This page was last updated : 100222.
File size is: 636 k.
Kwartierstaat Van Schothorst
Generatie 8
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Van Schothorst,
version 9.3,
Muiden, 2009.
© Copyright 2010 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Van Schothorst Gen. nr. 8

128. REIJER WILLEMSEN, ged. Barneveld 12-1-1696, ovl. 1737 (beg. kosten Barneveld 4-4-1737 ƒ 2,10,-[1]), j.m. van Bitterschoten buurschap Glinde onder Barneveld (1722), woont op Burgsteeden (1737), tr. Barneveld 18-1-1722

129. WILLEM(IJN)TJE HENDRIKS, geb. vóór ca. 1700, ovl./beg. Barneveld 2/8-11-1766, j.d. van Koestapel onder Putten. otr. 2o Barneveld 12-3-1739 JAN TEUNISSEN, ovl./beg. Barneveld 31-10/5-11-1776, j.m. van Barneveld, bouwman op "Burgstede" in de buurschap Glinde (1739, 1740), waarsch. zn. van Teunis Jansen (ex patre Jan Toenissen, zie kw. nr. 514) en Willemtje Jacobsen (ex matre Hendrickje Hendricks, zie kw. nr. 1024 sub c).[2]

Jan Teunissen en vrouw op Burgstede in de buurschap Glinde, bouwman, betaalt ƒ 43,10,- (1747) en ƒ 32,17,-- (1748) hoofdgeld voor 2 personen, 4 knegts, 1 erf, 10 morgen zaailand, 5 specien.[3]
Op 5-2-1755 hebben Wouter Jansen x Wijmtje Jansen getransporteert aan Jan Teunissen de kamer met het hoffje van 't huijs van Jacob Berghuijs en de weduwe van G. van der Vliert staande in Barneveld bij de Wheem, voor een somma van ƒ 95 gulden.[4] Het is niet zeker dat het hier dezelfde Jan Teunissen als de bovenstaande betreft.
Op 16-4-1764 zijn Hendrik van der Horst x Neuleken Jans wegens ontfangen penningen schuldig aan Jan Teunissen en zijn erven eene somma van hondert gulden. Zij stellen tot onderpand haar huijs in Barneveld en sodaane twee campjes bouwland, gelegen op Rootseler, als haarlieden bij magescheijd in dato den 16 april 1764 uijt den boedel van eersten comparants moeder sijn ten deel gevallen.[5]

130. JAN GERRITSEN (VAN DE WETERING), geb. Ede (op de Weterinck), ovl./beg. Lunteren (Nederwoud) 24/30-11-1772,[10] bouwman op "Schothorst", woont in 't Wout (1714), huurt op 29-11-1735 de hofstede "De Schothorst" onder Ede van Hendrikus Otters, schout van het Ambt Ede voor 175 Caroli gld. 's jaars [11]. otr. 1o Lunteren 29-4-1714 als j.m. van de Weterinck PETERTJE JANSEN (VAN VELDHUIZEN), ovl. vóór 1723, j.d. van Velthuijsen, wonend in 't Wout (1714), dr. van Jan Maassen,(¥) otr. 2o Renswoude 31-1-1723 met attestatie van Lunteren [12]

131. GRIETJE AALBERTSEN ((VAN) RAVENHORST), geb. Emmikhuizen onder Renswoude, ged. Renswoude 12-3-1699, j.d. (1723), geref. lidmaat te Renswoude (ca. 1720).[13]

COMMENTAAR(¥) Is dit Jan Maassen x Jantje Hendricks, wier kinderen later van Veldhuijsen worden genoemd?.[14]

Op 28-4-1714 maken Jan Gerritsen van de Wetering en Petertje Jansen van Velthuijsen huwelijkse voorwaarden, waarbij hij ƒ 400,-- en zij ƒ 250,-- aanbrengt. Zij wordt geassisteerd door haar vader Jan Maassen en als bloedvriend treedt o.a. haar oom Aart Maassen op [15]. Deze laatste is rond 1700 pachter van het herengoed "Schothorst"[16], waarover ruim 30 Gld. verponding betaald moet worden. Opvolgende pachter is Jan Gerritsen, zijn aangetrouwde neef [17].
Op 29-11-1735 vernieuwt Jan Gerritsen zijn pachtcontract voor 175 Car. gld. per jaar met de toenmalige eigenaar Hendrik Otters,(¥) schout van Ede. In 1749 betaalt hij haardstedengeld over het door hem gepachte goed "Schothorst" met vier haardsteden en 19½ morgen bouwland, hij heeft een vrouw en een kind, en zijn personeel bestaat uit vier knechts en meiden. Een kamer behoort toe aan Juffrouw Suermond.(¥) Deze kamer is volgens overlevering in 1795 door langskomende Franse troepen gebruikt als slachthuis van paarden en koeien! [18].

COMMENTAAR(¥) Zie voor het geslacht Otters ref. [19].
Is zij mogelijk Anna Suermondt, dr. van Peter Suermondt en Wijnanda Otters[20]

132. HENDRIK WOUTERSEN (DECKER), ged. Lunteren 26-12-1685, ovl. Lunteren (De Valk),[22] otr. 2o Lunteren 6-2-1741 [23] of 4-2-1741 [24] WILLEMPJE JANS, ged. Lunteren 10-4-1698, dr. van Jan Jansen en Aaltje Wulven, wed.(¥) van Peel Aartsen,[25] boer "in de hogeveen" (Doesburgerveen) onder Lunteren, is nog lidmaat van de kerk te Ede, wonend in de Venen onder Doesburg (1763) [26], tr. 1o Ede 21-10-1724 [27]

133. MARIJTJE (MAARTJE) EVERTS, geb. Wekerom, ovl. Lunteren (De Valk) voor 1741,[28]

COMMENTAAR(¥) Peel Aartsen tr. Lunteren 1727 Willempje Jans, waarbij Peel zijn 40 jaar jongere bruid "uyt pure liefde en affectie 800 morgen gave" toezegt uit zijn gerede goederen[29].

Op 16-6-1729 krijgen Hendrik Woutersen en Marrijtje Everts de gehele gerede inboedel van Wouter Hendriksen en Aaltje Beertsen, bestaande in: "karren en een peerd met haer toebehoren, ploeg en eegden, koebeesten, koorn gedorst, ongedorst en te velde staende. Voorts allerhande huijs, bouw en deelgereetschap, alsmede de kast, niets van allen uitgesondert, als alleen behoud Aeltjen Beertsen voor haer een bedde met sijn toebehoren, daer sij op slaept, een spinnewiel ende alle het linnen" voor ƒ 160,--.

Op 13-3-1753 kopen Hendrik Woutersen Decker en Marritjen Evertsen van de fam. Brandt voor ƒ 90,-- een schepel in De Valk, genaamd "het kleyne haertje".

Op 24-12-1759 verkopen Frank Stevens, Aertje Stevens en Hendrikje Stevens aan Hendrik Woutersen Dekker en Marritjen Evers een vierde part in 7/4 maenland, gelegen onder den Ampte van Nijkerk in de Arke Mheent 't eijnde de Koesteegh, vrij allodiaal goed voor ƒ 180,--.

De boedel van Hendrik Woutersen en Marijtje Everts(¥) bestaat in 1784 o.a. uit een "erf en goetjen Steenbeek, het Heivelt, de haer en de melm en een hoekjen meenlandt".[30].

COMMENTAAR(¥) Hier klopt iets niet. Uit de bovenstaande acten zou blijken dat Marritje Evers in 1759 nog leeft, terwijl Hendrik Woutersen al in 1741 hertrouwt! Nader onderzoek!


Op 2-2-1741 richt Willempje Jans met haar twee dochters Jantje Peelen en Aartje Peelen een magescheid op [31].

134. RIJCK EVERTS (OP HET OUDE ERF), ged. Lunteren 4-10-1701[37], ovl. 1774, diaken te Lunteren (1746), tr. Lunteren 21-1-1735 (huw. voorw. 19-1-1735, hij brengt in ƒ 900,--, zij ƒ 450,-- [38])

135. WOUTERTJE WOUTERS BUIJTENHUIJS, ged. Lunteren 5-3-1713, ovl. na 1780,[39] tr. 2o voor 1774 GERRIT JANSEN, ovl. na 1780.

Herengoed Buitenhuis in het Ambt Apeldoorn :
Op 8-3-1774 krijgen Evert van Lijsselen x Lijsebeth Woutersen Buijtenhuijs, Gerrit Jansen x Woutertje Wouters Buijtenhuijs, Jantje Wouters Buijtenhuijs, wed. van Hessel Woutersen approbatie van een magescheid d.d. 7-3-1774 over de boedel van hun ouders Wouter Hendrick Buijtenhuijs x Dirkje Wouters. Aan Gerrit Jansen en Woutertje Wouters Buijtenhuijs, is toebedeeld een stuk bouwland in den Luntersen Enck groot 2½ schepel "den Hoppecamp" genaamd, een stuk bouland in den Houtcamper Eng groot 3 1/2 schepel, een stuk Hooyland "de Agterste Hooijkamp" genaamd, en een stuk Hooyland....etc. [40]
In 1780 zijn Woutertje Buijtenhuijs en Gerrit Jansen, echtelieden, en Jantje Buijtenhuijs, erfgenamen van Geurtje Haalboom.[41].

136. JAN (VAN BEEK), alleen bekend uit het patroniem van zijn vermoedelijke kinderen.

138. REIJNDER JANSEN (BUURMAN) MENSIN(C)K, ged. Apeldoorn 13-3-1692[49], ovl./beg. Apeldoorn 9/13-9-1758 (in de Nieuwen Moriaan, aangever Olof Jansen), ingezetene van Apeldoorn (1747) met 4 kinderen [50], wordt aangeslagen voor de cedulle voor ƒ 1,10,- (1722) [51], woont in de Nieuwe Moriaan (1758), tr. Voorst 20-3-1718

139. WENDELTJE(N) KRUIMER, ged. Voorst 8-3-1691, ovl./beg. Apeldoorn 15/19-8-1778 (de wed. van Rhijnder Mensink in de Nieuwe Moriaan, aangever Gerrit Ariens),[52] woont in de Nieuwe Moriaan (1758, 1778).

140. LUBBERT WOLTERS GOUDKUYL, ged. geref. Apeldoorn 4-8-1693 [59] , ovl./beg. Apeldoorn 2/6-10-1770 (Lubbert Goudkuijl te Noord Apeldoorn, aangever Hendrik Wegenaar [60] , woonde op 't "Ritbroek" [61], woont op den Goudkuijl onder 't Broeklant (1746), boerscholt van de Wonnumermark (1756),[62] tr. Apeldoorn 1722

141. LUBBERTIEN AALBERTS, ged. geref. Apeldoorn 24-11-1695 [63], ovl./beg. Apeldoorn 12/18-1-1746 (de huijsvrouw van Lubbert Wouters op den Goudkuijl onder 't Broeklant, aangever Lucas Roelofs).

Lubbert Wouters Goudkuyl, wednr., met 5 kinderen en 1 knecht, wonend in de buurschap Beemte, is ingezetene van Apeldoorn (dec. 1747) [64].
Het herengoed Ritbroeck of Ritbergh in het Ambt Apeldoorn, kerspel Apeldoorn, buurtschap Orden :[65]
11-11-1761 : Lubbert Goudkuijl x Lubbertje Alberts krijgen investiture en oprukking na transport d.d. 25-1-1743 door Lucretia Ensink, wed. van Gerrit Goutkuijl, met Reinder van Coutijs, als gemachtigde van Cornelis en Andries Goutkuijl, kinderen van Gerrit en Lucretia. N.B. Volgens een volmacht d.d. 8-6-1753 te 's Gravenhage is Gerrit Goutkuijl gehuwd met Wendelina Mechtelt Marinus.
22-8-1771 : Albert Goudkuijl x Jenneken Geurts, Wouterus Staal, wednr. van Aalje Goudkuijl, mede als voogd van zijn kinderen, Jan Willems x Jannetje Goudkuijl, Gerrit Stegeman, wednr. van Cornelia Goudkuijl, mede als voogd van zijn kinderen en Jan Hendriks Buitenhuis, minderjarige kindenen van wijlen voornoemde Cornelia, bij wijlen Henrik Buitenhuis en laatstelijk Jacobus Eckenhuis en Albert Goudkuijl als voogden over Johanna , Lubbert en Anthonetta Eckenhuis, kinderen van wijlen Peter Eckenhuis bij wijlen Janna Goudkuijl, tezamen (klein)kinderen en erfgenamen van Lubbert Goudkuijl en Lubbertje Alberts, approbatie van een magescheid d.d. 15-8-1771, waarbij dit herengoed aan eerstgenoemdem is toegevallen.
Een herengoed in het Ambt Apeldoorn, kerspel Apeldoorn, buurtschap Wenum, na 1771 Goedwil of Welgelegen genaamd: de saelweer 1 schepel, waerop een huijs staat van 3 gebondt, hebbende de volle gerechtigheijt in de Wenemer Enck, waartoe noch gehoeren 4 molder opte voorseide Enck in vier perceelen.
24-1-1731 : Approbatie van een magescheid.
24-1-1731: Lubbert Woutersen Goutkuijl c.s. investiture en oprukking.
13-5-1743 Lubbert Woutersen Goutkuijl x Lubbertje Aelberts oprukking.
7-9-1759 : Lubbert Woutersen Goutkuijl, wednr van Lubbertje Aelberts, oprukking.
22-8-1771 : Albert Goudkuijl x Jenneken Geurts, Wouterus Staal, wednr. van Aalje Goudkuijl, mede als voogd van zijn minderjarige kinderen, Jan Willems x Jannetje Goudkuijl, Gerrit Stegeman, wednr. van Cornelia Goudkuijl, mede als voogd van zijn minderjarige kinderen, Willem Blauwenoort en Gerrit Holterman als voogden over Anthonia en Jan Hendrik Buitenhuis, minderjarige kinderen van wijlen voornoemde Cornelia, bij wijlen Henrik Buitenhuis en laatstelijk Jacobus Eckenhuis en Albert Goudkuijl als voogden over Johanna , Lubbert en Anthonetta Eckenhuis, minderjarige kinderen van wijlen Peter Eckenhuis bij wijlen Janna Goudkuijl, tezamen (klein)kinderen en erfgenamen van Lubbert Goudkuijl en Lubbertje Alberts, approbatie van een magescheid d.d. 15-8-1771, waarbij dit herengoed aan Wouterus Staal en zijn kinderen, alsmede Gerrit Stegeman met zijn kinderen, is toegevallen (ieder voor de helft).[66]
Op 29-1-1774 legateert Anthony (Wouters) van Asselt aan de kinderen en kindskinderen van Lubbert Goudkuijl, wonende in Gelderland, f. 3.000,- .[67]

142. GEURT ARENDS (OP DE DIESBERG)(¥), ovl./beg. Appeldoorn 5/9-6-1795 (Geurd Arends op den Diesberg op de Beente, aangever Teunis Poelman), j.m. van Eerdbeek, woont op den Diesberg op de Beente (1768, 1795), otr. Hall 23-3-1733 (met attestatie naar Apeldoorn) [113]

143. GEERTJE PETERS BRINK [114], geb. 28-5-1704, ovl./beg. Apeldoorn 23/27-4-1768 (de -niet met name genoemde- huijsvrouw van Geurd Arends Diesberg op de Beente, aangever Lucas Roelofs), j.d. onder Apeldoorn.

