This page was last updated : 100826.
File size is: 1208 k.
Kwartierstaat Van Schothorst
Generatie 12
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Van Schothorst,
version 9.4,
Muiden, 2010.
© Copyright 2010 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Van Schothorst Gen. nr. 12

2048. REIJER ONTHEIJNEN (ook genaamd ONTHEIJN, VAN BITTERSCOTEN, GOERTSEN?), wonende op Groot-Bitterschoten onder Barneveld.[1] tr.[2]

2049. ANTHONIA (THOENE) WILMMSEN VAN WENCKUM.

Rond 1545 is de eigenaar van Bitterschoten Weym van Bloemendael overleden, aanspraak maken Cornelis Harmensen en Reyer Goertsen, zij zeggen de naaste bloedverwanten te zijn van Weym, ook de kelnarij van Putten maakt aanspraak op Bitterschoten. Cornelis Harmens wint maar moet 500 caroliguldens aan Reyer betalen. [3]

2052. JOACHIM OTTEN, heeft land in gebruik,[8] pachter (van de Graaf van Kuilenburg) van Groot Haversteeg te Manen (1575).[9]

2160. HENRICK ARISS, ovl. 1643,[14] krijgt oprukking voor het herengoed "Beterum" te Ede op 11-1-1610, 5-3-1616, 30-4-1622, 28-3-1631, 25-3-1637 [15], tr.

2161. BERENTGEN WOLTERS.

2164. HENDRICK JELISZ HAELBOOM, geb. vóór 1590[16] , ovl. 1631/32[17] , wordt samen met zijn broer Lambert gedagvaard voor het gerecht te Ede door Egbert Jansz (1612), "verburgt" de momberschap van de minderjarige kinderen van zijn overleden broer Lambert (1626), verkrijgt 7-4-1632 oprukking naar zijn zoon Jan[18], tr.[19] ca. 1600[20] .

2165. NN.

2166. CORNELIS NN, tr.

2167. GRIETGEN GUERT JOCHEMSDR, geb. ca. 1580[24], tr. 2o na 1631[25] CORNELIS ROETERS, geb. ca. 1585[26] , ovl. na 1631[27] , of is hij kw.nr. 2166?

2170. GERRIT WOUTERS (VAN SCHARRENBURG), ovl. 1664-1671,[28] boer, eigenaar en bewoner van Groot Scharrenburg, tr. 2o 1620 NN, tr. 3o Barneveld 22-11-1635[29] of 12-12-1635 met attestatie van Lunteren[30] . AELTJE JANS VARECAMP, ovl. 1664. wed. van Goert Goertsz van de Glinde, dr. van Johan Varecamp en Hillitgen Gerrits, tr. 1o voor 11-6-1605[31]

2171. MARIE JANSEN (VAN SCHARRENBURG), ovl. vóór 1616.

voeg toe scan VG 15(1990)262 en HV 1/29 + copie

2224. GERRIT GERRITS CRUIMER, geb. verm. voor 1570, ovl. na 1630, tr. vóór 1590[43]

2225. WILHELMKEN TEN BRINCK, geb. vóór 1570,[44]

voeg toe Kw. VG 231

2232. PETER HISSINCK, ovl. verm. Voorst na 1610,[47] parentatie niet bewezen, vermeld in 1610 als "inheemse van Voorst",[48]

2240. JAN CORNELISZ (HOMOET)(¥)[49], geb. ca. 1550, ovl. vóór 1592, eigenaar van de herengoederen 'Den Pas' (oprukking op 28-12-1571) en 'Ritbergh' of 'Ritbroeck' (oprukking op 27-11-1571) in Orden [50]. Zijn erfgenamen worden in 1592 vermeld te Wenum.

COMMENTAAR(¥) Is Reijner Cornelisse Homoet te Apeldoorn ca. 1600 verwant?

voeg toe VG 10(1985)266, KWG en HV 4/631 en 4/639
Schattingslijsten van het Ambt en kerspel Apeldoorn[51]:
Ambt :
1592 : Hoemoetz ergenamen te Wenum, 2 oortjes betaald door uitheemsen in 't kerspel Apeldoorn.[52]
1594 Jan Homoets erfgenamen.[53]
1598 : Wouter Jans Homoet, daarna tot 1606 zijn ergenamen, 2 oortjes.[54]
1619-1621 Wolter Jans Homoets erfgenamen 1619-1621, 2 oortjes.[55]
Op 27-11-1571 bekomt Jan Corneliss Homoet "afdracht en opruckingen vant Heerengoet Ritbroeck off Ritbergh gnt., in Ampt van Apeldoorn, Buirschap Orden" [56].

Op 28-12-1571 bekomt Jan Corneliss Homoet "afdracht en opruckingen vant Heerengoet Den Pas off Egbert van Orden goet gnt., in Ampt van Apeldoorn, Buirschap Orden" [57].

2264. =1120. WOLTER JANS.

2265. =1121. WOUTERTJE LUBBERTS.

2440. DERIC GIJSBERSEN, "met een holten been to Essen op den kleenen top", tr.[58]

2441. TRIJNE TOPS, ovl. Kootwijkerbroek 1637, "mancipi" ?, heeft de keur niet betaald.

2442. JAN MOLLERS, molenaar op de Puurveense molen.[66]

2444. WOLTER RIJCKS.

2445. CORNELISKEN HENDRICKS.

vul aan VG 22(1997)246

2496. LUBBERT AERTS DROST, ovl. 1610-1613, eigenaar van herengoederen te Nunspeet (1606, 1610).

Hullemansgoet te Nunspeet[67] :
De grootte .. etc.
Op 8-12-1610 krijgen Lubbert Aert Drosten en zijn zuster Weijme Aerts oprukking voor het herengoed. De ene helft is op 2-5-1579 verkocht door Henrick, Goert en Johan van Coot, gebroeders, aan zijn ouders Arnt Henricxen Drost en Wobbe, de andere helft wordt nu aan hen getransporteerd door Derick van Hoeckelom, in naam van Joffer Jacoba van Huet.
Op 8-12-1610 krijgt Joffer Jacoba van Huet transport na overdracht door Lubbert Aert Drosten en Weijme Drosten, zijn zuster van de helft, welke tot een bijzonder zaalweer wordt gemaakt, groot 4 mudde roggelants en 30 mld. haverlants.
Het afgesplitse goed heet verder Hullemanserve :
Op 25-6-1639 krijgt Lubbert Aerts Drost oprukking als zoon van zaliger Aert Lubberts Drost en zaliger huisvrouw Merrijken Jansen, zn van zaliger Lubbert Aerts Drost (8-12-1610 transport en oprukking bekomen) met de olderdom en 1/4 part van het halve herengoed van zijn zuster Merrige Aertz Drost, krachtens magescheid d.d. 4-4-1639 tussen hem en zuster en nog twee onmondige kinderen van zijn zaliger ouders.
Op 25-6-1639 krijgen Jan Egbertsz en zijn echtgenote Merrige Aertz Drost investiture en oprukking van zaalweer, het 1/4 part van haverlanden, 1/4 part en het recht van inlossing van het halve herengoed. Krachtens magescheid tussen hen en broer Lubbert Aerts Drost opgericht als de vier kinderen (waarvan twee onmondig) van Aert Lubberts Drost, die erfgenaam was van vader Lubbert Aerts Drost. Lubbert Aerts Drost zal ook het 1/4 part van Merrige Aertz Drost krijgen.
Een herengoed tot Nunspeet [68] :
Op 12-11-1606 krijgt Lubbert Aerts Drost oprukking.
Op 2-9-1613 krijgt Aert Lubberts Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Lubbert Aerts Drost.

2504. LAMBERT AERTS (TOE WESTENDORP), geb. 1565, ovl. vóór 1632, woonde reeds in de tweede helft van de 16e)">6e eeuw in Westendorp, waarschijnlijk als hofmeier op de Emsterhoff,[69] beleend met een herengoed te Westendorp.[70]

Een herengoed te Westendorp: Op 14-6-1606, 13-11-1613, 3-11-1619 en 21-10-1625 krijgt Lambert Aerts oprukking. In 1613 wordt ingelost 5 schepel van Jan van Eems. In 1619 worden ingelost de kindsgedeeltes van zijn broers en zusters Henrick Aers, Jenne Aerts en Geergen Aerts, met uitzondering van het deel van Reijner Aertsz.[71]

2506. HERMAN EGBERTS KOSTERS, parentatie niet bewezen.[85]

2508. J(OH)AN GERRITSEN (VORSTELMAN)(¥), geb. Epe/Schaveren ca. 1570, ovl. Epe/Schaveren voor 2-6-1638, te Epe,[86] tr. ca. 1610

2509. EGBERTGEN LUBBERTS, geb. ca. 1580, ovl. Epe/Schaveren voor 1-9-1652,[87]

COMMENTAAR(¥) NB In Refs. [88] [89] zouden nrs. 2508/2509 moeten zijn Jan Jacobs Vorstelman (ex patre Jacob Jacobs Vorstelman), geb. Epe 1580, tr. Epe 8-9-1616 Nise Werners. ZOEK UIT!

voeg toe HV 514 en 538, 522, vul aan VG 25(2000)292
In "Herengoederen deel IV" wordt gemeld:
20-10-1609 Johan Gerritsz x Egbertgen Lubberts investiture na transport van Derck Averenk.
1-9-1652 Jacob Jans approbatie voor de tuchtiging van zijn vrouw Elisabeth Lamberts.
In 1642 verder approbatie door zijn broer Gerrit Jans x Geertgen Gerrits.

2510. LAMBERT JANSEN BRUIJNIS (BROENISSEN), geb. ca. 1590, ovl. Epe dec. 1637[96], te Epe/Emsterenck, tr. Epe 8-9-1616[97]

2511. GEELE REIJN(D)ERS, geb. Epe ca. 1590.

vul aan VG 25(2000)292

2562. BARTHOLOMEUS SMOLDERS, geb. Turnhout (B), woont in Den Haag. otr. 2o Den Haag 18-10-1626[99] GEERTJE HAYMANS, otr. 3o Den Haag 31-12-1628[100] LEUNTJE MAERTENSDR, tr. 1o [101]

2563. MAEYCKE CORNELIS DIRCKSDR.

2602. NN BREYNE, geb. vóór ca. 1575.

2608. JORIS ENGELSZ (VAN DER KELDER(¥), ovl. na 1648 (dan is hij doopget.), zwartverver, afkomstig van IJsenberge (1601), doopget. (1638..1648), huw.get. (1641), otr. Leiden geref. 23-6-1601 (als Jorys Engelsz, get. voor hem meester Adriaen Imbrechts, en Lucas du Boys, zijn bekende, voor haar Neeltgen Dircxdr, haar bekende),[102]

2609. FRANCHIJNTGEN AERTS (VAN KEGELENBERGH), beg. Leiden Hooglandse K. 6-4-1646, afkomstig van Antwerpen, huw. get. wonend op de Nieuwe Maren (1637).

COMMENTAAR(¥) Diverse personen (van den) Keldenare (Kellenaere) uit Ieper worden poorter van Leiden 1590-1600.[103] Zijn zij verwant?

2610. CLAES VAN TOL.

2614. NN DE(L) TOMBE.


Fragment des Tombe
Wapen des Tombe: In goud een blauwe keper, die de sohildtop niet raakt, vergezeld van boven van twee vijfpuntige roode sterren en van onderen van een zwarten wassenaar. Helm met blauwgouden wrong en goud-blauwe dekkleeden. Helmteeken : eene vijfpuntige roode ster. Schildhouders : twee omziende rood getongde bruine leeuwen.[105] [106]

Ia. Martin Destombe, tr. Jeanne Descamps. Hieruit:[107] [108]

IIa. Martin des Tombe, geb. Tourcoing 1588, beg. Leiden 16-9-1635, greinreeder, poorter te Leiden 22-10-1627, tr. ca. 1612[109] [110] Marguerite Lamblin (Lamelin), beg. Leiden 21-9-1635, dr. van Denis Lamblin en Francoise des Bonnets. Hieruit (o.a.?):[111] [112]

IIIa. Marti(j)n des Tombe, ged. Tourcoing 16-4-1620, ovl. Leiden 29-11-1669, woont op de Ouwe Chingel (1644, 1656), doopget. (1651), lakenkoopman te Leiden, gouverneur der Laeckenhalle,[113] [114] otr. 1o Leiden geref. 13-1-1644 (get. voor hem Jan Kosson zijn schoonbroer wonend op de Ouwe Chingel, voor haar Jaecquelijne Karelier, haar moeder wonend in de Donckersteech) Marya le Per (Pair), ovl. 1644-1656, afkomstig van Leyden, wonend in de Donckersteech (1644), dr. van Jaecques le Perre en Jaecquelijne Karelier, otr./tr. 2o Leiden Waalse Kerk 1/23-2-1656 (get. voor hem Jaecques le Perre, zijn schoonvader wonend op de Kerckgraft, voor haar Marya de Carpentry, haar schoonmoeder wonend op de Maren) Margarieta le Mere (Maire), ged. Leiden 18-10-1620, ovl. Leiden 19-2-1679,[115] [116] wed. van Pierre de Quien, wonend op de St. Jacobsgraft (1656), huw. get. wonend op de Oude Cingel (1669), dr. van Atitaine? Le Maire en Antoinette Vaillant.

