), dienstmeid (1822),
tr. Heino 1-6-1822
Jan Laanbroek, geb. Heino 11-5-1794, timmerman (1822..1873),
zn. van Gerrit Jan Laanbroek, timmerman, en Grietje Jans.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Kaatjen Laanbroek, geb. Wijhe 1822/23, tr. Deventer 7-7-1859
Arend Hermanus Nieuwenhuis, geb. Deventer 1834/35, timmerman (1859),
zn. van Roelof Nieuwenhuis, timmerman, en Geertjen Krans.
-
bb. Hendrikus Laanbroek, geb. Wijhe 1824/25, timmerman (1853),
tr. Wijhe 28-4-1853
Geziena Berendina Linthorst, geb. Wijhe 1829/30, dienstmeid (1853),
dr. van Mannes Linthorst, arbeider, en Kaatje Kruisdijk, arbeidster.
-
cc. Margaretha Laanbroek, geb. Wijhe 1826/27, tr. Deventer 17-6-1869
Garrit Jan van Oortmarssen, geb. Lochem 1839/40, bakker (1869),
zn. van Frederik van Oortmarssen en Derksken Kelhout.
-
dd. Sara Sophia Laanbroek, geb. Raalte 1830/31, tr. Deventer 6-1-1859
Derk Hendrik Dennebos, geb. Deventer 1826/27, daglooner (1859),
zn. van Gerrit Mannes Jan Willem Dennebos, daglooner, en Aaltjen Albers.
-
ee. Hendrika Laanbroek, geb. Raalte 1831/32, dienstmeid (1858),
tr. Wijhe 10-12-1858
Jan Fixe, geb. Kampen 1831/32, boerenknecht (1858),
zn. van Jan Fixe, landbouwer, en Elisabeth van der Weerd.
-
ff. Everdina Laanbroek, geb. Raalte 1834/35, dienstmeid (1863),
tr. Wijhe 2-5-1863
Wouter Bouhuijs, geb. Kampen 1836/37, kuiper (1863),
zn. van Barend Johannes Bouhuijs en Alida Vos.
-
gg. Teunis Laanbroek, geb. Raalte 1836/37, timmerman (1873), arbeider (1880),
tr. 1o Heino 6-11-1873
Gerrigjen Grotenhuis, geb. Dalfsen 1842/43, ovl. 1873-1880, dienstmeid (1873),
dr. van Albert Grotenhuis, landbouwer, en Gerritdina Hulsegge, landbouwster,
tr. 2o Raalte 12-8-1880
Albertdina Arents, geb. Raalte 1849/50, dr. van Gerrit Jan Arents en Albertha Middag.
-
hh. Johanna Laanbroek, geb. Wijhe 1840/41, tr. Wijhe 1-6-1872
Lammert Jan van der Sluis, geb. Wijhe 1841/42, arbeider (1872),
zn. van Albert van der Sluis, landbouwer, en Everdina Johanna Hengeveld, landbouwster.
-
5. Willemina Lozeman, geb./ged. geref. Wijhe/Raalte 19/27-12-1799 ("op de Ossenweide in Tijenraan"), dienstmaagd (1825), landbouwster (1862, 1866),
tr. Dalfsen 26-11-1825
Dirk Jan Lindeboom, geb. Ankum (Dalfsen) 1795/96, landbouwer (1825..1866),
wednr. van Fennigje Bouwhuis,
zn. van Jan Everts en Aaltje Hendriks.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Fredrik Jan Lindeboom, geb. Ankum (Dalfzen) 1826/27, boerenwerker (1856),
tr. Dalfsen 10-7-1856
Janna van der Vegt, geb. Ankum (Dalfzen) 1834/35, boerenwerkster (1856),
dr. van Gerrit van der Vegt, landbouwer, en Hendrikje Westerman, landbouwster.
-
bb. Hendrik Jan Lindeboom, geb. Dalfsen 1831/32, boerenwerker (1866),
tr. Dalfsen 5-5-1866
Aaltje van der Vecht, geb. Dalfsen 1836/37, boerenwerkster (1866),
dr. van Gerrit van der Vecht, landbouwer, en Hendrikje Westerman, landbouwster.
-
cc. Willemina Lindeboom, geb. Ankum (Dalfsen) 1834/35, boerenwerkster (1862),
tr. Dalfsen 9-10-1862
Gerrit Jan Schutte, geb. Ankum (Dalfsen) 1828/29, boerenwerker (1862),
zn. van Jan Schutte, landbouwer, en Willemina Wagteveld, landbouwster.
-
6. Hendrica Loseman, geb./ged. geref. Raalte 29/31-8-1801 (op de Ossenweide bij den Vellenaar).
-
7. Reinier Loseman, geb./ged. geref. Raalte 14/20-11-1803 (op de Ossenweide bij den Vellenaar),[852]
boereknegt (1828), daghuurder (1850, 1855), arbeider (1861),
winkelier (1861),
tr. 1o Wijhe 22-8-1828
Janna Roelofs, geb. Wijhe 1806/07, ovl. 1828-1850, dienstmeid (1828),
dr. van Derk Roelofs en Aaltjen Jans, boerin,
tr. 2o Wijhe 15-6-1850
Rijkjen Jansen, geb. Voorst 1802/03, dienstmeid (1850),
dr. van Jannes Jansen en Maria Tessemaker.
wed. van Herm Egberts.
Uit zijn eerste huwelijk (Loseman-Roelofs) (o.a.?):
-
aa. Hendrikus Loseman, geb. Wijhe 1828/29, boerenknecht (1855).
tr. Wijhe 20-9-1855
Everdina Vos, geb. Raalte 1832/33, dienstmeid (1855),
dr. van Gerrit Jan Vos, daghuurder, en Mina Kokkers, daghuurster.
-
bb. Alberdina Lozeman, geb. Wijhe 1837/38, dienstmeid (1863).
tr. Wijhe 14-3-1863
Jannes Berents, geb. Heino 1832/33, dienstknecht (1863),
zn. van Lubbert Berents, arbeider, en Miene van Elsen, arbeidster.
-
cc. Evert Jan Lozeman, geb. Wijhe 1839/40, dienstknecht (1865),
tr. Wijhe 29-4-1865
Berendina ten Hove, geb. Wijhe 1842/43, dr. van Hendrik ten Hove, arbeider, en Janna Linthorst.
-
dd. Derkje Lozeman, geb. Wijhe 1842/43, dienstmeid (1861),
tr. Wijhe 25-4-1861
Hendrik Stokebrand, geb. Wijhe 1839/40, daglooner (1861),
zn. van Roelof Stokebrand, arbeider, en Hendrikje van Gelder, arbeidster.
