This page was last updated : 100201.
File size is: 908 k.
Kwartierstaat Van Schothorst
Generatie 7
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Van Schothorst,
version 9.3,
Muiden, 2009.
© Copyright 2010 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Van Schothorst Gen. nr. 7

64. JAN REYERSEN, ged. Barneveld 19-3-1730, ovl. Lunteren 20-11-1805, schaapherder op Koestapel onder Putten [1], boer, NH ouderling te Lunteren (1804) [2], bouwman op de hofstede "Schothorst" in het Nederwoud onder Lunteren, die hij in 1762 huurt van Derk van der Hart, schout van het Ambt Ede, voor 193 Car. gld. en vier paar jonge hoenderen. Zijn kinderen huren de hofstede na zijn overlijden in 1805 voor ƒ 200,--. Hij tr. Lunteren 23-3-1757 als j.m. geboren en wonende onder Barneveld

65. PETERTJE JANSEN VAN DE WETERING, ged. Lunteren (Nederwoud) 7-9-1732, ovl. Lunteren 7-9-1794, j.d. wonend op "Schothorst" onder Lunteren.[3] ,[4]

Jan Reyersen, ongetrouwd, bouwman in de buurschap Vierhouten, met 4 knegts en 3 drielingerven, 9 morgen bezaaid land , 5 specien, betaalt ƒ 27,-- (1747) en ƒ 20,5,- (1748) hoofd en haardstedegeld. [5]

Op 2-8-1763 transporteren Jan Reyersen en zijn niet met name genoemde vrouw voor ƒ 500,-- aan Hendrik Reyersen, bouwman op "Burgstede", ten eerste : 1/4 part in iets minder dan 2/3 deel van het erf "Burgstede" in de buurtschap Glinde onder Barneveld, door koper bewoond (1/3 deel is van Geertje Reyers en een klein gedeelte van Evert Jansen), ten tweede : 1/4 part in 3/4 deel van twee kampjes meenland gelegen onder Nijkerk (1/4 deel is van Willen Hendriksen c.s.), ten derde : 1/4 part in 1/6 deel van de tiend uit het erf "Bitterschoten", bewoond door Jochem Jochemsen [6].

Op 28-8-1762 pachten Jan Reyersen en Petertje Jansen het herengoed "Schothorst" gelegen in het Nederwoud onder Lunteren, zoals Jan Gerritsen het in gebruik heeft gehad, van Derk van der Hart, schout van Ede, en zijn vrouw Anna Wijnanda Suermond voor 193 Caroli gld. en vier jonge hoenders, een half molder rogge aan de vicarie van Ede en het halve schoorsteengeld per jaar. Dit pachtcontract wordt vernieuwd op 10-9-1765, nadat de eigendom van het goed is overgegaan op Mr. H. Schievelberg Bekking, advocaat te Arnhem, en Alida Geertruid Jongbloed, echtelieden [7], [8] ,[9] .

In 1776 spannen Barruw en Jan Berendsen, boerenknechts, kleinzoons van Jan Gerritsen van de Wetering uit zijn eerste huwelijk met Petertje Jansen van Velthuysen een geding aan voor het gerecht van Ede tegen hun halftante Peterje Jansen van de Wetering, getrouwd met Jan Reijersen. Zij eisen ieder de 25 gld. op die hun ingevolge inventaris en boedelbeschrijving na het overlijden van hun grootmoeder, d.d. 26-5-1729 [10], bij akte van overdracht d.d. 3-10-1772 [11] had moeten worden uitbetaald. Partijen komen tot een akkoord en Jan Reijersen belooft namens zijn vrouw 20 gld. te betalen [12].

66. REIJER HENDRIKSEN DECKER (DEKKER), ged. Lunteren 29-9-1738, ovl. Lunteren (De Valk) 11-10-1822,[17] bouwman (1822) op "Vorstengeler (Singelaar)" in de Valk onder Lunteren, tr. Lunteren 25-10-1767 (huw. voorw. 1-10-1767, zij brengen ieder ƒ 1300,-- aan contant geld mee [18]).

67. HENDRIKJE RIJCKSEN (GERRITS), ged. Lunteren 23-9-1742, ovl. Ede 31-8-1818 (als Hendrikje Gerrits, oud 76 jaar, echtgenote van Reijer Dekker).

68. GERRIT JANSEN VAN BEEK, geb. Apeldoorn, ovl./beg. Apeldoorn 22/26-9-1785 (aangever Lambert de Wilde, pachter en papiermaker op de Westelijke Holtse molen aan de Geelmolense beek / Dorpse beek te Vaassen (1756-1768), [20] en op De Grote Slatsmolen aan de Loenensebeek te Loenen (1770-1773),[21] op de Copermolen (1785), tr. vóór 1757 (niet gevonden RK Vaassen ..., Beekbergen 1714-1768[22]) verm. te Apeldoorn, waarvan de trouwboeken uit die periode verloren zijn gegaan)

69. MARGARITHA (MARIA) MENSINK (MENSING, MENSEN), ged. geref. Apeldoorn 29-1-1730, ovl./beg. Apeldoorn 29-4-1788 (de wed. van Gerrit van Beek op de Copermolen, aangever Jan Kluppel). Gerrit Jansen en Margaretha Mensink echtelieden, worden geref. lidmaat te Vaassen 1757 (voor Kersmis) met attestatie van Apeldoorn, en krijgen 4-11-1768 weer attestatie naar Apeldoorn.[23]

70. AALBERT (LUBBERTS) GOUDKUIL(¥), ged. Apeldoorn 1-1-1734, ovl./beg. Apeldoorn 5/9-9-1808 (op "de Goudkuil", aangever Teunis Poelman)),[25] eigenaar en bewoner van het herengoed Ritbroek in de buurtschap Orden (1771-...), compareert 't Loo 20-12-1779 als voogd over de twee onmondige kinderen van Jan Willems bij zijn zuster Jannetje Goudkuijl,[26] voogd over de twee onmondige kinderen van Jan Willems bij zijn zuster Jannetje Goudkuijl (1783),[27] weerbare man in de buurtschap Beemte te Apeldoorn (1784),[28], woont op de Goudkuijl te Apeldoorn (1766..1808), tr. 1o voor 1766 NN, ovl./beg. Apeldoorn 29-5/2-6-1766 (de -niet met name genoemde- huijsvrouw van Aalbert Goudkuijl op de Goudkuijl, aangever Lucas Roelofs),[29], otr./tr. 3o Apeldoorn geref. 22-4/14-5-1775 ELSJE ABRAHAMS, ged. (Apeldoorn?) 8-3-1744, ovl./beg. Apeldoorn 8/14-4-1785 (de -niet met name genoemde- huijsvrouw Aalbert Goudkuijl op de Goudkuijl, aangever Harmen Janssen), woont te Apeldoorn (1775), dr. van Abraham Claassen en Grietje Aarts,[30] tr. 2o ca. 1766 (voor 1771)

71. JENNEKE GEURDS (DI(E)SBERG), ged. Apeldoorn 31-1-1740, ovl./beg. Apeldoorn 23/27-4-1774 (de huijsvrouw van Aalbert Goudkuijl op de Goudkuijl, aangever Wolterus Staal),[31].

COMMENTAAR(¥) ZOEK OP Boedelbeschrijving van Albert Goudkuil, RA Veluwe 1-7-1797.

Het erve Blijck groot 8 molder waarop een huijs van drie gebondt (1626) in Ambt Apeldoorn, het kerspel Heerde, buurtschap Markluiden.
Op 23-11-1784 krijgen Claas Abrahams x Reijntje Aalbers, Willem Gerrits Nijdeke x Grietje Gerrits, Albert Goudkuyl x Elsje Abrahams, Megtelt Gerrits, wed. van Beerend Gerrits, Willem Jacobs x Hendrina Teunis, ook voor haar minderjarige kinderen en Jentje Alberts wed. van Claas van Lohuysen investiture en oprukking als erfgenamen van Jelis Jans Lieve x Hendrikje Claassen.
Op dezelfde dag transporteren de erfgenamen het goed aan Egbert Hendrix.[32]
Het herengoed Ritbroeck of Ritbergh in het Ambt Apeldoorn, kerspel Apeldoorn, buurtschap Orden :
22-8-1771 : Albert Goudkuijl x Jenneken Geurts, Wouterus Staal, wednr. van Aalje Goudkuijl, mede als voogd van zijn kinderen, Jan Willems x Jannetje Goudkuijl, Gerrit Stegeman, wednr. van Cornelia Goudkuijl, mede als voogd van zijn kinderen en Jan Hendriks Buitenhuis, minderjarige kindenen van wijlen voornoemde Cornelia, bij wijlen Henrik Buitenhuis en laatstelijk Jacobus Eckenhuis en Albert Goudkuijl als voogden over Johanna , Lubbert en Anthonetta Eckenhuis, kinderen van wijlen Peter Eckenhuis bij wijlen Janna Goudkuijl, tezamen (klein)kinderen en erfgenamen van Lubbert Goudkuijl en Lubbertje Alberts, approbatie van een magescheid d.d. 15-8-1771, waarbij dit herengoed aan eerstgenoemden is toegevallen.
22-8-1771 : Albert Goudkuijl x Jenneken Geurts investiture en oprukking ingevolge een geapprobeerd magescheid.[33]
Een herengoed in het Ambt Apeldoorn, kerspel Apeldoorn, buurtschap Wenum, na 1771 Goedwil of Welgelegen genaamd: de saelweer 1 schepel, waerop een huijs staat van 3 gebondt, hebbende de volle gerechtigheijt in de Wenemer Enck, waartoe noch gehoeren 4 molder opte voorseide Enck in vier perceelen.
22-8-1771 : Albert Goudkuijl x Jenneken Geurts, Wouterus Staal, wednr. van Aalje Goudkuijl, mede als voogd van zijn minderjarige kinderen, Jan Willems x Jannetje Goudkuijl, Gerrit Stegeman, wednr. van Cornelia Goudkuijl, mede als voogd van zijn minderjarige kinderen, Willem Blauwenoort en Gerrit Holterman als voogden over Anthonia en Jan Hendrik Buitenhuis, minderjarige kinderen van wijlen voornoemde Cornelia, bij wijlen Henrik Buitenhuis en laatstelijk Jacobus Eckenhuis en Albert Goudkuijl als voogden over Johanna , Lubbert en Anthonetta Eckenhuis, minderjarige kinderen van wijlen Peter Eckenhuis bij wijlen Janna Goudkuijl, tezamen (klein)kinderen en erfgenamen van Lubbert Goudkuijl en Lubbertje Alberts, approbatie van een magescheid d.d. 15-8-1771, waarbij dit herengoed aan Wouterus Staal en zijn kinderen, alsmede Gerrit Stegeman met zijn kinderen, is toegevallen (ieder voor de helft).[34]

72. HENDRIK HENDRIKSZ HOPSTER, ged. Vriezenveen 7-2-1740, ovl. Vriezenveen 1774/75, koster. tr. 1o Vriezenveen kerk 14-4-1764 FENNIGJE HENDRIKSDR KOSTER, ged. Vriezenveen 1737[47], ovl. 1768/69, dr. van Hindrick Koster en Geertjen Jansen Bramer, tr. 2o Vriezenveen kerk 1769[48]

73. BERENDINA JANSEN HULST, geb. 1738-1748, ovl. 1777-1784, tr. 2o Vriezenveen kerk 17-9-1775 JAN HEKHUIJS, ged. Getelo (D) 1758[49] , ovl. Uelsen (D) 29-12-1829,[50] wonend onder Uelsen (1775), zn. van Hendrik Jansen Hekhuis en A(a)le Detert (Deters). Hij hertr. Uelsen (D) 4-3-1784 Zwenne Bouwman.

74. KOST LOOGEN (VAN GARDER, VAN DE FLIERT)(¥), geb. Nijkerk vóór ca. 1750, ovl./beg. Barneveld 28-1/3-2-1778,[80] diaken te Barneveld (1776), treedt als Cost van de Flier op als geërfde in Barneveld (1771, 1777),[81] otr. Barneveld 19-10-1769 [82]

75. EVERTJE JANSEN(¥), geb. Barneveld vóór ca. 1750, beg. Barneveld 10-6-1797 [83], otr./tr. 2o Barneveld 14 of 21-2-1779 [84] HUI(J)BERT(US) LENS, beg. Barneveld 19-6-1795, is op 28-12-1778 met attestatie uit Utrecht naar Barneveld gekomen, j.m. van Utrecht (1779), belender aan 't zogenaamde Kerkhoffs Dijkje te Barneveld (1788).[85]

COMMENTAAR(¥) In een akte van 10-6-1771 treedt Cost van de Flier op als geërfde in Barneveld, terwijl indezelfde akte sprake is van Korst Logen als belender. Dit lijkt te suggereren dat Cost van de Flier en Ko(r)st Lo(o)gen niet een en dezelfde persoon zijn. [86]


COMMENTAAR(¥) Te Barneveld wonen achtereenvolgens in hetzelfde huis aan de Langstraat: [87]
Aart van Gerder (1758-1769) die het in 1758 koopt,
Kost Loogen (1769-1774), (in 1770: heet hij Kost van Garder),
diens weduwe (1774-1779),
Heubert Lens (1779-1794), (1780: Huijbert, 1782: Heuijbert)
diens weduwe (1794-1796)
Evert Van der Flier(t) (1796-1807), heeft zich verdronken in de beek. Welke Evert is dit? Blijkbaar niet onderstaande Evert x Grietje Romijn, die in 1815 nog een kind krijgen.
Hieruit valt wellicht voorzichtig te concluderen dat Aart van Gerder en Kost van Garder (Kost Loogen), broers zijn en mogelijk zoons van ene Loog (van Gerder) of NN Loogen. Voorts is Kost van de Fliert (Kost Loogen) vermoedelijk een broer van Jan van de Flier, die optreedt als voogd over de onmondige kinderen van Kost van de Fliert en Evertje Jansen. Deze Jan komt in de gegevens van Barneveld verder niet voor, zou hij uit Nijkerk komen? Zoek aldaar.
Verder nog te onderzoeken mogelijke verwantschap met:
Evert Janse van de Flier tr. Teuntje Coster, waaruit een dr. Antonia 3-3-1743 (Nijkerk?).
Aart Jansse otr. Nijkerk 22-10-1732[88] Gerritje Willemse, waaruit een zoon Cornelis Aartsen van de Fliert, ged. Nijkerk 9-9-1742.
Een Aalt van de Vliert is diaken en ouderling te Nijkerk (1747..1770)[89].
Anna, wed. van Aalt van de Vliert betaalt verponding voor een huis in het dorp Barneveld (1749)[90].
Zie voor diverse van der Fliert te Nijkerk ook [91] en [92] .
Aelt van de Vliert, bewoner van een huis in de Langstraat (1723)[93].
Voor Van der Flier zie ook [94].
Testamenten te Barneveld : 19-3-1746, Aelt van der Vliert, 7-2-1746, Aelt van der Vliert (lijftucht), 7-2-1746, Anna van der Vliert (lijftucht), 22-3-1755, Anna van de Vliert, 20-3-1758, Hendrikje van de Vliert, 20-3-1758, Teuntje van de Vliert.