2688. JACOB (VAN DER JACHT), geb. vóór ca. 1575, alleen bekend uit het patroniem van zijn veronderstelde zoons.

2690. GOVERT PIETERSZ VAN WIJN(¥), geb. ca. 1574, ovl. vóór 22-8-1642, biervoerder (1615), marktschuitvoerder van Maassluis op Delft, tr. 2o Maassluis 15-1-1636 LIJSBETH EGBERTSDR., wed. van Claes Jansz Hardenbergh. Zij hertrouwt Maassluis 8-10-1642 Willem Dircksz, schoolmeester te Heenvliet en Poortugaal. Hij tr. 1o vóór ca. 1600

2691. TRIJNTJE JACOBSDR VAN VELDEN, geb. vóór ca. 1580, ovl. tussen 22-2 en 21-4-1632.

Wapen Van Velden : Een ovaal schild beladen met een springende eenhoorn op grond, gekroond met een kroon van drie fleurons, waarboven een uitkomende eenhoorn, de staart zichtbaar [131]. Dit wapen komt voor op een grafzerk in de Grote Kerk van Maassluis. In [132] wordt het wapen Van Velden gegeven als : in zilver in klimmende zwarte eenhoorn met gouden hoorn en hoeven. Dit gebeeldhouwde wapen kwam voor op de toreningang van de heerlijkheid Holy te Vlaardingerambacht.


COMMENTAAR(¥) In het notarieel archief Maassluis komt in 1615 en 1617 ook voor: Govert Pieterss Knol, wonend te Delft, pachter van de impost van bieren en consumptie van het zout over Delfland. [133] Kennelijk niet identiek met Govert Pieters van Wijn?
Op 6-7-1615 compareert te Maassluis Govert Prs. Wijn, biervoerder, voor een Attestatie. [134]
Op 8-4-1618 worden "Govert Pietersz en zijn vrouw" genoemd als geref. lidmaten te Schipluiden.[135] Het is niet bewezen of het in dit geval ook bovenstaand echtpaar betreft.

Op 25-7-1629 betaalt de kerkeraad van Maassluis ƒ 36,9,- aan Govert van Wijn "voor 15 halfvaten kleynbier en 2 halfvaten zeven gulden bier, door den Kerkeraad toegeleid aan de metselaers en andere werklieden" (die werkten aan de bouw van de Grote Kerk aldaar) [136].

2694. VOLCKERT VAN ERCKELENS, geb. ca. 1580, ovl. na 1660.

2696. ROMBOUT BESOOYEN(¥), ovl. 1-4-1630, beg. (zerk) Zierikzee St. Lievens-Monsterkerk[155], parentatie niet bewezen.

2702. JACOB CLAESS LEVERSTEIJN, ovl. na 1639, parentatie niet bewezen,(¥) schepen van Maassluis, tr. (verm. vóór ca. 1610)

2703. TANNEKE JOOSTEN, geb. 1592/93, ovl. na 1638, parentatie niet bewezen.(¥)

COMMENTAAR(¥) Volgens Ref. [175] die verder geen bronnen geeft moet dit zijn:

2702. JACOB DIRKS LEVERSTEYN, geb. ca. 1593, ovl. (beg?) Delfshaven 18-11-1629, tr.

2703. AELTJE JOOST ADRIAANSD, geb. ca. 1594, ovl. (beg?) Delfshaven 30-8-1625.

In de volgende akten te Maassluis komen voor:
Jacob Claess Leversteijn Revocatie van een testament 27-10-1636. [176]
Jacob Claess Leversteijn en zijn echtgenote Tanneken Joosten, oud 44 jr, Attestatie 15-5-1637 (geh.m. Tanneken Joosten). [177]
Jacob Claess Leversteijn Attestatie 12-8-1637. [178]
Jacob Claess Leversteijn Codicil 4-10-1637 (oud-schepen van Maassluis). [179]
Jacob Claess Leversteijn en zijn echtgenote Tanneken Joosten, wonend te Maassluis, Testament 6-11-1638. [180]
Jacob Claess Leversteijn Attestatie 9-11-1639 (voogd, won. Maassluis). [181]
Jacob Claess Leversteijn Accoord 31-10-1642 (oud-schepen van Maassluis). [182]

2704. ADRIAEN (ARY) WILLEMS BREUR, geb. 1576/77, ovl. kort voor 1658, als reder en/of boekhouder gecommitteerde van de visserij (1612),[187] burgemeester (1614-1615) en schepen (1626),[188] koopman (1614..1650), setter (1616) en president schepen (1636-1637),[189] te Maassluis, treedt op als gemachtigde en als medevoogd van de onmondige kinderen van de overleden Cornelis Adriaen Noordergraft en zijn vrouw Pietertgen Pietersdr (1638), [190] vermeld in een groot aantal notariële akten 1614-1643, koopman (1614..1643), oud-burgemeester (1641), oud-schepen (1643), wonend te Maassluis (1614..1643), in 1643 oud 66 jr. gehuwd met Willemtge Adriaensdr, [191] [192] [193] tr. Maassluis 12-2-1612

2705. WILLEM(IJN)TGEN ARYENS (ADRIAENS) (SCHRAM), geb. 1573/74, ovl. na 1643? woont te Maassluis (1641).

vul aan lb 1886.
Op 21-9-1614 wordt Adriaen Willemss Breur, wonend te Maassluis, gemachtigd door de erfgenamen van Maertgen Dircxdr zaliger, anders genaemt Maertgen Jans. Als erfgenamen worden genoemd: Adriaen Willemss Breur (nomine uxoris), Claes Meess (nomine uxoris), Corn. Corneliss Reus (nomine uxoris) en Corn. Adriaenss. [194]
Op 26-4-1615 wordt hij wederom gemachtigd, als gehuwd met Willemijntge Adriaens, door de erfgenamen van Maertgen Dircxdr zaliger, anders genaemt Maertgen Jans. Als erfgenamen worden genoemd: Cornelis Adriaenss Schram, Willemijntge Adriaens, Maertgen Adriaens en Neeltge Adriaens. [195]
Op 18-10-1621 verkopen Jacob Jacobsz van Bramen, huistimmerman, principaal, Pieter Laurensz, stedesmid te Brielle en Abraham Jacobsz, schrijnwerker, mede aldaar zijn broeders als borgen, aan Adriaen Willemsz Breur een rentebrief. [196]
3 morgen land te Maasland aan de Middelwatering, leenroerig aan de hofstad te Hontshol (nr. 99B) [197]:
19-6-1627: Adriaen Willemsz Broer te Maeslantsesluys na overdracht door Frans Jacobsz.
19-8-1658: Willem Adriaensz Breur bij dode van zijn vader Adriaen Willemsz Breur en draagt het leen over aan Ysack Symonsz van der Meer.
2 1/2 morgen land te Maasland tussen de twee kleine sluisvlieten, leenroerig aan de Grafelijkheid (nr. 25C) [198]:
25-6-1629: Adriaen Willemsz Breur te Maeslandtssluys na overdracht door Pieter Jansz Vervliet.
Op 26-4-1633 belooft te Rotterdam Arijen Willemsz Breur, coopman te Maeslantsluys, dat hij Jan Lambrechtsz Rom, schipper alhier, zal vrijwaren van een borgtocht die hij ten behoeve van Johan Druijven, coopman te Nieupoort zal passeren vanwege het proces, die de laatste in zijn eigen naam zal voeren vanwege zijn houckerboot, die in november 1632 is genomen door capiteyn Jaecques Herron, wonende te Oosteinde. Ook Jan Druijven wordt hiervoor gevrijwaard. [199]
Op 24-6-1633 verklaart Jan Lambrechtsz Rom, schipper, op verzoek van Adryaen Willemsz Breur, coopman te Maeslantsluys, dat in het begin van november 1632 in de herberg het Swijnshooft, requirant samen met Pieter Pietersz Bisschop en Thobias Cornelisz, coopluyden te Maeslantsluys, hem verzocht heeft naar Nieupoort in Vlaenderen te gaan om aldaar voor hen een houckerboot te kopen, waarop Joris Arentsz van Maeslantsluys stierman was. Attestant verklaarde zich daartoe bereid mits hem 70 gulden zou worden betaald voor zijn moeite. Hem zou een wissel op debiteuren van Bisschop en Thobias Cornelisz te Vlissingen in Seelant worden meegegeven om de boot te betalen. [200]
Op 23-6-1636 verkoopt te Rotterdam Hendrick Dircxsz Houfflaecken uit de Wagestraet in Den Hage in het huis 'de Bode van Noordhollandt' 30 paspoorten aan Arien Willemsz Breur en Isaack Symons van der Meer te Maeslantsluys voor 500 gld per stuk. [201]
Op 10-7-1640 draagt te Rotterdam Dirck Ariensen Niese, maeckelaer te Amstelredam, een vordering van 549 gld op Arien Willemsen Breur wonende te Maessluys over aan Cornelis van Hartichvelt, oud-burgermeester. [202]
Op 19-3-1641 verkopen Willem van Couwenhoven, burgemeester, en Jacob Jacobsz Couwenhoven, brouwer, bloedverwanten van de weeskinderen van Huijch Jacobsz van Couwenhoove, met goedvinden van het gerecht en de weesmeesteren van den Briell, aan Gerrit Theunisse Wanesee van den Briele een huis en erf aan de noordzijde van het Marelant in den Briele. Belendingen: aan de zuidzijde Jacob Jacobsz, voerman, aan de oostzijde Lijsbeth Jansdr, weduwe van Corstiaen Claesz, van de straat met een tuintje erachter tot aan de Vest. Belast met 1150 gulden van Adriaen Willemsz de Breur, wonend te Maeslantsluijs. Te betalen 1200 gulden, waarvan 600 contant. Borg voor de koper: Jacob Willemse de Valck. De plaets en het pakhuis dat aan het huis gebouwd is zal nog 3 jaar aan Arij Willemsz Breur verhuurd blijven, voor 36 gulden. Het bij het huis gelegen tuintje is belast met een jaarlijke rente van 6 gulden dat toekomt aan de stad van Den Briel. [203]
Op 11-11-1641 legt Willemtge Adriaensdr, geh. met Adriaen Willemss Breur een getuigenis af.[204]
Op 20-9-1643 legt zij wederom een getuigenis af, dan vermeld als Willemtge Adriaensdr, oud 67 jr., wonend te Maassluis, geh. met Adriaen Willemss Breur, dr. van Arijen Arienss Schram zaliger.[205]
Op 1-12-1643 legt Jan Lambertsz Rom, 59 jaar oud, capiteijn in dienst van de Vereenichde Nederlanden een verklaring af op verzoek van Arien Willemsz Breur, coopman uit Maessluijs. In 1632 heeft hij op verzoek van Pieter Pietersz Bisschop, seijlmaker en Tobias Cornelisz, stierman, en van Breur in Oostende een houcker visboot opgeeist waarin ze samen reders waren, en die opgebracht was naar Oostende. In de herberg "de Moerjaen" in Maessluijs hebben Breur en de anderen hem beloofd de gemaakte kosten van 1500 gulden te vergoeden. Verder zouden Pieter Pietersz Bisschop en Tobias Cornelisz aan Breur beloofd hebben de onkosten te helpen dragen. [206]
Op 22-1-1644 verklaart te Rotterdam Jan Lambrechtsen Rom, capiteyn, 59 jaar, door Arien Willemsz Breur, coopman op Maessluys, in december 1632 in de herberg 't Moeryaenshooft in aanwezigheid van Pieter Pietersz Bisschop, zeylmaecker, en Thobyas Cornelisz, stuyrman, te zijn verzocht schade te verhalen en vrijgave te bewerkstelligen van een op zee door de vijand ingenomen houckervischboot. Hij belooft alle onkosten te vergoeden. Rom heeft voor Raden te Duynkercken getracht vrijgave te verkrijgen, maar is hier niet in geslaagd. [207]
Op 11-5-1644 bekent Willem Bartholomeussen Meyburch, houckmaecker, wonende te Maessluys, 1.200 gulden schuldig te zijn aan Adreaen Willemsen Breur, coopman te Maessluys. [208]
Op 12-9-1650 heeft te Schiedam Arien Willemsz Breur, wonende op Maaslandsluijs, te innen van Pieter Dircxsz van der Houf, wonende in de Lier in de ambachte van Maesland, de somma van 6000 Car. guldens. [209]
Op 12-3-1648 bekennen te Rotterdam Pieter Adriaens Moyman en Jan Claesz van Alphen, beiden wonende te Scheveningen, schuldig te zijn aan Adriaen Willems Breur 3000 gld t.z.v. een geldlening. Leendert Cornelisz Denick wonende te Maassluys stelt zich hiervoor borg. [210]
Op 1-5-1648 koopt Arien Willem Breur een boomgaard achter het huis van Dirck Jasperse "in de vuyck" te Schiedam.[211]
Op 2-3-1649 bekent Arent Dircksz Passer, caes- en buttervercooper in Maeslantssluys, 1.100 carolus gulden schuldig te zijn aan Adryaen Willemsz Bruer, coopman in Maeslantssluys. [212]
Op 24-10-1650 bekent te Rotterdam Huybrecht Meltsert Stael, marckschipper op Rotterdam, en wonende op Maeslantssluys, 4.200 carolus gulden schuldig te zijn aan Adreaen Willemsz Bruere, coopman te Maeslantssluys. [213]
Op 27-4-1653 legt te Schiedam Cornelis Cornelisz Duijn, wonend onder Pernis, op verzoek van Jonkheer Wilhelm van Duijn, Dijkgraaf van Rijderkerck en mede van Cornelis Jansz Olshoorn als mede eigenaars van een zeker buitengors, genaamd Langebackersoort, gelegen omtrent de hoek van de Oude Maas onder Pernis, een verklaring af over het doorgraven en doorsteken van zekere kade gelegen tussen voorn. gors, alsmede de landerijen van jhr. Wilhelm van Duijn en van Cornelis Jansz Olshoorn enerzijds en die van Arijen Willemsz Breur c.s. anderzijds, waardoor het voorn. gors telkens is onder- en overgelopen. Bedoeld doorsteken is geschied op order van Heindrick van Dijck en voorn. Arien Willemsz Breur. [214]
Op 14-3-1664 compareerde te Schiedam Willem Canter, rentmeester, wonende binnen Schiedam, zijnde van competente ouderdom, en verklaarde ten verzoeke van de erfgenamen van wijlen Arijen Willemsz Breur, in zijn leven Coopman op Maessluijs, dat hij attestant goede kennis heeft, dat genoemde Breur in zijn leven voor verscheiden jaren in huur heeft gehad van de ambachtsheren van Langebackersoort seekere buiten gorsinge gelegen aan de Maze tegenover de stad Vlaardingen, en dat de onkosten van het maken en repareren van de rijsdammen, die aan de gorsinge voorschreven zijn gemaakt door genoemde ambachtsheren zijn betaald. [215]

