|
This page was last updated : 100802.
|
File size is: 652 k.
|
Kwartierstaat Van Schothorst Generatie 8 |
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
|
Refer to these data as:
L. Lapikás, Kwartierstaat Van Schothorst, version 9.4, Muiden, 2010.
|
|
© Copyright 2010
: L. Lapikás, Muiden, The Netherlands.
No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system,
or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical,
photocopying, recording or otherwise without the prior written
permission of the publisher. An exemption is made
for genealogical publications provided that adequate reference is
being made.
|
128. REIJER WILLEMSEN, ged. Barneveld 12-1-1696, ovl. 1737 (beg. kosten Barneveld 4-4-1737 ƒ 2,10,-[1]), j.m. van Bitterschoten buurschap Glinde onder Barneveld (1722),
woont op Burgsteeden (1737),
tr. Barneveld 18-1-1722
129. WILLEM(IJN)TJE HENDRIKS, geb. vóór ca. 1700, ovl./beg. Barneveld 2/8-11-1766, j.d. van Koestapel onder Putten.
otr. 2o Barneveld 12-3-1739
JAN TEUNISSEN, ovl./beg. Barneveld 31-10/5-11-1776, j.m. van Barneveld, bouwman op "Burgstede" in de buurschap Glinde (1739, 1740),
waarsch. zn. van Teunis Jansen (ex patre Jan Toenissen, zie kw. nr. 514) en Willemtje Jacobsen (ex matre Hendrickje Hendricks, zie kw. nr. ⇒ 1024 sub c).[2]
Jan Teunissen en vrouw op Burgstede in de buurschap Glinde, bouwman, betaalt ƒ 43,10,- (1747) en ƒ 32,17,-- (1748)
hoofdgeld voor 2 personen, 4 knegts, 1 erf, 10 morgen zaailand, 5 specien.[3]
Op 5-2-1755 hebben Wouter Jansen x Wijmtje Jansen getransporteert aan
Jan Teunissen de kamer met het hoffje van 't huijs van Jacob Berghuijs
en de weduwe van G. van der Vliert staande in Barneveld bij de Wheem,
voor een somma van ƒ 95 gulden.[4]
Het is niet zeker dat het hier dezelfde Jan Teunissen als de bovenstaande betreft.
Op 16-4-1764 zijn Hendrik van der Horst x Neuleken Jans wegens
ontfangen penningen schuldig aan Jan Teunissen en zijn erven eene
somma van hondert gulden. Zij stellen tot onderpand haar huijs in
Barneveld en sodaane twee campjes bouwland, gelegen op Rootseler,
als haarlieden bij magescheijd in dato den 16 april 1764 uijt den
boedel van eersten comparants moeder sijn ten deel gevallen.[5]
Uit haar eerste huwelijk (Willemsen-Hendriks) :
-
a. Hendrik Reijersen, ged. Barneveld 1-1-1725, ovl. na 1773, bouwman op Burgstede (1763),
tr. Barneveld 17-4-1757
Knelisje (Cornelisje) Hendriks, ged. Lunteren 17-8-1721, ovl. na 1773, dr. van Hendrik Hendriksen, bouwman op Sporler in het Woud
onder Lunteren, en Gerritje Geurts.
Jan Reijersen en zijn, niet met name genoemde, vrouw transporteren op
2-8-1763 voor ƒ 500 aan Hendrik Reijersen, bouwman op Burgstede:
1. ¼ part in iets minder dan 2/3 deel van het erf Burgstede in
de buurschap Glinde onder Barneveld, door koper bewoond (1/3 deel is van
Geertje Reijers en een klein gedeelte is van Evert Jansen); 2. ¼ part in 3/4 deel van twee kampjes meenland gelegen onder
Nijkerk (¼ deel is van Willem Hendriksen c.s.); 3. ¼ part in 1/6 deel van de tiend uit het erf Bitterschoten,
bewoond door Jochem Jochemsen.[6]
Op 23-11-1767 hebben Hendrik Rijersen pro se et nomine uxoris,
Jan Evertsen, die bijde sig sterk makende en
na rato caverende voor alle de andere participanten, vercogt en gecedeert aan
Willem Arissen en desselvs erven,
een 1/6 part in de Hennekler Thiend voor de somma van 100 gulden en een 18e part in
denselvden Thiend voor 33 gulden en 6 stuivers gaande uijt het erff en goed
Bitterschooten, gelegen in den ampte Barneveld Glinderbooij. Geerfden zijn
G. van Coot en Hendrick ten Ham. [7]
Op 1-5-1773 verkopen en transporteren
Berend van Beek x Jannetje van Tweel en Merritje van Tweel in desen geadsisteert met Jan van Tweel als haar gekoren momber, aan Hendrik Reijerssen x Cornelisje Hendriks
1/18 part aan't erff en goed Burgstede in buurschap Glinde gelegen voor ƒ 128,--.
[8]
-
1. Willempje Hendriksen, ged. Barneveld 23-4-1758.
-
2. Gerritje Hendriksen, ged. Barneveld 2-11-1760.
-
3. Reijertje Hendriksen, ged. Barneveld 2-1-1763.
-
b. Willem Reijersen, ged. Barneveld 27-10-1726, vestigt zich tussen 1762 en 1764 op de Loenhorst in het Nederwoud onder Lunteren, waarvan zijn schoonmoeder de eigenaresse is,
tr. Voorthuizen geref. 24-5-1759[9]
Evertje Jansen Buijtenhuijs, ged. Voorthuizen 30-10-1730, dr. van Jan Geurtsen Buijtenhuijs, landbouwer op Groot-Buijtenhuijs onder Hasselaar en landbouwer op de Peut onder Hasselaar, en Lucia Heijmens van Middendorp.
-
c. Jan Reijersen, ged. Barneveld 19-3-1730, (=kw. nr. 64).
130. JAN GERRITSEN (VAN DE WETERING), geb. Ede (op de Weterinck), ovl./beg. Lunteren (Nederwoud) 24/30-11-1772,[10]
bouwman op "Schothorst",
woont in 't Wout (1714),
huurt op 29-11-1735 de hofstede "De Schothorst"
onder Ede van Hendrikus Otters, schout van het Ambt Ede voor 175 Caroli gld. 's jaars [11].
otr. 1o Lunteren 29-4-1714 als j.m. van de Weterinck
PETERTJE JANSEN (VAN VELDHUIZEN), ovl. vóór 1723, j.d. van Velthuijsen, wonend in 't Wout (1714), dr. van Jan Maassen,(¥)
otr. 2o Renswoude 31-1-1723 met attestatie van Lunteren [12]
131. GRIETJE AALBERTSEN ((VAN) RAVENHORST), geb. Emmikhuizen onder Renswoude, ged. Renswoude 12-3-1699, j.d. (1723), geref. lidmaat te Renswoude (ca. 1720).[13]
| COMMENTAAR(¥)
Is dit Jan Maassen x Jantje Hendricks, wier kinderen later van Veldhuijsen worden genoemd?.[14]
|
Op 28-4-1714 maken Jan Gerritsen van de Wetering en
Petertje Jansen van Velthuijsen huwelijkse voorwaarden,
waarbij hij ƒ 400,-- en zij ƒ 250,--
aanbrengt. Zij wordt geassisteerd door haar vader Jan Maassen en als
bloedvriend treedt o.a. haar oom Aart Maassen op
[15]. Deze laatste is rond 1700 pachter van
het herengoed "Schothorst"[16], waarover ruim 30 Gld. verponding betaald moet
worden. Opvolgende pachter is Jan Gerritsen, zijn aangetrouwde neef
[17].
Op 29-11-1735 vernieuwt Jan Gerritsen zijn pachtcontract voor 175
Car. gld. per jaar met de toenmalige eigenaar Hendrik Otters,(¥)
schout van
Ede. In 1749 betaalt hij haardstedengeld over het door hem gepachte goed
"Schothorst" met vier haardsteden en 19½ morgen bouwland, hij heeft een
vrouw en een kind, en zijn personeel bestaat uit vier knechts en meiden. Een
kamer behoort toe aan Juffrouw Suermond.(¥)
Deze kamer is volgens overlevering
in 1795 door langskomende Franse troepen gebruikt als slachthuis van paarden
en koeien! [18].
COMMENTAAR(¥)
Zie voor het geslacht Otters ref. [19].
Is zij mogelijk Anna Suermondt, dr. van Peter Suermondt
en Wijnanda Otters[20]
|
Uit zijn eerste huwelijk (van de Wetering-van Veldhuizen) geboren (o.a.?) :
-
a. Berend Jansen van de Wetering.
Uit zijn tweede huwelijk (van de Wetering-van Ravenhorst) gedoopt (o.a.?)(¥) :
-
a. Petertje Jansen van de Wetering, ged. Lunteren 7-9-1732, (=kw. nr. 65).
| COMMENTAAR(¥)
uit beide huwelijken geen kinderen te Renswoude gedoopt
[21], mogelijk wel te Lunteren.
|
132. HENDRIK WOUTERSEN (DECKER), ged. Lunteren 26-12-1685, ovl. Lunteren (De Valk),[22]
otr. 2o Lunteren 6-2-1741 [23]
of 4-2-1741 [24]
WILLEMPJE JANS, ged. Lunteren 10-4-1698, dr. van Jan Jansen en Aaltje Wulven, wed.(¥)
van Peel Aartsen,[25]
boer "in de hogeveen" (Doesburgerveen) onder Lunteren, is nog
lidmaat van de kerk te Ede, wonend in de Venen onder Doesburg
(1763) [26],
tr. 1o Ede 21-10-1724 [27]
133. MARIJTJE (MAARTJE) EVERTS, geb. Wekerom, ovl. Lunteren (De Valk) voor 1741,[28]
| COMMENTAAR(¥)
Peel Aartsen tr. Lunteren 1727 Willempje Jans, waarbij Peel zijn 40 jaar jongere bruid
"uyt pure liefde en affectie 800 morgen gave" toezegt uit zijn gerede goederen[29].
|
Op 16-6-1729 krijgen Hendrik Woutersen en Marrijtje Everts de
gehele gerede inboedel van Wouter Hendriksen en Aaltje Beertsen,
bestaande in: "karren en een peerd met haer toebehoren, ploeg en
eegden, koebeesten, koorn gedorst, ongedorst en te velde staende.
Voorts allerhande huijs, bouw en deelgereetschap, alsmede de kast, niets van
allen uitgesondert, als alleen behoud Aeltjen Beertsen voor haer
een bedde met sijn toebehoren, daer sij op slaept, een spinnewiel
ende alle het linnen" voor ƒ 160,--.
Op 13-3-1753 kopen Hendrik Woutersen Decker en Marritjen Evertsen
van de fam. Brandt voor ƒ 90,-- een schepel in De Valk,
genaamd "het kleyne haertje".
Op 24-12-1759 verkopen Frank Stevens, Aertje Stevens en Hendrikje Stevens
aan Hendrik Woutersen Dekker en Marritjen Evers een vierde part in 7/4
maenland, gelegen onder den Ampte van Nijkerk in de Arke Mheent 't
eijnde de Koesteegh, vrij allodiaal goed voor ƒ 180,--.
De boedel van Hendrik Woutersen en Marijtje Everts(¥)
bestaat in 1784 o.a. uit een "erf en goetjen Steenbeek,
het Heivelt, de haer en de melm en een hoekjen meenlandt".[30].
| COMMENTAAR(¥)
Hier klopt iets niet. Uit de bovenstaande acten zou blijken dat
Marritje Evers in 1759 nog leeft, terwijl Hendrik Woutersen al
in 1741 hertrouwt! Nader onderzoek!
|
Op 2-2-1741 richt Willempje Jans met haar twee dochters
Jantje Peelen en Aartje Peelen een magescheid op
[31].
Uit het huwelijk (Decker-Everts) gedoopt te Lunteren (o.a.?) :
-
a. Elisabeth Hendriks (Dekker), ged. Lunteren 30-9-1725 [32], tr. Lunteren 11-2-1749[33]
Bessel Franken Schuurman, geb. Lunteren (De Valk) 9-1-1719, zn. van Franck Jacobsen Schuurman en Grietje Aardse. [34]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :[35]
-
1. Maria Schuurman, ged. Lunteren 26-6-1757, ovl. Lunteren 15-5-1818.
tr. Lunteren 3-11-1793[36]
Jan Teunissen van Wagensveld(¥), ged. Renswoude 1-12-1759 (geb. op Wagensveld), wednr. van Hendrikje Reijers (huw. Lunteren 7-9-1788)
landbouwer op Hazeldonk te Ede, zn. van Teunis Jansen, bouwman op
Klein Wagensveld onder Renswoude, en Dirkje Jansen Veldhuijzen.
| COMMENTAAR(¥)
Verwarring kan makkelijk ontstaan met zijn gelijknamige broer
Jan Teunissen van Wagensveld, die met zijn vrouw Willemijntje Jansen van Schothorst
te Harskamp onder Otterlo woont (zie kw. nr. ⇒ 65 sub a).
|
Op 3-9-1788 wendt Jantje Wouters, die dan reeds zeven jaar "seer trouw
en eerlijk als meid gediend heeft" bij de secretaris van de heerlijkheid Scherpenzeel, zich tot het gerechtshof van Gelderland. Zij verklaart "dat
zij in den Jare 1776 en 1777 voor dienstmeid gewoond hebbende bij
Teunis Janssen op Wagensveld, haar goed en eerlijk gedrag heeft
aanleiding gegeven, dat zijn zoon, Jan Teunissen genaamd, haar in
vrijagie heeft nagegaan, en onder dure belofte van Trouw, haar tot den
bijslaap heeft weten te verleiden, met dat gevolg, dat zij van hem
beswangerd zijnde op den 3 Jan. 1777 in het kraambed is bevallen van een
zoon". Nu Jan Teunissen op 23 aug. 1788 in ondertrouw is gegaan met
Hendrikje Reijerse, weduwe van Gerrit Evertsen onder Lunteren, bij
wie hij in huis woont, tekent Jantje Wouters bezwaar aan wegens
verbroken trouwbeloften. Het huwelijk vond doorgang op
7 sept. 1788 te Lunteren.
-
b. Wouter Dekker, geb. 1729/30, ovl. Lunteren 29-10-1816, landman (1816).
-
c. Reijer Hendriks (Dekker), ged. 29-9-1738, (=kw. nr. 66).
134. RIJCK EVERTS (OP HET OUDE ERF), ged. Lunteren 4-10-1701[37], ovl. 1774, diaken te Lunteren (1746),
tr. Lunteren 21-1-1735 (huw. voorw. 19-1-1735, hij brengt in ƒ 900,--, zij ƒ 450,-- [38])
135. WOUTERTJE WOUTERS BUIJTENHUIJS, ged. Lunteren 5-3-1713, ovl. na 1780,[39]
tr. 2o voor 1774
GERRIT JANSEN, ovl. na 1780.
Herengoed Buitenhuis in het Ambt Apeldoorn :
Op 8-3-1774 krijgen Evert van Lijsselen x
Lijsebeth Woutersen Buijtenhuijs, Gerrit Jansen x Woutertje Wouters Buijtenhuijs,
Jantje Wouters Buijtenhuijs, wed. van Hessel Woutersen approbatie van een magescheid d.d.
7-3-1774 over de boedel van hun ouders Wouter Hendrick Buijtenhuijs x
Dirkje Wouters. Aan Gerrit Jansen en Woutertje Wouters Buijtenhuijs,
is toebedeeld een stuk bouwland in den Luntersen Enck groot 2½ schepel
"den Hoppecamp" genaamd, een stuk bouland in den Houtcamper Eng groot 3 1/2
schepel, een stuk Hooyland "de Agterste Hooijkamp" genaamd, en een stuk
Hooyland....etc. [40]
In 1780 zijn Woutertje Buijtenhuijs en Gerrit Jansen, echtelieden, en
Jantje Buijtenhuijs, erfgenamen van Geurtje Haalboom.[41].
Uit dit huwelijk (Everts-Buitenhuijs) geboren :[42]
-
a. Evert Robbertse (sic!), geb. 1736.
-
b. Derkje Rijksen, geb. 1738.
-
c. Wouter Buitenhuijs, geb. 1740.
-
d. Hendrikje Rijcksen, ged. Lunteren 23-9-1742, (=kw. nr. 67).
136. JAN (VAN BEEK), alleen bekend uit het patroniem van zijn vermoedelijke kinderen.
Uit hem mogelijk(o.a.?) (NB niet bewezen dat onderstaande personen broers zijn):
-
a. Gerrit Jansen van Beek, geb. (Vaassen?), (=kw. nr. 68).
-
b. Hendrik Jansen van Beek, tesamen met Lubbert pachters en papiermakers op de Oostelijke Brinker molen aan de Geelmolense beek / Dorpse beek te Vaassen (1761-1767).
[43]
-
c. Lubbert Jansen van Beek, geb. Arnhem, ovl./beg. Apeldoorn 29-4/3-5-1779 (Jannes Reuvekamp geeft aan zijn daghuurder Lubbert van Beek op Hennemansmolen), j.m., wonend te Vaassen (1764),
werkte tesamen met zijn broer Hendrik (1761-1767) (pacht ƒ 200 per jaar) en daarna alleen (1767-1772) (pacht ƒ 250 per jaar) als pachters en papiermakers op de Oostelijke Brinker molen aan de Geelmolense beek / Dorpse beek te Vaassen,
[44]
daghuurder op de Hennemansmolen I aan de Orderbeek te Orden (1779),
otr./tr. Vaassen 20-4/6-5-1764[45]
[46]
Hendrikje Scheun(s), ged. geref. Vaassen 28-7-1737, ovl. Apeldoorn (aangegeven) 7-6-1806 (wed. van Lubbert van Beek te Wormingen), j.d.,
dr. van Henrik Scheun en Geertruij Gerrits.
Uit dit huwelijk:[47]
[48]
-
1. Henrik van Beek, ged. geref. Vaassen 21-10-1764.
-
2. Aertje van Beek, ged. geref. Vaassen 9-2-1766.
-
3. Geertruijd van Beek, ged. geref. Vaassen 16-3-1768, j.d. van Vaassen (1796),
otr. Apeldoorn geref. 26-6-1796
Jan Bosgoed, j.m. van Apeldoorn (1796).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
4. Catharina van Beek, ged. geref. Vaassen 1-4-1770.
-
5. Aaltjen van Beek, geb. Apeldoorn ca. 1773.
138. REIJNDER JANSEN (BUURMAN) MENSIN(C)K, ged. Apeldoorn 13-3-1692[49], ovl./beg. Apeldoorn 9/13-9-1758 (in de Nieuwen Moriaan, aangever Olof Jansen), ingezetene van Apeldoorn (1747) met 4 kinderen [50],
wordt aangeslagen voor de cedulle voor ƒ 1,10,- (1722) [51],
woont in de Nieuwe Moriaan (1758),
tr. Voorst 20-3-1718
139. WENDELTJE(N) KRUIMER, ged. Voorst 8-3-1691, ovl./beg. Apeldoorn 15/19-8-1778 (de wed. van Rhijnder Mensink in de Nieuwe Moriaan, aangever Gerrit Ariens),[52]
woont in de Nieuwe Moriaan (1758, 1778).
Uit dit huwelijk (Mensink-Kruimer) geref. gedoopt te Apeldoorn :[53]
-
a. Roelof Mensink, ged. 16-4-1719 (obiit).
-
b. Jan Mensink, ged. 23-9-1720 (obiit).
-
c. Willem Men(t)sink, ged. 31-1-1723, ovl./beg. Apeldoorn 25/31-12-1807 (Willem Mensink in den Nieuwen Moriaan oud 84 jaren, aangever Roelof Mensink), woont in de Nieuwe Moriaan te Apeldoorn (1769..1807),
tr. vóór 1769
Eva Schut, ovl. Apeldoorn (aangegeven) 27-6-1806 (de vrouw van
Willem Mensink in den Nieuwen Moriaan), doopget. (1772, 1776).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. NN Mentsink, geb./ovl. Apeldoorn 21-1-1769, beg. Apeldoorn 23-1-1769 (een kind, dood op dese wereld gekomen kind van Willem Mentsink in de Nieuwe Moriaan, door hem zelf aangegeven).
-
2. Margrita Mensink, geb./ged. geref. Apeldoorn 1/25-4-1773 (get. Catharina Hogenhuijsen).
-
3. Wendelina Mensink, geb./ged. geref. Apeldoorn 24/25-5-1775 (get. Margrita Mensink), ovl./beg. verm. Apeldoorn 13/19-3-1778 (een -niet met name genoemd- kind van Willem Mensink in de Nieuwe Moriaan, door hem zelf aangegeven).
-
4. Arnoldus Mensink, geb./ged. geref. Apeldoorn 5/8-9-1776 (get. Catharina Hogenhuijsen)
verm. identiek met
Aard Mensink, ovl./beg. 20/26-3-1789 (Aard Mensink zoon van Willem Mensink in de Nw Moriaan, overleden aan de pokken, aangever Rhijnder Middelink).
-
d. Maria Mensink, ged. 24-9-1724.
-
e. Eg(t)bert Mensink, ged. 14-4-1726, ovl./beg. Apeldoorn 10/14-5-1783 (in de Nieuwe Moriaan, aangever Willem Mensink).
-
f. Margarita Mensink, ged. 25-4-1728, ovl. jong?
-
g. Margarita Mensink, ged. 29-1-1730, (=kw. nr. 69).
-
h. Albert Mensink, ged. 15-2-1733, ovl. Apeldoorn 21-11-1802,[54]
timmerman/hospes te Apeldoorn,
wonend te Apeldoorn (1780), aan de Hoge Beke (1774),
tr. 1o ca. 1765[55]
Catharina Hogenhuyijsen (Hogenhuyts), ovl./beg. Apeldoorn 5/9-7-1779 (bij de Hoge Beke, aangever Gerrit Ariens), doopget. (1773, 1776),
otr./tr. 2o Apeldoorn geref. 29-4/7-5-1780[56]
Elisabeth Boekholt, geb. vóór 1750, ovl. na 1780, j.d. wonend te Apeldoorn (1780, 1802).
Zij hertr. Apeldoorn geref. 3-11-1802 Jan Hendrik van Olnhausen met attestatie naar Amsterdam 21-11-1802
Uit zijn eerste huwelijk (Mensink-Hogenhuyijsen) (o.a.?):
-
1. Rhijnder Mensink, geb./ged. geref. Apeldoorn 11/18-10-1772 (get. Eva Schut), ovl./beg. verm. Apeldoorn 7/14-3-1774 (een -niet met name genoemd- kind van Albert Mensink aan de Hoge Beke, door hem zelf aangegeven), tweeling met Pieter.
-
2. P(i)eter Mensink, geb./ged. geref. Apeldoorn 11/18-10-1772 (get. Eva Schut), ovl. Brummen 3-8-1846, papiermakersknecht op de Bovenste molen II aan de Loenensebeek te Loenen (1815-1817),
tr.[57]
Harmiena Pannekoek, geb. Beekbergen 5-3-1779, ovl. Brummen 4-8-1849, dr. van Jan Pannekoek en Hendrika Berends.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
3. Reinder Mensink, geb./ged. geref. Apeldoorn 10/10-3-1776 (get. Eva Schut), ovl. Brummen 11-2-1855, papiermakersknecht, dagloner,
tr. Ellecom 16-9-1804[58]
Rebekka Kersten (Karsten), geb. Voorst ca. 1782, ovl. Brummen 28-8-1866, dr. van Jan Kersten en Aaltje van Elten.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
4. NN Mensink, geb./ovl. Apeldoorn 8-7-1784 (een -niet met name genoemd- kind van Albert Mensink dood ter wereld gekomen aan de Beeke, door hem zelf aangegeven).
140. LUBBERT WOLTERS GOUDKUYL, ged. geref. Apeldoorn 4-8-1693 [59]
, ovl./beg. Apeldoorn 2/6-10-1770 (Lubbert Goudkuijl te Noord Apeldoorn, aangever Hendrik Wegenaar [60]
, woonde op 't "Ritbroek" [61],
woont op den Goudkuijl onder 't Broeklant (1746),
boerscholt van de Wonnumermark (1756),[62]
tr. Apeldoorn 1722
141. LUBBERTIEN AALBERTS, ged. geref. Apeldoorn 24-11-1695 [63], ovl./beg. Apeldoorn 12/18-1-1746 (de huijsvrouw van Lubbert Wouters op den Goudkuijl onder 't Broeklant, aangever Lucas Roelofs).
Lubbert Wouters Goudkuyl, wednr., met 5 kinderen en 1 knecht, wonend in de
buurschap Beemte, is ingezetene van Apeldoorn (dec. 1747)
[64].
Het herengoed Ritbroeck of Ritbergh in het Ambt Apeldoorn, kerspel Apeldoorn, buurtschap Orden :[65]
11-11-1761 : Lubbert Goudkuijl x Lubbertje Alberts krijgen investiture en oprukking
na transport d.d. 25-1-1743 door Lucretia Ensink, wed. van Gerrit Goutkuijl, met
Reinder van Coutijs, als gemachtigde van Cornelis en Andries Goutkuijl, kinderen
van Gerrit en Lucretia. N.B. Volgens een volmacht d.d. 8-6-1753 te 's Gravenhage is
Gerrit Goutkuijl gehuwd met Wendelina Mechtelt Marinus.
22-8-1771 : Albert Goudkuijl x Jenneken Geurts, Wouterus Staal, wednr. van
Aalje Goudkuijl, mede als voogd van zijn kinderen, Jan Willems x Jannetje Goudkuijl,
Gerrit Stegeman, wednr. van Cornelia Goudkuijl, mede als voogd van zijn kinderen en
Jan Hendriks Buitenhuis, minderjarige kindenen van wijlen voornoemde Cornelia, bij
wijlen Henrik Buitenhuis en laatstelijk Jacobus Eckenhuis en Albert Goudkuijl
als voogden over Johanna , Lubbert en Anthonetta Eckenhuis, kinderen van wijlen
Peter Eckenhuis bij wijlen Janna Goudkuijl, tezamen (klein)kinderen en erfgenamen
van Lubbert Goudkuijl en Lubbertje Alberts, approbatie van een magescheid d.d.
15-8-1771, waarbij dit herengoed aan eerstgenoemdem is toegevallen.
Een herengoed in het Ambt Apeldoorn, kerspel Apeldoorn, buurtschap Wenum, na 1771
Goedwil of Welgelegen genaamd: de saelweer 1 schepel, waerop een huijs staat van
3 gebondt, hebbende de volle gerechtigheijt in de Wenemer Enck, waartoe noch gehoeren
4 molder opte voorseide Enck in vier perceelen.
24-1-1731 : Approbatie van een magescheid.
24-1-1731: Lubbert Woutersen Goutkuijl c.s. investiture en oprukking.
13-5-1743 Lubbert Woutersen Goutkuijl x Lubbertje Aelberts oprukking.
7-9-1759 : Lubbert Woutersen Goutkuijl, wednr van Lubbertje Aelberts, oprukking.
22-8-1771 : Albert Goudkuijl x Jenneken Geurts, Wouterus Staal, wednr. van
Aalje Goudkuijl, mede als voogd van zijn minderjarige kinderen, Jan Willems x
Jannetje Goudkuijl, Gerrit Stegeman, wednr. van Cornelia Goudkuijl, mede als voogd van
zijn minderjarige kinderen, Willem Blauwenoort en Gerrit Holterman als voogden over
Anthonia en Jan Hendrik Buitenhuis, minderjarige kinderen van wijlen voornoemde Cornelia, bij
wijlen Henrik Buitenhuis en laatstelijk Jacobus Eckenhuis en Albert Goudkuijl als
voogden over Johanna , Lubbert en Anthonetta Eckenhuis, minderjarige kinderen van
wijlen Peter Eckenhuis bij wijlen Janna Goudkuijl, tezamen (klein)kinderen en
erfgenamen van Lubbert Goudkuijl en Lubbertje Alberts, approbatie van een magescheid
d.d. 15-8-1771, waarbij dit herengoed aan Wouterus Staal en zijn kinderen, alsmede
Gerrit Stegeman met zijn kinderen, is toegevallen (ieder voor de helft).[66]
Op 29-1-1774 legateert Anthony (Wouters) van Asselt aan de kinderen en kindskinderen van Lubbert Goudkuijl, wonende in Gelderland, f. 3.000,- .[67]
Uit het huwelijk (Goudkuyl-Aalberts) gedoopt te Apeldoorn [68] :
-
a. Jannetje Goutkuyl, geb. ca. 1720 [69]
, ovl./beg. Apeldoorn op 't Loo/Apeldoorn 29-12-1775/4-1-1776[70]
, tr. 1o Apeldoorn 1749 [71]
(7-4-1746 met dispensatie van het Hof van Gelderland[72]
) haar neef (=achterneef!). Wouter Cornelis van Asselt, ged. Apeldoorn 6-3-1707 [73]
, ovl./beg. Noord-Apeldoorn/Apeldoorn 3/7-5-1760,[74]
zn. van Cornelis Wouters en Hendersien Hendriks (zie kw. nr. ⇒ 561 a sub 1),
met zijn vrouw ingezetene in de buurschap Noord-Apeldoorn met een schaapherder (Jan Temens), een knecht (Jannes Gerrids) en een meid (Jannetje Janss) (1747),[75]
bewoner van Olden Willem Mullers steedjen (1751),
tr. 2o 1760-1762
Jan Willems Muller, ovl. na 1771, wednr. van Jacomina Jansen[76].
De nazaten van Jan Willems noemen zich begin 1800 ook Van Asselt.
Een herengoed "Olden Willem Mullers steedjen" in het ambt Apeldoorn, kerspel Apeldoorn,
buurtschap Velthuizen. De grootte : de saelweer groet een ½ schepel gesaijs waerop
een huijs staet van 3 gbt. waertoe gehoeren drie stucken bowlant groet 't samen twe molder
geseijs, noch 2 campgens bij 't huijs 't ene gr. 5 schepel ende het andere een ½ mulder.[77]
17-3-1751 : Wouter, Hendrik, Aeltje en Gerritje Cornelissen van Asselt, investiture en oprukking als erfgenamen van hun vader Cornelis Wouters.
17-3-1751 : Wouter Cornelissen van Asselt bekomt transport na overdacht door zijn broer Hendrik Cornelissen van Asselt van ¼ part.
29-11-1752 : Wouter Cornelissen van Asselt x Jannetje Goudkuijl approbatie voor een wederzijdse tuchting.
24-8-1771 : Lubbert Wouters van Asselt, onmondig, investiture en oprukking als
erfgenaam van zijn vader Wouter Cornelissen van Asselt, voor de zaalweer en ¼,
idem erfgenaam van zijn tante Aaltje Cornelissen voor ¼ part, onder momberschap van
Wijn Teunis, Hendrik Cornelissen van Asselt, oprukking voor ¼ part. De twee
kinderen van wijlen Gerritjen Cornelis van Asselt bij Wijn Teunis oprukking voor ¼ part.
14-4-1783 : Wouter Wouters van Asselt investiture en oprukking, na approbatie van een magescheid
tussen Gerritje Buijtenhuijs, wed. van Lubbert Wouters van Asselt, enerzijds, voornoemde
Wouter, Berend Egberts x Cornelia Wouters van Asselt, alsmede Albert Goudkuijl en
Jurrien Gerrits als voogden over de twee onmondige kinderen van Jan Willems bij
Jannetje Goudkuijl, m.n. Anthony en Cornelis, anderzijds, tesamen hele en halve broers en
zusters over de nalatenschap van voornoemde Lubbert, waarbij aan Wouter de zaalweer en de
helft van het herengoed is toegedeeld. Voorts oprukking voor Hendrik Cornelissen van Asselt en
de twee kinderen van Gerritje Cornelissen van Asselt, voor de wederhelft.
14-1-1788 : Wouter Wouters van Asselt oprukking voor de zaalweeer en de helft van het herengoed.
Uit haar eerste huwelijk (van Asselt-Goudkuyl) geboren (te Apeldoorn?) [78] :(¥)
| COMMENTAAR(¥)
De geboorte van Aalbert Wouters van Asselt geb. 1749[79]
uit dit huwelijk wordt niet bevestigd door onderzoek in de bronnen.[80]
|
-
1. levenloos kind, geb. 3-9-1751.
-
2. levenloos kind, geb. 19-7-1753.
-
3. Cornelia Wouters van Asselt, geb. Apeldoorn 6-10-1754, doopget. (1779),
tr. Apeldoorn 22-2-1778[81]
Berend Egberts van Weenum, geb. Apeldoorn 25-4-1751, landbouwer,
koopt in 1812 voor ƒ 500 de in slechte staat verkerende papiermolen Het Hul aan de Orderbeek te Orden met wat land, verpachtte de molen, waarna deze in 1818 werd geveild,[82]
zn. van Egbert Aalberts en Megtelt Jansen.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
4. Anthony Wouters van Asselt, geb. 11-1-1756.
-
5. Lubbert Wouters van Asselt, geb. 24-4-1757, tr.
Gerritje Buijtenhuijs.
-
6. Dina Wouters van Asselt, geb. 6-7-1759.
-
7. Wouter Wouters van Asselt, geb. 3-9-1760.
Uit haar tweede huwelijk (Muller-Goudkuyl) geboren te Apeldoorn [83] :
-
1. Rhijnder Jans Goudkuyl, ged.. 7-4-1762 (noemt zich Goudkuyl).
-
2. Anthony Jans van Asselt, ged. 24-7-1763 (noemt zich van Asselt)[84], ged Apeldoorn 24-7-1763.
karman, landbouwer,
tr. 1o Beekbergen 5-12-1790[85]
Geertjen Karman (Kerman), ged. Beekbergen 28-9-1771, ovl. Apeldoorn 22-1-1799, dr. van Gerrit Willems Karman en Trijntje Reinders,
tr. 2o Apeldoorn 11-8-1799[86]
Reijndje Hendriks.
Uit zijn tweede huwelijk (van Asselt-Hendriks) (o.a.?):
-
aa. Hendrika van Asselt, geb. Apeldoorn 1800/01, tr. Apeldoorn 3-4-1829
Hessel van Laar, geb. Apeldoorn 1798/99, zn. van Lubbertus Gerrits van Laar en Klazina Hessels.
-
3. Cornelis Jans Goudkuyl, ged. 30-9-1764 (noemt zich Goudkuyl).
-
b. Cornelia Lubberts Goutkuyl, ged. 25-4-1723, beg. Deventer Bergkerkhof 4-7-1770 [87]
[88]
, woonde in de Klok in de Rikmanstraat te Deventer (1770),
otr./tr. 1o Deventer/Apeldoorn ../29-8-1752 (met dispensatie van het Hof van Gelderland als halve broederskinderen 29-7-1752[89])
Hendrik Teunis Buitenhuis, ged. Apeldoorn 3-10-1706 [90], ovl. Deventer 7-7-1758, wednr. van Lijntje Rutgers, zn. van Teunis Buitenhuis en Evertien Everts (zie kw. nr. ⇒ 281 b),
herbergier in de "Strokap" te Deventer,
otr./tr. 2o Deventer 28-4/22-5-1759
Gerrit Stegeman, ged. Deventer 5-6-1729, ovl./beg. Deventer Bergk. 21/27-12-1796,[91]
zn. van Lambert Stegeman, bevelhebber (onderofficier)
uit de Smeestraat, en Willemken Gerrits Wanninck).
Tekst van
een advertentie bij het overlijden van Gerrit Stegeman:
"De affaires van Factory en Logement blijven
continueren, verzoeke ieders gunst en recommandatie".[92]
Uit haar eerste huwelijk (Buitenhuijs-Goutkuyl) geboren (o.a.?) :
-
1. Jan Hendriks Buijtenhuijs.
-
2. Anthony Hendriks Buijtenhuijs.
-
3. Cornelis Hendriks Buijtenhuijs.
Uit haar tweede huwelijk (Stegeman-Goutkuyl) gedoopt te Deventer :[93]
-
1. Lambert Stegeman, ged. 16-3-1760.
-
2. Willemina Stegeman, ged. 14-5-1761.
-
3. Lambert Stegeman, ged. 22-4-1762, ovl. Deventer 2-4-1830, kastelein en logementhouder (1824),
otr./tr. 1o Deventer 7/25-11-1789[94]
Janna van Weteringen, ged. Deventer 30-12-1762, beg. Deventer
Bergkerkhof 7-8-1793, dr. van Lodewijk van Weteringen en Gerritje Jansen Evers,
otr./tr. 2o Deventer 6/28-12-1794[95]
Jenneken Beumers, ged. Terwolde 21-1-l-1759, ovl. Deventer 24-2-1837, dr. van Berend Gerrits Beumer en Aaltjen Janssen Pluym.
Uit zijn tweede huwelijk (Stegeman-Beumers) (o.a.?):
-
aa. Berend Jan Stegeman, geb. (Deventer) 27-11-1799, tr. Olst 7-8-1824
Anna van Wilpe, geb. Olst 11-2-1804, dr. van Asjen van Wilpe en Johanna Halkus.
-
4. Antony Stegeman, ged. 30-10-1763.
-
5. Antoni Stegeman, ged. 30-8-1767.
-
c. Aalbertie Lubberts Goutkuyl, ged. 6-5-1725, ovl. jong [96].
-
d. Aalbertie Lubberts Goutkuyl, ged. 2-9-1726 [97]
, ovl./beg. in St. Marrienstraat/Apeldoorn 3/9-11-1770[98]
, tr. ca. 1743
Wolter(us) Staal, ovl./beg. in St. Marrienstraat/Apeldoorn 7/14-3-1794,[99]
Zij beiden worden vermeld als ingezetenen van Apeldoorn (dorp Orden)
met 3 kinderen (1747) [100].
Uit dit huwelijk gedoopt :[101]
-
1. Susanna Staal, ged. Apeldoorn 7-7-1743.
-
2. Johanna Staal, ged. Apeldoorn 7-2-1745.
-
3. Lubberta Staal, geb./ged. Apeldoorn/Twello (CHECK!) 1747/3-5-1747.
-
4. Eva Staal, ged. Apeldoorn 5-10-1749.
-
5. Gerharda Staal, ged. Apeldoorn 23-2-1752, ovl./beg. 9/14-1-1755.
-
6. Gerharda Maria Staal, ged. Apeldoorn 5-3-1755.
-
7. Lubbert Staal, ged. Apeldoorn 1-1-1758, ovl/beg. 13/15-2-1758.
-
8. Hendrina Catharina Staal, ged. Apeldoorn 17-6-1759.
-
9. Lucretia Staal, ged. Apeldoorn 1-9-1762.
-
e. Wouter Lubberts Goutkuyl, ged. 24-10-1728, ovl. jong [102].
-
f. Jannetje (Janna) Lubberts Goutkuyl, ged. 14(24?)-1-1731[103], ovl./beg. "op Hattem"/Apeldoorn 8/14-3-1761, tr. vóór 1752
Peter Ekkenhuys (Elkenhuijsen), geb. Heerde, pachter en papiermaker op de Bouwhofsmolen aan de Ugchelsebeek te Ugchelen (1750-1761),[104]
mr. pampiermaker op "Klein Hattem"[105].
Hij hertr. Gerritjen Jansen Velthuijsen, waaruit nog 4 kinderen geboren (1762-1775).
Na het overlijden van Janna Goutkuyl wordt er een inventaris gemaakt. De waarde wordt rond de 4000 gld. geschat, maar er was een schuld van 3200 gld.
Uit dit huwelijk geboren :[106]
-
1. kind, ovl./beg. 22/24-6-1752.
-
2. Johanna Ekkenhuys, ged. Apeldoorn 27-5-1753.
-
3. Lubbert Ekkenhuys, ged. Apeldoorn 8-12-1754, ovl. Doorwerth 14-4-1813, papiermakersknecht (1813) bij Gerrit van Ommen op de Zuidelijke Kabeljauwse molen aan de Wolfhezerbeek te Heelsum,
tr. Arnhem 6-8-1790[107]
J(oh)anna Brink. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
4. Anthonetta Ekkenhuys, ged. Apeldoorn 26-9-1756.
-
5. Gerhardus Ekkenhuys, ged. Apeldoorn 27-8-1758.
-
6. Lubbetje Ekkenhuys, ged. Apeldoorn 1-3-1761.
-
g. Woutertien Lubberts Goutkuyl, ged. 3-8-1732 [108], tr. vóór 1761
Jannes Gerrits.
-
h. Aalbert Lubberts Goutkuyl, ged. 1-1-1734 [109], (=kw. nr. 70).
-
i. Gerharda Lubberts Goutkuyl, ged. 3-6-1736 [110]
, ovl./beg. Apeldoorn 3/8-12-1751 (Gerharda Goudkuijl dogter van Lubbert Wolters Goudkuijl, aangever Jan Thonen)[111]
.
-
j. Hendrina Lubberts Goutkuyl, ged. 23-2-1738, ovl. jong [112].
142. GEURT ARENDS (OP DE DIESBERG)(¥), ovl./beg. Appeldoorn 5/9-6-1795 (Geurd Arends op den Diesberg op de Beente, aangever Teunis Poelman), j.m. van Eerdbeek,
woont op den Diesberg op de Beente (1768, 1795),
otr. Hall 23-3-1733 (met attestatie naar Apeldoorn) [113]
143. GEERTJE PETERS BRINK [114], geb. 28-5-1704, ovl./beg. Apeldoorn 23/27-4-1768 (de -niet met name genoemde- huijsvrouw van Geurd Arends Diesberg op de Beente, aangever Lucas Roelofs), j.d. onder Apeldoorn.
COMMENTAAR(¥)
Is er een verband met Willem Peters Hansen Diesbergh, ovl. voor 1730
[115] of met Anna Willems Diesberg, ovl. voor 1749, tr.
Willem Derks, waaruit een dr. geb. Apeldoorn 1701 [116]
of met Peter Diesbergen, wednr. wonend te Harderwijk, tr. ald.
1739. [117]
Marritje Willems Diesbergh, tr. Terwolde 1712 Jan Willems[118]
,[119]
.
Wie is Jacomina Diesbergen, tr. Peter Jans, genoemd te Epe 1751[120]
, en met een herengoed in de buurtschap Dijkhuizen, kerspel Epe, ambt Epe.[121]
|
Uit het huwelijk (Diesberg-Brink) geboren te Apeldoorn (o.a.?) :
-
a. Hendrik Geurts Diesberg, geb. (ged?) 25-8-1737 [122], j.m. van Apeldoorn (1772),
woont op de Veller (1776),
otr./tr. 1o Apeldoorn geref. 3-4/3-5-1772
Jenneke Dirx Velthoen, ovl./beg. Apeldoorn 13/19-2-1776 (de -niet met name genoemde- huijsvrouw van Hendrik Geurts Diesberg op den Veller, aangever Egbert Lucas), j.d. geboren in 't Nieuwbroek, wonend te Deventer (1772),
doopget. (1774),
otr./tr. 2o Apeldoorn geref. 14-11/15-12-1776
Zwaantje Jans Middelburg, j.d. laatst gewoond hebbende te Amsteldam dog onlangs te Deventer (1776).
Uit zijn eerste huwelijk (Diesberg-Velthoen):
-
1. Geertje Hendriks Disbergen, geb./ged. geref. Apeldoorn 15/20-6-1773 (get. Stientje Hendrix)[123], wonende onder Apeldoorn (1796),
tr. Apeldoorn geref. 2-10-1796[124]
Loog Landaal[125], geb./ged. Apeldoorn 2/2-11-1766, ovl. Apeldoorn 21-3-1835, wonende onder Apeldoorn (1796),
koopman,
herbergier, ingezetene van Apeldoorn en Het Loo (1811),[126]
zn. van Laurens Landaal en Luytje Corthals.
Uit dit huwelijk 10 kinderen geboren te Apeldoorn (1797-1818),[127] waaronder :
-
aa. Lucretia Landaal, geb. (Apeldoorn) 1800/01, tr. Apeldoorn 21-7-1821
Hendrik Huiskamp, geb. (Hal) 1793/94, zn. van Reinder Huiskamp en Bartha ter Hoeven.
-
bb. Hendrika Landaal, geb./ged. geref. Apeldoorn 28-12-1802/9-1-1903, tr. Apeldoorn 17-4-1829
Hendrik Ketel, geb. Apeldoorn 1796/97, zn. van Peter Ketel en Christina Hendriks.
-
cc. Johanna Louisa Landaal, geb. Apeldoorn 1817/18, tr. Apeldoorn 5-6-1840
Bernardus Gooswijn Braskamp, geb. Apeldoorn 1811/12, zn. van Johannes Hendrikus Braskamp en Egberdina Berghorst.
-
2. Dirkje Hendriks Disbergen, geb./ged. geref. Apeldoorn 29-11/10-12-1775 (get. Harmina Geurds Diesberg), ovl. Deventer 14-11-1819,[128]
Uit zijn tweede huwelijk (Diesberg-Middelburg):
-
3. Geurt Hendriks Diesberg, geb./ged. geref. Apeldoorn 21/23-5-1779 (get. Harmina Diesberg).
-
b. Jenneke Diesberg, ged. Apeldoorn 31-1-1740, (=kw. nr. 71).
-
c. Jan Geurts Disbergh, geb. Apeldoorn, j.m. wonend te Apeldoorn.
otr. Beekbergen 6-3-1767 (met attestatie van Apeldoorn) [129]
Hendrina Stoffels Uleman, geb. Beekbergen, wonend te Beekbergen,
wed. van Borre Jochems.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Jenneke Gerrits (Geurts), geb. (ged?) Beekbergen 27-12-1779 (als dr. van Jan Geurts van Disburg en Hendrina Stoffels Uleman), tr.[130]
Jacob Berends, geb. Apeldoorn 19-1-1780, ovl. Apeldoorn 2-6-1851, samen met zijn broers Derk en Bernardus (1815-1830) eigenaren en papiermakers op de Kleine Bazemolen I (ook genaamd Steenbeek) aan de Ugchelsebeek te Ugchelen,[131]
zn. van Jan Jacobs Berends, medeeigenaar van de Kleine Bazemolen I, en Woutertje Poll
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
d. Hermina Geurds Disberg, ovl. 1786-1800, doopget. (1775..1679),
tr.
Derk Peters Oldenhof, ovl. na 1800, wonende onder Apeldoorn (1800).
Hij hertr. Apeldoorn 18-11/28-12-1800 Hendrina Croeze.
-
1. Trijntje Derks Oldenhof, geb./ged. geref. Apeldoorn 16/22-3-1772 (get. Jenneken Willemsen).
-
2. Geertje Derks Oldenhof, geb./ged. geref. Apeldoorn 15/18-3-1774 (get. Jenneken Dirx).
-
3. Jenneken Derks Oldenhof, geb./ged. geref. Apeldoorn 10/14-4-1776 (get. Annetje Gerrits).
-
4. Peter Jans(!) Derks Oldenhof, geb./ged. geref. Apeldoorn 27-4/3-5-1778 (get. Megteld Everts).
-
5. Aardje Jans(!) Derks Oldenhof, geb./ged. geref. Apeldoorn 2/9-4-1780 (get. Megteld Everts).
-
6. Johannes Derks Oldenhof, geb./ged. geref. Apeldoorn 29-6/6-7-1783 (get. Aaltje Janssen).
-
7. Gerharda Derks Oldenhof, geb./ged. geref. Apeldoorn 28-12-1785/1-1-1786.
-
e. NN Geurds, ovl./beg. Apeldoorn 17/23-2-1748 (een kind van Geurt Arends aan de Grift in d' Heerlijkhijd, aangever Lucas Roelofs).
-
f. Arend Geurds, ovl./beg. Apeldoorn 4/10-11-1772 (een zoon van Geurd Arends op de Beente, aangever Hendrik Jansen).
-
g. Willemina Geurts Diesberg, filiatie niet bewezen,
doopget. (1772).
144. HENDRIK HENDRIKSZ HOPSTER, ged. Vriezenveen 29-5-1710, ovl. Vriezenveen na 1748, tr. ca. 1739
145. GEERTJE JANS(EN), geb. ca. 1714, ovl. na 1748. In de volkstelling van Vriezenveen (1748) worden vermeld:[132]
Hend. Henderix Hopster en zijn vrouw Geertje Jansen met vier
kinderen onder de 10 jaar : Hinderik Hinderix, Jan Hinderix,
Berent Hinderix en Janna Hinderix.
-
a. Hendrik Hendriksz Hopster, ged. Vriezenveen 7-2-1740, ovl. Vriezenveen 1770-1775, (=kw. nr. 72).
-
b. Jan Hinderix Hopster(¥), ged. Vriezenveen 1742, ovl. 1787-1811, tr. 1o [134]
Aeltjen Hof, ged. Vriezenveen 1751, ovl. 1777-1784, dr. van Hendrik Jansen Hof en Berendjen Jansen,
tr. 2o [135]
Hindrica Scheper, ged. Vriezenveen 1761, ovl. Vriezenveen 1832, dr. van Albert Scheper en Aeltjen Janzen.
Zij hertr. ca. 1820 Gerrit Rengdink.
| COMMENTAAR(¥)
Wellicht Jan Hendriks,betaalt, als behorend onder de inkomensklasse 175-200 gulden per jaar, ƒ 4,00 personele quotisatie te Vriezenveen voor huisnr. 307 (1808).[136]
|
Uit zijn eerste huwelijk (Hopster-Hof):[137]
-
1. Johanna Hopster, ged. Vriezenveen 1774, ovl. Vriezenveen 1847, tr. vóór 1799[138]
Gerrit Berends Oudendijk, ged. Vriezenveen 1772, ovl. na 1832 (verm. 1849), betaalt, als behorend onder de (laagste) inkomensklasse, ƒ 0,50 personele quotisatie te Vriezenveen voor huisnr. 314 (1808),[139]
vermeld als landbouwer en huiseigenaar te Vriezenveen kadaster sectie E 380 (1832),[140]
zn. van Berend Oudendijk en Geertjen Gerrits.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
2. Hendricus Hopster, ged. Vriezenveen 1776, ovl. Vriezenveen 1837, vermeld als landbouwer en huiseigenaar te Vriezenveen kadaster sectie A1785 (1832),[141]
tr. 1o voor 1805[142]
Aleijda Gerrits (Companje), ged. Vriezenveen 1780, ovl. Vriezenveen 1813, dr. van Garret Hendriks Companjen en Aeltjen Jansen,
tr. 2o Vriezenveen 26-2-1814
Gezina Waanders, ged. Vriezenveen 1787, ovl. Vriezenveen 1822, dr. van Garrit Waanders (of Tromp) en Janna Hendriks.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
3. Gerret Hopster, ged. Vriezenveen 1777.
Uit zijn tweede huwelijk (Hopster-Scheper):
-
4. Albert Jans Hopster (Hopstra, Hopstee)), ged. Vriezenveen 1784, ovl. Vriezenveen 1858, timmerman te Vledder (1819),
tr. vóór 1812[143]
Frouwken (Vroukje) Berkenbos, geb./ged. geref. Vinkega/Steggerda (Weststellingwerf) 21-6/1-7-1787, ovl. na 1829 (verm. Vriezenveen 1865), dr. van Tiede Pieters (Berkenbos) en Jantjen Egberts (Wijten).
