|
This page was last updated : 100212.
|
File size is: 540 k.
|
Kwartierstaat Lapikás Generatie 12 |
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
|
Refer to these data as:
L. Lapikás, Kwartierstaat Lapikás, version 9.8, Muiden, 2010.
|
|
© Copyright 2010
: L. Lapikás, Muiden, The Netherlands.
No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system,
or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical,
photocopying, recording or otherwise without the prior written
permission of the publisher. An exemption is made
for genealogical publications provided that adequate reference is
being made.
|
3040. SYMON TRUMPENEERS, ovl. Sint-Truiden 18-6-1667, heette in 1661 Symon Trimpeneers van Gelmen d'alde[1]
en in 1663 'nu woonachtig te Velm'.[2]
In 1655 kocht hij met het uitgaan van de brandende kaars een bunder land te Velm[3]
en in 1659 blijkt hij gegoed te zijn "op die Catsije" en "op het Culderken tot Gingelom."[4]
Hij
tr.
3041. ELISABETH MEUTELEERS, transporteerde in 1674 aan haar 'neef' Simon Trimpeneers, te weten "haers opdragersse soens soen, studerende der philosophie binnen die hooghe universiteijt der stadt Loven, in faveur ende subsidie synder voorschreven studie" 208 gulden Luiks geld ad 20 stuivers.[5]
Uit dit huwelijk geboren :[6]
-
a. Simon Trimpeneers[7], geb. Velm, liet zich op 20 maart 1652 te Sint Truiden inburgeren[8] en
tr. Sint Truiden 26-1-1655
Catharina Morren[9], wed. van Anthoen van Herfft. Zij waren op 10 mei 1634 te Sint-Truiden in het huwelijk getreden. Daags tevoren waren de huwelijkse voorwaarden overeengekomen en voor een notaris gepasseerd: Symon bracht ƒ 300 Brabants in en beloofde elk van de voorkinderen van zijn bruid een huwelijksgave van ƒ 600 plus een "bedde huepelinck, twee oirkussens, zargien ende drij paer slapenlaeckens, een half dosijn servetten, een half dosijn handtdoecken, ider eenen gauwen rinck ende ider thien onsen gemaeckt silver".
Hendrick van Herff, Catharina's stiefvader, beloofde zijn kleinkinderen ƒ 2000.[10] Enkele dagen later voegden beide huwelijkscontractanten een codicil toe aan hun verdrag, waarin Symon werd ontheven van de onderhoudsplicht van zijn stiefkinderen na
Catharina's overlijden, behoudens "een eerlijck roucleet om dat ter eeren van honne moeder te dragen."[11] Namens haar procedeerde Symon ...(nog aanvullen).
-
b. Renier Trimpeneers, (nog aanvullen).
-
c. P(i)eter Trimpeneers, (=kw. nr. 1520).
-
d. Jan Trimpeneers, (nog aanvullen)
-
e. Maria Trimpeneers, geb. Velm, ovl. Beringen 2-3-1670, filiatie niet bewezen,
tr. Velm 6-6-1664
Peter Wilborch(s), geb. Gelmen. Op 26-10-1668 verscheen zij als Maria Wilborgh te Sint Truiden om een dochter van Jan Trimpeneers (3041 sub d) ten doop te houden.
3072. DIRCK WILLEMSZ FENT / VAN DER PIJLEN, geb. vóór ca. 1595, ovl. 9-11-1647, beg. Nieuwkoop NH Kerk (zie zerk), woont te Nieuwkoop (1623),
landgebruiker te Nieuwkoop (1631-1636),
was als Dirk Willems Fent ambachtsbewaarder van Nieuwkoop en Noorden (1633),[12]
doopgetuige (1622, 1638),
draagt als Dirk Willemz Fent in 1648 (postuum!) ƒ 15,-- bij aan het bouwfonds voor de bouw van een eigen remonstrantse kerk in Nieuwkoop,[13]
tr. vóór ca. 1617
3073. MARITGE PIETERS (VAN WIERINGEN), geb. vóór ca. 1600, ovl. 1660-1665.
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623:
"Dirck Willemsz ende
Maritgen Pietersdr huijsvre met
Jacob,
Neeltgen,
Trijntgen ende
Grietgen heure kinders - 6 hoofden".
[14]
Register of Morgenboek van Nieuwkoop:[15]
1631 - ½ morgen op Dirck Willemsz Fent
1636 - op Ijsbrant Jansz.
Rinse Penningen 1665 : de weduwe van Dirck Willemsz Fent overleden.[16]
|
Zerk in de NH Kerk te Nieuwkoop te voorschijn gekomen bij de restauratie van de kerk in 1984 (zie Ref. [17] voor een uitgebreid verslag hiervan). De tekst luidt:
"Hier is gerust Dirck Willemszoon van der Pijlen ende hij is gestorven den 8 november Ao 1647"
Foto: L. Lapikás, 2008
|
Detailopname van het wapen op deze zerk. Blazoenering: Gedeeld: A. drie gevederde pijlen schuinrechts geplaatst, B. een versmalde balk vergezeld van drie staande leeuwen, getongd en genageld, 1,2 geplaatst.
klik op plaatje(s) om te vergroten | |
|
Het wapen op bovenstaande zerk lijkt een alliantiewapen Van Pijlen - van Wieringen te zijn.
Van Pijlen: in rood 3 zwartgepunte pijlen schuinrechts geplaatst, gevederd van goud en zwart. Kleuren gebaseerd op een wapen Pijl in Rietstap.
Van Wieringen: in goud een versmalde rode balk vergezeld van drie klimmende rode leeuwen, zwart getongd en genageld, 1,2 geplaatst. Dit wapen is een variant op het wapen van Dirck Heijricxzoon [18] (zie
⇒ Kwartierstaat Lapikás nr. 27824
).
klik op plaatje(s) om te vergroten |
-
a. Jacob Dirckxsz van Pijlen, geb. vóór 1620, ovl. vóór 1674, wordt als eerste kind genoemd in het register van het Hoofdgeld en zal dus wel de oudste zijn,
tr. vóór ca. 1670
NN, ovl. na 1674, betaalt als wed. van Jacob Dircxsz van Pijlen, die veent en bouwt te Nieuwkoop, ƒ 1/2 familiegeld (1674).
-
1. Dirk Jacobsz van Pijlen, geb. vóór ca. 1670, woont te Nieuwkoop (1700),
tr. 1o ca. 1695
Adriaantje Cornelis Bloemendal, ovl. vóór 1700, otr./tr. 2o Nieuwkoop geref. 29-1/14-2-1700 (impost ƒ 3,--)
Ariaantje Philips, woont te Nieuwkoop (1700),
wed. van Pieter Dircksen Vermeij.
Hieruit verder nageslacht bekend (zie verder
⇒ Genealogie Van Pijlen nr. 4a).
-
b. Neeltgen Dircksdr, geb. vóór 1620, wordt als tweede kind genoemd in het register van het Hoofdgeld en zal dus wel de op een na oudste zijn.
-
c. Trijntge Dircksdr (van Pijlen), ged. geref. Nieuwkoop 20-9-1620 (get. Gijsbert Simons, Geertge Pieters en Marritgen Pieters), j.d. van Nieuwkoop (1657).
tr. Nieuwkoop geref. 14-1-1657
Dammis Kornelisz van Vliet, j.m. van Nieuwkoop.
wellicht zn. van Cornelis Aelbertsz van Vliet.[19]
Uit dit huwelijk waarschijnlijk:
-
1. Jacob Damisz van Vliet, tr.
Aeltje Jans Teijsterman(¥), beg. Nieuwkoop 3-3-1698 (impost 3 gulden), van Nieuwkoop, die compareert Ter Aar 13-12-1698 [20].
| COMMENTAAR(¥)
zie kopie p 129
|
-
d. Grietge Dircksdr (van Pijlen), ged. geref. Nieuwkoop 16-5-1622 (get. Gerrit Willems, Teuntgen Jans en Machtelt Willems), ovl. na 1662, vermeld in het Hoofdgeldregister 1623, is doopgetuige (1662). CHECK
-
e. Cornelis Dircksz van Pijlen, ged. geref. Nieuwkoop 6-10-1624 (get. Aris Pieters, Annetje Leenderts en Egbert Willems), (=kw. nr. 1536).
-
f. Pieter Dircksz (van Pijlen, Pijl), ged. geref. Nieuwkoop 13-12-1626 (get. Cornelis Pieters, Hans Jaspersz en Geertge Pieters), ovl. 1664- verm. 1685, j.m. van Nieuwkoop (1651).
tr. Nieuwkoop geref. 29-1-1651
Dieuwertjen Cornelis, ovl. na 1685, wanneer zij als getuige optreedt bij het huwelijk van haar zoon Cornelis Pietersz van Pijlen te Amsterdam, j.d. van Nieuwkoop (1651).
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
2. Jan Pieters van Pijlen, ged. Rem. Nieuwkoop 19-10-1664.
-
3. Grietje Pieters Pijl, geb. vóór ca. 1665, ovl. vóór 1686, filiatie niet bewezen.
tr. vóór 1686
Kors (Cornelis) Jansen Kouwenhoven, ovl. na 1686, betaalt als smith te Nieuwkoop, ƒ 1,-- familiegeld (1674),
vermeld in de Legger op het gemaal (Rijnland, ca. 1680) als smid te Nieuwkoop in de klasse kleine getaxeerden met 2½ personen,
ouderling van de geref. gemeente te Nieuwkoop (benoemd 9-4-1694, afgetreden 31-3-1697, benoemd 17-4-1707, afgetreden 28-2-1712, benoemd 7-3-1717, afgetreden 2-3-1720), is als zodanig betrokken bij de benoeming van nieuwe predikanten in 1684, 1711 en 1721.[21]
Hij hertr. Nieuwkoop 24-2/17-3-1686 Willemtje Heijndriks Kruijswijck, wed. van Cor(neli)s Jansz Van Pijlen.
Uit dit huwelijk vermoedelijk:
-
aa. Ariaentje Kors Kouwenhoven, geb. vóór ca. 1685, ovl. 1706, geref. lidmaat op belijdenis te Nieuwkoop 8-4-1703 (in margine "1706 gestorven").[22]
-
bb. Gijsbert Korsz Kouwenhoven, geb. vóór ca. 1685, geref. lidmaat op belijdenis te Nieuwkoop 8-4-1703 (in margine "1703 vertrokken naar Harmelen").[23]
-
cc. Jan Korsz Kouwenhoven, geb. vóór ca. 1685, geref. lidmaat op belijdenis te Nieuwkoop 1-7-1703.[24]
Hieruit een kind begraven Nieuwkoop 18-2-1703 (gaarder ƒ 3,--).
-
dd. Stijntje Korsz Kouwenhoven, beg. Nieuwkoop geref. 30-4-1750 (graf nr. 33), filiatie niet bewezen,
tr. vóór 1694
Jan Adriaansz (Ariensz) van der Ham, ged. Rem. Nieuwkoop 21-4-1669, zn. van Arie Claesz van der Ham.
Zij worden als echpaar geref. lidmaat te Nieuwkoop op belijdenis 19-9-1694.[25]
-
e. Jan Dircksz (van Pijlen), geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1662, filiatie niet bewezen.
tr. vóór 1662
Maritge Simons.
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Nieuwkoop :
-
1. Neeltje van Pijlen, ged. 1662 (get. Grietje Dirks van Pijlen).
-
f. Sussannetje Dircksdr (van Pijlen?), filiatie niet bewezen, is doopgetuige (1671) onder patroniem.
3076. ANTHONIS (TONIS) CORNELISZ WARRE, geb. vóór ca. 1565, ovl. 1622/23, woont te Aarlanderveen (1614, 1616),
belender in het Zuideinde van Nieuwkoop,
aan de binnenweg (1604..1622), (mrt 1623, de erfgenamen van Anthonis Cornelisz Warre
over de Achterweg (1604..1614),
Op 26-6-1616 verkoopt Anthonis Cornelisz Warre te Aarlanderveen aan Gerrit Reijersz een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, verongeld voor 2 hond, strekkend van het land van Gerrit Reijersz tot dat van Dirck Jacobsz, belend ten oosten Gerrit Cornelisz en ten westen Maerten Jansz en Jan Cornelisz. Koopsom 243 gulden.
[26]
Op 27-12-1623 verkopen Jan Pietersz, molenaar als man en voogd van IJechgen Tonisdr, Pieter Jansz, man en voogd van Marritgen Tonisdr, Cornelis Claesz, man en voogd van Leuntgen Tonisdr en Jasper Cornelisz, man en voogd van Aeltgen Tonisdr en Dirck Philipsz, vader en voogd van Adriaen Philipsz, weeskind van Neeltgen Tonisdr, allen als erfgenamen van Tonis Cornelisz Warre, in leven wonend te Aarlanderveen, aan hun zwager Cornelis Tonisz Warre als zoon en mede-erfgenaam van genoemde Anthonis Cornelisz een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, waarvan Cornelis Tonisz zelf al 1/6 deel toekomt, groot ½ morgen, strekkend van het land van Jan Roelen tot dat van Jan Ariensz Jan, belend ten oosten Jan Cornelisz Verburch, brouwer te Delft en ten westen Abram Jacobsz Trom. Koopsom 250 gulden.
[27]
-
a. IJechgen Tonisdr (Warre), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1630, tr. vóór 1619
Jan Pietersz, ovl. 1623-1630, molenaar te Aarlanderveen (1623).
Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623:
"Jan Pietersz, molenaer, ende Ijdetgen Tonisdr sijn huijsvre met
Jan, Willem, Annetgen ende Neeltgen heur kinderen".
[28]
Op 13-3-1630 verkoopt Cornelis Theunisz Warre als voogd van IJdichgen Tonisdr, weduwe van Jan Pietersz, molenaar te Aarlanderveen, aan Cornelis Ariensz, vogelaar te Aarlanderveen, enkele percelen veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van de landscheiding tot de landen van Cornelis Harmensz en Claes Pietersz, belend ten zuidoosten Willem Jansz en ten noordoosten de weduwe van Claes Claesz, nog een perceel, strekkend van de landscheiding tot het land van Willem Jansz, belend ten zuidoosten de weduwe van Claes Claesz en ten noordoosten Willem Jansz. Borgen zijn Bouwen Cornelisz en Cornelis Cornelisz. Koopsom 300 gulden.
[29]
-
b. Marritgen Tonisdr (Warre), geb. vóór ca. 1605, tr. vóór 1623
Pieter Jansz.
Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623:
"Pieter Jansz, ende Maritgen Tonisdr sijn huijsvre met
Neeltgen ende Geertgen heure kinders".
[30]
-
c. Leuntgen (Appelonia) T(h)onisdr (Warre), geb. vóór ca. 1605, tr. vóór 1623
Cornelis Claesz, zn. van Claes NN en Maritgen Jansdr.
Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623:
"Cornelis Claesz, ende Appelonia Thonisdr sijn huijsvrouwe met
Aeltgen heurluijder kint, item Maritgen Jansdr sijn moeder bij hem innewonende".
[31]
-
d. Aeltgen Tonisdr (Warre), geb. vóór ca. 1605, tr. vóór 1623
Jasper Cornelisz, ovl../(beg?) 26-10-1639 (of?) 2-4-1641,[32]
in veel akten optredend als Jasper Cornelisz Warre !,
woont te Nieuwkoop.
Hij hertr. verm. Neeltgen Bouwensdr, waaruit nageslacht.[33]
-
e. Neeltgen Tonisdr (Warre), geb. vóór ca. 1585, ovl. vóór 1614, tr. vóór 1614
Dirck Philipsz, ovl. na 1623, woont in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg (1614).
Op 7-9-1614 regelen Dirck Philipsz, weduwnaar van Neeltgen Tonisdr ter ene en Tonis Cornelisz Warre te Aarlanderveen als grootvader en voogd van Adriaen Dircksz, kind van voornoemd echtpaar, ter andere zijde, de moederlijke uitkoop. Dirck Philipsz is gehouden zijn zoon te onderhouden en op te voeden tot zijn achttiende jaar en hem dan te geven 36 gulden. Gestelde garantie: zijn huis en erf in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van Philips Ariensz, belend ten oosten Trijn Cornelisdr en ten westen Ghijsbert Cornelisz.
[34]
-
1. Adriaen Philipsz, onmondig in 1623.
-
f. Cornelis Tonisz Warre, geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1662, (=kw. nr. 1538).
3078. JAN NN.
-
a. Marritge Jansdr, geb. vóór ca. 1625, (=kw. nr. 1539).
-
b. Grietgen Jansdr, geb. vóór ca. 1630, tr. vóór 1651
Adriaen Evertsz, zn. van Evert Cornelisz.
Op 2-5-1651 is Grietgen Jansdr, vrouw van Adriaen Evertsz met als voogden haar schoonvader Evert Cornelisz en haar zwager Cornelis Antonisz Warre, 150 gulden schuldig aan Cornelis Hermensz, biersteker te Zwammerdam. Gesteld onderpand: vier hond land in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend van het land van Willem Jan Gerritsz tot dat van Evert Cornelisz, belend ten oosten Arien Cornelisz Segvelder en ten westen Evert Cornelisz.
[35]
Op 2-5-1651 is Grietgen Jansdr, vrouw van Adriaen Evertsz met als voogd haar zwager Cornelis Anthonisz Warre 150 gulden schuldig aan haar schoonvader Evert Cornelisz. Gesteld onderpand: vier hond land in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend van het land van Willem Jan Gerritsz tot dat van Evert Cornelisz, belend ten oosten Arien Cornelisz Segvelder en ten westen Evert Cornelisz.
[36]
3108. SYMON CRIJNEN (VERMIJ), geb. vóór ca. 1620, belender in het Noordeinde van Nieuwkoop
aan de Achterweg (1638..1651),
aan de binnenweg (1640..1651),
is gebruiker van land met een huis, berg en schuur in het Noordeinde van Nieuwkoop, groot 9½ morgen (1669).
Op 10-11-1639 verkoopt Roeloff Cornelisz, getrouwd met Marritgen Crijnendr te Nieuwkoop, aan Sijmon Crijnen Vermij een perceel veenland in het Noordeinde binnenweg, strekkend van het land van Jan de Vogel tot het land van Marritgen Crijnen, belend ten oosten Cornelis Roel Jansz en Marritgen Crijnendr en ten westen Jan Ariensz Vermij, bakker, nog een perceel over de Achterweg, strekkend van daar tot het land van Dirck Meesz, belend ten oosten de weduwe van Aert Willem Jan Louwen en ten westen Michiel Cornelisz. Koopsom 580 gulden.
[37]
Op 1-10-1641 verkoopt Dirck Meesz te Nieuwkoop aan Sijmon Crijnen een perceel veenland in het Noordeinde over de Achterweg, strekkend van en tot het land van de koper, belend ten oosten Adriaen Arien Sijmonsz en ten westen Michiel Cornelisz. Koopsom 38 gulden.
[38]
|
NIET GEPLAATSTE FRAGMENTEN VERMEIJ |
Jan Aries Vermey, ged. Bodegraven 17-4-1707, beg. Bodegraven 24-12-1753, otr./tr. 1o Zegveld/Hoogblokland 14-2/9-3-1727[39]
Grietje Ariens Koy, ged. Hoogblokland 9-4-1702, beg. Bodegraven 28-7-1736, otr./tr. 2o Bodegraven/Nieuwkoop 19-10/3-11-1737[40]
Aeltje Aris Bouman, wed. van Wm Jans van Stavoren.
Hij ex :
Ary Cornelis Vermey, ged. Bodegraven 25-2-1671, otr./tr. Bodegraven/Nieuwkoop 29-7/14-8-1695
[41]
[42]
Magteltje Doedens van der Bergh, geb. Vinckeveen, ged. Wilnis 24-2-1667, beg. Bodegraven 8-1-1716. Hij ex :
Cornelis Claas Vermey (van der My), van Bodegravenmye.
tr. Bodegraven 19-11-1656[43]
Marrigje Gysberts van Leyden, geb, beg. Zwammerdam 15-5-1688, van Zegveldermye.
Jannetje Ariens Vermey, tr. Bodegraven 19-11-1716 Gerrit Willemsze van der Giezen [44].
Jan Aris Vermey tr. voor 1738 Aaltje Aris Bouman.[45]
Annetje Pieters Vermey tr. (voor 1684) Cornelis Pietersz van Staveren.
Willem Jansz Vermey, overleden, vermeld in Kohier 200e penning Rijnland, Langer en Korteraar, 1625.
Jan Willemsz Vermij te Korteraar ende Geertgen Jansdr sijn huijsvr. vermeld met 2 hoofden in Hoofdgeld Ter Aar 1623. [46]
Willem Jansz Vermij te Korteraar ende
Maritgen Jansdr sijn huijsvr. met David, Pieter, Willem, Machtelt, Maritgen ende Aeltgen heurl kinders, vermeld met 8 hoofden in Hoofdgeld Ter Aar 1623. [47]
Jan Claesz Vermij, kaeskoper te Aarlanderveen, is de enige erfgenaam van Claes Vermij uit Leiden. Hij betaalt 100e penning Rijnland, 1698.
Simon Jansz Vermey x Hillegont Reijers, waaruit Cornelis Symonsz Vermey te Oudshoorn, ca. 1650,[48]
schepen aldaar, wiens wapen voorkomt op een gebrandschilderd raam van de ambagten van Outshoorn en Gnephoek, anno 1670, in de Ned. Herv. kerk te Oudshoorn.[49]
Cornelis Symensz (Vermey) x Geertje Symons (Schenckevelt). Hieruit Cornelis Vermey, ged. Oudshoorn geref. 31-1-1666 get. Annetje Thomas.[50]
Hillegont Vermey 8-9-1669 get. Trijntje Symens.[51]
Gerrit Claes Vermey x Aeltgen Jansdr, waaruit dr. Jannitgen Gerritsdr, die tr. na 1592 Arie Jan Louwen, ambachtsbewaarder te Aarlanderveen.[52]
Jan Gerrits Vermij, armmeester, wiens wapen voorkomt op een gebrandschilderd raam van de ambagten van Outshoorn en Gnephoek, anno 1670, in de Ned. Herv. kerk te Oudshoorn.[53]
|
-
a. Aem Symon Crijnen (Vermey), geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1701, (=kw. nr. 1554).
-
b. Crijn Sijmonsz, geb. vóór ca. 1650, filiatie niet bewezen,
aangeslagen voor ƒ ½ familiegeld als Crijn Symonsz, baggerman te Nieuwkoop (1674).
-
1. Pietertjen Krijnen, ged. Rem. Nieuwkoop 21-10-1668 (vader Krijn NN), filiatie niet bewezen.
-
2. Lijsbeth Krijnen, ged. Rem. Nieuwkoop 1-6-1672 (vader Krijn Sijmonsz).
-
3. Cornelis Crijnen, ged. Rem. Nieuwkoop 4-2-1674 (vader Krijn Sijmonsz).
-
4. Gerrit Crijnen, ged. Rem. Nieuwkoop 6-11-1675 (vader Crijn Sijmensen).
-
5. Marritje Crijnen (Vermij?), ged. Rem. Nieuwkoop 13-5-1677 (vader Krijn Sijmons), beg. verm. Nieuwkoop 24-8-1699 (als Marritie Crijnen Vermij, gaarder ƒ 3,--).
-
6. Cornelis Crijne Vermij, geb. vóór ca. 1675, ovl./beg. Nieuwkoop geref. 3/7-9-1751.
filiatie niet bewezen.
-
aa. NN Vermij, beg. Nieuwkoop 20-8-1701 (een kind van Cornelis Crijnen Vermij, gaarder ƒ 3,--).
-
bb. NN Vermij, beg. Nieuwkoop 23-10-1701 (een kind van Cornelis Crijnen Vermij, gaarder ƒ 3,--).
-
cc. NN Vermij, beg. Nieuwkoop 29-1-1703 (een kind van Cornelis Crijnen Vermij, gaarder ƒ 3,--).
-
7. Gerrit Crijnen Vermij, geb. vóór ca. 1680.
filiatie niet bewezen.
-
aa. Maritje Gerritze Vermij, ged. Rem. Nieuwkoop 14-1-1703 (vader Gerrit Krijne Vermij), beg. Nieuwkoop 15-5-1703 (een kind van Gerrit Crijnen Vermij, gaarder pro deo).
-
bb. Maritje Gerritz Vermij, ged. Rem. Nieuwkoop 2-3-1704 (vader Gerrit Krijne Vermij), ovl. jong?
-
cc. Marrigh Gerrits Vermij, ged. Rem. Nieuwkoop 8-8-1706 (vader Gerrit Krijnen Vermij), ovl. jong?
-
dd. Krijn Gerritze Vermij, ged. Rem. Nieuwkoop 31-7-1707 (vader Gerrit Krijne Vermij), tr. vóór 1730
Neeltje Klaasz Ko(o)ij.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aaa. Gerrit Krijne Vermij, ged. Rem. Nieuwkoop 28-5-1730 (geen moedersnaam genoemd), ovl. jong?
-
bbb. Gerrit Krijne Vermij, ged. Rem. Nieuwkoop 21-8-1735.
-
ccc. Ariaantje Krijne Vermij, ged. Rem. Nieuwkoop 29-12-1737.
-
ee. Kornelis Gerritse Vermij, ged. Rem. Nieuwkoop 31-8-1710 (vader Gerrit Krijne Vermij), ovl. jong?
-
ff. Cornelis Gerritse Vermij, ged. Rem. Nieuwkoop 15-11-1711 (vader Gerrit Krijne Vermij), ovl. jong?
-
gg. Kornelis Gerritse Vermij, ged. Rem. Nieuwkoop 13-8-1713 (vader Gerrit Krijne Vermij), ovl. jong?
-
hh. Kornelis Gerritse Vermij, ged. Rem. Nieuwkoop 6-1-1715 (vader Gerrit Krijne Vermij).
-
ii. Simon Gerritse Vermij, ged. Rem. Nieuwkoop 19-3-1719 (vader Gerrit Krijne Vermij).
-
jj. Marretje Gerrits Vermij, ged. Rem. Nieuwkoop 4-5-1721 (vader Gerrit Krijne Vermij).
-
8. Sijmon Krijnen, ged. Rem. Nieuwkoop 30-4-1679 (vader Krijn Sijmonsz).
3110. HUYBERT DIRCKSZ TWAELFFHOVEN(¥), geb. vóór ca. 1605, ovl. na ca. 1680.
belender in het Zuideinde van Nieuwkoop
aan de binnenweg (1632..1652),
aan de buitenweg (1645),
woont te Noorden (1653),
baggerman (1673),
betaalt als baggerman te Nieuwkoop, ƒ ½ familiegeld (1674),
vermeld te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het
lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 4 personen in de klasse van de armen of aalmoezen levende.
[54]
tr. 2o Nieuwkoop 3-7-1651[55]
GERRITGE CORNELIS, wed. van Govert Jans,
woont te Noorden (1653),
tr. 1o voor 1651[56]
3111. ANNETGE CORNELIS, ovl. vóór 1651.
| COMMENTAAR(¥)
Hij tr. ook voor 1648 Annetgen Huijbertsdr waaruit kinderen onmondig in 1648.
|
Op 20-11-1629 verkoopt Geerloff Philipsz te Nieuwkoop aan Huijbert Dircxsz Twaalfhoven een huis en erf in het Zuideinde, binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot Pieter Worboutsz, belend ten oosten Joost Pietersz en ten westen Pieter Worboutsz. Belast met 100 gulden, toekomend Crijn Jacobsz, weeskind te Bodegraven. Koopsom 275 gulden.
[57]
Op 7-10-1642 delen Huijbert Dircxsz, Arien Dircxsz Twaelffhoven, Joost Pietersz, getrouwd met Gerritgen Dircxdr, Jasper Ghijsz, getrouwd met Lijsbet Dircxsdr en Marritgen Dircxsdr met haar broer Adriaen Dircxsz Twaelffhoven, Harmen Cornelisz Heer als voogd over het kind van de overleden (?) Adriaen Dircxsz Twaelffhoven en Cornelis Pieter Sijmonsz als voogd van Marritgen Pietersdr, weeskind van de overleden Pieter Dircxsz Twaelffhoven, samen kinderen van Dirck Ariensz Twaelffhoven en Neeltgen Cornelisdr, beiden overleden, de nalatenschap. Joost Pietersz ontvangt een voorhuis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het achterhuis van Marritgen Dircxsdr, belend ten oosten Gerrit Claes Gerritsz en ten westen Steven Cornelisz, nog een perceel veenland binnenweg, verongeld voor 4 hond, strekkend van het deel van Marritgen Dircxdr tot het land van Huijb Dircxsz, belend ten oosten Pieter Stoffel Jacobsz en ten westen Jacob Heijndricxsz. Marritgen Dircxsdr komt toe een achterhuis, berg, schuur en erf aan het Zuideinde buitenweg, strekkend van het genoemde voorhuis van Joost Pietersz tot het weiland van Huijbert Dircxsz, belend ten oosten Gerrit Claes Gerritsz en ten westen Steven Cornelisz, nog een deel van een stuk veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Willem Jacobsz tot het land van Joost Pietersz, belend ten oosten Pieter Stoffel Jacobsz en ten westen Jacob Heijndricxsz, schipper. Huijbert Dircxsz valt ten deel enkele wei- en hooilanden in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 8 hond, strekkend van de werf van Marritgen Dircxdr tot in de Masloot, belend ten oosten Gerrit Claesz en ten westen Pieter Huijgensz. Hij moet 650 gulden uitkeren aan de weeskinderen van Adriaen Dircxsz en Pieter Dircxsz. Jasper Ghijsbertsz, getrouwd met Lijsbet Dircxdr, ontvangt een kamp hooiland in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend van het land van Jan Claesz van Leijen tot in de oude Meije, belend ten oosten Cornelis Huijbertsz en ten westen de kinderen van Jacob Jochumsz. Lijsbet Adriaensdr en Marritgen Pietersdr, de genoemde weeskinderen, ontvangen een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van de kinderen van Jacob Jochumsz tot dat van Arien Bouwensz, belend ten oosten Lenert Roelen en ten westen Ghijsbert Cornelisz Crijger, nog een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van daar tot het land van Cornelis Jan Heijndricxsz, genaamd "Vossenland", nog 650 gulden, uit te keren door Huijbert Dircxsz.
[58]
Op 21-3-1648 verkoopt Cornelis Dammasz van Griecken te Nieuwkoop aan Huijbert Dircxsz Twaelffhoven een perceel land in het Noordeinde binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot de Zevenhovense dijk, belend ten oosten Cornelis Abrahamsz en Cornelis Anthonisz de Jong en ten westen Pieter Egbertsz en de verkoper. Koopsom 1.540 gulden.
[59]
Op 6-7-1648 verkoopt Huijbert Dircxsz Twaelffhoven aan Claes Cornelisz Boertgen een perceel veenland in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van de verkoper tot aan de Achterweg, belend ten oosten Jan Louwen en ten westen Pieter Egbertsz. Koopsom 600 gulden.
[60]
Op 15-12-1648 verkopen Cornelis Dircxsz Twaelffhoven en Marten Ghijsbertsz, ooms en voogden van de onmondige kinderen van Huijbert Dircxsz Twaelffhoven en Annetgen Huijbertsdr, aan IJsbrant Jansz van Leeuwen, lakenkoper te Nieuwkoop, een perceel land in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 11 hond, strekkend van de werf van Maritgen Dircxsdr tot de Masloot belend ten oosten Gerrit Claes Gerritsz en ten westen Pieter Huijgen.
15-12-1648. IJsbrant Jansz van Leeuwen, lakenkoper te Nieuwkoop, is 1.800 gulden schuldig aan Cornelis Dircxsz Twaelffhoven en Marten Ghijsbertsz, ooms en voogden van de onmondige kinderen van Huijbert Dircxsz Twaelffhoven en Annetgen Huijbertsdr, wegens koop van bovengenoemd onroerend goed.
[61]
Op 21-3-1651 verkoopt Cornelis Dircxsz Twaelffhoven te Nieuwkoop als oom en bloedvoogd van de kinderen van Huijbert Dircxsz Twaelffhoven aan Jan Tomasz van Vliet een huis en erf in het Zuideinde binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot aan het huis en erf van Adriaen Dircxsz Twaelffhoven, belend ten oosten Cornelis Pietersz Teijsterman en ten westen Adriaen Dircxsz Twaelffhoven. Koopsom 700 gulden. Geroijeerd d.d. 8-1-1664.
[62]
Op 25-5-1651 is Gerricjen Cornelisdr, weduwe van Govert Jansz te Noorden met als voogd Willem Jansz 50 gulden schuldig aan de Armen van Noorden. Gesteld onderpand: een huis en erf te Noorden buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot aan het land van Cornelis Jansz, belend ten oosten Maerten Maertensz Vreken en ten westen de weduwe van Jan Jansz Braets.
[63]
Op 4-1-1652 verkoopt Huijbert Dircxsz Twaelfhoven te Nieuwkoop aan Harmen Cornelisz van Griecken een bruikweerland in het Noordeinde binnenweg, verongeld voor 2 morgen 23 roeden, strekkend van de Vorendijk tot het land van Claes Cornelisz Boertge, belend ten oosten Gerrit Pietersz en Kors Claesz en ten westen de nazaten van Pieter Egbertsz. Koopsom 1.100 gulden.
[64]
Op 2-4-1653 draagt Huijbert Dircxsz Twaelfhoven te Noorden over aan Luijt Cornelisz Padenburch een huis, erf en schuur op een bruikweerland in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van Claes Cornelisz Boertge, belend ten oosten Gerrit Pietersz en Cors Claesz en ten westen de nazaten van Pieter Egbertsz. Koopsom 321 gulden 8 stuivers 12 penningen.
[65]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Neeltje Huyberts Twaelffhoven, geb. vóór ca. 1650, ovl. vóór 1701, (=kw. nr. 1555).
-
b. Gerrit Huijbertsz Twaelffhoven, geb. vóór ca. 1655, filiatie niet bewezen,
vermeld als baggerman en bouwman te Zevenhoven en Noorden in de Legger op het gemaal in het
lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 2 personen in de klasse kleine getaxeerden.
[66]
-
c. Adriaen (Adrianus, Ary, Arien) Huybersz (van) Twaelffhooffen, geb. vóór ca. 1640, ovl. 1674-1679, filiatie niet bewezen,
j.m. van Nieuwkoop, kleermaker wonend op de Nieuwe Voldersgraft (1660),
in de (Middelste) Raemsteech (1662..1674),
huw. get. (1662),
otr. 1o Leiden geref. 21-10-1660 (get. zijn neef Gerrit Pieters wonend op de Delffsche Vliet, en Anna de Kuyck, haar bekende wonend op de Middelste Raemsteech)
Mary(n) Tomas Cha (Ciae), ovl. 1667-1670, j.d. van Leiden wonend op de Gaernmarct(1660),
otr./tr. 2o Leiden schepenen 29-5/15-8-1670 (get. zijn neef Gerrit Pietersz van Toll wonend op de Vliet, en Dirckgen Willems van der Vecht, haar moeder wonend in de Raemsteech)
Margaretha (Margrieta) Kaerls (Carels) de Smith, ovl. 1670-1674, afkomstig van Leyden, wonend in de Raemsteech (1670),
otr./tr. 3o Leiden schepenen 9/25-11-1674 (get. zijn neef Gerrit Pietersz van Toll wonend op de Delffsche Vliet, en Maertge Cornelis, haar moeder wonend op de Rijn)
Maria Klaes Kock, afkomstig van Leyden, wonend in de Raemsteech (1674).
Uit zijn eerste huwelijk (o.a.?):
-
1. Jan Adriaens Twaelffhoven, geb. 1667/68, ovl. na 1679, wordt in 1679 in het weeshuis te Leiden opgenomen,
is verm. identiek met
Johannes van Twaelffhoven, afkomstig van Leyden, lakenbereider wonend in de Blauwesteegh (1690),
otr. Leiden geref. 8-4-1690 (get. Willem van Heyningendoorn, zijn neef wonend op de Zijtgraft, en Lijsbet de Zitter, haar zuster wonend in de Blauwesteegh)
Marijtje de Hout, afkomstig van Leyden, wonend in de Blauwesteegh (1690).
Op 17-7-1679 wordt op verzoek van Pieter van de Casteele, Heer van de buurt van de Gaermarckt te Leiden, in het Weeshuis te Leiden opgenomen Jan, 11 jaar, zn. van Adriaen Huybersz van Twaelffhooffen, van Nieucoop, en Mary Thomas Ciae, van Leijden, en beiden te leiden overleden.
"Dit kint wert buyten costen van deser huyse aengenoomen bij Gerrit van Tol, soo langh hij in vermogen is. Mits dat hetselve kint enenige goederen heeft dat hetselve sall genieten als hij tot sijn jaeren compt.