COMMENTAAR(¥) Is er een verband met Willem Peters Hansen Diesbergh, ovl. voor 1730 [115] of met Anna Willems Diesberg, ovl. voor 1749, tr. Willem Derks, waaruit een dr. geb. Apeldoorn 1701 [116] of met Peter Diesbergen, wednr. wonend te Harderwijk, tr. ald. 1739. [117]
Marritje Willems Diesbergh, tr. Terwolde 1712 Jan Willems[118] ,[119] .
Wie is Jacomina Diesbergen, tr. Peter Jans, genoemd te Epe 1751[120] , en met een herengoed in de buurtschap Dijkhuizen, kerspel Epe, ambt Epe.[121]

144. HENDRIK HENDRIKSZ HOPSTER, ged. Vriezenveen 29-5-1710, ovl. Vriezenveen na 1748, tr. ca. 1739

145. GEERTJE JANS(EN), geb. ca. 1714, ovl. na 1748. In de volkstelling van Vriezenveen (1748) worden vermeld:[136] Hend. Henderix Hopster en zijn vrouw Geertje Jansen met vier kinderen onder de 10 jaar : Hinderik Hinderix, Jan Hinderix, Berent Hinderix en Janna Hinderix.

146. JAN LUCASSEN HULS(T) (HOLS), geb. ca. 1704, ovl. na 1748, vermeld in het register van boterpachtplichtigen te Vriezenveen (ca. 1735) met 3 akker land, bijgenaamd Croemen Lant, voor 4 ponden boter, en met 2 akker, voor 8 ponden boter, [149] tr. ca. 1729[150]

147. JENNEKEN BERENDS GROBBE, geb. ca. 1704, ovl. na 1748. In de volkstelling van Vriezenveen (1748) worden vermeld:[151] Jan Luicas Hols en zijn vrouw Jenneken Berents met twee kinderen boven de 10 jaar Geertjen Jansen en Jenneken Jansen en twee kinderen onder de 10 jaar Berendina Jansen en Janna Jansen.

148. LOOG (VAN GERDER) OF NN LOOGEN(¥).

COMMENTAAR(¥) Wat is het verband met:
Op 13-4-1703 verleent Wessel Bosch procuratie aan Cost Aertsen van Garderen om 33 gulden te ontvangen van de weduwe van Aart Willemsz van Garderen [161]

152. AART MAASSEN (VAN SOMEREN)(¥), ged. Voorthuizen 23-7-1713[164], ovl. Garderen 1795, molenaar te Garderen (1747..1783), otr./tr. Garderen 2/25-4-1745[165]

153. HENDRIKJE JANS, geb. 1724/5, ovl. Garderen 1-10-1783 ("aan de Rode Loop" [166]), j.d. uit Garderbroek (1745).

COMMENTAAR(¥) Hoe is Maas Riksen wonend te Garderen, die 4-11-1812 te Barneveld de geslachtsnaam Van Zomeren aanneemt [167] verwant?

Aart Maassen en vrouw, molenaar te Garderen, betaalt ƒ 11,-- (1747) en ƒ 8,15,-- (1748) hoofdgeld voor 2 personen, ½ erf, 2 heerdsteden, 3 morgen, 5 specien.[168]
Op 10-5-1751 heeft Lubbert Willemsen uyt de hand verkogt en alnu getransporteert aan Aart Maassen de Moolen tot Garderen, neffens het Muldershuys hof en aangelegen land, gelegen tot Garderen, sijnde vrij allodiaal deylbaar thinsgoed. En sulx voor een somma van drie en twintig hondert guldens, waar van de comparanten bekende 1300 guldens te hebben ontfangen en de overige 1300 guldens in het selve goed bevestigt gehouden. Geerfden zijn Johan Walburgh, Fredrik van den Ham en Gerrit Noyen.[169]
Op 24-2-1768 hebben Gerrit Maasen x A.C. Nyenhuijs, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, als mede Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonnevelt als tijdelijke Diaconen van Barnevelt namens Evert Maassen, verkogt aan Hendrik Peterssen, mulder op Pureveen en sijnen erven, soodaane aandeel of portie als ieder van haar was hebbende aan de Pureveense windcoornmoolen, als mede van huys hoff bakhuys en verder opstal en onderhorige landerijen, houdtgewassen velden en slaagen, gelegen in de buurschap Cootwijkerbroek of soo en als het selve bij wijlen Wouter Otten gebruykt geweest is en beseeten heeft, zijnde vrij allodiaal niet beswaart erff en goed en wel voor de somma van neegen hondert caroly guldens. Geerfden zijn Hendrik Cortusm Hendrik Hendriksen Cortus.[170]
Op 25-5-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen x Knelisje Gerrits, Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van Evert Maassen x Marritje Willems, zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters, bij publicque veyling en toeslag vercogt en alnu gecedeert aan Hendrik Wouterssen en sijnen erven. 1/9 deel in erff de Bunt gelegen in 't Garderbroek, vervolgens xx deel van 1/9 deel, nog 1/8 deel van 1/9 deel ofte soo en als het selve bij Wouter Otten en sijn vrouw in eygendom is beseeten geweest, doende gemelde plaats in 't geheel in verpondinge f 24-4-, zijnde voorts vrij allodiaal erff en goedt niet beswaart als met Heerenverpondinge en andere lasten en wel voor de summa van negen hondert vijff en negentig gulden. Geerfden zijn Arent Vonck van Wolfswynkel , Hendrik Drost.[171]
Op 25-5-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen x Knelisje Gerrits, Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van Evert Maassen x Marritje Willems, zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters, bij publicque veyling en toeslag verkogt en alnu gecedeert en getransporteert aan Hendrik Wouterssen en sijn erven, een derde gedeelte van 't geheel en dan nog 1/16 deel van 1/9 deel in 't erff en goedt genaamt de Munt gelegen in de buurschap Kootwijkerbroek, beneffens sooveel gedeeltens in 't Mheenlandt gelegen in de Puttermheen als Wouter Otten en desselvs vrouw daarvan beseeten hebben, doende de geheele plaats in verpondinge f 25-13- en van 't geheele mheenland ƒ 8-9, zijnde voorts vrij allodiaal erff en goedt niet beswaaert als met 's Heeren verponding en wel voor de summa van een duysent vijffhondert en twintig guldens. Geerfden zijn Arent Vonck van Wolfswynkel , Hendrik Drost.[172]
Op 28-5-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen x Knelisje Gerrits, Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van Evert Maassen x Marritje Willems, zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters, in erffcoop vercogt en al nu getransporteert aan Hendrik Cortus x Lubbertje Lucassen de geregte halvscheijd van 't erff en goedt Bellemans goedt, geleegen in buurschap Swartebroek met sijn huysinge en vorder getimmer boomen en houdtgewassen hoff hoffsteede en onderhoorige landerijen vheenen en plaggevelden en sulx voor de summa van twee duysent drie hondert en vijfftig guldens. Geerfden zijn Teunis Woutersen, Hendrik Drost.[173]
Op 28-5-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Ot Maassen, vercogt aan Claas Janssen x Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen en haaren erven, soodaane aandeel off erffportie als ieder van haar was hebbende aan de Pureveense wind coornmoolen, als mede van huys hoff bakhuys en verder opstal en onderhorige landerijen houdtgewassen velden en slaagen, gelegen in buurschap Kootwijkerbroeck os soo en als het selve bij wijlen Wouter Otten gebruykt en beseeten is geweest, zijnde vrij allodiaal erff en goedt, niet beswaart als met 's Heerenverponding en wel voor de summa van drie hondert gulden ieder erffportie en dus te zamen ses hondert guldens. Geerfden zijn Derck Brouwer, Hendrik Drost.[174]
Op 2-6-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen x Knelisje Gerrits, Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van Evert Maassen x Marritje Willems, zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters, bij publicque veyling en toeslag vercogt en alnu gecedeert aan Willem Janssen x Hendrikje Peelen een geregt vierde part van een plaatsje te Drienhuysen in buurschap Garderbroek gelegen, doende in ordinaris verponding over het geheel ƒ 19-19- zijnde vrij allodiaal erff en goedt en sulx voor de summa van vier hondert en veertig gulden. Geerfden zijn Derk Brouwer, Hendrik Drost.[175]
Op 2-6-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen x Knelisje Gerrits, Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van Evert Maassen x Marritje Willems, verkogt en alnu gecedeert en getransporteert aan Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, soodaane gedeelten als gemelde erffgenamen waaren hebbende aan een karpaardsplaatsje gelegen in buurschap Kootwijkerbroek en sulx voor de summa van sestien hondert guldens tegens het geheel gereekent, behoudende den onmundigen Peeltjen Peelen desselvs 15ee part in twee derde parten aan gemelde plaats, zijnde vrij allodiaal deylbaar erff en goed. Geerfden zijn Derk Brouwer, Hendrik Drost.[176]
Het herengoed "Beert Stevensgoedt", vanaf 1651 "Den Essenboom" of "Bart Stevensgoedt" genaamd, in het ambt Ede, kerspel Garderen, buurtschap Essen. In 1607 wordt er een bijzondere zaalweer afgesplitst.
1601: De grootte: seven mld. gesaijs inden Essenerenck, noch 1 mld. gesaijs haverland. Noch 1½ mld. gesaijs gnt. het Nijelandt. Noch 3 kampkens int Essenerbrouck wesende hoij en weijlandt groit 6 mrg., daer toe sijn gerechticheijt van plaggen ende schaepstraij int Essenervelt. Opte saelweer staende een huijs van 4 gebondt, enen berrich, schuurlen ende schaepschot. Daerbeneffens, dat die kinderen Lubbert en Henricxken Henricx aen desen goede noch hebben oer olders kints gedeelte, daer sij pro quota gerffven trecken. Item dat aen Wolter Jans als actie hebbende van Meeuws Stevenss verset sijn een stuck landt gnt. die Breeck groit 4 mid. gesaijs gelegen inden Enck ende 2 kempkens weijlandt daarop een huijsken staet mits betalende tot vollest vant heerengeldt 1 gld., 18 stv., 8 penningen. Noch aen Aeltgen Barts, de dochter van Bart Stevenss 2½ mld. gesaijs, gelegen aent Hoijbrouck daerop oock een huijsken staet betalende ten vollest vant heerengeldt 21 stv. Noch aen Steventgen Bartss 1½ mld. gesaijs gelegen inden Enck daerop oock een huijsken staet betalende int heerengeldt 11 stv. Item aen Jan Stevenss een ½ mld. mrg. hoijlandts betaelende ten vollest van heerengeidt 3_ stv. Aen Henrick Janss een mid. roggelants inden Enck mitsgaders het Rouweslach, betaelende ten vollest vant heerengeldt 21 stv., hebbende daerenboven de vss. onder hun allen inde Essener maelschap 25 off 26 schaer weijen ongeveerlick.[177]
28-9-1769 : Hendrik Rademaker x Marrijtje Derks, Rikje Derks, wed. van Otto Maessens, A.E. Hoogland, en Cornelis van Sonneveld, tijdelijk diaken van Barneveld namens Evert Maassens x Marritje Willems, Aart Maassen x Hendrikje Jans, Gerrit Maassen van Seumeren x A.L. Nijenhuis, Klaas Janssen x Gijsbertje Willems, Ot Jansen x Aartje Rademaker, Otje Jansen, tezamen ergenamen van Cornelisje Woutersen, dr. van wijlen Wouter Otten x Gerritje Gerritsen, de laatste dochter en voor de helft erfgename van haar ouders Gerrit Gerritsen x Hendrikje Pelen, approbatie van een transport aan Wijn Hendriks x Stijntje Pelen van 8/30 van een pandschap van een kamp met nog een hoekje bouwland.
Op 3-7-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x Gysbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen x Knelisje Gerrits, Willem Janssen x Hendrikje Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen, alsmede Hendrik Peelen en Aart Gysbertsen als aangestelde momberen over Peeltje Peelen, mitsgaders Aart Evert Hooglandt en Cornelis Sonneveldt als tijdelijke Diaconen van Barneveld in plaatse van Evert Maassen x Marritjen Willems, zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters, vercogt gecedeert en getransporteert aan Wyn Hendriksen x Styntjen Peelen, een camp hooyland gelegen aan 't lage end te Essen, groot ongeveer 2 scheepel gesaay, benevens 1/3 part van Knuytencamp doende in verponding enkele guldens -8-9 en wel voor de somma van vier hondert guldens. Geerfden zijn Arent Vonk, Hendrik Drost.[178]
Op 18-2-1771 zijn Christiaan Krijtsman (N.B. Krijgsman gewijzigd in Krijtsman) x Geertjen Klaasen wegens opgenomen en geleende penningen schuldig aan Aart Maassen x Hendrikjen Jans, een capitale summa van vijff en zeventig guldens Hollands gelt. Als onderpand dient aarlieder eygendommelijk huys staande op Malengrond binnen den dorpe van Garderen tussen de huysen van Frank Evertsen en dat van den armen daar Aart Kraaij woont, als mede een hoff met een kampjen lands daarbij en beneffens gelegen zijnde eygen en vrije grond van outs te zamen het Klooster genaamt. Geerfden zijn Claas van der Wiel en Steven van Spankeren.[179]
Op 05-12-1771 hebben Christiaan Krijtsman x Geertjen Klaassen uyt de hand verkogt en alnu getransporteert aan Aart Maassen x Hendrikjen Jans, een huys staande op Malengrond in den dorpe van Garderen tussen de huysen van Frank Evertsen en dat van den armen daar Lubbert Kraaij woont, als mede een hoff met een campje lands daarbij en beneffens gelegen, zijnde eygen en vrije grond, van outs te zamen het Klooster genaamt, betalende jaarlijks alleen maar aan Malenthins twee stuyvers en zulx alles voor de summa van een hondert en veertig caroly guldens. Geerfden zin G. van Coot en H. ten Ham.[180]
Op 17-8-1772 heeft L.B. Westenberg verkogt aan Aart Maassen en sijn erven sekere preetentie ter somma van een duysent guldens ten laste van den tegenswoordigen possesseur van de coornmolen gelegen onder den ampte van Barneveld carspel Garderen, de Gardersche Molen genaamt, in voegen ik ondergeschrevene deselve op den 28e july en 12 aug: deses jaars 1772 van de gesamentlijke eygenaren hebbe aangekofft en thans bij mij gepossideert word en zulx voor eene summa van agt hondert en vijftien gulden.[181]
In 1794 vindt de afrekening plaats van het begraven van Aalt Maassen (is hij dezelfde als Aart Maassen?) en in 1785 van Hendrikje Jans [182].