-
8. Evert Jan Loseman, geb./ged. geref. Raalte 4/6-9-1807 (op de Ossenweide bij den Vellenaar).
23-04-1809 d: Johanna Maria v: Henricus Lozeman m: Sara Sophia Nagel geb. 17-04-1809 brt:
op de Ossenweide onder den Vellener
-
9. Johanna Maria Lozeman, geb./ged. geref. Raalte 17/23-4-1809 ("op de Ossenweide onder den Vellener"), dienstmeid (1836),
tr. Wijhe 7-5-1836
Hendrik Daalwijk, geb. Raalte 1799/1800, boereknegt (1836),
zn. van Jan Daalwijk en Diene Simes, boerin.
-
g. Willemtje Janssen Loseman, ged. geref. Raalte 14-12-1763, ovl. jong?
-
h. Jennichje Loseman, geb. Wijhe (aan Vuist Mate onder den Vellenaar), ged. geref. Raalte 22-1-1766,[853]
-
i. Willemijne (Willemtje) Janssen Loseman (ook Voetmaats!), geb. Wijhe (op de Vuistmaate onder den Vellenner), ged. geref. Raalte 1-3-1767, ovl. Raalte 30-12-1818[854]
wordt geref. lidmaat op belijdenis te Raalte 10-4-1789 als Willemina Loseman van het Foesmaat in Vellener,
vermeld op de 'Naamlijst der ingezetenen van de Gemeente Raalte Augustus 1811' als Willemina Loseman, oud 42 jaar (sic!), wonend in de buurtschap Linderte huis nr. 97, dr. van J. Loseman en W. Jansen landbouwers te Linderte, beiden overleden,[855]
tr. vóór 1806
Jan Brinks (Brinkhuis Tijs), geb./ged. geref. Raalte 3/9-9-1781, ovl. Raalte 3-6-1852,[856]
vermeld op de 'Naamlijst der ingezetenen van de Gemeente Raalte Augustus 1811' als Jan Brinks, oud 34 jaar, landbouwer in de buurtschap Linderte huis nr. 97, zn. van J. Brinks (sic!), overleden, en G. Brinks nog in leven, landbouwers te Boetele,[857]
landbouwer (1811..1854),
zn. van Peter Brinks, landbouwer, en Gerritje (Geertje) Jansen (Brinks), landbouwster.
Zij wonen op de Braake in Linderte (1806, 1808).
Hij hertr. Raalte 15-11-1820 Antonia (Teuntje) Janssen Kotterman, nicht (tantezegger) van zijn eerste vrouw, en dr. van Janna (Janssen) Loseman en Jan Gerrits Kotterman (zie hierboven sub b).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Petronella Johanna Brinks, geb./ged. geref. Raalte geb. 25/26-1-1806 ("op de Braake in Linderte").
-
2. Jan Willem Brinkhuis, geb./geg geref. Raalte 1/4-9-1808 ("op de Braake in Linderte").
-
j. Adolph Loseman, geb. Wijhe (aan Vuist Mate onder den Vellenaar), ged. geref. Raalte 6-11-1768, ovl. jong?
-
k. Dolphina Loseman, geb. Wijhe (aan Vuist Mate onder den Vellenaar), ged. geref. Raalte 21-10-1770, ovl. jong?
-
l. Adolph Loseman, geb. Wijhe (aan Vuist Mate onder den Vellenaar), ged. geref. Raalte 1-12-1771.
-
m. Adolphina Loseman, geb. Wijhe (aan de Wuistmaat onder den Vellenaar), ged. Raalte 9-5-1773.
98. WI(E)CHER(T) (WIJGER) WERF(F), ged. geref. Zwolle 3-12-1749, ovl. Kampen 1809 (oud 60 jaar), j.m. in de Luttekestraat (1771),
huw. get. (1773),
schipper, bolkhouwer, visafslager, herbergier in Het Huurpaart,[858]
otr./tr. Zwolle geref. 2/18-3-1771 (get. voor hem: Jacob Haagswoude, voor haar: Aaltje Velsinks)
99. ZWAANTJE VELSINK, ged. geref. Zwolle 30-9-1748, ovl. Kampen 1814 (oud 66 jaar), j.d. op den Nieustadt (1771),
doopget. (1778..1794), woont op 't water bij de Steenpoort te Zwolle (1780),
is geref. lidmaat te Zwolle (1787).
-
a. Jo(h)anna Werff, ged. geref. Zwolle Groote Kerk 22-9-1771, ovl. Zwolle 8-11-1842, (=kw. nr. 49).
-
b. Jan Werff, ged. geref. Zwolle Groote Kerk 24-1-1773, ovl. Zwolle (akte 16 okt.) 1826 (oud 53 jaar), bakker, deurwaarder bij het Vredesgericht van het kanton Almelo,
tr.[859]
Mardalena Boeschen (Boescher), geb. Vriezenveen 1771, ovl. Vriezenveen 1826 (oud 55 jaar), dr. van Henricus Boesschen en Janna Berkhof.
-
1. Zwaantje Werff, geb./ged. geref. Zwolle 28-2/2-3-1794 (get. Zwaantjen Veltsink, vrouw van Wichert Werff), in 1850 vermeld als tolgaarster,
tr. Vriezeveen 19-3-1814[861]
Daniel Ruis, ged. Ev. Luth. Amsterdam 24-7-1787 (aan huis, get. Daniel Alijn, Helena Simons), schoenmaker,
in 1817 vermeld als tolgaarder,
zn. van Jacobus Ruis, kapitein, en Maria Alijn.
-
aa. Maria Carolina Ruijs, geb. Deventer 8-11-1817, tr. Kampen 24-9-1846[863]
Jan Christiaan Lieber, geb. Kampen 10-5-1815, tapper,
zn. van Willem Lieber, arbeider, en Wichertje Jans.
-
bb. Jacobus Ruijs, geb. Deventer 1819/20, kantoorbediende,
tr. Olst 2-3-1850[864]
Johanna Dolphina van Enck, geb. Olst 1829/30, dr. van Gerrit Jan van Enck, grondeigenaar, en Hermina van Wilpe.
-
cc. Hendrik Antoon Ruijs, geb. Deventer 1829/30, tolgaarder, arbeider,
tr. Olst 19-6-1857[865]
Hendrieka Brison, geb. Zwolle (aangifte 26-5-1827), dr. van Gerridiena Brison.
-
2. Hendrickus Werff, geb./ged. geref. Zwolle 26/27-12-1795.
-
3. Wicher Werff, geb. Vriezenveen 1798.
-
4. Albert Werff, geb. Vriezenveen 18-9-1800, ovl. Kampen 1861, beurtschipper van Kampen naar Deventer, koopman,
koopman te Kampen (1840),
tr. Kampen 15-12-1825[866]
Geertruida (Geertje) Captein, geb. Kampen 12-7-1805, dienstbaar,
dr. van Arend (Aart) Captein, visser, en Johanna van Hulsen.
Op 25-11-1839 koopt Albert Werff in een openbare verkoop van de erfgenamen van Peter Reumer voor ƒ 151,-- een huisje, erf en where te Kampen, in de Steeg, wijk 2 nummer 340, sectie F nummer 1547.