Costerus van Garderen, tr. vóór 1770 Aartje van Garderen.
    Uit dit huwelijk:
  • a. Celia (Ceetje) van Garder(en), geb. Barneveld 1769/70, ovl. Barneveld 7-7-1851 (oud 81 jaar), tr. vóór 1808 Jan van R(h)ee, ovl. 1818(1829?)-1851, weever (1812, 1829), daghuurder (1816).
      Uit dit huwelijk (o.a.?) .
    • 1. Bart van Rhee, geb. Barneveld 1807/08, wagenmakersknegt (1829), tr. Barneveld 11-9-1829 Maria Hapen, geb. Barneveld 1811/12, werkster (1829), dr. van Hendrik Hermsen Hapen, daghuurder, en Gerritje Aarts van Rozelaar.
    • 2. Cornelisje van Ree, geb. Barneveld 1810/11, ovl. Barneveld 5-11-1812 (oud 1 jaar).
    • 3. Cornelia van Ree, geb. Barneveld 1815, ovl. Barneveld 5-4-1816 (oud 9 maanden).
    • 4. Aart van Ree, geb. 1818/19, ovl. Barneveld 11-2-1851, kleermaker (1851).
      Dit valt niet in overeensteming te brengen met Ref. [95]:
Jan Cornelissen van Garderen, geb. Stroe, ged. geref. Garderen 28-2-1740, otr. Barneveld 18-6-1773 Geesje Jacobs, geb. Harskamp, ged. geref. Otterlo 14-1-1753.
    Uit dit huwelijk:
  • a. Celia (Ceeltje, Seeltje, Zeeltje) van Garder(en), geb./ged. geref. Barneveld 19/21-11-1781, otr. Barneveld 12-10-1798 Jan Willems van R(h)ee, geb. Barneveld ca. 1770, landbouwer, zn. van Jan Willems en Willempje Jans.


COMMENTAAR(¥) Zij is mogelijk Evertje, ged. Barneveld 26-1-1749, als dr. van Jan Eersens en Bartje Peters.[96] Er zijn echter geen kinderen naar dezen vernoemd. Of zijn er nog meer kinderen?

Op 21-5-1779 vindt mageschijd plaats tussen Evertjen Jans, weduwe van Cost van de Flier en de voogden over haare minderjarige kinderen, waarbij de moeder haar halv huijs verbind voor het aan de kinderen bewesene vaders versterff. Tussen Evertjen Jans, weduwe van Cost van de Flier, geadsisteert als regtens met Huijbert Lens, als haare hier toe verkorene momboir ter eenre en Jan van de Flier en Evert van Norden als voogden over de drie minderjarige kinderen, met namen Aart, Hendrikjen en Evert van de Flier, bij gezijde Evertjen Jans door Cost van de Flier ehelijk verwekt ter anderen zijde een erfmagescheijdt opgerigt. De verdeling bestaat hieruit dat het ongereede goed, bestaande in een huijs en hoff in Barneveld gelegen al nog in het gemeen blijven sal, blijkende dat den zuijveren boedel (behalve het in gemeen gebleven ongereede) is overschietende, eene summa van ƒ 2400-8-11. En derhalve aan de drie onmundige kinderen te zamen voor hunlieder vaders versterff bij desen word toeerkent eene summa van ƒ 1200-4-6. Mageschijdsvrienden zijn : W. B. Blanken, Arent Vonck van Wolffswijnkel, Jacob Verschuur en Lubbert Jansen Cozijnsen.[97]
In een doorgehaalde (vanwege het royement op 3-5-1797) akte van 31-12-1782 staat dat Hermannus Vonck x Elisabeth van Romswinkel eene capitale summa van ses hondert caroly guldens schuldig zijn wegens geleende penningen aan Jan van de Flier en Evert van Norden als voogden over de drie minderjarige kinderen van Evertjen Jans in haar eerste huwelijk door Cost van de Flier ehelijk verwekt. Zij geven in onderpand hunlieder huijs en hoff in Barneveld in de Groote Straat, zooals bij hunlieden zelvs bewoont en gebruijkt wordt. (geroijeert den 3e meij 1797).[98]
Op 22-6-1784 cederen en transporteren Mr W. B. Blanken en C. Sonnevelt als gevolmagtigden van Derk van Spankeren weduwenaar en boedelhouder van Willemijntje Gijsberts pro se en als vader en voogd over zijn nog minderjarige kinderen aan Huijbert Lens x Evertjen Jans voor de summa van een hondert en agt guldens vrij gelt de geregte halvscheijd aan een hoff gelegen aan het Kerkhoffs Dijkje, tussen de hooven van Hermannus van der Kiefft en Jan Riksen Jets, waarvan de wederhelvt Anthony van Spankeren is toebehorende en wel de agterste helvt zo als afgebaakt is.[99]
Op 27-2-1790 transporteren Anthonij van Spankeren x Geurtjen Brands aan Huijbert Lens x Evertjen Jans voor de somma van tachentig guldens vrijgeld de geregte halvscheijd aan een hoff gelegen aan het Kerkhoffs Dijkje in Barneveld, tusschen de hoven van Hermannus van der Kieft en Jan Riksen Jets, waarvan de wederhelvte koperen bereets in eijgendom is toebehorende. [100]
Op 6-5-1797 transporteren Hendrik Besselsen x Aaltjen Aalten en Frans Besselsen x Geertjen Aalten aan Evertjen Janssen, weduwe van Huijbert Lens en haare erven voor een somma van vijffhondert en vijfftig guldens vrijgeld een huijs kamer en hoff in Barneveld in de Catharijne straat, tusschen de huijsinge van de weduwe van Gijsbert Groenesteijn en dat van Geurt Rademaker.[101]

76. MAAS AARTS (VAN ZOMEREN/MULDER), ged. Garderen 13-1-1754 (geb. Elspeet 9-1-1757 (sic!) [135] ), ovl. Elspeet 26-2-1810 [136] of 26-5-1810 [137] , j.m. wonend te Garderen (1783), Elspeet (1789), geërfde te Vierhouten (1790),[138] molenaar te Elspeet [139], otr./tr. 1o Garderen 21-11/14-12-1783 (met attestatie naar Elspeet)[140] AALTJE JANS [141], geb. Garderen 1754/55, ovl. 1784-1789, wonend te Garderen (1783)[142], otr./tr. 2o Garderen/Elspeet 7-2/1-3-1789[143]

77. RIJNTJE JANS, ged. Nunspeet 26-12-1760, ovl. Elspeet na 1818 [144], j.d. van Nunspeet, woont te Elspeet (1785, 1789), tr. 1o Elspeet 30-5-1785 [145] (Nunspeet 29-5-1785 [146] ). DIRK OTTEN (MULDER), ged. Elspeet 26-1-1749 [147] , ovl. Elspeet 30-11-1788 [148] of 1-7-1788 [149] , zn. van Oth Maassen, molenaar in Elspeet, en Rijkje Dirks (zie kw. nr. 304 ).

Op 22-06-1775 hebben Barent Stevensz x Hendrikjen Aarts Drost, Willem Aartsen Drost x Geertjen Jansz, Jan Aartsen Drost x Rykjen Hendriks, Gerrits Aartsen Drost x Aaltje van der Woude, Evert Janssen x Aaltje Aartsen Drost, te zamen kinderen en erffgenamen van Aart Lubbertsen Drost en Geertjen Heymans, in leven ehelieden, publijk vercogt aan Jacob Jacobsen x Grietjen Otten en Dirk Otten, kinderen en erffgenamen van Rykje Dirks, weduwe van Otto Maassen en haren erven, een camp saayland kennelijk gelegen bij de Elspeter Moolen in kerspel Elspeet voor de summa van vijfftig guldens vrij geld. Geerfden zijn Jan Lutz, G. Winckels.[150]
Maas Aartsen, 30 jaar, mulder te Garderen, herstelt 6-10-1783 na zeven dagen van de "Rode Loop" epidemie. Aaltje Jans, 28 jaar, herstelt 1-10-1783 na vijf dagen van de "Rode Loop" epidemie.[151]

Maas Aartsen betaalt in 1785 aan de Diaconie van Garderen voor een begrafenis, waarschijnlijk die van Aaltje Jans.[152]
Op 9-5-1789 heeft Jacob Jacobsen Smit, weduwenaar van Grietjen Otten, pro se en als vader en voogd van zijne twee minder jarige kinderen verkogt, gecedeert en getransporteert aan Maas Aartsen x Reyntjen Jans, drie agtste minder een seeven en twintigste gedeelte in de molen, huys, hoff, houtgewasch, benevens in al het land als bij tweede getransporteerde en wijlen haar eerste man en voorzaaten en wijlen Beert Croes in pagt is gebruykt geweest en zulks voor eene summa van sestien hondert guldens vrijgeld. Zijnde vrij allodiaal goed niet beswaart dan met zijne ordinaire verpondinge en verdere lasten, coperen als voor een gelijk aandeel eygenaren zijnde en betaalt wordende. Geerfden zijn R. Reyniers, L. Bunskerken.[153]
Op 9-5-1789 hebben Mr. E.J. Ammon x vrouwe F.H. Pannecoek uyt de hand verkogt, gecedeert en getransporteert aan Maas Aartsen x Reyntjen Jans, ons geregte vierde part in de windkoornmoolen te Elspeet staande, benevens het huys en verder getimmer, hoff en molencampje met verdere land, soo en als de getransporteerders behoort of bij haar en pree decessuerens onder de molenpagt is gebruykt geweest ende zulks voor eene summa van dertien hondert en twintig guldens vrijgeld, zijnde vrij allodiaal goed, niet beswaart dan met sijne ordinaire lasten coperen als voor een groot gedeelte eygenaren zijnde bekend en door hen betaald. Geerfden zijn R. Reyniers, L. Bunskerken.[154]
Op 9-5-1789 hebben Hendrik en Lysbeth Gangolven pro se en als erfgenamen van wijlen haare broeders Beert en Jan, welke tusschen de koop en het transport overleden zijn, verkogt en kragt deses gecedeert en getransporteert aan Maas Aartsen x Reyntjen Jans, een vier en vijfftigste gedeelte in de Moolen, huys, hoff, houdgewassch, benevens al het land, als getransporteerders van haar in pagt hadden, als mede een negende part van 't land genaamt de buytenste Molenberg bij transportanten gebruykt geweest en zulks voor een summa van een hondert gulden vrijgeld. Zijnde vrij allodiaal goed, niet beswaart dan met zijn ordinaire verpondinge en verdere lasten koperen bekend. Geerfden zijn Beert Janssen Mouw, J.E. Frens.[155]
Op 13-05-1789 compareren Maas Aartsen weduwnaar van Aaltje Jans ter eenre en Merten Evers en Cornelis Aartsen voogden over zijn onmundig kind ter andere sijde een om een magescheyd op te richten. Het betreft de boedel soo dese ehelieden te samen hebben bezeten en door Aaltje Jans stervende nagelaten is.
De ongereede goederen deses boedels gewardeert op ƒ 2803-11-.
de gereede goederen op ƒ 306-8-.
Het gereede geld en obligatie bedragende ƒ 1008-.-.
samen ƒ 4171-19-.
Gedecorteert de schulden cap. 7 te zien ƒ 50-.-.
Rest zuijver ƒ 4121-19-.
Door rendant van inventaris was aangebragt ƒ 1600-.-.
En door de overledene ƒ 1560-.-.
samen ƒ 2150-.-.
Affgetrokken van de bovenstaande waarde des boedels gewonnen ƒ 1971-19-.
waar van de halvscheyd bedraagt ƒ 985-19-8.
Hierbij gerekent dat de moeder had aangebragt ad ƒ 1550-.-.
beloopt des kinds portie ƒ 2535-19-8.
maar vermits hetselve moet missen de donatie bij huwelijkse voorwaarden aan de vader besproken ad ƒ 400-.-.
blijvt 's kinds portie zuyver ƒ 2135-19-8.
Tot voldoeninge van welk montant aan het onmundige kragt deses worden gecedeert
Een derde in een erff onder Garderen bouwman Aart van Drie, getaxeeert op ƒ 367-.-.
Een vierde in een erff te Speulde onder Ermel, bruyker T. Derksen ad ƒ 500-.-.
En twee en een halve mergen Mehenland onder Nijkerk ad ƒ 1250-.-.
En neemt de vader aan bij meerderjarigheijt van het kind te zullen suppleren ƒ 18-19-8, uijtmakende des kinds portie ad ƒ 2135-19-8. Zijnde 's moeders klederen cap. 8 genoteert aan de voogden overgegeven, terwijl de vader aanneemt tegens genot der opkomsten het kind te zullen alimenteren en van de schulden te bevrijden. Het linnen is egaal gedeeld, soo zijn aan de vader overgelaten en worden gecedeert 1/16 in de Gardersche moolen, 1/5 in 't erf daar H. Janssen woond, 1/16 in het huys het Clooster alle onder Garderen, 1/9 in een erf te Drie bruyker G. Lubbers onder Ermel en 1/24 in een plaatsje bewoont door G. Hendriks onder Meerveld, voorts alle de gereede goederen, gelden en obligatien, blijvende ten sijnen laste de schulden deses boedels. Mageschydsvrinden zijn Hendrick Franken, Willem Woutersen, Wulf Riksen, B.C. Rasink.[156]
Op 13-5-1789 compareren Reyntjen Jans, weduwe van Derk Otten, geassisteert met Maas Aartsen ter eenre en Jacob Jacobsen en Ot Janssen voogden over haar eenig kind bij gezijde haar eheman verwekt ter anderen zijde om een mageschyd op te richten. Het betreft den boedel zoo die ehelieden samen hebben bezeten en de man stervende heeft nagelaten.
De ongereede goederen deses boedels bedragen volgens inventaris ƒ 2201-5-.
De gereede goederen zijn getaxeert op ƒ 577-6-.
Hier bij gerekent de contanten en inschulden ƒ 2152-0-.
En dus te zamen bedragende ƒ 4930-11-.
waarvan afgetrokken de schulden ƒ 151-0-.
het zuyvere moutant blijvt ƒ 4779-11-.
waar van een ieders helvte beloopt ƒ 2389-15-8.
Conform welke balance aan de eerste condividente gecedeert en overgelaten worden een vierde in de Elspeter Moolen en onderhorig land getaxeert op ƒ 1600-0-. gelijk mede alle de gereede goederen, contanten, obligatien en inschulden deses boedels, blijvende tot deses laste alle de uytschulden. En dewijl het linnen onderlings egaal verdeelt is, soo word bij dese aan het kind gecedeert anderhalv Lot in de Uddeler Heegden geschat op ƒ 376-5-. alsmede den Moolenhof ad 225-0-. En neemd de moeder aan, aan het kind meerderjarig geworden zijnde te zullen toegeven ƒ 1788-10-8, uytmakende also des boedels halvscheyd f 2389-15-8. Waartoe eerste condividente onder verband van haar perzoon sig verbind bij desen, ook om het kind tegens genot van de inkomsten te zullen alimenteren en van de schulden bevrijden. Terwijl des vaders kleederen en cleijnodien aan de voogden zijn overgegeven en daar tegens de moeder de haare behouden heeft. Mageschydsvrienden zijn H.H. van Asselt, Evert Hermsen, Jan Beertsen Mouw, Rick Gerritsen.[157]
Op 7-4-1792 verklaren Rutger Gerritsen x Merritjen Gerrits, Teunisjen Wouters, weduwe van Klaas Hesselsen, Gerrit Hendriksen x Gerritjen Hendriks, Aalt Hesselssen, Maas Aartsen x Reyntjen Jans, Willem Wouterssen x Aaltjen Willems, Wulff Riksen, Evert Klaassen en Emmetjen Klaassen op den 25e april des jaars 1790, uyt de hand verkogt te hebben en alnu getransporteert aan Jan Gerbertsen x Maartjen Klaassen, een hoekje hofland met een zaadbergge en eenige boomen om dat land, gehoort hebbende onder het erff en huys daar Hendrik Janssen laast in gewoond en dat gebruykt heeft en waar van het overige op den 2e september des gemelde jaars in verschijde parceelen aan de differente koperen in het openbaar is verkogt geworden, zijnde dit hoffland etc gelegen in den ampte van Barneveld kerspels en dorp Garderen en dat voor de summa van twee hondert guldens vrijgeld. Geerfden zijn Teunis Klaassen, Cornelis Aartsen.[158]
Op 7-4-1792 verklaren dezelfden op den 2e september des jaars 1791 verkogt te hebben en alnu getransporteert aan Aart Hesselsen en zijn erven. een huys, hoff en schuyr, staande en gelegen in dorp Garderen, thans in pagt gebruykt wordende bij Hendrik Janssen, doende jaarlijks in de ordinaris verpondinge ƒ 0-10-0, en dat voor de summa van twee hondert en vijfftig guldens, mitsgaders een hoekje bouwland den langen akker genaamt N 8, doende jaarlijks in de ordinaris verpondinge ƒ 0-4-0, gelegen als voren en dat voor vijfftig guldens en dus te zamen voor 300 guldens vrijgeld, zijnde vrij allodiaal goed. Geerfden zijn Teunis Klaassen, Cornelis Aartsen. [159]
Op 7-4-1792 verklaren dezelfden op den 2e september des jaars 1791 ingevolge conditien van publicque veylinge, verkogt te hebben en alnu getransporteert aan Maas Riksen en zijn erven een hoekje lands gelegen in den ampte van Barneveld, kerspels en dorp Garderen in de Westeneng, belend ten oosten de Pastorie en ten westen Hendrik Franken zijnde vrij allodiaal goed, doende jaarlijks in de ordinaris verpondinge ƒ 0-10 op de conditien vermelt en dat voor de summa van een hondert en eene gulden vrij geld. Geerfden zijn Teunis Klaassen, Cornelis Aartsen.[160]
Op 7-4-1792 verklaren dezelfden op in gevolge conditien van publique veylinge op den 2e september 1791 verkogt te hebben en alnu getransporteert aan Grietjen Aarts, weduwe van Hendrik Franken en haar erven, twee gewenden bouwland agter den boer zijn camp, gelegen in den ampte van Barneveld kerspels Garderen, zijnde vrij allodiaal goed, doende jaarlijks in de ordinaris verpondinge ƒ 0-10 en dat voor de summa van een hondert negen en dertig guldens vrij geld. Geerfden zijn Teunis Klaassen, Cornelis Aartsen.[161]
Op 7-4-1792 verklaren dezelfden in gevolge conditien van publique veylinge op den 2e september 1791 verkogt te hebben en alnu getransporteert aan Hendrikjen Hendriks, weduwe van Cornelis Damen, 1) ongeveer twee gewenden lands, gelegen in kerspel en dorp Garderen aan de Zollerweg, zuydwaarts aan 't land van Evert Klassen, zijnde vrij allodiaal goed doende dit perceel jaarlijks in de ordinaris verpondinge ƒ 0-4-. En dat voor de summa van twee en zeventig guldens. 2) Een hoek bouwland genaamt den Broodakker gelegen als voren, geland westwaarts Wulff Rikssen en oostwaarts Hendrik Franken, zijnde ook allodiaal goed, doende jaarlijks in de ordinaris verpondinge ƒ 0-4- en dat voor de summa van vijfftig guldens, en 3) Twee hoekjes lands, 't eene genaamt 't Geer langs de Meervelderweg en het andere het akkertje langs de Oudendorperweg, zijnde ook vrij allodiaal goed en gelegen als voren, niet beswaart en dat voor vier en zeventig guldens, dus te zamen voor een hondert en ses en negentig guldens vrijgeld. Geerfden zijn Teunis Klaassen, Cornelis Aartsen.[162]