2706. ROC(H)US GERRITSZ VAN POMEREN, geb. vóór ca. 1580, ovl. 1631-1635,[217] poorter van Vlaardingen 28-12-1602,[218] kuiper, keurmeester, visafslager (1622),[219] reder ter hoekvaart, en koopman, lid van het kuipersgilde aldaar (1613), voogd (1618, 1631), verkoopt een obligatie aan Ary Cornelisz Tempelaar (1629), betaalt 6 pond 8 st. verponding voor een huis en schuur aan de Havenplaats, bezit een boomgaard in de Laan van het Liesveld,[220] komt voor op de "Lyste vande Capitalisten (...) die binnen der Steede-Vlaerdinge die duysent gld. ende daerenboven geoordeelt werden gegoet te syn ende geen bouneringe ende doen" (1652),[221] is in 1631 van plan uit Vlaardingen te vertrekken, Zijn naam komt voor op het memoriebord van het kuipersgilde, dat zich bevindt in de Grote Kerk van Vlaardingen, en dat in de kerk opgehangen is in 1613 t.g.v. de stichting van het gilde in 1612.[222]. Hij tr. vóór ca. 1610

2707. AELTIE PELLE, geb. vóór ca. 1590, ovl. 1638-1644.

Westhavenplaats te Vlaardingen met het huis waarin Rocus Gerritsz van Pomeren (kw. nr. 2706) en diens schoonzoon Johannes Villerius woonden. [223]
klik op plaatje(s) om te vergroten
Eerste dubbele 1000e penning Vlaardingen 1622:[224] Rochus Gerritsz. van Pomeren ƒ 8-00-00.
Tweede dubbele 1000e penning Vlaardingen 1622:[225] Rochus Gerritsz. van Pomeren ƒ 8-00-00.
Tweede 200e penning Vlaardingen 1625:[226] Rochus Gerritsz. van Pomeren ƒ 20-00-00.
200e penning Vlaardingen 1628: [227] Rochus Gerritsz. van Pomeren ƒ 20-00-00.
200e penning Vlaardingen 1635:[228] De weduwe van Rochus Gerritsz. van Pomeren ƒ 20-00-00.
200e penning Vlaardingen 1638:[229] Rochus Gerritsz. van Pomerens weduwe ƒ 20-00-00.
200e penning Vlaardingen 1644:[230] De weduwe van Rochus Gerritsz is overleden ende 't goet gestelt op haer kinderen, dient pro memorie.
Weesboek Vlaardingen : 1-12-1618 Gesteld tot voogden van de kinderen van zaliger Maertge Lourisdr, waar vader van is Pieter Bastiaensz, Frans Dirckz Boomgaert en Arijen Cornelisz Crauw voor de dode zijde, en Rochus Gerritsz van Pomeren, kuiper, voor de levende zijde.[231]

Protocol : 11-12-1631 Leendert Fransz Boomgaert, varentman, burger van Vlaardingen, gehuwd met Annetje Pellen, eerder wed. van Joost Jacobsz Slijp, is schuldig aan Rochus Gerritsz van Pomeren, koopman alhier, 335 gld. (oude obligatie van 1-10-1619 200 gld.door Joost Jacobsz Slijp gepasseerd) over gehaalde stoffen voor kleding volgens register. Hij kan niet betalen en verkoopt daarom goederen, huisraad e.d.[232]

Weesboek Vlaardingen : 16-8-1631 Rochus Gerritsz van Pomeren voogd over de kinderen van Cornelis Woutersz, stierman, en wijlen Geertje Arrisdr.[233]
Attestatie d.d. 6-9-1631 Ten versoucke van Rochus Gerritsz: "naedien men schuldich is der waerheijt getuijggenisse te geven bijsonder des versocht sijnde, soo attesteeren wij burgemeesteren ende regierders der stede Vlaerdingen, geleegen in Hollandt op de riviere van de Mase, dat Rochus Gerritsz van Pomeren lange jaren binnen deser stede heeft gewoondt ende gehuwelijckt geweest, weesende sijn principalste negotie de rederije ter houckvaert. Daer beneffens hij oock veelle jaeren alhier bedient heeft den affslach op de visch. In alle handelinge, bedieninge ende ommegang de voorn. van Pomeren hem eerlijcken ende vroom heeft gedragen ende gequeten, soo als een goet burger toestaet ende behoort te doen. Ende naer dien ons bekent is dat sijn vertreck van hier alleen streckt tot beterstaet. Soo versoucken wij burgemeesteren ende regierders voornt. aen allen ende eenen ijegelijcken die desen verthoont sal werden, de voorn. Rochus van Pomeren voor sulcx als voorsz. is te erkennen ende aen te nemen. Daer aen ons vruntschap geschieden sal in kennisse der waerheijt hebben wij onses stedessegel ten zaecke hieronder opgedruckt ende bij den secretaris gedaen teijcken. Opten 06 Septembris anno 1631." [234]
Op 10-6-1644 passeert te Maassluis een akte van Procuratie. Het betreft Aeltgen Pellen zaliger, moeder van Wijvetge Rochusdr van Pomeren en Hester Rochusdr van Pomeren. [235]
17-7-1662: Adriaen Rochusz Kruijck, oud-burgemeester van Vlaardingen, Wijve Rochus, weduwe van zal. Willem Arentsz. Breur, wonend op Maessluijs, Hester Rochus, hvr. van Joris Jansz. 't Voel, in plaetse van hare man, vermits desselfs cranckzinnicheijt, Annitje Rochus, hvr. van Dirck Arentsz. Overschie, jegenswoordich uijtlandich, Gerrit Rochusz. van Pomeren, coopman, mede binnen Vlaardingen, ende noch de voornoemde Adriaen Rochusz. Kruijck als vervangende ende hem sterck makende voor Rochus Jacobsz. van Pomeren, soone van Jacob Rochusz. van Pomeren, zal. ter eenre zijde, ende Sr. Johannis Villerius, coopman, mede wonende alhier, als getrouwt hebbende Maertje Rochus, ter andere zijde, allen tezamen kinderen ende erffgenamen van Aeltje Pelle, hare moeder zal. weduwe ende boedelhoudster van Rochus Gerritsz. van Pomeren, der comparanten vader zal. (er was ook nog een "innocente zuster" Gerritie Rochus) compareren ter afwikkeling van de boedel van hun moeder.[236]

2708. WILLEM JANSZ SCHIM, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk 12-5-1635 (op zijn grafsteen de tekst : "Hier lyt begraven/ Willem Jansz Schim/ sterff op ten 12 mey/ van 't iaer 1635" waaronder een huismerk [435]). vermeld als seylmaker (1606)[436], schepen en als reder en/of boekhouder gecommitteerde van de visserij (1615),[437] (1608, 1612, 1620),[438] vermeld in een Akte van cautie 15-7-1615, en een testament 15-1-1616, [439] burgemeester (1622) en kerkmeester (1629)[440] te Maassluis, belender te Maasland (1629,.[441]. koopman te Maassluis, tr. vóór 1611

2709. ANNTITGE LEENDERSDR, ovl. na 1636.

Op 27-11-1636 passeert te Maassluis een akte van Accoord. Het betreft Annitge Leendersdr, wed. van Wm. Jansz Schim, koopman te Maassluis. Hun zoon is Jan Willemsz Schim. [442]

2710. CLAES JANSZ T(H)OU(W) (VAN DER BURCH)[443], ovl. "ontrent inde Vasten des iaers" 1610, belender te Vlaardingerambacht (1610).[444] tr. (huw. voorw. 19-7-1608)[445]

2711. MARITGE CLAESDR (VERCROFT), geb. vóór ca. 1590, ovl. na 1622, leeft na het overlijden van haar eerste echtgenoot zeer sober omdat haar voogd en stiefvader Pieter Allersz haar "seer cleijne middelen om huijs mede te houden" verstrekte, tr. 2o 1610-1622 ADRIAEN JANSZ VONCK, geb. 1578/79, ovl. na 1629, metselaer (1610..1629).