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
5. Gerhardus Hopster, ged. Vriezenveen 1787.
-
c. Berent Hinderix Hopster(¥), ged. Vriezenveen 1744, ovl. Vriezenveen (akte 27-6-1811).
| COMMENTAAR(¥)
Wellicht berend Hendriks, betaalt, als behorend onder de inkomensklasse 50-75 gulden per jaar, ƒ 1,00 personele quotisatie te Vriezenveen voor huisnr. 359 (1808).[144]
|
-
d. Janna Hinderix Hopster, ged. Vriezenveen 1748.
146. JAN LUCASSEN HULS(T) (HOLS), geb. ca. 1704, ovl. na 1748, vermeld in het register van boterpachtplichtigen te Vriezenveen (ca. 1735) met 3 akker land, bijgenaamd Croemen Lant, voor 4 ponden boter,
en met 2 akker, voor 8 ponden boter,
[145]
tr. ca. 1729[146]
147. JENNEKEN BERENDS GROBBE, geb. ca. 1704, ovl. na 1748. In de volkstelling van Vriezenveen (1748) worden vermeld:[147]
Jan Luicas Hols en zijn vrouw Jenneken Berents met twee kinderen
boven de 10 jaar Geertjen Jansen en Jenneken Jansen en twee
kinderen onder de 10 jaar Berendina Jansen en Janna Jansen.
Uit dit huwelijk geboren :[148]
-
a. Geertjen Jansen Hulst, ged. Vriezenveen 1730, ovl. na 1768, tr. Vriezenveen kerk 1767[149]
Gerrit Schoemaker, geb. Vriezenveen 27-12-1749, ovl. 1811-1823, wednr. van Janna Berends (huw. 1763),
vermeld, met zijn zusters, in de lijst van intekenaren die een bijdrage hebben geleverd aan de verbouwing van de Gereformeerde Kerk te Vriezenveen (1801) voor een bedrag van ƒ 3,--,[150]
betaalt, als behorend onder de inkomensklasse 100-150 gulden per jaar, ƒ 2,-- personele quotisatie te Vriezenveen voor huisnr. 282 (1808),[151]
schoenmaker, ingezetene van Vrieseveen (1811),[152]
zn. van Berend Schoemaker en Berentjen Heijneman.
-
1. Jan Oudendijk (sic!), ovl. Vriezenveen (akte 12-8-1846).
-
b. Jennegjen Jansen Hulst, ged. Vriezenveen 1732, ovl. vóór 1748.
-
c. Jenneken Jansen Hulst, ged. Vriezenveen 1734, ovl. na 1748.
-
d. Jan Jansen Hulst, ged. Vriezenveen 1736, ovl. vóór 1748.
-
e. Berendina Jansen Hulst, geb. 1738-1748, ovl. na 1777, (=kw. nr. 73).
-
f. Janna Hulst, ged. Vriezenveen 1741, ovl. vóór 1748.
-
g. J(oh)anna (Jannaegjen) Jansen Huls(t), ged. Vriezenveen 6-12-1744[154], ovl. Vriezenveen (akte 25-11-1825), tr. Vriezenveen kerk 1784[155]
Otto Otten, ged. Vriezenveen 1763, ovl. Vriezenveen (akte 1-5-1820), zn. van Fredrik Otten en Berendjen Derks Timmer.
148. LOOG (VAN GERDER) OF NN LOOGEN(¥).
COMMENTAAR(¥)
Wat is het verband met:
Op 13-4-1703 verleent Wessel Bosch procuratie aan
Cost Aertsen van Garderen om 33 gulden te ontvangen
van de weduwe van Aart Willemsz van Garderen
[157]
|
-
a. Aar(en)t van Gerder.
Op 27-8-1759 cedeert Cornelis Reijnders Daemen, smid te Garderen, aan
Aerent van Garder zijn huis en hof, staande in Barneveld tussen de huizen van brouwer Hendrik van Heerd en Hendrik Roelofsen, voor f. 725,-.
[158]
-
b. Kost van Garder (Kost Loogen, Kost van de Fliert), geb. Nijkerk vóór ca. 1750, ovl./beg. Barneveld 28-1/3-2-1778,[159], (=kw. nr. 74).
-
c. Jan van de Flier, voogd over de onmondige kinderen van Kost van de Fliert en Evertje Jansen
(1779).
152. AART MAASSEN (VAN SOMEREN)(¥), ged. Voorthuizen 23-7-1713[160], ovl. Garderen 1795, molenaar te Garderen (1747..1783),
otr./tr. Garderen 2/25-4-1745[161]
153. HENDRIKJE JANS, geb. 1724/5, ovl. Garderen 1-10-1783 ("aan de Rode Loop" [162]), j.d. uit Garderbroek (1745).
| COMMENTAAR(¥)
Hoe is Maas Riksen wonend te Garderen, die 4-11-1812 te Barneveld de geslachtsnaam
Van Zomeren aanneemt [163] verwant?
|
Aart Maassen en vrouw, molenaar te Garderen, betaalt ƒ 11,-- (1747) en ƒ 8,15,-- (1748) hoofdgeld
voor 2 personen, ½ erf, 2 heerdsteden, 3 morgen, 5 specien.[164]
Op 10-5-1751 heeft Lubbert Willemsen uyt de hand verkogt en alnu
getransporteert aan Aart Maassen de Moolen tot
Garderen, neffens het Muldershuys hof en aangelegen land, gelegen
tot Garderen, sijnde vrij allodiaal deylbaar thinsgoed. En sulx voor een
somma van drie en twintig hondert guldens, waar van de comparanten
bekende 1300 guldens te hebben ontfangen en de overige 1300 guldens
in het selve goed bevestigt gehouden. Geerfden zijn Johan Walburgh,
Fredrik van den Ham en Gerrit Noyen.[165]
Op 24-2-1768 hebben Gerrit Maasen x A.C. Nyenhuijs, Aart Maassen
x Hendrikjen Jans, als mede Aart Evert Hoogland en
Cornelis Sonnevelt als tijdelijke Diaconen van Barnevelt namens
Evert Maassen, verkogt aan Hendrik Peterssen, mulder op Pureveen en
sijnen erven, soodaane aandeel of portie als ieder van haar was hebbende
aan de Pureveense
windcoornmoolen, als mede van huys hoff bakhuys en verder opstal en
onderhorige landerijen, houdtgewassen velden en slaagen, gelegen in de
buurschap Cootwijkerbroek of soo en als het selve bij wijlen Wouter Otten
gebruykt geweest is en beseeten heeft, zijnde vrij allodiaal niet
beswaart erff en goed en wel voor de
somma van neegen hondert caroly guldens. Geerfden zijn Hendrik Cortusm Hendrik Hendriksen Cortus.[166]
Op 25-5-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x
Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen
x Knelisje Gerrits,
Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede
Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over
Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van
Evert Maassen x Marritje Willems,
zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters,
bij publicque veyling en toeslag vercogt en alnu gecedeert aan
Hendrik Wouterssen en sijnen erven.
1/9 deel in erff de Bunt gelegen in 't Garderbroek, vervolgens xx deel van 1/9 deel,
nog 1/8 deel van 1/9 deel ofte soo en als het selve bij Wouter Otten en sijn vrouw in
eygendom is beseeten geweest, doende gemelde plaats in 't geheel in verpondinge
f 24-4-, zijnde voorts vrij allodiaal erff en goedt niet beswaart als met
Heerenverpondinge en andere lasten en wel voor de summa van negen hondert vijff
en negentig gulden.
Geerfden zijn Arent Vonck van Wolfswynkel , Hendrik Drost.[167]
Op 25-5-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x
Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen
x Knelisje Gerrits,
Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede
Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over
Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van
Evert Maassen x Marritje Willems,
zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters,
bij publicque veyling en toeslag verkogt en alnu gecedeert en
getransporteert aan Hendrik Wouterssen en sijn erven,
een derde gedeelte van 't geheel en dan nog 1/16 deel van 1/9 deel
in 't erff en goedt genaamt de Munt gelegen in de buurschap
Kootwijkerbroek, beneffens sooveel gedeeltens in 't Mheenlandt gelegen
in de Puttermheen als Wouter Otten en desselvs vrouw daarvan
beseeten hebben, doende de geheele plaats in verpondinge
f 25-13- en van 't geheele mheenland ƒ 8-9, zijnde voorts vrij allodiaal
erff en goedt niet beswaaert als met 's Heeren verponding en wel voor de
summa van een duysent vijffhondert en twintig guldens. Geerfden zijn Arent Vonck van Wolfswynkel , Hendrik Drost.[168]
Op 28-5-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x
Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen
x Knelisje Gerrits,
Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede
Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over
Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van
Evert Maassen x Marritje Willems,
zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters,
in erffcoop vercogt en al nu getransporteert aan Hendrik Cortus x
Lubbertje Lucassen
de geregte halvscheijd van 't erff en goedt Bellemans goedt, geleegen in buurschap
Swartebroek met sijn huysinge en vorder getimmer boomen en houdtgewassen hoff
hoffsteede en onderhoorige landerijen vheenen en plaggevelden en sulx voor de summa van
twee duysent drie hondert en vijfftig guldens. Geerfden zijn Teunis Woutersen, Hendrik Drost.[169]
Op 28-5-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks,
weduwe van Ot Maassen, vercogt aan Claas Janssen x Gijsbertje Willems,
Ot Janssen, Otje Janssen en haaren erven,
soodaane aandeel off erffportie als ieder van haar was hebbende aan de
Pureveense wind coornmoolen, als mede van huys hoff bakhuys en verder opstal
en onderhorige landerijen houdtgewassen velden en slaagen, gelegen in buurschap Kootwijkerbroeck os soo en als het selve bij wijlen
Wouter Otten gebruykt en beseeten is geweest, zijnde vrij allodiaal erff
en goedt, niet beswaart als met 's Heerenverponding en wel voor de
summa van drie hondert gulden ieder erffportie en
dus te zamen ses hondert guldens. Geerfden zijn Derck Brouwer, Hendrik Drost.[170]
Op 2-6-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x
Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen
x Knelisje Gerrits,
Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede
Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over
Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van
Evert Maassen x Marritje Willems,
zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters,
bij publicque veyling en toeslag vercogt en alnu gecedeert aan
Willem Janssen x Hendrikje Peelen
een geregt vierde part van een plaatsje te Drienhuysen in buurschap Garderbroek
gelegen, doende in ordinaris verponding over het geheel ƒ 19-19- zijnde vrij allodiaal
erff en goedt en sulx voor de summa van vier hondert en veertig gulden. Geerfden zijn Derk Brouwer, Hendrik Drost.[171]
Op 2-6-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans, Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x
Gijsbertje Willems, Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen
x Knelisje Gerrits,
Willem Janssen x Hendrikjen Peelen, Wijn Hendriksen x Styntjen Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen als mede
Hendrik Peelen en Aart Gijsbertsen, aangestelde momberen over
Peeltjen Peelen, mitsgaders Aart Evert Hoogland en Cornelis Sonneveld als tijdelijke Diaconen van Barnevelt in plaatse van
Evert Maassen x Marritje Willems, verkogt en alnu gecedeert en
getransporteert aan Willem Janssen x Hendrikjen Peelen,
soodaane gedeelten als gemelde erffgenamen waaren hebbende aan een
karpaardsplaatsje gelegen in buurschap Kootwijkerbroek en sulx voor de summa van
sestien hondert guldens tegens het geheel gereekent, behoudende den onmundigen
Peeltjen Peelen desselvs 15ee part in twee derde parten aan gemelde plaats, zijnde vrij allodiaal deylbaar erff en goed. Geerfden zijn Derk Brouwer, Hendrik Drost.[172]
Het herengoed "Beert Stevensgoedt", vanaf 1651 "Den Essenboom" of "Bart Stevensgoedt" genaamd, in het ambt Ede, kerspel Garderen, buurtschap Essen. In 1607 wordt er een bijzondere zaalweer afgesplitst.
1601: De grootte: seven mld. gesaijs inden Essenerenck, noch 1 mld. gesaijs
haverland. Noch 1½ mld. gesaijs gnt. het Nijelandt. Noch 3 kampkens int
Essenerbrouck wesende hoij en weijlandt groit 6 mrg., daer toe sijn
gerechticheijt van plaggen ende schaepstraij int Essenervelt. Opte saelweer
staende een huijs van 4 gebondt, enen berrich, schuurlen ende schaepschot.
Daerbeneffens, dat die kinderen Lubbert en Henricxken Henricx aen desen
goede noch hebben oer olders kints gedeelte, daer sij pro quota gerffven
trecken. Item dat aen Wolter Jans als actie hebbende van Meeuws Stevenss
verset sijn een stuck landt gnt. die Breeck groit 4 mid. gesaijs gelegen
inden Enck ende 2 kempkens weijlandt daarop een huijsken staet mits
betalende tot vollest vant heerengeldt 1 gld., 18 stv., 8 penningen. Noch
aen Aeltgen Barts, de dochter van Bart Stevenss 2½ mld. gesaijs,
gelegen aent Hoijbrouck daerop oock een huijsken staet betalende ten vollest
vant heerengeldt 21 stv. Noch aen Steventgen Bartss 1½ mld. gesaijs
gelegen inden Enck daerop oock een huijsken staet betalende int heerengeldt
11 stv. Item aen Jan Stevenss een ½ mld. mrg. hoijlandts betaelende ten
vollest van heerengeidt 3_ stv. Aen Henrick Janss een mid. roggelants inden
Enck mitsgaders het Rouweslach, betaelende ten vollest vant heerengeldt 21
stv., hebbende daerenboven de vss. onder hun allen inde Essener maelschap 25
off 26 schaer weijen ongeveerlick.[173]
28-9-1769 : Hendrik Rademaker x Marrijtje Derks, Rikje Derks, wed. van Otto Maessens,
A.E. Hoogland, en Cornelis van Sonneveld, tijdelijk diaken van Barneveld namens
Evert Maassens x Marritje Willems, Aart Maassen x Hendrikje Jans,
Gerrit Maassen van Seumeren x A.L. Nijenhuis, Klaas Janssen x Gijsbertje Willems,
Ot Jansen x Aartje Rademaker, Otje Jansen, tezamen ergenamen van Cornelisje Woutersen,
dr. van wijlen Wouter Otten x Gerritje Gerritsen, de laatste dochter en voor de helft erfgename
van haar ouders Gerrit Gerritsen x Hendrikje Pelen, approbatie van een transport aan
Wijn Hendriks x Stijntje Pelen van 8/30 van een pandschap van een kamp met nog een hoekje bouwland.
Op 3-7-1768 hebben Hendrik Rademaker x Marritje Derks, Rikje Derks, weduwe van Otto Maassen, Aart Maassen x Hendrikjen Jans,
Gerrit Maassen x A.C. Nyenhuys, Claas Janssen x Gysbertje Willems,
Ot Janssen, Otje Janssen, Hendrik Peelen x Knelisje Gerrits,
Willem Janssen x Hendrikje Peelen, Evertje Peelen, Gerritje Peelen, Gangolv Peelen, alsmede Hendrik Peelen en Aart Gysbertsen
als aangestelde momberen over Peeltje Peelen, mitsgaders
Aart Evert Hooglandt en Cornelis Sonneveldt als
tijdelijke Diaconen van Barneveld in plaatse van Evert Maassen x
Marritjen Willems,
zamentlijke erffgenamen van Cornelisje Wouters, vercogt gecedeert en
getransporteert aan Wyn Hendriksen x Styntjen Peelen,
een camp hooyland gelegen aan 't lage end te Essen, groot ongeveer
2 scheepel gesaay, benevens 1/3 part van Knuytencamp doende in
verponding enkele guldens -8-9 en wel voor de somma van vier hondert guldens.
Geerfden zijn Arent Vonk, Hendrik Drost.[174]
Op 18-2-1771 zijn Christiaan Krijtsman (N.B. Krijgsman gewijzigd in Krijtsman) x Geertjen Klaasen wegens opgenomen en geleende
penningen schuldig aan Aart Maassen x Hendrikjen Jans,
een capitale summa van vijff en zeventig guldens Hollands gelt.
Als onderpand dient aarlieder eygendommelijk huys staande op Malengrond
binnen den dorpe van Garderen tussen de huysen van Frank Evertsen
en dat van den armen daar Aart Kraaij woont, als mede een hoff met
een kampjen lands daarbij en beneffens gelegen zijnde eygen en vrije grond
van outs te zamen het Klooster genaamt. Geerfden zijn Claas van der Wiel
en Steven van Spankeren.[175]
Op 05-12-1771 hebben Christiaan Krijtsman x Geertjen Klaassen uyt de
hand verkogt en alnu getransporteert aan Aart Maassen x Hendrikjen Jans,
een huys staande op Malengrond in den dorpe van Garderen tussen de huysen
van Frank Evertsen en dat van den armen daar Lubbert Kraaij woont,
als mede een hoff met een campje lands daarbij en beneffens gelegen, zijnde eygen en vrije grond, van outs te zamen het Klooster genaamt,
betalende jaarlijks alleen maar aan Malenthins
twee stuyvers en zulx alles voor de summa van een hondert en veertig
caroly guldens. Geerfden zin G. van Coot en H. ten Ham.[176]
Op 17-8-1772 heeft L.B. Westenberg verkogt aan Aart Maassen en sijn erven
sekere preetentie ter somma van een duysent guldens ten laste van den
tegenswoordigen possesseur van de coornmolen gelegen onder den ampte van
Barneveld carspel Garderen, de Gardersche Molen genaamt, in voegen ik
ondergeschrevene deselve op den 28e july en 12 aug: deses jaars 1772 van de
gesamentlijke eygenaren hebbe aangekofft en thans bij mij gepossideert word en
zulx voor eene summa van agt hondert en vijftien gulden.[177]
In 1794 vindt de afrekening plaats van het begraven van Aalt Maassen
(is hij dezelfde als Aart Maassen?) en in 1785
van Hendrikje Jans [178].
Uit het huwelijk (van Zomeren-Jans) geboren (o.a.?) :
-
a. Maas Aartsen (van Zomeren), ged. Garderen 13-1-1754, (=kw. nr. 76).
-
b. Jannetje Aartsen, ged. Garderen 6-11-1757, ovl./beg. Elspeet 6/12-4-1810, castelijnes,
heeft, als wed. van Cornelis Brouwer te Elspeet, ƒ 550,10,-- schade geleden "zo door de gevlekte Bondgenooten, als door de rampen des oorlogs" in 1795,[179]
otr./tr. 1o Garderen 16-4/2-5-1784[180]
Cornelis Brouwer, ged. Barneveld 25-2-1739, ovl./beg. Elspeet 12/16-5-1795, geref. lidmaat te Barneveld 28-3-1777,
brouwer met een brouwerije aan het Schouteneijnde te Barneveld (1780..1792),
geërfde te Barneveld (1781..1792),
zn. van Jan Hendrik Jochems Brouwer, bierbrouwer, en Willemina van Heerdt,
tr. 2o Elspeet 20-8-1797[181]
Jacob Jansen Brouwer, geb. Putten 5-4-1773, zn. van Jan Jacobsen en Willemtje Hendriks.
Op 23-6-1792 transporteren Cornelis Brouwer x Jantjen Aarts aan Wilhelmus van den Ham x Maria van Heerdt
hunlieder eijgendommelijk huijs en gewesene brouwerije, schuurberg hof en boomgaard, staande
en gelegen in het dorp Barneveld aan het zogenaamde Schouteneijnde voor ƒ 1585,-- vrijgeld.
[182]
Uit haar eerste huwelijk (Brouwer-Aartsen):[183]
-
1. Hendrikje Brouwer, geb. Barneveld 7-4-1785, ovl. Ermelo 29-3-1860, tr. Elspeet 26-2-1809[184]
Hendricus Jansen Mouw, geb. Elspeet 12-5-1786, ovl. Ermelo 26-4-1826, zn. van Jan Beertsen Mouw en Metien Hendriks.
-
2. Willemina Brouwer, geb. Barneveld 25-5-1787, tr. Elspeet 30-4-1809[185]
Gerrit Wiechartsen van Egteren, geb. Epe 21-2-1779, zn. van Wicher Gerrits en Willemijntje Dries van Dijk.
-
3. Jan Hendrik Brouwer, geb. Barneveld 13-8-1789, ovl. Harderwijk 24-5-1842, brouwer, kastelein en herbergier te Elspeet,
tr. 1o Voorthuizen 4-4-1812[186]
Grietje van Voorst, geb. Voorthuizen 1786/87, naaister,
dr. van Willem van Voorst en Nennetje Geurts,
tr. 2o Garderen 22-10-1815[187]
Johanna Dirks Ruivenkamp, geb. Westervoort 26-6-1794, ovl. Harderwijk 9-10-1852, kleintapster,
dr. van Dirk Ruivenkamp en Everdina Dirksen.
Uit zijn tweede huwelijk nageslacht bekend
-
4. Aart Cornelissen Brouwer, geb. Barneveld 11-6-1792, ovl. Ermelo 11-1-1838, dagloner, landbouwer, winkelier,
geref. lidmaat op belijdenis te Elspeet 15-4-1817,
tr. Garderen 10-5-1816 zijn nicht[188]
Jannetje Maassen van Zomeren, geb. Elspeet 15-12-1796, ovl. Ermelo 11-8-1855, landbouwster,
geref. lidmaat op belijdenis te Elspeet 15-4-1817,
dr. van Maas Aartsen van Zomeren en Rijntje Jans (zie kw. nr. ⇒ 76 ).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
c. Evertje Aarts (van Zomeren), ged. geref. Garderen 15-3-1761 (get. Rijkje Derks van Elspeet), tr. vóór 1803[189]
Jan Gerbrigsen (van 't Sol), ged. geref. Garderen 6-10-1756, wednr. van Marij Claassen,
geërfde te Garderen (1802),
zn. van Gerbrig Franken en Marij Jans.
Op 12-03-1803 zijn
Engelbertus Bettink x Willempje Hendriks wegens geleende penningen schuldigaan Jan Garbrigsen x Evertje Aartsen.
een capitale somma van vier honderd caroli guldens ad 4½ percento of 4 percento bij betaling op de verschijndag.
Als onderpand dient: unlieder eygendommelijk erff en goed gelegen in de buurschap Strouw met een
kamer daar aan vast met alle de daar onder gehoorende landerijen, boomen en
houtgewasschen, bij hunlieden zelfs bewoont en gebruykt wordende.
[190]
Op 12-3-1803 transporteren Willem Reynders cum suis aan Cornelis Aartzen en Jan Gerbrigsen
een hoekje lands, het weg akkertje genaamt, geleegen onder kerspel en dorp
Garderen langs de Oud Dorperweg, niet bezwaard, voords thiendpligtig voor ƒ 18,-- vrijgeld.
[191]
Uit dit huwelijk (o.a.?):[192]
-
1. Aart Gerbrigsen van 't Sol, geb./ged. Garderen 17-8/2-9-1804, ovl. vóór 1871, landman,
tr. Apeldoorn 1-12-1847,
tr. Garderen kerk 2-12-1847[193]
Geertje Teunis van Essen, geb./ged. geref. Essen/Garderen 24-5/10-6--1804, ovl. Apeldoorn 28-3-1871, dr. van Hendrik Teunissen van Essen en Gerritje Jans van Hurksveld.
Uit dit huwelijk nageslacht.
-
d. Cornelis Aartsen van Zomeren, geb. 1763/64, ovl. na 1840?, molenaar (1798-1840), korenmolenaar en winkelier (1818-1840/41) te Garderen
voogd over het onmondige kind van zijn broer Maas Aartsen (1789),
geërfde te Garderen (1792, 1802),
heeft, als Cornelis Aartsen te Garderen, ƒ 460,--,-- schade geleden "zo door de gevlekte Bondgenooten, als door de rampen des oorlogs" in 1795,[194]
neemt op 4-11-1812 te Barneveld de geslachtsnaam Van Zomeren aan[195],
patentschuldig te Garderen (1818-1840/41),
betaalt als Cornelis van Zomeren, molenaar te Garderen, ƒ 17.41 en 15.45 Belasting op het gemaal te Barneveld voor het malen van 10 en 9 mud graan (1827, 1828),[196]
inwoner van Garderen (1827), als Cornelis van Zomeren,
geboren in 1763 Garderen.[197]
Cornelis Aartszen, 34 jaar, molenaar, ongehuwd, wordt in 1798 vermeld als onwillig op de lijst van Garderense ingezetenen van 18 jaar en ouder, die geschikt zijn om wapens te dragen.[198]
Op 12-3-1803 transporteren Willem Reynders cum suis aan Cornelis Aartzen en Jan Gerbrigsen
een hoekje lands, het weg akkertje genaamt, geleegen onder kerspel en dorp
Garderen langs de Oud Dorperweg, niet bezwaard, voords thiendpligtig voor ƒ 18,-- vrijgeld.
[199]
Op 9-7-1803 transporteert Cornelis Aartsen aan Rutger Mulder ofte desselvs erfgenaamen een huysje genaamt het Klooster kennelijk geleegen in kerspel en dorp Garderen,
met een hoekje hofland daarbij gehoorende, zoals hetzelve is afgebaakt door twee
jonge appelboompjes, waaraan noordwaards is aangelant voornoemde comparant
Cornelis Aarts, oost, west en zuidwaards de gemeene mhaalschap, zijnde alleen
bezwaard met twee stuivers jaarlijx aan t mhaalschap van Garder en zulks voor een
somma van penningen buiten deze benoemt, waarvan comparant bij deze bekende
te zijn voldaan. Geerfden zijn B.C. Rasink, Maas Rikszen.[200]
Cornelis Aartse van Zomeren is patentschuldig te Garderen (1818-1840/41) als korenmolenaar, winkelier in kruidenierswaren, zout, zeep, koffie, tabak, snuif, korenmolenaar met een windmolen, hennipkloppermolen, winkelier (1e,2e soort).
[201]
154. JAN JANSEN, geb. Nunspeet[202], ovl. na 1760, tr. Nunspeet 27-6-1755[203]
155. JANNETJE PETERS, geb. Hierden[204], ovl. na 1760.
Uit dit huwelijk geboren (o.a.?) :
-
a. Jacobje Jans, ged. Nunspeet 5-1-1757, ovl. Nunspeet 18-5-1815, otr./tr. Nunspeet 19-4/5-5-1782[205]
Harmen Aartsen Vlijm, ged. Nunspeet 3-3-1748, ovl./beg. Koedijk (NH) ca. daglooner, jm. van Nunspeet woonende onder Doornspijk,
zn. van Aart Harmsen en Hendrikjen Heimens.
Zij wonen in 1797 in huisnr. 72 "2e Armenkamer" te Nunspeet.
-
1. Jannetjen Harms, geb./ged. Nunspeet 22/25-5-1783 (get. Reijntjen Jansz).
-
2. Aart Harms, geb./ged. Nunspeet 3/9-3-1785 (get. Willempjen Willemsz).
-
3. Hendrikjen Harms Vlijm, geb./ged. Nunspeet 15/23-3-1787 (get. De vader zelfs), tr. Garderen 23-8-1816
Rijkert Dirksen Kramer, geb. (Ermelo) 5-12-1786, zn. van Dirk Kramer en Jacobje Rijkers.
-
4. Jan Harms, geb./ged. Nunspeet 8/13-4-1789 (get. De vader zelfs).
-
5. Peetertje Harms, geb./ged. Nunspeet 4/9-12-1792 (get. De vader zelfs).
-
6. Reintjen Harms Vlijm, geb./ged. Nunspeet 25/29-3-1795 (get. Janna Hendriks), ovl. Nunspeet/westeinde 22-10-1847, tr. Ermelo/Nunspeet 14-8-1827[207]
Reijer Hartman, geb. (Doornspijk) 19-7-1795, zn. van Willem Berends Hartman en Hendrikje Reijers.
-
7. Gerritje Harms, geb./ged. Nunspeet 19/28-10-1798 (get. De vader zelfs).
-
b. Rijntje Jans, ged. Nunspeet 26-12-1760, ovl. Elspeet na 1818 [208], (=kw. nr. 77).
156. HENDRIK AARTSEN (DROST, RADEMAKER), ged. Nunspeet 6-11-1712[209](¥), ovl./beg. Nunspeet 11/15-10-1779 (laat 5 kinderen na, in het dorp, de kinderen zijn schuldig ƒ 2-12-0), j.m. van Nunspeet (1731), wagenmaker, rademaker en
landbouwer (1754) te Nunspeet,[210]
tr. Elspeet (huw. commissarissen) 2-9-1731[211]
157. MARIJ (MAARTJE) DIRKS (DE MULDER), ged. Elspeet 1-5-1711 [212]
, 1712 volgens [213]
, ovl./beg. Nunspeet 28-9/2-10-1772 (laat 5 kinderen na, in het dorp, de Ramaker is schuldig ƒ 2-12-0) [214]
, j.d. van Elspeet (1731).
| COMMENTAAR(¥)
Dus blijkbaar niet 13-3-1701 zoals vermeld in Ref. [215].
|
In 1774 vindt de afrekening plaats van het begraven van Mary Dirksen
en in 1780 van Hendrik Aartsen.[216].
Het herengoed "Beert Stevensgoedt", vanaf 1651 "Den Essenboom" of "Bart Stevensgoedt" genaamd, in het ambt Ede, kerspel Garderen, buurtschap Essen. De grootte :... etc. [217]
28-9-1769 : Hendrik Rademaker x Marrijtje Derks, Rikje Derks, wed. van Otto Maessens,
A.E. Hoogland, en Cornelis van Sonneveld, tijdelijk diaken van Barneveld namens
Evert Maassens x Marritje Willems, Aart Maassen x Hendrikje Jans,
Gerrit Maassen van Seumeren x A.L. Nijenhuis, Klaas Janssen x Gijsbertje Willems,
Ot Jansen x Aartje Rademaker, Otje Jansen, tezamen ergenamen van Cornelisje Woutersen,
dr. van wijlen Wouter Otten x Gerritje Gerritsen, de laatste dochter en voor de helft erfgename
van haar ouders Gerrit Gerritsen x Hendrikje Pelen, approbatie van een transport aan
Wijn Hendriks x Stijntje Pelen van 8/30 van een pandschap van een kamp met nog een hoekje bouwland.
Goederen behorende tot Hein Velicken goed te Nunspeet:
Op 14-4-1758 krijgt Aeltje Driessen, wed. van Aert Hendriksen approbatie van een verpanding
aan Hendrik Aartsen Drost van een hof (belend zuid: de armen van Nunspeet en de erfgenamen van
Marritjen Hendriks, west : Pele Jacobs en Reijndert Gerritsen, oost : Aelt Hendriksens kinderen),
een hoekje weiland of haverland (belend zuid : Eijbert Teunissens erfgenamen, west Juffr. Hagen,
noord Hendrikje Hullemans, wed. Peter Driessen).[218]
Op 6-11-1765 krijgt Hendrik Aartsen Drost approbatie van een pandschap ten behoeve van
Hendrikje Hullemans, wed. Peter Driessen, van een stuk land achter Jan Eijberts Enck
(belend zuid: Jan Eijberts, west: Juffr. Hagen, oost: Pangelersbeck).[219]
Hullemanserve te Nunspeet :
Op 1-7-1765 krijgt Hendrik Aartsen Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn broer
Peter Aartsen Drost.[220]
Op 6-12-1768 krijgt Hendrik Aartsen Drost consent voor het houwen van bomen.[221]
Op 30-5-1771 krijgt Hendrik Aartsen Drost oprukking.[222]
Op 24-9-1784 krijgt Aart Hendriksen Drost investiture en oprukking na approbatie van een
magescheid d.d. 6-4-1784 tussen hem en zijn huisvrouw Eijbertje Peters, Teunis Hendriks Drost
en zijn huisvrouw Geertje Peters, Lambert Jochemsen en zijn huisvrouw Aaltje Hendriks,
Derk Hendriks Drost, en Ot Jansen en zijn huisvrouw Aartje Hendriks, tesamen erfgenamen
van Hendrik Aartsen Drost en Marritje Dirks, waarbij aan de eerste drie echtparen dit herengoed
is toegedeeld. Het goed is in pacht bij de wed. Cornelia Boot.[223]
Uit het huwelijk (Drost-Dirks) geboren (o.a.?, in 1779 zijn er nog 5 in leven) :
-
a. Dirk Hendriksen Drost, geb. ca. 1746, (=kw. nr. 78).
-
b. Aart Hendriksen Drost[224], ged. Nunspeet 27-12-1738, ovl. Nunspeet (in 't dorp) 6-12-1826, jm. van Nunspeet (1770), wagenmaker te Nunspeet, woont aldaar (1781),
otr. 1o Nunspeet 6-4-1770[225]
Eijbertje Hendriks, ged. Nunspeet 13-10-1737, ovl./beg. Nunspeet 26-3/1-4-1779 ("Den 26 maart 1779 aangegeven Eijbertjen Hendriksz, Huijsvrouw van Aart Hendriks Drost, nalatende 3 kinderen. Onder Hoophuijsen en begraven den 1 april. Aart is schuldig met 2 klokken 't beste doodlaken 't aantekenen en kerkegeld, 2 gulden en 12 stuiver voldaan"),[226]
jd. van Nunspeet (1770),
dr. van Hendrick Wijchmansz en Reijntjen Gerrits,
otr. 2o Nunspeet 18-11-1781[227]
Eijbertje P(i)eters, ged. Hierden 6-3-1746, ovl. Nunspeet 23-11-1816, jd. van Hierden, laatst wonend te Putten,
geref. lidmaat te Nunspeet 6-11-1781 met attestatie van Putten,
dr. van Peter Eibertsen en Willempjen Lubberts.
Zij wonen in 1797 in huisnr. 66 te Nunspeet, met knegten Peter Harmens
en Hendrik Aartsen. [228]
Uit zijn eeerste huwelijk (Drost-Hendriks) :[229]
-
1. Hendrik Aarts Drost, ged. Nunspeet 20-5-1771. Hoophuizen ovl 19-8-1821 (ongehuwd).
-
2. Rei(j)n Aarts Drost, geb./ged. Nunspeet 12/23-5-1774 (get. Willempje Aartsz), ovl. Nunspeet 30-7-1865, koster-schoolmr. te Nunspeet (1805-1857),[230]
tr. 1o
Grietje Schoonderbeek, ovl. vóór 1823, tr. 2o Ermelo 14-11-1823
Willempjen van Gelder, geb. Harderwijk 2-12-1800, dr. van Jannetjen van Gelder.
Uit zijn tweede huwelijk (Drost-van Gelder) (o.a.?) :
-
aa. Johanna Drost, geb. Ermelo 1824/25, tr. Ermelo 30-4-1856
Hendrik Frederikse, geb. Scherpenzeel 1824/35, zn. van Abraham Frederikse en Magdalena Maria van 't Hoofd.
-
bb. Hendrikus Drost, geb. Ermelo 8-4-1828, tr. Ermelo 20-4-1849
Wientjen Elferink, geb. Lochem 20-2-1822, dr. van Jan Willem Elferink en Aartje Koppen.
-
cc. Petrus Jacobus Drost, geb. Nunspeet 1829/30, ovl. 1916, koster-schoolmr. te Nunspeet (1858-1890),[231]
tr. Elburg 21-7-1853
Hillegonda Josina Deetman, geb. Elburg 1829/30, dr. van Gerrit Jan Deetman en Maria Engelen.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aaa. Johannes Willem Drost, geb. Ermelo 1864/65, tr. 1o Middelburg 4-12-1891
Cornelia Adriana Nonhebel, geb. Middelburg 1865/66, ovl. 1891-1915, dr. van Abraham Agathus Nonhebel en Elisabeth Maria Pieternella Sterk,
tr. 2o Wemeldinge 20-4-1915
Maria Johanna Caron, geb. 's-Gravenhage 1871/72, dr. van Jean Jaques Batist Caron en Maria Hillen.
-
bbb. Hendrikus Jacobus Drost, geb. Ermelo 1866/67, tr. Ermelo 29-5-1895
Cornelia Francina Rikkers, geb. Ermelo 1868/69, dr. van Aart Evertsen Rikkers en Eijbarta Martinius.
-
ccc. Aleida Stevendina Drost, geb. Nunspeet 1868/69, tr. Ermelo 5-1-1898
Willem van Bentum, geb. Ermelo 1867/68, zn. van Willem van Bentum en Hendrikje van Eikenhorst.
-
3. Marritje Aarts Drost, geb./ged. Nunspeet 16/21-12-1776 (get. Geertjen Peeters).
Uit zijn tweede huwelijk (Drost-Pieters) :[232]
-
4. Pe(et)er Drost, geb./ged. Nunspeet 10/13-10-1782 (get. Peetertjen Peetersz), ovl. Nunspeet 6-4-1847, wagenmaker,
tr. Ermelo 11-3-1818
Weijmptjen Hendriks van den Brink, geb. Nunspeet 5-5-1795, dr. van Hendrik Eijbersen en Jennigjen Cornelissen Hulleman.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Eijbertje Drost, geb. Nunspeet 1818/19, tr. Ermelo 29-6-1838
Hendrik Mosterd, geb. (Harderwijk) 1808/09, zn. van Teunis Hendriks Mosterd en Petertje Jans.
-
5. Reijn Drost, ovl./beg. Nunspeet ((als zn. van Aart Hendriksen Drost en Eijbertjen Peters in 't dorp, Aart is schuldig ƒ 2-12-0) 22/26-6-1784.
-
6. NN Drost, geb. (ongedoopt kind), ovl./beg. Nunspeet 31-10/4-11-1786 (kind van Aart Hendriksen Drost en Eijbertjen Peters in 't dorp, Aart is schuldig ƒ 1-5-0).
-
7. Willemtjen Drost, geb./ged. Nunspeet 3/11-1-1789 (get. Garritjen Elberts), tr. Nunspeet 16-1-1815
Evert Vierhout, geb. Nunspeet 4-12-1791, zn. van Aart Cornelissen Vierhout en Gerretjen Everts.
-
c. Teunis Hendriks Drost, ged. Nunspeet 15-12-1748, ovl. Nunspeet (in 't dorp) 1-2-1832, wagenmaker,
otr. 1o Doornspijk 10-2-1774[233]
otr./tr. 1o Nunspeet 10-2/6-3-1774[234]
Geertje Peters, geb. Doornspijk ca. 1733, ovl. Nunspeet 15-10-1818, jd. van Nunspeet/Doornspijk,
dr. van Peter Driessen en Hendrikje Hendriks Hulleman,
tr. 2o Nunspeet 20-8-1819
Jannetje Lubberts, ged. Nunspeet 15-11-1758, ovl. Nunspeet (in 't dorp) 26-5-1847, dr. van Lubbert Jansen en Hendrikje Aarts.
Zij wonen in 1797 in huisnr. 51 te Nunspeet, met als knegten
Hendrik Willems en Berent Harmens, en als kostganger Marritje Aarts Drost (geb./ged. Nunspeet 16/21-12-1776). [235]
-
d. Aaltje Hendriks (Drost), ged. Nunspeet 31-3-1752, ovl. Nunspeet 9-6-1824, vroedvrouw,
otr./tr. Nunspeet 10-2/6-3-1774
Lambert Jochemsen (van Sloten), geb. Epe 9-3-1745, ovl. Nunspeet 17-11-1815, geref. lidmaat te Nunspeet 1-12-1773 met attestatie van Elburg,
smid, lid van de municipale raad,
zn. van Jochem Peters en Willempje Lamberts.
Zij wonen in 1797 in huisnr. 62 "'t Hoekhuis" te Nunspeet. [236]
-
1. Jochem Lammertsen van Sloten, geb./ged. Nunspeet 22/29-1-1775 (get. Geertjen Peetersz), ovl. Nunspeet 5-9-1833, geref. lidmaat te Nunspeet 25-5-1800,
hoefsmid,
tr. 1o Nunspeet voor de kerk 13-3-1803[238]
Jannetje Jans Vis, ovl./beg. Nunspeet 28-6/3-7-1810 (in het dorp, laat 3 kinderen na), tr. 2o Nunspeet ca. 1810
Hendrika ten Hove.
Uit zijn tweede huwelijk (van Sloten-ten Hove) (o.a.?) :
-
aa. Aaltjen van Sloten, geb. Nunspeet 1811/12, tr. Ermelo 28-1-1839
Lammert Hendriks, geb. Harderwijk 1815/16, zn. van Zwerus Hendriks en Heintje Nagelhout.
-
2. Marritjen Lammertsen van Sloten, geb./ged. Nunspeet 14/17-11-1776 (get. Geertjen Peetersz), ovl./beg. Nunspeet (dochter van Lammert Jochemsen en Aaltjen Hendriksz in 't dorp) 27/28-10-1779.
-
3. Hendrik Lammertsen van Sloten, geb./ged. Nunspeet 10/16-4-1781 (get. Geertjen Peetersz), ovl. Harderwijk 20-3-1834, neemt als Hendrik Lammerts, wonend te Harderwijk, in 1811 te Harderwijk de geslachtsnaam van Slooten aan,
tr. Harderwijk ca. 1809[239]
Geertrui van Ark.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Lambartus van Sloten, geb. (Harderwijk) 1809, tr. 1o Harderwijk 17-11-1841
Dina van der Horst, geb. Harderwijk 1812/13, ovl. 1841-1854, dr. van Reijnt Jacobs van der Horst en Eva Woutersen,
tr. 2o Harderwijk 8-3-1854
Willempjen Bonestroo, geb. Nunspeet (Ermelo) 1817/18
dr. van Lammert Egbertsen Bonestroo en Hendrikje Cornelissen Schuurkamp.
-
bb. Andries van Sloten, geb. Harderwijk 1810/11, tr. Harderwijk 18-10-1839
Anna Jacoba Engelgeer, geb. Harderwijk 1816/17, dr. van Jacob Engelgeer en Jacoba Wildeman.
-
4. Marritjen Lammertsen van Sloten, geb./ged. Nunspeet 10/11-5-1783 (get. Geertjen Peeters), ovl./beg. Nunspeet 9/14-6-1784 (in 't dorp).
-
5. Willem Lammertsen van Sloten, geb./ged. Nunspeet 15/17-4-1785 (get. Geertjen Peetersz), ovl. Nunspeet 17-1-1878, smid, wethouder,
tr. Nunspeet 15-9-1813[240]
Engeltje Hendriks Mouw, geb. Doornspijk 15-10-1786, dr. van Hendrik Mouw en Aaltje Driessen van de Bunte.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Hendrik van Sloten, geb. (Nunspeet (Ermelo)) 13-1-1814, tr. Ermelo 6-6-1833 (voogd van de bruid Willem Lammerts van Sloten)
Willempje van Beek, geb. Nunspeet 17-1-1815, dr. van Lammert Hendriksen van Beek en Marij Lammerts van Sloten.
-
bb. Aaltje van Sloten, geb. Nunspeet 1814/15, tr. Ermelo 26-3-1840
Engel Vos, geb. Nunspeet 1806/07, zn. van Hannes Vos en Reintje Engelen.
-
cc. Lammert van Sloten, geb. Nunspeet 1816/17, tr. Ermelo 25-2-1842
Hendrikje Vis, geb. Nunspeet 1820/21, dr. van Tijmen Tijmensen Vis en Dirkje Willems van Norel.
-
dd. Rein van Sloten, geb. Ermelo 1817/18, tr. Ermelo 21-10-1870
Driesje Rens, geb. Ermelo 1828/29, dr. van Reijer Rens en Lammertje Vos.
-
ee. Jannetje van Sloten, geb. Ermelo 29-9-1820, tr. Ermelo 6-2-1850
Mannus van de Brake, geb. Nunspeet (Ermelo) 6-8-1815, zn. van Hannes Jansen van de Brake en Evertje Lammerts Westerik.
-
ff. Jan van Sloten, geb. Ermelo 21-4-1824, tr. Ermelo 17-3-1852
Gijsje van de Brake, geb. Ermelo 17-9-1827, dr. van Kornelis van de Brake en Grietje ten Brink.
-
6. Peter Lammertsen van Sloten, geb./ged. Nunspeet 27/30-12-1787 (get. Eijbertjen Peeters), ovl. Nijkerk 12-9-1830, neemt als Peter Lammertse in 1811 te Nijkerk de geslachtsnaam van Sloten aan,
tr. Nijkerk 4-3-1815[241]
Elisabeth van Hierden, geb. Nijkerk 1787/88, dr. van Bart van Hierden en Geurtje Maasen.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Lambertus van Sloten, geb. Nijkerk 1815/16, ijzersmit (1845),
tr. Barneveld 2-5-1840
Elisabeth van de Burgt (Burgd), geb. Lunteren 1813/14, dr. van Gijsbert van de Burgt en Wijmptje Geurts van Veen.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aaa. Gijsbertus van Slooten, geb. 1844, ovl. Barneveld 11-2-1845 (oud 6 weken).
-
bb. Jan van Sloten, geb. Nijkerk 1818/19, tr. Nijkerk 3-5-1848
Maartje Kroon, geb. Nijkerk 1825/36, dr. van Jacob Kroon en Jannetje Evertsen van de Pol.
-
cc. Bartus van Sloten, geb. Nijkerk 1824/25, tr. Soest 27-4-1855
Marretje Ravenhorst, geb. Soest 1832/33, dr. van Aart Ravenhorst en Elsje van Ommeren.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aaa. Aart van Sloten, geb. Soest 1857/58, ovl. Soest 26-9-1867 (oud 9 jaar).
-
bbb. Elsje van Sloten, geb. Soest 1863, ovl. Soest 30-4-1866 (oud 30 maanden).
-
7. Jan Lammertsen van Sloten, geb./ged. Nunspeet 27-7/8-8-1790 (get. Eijbertjen Peeters).
-
8. Maregtje (Marritjen) Lammerts van Sloten, geb./ged. Nunspeet 13/16-9-1792 (get. Eijbertjen Peeters), ovl. Nunspeet 26-11-1819, tr. Nunspeet 18-3-1814[242]
Lammert Hendriksen van Beek, geb. Doornspijk 26-2-1787, zn. van Hendrik van Driessen en Willemtje Lammert.
-
e. Aartje Hendriks (Drost, Rademaker), ged. Nunspeet 3-11-1743[243]
, ovl. Kootwijkerbroek 13-5-1829[244]
, landbouwster, geref. lidmaat op belijdenis 8-6-1775 te Kootwijk,[245]
tr. Kootwijk 21-8-1768[246]
of 23-8-1768[247]
. Ottho Jansen (van Middendorp), geb. Kootwijkerbroek, ged. Kootwijk 20-8-1730, ovl./beg. Kootwijkerbroek/Kootwijk 10/16-4-1800,[248]
geërfde in de buurschap Essen (1762), in Garderbroek (1765),
landbouwer, verkrijgt in 1794 door vererving o.a. het erf Middendorp te Kootwijkerbroek,[249]
heeft, als Ot Janssen, burgemeester in het Kerspel Kootwijk, buurschap Kootwijker-Broek, ƒ 350,--,-- schade geleden "zo door de gevlekte Bondgenooten, als door de rampen des oorlogs" in 1795,[250]
bouwman (1798),
zn. van Jan Claeszn van Middendorp en Beertje Otter (zie kw. nr. ⇒ 610 sub f).
Voor verdere gegevens en nageslacht van dit echtpaar zie kw. nr. ⇒ 610 sub f/3.
158. ARENT JANSEN (VAN ASSELT), ged. Elspeet 7-3-1725 [251], ovl./beg. Epe 4/10-2-1802, wagenmaker te Epe, landbouwer op de bouwhof "Kijkover" onder Elspeet.
woont op de Kijkover (1753),
tr. Elspeet 1751 (niet gevonden te Elspeet [252])
159. GERRITJE (GEERTJE) HENDRIKS VAN GALEN, geb. vóór ca. 1735, ovl. Elspeet ca. 1790.
Op 30-7-1753 hebben Jan Helmertsen, Jan Janssen x Rijkjen Christiaensen,
Arent Jansen x Gerritjen Hendriks, als meede Geertjen Janss en
Jannetjen Janss geassisteert met Jan Helmertsen als haeren momboir,
verkogt en alnu gecedeert en getransporteert aan Jan ten Caate x
Grietjen Wouters, een geregte halfscheyd van huys, hoff en onderhorige
landerijen van olts genaemt den Kijkover, gelegen in buurschap Uddel, soo
het selve bij Arent Janssen thans nogh bewoont en gebruykt wort en dat
voor een somma van 300 caroli guldens.
Geerfden zijn Arent Gerritsen, Beert Mouw.[253]
Uit dit huwelijk (van Asselt-van Galen) 1 zoon en 2 dochters,[254] waaronder :
-
a. Jannetje Arends van Asselt, ged. Elspeet 10-7-1757, ovl. Elspeet 18-7-1820, (=kw. nr. 79).
