This page was last updated : 110902.
File size is: 652 k.
Kwartierstaat Van Schothorst
Generatie 13
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Van Schothorst,
version 9.4,
Muiden, 2010.
© Copyright 2011 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Van Schothorst Gen. nr. 13

4096. HENRICK OLTHEIJNEN (ook genaamd HENDRIK DE OUDE).

4098. WILLM VAN WENCKUM (WENCKEM), tr.

4099. HENRIGEN (HENRICHEN) VAN DRONCKELER.

Wapen Van Dronckeler : In groen boven een gouden vierkant kruis met onder drie gouden zespuntige sterren, 2,1 geplaatst.[4]

4320. ARISS (WILLEMS), ovl. vóór 1597 [8], tr.

4321. GOERTGEN GOOSSENS.

vul aan HV 1/5

4328. JELIS HAELBOOM, geb. ca. 1540-1550, ovl. 1623/24, landbouwer (1598), actor in een proces [12].

Op 9-5-1598 verkrijgt Jelis Haelboom, landbouwer, vernieuwde oprukking van het herengoed Haelboom
vul aan HV 1/54

4342. JAN JANSEN VAN SCHARRENBURG (alias JAN VAN BARNEN), ovl. verm. Lunteren 1609,[20] eigenaar en bewoner van Scharrenburg in het Nederwoud onder Lunteren,[21] tr.

4343. LYSGHEN SARREN, ovl. vóór 1605.

4450. HERMAN TEN BRINK, geb. vóór ca. 1545, te Beekbergen? tr. vóór 1570[25]

4451. HENDRIKJEN JANS, geb. vóór ca. 1550.

4528. =2240. JAN CORNELISZ (HOMOET).

4888. RIJCKHOLT WOUTERS.

vul aan VG 22(1997)246

4992. ARNT HENRICXEN DROST, koopt de helft van Hullemansgoet te Nunspeet (1579), tr. vóór 1579

4993. WOBBE NN.

5008. AERT ROLOFS (TOE WESTENDOROP), geb. ca. 1545.

5016. GERRIT JANSEN FORSTELMAN, geb. ca. 1540, te Apeldoorn. wordt genoemd in het Tynsregister van Apeldoorn [29]: Roelof Gerrits te Wormingen, voor dezen Jacob Forstelman, Postea Gerrit Jans Forstelman.

vul aan VG 24(1999)251, 25(2000)292

5020. JAN BRUYNISSEN (BROENISSEN), geb. ca. 1560, te Epe.

vul aan VG 24(1999)251

5022. REIJN(D)ER ANDREESEN, geb. ca. 1565.

vul aan VG 24(1999)251

5218. ARENT (VAN KEGELENBERGH), geb. vóór ca. 1565.

5298. WILLEM PIETERSZ geseyt DE CLEYNEN (CLEYN, DE CLEYNE WILLEM) alias PENNINCK, geb. vóór ca. 1560, ovl. vóór 1626, vermeld als landgebruiker in de Nieuw-Reyerwaard (1573), afkonmstig van Ridderkerk (1585), wordt geref. lidmaat te Ridderkerk 23-6-1601 op belijdenis,[43] boer aan de Grasdijck in Nieuw-Reyerwaard (1575), betaalt 100e penning voor land gepacht in de polder Oud-Reyerwaard (1579, 1581), koopt tienden in Nieuw-Reyerwaard (1594..1599), otr. 1o voor 1584[44] NN (LEENTJE ADRIAENSDR(?) ARYSWAGER?), ovl. vóór 1584, otr./tr. 2o Ridderkerk 3-12-1584/5-1-1585[45]

5299. BAELTGE PIETERSDR HUYBERTS, geb. vóór ca. 1565, ovl. 1627-1632, afkonmstig van Ridderkerk (1585), wordt geref. lidmaat te Ridderkerk 7-4-1601 op belijdenis,[46] betaalt verponding voor een huis in Nieuw-Reyerwaard (1627).

Willem Pieters huurt sedert kerstmis 1573 een perceel land van 1 morgen in de Nieuw-Reyerwaard voor zeven jaar in uit de geannoteerde landerijen van Jacob Pijnssen van Steenhuysen.[47]
Rond 1575 kreeg Wyllem Pyetersz an den Grasdijck in de hoef "Wyllem Heermansz (Harmansz.) XXVI Maerghen 500 Roeden" (of 5 hont) in Nieuw-Reyerwaard een perceel ter grootte van 2½ morgen 1½ hont in eigendom, terwijl hij daarnaast in die hoef nog eens vier percelen van in totaal 7 morgen 3½ hont huurde van diverse particulieren uit Den Haag, Dordrecht, Rotterdam en Bolnes, o.a. ook de met kerstmis 1573 in huur genomen 1 morgen van Jacob Pijnssen van Steenhuysen.[48]
Op 20-9-1626 compareren Baeltgen Pietersdr., weduwe van Willem Pietersen Penninck, geassisteerd met P(iete)r Jacobsen Craennendoncq, haar gekozen voogd, aan de ene zijde, en P(iete)r Willemsen Penninck, voor hem zelf, Corn(elis) Cornelissen Niesen, man en voogd van Leentgen Willemsdr, Lenert Pietersen Noteboom, man en voogd van Sijtgen Willemsdr, Jacob Ariensen, getrouwd met Bastiaentgen Willemsdr., en Pietertghen Willemsdr en Stijntgen Willemsdr, met hun voornoemde broer P(iet)r Willemsen Penninck, als hun voogd, en Willem Otten en Leentgen Otten, kinderen van Leentgen Willemsdr, met hun voogd Willem Leendertsen Aryeswaeger, allen kinderen en kindskinderen van zaliger Willem Pietersz Penninck, ter andere zijde, teneinde te komen tot uitkoop. Baeltgen Pietersdr zou de woning met "berch, schuyr, boomgaert" etc. met de meubelen, have etc., 4 morgen eigen land en nog 6½ morgen bruikland bij de woning behouden en daarvoor zou zij aan haar kinderen en kleinkinderen gezamenlijk 1250 ponden in termijnen uitbetalen. Haar zoon Pieter kreeg daarenboven nog 100 ponden voor gedane diensten. [49]
Op 14-5-1632 compareerden Adriaen Willemsen, voor hem zelf, Cornelis Cornelissen Niessen, man en voogd van Leentgen Willemsdr, Lenert Pietersen, man en voogd van Sijtgen Willemsdr, Jacob Ariensen Polderman, man en voogd van Bastiaentgen Willemsdr, en de voornoemde Adriaen Willemsen Penning, als voor deze gelegenheid gekozen voogd van zijn zusters Stijntgen en Pietertgen Willemsdr, gezamenlijk kinderen en erfgenamen van Baeltgen Pietersdr. Zij transporteerden aan (hun broer) Pieter Willemsen Penning zes 7e parten van een "woninge, berch, keeten, boomgaert" etc. met de 4 morgen eigen land waar deze woning op stond, gelegen in Nieuw-Reyerwaard in Willem Harmansen XXVI Mergen, als zijnde de Xle Houve in het dorpscohier. Dit goed strekte van "den oudreyerwaertse grasdijck" tot aan "willaerts dijcxke". Tevens droegen zij zes 7e parten over van de bij deze boerderij behorende huurlanden. [50]

5380. PIETER GOVERTSZ VAN WIJN(¥), "coorencooper" wonende "in den Dorpe van Maeslant", benoemde bij zijn testament van 23-3-1623 (bekrachtigd met een pentagram), [52] tot zijn erfgenamen zijn beide zoons.

Handtekening van Pieter Govertsz van Wijn. [53]
klik op plaatje(s) om te vergroten


COMMENTAAR(¥) Vooralsnog onduidelijk is of de volgende vermeldingen met hem in verband staan :
Govert van Wijn, raad in het Hof van Holland, gehuwd met de enige dr. van jonkheer Henrick Crusinck, heer van Benthuysen (1586) [54].
Pieter Govertsz, beg. Naaldwijk 1-6-1641 (Rekeningen. kerkmr. ƒ 4,--) in een oud graf, 5 x luiden [55].
Pieter Govertsz, schuytvoerder, betaalt 10 gld/jaar wegens huur van 16 hond vlietland tussen de Vlieten, vermaakt door Maertgen Jansdr, wed. van Dirck Anthonisz, volgens testament van 5-1-1590 aan de Heilige Geestmrs. te Maassluis [56].
Pieter Govertsz pacht voor 4 sc. de henneptiende te Vlaardingen (1536) [57].
Govert Pietersz, brouwer te Delft, wordt op 10-3-1557 beleend met 2 1/2 morgen in een perceel van 7 morgen 4 1/2 hond land te Maasland in het ambacht Dorp in Buytenveen, leenroerig aan de hofstede Hodenpijl [58].
Thijs Govertsz, voor ƒ 3,-- (1544)[59] , £ 6,-- (1553)[60] en £ 4,-- en £ 6,-- (1559)[61] , en £ 9,--,-- (1561) [62] getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis,
Goverts Aertsz, voor ƒ 3,-- getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis (1544)[63].
Govert Pietersz, voor ƒ 3,-- (1544)[64] en £ 3,--,-- (1561)[65] getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis

5382. JACOB CORNELISZ (VAN VELDEN)(¥), geb. vóór ca. 1555, ovl. na 1598, belender te Wateringe (1568)[84], leenman (1572..1598), schuytvoerder te Maassluis.

COMMENTAAR(¥) Te Schipluiden komt in 1616 vijf maal een Jacob Cornelisz voor als geref. lidmaat [85]. Is bovenstaande Jacob Cornelisz soms identiek met een van hen?
Wat is het verband met Crijn Jaspersz van Velden, tr. Lijsbet Maertensdr. (1653).[86]
Jan Jacobsz van Velde, ovl. Maassluis 1657 in de Zuidbuurt, en Marijtje Vrancksdr, zijn h.v. (ovl 1652), genoemd als lidmaten van Maasland (1640).[87]
Jan Gerritsz van Velde, ovl 1640-verm. 1663, genoemd als lidmaat van Maasland (1640).[88]

==== BELENINGEN ====
Hontshol (nr. 94) : 8 hond land (gemeen met het godshuis van Maeslant, 1423), te Maasland[89] :
20-9-1572 Jacob Cornelisz van de Velde bij dode van zijn vader Cornelis Jacobsz.
28-1-1598 Jan Jansz Thoen na overdracht door zijn vader Jacob Cornelisz van de Velde(¥).

COMMENTAAR(¥) sic! Jan Jansz Thoen is zijn zwager, zie [90]


Hontshol (nr. 95) : 13 hond land (gemeen met Jan van der Woude, Bertelmeus Bertelmeusz en zijn vader, 1423) te Maasland [91] :
beleningen als hierboven bij Hontshol nr. 94.

Hodenpijl (nr. 8) : 4 morgen land met een huis te Maasland (bewoond door Boudijn van de Velde Muysz, 1369) [92] :
25-1-1537 : Vranck Jacob Cornelisz te Wateringen bij dode van zijn vader Jacob Cornelisz.
1570 : Cornelis Jacobsz oom van en na overdracht door zijn broer Vries Cornelisz [93]
1572 : Jacob Cornelisz van Velden na dode van zijn vader Cornelis Jacobsz[94].
1594 : Dirck van den Velde na overdracht door Jacob Cornelisz van Velden.
1621 : Cornelis van den Velden bij dode van zijn vader Dirck van den Velden

Wateringen (nr. 5) : 3 morgen land te Wateringen [95] :
20-9-1572 Jacob Cornelisz van Velde bij dode van zijn vader Cornelis Jacopsz.
6-2-1580 Jacob Cornelisz van Velde draagt over aan Willem van Hoof.

Lek (nr. 53B) : 2 morgen land te Maasland [96] :
1572 Jacob Cornelisz van Velde na dode van zijn vader[97]
25-9-1590 Jan Jansz Thoen na overdracht door Jacob Cornelisz van de Velde (die het blijkbaar van zijn vader heeft geërfd (LL)).

Heilige Geest Maassluis :
Jacob Cornelisz, schuytvoerder, betaalt 20 st. wegens huur van een werf (vóór ca. 1590).[98]
Jacob Cornelisz van Velde bezit het Noordweer te Maassluis.[99]

Grafelijkheid (nr. 9) : tiende buitendijks in Zuyt Maeslant, strekkende vanaf Maritgen Adriaensdr, wed. van Cornelis Jacobsz tot Spijckerboortshouck :
1601 Jacob Cornelisz in Velden pacht het voor 11 pond.[100]

5408. WILLEM (BREUR?), geb. vóór ca. 1555, vooralsnog alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon:

5410. ARIJEN ARIENSS SCHRAM, geb. vóór ca. 1550, ovl. ca. 1597, woonde te Maassluis, tr. vóór 1574

5411. MAERTGEN DIRCXDR (anders genaemt Maertgen Jans), ovl. kort voor 1614.

Op 21-9-1614 wordt Adriaen Willemss Breur, wonend te Maassluis, gemachtigd door de erfgenamen van Maertgen Dircxdr zaliger, anders genaemt Maertgen Jans. Als erfgenamen worden genoemd: Adriaen Willemss Breur (nomine uxoris), Claes Meess (nomine uxoris), Corn. Corneliss Reus (nomine uxoris) en Corn. Adriaenss. [109]
Op 26-4-1615 wordt hij wederom gemachtigd, als gehuwd met Willemijntge Adriaens, door de erfgenamen van Maertgen Dircxdr zaliger, anders genaemt Maertgen Jans. Als erfgenamen worden genoemd: Cornelis Adriaenss Schram, Willemijntge Adriaens, Maertgen Adriaens, geh. met Claes Meess, Neeltge Adriaens, geh. met Corn. Corneliss Reus. [110]
Op 20-9-1643 wordt een getuigenis afgelegd over Arijen Arienss Schram gewoond hebbend te Maassluis, overleden ca. 1597, vader van Willemtge Adriaensdr en Maertgen Adriaensdr. [111]

5412. GERRIT ROCHUSZ, kuiper.

5414. PELLE JACOBSZ, ovl. 1623-1640, parentatie niet bewezen, stierman wonende te Vlaardingen (1599), poorter van Vlaardingen (1623), tr. vóór ca. 1590

5415. AELTGEN ARENTS CRUIJCK(¥), geb. ca. 1545, ovl. na 1623, parentatie niet bewezen, tr. 1o vóór ca. 1580 JASPER CORNELISZ, met wie zij "ontrent negen jaren in wettelijcke huijshoudinge heeft geleeft".