Op 19-7-1608 worden huwelijksvoorwaarden gemaakt tussen enerzijds Maritgen Claesdr, met haar broeder Pieter Claesz en haar behuwdoom (stiefvader) Pieter Allartsz, en met Cornelis Dircksz van Rijn, Gerrit Jansz Brouck en met Gerrit Jansz, en anderzijds Claes Jansz Touw van der Burch, met Arent Touw Jansz, Willem Jansz Touw, Joris Cornelisz van Vliet, Doe Adriaensz Luck, Pouwels van Dijck Adriaensz en Dirck Symonsz Mostert, zijn broeders, zwager en vrinden. [446]
Op 11-2-1610 constitueert Adriaen Jansz Vonck, metselaar, Willem Nieupoort, procureur te Schiedam. [447]
Attestatie d.d. 17-12-1621 Ten versoucke van Jacob Willemsz Colster van wegen Cornelis Claesz iegenwoordich binnen den Briel in hechtenis: Compareerden Jacob Foppensz, schipper out 52 iaeren, ende Arien Jansz Vonck, metselaer out ontrent 43 iaeren. Ende verclaerden bij eede dat sij wel gekent hebben dÕvoorn. Cornelis Claesz ende dat dÕselve tharen respective huijsen heeft thuijs gelegen ende vandaer lest vertrocken over ontrent twee iaren. Ende mitsdien wel te weten dat nae alle gelegentheden dije sij doen merckten en sagen dat dÕselve anders geen goet en hadde om dagelicx van te leven dan hij met sijn handen als arbeijder was winnende. Verclaren voorts dat sij mede seer soberen wierden betaelt van tgunt hij haer van bijwoonen schuldich wiert ende dat sij aenmerckende wel sijn goede genegentheden om te betalen, maer altemets niet komende hem niet lastich vielen. Gevende mede voor redenen van wetenschap, aengevende sijn onvermogen, dat dvoorn. Cornelis Claesz tharen respective huijsen comende logeren, seer weinich off alte weijnich linne, wolle off andere goederen bracht off vuijt conquesteerde, houdende dÕselve over zulcx van onvermogen ende geen middelen. Actum den 17 December 1621 ten overstaen van de schout. Was getekend: Louris Ariaensz van der Houve. [448]
Attestatie d.d. 29-5-1622 Ten versoucke van Adriaen Jansz Vonck metselaer als getrout hebbende Maritgen Claes weduwe was van Claes Jansz Coe (sic!): Compareerde Cornelis Meesz bijgenaemt tManneken inde Maen bouman, woonende opte Souteveen out ontrent 57 iaeren. Ende verclaerde bij eede dat hij als debiteur van de custingbrieff, bij hem den 1e Meij 1611 ten behouve van de voorsz Maritgen Claesdr verleden voor de gerechte van Vlaerdinger ambacht, houdende drije duijsent tachtich gulden, over de coope van de landen ende wooninge daerin verhaelt, in volle voldoeninge van de gereede penningen, alle ontrent binnen acht weecken nae date vant verlij betaelt heeft verscheijde partijen aen Pieter Allersz van der Houve bouman in Vlaerdinger ambacht als stijefvader ende gecoren voocht van de voorsz Maritgen Claes, de somme van seventien hondert gulden ende niet aende voorsz Maritgen off ijemant anders. Mitsgaders dienvolgende dÕselve betaelde alsdoen gedaen teijckenen te hebben op ten rugge vande voorsz brieff. Gevende voor redenen van wetenschappe dat hij all voor date vant voorsz verlij ten huijse van sijn swager Vrijes Jansz hem Pieter Allersz in minderinge en ter goeder reeckenen van de voorsz gereede penningen, teender somme aentaelde drije hondert gulden ende weijnich dagen daer nae noch twee hondert gulden, seggende bij de selve betalenden geen penningen te willen tellen voort dat hem deposant gelevert soude sijn behoorlijcke opdrachtbrieff. Twelcke eenige dagen daerna geschiede, dat hij dienvolgende op ten dach vant verlij hem Pieter Allersz noch telde soo veel penningen datter noch aende gereede termijn bleef staen ontrent 120 gulden. Verclarende voorts gesien te hebben dat hij Pieter Allersz wtte ontfange penningen datelijck aentaelde eene Grietgen Centen weduwe, ontrent seven hondert gulden ende de resterende 120 gulden daer na betaelt te hebben. Zulcx dat alle de penningen binnen 8 weecken als vooren waren betaelt. Actum ten overstaen van de schout ende ondergeteijckende schepen den 29 Meij 1622. Was getekend: bij mij Frans Dircxz. [449]
Attestatie d.d. 1-7-1622 Ten versoucke van Arien Jansz Vonck, metselaer, ende Maritgen Claes, sijn huijsvrouwe: Compareerde Neeltge Maertens, huijsvrouwe van Huijch Willemsz, houtsager, out ontrent 53 iaren. Ende verclaerde bij eede dat sij lange tijt harwaerts goede ende familiare kennissie heeft gehadt aen dÕvoorsz Maritgen Claes ende dat des selffs man Claes Jansz Tou ontrent inde Vasten des iaers 1610, onbehaelt inden iuijsten tijt, overleden is. Ende wel te weten dat sij alsdoen in haer weduwelijcken staet, soberlijcken leeffde ende dagelicx soo tegen haer deposante als anderen de clachten dede van hare seer cleijne middelen om huijs mede te houden, vermits eenen Pieter Allersz, haer stieffvader, voocht van haer requirante, haer soo sober hielt dat mede door haer deposantes persuasien haer geleent is wt medogentheijt bij eene Maritgen Willems, weduwe van Cornelis Jacobsz Cluijver, de somme van ontrent 40 gulden ende dat opte toesegginge van restitutie bij Pieter Allersz gedaen. Verclaert mede dat haer deposante ten tijde voorsz ende inde weduwelijcken staet vande selve Maritgen competeerde 11 stuivers van stijven van cragen, waerom sij menichvuldige moeijten dede, nochtans dselve niet konde krijgen dan van den voorsz Maritgen Willems dwelcke tselve mede verschoot. Verclaert voorts dat sij dÕselve Maritgen Willems heeft hooren vermanen dat sij werden gedaen dienste, soo van koocken als anders op haer requirants feeste gehouden doen sij met hem Arien Jansz Vonck was getrout, geen geld had konnen crijgen ende dat sij genootsaackt was geweest daer over te coopen een blau voorschoot twelcke sij doen vertoonde. Actum den 1 Julij 1622. Was getekend: bij mijn (onleesbaar). [450]
Attestatie d.d. 15-5-1623 Ten versoucke van Arien Jansz Vonck: "Hebben Cornelis Willemsz, clockestelder out ontrent 50 jaeren ende Leendert Fransz Boomgaert, out ontrent 38 jaeren, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn dat sijluijden huijden vergadert sijn geweest in de herberge van St. Joris, int geselschap van den requirant ende dat aldaer bij hen deposanten gecomen is Steven Aelbrechtsz Attevelt, cuijper, ende dat de selve onder andere propoosten iegens den voorn. requirant seijde ende hem met smaet woorde verweet in effecte dese woorden, Òghij hebt u vader verradenÓ Tselve tot meer maelen verhaelende. Actum coram van den ondergeteijckende schepenen den 15 Meij 1623. Was getekend: Lambrecht Christoffelsz Waelwijck. J. G. Noijkens. [451]
Attestatie d.d. 25-6-1629 Ten versoucke van Ghijsbrecht Cornelisz, kaescooper te Gouda cum socijs, heeft Arijen Jansz Vonck metselaer out 50 jaeren, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn, dat Gerrijt Mathijsz, metselaer overleden binnen deser stede, heeft gehadt een suster genaempt Grietge Thijssen die woonachtich is geweest, eerst te Bodegraven, daer naer tot M..nt ende lest in de Plaet. Ende dat de selve Grietge Thijssendr hadde een dochter die genaemd was Machtelt Pietersdr (niet?) naer haer vader maer naer de moeder bij Gerrit Mathijsz Machtelt Jansdr voor redenen van wetenschappe allegerende dat hij de voorn. Grietge Thijssendr beneffens Gerrit Mathijs die sijn stieffvader was, verschijden malen heeft besocht, ende aldaer gegeten ende gedroncken, ende sulcx de voorn. Machtelt Jansdr seer wel heeft gekent, mitsgaders de voorn. Gerrit Mathijsz dickmael hooren verhalen dat de voorn. Machtelt bijgenaemt was Jans kint naer sijn moeder, ende dat hij haer daeromme oock best gesint hadde. Soe waerlijck moste hem God almachtich helpen. Actum coram. Was getekend: Jacob Jansz Maerlandt. [452]

2712. JAN VAN WAESBERGHE (DE OUDE), geb. Antwerpen 1556, ovl./beg. Rotterdam Grote Kerk 25-5-1626 [453] (graf nr. 104, "Hier leit begraven Jan van Waesberghe out 70 jaeren en sterf 25 Mey 1626", de grafzerk met wapen is bijna ongeschonden bewaard gebleven [454] ), beg. (registratie Weeskamer 31-5-1626 Jan van Waesbergen, wonende op de Markt), lid van het St. Lucasgilde te Antwerpen (1577), in 1583 nog vermeld als boekdrukker in "De Waekenden Haen", vroeger "Het Schild van Vlaenderen" in de Korte Kammerstraat te Antwerpen, boekdrukker en boekverkoper te Rotterdam op de Markt in "De Fame"(¥) (1590-1624),[455] en in het Westnieulant in "De Leeu" te Rotterdam (1590-1626), drukker der Admiraliteit op de Maze en stadsdrukker (1587-1626). Hij gaf ruim 120 werken uit, waaronder theologische, stichtelijke en letterkundige, maar vooral schoolboeken. Via zijn familie had hij ook veel contacten in boekdrukkers en onderwijskringen : zijn schoonzuster Barbara van Bracht was gehuwd met Philips de Grave, boekdrukker, zijn dochter Elisabeth was getrouwd met Felix(II) van Sambix, boekdrukker, en zijn dochter Catharina met Abraham Elsevier, boekdrukker. Zijn schoonzuster Maria van Bracht was gehuwd met Jan van den Velde van Antwerpen, beroemd Frans schoolmeester en calligraaf [456]. "Rotterdam werd decennia lang gedomineerd door het Antwerpse drukkersgeslacht van Waesberghe (1587-1661) dat zich vooral bezighield met het drukken en uitgeven van letterkundige werken en schoolboeken."[457]. Hij is reeds ca. 1587 naar Rotterdam vertroken, aangezien de gereformeerden na de verovering van Antwerpen in 1585 door Parma de stad moesten verlaten. Hij otr. 2o Amsterdam/Rotterdam geref. 23/25-11-1601 (get. Jan du Pire, hare vader/ met attestatie op Amsterdam 9-12-1601), tr. 2e. Amsterdam Nieuwe K. 11-12-1601 [458] CAT(H)ERINA (CATTRIJN, KATELIJN) DU PI(E)RE (DUPIRE, DUPRE), geb. Antwerpen 1580/81, ovl. na 1633, woont "16 ans in de Warmoestrate" (1601), dr. van Jan du Pire in de Warmoesstraat in de "Groene Preekstoel" te Amsterdam, (en mogelijk van Anna Gommers, die in 1600 Jan's huisvrouw is[459]), doopget. (1631). Hij tr. 1o Antwerpen (ingezegend door Mr. Isebrandt Balckius, predikant in het "Huis van Aken") 30-6-1585 [460]

2713. MARG(UE)RITE VAN BRACHT (BRECHT), geb. Turnhout [461] , ovl./beg. Rotterdam Grote K. 9/11-7-1600 ("in den hooghen choor") [462] ;(¥) wederdoopster [463], als wed. van Niclaes Soolmans, boekvercoper, vermeld met zwagers en schoonzuster,[464] tr. 1o NICOLA(A)S SOOLMANS, ovl. 1584/85, drukker te Turnhout [465], drukker te Antwerpen, vermeld als eigenaar en bewoner (1584) op de Cleyn Kerckhofstraete, in "Den Gulden Leeuw" te Antwerpen, boekbinder en poorter, tevens eigenaar van het huis ernaast.[466]

COMMENTAAR(¥) Registratie bij de Weeskamer 9-7-1600 [467]. ZOEK OP.


COMMENTAAR(¥) "De Faam" had voordien nog als stadhuis dienst gedaan [468].

Voorpagina van de "Beschryvinghe van de Voyagie om den geheelen Werelt Cloot" door Olivier van Noort, uitgegeven door Ian van Waesberghen (1556-1626) op de Marct in de Fame te Rotterdam.
Bron : brochure "Anno 1590", uitg. drukkerij Van Waesberghe en Van Sijn, Rotterdam
Pagina uit de Keuren der Stadt Rotterdam Anno 1593, betreffende de "Ordonnantie Van de Wees-kamer binnen de Stede van Rotterdam", oorspronkelijk uitgegeven bij Jan van Waesberge (1599-1661), op de Marckt in de Fame, 1593 en herdrukt "na zyn principale" bij Gerrit van Waesberge en Pieter van Waesberge, Ordinaris Drukkers der Stad Rotterdam,1745
Bron : brochure "Anno 1590", uitg. drukkerij Van Waesberghe en Van Sijn, Rotterdam

klik op plaatje(s) om te vergroten
Niclaes Soolmans geeft onder andere uit :
  • CATECHISMUS
    OFTE ONDERWYSINGHE INDE CHRISTELYCKE RELIGIE, WELCKE INDEN GHEREFORMEERDEN EUANGELISCHEN KERCKE ENDE SCHOLEN DER NEDERLANDEN GHELEERT ENDE GHEOEFENT WERT
    Mitsgaders de Christelijcke Ceremonien ende Ghebeden. Met neersticheyt ouersien ende ghecorrigeert door
    GASPARUM VAN DER HEYDEN
    t' Hantwerpen,
    By NICLAES SOOLMANS op onse Vrouwen Kerchof inden gulden Leeu, 1580..br Met gratie ende Priuilegie. [469]
    Het gebruikte vignet is hetzelfde als dat van Johannes van Waasberge de jonge, zie hieronder.
  • Louis Des Masures, Tragaedies saintes Dauid combattant - Dauid triomphant -Dauid fugitif. Anvers: N. Soolmans; 1582.
  • Philippe Desportes, 1546-1606. Les premieres oeuvres... Anvers: N. Soolmans; 1582.
  • Die twaelf boecken van Aeneas ghenaemt int Latijn Aeneidos, beschreven door...Vergilius Maro. Nu eerst in onser Duytscher talen door Cornelis van Ghistele...overgeset...T'Hantvverpen, by Niclaes Soolmans, 1583.
vul aan OV 54(1999)262,263
Jan van Waesberghe betrekt typografisch materiaal van o.a. de Rotterdamse lettergieter Gabriel Guyot (werkzaam 1591-1610), onder meer voor het drukken van "de Psalmen in francois, hebbende daertoe expresse de noten doen gyetten tzijnen grooten costen" (jan. 1611) en voor een Frans-Nederlands woordenboek "met goede bescheydelicke letteren, (...) welke letteren hij Suppliant mede tot synen grooten coste heeft laten maken" (1611/12) [470]. Hij had blijkbaar ook financiële belangen bij de lettergieterij van Guyot, want toen Dirck Fransz op 15-12-1610 deze lettergieterij van de nabestaanden van Gabriel Guyot overnam stelde Jan van Waesberghe zich borg voor de betaling van de koopsom ƒ 500,10,--, tot zekerheid waarvan hij stelt " syn huys ende erve genaempt de Fame staende ende gelegen aen de Marckt deser stede int Westnieulant, belegen van Joosgen Jansdr houtcraemster vooren, de stege van de craenpart van Coolen achter, tsamen aende Oostsyde ende van de stege leggende tusschen dese huysinge ende thuijs van Jan van Deutecom aende Westsijde, streckende voor van de straet tot achter aen Jan Pietersz Dubien, voorts syne andere goederen roerende en onroerende, etc." [471].