154. JAN JANSEN, geb. Nunspeet[204], ovl. na 1760, tr. Nunspeet 27-6-1755[205]

155. JANNETJE PETERS, geb. Hierden[206], ovl. na 1760.

156. HENDRIK AARTSEN (DROST, RADEMAKER), ged. Nunspeet 6-11-1712[211](¥), ovl./beg. Nunspeet 11/15-10-1779 (laat 5 kinderen na, in het dorp, de kinderen zijn schuldig ƒ 2-12-0), j.m. van Nunspeet (1731), wagenmaker, rademaker en landbouwer (1754) te Nunspeet,[212] tr. Elspeet (huw. commissarissen) 2-9-1731[213]

157. MARIJ (MAARTJE) DIRKS (DE MULDER), ged. Elspeet 1-5-1711 [214] , 1712 volgens [215] , ovl./beg. Nunspeet 28-9/2-10-1772 (laat 5 kinderen na, in het dorp, de Ramaker is schuldig ƒ 2-12-0) [216] , j.d. van Elspeet (1731).

COMMENTAAR(¥) Dus blijkbaar niet 13-3-1701 zoals vermeld in Ref. [217].

In 1774 vindt de afrekening plaats van het begraven van Mary Dirksen en in 1780 van Hendrik Aartsen.[218].
Het herengoed "Beert Stevensgoedt", vanaf 1651 "Den Essenboom" of "Bart Stevensgoedt" genaamd, in het ambt Ede, kerspel Garderen, buurtschap Essen. De grootte :... etc. [219]
28-9-1769 : Hendrik Rademaker x Marrijtje Derks, Rikje Derks, wed. van Otto Maessens, A.E. Hoogland, en Cornelis van Sonneveld, tijdelijk diaken van Barneveld namens Evert Maassens x Marritje Willems, Aart Maassen x Hendrikje Jans, Gerrit Maassen van Seumeren x A.L. Nijenhuis, Klaas Janssen x Gijsbertje Willems, Ot Jansen x Aartje Rademaker, Otje Jansen, tezamen ergenamen van Cornelisje Woutersen, dr. van wijlen Wouter Otten x Gerritje Gerritsen, de laatste dochter en voor de helft erfgename van haar ouders Gerrit Gerritsen x Hendrikje Pelen, approbatie van een transport aan Wijn Hendriks x Stijntje Pelen van 8/30 van een pandschap van een kamp met nog een hoekje bouwland.
Goederen behorende tot Hein Velicken goed te Nunspeet:
Op 14-4-1758 krijgt Aeltje Driessen, wed. van Aert Hendriksen approbatie van een verpanding aan Hendrik Aartsen Drost van een hof (belend zuid: de armen van Nunspeet en de erfgenamen van Marritjen Hendriks, west : Pele Jacobs en Reijndert Gerritsen, oost : Aelt Hendriksens kinderen), een hoekje weiland of haverland (belend zuid : Eijbert Teunissens erfgenamen, west Juffr. Hagen, noord Hendrikje Hullemans, wed. Peter Driessen).[220]
Op 6-11-1765 krijgt Hendrik Aartsen Drost approbatie van een pandschap ten behoeve van Hendrikje Hullemans, wed. Peter Driessen, van een stuk land achter Jan Eijberts Enck (belend zuid: Jan Eijberts, west: Juffr. Hagen, oost: Pangelersbeck).[221]
Hullemanserve te Nunspeet :
Op 1-7-1765 krijgt Hendrik Aartsen Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn broer Peter Aartsen Drost.[222]
Op 6-12-1768 krijgt Hendrik Aartsen Drost consent voor het houwen van bomen.[223]
Op 30-5-1771 krijgt Hendrik Aartsen Drost oprukking.[224]
Op 24-9-1784 krijgt Aart Hendriksen Drost investiture en oprukking na approbatie van een magescheid d.d. 6-4-1784 tussen hem en zijn huisvrouw Eijbertje Peters, Teunis Hendriks Drost en zijn huisvrouw Geertje Peters, Lambert Jochemsen en zijn huisvrouw Aaltje Hendriks, Derk Hendriks Drost, en Ot Jansen en zijn huisvrouw Aartje Hendriks, tesamen erfgenamen van Hendrik Aartsen Drost en Marritje Dirks, waarbij aan de eerste drie echtparen dit herengoed is toegedeeld. Het goed is in pacht bij de wed. Cornelia Boot.[225]

158. ARENT JANSEN (VAN ASSELT), ged. Elspeet 7-3-1725 [252], ovl./beg. Epe 4/10-2-1802, wagenmaker te Epe, landbouwer op de bouwhof "Kijkover" onder Elspeet. woont op de Kijkover (1753), tr. Elspeet 1751 (niet gevonden te Elspeet [253])

159. GERRITJE (GEERTJE) HENDRIKS VAN GALEN, geb. vóór ca. 1735, ovl. Elspeet ca. 1790.

Op 30-7-1753 hebben Jan Helmertsen, Jan Janssen x Rijkjen Christiaensen, Arent Jansen x Gerritjen Hendriks, als meede Geertjen Janss en Jannetjen Janss geassisteert met Jan Helmertsen als haeren momboir, verkogt en alnu gecedeert en getransporteert aan Jan ten Caate x Grietjen Wouters, een geregte halfscheyd van huys, hoff en onderhorige landerijen van olts genaemt den Kijkover, gelegen in buurschap Uddel, soo het selve bij Arent Janssen thans nogh bewoont en gebruykt wort en dat voor een somma van 300 caroli guldens. Geerfden zijn Arent Gerritsen, Beert Mouw.[254]

160. HENDRIK VAN DER MEULEN(¥), ged. 's-Gravenhage 22-8-1689, beg. Den Haag ca. 27-4-1740, parentatie niet bewezen. tr. 2o? 's-Gravenhage 11-11-1736[256] HEL(L)ENA (LENA) VAN DER STAR, geb. (ged?) 's-Gravenhage 8-1-1700, dr. van Cornelis van der Star en Hendrica Arissen, tr. 1?)(of heeft een relatie met)[257]

161. DOROTHEA VAN DER MEULEN, ged. 's-Gravenhage 6-8-1698, beg. aang. 's-Gravenhage 22-5-1736, kousenverkoopster.

COMMENTAAR(¥) Bij de doop van zijn (eerste?) kind in 1724 wordt van Hendrik van der Meulen geschreven "vader abzent na Oost Indie". Daarheen zou hij dus in 1723/24 vertrokken moeten zijn. Bij geen van de voor de VOC in de periode 1715-1725 naar NOI vertrokken schepen is echter een Hendrik van der Meulen/Molen uit 's-Gravenhage te vinden.

Volgens Ref. [258] is er een Hendrik van der Meulen, ged. Den Haag Grote K. 28-8-1689 als zn. van Pieter van der Meulen en Catharina Hoogenboom, tr. Wateringen ca. 1713 Elisabeth van der Speck, geb. verm Wateringen, ovl. na 1719. Is deze Hendrik dezelfde als kwartier nr. 160 en betreft het hier een eerder huwelijk?

162. ABRAHAM MERGOUW (MORGAUW), ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 2-12-1696, ovl./beg. Leiden 21/28-6-1770, otr. Leiden 24-4-1723

163. FLORENTIA VAN DER KELDER, ged. Leiden Mare K. 30-8-1693 (get. Margriet Kukler, Roeland Kukler en Anna van Schage), ovl./beg. Leiden/Leiderdorp ../26-3-1773, doopget. (1735).

164. CORNELIS JANSZ VAN DER BIE, ged. Goudswaard 29-6-1710, ovl. Goudswaard 22-12-1785 ouderling te Goudswaard, volgens het lidmatenregister 15 mei of juni 1744 met attestatie ingekomen van Nieuw-Helvoet,[259] otr. Goudswaard kerkelijk 30-5-1735

165. JAPHIE (JOPPIE, JOBJE) CORNELIS HOOG(H)VLIET, ged. Goudswaard 17-7-1712, ovl. na 1756.

Op 11-6-1740 maken Kornelis Jans van der Bie en Jobje Kornelis Hoogvliet, echtelieden te Nieuw Helvoet een mutueel testament van. Het erfdeel voor de kinderen is een zilveren dukaat voor elk, verstervend via aasdomsrecht. Naast elkaar over en weer stellen ze tot voogden aan Jan Kornelis van der Bie, Arie van der Bie, Jan Hoogvliet en Jacob Hoogvliet onder uitsluiting van de weesmeesters. Getuige Hugo Bos. [260]
Op 16-2-1751 brengt Ds. Cornelius van Oosterwijk, predikant te Goudswaard aan de kerkeraad aldaar ter kennis dat Cornelis vander Bie en Arij Boender, de gedeporteerde (=afgezette) ouderlingen, zich als appelanten in de Classicale vergadering hebben gesteld. Deze vroegere ouderlingen wilden pertinent niet dat zondag 5-4-1750 het Heilig Avondmaal bediend zou worden, en een van hen, Cornelis van der Bie, bracht tijdens de morgen-godsdienstoefening van die dag uit protest grote beroering teweeg. [261] In de vergadering van zondag 9 augustus 1750 wordt hij afgezet en onder de censuur geplaatst.[262]

Uit de Classicale Acta d.d. 7-10-1750 blijkt dat voor de vergadering van de Classis te Brielle zijn verschenen "Cornelis Jansz van der Bie en Arij Boender, gedeporteerde ouderlingen in de Koorndijk, dewelke betuigden dat zij zich bezwaard vonden, omdat de kerkenraad in de Koorndijk hun hadde gedeporteerd van derzelver bedieninge als ouderlingen, versoekende dat de E. Classis hun van dat opgeleyde deportement geliefde te ontheffen en weder in hun regt van ouderlingschap herstellen." De vergadering benoemt een commissie die hun verzoek afwijst omdat zij "veele omwegen en drayingen" gebruiken en "blijven weigeren openbaar voor de gemeente belydenisse te doen."

Uit de kerkeraadsnotulen blijkt voorts dat de predikant verklaart "dat in diezelve Classicale Vergadering door Cornelis van der Bie en Arij Boender zijn ingelevert twee Certificatien behelsende eene beschuldiging dat de Predikant gedurende de tijd zijner bedieninge veelmaal nalatig is geweest in het doen der huisbezoeking tegen de bedieninge van het Heilig Avondmaal." Deze Certificatien zijn getekend door A. Sijdervelt, schout en secretaris van de Coorndijk en Jacob de Jong, oud-ouderling, Job van der Waal, oud "Diacon", en een aantal lidmaten. De predikant heeft hiertegen ingebracht een Certificatie getekend door alle leden van de kerkeraad op 6-10-1750. Hoe deze zaak afloopt wordt niet vermeld. Wel blijkt dat schout en schepenen van Goudswaard ontevreden blijven over hun predikant [263].