[867]
-
aa. Mardalena Johanna Werff, geb. Kampen 13-8-1827, tr. Kampen 5-6-1856[869]
Antonius Theodorus Hendriks, geb. Zwolle 7-6-1825, sergeant hoornblazer,
zn. van Bernardus Hendriks en Maria Theodora Arnolda Smit.
-
5. Peter Hillebrant Werff, geb. Vriezenveen 5-12-1802, ovl. Kampen 1880, molenaarsknegt (1825, 1871), molenaar (1853),
tr. Kampen 20-1-1825[870]
Berendina Borninkhof, geb. Bredevoord (Aalten) 10-1-1802, dienstbaar,
dr. van Gerrit Jan Borninkhof en Geertruid Duenk.
-
aa. Gerrit Jan Werff, geb. Kampen 25-11-1825, molenaar (1853),
tr. Kampen 3-11-1853[872]
Lubbegje van Dieren, geb. Zalk 26-7-1830, dienstbode (1853),
dr. van Derk van Dieren, arbeider, en Johanna Weerdmeijer (Weerdmeester).
-
bb. Hendrikus Wiechgert Werff, geb. Kampen 1830/31, sigarenmaker (1853),
tr. Deventer 3-2-1853[873]
Johanna Maria Overveld, geb. Deventer 1829/30, dr. van Willem Overveld(e), en Johanna Duffels.
-
cc. Gezina Werff, geb. Kampen 1843, dienstbode (1871),
tr. Kampen 12-1-1871[874]
Aalt Dokter, geb. Kampen 1843, timmerman (1871),
zn. van Hendrik Dokter en Gerrigje Bartelds van Dijk.
-
6. Jacob Werff, ged. Vriezenveen 28-4-1805, ovl. Twello (Voorst) 1878, smid (1828, 1862), meestersmid (1846, 1849),
tr. 1o Deventer 6-5-1828[875]
Hendrina Lutgerdina Bielderman, geb. Deventer 9-4-1792, ovl. Deventer 1844, smidse (1828), wed. van Arend Aarsen,
dr. van Hendrik Beijderman (Bielderman) en Berentje Brontink (Bruntink),
tr. 2o Deventer 5-2-1846[876]
Marta Gerdina Kok, geb. Wilp (Voorst) 1816/17, ovl. Deventer 1849, dr. van Jan Kok en Gerritjen Willemsen,
tr. 3o Deventer 20-12-1849[877]
Geertie Beekhuis, geb. Groningen 1805, ovl. Twello 1874, wed. van Hendrik Jan Jansen,
dr. van Huibert Beekhuis en Hinderkijn Geerts.
Uit zijn eerste huwelijk (Werff-Bielderman):
-
aa. Mardalena Aleida Werff, geb. Deventer 1830/31, tr. Deventer 2-10-1862 (huwelijk ontbonden door echtscheiding Harlingen 10-1-1887),[878]
Mijndert Kampman, geb. Dordrecht 1836/37, kok en banketbakker (1862),
zn. van Hermanus Caspar Kampman en Mijntje Freen, kleermaakster en winkelierster.
-
7. Hendrik Izak Werff, geb. Vriezenveen 2-1-1809, ovl. Kampen 1865, schippersknecht, scheepskapitein, kapitein op de stoomboot De Admiraal van Kinsbergen, veerman op Scheveningen,
tr. 1o IJsselmuiden 9-6-1838[879]
Joanna Hollander, geb. Kampen 17-5-1811, ovl. vóór 1842, boerwerkster,
dr. van Lambertus Hollander en Joanna Eijssink, boerwerkster,
tr. 2o Kampen 20-1-1842[880]
Maria Catharina Fiege, geb. Appingedam 14-7-1813, ovl. Kampen 1864, dr. van Hendrik Fiege, schoenmaker, en Petronella Jans.
[881]
-
c. Hendrik Werf(f), geb./ged. geref. Zwolle 27/29-10-1775 (get. Aaltje Velsink, vrouw van Arend Rijsink, op de Nieuwstad), tr. vóór 1805
Hendrikjen van Dijk.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Zwaantien Werf, geb./ged. geref. Kampen Broederkerk 31-10/3-11-1805.
-
2. Jan Werf, geb./ged. geref. Kampen Broederkerk 30-11/7-12-1806.
-
3. Wiggert Werff, geb./ged. geref. Kampen 19/28-10-1810.
-
d. Beerend Werff, geb./ged. geref. Zwolle 30/31-7-1777.
-
e. P(i)eter Hillebrand Werff, geb./ged. geref. Zwolle 23/26-8-1779 (get. Aaltjen Velsink, voor de Dieserpoort), ovl. Kampen 25-5-1857, is borg (1839, 1840) en gemachtigde (1842) te Kampen,
koopman te Kampen (1839..1842),
tr. vóór 1805
Alberdina (Alberta) van Hulse(n) (Hulzen), ged. RK Kampen Pastoorskerk 27-3-1781 (get. Aleida van Hulse), dr. van Joannis van Hulsen en Gertrude Tersteegh .
|
Overlijdensadvertentie van Pieter Hillebrand Werff (1778/79-1857).
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Op 9-1-1839 compareren te Kampen Pieter Hillebrand Werff, koopman te Kampen, en Wicher Werff, koopman te Kampen. Zij verklaren samen een compagnieschap op te richten onder de firmanaam van P. H. Werff en Zoon. Beide contractanten hebben tekeningsbevoegdheid. De handel zal bestaan uit het maken en verkopen van olie, pel enz. in de runmolen buiten de Hagenpoort te Kampen.
[882]
Op 19-9-1839 verkoopt Pieter Hilbrand Werff, koopman te Kampen, aan Richardus van Romunde, wethouder te Kampen, drie stukken grond in Brunnepe waarop twee huizen hebben gestaan, indertijd aangekocht van de erven van Jan van Hulzen, voor een bedrag van ƒ 400,--.
[883]
Op 24-12-1840 verkopen Jan van der Veen, Pieter Hilbrand Werff, Hector Jans Swart, Willem Jan Swart, allen kooplieden te Kampen, een huisje, erf en where met schuur, hofgrond en bokkinghang te Brunnepe, letter C nummer 85, sectie F nummer 39, gekocht van de erven van Gerrit van der Werf en Klaasje Albers Boeze, aan Peter Mence Sellis, landman te Kampen, voor een bedrag van ƒ 600,--.
[884]
Op 25-9-1841 verklaren Jan van der Beek, winkelier, en zijn echtgenote Hermpje Musjes, wonend te Kampen, schuldig te zijn Pieter Hilbrand Werff en Wichert Werff, kooplieden te Kampen handelend onder firmanaam P. H. Werff en Zoon, een bedrag van ƒ 468,97½ tegen 5 procent jaars wegens onbetaalde koopwaar.