[67]
3112. SYMON JANSZ TEIJSTERMAN, ovl. 1623-1637.
belender in het Zuideinde van Nieuwkoop
aan de binnenweg (),
aan de achterweg (1606),
vermeld in RA Nieuwkoop (1608),
woont te Nieuwkoop (1623),
tr. vóór ca. 1590[68]
3113. GEERTGEN JANSDR, ovl. vóór 1621.
Op 26-5-1608 verkoopt Symon Jansz Teijsterman voor ƒ 957,-- een perceel weiland met hennepakker aan Gijsbert Jeremiasz Oosterlick. [69]
Op 17-6-1608 verkoopt Symon Jansz Teijsterman voor ƒ 2922,-- een "bruyckweer lants" met huis en erve in het Noordeinde aan Jan Maertensz.[70]
Op 3-6-1621 delen Sijmon Jansz Teijsterman, weduwnaar van Geertgen Jansdr, ter ene en Pieter Sijmonsz Teijsterman, Jan Sijmonsz, Ouwe Cornelis Sijmonsz en Adriaen Sijmonsz voor hen zelf, en Cornelis Jonge Bloem als voogd over Jonge Cornelis Sijmonsz en Maritgen Sijmonsdr, allen als kinderen van Geertgen Jansdr, ter andere zijde de nalatenschap, waarbij geen nadere details worden vermeld.
[71]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623:
"Sijmon Jansz Teijsterman wedr met
Cornelis ende
Maritgen sijn kinders - 3 hoofden".
[72]
Op 4-6-1637 delen Adriaen Sijmonsz Teijsterman en Cornelis Sijmonsz Teijsterman voor zichzelf, Cornelis Pietersz Teijsterman voor zichzelf en Pieter Dircxsz Twaelffhoven, getrouwd met Annetgen Pietersdr, Jan Cornelisz Staveren, als oom en voogd van de kinderen van de overleden Pieter Sijmonsz Teijsterman, Aris Cornelisz Quast als oom en voogd van de kinderen van de overleden oude Cornelis Sijmonsz Teijsterman, Willem Elbertsz van Sevenhoven als voogd over de kinderen van de overleden Jan Sijmonsz Teijsterman, allen als kinderen van Sijmon Jansz Teijsterman, die woonde te Nieuwkoop, de nalatenschap. Cornelis Sijmonsz Teijsterman valt ten deel een huis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg in de Vierschouwerij, verongeld voor ½ morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Arien Sijmonsz, belend ten oosten Cornelis Jansz Poel en ten westen Arien Cornelisz. Hij zal 103 gulden ontvangen van de kinderen van Jan Sijmonsz Teijsterman. Adriaen Sijmonsz Teijsterman is aanbedeeld met een kamp weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, groot 1 morgen 394 roeden, strekkend van de werf van Cornelis Sijmonsz tot het land van de kinderen van oude Cornelis Sijmonsz, belend ten oosten Cornelis Jansz Poel en ten westen Arien Cornelisz. De kinderen van oude Cornelis Sijmonsz komt toe een kamp land met een henneptuin aldaar gelegen, groot 756 roeden, strekkend van het land van Adriaen Sijmonsz tot aan de blokkamp van de kinderen van Pieter Sijmonsz, belend ten oosten Jacob Jansz Pijper en ten westen Dirck Pietersz Velssen, nog een perceel veenland binnenweg, strekkend van en tot Arien Cornelisz, belend ten oosten Cornelis Harmensz en ten westen Jan Arisz. Ze ontvangen 108 gulden, uitgereikt door de kinderen van Jan Sijmonsz. De kinderen van Pieter Sijmonsz ontvangen een blokkamp land in het Zuideinde buitenweg, groot 805 roeden, strekkend van het land van de kinderen van oude Cornelis Sijmonsz tot aan de Masloot, belend ten oosten Aris Gijsz Quast en ten westen Arien Sijmonsz Teijsterman. Zij ontvangen 297 gulden van de kinderen van Jan Sijmonsz. De kinderen van Jan Sijmonsz Teijsterman ontvangen een kamp hooiland achter het bruikweer van de overleden Sijmon Jansz, groot 1.450 roeden, strekkend van de Masloot tot het land van Willem Cornelisz van Griecken, belend ten oosten deze van Griecken en ten westen de Twaelffmorgen.
[73]
Uit het huwelijk (Teijsterman-Jansdr):[74]
-
a. Pieter Symonsz Teijsterman, ovl. 1621-1637, (=kw. nr. 6946).
in 1621 meerderjarig,
tr.[75]
Geertgen Cornelisdr van Staveren, (=kw. nr. 6947).
Uit dit huwelijk zes kinderen geboren :[76] (zie kw. nr. ⇒ 3474 ).
-
b. Jan Symonsz Teijsterman, ovl. 1623-1637, in 1621 meerderj. woonde in Zevenhoven,
tr.[77]
Neeltgen Aelbertsdr.
Uit dit huwelijk geboren :[78]
-
1. Elbert Jans Teijsterman.
-
2. Jan Jans Teijsterman, ovl. jong?
-
3. Willem Jans Teijsterman, geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1698?, betaalt als bouwman en veenman te Nieuwkoop, ƒ 1 familiegeld (1674),
vermeld als koehouder te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het
lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 9 personen in de klasse kapitalisten,
[79]
betaalt 100e penning Rijnland, Nieuwkoop (1698), wonend te Zevenhoven.[80]
-
4. Jan Jans Teijsterman, mogelijk identiek met Jan Jansz Teysterman aangeslagen voor ƒ ½ familiegeld als baggerman te Zevenhoven (1674).
-
5. Syburch Jans Teijsterman.
-
c. Oude Cornelis Symonsz Teijsterman, geb. vóór ca. 1590, ovl. 1621-1623, in 1621 meerderj.,
tr. vóór ca. 1615[81]
Maritgen Cornelisdr Quast, ovl. na 1623, dr. van Cornelisz Andriesz Quast en Burchgen Rijckendr.
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623:
"Maritgen Cornelisdr
wede van Cornelis Sijmonsz met
Jan,
Theus,
Maritgen,
Aeltgen ende
Sijburch haer kinders - 6 hoofden (onvermogent)".
[82]
-
1. Jan Cornelis Teijsterman, geb. vóór 1623, betaalt als schipper te Nieuwkoop, ƒ ½ familiegeld (1674),
vermeld te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het
lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 7 personen in de klasse arbeiders en onvermogenden.
[83]
-
2. Theus Cornelis Teijsterman, geb. vóór 1623.
-
3. Maritgen Cornelis Teijsterman, geb. vóór 1623, tr. vóór 1684
Kornelis Andriesz Stavoren, mogelijk identiek met Cornelis Aris Staveren,aangeslagen voor ƒ ½ familiegeld als schipper te Nieuwkoop (1674).
Zij worden als echtpaar, wonend in het Zuideinde van Nieuwkoop, vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Nieuwkoop (1684).[84]
-
4. Aeltgen Cornelis Teijsterman, geb. vóór 1623.
-
5. Syburch Cornelis Teijsterman, geb. vóór 1623.
-
d. A(d)ri(a)en Symonsz Teijsterman, geb. vóór ca. 1590, ovl. 1648-1661, meerderjarig in 1623, vermeld als schepen van Nieuwkoop (1645),
tr. vóór 1614[85]
Maritgen Gerritsdr, dr. van Gerrit Claesz en Aeltgen Jansdr.
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623:
"Adriaen Sijmonsz ende
Maritgen Geritsdr sijn huijsvre met
Arien,
Jan,
Crijn,
Gerit,
Stijntgen,
Gooltgen,
Annetgen ende
Aeltgen heure kinderen mitsgaders
Maritgen Sijmonsdr haer jongwijff - 11 hoofden".
[86]
-
1. Arien Ariens Teijsterman, geb. vóór 1623.
-
2. Jan Ariens Teijsterman, geb. vóór 1623.
-
3. Crijn Ariens Teijsterman, geb. vóór 1623.
-
4. Gerrit Ariens Teijsterman, geb. vóór 1623.
-
5. Stijntgen Ariens Teijsterman, geb. vóór 1623.
-
6. Gooltgen Ariens Teijsterman, geb. vóór 1623.
-
7. Annetgen Ariens Teijsterman, geb. vóór 1623.
-
8. Aeltgen Ariens Teijsterman, geb. vóór 1623.
-
e. Jonge Cornelis Symonsz Teijsterman, geb. vóór 1621, ovl. na 1637, (=kw. nr. 1556).
-
f. Maritgen Symonsdr Teijsterman, geb. vóór 1621, ovl. vóór 24-10-1624, minderjarig in 1621,
tr.[87]
Jacob Cornelisz.
3114. CLAES FRANSZ, geb. ca. 1560/65, ovl. na 1623, voor 6-9-1642, schepen (1608) en weesmeester (1614) van Nieuwkoop,[88]
[89]
tr. vóór 1609[90]
3115. NEELTGEN DIRCSDR WIT, ovl. na 1642.
|
Wapen Claes Fransz: In blauw een gouden ring voorzien van een gouden (eikel).
[91]
|
| COMMENTAAR(¥)
Vul aan akten Ref. [92].
|
Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600:
Nieuwkoop :
Claes Fransz op vijftien ponden comt 30 gl.
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623:
"Claes Fransz ende
Neeltgen Dircxdr sijn huijsvrouwe met
Louris,
Gijsbert,
Dirck,
Jan,
Leuntgen,
Maritgen,
Aeltgen ende
Geertgen heure kinders - 10 hoofden".
[93]
Op 6-9-1642 wordt de omvangrijke nalatenschap van Claes Fransz, grotendeels bestaande uit percelen wei- en veenland, verdeeld tussen zijn weduwe, die bijgestaan werd door haar broer Louris Dircxz Wit, en de negen kinderen Frans, Louris, Ghijsbert, Dirck en Jan Claeszonen van Wieringen , Cornelis Symonsz Teijsterman, gehuwd met Leuntgen Claesdr, Jan Gerritsz, gehuwd met Aeltgen Claesdr, Pieter Dircksz Velsen, gehuwd met Geertgen Claesdr, alsmede de minderjarige Maritgen Claesdr.[94]
Uit dit huwelijk (in het kohier van het hoofdgeld 1623 worden alle kinderen behalve Frans genoemd) :[95]
[96]
-
a. Frans Claesz van Wieringen, geb. ca. 1590, ovl. na 1666-1673, doopget. (1627),
schepen van Nieuwkoop (1631, 1633),
kerkmeester te Nieuwkoop (1636),
tr. ca. 1618[97]
[98]
Weyntgen Stoffelsdr, ovl. na juni 1677.
| COMMENTAAR(¥)
Vul aan akten Ref. [99].
|
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623:
"Frans Claesz ende
Weijntgen Stoffelsdr sijn huijsvr met
Stoffel ende
Dirck heure kinders - 4 hoofden".
[100]
-
1. Stoffel Fransz van Wieringen, ged. Nieuwkoop geref. 2-12-1619 (get. Gerret Stoffelsz, Claes Stoffelsz en Leuntien Claes), ovl. vóór feb. 1693, vermeld als opperman en metselaar (1674) in het Kohier Familiegeld Rijnland,
tr. Nieuwkoop 20-7-1642
Lijsbeth Pietersdr van Leeuwen. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
2. Dirck Fransz (van Wieringen), ged. Nieuwkoop 12-9-1621 (get. Louris Claesz, Louris Jansz, Wijbe Stoffelsz), ovl. na 1692, vermeld te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het
lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 3 personen in de klasse arbeiders en onvermogenden,
[102]
woonde te Nieuwkoop (1692),
tr. 1o Nieuwkoop geref. 31-1-1647 (met betoog van Waddinxveen)[103]
Aeltge Maertensdr, geb. Waddinxveen, ovl. vóór 1649, tr. 2o Nieuwkoop geref. 31-10-1649[104]
Leuntge Pietersdr, geb. Nieuwkoop, ovl. vóór 1686, wed. van Wijk Cornelisz,
dr. van Pieter L(e)uloffsz en Annetge Gerrits (van Staveren) (zie kw. nr. ⇒ 13894 sub a/4),
otr./tr. 3o Nieuwkoop geref. 17-4/5-5-1686[105]
Marritje Jans Pauw, geb. Ter Aar, ovl. vóór 1692, wed. van Pieter Pietersz Kuiper,
tr. 4o met betoog van Nieuwkoop naar Noorden geref. 15-6-1692[106]
Marretje Willems Oosterlingh, woonde op Westveen (1692),
wed. van Dammes Thijsz Westveen.
voeg toe akten GBLO 8(1993)54
-
3. Cornelis Fransz van Wieringen, ged. Nieuwkoop geref. 1-12-1624 (get. Gijsbert Stoffelsz, Louris Jansz en Maritge Ariens), ovl. vóór april 1687, scheepmaker,
otr. Zegveld 7-3-1657 geref. (met betoog van Nieuwkoop naar Zegveld 7-4-1657),[107]
Aeijltge (Heyltge) Tijssen Griffioen (van Eijck), ovl. vóór april 1687, j.d. van Segvelderbroek,
dr. van Matthijs Jansz Griffioen (van Eijck) en Merrichgen Huijgen.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
| COMMENTAAR(¥)
Vul aan akten Ref. [108].
|
-
4. Jan Fransz van Wieringen, woonde te Nieuwkoop (1670, 1684),
tr. 1o Nieuwkoop 14-1-1657[109]
Magteltge Pietersdr Taet, ovl. vóór okt. 1684, dr. van Pieter Dircksz Taet,
otr. 2o Nieuwkoop gerecht 28-10/12-1684[110]
Metgen Gijsbertsdr Tree, j.d. van Kamerik, woonde te Nieuwkoop (1684).
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
Op 4-9-1670 verkoopt Cornelis Antonisz 't Hart, wonende te Aarlanderveen, aan Jan Fransz van Wieringen, wonende te Nieuwkoop, een perceeltje veenland in het Zuideinde van Aarlanderveen. De koopsom is 650 gulden.
[111]
-
5. Maritgen Frans van Wieringen, ovl. na dec. 1691, tr. Nieuwkoop geref. 24-1-1655[112]
Arien Joosten Samson, ged. Nieuwkoop geref. 22-11-1627, ovl. 1674-1686, als Arien Joosten, veenman, aangeslagen voor ƒ ½ familiegeld te Nieuwkoop (1674),
zn. van Joost Pietersz en Gerretge Dircksz.
-
b. Louris Claesz van Wieringen, geb. vóór ca. 1600, ovl. na 15-4-1648, doopget. (1621),
tr. 1o voor 1623[113]
[114]
Stijntgen Adriaensdr, tr. 2o Nieuwkoop 29-5-1650[115]
Trijntje Reijers, wed. van Jan Woudensz, wonende te Nieuwkoop.
Uit zijn eerste huwelijk (van Wieringen-Adriaensdr):[116]
-
1. Dirck Louris (van Wieringen), ged. Nieuwkoop 3-12-1623 (get. Cornelis Crijnen, Cornelis Neel Louwen en Leuntge Claes), ovl. jong?
-
2. Dirck Louris (van Wieringen), ged. Nieuwkoop 22-12-1624 (get. Cornelis Crijnen, Cornelis Neel Louwen en Leuntge Claes).
-
3. Adriaen Louris (van Wieringen), ged. Nieuwkoop 25-4-1627 (get. Frans Claesz, Maritge Simons).
-
c. Gijsbert Claesz van Wieringen, geb. vóór ca. 1615, ovl. 1683-1685, schepen van Nieuwkoop (1642)
tr. 1o [117]
[118]
Maritgen Cornelisdr Quast, ovl. vóór 1666, tr. 2o Noorden begin 1666[119]
[120]
Maritge Cornelisdr van Pijlen (van der Pijl), wed van Doede Gerrits,
dr. van Cornelis Cornelisz van der Pijl, linnenwever.
| COMMENTAAR(¥)
Vul aan akten Ref. [121].
|
-
1. Cornelis Gijsb(ertsz) van Wieringen. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
2. Dirck Gijsb(ertsz) van Wieringen, aangeslagen voor ƒ ½ familiegeld te Nieuwkoop met "een cleyn winckeltge" (1674),
tr. verm.[123]
Neeltge Thonisdr van Gaelen.
| COMMENTAAR(¥)
Vul aan akten Ref. [124].
|
-
3. Gijsbert Gijsbertsz van Wieringen, aangeslagen voor ƒ ½ familiegeld te Zevenhoven (1674),
vermeld in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) in de klasse kleine getaxeerden, wonend te Zevenhoven en Noorden, tapper.
-
4. Aeltgen Gijsberts van Wieringen, tr. vóór 1666[125]
Jacob Cornelisz.
-
5. Claes Gijsbertsz van Wieringen, geb. na 1640, tr.[126]
Neetje Dircks van der Jagt, dr. van Dirck Jansz van der Jagt en Marritgen Claesdr.
| COMMENTAAR(¥)
Vul aan akten Ref. [127].
|
-
d. Dirk Claesz (van Wieringen), geb. vóór 1623, ovl. na 1642, tr.[128]
NN Dircksdr Velsen, dr. van Dirck Pietersz Velsen.
-
e. Jan Claesz (van Wieringen), geb.voor 1623, ovl. na 1642.
| COMMENTAAR(¥)
Vul aan akten Ref. [129].
|
-
f. Leuntgen Claesz (van Wieringen), ovl. na dec. 1619, (=kw. nr. 1557).
-
g. Maritgen Claesdr (van Wieringen), geb.voor 1623, in 1642 nog minderjarig.
-
h. Aeltgen Claesdr (van Wieringen), geb. vóór 1623, tr. verm. voor 1642[130]
[131]
Jan Gerritsz.
-
i. Geertgen Claesdr (van Wieringen), geb.voor 1623, tr. vóór 1642[132]
[133]
Pieter Dircksz Velsen, mogelijk zn. van Dirck Pietersz Velsen.
3128. CORNELIS JACOBSZ (VAN) HOOGEVEEN, geb. vóór ca. 1615, ovl. 1664-1665, belender
in het Noordeinde van Nieuwkoop
aan de buitenweg (1653..1663),
aan de overweg (1653),
aan de binnenweg (1660, 1664),(1671: de erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen),
aan de Achterweg (1671: de erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen),
in het Zuideinde van Nieuwkoop
aan de binnenweg (1663),
achter Nieuwkoop aan de vaarlandscheiding (1669: de erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen),
tr. vóór ca. 1640
3129. ARRIAENTGE AERTSDR, geb. vóór ca. 1620. Zij wonen "in leven" in het Noordeinde van Nieuwkoop.
Op 30-4-1647 verkoopt Heijndrick Jaspersz, timmerman te Nieuwkoop, aan Cornelis Jacobsz van Hoogeveen een huis en erf met een akker land in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor ½ morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Evert Cornelisz, belend ten oosten Elbert Dietersz en ten westen de koper en de kinderen van Philips Ariensz. Cornelis Jacobsz van Hoogeveen te Nieuwkoop is schuldig aan Heijndrick Jaspersz, timmerman, een bedrag van 800 gulden wegens koop van dit huis.
[134]
Op 8-5-1665 verkopen Jan Cornelisz Hoogeveen voor zichzelf en Tonis Corssen van Swanenburch, getrouwd met Lijsbet Cornelisdr Hoogeveen, mede samen handelend namens Gerrit Gielen, getrouwd met Merritge Cornelisdr Hoogeveen en voor Grietge Cornelisdr Hoogeveen, jongedochter, allen als erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen en Arriaentge Aertsdr, in leven wonend in het Noordeinde van Nieuwkoop, aan Hilletge Jansdr van Leeuwen, weduwe van Jan Andriesz van Wieringen. een kamp weiland in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend van het land van Elbert Dierten tot de Masloot, belend ten oosten deze Dierten en Johanna de Vogel en ten westen de weduwe van Gijsbert Aertsz Sas. Koopsom 1.760 gulden.
[135]
Op 4-10-1665 verkopen Jan Cornelisz Hoogeveen, Teunis Corsz Swanenburch, getrouwd met Lijsbeth Cornelisdr Hoogeveen, Gerrit Michielsz, getrouwd met Marritge Cornelisdr Hoogeveen, mede vervangend verdere erfgenamen, aan Arien Jansz van Wijngerden een perceel veenland met schuur in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van de koper tot de Achterweg, belend ten oosten Pieter Cornelisz van Wieringen en ten westen Arien Japen Hoogeveen, nog een schuur en schuurstaal achter het erf van de koper. Koopsom 308 gulden.
[136]
Op 1-7-1666 delen
Jan Cornelisz Hoogeveen, Tonis Corsz van Swanenburch, man en voogd van Lijsbeth Cornelisdr Hoogeveen, Gerd Chielen, getrouwd met Marretij Cornelisdr Hoogeveen en Gijsbert Cornelisz Tuernhout, man en voogd van Grietgen Cornelisdr Hoogeveen, samen kinderen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen en Arijaentgen Aertsdr, de nalatenschap. Jan Cornelisz, Tonis Corsz en Gerd Chielen behouden alle roerende en onroerende goederen met de inschulden. Mede ook nemen zij op zich "alle lasten des boedels". Gijsbert Cornelis Tuernhout ontvangt 325 gulden. Ze stellen als garantie aan Tuernhout: het huis en erf in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Elberd Dierten, belend ten oosten Tonis Corsz met een huis en erf en ten westen Hendrick Jacobsz, kleermaker, nog twee percelen veenland aldaar, belend ten oosten de successeurs van Philips Arijen Jan Claesz, ten zuiden Dirck Fransz van Wieringen, ten westen de weduwe van Jan Jansz Poel en ten noorden Tonis Cors.
[137]
-
a. Jan Cornelisz Hoogeveen, geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1674, (=kw. nr. 1564).
-
b. Lijsbet Cornelisdr Hoogeveen, ovl. na 1666, tr. vóór 1665
Tonis (Teunis) Corssen van Swanenburch, ovl. na 1667.
Op 4-5-1667 is Tonis Corsz Swanenburch te Nieuwkoop 109 gulden schuldig aan Pieter Huijbertsz Brack, die Swanenburch moet voldoen uit de boedel van Cornelis Jacobsz Hoogeveen. Gesteld onderpand: 100 roeden veenland in het Noordeinde buitenweg, strekkend van de werf van Roel Joosten tot het land van Gerrit Gielen, belend ten oosten Dirck Fransz, Arijen Hermensz en Aerd Jan Pieten en ten westen Jan Jansz Poel.
[138]
-
c. Merritge Cornelisdr Hoogeveen, ovl. na 1666, tr. vóór 1665
Gerrit Gielen (Michielsz), ovl. na 1666.
-
d. Grietge Cornelisdr Hoogeveen, ovl. na 1666, jongedochter (1665),
tr. 1665/66
Gijsbert Cornelisz Tuernhout, ovl. na 1666.
3132. EGBERT WILLEMSZ, geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1674?, j.m. van Nieuwkoop (1629),
is doopgetuige (1624, 1625, 1627),
mogelijk schepen van Nieuwkoop (1673, 1674) als Egbert van Pijlen [139],
tr.(¥) voor 1623
MARITGEN PIETERSDR, geb. vóór ca. 1605, doopget. (1620).
COMMENTAAR(¥)
Er is nog een huwelijk van een Egbert Willemsz:
Egbert Willemsz, j.m. van Nieuwkoop,
tr. Nieuwkoop geref. 25-11-1629
STIJNTGE HEIJNDRIXS, j.d. van Nieuwkoop (1629).
Het is onzeker of het hier een tweede huwelijk van bovenstaande Egbert Willemsz betreft. Andere inschrijvingen in het geref. trouwboek maken wel degelijk onderscheid tussen een j.m. en een wednr.
|
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623:
"Egbert Willemsz ende
Maritgen Pietersdr sijn huijsvre met
Neeltgen Pietersdr haer jongwijf - 3 hoofden".
[140]
-
a. Pieter Egbertsz Fent van Pijlen(¥), geb. vóór ca. 1640, beg. Nieuwkoop 21-10-1699 (impost: 3 gulden), j.m van Nieuwkoop (1664),
betaalt als Pieter Egbertsz van Pijlen, bouman te Nieuwkoop, ƒ 1,-- familiegeld (1674),
vermeld als Pieter Egbertsz Fent van Pijlen, bouwman te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het
lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 4 personen in de klasse halve kapitalisten,[141]
belender in het Zuideinde van Aarlanderveen (1699),[142]
tr. Nieuwkoop schepenen 27-5-1664
Swaentie Pieters Keyser, j.d. van Lange Linschoten (1664).
Hieruit verder nageslacht bekend (zie
⇒ Genealogie Van Pijlen nr. 3g).
| COMMENTAAR(¥)
Er zijn blijkbaar twee personen Pieter Egbertsz van Pijlen. De tweede is
betaalt als Pieter Egbertsz van der Pijlen, veenman te Nieuwkoop, ƒ 1/2 familiegeld (1674), en wordt vermeld als
Pieter Egbertsz van Pijlen, te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 2 personen in de klasse arbeiders en onvermogenden.[143]
Zijn afstamming is vooralsnog onduidelijk.
|
Kohier van de 2e 200e penning van Rijnland: 1676.
Nieuwkoop: de erven van Aryen Bouwensz Capiteyn zijn Pieter Egbertsz Fent van Pylen en Willem Egbertsz Fent van Pylen.
-
b. Claes Egbertsz (Egberden) van Pijlen, geb. vóór ca. 1640, ovl. 1681-1687, vermeld als schipper te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 6 personen in de klasse kleine getaxeerden,[144]
koopt een schuur etc. (1681)(¥),
tr. vóór 1666
Marritje Jans Quast, ovl. na 1687. Hieruit verder nageslacht bekend (zie
⇒ Genealogie Van Pijlen nr. 3h).
| COMMENTAAR(¥)
vul aan kopie 129 en Kuipers 5058
|
Op 29-8-1687 compareren voor schout en schepenen van Nieuwkoop en Noorden Marritje Jans Quast, weduwe en boedelhoudster van Claes Egberts van Pijlen, ter eenre zijde, en Pr.? Egbertsz van Pijlen oom ende naeste bloetvoogd over Marritje Claes van Pijlen, Willempje Claes van Pijlen, Egbert Claes van Pijlen, Dirk Claes van Pijlen, Aeltje Claes van Pijlen ende Stijntje Claes van Pijlen, zijnde de voorn. voogt geasst. met mij Bailjuw en Schout voornt., Hendrik van Wijk ende Gerrit van Dueren, weesmannen van Nieucoop en Noorden ter andere sijde, om de erfenis van Claes Egberts van Pijlen te regelen.
Zij besluiten tot uitkoop waarbij Marritje Jans Quast het vruchtgebruik krijgt van alle roerende en onroerende goederen en inkomsten enz., onder de verplichting de kinderen op te voeden en te alimenteeren etc. tot hun mondigheid of huwelijk. Voorts dient zij aan hen ieder dan mee uit te keren als hun vaderlijke erfenis behalve een eerlijke uijtset een somma van ƒ 10,--.
[145]
-
c. Heijndrik Egbertsz (Egberden) van Pijlen, geb. vóór ca. 1645, ovl. ca.1680-1686.
filiatie niet bewezen,
betaalt als Hendrick Egbertsz van Pijlen, veenman te Nieuwkoop, ƒ 1/2 familiegeld (1674),
vermeld te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 2 personen in de klasse arbeiders en onvermogenden,[146]
tr. vóór ca. 1670
Neeltje Cornelis van Veen. Zij hertr. 2o Nieuwkoop geref. 18-1/3-2-1686 (met attestatie van Zegveld 9-1-1686) Willem Lodewijck (Cornelis?/Hendricksz?)van Eijck,
wednr. van Jannetje Jacobs Sael van Segvelt,
zn. van Cornelis Hendricks van Eijck en Merrighje NN.
Hieruit verder nageslacht bekend (zie
⇒ Genealogie Van Pijlen nr. 3i).
| COMMENTAAR(¥)
Een Hendrick Pijlen treedt op als getuige in een notariële akte te Uithoorn (1671).[147]
Is hij bovenstaande Heijndrik Egbertsz (Egberden) van Pijlen?
|
-
d. Willem Egbertsz Fent van Pijlen, geb. vóór ca. 1640, ovl. 1664-1672, (=kw. nr. 1566).
|
Amsterdam, ca. 1650.
Kaart uit "Toneel der Steden", door Joan Blaeu.
Eerste uitgave : Amsterdam, 1652.
Scan http://grid.let.rug.nl/~welling/maps/blaeu.html
klik op plaatje(s) om te vergroten |
3200. CARSTEN ALBERTS, geb. (Kuythuijsen??) 1611/12, ovl. na 1676 (dan is hij doopgetuige), schoenmakersgesel in de Hout(steeg?) (1643),
otr. Amsterdam 2-1-1643 (haar ouders dood)
3201. JANNETJE DIRCX, geb. ... 1610/11, ovl. na 1654, woont in de Hout(steeg?) (1643).
-
a. Gerrit Karstens, ged. geref. Amsterdam Oude K. 29-10-1647 (get. Annetje Gerrits), (=kw. nr. 1600).
-
b. Etge Karstens, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 19-4-1654 (get. Trijntje Cornelis).
3202. ROELOF NOMES(SEN) (MOOMERKEN) (VAN DER BERG), beg. Amsterdam Heiligewegs- en Leidsche Kh. 14-5-1676 (Roelof Nomes in de Jonge Roelofssteegh, laat 1 kind na), kleinpoorter van Amsterdam 9-5-1659 als schoenlapper van Semensbergen(¥),
doopget. (1672),
otr. vóór ca. 1648 (niet gevonden te Amsterdam)
3203. LIJS(A)BET CORNELIS (CORSSE) (VAN MARKEN), geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1689, beg. verm. Amsterdam St. Anthonis Kh. 18-9-1695 (Lijsbet van Marken in het Oude Manhuijs), doopget. (1671..1676).
| COMMENTAAR(¥)
waar ligt dat ?
|
Uit dit huwelijk geboren (o.a.?):
-
a. Marretie Roelofs (van den Berg), geb. 1648/49, beg. Amsterdam Leidse Kerkh. 17-9-1680, (=kw. nr. 1601).
-
b. Annetie (Anna) (Roelefs) van den Bergh, ged. geref. Amsterdam Nieuwe Zijds Kapel 27-7-1661 (als dr. van Roeles Moomerken en Lijsabet Kors), beg. Amsterdam Oude Zijds Kapel 8-4-1735 (Anna van den Nergh, hv. van Frans Karel Geun), woont op de Weesperkolck (1689),
doopget. (1702..1719),
otr. Amsterdam 28-5-1689 (get. zijn vader Carel Fransz Geun, haar moeder Lijsbeth van Marken)
Frans Carel(sz) Geun, ged. geref. Amsterdam Oude K. 16-11-1663, beg. Amsterdam Oude Zijds Kapel 6-2-1738 (Frans Karelsz Guun), kuijper op de Weesperkolck (1689),
doopget. (1706, 1719),
zn. van Carel Fransz Geun en Annetje Jans.
Op 5-4-1701 maken Frans Carel Geun, kuijper, en
Annetie Roelofs van den Bergh, echtelieden, wonend op de
Rechtboomsloot, mutueel testament. Zij benoemen elkaar tot enige algehele
erfgenamen, eventuele kinderen tot medeerfgenamen in de legitieme portie,
mits de langstlevende de kinderen zal opvoeden etc. Indiën de langstlevende
hertrouwt dan zullen de kinderen hun kindsdeel krijgen zonder inventaris
en opening van de boedel. De langstlevende mag een medevoogd benoemen met
uitsluiting van de weeskamer. Indien zij kinderloos overlijden dan gaat de
erfenis naar de wederzijdse vrinden.
Op het omslag van de acte staat : geen making van
fidei-commis. inkomsten van man en vrouw, welke verklaren niet gegoed te zijn boven f 2000,--.
Getuigen zijn Roelof Jansz en Barent Vlieghuis
[148].
In 1710 koopt Frans Carels Geun een huis in de Koningsdwarsstraat.
[149]
-
1. Elisabeth Geun, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 19-2-1690.
-
2. Joannes Geun, ged. geref. Amsterdam Oude K. 1-2-1691, ovl. jong?
-
3. Johannes Geun, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 1-4-1692, ovl. jong?
-
4. Carel Geun, ged. geref. Amsterdam Ooster Kerk 15-11-1693.
-
5. Jan Geun, ged. geref. Amsterdam Oude Zijds Kapel 22-4-1696 (hier heet de moeder Annetie Roos, leesfout? moet zijn Roelofs?), beg. verm. Amsterdam 13-5-1696 (Kinderlijken: kind van Frans Karelse).
3206. GERRIT GERRITSE (DE JONGE), geb. Amsterdam 1596/97, ovl. na 1671 (dan is hij otr. getuige), voor 1678 (poorterinschrijving schoonzoon), scheepstimmergesel (1631),
scheepstimmerman (1643, 1645, 1671), schoenlapper (1643), woont op
het Bickerseyland (1643), otr. 1o Amsterdam 27-11-1631 (get. sijn vader Gerrit Gerritse de Oude)
LUTJE ARENTS, geb. (Edam?(¥)) 1603/04, ovl. 1639-1643 (niet gevonden te Amsterdam), wed. van Pieter Pieters, woont ...., dr. van ...(¥).
otr. 2o Amsterdam 11-6-1643 (haar ouders doot?)
3207. AELTJE ISAACX, geb. ... 1604/05, beg. Amsterdam Noorder Kh. 6-6-1664 (int Oostervack graf N17), woont Bickerseylant (1664).
| COMMENTAAR(¥)
bij haar eerste huwelijk woont haar moeder te Edam.
|
|
De scheepstimmerman.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Uit zijn eerste huwelijk (Gerritse-Arents) geref. gedoopt te Amsterdam Nieuwe K. :
-
a. Arent Gerritsz, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 14-8-1629 (blijkbaar voorechtelijk?).
-
b. Gerrit Gerrits, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 16-12-1631 (get. Annetje Arents).
-
c. Jan Gerrits, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 13-11-1633 (get. Annetje Arents), ovl. 1675-1685, scheepstimmerman op 't Bickerseijland (1658),
houtkoper (voor 1685) en poorter te Amsterdam(¥),
otr. Amsterdam 30-1-1658 (get. zijn moeder (=stiefmoeder) Aeltje Isaacs, en Claas Egbertsz, haer vader)
Grietje Claes, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 28-11-1634, ovl. na 1685, woont Bickerseijland (1658),
dr. van Claes Egbertsz en Annetje Willems.
-
1. Luijtje Jans, ged. Amsterdam Noorderk. 14-11-1663 (get. Aaltjen Isaacks en Fijtjen Gerrits), beg. Amsterdam Noorder Kh. 9-9-1746 (wed. van Olfert Molenaar), woont buiten de Raampoort (1685),
otr. Amsterdam 9-12-1685 (get. Claas Molenaer, zijn vader, en Grietie Claes, haar moeder)
Olphert Claes (Molenaar), geb. Amsterdam 1658/59(¥), beg. Amsterdam Heiligewegs- en Leidsche Kh. 24-6-1704 (Olfert Claase buijten de Ramport (op/bij het Bic)kers Eijlant, laat 3 kinderen na), zaagmolenaar,
poorter van Amsterdam 3-5-1685 als houtsagersmolenaar buiten de Weeteringhpoort (1685),
woont buiten de Saaghmolenpoort (1693),
buiten de Raampoort (1704).
COMMENTAAR(¥)
Zijn doop niet gevonden te Amsterdam 1650-1670, wel is er een Olfert Claes, ged. 10-11-1652, ex Claes Olffersz en Achtien Gijssen, en een Olfert Claes
die belijdenis doet en daarna wordt gedoopt 26-4-1669.
Mogelijk is hij Olphert Claasz Molenaar, ged. Oostzaan 17-11-1658 als zn. van Claas Olphertsz Molenaar, molenaar van de oliemolen "De Drie Olievaten" in Oostzaan, en Grietje Pieters Booker.[150]
|
-
aa. Jan Olphert Molenaar, ged. geref. Amsterdam Noorderk. 12-12-1685 (get. Seijtje (Feijtje?) Gerrits, Jan Jacobse Molenaer en Annetje Jans), beg. verm. Amsterdam 3-2-1691 (kinderlijken, kind van Olvert Klase).
-
bb. Grietje Olpherts (Molenaar), ged. geref. Amsterdam Noorderk. 3-10-1687 (get. Trijntje Gerrits(¥) (= kw. nr 1603, dan dus nog in leven!)), beg.. verm. Amsterdam 28-2-1691 (kinderlijken, kind van Olfert Clasen).
| COMMENTAAR(¥)
Indien deze Trijntje Gerrits identiek is met kw. nr. 1603, dan is dit niet in overeenstemming met het gegeven dat bij het huwelijk van Trijntjes dochter Annetje in 1693 reeds staat "haar ouders doot".
|
-
cc. Claes Olpherts (Molenaar), ged. geref. Amsterdam Westerk. 26-12-1688 (get. Claes Jansz, Giertie Jans en Luijtje Gerrits), beg. verm. Amsterdam 15-8-1691 (kinderlijken, kind van Olfert Clasen).