160. HENDRIK VAN DER MEULEN(¥), ged. 's-Gravenhage 22-8-1689, beg. Den Haag ca. 27-4-1740, parentatie niet bewezen.
tr. 2o? 's-Gravenhage 11-11-1736[255]
HEL(L)ENA (LENA) VAN DER STAR, geb. (ged?) 's-Gravenhage 8-1-1700, dr. van Cornelis van der Star en Hendrica Arissen,
tr. 1?)(of heeft een relatie met)[256]
161. DOROTHEA VAN DER MEULEN, ged. 's-Gravenhage 6-8-1698, beg. aang. 's-Gravenhage 22-5-1736, kousenverkoopster.
| COMMENTAAR(¥)
Bij de doop van zijn (eerste?) kind in 1724 wordt van Hendrik van der Meulen geschreven "vader abzent na Oost Indie". Daarheen zou hij dus in 1723/24 vertrokken moeten zijn. Bij geen van de voor de VOC in de periode 1715-1725 naar NOI vertrokken schepen is echter een Hendrik van der Meulen/Molen uit 's-Gravenhage te vinden.
|
Volgens Ref. [257] is er een
Hendrik van der Meulen, ged. Den Haag Grote K. 28-8-1689 als zn. van
Pieter van der Meulen en Catharina Hoogenboom, tr. Wateringen ca. 1713
Elisabeth van der Speck, geb. verm Wateringen, ovl. na 1719. Is deze Hendrik dezelfde als kwartier nr. 160 en betreft het hier een eerder huwelijk?
Uit deze relatie (eerste huwelijk?) (o.a.?) :
-
a. Hendrik van der Meulen, ged. 's-Gravenhage 22-2-1724 (get. Jacoba Zaer, "vader abzent na Oost Indie"), (=kw. nr. 80).
Uit zijn tweede huwelijk (van der Meulen-van der Star) (o.a.) :
-
b. Hijnderika van der Meulen, ged. 's-Gravenhage Grote K. 15-2-1741.
-
c. Johanna van der Meulen, ged. 's-Gravenhage 3-2-1743.
162. ABRAHAM MERGOUW (MORGAUW), ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 2-12-1696, ovl./beg. Leiden 21/28-6-1770, otr. Leiden 24-4-1723
163. FLORENTIA VAN DER KELDER, ged. Leiden Mare K. 30-8-1693 (get. Margriet Kukler, Roeland Kukler en Anna van Schage), ovl./beg. Leiden/Leiderdorp ../26-3-1773, doopget. (1735).
Uit dit huwelijk geboren (o.a.?) :
-
a. Florentia Margouw, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 25-4-1724 (get. Maria Baart), ovl./beg. Leiden/Leiderdorp ../17-3-1803, (=kw. nr. 81).
164. CORNELIS JANSZ VAN DER BIE, ged. Goudswaard 29-6-1710, ovl. Goudswaard 22-12-1785
ouderling te Goudswaard,
volgens het lidmatenregister 15 mei of juni 1744 met attestatie ingekomen van Nieuw-Helvoet,[258]
otr. Goudswaard kerkelijk 30-5-1735
165. JAPHIE (JOPPIE, JOBJE) CORNELIS HOOG(H)VLIET, ged. Goudswaard 17-7-1712, ovl. na 1756.
Op 11-6-1740 maken Kornelis Jans van der Bie en Jobje Kornelis Hoogvliet, echtelieden te Nieuw Helvoet een mutueel testament van. Het erfdeel voor de kinderen is een zilveren dukaat voor elk, verstervend via aasdomsrecht. Naast elkaar over en weer stellen ze tot voogden aan Jan Kornelis van der Bie, Arie van der Bie, Jan Hoogvliet en Jacob Hoogvliet onder uitsluiting van de weesmeesters. Getuige Hugo Bos.
[259]
Op 16-2-1751 brengt Ds. Cornelius van Oosterwijk, predikant te Goudswaard aan
de kerkeraad aldaar ter kennis dat Cornelis vander Bie en Arij Boender, de
gedeporteerde (=afgezette) ouderlingen, zich als appelanten in de Classicale
vergadering hebben gesteld. Deze vroegere ouderlingen wilden pertinent niet dat
zondag 5-4-1750 het Heilig Avondmaal bediend zou worden, en een van hen,
Cornelis van der Bie, bracht tijdens de morgen-godsdienstoefening van die
dag uit protest grote beroering teweeg. [260]
In de vergadering van zondag 9 augustus 1750 wordt hij afgezet en onder de
censuur geplaatst.[261]
Uit de Classicale Acta d.d. 7-10-1750 blijkt dat voor de vergadering van de
Classis te Brielle zijn verschenen "Cornelis Jansz van der Bie en
Arij Boender, gedeporteerde ouderlingen in de Koorndijk, dewelke betuigden dat zij
zich bezwaard vonden, omdat de kerkenraad in de Koorndijk hun hadde
gedeporteerd van derzelver bedieninge als ouderlingen, versoekende dat de E.
Classis hun van dat opgeleyde deportement geliefde te ontheffen en weder in
hun regt van ouderlingschap herstellen." De vergadering benoemt een commissie
die hun verzoek afwijst omdat zij "veele omwegen en drayingen" gebruiken en
"blijven weigeren openbaar voor de gemeente belydenisse te doen."
Uit de kerkeraadsnotulen blijkt voorts dat de predikant verklaart "dat in
diezelve Classicale Vergadering door Cornelis van der Bie en Arij Boender
zijn ingelevert twee Certificatien behelsende eene beschuldiging dat de
Predikant gedurende de tijd zijner bedieninge veelmaal nalatig is geweest in
het doen der huisbezoeking tegen de bedieninge van het Heilig Avondmaal." Deze
Certificatien zijn getekend door A. Sijdervelt, schout en secretaris van de
Coorndijk en Jacob de Jong, oud-ouderling, Job van der Waal,
oud "Diacon", en een aantal lidmaten. De predikant heeft hiertegen ingebracht
een Certificatie getekend door alle leden van de kerkeraad op 6-10-1750. Hoe
deze zaak afloopt wordt niet vermeld. Wel blijkt dat schout en schepenen van
Goudswaard ontevreden blijven over hun predikant [262].
Uit het huwelijk (van der Bie-Hoogvliet) geboren :
-
a. Jan Cornelisse van der Bie, ged. Goudswaard 2-4-1736, tr. 1o Zoeterwoude 17-2-1762[263]
Marijtje van Diest, ged. Zoeterwoude, tr. 2o Zoeterwoude 25-5-1764[264]
Trijntje van Bemmel.
-
b. Neeltje van der Bie, ged. Goudswaard 9-3-1738[265], ovl. jong?.
-
c. Cornelis van der Bie, ged. Nieuw Hellevoet 17-7-1740, (=kw. nr. 82).
-
d. Hendrik van der Bie, ged. Nieuw Hellevoet 10-2-1743, tr. Goudswaard kerkelijk 7-4-1776[266]
Johanna Meyer, ged. oktober 1745, ovl. Goudswaard 17-8-1796.
-
e. Neeltje van der Bie, ged. Goudswaard 20-12-1744[267], ovl. jong?.
-
f. Hendrina van der Bie, ged. Goudswaard 7-3-1748,[268]
-
g. Nelia van der Bie, ged. Goudswaard 22-2-1750,[269]
-
h. Jacob Cornelisse van der Bie, ged. Goudswaard 28-1-1753, ovl. vóór 1804, otr./tr. Goudswaard 8-12-1788/dec. 1788[270]
Margrietje Hendriks Vermoolen, ged. Spijkenisse 26-8-1764, ovl. Goudswaard 26-6-1828, dr. van Hendrik Vermoolen en Pietertje in 't Veld. Zij hertr. 1804.
Uit dit huwelijk:[271]
[272]
-
1. Jobje van der Bie, ged. Goudswaard 26-4-1789.
-
2. Jobje van der Bie, geb. Goudswaard 16-3-1791, tr.[273]
Arie Blok, geb. Puttershoek 10-7-1791, arbeider.
-
3. Pietertje van der Bie, ged. Goudswaard 5-8-1792.
-
4. Nelia van der Bie, geb. Goudswaard 21-10-1794.
-
5. Cornelis van der Bie, geb./ged. Goudswaard 4/13-3-1796, ovl. Zuid-Beijerland 4-2-1842, arbeider,
tr. Zuid-Beijerland 26-12-1816[274]
Trijntje van der Jagt, geb./ged. Zuid-Beijerland 1/3-5-1795, ovl. Laketown (Mi, USA) 25-3-1872, dr. van Marinus van der Jagt en Jacomijntje Adriaans de Gans.
Het gezin is op 2-4-1855 vertrokken naar Noord-Amerika.
-
6. Hendrik van der Bie, geb. Goudswaard 6-5-1797.
-
7. Hendrik van der Bie, geb./ged. Goudswaard 8/19-5-1799, ovl. Goudswaard 23-11-1886.
aardappelboer en bouwman,
van 1851 tot 1865 eigenaar van de
Sandee-hoeve aan de Langeweg te Goudswaard,
tr. 1o Goudswaard 23 november 1823[275]
Magteld van der Bie, geb./ged. Goudswaard 16/23-2-1783, ovl. Goudswaard 3-6-1830, naaister,
dr. van Engel van der Bie en Maartje Huis,
tr. 2o Strijen 2-11-1843[276]
Elisabeth Alberta Pesant, geb. Strijen 20-1-1809, ovl. Goudswaard 4-3-1865, dr. van Albertus Pesant en Elizabeth van der Noordaa,
wed. van Adrianus Pesant,
tr. 3o Barendrecht 5-6-1831[277]
Anna van der Bie, geb./ged. Barendrecht 28-1/5-2-1809, ovl. Goudswaard 8-10-1842, dr. van Anthony van der Bie, meester timmerman, en Ariaantje de Ruyter.
Uit zijn derde huwelijk 9 kinderen geb te Goudswaard (1832-1842). [278]
-
i. Hendrina van der Bie, ged. Goudswaard 24-10-1756, ovl. Goudswaard 14-4-1834, tr. 1o Goudswaard 1-1-1782[279]
Wouter Pietersz van de Erve, ged. Goudswaard 20-10-1737, ovl. ca. 1801, bouwman te Goudswaard, zn. van Pieter Wouters van der Erve(n) en
Maaike Cornelisdr de Heer,
tr. 2o Goudswaard 20-2-1802[280]
Klaas van der Meyden, geb. Hekelingen 22-12-1762, ovl. Goudswaard 15-3-1835, bouwman, ingekomen te Goudswaard uit Hekelingen op 16 februari 1802.
166. HENDRIK ARIENSZ VAN DER BEN, ged. Waddinxveen 4-7-1688, beg. Waddinxveen 30-5-1743, otr. Waddinxveen kerkelijk 13-3-1722
167. PIETERNELLA VAN DER HEIJDEN, ged. Waddinxveen 2-5-1700, beg. Zuid-Waddinxveen 8-10-1790.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Elisabeth van der Ben, ged. Waddinxveen 10-4-1735, ovl. Waddinxveen 23-10-1781, (=kw. nr. 83).
168. GERRIT VAN DER JAGT, geb. Maassluis 24-5-1698, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk 22/28-3-1748, j.m., wonend in de Schans aldaar (1722),
binnenvader van het weeshuis te Maassluis (1719, 1725-1733).[281]
koopman (1722),[282]
reeder, schepen (1728-1730) en burgemeester (1737-1739, 1742-1744) te Maassluis,
regent van het Hervormd Weeshuis aldaar (1740-1743),[283],
erft 20-9-1725 graf nr. N344 in de Grote Kerk aldaar,[284]
tr. 2o Maassluis 19-6-1729
ARIJAANTJE KNAPPERT, geb./ged. Maassluis 7/10-7-1697 [285], beg. Maassluis Grote Kerk 9-11-1759, wed. van Pieter van der Meer,
gecommitteerde van de visserij te Maassluis (1721-1724),[286],
dr. van Cornelis Knappert, procureur, regent van het Hervormd Weeshuis te Maassluis [287]
en Maria Jacobs Denick(s),
otr. 1o Maassluis geref. 13-12-1722 (met attestatie naar Maasland 27-12-1722) en (gaarder)/Maasland 24/27-12-1722
169. JO(H)ANNA BREUR, geb./ged. Den Haag Remonstrantse Kerk 17/18-4-1696, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. N344) 26-6/1-7-1728, j.d. van Maasland (1722),
vermeld (1722) als lidmaat der Rem. Gemeente te Maasland.[288],
[289].
|
Wapen Breur : In zilver een zwart anker, daardoorheen twee
gouden pijlen en daarboven een hart.
|
Op 12-8-1729 testeren te Schiedam Gerrit van der Jagt en zijn vrouw Adriana Knappert. Zij maken een langstlevende testament, tevens wordt de langstlevende gesteld tot voogd of voogdesse.
[290]
In 1755 verschijnt[291] "Morgengroet aan Antony Menssendyk, en Adriana Knappert, na 't voltrekken van hun ed: huwelyk." door Willem van der Jagt.
Zou het hier een derde huwelijk van Willems stiefmoeder betreffen?
Uit zijn eerste huwelijk (van der Jagt-Breur):
-
a. NN van der Jacht, beg. Maassluis 26-10-1723 ("een kind van Gerrit van der Jacht").
-
b. NN van der Jacht, beg. Maassluis 25-11-1724 ("een kind van Gerrit van der Jacht").
-
c. Willem van der Jagt, ged. geref. Maassluis 2-2-1727, (=kw. nr. 84).
-
d. NN van der Jagt, beg. Maassluis 14-8-1728 ("een kind van Gerrit van der Jagt").
170. ADRIAAN (ADRIANUS) RIDDERUS (REEDERIJS), ged. Maassluis 19-8-1694, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 141) 11-12-1781 [292], j.m., wonend in de Schans aldaar (1724),
schepen (1750-1758) en burgemeester (1758-1763) te Maassluis,
erft samen met Ary Pietersz Valck graf nr. 52 in de Grote Kerk te Maassluis bij vererving van Corn. D. van der Meer,
en eveneens graf nr. 364 dat hij op 27-8-1763 als medeerfgenaam en gemachtigde van Jan Willemz Schim verkoopt aan Jacobus Steur,[293]
otr./tr. Maassluis geref. 13/27-8-1724
171. TRIJNTJE BOOGERT (BOOGAART), ged. geref. Maassluis 4-5-1687, beg. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 141) 31-10-1776, j.d., wonend in de Schans aldaar (1724).
|
Wapen Boogert : Een boom op grond [294](¥).
|
COMMENTAAR(¥)
herzien !
Is er verband met Mr. Nicolaas Adriaansz Boogaert etc. die hetzelfde wapen voert.? Zie Kron. 6(1997)281.
|
-
a. Pieter Ridderus, ged. geref. Maassluis 20-6-1725, beg. Maassluis 2-7-1725 ("een kind van Adrianus Rederus").
-
b. Neeltje Ridderus, geb./ged. geref. Maassluis 10/11-4-1727, blijkens aantekeningen in het beg. register van de Grote Kerk is zij
de enige nagelaten dr. van Adriaan Ridderus,[295], (=kw. nr. 85).
-
c. Pietertie Ridderus, ged. geref. Maassluis 19-1-1729, beg. Maassluis 21-7-1730 ("een kind van Adrianis Rederis").
172. ABR(AH)AM VAN VOLKOM (VOLKUM, VOLCOM), geb. Dordrecht 25-1-1710, ovl. Dordrecht 13-11-1761, belender in de Steegoversloot (1760),
otr./tr. 1o Dordrecht 17-4/4-5-1738
ANNA MARIA KARLE, geb. Dordrecht, ovl. (beg?) Dordrecht 10-9-1743, dr. van Blans Karle en Marijke de Laet, woonde Nieuwstraat.
otr./tr. 2o Dordrecht 14-11/1-12-1743
173. GEERTRUY TARGIER (TERGIER), geb. Doopsgez. Dordrecht, beg. Dordrecht 16-11-1781, woonde Lindegracht.
otr./tr. 1o Dordrecht 29-4/14-5-1734
ABRAHAM (VAN) MAARSEVEEN(¥), ovl. Dordrecht 28-3-1741 [296], bakker (1736..1741), belender in de Marienbornstraat (1738).
| COMMENTAAR(¥)
Is er verband met Reijnier van Maarsseveen, otr/tr. Veenendaal 19/19-3-1713 [297] (sic!) Margaretha van Broeckhuysen. Hij is een zn. van Hermannus van Maarsseveen,
betaalt ƒ 12Ð8Ð0 haardstedegeld voor 4 haarsteden te Veenendaal (1703-1711),
[298]
en Neeltje van Huyssum, allen Vlaamse Mennonnieten.[299]
|
Op 27-3-1736 verkoopt Maaijken Wijken, weduwe, aan Abraham Marceveen, bakker, voor ƒ 500,-- een pand in de Marienbornstraat, belend door Pieter Pleijsier en Hendrik van der Vorm. Overige personen Cornelis Vermeer (overleden).
[300]
Op 24-4-1736 verleent Abraham Bosselaar, metselaar, hypotheek van ƒ 500,-- aan Abraham Marceveen, bakker, met bovenstaand pand als onderpand.
[301]
Op 8-9-1740 verleent Jacob van den Camp, koopman, hypotheek van ƒ 600,-- aan Abraham Marceveen, bakker, met bovenstaand pand als onderpand.
[302]
Op 16-5-1741 verkoopt Geertruij Targier, weduwe van de erflater Abraham Maarseveen (overleden), bakker, voor ƒ 900,-- het bovenstaande pand aan de Marienbornstraat te Dordrecht, belend door Hendrik van der Vorm, aan Pieter Plaijsier. Het pand is belast met een
hypotheek t.b.v. Jacob van den Camp, koopman.
[303]
Op 26-10-1758 verkopen Lodewijk Groeneman en Geertruij Kemp
aan Abram Van Volcom voor ƒ 1000,-- een pand in de Steegoversloot te Dordrecht, belend door de weduwe Frackin en
Jacobus van Welsenes. Schuldeiser is Lambert de Jong. Erflater is
Sacharias Kemp (overleden).
[304]
Uit zijn eerste huwelijk (van Volkom-Karle):
-
a. Jacob van Volkom, ged. geref. Dordrecht 12-10-1740.
Uit zijn tweede huwelijk (van Volkom-Targier) geref. gedoopt te Dordrecht:
-
b. Johanna van Volkom, ged. geref. Dordrecht 18-11-1744, ovl. verm 1772-1778, tr. vóór 1772
Jur(r)ianus (Jurianes) van Driel, ged. Dordrecht 19-4-1744, zn. van Albert van Driel en Antonia Brouksmit.
Hij hertr. verm. voor 1778 Ida Meijers.
-
1. Gertruij van Driel, ged. Dordrecht 26-7-1772.
-
2. Ant(h)onia van Driel, ged. Dordrecht 18-8-1773, ovl. na 1850, vermeld in het bevolkingsregister Dordrecht (1850-1860),
tr. Dubbeldam 5-5-1815
Johannes Wilhelmus Elferich, zn. van Gerrit Elfferich en Maria van de Wal.
-
c. Abraham van Volkom, ged. geref. Dordrecht 6-1-1747.
-
d. Geertruij van Volkom, ged. geref. Dordrecht 20-9-1748, ovl. jong?
-
e. Geertruij van Volkom, ged. geref. Dordrecht 15-10-1749, tr. vóór 1781
Johannes Olivier, geb./ged. Dordrecht 30-12-1749/1-1/1750, ovl. na 1831, meelkoopman (1811), particulier (1831),
zn. van Dirk Olivier en Maria Wanda.
Op 21-11-1831 verkoopt Johannes Olivier, particulier, een pand op de Groenmarkt te Dordrecht aan Abraham Olivier, meelverkoper.
[305]
-
1. Geertruij Olivier, ged. Dordrecht 21-9-1781, otr. wellicht Dordrecht 26-4-1810
Gerret Matena.
-
2. Maijke Olivier, ged. Dordrecht 8-8-1783, betaalt belasting op personeel en meubilair (1818).[306]
-
3. Johanna Olivier, ged. Dordrecht 27-10-1784.
-
4. Dirk Olivier, geb./ged. Dordrecht 12/16-7-1786, vermeld als gezelschapsjongen, stemgerechtigd te Dordrecht (1811),
als comptoir bediende in de lijst van weerbare mannen (1813, 1814),
betaalt belasting op personeel en meubilair (1818).[307]
-
5. Abraham Olivier, geb./ged. Dordrecht 24/25-11-1787, ovl. na 1850, vermeld als meelkoopman, stemgerechtigd te Dordrecht (1811),
koopman, heeft een dienstbode in dienst (1812/13),[308]
als (winkel)knegt in de lijst van weerbare mannen (1813, 1814),
betaalt belasting op personeel en meubilair (1818),[309]
meelverkoper (1831),
vermeld in het bevolkingsregister Dordrecht (1850-1860),
tr. Dubbeldam 23-8-1822
Catharina Ouburg, geb. 1791, ovl. na 1850, vermeld in het bevolkingsregister Dordrecht (1850-1860),
dr. van Pieter Ouburg en Margrieta van der Kaa.
-
6. Engeltje Olivier, ged. Dordrecht 29-11-1789, ovl. na 1850, vermeld in het bevolkingsregister Dordrecht (1850-1860),
tr. Papendrecht 24-8-1822 (zij oud 31 jaar (sic!))
Pieter Ouburg, geb. 1796/97, zn. van Pieter Ouburg en Margrieta van der Koogh.
-
f. Adrianus van Volkom, ged. geref. Dordrecht 9-5-1751, (=kw. nr. 86).
-
g. Seijtje van Volkom, ged. geref. Dordrecht 12-11-1752, ovl.. jong?
-
h. S(e)ijtjen van Volkom, ged. geref. Dordrecht 6-12-1755.
otr. Dordrecht 14-9-1776
Antonij Meijers, geb. Dordrecht 8-4-1753, viskoopman te Dordrecht (1811).
-
1. Huibert Meijers, ged. Dordrecht 14-9-1776.
-
2. Abraham Meijers, ged. Dordrecht 26-6-1779, ovl. jong?
-
3. Abram Meijers, ged. Dordrecht 24-2-1781, ovl. jong?
-
4. Antonie Meijers, ged. Dordrecht 16-7-1784.
-
5. Geertruij Meijers, ged. Dordrecht 9-12-1785.
-
6. Johanna Meijers, ged. Dordrecht 11-7-1787.
-
7. Ida Meijers, ged. Dordrecht 21-2-1789.
-
8. Abram Meijers, ged. Dordrecht 23-5-1790.
-
9. Seijtje Meijers, ged. Dordrecht 9-9-1791.
-
10. Pieternella Meijers, ged. Dordrecht 1-2-1793.
-
11. Jacob Meijers, ged. Dordrecht 13-5-1796.
Uit haar eerste huwelijk (van Maarseveen-Targier) geref. gedoopt te Dordrecht :
-
a. Anthony (van) Ma(a)rs(s)eveen, geb. Dordrecht 20-7-1737, ged. 6-7-1741 (posthuum!), vermeld op de Lijst van leden, donateurs en donatrices
van het Patriottisch exercitiegenootschap "De vrijheid"
te Dordrecht (1783-1788),
[310]
kantoorcommies te Dordrecht (1811),
otr. Dordrecht 2-3-1765
Pieternella van der Burg(h), ged. Dordrecht 22-7-1735, dr. van Jacobus van der Burgh en Ariaentje Leeflang.
In 1787 vindt het transport plaats door Huijbert Uijterlimmigen aan Anthonij van Maarseveen van een huis en erf gelegen aan de Grotekerksbuurt en een pakhuis gelegen aan de Schuitenmakersstraat te Dordrecht.
[311]
Op 18-12-1815 verkoopt Anthony van Maarseveen, particulier, aan Hendrik Theodorus Sibelius Monhemius, apotheker, een pand in de Grotekerksbuurt te Dordrecht.
[312]
-
1. Geertrui(j) (van) Maarseveen, ged. Dordrecht 2-9-1766, tr.
Cornelis Koning.
-
aa. Pieternella Koning, ged. Dordrecht 4-12-1795.
-
bb. Anthonie Koning, ged. Dordrecht 30-3-1798.
-
cc. Arend Koning, ged. Dordrecht 20-3-1801.
-
dd. Arendina Koning, ged. Dordrecht 8-7-1804.
-
ee. Antonia Koning, ged. Dordrecht 16-3-1808.
-
2. Jacobus Maarseveen, ged. Dordrecht 13-5-1767, ovl jong?
-
3. Abraham Maarseveen, ged. Dordrecht 2-9-1769.
-
4. Adriana Maarseveen, ged. Dordrecht 25-3-1772.
-
5. Jacobus (van) Maarseveen, geb./ged. Dordrecht 12/17-7-1774, ovl. na 1814, als Jacobus Maarseveen Azn, ijker, stemgerechtigd te Dordrecht (1811),
ontvangt de zilveren Eerepenning der Dordtsche Vrijwilligers (1813), die
op last van Koning Willem I aan 72 Dordtsche vrijwilligers werd
toegekend voor hulp bij het uit de stad verdrijven van de Franse
bezetter,[313]
vermeld als bode van het tribunaal van
koophandel (1813) en als deurwaarder (1814) in de lijst van weerbare mannen,
otr. Dordrecht 9-7-1803
Maria Catharina de Haan.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Cornelia van Maarseveen, ged. Dordrecht 19-3-1804.
-
bb. Anthonij van Maarseveen, ged. Dordrecht 28-11-1806.
-
cc. Pieternella van Maarseveen, ged. Dordrecht 11-2-1808.
-
dd. Maria Catharina van Maarseveen, ged. Dordrecht 24-7-1810.
-
6. Gerrit (van) Maarseveen, geb./ged. Dordrecht 13/15-6-1776, kantoorcommies, stemgerechtigd te Dordrecht (1811),
vermeld als houtkooper in de lijst van weerbare mannen (1813).
-
b. Susanna (van) Maarseveen, ged. 6-7-1741 (posthuum!), tr.
Marti(e)nus Broederhart, geb. Dordrecht 24-6-1734, nettenbreier te Dordrecht (1811).
Hij hertr. mogelijk voor 1784 Apollonia de Ruijter.
-
1. Martinus Broederhart, ged. Dordrecht 22-3-1771, tr.
Margrieta (Grietje) Steenwijk.
-
aa. Martinus Broederhart, ged. Dordrecht 4-9-1796, ovl. jong?
-
bb. Catrina Broederhart, ged. Dordrecht 15-9-1797.
-
cc. Martinus Broederhart, ged. Dordrecht 25-1-1799, ovl. jong?
-
dd. Martinus Broederhart, ged. Dordrecht 11-9-1801.
-
2. Johannes Broederhart, ged. Dordrecht 6-3-1776.
-
3. Adriaan (Adrianus) Broederhart, geb. Dordrecht 2-5-1776, ged. Dordrecht 18-3-1778, metselaarsknecht, stemgerechtigd te Dordrecht (1811),
vermeld als arbeider (1813) en particulier (1814) in de lijst van weerbare mannen,
tr.
Adriana van den Bergh.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Martinus Broederhart, ged. Dordrecht 10-4-1803.
-
bb. Willem Broederhart, ged. Dordrecht 29-4-1807.
-
cc. Aplonia Martha Broederhart, ged. Dordrecht 13-3-1811.
174. PIETER KOK, ged. Dordrecht 28-11-1721, beg. Dordrecht 29-6-1801, scheepstimmerman (1760),
otr. Dordrecht 9-4-1750
175. GEERTRUY NIEUWENHUYSEN, ged. Dordrecht 22-8-1728, beg. Dordrecht 25-11-1784.
Op 29-7-1760 verkoopt Dirkje de Gester aan Pieter Kock, scheepstimmerman, voor ƒ 400 een pand aan de Vriesestraat te Dordrecht, belend door Arij van Driel en
Willem Nieuwenhuijsen
[314]
Op 7-9-1762 verkoopt Pieter Kok aan Lambert Ramoe, kleermaker, voor ƒ 400 een pand aan de Vriesestraat te Dordrecht, belend door Arij van Driel en de weduwe Nieuwenhuijse.
[315]
Uit dit huwelijk (geref?) gedoopt te Dordrecht :
-
a. Maria Ko(c)k, ged. 3-3-1751, ovl./beg. Amsterdam Westerkh. 23/27-3-1809, (=kw. nr. 87).
-
b. Anna Kok, ged. 12-9-1756.
176. WIJNAND(T) VAN LEEUWEN, ged. Barneveld geref. 7-9-1704, ovl. 1759 (beg. kosten Barneveld 20-10-1759 ƒ 4,10,-- [316]), woont te Barneveld (1728),
kuiper en bewoner van een huis in de Langstraat (1730-1759),[317]
[318]
kuiper te Barneveld (1747/48),
belender te Barneveld (1740, 1741),
geërfde te Barneveld (1744..1753), te Kootwijkerbroek (1744..1754),
treedt op als gevolmachtigde (1750),
otr./tr. Veenendaal geref. 1/16-11-1728,
otr. Barneveld 1-11-1728 [319]
177. METJE EVERS VAN VELTHUIJZEN (alias VAN DEN HEUVEL), ged. Veenendaal geref. 18-4-1706, ovl. na 1762 [320], j.d., wonend te Veenendaal (1728),
woont als wed. van Wijnand van Leeuwen in een huis te Barneveld (1758-1761),
in de Langstraat te Barneveld (1761-1763), vervolgens (1763-1764) in een camer aldaar.[321]
Op 6-9-1738 doet Maria van Westrhenen weduwe van Cornelis Boelhouwer peijnding op de ongerede goederen van Willem Aersen van Reemst.
Inhoud akte:
gerigtsluijden: Bessel Jansen en Jooste Hendriksen.
personen: Derk de Jongh als volmagtiger van Maria van Westrhenen weduwe boedelhouders er tughtenaerse van Cornelis Boelholder ingevolge volmagt den dato 28 junij voor Scholt en Schepenen van Amersfoort gepasseert doet peijnden aen alle gerede en ongerede goederen te Barnevelt toecomende Willem Aersen Reemst.
Betreft: een huijs en hoff staende in den Dorpe van Barnevelt over de Kerk tusschen de
behuijsingen van wijlen Rijk Aertsen Jeths en Willem Pothoven althans in eijgendom
immers bewoont bij Wijnant van Leuwen om intresse te verhalen van een capitael van
450- - 'sjaers ad 18 gl. jaerlijks verschenen den 28 september 1729,1730,1731, 1732,
1733, 1734,1735,1736,1737 en verdere te verschijnen jaren.[322]
Wijnand van Leeuwen en vrouw, kuiper in het dorp Barneveld betalen ƒ 6,-- (1747) en ƒ 4,10,-- (1748) hoofdgeld
voor 2 personen, 2 kinderen (5-10 jr), 3 kinderen (10-15 jr), 2 haardsteden, 5 specien. [323]
Op 5-3-1756 verbinden Maria van Coot weduwe van Aalt van der Hoeff geassisteert met Wijnand van Leeuwen een
stuk landt 'op de Coot' onder Barneveld om te stellen tot een genoegsaame reele contra voor 't
aanstaande gewijsde insodaane saeke als tusschen Frederik Beijrink als impetrant.[324]
Op 17-4-1758 cedeeren Maghiel Heerecamp en Eva Heerecamp aan
Wijnand van Leeuwen een huijs en hoff in de Catharinastraat.
Inhoud akte:
Michiel Heerecamp en Eva Heerecamp, broeder en suster, hebben getransporteert aan Wijnand van Leuwen en sijn huijsvrouw.
een huijs en hoff te Barneveld in de Catharinestraat voor een somma van twee hondert en tien guldens.
Geerfden zijn Jan Carel Lugtigh en Klaas van der Waal.[325]
Op 15-9-1758 sijn Wijnand Geurtse van Leuwen x Metje Everts van Velthuysen wegens opgenomen penningen
schuldig aan de burger weesen binnen Harderwijk, een capitaele somma van agt hondert guldens.
Onderpand: haerlieden huijs in Barneveld staande over de kerk soo thans bewoond door comparants
soon, 2-de een veldtje van juffer Van der Hoeff aangecoft, 3-de een huijs hoff brouwerij en twee
bergen soo van de arffgenaamen van Willem Peterse Breuren heeft aangecoft staande in Barneveld aan
't Beeken Eynde, 4-de een huijs en hoff in de Bagijne Straat tot Barneveld soo door Peel van Lijsel
bewoond word en aangecofft hebbende van de kinderen Heerecamp (akte is doorgehaald wegens roijement op 4-12-1761).[326]
Op 4-10-1758 verkopen Wijnand van Leeuwen en Metje Evers van Velthuijzen
"een seker hofje Gelegen tussen de Catrinastraat en de Groene Steegh tussen
Harmen Beernts en Hannis Derkse, Lubbert Cornelisse en den Cooper" te
Barneveld voor ƒ 42,--, aan Aart Cornelissen en Ariaantje Claassen [327]
Op 1-6-1759 transporteren
Wijnand Geurtse van Leuwen x Metje Evers van Veldhuijsen aan en ten erffelijken
behoeven van Klaas van der Wiel x Neulchen Gijsberts van Ede een camer met hetgeen daarbij
behoort met een hoekje van den hoff soo is afgepaalt, soo het oude Steventje thans bewoond. In
diervoege de comparanten hetselve van den erffgenamen van Willem Petersen Breuren hebben
aangecoft, met beding dat de solder boven de camer tot gebruijk des vercooperen blijft. En sulks voor
een somma van twee hondert guldens.[328]
Op 1-6-1759 transporteren Geurtje Derks Bakkenes weduwe en Boedelhoudere van Willem Petersen Breuren geassisteert met G. van Stryp als volmagtiger van de erffgenaamen van wijlen haar man aan ten erffelijken
behoeve van Wijnand van Leuwen en sijn erven, een huijs hoff met annexe brouwerie, twee bergen en
annexe camer daar de oude Steventje woond, staande in Barneveld aan 't Beeken Eijnd. En sulks voor
een somma van veertien hondert en vijfftigh guldens.[329]
Op 28-1-1760 doet
Arisje Brantsen weduwe en boedelhouderse van Goosen Janssen Peijnden op alle gerede en
ongerede goederen van Wijnand van Leuwen om betalinge te erlangen van een somma van ƒ 50:19:-.
(geroijeert den 14 maart 1760).[330]
Op 4-6-1761 verkopen Methe Evers van Veldhuijsen, weduwe van Wijnand van Leeuwen en haar kinderen huis, of en twee bergen aan ât Beeken Eijnde, bewoond door de koper, aan Jan Hendrik Bloemendal en Geurtje Jans, voor f. 600,-.
[331]
Op 4-6-1761 compareren Metje Evers van Velthuijzen, wed. en boedelhoudster
van wijlen Wijnand van Leeuwen, geassisteerd met haar zoon
Geurt van Leeuwen, voor zich en namens
haar onmondige kinderen, Evert van Leeuwen,
voor zich en namens zijn echtgenote Eva Hiens, Geurt van Leeuwen voor zich
en namens zijn echtgenote Beertje Stevens, Cornelia van Leeuwen,
geassisteerd met haar broeder Jan van Leeuwen, voorstaande comparanten mede
voor Maria van Leeuwen, "en bekende verkogt te hebben Een Huys en Hoff met
twee bergen staande in den Dorpe barnevelt voor de somma van ses hondert
gulden" [332].
Op 11-12-1762 hebben Metje Evers van Veldhuijsen weduwe en boedelhouderse
van Wijnand van Leeuwen in desen geassisteert met haar zoon E. van Leeuwen
en pro se en noch namens haar onmundigen hiertoe geautoriseert,
Gerrit van Leeuwen x Beertje Stevens, Evert van Leeuwen x
Eva Herms, Jan van Leeuwen, Cornelia en Maria van Leeuwen,
verkogt aan Jan Tuijnenbergh en sijn huijsvrouw en erven voor eene
somma van agt hondert en vijfftig guldens een huijs en hoff staande
en gelegen in den dorpe van Barneveld over de kerk tussen de behuijsinge
van Lubbert Janssen Cousijnsen en Hermanus van der Kieft.[333]
Op 20-12-1762 hebben Metje Evers van Veldhuijsen, weduwe van
Wijnand van Leeuwen, Cornelia van Leeuwen in dese geadsisteert met
Evert van Leeuwen, de weduwe hiertoe geautoriseert namens haar
onmundige kinderen, Geurt van Leeuwen, Evert van Leeuwen,
Jan van Leeuwen en Maria van Leeuwen vercoft aan en
ten behoeve van Gijsbertje van den Ham weduwe van
Frederick van den Ham en haare erven een huijsje in de Catharinastraat
staande, voor een somma van ƒ 136,-,-. [334]
-
a. Cornelia van Leeuwen, ged. geref. Barneveld 26-3-1730, ovl. na 1762.
-
b. Evert (Wijnand) van Leeuwen, ged. geref. Barneveld 10-5-1733, beg. Veenendaal 11-2-1790 (luid- en begraafgeld ƒ 1,12,8)[336], treedt in 1768 op als voogd over de kinderen van zijn broer Geurt van Leeuwen,
otr. Veenendaal 20-6-1756[337]
Eva Hi(e)nsch, ged. Stichts Veenendaal geref. 2-9-1736, beg. Veenendaal 21-9-1778 (luid- en begraafgeld ƒ 3,5,0 "van de vrou van E. van Leeuwen)[338], dr. van Johannes Nathaniel Hinsch, fabrikeur
in hoeden,[339] en Hendrika van Wetten.
In april/mei 1790 beswaren Arien Elbertsen en Jantjen Heijmen, egtelieden,
hun huijs en hoff cum anexis aan het Schouteneijnde ten behoeve van
Evert van Leeuwen en Dina Tering, egtelieden, met 2000 gulden boven
dat verband van goederen in 't Swanebroek, vide op Folio 132, recto en
verso in gemelde Buert of Prothocol.[340]
Betreft het hier deze Evert, die immers al in feb. 1790 is overleden. Zou Dina zijn tweede vrouw zijn?
Uit dit huwelijk (van Leeuwen-Hiensch) :[341]
-
1. Metje van Leeuwen, ged. geref. Veenendaal 1-5-1757, ovl. Amsterdam 7-10-1828, doopget. (1785..1807),
otr./tr. Amsterdam kerk 7/25-6-1782
Pieter Smit, ged. geref. Amsterdam 15-1-1747, doopget. (1785..1805),
zn. van Hendrik Smit en Trijntje Hendriks.
-
aa. Evert Smit, ged. geref. Amsterdam NoorderK. 13-4-1791 (get. Jan van Leeuwen en Diena Teeringh).
-
bb. Christina Helena Smit, ged. geref. Amsterdam EilandsK. 2/8-3-1795 (get. Klaas Wijngaard en Christina Helena Wijngaard).
-
cc. Jan Smit, geb. ged geref. Amsterdam Nieuwe K. 10/20-8-1797 (get. Hendrik Wijllens en Marija van der Holst).
-
2. Johannes Nathaniel van Leeuwen(¥), ged. geref. Veenendaal 29-10-1758, otr./tr. Amsterdam kerk 16-9-1784
Johanna Steenbergen, ged. Amsterdam RK 13-2-1737, dr. van Frederik Steenbergen en Johanna Wessels.
| COMMENTAAR(¥)
Er klopt hier het een en ander niet. Moet nader worden uitgezocht. Zie bladzijde 21 van Wormsbecher.
|
-
3. Wijnand van Leeuwen, ged. geref. Veenendaal 31-8-1760.
-
4. Hendrik van Leeuwen, ged. geref. Veenendaal 13-6-1762, ovl. Veenendaal 29-9-1818, wolkammersknecht.
tr. 1o Veenendaal kerk 5-8-1792
Hijndrintje Vollewens, ged. Veenendaal 12-2-1769, ovl. Veenendaal 9-2-1805, dr. van Johannes Cornelisse Vollewens en Gijsje Jacobs van Barneveld,
tr. 2o
Cornelia Foppens.
Uit het tweede huwelijk geref. gedoopt te Veenendaal :
-
aa. Evert van Leeuwen, ged. 3-3-1793.
-
bb. Johannes van Leeuwen, ged. 14-12-1794.
-
cc. Cornelis van Leeuwen, ged. 9-7-1797, ovl. Veenendaal 15-3-1847, wolkammer,
tr. Veenendaal 20-11-1825
Gerrigje van Manen, ged. Veenendaal 6-7-1800, dr. van Hendrik van Manen, wolkammersknecht, en Heijltje Budding, spinster.
Uit dit huwelijk 6 kinderen geboren te Veenendaal (1821-1838), waaronder :
-
aaa. Hendrijntje van Leeuwen, geb. Veenendaal 1821/22, tr. Veenendaal 1-4-1843
Cornelis van Zoest, geb. Veenendaal (gem.Ede) 1820/21, zn. van Teunis van Zoest en Cornelia Bolderman.
-
bbb. Sofia van Leeuwen, geb. Veenendaal-Stichts 1823/24, tr. Ede 24-5-1862
Teunis van Wakeren, geb. Veenendaal-Stichts 1832/33, zn. van Jan van Wakeren en Geertrui Homoet.
-
ccc. Eva van Leeuwen, geb. Veenendaal 1834/35, tr. Veenendaal 30-6-1855
Jacob Jansen, geb. Bennekom (gem.Ede) 1828/29, zn. van Harmen Jansen en Maartje Aalberse.
-
ddd. Gerrit van Leeuwen, geb. Veenendaal 1837/38, tr. 1o
Hendrika van Appeldoorn, tr. 2o Leersum 20-10-1864
Hendrikje van Maasse, geb. Rhenen 1834/35, dr. van Maas van Maasse en Geertje Gerritse.
-
dd. Gijsje van Leeuwen, ged. 28-9-1800.
-
ee. Hendrik van Leeuwen, ged. Veenendaal Sticht 4-12-1803, ovl. Rhenen 4-7-1846, tr. Rhenen 4-7-1846
Anthonia Pfister, geb. Amsterdam 1814/15, dr. van Heintje Toontje Pfister.
-
5. Jan van Leeuwen, ged. geref. Veenendaal 29-7-1764, ovl. Ede 27-3-1835, hoedenmaker.
tr. 1o Veenendaal kerk 25-7-1790
Maria Vollewens, ged. geref. Veenendaal 26-8-1764, ovl. Veenendaal 1802,
dr. van Johannes Cornelisse Vollewens en Gijsje Jacobs van Barneveld,
otr./tr. 2o Veenendaal kerk 17-9/10-10-1802
Aagnietje van der Meijde, ged. geref. Veenendaal 5-3-1758, ovl. Veenendaal 24-4-1826, spinster,
dr. van Aart Jacobs van der Meijden en Geurtje Wouters Klomp.
Uit het eerste huwelijk (van Leeuwen-Vollewens) geref. gedoopt te Veenendaal :
-
aa. Eva van Leeuwen, ged. geref. 6-2-1791, ovl. Veenendaal 13-3-1811, otr./tr. 30-3/20-4-1810 Veenendaal
Frans de Fluiter, ged. Veenendaal 22-1-1786, ovl. Veenendaal 1-3-1853, wolkammer,
zn. van Hendrik de Fluiter, wolkammer, en Geertrui Jaconsen Achterberg, spinster.
-
bb. Johannes van Leeuwen, ged. 23-9-1792, ovl. Veenendaal 17-2-1860, hoedemaker,
tr. Veenendaal 16-8-1817
(An)tonia van Eden, ged. Veenendaal 30-3-1869, dr. van Evert van Ede, wolkammersknecht, en Lena van Huussen, spinster.
-
cc. Evert van Leeuwen, ged. 4-1-1795.
-
dd. Cornelis van Leeuwen, ged. 20-11-1796, ovl. Veenendaal 28-9-1864, wolkammer,
tr. Veenendaal 5-12-1817
Willemijntje van Agterberg, ged. Veenendaal 23-12-1792, ovl. Veenendaal 4-12-1862, dr. van Jacob van Agterberg en Lijsbeth van Harn.
-
ee. Gijsje van Leeuwen, ged. 23-9-1798.
-
ff. Jan van Leeuwen, ged. 6-4-1800.
-
gg. Maria van Leeuwen, ged. 10-1-1802, ovl. 17-12-1802 Veenendaal.
-
6. Hendrika van Leeuwen, ged. geref. Veenendaal 22-6-1766, ovl. Amsterdam 21-2-1828, otr./tr. Amsterdam kerk 18-7/3-8-1788
Car(e)l Frederi(c)k Sluijter, geb. ca. 1756 Flote (Pruijsminden, Duitsland), ovl. 14-4-1812 Amsterdam, opperman.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Carel Frederick Sluijter, geb./ged. geref. Amsterdam EilandsK. 13/31-3-1805 (get. Pieter Smit en Metthe van Leeuwen).
-
bb. Evert Sluiter, geb./ged. geref. Amsterdam EilandsK. 28-5/14-6-1807 (get. Pieter Smit en Miettje van Leeuwen).
-
7. Cornelia Maria van Leeuwen, ged. geref. Veenendaal 25-12-1768, ovl. jong?
-
8. Cornelia Maria van Leeuwen, ged. geref. Veenendaal 13-1-1771, tr. Amsterdam kerk 28-5-1791
Anton Oldenburg.
-
9. Jannigje van Leeuwen, ged. geref. Veenendaal 13-12-1772.
tr. Veenendaal kerk 27-5-1791 (volgens Ref. [342] 27-5-1792)
Barend van Dolder, ged. geref. Veenendaal 8-1-1769, zn. van Andries Wesselse van Dolder en Aaltje Barends Winterswijk.
-
10. Maria van Leeuwen, ged. geref. Veenendaal 19-11-1775, ovl. Veenendaal 14-4-1864, tr. Veenendaal kerk 19-10-1794[343]
Goossen van Leeuwen, ged. Veenendaal 5-4-1772, ovl. Veenendaal 26-1-1835, zn. van Jan Goossen van Leeuwen en Gijsbertje de Man, spinster.
hoedemaker
Uit dit huwelijk 7 kinderen geboren te Veenendaal (1795-ca.1819).
-
c. Geurt van Leeuwen, ged. geref. Barneveld 30-1-1735, (=kw. nr. 88).
-
d. Willemijntje van Leeuwen, ged. geref. Barneveld 6-1-1737, ovl. vóór 1761.
-
e. Jan van Leeuwen, ged. geref. Barneveld 2-8-1739, ovl. na 1762.
-
f. Maria van Leeuwen, ged. geref. Barneveld 15-10-1741, ovl. na 1762.
-
g. Willem van Leeuwen, ged. geref. Barneveld 23-5-1745, woont (1770-1772) in een huis te Barneveld,
woont (1772-1774) in een ander huis te Barneveld,
krijgt op 5-4-1774 met echtgenote Teuntje Kune attestatie naar Den Briel,
[344]
otr./tr. Barneveld/Utrecht 6-10-1769/okt. 1769[345]
Teuntje Kune.
Op 5-10-1769 maken
Willem van Leeuwen en Teuntje Kune huwelijkse voorwaarden, onder bepaling van lyftocht voor de langstlevende en met benoeming van langstlevende tot voogd.[346]
-
1. Wijnand van Leeuwen, ged. Barneveld geref. 15-9-1771.
-
h. Ant(h)ony van Leeuwen, ged. geref. Barneveld 14-5-1748, ovl. Hoevelaken 23-10-1836, j.m. woont op Spakenburg onder Bunschoten (1769).
landbouwer (1809) en burgemr. aldaar,[347]
otr. Voorthuizen geref. 14-4-1769 [348]
Grietje Hendriks[349], ged. geref. Voorthuizen 14-5-1744, ovl. Hoevelaken 2-7-1813, j.d. wonend onder Voorthuizen,
dr. van Hendrik Hendriksen en Marretje Jans (kw. nr. 178, 179).
-
1. Metje van Leeuwen, geb. Hoevelaken voor 1773, otr. Amersfoort Hoevelaken geref. 20-5/5-10-1794[351]
Jan Fransz ter Horst, geb. Amersfoort, verm. dezelfde als Jan ter Horst, die na 1755 ƒ 10,-- huisgeld
betaalt voor een huis in de Langestraat[352]
zn. van Frans ter Horst, eigenaar van huizen in de Andriesstraat,
op het Janskerkhof, in de Lange Jansstraat, op de Kamp,
buijten de Camppoort aan de Hoogeweg, op de Weeverscingel,
in de Breedesteegh,[353] en Johanna Huijgen.
Uit dit huwelijk 4 kinderen geref. gedoopt te Amersfoort (1795-1802).
-
2. Maria van Leeuwen, ged. geref. Hoevelaken 2-11-1773, ovl. vóór 1837, tr.[354]
Hendrik de Vos, geb.
-
3. Cornelia van Leeuwen, geb./ged. geref. Hoevelaken 26/27-8-1775.
-
4. Hendrikje van Leeuwen, geb./ged. geref. Hoevelaken 12/19-10-1777, ovl. Hoevelaken 23-10-1848, tr. Hoevelaken geref. 9-11-1806[355]
Hendrik Hendriksen Heijwegen, geb. Barneveld ? ca. 1785, ovl. Hoevelaken 23-3-1848, bouwman,
zn. van Hendrik Heijwegen en Aartje Jansen.
-
5. Wijnand van Leeuwen, geb./ged. geref. Hoevelaken 5/12-11-1780, ovl. Hoevelaken 10-5-1859, bijenman, landbouwer.
tr. Hoevelaken 5-5-1837[356]
Jannetje Wouters Kieft, geb./ged. geref. Nijkerk 29-5/3-6-1792, dr. van Wouter Jansen en Aaltje Elberts.
Uit dit huwelijk 1 zoon geboren te Hoevelaken (1831).
-
6. Evertje van Leeuwen, geb./ged. geref. Hoevelaken 1/11-12-1785, ovl. Barneveld 26-2-1847, landbouwster (1847),
tr. Hoevelaken 15-11-1811[357]
Jan Lammerts van het Land, geb./ged. geref.Nijkerk 18-11/23-12-1781, ovl. Voorthuizen 31-3-1834, dagloner (1834),
zn. van Lammert Harmse Plas en Besseltje Janse van Wijnkoop,
echter volgens ovl. akte
zn. van Lammert Janszen van 't Land en Besseltje Jans.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Cornelia van 't Land, geb. 1820/21, ovl. Barneveld 3-1-1888, tr.
Rijk Wouters, ovl. na 1888.