Als onderpand geldt hun huis in Brunnepe, nieuw gebouwd op een stukje grond gekocht van Johannes Sprée. Op dit onderpand rust nog een verplichting ten behoeve van Hendrik Idema te Kampen.
Het afsluiten van een brandverzekering is een voorwaarde.
[885]
Op 12-4-1842 verklaren Peter Hillebrand Werff, schuldeiser, eerst schipper, thans koopman te Kampen, en
Amelia Elisabeth Rill, erfgename, winkelierster te Kampen en weduwe van Evert Eikelenboom,
hun toestemming te geven tot het opheffen van een hypothecaire inschrijving ten laste van Gerrit Jan Engelen, bakker, en diens echtgenote Anna Maria Polman, groot ƒ 800,-- en gevestigd op een huis, erf en where te Kampen, Oudestraat wijk 3 nummer 68.
[886]
-
1. Zwaantien Werff, geb./ged. geref. Kampen Broederkerk 12/17-11-1805.
-
2. Wichert Werff, geb. Kampen, ovl. 1867-1879,[887]
koopman te Kampen (1830..1867) in compagnieschap met zijn vader,
tr. Deventer 4-7-1839
Berendina Antonia Loseman, geb. Deventer 1814/15, ovl. Kampen 1900, woont te Kampen (1879),
dr. van Arend Jansen Loseman en Hendrikje ten Hove (zie kw. nr. ⇒ 50 ).
Voor nageslacht van dit echtpaar zie kw. nr. ⇒ 51 sub e.
-
3. Joanna Werf, ged. RK Kampen Pastoorskerk 14-2-1810 (vader Petrus Werf, acatholicus, get. "Gertrude, uxore Joannis van Hulsen, avia infantis").
-
4. Joanna Gertrude Werff, ged. RK Kampen O.L. Vrouwenkerk 26-3-1811 (vader Petrus Werf, acatholicus, get. "de grootmoeder Gertrude, vrouw van Joannes van Hulsen"), ovl. na 1857, tr. vóór 1857
NN Huberts.
-
5. NN Werf, beg. Kampen Buitenkerk 6-11-1820 (kind van Pieter Hillebrand Werf), kan een van de bovenstaanden zijn.
-
f. Cornelia Werff, geb./ged. geref. Zwolle 29/30-5-1782 (get. Aaltjen Velsink, weduwe Jannes Merjenberg, op de Nieuwstad).
102. HARMEN (HERME) TEN HOVE, geb. sept. 1741, wordt geref. lidmaat te Raalte op belijdenis Paeschen 1762,
bouwman, ingezetene van Raalte 1811, wonend in het dorp bij zijn zoon Berend Hendrik,
tr. vóór 1779
103. ANTONIA (TEUNTJE) OVERWEG, ged. geref. Raalte 28-7-1743, ovl. vóór 1811, wordt geref. lidmaat te Raalte op belijdenis Paeschen 1762 (NB op Paeschen 1758 staat ook al een Teuntje Overweg!),
bouwvrouw.
Zij wonen in het dorp (1779).
Op Paeschen 1762 worden geref. lidmaat op belijdenis te Raalte : Harmen ten Hove en Teuntje Overweg. Zij had op Paeschen 1758 ook al belijdenis gedaan!
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. Hendrikje ten Ho(o)ve, ged. geref. Raalte 14-11-1779, ovl. Deventer 2-1-1860, (=kw. nr. 51).
-
b. Berend Hendrik ten Ho(o)ve, geb./ged. geref. Raalte 16/23-02-1783, ovl. Raalte 8-12-1862 , landbouwer (1816), landeigenaar (1840),
bouwman, ingezetene van Raalte 1811, wonend in het dorp,
tr. Raalte 11-10-1816
Arendina Jansen Kloosterman, geb. Lenthe (Heino) 7-5-1778 (volgens ovl. akte geb. Dalfsen), ovl. Raalte 19-4-1853, dienstmeid, ingezetene van Raalte 1811, wonend in het dorp bij haar toekomstige echtgenoot Berend Hendrik en diens vader,
boerin (1816),
dr. van Jan Hendrik Derks (Kloosterman) en Maria Abrahams aan het Klooster, bouwlieden.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Ant(h)onia Maria ten Hove, geb. Raalte 1817/18, tr. Raalte 11-9-1840
Bastiaan van Eerten, geb. Raalte 1804/05, commissionair (1840), te Amsterdam (1841),
zn. van Egbert van Eerten en Derkje Overweg.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Arendina Dirkje van Eerten, geb. Amsterdam 21-8-1841, ovl. Amsterdam 22-12-1902, woont Weteringschans 243 (1891-1901) te Amsterdam,
tr. Amsterdam 28-5-1863
Jacob Reinders, geb. Deventer 11-12-1837, ovl. Amsterdam 2-5-1868, kok (1862..1868), woont Heerengracht 137 (1863/64), Singel 515 (1865..1868) te Amsterdam,
zn. van Wiecher(t) Reinders, gemeenteontvanger, en Johanna Antonia Lo(o)seman (zie kw. nr. ⇒ 24 ).
-
bb. Egberta Berendina Hendrika van Eerten, geb. Amsterdam 1842/43, tr. Amsterdam 18-9-1873
Andreas Daniel Rumling, geb. Amsterdam 1825/26, notaris (1873),
zn. van Bernd Henrich Rumling en Anna Maria Elizabeth Burger.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Daniëla Egberta Rumling, geb. Amsterdam 1875/76, tr. Amsterdam 20-3-1902
Hubertus Gerardus Nieuwenhuijs, geb. Amsterdam 1874/75, procuratiehouder (1902),
zn. van Jan Hendrik Nieuwenhuijs, fabrikant, en Maria Jacoba Gilhuijs.
-
cc. Antonia Maria van Eerten, geb. Amsterdam 1844/45 (volgens ovl. akte geboren te Almelo, Stad), ovl. Amsterdam 22-10-1882, tr. Deventer 23-8-1875
Hendrik Willem ten Hove, geb. Deventer 1851/52, ovl. Almelo 9-12-1915, koopman (1875), ijzerhandelaar (1906),
zn. van Berend ten Hove, koopman, en Maria Woltera Kloosterboer.
Hij hertr. Dirkje Alida van Delden.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Antonia Maria Woltera ten Hove, geb. Almelo Stad 1878/79, tr. Almelo Stad 15-11-1906
Reint Pieter van Assen, geb. Groningen 1860/61, graanhandelaar (1906),
zn. van Jacob van Assen en Annechien Brons.
-
bbb. Berend ten Hove, geb. Almelo Stad 1876/77, ovl. Almelo 29-5-1944, koopman (1922), directeur van een ijzerhandel (1944),
tr. Nijmegen 21-3-1922
Aleida Margaretha Nicolaï, geb. Nijmegen 1893/94, ovl. na 1944, dr. van Constans Nicolaï, oogarts, en Geertruida Elisabeth Spruijt.