COMMENTAAR(¥) In 1598 is sprake van een schipper Cruijck op de Rode Galei.[122] Is hij verwant?

Op 31-1-1599 constitueren Pelle Jacobsz, stierman wonende te Vlaardingen en zijn gemene reders, Cornelis Joorisz van Schiedam burger en inwoner van de stad Embden, om aldaar te vernemen naar 11 netten, welke door de voorn. stierman in zee zijn verloren. [123]
Attestatie d.d. 29-3-1623 Ten versoucke van Louris ende Dirck Ariensz van der Houve cum socijs: Compeerde Aeltgen Arents Cruijck out ontrent 78 iaren, iegenwoordich huijsvrouwe van Pelle Jacobsz poorter deser stede. Ende verclaerde bij hare vrouwe waerheijt in plaets van eede, waerachtich te zijn dat deposante ontrent negen jaren in wettelijcke huijshoudinge heeft geleeft met Jasper Cornelisz haer vorige man. Twelcke was een broeder van zaliger Maritgen Aelbrechts dije een soon hadde genaemt Pieter Meesz. Verclaerde voorts overzulcx mede wel te weten, dat de voorsz. hare zaliger mans als Maritgen Aelbrecht moeder noijt geen heele noch halve broeders off zusters heeft gehadt, noch oock d'gemelde hare zaliger mans moeder immermeer ijets daervan horen vermanen te hebben, niettegenstaende sij deposante inde sieckte daer in sij ontrent anderhalff iaer was, haer continuelijcken gedient ende hantreijckinge gedaen heeft tottet overlijden toe. Affirmeerde mede sij deposante sedert de bevestinge vant huwelick tusschen haer ende dvoorsz. Jasper Cornelisz, altijts goede ende familiare kennisse gehouden te hebben met desselffs moeder ende Maritgen Aelbrechts, beijden voorgeroert. Ende mitsdien vant voorsz. gedeposeerden goede kennisse te hebben. Actum den 29 Martij 1623. Was getekend: Lambrecht Christoffelsz Waelwijck. [124]

5416. JAN JANSZ SCHIM(¥), ovl. 1591-1606,[145] wiens huijsinge voor ƒ 8,-- getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis (1553)[146], belender, bezit een laan en sloot in vlietland aan de Maeslandse sluizen (1591)[147], tr.

5417. ANNA DOESSEN, ovl. 1606,[148]

COMMENTAAR(¥) Is hij (verwant) aan NN Schimme, voor ƒ 6,-- getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis (1544)[149].

Op 2-2-1577 heeft Cornelis Jacobsz de Corte, scheepstimmerman, verkocht aan Jan Jansz Schim van Maassluis een nieuw veerschip zo het van stapel gelopen is. Prijs ƒ 84 van 40 gr. Vlaams, te betalen op 2 termijnen. Gedaan onder verband van waterrecht. Borg: Jan Jorisz, veerman van Maassluis. [150]
==== BELENINGEN ====
Grafelijkheid nr. 25 : 7 morgen land te Maasland leenroerig aan de graaf :
7-2-1582 : Jan Jansz Schim.
29-9-1599 : overdracht van de helft van het leen aan Frans Willem Patijn te Maeslandersluijs [151]
17-4-1606: komt de andere helft aan Doe Jansz Schim bij dode van zijn vader[152].
3-8-1610 : 3 hond ten eigen tegen 120 pond, deze mogen door zijn moeder Anna Doensdr van de hoogheemraden van Delfland worden opgehoogd om er huizen op te zetten daar zij in het boezemland liggen.
Leen verminderd tot 3 morgen.
1-15-1615 : Adriaen Breur de Jonge onmondig, hulde door zijn vader Adriaen Adriaensz Breur de Oude, na overdracht door Doe Jansz Schim.
8-7-1619 : Vranck Doesen van der Houff (zie ook [153] tzt kw.) na naasting ten laste van Adriaen Adriaensz Breur de Oude en diens zoon Adriaen.
Archief van het burger weeshuis :[154]
10-7-1606: Adriaen Aertsz. Waert, schout, Adriaen Cornelisz. Hensbrouck en Jan Louwerisz, schepenen te Wateringe, oorkonden dat Adriaen Doesz, Arent Doesz en Jacob Doesz, elk voor 1/6 deel. Anna Doessen, weduwe van Jan Jansz Schim, met haar zoon Willem Jansz Schim, seylmaker, mede na-mens haar zusters en broers voor 1/6 deel. Adriaen Doesz als voogd van de kinderen van wijlen Rutger Abrahamsz, gehuwd met Stijntgen Claesdochter, en Harmen Heyndricksz, gehuwd met Stijntgen, de weduwe van Floris Claesz, voor 1/6 deel, verkopen aan meester Franchois Vranckenz, raad in de Hoge Raad in Hollant, een woning, huis, bijhuis, schuren, bergen, potinge en plantinge met 25 1/2 morgen land in Naeltwijckerbroock te Wateringe, dat zij hebben geërfd van Cornelis Doesz, die er op woonde, n.1. 5 1/2 morgen, zijnde de helft van een strekweer, waarop het huis staat, een heel strekweer, groot 10 morgen, ten westen van het vorige, belend ten noorden: de Broockweg, ten zuiden: de Sweth, ten oosten: Jan Aertsz met bruikwaar, ten westen: de ontvanger Mierop; 3 morgen belend ten noorden: de pastorie van Warmont en de landsadvocaat van Hollant meester Jan van Oldebarnevelt, ten oosten en zuiden: genoemde meester Jan, ten westen: Adriaen Willemsz en Conincxvelt; 6 1/2 morgen tegenover de woning, belend ten zuiden: de Broockweg, ten noorden: de Merriendijck, ten westen: de weduwe van Dirck Been, ten oosten: Claes Maertensz. Belast met de volgende jaarrenten: 1 pond hollands ten behoeve van de kerk en het kapittel van Naeltwijck; 81 gulden ten behoeve van Philips Jacobsz te Delft; 10 gulden ten behoeve van de abdij van Loosduynen, 55 gulden ten behoeve van het Sint Aechtenconvent te Delft. Bezegeld door de schout: een springend paard.
Is er verband met Cornelis Doesz ca. 1535[155]? of met
Pieter Jan Duez, voor ƒ 4,-- getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis (1544)[156].
Is zij Anna Sc(h)immen voor £ 3,10,-- (1559)[157] en £ 6,--,-- (1561) [158] getaxeerd voor de tiende penning te Maassluis.

5420. JAN ARENTS TOU(W) VAN DER BURGH, geb. Naaldwijk ca. 1539[188] [189] , ovl. 't Woud 8-8-1595[190] , beg. De Lier, gezworene van Woutharnas, Groenevelt en St. Aegtenrecht 24-9-1582, schepen aldaar (ca. 1582),[191] in 1593,[192] Heilige Geestmr. in De Lier (1578-1579), kerkmr. aldaar (1583),[193] belender te De Lier (1588) met een woninkje toebehorend aan Jan Arend Thouw,[194] tr. ca. 1560[195]

5421. NEELTJE WILLEMS CORSSEN VAN DER VLIET, geb. ca. 1540, ovl. De Lier 15-9-1606[196] , beg. De Lier[197] .

Grafstenen in de NH Kerk te de Lier :[198]
Hier x levt x begraven / Jan x Arent x zoon x Tou / van der x Burch x ende / starf x den x achsten / Augusti x anno x 1595 / Virtute x Ulciscor / Invidos /
Hier x leit x begraven / Neelqen x Willem x Corsen/ Dr x vand x Vliet De Huys / Vrouwe x van Jan Arent / z x Tou x starf x den 15 x / September x anno x 1606 / Deucht x V. Heucht x Hoop is Blide.
Op 23-6-1588 oorkonden schepenen van Woutharnas en Groeneveld, dat "Joris Cornelisz wonende jegenwoerdich int amboecht van Naeltwijc verkocht aan Jan Arent Touwensz wonende inde parochie van de Lyer inden amboecht van Woutharnasch een woninge met huys, bijhuys, schuyr, barge en (de) gheboemte dair op staende voor vrij eigen mitsgaders drie en(de) dartich margen drie hont acht en( de) tsestich gaerden lants alle leggende in den amboecht van Woutharnasch in Groeneveltsepolder aen de swedtkaede ofte swedtwech".[199]
Op 20-10-1565 bekende Jan Touwesz aan Lenertge Pietersdr "sijne moeder" schuldig te zijn de somma van ƒ 9600,--, wegens de koop van de woning daar Lenertgen voorschreven nu ter tijd op woont en verbond daartoe de woning en nog de helft van 32 morgen 2 hont eigen land in de Hof van Delft.[200]
verleent hebben verlyen en(de) verleenen mitsdesen onse brieven Jan Arent Touwens opt Swet, de helft van sestalff margen lants gelegen opt Wout in Jansambacht van Groenevelt gemengder aerden mit hen en(de) zijne mede erfgenaeme(n) van wijle(n) Arent Touwe Janss sijn vader, belegen opte oostzijde selver mit eygen. mit der erffgen(aemen) voorss opt zuyteynde die Vlietsloot, opto westzijde hij selffs mette voorn. andere(n) erffgen (naemen), opt noorteyndc de Swetwech den voorn. Jan Arent Touwenss aengecomen bij doode ende overlijden van Lenaertgen Pietersdochter sijne moeder, die tselve lant van ons te leen te houden plaeh. Opden XXVe(n) February anno SVC acht en(de) tseventich". [201]
Oirconden dat voor ons gecomen en(de) gecomp(ar)eert is Arent Touw Jacobss en(de) bekende voor hem zijnen erven en(de) nacomelingen wel en(de) wettelicken v(er)coft te hebben Jan Arent Touwes, zijn broeder, alle de p(er)celen van landen in d(e) v(oor)ss Jan Touwez woninck leggen(de) hem comp(ar)ant aenbestorven doert overlijden van Lenertgen Pieters zijn moeder. Te weten eerst een vierdepaert van sestalff margen lants genaemt die vette wij belast met boterpacht, belopen(de) die seven margen met een kinnetgen boters, mitsgaders elcke marge(n) III blanken tsj(ae)rs, belendt aen (de) noortzijde die swedtwech doestzijde Adriaen Jacob Bruynsz(oon) en(de) Cornelis Jorisz(oon) tysuyteynde en(de) de westzijde Jan Touwez voorss. met S. Urselen convent. Noch een vierdepaert van XVI hontlants genaemt tbuytelant dair een Bijstuyn opstaen(de) is, belendt aentsuyteynde die Swedtwech aentnoortevnde de swet, twesteynde Jan Reyersz tot Delff, Noch een vierdepaert van XXX morgen 11 hont lants eygen ofte vrijlant in welcke XXX margen 11 hont lants begrepen is het leen en(de) is groot omtrent II margen IIII hont, belendt het noerteynde de Swetwech doestzijde Jan Touwez en(de) S. Urselen convent tzuyteynde de molensloot de westzijde Jan Reyersz v(oorschreven). Noch die helft van V l/2 margen lants gelegen opt Woudt inde polder genaemt poeldijck en(de) is belendt aent noorteijnde die Swedtcae aent zuyteynde de molensloot an(de) oestzijde P(iete)r Allertsz c(u)m socijs en(de) Crijntgen Jansdr de wede van Claes Prsz aen(de) westzijde het gasth(uy)s te Delff. Ende geeft hij comp(ar)ant opte coepe van(de) zelve landen toe zijn gerechte helft van(de) ryetvelde inde Lyer mits dat den comparant triet dair opwassen(de) zal moegen laten snijden zoelange zij gebroeders beyde in levende liive zijn. Geeft hij comparant noch de gerechte helft van een halff margen buytelants gelegen opt Woudt aen(de) woninge van Claes Dircxs alias Osgen en (de) Arent Corn(elis)z beyde opt Swedt. Welcke v(oor)ss p(ar)tijen van landen hij comp(ar)ant beloef te vrijen te waeren als recht is Ondert v(er)bant van zij(n) p(er)soens etc. Ende bekende van(de)coepe van(de) v(oor)ss partijen van landen voldaen te zij(n) den lesten p(ennin)g metten eersten Actum opt (en) Mey 1584. [202]
VUL AAN Prom IX, p295, OV 54(1999)91, NL 70(1953)204.

Wapen Van der Vliet : zoek op in Rietstap p410.