166. HENDRIK ARIENSZ VAN DER BEN, ged. Waddinxveen 4-7-1688, beg. Waddinxveen 30-5-1743, otr. Waddinxveen kerkelijk 13-3-1722

167. PIETERNELLA VAN DER HEIJDEN, ged. Waddinxveen 2-5-1700, beg. Zuid-Waddinxveen 8-10-1790.

168. GERRIT VAN DER JAGT, geb. Maassluis 24-5-1698, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk 22/28-3-1748, j.m., wonend in de Schans aldaar (1722), binnenvader van het weeshuis te Maassluis (1719, 1725-1733).[282] koopman (1722),[283] reeder, schepen (1728-1730) en burgemeester (1737-1739, 1742-1744) te Maassluis, regent van het Hervormd Weeshuis aldaar (1740-1743),[284], erft 20-9-1725 graf nr. N344 in de Grote Kerk aldaar,[285] tr. 2o Maassluis 19-6-1729 ARIJAANTJE KNAPPERT, geb./ged. Maassluis 7/10-7-1697 [286], beg. Maassluis Grote Kerk 9-11-1759, wed. van Pieter van der Meer, gecommitteerde van de visserij te Maassluis (1721-1724),[287], dr. van Cornelis Knappert, procureur, regent van het Hervormd Weeshuis te Maassluis [288] en Maria Jacobs Denick(s), otr. 1o Maassluis geref. 13-12-1722 (met attestatie naar Maasland 27-12-1722) en (gaarder)/Maasland 24/27-12-1722

169. JO(H)ANNA BREUR, geb./ged. Den Haag Remonstrantse Kerk 17/18-4-1696, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. N344) 26-6/1-7-1728, j.d. van Maasland (1722), vermeld (1722) als lidmaat der Rem. Gemeente te Maasland.[289], [290].

Wapen Breur : In zilver een zwart anker, daardoorheen twee gouden pijlen en daarboven een hart.
Op 12-8-1729 testeren te Schiedam Gerrit van der Jagt en zijn vrouw Adriana Knappert. Zij maken een langstlevende testament, tevens wordt de langstlevende gesteld tot voogd of voogdesse. [291]
In 1755 verschijnt[292] "Morgengroet aan Antony Menssendyk, en Adriana Knappert, na 't voltrekken van hun ed: huwelyk." door Willem van der Jagt. Zou het hier een derde huwelijk van Willems stiefmoeder betreffen?

170. ADRIAAN (ADRIANUS) RIDDERUS (REEDERIJS), ged. Maassluis 19-8-1694, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 141) 11-12-1781 [293], j.m., wonend in de Schans aldaar (1724), schepen (1750-1758) en burgemeester (1758-1763) te Maassluis, erft samen met Ary Pietersz Valck graf nr. 52 in de Grote Kerk te Maassluis bij vererving van Corn. D. van der Meer, en eveneens graf nr. 364 dat hij op 27-8-1763 als medeerfgenaam en gemachtigde van Jan Willemz Schim verkoopt aan Jacobus Steur,[294] otr./tr. Maassluis geref. 13/27-8-1724

171. TRIJNTJE BOOGERT (BOOGAART), ged. geref. Maassluis 4-5-1687, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 141) 31-10-1776, j.d., wonend in de Schans aldaar (1724).

Wapen Boogert : Een boom op grond [295](¥).


COMMENTAAR(¥) herzien !
Is er verband met Mr. Nicolaas Adriaansz Boogaert etc. die hetzelfde wapen voert.? Zie Kron. 6(1997)281.

172. ABR(AH)AM VAN VOLKOM (VOLKUM, VOLCOM), geb. Dordrecht 25-1-1710, ovl. Dordrecht 13-11-1761, belender in de Steegoversloot (1760), otr./tr. 1o Dordrecht 17-4/4-5-1738 ANNA MARIA KARLE, geb. Dordrecht, ovl. (beg?) Dordrecht 10-9-1743, dr. van Blans Karle en Marijke de Laet, woonde Nieuwstraat. otr./tr. 2o Dordrecht 14-11/1-12-1743

173. GEERTRUY TARGIER (TERGIER), geb. Doopsgez. Dordrecht, beg. Dordrecht 16-11-1781, woonde Lindegracht. otr./tr. 1o Dordrecht 29-4/14-5-1734 ABRAHAM (VAN) MAARSEVEEN(¥), ovl. Dordrecht 28-3-1741 [297], bakker (1736..1741), belender in de Marienbornstraat (1738).

COMMENTAAR(¥) Is er verband met Reijnier van Maarsseveen, otr/tr. Veenendaal 19/19-3-1713 [298] (sic!) Margaretha van Broeckhuysen. Hij is een zn. van Hermannus van Maarsseveen, betaalt ƒ 12Ð8Ð0 haardstedegeld voor 4 haarsteden te Veenendaal (1703-1711), [299] en Neeltje van Huyssum, allen Vlaamse Mennonnieten.[300]

Op 27-3-1736 verkoopt Maaijken Wijken, weduwe, aan Abraham Marceveen, bakker, voor ƒ 500,-- een pand in de Marienbornstraat, belend door Pieter Pleijsier en Hendrik van der Vorm. Overige personen Cornelis Vermeer (overleden). [301]
Op 24-4-1736 verleent Abraham Bosselaar, metselaar, hypotheek van ƒ 500,-- aan Abraham Marceveen, bakker, met bovenstaand pand als onderpand. [302]
Op 8-9-1740 verleent Jacob van den Camp, koopman, hypotheek van ƒ 600,-- aan Abraham Marceveen, bakker, met bovenstaand pand als onderpand. [303]
Op 16-5-1741 verkoopt Geertruij Targier, weduwe van de erflater Abraham Maarseveen (overleden), bakker, voor ƒ 900,-- het bovenstaande pand aan de Marienbornstraat te Dordrecht, belend door Hendrik van der Vorm, aan Pieter Plaijsier. Het pand is belast met een hypotheek t.b.v. Jacob van den Camp, koopman. [304]
Op 26-10-1758 verkopen Lodewijk Groeneman en Geertruij Kemp aan Abram Van Volcom voor ƒ 1000,-- een pand in de Steegoversloot te Dordrecht, belend door de weduwe Frackin en Jacobus van Welsenes. Schuldeiser is Lambert de Jong. Erflater is Sacharias Kemp (overleden). [305]

174. PIETER KOK, ged. Dordrecht 28-11-1721, beg. Dordrecht 29-6-1801, scheepstimmerman (1760), otr. Dordrecht 9-4-1750

175. GEERTRUY NIEUWENHUYSEN, ged. Dordrecht 22-8-1728, beg. Dordrecht 25-11-1784.

Op 29-7-1760 verkoopt Dirkje de Gester aan Pieter Kock, scheepstimmerman, voor ƒ 400 een pand aan de Vriesestraat te Dordrecht, belend door Arij van Driel en Willem Nieuwenhuijsen [316]
Op 7-9-1762 verkoopt Pieter Kok aan Lambert Ramoe, kleermaker, voor ƒ 400 een pand aan de Vriesestraat te Dordrecht, belend door Arij van Driel en de weduwe Nieuwenhuijse. [317]

176. WIJNAND(T) VAN LEEUWEN, ged. Barneveld geref. 7-9-1704, ovl. 1759 (beg. kosten Barneveld 20-10-1759 ƒ 4,10,-- [318]), woont te Barneveld (1728), kuiper en bewoner van een huis in de Langstraat (1730-1759),[319] [320] kuiper te Barneveld (1747/48), belender te Barneveld (1740, 1741), geërfde te Barneveld (1744..1753), te Kootwijkerbroek (1744..1754), treedt op als gevolmachtigde (1750), otr./tr. Veenendaal geref. 1/16-11-1728, otr. Barneveld 1-11-1728 [321]

177. METJE EVERS VAN VELTHUIJZEN (alias VAN DEN HEUVEL), ged. Veenendaal geref. 18-4-1706, ovl. na 1762 [322], j.d., wonend te Veenendaal (1728), woont als wed. van Wijnand van Leeuwen in een huis te Barneveld (1758-1761), in de Langstraat te Barneveld (1761-1763), vervolgens (1763-1764) in een camer aldaar.[323]

Op 6-9-1738 doet Maria van Westrhenen weduwe van Cornelis Boelhouwer peijnding op de ongerede goederen van Willem Aersen van Reemst. Inhoud akte: gerigtsluijden: Bessel Jansen en Jooste Hendriksen. personen: Derk de Jongh als volmagtiger van Maria van Westrhenen weduwe boedelhouders er tughtenaerse van Cornelis Boelholder ingevolge volmagt den dato 28 junij voor Scholt en Schepenen van Amersfoort gepasseert doet peijnden aen alle gerede en ongerede goederen te Barnevelt toecomende Willem Aersen Reemst. Betreft: een huijs en hoff staende in den Dorpe van Barnevelt over de Kerk tusschen de behuijsingen van wijlen Rijk Aertsen Jeths en Willem Pothoven althans in eijgendom immers bewoont bij Wijnant van Leuwen om intresse te verhalen van een capitael van 450- - 'sjaers ad 18 gl. jaerlijks verschenen den 28 september 1729,1730,1731, 1732, 1733, 1734,1735,1736,1737 en verdere te verschijnen jaren.[324]
Wijnand van Leeuwen en vrouw, kuiper in het dorp Barneveld betalen ƒ 6,-- (1747) en ƒ 4,10,-- (1748) hoofdgeld voor 2 personen, 2 kinderen (5-10 jr), 3 kinderen (10-15 jr), 2 haardsteden, 5 specien. [325]
Op 5-3-1756 verbinden Maria van Coot weduwe van Aalt van der Hoeff geassisteert met Wijnand van Leeuwen een stuk landt 'op de Coot' onder Barneveld om te stellen tot een genoegsaame reele contra voor 't aanstaande gewijsde insodaane saeke als tusschen Frederik Beijrink als impetrant.[326]
Op 17-4-1758 cedeeren Maghiel Heerecamp en Eva Heerecamp aan Wijnand van Leeuwen een huijs en hoff in de Catharinastraat. Inhoud akte: Michiel Heerecamp en Eva Heerecamp, broeder en suster, hebben getransporteert aan Wijnand van Leuwen en sijn huijsvrouw. een huijs en hoff te Barneveld in de Catharinestraat voor een somma van twee hondert en tien guldens. Geerfden zijn Jan Carel Lugtigh en Klaas van der Waal.[327]
Op 15-9-1758 sijn Wijnand Geurtse van Leuwen x Metje Everts van Velthuysen wegens opgenomen penningen schuldig aan de burger weesen binnen Harderwijk, een capitaele somma van agt hondert guldens. Onderpand: haerlieden huijs in Barneveld staande over de kerk soo thans bewoond door comparants soon, 2-de een veldtje van juffer Van der Hoeff aangecoft, 3-de een huijs hoff brouwerij en twee bergen soo van de arffgenaamen van Willem Peterse Breuren heeft aangecoft staande in Barneveld aan 't Beeken Eynde, 4-de een huijs en hoff in de Bagijne Straat tot Barneveld soo door Peel van Lijsel bewoond word en aangecofft hebbende van de kinderen Heerecamp (akte is doorgehaald wegens roijement op 4-12-1761).[328]
Op 4-10-1758 verkopen Wijnand van Leeuwen en Metje Evers van Velthuijzen "een seker hofje Gelegen tussen de Catrinastraat en de Groene Steegh tussen Harmen Beernts en Hannis Derkse, Lubbert Cornelisse en den Cooper" te Barneveld voor ƒ 42,--, aan Aart Cornelissen en Ariaantje Claassen [329]
Op 1-6-1759 transporteren Wijnand Geurtse van Leuwen x Metje Evers van Veldhuijsen aan en ten erffelijken behoeven van Klaas van der Wiel x Neulchen Gijsberts van Ede een camer met hetgeen daarbij behoort met een hoekje van den hoff soo is afgepaalt, soo het oude Steventje thans bewoond. In diervoege de comparanten hetselve van den erffgenamen van Willem Petersen Breuren hebben aangecoft, met beding dat de solder boven de camer tot gebruijk des vercooperen blijft. En sulks voor een somma van twee hondert guldens.[330]
Op 1-6-1759 transporteren Geurtje Derks Bakkenes weduwe en Boedelhoudere van Willem Petersen Breuren geassisteert met G. van Stryp als volmagtiger van de erffgenaamen van wijlen haar man aan ten erffelijken behoeve van Wijnand van Leuwen en sijn erven, een huijs hoff met annexe brouwerie, twee bergen en annexe camer daar de oude Steventje woond, staande in Barneveld aan 't Beeken Eijnd. En sulks voor een somma van veertien hondert en vijfftigh guldens.[331]
Op 28-1-1760 doet Arisje Brantsen weduwe en boedelhouderse van Goosen Janssen Peijnden op alle gerede en ongerede goederen van Wijnand van Leuwen om betalinge te erlangen van een somma van ƒ 50:19:-. (geroijeert den 14 maart 1760).[332]
Op 4-6-1761 verkopen Methe Evers van Veldhuijsen, weduwe van Wijnand van Leeuwen en haar kinderen huis, of en twee bergen aan ât Beeken Eijnde, bewoond door de koper, aan Jan Hendrik Bloemendal en Geurtje Jans, voor f. 600,-. [333]
Op 4-6-1761 compareren Metje Evers van Velthuijzen, wed. en boedelhoudster van wijlen Wijnand van Leeuwen, geassisteerd met haar zoon Geurt van Leeuwen, voor zich en namens haar onmondige kinderen, Evert van Leeuwen, voor zich en namens zijn echtgenote Eva Hiens, Geurt van Leeuwen voor zich en namens zijn echtgenote Beertje Stevens, Cornelia van Leeuwen, geassisteerd met haar broeder Jan van Leeuwen, voorstaande comparanten mede voor Maria van Leeuwen, "en bekende verkogt te hebben Een Huys en Hoff met twee bergen staande in den Dorpe barnevelt voor de somma van ses hondert gulden" [334].
Op 11-12-1762 hebben Metje Evers van Veldhuijsen weduwe en boedelhouderse van Wijnand van Leeuwen in desen geassisteert met haar zoon E. van Leeuwen en pro se en noch namens haar onmundigen hiertoe geautoriseert, Gerrit van Leeuwen x Beertje Stevens, Evert van Leeuwen x Eva Herms, Jan van Leeuwen, Cornelia en Maria van Leeuwen, verkogt aan Jan Tuijnenbergh en sijn huijsvrouw en erven voor eene somma van agt hondert en vijfftig guldens een huijs en hoff staande en gelegen in den dorpe van Barneveld over de kerk tussen de behuijsinge van Lubbert Janssen Cousijnsen en Hermanus van der Kieft.[335]
Op 20-12-1762 hebben Metje Evers van Veldhuijsen, weduwe van Wijnand van Leeuwen, Cornelia van Leeuwen in dese geadsisteert met Evert van Leeuwen, de weduwe hiertoe geautoriseert namens haar onmundige kinderen, Geurt van Leeuwen, Evert van Leeuwen, Jan van Leeuwen en Maria van Leeuwen vercoft aan en ten behoeve van Gijsbertje van den Ham weduwe van Frederick van den Ham en haare erven een huijsje in de Catharinastraat staande, voor een somma van ƒ 136,-,-. [336]