De Van Waesberghe's gaven in de loop der jaren talloze schoolboeken uit getuige o.a. Jan van Waesberghe's eigen uitspraak (1611) : "Dat hij suppliant ende synen vader zal. de ghene syn die de fransoische talen met het drucken der Fransoischer ende Nederduytsscher schoelboecken tot behelp aller scholen 40 oft 50 jaeren continuelyck in dese Nederlanden met groote moeyte ende meerder oncosten vervoordert hebben, zoo doer het maecken, vernyeuwinge, verbeteringe ende correctie der zelver boecken" [472].

Op 22-7-1591 verklaart Pieter Cornelisz, schipper, wonende te Delffshaeven, 40 jaar, op verzoek van Jan van Waesbergen, boeckdrucker, uit naam van Hans Soolmans, coopman te Amsterdam, dat hij ongeveer zeven weken geleden met zijn schip genaamd de Fortuijne, komende van Lixbona, tussen Heijssant en de Sourdels, acht Engelse schepen van oorlog is tegengekomen. De overste daarvan werd door het scheepsvolk Millord Kummerlandt genoemd. Deze overste is met wat volk bij hem aan boord gekomen en heeft enige goederen uit zijn schip gehaald. Daaronder twee zakken peepers die door een zekere Jan Vell in Lixbona waren ingescheept om gebracht te worden aan Hans Soolmans(¥). [473].

Op 23-7-1591 verklaart Claes Jacobsz, schipper, wonende te Schijedamme, 30 jaar, op verzoek van Jan van Waesbergen, boockdrucker, uit naam van Hans Soolmans, coopman te Amsterdam, dat hij ongeveer zeven weken geleden met zijn schip, een vlijboote genaamd St. Jacob, komende van Lixbona, tussen Heijssant en de Sourdels, acht engelse schepen van oorlog is tegengekomen. De overste daarvan werd door het scheepsvolk Millord Kummerlandt genoemd. Deze overste is met wat volk bij hem aan boord gekomen en heeft daar enige goederen uit gelicht. Daaronder waren twee zacken peepers en een tonneken gember. Deze waren te Lixbona ingescheept door een zekere Jean Vell, om gebracht te worden naar Hans Soolmans(¥). Ook de brieven en geschriften die door de coopluijden en facteurs te Lixbona waren meegegeven werden in beslag genomen. [474].

COMMENTAAR(¥) Deze Hans Soolmans zou een zoon of broer van Nicolaas Soolmans kunnen zijn.


Op 23-2-1588 testeren "Jan van Waesberge boeckvercoeper ende Margriete van Bracht, geechte man ende wijff, woenende binnen der stede van Rotterdam." Zij legateren aan Maaijcken Roelandtsdr, de moeye van de testateur, Maaijcken, de nicht van de testateur, Leenaert van Waesbergen, de neef van de testateur en Martijntgen van Waesberge, de nicht van de testateur. Voorts worden genoemd Pieter van Bracht, en Maijcken van Bracht en Beijcken van Bracht, broer en zussen van de testatrice. Getuige is de Antwerpse schoolmeester Mr. Art van Meldert. [475].

Op 11-5-1592 testeren "Jan van Waesberge, boeckvercoeper ende Margareta van Bracht" ten tweeden male. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. Zij legateren onder andere aan de armen van de Gereformeerde kerk. Jan van Waesberge legateert verder aan zijn moeder Elisabeth Roelantsz 300 Car. gld, aan zijn tantes Lijntgen Roelants, Marie Roelants en Susanna Roelants 25 Car. gld., aan de dochter van Marie Roelants, genaamd Marie de Raet, aan zijn neef en nicht Leenaert van Waesberge en Elisabeth van Waesberge, en aan zijn nichten Toentgen, Neeltgen, en Jacquemijne(¥), wonende te Zierixzee. Margareta van Bracht legateert aan zusters en broer Barbara van Bracht, Marie van Bracht en Pieter van Bracht, en aan de kinderen van Barbara van Bracht. [476].

COMMENTAAR(¥) Wie deze nichten Toentgen, Neeltgen, en Jacquemijne, wonende te Zierixzee, zijn is vooralsnog onduidelijk.


Op 3-7-1596 compareren Jan van Waesberge, boekverkoper, en echtgenote Margareta van Bracht om te testeren. De akte is niet voltooid, wegens "haastig vertrek van Waesbergen". [477].

Op 27-7-1596 testeren ten derden male "Jan van Waesbergen, boekvercoeper ende Margareta van Bracht, geechte man ende wijff, woenende aen Tmercktvelt Inde Fame binnen deser stede van Rotterdam". Getuige is Jan Janssz, boekvercoeper [478].

Op 17-2-1598 compareren "Jan van Waesberghe, boekverkooper ende Margrieta van Bracht, zijne vrouw, Philips de Grave, boeckverkooper, met Barbara van Bracht, zijne vrouw, ende Jan van den Velde, schoolmeester, met Maria van Bracht, allen woonende tot Rotterdam voor henselven ende hen sterck makende voor Pieter van Bracht, haer broeder, alle kinderen van Pieter van Bracht ende Heyltgen Matheusdr. van Postele, ende oversulcx erffgenamen van Goyvaert van Postele, haer grootvader". Zij machtigen Jan van Eijck, wonende in de Vryheyt van Thurnhout, om voor hen over te nemen het hun competerende gedeelte "in de hoeve, landen, heyde ende weyde daaraen behoorende, genaempt de groote Hoeve, gelegen bij Thurnhout" [479].

Op 8-11-1600 zijn Mr. Hans van den Velde en Philips de Grave "geordonneert voochden over de naegelatene kinderen van Margriete van Bracht, daer vader aff is Jan van Waesbergen, boeckvercoeper alhier" [480].

In 1611 komt Jan van Waesbergen in conflict met Abraham Migoen, "fransoissche schoelmeester" te Rotterdam, die beweert een "nyeuwe aenwysinge van letteren" te hebben "geïnventeert ende gecomponeert" voor de boeken "die in de fransoische scholen der voorsz. Landen geleert wordden" en daaraan het recht meent te ontlenen deze boeken te laten drukken. Jan van Waesberge echter meent allang het octrooi voor het drukken van deze boeken in zijn bezit te hebben, en toont aan dat Migoen's methode helemaal niet nieuw is. Hij herhaalt enkele malen zijn verzoek aan de Staten Generaal om hem voor 10 jaren een dergelijk octrooi te verlenen [481].

Op 13-4-1615 testeren "Jan van Waesbergen den Ouden, boeckvercooper ende Catharina du Piere Jansdr, geechte man ende wijff". Zijn voorkinderen bij Margriete van Bracht te weten Jan de Jonge, Elisabeth, Margriete, Catheline en Pieter ontvangen 3000 Car. gld eens. Universeel erfgenaam zijn zijn nakinderen bij Catherina du Piere : Abraham, Sara, Ysaack, Rebecca, Jacob en Lia [482].

Op 27-8-1616 compareren te Rotterdam Jan van Waesbergen de Jonge, Felix van Sambix als man ende voocht van Elisabeth van Waesbergen, beyde woenende binnen deser stede Rotterdam, d'eersame David van Hogenhuysen, woenende tot Enchuysen, als man ende voocht van Margareta van Waesbergen. Zij ontvangen als kinderen van Jan van Waesbergen de Oude en Margaretha van Bracht uit handen van Jan van Waesbergen de Oude elk 3600 Car. gld "tsuck xx groten Vlaems" conform bovenstaand testament van 1596, en elk nog hun aandeel in de goederen die Sara van Waesbergen, hun zuster, hen nagelaten heeft. Bovendien heeft Jan van Waesbergen de Oude hun elk nog meer dan 300 gld. "tsuck te xl groten Vlaems" gegeven, waarna zij allen verklaren voldaan te zijn. Getuigen zijn Jacques Bornmersom en Jan van Duetekum, plaatsnijder, beide wonende te Rotterdam [483].
Op 3-6-1626 heeft Catarina de Piere (tekent als Caterine du Pire of Dupire), wed. van Jan van Waesbergen den Ouden, een geschil over de verdeling van de nalatenschap van Van Waesbergen den Ouden met Jan van Waesbergen den Jongen, Pieter van Waesbergen, Davidt van Hogenhuysen, man van Margarita van Waesbergen, mede namens Phelix van Sambix, man van Elisabeth van Waesbergen en Abraham Elsevier, man van Catarina van Waesbergen. Hiertoe worden als arbiters benoemd: mr. Antony Willemss, Jan Pieterss van Risoort, mr. Dirck van den Wolff en Leonard Berewouts. Voor deze acte staat een inventaris vermeld ( blz. 158 ), waarin de admiraliteyt, het huis de Turk, het huis de Faem, Abraham Waesbergen en Jan Robbertsen zijn genoemd. [484]
Op 4-6-1626 wordt de boedelinventaris opgemaakt van Jan van Waesbergen de Oude in aanwezigheid van Jan van Waesbergen de Jongen, Pieter van Waesbergen en Davidt van Hogehuysen, echtgenoot van Margaretha van Waesbergen. Erfgenamen zijn Catarina de Piere, zijn weduwe, Jan, Pieter en David van Waesbergen, die gemachtigd zijn, Felix van Sambix, echtgenoot van Elisabeth van Waesbergen en Abraham Elsevier, echtgenoot van Catharina van Waesbergen [485].
Op 12-8-1628 bekent Johannis van Vucht, wonende in de Nieupoort, 300 gld schuldig te zijn aan Catarina du Piere, weduwe van Jan van Waesbergen den Ouden, welk geld hij van Abraham van Waesbergen ontvangen heeft. Als borg treedt Grietge Corssen, schoonmoeder van Van Vucht, op. [486]
Op 30-6-1631 draagt Catrina Dupiere, weduwe van Jan van Waesbergen, alle uitstaande schulden in Brabant en Vlaenderen over, aan haar zoon Pieter van Waesbergen. Volgens machtiging gepasseerd voor Hendrick van Groynbergen, notaris d.d. 8 april verleden. Uitgezonderd is een aanspraak op Pieter van de Manacker. [487]
Op 6-7-1633 benoemt Guilliame van Waesberge, tegenwoordig wonend in Den Briele, tot universeel erfgenaam zijn moeder Catarina Dupier, weduwe van Jan Jansz van Waesbergen. [488]
Op 11-11-1633 machtigt Catharina Dupier, weduwe van Johan van Waesbergen, haar zoon Abraham Waesbergen om voor schepenen alhier aan Hendrick van den Heuvell, coopman, een custingrentebrief van 3.500 gulden haar d.d. 17-5-1631 getransporteerd door Jan Jansz, glaesvercooper, over te dragen. [489]
Op 7-12-1633 machtigt Catharina Dupier, weduwe van Jan van Waesbergen, haar schoonzoon Guilliame de Vijl, zijdeverwer te Amsterdam, om zich garant te stellen voor een borgtocht die Samuel de Nimey, suyckerbacker voor Guilliame de Vijl heeft gesteld t.b.v. 1.500 gulden wegens koop van couchenillie(?). [490]

Drukkersmerk : Een .. tak, de bladeren beladen met letters. Randschrift : Carpe manu, sequetur vincere (...) [491].

Drukkersvignet van Jan van Waesberghe de jonge (1588-??).
Randschrift : Ingenio Superatur (hij heeft door vernuft overwonnen).

klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 23-7-1631 benoemen te Rotterdam Gillis Wijnants van Eyck of Gillis Wijnants van der Eck en zijn vrouw Geertruyt Lourisdr van der Houve of Geertruyt Lourisdr van der Hoeck, wonend te Schiedam op het Marcktvelt, elkaar wederzijds tot universeel erfgenaam, met legaten aan het weeskind van Maritgen Lourisdr, haar zuster, vrouw van Jan van Waesbergen, en de kinderen van Josyna Lourisdr, haar zuster, wonend in Den Haege, en zij benoemt tot voogden Jacob van der Houven, en Cornelis van der Houven haar broers. Een en nader meet uitsluiting van de Weeskamer van Schiedam. De langstlevende zal in het bezit blijven van hun beider huis en erf gelegen op het Marcktveld te Schiedam, genaamd de "Drye Bloot Casen". [498]

Op 10-1-1657 testeren opnieuw, nu te Schiedam, Gillis van der Eijck, President-schepen en vroedschap van Schiedam, en zijn vrouw Geertruijt Louris van der Hoeve, wonende te Schiedam. Uit de zeer uitvoerige tekst blijkt nu dat zij tot haar erfgenamen benoemt o.a. voor 1/4 deel Jan van Waseberge, zoon van Maria Louris, haar zuster. [499]

