| You are here: Louk-Home ⇒ Genealogy ⇒ Kwartierstaat Van Schothorst ⇒ Gen. nr. 12 |
2048. REIJER ONTHEIJNEN (ook genaamd ONTHEIJN, VAN BITTERSCOTEN, GOERTSEN?), wonende op Groot-Bitterschoten onder Barneveld.[1]
tr.[2]
2049. ANTHONIA (THOENE) WILMMSEN VAN WENCKUM.
Rond 1545 is de eigenaar van Bitterschoten Weym van Bloemendael overleden, aanspraak maken Cornelis Harmensen en Reyer Goertsen, zij zeggen de naaste bloedverwanten te zijn van Weym, ook de kelnarij van Putten maakt aanspraak op Bitterschoten. Cornelis Harmens wint maar moet 500 caroliguldens aan Reyer betalen. [3]
Register van overleden keurmedigen van de Kelnarij van Putten :[5] 1607 : "Bitterschotten. Anno 1607 27 Aprili solvit filius Jan Reiertsen F(¥) possessor halff Bitterschoten het versterff patris sui praenomati 4 looth silvers, ut littrae tetantem. Actum in praesentia Evert Schrasser. Mater Jan Reijertsen fuit Thoene op Bitterschoten, habet praeter Jan adhuc in vivis Henrich Reijertsen op het goett Bitterschotten, Willm wohnt oock op dit goett, Aelt tho Wohenbergh (Woudenberg) op Gerrestein, Hense wont op Schaffeler. filia Luitgen.
COMMENTAAR(¥) F vide 150b initio par. 2do.
Register van overleden keurmedigen van de Kelnarij van Putten :[6] 1626 : "19 (Jan. 1626) Duobus diebus ante 3 victoris, obierat op Bitterschotten Willm Reijnersen et solvit per manus Jan van Hoecklom filius Willm Reijnersen, dictus Willm Willmesen pro cormeda patris sui 8 Kar. gld. Huius Willm Willmsen uxor est cormedalis ex confessione ipsius Willm Willmsen, habitantis in praedio dicto op de Flijrte, dictusque est pater eius, uxoris scilecet Jan Willmsen (hiermee zal wel bedoeld zijn dat de vrouw van Willem Reijnersen Janneke heette).
Register van overleden keurmedigen van de Kelnarij van Putten :[7] 1637: "Klein Bitterschotten. 21 Maij Wilm Henrich Hessensen solvit pro laudemio (hulde) patris Henrich Hesensen 4 looth silver ad 5 hgld".
2052. JOACHIM OTTEN, heeft land in gebruik,[8] pachter (van de Graaf van Kuilenburg) van Groot Haversteeg te Manen (1575).[9]
vul aan VG 20(1995)211
2160. HENRICK ARISS, ovl. 1643,[14]
krijgt oprukking voor het herengoed "Beterum" te Ede op 11-1-1610,
5-3-1616, 30-4-1622, 28-3-1631, 25-3-1637 [15], tr.
2161. BERENTGEN WOLTERS.
2164. HENDRICK JELISZ HAELBOOM, geb. vóór 1590[16]
, ovl. 1631/32[17]
, wordt samen met zijn broer Lambert gedagvaard voor het gerecht te Ede
door Egbert Jansz (1612),
"verburgt" de momberschap van de minderjarige kinderen
van zijn overleden broer Lambert (1626),
verkrijgt 7-4-1632 oprukking naar zijn zoon Jan[18],
tr.[19]
ca. 1600[20]
.
2165. NN.
2166. CORNELIS NN, tr.
2167. GRIETGEN GUERT JOCHEMSDR, geb. ca. 1580[24], tr. 2o na 1631[25] CORNELIS ROETERS, geb. ca. 1585[26] , ovl. na 1631[27] , of is hij kw.nr. 2166?
2170. GERRIT WOUTERS (VAN SCHARRENBURG), ovl. 1664-1671,[28] boer, eigenaar en bewoner van Groot Scharrenburg, tr. 2o 1620 NN, tr. 3o Barneveld 22-11-1635[29] of 12-12-1635 met attestatie van Lunteren[30] . AELTJE JANS VARECAMP, ovl. 1664. wed. van Goert Goertsz van de Glinde, dr. van Johan Varecamp en Hillitgen Gerrits, tr. 1o voor 11-6-1605[31]
2171. MARIE JANSEN (VAN SCHARRENBURG), ovl. vóór 1616.
voeg toe scan VG 15(1990)262 en HV 1/29 + copie
2224. GERRIT GERRITS CRUIMER, geb. verm. voor 1570, ovl. na 1630, tr. vóór 1590[43]
2225. WILHELMKEN TEN BRINCK, geb. vóór 1570,[44]
voeg toe Kw. VG 231
2232. PETER HISSINCK, ovl. verm. Voorst na 1610,[47] parentatie niet bewezen, vermeld in 1610 als "inheemse van Voorst",[48]
2240. JAN CORNELISZ (HOMOET)(¥)[49], geb. ca. 1550, ovl. vóór 1592, eigenaar van de herengoederen 'Den Pas' (oprukking op 28-12-1571) en
'Ritbergh' of 'Ritbroeck' (oprukking op 27-11-1571) in Orden [50].
Zijn erfgenamen worden in 1592 vermeld te Wenum.
| COMMENTAAR(¥) Is Reijner Cornelisse Homoet te Apeldoorn ca. 1600 verwant? |
voeg toe VG 10(1985)266, KWG en HV 4/631 en 4/639
Schattingslijsten van het Ambt en kerspel Apeldoorn[51]:
Ambt :
1592 : Hoemoetz ergenamen te Wenum, 2 oortjes betaald door uitheemsen in 't kerspel Apeldoorn.[52]
1594 Jan Homoets erfgenamen.[53]
1598 : Wouter Jans Homoet, daarna tot 1606 zijn ergenamen, 2 oortjes.[54]
1619-1621 Wolter Jans Homoets erfgenamen 1619-1621, 2 oortjes.[55]
Op 27-11-1571 bekomt Jan Corneliss Homoet "afdracht en opruckingen vant Heerengoet Ritbroeck off Ritbergh gnt., in Ampt van Apeldoorn, Buirschap Orden" [56].
Op 28-12-1571 bekomt Jan Corneliss Homoet "afdracht en opruckingen vant Heerengoet Den Pas off Egbert van Orden goet gnt., in Ampt van Apeldoorn, Buirschap Orden" [57].
2264. =1120. WOLTER JANS.
2265. =1121. WOUTERTJE LUBBERTS.
2440. DERIC GIJSBERSEN, "met een holten been to Essen op den kleenen top", tr.[58]
2441. TRIJNE TOPS, ovl. Kootwijkerbroek 1637, "mancipi" ?, heeft de keur niet betaald.
"Annichien Jansz, nupta op d'Kyft int Ampt Barneveld heeft een soon gnt. Breunis." [63]
2442. JAN MOLLERS, molenaar op de Puurveense molen.[66]
2444. WOLTER RIJCKS.
2445. CORNELISKEN HENDRICKS.
vul aan VG 22(1997)246
2496. LUBBERT AERTS DROST, ovl. 1610-1613, eigenaar van herengoederen te Nunspeet (1606, 1610).
Hullemansgoet te Nunspeet[67] :
De grootte .. etc.
Op 8-12-1610 krijgen Lubbert Aert Drosten en zijn zuster Weijme Aerts oprukking voor het herengoed. De ene helft is op 2-5-1579 verkocht door Henrick, Goert en Johan van Coot, gebroeders, aan zijn ouders Arnt Henricxen Drost en Wobbe, de andere helft wordt nu aan hen getransporteerd door Derick van Hoeckelom, in naam van Joffer Jacoba van Huet.
Op 8-12-1610 krijgt Joffer Jacoba van Huet transport na overdracht door Lubbert Aert Drosten en Weijme Drosten, zijn zuster van de helft, welke tot een bijzonder zaalweer wordt gemaakt, groot 4 mudde roggelants en 30 mld. haverlants.
Het afgesplitse goed heet verder Hullemanserve :
Op 25-6-1639 krijgt Lubbert Aerts Drost oprukking als zoon van zaliger Aert Lubberts Drost en zaliger huisvrouw Merrijken Jansen, zn van zaliger Lubbert Aerts Drost (8-12-1610 transport en oprukking bekomen) met de olderdom en 1/4 part van het halve herengoed van zijn zuster Merrige Aertz Drost, krachtens magescheid d.d. 4-4-1639 tussen hem en zuster en nog twee onmondige kinderen van zijn zaliger ouders.
Op 25-6-1639 krijgen Jan Egbertsz en zijn echtgenote Merrige Aertz Drost investiture en oprukking van zaalweer, het 1/4 part van haverlanden, 1/4 part en het recht van inlossing van het halve herengoed. Krachtens magescheid tussen hen en broer Lubbert Aerts Drost opgericht als de vier kinderen (waarvan twee onmondig) van Aert Lubberts Drost, die erfgenaam was van vader Lubbert Aerts Drost. Lubbert Aerts Drost zal ook het 1/4 part van Merrige Aertz Drost krijgen.
Een herengoed tot Nunspeet [68] :
Op 12-11-1606 krijgt Lubbert Aerts Drost oprukking.
Op 2-9-1613 krijgt Aert Lubberts Drost investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Lubbert Aerts Drost.
2504. LAMBERT AERTS (TOE WESTENDORP), geb. 1565, ovl. vóór 1632, woonde reeds in de tweede helft van de 16e)">6e eeuw in Westendorp, waarschijnlijk als hofmeier op de Emsterhoff,[69]
beleend met een herengoed te Westendorp.[70]
Een herengoed te Westendorp: Op 14-6-1606, 13-11-1613, 3-11-1619 en 21-10-1625 krijgt Lambert Aerts oprukking. In 1613 wordt ingelost 5 schepel van Jan van Eems. In 1619 worden ingelost de kindsgedeeltes van zijn broers en zusters Henrick Aers, Jenne Aerts en Geergen Aerts, met uitzondering van het deel van Reijner Aertsz.[71]
| COMMENTAAR(¥) Volgens Ref. [76] is Helmich Lamberts zn. van Lambert Lubberts x Gijsbertje Jans. ZOEK UIT |
Een herengoed tot Emst: Op 22-4-1687 krijgt Peter Helmichs investituur en oprukking als erfgenaam van zijn ouders Helmich Lambert en Mechtelt Peters.[79]
voeg toe HV 571, vul aan VG 25(2000)293
2506. HERMAN EGBERTS KOSTERS, parentatie niet bewezen.[85]
2508. J(OH)AN GERRITSEN (VORSTELMAN)(¥), geb. Epe/Schaveren ca. 1570, ovl. Epe/Schaveren voor 2-6-1638, te Epe,[86]
tr. ca. 1610
2509. EGBERTGEN LUBBERTS, geb. ca. 1580, ovl. Epe/Schaveren voor 1-9-1652,[87]
| COMMENTAAR(¥) NB In Refs. [88] [89] zouden nrs. 2508/2509 moeten zijn Jan Jacobs Vorstelman (ex patre Jacob Jacobs Vorstelman), geb. Epe 1580, tr. Epe 8-9-1616 Nise Werners. ZOEK UIT! |
voeg toe HV 514 en 538, 522, vul aan VG 25(2000)292
In "Herengoederen deel IV" wordt gemeld:
20-10-1609 Johan Gerritsz x Egbertgen Lubberts investiture na transport van Derck Averenk.
1-9-1652 Jacob Jans approbatie voor de tuchtiging van zijn vrouw Elisabeth Lamberts.
In 1642 verder approbatie door zijn broer Gerrit Jans x Geertgen Gerrits.
2510. LAMBERT JANSEN BRUIJNIS (BROENISSEN), geb. ca. 1590, ovl. Epe dec. 1637[96], te Epe/Emsterenck,
tr. Epe 8-9-1616[97]
2511. GEELE REIJN(D)ERS, geb. Epe ca. 1590.
vul aan VG 25(2000)292
vul aan HV 4, 564
2562. BARTHOLOMEUS SMOLDERS, geb. Turnhout (B), woont in Den Haag. otr. 2o Den Haag 18-10-1626[99] GEERTJE HAYMANS, otr. 3o Den Haag 31-12-1628[100] LEUNTJE MAERTENSDR, tr. 1o [101]
2563. MAEYCKE CORNELIS DIRCKSDR.
2602. NN BREYNE, geb. vóór ca. 1575.
2608. JORIS ENGELSZ (VAN DER KELDER(¥), ovl. na 1648 (dan is hij doopget.), zwartverver, afkomstig van IJsenberge (1601), doopget. (1638..1648), huw.get. (1641), otr. Leiden geref. 23-6-1601 (als Jorys Engelsz, get. voor hem meester Adriaen Imbrechts, en Lucas du Boys, zijn bekende, voor haar Neeltgen Dircxdr, haar bekende),[102]
2609. FRANCHIJNTGEN AERTS (VAN KEGELENBERGH), beg. Leiden Hooglandse K. 6-4-1646, afkomstig van Antwerpen,
huw. get. wonend op de Nieuwe Maren (1637).
| COMMENTAAR(¥) Diverse personen (van den) Keldenare (Kellenaere) uit Ieper worden poorter van Leiden 1590-1600.[103] Zijn zij verwant? |
2610. CLAES VAN TOL.
2614. NN DE(L) TOMBE.
COMMENTAAR(¥)
Dit is verm. niet goed:
|
| Fragment des Tombe |
|
Wapen des Tombe: In goud een blauwe keper, die de
sohildtop niet raakt, vergezeld van boven van
twee vijfpuntige roode sterren en van onderen
van een zwarten wassenaar. Helm met blauwgouden wrong en goud-blauwe dekkleeden.
Helmteeken : eene vijfpuntige roode ster.
Schildhouders : twee omziende rood getongde
bruine leeuwen.[105]
[106]
Ia. Martin Destombe, tr.
Jeanne Descamps. Hieruit:[107]
[108]
IIa. Martin des Tombe, geb. Tourcoing 1588, beg. Leiden 16-9-1635, greinreeder,
poorter te Leiden 22-10-1627,
tr. ca. 1612[109]
[110]
Marguerite Lamblin (Lamelin), beg. Leiden 21-9-1635, dr. van Denis Lamblin en Francoise des Bonnets. Hieruit (o.a.?):[111]
[112]
|
2688. JACOB (VAN DER JACHT), geb. vóór ca. 1575, alleen bekend uit het patroniem van zijn veronderstelde zoons.
| COMMENTAAR(¥) In de periode 1631-1642 wordt een tiental kinderen gedoopt met als vader Theunis Jacobs en geen moedersnaam vermeld. Ref. [121] noemt Jannetje Arents als moeder. Waarom is onduidelijk. Bij Teunis Jacobs worden drie verschillende beroepen genoemd, dus wellicht zijn er ook tegelijkertijd minstend drie verschillende personen van die naam. |
| COMMENTAAR(¥) Volgens Ref. [126] is Cornelia Cornelis = Cornelia Cornelis Olyman, dr. van Cornelis Pleunsz Olyman en Ariaentje Pietersdr. Cornelis Pleunsz, stierman, laat inderdaa een dr. Neeltgen geref. dopen te Maassluis 29-6-1625, maar deze zou dan in 1678 bij de doop van haar laatste kind 53 jaar oud geweest zijn. Onwaarschijnlijk. |
2690. GOVERT PIETERSZ VAN WIJN(¥), geb. ca. 1574, ovl. vóór 22-8-1642, biervoerder (1615),
marktschuitvoerder van Maassluis op Delft,
tr. 2o Maassluis 15-1-1636
LIJSBETH EGBERTSDR., wed. van Claes Jansz Hardenbergh. Zij hertrouwt Maassluis 8-10-1642
Willem Dircksz, schoolmeester te Heenvliet en Poortugaal.
Hij
tr. 1o vóór ca. 1600
2691. TRIJNTJE JACOBSDR VAN VELDEN, geb. vóór ca. 1580, ovl. tussen 22-2 en 21-4-1632.
| Wapen Van Velden : Een ovaal schild beladen met een springende eenhoorn op grond, gekroond met een kroon van drie fleurons, waarboven een uitkomende eenhoorn, de staart zichtbaar [131]. Dit wapen komt voor op een grafzerk in de Grote Kerk van Maassluis. In [132] wordt het wapen Van Velden gegeven als : in zilver in klimmende zwarte eenhoorn met gouden hoorn en hoeven. Dit gebeeldhouwde wapen kwam voor op de toreningang van de heerlijkheid Holy te Vlaardingerambacht. |
| COMMENTAAR(¥) In het notarieel archief Maassluis komt in 1615 en 1617 ook voor: Govert Pieterss Knol, wonend te Delft, pachter van de impost van bieren en consumptie van het zout over Delfland. [133] Kennelijk niet identiek met Govert Pieters van Wijn? |
Op 6-7-1615 compareert te Maassluis Govert Prs. Wijn, biervoerder, voor een Attestatie. [134]
Op 8-4-1618 worden "Govert Pietersz en zijn vrouw" genoemd als geref. lidmaten te Schipluiden.[135] Het is niet bewezen of het in dit geval ook bovenstaand echtpaar betreft.
Op 25-7-1629 betaalt de kerkeraad van Maassluis ƒ 36,9,- aan Govert van Wijn "voor 15 halfvaten kleynbier en 2 halfvaten zeven gulden bier, door den Kerkeraad toegeleid aan de metselaers en andere werklieden" (die werkten aan de bouw van de Grote Kerk aldaar) [136].
15,16,17 sept. 1643 : Interrogatoria ten verzoeke van Pieter Govertsz van Wijn en Jan Maertensz van Crimpen. Van Wijn is lastig gevallen over palen, dienende tot de schutting(=zalm)visserij. Hem is toegevoegd " gij mennonisten duijvel" en hij is daarbij met een vuist voor het hoofd geslagen. "Van Wijn seyden : mannen gij siet wel dat ick hem van mijn lijff niet en can houden, ick wil hem niet smijten, ende daer is niemant die een hand uitsteeckt, daerop geseyt wiert 't is gemeen, ende voorn. Van Wijn den voorsz. Aldert Cornelisz - de dader - weder losgelaten heeft" [142]. Op 19 sept. 1643 krijgt Van Wijn attestatie van goed gedrag [143].
2694. VOLCKERT VAN ERCKELENS, geb. ca. 1580, ovl. na 1660.
2696. ROMBOUT BESOOYEN(¥), ovl. 1-4-1630, beg. (zerk) Zierikzee St. Lievens-Monsterkerk[155], parentatie niet bewezen.
Op 3-11-1629 transporteren te Rotterdam Servaes Maertensz, Henrick van Besoyen en Jan Jordensz, allen gediend hebbend bij capiteyn Govert van Beaumondt, aan Jan Harmansz, wonend in 'de Swarte Buys' bij de Beurs, 3 maanden min 2 dagen gage die zij tegoed hebben van de admiraliteyt. [158]
Op 25-4-1642 gaat Heyndrick van Besoyen met Adam Adriaans Corporaal en Rombout Rombouts van Besoyen een maatschap van kagenaars aan. [159]
Op 28-5-1648 heeft te Schiedam Heijndrick van Besoijen, kagenaer, wonende op Maessluijs, te innen van Abraham Thonisz, mede kagenaer, wonende binnen Schiedam, de somma van 100 Car. guldens. [160]
| COMMENTAAR(¥) zoek op Bloys van Treslong, graf-zerken Rotterdam |
Op 6-8-1664 attesteert Aagtje Jans huisvrouw van Jan Hendriks van Besoyen, oud ca. 27 jaar ten verzoek van Bastiaan Dircks, fruitverkoper. [163]
Op 15-6-1668 maken Jan van Besoyen en Aagje Jans Soet een mutueel testament. Bij kinderloos overlijden ontvangt de moeder van testatrice Geertie Leenderts ƒ 500,-, eventuele kinderen voor vaders of moeders versterf ƒ 100,-, voogd is zijn broer Rombout Hendriks van Besoyen. [164]
Op 9-7-1681 vindt de boedeldeling plaats van Jan Hendriks van Besoyen weduwnaar van Aagje Jans. Kinderen en erfgenamen Jan van Besoyen de jonge, tevens als voogd over Pietertje, Franciintie en Hendrik. Er zijn o.a. een tiental huizen te Rotterdam, diverse schilderijen en een aantal rentebrieven. De vader behoudt alle goederen, doch moet aan de kinderen ƒ 24.000,- uitkeren. [165]
Op 2-4-1697 testeert te Schiedam Neeltje Pieters van Rhijn, wonende te Maassluis, wed. van Isaac van Besoien. [173]
| COMMENTAAR(¥)
Wat is het verband met het volgende:[174]
GODERT VAN BESOYEN, geb. ca. 1440, bezat een huis te Besoyen, tr. Marie Romboutsdr. Moys, waaruit: 1. Lenaert van Besoyen, vermeld te Breda (1519-1539), tr. Aleyt Willemsdr Peynenborg, geb. Oisterwijk. 2. Jacob van Besoyen, vermeld te Breda (1511-1528). 3. Rombout van Besoyen, vermeld te Breda (1526-1539), tr. NN, waaruit: a. Godert van Besoyen, geb. te Breda, schoenmaker, wonende te "Bly" in Westfriesland (1555). 4. Gerit van Besoyen, vermeld te Breda (1526-1529). 5. Antoon van Besoyen, vermeld te Breda (1526-1546), bezat een huis te Breda "aent Gasthuyseynde", tr. Heylwich Adriaensdr. van der Molen. 6. Marie van Besoyen, tr. Henric van Kessel, de wagemaker. 7. Anna van Besoyen, vermeld te Breda (1511). 8. Cathelyn van Besoyen, tr. Dirck Henricszn van Vucht, den lathouwer, vermeld te Breda (1511). |
2702. JACOB CLAESS LEVERSTEIJN, ovl. na 1639, parentatie niet bewezen,(¥) schepen van Maassluis, tr. (verm. vóór ca. 1610)
2703. TANNEKE JOOSTEN, geb. 1592/93, ovl. na 1638, parentatie niet bewezen.(¥)
| COMMENTAAR(¥)
Volgens Ref. [175] die verder geen bronnen geeft moet dit zijn:
2702. JACOB DIRKS LEVERSTEYN, geb. ca. 1593, ovl. (beg?) Delfshaven 18-11-1629, tr. 2703. AELTJE JOOST ADRIAANSD, geb. ca. 1594, ovl. (beg?) Delfshaven 30-8-1625. |
In de volgende akten te Maassluis komen voor:
Jacob Claess Leversteijn Revocatie van een testament 27-10-1636. [176]
Jacob Claess Leversteijn en zijn echtgenote Tanneken Joosten, oud 44 jr, Attestatie 15-5-1637 (geh.m. Tanneken Joosten). [177]
Jacob Claess Leversteijn Attestatie 12-8-1637. [178]
Jacob Claess Leversteijn Codicil 4-10-1637 (oud-schepen van Maassluis). [179]
Jacob Claess Leversteijn en zijn echtgenote Tanneken Joosten, wonend te Maassluis, Testament 6-11-1638. [180]
Jacob Claess Leversteijn Attestatie 9-11-1639 (voogd, won. Maassluis). [181]
Jacob Claess Leversteijn Accoord 31-10-1642 (oud-schepen van Maassluis). [182]
2704. ADRIAEN (ARY) WILLEMS BREUR, geb. 1576/77, ovl. kort voor 1658, als reder en/of boekhouder gecommitteerde van de visserij (1612),[187]
burgemeester (1614-1615) en schepen (1626),[188]
koopman (1614..1650), setter (1616) en president schepen (1636-1637),[189]
te Maassluis,
treedt op als gemachtigde en
als medevoogd van de onmondige kinderen van de overleden
Cornelis Adriaen Noordergraft en zijn vrouw Pietertgen Pietersdr (1638),
[190]
vermeld in een groot aantal notariële akten 1614-1643,
koopman (1614..1643), oud-burgemeester (1641), oud-schepen (1643),
wonend te Maassluis (1614..1643),
in 1643 oud 66 jr. gehuwd met Willemtge Adriaensdr,
[191]
[192]
[193]
tr. Maassluis 12-2-1612
2705. WILLEM(IJN)TGEN ARYENS (ADRIAENS) (SCHRAM), geb. 1573/74, ovl. na 1643?
woont te Maassluis (1641).
vul aan lb 1886.
Op 21-9-1614 wordt Adriaen Willemss Breur, wonend te Maassluis, gemachtigd door de erfgenamen van Maertgen Dircxdr zaliger, anders genaemt Maertgen Jans. Als erfgenamen worden genoemd: Adriaen Willemss Breur (nomine uxoris), Claes Meess (nomine uxoris), Corn. Corneliss Reus (nomine uxoris) en Corn. Adriaenss. [194]
Op 26-4-1615 wordt hij wederom gemachtigd, als gehuwd met Willemijntge Adriaens, door de erfgenamen van Maertgen Dircxdr zaliger, anders genaemt Maertgen Jans. Als erfgenamen worden genoemd: Cornelis Adriaenss Schram, Willemijntge Adriaens, Maertgen Adriaens en Neeltge Adriaens. [195]
Op 18-10-1621 verkopen Jacob Jacobsz van Bramen, huistimmerman, principaal, Pieter Laurensz, stedesmid te Brielle en Abraham Jacobsz, schrijnwerker, mede aldaar zijn broeders als borgen, aan Adriaen Willemsz Breur een rentebrief. [196]
3 morgen land te Maasland aan de Middelwatering, leenroerig aan de hofstad te Hontshol (nr. 99B) [197]:
19-6-1627: Adriaen Willemsz Broer te Maeslantsesluys na overdracht door Frans Jacobsz.
19-8-1658: Willem Adriaensz Breur bij dode van zijn vader Adriaen Willemsz Breur en draagt het leen over aan Ysack Symonsz van der Meer.
2 1/2 morgen land te Maasland tussen de twee kleine sluisvlieten, leenroerig aan de Grafelijkheid (nr. 25C) [198]:
25-6-1629: Adriaen Willemsz Breur te Maeslandtssluys na overdracht door Pieter Jansz Vervliet.
Op 26-4-1633 belooft te Rotterdam Arijen Willemsz Breur, coopman te Maeslantsluys, dat hij Jan Lambrechtsz Rom, schipper alhier, zal vrijwaren van een borgtocht die hij ten behoeve van Johan Druijven, coopman te Nieupoort zal passeren vanwege het proces, die de laatste in zijn eigen naam zal voeren vanwege zijn houckerboot, die in november 1632 is genomen door capiteyn Jaecques Herron, wonende te Oosteinde. Ook Jan Druijven wordt hiervoor gevrijwaard. [199]
Op 24-6-1633 verklaart Jan Lambrechtsz Rom, schipper, op verzoek van Adryaen Willemsz Breur, coopman te Maeslantsluys, dat in het begin van november 1632 in de herberg het Swijnshooft, requirant samen met Pieter Pietersz Bisschop en Thobias Cornelisz, coopluyden te Maeslantsluys, hem verzocht heeft naar Nieupoort in Vlaenderen te gaan om aldaar voor hen een houckerboot te kopen, waarop Joris Arentsz van Maeslantsluys stierman was. Attestant verklaarde zich daartoe bereid mits hem 70 gulden zou worden betaald voor zijn moeite. Hem zou een wissel op debiteuren van Bisschop en Thobias Cornelisz te Vlissingen in Seelant worden meegegeven om de boot te betalen. [200]
Op 23-6-1636 verkoopt te Rotterdam Hendrick Dircxsz Houfflaecken uit de Wagestraet in Den Hage in het huis 'de Bode van Noordhollandt' 30 paspoorten aan Arien Willemsz Breur en Isaack Symons van der Meer te Maeslantsluys voor 500 gld per stuk. [201]
Op 10-7-1640 draagt te Rotterdam Dirck Ariensen Niese, maeckelaer te Amstelredam, een vordering van 549 gld op Arien Willemsen Breur wonende te Maessluys over aan Cornelis van Hartichvelt, oud-burgermeester. [202]
Op 19-3-1641 verkopen Willem van Couwenhoven, burgemeester, en Jacob Jacobsz Couwenhoven, brouwer, bloedverwanten van de weeskinderen van Huijch Jacobsz van Couwenhoove, met goedvinden van het gerecht en de weesmeesteren van den Briell, aan Gerrit Theunisse Wanesee van den Briele een huis en erf aan de noordzijde van het Marelant in den Briele. Belendingen: aan de zuidzijde Jacob Jacobsz, voerman, aan de oostzijde Lijsbeth Jansdr, weduwe van Corstiaen Claesz, van de straat met een tuintje erachter tot aan de Vest. Belast met 1150 gulden van Adriaen Willemsz de Breur, wonend te Maeslantsluijs. Te betalen 1200 gulden, waarvan 600 contant. Borg voor de koper: Jacob Willemse de Valck. De plaets en het pakhuis dat aan het huis gebouwd is zal nog 3 jaar aan Arij Willemsz Breur verhuurd blijven, voor 36 gulden. Het bij het huis gelegen tuintje is belast met een jaarlijke rente van 6 gulden dat toekomt aan de stad van Den Briel. [203]
Op 11-11-1641 legt Willemtge Adriaensdr, geh. met Adriaen Willemss Breur een getuigenis af.[204]
Op 20-9-1643 legt zij wederom een getuigenis af, dan vermeld als Willemtge Adriaensdr, oud 67 jr., wonend te Maassluis, geh. met Adriaen Willemss Breur, dr. van Arijen Arienss Schram zaliger.[205]
Op 1-12-1643 legt Jan Lambertsz Rom, 59 jaar oud, capiteijn in dienst van de Vereenichde Nederlanden een verklaring af op verzoek van Arien Willemsz Breur, coopman uit Maessluijs. In 1632 heeft hij op verzoek van Pieter Pietersz Bisschop, seijlmaker en Tobias Cornelisz, stierman, en van Breur in Oostende een houcker visboot opgeeist waarin ze samen reders waren, en die opgebracht was naar Oostende. In de herberg "de Moerjaen" in Maessluijs hebben Breur en de anderen hem beloofd de gemaakte kosten van 1500 gulden te vergoeden. Verder zouden Pieter Pietersz Bisschop en Tobias Cornelisz aan Breur beloofd hebben de onkosten te helpen dragen. [206]
Op 22-1-1644 verklaart te Rotterdam Jan Lambrechtsen Rom, capiteyn, 59 jaar, door Arien Willemsz Breur, coopman op Maessluys, in december 1632 in de herberg 't Moeryaenshooft in aanwezigheid van Pieter Pietersz Bisschop, zeylmaecker, en Thobyas Cornelisz, stuyrman, te zijn verzocht schade te verhalen en vrijgave te bewerkstelligen van een op zee door de vijand ingenomen houckervischboot. Hij belooft alle onkosten te vergoeden. Rom heeft voor Raden te Duynkercken getracht vrijgave te verkrijgen, maar is hier niet in geslaagd. [207]
Op 11-5-1644 bekent Willem Bartholomeussen Meyburch, houckmaecker, wonende te Maessluys, 1.200 gulden schuldig te zijn aan Adreaen Willemsen Breur, coopman te Maessluys. [208]
Op 12-9-1650 heeft te Schiedam Arien Willemsz Breur, wonende op Maaslandsluijs, te innen van Pieter Dircxsz van der Houf, wonende in de Lier in de ambachte van Maesland, de somma van 6000 Car. guldens. [209]
Op 12-3-1648 bekennen te Rotterdam Pieter Adriaens Moyman en Jan Claesz van Alphen, beiden wonende te Scheveningen, schuldig te zijn aan Adriaen Willems Breur 3000 gld t.z.v. een geldlening. Leendert Cornelisz Denick wonende te Maassluys stelt zich hiervoor borg. [210]
Op 1-5-1648 koopt Arien Willem Breur een boomgaard achter het huis van Dirck Jasperse "in de vuyck" te Schiedam.[211]
Op 2-3-1649 bekent Arent Dircksz Passer, caes- en buttervercooper in Maeslantssluys, 1.100 carolus gulden schuldig te zijn aan Adryaen Willemsz Bruer, coopman in Maeslantssluys. [212]
Op 24-10-1650 bekent te Rotterdam Huybrecht Meltsert Stael, marckschipper op Rotterdam, en wonende op Maeslantssluys, 4.200 carolus gulden schuldig te zijn aan Adreaen Willemsz Bruere, coopman te Maeslantssluys. [213]
Op 27-4-1653 legt te Schiedam Cornelis Cornelisz Duijn, wonend onder Pernis, op verzoek van Jonkheer Wilhelm van Duijn, Dijkgraaf van Rijderkerck en mede van Cornelis Jansz Olshoorn als mede eigenaars van een zeker buitengors, genaamd Langebackersoort, gelegen omtrent de hoek van de Oude Maas onder Pernis, een verklaring af over het doorgraven en doorsteken van zekere kade gelegen tussen voorn. gors, alsmede de landerijen van jhr. Wilhelm van Duijn en van Cornelis Jansz Olshoorn enerzijds en die van Arijen Willemsz Breur c.s. anderzijds, waardoor het voorn. gors telkens is onder- en overgelopen. Bedoeld doorsteken is geschied op order van Heindrick van Dijck en voorn. Arien Willemsz Breur. [214]
Op 14-3-1664 compareerde te Schiedam Willem Canter, rentmeester, wonende binnen Schiedam, zijnde van competente ouderdom, en verklaarde ten verzoeke van de erfgenamen van wijlen Arijen Willemsz Breur, in zijn leven Coopman op Maessluijs, dat hij attestant goede kennis heeft, dat genoemde Breur in zijn leven voor verscheiden jaren in huur heeft gehad van de ambachtsheren van Langebackersoort seekere buiten gorsinge gelegen aan de Maze tegenover de stad Vlaardingen, en dat de onkosten van het maken en repareren van de rijsdammen, die aan de gorsinge voorschreven zijn gemaakt door genoemde ambachtsheren zijn betaald. [215]
2706. ROC(H)US GERRITSZ VAN POMEREN, geb. vóór ca. 1580, ovl. 1631-1635,[217]
poorter van Vlaardingen 28-12-1602,[218]
kuiper, keurmeester,
visafslager (1622),[219]
reder ter hoekvaart, en koopman,
lid van het kuipersgilde aldaar (1613),
voogd (1618, 1631),
verkoopt een obligatie aan Ary Cornelisz Tempelaar (1629),
betaalt 6 pond 8 st. verponding voor een huis en schuur
aan de Havenplaats,
bezit een boomgaard in de Laan van het Liesveld,[220]
komt voor op de "Lyste vande Capitalisten (...) die binnen der
Steede-Vlaerdinge die duysent gld. ende daerenboven geoordeelt
werden gegoet te syn ende geen bouneringe ende doen" (1652),[221]
is in 1631 van plan uit Vlaardingen te vertrekken,
Zijn naam komt voor op het memoriebord van het kuipersgilde, dat zich
bevindt in de Grote Kerk van Vlaardingen, en dat in de kerk opgehangen
is in 1613 t.g.v. de stichting van het gilde in 1612.[222].