78. DIRK (DERK) HENDRIKSEN DROST, geb. Nunspeet ca. 1746[177], ovl. Elspeet 9-1-1812, geërfde te Elspeet (1792, 1799),[178] winkelier te Elspeet, tr. Elspeet 30-5-1785[179]

79. JANNETJE ARENDS VAN ASSELT, ged. Elspeet 10-7-1757 [180], ovl. Elspeet 18-7-1820, woont op de Kijkover (1785), als wed. van Dirk Drost patentschuldig te Garderen, wonend te Elspeet (1812-1818) als vendeur de genièvre en detail, vendeur de genièvre en petit, slijtster, winkelierster in kruidenierswaren, zout, zeep, koffij, thee, tabak en snuif, roggebroodbakster. [181]

Op 12-5-1769 zijn Hendrik Evertsen x Evertjen Ryers wegens geleende penningen schuldig aan Rijkjen Dirks, weduwe van Otto Maassen, ƒ 75,--, als mede aan Derk Hendrikssen ƒ 75,--. Als onderpand dient: Een vierde part in een erff en goed genaamt Gerbregts goed, groot ongeveer thien schepel, soo als bij haar selven gebruykt word en van Dr. Jacobus Apeldorn als volmagtiger van Hendrik Klinkenberg aangekofft, als mede hondert boomen in de Elspeter Bos van den oud Burgermeester Hendrik Boonen x Hendrina Ravensberg aangekofft. Ingevolge vertoonde quitantie staande op de originele deses getekent door Derk Drost en Derk Otten, geroyeert den 15e july 1788.) [182]
Het herengoed Hullemanserve te Nunspeet :
Op 24-9-1784 krijgt Aart Hendriksen Drost investiture en oprukking na approbatie van een magescheid d.d. 6-4-1784 tussen hem en zijn huisvrouw Eijbertje Peters, Teunis Hendriks Drost en zijn huisvrouw Geertje Peters, Lambert Jochemsen en zijn huisvrouw Aaltje Hendriks, Derk Hendriks Drost, en Ot Jansen en zijn huisvrouw Aartje Hendriks, tesamen erfgenamen van Hendrik Aartsen Drost en Marritje Dirks, waarbij aan de eerste drie echtparen dit herengoed is toegedeeld. Het goed is in pacht bij de wed. Cornelia Boot.[183]
Op 02-05-1785 hebben Mr. Arend van Bommel ten eerste als executeur testamentair van den boedel en nalatenschap van wijlen Mr. Ellard Brouwer, voorts ten tweede als volmagtiger van zijn beyde meerderjarige zoons Bernard en Hendrik van Bommel en laastlijk ten derde als vader en legitime voogd van zijn jongste nog minderjarige dogter Maria Beatrix van Bommel en laastelijk nog Mr. Hendrik Willem van Meurs als volmagtiger van Aleyda Maria en Francyna Lucretia van Bommel, meerderjarige dogters te zamen kinderen van Mr. Arend van Bommel x Margaretha van Meurs, alle te zamen erffgenamen ex testamento van wijlen Mr. Ellard Brouwer, publicq verkogt en alnu getransporteert aan Derk Drost en zijn erven twee hondert boomen in de Elspeter Bos voor f 1446-0- vrijgelt. Geerfden zijn Heymen van Bemmel, Bart van Lissel.[184]
Op 22-3-1790 hebben Derk Hendriksen Drost x Jannetjen Ariens, verkogt, gecedeert en getransporteert aan Jacob Gerrits en Cornelis Gerrits een akker zaayland ongeveer 3 schepel groot liggende in de buurschap Vierhouten, ofgedeylt onder mageschyd laast gesaayt door Jan van Straten en vrij van verpondinge ofte lasten en zulks voor een somma van 220 guldens. Geerfden zijn Maas Aartsen, Jan Otten en Helmert Hendriks van Asselt.[185]
Op 26-03-1798 hebben Dirk Daniel Tydeman x Hendrikjen Hendriks uyt de hand verkogt en alnu gecedeert en getransporteert aan Dirk Hendriksen Drost x Jannetjen Arends, hunlieder eygendommelijk land met omstaande houtgewas, bestaande in een camp zaayland genaamt de nieuwe camp groot 7 schepel met de hegge aan westzijde daar aan geland Evert Harmsen met de hegge aan de noord en oostkante scheyd aan de sloot daar aan geland Ammon aan 't zuydeynde aan 't veld, gelegen in dorp Elspeet, vrij allodiaal goed en dat voor een summa van seshondert guldens. Geerfden zijn J.H. Baverman, E.J. Frensz.[186]

80. HENDRIK VAN DER MEULEN, ged. Den Haag 22-2-1724 (get. Jacoba Zaer, "vader abzent na OostIndie"), ovl./beg. Leiden/Leiderdorp ../6-5-1805, lijfknecht (1755), poorter van Leiden (1755), koster van de Vrouwenkerk (Waalse Kerk) te Leiden (1756), is als Hendrik van der Meulen buurtheer van de buurt Mariënrijk te Leiden (benoemd 17-4-1783 tot 16-12-1790 wanneer hij ontslag verzoekt en verkrijgt wegens ouderdom),[190] doopget. (1781..1795), huw. get. (1795), woont aan de Vrouwekerk (1795), in de Haarlemstraat (1798), tr. Leiden 1-2-1756

81. FLORENTIA MARGOUW, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 25-4-1724 (get. Maria Baart), ovl./beg. Leiden/Leiderdorp ../17-3-1803, doopget. (1781..1795). In 1756 zijn "Hendrik van der Meulen et Florentia Murgou passés de l'Eg. Flamande à l'Eg. Wallone" [191].

82. CORNELIS VAN DER BIE, ged. Nieuw Hellevoet 17-7-1740, ovl. Gouda[201], tr. 2o Waddinxveen 17-8-1783[202] HENDRIKA ZWAKEN, geb. Emmelercamp, graafschap Bentheim, otr./tr. 1o Waddinxveen 19-5/3-6-1764

83. ELISABETH VAN DER BEN, ged. Zuid-Waddinxveen 10-4-1735, beg. Zuid-Waddinxveen 23-10-1781 (impost ƒ 3,-- [203]).

84. WILLEM VAN DER JAGT, geb./ged. Maassluis 30-1/2-2-1727, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 141) 19/25-4-1805, controleur der Convooien en Licenten te Maassluis, dichter, als publicist van 1772 tot 1788 buitengewoon lid van verdienste van het letterkundig genootschap "Kunstliefde spaart geen vlijt"(¥) [208] tr. Maassluis 12-1-1749

85. NEELTJE RIDDERUS, geb. Maassluis 10-4-1727, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 141) 9/15-12-1803.

Het gedicht "De ware vereischten in een' Dichter" waarmee Willem van der Jagt (1727-1805) een' tweeden zilveren eerpenning verdiende, in 1774 uitgereikt door het Haagsche Dichtgenootschap "Kunstliefde spaart geen vlijt".(¥)
Bron: "Proeven van Poëtische Mengelstoffen", door het dichtlievend kunstgenootschap onder de spreuk: Kunstliefde spaart geen vlijt, en prijsvaarzen, II Deel, bl. 298, Uitg. C. van Hoogeveen Jr, 1774. [209]

klik op plaatje(s) om te vergroten


COMMENTAAR(¥) Kunstliefde spaart geen vlijt, Haags dichtgenootschap van 1772-1818. Jacobus Bellamy werd er in 1779 'aankweekeling'. Staring werd in 1783 tot lid benoemd. Van 1774-1799 verschenen de genootschapsdichtbundels. De raadpensionaris Steyn was er de Maecenas. De leden waren verplicht tot jaarlijks 4 dichtstukjes, groter dan een sonnet, maar zij konden zich met een dukaat vrijkopen. Men vergaderde in het Mauritshuis. Bellamy had er reeds in 1783 genoeg van. [210] Ook Willem Bilderdijk, actief lid van maar liefst vier dichtgenootschappen, was lid van dit genootschap met een prinsgezind imago. [211]
Willem van der Jagt was een veelbesproken figuur in Maassluis. Zijn dichtstuk "De ware vereischte in een dichter" werd met een zilveren erepenning bekroond. Toen in 1763 een nieuwe kerkklok in gebruik werd genomen leverde Willem de volgende tekst ervoor :
Ik tel all' de uren / En roep het arbeidsvolk te werk
Verkondig rouwe en vreugde / En noodig elk ter kerk
In 1775 ontstond ruzie in de kerk over de "zangtoon" der nieuwe psalmberijming(¥). Willem en Ds. van Sprang werden ervan beschuldigd de uitvinders en doordrijvers van deze "Dans en Comediezang" te zijn. Het liep uit op handtastelijkheden, en Willem en zijn zoon Adriaan moesten beloven weer op de "oude toon" te zingen. In 1781 schrijft Willem nog een gedicht ter gelegenheid van het behouden terugkeren van de Maassluise en Vlaardingse vissersvloot na het uitbreken van de oorlog met Engeland [212].

COMMENTAAR(¥) In "Het psalmenoproer" [213] beschrijft Maarten 't Hart deze periode in de Maassluise geschiedenis in de vorm van een - mijns inziens meesterlijke - historische roman. De hoofdpersonen zijn fictief, de meeste andere personages en de gebeurtenissen historisch. Willem van der Jagt figureert herhaaldelijk als 'dichter(tje)' in de gebeurtenissen.


In 1795 komen de burgers W. van der Jagt, A. de Vos en J. Kaldeijer op tegen de gewoonte van de regenten van het Hervormd Weeshuis te Maassluis om rekening af te leggen tegenover Schout en Schepenen, zij wensen, als democraten, dat de regenten aftreden en dat er door de gereformeerde (sic!) burgers nieuwe regenten zouden worden gekozen en dat rekening zou worden afgelegd tegenover gecommitteerden uit de burgerij. Hun verzoek wordt niet ingewilligd [214].
In het familiearchief van Dam[215] bevinden zich o.a.
- een gedicht ophet huwelijk van Willem van Dam, schepen van den ambacht van Beukelsdijk, Oost- en West-Bloemersdijk, gen. Kool, enz., met Margaretha van der Kloot te Rotterdam 24 Aug. 1746 (dichters Nicolaes Versteeg en W. van der Jagt).
- een lijkzang op 't ontijdig afsterven van Elisabeth Tamé, huisvrouw van Severijn van der Kloot, ob. buiten Rotterdam, oud 36 j., 6 m. en 9 d. op den llden dag na hare bevalling van eenen zoon en wel op den 23 Oct. 1765 (dichter Willem van der Jagt).

86. ADRIANUS (ADRIAAN) VAN VOLKOM, ged. (geb?) Dordrecht 9-5-1751, ovl. Amsterdam 27-10-1834, woonde Voorstraat bij de Munt, in wijk C nr. 1042 (ca 1796-1797)[287] in wijk C nr. 1338, (ca. 1800)[288] te Dordrecht, op de Achtergracht bij het Weesperplein te Amsterdam (1834), vermeld op de Lijst van leden, donateurs en donatrices van het Patriottisch exercitiegenootschap "De vrijheid" te Dordrecht (1783-1788), [289] betaalt ƒ 1-0-0 quotisatie klasse 40, (ca. 1800), huw.get. (1828), otr. Dordrecht 4-5-1776, otr./tr. Den Haag Grote Kerk 12-5/2-6-1776 als j.m. met attestatie van Dordrecht

87. MARIA KO(C)K (KOEK!, KOLK, KOOK), geb. Dordrecht 3-3-1751, ovl./beg. Amsterdam Westerkh. 23/27-3-1809, j.d. woonde Vriesestraat te Dordrecht (1776), woonde op de Amstel bij de Achtergracht, op de Lindengracht op 't Suijkerhoffie(¥) te Amsterdam (1809).

COMMENTAAR(¥) In het Suijkerhofje, gelegen aan de Lindengracht 149-163 te Amsterdam, en gesticht uit de nalatenschap van Jan Suijkerhof (ovl. 1667), werden protestantse vrouwen boven de 50 jaar gehuisvest [290].