178. HENDRIK HENDRIKSEN, j.m. (1744), daghuurder te Voorthuizen (1747/48).
otr. Voorthuizen 9-2-1744 [358]
179. MARRETJE JANS, zij wonen in het Zwartebroek onder Voorthuizen (1744), en te Voorthuizen (1747).
Hendrik Hendriksen, daghuurder in het dorp Voorthuizen, en vrouw, betalen ƒ 3,-- (1747), ƒ 2,5,- (1748)
voor 2 personen, 1 caterstede, 5 specien.[359]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Grietje Hendriks[360], ged. geref. Voorthuizen 14-5-1744, ovl. Hoevelaken 2-7-1813, j.d. wonend onder Voorthuizen,
otr. Voorthuizen geref. 14-4-1769 [361]
Ant(h)ony van Leeuwen, ged. 14-5-1748, ovl. Hoevelaken 23-10-1836, j.m. woont op Spakenburg onder Bunschoten (1769).
landbouwer (1809) en burgemr. aldaar,[362]
zn. van Wijnand van Leeuwen en Metje Evers van Velthuijzen
(zie kw. nr. ⇒ 76 )"> ⇒ 176 ).
-
b. Hendrikje Hendriks, ged. Voorthuizen geref. 12-3-1747, ovl./beg. Barneveld 13/17-7-1799, (=kw. nr. 89).
180. Mr. JOHANNES SCHIRMER, ovl. vóór 1822, tr. Herisau (Appenzell, CH) 29-5-1739[363]
181. CATHARINA GRÖBLIN (GRÖBEIN, GRÜB(ER)LIN), ovl. vóór 1822.
Uit dit huwelijk gedoopt te Herisau (CH) :[364]
-
a. Hans Conrad Schirmer, ged. 11-1-1740 (get. Hans Martin Schirmer en Anna Grüblin).
-
b. Anna Judith Schirmer, ged. 29-3-1741.
-
c. Johannes Schirmer, ged. 18-2-1742.
-
d. Hans Martin Schirmer, ged. 23-4-1743.
-
e. Josua Schirmer, ged. 31-5-1744.
-
f. Hans Jacob Schirmer, ged. 14-8-1746.
-
g. Johan Martin (Hans) Schirmer, ged. 18-9-1747, (=kw. nr. 90).
-
h. Johann Schirmer, ged. 26-3-1749.
-
i. Anna Schirmer, ged. 28-8-1750.
-
j. Cathrin Schirmer, ged. 19-11-1752.
182. ARNOLD(US) CORNELIS WALRAVEN(¥), geb. Sambeek, ovl. na 1782, benoemd (1745) tot ouderling in de opgerichte kerkenraad van het garnizoen
Van Schwartzenberg, liggende te Mons (B), als "hr. Walraven, capitein in het regiment van de colonel Van Swanenberg",[365]
"gepensioneert cornet ten dienste der Verenigde Nederlanden" (1754, bij de otr. inschrijving te Sambeek),
"cornet ten dienste der Verenigde Nederlanden, geboortig en woonende te Zambeek in den lande
van Kuik, zijnde weduwenaar van Christina Geertruida Frenz, overleden in Middelaar a(nn)o 1747", (1754, bij de otr. inschrijving te Eijsden),
vermeld als geref. lidmaat te Sambeek als cornet (1756), doopget. (1776, 1779, 1782),
tr. 1o (niet gevonden te Sambeek, Beugen, Boxmeer) voor 1747
CHRISTINA GEERTRUIDA FRENZ (FRENTS)(¥), ovl. Middelaar 1747 (beg. aldaar RK niet gevonden, er zijn geen geref. DTB van Middelaar, ook niet te Boxmeer, wellicht omringende plaatsen?)
otr./tr. 2o Sambeek geref. 23-11/15-12-1754 ("sijn tot Eijsden in ondertrouw opgenomen")
otr. 2o Eijsden geref. 23-11-1754 ("deese zijn met een losbrief naer Zambeek vertrokken, dog van den voltrokken trouw is geen attestatie teruggesonden")
183. PETRONELLA (PITERNELLA) NOLENS, ged. geref. Eijsden 29-6-1727, ovl. na 1782 (beg. niet gevonden RK Boxmeer tot 1811), vermeld als geref. lidmaat te Sambeek met attestatie van Eijsden (1756),
doopget. (1776, 1779, 1782).
| COMMENTAAR(¥)
doop te Sambeek niet gevonden, is hij mogelijk verwant aan
Pieter Wolter Wolrave, j.m., geb. Maaseijk, soldaat in de compagnie van
Capt. Paplay van het Regiment Stuart, in garnizoen te Steenbergen,
otr./tr. Steenbergen 12/27-11-1763
Catrina Huybrechts, j.d., geb. en wonende te Steenbergen
[366]?
|
COMMENTAAR(¥)
Is zij mogelijk verwant aan
a) Johanna Luctetia Magdalena Freints geb. Klimmen, won. Meerssen, tr 1764? etc. [367],
b) Johanna Freints, geb. Maastricht en won. te Itteren, tr. 1771 etc.[368],
c) Maria Catharina Frijns, doopget. 1785 Brunssum [369],
d) Johan Georg Willem Frens, ovl. 1742, schepen te Oost 1737-1742[370]
e) Christiaen Frijns, ged. Nuth 25-2-1714, ovl. Schimmert 31-10-1781, tr. Maria Janssens. Hieruit zn. Nicolaus (1748) etc. [371]
f) In 1735-1736 wordt door de Maastr. Brabantse hoogschout geprocedeerd tegen Johannes Frents. De aanklacht luidt dat Frents in concubinaat leeft met Maria Kleijn en twee kinderen bij haar heeft verwekt. De eis is een behoorlijke boete of straf.
[372]
|
Op 28-5-1755 testeren voor schepenen van Sambeek Arnold Cornelis Walraven,
"cornet ten dienste dezer landen", en Petronella Nolens, zijn huisvrouw.
De testatrice is ziek.
[373](¥)
| COMMENTAAR(¥)
ZOEK OP, tekst van het testament!
|
Cornet Arnoldus Cornelis Walraven treedt op als gevolmachtigde voor juffr. Maria Catharina Becks
te Sambeek in een magescheid te Boxmeer (14-12-1767) tussen haar en Joannes Dercks en Hermina van Keulen,
echtelieden[374].
Uit zijn tweede huwelijk (Walraven-Nolens) geboren (o.a.?)(¥) :
| COMMENTAAR(¥)
Is Willem Walraven, die tr. Vierlingsbeek 11-1-1784 Geertruij Ermers
[375],
mogelijk een zoon?
Verder geen andere dopen van kinderen Walraven gevonden te Sambeek (1750-..).
|
-
a. Christina Jacoba Walraven, geb./ged. Sambeek 4/5-3-1758 (get. Mevr. Vanass, Née Petronella Geertruida La Palma de Sint Fuentes(¥)), (=kw. nr. 91).
| COMMENTAAR(¥)
Pieter van As, van Breda, wedr. van
Pieternella van Roomen tr. geref. Vlissingen 21-7-1742
Petronella Geertruida de la Palma de Sint Fuentes,
j. d. van Vlissingen.[376]
|
184. JAN (JOHANNES) HEYSINK (HEISEIN)(¥), ged. Arnhem 3-11-1705 (als Johannes Heiseen [377]), ovl. Arnhem 8-4-1788, tr. Arnhem geref. 7-11-1730[378]
185. (JOH)ANNA CATHARINA HANS(S)EN (HANSZ)(¥), ged. Arnhem 22-4-1705 [379], ovl. Arnhem 22-7-1783.
COMMENTAAR(¥)
Is er verband met Hendrick Heisen, kerkmr. van de Stevenskerk te Nijmegen (1666-1668) en diverse andere vermeldingen Heisen te Nijmegen 17e eeuw. [380]
Een familie Heisen in Nijmegen, ca. 1800.[381]
Herman Heijsen, schepen te Nijmegen 1700.[382]
|
| COMMENTAAR(¥)
Is zij verwant aan Coenraad Henrik Hansen, koopman te Arnhem (1740), wednr.
van Catharina Jacomina de Simmer, vermeld 1743 [383] etc.?
|
-
a. Janna Heysink, ged. Arnhem 4-10-1731.
-
b. Aeltje Heysink, ged. Arnhem 28-1-1734.
-
c. Joannes Heysink, ged. Arnhem 1-5-1735.
-
d. Hendrik Heysink, ged. Arnhem 4-8-1737, (=kw. nr. 92).
-
e. Aelbert Heysink, ged. Arnhem 24-8-1741.
-
f. Anne (Anna) Catrijn (Catharina) Heysink, ged. Arnhem 1-9-1743, tr. vóór 1784 verm.
Hendrik van Varseveld.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Kers van Varseveld, ged. Arnhem 1783/84, ovl. Arnhem 21-4-1825, vleesschhouwer (1825),
tr.
Petronella Krijn, ovl. na 1825.
-
g. Catharina Heysink, ged. Arnhem 8-11-1744.
186. JOHANN HENRICH SCHAAP, ged. Arnhem 8-7-1710 (als Henricus Johannes Schaep)[385], ovl. Iserlohn 11-10-1767, burger[386] en koopman in Mülheim a/d Rijn (D).
tr. vóór ca. 1748
187. ANNA MARGARETHA STEIGERS, geb. Mülheim? 20-4-1710, ovl. Mülheim (D) 25-5-1761.
Uit dit huwelijk geboren (o.a.?) :
-
a. Eva Maria Schaap, geb. Mülheim aan de Rijn (D) vóór ca. 1748, ovl. Arnhem 9-11-1797, (=kw. nr. 93).
188. JAN VAN DER WIEL, ged. Sliedrecht 26-11-1738, ovl. 4-7-1805, schipper te Arnhem.
189. DOROTHEA LOUISA SCHWALBE, beg. Arnhem 3-9-1778,[387]
Op 12-3-1794 beklagen gildebroeder J. van der Wiel c.s.
zich bij de vroedschap van Arnhem over het beheer van de
financien van het schippersgilde aldaar.
Op 5-10-1798 toen de gilden werden ontbonden werd hij
provisioneel commissaris.[388]
Uit dit huwelijk geboren (o.a.?) :
-
a. Willem Dirk van der Wiel, geb. Orsau ca. 1769, ovl. Köln (D) 27-9-1811, (=kw. nr. 94).
190. = 92. HENDRIK HEYSINK.
191. = 93. EVA MARIA SCHAAP.
196. PETER (HILLEBRAND) WERF, ged. geref. Zwolle 26-6-1719, tr. vóór 1748[389]
197. JANNA MARSMAN(S), ged. geref. Zwolle 19-10-1732.
Uit Peter Werf en Hendrickien Herms een onegt kind:
-
a. Hermina (Peters/Werf) ("opgegeven vader Peter Werf"), ged. geref. Zwolle 1-1-1748.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. Hendrik Werf, ged. geref. Zwolle 2-2-1748.
-
b. Wichert (Wijcher) Werf(f), ged. geref. Zwolle 3-12-1749, ovl. Kampen 1809, (=kw. nr. 98).
198. JAN VELSINK (VELSING), geb. (Heemse?) voor 1708, ovl. (Zwolle?) na 1748, otr./tr. Zwolle greref. 23-11/15-12-1726 (get. Harmen Hendriks, haar moeder, met consent van zijn vader ingekomen den 29 aug. 1726),[390]
199. CORNELIA VAN BRUGGEN, geb. (Zwolle?) voor 1710, ovl. na 1747, geref. lidmaat op belijdenis te Zwolle (Paschen 1729), wonend in de Nieustad.
-
a. Everdina (Evertien) Velsing, ged. geref. Zwolle 12-8-1728, ovl. vóór 19-12-1734.
-
b. Johanna (Janna) Vel(s)ink, ged. geref. Zwolle 9-12-1729, huw.get. 1764.
-
c. Berend Velsink, ged. geref. Zwolle 1-11-1731, ovl. mogelijk Zwollerkerspel okt 1819 (oud 87 jaar), j.m. op de Nijstad (1764),
otr./tr. Zwolle geref. 24-11/10-12-1764 (get. Gerrit Hagenkamp, Vrou Raijers),[392]
Hendrikje Kuipers, ged. (verm. Zwolle geref. 13-8-1744 als onegte dr. van Berent Hendriks Cuiper en Geessien Wolters), ovl. Zwolle 10-11-1809 beg. Broenenkerk ("'s avonds om 10 uur, in de broenen kerk begraven, komt voor klokken geregtigheid: ƒ 2.16.-"), j.d. woont op de Nijstad (1764).
doopget. (1776..1784), huw.get. (1790, 1794).
Zij wonen op de Nijstad voor de Diserpoorte (1774..1785).
-
1. Jan Velsink, ged. geref. Zwolle Grote K. 20-1-1765.
-
2. Cornelia Velsink, ged. geref. Zwolle Grote K. 24-8-1766.
-
3. Johanna Velsink, ged. geref. Zwolle Grote K. 15-9-1768, ovl. na 1790, "huiswerk doende",
tr. Zwolle Betlehemse K. 6-12-1790[394]
Willem van den Berg, , geb. ca. 1765, schippersknecht.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
4. Margrita Velsink, ged. Zwolle Grote K. 6-1-1771, ovl. Zwolle ca. 8-2-1848, tr. Zwolle Betlehem Kerk 5-5-1794[395]
Roelof Middendorp, geb. ca. 1765, ovl. Zwolle ca. 4-9-1820, comptoir bediende.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
Gramsbergen 21-5-1813: Kwitantie van Roelof Middendorp aan E. van der Scheer wegens ontvangst van penningen voor het vervoer van een paard van Zwolle naar Munster.
[396]
-
5. Barent Velsink, ged. Zwolle Grote K. 12-9-1773.
-
6. Hendrina Velsink, ged. Zwolle Grote K. 12-9-1773, ovl. jong?
-
7. Hendrina Velsink, geb./ged. geref. Zwolle 9/10-10-1774 (get. Aaltje Velsink, vrouw van Arent Rijsink, op de Nieuwstraat).
-
8. Hendrik Velsink, geb./ged. geref. Zwolle 5/7-9-1777 (get. Diena Schutte vrouw van Jan Velsink, voor de Dieserpoort), ovl. na 1821, commies bij de in- en uitgaande rechten te Vriezenveen,
tr. Wanneperveen 16-9-1801[397]
Jentjen Harms Doosjen, ged. Wanneperveen 12-11-1780, dr. van Hermen Jacobs Doosjen, herbergier, en Geertruid ten Zweege.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
9. Everdina Velsink, geb./ged. geref. Zwolle 3/6-7-1780 (get. Zwaantje Velsink, vrouw van Wijger Werf op 't water bij de Steenpoort), tr. vóór 1802[398]
Jan Jansen, ovl. na 1827, koopman.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
10. Arend Velzink, geb./ged. geref. Zwolle 18/26-9-1782 (get. Aaltje Velzink, weduwe Jannes Merrijenberg, op de Nieuwstad), ovl. Deventer 1831, tr. Deventer 20-11-1824[399]
Geertruij Hofman, ged. Deventer 4-3-1792, dienstbode,
dr. van Hendrik Hofman en Aaltjen Riepkens.
Hieruit wellicht nageslacht.
-
11. Berentje Velsink, geb./ged. geref. Zwolle Broerenkerk 18/23-10-1785 (bij afweesigheid van de vader is de getuyge Dina Schutte, huysvrouwe van Jan Velzink, woond voor de Diezerpoorte)
-
12. Gerrit Velsink, geb./ged. geref. Zwolle 20/25-6-1787, ovl. 's- Gravenhage 26-3-1878, schippersknecht (1814), belastingcommies (1829),
tr. 1o Zwolle 16-4-1814[400]
Grietjen Derks Kreemer, geb./ged. geref. Hardenberg 4/8-5-1791, ovl. Weerselo 1828, dienstmaagd,
dr. van Dirk Jan Kreemer, geweezen gaarder, en Berendina Meijrink,
tr. 2o Weerselo 24-9-1829[401]
Aaltjen Jans (Kempers), ged. geref. Epe 18-6-1797, ovl. vóór 1878, dr. van Arend Jans en Maria Everts.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
d. Hendrik Velsing, ged. geref. Zwolle 26-2-1733, ovl. (Zwolle (Nieustad)?) voor 21-7-1777, tr. Zwolle geref. 12-12-1763[402]
Gerrigje Scholte, geb. ca. 1735, huw.get. 1783.
Zij hertr. Zwolle 21-7-1777 Hendricus Friesendorp.[403]
-
e. Evertje Velsing, ged. geref. Zwolle 19-12-1734, ovl. vóór 2-7-1741.
-
f. Jan Velsink, ged. geref. Zwolle 18-2-1737, ovl. (Zwolle?) 28-12-1825, tr. Zwolle geref. 28-6-1773
Diena Schutte, geb. Berkum, doopget. (1777, 1785).
Zij wonen voor de Diezerpoorte (1777, 1785).
-
g. Rutger Velsink, ged. geref. Zwolle 18-2-1737, tweeling met Jan.
-
h. Aaltien Velsink, ged. geref. Zwolle 26-2-1739, ovl. Meppel 4-4-1827, tapperse,
woont op de Niustad voor de Dieserpoort (1775..1782),
doopget. (1775..1782),
tr. 1o Zwolle geref. 29-11-1762[404]
Arend R(u)ijsink, geb. ca. 1735, ovl. 1775-1778, tr. 2o Zwolle op 23-2-1778[405]
Jannes Merrijenberg (Marienberg), ovl. (Zwolle?) 1781/82, molenaar,
tr. 3o Zwolle geref. 17-2-1783[406]
Jan Hendrik Schreuder, geb. ca. 1740, ovl. vóór 1827, smit.
Uit haar eerste huwelijk (Ruijsink-Velsink):
-
1. Jan Ruijsink, ged. geref. Zwolle Broeren kerk 2-10-1763.
-
2. Hendrik Ruijsink, ged. geref. Zwolle Broeren kerk 16-3-1766, cipier,
tr. 1o [407]
Jacoba Berendina Dubois, tr. 2o [408]
Maria Geertruida Rozijn. Uit beide huwelijken nageslacht.
-
3. Cornelia Ruijsink, ged. geref. Zwolle Betlehemse kerk 25-4-1768.
-
4. Janna Ruijsink, ged. geref. Zwolle Betlehemse kerk 22-10-1770.
-
5. Janna Ruijsink, ged. geref. Zwolle Betlehemse kerk 5-10-1772.
Uit haar tweede huwelijk (Merrijenberg-Velsink):
-
1. Janna Merrijenberg, geb./ged. geref. Zwolle 9/10-9-1778 (get. Zwaantje Velsink, vrouw van Wiggert Werff).
Uit haar derde huwelijk (Schreuder-Velsink):
-
1. Hendrika Schreuder, geb./ged. geref. Zwolle 18/22-4-1784 (get. Hendrika Kippers, vrouw van Berent Velsink).
-
i. Everdina Velsink, ged. geref. Zwolle 2-7-1741, ovl. Zwollerkarspel, beg. Zwolle Agnietenklooster 29-9-1780, tr. Zwolle geref. 28-5-1764[409]
Berent Lottenberg (Luttenberg), geb. ca. 1740, ovl. Zwollerkarspel, beg. Zwolle op het Bergklooster 18-6-1789. Zij wonen buiten de Dieserpoort in de Wipstrik (1774), in Zalne (1777).
Op 6-8-1759 wordt te Zwolle geref. gedoopt Albert, "onegte" zn. van Klaasina Kammeridts, waarvan volgens haar opgave Berent Lottenberg de vader is.
Uit dit huwelijk:[410]
[411]
-
1. Gerrit Luttenberg, ged. geref. Zwolle Groote kerk 3-3-1765, ovl. jong?
-
2. Jan Luttenberg, ged. geref. Zwolle Groote kerk 28-3-1766.
-
3. Coenra(ad)diena Luttenberg, ged. geref. Zwolle Groote kerk 21-5-1767, tr.[412]
Arnoldus Hendrik Baerselman.
-
4. Gerrit Luttenberg, ged. geref. Zwolle Broeren kerk 3-12-1769.
-
5. Cornelia Luttenberg, ged. geref. Zwolle Groote kerk 4-6-1772, ovl. Zwolle 20-10-1832, tr. 1o Zwolle 22-11-1795[413]
Evert Albers, geb. Haaksbergen, ovl. vóór 1812, tr. 2o Zwolle 17-1-1812[414]
[415]
Willem Damman, geb. 3-10-1775, zn. van Jean Damman en Johanna Gerrits.
-
6. Aeltien Luttenberg, geb./ged. geref. Zwolle Broerenkerk 20/24-4-1774 (get. Margareta Velsink, wonend buiten de Dieserpoort).
-
7. Hendrik Luttenberg, geb./ged. geref. Zwolle Broerenkerk 5/8-5-1777.
-
j. Margrita Velsink, ged. geref. Zwolle 22-1-1744, ovl. na 1778, woont buiten de Dieserpoort (1774),
doopget. (1774),
tr. Zwolle geref. 24-6-1765[416]
Johan Hendrik Moulart (Moelert, Moel, Malert), geb. ca. 1740, ovl. na 1778. Zij wonen voor de Dieserpoort (1778).
-
1. Margrita Moulart, ged. geref. Zwolle Broeren kerk 30-3-1766.
-
2. Cornelia Moulart, ged. geref. Zwolle Groote kerk 5-3-1769.
-
3. Janna Moulart, geb. ca. 1770.
-
4. Janna Moel, geb./ged. geref. Zwolle 23/23-11-1778 (get. Hendrikjen Kuijpers, vrouw van Berent Velsink, voor de Dieserpoort).
-
k. Jannes Velsink, ged. geref. Zwolle 20-3-1746.
-
l. Zwaantje Velsink, ged. geref. Zwolle 30-9-1748, ovl. Kampen 1814, (=kw. nr. 99).
Uit een buitenechtelijke relatie van Jan Velsink en Anna Maria Barloos:
-
a. Geertruijd Barloos, geb. 1744, ged. geref. Zwolle 30-1-1746 ("onegt", opgegeven vader Jan Velsink, "De moeder seide dit kind paasdingsdag 1744 geboren te sijn").
200. J(OH)ANNES LOSEMAN, geb. vóór ca. 1690, ovl. 1727-1748, wordt als Johannes Loseman aan den Schulenborgh op 8-4-1710 geref. lidmaat te Hellendoorn op attestatie van Zwolle,
krijgt op 8-4-1713 als Johannes Loseman van den Schulenborgh attestatie voor vertrek naar Zwolle,
wordt als Johannes Loseman aan den Schulenborgh op 17-5-1716 weer geref. lidmaat te Hellendoorn op attestatie van Zwolle,
j.m. te Schulenborg (1722),
tr. Hellendoorn geref. 18-5-1722
201. HENDRIKJE JANSEN, geb. vóór ca. 1705, j.d. te Schulenborg (1722),
wordt vermeld in de volkstelling Hellendoorn van 1748 als zijn weduwe in de buurtschap Elen & Rhaan, alleen wonend zonder kinderen of personeel.
Zij wonen op Schuijlenburg (1722..1727).
-
a. Adolfina Maria Loseman(s), ged. geref. Hellendoorn 20-12-1722 (hier heet de vader Jannis Loseman te Schulenborg), ovl. na 1765, wordt op 5-11-1749 geref. lidmaat te Hellendoorn op attestatie van 's-Gravenhage,
tr. Hellendoorn geref. 8-8-1753
Jan Hendrik Nagel, ovl. na 1765, oppasser in dienst van de familie Van Coeverden op Huize Rhaan in Hellendoorn.[418]
Zij wonen te Rhaan (1757..1765).
|
De havezate Rhaan, waar Jan Hendrik Nagel poortwachter was. Het huis werd in 1841 gesloopt.
Penseeltekening toegeschreven aan Cornelis Pronk (1691-1759).
Datering: onbekend (mogelijk 1732 wanneer Andries Schoemaker, Cornelis Pronk en Abraham de Haen door Overijssel, Drente en Friesland reizen).[419]
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Uit dit huwelijk:(¥)
| COMMENTAAR(¥)
Bij het huwelijk in 1753 heet hij Jan Hendrik Nagel, zij Adolfina Maria Losemans, en zo heten zij ook bij de dopen van de kinderen 3-6 (1757-1765). Ze wonen dan te Rhaan. Echter, bij de dopen van de eerste twee kinderen heet de vader Gerrit Nagel en de moeder Adolfina Losemans (zonder Maria dus) in 1756 wonend op Schulenborgh. Zou het hier tweemaal dezelfde verschrijving betreffen of is hier toch sprake van een ander echtpaar? Een huwelijk Gerrit Nagel x Adolfina Losemans moet dan nog gevonden worden (niet gevonden Hellendoorn 1745-1754).
|
-
1. Johanna Maria Nagel, ged. geref. Hellendoorn 26-11-1753 (hier heet de vader Gerrit Nagel (sic!), de moeder Adolfina Losemans).
-
2. Jan Adolf Conraad Nagel, ged. geref. Hellendoorn 18-1-1756 (hier heet de vader Gerrit Nagel (sic!) op de Schulenborgh, de moeder Adolfina Losemans).
-
3. Maria Arendina Amelia Constantia Nagel, ged. geref. Hellendoorn 28-8-1757 (hier heten de ouders Jan Hendrik Nagel en Adolphina Maria Losemans op den huize Rhaan).
-
4. Margrieta Augusta (..iolta?) Christina Nagel, ged. geref. Hellendoorn 24-5-1759 (hier heten de ouders Jan Hendrik Nagel en Adolphina Maria Losemans op den huize Rhaan).
-
5. Hendrik Jan Ada Nagel(¥), ged. geref. Hellendoorn 2-5-1762 (hier heten de ouders Jan Hendrik Nagel en Adolphina Maria Losemans in de poorte te Rhaan).
| COMMENTAAR(¥)
Met wat goede wil valt hier ook Hendrik, Jan, Ada te lezen. Zou het een tweeling of drieling betreffen? De andere kinderen hebben echter ook meerdere voornamen.
|
-
6. Sara Sophia Nagel, ged. geref. Hellendoorn 15-9-1765 (hier heten de ouders Jan Hendrik Nagel en Adolphina Maria Losemans in de poorte te Rhaan), ovl. Wijhe 1844[420], landbouwster (1818..1828), boerin (1836),
tr. vóór 1789 haar volle neef
Henricus (Hendri(e)kus) Janssen Lo(o)seman, geb. Wijhe (aan de Ossenweide bij den Vellenaar), ged. geref. Raalte 18-10-1761, ovl. Wijhe 1830 (CHECK akte 11), landbouwer (1818..1828), daghuurder (1827),
zn. van Jan Jansen Loseman en Willemijna Jansen (zie kw. nr. ⇒ 100 ).
Zij wonen te Hellendoorn (1789..1799), op de Ossenweide onder de Vellener te Wijhe (1791..1807).
Voor nageslacht van dit echtpaar zie kw. nr. ⇒ 100 sub f.
-
b. Adolf Jansen Loseman, ged. geref. Hellendoorn 17-5-1725 (hier heet de vader Jannis Loseman te Schulenborgh), j.m. wonend op den Schulenburg (1759),
otr./tr. Hellendoorn/Zwolle geref. 16-2/4-3-1759[421]
Fennigje (Fenna) Gerrits, ged. Zwolle 4-10-1723, wed. van Wilm Beumer onder (onleesbaar) (1759),
dr. van Gerrit Lucas en Egbertjen Jans.
Op 14-5-1754 testeert Gerrit Lucas te Zwolle. RA 120 blz. 164 4 Zwolle,
Zijn dochter Fennigje Gerrits erft huis en hof met alles erin (inboedel) zoals linnen, wollen, bed, silver en goud gemunt en ongemunt, beesten en paarden, wagens met toebehoren, niets hoe ook genaamd uitgezonderd, mits tot hare laste genomen hypotheek van ƒ 600,-- en boedelschulden en de kosten van vaders begrafenis.
[422]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Willempjen Loseman, ged. geref. Zwolle Betlehemse kerk 4-5-1760.
-
c. Jan Jan(ne)ssen Loseman (Lozemans), ged. geref. Hellendoorn 21-9-1727 (hier heet de vader Jannis Loseman te Schulenborg), ovl. 1773-1811, (=kw. nr. 100).
202. JAN JANSZ, geb. vóór ca. 1700, ovl. na 1748, tr. vóór 1723[423]
203. WILLEMKEN JANS, geb. vóór ca. 1705, ovl. na 1748. Zij wonen op de Ossenweide in de boerschap Tongeren(¥) onder Wijhe (1723-1748).
COMMENTAAR(¥)
De hieronder genoemde boerderijen Ossenweide, Laanbroek, Vasmate (=Vuistmaat, Woeste Maat, etc.) en Kotterman worden in de registers van Volkstelling van het schoutambt Wijhe, boerschap Tongeren, direct na elkaar genoemd, en zullen dus wel in elkaars directe nabijheid hebben gelegen.
Blijkbaar zijn deze boederijen al ouder want in de Registers van het Vuurstedengeld Wijhe (1682) vinden we in de buurschap Tongeren eveneens direct achter elkaar genoemd, elk met 1 vuurstede:
Jan Cotterman,
Lubbert Osseweijde,
Jan Lamberts Post,
Vuijstmate.
Onder hen zullen wellicht ook de (groot)ouders van Jan Jansz en Willemken Jans zijn.
|
In de Volkstelling van het schoutambt Wijhe 1748 worden vermeld:
in de boerschap Tongeren:
Jan in de Ossenweide en Willemijna zijn vrouw, met
1 kind ouder dan 10 jaar genaamd Willemijna.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[424]
-
a. Jan Jansz, geb. Wijhe (op de Ossenweide), ged. Raalte 5-2-1723, ovl. 1761-1765, tr. Wijhe 16-4-1747 (met attestatie naar Raalte),[425]
Aaltjen Teunnissen, ged. geref. Raalte 18-11-1726 ("Op Hoberskamp, den 6 in de avontkatechizatie"), j.d. van Hoberskamp onder Raalte (1747),
dr. van Teunis Gerrijts en Geesjen Egberts.
Zij wonen op 't Laanbroek onder de Vellenaar (1747-1761).
Zij hertr. 29-4-1765 Wijhe (met attestatie naar Raalte) Jan Derks j.m. van het Brilman onder den Vellener.[426]
In de Volkstelling van het schoutambt Wijhe 1748 worden vermeld:
in de boerschap Tongeren:
Jan in Laanbroek en Aaltjen zijn vrouwe, met
1 kostganger genaamd Evert.
-
1. Janna Jans, geb. bij de Velner, ged. Raalte 1-12-1748.
-
2. Geesje Jans, geb. op 't Laanbroek onder den Velner, ged. Raalte 2-5-1751.
-
3. Jan Jansz, geb. aan 't Laanbroeck onder den Vellenaar, ged. Raalte 4-11-1753.
-
4. Teunis Jansz, geb. op het Laanbroek, ged. Raalte 8-8-1756.
-
5. Jan Jansz, geb. op Laanbroek onder den Vellenaar, ged. Raalte 21-6-1761.
-
b. Gerrit Jansz, geb. Wijhe (op de Ossenweide), ged. Raalte 22-1-1724.
-
c. Teunis Jansz, geb. Wijhe (op de Ossenweide), ged. Raalte 3-3-1726.
-
d. Willemijna Jans(en), geb. Wijhe (op de Ossenweide), ged. Raalte 25-11-1731, ovl. 1763-1811, (=kw. nr. 101).
204. BER(E)NT TEN HOVE (alias WIBBELINK), ged. Rectum 15-4-1703[428], wonend te Rectum onder Rijssen,[429]
tr. Rijssen 29-3-1727[430]
[431]
205. JENNEKEN EGBERTS ASSINK, ged. Ypelo 22-4-1694, ovl. vóór 1775, j.d. van Yperloo.[432]
Uit dit huwelijk geboren (o.a.?) :
-
a. Hendrik ten Hove (alias Wibbelink), ged. Rectum 20-8-1741,[433]
-
b. Berend ten Hove, ged. Rijssen 19-5-1746, ovl. Twello (Voorst) 8-1-1818[434], (=kw. nr. 102).
-
c. Gerrit ten Hove, filiatie niet bewezen,
geref. lidmaat te Twello 17-4-1775 met attestatie van Rijssen.[435]
206. DORIS KEMPERMAN (KEMPENAAR)(¥), ged. Lochem ca. 1700[436], ovl. 1740-1752, otr. Ruurlo geref. 8-1-1730 (als Doris Kempenaar),[437]
207. BARTHE (BARTHA) (BERENTS) (DE) GULYCKER(S) (GULEKES), ged. Ruurlo 4-12-1707, zie ook Refs. [438] waar 1-12-1707 staat, ovl. na 1773, geref. lidmaat te Ruurlo 25-12-1731 op belijdenis (in margine: vertrokken na Loghum),
woont te Ruurlo (1752),
vermeld te Lochem 1753,[439]
doopget. als Barte, huijsvrou van Teunis ter Schegget te Lochem (1764),
als Barta Guijliker, huijsvrou van Teunis ter Schegget (1773),
tr. 2o Lochem geref. 14-5-1752
TEUNIS TER SCHEGGET, ovl. na 1773, wednr. van Megtelt Benssink in Lochem.
27-8-1770 : contract van alimentatie door Teunis ter Schegget en zijn h.v. Bartha Gulickers, Hun dr. Teune ter Schegget.[440]
COMMENTAAR(¥)
Zijn de volgende personen verwant?
Berent Kamperman, ovl/beg. Ruurlo geref. 25/28-9-1772
Berent Kamperman, ovl/beg. Ruurlo geref. 14/18-12-1776
Berent Kamperman, ovl/beg. Ruurlo geref. 20/24-7-1786
Hendrina Kampermans, ovl/beg. Ruurlo geref. 15/18-2-1789
Jan Kamperman, ovl/beg. Ruurlo geref. 29-5/2-6-1794
|
Uit haar eerste huwelijk (Kemperman-Gulyckers) geboren (o.a.?) :
-
a. Everdina Kemperman, ged. geref. Ruurlo 17-2-1737 ("kint van Doris Kemperman & Bartha Berents").
-
b. Berendina (Berendje(n)) Kemperman (Kamperman), ged. geref. Ruurlo 6-6-1740 ("kint van Doris Kemperman & Parte Gulikers", get. Berentje Gulikers), ovl. Twello 6-2-1814[441], (=kw. nr. 103).
Uit haar tweede huwelijk (Ter Schegget-Gulyckers) geboren (o.a.?) :
-
a. Teune ter Schegget, geb. vóór 1770.
208. Ds. JO(H)ANNES HEN(D)RICUS WEERMAN, geb. Almelo 30-6-1679, ovl. Denekamp 19-3-1738, ingeschreven als student theologie 11-9-1696 te Franeker,[442],
beroepen als predikant te Denekamp (1703) na het overlijden van zijn schoonvader, kopieert een deel van het door zijn voorganger J. Palthe aangelegd, verscheurd aangetroffen en
thans niet meer aanwezig doop- en trouwboek [443],
j.m. te Almelo (1704),
is als rentmeester beheerder van de havezate Noorddeurningen (ca. 1715),
[444]
heeft een geschil met de kerkeraad betreffende de administratie van de kerkelijke goederen en de aanstelling van kerkelijke functionarissen,[445]
otr. Almelo 25-5-1704 (als j.m tot Almelo, predikant tot Deijnekamp)
otr./tr. Denekamp 25-5/2-7-1704 ("in den houwelijken staat bevestigt door Ds. Henr. Palthe S.S.M. candidaat" (haar oom) [446])
209. ALEIDA PALTHE, ged. geref. Denekamp 14-11-1675 [447]
, ovl. Denekamp dec. 1748 [448]
,[449]
j.d. van Denekamp (1704).
|
|
Wapen Palthe : In goud een omgewende kop van een romeins veldheer
in natuurlijke kleur, roodgekleed. Helmteken : een
blauw-zilveren vlucht. Dekkleden : zilver en blauw.[450]
Oude zegels en portretten vertonen in plaats van de kop van een romeins veldheer een Minervakop.[451]
| |
In het kerkenraadsboek van Ootmarsum staat op 9-5-1706 genoteerd:[452]
"Bevestigt NN Weeerman, pred. tot Denecamp, Henrick Dagter tot pred. te Ootmarsum"
Denekamp: 14-5-1704. Afrekening tussen Johannes Henricus Weerman, predikant te Denekamp en zijn schoonmoeder Janna van Ulsen wed. Johannes Palten, inzake haar genade-jaar als predikantsweduwe. Met nadere afrekening 14-2-1710. [453]
Denekamp 26-3-1714. Liquidatie en afrekening tussen ds. Joannes Henricus Weerman, predikant te Denekamp, en zijn schoonmoeder Johanna van Ulsen, wed. Palthe, over het tijdvak sedert 14 februari 1710. Met nadere gelijktijdige acte, waarbij Johanna van Ulsen haar schuld afdoet met meubelen en boeken.
[454]
Denekamp 14-2-1710. Kwitantie door Johanna van Ulsen, weduwe Palthen, aan ds. Joh. Henr. Weerman, predikant te Denekamp, voor de voldoening van 4 schepel rogge uit het huis te Noord-Deurningen, en een schepel miskoren uit her erf Tijman, verschenen op st. Maarten 1709.
[455]
In de periode 1723-1724 verzoeken
Johannes Hendrikus Weerman, predikant te Denekamp, zijn zoon Gerrit Jan Hendrik Weerman en een aantal leden van de kerkeraad van Denekamp voor het drostengericht van Twente bevestiging van G.J.H. Weerman voornoemd in het ambt van organist en schoolmeester te Denekamp benevens een bevel aan Frederik Troon om Weerman jr. tot de school toe te laten. Bij Troon voegen zich een aantal goedsheren en bezitters van havezaten in de omgeving van Denekamp, die zich als collatoren van de kerk aldaar tegen de benoeming van Weerman verzetten. De stukken zijn incompleet, er is geen vonnis bij.
[456]
In 1725 worden
Aleida Palthe, echtgenote van de predikant Weerman te Denekamp, haar zoon Gerrit Jan Hendrik Weerman en hun dienstmeid Griete Buters vervolgd voor het drostengericht van Twente wegens inbraak en diefstal in de kerk te Denekamp.
Zij hadden een aantal pijpen uit het orgel weggehaald om de organist Broeke te verhinderen het orgel te bespelen.
[457]
Denekamp, Archief St. Cat. Vic. 22-4-1734. Rekening van ds. Weerman predikant te Denekamp, aan de heer de Raet van den Beugelscamp, wegens de jaarlijkse uitgang uit de Beugelscamp ad. 6 spint rogge aan de pastorie, en wegens miskoren uit de erven Zeggerink en Oelerink.
[458]
Uit dit huwelijk(¥):
| COMMENTAAR(¥)
Enkelen van de onderstaande zoons Weerman komen in (Voor-)Indie terecht. Of de aldaar aangetroffen personen met de naam Weerman (zie
Weerman in Indie
) daarmee verband houden is (nog) niet aangetoond
|
-
a. Ds. Daniel Weerman(¥), geb./ged. geref. Denekamp 7/10-5-1705 (get. Gerhard Jan Palthe, Johanna van Ulsen, Bartha Elisabeth Weerman), ovl. 6-4-1785, beg. Enkhuizen Westerkerk, ingeschreven als student te Franeker 10-9-1723,
afkomstig van Denekamp,[459]
j.m. van Denekamp (1730),
"nu beroepen predikant op het eijland Urk" (1730),
neemt na de verdrijving in 1747 van de schout van Urk,
Anthony van Dompzelaer, diens functie waar totdat op zijn voordracht in 1748 de nieuwe schout Cornelis Jacobsz Romkes wordt benoemd,
[460]
is predikant te Urk 1730-1780,
otr. Denekamp geref. 7-10-1730 (met attestatie van Dwingelo),
tr. 8-11-1730
Gerherdina (Gerhardina, Geerdjen) Don(c)kers, geb./ged. geref. Dwingelo 5/7-8-1707 (get. Johanna Bruinesteijn, echtgenote van Jan Bijvank), ovl. 3-12-1780, beg. Enkhuizen Westerkerk, j.d. uijt Dwingelo (1730),
dr. van Evert Donker, koetsier, en Annetjen Lucas.
Zij wonen vanaf 1780 te Enkhuizen.
De tekst van de doopinschrijving luidt:[461]
des donderdaags, 's namiddaags tusschen 6 en 7 uir, is d'E. Aleida Palthe.
Huijs-vrouw van Do. Johannes Henricus Weerman Predicant tot Denekamp, verlost van een jonge soon, dewelke den 10 en majus Christelijk is gedoopt, en Daniel genaamt geworden. Do. Johannes Henricus Weerman sijn Vader saligst Daniel Weerman. Gerhard Jan Palthe, de schilder sijn oom heeft hem ter doop gehouden, verder peeters of meeters sijn geweest: d'E. Johanna van Ulsen, sijn grootmoeder, Weduwe van wijlen Do. Johannes Palthe, en d'E. Bartha Elisabeth Weerman sijn noije (moeie?) genaamt Run.. (Ruink?).
St. Gommarus of Westerkerk te Enkhuizen: zuider zijbeuk nr. 122:[462]
Hier borg de Kinderpligt het lijk /
van vader Weerman met zijn gade. /
Zij leefden vroom en stierven spade /
In dienst van Jezus Koningrijk. /
D a n i e 1 W e e r m a n /
geboren den 7 Mei 1705 /
predikant geweest te Urk 50 jaren, /
als rustend leeraar /
geleefd te Enkhuizen 4 jaren /
en gestorven den 6 April 1785./
Zijn huisvrouw /
Gerhardina Donker /
geboren den 5 Augustus 1707 /
overleden den 3 Decemb. 1780 /
zijn getrouwd den 8 Novemb. 1730. /
| COMMENTAAR(¥)
Marne 70(..)40, zoek op
|
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Urk :
-
1. Johannes Henricus Weerman, ged. 17-10-1731.
-
2. Everhard Adolph Weerman, ged. 20-9-1733.
-
3. Anna Maria Weerman, ged. 31-7-1735, is op 6-12-1753 vertrokken naar Oostindie(¥),[463]
j.d. van Urk wonend te Enkhuizen (1761),
otr. Enkhuizen geref. 26-9-1761 (get. haar vader: de Heer Daniel Weerman, bedienaar der Godlijken Woords tot Urk)[464]
tr. Urk geref. 18-10-1761
Ds. Johannes Francois (Franciscus) Hadorn, geb. 1720/21, ovl. Azie 13-11-1770, afkomstig van Bergen op Zoom (1741),
ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 20-5-1741 ("Joannes Hadorn, Berga ad Zomanus, 20 (jaar)"),[465]
j.m. van d'Hoeve onder Marquisaat van Bergen op Zoom,
en predikant aldaar (1761),
in dienst bij de VOC 12-12-1761, uit dienst 13-11-1770 (wegens overlijden in Azie),
vaart als predikant afkomstig van De Hoeven voor de kamer Amsterdam van de VOC met het schip Blijdorp naar Kaap de Goede Hoop, alwaar aankomst 18-3-1762, vertrekt vandaar 8-4-1762 met het schip Lycochton van de kamer Hoorn naar Batavia alwaar aankomst 3-7-1762, (geen maandbrief, wel schuldbrief),[466]
predikant bij de Nederduitsch Gereformeerde Gemeente te Batavia 1762-1768,
maakt in 1766 een kerkelijke bezoekreis naar Padang (Sumatra),
[467]
verm. zn. van Lucas Hadorn, schoolmeester te Hoeven.[468]
Zij zijn op 27-10-1761 vertrokken uit Urk.
| COMMENTAAR(¥)
Volgens het Geref. Doopboek Urk[469] is Anna Maria Weerman op 6-12-1753 vertrokken naar Oostindie. Als dit letterlijk waar is zou zij voor Ds. Hadorn nog eerder gehuwd moeten zijn geweest. Zo'n huwelijk is vooralsnog niet gevonden. Andere mogelijkheid is dat er een lees/schrijffout is gemaakt en 1753 moet zijn 1761.
|
|
Recensie in de "Vaderlandsche letter-oefeningen" (1762)[470] van de "Korte Verhandeling over de Leere van Gods vrye Genade ..." door J.F. Hadorn, uitg. 1761.
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
4. Aleida (Alijda, Alida) Judith Weerman, ged. 6-10-1737, ovl. Schiermonnikoog 16-12-1823, tr. Urk geref. 19-7-1767
August(us) Wilhelmus Schultz(e)(n), geb. 1739/40, ovl. Schiermonnikoog 8-9-1828, j.m. wonend te Horn in de graafschap Lippe, chirugijn te Urk(1767) en te Schiermonnikoog (1772).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Cornelis Schultze(n), ged. geref. Urk 27-1-1768.
-
bb. Gerhardina August Wilhelm Schultze, ged. geref. Urk 22-11-1769 (als Gerrijdjen), ovl. Schiermonnikoog 16-1-1843, tr. Schiermonnikoog 23-1-1791[471]
Freerk Willems Schultze, geb. Schiermonnikoog 1770, ovl. vóór 1828.
-
cc. Anna Catharina Schultz, ged. geref. Schiermonnikoog 23-2-1772.
-
dd. Daniel Schultz, geb./ged. geref. Schiermonnikoog 11/16-5-1773.
-
ee. Anna Schultz, geb./ged. geref. Schiermonnikoog 8/14/-9-1777.
-
5. Gerhardina Weerman, ged. 28-6-1739, tr. Urk geref. 31-10-1779
Roeloff Zwaan, geb. Emenes buijten dijken 1757, j.m van en wonend te "Emenes buijten dijken",
gaat later naar Noord-Holland,
zn. van Roelof Swaan en Marritje de Lang.[472]
-
6. Willem Weerman, ged. 3-9-1741, ovl. Enkhuizen 15-5-1818, schepen van Enkhuizen (1788),[473]
(1794),[474]
oud-schepen van Enkhuizen (1818),
tr. Urk geref. 10-5-1767
Henrica Egbertsz, wonend te Amsterdam (1767), wed. van NN.
|
Overlijdensadvertentie van Willem Weerman (1741-1818).
Bron: Collectie Familieadvertenties
⇒ CBG
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Geerardina Elisabeth Weerman, geb. vóór ca. 1785, tr. vóór 1802
Dr. Cornelis Stant, ovl. na 1818, ingeschreven als kandidaat geneeskunde aan de Universiteit van Harderwijk 20-6-1797 ("Cornelius Stant, Enchusa-Batavus"),[475]
promoveert aldaar op 3-7-1797 in de geneeskunde,[476]
geneesheer (1826),
verm. zn. van Hendrik Stant, reder te Enkhuizen.
Promotieinschrijving aan de Universiteit van Harderwijk 20-6-1797:
Eodem die. Cornelius Stant(¥) Heritii fil., Enchusa Westfrisius, legitimo praemisso examine casum medicum de febris secundariae in variolis caussa et cura ut et Aphorismos Hippocratis 46 et 47 sect. 2 explicuit et postquam defenderat specimen medicum inaugurale sistens explicationem Aphor. Hippocr. 39 sect. 2 cum adnexis thesibus, a cl. Forstenio medicinae doctor renunciatus est, rectori et promotori adsidebant cll. Muntinghe et Willmet.
| COMMENTAAR(¥)
Aan de Universiteit van Leiden wordt op 16-5-1773 ingeschreven als student rechten "Cornelius Stant, Enchusanus. 36 (jaar)". Zou het de latere medicus betreffen?
|
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Willem Reinhard Stant, geb. Enkhuizen 28-2-1802, apotheker (1826),
tr. Enkhuizen 9-7-1826
Agatha Cornelia van der Vooren, geb. Purmerend 8-1-1803, dr. van J. Gors van der Vooren en C. N. van Slijpe.
-
7. Everhard Weerman, ged. 6-10-1743.
-
8. Bertha Weerman, ged. 3-10-1745.
-
9. Cornelius Weerman, ged. 11-10-1747.
-
10. Berta Elizabeth Weerman, ged. 21-5-1752.
-
b. Gerrijt Jan Hendrik Weerman, geb./ged. geref. Denekamp 10/14-11-1706 (get. Anthonius Palthe, Johanna van Ulsen, Jan Hendrik Ruink), ovl. na 1790, doet pogingen om te worden benoemd als schoolmeester en organist te Denekamp, maar het wordt uit onderstaande stukken niet duidelijk of dit lukt,
tr. Denekamp geref. 18-5-1736 (met attestatie van Goor en Markel)
Helena Knape, j.d. van wijlen Gerrijd Knape te Goor.
De tekst van de doopinschrijving luidt:[477]
's donderdaags 's nademiddag omtrent 6 uur, is d'E Aleida Palthe,. huijsvrouw van Do. Johannes Henricus Weerman verlost van haaren tweeden soon, dewelke den sondag daar an sijnde den 14 en novemb. is gedoopt, en genaamt, Gerrijt, Jan, Hendrik, na Do Gerhardus Palthe saligst in sijn leven predicant tot Denekamp., sijn over-grootvader, is hij genoemt Gerrijt, en na Do. Johannes Palthe saligst, insijn leven preedicant tot Denekamp, sijn grootvader, is hij genoemt Jan, en na saligst Hendrik van Ulsen, als sijn over-grootvader, is hij genoemt Hindrik.
Dog de twee laatste namen, te weten Jan, Hendrik sijn hem ook met een gegeven ter gedachtenisse van d'E. Johannes Weerman, en Henricus Weerman saligst. beijde Ooms van Do. Johannes HenricŸs Weerman, waarna Do. Joh: Henr: Weerman ook genoemt is.
Anthonius Palthe sijn Oom heeft hem ter doop gehouden, de gevadders sijn geweest d'E Johanna van Ulsen weduwe Palthe, Sijn grootmoeder, en d'E. Jan Hendrik Ruink Chirurgien van Almelo, sijn Oom Hendrik Ruink, Broeder.
Denekamp St. Ant. Vic. z.d. (1723) Beroepingsbrief aan Gerrit Jan Hendrik Weerman tot schoolmeester en organist te Denekamp.
[478]
In de periode 1723-1724 verzoeken
Johannes Hendrikus Weerman, predikant te Denekamp, zijn zoon Gerrit Jan Hendrik Weerman en een aantal leden van de kerkeraad van Denekamp voor het drostengericht van Twente bevestiging van G.J.H. Weerman voornoemd in het ambt van organist en schoolmeester te Denekamp benevens een bevel aan Frederik Troon om Weerman jr. tot de school toe te laten. Bij Troon voegen zich een aantal goedsheren en bezitters van havezaten in de omgeving van Denekamp, die zich als collatoren van de kerk aldaar tegen de benoeming van Weerman verzetten. De stukken zijn incompleet, er is geen vonnis bij.