Op 21-11-1667 compareerde te Schiedam, Juffr. Geertruit van der Houve, weduwe van Gillis van der Eijck, in zijn leven burgemeester van Schiedam, en verklaarde gerevoceerd dood en te niet gedaan te hebben zekere codicillaire dispositie op 6 september 1664 gepasseerd voor Gerard van der Wel, notaris tot Delft, verklaarde vervolgens alsnog te approberen en van waarde te houden haar testament op 26 juli 1662 gepasserd voor bovengenoemde notaris tot Delft, en heeft zij testatrice bij forme van alteratie en ampliatie nog het volgende bepaald, enz. benoemt tot executeurs van haar testament Sijman van der Vecht, burgemeester van Schiedam, Goosen Cornelisz 's-Gravenhage, raed en oud-schepen van Schiedam, en ds. Lucas Meijsterius, predikant binnen Schiedam. [500]
In deze akte komen blijkbaar ook voor Johan van Waesberge, vader van Gillis van Waesberge. In welke hoedanigheid is uit het regest niet duidelijk.
Op 7-1-1633 testeren Jan van Waesbergen, weduwnaar van Maritgen Laurentsdr, boeckvercooper op 't Steyger in 't huis genaamd de Swarte Clock, en zijn vrouw Anneken Henricxdr Hondius. Zij maken een mutueel testament met voorzieningen voor de kinderen. [501]
Op 9-2-1633 benoemt Jan van Waesbergen, weduwnaar van Maritgen Lourisdr, en nu man van Anneken Henricxdr Hondius, boeckvercooper op 't Steyger, tot voogden over de zoon van zijn eerste vrouw en over zijn nakinderen, Jan Jacobsz, goutsmit, Isaac Abrahamsz, cleermaecker. de Swarte Clock Steyger. Een en ander onder handhaving van zijn testament voor deze notaris d.d. 7-1-1633. [502]
Op 2-4-1633 machtigen Anneken Henricxdr Hondius, weduwe van Jan van Waesbergen, boeckvercoper, wonende op 't Steyger, Jan Jacobsz, goutsmit, en Isaac Abrahamsz, cleermaecker, beiden als voogden over de kinderen van Jan van Waesbergen, Pieter van Waesbergen om in Delft, Haerlem, Leyden, Amsterdam, Gouda, Dordrecht, de debiteuren tot betaling te manen volgens de register door voornoemde Jan van Waesbergen de jonge bijgehouden. [503]
Op 28-5-1633 verklaart Abraham Neringh, boeckvercooper in de Roode Brugge, gekocht te hebben van Anneken Henricxdr Hondius, weduwe van Jan van Waesbergen, 900 exemplaren of boecken van"De emblemata van Jacob Cats". [504]

Ds. Simon Kat

Ia. Ds. Simon Kat (Cat, Cath, Cadt), geb. Zaandam ca. 1630-1635, ovl. (Ceylon?) 1704[709], ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Leiden 16-5-1651 ("Simon Cat, Serdamensis, 20 (jaar)"),[710] ingeschreven als student theologie aan Universiteit van Heidelberg (D) 20-11-1655 ("Simon Kat, Saenredamo-Batavus),[711] ingeschreven als student theologie aan de Universiteit te Duisburg tussen 3 en 29 mei 1657 ("Simon Cat, Batavus, Heidelberga venit, S.S.Theol. stud."),[712] ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 16-5-1658 ("Simon Cat, Sardamensis, 23 (jaar) sic!)"),[713] werkte als predikant op de vloot (blijkbaar tussen 1658 en 1661), kwam aan boord van het schip Polanen in 1661(¥) in Indië, predikant te Colombo sinds dec. 1669 of jan. 1670, oprichter en rector van het Singalees seminarie aldaar, samensteller van een Hollands-Singalees woordenboek, ging met emeritaat 1700,[714] tr. (verm. ca. 1669)[715] Geertruida de Kouter, geb. Tayoean (Formosa) 1653, reist met haar moeder tussen 1662 en 1665 vanuit Azie terug naar Nederland, en vertrekt met haar stiefvader Pieter van Dielen weer naar Indië,[716] dr. van Jacob (van) de Kouter, onderkoopman in dienst van de VOC, en Susanna Huysman.

COMMENTAAR(¥) Verschillende bronnen melden dat Ds. Simon Kat aan boord van het schip Polanen in 1661(¥) in Indië aankwam. De eerste en enige beschreven reis van het VOC-schip Polanen, gebouwd op de VOC-werf te Amsterdam en in gebruik bij de VOC vanaf 1668 tot het vergaan op 29-4-1670 bij Tuticorin, is die voor de kamer Amsterdam:
vertrek op 21-4-1669 van Texel via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 19-9-1669 en vertrek 30-9-1669) naar Ceylon alwaar aankomst op 28-12-1669. Hoe Ds. Simon Kat dus met dit schip in 1661 in Indië gekomen zou zijn is een raadsel, tenzij er een eerder schip Polanen was.

Journal of the Dutch Burgher Union: [717]
SIMON KAT, of Zaandam, had already performed the duties of a naval Chaplain when he was recommended by the Classis of Amsterdam for the Ministry in the Indies. He was sent by the company to Ceylon. In December 1669 or January 1670 he was Predikant at Colombo. There he, though no longer young, set himself the task of mastering the Singalese and Tamil languages. He rendered a great service by compiling a Singalese-Dutch and Dutch-Singalese Dictionary. Pie was also appointed Rector of the Colombo SeminaryÑan institution in which he had taken a great interest earlier in his career. But he was now far advanced in years and no longer had a strong constitution. He accordingly ceased to preach in 1694 and in 1700 resigned his duties altogether. In 1702 he appears to have asked for permission to go to Batavia. He died, presumably, in Ceylon in the year 1704.
Database of VOC documents:[718]
  • 1676: Particulier briefie vanden eerwaerde predikant Simon Cat dato 17 Maij 1676 uijt Colombo aen haer Eds. tot Battavia geschreven. [719]
  • 1690: Originele missive door den predikant Simon Cat tot Colombo aen de kerckenraet aldaer in dato 15 Augustus 1690. [720]
  • 1690: Consideratien wegens een Singalees seminarium voor de landen van Colombo, Gale, Mature et cetera opgestelt door den predikant Simon Kath in dato 6 Augustus 1690. [721]
  • 1690: Authentique propositie door den eerwaarde dominee Simon Kat aende kerkenraet tot Colombo gedaen in dato 15 Augusti 1690. [722]
  • 1690: Authentique consideratien wegens een Singalees seminarium inde landen van Colombo, Gale en Mature opgestelt door de eerwaarde predicant Simon Kat tot Colombo, gedateert 6 Augusti 1690 aende heer commissaris Van Mijdreght gesonden. [723]
  • 1693: Vertoogh door den predicant Simon Cat overgelevert aen den Ceijlonsen gouverneur Thomas van Rhee en den raed belangende het gebruijck van eenige capittels uijt het oude en nieuwe testament door hem in de Cingalese en Mallabaerse tale overgeset. [724]
  • 1694: Geschrift door den predikant Simon Kat overgelevert aen den gouverneur en raad Thomas van Rhee en den raet op Ceijlon wegens een Hollants en Cingalees alsmede een Cingalees en Hollants woordeboeck onder opsigt van hem te samengestelt gedateert 15 December 1694. [725]
  • 1697: Diverse copie stucken raackende de verschillen tusschen de eerwaarde predicanten Simon Cat en Joannes Ruele over de translaten der Chingalese gebeden aen de kerckenraet tot Colombo door haer beijde overgelevert sedert 28 October tot 28 November 1697 en de resolutien door haer eerwaarde daerop genomen. [726]
  • 1701: Missive van den eerwaarde predikant Simon Cat tot Colombo aen haer Eds. de hooge regeringe tot Batavia geschreven de dato 27 December 1701 (den 5 Februarij 1702 tot Batavia met de Susanna en primo Julij daeraen ter secretarije). [727]
Archief voor de geschiedenis der Oude Hollandsche zending:[728]
  • Synode Alkmaar 1692. Brief Kerkeraad Colombo 5 Februarij 1691.
    Een woordenboek in de Malabaarsche taal, door Ds. Voogt begonnen, door Ds. de Kat vervolgd , had de Commissaris Generaal voor zich laten copieren. Ook was Ds. de Kat begonnen met een Cingaleesch woordenboek op te stellen. Ds. Adr. de Meij, die reeds de zendbrieven van Petrus in het Malabaarsch had vertaald, zal (hopen zij) meer stukken der Heilige Schrift vertalen en ook predikatien in die taal mededeelen.
    Synode Hoorn 1695. Brief Colombo aan de Classis Amsterdam 6 Januarij 1694
    Ds. de Kat houdt zich met een krank ligchaam nog bezig met de voorbereidselen van een Hollandsch-Cingaleesch en Cingaleesch-Hollandsch Woordenboek, dat bijna voleindigd is en waarvan men veel vrucht verwacht.
  • Synode Enkhuizen 1696. Brief Colombo 11 Januari 1695.
    Ds. Simon de Kat was bezig met het zamenstellen van verscheidene boeken in de nederlandsche en cingaleesche talen ten dienste van het Cingaleesche Seminarie, wat daarin gedaan is kan gezien worden uit zijn bijgaand geschrift. Ds. Ruel predikt in het Portugeesch en leert ook het Cingaleesch, waarin hij al vrij wel gevorderd was.
    .. Ds. de Kat gaat voort met de overzetting in de malabaarsche en cingaleesche talen.
  • Synode Alkmaar 1698 Brief Colombo 1 Februarij 1697
    Ds. de Kat, over de 62 jaar oud, is bezig met een Cingaleesch-Malabaarsch woordenboek op te stellen voor de Cingalesche kweekschool.
  • Brief Colombo aan classis Amsterdam 23 Januarij 1699.
    Ds. Ruell, rector van het Cingaleesch Seminarie, is bezig met het revideren van het overgezette van Ds. de Kat en het overzetten van andere nuttige schriften voor de kweekschool, zoodat die dagelijks toenam.
  • Synode Haarlem 1705. Brief Ds. S. de Kat, Colombo 16 December 1703.
    Zendt eene register van al zijne malabaarsche en cingalesche werken. Klaagt, dat de visitatie in de laatste jaren niet zoo veelmalen en zoo wel gedaan werd als behoorde, wat oorzaak was van het gansche verval van verscheidene scholen, die de heidensche leeraars en paapsche emissarissen ten prooi worden.
  • Synode Woerden 1706. Brief van de Kerkeraad te Columbo aan de Classis van Delft en Schieland.
    Ds. Simon Cat is overleden, hij heeft veel gedaan tot welzijn van de Cingalezen, zoo in "versien over den Bijbel" als in het opsporen van de inlandsche heidensche religie, waarvan zij de stukken in handen hebben, doch die tot nog toe in de scholen niet waren gebruikt.
    Uit dit huwelijk:[729] [730]
  • a. David Kat, ovl. jong.
  • b. Susanna Kat, ovl. jong.
  • c. Eva Kat, ged. Colombo 2-10-1676.
  • d. Simon Kat, ged. Colombo 17-8-1679.

Gustaaf Willem baron van Imhoff (1705-1750), gouverneur generaal van Nederlands Indië (1743-1750).
Schilderij? jaar en schilder onbekend.
Bron : Ref. [798]
Gustaaf Willem baron van Imhoff (1705-1750), gouverneur generaal van Nederlands Indië (1743-1750).
Schilderij? jaar en schilder onbekend.
Bron : Ref. [799]

klik op plaatje(s) om te vergroten
Gustaaf Willem baron van Imhoff reisde over het hele eiland Ceylon, waarvan alleen de kust in handen van de VOC was, en maakte een einde aan de heersende onrust. Hij wist een goede verstandhouding met Narendra Simha, de Sinhala koning van Kandy op te bouwen. Van Imhoff was een vooruitstrevend man die in Sri Lanka herinnerd wordt als een van de betere en welwillende VOC-gouverneurs. Hij voerde bijvoorbeeld in 1737 het gebruik van de drukpers in en in de jaren daarna verschenen er voor het eerst gedrukte geschriften in het Sinhala, o.a. een christelijk gebedenboek en een geloofsbelijdenis. Later zou ook een Sinhalese grammatica het licht zien. Imhoff liet ook voor het eerst kokospalmen planten op het eiland. Later zou een groot deel van de kust een onderbroken aanplant van deze boomsoort te zien geven. Koning Narendra Simha was getrouwd met een prinses van Madura en met zijn dood op 24 mei 1739 werd hij opgevolgd door zijn zoon Sri Vijaya Rajasimha, die door velen eerder als een Nayakkar Malabar (Tamil) gezien wordt dan een Sinhalees. Imhoff toont zich in zijn geschriften verbaasd omdat de Sinhala's meestal neerkijken op de Tamils. Dit is de eerste vermelding van de controverse tussen Tamil en Sinhala. Imhoff is bezorgd dat de Zuid-Indische connecties van de nieuwe koning een bedreiging vormen voor het Hollandse handelsmonopolie. Hij ziet er echter ook een mogelijkheid tot verdeel- en heerspolitiek in en stelt de VOC voor de tegenstelling tussen Tamils en Sinhalezen uit te buiten om het Rijk van Kandy te verdelen. Zij zien daar echter niet veel in, omdat de VOC niet graag bij weer een intern conflict betrokken raakt. Dat kost maar geld. Geld werd er aan de kaneelhandel veel verdiend maar toch stond Ceylon (kunstmatig en met opzet) als verliespost op de begroting, omdat deze winst namelijk in de algemene rekening van de VOC verdween. Zo werd Van Imhoff als alle gouverneurs van het eiland voor spilzucht behoed.[800]