Overlijdensadvertentie in de Dordrechtse Courant d.d. 4-11-1834 van Adrianus van Volkom (1751-1834).
klik op plaatje(s) om te vergroten

Fragment Verboon

Ia. Pieter Verboon, ged. geref. Hillegersberg 27-2-1780 (get. Pieter Verboon en Cornelia Verboon geb. Van Logchum), ovl. Batavia 26-6-1833[306], zn. van Leendert Verboon en Alida Boogaard, j.m. van Hillegersberg (1806), woont op de Goudsche Weg (1806), Houttuin (1808), Hogendijk (1811) te Rotterdam, woont te Goenong Saharie (1831) bij Batavia (1830-1831),[307] werktuigkundige voor de Rijcksmolens op Java (1831), ambtenaar te NOI (1833),[308] otr./tr. Rotterdam schepenen 12-2/5-3-1806 Adriana de Hoog, ged. geref. Rotterdam 9-4-1780 (get. Cornelis Braaex en Adriana van Doeveren), ovl. Padang 27-6-1838[309], j.d. van Rotterdam (1806), dr. van Krijn de Hoog en Barbara Jacoba Braaex. Zij vertrekken kennelijk tussen 1811 en 1830 naar NOI.

    Uit dit huwelijk (mogelijk meer kinderen te NOI geboren, zoals wellicht Catarina):
  • a. Leendert Verboon, geb./ged. geref. Rotterdam 12/21-8-1806 (get. Leendert Verboon en Alida Boogaerdt né Verboon), ovl. Tagal (NOI) 2-5-1862, volgt IIa.
  • b. Barbera Jacoba Verboon, geb./ged. geref. Rotterdam 20-2/8-3-1808 (get. Krijn de Hoog en Barbera Jacoba Braaks), ovl./beg. Rotterdam Franse kerk 20/22-10-1811.
  • c. Catarina Verboon, ovl. Amboina 16-3-1838[310], filiatie niet bewezen. Achter haar naam staat "v.", hetgeen betekent dat het om het overlijden van een meerderjarige vrouw gaat.

IIa. Leendert Verboon, geb./ged. geref. Rotterdam 12/21-8-1806 (get. Leendert Verboon en Alida Boogaerdt né Verboon)[311] , ovl. Tagal 2-5-1862[312] j.m., woont te Goenong Saharie (1831-1836) bij Batavia (1830-1836), Aijer Bangies (1840-1841), te Madioen (1842-1846), Tagal (1848-1862), assistent werktuigkundige bij de Rijcksmolens op Java (1831),[313] adjunct eerste gezworen klerk (1832-1834) en eerste gezworen klerk (1835-1836) bij het Hoog Geregtshof voor NOI te Batavia, klerk bij het Hoog Militair Geregtshof voor NOI (1833-1836), griffier bij de Raad van Justitie te Padang (1837-1838), secretaris van de resident van Aijer Bangies (Padangsche Bovenlanden) (1840), fungerend notaris en vendumeester te Aijer Bangies (1840), secretaris van de residentie en landraad te Madioen (1842-1847), fungerend notaris en vendumeester en ambtenaar van de burgerlijke stand aldaar (1842-1846), secretaris en thesaurier bij de Subkommisie van Weldadigheid in de Residentie Madioen (1842-1846), secretaris der residentie Tagal (1847-1850) (op zijn verzoek daarvan ontheven 1850), griffier bij de landraad (1848-1850) en fungerend notaris en vendumeester (1848-1849) te Tagal, ouderling bij de protestanse gemeente te Tagal (1848-1849), secretaris en thesaurier bij de Subkommisie van Weldadigheid in de Residentie Tagal (1848-1850), heeft het Radicaal van Indisch Ambtenaar (1835-1858),[314] tr. 1o Batavia 24-7-1831(¥)[315] Apolonia Anna van Volkom, ged. Dordrecht 12-12-1804, ovl. Padang (NOI) 10-10-1838[316], voor wie een kerkelijke attestatie wordt opgesteld te Amsterdam 24-11-1831,[317] j.d. wonend te Goenong Saharie bij Batavia (1831), dr. van Pieter van Volkom, boekhouder, makelaar, commies, en Wilhelmina (Willemina) Briedé (zie hierboven kw.nr. 87 sub c), tr. 2o 1838-1840 vrouwe Wilhelmina Sophia Maria Welsman(¥), geb. 1819/20?, ovl. Madioen 14-6-1847, beg. Madioen. Hij begon na de dood van zijn tweede vrouw een relatie met de inlandse vrouw Sarinam bij wie nog minstens vijf kinderen. Sarinam is overleden na 1883, bij het huwelijk van haar zoon Frederik Verboon leefde zij nog en woonde te Batavia.

COMMENTAAR(¥) Getuigen bij het huwelijk van Leendert Verboon en Apolonia Anna van Volkom in 1831 te Batavia waren zijn vader Pieter Verboon oud 51 jaar, werktuigkundige voor rijksmolens op Java, wonende te Goenong Saharie, en de vrienden van de comparanten Adrianus van der Jagt, oud 31 jaar, hoofdkommies bij de ontvanger der Inkomende en Uitgaande Regten te Batavia, wonende te Weltevreden, en Johan Godhold Sweeebe, oud 57 jaar, (m..?) pakhuismeester te Batavia, wonende te Rijswijk.
De getuige Adrianus van der Jagt wordt in de akte vriend genoemd, hij is ook nog Apolonia's volle neef (zie kw. nr. 43 sub c), die in 1823 als tweede luitenant ter zee naar NOI komt. Zou hij zijn dan 19-jarige nicht Apolonia naar NOI hebben meegenomen? Haar ouders bleven in elk geval in Nederland. Of is zij met de familie Verboon (als verloofde van Leendert?) tussen 1811 en 1830 meegekomen naar NOI?


COMMENTAAR(¥) Over de herkomst van Leenderts tweede echtgenote vrouwe(?) Wilhelmina Sophia Maria Welsman kon niets worden gevonden. Haar geboorte viel in NOI niet te vinden en vooralsnog ook niet te Nederland. De op 28-8-1859 te Indramajoe (NOI) overleden Arij Antoine Welsman (militair), zou haar broer of vader kunnen zijn.

Grafsteen op de Begraafplaats te Madioen:[318]
nr. ll. Hier rust / Vrouwe Wilhelmina / Sophia Maria Welsman / echtgenoote van / Leendert Verboon / secretaris der res. / Madioen / overl. 14 Juni 1847 / oud 27 jaar (24?)

Handtekeningen van de echtelieden Leendert Verboon en Apolonia Anna van Volkom, en van Leenderts vader Pieter Verboon, onder hun huwelijksakte te Batavia 24-7-1831. Overlijdensadvertentie in de Dordrechtse Courant d.d. 28-3-1839 van Apolonia Anna van Volkom (1804-1838).
klik op plaatje(s) om te vergroten
    Uit zijn eerste huwelijk (Verboon-van Volkom):[319] (van deze kinderen zijn er in 1838 bij het overlijden van de moeder nog twee in leven, kennelijk Willemina Maria en Adriana)
  • a. Adriana Wilhelmina Verboon, geb. Batavia 3-6-1832, ovl. Batavia 11-12-1834.
  • b. Willemina Maria Verboon(¥), geb. Batavia 14-6-1833, ovl. Batavia 16-5-1896, beg. Batavia begraafplaats Tanahabang.

    COMMENTAAR(¥) In de marge van de geb. akte is op 21-10-18.. (jaar gedeeltelijk onleesbaar) aangetekend dat haar voornaam gewijzigd is in Willemina Maria.
    Grafsteen op de begraafplaats Tanahabang te Batavia:[320]
    nr. 215. Rustplaats / van onze geliefde / zuster en tante / Wi1helmina Alida / Verboon / geb. 14 Juni 1833 / overl. 16 Mei 1896.
  • c. Pieter Verboon, geb. Batavia 4-8-1834, ovl. Batavia 4-8-1835.
  • d. Adriana Verboon, geb. Batavia (Goenong Saharie) 18-8-1835(¥), ovl. na 1838, (overlijden niet gevonden te NOI, op 21-3-1845 krijgt Leendert Verboon een dochter die hij weer Adriana noemt, zodat deze eerste Adriana vermoedelijk is overleden tussen 1838 en 1845).

    COMMENTAAR(¥) In de geb. akte staat als geboortedatum 18-8-1835 (akte opgemaakt 20-8-1835), in de Regeeringsalmanak voor Nederlandsch Indië staat 28-8-1835.
  • e. Pieter Verboon, geb. Batavia (Goenong Saharie) 20-8-1836(¥), ovl. Batavia 1-3-1838.

    COMMENTAAR(¥) In de geb. akte staat als geboortedatum 20-8-1836 (akte opgemaakt 22-8-1836), in de Regeeringsalmanak voor Nederlandsch Indië staat 22-8-1835.
  • f. Geertruida Petronella Verboon, geb. Batavia 4-11-1837, ovl. Batavia 23-2-1838.
    Uit zijn tweede huwelijk (Verboon-Welsman):
  • g. Alida Verboon, geb. Padang 2-2-1840[321] , ovl. Batavia 11-2-1906,[322] beg. Weltevreden begraafplaats Tanahabang, tr. Tagal 24-12-1863[323] Pieter Adrianus Schram, geb. Terneuzen 27-11-1839, ovl. Bandoeng 27-5-1902, beg. Weltevreden begraafplaats Tanahabang,[324] [325] zn. van Arie Pieterszoon Schram, opzichter bij Rijkswaterstaat, en Adriana de Jong.[326] Voor verdere gegevens van dit echtpaar en hun kinderen zie Fragment Schram.
    Grafsteen op de Begraafplaats Tanahabang te Weltevreden:[327]
    nr. 286. Rustplaats / van onze geliefde ouders / Pieter Adrianus / Schram / geb. 27 November 1839 / overl. 27 Mei 1902 / en zijne echtgenoote / Alida Schram / geb. Verboon / geb. 2-2-1840 / overl. 11 Februari 1906 / Diep betreurd door / hunne kinderen.
  • h. Leendert Verboon, geb. Aijer Bangis 25-3-1842[328], ovl. na 1918, woont te Tagal (1857-1859), Batavia (1863-1867, 1872-1893),[329] te Semarang (1895-1897),[330] te Makasser prins Hendrikspad (1897-1899),[331] derde kommies bij het hoofdbureau der directie der Middelen en Domeinen te NOI (1862),[332] Oost-Indisch ambtenaar (1870), hoofdkommies (benoemd 30-5-1881) bij de Algemeene Rekenkamer te NOI (1881-1888, 1892-1893),[333] heeft het notaris-examen afgelegd (1882),[334] ambtenaar met verlof (8-5-1890), op non-activiteit (1-11-1892), waarnemend adjunct secretaris (benoemd 18-6-1894) van de wees- en boedelkamer te Semarang (1894), waarnemend bestuurslid (benoemd 5-11-1897) van de wees- en boedelkamer te Makasser (1897-1899),[335] bestuurslid (benoemd 15-8-1901) van de wees- en boedelkamer te Soerabaja (1901),[336] bestuurslid van de Solosche Fröbelschool te Soerakarta (1904-1906),[337] wijkmeester van wijk no. 1 van de Afdeeling Soerakarta van het Gewestelijk Bestuur (1905),[338] gepensioneerd lid van de Weeskamer (1902-1918), tr. Alkmaar 17-11-1870 Margaretha Susanna Boom, geb. Alkmaar 1843/44, ovl. na 1918, dr. van Johannes Petrus Boom en Barbara Margaretha Schoenmaker, winkelierster. Zij wonen te Soerabaja, Blaoeran (1900-1904), Lawang (1906-1911), Weltevreden, Marinelaan 7 (1912-1917), Weltevreden, Gg. Halkema 11 (1918).[339]
      Uit dit huwelijk wellicht:[340]
    • 1. Leendert Verboon, geb. Cheribon 10-9-1871[341] tweede luitenant (benoemd 12-12-1896) bij de Militaire Administratie van het KNIL (1896-1899),[342] tweede luitenant-kwartiermeester bij het 16e Bataljon Infanterie tevens garnizoen te Padang Pandjang (1900),[343] eerste luitenant-kwartiermeester (benoemd 26-9-1901) bij het Subsistentenkader te Padang (1901-1903).[344]

De officieren van het 19de Bataljon Infanterie in het bivak te Watampone.
Staand vijfde van links: eerste luitenant-kwartiermeester Verboon.
Foto: Watampone (Celebes), op de foto staat met potlood 1906 (dit kan slaan op de opname- of publikatiedatum).
Bron: Fotocollectie CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten
    • 2. Wilhelmina Margaretha Verboon, geb. Batavia 23-7-1873[345], ovl. 1908-1924?, tr. Soerakarta 27-7-1904[346] Willem van Leewen, adjunct-commies (benoemd 17-3-1881), commies derde klasse (bevorderd 19-6-1884), tweede klasse (bevorderd 1-3-1894), eerste klasse (bevorderd 28-10-1902) der Post en Telegraafdienst in NOI [347] kantoorchef te Tjilatjap (1900-1902), te Kraksaan (1904-1909) te Samarinda (benoemd 6-3-1911),[348] met verlof 5-10-1909,[349] woont te Soerakarta (1883-1888), Bengkalis (1889-1890), Soerakarta (1899), Banjoemas ((1901).[350] Zij wonen te Kraksaan (1904-1908).[351] Hij woont als gepensioneerd kantoorchef eerste klasse te Tegal (1924-1933).[352]
    • 3. Johanna Petronella Verboon, geb. Benkoelen 20-6-1875,[353] filiatie niet bewezen, tr. Semarang 3-2-1897[354] Johann Reinier von Nordheim, administrateur van de Onderneming Tjolo Madoe (1903-1911),[355] bestuurslid van de afdeling Soerakarta van het Algemeen Syndicaat van suikerfabrikanten op Java en Zijne Departementen (1909),[356] bestuurslid van de Solosche Landhuurdersvereeniging te Soerakarta (1911).[357] Zij wonen te Klaten (1903-1904), Soerakarta (1905), Solo (1908-1911).[358]
    • 4. Adriene Marie Verboon, geb. Batavia 18-11-1877,[359]
    • 5. Maria Wilhelmina Verboon, geb. Batavia 7-11-1885[360] , ovl. wellicht Djokjakarta 5-11-1914,[361] filiatie niet bewezen.
  • i. Willem Verboon, geb. Madioen 19-4-1843[362] , ovl. Tagal 1849[363] .
  • j. Adriana Verboon, geb. Madioen 21-3-1845[364] , ovl. wellicht Djokjakarta 18-11-1912,[365]
  • k. Maria Wilhelmina (ook W.M.) Verboon, geb. Madioen 18-5-1846[366], ovl. na 1924, binnen-regentes van het Verzorgingsgesticht "Pamoeridan Wolanda" te Djokjakarta (1883-1888),[367] woont als wed. te Djokjakarta (1902-1924),[368] tr. Ambarawa 6-10-1874[369] Pieter Hobbelaar, geb. vóór ca. 1850(¥), ovl. Djokjakarta 11-1-1902,[370] woont te Ambarawa (1882),[371] te Djokjakarta (1883-1902),[372] binnen-regent van het Verzorgingsgesticht "Pamoeridan Wolanda" te Djokjakarta (1883-88)[373] directeur van de societeit "Vereeniging" te Djokjakarta (1887),[374] gepensioneerd kapitein (1898).