178. HENDRIK HENDRIKSEN, j.m. (1744), daghuurder te Voorthuizen (1747/48). otr. Voorthuizen 9-2-1744 [360]

179. MARRETJE JANS, zij wonen in het Zwartebroek onder Voorthuizen (1744), en te Voorthuizen (1747).

Hendrik Hendriksen, daghuurder in het dorp Voorthuizen, en vrouw, betalen ƒ 3,-- (1747), ƒ 2,5,- (1748) voor 2 personen, 1 caterstede, 5 specien.[361]

180. Mr. JOHANNES SCHIRMER, ovl. vóór 1822, tr. Herisau (Appenzell, CH) 29-5-1739[365]

181. CATHARINA GRÖBLIN (GRÖBEIN, GRÜB(ER)LIN), ovl. vóór 1822.

182. ARNOLD(US) CORNELIS WALRAVEN(¥), geb. Sambeek, ovl. na 1782, benoemd (1745) tot ouderling in de opgerichte kerkenraad van het garnizoen Van Schwartzenberg, liggende te Mons (B), als "hr. Walraven, capitein in het regiment van de colonel Van Swanenberg",[367] "gepensioneert cornet ten dienste der Verenigde Nederlanden" (1754, bij de otr. inschrijving te Sambeek), "cornet ten dienste der Verenigde Nederlanden, geboortig en woonende te Zambeek in den lande van Kuik, zijnde weduwenaar van Christina Geertruida Frenz, overleden in Middelaar a(nn)o 1747", (1754, bij de otr. inschrijving te Eijsden), vermeld als geref. lidmaat te Sambeek als cornet (1756), doopget. (1776, 1779, 1782), tr. 1o (niet gevonden te Sambeek, Beugen, Boxmeer) voor 1747 CHRISTINA GEERTRUIDA FRENZ (FRENTS)(¥), ovl. Middelaar 1747 (beg. aldaar RK niet gevonden, er zijn geen geref. DTB van Middelaar, ook niet te Boxmeer, wellicht omringende plaatsen?) otr./tr. 2o Sambeek geref. 23-11/15-12-1754 ("sijn tot Eijsden in ondertrouw opgenomen") otr. 2o Eijsden geref. 23-11-1754 ("deese zijn met een losbrief naer Zambeek vertrokken, dog van den voltrokken trouw is geen attestatie teruggesonden")

183. PETRONELLA (PITERNELLA) NOLENS, ged. geref. Eijsden 29-6-1727, ovl. na 1782 (beg. niet gevonden RK Boxmeer tot 1811), vermeld als geref. lidmaat te Sambeek met attestatie van Eijsden (1756), doopget. (1776, 1779, 1782).

COMMENTAAR(¥) doop te Sambeek niet gevonden, is hij mogelijk verwant aan Pieter Wolter Wolrave, j.m., geb. Maaseijk, soldaat in de compagnie van Capt. Paplay van het Regiment Stuart, in garnizoen te Steenbergen, otr./tr. Steenbergen 12/27-11-1763 Catrina Huybrechts, j.d., geb. en wonende te Steenbergen [368]?


COMMENTAAR(¥) Is zij mogelijk verwant aan
a) Johanna Luctetia Magdalena Freints geb. Klimmen, won. Meerssen, tr 1764? etc. [369],
b) Johanna Freints, geb. Maastricht en won. te Itteren, tr. 1771 etc.[370],
c) Maria Catharina Frijns, doopget. 1785 Brunssum [371],
d) Johan Georg Willem Frens, ovl. 1742, schepen te Oost 1737-1742[372]
e) Christiaen Frijns, ged. Nuth 25-2-1714, ovl. Schimmert 31-10-1781, tr. Maria Janssens. Hieruit zn. Nicolaus (1748) etc. [373] f) In 1735-1736 wordt door de Maastr. Brabantse hoogschout geprocedeerd tegen Johannes Frents. De aanklacht luidt dat Frents in concubinaat leeft met Maria Kleijn en twee kinderen bij haar heeft verwekt. De eis is een behoorlijke boete of straf. [374]

Op 28-5-1755 testeren voor schepenen van Sambeek Arnold Cornelis Walraven, "cornet ten dienste dezer landen", en Petronella Nolens, zijn huisvrouw. De testatrice is ziek. [375](¥)

COMMENTAAR(¥) ZOEK OP, tekst van het testament!
Cornet Arnoldus Cornelis Walraven treedt op als gevolmachtigde voor juffr. Maria Catharina Becks te Sambeek in een magescheid te Boxmeer (14-12-1767) tussen haar en Joannes Dercks en Hermina van Keulen, echtelieden[376].

184. JAN (JOHANNES) HEYSINK (HEISEIN)(¥), ged. Arnhem 3-11-1705 (als Johannes Heiseen [379]), ovl. Arnhem 8-4-1788, tr. Arnhem geref. 7-11-1730[380]

185. (JOH)ANNA CATHARINA HANS(S)EN (HANSZ)(¥), ged. Arnhem 22-4-1705 [381], ovl. Arnhem 22-7-1783.

COMMENTAAR(¥) Is er verband met Hendrick Heisen, kerkmr. van de Stevenskerk te Nijmegen (1666-1668) en diverse andere vermeldingen Heisen te Nijmegen 17e eeuw. [382]
Een familie Heisen in Nijmegen, ca. 1800.[383]
Herman Heijsen, schepen te Nijmegen 1700.[384]


COMMENTAAR(¥) Is zij verwant aan Coenraad Henrik Hansen, koopman te Arnhem (1740), wednr. van Catharina Jacomina de Simmer, vermeld 1743 [385] etc.?

186. JOHANN HENRICH SCHAAP, ged. Arnhem 8-7-1710 (als Henricus Johannes Schaep)[387], ovl. Iserlohn 11-10-1767, burger[388] en koopman in Mülheim a/d Rijn (D). tr. vóór ca. 1748

187. ANNA MARGARETHA STEIGERS, geb. Mülheim? 20-4-1710, ovl. Mülheim (D) 25-5-1761.

188. JAN VAN DER WIEL, ged. Sliedrecht 26-11-1738, ovl. 4-7-1805, schipper te Arnhem.

189. DOROTHEA LOUISA SCHWALBE, beg. Arnhem 3-9-1778,[389]

Op 12-3-1794 beklagen gildebroeder J. van der Wiel c.s. zich bij de vroedschap van Arnhem over het beheer van de financien van het schippersgilde aldaar. Op 5-10-1798 toen de gilden werden ontbonden werd hij provisioneel commissaris.[390]

190. = 92. HENDRIK HEYSINK.

191. = 93. EVA MARIA SCHAAP.

196. PETER (HILLEBRAND) WERF, tr. vóór 1748[391]

197. JANNA MARSMAN(S), geb. vóór ca. 1730.

198. JAN VELSINK, geb. (Heemse?) voor 1708, ovl. (Zwolle?) na 1748. otr./tr. Zwolle greref. 23-11/15-12-1726 (get. Harmen Hendriks, haar moeder, met consent van zijn vader ingekomen den 29 aug. 1726),[392]

199. CORNELIA VAN BRUGGEN, geb. (Zwolle?) voor 1710, ovl. na 1747, geref. lidmaat op belijdenis te Zwolle (Paschen 1729), wonend in de Nieustad.

200. J(OH)ANNES LOSEMAN, geb. vóór ca. 1690, ovl. 1727-1748, wordt als Johannes Loseman aan den Schulenborgh op 8-4-1710 geref. lidmaat te Hellendoorn op attestatie van Zwolle, krijgt op 8-4-1713 als Johannes Loseman van den Schulenborgh attestatie voor vertrek naar Zwolle, wordt als Johannes Loseman aan den Schulenborgh op 17-5-1716 weer geref. lidmaat te Hellendoorn op attestatie van Zwolle, j.m. te Schulenborg (1722), tr. Hellendoorn geref. 18-5-1722

201. HENDRIKJE JANSEN, geb. vóór ca. 1705, j.d. te Schulenborg (1722), wordt vermeld in de volkstelling Hellendoorn van 1748 als zijn weduwe in de buurtschap Elen & Rhaan, alleen wonend zonder kinderen of personeel. Zij wonen op Schuijlenburg (1722..1727).


De havezate Rhaan, waar Jan Hendrik Nagel poortwachter was. Het huis werd in 1841 gesloopt.
Penseeltekening toegeschreven aan Cornelis Pronk (1691-1759).
Datering: onbekend (mogelijk 1732 wanneer Andries Schoemaker, Cornelis Pronk en Abraham de Haen door Overijssel, Drente en Friesland reizen).[424]

klik op plaatje(s) om te vergroten

202. JAN JANSZ, geb. vóór ca. 1700, ovl. na 1748, tr. vóór 1723[428]

203. WILLEMKEN JANS, geb. vóór ca. 1705, ovl. na 1748. Zij wonen op de Ossenweide in de boerschap Tongeren(¥) onder Wijhe (1723-1748).

COMMENTAAR(¥) De hieronder genoemde boerderijen Ossenweide, Laanbroek, Vasmate (=Vuistmaat, Woeste Maat, etc.) en Kotterman worden in de registers van Volkstelling van het schoutambt Wijhe, boerschap Tongeren, direct na elkaar genoemd, en zullen dus wel in elkaars directe nabijheid hebben gelegen.
Blijkbaar zijn deze boederijen al ouder want in de Registers van het Vuurstedengeld Wijhe (1682) vinden we in de buurschap Tongeren eveneens direct achter elkaar genoemd, elk met 1 vuurstede: Jan Cotterman, Lubbert Osseweijde, Jan Lamberts Post, Vuijstmate. Onder hen zullen wellicht ook de (groot)ouders van Jan Jansz en Willemken Jans zijn.

In de Volkstelling van het schoutambt Wijhe 1748 worden vermeld: in de boerschap Tongeren: Jan in de Ossenweide en Willemijna zijn vrouw, met 1 kind ouder dan 10 jaar genaamd Willemijna.

204. BER(E)NT TEN HOVE (alias WIBBELINK), ged. Rectum 15-4-1703[433], wonend te Rectum onder Rijssen,[434] tr. Rijssen 29-3-1727[435] [436]

205. JENNEKEN EGBERTS ASSINK, ged. Ypelo 22-4-1694, ovl. vóór 1775, j.d. van Yperloo.[437]

206. DORIS KEMPERMAN (KEMPENAAR)(¥), ged. Lochem ca. 1700[441], ovl. 1740-1752, otr. Ruurlo geref. 8-1-1730 (als Doris Kempenaar),[442]

207. BARTHE (BARTHA) (BERENTS) (DE) GULYCKER(S) (GULEKES), ged. Ruurlo 4-12-1707, zie ook Refs. [443] waar 1-12-1707 staat, ovl. na 1773, geref. lidmaat te Ruurlo 25-12-1731 op belijdenis (in margine: vertrokken na Loghum), woont te Ruurlo (1752), vermeld te Lochem 1753,[444] doopget. als Barte, huijsvrou van Teunis ter Schegget te Lochem (1764), als Barta Guijliker, huijsvrou van Teunis ter Schegget (1773), tr. 2o Lochem geref. 14-5-1752 TEUNIS TER SCHEGGET, ovl. na 1773, wednr. van Megtelt Benssink in Lochem.