Hij
tr. vóór ca. 1610
2707. AELTIE PELLE, geb. vóór ca. 1590, ovl. 1638-1644.
|
Westhavenplaats te Vlaardingen met het huis waarin
Rocus Gerritsz van Pomeren (kw. nr. 2706) en diens schoonzoon
Johannes Villerius woonden. [223]
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Eerste dubbele 1000e penning Vlaardingen 1622:[224] Rochus Gerritsz. van Pomeren ƒ 8-00-00.
Tweede dubbele 1000e penning Vlaardingen 1622:[225] Rochus Gerritsz. van Pomeren ƒ 8-00-00.
Tweede 200e penning Vlaardingen 1625:[226] Rochus Gerritsz. van Pomeren ƒ 20-00-00.
200e penning Vlaardingen 1628: [227] Rochus Gerritsz. van Pomeren ƒ 20-00-00.
200e penning Vlaardingen 1635:[228] De weduwe van Rochus Gerritsz. van Pomeren ƒ 20-00-00.
200e penning Vlaardingen 1638:[229] Rochus Gerritsz. van Pomerens weduwe ƒ 20-00-00.
200e penning Vlaardingen 1644:[230] De weduwe van Rochus Gerritsz is overleden ende 't goet gestelt op haer kinderen, dient pro memorie.
Weesboek Vlaardingen : 1-12-1618 Gesteld tot voogden van de kinderen van zaliger Maertge Lourisdr, waar vader van is Pieter Bastiaensz, Frans Dirckz Boomgaert en Arijen Cornelisz Crauw voor de dode zijde, en Rochus Gerritsz van Pomeren, kuiper, voor de levende zijde.[231]
Protocol : 11-12-1631 Leendert Fransz Boomgaert, varentman, burger van Vlaardingen, gehuwd met Annetje Pellen, eerder wed. van Joost Jacobsz Slijp, is schuldig aan Rochus Gerritsz van Pomeren, koopman alhier, 335 gld. (oude obligatie van 1-10-1619 200 gld.door Joost Jacobsz Slijp gepasseerd) over gehaalde stoffen voor kleding volgens register. Hij kan niet betalen en verkoopt daarom goederen, huisraad e.d.[232]
Weesboek Vlaardingen : 16-8-1631 Rochus Gerritsz van Pomeren voogd over de kinderen van Cornelis Woutersz, stierman, en wijlen Geertje Arrisdr.[233]
Attestatie d.d. 6-9-1631 Ten versoucke van Rochus Gerritsz: "naedien men schuldich is der waerheijt getuijggenisse te geven bijsonder des versocht sijnde, soo attesteeren wij burgemeesteren ende regierders der stede Vlaerdingen, geleegen in Hollandt op de riviere van de Mase, dat Rochus Gerritsz van Pomeren lange jaren binnen deser stede heeft gewoondt ende gehuwelijckt geweest, weesende sijn principalste negotie de rederije ter houckvaert. Daer beneffens hij oock veelle jaeren alhier bedient heeft den affslach op de visch. In alle handelinge, bedieninge ende ommegang de voorn. van Pomeren hem eerlijcken ende vroom heeft gedragen ende gequeten, soo als een goet burger toestaet ende behoort te doen. Ende naer dien ons bekent is dat sijn vertreck van hier alleen streckt tot beterstaet. Soo versoucken wij burgemeesteren ende regierders voornt. aen allen ende eenen ijegelijcken die desen verthoont sal werden, de voorn. Rochus van Pomeren voor sulcx als voorsz. is te erkennen ende aen te nemen. Daer aen ons vruntschap geschieden sal in kennisse der waerheijt hebben wij onses stedessegel ten zaecke hieronder opgedruckt ende bij den secretaris gedaen teijcken. Opten 06 Septembris anno 1631." [234]
Op 10-6-1644 passeert te Maassluis een akte van Procuratie. Het betreft Aeltgen Pellen zaliger, moeder van Wijvetge Rochusdr van Pomeren en Hester Rochusdr van Pomeren. [235]
17-7-1662: Adriaen Rochusz Kruijck, oud-burgemeester van Vlaardingen, Wijve Rochus, weduwe van zal. Willem Arentsz. Breur, wonend op Maessluijs, Hester Rochus, hvr. van Joris Jansz. 't Voel, in plaetse van hare man, vermits desselfs cranckzinnicheijt, Annitje Rochus, hvr. van Dirck Arentsz. Overschie, jegenswoordich uijtlandich, Gerrit Rochusz. van Pomeren, coopman, mede binnen Vlaardingen, ende noch de voornoemde Adriaen Rochusz. Kruijck als vervangende ende hem sterck makende voor Rochus Jacobsz. van Pomeren, soone van Jacob Rochusz. van Pomeren, zal. ter eenre zijde, ende Sr. Johannis Villerius, coopman, mede wonende alhier, als getrouwt hebbende Maertje Rochus, ter andere zijde, allen tezamen kinderen ende erffgenamen van Aeltje Pelle, hare moeder zal. weduwe ende boedelhoudster van Rochus Gerritsz. van Pomeren, der comparanten vader zal. (er was ook nog een "innocente zuster" Gerritie Rochus) compareren ter afwikkeling van de boedel van hun moeder.[236]
In een akte van Procuratie d.d. 10-6-1644 wordt vermeld Johannis Valerius, zwager van Willem Adriaenss Breur en Joris Janss t' Fool.[239]
Johannis Villerius, winckelier, eijser contra zijn schoonzuster Hester Rochusdr, hvr. van Joris Jansz. 't Vool, om betaling van 301 gld. 6 st. als rest van handelsschuld ao. 1657 en reserveert nog zijn actie voor 1/8 part in de uitdeling van het galjootschip, gedurende de tijd dat dezelfde Joris 't Vool daarmede op Rouaen heeft gevaren en waarvan nooit afrekening is gedaan.[240]
De erven van Jan Joris 't Vool verkopen op 19-2-1697 aan Grietje Teeuwits Verboom weduwe van Dammis Dircksz Kleijwerf, raad en vroedschap, een schuur, helling en timmerwerf te Vlaardingen. De koopsom beloopt een bedrag van 900 gld. waarvan voor 500 gld. een hypotheek wordt opgemaakt.[241]
200e penning Vlaardingen 1644:[245] Annitge Rochusdr ƒ 10-00-00.
200e penning Vlaardingen 1646:[246] Dirck Arijensz. Overschie getrout hebbende Annitge Rochusdr ƒ 10-00-00.
200e penning Vlaardingen 1652:[247] Dirck Arentsz. Overschie ƒ 10-00-00.
Op 23-8-1645 testeren Derck Adriaensz Overschie en zijn vrouw Annitgen Rochusdr van Pomeren, wonende te Vlaardingen. Zij herroepen hun huwelijkse voorwaarden, benoemen elkaar tot universeel erfgenaam mits de langstlevende de kinderen onderhoudt en hen bij mondigheid of eerder huwelijk 2.000 car.gld. uitkeert, dit in plaats van hun legitieme portie. Ook de kleding en sieraden moeten ten behoeve van de kinderen verkocht worden. [248]
Op 13-9-1666 vordert Annetje Rochus, de bakkersvrouw, 1380 gld. van Joannis Villerius wegens broodleveranties.[249]
Op 13-9-1666 verschijnt Joannis Villerius als eiser contra zijn schoonzuster Annetje Rochus, huisvrouw van de buitenslands zijnde Dirck Arentsz. Overschie, betreffende 7 jaren onbetaalde intrest van een obligatie van 1000 gld. kapitaal.[250]
Op 18-7-1668 verklaart te Schiedam Maertgen Cornelis, wed. van Cornelis Willemsz Speelman, wonende te Vlaardingen, schuldig te zijn aan Annitjen Rochus, weduwe van Dirck Arentsz Overschie, wonende te Vlaardingen, 175 gulden wegens geleverd brood, ter voldoening van welke schuld zij aan Annitjen Rochus voorn. overdraagt enige effecten en goederen. [251]
200e penning Vlaardingen 1644:[257] Gerrard Rochusz. van Pomeren ƒ 20-00-00.
200e penning Vlaardingen 1646:[258] Gerard Rochusz. van Pomeren ƒ 20-00-00.
200e penning Vlaardingen 1652:[259] Gerrit Rochusz. van Pomeren ƒ 20-00-00.
Cornelis Woutersz. Cap, stierman, Johannis Villerius ende Maertge Jans, weduwe van Jacob Pietersz. Hartoogh, zal., te samen neffens anderen gewesen medereders van sekere haringhboot, bij den voorn. Cornelis Woutersz gestiert, eijsers contra Gerrit Rochusz van Pomeren, gewesene bouckhouder ende medereder van't voornoemde schip, gedaagde, roerende de geeiste af-rekening over de jaren 1655 en 1656, die nooit is geschied over de haringteelt. [260]
Op 1-3-1666 is Johannes Villerius eiser contra Gerrit Rochusz van Pomeren, ter betaling van 184 gld. 16 st. over 6 jaren intrest (1659-1664) over 771 gld. kapitaal aan fonds-gelden, die hij tijdens zijn beheer niet had afgerekend.[261]
Op 13-9-1666 maant Johannis Villerius als penningmr. van de Kleine Visserij weer zwager Gerrit Rochusz. van Pomeren om de rente, dan opgelopen tot 215 gld. 19 sts te voldoen.[262]
Op 11-10-1666 eist Johannis Villerius, koopman en zeilmaker te Vlaardingen, tegen Gerrit Rochusz. van Pomeren, coopman, mede alhier, om betaling van 476 gld. 6 st. betreffende zeilmaken en tanen van schepenwant over 1657 tot heden.[263]
Op 11-9-1672 verklaart Gerrit Rochusz van Pomeren, koopman te Vlaardingen, te transporteren aan Rochus van Pomeren, zijn zoon, wonende te Vlaardingen een obligatie ten laste van Jan Abrahamsz de Graaff, overleden in Oost-Indië en gedurende zij leven wonende te Vlaardingen, gepasseerd op 18-8-1664 voor Justus Laackekoper, notaris te Den Briel, ten bedrage van 336 gld. [264]
Op 28-6-1674 heeft Gerrit van Pomeren, coopman tot Vlaardingen, zeker huis en erve, pakhuis of schuur en een tuin daarachter aan gelegen, staande en gelegen binnen Vlaardingen, over gedaan aan Rochus van Pomeren, coopman binnen Schiedam, voor de somma van 3250 gulden. [265]
Op 3-3-1721 testeert Ariaentje Hensbroek als weduwe te Vlaardingen, waarbij vruchtgebruik van haar kapitaal wordt geinstitueerd aan haar innocente zoon Gerrit Rochusz van Pomeren uit haar eerste huwelijk, en alle na te laten goederen na diens overlijden toekomen aan haar dochter Catharina Jans Boer uit haar tweede huwelijk, die gehuwd is met Hendrik Villerius (zie kw. nr. ⇒ 2707 sub f/2/ff) [270]
Op 20-5-1730 verkoopt Ariaentje Hensbroek een stuk land aan de oostzijde van de Broekweg aan Jan van Roon. [271]
Attestatie d.d. 18-7-1635 Ten versoucke van Cornelis Wouterssoon schipper met sijne gemene reeders, heeft Dirck Cornelisz de Lange raidt ende vroetschap deser stede verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn dat hij getuijge bij ende present is geweest dat Jacob Rochusz van Pomeren ten overstaen van de requirant, heeft verkocht aen Maerten Jacobsz van Delff 32 tonnen haring, ijdere tonne tot dertich gulden suijver gelt, sonder dat den voorn. coper eenigen cortinge daer op soude te hebben pretenderen, maer dat den voorn. coper hem moste gecontenteert houden met den voorwaerde int opveijlen daer van gemaect, des ten oirconden geteeckent den 18 Julij 1635. Was getekend: Dirck de Lange. [274]
Attestatie d.d. 6-10-1635 Ten versoecke van Jacob Rochusz van Pomeren ende Ormpgen Gerritsdr, huijsvrou van Abram de Graeff, hebben Dirck Dircxz Matroos en de Cornelis Jansz Lijndraijer, keurmeesters op den haring ende visch binnen deser stede, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn, dat sijluijden op den 16e der maent September lestleden voor den requirant hebben geroocken ende gekeurt vijff lasten gesouten visch, als 45 tonnen voor Jacob Rochusz ende de reste voor Ormpgen Gerrits voornt. Welck visch sij getuijgen hebben bevonden goet ende soet te sijn, behalven eene tonne die een weijnich manqueerde. Van welcke ruijcke sij getuijgen sijn voldaen door Jacob Crijnen, schipper voor ende van wegen Lodewijck (niet verder ingevuld) coopman tot Rotterdam. Compareerde mede de voorn. Jacob Crijnen ende verclaerde ten behouve als vooren, dat den voorn. Lodewijck de voorsz visch van Jacob Rochusz heeft gecocht op de Vlaerdingse keur ende den voorn. Jacob Rochusz daer vooren belooft van alles van ende suijver gelt. Soo waerlijck most hen Godt almachtich helpen, actum verleden voor de Bie, den 6 October 1635. Was getekend: Cornelis Jorisz de Bie. [275]
Attestatie d.d. 23-7-1636 Ten versoecke van Jacob Rochusz van Pomeren hooftreder vant vischboot daer stierman op geweest is Wouter Maertensz, hebben Cornelis Bastiaensz out 21 jaren wonende op Delffshaven ende Frans Cornelisz Clinckert out 19 jaren, wonende binnen deser stede, bootsgesellen van de voorn. stierman, verclaert ende getuijgt waerachtich te sijn dat sij met den voorn. stierman ende haer mede bootsgesellen, van deser stede omme te visschen sijn vuijt gevaren inden maent Martino 1635 ende dat sij getuijgen op haer nering sijnde den 13e van den selver maent, wesende Diensdachs smorgens, door capiteijn Cornelis Derde van Nieupoort in Vlaenderen sijn genomen ende met schip, visch ende goederen aldaer gevanckelijck ingebracht op den 19e der voorsz maent Martinus, sulcx dat den voorn. requirant ofte sijne mede reders van het voorsz., visch ende goederen int minste niet en hebben geprotesteert ofte wedergecregen. Actum verleden voor Dr. Quac, den 23 Julij 1636. Was getekend: C. Quac. [276]
Attestatie. d.d. 7-08-1636 Ten versoecke van Jacob Rochusz, hebben Gerrit Jansz out 47 jaren ende Aernout Dircxz out 24 jaren, beijde bootsgesellen, ten haring geweest hebbende met stierman Claes Corsz van Noordt, verclaren waerachtich te sijn dat sijluijden met den voorn. stierman leggende op haer neringe, op den 20e Julij lestleden sijn genomen door capiteijn Anthonij Rosemont van Duijnkercken ende geransoneert ter somme van 2.700 gulden. Boven welcks rantsoen den voorn. capiteijn uijt het voorsz schip noch heeft mede genomen enige goederen ende plunderagien, soo aengaende het schip, als het bootsvolck van dien. Sulcx dat sij getuijgen met den voorsz stierman sijn schip en versuijm van hare neringe voortte doen, hebben moeten thuijs coomen. Actum coram 07 Augustus 1636. Was getekend: Gerrit Arentsche Vos. [277]
Op 11-10-1641 testeert Jacob Rochusz van Pomeren (ziek te bed), onende binnen Vlaerdingh. Hij benoemt twee zoons Rochus Jacobsz van Pomeren en Pieter Jacobsz van Pomeren, resp. 3 jaar en 1 1/2 jaar, gewonnen bij zijn vrouw Trijntgen Pieters Hasius, samen voor 1/3 part tot zijn erfgenamen. De twee andere derde parten zullen ook aan zijn genoemde twee kinderen komen, maar niet eerder als wanneer zij ten huwelijke state zijn gekomen. Hij benoemt tot voogden over zijn twee kinderen zijn broer Adriaen Cruijck en zijn zwager Johannes Villerius, maakt een legaat aan de H. Geest armen, wil dat zijn kinderen in de Gereformeerde religie worden opgevoed enz. [278]
Op 13-5-1642 heeft Arijen Cornelisz Aende Wech verkocht aan de kinderen en erfgenamen van zal. Jacob Rokusz van Pomeren een jaarlijkse losrente van 65 pond, hoofdsom 1300 pond hem aangeteld door Arijen Rokusz Kruyck als voogd van de voors. kinderen. Comparant verzekert de losrente op 4 gem. 100 r. teelland in het Oude Hongerland, belend: w. Pieter Arensz Tasboer, n. de oude Hongerlandse dijk, o. Pouwels Berckhout en z. de Brabantse dijk, en zijn huis, schuur, bergken, keten en erf, tegenwoordig door hem bewoond. In de marge: 9-12-1653, afgelost en geroyeerd, getoond door Jacob Gabrielsz Schelhouck als voogd van de weeskinderen van Arijen Jansz Couckendorp en Jannetgen Gabriels, beiden zal. [279]
| COMMENTAAR(¥)
Wie is
Caspar Jacobsz van Pomeren.
Op 27-2-1646 machtigt Caspar Jacobsz van Pomeren, matroos onder Pieter Fabrijck, Aert Barentsy en Trijntge Pieters, diens vrouw, om bij de directeurs van de nieuwe cruysers varende uit de mase uit zijn tegoed aan gage en uit het tegoed aan buitgeld van acht princen die hij als matroos onder Aert van Engelen, capiteyn, heeft helpen veroveren een schuld van 94 gulden wegens kost en inwoning te innen. [281] |
200e penning Vlaardingen 1646:[293] Jan Villerius ƒ 20-00-00. 200e penning Vlaardingen 1652:[294] Johannes Vilerius ƒ 2-00-00.
VOC Archief : 1683. Missive van Jan van Mechelen en Francois Villerius int jaghien 't Casteel Rotterdam ter reede van Gombong aen de edele heer Willem van Zijll, gouverneur en directeur dier provintie sampt den raet tot Banda, den 21 Maert anno 1683 (ontvangen anno 1683). [296]
Op 19-12-1687 verklaart te Schiedam Francois Villerius, schipper, wonende te Vlaardingen, varende voor de Kamer van Delft naar Oost-Indië, over te dragen aan Adriaen Breur, advocaat te 's-Gravenhage, 525 gld. met de verlopen rente, welke hij van hem ontvangen heeft, en verzoekt de weesmeesteren van Vlaardingen, onder wie de 525 gld. berusten, over te dragen aan Adriaen Breur voorn. [297]
Op 19-12-1687 machtigt te Schiedam Francois Villerius, schipper, wonende te Vlaardingen, Huibrecht Ouwendijck, koopman, gehuwd met Aeltje Villerius, wonende te Vlaardingen, om alle gelden te innen die hij zal overmaken en daarover te beschikken. [298]
Op 19-12-1687 machtigt te Schiedam Huibrecht Ouwendijck, koopman, wonende te Vlaardingen, vroedschap, Johan Lambertsz Radder, schepen te Batavia, om 1800 gld. te innen van Francois Villerius volgens obligatie. [299]
Daghregister van 't Casteel Batavia 1683-1701:
25-11-1689, "en schipper Frans Villerius (geplaatst) op Pijlswaart". [300]
Op 4-8-1698 machtigt te Schiedam Huibregt Ouwendijck, oud-burgemeester en vroedschap te Vlaardingen, Pieter de Knuijt, koopman te Amsterdam, om van de weeskamer aldaar te ontvangen 315 3/8 rijksdaalders, afkomstig uit de boedel van Francois Villerius en Maria Cocx, beiden overleden, welke door de weeskamer van Batavia zijn overgemaakt. [301]
Op 15-9-1682 heeft Aryen Willemsz van der Waell, tegenwoordig getr. met Maria Pieters Kraenendonck, die laatst wed. was van Thonis Jansz Beyer, wonend onder de Korendijk, verkocht en transporteert aan Mr. Rocus Villerius, chirurgijn, wonend in Spijkenisse, een huis, schuur en erf op het eind van de Westdijk met het gebruik van een vierdepart van de dijk achter het voors. huis, aankomende de grafelijkheid, voor 135 car. g., contant te betalen Dordse koude beestenmarkt. De koper zal het huis mogen aanvaarden, als â"de laeste vijff vyerendeell jaers huyre van Jan Thonissen Beyer geexpireert sullen wesen". [310]
Op 23-9-1683 wil Willem de Bruyn, deurwaarder van de gemene middelen van Den Briel en kwartier in opdracht van Mr. Jacob Commersteyn, ontvanger, ten overstaan van schout en schepenen van Spijkenisse in het openbaar bij parate executie verkopen diverse huizen, waaronder twee huizen van Willem Cornelisz Maat, het ene belend: n. de tuin van Jan Pietersz Noordermeer en z. Maertje Orange met haar huis en erf. De koper is Rochus Villerius voor 305 £. Nog een huis en erf staande enz. . . . . Van Rochus Villerius ontvangen 314 g. 18 st. 12 p. [311]
Op 23-4-1684 heeft Rochus Villerius, meesterchirurgijn, wonend in Spijkenisse, verkocht en transporteert aan Aryen Willemsz van der Waell, wonend onder Spijkenisse, een huis, schuur en erf op het einde van de Westdijk, met het gebruik van een vierdepart van de dijk achter het voors. huis, zoals Jan Beyersz en Aryen Willemsz van der Waell het voor deze in gebruik gehad hebben, voor 135 car. g. [312]
Op 3-5-1684 heeft Rochus Villerius, meesterchirurgijn, wonend in Spijkenisse, verkocht en transporteert aan Lijntje Jans Breeckhout, bejaarde vrijster, wonend in Spijkenisse, een huis en schuur aan de Voorstraat in Spijkenisse, belend: o. de straat, z. Maartge Orange, w. de achterweg, n. Jan Pietersz Noordermeer, betaald met 25 car. g. contant en een schuldbrief van 350 g. [313]
Vervolgens bekent op dezelfde datum 3-5-1684 Lijntje Jans Breeckhout, oude bejaarde vrijster, wonend in Spijkenisse, aan Rochus Villerius, meesterchirurgijn in Spijkenisse, een schuld van 350 g. wegens bovenvermelde koop. Zij belooft in termijnen te betalen onder verband van het gekochte. [314]
Op 4-12-1684 machtigt te Schiedam Claes Arentsz. van Rijt, wonende in de heerlijkheid Souteveen, Cornelis van Gesel, notaris en procureur te Schiedam, om zijn belangen te behartigen in de zaak, tegen hem aangespannen door Rochus Villerius, impostmeester van het klein zegel. [315]
Op 12-5-1685 heeft Leendert Arentsz Stelleboer, wonend in Spijkenisse, verkocht en transporteert aan Rochus Villerius, meesterchirurgijn, mede wonend in Spijkenisse, een huis, schuur en erf in Spijkenisse, belend: n. de straat, o. Huybrecht Cornelisz van Dijck, z. en w. de weg, voor 306 car. g. 6 st. contant. [316]
Op 15-11-1688 hebben Anthony Casteleyn, wonend te Sommelsdijk, en Witte van der Weyden, wonend te Dirksland, curatoren van de desolate en geabandonneerde boedel van Dirck Proye, in zijn leven schout van Herkingen, publiek verkocht en transporteren aan Rochus Villerius, wonend in Spijkenisse, 3 gem. 35 r. weiland aan de Kerkweg in Spijkenisse, get. nr. 126, belend: o. de Molenweg, z. de erfgenamen van Joachem Leendertsz, w. de Heiligegeestarmen van Spijkenisse, n. de heer van der Meer, voor 654 car. g. 10 st., en 2 gem. 208 r. weiland aan de Molenweg in Spijkenisse, get. nr. 150, belend: o. Huyg Beyensz, z. Arye Aryensz Mats, w. de Molenweg, n. de heer van der Meer, voor 684 car. g. 2 st. 4 p., betaald met 446 car. g. 4 st. 1 p. en een schuldbrief. [317]
In de volgende akte d.d. 15-11-1688 bekent Rochus Villerius, wonend in Spijkenisse, aan de bestgerechtigde crediteuren van de boedel van Dirck Prooye een schuld van 892 car. g. 8 st. 2 p. wegens bovenvermelde koop. Hij belooft in twee termijnen te betalen onder verband van het gekochte. [318]
Op 21-12-1688 heeft Leendert Jacobsz Vermeul, meestertimmerman, wonend in Spijkenisse, verkocht en transporteert aan schepen Rochus Villerius 3 gem. 213 r. weiland aan de Welleweg in de polder van Spijkenisse, get. nr. 181, belend: o. verkoper, z. schout Dirck Caperman met bruikwaar, w. de Welleweg en n. Abraham Steyaart als rentmeester, voor 667 car. g. 16 st. [319]
Op 30-9-1699 verklaart te Schiedam Hendrick Schoonenburgh, wonende te Schiedam, gemachtigde van Arij van Lugtigheijt, wonende te Schiedam, te hebben verhuurd aan Rochus Villerius, een huis aan de oostzijde van de Hoogstraat te Schiedam, belend ten zuiden de weduwe van Adriaen le Bau en ten noorden Nivolaes Pietersz Bomert van Gogh, voor de tijd van 1 jaar voor 50 gld. met het onderhoud voor rekening huurder, waarbij Jacobus de Fontenaalje zich borg voor de huurder stelt. [320]
Op 14-11-1699 machtigt te Schiedam Rochus Villerius, wonende te Spijkenisse, Adriaen van der Meer, procureur te Schiedam, om in voorkomende gevallen zijn belangen te behartigen. [321]
Op 23-4-1714 heeft Commertje Huybrechts van der Vaeck, wed. en boedelhoudster van Rochus Villerius, wonend in Spijkenisse, verkocht en transporteert aan Aryaentje Dammissen van Craelingen, jongedochter, mede wonend in Spijkenisse, een huis en erf aan de Voorstraat in Spijkenisse, belend: z.o. de straat, z.w. de wed. van Jan Willemsz Hoffdijck, n.w. voorn. wed. met haar erf en n.o. de erfgenamen van Aryen Heyndricksz Rijendam, voor 225 g. contant. [322]
Op 15-4-1727 heeft Commertje Villerius, wed. van Rochus Villerius, verkocht en transporteert aan Cornelis Segersz van Dijk, een huis, schuur en erf met een tuin daarachter op de hoek van de Nieuwe straat, belend: z.o. Ary Groen, z.w. de achterweg, n.w. en n.o. de dorpsstraat, voor 1100 car. g. en een gouden dukaton, betaald met 200 g. en een gouden dukaton contant en een schuldbrief. [323]
In de volgende akte d.d. 15-4-1727 bekent Cornelis Segersz van Dijk, won. in Spijkenisse, aan Commertje Villerius, wed. van Rochus Villerius, een schuld van 900 car. g. wegens bovenvermelde koop. Hij belooft in termijnen te betalen onder verband van het gekochte. In de marge: 27-1-1749, afgelost, get. door Helena Ketelanus, wed. van J. Villerius, en geroyeerd. [324]
Op 8-12-1730 heeft Commertje Huybregts van der Vaak, wed. van Rochus Villerius, wonende in Spijkenisse, verkocht en transporteert aan Evert van Bockem, mede wonende in Spijkenisse, een huis en erf aan de Voorstraat in Spijkenisse, belend: n. Cornelis van Dijk, o. de Voorstraat, z. Isaak Verhel en w. de achterweg, voor 1000 car. g. contant. [325]
Akten d.d. 18-3-1739: Johannes Villerius en Dirk Villerius, executeurs van het testament en voogden over de minderjarige kindskinderen en mede-erfgenamen van wijlen Commertje Huybregts van der Vaak, wed. van Rochus Villerius, hebben 8-11-1737 publiek verkocht en transporteren aan Heerman Jansz van Pernis, marktschipper in Spijkenisse, een huis en erf aan de Voorstraat, belend: w. de straat, z. Gijsbert Obiegt, o. de Vierambachtenspui en n. het dorpsslop, staande in het nieuwe quohier get. met nr. 67, voor 900 g. [326]
Dezelfden hebben 8-11-1737 publiek verkocht en transporteren aan Philp Cornelisz Vermaet 6 gem. 56 r. weiland in de polder van Spijkenisse aan de Korte Molenweg, get. nr. 108 en 109 voor 918 g. 19 st. en nog 2 gem. 208 r. aan de Molenweg, genaamd de Boomtjes, get. nr. 150, voor 479 g. 8 st., samen 1438 g. 7 st. contant. [327]
Dezelfden hebben 8-11-1737 publiek verkocht en transporteren aan Rochus Villerius, schout van Spijkenisse, een oude boomgaard groot 1 gem. 231 r. aan de Kerkweg, get. nrs. 137 en 138, voor 315 g. [328]
Dezelfden hebben 8-11-1737 publiek verkocht en transporteren aan Albinus Villerius zeven achtsteparten van een derdepart in de Gansepolder zijnde boomgaard, groot ca. 1 gem., gelegen in de Vierambachtenspui, belent: o., z. en n. de Vierambachtenspui, en w. Symon Spaen, waarvan het resterende achtstepart eigendom van koper is als zijnde een zoon van voorn. Commertje Huybregts van der Vaak, voor 135 g. 12 st. 8 p. contant. [329]
Dirk Villerius, executeur van het testament en voogd over de minderjarige kindskinderen en mede-erfgenamen van wijlen Commertje Huybregts van der Vaak, wed. van Rochus Villerius, heeft 8-11-1737 publiek verkocht en transporteert aan Johannes Villerius zeven achtsteparten in 3 gem. 35 r. weiland in de polder van Spijkenisse aan de Kerkweg, get. nr. 126, waarvan het resterende achtstepart eigendom van koper is, voor 545 g. 8 st. 4 p. [330]
Johannes Villerius, executeur van het testament en voogd over de minderjarige kindskinderen en mede-erfgenamen van wijlen Commertje Huybregts van der Vaak, wed. van Rochus Villerius, heeft 8-11-1737 publiek verkocht en transporteert aan Dirk Villerius zeven achtsteparten 4 gem. 271 r. weiland aan de Welleweg, get. nr. 172, 3 gem. 213 r. aldaar, get. nr. 181, en 12 gem. 87 r. aldaar, get. nrs. 174, 175 en 176, waarvan het resterense achtstepart eigendom van koper is, voor 2286 g. 6 st. [331]
Op 27-1-1721 machtigt Mr. Eduard Gallas, burgemeester van Brielle, voor notaris Cornelis van IJsendoorn aldaar, Dirck Villerius om namens hem landerijen onder Spijkenisse en Geervliet over te dragen aan Johannes Villerius, schout van Spijkenisse. [335]
In de volgende akte d.d. 10-2-1721 heeft Dirck Villerius, wonend in Spijkenisse, pp. als bovenvermeld, verkocht en transporteert aan zijn broer Johannes Villerius, schout en schepen van Spijkenisse, 2 gem. teelland in de polder van Geervliet aan de Hartelse dijk, get. nr. 149, maar horend onder de jurisdictie van Spijkenisse, gemeen met 1 gem. 144 r. teelland horend onder Geervliet, in huur gebruikt door Claes Compeer, voor 250 car. g. [336]
Op 19-6-1722 heeft Cathalijntje Gabriels Tempelaar, wonend in Poortugaal, verkocht en transporteert aan Johannes Villerius, subst.-schout van Spijkenisse, 4 gem. 51 r. weiland aan de Zijnschen weg, get. nr. 95, voor 417 g. contant. [337]
Op 30-4-1723 hebben Jaapje Pieters Kuyper, wed. en mede-erfgenaam voor een kindsgedeelte van haar man zal. Jan van 't Hoff, Gijsbert van 't Hoff en Leendert Claasz Rosmole, beiden naast voorn. weduwe voogden over de minderjarige nagelaten kinderen em mede-erfgenamen van voorn. Jan van 't Hoff, gepr. bij Jaapje Pieters Kuyper, volgens testament van 25-4-1722 voor notaris Jan van Driel in Oud-Beierland, verkocht en transporteren aan Johannes Villerius, subst.-schout van Spijkenisse, een huis, schuur, tuin en erf en een karnmolen in de voors. schuur met de staande en liggende ijzeren platen en haardijzers in het voors. huis, en een wagenhuisje er naast, van ouds genaamd de herberg van Het Roode Hart aan de Voorstraat in Spijkenisse, belend: o. de straat, z. de erfgenamen van Willem van Bodegom, w. de achterweg en n. Ariaantje Bosschieter, voor 1109 g. 9 st. contant. Het geld zal door verkopers gebruikt worden tot aflossing en betaling van een gedeelte van een schuldbrief van 1600 g. gepasseer voor de gerechten van Zuid-Beierland op 12-5-1722, die Cornelis IJsbrantsz Jongeknegt ten last van voors. boedel heeft. [338]