    COMMENTAAR(¥) De geboorte van Pieter Hobbelaar viel in NOI niet te vinden. Mogelijk is hij (voor 1874) uit Nederland naar NOI gekomen. Hij is mogelijk de Pieter Hobbelaar, die wordt geb. Ritthem (Zeeland) 27-11-1835 als zn. van Johanna Hobbelaar en een onbekende vader. Een andere mogelijkheid is dat hij een zn. is van Adriaan Johannes Hobbelaar, provoost aan boord Z.M. korvet de Ajax, en Wilhelmina Fritz, echter noch in Nederland noch in NOI is daarvan een geboorteakte gevonden.
    Uit de relatie van Leendert Verboon met de inlandse vrouw Sarinam:[375]
  • l. Pieter Verboon, geb. Tagal 14-4-1853[376], ovl. na 1929, woont te Batavia (1876-1877),[377] te Soerabaja (1888-1890),[378] te Batavia (1891-1899),[379] te Batavia-Kwitang (1898-1902),[380] Buitenzorg Lelongok (1903-1929),[381] kommies (benoemd 12-5-1881) bij het Marine-établissement te Onrust (1881-1887),[382] derde commies (benoemd 29-6-1888) bij de Magazijnen en stapelplaatsen van het Marine-établissement te Onrust (1888-1889),[383] ambtenaar op non-activiteit (16-7-1890) te Soerabaja,[384] derde commies (benoemd 27-4-1891) en tweede commies (benoemd 3-6-1898) bij de vierde afdeeling (Comptabiliteit) van het Departement der Marine te NOI,[385] gepensioneerd tweede commies (1902-1929),[386] tr. Buitenzorg 14-4-1904 met de Inlandsche vrouw[387] Mina.
      Uit deze relatie wellicht:
    • 1. Wilhelmina Alida Verboon, geb. Batavia 16-5-1896,[388]
  • m. Hendrik Verboon(¥), geb. Tagal 25-4-1854[389] , ovl. Soerabaja 14-10-1888[390] beg. begraafplaats Peneleh, woont te Batavia (1877-1882),[391] Buitenzorg (1883-1888),[392] tijdelijk onder-commies der derde klasse (benoemd 12-8-1887) bij de Algemene Dienst der Spoor en Tramwegen te NOI (1887).[393]
    Grafsteen op de begraafplaats "Peneleh" te Soerabaja:[394]
    nr. E6119 Hier rust / H. Verboon / overl. te Soerabaia / in den ouderdom / van / 35 jaren.
    Hij heeft vermoedelijk een relatie met een inlandse vrouw, waaruit:
    • 1. Johanna Suzanna Verboon, erkend Batavia 25-3-1882[395], tr. Soerabaja 12-8-1909[396] Wilhelmus Philippus de Haas, employé van scheepsagentuur Ruhaak en Co. (1911-1923).[397] Zij wonen te Soerabaja Oedjong (1911-1931).[398] Hieruit verm. nageslacht.
    • 2. Justien Antonette Verboon, geb. Buitenzorg 1-4-1885, ovl. 's-Gravenhage 10-1-1969,[399] erkend Batavia 1-4-1884 (sic!),[400] woont als wed. te Solo (1916-1929),[401] tr. Batavia 14-1-1905[402] Paul Legand, geb. St. Gilles (Brussel) 27-7-1875, ovl. Soerakarta 30-3-1916, sergeant-majoor-stafhoornblazer der Infanterie in het KNIL.[403] Hieruit verder nageslacht bekend.[404]
  • n. Johanna Verboon, geb. Tagal 28-2-1855[405], ovl. na 1931, woont als wed. te Buitenzorg (1898), Soerabaja, Embong Malang (1900), Buitenzorg (1903-1904), Soerabaja (1906-1908), tijdelijk in Europa (1908), Weltevreden (1909-1918), Bandoeng (1919-1931),[406] tr. Sumatra's Westkust (Padangsche Benedenlanden) 20-7-1878[407] Henri Johan Bierstedt, ovl. Groot-Atjeh 20-2-1888,[408] eerste luitenant (benoemd 28-5-1880) der Infanterie bij het KNIL (1880-1885).[409]
  • o. Frederik Verboon, geb. Tagal 24-10-1857[410], beg. Soerabaja begraafplaats Peneleh 13-8-1907, loods derde klasse (benoemd 14-3-1883), tweede klasse (bevorderd 24-9-1887), eerste klasse (bevorderd 1-1-1904) bij het Loodswezen te Soerabaja (1883-1906),[411] [412] woont te Soerabaja Dapoean (1885-1901),[413] [414] tr. Soerabaja 22-12-1883[415] Marie Siermans, geb. Pasoeroean 1866/67, ovl. na 1929, woont als meisje te Soerabaja (1883), als wed. te Soerabaja Dapoean (1909-1929),[416] natuurlijke dr. van Johan(nes) Albert(us) Siermans(¥) en de inlandse vrouw T(rinia?). Zij wonen te Soerabaja, Dapoean (1902-1906).[417]

    COMMENTAAR(¥) Johan(nes) Albert(us) Siermans, geb. Hellevoetsluis 28-9-1849 als zn. van Gerrit Siermans en Jannettje Adriana Kloesman, vertrekt kennelijk op jeugdige leeftijd naar NOI en verwekt daar ca. 1867 bij de inlandse vrouw T(rinia?) een dochter Marie Siermans die in 1867 te Passaroean wordt geboren en die hij op 16-9-1877 te Soerabaja erkent.[418] In 1876 woont hij te Batavia, in 1882 te Soerabaja.[419] Hij sterft te Soerabaja 4-12-1885[420] en wordt begraven 3-12-1885 (sic!) op de begraafplaats "Peneleh" aldaar.[421] .
    
    Grafsteen op de begraafplaats "Peneleh" te Soerabaja:[422]
    nr. B2169: Maria Adriana Verboon, begr. 9 sept. 1893.
    Willem Leendert Verboon, begr. 30 jan. 1901.
    Hendrik Maximiliaan Verboon, begr. 27 april 1902.
    Anton Bernard Verboon, begr. 15 sept. 1904.
    Frederik Verboon, begr. 13 aug. 1907.
    Martine Adolphine Verboon, begr. 2 aug. 1911.
    Cornelia Wilhelmina Verboon, begr. 23 dec. 1919.
    Jan Verboon, begr. 16 okt. 1921.
    
      Uit dit huwelijk:[423] [424]
    • 1. Margaretha Anthoinetta Verboon, geb. Soerabaja 12-12-1884, woont als wed. te Soerabaja (1917-1929),[425] tr. Soerabaja 13-2-1904 Johannes Hagelaars(¥), ovl. 1916/17, employé bij de Uitvoer en Commissiehandel (1902-1909), boekhouder bij Hoppenstedt en Co. (1915-1916),[426] woont te Soerabaja (1900-1901), Soerabaja Deventerlaan (1902-1903).[427] [428] Zij wonen te Soerabaja Dapoean (1904-1909), te Kediri (1911-1915), Soerabaja (1916-1916).[429]

      COMMENTAAR(¥) Op 6-1-1886 trouwt te Soerabaja[430] Johannes Hagelaars, waarnemend tweede sleuteldrager (benoemd 30-6-1884) bij de gevangenis te Soerabaja,[431] met de Inlandsche vrouw Samina. Hij woont van 1884-1901 te Soerabaja [432] . In 1901 wordt er tweemaal een J. Hagelaars vermeld als inwoner van Soerabaja. Vermoedelijk zijn zij vader en zoon.
    • 2. Marinus Fredricus Verboon, geb. Soerabaja 12-1-1888, employé van de Dordtsche Petrol. Mij., wonend te Soerabaja (1917),[433] tr. Djokjakarta hervomd 23-4-1910 (zijn nicht?)[434] (huwelijk door echtscheiding ontbonden Djokjakarta 2-4-1911),[435] Maria Wilhelmina Verboon, geb. Batavia 7-11-1885?[436] , ovl. verm. Djokjakarta 5-11-1914,[437] verm. dr. van Leendert Verboon en Margaretha Susanna Boom.

      COMMENTAAR(¥) Wat is het verband met :
      Batavia 13-4-1915 Ontbonden het huwelijk bestaan hebbende tusschen Willem Mollet en Maria Wilhelmina Verboon.[438]

Brief, gedateerd 9-9-1908 te S.f. (suikerfabriek) Ngelom, van M.F. Verboon aan een onbekende ontvanger, betreffende zijn betalingsverplichtingen.
Bron: Oost-Indische Bronnen CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten
    • 3. Marie Anne Verboon, geb. Soerabaja 30-1-1889.
    • 4. Mathilda Agatha Verboon, geb. Soerabaja 14-4-1890.
    • 5. Martina Adolfina Verboon, geb. Soerabaja 17-12-1891, beg. Soerabaja begraafplaats Peneleh 2-8-1911.
    • 6. Martha (Maria) Adriana Verboon, geb. Soerabaja 7-5-1893, ovl./beg. Soerabaja begraafplaats Peneleh 8/9-9-1893.
    • 7. Cornelia Wilhelmina Verboon, geb. Soerabaja 17-6-1894, beg. Soerabaja begraafplaats Peneleh 23-12-1919.
    • 8. Johanna Josephine Verboon, geb. Soerabaja 29-4-1898.
    • 9. Willem Leendert Verboon, geb. Soerabaja 29-1-1901, beg. Soerabaja begraafplaats Peneleh 30-1-1901.
    • 10. Hendrik Maximiliaan Verboon, geb. Soerabaja 23-11-1901[439], beg. Soerabaja begraafplaats Peneleh 27-4-1902.
    • 11. Anton Bernard Verboon, geb. Soerabaja 7-8-1904, ovl./beg. Soerabaja begraafplaats Peneleh 14/15-9-1904,[440]
    • 12. Jan Verboon, ovl./beg. Soerabaja begraafplaats Peneleh 15/16-10-1921,[441] filiatie niet bewezen.
  • p. Adolf Verboon, geb. Tagal 29-5-1859[442] , ovl. Batavia 20-3-1872[443]

Fragment Schram

Ia. Arie Schram, geb. Sliedrecht 29-8-1800, ovl. Terneuzen 19-10-1866, opzichter bij Rijkswaterstaat, tr. Sliedrecht 28-1-1819[444] Adriana de Jong, geb. Sliedrecht 27-6-1799, ovl. Terneuzen 9-1-1876.

    Uit dit huwelijk 10 kinderen[445] waarvan de twee zoons(¥) naar NOI vertrekken:
  • a. Ir. Martinus Johannis Schram, geb. Sliedrecht 7-12-1827, ovl. Teteringen 22-4-1903, volgt IIa.
  • b. Pieter Adrianus Schram, geb. Terneuzen 27-11-1839, ovl. Bandoeng 27-5-1902, volgt IIb.

    COMMENTAAR(¥) De twee broers Schram wonen beiden gedurende een overlappende tijd in Cheribon, waardoor het niet altijd even duidelijk is welke daar geboren kinderen van welke vader zijn.

IIa. Ir. Martinus Johannis Schram, geb. Sliedrecht 7-12-1827, ovl. Teteringen 22-4-1903,[446] doorloopt een carrière bij het Departement der Burgerlijke Openbare Werken te NOI in de rangen: adspirant-ingenieur en opzigter der eerste klasse (benoemd 20-10-1855) te Padang (1856-1857), ingenieur derde klasse te Padang (1858) en te Cheribon (1858), ingenieur tweede klasse te Soerabaja (1860-1862), ingenieur eerste klasse (1863), hoofdingenieur der eerste klasse (bevorderd 30-3-1874)(1882-83). Hij is rooimeester en landmeter te Cheribon (1858-1859), lid van de Kommissie voor het beheer der begraafplaatsen voor lijken van Europeanen en daarmede gelijkgestelde Personen te Cheribon (1859), lid van de afd. Oostelijk Java van het Kon. Instituut voor Ingenieurs te NOI (1859-1860), chef der achtste waterstaats afdeeling te Makasser (1860), chef der afdeling tevens eerstaanwezend ingenieur in de residentie Tagal (1862), algemeene brandspuitmeester te Tagal (1862), lid van de Koninklijke Natuurkundige Vereeniging in Nederlandsch Indië (benoemd 2-8-1862), rooimeester te Cheribon (1863), ridder in de orde van de Ned. Leeuw (1882),[447] gepensioneerd hoofdambtenaar (1886), tr. Sint Maartensdijk 26-7-1855 Lina Cornelia van der Burcht van Lichtenbergh, geb. Sint Maartensdijk 1835/36, woont te Breda (1886), dr. van Willem Frederik van der Burcht van Lichtenbergh en Grietje Goudzwaard. Zij wonen te Padang (1856-1858), Cheribon (1858-1859), Makasser (1860), Soerabaja (1860-1862), Tagal (1862-1863), Cheribon (1863-1867), zijn kennelijk in de periode 1867-1871 terug in Nederland geweest waar in 1869 te Terneuzen hun tiende kind wordt geboren, en wonen vervolgens te Buitenzorg (1871), Batavia (1879-1875), Breda (1886..1899)[448].