27-8-1770 : contract van alimentatie door Teunis ter Schegget en zijn h.v. Bartha Gulickers, Hun dr. Teune ter Schegget.[445]


COMMENTAAR(¥) Zijn de volgende personen verwant?
Berent Kamperman, ovl/beg. Ruurlo geref. 25/28-9-1772
Berent Kamperman, ovl/beg. Ruurlo geref. 14/18-12-1776
Berent Kamperman, ovl/beg. Ruurlo geref. 20/24-7-1786
Hendrina Kampermans, ovl/beg. Ruurlo geref. 15/18-2-1789
Jan Kamperman, ovl/beg. Ruurlo geref. 29-5/2-6-1794

208. Ds. JO(H)ANNES HEN(D)RICUS WEERMAN, geb. Almelo 30-6-1679, ovl. Denekamp 19-3-1738, ingeschreven als student theologie 11-9-1696 te Franeker,[447], beroepen als predikant te Denekamp (1703) na het overlijden van zijn schoonvader, kopieert een deel van het door zijn voorganger J. Palthe aangelegd, verscheurd aangetroffen en thans niet meer aanwezig doop- en trouwboek [448], j.m. te Almelo (1704), is als rentmeester beheerder van de havezate Noorddeurningen (ca. 1715), [449] heeft een geschil met de kerkeraad betreffende de administratie van de kerkelijke goederen en de aanstelling van kerkelijke functionarissen,[450] otr. Almelo 25-5-1704 (als j.m tot Almelo, predikant tot Deijnekamp) otr./tr. Denekamp 25-5/2-7-1704 ("in den houwelijken staat bevestigt door Ds. Henr. Palthe S.S.M. candidaat" (haar oom) [451])

209. ALEIDA PALTHE, ged. geref. Denekamp 14-11-1675 [452] , ovl. Denekamp dec. 1748 [453] ,[454] j.d. van Denekamp (1704).

Wapen Palthe : In goud een omgewende kop van een romeins veldheer in natuurlijke kleur, roodgekleed. Helmteken : een blauw-zilveren vlucht. Dekkleden : zilver en blauw.[455]
Oude zegels en portretten vertonen in plaats van de kop van een romeins veldheer een Minervakop.[456]
In het kerkenraadsboek van Ootmarsum staat op 9-5-1706 genoteerd:[457]
"Bevestigt NN Weeerman, pred. tot Denecamp, Henrick Dagter tot pred. te Ootmarsum"
Denekamp: 14-5-1704. Afrekening tussen Johannes Henricus Weerman, predikant te Denekamp en zijn schoonmoeder Janna van Ulsen wed. Johannes Palten, inzake haar genade-jaar als predikantsweduwe. Met nadere afrekening 14-2-1710. [458]

Denekamp 26-3-1714. Liquidatie en afrekening tussen ds. Joannes Henricus Weerman, predikant te Denekamp, en zijn schoonmoeder Johanna van Ulsen, wed. Palthe, over het tijdvak sedert 14 februari 1710. Met nadere gelijktijdige acte, waarbij Johanna van Ulsen haar schuld afdoet met meubelen en boeken. [459]
Denekamp 14-2-1710. Kwitantie door Johanna van Ulsen, weduwe Palthen, aan ds. Joh. Henr. Weerman, predikant te Denekamp, voor de voldoening van 4 schepel rogge uit het huis te Noord-Deurningen, en een schepel miskoren uit her erf Tijman, verschenen op st. Maarten 1709. [460]
In de periode 1723-1724 verzoeken Johannes Hendrikus Weerman, predikant te Denekamp, zijn zoon Gerrit Jan Hendrik Weerman en een aantal leden van de kerkeraad van Denekamp voor het drostengericht van Twente bevestiging van G.J.H. Weerman voornoemd in het ambt van organist en schoolmeester te Denekamp benevens een bevel aan Frederik Troon om Weerman jr. tot de school toe te laten. Bij Troon voegen zich een aantal goedsheren en bezitters van havezaten in de omgeving van Denekamp, die zich als collatoren van de kerk aldaar tegen de benoeming van Weerman verzetten. De stukken zijn incompleet, er is geen vonnis bij. [461]
In 1725 worden Aleida Palthe, echtgenote van de predikant Weerman te Denekamp, haar zoon Gerrit Jan Hendrik Weerman en hun dienstmeid Griete Buters vervolgd voor het drostengericht van Twente wegens inbraak en diefstal in de kerk te Denekamp. Zij hadden een aantal pijpen uit het orgel weggehaald om de organist Broeke te verhinderen het orgel te bespelen. [462]
Denekamp, Archief St. Cat. Vic. 22-4-1734. Rekening van ds. Weerman predikant te Denekamp, aan de heer de Raet van den Beugelscamp, wegens de jaarlijkse uitgang uit de Beugelscamp ad. 6 spint rogge aan de pastorie, en wegens miskoren uit de erven Zeggerink en Oelerink. [463]

Overlijdensadvertentie van Willem Weerman (1741-1818).
Bron: Collectie Familieadvertenties CBG

klik op plaatje(s) om te vergroten

210. LAMBERT WERNINCK(¥), burgemeester van Gildehaus, tr.

211. NN STENVERS.

COMMENTAAR(¥) Mogelijk verwant aan
de erfdochter Maria Wernink, eigenares van de Bauernhof Wernink te Veltrup (Bentheim) [511].
Metje Wernink, ged. Gildehaus 4-11-1722, dr. van Bernd Wernink en Fenna Rouse [512], otr. Amsterdam 13-4-1759 (zij met consent van haar moeder de wed. Barent Wernick te Gildehaus) Johannes ter Haar, 31 jaar, van Arnhem.
Johan Werninck, ged. geref. Gildehaus 18-7-1694 "auf der Kuhle", ovl. Gildehaus 26-1-1731, zn. van Arend Werninck en Christine Becking, etc.[513]
Op 22-3-1761 krijgt Christina Wernink, wonend op de Steenschuur te Leiden, attestatie naar Ootmarsum [514]. Zij wordt geref. lidmaat te Ootmarsum 26-6-1761 op attestatie van Leiden,[515]
Een Johannes Lambertus Wernink te Deventer, weduwnaar van Catharina van Lil, huwde 5 Febr. 1750 aldaar Margaretha Hoeberink, weduwe van Casparus Koolhaas. Onder de nakomelingen van deze komen herhaaldelijk de namen Lambertus en Johannes voor. Vermoedelijk is Johanna Christina een zuster geweest van Johannes Lambertus Wernink. Onder de thans in Deventer, Oudshoorn enz. levende familie Wernink, bestaat eene familielijst, die echter niet verder teruggaat dan tot Ds. Willem Wernink, een in 1754, uit genoemd tweede huwelijk geboren, zoon van Johannes Lambertus Wernink te Deventer.[516].
Lubertus Werninck, burgemr. van Nordhorn (1721, 1724).[517]
Blijkens het Renunc. boek van Deventer kocht op 24 Juni 1675 Berend Wernink van Peter van Anraed het "Suykerhuis" te Deventer. Vorsterman v. Oyen gewaagt in zijn bekend Wapenboek (deel 1 bl. 335 noot) van een brief, in 1582 geschreven door Gerhard Wernink van Reine. De moeder van prof. Johannes Wesselus Westenberg te Bentheim was Maria Elisabeth Wernink.

212. ENG(EL)BERT LASONDER (Jr.), ged. Enschede 4-8-1725, ovl. Enschede 1797-1801, grutmolenaar, diaken,[547] erft op 31-12-1760 van zijn schoonzuster Geertruijt Bekker [548], tr. Enschede 1749[549]

213. FENNEKE(N) BEKKER, ged. Enschede 11-3-1725, ovl. Enschede 6-3-1804.

Gericht Enschede - Marke Eschmarke, 30-5-1770. Acte, waarbij Engbert Lasonder en Hendrikus Wolters (of Wolterink) een maat (in den Laaresch), afkomstig uit den boedel van Jan Lazonder, verdeelen. [550]
Gericht Enschede - Marke Eschmarke, 21-5-1797. Hypothecaire obligatie, verleden voor W.P.C. Greve, richter van het landgericht Enschede, waarbij Derk Tiggelere en zijn vrouw Hermken Bos erkennen, een kapitaal van ƒ 2000,-- wegens aan Jan Cost betaalde schuld schuldig te zijn aan Engbert Lazonder, waarvoor zij verbinden het Tiggelwerk, een stuk land op het Bentrot en een stuk land bij de Creemersmaaten. [551]

214. TOBIAS BUSSIER, geb. ca. 1716-1720, ovl. 1790,[558] "liefhebber van jagen" te Enschede (1748),[559] jager in de Esmarke te Enschede,[560] bezit een graf(steen) in de Grote kerk te Enschede (1775),[561] woont in de Stads Straat te Enschede (1778), genoemd als een der kooplieden en fabricquers te Enschede (1779/1780),[562] tr. Enschede Stad 17-9-1752[563]

215. JANNA T(R)(E)IJLERS, geb. Enschede Stad 18-6-1724, ovl. Enschede Stad 9-3-1762,[564]

Stad Enschede, 5-10-1778. Overeenkomst in een geschil tusschen Zwaantjen Stenvors, wed. Hermen Schouwink (koper Hendrik ten Cate S.Z.zo) en Tobias Bussier over een put tusschen hun huizen (langs de Stads Straat en geslagen aan de Hoekpost) en over een daar geplaatste heining met deur te sluiten door Tobias Bussier. Put blijft toegankelijk en wordt savonds' niet afgesloten voordat het gezin te bed gaat. [565]

216. JAN RERINK, ged. Lochem 30-9-1703, ovl. 1749(1760?)-1762, j.m. van Lochem (1732), borg (1742),[570] ondertekenaar van de gildebrief van het schoenmakersgilde,[571] tr. Lochem geref. 16-3-1732

217. MECHTELD (MEGTELT) SMIDS (SMITS), geb. Geesteren 1705[572], ovl. 1749-(1759?), j.d. van wijlen Lambert Smits onder Geesteren (1732).

Jan Rerink en zijn huisvrouw (22-3-1745).[573]
Jan Rerink en zijn huisvrouw Mechtelt Smits (28-6-1747).[574]
Jan Rerinck en zijn erven (7-12-1759).[575]
Jan Rerink (3-3-1760).[576]
Jan Rerink als gevolmachtigde van Hendrik Leverdink (10-11-1760).[577]

218. GERRIT (JAN) BRETHOUWER(S), ged. Aalten 6-10-1715, ovl. vóór 1777, j.m. van Aalten, wonend te Zutphen (1743), otr./tr. Zutphen geref. Grote K. 3/17-3-1743[663]

219. GEULTJEN REERINK, ged. geref. Lochem 29-4-1706. j.d. van Lochem, wonend te Zutphen (1743).

220. Ds. BERNARDUS WESTENBERG, ged. geref. Zutphen 5-4-1697, ovl. Lochem 1777. ingeschreven als student theologie 13-9-1713 te Franeker,[665], predikant te Lochem sinds 28-8-1722,[666] (zijn aantekeningen in het doopboek beginnen 7-11-1723), otr./tr. Neede geref. [667] 18-9/9-10-1727 (huwelijk tussen neef en nicht met dispensatie bij het Hof van Gelderland 22-8-1727 [668] ).

221. MECHTELT TEN CATE, ged. Neede geref. 18-10-1705, ovl. Lochem,[669] als Meghtelda ten Kaete, geref. lidmaat te Neede 24-6-1723 ("op S. Jan") op belijdenis.

Wapen Ten Cate : In een groen schild een linkerschuinbalk in bruin, beladen met drie vijfbladige rode bloemen, vergezeld van twee zespuntige sterren in zilver.
Jan Hasebroek, rentmr. van de G.G. der Graafschap Zutphen transporteert aan de Magistraat der stad Lochem het huis binnen de stad Lochem, dat laatst door Ds. Bernardus Westenberg, in leven oudste predikant aldaar, is bewoond en gebruikt geweest, 10-11-1777[670]

222. JAN GERRITSEN SMIT(H) (SMID), geb. Lochem vóór ca. 1700, ovl. 1757-1784, woont te Lochem (1727, 1743), doopget. (1732), borg te Lochem (1757),[700] otr./tr. 1o Lochem 10-4/9-5-1723 (als Jan Garritsen Smit, z.v. wijlen Jan Garritsen Smit) J(OH)ANNA KERCKHOFF, ged. geref. Lochem 15-1-1693 (get. Jeles van Duijn, coopman tot Amsterdam, en Marijtien van Duijn), ovl. 1736-1743, j.d., dr. van Henrick Kerckhoff(¥), tr. 2o Lochem geref. 30-10-1743 (als wednr. van Johanna Kerkhof)

223. JENNEKEN LUUNKS, ged. Lochem 16-12-1703, ovl. 1755-1784, j.d., dr. van wijlen Hendrik Luunk in Lochem (1743), doopget. (1724).

COMMENTAAR(¥) (mogelijk Hendrik Kerkhoff alias te Berenpas en Grietje Arents, te Hogeweide 1703)[701] of Henrick Kerckhoff, die hovenierse uijt Nettelhorst (1692).