Op 12-3-1740 werd Van Imhoff opgevolgd als gouverneur van Ceylon door Willem Maurits Bruininck en vertrok hij naar Batavia. Hij raakte daar al gauw betrokken bij een groot schandaal. De zittende gouverneur-generaal Adriaan Vackenier maakte zich grote zorgen over het zich almaar uitbreidende aantal Chinezen rond Batavia. Hij wilde daar verandering in brengen en probeerde een aantal van hen naar elders (de Kaapkolonie) te verschepen. Al gauw ging het gerucht dat zij, eenmaal buitengaats, overboord gezet zouden worden en ontstond er een gevaarlijke opstand. Valckenier richtte daarop een grote slachting aan onder de Chinezen waarbij duizenden omgebracht werden. Van Imhoff maakte zich al snel bij Valckenier gehaat door het niet met zijn beleid eens te zijn. Hij werd gearresteerd en naar Nederland verscheept. Daar aangekomen deed hij het voorkomen of Valckenier de grote boosdoener was. Hij werd geloofd en tot Gouverneur-Generaal benoemd. Valckenier trad daarop af en Johannes Thedens nam korte tijd het gouverneur-generaalschap waar.[801]

Op reis naar zijn nieuwe post in Batavia deed Van Imhoff in 1743 de Kaapkolonie aan. Ook daar trof hij problemen aan: vele burgers trokken steeds verder het binnenland in en waren daar verstoken van enig onderwijs of zielzorg. Hij deed de aanbeveling om meer dominees uit Nederland te laten komen om te voorkomen dat de burghers geheel van het vaderland zouden vervreemden.[802]

In mei 1743 nam hij het gezag in Batavia over van Thedens en kon meteen aan de slag omdat er nog een opstand woedde als gevolg van de moord op de Chinezen. Ook een aantal Javaanse vorsten probeerden uit de verwarring een slaatje te slaan. Van Imhoff maakte snel een eind aan de chaos en ging voortvarend aan het werk. Er kwam voor het eerst een postkantoor in Batavia. Hij stichtte Buitenzorg (Bogor). Er kwam een Latijnse school, een ziekenhuis en een krant. Hij pakte de opiumhandel aan en hield van 24 maart tot 9 juni 1746 een inspectietocht over het hele eiland. Er kwamen ook bestuurlijke hervormingen, er werd een landraad ingeteld in Semarang en de handel werd gedeeltelijk vrijgesteld ook voor particulieren. Er waren echter ook tegenslagen. Het schip Hofwegen, voor anker op de buitenrede van Batavia, werd door bliksem getroffen en explodeerde. De lading bevatte zes ton zilver en vele andere waardevolle goederen ter waarde van zo'n ƒ 600.000,- (circa 270.000 euro), een heel kapitaal voor die dagen.[803]
Van Imhoffs voortvarendheid bracht hem ook veel vijanden. Hij trachtte zijn gezag over Java verder uit te breiden door te stoken in de dynastieke aangelegenheden van een aantal Javaanse vorsten en raakte zo betrokken bij de Derde Javaanse Successieoorlog. Dit was evenzeer een ramp voor het Nederlandse gouvernement. Van Imhoff was zeker niet van schuld vrij te pleiten omdat hij weinig diplomatiek en met weinig respect voor de plaatselijke gebruiken te werk gegaan was. Hij besefte dat zelf ook en besloot af te treden. De VOC had echter zo snel geen opvolger die de moeilijke situatie op Java over kon nemen en dwong hem tot zijn dood in 1750 op zijn post te blijven. Zo moest hij aanzien dat veel van zijn verworvenheden weer tenietgingen.[804]
Als gouverneur-generaal van Nederlands Indië verbeterde Gustaaf Willem baron van Imhoff de hygie\:ne-situatie, nam proeven met kolonisatie van Europese boeren, stichtte in Batavia een nieuw hospitaal, een Latijnse school, een seminarie tot opleiding van predikanten, een postkantoor, een bank van lening, een Academie de Marine, bracht enige jaren de eerste krant van Batavia uit (Bataviasch Nouvelles), richtte een socie\:teit op ter bestrijding van de opiumsmokkel en ontwierp modellen van sneller zeilende schepen. De Luthersen kregen van hem voor het eerst gelijke rechten met de hervormden. De meeste van zijn nieuwe instellingen werden echter na enige tijd ongedaan gemaakt of raakten in onbruik. Hij bouwde zijn buitenverblijf in het koelere Buitenzorg, dat later tot office\:le ambtswoning werd van de gouverneur generaal. Zijn ontactisch optreden was een van de oorzaken van het begin van de Derde Javaanse Successieoorlog, die leidde tot de opsplitsing van Mataram en van de Grote Bantamse Opstand.[805]

Fragment Van Sambix

Ia. Felix van Sambix (de Oude), geb. Antwerpen 1553, ovl./beg. Delft Oude Kerk 11/14-6-1642 ("Felicx van Sambicx, franchoise schoolmeester"), afkomstig uit Antwerpen, schoolmeester en schrijfmeester (kalligraaf) te Delft, wordt schoolmeester in 1571, vertrekt, na publicatie van zijn eerste boek in 1585, in 1586 naar Delft,[835] wordt op 1-6-1589 door de Vroedschap te Delft gemachtigd om daar "franchoische en duytsche schoele" te mogen houden,[836] werkt vervolgens tot zijn dood als franchoise schoolmeester te Delft, verwierf op kerstavond 1589 in Rotterdam de eerste plaats in de Prix de la Plume Couronnée,[837] fungeerde, behalve als schoolmeester, ook als schoonschrijver, met de titel "très expert écrivain, maitre de la plume couronnée à Delft",[838] woonde op de Verwersdijk te Delft (1594, 1638),[839] tr. 1o vóór ca. 1575 NN, beg. 8-7-1594[840], otr./tr. 2o Delft geref. 20/20-11-1594 Anneke (Annetghen) Coninx, beg. Delft Oude K. 16-6-1641 (als "huisvrouw van Mr. Felix van Sambix"), jongedochter, afkomstig uit Etten bij Breda, wonend op de Oude Delff (1594).

Felix van Sambix (de Oude) (~1553-1642) op 66-jarige leeftijd.
Gravure door Willem Jacobszoon Delff, naar een schilderij van Michiel Janszoon van Mierevelt.
Datering: 1619.

klik op plaatje(s) om te vergroten
    Uit zijn eerste huwelijk(¥) (van Sambix-NN):

    COMMENTAAR(¥) Ursele van Sambix x Jan Joosten, schoolmeester te Brielle laten op 31-12-1595 een kind dopen te Brielle.[841] Zij zou een dochter van Felix van Sambix de Oude kunnen zijn.
    Uit het eerste of tweede huwelijk van Felix van Sambix de Oude:
  • c. Philippe van Sambix, geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1629 (1632-1642)? filiatie niet bewezen, doopget. (1621), opperkoopman bij de VOC (1629).
    Op 24-12-1632 verklaart Arend Harmans van Rotterdam, oud 37 jaar, op verzoek van mr. Felix van Sambix, wonende te Delft, dat Phillipus van Sambix, oppercoopman, in januari 1629 naar Oostindien is gegaan met het Wapen van Delft, waarop hij, Arend Harmans, onderstierman was. Vervolgens zijn zij met het Wapen van Hoorn van Batavia naar de kust van Carmandel gevaren, waar Fillips Sambix bij de rede van Pallicatti met ander scheepsvolk met een bootje is uitgevaren, dat door de berning is omgeslagen. Hierbij is zijn zak goud, inhoudend drie en twintig realen van achttien in zee geraakt. De Raet van Indien heeft hem echter vrijgesteld van restitutie of vergoeding. [844]
  • d. NN van Sambix, beg. Delft Nieuwe K. 14-1-1633 (zoon van mr. Felicx Sambix), deze zoon zou mogelijk Philippe kunnen zijn indien die teruggekeerd is uit Oost-Indië.
  • e. Susanna Felicx van Sambicx, beg. Delft Oude K. 18-10-1642, innocent (1642).
  • f. Anneke (Anna) Phelicx van Sambix, geb. vóór ca. 1625, beg. Delft Oude K. 18-8-1668, doopget. te Delft (1635), te Delfshaven (1643), woont te Delft (1642).
  • g. Maria Phelix van Sambix, geb. vóór ca. 1625, beg. Delft Oude K. 14-5-1669, als Maria van Sambix doopget. te Delfshaven (1643), woont te Delft (1642).

IIa. Felix van Sambix (de Jonge), geb. Antwerpen ca. 1573, ovl. na 1655[845], is als Felix van Sambix (Sambeec) (de jonghe) werkzaam als boekdrukker en boekverkoper te Delft (1609-1610) in de Pepersteegh waar de "Voghel Phenix" uithangt, te Rotterdam op 't Steyger (1610-1613) waar de "Bybel" uithangt, in de "Gulden Moelen" op de Steyger (1614), en op 't West-nieulandt (1617), en te Delft (1626-1644) in de Pepersteegh waar het "Vergulde Schrijfboeck" uithangt, [846] [847] [848] treedt op als voogd voor zijn vrouw (1616, 1626), doopget. (1629), get. in een not. akte te Delft (1638), gaat verm. na de dood in 1648 van zijn vrouw bij zijn dochter Elisabeth van Sambix en schoonzoon David Lopez de Haro in Leiden wonen,[849] tr. Rotterdam geref. 9-7-1606 Elisabeth (Lijsbeth) van Waesbergh(e), geb. Rotterdam 9-4-1589, beg. Delft Oude K. 7-11-1648 (huisvrouw van Felicx van Sambick, bouckvercooper), dr. van Jan van Waesberghe (de Oude) en Margareta van Bracht (zie kw. nr. 2712 ).

Op 28-1-1614 testeren te Rotterdam Felix van Sambix, boeckvercoeper, en zijn vrouw Elisabet Jansdr van Waesbergen, wonend in de Gulden Moelen op de Steyger. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. Hun kinderen krijgen met hun 18e jaar een bedrag van 200 gulden samen. [850]
Op 19-5-1639 bekent Isaack van Waesbergen 125 gld geleend te hebben van Felix van Sambix te Delft. [851]
Drukkersmerk in 1612 den fenix uit zijn asch verrijzende, met de zinspreuk "Rara avis in terra Phoenix".[852]
    Uit dit huwelijk:[853]
  • a. Elisabeth (van) Sambix, geb. vóór ca. 1610, jongedochter, wonend in de Pepersteeg (1629), otr./tr. Delft geref. Nieuwe Kerk/Oude Kerk 1/18-4-1629 David Lopez (Lopeesz) de Haro, ovl. na 1679, j.m. wonend te Leiden (1629), is als David Lopez buurtheer van de buurt 't Nieuwe Rijk van Pallas te Leiden (benoemd 13-6-1641 tot 1646 wegens vertrek),[854] genoemd als mogelijke voogd in het testament van zijn zwager Johannes van Sambix (1679), vermeld als boekdrukker te Leiden 1635-1663, wonend "prope Scholam Trivialem (bij de Grote School)" (1635), naast de Academie (1637), in de Klocksteegh (1645). [855]
  • b. Felix van Sambix, ged. geref. Delft Oude K. 12-11-1625 (get. Pieter van Waesbergen, Susanna van Sambix, Annetgen Hondius, moeders naam niet genoemd), ingeschreven als student 3-2-1645 ("Felix a Sambix, Coll(egii Ordinum) al(umnus)") en als student theologie 11-4-1650 ("Felix a Sambix, Delphensis, 24 (jaar)") aan de Universiteit van Leiden,[856] [857] kennelijk degene "van wien vermeld staat, dat hij als predikant uit het vaderland vertrokken was en voor overleden gehouden werd, aangezien men in geen 20 jaren iets van hem vernomen had."

IIIa. Johannes (Jan) van Sambix (Sambeecq, Sambecx), ged. geref. Delft Oude K. 5-3-1629 (get. Abraham van Waesbergen), j.m. (1649), boekverkoper wonend op het Rapenburch (1649), als Johannes (Jean) van Sambix werkzaam als boekdrukker te Leiden (1650-1664) in de Korte Dief-steegh,[858] te Utrecht (1660-1662) over 't Stadthuys,[859] waar hij de drukkerij van zijn neef Johannes van Waesberghe overnam,[860] en te Amsterdam (1677, 1690) waar de "Aigle d'Or" uithangt, [861] mogelijk ook onder pseudoniem van de Elzeviers werkzaam, [862] otr. Leiden geref. 25-6-1649 (niet gecompareerd, attestatie overgebracht), otr./tr. 1o Delft schepenen/geref. Nieuwe Kerk 19-6/11-7-1649 Jantje (Jannitg(i)en) Jacobs Dijcxhouck, ovl. na 1679, j.d. wonend te Delft (1649), tr. 2o Maria NN.