[479]
In 1725 worden
Aleida Palthe, echtgenote van de predikant Weerman te Denekamp, haar zoon Gerrit Jan Hendrik Weerman en hun dienstmeid Griete Buters vervolgd voor het drostengericht van Twente wegens inbraak en diefstal in de kerk te Denekamp.
Zij hadden een aantal pijpen uit het orgel weggehaald om de organist Broeke te verhinderen het orgel te bespelen.
[480]
In de volkstelling van 1748 te Goor wordt vermeld Jan Weerman en Helena Knape, met 1 zoon Gerrit ouder dan 10 jaar, 2 kinderen Jan Henrik en Sara jonger dan 10 jaar, en een inwoonster Aleida Borreas.[481]
Delden Gericht, 1-10-1748. Voor Carol Frederic Cramer, richter te Delden, en kornoten Joan Christoffer Gewin en Jan Rouweler verschenen Derk baron Mulert en diens echtgenote Isabella Bernardine baronesse Mulert, geboren baronesse van Munchausen, heer en vrouw van Bakenhagen, welke verklaren verkocht te hebben aan Wolter Knape en Nicolina Heisen, echtelieden, Herman van Assen en Aleida Knape, echtelieden, en Gerrit Hendric Weerman en Helena Knape, echtelieden, het vrije erve Duis in de buurtschap Weddehoen, gericht Delden, en doen bij deze overdracht.
[482]
In 1781 vordert G.J.H. Weerman voor het drostengericht van Twente van Albert Baltink ontruiming van de hoeve De Bouerie te Goor. De stukken zijn incompleet. Het vonnis is bewaard.
[483]
In de periode 1790-1793 vordert
Gerrit-Jan Hendrik Weerman voor het drostengericht van Twente handhaving in zijn recht van uitzicht uit een kamertje van zijn huis te Goor, waarin hij door Berend ten Zijthof wordt gestoord. De stukken zijn incompleet, er is geen vonnis.
[484]
Stadgerecht Stad Goor, 23-4-1790. Kwitantie van G.J. Dumbar voor den ontvangst van salaris van den burgemeester G.J.H. Weerman in de zaak der stad Goor tegen den collecteur Berend ten Zijthof, behandeld voor Gedep. Staten van Overijssel.
[485]
-
1. Gerrit Weerman, geb. 1736-1738, tr. vóór 1761
Geradiena van Assen.
-
aa. Gerrit Jan Hendrik Weerman, geb. Goor 1761.
-
bb. Gerradiena Barta Weerman, geb. Goor 1763.
-
cc. Helena Weerman, geb. Goor 1766, ovl. na 1805, tr. vóór 1786
Jurriaan ten Doesschate.
-
aaa. Anna Juda ten Doesschate, geb. Goor 1786 (vader ten Duisschate !).
-
bbb. Gerrit Jan Hendrik ten Doesschate, geb. Goor 1787.
-
ccc. Anna Geertruij ten Doesschate, geb. Goor 1790.
-
ddd. Derk ten Doesschate, geb. Goor 1795.
-
eee. Femius Hermannus ten Doesschate, geb. Goor 1797.
-
fff. Antonij Judanij ten Doesschate, geb. Goor 1800.
-
ggg. Garritdina ten Doesschate, geb. Goor 1802.
-
hhh. Idanus Georg ten Doesschate, geb. Goor 1805.
-
dd. Hendrika Weerman, geb. Goor 1768, ovl. na 1809, tr. vóór 1788
Gerhard Verbeek, ovl. na 1809, wordt vermeld in de volkstelling Goor van 1795 als NN Verbeek, drukker, met 6 personen.[486]
-
aaa. Johanna Femia Verbeek, geb. Goor 1788.
-
bbb. Gerrit Jan Henderik Verbeek, geb. Goor 1790.
-
ccc. Johanna Femia Verbeek, geb. Goor 1791.
-
ddd. Gerrit Jan Hendrik Verbeek, geb. Goor 1793.
-
eee. Arnolda Wilhelmina Verbeek, geb. Goor 1795.
-
fff. Gerridina Verbeek, geb. Goor 1796.
-
ggg. Wilhelmus Arnoldus Verbeek, geb. Goor 1800.
-
hhh. Fenna Henderica Verbeek, geb. Goor 1803.
-
iii. Hermannus Verbeek, geb. Goor 1809.
-
2. Jan Henrik Weerman, geb. 1738-1748.
-
3. Sara Weerman, geb. 1738-1748.
-
c. Bartha Weerman, geb./ged. geref Denekamp 20/25-5-1708 (get. Johanna van Ulsen)(¥) , "dogter van mijn overleden antecessor Hind. Weerman",
tr. Denekamp geref. 1-10-1739 (met attestatie van Houten)[487]
Jurrianus van Ewijk.
-
d. Hasina Weerman, geb./ged. geref Denekamp 20/25-5-1708 (get. Gerhardina Palthen)(¥), is "kranksinnig" in 1748.
De tekst van de doopinschrijving van de tweeling luidt:[488]
is d'E. Aleida Palthe, huijsvrouw van Do. Joh: Henr: Weerman
Preedicant te Denekamp,'s sondag's voormiddags omtrent elf uur, of
tusschen 10 en 11 uur verlost geworden van tweelingen, sijnde twee jonge dochters, dewelke 's vrijdags sijnde de 25 en maijus sijn gedoopt geworden: wordende d'oudste dochter ter doop gehouden van d' E Johanna van Ulsen, Weduwe van saligst Do. Johannes Palthe, en de jongste dochter van d' E. Gerhardina Palthen.
D'oudste dochter is doe genaamt geworden Bartha, na dE. Bartha Van Erp overbestemoeder van Do Weerman Voord. en de jongste dochter is doemaals genaamt Hasina na gemelde Do. Weerman sijn moeder saligst genaamd Hasina Steenkerken.
-
e. Adolph Hendrik Julius Weerman, geb./ged. Denekamp 26-2/1-3-1711 (get. Adolph Henrik graaf Van Rechteren, Sophia Juliana gravin Van Rechteren, Berend Palthe), ovl. Azie 31-5-1748, vaart op 22-1-1734 als Adolph Hendrik Julius Weerman, afkomstig van Denecamp, in de rang sergeant voor de kamer Enkhuizen van de VOC met het schip Kasteel van Woerden via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 4-5-1734, en vertrek 25-5-1734) naar Batavia alwaar aankomst 27-8-1734, uit dienst van de VOC 31-5-1748 wegens overlijden in Azie (hij heeft geen maandbrief, wel een schuldbrief),[489]
wordt later majoor en komt in 1742-1750 in aanraking met justitite te Batavia.
De tekst van de doopinschrijving luidt:[490]
Sijnde donderdag is Aleida Palthe d'huijsvrouwe van Joh: Henr: Weerman Preedicant te Denekamp, verlost geworden 's voormiddaags tusschen 11 en 12 uur, van een jonge soon, dewelke na d'Heer Graaf en Gravin Van Rechteren als Peten, bij den Christelijken doop op de 1 en Martij. 1711, genaamt is. Adolph Henrik, Julius, na d Heer graaf. genaamt, Adolph Henrik, en na de Gravin genaamt Sophia Juliana, is hij genaamt Julius.
NB. Mijn Oom Berend Palthe heeft hem ter doop gehouden.
Archief van VOC documenten [491], Batavia Justitie:
1742: Vraegpoincten beantwoort bij Adolph Hendrik Julius Weerman cum suis de dato 2 October 1742. [492]
1749:, Copia notul van 12 Augustus 1749 continerende het suspenseren van den majoor Weerman en notaris Hoogkamer. [493]
1750:, Copia sententien van 17 Maart 1750 ten lasten van den major Adolph Hendrik Julius Weerman en den notaris Frederik Willem Hoogkamer. [494]
-
f. Ds. Rutger Andreas Weerman, geb./ged. geref. Denekamp 25/31-8-1712 (get. Rutger Andreas Patthull, Mevrouw Patthull geb. de Lintels van den Marsch), ovl. Azie 26-1-1751, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Groningen 14-9-1736 ("Rutgerus Andreas Neerman(!), Denekampio Transysalanus"),[495]
vaart op 23-1-1745 als Rutger Andreas Weerman, afkomstig van Denecamp, in de rang predikant voor de kamer Enkhuizen van de VOC met het schip Huis ter Duine naar Kaap de Goede Hoop alwaar aankomst 3-5-1745,[496]
predikant te Swartland in Zuid Afrika (1745-1748),[497]
dient in die periode geregeld verzoeken in bij de Politieke Raad van Kaap de Goede Hoop om geld over te maken naar zijn gemachtigden in het vaderland,
verzoekt op 27-1-1748 om te worden overgeplaatst naar Batavia, welk verzoek wordt ingewilligd,[498] waarna hij
vertrekt op 20-11-1748 met het schip Dishoek voor de kamer Enkhuizen uit Kaap de Goede Hoop naar Batavia alwaar aankomst 30-5-1749,[499]
predikant te Batavia (1749) en te Ambon (1750).[500]
uit dienst van de VOC 26-1-1751 wegens overlijden in Azie(hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief).[501]
De tekst van de doopinschrijving luidt:[502]
s'maandaags smorgens is d'E. Aleida Palthen, huijsvrouwe van Do. Joh: Henr: Weerman, preedicant tot Denekamp wederom in de kraam gekomen van een jonge soon, dewelke op den 31 en August. Christelijk is gedoopt geworden en genaamt Rutger Adreas, d'Hooch-Welgeb. Heer Land Rentmeester Patthull en d'Hooch-We1geb:... de Lintels van den Marsch Mevrouw Patthull zijn gevadders geweest. NB Na'd Hoochgemelde Heer Patthull genaamt Rutger Andreas is hij ook genaamt, Rutger Andreas.
Mevrouw Patthull heeft hem ter doop gehouden, en d' Heer Patthull heeft al gevader daar bijgestaan.
Kerkeraad Kaapstad:[503]
Ds R.A. Weerman.
Na die aanstelling van Wietse (=Wytze Botes, zie kw. nr. ⇒ 977 sub d) het die politieke Raad daarin geslaag om 'n predikant te verkry. Hy was ds Rutger Andreas Weerman en is op 15 Oktober 1744 in Holland bevestig tot leraar van die Kerk in Oos Indië. In die Kaap is hy "aangehou" as leraar vir Swartland. Op Saterdag 27 Junie 1745 word die Gemeente Swartland dan gestig. Hierdie gemeente is dus die vyfde gemeente in Suid Afrika en word voorafgegaan deur Tulbagh. Die eerste Kerkraad word by wyse van stemming deur die hele gemeente (55 siele maar slegs 28 manlike lidmate het gestem). 'n Lys van name van die eerste lidmate word aangeheg.
Ds Weerman vertrek in Des 1748 en gaan na Batavia. Daar is niks bekend van sy verdere loopbaan nie.
Uit de Besluiten van de Politieke Raad van Kaap de Goede Hoop:[504]
Sondagh den 9. Maij 1745: .... Laatstelijk op de gedane betuijging aan den Heer Gouverneur bij den Eerw:e Predikant Rutger Andreas Weerman op het aanweesend Schip het Huijs ten Duijne bescheijden, dat wel geneegen soude weesen tot Waarneeminge van desselfs beroep, ter deeser plaatse van Sijnen bodem te verblijven, goedgedagt dat Sijn Eerw:e navolgens de aan ons hiertoe verleende qualificatie bij den Hoog Edelen heere Gouverneur Generaal Gustaaf Willem van Imhoff aan deesen uijthoek, ten dienste van de kerk in het Swarte Land sal aangehouden worden.
Saturdag den 27. Jann: 1748: ...
Dat het Request van den Eerw: Predicant Rutger Andreas Weerman om van hier na Batavia te mogen overgaan, en soo mede dat, 't welk door de Chineesen Tsiaki Etko en Tsia Tsoeijko in houdende het selve versoek, in Copia aan de Heeren van de Hoge Indiaasse Regeeringe sullen worden toegesonden, met versoek dat haar Wel Edele Groot Agtb:re daarop een gunstige Reflexie gelieven te neemen en bijvoeginge ten belange dier twee Chineesen dat sij hun alhier altijd Wel hebben gedragen.
Donderdag den 7: Novemb:r 1748: ...
sullende voorts aan den Eerw: Kerken Raade in het Swart Land bij Missive kennisse worden gegeven, dat het de heeren van de Hooge Indiasse Reegering, behaagt heeft aan den bij voorsz: kerk in het Swart Land bescheijden predikant Rutgert Andreas Weerman, te permitteeren om van hier na Batavia te mogen overvaaren.
Ds. Rutger Andreas Weerman koopt op veilingen van de Weeskamer van Kaapstad[505]
verschillende goederen, kennelijk voor de inrichting van zijn huis of de kerk:
9 November 1745:
1 kapstok, 2 ophaal gordynen, 2 stooven, 5 bijlen, 1 ysere tang, 1 vleesvork, 1 ledikant met syn behangsel, 1 drievoet, 1 tang, 1 rooster, 1 asschop en 1 yser pot.
10 en 11 April 1747:
1 mandje met spijkers, 1 kapstok, 2 grendels, 3 picken, 1 paardewagen, 2 paarden, 6 paarde tuygen met haar hoofstel, 1 parthy houtwerk, 1 parthy sparren en latten, 10 mudden garst, 1 coper strykyser, 1 snuyter, 1 copere kandelaar, 3 coper vuurtesjes, , 1 coper staartpannetje, 1 parthy rommeling.
11 April 1747: 4 beesten
-
g. (Gerhard) Borchard Weerman, ged. geref. Denekamp 1-7-1714, ovl. (verm. Denekamp) 6-8-1788, koster en voorzanger te Denekamp (1744..1788),
bezitter van de vicarie St. Catharina, Agnes en Barbara te Denekamp,
tr. vóór 1744
Henrina Scholten, ovl. na 1755.
De tekst van zijn doopinschrijving luidt:[506]
Do. Pastor Weerman zijn zoon met naame Borchard, en is
genaamt na de Hooch. Welgeb. Heer Graaf van Rechteren zijn broer, te weeten d'Hooch. Welgeb. Heer Generaal Major en Heer van Noort-Deuringe, met naame, Gerhard Borchard.
Borchard Weerman x Henrina Scholten, met kinderen jonger dan 10:
Aleida Weerman, Joanna Henrica Weerman, de meid Geese "te
Allerheiligen soude vertrekken", kostgangers en inwoners
Gabriel Weerman, Hasina Weerman, kranksinnig, en
Catharina Palthe in de kamer, vermeld in de Volkstelling dorp
Denekamp (1748). [507]
Denekamp, Archief St. Cat. Vic. 29-11-1783. Ootmarsum, Memories voor de verwalter-onderrichter van Ootmarsum om ter instantie van de koster Gerhard Borchard Weerman bezitter van de vicarie St. Catharina, Agnes en Barbara te Denekamp, de boeren Ottinkhof, Dubbelink en Heveldink te Noorddeurningen te insinueren het jaarlijkse schepel koren uit hun erven, verschuldigd aan de vicarie, binnen twee maal 24 uur te voldoen.
[508]
In de periode 1783-1791 pandt Gerhard Borchard Weerman, koster te Denekamp, voor het landgericht Ootmarsum de roerende goederen van de boer Boerrigter alias Pot te Denekamp om daarop een vordering te verhalen wegens hem als koster toekomende koorntienden van de vicarie van St. Catharina, St. Agnes en St. Barbara te Denekamp. Johan Gaspar Josef baron van Raet tot Beugelskamp intervenieert als pachtheer. Na het overlijden van Weerman doet zijn zoon een beroep op Ridderschap en Steden, die de zaak verwezen naar de drost van Twente. De stukken zijn incompleet. Het vonnis is bewaard.
NB
Bij de bijlagen bevindt zich een authentiek afschrift van de fundatie-akte van de St. Anthonis-vicarie te Denekamp d.a. 1506.
[509]
Denekamp Archief St. Cat. Vic. 1-10-1788. Verklaring van Abr. Wichers, pred. te Denekamp, dat G.H.(!) Weerman, koster en voorzanger der Geref. gemeente, overleden is 6 augustus.
[510]
Uit dit huwelijk (bij geen der dopen wordt een moedersnaam genoemd):
-
1. Aleijda Weerman, ged. geref. Denekamp 2-10-1744.
-
2. Janna Hen(d)rica Weerman, ged. geref. Denekamp 16-1-1746, ovl. na 1795, wordt in de volkstelling van 1795 vermeld als wed. Stegemeijer, breidster, wonend met 3 personen in het Torenvierdel te Delden Stad,
tr. vóór 1770
Frans Stegemeijer (Hegemeijer), ovl. 1783-1795.
-
aa. Jan Harm Stegemeijer, geb. Stad Delden 1770.
-
bb. Aleida Hendrica Stegemeijer, geb. Stad Delden 1774.
-
cc. Jan Harmen Stegemeijer, geb. Stad Delden 1776.
-
dd. Elisabeth Stegemeijer, geb. Stad Delden 1779.
-
ee. Gerhard Borchard Hegemeijer, geb. Deldeneresch 1783.
-
3. Berendina Weerman, ged. geref. Denekamp 8-10-1747, ovl. vóór 1748?
-
4. Lucia Jacomina Weerman, ged. geref. Denekamp 16-2-1749.
-
5. Jan Hendrik Andreas Weerman, ged. geref. Denekamp 15-10-1752.
-
6. Adolph Hendrik Julius Weerman, geb./ged. geref. Denekamp 20/26-10-1755, ovl. na 1811, is als kerkmeester, geb. 20-10-1755, ingezetene van Ootmarsum-Gericht (1811),[511]
tr. vóór 1780
Maria Aleida Weerman, ged. Stad Delden 1756, ovl. na 1793, dr. van Gabriel Weerman en Catharina Johanna Travest (zie kw. nr. ⇒ 104 ).
-
aa. Catharina Johanna Christina Weerman, geb. en ged. geref. Denekamp 21-4-1780, ovl. Ootmarsum 1816, j.d. uit het dorp Denekamp (1806),
tr. Denekamp geref. 24-7-1806 (met attestatie van Ootmarsum)
Nicolaas Westrik, ged. geref. Ootmarsum 29-7-1759, ovl. Ootmarsum 1822, j.m. uit de stad Ootmarsum (1806),
koopman, ingezetene van Ootmarsum-Stad (1811),[512]
zn. van Lambertus Westrik en Anna Floors.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Lambertus Adolf Westrik, geb./ged. geref. Ootmarssum 23/28-6-1807, ovl. Losser 1891, fabrikant (1839),
tr. Denekamp 25-5-1839
Zwenne Grote Veldman, geb. Denekamp 1810/11, olv Losser 1884, dr. van Lucas Grote Veldman, landbouwer, en Hille Brink, landbouwster.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[513]
-
aaaa. Catharina Johanna Christina Westrik, geb. Denekamp 27-3-1840, tr. 1o Denekamp 11-2-1874
Petrus Johannes Aarens, geb. Sint Anna ter Muiden 1843/44, ovl. 1874-1879, zn. van Petrus Aarens en Angelina Jacoba Ego,
tr. 2o Denekamp 27-3-1879[514]
Philippus Racer Palthe, geb. Weerselo 18-3-1848, ovl. de Lutte 8-6-1912, zn. van Johannes Frederik Racer Palthe en
Philippina Hermina Gelderman.
-
bbb. Hendrik Adolf Westrik, geb./ged. geref. Ootmarsum 11/12-2-1809.
-
ccc. Mannus Antonij Westrik, geb./ged. geref. Ootmarsum 24/30-12-1810.
-
bb. Gabriel Weerman, geb./ged. geref. Denekamp 29/30-12-1781, ovl. na 1811, is als arbeider, geb. 29-12-1781, ingezetene van Ootmarsum-Gericht (1811),[515]
-
cc. Hendrica Johanna Judith Weerman, geb. en ged. geref. Denekamp 25-4-1784, ovl. jong?
-
dd. Hendrica Johanna Judith Weerman, geb./ged. geref. Denekamp 3/6-11-1785.
-
ee. Gerhard Burghard Weerman, geb./ged. geref. Denekamp 14/16-12-1787.
-
ff. Gerlina (Gerndina) Berndina Aleijda Weerman, geb. en ged. geref. Denekamp 6-9-1789, j.d. te Denekamp (1815),
tr. Denekamp geref. 2-7-1815 (met attestatie van Ootmarsum)
Jan Adolf Dingeldijn, j.m. in Beuningen (1815).
-
gg. Aleijda Weerman, geb./ged. geref. Denekamp 24/28-4-1793, j.d. wonende te Denekamp (1815),
tr. Denekamp geref. 2-7-1815 (met attestatie van Ootmarsum)
Matthias Buhningh.
-
h. Gabriel Weerman, ged. geref. Denekamp 26-7-1716, (=kw. nr. 104).
De tekst van de doopinschrijving luidt:[516]
Do. Pastor Weerman zijn zoon, (nadat den vorigen zondag 's nademiddags omtrent 6 uir ter wereld was gekoomen) Christelijk gedoopt, en Gabriel genaamt geworden: na de grootvader van Do. Weerman genaamt Gabriel Weerman, alsmede na de Broeder van Do Weerman, in Friesland genaamt Gabriel Weerman.
Waar over de Peten of Gevadders zijn geweest, Do. Pastor Weerman zijne zuster Bartha Elisabeth Weerman, en des selvs Ehe-man Gotscholleten Bruggem.. Cate tot Almelo, en Pastor Weermans Broer Gabriel Weerman en desse1vs Ehe-vrouwe Rensje Van Walle tot Noortwolde in Friesland.
nb. Do. Weerman Pastor tot Denekamp. zijn oudste zoon Daniel Weerman, nu Minister: candidatus, heeft hem, uijt naam van voorgemelde gevadders ten doop gehouden.
Wie is Anna Weerman x Jan Emmerik, uit wie een dr. Sara Emmerik, ged. Amsterdam 27-10-1747?[517]
Wie is:
Weerman, en vrouw Jenne en dan nog zijn vrouwen grootvader en vader, vermeld in de Volkstelling boerschap
Denekamp (1748). [518]
-
i. Johanna Judith Weerman, ged. geref. Denekamp 7-4-1719, ovl. 1748-1776, j.d. woont te Denekamp (1747),
tr. 1o Urk geref. 11-6-1747
Derk Septer, ovl. 1747/48, j.m uit de graafschap Lippe,
tr. 2o Urk 9/11-6-1748 (als "de wed. Septer van Denekamp")
Arij Kroon, geb. Rhoon, wonend te Rhoon (1748), Oldenzaal (1776).
Hij hertr. Oldenzaal geref. 20-10/13-11-1776 Aleida Margaretha Tegelaar.
|
Weerman in Indie |
Een fragment van enkele laat achttiende-eeuwse Weermannen in Voor-Indie en Nederlands Oost Indie, waarvan het verband met bovenstaande kwartieren Weerman (nog) niet duidelijk is.
J(oh)an Willem Weerman (ook Wehrman), geb. vóór ca. 1745, ovl. 1799, vaandrig (1766), luitenant (1774), capitein-luitenant (1788) en capitein (1790) te te Colombo,[519]
, wordt gedwongen Fort Oostenburg over te geven aan de Engelsen (1795),[520]
krijgsgevangene (1797),
tr. vóór 1772[521]
Anna Maria Bernard.
Dutch Officers and Prisoners of War from Madras
permitted to reside at Jaffnapatam and to draw their pay
there (1797):[522]
... Joan Willem Weerman,
Second-Lieutenant ... J. A. Weerman,
Cadet ... Joan Godfried Weerman.
-
a. Johannes Abraham Archibald Weerman, ged. Colombo 26-7-1772, tweede luitenant (1797).
-
b. Maria Elizabeth Weerman, ged. Colombo 29-9-1776, tr. 1o Colombo 25-1-1795[524]
Johannes Barent Kofferman, ged. Colombo 15-9-1771, assistent,
zn. van Harmanns Frederick Kofferman, assistent, en Johanna Rodriguez,
tr. 2o Colombo 2-12-1798[525]
Pieter Adolph Loffman, vermeld als soldaat in de VOC,[526]
van Gotenburg, assistent der VOC,
wednr. van Mariana Johanna Heupner,
tr. 3o Colombo 11-5-1805[527]
[528]
Carl Lodewyk Veenekam, vaandrig (1792) en luitenant, afkomstig van Mecklenburg.
Uit alle huwelijken nageslacht bekend.
-
c. Johan Godfried Weerman, ged. Colombo 12-7-1778, cadet militair (1797),
tr. 1o Colombo 20-9-1798[529]
Helena Magdalena Adriaansz, van Colombo,
tr. 2o Colombo 12-2-1809[530]
Amarantia Elizabeth Staats, wed. Francke.
Uit zijn tweede huwelijk:[531]
-
1. Johanna Elizabeth Weerman, geb. 17-2-1810.
-
3. Johanna Wilhelmina Weerman, geb. 25-9-1812.
-
d. Elias Theodorus Weerman, ged. Colombo 23-7-1786.
-
e. Clara Johanna Weerman, ged. Colombo 1-1-1788.
-
f. Willem Elias Weerman, ged. Colombo 14-3-1790.
|
210. LAMBERT WERNINCK(¥), burgemeester van Gildehaus,
tr.
211. NN STENVERS.
COMMENTAAR(¥)
Mogelijk verwant aan
de erfdochter Maria Wernink, eigenares van de Bauernhof
Wernink te Veltrup (Bentheim) [532].
Metje Wernink, ged. Gildehaus 4-11-1722, dr. van Bernd Wernink
en Fenna Rouse [533], otr. Amsterdam 13-4-1759 (zij met consent van haar moeder de wed. Barent Wernick te Gildehaus) Johannes ter Haar, 31 jaar, van Arnhem.
Johan Werninck, ged. geref. Gildehaus 18-7-1694 "auf der Kuhle", ovl. Gildehaus 26-1-1731, zn. van Arend Werninck en Christine Becking, etc.[534]
Op 22-3-1761 krijgt Christina Wernink, wonend op de Steenschuur te Leiden, attestatie naar Ootmarsum [535].
Zij wordt geref. lidmaat te Ootmarsum 26-6-1761 op attestatie van Leiden,[536]
Een Johannes Lambertus Wernink te Deventer, weduwnaar van
Catharina van Lil, huwde 5 Febr. 1750 aldaar Margaretha Hoeberink,
weduwe van Casparus Koolhaas. Onder de nakomelingen
van deze komen herhaaldelijk de namen Lambertus en Johannes
voor. Vermoedelijk is Johanna Christina een zuster geweest van
Johannes Lambertus Wernink.
Onder de thans in Deventer, Oudshoorn enz. levende familie
Wernink, bestaat eene familielijst, die echter niet verder teruggaat
dan tot Ds. Willem Wernink, een in 1754, uit genoemd tweede
huwelijk geboren, zoon van Johannes Lambertus Wernink te Deventer.[537].
Lubertus Werninck, burgemr. van Nordhorn (1721, 1724).[538]
Blijkens het Renunc. boek van Deventer kocht op 24 Juni 1675
Berend Wernink van Peter van Anraed het "Suykerhuis" te Deventer.
Vorsterman v. Oyen gewaagt in zijn bekend Wapenboek (deel 1
bl. 335 noot) van een brief, in 1582 geschreven door
Gerhard Wernink van Reine.
De moeder van prof. Johannes Wesselus Westenberg te Bentheim
was Maria Elisabeth Wernink.
|
Uit dit huwelijk (o.a.?) :[539]
-
a. Johanna Christina We(e)rnin(c)k, geb. Nordhorn (D) 1725 [540], ovl. Delden 10-8-1779, (=kw. nr. 105).
filiatie niet bewezen.
-
b. Elisabeth Werninck, geb. Gildehaus 7-2-1720, ovl. Delden 1761 of 1762, beg. Delden, tr. Gildehaus Oct. 1747[541]
Coenraad Gewin, ged. Delden 2-9-1706, ovl. Delden kort voor 24-8-1767, beg. Delden, zn van Joan Christoffer Gewin, wijnkoper te Delden, en Maria Lentelinck,
ingeschreven als leerling der latijnsche school te Lingen 12-2-1716,[542]
ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 10-2-1723,[543]
wijnkooper te Delden, burgemeester van Delden van 1749 tot zijn overliiden
in 1767, schepen van Delden, ouderling 1732 en sedert 1746
president-ouderling der Herv. Kerk,[544]
vermeld met vrouw en 1 dienstmeid in de Volkstelling Delden (1748).
Na den dood van Coenraad Gewin werden door de
Raad van Delden voogden over hun minderjarige
kinderen benoemd Burgemeester Gabriel Weerman en den predikant Christianus Lubertus Hagen
te Hengelo.
De staat van inventaris, inhoudende eene specificatie
van alle meubelen, huisraad, kleederen en linnengoed,
sieraden enz. werd op 28 Jan. 1768 afgesloten. Hij bevat
voorts eene omschrijving van de onroerende goederen
en vermeldt het Erve Binnenveld en verder
een derde aandeel in het goed
Warmtink en daarbij gelegen boerenplaatsen, een achtste
deel in verschillende weilanden te Delden, voorts zijn
woonhuis met daarbij gelegen huisje en hof en eenige
landerijen onder Delden en Gildehaus, zoomede in medeeigendom
met de Wed. Hagen te Hengelo verschillende
landerijen en eene keuterplaats te Getelo in het kerspel
Uelsen, 't Hagen genaamd. Aan contanten was aanwezig
een bedrag van ƒ 267. --, aan obligatien en handschriften
f 6960.-, aan boekschulden sc. boekvorderingen ƒ 7570.-,
aan wijnen in de vaten met gereedschap ƒ 6600.-. [545]
Uit dit huwelijk geboren :[546]
-
1. Maria Gewin, ged. Delden 20-7-1749, ovl. jong.
-
2. Jan Christoffel Gewin, geb. Delden 8-1-1751, eigenaar van het erve Warmtink,
lakenkooper te Amsterdam, raad van Amsterdam 1796197,
lid van het Comite van Algemeen Welzijn, regent van
het Oude Mannnenhuis van 1797 tot zijn overlijden in 1808,[547]
doopget. (1799),
tr. Amsterdam 28-1-1777[548]
Maria van der Port, geb./ged. 6/10-3-1754 geref. Amsterdam NoorderK. (get. Jan Mijnsen en Rachel Maria Schoemaker), ovl. Amsterdam 28-4-1816, doopget. (1799),
verwerft als wed. van Christoffel Gewin op 22-6-1810 de helft van de boerenhofstede genaamd Zeldenrust met derzelver huizinge gemerkt nr 117, stallingen, hooibergen, schuur en verdere getimmerten, erf, grond en werf, mitsgaders wei- en hooiland nabij Abcoude in de Waardasacker polder,
[549]
dr. van Jacob van der Port en Johanna Schoemaker.
zie NL voor veel meer over hem.
Jan Christoffel Gewin kwam op
16 jarigen leeftijd onder de voogdij van zijne momberen
Burgemeester Gabriel Weerman en den predikant Hagen
te Hengelo, die op 28-7-1773 voor den Magistraat van
Delden in een "noodgericht" rekening en verantwoording
van hun beheer deden. De ontvangsten bedroegen
in totaal ƒ 11927,14,13, de uitgaven ƒ 11410,-,9,
waaronder een post van f. 296,-,10 voor het huishouden
en loon van dienstboden en een bedrag van
f 566,17 voor reparaties aan huizen en boerderijen was
inbegrepen, zoomede een post van ƒ 3700,- voor
den aankoop van het Erve de Elst met de keuterplaatsen
nabij het Warmtink op 9-2-1770, en eene som
van ƒ 2800,- ter belegging in obligaties, terwijl het
restant ad ƒ 617,6,13 werd verklaard in kas te zijn bij
de Juffr. Gewin, tantes van de minderjarigen. [550]
Naar aanleiding van een verzoek van laatstgenoemden
aan de Ridderschap en Steden van Overijssel tot meerderjarigverklaring
"om den grooten handel in lakenstoffen
enz. van hare moeyen Juffrouwen Gewin wonende tot
Amsterdam van deze laatsten te mogen overnemen",
werd op 13-10-1774 door den Magistraat van Delden
in een noodgericht in behandeling genomen de navolgende
verklaring : "Jan Christoffel Gewin en zijne
Zuster Maria Gewin, kinderen van wijlen Burgemeester
Coenraad Gewin en Juffrouw Elisabeth Werninck, geven
met alle verschuldigde Eerbied aan Uweledelen Agtbaren
te kennen, hoe dat zij op den 24-3-1774
van hun Ed. mogende Ridderschap en Steeden, de
Staten der Provincie Overijssel veniam aetatis hebben
verzogt en geobtineerd, om Redenen bij Requeste vermeld,
etc. wijders hebben zij ondergeteekenden de
Eere hiermee Heeren Voogden den Edelen Agtbaren
Heer Gabriel Weerman en den Weleerwaarden Heer
Christianus Lubbertus Hagen, Praedicant te Hengelo,
te bedanken voor hun Weledele zeer goede administratie
en voogdijschap, houdende zij onderget. in volle
waarde de rekening, die hun Edele op den 28-7-1773 voor desen Edelen Agtbaren gerechte hebben gedaan,
om reden, dat sedert dien tijd door de voogden
niets is ontfangen of uitgegeven. Actum Delden den 4-10-1774. Get.
Jan Christoffel Gewin, Amsteldam den
8-10-1774, Maria Gewin.[551]
-
aa. Coenraad Gewin, ged. geref. Amsterdam Nieuwezijdskapel 7-11-1777 (get. Jacob van der Port en Maria Gewin), ovl. Oosterbeek 25-4-1831, ingeschreven als student geneeskunde aan de Universiteit van Utrecht 13-9-1797,[552]
j.m. wonend te Delden (1798),
Nieuwehaven (1801..1807) en Hoogstraat (1808) te Rotterdam,
otr./tr. (stadstrouw) Rotterdam 29-8/9-9-1798 (met attestatie)
Anna Maria Ledeboer, ged. geref. Rotterdam 27-4-1783 (get. Bernardus Ledeboer en Anna Sibilla Lippinkhof), ovl. na 1831, j.d. wonend te Rotterdam (1798),
dr. van Hieronymus Ledeboer en Adriana Drost.
-
aaa. Maria Gewin, geb./ged. geref. Amsterdam Oude K. 12/26-7-1799 (get. Jan Christoffel Gewin en Maria Gewin geboren van der Port).
-
bbb. Adriana Gewin, geb./ged. geref. Rotterdam Zuiderkerk 17-10-1801 (get. Hieronymus Ledeboer en Adriana Drost).
-
ccc. NN Gewin, beg. Rotterdam Grote Kerk 3-2-1803 (kind van Coenraad Gewin), mogelijk bovenstaande Maria of Adriana.
-
ddd. Adriana Hieronyma Gewin, geb./ged. geref. Rotterdam Zuiderkerk 25-1/19-2-1804 (get. Hieronymus Ledeboer en Adriana Drost), ovl./beg. Rotterdam Grote kerk 27/30-3-1804.
-
eee. Elisabeth Gewin, geb./ged. geref. Rotterdam 3-4/12-5-1805, ovl. Echteld 5-10-1844, tr. Rotterdam 2-11-1831
Ds. Jo(h)annes Repelius, geb. Echteld 1804/05, ovl. Echteld 4-7-1853, volgt het gymnasium te Tiel,
ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Utrecht 30-6-1823 ("Probatus testimonio Rectoris Gymnasii Tilani 28 Jun. 1823."),[553]
predikant (1834..1853),
zn. van Ds. Franciscus Hermanus Repelius, predikant, en Maria Evermoed Van Den Ende.
Hij hertr. 1844-1851 Christina Henrietta Diederika Ballot.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaa. Franciscus Hermanus Repelius, geb. Eck en Wiel 30-1-1834, ovl. Eck en Wiel 7-10-1834.
-
bbbb. Ds. Franciscus Hermanus Repelius, geb. Eck en Wiel 1834/35, ovl. Lochem 16-10-1889, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Utrecht 8-7-1853,[554]
emeritus-predikant (1889),
tr.
Sophia Barbera van der Willigen, ovl. vóór 1889. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
cccc. Anne Marinus Repelius, geb. Eck en Wiel 1836/37, ovl. Velp 12-3-1907, ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Utrecht 8-7-1853,[555]
legt het groot ambtenaarsexamen, het eindexamen van de Nederlandsch-Indische administratieve dienst, af in Nederland in 1867,
assistent-resident (titulair, benoemd 26-7-1881 in kommissie voor de koffie kultuur bij het Departement van Binnenlandsch Bestuur te NOI (1881-1890),
assistent-resident (titulair, benoemd 1-8-1890 voor de koffie kultuur op Java en Madoera (1890),
vermeld als gepensioneerd assistent-resident (1898),
woont te Magettan (1869-1870), Karang-Anjer (1871), Tjiandjoer (1875-1874), Semarang (1879), 's-Gravenhage (1898).[556]
[557]
[558]
-
dddd. Johannes Hermanus Repelius, geb. Echteld 1837/38, ovl. Echteld 4-9-1841 (oud 3 jaar).
-
eeee. Johanna Cornelia Petronella Repelius, geb. Echteld 1840, ovl. Amsterdam 5-9-1840 (oud 3 maanden).
-
ffff. Adriana Maria Theodora Repelius, geb. Echteld 1844, ovl. Velp 5-2-1912, tr. Utrecht 12-4-1866
Ds. Everardus Hendrikus van Leeuwen, geb. Zaltbommel 1832/33, ovl. na 1912, predikant,
zn. van Jacob van Leeuwen en Adriana Jorissen.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
fff. Hieronijmus Ledeboer Gewin, geb./ged. geref. Rotterdam 16-2/22-3-1807 (get. Hieronymus Ledeboer en Adriana Drost), ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Utrecht 12-8-1825 ("Probatus testimonio Vin Cl. A. van Goudoever."),[559]
ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 11-5-1832.[560]
-
ggg. Jan Christoffel Gewin, geb./ged. geref. Rotterdam 29-9/23-10-1808 (get. Hieronijmus Ledeboer), ovl. na 1844, ingeschreven als student geneeskunde aan de Universiteit van Leiden 13-12-1827,[561]
particulier (1834),
tr. Huissen 19-11-1834
Justine Johanna Petronella van der Schooren, geb. Zutphen 24-4-1802, ovl. Huissen 13-6-1840, dr. van Joh. Vincent van der Schooren en Susanna Simonette van Wijck.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaa. Marinus Gewin, geb. Huissen (Gl) 6-3-1839, ovl. Delden 1883, geneesheer (1876),
tr. 1o Delden Stad 2-9-1868
Anna Sara Salm, geb. Amsterdam 1841/42, ovl. Delden 1870, dr. van Hendrik Salm en Margaretha Stenvers,
tr. 2o Vorden 17-8-1876
Berendina Antonia Mellink, geb. Vorden 12-1-1843, ovl. Delden 1918, dr. van Jan Willem Mellink en Maria Sophia Gallee.
Uit zijn beide huwelijken nageslacht.
-
hhh. Adrianus Marinus Gewin, geb. Rotterdam 9-7-1810, tr. Vught 13-11-1834
Johanna Jacoba Maria van Galen, geb. 's-Hertogenbosch 20-3-1814, dr. van Aldert van Galen en Anna Antonia Emilia van Heum.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaa. Aldert Anna Anthonius Emilius Gewin, geb. Alfen 1836/37, ovl. Vlissingen 21-3-1905, tweede luitenant (benoemd 10-6-1861) en majoor (benoemd 7-5-1881) der Infanterie,
woont als gepensioneerd majoor te Vlissingen (1898),[562]
tr. Vlissingen 8-9-1888
Johanna Wilhelmina Adriana Vader, geb. Wissenkerke 1844/45, ovl. Vlissingen 27-4-1923, dr. van Abraham Catharinus Vader en Sara Pieterse.
-
bbbb. Johanna Jacoba Maria Gewin, geb. Alphen 1838/39, ovl. Hattem 26-3-1880.
-
cccc. Bernard Gewin, geb. Arnhem 1839/40, ovl. Hengelo 31-12-1874.
-
dddd. Adrianus Marius Gewin, geb. Alphen 1843/44, chef de bureau (1879),
tr. Tiel 10-4-1879
Catharina Blom, geb. Tiel 1847/48, dr. van Dirk Blom, beambte op een secretarie, en Grietje Verweij.
-
eeee. Johanna Cornelia Petronella Gewin, geb. Alfen 1846/47, tr. Hengelo 10-9-1886
Derk Antonij Denzler, geb. Hummelo en Keppel 1851/52, huisknecht (1886), landbouwer (1912..1919)
zn. van Willem Johannes Denzler, schoenmaker, en Cornelia Geertruida Maassen.
-
ffff. Louise Ernestine Maria Gewin, geb. Alphen 1848/49, tr. Hengelo 11-5-1876
Jacobus Andreas Lodewijk Millies, geb./ged. Leiden Lutherse kerk (prive) 30-1/6-2-1808 (get. Johanna Lugard), student geneeskunde aan het Atheneum Illustre te Amsterdam (1828),[563]
geneesheer (1876),
wednr. van Sara Hendrika Zijtsema,
zn. van Jacobus Millies en Anne Bornet.
-
iii. Bernardus Gewin, geb. Rotterdam 21-5-1812, ovl. Utrecht 11-3-1873, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 16-1-1830,[564]
predikant te Oosterland,
tr. 1o Oosterland 25-8-1842
Louisa Ernestina Maria Schutter, geb. Oosterland 29-10-1805, partikuliere (1842),
dr. van Everhard Egidius Schutter, burgemeester en Cara Liens,
tr. 2o
Cornelia Margaretha van Weede, geb. 1808/09, ovl. Utrecht 13-8-1870, dr. van Everard van Weede van Dijkveld en Cornelia Maria van Lennip.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaa. Everard Egidius Gewin, geb. Oosterland 22-9-1843, ovl. Utrecht 26-7-1909, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Utrecht 29-9-1864 ("Examen admissionis subiit"),[565]
tr. Zeist 20-7-1871
Albertine Christine van Woensel Kooij, geb. Amsterdam 1843/44, ovl. na 1909, dr. van Joannes Kooij Jr. en Albertine Christine van Rossum.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
bbbb. Anna Maria Gewin, geb. Oosterland 14-12-1844, ovl. na 1893, woont in 1904 als A.M. Gewin, wed. van L.H.F. Creutzberg te Kediri (NOI).
tr. Utrecht 28-9-1871
Ds. Lodewijk Hendrik Frederik Creutzberg, geb. Horssen 1830, ovl. Arnhem 29-4-1893, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Utrecht 11-9-1848,[566]
wednr. van Wilhelmina Gerardina de Borst Verdoorn (1871),
predikant (1893),
zn. van Ds. Lodewijk Gerard Theodoor Creutzberg, predikant, en Wilhelmina Sophia Charlotte Korten.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaaa. Wilhelmina Sophia Charlotte Creutzberg, geb. Zeist 1872/73, tr. Hoogland 4-1-1894
Franciscus de Munnik, geb. Haarlem 1864/65, zn. van Antonie de Munnik en Helena Margaretha den Ouden.
-
bbbbb. Louise Ernestine Maria Creutzberg, geb. Woudenberg 1875/76, tr. Bussum 27-12-1905
Hendrik Arie Leenmans, geb. Slochteren 1875/76, leraar (1905),
zn. van Ds. Hendrik Arie Leenmans, predikant, en Grietje Botma.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
Margaretha Leenmans, kinderpsychiater, dichteres onder het pseudonym Vasalis.
-
ccccc. Bernard(us) Creutzberg, geb. Woudenberg 9-6-1878, ovl. Arnhem 26-8-1904 (ongehuwd), hoofdcommies (1878).
-
ddddd. Dr. Karel Frederik Creutzberg, geb. Woudenberg 18-12-1879, promoveert op 19-1-1904 in de rechten aan de Universiteit van Utrecht op een dissertatie getiteld "Misdrijf en overtreding",[567]
tr. Utrecht 12-3-1904
Helene Margaretha Rijk, geb. Arnhem 1879/80, dr. van Peter Engelbrecht Rijk en Johanna Helena Wansleben.
-
eeeee. Everard Egidius Creutzberg, geb. Woudenberg 4-8-1883.
-
aaaa. Clara Gewin, geb. Oosterland 4-2-1848, ovl. Rotterdam 29-9-1889, tr. Utrecht 28-5-1874
Frederic Adolph Hoefer, geb. Sittard 1849/50, zn. van Peter Jacob Gustaf Hoefer en Frederica Jacobina Catharina Hieff.
-
jjj. Johanna Cornelia Petronella Gewin, geb. Rotterdam 30-10-1815, ovl. Utrecht 24-3-1886 (ongehuwd).
-
bb. Jacob van der Port Gewin, ged. geref. Amsterdam NoorderK. 20-12-1778 (get. Jacob van der Port en Anna Margaretha van der Port).
-
cc. Samuel Gewin, ged. geref. Amsterdam Oude K. 5-6-1789 (get. de vader).
-
dd. Johanna Maria Gewin, ged. geref. Amsterdam Oude K. 20-8-1790 (get. de vader).
-
3. Lambertus Gewin, ged. Delden 28-10-1753, ovl. jong.
-
4. Maria Gewin, ged. Delden 6-10-1755, ovl. Amsterdam 11-3-1814, vertrokt in 1773 met haar broeder Jan Christoffel Gewin naar Amsterdam,
woonde later weer eenigen tijd in Delden,
doopget. te Amsterdam (1777).
In 1791 koopt Maria Gewin een huis en erf in de
Sint Jansstraat, zuidzijde.
[568]
212. ENG(EL)BERT LASONDER (Jr.), ged. Enschede 4-8-1725, ovl. Enschede 1797-1801, grutmolenaar, diaken,[569]
erft op 31-12-1760 van zijn schoonzuster Geertruijt Bekker
[570],
tr. Enschede 1749[571]
213. FENNEKE(N) BEKKER, ged. Enschede 11-3-1725, ovl. Enschede 6-3-1804.
Gericht Enschede - Marke Eschmarke, 30-5-1770. Acte, waarbij Engbert Lasonder en Hendrikus Wolters (of Wolterink) een maat (in den Laaresch), afkomstig uit den boedel van Jan Lazonder, verdeelen.
[572]
Gericht Enschede - Marke Eschmarke, 21-5-1797. Hypothecaire obligatie, verleden voor W.P.C. Greve, richter van het landgericht Enschede, waarbij Derk Tiggelere en zijn vrouw Hermken Bos erkennen, een kapitaal van ƒ 2000,-- wegens aan Jan Cost betaalde schuld schuldig te zijn aan Engbert Lazonder, waarvoor zij verbinden het Tiggelwerk, een stuk land op het Bentrot en een stuk land bij de Creemersmaaten.
[573]
Uit dit huwelijk:[574]
[575]
[576]
:
-
a. Laurens Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 12-4-1750, ovl. (Enschede?) 22-9-1785, tr. Enschede Stad voor 1776[577]
Hermina Gerritsen, geb. Enschede Stad 5-7-1744, dr. van Hendrik Gerritsen en Fenneken Mensink.
-
1. Fenneken Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 10-3-1776, ovl. Enschede Stad na 1800, tr. Enschede Stad 26-8-1800
Dirk Planten, ged. Enschede Stad 10-1-1768, ovl. 1812-1817, wednr. van Margaretha van Lochem,
zn. van Theodorus Planten en Janna Nijhof.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
2. Hendrika Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 29-6-1777, ovl. Ootmarsum 1-5-1823, tr. 1-3-1807
Willem Menger, ged. Enschede Stad 24-9-1775, ovl. 1-6-1820, wijnkoper,
zn. van Jacob Menger en Sanna Gesina Cramer.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
3. Engbert Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 17-5-1778, ovl. jong?
-
4. Engbert Lazonder, ged. geref. Enschede Stad 11-4-1779.
-
5. Geertruid Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 28-5-1780, ovl. Enschede Stad 23-9-1785.
-
6. Hendrik Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 22-4-1781, ovl. Enschede Stad 10-2-1836, grutter te Enschede Stad,
woonde te Enschede Stad,
tr. 4-7-1807
Hermina Pennink, ged. Enschede Stad 1-12-1790, ovl. Enschede Stad 1833, dr. van Hendrik Carel Pennink en Dorothea Planten.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
7. Judith Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 23-6-1782, ovl. vóór 1805.
-
b. Gerrit Lasonder (alias Sr.), ged. geref. Enschede Stad 15-3-1752[579], ovl. Enschede 20-5-1785, (=kw. nr. 106).
-
c. Judith Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 14-7-1754, ovl. jong?
-
d. Judith Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 14-9-1755.
-
e. Jan Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 15-2-1758.
-
f. Jurrian Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 23-11-1760.
-
g. Anna Margaretha Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 28-8-1763, ovl. jong?
-
h. Hermannus Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 22-1-1766, ovl. Enschede Stad 30-8-1795.
-
i. Anne Margreta Lasonder, ged. geref. Enschede Stad 21-6-1767.
214. TOBIAS BUSSIER, geb. ca. 1716-1720, ovl. 1790,[580]
"liefhebber van jagen" te Enschede (1748),[581]
jager in de Esmarke te Enschede,[582]
bezit een graf(steen) in de Grote kerk te Enschede (1775),[583]
woont in de Stads Straat te Enschede (1778),
genoemd als een der kooplieden en fabricquers te Enschede (1779/1780),[584]
tr. Enschede Stad 17-9-1752[585]
215. JANNA T(R)(E)IJLERS, geb. Enschede Stad 18-6-1724, ovl. Enschede Stad 9-3-1762,[586]
Stad Enschede, 5-10-1778. Overeenkomst in een geschil tusschen Zwaantjen Stenvors, wed. Hermen Schouwink (koper Hendrik ten Cate S.Z.zo) en Tobias Bussier over een put tusschen hun huizen (langs de Stads Straat en geslagen aan de Hoekpost) en over een daar geplaatste heining met deur te sluiten door Tobias Bussier. Put blijft toegankelijk en wordt savonds' niet afgesloten voordat het gezin te bed gaat.