5422. CLAES JANSZ VERCROFT, ovl. tussen 13-1 en 24-2-1593, bouwman aan de Holyweg in Vlaardingerambacht, waar hij in 1568 een huis met 14 morgen 5 hond eigen land en ca. 24 morgen bruikwaar gekocht had, tr. 1o [275] MARITGE JORISDR, overl. kort voor 25-1-1587 tr. 2o vóór ca. 1590[276]

5423. NEELTGE ANDRIESDR (AERTSDR), geb. vóór ca. 1570, tr. 2o (huw. voorw. Delft 19-8-1593),[277] PIETER ALLERTSZ VAN DER HOUFF, geb. 1571/72, ovl. na 1631, ambachtsbewaerder van Vlaerdingerambacht (1619), bouman in Vlaerdingerambacht (1622), woont te Vlaardingen (1631).

vul aan OV 54(1999)131 en ZHSN 86/113
Attestatie d.d. 29-11-1619 Ten versoucke van Cornelis Jacobsz Bieman woonende tot Naeldwijc: Hebben Pieter Allertsz van der Houve out 47 jaeren jegenwoordich ambachtsbewaerder van Vlaerdinger ambacht ende Engel Engelsz out 50 jaeren, volger geweest zijnde van de ambachtsbewaerder van den voorsz ambachte, verclaert ende bij solemnelen eede getuijcht wel te weten dat den Ommering van de dijck, gelegen in den ambachte voorsz omt Carckiecx lant, streckende vande Schutkoeij tot aende jegenwoordige Maesdijc toe, bij heemraeden van Delflant is geconsenteert af te haelen ende te brengen op de voorsz Maesdijc ende dat uijt crachte van dien, niemant en vermach eenige aerde daer van haelen om op de voorsz Maesdijc te brengen van die daer eertijds gehouffslaecht zijn geweest, dan met consent van den gerechten van Vlaerdinger ambacht voorsz Verclaeren noch dat sij deposanten den voorsz ambachte lange tijt hebben gedient, maer dat sij noeijt en hebben gehoort dat de here van Arenberch daer eenich recht op heeft. Verclaeren sij deposanten noch datter eenen ouden ouden dijck is leggende int Nijeuwelant ontrent ten halff wegen tusschen dese stadt Vlaerding ende de Ketel, die gebruijckt werdt bij Cornelis Corsz, in welcke voorsz Nijeuwelant den ambachtsheer van Vlaerdingen sijn gerechticheijt van de thijenden heeft. Widers nijet getuijgende. Soo waerlic most hen Godt almachtich helpen. Actum den 20 Novembris 1619. Was getekend: Jan Heijndricxz Versijde. [278]
Attestatie d.d. 29-5-1622 Ten versoucke van Adriaen Jansz Vonck metselaer als getrout hebbende Maritgen Claes weduwe was van Claes Jansz Coe (sic!): Compareerde Cornelis Meesz bijgenaemt tManneken inde Maen bouman, woonende opte Souteveen out ontrent 57 iaeren. Ende verclaerde bij eede dat hij als debiteur van de custingbrieff, bij hem den 1e Meij 1611 ten behouve van de voorsz Maritgen Claesdr verleden voor de gerechte van Vlaerdinger ambacht, houdende drije duijsent tachtich gulden, over de coope van de landen ende wooninge daerin verhaelt, in volle voldoeninge van de gereede penningen, alle ontrent binnen acht weecken nae date vant verlij betaelt heeft verscheijde partijen aen Pieter Allersz van der Houve bouman in Vlaerdinger ambacht als stijefvader ende gecoren voocht van de voorsz Maritgen Claes, de somme van seventien hondert gulden ende niet aende voorsz Maritgen off ijemant anders. Mitsgaders dienvolgende d'selve betaelde alsdoen gedaen teijckenen te hebben op ten rugge vande voorsz brieff. Gevende voor redenen van wetenschappe dat hij all voor date vant voorsz verlij ten huijse van sijn swager Vrijes Jansz hem Pieter Allersz in minderinge en ter goeder reeckenen van de voorsz gereede penningen, teender somme aentaelde drije hondert gulden ende weijnich dagen daer nae noch twee hondert gulden, seggende bij de selve betalenden geen penningen te willen tellen voort dat hem deposant gelevert soude sijn behoorlijcke opdrachtbrieff. Twelcke eenige dagen daerna geschiede, dat hij dienvolgende op ten dach vant verlij hem Pieter Allersz noch telde soo veel penningen datter noch aende gereede termijn bleef staen ontrent 120 gulden. Verclarende voorts gesien te hebben dat hij Pieter Allersz wtte ontfange penningen datelijck aentaelde eene Grietgen Centen weduwe, ontrent seven hondert gulden ende de resterende 120 gulden daer na betaelt te hebben. Zulcx dat alle de penningen binnen 8 weecken als vooren waren betaelt. Actum ten overstaen van de schout ende ondergeteijckende schepen den 29 Meij 1622. Was getekend: bij mij Frans Dircxz. [279]
Attestatie d.d. 28-9-1631 Ten versoucke van de Cathuijsmeesteren der stede Schiedam: heeft Pieter Allertsz van der Houve wonende binnen deser stede, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn dat hij getrout hebbende Neeltgen Aertsdr doenmaels weduwe van Claes Jansz Vercroft, met de selve weduwe te huwen heeft gehadt seeckere woninge ende landen in Vlaerdinger ambacht ende onder de selve drije margen lants geleegen op Vlaerdinger woutt, van outs genaempt het Cruijselant. Welcke drije margen lants hij comparant daer naer heeft vercocht aen Joris Arijensz, vleeshouwer tot Delft, vrij ende sonder eenige belastinge. Doch dat hij getuijge de naem vant voorsz Cruijselant alleen heeft van hooren seggen tott oude persoonen die daer bij seijden dat het voorsz lant de naem voorsz hadde becomen tot oirsaecke dat voor haer tijden opt selve lant was begaen een nederlage, ende dat daeromme opt voorsz lant ware gestelt een cruijs, ende daer naer geheeten t'Cruijselant. Verclaert mede dat hij getuijge aende voorn. requirant wel heeft betaelt een rente van drije ponden Hollants siaers, maer dat hem getuijge niettemin is onbekent dat de deselve rente is verseeckert op de voorsz drije morgen, alsoe hij de voorsz rente met de woninge ende landen indistinctelijcken hadde genomen tot sijnen laste. Actum coram Mr. Jeremias Noijkens schepen. Was getekend: J. Noijkens. [280]

5424. JAN (JOANNES) JANSSONE VAN WAESBERGHE, geb. Breyvelde (Grootenberge) onder Zottegem 1528 [281] of 1534 [282] , ovl./beg. Rotterdam (in het hooge koor der Grote Kerk) 9/11-4-1590, boekdrukkersleerling bij Jan Verwithaghe (ca 1553), poorter van Antwerpen 5-7-1555 als boekdrukker en verkoper van Breyvelde (Beervelde),[283] vrijmeester in de boekhandel en boekdrukkunst, lid van het St. Lucasgilde (mei 1557), boekverkoper en boekdrukker op Onser Liever Vrouwen Kerckhof en op de Lijnwaetmerct in "Het Schildt van Vlaenderen". In januari 1569 wordt hij gevangen genomen in verband met het drukken en verkopen van verboden psalmboeken en het bijwonen van de predikatien der Hervormden. In mei 1570 wordt hij op borgtocht vrijgelaten na een request van zijn vrouw aan het Hof te Brussel. In 1583 koopt hij de drukkerij vanouds genaamd "Roodenborg" in de Korte Cammerstraat. Hij vestigde zich in 1588 te Rotterdam na de verovering van Antwerpen in 1585 door Parma. Hij gaf in zijn Antwerpse tijd ruim 50 boeken uit. Hij tr. Antwerpen (voor?) ca. 1556

5425. ELISABETH JANSDR ROELAN(D)TS, ovl./beg. Rotterdam (in het hooge koor der Grote kerk) 17-9-1595;(¥)

COMMENTAAR(¥) Registratie bij de Weeskamer 18-9-1595 [284]. ZOEK OP.

Op 13-1-1569 wordt Jan van Waesberghe door de schout van Antwerpen ervan beschuldigd "overmits hy nyettegenstaende den eet die hij solemnelijck gedaen heeft in handen mijns Heere den Marckgraef (...) van getrouwe te syne den Heyligen Catolycken geloove der Roomsche Kercke, ende besunders in alle diligentie hem te wachtene in eenige overtredinge van de placcaeten op stuck van boeckprinters, boeckvercoopers oft boeckbinders gemaeckt (...), duerende de predicatie van de Sectarissen derselver faveur ende assistentie te dragen ende te doene, ende dat doende huer sermoonen te frequenteren ende oyck te printen ende te vercoopen verboden psalmboecken". Jan van Waesberghe ontkent echter "pure et simpliciter, ende bysondere dat hy eenige continuatie van verboden predicatien gedaen te hebbene, dan dat hij in 't passeren ende voerby gaen de predicatie forte fortuna, gelyck meer andere, die gehoort heeft sonder dat hy met opsetten wille om die te hooren derwaerts gegaen is, ontkennende oyck eenige Psalm van Datenus gedruckt te hebbene oft oyck eenige andere verbode boecken". Hij zal bovendien tonen een goed katholiek te zijn [285].

Op 27-7-1570 verschijnt hij te Antwerpen voor Plantijn, die verklaart dat "Jehan van Wassemberghe, demourant en ceste ville d'Anvers, s'estant comparu devant moy, m'a premièrement monstre de lectres d'admission (...) et davantage autres lectres d'attestation de son absolution et reabilitation selon la grace du St. Siege Apostolique, de sa bonne fame, renommee et foy catholique (...). Et estant examine, a dict avoir aprins chez Jan Verwithaghe environ deux ans en l'an 1553 et ensuivant [286].
In 1576/77 verklaart Jan van Geelen, gesworen boeckprinter ende boeckvercoopere, Deken van den boeckprinters, dat zijn mede-Deken Dierick Vander Linden "is vermoort geweest van Spaenschen soldaten". Hij verzoekt het Stadsbestuur een nieuwe Deken te benoemen uit de volgende kandidaten: Daniel Vervloet, Anthoni Thielens, Peeter Beelaerts en Jan van Waesbergen. [287]
Op 17-4-1594 bekennen Willem Pietersz, schoemaecker, en Maeycken Roelants wonende te Rotterdam, schuldig te zijn "aen Elisabeth Roelants weduwe van wijlen Jan van Waesberge wonende nu buyten Rotterdam" 90 Car. gld. aan penningen, geleend onder verband van 10 Car. gld. aan lijfrente op naam van Maeycken Roelants, met als onderpand een huis en erf toebehorend de weduwe van Adriaen van Breusegem te Antwerpen, genaamd Mayken de Meire, en aan haar gelegateerd door Pieter van Breusegem de Oude.[288]

Op 17-2-1598 compareren "Jan van Waesberghe, boekverkooper ende Margrieta van Bracht, zijne vrouw, Philips de Grave, boeckverkooper, met Barbara van Bracht, zijne vrouw, ende Jan van den Velde, schoolmeester, met Maria van Bracht, allen woonende tot Rotterdam voor henselven ende hen sterck makende voor Pieter van Bracht, haer broeder, alle kinderen van Pieter van Bracht ende Heyltgen Matheusdr. van Postele, ende oversulcx erffgenamen van Goyvaert van Postele, haer grootvader". Zij machtigen Jan van Eijck, wonende in de Vryheyt van Thurnhout, om voor hen over te nemen het hun competerende gedeelte "in de hoeve, landen, heyde ende weyde daaraen behoorende, genaempt de groote Hoeve, gelegen bij Thurnhout" [289].

Op 8-11-1600 zijn Mr. Hans van den Velde en Philips de Grave "geordonneert voochden over de naegelatene kinderen van Margriete van Bracht, daer vader aff is Jan van Waesbergen, boeckvercoeper alhier". [290].

5426. PIETER VAN BRACHT(¥), woont verm. te Turnhout (voor 1598).

5427. HEYLTGEN MATTHEUSDR VAN POSTELE.

COMMENTAAR(¥) Is er een verband met de Dordtse familie Van Bracht (zie kw. nr. 5556 , en [293])?


Titelpagina van Spiegel der Schrijf-Konste (1605) door Jan van den Velde (1569-1623). De titel op de titelpagina van het boek is geschreven in Van de Velde's schoonschrift. Het ontwerp voor de omlijsting van de kalligrafie was van de hand van kunstenaar Karel van Mander.
Drukinkt op papier. 27,5 x 33 cm.
De eerste druk werd uitgegeven door zijn zwager Jan van Waesberghe (zie kw. nr. 2712 ).
Bron: Rijksprentenkabinet, Amsterdam.
Illustratie uit Spiegel der Schrijf-Konste (1605) door Jan van den Velde (1569-1623).
Tekst: "Desen circul is gemaeckt van Jan de Velde, sonder passer".
Bron: Rijksprentenkabinet, Amsterdam.

klik op plaatje(s) om te vergroten

Gravure door Jacob Matham van Jan van den Velde (1569-1623) op 36-jarige leeftijd.
Datering: 1605.
Bron: Ref. [320]

klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 17-2-1598 compareren "Jan van Waesberghe, boekverkooper ende Margrieta van Bracht, zijne vrouw, Philips de Grave, boeckverkooper, met Barbara van Bracht, zijne vrouw, ende Jan van den Velde, schoolmeester, met Maria van Bracht, allen woonende tot Rotterdam voor henselven ende hen sterck makende voor Pieter van Bracht, haer broeder, alle kinderen van Pieter van Bracht ende Heyltgen Matheusdr. van Postele, ende oversulcx erffgenamen van Goyvaert van Postele, haer grootvader". Zij machtigen Jan van Eijck, wonende in de Vryheyt van Thurnhout, om voor hen over te nemen het hun competerende gedeelte "in de hoeve, landen, heyde ende weyde daaraen behoorende, genaempt de groote Hoeve, gelegen bij Thurnhout" [321].

Op 8-11-1600 zijn Mr. Hans van den Velde en Philips de Grave "geordonneert voochden over de naegelatene kinderen van Margriete van Bracht, daer vader aff is Jan van Waesbergen, boeckvercoeper alhier". [322].
Op 15-4-1634 dragen Jacob de Mars notaris alhier, mede namens zijn zwager Lodewijck Pijn, weduwnaar van Elysabet de Mars, alsook voor Grietgen de Mars, zijn zuster, en procuratie hebbende van Lodewijck Pijn als voogd over Jan en Harmen de Mars zijn minderjarige broers, allen erfgenamen van hun ouders Jan de Mars en Cornelia Jacobsdr, over aan Pieter van Waesberghen, boekvercooper, een vordering van tachtig gulden op Jan van de Velde. De akte is opgemaakt in herberg het Swijnshoofd. [323]

"De witte koe" door Jan van de Velde (II) (ca. 1593-1641).
Datering: 1622
Ets en gravure. 16,9 x 22,6 cm
Tekst (vertaald): "Nauwelijks is de nacht voorbij, of deze ijverige boer drijft zijn bokken en zijn koe van het platteland naar de stad, terwijl hij kippen op zijn schouders draagt. Het zware werk is licht voor hem, zo lang hij beladen met veel geld huiswaarts keert."
Locatie: Rijksprentenkabinet, Amsterdam.
"Stilleven met hoog bierglas" door Jan van de Velde (II) (ca. 1593-1641).
Datering: 1647
Olieverf op paneel. 64 x 59 cm
Locatie: Rijksmuseum, Amsterdam.

klik op plaatje(s) om te vergroten

"Stilleven met roemer, fluit, aarden kruik en pijpen" door Jan van de Velde (III) (1619/20-1662).
Datering: 1651
Olieverf op doek. 69 x 89,5 cm
Locatie: Rijksmuseum, Amsterdam.
"Stilleven" door Jan van de Velde (III) (1619/20-1662).
Datering: ca. 1653
Olieverf op paneel. 14,4 x 12 cm
Locatie: particuliere verzameling.

klik op plaatje(s) om te vergroten

5436. HARMAN HENRICKSZN VAN RAMSDONCK, parentatie niet bewezen. tr. Utrecht RK, schepenen 16-7-1586

5437. WEIJNTGEN WILLEMSDR, parentatie niet bewezen. uit dit huwelijk vermoedelijk :

5438. WILLEM AERTS SOEST.

5448. JAN (CAPERMAN?), geb. vóór ca. 1545, alleen bekend uit het patroniem van zijn zoons.

COMMENTAAR(¥) Twee dochters van Anthony Lenaertsz Ruijchrok te Dirksland noemen zich Capmans (1606, 1625).[328] Is er een verband?