Op 15-12-1727 bekent Jan Danckertsz van der Mast, wonende in Spijkenisse, aan Johannes Villerius, wonende in Spijkenisse, een schuld van 150 car. g. wegens geleende en aangetelde gelden, die hij met rente zal restitueren onder verband van zijn huis, schuur en erf in het Noordeinde van Spijkenisse aan de Dijkstraat, waar hij tegenwoordig in woont, en nog 1 gem. 12 r. weiland in de polder van Spijkenisse. In de marge: 21-5-1728, afgelost 50 g., waarvoor 1 gem. 12 r. weiland uit dit speciaal verband wordt ontslagen, zijnde verkocht aan Marijtje van Bodegem. [339]
Op 11-8-1739 bekent Pieter Huysman, won. in Spijkenisse, aan Johannes Villerius een schuld van 400 g. wegens geleende en aangetelde gelden, die hij met rente zal restitueren onder verband van zijn huis, schuur en erf aan de Voorstraat in Spijkenisse, belend: o. de Voorstraat, n. de Kerkstraat, w. de achterweg en z. Symon van Dijk, en van 2 gem. 79 r. teelland aan de Voorweg in de polder van Spijkenisse, get. nr. 178. [340]
Op 3-9-1739 verkoopt Johannes Conijndijk aan Johannes Villerius te Spijkenisse de Westblok tienden in Geervliet, zoals door hem gekocht van het Geestelijk Comptoir te Delft, voor ƒ 450. [341]
Akte d.d. 30-4-1740: Ary Timmerman, wonende in Den Briel, heeft op 28-12-1739 voor notaris Gerrit Vlieland in Den Briel publiek verkocht en transporteert aan Johannes Villerius 2 gem. 55 r. weiland in de polder van Brabant aan de Hekelingse weg, get. nr. 151, voor 113 g, 5 st. 4 p. [342]
Op 10-11-1742 bekent Angeniete Dirkse, wed. van Cornelis Blom, wonende in Spijkenisse, aan Johannes Villerius een schuld van 550 g. wegens geleende en aangetelde gelden, die zij met rente zal restitueren onder verband van haar huis (Q nr. 105), schuur en erf op de Brabantse Dijkstraat in Spijkenisse. In de marge: 14-9-1756, afgelost, get. Helena Ketelanus wed. J. Villerius, geroyeerd 15-9-1756. [343]
Op 19-5-1745 bekent Kool Klaasz van Hulst, wonende onder Spijkenisse, aan subst. schout Johannes Villerius een schuld van 300 g. ten dele wegens geleende en aangetelde gelden en ten dele wegens achterstallige weipachten, die hij met rente zal restitueren onder verband van zijn huis (Q nr. 134), schuur, erf en boomgaard aan de hoek aan de Vierambachtenboezem. [344]
Op 21-1-1747 bekent Klaas Donkersloot, won. in Spijkenisse, aan Johannes Villerius een schuld van 450 g. wegens geleende en aangetelde gelden, die hij met rente zal restitueren onder verband van het heden aan hem getransporteerde onroerende goed. Klaas Jansz van Hamburg, wonende onder Spijkenisse, en Neeltje Jans van Hamburg, meerderjarige dochter, wonende in Spijkenisse, stellen zich borg. [345]
Akte d.d. 22-3-1747: Donatie inter vivos. Johannes Villerius, subst.-schout van Spijkenisse, verklaarde als donatie inter vivos geschonken te hebben aan zijn zoon Frans Villerius, subst.-secretaris van Spijkenisse en secretaris van Zuidland, 5 gem. 121 r. weiland in de polder van Nieuw Stompaard ten n.w. van de veerdam, belend: z.o. de wed. van Pieter Roest, z.w. Hendrik van der Bol, n.w. jkvr. Josina Katharina van der Goes, vrouwe van Natris en n.o. de Stompaardse dijk. [346]
Akte d.d. 18-4-1747: Jacobus Braet Jacobsz, schout en secretaris van Simonshaven, curator in de insolvente boedel en goederen van Kornelis van der Wiel, gewoond hebbende en overleden op de Oude Tol onder Simonshaven, heeft 17-11-1746 publiek verkocht en transporteert aan Johannes Villerius 3 gem. 250 r. weiland in de polder van Brabant op nr. 13 voor 161 g. contant. [347]
Op 10-12-1748 heeft Jan van der Linden, wonende in Spijkenisse, verkocht en transporteert aan Helena Ketelanus, wed. van Johannes Villerius, een erf achter het erf, waarop zijn afgebrande huis en schuur hebben gestaan aan de westzijde van de Voorstraat in Spijkenisse, strekkende van de noordhoek van de schuur van de koopster van de achterweg af tot waar de stenen voet ligt van voorn. afgebrande schuur, voor 70 g. contant. [348]
Op 13-9-1749 machtigen Jaapje Dammis Hoogendijk, wier man Gerardus van Hugtenburg buitenslands is, en Pietertje Dammis Hoogendijk, wed. van Willem Smetkamp, wonend te Maassluis, haar broeders en zwager Adriaan Hoogendijk, Dammis Hogendijk en Arie van Willigen. Deze drie, met hun beide zusters erfgenames fidei-comunis van Dirk Verrij, verkopen aan Jan van de Hoek, wonende aan de Spijkeniser Hoek 6 G teelland aan de Hogelandseweg in Oud-Markenburg op nrs 141 en 142 voor ƒ 600. Idem aan Helena Ketelanus, wed. van Johannes Villerius te Spijkenisse, 8 G 146 R op 140, 141 en 48, voor ƒ 848-13-6. [349]
Op 27-5-1750 heeft Helena Ketelanus, wed. van Johannes Villerius, wonende in Spijkenisse, geschonken aan haar zoon Frans Villerius 12 gem. 296 r. teelland in de Nieuwe Uitslag van Putten in kavel M, belend: n. de Nieuw Putse Korteweg, o. de Langeweg, z. de erfgenamen van Cornelis Willemsz Hoogwerf en w. Pieter Philipsz Vermaet. [350]
Op 11-6-1750 heeft Job Korff, thans wonende in Zuidland, verkocht en transporteert aan Helena Ketelanus, wed. van Johannes Villerius, wonende in Spijkenisse, 6 gem. weiland in Oud-Oostbroek, belend: z.o. en n.w. de koopster, z.w. de Molendijk en n.o. Philip Vermaet, idem 184 r. "wey zijnde boomgaart geweest" aldaar, belend: z.o. Joost Wassenhoven en Dammis van Kralingen, z.w. de Molendijk, n.w. en n.o de voors. 6 gem., voor 1338 g. 8 st. contant. [351]
Op 20-8-1750 bekennen Pieter Huysman en zijn vrouw Leentje Elderts Breekhout, wonende in Spijkenisse, aan Helena Ketelanus, wed. van Johannes Villerius, een schuld van 450 g. wegens geleende en aangetelde gelden, die zij met rente zullen restitueren onder verband van hun huis (Q nr. 41), schuur en erf aan de westzijde van de Voorstraat in Spijkenisse op de zuidhoek van de Kerkstraat, belend: z. Simon van Dijk, w. de achterweg, n. de Kerkstraat en o. de Voorstraat. [352]
Op 5-2-1751 bekent Steven de Ruyter, wonende in Spijkenisse, aan Helena Ketelanus, wed. van Johannes Villerius, een schuld van 200 g. wegens geleende en aangetelde gelden, die hij met rente zal restitueren onder verband van zijn huis (Q nr. 76) en erf aan de oostzijde van de Voorstraat in Spijkenisse, belend: z. de wed. van Dirk Oranje, w. de Voorstraat, n. Dirk Gerritsz Vermoen en o. de haven. [353]
Op 30-12-1752 heeft Abraham den Houtingh, getr. met Neeltje Willems van Bodegom, verkocht en transporteert aan Helena Ketelanus, wed. van Johannis Villerius, won. in Spijkenisse, 1 gem. 182 r. bouwland in de polder van Spijkenisse in nr. 241, voor 200 g. contant. [354]
Op 6-5-1757 bekent Heyndrik Beldert, wonende in Spijkenisse, aan Helena Ketelanus, wed. van Johannis Villerius, wonende in Spijkenisse, een schuld van 500 g. wegens geleende en aangetelde gelden, die hij met rente zal restitueren onder verband van bovenvermeld gekochte huis en erf. [355]
Op 26-1-1758 heeft Klaas Donkersloot, wonende in Spijkenisse, verkocht en transporteert aan Helena Ketelanus, wed. van Johannes Villerius, een huis (Q nr. 101), schuur, wagenkeet en erf met 169 r. oud boomgaard achter de kerk van Spijkenisse voor 520 g. contant. [356]
Op 9-11-1759 bekent Claas Jansz van Hamburg, wonende in Spijkenisse, aan Helena Ketelanus, wed. van Johannus Villerius, wonende in Spijkenisse, een schuld van 300 g. wegens geleende en aangetelde gelden, die hij met rente zal restitueren onder verband van het voors. teelland. In de marge: 14-9-1775, afgelost en geroyeerd. [357]
Op 4-4-1724 hebben Beye Huyge Hoogwerff voor zichzelf, Willem Gerritsz van Dremmelen, meestersmid, getr. met Aaltje Huyge Hoogwerff, Willem Ploeger, wednr. van Jannetje Huyge Hoogwerff, kinderen en erfgenamen van Huyg Beyensz Hoogwerff en Leentje Aerts Cock, en Ary Philpsz Vermaat, getr. met Helena Ariens Pols, die een dochter is van de voorn. Jannetje Huyge Hoogwerff uit haar eerste huwelijk met Arien Pols, allen wonend in Spijkenisse, verkocht en transporteren aan Huybrecht Villerius, wonend op de Welplaat, een huis, schuur en erf in het Noordeinde van Spijkenisse, belend: z. de dorpsstraat, w. Isaac Verhel, n. de achterweg en o. Leendert Claasz Rosmoolen, voor 400 g, nog 4 gem. 250 r. in de polder van Spijkenisse aan de Voorweg achter de Hoogwerff, get. nr. 148, in een stuk van 5 gem. 206 r., 2 gem. 285 r. teelland aan de Molendijk, get. nr. 235, samen voor 1300 g. contant, verstrekt tot aflossing van een schuldbrief van 1400 g. van 4-4-1671 met verlopen renten, die Govert van Wijn, wonend te Maassluis, toekomt en voor de betaling van andere schulden. [361]
Kopie, dienende tot de volgende drie gifte- en transportbrieven. 12-12-1727, Testament van Willem Cornelisz Ploeger, wednr. van Jannetje Huyge Hoogwerff, wonende in Spijkenisse, ziek, voor schepenen van Spijkenisse. Hij benoemt tot zijn universele erfgenamen zijn nicht Jannetje Compeer, nagelaten dochter van zijn zuster Stijntje Cornelisdr Ploeger, verwekt bij Claas Compeer, en zijn neef en nichten Cornelis Villerius, Jannetje Villerius, Commertje Villerius, Marija Villerius, en Neeltje Villerius, nagelaten kinderen van zijn zuster Francijna Cornelisdr Ploeger, verwekt bij Huybregt Villerius, allen hoofd voor hoofd en geenszins in staken. Hij benoemt tot executeurs-testamentair en tot voogden over de minderjarige erfgenamen zijn zwager Huybregt Villerius tot administrerend en Albinus Villerius tot toeziend voogd. [362]
Op 21-2-1728 heeft Johannes Assuerus Roosendael, secretaris van Spijkenisse, pp. als bovenvermeld, op 23-1-1728 publiek verkocht en transporteert aan Huybregt Villerius 5 gem. teelland in de hoek van de polder Oud-Oostbroek achter de boomgaarden, belend: o. en n. de Oostbroekse dijk, w. Johannes Villerius en z. de erfgenamen van Cornelis Ruys, voor 871 g. 10 st. contant. [363]
Op 26-3-1728 heeft Pieter Hendriksz van der Wael, laatst wednr. van Trijntje Claasse Prooyen, eerst wed. van Gabriel Schelhoek, wonende onder Zuid-Beierland, verkocht en transporteert aan Huybregt Villerius 1 gem. aan de Kerkweg in Spijkenisse, gemeen liggend in nr. 145, voor 180 g. contant. [364]
Akte d.d. 8-7-1728: Albinus Villerius, wonende in Spijkenisse, heeft op 26-3-1728 publiek verkocht en transporteert aan Huybregt Villerius a) 3 gem. 62 r. teelland in de polder van Spijkenisse aan de Molendijk, get. nrs. 225 en 226, voor 452 g. contant. [365] b) 2 gem. 290 r. teelland in de polder van Spijkenisse aan de Molendijk, get. nr. 229, voor 418 g. 6 st. contant. [366] c) 8 gem. 290 r. weiland in de polder van Brabant in de hoek van de Slikweg aan de Westdijk, get. nr. 12, voor 260 g. contant. [367]
Akte d.d. 8-7-1728: Huybregt Villerius en Albinus Villerius, hebben op 26-3-1728 publiek verkocht en transporteren aan Cornelis Woutersz van Dijk, won. in Spijkenisse, 41 r. erfpachtboomgaard in de polder van Spijkenisse over de Vierambachtenboezemvliet voor 23 g. contant. [368]
Akte d.d. 3-3-1729: Johannes Philippus Valentinus Kaltenauer, heeft 13-12-1728 voor notaris Cornelis van IJsendoorn te Brielle publiek verkocht en transporteert aan Huybregt Villerius 2 gem. 172 r. weiland aan de Kerkweg in de polder van Spijkenisse, get. nr. 143, voor 489 g. 1 st. 8 p. contant. [369]
Akte d.d. 5-5-1730: Pleuntje Claes, wed. van Jan Dankertsz van der Mast, wonende in Spijkenisse, heeft 22-3-1730 publiek verkocht en transporteert aan Huybregt Villerius een huis en erf met twee schuren in het Noordeinde van Spijkenisse, belend: o. de haven, w. de Dijkstraat, z. Leendert Huygen van Vliet en n. de diaconiearmen van Spijkenisse, voor 320 g. en een gouden dukaat tot speldengeld. [370]
Akte d.d. 18-9-1736: Johannes Villerius voor zichzelf en voor Dirk Villerius, beiden als testamentaire voogden over Commertje Villerius, minderjarige nagelaten dochter van wijlen Huybregt Villerius, heeft op 6-7-1736 publiek verkocht en transporteert aan Ary Spruyt een smidswinkel en erf met de (oostal?) daar voor staande aan de Voorstraat in het Noordeinde in Spijkenisse, belend: w. Jacobus van der Zande, n. de straat, o. het dorpsslop en z. de haven, voor 225 car. g. en nog een rijksdaalder speldengeld, betaald met 25 g. contant met het speldengeld en een de rest in jaarlijkse termijnen van 25 g. met rente. [371]
Op 4-2-1721 verkoopt Dirk Villerius, procuratie hebbende van dhr Eduard Gallas, burgemeester van Brielle, in huis Geertruij Clapmuts (procuratie voor notaris Cornelis van IJsendoorn te Brielle, getuigen Arie van de Wael en Jacob van Dalen) aan mr. Johannes Villerius, subst. schout van Spijkenisse 1 G 144 R teelland aan de Haertelsdedijk op nr 149, gemeen met nog 2 G teelland onder Spijkenisse in gebruik bij Claas Compeer, voor ƒ 150. Verklaring van akkoord w.g. Dina Goudswaard, wed. Clapmuts. [376]
Op 19-6-1722 heeft Cornelis Ruychrok, verkocht en transporteert aan Albinus Villerius, meesterbakker, wonend in Spijkenisse, 50 r. oud boomgaard aan de Vierambachtenboezemvliet in Spijkenisse, belend: n. 50 r. erfpachtboomgaard â"gelijk dese uyt den boedel van schout Westrik", o. de Vierambachtenboezemvliet, z. Philp Uyttenbogert en w. de wed. van Jan van der Linde, gelegen op erfpacht ten profijte van de verkopers. Schout Arnout van Westrick zal. heeft vele jaren de erfpacht laten verlopen. Verkocht in vrije eigendom voor 90 g. [378]
Op 19-6-1722 heeft Cornelis Ruychrok, verkocht en transporteert aan Albinus Villerius, meesterbakker, wonend in Spijkenisse, 100 r. oud boomgaard aan de Vierambachtenboezemvliet in Spijkenisse, strekkende van de Vierambachtenboezemvliet tot aan de Kerkweg, belend: w. de voors. Kerkweg, n. Cornelis Breekhout, o. de Vierambachtenboezemvliet en z. de koper en de wed. van Jan van der Linde, gelegen op erfpacht ten profijte van de verkopers. Arnout van Westrick zal. heeft vele jaren de erfpacht laten verlopen. Verkocht in vrije eigendom voor 174 car. g. [379]
Op 31-3-1723 heeft Teuntje Arens, wed. van Philp Jansz Vermaat, verkocht en transporteert aan Albinus Villerius een erf of tuin aan het Spijkenisser kerkhof, belend: n.o. Abraham Romijn, z.o. Salomon van Willigen, z.w. Ary van der Meyde en n.w. het kerkhof, voor 67 g. 10 st. contant. [380]
Op 14-4-1723 bekennen Jan Vermaat en Trijntje Gerrits van Leeuwen, wonend aan de Comijndijk onder Geervliet, aan Albinus Villerius, wonend in Spijkenisse, een schuld van 600 car. g. wegens geleende en aangetelde gelden, die zij met rente zullen restitueren onder verband van 7 gem. 36 r. land aan de Moerschomse, get. nr. 52 en 53, en nog 5 gem. 1 r. land aan de Laanweg, get. nr. 50. [381]
Op 7-5-1723 heeft Laurens van Oosten, wonend in Brielle, verkocht en transporteert aan Albinus Villerius, wonend in Spijkenisse, een schuldbrief van 500 g. van 3-5-1711 t.l.v. Isaac Arentsz Por, korenmolenaar in Spijkenisse, wegens geleende en aangetelde gelden, die hij met rente zal restitueren onder verband van de beterschap van de erfpacht van de windkorenmolen van Spijkenisse, de molenwerf, het molenhuis en erf bij de voors. korenmolen in het Noordeinde aan de haven, voor 500 g. contant. [382]
Op 18-5-1723 Aaltje Pieters Keyser, wed. van Willem Gerritsz Koornneeff, wonend in Spijkenisse, bekent aan Albinus Villerius, mede wonend in Spijkenisse, een schuld van 300 car. g. wegens geleende en aangetelde gelden, die zij met rente zal restitueren onder verband van haar huis en erf aan de Voorstraat in Spijkenisse, belend: n. de straat, o. Cornelis Jacobsz Uyttenbogert, z. het spui en w. Arijen Dammisz van Cralingen. In de marge: 24-5-1730, afgelost door Pieter Willemsz Coornneef voor zijn moeder 4-6-1729, getoond door zijn huisvrouw en geroyeerd. [383]
Op 29-8-1723 Cornelia van der Duin, wed. van Leendert Pijl, wonend in Zuidland, heeft verkocht en transporteert aan Albinus Villerius, wonend in Spijkenisse, 8 gem. 139 r. weiland in de polder van Brabant op de Slikweg en Verheylenweg, get. nrs. 41, 52, 53 en 54, voor 500 car. g. contant. [384]
Op 28-8-1725 heeft Mr. Adriaen de Jonge, verkocht en transporteert aan Albinus Villerius, wonend in Spijkenisse, een derdepart in de Gansepolder, zijnde boomgaard en griend, gelegen tussen het spui en gors van dit dorp, voor 240 car. g. contant. [385]
In 1725 verkopen Dirk Jansz Troost, Johannes Boogaart en Hendrik Gardenier aan Albinus Villerius de helft van het griend voor de Haertel, voor de Spijkenisser Zeedijk, voor ƒ 310. [386]
Op 30-8-1727 verkoopt Philip Ariensz Vermaat in Nieuw-Beijerland aan Albinus Villerius te Spijkenisse de gerechte helft van het Griend voor de Haertel, met de gevolgen waarvan koper reeds de andere helft toekwam, voor ƒ 460. [387]
Akte d.d. 8-7-1728: Albinus Villerius, wonende in Spijkenisse, heeft op 26-3-1728 publiek verkocht en transporteert aan Huybregt Villerius a) 3 gem. 62 r. teelland in de polder van Spijkenisse aan de Molendijk, get. nrs. 225 en 226, voor 452 g. contant. [388] b) 2 gem. 290 r. teelland in de polder van Spijkenisse aan de Molendijk, get. nr. 229, voor 418 g. 6 st. contant. [389] c) 8 gem. 290 r. weiland in de polder van Brabant in de hoek van de Slikweg aan de Westdijk, get. nr. 12, voor 260 g. contant. [390]
Akte d.d. 8-7-1728: Huybregt Villerius en Albinus Villerius, hebben op 26-3-1728 publiek verkocht en transporteren aan Cornelis Woutersz van Dijk, won. in Spijkenisse, 41 r. erfpachtboomgaard in de polder van Spijkenisse over de Vierambachtenboezemvliet voor 23 g. contant. [391]
Op 8-12-1730 heeft schepen Bouwen van Wijngaerden verkocht en transporteert aan schepen Albinus Villerius een huis en erf aan de oostzijde van Spijkenisse aan de binnenberm aan het eind van de Brabantse Dijkstraat met washuis, schuur, tuin, hoender- en duivenhokken, tot op de helft van de buiten Bernisse dijksloot van Oud-Hongerland, tot aan de Dijkstraat, belend: o. Willem Cornelisz den Otter, w. Lijsbet Coole, laatst wed. van Pieter Spruyt, n. de zeedijk en z. Mr. Adriaen Deynoot en Pieter Cornelisz van Bodegom, voor 1000 car. g. contant. [392]
Op 8-12-1730 heeft schepen Albinus Villerius verkocht en transporteert aan Evert van Bockem, won. in Spijkenisse, 112 r, erfpachtboomgaard in de polder van Oud-Oostbroek, belast met een erfpacht van 1 st. 4 p. per roede t.b.v. de wed. Abraham de Valee, voor 30 g. contant. [393]
Op 5-7-1731 heeft schepen Albinus Villerius verkocht en transporteert aan Ary van der Meyden 150 r. oude boomgaard aan de Vierambachtenboezemkade, belend: o. de vliet, w. de kinderen van Jan van der Linden en de Kerkweg, z. Simon Spaen en n. Cornelis Breekhout, voor 100 car. contant, onder voorwaarde, dat verkoper aan zich behoudt het "boogerthuysje staande in de voors. ambagten bosem". [394]
Op 29-12-1734 heeft schepen Cornelis Philipsz van der Mast verkocht en transporteert aan schepen Albinus Villerius 2 gem. 206 r. weiland in de polder van Oud-Hongerland, belend: z. de Brabantse dijk, n.o., n.w. en z.o. de wed van Leendert Stelboer, voor 400 car. g. contant. [395]
Op 6-8-1736 heeft Marietje van Bodegom, wed. van Leendert Stelboer, wonende onder Hekelingen, verkocht en transporteert aan Albinus Villerius 3 gem. 85 r. weiland in Klein Hekelingen in de polder van Brabant aan de Meeldijk op nr. 94 voor 112 g. 10 st. contant. [396]
Op 24-1-1737 Cool Claesz van Hulst, wonende aan de Spijkenissenhoek, verkocht aan Albinus Villerius 4 gem. weiland in de polder Oud-Hongerland, belend: o. Dirk Vermaet met bruikwaar, n. de Oudhongerlandse dijk, w. de wed. Leendert Stelboer, z. de naaster, voor 560 g., welk land 13-6-1736 genaast is door Cornelis Bastiaensz Weda, getr. met Geertje Claesz van Hulst, zuster van verkoper, waarop comparant het transporteert aan zijn zuster Geertje Claesz van Hulst, wed. van Cornelis Bastiaensz Weda, wonende in Spijkenisse, voor 560 g. [397]
Op 26-4-1737 Pieter Cornelisz van Bodegom, won. in Spijkenisse, heeft op 14-2-1737 publiek verkocht en transporteert aan Albinus Villerius een huis, schuur en erf op de Brabantse Dijkstraat in Spijkenisse, belend: n. de straat, w. Aarnout Hogeboom, z. de achterweg en o. het slop, voor 700 car. g. [398]
Op 3-8-1740 verklaren schepen Albinus Villerius, vader en voogd van zijn minderjarige kinderen, en zijn vrouw Neeltje Bosman, dat zij geen van de nagenoemde vrije en onbelaste vaste goederen zullen verkopen of belasten, zo lang hun beider jongste kind nog minderjarig is, zoals het huis (Q nr. 117), keet, erf en boomgaard, dat zij bewonen, nog 8 gem. 139 r. land in Brabant op nrs. 41, 52, 53 en 54, nog 3 gem. 85 r. aldaar op nr. 94, 2 gem. 206 r. in Oud-Hongerland, een tuintje aan het kerkhof en twee derdeparten in de Gansepolder. [399]
Op 15-05-1743 heeft Albinus Villerius, wonende in Spijkenisse, verkocht en transporteert aan Jan Jansz van der Linden, mede won. in Spijkenisse, het erf van het afgebrande huis (Q nr. 114) en schuur aan de Brabantse Dijkstraat in Spijkenisse, belend: n. de Dijkstraat, w. het afgebrande huis van Aarnout Hoogenboom, z. de achterweg en o. het slop of rijbaan, dat niet afgeheind mag worden, omdat de boomgaarden daarover hun uitpad hebben, voor 125 g. [400]
Op 24-54-1752 hebben Klaas Jansz Vermeer, wednr. van Neeltje Jans Buyk, voor de ene helft, Klaas Jansz van Hamburg en Leendert Hoogenboom als executeurs van het testament van voorn. Neeltje Jans Buyk, voor de andere helft, publiek verkocht en transporteren aan Albinus Villerius, wonende in Spijkenisse, 4 gem. 284 r. weiland in de polder van Brabant aan de n.o. zijde van de Brede weg t.o. de schutskooi genaamd de Hooge Rijte in nr. 61, voor 568 g. 17 st. contant. [401]
Op 30-4-1736 hebben Jan Goudsmit en Anna Goudsmit, beiden wonend in het Land van Gulik, Cristina Goutsmit, wonend te Alem, Willem Vrede, wonend te Maastricht, pp. (acte van 23-4-1735 voor notaris Leonard Tiel te Maastricht) voor zijn vader Johannes Vrede, getr. geweest met Geertruyd Goudsmit, erfgenamen van Abraham Jacobsz Romein en Eva Goudsmit (testament van 15-3-1719 voor schepenen van Spijkenisse), verkocht en transporteren aan Jacobus van der Zande, schoolmeester in Spijkenisse, een huis en erf in de Kerkstraat in Spijkenisse, belend: o. Symon van Dijk, w. Ary Hoogwerff, z. Albinus Villerius en n. de Kerkstraat, en nog een erfpachtboomgaardje van 66½ r. aan de Kerkweg in nr. 135, belend: w. de wed. Rochus Villerius, z. Cornelis Blom, n. de Grote armen en o. Johannes Jallisson, samen voor 250 car. g. [403]
Op 5-7-1736 heeft Dirk Jansz van 't Slot, wonend in Spijkenisse, verkocht en transporteert aan Jacobus van der Zande, schoolmeester van Spijkenisse, een huis en erf in het Noordeinde in Spijkenisse, strekkende voor van de straat tot achter aan de haven, belend: o. Commerina Villerius en w. Joost Goutswaert, voor 200 car. g. contant. [404]
Op 18-7-1739 heeft Jacobus van der Zande, schoolmeester van Spijkenisse, heeft verkocht en transporteert aan Cornelis Beye Hoogwerff een huis en erf in de Kerkstraat in Spijkenisse, belend: o. Symon van Dijk, z. Albinus Villerius, w. Ary Hoogwerff en n. de Kerkstraat, voor 310 g. contant. [405]
Op 27-3-1684 verklaart te Schiedam Aeltje Velerius, gehuwd met Hubrecht Ouwendijck, wonende te Vlaardingen zich borg te stellen voor Hubrecht Ouwendijck voorn., en Rochus Velerius, wonende te Spijkenisse, voor de voldoening van pachtsommen aan het gemeneland van Holland. [411]
Op 17-6-1684 verklaart te Schiedam Hubrecht Ouwendijck, gehuwd met Aeltje Velerius, wonende te Vlaardingen zich onder bepaalde voorwaarden borg te stellen voor Rochus Velerius, impostmeester, wonende te Spijkenisse, wegens de voldoening van imposten en pachten aan het gemeneland van Holland en West-Friesland. [412]
Op 27-3-1686 verklaren te Schiedam Hubrecht Ouwendijck, koopman te Vlaardingen, gehuwd met Aeltje Velerius, zich onder bepaalde voorwaarden borg te stellen voor Rochus Vellerius, pachter, wonende te Spijkenisse, bij de verpachting van de imposten ten behoeve van het gemeneland van Holland en West-Friesland. [413]
Op 25-7-1686 verklaren te Schiedam Hubrecht Ouwendijck, koopman, wonende te Vlaardingen, zich borg te stellen voor Rochus Vellerius, pachter, wonende te Spijkenisse, voor de betaling van pachten bij de verpachting van de imposten. [414]
Op 24-9-1705 compareren te Vlaardingen Joost Abrahamsz van der Lee, stuurman te Maassluis, Claas Ariensz Maat, Jan Teunisz, Pieter Jacobsz Muys, Pieter Willemsz Maat, Abraham van Letten, allen stuurlieden te Vlaardingen, enerzijds, voor een attestatie t.b.v. Aaltje Villerius, wed. van Huybregt Ouwendijk, boekhoudster/koopvrouw te Vlaardingen. Het betreft diverse schepen: 1. een hoeker, 2. de buis 'De Vrede', 3. 'Den Hoop op Haringh'. 4. de buis 'De Roo Leeuw', 5. de buis 'De Swarte Leeuw', 6. de buis 'De Leeuw'. Getuigen zijn Leendert Hoogstad, en Abraham Fransz. [415]
Op 17-3-1688 testeert te Schiedam Maritje Hendricxs van Wijck, ongehuwd. Zij benoemt tot haar universeel erfgenaam Aeltje Villerius, haar moeder, gehuwd met Huibrecht Ouwendijck, haar stiefvader. [416]
Op 16-4-1699 testeert te Schiedam Ariaentje Villerius, wed. van Gillis Jansz van der Werff, wonende te Vlaardingen. Zij benoemt tot haar universele erfgenamen haar kinderen, terwijl zij tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt Huibregt Ouwendijck, koopman, vroedschap te Vlaardingen, en Jan Gillisz van der Werff, haar oudste zoon. [418]
Attestatie d.d. 27-2-1635 Ten versoecke van Arijen Rochusz Kruijck, heeft Cornelis Pietersz van Rotterdam, kagenaer aldaer out 43 iaeren verclaert ende getuijcht warachtich te sijn dat hij deposant (nu lest uijt ter zee comende het schip van Leendert de Coolhaelder in het selve schip de voorn. stierman heeft inden affslach horen opveijlen seven ofte achtentnegentich tonnen vis sonder meer. Welcke tonne vis is gemijnt bij eenen Isaac Simonsz coopman op Maessluijs. Actum den 27 Februarij. Coram Dr. Quac schepen. Was getekend: C. Quac. [425]
Attestatie d.d. 12-09-1636 Ten versoucke van Willem Cornelisz Cluijver, (doorgehaald is: Cornelis Leenartsz Schapencaes verclaert ende getuijcht), hebben Filips Francken Schinckelerhoeck ende Phillips Willemsz van Boesingen verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn, dat op Manendach lestleden voor middaechs, eenen Arijen Rochusz Cruijck den voorn. requirant int aenhooren van verscheijde persoonen, calimineerden ende in sijn eer ende faem te naspraeck, vougende onder andere daer bij dat den voorn. requirant buijten wil ende weten van hem Arijen Rochusz soude hebben genoomen ofte ontvoert seeckere mast hem toebehoorende. Daer op den requirant antwoorde dat hij deselve mast hadde gecocht van Dirck Poel alhier. Soo waerlick most hem Godt almachtich helpen. Actum verleden voor Dr. Cornelis Quac, den 12 September 1636. Was getekend: C. Quac. [426]
Aryen Rochusz Cruyck en Ariaentge Jansd Brouck testeren op 16-10-1638, beiden ziek, voogden zijn Jan Pouwelsz Brouck, haar vader, en Jacob Rochusz van Pomeren, zijn broer en dr. Cornelis Quac, dr. medicina.ov 128 [427]
Gifteboek Vlaardingen : 26-3-1640 : Doe Pietersz van der Starre, burgemr., geeft gifte aan Arien Rochusz Cruijck van een erf over de haven.[428]
200e penning Schiedam 1644: Adriaen Rochusz Cruijck ƒ 20-00-00. [429]
200e penning Schiedam 1652: Adriaen Cruijck van Pomeren ƒ 20-00-00. [430]
vul aan C.A. Kruijck, Kron. 9(2000)98
200e penning Vlaardingen 1644:[431] Gerritge Rochusdr ƒ 10-00-00.