[587]
Uit dit huwelijk:[588]
[589]
:
-
a. J(oh)anna Bussier, ged. Enschede 23-10-1752, ovl. (Enschede?) 11-9-1781, tr. Enschede 29-12-1779[590]
Hendrikus Pennink, ged. geref. Enschede 1-12-1748, ovl. Enschede 28-11-1820, fabrikeur, na 1783 gemeensman, in 1810 kerkmeester,
en fabrikeur en suppliant Vrederechter in het kanton Enschede (1820),
zn. van Hendrik Pennink, procurator en gemeensman, en Gezina Bekker (zie kw. nr. ⇒ 427 sub b).
Hij hertr. 1783 J(oh)anna ten Cate (zie kw. nr. ⇒ 443 sub d/4).
Voor verder nageslacht van dit echtpaar zie kw. nr. ⇒ 427 sub b/4.
-
b. Ger(h)ardina Bussier, ged. Enschede 20-4-1754 [591], ovl. Enschede 18-11-1786, (=kw. nr. 107).
216. JAN RE(E)RINK, ged. Lochem 30-9-1703, ovl. 1754-1762, j.m. van Lochem (1732),
borg (1742),[592]
ondertekenaar van de gildebrief van het schoenmakersgilde,[593]
aangesteld tot putmeester van de put op de markt te Lochem 4-3-1754,[594]
tr. Lochem geref. 16-3-1732
217. MECHTELD (MEGTELT) SMIDS (SMITS), geb. Geesteren 1705[595], ovl. 1749-(1759?), j.d. van wijlen Lambert Smits onder Geesteren (1732).
Jan Rerink en zijn huisvrouw (22-3-1745).[596]
Jan Rerink en zijn huisvrouw Mechtelt Smits (28-6-1747).[597]
Jan Rerinck en zijn erven (7-12-1759).[598]
Jan Rerink (3-3-1760).[599]
Jan Rerink als gevolmachtigde van Hendrik Leverdink (10-11-1760).[600]
-
a. Lambertus Rerink, ged. geref. Lochem 6-12-1733, ovl. Lochem 12-11-1814, borg (1770),[601]
looier te Lochem,
ondertekenaar van de gildebrief van het schoenmakersgilde,[602]
gildemr. van het schoenmakersgilde,
draagt na de inval der Fransen in 1795 de gildepapieren over aan het stadsbestuur,[603]
eigenaar van looierijen tussen de gracht en de Berkel,[604]
dient te samen met zijn mede gildemr. Harmen Hendrik Brabender op 4-11-1765 een herhaald verzoek in tot verbouwing van de oliemolen aan de Berkel tot een runmolen, waarvoor uiteindelijk in 1768 toestemming werd verleend,[605]
vraagt op 26-6-1768 vergunning aan om een eekschuur te mogen bouwen bij de stadswindmolen "tot beter voortzettinge van zyn loyerie of ledernegotie den noodigen eek te kunnen plaatsen",[606]
geraakt later in schulden,
sinds 7-3-1796 tot zijn overlijden koster van de kerk te Lochem,[607]
tr. Lochem geref. 22-12-1762 (als zn. van wijlen Jan Rerink)
Catharina Bouwman, ged. Lochem 12-5-1743, ovl. 1785-1796, j.d. van Lochem (1762),
dr. van Hendrik Bouwman en Anna Margaretha van Eps.
De heer Bernard Rudolf Westenberg, pro se en als gevolmachtigde voor zijn absente huisvrouw Eva ten Broeke, transporteert aan Lambartus Reerink en zijn huisvrouw Catharina Boumans (29-1-1768).[608]
Janna Raad, wed. van Lammert Koeslag, geassisteerd met Hendrik Bargman transporteert aan
Lambartus Rerink en zijn huisvrouw Catharina Boumans op 15-12-1777 een gaarden aan de Pillink.[609]
Lambartus Rerink en zijn huisvrouw Catharina Boumans (3-10-1781).[610]
Op 25-9-1783 verkoopt Lambertus Reerink zijn "eigendommelijke stuk grondt aan deser stadsgragte, de Vijver genaamt met het daarop staande loyershuis, kommen en kalkgaten" aan zijn broer Harmen Reerink.[611]
Op dezelfde dag verkoopt hij ook zijn huis, hof en schuur, die hij in 1762 van zijn ouders had geerfd aan zijn schoonmoeder Anna Margaretha van Eps, wed. van Hendrik Bouman.[612]
Hendrik Jan Rerink en mr. Goswin de Wolff als gevolmachtigden van Lambartus Rerink en zijn
huisvrouw Catharina Bouman (volmacht van 28-3-1783) transporteren aan Harmen Reerink en zijn
huisvrouw Garritjen Brethouwer (30-10-1784).[613]
Dezelden transporteren aan Anna Margaretha van Eps, wed. van Hendrik Bouman en Hendrik Rerink
en zijn huisvrouw Johanna Bouman (30-10-1784).[614]
Lambartus Rerink en Hendrik Jan Rerink, gebroeders (30-8-1784).[615]
Lambartus Rerink en zijn huisvrouw Catharina Bouman transporteren aan Hendrik Jan Rerink en
zijn huisvrouw Johanna Boumans (7-2-1785).[616]
Lammert Rerink en zijn huisvrouw Catharina Bouman, Hendrik Jan Rerink en zijn huisvrouw
Johanna Bouman, Johan Frederik Gulden en zijn huisvrouw Grada Christina Bouman en
Mr. Jan Bernardus Haaijtink, allen erfgenamen van wijlen Hendrik Bouman en Anna Margaretha van Eps
in leven echtelieden, transporteren aan Gerrit Jan van Eps en zijn huisvrouw Johanna Elisabeth Thomasson
(26-2-1787).[617]
De erfgenamen van Teunis ter Agter, waaronder Lambartus Rerink, wednr. van Catharina Bouwman,
en Hendrik Jan Rerink en zijn huisvrouw Johanna Bouman, transporteren aan Anna Elisabeth van Campen,
wed. van Laurens Leen (4-4-1796).[618]
Uit dit huwelijk (Rerink-Bouman) :[619]
-
1. Mechteld Reerink, ged. geref. Lochem 16-11-1763, door haar vader beschreven als hebbende "een boosaardig en zeer ongelukkig humeur".[620]
-
2. Hendrik Jan Reerink, ged. geref. Lochem 12-2-1766, ovl. jong?
-
3. Derk Rerink, ged. geref. Lochem 27-1-1768, ovl. 1778/79.
Dispositie van Christina van Eps, o.a. legaten aan haar neven en nichten, waaronder Derk Reerink,
zn. van Lambert Rerink en Catharina Boumans (24-2-1778).[621]
Dispositie van Christina van Eps, geasst. met Mr. Goswijn de Wolff, omdat een der legatarissen uit
haar dispositie d.d. 24-2-1778, Derk Reerink is overleden. In plaats van hem komt Anna Margaretha Reerink,
dr. van haar neef en nicht Hendrik Jan Reerink en zijn huisvrouw Johanna Bouman, en bij vooroverlijden
haar broeder Hendrik Reerink (22-3-1779).[622]
-
4. Hendrika Johanna Reerink, ged. Lochem 9-3-1770 [623], ovl. 1824, komt op 25-9-1796 met attestatie uit Den Haag,[624]
tr. vóór 1795
Nicolaas van Loo, ged. geref. Lochem 17-6-1764 (posthuum), ovl. na 1803, onderwijzer in de Wildenborch op het schooltje met woning gesticht door A.C.W. Staring,[625]
zn. van Nicolaas van Loo en Margareta Kistemaker.
Zij wonen in de Wildenborch (1798..1808).
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Catharina Henrietta van Loo, geb./ged. geref. Lochem 11/19-4-1795, ovl Eibergen 13-4-1868, tr. Eibergen 10-6-1826
Arnold Jan Winkler, geb. Zutphen 1798/99, ovl. Eibergen 27-7-1869, berkelschipper (1831..1851), landbouwer (1869),
zn. van Philip Otto Winkler en Judith Sophia Wentholt.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aaa. Karel Otto Winkler, geb. Eibergen 1826/27, ovl. Eibergen 15-12-1831.
-
bbb. Hendrik Jan Winkler, geb. Eibergen 1829/30, ovl. Eibergen 20-1-1855, verwer en glazenmaker (1855).
-
ccc. Karel Otto Winkler, geb. Eibergen 1832/33, ovl. Eibergen 5-6-1851, timmermansknecht (1851).
-
ddd. Lamberta Sophia Winkler, geb. Eibergen 1839/40, ovl. Eibergen 13-3-1898, tr.
Bernardus Buijnink, ovl. na 1898.
-
bb. Nicolaas Lambertus van Loo, geb./ged. geref. Lochem 4/11-11-1798.
tr. Vorden 7-5-1824
Elizabeth Hermann, geb. Ruhrort (D) 25-3-1794, dr. van Heinrich Hermann en Joliana Haijn.
-
cc. Martinus van Loo, geb./ged. geref. Lochem 9-10/1-11-1801.
-
dd. Carel van Loo, geb./ged. geref. Lochem 4/14-10-1804, ovl. Zutphen 30-1-1857, smid (1828), winkelier (1855, 1857),
tr. Zutphen 8-10-1828
Aleijda Gardina Huetink, geb. Zutphen 1797/98, ovl. Zutphen 18-12-1853, dienstmeid (1828),
dr. van Bernardus Huetink en Berendina ten Doeschate.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Hendrik Johan Nicolaas van Loo, geb. Zutphen 1828/29, koopman (1855),
tr. Zutphen 17-7-1855
Anna Hendrika van Dieveren, geb. Kedichem 1836/37, dr. van Jan Koert van Dieveren en Jenneke Scholten.
-
bbb. Hendrik Johan Nicolaas van Loo, geb. Zutphen 1828/29 ovl Zutphen 2-1-1906, tr.
Joanna Egberdina van Wansink, ovl. vóór 1906.
-
ccc. Bernardus Johannes van Loo, geb. Zutphen 1831/32, ovl. Zutphen 29-7-1891, kruidenier (1891).
-
ddd. Aleida Carolina Berendina van Loo, geb. Zutphen 1834/35, tr. Zutphen 17-1-1862
Jurriaan Philip de Lange, geb. Deventer 1828/29, schrijnwerker (1862),
zn. van Pieter de Lange en Hendrika Bouwmeester.
-
ee. Geertrui Johanna van Loo, geb./ged. geref. Lochem 18-11/18-12-1808.
-
5. Anna Margaretha Reerink(¥), geb./ged. geref. Lochem 1/2-8-1772 (get. de vader selfs), geref., woont op het Rokin bij Van Vollenhoven,
otr. Amsterdam 9-7-1802 (get. Frederik K. (Federik Kerkmaar?) in de Lange Niezel, zijn ouders dood, zij met consent van haar vader Lambertus Reerink te Lochem)
Andries Albrecht, geb. Weeninx(?) in het (..?) 1761/62, geref., woont in de Loijersstraat (1802), poorter van Amsterdam 4-5-1803 als vettewarier van Weeninx.
| COMMENTAAR(¥)
Juffr. Anna Margaretha Reerink otr./tr. Lochem geref. 6/20-3-1791 (attestatie naar Almen 20-3-1791) d'hr. Hendrik Willem Brouwer, beiden wonend te Arnhem.
Zou dit een eerder huwelijk zijn?
|
-
aa. Johan Karel Albrecht, geb./ged. geref. Amsterdam NoorderK. 18-6/10-7-1803 (get. de ouders).
-
bb. Anna Margareta Albrecht, geb./ged. geref. Amsterdam EilandsK. 18-6/7-7-1805 (get. de ouders).
-
cc. Chatriena Lowieza Albrecht, geb./ged. geref. Amsterdam WesterK. 14-10/8-11-1807 (get. de ouders).
-
6. Hendrik Jan Lambertszn Rerink, ged. geref. Lochem 11-9-1774, ovl. Lochem 6-4-1862, woonde in de Molenstraat,
tr. 1o voor 1806[626]
Gerritje Louise (Louisa) Hogeweg, geb./ged. geref. Lochem 20/23-2-1783, ovl. 1807/08, dr. van Arend Hogeweg en Aaltjen Falter,
tr. 2o 15-1-1808[627]
Harmina Westerholt(¥), geb./ged. geref. Lochem 29-4/2-5-1779, ovl. na 1809.
dr. van Willem Westerholt en Janna Horstman.
| COMMENTAAR(¥)
Ref. [628] heeft hier:
Harmina Westerholt(¥), geb. Warnsveld 8-???-1779, ovl. Lochem 3-???-1853.
dr. van Jan Westerholt en Anna Margaretha Elsabeen Rixman.
|
Hendrik Jan Rerink Lzn en zijn huisvrouw Harmina Westerholt, dispositie en wederzijdse
voogdijstelling (29 van Grasmaand 1809, 29-4-1809).[629]
Uit zijn eerste huwelijk (Rerink-Hogeweg) geboren :
-
aa. Gerrit Louis Rerink, geb./ged. geref. Lochem 1-2/6-3-1807.
onderwijzer, wonend in de Smeestraat,[630]
tr. Lochem 30-12-1836
Berentjen Lammertink, geb. Lochem 1815/16, dr. van Hendrik Lammertink en Geertjen Zweverink,
wed. van Jan Arend ten Tije
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aaa. Gerritjen Louiza Reerink, geb. Lochem 1836/37, ovl. 1865-1872, tr. Lochem 15-12-1865
Jan Jansen, geb. Laren 1837/38, timmerman (1865, 1872),
zn. van Frits Berend Jansen en Hendrika Bouwmeester.
-
bbb. Hendrika Johanna Reerink, geb. Lochem 1839/40, tr. Lochem 22-11-1872 (haar zwager)
Jan Jansen, geb. Laren 1837/38, timmerman (1865, 1872),
wednr. van Gerritje L. Reerink,
zn. van Frits Berend Jansen en Hendrika Bouwmeester.
Uit zijn tweede huwelijk (Rerink-Westerholt) geref. gedoopt te Lochem (o.a.?) :[631]
-
aa. Lambertus Rerink, geb./ged. Lochem 27-12-1808/4-1-1809, ovl. 1873, tr. 1o Lochem 21-5-1841
Maria Antonia Boswinkel, geb. Lochem 1805/06, ovl. 1855, dr. van Jan Boswinkel en Willemina Wesselink,
tr. 2o Lochem 24-9-1855 zijn nicht
Carolina Reerink, geb. Lochem 1825/26, ovl. 1922, dr. van Lambartus Reerink en Hendrika Praastink
(zie hierboven).
Uit zijn eerste huwelijk (Rerink-Boswinkel) (o.a.?) :
-
aaa. Hendrik Jan Reerink, geb. Lochem 1841/42, timmerman (1869),
tr. Lochem 27-08-1869
Alberta Peternella van de Riet, geb. Lochem 1842/43, dr. van Martinus van de Riet en Johanna A. Beumer.
-
bbb. Willemina Reerink, geb. Lochem 1843/44, tr. 1o Lochem 22-3-1872
Albert van de Riet, geb. Lochem 1845/46, ovl. 1872-1878, bakker (1872)
zn. van Martinus van de Riet en Johanna A. Beumer,
tr. 2o Lochem 2-8-1878
Arend Jan Bemer, geb.. Ruurlo 1854/55, bakker (1878),
zn. van Bernardus Cornelis Bemer en Hendrika Waanders.
Uit zijn tweede huwelijk (Rerink-Reerink) (o.a.?) :
-
ccc. Hendrika Reerink, geb. Lochem 1855/56, tr. Lochem 25-8-1882
Jan Teunis Locht, geb. Deventer 1858/59, winkelbediende (1882),
zn. van Marten Locht en Hendrika Brouwer.
-
bb. Johanna Margrita (Margaretha) Reerink, geb./ged. geref. Lochem 30-1/10-2-1811.
tr. Lochem 14-5-1841
Wilhelmus C. Lichtendahl, geb. Munster 1813/14, verver (1841),
zn. van Henricus Lichtendahl en Maria Johanna Storeman.
-
cc. Albert Jan Reerink, geb. Lochem 1813/14, ovl. 1887, tr. Lochem 17-11-1843
Lambertina (Lammerdine) Nossent, geb. Lochem 1812/13, ovl. 1909, dr. van Johannes Jacobus Nossent en Johanna Grada Hanink,
afkomstig uit Luik? [632]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Herman Reerink, geb. Lochem 1848/49, timmerman (1874),
tr. Lochem 9-10-1874
Sophie Wolters, geb. Lochem 1850/51, dr. van Hendrik Jan Wolters en Carelina F. Postel.
-
bbb. Hendrik Jan Reerink, geb. Lochem 1850/51, ovl. 1873-1878, huisonderwijzer (1873),
tr. Lochem 28-11-1873
Hendrika Johanna Oldenampsen, geb. Vorden 1851/52, wed. van Johan G. Nossent,
dr. van Gradus Oldenampsen en Aaltjen Gallée.
-
ccc. Johannes Jacobus Reerink, geb. Lochem 1856/57, manufacturier (1878),
tr. Lochem 3-9-1878
Hendrika Johanna Oldenampsen, geb. Vorden 1851/52, wed. van Hendrik J. Reerink,
dr. van Gradus Oldenampsen en Aaltjen Gallée.
-
ddd. Johan Gerhard Reerink, geb. Lochem 1864/65, timmerman (1890),
tr. Lochem 9-5-1890
Wilhelmina Arendsen Raedt, geb. Laren 1857/58, dr. van Barthold Arendsen Raedt en Garritjen
Imenkamp.
-
dd. Jenneken Reerink, geb. Lochem 1818/19, tr. Lochem 31-10-1851
Willem Jan van Dijk, geb. Lochem 1819/20, zn. van Hendrik Jan van Dijk en Hendrika Vorkink.
-
ee. Catharina Reerink, geb. Lochem 1820/21, tr. Lochem 30-5-1851
Harmen Doornink, geb. Lochem 1817/18, zn. van Hendrik Doornink en Garritjen Kelholt.
-
7. Jenneken Rerink, geb./ged. geref. Lochem 18/25-8-1776.
-
8. Derk Rerink, geb./ged. geref. Lochem 23/27-9-1778.
-
9. Dirk Lambertszn Rerink, geb./ged. geref. Lochem 2/5-12-1779, ovl. 1856.
j.m. te Lochem (1805),
bakker,
tr. Lochem geref. 24-11-1805
Hendrickjen ten Haave, geb. 1773, ovl. 1848, j.d. te Wesepe (1805).
Uit dit huwelijk (Rerink-ten Haave) geref. gedoopt te Lochem :[633]
-
aa. Lambertus Nicolaas Rerink, geb./ged. 27-4/8-5-1808, ovl. jong.
-
bb. Aaltjen Rerink, geb./ged. 5/18-3-1810, ovl. Lochem 1841[634], tr. Lochem 29-5-1840
Jan Hissink, geb. Vorden 1811/12, bakker, zn. van Jan Hissink en Hendrika Eskes.
Hij hertr. Vorden 1842 Aaltjen Meuleman.[635]
-
cc. Catharina Lamberta Reerink, geb. Lochem 1811/12, ovl. 1856, tr. Lochem 3-6-1842
Jan Hendrik van de(r) Zedde, geb. Wijhe 1814/15, ovl. 1855, bakker,
zn. van Hendrik Jan van de Zedde en Christina Kok.
-
10. Garrit (Gerrit) Rerink, geb./ged. geref. Lochem 7/8-3-1782, ovl. Geesteren[636] 1842.
vestigt zich te Geesteren, bakker, landbouwer,[637]
tr. 1o Geesteren 26-???-1809[638]
Henders Jansen, geb. Geesteren 13-???-1784, ovl. Borculo 10-??-1823,[639]
dr. van Garrit Janssen en Berentjen Hagens,
tr. 2o Borculo 14-04-1824
Garritje(n) Brunshorst, geb. Borculo/Gelselaar 1785/86, ovl. Geesteren 1858, dr. van Arent Brunshorst en Henders Nijland.
Uit zijn eerste huwelijk (Reerink-Jansen) geboren :[640]
-
aa. Gerrit Reerink, geb. Borculo 1810, ovl. 1874, timmerman en brievenbode, wiens huis bij de grote brand in Geesteren op 25-1-1848 verwoest werd,
tr. Borculo 10-04-1841
Aaltjen ter Haar, geb. Borculo 1808/09, dr. van Hendrik ter Haar en Garritdina Dinkelman.
-
bb. Catharina Reerink, geb. Borculo 1812/13, tr. Lochem 27-5-1853
Jan Lenselink, geb. Laren 1817/18, zn. van Lubbert Lenselink en Aaltjen Keurhorst.
-
dd. Berendjen Reerink, geb. Borculo 1818/19, tr. Lochem 12-3-1842
Gerrit Willem Dieperink, geb. Borculo 1816/17, zn. van Jan Dieperink en Lamberdina Johanna Hagens.
Uit zijn tweede huwelijk (Reerink-Brunshorst) geboren :[641]
-
aa. Arend Jan Reerink, geb. Borculo 1826/27, tr. Borculo 30-9-1854
Dina Johanna Horstman, geb. Borculo 1828/29, dr. van Harmanus Horstman en Esselina Dieperink.
-
11. Catharina Rerink, geb./ged. geref. Lochem 11/13-2-1785.
-
12. Lambertus (Lambartus) Reerink, geb./ged. geref. Lochem 8/22-4-1787, ovl. Lochem 2-1-1869.
ood)bakker (1818..1869),
koopt op 17-8-1818 een huis op de hoek van de Blauwe Torenstraat en de Walderstraat,[642]
tr. Lochem 26-3-1818
Hendrika Praastink, geb./ged. Zelhem geref. 27-3/3-4-1789, ovl. 1864, dr. van Garrit Praastink en Teuntjen ten Broek.
Uit dit huwelijk geboren :[643]
-
aa. Barta Antonia Reerink, geb. Lochem 1819, ovl. Zutphen 19-10-1893, dienstmeid (1849), koffijhuishoudster (1873),
tr. Zutphen 31-1-1849
Evert Jan Blikman, geb. Gorssel 1818/19, ovl. Zutphen 12-3-1872, koetsier (1849), touwslager (1850), koffijhuishouder (1864, 1872),
zn. van Willem Blikman en Grietje Schoemaker.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Willem Blikman, geb. Zutphen 1850, ovl. Zutphen 23-11-1850 (oud 10 mnd).
-
bbb. Willem Blikman, geb. Zutphen 1850/51, ovl. Zutphen 28-8-1883, kastelein (1883),
tr. Zutphen 29-10-1873
Christina Hendrika Meenderman, geb. Zutphen 1848/49, ovl. na 1883, dr. van Hendrik Meenderman en Hendrika Bouwmeester.
-
ccc. Antonie Blikman, geb. Zutphen 1853/54, ovl. Zutphen 6-2-1864 (oud 10 jaar).
-
bb. Aleida (Leide) Reerink, geb. Lochem 1822/23, dienstmeid (1846)
tr. Zutphen 18-2-1846
Johannes Gerhardus Brouwer, geb. Dieren 1812/13, koopman te Zutphen (1846),
zn. van Hindrik Brouwer, papiermaker, en Christina Schaap.
-
cc. Carolina Reerink, geb. Lochem 1825/26, ovl. 1922, tr. Lochem 24-9-1855 haar neef
Lambertus Rerink, geb./ged. 27-12-1808/4-1-1809, ovl. 1873, zn. van Hendrik Jan Reerink en Harmina Westerholt,
wednr. van Maria Antonia Boswinkel
(zie hieronder).
-
dd. Gerrit Reerink, geb. Lochem 1829, ovl. 1889, neemt de bakkerszaak van zijn vader over,
tr. 1o Markelo 8-11-1855 (zijn moeder ondertekent de acte als H. Praasvinkt)
(Hermina) Hendrika Warmelink, geb. Markelo 1833/34, ovl. 1855-1859, dr. van Albert Warmelink en Geertruid Kistemaker.
tr. 2o Lochem 17-3-1859 (get. voor de bruid haar voogd Lammert Henseler en toeziend voogd Gerrit Jan Alink)
Aleida Henseler, geb. Lochem 1840/41, ovl. 1908.
Uit zijn tweede huwelijk (Reerink-Henseler) huwelijk (o.a.?) :
-
aaa. Lambertus Reerink, geb. Lochem 1866/67, bakker (1886),
tr. Lochem 24-9-1886
Lizetta Theodora Slotboom, geb.. Doesburg 1862/63, dr. van Arnoldus Slotboom en Johanna W. Otto.
-
ee. Wilhelmina Hendrika Reerink, geb. Lochem 1832/33, ovl. 1895, tr. Lochem 18-8-1859
Hendrik Milius, geb. Groenlo 1830/31, zn. van Claas Milius en Katharina Johanna Egberts te Rae.
-
b. Jenneken Rerink, ged. geref. Lochem 23-10-1735.
-
c. Catarina Rerink, ged. geref. Lochem 6-11-1737, j.d. van wijlen Jan Rerink uijt Lochem (1762),
tr. Lochem geref. 3-10-1762
Albertus van Rhee, j.m., zn. van Wolter van Rhee uit Zutphen.
-
d. Harmen Rerink, ged. geref. Lochem 21-8-1740 (get. Jan Middelboer en zijn huisvrouw Wilmina Rerink), ovl. 24-9-1815, (=kw. nr. 108).
-
e. Hendrik Jan Rerink, ged. geref. Lochem 29-1-1744, ovl. 1808, borg (1782),[644] koopman (1787, 1789), provisoir (1777..1778), boekhouder der Diaconie te Lochem,
gildebroeder,[645]
, lid van het schoenmakersgilde [646]
,
ouderling (1785),[647]
gaat in 1798 failliet,[648]
met een winkel (ca. 1795),[649],
dient op 19-10-1778 een klacht in bij de magistraat van Lochem dat hij als provisor niet dezelfde rechten als zijn voorganger had gekregen, namelijk de leverantie van linnen en wollen kleren voor de stadsarmen,
verkrijgt dit recht vervolgens alsnog,[650]
tr. Lochem geref. 3-7-1768
Johanna Bou(w)man(s), ged. Lochem 18-7-1745, ovl. Lochem 14-2-1814, j.d., dr. van Hendrik Bouman en Anna Margareta Van Eps.
Zij wonen in de Walderstraat op de hoek van de Brouwhuissteeg.
22-12-1777 en 21-12-1778 : Hendrik Jan Rerink, provisoir der stad Lochem, ook gew(ezen?) boekhouder van de Diaconie van Lochem,
en voorts de contra-boekhouder Hendrik Smit.[651]
[652]
29-4-1776, 23-12-1782, 1-9-1783: Hendrik Jan Rerink, provisoir der stad Lochem .[653],
[654]
,[655]
Op 5-9-1785 worden de ouderlingen Harmen Hendrik Brabander en Hendrik Jan Reerink belast met het beroepen van een nieuw predikant.[656]
25-2-1788 : De provisoir Hendrik Jan Rerink voor wie borgen zijn Mr. Jan Bernardus Haaijtink en Johan Frederik Gulden .[657]
Hendrik Jan Rerink en zijn huisvrouw Johanna Bouman (25-7-1774)[658],
(11-9-1780).[659]
Op 11-12-1775 erft Hendrik Jan Rerink van Vrouwe Hendricka te Hassloo een achtste deel van een huis in de Smeestraat met een achtste deel van diverse percelen grond om Lochem.
Hiervoor transporteert
Johan Frederik Gulden, als gevolmachtigde van Vrouwe Margaretha te Hassloo, wed. van Dirk de Kruiff
(moeder van na te noemen Albertus en Megtelt de Kruif), voorts van Albertus de Kruif, mitsgaders van Hendrik Meijers
en zijn huisvrouw Magtelt de Kruif (volm. Amsterdam 28-11-1775) aan Hendrik Bouman en
zijn behuwdzoon Hendrik Jan Rerink en zijn huisvrouw Johanna Bouman hun erfdeel in de boedel en
nalatenschap van wijlen Vrouwe Hendricka te Hassloo, in leven huisvrouw van Jan Leunk.[660]
Voorts blijkt de inventaris en acte van approbatie tussen
de erfgenamen van de boedel gepasseerd te zijn op 20-12-1772.
[661]
Mr. Goswijn de Wolff en Hendrik Smit als executeur testamentair van wijlen Jan Leunk, voorts Jurriaan Bouman
en zijn huisvrouw Maria Schuur, en Hendrik Jan Rerink en zijn huisvrouw Johanna Boumans, mitsgaders
Anna Margaretha van Eps, wed. van Hendrik Bouman, geasst. met haar schoonzoon Hendrik Jan Rerink,
en de Heer Burgemr.. Hendrik Jan Raad als gevolmachtigde van Gerrit Harmelink en Jan Joost Schaaij
(volm. Amsterdam 23-6-1785) en Hendrik Jan Rerink als gevolmachtigde van Jan Hoedt en zijn huisvrouw
Margaretha Saasfelt en van Berendina Saasfelt (volm. Amsterdam 11-56-1785), tesamen erfgenamen ab
intestato van wijlen Hendrica te Hasselo in leven huisvrouw van Jan Leunk (21-11-1785).[662]
Mr. Goswijn de Wolff als gevolmachtigde transporteert aan Hendrik Jan Rerink en zijn
huisvrouw Johanna Bouman (1-5-1786)[663]
Lammert Rerink en zijn huisvrouw Catharina Bouman, Hendrik Jan Rerink en zijn
huisvrouw Johanna Bouman, Johan Frederik Gulden en zijn huisvrouw Grada Christina Bouman
en Mr. Jan Bernardus Haaijtink, allen erfgenamen van wijlen Hendrik Bouman en
Anna Margaretha van Eps in leven echtelieden, transporteren aan Gerrit Jan van Eps
en zijn huisvrouw Johanna Elisabeth Thomasson (26-2-1787).[664]
Hendrik Jan Rerink en mr. Goswin de Wolff als gevolmachtigden van Lambartus Rerink
en zijn huisvrouw Catharina Bouman (volmacht van 28-3-1783) transporteren aan Harmen Reerink
en zijn huisvrouw Garritjen Brethouwer (30-10-1784).[665]
Dezelden transporteren aan Anna Margaretha van Eps, wed. van Hendrik Bouman en Hendrik Rerink
en zijn huisvrouw Johanna Bouman (30-10-1784).[666]
Lambartus Rerink en zijn huisvrouw Catharina Bouman transporteren aan Hendrik Jan Rerink en
zijn huisvrouw Johanna Boumans (7-2-1785).[667]
De koopman Hendrik Jan Rerink en zijn huisvrouw Johanna Bouman. Het verband van 11-3-1765
wordt geroyeerd? (26-2-1787)[668]
Mrs. Christoffer Hendrik Westenberg en Johan Harmen Thomasson, als door de Magistraat dezer stad
bij decreet van 4-4-1788 aangesteld tot curatoren over de insolvente en desolate boedel van de koopman
Hendrik Jan Rerink en Johanna Bouman, echtelieden, transporteren aan Adolf Jan Nijman en Egbert Holmer en anderen (3-8-1789).[669]
De erfgenamen van Teunis ter Agter, waaronder Lambartus Rerink, wednr. van Catharina Bouwman,
en Hendrik Jan Rerink en zijn huisvrouw Johanna Bouman, transporteren aan Anna Elisabeth van Campen,
wed. van Laurens Leen (4-4-1796).[670]
In 1798 is sprake van het faillisement van H.J. Reerink, wonende op de hoek van
de Bouwhuissteeg en de Walderstraat te Lochem. Hij kan zijn crediteuren niet voldoen
en derhalve veschijnen op 4-7-1798 mr. J.B. Haytink en Harmen Reerink, voor
zichzelf en mede namens Joachmus Nijman, voor de magistraat, om te verhinderen
dat beslag zou worden gelegd op goederen van de kinderen van H.J. Reerink.
Zij bieden zich aan als borgen voor de somma van f 294,2,4 benevens kosten f 59,11,0.
De curator in deze zaak, mr. C. H. Westenberg, werd door B.J. Haytink,
Harmen Reerink en H.J. Thomasson verzocht zo spoedig mogelijk rekening
en verantwoording af te leggen van de boedel. Als tweede curator werd aangesteld
mr. J. H. Thomasson, neef van burgemr. H.J. Thomasson.
Curator Westenberg maakt weinig haast met zijn opdracht, want pas op 11-7-1798
wordt hem verzocht haast te maken met de afwikkeling. Op 18-8-1798 komt er een
gedeeltelijke afrekening: ontvangsten na publieke verkoop f 735,4,6, uitgaven
f 290,18,12, zodat er f 44,5,10 resteerde, welk tegoed door J. H. Thomasson
terstond werd uitbetaald.
Curator Westenberg was echter nog niet klaar met zijn afrekening en verkreeg
daarom diverse malen uitstel. Op 17-9-1798 komt zijn broer Ds. Daniel Westenberg
nogmaals voor hem om uitstel vragen. Hij wordt daarbij gesommeerd om de totale som
die f 1749,6,13 bedroeg af te dragen. Op 3-10-1798 wordt er f 1500,-- afgedragen waarbij
hij verklaart de overige penningen niet ontvangen te hebben. De raad besluit op
23-10-1798 alle crediteuren bijeen te roepen, welke bijeenkomst werd verschoven naar
6-11-1798 vanwege afwezigheid van crediteur G.C. Falck. Laatsgenoemde vertoont
enige onduidelijke rekeningen en op een nadere bijeenkomst op 13-12-1798 blijkt dat
hij reeds in 1788 van B.R. Westenberg een obligatie van f 370,-- en van H. Bolt
in contanten f 100 heeft gekregen hetgeen hij verzwegen had. Op 28-12-1798 wordt
een minnelijke schikking getroffen waarbij aan E. Joosten voor zijn principaal Falck
een bedrag van f 980,-- gekort wordt.. Joosten bevetstgt op 8-1-1799 dat zijn principaal Falck daarmee genoegen neemt, waarmee de eindafrekening in het faillissement
kan worden gemaakt.[671]
Harmen Rerink en Jan Rerink wonend te Lochem, borgen voor Hendrik Rerink als ontvanger der
onbeschr(even?) middelen te Lochem (29 Bloeimaand 1809, 29-5-1809).[672]
Anthonij Martinus Gulden, wonend te Lochem, borg voor Hendrik Rerink als comm. expediteur en
ter recherche der convooien en licenten te Lochem (21-11-1808).[673]
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Lochem :
-
1. Anna Margaretha Rerink, ged. geref. Lochem 23-11-1768, ovl. Arnhem 7-???-1841[674], tr. Almen Gorssel 20-???-1791[675]
Hendrik Willem Brouwer.
Dispositie van Christina van Eps, geasst. met Mr. Goswijn de Wolff, omdat een der legatarissen uit
haar dispositie d.d. 24-2-1778, Derk Reerink is overleden. In plaats van hem komt Anna Margaretha Reerink,
dr. van haar neef en nicht Hendrik Jan Reerink en zijn huisvrouw Johanna Bouman, en bij vooroverlijden haar
broeder Hendrik Reerink (22-3-1779).[676]
-
2. Hendrikus Johannes Rerink, ged. geref. Lochem 9-3-1770.
-
3. Megtelt Rerink, ged. geref. Lochem 15-9-1771, ovl. jong?
-
4. Megtelt (Magteld) Re(e)rink, ged. geref. Lochem 7-11-1773 (get. de vader), woont op het Singel bij de Bergstraat te Amsterdam,
otr. Amsterdam 28-2-1806 (hij geast. met (Chr)istiaan Linder(om?), zijn ouders dood, zij geast. met consent van haar vader Hendrik Jan Reerinks, wonend te Lochem, beide hebben goed ingebracht)
Johan Hendrik Wiele, geb. Appenrode in het hertogdom Brunswijk 1771/72, luthers, wonend op de Herengracht bij de Brouwersgracht (1806), poorter van Amsterdam 31-12-1805, komend van Appenrode in het hertogdom Brunswijk.
Uit dit huwelijk (Wiele-Reerink) geref. gedoopt te Amsterdam (o.a.?) :
-
aa. Johan Hendrik Wiele, geb./ged. Noorderk. 11-7/2-8-1807 (get. Hendrik Reerink en Christina Geertruij Reerinck).
-
bb. Doratea Cristina Wiele, geb./ged. Nieuwe K. 26-6/10-7-1811 (get. Jan van der Boom en Wilhelmina Onijus).
-
5. Jan Re(e)rink(s), geb./ged. geref. Lochem 21/22-3-1776, ovl. Lochem 7-5-1819.
afkomstig van Doetinchem (1804),
grutter, winkelier te Leeuwarden,
otr./tr. Leeuwarden geref. Jacobijnerk. 20-3/15-4-1804[677]
Antje Dirks, geb. ca. 1780, ovl. 1837, afkomstig van Leeuwarden (1804),
geref. lidmaat te Leeuwarden 11-12-1807 met attestatie van Dochieum,
als echtgenote van Jan Reerinks.
J. Rering wonend op de Tuinen Z.Z. wijk B nr. 81, betaalt personele quotisatie (1808).
Jan Reerink, marchand, geb. in 1776, wonend in wijk B,
is stemgerechtigde ingezetene te Leeuwarden (1811),
[678]
en als grutter, winkelier in coffij, thee, cruydenierw. en zout, patentplichtig aldaar (1815).
[679]
-
aa. Dirk Reerink, geb./ged. Leeuwarden 8-1/10-2-1808.
-
bb. Akke Reerink, geb./ged. Leeuwarden 25-6/18-7-1810.
-
cc. Johanna Reerink, geb./ged. Leeuwarden 13-8/9-9-1812.
-
dd. Nolle Jan Dirks Reerink, geb. Leeuwarden 9-10-1814.
-
ee. Nicolaas Reerink, geb. Leeuwarden 11-9-1816.
-
ff. Gerrit Jan Reerink, geb. Leeuwarden 10-2-1819.
-
gg. Antje Reerink, geb. Leeuwarden 5-12-1820.
-
6. Hen(d)rik Rerink, geb./ged. geref. Lochem 14/18-10-1778, ovl. 1839, in 1819 eigenaar van de watermolen in Borculo,
tr. 30-9-1809[680]
Theodora van Campen, geb. 1772, ovl. 1843, wed. van J. Heukelman uit Zutfen.
Zij zijn als echtelieden op 26-7-1819 met attest van Lochem ingekomen als geref. lidmaten te Borculo.
-
7. C(h)ristina Geertruij(d) Re(e)rink, geb./ged. geref. Lochem 11/13-4-1781, doopget. (1807).
-
8. Dirk (Derk) van Eps Re(e)rink, geb./ged. geref. Lochem 27-7/1-8-1784, ovl. Eibergen 28-12-1869, krijgt de toevoeging Van Eps aan zijn naam, omdat deze met zijn grootmoeder Anna Margaretha van Eps dreigde uit te sterven,
vrederechter (1811, 1817) en maire (1811) in Eibergen,
belastingontvanger (1819),
rijksontvanger (820, 1869) der belastingen,
tr. 11-8-1813[681]
Johanna Arnolda Smits, geb. Eibergen 1783, ovl. Eibergen 3-7-1842, dr. van Ds. Bernardus Smits, predikant in Eibergen, en Johanna Arnolda Becking
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. NN van Eps Reerink (levenloos kind), geb./ovl. Eibergen 11-5-1817.
-
bb. Petronella Henrietta Gerharda Reerink, geb. Eibergen 1818/19, ovl. Eibergen 23-5-1822.
-
cc. Anne Christiaan Marinus van Eps Reerink, geb. Eibergen 1822/23, ovl. Eibergen 30-3-1900, gemeenteontvanger (1900),
tr.
Anna Johanna Grutterink, geb. Borculo 1823/24, ovl. Eibergen 6-1-1915, dr. van Barend Hendrik Grutterink en Johanna Cathariena Beerink.
-
dd. Johanna Bernarda Arnolda van Eps Reerink, filiatie niet bewezen.
Uit haar een onechte zoon :
-
aaa. Derk Jan van Eps Reerink, geb. Eibergen 1835/36, ovl. Eibergen 26-12-1839.
-
ee. Johan Arnold van Eps Reerink, geb. 1827/28, ovl. Eibergen 3-10-1897, stationschef (1897),
tr.
Antoinette Elisabeth Weenink, ovl. vóór 1897.
-
9. Jo(h)anna Catharina Rerink, geb./ged. geref. Lochem 30-5/4-6-1786, ovl. 1854.
dienstbaar (1814),
tr. Lochem 20-8-1814
Berend Hendrik Grutterink, geb. Zelhem 1783/84, winkelier (1814),
substituut ontvanger der directe belastingen te Borculo,
zn. van Garrit Grutterink en Anna Fransen.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
f. Jan Rerink, ged. geref. Lochem 7-9-1749, ovl. 1778-1789, te Lochem (1777),
lid van het schoenmakersgilde,[682]
otr./tr. Lochem 2/21-3-1777 (als zn. van wijlen Jan Rerink, met attestatie van Amsterdam)
otr. Amsterdam 2-2-1777 (op attestatie van Ds. J.H. Abbinck te Lochem)
Harmina Brethouwer(s), geb. vóór ca. 1757, ovl. 1778-1789, dr. van Gerrit Jan Brethouwers en Geultjen Reerink
woont te Lochem (1777) (zie kw. nr. ⇒ 218 sub b).
Jan Reerink en zijn huisvrouw Harmina Brethouwers (6-11-1778).[683]
Harmen Rerink en Christoffel Geijswijt als voogden over het minderjarige kind
van wijlen Jan Rerink en Harmina Brethouders, in leven echtelieden, transporteren
aan Jacob Moses en zijn huisvrouw Matte Beer (9-3-1789).[684]
Uit dit huwelijk (Rerink-Brethouwer) geboren :
-
1. Machteld Re(e)rink, geb./ged. geref. Lochem 19/25-4-1779, ovl. Lochem 19-5-1842.
tr. Lochem 24-2-1810[685]
Joachimus Wilhelmus Albertus Nijman, geb. Lochem 1757, ovl. 1839, winkelier,
zn. van Garrit Nijman en Hillegonda Maria Tijmans.
Zij woonden op de hoek Molenstraat-Markt.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Hillegonda Harmina Nijman, geb./ged. geref. Lochem 10-2/17-3-1811
218. GERRIT (JAN) BRETHOUWER(S), ged. Aalten 6-10-1715, ovl. vóór 1777, j.m. van Aalten, wonend te Zutphen (1743),
otr./tr. Zutphen geref. Grote K. 3/17-3-1743[686]
219. GEULTJEN REERINK, ged. geref. Lochem 29-4-1706.
j.d. van Lochem, wonend te Zutphen (1743).
-
a. Johanna Willemina Brethouwer, geb. Aalten 1744.
-
b. Gerritje Brethouwer, ged. 5-2-1748 (niet te Zutphen gevonden, waar wel? Aalten?), ovl. 2-5-1831, (=kw. nr. 109).
-
c. Harmina Brethouwer(s), geb. vóór ca. 1757, ovl. 1778-1789, otr./tr. Lochem 2/21-3-1777 (hij als zn. van wijlen Jan Rerink, met attestatie van Amsterdam) en
otr. Amsterdam 2-2-1777 (op attestatie van Ds. J.H. Abbinck te Lochem)
Jan Rerink, ged. 7-9-1749, ovl. 1778-1789, zn. van Jan Rerink en Megtelt Smits (zie kw. nr. ⇒ 217 sub f).
-
d. Mechteld Brethouwer, geb. Aalten 1749 Aalten
-
c. Derksken Johanna Brethouwer, geb. Aalten 1752.
220. Ds. BERNARDUS WESTENBERG, ged. geref. Zutphen 5-4-1697, ovl. Lochem 1777.
ingeschreven als student theologie 13-9-1713 te Franeker,[688],
predikant te Lochem sinds 28-8-1722,[689] (zijn aantekeningen in het doopboek beginnen 7-11-1723),
otr./tr. Neede geref. [690]
18-9/9-10-1727 (huwelijk tussen neef en nicht met dispensatie bij het Hof van Gelderland 22-8-1727 [691]
).
221. MECHTELT TEN CATE, ged. Neede geref. 18-10-1705, ovl. Lochem,[692]
als Meghtelda ten Kaete, geref. lidmaat te Neede 24-6-1723 ("op S. Jan") op belijdenis.
|
Wapen Ten Cate : In een groen schild een linkerschuinbalk in bruin,
beladen met drie vijfbladige rode bloemen, vergezeld van twee
zespuntige sterren in zilver.
|
Jan Hasebroek, rentmr. van de G.G. der Graafschap Zutphen transporteert aan de Magistraat der stad Lochem het huis binnen de stad Lochem, dat laatst door Ds. Bernardus Westenberg, in leven oudste predikant aldaar, is bewoond en gebruikt geweest, 10-11-1777[693]
-
a. Ds. Ort(h)winus Bernardus Westenberg, ged. geref. Lochem 23-1-1729 (get. de vader zelf en "Mevrou de Weduwe van de heer Professor Bilert in Lingen"), ovl. Borculo 29-2-1804, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Harderwijk 6-3-1744 ("Ortwinus Bernardus Westenberg, Lochemo-Zutphaniensis"),[695]
wordt geref. lidmaat te Harderwijk op belijdenis als student theologie wonend in de Donkelstraat bij de Bakker (1748), en als student theologie uitgeschreven met attestatie naar Leiden (1750),
predikant te Geesteren in 1762,[696]
tr. Geesteren 23-4-1797
Jenneken Hofmeijer, ged. Gelselaar 24-1-1762, ovl. Borculo 16-3-1825, dr. van Jan Hofmeijer en Aeltien Euvelgoor,
wed. van Jan Hilbers.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Sophia Mechtilda Westenberg, geb. Borculo 1802, wordt geref. lidmaat te Borculo op belijdenis 24-8-1818,
naaister (1825, 1847),
tr. 1o Borculo 20-12-1825
Hendrik Jan Modderkolk, geb. Loenen (Apeldoorn) 1797/98, ovl. 1827-1847, opziener der jacht (1825),
wordt geref. lidmaat te Borculo met attestatie van Garderen 10-3-1827,
zn. van Rutger Modderkolk, opziener der jacht, en Jenneken Berenschot, vroedvrouw.
tr. 2o Rheden 24-4-1847
Jan Robbert van Arnhem, geb. Rheden 1798/99, broodbakker (1847),
zn. van Zeger van Arnhem en Kaatjen van Zadelhof.
-
2. Ortwina Bernardina Westenberg, geb./ged. geref. Borculo 3/15-7-1804, wordt geref. lidmaat te Borculo op belijdenis 21-4-1824,
krijgt attestatie voor vertrek naar Wilp 15-7-1825,
kamenier (1829),
tr. Rheden 28-3-1829
Jan Eskens, geb. Arnhem 20-4-1800, broodbakker (1829..1847), winkelier (1839),
zn. van Gerrit Eskens en Maria Hofbouwer, broodbakster.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Gerhardus Ortwinus Bernardus Eskens, geb. Hummelo 1829/30, ovl. Hummelo 17-11-1831.
-
bb. Johannes Bastianus Eskens, geb. Hummelo 1834/35, ovl. Arnhem 23-12-1839.
-
cc. Jacobus Harmanus Eskes(!), geb. Hummelo 1837/38, ovl. Velp 21-2-1843.
-
dd. Magdalena Maria Eskens, geb. Rheden 1840/41, tr. Renkum 6-5-1876
Egbert Hofman, geb. Den Ham 1840/41, zn. van Fredrikus Hofman en Marrigje Schuurman.
-
ee. Sophia Magtilda Eskens, geb. Velp 1844, ovl. Velp 14-4-1845 (oud 9 mnd).
-
ff. Sophia Magtilda Geertruida Eskens, geb. Velp 1846, ovl. Velp 14-10-1846 (oud 7 mnd).
-
b. Dr. Mr. Christophorus Henricus Westenberg, ged. geref. Lochem 29-3-1730 (get. de vader zelf en de heer Christoffel ten Cate), ovl. Lochem 24-1-1807, als student rechten bij Lammert de Bakker in
de Luttikepoortstraat ingeschreven als geref. lidmaat te Harderwijk op belijdenis (1748), en als doctor in de rechten uitgeschreven met attestatie naar Lochum (1750),
ingeschreven als student rechten (22-9-1746) en als candidaat rechten (28-9-1750) aan de Universiteit van Harderwijk,[697]
promoveert aldaar op 3-10-1750 in de rechten op een dissertatie getittled "interpretatus est L. 1 par. 3 D. de j . et j . et L. 8 C. de 11. exhibitaque disputatione de homicidio linguae",[698]
landschrijver van het schoutambt Lochem (1763, 1773),
voor het eerst Stadholder in 1771,[699]
burgemr. te Lochem (1790), treedt op als curator in het faillisement van H.J. Reerink (zie kw. nr. ⇒ 217 sub e).
Den hoff to Weding gelegen in de heerlijkheid Borculo in de kerspel van Eerden:
28-6-1773 : Mr. Christophorus Henricus Westenberg,
landschrijver van het schoutambt Lochem na de dood van Antony Frederik Coninck en na herstel van het verzuim.[700]
-
c. Swaantje(n) Westenberg, ged. geref. Lochem 28-10-1731 (get. de vader zelf), ovl. Lochem 25-3-1732.
-
d. Anna Sophia Margaretha Westenberg, ged. geref. Lochem 1-1-1733 (get. Juff. Margaretha Volmers, wed. Greven, en de vader zelfs), ovl. Geesteren 7-5-1784.
-
e. Zwanida Gesina Westenberg, ged. geref. Lochem 11-9-1735 (get. Juff. Gesina Sluijters, wed. van wijlen de heer Van der Spijk, en de vader zelfs), ovl./beg. Neede 25/29-6-1805, geref. lidmaat te Neede 27-9-1794 op attestatie van Markelo,
otr. Zwolle en Markelo 16-10-1784[701]
tr. Geesteren en Markelo 13-11-1784
Ds. Bernardus ten Cate, ged. geref. Neede 3-8-1727 ("de toenaam der moeder is ingevoegt op berigt van T. ten Cate, predikant te Markelo"), beg. Markelo 15-1-1793, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 23-1-1750 ("Bernardus ten Cate, Neda-Gelrus, 23 (jaar)"),[702]
als proponent geref. lidmaat te Neede 27-6-1754 op attestatie van Leiden,
predikant te Markelo,
vermeld als de "Predikant ten Cate en een meid" te Stokkum in het register van het Hoofdgeld (1767),[703]
vermeld als "Do. ten Cate" eigenaar van het erve Tijman in de Lijst van Goedsheeren en Eygengeërfdens in de Buurschap Markelo (ca. 1785),
woonde op huize De Kamp te Neede,
en liet dit na aan zijn nichtje Hendrica Eva ten Cate (zie hierboven),[704]
zn. van Tieleman ten Cate en Catharina te Lintelo (zie kw. nr. ⇒ 443 sub a).