5450. CORNELIS MAARTENSZ (CUIJPER), geb. vóór ca. 1540, ovl. 1599/1600, schepen van Geervliet (1564) (samen met Bouwen Maartensz, zijn broer?), bezit 26 gemet land in Oud Hoenderhoek te Geervliet (1597),[393] is borg (1597), belender te Geervliet in Oud- en Nieuw-Hoenderhoek (1597), in Nieuw Noordeland (1597) bij de Deurlo (1598), Weg Regtuit (1598), in Tolland (1600), tr. vóór ca. 1575

5451. PIETERTJE ARIENS, ovl. 1604-1606, als de weduwe van Cornelis Maartensz belendster bij de voormalige kapittelgoederen (1600), aan de Weg Regtuijt (1603).

In een ongedateerde akte (sept/okt 1597?) verzekeren Cornelis Maartensz, Aren Aalbrechtsz te Geervliet en (doorgehaald: Pieter Claasz Proeije) Jan Elandtsz te Spijkenisse t.b.v. de weeskinderen van Cornelis van der Nath en Weijntje van Opmeer een erfrente van ƒ 80.10.- per jaar op Cornelis Maartensz' 26 G in Oud Hoenderhoek (belend o. Joris Willemsz, n. de Hoenderhoekseweg, z. de Oudhoenderhoeksedijk, w. Jan Claasz) welk land reeds is belast met een rente t.b.v. de Zusters te Monnikendam. Nog op diens 10 G weiland achter zijn huis (belend n. dit huis, o. en w. Frans van Bodegom, z. de weeskinderen van Andries Cornelisz Vogelaar met bruikwaar, w. nog Claas Arens). Mede-voogd over de kinderen is mr. Cornelis Jan Barendszz, die de hoofdsom van ƒ 1400 fourneerde. In marge: op 22-9-1614 is deze brief vertoond, gekwiteerd door J. van Swaneburch als rentmeester voor juffr. Cornelie van der Nath en hier geroyeerd. w.g. Cornelis Jansz secretaris. [394]
Op 11-2-1598 transporteert Cornelis Maartensz aan Hendrik Jansz op de Conijndijk 2 lijnen land (belend w. de wezen in Den Haag, n. de Bronckhorsten, o. de Grafelijkheid, z. Joost Huigen aan de Conijndijk en het hoofje waar Hendrik Jansz' keet op staat). [395]
Op 12-2-1599 bekent David Jansz Caperman, schepen, aan zijn schoonvader Cornelis Maartensz een schuld van £ 1000,-- wegens koop van een huis (belend o. Cornelis Maartensz huis en erf, w. het gasthuis met het stadhuis, n. 's heren weg). Geroyeerd in 1615. [396]
In een ongedateerde akte (juli 1600?) verzekert Cornelis Jansz Potte t.b.v. Pietertje Ariens weduwe van Cornelis Maartensz Cuijper een schuld van £ 200,-- op zijn huis (belend o. en z. de Hoogstraat, w. de haven, n. Govert Jansz kuiper). [397]
In een akte met onleesbare datum (sept. 1600?) komen voor Pietertje Ariens weduwe van Cornelis Maartensz met Frans Cornelisz, haar zoon, en ??. In marge: opgehouden en niet gepasseerd. [398]
Op 28-12-1606 transporteert Daniel Roelofsz van Proeije, mede-schepen, als curator in de boedel van wijlen Cornelis Maartensz en Pietertje Ariens aan Cornelis Jansz secretaris een kustingbrief t.l.v. Eeuwit Ariens Corvynck, verzekerd op een huis etc. bij de Landpoort. [399]
Op 28-12-1606 transporteren Curatoren in de boedel van wijlen Cornelis Maartensz en Pietertje Ariens aan jhr. Charles van Mathenesse een kustingbrief t.l.v. Aalbrecht Cornelisz smid, verzekerd op een huis en erf in de Hoogstraat. [400]
Daniel Roelofs van Prooijen, burgemeester, en Cornelis Jansz, secretaris van Geervliet, worden genoemd als curatoren in de boedel van wijlen Cornelis Maartensz en Pietertje Ariens (1607).[401]
Op 13-1-1609 verkoopt David Gijsbrechtsz van Mathenesse, stedehouder van de schout van Geervliet, voor Daniel Roelofsz van Prooije als curator in de boedel van wijlen Cornelis Maartensz en Pietertje Ariens en ten laste van Maarten Cornelisz buiten de Landpoort als gecondemneerde: - 8 G 180 R in Nieuw Noordeland (belend z. Paulus van Beresteijn, w. dijk en buitenblok van Jan Claasz, n. de Maas, o. Jonge Cornelis Ariens Compeer), - dijken, gorzen en aanwassen achter Nieuw Hoenderhoek (belend o. Paulus van Beresteijn en Craeijesteijn c.s., z. de Bernisse, w. Craeijesteijn met zijn gorsingen, n. de kinderen van wijlen Cornelis Jacobsz Cuijper). Koper is Paulus van Beresteijn. [402]
Op 18-6-1615 verzekert Aalbrecht Cornelisz smid t.b.v. Paulus van Beresteijn, oud-burgemeester van Delft, een losrente van ƒ 33 per jaar op een hoofdsom van ƒ 550 op: - 8 lijnen weiland genaamd Blommendaal aan de Dankertseweg (belend o. de weg, z. Lambrecht Hendriksz met bruikwaar, w. Jacob Jacobsz nu bij naasting Jacob Jansz, n. Hendrik Jansz) - 7 lijnen aan de Doorlo (belend w. de Doorlo, n. het weeshuis in Den Haag, o. Adriaan Fransz en Pieter Lenaartsz met bruikwaar, z. Jacob Jacobsz). Op dit land zijn verhaalbaar gerechtskosten van Trijntje Cornelis en Maritge Davids voor de gemene erfgenamen van zaliger Cornelis Maartensz en Pietertje Ariens. [403]

5484. = 10764. CORNELIS JACOBSZ VAN VELDEN.

5485. = 10765. MARIA POLS VAN DER MIJE ARENTSDR.

5536. NN TARGIER. Hij is vermoedelijk identiek met Jacob Jochumsz Tergier vermeld 1579.

Op 16-1-1579 verklaart Jacob Elbertsz, 's heren dienaar in de secretarie van Dordrecht, dat hij op verzoek van Jacob Jochumsz Tergier, ongeveer veertien dagen tevoren gearresteerd heeft een zekere Maerten de Vrunt, die op het punt stond uit Dordrecht te vertrekken. Maerten heeft beloofd, dat hij Dordrecht niet zal verlaten voordat hij Jacob Tergier heeft "voldaen met recht oft gemoede." [449]

Twee sonnetten door Joachim Targier, gepubliceerd in Het schilder-boeck Karel van Mander, Haarlem, 1604.
klik op plaatje(s) om te vergroten

5540. ADRIAEN (JOCHEMS) VAN GENT [464], geb. vóór ca. 1551, ovl. vóór 5-1-1590, "treedt zelfstandig op 3-9-1576 te Tiel,[465], heeft 6-6-1579 een geschil met zijn moeder, die zich beklaagt over zijn eigenmachtig optreden in geldzaken met betrekking tot haar lijftocht,[466]", tr. (verm. ca. 1578)

5541. CATHARINA VAN TOEVEN (TOEFFEN) [467], ovl. na 30-7-1598, compareert als wed. van Adriaen Jochems van Gent te Tiel 5-1-1590,[468] en 30-7-1598 [469] , tr. 1o [470] DIRCK VAN RIEMSDIJCK, ovl. (Tiel?) 15-3-1575 ("zijn vrouw in zwangere toestand achterlatend" [471]), zn. van Jacob Dirksz van Riemsdijck(¥) en NN Willem Pauwelszdr [472], [473].

Adriaen van Gent(h) vermeld in de Schepen Signaten Tiel 1570-1583 f133v, f194, Schepen Signaten Tiel 1585-1589 f18, f35v, f39v-124-127.
Dirrick van Riemsdijck vermeld in de Schepen Signaten Tiel 1570-1583 f90 en f111v, Schepen Signaten Tiel 1585-1589 f96.


COMMENTAAR(¥) De erven van Jacob van Riemsdijk (deze?) worden genoemd als belender in Leeuwen te Wamel [474].

5544. JACQUES JACQUESZ TERWEN(¥), geb. vóór ca. 1555, betaalt in 1580 als Jaecques Teruwe ƒ 8,-- 50e penning te Dordrecht voor een huis op De Gevulde Gracht dat hij voor 25 gl. huurt van de weduwe van Rochus Woutersz, timmerman,[478] tr. vóór 1580[479]

5545. HEILTGE HENDRIKSDR PRINS(EN), ovl. na 1603 (mogelijk ovl. Dordrecht doopsgez. 14-12-1645 als "Heijlge Jaques Teruwen"). Zij wonen te Dordrecht sinds 1580. Hij is borg in 1591 voor Hendrik de Prins (zijn schoonvader ?), wonend te Luik.[480] Deze is verm. Henry le Prince, "née á Anvers, demeurant á Liége depuis 14 á 15 ans, ayant acquis le 24 juillet 1590 les métiers des févre, des drapiers et d'autres". [481] .

COMMENTAAR(¥) Hij is mogelijk verwant aan ((klein)zoon van?) Jan Aertsz (van) Terwen, geb. Teruenne (?) 1511, ovl. Dordrecht 1589, beeldhouwer, die het eikenhouten koorgestoelte in de Groote Kerk te Dordrecht vervaardigt (1538-1542).[482]
Volgens Ref. [483] is er geen verwantschap met Abraham Philipsz Terwen van Antwerpen, schrijnwerker, hertr. Dordrecht 1594, als wednr. van NN, Lijsbeth Aert Woutersen.


Eis d.d. 24-7-1694 voor het Gerecht van Utrecht tegen Johannes van Veen inzake verleiding en bezwangering van Geertruyd Cornelisdr Vernoy.[530] Hun kind wordt beg. Utrecht 3-12-1695 ("een onecht kind van Johan van Venen bij Geertruy Cornelis. Geertruy zelf wordt beg. Utrecht 25-1-1696 ("het kind van Cornelis Vernoy).
klik op plaatje(s) om te vergroten

5546. CORNELIS JANSZ(¥), ovl. Dordrecht doopsgez. 3-6-1633 ("Cornelis Jansz, diaken dienaar", van Dordrecht, kuiper (1592-1608), azijnmaker (1602-1633), tr.eedt op als voogd over het weeskind van zijn broer Pieter Jansz (1610-1618), diaken bij de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht, betaalt in 1626 als Cornelis Jans, asijnmaecker, £ 26,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis in het Thiende quartier beginnende vant Vischcoopershuijs op de Cleijne Vischmerckt tot den huijse ende brouwerije genaempt de Seven Sterren aen wedersijden vande Voorstraet,[570] tr. 2o vóór ca. 1600[571] NN, otr. 3o Dordrecht (schepenen) 13-5-1605[572] PIETERKE PIETERSDR, j.d., wonende te Dordrecht, dr. van Pieter NN en Lijsbeth Gielisdr, tr. 4o voor 1614[573] GOOLKEN JANSDR, ovl. Dordrecht 29-3-1640, huw. get. (1614, 1632), otr. 1o Dordrecht (schepenen) 22-10-1592[574]

5547. TRIJNTJE THONISDR REPELAER, geb. vóór ca. 1570, ovl. 1596-1605, van Dordrecht.

COMMENTAAR(¥) Volgens ms. Terwen[575] "bijgenaemt 't Geusje (...) zijnde 't Geusje een bijnaam aan sijn vader gegeven in de tijd van de Spaense Inquisitie, als wanneer enige burgers bijeen waeren, die ondereen uytriepen, indien ymand Geus wil worden die steek sijn vingeren op, en omdat dese Kornelis sijn vader d'eerste was, gaf men hem de bynaem vant Geusje." Echter, "Met de bijnaam 't Geusje werd hij overigens niet aangetroffen en het lijkt onwaarschijnlijk dat deze op hem betrekking heeft, dit naar zijn geschatte leeftijd gerekend. Hij trouwt nl. in 1592 en het hier bedoelde voorval zal, voor wat Dordrecht betreft, voor 1572 moeten hebben plaatsgehad."[576]

Wapen Repelaer (voor de adelsverheffing van 1816) : In groen een zilveren lepelaar, bek en poten van goud. Helmteken: de lepelaar tussen een vlucht, rechts groen, links zilver. Dekkleden: zilver en groen.[577]
1594. In de Kleine Spuistraat: Cornelis Jansz, kuiper, huurt van de erfgenamen van Reijer Jacobz.[578]

25 jan. 1597. Adriaan, Huich en Herman Repelaer Anthoniszonen, Cornelis Jansz, als man en vooogd van Trijntge Repelaers Anthonisdr en Anthonis Arentsz als man en voogd van Heijltge Repelaer Anthonisdr, zich sterk makende voor Marijcke Repelaer Anthonisdr, allen erfgenamen van Aechge Anthonisdr. Repelaer, transporteren aan Anthonis Willemsz, wijnkoper, de helft van een huis c.a., genaamd De Gouden Leeuw, staande over de Tolbrug, aan de poortzijde te Dordrecht, tussen het huis van Jacob van Diemen en dat van Jacob Govertsz, verkopers aangekomen door de dood van Aechge Anthonisdr. (Repelaer) voornoemd, van welk huis de genoemde Anthonis Willemsz de andere helft bezit.[579]