200e penning Vlaardingen 1646:[432] Gerritge Rochusdr ƒ 10-00-00.
200e penning Vlaardingen 1652:[433] Grietge Rochusdr ƒ 10-00-00.
Op 9-11-1665 treedt Johannis Villerius op als testamentaire voogd over zijn "behoude innocente suster" Gerritie Rochus, contra Sr. Adriaen Rochusz Cruijck, zijn "behoude broeder" en medevoogd, i.v.m. een verantwoording betreffende de legataire schikkingen, die de ouders indertijd te haren behoeve hadden gedaan. (De zaak werd nog behandeld op 15-3-1666).[434]
2708. WILLEM JANSZ SCHIM, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk 12-5-1635 (op zijn grafsteen de tekst : "Hier lyt begraven/ Willem Jansz Schim/ sterff op ten 12 mey/ van 't iaer 1635" waaronder een huismerk [435]).
vermeld als seylmaker (1606)[436],
schepen en
als reder en/of boekhouder gecommitteerde van de visserij (1615),[437]
(1608, 1612, 1620),[438]
vermeld in een Akte van cautie 15-7-1615, en een testament 15-1-1616,
[439]
burgemeester (1622)
en kerkmeester (1629)[440] te Maassluis,
belender te Maasland (1629,.[441].
koopman te Maassluis,
tr. vóór 1611
2709. ANNTITGE LEENDERSDR, ovl. na 1636.
Op 27-11-1636 passeert te Maassluis een akte van Accoord. Het betreft Annitge Leendersdr, wed. van Wm. Jansz Schim, koopman te Maassluis. Hun zoon is Jan Willemsz Schim. [442]
| COMMENTAAR(¥)
In de periode 1611-1635 worden te Maassluis de volgende kinderen van Willem Jansz geref. gedoopt (geen moedersnaam genoemd):
Grietgen 29-4-1612, Jan 24-9-1614, Arijaentgen 1-1-1619, Jan 1-12-1619, Adrijaen 4-7-1621, Adrijaen 18-7-1627 (vader is visscher), Neeltgen 9-7-1634 (vader is lindewever). Het is onzeker of het hier ook kinderen van Willem Jansz Schim betreft. |
2710. CLAES JANSZ T(H)OU(W) (VAN DER BURCH)[443], ovl. "ontrent inde Vasten des iaers" 1610, belender te Vlaardingerambacht (1610).[444]
tr. (huw. voorw. 19-7-1608)[445]
2711. MARITGE CLAESDR (VERCROFT), geb. vóór ca. 1590, ovl. na 1622, leeft na het overlijden van haar eerste echtgenoot zeer sober omdat haar voogd en stiefvader Pieter Allersz haar "seer cleijne middelen om huijs mede te houden" verstrekte,
tr. 2o 1610-1622
ADRIAEN JANSZ VONCK, geb. 1578/79, ovl. na 1629, metselaer (1610..1629).
Op 19-7-1608 worden huwelijksvoorwaarden gemaakt tussen enerzijds Maritgen Claesdr, met haar broeder Pieter Claesz en haar behuwdoom (stiefvader) Pieter Allartsz, en met Cornelis Dircksz van Rijn, Gerrit Jansz Brouck en met Gerrit Jansz, en anderzijds Claes Jansz Touw van der Burch, met Arent Touw Jansz, Willem Jansz Touw, Joris Cornelisz van Vliet, Doe Adriaensz Luck, Pouwels van Dijck Adriaensz en Dirck Symonsz Mostert, zijn broeders, zwager en vrinden. [446]
Op 11-2-1610 constitueert Adriaen Jansz Vonck, metselaar, Willem Nieupoort, procureur te Schiedam. [447]
Attestatie d.d. 17-12-1621 Ten versoucke van Jacob Willemsz Colster van wegen Cornelis Claesz iegenwoordich binnen den Briel in hechtenis: Compareerden Jacob Foppensz, schipper out 52 iaeren, ende Arien Jansz Vonck, metselaer out ontrent 43 iaeren. Ende verclaerden bij eede dat sij wel gekent hebben dÕvoorn. Cornelis Claesz ende dat dÕselve tharen respective huijsen heeft thuijs gelegen ende vandaer lest vertrocken over ontrent twee iaren. Ende mitsdien wel te weten dat nae alle gelegentheden dije sij doen merckten en sagen dat dÕselve anders geen goet en hadde om dagelicx van te leven dan hij met sijn handen als arbeijder was winnende. Verclaren voorts dat sij mede seer soberen wierden betaelt van tgunt hij haer van bijwoonen schuldich wiert ende dat sij aenmerckende wel sijn goede genegentheden om te betalen, maer altemets niet komende hem niet lastich vielen. Gevende mede voor redenen van wetenschap, aengevende sijn onvermogen, dat dvoorn. Cornelis Claesz tharen respective huijsen comende logeren, seer weinich off alte weijnich linne, wolle off andere goederen bracht off vuijt conquesteerde, houdende dÕselve over zulcx van onvermogen ende geen middelen. Actum den 17 December 1621 ten overstaen van de schout. Was getekend: Louris Ariaensz van der Houve. [448]
Attestatie d.d. 29-5-1622 Ten versoucke van Adriaen Jansz Vonck metselaer als getrout hebbende Maritgen Claes weduwe was van Claes Jansz Coe (sic!): Compareerde Cornelis Meesz bijgenaemt tManneken inde Maen bouman, woonende opte Souteveen out ontrent 57 iaeren. Ende verclaerde bij eede dat hij als debiteur van de custingbrieff, bij hem den 1e Meij 1611 ten behouve van de voorsz Maritgen Claesdr verleden voor de gerechte van Vlaerdinger ambacht, houdende drije duijsent tachtich gulden, over de coope van de landen ende wooninge daerin verhaelt, in volle voldoeninge van de gereede penningen, alle ontrent binnen acht weecken nae date vant verlij betaelt heeft verscheijde partijen aen Pieter Allersz van der Houve bouman in Vlaerdinger ambacht als stijefvader ende gecoren voocht van de voorsz Maritgen Claes, de somme van seventien hondert gulden ende niet aende voorsz Maritgen off ijemant anders. Mitsgaders dienvolgende dÕselve betaelde alsdoen gedaen teijckenen te hebben op ten rugge vande voorsz brieff. Gevende voor redenen van wetenschappe dat hij all voor date vant voorsz verlij ten huijse van sijn swager Vrijes Jansz hem Pieter Allersz in minderinge en ter goeder reeckenen van de voorsz gereede penningen, teender somme aentaelde drije hondert gulden ende weijnich dagen daer nae noch twee hondert gulden, seggende bij de selve betalenden geen penningen te willen tellen voort dat hem deposant gelevert soude sijn behoorlijcke opdrachtbrieff. Twelcke eenige dagen daerna geschiede, dat hij dienvolgende op ten dach vant verlij hem Pieter Allersz noch telde soo veel penningen datter noch aende gereede termijn bleef staen ontrent 120 gulden. Verclarende voorts gesien te hebben dat hij Pieter Allersz wtte ontfange penningen datelijck aentaelde eene Grietgen Centen weduwe, ontrent seven hondert gulden ende de resterende 120 gulden daer na betaelt te hebben. Zulcx dat alle de penningen binnen 8 weecken als vooren waren betaelt. Actum ten overstaen van de schout ende ondergeteijckende schepen den 29 Meij 1622. Was getekend: bij mij Frans Dircxz. [449]
Attestatie d.d. 1-7-1622 Ten versoucke van Arien Jansz Vonck, metselaer, ende Maritgen Claes, sijn huijsvrouwe: Compareerde Neeltge Maertens, huijsvrouwe van Huijch Willemsz, houtsager, out ontrent 53 iaren. Ende verclaerde bij eede dat sij lange tijt harwaerts goede ende familiare kennissie heeft gehadt aen dÕvoorsz Maritgen Claes ende dat des selffs man Claes Jansz Tou ontrent inde Vasten des iaers 1610, onbehaelt inden iuijsten tijt, overleden is. Ende wel te weten dat sij alsdoen in haer weduwelijcken staet, soberlijcken leeffde ende dagelicx soo tegen haer deposante als anderen de clachten dede van hare seer cleijne middelen om huijs mede te houden, vermits eenen Pieter Allersz, haer stieffvader, voocht van haer requirante, haer soo sober hielt dat mede door haer deposantes persuasien haer geleent is wt medogentheijt bij eene Maritgen Willems, weduwe van Cornelis Jacobsz Cluijver, de somme van ontrent 40 gulden ende dat opte toesegginge van restitutie bij Pieter Allersz gedaen. Verclaert mede dat haer deposante ten tijde voorsz ende inde weduwelijcken staet vande selve Maritgen competeerde 11 stuivers van stijven van cragen, waerom sij menichvuldige moeijten dede, nochtans dselve niet konde krijgen dan van den voorsz Maritgen Willems dwelcke tselve mede verschoot. Verclaert voorts dat sij dÕselve Maritgen Willems heeft hooren vermanen dat sij werden gedaen dienste, soo van koocken als anders op haer requirants feeste gehouden doen sij met hem Arien Jansz Vonck was getrout, geen geld had konnen crijgen ende dat sij genootsaackt was geweest daer over te coopen een blau voorschoot twelcke sij doen vertoonde. Actum den 1 Julij 1622. Was getekend: bij mijn (onleesbaar). [450]
Attestatie d.d. 15-5-1623 Ten versoucke van Arien Jansz Vonck: "Hebben Cornelis Willemsz, clockestelder out ontrent 50 jaeren ende Leendert Fransz Boomgaert, out ontrent 38 jaeren, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn dat sijluijden huijden vergadert sijn geweest in de herberge van St. Joris, int geselschap van den requirant ende dat aldaer bij hen deposanten gecomen is Steven Aelbrechtsz Attevelt, cuijper, ende dat de selve onder andere propoosten iegens den voorn. requirant seijde ende hem met smaet woorde verweet in effecte dese woorden, Òghij hebt u vader verradenÓ Tselve tot meer maelen verhaelende. Actum coram van den ondergeteijckende schepenen den 15 Meij 1623. Was getekend: Lambrecht Christoffelsz Waelwijck. J. G. Noijkens. [451]
Attestatie d.d. 25-6-1629 Ten versoucke van Ghijsbrecht Cornelisz, kaescooper te Gouda cum socijs, heeft Arijen Jansz Vonck metselaer out 50 jaeren, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn, dat Gerrijt Mathijsz, metselaer overleden binnen deser stede, heeft gehadt een suster genaempt Grietge Thijssen die woonachtich is geweest, eerst te Bodegraven, daer naer tot M..nt ende lest in de Plaet. Ende dat de selve Grietge Thijssendr hadde een dochter die genaemd was Machtelt Pietersdr (niet?) naer haer vader maer naer de moeder bij Gerrit Mathijsz Machtelt Jansdr voor redenen van wetenschappe allegerende dat hij de voorn. Grietge Thijssendr beneffens Gerrit Mathijs die sijn stieffvader was, verschijden malen heeft besocht, ende aldaer gegeten ende gedroncken, ende sulcx de voorn. Machtelt Jansdr seer wel heeft gekent, mitsgaders de voorn. Gerrit Mathijsz dickmael hooren verhalen dat de voorn. Machtelt bijgenaemt was Jans kint naer sijn moeder, ende dat hij haer daeromme oock best gesint hadde. Soe waerlijck moste hem God almachtich helpen. Actum coram. Was getekend: Jacob Jansz Maerlandt. [452]
2712. JAN VAN WAESBERGHE (DE OUDE), geb. Antwerpen 1556, ovl./beg. Rotterdam Grote Kerk 25-5-1626 [453]
(graf nr. 104, "Hier leit begraven Jan van Waesberghe out 70 jaeren en sterf 25 Mey 1626", de grafzerk met wapen is bijna ongeschonden bewaard gebleven [454]
), beg. (registratie Weeskamer 31-5-1626 Jan van Waesbergen, wonende op de Markt), lid van het St. Lucasgilde te Antwerpen (1577), in 1583 nog
vermeld als boekdrukker in "De Waekenden Haen", vroeger "Het
Schild van Vlaenderen" in de Korte Kammerstraat te Antwerpen,
boekdrukker en boekverkoper te Rotterdam op de Markt in "De Fame"(¥) (1590-1624),[455]
en in het Westnieulant in "De Leeu" te Rotterdam (1590-1626),
drukker der Admiraliteit op de Maze en stadsdrukker (1587-1626).
Hij gaf ruim 120 werken uit, waaronder theologische, stichtelijke en
letterkundige, maar vooral schoolboeken.
Via zijn familie had hij ook veel contacten in boekdrukkers en
onderwijskringen : zijn schoonzuster Barbara van Bracht was gehuwd met
Philips de Grave, boekdrukker, zijn dochter Elisabeth was getrouwd met
Felix(II) van Sambix, boekdrukker, en zijn dochter Catharina met
Abraham Elsevier, boekdrukker. Zijn schoonzuster Maria van Bracht was gehuwd met
Jan van den Velde van Antwerpen, beroemd Frans schoolmeester en calligraaf
[456].
"Rotterdam werd decennia lang gedomineerd door het Antwerpse
drukkersgeslacht van Waesberghe (1587-1661) dat zich vooral bezighield
met het drukken en uitgeven van letterkundige werken en schoolboeken."[457].
Hij is reeds ca. 1587 naar Rotterdam vertroken, aangezien de
gereformeerden na de verovering van Antwerpen in 1585 door Parma de stad
moesten verlaten.
Hij
otr. 2o Amsterdam/Rotterdam geref. 23/25-11-1601 (get. Jan du Pire, hare vader/ met attestatie op Amsterdam 9-12-1601), tr. 2e. Amsterdam Nieuwe K. 11-12-1601 [458]
CAT(H)ERINA (CATTRIJN, KATELIJN) DU PI(E)RE (DUPIRE, DUPRE), geb. Antwerpen 1580/81, ovl. na 1633, woont "16 ans in de Warmoestrate" (1601),
dr. van Jan du Pire in de Warmoesstraat in
de "Groene Preekstoel" te Amsterdam,
(en mogelijk van Anna Gommers, die in 1600 Jan's huisvrouw is[459]),
doopget. (1631).
Hij
tr. 1o Antwerpen (ingezegend door Mr. Isebrandt Balckius, predikant in het "Huis van Aken") 30-6-1585 [460]
2713. MARG(UE)RITE VAN BRACHT (BRECHT), geb. Turnhout [461]
, ovl./beg. Rotterdam Grote K. 9/11-7-1600 ("in den hooghen choor") [462]
;(¥)
wederdoopster [463],
als wed. van Niclaes Soolmans, boekvercoper, vermeld met zwagers en schoonzuster,[464]
tr. 1o
NICOLA(A)S SOOLMANS, ovl. 1584/85, drukker te Turnhout [465],
drukker te Antwerpen,
vermeld als eigenaar en bewoner (1584) op de Cleyn Kerckhofstraete,
in "Den Gulden Leeuw" te Antwerpen,
boekbinder en poorter, tevens eigenaar van het huis ernaast.[466]
| COMMENTAAR(¥) Registratie bij de Weeskamer 9-7-1600 [467]. ZOEK OP. |
| COMMENTAAR(¥) "De Faam" had voordien nog als stadhuis dienst gedaan [468]. |
|
Voorpagina van de "Beschryvinghe van de Voyagie om den geheelen Werelt Cloot" door Olivier van Noort, uitgegeven door Ian van Waesberghen (1556-1626) op de Marct in de Fame te Rotterdam.
Bron : brochure "Anno 1590", uitg. drukkerij Van Waesberghe en Van Sijn, Rotterdam |
Pagina uit de Keuren der Stadt Rotterdam Anno 1593, betreffende de "Ordonnantie Van de Wees-kamer binnen de Stede van Rotterdam", oorspronkelijk uitgegeven bij Jan van Waesberge (1599-1661), op de Marckt in de Fame, 1593
en herdrukt "na zyn principale" bij Gerrit van Waesberge en Pieter van Waesberge, Ordinaris Drukkers der Stad Rotterdam,1745
| Bron : brochure "Anno 1590", uitg. drukkerij Van Waesberghe en Van Sijn, Rotterdam klik op plaatje(s) om te vergroten |
Niclaes Soolmans geeft onder andere uit :
- CATECHISMUS
OFTE ONDERWYSINGHE INDE CHRISTELYCKE RELIGIE, WELCKE INDEN GHEREFORMEERDEN EUANGELISCHEN KERCKE ENDE SCHOLEN DER NEDERLANDEN GHELEERT ENDE GHEOEFENT WERT
Mitsgaders de Christelijcke Ceremonien ende Ghebeden. Met neersticheyt ouersien ende ghecorrigeert door
GASPARUM VAN DER HEYDEN
t' Hantwerpen,
By NICLAES SOOLMANS op onse Vrouwen Kerchof inden gulden Leeu, 1580..br Met gratie ende Priuilegie. [469]
Het gebruikte vignet is hetzelfde als dat van Johannes van Waasberge de jonge, zie hieronder.- Louis Des Masures, Tragaedies saintes Dauid combattant - Dauid triomphant -Dauid fugitif. Anvers: N. Soolmans; 1582.
- Philippe Desportes, 1546-1606. Les premieres oeuvres... Anvers: N. Soolmans; 1582.
- Die twaelf boecken van Aeneas ghenaemt int Latijn Aeneidos, beschreven door...Vergilius Maro. Nu eerst in onser Duytscher talen door Cornelis van Ghistele...overgeset...T'Hantvverpen, by Niclaes Soolmans, 1583.
vul aan OV 54(1999)262,263
Jan van Waesberghe betrekt typografisch materiaal van o.a. de Rotterdamse lettergieter Gabriel Guyot (werkzaam 1591-1610), onder meer voor het drukken van "de Psalmen in francois, hebbende daertoe expresse de noten doen gyetten tzijnen grooten costen" (jan. 1611) en voor een Frans-Nederlands woordenboek "met goede bescheydelicke letteren, (...) welke letteren hij Suppliant mede tot synen grooten coste heeft laten maken" (1611/12) [470]. Hij had blijkbaar ook financiële belangen bij de lettergieterij van Guyot, want toen Dirck Fransz op 15-12-1610 deze lettergieterij van de nabestaanden van Gabriel Guyot overnam stelde Jan van Waesberghe zich borg voor de betaling van de koopsom ƒ 500,10,--, tot zekerheid waarvan hij stelt " syn huys ende erve genaempt de Fame staende ende gelegen aen de Marckt deser stede int Westnieulant, belegen van Joosgen Jansdr houtcraemster vooren, de stege van de craenpart van Coolen achter, tsamen aende Oostsyde ende van de stege leggende tusschen dese huysinge ende thuijs van Jan van Deutecom aende Westsijde, streckende voor van de straet tot achter aen Jan Pietersz Dubien, voorts syne andere goederen roerende en onroerende, etc." [471].
De Van Waesberghe's gaven in de loop der jaren talloze schoolboeken uit getuige o.a. Jan van Waesberghe's eigen uitspraak (1611) : "Dat hij suppliant ende synen vader zal. de ghene syn die de fransoische talen met het drucken der Fransoischer ende Nederduytsscher schoelboecken tot behelp aller scholen 40 oft 50 jaeren continuelyck in dese Nederlanden met groote moeyte ende meerder oncosten vervoordert hebben, zoo doer het maecken, vernyeuwinge, verbeteringe ende correctie der zelver boecken" [472].
Op 22-7-1591 verklaart Pieter Cornelisz, schipper, wonende te Delffshaeven, 40 jaar, op verzoek van Jan van Waesbergen, boeckdrucker, uit naam van Hans Soolmans, coopman te Amsterdam, dat hij ongeveer zeven weken geleden met zijn schip genaamd de Fortuijne, komende van Lixbona, tussen Heijssant en de Sourdels, acht Engelse schepen van oorlog is tegengekomen. De overste daarvan werd door het scheepsvolk Millord Kummerlandt genoemd. Deze overste is met wat volk bij hem aan boord gekomen en heeft enige goederen uit zijn schip gehaald. Daaronder twee zakken peepers die door een zekere Jan Vell in Lixbona waren ingescheept om gebracht te worden aan Hans Soolmans(¥). [473].
Op 23-7-1591 verklaart Claes Jacobsz, schipper, wonende te Schijedamme, 30 jaar, op verzoek van Jan van Waesbergen, boockdrucker, uit naam van Hans Soolmans, coopman te Amsterdam, dat hij ongeveer zeven weken geleden met zijn schip, een vlijboote genaamd St. Jacob, komende van Lixbona, tussen Heijssant en de Sourdels, acht engelse schepen van oorlog is tegengekomen. De overste daarvan werd door het scheepsvolk Millord Kummerlandt genoemd. Deze overste is met wat volk bij hem aan boord gekomen en heeft daar enige goederen uit gelicht. Daaronder waren twee zacken peepers en een tonneken gember. Deze waren te Lixbona ingescheept door een zekere Jean Vell, om gebracht te worden naar Hans Soolmans(¥). Ook de brieven en geschriften die door de coopluijden en facteurs te Lixbona waren meegegeven werden in beslag genomen. [474].
COMMENTAAR(¥) Deze Hans Soolmans zou een zoon of broer van Nicolaas Soolmans kunnen zijn.
Op 23-2-1588 testeren "Jan van Waesberge boeckvercoeper ende Margriete van Bracht, geechte man ende wijff, woenende binnen der stede van Rotterdam." Zij legateren aan Maaijcken Roelandtsdr, de moeye van de testateur, Maaijcken, de nicht van de testateur, Leenaert van Waesbergen, de neef van de testateur en Martijntgen van Waesberge, de nicht van de testateur. Voorts worden genoemd Pieter van Bracht, en Maijcken van Bracht en Beijcken van Bracht, broer en zussen van de testatrice. Getuige is de Antwerpse schoolmeester Mr. Art van Meldert. [475].
Op 11-5-1592 testeren "Jan van Waesberge, boeckvercoeper ende Margareta van Bracht" ten tweeden male. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. Zij legateren onder andere aan de armen van de Gereformeerde kerk. Jan van Waesberge legateert verder aan zijn moeder Elisabeth Roelantsz 300 Car. gld, aan zijn tantes Lijntgen Roelants, Marie Roelants en Susanna Roelants 25 Car. gld., aan de dochter van Marie Roelants, genaamd Marie de Raet, aan zijn neef en nicht Leenaert van Waesberge en Elisabeth van Waesberge, en aan zijn nichten Toentgen, Neeltgen, en Jacquemijne(¥), wonende te Zierixzee. Margareta van Bracht legateert aan zusters en broer Barbara van Bracht, Marie van Bracht en Pieter van Bracht, en aan de kinderen van Barbara van Bracht. [476].
COMMENTAAR(¥) Wie deze nichten Toentgen, Neeltgen, en Jacquemijne, wonende te Zierixzee, zijn is vooralsnog onduidelijk.
Op 3-7-1596 compareren Jan van Waesberge, boekverkoper, en echtgenote Margareta van Bracht om te testeren. De akte is niet voltooid, wegens "haastig vertrek van Waesbergen". [477].
Op 27-7-1596 testeren ten derden male "Jan van Waesbergen, boekvercoeper ende Margareta van Bracht, geechte man ende wijff, woenende aen Tmercktvelt Inde Fame binnen deser stede van Rotterdam". Getuige is Jan Janssz, boekvercoeper [478].
Op 17-2-1598 compareren "Jan van Waesberghe, boekverkooper ende Margrieta van Bracht, zijne vrouw, Philips de Grave, boeckverkooper, met Barbara van Bracht, zijne vrouw, ende Jan van den Velde, schoolmeester, met Maria van Bracht, allen woonende tot Rotterdam voor henselven ende hen sterck makende voor Pieter van Bracht, haer broeder, alle kinderen van Pieter van Bracht ende Heyltgen Matheusdr. van Postele, ende oversulcx erffgenamen van Goyvaert van Postele, haer grootvader". Zij machtigen Jan van Eijck, wonende in de Vryheyt van Thurnhout, om voor hen over te nemen het hun competerende gedeelte "in de hoeve, landen, heyde ende weyde daaraen behoorende, genaempt de groote Hoeve, gelegen bij Thurnhout" [479].
Op 8-11-1600 zijn Mr. Hans van den Velde en Philips de Grave "geordonneert voochden over de naegelatene kinderen van Margriete van Bracht, daer vader aff is Jan van Waesbergen, boeckvercoeper alhier" [480].
In 1611 komt Jan van Waesbergen in conflict met Abraham Migoen, "fransoissche schoelmeester" te Rotterdam, die beweert een "nyeuwe aenwysinge van letteren" te hebben "geïnventeert ende gecomponeert" voor de boeken "die in de fransoische scholen der voorsz. Landen geleert wordden" en daaraan het recht meent te ontlenen deze boeken te laten drukken. Jan van Waesberge echter meent allang het octrooi voor het drukken van deze boeken in zijn bezit te hebben, en toont aan dat Migoen's methode helemaal niet nieuw is. Hij herhaalt enkele malen zijn verzoek aan de Staten Generaal om hem voor 10 jaren een dergelijk octrooi te verlenen [481].
Op 13-4-1615 testeren "Jan van Waesbergen den Ouden, boeckvercooper ende Catharina du Piere Jansdr, geechte man ende wijff". Zijn voorkinderen bij Margriete van Bracht te weten Jan de Jonge, Elisabeth, Margriete, Catheline en Pieter ontvangen 3000 Car. gld eens. Universeel erfgenaam zijn zijn nakinderen bij Catherina du Piere : Abraham, Sara, Ysaack, Rebecca, Jacob en Lia [482].
Op 27-8-1616 compareren te Rotterdam Jan van Waesbergen de Jonge, Felix van Sambix als man ende voocht van Elisabeth van Waesbergen, beyde woenende binnen deser stede Rotterdam, d'eersame David van Hogenhuysen, woenende tot Enchuysen, als man ende voocht van Margareta van Waesbergen. Zij ontvangen als kinderen van Jan van Waesbergen de Oude en Margaretha van Bracht uit handen van Jan van Waesbergen de Oude elk 3600 Car. gld "tsuck xx groten Vlaems" conform bovenstaand testament van 1596, en elk nog hun aandeel in de goederen die Sara van Waesbergen, hun zuster, hen nagelaten heeft. Bovendien heeft Jan van Waesbergen de Oude hun elk nog meer dan 300 gld. "tsuck te xl groten Vlaems" gegeven, waarna zij allen verklaren voldaan te zijn. Getuigen zijn Jacques Bornmersom en Jan van Duetekum, plaatsnijder, beide wonende te Rotterdam [483].
Op 3-6-1626 heeft Catarina de Piere (tekent als Caterine du Pire of Dupire), wed. van Jan van Waesbergen den Ouden, een geschil over de verdeling van de nalatenschap van Van Waesbergen den Ouden met Jan van Waesbergen den Jongen, Pieter van Waesbergen, Davidt van Hogenhuysen, man van Margarita van Waesbergen, mede namens Phelix van Sambix, man van Elisabeth van Waesbergen en Abraham Elsevier, man van Catarina van Waesbergen. Hiertoe worden als arbiters benoemd: mr. Antony Willemss, Jan Pieterss van Risoort, mr. Dirck van den Wolff en Leonard Berewouts. Voor deze acte staat een inventaris vermeld ( blz. 158 ), waarin de admiraliteyt, het huis de Turk, het huis de Faem, Abraham Waesbergen en Jan Robbertsen zijn genoemd. [484]
Op 4-6-1626 wordt de boedelinventaris opgemaakt van Jan van Waesbergen de Oude in aanwezigheid van Jan van Waesbergen de Jongen, Pieter van Waesbergen en Davidt van Hogehuysen, echtgenoot van Margaretha van Waesbergen. Erfgenamen zijn Catarina de Piere, zijn weduwe, Jan, Pieter en David van Waesbergen, die gemachtigd zijn, Felix van Sambix, echtgenoot van Elisabeth van Waesbergen en Abraham Elsevier, echtgenoot van Catharina van Waesbergen [485].
Op 12-8-1628 bekent Johannis van Vucht, wonende in de Nieupoort, 300 gld schuldig te zijn aan Catarina du Piere, weduwe van Jan van Waesbergen den Ouden, welk geld hij van Abraham van Waesbergen ontvangen heeft. Als borg treedt Grietge Corssen, schoonmoeder van Van Vucht, op. [486]
Op 30-6-1631 draagt Catrina Dupiere, weduwe van Jan van Waesbergen, alle uitstaande schulden in Brabant en Vlaenderen over, aan haar zoon Pieter van Waesbergen. Volgens machtiging gepasseerd voor Hendrick van Groynbergen, notaris d.d. 8 april verleden. Uitgezonderd is een aanspraak op Pieter van de Manacker. [487]
Op 6-7-1633 benoemt Guilliame van Waesberge, tegenwoordig wonend in Den Briele, tot universeel erfgenaam zijn moeder Catarina Dupier, weduwe van Jan Jansz van Waesbergen. [488]
Op 11-11-1633 machtigt Catharina Dupier, weduwe van Johan van Waesbergen, haar zoon Abraham Waesbergen om voor schepenen alhier aan Hendrick van den Heuvell, coopman, een custingrentebrief van 3.500 gulden haar d.d. 17-5-1631 getransporteerd door Jan Jansz, glaesvercooper, over te dragen. [489]
Op 7-12-1633 machtigt Catharina Dupier, weduwe van Jan van Waesbergen, haar schoonzoon Guilliame de Vijl, zijdeverwer te Amsterdam, om zich garant te stellen voor een borgtocht die Samuel de Nimey, suyckerbacker voor Guilliame de Vijl heeft gesteld t.b.v. 1.500 gulden wegens koop van couchenillie(?). [490]
| Drukkersmerk : Een .. tak, de bladeren beladen met letters. Randschrift : Carpe manu, sequetur vincere (...) [491]. |
|
Drukkersvignet van Jan van Waesberghe de jonge (1588-??).
Randschrift : Ingenio Superatur (hij heeft door vernuft overwonnen). klik op plaatje(s) om te vergroten |
Op 23-7-1631 benoemen te Rotterdam Gillis Wijnants van Eyck of Gillis Wijnants van der Eck en zijn vrouw Geertruyt Lourisdr van der Houve of Geertruyt Lourisdr van der Hoeck, wonend te Schiedam op het Marcktvelt, elkaar wederzijds tot universeel erfgenaam, met legaten aan het weeskind van Maritgen Lourisdr, haar zuster, vrouw van Jan van Waesbergen, en de kinderen van Josyna Lourisdr, haar zuster, wonend in Den Haege, en zij benoemt tot voogden Jacob van der Houven, en Cornelis van der Houven haar broers. Een en nader meet uitsluiting van de Weeskamer van Schiedam. De langstlevende zal in het bezit blijven van hun beider huis en erf gelegen op het Marcktveld te Schiedam, genaamd de "Drye Bloot Casen". [498]
Op 10-1-1657 testeren opnieuw, nu te Schiedam, Gillis van der Eijck, President-schepen en vroedschap van Schiedam, en zijn vrouw Geertruijt Louris van der Hoeve, wonende te Schiedam. Uit de zeer uitvoerige tekst blijkt nu dat zij tot haar erfgenamen benoemt o.a. voor 1/4 deel Jan van Waseberge, zoon van Maria Louris, haar zuster. [499]
Op 21-11-1667 compareerde te Schiedam, Juffr. Geertruit van der Houve, weduwe van Gillis van der Eijck, in zijn leven burgemeester van Schiedam, en verklaarde gerevoceerd dood en te niet gedaan te hebben zekere codicillaire dispositie op 6 september 1664 gepasseerd voor Gerard van der Wel, notaris tot Delft, verklaarde vervolgens alsnog te approberen en van waarde te houden haar testament op 26 juli 1662 gepasserd voor bovengenoemde notaris tot Delft, en heeft zij testatrice bij forme van alteratie en ampliatie nog het volgende bepaald, enz. benoemt tot executeurs van haar testament Sijman van der Vecht, burgemeester van Schiedam, Goosen Cornelisz 's-Gravenhage, raed en oud-schepen van Schiedam, en ds. Lucas Meijsterius, predikant binnen Schiedam. [500]
In deze akte komen blijkbaar ook voor Johan van Waesberge, vader van Gillis van Waesberge. In welke hoedanigheid is uit het regest niet duidelijk.