-
f. Prof. Dr. Gerhardus Westenberg, geb./ged. geref. Lochem 18/21-3-1738 (get. "de heer Gerhardus ten Cate Philosphiae Doctor en Professor te Deventer" zie kw. nr. ⇒ 443 sub b), ovl. Deventer 14-10-1795,[705]
wordt door zijn vader voor het academisch onderwijs opgeleid,
wordt ingeschreven als
student medicijnen (22-9-1759) en kandidaat medicijnen (11-4-1764) aan de Universiteit van Harderwijk,[706]
promoveert aldaar op 27-6-1764 in de medicijnen,[707]
waarna hij zich te Lochem vestigt,
wordt geneesheer te Deventer (1769)
stadsgeneesheer aldaar,
publiceert in de Verhandelingen der Hollandsche Mij. over een onbekende buikziekte, (1779)
benoemd tot hoogleraar geneeskunde aan het Atheneum Illustre te Deventer (1788), waar hij in 1790 zijn inaugurele rede getiteld "De praecipuis anatomiae utilitatibus" houdt,
geeft privaat "Lectiones anatomicophysiologicae" en behandelde de "Theoretica Chemiae" en de "Materia medica",
geeft in 29-11-1792 een oratie getiteld "De salubritate et amoenitate urbis Daventriae" bij zijn aanstelling tot rector van het Atheneum Illustre,[708]
tr. Deventer 19-8-1772
Francina Cornelia Dapper, ged. Deventer 21-10-1745, ovl. Deventer 3-12-1803, dr. van Bitter Dapper en Arnolda Geertruid Remink.
Promotieinschrijving van Gerhardus Westenberg (1738-1795) aan de Universiteit van Harderwijk:
1764, D. 27 junii. Gerhardus Westenberg, Lochemo-Gelrus, licentiam disputandi jamd. 7 junii nactus,
in frequentissima auditorum corona publice defendit animo promptissimo specimen suum medicum
inaugurale sistens sectionem 3 Aphorismorum Hippocratis, caput 16 Praenotionum coacarum
et theses miscellaneas et egregiis suis responsionibus, quibus dubia sibi obmota solvit,
abunde peritiam suam probavit omnibus professoribus, qui togati adfuerunt, ut nullus dubitaverit,
quin dignissimum eum judicaret, in quem summi in medicina honores conferrentur, cui
amplissimi senatus academici decreto satisfecit clarrisimus Henr. ab Haastenburg eumque publice
ac solenni more medicinae doctorem pronunciavit.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Bitter Johan Coninck Westenberg, geb. 1782/83, kapitein (1814), majoor,
tr. Zutphen 5-12-1814
Anna Petronella de Grient Dreux, geb. 1782/83, ovl. Zwolle 1853, dr. van Dr. Mr. Petrus de Grient Dreux, jurist, conrector en rector te Zutphen, dichter,[709]
en Arnolda Louisa Willinck.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Gerhardus Cornelius Franciscus Coninck Westenberg, geb. Zwolle 18-9-1815, tr. Zwolle 21-6-1849
Francina Adriana Bartha Antoinetta Robidé van der Aa, geb. Leeuwarden 3-5-1819, ovl. Zwolle 1891, dr. van Dr. Mr. Christianus Petrus Elisa Robidé van der Aa, jurist, gemeentelijk ambtenaar te Sneek, Lemmer en Lemsterland, procureur te Leeuwarden, rechter te Arnhem, schrijver en dichter,[710] en Eelkje Poppes, dichteres.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aaa. Eelkje Boukje Coninck Westenberg, geb. Rijssen 1851/52, ovl. na 1935, tr. Deventer 15-8-1878
Diederick Louis Hoogkamer, geb. Sint Annaland 1851/52, ovl. Wassenaar 16-3-1935, zn. van Jacob Hoogkamer en Sara Paulina de Leeuw.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
bbb. Petronella Arnolda Louisa Maria Westenberg, geb. Rijssen 1852/53, ovl. na 1915, tr. Deventer 26-7-1877
Johan Hendrik Moll, geb. Zierikzee 1847/48, ovl. Amersfoort 6-10-1915, ingeschreven als 12de jaars (!) student letteren aan de Universiteit van Leiden 28-4-1876,[711]
zn. van Hendrik Marinus de Bruijn de Neve Moll en Johanna Cornelia Boeije.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
ccc. Dr. Mr. Pieter Coninck Westenberg, geb. Rijssen 11-4-1857, ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 2-10-1874 ("Petrus Coninck Westenberg, e pago Rijssen Transis. 17 (jaar)"),[712]
promoveert aldaar op 30-10-1883 in de rechten op een dissertatie getiteld "Iets over wezen en aard der gerechtelijke bekentenis in het burgerlijk recht",[713]
substituut griffier, wonend te Amsterdam en Zwolle,
tr. Schagen 10-5-1887 (door echtscheiding ontbonden 19-3-1918 te Amsterdam)[714]
Alida Boonacker, geb. Alkmaar 11-12-1853, wonend te Schagen,
dr. van Cornelis Boonacker en Catharina Engelina Kikkert.
-
ddd. Maximiliaan Mechthildis Coninck Westenberg, geb. ca. 1861, woont te Medan (1892-1893),[715]
vertegenwoordiger in Ned.-Indië (te Palembang) van
de 'Nederlandsch-Indische Exploratie-Maatschappij' (1905-1906),
van de Exploratie Maatschappij "Nederland" (1906),
en van de Petroleum Maatschappij "Sumatra-Palembang" (1906),
alle gevestigd te 's-Gravenhage,[716]
wonend te Hilversum.[717]
-
bb. Petronella Arnolda Louisa Westenberg, geb. Deventer 31-5-1820, ovl. Harderwijk 14-1-1852, tr. Zwolle 26-10-1848[718]
Hendrikus Noot, geb. Gent (B) 3-11-1821, ovl. Harderwijk 31-12-1852, eerste luitenant,
zn. van Joannes Cornelis Noot, (ridder M.W.O. 4de klasse),
majoor-commandant van het Koloniaal Werfdepot te Harderwijk,
en Maria van Koetsveld.
-
cc. Anna Maria Westenberg, geb. Deventer 1823/24, ovl. verm. Zwolle dec. 1859, tr. Rijssen 18-10-1855
Ferdinand Wttewaal van Stoetwegen, geb. Utrecht 1807/08, ovl. Utrecht 14-12-1868, militair,
wednr. van Anna Jacoba Kamphuis,
zn. van Jhr. Mr. Gerard Corneille Wttewaal van Stoetwegen en Anne Cornelie van Dam van Isselt.
Hij hertr. Jacqueline Caroline Johanna Godin de Pesters.
-
dd. Petrus Westenberg, geb. Zwolle 1825/26, tr. 1o
Philis Coenradina Smitt, tr. 2o Wierden 17-6-1859
Frederica Maria Gilliana Joanna Putman Cramer, geb. Stad Delden 1836/37, dr. van Joan Wilhelm Putman Cramer, burgemeester en secretaris der gemeente Wierden, wonende op het Leijerweerd, en Maria Gerharda Adolphina Johanna Schouten.
Blijkens zijn "olographieschen uitersten wil" d.d. 20-10-1845 legateert Carel Frederic Herman Putman Cramer aan de beide kinderen van zijn zoon Joan Wilhelm Putman Cramer in echte verwekt bij Vrouwe Maria Gerharda Adolphina Schouten, met namen Frederica Maria Gilliana Joanne Putman Cramer en Carel Frederic Herman Putman Cramer ieder eene som van zes honderd guldens Hollandsch, welke legaten moeten worden uitbetaald na het eindigen van het vruchtgebruik aan zijne ehevrouw."
[719]
-
g. Hendrica Cat(h)arina Westenberg, ged. geref. Lochem 17-7-1740 (get. de heer Christoffel ten Cate, en de heer Tileman ten Cate en Catarina te Lintelo, sijn huisvrouw), ovl. Neede 10-8-1795, tr. Geesteren 9-7-1769
Dr. Lucas Grol, ged. Doesburg 6-2-1739, ovl. Doesburg 30-3-1787, ingeschreven als student geneeskunde (20-9-1758) en kandidaat geneeskunde (20-12-1763) aan de Universiteit van Harderwijk,[720]
promoveert aldaar op 7-6-1764 in de geneeskunde ,[721]
med. doctor en geneesheer te Doesburg,
tijdelijk diaken der Herv. Gem. te Doesburg (1770),
zn. van Jan Grol en Janna Gerritsen.
Op 26 Nov.1770 treedt te lochem op
de Heer Wilhelm Francois de Wolff, Med. Dr. en Burgemr. der Stad Lochem, als
volmachthebber van Dr. Lucas Grol, tijdelijk diaken der Herv. Gem. te Doesburg (volmacht
Stad Doesburg d.d. 15-11-1770), tgen de Heer van Ouden- en Nieuwen Ampsen.
[722]
Uit dit huwelijk (o.a.?) (¥):
| COMMENTAAR(¥)
Wat is het verband met Carel Jacob ten Cate,geb/ged. geref. Neede 23/31-8-1800, z. van Tieleman Ten Cate en Bernardina Johanna Groll.
|
-
1. Johanna Mechtelda Grol, ged. geref. Lochem 1-6-1770 (als dr. van de hr. Lucas Grol, med. Dr. te Doesburg en vrouw Henrica Catharina Westenberg, ehel. te Doesburg, dog tans alhier).
-
h. Rolina Geertruid Westenberg, ged. geref. Lochem 22-4-1742, ovl. jong.
-
i. Ds. Daniel Westenberg, ged. geref. Lochem 12-4-1744, ovl. Lochem 31-8-1818, (=kw. nr. 110).
-
j. Rudolphus Wessel(us) Elbert(us) Westenberg, ged. geref. Lochem 11-12-1748, ovl. Zwolle 4-3-1788, apotheker te Zwolle,
tr. Staphorst 24-3-1783
Harmanna Anna Asselina Smook, ged. Zwartsluis 11-1-1761, ovl. Zwolle 12-2-1801, dr. van Silvester Diederik Smook en Henrica Petronella Tydeman.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder :
-
1. Sophija Diderica Koning Westenberg, geb. 12-5-1784, ovl. 1814-1825, wonende te Zwolle (1814),
tr. Zwolle 9-12-1814
Johan Meindert Heufke, geb. 1783, ovl. Zwolle (aangifte 24-2-1848), wonende te Zwolle (1814),
zn. van Cornelius Heufke en Elisabeth Willemina Eekhout.
Hij hertr. Zwolle 25-8-1825 Maria Heinrica Freijburger.
222. JAN GERRITSEN SMIT(H) (SMID), geb. Lochem vóór ca. 1700, ovl. 1761-1784, vermeld als Jan Smijt, burger van Lochem in het rot van de Mollenstrate 21-2-1725,
woont te Lochem (1727, 1743), doopget. (1732),
borg te Lochem (1757),[723]
vermeld als Jan Gerritsen Smit in het putregister Lochem d.d. 4-5-1761 van degenen die "onder den putte voor het Velthoen staende, gehoren",
otr./tr. 1o Lochem 10-4/9-5-1723 (als Jan Garritsen Smit, z.v. wijlen Jan Garritsen Smit)
J(OH)ANNA KERCKHOFF, ged. geref. Lochem 15-1-1693 (get. Jeles van Duijn, coopman tot Amsterdam, en Marijtien van Duijn), ovl. 1736-1743, j.d., dr. van Henrick Kerckhoff(¥),
tr. 2o Lochem geref. 30-10-1743 (als wednr. van Johanna Kerkhof)
223. JENNEKEN LUUNKS, ged. Lochem 16-12-1703, ovl. 1755-1784, j.d., dr. van wijlen Hendrik Luunk in Lochem (1743),
doopget. (1724).
| COMMENTAAR(¥)
(mogelijk Hendrik Kerkhoff alias te Berenpas en Grietje Arents, te
Hogeweide 1703)[724]
of Henrick Kerckhoff, die hovenierse uijt Nettelhorst (1692).
|
COMMENTAAR(¥)
Er is mogelijk nog een Jenneken Luunk :
JENNEKEN LUUNKS, ovl. na 1744, tr. 1o Lochem geref. 23-2-1727 (als j.d. van Aexel, dr. van Hendrik Luunck)
JAN GERRITSEN (LUUNK/LEUNK), ovl. na 1744, als j.g. zn. van Garrijt in 't Grevenslag, onder 't schependom.
Zij wonen te Barchem (1728..1744) op Groot Luunk (1738).
Uit dit huwelijk (Luunk-Leunk) geref. gedoopt te Lochem :
-
a. Maria Leunk, ged. 18-7-1728 (get. Trijne Prijsers, Willem Leunk, en Harmken Egelink), (hier heet de vader Jan Leunk te Barchem, geen moedersnaam genoemd).
-
b. Janna Leunk, ged. 2-4-1730 (hier heet de vader Jan Leunk te Barchem, geen moedersnaam genoemd), ovl. jong?
-
c. Jan Willem Leunk (heet later Smit(s)?), ged. 28-10-1731 (get. Derk Schonevelt, Rijkelt Egelink en Jenneken Hagenbeek), (hier heten de ouders Jan Leunk en Jenneke Leunk te Barchem), ovl. na 1811, tr. vóór 1781
Johanna Megtilda (Mechteld) van Campen (Kampen), ged. geref. Lochem 21-7-1743, ovl. Eibergen 15-9-1811, dr. van Gerhard (Gerrit) van Campen, rentenier, en Aleida van Eps, rentenierse.
Op 5-7-1792 compareren de Heer Jan Willem Smit en zijn huisvrouw Johanna Mechtelda van Campen.
[725]
De besloten dispositie van wijlen Garrit Jan van Eps en zijn h.v. Johanna Elisabeth Thomasson,
d.d. Lochem 20-3-1783 en Lochem 22-12-1788, voor dit stadsgericht gepasseerd resp. 24-3-1783 en
op dato, geopend 2-7-1798 ten verzoeke van de weduwe. De huw. voorwaarden zijn van 1-11-1764,
het tweede testament alleen van hem, het houdt het eerste in kracht. Hij vermaakt de helft van
zijn goederen aan zijn zr. Aleida van Eps, wed. van wijlen Gerhard van Campen, en bij
vooroverlijden aan haar kinderen met namen Gerharda Catharina van Campen, h.v. van
Albert Thomasson , Johanna Megtilda van Campen, h.v. van Jan Willem Smit en
Anna Elisabeth van Campen, h.v. van Laurens Leen.[726]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Gerrit Smits, geb. (Eijbergen) 1780/81, tr. 1o
Elisabeth Schoete, tr. 2o Groenlo 21-1-1819
Elisabeth Catharina Huijskes, geb. (Groenlo) 1790/91, dr. van Egbert Harmanus Huijskes en Anna Roelof Kraijenhorst.
-
d. Tonnis Leunk, ged. 6-12-1733 (hier heten de ouders Jan Leunk en Jenneke Leunk te Barchem).
-
e. Jan Leunk, ged. 22-1-1736 (hier heten de ouders Jan Leunk en Jenneke Leunk te Barchem).
-
f. Janna Leunk, ged. 25-5-1738 (hier heet de vader Jan Luunk, op Groot Luunk te Barchem), ovl. jong?
-
g. Janna Luunk, ged. 26-4-1744 (hier heten de ouders Jan Luunk en Jenneken Luunk te Barchem).
|
Dispositie van Jan Gerritsen en zijn h.v. Janna Kerkhoff, 2-1-1725, de huw. voorwaarden zijn van 10-4-1723.[727]
Arent Wilmerink, halve broeder van wijlen Henrick Jan Kerkhoff, voor zich zelf,
Bernhardt Kerkhoff, mede voor zich zelf, Janna Kerkhoff, in deze geast. met haar
eheman Jan Gerritsen Smitt, Aleijda Kerkhoff, geast. met voors. haar broeder
Bernhardt Kerkhoff, en Jenneken Kerkhoff, geast. met haar eheman Jan Haijtink,
samen nevens hun hieronder genoemden broeder Warner Kerkhoff eenige en universele
erfgenamen ab intestato van wijlen hun broeder Henrick Jan Kerkhoff, in leven geweezen
wijnkoper in maatschappij met Sr. Gerhardt Smitt binnen Amsterdam, volmachtigen hun
broeder en mede erfgenaam Warner Kerkhoff, koopman tot Utrecht, 28-1-1729.[728]
Jenneken Amptink, in deze geast. met haar zoon Jan Amptink, voorts Jan Amptink en zijn h.v. Christina Kraijvenger. Jan Gerritsen Smitt en zijn h.v. Johanna Kerkhoff, 7-11-1736.[729]
Jan Gerritsen Smith, als gevolmachtigde van den Heer Gerhard Dapper, burgemr. der stad Deventer, en zijn h.v. Rijkmanna Christina Podt, voorts van zijn broeder de Heer Jan Dapper (volm. Deventer 9-7-1755), 4-8-1755.[730]
Op 30-8-1751 verkopen Jan Leunk en Henrica Hasselo, Wolter Leunk
en Christina Rensink, Teunis te Hasselo en Geultjen Leunk,
Jan Gerritsen Smith en Jenneken Leunk, Cornelia Leunk en
Henders Leunk, kinderen van Hendrik Leunk en Cornelia Lobberigen
aan Hendrik Bergman, bode van Lochem en Aaltje Gozens Nijkamp,
echtelieden, "hun eigentdommelijk huys en where staande binnen
Lochem in de Bierstraet naest het huys van Anthony en de begraafplaats
op den kerkhof binnen Lochem".[731]
Uit zijn eerste huwelijk (Smit-Kerckhoff) [732] :
-
a. Anna Margaretha Smidt, ged. geref. Lochem 19-1-1727 (get. Hendrik Kerkhof) (hier heet de vader Jan Gerritsen Smidt te Lochem, geen moedersnaam genoemd).
-
b. Margaretha Hendrika Smit, ged. geref. Lochem 31-10-1728 (hier heet de vader Jan Garritsen Smit te Lochem, geen moedersnaam genoemd).
Uit zijn tweede huwelijk (Smit-Luunk) :
-
c. J(oh)anna Smidt, ged. geref. Lochem 27-6-1745 (hier heten de ouders Jan Garritsen Smidt en Jenneken Luunk te Lochem), (=kw. nr. 111).
-
d. Hendrik Smit, ged. geref. Lochem 23-10-1746 (hier heten de ouders Jan Garritsen Smidt en Jenneken Leunk te Lochem), ovl. Lochem 11-9-1826.
treedt op als volmachthebber te Lochem (1807),
tr. 1803
Hendrika Hensen, geb. 1756/57, ovl. Lochem 22-6-1814.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Anna Cornelia Hendrica Johanna Smit, geb./ged. geref. Lochem 3/8-6-1806.
Op 22-5-1798 transporteren
Herm. Joachim Thomasson als volmachthebber van W. te Hasselo Tz, Engele te Hasselo, wed. van wijlen Jan Soerink,
Hendrik Smit, Jan Smit, Daniel Westenberg en
zijn huisvrouw Johanna Smit en Anna Cornelia Smit, wed. van wijlen Willem Slatboom
(volm. Stad Lochem 8-5-1798) de helft van 't erve Groot Lansink,
buurschap Barchem, aan Albert Thomasson en zijn erven
(koopced. 6-2-1798).
[733]
6-6-1800 : Hendrik Smit en zijn zuster Anna Cornelia Smit, wed. van Willem Slatboom, in deze geast. met den burger Hendrik Kuiper, besloten dispositie overgegeven.[734]
De besloten dispositie van Hendrik Smit en wijlen zijn zr. Anna Cornelia Smit, wed. van
Willem Slatboom, d.d. 6-6-1800 voor dit stadsgericht gepasseerd, geopend 12-3-1802 ten
verzoeke van hun nicht Mechtelda Johanna Coninck Westenberg, in deze geast. met A.Pol.
Na overlijden van haar tante is deze dispositie door de naastbestaande geinteresseerden geopend,
als bij acte d.d. 11-8-1800 te zien. De datum 12-3-1802 is dus niet die van opening maar van registratie.
Praelegaat aan hun nicht Mechtelda Johanna Coninck Westenberg, oudste dr. van hun zwager en
zr. Ds. Daniel Westenberg en Johanna Smit. Zij zal uitkering doen aan haar broeder
Jan Coninck Westenberg en aan haar beide zrs. Bernharda en Gerharda Coninck Westenberg.
Enige en universele erfgenaam zijn hun broeder Jan Smit, mr. kleermaker te Amsterdam, en hun
zr. Johanna Smit, geh. aan Ds. Daniel Westenberg, predikant te Delden (12-3-1802).[735]
Hendrick Smidt, huw. v.w. 28-10-1803 met zijn huisvrouw Hendrika Hensen. Hij revoceert zijn
vroegere dispositie in 't bijzonder de besloten dispositie d.d. 6-6-1800 gepasseerd met wijlen zijn
zr. Anna Cornelia Smidt, wed. van Willem Slatboom, ten behoeve van zijn nicht
Mechtelda Johanna Coninck Westenberg, 18-7-1803.[736]
Hendrik Smit en zijn huisvrouw Hendrika Hensen, voorts Anthony Martinus Gulden als
gevolmachtigde van zijn schoonvader Ds. Daniel Westenberg (volmacht 23-12-1805), 30-12-1805.[737]
-
e. Jan Smit, ged. geref. Lochem 18-10-1748 (hier heten de ouders Jan Gerritsen Smit en Jenneken Luunk te Lochem), ovl. Lochem 25-12-1820 (oud 73 jaar, sic!).
geref. oud 34 jaar, wonend in de Handboogstraat (1784, sic!), mr. kleermaker te Amsterdam (1800), poorter van Amsterdam 28-3-1780 als kleermaker van Lochem,
otr. Amsterdam 23-4-1784 (zijn ouders dood, get. zijn broeder Gerrit Smit in de Koningstraat, haar vader Hendrik Jan Boevink)
Ba(a)rendina Boevink (Boeving, Boerink, Boeing), geb. Amsterdam (doop niet gevonden, doch volgens ovl. akte wel degelijk aldaar gedoopt) 1763, ovl. Lochem 27-1-1838 (oud 74 jaar), woont in de Koningstraat,
doopget. (1782),
dr. van Hendrik Jan Boevink en Mietjen Uurlings.
Op 22-5-1798 transporteren
Herm. Joachim Thomasson als volmachthebber van W. te Hasselo Tz, Engele te Hasselo, wed. van wijlen Jan Soerink,
Hendrik Smit, Jan Smit, Daniel Westenberg en
zijn huisvrouw Johanna Smit en Anna Cornelia Smit, wed. van wijlen Willem Slatboom
(volm. Stad Lochem 8-5-1798) de helft van 't erve Groot Lansink,
buurschap Barchem, aan Albert Thomasson en zijn erven
(koopced. 6-2-1798).
[738]
6-3-1805 : Jan Smit en zijn h.v. Barendina Boevink compareren te Lochem.[739]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Jannetie Anna Maria Smit, ged. geref. Amsterdam OosterK. 1-5-1796 (geboren in de Koningstraat), ovl. Lochem 26-9-1857.
tr. Lochem 23-9-1813
Joost Bargman (Bergman), geb./ged. geref. Lochem 6/8-2-1789, ovl. na 1857.
molenaar (1813)
zn. van Hendrik Jan Bargman en Berendina Eskes.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
aa. Berendina Bargman, geb. Lochem 1818/19, tr. Lochem 17-1-1840
Willem Vellers, geb. Lochem 1797/98, koopman (1840),
zn. van Antonij Adam Vellers en Gesina Geels.
-
bb. Jan Bargman, geb. Lochem 1815/16, olijslager (1839), dagloner (1853),
tr. 1o Lochem 7-9-1839
Hendrika Vellers, geb. Lochem 1822/23, dienstbaar (1839),
dr. van Antonij Adam Vellers en Gezina Geels,
tr. 2o Lochem 4-3-1853
Berendina Harmsen, geb. Laren 1822/23, dr. van Jan Cornelis Harmsen en Jenneken Stegeman.
-
2. Jan Smit, geb./ged. geref. Amsterdam NoorderK. 1-8/5-9-1798 (get. dezelfden).
-
f. Cornelia Smit, ged. geref. Lochem 4-1-1750 (hier heten de ouders Jan Gerrit Smit en Jenneken Leunk te Lochem).
-
g. Cornelis Smit, ged. geref. Lochem 11-4-1751 (hier heten de ouders Jan Gerritsen Smith en Jenneken Luunk te Lochem).
-
h. Garryt Smit, ged. geref. Lochem 18-4-1753 (hier heten de ouders Jan Garritsen Smid en Jenneken Luunk te Lochem).
poorter van Amsterdam 18-4-1783 als comptoirbediende van Lochem.
-
i. Anna Cornelia Smit, ged. geref. Lochem 4-5-1755 (hier heten de ouders Jan Gerritsen Smidt en Jenneken Luunk te Lochem), ovl. 1800-1802.
tr. Lochem geref. 14-9/5-10-1794 ("wegens ongesteldheid van den bruidegom in huis getrouwd")
Willem Slatboom, ovl. vóór 1798, tijdelijk boekhouder der diaconie te Lochem (1782),[740]
verm. zn. van Jan Slatboom, boekhouder der diaconie te Lochem.
14-5-1798 : Harmen Joachim Thomasson als gevolmachtigde van Willem te Hasselo Tzn, Engele te Hasselo, wed. van wijlen Jan Zoerink, Hendrik Smit, Ds. Daniel Westenberg en zijn h.v. Johanna Smit en Anna Cornelia Smit, wed. van Willem Slatboom (volm. 8-5--1798).[741]
14-5-1798 : Aeltjen Weppelinks, wed. van Roelof Roelofsen. Anna Cornelia Smit, wed. van Willem Slatboom.[742]
Op 22-5-1798 transporteren
Herm. Joachim Thomasson als volmachthebber van W. te Hasselo Tz, Engele te Hasselo, wed. van wijlen Jan Soerink,
Hendrik Smit, Jan Smit, Daniel Westenberg en
zijn huisvrouw Johanna Smit en Anna Cornelia Smit, wed. van wijlen Willem Slatboom
(volm. Stad Lochem 8-5-1798) de helft van 't erve Groot Lansink,
buurschap Barchem, aan Albert Thomasson en zijn erven
(koopced. 6-2-1798).
[743]
-
k. Essele Smit, geb. vóór ca. 1765 (geen doop te Lochem gevonden), filiatie niet bewezen,
dogter van wijlen Jan Smit in Lochem (1782),
geref. lidmaat te Neede 25-4-1783 op attestatie van Lochem,
otr./tr. Neede geref. 12-10/3-11-1782 (op attestatie van Ds. Abbinck),
otr./tr. Lochem geref. 13-10/3-11-1782 (met attestatie van Neede)
Gerrit ter Bal(t)s, wednr. van Berendina Wissink, wonend te Neede.
224. WILLEM VEEN, geb. Zuidveen 1716, ovl. Purmerend 24-4-1795, was volgens overlevering mank en dus niet geschikt voor het
veenderij- of boerenbedrijf van zijn vaderen, werd daarom bestemd
voor het schoenmakersbedrijf en in de leer gedaan bij een zekere
Couwenhoven te Haarlem, is vanaf 1770 kaashandelaar te
Purmerend, eerst lid der Oud Vlaamsche Doopsgezinde Gemeente,[744]
later der Verenigde Friese en Waterlandse Doopsgezinde Gemeente aldaar,[745]
tr. 1o Landsmeer 8(6?)-12-1744
GRIETJE JACOBS VEEN, geb. Heer Hugowaard, ovl. Landsmeer 18-8-1757, zijn nicht, dr. van Jacob Veen, landbouwer te Heer Hugowaard
en Jannetje Klaaszes (zie kw. nr. ⇒ 897 sub d/1),
tr. 2o Steenwijk geref. 21-5-1758 zijn achternicht
225. HILLEGONDA EINDHOVEN, geb. Zuidveen 6-5-1736, ovl. Purmerend 24-11-1820, lid der Oud Vlaamsche Doopsgezinden,[746]
lid der Verenigde Friese en Waterlandse Doopsgezinde Gemeente te Purmerend,[747]
|
Wapen Eindhoven : Een hof in zilver met een ovale vijver, waarin een
eend ("Eind") [748].
|
|
Inschrijving van de kinderen van Willem Veen en Hillegonda Eindhoven in het Geboorteboek van kinderen van lidmaten van de Verenigde Friese en Waterlandse Doopsgezinde Gemeente te Purmerend, begonnen 1-1-1800.[749]
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Uit zijn tweede huwelijk (Veen-Eindhoven):
-
a. Jan Willemsz Veen, geb. Landsmeer 16-3-1760, ovl. Purmerend 19-3-1830, penningmeester van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen te Purmerend volgens de lijst van 1796,[750]
vermeld als lid der Verenigde Friese en Waterlandse Doopsgezinde Gemeente te Purmerend (1800),[751]
tr. (waar?) 13-6-1784
Guurtje H. Sweepe, geb. Wormerveer, ovl. Purmerend 5-4-1825, vermeld als lid der Verenigde Friese en Waterlandse Doopsgezinde Gemeente te Purmerend (1800),[752]
-
1. Willem Jansz Veen, geb. Purmerend 13-3-1787, ovl. (Purmerend?) 5-7-1812.
-
2. Hil(le)gonda Jans Veen, geb. Purmerend 19-9-1792 (volgens trouwakte 29-9-1792), ovl. (Purmerend?) 6-12-1821, vermeld als lid der Verenigde Friese en Waterlandse Doopsgezinde Gemeente te Purmerend (1816),[754]
tr. Purmerend 17-5-1815
Klaas Corneliszn Cardinaal, geb. Zaandam 18-8-1787 (volgens zijn tweede trouwakte 19-8-1787), ovl. Utrecht 10-12-1863, koopman (1815, 1823),
vermeld als lid der Verenigde Friese en Waterlandse Doopsgezinde Gemeente te Purmerend (1816),[755]
zn. van Cornelis Cardinaal, koopman, en Frouke Bleeker.
Hij hertr. Purmerend 11-5-1823 Geertruijda Alida Selleger.
-
aa. Cornelia Willemina Cardinaal, geb. Purmerend 18-2-1816, ovl. Arnhem 6-8-1867, tr. Utrecht 2-6-1837
Christiaan Cornelis (ook Christiaan Lodewijk) Lod(d)er (Lodes), ged. Haarlem 21-7-1807, ovl. Amsterdam 22-7-1878,[757]
hoofd ingeland van de Beemster,
lid van het bestuur van de Ned. Mij. ter Bevordering van Nijverheid, secretaris van de Doopsgezinde Gemeente Amsterdam,[758]
zn. van Jean Marie Loder en Femina Geertruida Mabé.
Uit dit huwelijk:[759]
[760]
-
aaa. Johan Marie Loder, geb. Amsterdam 12-11-1838, ovl. Amsterdam 2-12-1851, beg. Duynerbrug,[761]
-
bbb. Nicolaas Loder, geb. Amsterdam 30-12-1839, ovl. Ulvenhout 8-7-1926,[762]
-
ccc. Hillegonda Loder, geb. Amsterdam 19-8-1841, ovl. Amsterdam 31-10-1841,[763]
-
ddd. Ir. Christiaan Lodewijk Loder, geb. Amsterdam 15-1-1843, ovl. 's-Gravenhage 1908,[764]
ingenieur bij de marine (1870),
direkteur Scheepsbouw bij het Departement van Marine,
tr. Den Helder 14-10-1870
Stephanie Jacqueline Luteijn, geb. Middelburg 19-2-1850, ovl. 's-Gravenhage1 8-6-1920[765], dr. van Abraham Luteijn, wijnkooper, en Machtilda Barbara Lels.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht (5 kinderen).
-
eee. Cornelis Willem Loder, geb. Amsterdam 1-3-1845, ovl. Trettes-Semarang (NOI) 22-4-1907, kapitein der Infanterie bij de Schutterij te Semarang (benoemd 10-8-1881) en bij de Schutterij te Soerabaja (benoemd 30-12-1884),
chef bij het handelshuis Liebenschütz & Co (1884-1885),
plaatsvervangend lid van de Commissie bedoeld bij art. 3.9 van het Reglement op de In- en Uitvoerrechten en Accijnzen (1886),
procuratiehouder bij het handelshuis Stibbe & Co te Padang(1886-1892),
penningmeester in het bestuur van Fröbelschool te Padang (1889-1893),
lid (benoemd 12-4-1889) van de Kamer van koophandel en nijverheid te Padang (1889-1893),
voorzitter van de Padangsche Hulpbank (1889-1892),
secretaris van de Handelsvereeniging te Padang (1893-1895),
agent te Soerabaja van de Oostersche Handelsvereeniging, gevestigd te Amsterdam, Soerabaja en Padang, (1893-1895),
lid (benoemd 12-3-1897) van de Commissie van Toezicht van de Hoogere Burgerschool te Soerabaja (1897-1899),
bestuurslid van het Carl Heli-fonds (1897),
agent te Soerabaja van de Nederlandsch-Indische Export-Maatschappij, gevestigd te Amsterdam (1897-1899),
bestuurslid van de Vereeniging tot bevordering der belangen van de ingezetenen der hoofdplaats Soerabaja (1897-1898),
lid van de Commissie van Toezicht van de Vereeniging "de Meisjesschool" te Soerabaja (1898-1899),
makelaar bij de Soerabajasche maatschappij tot het drijven van
een kantoor en vendu- en commissiezaken (1899),
lid (1900-1902), penningmeester (1903-1905) en voorzitter (1906) van het bestuur van de Vereeniging "de Semarangsche Fröbelschool",
procuratiehouder (1900-1901) en directeur (1903-1906) van de Semarangsche Zee- en Brand-assurantie maatschappij,
procuratiehouder (1900-1901) en directeur (1903-1906) van de Tweede Semarangsche Zee- en Brand-assurantie maatschappij,
makelaar bij het Emigratie-, vendu- en commissiekantoor Soerabaja (1900),
averij commissaris te Semarang van een tiental Europese verzekeringsmaatschappijen (1903-1905),
bestuursvoorzitter van de Semarangsche Normaalschool ter opleiding voor het onderwijzersexamen (1904-1906),
commissaris van toezicht bij de Semarangsche Hulpbank (1904-1906),
bestuursvoorzitter van het Schoolkleeren-, voedings- en ondersteuningsfonds te Semarang (1905-1906),
assuradeur te Semarang (1906)
woont te Semarang (1882), Padang (1889-1893), Soerabaja (1895-1899), Semarang (1900-1907),[766]
grootmeester van de loge "La Constante et Fidele Semarang",[767]
tr. Passoeroean (Padang, NOI) 2-4-1875[768]
Wilhelmina Frederika Helena Engelbert van Bevervoorde, geb. 's-Gravenhage 19-9-1847, ovl. 's-Gravenhage 28-2-1927, beg. Oud Eyk en Duinen,[769]
woont als zijn weduwe te Semarang (1907) en Kediri (1908-1929),[770]
dr. van Francois Vincent Charles van Bevervoorde en Maria Wilhelmina Oger.
Hieruit verder nageslacht bekend (5 kinderen).
-
fff. Elias Frederik Loder, geb. Amsterdam 2-4-1846, ovl. Amsterdam 3-4-1846,[771]
-
ggg. Femmina Geertruida Loder, geb. Amsterdam 11-4-1847, ovl. Amsterdam 7-6-1848,[772]
-
hhh. Dr. Mr. Bern(h)ard Cornelis Johannes Loder, geb. Amsterdam 13-9-1849, ovl. 's-Gravenhage 4-11-1935[773], volgt te Amsterdam particulier onderwijs,[774]
ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Amsterdam (1866-1871),[775]
en de Universiteit van Leiden 9-1-1867,[776]
promoveert aan de Universiteit van Leiden op 25-4-1873 magna cum laude in de beide rechten op een dissertatie getiteld "De leer der volkssouvereiniteit in hare ontwikkeling, aanbeveling en bestrijding, historisch-kritisch beschouwd",[777]
het bekroonde antwoord op een door de Leidse Universiteit,
vestigt zich als advocaat te Rotterdam met als specialisme het zeerecht,
neemt in 1897, te zamen met T.M.C. Asser, deel aan de oprichting van het Comité Maritime International, dat beoogde door overleg tussen deskundigen de internationale codificatie van het zeerecht te bevorderen, maakt herhaaldelijk deel uit van de Nederlandse delegatie op de diplomatieke conferenties die door het Comité waren voorbereid,
raadsheer van de Hoge Raad (1908-1921),
neemt deel aan de voorbereiding van de derde Haagse Vredesconferentie, die in 1915 gehouden zou worden, maar door de oorlogsomstandigheden geen doorgang vond, zet zijn opvattingen over internationale rechtspraak uiteen in een verslag, door hem uitgebracht als voorzitter van een studiecommissie van de "Organisation centrale pour une paix durable", en gepubliceerd onder de titel "Institutions judiciaires et de conciliation" ('s-Gravenhage, 1917), waarin de oprichting wordt bepleit van een permanent internationaal gerechtshof en van een raad voor de verzoening van geschillen, beide te 's-Gravenhage te vestigen,
wordt in oktober 1918 door minister H. A. van Karnebeek benoemd tot voorzitter van de toen gevormde Raad van bijstand van de directie van economische zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, waardoor hij nauw betrokken werd bij het buitenlands beleid in de kritieke periode 1918-1920,
was onder andere een van de drie juristen die de regering in januari 1919 (afwijzend) advies uitbrachten over de eventuele uitlevering van de voormalige Duitse keizer,
wordt in februari 1919 benoemd tot lid van de Commissie van advies voor volkenrechtelijke vraagstukken, die in deze jaren voornamelijk belast was met de voorbereiding van Nederlands politiek inzake de Volkenbond, treedt in 1919 te Parijs op als gedelegeerde bij de Commissie voor de Volkenbond, en is in 1920 lid van de Nederlandse afvaardiging naar de eerste vergadering van de Volkenbond,
heeft vervolgens een groot aandeel in de werkzaamheden ter oprichting van het Permanente Hof van Internationale Justitie, werkt als voorzitter van een voorbereidende conferentie van neutrale mogendheden en als vice-voorzitter van de Volkenbonds-commissie van 10 juristen, die in 1920 beide in Den Haag bijeenkwamen, mede aan de redactie van het Statuut van het Permanente Hof,
voerde succesvol actie voor de aanwijzing van Den Haag als zetel van het Hof,
wordt in 1921 benoemd tot lid van het Permanente Hof van Internationale Justitie voor de periode 1922-1930, en werd door het Hof tot zijn - eerste - president gekozen (1922-1924),
wordt benoemd tot voorzitter van het Brits-Hongaarse gemengde scheidsgerecht (1921),
neemt deel aan de oprichting van de omstreden Indologische faculteit te Utrecht (1925) en was tot zijn overlijden haar president-curator,[778]
woont te 's-Gravenhage (1923-1933),
voorzitter van het College van Curatoren van de Ned. Handelshogeschool te Rotterdam (1923-1933),[779]
tr. Rotterdam 31-5-1877
Charlotte s'Jacob, geb. Soerabaja (NOI) 5-10-1856, ovl. s-Gravenhage 11-2-1919,[780]
dr. van Dr. Mr. Willem Hugo s'Jacob, advocaat en procureur te Soerabaja en Rotterdam, en Jacoba Maria Rochussen.
|
Dr. Mr. Bern(h)ard Cornelis Johannes Loder (1849-1935).
Bron: Ref. [781]
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
aaaa. Cornelia Willemina Loder, geb. Rotterdam 10-11-1878, ovl. Wassenaar 21-4-1966, tr. Rotterdam 14-6-1900
Dr. Thomas Antonie Fruin, geb. Utrecht 24-5-1869[782], ovl. Wassenaar 1-2-1945, promoveert op 6-7-1892 cum laude in de rechten aan de Universiteit van Utrecht op een dissertatie getiteld "Het deel van het vermogen dat niet voor executie vatbaar is",[783]
plv. rechter te Rotterdam (1908-..),[784]
zn. van Prof. Dr. Jacobus Antonie Fruin, hoogleraar rechten aan de Universiteit van Utrecht, en Anna Carolina Schneit(h)er.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaaa. Judith Bethlémine Charlotte Fruin, geb. Rotterdam 1-4-1901, ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 7-11-1922,[785]
tr. 1o Rotterdam 9-7-1925
Mr. Hendrik Jan Sjollema, geb. Groningen 22-1-1898, ovl. Rotterdam 26-3-1986, advokaat,
zn. van Prof. Dr. Bouwe Sjollema, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Utrecht, en Lydia Johanna Francina van Ankum,
tr. 2o Rotterdam 30-9-1926
Thomasz Marya Bielski, geb. Warschau (P) 1894/95, zn. van Thomasz Bielski en Maryi Eleonary Przesmycka.
-
bbbbb. Anna Carolina Fruin, geb. Rotterdam 28-8-1902, tr. Rotterdam 12-10-1922
Jacobus Ruijs, geb. Rotterdam 6-9-1896, zn. van Bernardus Ewout Ruijs en Wilhelmina Petronella van Hoboken
.
Uit dit huwelijk 4 kinderen onder wie:[787]
-
aaaaa. Mary s'Jacob, geb. Amsterdam 1903/04, tr. Rotterdam 2-4-1925
Everhardus Joannes Korthals Altes, geb. Amsterdam 1898/99, zn. van Everhardus Joannes Korthals Altes en Afina Theresia de Flines.
-
bbbbb. Judith Bethlemine Charlotte s'Jacob, geb. Amsterdam 18-3-1905, ovl. 1986, beg. Rotterdam 29-3-1986, lid van het hoofdbestuur van het Rode Kruis (met Koningin Juliana als presidente), zorgde ervoor dat het Montessori onderwijs werd doorgevoerd tot de universiteit.[788]
-
iii. Hillegonda Fem(m)ina Alida Loder, geb. Amsterdam 1851, ovl. Velp (Rheden) 24-1-1897 (ongehuwd), beg. Amsterdam Diemerbrug.
-
jjj. Ir. Christiaan Frederik Loder, geb. Amsterdam 19-2-1853, ovl/beg. 's-Gravenhage 8/12-3-1936,[789]
civiel ingenieur,
tr. Breda 8-7-1885
Joanna Cornelia Maas Geesteranus, geb. Jefferson City 19-6-1859 (Missouri, USA), ovl./beg. Breda/'s-Gravenhage 2/7-9-1907,[790]
dr. van Ir. Pieter Maas Geesteranus en Elisabeth Elisabeth (!) Maria Brijan Robinson.
-
aaaa. Elisabeth Bryan Loder, geb. Breda 24-11-1886.
-
bbbb. Cornelia Wilhelmina Loder, geb. Breda 7-3-1888, ovl. 1967, tr. Breda 4-10-1911
Dr. Ir. Cornelis Willem Lelij, geb. Deventer 9-6-1885, behaalt het diploma civiel ingenieur aan de Technische Hogeschool van Delft juni 1908 en promoveert aldaar cum laude op 2-2-1921 in de technische wetenschappen op een dissertatie getiteld "De invloed van de Zuiderzee op de stormvloedstanden langs de Friesche kust",[792]
zn. van Cornelis Lelij en Gerarda Jacoba van Rinsum.
-
cccc. Frederika Joanna Loder, geb. Breda 2-3-1890, ovl. 's-Gravenhage 17-12-1967.
-
kkk. Johan Marie Justus Christiaan Loder, geb. 1855, ovl. 1862.
-
b. Lammert Wilemsz Veen, geb. Landsmeer 1762, ovl. Purmerend 16-4-1830, j.m. van Krommenie (1786),
vermeld als lid der Verenigde Friese en Waterlandse Doopsgezinde Gemeente te Purmerend (1800),[793]
tr. Krommenie 13-1-1786 (impost ieder ƒ 30,--)[794]
Maartje de Vries, geb. Krommenie 1766, ovl. Purmerend 14-11-1814, j.d. van Krommenie (1786),
vermeld als lid der Verenigde Friese en Waterlandse Doopsgezinde Gemeente te Purmerend (1800).[795]
-
1. Willem Lammertsz Veen, geb. Purmerend 24-5-1789, ovl. Alkmaar 1846.
-
2. Jan Lammertsz Veen, geb. Purmerend 19-10-1792 (volgens Ref. [797] 12-9-1790), ovl. Purmerend 22-12-1819.
-
3. Hendrik Lammertsz Veen, geb. Purmerend 12-10-1791, ovl. Purmerend 1791.
-
4. Hillegonda Lammerts Veen, geb. Purmerend 19-10-1792, ovl. Purmerend 7-12-1821.
-
5. Gerrit Lammertsz Veen, geb. Purmerend 2-8-1793, ovl. Purmerend 1793.
-
6. Cornelis Lammertsz Veen, geb. Purmerend 18-11-1795, ovl. Purmerend 1795.
-
7. Hendrik Lammertsz Veen, geb. Purmerend 16-4-1797, ovl. Purmerend 1797.
-
8. Gerrit Lammertsz Veen, geb. Purmerend 6-9-1800, ovl. Purmerend 29-7-1805.
-
4. Hendrik Lammertse Veen, geb. Purmerend 6-9-1800, ovl. Purmerend 2-12-1800.
-
c. Hendrik Wilemsz Veen, geb. Landsmeer 11-12-1763, (=kw. nr. 112).
226. TEUNIS (BERENDS) TEN CATE, geb. Sneek 29-12-1728, ovl./beg. Sneek 8/13-4-1787, woont te Sneek (1757),
ingeschreven als lidmaat van de Oud Vlaamsche Doopgesinde Gemeente te
Sneek (1768) met attestatie van Groningen
[798],
gedoopt bij de Oude Vlamingen 5-6-1768
[799],
leerlooier (1749), koopman (1758..1787) en bontreeder te Sneek,
diaken van de Doopgsgezinde Gemeente te Sneek (1773-..),
[800]
otr. Sneek geref. 12-3-1757,
tr. Groningen 4-4-1757
227. FENNIGJE JACOBS HESSELINK [801], geb. Groningen 26-5-1731, ovl. Sneek 5-5-1814, woont te Groningen (1757),
ingeschreven als lidmaat van de Oud Vlaamsche Doopgesinde Gemeente te
Sneek (1768) met attestatie van Groningen,
[802]
rentenierster te Sneek (1813).
|
Wapen Hesselink : Gedeeld : A. in rood een zilveren handmerk, B.
in zilver een groene boom op grasgrond. Helmteken : een pronkende pauw
van natuurlijke kleur. Dekkleden : rechts rood gevoerd van zilver,
links groen gevoerd van zilver.
[803]
|
Theunis ten Cate, leerlooier, vrijgezel, betaalt ƒ 14,15,-- Personele
Quotisatie voor een huis op het Kleinzand te Sneek (1749)
[804].
Op 10-3-1758 kopen Theunis Adams ten Cate, mr. leerlooier en schoenmaker en
Baukjen Jansdr. ten Cate, egteluiden, een huis met winkel op het Kleinzand
aan de Noordkant, belend Melchior Helledoorn ten oosten en Bauk Gosma ten
westen, van Gerrit Jansz ten Cate, als vader van zijn minderjarige zoon
Jan Gerritsz ten Cate, voor de ene helft en van
Theunis Beerns ten Cate, koopman, voor de ander helft, voor 2125 Car. gld.
[805].
Op 19-12-1766 kopen Beernt en Teunis ten Cate, cooplieden binnen Sneek, een
huis met bleek aan de Stadswal, voor 2998 Car. gld en 16 st.
[806].
Op 23-1-1767 procedeert "De coopman Theunis ten Cate contra
Jan Pyterse Brandenburg, om syn bewoonde camer te verlaten"
[807].
Op 30-1-1767 procedeert de old-schepen Looxma, contra
Beernt en Theunis ten Cate, cooplieden, om libel(¥)
te ontvangen, termijn dienende [808],
en op 13-2-1767 om te antwoorden, termijn dienende
[809].
| COMMENTAAR(¥)
libel = op schrift gestelde bij het gerecht ingediende eis om gedaagde te
dagvaarden.
|
Op 13-2-1767 procedeert Symen de Lover, regeerende schepen te Sneek, contra
Beernt en Theunis ten Cate, cooplieden te Sneek, om libel te ontvangen
[810].
Van 1773 tot 1783 wordt Teunis Berends ten Cate herhaaldelijk genoemd in het
Kasboek van de Oude Vlamingen te Sneek
[811],
wegens betalingen door of aan hem
verricht in zijn functie als diaken.
Op 11-6-1784 wordt Teunis Berensz ten Cate, koopman, curator van een erfenis,
op 9-6-1787 in die hoedanigheid vervangen door Jan ten Cate
[812].
Op 14-11-1788 koopt Hoitse Jans, mr. metselaar te Sneek een huis en erf in
het Zuideind van Sneek van Fennigje J. Hesselink, wed. van T. ten Cate,
voor 218 Car. gld.
[813].
Op 20-2-1789 koopt Hendrik Weening een huis op de Oosterdijk, waarvan de
helft in bezit is van Trijntje Teunisdr ten Cate met haar man, en de andere helft
eigendom is van de wed. van de koopman Theunis Berends ten Cate te Sneek, voor 1075
Car. gld.
[814].
Fennigje Hesselink, de wed. van Theunis Berends ten Cate, neemt het
beheer van de haar nagelaten goederen blijkbaar krachtig ter hand. Van 1788
tot 1806 procedeert zij vele malen tegen haar huurders en pachters :
-
Op 18-1-1788 tegen Jan Langsum, om zijn woning te verlaten
[815].
-
Op 12-2-1790 tegen Beernt Jans, om zijn
kamer en weefwinkel per 12 mei te verlaten
[816].