30 maart 1602. Cornelis Jansz, azijnmaker, koopt van Aert Reyniersz c.s. een huis, staande in de Kleine Spuistraat te Dordrecht, tussen het huis van Cornelis Pietersz, stebode (stadsbode) en dat van Laurens de spelmaker, alsmede een ledig erf, daar tegenover gelegen, waarop de genoemde Cornelis Jansz tegenwoordig azijn maakt.[580]

5 Jan. 1605. Olivier van de Vinck, procuratie hebbend van Frans Theunisz, wijnkoper, en Maritgen Theunisdr (Repelaer), echtelieden, verbindt ten behoeve van Cornelis Jansz, azijnmaker, de erfenis, die de genoemde Frans Theunisz is aangekomen door het overlijden van Aechtgen Thonisdr (Repelaer), die huisvrouw was van Theunis Willemsz, wijnkoper, evenals de besterfenis die deze laatstgenoemden is aangekomen door het overlijden van Heyltgen Thonisdr (Repelaer), die huisvrouw was van Thonis Adriaansz, pontgaarder, beiden zusters van de genoemde Maritgen Thonisdr (Repelaer), wegens 694 gl. van geleverde wijn, die Frans Theunisz aan Cornelis Jansz schuldig is.[581]

1 maart 1607. Thonnis Ariensz, pontgaarder, die getrouwd is geweest met Helena Anthonisdr Repelaer, verklaart dat zijn vrouw, in haar testament van 18 juni 1604 voor notaris Balis, aan haar broeders, en zusters 600 gl. had gelegateerd. Daarom verkoopt hij aan Adriaan Repelaer Anthonisz, zijn zwager, voor diens portie die hem in deze 600 gl. toekomt. 7 car. gl. losrente op een huis c.a. staande op de hoek van de Pelsebrug te Dordrecht, tussen deze brug en (het huis van) Maarten Balen, met gelijke brief op Hugo Repelaer, Herman Repelaer, de nagelaten kinderen van Marijke Repelaer, verwekt bij Frans Anthonisz, en op Cornelis Jansz als getrouwd hebbend Trijntken Repelaer.[582]

4 mei 1608. Cornelis Jansz, kuiper, koopt van Fransken Alewynsdr., weduwe van Gerard Jansz, molder. een huis c.a. staande op de hoek van de Grote Spuistraat (en de Voorstraat) te Dordrecht, tussen het huis van Theunis Cornelisz, schoenmaker, en 's Herenstraat.[583]

17 nov. 1610. Adriaan Repelaer Anthonisz, schepen in wette, en Hugo Repelaer Anthonisz, voor zichzelf en als ooms en bloedvoogden van de nagelaten weeskinderen van Catharina Repelaer Anthonisdr, verwekt bij Cornelis Jansz, azijnmaker, en mede voor het nagelaten weeskind van Herman Repelaer Anthonisz zaliger, Cornelis Jansz, azijnmaker, als actie en transport hebbend van Frans Anthonisz, te samen voor de ene helft, en Quintijn Pietersz van der Velde, bakker, en Pieter Albertsz, hoedenmaker, voor zichzelf en tevens vervangende en zich sterkmakende voor Janneken Meeusdr, weduwe van Hans Wilder, Aaltgen Meeusdr, weduwe van Frederick van Dousburch en eveneens, voor de achtergelaten kinderen van Willem Meeusz, voor de andere helft, allen erfgenamen van zaliger Thonis Willemsz, in leven wijnkoper te Dordrecht, verkopen aan Geerit Veder, een huis c.a. waar uithangt Gulick, staande bij de Tolbrug aan de landzijde te Dordrecht, tussen het huis van Jan de Braemaecker en dat van Gilles van Luffelen.[584]

12 okt. 1612. Inventaris van de nalatenschap van Herman Repelaer, weduwnaar, koopman, overleden 21 nov. 1609. Aldaar, op blz. 175: Cornelis Jansz, azijnmaker alhier "compt goet p. obligatie" van 500 gl. hoofdsom en van intrest 8 gl. 7 st., te samen 508 7 st. [585]

15 juni 1613. Cornelis Jansz, azijnmaker, voor zichzelf voor drie-vierde deel en als oom en voogd van het weeskind van Pieter Jansz, zijn broeder, en Adriaan Cornelisz, als behuwdoom van dit weeskind voor een vierde deel, verkopen aan Arien Huigensz, kuiper, een huis c.a., staande in de Vriesestraat te Dordrecht. tussen de Ploegkapel en het huis, van Cornelis Jansz en het weeskind, beiden voorgenoemd, elk voor een gelijk deel aan de andere zijde.[586]

9 okt. 1623: Crispijn van Outgaerden voor zichzelf, Jan Ariensz, steenhouwer, mede voor zichzelf en als vervanger van zijn broers en zusters, verkopen aan Cornelis Jansz, azijnmaker, twee-derde delen in een vierde deel van een geheel huis c.a., genaamd Het Avontmael, waarvan de koper de overige delen reeds bezit, staande in de Vriesestraat te Dordrecht, tussen het huis van Maarten Thonisz en dat van Aafken Hermansdr.[587]

13 okt. 1632. Testament van Cornelis Jansz, azijnmaker, en Gooltgen Jansz, echtelieden. Hij noemt zijn jongste zoon, Cornelis Cornelisz van der Fles en zijn vooroverleden zoon Thonis Cornelisz die gehuwd was met Mayke Dirksdr (van Oosterwijk). Zij noemt haar beide kinderen: Claus Cornelisz (van der Fles) en Cornelis Cornelisz (van der Fles). Zij stellen tot voogden: Jan Cornelisz (Vijgenboom), voorzoon, en Jacques Terwen, zwager (lees schoonzoon) van de testateur.[588]

4 april 1634. Scheiding van de nalatenschap van Cornelis Jansz zaliger. Jan Cornelisz (Vijgenboom), Jacques Terwen getrouwd met Janneke Cornelisdr, voor zichzelf en als voogden over Cornelis Cornelisz (van der Fles), onmondig weeskind van Cornelis Jansz zaliger en Goolken Jansdr, echtelieden, alsmede over Dirk Theunisz (van Oosterwijk), nagelaten weeskind van zaliger Theunis Cornelisz en Mayke Dirksdr (van Oosterwijk), echtelieden, en Nicolaas Dirksz (van Vianen), getrouwd met Heyltgen Cornelisdr, alsmede Nicolaas Cornelisz (van der Fles) als vervanger van Willem Dirksz van Oosterwijk die getrouwd is met Pieterke Cornelisdr, allen kinderen en erfgenamen van zaliger Cornelis Jansz. Jan Cornelisz (Vijgenboom) verkrijgt het huis c.a. staande in de Kleine Spuistraat, tussen het huis van de erfgenamen van Cornelis Pietersz, stadsbode, en dat van wijlen Laurens de spelmaker. Nicolaas Dirksz (van Vianen) verkrijgt het huis, genaamd Het Avontmael, staande in de Vriesestraat, tussen het huis van Maarten Thonisz kuiper. en dat van Cornelis Jansz, huistimmerman. Nicolaas Cornelisz (van der Fles) verkrijgt het huis genaamd De Asijnfles, staande op de hoek van de Grote Spuistraat (en de Voorstraat), belend door de Spuistraat en het huis van Cornelis Burgers, met de azijnplaats daartoe behorende, gelegen in de Kleine Spuistraat, tussen de stadsgracht of gemene gang en het huis van Jan van der Burch. [589]

5550. PIETER HENRICXSZ VAN ERVERVELT\*, tr. vóór 1600

5551. TANNEKEN (VAN) HULSEN, parentatie niet bewezen.

COMMENTAAR(¥) Het lijkt erop dat "van Ervervelt" een toponiem is, verwijzende naar de plaats Elberfeld bij Wuppertal (D).

5556. GERRIT GERRITSZ CUYP, geb. Venlo ca. 1565 [627] , beg. Dordrecht Grote Kerk 15-5-1644 [628] ("deftig" vanuit de Tolbrugstraat [629] ), glaesmaecker, glasschrijver of glasbacker, grof- en fijnschilder te Dordrecht, maakte in opdracht der stedelijke regeering van Dordrecht in 1597 het glas voor de St. Janskerk te Gouda, in 1605 voor de kerk te Woudrichem (voor ƒ 180,--) en in 1618 voor de nieuwe kerk te Niervaart of de Klundert (voor ƒ 100,--),[630] lid van het St. Lucasgilde te Dordrecht op 19-1-1585 (entreegeld 5 nobelen in 5 termijnen) [631], boekhouder (1606-1608) en deken (1608/09) van het St. Lucasgilde,[632] woont in de Nieuwe Tolbrugstraat (Waterzijde) (1594) [633], pacht een tuin buiten de St. Jorispoort,[634] betaalt in 1626 als Gerrit Gerritsz, glaesmaker, £ 1,-- 1000e penning te Dordrecht voor een huis in de Tollebrugstraet,[635] otr./tr. 2o Dordrecht 9/30-6-1602 [636] EVERIJNKEN ALBERTSDR, ovl. Dordrecht 22-4-1622, wed. van Herman Jansz, hellebaardier. tr. 3o Dordrecht 2-7-1623 [637] of 3-7-1623[638] . HAESGEN HENRICK LAUWERENSDR, beg. Dordrecht Augustijnenk. juli 1624. wonende in de Grote Spuistraat te Dordrecht (1623), tr. 4o Dordrecht 3-12-1624 [639] AEGKE(N) ARIAENS, ovl. Dordrecht Grote Kerk dec. 1624, wed. van Jan Pietersz Blom, schipper uit 'De Monnik' bij het Groothoofd te Dordrecht. otr./tr. 5o Dordrecht 26-10-1625/nov. 1625 [640] ANNEKE TIELMANSDR (VAN BRACHT), ovl. (Mül)bracht 1654/55 [641], wed. van Gerrit Stoffels, dr. van Tielman Pleunisz, afkomstig uit Bracht in het land van Gulik [642], woont (1625) ten huize van haar broer Herman Tielmanse van Bracht, laekenvercooper te Dordrecht, en (1652) te (Mül)bracht [643], otr./tr. 1o geref. Dordrecht Augustijnenkerk 20-1/3-2-1585[644]

5557. GEERTKEN MATTHIJSDR, ovl. Dordrecht 1601 en door de gezamenlijke gildebroeders ten grave gedragen, otr. 1o BERNAERT PELGRIMS, ovl. vóór 1585.

"Als Geraert Geraertsz glaesscryver int gildt quam in den Swarten Arent met die ghemeen gesellen verdroncken op den 19en January 1584(¥) : 3 pond 10 gulden", betaling van 5 Engelse nobels á 2 gld. 10 st. [645].

COMMENTAAR(¥) Oude stijl, dus ten rechte 1585


"Gerit Geritzs, glaesscriver betaalt 3 st. voor een knecht" [646].

"Geraert den glaesscryver betaalt 10 st. voor eenen leerjongen" [647].

Gerrit Gerritsz Cuyp maakte in opdracht van de stadsregering van Dordrecht in 1596/97 het glas voor de St. Janskerk te Gouda, in 1605 voor de kerk te Woudrichem voor ƒ 180,-- en in 1618 voor de nieuwe kerk te Niervaart of De Klundert voor ƒ 100,--. Uit de thesauriersrekeningen blijkt dat hij grote bedragen (ƒ 824,--) ontving voor het repareren van glazen en het maken van beschilderingen [648].
Boedelinventaris van Everina Aelberts (12-7-1622): "Staetken jnt Corte, ten begeerte van Mr. Gerrit Gerritssz, glaesbacker, Gemaeckt vuijt den jnventaris byden selven Mr. Gerrit met sijn eijgenhant gescreuen, en opten xij.e Julij 1622 ter weescamere jn Dordrecht geexhibeert vande goederen nagelaten bij Everina Aelberts zijne laetste huysvrouw zulcx sij de selve goederen metten voorsz Mr. Gerrit jnt gemeen hadde....". Hierin worden o.a. de volgende schilderijen genoemd :
  • Item een schilderije voor jnt huys van Jacobs leer aldaer open gelaten, Maer alhier bijden (ver)sz mr Gerrart gewaerdeert op 12-0-0
  • Item ij geschilderde hondekens mede aldaer nyet gewaerdeert maer alhier gestelt op een tot 0-8-0
  • Item een geschildert doots hooft met een kinden mede aldaer nyet gewardeert, maer alhier tot 1-10-0
  • Item een schilderije van Abraham mede aldaer nyet gewaerdeert, maar alhier gestelt, gelijck hij Gerrart dat heeft gecost tot 2-10-0
  • Item jnde koken iiij schilderijen, mede aldaer nyet gewaerdeert, maar alhier genomen tstuck tot xxiiij sts 4-16-0, jnde koken
  • De schilderije van (ver)loren soon bijde erffgenamen jn hare (ver)sz verhooginge gestelt, zeijt den (ver)sz Gerrart te sijn begrepen onder de voorsz iiij partijen, dus hier 0-0-0
  • Item opde achtercamer volgende de (ver)sz verhooginge negen schilderijkens, daer onder den (ver)sz Gerrit Gerritsz seijt te sijn een schilderije van Esechiel mede nyet gewaerdeert maer wert alhier gestelt op xxx gl js 30-0-0
  • Item het conterfeytssel van hem met sijne voorsz huysvrouw, de welcke hij sustineert nyet behoot te werden geexstimeert, Maer is den voorsz Gerrit te vreden, dat de (ver)sz kinderen naer haer nemen hare (ver)sz Moeder, mits dat hij behoude sijnne (ver)sz contrefaictsel, dus hier 0-0-0
  • Item vijff cleene pinneelkens sonder lijsten mede bijde voorsz erffgenamen nyet gewaerdeert, maer bijde voorsz Gerrit Gerritssz genomen (hoe wel de selue soo veel nyet sullen gelden) tstuck tot xxx sts 7-10-0
  • Item noch een schilderijken van een doots hooftken, met een kindeken, mede aldaer nyet vuytgetogen, maer alhier om redenen genomen op 2-0-0
[649]
In juni 1652 machtigen de kinderen van Lysbet Tielmansdr (van Bracht) en Herman Tielmansz (van Bracht) hun oom Jan Tielmansz van Bracht en tante Anneke Tielmansdr van Bracht, "tegenwoordigh woonende tot Mulbracht in't lant van Gulyck" tot verkoop van huis en erf van wijlen hun vader Tielman Pleunisz. [650]

5558. BALTEN VAN HORICK, ovl. Dordrecht doopsgez. 28-4-1637 (als Balten van Horick den Ouden), betaalt in 1626 als Balten van Herick in de Harders (?) £ 1,10 1000e penning te Dordrecht voor een huis in de Vriesestraet,[671] tr.