-
dd. Grietie Olpherts (Molenaar), ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 28-12-1692 (get. Luijtje Gerrits).
-
ee. Claes Olpherts (Molenaar), ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 9-3-1694 (get. Grietie Claes en Claes Jansz).
-
ff. Marritje Olpherts (Molenaar), ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 11-11-1696 (get. Giertje Gerrits).
-
gg. Trijntje Molenaar, ged. geref. Amsterdam Noorderk. 25-5-1698 (get. Trijntje Claes), beg. verm. Amsterdam 14-9-1702 (kinderlijken, kind van Olfert Claasz Moolenaer).
-
hh. Jan Molenaar, ged. geref. Amsterdam Westerk. 17-12-1700 (get. Trijntje Claes), beg. Amsterdam 5-1-1701 (kinderlijken, kind van Olfert Claasz).
-
ii. Jan Olpherts (Molenaar), ged. geref. Amsterdam Noorderk. 6-1-1704 (get. Trijntje Claes).
-
2. Klaas Jansz (Lelie), ged. Amsterdam Eilandk. 26-8-1668 (get. Egbert Claasz, Lijsebet Luyckesen en Adriaentje Claesz), beg. Amsterdam Noorder Kh. 8-7-1741, poorter van Amsterdam 5-8-1695, (hout)zaagmolenaar buiten de Raampoort,
otr. Amsterdam 5-1-1697 (get. Olphert Claes, zijn zwager, en Neeltje Claes van Amerongen, haar suster)
Trijntje Claes van Amerongen, geb. Amsterdam 1666/67, beg. Amsterdam Heiligewgs- en Leidsche Kh. 26-11-1715 (hv. van Claas Jansz Lelij), otr. verm. 2o 1715-1719
Grietie Jans Kuijper, beg. Amsterdam Noorder Kh. 22-12-1719 (hv. van Claas Jansen Lelij).
Uit dit huwelijk geboren te Amsterdam :
-
aa. Grietie Klaas Lelie, ged. Nieuwe K. 14-1-1698.
-
bb. Aefie Klaas Lelie, ged. Oude K. 2-7-1699, ovl. jong?
-
cc. Jan Klaasz Lelie, ged. Westerk 25-12-1701 (get. Neeltje Claes van Amerongen), beg. Tricht 22-7-1774 (op het koor)[151], woont buiten de Raampoort (1728),
doopget. in Amsterdam (1729..1734),
heer van Craaijestein,
schepen van Buurmalsen en Tricht (1745, 1750),[152]
otr. 1o Amsterdam 15-4-1728 (get. Klaas Jansz Lelie, zijn vader)
Marretje Klaas Hoogwater, ged. Amsterdam Westerk. 9-3-1696, beg. Tricht 13-1-1747[153], dr. van Klaas Dirckszn Hoogwater, houtzaagmolenaar uit Oostaan
en Trijntje Dircx,
woont buiten de Utrechtse poort (1728),
doopget. in Amsterdam (1729..1734),
wed. van Jan Blok (ex patre Jacob Blok(¥)),
moolenaer buiten de Utrechtse poort (1715),
otr./tr. 2o Tricht 7/23-3-1750[154]
Catrina Elisabeth Kemp, geb. Amsterdam, ged. Amsterdam Zuiderk. 15-2-1730 (get. Segerus Francken en Alida de Jager), ovl. Buurmalsen 18-5-1819, dr. van Cornelis Kemp, mr. timmerman en molenmaker, en Catharina Eva Kroon,
woont op 't Hoff te Tricht (1752), later op Craaijestein te Tricht,
is op latere leeftijd blind geworden.
Zij hertr. Tricht 1784 Arie van den Berg.
| COMMENTAAR(¥)
Jan Blo(c)k, van Amsterdam, molenaar buiten de Utrechtse poort,
otr. Amsterdam 1-3-1715 (get. zijn vader Jacob Blok en haar voogden
Neu(?) Pieterse en Claas Clijn, haar ouders dood) Marretje Claas,
wonend buiten de Raampoort.[155] De vader Jacob Blok blijkt te zijn
Jacob Jacobszn Blok, van wie een rekeningenboek getiteld
"Het Houdt Boeck van d'Moole d'Spaare Boom , Jacob Jacobszn Blok den 1 januari 1714" bewaard is gebleven en dat is voortgezet door zijn zoon Jan Blo(c)k, en door Arie van den Berg.[156] Een verband met kwartier nr. 1602 Dirck Pietersz Block is vooralsnog onduidelijk.
|
'De oude adellijke huijsinge en hoffstad Craijestijn' met 'den Toom of Heerenhuijs',
een groot bouwhuis met stallen voor de koeien en paarden, koetshuis, tuinmanshuisje
erachter en diverse boomgaarden en landerijen werden op 5 oktober 1737 door
Jan Claeszn Lelij en Marretje Hoogwater uit de nalatenschap van de familie
Meurs voorf 13.825,- gekocht. Voor het sluiten van het huwelijk tussen Jan en
Catharina Elisabeth, werden op 25 februari 1750 huwelijkse voorwaarden gemaakt,
waarbij zij bepaalden dat de langstlevende erfgenaam zou zijn.
In de nacht van 13 op 14 februari 1782 werd op huize Craijesteijn te Tricht
ingebroken door vier onbekende mannen met zwart gemaakte gezichten. Het huis
werd in die tijd bewoond door Catharina Elizabeth Kemp, weduwe van
Jan Claeszn Lelij, haar zuster Maria Kemp, en een twintigjarige knecht en
een veertigjarige dienstmaagd. De inbrekers forceerden de voordeur en knevelden
het inmiddels ontwaakte en toegelopen personeel. De knecht werd onder bedreiging
met doodschieten of halsafsnijden gedwongen om te vertellen waar het geld en de
juwelen waren verstopt. Intussen werd Catharina Elisaberh door een van de andere
mannen geslagen, op de grond gegooid en tegen haar hoofd geschopt. Hij dreigde haar
nek te breken als ze niet zou stoppen met schreeuwen. Maria werd door twee mannen
gegrepen en vastgebonden, maar hoorde, omdat zij doof was de dreigementen niet.
Na ongeveer anderhalf uur slaagde zij erin zich los te maken en de anderen te
bevrijden, waarna zij constateerden dat de sloten van de kasten en van het
'bureaux' waren opgebroken. Er was voor 600 gulden aan contanten en 2000 gulden
aan sieraden gestolen, waaronder een 'grote boot met 11 stenen en een gouden boot'
(= ovale siersluiting voor een ketting) en zilveren voorwerpen, zoals 'ordel(or)ijndoosjes'
(= eau de la reine, d.w.z. reukwater) en tafelgerei. [157]
Op 10 november 1788 testeerden Catharina Elisabeth Kemp en
Arien van den Berg en bepaalden zij dat de langstlevende vruchtgebruik
van de boedel zou krijgen. Indiën zij als eerste overlijdt, moet hij jaarlijks
een lijftocht van ƒ 200,- aan haar zuster Maria Kemp uitkeren
'tot haar alimentatie', die zij niet mag vervreemden of bezwaren.
Catharina Elisabeth was goed op de hoogte van de precaire situatie van haar
zuster. Zij prelegateert aan haar nicht Catharina Elisabeth Kemp, dochter
van haar broer Cornelis Kemp, al haar lijfgoed en sieraden en aan haar zuster
Maria al haar ongemunt goud en zilver. Verder aan de kerk van Tricht ƒ 300,- voor
de aankoop van twee koperen kronen, waar bovenin naamplaatjes met haar naam en
de wapenschilden van haar en haar laatste man moeten komen. De ene kroon zal komen
te hangen voor het gestoelte van Craijesteijn en de andere voor die van het Hoff.
Haar erfgenamen zullŽn zijn haar zuster Maria en de kinderen van haar broers
Cornelis en Jan, elke staak voor een derde. Haar erfgenamen moeten 't Hoff aannemen.
Als haar erfgenamen problemen maken, dienen zij onterfd te worden.
Zij stelde als executeurs aan, bij akte van 6 januari 1809, haar neef
Hendrik Nicolaas Kemp, wonende te Beusichem, en bij diens overlijden zijn
broer Anthonij Kemp, wonende te Tricht, en Jan Drost, wonende te Tricht, en
bij diens overlijden Johannes Koedam, wonende te Zoelmond. Hiervoor stelde zij
een vergoeding van ƒ 300,- vast. In het rekeningenboek van Hendrik Nicolaas Kemp
vinden we een afrekening: aan de kinderen van Jan Kemp 3200 gulden, nog aan
Karel Evert Kemp te betalen 600 gulden, aan 'Drost' en Anthonie Kemp, 1600 gulden
en aan de collaterale successie 180 gulden. Aan het einde van haar leven heeft
Catharina Elisabeth haar gezichtsvermogen verloren (1811). Zij doneerde aan
Hendrik Nicolaas, omdat hij haar zaken behartigde, boven het hem al toekomende
erfdeel, nog eens twee onderhandse obligaties van ieder 1000 gulden, diverse
meubelen, waaronder haar bed, maar ook een schilderij van de Oude Kerk te
Amsterdam en een van Craijesteijn, toentertijd gewaardeerd op respectievelijk ƒ 12,- en ƒ 3,-.[158]
-
dd. Aafie Klaas, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 1-12-1705 (get. Neeltje Claas).
-
3. Gerrit Jans, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 1-7-1671.
-
4. Marritje Jans, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 21-5-1675.
-
d. Annetje Gerrits, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 30-3-1638 (get. Annetje Arents), ovl. jong?
-
e. Annetje Gerrits, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 12-7-1639 (get. Annetje Arents).
Uit zijn tweede huwelijk (Gerritse-Isaacx):
-
f. Fijtgen Gerrits, ged. geref. Amsterdam Oude K. 10-9-1643 (get. Lijsbeth IJsaax en Bely Gerrits), woont Bickerseijlant (1678).
otr./tr. Amsterdam/Buijksloot 11/27-11-1678 (get. Gerrit Gerrits, zijn ouders dood, en Lijsbeth Isaaks, haer peet)
Dirk Jacobs, geb. Hem 1631/32, woont aldaar, schipper te Hem (1678),
poorter van Amsterdam 2-12-1678 (zijn schoonvader Gerrit Gerrits is dan al
overleden). Van hen geen kinderen gevonden te Amsterdam en Buiksloot in de
periode 1670-1700(¥).
| COMMENTAAR(¥)
Hun begraven is onzeker : zijn
Fijtgen Gerrits beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 11-12-1679 "in de Slooterdijckse(straet?) over de ...",
en Dirk Jacobse, beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 5-11-1679 "op de Goudsblomgracht aan de noortsij bij de ...baan", de juiste personen?
|
-
g. Trijntje Gerrits, ged. geref. Amsterdam Oude K. 1-8-1645 (get. Bely Gerrits en Grietge (Arents?)), (=kw. nr. 1603).
3208. JOHANNES (JAN) DE WARM (WAAREM), geb. Alkmaar 1631/2, beg. Amsterdam Westerkh. 11-10-1693 (een baar, klasse ƒ 16,--), zijgrofgrainwerker (1655), woonde Baangracht (1655),
sijgrijnwerker in de Laurierstraat tussen de
Prinsegracht en de eerste dwarsstraat (1693),
otr. Amsterdam 6-11-1655 (get. Ambrosius de Warm, sijn broeder en Cornelis Snewater, haer vader)
3209. CATERINA (TRIJNTJE) CORNELIS SNE(U)WATER(S), ged. Amsterdam 19-7-1633 (get. Elena Ruijters), beg. Amsterdam Westerkh. 1-11-1718 (wed. van Frans Fransz van der Riviere in de Loijersstraat naast de hoeksteen, 1 baar), woonde Baangracht (1655), Elandsstraat (1699), Looiersstraat (1718),
otr. 2o Amsterdam 3-10-1699 (in margine : "also haer zoon Abrosius de Warm in judicio gecompareert is en heeft bekend van sijn moeder wegens sijn vaders goet voldaen te sijn")
FRANS FRANSZ (VAN DER RIVIERE)(¥), ged. Amsterdam Nieuwe K. 27-11-1639 (get. Maritje Tomas), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 26-1-1716 (1 baar, 16 dragers, pro deo). Zie
Frans Fransz van der Riviere
voor verdere gegevens en zijn eerdere drie huwelijken.
| COMMENTAAR(¥)
Is hij wellicht verwant aan Jan van de Riviere (vermeld 1579) en diens zoon
Pieter van de Riviere (vermeld 1602) met een leen (vrije akker) te Heemskerk
[159]?
|
|
Frans Fransz van der Riviere |
|
Frans Fransz van der Riviere (van de Revier), ged. Amsterdam Nieuwe K. 27-11-1639 (get. Maritje Tomas), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 26-1-1716 (1 baar, 16 dragers, pro deo), woont in de Conijnestraat (1679, 1699), bij de Lauriergracht (1716),
arbeider op de Baangracht (1659), (stads?)arbeider op de Braeck (1662),
koorndrager (1699), poorter van Amsterdam 23-9-1659 als arbeider,
zn. van Frans Thomasse, poorter en schoenlapper op de
Looiersgracht (1633), en Lijntje Pasquiers,
otr. 1o Amsterdam 15-3-1659 (get. Lijntje Pasquers, sijn moeder en (Sijbrigh?) Pieters, haar moeder)
Metje Jans, geb. Alkmaar 1638/39, beg. Amsterdam Noorder Kerk 12-9-1662 (in de kraam van haar derder kind), woont in de Looiersstraat of Laurierstraat (1659),
waaruit 3 kinderen gedoopt te Amsterdam (1660-1662),
otr. 2o Amsterdam 13-10-1662 (get. (Sijtje?) Jans, haar moeder)
Hendrikje Jans, geb. Nimwegen 1634/35, ovl. 1678/79, beg. Amsterdam Nieuwe Zijds Kapel 27-9-1679 of Karthuizer Kerkhof 19-11-1679, woont in de Laurierdwarsstraat (1662),
waaruit 9 kinderen gedoopt te Amsterdam (1664-1678),
otr. 3o Amsterdam 21-1-1679 (get. Grietie Thoenes, "haer slaepvrou, haer ouders doot")
Jannetje Willems, geb. Aken 1642/43, ovl. 1684-1699, waaruit 3 kinderen gedoopt te Amsterdam (1679-1684),
otr. 4o Amsterdam 3-10-1699
Caterina Sne(u)water(s) (Trijntje Cornelis), ged. Amsterdam 19-7-1633 (get. Elena Ruijters), beg. Amsterdam Westerkh. 1-11-1718, (zie kw. nr. ⇒ 3209 ).
|
|
De zijdereder.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.
klik op plaatje(s) om te vergroten |
Uit het huwelijk (de Warm-Snewaters) :
-
a. Ambrosius de Warm, ged. geref. Amsterdam Wester K. 22-10-1656 (get. Marijken Snewaters), (=kw. nr. 1604).
-
b. Cornelis de Warm, ged. geref. Amsterdam Wester K. 1-3-1658 (get. Sofij Bannige), beg. verm. Amsterdam 20-12-1665 (kind van Jan de Warm).
-
c. Catarina de Warm, ged. geref. Amsterdam Wester K. 25-4-1660 (get. Susanna Snewaters).
-
d. Aernout de Waarem, ged. geref. Amsterdam Wester K. 4-12-1661 (zn. van Jan de Waarem en Trijntje de Waarem).
-
e. Marrija de Warm, ged. geref. Amsterdam Wester K. 8-4-1663 (get. Marritje Jans en Sara de Waarem), beg. verm. Amsterdam Karthuizer Kh. 11-9-1664 (kind van Jan de Warm).
-
f. Lijsebet de Warm, ged. geref. Amsterdam Wester K. 13-3-1667 (get. Cornelis Snewater en Annetje Snewater).
-
g. Cornelis de Warm, ged. geref. Amsterdam Wester K.11-1-1669 (get. Cornelis Snewater en Marritje Jans), doopget. 1700.
-
h. Joannes de Warm, ged. geref. Amsterdam Wester K. 31-1-1672 (zn. van Jan de Warm en Trijntje de Warm).
-
i. Maria de Warm, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 10-1-1674 (dr. van Jan de Warm en Trintien Warmen), beg. mogelijk Amsterdam Zuiderk. 5-6-1721 of Wester Kh. 9-4-1744.
3210. (NI)C(O)LAAS (NI)C(O)LAESZ (BECU, BEKU(E), BEKAUD), ged. Leiden Hooglandse K. 8-3-1629 (get. Paulus Bekaud, Pieter de Wilde en Cathalina Verschoten), beg. Amsterdam Leidse Kh. 12-5-1687 (met een diakens lootje, laat 1 kind na), passementwerker in de Loyersstraat (1656),
poorter van Amsterdam 12-1-1657 als passementwerker komende van Leiden, turfdrager (1683),
woonde in de Lange Leidsedwarsstraat (1687) naast Vredenburgh,
heeft verm. een zuster Sara en een broer Jan,
otr. Amsterdam 1-7-1656 ("de geboden zijn in de Walekerk gegaen", get. Jeanne Angloes, sijn moeder en Jasper Kaijser, haer vader)
3211. JANNETJE JASPERS (KEIJSER(S)), ged. Amsterdam Nieuwe K. 24-2-1636 (get. Stijntje Pieters), ovl. na 1686, woonde in de Loijersstraat (1656),
doopget. (1686).
Uit het huwelijk (Becu-Keijser) :
-
a. Jan Claasz Becu (Beku), ged. geref. Amsterdam Westerk. 3-6-1657 (vader Claes Claesz, get. Annetien Roelofs), beg. Amsterdam Wester Kh. 2-9-1699, doopget. (1678, 1693),
tr.
Aeltie Koopmans, beg. Amsterdam Wester Kh. 7-9-1729 (wed. van Jan Beku).
-
1. Pieter Becu, ged. geref. Amsterdam Wester K. 25-3-1691.
-
2. Nicolaes Becu, ged. geref. Amsterdam Wester K. 13-4-1692.
-
3. Johannis Becu, ged. geref. Amsterdam Wester K. 25-12-1695.
-
4. Marike Becu, ged. geref. Amsterdam Wester K. 16-5-1700 (vader Jan Pakue, sic!).
-
b. Susanne Becu, ged. geref. Amsterdam Oude k. 17-2-1661 (vader Claes Claese, get. Jasper de Keijsers en Trijntje Juriaens), beg. Amsterdam Karthuizerkh. 26-12-1737, (=kw. nr. 1605).
-
c. Jillis Becu, ged. geref. Amsterdam Westerk. 16-9-1663 (vader Claes Claesz, get. Jannetien Liewericx), ovl. jong?
-
d. Jillis Becu (Bekau), ged. geref. Amsterdam Westerk. 4-4-1666 (vader Nicolaes Pequ (sic!), get. Risje Pieters), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 5-9-1728 (Jilles Bekou), poorter van Amsterdam 29-1-1688 als schoenlapper van Amsterdam,
tr. vóór 1691
Marieke (Mareijtje) Groen.
-
1. NN Bekau, beg. Amsterdam Karthuizer Kerkhof 6-1-1691 (kind van Jillis Bekau).
-
2. NN Bocku, beg. Amsterdam Karthuizer Kerkhof 26-9-1691 (Kinderlijken: kind van Jillis Bocku).
-
3. Trijntje Bekou, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 21-3-1694.
-
4. Engeltje Bekou, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 1-9-1697.
-
e. Jacobus Becu, ged. geref. Amsterdam Westerk. 26-12-1668 (vader Claes Claesz, get. Jan Willemsz en Annetie Jans).
-
f. Sara Becu, ged. geref. Amsterdam Westerk. 26-4-1671 (vader Claes Bekue, get. Trijntje Juriaens en Jannetje Leeuwerickx), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 17-10-1734 (hv. van Jan de Bruijn), doopget. (1687..1700),
tr. vóór 1697
Jan Jansz de Bruijn, ovl. na 1734, doopget. (1695, 1703).
-
1. Jannetje Jansz de Bruijn, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 29-5-1697.
-
2. Susanna Jansz de Bruijn, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 16-12-1699.
-
3. Cornelia Jansz de Bruijn, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 25-5-1702 (get. Jonas de Bruijn en Cornelia Jacobs).
-
4. Annetje Jansz de Bruijn, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 22-4-1705 (get. Pieter Houtkamp en Annetje Harmes).
-
5. Joannes Jansz de Bruijn, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 13-7-1707 (get. Jonas de Bruijn en Cornelia Jacobs).
-
6. Sara Jansz de Bruijn, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 21-10-1711 (get. Jonas de Bruijn en Cornelia Jacobs).
-
7. Leendert Jansz de Bruijn, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 3-11-1717 (get. Leendert de Warm en Magdalena de Bruijn).
Te Amsterdam worden nog begraven:
NN de Bruijn, geb./beg. Wester Kerkhof 6-2-1715 (doodgeboren kind van Jan Jans de Bruijn). NN de Bruijn, beg. 6-8-1715 (Kinderlijken- kind van Jan Jansz Bruijn).
-
g. Thobijas Becu, ged. geref. Amsterdam Westerk. 28-4-1675 (vader Nicolaes Beku, get. Jan Beku en Jannetje Lijwerieck), ovl. jong
-
h. Tobijas Becu, ged. geref. Amsterdam Westerk. 27-2-1678 (vader Claes Beku, get. Trijntje Juriaens).
3212. LEENDERT STEVENS (STRUIJS), geb. Heemstede 1617/8, beg. Amsterdam Noorder Kh. 27-9-1684, varentgesel, wonend in de Herenstraat (1650),
op de hoek van der Haerlemmerstraat (1655), in de Langestraat (1684),
doopget. (1651),
otr. Amsterdam 12-3-1650 (beider ouders dood)
3213. TRIJNTJE JANS, geb. Uithoorn 1623/4, ovl. na 1691 (dan is zij doopgetuige), woonde in de Haerlemmerstraat (1650).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. NN Struijs, beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 11-11-1655 (kind van Leendert Struijs).
-
a. Steven Leenders, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 6-7-1659, (=kw. nr. 1606).
-
b. Mariken Leenders, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 6-7-1659 (get Issack Stevens, Grietjen Juriaens en Marike (Meijghels?)), tweeling met Steven.
-
c. Jan Leenders, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 8-5-1661, ovl. jong?
-
d. Jan Leenders, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 3-10-1663.
-
e. Wijllem Leenders, ged. geref. Amsterdam Noorder K. 13-10-1666.
3214. A(D)RIAEN BASTIAENSZ, geb. Het Bilt 1622/3, ovl. (niet gevonden te Amsterdam) 1668-1682, gortmaecker in de Anjeliersstraet (1644),
poorter van Amsterdam 20-5-1644 als grutter van Bilt in Friesland,
bij de poorterinschrijving (1682) van zijn schoonzoon
Steven Leendersz Struijs wordt als zijn beroep opgegeven factoor en
is hij reeds overleden,
otr. Amsterdam 16-1-1644 (get. Cornelisz Jans, zijn neve, beider ouders dood)
3215. GEESJE BARENTS, geb. ... 1620/1, ovl. na 1691 (dan is zij doopgetuige), woonde in de Lindestraat (1644).
Uit het huwelijk (Bastiaensz-Barents) gedoopt te Amsterdam :
-
a. Cornelis Adriaens, ged. Noorderk. 22-10-1645.
-
b. Barent Adriaens, ged. Nieuwe K. 5-9-1647.
-
c. Lijsabet Adriaens, ged. Noorderk. 2-5-1649.
-
d. Tommeis Adriaens, ged. Noorderk. 25-12-1650.
-
e. Aertgen Adriaens, ged. Noorderk. 12-10-1653, (=kw. nr. 1607).
-
f. Trijntien Adriaens, ged. Noorderk. 15-1-1657.
-
g. Stijntgen Adriaens, ged. Noorderk. 2-10-1658.
-
h. Grietje Adriaens, ged. Eilandsk. 31-10-1660.
-
i. Bastijaan Adriaens, ged. Noorderk. 12-7-1662.
-
j. Lijsbeth Adriaens, ged. Eilandsk. 7-12-1664.
-
k. Tunes Adriaens, ged. Noorderk. 29-10-1668.
3220. LAMBERT WICHMANSEN TOP(P), geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1674 (beg. niet gevonden te Elburg), mondig 1654.
belender bij het kerkhof te Elburg (1659, 1661),
bij de Goorpoort (1662),
woont in de Kerkstraat (1662),
tr. vóór 1635
3221. HENDRICKJE BAE(C)KS, ovl. vóór 1656.
In de civiele procesdossiers in het rechterlijk archief van Elburg
[160]
komt voor
onder nr. 33 Griete Peeters contra Lambert Top (1607) en
onder nr. 73 Henrick Hartgers c.s. contra Lambert Top c.s. (1632).
Lambert Top is belender bij de Goorpoort te Elburg 1638.
[161]
Lambert Wichmansen Top verkoopt aan zijn zwager en zuster
Hermen Baeck en Grietje Wichmans echtel. 6 voedergrondsen op de Mheen zoals van zijn ouders aangeerft enz hem ter danke betaald get 4 febr 1654 coram Heeck et Reefsen.
[162]
Lambert Top voor hem zelf en zijn onmondige kinderen bij
Hendrickje Baecks erwonnen aan de ene zijde en Hermen Baeck en Grietgen Wichmans echtel. aan de andere zijde verloten 2 huizen staande in de Kerkstraat naast Willem Limburch westw en Hermen Jansen oostw welke hun bij versterf van hun olderen aangekomen zijn.
Lambert Top zal hebben het huis aan de oostzijde en Hermen Baeck het huis aan de westzijde naast Willem Limburch get 16 jan 1656.
[163]
Op 12-12-1656 verkoopt
Lambert Top mede als momber zijner Kinderen bij zall. Hendrikje Baeck verwekt aan burgem. Hendrik Bigge en Antonia Reefsen echtel. zijn huis staande in de Nieuwepoort strate waaraan oostw Maes Witte en Momme Wychmans, noordw Willem toe Waters weduwe en westw kopers zelf gehuiset zijn get 12 dec 1656 coram Feith et Hegeman.
[164]
Op 26-2-1662 heeft
Lambert Top opgenomen ƒ 58,- a 6% rente, van de afgestorven ontvanger der stad zoals alhier bij liquidatie der boekhouding van Joachim Loefsen en Maria Lutteken echtel. is bevonden, onderpand zijn huis in de Kerkstraat waaraan oostw Hermen Jansen westw Herman Baeck gehuiset zijn get 26 febr 1662 coram Bigge et Wolfsen.
[165]
Cars Aettien Gesien en Gerrit Lambertsen Top(¥) tesamen kinderen van Lambert Wychmansen Top verkopen aan Gosen Jansen en Peter Kellier? Beniers (een hof) voor de Goorpoort op de grachte naast Willem Velicke oostw zuidw Wolter Willems schoenmaker em westw Jan Jacobsen Backer get 25 april 1667 coram Hegeman et Wolfsen.
[166]
| COMMENTAAR(¥)
Mogelijk Cors Lambertsen Top, Aelt Lambertsen Top, Gesien (Goesentien?) Lambertsen Top en Gerrit Lambertsen Top. Dat zou betekenen dat de andere hieronder genoemde kinderen overleden zijn voor 1667. Top Lambertsz staat er helemaal niet bij!
|
Op 1-9-1674 bekent
Aleida Feith wed. van de scholtus Nucke verkocht te hebben aan Lambert Top 2 Goorgresen voor een somme haar ten danke betaald. actum i sept 1674
[167]
Uit dit huwelijk: (NB Doopboek Elburg begint 1635, hiaat 1644-1653) :
-
a. Jenneken Lamberts (Top), ged. Elburg jan. 1635 (vader Lambert Wijchmans, moedersnaam niet genoemd).
-
b. Goosentje Top, ged. Elburg 26-7-1635 (vader Lambert Top, moedersnaam niet vermeld), ovl. wellicht na 1667 (beg. te Elburg niet gevonden).
-
c. Gerrit Lamberts Top, ged. Elburg 18-12-1636 (vader Lambert Top, moedersnaam niet vermeld), ovl. na 1667 (beg. te Elburg niet gevonden).
In 1660/61 treedt een Gerrit Lambertsz als borge op bij begrafenissen. Is hij dezelfde?
In de civiele procesdossiers in het rechterlijk archief van Elburg
[168]
komt voor
onder nr. 152 Gerrit Lambertss Top contra Griete Wijckmans wed. Baeck (1665).
-
1. Jan Gerritsen (Top), geb. vóór ca. 1660, beg. Elburg 26-5-1685
("Jan Gerritsen Top is begraeven int kruiswerck den 26en mey 1685, is voor kercken geregtigheit 4 - 4 -").
over wie zich processtukken bevinden in het Burgerweeshuis te Amsterdam
(1693)[169],
tr. 1o voor 1681(¥)
Engeltien Maes, beg. Elburg 3-6-1681 ("Engeltien Maes huisvrouwe van Jan Gerritsen Top is begraven int kruiswerck den 3en Juny 1681,
is voer kercken gerechticheit 4 - 4 - , burge Cornelis Barker ontfanger"), tr. 2o Elburg 15-1-1682 (met attestatie op Epe)
Jacobien Dercks (Dijck), j.d. te Epe.
| COMMENTAAR(¥)
Huwelijk te Elburg niet gevonden. Wel Jan Gerrits tr. Elburg 21-6-1674 Engeltje Bartsen de Wit, maar dat lijkt onwaarschijnlijk.
|
In de civiele procesdossiers in het rechterlijk archief van Elburg
[170]
komt voor
onder nr. 170 Casparus Strycker contra Jan Gerritsen Top (1684).
Breuckhaftige over 1683 te Elburg :
Jan Gerritsen Top sijn vrouwen militie gedreyght voor op 't stadhuis met de voeten te stooten ( 4 h.ponden ).
[171]
Uit zijn (tweede) huwelijk:
-
aa. Margriete Janse Top, ged. Elburg 9-1-1683, beg. Elburg 18-7-1683 ("Jan Gerritsens Tops kint is begraven in de suyer ganck den 18en July 1683, is voor kercken gerechtigheit 3 - 3 - , burge Louwe Loeffsen").
-
aa. NN Janse Top, beg. Elburg 5-5-1684 ("Jan Gerritsens Tops kint is begraeven den 5en mey 1684 des avondts in de suijer ganck,
is voor kercken gereghtigheit 3 - 3 -, burge Louwe Loeffsen").
-
cc. Willemtien Janse Top, ged. Elburg 30-9-1686 (postuum!).
-
d. Albert Lamberts (Top), ged. Elburg mrt 1641 (vader Lambert Top, moedersnaam niet vermeld), ovl. wellicht voor 1667. Van hem verder geen huw. beg. dopen te Elburg gevonden.
Uit hem wellicht een kind onmondig in 1667 (zie akte hieronder).
In juni 1667 verkopen
Lubbert Hendriksen van Geldrop en Top Lamberts als mombers van Albert Tops onmondige kind, aan Aalt Top Lamberts de helfte van de kleine "Fotsenhoop" groot 4 gresen voor ƒ 400,- waarvan de wederhelft westw de dijk gelegen zuidw de weduwe van Beernt Feith ut supra coram filiatio.
[172]
-
e. Marritien Lamberts (Top), ged. Elburg 22-3-1646 (vader Lambert Top, moeder Hendrikje Baacks), ovl. wellicht na 1667.
-
f. Top Lambertsz, geb. ca. 1620, (=kw. nr. 1610).
filiatie niet bewezen.
-
g. Aalt Lambertsen Top, geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1669 (beg. te Elburg niet gevonden), filiatie niet bewezen,
belender in de Susterenstrate (1660),
momber van van zall. Barent Craemers zoon met namen Barent Barents (1669).
tr. Elburg 21-3-1675
Stijntje Hendriks, (beg. te Elburg niet gevonden).
Uit dit huwelijk geen kinderen te Elburg gedoopt.
Op 5-12-1659 verkopen
Adriaan van Holten en juffr Catharina van Eekholt echtel aan Aalt Lambertsen Top 2 kampen land naast elkaar gelegen in de Stoopschere in de vrijheid dezer stad met een kamp zaailand "de Rennenberg" gen. waaraan noordw Gerrit Heeck zuidw St Jans vicarie en Sijmen Lamberts oostw palend langs zeker wegje tussen de Stoopschere heenschietend alles voor een zekere somme ter danke betaald get 5 dec 1659 coram Ommeren et Bigge.
[173]
Op 29-5-1660 verkopen
Willem van Heuclum als gevolm. van Jan Henriksen vermogens procuratie op zijn persoon voor Joost van Erkelens verwalter en scholt van Doornspijk op zegel den 2 april gepasseert, aan Dries Hendriksen en Aaltje Jans echtel een ¼ van een huis waarvan koper ¼ en Aalt Top Lamberts de helft toekomt, Staande in de Susterenstrate waaraan westw de weduwe Breunis Bartoltsen, oostw Hendrik Petersen metselaar zuidw de straat mitsgaders het 1/8 deel van een hof en de rest Lambert Beerntsen toekomt gelegen voor de Goorpoorte aan de eerste gank oostw Hendrik Sijmensen zuidw Gerrit Martenmsen en Albertje Loefsen en noordw Gerrit Uilenbroek gehovet is get 29 mei 1660 coram Feith et Hegeman.
[174]
Op 18-6-1660 verkopen
Jan Lubbertsen en Gerrit Hendriksen als gevolm. van Gele Teunis volgens acte voor Gerhard ten Holte scholt te Epe op 28 dec 1658 gepasseert en Jacob Evertsen en Jennechien Teunis echtel., aan de edele Haecke Glints en juffr Sophie Margaretha op de Berch echtel. haar erven een halve hof in de vrijheid dezer stad waarvan in de andere helfte, het ¼ part Engele Hendriks en de rest Aalt Top Lamberts toekomt en waaraan naast gehovet de weduwe van burgem. Gerrit Aaltsen zuidw de gank en noordw Jan Wolfsen en Mechteld Top Lamberts gehovet is get 18 juni 1660 coram Feith et Hegeman.
[175]
Op dezelfde datum verkopen dezelfden aan Louwe Loefsen en ( Geertien ) Aalts Top Lambertsen(¥) echtel. het gerecht derde deel van 5 voedergrondsen op de Mheen Coram et Fidem.
[176]
| COMMENTAAR(¥)
Wat betekent die notatie?
|
Op 26-11-1664 hebben
Joan Petersen lakenkoper en Joost van Erkelens als Gasthuismeesters opgedragen aan Aalt Top Lambertsen een gres in het Goor door de ontvanger overgedragen coram et fidum.
[177]
Op 30-4-1669 verkopen
Willem Jansen van der Horst en Juffr Berta van Heuclum echtel, aan Aalt Lambertsen Top de helfte van ¼ part in een kamp van 10 gresen voor ƒ 1000,- en een aanpart in andere helfte van ¼ parten van 3 voedergrondsen in een kamp van 10 gresen van burgem Brant Franksen zallen burgem. Gerrit Heecks erfgen. toekomen en aan het Goor gelegen oost west en noordw de kopers hofstede en zuidw de kerkdijk gelegen onderpand hun huis in de Kerkstrate naast de erfgen. van Hendrik Beertsens huis get 30 april 1669.
[178]
Op 21-5-1672 verkopen
Jan Hoedemaker als momber over de kinderen van zall. Dries Henriksen en Ale Jans geass. met Momme Wychmans aan Engele Henriksen en Jutte Lambertsen echtel. een half huis waarvan de wederhelfte Aalt Top toebehoort staande in de Schoolstraat tussen de huizen van Henrik Petersen en Breunis Bartoltsen. get 21 mei 1672 Sticker Feith et Ommeren
[179]
Op 26-3-1676 vindt een rechtszaak plaats over het neerslaan van een man in de straat voor het huis van Aelt Topp in Elburg.
[180]
-
g. Mechteld Top Lamberts, geb. vóór ca. 1640, ovl. 1660-1667, belendster in de vrijheid van Elburg (1660).
3222. LAMBERT COEPS, parentatie niet bewezen,
gildebroeder (1609) van het schoenmakersgilde te Elburg,
[181]
-
a. Geertie Lamberts (Coops), ovl. vóór 1674, (=kw. nr. 1611).
3224. JAN (POTSER), geb. vóór ca. 1610, alleen bekend uit het patroniem van zijn (veronderstelde) kinderen:
-
a. Arent Jans Potser, geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1662, woont te Heslingen (1656),
tr. 1o voor 1651
Marien Henricks, ovl. 1651-1656, otr. 2o Meppel 1-1-1656
tr. 2o 't Wolt
Janien Willemz, weduwe van Evert Janz.