-
dd. Sophia Bastiana van Eerten, geb. Amsterdam 1849/50, tr. Amsterdam 12-11-1874
Willem van der Gaag, geb. 's-Gravenhage 1846/47, ovl. 1874-1884, apotheker (1874).
zn. van Gerrit Johannes Rutgerus van der Gaag, drogist, en Johanna Dorothea Hoffman,
tr. 2o Zutphen 14-8-1884
Willem Everhard Ketjen, geb. Doetinchem-Stad 1825/26, wijnhandelaar (1884), wijnkoper (1888),
wednr. van Christina Doijer,
zn. van Harmanus Lodewijk Ketjen en Dina de Haas.
Uit haar tweede huwelijk (Ketjen-van Eerten) (o.a.?):
-
aaa. NN Ketjen, geb./ovl. Zutphen 9-7-1888 (levenloos kind).
-
2. Harmen Jan ten Hove, geb. 1821/22, ovl. Raalte 20-1-1823.
104. GABRIEL WEERMAN, ged. geref. Denekamp 26-7-1716, ovl. Delden 29-3-1779, geref. lidmaat te Diepenheim 12-6-1738 met attestatie van Denecamp,
afkomstig van Denekamp (1751),
wonend te Delden (1761),
koopman te Delden,
otr./tr. 1o Delden geref. 14-1/21-2-1751
CATHARINA JOHANNA (DE) TRAVEST(¥), geb. Brussel (??), ovl. 7-8-1759 [888], afkomstig van Delden (1751),
otr. 2o Delden geref. 25-11-1761 (attestatie verleend om te Hengelo te trouwen 30-12-1761)
otr. 2o Leiden 4-12-1761
105. JOHANNA CHRISTINA WE(E)RNIN(C)K, geb. Nordhorn (D) 1725 [889], ovl. Delden 10-8-1779, wonend te Delden, onlangs te Leiden (1761),
krijgt 20-12-1761 attestatie van Leiden, wonende Steenschuur, om te Delden te trouwen.[890]
| COMMENTAAR(¥)
Brussel als geboorteplaats lijkt niet erg waarschijnlijk, in Twente komt wel de naam der Avest voor
|
Uit zijn eerste huwelijk (Weerman-Travest) :
-
a. Jan Hendrik Weerman, ged. geref. Delden 17-11-1754, ovl. na 1782, j.m. te Delden (1779),
woonde "aan het gemeene straatje" te Delden,
secretaris te Delden,
otr. Delden geref. 28-11-1779 (attestatie verleend naar Hengelo 28-12-1779),
tr. Hengelo (O) 28-12-1779[891]
Johanna Geertruid Sloot (Sloet), ovl. na 1782, j.d. te Delden (1779).
Gericht Delden - Marke Delden, 30-10-1781. Hypothecaire obligatie, verleden voor burgemeesteren, schepenen en raden der stad Delden, waarbij de secretaris Jan Hendrik Weerman en zijn vrouw Johanna Geertruyd Sloet erkennen, een kapitaal van ƒ 2000,-- schuldig te zijn aan den graaf en de gravin van Wassenaer Twickel, enz. onder verband van hun huis, hof en wheere met annexe schuur, benevens een daar tegenover staande schuur met gruthuis en grutmolen, alles gelegen aan het gemeene straatje binnen Delden. (Met opgedr. zegels Stad Delden en Weerman).
[892]
-
1. Jan Gabriel Borchard Weerman, geb. Stad Delden 2-8-1780, ovl. Enschede 4-8-1868, dient een verzoek in tot, en verkrijgt op 12-9-1800 Brieven van Venia Aetatis,[893]
j.m. te Delden (1801),
wijnkoper te Delden, koopt op 4-1-1818 het Hof te Boekelo voor ƒ 30.000,--, samen met twee anderen,
en verkoopt zijn deel weer op 22-8-1822,[894]
ingezetene van Delden Stad (1811),[895]
koopman (1811, 1827),
belastingcommis (1835), commies (1842), ambtenaar (1848) bij de middelen,
otr. 1o Delden geref. 18-4-1801,
otr. 1o Meppel 19-4-1801,
tr. Rouveen
Cat(ha)rina Elisabeth Gro(e)nenberg, ged. Meppel 6-3-1778, ovl. Delden 9-1-1826, j.d. te Meppel (1801),
dr. van Johannes Hermannus Groenenberg en Egbertje (Egberdina) de Jong,
tr. 2o Stad Delden 18-12-1827
Hendrika Boode, geb. Ulzen (Hannover, D) 1790/91, ovl. vóór 1868, dr. van Hendrik Boode, burgemeester, en Anna Christina Cramer.
Uit zijn eerste huwelijk (Weerman-Groenenberg) :
-
aa. Jan Hendrik Weerman, geb./ged. geref. Stad Delden 16/21-2-1802, ovl. Delden 16-7-1819.
-
bb. Hermannus Johannes Weerman, geb./ged. geref. Stad Delden 1/5-8-1804, ovl. Delden 10-11-1826.
-
cc. Lambertus Johannes Weerman, geb./ged. Delden 11/22-1-1809, ovl. Enschede 1852, grutter (1835), fabrieksarbeider (1842),[896]
grutter (1835), fabrijkarbeider (1842),
tr. 1o Enschede 30-4-1835
Janna Zeggelink, geb./ged. Enschede 29-7/3-8-1806, ovl. Enschede 19-6-1842,[897]
dr. van Jan Zeggelink, wever, en Fenna Holters,
tr. 2o Enschede 4-11-1842
Aleid Elbers, geb. Gronau 1807/08, wed. van Hendrik Rhee,
dr. van Jan Elbers, spinner, en Gertruid Arendzen.
-
dd. Egberdina Geertrui Weerman, geb./ged. geref. Stad Delden 11/22-1-1809, ovl. Meppel 8-8-1847.
-
ee. Catharina Johanna Weerman, ged. geref. Stad Delden 24-5-1812.
-
ff. Johanna Geertruid Weerman, geb. Stad Delden 1814/15, dienstbaar (1848), herenoppasser (1877),
tr. Amsterdam 17-5-1848
Christianus Valentijn Poulus, geb. 's-Hertogenbosch 1809/10, koetsier (1848),
zn. van Christiaan Poulus en Juliana Valentijn.
-
aaa. Christiaan Valentijn Poulus, geb. Amsterdam 1848/49, koetsier (1877), handelsreiziger (1907),
tr. Amsterdam 21-2-1877
Alida de Bruijn, geb. Amsterdam 1852/53, dr. van Jan Hansen de Bruijn en Johanna van Rennes.
-
aaaa. Johanna Geertruid Poulus, geb. Amsterdam 1878/79, tr. Amsterdam 13-6-1907
Ferdinand Karel August Luder, geb. Amsterdam 1881/82, boekhouder (1907),
zn. van Hendrikus Georg Luder, bode, en Johanna Sophia Augusta Gildemeester.