5559. NN, ovl. Dordrecht doopsgez. 15-11-1635 ("Balte van Horick den oudens huisvrouw").

In het Register van de 50e penning Dordrecht 1580[672] komt zesmaal een Balten voor van wie vooralsnog geen verband met Balten van Horick is gevonden:
Balten Cornelisz huurt van Thonis Pouwelsz om 36 gl. ƒ 11-10-4
Balten van Goch int Paradijs ƒ 14
Balten Thijssz schipper eigen ƒ 8
Balten Willemsz orologijmaker ƒ 4
Balten Claesz schoenmaker huurt van Thonis Jansz. om 30 gl. ƒ 9-10-4
Balten Mathijsz zeemtouwer in de Raempt ƒ 8
Deze laatste woont in 1626 het dichtst in de buurt van de Voorstraat, en zou indetiek kunnen zijn met Balten van Horick.

Het huis waar het hier om gaat wordt in de volgende akte ook genoemd:
Op 22-10-1618 compareren Hubrecht Bordels, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Mariken Jaspersdr, weduwe van Abraham Baltensz, wonende te Gorinchem, blijkens procuratie gepasseerd voor Jasper Jansz van Peursum, notaris te Gorinchem, op 25 okt.(sic!) 1618, mitsgaders Anneken Scheij, weduwe van Isaack Baltensz met haar gekoren voogd in deze. Zij transporteren aan Pieter Aertsz, molenaar, een huis, erf en toebehoren achter het Bagijnhof genaamd den Grooten Raempt. Waarborgen: Hubrecht Bordels en Jan van Dongen. [673]

Nog een Balten:
Op 2-7-1603 verkoopt Lijsken Pijeters, weduwe van Balthen Mathijsz, voor 600 gl. aan haar zoon Pijeter Jansz een huis op de Riedijk, staande tussen het huis van Michijel Pouwelsz en dat van Andrijes Cornelisz, kleermaker. [674]

5628. PETER CORNELIS LEEU, geb. Sprang, ovl. Sprang 1591,[676] woont te Sprang in de Nieuwstraat, tr. vóór ca. 1590

5629. ENGELKE JANSDR, ovl. Sprang na 26-11-1616 (erfdeling),[677]

5664. EVERT MAESSEN VAN VELTHUYS DEN JONGHEN, geb. vóór ca. 1580, ovl. 1633, van Ede-Veldhuijzen, landbouwer, pachter van 'Slijpkruik' (1613-1632) en 'Velt-Huys' (1627-1633).

5832. NN (JAN?/SIMON?) DE HAERT, geb. vóór ca. 1580.

5856. PETER NOLENS (DE OUDE), ovl. 1599-1609, maasschipper en koopman, koopt op 23-1-1574 een lospacht terug,[682] in acten vermeld (1581..1599), tr. 2o [683] PETRISSE NN. Zij hertr. (voor 1609) Thijs Bronckerts, uit Eijsden, waaruit kinderen. Hij tr. 1o [684]

5857. MEYKEN (KNOPPEN).

In 1545 is Peter Nolens belender te Ool. [685] Het is ondduidelijk of het hier bovenstaand kwartier betreft dan wel een van diens verwanten.
Op 17-10-1581 wordt van Peter Noelens, als rechtsopvolger van Jan Knop van Eisden, gerechtelijk geeist zeker kapitaal met de verlopen rente overeenkomstig een obligatie dd. 2-3-1579 [686]. Op 24-4-1582 converteert hij deze schuld in een hypotheek op zijn goederen die te Eisden zijn gelegen [687]. Op 9-1-1582 eist Peter Noelens voor de schepenbank van Eisden voldoening van een geldvordering, herkomstig van Jan Knoppen, en ter zelfder rechtszitting wordt van Peter Noelens, als vertegenwoordiger van zijn echtgenote Meijcken (Maria) de voldoening van een geldschuld gevorderd [688] . Mogelijk is dus, dat Maria, de vrouw van Peter Nolens, een dochter was van Jan Knoppen[689] .
Op 21-1-1585 werd "Peter Noelens van Eysden" te Maastricht gegicht in een huis gelegen langs de Maas aldaar, welk huis hij geerfd had van wijlen Gertrudis Claessen, de echtgenote van Thonis Rutten van Keer en zuster van zijn moeder [690]. De ouders van Petrus Nolens zijn dus een echtpaar Nolens-Claessen geweest.
De laatste vermelding van Peter Nolens gevonden is van 22-1-1599 [691].
Uit een akte van 13-12-1611 blijkt dat zijn weduwe hertrouwd was met zekere Thijs Bronckerts van Eisden en uit dit laatste huwelijk reeds verschillende kinderen had, zodat wel moet worden aangenomen dat zij voor 1609 hertrouwde [692]. Ook moet uit deze laatste akte geconcludeerd worden, dat Peter Nolens de Oude, gelijk hij na zijn overlijden meestal genoemd wordt, zelf ook tweemaal huwde. Immers zijn vrouw wordt in de akte van 13-12-1611 genoemd Petris en niet Maria (Knoppen?), terwijl hij blijkens dezelfde akte bij testament een erfrente vermaakt had aan zijn kinderen verwekt met Petrisse. Deze nadrukkelijke wilsbeschikking is eerst zinvol wanneer Peter Nolens de Oude ook nakomelingschap had uit een ander huwelijk. De tweede echtgenoot van Petrisse, weduwe van Peter Nolens, nl. Thijs Bronckaerts, hoorde tot een echte maasschippersfamilie [693].
Aangaande het beroep van Petrus Nolens de Oude getuigt een verklaring dd. 22 -2-1644, afgelegd voor de schepenbank van Eisden t.b.v. zijn kleinzoon Geurt Nolens, dat "Peter Noelens den ouden grootvader van den voornoemden Geurt over vele jaeren geleden is geweest stuerman op den stroom vandie Maese, de welcke veele jaeren tot synen sterffdach toe heeft continuelycken vele ende menige schepen affgesteurt paiselijck ende vredelijck sonder eenich obstakel" [694]. Daarnaast blijkt uit een proces in 1589 gevoerd voor de schepenbank Eisden tussen Peter Noelens en Claes Tyckens, dat Peter Noelens te Maastricht. tijdens het beleg door Parma in 1579, een partij "coolen" van Simon Symons had verkocht voor 96 dalers [695]

5858. (NELIS) NN.

5872. = 5856. PETER NOLENS (DE OUDE).

5873. = 5857. MEYKEN (KNOPPEN).

5874. = 5858. (NELIS) NN.

5880. WILLEM FRAMBACHS (DE OUDE), ovl. Breust 22-7-1638, rentmeester (1594) en ontvanger (1598) van het Kapittel van St.-Maarten uit Luik, secretaris van Breust, doopget. (1626),[699] tr. 2?) voor 1623 CORNELIA NOPPIS, ovl. na 1656, tr. 1?) 1595[700]

5881. MARTHA PELSERS, ovl. (voor 1623?).

In 1594 procedeert Willem Frambachs als rentmeester van de kapellanen van St.-Maarten uit Luik voor de Schepenbank Breust tegen Peter Thonissen over een grondrente. [701]
In 1598 procedeert Willem Frambachs als ontvanger van Kapittel van St.-Maarten uit Luik voor de Schepenbank Breust tegen Geeren Heufkens en consorten over tienden, (grond)renten, kapoenen en overige cijnsen. [702]
In de 16e eeuw (na 1598) procedeert Willem Frambachs voor de Schepenbank Breust tegen Gelis Lemmens uit St.Geertruid over een vergoeding wegens vruchtgebruik. [703]
In 1611 procedeert Melchior Oest voor de Schepenbank Breust tegen Peter Huyn, Hendrick Aerdts en Willem Frambachs over een pand. [704]
In 1612 procedeert Melchior Oest uit Berneau voor de Schepenbank Breust tegen Willem Frambachs over preferentie bij een vordering. [705]
In 1615 procedeert Wilhelm Frambachs voor de Schepenbank Breust tegen Aert Bruels uit Eckelrade over een cijns. [706]
In 1618 procedeert het Kapittel van St.-Maarten uit Luik voor de Schepenbank Breust tegen Willem Frambachs over het gebruik van een hof. [707]
In 1625 procedeert Willem Frambachs voor de Schepenbank Breust tegen de Gemeentenaren van Breust over een schadevergoeding betreffende militaire vorderingen en inkwartieringen. [708]
In 1627 procederen de Officier en Willem Frambachs voor de Schepenbank Breust tegen Anna Ryckelts, echtgenote van Piere Bustin over een belediging. [709]
In 1638 procedeert Maria Rijckelts voor de Schepenbank Breust tegen Willem Frambachs de Oude over een schuldvordering. [710]
In 1656 procedeert Hustin als ontvanger van Kapittel van St.-Maarten uit Luik voor de Schepenbank Breust tegen Cornelia Noppes weduwe van Willem Frambachs over een pacht (appel in Luik). [711]

6016. TEUNIS PLEUNEN VAN DER WIEL, geb. ca. 1580, ovl. 1625-1638, ambachtsheer van Half-Niemantsvrient (Sliedrecht), betaalt 10 pond 500e penning te Sliedrecht 1627,[721] tr. ca. 1605[722] of ca. 1610,[723]

6017. COMMERTGEN CORNELIS BAEN, geb. Sliedrecht ca 1583, ovl. vóór 1655, tr. 2o NN.

6018. AERT VINCK.

6036. DIRK CLAESSEN CRIMPEN, tr. Streefkerk 29-10-1589[725]

6037. MARITGEN CORNELIS LOUWEN.

6038. JAN BASTIAENSE, geb. ca 1577, tr.[727]

6039. METGEN JANS, geb. ca. 1583.

6040. PIETER JANSZ, geb. ca. 1574, tr. ca. 1605 NN.

6688. JOHANNES PALTHE (de oudere), geb. Schuettorf, ovl. Bentheim (D) 1564, vermeld (1515-1564), secretaris van de Graaf van Bentheim, ("ab anno 1515 des abgestorbenen Grafen Everwins Amanuensis (=secretaris) und Diener gewesen und bis auf das Jahr 1564 als ein Sekretarius gedient hat" [730]), "führt die Jahresrechnung" (1539) voor de Graaf van Bentheim [731], heeft landerijen te Bentheim in eigendom (zie NL), tr. 2o Bentheim 11-11-1541 GEZEKE HOLTERMAN(S)(¥), die in aktes wordt vermeld 1541-1588. tr. 1o tussen 1525 en 1530

6689. (JUTTA) NN[732], ovl. vóór 1541.

COMMENTAAR(¥) Zij is mogelijk verwant aan Hinrich Holterman, Richter te Nordhorn (1467-1491) [733].

Matini 1541: huwelijksvoorwaarden te Bentheim tussen Johannes Palthe en Gezeke Holtermans. Er is sprake van voorkinderen, als dedingsfrunde zijn oa. aanwezig Bernhardus Palthe, procurator to Vrendeswesen en Antonius Palthe.[734]

Het Kornschreiberhaus (Bütkamp 14, in het historische centrum van Burgsteinfurt) in 2006. Dit uit het begin van de 17de eeuw daterende vakwerkhuis was van 1617-1658 in het bezit van de gräfliche Kornschreiber Michael Oeglein. In 1673 vererfde het op zijn zwager Dr. Arnold Palthe en schoonzuster Anna Palthe.
Foto: 2006.
Bron: Ref. [758]

klik op plaatje(s) om te vergroten

Fragment PALTHE I

Everwinus Palt(h)enius (Palte), geb. vóór ca. 1615, schoolmeester te Rolde (1632-1645),[769] geref. lidmaat te Groningen met attestatie van Rolde juni 1637,[770] woont in de Zwanestraat (1642, 1643), Gelkingestraat (1645, 1646) te Groningen, tr. 1o voor 1639 Magdalena Brucheri, geb. Rees a/d Rhein (D) vóór ca. 1620, ovl. 1646-1648, dr. van Ds. Hubertus Brucherus, uit de Paltz afkomstige predikant te Haren (1615-1657) en Noordlaren, en Elisabetha NN,[771] [772] otr. 2o Groningen 8-1-1648 (get. voor haar Popke Bartolts als neve) Sibeke Onnes, geb. vóór ca. 1615, wed. ((huw. 1632) van Ds. Johannes Lamberti, praeceptor der Latijnsche scholen te Appingedam en predikant te Siddeburen (1634-1644).[773]
      Uit zijn eerste huwelijk (Paltenius-Brucheri):
    • 1. Ds. Everwi(j)nus Palthenius, geb. 1638/39(¥), ovl. Harkstede 14-2-1679[774], geref. lidmaat in de Popkenstraat te Groningen sept. 1656,[775] ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Groningen 16-2-1656 ("Everwinus Palthenius, Groninganus, a. 17, Phil. Gratis propter avum d. Brucherum pastorem in vicina ecclesia Harensi."),[776] beroepen tot predikant te Noorddijk 2-12-1668 en te Harkstede in 1676,[777] [778] [779] bevestigt Ds. Rudolfus Helperi als predikant te Engelbert (1672),[780] otr. Groningen 17-10-1668 (hij als Everhardus Pathenius !, get. voor haar Ruldophus Helperi als neve) Anna Lubberts, geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1690, wed. van Lauwerens van Buiren (uit welk huwelijk o.a. een voorzoon Harmannus van Buiren), woont in de Folkingestraat te Groningen (1662..1665), vertrekt in juni 1680 van Harkstede naar Stad Groningen,[781] huw. get. (1690).