Uit zijn eerste huwelijk (Potser-Henricks) :
-
1. Fijken Arents Poster, ged. Meppel 28-9-1651.
Uit zijn tweede huwelijk (Potser-Willemz) :
-
2. Jan Arents Poster, ged. Meppel 11-1-1657.
-
3. Evert Jans (Arents) Potser, ged. Meppel 19-1-1662.
-
4. Hendrik Arents Potser, ovl. vóór 1723, filiatie niet bewezen.
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten aangegeven dat Geesien de Marre, Trijntien Potser, Jantien Potser, alle drie tot Amsterdam, Jacob Potser, Jacob van den Bergh tot Zwolle, Jan Roelofs aan de Swartesluis, en Trijne Roelofs tot Hasselingen, van Hendrik Arents Potser hadden geërft iedere veertigh Car. gld. e nheeft daarvan den impost of twintigste pennink betaalt met 14 Car. gld.
[182]
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten tot Meppel aangegeven dat hij selfs, Peter Wolthorst, Jan Alberts Poster, Jan Jans Potser en Gretien Jacobs als voor 6/13 parten erfgenamen tot Henderik Arents te samen hadden geërft 240 Car. gld. en heeft daarvan de 40e penninck betaalt met 6 Car. gld. Zijnde de 7/13 andere dertiende parten hier boven f:19 nr.7 sub capite van de buitenl(andse) erfenissen verrekent.
[183]
-
b. Jacob Jans Potser, geb. vóór ca. 1635, beg. Amsterdam 4-7-1673, (=kw. nr. 1612).
-
c. Jan Jans Potser, geb. vóór ca. 1640, beg. Amsterdam Noorder Kh. 27-6-1673, wordt ingezetene van Amsterdam 18-8-1672 als schipper van Meppel.
-
1. Jan Arends (Jans Potser), ged. Meppel 31-3-1662, woont te Meppel (1691),
tr. Meppel 3-5-1691 (als Jan Janssen Potser)
Caatjen Tijmens, ovl. na 1731, woont te Meppel (1691),
doopget. (1731).
-
aa. Jan Jansen Potser, ged. Meppel 24-7-1692, ovl. 1738-1740, tr. Meppel 1721
Neesje Wolters (Kinne), ovl. na 1746.
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten aangegeven dat Geesien de Marre, Trijntien Potser, Jantien Potser, alle drie tot Amsterdam, Jacob Potser, Jacob van den Bergh tot Zwolle, Jan Roelofs aan de Swartesluis, en Trijne Roelofs tot Hasselingen, van Hendrik Arents Potser hadden geërft iedere veertigh Car. gld. e nheeft daarvan den impost of twintigste pennink betaalt met 14 Car. gld.
[184]
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten tot Meppel aangegeven dat hij selfs, Peter Wolthorst, Jan Alberts Poster, Jan Jans Potser en Gretien Jacobs als voor 6/13 parten erfgenamen tot Henderik Arents te samen hadden geërft 240 Car. gld. en heeft daarvan de 40e penninck betaalt met 6 Car. gld. Zijnde de 7/13 andere dertiende parten hier boven f:19 nr.7 sub capite van de buitenl(andse) erfenissen verrekent.
[185]
Op 5-1-1746 en 13-12-1746 heeft Niesijn Wolters, wed. van Jan Potser tot Meppelte aangegeven dat sij wegens Trijntien Potsers en Jan de Marre tot Amsterdam, aan Albert Oostinjen een huis verkogt hadden voor ƒ 390,-- en de 40e penn. betaalt met ƒ 4,17,8.
[186]
Op 12-8-1746 heeft Johan Meijer betaalt ƒ 17,4,-- tot voldoeninge van de 40e penningh van ƒ 688,-- waarvoor Harm Bijlevelt een huis en land in den boedel van Jan Potzer heeft aangekoft.
[187]
-
aaa. Hendrickjen Jans Potser, ged. Meppel 25-3-1722, woont te Meppel (1774),
otr. Meppel 1744
tr. Kolder- en Dinxterveen 3-1-1744
Egbert Jans, woonde te Colderveen (voor 1744).
-
bbb. Jan Jans Potser, ged. Meppel 29-8-1723.
-
ccc. Bartha Jans Potser, ged. Meppel 25-12-1726.
-
ddd. Jan Jans Posser, ged. Meppel 18-11-1731 (get. Caetjen Tijmens).
-
eee. Wolter Jans Poster, ged. Meppel 5-2-1736 (get. Jentje Wolters Kinne).
-
fff. Caatje Jans Poster, ged. Meppel 15-11-1738 (get. Jentje Roelofs).
-
ggg. Janna Jans Poster, ged. Meppel 18-12-1740 (get. Stijntjen Jans Wildeboer, "vader overleden").
-
bb. Egbertje Jans Potser, ged. Meppel 1-10-1694, tr. Meppel 1-2-1716
Jan Meulman.
-
cc. Barta Potser, filiatie niet bewezen,
tr. 1o
Geert Moouwis Steevens, tr. 2o Meppel 1733
Carst Jansen Worst, woont te Hasselt (1733).
-
2. Henrick Jans Potser, ged. Meppel 28-9-1664.
-
aa. Jan Hendricks Potzer, geb. vóór ca. 1715, filiatie niet bewezen,
-
aaa. Grietje Jans Potzer, ged. Meppel 30-5-1728.
-
3. Trijntien Jans Potser, ged. Meppel 3-4-1667, ovl. na 1729, woont te Amsterdam (1723),
tr. verm. voor 1746
Jan de Marre.
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten aangegeven dat Geesien de Marre, Trijntien Potser, Jantien Potser, alle drie tot Amsterdam, Jacob Potser, Jacob van den Bergh tot Zwolle, Jan Roelofs aan de Swartesluis, en Trijne Roelofs tot Hasselingen, van Hendrik Arents Potser hadden geërft iedere veertigh Car. gld. e nheeft daarvan den impost of twintigste pennink betaalt met 14 Car. gld.
[188]
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten tot Meppel aangegeven dat hij selfs, Peter Wolthorst, Jan Alberts Poster, Jan Jans Potser en Gretien Jacobs als voor 6/13 parten erfgenamen tot Henderik Arents te samen hadden geërft 240 Car. gld. en heeft daarvan de 40e penninck betaalt met 6 Car. gld. Zijnde de 7/13 andere dertiende parten hier boven f:19 nr.7 sub capite van de buitenl(andse) erfenissen verrekent.
[189]
Op 5-1-1746 en 13-12-1746 heeft Niesijn Wolters, wed. van Jan Potser tot Meppelte aangegeven dat sij wegens Trijntien Potsers en Jan de Marre tot Amsterdam, aan Albert Oostinjen een huis verkogt hadden voor ƒ 390,-- en de 40e penn. betaalt met ƒ 4,17,8.
[190]
-
4. Geesien Jans Potser (Poster), ged. Meppel 27-9-1669, beg. verm. Amsterdam Zuider Kerk 22-10-1736 (Geesje Poster), woont te Amsterdam (1723),
otr. Meppel 1695
otr. Amsterdam 21-10-1695 (haar moeder woont te Meppel, zijn ouders dood, hij geast. met zijn oom Hendrik Jansz van (Rosse))
Harmen (Harmanus) P(i)etersz (de) Marre, geb. Amsterdam 1665/66, stuurman, wonend op de (Kalkmart?) (1695),
poorter van Amsterdam 21-11-1695 als stuurman,
zn. van wijlen Pieter Jansz Marre, zoutmeter.
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten aangegeven dat Geesien de Marre, Trijntien Potser, Jantien Potser, alle drie tot Amsterdam, Jacob Potser, Jacob van den Bergh tot Zwolle, Jan Roelofs aan de Swartesluis, en Trijne Roelofs tot Hasselingen, van Hendrik Arents Potser hadden geërft iedere veertigh Car. gld. e nheeft daarvan den impost of twintigste pennink betaalt met 14 Car. gld.
[191]
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten tot Meppel aangegeven dat hij selfs, Peter Wolthorst, Jan Alberts Poster, Jan Jans Potser en Gretien Jacobs als voor 6/13 parten erfgenamen tot Henderik Arents te samen hadden geërft 240 Car. gld. en heeft daarvan de 40e penninck betaalt met 6 Car. gld. Zijnde de 7/13 andere dertiende parten hier boven f:19 nr.7 sub capite van de buitenl(andse) erfenissen verrekent.
[192]
In 1729 koopt Geesje Poster een huis op de Prinsengracht bij de Amstel.
[193]
-
aa. Pieter de Marre, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 18-9-1703 (get. Philippus Rembrants en Geesina Cosinus).
-
d. Coop Jans Potser, geb. vóór ca. 1645, tr. 1o voor 1672
Lummighjen Harmens, otr. 2o Meppel 1-3-1689
tr. Zuijtwolde
Jentjen Geuchjes, weduwe van Roelof Harmens,
woonte te Veeningen (1689).
Op 11-11-1710 staat gemeldt dat den rendant van de adv(ocaa)t Oosting hadde ontfangen ƒ 26,12,0 zijnde den 40e penning van twee derde parten van 800 £ zo Arent Hilberts en zijn broeder Jacob Potzer uit Overijssel van haar overleden broeder Harmen Coops Potzer zijn nalatenschap alhier in de lantschap hadden geprofiteert, ende heeft den rendant van het resterende derde part des lantscaps quote van Jan Coops als een ingesetene zijnde ontfangen ter somma van ƒ 6,13,-- die hierna onder de binnenlantsche collaterale succesien. Fol. 29 voor ontfank staat uitgetrocken.
[194]
Uit zijn eerste huwelijk (Potser-Harmens) :
-
1. Jan Coops Potser, geb. vóór ca. 1670, ovl. na 1710, tr. Meppel 6-3-1695
Vrouwtjen Jans, woont te Osterbuer (1695).
-
aa. Lummighjen Jans Potser, ged. Meppel 16-7-1696.
-
bb. Coop Jans Potser, filiatie niet bewezen.
Op 9-2-1746 hebben Derk Kikken en Arent Coerts van Meppelte aangegeven dat sij van Coop Jans Potser een huis en leege plaatse hebben aangekogt voor 1120 Car. gl, en den 40e penn. betaalt met ƒ 28,--.
[195]
Op 22-7-1755 aangifte wegens Jan Uitterwijk van 499 gulden waarvoor (hij) een huis tot Meppel van Coop Potser heeft aangekoft, betaalt de 40e penning ƒ 12,9,9.
[196]
-
2. Trijntien Coops Potser, ged. Meppel 10-1-1672, tr. Meppel 27-5-1691
Arent Hilbers, ovl. na 1710, woont te Swarte Sluijs (1691).
-
3. Jacob Coops Potser, ged. Meppel 3-5-1682, ovl. jong?
-
4. Jacob Coops Potser (Potzer), ged. Meppel 15-3-1685, ovl. na 1722, tr. Meppel 20-2-1707,
tr. Zwolle
Anna Valentein, woont te Zwolle.
Op 8-5-1719 heeft de Schultis Schickhart, wegens Jacob Potser tot Zwolle, aangegeven dat de selve hadden verkoft een twaalfde part van een huis tot Meppel aan de pander, voor 20 Car. gld. en heeft daarvoor den impost betaalt met ses stuivers.
[197]
Nog heeft de Schultis Schickhart aangegeven wegens de vors. Jacob Potser, dat de selve hadden verkoft een hoff met een huisien, voor 289 Car. gld. en 16 stuivers, en hier van voor den selven den impost betaalt met 4 Car.gld. 7 stuivers.
[198]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Anna Potser, ged. geref. Zwolle 3-8-1710.
-
bb. Valentijn Potser, ged. geref. Zwolle 22-9-1715.
-
cc. Margreta Potzer, ged. geref. Zwolle 27-8-1716.
-
dd. Jacobus Potser, ged. geref. Zwolle 15-9-1718.
-
ee. Catrina Potser, ged. geref. Zwolle 30-7-1722.
Uit zijn tweede huwelijk (Potser-Geuchjes) :
-
5. Lummigje Coops Potser, ged. Meppel 21-8-1690.
-
e. Albert (Jans?) Potser, geb. vóór ca. 1645.
-
1. Jan Alberts Potser, geb. vóór ca. 1670, ovl. na 1723, woont te Meppel (1691),
tr. Meppel 25-1-1691
Marrichjen Arents, woont te Meppel (1691).
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten aangegeven dat Geesien de Marre, Trijntien Potser, Jantien Potser, alle drie tot Amsterdam, Jacob Potser, Jacob van den Bergh tot Zwolle, Jan Roelofs aan de Swartesluis, en Trijne Roelofs tot Hasselingen, van Hendrik Arents Potser hadden geërft iedere veertigh Car. gld. e nheeft daarvan den impost of twintigste pennink betaalt met 14 Car. gld.
[199]
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten tot Meppel aangegeven dat hij selfs, Peter Wolthorst, Jan Alberts Poster, Jan Jans Potser en Gretien Jacobs als voor 6/13 parten erfgenamen tot Henderik Arents te samen hadden geërft 240 Car. gld. en heeft daarvan de 40e penninck betaalt met 6 Car. gld. Zijnde de 7/13 andere dertiende parten hier boven f:19 nr.7 sub capite van de buitenl(andse) erfenissen verrekent.
[200]
-
aa. Albert Jans Potser, ged. Meppel 27-1-1695.
-
bb. Aeltjen Jans Potser, ged. Meppel 9-8-1696, kan ook dr van andere Jan zijn
tr. Meppel 1720
Jan Martens Hoeckman, woont te Swartesluis (1720).
-
cc. Jan Jans Potzer, ged. Meppel 28-5-1703, kan ook zn. van andere Jan zijn
tr. 1o Meppel 20-1-1730
Geesjen Peters Mouwen, tr. 2o Meppel 1735
Helena Peereboom, weduwe van Harmen Oldewortel,
woont te Hoogeveen (1735).
Uit zijn eerste huwelijk (Potzer-Mouwen) :
-
aaa. Jan Jans Potzer, ged. Meppel 4-10-1730.
-
dd. Hendrick Jans Potzer, ged. Meppel 29-11-1705, filiatie niet bewezen,
hijkan ook zn. van een andere Jan Potzer zijn.
3226. REIJNT ROELEFS.
-
a. Jantjen Reijnts, geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1695, (=kw. nr. 1613).
3304. BOUDEWIJN VAN DEN ENDE, geb. vóór ca. 1650, (zie
Fragment Van den Ende
voor een mogelijke verwant),
alleen bekend uit de patroniemen van zijn mogelijke zoons:
-
a. Adriaan Boudewijnse van den Ende, geb. vóór ca. 1670, (=kw. nr. 1652).
-
b. Jan Boudewijnse van den Ende, geb. vóór ca. 1655, ovl. vóór 1726, j.m. van Zierikzee (1678),
schoenmaker (1678),
tr. Zierikzee geref. 28-4-1678
Maria (Marijtje) van Staalen (Staelen), ovl. na 1727, j.d. van Zierikzee (1678).
Op 27-5-1727 testeert te Zierikzee: Maria van Staalen, wonend te Zierikzee.
Verder genoemd :
Jan van den Ende, overleden (haar echtgenoot?),
Andries Jans van den Ende,
Anna Jans van den Ende,
Huigje Kornelis Keijser,
Kornelis Keijser.
Getuigen zijn
Willem de Vos en Eeuwout Bodt.
[201]
-
1. Helena Jans van den Ende, geb. vóór ca. 1700, ovl. Zierikzee 1726[202], tr. verm.
Christiaan Hendrikse Nieman, geb. 1688/89, ovl. 1715-1726.
wordt op 5-11-1715 poorter van Zierikzee, oud 26 jaar, afkomstig uit Hamburg.
1726[203].
Op 1-10-1726 testeert te Zierikzee: Helena Jans van den Ende, wonend te Zierikzee. Verder genoemd :
Christiaan Hendrikse Nieman, overleden, (haar echtgenoot?),
Huijgje Cornelisz. Keijser,
Qurijn Andriesz. van den Ende,
Lena Cornelisz.
Maria Andries
Jan Boudewijnse van den Ende, overleden, (haar vader?).
Getuigen zijn
Jacob Kempe en Cornelis de Laat.
[204]
-
2. Anna Jans van den Ende, ovl. na 1727
Op 1-19-1727 testeert te Zierikzee: Huijgtje Cornelisz. Keijser, wonend te Zierikzee.
Verder genoemd :
Anna Jans van den Ende
Huijgje Cornelisz. Keijser,
Getuigen zijn
Willem de Vos en Tonis Jacobsz.
[205]
-
3. Andries Jans van den Ende, geb. vóór ca. 1695, ovl. Zierikzee 1738[206], wednr. van Zierikzee (1721)
genoemd in akten te Zierikzee (1730),
vermeld in de weeskamer van Zierikzee (1739),[207]
tr. 1o
NN, tr. 2o Zierikzee geref. 21-1-1721
Lena Cryns, j.d. van Zierikzee (1721).
Uit zijn tweede huwelijk (van den Ende-Cryns):
-
aa. NN van den Ende, ovl. Zierikzee 1725 (kind van Andries van den Ende)[208].
-
bb. NN van den Ende, ovl. Zierikzee 1725 (kind van Andries van d' Ende)[209].
-
cc. Jan Andriesse van den Ende, geb. 1729/30, j.m. van en wonend te Zierikzee (1752),
vermeld als inwoner van Zierikzee in 1798 (oud 68 jaar, zakkendrager),
tr. Zierikzee geref. (attestatie naar Noordgouwe 10-5-1752)
Poulijna (Paulina) (de) Witte, j.d. van en te Noordgouwe (1752).
|
Fragment Van den Ende |
Een mogelijke broer of zoon van Boudewijn van den Ende zou kunnen zijn:
Cornelis van den Ende, geb. vóór ca. 1645. -
a. Cornelis Cornelisse van den Ende, geb. St. Maartensdijk vóór ca. 1670, ovl. Zierikzee 1733 (als Cornelis van den Ende)[210], j.m. geb. te St. Maartensdijk (1692),
treedt op als get. in akten te Zierikzee (1694..1730),
bierdrager te Zierikzee (1697..1729),
tr. Zierikzee geref. 12-9-1692[211]
tr. Poortvliet geref. 24-9-1692
Adriana van Es(sen), j.d. geb. te Poortvliet (1692).
Cornelis van den Ende en Adriana van Essen worden vermeld in de weeskamer van Zierikzee (1748-1754).[212]
-
1. Adriaan van den Ende, geb./ged. Zierikzee 24/28-6-1699 (get. Johannes Commerse, Pieternella Baaks), ovl. Zierikzee 29-4-1762,[213]
j.m. van Zierikzee (1727),
timmerman (1727..1734),
genoemd in akten te Zierikzee (1727..1745),
otr./tr. Goes/Zierikzee 11-4/7-5-1727;(¥)
Cornelia Soetebier, ged. Goes 17-12-1694 (get. Catharina van Oosten), beg. Zierikzee 13-5-1762,[214]
j.d. van Goes (1727).
| COMMENTAAR(¥)
In het register Overleden personen Zierikzee komen drie onbenoemde kinderen voor
van Adriaen van den Ende , ovl. 1727, 1728 en 1729.
Het is onduidelijk om welke kinderen het gaat.
|
Cornelia Soetebier en Adriaan van den Ende zijn
op huwelijkscontract gehuwd. Op 29-4-1727 compareren
voor de notaris Zijwert van der Bilt
Adriaen van den Ende en Cornelia Soetebier, voor haar wordt
gereserveerd een somma van 200 pond Vls. Indien er
geen kinderen in leven zijn, is haar broer
Adolf Soetebier haar erfgenaam en na hem haar andere
broers en zusters, hen wordt dan nagelaten de
somma van 100 pond Vls. tesamen. [215]
Op 23-5-1728 testeren te Zierikzee: Adriaen van den Ende, timmerman, en Cornelia Soetebier, beiden wonend te Zierikzee.
Verder genoemd:
Zijwert van der Bilt, notaris, en
Adolff Soetebier.
Getuigen zijn
Cornelis van der Hoeven en Boudewijn de Rijke, beiden wonend te Zierikzee.
[216]
Op 10-4-1730 testeren te Zierikzee: Adriaen van den Ende, timmerman, en Cornelia Soetebier, beiden wonend te Zierikzee.
Verder genoemd:
Zijwert van der Bilt, notaris, en
Adolff Soetebier.
Getuigen zijn
Jan Swen en Claas Reijngout, beiden wonend te Zierikzee.
[217]
Op 12-6-1734 compareren te Zierikzee: Adriaen van den Ende, timmerman, wonend te Zierikzee, en Adolph Soetebier, wonend te Goes. Akte van procuratie.
Verder genoemd:
Cornelia Soetebier,
Marinis Soetebier.
Getuigen zijn
Barent van der Jagt en Marinis van der Jagt, beiden wonend te Zierikzee.
[218]
Op 21-6-1734 testeren te Zierikzee: Adriaen van den Ende, timmerman, en Cornelia Soetebier, beiden wonend te Zierikzee.
Verder genoemd:
Adolph Soetebier,
Marinis Soetebier,
Johanna Soetebier,
Jacobus Buijghanan,
Jan Cornelisse Soetebier.
Getuigen zijn
Adriaen Mulock en Barend van der Jagt, beiden wonend te Zierikzee.
[219]
-
2. Cornelis van den Ende, geb. vóór ca. 1705, ovl. na 1740, j.m. van Zierikzee (1726),
zeilmaker wonend te Zierikzee (1727, 1740),
otr./tr. Zierikzee geref. 16-5/25-6-1726
(He)Lena Lauwrensdr van den Hoeke, ovl. na 1740.
Op 10-10-1727 testeren te Zierikzee: Cornelis van den Ende, zeilmaker, en Lena van den Hoeke, beiden wonend te Zierikzee.
Getuigen zijn
Gijdeon de Vooght en Pieter van Es, beiden wonend te Zierikzee.
[220]
Op 5-5-1740 testeren te Zierikzee: Cornelis van den Ende, zeilmaker, en Lena Laurus van den Hoeke, beiden wonend te Zierikzee.
Verder genoemd:
Getuigen zijn
Charles s' Graauwen en Barend van der Jagt, beiden wonend te Zierikzee.
[221]
Cornelis van den Ende en Helena Lauwrensdr. van den Hoeke worden vermeld in de weeskamer van Zierikzee (1753).[222]
-
aa. NN van den Ende, ovl. Zierikzee 1730 (kind van Cornelis van d' Ende)[223].
-
bb. Lourens (Laurens) van den Ende, geb. 1734/35, ovl. Zierikzee 4-3-1814 (oud 79 jaar), j.m. van en wonend te Zierikzee (1766),
wednr. van en wonend te Zierikzee (1781),
treedt veelvuldig op in akten te Zierikzee (1774..1809),
vermeld als inwoner van Zierikzee in 1798 (oud 61 jaar, sic!) en 1811 (dan "voilier" oud 76 jaar),
hypothecair schuldenaar in Zierikzee (1811),
zeilmaker te Zierikzee (1785..1814),
tr. 1o Zierikzee geref. 9-2-1766
Helena Bodt, ovl. 1766-1780, j.d. van en wonend te Zierikzee (1766),
doopget. te Noordgouwe (1774),
tr. 2o Zierikzee geref. 17-7-1781
Johanna Mommaas, ovl. Zierikzee 31-7-1820, j.d. van en wonend te Zierikzee (1781),
zeilmaakster (1820),
dr. van Martinus Mommaas en Neeltje de Vos.
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
cc. Maria van den Ende, geb. vóór ca. 1740, j.d. van en wonend te Zierikzee (1766),
tr. Zierikzee geref. 9-2-1766
Ewout Bodt, j.m. van en wonend te Zierikzee (1766).
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
3. NN van den Ende, ovl. Zierikzee 1706 (kind van Cornelis van den Ende)[224].
|
3312. JACOB JACOBSZ BLEIJCKER(¥), parentatie niet bewezen
genoemd in 1652 als grondeigenaar en gebruiker van land in de polder Klinkerland in Grijsoord/Nieuw Tonge.[225]
-
a. Jacob de Bleiker, geb. vóór ca. 1650, (=kw. nr. 1656).
COMMENTAAR(¥)
Wat is het verband met:
Adriaantje Aelbrechts Bleijker, doopsgezind, ged. geref. belijdenis Elkerzee 22-3-1654 [226].
Arjaantje Willems Bleijckers, tr. 1o na mrt 1667 Jacob Gabriels Schelhouck, geb verm. Spijkenisse (mennoniet), landbouwer te Spijkenisse 1648, won. Oud-Beierland ca. 1635, vermeld ald. 1636, dijkgraaf in de ring van Putten 1657, ovl. Spijkenisse voor 1681, wednr. van Maartgen Borrusdr en Jannetje Gabrielsdr Koijer [227]
, tr. 2o Spijkenisse 19-10-1681 [228]
Hugo Berents van der Clock, leerlooier en schoenmaker te Geervliet, doopsgezind voorganger aldaar, predikt te Ouddorp (1665, 1684, 1686) [229]
ovl. (impost) Geervliet 25-10-1703 [230]
|
3432. TATICK NN (Claasz?), geb. vóór ca. 1620. Hieruit mogelijk :
-
a. Claas Taten, geb. vóór ca. 1620??, (=kw. nr. 1716).
filiatie niet bewezen.
3472. PIETER DIRCKSZ ZETHOVEN, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1637, parentatie niet bewezen,
tr. vóór 1637
3473. ANNETGEN PIETERS TEIJSTERMAN, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1637, parentatie niet bewezen,
Op 4-6-1637 compareren Arien en Cornelisz Symons Teijsterman voor henzelf, Cornelisz Pieters Teijsterman en Annetgen Pieters Teijsterman, gehuwd met Pieter Dircksz Zethoven, alsmede voogd over de nog onmondige kinderen van Pieter Symonsz Teijsterman , Aris Cornelisz Quast als voogd over de kinderen van Ouwe Cornelis Symonsz Teijsterman en de voogd over de kinderen van Jan Symonsz Teijsterman , allen erfgenamen van Symon Jansz Teijsterman, in zijn leven gewoond hebbend te Nieuwkoop [231].
Uit dit huwelijk vermoedelijk :
-
a. Aart Pietersze Sethoven, geb. vóór ca. 1645, (=kw. nr. 1736).
3476. PIETER ADRIAANSZ (VAN HIJSELENDOORN), geb. vóór ca. 1605, tr. vóór ca. 1630[232]
3477. JANNITGEN JANS VAN GROOS, geb. vóór ca. 1610.
Uit dit huwelijk (o.a.?):[233]
-
a. Arijen Pietersz van Hijselendoorn, geb. vóór ca. 1630, (=kw. nr. 1738).
3478. ABRAHAM YSACKSZ VAN WIERINGEN, geb. vóór ca. 1595, ovl. 1667/68, lakenverkoper, kleermaker,
schepen van Aarlanderveen (1630..1639),
wonende te Aarlanderveen Dorp (1667),
tr. vóór 1623[234]
[235]
3479. ARRIAANTJE CORNELISDR VAN CLEVESTEIJN(¥), geb. vóór ca. 1605, ovl. 1670- (kort) voor 1699, belendster in het Noordeinde van Aarlanderveen (1668).
[236]
| COMMENTAAR(¥)
Aanvullen akten Ref. P.D. Meijer en A.M.L. van Wieringen.
|
Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623:
"Abraham IJsaacxz ende
Adriaentgen sijn huijsvrouwe met
IJsaac heur kint, item
een knecht genaemt (niet ingevuld) die bij hem werct - 4 hoofden".
[237]
Op 28-7-1630 komt Abraham Isaacxsz van Wieringen, schepen van Aarlanderveen, overeen met Jan Salomonsz van Swanenburch, ambachtsbewaarder van Aarlanderveen, dat deze het erf tussen hun beider huizen in bezit zal krijgen. De koopsom is 27 gulden.
[238]
Op 18-5-1631 zijn Grietgen Jacobsdr, huisvrouw van Adriaen Gerritsz, die onder curatele staat van het Hof van Holland, geassisteerd met Gilles Americx, secretaris, mede Gerrit Adriaensz voor zichzelf en opkomend voor zijn twee zusters, schuldig aan Abraham IJsaacxsz van Wieringen, schepen van Aarlanderveen, een losrente van 7 gulden 10 stuivers per jaar, hoofdsom 125 gulden. Gesteld onderpand is een huis en erf met 2½ morgen land in het Noordeinde van Aarlanderveen.
[239]
Op 10-5-1667 is Pieter Cornelisz Cleijn, wonende in het Zuideinde van Aarlanderveen, schuldig aan Abraham IJsaacqsz van Wieringen, wonende Aarlanderveen Dorp, een bedrag van 600 gulden a 40 groten Vlaams, wegens geleverde waren. Gesteld onderpand is 3 morgen 1½ hond land in de Zuideinderpolder, strekkende van het land van Gerrit Gerritsz Cleijn tot de Molenwetering, belend ten zuiden Claes Bouwensz Vermij en ten noorden de weduwe en kinderen van Sijmon Willemsz.
[240]
Op 4-5-1668 verkoopt Ariaentge Cornelis, weduwe van Abraham Isaacxsz van Wieringen, geassisteerd met haar schoonzoon Jan Esch, aan Cornelis Isaacxsz een huis, erf en schuur in het dorp van Aarlanderveen, strekkende van de dijk tot het erf van Jan Salomonsz van Swanenburch, belend ten noorden Swanenburch voornoemd en ten zuiden de laan van de kinderen van Gerrit Gijsz. De koopsom is 1200 gulden.
[241]
Op 29-5-1670 is Pieter Cornelisz Cleijn schuldig aan Arrijaentgen Cornelisdr, weduwe van Abraham IJsaacksz van Wieringen, een bedrag van 500 gulden a 40 groten. Gesteld onderpandis 3 morgen 1½ hond land in het Zuideinde, strekkende van Lambert Pietersz tot de Molenwetering, belend ten zuiden de weduwe en kinderen van Claes Bouwensz en ten noorden de weduwe van Sijmen Willemsz.
[242]
Kohier van de 100e penning van Rijnland : 1699.
De weduwe van Abraham Isaacksz van Wieringen overleden. Erven Isak Abrahamsz van Wieringen, Jan Arentsz van Es nom(ine) ux(oris), Gangert Jansz 't Hoen, weduwnaar van Sara Abrahams van Wieringen, Geertje Abrahams, weduwe
van Dirck Jansz van Griecken, beiden op de Oude Wateringh en de kinderen
van Ary Pietersz van Hijselendoorn x Elisabeth Abrahams te Boskoop.
Op huijden den 29e mey 1701 compareerde voor mij: Willen van Heijningen,
notaris publijcq bij den hoove van Hollant geadmitteert, tot Reijnsaterwoude residerende, ende voor de nabeschreven getuijgen,
Machtelt Abrahams van Wieringen, weduwe ende boedelhoudster wijlen
Jan Aertse van Nes wonende onder de jurisdictie van Aerlanderveen,
Cornelis Dircksz van Grieken sigth sterk makende ende de rato caverende
voor zijn moeder Geertje Abrahams van Wieringen, wonende onder de
heerlijckheijt van Alckemade op de Oude Wateringh, Gangert Jansz 't Hoen,
mede wonende op de dicte Wateringe voors., als weduwnaer van
Sara Abrahams van Wieringen, Leendert Cornelis 't Hoen, wonende tot
Wensveen, in huwelijk hebbende Arijaentje Huijberts van Heijn, soo voor
hem selve als sigh starck makende ende de rato caverende soo voor
Dirck Teinigs Bloet in huwelijck hebbende Sijbrugh Huijberts van Heijn,
als voor Catarina Huijberts van Heijn, kinderen van
Sara Abrahams van Wieringen, Frans Hendricksz Binnendijck
in huwelijck hebbende Jannetje Arijens van Hijselendoorn, wonende onder
den ambachte van Leijderdorp, Teunis Arijensz Hijselendoorn,
Dirck Ariensz Hijselendoorn ende Dirck Aertsz van Leeuwen, in huwlijk
hebbende Anneje Aryens van Hijselendoorn, wonende tot Boscoop, alle
kinderen van Lijsbet Abrahams van Wieringen, ende nogh de voorn.
Teunis Arijensz Hijselendoorn ende Dirck Aersse Hijselendoorn in
qualite als voogden over Pieter Jacobsz Sethoven, jegenwoordigth
uytlandigh zijnde, dewelcke een soon is van
Grietje Arijens van Hijselendoorn, die een dogters dogter is van
Abraham IJsacksz van Wieringen ende Ariaentje Cornelis van Clevesteijn
en Claes Gerritsz van der Put, woonende tot Aerlanderveen, als vader
ende voogt over zijn minderjarige dogter Grietje Claes van der Put,
gewonnen bij Lijsbet Cornelis Loendersloot, dogter van
Ariaentje Pieters Hoogeveen, die in huwelijck gehadt heeft
IJsack Abrahamsz van Wieringen, alle kinderen, kintskinderen
ende kintskintkind(eren) ende sulcx mede-erfgenamen van
Abraham IJsaecksz van Wieringen ende Ariaentje Cornelis van Clevesteijn,
de welcken verclaerden te approberen soodanige vercooping van partije lant
gelegen onder den ambaghte van der Aer, als
Cornelis IJsacksz van Wieringen, soon van IJsack Abrahamsz van Wieringen
ende sulcx een mede-erfgenaem van de voorn. Abraham IJsacksz van Wieringen
ende Ariaentje Cornelis van Clevesteijn door ordre van de comparanten aen
Gijs Pieters Gijsz, woonende op de Hoeff, uitterhant heeft vercocht.
Verclarende wijders sij comparanten de voorn. Cornelis IJsackse van Wieringen
te constitueren ende volmachtigh te maken sulcx sij doen bij desen,
specialijck omme alle de verdere goederen, soe roerende als onroerende uijt
als vooren de comparanten aengecoomen ende die.. in wesen ende in hunnen
wesen soude mogen sijn te mogen vercopen off verbuijren, 't sij uijtterhant
ofte int openbaer ende voor alsulcken somme van penningen ende op
alsulcke conditien als hij geconstitueerde goet ende raedtsaem vinden sal,
ten dien eijnde oock omme te compareren voor de gerechte alwaer de voorsz.
vaste goederen, de welcke albereijts sijn vercogt ofte nogh vercogt soude
mogen werden, gelegen zijn ende voorts ter plaetse daer sulcx nodigh
gevonden sal werden om aende koopers van den selven te doen opdragte
de cooppenningen te ontfangen ende daer van te geven behoorlijck quitantie
ende voorts nogh omme te ontfangen van alle debiteuren soodanige penningen
als te innen ende te ontfangen staen, de quaede, willige in rechten
(ist noot) te betrecken ende daer toe een off meer penoonen te mogen
substitueren alsmede omme met een ider vanden crediteuren die het hem geconstitueerde sal goet vinden te mogen accorderen ende compromitteren
ende vanden ontfangen der voorsz. crediteuren mede te verleenen quitantie
ende voorts omme meer te doen soodanige betalinge als den comparanten in
qualite voorsz. verschult zijn. Ende dit alles onder approbatie ende
ratificatie als regt is, mits doende behoorlijcke rekeninge, bewijs ende
reliqua. Consenterende hier van gemaeckt ende gelevert te werden procuratie
in forma. Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie van Jan vander Maes
ende Dirck Reijersz Vermij als getuijgen ten desen versogt die de minute
deses, beneffens de comparanten ende mij notario. geschreven zijnde op een
zegel van twaelff stuijvers, mede hebbende ondertekent. Tijde ut
supra.onderstont 't Welck ick affirmere ende was geteijckent
W. van Heijningen nots. publ.[243]
Op huijden den 28e december seventien hondert en een compareerde voor mij
Willem van Heijningen, notaris publique bij den hove van Hollant
geadmitteert, tot Reijnsaterwoude residerende ende voor de nabeschreven
getuygen, Annetje Claes Weselenburgh, weduwe ende boedelhoudster wijlen
Jacob Aertsz Sethoven, die te bevoren in huwelijck heeft gehadt
Grietje Ariens Hijselendoorn ende welcke Grietje Hijselendoorn
een (doghters?)doghter is geweest van Abraham IJsacksz van Wieringen
ende Ariaentje Cornelis van Clevesteijn ende naer gelaten heeft twee
kinderen als namentlijck Pieter Jacobsz Sethoven, tegenwoordigh uijtlandigh
ende Lijsbet Jacobs Sethoven ende van wel de voors. Lijsbet Jacobs
den meergemelte Jacob Arisse Sethoven volgens testamentaire dispositie
is erfgenaem gebleven ende vervolgens benevens meer anderen mede gerechtigt
tot de nalatenschap van Abraham IJsacksz van Wieringen ende
Ariaentje Cornelis van Clevesteijn, beijde overleden, voor de voorn.