-
bbb. Catharina Elisabeth Poulus, geb. Amsterdam 1850/51, tr. Amsterdam 21-11-1878
Adam Paulus, geb. 's-Hertogenbosch 1852/53, deurwaarder (1878),
zn. van Adam Paulus, wijnkopersknecht, en Helena Christina van den Broek.
-
gg. Johanna Adriana Weerman, geb. Stad Delden 1817.
-
hh. Johanna Catharina Weerman, geb. Delden 1817/18, tr. Wijhe 15-4-1848
Jan Paulus Westhoff, geb. Wijhe 1812/13, zn. van Gerrit Westhoff en Johanna Oudenstam.
koopman (1848).
-
ii. Cornelia Johanna Weerman, geb. Stad Delden 1820.
Uit zijn tweede huwelijk (Weerman-Boode) (o.a.?) :
-
jj. Hermannes Johannes (Johannes Hermanus) Weerman, geb. Stad Delden 1828/29, ovl. Amsterdam 19-11-1880, afkomstig van Amsterdam (1873),
otr./tr. Utrecht 8/27-5-1873
Catharina Wilhelmina Ett, geb. Utrecht 1844/45, ovl. Arnhem 18-3-1932, dr. van Cornelis Ett en Wilhelmina Grada Jansen.
|
Ondertrouw en trouwannonces t.g.v. het huwelijk van Hermanus Johannes Weerman en Catharina Wilhelmina Ett en overlijdensadvertentie van
Johannes Hermanus Weerman(1828/29-1880).
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
|
Overlijdensadvertentie van
Catharina Wilhelmina Ett (1844/45-1932).
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
-
kk. Adriana Christina Weerman, geb. Ohne (Bentheim, Hannover) 18-4-1831, ovl. na 1880, tr. Amsterdam 5-11-1863[898]
Benjamin Tra Kranen, geb./ged. Amsterdam Noorderk. 8-8/12-9-1819, ovl. Amsterdam 7-2-1883, zn. van Benjamin Tra Kranen en Gerarda Margaretha van Cleeff.
Zij wonen te Amsterdam (1880).
Uit dit huwelijk 3 kinderen[899] onder wie:
-
aaa. Adriana Christina Trakranen, geb. Weesp 1864/65, tr. Amsterdam 27-2-1890
Jhr. Herman Trip, geb. Amsterdam 1865/66, procuratiehouder (1890), wijnkoper (1918),
zn. van Jhr. Herman Trip, koopman, en Adriana van der Leeuw.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaa. Adriana Christina Trip, geb. Nieuwer-Amstel 1894/95, tr. Hilversum 2-7-1918 (huwelijk door echtscheiding ontbonden 11-10-1922)
Anthonij Willem de Ruijter van Steveninck, geb. Tiel 1891/92, luitenant der Inafanterie (1918),
zn. van Albert de Ruijter van Steveninck, rijksbetaalmeester, en Agnes Maria Charlotte Bär.
-
bbbb. Herman Trip, geb. Amsterdam, tr. Helmond 17-8-1920
Emilia Susanna Maria Wesselman van Helmond, geb. Helmond
dr. van Carel Frederik Wesselman van Helmond en Anna Maria Emilia Arnoldina De Jonge van Zwijnsbergen.
-
bbb. Benjamin Trakranen, geb. Weesp 1866/67, ovl. Apeldoorn 21-1-1942, tr.
Bertha Jacoba Keller, ovl. na 1942.
-
ll. Johanna Christina Weerman, geb. Gildehaus (Hannover) 1834/35, ovl. Amsterdam 31-7-1919, tr. Amsterdam 18-6-1863
Franciskus Hendrikus Marquart, geb. Delft 1833/34, ovl. vóór 1919, schipper (1863),
zn. van Theodorus Marquart en Elizabeth Catharina Dielwart.
|
Overlijdensadvertentie van Johanna Christina Weerman(1834/35-1919).
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
2. Johanna Hendrica Weerman, ged. geref. Delden 26-6-1782.
-
b. Maria Aleida Weerman, ged. geref. Delden 29-8-1756, ovl. na 1792, j.d. te Delden (1779),
otr. Delden geref. 11-4-1779 (attestatie verleend naar Denekamp 3-5-1779)
Adolph Hendrik Julius Weerman, geb./ged. geref. Denekamp 20/26-10-1755, ovl. na 1811, j.m. te Denekamp (1779),
assessor van het landgericht Ootmarsum (1799),[900]
wordt in 1811 vermeld als kerkmeester, geb. 20-10-1755, ingezetene van Ootmarsum-Gericht,[901]
zn. van Borchard Weerman, custos, en Henrina Scholten (zie kw. nr. ⇒ 209 sub g).
Hieruit verder nageslacht bekend (zie kw. nr. ⇒ 209 sub g).
Denekamp 22-11-1792. Adolph Hendrik Weerman en zijn vrouw Maria Aleida Weerman verkopen hun huisje met de grond daarbij, gelegen bij de Wildeman in het gericht van Goor voor de som van ƒ 70,-- aan Hendrieka Peerick, vrouw Joannes ter Meerman. Indien er tengevolge van weigering van ontruiming door de tegenwoordige huurders enige actie mocht ontstaan, wordt de koop te niet gedaan en de koopsom gerestitueerd. Betaling der kooppenningen in twee termijnen. Hermannes Keizer verbindt zich als borg daarvoor.
[902]
Uit zijn tweede huwelijk (Weerman-Wernink) geboren :
-
c. Carel Johannes Weerman, ged. geref. Delden 21-11-1762, ovl. jong,[903]
-
d. Lambertus Johannes Weerman, ovl. jong, (CHECK!)
-
e. Lambertus Johannes Weerman, geb./ged. geref. Delden 7/8-6-1766, ovl. Delden 24-3-1844, (=kw. nr. 52).
COMMENTAAR(¥)
Wie is M. Weerman, geref. woont te Delden tot 1787, gevlucht patriot te St. Omaars (18-2-1788 tot 12-1-1790), kadet (1788,1789), ontvangt 12 (1788) en 54 (1789) livres per week als vluchteling nr. 1016.[904]
G. Weerman en vrouw Jenne, met kinderen jonger dan 10 :
Jenne, Jan, Janna Weerman, voorts oude moeder, dienstboden
Jan, Albert, Gese, Janna, vermeld volkstelling van ambt en stad Oldenzaal, marke Valthe (1748). [905]
Jan Weerman, landbouwer, geb. 27-4-1770, ingezetene van Almelo-Ambt (1811),[906].
Jan Weerman, arbeider, geb. 8-1-1718, ingezetene van Ootmarsum-Gericht (1811),[907] (sic! hij is dan dus 93 jaar oud)
Jan Weerman, arbeider, geb. 24-6-1756, ingezetene van Ootmarsum-Gericht (1811),[908]
|
106. GERRIT LASONDER (alias Sr.), ged. Enschede 15-3-1752[909], ovl. Enschede 20-5-1785, fabrikeur, gemeensman te
Enschede,[910]
tr. Enschede (volgens Ref. [911]
Gronau) 26-9-1783 [912]
.