      COMMENTAAR(¥) Doop niet gevonden te Groningen, maar hij is duidelijk een zoon uit dit huwelijk omdat uit zijn universiteitsinschrijving blijkt dat zijn grootvader Brucherus predikant is in het naburige Haren.
        Uit dit huwelijk:[782] [783]
      • aa. Magdalena Palthenius, ged. Noorddijk 18-10-1669[784].
      • bb. Elijsabeth Palthenius, ged. Noorddijk 13-2-1672[785], geref. lidmaat te Groningen op belijdenis juni 1690,[786] otr. Groningen 20-1-1698 (get. voor haar Harmanus van Buijren als broeder) Helmer Renewarf (Rennewerf), woont in de Kromme Elleboog (1698, 1699), Zwanestraat (1702..1708) te Groningen, huw. get. (1704). Hieruit verder nageslacht bekend (6 kinderen gedoopt te Groningen 1698-1708).
      • cc. Margaretha Palthenius, ged. Noorddijk 19-5-1674, ovl. na 1739, geref. lidmaat te Groningen op belijdenis sept. 1692,[787] als Margaretha Palthenius, weduwe Ritzema, geref. lidmaat te Niekerk met attestatie van Groningen 22-6-1739,[788] otr./tr. Groningen 12/29-7-1704 (get. voor haar Helmer Renewerf als swager),[789] Help(e)rich Ritzema, geb. ca. 1680, beg. Groningen 13-4-1736, afkomstig van Groningen(1704), geref. lidmaat te Groningen maart 1691, zilversmid,[790] woont aan de Folkingestraat (1705, 1707), bij het Collectehuis (1708), aan de Breede Markt (1711, 1713) te Groningen, zn. van Hermannus Ritzema, advocaat, en Anna van Munster. Hieruit verder nageslacht bekend (6 kinderen gedoopt te Groningen 1705-1715).
    • 2. Elisabeth Paltenius, ged. geref. Groningen A-kerk 25-3-1642, ovl. jong?
    • 3. Hubertus Paltenius, ged. geref. Groningen A-kerk 29-12-1643, otr. Groningen 28-1-1665 (get. voor haar Jacob Jacobs als nabuir) Geertruit Jansen, afkomstig van Westerborg (1665).
    • 4. Joannes Palten, ged. geref. Groningen A-kerk 1-5-1645.
    • 5. Elisabeth (Lijsbeth) Palt(h)enius, ged. geref. Groningen Martinikerk 17-6-1646, geref. lidmaat te Warffum als Elizabeth Palthenius, j.d. Kockmaagd van de Heer Trip, met attestatie van Groningen 8-7-1683,[791] afkomstig van Groningen (1684), otr./tr. Groningen 21-6/10-7-1684 (get. voor haar Leendert Eldercamp als goede bekende) Jacob Corver, afkomstig van Lübeck (1680, 1682, 1684), wednr. van Maria Jacobs (huw. voor 1667), Margrietha Walcker (huw. 1680), Elsien Frederiks (huw. 1682).[792]
    • 6. Margreta Palthenius, geb. vóór ca. 1645, filiatie niet bewezen,(¥) geref. lidmaat in de Popkenstraat te Groningen maart 1660.[793]

      COMMENTAAR(¥) Haar filiatie is niet bewezen, maar bij haar belijdenis in 1660 woont zij in de Popkenstraat evenals 5 jaar daarvoor (haar broer?) Everwijn.

Fragment PALTHE II

Everwi(j)n Palthe(¥), geb. 1609, ovl. 20-2-1669 (?), burgemeester van Enschede (na 1627 tot 1639),[794] tr. na 1639[795] Sara Anna (Sandarina/Sandrina) van Straelen, ovl. na 1671, wed. van Everhardt van der Mark, richter van Enschede, woonde te Oldenzaal,[796] doopget. (1671).

COMMENTAAR(¥) Is er een verband met :
Everwijn Palthe, geb. vóór ca. 1640, weduwnaar wonend te Oldenzaal (1668), otr./tr. Zwolle geref. 5-9/20-10-1668 (in margine: "proclamaties gaen te Oldenzael, bruijdegom moet erfuijting doen, erff is gedaan en attestatie gegeven op Oldenseel"), otr./tr. Oldenzaal geref. 13-9/14-10-1668 Catharina Klaessen (Class), weduwe wonend bij de Dieserpoort te Zwolle (1668).
Hendrick Palthe, uit Oldenzaal (1664), otr./tr. Oldenzaal/Almelo geref. 7/21-8-1664 Gerritjen Gerrits, weduwe uit Almelo (1664).
In 1635 verkopen provisoren der stad Schöppingen het halve erve Walhoff in de Eschmarke aan Everhardt van der Marck x Sandaryna van Straelen en Johan Kost x Catharina Laersunders. [797]
Op 29-1-1639 wordt het erve Ribbelt, gelegen op de Ribbelerbrink in het noordelijke deel van de Esmarke te Enschede, verkocht door Ernst van Ittersum tot Nijenhuis aan Everhardt van der Mark, richter van Enschede, gehuwd met Sandarina van Straelen. Nadat Everhardt weinige jaren daarna is gestorven hertrouwde Sandarina van Straelen met burgemeester Everwijn Palthe. Dezen hebben het erve Ribbelt op 8-6-1663 weer verkocht aan Jenneken Vos.[798]
      Uit dit huwelijk:[799]
    • 1. Gerrit Palthen, geb. vóór ca. 1645, ovl. 1672/73, burgemeester van Enschede (1669), wordt als Gerhard Palthe, man van Meghtelt van Someren, geref. lidmaat te Neede 30-5-1669 op attestatie van Enschede, otr./tr. Neede geref. 14-3/25-4-1669 Mechteld (Magtelane) Tonisdr van Someren, geb. Deventer 1630, ovl. na 1691, (zie kw. nr. 885 ) doopget. (1668, 1678), wed. van Gerhard ten Cate, provisor te Neede, dr. van Teunis Jansen van Someren voor de Bergh poorte te Deventer.
        Uit dit huwelijk (Palthe-van Someren):
      • aa. Sandrina Palthen, ged. geref. Neede 8-10-1671 (get. Herbert Tonnissen van Someren, Sandrina de huisvrouw van Everwijn Palthen, burgemeester van Enschede en Gertien ten Caete).
    • 2. Ds. Everhardus Palthe, geb. vóór ca. 1645, ovl. Elspeet 28-3-1716[800], afkomstig van Enschede (1661) ingeschreven als student aan de Universiteit van Groningen 21-2-1661 ("Everhardus Palthe, Enscheda Transisulanus"),[801] predikant te Elspeet (1670-1711), beroepen 15-8-1670,[802] tr. vóór 1687[803] Sara van Eijbergen, zuster of dr. van Ds. Franciscus van Eijbergen en Sophia Palthe.
      Op 13-3-1690 stellen de Barneveldse ambtsjonkers een onderzoek in n.a.v. het verzoek van de predikant om ontheven te worden van de verplichting tot het betalen van de verponding over het kerkenland.[804]
      Op 28-8-1711 nemen de Barneveldse ambtsjonkers kennis van het feit dat de predikant, wegens hoge ouderdom en afnemende krachten zijn functie ter beschikking stelt. Hierop mocht hij van zijn emeritaat gaan genieten. [805]
        Uit dit huwelijk:[806] [807]
      • aa. Ds. Rutger(us) Palthe, geb. Elspeet 19-11-1671, ovl. Voorthuizen 24-8-1727, bevestigd als candidaat/predikant te Voorthuizen 1709, (geen inschrijving van hem aan een van de Nederlandse universiteiten gevonden), otr. Voorthuizen 6-4-1709[808] Wilhelmina Lievens, geb. Nijkerk ca. 1671. Hieruit geen kinderen.
        Op 5-6-1720 besluiten de Barneveldse ambtsjonkers om aan de predikant tien gulden, veertien stuivers te doen toekomen zodat de weduwe van zijn voorganger de nog door haar verschuldigde belastingen aan de substituut-rentmeester van de Veluwe kan betalen.[809]
        Op 6-7-1724 wordt Ds. Rutger Palthe als voorbeeld gesteld aan zijn collega's, kerkmeesters, kosters en schoolmeesters in het ambt Barneveld, omdat hij zo keurig had gezorgd voor een opgave van alle pastorie-eigendommen en vicarieën, alsmede de opbrengsten daaruit. De anderen moesten dat nu ook maar eens gaan doen.[810]
        Op 2-7-1727 krijgt Ds. Rutger Palthe toestemming om namens de kerkvoogdij van Voorthuizen een stuk pastorieland aan de Schuerdersteegh in erfpacht te geven aan de weduwe van Henrick Otten van de boerderij "Korlaar".[811]
      • bb. Sandrina Palthe, geb. Elspeet 24-5-1674, ovl. kort daarna.
      • cc. Gerharda Palthe, geb./ged. Elspeet 28-5/4-6-1676.
      • dd. Everwijn Palthe, ged. Elspeet 13-10-1678, ovl. kort daarna?.
      • ee. Qiennera Palthe, ged. Elspeet 9-7-1682.
      • ff. Ds. Jo(h)annes Palthe, geb. Elspeet 25-2-1686, ovl. Elspeet 25-9-1727,[812] ingeschreven als filosofie en theologie aan de Universiteit van Harderwijk 23-9-1705 ("Joannes Palthe, Elsp.-Gelr. Ph. et Th."),[813] ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 19-8-1710 ("Johannes Palthe, Elspata-Gelrus. 23 (jaar)"),[814] proponent te Elspeet, krijgt op 3-2-1712 toestemming om bij zijn vader als hulpprediker op te treden, volgt zijn vader na diens overlijden op als predikant te Elspeet (1716-1727),[815] otr./tr. Harderwijk 7/21-3-1717[816] Agnes Eusebia Pannekoe(c)k (Pannekouck), ged. Harderwijk 26-9-1694, beg. Harderwijk 11-1-1742,[817] dr. van Johan Pannekoeck en Nicola(a) Greven.
        Op 5-7-1725 geven de ambtsjonkers van Barneveld toestemming aan Ds. Johannes Palthe om een "hofhuijsje" of "weesje" (een prieel) in de tuin van de pastorie te laten bouwen.[818]
          Uit dit huwelijk:[819] [820]
        • aaa. Sara Palthe, ged. Elspeet 15-5-1718, beg. Harderwijk 19-8-1784, geref. lidmaat te Harderwijk op belijdenis juni 1735, tr. Hierden 18-7-1743[821] Hendrik Peters Oosterbaan, ged. Harderwijk 23-6-1706, ovl. Harderwijk 21-6-1754, geref. lidmaat te Harderwijk op belijdenis sept. 1736, koopman, pachter van de visafslag,[822] zn. van Peter Oosterbaan, burgemeester, koopman, gemeensman, rentmeester te Harderwijk, en Geertruid Felbier. Hieruit verder nageslacht bekend.
          Op 3-9-1750 verkoopt Sara Palthe, echtgenote van Hendrik Oosterbaan het erve Nilant. Zij verkreeg dit als erfgename van de weduwe van Lambertus Greven. [823]
          Op 19-12-1776 verschenen voor schepenen van Harderwijk vrouwe Geertje Oosterbaan wed. van wijlen de heer Joachim Johan Geltsayer, in leven onze mederaadsvriend overdenkende de zekerheid des doods enz. legateert aan haar dienstmeid ƒ 100,- en benoemd tot haar erfgenamen de kinderen van haar broer Hendrik Oosterbaan bij Sara Palthe in echt verwekt met namen Agnes Eusebia Oosterbaan getrouwd met Dr Cramer en Anna Oosterbaan getrouwd met Dr Grebor en Geertruid Oosterbaan, getrouwd met Franciscus Martinius en Nicola Oosterbaan, nog ongehuwd, die allen egaal zullen erven en wat betreft de saalwheer van het herengoed zal diegene die dit verkrijgt de anderen een gelijke waarde uit de overige goederen doen toekomen en het gerede moet worden verdeelt en mag niet verkocht worden. [824]
        • bbb. Johan Palthe, ged. Elspeet 23-7-1719.
    • 3. Joan Palthe, geb. Enschede Stad 1650-1660, ovl. na 1687, waarschijnlijk identiek met Jan Palthe, ged. geref. Oldenzaal 20-10-1658, als zoon van "Everwin en N. Palthe Borger alhier", tr.[825] Catharina Cost, geb. Enschede Stad 1650-1660, ovl. na 1687 dr. van Jan Cost en Sara Budde (zie kw. nr. 6819 sub e).

Fragmenten PALTHE III
Driemaal een Johannes Palthe, van wie de herkomst onbekend is, en van wie ook onduidelijk is of het een en dezelfde persoon betreft:
  • a. Johannes Palthenius, geb. vóór ca. 1640, afkomstig van Twente (1658), ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Groningen 7-7-1658 ("Johannes Palthenius, Tubant., Phil."),[826]
  • b. Ds. Johannes Palthe(nius), geb. vóór ca. 1635, predikant te Den Andel (1657-1659), vertrokken naar Nordhorn 1659,[827] otr. Groningen 28-3-1657 (als Johannes Palthe) (de "erentrijke") Catherina Louwens.
  • c. Joannes Palthe, geb. vóór ca. 1640, wordt geref. lidmaat te Groningen als "studiosus" met attestatie van Steinfurt juni 1659,[828]:

6690. ROLEF VAN DELDEN, parentatie niet bewezen, burger te Ootmarsum in 1546.[829]

6784. GERRIT LASONDER (alias SMID, LAERSUNDER), geb. Enschede 1540-1555, ovl. Enschede 1-8-1616,[830] burgemeester van Enschede (1593-1609), tr.[831] [832]

6785. ELSKE BROUWER (alias SMITS), geb. Enschede 1560, ovl. 1611-1618, woonde te Enschede Stad.

6786. PELGRIM (PELGROM) BERENDS COST, geb. Enschede Stad 1525-1560, ovl. Gronau na 1615, woonde te Enschede Stad, tr.[847]

6787. CATHARINA NN, geb. 1535-1560, ovl. Gronau na 1614, woonde te Enschede Stad.

6790. JOHAN TICHELS, geb. 1530-1555, ovl. na 1605, woonde te Enschede Stad, tr.[849]

6791. ANNA NN, geb. 1530-1555, ovl. na 1605.

6800. ALBERT STROYNCK, geb. Delden ca. 1540, ovl. Delden 1601-1611, koopman, herbergier en kerkmeester (1588) te Delden, wordt regelmatig (1573-1587) genoemd in verband met zaken die in Delden voor de burgemeesters worden behandeld, spreekt personen aan voor het betalen van wijn (1574, 1577) en voor het terugbetalen van geleend geld (1576, 1577, 1581), treedt op als "ondelwisser" (1584), bezit grond op de Deldener Es (1585), verkoopt paarden (1586), tr. vóór 1586

6801. CAT(H)RIJN NN, geb. vóór ca. 1550, ovl. na 1617, die optreedt als "die weedevrouwe Stroinse" in enkele rechtzaken (1611..1617).