Lijsbet Jacobs Sethoven, de welcke in qualite voors. verclaerde te
approberen soodanige vercopinge van een partije lant gelegen onder den
ambachte van der Aer als Cornelis Isacksz van Wieringe, soon van
Isaack Abrahamsz van Wieringen ende Ariaentje Cornelis door ordere van
de voorn. comparante in qualite voornt ende dien volgende voor soo veel
haer gedeelte conserneert aen Gijs Pieter Gijsz, wonende op te Hoeff, uijtterhant heeft vercogt. Verclaerde wijders sij comparante den voorn.
Cornelis IJsackse van Wieringen te constitueren ende volmachtigtih te
maken sulcx sij doet bij dese specialijck omme alle de verdere goederen,
soo roerende als onroerende ende waer toe de voorn. comparante uijt hoofden
als vooren gerechtigt ende die regte in wegen soude mogen zijn te mogen
vercoopen off verhuijren 't sij uijtterhant ofte in het openbaer ende voor
al sulcke somme van penningen ende op alsulcke conditien als den
geconstitueerde goedt ende raedtsaem vinden sal. Ten dien eijnde oock
omme te compareeren voor de gerechte al waer de voors. vaste goederen,
dewelcke al bereijts sijn vercogt ende nogh vercogt soude mogen werden
gelegen zijn ende voorts ter plaetse daer sulcx sal noodigh bevonden
werden om aen de coopers vande selve te doen opdragt, de cooppenningen
te ontfangen ende daer van te geven behoorlijcke quitantie ende voorts
nogh omme te ontfangen van alle debiteuren soodanige penningen als te
inne ende te ontfangen staen, de quaeddwilligen in regten (is 't noodt)
te betrecken ende daer toe een off meer persoonen te mogen substitueren.
Als mede omme met een ider van de crediteuren die het hem geconstitueerde
sal goet vinden te mogen accorderen ende compromitteren ende van dien
te ontfanghen der voors. crediteuren mede te verleenen quitantie ende
voorts omme mede te doen soodanige betalinge als de compamrante in qualite
voors. verschult is, ende dit alles onder approbatie, ratificatie als
reght is, mits doende behoorlijde rekeninge. bewijs en de relliqua,
consenteerende hier van gemaeckt ende gelevert te werden procuratie in
forma. Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie van Pieter van Heijningen
ende Huijbert Jansz Bouman als getuijgen ten deses versogt die de minute
deses, geschreve zijnde op eenen segel van twaelff stuijvers, beneffens
de comparante ende mijn notario mede hebben onderteijckent. Tijde ut
supra onderstont. 't Welck ick affirmere ende was getekent
W. van Heijningen nots. publ.[244]
Op 15-5-1702 verkoopt Cornelis IJsacksz van Wieringen, met volmacht van de mede-erfgenamen,
- 1
aan Pieter Maertensz Stichter een perceel land in het Zuideinde van Aarlanderveen, verongeld voor 3 morgen 150 roeden, strekkend van het land van Lambert Pietersz van Zijl tot in de Molenwetering, belend ten zuiden Hendrick Roelen Stichter en ten noorden Arij Sijmonsz. De koopsom is 654 gulden.
[245]
- 2
aan Lambert Pietersz van Zijl een huis en erf in het Zuideinde van Aarlanderveen, verongeld voor 12½ roeden, strekkend van de Aarlanderveensedijk tot aan "hem selver", belend ten zuiden Hendrick Roelen Stichter en ten noorden Arij Sijmonsz. De koopsom is 200 gulden.
[246]
- 3
aan Cornelis Pietersz Kleijn een perceel teelland onder Aarlanderveen, verongeld voor 3 hond, strekkend van de weduwe van Claes Cornelisz Kleijn tot Hendrick Jacobsz van der Hoorn, belend ten zuiden en noorden deze Van der Hoorn. De koopsom is 80 gulden. N.B. In deze akte is Jan Aertsz van Nes vermeld als Jan Ariensz van Es.
[247]
Uit dit huwelijk:[248]
[249]
-
a. Machtelt Abrahamsdr van Wieringen, geb. Aarlanderveen vóór ca. 1630, ovl. na 1701, woont te Aarlanderveen (1701),
tr. Alphen a/d Rijn 24-4-1650
Jan Aertse van (N)es (Esch), ovl. 1699-1701, schepen van Alphen a/d Rijn,[250] vermeld als schoenmaker te Aarlanderveen in de Legger op het gemaal in het
lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 6 personen in de klasse halve kapitalisten,
[251]
zn. van Arijen Claesz van (de) Nes, schepen van Alphen a/d Rijn, eigenaar van land in de Nesse, en Adriaentje Bouwensdr.
Op 3-7-1669 verkoopt Pieter Maertensz Verlaen aan Jan Ariensz van Esch 75 roeden boomgaard achter de kerk van Aarlanderveen, strekkende van de Kerkvaartskade tot de boomgaard van Pieter Tijsz, belend ten oosten Willem Cornelisz en ten westen Jan Heijndrick Stichter. De koopsom is 300 gulden.
-
b. Geertje Abrahamsdr van Wieringen, geb. Alkemade, ovl. na 1705, aangeslagen voor ƒ ½ familiegeld te Alkemade als Geertge Abrahams, winckelierster (1674),
woont te Alkemade op de Oude Wateringh (1701),
tr.
Dirck Jansz van Grieken, ovl. vóór 1699, van wie Geertje reeds de weduwe is in 1705.[252]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :[253]
-
1. Cornelis Dircksz van Grieken, beg. Hazerswoude 28-3-1720 (gaarder, pro deo).
-
c. Sara Abrahamsdr van Wieringen, geb. Wensveen vóór ca. 1655, ovl. 1676-1693, tr. 1o voor 1676
Huijbert Pieter (van) Heijn(sen), ovl. vóór 1676, tr. 2o 1676-1693
Gangert Jansz ('t) Hoen, ovl. na 1701(¥), j.m. van Zevenhuizen,
mr. timmerman en molenmaecker op de Oude Watering onder Alkemade,[254]
vermeld als timmerman te Oude Wetering (Alkemade) in de Legger op het gemaal in het
lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 5 personen in de klasse kapitalisten,
[255]
woont te Leimuiden (1693),
woont te Alkemade op de Oude Wateringh (1701).
| COMMENTAAR(¥)
Volgens Ref. [256] is hij ovl. 1681. Gezien de onderstaande akte van 1693 waarin Gangert optreedt kan dit niet kloppen.
|
Op 30-1-1676 verkoopt Erassemis Jacobsz van Swieten aan Sara Abrahamsdr van Wieringen, weduwe van Huijbert Pietersz Heijnsen, 1 morgen weiland in de Westeinderpolder, verongeld voor 4½ hond, belend ten oosten Huijbert Huijbertsz, ten westen Cornelis Jillisz Schouten, ten zuiden de Geerdijk en ten noorden Jan Meesen. De koopsom is 550 gulden.
[257]
Op 21-5-1693 compareren te Nieuwveen Gangert Janse 't Hoen te Leimuiden, weduwnaar van Sara Abrahamsdr van Wieringen, die eerder weduwe was van Hubert Pieter Heijnen, voor een helft, mede Sijberig Huberts Heijnen, wonend in het Noordseveen, weduwe van Isaac 't Hoen, Catarina Huberts Heijnen, meerderjarig ongetrouwde dochter, wonend mede aldaar, en Lenard 't Hoen, wonend onder Zuid-Waddinxveen, getrouwd met Adriana Huberts Heijnen. Sijberig, Catarina en Adriana als kinderen en enige erfgenamen, ieder voor 1/3 deel, van Sara Abrahamsdr van Wieringen, van de wederhelft. De voornoemde weduwe en ongetrouwde dochter worden geassisteerd door hun voogd Isaac Abrahamsz van Wieringen, wonend te Aarlanderveen. Zij verkopen aan Geleijn Clase Prins, wonend te Leimuiden, 1 morgen land in de Westeindse polder, belend ten oosten de nazaten van Hubert Hubertse, ten zuiden de Geerdijk, ten westen Cornelis Gillisse van der Schilde en ten noorden de erfgenamen van Jan Meese van Teijlingen. Dit land was opgedragen aan de overleden Sara Abrahamsdr op 30-1-1676. De koopsom is 155 gulden.
[258]
Uit haar eerste huwelijk:[259]
-
1. Ariaentje Huijbertsdr van Heijn, ovl. na 1701, tr. vóór 1693
Leendert Cornelis 't Hoen, ovl. na 1701, wonend onder Zuid-Waddinxveen (1693),
te Wensveen (1701).
-
2. Sijburgh (Sijberig) Huijbertsdr (van) Heijn(en), wonend in het Noordseveen (1693),
tr. 1o voor 1693
Isaac 't Hoen, ovl. vóór 1693, tr. 2o voor 1701
Dirck Teunisz Bloet.
-
3. Catharina Huijbertsdr (van) Heijn(en), meerderjarig ongetrouwde dochter, wonend in het Noordseveen (1693).
-
d. Lijsbet Abrahamsdr van Wieringen, geb. vóór ca. 1635, (=kw. nr. 1738).
-
e. IJsack Abrahamsz van Wieringen, geb. vóór 1623, ovl. Aarlanderveen 1701, aangeslagen voor ƒ 1 familiegeld te Nieuwkoop als Isack Abrahamsz, "vercoopt laken en snijer" (1674),
treedt op als vervanger van schout en weesmeester van Aarlanderveen (1664),
[260]
schepen van Aarlanderveen (1650..1690),
ambachtsbewaarder (1663-1664, 1672),[261]
wonend te Aarlanderveen (1693),
tr. 1o voor 1655
Marritgen Pietersdr, ovl. vóór 1655, dr. van Pieter Jansz, oud-schoolmeester van Aarlanderveen,
tr. 2o
Ariaantje Pietersdr Hoogeveen, wed. van Cornelis Loendersloot.
Zij heeft verm. een voordochter Lijsbet Cornelisdr Loendersloot x Claes Gerritsz van der Put.
Op 24-2-1655 compareren Isaack Abrahamsz van Wieringen, getrouwd geweest met Marritgen Pietersdr, voor zichzelf, mede als vader en voogd van Jan Isaacksz van Wieringen en Dirck Mathijsz Verhaer, scheepmaker, getrouwd geweest met Martijntje Pietersdr, voor zichzelf als vader over Jannitgen en Mathijs Dircxs, geassisteerd met Anthonis Jansz van der Groos, bode van Boskoop, als oudoom der kinderen, erfgenamen, kinderen en kindskinderen van Pieter Jansz, oud-schoolmeester van Aarlanderveen. Zij gaan over tot deling der nalatenschap. Isaack Abrahamsz valt ten deel de helft van een schuldbrief op Claes Cornelisz Cleijn Pieren, groot 1036 gulden 5 stuivers, en verder de helft van enkele rentebrieven en obligaties. Dirck Mathijsz ontvangt de andere helft der schuldbrieven en enkele obligaties in de akte nader omschreven.
Isaack Abrahamsz van Wieringen zegt toe zijn zoon Jan Isaacksz te onderhouden tot de leeftijd van 20 jaar, hem dan uit te keren zijn moederlijk erfdeel, groot 1200 gulden en te geven zijn uitzet.
[262]
Op 18-8-1671 verkopen
IJsaack Abrahamsz van Wieringen met opdracht van zijn moeder Ariaentge Cornelisdr van Klevesteijn en Heijndrick Leendertsz Hoogeveen aan Claes Gerritsz Outshoorn 180 roeden veenland in het Zuideinde van Aarlanderveen, belend ten oosten de erfgenamen van Leendert Jansz Hoogeveen c.s., ten westen en noorden Krijn Pietersz Podt en ten zuiden de koper. De koopsom is 70 gulden.
[263]
Kohier van de 100e penning van Rijnland : 1702.
Isaack Abrahamsz van Wieringen te Aarlanderveen overleden. Erven: Cornelis Isaacksz van Wieringen en Grietje Claes van de Put.
Uit zijn eerste huwelijk (van Wieringen-Pietersdr):[264]
-
1. Cornelis IJsacksz van Wieringen, geb. vóór ca. 1675, ovl. na 1702, weesmeester, kerkmeester,[265]
vermeld in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) als kleermaker te Aarlanderveen met 4 personen in de klasse halve kapitalisten,[266]
tr.
Marytje Willems Kleyenburgh, ovl. 1707, vermeld in de Rinse penningen (1712).
Zij hertr. 1o Gerrit Jansz van der Geer en
hertr. 2o Jan Reyniersz Uyrwercker. [267]
| COMMENTAAR(¥)
Vul aan akten Ref. [268].
|
Uit zijn tweede huwelijk (van Wieringen-Hoogeveen):[269]
-
2. Jan IJsacksz van Wieringen, geb. ca. 1648, ovl. vóór 1701, kleermaker te Aarlanderveen (1671-1697).
Op 30-7-1671 verkoopt Cornelis Everts van Swaenenburgh, curator over de geabandoneerde boedel van Aert Jacobsz Stouthandel aan Jan IJsaacksz van Wieringen, kleermaker wonende te Aarlanderveen Dorp, een huis en erf in Aarlanderveen Dorp strekkende van de Heerweg tot de wed. van Sijmen Dircksz Verhaer, belend ten noorden Willem Stouthandel en ten zuiden de wed. van Sijmen Dircksz Verhaer. De koopsom is 875 gulden.
[270]
3504. JAN CORNELISZ WITTEBOL, geb. vóór ca. 1590, ovl. 1642-1654 (mogelijk beg. Hazerswoude 12-5-1647 als Jan Cornelisz, belender te Hazerswoude (1619..1642),
woont aan de Achterweg te Hazerswoude (1640),
tr. vóór 1613
3505. TRIJNTJE PIETERS CORDT, beg. geref. Hazerswoude 15-5-1669 ("het lijk van Trijntje Pieters Cordt, huijsfrou van Jan Cornelisz Wittebol"),[271]
vermeld als Trijntge Pietersdr wed. van Jan Corneliss Wittebol in de transportregisters van Hazerswoude (1654-1669).
Op 29-4-1613
verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol aan zijn zoon Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Pietersz 14½ hond land eensdeels geheel en eensdeels gebroken gelegen buitenweg, belend ten oosten Pouwels Woutersz, ten zuiden de nieuwe vaart, ten westen Sijmon Cornelisz en Florisz Cornelisz en ten noorden dezelfden, voldaan met een schuldbrief.
[272]
In vervolg hierop verklaren op 29-4-1613 Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Pietersz, zwagers, schuldig te zijn 425 gulden met hypotheek op het gekochte. Borg Pieter Adriaensz voor respectievelijk zijn zwager en zijn zoon.
[273]
Meer akten 1616..1642,
NOG TOEVOEGEN
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Op den Achterwech te Hazerswoude :
Jan Cornelisz Wittebol ende Trijntgen Pietersdr met
Cornelis, Annetgen, Ariaentgen ende Barber heure kinderen, 6 hoofden.
Op 17-7-1640 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol, wonende
aan de Achterwech 650 Roeden lands voor 448 Carolus guldens,
en in een stuk van 23-9-1640 is hij principaal bij verkoop
van grond te Haserswoude.[274]
-
a. Cornelis Jansz Wittebol, geb. vóór 1623, (=kw. nr. 1752).
-
b. Annetgen Jans Wittebol, geb. vóór 1623.
-
c. Ariaentgen Jans (Wittebol), geb. vóór ca. 1620, beg. Hazerswoude 17-6-1681 (als Ariaentje Jans, wed. van Arij C. Molenaer), j.d. van Hazerswoude (1640),
otr./tr. Hazerswoude 22-4/6-5-1640[275]
Arien (Arij) Corneliss (Molenaer), ovl. Hazerswoude voor 25-6-1671(¥), j.m. van Hazerswoude (1640),
zn. van Cornelis Ariens Molenaer en Aeltje Sprongsen (zie kw. nr ⇒ 7023 sub c1).
| COMMENTAAR(¥)
Blijkbaar niet te verwarren met Arij Cornelis Molenaer, beg. Hazerswoude 22-5-1683.
|
-
1. Dirck Ariens (Molenaer), ged. geref. Hazerswoude 20-1-1644 (get. Abraham Geleijn).
-
2. Grietge Ariens (Molenaer), ged. geref. Hazerswoude 25-2-1646, j.m. van Hazerswoude, woont aan de Achterweg aldaar.
-
d. Barber Jans Wittebol, geb. vóór 1623. In het rechterlijk archief Hazerswoude is sprake van het echtpaar Barbara Jansdr x Cornelis Philips van Achthoven, beiden in 1650 reeds overleden.
-
e. Bastiaan Janszoon Wittebol, geb. vóór ca. 1650, beg. Hazerswoude 13-4-1679[277], filiatie niet bewezen,
tr. vóór 1669[278]
Elisabeth Willems, beg. Hazerswoude 24-11-1693 ("Elisabeth Willems wed. van Bastiaan Jansz Wittebol")[279].
-
1. Willem Bastiaensz Wittebol, geb. vóór ca. 1675, beg. Hazerswoude 12-8-1733, tr. Hazerswoude 17-11/1-12-1697[281]
Aeltje Janse Houweling, beg. Hazerswoude 20-5-1750, verm. dr. van Jan Cors Houweling (zie kw. nr. ⇒ 1755 sub b).
-
2. Pieter Bastiaansz Wittebol, geb. vóór ca. 1670, tr. Hazerswoude 20-2-1689[282]
Maartje Davids Craij.
Uit dit huwelijk een kind beg. Hazerswoude 19-2-1693.[283]
-
3. Jan Bastiaansz Wittebol, geb. vóór ca. 1675, ovl. vóór 1701, tr. Hazerswoude 12-4-1694[284]
Elisabeth Arijs van Toll. Zij hertr. 1701.
-
4. Maartje Bastiaandr Wittebol, geb. vóór 1679, beg. Hazerswoude 6-12-1721, tr. Hazerswoude 30-12-1714[285]
Matheus Pauw.
-
5. NN Bastiaandr Wittebol, beg. Hazerswoude 1-12-1669 ("2 Dochterkens van Bastiaan Jansz Wittebol, die verdroncken zijn"),[286]
-
6. NN Bastiaandr Wittebol, beg. Hazerswoude 1-12-1669 ("2 Dochterkens van Bastiaan Jansz Wittebol, die verdroncken zijn"),[287]
-
f. Dirck Jansz Wittebol, geb. vóór ca. 1635, j.m. van Hazerswoude (1647),
betaalt als veenman te Hazerwoude ƒ 1/2 familiegeld (1674),
otr. Hazerswoude 7-4-1647[288]
Grietje Henrix (van Kempen), j.d. van Hazerswoude (1647),
doopget. (1700).
In een notarieel stuk van 4-1-1653, is Dirric Jansz Wittebol borg voor de somma van ƒ 1240,--. [289]
-
1. NN Dirks Wittebol, beg. Hazerswoude 26-5-1655 ("Dirric Jansz Wittebol's kindt")[291].
-
2. NN (dochter) Dirks Wittebol, beg. Hazerswoude 6-7-1671[292].
-
3. Huygen Wittebol, ged. Hazerswoude 13-10-1675, ovl. 1714-1718[293], tr. Hazerswoude 31-1-1700[294]
Dido Cornelisse Munnich. Zij hertr. als zijn wed. in 1718.
-
aa. Jannetje Huygens Wittebol, ged. Hazerswoude 21-11-1700, beg. Esselickerwoude 13-11-1743, volgde Marijtje Franse in 1735 als vroedvrouw op,[296]
vroedvrouw te Esselickerwoude (1740),
tr.[297]
Maarten Maartensz Maarleveld, ovl. na 1743.
-
bb. Grietje Huygens Wittebol, ged. Hazerswoude 3-9-1702, ovl. (beg?) Hazerswoude 11-8-1773, ongehuwd.
-
cc. Cornelis Huygens Wittebol, ged. Hazerswoude 10-10-1703, ovl. jong?
-
dd. Catrina Huygens Wittebol, ged. Hazerswoude 5-8-1706.
-
ee. Dirck Huygens Wittebol, ged. Hazerswoude 16-12-1708, beg. aang. (Hazerswoude?) 22-11-1775, tr. Hazerswoude 4-2-1746[298]
Antje Leenders van Anen, ovl. (beg?) Hazerswoude 3-4-1758.
-
aaa. Dido Dircks Wittebol, ged. (Hazerswoude?) 30-10-1746, ovl. (beg.?) (Hazerswoude?) 15-4-1748.
-
bbb. Pieter Dircks Wittebol, ged. (Hazerswoude?) 25-2-1749.
-
ff. Cornelis Huygens Wittebol, ged. Hazerswoude 8-7-1714.
-
4. Jugeltina Dirckse Wittebol, geb. vóór ca. 1655, filiatie niet bewezen,
otr./tr. Hazerswoude 3/23-5-1676[300]
Jan Cornelisz Soontgen.
-
5. Marijtje Dirckse Wittebol, geb. vóór ca. 1660, ovl. Hazerswoude 13-5-1743, doopget. (1730..1733),
otr./tr. Hazerswoude 20-7/10-8-1681[301]
Jeremias Pietersz Kraenhoorn, doopget. (1730).
Uit dit huwelijk gedoopt te Hazerswoude (o.a.?) :[302]
-
aa. Jan Jeremiasz Kraenhoorn, ged. 23-l-l695, (zie kw. nr. ⇒ 3505 sub c/7/bb).
-
bb. Thijs Jeremiasz Kraenhoorn, ged. 25-8-1697.
-
cc. Steven Jeremiasz Kraenhoorn, ged. 26-11-1700.
-
dd. Neeltje Jeremiasz Kraenhorn, doopget. (1723, 1724).
-
6. Jannetje Dirckse Wittebol, geb. vóór ca. 1670, ovl. vóór 1700, filiatie niet bewezen,
otr./tr. Hazerswoude 9/23-3-1692[303]
Arend Pietersz Kraenhoorn. Hij hertr. 1700.[304]
-
7. Jan Dircksz Wittebol, geb. vóór ca. 1670, ovl. Hazerswoude 8-2-1724, filiatie niet bewezen,
otr./tr. Hazerswoude 4/18-5-1698[305]
Annetje Dircks Langenbent.
-
aa. Grietjen Jans Wittebol, ged. Hazerswoude 20-7-1699, ovl./beg. Hazerswoude 13/16-8-1729, otr./tr. Hazerswoude 13/29-10-1725[307]
Arij Jacobsz Keijser, ovl. Hazerswoude 25-3-1766. Hij hertr. in 1730.
-
bb. Neeltje Janse Wittebol, ged. Hazerswoude 20-4-1704, otr./tr. Hazerswoude 8/23-3-1722[308]
tr. Ter Aar 1722 haar neef
Jan Jeremiasz Kraenhoorn, ged. Hazerswoude 23-l-l695, zn. van Jeremias Pietersz Kraenhoorn en Marijtje Dirckse Wittebol
(zie hierboven).
Uit dit huwelijk (Kraanhoorn-Wittebol) :
-
aaa. Ewoud Kraanhoorn, ged. Ter Aar 30-5-1723 (get. de vader en Neeltje Jeremiassen Kraanhorn), (zie kw. nr. ⇒ 218 sub c).
-
bbb. Jeremias Jansz Kraanhoorn, ged. Ter Aar 19-11-1724 (get. de vader en Neeltje Jeremiassen Kraanhorn), ovl. Esselikerwoude? 25-2-1791, uit Woubrugge (1748),
otr. Esselikerwoude 30-8-1748 (pro deo),[309]
Lijsbeth Akerboom, ged. Woubrugge 20-11-1729, beg. Esselikerwoude 14-11-1786, dr. van Jacob Cornelisz Akerboom en Lijsbeth Hendrickdr Vrijenoock.
-
ccc. Marijtje Kraanhoorn, ged. Ter Aar 6-1-1725 (get. de vader en Marijtje Dirkse Weselenburg), ovl. jong?
-
ddd. Marijtje Kraanhoorn, ged. Woubrugge 25-6-1730 (get. Marijtje Dircks Wittebol),[310]
-
eee. Hendrik Kraanhoorn, ged. Woubrugge 23-12-1731 (get. Neeltje Corn. van der Linde),[311]
-
fff. Pietertje Kraanhoorn, ged. Woubrugge 20-9-1733 (get. Ariaantje Pieters de Vos)[312]
, beg. Woubrugge 8-1-1776 (pro deo)[313]
, otr. Woubrugge 20-4-1759 (pro deo),[314]
Cornelis Jacobsz Akerboom, ged. Woubrugge 8-15-1735, beg. Woubrugge 4-8-1794, zn van Jacob Cornelisz Akerboom en Lijsbeth Hendrickdr Vrijenoock,
woont te Woubrugge 1735.
Hieruit verder nageslacht bekend (kinderen gedoopt Woubrugge 1759-1776).
-
cc. Dirck Jansz Wittebol, ged. Hazerswoude 9-12-1707.
-
dd. Willem Jansz. Wittebol, ovl. Hazerswoude 7-9-1771, filiatie niet bewezen,
tr. (Hazerswoude?) 5-5-1758[315]
Lijsbeth van Schie, uit Zoetermeer.
-
8. Elisabeth Dircks Wittebol, geb. vóór ca. 1670, ovl. te Hazerswoude 1-11-1765, filiatie niet bewezen,
otr./tr. Hazerswoude 1/16-4-1691[316]
David Jansz Boskooper, beg. aang. Hoogmade 12-9-1729.
Wordt Elisabeth Dircks Wittebol echt 95 jaar oud of is dit een andere?
-
aa. Neeltje Davids Boskooper, ged. Hazerswoude 30-8-1693, ovl. (beg.?) Hazerswoude 6-2-1720.
-
bb. Maartje Davids Boskooper, ged. Hoogmade 25-1-1699.
-
cc. Dirck Davids Boskooper, ged. Hoogmade 7-2-1700 (get. Maartje Janse Wittebol en Grietje Hendrks)
-
9. Cathrijna Dircks Wittebol, geb. vóór ca. 1680, filiatie niet bewezen,
tr. Hazerswoude 11-9/2-10-1697[318]
Claes Pietersz Kraij.
-
g. Maartje Janse Wittebol, filiatie niet bewezen,
doopget. (1700).
-
h. Trijntje Janse Wittebol, filiatie niet bewezen,
doopget. (1710).
-
i. Pieter (Janse?) Wittebol, geb. vóór ca. 1625, filiatie niet bewezen,
Pieter Janse Wittebol is doopget. 1649.
-
1. Pieter Pietersz Wittebol, geb. Hazerswoude voo ca. 1650, ovl. Hazerswoude (beg?) 19-4-1724, huw. get. (1703),
otr./tr. Hazerswoude 18-9/2-10-1672[319]
Clasina Davids Boskooper, geb. Hazerswoude.
-
aa. David Pietersz Wittebol, ged. Hazerswoude 24-8-1673, ovl. aang. (door zijn wed.) Esselickerwoude 22-1-1731, tr. Hazerswoude 4-3-1703[321]
Annetje Claes Langenbent, ovl. (beg.?) Hazerswoude 9-1-1764, van Hazerswoude,
doopget. (1724, 1725),
Zij hertr. 1734.
-
bb. Maartje Pieters Wittebol, ged. Hazerswoude 14-4-1675, ovl./beg. Hazerswoude 23/26-1-1745 (in eigen graf), doopget. (1713, 1715, 1729),
tr. Hazerswoude 18-11-1703 (get. haar vader)[322]
Aart Adriaansz Schout, wednr. van Marijtje Claes van Heijningen.
-
cc. Pieter Pieterszoon Wittebol, ged. Hazerswoude 7-10-1676 (get. Catrina Pieters Wittebol), ovl. verm. Hazerswoude 23-12-1679 ("een kindt van Pieter Wittebol").
-
dd. Aeltje Pieters Wittebol, ged. Hazerswoude 20-3-1678, ovl. (beg?) Hazerswoude 11-9-1761, doopget. 1719,
tr. (Hazerswoude?) 29-1-1712[323]
Arij Jansz. van Heijningen.
Uit dit huwelijk 2 kinderen gedoopt (1713, 1715) waarbij doopget. zijn Maartje Pieters Wittebol en Catrina Pieters Wittebol.
-
ee. Catrina Wittebol, ged. Hazerswoude 24-11-1680, beg. Hazerswoude 3-12-1680.
-
ff. Trijntje Pieters Wittebol, ged. Hazerswoude 24-6-1685, doopget. (1713, 1715),
otr./tr. (Hazerswoude?) 10/26-2-1713[324]
Hendrik Bastiaanz Scheper, geb. Hazerswoude.
Uit dit huwelijk een zoon (1714).
-
gg. Anna Pieters Wittebol, ged. Hazerswoude 27-4-1687, beg. (Hazerswoude?) 9-7-1687.
-
hh. Anna Pieters Wittebol, ged. Hazerswoude 4-7-1688 (get. Neeltje Jans
van Heyningen), otr./tr. Hazerswoude 17/28-1-1720[325]
Willem Cornelisz van Amerongen, geb. Haserswoude.
-
ii. Abraham Pietersz Wittebol, ged. Hazerswoude 5-3-1690 (get. Neeltje Davids Boskooper), ovl. Hazerswoude 15-2-1763 (beg. classis van ƒ 15), otr./tr. Hazerswoude 27-2/13-3-1718[326]
Anna Jans Moraal, geb. Hazerswoude, ovl. Hazerswoude 23-9-1773 (beg. classis van ƒ 15).
In een acte
van 25 Maart 1748, vraagt Abraham Pietersz Wittebol ontheffing over zijn
voogdschap en het beheer over de nagelaten inboedel enz.
van Wouter Jacobsz Vis en Machteld Jacobs van de Geneugte,
hem opgedragen bij test. beschikking van 14 Dec. 1722, hij
draagt dit over aan zijn schoonzoon Pieter van Willigen,
Gerechtsbode en Gaarder van de middelen op het beestiaal,
binnengebrouwen, bieren, wijnen, mee-azijn, brandewijn en
verdere gedistilleerde waren, "om zeer
wettige redenen".[327]
-
aaa. Pieter Abramsz Wittebol, ged. Hazerswoude 11-6-1719 (get. Aaltje Pieters Wittebol), ovl. aan verval van krachten, beg. Haarlem Nieuwe K. 29-5-1792 (classis ƒ 15), otr./tr. Hazerswoude 21-7/6-8-1752 (classis van ƒ 3)[329]
Elisabeth Hussen, ovl./beg. Haarlem Nieuwe K. 8/12-5-1798 ("aan koortsen", classis ƒ 15), j.d. uit Orsoij (Ruhrgebied), wonende te Hazerswoude.
Hieruit verder nageslacht bekend (2 kinderen geboren (1753, 1758)[330]).
Volgens het Haarlemsche Poorterboek, vestigt zich aldaar
1752 Pieter Wittebol, scheepseigenaar en handelaar in
turf, komende van Hazerswoude, met acte voor hem op de
Kleine Houtwegh, oostzijde. Volgens het grafboek der Nieuwe
Kerk te Haarlem, wordt aldaar 29 Mei 1792, in eigen graf
begraven Pieter Abrahamsz Wittebol 73 jaar, ziekte verval
van krachten , onder de classis van ƒ 15. Het zelfde grafboek,
meldt 8 Mei overleden en 12 Mei 1798 in het eigen graf,
Nieuwe Kerk begraven Elisabeth Hussen, oud 77 jaar, ziekte
koortsen, onder de classis van ƒ 30.[331]
-
bbb. Marijtje Abrams Wittebol, ged. Hazerswoude 26-7-1722 (get. Maria Corn. Hoogeboom), ovl. Hazerswoude 4-4-1783 (classis van ƒ 30)
tr. Hazerswoude 21-4-1747 (classis ƒ 6)[332]
Pieter van Willigen, ovl. vóór 1783, j.m van Boskoop, gaarder op levensmiddelen.
In een notariële acte, waarschijnlijk tevens gepresenteerd
aan Heer, Bailjuw en Schepenen van Hasaertswoude, den
20 Jan, 1755, opgemaakt vraagt Maria Wittebol, huijsvrouw
van Pieter van Willigen, gaerder op gedisteleerd, inkomende
granen, tabak enz. borg voor haar man te mogen wezen.
30 Jan. 1772 wordt deze acte geroijeerd, evenzoo van twee
andere borgen, Gerard Spoors en Paulus Batelaan, beíde
schepenen van Hazerswoude. Het echtpaar maakt 27 Nov.
1750 testament, met vernietiging van alle reeds bestaande
stukken , de langst levende hunner, universeel erfgenaam
wordt, van alle roerende of onroerende goederen.
Maria Wittebol, sterft 4 April 1783, als weduwe van Pieter van
Willigen, en wordt te Hazerswoude begraven, onder de classis
van ƒ 30. De aangifte is onderteekend door P. Wittebol
en J. Breeroo.[333]
-
ccc. Clasina Abrams Wittebol, ged. Hazerswoude 23-4-1724 (get. Annetje Claesse Langenbent), beg. aang. Hazerswoude 22-5-1724,[334]
-
ddd. Clasina Abrams Wittebol, ged. Hazerswoude 9-12-1725 (get. Annetje Claesse Langenbent), ovl. (beg?) Hazerswoude 17-4-1726,[335]
-
eee. Clasina Abrams Wittebol, ged. Hazerswoude 30-1-1729 (get. Maartje Pieters Wittebol), beg. aang. Hazerswoude 28-1-1735 (classis van ƒ 15),[336]
-
2. Catharina Pieters Wittebol, doopget. (1676),
woont te Hazerswoude (1672),
otr./tr. Hazerswoude 17/31-7-1672[337]
Cornelis Janszoon de Bruijn, woont te Hazerswoude (1672).
3508. THIJS CORSE, geb. ca. 1590, beg. Hazerswoude 6-11-1652[338], vermeld in de transportregisters van Hazerswoude (1640-1647),
woont te Hazerswoude (1640-1647),
tr. vóór ca. 1615[339]
3509. MARIJTGEN JANS VAN GENEUCHTEN, geb. ca. 1600, beg. Hazerswoude na 19-7-1677 (als Maertje Jans, wed. van Tijs Corssen).
Vul aan akten 1611
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Op den Achterwech te Hazerswoude :
Tijs Corssoon ende Maritgen Jansdr met
Cornelis, Maritgen, Geertgen, Jan ende Cors heure kinderen, 7 hoofden.
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. Cornelis Thijsz (Houweling), geb. Hazerswoude vóór ca. 1615, beg. geref. Hazerswoude 6-7-1682 (als Cornelis Tijssen Houwelingh), woont in Zoeterwoude en Benthuizen,
betaalt als veenman te Benthuizen ƒ 1/2 familiegeld Rijnland (1674),
tr. Hazerswoude geref. 1644
Aeltie Cornelis, geb. ca. 1620, beg.. geref. Hazerswoude 11-11-1691, als
wed. van Cornelis Tijsz Houweling.
Uit dit huwelijk vermoedelijk:
-
1. Neeltge Cornelisdr Houwelingh, beg. Hazerswoude 9-12-1732 (als Neeltje Cornelis Houwelingh, gaarder ƒ 3,--).
-
2. Jan Cornelissen Houwelingh, geb. Hazerswoude ca. 1648, beg. geref. Hazerswoude 20-4-1671 (als Jan Cornelissen Houwelingh).
-
3. Cornelis Cornelisz Houwelingh, geb. Hazerswoude ca. 1654, beg. Hazerswoude 11-7-1706 (als Cornelis Cornelisz Houwelingh, gaarder pro deo), betaalt als Cornelis Cornelisz Houwelingh veenman te Hazerswoude ƒ 1/2 familiegeld (1674).
-
b. Maritgen Thijsdr (Houweling), geb. vóór ca. 1617.
-
c. Geertgen Thijsdr (Houwelingh), geb. vóór ca. 1617, j.d. van Hazerswoude (1645),
otr. Hazerswoude 15-1-1645
Leendert Leendertsse (van Tol), j.m. van Hazerswoude (1636),
wednr. van Maertge Meertens (huw. 1636).
-
d. Jan Thijsz (Houweling), geb. vóór ca. 1620.
-
e. Cors Thijsz (Houweling), geb. Hazerswoude voor 1622, ovl. 2-10-1687, (=kw. nr. 1754).
3510. GOVERT PIETERS VAN HIJZELENDOORN (ook BROER?), geb. ca. 1590, beg. Hazerswoude 12-11-1656[340]
of 13-11-1656[341]
, j.g. wonend te Hazerswoude (1621),
vermeld in de transportregisters van Hazerswoude, wonend in de Bent (1645-1650),
tr. Leiden schepenen 22-5-1621 (als Govert Pietersz)[342]
[343]
3511. DIEWERTGEN DIRCXDR, geb. ca. 1600, beg. Hazerswoude 30-4-1667, j.d. wonend te Hazerswoude (1621).
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Govert Pietersz ende Dieuwer Ariensdr, 2 hoofden.
| COMMENTAAR(¥)
Zou Dieuwer Ariensdr identiek zijn met Dieuwertgen Dircxdr?