107. GERRITDINA (GER(H)ARDINA) BUSSIER, ged. Enschede 20-4-1754 [913]
, ovl. Enschede 18-11-1786,[914]
Stad Enschede, 18-3-1791. Overeenkomst tusschen Jacob Termeulen en Laurens Jurgenszn Lasonder als voogd van de minderjarige dochter van Gerrit Egb.zn. Lasonder en Gerritdina Bussier, inzake het plaatsen van een schutting max. vier voeten hoog.
[915]
Uit dit huwelijk (Lasonder-Bussier) gedoopt te Enschede :
-
a. Johanna Lasonder, geb./ged. 9/13-6-1784, ovl. Delden 16-2-1835, (=kw. nr. 53).
108. HARMEN RERINK, geb./ged. Lochem 22-2/21-8-1740 (get. Jan Middelboer en zijn huisvrouw Wilmina Rerink), ovl. Lochem 24-9-1815,[916]
woont te Lochem (1768), op huisnummer 17 (1795), in de Molenstraat met 11 personen waarvan 3 meerderj. mannen (19-10-1795),[917]
ondertekenaar van de gildebrief van het schoenmakersgilde,[918]
representant (1796..1806) en borg (1808),[919]
legt een looierij aan te Lochem aan de Berkel,
vraagt op 16-12-1771 aan de magistraat vergunning om daarnaast "een lijmerie, soo als sulkx behoort" aan te leggen ter verwerking van het afval van de looierij, welke vergunning hem voor 25 jaar wordt verleend,
dient op 15-4-1771 met zijn drie broers en hun achterneef Harmen Hendrik Brabender een bezwaarschrift in tegen de huns inziens te hoge waagrechten voor de ruwe huiden,[920]
is tijdens de laatste jaren van het stadhouderlijk bewind patriot,
lid van de municipaliteit van Lochem (1796),[921]
na 1800 samen met B.J. Haytink een der eersten die de registers van de BS bijhielden,[922]
looier (1815), koopman,
otr./tr. Amsterdam (op attestatie van Ds. Bernardus Westenberg te Lochem)/Lochem geref. 11-11/4-12-1768
(met huwelijksdispensatie voor de Landag van het Hof van Gelderland, 26-10-1768, als broeder en zusterskinderen[923])
109. GERRITJE BRETHOUWER (BRETHOUDER), geb. Aalten (volgens ovl. akte Dinxperlo) 5-2-1748, ovl. Zutphen 2-5-1831[924]
[925]
, j.d. van wijlen Garrit Brethouwer, onlangs wonend te Amsterdam,
woont te Lochem (1768).
Op 25-6-1770 verkoopt Harmen Reerink Janszn pro se en namens zijn absente huisvrouw
Gerritjen Brethouwer(s) een stuk grond aan de Koppelstege aan Gerard Olthof en zijn vrouw Johanna Lonneman.[926]
Op 29-5-1774 koopt Harmen Reerink Janszn een halve hof in de Molenstraat [927]
, en op 27-5-1782 een huis en tuin in de Molenstraat.[928]
Harmen Reerink en zijn huisvrouw Gerritjen Brethouwer
(11-5-1801)[929] en
(30-8-1802).[930]
Op 15-12-1777 verkopen Harmen Reerink en zijn huisvrouw Gerritjen Brethouwer een halve hof voor de Walderpoort aan Harmen Bolt en zijn vrouw Geesken Puiters.[931]
De heeren Arend en Hendrik Jan Raad, mede gevolmachtigden van hun zrs.
Juffr. en de wed. Spankers, geb. Raad, G. Raad en L.C. Hein, geb. Raad,
transporteren hun huis en wheere bewoond tot aan haar dood door wijlen de
Juffr. wed. Hendrik Arendse, staande binnen Lochem in de Molenstraat, aan
Harmen Rerink en zijn huisvrouw Gerritjen Brethouwer
(koopbrief d.d. 15-3-1781) (27-5-1782).[932]
H. Reerink koopt op een veiling te Lochem een geel koopere aaker (ƒ 189,--) een roode koopere ketel (ƒ 12,12,0)
en een schenkketel (ƒ 6,6,0).
[933]
Jan Harmen Heijligersig transporteert aan Harmen Reerink en zijn huisvrouw
Garritjen Brethouwer (15-4-1793).[934]
De burger representant Harmen Reerink en zijn huisvrouw Gerritjen Brethouwer
(14-3-1796).[935]
De stadsschoolmr. Gerrit Helmus Snel wordt aangesteld tot werkelijke Stadsrentmr..
Borg is Harmen Reerink representant hier ter stede (17-10-1796).[936]
Mr. Johan Bernardus Haaijtink, als gevolmachtigde van zijn huisvrouw
Johanna Margaretha van de Graav transporteert aan de mederaadsvriend
Harmen Reerink en zijn huisvrouw Gerritjen Brethouwer (16-1-1797).[937]
Uit dit huwelijk (Reerink-Brethouwer) :
-
a. Mechtelt Rerink, ged. geref. Lochem 20-9-1769.
-
b. Gerrit (Garrit) Jan Reerink, ged. geref. Lochem 17-3-1771, ovl. Lochem 20-11-1846,[938]
leerlooier met een looierij aan de Berkel,
heeft in 1814 een eekschuur aldaar,
looier (1846),
tr. Lochem 19-12-1798[939]
Geultje Catharina Hein, ged. Almen 10-8-1766, ovl. Lochem 29-11-1842,[940]
dr. van Ds. Casimir Albrecht Willem Hein, predikant te
Almen, Genemuiden en Hoogeveen, en Lucina Raedt. Uit dit huwelijk geen kinderen.
In 1798 koopt Gerrit Jan Reerink van Mr. Jan Harmen Thomasson een huis en tuin in de Biertstraat.[941]
Op 21 van Wintermaand 1810 compareert H.J. Thomasson als executeur in den boedel van wijlen Juffr. Geertjen Raedt, te kennen
gevende, dat door doode van dezelve (op den 25e van Wintermaand 1809 te Lochem overleden) op haar intestato erfgenamen, zijnde
Henrik Jan Raedt en Anthonij Raedt, de
kinderen van wijlen G. de Wolff en J.W. Raedt, in leven ehelieden, met name: Ida Anna Geertruid Arendsen de Wolff,
Arnolda Johanna Geertruid Arendsen de Wolff en
Willem Hendrik Jan Bartholt Arendsen de Wolff, G.H. Hein,
J.L. Hein, J.F. Hein, H.G. Hein, in huw. hebbende
H.J. Thomasson, en G.C. Hein, in huw. hebbende G.J. Reerink, verstorven waren de
volgende goederen enz., het erve Bruggink in Klein Dochteren.