Op 7-1-1633 testeren Jan van Waesbergen, weduwnaar van Maritgen Laurentsdr, boeckvercooper op 't Steyger in 't huis genaamd de Swarte Clock, en zijn vrouw Anneken Henricxdr Hondius. Zij maken een mutueel testament met voorzieningen voor de kinderen. [501]
Op 9-2-1633 benoemt Jan van Waesbergen, weduwnaar van Maritgen Lourisdr, en nu man van Anneken Henricxdr Hondius, boeckvercooper op 't Steyger, tot voogden over de zoon van zijn eerste vrouw en over zijn nakinderen, Jan Jacobsz, goutsmit, Isaac Abrahamsz, cleermaecker. de Swarte Clock Steyger. Een en ander onder handhaving van zijn testament voor deze notaris d.d. 7-1-1633. [502]
Op 2-4-1633 machtigen Anneken Henricxdr Hondius, weduwe van Jan van Waesbergen, boeckvercoper, wonende op 't Steyger, Jan Jacobsz, goutsmit, en Isaac Abrahamsz, cleermaecker, beiden als voogden over de kinderen van Jan van Waesbergen, Pieter van Waesbergen om in Delft, Haerlem, Leyden, Amsterdam, Gouda, Dordrecht, de debiteuren tot betaling te manen volgens de register door voornoemde Jan van Waesbergen de jonge bijgehouden. [503]
Op 28-5-1633 verklaart Abraham Neringh, boeckvercooper in de Roode Brugge, gekocht te hebben van Anneken Henricxdr Hondius, weduwe van Jan van Waesbergen, 900 exemplaren of boecken van"De emblemata van Jacob Cats". [504]
| COMMENTAAR(¥) In de registers Begraven Kerkmeesters Rotterdam komt nog voor : kind van NN den Waesbergen, beg. 27-9-1614. Dit is mogelijk een jong overleden / doodgeboren kind uit dit huwelijk. |
Op 7-1-1633 benoemt Jan van Waesbergh de Jonge tot erfgenaam zijn vader Jan van Waesbergh, boeckvercooper op 't Steyger, weduwnaar van Maritgen Lourisdr. [507]
Op 1-11-1635 testeert Jan Jansz van Waesbergen, 19 jaar oud. Hij laat aan zijn halfzuster Margareta van Waesbergen 1400 gld na. Verder zijn er legaten voor Abraham van Waesbergen, zoon van zijn oom Pieter van Waesbergen, zijn stiefmoeder Anna Hondius, dochter van Henricus Hondius, Bartholomeus Voskens, beeltsnijder, Elisabeth van Waesbergen, Margariet van Waesbergen en Catalijn van Waesbergen. Hij benoemt tot zijn erfgenamen Elisabeth, Margariet, Catalijn van Waesbergen, zijn tantes en zijn oom Pieter van Waesbergen. [508]
Op 5-7-1668 draagt Andries van Hogenhuysen, boeckdrucker te Wesell, over aan Jan Jacobsen Schipper, boeckvercoper te Amsterdam, een aantal vorderingen op Johan van Waesbergen, boekverkoper te Amsterdam, wegens drukwerk. Bijzonderheden: met acceptatie door cessionaris. [509]
Jan Joosten van Hoogenhuijse ook gesrijt van de Graef geeft mede namens zijn broer Daniel en zijn (schoon)zuster Margarita van Waesberghe, de weduwe van David van Hoogenhuijze) op 29-9-1611 te Dordrecht een notariele volmacht aan Bastiaen Melsen, brouwer te Rosendael, voor een verkoop na de dood van Joos Andriesse.[521]
NB dit citaat uit Ref. [522] kan niet kloppen. In 1611 is Margarita van Waesberghe nog niet eens getrouwd met David van Hogenhuysen, dus laat staan zijn weduwe. Is de datum van de akte wel goed, of is het woord weduwe niet goed gelezen.
Op 20-4-1623 komen mr. Isaac Duquesne, schoolmeester, en mr. Davidt van Hoogenhuyse schoolmeester, wonende te Munnickedam, overeen een tussen hen gerezen geschil voor te leggen aan arbiters. Dit geschil betreft een huis, gelegen aan de Leeuwenstraet, dat Isaac Duquesne gehuurd heeft van Davidt van Hoogenhuyse. Hierbij is mede betrokken Jan Robbertsz, die eveneens een huis van Davidt van Hoogenhuyse gehuurd heeft, t.w. het huis genaamd het Swijnshooft, gelegen aan de Grootte Marckt en aan de achterzijde grenzend aan het door Isaac Duquesne gehuurde huis. Als arbiters worden gekozen Gerrebrandt Symonsz, schipper, Dirck Michielsz, schrijnwercker, Barent Leendertsz, mandemaecker, en Pieter Corsavont de Jonghe, schoenmaecker. [523]
Nog diezelfde dag, op 20-4-1623, komen de arbiters tot de volgende beslissing. Jan Robbertsz moet op de plaats tussen zijn huis en dat van Isaac Duquesne een pottebanck plaatsen. Isaac Duquesne mag een bedrag van 16 gulden korten op de eerstkomende huurbetaling, maar moet aan Davidt van Hoogenhuyse een silveren beecker geven of 20 gulden betalen, zoals in de huurovereenkomst bedongen. Davidt van Hoogenhuyse is niet verplicht een portaal te doen maken in de school grenzend aan het huis door Isaac Duquesne van hem gehuurd. [524]
Op 31-12-1624 verklaart Mr. Davidt van Hooghenhuysen, Franssoys schoolmeester wonende te Enckhuysen, in erfkoop verkocht te hebben aan Mr. Isaac du Quesne, Franssoys schoolmeester, de achterkamer van het huis, genaamd het Swijnshooft, gelegen aan de zuidzijde van het Grootte Marcktvelt, met de daarachter staande school en de gang uitkomende in de Meulesteech, overige belendingen: de erfgenamen van Jan Rutten, Claes Maertensz in 't Gouden Laecken, Wouter N.N. venghelvercooper, Ocker Philipsz, Pieter Corsavont, Luytgen N.N. in de Blauwe Werelt. [525]
Kort daarna, op 5-4-1625, volgt een vrijwel identieke akte met als toevoeging: tevens een onbebouwd erf, daaraan grenzend, voor een totaal bedrag van 3.112 gulden. Blijkens aantekening in de marge is op 24-5-1625 een nieuw contract gesloten, waarmede bovenstaande overeenkomst is vervallen. [526]
Vervolgens stelt op 22-5-1625 Mr. Davidt van Hooghenhuysen, Franssoys schoolmeester, te Enckhuysen, als borg Jan van de Graeff zijn broer, Franssoys schoolmeester in Dordrecht, in verband met de gedane verkoop van zijn huis, erf en school d.d. 5 april aan Mr. Isaac du Quesne, Franssoys schoolmeester, gelegen aan de oostzijde van de Meulensteghe belend ondermeer het Swijshooft, die tot zekerheid stelt zijn huis in de Wijnstraet te Dordrecht, genaamd de Drie Coninghen naast burgemeester N.N. van Beveren. Koper mag zijn regenwater lozen over het erf van Pieter Corsavont. Op 24-5-1625 is een nieuw contract opgesteld volgens aantekening in de marge. [527]
Op 24-5-1625 machtigt Mr. Davidt van Hooghenhuysen, Franssoys schoolmeester te Enckhuysen, zijn zwager Pieter van Waesbergen, om voor schepenen te Rotterdam gifte te geven aan Mr. Isaac du Quesne, Franssoys schoolmeester, van een huis en erf, gang en school met erf, gelegen aan de oostzijde van de Meulensteghe. [528] Op dezelfde dag, 24-5-1625, stelt Mr. Davidt van Hooghenhuysen, Franssoys schoolmeester te Enckhuysen, als borg Jan van de Graeff, Franssoys schoolmeester te Dordrecht, voor de vrijwaring van zijn verkochte huis en school aan Isaac du Quesne, Franssoys schoolmeester, die tot zekerheid stelt zijn huis destijds genaamd de Drie Coninghen, en nu genaamd de Twee Ghekroonde Pennen, te Dordrecht. Overige betrokkenen en belenders zijn Pieter Corsavont, Ocker Phillipsz, de erfgenamen van Jan Rutten, Gerardt van Berckel, Margareta N.N. weduwe van Arent van Woestenhoven te 's-Gravenhage. Verkoper behoudt voor zichzelf het huis genaamd het Swijnshooft. [529]
Op 14-9-1628 verklaren Jean Degrande, 55 jr, coopman, David van Hogenhuysen, 36 jr, schoolmeester en Willem Sam, 30 jr, wijnverlater, op verzoek van Jean Berewout dat zij met goedkeuring van de burgemeester en geassisteerd door de schout en twee dienaren huiszoeking hebben gedaan bij Beatrix Dircxdr, vrouw van Adam Lowijs, schilder, thans uitlandig, en daar ondanks hevige tegenstand van de vrouw des huizes een koffer met musketten en papieren hebben gevonden die gestolen waren van de vader van de opdrachtgever. [530]
Op 31-1-1630 verklaart Pieter van Waesberghen, 30 jr, op verzoek van Barent Arentsz, beiden Bouckvercooper te Leeuwaerden in Vrieslant dat hij, Pieter van Waesberghen in augustus 1628 aan Barent Arentsz enkele ongebonden boeken heeft verkocht voor 74 gulden. Hiervoor ontving hij een obligatie. Het bedrag is nog niet aan hem voldaan. Tevens verklaart Pieter van Waesberghen dat zijn zwager mr. Davidt van Hoogenhuysen met deze zaak niets uitstaande heeft. [531]
Op 25-4-1630 bevestigen Pieter van Waesbergen en zijn vrouw Catharina La Via of Lavia of Delavia, schuldig te zijn aan mr. David van Hoogenhuyse een bedrag van 1.200 gulden en verbinden als zekerheid hun vordering groot 3.000 gulden op Franchois Cornelisz de La Via te Enckhuysen. [532]
Op 8-7-1630 maken de schoolmeesters van Rotterdam een overeenkomst over leerlingen en schooltijden. De ondertekenaars zijn de schoolmeesters Cornelis van Ram, Jan Sijmonsz Pullen, Barent Jaspers, Hendrick Theunisz, David van Hogenhuys, Marcelis Verbeeck, Pieter van den Boese, Aert Dircks van Praet, Nijclaes van Bergland, Jacob Siers, mr. Huych, Ingen Anthonissen, B. Vosko....., Veen, Jaupen, en Beek. [533]
Op 25-9-1630 bevestigt Mr. David van Hogenhuyse schuldig te zijn aan Johan de Grande coopman, een bedrag van 250 gulden wegens geleend geld. Als zekerheid verbindt comparant zijn tuin liggend buiten de Goutsepoort, gekomen van Leonard Berewoutsz. [534]
Op 3-3-1631 verkoopt Mr. David van Hoogenhuisen, schoolmeester te Utrecht, aan mr. Merchelis Verbeecq, schoolmeester, een huis en erf, gelegen aan de oostzijde van de Meulesteech, en zijn school en erf voor de prijs van 2450 gulden en nog 400 gulden. Het huis en erf wordt ten zuiden begrensd door Pieter Corsavont en ten noorden door Ocker Phillipss. Het strekt zich uit voor van de straat tot achter aan de school. De school wordt ten noorden begrensd door het h.e.e. van de verkoper, gelegen achter het huis, genaamd het Swijnshooft, ten oosten door capiteyn Niclaes van der Hoeve, ten westen door het verkochte huis en erf en het huis en erf van genoemde Corsavont en ten zuiden door het erf achter het huis, dat de verkoper gekocht heeft van Lucretia Jansdr, waerdinne in de Ruit, welk erf de koper bij deze ook aan de verkoper verkoopt. Er worden afspraken met omwonenden gemaakt over een gemeenschappelijke muur, heining, gang, waterloop, enz. Het huis is met 1150 car gulden t.b.v. Gerrit van Berckel, burgemeester, belast. Zie ook aktenr. 232. [535]
Op 6-4-1631 machtigt David van Hogenhuysen, schoolmeester te Utrecht Pieter van Waesbergen om in eigendom over te dragen aan Francq van Amerongen, crudienier een tuin en erf, met tuinhuisjes en beplanting, gelegen buiten de Goutse poort. De betaling bestaat uit 400 gulden contant geld en een obligatie van 300 gulden die de weduwe van burgemeester Goere daarop heeft. [536]
Op 6-4-1631 verkoopt Mr. David van Hogenhuysen, schoolmeester, wonende te Utrecht, aan Franq van Amerongen, cruydenier, zijn tuin en erf met tuinhuisjes, gelegen buiten en de Goutse poort, ten westen van de Rijweg aan de noordzijde van de 2e laan op de Rijweg, voor de prijs van 780 car. gulden. De tuin wordt ten westen begrensd door Job Jacobss, backer, en ten oosten door Cornelis Janss, compasmaecker. Hij strekt zich uit voor van de laan tot achter aan de sloot van het land van het Gasthuys. De tuin is belast met 300 gulden t.b.v. de weduwe van burgemeester Goere. De koper stelt als waarborg zijn huis en erf gelegen tussen het Swijnshooft en de school van de verkoper die hij verkocht heeft aan mr. Merchelis Verbeecq, die uitkomt in de Molesteech. [537]
Op 14-2-1632 draagt Isaac van Waesberghen, bouckvercooper, over aan Davidt van Hoogenhuysen uit Utrecht een obligatie ten laste van Cornelis van Nijenroode uit Utrecht. [538]
Op 31-5-1632 machtigt Isaac Waesbergen, boeckvercooper, Margaretha van Waesbergen, vrouw van David van Hoogenhuysen te Utrecht, om van Cornelis van Nijenroode te innen de schuld die hij aan hem heeft. [539]
Op 28-7-1632 machtigt Mr. David van Hogenhuysen, wonende te Amsterdam, Nicolaes van der Hagen, notaris om bij het gerecht alhier (te Rotterdam) ten profijte van Soetgen Coenen weduwe van Louis Ariensz rentebrieven over te dragen inhoudend 1900 gld opgemaakt voor schepenen en Mercelis Verbeeck, schoolmeester. [540]
Op 11-1-1633 verkoopt Davit van Hogenhuysen aan Isaack van Waesbergen een huis en erf staande aan de Meulesteech. De koper zal een schuld van 400 gld. tot zijn last nemen die Lucretia Jansdr, waardinne in de Ruyt, op het huis heeft. Verder belooft hij voor het huis te leveren 376 Duytse bijbels in folio en schrijfpapier, en 200 gld. te betalen. Het huis is belend door Pieter Corsavont, Jacques Bartholomeusz, cleermaecker, en Marchelis Verbeecq. [541]
Op 26-1-1633 bekent Lucretia Jans, laatst wed. van Pieter van Rijcken, ontvangen te hebben van Isaacq van Waesbergen, 300 gld. en van David van Hoogenhuysen, 100 gld. Zij belooft deze bedragen af te trekken van de rentebrief, die notaris Pieter van Pelt heeft op het huis en erf aan de oostzijde van de Westmolenstraet door haar verkocht aan David Hoogenhuysen, die het weer verkocht heeft aan Isaacq van Waesbergen. [542]
Op 19-3-1633 komen Davidt van Hoogenhuysen, wonende te Amsterdam, en Isaac van Waesbergen, bouckvercooper, overeen dat Van Waesbergen binnen 14 dagen met capiteyn Bartholomeus Reyniersz den Jonghenboer naar Lonnen in Engeland zal varen.(¥) Indien de reis wordt volbracht, betaalt Hoogenhuysen hem 100 gld. Wordt de reis niet volbracht, dan betaalt Waesbergen 100 gld aan Hoogenhuysen. [543]
COMMENTAAR(¥) Curieuze akte! Wat zou Isaac in Londen moet gaan doen?
Op 19-3-1633 bekent Isaacq van Waesberg, boeckvercooper, dat hij van zijn zwager David van Hoogenhuysen heeft gekocht het huis en erf gelegen aan de oostzijde van de Westmeulestraet waar uithangt de Blaeuwe Werelt en als restant daarover nog schuldig is 290 gld. [544]
Op 18-4-1636 draagt Abraham van Waesbergen de opbrengst, afkomstig van de verkoop van schilderijen, tekeningen en platen op de Doele, over aan David van Hoogenhuysen, zijn zwager uit Amsterdam. [545]
Op 1-5-1636 regelen Abraham van Waesbergen en mr David van Hoogenhuysen uit Amsterdam hun financieel geschil. Verder wordt genoemd: land, genaamd het Zuyteynde van Waddincxveen en landerijen gelegen achter Zegwaert. Een obligatie verleden door Johannes van Vucht en gepasseerd voor Antony Huysman op 14-12-1635, en een vordering op Isaacq Pietersz Bolbergen, zijdelaeckewinkelier te Goes. [546]
Op 2-6-1636 hebben Pieter van Waesberghen, bouckvercooper te Rotterdam, en zijn zwager Charles Lavia taeffelhouder van de Banck van Leeninghe te Schiedam, een geschil omtrent de eigendom van de Bank van Leening. Na arbitrage belooft Lavia 1.150 gulden aan Van Waesbergen te betalen. De arbiters zijn: Jan van Aller, notaris en procureur, en mr. Davidt van Hoogenhuysen te Amsterdam. [547]
Op 27-6-1636 sluiten Johannes van Vucht, constperspectijffschilder, en Abraham van Waesbergen, coopman, een verdrag over twee obligaties. De een verleden voor notaris Arnold Hofflandt en de ander voor notaris Anthony Huisman op 13-12-1635. De eerste obligatie is van Waesbergen aan Vucht en groot 1200 gld, over de koop van waterland en veenland in Segwaert. De tweede obligatie is van Vucht aan Waesbergen en groot 2825 gld, om aan Jan Coenraidtsz, laeckencooper, en Adriaen Lievensz van Haemstede, beiden wonend aldaar, rente te betalen. Namens voorn. Waesbergen zal David van Hoogenhuysen als voldoening van de voorn. obligatie accepteren een schilderij van een keuken, geschilderd door voorn. Vucht naar een schilderij van Dirck Govertsz, en nog zes schilderijen. [548]
Op 22-8-1636 verkoopt Abraham van Waesbergen, coopman, een obligatie tot levering van enkele schilderijen aan David van Hoogenhuysen, coopman wonend te Amsterdam. De obligatie was getrokken op Arie Ockersz, uit Moercappelle in den ambacht van Sevenhuysen, die hij turf geleverd had. [549]
Op 20-1-1637 verrekenen David van Hoogenhuysen, coopman te Amstelredam, en Abraham van Waesbergen wederzijdse vorderingen en schulden. Er resteert een schuld van Van Waesbergen van 700 gld. aan Hoogenhuysen. Wordt de betaling niet gedaan, zal Hoogenhuysen twee perspectijff schilderijen houden die Waesbergen hem in handen zal geven, te leveren door Jan van Vucht. Verder worden de volgende schilders genoemd: Pieter Palamedes, landschapsschilder, en Adriaen van der Venne. [550]
Op 24-1-1637 verzoekt Abraham van Waesbergen de notaris om David van Hoogenhuysen, coopman te Amstelredam, gerechtelijk aan te zeggen dat hij akkoord gaat met de overeengekomen betalingsregeling van 20-1-1637. Hij stelt als onderpand vier schilderijen van Jan van Vucht. [551]
Op 18-3-1637 draagt David van Hoogenhuysen, coopman te Amsterdam, over aan Adriaen Lievensz van Haemstede, coopman te Rotterdam, aandelen in de polder het Zuydteynde van Waddincxveen en in de landen achter Segwaert alsmede enige schilderijen van Joannes van Vucht, constschilder en perspectyffschilder, een obligatie ten laste van Ariaen Ockersz uit Moercapelle in 't Ambacht Sevenhuysen en een schuld van 300 gulden ten laste van Abraham van Waesbergen over. De onderscheiden aktes werden gepasseerd voor de notarissen Arnold Wagensveld en Anthony Huysman. [552]
Op 10-5-1639 belooft Huybrecht Janss (tekent als H. van Hinsbeck), herbergier in 'de Pauw', aan mr. Ritchard Gay, Engels coopman, dat mr. David van Hoogenhuysen, boeckvercooper te Amsterdam, die op last van Gay in 'de Pauw' wordt gegijzeld, de stad niet zal verlaten zonder diens toestemming of voordat het vonnis van het gerecht ten uitvoer is gebracht. [553]
Op 11-5-1639 gaat de notaris (Nicolaas Vogel Adriaansz) op verzoek van David van Hoogenhuysen naar Cornelis Joriss Cranendonck, gewezen pachter van de vendue, naar capiteyn Pieter Janss van der Broecke, man van Grietge Pieterss, medestandster en collectrice van de genoemde pacht, en naar Jacob Janss Prins, medestander van dezelfde pacht, om hen te manen 1200 gld te betalen aan Richard Gay, Engels coopman, vanwege veilingkosten. Grietge Pieterss heeft ten huize van Huybrecht Janss Heynsbeeck, herbergier in 'de Groene Pauw', al eens beloofd te betalen. Uitgezonderd is een bedrag van 139 gld van een transaktie tussen geinsinueerden en Pieter van Waesbergen en Isaac van Waesbergen, beiden zwagers van David van Hoogenhuysen. [554]
Op 26-3-1643 doet Davit van Hogenhuijsen, die van IJsaac Waesbergen actie en transport heeft volgens transport van 5-8-1642 bij notaris Jan Verheijen, voor een ordonnnatie ten laste van de Raet ter Admiraliteyt van 400 gulden, dd. 22-5-1642, hier geheel afstand van, en autoriseert Pieter Waesbergen tot de ontvangst. [555]
Op 28-8-1649 verhuurt Margriete van Hoogenhuysen (sic!), weduwe van Davidt van Hoogenhuysen, aan Pillips Tourlong een huis en erf aan de oostzijde van de Huydebrugge, eerder eigendom van wijlen Cosmius van Baelen, voor de tijd van anderhalf jaar voor 220 gulden per jaar. [556]
Op 23-11-1649 testeren Cornelis Dircx van der Mast, backer, en zijn vrouw Anneken van Hogenhuysen, wonende aan de Schiedamsendijck. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam en tot voogd over de kind(eren) met uitsluiting van de weeskamer e.d. De vrouw vermaakt een diamantring aan haar moeder. [558]
| COMMENTAAR(¥) Een Dirk Cornelissen van der Mast, wonend te Visschersdijk, tr. Rotterdam 1696 Grietije Stoffels Hopman, wonend te Swanestraat, waaruit 8 kinderen 1697-1716. Bij de doopgetuigen daarvan zijn geen andere bekenden te vinden. |
Op 5-7-1668 draagt Andries van Hogenhuysen, boeckdrucker te Wesell, over aan Jan Jacobsen Schipper, boeckvercoper te Amsterdam, een aantal vorderingen op Johan van Waesbergen, boekverkoper te Amsterdam, wegens drukwerk. Bijzonderheden: met acceptatie door cessionaris. [561]
Op 23-3-1663 machtigt Isaack Elsevier, coopman, zijn broer Abraham Elsevier de Jonge, die in 's Gravenhage woont, om zijn aandeel in de nagelaten goederen van zijn ouders, Abraham Elsevier den Ouden en Catarina van Waesbergen, die in Leyden overleden zijn, te verkopen, en de hele erfenis te regelen. [568]
De kinderen van Johannes Elsevier, wonend op het Rapenburg in de wijk Noord-Rapenburg te Leiden, betalen f 17-10-10 200ste penning (1674).[577]
Op 28-3-1663 machtigt Isaack Elsevier, coopman, Johan van Rinsdijck, procureur in Middelburch, om voor het gerecht aldaar zijn zaak te behartigen tegen Isaack Aimery, coopman in Middelburch. Het gaat om een levering van 40 tot 50 duizend pond geelgoud op een bepaalde tijd, waarvan maar 10 duizend pond geleverd is. Hierdoor heeft hij veel schade geleden. [587]
Op 12-8-1628 bekent Johannis van Vucht, wonende in de Nieupoort, 300 gld schuldig te zijn aan Catarina du Piere, weduwe van Jan van Waesbergen den Ouden, welk geld hij van Abraham van Waesbergen ontvangen heeft. Als borg treedt Grietge Corssen, schoonmoeder van Van Vucht, op. [592]
Op 25-5-1630 biedt, op verzoek van Abraham van Waesbergen, zijdelakenwinckelier, de notaris aan Willem van Orton, coopman, een wisselbrief aan. [593]********** HET HUIS LEKKERKERCK OF DE DRIE TRIPEN AAN DE HOOCHSTRAET ************
Op 4-6-1630 wordt op verzoek van Abraham Waesbergen, zijdelakenwinckelier, een wisselbrief d.d. 8-5-1630 gepresenteerd aan de vrouw van Willem van Orten, coopman. [594]
Op 19-11-1631 verkoopt Jacques van der Lanen zijn huis en erf met een vrije uit- en ingang en waterlozing in de Nieuwe Kerckstraet staande in 't Westvierendeel aan de noordzijde van de Hoochstraet aan Abraham van Waesbergen voor 5200 gld. Belendingen zijn Jan Dircxsz, tinnegieter, aan de oostzijde en het huis genaamd 'Antwerpen' aan de westzijde, strekkende voor uit de Hoochstraet tot achter aan de gemene gang. [595]**************************************************************************************
Op 21-6-1637 verkoopt Abraham van Waesbergen aan zijn broer Isaac van Waesbergen zijn huis en erf genaamd 'Leckerkerck' of 'De Drie Trijpen', staande in de Hoochstraet. De koper moet een jaarlijkse rente van 7 gld. betalen aan het schoenmakersgilde en 4600 gld t.b.v. de erfgenamen van Jacques van der Laen vanwege hun aandeel in het huis. Het huis en erf is belend door Dirck Jansz, tinnegieter, Adriaen van Berckel, oud-schepen, en strekt tot aan de Buyrgang die uitkomt in de Nieuwe Kerckstraet. [596]
Op 18-12-1638 leggen Abraham Speecx of Speeck, wonend te Amstelredam, 52 jr, Huybrecht Jansz van Hensbeeck, 51 jr, en Pieter Vosburch, 32 jr, op verzoek van Isaac van Waesbergen, boeckvercooper, een verklaring af betreffende de voorwaarden waaronder de laatste zijn huis en erf, hem toegevallen van Abraham van Waesbergen, zijn broer, vanouds genaamd Leckerkerck, staande aan de noordzijde van de Hoochstraet, ten oosten van de seeperije van Adriaen van Berckel, heeft verkocht aan Cornelis Hendricxsz Verdoes, coperslager. Genoemd worden verder de erfgenamen van Jaques van der Laen, die een huis en erf aan de oostzijde van de Molesteech als borg verbinden, en Merchelis Verbeecq. Comparanten traden als arbiters op. [597]
Op 20-12-1638 verkoopt Isaack van Waesbergen, bouckvercooper, voor 5003 gld. aan Gerard Barentsz, wijncooper, een huis en erf genaamd 'Lekkerkerck' staande in de Hoochstraat. Het huis heeft Van Waesbergen eerder van zijn broer Abraham van Waesbergen gekocht. Op het huis rust een hypotheek van 4600 gld. die de erfgenamen van Jacques van der Laen daarop hebben die ten laste van de koper komt en een rente van 6 gld. per jaar die het schoenmakersgilde op het huis heeft. Een huis staande in de Molensteech dat door de erfgenamen verkocht is aan Mercelis Verbeecq wordt van borgtocht ontslagen. [598]
Op 10-1-1632 heeft, op verzoek van Willem Wallis, wonende te Amstelredam, handelend namens zijn moeder Sara Dupiere, weduwe van Jan Wallis, notaris Van Aller van Abraham van Waesbergen, sijdelaeckenvercooper, betaling verlangd van een bedrag groot 98 gulden 18 st., dat Abraham van Waesbergen schuldig is aan Davidt Jonckin volgens een obligatie. [599]
Op 23-1-1632 bekennen Johan van Vucht en zijn vrouw Annetgen Gerritsdr een schuld aan Abraham van Waesbergen van 1.200 gld. Als onderpand stellen zij hun huis staande in de Nipoort, belend ten zuiden Maritgen Ariensdr en ten noorden Daniel Kivit, en nog een huis staande aan de Buttersloot in het Quackernaeck, belend ten zuiden door Joris Jorissen, brandewijnbrander. (In de akte is doorgehaald: nog een huis in Schidam aan de Lange Kerckstraet belend door Arent Meesz en Geertgen ........... ). [600]
Op 19-1-1633 bekent Charles de Lange, coopman, 509 ponden Vlaems schuldig te zijn aan Abraham van Waesbergen van een wisselbrief, getrokken door Jan Broers van Antwerpen die betaald moet worden aan Cornelis de Riemer en nu aan Van Waesbergen. Als zekerheid stelt hij de 37 of 38 vaten witte Franse wijnen die te Liet in Schotland zijn ingebracht door schipper Frederick Jonsen. [601]
Op 10-5-1633 verklaart Abraham van Waesbergen, zijdelakenkoper 1100 car. gulden schuldig te zijn aan Mayken Fransoisdr van den Bosch, Isaacq van Waesbergen en Sacharias van den Bossche. [602]
Op 3-9-1633 stellen Catharina de Piere, weduwe van Jan van Waesbergen, Pieter Leendertsz Cleyburch, wonende ten Briele, en Isaack Waesbergen zich borg voor een bedrag van 1.800 gulden, door Abraham van Waesbergen, zijdelaeckencooper alhier, man en voogd van Annitge Colven, na aftrek van haar legitieme portie gelicht uit handen van Henderick Hondius en Jan Symonsz, voogden van Annitge Colven, gesteld door Jan Cornelis Lambrechtse, goutsmit, grootvader van Annitge, om genoemde som conform testament van Jan Cornelis Lambrechtse en Antonette Cornelis Joachems, gepasseerd voor notaris Leonard Ketting in 's-Gravenhage d.d. 28-4-1606 te restitueren aan de nakomelingen van Sara Jansdr, gewezen dochter van Jan Cornelis Lambrechtsz als Annitge Colven zonder nakomelingen mocht komen te overlijden.