De vader van Dieuwertgen Dircxdr heet Dirck Ariens Janse, dus dat is mogelijk.
|
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. Maertje Goverts van Hijzelendoorn, geb. ca. 1620, ovl. Zoeterwoude voor 20-1-1695, (=kw. nr. 1755).
-
b. Dirck Govertsz Hijselendoorn, filiatie niet bewezen,
betaalt als arbeytsman te Benthuizen ƒ 1/2 familiegeld (1674).
3520. CORNELIS (SCHANSMAN), alleen bekend uit het patroniem van zijn vermoedelijke zoons.
-
a. Willem Cornelisz (Schansheer/Schansman), (=kw. nr. 1760).
filiatie niet bewezen.
-
b. Jan Cornelisz Schansman, geb. 1598/99, ovl. na 1659, filiatie niet bewezen.
Op 20-2-1654 verkopen de voogden over de nagelaten weeskinderen van
Jacob Ariensz. Sevenbergen en Lijntgen Jans een pand met toebehoren aan de oostzijde van de IJsselmondse Hordijk aan
Cornelis Jansz Schansman.
[344]
Op 9-3-1659 verklaren
Jan Cornelisz Schansman, 60 jaar en Pietertgen Pieters, weduwe van Pieter Cornelisz, 27 jaar, op verzoek van Pleun Quirijnen Huijser dat Quijrijn Quirijnen Huijser (halfbroer van Pleun) toen hij getrouwd was samen met zijn vrouw bij zijn moeder Neeltgen Gerrits, weduwe van Quirijn Adriaensz Huijser, heeft ingewoond. Ook zijn broer Gerrit Quirijnen Huijser en zijn zus Leija Quirijnen Huijser hebben daar ingewoond. Schansman was hun buurman en Pietertgen was dienstmaagd bij Neeltgen.
[345]
Uit hem vermoedelijk (o.a.?):
-
1. Cornelis Jansz Schansman, geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1655, filiatie niet bewezen,
tr. vóór 1655
Stijntgen Arijens, ovl. na 1655.
Op 21-4-1655 testeren
Cornelis Jansz Schansman en Stijntgen Arijens (ziek op bed liggende), wonende aan de Hordijk te West IJsselmonde, echtpaar, en benoemen elkaar tot erfgenaam.
[346]
-
2. Neeltgen Jansdr Schansman, geb. vóór ca. 1635, tr. vóór 1656
Arijen Quirijnen (de jonge).
Op 26-3-1656 benoemen
de zieke Arijen Quirijnen de jonge te Oost IJsselmonde en Neeltgen Jansdr. Schansman (zwanger zijnd), als voogd over eventueel na te laten minderjarige kinderen hun naaste bloedverwandten.
[347]
3522. DIRCK PIETERS VAN DER GOUDE, geb. vóór ca. 1560, ovl. 1607-1649, tr. 2o Ridderkerk 25-11-1607[348]
FYCKEN ARYENS, wed. van NN,
tr. 1o vóór ca. 1585[349]
3523. NEELTJE CORNELISDR, geb. vóór ca. 1565, ovl. vóór 1607, tr. 1o vóór ca. 1585[350]
EGBERT NN, ovl. vóór ca. 1585.
Op 15-11-1649 compareren
Cornelis Dirks van der Goude, Willem Cornelisse Schansman als man van Sytgen Dirksdr,
Jan Henricxz als man van Pietertje Dircksdr, kinderen
en erfgenamen van 's vaders zijde, voor de helft,
ende Henrick Egberts voor sijn selven mitsgaders
hem sterck maeckende voor Govert Bastiaens ende
voor Jacob Willems Moockhoek als man van Jorisje Cornelisdr(¥) ende noch als oom ende bloetvoocht, hier
mede present, neffens Jan Aryens Punct, mede oom
ende bloetvoocht van de nagelaten weeskinderen van
sa. Lenert Aryens Punct en Lyntgen Egbertsdr sa.,
ende noch transport hebbende (soo hij seyde) van
Bastiaen Cornelisse, all tesamen mede kinderen ende
erfgenamen van 's moeders syde elc voor een gerecht
sesde part, in de wederhelft van de nagelaten boedel van sa. Dirck Pieters van der Goude
ende Neeltje Cornelisdr sa. hare vader ende moeder,
schoonvader ende schoonmoeder respectieve.
Zij
verkoopen ende transporteeren aan Cornelis Henricxs
als man van Grietje Gornelisdr(¥), eertijds weduwe van
Gijsbert Daniels die mede een dochter is van de voors.
Neeltje Cornelisdr sa. ende oversulcks mede-erfgenaam
in de wederhelft voor een gelijck sesde part,
een huysinghe, erve ende boomgaert aan den buytenkant
van den droosgewaerd onder dese jurisdictie.
[351]
| COMMENTAAR(¥)
Het is onduidelijk hoe Jorisje Cornelisdr en Grietje Gornelisdr verwant zijn aan Neeltje Cornelisdr. Het lijkt onwaarschijnlijk dat zij haar zusters zijn, doch als zij haar dochters zijn zou Neeltje Cornelisdr met een Cornelis NN getrouwd moeten zijn geweest, hetgeen nergens in de akte blijkt. Of zouden Jorisje en Grietje wel dochters zijn die het patroniem Cornelisse van hun moeder hebben overgenomen?
|
Uit haar tweede huwelijk (van der Goude-Cornelisdr):[352]
-
a. Cornelis Dirks van der Goude, ovl. na 1649.
-
b. Sytgen Dirksdr, geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1649, (=kw. nr. 1761).
-
c. Pietertje Dircksdr, ovl. na 1649, tr. vóór 1649
Jan Henricxz, ovl. na 1649.
Uit haar eerste huwelijk (Egbert NN-Cornelisdr):[353]
-
a. Henrick Egberts, ovl. na 1649.
-
b. Lyntje Egberts, ovl. 1631-1649, tr. 1o [354]
Leendert Adriaens Punt, ovl. 1631-1649, gegoed op huis en erf in de Nieuw-Rijerwaerd aan Slikkerveer,
zn. van Adriaen Janse Punt, schepen van West-IJselmonde, en Geertruyt Lenaerts,
tr. 2o na 1631[355]
Bastiaen Cornelisse Bestebroer, ged. Maasdam 19-12-1610, ovl. na 1656, zn. van Cornelis Bastiaens Bestebroer en Aerjaanken Cornelisdr.
Op 17-4-1631 koopt Lenert Ariens wooninge, berch,
schuyre en boomgaard, staende en gelegen onder
Nieuw-Reyerwaerd aan Slickerveer op de 22e hoeve
volgens het dorpscohier.
[356]
Op 15-11-1656 koopt Bastiaen Cornelisse Bestebreur
huys, berch, keet, metten eigendomme van de coerffen
daeraan behoorende, staende en gelegen in den dorpe
van Maasdam.
[357]
Uit haar eerste huwelijk (Punt-Egberts):[358]
-
1. Adriaen Leendertse Punt, geb. IJselmonde 1649, ovl. 1685-1698, minderjarig in 1649 wees onder voogdij van zijn ooms Jan Adriaens Punt en Henrick Egberis, gegoed in Klaaswaal,
j.m. van Iselmonde (1672),
otr. Maasdam 6-11-1672 (attestatie verleend Maasdam 13-11-1672)
Elisabeth Gerritsen Kraeck, ovl. na 1698, j.d. van Klaaswaal (1672),
dr. van Gerrit Willems en Cornelia Jansdr Breborst. Zij hertr. Cromstrijen 26-2-1698 Jan Herberde Rijderkerck.
Hieruit verder nageslacht bekend.
Op 1-5-1675 koopt Ary Leenderts Punt van Gerrit Sydervelt huis en erve aan de Zuid-Beierlandsche dijk,
en ruilt dit huis en erve op 11-5-1678 tegen een huis
binnen het dorp Klaaswaal.
[359]
Op 3-3-1680 koopt Aryen Leenderse Punt, onse inwoonder
in Claaswaal, huis e.a. aan de dijk van Klaaswaal.
Idem, wonende aan de dijk van Groot-Cromstrijen,
transporteert dit huis 1-4-1685 aan Dammas Gerrits.
[360]
Op 4-1-1698 sluiten Lysbet Gerrits Kraeck en
haar kinderen Gerrit Aryens Punt, oud omtrent 23
jaar, Leendert Aryens Punt, oud 18 jaar, en
Neeltje Aryens Punt, oud 13 jaar, een accoord.
[361]
Uit haar tweede huwelijk (Bestebroer-Egberts):
-
1. Govert Bastiaens, ovl. na 1649.
3536. LEENDERT ARIENS GELDER, ovl. vóór 1667, woont aan de Molendijk onder Ridderkerk,
tr.
3537. NEELTIE WILLEMS, ovl. vóór 1667.
Een Leendert Gelder wordt beg. (rekeningen kerkmrs) Geref. Kerk Charlois 15-2-1664.[362]
Op 16-4-1667 compareren de eerzame Pleun Leenderts Gelder,
Willem Leenderts Gelder en Arij Leenderts Gelder, allen kinderen en
erfgenamen van Leendert Gelder ende Neeltie Willems haar comparanten
vader en moeder beiden zaliger in haar leven gewoond hebbende aan de
Molendijk onder Ridderkerk. Zij verdelen in vriendschap de boedel.
Pleun Leenderts Gelder valt ten deel een boomgaard gelegen boven veertien
voeten van de voors. dijk waar aan belent is ten oosten Berber Teunis, en
nog de helft van zeven ackeren griend staande op zelve twaalf roeden
medegelegen aldaar waarvan de wederhelft is toekomede Pleun Willems.
De voorn. Willem Leenderts Gelder is ten dele gevallen een huis en
boomgaard waar van de diverse tuijnen bij de voorn. Pleun Leenderts
en Willem Leenderts tot laatste is nemende den dijck, mitsgaders 't
uitpad ieder voor zijn werf ende griend en boomgaard gelijk daaraan van
ouds is geweest, als mede schouw daarop te verwachten en te voldoen. De
voorn. Arij Leenderts Gelder is ten dele gevallen een som van 130 car. gld,
en is gelijk betaald uit handen van voorn Pleun Gelder, zijn broer, en
beloven elkaar over en weer het volle effect ervan te zullen laten genieten.
Pleun Leenderts Gelder en Arij Leenderts Gelder, ondertekenen met
een handmerk, Willem Leenderts Gelder met een kruisje.[363]
-
a. Pleun Lenaerts Gelder, geb. ca. 1608, ovl. 1667-1671, (=kw. nr. 1768).
-
b. Willem Leenderts Gelder.
-
c. Arij Leenderts Gelder.
3540. JACOB LAMBRECHTSZ SNOEK, geb. (Gorinchem ?) ca. 1597 (oud 53 jaar in 1650), ovl. 1664-1669,[364]
(voor 13-11-1669 te Sleeuwijk ten huize van Corn A. Snoeck [365]
), heemraad, schepen van Sleeuwijk (1650),[366]
tr. 2o voor 21-2-1649[367]
[368]
MAIJKEN HERMENSDR VERSCHOOR, ovl. 1649-1660, dr. van Herman Melissen Verschoor en Pietertje Joppen,[369]
tr. 3o (huw. voorw. Gorinchem 12-4-1660) [370]
,[371]
MAYKE JOOSTENDR SNOEK, geb. Emmikhoven, tr. 1o voor 1630[372]
[373]
[374]
3541. LEITGHEN NN.
Uit zijn eerste huwelijk (o.a.?) :
-
a. Michiel Jacobs Snouck, geb. ca. 1630, (=kw. nr. 1770).
3542. MELIS ADRIAENSEN VERSCHOOR, geb. (Sleeuwijk?) ca. 1600, ovl. 1636-1639, tr.[375]
3543. MAIJKEN JANS, geb. (Sleeuwijk?).
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Hendriksje Melisdr Verschoor, geb. ca. 1625, ovl. na 25-7-1666, (=kw. nr. 1771).
3550. GERRIT (VAN WASSENBERGH).
-
a. Harmtje (Ermtje) Gerrits van Wassenbergh, (=kw. nr. 1775).
3580. JAN (DE LANGE)(¥).
COMMENTAAR(¥)
Hij is mogelijk identiek met
- Jan Abrahamsz x Leentje Corssen die 1649 een zn. Arien laten dopen waarbij getuigen zijn Dirk Abrahamsen en Machtelt Cornelis.
- Jan Dircxe de Lange, vermeld te Leimuiden in de Legger op het gemaal in het
lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 3 personen in de klasse arbeiders en onvermogenden.
[376]
|
-
a. Abraham Jansz de Lange, (=kw. nr. 1790).
-
b. Annetje Jansdr de Lange, geb. vóór ca. 1630, ovl. 1664-1669, j.d. van Oude Wetering,
tr. Leimuiden geref. 9-4-1651[377]
Willem Corsz A(ec)kerboom, geb. Rijnsaterwoude, vermeld te Rijnsaterwoude in de Legger op het gemaal in het
lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 2½ personen in de klasse arbeiders en onvermogenden,
[378]
zn. van Cors Willemsz Aeckerboom, boer en schepen van Rijnsaterwoude, en Neeltje Claesdr. Hij hertr. 1669.
Hieruit verder nageslacht bekend (kinderen gedoopt 1654-1664).
3616. BREUNIS CRAEYENKAMP, geb. Barneveld ca. 1606, landbouwer aldaar.
tr. Barneveld 1628
3617. HENDRIJNA WILLEMSDR., j.d. van Barneveld.
Uit dit huwelijk (Crayencamp-Willemsdr) geboren (o.a.?) (¥):
| COMMENTAAR(¥)
In het register Familiegeld Amersfoort (1675) komen nog voor Rijck Breunis en Hendrick Breunis. Zijn zij verwant?
|
-
a. Willem Breunissen (van) Kraajenkamp, geb. Barneveld ca. 1632, (=kw. nr. 1808).
-
b. Cornelis (Breunissen Kraajekamp), filiatie niet bewezen.
Uit zijn huwelijk geboren (o.a?) :(¥)
COMMENTAAR(¥)
Wie is
Antony Reiniersen Kraaykamp,
j.m. wonend te Amersfoort,
otr./tr. Amersfoort geref 12/29-3-1723
Willemijntje Severijn, j.d. wonend te Amersfoort.
Uit dit huwelijk (Kraaykamp-Jans) geref. gedoopt te Amersfoort :
-
a. Jan Antoniese Kraaykamp, ged. 26-3-1726.
-
b. Reinier Antoniese Kraaykamp, ged. 21-12-1723, otr./tr. Amersfoort geref 8/24-1-1745
Janna Everts van Breukelerveen, beg. Amersfoort 25-8-1788, j.d. van Amersfoort,
waaruit kinderen gedoopt (1746-1759).
|
-
1. Maria Cornelis Krayekamp, geb. Amersfoort, wonend te Amersfoort (1719)
otr./tr. Amersfoort geref. 15-11/1-12-1695
Hendrik Arents Diepringh, ged. geref. Amersfoort 15-7-1659, beg. Amersfoort 6-10-1717, (=kw. nr. 942).
woont te Amersfoort (1681),
otr./tr. 2o Amersfoort geref. 10/26-2-1719
Jan Hendriksen Doodenhoff, geb. Amersfoort, beg. Amersfoort St. Joriskh. (impost, naar Lieve Vrouwe Kh.) 13-7-1743 (als Jan van Doodenhoff), wednr. van Neeltje Kranen (Craen), wonend te Amersfoort (1719). (Uit het huwelijk Doodenhoff-Kranen kinderen geref. gedoopt te Amersfoort 1688-1711.)
3642. EVERT (NN).
-
a. Weijngen Evers, (=kw. nr. 1821).
-
b. Jan Evertsz, daghuerder, doopget. (1695).
3646. REIJER WILLEMSZ, ged. Scherpenzeel 28-3-1612, tr. Leusden 7-7-1634[379]
3647. HENDRIKJE CORNELIS, geb. Leusden vóór ca. 1615.
Op 31-12-1692 verkopen
Dirck Henrickse Bonecamp en zijn vrouw Claertje Reijers,
Beernt Lasserij en zijn vrouw Mechteld Reijers,
Ceel Jansen en Jannitgen Reijers, insgelijks echtelieden,
alle wonende binnen deze stad, mitsgaders
Jannitgen Willems, weduwe van Willem Reijersse te Amsterdam,
aan
Claes Claessen Mierus, voerman, zijn vrouw en hun erfgenamen,
een camp land, daar van een morgen aan Cornelis van Liender verkocht is, genaamd de Geercamp soo groot en klein dezelfde gelegen is tegenover de behuizing genaamd het "Swarte Berghje",
belend aan de oostzijde de Lieve Vrouwe Capelle,
aan de zuidzijde het voorzeide morgen land,
aan de westzijde het bos van Hooft,
aan de noordzijde de heuvel van Vlooswijck's erfgenamen.
[380]
-
a. Mechteltje Reijers, ovl. na 1692, tr. Amersfoort 14-5-1661[382]
Berent Jacobsz (Lasserij), ovl. na 1692.
-
b. Jannetje Reijers, ovl. na 1692, tr. 20-8-1663[383]
Seel (Ceel) Jansz, ovl. na 1692.
-
c. Willem Reijersz, ged. Amersfoort 26-10-1634, ovl. vóór 1692, tr. Amersfoort 17-4-1659[384]
Jannetjen Willems, ovl. na 1692, woont in 1692 te Amsterdam.
-
d. Claartje Reijers, ged. Amersfoort 29-1-1637, (=kw. nr. 1823).
-
e. Cornelis Reijersz, ged. Amersfoort 14-4-1644.
-
f. Geertje Reijers, ged. Amersfoort 12-10-1651, doopget. (1692).
3648. OLOF (OLEPHIER)AERTSZ (COCK?/VAN CEULEN?), ovl. 1660-1675. Aaltje Reijers, wed. van Oloff Aardsen in de Krommestraat te Amersfoort, betaalt ƒ 12,10,-- Familiegeld (1675).[385]
COMMENTAAR(¥)
Is Aert Oloffsz, beg. Amersfoort St. Joriskh. 15-10-1646, mogelijk zijn vader, en
Aert Olofsz, ovl Amersfoort (reg. beg. Pietersgasthuis) 8-3-1586, mogelijk zijn overgrootvader?
|
Op 1-4-1653 verklaren
Frans Lamphertsz, burger, glazenmaker en Teuntje Gerrits, zijn vrouw,
schuldig te zijn aan Olephier Aertsz van Ceulen een hoofdsom van 300 gulden, met een losrente van 18 gulden per jaar.
Zij stellen als
onderpand een huis bestaande uit twee woningen aan de Hof,
belend aan de ene zijde de weduwe van Claes van Geijn,
aan de andere zijde Gosen Reijersz.
In de marge: Oloff Aertzen verklaart van Frans Lampfen van Schaacke, glazenmaker, de schuldsom ontvangen te hebben, waarvan akte d.d. 24-7-1660.
[386]
Uit hem (o.a.?) (¥):
| COMMENTAAR(¥)
Elisabeth Oloffsz, echtgenote van Govert van Groenendael, krijgt octrooi om te testeren, 2-11-1685.[387] Is zij een dochter?
|
-
a. Henrick Olofsz Cock, geb. vóór ca. 1645, ovl. 1698-1706, (=kw. nr. 1824).
-
b. Dirck Olofsz Cock, geb. vóór ca. 1650, ovl. vóór 1698.
-
1. Oloff Dirckxsz Cock, geb. vóór ca. 1675, beg. Amersfoort Lieve Vrouwe Kapel 27-10-1723 (als Oloff Dircksen Kock), j.m., lakendrapiersknecht (1698),
otr./tr. Amersfoort gerecht 30-12-1698/17-1-1699 (get. zijn oom Henrick Oloffsz Cock, zijn ouders dood, haar bekende Willemijntje Faessen, hv. van Gerritszen, haar ouders dood)
Gerritje Bastiaensz, j.d. (1698).
-
aa. Sebastiaen Dircks Kock, tr.;(¥)
Aleida Jans.
-
c. Aert Olofsz, geb. vóór ca 1635, filiatie niet bewezen,
tr. vóór ca 1655
Annitgen Claesz, ged. vóór ca. 1635, ovl. na 1667.
-
1. Mechteltgen Aerts, ged. voor ca 1655, in 1676 genoemd als moeder van Arnoldus van Grootslar,
in 1683 genoemd als moeder van Wilhelmus van Rootselaar
tr. 1o voor 1667
Christiaen Reijersz (van Rootselaar?), ovl. vóór 1667, mogelijk zn. van kw. nr. 3646,
otr./tr. 2o Amersfoort gerecht 23-4/20-5-1667 (get. haar moeder Annitgen Claes)
Aert (Jacobsz) Buijs, wednr. van Aeltgen Willems, betaalt als Aard Buijs in de Slijkstraat ƒ 18,15,-- Familiegeld (1675).[388]
3658. NN (WULPHERT?) (VAN DIJCK), tr.
3659. WOUTERTJEN CORNELIS, ovl. na 1666.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Cornelia Wulphertsz, ovl. na 1689, (=kw. nr. 1829).
3662. HENRICK BOSSEN (BOSCH).
-
a. Cathrina Bossen, (=kw. nr. 1831).
-
b. Gerritje Henrickx Bos, otr./tr. Amersfoort gerecht 2/17-2-1677 (get. haar broer Anthonie Bos)
Henrick Jansz van Raelt, beg. verm. Amersfoort 1725 of 1727 (laat kinderen na), belender in de Utrechtsestraat (1674), op de Hof (1677),
kuiper (1694),
wednr. van Gerritje Teunis.
Henrick Jans van Raalt, op den Hof te Amersfoort, betaalt ƒ 6,5,-- Familiegeld (1675).[389]
Op 12-10-1653
verkopen Jan ter Dort, man van Grietgen Hendricksz, eerder weduwe van Cornelis Jansz Veen en voor haar kinderen bij Cornelis voornoemd verwekt, allen erven van Abram Jansz Veen hun oom-zaliger voor een vijfde part in de helft van 'n hof, Dirckjen Goosens (procuratie te Utrecht), weduwe van Jan Geurtsen als momber over Grietgen Cornelis Veen, onmondige dochter van Cornelis Jansz Veen bij Aertgen Goossens, medeerfgename, en voor Steven Fredericksen wonend te Ingen in de Neder-Betuwe (procuratie te Utrecht.) voor 1/6 part in de helft van 'n hof,
aan Henrick Jansz van Raelt,
de helft van 'n hof en grond buiten de Andriespoort, waarvan de andere helft reeds door Arien Jansz Veen is getransporteerd in 1652, aan Henrick Jansen van Buscoop, zijn vrouw en hun erven, belend aan de ene zijde: Jan Claesz Vleeshouwer, aan de andere zijde: Henrick Jansz van Raelt.
Inventarisnummer 436-22
[390]
-
c. Anthonie Bosch, beg. Amersfoort 16-12-1727, huw. get (1677).
3664. JACOB (BOTTER)(¥), alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon.
| COMMENTAAR(¥)
Vooralsnog lijkt onderstaande Jan Jacobs Botter niet de zoon van
jonkheer Jacob Botter (de Oude), krijgt octrooi om te testeren 15-8-1646 voor Nots. C. van Ingen,[391]
wordt burger van Amersfoort op 17-6-1650, x Margareta Verhorst, betaalt als wed. van Jacob Botter, in de Muurhuizen te Amersfoort, ƒ 25,--,-- Familiegeld (1675).[392]
Hun enige universele erfgenaam wordt genoemd Jacob Botter (de Jonge). [393]
|
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Jan (Joannis) Jacobs (Botter), ovl. na 1688, beg. verm. Amersfoort 31-10-1716 (als Jan Botter), (=kw. nr. 1832).
3668. NN MOYAERT(¥), geb. vóór ca. 1605.
-
a. Philip Mojaart, geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1696, (=kw. nr. 1834).
wiens zuster in elk geval is
-
b. Maria Mojaart, geb. vóór ca. 1635, ovl. na 1708 (niet gevonden te Amersfoort op Mojaart, div. patr. komen in aanmerking), huw. get. (1675, 1688),
doopget. (1682, 1684),
tr. 1o voor 1655
Hans van B(e)ijlevelt, ovl. 1675-1679, bombasijdewercker en inwoonder van Amersfoort (1655),
betaalt nihil Familiegeld, wonend op de Weverssingel (1674),
not. get. (1675),
otr./tr. 2o Amersfoort gerecht 11/29-11-1679
Abraham Abrahamsz, ovl. na 1708, ovl verm. Amersfoort (overledenen en begravenen voorkomend in het archief van het St. Pietersgasthuis) 1-11-1728 (als Abram Abramsen), j.m. "in de 30 jaar" (1679),
als bombasijdewercker not. get. (1693).
Op 4-3-1655 (ouden stijl) machtigt
Hans van B(e)ijlevelt, bombasijdewercker, inwoonder van Amersfoort
zijn huysvrouw Maria Moijaerts om de erfenis te vorderen, te innen en te ontvangen, die haar is aanbestorven door de dood van haar zuster
Agniet Moijaerts binnen Amersfoort.
Getuigenzijn Jacob Wi(j)llem(s) Snaren en Gerrit Aertss, borgers en inwoonders van Amersfoort.
[394]
Op 20-2-1679
testeert te Amersfoort Maria Moja(a)rt, sieck te bedde liggende, wonend te Amersfoort, wed. van Hans van Bijlevelt.
Zij vermaakt aan haar nicht Anna Maria Mojaert, dochtertje van haar broer Philip Mojaert, haar silverwerck, haar clederen, 2 gouden ringen, bedlakens enz., van alles het beste,
en verzoekt Anthoni Jacobs van Soest deze goederen in bewaring te nemen totdat Anna Maria mondig is of trouwt.
Zij secludeert de weeskamer.
Indiën Anthoni Jacobs voor haar overlijdt, dan benoemt zij in zijn plaats Jan Jacobs van Beeftingh.
Getuigen zijn Casper Jans(en) van Holt, Joost Salomons en Jacob Willemsen, borgers van Amersfoort.
In margine: op 25-10-1680 gerevoceert folio 4. zie hiervoor recordnr. 8858)
[395]
Op 25-10-1680 verklaart Maria Mojaert, wonend te Amersfoort, echtgenote van Abraham Abrahamszn,
dat haar codecil van 20-2-1679 voor notaris A. v. Brinckesteyn te niet gedaan wordt alsof dit nooit gepasseerd is.
[396]
-
c. Agniet Moijaerts, ovl. Amersfoort voor 1655, laat na aan haar zuster Maria.
3680. JACOB EVERTSEN, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1659, is hij Jacob Evertsse, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 24-12-1641, wonend in de wijk Camp, backer,[397]
huw. get (1659),
betaalt nihil familiegeld wonend in de Groten Haag (1675),[398]
tr.
NN. Er zijn twee huwelijken geref. Amersfoort die in de betreffende periode in aanmerking komen : Jacob Evertsz, van Amersfoort, wonend te Deventer x 27-6-1621 Jannitgen Mets, van en wonend te Deventer, en Jacob Evertsen, j.m van Barneveld x 4/21-9-1624 Anna Jans, j.d. van Amersfoort.
Uit Jacob Evertsen (bij geen van de dopen een moedersnaam genoemd):
-
a. Evert Jacobs, ged. geref. Amersfoort 17-7-1625, (tr. 1664 dan geast. met zijn vader Jacob Evertsz).
-
b. Thomas Jacobs, ged. geref. Amersfoort 21-12-1638, (=kw. nr. 1840).
-
c. Lubbertgen Jacobs, ged. geref. Amersfoort 21-5-1639.
-
d. Marrijtgen Jacobs, ged. geref. Amersfoort 14-7-1639.
-
e. Cornelis Jacobs, ged. geref. Amersfoort 3-11-1639.
-
f. Anthoni Jacobs, ged. geref. Amersfoort 27-11-1640.
-
g. Willem Jacobs, ged. geref. Amersfoort 18-8-1646.
3684. JAN PAUWELSEN, geb. vóór ca. 1620, beg. Amersfoort St. Joriskh. 5-5-1674, huw. get (1662).
In 1668 komen in een akte te Amersfoort voor Jan Pauwelsen en zijn vrouw Sijtgen Peters, wonenden binnen deze stad.[399]
Er worden in deze tijd drie personen van deze naam geref. lidmaat te Amersfoort :
Jan Pauwelsz, 30-6-1627, op de Weverssingel, met attestatie van Ijsselstein, cammer, obiit (1630?),
Jan Pauelssen, 27-6-1640, met attestatie van Rhenen, verwijst naar Stijntje Jans, 31-3-1632, op belijdenis, op de Nieuwemarckt, wed. van
Jan Pauwelss (later bijgeschreven).
Jan Pauwels, 2-10-1664, op de Kortegraft, en zijn h.v. Helena Charles.
Voorts is er de inschrijving van
Jan Pouwelsz, afkomstig van en geboren in ter Gouw, burger van Amersfoort op 22-8-1625.
-
a. (Ja)cobus Jansen (van Wichelraad), geb. vóór ca. 1640 (doop niet gevonden Amersfoort geref.), ovl. vóór 1720, (=kw. nr. 1842).
-
b. Pouwels Jansz, geb. vóór ca. 1645, beg. Amersfoort St. Joriskh. 21-4-1684, j.m.,
betaalt als Paulus Jansen aan de Camperbinnenpoort ƒ 6,5,0 familiegeld (1675),[400]
vermeld als getuige in een akte (1676) als Pouwels Jans, schoenrepareerder, tekent als Paulus Jans van Wijckra,
[401]
schoenlapper (1681),
otr./tr. Amersfoort gerecht 5/20-11-1667 (get. zijn vader Jan Pouwelzen, haar aenbehuwde neef Jan Beerntz, schoenmaker)
Mechtelt Jans, geb. 1645/46, beg. Amersfoort St. Joriskh. 24-11-1679 (als vrouw van Paulus Jansen), j.d. 21 jr (1667).
Op 7-4-1681
krijgt Pouwels (Paulus) Jansen, schoenlapper, weduwnaar en boedelhouder van Machteltie Jans sijne overleden huisvrouw en als vader en voogd van zijne kinderen,
van Heijltie Tonis, weduwe van Jan Beernts, schoenmaker,
een lening van 300 Car. gulden van 20 stuiver het stuk, ter zake van een borchtocht van 200 gulden bij Jan Beernts, ten behoeve van Maria Aleyda van Ingen gepasseerd, item 100 gulden uithanden van de weduwe voorzegd, ontvangen.
Als onderpand dient het huis in de Kamperbinnenpoort,
belend aan de ene zijde comparants broeder Jacob Jansz,
aan de andere zijde Dirck Jansz.
[402]
-
1. Jan Paulusz, geb. 1671/72, opgenomen in het Burgerweeshuis te Amersfoort 4-5-1684, out 12 jaeren,
gepresenteert bij Petertjen Harmens.[403]
-
2. Gijsbertus (Bart) Paulsen van Wichraad (Wijgraat), geb. 1672/73, beg. Amersfoort Lieve Vrouwe Kapel 17-1-1742 (als Bart Paulussen van Wichenraad, laat kinderen na), opgenomen in het Burgerweeshuis te Amersfoort 4-5-1684, out 11 jaeren,
gepresenteert bij Petertjen Harmens,[404]
j.m. van en wonend te Amersfoort (1698), otr./tr. Amersfoort geref. 15-4/6-5-1698
Geertruijd Hendriks van den Elsen, beg. Amersfoort St. Joriskh. 28-1-1739 (als Geertruy den Elsen), j.d. van en wonend te Amersfoort.
Hieruit verder nageslacht bekend (kinderen gedoopt 1698-1716, waaronder Paulus en Mechtelt).
-
3. Jan Paulusz, geb. 1676/77, opgenomen in het Burgerweeshuis te Amersfoort 4-5-1684, out 7 jaeren,
gepresenteert bij Petertjen Harmens.[405]
3688. GOOSSEN JANSEN VAN BEMMEL, geb. Wijk bij Duurstede 4-8-1604, ovl. Amersfoort 18-4-1660, j.m. van Wijck bij Duerstadt (1627),
als Goossen Jansz, afkomstig van Bemmel burger van Amersfoort op 29-1-1627,
als Gosen Jansen van Bemmel, koeckebacker, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 19-7-1628,
huw. get. (1654, 1658),
weesmeester en raad te Amersfoort,[406]
otr./tr. Amersfoort geref. 20-1/4-2-1627
volgens Ref. [407] 2-3-1627,
tr. Wijk bij Duurstede geref. 24-1-1627 (met attestatie naar Amersfoort)
3689. ANNITGEN GERRITS (VAN GOOR), geb. Amersfoort, ged? 25-12-1608, ovl. na 1654, als Annetgen Gerrits, h.v. van Gosen van Bemmel, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort dec. 1630,
huw. get. (1653, 1654).
Uit dit huwelijk:[408]
[409]
-
a. Neeltje van Bemmel, geb. Amersfoort 1-11-1628 (doop niet gevonden te Amersfoort), j.d. van en wonend te Amersfoort (1653),
geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 24-12-1649 in de Langestraat,
otr./tr. Amersfoort geref. 7-4-1653 (get. haar moeder Anneken Gerrits, zijn cosijn Willem Willemsen Mack),[410]
[411]
Adriaan Jansen Ketel, j.m. van Eemnes, wonend te Amersfoort (1653),
als Arien Jansz, afkomstig van en geboortigh van Eemnes, burger van Amersfoort op 12-6-1654,
als Ariaan Janssen, swager Van Bemmel, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 1-10-1654.
-
b. Gerrit van Bemmel, ged. Amersfoort geref. 19-11-1629, ovl. jong.
-
c. Aaltje van Bemmel, geb. 1631 (doop niet gevonden te Amersfoort), ovl. jong.
Te Amersfoort worden twee kinderen van Gosen Jansz begraven St. Joriskh. (impost) op 15-3-1634 en 15-10-1634.
-
d. Aleyda van Bemmel, geb./ged. Amersfoort geref. 6-1-1633, ovl. 1654-1669, j.d. van en wonend te Amersfoort (1654),
als Aeltge van Bemmel, dochter van Gosen Jans,
wonend op de Camp, geref. lidmaat te Amersoort op 17-4-1652,
otr./tr. Amersfoort geref. 12/31-10-1654 (get. haar ouders Goosen van Bemmel en Annetjen Gerrits, zijn vader Steven Reijersz)[412]
[413]
. Abraham Stevensz Verhoeff, ged. Amersfoort geref. 13-12-1631.
geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 3-7-1653 in de Langestraat,
j.m. van en wonend te Amersfoort (1654),
raad en schepen van Amersfoort,
zn. van Steven Verhoeff en Debora Jans. Hij hertr. als haar wednr. 1669.
De wed. Verhoeff op de Langestraat betaalt ƒ 6,5,0 familiegeld (1675),
maar ook betaalt Abraham Stevensen op de Singel bij de Triesjenstraat
f 18,15,0 familiegeld (1675).[414]
-
e. Margarieta van Bemmel, geb./ged. Amersfoort geref. 15/17-2-1635, j.d. van Amersfoort (1658),
als Grietken van Bemmel, dr. van Gosen van Bemmel, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 8-7-1654 op de Camp,
otr./tr. Amersfoort geref. 24-6/13-7-1658 (get. haar vader Goosen Jansen van Bemmel, zijn verwant Merrichien Jans),[415]
[416]
Cornelis Wyneken van Geemen, geb. Nijkerk, ovl. 1686, j.m. van Nijkerk (1658),
als Cornelis Wijneken van Gemen, wonend op de Camp, "getrouwt an
Gosen Jansen van Bemmels dochter, geref. lidmaat te Amersoort op 4-7-1658 op attestatie van Nijkerck,
als Cornelis van Gemen, afkomstig van en geboren tot Nijkerck, burger van Amersfoort op 16-8-1658,
wonende te Haarlem (1658), later raad van Amersfoort,
betaalt ƒ 12,10,0 familiegeld, wonend op de Langestraat (1675).[417]
-
f. Gerrit van Bemmel, geb./ged. Amersfoort geref. 18/19-1-1637, (=kw. nr. 1844).