    Uit dit huwelijk volgens Ref. [449] twaalf kinderen en twee (niet met name genoemde) jong overleden dochters (kennelijk g. en n.):[450] [451]
  • a. Arie Adrianus Schram, geb. Padang 22-4-1856, ovl. Sindanglaja (Preanger Reg.) 15-5-1879.
    Grafsteen op de begraafplaats te Sindanglaja:[452]
    Hier rust / A.A. Schram / geb. te Padang / 22 April 1856 / overl. 15 Mei 1879.
  • b. Willem Frederik Schram, geb. Padang 28-5-1857, ovl. Tjiandjoer (Preanger Reg.) 23-12-1881, adjunct landmeter bij het Kadaster in NOI, woont te Tjiandjoer (1880-1881).[453]
  • c. Pieter Adrianus Schram, geb./ged. geref. Cheribon 7-9-1858/20-3-1859[454], ovl. Breda 10-7-1924, commies tweede klasse (benoemd 5-1-1888), eerste klasse (benoemd 14-2-1901), kantoorchef tweede klasse (benoemd 8-5-1906) bij de PT dienst in NOI (1888-1906)[455] vendumeester (benoemd 27-11-1907) te Cheribon (1908-1911) en te Batavia (benoemd 2-12-1912, met verlof 1-7-1915, herbenoemd 23-9-1916)[456], woont te Cheribon (1889-1901),[457] tr. Cheribon 16-8-1898 (zijn nicht)[458] Alida Henriette Marie Schram, geb. Cheribon 22-12-1879, ovl. Ambarawa (Semarang) 3-9-1944, dr. van Pieter Adrianus Schram en Alida Verboon (zie IIb). Zij wonen te Cheribon (1898-1901) met verlof naar Europa (1902), Batavia (1903), Tandj. Poera (1904), Makasser (1906), Cheribon (1907-1911), Weltevreden (1912), Meester Cornelis, Kerkstr. 87 (1913-1914), met verlof (1915-1916), Weltevreden, Kramat (1917-1918).[459] Hieruit verder nageslacht bekend.
  • d. Johan François Cornelis Schram, geb. Cheribon 13-11-1859, ovl. Soerabaja 13-4-1913, beg. begraafplaats "Peneleh" te Soerabaja, landmeter eerste klasse in NOI, tr. Semarang 8-4-1886[460] Jkvr. Eleonore Marie Elisabeth de Kock, geb. Batavia 19-6-1864, ovl. internerings-kamp Bandoeng 6-6-1944, dr. van Jhr. Hendrik Lodewijk Wendelin de Kock en Jkvr. Johanna Christina Louisa Hora Siccama. Hieruit verder nageslacht bekend.
    Grafsteen op de begraafplaats "Peneleh" te Soerabaja:[461]
    nr. B3156 Hier rust / zacht en kalm / onze echtgenoot, vader / en grootvader / Johan Francois Cornelis Schram / geb. te Cheribon 13 Nov. 1859 / overl. te Soerabaia 13 April 1913.
  • e. Frederik Wilhelm Schram, geb. volgens Ref. [462] Makasser 13-12-1860, volgens Ref. [463] geb. Makassar 10-11-1861, ged. NH Cheribon 17-5-1863, ovl. Batavia 9-11-1891.
  • f. Wouter Christiaan Schram, geb./ged. NH Tegal/Cheribon 19-1/17-5-1863[464], ovl. Poerwokerto (Banjoemas) 1-12-1918, commies bij de Post- en Telegraafdienst te Moearadoea (Palembang), tr. Koeningan 30-1-1886[465] [466] Susanna Bruijn, geb. 1866/67, ovl. na 1918, wonend te Koeningan, dr. van Johannes Marinus Bruijn en Andrine Victorine Charlotte Michiels. Hieruit verder nageslacht bekend.
    Grafsteen op de begraafplaats te Poerwokerto (Banjoemas) :[467]
    W.C. Schram / + / 1 December 1918 / Rust zacht lieve man / lieve vader, lieve opa / Rust zacht.
  • g. Lina Margaretha Schram, geb. 1863/64?, ovl. Cheribon 17-3-1864 (kind)[468].
  • h. Martinus Cornelis Schram, geb./ged. NH Cheribon 8-6-1865/16-6-1867, ovl. Roosendaal 10-10-1948, notaris te Kruiningen, tr. Teteringen 20-4-1898[469] Cornelia Maria Johanna Schaap, geb. Waspik 19-10-1866, ovl. Roosendaal 8-11-1953, dr. van Adrianus Cornelis Schaap en Lamberta Maria du Bois. Hieruit verder nageslacht bekend.
  • i. Thomas Adrianus Schram, geb. Cheribon 20-7-1867, ovl. Breda 6-2-1936, (mede)ondernemer op het perceel Ngeni I in het district Lodojo (ingeschreven 16-8-1894 met 332 bouws, pachtschatting ƒ 1 per bouw per jaar, verbouwt koffie en cacao) (1894-1900),[470] administrateur van de Cultuurmaatschappij "Kali-Djarak" op het perceel Kali-Djarak I in het district Djaboeng (verbouwt koffie) (1895),[471] woont te Kediri (1893-1894), Soerabaja (1895-1899),[472] tr. Teteringen 22-12-1897 (bij volmacht) Willemina Jacoba Maria Schaap, geb. Waspik 12-12-1862, ovl. Teteringen 7-6-1923,[473] dr. van Adrianus Cornelis Schaap en Lamberta Maria du Bois.
  • k. Lina Margaretha Carolina Schram, geb. Terneuzen 23-2-1869, ovl. Etten 10-12-1953,[474] tr. Teteringen 10-8-1900[475] Ir. Hendrik van Gorsel, geb. Rilland-Bath 4-5-1861, ovl. Breda 4-2-1912, civ. ing., opzichter eerste klasse Prov. Waterstaat in Zeeland, zn. van Jan Jacob van Gorsel en Maartje Maria Friderichs.
  • l. Anna Jacoba Henriëtte Schram, geb. Buitenzorg 10-10-1871, ovl. Amersfoort 13-5-1952.
  • m. Adriaan Karel Schram, geb. Batavia 12-8-1873, ovl./beg. Soerabaja begraafplaats "Peneleh" 20/21-5-1914, tr. Soerabaja 17-9-1903[476] Maria Bruininga, geb. Soerabaja 19-10-1879, ovl. Soerabaja 26-2-1951, dr. van Johan Daniel Bruininga en de inlandse vrouw Satina. Hieruit verder nageslacht bekend.
    Grafsteen op de begraafplaats "Peneleh" te Soerabaja:[477]
    nr. E9688 Adriaan Karel Schram, begr. 21 mei 1914
  • n. Alida Henriette Maria Schram, geb. 1874?, ovl. Cheribon 18-8-1874.
  • o. Antonie Cornelis Schram, geb. Batavia 9-9-1875, ovl. Roosendaal 21-4-1947, brandstoffenhandelaar te Breda.

IIb. Pieter Adrianus Schram, geb. Terneuzen 27-11-1839, ovl. Bandoeng 27-5-1902, beg. Weltevreden begraafplaats Tanahabang,[478] [479] gouvernements gezworen landmeter te Tagal (1862-1863), en pompier bij spuit no. 2 te Tagal (1862-1863),[480] landmeter en rooimeester te Cheribon (1882),[481] rooimeester voor Sindanglaoet en Ploembon (1882), voor de Afdeeling Madjalengka (1882-1885), voor de Afdeeling Cheribon (1886-1901) [482] woont te Tjiandjoer (1880-1881), te Cheribon (1881-1901),[483] tr. Tagal 24-12-1863[484] Alida Verboon, geb. Padang 2-2-1840[485] , ovl. Batavia 11-2-1906,[486] beg. Weltevreden begraafplaats Tanahabang, dr. van Leendert Verboon en Wilhelmina Sophia Maria Welsman (zie Fragment Verboon ). Zij wonen te Tagal (1863-1866), Cheribon (1868-1879), te Tjiandjoer (1879-1881), te Cheribon (1881-1901).[487]

Grafsteen op de Begraafplaats Tanahabang te Weltevreden:[488]
nr. 286. Rustplaats / van onze geliefde ouders / Pieter Adrianus / Schram / geb. 27 November 1839 / overl. 27 Mei 1902 / en zijne echtgenoote / Alida Schram / geb. Verboon / geb. 2-2-1840 / overl. 11 Februari 1906 / Diep betreurd door / hunne kinderen.
    Uit dit huwelijk:[489] [490]
  • a. Arie Pieter Adrianus Schram, geb. Tagal 10-10-1865, ovl. 1901-1910, beg. egraafplaats Tanahabang te Weltevreden, verificateur der vijfde klasse (benoemd 28-9-1892) bij de dienst In- en Uitvoerrechten en Accijnzen te Batavia (1892-1895),[491] agent te Kalianda van Scheepsagentuur voorheen J. Daendels & Co (1907-1909),[492] woont te Cheribon (1885-1888), Grisee (1890), Soerabaja (1891), Batavia (1895-1896), Bandoeng (1898), Banjoemas (1899-1900), Batavia (1901) .[493]
    Grafsteen op de Begraafplaats Tanahabang te Weltevreden:[494]
    nr. 288. A.P.A. Schram / Rustplaats / van / onzen geliefden broeder / Theodoor Anton / August Schram /geb. te Cheribon / 25 September 1873 / overl. 19 October 1910 / Bernardine Agnes / geb. den 2en Mei 1915 / overl. den 3 November 1917 / Martinus Johannes / geb. den 2en Januari 1877 / overl. den 3 April 1919 / Diep betreurd door de familie.
  • b. Martinus Johannes Schram, geb./ged. NH Tagal/Cheribon 1-10-1866/16-6-1867, ovl. Cheribon 19-8-1874[495].
  • c. Leendert (Adrianus) Wilhelm Schram, geb./ged. Cheribon 22-4-1868/11-10-1874, ovl. Pekalongan 19-7-1907[496], woont te Cheribon (1886), Batavia (1894-1895), Padang (1895-1896), Soerabaja (1897) Batavia (1899-1901)[497] verificateur der 5de kl. (benoemd 28-9-1891) te Batavia (1891-1893),[498] ontvanger (benoemd 14-9-1894) te Bandar Chalipah (Oostkust van Sumatra), verificateur der 4de kl. (benoemd 13-9-1897) te Soerabaja (1897-1899),[499] met verlof 25-3-1898,[500] verificateur der 4de kl. te Batavia (benoemd 13-9-1899) (1899-1904),[501] der 3e kl. (benoemd 30-12-1904) te Batavia (1905), ontvanger te Pekalongan (benoemd 7-8-1906), bij de dienst In- en Uitvoerrechten (1894..1906),[502] tr. Pekalongan 24-4-1907 de Chineesche vrouw[503] Njong.
  • d. Theodoor Anton August Schram, geb./ged. Cheribon 25-9-1873/11-10-1874, ovl. 19-10-1910, beg. begraafplaats Tanahabang te Weltevreden, commies voor de stationsdienst (benoemd 12-2-1903) bij de Spoor en Tramwegen in NOI (1903-1909),[504] woont te Batavia (1892-1893), Tasikmalaja (1893-1896), Bandoeng (1897-1899), Banjoemas (1899-1900), Batavia (1901-1902).[505]
  • e. Hubertus Paulus Schram, ovl. Cheribon 17-8-1874, filiatie niet bewezen.
  • f. NN Schram, geb./ovl. Batavia 4-10-1876 (levenloos geboren kind)[506] CHECK!
  • g. Martienus Johannes Schram, geb./ged. Cheribon 2-1-1877/7-7-1878, ovl. 3-4-1919, beg. begraafplaats Tanahabang te Weltevreden. NIET GOED: ovl Buitenzorg 28-9-1904[507]. woont te Batavia (1894-1899).[508]
  • h. Arie Adrianus Schram, ovl. Tjiandjoer 15-5-1879.
  • i. Alida Henriette Marie Schram, geb. Cheribon 22-12-1879, ovl. Ambarawa (Semarang) 3-9-1944, wordt NH gedoopt "op hare belijdenis" te Cheribon 13-9-1896,[509] tr. Cheribon 18-8-1898 haar volle neef Pieter Adrianus Schram, geb. Cheribon 7-9-1858, ovl. Breda 10-7-1924, commies bij de Post- en Tel. dienst in NOI, later vendumr. te Batavia, zn. van Ir. Martinus Johannis Schram en Lina Cornelia van der Burcht van Lichtenbergh (zie IIa). Hieruit verder nageslacht bekend.

88. GEURT VAN LEEUWEN [512], ged. Barneveld geref. 30-1-1735, ovl./beg. Barneveld 11/16-8-1799, woont te Barneveld (1761-1781) in een huis (camer) waar het "Wapen van Gelderland" uithangt, (1784-1788) in een huis in Barneveld, (1788-1791) in een huis in Barneveld, (1792-1794) in een huis in Barneveld, (1794-1798) als kuijper in een huis in de Langstraat, waarna (1798-1800) zijn kinderen er wonen, [513] treedt op als geerfde aldaar (1768, 1772, 1776, 1779),[514] kuiper (1798), otr./tr. 1o Barneveld 16-6/5-7-1759 [515] BEERTJE STEVENS VAN DE POL, ged. Voorthuizen geref. 14-1-1725, ovl. 1762-1768(¥), dr. van Steven Peters en Hendrikje Herberts, otr. Barneveld/Voorthuizen 15-7-1768[516] otr./tr. 2o Voorthuizen 17/31-7-1768 [517]

89. HENDRIKJE HENDRIKS, ged. Voorthuizen geref. 12-3-1747, ovl./beg. Barneveld 13/17-7-1799, j.d. onder Voorthuizen (1768). In juni 1759 krijgen Geurt van Leeuwen en Beertje Stevens attestatie van Nijkerk naar Barneveld.[518]

COMMENTAAR(¥) De in VG 9(1984)132 vermelde beg. datum 1799 moet dus fout zijn.

Geurt van Leeuwen, 64 jaar, kuijper, gehuwd, heeft 8 kinderen, wordt in 1798 vermeld als onvermogend op de lijst van Barneveldse ingezetenen van 18 jaar en ouder, die geschikt zijn om wapens te dragen.[519]
Op 8-4-1760 transporteren Juffrouw Maria van Koot geassisteert met Tymen van Koot als haar momber aan en ten erffelijken behoeve van Geurt van Leuwen x Beertje Stevens, een half huijs in Barneveld tans door Jan Bloemendael gebruijkt wordende uijtgesondert het agterhuijs nevens twee camers daar naast aan door transportanten gebruijkt wordende, alsmede het niuwe kookhuisje daaragter en de plaats ten eujnde dat huijsje gelegen welke egter soo verre gemeen blijft. (getekent door Maria van Coot weduwe van Aalt van der Hoef en Tijmen van Koot)[520]
Op 4-6-1761 compareren Metje Evers van Velthuijzen, wed. en boedelhoudster van wijlen Wijnand van Leeuwen, geassisteerd met haar zoon Geurt van Leeuwen, voor zich en namens haar onmondige kinderen, Evert van Leeuwen, voor zich en namens zijn echtgenote Eva Hiens, Geurt van Leeuwen voor zich en namens zijn echtgenote Beertje Stevens, Cornelia van Leeuwen, geassisteerd met haar broeder Jan van Leeuwen, voorstaande comparanten mede voor Maria van Leeuwen, "en bekende verkogt te hebben Een Huys en Hoff met twee bergen staande in den Dorpe barnevelt voor de somma van ses hondert gulden" [521].
Op 11-12-1762 hebben Metje Evers van Veldhuijsen weduwe en boedelhouderse van Wijnand van Leeuwen in desen geassisteert met haar zoon E. van Leeuwen en pro se en noch namens haar onmundigen hiertoe geautoriseert, Gerrit van Leeuwen x Beertje Stevens, Evert van Leeuwen x Eva Herms, Jan van Leeuwen, Cornelia en Maria van Leeuwen, verkogt aan Jan Tuijnenbergh en sijn huijsvrouw en erven voor eene somma van agt hondert en vijfftig guldens een huijs en hoff staande en gelegen in den dorpe van Barneveld over de kerk tussen de behuijsinge van Lubbert Janssen Cousijnsen en Hermanus van der Kieft.[522]
Op 20-12-1762 hebben Metje Evers van Veldhuijsen, weduwe van Wijnand van Leeuwen, Cornelia van Leeuwen in dese geadsisteert met Evert van Leeuwen, de weduwe hiertoe geautoriseert namens haar onmundige kinderen, Geurt van Leeuwen, Evert van Leeuwen, Jan van Leeuwen en Maria van Leeuwen vercoft aan en ten behoeve van Gijsbertje van den Ham weduwe van Frederick van den Ham en haare erven een huijsje in de Catharinastraat staande, voor een somma van ƒ 136,-,-. [523]
Op 13-4-1768 vindt plaats het magescheidt tussen Geurt van Leeuwen, weduwenaar van Beertjen Stevens ter eenre en Evert van Leeuwen en Hermannus van der Kiefft momberen over de onmundige kinderen van gemelde Geurt van Leeuwen bij sijne gemelde overleedene huijsvrouw ehelijk verwekt met namen Steven en Wijnant van Leeuwen ter andere zijden, betreffende den boedel van Geurt van Leeuwen en wijlen sijn huijsvrouw Beertjen Stevens. Aan de vader Geurt van Leeuwen wordt toegedeelt den geheelen boedel soo gereedt als ongereedt met de inkomende en lastige schulden soo als alles in 't brede op den inventaris te sien. Waartegens door de vader aan sijn twee minderjarige kinderen voor haar moeders versterff wordt beweesen en toegedeelt een summa van een duijsend ses en sestig gulde vier stuijvers en dertien penningen en dus aan ieder kindt ƒ 533-2-6 1/2, welke summa door de vader aan sijn onmundige kinderen soo ras deselve meerderjarig geworden sullen sijn sal worden uijtgerijkt. Tot onderpand dient desselvs huijs hoff en bergh staande en gelegen in der dorpe van Barneveldt. Het portie van Wijnand van Leeuwen op den 26e maij 1779 voor de halvscheijdt. Geheel geroijeert den 19e maij 1785. Was getekend Geurt van Leeuwen, Evert van Leeuwen als voogt, Hermannus van der Kieft als voogt, W.B. Blanken als magescheijdsvriendt, J.H. Bloemendaal, Jan van Leeuwen, Pieter Budding.[524]
In 1772 is sprake van een akte van overeenkomst tussen Geurt van Leeuwen en Cornelis Sonnevelt over de bouw van een achterhuis tegen de muur van Sonnevelts huis. [525]
In 1774 beswaaren Geurt van Leeuwen et uxor haar huijs cum annexis de twee campjes land de Geer en 't Kleijne Campje en 7/8e parten van den Dove ten behoeve van Jan Tuijnenberg en vrouw met 600 gulden. Voorts beswaren zij al het voorgemelde beneffens den geheelen camp den Dove ten behoeve van deselve egtelieden nog met 200 gulden. Vide in 't prothocol van de buurschap Esveld op folio 392 verso en 393 recto en op folio 405 verso en 406 recto.[526]
Op 26-5-1779 compareren Geurt van Leeuwen en Hendrikje Hendriks, echtelieden, en "bezwaren haar Huys en Hoff in Barneveld mitsgaders de Landerijen in de buurschap Estveld ten behoeve van Jan Tuijnenburg met 300 gld." Op vertoon van quitantie vindt op 26-3-1781 royement plaats [527].
Op 27-5-1779 zijn Geurt van Leeuwen x Hendrikjen Hendriks wegens geleende penningen schuldig aan Jan Tuijnenberg, weduwenaar van Petertjen Westendorp eene capitale summa van drie hondert caroly guldens. Zij stellen tot onderpand 1) hunlieder eijgendommelijk huijs en hoff cum annexis staande midden in Barneveld, bij hunlieden zelvs bewoont en gebruijkt wordende, 2) twee campjes bouwland gelegen in den ampte Barneveld buurschap Estvelt, de Geer en het Kleijne Campje genaamt, alsmede 3) hunne thans geheele eijgendommelijke camp lands genaamt Den Dove gelegen als vooren (geroijeert den 28e maart 1781).[528]
Deze akte wordt nog eens (doorgehaald) herhaald in [529].
In een doorgehaalde (blijkbaar vanwege het royement op 30-3-1781) akte staat dat op 14-12-1780 Geurt van Leeuwen x Hendrikjen Hendriks wegens geleende penningen schuldig zijn aan de Heer Scholtis van Scherpenzeel G.M. van Seumeren x J.C. Nijenhuis eene capitale summa van hondert en vijff en twintig guldens. Zij stellen dezelfde goederen als hierboven tot onderpand (geroijeert den 30e maart 1781).[530]
In een doorgehaalde (blijkbaar vanwege het royement op 24-2-1781) akte staat dat op 14-12-1780 Geurt van Leeuwen x Hendrikjen Hendriks wegens geleende penningen schuldig zijn aan Jan Teunissen, bouwman op Lankeren en Aaltjen Hendriks, egtelieden, eene capitale summa van een hondert en vijfftig caroly guldens. Zij stellen dezelfde goederen als hierboven tot onderpand (geroijeert den 24e februari 1781).[531]
In een doorgehaalde (blijkbaar vanwege het royement op 10-4-1781) akte staat dat op 15-12-1780 Geurt van Leeuwen x Hendrikjen Hendriks wegens geleende penningen schuldig zijn aan het Edesche Hooge en Lohe bosch de summa van vier hondert en vier guldens wegens gekogte ses percelen boomen verschuld. Zij stellen tot onderpand speciaal derselver huijs en hoff gelegen in den dorpe van Barneveld met de schuurberg en verder toe behoren, voorts drie campen lands, waar van twee aan de Arnhemseweg even buijten dit dorp en een aan de Rootzeler weg op de Coot gelegen. (geroijeert den 10e april 1781).[532]
Op 26-3-1781 hebben Geurt van Leeuwen x Hendrikjen Hendriks getransporteert voor de summa van een duijsent en seeven hondert guldens vrijgelt aan Paulus Schut x Geertjen Franssen hun huijs hoff en schuurberg cum annexis in Barneveld midden in de Groote Straat tussen de behuijsingen van Cornelis Sonnevelt en Breunis Aalbertsen cum suis, bij verkoperen tot Paaschen aanstaande bewoont en gebruijkt wordende, alwaar het "Wapen van Gelderland" is uijthangende.[533]
Gezien het vrijwel gelijktijdig overlijden van Geurt van Leeuwen en Hendrikje Hendriks in 1799 zou verwacht mogen worden dat er rond deze tijd een boedelscheiding zou plaats vinden. Deze in niet aangetroffen in Ref. [534].
Uit het oud Barneveldsarchief: Repertoire op de resolutien van het Ambtsbestuur: Besluit: Cornelis en Anthony van Leeuwen mogen het lijk van hun vader Geurt begraven, zonder daardoor als erfgenamen te worden beschouwd. Dat zij de zich in het sterfhuis bevindende kuipergereedschap mogen gebruiken en dat Anthony van Leeuwen (oom?) en Willem cornelissen van Corler (vermoedelijk een oom van moederszijde Hendriks) worden aangesteld als voogden over hun minderjarige broer en zuster (Willem en Marie?).[535] [536]