COMMENTAAR(¥) Er is mogelijk nog een Jenneken Luunk :
JENNEKEN LUUNKS, ovl. na 1744, tr. 1o Lochem geref. 23-2-1727 (als j.d. van Aexel, dr. van Hendrik Luunck) JAN GERRITSEN (LUUNK/LEUNK), ovl. na 1744, als j.g. zn. van Garrijt in 't Grevenslag, onder 't schependom. Zij wonen te Barchem (1728..1744) op Groot Luunk (1738).
    Uit dit huwelijk (Luunk-Leunk) geref. gedoopt te Lochem :
  • a. Maria Leunk, ged. 18-7-1728 (get. Trijne Prijsers, Willem Leunk, en Harmken Egelink), (hier heet de vader Jan Leunk te Barchem, geen moedersnaam genoemd).
  • b. Janna Leunk, ged. 2-4-1730 (hier heet de vader Jan Leunk te Barchem, geen moedersnaam genoemd), ovl. jong?
  • c. Jan Willem Leunk (heet later Smit(s)?), ged. 28-10-1731 (get. Derk Schonevelt, Rijkelt Egelink en Jenneken Hagenbeek), (hier heten de ouders Jan Leunk en Jenneke Leunk te Barchem), ovl. na 1811, tr. vóór 1781 Johanna Megtilda (Mechteld) van Campen (Kampen), ged. geref. Lochem 21-7-1743, ovl. Eibergen 15-9-1811, dr. van Gerhard (Gerrit) van Campen, rentenier, en Aleida van Eps, rentenierse.
    Op 5-7-1792 compareren de Heer Jan Willem Smit en zijn huisvrouw Johanna Mechtelda van Campen. [702]
    De besloten dispositie van wijlen Garrit Jan van Eps en zijn h.v. Johanna Elisabeth Thomasson, d.d. Lochem 20-3-1783 en Lochem 22-12-1788, voor dit stadsgericht gepasseerd resp. 24-3-1783 en op dato, geopend 2-7-1798 ten verzoeke van de weduwe. De huw. voorwaarden zijn van 1-11-1764, het tweede testament alleen van hem, het houdt het eerste in kracht. Hij vermaakt de helft van zijn goederen aan zijn zr. Aleida van Eps, wed. van wijlen Gerhard van Campen, en bij vooroverlijden aan haar kinderen met namen Gerharda Catharina van Campen, h.v. van Albert Thomasson , Johanna Megtilda van Campen, h.v. van Jan Willem Smit en Anna Elisabeth van Campen, h.v. van Laurens Leen.[703]
      Uit dit huwelijk (o.a.?) :
    • 1. Gerrit Smits, geb. (Eijbergen) 1780/81, tr. 1o Elisabeth Schoete, tr. 2o Groenlo 21-1-1819 Elisabeth Catharina Huijskes, geb. (Groenlo) 1790/91, dr. van Egbert Harmanus Huijskes en Anna Roelof Kraijenhorst.
  • d. Tonnis Leunk, ged. 6-12-1733 (hier heten de ouders Jan Leunk en Jenneke Leunk te Barchem).
  • e. Jan Leunk, ged. 22-1-1736 (hier heten de ouders Jan Leunk en Jenneke Leunk te Barchem).
  • f. Janna Leunk, ged. 25-5-1738 (hier heet de vader Jan Luunk, op Groot Luunk te Barchem), ovl. jong?
  • g. Janna Luunk, ged. 26-4-1744 (hier heten de ouders Jan Luunk en Jenneken Luunk te Barchem).

Dispositie van Jan Gerritsen en zijn h.v. Janna Kerkhoff, 2-1-1725, de huw. voorwaarden zijn van 10-4-1723.[704]

Arent Wilmerink, halve broeder van wijlen Henrick Jan Kerkhoff, voor zich zelf, Bernhardt Kerkhoff, mede voor zich zelf, Janna Kerkhoff, in deze geast. met haar eheman Jan Gerritsen Smitt, Aleijda Kerkhoff, geast. met voors. haar broeder Bernhardt Kerkhoff, en Jenneken Kerkhoff, geast. met haar eheman Jan Haijtink, samen nevens hun hieronder genoemden broeder Warner Kerkhoff eenige en universele erfgenamen ab intestato van wijlen hun broeder Henrick Jan Kerkhoff, in leven geweezen wijnkoper in maatschappij met Sr. Gerhardt Smitt binnen Amsterdam, volmachtigen hun broeder en mede erfgenaam Warner Kerkhoff, koopman tot Utrecht, 28-1-1729.[705]

Jenneken Amptink, in deze geast. met haar zoon Jan Amptink, voorts Jan Amptink en zijn h.v. Christina Kraijvenger. Jan Gerritsen Smitt en zijn h.v. Johanna Kerkhoff, 7-11-1736.[706]

Jan Gerritsen Smith, als gevolmachtigde van den Heer Gerhard Dapper, burgemr. der stad Deventer, en zijn h.v. Rijkmanna Christina Podt, voorts van zijn broeder de Heer Jan Dapper (volm. Deventer 9-7-1755), 4-8-1755.[707]
Op 30-8-1751 verkopen Jan Leunk en Henrica Hasselo, Wolter Leunk en Christina Rensink, Teunis te Hasselo en Geultjen Leunk, Jan Gerritsen Smith en Jenneken Leunk, Cornelia Leunk en Henders Leunk, kinderen van Hendrik Leunk en Cornelia Lobberigen aan Hendrik Bergman, bode van Lochem en Aaltje Gozens Nijkamp, echtelieden, "hun eigentdommelijk huys en where staande binnen Lochem in de Bierstraet naest het huys van Anthony en de begraafplaats op den kerkhof binnen Lochem".[708]

224. WILLEM VEEN, geb. Zuidveen 1716, ovl. Purmerend 24-4-1795, was volgens overlevering mank en dus niet geschikt voor het veenderij- of boerenbedrijf van zijn vaderen, werd daarom bestemd voor het schoenmakersbedrijf en in de leer gedaan bij een zekere Couwenhoven te Haarlem, is vanaf 1770 kaashandelaar te Purmerend, eerst lid der Oud Vlaamsche Doopsgezinde Gemeente,[721] later der Verenigde Friese en Waterlandse Doopsgezinde Gemeente aldaar,[722] tr. 1o Landsmeer 8(6?)-12-1744 GRIETJE JACOBS VEEN, geb. Heer Hugowaard, ovl. Landsmeer 18-8-1757, zijn nicht, dr. van Jacob Veen, landbouwer te Heer Hugowaard en Jannetje Klaaszes (zie kw. nr. 897 sub d/1), tr. 2o Steenwijk geref. 21-5-1758 zijn achternicht

225. HILLEGONDA EINDHOVEN, geb. Zuidveen 6-5-1736, ovl. Purmerend 24-11-1820, lid der Oud Vlaamsche Doopsgezinden,[723] lid der Verenigde Friese en Waterlandse Doopsgezinde Gemeente te Purmerend,[724]

Wapen Eindhoven : Een hof in zilver met een ovale vijver, waarin een eend ("Eind") [725].

Inschrijving van de kinderen van Willem Veen en Hillegonda Eindhoven in het Geboorteboek van kinderen van lidmaten van de Verenigde Friese en Waterlandse Doopsgezinde Gemeente te Purmerend, begonnen 1-1-1800.[726]
klik op plaatje(s) om te vergroten

Dr. Mr. Bern(h)ard Cornelis Johannes Loder (1849-1935).
Bron: Ref. [758]

klik op plaatje(s) om te vergroten

226. TEUNIS (BERENDS) TEN CATE, geb. Sneek 29-12-1728, ovl./beg. Sneek 8/13-4-1787, woont te Sneek (1757), ingeschreven als lidmaat van de Oud Vlaamsche Doopgesinde Gemeente te Sneek (1768) met attestatie van Groningen [775], gedoopt bij de Oude Vlamingen 5-6-1768 [776], leerlooier (1749), koopman (1758..1787) en bontreeder te Sneek, diaken van de Doopgsgezinde Gemeente te Sneek (1773-..), [777] otr. Sneek geref. 12-3-1757, tr. Groningen 4-4-1757

227. FENNIGJE JACOBS HESSELINK [778], geb. Groningen 26-5-1731, ovl. Sneek 5-5-1814, woont te Groningen (1757), ingeschreven als lidmaat van de Oud Vlaamsche Doopgesinde Gemeente te Sneek (1768) met attestatie van Groningen, [779] rentenierster te Sneek (1813).

Wapen Hesselink : Gedeeld : A. in rood een zilveren handmerk, B. in zilver een groene boom op grasgrond. Helmteken : een pronkende pauw van natuurlijke kleur. Dekkleden : rechts rood gevoerd van zilver, links groen gevoerd van zilver. [780]
Theunis ten Cate, leerlooier, vrijgezel, betaalt ƒ 14,15,-- Personele Quotisatie voor een huis op het Kleinzand te Sneek (1749) [781].

Op 10-3-1758 kopen Theunis Adams ten Cate, mr. leerlooier en schoenmaker en Baukjen Jansdr. ten Cate, egteluiden, een huis met winkel op het Kleinzand aan de Noordkant, belend Melchior Helledoorn ten oosten en Bauk Gosma ten westen, van Gerrit Jansz ten Cate, als vader van zijn minderjarige zoon Jan Gerritsz ten Cate, voor de ene helft en van Theunis Beerns ten Cate, koopman, voor de ander helft, voor 2125 Car. gld. [782].

Op 19-12-1766 kopen Beernt en Teunis ten Cate, cooplieden binnen Sneek, een huis met bleek aan de Stadswal, voor 2998 Car. gld en 16 st. [783].

Op 23-1-1767 procedeert "De coopman Theunis ten Cate contra Jan Pyterse Brandenburg, om syn bewoonde camer te verlaten" [784].

Op 30-1-1767 procedeert de old-schepen Looxma, contra Beernt en Theunis ten Cate, cooplieden, om libel(¥) te ontvangen, termijn dienende [785], en op 13-2-1767 om te antwoorden, termijn dienende [786].

COMMENTAAR(¥) libel = op schrift gestelde bij het gerecht ingediende eis om gedaagde te dagvaarden.


Op 13-2-1767 procedeert Symen de Lover, regeerende schepen te Sneek, contra Beernt en Theunis ten Cate, cooplieden te Sneek, om libel te ontvangen [787].

Van 1773 tot 1783 wordt Teunis Berends ten Cate herhaaldelijk genoemd in het Kasboek van de Oude Vlamingen te Sneek [788], wegens betalingen door of aan hem verricht in zijn functie als diaken.

Op 11-6-1784 wordt Teunis Berensz ten Cate, koopman, curator van een erfenis, op 9-6-1787 in die hoedanigheid vervangen door Jan ten Cate [789].

Op 14-11-1788 koopt Hoitse Jans, mr. metselaar te Sneek een huis en erf in het Zuideind van Sneek van Fennigje J. Hesselink, wed. van T. ten Cate, voor 218 Car. gld. [790].

Op 20-2-1789 koopt Hendrik Weening een huis op de Oosterdijk, waarvan de helft in bezit is van Trijntje Teunisdr ten Cate met haar man, en de andere helft eigendom is van de wed. van de koopman Theunis Berends ten Cate te Sneek, voor 1075 Car. gld. [791].

Fennigje Hesselink, de wed. van Theunis Berends ten Cate, neemt het beheer van de haar nagelaten goederen blijkbaar krachtig ter hand. Van 1788 tot 1806 procedeert zij vele malen tegen haar huurders en pachters :
  • Op 18-1-1788 tegen Jan Langsum, om zijn woning te verlaten [792].
  • Op 12-2-1790 tegen Beernt Jans, om zijn kamer en weefwinkel per 12 mei te verlaten [793].
  • Op 21-1-1790 tegen Gerben Panboer, om zijn bewoonde kamer per 12 mei 1791 te verlaaten in vridom [794].
  • Op 20-1-1792 samen met P. Mastenbroek en Auke Hendriks tegen Nolke Jacobs om zijn huurgebruik van schip en veer met 1 jan. 1792 in vridom te verlaten [795].
  • Op 23-1-1795 tegen Hendrik Storm om zijn huis te verlaten per ult. 12 mei 1795 [796].
  • Op 6-1-1797 tegen Auke Hendriks, schipper van Sneek op De Joure en vice versa, om zijn in huur hebbend half-veer van Sneek op De Joure en v.v. op den verschijndag in feb. 1797 in vrijdom te verlaten [797].
  • Op 20-12-1799 tegen Hans Mensing om zijn bewoonde kamer op 12 mei 1800 te verlaten en dito tegen Eeltje Unicus [798].
  • Op 23-1-1801 tegen de wed. van Auke Hendriks om't bij haar in huurgebruik zijnde halve Jouwster veer op ultimo jan. 1801 in vrijdom te verlaten en een man aan te stellen ter taxatie van het huurcontract, om te kunnen scheiden [799].
  • Op 21-1-1803 tegen Staring Petrus, om zijn woning en weefwinkel te verlaten [800].
  • Op 24-1-1806 tegen Reinskjen Freerks te Sneek om haar bewoonde kamer op 12 mei 1806 in vrijdom te verlaten [801].
In 1813 testeert Fennigje Hesselink, rentenierster, wed. van Teunis Berendsz ten Kate, in leven koopman te Sneek op het Kleinzand, ten gunste van haar dochters Janneke ten Cate gehuwd met Pieter Mastenbroek, houtkoper, en Trijntje ten Kate gehuwd met Hendrik Veen, de kinderen van Sake Hofstra, chirurgijn te Sneek, en wijlen haar dochter Jacoba ten Kate(¥) [802].

COMMENTAAR(¥) ZOEK OP tekst van dit testament

Geschilderd portret van Fenna Mastenbroek (1808-1826). Schilder onbekend. [810] Vermoedelijk afkomstig uit het boek "Met en zonder lauwerkrans". [811] Getekend portret van Fenna Mastenbroek (1808-1826), door P. Velyn. [812]
klik op plaatje(s) om te vergroten

228. GEERT EGBERTS (SCHEPEL)(¥), ged. Groningen 24-1-1726, ovl. 1783-1786, "eerzame coopman" (1783),[813] tr. Noordbroek 18-11-1759 (huw. contract Noordbroek 16-11-1759, get. voor de bruidegom : Jantje Teunis, zijn moeder, Harm Pieters, zijn zwager, en Trijntje Egberts, volle zuster, voor de bruid : Bartelt Harms en Aaltje Alberts, haar vader en moeder, Trijntje Bartels, haar zuster, en Hindrik Alberts, haar volle oom),

229. ELISABETH (LIJSBETH) BARTELS, ged. geref. Noordbroek 24-3-1737, ovl. Noordbroek 13-1-1812 (als Elizabet Bartels Schepel oud 74 jaar), "koopmansche" te Noordbroek (1812). tr. 2o Noordbroek 28-5-1786 (huw. contract niet gevonden) REINDELD BEERENDS, ovl. 1797-1807, van Scheemderswaag.