-
g. Johannes van Bemmel, geb. Amersfoort 15-5-1639 (doop niet gevonden te Amersfoort), ovl. 1712, als Jan van Bemmel geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 24-12-1657 achter 't Oude Weeshuys, wijk Bloemendaal,
als Johannes van Bemmel, apothecaris, geref. lidmaat te Amersfoort op attestatie van Amsterdam 7-7-1661,
j.m. van Amersfoort (1662),
weesmeester, raad en schepen van Amersfoort 1674-1707 in welk jaar hij
op 8 augustus als raad bedankte wegens zijn hoge ouderdom, regent
van de L. Vrouwekerk in 1678, apotheker te Amersfoort en lector aan
de Latijnse school aldaar,
betaalt ƒ 6,5,0 familiegeld, wonend op de Langestraat (1675),[418]
otr./tr. 1o Amersfoort/Bunschoten geref. 9-3-1662/omtrent Paesschen[419]
[420]
. Christina Anthonis van de Haar, ovl. 1662-1680.
j.d. van Bunschoten (1662),
als Christyntien Anthonissen geref. lidmaat te Amersfoort op attestatie van Bunschoten 24-9-1665,
dr. van Anthoni van de Haar, schout van Bunschoten, otr./tr. 2o Amersfoort geref. 22-4/9-5-1680 (als haar wednr.)
(huw. voorw. 25-4-1680)[421]
Johanna van Hoeff, ged. Amersfoort geref. 18-5-1635, als Janneken van Hoeff, dr. van Antoni van (het) Hoeff,
als Janneken Tonis geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 24-12-1657 op St. Janskerkhof, wijk Camp,
j.d. van Amersfoort (1680).
Uit zijn eerste huwelijk geref. gedoopt te Amersfoort:[422]
-
1. Anthoni van Bemmel, ged. 9-9-1664, ovl. jong?
-
2. Anne (Anna) van Bemmel, ged. 14-9-1666, beg. Amersfoort 5-9-1735, j.d. wonend te Amersfoort (1693),
regentes Burgerweeshuis in 1712,
otr./tr. Amersfoort 8/26-9-1693[423]
[424]
Antony van Goudoever, ged. Amersfoort geref. 15-8-1665, ovl. Amersfoort 4-3-1739, woont te Amersfoort (1693),
notaris te Amersfoort, weesmeester, raad,
schepen en burgemeester aldaar 1707 - 1737, regent van
diverse instellingen aldaar,
wednr. van Aletta van Rijck,
zn. van Roelof Erasmus van Goudoever en Everarda Weerhorst.
-
3. Anthoni van Bemmel, ged. 19-1-1669, ovl. jong.
-
4. Antoni van Bemmel, ged. 25-11-1670, ovl. jong?
-
5. Aleijda van Bemmel, ged. 2-8-1672.
-
6. Dr. Anthoni van Bemmel, ged. Amersfoort 2-3-1675, ovl. 4-11-1735, med. dr. en j.m. wonend te Amersfoort (1712),
schepen en raad van Amersfoort 1707 - 1735,
otr./tr. Amersfoort geref. 9-9/4-10-1712[425]
[426]
Judith van Birckhoven, ged. Amersfoort geref. 1-2-1689, j.d. wonend te Amersfoort (1712),
dr. van Johan van Birckhoven en Johanna Bijls.
Zij hertr. Erasmus van Goudoever, notaris te Amersfoort.
Uit hun huwelijk een vroeg overleden zoon:[427]
-
aa. Joan van Bemmel, ged. Amersfoort geref. 11-7-1713.
-
i. Jannetje van Bemmel, geb. 1643 ("op Wijkse Kermis Sondags (of 2 Sondagen) na St. Jan" (28 juni of 5 juli)), ged. Amersfoort geref. 6-7-1643, ovl. 1663-1666, als Jantien van Bemmel, j.d. in de Langstraet, wijk Camp, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 30-3-1662,
j.d. wonend te Amersfoort in de Langestraat (1663),
tr. Amersfoort geref. 5-11-1663
Hero Laurensz de Alatarius(¥), geb. Sneek, ovl. na 1684, als Hero Laurens van Hooghpalen, afkomstig van en geboren te Sneek, burger van Amersfoort op 6-5-1667,
geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 25-12-1668 op de Camp,
j.m. woont te Amersfoort in de Muurhuisen (1663),
woont te Amersfoort (1666),
betaalt als Hero van Hooghpalen ƒ 6,5,0 familiegeld, wonend op het St. Janskerkhof (1675),[428]
Hij hertr. Amersfoort geref. 16-3/1-4-1666 (als als Hero van Hoogpaelen) Maria van Esch, j.d. wonend te Amersfoort.
Uit het huwelijk (Hoogpalen/Alatarius-van Bemmel) geen kinderen gevonden te Amersfoort.
Uit het huwelijk (Hoogpalen-van Esch) 9 kinderen geref. gedoopt te Amersfoort (1667-1684) waarbij de vader heet Hero Laurensz van Hoogpalen.
| COMMENTAAR(¥)
Vermoedelijk zal hier de beroepsaanduiding, het Latijnse "Alutarius", waarvan de betekenis is bereider van zacht leer, leerlooier, lerenschoenenmaker, aangezien zijn voor de achternaam.
|
-
j. Albertus van Bemmel, geb./ged. Amersfoort geref. 24/25-2-1645, ovl. Amersfoort 30-1-1709, j.m. wonend te Amersfoort in de Langestraat (1666),
als Aelbert van Bemmel, wonend in de Langestraat, geref. lidmaat te Amersoort op 30-6-1667,
lector aan de Latijnse school aldaar,
betaalt ƒ 6,5,0 familiegeld, wonend aan de Camperbinnenpoort (1675),[429]
otr./tr. Amersfoort geref. 2/20-3-1666 (get. Cornelis van Bemmel, en haar moeder)[430]
[431]
. Margrieta van Beeftingh, ged. Amersfoort 18-6-1648, ovl. Amersfoort 16-6-1714.
dr. van Hendrik Jansen van Beeftingh en Grietgen Peters van Aecken,
als Margriettien Beeftingh, j.d., geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 24-9-1665 op Bloemendaal,
j.d. wonend te Amersfoort buiten de Koppelpoort (1666).
Uit dit huwelijk [432]
[433]
:
-
1. Hendrik van Bemmel, geb./ged. Amersfoort geref. 28/30-4-1667, zijdereder,
j.m. van Amersfoort (1700),
otr. Amersfoort geref. 16-4-1700 (met attestatie naar Garderen),[434]
otr. Deventer/Garderen gerecht 25-5-1700/,[435]
Catharina van Hoogland(t), j.d. van Garderen (1700).
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Amersfoort :[436]
-
aa. Everharda van Bemmel, ged. 15-2-1701, ovl. Amersfoort 7-2-1729, j.d. van Amersfoort (1721),
otr./tr. Amersfoort geref. 28/218-3-1721[437]
[438]
. Jacob Cranen (Craan), ged. Amersfoort 7-8-1696.
j.m. van Amersfoort (1721),
van Jacobus Cranen, weesmeester, raad en schepen van
Amersfoort en Petronella Feer. Hij hertr. 1727 (sic!)
-
bb. Albertus van Bemmel, ged. 24-1-1702.
-
2. Anna van Bemmel, geb./ged. Amersfoort geref. 26/27-10-1668, beg. Amersfoort St. Joriskh. 24-8-1744 (laat kinderen na), j.d. van Amersfoort (1699),
otr./tr. Amersfoort geref. 27-1/17-2-1699[439]
Johannes Clausink, geb. Amsterdam?, ovl./beg. Amersfoort St. Joriskh. (impost) 15/19-3-1748 ("uit het Bloklandsgashuijs"), j.m. van Amersfoort (1699).
Bij het huwelijk van zijn zoon (zie kw. nr. ⇒ 477 sub e) heet hij Johannes Clausingh de jonge, dus de volgende burgerinschrijving betreft wellicht zijn vader :
Jan Clausingh, luthers, afkomstig van en geboren te Amsterdam, burger van Amersfoort op 10-1-1687 ("als Luijters in crachte van den resolutie van den 25e october 1686 geconcedeert ").
Uit dit huwelijk 3 kinderen geref. gedoopt te Amersfoort (1704-1709) (zie ook kw. nr. 477 sub e).
-
3. Godert van Bemmel, geb./ged. Amersfoort 2-2-1671, ovl./beg. Amersfoort St. Joriskh. 14/19-10-1758, j.m. wonend te Amersfoort (1694),
otr./tr. 1o Amersfoort geref. 25-5/12-6-1694[440]
Eva van Oort, ged. Amersfoort geref 15-6-1655, ovl. 1694-1703, wed. van Anthonij Suijck, woont te Amersfoort (1694),
dr. van Rijck Rutgers (Brouwer) en Sophia Flinckerts,
otr./tr. 2o Amersfoort geref. 31-8/18-9-1703 (als haar wednr.),[441]
Henrica Geijthoorn, ged. Amersfoort geref. 25-10-1678, beg. Amersfoort St. Joriskh. 26-2-1728, dr. van Jacobus Geijthoorn en Catharina Morray,
otr./tr. 3o Amersfoort geref. 28-9/20-10/1730 (als haar wednr.),[442]
Geertruij Geurtze, wed. van Jan Jacobze, woont te Amersfoort (1730).
Uit zijn tweede huwelijk 7 kinderen geref. gedoopt te Amersfoort (1705-1718).
-
4. Johannes van Bemmel, geb./ged. Amersfoort geref. 14/17-11-1672, ovl./beg. Amersfoort St. Joriskh. 27-1/15-2-1746 (laat kinderen na), j.m. van Amersfoort (1701),
raad van Amersfoort van 1736-1746,
otr./tr. 1o Amersfoort geref. 1/20-9-1701[443]
[444]
. Agatha Elisabeth Boor, ged. Amersfoort 5-10-1679, ovl. Amersfoort 1714-1717.
j.d. van Amersfoort (1701),
dr. van Abraham Boor, weesmeester, raad en schepen van Amersfoort,
en van Mechteld Catharina van Giffen,
tr. 2o Amersfoort 27-5/15-6-1717[445]
[446]
als haar wednr.
Maria Moreu (Morren, Moree), geb. november 1691, ovl. Amersfoort 1769, wed. van Godefridus de Barij.
Uit zijn eerste huwelijk 7 kinderen geref. gedoopt te Amersfoort (1702-1714).
Uit zijn tweede huwelijk 9 kinderen geref. gedoopt te Amersfoort (1718-1734).
-
5. Pieter van Bemmel, geb./ged. Amersfoort geref. 4/5-3-1675, ovl./beg. Amersfoort St. Joriskh. 2/8-2-1738 (laat kinderen na), j.m. van Amersfoort (1702),
tr. 25-3/11-4-1702
Maria Cornelia Boor, geb. Amersfoort 6-7-1682, ovl./beg. Amersfoort St. Joriskh. (impost) 9/14-10-1747, j.d. van Amersfoort (1702),
dr. van Abraham Boor, weesmeester, raad en schepen van Amersfoort,
en van Mechteld Catharina van Giffen.
Uit dit huwelijk 7 kinderen geref. gedoopt te Amersfoort (1703-1721).
-
6. Cornelia van Bemmel, geb./ged. Amersfoort 16/18-1-1678, ovl./beg. Amersfoort St. Joriskh. 24/30-9-1739, otr./tr. Amersfoort geref. 3/25-1732[447]
Joseph Camp.
-
7. Franciscus van Bemmel, geb./ged. Amersfoort geref. 2/4-3-1681, ovl./beg. Amersfoort St. Joriskh. 21/27-6-1748, j.m. van Amersfoort (1708)
otr. Amersfoort geref. 18-5-1708 (met attestatie naar Scherpenzeel)
otr./tr. Scherpenzeel 17-5/10-6-1708
Gijsberta (Gijsbertje) van Wolfswinckel, geb. Scherpenzeel, ovl./beg. St. Joriskh. 20/27-9-1746 (laat kinderen na), j.d. wonend te Scherpenzeel.
Uit dit huwelijk 4 kinderen (niet gevonden geref. te Amersfoort).
-
8. Elisabeth van Bemmel, geb./ged. Amersfoort geref. 26-6/1-7-1684, ovl./beg. Amersfoort St. Joriskh. 25/31-10-1745, tr. (huw. voorw. 15 oktober) 1733
Johannes Ouwerkerk, beg. Amersfoort St. Joriskh. 25-10-1766, wedr. van Cornelia Camp
-
9. Willem van Bemmel, geb./ged. Amersfoort geref. 11/12-12-1686, ovl. 1710 ongehuwd.
-
10. Margaretha van Bemmel, geb./ged. Amersfoort geref. 25/29-1-1689, ovl. 1729, beg. Amersfoort St. Joriskh. 23-6-1729, ongehuwd.
-
k. Willem van Bemmel, ged. Amersfoort geref. 12-1-1647.
-
l. Anthonia (Theuntje) van Bemmel, geb./ged. Amersfoort geref. 24/29-9-1648, beg. Amersfoort St. Joriskh. 7-2-1733 (als wed. van Brinckesteijn, laat kinderen na), (CHECK klopt dit?)
j.d. van Amersfoort (1670),
als Teuntien van Bemmel geref. lidmaat te Amersoort op attestatie van Amsteldam op 3-4-1670,
otr./tr. Amersfoort geref. 7/26-4-1670[448]
[449]
. Anthonis (van) Brinck(e)steijn, ged. Amersfoort geref. 12-12-1644, ovl. Amersfoort 21-6-1693.
als Antoni Stevens van Brinckesteijn geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 26-3-1665 op Havick,
j.m. van Amersfoort (1670)
weesmeester, raad en schepen van Amersfoort van 1688 tot
zijn dood aldaar,
betaalt ƒ 18,15,0 familiegeld wonend op de Nieuwmarkt (1675),[450]
zn. van Steven Geurts en Hubertje Galtus.
Uit dit huwelijk 8 kinderen geref. gedoopt te Amersfoort (1671-1687).
3690. HENDRICK NN, alleen bekend uit het patroniem van zijn dochters.
-
a. Grietjen (Margarita) Hendricx, (=kw. nr. 1845).
-
b. Cornelia Hendrix, huw. get. (1658).
3704. JAN AERTSZ VAN COUWENHOVEN(¥), ovl. na 1690, vermeld 1660 (zie EK 25, p 522, als verwant van Peternelle Claes, j.d. wonend te Amersfoort),
tr. vóór ca. 1655 (niet gevonden op achternaam en patroniem)
3705. ANNETJE (ADE) JANS, ovl. na 1687, huw. get. (1687).
COMMENTAAR(¥)
Jan Aertsz, zadelmaker, is borg (1652),[451]
Jan Aertsz, sadelmaeker, wiens huis in de Utrechtsestraat executoriaal wordt verkocht, (1676),[452]
|
-
a. Pieter Jansz van Couwenhoven, (=kw. nr. 1852).
-
b. Claas Jansz van Couwenhoven, ovl. vóór 1711, j.m. wonend te Amersfoort,
otr./tr. Amersfoort gerecht 6/20-10-1676 (get. zijn vader Jan Aertsz van Couwenhoven en haar moeder Cristijntje Barents)
Stoffeltje Jacobs, wed. van Dirk Pietersz, woont te Amersfoort,
doopget. (1696..1699), huw. get. (1711).
-
1. Frans Claasz van Couwenhoven;(¥)
| COMMENTAAR(¥)
zie EK 26/174
|
-
2. Hendrina Claas van Couwenhoven;(¥)
| COMMENTAAR(¥)
zie EK 126/269
|
-
c. Maria Jans van Couwenhoven, ovl. Amersfoort (reg. ovl. RK 't Zand) 5-9-1746, tr. Amersfoort gerecht 18-2/4-3-1690 (get. zijn bekende Jan Claasz Miris en haar moeder Ade Jans, h.v. van Jan Aertsz van Couwenhoven ("leijt sieck te bedde"))
en
tr. Amersfoort RK Kr. Elleboog 4-3-1690
Albert Thonisz van Raatsvelt, ovl. na 1726, ouderloze j.m. (1690).
Op 28-12-1726
verkoopt Elbert Theunissen van Raatsveld
aan Yda Hendriks, weduwe van Willem Janssen van Gulik, burger,
een huis, hof en hofstede gelegen in het Hellesteegje,
belend aan de ene zijde Wouter van Lokhorst, mr timmerman,
aan de andere zijde Laurents Keijzer.
[453]
-
d. Jochem Janse van Couwenhoven, geb. vóór ca. 1665, filiatie niet bewezen,(¥)
j.m. van Amersfoort,
otr./tr. Amersfoort geref. 22-1/9-2-1686
Neeltjen Joris, j.d. van Amersfoort.
| COMMENTAAR(¥)
zie EK 22/40
|
-
e. Aeltje Jans (van Couwenhoven), geb. vóór ca. 1655, j.d.,
otr./tr. Amersfoort gerecht 19-5/2-6-1676 (get. haar vader Jan Aertsz van Couwenhoven en zijn moeder Catrijntje Hermans, wed. van Levi van Crul)
Samuel Lievensz Cr(e)ull, geb. vóór ca. 1655, ovl. na 1687, zn. van Lieven Samuels (van Creull) en Cathrijntje Hermans van Schoonevelt
(zie kw. nr. ⇒ 3793 sub c1)).
3706. WILLEM THEUNISZ, ovl. vóór 1687, tr. vóór ca. 1665;(¥)
3707. CUIJNDERTJE MEIJNSZ, ovl. na 1687, doopget. (1687).
| COMMENTAAR(¥)
zie EK 25/522
|
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Weijntje Willems, (=kw. nr. 1853).
3708. EVERT PIETERSZ (VER)KERCKHOFF, ovl. 1689-1697, tr. vóór ca. 1650 (huwelijk niet gevonden)
3709. TRIJNTJE LUCAS, ovl. na 1699.
COMMENTAAR(¥)
In de onderstaande akten komt een aantal personen met de naam Kerkhoven voor. Het is onduidelijk of het hier de kinderen van Evert Pieters (Ver)kerckhoff betreft.
Op 6-1-1732 vindt te Amersfoort de boedelscheiding plaats van Anna Maria Kerkhoven, overleden, echtgenote van Willem Ducaat (Dukaet), bombazijdewerker. Het betreft vaste goederen en koopmanschappen.
Erfgenamen zijn
(voor ¼ deel:) haar broer Peter Kerkhoven,
(voor ¼ deel:) Catharina Kerkhoven, gehuwd met Aert van Eldert,
(voor ¼ deel:) de kinderen van haar overleden broer Hendrik Kerkhoven, met name: Evert Kerkhoven, Jacomina Kerkhoven, gehuwd met Gerrit Koopman, Lucretia Kerkhoven, gehuwd met Jan Lambertsen van Daal,
(voor ¼ deel:) de kinderen van haar overleden broer Johannes Kerkhoven, met name: Johannes Kerkhoven, meerderjarig, te Leusden. Evertje Kerkhoven, gehuwd met Wouter Queij in Amersfoort,
en verdere kinderen.
[454]
|
-
a. Henrick Evertsz Kerckhoff, geb. vóór ca. 1670, j.m.,
otr./tr. Amersfoort gerecht 9/23-8-1689 (get. zijn broer Pieter Evertsz Kerckhoff met last van zijn vader, en haar grootvader Andries Claesz Calge)
en
tr. Amersfoort RK Kr. Elleboog 23-8-1689
Catharijntje Jacobs.
Wat is het verband met :
Evert Hendriksen van Kerckhoven, afkomstig en geboren van Amersfoort, wordt burger van Amersfoort op 27-10-1721 ("voor hem en sijn soon Henrik van Kerckhoven").
-
b. Johannes Evertsz Kerckhoff, geb. vóór ca. 1680, ovl. na 1723, j.m.,
otr./tr. Amersfoort gerecht 3/18-2-1699 (get. zijn zwager Johannes Harmesz van der Voort, met consent van zijn moeder Trijntje Lucas, en haar zuster Catharijn Boris Dillincourt met consent van haar moeder)
en
tr. Amersfoort RK Kr. Elleboog 18-2-1699
Maria Boris Dillincourt, j.d.(¥)
verm. dr. van Boris Delkoert en Hilletie Alberts.
| COMMENTAAR(¥)
zie EK 21,40.
|
Op 11-10-1723 machtigt te Amersfoort
Hilletie Alberts, weduwe van Boris Delkoert, Johannes Kerckhooven, haar zwager, om namens haar met de andere erfgenamen de boedel te regelen van Niesie Cornelis Paling, overleden, wed. van Johannes Delkoert, overleden te Leiden.
[455]
-
c. Peter Evertsz Kerckhoff, (=kw. nr. 1854).
-
d. Catharina Everts Verkerckhoff (sic!), geb. vóór ca. 1670, j.d.,
otr./tr. Amersfoort gerecht 28-5/22-6-1697 (get. haar moeder Trijntje Lucas, wed. van Evert Petersz Verkerckhoff)
en
tr. Amersfoort RK Kr. Elleboog 17-6-1697
Jacob(us) Moll, ged. geref. Amersfoort 16-2-1641, beg. Amersfoort St. Joriskh. 4-2-1718 (laat kinderen na), zn. van Lambert Peters Moll,
wednr. van Geertje Jans,
betaalt, wonend in de Hellestraat te Amersfoort, nihil Familiegeld (1675).[456]
3710. PAULUS (VAN RODERSTEIJN), alleen bekend uit het patroniem van zijn dochters.
-
a. Annetje Paulus van Rodersteijn, (=kw. nr. 1855).
-
b. Lambertje Paulus (van Rodersteijn), ovl. na 1712, j.d. van Amersfoort,
otr./tr. Amersfoort geref. 4/28-10-1683
Willem Hendricksz (van Diest), ovl. na 1712, j.m. van Amersfoort, wollewever (1687).(¥)
| COMMENTAAR(¥)
zie EK 26/61
|
Uit dit huwelijk (bij alle dopen beide ouders alleen met patroniem genoemd):
-
1. Paulus Willems (van Diest), ged. geref. Amersfoort 13-1-1684.
-
2. Ghijsbert Willems (van Diest), ged. geref. Amersfoort 2-1-1685, ovl. jong?
-
3. Hendrick Willems (van Diest), ged. geref. Amersfoort 31-1-1689.
-
4. Gijsbertus Willems (van Diest), ged. geref. Amersfoort 28-9-1690.
-
5. Gijsbertje Willems (van Diest), ged. geref. Amersfoort 6-8-1695.
-
6. Joannes Willems (van Diest), ged. geref. Amersfoort 24-9-1696.
3770. ANDRIES VAN DER VEEN, ovl. vóór 1678, tr. vóór ca. 1635
3771. JUDITH FREDERICX, ovl. na 1678, woont te Amersfoort (1678).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. Anna van (der) Veen, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1659-1678, (=kw. nr. 1885).
3786. DIRK JASPERSEN (BURCHART), j.m. van Amersfoort,
als Dirck Jasperss geref. lidmaat te Amersfoort 27-9-1634 [457] als echtgenoot Grietgen Carels,
otr./tr. Amersfoort geref. 18-5/6-6-1633 (get. Henric Jaspersen namens zijn moeder, en Neeltje Choudron namens haar ouders)
3787. GRIETGEN CARELS (CHOUDRONS), ged. Amersfoort 1-4-1596, j.d. van Amersfoort (1633),
als Grietjen Charles Choudrons geref. lidmaat te Amersfoort
op belijdenis 25-4-1625 wonend in de Krommestraat (in margine "doot").
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Amersfoort :
-
a. Jacob Burchart, ged. 25-3-1634, (vader Dirck Jasperss)
-
b. Jacob Burchart, ged. 9-7-1635, (vader Dirck Jasperss)
tr. ?
Nennitjen Jansdr.
-
c. Hester Burchart, ged. 1-1-1637, (=kw. nr. 1893).
|
Amersfoort, ca. 1650.
Kaart uit "Toneel der Steden", door Joan Blaeu.
Eerste uitgave : Amsterdam, 1652.
Scan http://grid.let.rug.nl/~welling/maps/blaeu.html
klik op plaatje(s) om te vergroten |
3792. CORNELIS VAN LIJN, ovl. vóór 1687, tr. vóór ca. 1600
3793. NN.
Op 24-7-1687 compareren:
-
Trijntge Pauwels, weduwe van Aert van Lijn, voor haarzelf en haar 2 kinderen,
-
Jan Anthonis van Lijn,
-
Reynier van Lijn.
Zij compareren tevens voor:
-
Joost Henricks Schol en
-
Anna Henricks Schol, gehuwd met Edmond Obreijn, (kinderen van Lijsbeth van Lijn).
Verder compareren:
-
Johannes van Kempen, (zoon van Aeltje Jans van Lijn),
-
Peter Gou, (voor hemzelf en voor zijn zieke zuster Atris Gou, kinderen van Jan Gou, en Petertje Jans van Lijn),
-
Samuel Lievens, (voor hemzelf en voor zijn uitlandige broer Johannes Lievens, en zijn zuster Grietge Lievens, kinderen van wijlen Lieven Samuels),
-
Metgen Coopse, weduwe van Cornelis Samuels, (voor haarzelf en als momber voor haar 2 onmondige zoontjes),
-
Samuel Cornelis,
-
Gerrit Henricks, als man en voogd van Geertruyd Cornelis, (voorkinderen van Cornelis Samuels),
-
Rijck Dirckszn, weduwnaar van Jannetje Thonis, (als vader en voogd van 3 onmondige kinderen: Dirck, Teuntje en Neeltje Rijcks),
-
Evert Cornelis, als man en voogd van Marry Rijcks, (dochter van Jannetje Thonis en Rijck Dircks),
-
Levy Craen (voor de kinderen van Aert Samuels).
De comparanten machtigen Reynier van Lijn, Jan Gou (of Goud) en Levy Craen om te compareren voor de heren Diakonie van Amsterdam in verband met de erfenis van Neeltje Gerrits, overleden te Amsterdam, om gezamenlijk 1/5 part te ontvangen van de erfenis.
De bovengenoemde nrs.
1 - 5 zijn kinderen en nakomelingen van Thonis Cornelis en Merritgen Ghijsberts van Rijn, weduwe en boedelhoudster van Jan Jans van Lijn.
Voor haarzelf en voor haar man's voorzoon en als moeder en momberse van de onmondige kinderen van haar en Jan Jans van Lijn.
Lieven Samuel, Cornelis Samuels en Aert Samuels zijn voorkinderen van Neeltje Cornelis.
Zij allen zijn de erfgenamen van:
Jan Cornelis van Lijn, Anthony (Thonis) Cornelis van Lijn en Neeltje Cornelis van Lijn (kinderen van wijlen Cornelis van Lijn). Zij erfden ieder 1/3 deel van 1/5 deel van Neeltje Gerrits.
(zie ook recordnrs.: 9953, 9954 en 9955.)
[458]
Uit dit huwelijk (genoemd als erfgenamen in de bovenstaande akte van 1687) :
-
a. Jan Cornelis van Lijn, geb. vóór ca. 1620.
-
1. Aeltje Jans van Lijn, geb. vóór ca. 1640, tr. vóór ca. 1660
NN (Evert Willemsen) van Kempen.
Uit dit huwelijk (in 1687 in leven en mondig):
-
aa. Johannes van Kempen, geb. vóór ca. 1660.
-
2. Petertje Jans van Lijn, geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1668, tr. vóór ca. 1660
Jan (of Adam Jansen?) Gou(w), ovl. vóór 1668.
Op 6-6-1668 verkrijgt
Petertgen Jans, voor haarzelf en als weduwe en boedelharster van zal. Adam Jansen Gouw,
van Evert Willemsen van Kempen,
een lening van 500 gulden.
Als onderpand dient huis, hof en hofstede staande en gelegen op Bloemendaell,
belend aan de ene zijde Bessel Geurtsen,
aan de andere zijde Claas Woutersen.
[459]
Uit dit huwelijk (in 1687 in leven):
-
aa. Peter Gou, geb. vóór ca. 1660.
-
bb. Atris Gou, geb. vóór ca. 1660, ziek in 1687.
-
b. Anthony (Thonis) Cornelis van Lijn, geb. vóór ca. 1610, (=kw. nr. 1896).
-
c. Neeltje Cornelis van Lijn, geb. vóór ca. 1605, tr. 1o vóór ca. 1625
Samuel (van Creull?), ovl. vóór ca. 1645, tr. 2o vóór ca. 1645
Thonis NN.
Op 11-3-1688 compareren :
1) Samuel Cornelis,
2) Gerrit Henricks, man en voogd van Geertruyd Cornelis,
(Samuel en Geertruyd zijn voorkinderen van Cornelis Samuels),
zij compareren tevens namens en als mombers over hun 2 onmondige broeders (zonen van Cornelis Samuels, en zijn weduwe Metgen Coopsen),
3) Levy Craen,
4) Rijck Dircks (tevens als vader en voogd van: Dirck, Teuntje en Neeltje Rijcks, zijn onmondige kinderen van zijn overleden vrouw Jannetje Thonis),
(Levy en Rijck zijn mombers over de kinderen van Aert Samuels: Jacomijn Aerts, Samuel Aerts, Cornelis Aerts, en Neeltje Aerts),
5) Evert Cornelis als man en voogd van Marry Rijcks (dochter van Jannetje Thonis).
De comparanten machtigen Metgen Coopsen, weduwe van Cornelis Samuels en Samuel Lievens, (zoon van Lieven Samuels, die zich tevens sterk maakt voor zijn uitlandige broer en zus), om te ontvangen van de heren Diakonie van Amsterdam etc., voor 4/5 part van de portie van de afkomelingen van Neeltje Cornelis, voor 1/3 part in 1/5 part erfgenamen van Neeltje Gerrits.
Het betreft de penningen uit het halve huys etc. (zie recordnr. 9953)
(Levy Craan heeft zijn 1/5 part voor zijn vrouw, Henrickje Thonis, reeds ontvangen.)
Cornelis Samuels, Aert Samuels en Lieven Samuels waren voorkinderen van Neeltje Cornelis. Wijlen Jannetje Thonis en Hendrickje Thonis, huysvrou van Levy Craan, zijn nakinderen van Neeltje Cornelis.
[460]
Uit haar eerste huwelijk (Samuel NN- van Lijn) :
-
1. Lieven Samuels (van Creull), geb. vóór ca. 1630, ovl. vóór 1676, tr. vóór ca. 1655
Cathrijntje Hermans van Schoonevelt, ovl. 1676-1681.
Op 7-3-1681 compareren
Samuel Lievens van Creull en Grietje Lievens van Creull, beide wonend te Amersfoort.
Zij zijn mede-kinderen en erfgenamen van wijlen Lieven Samuels van Creull en wijlen Cathrijntje Hermans van Schoonevelt, (gewoond hebbend te Amersfoort) en zij machtigen hun broer Johannes Lievens van Creull om te innen van hun oom Beernt Schoonevelt, wonende op 't erff Schoonevelt, gelegen te Beeckum, in den Stichte van Munster of Westfalen, sodanige som als zij als erfgenamen van hun moeder van haar portie tegoed hebben van de cooppenningen van het voorschreven erf Schoonevelt.
Tevens compareerden: Cornelis Samuels (ca. 57 jr., meester metselaar) en Levy Hermans Craan, (ca 41 jr., schoenmaker, borger van Amersfoort), die naar waarheid verklaren dat Samuel, Grietje en Johannes kinderen zijn van Cathrijntje Hermans van Schoonevelt en dat zij niet meer kinderen heeft nagelaten en dat zij dit echtpaar zolang zij in Amersfoort gewoond hebben, gekend hebben, en dagelijks met hun hebben verkeerd.
[461]
Uit dit huwelijk (in 1681 de enige nagelaten kinderen):
-
aa. Samuel Lievens van Cr(e)ull, geb. vóór ca. 1655, ovl. na 1687, otr./tr. Amersfoort gerecht 19-5/2-6-1676 (get. haar vader Jan Aertsz van Couwenhoven en zijn moeder Catrijntje Hermans, wed. van Levi van Crul)
Aeltje Jans (van Couwenhoven), geb. vóór ca. 1655, j.d.,
dr. van Jan Aertsz van Couwenhoven en Annetje (Ade) Jans (zie kw. nr. ⇒ 3704 ).
-
bb. Grietje Lievens van Creull, geb. vóór ca. 1655, ovl. na 1687, uitlandig in 1688.
-
cc. Johannes Lievens van Creull, geb. vóór ca. 1655, ovl. na 1687, uitlandig in 1687, 1688.
-
2. Cornelis Samuels, geb. ca. 1624, ovl. 1681-1687, meester metselaar (1681),
tr. 1o vóór ca. 1660
NN, tr. 2o vóór ca. 1650
Metgen Coopse(n), ovl. na 1688.
Uit zijn eerste huwelijk (Samuels-NN) :
-
aa. Samuel Cornelis, geb. vóór ca. 1660, ovl. na 1688, mondig in 1687.
-
bb. Geertruyd Cornelis, geb. vóór ca. 1660, ovl. na 1688, tr. vóór 1687
Gerrit Henricks, in 1687, 1688 haar man en voogd,
Uit zijn tweede huwelijk (Samuels-Coopsen) 2 zoontjes (onmondig in 1687, 1688).
-
3. Aert Samuels(en), ovl. vóór 1680?.
22-5-1680 "Wij doen cond dat wij in crachte van seecker appointe van authorisatie bij de Heeren Regeerders dezer stad, ten verzoek van den voorzegde ontfanger van't huysgelt bij openbare opslagh op 14 maart 1676 vercoft hebben" aan Henrick van Middendorp, als laatste verhoger ende 't meest daarvoor geboden hebbende, huis, hof en hofstede op de Kamp, gecompeteerd hebbende Aert Samuelsen, belend aan de ene zijde de St. Jansstraat.
[462]
Uit hem kinderen (voor wie Levy Craen als voogd optreedt in 1687, en in 1688 ook Rijck Dirks) :
Uit haar tweede huwelijk (Thonis NN- van Lijn) :
-
1. Jannetje Thonis, geb. vóór ca. 1645, ovl. vóór 1687, tr. vóór ca. 1670
Rijck Dirckszn, ovl. na 1688.
-
aa. Marry Rijcks, geb. vóór ca. 1665, ovl. na 1688, tr. vóór 1687
Evert Cornelis, ovl. na 1688.
-
bb. Dirck Rijcks, onmondig in 1688.
-
cc. Teuntje Rijcks, onmondig in 1688.
-
dd. Neeltje Rijcks, onmondig in 1688.
-
2. Henrickje Thonis, ovl. 1688-1722, tr. vóór 1688
Levy Hermans Craan, geb. ca. 1640, ovl. na 1722, schoenmaker (1681, 1702), borger van Amersfoort (1681, 1722),
belender in de Krommestraat, op de hoek van de Peperstraat (1681),
meesterschoenmaker (1722).
Op 3-6-1680
verkoopt Johannes van Beeftingh, meerderjarige jonghman,
aan Levi Hermansz Craan,
de helfte van seecker huis, hof en hofstede, waarvan de wederhelfte is competerende sijn broeder Francois van Beeftingh, gelegen in de Peperstraat, tot welcke voorzegde helfte den comparant het recht bij maechescheyt becomen hadde van Neeltje Francken ende bekende van de totale cooppenningen voldaan te sijn van de helfte.
Belend aan de ene zijde Gosen Andriesen,
aan de andere zijde Dirck van Cortrechts weduwe.
[463]
Op 21-6-1680 verkoopt Franschoys van Beeftingh, wonende te Delft, aan Levi Hermann Craan, de andere helft van dit huis.
[464]
Op 31-10-1722
verkoopt Levi Craanen, meesterschoenmaker en borger alhier, weduwenaar en boedelharder van Hendrickje Thonis, aan
Anthonij Craanen, mede borger,
een huis in de Peperstraat tegenwoordig door de comparanten bewoond,
belend aan de ene zijde Mor Janssen,
aan de andere zijde Jacob Teunissen Keselingh.
[465]
3796. JACOB CLAESSEN (VAN) GROENENBERCH, coster,
genoemd als geref. lidmaat te Amersfoort in de lijst van 1621,
otr./tr. 2o Amersfoort geref. 19-11/8-12-1631 (als wednr. van Aeltgen Dirckx)
ANNITGEN HENRICKX BLONDE, geb. vóór ca. 1590, van en wonende te Amersfoort (1608, 1631),
wed. van Thomas Daffij, engelsman, soldaat onder kolonel Veer (huw. 1627),
eerder wed. van Helmich Petersen (huw. 1608),
die in de geref. lidmatenlijst van 1621 voorkomt als Helmich, de kleermaker, en zijn h.v. Anneke, binnenmoeder van het weeshuijs, waarbij later bijgeschreven is "nu h.v. van Jacob Claessen",
tr. 1o Amersfoort geref. 1591 (als Jacop Claessen)
3797. AELTGEN DIRICK POUELSDR, ovl. vóór 1620-1631, wordt als Aeltge Dircks geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 8-7-1620 in de Cromstraat (is zij dat wel?).