-
Op 21-1-1790 tegen Gerben Panboer, om zijn bewoonde
kamer per 12 mei 1791 te verlaaten in vridom
[817].
-
Op 20-1-1792 samen met P. Mastenbroek en Auke Hendriks tegen Nolke Jacobs
om zijn huurgebruik van schip en veer met 1 jan. 1792 in vridom te verlaten
[818].
-
Op 23-1-1795 tegen Hendrik Storm om zijn huis te verlaten per ult. 12 mei
1795
[819].
-
Op 6-1-1797 tegen Auke Hendriks, schipper van Sneek op De Joure en vice
versa, om zijn in huur hebbend half-veer van Sneek op De Joure en v.v. op den
verschijndag in feb. 1797 in vrijdom te verlaten
[820].
-
Op 20-12-1799 tegen Hans Mensing
om zijn bewoonde kamer
op 12 mei 1800 te verlaten
en dito tegen Eeltje Unicus
[821].
-
Op 23-1-1801 tegen de wed. van Auke Hendriks om't bij haar in huurgebruik
zijnde halve Jouwster veer op ultimo jan. 1801 in vrijdom te verlaten en een
man aan te stellen ter taxatie van het huurcontract, om te kunnen scheiden
[822].
-
Op 21-1-1803 tegen Staring Petrus, om zijn woning en weefwinkel te verlaten
[823].
-
Op 24-1-1806 tegen Reinskjen Freerks te Sneek om haar bewoonde kamer op 12 mei
1806 in vrijdom te verlaten
[824].
In 1813 testeert Fennigje Hesselink, rentenierster, wed. van
Teunis Berendsz ten Kate, in leven koopman te Sneek op het Kleinzand, ten gunste van haar
dochters Janneke ten Cate
gehuwd met Pieter Mastenbroek, houtkoper, en Trijntje ten Kate gehuwd met
Hendrik Veen,
de kinderen van Sake Hofstra,
chirurgijn te Sneek, en wijlen haar dochter Jacoba ten Kate(¥)
[825].
| COMMENTAAR(¥)
ZOEK OP tekst van dit testament
|
Uit dit huwelijk (ten Cate-Hesselink) geboren te Sneek [826] :
-
a. Berend Teunisz ten Cate, geb. 4-1-1759.
-
b. Janneke Teunisdr ten Cate, geb. 14-2-1760, ovl. Sneek 21-4-1830, woont te Sneek (1784),
otr./tr. Sneek gerecht 9/22-4-1784,
otr./tr. Sneek geref. 12/22-4-1784,
tr. Sneek doopsgez. 22-4-1784[827]
Pieter Mastenbroek, geb. Blokzijl 17-1-1759, ovl. Sneek 10-1-l829, woont te Sneek (1784),
burger van Sneek 6-9-1782,
houtkoper (1813),
dient samen met zijn zoon en Pieter Meines van der Broek te Drachten en A. J. Posthuma te Leeuwarden een request in dat zij om byzondere redenen aanspraak maken op kwijtschelding van balasting, waarmee wordt ingestemd (1818),
beztit ongebouwde eigendommen in de gemeente Nijland (1818),
dient samen met zijn zoon een verzoek in tot het behouden van het patentrecht als kalklbrander (1818),
is met zijn zoon koorn en pelmolenaars op een en dezelfde molen te Sneek, en dient samen met hem een verzoek in dat de molen patentrecht houdt als pelmolen en houtzaagmolen, waarmee wordt ingestemd (1819),
vermeld op de lijst van Contribuabelen in de Provincie Vriesland die 200 gulden of meer belasting moeten betalen (1819, 1821),
ontvangt wegens dubbel betaalde belasting ƒ 36,16,-- terug (1819),
dient een request in bij het Provinciaal Bestuur wegens te hoge belastingaanslag (1824),
[828]
zn. van Jacob Mastenbroek en Evertje Voerman.[829]
In 1811 neemt Pieter J. Mastenbroek te Sneek voor zichzelf en zijn kinderen
Jacob (16), Teunis (14), Femmichjen (24), Tenna (20), Jantje (11)
de achternaam Mastenbroek aan.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :[830]
-
1. Fenna (Femmichjen) Mastenbroek, geb./ged. Doopsgez. Sneek 16-3-1787/20-3-1808, ovl. Sneek 3-10-1826, "na eene meestal ziekelijke jonkheid",
[831]
schrijfster, ongehuwd.
Publicaties van Fenna Mastenbroek:
[832]
Lectuur voor vrouwen, 2 dln., Gron. 1815-'16
Wilhelmina Noordkerk. Eene geschiedenis ter aanprijzing van Oud-Vaderl. zeden, Haarl. 1818
Zedelijke verhalen uit den Bijbel, voor vrouwen en meisjes, 2 dln., Sneek 1822 en '24
Onderhoud voor huiselijke en gezellige kringen, 2 dln., Sneek 1823 en '25
De kunst om gelukkig te worden. Een geschenk voor jeugdigen, 's-Gravenhage 1826
Een aantal bijdragen in jaarboeken en tijdschriften.
|
Geschilderd portret van Fenna Mastenbroek (1808-1826).
Schilder onbekend.
[833] Vermoedelijk afkomstig uit het boek "Met en zonder lauwerkrans".
[834]
|
Getekend portret van Fenna Mastenbroek (1808-1826), door P. Velyn.
[835]
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
-
2. Teuna Mastenbroek, geb. Sneek 1-1-1791, ovl. Sneek 26-6-1884, ongehuwd.
-
3. Jacob Mastenbroek, geb. 1794/95, ovl. na 1811.
-
4. Teunis Mastenbroek, geb. 1796/97, ovl. na 1811.
-
5. Jantje Mastenbroek, geb. Sneek mei 1800, ovl. Sneek 1-6-1829, ongehuwd.
-
c. Martje Teunisdr ten Cate, geb. 16-7-1762, ovl. jong?
-
d. Martje Teunisdr ten Cate, geb. 4-4-1765, ovl. verm. kinderloos voor 1813.
-
e. Trijntje Teunisdr ten Cate, geb. 5-12-1768, (=kw. nr. 113).
-
f. Jacoba Teunisdr ten Cate, geb. 7-4-1772, ovl. vóór 1807, woont te Sneek (1798),
otr./tr. Sneek gerecht/doopsgez. 6/22-4-1798,
Sa(a)ke Sybrens Hofstra, ovl. na 1813, woont te Grouw (1798),
chirurgijn te Sneek (1813).
Hij hertr. Sneek doopsgez. 10-5-1807 Sjieuke Wygers Koopmans.
228. GEERT EGBERTS (SCHEPEL)(¥), ged. Groningen 24-1-1726, ovl. 1783-1786, "eerzame coopman" (1783),[836]
tr. Noordbroek 18-11-1759
(huw. contract Noordbroek 16-11-1759, get. voor de bruidegom : Jantje Teunis,
zijn moeder, Harm Pieters, zijn zwager, en Trijntje Egberts, volle zuster,
voor de bruid : Bartelt Harms en Aaltje Alberts, haar vader en moeder,
Trijntje Bartels, haar zuster, en Hindrik Alberts, haar volle oom),
229. ELISABETH (LIJSBETH) BARTELS, ged. geref. Noordbroek 24-3-1737, ovl. Noordbroek 13-1-1812 (als Elizabet Bartels Schepel oud 74 jaar), "koopmansche" te Noordbroek (1812).
tr. 2o Noordbroek 28-5-1786 (huw. contract niet gevonden)
REINDELD BEERENDS, ovl. 1797-1807, van Scheemderswaag.
| COMMENTAAR(¥)
Is hij mogelijk verwant aan hopman Jannes Schepel en
Johanna Petronella Somberg, die 1731 te Groningen een huis
verkopen?[837]
|
Uit haar eerste huwelijk (Schepel-Bartels) : (allen voeren later de achternaam Schepel) [838] :
-
a. Egbert Geerts Schepel, ged. geref. Noordbroek 2-11-1760, (=kw. nr. 114).
-
b. Aaltje Geerts Schepel, geb./ged. geref. Noordbroek 8/11-9-1763, ovl. Noordbroek 28-11-1827, j.d. van Noordbroek (1783),
woont te Noordbroeksterhamrik (1788),
vermeld als geref. lidmaat te Noordbroek (1810),[839]
landbouwersche (1819, 1827),
tr. 1o Noordbroek 2-7-1783 (volgens Ref. [840] 3-4-1783
Jan Gerryts, ged. Noordbroek 13-4-1755, ovl. 1793-1797, woont te Noordbroeksterhamrik (1788),
j.m. en landbouwer te Noordbroeksterhamrik,
koopt in 1792 een boerderij aldaar van zijn moeder,[841]
zn. van Gerrit Beerents en Anje Harms,
tr. 2o Noordbroek 29-6-1797 (get. o.a. Albertje Hindriks, zijn moeder, Reindeld Beerends, haar stiefvader, en Elisabeth Bartels, haar moeder)
Geert Hindriks Batje(n)s, ged. Woldendorp 4-12-1768, ovl. Noordbroek 1802-1807,[842]
landbouwer te Noordbroek,
zn. van Hendrik Geerts Battjes en Albertje Hindriks.
Uit haar eerste huwelijk (Gerrits-Schepel) (o.a.?):
-
1. Elisabeth Jans Schepel, ged. geref. Noordbroek 16-5-1785, smidsvrouw (1834),
tr. vóór 1807
Derk Pieters (Smid).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Derkje Derks Smid, geb. Noordbroek 21-3-1807, ovl. Noordbroek 24-9-1873, tr. Noordbroek 17-7-1834
Harm Egberts van Tiddens, geb. Noordbroek 9-9-1792, ovl. na 1873, schoenmaker (1834), zadel- en schoenmaker (1853),
wednr. van Abeltje Alberts Noordhoff,
zn. van Egbert Tiddes en Grietje Harms.
-
2. Geert Jans, ged. geref. Noordbroek 24-12-1786, ovl. jong?
-
3. Gerrijt Jans Schepel, ged. geref. Noordbroek 24-12-1786, ovl. Noordbroek 4-7-1814, als landbouwerszoon.
-
4. Anje Jans Schepel, ged. geref. Noordbroek 7-12-1788, ovl. Noordbroek 29-1-1870, tr. Noordbroek 13-5-1819
Jan Hemmes van Tiddens, geb. Noordbroek 12-5-1787, ovl. Noordbroek 13-9-1868, koopman (1819), grutter (1868),
zn. van Hemmo Tiddes van Tiddens en Geelje Roelfs.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Hemmo van Tiddens, geb. Noordbroek 1820, ovl. Wagenborgen 11-2-1907, landbouwer (1877),
tr. Termunten 21-12-1877
Albertje de Jonge, geb. Winschoten 1829/30, ovl. Wagenborgen 4-12-1886, landgebruikster (1877),
wed. van Remmer Rosenboom,
dr. van Pieter Geerts de Jonge en Anje Geerts Keijer.
-
bb. Jan van Tiddens, geb. Noordbroek 1822/23, ovl. Noordbroek 11-2-1897.
-
cc. Grietje (Gielje) van Tiddens, geb. Noordbroek 1826/27, ovl. Wagenborgen 14-4-1907, tr. Noordbroek 25-5-1878
Nanne (Nanno) Tillema, geb. Spijk (gem. Bierum) 1819/20, ovl. Wagenborgen 24-5-1900, landbouwer (1878, 1900),
wednr. van Me(i)nje Muntinga en van Klaassien Dijkema,
zn. van Jakob Hindriks Tillema en Evertje Nannes Wallema.
-
dd. Gerriet van Tiddens, geb. Noordbroek 1828/29, ovl. Groningen 22-7-1901 (verm. ongehuwd).
-
5. Geerd Jans (Schepel), ged. geref. Noordbroek 9-1-1791, landbouwer te Siddeburen,
tr. 1o [843]
Grietje Meertens Bouwman, tr. 2o [844]
Zwaantje Gerrits Timmer.
Uit zijn tweede huwelijk (Schepel-Timmer):[845]
-
aa. Gerrit Schepel, geb. Siddeburen 27-6-1831.
-
bb. Harm Schepel, geb. Siddeburen 2-11-1834.
-
6. Harm Jans Schepel, ged. geref. Noordbroek 17-3-1793, ovl. Noordbroek 1-1-1877, zou volgens overlevering met Napoleon naar Rusland zijn geweest,
landbouwer te Noordbroeksterhamrik op de boerderij, vroeger bewoond door zijn grootouders en zijn ouders (1832),[846]
rentenier (1873, 1877),
tr. Noordbroek 6-7-1832
Jantje Jakobs Mulder, geb. Nieuw Beerta 23-1-1807, ovl. 22-11-1879 Noordbroek, landgebruikster (1862),
dr. van Jakob Jans Mulder en Aaltje Eltjes.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Jan Schepel, geb. Noordbroek 23-11-1833, ovl. Winsum 2-3-1909,[847]
landbouwer te Noordbroek,
doceert natuurwetenschappen aan de Illustre School te Deventer (1862, 1863,[848]
directeur Proefschool voor de landbouw te Deventer (1861-1863),
directeur Proefschool voor de landbouw te Winsum (1863-1870),
burgemeester en gemeentesecretaris van Winsum (1865-1871),
lid Provinciale Staten van Groningen voor het kiesdistrict Onderdendam (1868-1874),
lid Gedeputeerde Staten van Groningen (1871-1874),
lid van de Tweede Kamer (1874-1901) voor het kiesdistrict Appingedam,
lid van de Liberale Unie,
fractie "Vooruitstrevend-Liberale Kamerclub" (1894-1896),
fractie "Club-Pyttersen" (1896-1897),
fractie "Vrijzinnig-Democratische Kamerclub" (1897-1901),
lid parlementaire enquetecommissie besmettelijke longziekte onder rundvee (1877-1878),
vertegenwoordigde de liberale Groningse herenboeren, zette zich in voor verbetering van de landbouw en voor betere spoorwegverbindingen met Noord-Nederland, anti-militarist, die met een wetsvoorstel kwam om de verdediging van Nederland te beperken tot de Stelling van Amsterdam,
[849]
tr. 1o Ulrum 4-12-1868
Anna de Cock, geb. Usquert 1842/43, ovl. 1868-1873, dr. van Cornelis Jans de Cock en Geertruid Sijbrands Bruins, landbouwersche,
tr. 2o Winsum 8-9-1873
Lambertina Wierda, geb. Winsum 1843/44, dr. van Hindrik Willems Wierda, lid van Provinciale Staten, en Fenje Lamberts van Clooster.
|
Jan Schepel (1833-1909).
Bron: Collectie-Van Eck (Nationaal Archief).[850]
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Uit zijn eerste huwelijk (Schepel-de Cock) (o.a.?):
-
aaa. Jeanne Hermine Schepel, geb. Winsum 1868/69, tr. Winsum 13-9-1893
Johannes Hendrikus Meerdink, geb. Vriezenveen 1864/65, rijksontvanger (1893),
zn. van Ds. Albertus Meerdink, predikant, en Augustina Sophia Siemons.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaa. Augusta Sophia Henriette Meerdink, geb. Amerongen 11-5-1895.
-
bbb. Dr. Mr. Cornelis Jan Herman Schepel, geb. Winsum 5-1-1871, ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Groningen 17-10-1890,
promoveert aldaar op 20-12-1895 tegelijkertijd op stellingen in de rechten, en in de staatswetenschap op een dissertatie getiteld "Wegenrecht in Nederland",[851]
commies-griffier van de Tweede Kamer (1898-1906), raadsheer in de Hoge Raad (1921-1936), president van het Hoog Militair Gerechtshof,[852]
tr.[853]
Agnita Frederika Sara Kerdijk, dr. van Arnold Kerdijk, journalist, Tweede-Kamerlid, medeoprichter van de Vrijzinnig-Democratische Bond, en Elizabeth Sara Matthes.
-
aaaa. Dr. Jan Arnold Cornelis Schepel.
-
bbbb. Mr. Arnold Frederik Schepel (RONL, COON), geb. Utrecht 13-1-1908, ovl. Leidschendam 30-4-1992, volgde het gymnasium te Utrecht en te 's-Gravenhage
studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Utrecht (..-1930),
advocaat en procureur te 's-Hertogenbosch (1931),
te Amsterdam (1931-1932),
commies-griffier Tweede Kamer (1932-1945),
administrateur Dienst voor de Wederopbouw (1940-1945),
griffier Tweede Kamer (1945-1973),
lid Algemeene Armencommissie (1936-..),
raadsheer Bijzonder Gerechtshof te 's-Gravenhage (1945-1949),
kantonrechter-plaatsvervanger te 's-Gravenhage (1945-1973),
voorzitter Centrale Vereniging van Bibliotheken,
voorzitter Spoorwegenongevallenraad,
woonde te Voorburg,[855]
tr. 1932[856]
Albertine Arnoldina Cornelia Reysenbach. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
|
Mr. Arnold Frederik Schepel (1908-1992).
Bron: Beeldbank Nationaal Archief.[857]
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Uit zijn tweede huwelijk (Schepel-Wierda) (o.a.?):
-
ccc. Aleida Johanna Schepel, geb. Winsum 1875/76, tr. Winsum 27-8-1902
Eduard Jan Slichtenbree, geb. Deventer 1873/74, lederfabrikant (1902),
zn. van Christiaan Slichtenbree en Ida Agatha van der Sleijden.
-
bb. Aaltje Harms Schepel, geb. Noordbroek 1836, ovl. Siddeburen 21-12-1917, landgebruiker (1862),
tr. Noordbroek 19-6-1862
Arent Berends Klimp, geb. Hellum (gem. Slochteren) 1831, ovl. Siddeburen 6-3-1918, korenmolenaar (1862), pelmolenaar (1872), landbouwer (1908, 1912),
zn. van Berend Arents Klimp en Anje Theodoricus Wildeman, korenmolenaarster.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Berend Klimp, geb. Noordbroek 1863/64, ovl. Siddeburen 17-4-1872.
-
bbb. Jantje Harmina Klimp, geb. Siddeburen 1865/66, tr. Slochteren 30-10-1890
Nanko Eltje Smit, geb. Oosterwijtwerd 1866/67, landbouwer (1890),
zn. van Sieuwke Smit, landbouwer, en Martje Amsinga, landbouwersche.
-
ccc. Harms Theodoricus Klimp, geb. Siddeburen 1870, ovl. Siddeburen 31-1-1945, landbouwer (1908, 1945),
tr. Slochteren 19-5-1908
Maria Meggelina Takens, geb. Hellum 1880/81, ovl. na 1945, dr. van Jan Haijo Takens, landbouwer, en Jantje Ufkes.
-
ddd. Berend Klimp, geb. Siddeburen 1873/74, ovl. Groningen 10-2-1912 (verm. ongehuwd), landbouwer (1912).
Uit haar tweede huwelijk (Battjes-Schepel) (o.a.?):
-
1. Albertjen Geerts Bat(t)jes, geb./ged. geref. Noordbroek 31-12-1797/14-1-1798, ovl. Beerta 19-2-1872, landgebruikersche (1861, 1863),
tr. Beerta 3-8-1829
Tjark Helenius Veldman, geb. Ulsda (gem. Beerta) 27-2-1780, ovl. Beerta 15-9-1858, landgebruiker (1829..1858),
zn. van Helenius Hanssens Veldman, landgebruiker, en Elizabeth Luikens,
wednr. van Ike Eppes Adams.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Aaltjen Veldman, geb. Beersterhogen (gem. Beerta) 1829/30, ovl. Beerta 10-6-1850 (verm. ongehuwd).
-
bb. Helenius Veldman, geb. Beerta 1831/32, ovl. Wildervank 29-3-1904, landbouwer (1865..1904),
tr. Wildervank 17-5-1865
Susanna Eerkes, geb. Wildervank 1838/39, ovl. Wildervank 31-3-1910, dr. van Jan Eerkes Eerkes, landbouwer, en Jantje Willems Eerkes, landbouwersche.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Alberdina Veldman, geb. Wildervank 1865/66, ovl. Groningen 18-6-1940, tr. Wildervank 17-5-1888
Cornelis Johannes de Beer, geb. Hoogezand 1857, ovl. Wildervank 8-2-1935, landbouwer (1888, 1912),
zn. van Barend Stoll de Beer en Geesien Kooi.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaa. Susanna de Beer, geb. Wildervank 1888/89, tr. Wildervank 12-6-1912
Jurjen Duintjer, geb. Wildervank 1885/86, koopman (1912),
zn. van Marcus Marinus Duintjer koopman en Catharina Hinderika Meihuizen.
-
bbbb. Barend de Beer, geb. Wildervank 1896/97, ovl. Wildervank 21-10-1908.
-
bbb. Jan Veldman, geb. Wildervank 1867/68, ovl. Wildervank 5-6-1882.
-
ccc. Tjarko Veldman, geb. Wildervank 1870/71, ovl. Wildervank 28-3-1952, landbouwer (1901, 1907),
tr. Wildervank 9-5-1901
Wobbina Bouchina Schrader, geb. Wildervank 1873/74, ovl. na 1952, dr. van Geert Kornelius Schrader, landbouwer, en Grietje Vos.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaa. Susanna Alberdina Veldman, geb. Wildervank 1906, ovl. Wildervank 6-6-1907.
-
ddd. Eerke Veldman, geb. Wildervank 1872/73, ovl. Wildervank 5-12-1941, landbouwer (1908),
tr. Veendam 3-9-1908
Fennechine Ludine Veninga, geb. Veendam 1877/78, dr. van Jan Veninga en Trijntje Panman.
-
eee. Geerhard Eppo Veldman, geb. Wildervank 1874/75, ovl. Gasselterboerveen 27-3-1920, landbouwer (1910),
tr. Gasselte 14-9-1910
Roelfien HogenEsch, geb. Gasselte 1883/84, ovl. na 1920, dr. van Jan HogenEsch en Arendina Roelina Alingh.
-
fff. Jantje Veldman, geb. Wildervank 1877/78, ovl. Wildervank 31-1-1916, tr. Wildervank 20-4-1905
Jan Veninga, geb. Veendam 1873/74, ovl. Wildervank 8-6-1917, landbouwer (1905, 1910),
zn. van Jan Veninga en Trijntje Panman.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaa. Trijntje Greta Veninga, geb. Wildervank 1905/06, ovl. Wildervank 14-4-1910.
-
cc. Geert Veldman, geb. Beerta 1832/33, ovl. Beerta 8-6-1900, landgebruiker (1863),
molenaar (1883..1900),
tr. Beerta 4-11-1863
Metdiena Amesiena Goeman, geb. Beerta 1839/40, ovl. na 1900, dr. van Klaas Goeman en Johanna Groeneveld.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Tjarko Helenius Veldman, geb. Beerta 1863/64, ovl. Beerta 6-8-1883.
-
bbb. Johanna Annetta Veldman, geb. Beerta 1865/66, ovl. Beerta 28-11-1892.
-
ccc. Albertje Alida Veldman, geb. Beerta 1867/68, ovl. na 1926, tr. Beerta 4-5-1892
Klaas Muntinga, geb. Beersterhoogen 1866/67, ovl. Wedde 15-2-1926, landbouwer (1892..1921),
zn. van Harm Bosch Muntinga, landbouwer, en Foelke Bruins Goeman.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaa. Foelke Johanna Anetta Muntinga, geb. Wedde 1892/93, tr. Wedde 5-5-1919
Derk de Groot, geb. Wedde 1889/90, ingeschreven als student geneeskunde aan de Universiteit van Groningen 25-9-1909,[858]
arts (1919),
zn. van Wubbelt de Groot en Jantje Bontkes.
-
bbbb. Geert Tjarko Muntinga, geb. Wedde 1893/94, landbouwer (1921),
tr. Winschoten 27-5-1921
Eppien Everts, geb. Beerta 1896/97, dr. van Adamus Everts en Epke ter Cock.
-
ddd. Klaas Melle Veldman, geb. Beerta 1870/71, ovl. Beerta 13-8-1935 (verm. ongehuwd), korenmolenaar (1935).
-
eee. Eppo Renso Veldman, geb. Beerta 1872/73, ovl. Beerta 16-6-1898, molenaar (1898).
-
fff. Geert Hesse Veldman, geb. Beerta 1879/80, ovl. Beerta 12-1-1894.
-
dd. Jantjen Veldman, geb. Beerta 1834/35, ovl. Westerlee (gem. Scheemda) 11-8-1866, tr. Beerta 22-5-1861
Nikolaas Allert Wolthuis, geb. Baflo 1835/36, ovl. na 1866, hoofdonderwijzer (1861, 1891, 1892),
zn. van Albert Onnes Wolthuis, bakker, en Allerdina Enno Rijpma.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Allert Onno Wolthuis, geb. Westerlee 8-3-1862, ovl. Groningen 27-2-1939, ingeschreven als leerling aan het Gymnasium Winschotanum 1874,[859]
koopman (1891, 1920),
tr. Groningen 27-5-1891 (door echtscheiding ontbonden d.d. 29-1-1915 te Groningen)
Tallina Jannigje van den Heetcamp, geb. Groningen 27-11-1861, ovl. Groningen 23-12-1931, dr. van Gerrit Wouter van den Heetcamp, directeur, en Geertien Wilkens.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaaa. Jantje Geertiena Wolthuis, geb. Groningen 1892/93, tr. Arnhem 9-9-1920
Willem Jacobus van Bommel van Vloten, geb. Arnhem 26-9-1892, student geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam (1910-..),[860]
quaestor van de Illustrissimus Senatus Studiosorum Amstelodamensium (1913-..).[861]
arts (1920),
zn. van Herman van Bommel van Vloten en Johanna Gerarda Kakebeeke.
-
bbb. Tjarko (Nikolaas) Wolthuis, geb. Westerlee 9-7-1864, ovl. Schuilingsoord (Zuidlaren) 12-2-1918, ingeschreven als leerling aan het Gymnasium Winschotanum 1874,[862]
bierhandelaar (1892), logementhouder (1909), zaadhandelaar (1918),
tr. 1o Hoogezand 7-7-1892
Marchien Kruizinga, geb. Windeweer (Hoogezand) 1863, ovl. Eexta 6-6-1903, dr. van Jelke Kruizinga, landbouwer, en Grietje Westers.
tr. 2o Scheemda 23-9-1909
Jansje Bruinsma, geb. Westerhorn (Grijpskerk) 1874/75, ovl. na 1918, dr. van Rentje Bruinsma en Frouktje de Haan.
Uit zijn eerste huwelijk (Wolthuis-Kruizinga) (o.a.?):
-
aaaa. Jantje Grietje Wolthuis, geb. Wildervank 1893/94, ovl. Smilde 4-4-1936, tr. Veendam 30-6-1921
Korneles Prummel, geb. Wildervank 1887/88, ovl. na 1936, landbouwer (1921),
wednr. van Wibina Smit,
zn. van Jakob Prummel en Catharina Topper.
Uit zijn eerste huwelijk (Wolthuis-Bruinsma) (o.a.?):
-
bbbb. Nikolaas Onno Wolthuis, geb. Scheemda 1910/11, ovl. Groningen 2-1-1937, bloemist (1937).
-
2. Hindrik Geerts Battjes, geb. Noordbroek 29-5-1802, ovl. Nieuw Scheemda 22-7-1866, boerenknecht (1837),
tr. 1o Beerta 27-5-1837
Bregtje Jacobs Aapkens, geb. Nieuw Beerta 18-11-1792, landbouwersche (1837),
dr. van Jacob Aapkens en Heitje Rimbts,
wed. van Oltman Karssiens Jonkers,
tr. 2o
Si(e)berdina Buzeman, geb. Nieuwe Schans 1804/05, ovl. Niew Scheemda 18-5-1875, wed. van Willem Albert Hoeth Bellinga,
dr. van Bernardus Buzeman en Reefke Nomdes.
-
c. Bartelt Geerts Schepel, ged. geref. Noordbroek 5-12-1765, ovl. Noordbroek 5-4-1824, vermeld als geref. lidmaat te Noordbroek (1810),[863]
wagenmaker te Noordbroek (1824),
tr. Noordbroek 18-5-1807
(huw. contract Noordbroek 18-5-1807, get. voor de bruidegom :
Elisabeth Bartels, wed. van Rudelt Berends, zijn moeder,
Egbert Schepel, zijn broer,
Aaltje Geerts Schepel, wed. van Geert Hindriks Batjens, zijn zuster,
Elisabeth Jans, wed. van Derk Pieters, zijn nicht,
en get. voor de bruid),
Pilke Tonnis, geb. Stedum 1765/66, ovl. Noordbroek 15-5-1842 (oud 76 jaar), van Meedhuizen (1807).
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. kind, ovl. Noordbroek 9-3-1809 ("een kraamkindje van Bartelt Geerts en Pilke Tonnis, in de buurt van de kerk, Huis no: 227, doodgeboren doorgehaald),[864]
-
d. Jantjen Geerts (Schepel), ged. geref. Noordbroek 15-1-1769.
-
e. Trijntje Geerts (Schepel), ged. geref. Noordbroek 12-9-1771.
230. KLAAS JOHANNES (BOORNSTRA), geb. vóór ca. 1730, ovl. na 1769, woont te Grouw (1749, 1759),
mr. timmerman te Grouw, die in een koopacte de naam Boornstra bezigt,
huurt te Grouw "een huijs met timmerhuijs" van Jetse Meinderts, een andere timmerzaak in 1762 van
Yge Klases voor 20 Car. gld, en koopt deze zaak op 1-10-1771 voor 1550 Car. gld.,[865]
tr. 1o Grouw geref. 12-10-1749[866]
KNELISKE JENTIES (JINTJES), ovl. Grouw 12-9-1758, woont te Grouw (1749),
tr. 2o Grouw geref. 27-5-1759
231. GE(E)RTJE JELLES, geb. 1732, ovl. Grouw 9-1-1806,[867].
woont te Grouw (1759).
Claas Jans, gemeen timmerknegt te Grouw, betaalt ƒ 11-9-0 personele quotisatie
(1749) voor een gezin met 2 volwassenen.
Uit zijn eerste huwelijk (Johannes-Jenties) geboren :[868]
-
a. Johannes Klazes Boonstra, geb. Grouw 1760, ovl. Grouw 16-4-1804, woont te Grouw (1784),
tr. Grouw en Idaard Aegum geref. 14-3-1784
Minke Pieters Boonstra, geb. Aegum 1736, ovl. Damwoude 25-11-1828, woont te Aegum (1784), te Grouw (1806),
dr. van Pytter Johannes en Hiels Jentjes.
Zij hertr. Grouw 24-8-1806 Jan Harmanus Ritzema, kastelein onder Dantumawoude.[869]
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
|
Overlijdensannonce in de Leeuwarder Courant d.d. 21-4-1804 van Johannes Klazes Boonstra (1760-1804.[870]
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Uit zijn tweede huwelijk (Johannes-Jelles) geboren :
-
b. Jelle Klazes Boonstra, geb. Grouw ca. 1762, ovl. Grouw 20-4-1844 (oud 82 jaar), woont te Grouw (1797),
beurtschipper, koopman,
neemt in 1811 voor de mairie Grouw de achternaam Boonstra aan,
tr. Idaarderadeel gerecht/Roordahuizen geref. 4/5-6-1797
Teetske Gerrits van der Veen, geb. Grouw 1756, ovl. Grouw 18-10-1839, woont te Grouw (1797).
-
c. Trijntje Klazes Boonstra, geb. Grouw dec. 1764, ovl. Grouw 11-11-1831, woont te Leeuwarden (1790),
otr. Leeuwarden geref. 24-12-1789
tr. Leeuwarden gerecht en Grouw geref. 3-1-1790
Goslijk Lijkles Lijkles, geb. Grouw, ovl. na 1811, koopman te Grouw.
In 1811 neemt Goslik Lykles te Grouw voor zichzelf en zijn kinderen
Trijntje (21), Geertje (18), Lykle (15), Hinke (12), Klaas (9), Pieter (7)
de achternaam Lykles aan.
Uit dit huwelijk (o.a.?).
-
1. Trijntje Lykles, geb. 1789/90.
-
2. Geertje Lykles, geb. 1792/93.
-
3. Lykle Lykles, geb. 1795/96.
-
4. Hinke Lykles, geb. 1798/99.
-
5. Klaas Lykles, geb. 1801/02.
-
6. Pieter Lykles, geb. 1803/04.
-
d. Akke Klazes Boonstra, geb. Grouw 1769, ovl. Leeuwarden 14-2-1823, (=kw. nr. 115).
-
e. Rinske Klazes Boonstra, geb. Grouw 1769, ovl. Kollum 13-11-1848, woont te Kollum (1806),
tr. Kollum geref. 18-5-1806 (in de klapper staat Renske Coonstra)[871]
Gerrit Jans Ferwerda, ovl. Kollum 24-7-1849, woont te Kollum (1806).
Uit dit huwelijk (o.a.?) (alleen DTB):
-
1. Gerritje Ferwerda, geb./ged. geref. Kollum 21-9/21-10-1810.
232. MARCUS ADEMA, ged. geref. Leeuwarden 28-2-1706, beg. Leeuwarden Jacobynerkerk 3-9-1772, landschaps-deurwaarder, wonend te Leeuwarden (1738),
betaalt als deurwaarder in 't espel Keimpema te Leeuwarden
f 41-3-0 voor een gezin met 3 volwassenen en 3 kinderen jonger dan 12 jaar
(1749),[872]
otr./tr. Leeuwarden Galileeër kerk 1/16-11-1738
233. ANTJE PIETERS, ovl. na 1743, mogelijk identiek met Antje Pieters, geref. lidmaat te Leeuwarden 7-2-1731 op belijdenis,
woont te Leeuwarden (1738).
In 1737 verkoopt P. Hoeke aan M. Adema een huis op het Herenwaltje te Leeuwarden.[873]
In 1741 verkoopt P.J. Zijlstra aan M. Adama een huis op de Ossekop hoek Waeze te Leeuwarden.[874]
In 1745 verkoopt G. J. Tjeerds aan M. Adema een huis op het Zwitserswaltje te Leeuwarden.[875]
In 1746 verkoopt J. van Altena van-Glinstra aan M. Adema een huis op het Blokhuisplein te Leeuwarden.[876]
In 1747 verkoopt J. IJdes aan M. Adema een huis op de Keizersgracht in een steeg bij de Druifspijp te Leeuwarden (Niaarnemer: H. de Blauw).[877]
[878]
In 1754 verkoopt H. Rijsinga-Sierds aan M. Adema een huis bij de Blokhuispijp, te Leeuwarden.[879]
In 1755 verkoopt Cl. Veenstra aan M. Adema een huis aan de Stadswal Oz. bij de Tuinen te Leeuwarden.[880]
In 1756 verkoopt R. M. Viglius aan M. Adema een huis in de Oldegalileen w.z. te Leeuwarden (Niaarnemer: J. Teijes).[881]
In 1756 verkoopt S. de Jongh-Harmens aan M. Adema een huis in de Weaze noordhoek over de Blokhuissteeg te Leeuwarden.[882]
In 1757 verkoopt H. Zijlstra aan H. M. Adema (CHECK!) een huis op het Blokhuisplein te Leeuwarden.[883]
In 1757 verkoopt H. Zijlstra aan M. Adema een huis op de Keizersgracht hoek Kruisstraat te Leeuwarden.[884]
In 1758 verkoopt M. Adema aan S.P. Mellema een huis op de Keizersgracht hoek Kruisstraat te Leeuwarden.[885]
In 1762 verkoopt E. Wendt aan M. Adama een huis in de Wijde Gasthuissteeg te Leeuwarden (Niaarnemer: J. de Pool).[886]
[887]
In 1762 verkoopt E. Wendt aan M. Adema een huis in de Wijde Gasthuissteeg te Leeuwarden.[888]
In 1763 verkoopt M. Adema aan J. de Sward een huis in de Oude Oosterstraat te Leeuwarden.[889]
In 1763 verkoopt S. Vries de-Wopkes aan M. Adema een huis op het Noordvliet te Leeuwarden.[890]
In 1770 verkoopt M. Adema aan J. de Pool een huis in de Wijde Gasthuissteeg te Leeuwarden.[891]
-
a. Dir(c)k Adema, ged. geref. Leeuwarden 25-10-1739, beg. verm. (¥) Leeuwarden bij de Oldehoofsterkerk 10-3-1752.
| COMMENTAAR(¥)
Er zijn rond die tijd nog meer personen Dirk Adema in Leeuwarden.
|
-
b. Pieter Adema, ged. geref. Leeuwarden 29-10-1741, (=kw. nr. 116).
-
c. Tryntje Marcus Adema, ged. geref. Leeuwarden 21-7-1743, ovl. Leeuwarden 6-11-1805[892], woont te Leeuwarden (1762),
geref. lidmaat te Leeuwarden 12-3-1773 op belijdenis,
otr. Leeuwarden geref. 9-7-1762 (met attestatie naar Groningen 25-7-1762),
tr. Groningen 5-8-1762[893]
Adrianus Cloppenburg, ged.. Groningen 12-9-1739, beg. Leeuwarden Oldehoofsterkerk 1-12-1772; 's landsdeurwaarder wonend te Groningen (1762),
geref. lidmaat te Leeuwarden 1762 op attestatie van Groningen,
burger van Leeuwarden 16-10-1764 (geb. Groningen, betaalt 6 g.g.),
zn. van Reynder Matthijssen Cloppenburgh en Eltica Catharina Verhagen.[894]
In 1781 verkoopt Fr. Cloppenburg-Adema aan H. Jongers een huis bij het Blokhuisplein te Leeuwarden.[895]
Uit dit huwelijk(¥):
COMMENTAAR(¥)
Begraven Leeuwarden:
kind van de deurwaarder Cloppenburg, beg. Leeuwarden Oldehoofsterkerkhof 3-12-1781.
de dogter van de Weduwe Cloppenburg, beg. Leeuwarden 1792.
|
-
1. Eltica (Elteka)-Catharina Cloppenburg, ged. geref. Leeuwarden Jacobynerkerk 13-5-1764, beg. Leeuwarden Oldehoofster 2-7-1802, geref. lidmaat te Leeuwarden 9-12-1785 op belijdenis.
-
2. Marcus Cloppenburg, ged. geref. Leeuwarden Jacobynerkerk 12-3-1766.
-
3. Anna Cloppenburg(h), ged. geref. Leeuwarden 21-10-1767, ovl. (Hardegarijp?) Tietjerksteradeel 2-5-1842, geref. lidmaat te Leeuwarden 12-9-1788 op belijdenis,
krijgt attestatie naar Hardegaryp 10-9-1797,
woont te Leeuwarden (1797), Hardegarijp (1807),
otr. 1o Leeuwarden gerecht 21-7-1797 en geref. 6-8-1797,
tr. 1o Hardegaryp gerecht en geref. 6-8-1797,
Cornelis Clasen (Hoekstra), geb. Jelsum 22-9-1741, ovl. Hardegarijp 29-3-1806,[896], wednr. van Trijntje Jans,
boer te Hardegarijp, ontvanger aldaar 1779 tot wsch. 31-12-1805,
woont te Hardegaryp (1797),
zn. van Claas Cornelis Hoekstra en Aaltje Gaeles Faber,[897]
tr. 2o Rijperkerk 28-6-1807
Dr. Jacobus Engelsma Mebius, geb./ged. geref. Nijehaske 25-1/2-2-1749, ovl. Hardegarijp 30-1-1838, beg. aldaar, ingeschreven als student aan de Universiteit van Franeker 1762,[898]
kandidaat te Ureterp en Siegerswolde, bevestigd aldaar 22-10-1769,
nam afscheid den 24-9-1775,
beroepen van Ureterp naar Tjalbert,
deed zijn intreerede aldaar 8-10-1775,
nam afscheid 28-10-1781,
beroepen van Tjalbert naar Oldeboorn en Nes,
deed zijn intreerede aldaar 4-11-1781,
nam afscheid 11-9-1785,
beroepen van Oudeboorn naar Jorwerd,
deed zijn intreerede aldaar in sept. 1785,
nam afscheid 1-6-1789,
beroepen van Jorwerd naar Rijperkerk en Hardegarijp,
deed zijn intreerede aldaar 14-6-1789,[899]
was sinds 1815 volkomen blind maar bleef zijn werk als predikant doen,[900]
nam afscheid 20-12-1829,
emeritus geworden 1-1-1830,
won drie maal (1787..1790) de gouden medaille bij het Haags "Genootschap tot Verdediging van den Christelijken Godsdienst",
verkrijgt op 24-4-1809 van de Universiteit van Harderwijk een eredoctoraat in de theologie ("Jacobus Engelsma Mebius, Nijehaska Frisius, ecclesiastes in pagis Rijperkerk et
Hardegarijp, propter probatam viri eruditionem theologiae doctor honoris causa est creatus a cl.
Ypey, huic actui cum rectore aderat senatus frequens, ipse vero vir venerandus, quo minus
adesset, fuit impeditus."),[901]
overleed te Hardegarijp, "waar hij een eigen huis bezat en als predikant reeds gewoond had",
wednr. van Elisabeth Wybes (huw. 1775), waaruit voorkinderen,
zn. van Ds. Theodorus Ernestus Mebius, predikant te Paesens en Nijehaske, en Froukje Engelsma.
Publikaties van Jacobus Engelsma Mebius:[902]
-
Brieven van Greetig Nieuwsonderzoeker en Vriend van Oudwaar behelsende aanmerkingen over het zaamenstel der zuivere wysbegeerte, of de leere der gelukzaaligheid, volgens het Christendom. (door G. S. Steinbart en Jac Eng Mebius. 2 dl.
Eerste stuk uitgegeven onder pseudoniem: "Een Protestantsch leeraar".
uitg. Leeuwarden, 1785
-
Verhandeling, ingericht om te betoogen, dat de erkentenis der leerstukken en verborgenheden, in de heilige Schriften vervat, in zulk een onafscheidelijk verband staat met de menschlijke gelukzaligheid, als de beoefening der zedenplichten, in dezelve aangedrongen. In prijsverhandelingen van het Genootschap tot Verdediging van den Christelijken Godsdienst, voor het jaar 1787.
uitg. Amsterdam, 1788.
-
Verhandeling, in welke het onderzoek der Heilige Schrift den Christenen, zoo voor zigzelven, als met hunne huisgenooten, aangepreezen, en tevens aangetoond wordt, hoe het zelve, op de meest gevoeglijke wijze, tot regt verstand en troostvolle bevestiging der waarheid kan worden in het werk gesteld. (door Jacobus Engelsma Mebius en Wiltetus Bernardus Jelgersma. In Prijsverhandelingen van het Genootschap tot Verdediging van den Christelijken Godsdienst, voor het jaar 1789.
uitg. Amsterdam 1791.
-
Verhandeling, ten betooge, dat de weg tot waare gelukzaligheid, in deezen staat van algemeen bederf, voor alle menschen, wat het wezenlijke betreft, een en dezelfde zijn, en door eene godlijke openbaring moet bekend worden, In Prijsverhandelingen van het Genootschap tot Verdediging van den Christelijken Godsdienst, voor het jaar 1790, uitg. Du Mee, Den Haag, 1790.
-
Gedenkwaardigheden uit de scheppings- en aartsvaderlijke geschiedenis, 3 dln., Utrecht, 1799-1800.
-
Hoseas (Bijbel, O.T.), uit het Hebreeuwsch vertaald door Jacobus Engelsma Mebius,
uitg. Willem van Yzerworst, Utrecht 1799.
-
Aanmerkingen over eene verhandeling, genaamd De leer der verkiezing en verwerping eenvoudiger gemaakt.
uitg. Willem van Yzerworst, Utrecht 1799.
-
Opwekkingsrede, uitgesproken den 28 july 1814, by gelegenheid der algemeene vergadering van het Nederlandsch Zendeling-Genootschap, gehouden te Rotterdam.
uitg. N. Cornel, Rotterdam 1814
-
Leerrede over II Cor. XII vs. 9, ter gelegenheid, zoo van het gedachtenis-feest, der gezegende Kerkhervorming, als ter viering van het jubelfeest, van zijnen vijftigjarigen evangeliedienst, in vijf Vriesche gemeenten : uitgesproken op den 31sten october 1819, te Rijperkerk.
uitg. M. van den Bosch, Leeuwarden 1820
-
Voorts: brief van Jacobus Engelsma Mebius aan G.T.N. Suringar te Leeuwarden.
Plaats van verzending: Beers
Datering: 26-3-1836?
Uit haar eerste huwelijk (Hoekstra-Cloppenburg):
-
aa. Klaas Cornelis Hoekstra, geb./ged. geref. Hardegarijp 7-5/3-6-1798, tr. 1o Tietjerksteradeel 6-9-1821 zijn nicht
Trijntje Cloppenburgh, geb. Wijnaldum 1795/96, ovl. 1833-1838, dr. van Reinder Matthijs Cloppenburgh en Geertrui Elisabeth de Vries,
tr. 2o Tietjerksteradeel 19-4-1838
Yke Tjepkema, geb. Oostermeer 1813, dr. van Willem Pieters Tjepkema en Roelofke Willems Swart.
Uit zijn eerste huwelijk (Hoekstra-Cloppenburg):
-
aaa. Cornelis Hoekstra, geb. Tietjerksteradeel 8-12-1822.
-
bbb. Geertruid Elisabeth Maria Hoekstra, geb. Hardegarijp 6-9-1825, tr. Tietjerksteradeel 15-5-1846
Sybren Haisma, geb. Bergum 1818/19, zn. van Tjalling Haisma en Tettje Douma.
-
ccc. Anna Hoekstra, geb. 2-2-1828 Tietjerksteradeel, ovl. Tietjerksteradeel 31-5-1830.
-
ddd. Reinder Matthijs Hoekstra, geb. Tietjerksteradeel 26-12-1833, ovl. Tietjerksteradeel 23-4-1895, tr.
NN, ovl. na 1895.
-
bb. Adrianus Hoekstra, geb./ged. geref. Hardegarijp 15-8/14-9-1800.
-
cc. Trijntje Hoekstra, geb./ged. geref. Hardegarijp 27-9/23-10-1803, tr. Tietjerksteradeel 6-9-1821
Halbe Lieuwes Halbesma, geb. Damwoude 1796/97, zn. van Lieuwe Johannes Halbesma en Grietje Folkertsma.
-
4. Ds. Reinder Matthys Cloppenburg, ged. geref. Leeuwarden Jacobynerkerk 4-10-1769, ovl. Hardegarijp 7-1-1860[903], predikant te Wijnaldum, beroepen 26-8-1792, emeritus 1-1-1843,[904]
tr. Wijnaldum geref. 8-2-1795
Geertrui Elisabeth de Vries, woont te Sexbierum (1795).
In 1806 verkoopt R. M. Cloppenburg aan D. Adema-van Hattem een huis op het Zwitserswaltje te Leeuwarden.[905]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Trijntje Cloppenburgh, geb. Wijnaldum 1795/96, tr. Tietjerksteradeel 6-9-1821 haar neef
Klaas Cornelis Hoekstra, geb. Hardegarijp 1797/98, zn. van Cornelis Klazes en Anna Cloppenburgh.
234. NN VAN HATTEM, geb. vóór ca. 1725.
NN van Hattem, statebode in 't espel Keimpema te Leeuwarden, betaalt
f 2,7,-- voor een gezin met 2 volwassenen en 1 kind jonger dan 12 jaar
(1749) [906]. Hij is mogelijk
haar vader.
-
a. Dirkje van Hattum (Hattem), geb. 1749/50, ovl. Leeuwarden 25-7-1818, (=kw. nr. 117).
236. W(A)ANDER (WARNER) HENDRIKS (VAN TEMMING)(¥), geb. vóór ca. 1705, ovl. na 1749, afkomstig van Leeuwarden (1725),
soldaat van de garde, wonend in het espel Keimpema te Leeuwarden,
betaalt ƒ 18,17,-- personele quotisatie voor
een gezin met 4 volwassenen en 2
kinderen onder de 12 jaar (1749) [907], otr./tr. Leeuwarden geref. Gal.k. 12/27-5-1725
237. GEERTRUID JANSDR (KRAMER), geb. vóór ca. 1705, ovl. na 1746, afkomstig van Leeuwarden (1725).
| COMMENTAAR(¥)
is hij mogelijk verwant aan Hendrick Temminck, mr. glaasemacker tot Sneek
(1742) [908]?
|
Uit dit huwelijk (bij alle dopen heet de vader Hendrik Warners en de moeder Geertruijd Jans (behalve bij e)0 :
-
a. Anna Maria Warners, ged. Leeuwarden 16-6-1728.
-
b. Anna Margriet Warners, ged. Leeuwarden 30-9-1731.
-
c. Johanna Warners, ged. Leeuwarden 25-7-1734.
-
d. Catharyna Warners, ged. Leeuwarden 15-3-1737.
-
e. Hendrik Warners (Wanders van Temming), ged. Leeuwarden 17-8-1743 (hier heet de moeder Geertruid Kramer), ovl. Leeuwarden 16-3-1821, (=kw. nr. 118).
-
f. Gerritje Warners, ged. Leeuwarden 14-8-1746, beg. Leeuwarden bij de Oldehoofsterkerk 24-12-1747 (een kind van Waander Hendrix).
238. THOMAS OEGES ROUKES(¥), geb. De Knijpe vóór ca. 1715, beg. Leeuwarden Jacobijnerkerkhof 8-5-1795, wordt op 24-12-1746 met zijn zonen Oege, Gerrijt en Aucke, burger
van Leeuwarden (betaalt 10 goudgulden),[909]
compagniewinkelier in 't espel West Hoekster te Leeuwarden, betaalt
f 60,3,-- personele quotisatie voor een gezin van 5 volwassenen en 4
kinderen onder de 12 jaar (1749) [910], tr. 2?)
NN, beg. Leeuwarden Jacobijnerkerkhof 13-9-1800 (als de echtgenote van Thomas Oeges Roukes);(¥)
tr. 1o vóór ca. 1735 (de echtgenote van Thomas Oeges)
239. HENDRIKJE PIETERS, geb. vóór ca. 1715, beg. Leeuwarden bij de Jacobijnerkerk 30-10-1757, geref. lidmaat op belijdenis te Leeuwarden 22-2-1747,
als echtgenote van Thomas Oeges Roukes.