Jean Sambix (le Jeune)is werkzaam als boekdrukker te Leiden (1665-1699) waar de "Sphere" uithangt. [863] Is hij Johannes of mogelijk zijn zoon?
Op 25-5-1679 compareren te Utrecht Johannes van Sambix, boeckvercoper, en zijn echtgenote Johanna van Dyxhoeck, wonend te Utrecht in de Corte St Jansstraet. Zij benoemen de langstlevender tot voogd over de onmondige kinderen, en tot medevoogden David Lopes de Hare wonend te Leyden, en Franciscus Laboinder wonend te Delft. [864]
    Uit zijn eerste huwelijk (van Sambix-Dijcxhouck) drie kinderen :[865]
  • a. Elisabeth van Sambix.
  • b. Maria van Sambix.
  • c. Anna (van) Sambix, geb. 1655/56, woont in een van de huizen van de Ham in 't Agterom te Delft (1678).
    Op 12-5-1678 leggen Aeltgen Jacobs, bejaarde dochter, 50 jr, en Anna Sambix, 22 jr., beiden wonende in een van de huizen van de Ham in 't Agterom te Delft, een verklaring af ter zake van Jacob Jacobsz Overheul dat wijlen Annetgen Corsdr van Diemen, de zuster van zijn vrouw was de huur betaalde aan Jan Mol, mr. Smith in 't Agterom, aldaar ook inwoonde Teuntge de steentelster. Mede compareren als geburen, Lysbeth de Spinster, Corsjen Jacobs, zuster van de voorn. Aeltgen Jacobs en Arjaantje Andriesdr, huisvrouw van Abraham Pietersz. [866]
    Uit zijn tweede huwelijk (van Sambix-NN):[867]
  • d. Felix van Sambix, "van wien echter verder niets vermeld staat".

2714. FRANCOIS (FRANCISCO) CORNELISZ (DE) LA VIA (VYA) (LAVIA, DELAVIA), ovl. Enkhuizen 27-5-1652 [868], bank van leninghouder te Enkhuizen, [869] tr. vóór 1602

2715. CORNELIA BAT(T)IBOIS, ovl. na feb. 1628 [870],[871]. doopget. (1639 als Cornelia de la Via), Volgens Ref. [872] zou zij heten Cornelia FERRARIS sic!. Er zou een geslacht Battibois bestaan van bank van leninghouders te Hoei (Belgie) [873].

Francois de la Via, bank van leninghouder te Enkhuizen, verzoekt in 1624 in een tot de Gereformeerde Synode gericht verzoekschrift om te worden toegelaten tot het Heilig Avondmaal(¥). Hij motiveert dit o.a. met de omstandigheid dat hij de surplusgelden(¥) aan de eigenaars uitkeerde of zo deze niet opkwamen aan de armen. Deze bedragen liepen soms op tot ƒ 800,--. In 1625 wordt op zijn verzoek afwijzend beschikt op grond van regels uitgevaardigd in 1581 te Middelburg [874].


COMMENTAAR(¥) Zijn verzoek is illustratief voor de geïsoleerde kerkelijke positie die de bank-van-leninghouders in de 17e eeuwse Noordelijke Nederlanden innamen.
Enerzijds wordt op de Algemene Synode te Middelburg (1581) op de vraag of het stichtelijk was dat de huisvrouwen en dienstknechten der Lombarden tot het Avondmaal zouden worden toegelaten, door de Synode geantwoord dat de huisvrouwen mogen worden toegelaten, indien zij verklaren dat de handel van hun echtgenoot hen mishaagt en indien zij "eenvoudig en vroom" zijn, maar de dienstknechten zullen niet worden toegelaten zolang zij in dienst van de Lombard blijven, aangezien zij de vrijheid hebben om een andere betrekking te kiezen.
Anderzijds zijn er rond 1600 in vrijwel alle nederlandse steden banken van lening gevestigd met al dan niet openlijke goedkeuring van de plaatselijke magistratuur. Er speelde zich in de 17e eeuw vervolgens een juridisch-theologisch debat af over politieke gewenstheid en de juridische toelaatbaarheid van de banken van lening en over de kerkelijke status van de lombardhouders (van oorsprong meestal Italianen uit Lombardije). Met name het rentepeil - oorspronkelijk tussen ca. 50 en 100 % per jaar, later op last van de locale overheden teruggebracht naar 10 tot 20 % - was voorwerp van een uitvoerige strijd, die tegen het eind van de 17e eeuw in het voordeel van de tafelhouders eindigde [875].


COMMENTAAR(¥) surplusgeld = verkoopgeld van een pand - lening - rente - kosten van de verkoop
Op 25-4-1630 bevestigen Pieter van Waesbergen en zijn vrouw Catharina La Via of Lavia of Delavia, schuldig te zijn aan mr. David van Hoogenhuyse een bedrag van 1.200 gulden en verbinden als zekerheid hun vordering groot 3.000 gulden op Franchois Cornelisz de La Via te Enckhuysen. [876]
Op 26-1-1647 compareerde te Schiedam Charel Lavia, Tafelhouder in de bank van lening binnen Schiedam, en verleende acte van procuratie aan Johan Wilsoets, notaris en procureur binnen Schiedam, om uit zijn comparants naam zich te begeven naar Purmerent, en aldaar te lichten en te vorderen copie authentyeq van de testamente bij zijn comparants vader en moeder, Francisco Lavia en juff. Cornelia Batibois, op 2 November 1642 gepasseerd voor notaris Jan Jacobsz. Grebber tot Purmerend. [877]
Op 22-10-1660 compareerde te Schiedam Francoijs la Via, wonende binnen Schiedam, zoon van wijlen Charles la Via, met nog andere erfgenamen, en verleenden acte van procuratie aan notaris Jacob Bollaert, die zich terstond moet begeven naar Enkhuizen, en daar te innen en te ontfangen een vijfde part van de somma van 2400 pond (f), aan hen comparanten gelegateerd volgens het testament van wijlen Francoijs la Via en Cornelia Batibois, hun grootvader en grootmoeder. [878]

2716. WILLEM ADRIAENSZ VAN DIJCK(¥).

2717. RIJCKGEN PETERSDR VAN NOORT(¥), beg. Utrecht 23-5-1625, koopvrouw in granen.

COMMENTAAR(¥) Is hij mogelijk verwant aan Merrigen Ariaen van Dijcksdr, tr. Utrecht RK St. Jacob juni 1560 Pons Splintersz? [950].


COMMENTAAR(¥) Is zij verwant aan :
Alidt Fredericksdr van Noort, overluid ten Dom Utrecht 22-1-1593 [951], ex patre Frederick van Noort, pander in den hove van Utrecht, woonde bij Clarenburch ald., ovl. na 15-7-1597, tr. (1) voor 17-10-1562 Antonie Antonis Schaeyendr, ovl 1575, beg. Utrecht Buurk. [952]?
Dirck Aelbertsz van Noort woont te Utrecht, tr. voor 1586 Sophia Gijsberts.[953]
Jan Willemsz van Schayck, bakker te Utrecht, ovl. na 1535, tr. 1o Hubertge Willemsdr van Noort, vol voor 1529, dr. van Willem van Noort, ovl 1503/04 en Alijt NN, ovl. voor 1525, tr 2) voor 1535 Hannigen NN, ovl na 1560.[954] Op 9-9-1529 begeert Jan Willemsz van Schayck scheiding van Hubertgen zijn vrouw's zaliger erfgenamen.[955] Op 5-11-1532 vertegen Willem Jansz van Schayck en Aert Jansz vanSchayck van de erfenis van zaliger hun moeder Hubertgen ten bate van Jan Willem van Schayck, hun vader.[956]

2718. HARMEN HARMENSZ VAN RAMSDONK, ovl. Utrecht voor nov. 1618, otr./tr. Utrecht schepenen/RK 24-9/1-10-1603

2719. SOPHIA WILLEM AERTS SOEST(EN), beg. Utrecht 14-4-1645, woont te Utrecht (1603).

2720. JAN DE RIDDER(¥), ovl. ca. 1616, kammer, afkomstig van Brugge (1590), otr. Leiden geref. 13-1-1590 (get. van de bruidegom Jan Date, zijn bekende, afkomstig van Iperen, en Jan Clavijs, zijn bekende, afkomstig van Doornic, get. van de bruid Grietgen Roelensdr, haar bekende)

2721. JANNETJE NN, afkomstig van Cassel (1590), tr. 1o voor 1590 ADRIAEN GELEMAN.

COMMENTAAR(¥) Hij is mogelijk verwant aan Jacob de Ridder, passementmaker uit Engeland, die op 21-6-1593 te Leiden wordt doodgeslagen door Joost van Ackeren, saaivolder, die daarvoor op 1-6-1594 wordt veroordeeld tot levenslange verbanning[962].
Ook is hij mogelijk verwant aan Aert Willemszn de Ridder, die een huis bezit te Leiden (24-5-1551).[963]
Voorts worden in de periode 1576-1603 als poorters te Leiden genoemd :[964]
Claes de Ridder, Anthony de Ridder uit Artois, Glaude de Ridder uit Armentieres, Jacques de Ridder, zn. van Anthony de Ridder, en Vincent de Ridder.

2722. NN PIT.

2724. DAVID JANSZ CAPERMAN, geb. vóór ca. 1575, ovl. 1627/28,[965] treedt op als borg voor zijn broer Dirk (1598..1606) en voor anderen (1623..1627), schepen van Geervliet (1599..1608), binnenlands hoogheemraad van Putten (1607), belender te Geervliet (1607), bij de Herenstraat (1614), met bruikwaar (1616), borgemr. van Geervliet (1624..1627), [966] tr. 2o [967] ARIAENTJE PIETERS, tr. 3o voor 1625 CLAESYE PIETERSZ, ovl. na 1638, geref. lidmaat op belijdenis te Geervliet 28-12-1625, belendster (1631), woont als zijn weduwe (1638) op de Kay te Geervliet [968]. Hij tr. 1o voor 1599[969]

2725. MACHTELT CORNELIS, geb. vóór ca. 1580, ovl. vóór 28-7-1608 [970].

Op 12-2-1599 bekent David Jansz Caperman, schepen, aan zijn schoonvader Cornelis Maartensz een schuld van £ 1000 wegens koop van een huis (belend o. Cornelis Maartensz huis en erf, w. het gasthuis met het stadhuis, n. 's heren weg). Geroyeerd in 1615. [971]
Op 15-12-1605 verzekert David Jansz Caperman pp. voor ? t.b.v. Paulus van Beresteijn te Delft een schuld van ƒ 4000 op: - het gerechte part van land in Guldeland, zijnde 11 G tiendvrij; - 5 G aan de Deurlo (belend het erf van Cornelis Cornelisz Bakker); - een derde part van 16 G in het Noordeland, belast met 17 tot 18 stv. erfpacht per gemet en per jaar; - 3 G wei aan de Zeugeweg; - 3 ½ G aan de Dankertseweg; - 5 G genaamd de Lange Vijf Meten (belend: Leendert Pietersz); - 2 G in de Indercamp (belend de Bronckhorsten); - 4 G 100 R aan de Polderweg (belend de jonge Baertwijk); - 2 G (belend het weeshuis in Den Haag); - ? aan de Conijndijk - ? - 6 G 57 R in Oud Hoenderhoek (belend de Hoenderhoeksedijk), belast met een erfpacht van de helft in ƒ 50 en nog met 7 stv. en een blank per gemet per jaar; - een derde van een vierde part in 6 G 269 R in Nieuw Hoenderhoek met de gevolgen (belend de jonge Jacob Jacobsz) en van 1 G 95 R (belend Herman Jacobsz); - ? - ? Aan het slot van de akte vermeld Floris van Rijn en Joost van Rijn. [972]
Op 5-8-1606 transporteren Hendrik Jansz wonende op de Conijndijk en Philip Huijgen wonende te Spijkenisse aan David Jansz Caperman twee delen van 4 G land in het Noordelandeken. [973]
Op 7-5-1608 transporteert David Jansz Caperman, mede-schepen, aan Paulus van Beresteijn zijn twee delen in dijk en gors, gemeen met Hendrik Jansz, eertijds behorende tot de gevolgen van 4 G toekomende deels de erfgenamen van Aartje Cuijpers, deels aan Leendert Pietersz Romeijn. [974]

Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz wonende aan de Conijndijk aan Paulus van Beresteijn zijn derde deel in dijk en gors, gemeen met David Jansz Caperman, als in voorgaande akte. [975]
Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz wonende aan de Conijndijk aan David Jansz Caperman 4 lijnen land in Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. de weeskinderen van David Jansz, n. de achterdijk, o. verkoper). In marge: niet gepasseerd. [976]

Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz aan de Conijndijk met Pieter Harmensz mede aldaar als borg aan David Jansz Caperman 4 lijnen in het Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. de weeskinderen van David Jansz, n. de Achterdijk, o. koper). Land is belast met 20 stv. per gemet en per jaar t.b.v. de Grafelijkheid en Arie van Egmond. [977]
Op 28-3-1624 transporteert Jacob Boot als curator in de boedel van Frans Cornelisz Bakker aan David Jansz Caperman geprocreëerd bij Ariaantje Pieters en die van Lenaart Ariens geprocreëerd bij Nelletje Pieters(¥) - 2 ½ G teelland in Oud Markenburg op kaartnr. 141 (belend z. en n. voornoemde kinderen, w. de Hogelandseweg, o. de vronen) - 8 ½ G land met gevolgen in Nieuw Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. Crijn Dirksz, n. de nieuwe dijk met aanwas en de Maas, o. de kinderen voornoemd). [978]