[942]
-
c. Jan Reerink, ged. geref. Lochem 15-5-1772, ovl. Lochem 18-5-1819, (=kw. nr. 54).
-
d. Geultjen Reerink, geb./ged. geref. Lochem 24/30-10-1774, ovl. jong?
-
e. Geultjen Reerink, geb./ged. geref. Lochem 29-4/5-5-1776, tr. vóór 1803
Hendrik de Vries, koopman (1813).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Hendrikus de Vries, geb. 1802/03, ovl. Zutphen 24-8-1812.
-
2. Elisa de Vries, geb. 1803/04, ovl. Zutphen 2-6-1813.
-
3. Gerritjen Mechtellina de Vries, ged. Zutphen 1806/07, ovl. Lochem 5-9-1813.
-
4. Gerritjen Mechtellina de Vries, geb. 1806/07, ovl. Lochem 5-9-1813.
-
5. Garret Jan Guelibert Carel de Vries, geb. 1809/10, ovl. Zutphen 13-3-1812.
-
f. Harmen Reerink, geb./ged. geref. Lochem 18/19-10-1777, ovl. jong?
-
g. Harmen Reerink, geb./ged. geref. Lochem 17/20-2-1780, ovl. jong?
-
h. Jenneken Reerink, geb./ged. geref. Lochem 13/15-2-1782, ovl. Lochem 8-10-1843, tr.
Antonij de Vries, ged. Zutphen 1768/69, ovl. Lochem 30-5-1847, zilversmid (1829).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Gerrit de Vries, geb. Zutphen 1802/03, ovl. Zutphen 11-12-1829, zilversmid (1829).
-
i. Berend (Barend) Willem Reerink, geb./ged. geref. Lochem 7/10-12-1783, ovl. Lochem 16-8-1861.
looier met een looierij aan de Berkel, woont in het huis van zijn vader aan de Molenstraat met zijn huishoudster Harmina Poesse (ovl. 1869),[943]
medeoprichter (1828) van de looierij fa. Reerink en Paschen te Vreden (D),
leerlooijer (1861).
-
j. Gerrit Reerink, geb./ged. geref. Lochem 12/13-4-1791, ovl. Lochem 5-4-1844.
leerlooier, woont in de Bierstraat,[944]
looier (1817..1844),
tr. Winterswijk 18-4-1817
Suzanna Dorothea Pas(s)chen, geb. Winterswijk 2-7-1798, ovl. Lochem 29-2-1848, dr. van Willem Paschen, koopman, drost van Breedevoort, vrederechter van het kanton Winterswijk, wethouder te Winterswijk,[945] en Judith Hofkes.
-
1. Gerritjen Reerink, geb. Lochem 1-2-1818, ovl. Lochem 26-1-1888,[946]
tr. Lochem 18-4-1842
Jan Naaf (Naeff), geb./ged. Arnhem 30-12-1810, ovl. Arnhem 12-9-1853,[947]
looier (1842),
zn. van J(oh)an Reinhard Naaf (Naeff), logementhouder te Velp, en Johanna Gerritsen.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[948]
-
aa. Johan Reinhard Naeff (O.O.N.), geb. Arnhem 29-9-1843, ovl. Dordrecht 13-10-1897, majoor, commandant van het korps Pontonniers te Dordrecht,
tr. Dordrecht 2-5-1877[949]
Anna Cornelia Vriesendorp, geb. Dordrecht 7-3-1856, ovl. Dordrecht 5-4-1943, dr. van Corneille Vriesendorp, commissionair, en lid fa. Dekker en Vriesendorp, en Anthonetta de Reus.
Zij hertr. Dordrecht 6-3-1913 Nicolaas Jan Erzeij.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[950]
-
aaa. Anthonetta (Top) Naeff, geb. Dordrecht 24-3-1878, ovl. Dordrecht 22-4-1953, letterkundige, ereburger van Dordrecht (1953),
tr. Dordrecht 23-11-1904[951]
Dr. Huibert Willem van Rhijn, geb. Zutphen 12-4-1875, ovl. Dordrecht 2-12-1956, geneesheer te Dordrecht,
zn. van Adriaan Johan van Rhijn en Sophia Martha Augusta Meijer.
-
2. Judith Reerink, geb. Lochem 29-5-1819, ovl. Lochem 8-9-1882, tr. Lochem 8-6-1849[952]
Jan Laurens Solner (Sölner), geb. Lochem 7-10-1820, ovl. Lochem 6-11-1884, volgt het gymnasium te Lochem,
ingeschreven als student rechten te Utrecht 20-4-1839 ("Cum testimonio Gymnasii Lochemensis."),[953]
grondeigenaar (1875, 1879),
zn. van Mr. Joost Bernard Solner, secretaris van Lochem,
schout, later burgemeester van Laren en notaris te Lochem,
en Johanna Maria Joosten.
-
aa. Dr. Mr. Joost Bernhard Sölner, geb. Lochem 30-1-1851, ovl. Zutphen 29-5-1926[955], volgt het gymnasium te Deventer,
ingeschreven als student rechten te Utrecht 1-10-1869 ("E Gymn. Daventriensi ad Acad. dimissus d. 14 m. Jul, 1869."),[956]
promoveert aldaar 22-12-1874 in de rechten op stellingen,[957]
advocaat en procureur te Zutphen (1879-1926),
treedt op als curator in failissementen (1915..1921),[958]
woont Proosdijsteeg 2 te Zutphen (1915),[959]
rechter-plaatsvervanger in de arrondissements rechtbank te Zutphen,
wethouder te Zutphen,
neemt ontslag als provisor van het Bornhof te Zutphen,[960]
treedt bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1913 af als liberaal wethouder te Zutphen, waarna een herstemming nodig is,[961]
wordt bij KB d.d. 26-5-1921 herbenoemd tot voorzitter der plaatselijke commissie voor de ongevallenverzekering te Zutphen,[962]
reist met bestemming Marseille met het schip Insulinde dat op 5-5-1924 van Rotterdam naar Ned. Indië is vertrokken,[963]
is voorzitter van de commissie tot herbouw van de Wijnhuistoren te Zutphen (1925),[964]
en in die hoedanigheid aanwezig bij het bezoek van Kon. Wilhelmina en Prins Hendrik aan de Achterhoek en Zutphen in museum Het Wijnhuis,[965]
lid van de vereenigde reuniecommissie 1864-1880 van het Utrechts Studenten Corps (1926),[966]
tr. Vreeland 19-3-1875
Elisabeth Maria Wilhelm(in)a Menne, geb. Vreeland 17-6-1853, ovl. Zutphen 6-10-1922, dr. van Willem Menne en Neeltje Cornelia van den Andel.
|
Overlijdensadvertenties van Vrouwe Elisabeth Maria Wilhelmina Menne (1853-1922) in de NRC d.d. 8-9-1922.
|
Overlijdensadvertentie van Mr. Joost Bernha
| |