90. JOHANN (HANS) MARTIN SCHIRMER, ged. "in 't vlek Herisau" (Appenzell, CH) 18-9-1747[570], ovl. Sambeek 13-4-1822, vaendrig in de compagnie van kapt. Sohenssonder(?), regiment van Gen. Luit. Bouquet (1775) in garnizoen te Grave, enseigne (=vaandrig) (1776), luitenant (1779, 1782) onder het regiment Bouquet, kapitein (1798), kapitein-luitenant (1797, 1800, 1802)[571] in het Regiment Zwitsers van Stockar de Neuform(¥), rentenier te Sambeek (1822), vermeld als geref. lidmaat te Sambeek (1806), huwelijksget. (1796), doopget. (1797..1811), woont te Mullem (gem. Sambeek) (1782), Sambeek (1810, 1822), otr./tr. Sambeek/Grave 17-5/2-6-1775 ("den 17 may tot Grave van den Garnisoenspredikant in ondertrouw opgenomen")

91. CHRISTINA JACOBA (VAN?) WALRAVEN (VAN SANDBECK), geb./ged. Sambeek 4/5-3-1758 (get. Mevr. Vanass, née Petronella Geertruide La Palma de Sint Fuentes), ovl. Sambeek 2-1-1823, woont te Mullem (gem. Sambeek) (1782), Sambeek (1775, 1800, 1810, 1822, 1823), doopget. (1798, 1802), huwelijksget. (1796), geref. lidmaat te Sambeek op belijdenis (als "Jacoba Christina"!) 1-4-1774, is nog lidmaat aldaar in 1806.

COMMENTAAR(¥) Het Regiment Zwitsers (o.l.v Sturler (1748), Bouquet (1756), Marty (1784), Stockar (1786), opgeheven 1796) is aanvankelijk in verschillende plaatsen in de zuidelijke Nederlanden gelegerd, vanaf 1770 te Veere/Vlissingen, daarna Venlo (1779), Leiden (1781), Venlo (1784), Bergen op Zoom (1786), Veere/Vlissingen (1787), Breda (1790), Venlo(1792), Amersfoort (1793) en Breda (1794) [572].


Majoor Johan Hendrik Meiss (1808/09-1886).
Foto: ca. 1875.
Bron: Fotocollectie CBG
Joanna Catharina Müller (1823-1896).
Foto: ca, 1875
Bron: Mevr. Karla Mulder, 2008 Genealogie KJJM

klik op plaatje(s) om te vergroten

Overlijdensadvertentie in de NRC d.d. 27-10-1928 van Ursele Catharina Meiss (1856-1928).
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten

Overlijdensadvertentie in Het Vaderland d.d. 26-3-1924 van Dr. Mr. Johan Hendrik Meiss (1858-1924). Overlijdensadvertentie van Maria Andriette Schoorel (1866/67-1963).
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten

Het echtpaar Meiss-Schoorel met drie van hun vier kinderen: v.l.n.r. Willem Cornelis Meiss (1896-1983), Maria Andriette Schoorel (1867-1963), Johanna Catharina Meiss (1893-??), Maria Johanna Meiss (1887-??), Johan Hendrik Meiss (1858-1924). De tweede zoon Johan Hendrik Sijlvester Meiss (1888-??) ontbreekt hier omdat hij voor school al naar Nederland gestuurd was.[593]
Foto: Ned.-Indië, ca. 1901
Bron: Genealogie KJJM
In memoriam van Dr. Mr. Johan Hendrik Meiss in Het Vaderland d.d. 26-3-1924.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Overlijdensadvertentie van Ir. Marie Cornelis van den Broeke (1878/79-1967).
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten

Overlijdensadvertentie van Edine Gertrude Nederburgh (1880-1952).
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG
Huwelijksannonce van Johan Hendrik Meiss en Geertruida A. Mathies. Waar het huwelijk gesloten wordt is vooralsnog onduidelijk, zij woont blijkbaar in Hamburg, hij in Djember (NOI), terwijl de huwelijksafkondiging in nov. 1933 in de Haagse krant Het Vaderland staat.
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten

Mr. Emilie Caroline Henriette ("Lily") Eversdijk Smulders (1903-1994).
Foto: datum onbekend (ca. 1935?)
Bron: Stichting Lily
Collage van portrettekeningen door Lily Eversdijk Smulders vervaardigd tijdens haar reizen in elf verschillende landen.
Bron: Stichting Lily
Op de website van The British Museum worden 61 door haar gemaakte tekeningen geëxposeerd.

klik op plaatje(s) om te vergroten

Huwelijksannonce van Johan Hendrik Kern en Maria Conradina von Schindler, en overlijdensadvertentie van Johan Hendrik Kern (1798/99-1863).
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten

Huwelijksannonce van Prof. Dr. Johan Hendrik Kern en Susanna Wilhelmine Petronella Salomons.
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG
Overlijdensadvertentie van Susanna Wilhelmine Petronella Salomons (1874-1952).
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten

Overlijdensadvertentie van Dr. Willem Kern (1908-1946).
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten

Overlijdensadvertentie van Rudolfine Jantine Kern (1868-1947).
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten

Huwelijksannonce van Maria Conradia Hilda Kern en Willem Joachim Pieter Suringar.
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG
Overlijdensadvertentie van Willem Joachim Pieter Suringar (1875/76-1955).
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten

Overlijdensadvertentie van Berta Kern (1872-1965).
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG
In memoriam van Dr. Hendrik Herman Juynboll (1867-1945) door Robert Heine-Geldern.
Bron: The Far Eastern Quarterly 5(1946)216 JSTOR

klik op plaatje(s) om te vergroten

Verlovings- en huwelijksannonce van Rudolf Arnoud Kern en Romelia Rutgers van der Loeff.
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG
Overlijdensadvertentie van Rudolf Arnoud Kern (1875-1958).
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten

Huwelijksannonce van Johan Hendrik Caspar Kern en J.L. Esbach.
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten

Overlijdensadvertentie van Herman Egbert Kern (1879-1960).
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten

Foto van Ds. Johan Martin van Walsem (1810-1896).
Datering: onbekend.
Bron : Ref. [705]

klik op plaatje(s) om te vergroten

Ondertrouwannonce van Maria Johanna Schirmer en Andreas Johannes Pfeiffer, overlijdensadvertentie van Maria Johanna Schirmer (1787-1862), en geboorteannonce van Antoinetta Catharina Petronella Pfeiffer.
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten

Andreas Petrus Joannes Nuyts
Het volgende fragment[720] betreft de broer van Andreas Peter Nuijts
Andreas Petrus Joannes Nuyts, ged. RK 's-Hertogenbosch 18-12-1786, als zoon van Joannes Antonius Nuyts en Joanna Francisca Beckers, garde d'honneur van Napoleon, verdrinkt op 20-7-1813 in de Moesel, naar het schijnt bij het baden van de paarden ("d'Neux pieces qui constatent la mort de Mr. Nuyts, trouvé noyé dans la rivière de Moselle le 20 juillet"). Hij wordt beschreven als "Taille élevée, bon pour le service, bonne conduite, son père négociant estimé", met een inkomen van 8000 frs. Het verzoek van zijn vader om teruggave van het paard van zijn zoon wordt doorgezonden aan de regiments commandant.
Het Staatkundig Dagblad van de Rijnmonden bericht hier onder andere over op 15 februari 1814:
"Onder het getal der jammerlijk omgekomen en voor den dwingeland opgeofferde jongelingen dezer stad, welkers lot wij beklagen, behoren Andries Nuits en Antoni Laurens Colen. Deze hebben alzoo hunne bedrukte ouders, vrienden en Vaderland niet kunnen of mogen te gemoed snellen."

92. HENDRIK HEYS(S)INK (HEIJSINGH), ged. Arnhem 4-8-1737, ovl. Arnhem 31-3-1808, slager te Arnhem,[737] tr. Mülheim aan de Rijn (D) 24-6-1770[738]

93. EVA MARIA SCHAAP, geb. Mülheim aan de Rijn (D) vóór ca. 1748, ovl. Arnhem 9-11-1797.


Briefje van de 13-jarige Eva Adriana Brand (1807-1833) aan haar tante Anna Margaretha van der Wiel-Heysink (1771-1822).
Gedateerd : Arnhem, 29-7-1820.
In particulier bezit.[740]

klik op plaatje(s) om te vergroten

94. WILLEM DIRK (DERK) VAN DER WIEL(¥), geb. Orsau ca. 1769, ovl. Koeln (D) 27-9-1811, hollandsch schipper te Keulen. otr./tr. Arnhem 12/29-7/1792[744]

95. ANNA MARGARETHA (MARGRITA) HEYSINK (HEIJSINGH, HIJSSINK), ged. Arnhem 10-7-1771, ovl. Köln (D) 3-1-1822, als weduwe winkelierster te Keulen.

COMMENTAAR(¥) Is Geertruijda Wilhelmina van der Wiel, hospita in de Koningsstraat te Arnhem, ovl. ald. 9-10-1823 (vermoord door Christiaan Gottfried Donner) [745], zijn zuster? In de overlijdensakte te Arnhem (als Gijsberta Willemina van der Wiel) worden geen ouders genoemd.

96. RO(E)LOF RHIJNDERS (REIJNDS, REIJNDERS, REINERS)(¥), geb. vóór ca. 1730, ovl. (na 1815?), tunier op het Nijenhuis te Heino (1753..1759), vermeld in protocollen te Oldebroek (1796-1803, 1807-1811) als Roelof Reijnders,[746] in de huw. akte van zijn zoon in 1815 vermeld als tuinman, otr./tr. Amsterdam/Raalte 26-11-1751/.. ("dese personen sijn alhier op de acte van Ds. G. van Hoorn. predikant te Raalte ingetekent", akte verleend 12-12-1751 om te Raalte te trouwen);(¥)

97. SOPHIA MAGDALENA ELSABEE BEUDEKERS (BEUTEKERS, BOETTEKERS). Roelof Rhijnders en Sophia Magdalena Beudekers, echtelieden, afkomstig uit Hees (dit is Heeze in Noord-Brabant) worden geref. lidmaat te Wijhe op St. Jan (24 juni [747]) 1767 [748].

COMMENTAAR(¥) Volgens Ref. [749] zouden zij getrouwd zijn te Hees. Hiermee is vermoedelijk Heeze in NB bedoeld, doch aldaar is geen huwelijk te vinden (wel de doop van dochter Maria Elisabeth Reijnders).

Een Magdalena Reinders wordt geref. lidmaat te Deventer 24-6-1772, komend uit Delden, vertrekt in 1774 naar Enschede en komt in 1778 weer van Delden naar Deventer.[750] Is zij wellicht Sophia Magdalena Elsabee Beudekers?

Kasteel Het Nijenhuis te Heino, waar Roelof Reijnders tuinier was.
klik op plaatje(s) om te vergroten

100. JAN JAN(NE)S(SEN) LOSEMAN (LOZEMANS), geb. op Schuilenburg, ged. geref. Hellendoorn 21-9-1727, ovl. 1773-1811, j.m. dienende aan de borgmolen onder Raalte (1753), landbouwer in de buurtschap Linderte, otr. Wijhe 1-2-1753 (derde proclamatie, "zijn met attestatie derwaarts gegaan")

101. WILLEMI(J)NA JANS(EN), geb. Wijhe (in de Ossenweide), ged. Raalte 25-11-1731, ovl. 1773-1811, woont in 1748 (Volkstelling Wijhe) nog bij haar ouders op de Ossenweide in de boerschap Tongeren onder Wijhe, j.d. van de Ossenweijde in Tongeren (1753), landbouwster in de buurtschap Linderte. Zij wonen aan de Ossenweijde bij de Vellenaer (1754..1761), aan de Vuist Mate onder den Vellenaar (1766..1773) onder Wijhe.