COMMENTAAR(¥) Is hij mogelijk verwant aan hopman Jannes Schepel en Johanna Petronella Somberg, die 1731 te Groningen een huis verkopen?[814]


Jan Schepel (1833-1909).
Bron: Collectie-Van Eck (Nationaal Archief).[827]

klik op plaatje(s) om te vergroten

Mr. Arnold Frederik Schepel (1908-1992).
Bron: Beeldbank Nationaal Archief.[834]

klik op plaatje(s) om te vergroten

230. KLAAS JOHANNES (BOORNSTRA), geb. vóór ca. 1730, ovl. na 1769, woont te Grouw (1749, 1759), mr. timmerman te Grouw, die in een koopacte de naam Boornstra bezigt, huurt te Grouw "een huijs met timmerhuijs" van Jetse Meinderts, een andere timmerzaak in 1762 van Yge Klases voor 20 Car. gld, en koopt deze zaak op 1-10-1771 voor 1550 Car. gld.,[842] tr. 1o Grouw geref. 12-10-1749[843] KNELISKE JENTIES (JINTJES), ovl. Grouw 12-9-1758, woont te Grouw (1749), tr. 2o Grouw geref. 27-5-1759

231. GE(E)RTJE JELLES, geb. 1732, ovl. Grouw 9-1-1806,[844]. woont te Grouw (1759).

Claas Jans, gemeen timmerknegt te Grouw, betaalt ƒ 11-9-0 personele quotisatie (1749) voor een gezin met 2 volwassenen.

Overlijdensannonce in de Leeuwarder Courant d.d. 21-4-1804 van Johannes Klazes Boonstra (1760-1804.[847]
klik op plaatje(s) om te vergroten

232. MARCUS ADEMA, ged. geref. Leeuwarden 28-2-1706, beg. Leeuwarden Jacobynerkerk 3-9-1772, landschaps-deurwaarder, wonend te Leeuwarden (1738), betaalt als deurwaarder in 't espel Keimpema te Leeuwarden f 41-3-0 voor een gezin met 3 volwassenen en 3 kinderen jonger dan 12 jaar (1749),[849] otr./tr. Leeuwarden Galileeër kerk 1/16-11-1738

233. ANTJE PIETERS, ovl. na 1743, mogelijk identiek met Antje Pieters, geref. lidmaat te Leeuwarden 7-2-1731 op belijdenis, woont te Leeuwarden (1738).

In 1737 verkoopt P. Hoeke aan M. Adema een huis op het Herenwaltje te Leeuwarden.[850]
In 1741 verkoopt P.J. Zijlstra aan M. Adama een huis op de Ossekop hoek Waeze te Leeuwarden.[851]
In 1745 verkoopt G. J. Tjeerds aan M. Adema een huis op het Zwitserswaltje te Leeuwarden.[852]
In 1746 verkoopt J. van Altena van-Glinstra aan M. Adema een huis op het Blokhuisplein te Leeuwarden.[853]
In 1747 verkoopt J. IJdes aan M. Adema een huis op de Keizersgracht in een steeg bij de Druifspijp te Leeuwarden (Niaarnemer: H. de Blauw).[854] [855]
In 1754 verkoopt H. Rijsinga-Sierds aan M. Adema een huis bij de Blokhuispijp, te Leeuwarden.[856]
In 1755 verkoopt Cl. Veenstra aan M. Adema een huis aan de Stadswal Oz. bij de Tuinen te Leeuwarden.[857]
In 1756 verkoopt R. M. Viglius aan M. Adema een huis in de Oldegalileen w.z. te Leeuwarden (Niaarnemer: J. Teijes).[858]
In 1756 verkoopt S. de Jongh-Harmens aan M. Adema een huis in de Weaze noordhoek over de Blokhuissteeg te Leeuwarden.[859]
In 1757 verkoopt H. Zijlstra aan H. M. Adema (CHECK!) een huis op het Blokhuisplein te Leeuwarden.[860]
In 1757 verkoopt H. Zijlstra aan M. Adema een huis op de Keizersgracht hoek Kruisstraat te Leeuwarden.[861]
In 1758 verkoopt M. Adema aan S.P. Mellema een huis op de Keizersgracht hoek Kruisstraat te Leeuwarden.[862]
In 1762 verkoopt E. Wendt aan M. Adama een huis in de Wijde Gasthuissteeg te Leeuwarden (Niaarnemer: J. de Pool).[863] [864]
In 1762 verkoopt E. Wendt aan M. Adema een huis in de Wijde Gasthuissteeg te Leeuwarden.[865]
In 1763 verkoopt M. Adema aan J. de Sward een huis in de Oude Oosterstraat te Leeuwarden.[866]
In 1763 verkoopt S. Vries de-Wopkes aan M. Adema een huis op het Noordvliet te Leeuwarden.[867]
In 1770 verkoopt M. Adema aan J. de Pool een huis in de Wijde Gasthuissteeg te Leeuwarden.[868]

234. NN VAN HATTEM, geb. vóór ca. 1725.

NN van Hattem, statebode in 't espel Keimpema te Leeuwarden, betaalt f 2,7,-- voor een gezin met 2 volwassenen en 1 kind jonger dan 12 jaar (1749) [883]. Hij is mogelijk haar vader.

236. W(A)ANDER (WARNER) HENDRIKS (VAN TEMMING)(¥), geb. vóór ca. 1705, ovl. na 1749, afkomstig van Leeuwarden (1725), soldaat van de garde, wonend in het espel Keimpema te Leeuwarden, betaalt ƒ 18,17,-- personele quotisatie voor een gezin met 4 volwassenen en 2 kinderen onder de 12 jaar (1749) [884], otr./tr. Leeuwarden geref. Gal.k. 12/27-5-1725

237. GEERTRUID JANSDR (KRAMER), geb. vóór ca. 1705, ovl. na 1746, afkomstig van Leeuwarden (1725).

COMMENTAAR(¥) is hij mogelijk verwant aan Hendrick Temminck, mr. glaasemacker tot Sneek (1742) [885]?

238. THOMAS OEGES ROUKES(¥), geb. De Knijpe vóór ca. 1715, beg. Leeuwarden Jacobijnerkerkhof 8-5-1795, wordt op 24-12-1746 met zijn zonen Oege, Gerrijt en Aucke, burger van Leeuwarden (betaalt 10 goudgulden),[886] compagniewinkelier in 't espel West Hoekster te Leeuwarden, betaalt f 60,3,-- personele quotisatie voor een gezin van 5 volwassenen en 4 kinderen onder de 12 jaar (1749) [887], tr. 2?) NN, beg. Leeuwarden Jacobijnerkerkhof 13-9-1800 (als de echtgenote van Thomas Oeges Roukes);(¥) tr. 1o vóór ca. 1735 (de echtgenote van Thomas Oeges)

239. HENDRIKJE PIETERS, geb. vóór ca. 1715, beg. Leeuwarden bij de Jacobijnerkerk 30-10-1757, geref. lidmaat op belijdenis te Leeuwarden 22-2-1747, als echtgenote van Thomas Oeges Roukes.

COMMENTAAR(¥) Is dit werkelijk de (tweede?) vrouw van Thomas Oeges Roukes of betreft het hier een kleinzoon?


COMMENTAAR(¥) Wat is het verband met:
Thomas Roukes, tr. Leeuwarden 10-7-1813 Iedske Wassenbergh, echts. Leeuwarden 22-7-1828. Thomas Roukes wonend in de Munnikemuurstraat wijk B nr. 16, betaalt personele quotisatie (1808).
Geertie Oeges Roukes, geref. lidmaat op belijdenis te Leeuwarden 7-3-1794.

In 1752 verkoopt M. Feikes aan Th.O. Roukes een huis in de Tuinen n.z. te Leeuwarden.[888]
In 1761 verkoopt M. Feijkes aan Th. O. Roukes een huis in de Tuinen te Leeuwarden.[889]
In 1770 verkoopt Tj. H. Hiemstra aan Th. Roukes een huis in de Heerestraat o.z. te Leeuwarden.[890]
In 1773 verkoopt P. Algra aan G. Roukes een huis in de Schoenmakersperk te Leeuwarden.[891]
In 1774 verkoopt G.A. Hellinga aan Th. Roukes een huis op de Grachtswal te Leeuwarden.[892]
In 1774 verkoopt Kl. Wijbrens-Hendriks aan Th. Roukes een huis in de Nieuwestad Zz. bij de Vrouwenpoort te Leeuwarden.[893]
In 1775 verkoopt Dns. E. Viglius aan Th. Roukes een huis in de Bagijnestraat te Leeuwarden.[894]
In 1779 verkoopt D. Bonnema aan Th. Roukes een huis op de Oostersingel bij de Weerklank te Leeuwarden (Niaarnemer: Tj. N. Suringar).[895] [896]
In 1779 verkoopt J.C. de la Houssaije aan Th. Roukes een huis op de Oostersingel bij de Weerklank te Leeuwarden.[897]
In 1780 verkoopt G. Piers-Jans aan Th. Roukes een huis in de Reigerstraat tussen Waeze en Wirdumerpoort te Leeuwarden.[898]
In 1780 verkoopt Th. Roukes aan F. Wijngaarden een huis in de Heerestraat te Leeuwarden (Niaarnemer: M. Nauta).[899] [900]
In 1783 verkoopt Th. Roukes aan F. Brouwer-Claases een huis in de Tuinen n.z. te Leeuwarden (Niaarnemer: H. van Themmen).[901]
In 1783 verkoopt Th. Roukes aan F. Claases-Brouwer een huis in de Reigerstraat te Leeuwarden (Niaarnemer: H. van Themmen).[902]
In 1794 verkoopt Th. O. Roukes aan J. Ploegsma een huis op de Oostersingel bij de Weerklank te Leeuwarden.[903]

COMMENTAAR(¥) Nog bekijken welke Th. Roukes dit is:
In 1797 verkoopt Th. Roukes aan D. Ynses een huis op de Grachtswal hoek Zuidvliet te Leeuwarden.[904]
In 1798 verkoopt J. Swart aan Th. Roukes een huis in de Monnikemuurstraat te Leeuwarden.[905]
In 1800 verkoopt Th. Roukes aan J. Jansen een huis in de Nieuwestad Zz. bij de Vrouwenpoort te Leeuwarden.[906]
In 1800 verkoopt Thr. (Th?) Roukes aan Th. Eijsma een huis in de Bagijnestraat te Leeuwarden.[907]
In 1803 verkoopt E. Groenia-Ferwerda aan Th. Roukes een huis in de Bollemanssteeg te Leeuwarden.[908]
In 1803 verkoopt P. Kramer aan Th. Roukes een huis in de Minnemastraat te Leeuwarden.[909]
In 1803 verkoopt Sj. van der Groenewoud-Bles aan Th. Roukes een huis in de Nieuwestad Zz. te Leeuwarden.[910]
In 1804 verkoopt P. Frank aan Th. Roukes een huis in de Bollemanssteeg o.z.uitgang Hofstraatje te Leeuwarden.[911]
In 1804 verkoopt Th. Roukes aan A. v.d. Bogaard een huis in de Bollemanssteeg te Leeuwarden.[912]
In 1804 verkoopt U. Schuurmans-van der Veer aan Th. Roukes een huis in de Wolvesteeg hoek Messenmakerssteeg te Leeuwarden.[913]
In 1805 verkoopt A. Appelhof aan Th. Roukes een huis bij de Put te Leeuwarden.[914]
In 1805 verkoopt v. Burmania Schratenbach aan Th. Roukes een huis in de Beijerstraat te Leeuwarden.[915]
In 1806 verkoopt J. Dijkmans aan Th. Roukes een huis aan de Pottebakkersplaats te Leeuwarden.[916]
In 1806 verkoopt Kl. Posthumus aan Th. Roukes een huis aan de Pottebakkersplaats te Leeuwarden.[917]
In 1807 verkoopt Th. Roukes aan G. de Jong een huis in de Minnemastraat te Leeuwarden.[918]
In 1807 verkoopt Th. Roukes aan P. T. Reneman een huis in de Wolvesteeg te Leeuwarden.[919]
In 1807 verkoopt Th. Roukes aan R. Ruitenschild een huis in de Bollemanssteeg o.z.hoek Hofstraatje te Leeuwarden.[920]
In 1807 verkoopt Th. Roukes aan Y. Heimans een huis in de Wolvesteeg te Leeuwarden.[921]
In 1808 verkoopt Johannes Kouwenhoven aan Thomas Roukes een huis in de Monnikemuurstraat te Leeuwarden.[922]
In 1809 verkoopt F.W. Boomsma aan Th. Roukes een huis op het Noordvliet te Leeuwarden.[923]
In 1809 verkoopt G. Fortuin aan T. Roukes een huis in de Oldegalileen te Leeuwarden.[924]
In 1809 verkoopt J. J. Meijer aan T. Roukes een huis in de Nieuweburen te Leeuwarden.[925]
In 1810 verkoopt E. Fritz-Pelter aan Th. Roukes een huis in de Sint Frederikssteeg te Leeuwarden.[926]
In 1810 verkoopt J. Albarda-Looxma aan Th. Roukes een huis in de Nieuweburen te Leeuwarden.[927]
In 1810 verkoopt Th. Roukes aan S. Sjoerds een huis in de Noordvliet te Leeuwarden.[928]
In 1810 verkoopt W. Berends-Ulbes aan Th. Roukes een huis in de Oldegalileen te Leeuwarden.[929]