Op 15-12-1586 verklaren enkele personen "dat sie verkofft hadden Albert Stroynck Catharyna syner huisfrouwen und oren Erffgenamen eene jaarlijkse rente van 8 1/2 gold gulden [850].

Verpondingsregister Twenthe 1601 : Albert Stroynck betaalt ƒ 0,4,0 voor "5 spint landtz thobehoernde den erfgenamen van zaliger Henrich van Rehede, gyfft jairlicx 1 daler", in Stad Delden [851].

6804. HENDRIK TEN WAGELER, geb. Enschede Stad vóór ca. 1550, ovl. Enschede Stad 1597-1611, tr.[852]

6805. GERTKEN NN, geb. 1540-1565, ovl. Enschede Stad 1597-1610.

Stadgericht Oldenzaal d.d. Up mandach post Reminiseere 1577:[853]
Hendrick ten Wageler pent Dam Berndt.
Stadgericht Oldenzaal d.d. Up mandach post Reminiseere 1577:[854]
Hendrick ten Wageler vercofft Dam Berndts pant vor xlij st + koper ut supra et reßt

6806. ALBERT(US) DE LAER, ovl. na 1628, notaris publicus, landtschrijver, secretaris (1600, 1609), gerichtsschrijver (1597, 1598, 1609) van stad en gericht Enschede.[861] treedt op als gevolmachtigde voor het Langericht van Oldenzaal (1605, 1618), burgemeester van Enschede (1618..1622).

Stadgericht Oldenzaal:[862]
10-4-1600: Alberto de Laer vergundt die beslage up twee handtschrifften, Hanß van Werden thobehorende unnd bij Hanß Henrickß berustende. Nha Stadtrechte.
7-7-1600: Up voergaende beslage unnd darup (erfolgede) ahngefangene gerichts proceduer, heefft Hanß Henrickß, umb wijdere unkosten und schaden thovermijden, ahn handen Alberti de Laer, Secretarij oppidi Enschedensis tott vuldoninge der schult van Twee unnd vijfftich dalers sampt upgelopene intereße so hie secht, hem ahn Hanß van Veerden? Veltscherder under hopman Pherniow tho resten, avergelevert twee handtschrifften itzg Hanßen thobehoerende, die eine under datum den 29 Januarij Anno 91 spreckende van 47 daler, up Geerdt Geertß unnd Jan Janß offte Jan Roloffß, heerkommende van ennige kopenschap van koenen van .M. Henrich Calije?
Die ander gepaßeert sijnde up maendach ijnden paaschen vorß jaers 91 holdende up Geerdt Geertß, van die summa van 23 daler, allent den daler tho 30 st. unnd den st. tho viffthien placken gereckent, unnd dat under cautie offte borchloffte van Pelgrim ten Thije, dewelche ahngelaevet heefft, infal Hanß Henrickß dußer averleveringe halven ijn ennigen schaden geraeden mochte, datt hie daervoer will ijnstaen, als offte hett sijn eigen saecke wehre wehre, des belaevet Albertus de Laer obg gerortten Pelgrimmen sijnen borghe van alles dußer saecke halven schadeloes tho holden under verhijpothicieringe sijner alingen guideren In meliori forma.
9?-7-1600: Albertis de Laer Secretarius oppidi Enschedensis pendet ahn twee handtschrifften Hanß van Veerden?, veltscherder under hopman Pherniow thobehorende, ende bij Hanß Henrickß berustende.
Stadgericht Oldenzaal d.d. 8-8-1600:[863]
Octava Augusti Prosper Staven Everdt van Delden in stadt Henrichs Loelvincks Borgermeisteren.
Die Edele unnd Erentfeste Joest Nagel unnd Adolph vander Marck constitueren unnd maecken vulmechtigh den Er: wolgelertten .M. Joannen Hampßinck umb alhier bijnnen Oldenzaell voer den oick Edelen unnd Erentfesten Erensten van Ittersum Drosten zlandes van Twenthe tegens Lamberten Budde unnd Alberta de Laer umb sie luide ter frundtschap offte mett rechte daer heer tho holdenn datt sie datt erve unnd guedt Wilminck ijnt gerichte van Enschede ende der groten buermarcke liggende sollen verlaetenn unnd ijn handen der constituenten wedder stellen, unnd datt bij alsolcken bescheijde als bij den heeren Landtdrosten vorß gefunden sall konnen worden, unnd watt gerortte vulmechtiger ter bijllicheit bij consent obg heeren Drosten unnd heeren Johans van der Marck ijn dußer saecke handelen doen, unnd laeten wordt datt selve laven gemelte constituenten pro rato et grato tho wijllen holden. In meliori forma.
Verpondingsregister Twenthe 1601 :
ƒ 3,22,8 voor 't erve Wilminck, tohorende aan Albertus de Laer en Lambertus Budden. groot 7½ mude gesei en 3 mudde land in de Eschmarke te Enschede.
Albertus de Laer : ƒ 1,15,0 voor 5 scepel gesei binnen wigbolts, 1 koeweide strekkende tot 't erve Seggelt, en 7 scepel gesei gelegen buiten wigbolt in de Eschmarke [864].
Stadgericht Oldenzaal d.d. 13-6-1622:[865]
Erschennen Albertus de Laer borgermeister tho Enschede, geaßistiert mett die huißfr van Jan ten Wageler unnd begert van die H. Borgermeisteren umb redelicke moverende oirsaecken datt haer E. believen will gerichtelicken die loeßkundigingh tho mogen doen ahn Johan Roeßen van die summe van twee hundert dalers tho bethalen up naestkumpstigen Christmißen luidt gegevener obligatien gerechtlichen verschrijvinge, twekcke mijn heeren Borgermeisteren also ahngenommen te willen geschien Dijt vorgaende vorß Johannen Roesen voergeleeßen sijnde nijmpt sulxc voer bekandt, unnd secht datt hie gelickfals begerende up Engelbert Pijnninck als principael tho mogen geschien, vann gelicke summe, die hie hem schuldich ijs.
In de periode 1628-1631 wordt een proces gevoerd voor het Richterambt Almelo tussen Albert van Laer en Herman S. Smit over de eigendom van een paard. [866]

6812. EGBERT JORISSEN.

6814. JAN COST (alias Junior?), geb. Enschede Stad 1580-1586, ovl. (Enschede?) 28-3-1666, smid te Enschede Stad, tr. vóór 1622[873]

6815. CATHARINA LASONDER, geb. Enschede Stad 1585-1590, ovl. Enschede Stad 22-10-1664.

In 1635 verkopen provisoren der stad Schöppingen het halve erve Walhoff in de Eschmarke aan Everhardt van der Marck x Sandaryna van Straelen en Johan Kost x Catharina Laersunders. [874]

6832. = 6784. GERRIT LASONDER (alias SMID).

6833. = 6785. ELSKE SMITS.

6834. = 6786. PELGRIM BERENDS COST.

6835. = 6787. CATHARINA NN.

6912. JOHAN RE(DE)RINCK, geb. 1498-1518, ovl. 1563-1570, mogelijk dezelfde als Johan Rerijnck, burger van Zutphen, "heel geld", zondag na Esto mihi 1545 (=22-2-1545),[899] beleend met Rederinck (1517, onmondig), (1560), voert in 1563 voor het Hof van Gelderland als Johan Reer(d)inck met Derck Valverdingh c.s. een proces over Reerdinckslag onder Hengelo (Gld),[900] tr. vóór 1560

6913. ELISABETH RIDDERS, door Johan gelijftocht (1560).

Beleningen van het goed Rederinck te Hengelo (Gld) :[901]
Dat gued "to Redering", in groten : die hofstat ende 35 maldersaets hoges lants, to gueder maten. Item een weidemait, schiit an Mennynck, geheiten "Rederinx-weidemait". Item 1 stuck beneven Widenstraet, geheiten "Rederinx slach". Item 1 slageken in den Ongevoirde. Ende 1 1/2 slegekijn in den Eketghoir, myt al des gudes tobehoir, als dat leget in den kirspel van Hengel, to 5 marcken.
Oct. 1417 : Ailbert Redering. Hulder is Henric Redering.
11-12-1420 : Ailbert Redering, mondig, doet zelf den eed, na doode van zijn oom en hulder Henric.
27-5-1468 : Johan Rederinck Aelbertsz.
23-1-1495 : Derick Rederinck na doode van zijn vader Johan.
12-12-1517 : Johan Rederinck, onmondig, na doode van zijn vader Derick, en na verzuim. Derick Putzeller, rentmr. van het land van den Berge, is hulder.
30-1-1560 : Idem doet zelf den eed, en lijftocht zijn vrouw Elisabeth Ridders.
11-4-1570 : Derick Rerinck, na doode van zijn vader Johan.

6928. NN (PAUWEN)(¥).

COMMENTAAR(¥) Wat is het verband met
Berent Paeuwen, burger van Zutphen 31-3-1629.[902] vul aan ppp 5/21/143
Henrik Johannes Pauwe, burger van Zutphen, gartis zaterdag na Epiphanias 1545 (=10-1-1545).[903]
Steven Pauw, burger van Zutphen, zaterdag na Martinus 1516 (=15-11-1516).[904]

6930. NN (WITBECKERS?/KOSTER?).

6932. RIKELEN (RIJCKLUKEN) VAN VREDEN, ovl. 1609-1616, bouwman op Vreden in Klein Dochteren.[922]

6934. HERMEN (HERMAN, HARMEN) NIJKAMP, ovl. na 1612 (doopget.)[924], doopget. (1612), bouwman op Nijkamp in Klein Dochteren.[925]

6936. WILLEM (WILLEKEN) VAN EM(B)DEN, ovl. na 1623, te Lochem (1612), is in 1593 huw. get. te Lochem, doopget. (1613, 1623).

6938. BERNDT ELBERINCK, verm. te Nahayss.

7040. WESSELUS WESTENBERG, wordt gereformeerd, woonde te Gildehaus zonder enige betrekking, tr.[926]

7041. MARIA ELISABETH WERNINKS, afkomstig van Gildehaus.

7046. NN VAN GRAES(¥).

7066. GOVERT GEVERS, geb. vóór ca. 1560.

7138. = 7066. GOVERT GEVERS.

7160. J(OH)AN TE WINCKEL, geb. ca. 1560[970], woont te Dochteren (1617), bouwman op de erve "Winckel" in Groot Dochteren[971], tr. 2o [972] MARIE TEN BROECKHUIJS, ovl. vóór 1617, tr. 3o Lochem geref. 2-4-1617 (als haar wednr.)[973] LAMBERTIEN TEN BROECK(E), j.d. van Exele (1617), dr. van Jan ten Broecke (van de erve "Broeckman" te Exel) en Gertrude NN[974], tr. 1o ca. 1584[975]

7161. MECHTELT NN.

voeg toe RA Scholtambt Lochem, vrijw. zaken f14, d.d. 27-8-1617

7162. HARMEN (HERMEN) SWEFERINCK, ovl. na 1620, doopget. (1609..1620).

7232. GERRIT VAN BORNE (TEN CATE), geb. Borne, ovl. Borne, coopman te Borne, Zwolle, Oldenzaal en Muenster, volgens [1004] genaamd Gerrit ten Cate, boer en koopman in de Grote Buren- of Esmarke onder Enschede, geb. ca. 1540, ovl. aldaar voor 24-1-1602, tr. 1o EGBERT NN, tr. 2o voor 1566

7233. JENNICKEN NN.

Op 18-6-1566 verkopen Johan van Haerle en Lutger, zijn huisvrouw aan Gerrit van Borne en Jennicken, zijn huisvrouw, "huis hoff und berck gelegen buiten Sassenpoerte" te Zwolle. [1005]

Verpondingregister Twenthe (1601) : "Gert ten Kaette, gehoerich den erfgenamen van Beloe to Ghoer, groth 9 mudde gesei, 1 dach grasz meyens, gift ter pacht 7 mudde roggen, 2 mudde gersten, tienden aver 't lant in die probstie to Oldenseell, ƒ 4,15,0."
1602 : "Geert then Kotte, groodt achtehalff mudde bowlandt, een hoymate van anderhalven dach meyens" [1006]. Betreft het hier inderdaad onze Gerrit?

7234. =7288. NN VAN CALCKER, parentatie niet bewezen.

7264. BEREND HESSELINCK, geb. Bocholt ca. 1560, parentatie niet bewezen, vermoedelijk wegens geloofsovertuiging te Muenster gevangen gezet, vlucht via Suijtloon naar Zutphen (1590)[1013] of naar Wehl.[1014]

7288. NN VAN CALCKER, geb. vóór ca. 1560.

7290. EGBERT (ENGELBERT) (VAN) HACKENBROCK, geb. vóór ca. 1565, koopman en burgemeester te Vreden (1599), bezit een huis Groenlo [1028] tr. vóór ca. 1585

7291. GEERTRUID (TRUY) JACOBSDR VAN HUMMEL, geb. vóór ca. 1565.

De van Hummels zegelen in 1608 met een leeuw. [1029]