98. WICHERT WERFF, ged. geref. Zwolle 3-12-1749, ovl. Kampen 1809 (oud 60 jaar), schipper, bolkhouwer, visafslager, herbergier in "Het Huurpaart", tr. Zwolle geref. 18-3-1771[810]

99. ZWAANTJE VELSINK, ged. geref. Zwolle 30-9-1748, ovl. Kampen 1814 (oud 66 jaar).


Overlijdensadvertentie van Pieter Hillebrand Werff (1778/79-1857).
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 9-1-1839 compareren te Kampen Pieter Hillebrand Werff, koopman te Kampen, en Wicher Werff, koopman te Kampen. Zij verklaren samen een compagnieschap op te richten onder de firmanaam van P. H. Werff en Zoon. Beide contractanten hebben tekeningsbevoegdheid. De handel zal bestaan uit het maken en verkopen van olie, pel enz. in de runmolen buiten de Hagenpoort te Kampen. [835]
Op 19-9-1839 verkoopt Pieter Hilbrand Werff, koopman te Kampen, aan Richardus van Romunde, wethouder te Kampen, drie stukken grond in Brunnepe waarop twee huizen hebben gestaan, indertijd aangekocht van de erven van Jan van Hulzen, voor een bedrag van ƒ 400,--. [836]
Op 24-12-1840 verkopen Jan van der Veen, Pieter Hilbrand Werff, Hector Jans Swart, Willem Jan Swart, allen kooplieden te Kampen, een huisje, erf en where met schuur, hofgrond en bokkinghang te Brunnepe, letter C nummer 85, sectie F nummer 39, gekocht van de erven van Gerrit van der Werf en Klaasje Albers Boeze, aan Peter Mence Sellis, landman te Kampen, voor een bedrag van ƒ 600,--. [837]
Op 25-9-1841 verklaren Jan van der Beek, winkelier, en zijn echtgenote Hermpje Musjes, wonend te Kampen, schuldig te zijn Pieter Hilbrand Werff en Wichert Werff, kooplieden te Kampen handelend onder firmanaam P. H. Werff en Zoon, een bedrag van ƒ 468,97½ tegen 5 procent jaars wegens onbetaalde koopwaar. Als onderpand geldt hun huis in Brunnepe, nieuw gebouwd op een stukje grond gekocht van Johannes Sprée. Op dit onderpand rust nog een verplichting ten behoeve van Hendrik Idema te Kampen. Het afsluiten van een brandverzekering is een voorwaarde. [838]
Op 12-4-1842 verklaren Peter Hillebrand Werff, schuldeiser, eerst schipper, thans koopman te Kampen, en Amelia Elisabeth Rill, erfgename, winkelierster te Kampen en weduwe van Evert Eikelenboom, hun toestemming te geven tot het opheffen van een hypothecaire inschrijving ten laste van Gerrit Jan Engelen, bakker, en diens echtgenote Anna Maria Polman, groot ƒ 800,-- en gevestigd op een huis, erf en where te Kampen, Oudestraat wijk 3 nummer 68. [839]

102. BEREND TEN HOVE, ged. Rijssen 19-5-1746, ovl. Twello (Voorst) 8-1-1818,[841] parentatie niet bewezen, herbergier in de "Nieuwe Swaen" te Teuge, landbouwer, timmerman, geref. lidmaat te Twello 4-6-1772 met attestatie van Rijssen,[842] otr. Twello geref. 12-4-1772 (attestatie naar Deventer 26-4-1772) otr. Deventer 11-4-1772[843]

103. BERENDI(E)NA (BERENDJE) KEMPERMAN (KAMPERMAN(S)), ged. Ruurlo 6-6-1740, ovl. Twello 6-2-1814,[844] afkomstig van Deventer[845], landbouwster, diende bij haar huwelijk in de Rijkmanstraat te Deventer, geref. lidmaat te Lochem Pasen 1759, wordt 10-9-1759 ingeschreven te Ruurlo, komende van Lochem, Rekken 1760 met attestatie van Ruurlo, daarna Hengelo(G), Deventer 22-5-1763. Mogelijk trok zij mee met de predikanten voor wie zij diende.[846] Zij wordt geref. lidmaat te Twello 4-6-1772 met attestatie van Rijssen.[847]

Onder de aanwezigen op de vergadering d.d. 19-3-1798 van de Erfgenamen van het Raalterwoold [848] staat Berend ten Hove. Is dat kwartier nr. 102?

104. GABRIEL WEERMAN, ged. geref. Denekamp 26-7-1716, ovl. Delden 29-3-1779, geref. lidmaat te Diepenheim 12-6-1738 met attestatie van Denecamp, koopman te Delden, tr. 1o Delden 21-2-1751 [857] CATHARINA JOHANNA (DE) TRAVEST(¥), geb. Brussel, ovl. 7-8-1759 [858], tr. 2o Delden 28-12-1761 (zij krijgt 20-12-1761 attestatie van Leiden, wonende Steenschuur, om te Delden te trouwen [859] ) (volgens Ref. [860] Hengelo (O) 30-12-1761).

105. JOHANNA CHRISTINA WE(E)RNIN(C)K, geb. Nordhorn (D) 1725 [861], ovl. Delden 10-8-1779.

COMMENTAAR(¥) moet waarschijnlijk zijn der Avest, dat in deze buurt voorkomt, Brussel als geboorteplaats lijkt evenmin waarschijnlijk.


Ondertrouw en trouwannonces t.g.v. het huwelijk van Hermanus Johannes Weerman en Catharina Wilhelmina Ett en overlijdensadvertentie van Johannes Hermanus Weerman(1828/29-1880).
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG
Overlijdensadvertentie van Catharina Wilhelmina Ett (1844/45-1932).
klik op plaatje(s) om te vergroten

Overlijdensadvertentie van Johanna Christina Weerman(1834/35-1919).
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten

106. GERRIT LASONDER (alias Sr.), ged. Enschede 15-3-1752[879], ovl. Enschede 20-5-1785, fabrikeur, gemeensman te Enschede,[880] tr. Enschede (volgens Ref. [881] Gronau) 26-9-1783 [882] .

107. GERRITDINA (GER(H)ARDINA) BUSSIER, ged. Enschede 20-4-1754 [883] , ovl. Enschede 18-11-1786,[884]

Stad Enschede, 18-3-1791. Overeenkomst tusschen Jacob Termeulen en Laurens Jurgenszn Lasonder als voogd van de minderjarige dochter van Gerrit Egb.zn. Lasonder en Gerritdina Bussier, inzake het plaatsen van een schutting max. vier voeten hoog. [885]

108. HARMEN RERINK, geb./ged. Lochem 22-2/21-8-1740 (get. Jan Middelboer en zijn huisvrouw Wilmina Rerink), ovl. Lochem 24-9-1815,[886] woont te Lochem (1768), ondertekenaar van de gildebrief van het schoenmakersgilde,[887] representant (1796..1806) en borg (1808),[888] legt een looierij aan te Lochem aan de Berkel, vraagt op 16-12-1771 aan de magistraat vergunning om daarnaast "een lijmerie, soo als sulkx behoort" aan te leggen ter verwerking van het afval van de looierij, welke vergunning hem voor 25 jaar wordt verleend, dient op 15-4-1771 met zijn drie broers en hun achterneef Harmen Hendrik Brabender een bezwaarschrift in tegen de huns inziens te hoge waagrechten voor de ruwe huiden,[889] is tijdens de laatste jaren van het stadhouderlijk bewind patriot, na 1800 samen met B.J. Haytink een der eersten die de registers van de BS bijhielden,[890] looier (1815), koopman, otr./tr. Amsterdam (op attestatie van Ds. Bernardus Westenberg te Lochem)/Lochem geref. 11-11/4-12-1768 (met huwelijksdispensatie voor de Landag van het Hof van Gelderland, 26-10-1768, als broeder en zusterskinderen[891])

109. GERRITJE BRETHOUWER (BRETHOUDER), geb. Aalten (volgens ovl. akte Dinxperlo ) 5-2-1748, ovl. Zutphen 2-5-1831[892] [893] , j.d. van wijlen Garrit Brethouwer, onlangs wonend te Amsterdam, woont te Lochem (1768). a) Gerritjen Brethouder, ovl. Zutphen 2-5-1831.

Op 25-6-1770 verkoopt Harmen Reerink Janszn pro se en namens zijn absente huisvrouw Gerritjen Brethouwer(s) een stuk grond aan de Koppelstege aan Gerard Olthof en zijn vrouw Johanna Lonneman.[894]
Op 29-5-1774 koopt Harmen Reerink Janszn een halve hof in de Molenstraat [895] , en op 27-5-1782 een huis en tuin in de Molenstraat.[896]
Harmen Reerink en zijn huisvrouw Gerritjen Brethouwer (11-5-1801)[897] en (30-8-1802).[898]
Op 15-12-1777 verkopen Harmen Reerink en zijn huisvrouw Gerritjen Brethouwer een halve hof voor de Walderpoort aan Harmen Bolt en zijn vrouw Geesken Puiters.[899]
De heeren Arend en Hendrik Jan Raad, mede gevolmachtigden van hun zrs. Juffr. en de wed. Spankers, geb. Raad, G. Raad en L.C. Hein, geb. Raad, transporteren hun huis en wheere bewoond tot aan haar dood door wijlen de Juffr. wed. Hendrik Arendse, staande binnen Lochem in de Molenstraat, aan Harmen Rerink en zijn huisvrouw Gerritjen Brethouwer (koopbrief d.d. 15-3-1781) (27-5-1782).[900]
Jan Harmen Heijligersig transporteert aan Harmen Reerink en zijn huisvrouw Garritjen Brethouwer (15-4-1793).[901]
De burger representant Harmen Reerink en zijn huisvrouw Gerritjen Brethouwer (14-3-1796).[902]
De stadsschoolmr. Gerrit Helmus Snel wordt aangesteld tot werkelijke Stadsrentmr.. Borg is Harmen Reerink representant hier ter stede (17-10-1796).[903]
Mr. Johan Bernardus Haaijtink, als gevolmachtigde van zijn huisvrouw Johanna Margaretha van de Graav transporteert aan de mederaadsvriend Harmen Reerink en zijn huisvrouw Gerritjen Brethouwer (16-1-1797).[904]

Overlijdensadvertenties van Vrouwe Elisabeth Maria Wilhelmina Menne (1853-1922) in de NRC d.d. 8-9-1922. Overlijdensadvertentie van Mr. Joost Bernhard Sölner (1851-1926) in de NRC d.d. 22-7-1926.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Korte necrologie in de NRC d.d. 30-5-1926 van Mr. Joost Bernhard Sölner (1851-1926).
klik op plaatje(s) om te vergroten

Advertentie in de NRC d.d. 29-2-1916, waarin Willem Hendrik Haverkorn van Rijsewijk een grote inventaris te koop aanbiedt. Het betreft mogelijk het sanatorium Dennenrust te Renkum, waarvan zijn broer Dr. Carel Theodoor Haverkorn van Rijsewijk oprichter en geneesheer-directeur is. Advertentie in de NRC d.d. 1-3-1921, waarin Willem Hendrik Haverkorn van Rijsewijk zich presenteert als vertegenwoordiger voor Holland van de fa. Aquila GmbH te Wenen.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Interview in de NRC d.d. 30-1-1923 met Carl Adolph Rothe Bech (1879-1928) naar aanleiding van diens benoeming met ingang van Feb. 1923 tot consul-generaal van Denemarken te Batavia. Overlijdensadvertenties van Ir. Carl Adolph Rothe Bech (1879-1928) in de NRC d.d. 27-6-1928.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Verslag in Het Vaderland d.d. 26-6-1930 van de aanbieding van een borstbeeld van Hippocrates (vervaardigd door de beeldhouwer Ludwig Oswald Wenckebach) door Paulus Wildervanck de Blécourt (1905-2000), praeses van het Medisch Studentengezelschap Hippocrates te Leiden, aan het Nieuw Academisch Ziekenhuis te Leiden. Huwelijksannonce in Het Vaderland d.d. 26-1-1934, van Paulus Wildervanck de Blécourt (1905-2000) en Elisabeth Maria Wilhelma Bech (1912-..).
klik op plaatje(s) om te vergroten

Overlijdensadvertentie van Charles Henri Marin (1845-1926) in de NRC d.d. 22-7-1926.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Overlijdensadvertentie van Amelia Tutertien (1865-1939 in Het Vaderland d.d. 13-2-1939.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Overlijdensadvertentie van Gerrit Reerink (1858/59-1929) in de NRC d.d. 4-3-1929.
klik op plaatje(s) om te vergroten

110. Ds. DANIEL WESTENBERG, ged. Lochem 12-4-1744, ovl. Lochem 31-8-1818 (akte ook te Stad Delden), ingeschreven als student theologie te Harderwijk 25-10-1766, [996] als student theologie ingeschreven als geref. lidmaat te Harderwijk op attestatie van Lochum (1769, sedert 1766 aldaar lidmaat), en als student theologie uitgeschreven met attestatie naar (de Classis van) Zutphen (1770), wordt in de volkstelling van 1795 vermeld als dominee wonend met 5 personen (onder wie zijn vrouw die de aangifte doet) in het St-Annenbrinkvierdel te Delden Stad, predikant te Delden (1777, 1795), otr./tr. Lochem geref. 4/19-5-1777 (met attestatie van Delden)

111. J(OH)ANNA SMIT, ged. Lochem 27-6-1745, ovl. Delden 23-1-1815, dogter van wijlen Jan Smit te Lochem (1777).

Wapen Westenberg : In rood een zilveren rechterschuinbalk, beladen met drie groene klaverbladen, geplaatst in de richting van de balk. Helmteken : een vlucht waarvan de rechtervleugel van rood, beladen met een zilveren linkerschuinbalk, de linkervleugel van goud, beladen met een zilveren rechterschuinbalk, de balken beladen met drie groene klaverbladen. Dekkleden : goud en rood [997].
Op 22-5-1798 transporteren Herm. Joachim Thomasson als volmachthebber van W. te Hasselo Tz, Engele te Hasselo, wed. van wijlen Jan Soerink, Hendrik Smit, Jan Smit, Daniel Westenberg en zijn huisvrouw Johanna Smit en Anna Cornelia Smit, wed. van wijlen Willem Slatboom (volm. Stad Lochem 8-5-1798) de helft van 't erve Groot Lansink, buurschap Barchem, aan Albert Thomasson en zijn erven (koopced. 6-2-1798). [998]
Op 1-8-1798 compareren Derck Jan Carel Sebastiaan van Keppel, volmachthebber van zijn ouders Derk Jan van Keppel en Charlotta Clara Elisabeth Dorothea van Heeckeren tot Oolde (volm. Oolde 24-8-1795), en Ds. Daniel Westenberg, predikant te Delden, en zijn huisvrouw Johanna Smit. Verband (=hypotheek?). [999]

Overlijdensadvertenties van Christophora Henrica E. G. Lichtenbelt (1849-1923) in de NRC d.d. 2-7-1923.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Overlijdensadvertentie van Vrouwe Catharina van der Voet (1856-1936) in Het Vaderland d.d. 24-2-1936.
klik op plaatje(s) om te vergroten