Op 12-10-1669 is deze borgstelling door Joris van Hogerwerf, zwager van Sara van Waesbergen, weduwe van Willem van Annocque en daarvoor van Pieter Leendertsz Kleyburch tenietgedaan. In de marge staan verder genoemd; - Isbrant Groenhout, gehuwd met Anna Hondius, - Philips Hondius, - de kinderen van Hester Hondius, - Pieter Zeyl, Catharina van Zeyl, de weduwe van Reynier Gravius, en Jan van Cleeff, man van Sara van Zeyl, allen kinderen van Anthonijntge Hondius en erfgenamen van Sara Hondius, - Henrick Hondius als erfgenaam van zijn zuster Sara Hondius, - Willem Roecx, vervangende de heer rentmeester Vlam voor de kinderen van Mayken Hondius. [603]
Op 11-11-1633 machtigt Catharina Dupier, weduwe van Johan van Waesbergen, haar zoon Abraham Waesbergen om voor schepenen alhier aan Hendrick van den Heuvell, coopman, een custingrentebrief van 3.500 gulden haar d.d. 17-5-1631 getransporteerd door Jan Jansz, glaesvercooper, over te dragen. [604]
Op 19-12-1633 verklaren Abraham van Waesbergen, sijdelakencoper, Isaac van Waesbergen, boeckvercooper, en Zacharias Silveus of Silvius, Latijns schoolmeester in de groote school, 400 gulden schuldig te zijn aan Pieter Pelt, notaris. [605]
Op dezelfde dag 19-12-1633 verklaart Abraham van Waesbergen aan Pieter Pelt een schuldbrief overgedragen te hebben die ten laste staat van Charles de Lang. Deze dient als borgtocht voor de in voorgaande akte 14 afgesloten lening. (De akte is doorgehaald en niet ondertekend.) [606]
Op 28-11-1633 bekent Jacob Willems, Schotsman, 800 gld. schuldig te zijn aan capteyn Pieter Punt, coopman. Punt heeft al twee wisselbrieven ontvangen van 800 gld. en 400 gld. resp. t.l.v. Adriaen van Zorgen en Abraham van Waesbergen, coopluyden, van Jacques du Werchijn, coopman te Leyden, wegens verkoop van het schip genaamd 'St. Nicolaes' door Punt. Hierbij was ook betrokken de brouwer Jan Slijp. [607]
Op 31-12-1633 verkoopt Abraham Cornelisz van den Berch, wonend aan de Cleywegh onder Onderschye aan Abraham van Waesberghe en Joannes van Vucht een stuk veenland in het ambacht van Hillegertsbergh in de Botterdeurpschepolder in Laech Rotten aan de West Achterwech voor 4.300 gulden. Gedaan ten huize van Jan Gerritsz buiten de Delffsche Poort. [608]
Op 11-1-1634 verkoopt Andries Jansz Cooman (Coomen), wonende te Bergschenhoeck, aan Joannes van Vucht en Abraham van Waesberghen samen een stuk land van 3 marghen groot in de Botterdorpsche polder voor 1.940 gulden. Claes Dircx van Reewijck heeft een custingbrief op dit land. Gedaan ten huize van Van Vucht in de Nieupoortstraet. Het land wordt belend ten zuiden Gerrit Ariensz van Benthuysen en Krijn Krijnsz, ten noorden de weduwe van Philps Jansz, scheepmaeker, en Willem Cornelisz Speelman, ten oosten Jan Leendert Meynen. [609]
Het vervolg is twee jaar later :
Op 15-4-1636 machtigt Claes Dircxsz van Reeuwijck, wonend in Butterdorp onder Hillegersberch, Pieter Adriaensz de Lange, coopman, om 1490 gld aan custingpenningen te innen van Johannes van Vucht en Abraham van Waesbergen. De schuldbekentenis is met toestemming van Andries Jansz Comen verleden voor schout en schepenen van Hillegersberg. [610]
Op 4-3-1634 machtigen Johannis van der Vucht en zijn vrouw Annitge Gerrits, Isaac Waesbergen, boekverkoper, om voor de schepenen te bekennen 2.200 gulden schuldig te zijn aan Abraham van Waesbergen, zijdelaeckencooper. De aflossing is op 1-11-1633 ingegaan, en zal 12 jaar duren. Het huis gelegen aan de westzijde van de Nieuwpoort en haar andere 6 huizen en erve in Quaeckernaeck dienen als zekerheid. [611]
Op 14-3-1634 verkoopt Maertgen Leendersdr, vrouw van David Vassen, die haar gemachtigd heeft volgens Govert Andriesz en Cornelis Pleunen, aan Abraham van Waesberghen en Joannes van Vucht 9 hont land in de Zevenhuysche Hondertmarghen of Wilde Veenen voor 1.500 gulden. Het land wordt belend door: de kopers, het weeskind van Willem Cornelisz, de Moersvaert. [612]
De koop gaat uiteindelijk niet door:
Op 6-4-1634 heeft Davidt Vassen, wonend in Sevenhuysen, met Joannes van Vucht en Abraham van Waesbergen de koop herroepen van 9 hondt land, die zij van Vassens vrouw kochten op 14-3 jl. Zij ontslaan elkaar van elke verplichting, als Vassen een rosenobel of 10 gulden betaalt. [613]
Op 2-1-1635 machtigen Johannis van der Vucht, schilder, en zijn vrouw Annitge Gerrits, Jan Jacobsz van den Berch, cruijdenier alhier, om te bekennen 3.200 gulden schuldig te zijn aan Abraham van Waesbergen, zijdelaeckencooper alhier wegens geleende gelden. Als onderpand stelt hij zijn huis en erf, gelegen aan de westzijde van de Nieupoort, belend ten noorden Daniell Kievit, en ten zuiden Maertge Adriaens, strekkende voor van de straat tot achter in de Slickvaert, en haar 6 huisjes en erven gelegen aan de oostzijde van de Bootersloot, belend ten noorden door de weduwe van Joachum Adriaensz Lansman. [614]
Op 2-1-1635 bekent Abraham van Waesbergen, zijdelaeckencooper, 1.200 gulden schuldig te zijn aan Johan van Vucht, schilder, wegens koop van 2 Segwaertse portien, afkomstig van Henrick Walloff, coopman, waarvan de bescheiden berusten onder Jacob la Som. [615]
Op 8-2-1635 bekent Pieter van Waesberge, koopman, ƒ 648,- schuldig te zijn aan zijn broer Abraham van Waesberge, die ook koopman is. [616]
Op 26-2-1635 passeert een identieke akte. [617]
Op 13-10-1635 heeft Abraham van Waesbergen, coopman, zich borg gesteld voor Pieter Waesbergen, zijn broer, die 800 gulden schuldig is aan Anthonis Huygen Keyser en komt nu met hem een betalingsregeling overeen. Borgstelling volgens akte gepasseerd voor Adriaen Kieboom, notaris d.d. 8-2-1634. [618]
Op 17-4-1636 machtigt Jan Roosse (tekent als Jan Roose), fusteyndrapier wonend te Leyden, Laurens Willemsz van Alcken, wonend in 't Hangh, om 464 gld. te innen van Abraham van Waesbergen wegens geleverde goederen. [619]
Op 18-4-1636 draagt Abraham van Waesbergen de opbrengst, afkomstig van de verkoop van schilderijen, tekeningen en platen op de Doele, over aan David van Hoogenhuysen, zijn zwager uit Amsterdam. [620]
Op 1-5-1636 regelen Abraham van Waesbergen en mr David van Hoogenhuysen uit Amsterdam hun financieel geschil. Verder wordt genoemd: land, genaamd het Zuyteynde van Waddincxveen en landerijen gelegen achter Zegwaert. Een obligatie verleden door Johannes van Vucht en gepasseerd voor Antony Huysman op 14-12-1635, en een vordering op Isaacq Pietersz Bolbergen, zijdelaeckewinkelier te Goes. [621]
Op 27-6-1636 heeft Johan van der Vucht, constperspectyffschilder, met Abraham van Waesbergen een contract gesloten over de koop van veenland op 15-12-1633, verleden voor Adriaen Dhavelaer, secretaris te Hillegersberch, als notaris op 27-4-1636, nl.:
- Twee partijen land, het eerste 4 morgen en 4 hondt groot, het tweede 3 morgen groot gelegen in Butterdorp in Hillegersberch.
- Drie partijen land, het eerste gekomen van Trijntgen Claesdr, het tweede van Cornelis Pleunen en het derde van Rijckendirck, gelegen in het ambacht van de Wilde Venen.
Het land heeft niet opgebracht wat zij verwacht hadden en zij verbreken nu het contract. Van der Vlucht passeert tot verzekering een obligatie ten behoeve van Waesbergen voor Nicolaes van der Hagen, notaris, van 1200 gld. Deze obligatie is door Waesbergen verpand aan Jan Jacobsz, goutsmit. [622]
Op 27-6-1636 sluiten Johannes van Vucht, constperspectijffschilder, en Abraham van Waesbergen, coopman, een verdrag over twee obligaties. De een verleden voor notaris Arnold Hofflandt en de ander voor notaris Anthony Huisman op 13-12-1635. De eerste obligatie is van Waesbergen aan Vucht en groot 1200 gld, over de koop van waterland en veenland in Segwaert. De tweede obligatie is van Vucht aan Waesbergen en groot 2825 gld, om aan Jan Coenraidtsz, laeckencooper, en Adriaen Lievensz van Haemstede, beiden wonend aldaar, rente te betalen. Namens voorn. Waesbergen zal David van Hoogenhuysen als voldoening van de voorn. obligatie accepteren een schilderij van een keuken, geschilderd door voorn. Vucht naar een schilderij van Dirck Govertsz, en nog zes schilderijen. [623]
Op 22-8-1636 verkoopt Abraham van Waesbergen, coopman, een obligatie tot levering van enkele schilderijen aan David van Hoogenhuysen, coopman wonend te Amsterdam. De obligatie was getrokken op Arie Ockersz, uit Moercappelle in den ambacht van Sevenhuysen, die hij turf geleverd had. [624]
Op 20-1-1637 verrekenen David van Hoogenhuysen, coopman te Amstelredam, en Abraham van Waesbergen wederzijdse vorderingen en schulden. Er resteert een schuld van Van Waesbergen van 700 gld. aan Hoogenhuysen. Wordt de betaling niet gedaan, zal Hoogenhuysen twee perspectijff schilderijen houden die Waesbergen hem in handen zal geven, te leveren door Jan van Vucht. Verder worden de volgende schilders genoemd: Pieter Palamedes, landschapsschilder, en Adriaen van der Venne. [625]
Op 24-1-1637 verzoekt Abraham van Waesbergen de notaris om David van Hoogenhuysen, coopman te Amstelredam, gerechtelijk aan te zeggen dat hij akkoord gaat met de overeengekomen betalingsregeling van 20-1-1637. Hij stelt als onderpand vier schilderijen van Jan van Vucht. [626]
Op 18-3-1637 draagt David van Hoogenhuysen, coopman te Amsterdam, over aan Adriaen Lievensz van Haemstede, coopman te Rotterdam, aandelen in de polder het Zuydteynde van Waddincxveen en in de landen achter Segwaert alsmede enige schilderijen van Joannes van Vucht, constschilder en perspectyffschilder, een obligatie ten laste van Ariaen Ockersz uit Moercapelle in 't Ambacht Sevenhuysen en een schuld van 300 gulden ten laste van Abraham van Waesbergen over. De onderscheiden aktes werden gepasseerd voor de notarissen Arnold Wagensveld en Anthony Huysman. [627]
Op 19-5-1637 komt Abraham van Waesbergen voor op de lange lijst van debiteuren van Anthonis van Muers, garentwijnder. [628]
Op 24-11-1637 machtigt Isaacq van Waesbergen, boeckvercooper, David van Hoogenhuysen, zijn zwager, om te Utrecht van Esdras Willemsz, bouckvercooper gelden te innen. Genoemd worden 2 obligaties ten laste van Wachtendonck. Genoemd worden boeken van Catz en Flavij Josephi. [629]
Op 1-2-1640 Annitge Gerrits, weduwe van Joannes van Vucht, die bij zijn leven samen met Hendrick Walhoff, Cornelis de Vires of Vries, Abraham van Waesberge, Hendrick Beus of Bens, Jan Lamberts Vermasen en Hendrick Poynts land bezat in de polder het Suyteijnde van Waddingsveen, machtigt Hendrick Waelhoff cum socius om haar deel van het land te verkopen, en haar deel van de schuur aan de Goutsche Kade. Het contract van Societeijt dateert van 31-1-1634. [630]
Op 4-8-1644 heeft, in de kwestie tussen Steven Pockel en Abraham van Waesbergen over een obligatie van 1742 gulden waarbij diens broer Pieter van Waesbergen zich borg gesteld had, door tussenkomst van Wessel van der Heul, substituut secretaris en Adriaen Kieboom, de voorn. Pieter van Waesbergen over diens aandeel van 843 gulden 700 gulden betaald. Het resterende bedrag wordt hem kwijtgescholden. [631]
| COMMENTAAR(¥) Het lijkt erop dat dit echtpaar verhuisd is van Rotterdam naar Amsterdam tussen 1637, wanneer Abraham hun huis te Rotterdam verkoopt en hun een na jongste kind aldaar wordt gedoopt, en 1641 wanneer hun jongste kind te Amsterdam wordt gedoopt. |
Op 18-11-1630 benoemen Pieter Leendertsz Cleyburch en zijn vrouw Sara Jansdr van Waesbergen, elkaar wederzijds tot universeel erfgenaam. Als zij de eerststervende is zal haar man 200 gulden uitkeren aan haar moeder Catarina Dupre en haar zusters Rebecca van Waesbergen en Lia van Waesbergen zullen haar wollen kleederen als legaat ontvangen. Als hij de eerststervende is, zal zijn vrouw 200 gulden uitkeren aan zijn zuster Neeltgen Leenderts Cleyburch en zijn lijfgoederen aan zijn broers en zusters. [636]
Volgens eene akte van 7 julij 1635 woonde Pieter Lenardsze Cleyburgh in 's Heer Daniels ambacht en volgens eene akte van 11 Oct. 1636 was Abraham van Waesbergen een zwager van hem. [637]
In 1639 blijkt Pieter Cleyburch te den Briel een van degenen te zijn die nog schulden heeft aan de boedel van Michiel Reyniers za., en Mayken Harmans, zijn vrouw. Onduidelijk is of Pieter dan nog in leven is. [638]
Aanteekening van 1659 : "Al-sulcke coorenkasse . . . als Cornelis Cleijburch sa: deselve in sijn leven lest beseten heeft ende nu by d'heer Willem van Nocque, jegenwoordich schepen deser stede, als behoude-vader van de drye naergelaten kinderen van Pieter van Cleijburch, als erffgenamen van den voorsz. Cornelis Cleijburch, haeren oom, vercocht heeft etc." [639]
"Eene Magistraatsresolutie van 17 Febr. 1630 luidt: Esby Sr. Johan van Kleijburch(¥), alhoewel denselven is een geboren poorter deser stede, echter gedaen den behoorlijcken eet van getrouwicheyt om redenen alleene denselven als een burger der stadt Delff by eede aen deselve stadt verbonden." [645]
| COMMENTAAR(¥) Dit zal gezien de data een andere Johan van Kleijburch dan de onder 3 genoemde zoon. Eerder zijn grootvader. |
| COMMENTAAR(¥) Zou de inschrijving Isaack Waesbergen, wonende op het Steiger, beg. Rotterdam 14-7-1641 (Begraven Weeskamer , index nummer nr. 270, blz. 65), niet in werkelijkheid slaan op het overlijden van Dina van den Bos? |
|
Drukkersmerk van Isaak van Waesberghe: Een Fama die over het water vliegt met bazuin en palmtak.
Bron: ⇒ KB |
Op 14-2-1632 draagt Isaac van Waesberghen, bouckvercooper, over aan Davidt van Hoogenhuysen uit Utrecht een obligatie ten laste van Cornelis van Nijenroode uit Utrecht. [651]
Op 31-5-1632 machtigt Isaac Waesbergen, boeckvercooper, Margaretha van Waesbergen, vrouw van David van Hoogenhuysen te Utrecht, om van Cornelis van Nijenroode te innen de schuld die hij aan hem heeft. [652]
Op 10-3-1632 testeert Marya van den Bosch, ongehuwd. Zij benoemt tot erfgenamen haar zwager en zuster Isaac van Waesbergen en Digna van den Bosch, met een legaat aan haar halfbroer Corstyaen van den Bosch. [653]
Op 23-12-1632 herroept Maria van den Bosch, j.d. het voorgaande testament gemaakt op 20-3-1632 t.o.v. notaris Jan van Aller en benoemt tot universele erfgenamen haar halfbroers van vaderszijde Anthony van den Bosch en Corsteaen van den Bosch, samen met haar zuster Digna van den Bosch, vrouw van Isaac Waesbergen, bouckvercooper voor gelijke delen. Zij vermaakt een bedrag van 100 gulden aan de kerckarmen samen met het Weeshuys. [654]
Op 5-10-1632 machtigt Maycken Franchoisdr van den Bosch, meerderjarige dochter van de overleden Franchoys van den Bosch, wijncooper te Delft, en zijn vrouw Elysabet Zachariasdr van Ophoven, Jan Claesz van Akermonde om bij de weeskamer te Delft de goederen te verdelen die haar en haar zuster Dingna van den Bosch vanwege haar overgrootmoeder Elysabet Claesdr en haar moeder toekomen. Alsmede om de gelden te incasseren die haar oom en voogd Cornelis Zachariasz van Ophoven bij de weeskamer beheert en hem van zijn voogdijschap te ontslaan. Vervolgens machtigt zij Van Akermonde om met de voogden over de twee nakinderen van haar vader verwekt bij Elysabet Corstiaensdr Grijp en met Guilliame de Graeff, notaris en curator over de boedel van Elysabet Grijp, tot overeenstemming te komen aangaande die boedel en de gelden te innen die haar toekomen. Tevens om namens haar en Isaack van Waesbergen, man van haar zuster Dingna van den Bosch, en de voogden over de twee nakinderen bij de weeskamer de Delft de gezamenlijke boedel van haar vader en Elysabet Grijp te scheiden. [655]
Op 11-1-1633 verkoopt Davit van Hogenhuysen aan Isaack van Waesbergen een huis en erf staande aan de Meulesteech. De koper zal een schuld van 400 gld. tot zijn last nemen die Lucretia Jansdr, waardinne in de Ruyt, op het huis heeft. Verder belooft hij voor het huis te leveren 376 Duytse bijbels in folio en schrijfpapier, en 200 gld. te betalen. Het huis is belend door Pieter Corsavont, Jacques Bartholomeusz, cleermaecker, en Marchelis Verbeecq. [656]
Op 26-1-1633 bekent Lucretia Jans, laatst wed. van Pieter van Rijcken, ontvangen te hebben van Isaacq van Waesbergen, 300 gld. en van David van Hoogenhuysen, 100 gld. Zij belooft deze bedragen af te trekken van de rentebrief, die notaris Pieter van Pelt heeft op het huis en erf aan de oostzijde van de Westmolenstraet door haar verkocht aan David Hoogenhuysen, die het weer verkocht heeft aan Isaacq van Waesbergen. [657]
Op 19-3-1633 komen Davidt van Hoogenhuysen, wonende te Amsterdam, en Isaac van Waesbergen, bouckvercooper, overeen dat Van Waesbergen binnen 14 dagen met capiteyn Bartholomeus Reyniersz den Jonghenboer naar Lonnen in Engeland zal varen.(¥) Indien de reis wordt volbracht, betaalt Hoogenhuysen hem 100 gld. Wordt de reis niet volbracht, dan betaalt Waesbergen 100 gld aan Hoogenhuysen. [658]
COMMENTAAR(¥) Curieuze akte! Wat zou Isaac in Londen moet gaan doen?
Op 19-3-1633 bekent Isaacq van Waesberg, boeckvercooper, dat hij van zijn zwager David van Hoogenhuysen heeft gekocht het huis en erf gelegen aan de oostzijde van de Westmeulestraet waar uithangt de Blaeuwe Werelt en als restant daarover nog schuldig is 290 gld. [659]
Op 10-5-1633 verklaart Abraham van Waesbergen, zijdelakenkoper 1100 car. gulden schuldig te zijn aan Mayken Fransoisdr van den Bosch, Isaacq van Waesbergen en Sacharias van den Bossche. [660]
Op 19-12-1633 verklaren Abraham van Waesbergen, sijdelakencoper, Isaac van Waesbergen, boeckvercooper, en Zacharias Silveus of Silvius, Latijns schoolmeester in de groote school, 400 gulden schuldig te zijn aan Pieter Pelt, notaris. [661]
Op dezlefde dag 19-12-1633 verklaart Abraham van Waesbergen aan Pieter Pelt een schuldbrief overgedragen te hebben die ten laste staat van Charles de Lang. Deze dient als borgtocht voor de in voorgaande akte 14 afgesloten lening. (De akte is doorgehaald en niet ondertekend.) [662]
Op 3-4-1634 machtigen Isaac van Waesbergen, bouckvercooper, man van Dingna van den Bosch, en namens Corstiaen van den Bosch, zijn vrouws halfbroer, en Maeycken van den Bosch, bejaerde jongedochter, allen kinderen en erfgenamen van Franchoijs van den Bosch, wijncooper te Delft, Guilliam de Graeff, notaris te Delff, als administrateur van de boedel van Franchoijs van den Bosch, om zich te vervoegen bij het Hof van Hollant en daar de eis tot hun laste aan te horen in de zaak tegen Cornelis Sachariasz van Ophoven, wijncooper te Delff. [663]********** HET HUIS LEKKERKERCK OF DE DRIE TRIJPEN AAN DE HOOCHSTRAET ************
Op 19-11-1631 verkoopt Jacques van der Lanen zijn huis en erf met een vrije uit- en ingang en waterlozing in de Nieuwe Kerckstraet staande in 't Westvierendeel aan de noordzijde van de Hoochstraet aan Abraham van Waesbergen voor 5200 gld. Belendingen zijn Jan Dircxsz, tinnegieter, aan de oostzijde en het huis genaamd 'Antwerpen' aan de westzijde, strekkende voor uit de Hoochstraet tot achter aan de gemene gang. [664]**************************************************************************************
Op 21-6-1637 passeren de verkoopvoorwaarden van een huis en erf, vanouds genaamd Leckerkerk, door Abraham van Waesbergen verkocht aan Isaac van Waesbergen, zijn broer. De volgende personen worden genoemd: Pieter Ariensz Moyman te Zevenhuysen, Johannes van der Vucht in Waddincxveen, hun andere broer Pieter van Waesbergen en Adriaen Lievensz van Haemstede. [665]
Op 21-6-1637 verkoopt Abraham van Waesbergen aan zijn broer Isaac van Waesbergen zijn huis en erf genaamd 'Leckerkerck' of 'De Drie Trijpen', staande in de Hoochstraet. De koper moet een jaarlijkse rente van 7 gld. betalen aan het schoenmakersgilde en 4600 gld t.b.v. de erfgenamen van Jacques van der Laen vanwege hun aandeel in het huis. Het huis en erf is belend door Dirck Jansz, tinnegieter, Adriaen van Berckel, oud-schepen, en strekt tot aan de Buyrgang die uitkomt in de Nieuwe Kerckstraet. [666]
Op 18-12-1638 leggen Abraham Speecx of Speeck, wonend te Amstelredam, 52 jr, Huybrecht Jansz van Hensbeeck, 51 jr, en Pieter Vosburch, 32 jr, op verzoek van Isaac van Waesbergen, boeckvercooper, een verklaring af betreffende de voorwaarden waaronder de laatste zijn huis en erf, hem toegevallen van Abraham van Waesbergen, zijn broer, vanouds genaamd Leckerkerck, staande aan de noordzijde van de Hoochstraet, ten oosten van de seeperije van Adriaen van Berckel, heeft verkocht aan Cornelis Hendricxsz Verdoes, coperslager. Genoemd worden verder de erfgenamen van Jaques van der Laen, die een huis en erf aan de oostzijde van de Molesteech als borg verbinden, en Merchelis Verbeecq. Comparanten traden als arbiters op. [667]
Op 20-12-1638 verkoopt Isaack van Waesbergen, bouckvercooper, voor 5003 gld. aan Gerard Barentsz, wijncooper, een huis en erf genaamd 'Lekkerkerck' staande in de Hoochstraat. Het huis heeft Van Waesbergen eerder van zijn broer Abraham van Waesbergen gekocht. Op het huis rust een hypotheek van 4600 gld. die de erfgenamen van Jacques van der Laen daarop hebben die ten laste van de koper komt en een rente van 6 gld. per jaar die het schoenmakersgilde op het huis heeft. Een huis staande in de Molensteech dat door de erfgenamen verkocht is aan Mercelis Verbeecq wordt van borgtocht ontslagen. [668]
Op 22-5-1639 verrekenen Abraham van Waesbergen en zijn broer Isaacq van Waesbergen wederzijdse schulden en vorderingen. Het betreft: een obligatie van 900 gld. t.b.v. Adriaen Lievens van Haemstede, de kosten van een huis en erf genaamd 'Leckerkerck' staande in de Hoochstraet, een betaling van Gerard Barentsz, wijncooper, Willem Jacobsz en Pieter van Waesbergen, hun broer. [669]
Op 24-11-1637 machtigt Isaacq van Waesbergen, boeckvercooper, David van Hoogenhuysen, zijn zwager, om te Utrecht van Esdras Willemsz, bouckvercooper gelden te innen. Genoemd worden 2 obligaties ten laste van Wachtendonck. Genoemd worden boeken van Catz en Flavij Josephi. [670]
Op 21-7-1638 worden op verzoek van Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, verklaringen afgelegd door Pieter van Ghelen, 53 jaar, schoolmeester. en Stheven Wielickx, bouckdrucker 50 jaar. Door attestanten zijn in 1638 bij de weduwe van Mathijs Sebasteansz boeken gedrukt voor Isaack van Waesberghen, bouckvercooper, die van de weduwe boeken kocht gemaakt door domine Episcopius, tegen zekere boekjes getiteld Arcanius Arminanismi. In aanwezigheid van Isaac en Sebastiaen Mathijsz de zoon van voorn. weduwe van Mathijs Sebasteaensz zijn de boeken geteld waarbij is gebleken dat te veel bladen zijn gedrukt. [671]
Op 20-12-1638 verkoopt Isaack van Waesbergen, bouckvercooper, voor 5003 gld. aan Gerard Barentsz, wijncooper, een huis en erf genaamd 'Lekkerkerck' staande in de Hoochstraat. Het huis heeft Van Waesbergen eerder van zijn broer Abraham van Waesbergen gekocht. Op het huis rust een hypotheek van 4600 gld. die de erfgenamen van Jacques van der Laen daarop hebben die ten laste van de koper komt en een rente van 6 gld. per jaar die het schoenmakersgilde op het huis heeft. Een huis staande in de Molensteech dat door de erfgenamen verkocht is aan Mercelis Verbeecq wordt van borgtocht ontslagen. [672]
Op 24-12-1640 bevestigt Dina van den Bosch, vrouw van Isaacq Waesberge, boeckvercooper, wonende op de Grote Merckt, het testament door haar samen met haar man gemaakt op 26-8-1629 voor notaris Pieter Pelt(¥) en bepaalt in aanvulling daarop dat al hetgeen zij geërfd heeft van Elisabeth Claesdr, haar overgrootmoeder, moet worden uitgekeerd aan haar kinderen. [673]
COMMENTAAR(¥) Dit testament is niet te vinden op deze datum
Op 26-3-1643 doet Davit van Hogenhuijsen, die van IJsaac Waesbergen actie en transport heeft volgens transport van 5-8-1642 bij notaris Jan Verheijen, voor een ordonnnatie ten laste van de Raet ter Admiraliteyt van 400 gulden, dd. 22-5-1642, hier geheel afstand van, en autoriseert Pieter Waesbergen tot de ontvangst. [674]
Op 14-11-1669 verklaart te Schiedam Maertge Leenders Muijs op verzoek van Johannes Isaacxsz van Waesbergen, goudsmid te Rotterdam, nimmer ten gunste van haar zoon, Aldert de Swart, zilversmid te Schiedam, in enigerlei verhouding tot hem te hebben gestaan. Zij kent hem als een vroom en deugdzaam man, die als zodanig ook in Schiedam bekend staat. [678]
Op 31-10-1631 verklaren Willem van den Bundel, schilder, wonend te Delft, 55 jaar, Lambrecht Willemsz, 48 jaar en Guilliame de Vijlle (tekent als Guilyame de Ville), veruwer, 24 jaar, op verzoek van de hooftluyden van 't wijncopersgilde, namens het gilde alhier, dat zij in verschillende wijncopershuysen wijnen hebben gedronken en ontbijt gehouden en dat zij zoveel mochten drinken als zij wilden voor 10 stuivers per stoop. [679]
Op 13-5-1632 benoemen Guilliam de Vyl (ondertekent met Guilyam de Ville), sijeveruwer, en zijn vrouw Rebecca van Waesbergen elkaar tot hun enige erfgenamen. [680]
Op 7-12-1633 machtigt Catharina Dupier, weduwe van Jan van Waesbergen, haar schoonzoon Guilliame de Vijl, zijdeverwer te Amsterdam, om zich garant te stellen voor een borgtocht die Samuel de Nimey, suyckerbacker voor Guilliame de Vijl heeft gesteld t.b.v. 1.500 gulden wegens koop van couchenillie(?). [681]
| COMMENTAAR(¥) In 1648 treedt een Anthonij Huijsman op als doopgetuige. Zou hij uit Batavia teruggekeerd zijn en weer in 1649 (met zijn vrouw) vertrokken? |
Op 2-9-1637 sluit Maerten Huysman, wijnverlater, een overeenkomst voor de betaling van 170 gulden op een obligatie ten laste van hem met Willem Heynricksz Rotshouck, als houder van de obligatie die op naam staat van zijn schoonvader Pieter Verschuyren. Als borg stelt zich zijn zoon Anthonis Huysman, notaris. [689]
Op 22-1-1652 heeft te Rotterdam Mathijs Jorisz van Aerts, vader van zijn overleden zoon Phillips van Aerts, een bedrag van 168 gulden ontvangen uit handen van Pieter van Waesbergen, als zijn deel in diens nalatenschap. Phillips was getrouwd met Susanneken Huysman, dochter van Anthony Huysman, notaris en procureur te Batavia. De nalatenschap was geregeld bij testament voor secretaris Pieter Hackius te Batavia d.d. 19-2-1650. [699]
Daghregister van 't Casteel Batavia 1683-1701:[706]
22-9-1689, "missive aen den commandeur Isaak van Dielen en Raad".
30-6-1693, "equiperinge van eenige schepen op Ceijlon onder den commandeur Van Dielen tegens de france voor Goa, etcetera."
| Ds. Simon Kat | |
Journal of the Dutch Burgher Union: [717] Database of VOC documents:[718] Archief voor de geschiedenis der Oude Hollandsche zending:[728]
|
Archief van VOC documenten [732] Hierin bevindt zich een groot aantal stukken aan of van Marten Huijsman. In deze stukken wordt hij afwisselend aangeduid als Dessave (= provincie gouverneur) (1670, 1672), oppercoopman (1674, 1675) en commandant (1675, 1676), raedt (1675..1680), commandeur (1678..1684) en comissaris (1679..1682), en directeur (1684, 1685) van Tutucorin/Cochin/Malabar.
Hieronder een selectie uit de inventaris van de stukken:
Instructie voor den Ed. majoor Jan van der Laan, Jorephaes Vosch, Laurens Pijl ende Marten Huijsman gestelt tot opsienders der paerlvisserije des eijlants Manaer et cetera, gedateerd 6 Februarij 1666. [733]
Rapport wegens de Manaerse paerlvisserije door de gecommitteerdens Jan van der Laan, Laurens Pijl en Marten Huijsman in dato 22 Maij 1666. [734]
Rapport vant voorgevallene van den Dessave(¥) Marten Huijsman wegens sijne verrichten inde wannias aenden Ed. commandeur Jorephas Vos gedaen, gedateerd 9 September 1670. [735]
Copie rapport van den oppercoopman Marten Huijsman wegens den toestant op de custe van Madure aende heer Rijckloff van Goens overgelevert den 29 Maert 1674. [736]
Copie missive door d'Ed. superintendent Rijckloff van Goens (de Oude) en d'Ed. Marten Huijsman uijt Tutucorijn aen d'Ed. heeren seventiene int patria te lande over Persia geschreven ultimo December 1674. [737]
Copie missive door d'Ed. heer superintendent Rijcklof van Goens en d'Ed. Marten Huijsman uijt Cochin aen d'Ed. heeren seventiene int patria geschreven te lande over Persia in dato 25 Februarij 1675. [738]
Copie consideratien door den commandant Marten Huijsman wegens 's compagnies negotie op de cust van Madure onder dato 8 December 1676 opgestelt. [739]
Relaes van de Ed. Marten Huijsman wegen de nuttigheden die d'Ed. compagnie int hueren der Madurese zeehavenen souden komen te genieten van dato 11 April 1676. [740]
Advijs van den Ed. Marten Huijsman over 't poinct vanden Mallebaersen arreeckhandel aan de heer gouverneur Rijckloff van Goens gegeven in dato 9 Maert 1676 uijt Tutucorijn. [741]
Consideratien van den oppercoopman Marten Huijsman op het rapport van den capiteijn Krijn Caperman wegens sijne bevindinge in de landen van Cottate, Pannagaedij, Callecate et cetera in dato 17 Meij 1677. [742]
Twee copie missiven door de commandeurs Huijsman en Lobs en den raet tot Cochim in datis 26 November en 3 December 1678 aen den gouverneur Van Goens geschreven. [743]
Copie translaet olas gewisseld tusschen den commandeur Huijsman en de coopluijden Babba en Poelicare gedateert 21, 29 November, 2 en 12 December 1678. [744]
Copie missive door den commandeur Marten Huijsman en den raet tot Cochim in dato 18 December 1679 aen den gouverneur Rijckloff van Goens de Jonge geschreven. [745]
Twee copie instructien door den commissaris Marten Huijsman en commandeur Jacob Lobs tot Coutchijn den provisioneel capiteijn Hendrick Reijns mede gegeven in zijne commissie aan den coningen van Coutchin en Calicoijlangh de dato 17 Januarij en 2 Februarij 1679. [746]
Verbaal der voornaemste materien vervat in den brieff vanden commissaris Marten Huijsman gedateert 11 Maert 1680 door sijn Ed. geaddresseert in plaatse van rapport aen den gouverneur generael ende raden van Indien over de saecken van Mallabaer, Canara en Wingurla om daer over in rade van Indien ten meesten dienste van de compagnie te werden gedisponeert. [747]
Register der papieren geconsigneert aan de hoogh Edele heeren bewindhebbers van de generaale Nederlantse geoctroijeerde Nederlandse Oostindische Comp. ter vergaderingh van 17e ter presidiale camer Middelburgh in Zeelant afgevaardigt door den commissaris en commandeur Marten Huijsman mitsgaders den raat ter custe Mallabaar, Canara en Wingurla gaande per 't schip de de Gekroonde Vreede na Ceijlon om vandaar per retourschepen addresse te erlangen (ontfangen 5 Junij 1681 per 't schip Couverden). [748]
Originele geschrift sijnde de nader aenwijzinge die gedaen kan werden op de verantwoordinge van de heer Lobs en Berckmans wegens de te kort bevonden balcken, het cooper etcetera door den commissaris en commandeur Marten Huijsman en raat vervaerdight, in dato 31 Julij 1682 volgens apart register. [749]
Authentiq extract uijt de missive van de commandeur Huijsman en raed ter custe Malabar in dato 4 Maij 1683 aan de hoge regeringe van Indien behelsende hun sentiment wegens 't vercleijnen van de Fortresse Coijlan. [750]
Authenticque copie extract uijt het Bengaelse daghregister onder dato 3 October 1684 wegens het gepasseerde tusschen den commissaris Soolmans en de gecommitteerdens van de directeur Huijsman wegens het bastonneren van de Achon off hoffganger ter ordre van de voornoemde commissaris. [751]
Missive van den directeur Marten Huijsman en raad tot Ouglij aen haer Ed. geschreven in dato 16 Februarij 1685 (ontfangen den 15 April 1685 per de fluijt Egelenburgh). [752]
Daghregister van 't Casteel Batavia 1683-1701:[753]
4-9-1683 "de cath Opmeer na Mallabaar en Ceijlon met een missive aen den commandeur Marten Huijsman"
4-10-1683 "dÕschepje 't Lant van Schouwen ... brieven daarmede aan den commandeur Marten Huijsman tot Couchin"
20-10-1683 "de commandeur Marten Huijsman tot Directeur van Bengale verkoren"
29-7-1684 "de jagten Negombo, Sint Martensdijk, Jambij, en Nederhorst na Bengale ... (met) missive aan den directeur Marten Huijsman en raat"
31-8-1684 "de scheepjes de Post en de Faam na Bengale met een missive aan de commissaris Isaacq Zoolmans en directeur Marten Huijsman"
27-10-1684 "den directeur Marten Huijsman in Bengale tot 180 guldens (ter maent toegelegt)"
21-12-1684 "'t jagt Negombo uijt Bengale met een largo missive van de heer directeur Marten Huijsman"
7-2-1685 de fluijt de Berkmeer uijt Bengale met een missive van den directeur Marten Huijsman en raad"
28-8-1685 missive aan de heer Hendrik van Rheede, den directeur Marten Huijsman en den raad in Ouglij"
| COMMENTAAR(¥) Dat Mattheus Schenkenberg haar germain (neef) is zal betekenen dat haar moeder Magdalena C(h)asteleijn en zijn moeder Henrietta Chasteleijn (half) zusters zijn. De familie Chasteleijn komt uit La Rochelle, vandaar de aanduiding "germain". |
Het randschrift op de grafsteen luidt: De EEAgtbare Heer Mattheus Schenkenberg Gouverneur en Directeur dezer Provintie Banda Obijt den 14 juni 1709 oud 42 jaren, 7 maenden 4 dagen.[761]
In 1687 heet Pieter Willeboorts blijkbaar gefraudeerd in de salpeterhandel. Daarover zijn de volgende stukken in het VOC-archief beschikbaar:
1687: Elff extracten uijt de boecken van de salpeterleveranciers met vergelijcking van Comps. negotienboecken in Pattena gehouden en een sommarium wat de cooplieden Pieter Willeboords en Cornelis van Oosterhoff op de incoop van salpeter gefraudeert hebben. [762]
1687: Specificatie wat de cooplieden Pieter Willeboords en Cornelis van Oosterhoff op de goenij in Pattena gefraudeert hebben. [763]
1687: Aenwijsinge van 't geene door de cooplieden Pieter Willeboords en Cornelis van Oosterhoff gefraudeert is aen salpeter uijt Comps. eijgen erff versamelt en deselve echter als gecoft aengerekent. [764]
Of het tot een veroordeling komt blijkt niet uit de stukken.
Daghregister van 't Casteel Batavia 1683-1701:[765]
21-12-1686 "missive van den principaal gesaghebber Pieter Willeboorts en raad"
11-4-1687
ief van den oppercoopman en principaal gesaghebber Pieter Willeboorts en Raad tot Ouglij"
14-4-1687 "de fluijt Drakensteijn uijt Bengale met duplicaat missive van principaal gesaghebber Pieter Willeboort"
30-5-1687 "de fluijt Bovencaspel van Bengale missive van den Edele oppercoopman en gesaghebber Pieter Willeboorts mitsgaders den Raad tot Houglij aan Haar Edeles"
11-6-1687 "de fluijt Nierop van Bengale met dubblede originele brief van den Edele Pieter Willeboorts en Raad aan Haar Edele"
12-6-1687 "dubbelde originele missive van Haar Edeles aan de Edele Pieter Willeboorts en Raad tot Ouglij"
23-7-1687 "4 dubbelde originele missive aan den oppercoopman en principale gesaghebbber Pieter Willeboorts nevens den Raad tot Ouglij"
26-8-1687 "de retourfluijten Nieuwland en Hobre na Bengale, missive aan den principaal gesaghebbebr Pieter Willeboorts en Raad"
26-9-1687 "mitsgaders van den oppercoopman en principaal gesaghebber Pieter Willeboorts nevens den Raad tot Ouglij"
23-11-1687 "de fluijt Waveren van Bengale met missive van den Edele gesaghebber Pieter Willeboorts en Raad"
12-12-1687 "de fluijt Bronste uijt Bengale met een dubbelde missive van den oppercoopman en provisioneel gesaghebber Pieter Willeboorts nevens den Raad tot Oiglij"
2-1-1688 "missive van de oppercoopman Pieter Willeboorts en Raad te Houglij"
24-1-1688 "missive van den oppercoopman Pieter Willeboort en Raad"
2-2-1688 "de twee brieven daarmede ontfangen van den oppercoopman Pieter Willeboort en Raad tot Houglij"
13-7-1688 "met twee origineele brieven aan den Edele Pieter Willeboorts en Raad"
28-8-1688 "per de fluijt Westbroek naar Bengale een briefje aan den Edele Pieter Willeboorts en Raad tot Ouglij"
2-9-1688 "dubbelde missive voor den oppercoopman en principaal gesaghebber Pieter Willeboorts nevens den Raad tot Houglij"
5-11-1688 "ditto voor den oppercoopman en principaal gesaghebber Pieter Willeboorts nevens den Raad tot Ouglij"
14-1-1689 "de fluijt Westeramstel van Bengale met de weduwe van den gewesen principaal gesaghebber Pieter Willeboorts"
VOC-Archief: 28-8-1697 Twee rapportjes van den maijor Adolph Winckler, den opperkoopman Mattheus Schenkenberg ende den capiteijn der Maleijers Wanaboul Bagus aan zijn edelheit den heere gouverneur generaal overgelevert nopende de confesse van Radja Tambora over 't attacqueren van compagnies fortresse tot Bima, 't vermoorden der coninginne van Dompo et cetera (den 28 Augustus 1697 op Batavia overgegeven). [766]
VOC-Archief: 23-2-1701 Memorie door de commandeur van Mallebaer en geeligeert directeur van Persia Magnus Michelman tot narigt opgestelt voor sijn geeligeert geworden zijnde successeur den commandeur Matheus Schenkenberg de dato 10 Januarij 1701 dog met een appendix van den 14 derselve maent nagelaten aen den politicquen raet tot Cochin (ontfangen den 23 Februarij 1701 per fluijt Zoelen). [767]
VOC-Archief: 5-5-1709, Memorij bij forma van instructie door den ondergetekende als afgaande gouverneur en directeur deze provintie (Theodorus de Haaze) op expres bevel van de Indische hooge regeringe tot Battavia ontworpen voor desselfs vervanger den heere Mattheus Schenkenberg om zig daar na in zijn nieuw bestier als gouverneur en directeur alhier zo lange te rigten tot tijt en wijle opgemelte haar Ed. hoog agtbaarheden daar omtrent eenige andre ordres mogten komen te gelieven indertijt na herwaarts af te geven (gedateerd 5 Meij 1709, ontfangen anno 1719). [768]
Daghregister van 't Casteel Batavia 1683-1701:[769]
9-12-1690
iefje van den opperkoopman Mattheus Schenkenberg comende met de Hoop uijt het vaderlandt"
9-12-1690 "den oppercoopman Mattheus Schenkenberg met 's Compagnies papieren van het schip de Goede Hoop aen lant"
14-2-1692 "vertreck van 't fluijtschip Cronenburgh naer Ambon met den oppercoopman Matheus Schenkenberg"
23-8-1694 Radja Bone heeft den principaal gesaghebber Matheus Schenkenberg doen verwellekommen dog Radja Goa niet"
18-9-1694 briefje na Macassar aan den gesaghebber Matheus Schenkenberg en raat"
19-9-1694 "den borger Leendert Veerman komt van Macasser met schrijven van den gesaghebber Matheus Schenkenberg en raat: Radja Bone blijft nog continueren in sijn opgevatte waan over de vermoorde coninginne van Dompo tot laste van Radja Bima, en heeft den gesaghebber Matheus Schenkenberg verscheijde poincten doen voorstellen"
27-9-1694 "'t fluijtje de Haan comt van Macassar met schrijven van den gesaghebber Matheus Schenkenberg en raat"
10-11-1694
ieven van Macassar ontfangen per Chinees vaertuijgh te weten, 1 van den opperkoopman Mattheus Schenkenberg en raed en 3 van de Radjas Bonij, Goa en Tambora"
19-11-1694 "arrivement van het jaght Jambij te deser rheede komende over Japara van Macassar, waermede ook ontfangen is, een missive van den principaal gesaghebber Mattheus Schenkenberg en raed op Macassar en een dito van den gouverneur Cornelis van der Duijn en raed in Ternaten"
21-5-1697 "per Inlands vaertuijgh ontfangen een briefje van den resident David Boxel tot Tagal, meldende de verscheijninge aldaer van 't schip Domburgh van Macassser met den oppercoopman Mattheus Schenkenberg en den coopman Hendrik Claes"
28-5-1697 "arrivement van 't jagt Domburgh van Makasser over Tagal en Sirrebon, met den opperkoopman Mattheus Schenkenbergh en den coopman Hendrik Kaas"
23-8-1697 "den oppercoopman Mattheus Schenkenbergh in den agtbare raed van Justitie geplaetst"
28-5-1698 "den commandeur Hendrik Swaardecroon van Jaffenapatnam herwaarts te laten comen, den oppercoopman Matheus Schenkenberg tot desselfs vervanger aangestelt"
22-7-1698 "depesche van het jagtje de Tamboer over Punta Pedro nae Cormandel met den gÕeligeerd commandeur van Jaffanapatnam Mattheus Schenkenburg"
6-7-1700 "aanstellinge van Magnus Wichelman tot directeur in Persia Mattheus Schenkenbergh tot commandeur van Mallabaer en goetvindinge om 't Jaffenapatnamse commandeur door eene der Ceijlonse ministers bij provisie te laten bedienen" .be 20-8-1700 "communicatie der electie van den Edele Magnus Wichelman tot directeur in Persia en Mattheus Schenkenberg in desselfs plaets tot commandeur van Mallabaer"
12-12-1700 "request van den commandeur Mattheus Schenkenberg om van 't Mallabaars commandement gÕexcuseert te werden"
Archief van VOC documenten [773]
Rapport door den oppercoopman Hendrick Huijsman en capiteijn Augustinus Bloemert den 29 Maert 1704 aen opgemelte gouverneur Cornelis Joan Simons overgelevert, rakende het proberen van 't buskruijt tot Colombo ten overstaen van bovengemelt contabel majoor Christaensz Torzee (den 21 November 1704 per 't schip 't Geijn over Cormandel). [774]
Archief van VOC documenten [776]
Extract uijt de missive door den chirurgijn Potvliet uijt het leger van den prince Asem Terra aan den coopman Huijsman tot Patna geschreven den 24 Augustus 1701 (ontfangen den 17 Julij 1702 per de fleuijt Zoelen). [777]
Extract uijt een missive door het opperhooft Anthonij Huijsman en raad tot Pattena aen d'heer directeur Pelgrom en raad tot Ouglij de dato 17 November 1702 nopende de verkregene licentie tot het openen hunner camers en 't verlugte van de goederen in deselve opgesloten etcetera (ontfangen den 24 Januarij anno 1703). [778]
Appendix tot een missive door het opperhooft Huijsman en raad tot Pattena aen de heer directeur en raad tot Ouglij de dato 4 December 1702 nevens een missive door de bedienden tot Agra aen 't opperhooft Huijsman en een translaat Benjaanse missive uijt Souratta na Agra geschreven sprekende van 't openstellen van den handel in Souratta en het verdere district van den Mogol etcetera (ontfangen den 24 Januarij anno 1703). [779]
Missive van 't opperhooft Anthonij Huijsman en raad tot Pattena aen den directeur Pelgrom en raad tot Ouglij geschreven de dato 24 September 1702 (ontfangen 29 October anno 1702). [780]
Translaet Benjaense missive door den makelaer van d'E. Comp. tot Agra, aan het Patnas opperhooft den coopman Anthonij Huijsman gecarteert, tot notificatie van den toestand der saken in Zouratta (ontfangen per de fluijten Overnes en 't Haesje den 13 Junij anno 1704). [781]
|
Gustaaf Willem baron van Imhoff (1705-1750),
gouverneur generaal van Nederlands Indië (1743-1750).
Schilderij? jaar en schilder onbekend. Bron : Ref. [798] |
Gustaaf Willem baron van Imhoff (1705-1750),
gouverneur generaal van Nederlands Indië (1743-1750).
| Schilderij? jaar en schilder onbekend. Bron : Ref. [799] klik op plaatje(s) om te vergroten |
Gustaaf Willem baron van Imhoff reisde over het hele eiland Ceylon, waarvan alleen de kust in handen van de VOC was, en maakte een einde aan de heersende onrust. Hij wist een goede verstandhouding met Narendra Simha, de Sinhala koning van Kandy op te bouwen. Van Imhoff was een vooruitstrevend man die in Sri Lanka herinnerd wordt als een van de betere en welwillende VOC-gouverneurs. Hij voerde bijvoorbeeld in 1737 het gebruik van de drukpers in en in de jaren daarna verschenen er voor het eerst gedrukte geschriften in het Sinhala, o.a. een christelijk gebedenboek en een geloofsbelijdenis. Later zou ook een Sinhalese grammatica het licht zien. Imhoff liet ook voor het eerst kokospalmen planten op het eiland. Later zou een groot deel van de kust een onderbroken aanplant van deze boomsoort te zien geven. Koning Narendra Simha was getrouwd met een prinses van Madura en met zijn dood op 24 mei 1739 werd hij opgevolgd door zijn zoon Sri Vijaya Rajasimha, die door velen eerder als een Nayakkar Malabar (Tamil) gezien wordt dan een Sinhalees. Imhoff toont zich in zijn geschriften verbaasd omdat de Sinhala's meestal neerkijken op de Tamils. Dit is de eerste vermelding van de controverse tussen Tamil en Sinhala. Imhoff is bezorgd dat de Zuid-Indische connecties van de nieuwe koning een bedreiging vormen voor het Hollandse handelsmonopolie. Hij ziet er echter ook een mogelijkheid tot verdeel- en heerspolitiek in en stelt de VOC voor de tegenstelling tussen Tamils en Sinhalezen uit te buiten om het Rijk van Kandy te verdelen. Zij zien daar echter niet veel in, omdat de VOC niet graag bij weer een intern conflict betrokken raakt. Dat kost maar geld. Geld werd er aan de kaneelhandel veel verdiend maar toch stond Ceylon (kunstmatig en met opzet) als verliespost op de begroting, omdat deze winst namelijk in de algemene rekening van de VOC verdween. Zo werd Van Imhoff als alle gouverneurs van het eiland voor spilzucht behoed.[800]
Op 12-3-1740 werd Van Imhoff opgevolgd als gouverneur van Ceylon door Willem Maurits Bruininck en vertrok hij naar Batavia. Hij raakte daar al gauw betrokken bij een groot schandaal. De zittende gouverneur-generaal Adriaan Vackenier maakte zich grote zorgen over het zich almaar uitbreidende aantal Chinezen rond Batavia. Hij wilde daar verandering in brengen en probeerde een aantal van hen naar elders (de Kaapkolonie) te verschepen. Al gauw ging het gerucht dat zij, eenmaal buitengaats, overboord gezet zouden worden en ontstond er een gevaarlijke opstand. Valckenier richtte daarop een grote slachting aan onder de Chinezen waarbij duizenden omgebracht werden. Van Imhoff maakte zich al snel bij Valckenier gehaat door het niet met zijn beleid eens te zijn. Hij werd gearresteerd en naar Nederland verscheept. Daar aangekomen deed hij het voorkomen of Valckenier de grote boosdoener was. Hij werd geloofd en tot Gouverneur-Generaal benoemd. Valckenier trad daarop af en Johannes Thedens nam korte tijd het gouverneur-generaalschap waar.[801]
Op reis naar zijn nieuwe post in Batavia deed Van Imhoff in 1743 de Kaapkolonie aan. Ook daar trof hij problemen aan: vele burgers trokken steeds verder het binnenland in en waren daar verstoken van enig onderwijs of zielzorg. Hij deed de aanbeveling om meer dominees uit Nederland te laten komen om te voorkomen dat de burghers geheel van het vaderland zouden vervreemden.[802]
In mei 1743 nam hij het gezag in Batavia over van Thedens en kon meteen aan de slag omdat er nog een opstand woedde als gevolg van de moord op de Chinezen. Ook een aantal Javaanse vorsten probeerden uit de verwarring een slaatje te slaan. Van Imhoff maakte snel een eind aan de chaos en ging voortvarend aan het werk. Er kwam voor het eerst een postkantoor in Batavia. Hij stichtte Buitenzorg (Bogor). Er kwam een Latijnse school, een ziekenhuis en een krant. Hij pakte de opiumhandel aan en hield van 24 maart tot 9 juni 1746 een inspectietocht over het hele eiland. Er kwamen ook bestuurlijke hervormingen, er werd een landraad ingeteld in Semarang en de handel werd gedeeltelijk vrijgesteld ook voor particulieren. Er waren echter ook tegenslagen. Het schip Hofwegen, voor anker op de buitenrede van Batavia, werd door bliksem getroffen en explodeerde. De lading bevatte zes ton zilver en vele andere waardevolle goederen ter waarde van zo'n ƒ 600.000,- (circa 270.000 euro), een heel kapitaal voor die dagen.[803]
Van Imhoffs voortvarendheid bracht hem ook veel vijanden. Hij trachtte zijn gezag over Java verder uit te breiden door te stoken in de dynastieke aangelegenheden van een aantal Javaanse vorsten en raakte zo betrokken bij de Derde Javaanse Successieoorlog. Dit was evenzeer een ramp voor het Nederlandse gouvernement. Van Imhoff was zeker niet van schuld vrij te pleiten omdat hij weinig diplomatiek en met weinig respect voor de plaatselijke gebruiken te werk gegaan was. Hij besefte dat zelf ook en besloot af te treden. De VOC had echter zo snel geen opvolger die de moeilijke situatie op Java over kon nemen en dwong hem tot zijn dood in 1750 op zijn post te blijven. Zo moest hij aanzien dat veel van zijn verworvenheden weer tenietgingen.[804]
Als gouverneur-generaal van Nederlands Indië verbeterde Gustaaf Willem baron van Imhoff de hygie\:ne-situatie, nam proeven met kolonisatie van Europese boeren, stichtte in Batavia een nieuw hospitaal, een Latijnse school, een seminarie tot opleiding van predikanten, een postkantoor, een bank van lening, een Academie de Marine, bracht enige jaren de eerste krant van Batavia uit (Bataviasch Nouvelles), richtte een socie\:teit op ter bestrijding van de opiumsmokkel en ontwierp modellen van sneller zeilende schepen. De Luthersen kregen van hem voor het eerst gelijke rechten met de hervormden. De meeste van zijn nieuwe instellingen werden echter na enige tijd ongedaan gemaakt of raakten in onbruik. Hij bouwde zijn buitenverblijf in het koelere Buitenzorg, dat later tot office\:le ambtswoning werd van de gouverneur generaal. Zijn ontactisch optreden was een van de oorzaken van het begin van de Derde Javaanse Successieoorlog, die leidde tot de opsplitsing van Mataram en van de Grote Bantamse Opstand.[805]
Archief van VOC documenten [807]
Rapport door den ondercoopman Pieter Bolscho en boekhouder Joannes Huijsman tot Jaffnapatnam aen den provisioneel gesaghebber Adam van der Duijn overgelevert in dato 20 April 1704 wegens het rootverven van 11 stux salempoeris met aenwijsing van hoedanigen coleur deselve zijn uijtgevallen (ontfangen 21 November 1704 per het schip het Gheijn). [808]
Op 1-10-1708 maken Ferdinand de Groot en Hen(d)rietta Susanna Huysman een onderhands testament, dat op 29-12-1714 officieel werd geopend.
Op 28-4-1718 testeren Ferdinand de Groot en zijn tweede echtgenote Anna Margaretha Pasques de Chavonnes, waarbij zij tot zijn enige erfgename wordt benoemd.
0p 25-8-1719 maakt Ferdinand de Groot een zeer omstandig codicil dat hem als een zorgzaam man doet kennen. Zijn hele omgeving wordt royaal bedacht. In geld vermaakte hij ruim 20.000 rijksdaalders en daarnaast nog roepend en onroerend goed. Zijn vele lijfeigenen, die op den duur allen geemancipeerd zouden worden, kregen pedakken - d.w.z. huisjes met grond - en daarbij nog baar geld. Tal van vrienden, familieleden van zijn eerste vrouw, zijn vier petekinderen - van wie de zoon van de fiscaal van Ternate, Johannes van Alphen, zelfs de naam Ferdinand droeg - en vele ondergeschikten werden ruim bedacht. Ook in patria waren gelukkigen, die werden genoemd, o.a. de Diaconie in Utrecht, die ƒ l.000,- zou krijgen.
In het codicil komt de naam van zijn moeder Jannege van Isendoorn niet voor. Zij had tegen de afspraak in Ferdinands afkomst verraden. Na Ferdinands dood in 1719 schrijft de moeder in 1722 een brief om haar deel in de nalatenschap op te eisen, waarna een jarenlange strijd volgt betreffende de rechtmatigheid van haar claim en de juistheid van haar moederschap. Een en ander wordt treffend en uitvoerig beschreven door Dr. I.H. van Eeghen in Ref. [812]. De stukken bevinden zich in het Archief van de familie Hasselaer. [813]
In de archieven van de VOC komen twee (drie?) verschillende personen Pieter van Hoorn voor. De eerste als raad te Ceijlon (1655), ambassadeur naar Peking (1666), raad te Batavia (tot 1676). De tweede : koopman 1683, opperhooft der negotie 1687, oppercoopman, raad tot Japara 1687, oppercoopman, raad tot Siam 1688-1691. De derde : commandeur van een retourvloot 1712. VOC-Archief: 1712 Missive van den commandeur Pieter van Hoorn ende verdere vlagge mannen der jongste retourvloot aan haar Eds. tot Batavia gedateert den 22 met een postscriptum van den 27 Maart 1712 (ontfangen den 8 Junij 1712 per de fluijt de Mossel). [818]
Archief van VOC documenten [821]
Rapport van den oppercoopman Joannes Huijsman en ondercoopman Joan Corte wegens hun verrigten tot Madraspatnam in dato 20 Junij 1685 (ontfangen den 24 Augustus 1685 per Schielandt). [822]
Missive van den Ed. Huijsman en raad tot Masulipatnam aan haar Eds. geschreven 12 Junij 1687. [823]
Missive door d'Ed Joannes Huijsman en raad tot Masulipatnam aan haar Eds. geschreven 19 Augustij 1687. [824]
Missive door d'Ed. Joannes Huijsman en raad tot Masulipatnam aan haar Ed. geschreven 19 Augustus 1687 (ontfangen per 't bootje de Briel 23 October 1687). [825]
Originele missive van de Ed. Huijsman en raad tot Masulipatnam aan haer Ed. 12 Junij 1687 (ontfangen per 't jagt de Zeijst 8 September 1687). [826]
Daghregister van 't Casteel Batavia 1683-1701:[827]
24-7-1684 "de coopluijden Cornelis Meersman, Jacob Corbusier en Johannes Huijsman tot oppercoopluijden geadvanceert met 80 guldens"
27-10-1685 "Joannes Huijsman tot opperhoofd van Masulipatnam en tweede van 't Cormandelse gouvernement"
23-10-1687 "missive van den oppercoopman Joannes Huijsman en Raad mitsgaders een ditto van de residenten tot Binelepatnam"
Op 6-7-1633 benoemt Guilliame van Waesberge, tegenwoordig wonend in Den Briele, tot universeel erfgenaam zijn moeder Catarina Dupier, weduwe van Jan Jansz van Waesbergen. [829]
Op 9-8-1660 compareerde te Schiedam Daniel van Waesberge goutsmith tot Rotterdam, zijnde van competente ouderdom, en verklaarde ten verzoeke van Johannis Drappentier, silversmith binnen Schiedam, dat hij attestant op gisteren, zijn de zondag 8 dezer des morgens ten acht uren ten huize van Abraham Verschuijr, deken van het Silversmits Gilde tot Rotterdam, is geweest, en aan de genoemde Verschuijr 100 car. guldens heeft betaald, in tegenwoordigheid van Gabriel du Molin en Philippus van den Heuvel, die met Verschuijr de kwitantie hebben ondertekend. [832]
| Fragment Van Sambix | |||
|
Ia. Felix van Sambix (de Oude), geb. Antwerpen 1553, ovl./beg. Delft Oude Kerk 11/14-6-1642 ("Felicx van Sambicx, franchoise schoolmeester"), afkomstig uit Antwerpen,
schoolmeester en schrijfmeester (kalligraaf) te Delft,
wordt schoolmeester in 1571,
vertrekt, na publicatie van zijn eerste boek in 1585, in 1586 naar Delft,[835]
wordt op 1-6-1589 door de Vroedschap te Delft gemachtigd om daar "franchoische en duytsche schoele" te mogen houden,[836]
werkt vervolgens tot zijn dood als franchoise schoolmeester te Delft,
verwierf op kerstavond 1589 in Rotterdam de eerste plaats in de Prix de la Plume Couronnée,[837]
fungeerde, behalve als schoolmeester, ook als schoonschrijver, met de titel "très expert écrivain, maitre de la plume couronnée à Delft",[838]
woonde op de Verwersdijk te Delft (1594, 1638),[839]
tr. 1o vóór ca. 1575
NN, beg. 8-7-1594[840], otr./tr. 2o Delft geref. 20/20-11-1594
Anneke (Annetghen) Coninx, beg. Delft Oude K. 16-6-1641 (als "huisvrouw van Mr. Felix van Sambix"), jongedochter, afkomstig uit Etten bij Breda, wonend op de Oude Delff (1594).
IIa. Felix van Sambix (de Jonge), geb. Antwerpen ca. 1573, ovl. na 1655[845], is als Felix van Sambix (Sambeec) (de jonghe) werkzaam als boekdrukker en boekverkoper
te Delft (1609-1610) in de Pepersteegh waar de "Voghel Phenix" uithangt,
te Rotterdam op 't Steyger (1610-1613) waar de "Bybel" uithangt,
in de "Gulden Moelen" op de Steyger (1614),
en op 't West-nieulandt (1617),
en te Delft (1626-1644) in de Pepersteegh waar het "Vergulde Schrijfboeck" uithangt,
[846]
[847]
[848]
treedt op als voogd voor zijn vrouw (1616, 1626),
doopget. (1629),
get. in een not. akte te Delft (1638),
gaat verm. na de dood in 1648 van zijn vrouw bij zijn dochter Elisabeth van Sambix en schoonzoon David Lopez de Haro in Leiden wonen,[849]
tr. Rotterdam geref. 9-7-1606
Elisabeth (Lijsbeth) van Waesbergh(e), geb. Rotterdam 9-4-1589, beg. Delft Oude K. 7-11-1648 (huisvrouw van Felicx van Sambick, bouckvercooper), dr. van Jan van Waesberghe (de Oude) en Margareta van Bracht (zie kw. nr. ⇒ 2712 ).
|
2714. FRANCOIS (FRANCISCO) CORNELISZ (DE) LA VIA (VYA) (LAVIA, DELAVIA), ovl. Enkhuizen 27-5-1652 [868], bank van leninghouder te Enkhuizen, [869] tr. vóór 1602
2715. CORNELIA BAT(T)IBOIS, ovl. na feb. 1628 [870],[871]. doopget. (1639 als Cornelia de la Via), Volgens Ref. [872] zou zij heten Cornelia FERRARIS sic!. Er zou een geslacht Battibois bestaan van bank van leninghouders te Hoei (Belgie) [873].
Francois de la Via, bank van leninghouder te Enkhuizen, verzoekt in 1624 in een tot de Gereformeerde Synode gericht verzoekschrift om te worden toegelaten tot het Heilig Avondmaal(¥). Hij motiveert dit o.a. met de omstandigheid dat hij de surplusgelden(¥) aan de eigenaars uitkeerde of zo deze niet opkwamen aan de armen. Deze bedragen liepen soms op tot ƒ 800,--. In 1625 wordt op zijn verzoek afwijzend beschikt op grond van regels uitgevaardigd in 1581 te Middelburg [874].
| COMMENTAAR(¥)
Zijn verzoek is illustratief voor de geïsoleerde kerkelijke positie die de
bank-van-leninghouders in de 17e eeuwse Noordelijke Nederlanden innamen.
Enerzijds wordt op de Algemene Synode te Middelburg (1581) op de vraag of het stichtelijk was dat de huisvrouwen en dienstknechten der Lombarden tot het Avondmaal zouden worden toegelaten, door de Synode geantwoord dat de huisvrouwen mogen worden toegelaten, indien zij verklaren dat de handel van hun echtgenoot hen mishaagt en indien zij "eenvoudig en vroom" zijn, maar de dienstknechten zullen niet worden toegelaten zolang zij in dienst van de Lombard blijven, aangezien zij de vrijheid hebben om een andere betrekking te kiezen. Anderzijds zijn er rond 1600 in vrijwel alle nederlandse steden banken van lening gevestigd met al dan niet openlijke goedkeuring van de plaatselijke magistratuur. Er speelde zich in de 17e eeuw vervolgens een juridisch-theologisch debat af over politieke gewenstheid en de juridische toelaatbaarheid van de banken van lening en over de kerkelijke status van de lombardhouders (van oorsprong meestal Italianen uit Lombardije). Met name het rentepeil - oorspronkelijk tussen ca. 50 en 100 % per jaar, later op last van de locale overheden teruggebracht naar 10 tot 20 % - was voorwerp van een uitvoerige strijd, die tegen het eind van de 17e eeuw in het voordeel van de tafelhouders eindigde [875]. |
| COMMENTAAR(¥) surplusgeld = verkoopgeld van een pand - lening - rente - kosten van de verkoop |
Op 25-4-1630 bevestigen Pieter van Waesbergen en zijn vrouw Catharina La Via of Lavia of Delavia, schuldig te zijn aan mr. David van Hoogenhuyse een bedrag van 1.200 gulden en verbinden als zekerheid hun vordering groot 3.000 gulden op Franchois Cornelisz de La Via te Enckhuysen. [876]
Op 26-1-1647 compareerde te Schiedam Charel Lavia, Tafelhouder in de bank van lening binnen Schiedam, en verleende acte van procuratie aan Johan Wilsoets, notaris en procureur binnen Schiedam, om uit zijn comparants naam zich te begeven naar Purmerent, en aldaar te lichten en te vorderen copie authentyeq van de testamente bij zijn comparants vader en moeder, Francisco Lavia en juff. Cornelia Batibois, op 2 November 1642 gepasseerd voor notaris Jan Jacobsz. Grebber tot Purmerend. [877]
Op 22-10-1660 compareerde te Schiedam Francoijs la Via, wonende binnen Schiedam, zoon van wijlen Charles la Via, met nog andere erfgenamen, en verleenden acte van procuratie aan notaris Jacob Bollaert, die zich terstond moet begeven naar Enkhuizen, en daar te innen en te ontfangen een vijfde part van de somma van 2400 pond (f), aan hen comparanten gelegateerd volgens het testament van wijlen Francoijs la Via en Cornelia Batibois, hun grootvader en grootmoeder. [878]
| COMMENTAAR(¥) Doop geref. nov/dec 1602 niet gevonden te Enkhuizen. |
| COMMENTAAR(¥) Wie is Carel Lavia, van wie zich een graf bevindt in de Westerk. te Enkhuizen anno 1659. |
200e penning Schiedam 1631:[894] Corte Kerkstraet, Charel la Via, taeffelhouder, (solvit) 24-5-1632 ƒ 5-00-00.
200e penning Schiedam 1631:[895] Corte Kerckstraet, Charel la Via, tafelhouder, ƒ 5-00-00.
200e penning Schiedam 1635:[896] Charel la Via, ƒ 5-00-00.
200e penning Schiedam 1638:[897] Charel de la Via, taeffelhouder, ƒ 5-00-00.
Haarstede- of Schoorsteengeld Schiedam 1644:[898] Charles la Via ƒ 4-00-00.
200e penning Schiedam 1644:[899] Charel la Via, tafelhouder, ƒ 5-00-00.
200e penning Schiedam 1646:[900] Charles la Via, tafelhouder, ƒ 5-00-00.
200e penning Schiedam 1652:[901] Charles Lavia, solvit 10-2-1653, ƒ 15-00-00.
Op 30-7-1631 constitueert Francisco la Via, wonende te Enkhuizen, Joan van Ophoven, klerk ter secretarie te Schiedam om de gifte te ontvangen van een huis en erf in de Korte Kerkstraat, mitsgaders het kleine huisje daar bezijden aan staande in 's-herensteeg, door hem gekocht van Charel la Via zijn zoon. [902]
Op 13-12-1632 constitueert Hercules Honcx, gehuwd met Elijsabeth Boudeloot, wonende te Utrecht, Seger Maertensz, tegenwoordig schepen van Schiedam om te innen de penningen die hem toekomen voor zijn gedeelte van Anthonis de Rijde over de koop van de Tafel van Lening, huizing, panden en gevolgen in de stad Delft van Charles la Via en over de koop van de Tafel van Lening etc. deze stad. [903]
Op 2-6-1636 hebben Pieter van Waesberghen, bouckvercooper te Rotterdam, en zijn zwager Charles Lavia taeffelhouder van de Banck van Leeninghe te Schiedam, een geschil omtrent de eigendom van de Bank van Leening. Na arbitrage belooft Lavia 1.150 gulden aan Van Waesbergen te betalen. De arbiters zijn: Jan van Aller, notaris en procureur, en mr. Davidt van Hoogenhuysen te Amsterdam. [904]
Op 14-7-1636 bekent Charles Lavya, taeffelhouder van de Bank van Leenninge te Schiedam, met toestemming van zijn zwager Pieter van Waesberghen, bouckvercooper, schuldig te zijn de somma van 1.000 gulden aan Jan Jacobsz Ketelaer, sulversmit. [905]
Op 27-9-1637 verklaren Chaerles Lavia ter ene, en Jan Pietersz Saeselaer of Taeselaer, woonachtig te Vlaerdingen, eigenaren voor de helft in de Banck van Leeninge in Schiedam ter andere zijde, dat ze de Bank en de beleende goederen geinventariseerd hebben, en komen tot een bedrag van 2876 pond vlaems, 7 schellingen, 4 duiten, dat hun elk voor de helft toebehoort, Charles Lavia zal de bank als cassier beheren, administratie voeren en bedienen zoals dat gebruikelijk is, voor 250 gulden. [906]
Op 22-4-1638 compareerde te Schiedam Charles Lavia, met zijn wettige huisvrouw Lijsbet Samuels, poorter en poorteresse van Schiedam, wonende in de Corte Kerckstraet, tot het maken van hun testament. Revocerende en te niet doende alle voorgaande testamenten, en nu opnieuw disponerende over hun natelaten goederen, zo bepaalt en benoemt hij testateur, dat na zijn overlijden zijn huisvrouw Lijsbet Samuels, onverminderd de helft van de boedel van zijn nagelaten goederen een kindsgedeelte zal ontvangen en zij testatrice benoemt tot haar universeel erfgenaam haar man Charles Lavia, mits deze gehouden aan haar zuster Maertge Samuels de somma van 200 gulden uit te reiken. [907]
Op 26-1-1647 compareerde te Schiedam Charel Lavia, Tafelhouder in de bank van lening binnen Schiedam, en verleende acte van procuratie aan Johan Wilsoets, notaris en procureur binnen Schiedam, om uit zijn comparants naam zich te begeven naar Purmerent, en aldaar te lichten en te vorderen copie authentyeq van de testamente bij zijn comparants vader en moeder, Francisco Lavia en juff. Cornelia Batibois, op 2 November 1642 gepasseerd voor notaris Jan Jacobsz. Grebber tot Purmerend. [908]
Op 20-9-1647 compareerden te Schiedam Charles Lavia, tafelhouder in de bank van Lening binnen Schiedam, met zijn wettige huisvrouw Elisabeth Samuels, beiden wonende binnen Schiedam in de Kerkstraat, tot het maken van hun testament, revocerende en te niet doende alle voorgaande testamenten goederen, zo bepaalt de testateur, dat een praelegaat van 2000 Car. guldens aan de kinderen verwekt bij zijn huisvrouw Elisabeth Samuels moet uitgereikt worden, en de verdere goederen zullen komen aan zijn testateurs natelaten kinderen, zowel bij zijn eerste huisvrouw Elisabeth Hespels, als bij zijn tegenwoordige huisvrouw verwekt, en de testatrice Elisabeth Samuels benoemt tot haar universeel erfgenaam haar man Charles Lavia, echter indien de testatrice geen kinderen nalaat, zal haar man terstond na haar overlijden aan haar zuster Maertge Samuels 1200 Car. guldens uitreiken enz. [909]
Op 9-11-1654 passeert te Schiedam een akte (boedelscheiding? openen testament?), blijkbaar n.a.v. het recent overlijden van Elisabeth Samuels, in leven weduwe van Charles la Via, in leven commys van de Banck van Leeninghe van Schiedam, waarin voorkomen: Hester de Bont, nicht van wijlen Elisabeth Samuels, Maertgen Samuels, zuster van Elisabeth Samuels, Hubrecht van Belle en IJemand Doelmansz, benoemd tot voogden door Elisabeth Samuels, en de nagelaten kinderen van wijlen Charles la Via, en van Elisabeth Samuels, mede overleden, te weten Anna la Via en Francoijs la Via. [910]
Op 10-2-1655 laten te Schiedam Adriaen Hissingh en David Maertensz Olsthoorn, gestelde voogden over de nagelaten weeskinderen van wijlen Jan Pietersz Haselaer, notaris Maerten Kouwenhove een acte van insinuatie betekenen aan het sterfhuis van Elisabeth Samuels, in leven weduwe van Charles la Via, commijs van de Banck van Leeninghe van Schiedam, en aan de voogden over het nagelaten weeskint van Charles la Via en Elisabeth Samuels. [911]
Op 14-3-1655 te Schiedam Charles la Via za., in leven gehuwd geweest met Elisabeth Hespels en daarna met Elisabeth Samuels. Zie met betrekking tot de belangen van het nagelaten weeskind van voorn. Elisabeth Hespels za. en dat van Elisabeth Samuels za., zowel als die van de zoon van voorn. Charles la Via, te weten Francoijs la Via: David Maertensz. Olshoorn, wonende te Vlaardingen. Zie met betrekking tot de belangen van het onmondige weeskind Rebecca la Via, dochter van Elisabeth Hespels en Charles la Via: Nicolaus Vermeulen, mede-voogd.[912]
| COMMENTAAR(¥) Over de voogdijschap is nog een tiental andere akten te vinden. Zie o.a 16 Augustus 1655 O.N.A. inv. no. : 770 blz: 1678 Zie rekening, bewijs en reliqua over het beheer van de goederen van voorn. Rebecca la Via. 30 December 1658. O.N.A. inv. no. : 771 blz: 914 |
Op 22-10-1660 te Schiedam akte over Charles la Via, in leven de vader van Rebecca la Via, en van Francoijs la Via, in zijn leven taefelhouder van de Banck van Leening binnen Schiedam, overhandigde 23-9-1653 aan Jacob Bollaert een besloten testament, hetwelk op 22-4-1654 in zijn sterfhuis in tegenwoordigheid van genoemde notaris werd geopend. [913] In bovengenoemd besloten testament had de testateur bepaald dat zijn tegenwoordige huisvrouw Elisabeth Samuels universeel erfgenaam is, mits gehouden de kinderen uit zijn eerste huwelijk met Elisabeth Hespels, en het kind verwekt bij Elisabeth Samuels te alimenteren enz. en bij mondige dage 2000 gulden uittekeren. [914] [915]
Op 23-1-1647 compareerde te Schiedam Rebecka Lavia, jongedochter, wonende binnen Schiedam, tot het maken van haar testament, waarin zij tot haar universeel erfgenaam benoemt, wanneer zij zonder kinderen komt te overlijden, haar vader Charles Lavia. [916]
Op 30-12-1658 wordt te Schiedam rekening, bewijs en reliqua gegeven aan Rebecca la Via, gehuwd met Hermanus de Neijt, nagelaten dochter van Charles la Via, in leven houder van de Bank van Lening te Schiedam, over de aan haar nagelaten goederen en gelden. Zie 13 November 1659 O.N.A. inv. no. : 771 blz; 1186, 1206 [917]
Op 5-7-1660 compareren te Schiedam Jacobus van Gouders, gehuwd met Hendrina Haselaar, wonend te Rotterdam, enige dochter van Claes Jansz Haselaer, universeel erfgenaam en zoon van za. Jan Haselaer, David Olshoorn en Adriaen Hissingh, voogden over Henrina Haselaer, dochter van Jan Haselaer en Teuntge Claes enerzijds, en Pieter Doelmans, gehuwd met Anna la Via, in deze geassisteerd met IJemand Doelmans, zijn vader, Hermanus de Neijt, als man en voogd van Rebecca la Via, beide wonend te Rotterdam, en Francois la Via, wonend te Schiedam anderzijds. Zij maken een overeenkomst inzake medebezit van de Bank van Lening te Schiedam en bijkomstigheden. [918]
Op 22-10-1664 machtigt te Schiedam Harmanus de Neijt, wonende te Schiedam, N. Balbiaen, notaris en procureur te Gouda, om van Hubert van Goting, wonende te Gouda, te ontvangen 44 gld. 6 st. wegens geleverde kruidenierswaren. [919]
Op 4-11-1666 verklaart Hermanus de Neijdt, wonende te Schiedam, tafelhouder van de Bank van Lening, Franchoijs la Via, zijn zwager, schadeloos te stellen voor de obligatie ten behoeve van Cornelis Ormea, wonende te Haarlem, ten behoeve van 400 gulden. [920]
Op 26-5-1667 verklaart te Schiedam Hermanus de Neijdt, wonende te Schiedam, verhuurd te hebben aan Catharina van Pelt, weduwe van Gerard Pelt, wonende te Rotterdam, welke eigendom is van Samuel Lamot, koopman te Londen, gelegen aan de Nieuwstraat voor 75 gulden per jaar. [921]
Op 26-11-1667 passeert te Schiedam door Hermanus de Neijt, commies en mede-participant in de Bank van Lening te Schiedam, als principaal, en Pieter Doelmans, eveneens participant, wonende te Rotterdam, mede als principaal en als borg, zijn zwager, een schuldbekentenis ten behoeve van Steven Cornelisz, wonend te Overschie. [922]
Op 29-2-1668 verklaart te Schiedam Hermanus de Neijdt , tafelhouder van de Bank van Lening, wonende te Schiedam, op verzoek van Isack Hessingh, schepen te Schiedam, dat hij nooit aan Maerten Couwenhoven of Samuel Lamoth heeft overgedragen een huis en tuin gelegen aan de oostzijde van de Nieuwestraat te Schiedam, maar dat hij aan Couwenhoven voorn. heeft verzocht om van de eerste huur van het voorn. huis te worden ontslagen. [923]
Op 18-10-1644 compareerde te Schiedam Franciscus Charles Lavia, jongman, wonende binnen Schiedam, tot het maken van zijn testament, waarin hij tot zijn universeel erfgenaam benoemt, indien hij zonder kinderen komt te overlijden, zijn vader Charles Lavia. [924]
Op 21-12-1649 compareerde te Schiedam Franchois Lavia, jongman, oud omtrent 20 jaren, wonende binnen Schiedam, van mening zijnde voor onder-chirugijn naar Westindien te varen, en verklaarde te approberen en van waarde te houden zijn testament op 18 October 1644 gepasseerd voor notaris Wilsoets alhier, maar daaraan te verbinden de volgende bepaling. Indien zijn vader, in het vorige testament tot zijn erfgenaam benoemd, voor hem testateur komt te overlijden, zo zullen zijn natelaten goederen geërfd worden voor de ene helft bij zijn susters, en voor de andere helft bij zijn stiefmoeder Lijsbeth Samuels. [925]
Op 12-10-1652 compareerden te Schiedam Franchoijs la Via, chirurgijn, en zijn huisvrouw Helena Blocq, wonende tot Capelle op den IJssel, tot het maken van hun testament, revocerende en te niet doende alle voorgaande testamenten, en nu opnieuw disponerende over hun natelaten goederen, zo benoemen zij elkander tot universeel erfgenaam van de nagelaten goederen, van de eerststervende van hun beiden, mits de langstlevende gehouden is aan de naaste bloedverwanten van de eerststervende zes car. guldens uittereiken, en wanneer de eerststervende kind of kinderen komt na te laten, is de langstlevende gehouden deze te alimenteren enz. en bij mondige dage of huwelijk behoorlijk uittezetten, hetwelk de kinderen als hun erfdeel moeten beschouwen. [926]
Op 1-7-1653 compareerden te Schiedam Franchoijs la Via, chirurgijn, en zijn huisvrouw Helena Blocq, wonende binnen Schiedam, tot het maken van hun testament, revocerende en te niet doende alle voorgaande testamenten, in het bijzonder het testament gepasseerd voor notaris Jac. Bollaert 12 October 1652, en nu opnieuw disponerende over hun natelaten goederen, zo benoemen zij elkander tot universeel erfgenaam van de eerststervende van hun beiden, mits de langstlevende gehouden is de kind of kinderen te alimenteren enz. en bij mondige dage of huwelijk (zo de testateur de langstlevende is) 1500 car. guldens uittereiken, en zo de testatrice de langstlevende is 1000 car. guldens, en wanneer er geen kinderen zijn, zal de langstlevende aan de naaste bloedverwanten van de eerststervende 12 guldens uitreiken. [927]
Op 14-3-1655 compareren te Schiedam David Maertensz Olshoorn, wonende te Vlaardingen, en Adriaen Hissingh, wonende te Schiedam, tesamen voogden zowel over het nagelaten weeskind van za. Jan Pietersz Haselaer, als over het weeskind van zijn zoon, verder Hubrecht van Belle en IJmand Doelmansz, beide wonend te Rotterdam, als gestelde testamentaire voogden over het nagelaten weeskind van za. Elisabeth Samuels, die weduwe was van wijlen Charles la Via, tenslotte nog Nicolaus Vermeulen, burgemeester, en Gillis van der Eijck, raad en vroedschap van Schiedam, als voogden over het onmondige weeskind van Elisabeth Hespels, welke de eerste vrouw was van voorn. Charles la Via, en Franchoijs la Via, zoon van voorn. Charles la Via, zij allen in die kwaliteit participanten en eigenaars van de Bank van Lening te Schiedam met het daarbij behorende huis, uitgezonderd voorn. Franchoijs la Via en het voorn. weeskind van Elisabeth Hespels, die tesamen alleen in het octrooij van de bank voor 1/9 part geinteresseerd zijn. Gezamenlijk zijn allen overeengekomen om tot commies en kassier van genoemde bank aan te stellen voorn. Franchoijs la Via, wiens vader gedurende lange jaren de directie over genoemde bank heeft gevoerd. [928]
Op 5-7-1660 compareren te Schiedam Jacobus van Gouders, gehuwd met Hendrina Haselaar, wonend te Rotterdam, enige dochter van Claes Jansz Haselaer, universeel erfgenaam en zoon van za. Jan Haselaer, David Olshoorn en Adriaen Hissingh, voogden over Henrina Haselaer, dochter van Jan Haselaer en Teuntge Claes enerzijds, en Pieter Doelmans, gehuwd met Anna la Via, in deze geassisteerd met IJemand Doelmans, zijn vader, Hermanus de Neijt, als man en voogd van Rebecca la Via, beide wonend te Rotterdam, en Francois la Via, wonend te Schiedam anderzijds. Zij maken een overeenkomst inzake medebezit van de Bank van Lening te Schiedam en bijkomstigheden. [929]
Op 22-10-1660 compareerde te Schiedam Francoijs la Via, wonende binnen Schiedam, zoon van wijlen Charles la Via, met nog andere erfgenamen, en verleenden acte van procuratie aan notaris Jacob Bollaert, die zich terstond moet begeven naar Enkhuizen, en daar te innen en te ontfangen een vijfde part van de somma van 2400 pond (f), aan hen comparanten gelegateerd volgens het testament van wijlen Francoijs la Via en Cornelia Batibois, hun grootvader en grootmoeder. [930]
Op 23-11-1661 compareerde te Schiedam Maerten Raesz, brandewijnbrander binnen Schiedam, en bekende verhuurd te hebben aan Francoijs Lavia, Tafelhouder in de Banck van Leening binnen Schiedam, die mede compareerde en verklaarde de huur te aanvaarden, vier morgen land, gelegen in de Nieuwlandse polder in de Ambachte van Kethel met de uijtterdijk over de ouwendijck gelegen, voor de tijd van twee, vier of zes jaren, tegen een jaarlijke huur van 272 Car. guldens, waarvan het eerste jaar met Kerstmis 1662 zal omgekomen zijn. [931]
Op 3-1-1662 koopt te Schiedam Franchoijs Lavia, Taeffelhouder in de Banck van Leening binnen Schiedam, stalling en erve staande en gelegen in de Raem van Trijntge Claesdr, bejaarde dochter. [932]
Op 10-12-1663 verklaren Cathalijntje Maertens, geb. ca. 1615, wonende te Schiedam, Liedewij Jans, geb ca. 1629, Judith Robbrechts, geb. ca. 1616, Maertje Theunis, geb. ca. 1611, Machtelt Heijndricks, geb. ca. 1631, Durffje Pieters, geb. ca. 1578, Aechje Sijbrants, geb. ca. 1615 en Hilletje Leenderts, geb. ca. 1612, allen wonende te Schiedam, op verzoek van Harmanus de Neijt en Pieter Doelmans, aandeelhouders in de Bank van Lening te Schiedam, dat zij dikwijls iets in pand geven aan de voorn Bank van Lening, en dat Franchoijs la Via dikwijls zeer laat kwam om hen te helpen, terwijl de service zeer gering was, en de Bank te vroeg werd gesloten. [933]
Op 15-12-1663 verklaart Grietge Engebrechts, gehuwd met Jan Jansz Schout, wonende te Schiedam, op verzoek van Harmanus de Neijt en Pieter Doelmans, dat zij ongeveer 20 weken voor dato Hilletge Leenders, gehuwd met Gillis van Cleeff, een rok heeft laten belenen voor 2 gulden, waarvoor zij 4 st. 4 penn. moest betalen, nl. 2 st. 4 penn. voor de Bank van Lening en 2 st. voor Hilletge Leenders voorn. welke rente zij 14 weken heeft betaald, maar de laatste 6 weken niet en waarvoor Franchois la Via haar heeft aangemaand. [934]
OP 19-12-1663 verklaren Neeltge Heijndricxsdr, weduwe van Joris Harbersz, Angenietge Maertensdr, huisvrouw van Alexander Stijnsz, Maertgen Ariens, huisvrouw van Frans Pietersz, Maertge Sijmons, huisvrouw van Vranck Gerritsz, Neeltgen Jacobs, huisvrouw van Wouter Huijbregtsz, Jaapge Willems, huisvrouw van Jacob Maertensz Cop, Armentge Joris, huisvrouw van Huijch Cornelisz, Maertge Fransdr, huisvrouw van Dirck Pietersz, Arientge Dircks, huisvrouw van Willem Evertsz de Gilde, Anna Ruijters, huisvrouw van Jacob Dircxsz Coppershoorn, Maertge Roelen en Jobge Jans, huisvrouw van Heindrick Eeuwouts, allen wonende te Schiedam, op verzoek van Francoijs la Via, tafelhouder van de Bank van Lening te Schiedam, door hem ten allen tijde zeer bereidwillig te zijn geholpen bij het inbrengen en lossen van panden. [935]
Op 20-12-1663 verklaren Annetje Cornelis, geb. ca. 1629, gehuwd met Dominicus Thielmansz, wonende te Schiedam, en Willemtje Willems, gehuwd met Cornelis Thielmansz, geb. ca. 1632, wonende te Schiedam, op verzoek van Harmanus de Neijt en Pieter Doelmans dat Annetje Cornelis voor een kledingstuk, dat zij door Willemtje ... naar de Bank van Lening heeft laten brengen, meer moest betalen dan zij ervoor ontvangen had, terwijl Willemtje Willems, die door Hilletje Leenders, gehuwd met Gillis van Cleeff, een kledingstuk naar de Bank van Lening heeft laten brengen ook veel meer moest betalen. [936]
Op 19-3-1665 wordt te Schiedam de balans opgemaakt van de participanten in de Bank van Lening te Schiedam, met name Francoijs la Via, Pieter Doelman en Hermanus de Neijdt. [937]
Op 18-3-1666 koopt te Schiedam Franchoijs Lavia, Taeffelhouder in de Banck van Leening binnen Schiedam, een derde part van een huis en erve staande en gelegen in de Kerckstraet binnen Schiedam, van Hermanus de Neijdt, in huwelijk hebbende Rebecka Lavia. [938]
Op 12-4-1666 koopt te Schiedam Franchoijs Lavia, Taeffelhouder in de Banck van Leeninge binnen Schiedam, van Pieter Doelman, in huwelijk hebbende Anna Lavia, een gerecht derde part in zekere huisinge en erve, staande en gelegen in de Kerckstraat binnen Schiedam, waarin de voorschreven Banck van Leening wordt gehouden, belegen hebbende aan de oostzijde Burgemeester Hodenpijl cum soiis en aan de westzijde Trijntge Jans, weduwe, strekkende voor de van de Niestraat tot achter aan s' heren straat, voor de somma van 400 car. guldens. [939]
Op 4-11-1666 verklaart te Schiedam Franchoijs la Via, tafelhouder van de Bank van Lening te Schiedam, te transporteren aan Pieter Doelmans, wonende te Rotterdam, en Hermanus de Neijdt, wonende te Schiedam de helft elk van zijn derde deel van het kapitaal van de Bank van Lening met alle bijbehorende renten, winsten, etc., terwijl hij tevens transporteert het huis aan de Kerkstraat te Schiedam, alwaar de Bank van Lening is gevestigd, voor het derde deel dat zijn eigendom is voor 400 gulden. [940]
Op 4-11-1666 verklaart Hermanus de Neijdt, wonende te Schiedam, tafelhouder van de Bank van Lening, Franchoijs la Via, zijn zwager, schadeloos te stellen voor de obligatie ten behoeve van Cornelis Ormea, wonende te Haarlem, ten behoeve van 400 gulden. [941]
Op 5-11-1666 compareerde te Schiedam Jan Pietersz Visscher, bouman, wonende in Langebackersoort, en verleende acte van procuratie aan mr. Pieter van Boschuijsen, chirurgijn binnen Schiedam, en aan Leendert Corsz van der Spit, wonende binnen Schiedam, om met hun beiden of elk in het bijzonder uit zijn comparants naam te vorderen en te ontfangen van Franchoijs Lavia, taefelhouder geweest in de Bank van Leening binnen Schiedam, de somma van 217 gulden 10 stuivers ter zake van gekochten koebeesten. [942]
Op 11-11-1666 compareren te Schiedam Hubrecht Gerritsz Keijser, voor zichzelf en vervangende Jannetje Lourisdr, Gillis van Castilio, Mr. Pieter van Boshuijsen, chirurgijn, vervangende Jan Mout en Geertje Arijensdr huisvrouw van Lucas Hu(brechtsz), allen hoofdcrediteuren van Franchois Lavia, tegenwoordig fugative. Zij raticiceren en approberen al hetgene wat door Sebastiaen Pesser, raad en vroedschap, mitsgaders Johan Veen, notaris en gezworene klerk alhier, als gestelde curator over de boedel van de voorn. Lavia is gedaan en om te vervolgen alle processen tegen Harmanus de Neijt en Doelmans nopende de Bank van Lening deze stad, als voor het Hof van Holland, en te vervolgen het proces tegen juffrouw Regnina Suijrwijns, als transport hebbende van de meubelen van de voorn. Lavia. [943]
Op dezelfde dag 11-11-1666 verklaren Sebastiaen Pesser, voor zichzelf en vervangende Mr. Johan Walbeecq advocaat Hof van Holland, beiden mede hoofdcrediteuren van de voorn. Lavia, zich met de voorstaande akte te conformeren. [944]
Op 26-11-1666 geeft Sebastiaen Pesser van Velsen, tesamen met Johan Veen, curatoren over de Bank van Lening en de desolate boedel van Franchoijs la Via, voorm. houder van de Bank van lening te Schiedam, akte van insinuatie en protestatie aan Hermanus de Neijdt en Pieter Doelmans, beheerders van de bank van Lening voorn. [945]
Op 30-11-1666 verklaren Hermanus de Neijdt, wonende te Schiedam, en Pieter Doelmans, wonende te Rotterdam, ter eenre, en Sebastiaen Pesser van Velsen, vroedschap en oud-schepen, en Johan Veen, klerk ter secretarie te Schiedam, als curatoren over de desolate boedel van Franchois la Via, voorm. tafelhouder van de Bank van lening te Schiedam, en tevens als gemachtigden van de crediteuren van Franchois la Via, ter andere zijde, door tussenkomst van Nicolaes Jonasz, burgemeester, Nicolaes van Driel, schepen, en Cornelis van der Dussen, secretaris te Schiedam, te zijn overeengekomen dat de Neijdt en Doelmans de Bank van Lening zullen houden benevens het huis waarin de Bank is gevestigd en de belasting ervan 800 gld. ten behoeve van Hendrickje Jans, weduwe, en de 400 gulden recognitie, mits zij de voorn. crediteuren schadeloos zullen stellen en nog zullen betalen 300 gulden voor onkosten. [946]
Op 23-4-1667 verklaart Emmitjen Arents, gehuwd met Carel Jansz Bril, wonende te Schiedam, op verzoek van Hermanus de Neijdt, tafelhouder van de Bank van Lening te Schiedam, dat Franchois la Via, gewezen tafelhouder van de voorn. Bank, enige tijd na zijn faillisement haar heeft gepoogd aan te zetten tot valsheid in geschrifte met betrekking tot de voorn. Bank, hetgeen zij geweigerd heeft. [947]
Op 5-7-1660 compareren te Schiedam Jacobus van Gouders, gehuwd met Hendrina Haselaar, wonend te Rotterdam, enige dochter van Claes Jansz Haselaer, universeel erfgenaam en zoon van za. Jan Haselaer, David Olshoorn en Adriaen Hissingh, voogden over Henrina Haselaer, dochter van Jan Haselaer en Teuntge Claes enerzijds, en Pieter Doelmans, gehuwd met Anna la Via, in deze geassisteerd met IJemand Doelmans, zijn vader, Hermanus de Neijt, als man en voogd van Rebecca la Via, beide wonend te Rotterdam, en Francois la Via, wonend te Schiedam anderzijds. Zij maken een overeenkomst inzake medebezit van de Bank van Lening te Schiedam en bijkomstigheden. [948]
Op 26-11-1667 passeert te Schiedam door Hermanus de Neijt, commies en mede-participant in de Bank van Lening te Schiedam, als principaal, en Pieter Doelmans, eveneens participant, wonende te Rotterdam, mede als principaal en als borg, zijn zwager, een schuldbekentenis ten behoeve van Steven Cornelisz, wonend te Overschie. [949]
2716. WILLEM ADRIAENSZ VAN DIJCK(¥).
2717. RIJCKGEN PETERSDR VAN NOORT(¥), beg. Utrecht 23-5-1625, koopvrouw in granen.
| COMMENTAAR(¥) Is hij mogelijk verwant aan Merrigen Ariaen van Dijcksdr, tr. Utrecht RK St. Jacob juni 1560 Pons Splintersz? [950]. |
| COMMENTAAR(¥)
Is zij verwant aan :
Alidt Fredericksdr van Noort, overluid ten Dom Utrecht 22-1-1593 [951], ex patre Frederick van Noort, pander in den hove van Utrecht, woonde bij Clarenburch ald., ovl. na 15-7-1597, tr. (1) voor 17-10-1562 Antonie Antonis Schaeyendr, ovl 1575, beg. Utrecht Buurk. [952]? Dirck Aelbertsz van Noort woont te Utrecht, tr. voor 1586 Sophia Gijsberts.[953] Jan Willemsz van Schayck, bakker te Utrecht, ovl. na 1535, tr. 1o Hubertge Willemsdr van Noort, vol voor 1529, dr. van Willem van Noort, ovl 1503/04 en Alijt NN, ovl. voor 1525, tr 2) voor 1535 Hannigen NN, ovl na 1560.[954] Op 9-9-1529 begeert Jan Willemsz van Schayck scheiding van Hubertgen zijn vrouw's zaliger erfgenamen.[955] Op 5-11-1532 vertegen Willem Jansz van Schayck en Aert Jansz vanSchayck van de erfenis van zaliger hun moeder Hubertgen ten bate van Jan Willem van Schayck, hun vader.[956] |
2718. HARMEN HARMENSZ VAN RAMSDONK, ovl. Utrecht voor nov. 1618, otr./tr. Utrecht schepenen/RK 24-9/1-10-1603
2719. SOPHIA WILLEM AERTS SOEST(EN), beg. Utrecht 14-4-1645, woont te Utrecht (1603).
2720. JAN DE RIDDER(¥), ovl. ca. 1616, kammer, afkomstig van Brugge (1590), otr. Leiden geref. 13-1-1590 (get. van de bruidegom Jan Date, zijn bekende, afkomstig van Iperen, en Jan Clavijs, zijn bekende, afkomstig van Doornic, get. van de bruid Grietgen Roelensdr, haar bekende)
2721. JANNETJE NN, afkomstig van Cassel (1590),
tr. 1o voor 1590
ADRIAEN GELEMAN.
| COMMENTAAR(¥)
Hij is mogelijk verwant aan Jacob de Ridder, passementmaker uit Engeland,
die op 21-6-1593 te Leiden wordt doodgeslagen door Joost van Ackeren,
saaivolder, die daarvoor op 1-6-1594 wordt veroordeeld tot levenslange
verbanning[962].
Ook is hij mogelijk verwant aan Aert Willemszn de Ridder, die een huis bezit te Leiden (24-5-1551).[963] Voorts worden in de periode 1576-1603 als poorters te Leiden genoemd :[964] Claes de Ridder, Anthony de Ridder uit Artois, Glaude de Ridder uit Armentieres, Jacques de Ridder, zn. van Anthony de Ridder, en Vincent de Ridder. |
2722. NN PIT.
2724. DAVID JANSZ CAPERMAN, geb. vóór ca. 1575, ovl. 1627/28,[965]
treedt op als borg voor zijn broer Dirk (1598..1606) en voor anderen (1623..1627),
schepen van Geervliet (1599..1608),
binnenlands hoogheemraad van Putten (1607),
belender te Geervliet (1607),
bij de Herenstraat (1614),
met bruikwaar (1616),
borgemr. van Geervliet (1624..1627),
[966]
tr. 2o [967]
ARIAENTJE PIETERS, tr. 3o voor 1625
CLAESYE PIETERSZ, ovl. na 1638, geref. lidmaat op belijdenis te Geervliet 28-12-1625,
belendster (1631),
woont als zijn
weduwe (1638) op de Kay te Geervliet [968]. Hij
tr. 1o voor 1599[969]
2725. MACHTELT CORNELIS, geb. vóór ca. 1580, ovl. vóór 28-7-1608 [970].
Op 12-2-1599 bekent David Jansz Caperman, schepen, aan zijn schoonvader Cornelis Maartensz een schuld van £ 1000 wegens koop van een huis (belend o. Cornelis Maartensz huis en erf, w. het gasthuis met het stadhuis, n. 's heren weg). Geroyeerd in 1615. [971]
Op 15-12-1605 verzekert David Jansz Caperman pp. voor ? t.b.v. Paulus van Beresteijn te Delft een schuld van ƒ 4000 op: - het gerechte part van land in Guldeland, zijnde 11 G tiendvrij; - 5 G aan de Deurlo (belend het erf van Cornelis Cornelisz Bakker); - een derde part van 16 G in het Noordeland, belast met 17 tot 18 stv. erfpacht per gemet en per jaar; - 3 G wei aan de Zeugeweg; - 3 ½ G aan de Dankertseweg; - 5 G genaamd de Lange Vijf Meten (belend: Leendert Pietersz); - 2 G in de Indercamp (belend de Bronckhorsten); - 4 G 100 R aan de Polderweg (belend de jonge Baertwijk); - 2 G (belend het weeshuis in Den Haag); - ? aan de Conijndijk - ? - 6 G 57 R in Oud Hoenderhoek (belend de Hoenderhoeksedijk), belast met een erfpacht van de helft in ƒ 50 en nog met 7 stv. en een blank per gemet per jaar; - een derde van een vierde part in 6 G 269 R in Nieuw Hoenderhoek met de gevolgen (belend de jonge Jacob Jacobsz) en van 1 G 95 R (belend Herman Jacobsz); - ? - ? Aan het slot van de akte vermeld Floris van Rijn en Joost van Rijn. [972]
Op 5-8-1606 transporteren Hendrik Jansz wonende op de Conijndijk en Philip Huijgen wonende te Spijkenisse aan David Jansz Caperman twee delen van 4 G land in het Noordelandeken. [973]
Op 7-5-1608 transporteert David Jansz Caperman, mede-schepen, aan Paulus van Beresteijn zijn twee delen in dijk en gors, gemeen met Hendrik Jansz, eertijds behorende tot de gevolgen van 4 G toekomende deels de erfgenamen van Aartje Cuijpers, deels aan Leendert Pietersz Romeijn. [974]
Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz wonende aan de Conijndijk aan Paulus van Beresteijn zijn derde deel in dijk en gors, gemeen met David Jansz Caperman, als in voorgaande akte. [975]
Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz wonende aan de Conijndijk aan David Jansz Caperman 4 lijnen land in Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. de weeskinderen van David Jansz, n. de achterdijk, o. verkoper). In marge: niet gepasseerd. [976]
Op 7-5-1608 transporteert Hendrik Jansz aan de Conijndijk met Pieter Harmensz mede aldaar als borg aan David Jansz Caperman 4 lijnen in het Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. de weeskinderen van David Jansz, n. de Achterdijk, o. koper). Land is belast met 20 stv. per gemet en per jaar t.b.v. de Grafelijkheid en Arie van Egmond. [977]
Op 28-3-1624 transporteert Jacob Boot als curator in de boedel van Frans Cornelisz Bakker aan David Jansz Caperman geprocreëerd bij Ariaantje Pieters en die van Lenaart Ariens geprocreëerd bij Nelletje Pieters(¥) - 2 ½ G teelland in Oud Markenburg op kaartnr. 141 (belend z. en n. voornoemde kinderen, w. de Hogelandseweg, o. de vronen) - 8 ½ G land met gevolgen in Nieuw Noordeland (belend z. de Noorddijk, w. Crijn Dirksz, n. de nieuwe dijk met aanwas en de Maas, o. de kinderen voornoemd). [978]