Uit zijn eerste huwelijk (van Groenenberch-Pouelsdr) geref. gedoopt te Amersfoort (o.a.) :
-
a. Claes Jacobsen van Groenenberg, ged. 15-4-1596, (=kw. nr. 1898).
-
b. Hillichgen Jacobsen van Groenenberg, ged. 28-9-1598, diverse huw. onder patroniem mogelijk.
3798. WOUTER (VAN BURGHSTEIJN), alleen bekend uit het patroniem van zijn kind(eren).
-
a. Petertgen Wouters (van Burghsteen), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1672, (=kw. nr. 1899).
-
b. Henrick Wouters van Burghsteijn, ovl. vóór 1674, filiatie niet bewezen.
tr.
Mechtelt Gosens, ovl. na 1674.
Op 25-9-1674 machtigt te Amersfoort Mechtelt Gosens, weduwe en boedelharster van Henrick Wouters van Burghsteijn, de overluijden van het Linneweversgilt alhier, om namens haar en ten profijte van de gevestigde crediteuren te verkopen de huijsinge in de Coninckstraat, belend
Peter Jacobs, timmerman en Henrick Hermans. Een en ander ter aflossing van schulden.
[466]
Op 22-10-1674 verkoopt te Amersfoort Mechtelt Gosens, weduwe en boedelharster van Henrick Wouters Burghsteijn een huijsinge, hoff en hoffstede in de Coninckstraat, belend Peter Jacobs van Soest, timmerman, en Henrick Hermans.
Koper (in erfkoop) is Walburgh Jans van Borculo, weduwe van Joost Jans Baaken, tweede gevestigde in het huijs. Medecomparanten zijn
Servaes Hermans en Albert Henricks als verluijden van het Weversgilt alhier en als gemachtigde van Mechtelt Gosens met bovenstaande procuratie, en Harman Lucas Tribbe, mede-gevestigde crediteur.
Op de last van de helfte van 17 d'halve stuijvers ten behoeve van de Lieve Vrouwe Cappelle en 100 gulden ten behoeve van 't weversgilt, daarin gevestigd.
Door de oorlog is deze huijsinge zodanig geruineerd dat zij bij publieke verkoop de penningen niet gekregen had. Transport door deurwaarder
Pieter Mullert.
Getuigen zijn Rijck Dircks en Gerrit Bemmel
[467]
3804. JAN SEGERSEN, ovl. 1604-1630, tr. Amersfoort gerecht 2-11-1586
3805. DIRCKJE BAERTS, ovl. na 1630, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 10-7-1630 als wed. van Jan Segersen, wonend tegenover Surckesteijn.
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Amersfoort (bij geen van deze dopen een moedersnaam genoemd) :
-
a. Lodewijck Jansen, ged. 31-5-1597, ovl. na 1649, van Amersfoort (1620),
geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 10-7-1630 bij de Schael in de Kranckeneringhstraet,
huw. get. (1633, 1645, 1649),
tr. Amersfoort geref. 25-4-1620
Liesbet Jacops, van Amersfoort (1620),
geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 24-12-1631 als h.v. van Lodewich Jansen in de Kranckereenstraat.
-
b. Rutger Jansen, ged. 4-9-1599, (=kw. nr. 1902).
-
c. Splinter Jansen, ged. 20-5-1604, ovl. na 1681, j.m. van Amersfoort (1633), van Seijst en wonend te Amersfoort (1645),
geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 16-4-1636 op de Langestraat,
otr./tr. 1o Amersfoort geref. 10-8/5-9-1633 (get. zijn broer Lodowijc Jansen, zij met consent van haar moeder)
Gerritgen Aelberts (van Seyst), ovl. 1633-1645, j.d. van Wijc te Duerstede, wonend te Amersfoort (1633),
otr./tr. 2o Amersfoort geref. 4/23-10-1645 (get. Lodewijck Jansz en h.v.) (als haar wednr.)
Christijntgen Hermans (Sas), ovl. 1645-1649, j.d. van Harderwijck, wonend te Amersfoort (1645),
als Stijntgen Hermans Sas, j.d. wonend bij advocaat Langvelt, geref. lidmaat te Amersfoort op attestatie van (Utrecht?) ("cum testim. Traject.") 24-12-1644,
otr./tr. 3o Amersfoort geref. 14-6/5-7-1649 (als wednr. van Christina Sas) (get. zijn broer Loodewijck Jansen)
Anneken Cornelis, als Anna Cornelis, j.d. op den Hof, geref. lidmaat te Amersfoort op attestatie van Nieukerck 15-10-1636 (later bijgeschreven : vertrocken naer Nieukerck),
j.d. van Nijkerk (1649).
Splinter Jansz met zijn zoon betalen ƒ 6,5,0 familiegeld, wonende in de Langestraat (1675),[468]
Op 7-10-1681 verkrijgt
Splinter Jansz, kistenmaker voor zich zelf en als weduwnaar en boedelhouder van Gerritien Aelberts van Seyst,
een lening van het onmondige kind van Joost Splinters genaamd Gerritie Joosten,
ten bedrage van 135 gulden spruitende uit zake van het goed van de vader van het onmondige kind en onder de comparanten rustende.
Als onderpand dient huis, hof en hofstede aan de Langestraat,
belend aan de ene zijde Gijsbertus Harderwijck, burgemeester,
aan de andere zijde Pieter Vastrick, schepen.
[469]
Uit deze huwelijken (o.a.?) :
-
1. Joost Splinters, ovl. verm. voor 1681.
-
aa. Gerritie Joosten, onmondig in 1681.
3848. STOFFEL T(H)OMASZ, geb. Lu.. boven Wesel (D), als Stoffel Tomasz, afkomstig van en geboren in Lu.. boven Wesel,
burger van Amersfoort op 15-10-1627,
tr. vóór ca. 1631
3849. NN, ovl. "eenighe jaren" voor 1636.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Thomas (Teunis) Stoffelsz, geb. ca. 1631, beg. Amersfoort 22-9-1712, (=kw. nr. 1924).
3880. JACOB GIJSBERTSZ BOSCH(¥), geb. vóór ca. 1575, ovl. 1626-1637, treedt op als momber voor zijn moeder (1610),
get. in not. akte (1612).
| COMMENTAAR(¥)
Hij is mogelijk identiek met
Jacob Gijsbertsen, van Amersfoort,
tr. Amersfoort geref. 15-9-1586
Hillitgen Coenraets, van Amersfoort.
|
17-10-1610. Het Amersfoorts gerecht legt vast dat Jacob Bosch en zijn erven een huis, hof en hofstede op Õt Havik hebben gekocht van Mouris Pannekoeck en zijn vrouw. Het huis is belast met ƒ 200 aan de kinderen van Raesvelt.[470]
23-3-1613. Jacob Gijsbertsz Bosch, die bij het gerecht bekende "wel deuchelijk schuldig te zijn uit al zijn goederen roerend en onroerend van wijlen Jonker Hubrecht van Breegel of 't recht van hemzelf hebbende", verklaarde een lening te hebben genomen van ƒ 400 Caroli waarover ƒ 25 van 20 gesalueerde stuiver losrente. Als onderpand dient zijn huis, hof en hofstede staande alhier binnen Amersfoort op Havick en "verklaarde comparant dat zijn huis niet meer dan met 200 gulden hoofdsom bezwaard is, competerende de kinderen van Raesvelt".
Op 25-10-1621 is de hoofdsom met de verlopen rente afgelost en voldaan, hetgeen Jan van de Bosch als gemachtigde, bij procuratie van Aeren van Oth als rentmeester van zaliger Hubrecht van Bengel, verklaart.[471]
Op 3-6-1613 heeft Henrick Dircxzn, borger te Amersfoort, als man en voogd van zijn huysvrouw, in die qualite, gemachtigd Aernt van Hardicxfelt en Jan Strick, procureurs van de Hove van Utrecht, gelijkelick of elck bijsonders speciaal in de zaak die hij heeft tegen Jacob Bosch.
Getuigen: Lambert Boreniszn en Jan Dircxzn.
[472]
Op 13-9-1616 leent dat Jacob Ghijsbertusz Bosch ƒ 300 van Aelbert van Rijn. Als onderpand dient het huis en hof aan 't eind van de Krommestraat, belend voor de herenstraat, achter 't Havik, ten westen het huis van Bram Henricksz. Opmerking: ingevolge van uitspraak van dit gerecht op 6-9-1615.
[473]
1-9-1618. Het transport wordt geregistreerd van een schuur geschikt tot een woning in de Coninckstraat met de lege plaats strekkende tot de bergschuur van Henrick Jacobsz, dat Jacob Gijsberts Bosch heeft verkocht aan Wulpher Stevens en vrouw.[474]
16-2-1619. Met consent van zijn broeders en zijn zwager, compareert Jacob Ghysberts Bosch bij notaris E. van Mulenborch te Amersfoort. Hier wordt de akte opgesteld van de openbare verkoop van zeker veen en grond, gelegen in het Hateveen, gelegen onder het Gerecht van 't Hoochlandt gelegen tussen een gemeene weg en die Laeck. Het is een tiendvrij leengoed, gekocht door Jorden van der Maeth, die eveneens aanwezig is. In 1622 wordt een akte van transport ten overstaan van schout, buurmeester en schepen van Hoogland overlegd.[475]
23-6-1626. Jacob Gijsbertsz Bosch heeft een huis, hof en hofstede aan 't eind van de Krommestraat, tegenover de Vijver en achter belend aan de gracht van Õt Havik verkocht aan de timmerman Oth Willemsz en vrouw, hetgeen bij het gerecht wordt vastgelegd.[476]
-
a. Goossen Jacobsz (Bosch), geb. Amersfoort vóór ca. 1600, ovl. na 1668, (=kw. nr. 1940).
3884. ABRAHAM JANSZ (DE) PALMA(R)/PALM(A)ER, geb. Brugge vóór ca. 1585, ovl. na 1624, als Abraham Jansz Palmar, geboren in Brugge, burger van Amersfoort op 13-3-1620,
schoenlapper, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 15-4-1620, wonend in de Langestraet, wijk Breul, "doot" (blijkbaar nadien bijgeschreven?),
not. get. (1620..1624),
tr. vóór ca. 1610
3885. GEERTGEN VAN HOUDT, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 24-12-1624, wonend in de Langestraet in de 3 Stellingen, als huisvrouw van Abraham de Palma.
Geertruijt van Hout, echtgenote van Adriaen van Schaijck, glasschrijver, buiten Utrecht, krijgt octrooi om te testeren 11-3-1632.
Op 25-7-1620 (ouden stijl) compareren
Jan Jansz Palmer (Palmaers) en
Abraham Jansz Palmer (tekent: Palmaer),
borgers en inwoonders van Amersfoort.
Zij verklaren dat zij en hun zusters Sara Palmer en Judith Palmer kinderen zijn van Jan Palmer en Jannichgen Meuwen. Zij begrijpen dat na de dood van hun ouders aan hen en hun zusters enige erfenis in Vlaanderen zou zijn aangeërfd door het overlijden van hun nicht Maijken, die tot Leyden in Hollant gestorven is. Deze erfenis zou ter Weeskamer in de stad Vueren in Vlaanderen uitstaande zijn.
Daarom machtigen de comparanten hun zwager Jan Moreel, wonende tot Haarlem, om hun portie voor hen te ontvangen, te weten voor ieder van hen een vierdepart van de erfenis, en verder af te handelen.
Getuigen zijn Frederick Janss van den Ham, Lamffert Arisz van Schadijck (tekent: Laemffert Aerrissen).
[478]
Op 31-8-1623
verklaren
Jan Jans, trompetter,
Abraham Jans Palmer, en
Jacob Claesz van Gronenberch, coster, allen poorters van Amersfoort,
op verzoek van Adriaen Jans van Texel,
dat zij zekere tabak geproeft hebben van Cornelis Peters, woonachtig tot Bunschoten, bij Adriaen Jans, de requirent, en gekocht hadden en zij hadden die tabak bevonden geen koopmansgoed te zijn. Ook andere personen hebben deze tabak geproeft, maar men heeft deze tabak niet kunnen verkopen.
Waarvan Adriaen Jans verzocht akte.
Getuigen zijn Jan Frans Cremer, en Lourens van Wyelant (tekent: Lourens van Wijlant).
[479]
Uit dit huwelijk verm. geboren :
-
a. Jan Abramsz Palma, geb. vóór ca. 1610 (doop geref. Amersfoort niet gevonden), (=kw. nr. 1942).
3886. BERENT NN, tr. vóór ca. 1615
3887. GRIETGEN JANS, ovl. na 1634.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
a. Anna Berents, geb. vóór ca. 1615, (=kw. nr. 1943).
-
b. Beernt Barentsz, geb. vóór ca. 1615, filiatie niet bewezen,
j.m. van Munster, wonend te Amersfoort (1638),
otr. Amersfoort geref. 18-5-1638 (get. voor hem Jan Abramsen Palmer, voor haar haar moije Jannetje Reijers)
Aeltgen Jacobs, j.d. van Baarn, wonend te Amersfoort (1638).
3898. RUTGER ANTHONIE HESELENBERGH, geb. vóór ca. 1625, ovl. vóór 1704.
-
a. Joanna Heselenbergh, geb. vóór ca. 1667, beg. Deventer Lebuinusk. 14-1-1743, geref. lidmaat te Deventer op belijdenis Pasen (19 april) 1685, als j.d. aan de Nieuwe Markt,
otr./tr. Deventer 18-12-1697/4-1-1698[481]
Paulus van Arssen, geb./ged. Deventer 3/13-5-1674, ovl. na 1735, kassier van de bank van lening te Deventer (1713-1735),
zn. van Emanuel van Arssen, pachter van de bank van lening te Alkmaar,
kassier van de bank van lening te Deventer en Kampen, en Maria Wolphius.[482]
Paulus van Arssen en Joanna Heselenbergh echtelieden kopen een hof buiten de Norenbergpoort op 2-8-1710.[483]
In 1713 had Paulus van Arssen het kassierschap van de Deventer bank van lening overgenomen van zijn
vader Emanuel. Echter in 1734 deden in Deventer geruchten de ronde, dat
door hem fraude zou zijn gepleegd. Een commissie van onderzoek werd ingesteld,
waaraan op 13-1-1735 ook werd toegevoegd een lid der Gezworen
Gemeente, Warner Vijfhuis (uit de Polstraat) benevens een achttal plaatsvervangers
voor deze.
Bij raadsresolutie van 25-1-1735 werd aan de commissarissen Fockinck
en Gerhard van Suchtelen opgedragen de bank van lening te verzegelen, Paulus van Arssen te arresteren en te detineren in de gijzelkamer. De cipier Andries Piterman
kreeg order niemand bij hem toe te laten zonder uitdrukkelijke toestemming
van de commissie. Ter extra preventie werd een soldaat bij de gijzelkamer
op wacht gezet. Alle aanwezige boeken en bescheiden werden in beslag genomen
en naar het stadhuis overgebracht. Door twee roedendragers (dit zijn stadsboden)
werd aan van Arssen's vrouw, Joanna Heselenbergh, aangezegd met de
meid het huis te verlaten. Ook daar werden 's nachts 2, overdag 1 schildwachten
geposteerd.
De in de bank van lening aanwezige panden werden geinventariseerd. In het huis van
zijn zuster Geertruyt van Arssen, wed. van
Antoni Heselenbergh, De Halve Maen op het Groot-Kerkhof
werden ter bewaking stadsdienaren geplaatst, terwijl in het huis De
Vijgeboom in de Norenbergstraat, waar zijn dochters woonden, alle winkelwaren
werden geinventariseerd en naar de bank van lening overgebracht. Ook hier werd
bewaking ingesteld.
Bij raadsresolutie van 30-1-1735 werden zowel de boedel van Paulus van Arssen, als van zijn zuster Geertruyt desolaat verklaard. Deze laatste moest op
2-2-1735 het huis De Halve Maen ontruimen. Tot haar curatoren werden benoemd
Josias Sluisken en Lambert Kelderman. Ook zij werd op 8-2-1735 in
de gijzelkamer gedetineerd. Uit de Concordaten van die datum blijkt, dat de
staat van schulden en baten was opgemaakt en goedgekeurd, de passieva beliepen
f 277.389, de actieva slechts 36.800 c. gls.
Als curatoren over de boedel van Paulus van Arssen werden bij raadsresolutie
van 16-2-1735 aangesteld van Suchtelen en
Jacob Rogge. Op die dag
werd tevens besloten tot verkoop der verstane panden cd.z. panden die langer
dan een jaar, jaar en dag of jaar en 6 weken in een bank van lening hebben gestaan,
zonder te zijn gelost over te gaan. Op 7 mrt. daaraan volgend werd gedecideerd
tot de verkoop van van Arssen's onroerende goederen over te gaan,
niettegenstaande daarin nog andere erfgenamen van zijn vader Emanuel gerechtigd
zouden mogen zijn.
Voorts bleek, dat de bank van lening te Kampen aan de Deventerse bank van lening nog schuldig
was 1.799 c. gls. in hoofdsom en 503 c. gls. voor achterstallige interest, een en
ander verschijnend op 16-8-1735. Bij raadsresolutie van 16 mei werden gecommitteerden
gemachtigd deze gelden in ontvangst te nemen en hiervoor
kwijting te verlenen.
In verband met de gepleegde verduisteringen, vervalsing van balansen etc.
etc. moest Paulus van Arssen terecht staan voor de Deventer Schepenbank.
[484] Vonnis wordt gewezen inzake
Paulus van Arssen, oud 62, geboren te Deventer. Tegen hem was uitgebracht:
dat hij, aangesteld als kassier van de bank van lening in 1713 sindsdien valse balansen en rekeningen
had opgemaakt,
dat hij gelden van de bank van lening te eigen bate had aangewend,
dat hij sinds 1728 gelden van de bank van lening met de zijne had vermengd,
dat hij gelden had geleend aan zijn zuster, de wed. Heselenbergh en zijn zwager Nicolaas Edelijn op onderhandse schuldbekentenissen,
dat hij in verband hiermede veroordeeld werd: op het schavot, onder de galg staande,
met de strop om de hals te worden gegeeseld en daarna gebrandmerkt en op poene
van de dood gebannen te worden uit de Stad Deventer en de Provincie Overyssel.
Velen werden door dit faillissement gedupeerd, ook de stad Deventer zelf,
getuige de vele ingevoerde bezuinigingen op "teeren" (feestmalen), almanakken
etc.
[485]
-
1. Emanuel Pauluszn van Arssen, ged. Deventer 11-10-1698, ovl. jong.
-
2. Anna van Arssen, ged. Deventer 3-1-1700, ovl. jong.
-
3. Anna van Arssen, ged. Deventer 1-5-1701, ovl. jong.
-
4. Emanuel Paulusz van Arssen, ged. Deventer 31-5-1702, ovl. jong.
-
5. Maria van Arssen, ged. Deventer 2-9-1703, otr./tr. Deventer 8/25-6-1726 (beiden wonen Norenbergstraat),[487]
Rudolph Haeck.
-
6. Rutger Anthoni van Arssen, ged. Deventer 30-7-1705, ovl. jong.
-
7. Antonia van Arssen, ged. Deventer 27-10-1706.
-
8. Anna van Arssen, ged. Deventer 7-8-1708, tweeling met
-
9. Emanuel Pauluszn. Arssen, ged. Deventer 7-8-1708, ovl. jong.
-
10. Rutger van Arssen, ged. Deventer 14-2-1710, woont in de Papenstraat (1750),
otr./tr. Deventer 23-5/9-6-1750[488]
Elisabeth Le Muitre, woont in de Grote Overstraat (1750).
-
aa. Rutgerdina van Arssen, ged. Deventer 12-10-1751, wordt geref. lidmaat te Deventer op belijdenis 29-9-1773, woont dan in de Assenstraat.
-
11. Geertruida Maria Paulusdr van Arssen, ged. Deventer 21-2-1712.
-
12. Emanuel Pauluszn van Arssen, ged. Deventer 14-9-1713.
-
13. Reinera van Arssen, ged. Deventer 3-11-1717.
-
b. Evertje Heselenbergh, tr. vóór 1704 (1692),[490]
Berend Meyndts, ovl. na 1704.
Op 5-1-1692 transporteren de E. Berent Meints, voor zich zelf, en mede als volmachthebber van Antoni Heselenbergh en Geertruijt van Arssen, voorts Winant van Gorssel en zijn
huisvrouw Agneta Heselenbergh, nevens Jan Wijchers en zijn abs. huisvrouw, en
Evertjen Heselenbergh, huisvrouw van Berent Meints, mitsgaders
Johanna Heselenbergh (volm. Deventer 4-1-1692), aan Henrick Lieftinck en zijn
erven 1/8 part van de katerstede het Klein Witsant, Scholtambt Lochem, boerschap Swijp.
[491]
-
c. Maria Heselenbergh, geb. vóór ca. 1645, (=kw. nr. 1949).
-
d. Anthonie Heselenbergh, ovl. 1692-1706, geref. lidmaat te Deventer op belijdenis Pasen (19 april) 1685,
otr./tr. Deventer 19-7/5-8-1684[492]
Geertruyt van Arssen, ged. Deventer 16-6-1667, beg. Deventer Lebuinusk. 23-10-1741, dr. van Emanuel van Arssen, pachter van de bank van lening te Alkmaar, en Maria Wolphius.
Zij woonden in het huis De Halve Maen aan het Groot Kerkhof. Als weduwe
was Geertruyt van Arssen ten zeerste betrokken bij het faillissement van haar broeder Paulus van Arssen.
Het huis De Halve Maen werd in 4 etappes gekocht, telkenmale een
vierde deel, het was aanvankelijk eigendom van wijlen
Gerrit van Ommeren. Het eerste transport dd. 3-9-1696, het tweede dd.
27-3-97, het derde dd. 23-11-1702, alle drie transporten aan de
echtelieden. Het laatste vierde deel werd 1-7-1706 overgedragen aan
de wed. Heselenbergh.[493]
Paulus van Arssen transporteert op 16-12-1704 met zijn 2 zwagers,
Berend Meyndts (x Evertje Heselenbergh) en Nicolaas Edelijn
(x Maria Heselenbergh) als erfgenamen van
Rutger (Anthonie) Heselenbergh een huis met achterhuis in
de Waterstraat te Deventer aan Egbert Brugginck en Aaltje Nijen, echtelieden.[494]
-
1. Maria Reyniera Heeselenberg, geb. vóór ca. 1695, ovl. na 1719, tr. vóór 1714[496]
Gerrit (Gerard) (van) Westhoven, ovl. na 1729, betaalt familiegeld wonend in de Langestraat NZ te Alkmaar (1716),
vaart in 1721 voor de kamer Amsterdam van de VOC op het Schip Schonenberg (hij wordt vermeld als afkomstig van Deventer),[497]
vermeld op de (zeer uitgbreide) "Lees-Rol1 der Lijkstatie van sijn Edelheijd Den Wel Edelen Hoog agtb. Heer Mattheus De Haan, Gouverneur Generaal van Nederlands Indië q.q. (ovl./beg. Batavia 1/4-6-1729),[498]
wednr. van Philippa Loeffs.
Zie
Fragment Westhoven
voor de kinderen uit de twee huwelijken van Gerrit (Gerard) (van) Westhoven).
-
2. Everhard(in)a van Haselenberg, ovl. Batavia (NOI) 1725, tr. 1o misschien volgens Ref. [499] doch in DTB Alkmaar en omgeving niet gevonden
NN Posthumius, tr. 2o Alkmaar geref. 21-11-1723[500] haar neef
Ds. Adriaan Danielsz Ras, ged. geref. Alkmaar Grote Kerk 17-11-1695, beg. Batavia Binnen Portug.
Kerkhof 26-10-1724 (niet 13-1-1726)(¥), ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 19-9-1713 ("Adrianus Ras, Almerianus. 20 (jaar)"),[501]
predikant in Ned. Indië,
zn. van Daniel Adriaansz Ras, vice president Schepen van Alkmaar, pesthuisvader,
regent van het Weeshuis, ouderling, zeepzieder in "de Hamer", en Cornelia Catharina van Arssen.
[502]
Adrianus Ras, afkomstig uit Alkmaar vaart in de rang predikant op 10-2-1724 met het schip Hohanna voor de kamer Enkhuizen van de VOC naar Batavia alwaar aankomst op 30-8-1724. Zijn verbintenis met de VOC eindigt op 13-1-1726 door zijn overlijden in Azie.
[503]
COMMENTAAR(¥)
Volgens Ref. [504] werd Ds. Adriaan Ras, geh. met Everdina Heeselenberg beg. 26-10-1724 op het Binnen Portug.
Kerkhof te Batavia vanuit zijn woonhuis Z. Westzijde van de Jonkersgracht.
Dat zou dus reeds twwe maanden na zijn aankomst te Batavia zijn, en niet op 13-1-1726 wanneer zijn dienstverband met de VOC eindigt.
|
-
3. Jacoba Margaretha Heeselenberg, is mogelijk identiek met Jacoba Farstra? die in het huis van Daniel Ras
woonde.[505]
-
4. Geertruijda Heeselenberg(s), geb.(ged?) Deventer 22-12-1695, j.d. van Deventer,
tr. Beekbergen 17-5-1718
Derk van Otterlo, geb.(ged?) Beekbergen 24-4-1695, j.m. van Beekbergen.
Uit dit huwelijk (o.a.?) :[506]
-
aa. Anthony van Otterloo, geb. Deventer 23-10-1723, ovl. Brummen (Hall) 1-2-1811, vaandrig in het Regiment Baden,
tr. 1o voor 1766[507]
Johanna Renssen, geb. Wilp 3-9-1729, ovl. Wilp 18-7-1774, dr. van Michiel Renssen en Antoinetta Alberts Cremers,
otr./tr. 2o Zutphen Grote kerk geref. 23-6/11-7-1776[508]
Harmina Bosboom, geb. Voorst 1-1-1761, ovl. Brummen 8-12-1819, woonde te Wilp (1776).
Weeskamer Zutphen d.d. 18-1-1782 . "Door Willem Grotenkamp, als voogd over de minderjarige kinderen van Anthonij van Otterloo bij zijn overleden huijsvrouw Johanna Renssen echtelijk verwekt, gecommuniceert zijnde eene missive van Dirk Boerrigter geschreven te Amsterdam, den 20 november des voorleden jaars, houdende dat den boedel van wijlen A. van Westhoven en deszelfs echtvrouw thans tot liquiditeit gebragt zijnde, Õt legaat door voorm van Westhoven en deszelfs echtvrouw aan voorn. onmondigen gemaakt ter somme van een duizend guldens ter weeskamer binnen de Stad Alkmaar was geconsigneert geworden.
Is zulks voor notificatie aangenomen en wijders goedgevonden (...) mits dezen te gelasten een copije der dispositie waarbij aan voorg. onmondigen de gementioneerde som is gelegateert geworden ten eersten te zien magtig te worden, en ter weeskamer alhier te beheren.
[509]
Uit zijn eerste huwelijk (van Otterloo-Renssen):[510]
-
aaa. Geertruida Anthonetta van Otterloo, geb. Wilp 25-12-1755, ovl. Harlingen 12-8-1826, tr. Harlingen geref. 2-7-1786[511]
Watze Ruitinga, apotheker en drogist.
-
bbb. Michiel Derk van Otterloo, geb. Wilp 15-6-1757, ovl. Leeuwarden 18-3-1832, bankier bij de bank van Lening te Leeuwarden.
tr. Leeuwarden 6-5-1781[512]
Johanna Aleida Burenstein, geb. Leeuwarden 31-1-1761, ovl. Leeuwarden 18-11-1823. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
ccc. Cornelia Catharina van Otterloo, geb. Wilp 17-5-1759.
-
ddd. Aleida van Otterloo, geb. Wilp 15-8-1763, ovl. Harlingen 10-8-1847.
-
eee. Johanna Hendrika van Otterloo, geb. Wilp 28-3-1765, ovl. Amsterdam 15-6-1847, wasvrouw
tr. Amsterdam 12-1-1798[513]
Johan Macleane, geb. Zaltbommel 26-3-1764, ovl. Amsterdam 30-4-1800.
-
fff. Margareta Maria Reiniera van Otterloo, geb. Wilp 6-9-1766, ovl. Wilp 6-9-1766.
-
ggg. Anthonia van Otterloo, geb. Wilp 28-11-1768, ovl. Wilp 1-4-1837.
-
hhh. Arend Willem van Otterloo, geb. Wilp 29-12-1770, ovl. Witebsk (Rusland) 1-1-1813, kapitein der Infanterie,
tr.[514]
Riemke Bosma, geb. Leeuwarden 10-5-1784, ovl. Nieuwer Amstel 19-10-1859.
Uit zijn tweede huwelijk (van Otterloo-Bosboom):[515]
-
iii. Johanna van Otterloo, geb. Voorst 30-9-1776.
-
jjj. Frederika van Otterloo, geb. Voorst 27-12-1783, ovl. Brummen 20-8-1831, tr. Brummen 28-9-1806 (volgens Ref. [516]
) of Hall 10-12-1805 (volgens Ref. [517]
). Johannes Ledeboer, geb. (ged?) Vaassen 6-3-1748, ovl. Brummen 30-9-1832.
wednr. van Harmijna Hummen, en van Bartha Johanna Cornelissen de Beer,
papiermaker op De eerste en tweede molen op De Haar aan de Voorstondense beek te Eerbeek, die hij in 1780 met grond en water koopt,
maakt in 1808 vier soorten papier (uit 60000 ton lompen),
verwerkt in 1811 20000 ton lompen, en maakt in 1815 zeven soorten papier,[518]
zn. van Johannes (Jan) Ledeboer, papiermaker op de Westelijke Holtse molen te Vaassen, en Willemtje Derks Poll.
Uit elke van zijn drie huwelijken nageslacht.
In 1804 en 1805 koopt Johannes Ledeboer nog een weiland en een huis en hof, put, smederij, en een stuk bouwland, akkers en bouwland, genaamd de Rouwendaal, voor ƒ 15000. Bij het overlijden van Bartha krijgen de kinderen het Rouwendaal.
[519]
-
kkk. Hendrik van Otterloo, geb. Voorst 14-1-1786, ovl. Parijs 27-6-1843.
-
lll. Rutger Anthony van Otterloo, geb. Warnsveld 28-7-1798, ovl. Apeldoorn 5-8-1865, tr. Den Bosch 30-3-1853[520]
Carolina Louisa Charlotte van Ollefen, geb. Amsterdam 29-7-1821, ovl. Apeldoorn 28-2-1880. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
e. Agneta Heselenbergh, ovl. na 1692, filiatie niet bewezen,
tr. vóór 1692
Winant van Gorssel, ovl. na 1692.
|
Fragment Westhoven |
|
I. NN van Westhoven, (misschien Derck van Westhoven en zijn vrouw Nietien Bever (1666))
Hieruit:
IIa. Hendrik van Westhoven, te Deventer, is een broer van
IIb. Gerrit (Gerard) (van) Westhoven, geb. vóór ca. 1680, ovl. na 1729, betaalt familiegeld wonend in de Langestraat NZ te Alkmaar (1716),
vaart in 1721 voor de kamer Amsterdam van de VOC op het Schip Schonenberg (hij wordt vermeld als afkomstig van Deventer),[521]
vermeld op de (zeer uitgbreide) "Lees-Rol1 der Lijkstatie van sijn Edelheijd Den Wel Edelen Hoog agtb. Heer Mattheus De Haan, Gouverneur Generaal van Nederlands Indië q.q. (ovl./beg. Batavia 1/4-6-1729),[522]
tr. 1o vóór ca. 1705
Philippa Loeffs, tr. 2o voor 1714[523]
Maria Reyniera Heeselenberg, geb. vóór ca. 1695, ovl. na 1719, dr. van Anthonie Heselenbergh en Geertruyt van Arssen (zie kw. nr. ⇒ 3898 sub d).
Uit zijn eerste huwelijk (van Westhoven-Loeffs):
-
a. Adolf (van) Westhoven, geb. vóór ca. 1705, ovl. Batavia 10-2-1746, vaart voor de VOC als jongmatroos (1720), onderstuurman (1725), opperstuurman (1732, 1736), naar Nederlands Oost Indië,
schipper (1745, 1746) op de "Hillegonda" (1745),
tr. Alkmaar 10-4-1735 (volgens Ref. [524] 17-4-1735)
Elisabeth Johannes Meeuwsen, ged. geref. Alkmaar 20-1-1700, ovl./beg. Alkmaar Grote K. 16/20-9-1752 (op het koor nr. 173), als rentenierster huurster (1744) van een pand in Alkmaar dat een jaar later door haar zwager Emanuel Ras werd gekocht,[525]
wed. van Hendrik Danielsz Ras (ex Daniel Adriaansz Ras x Cornelia Catharina van Arssen,
dr. van Johannes Meeuwsen, wijnroeier, teerkooper, brouwer in den Eenhoorn, en Hendrina Moy.
Adolph Westhoven, afkomstig uit Alkmaar vaart in de rang Jongmatroos op 25-4-1720 met het schip Valkenbos voor de kamer Rotterdam van de VOC naar Batavia alwaar aankomst op 21-1-1721. Hij vaart terug met het schip Schoteroog. Zijn verbintenis met de VOC eindigt in 1722.
[526]
Adolff Westhoven, afkomstig uit Amsterdam vaart in de rang Derdewaak op 1-9-1723 met het schip Castricum voor de kamer Amsterdam van de VOC naar Batavia alwaar aankomst op 1-5-1723 (moet leesfout zijn 1724?). Hij vaart terug met het schip Middelwoud. Zijn verbintenis met de VOC eindigt in 1724.
[527]
Adolff Westhoven, afkomstig uit Amboina vaart in de rang Onderstuurman op 1-10-1725 met het schip Aadelaar voor de kamer Zeeland van de VOC naar Batavia alwaar aankomst op 24-4-1726. Hij vaart terug met het schip Cats. Zijn verbintenis met de VOC eindigt in 1728.
[528]
Adolph Westhoven, afkomstig uit Amboina vaart in de rang Opperstuurman op 14-1-1732 met het schip Den Dam voor de kamer Zeeland van de VOC naar Batavia alwaar aankomst op 20-7-1732. Hij vaart terug met het schip 't Vliegend Hart. Zijn verbintenis met de VOC eindigt in 1734.
[529]
Adolph Westhoven, afkomstig uit Amboina vaart in de rang Opperstuurman op 3-1-1736 met het schip Vlissingen voor de kamer Zeeland van de VOC naar Batavia alwaar aankomst op 11-9-1736. Hij vaart terug met het schip Meijenburg. Zijn verbintenis met de VOC eindigt in 1737. Hij heeft een schuldbrief en een maandbrief.
[530]
Adolf van Westhooven, afkomstig uit Alkmaar vaart in de rang Sergeant op 27-10-1740 met het schip Weltevreden voor de kamer Amsterdam van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 31-1-1741 en vertrek 19-2-1741) naar Batavia alwaar aankomst op 22-5-1741. Zijn verbintenis met de VOC eindigt op 10-2-1746 wegens ovelijden in Azie. Hij heeft een schuldbrief en een maandbrief waarvan de begunstigde is zijn vrouw Elisabeth Meeuwisz.
[531]
Uit de krant "Bataviaase Nouvelles en Politique Raissonementen":[532]
8-2-1745: Adolph van Westhoven, schipper, is het commando van het schip de "Hillegonda" opgedragen.
Februari 1746: Overleden 98 Europese mannen, waaronder Adolph van Westhoven, schipper.
-
b. Cornelia van Westhoven, geb. Ambon (Molukken, NI) vóór ca. 1705, ovl. 3-2-1766, otr. 1o Batavia (NOI) 1-4-1723[533]
Ds. Johannes Hartholt, geb. Sneek, ovl. 29-3-1728, beg. Batavia Binnen Portugeesch Kh. 30-3-1728, ingeschreven als student aan de Universiteit van Franeker 1717 ("Johannes Hardholt, Sneca Frisius"),[534]
predikant, vertrok in 1721 naar Java,
vaart als predikant afkomstig van Sneek voor de kamer Amsterdam van de VOC met het schip Kommerrust naar Batavia (uitreis 15-12-1721, aankomst 21-7-1722, verbintenis beeindigd door zijn overlijden 29-3-1728 in Azie (geen maandbrief, geen schuldbrief),[535]
tr. 2o 1728-1734[536]
Ds. Warnerus (Wernrus) van Loo, ovl. Ambon 2-1-1735, ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Groningen 19-9-1719 ("Warnerus a Lohe, Frisius Orientalis"),[537]
vaart als predikant afkomstig van Nedermohr voor de kamer Amsterdam van de VOC met het schip Elisabeth naar Batavia (uitreis 1-20-1730, aankomst 5-5-1730, verbintenis beeindigd door zijn overlijden 2-1-1735 in Azie (geen maandbrief, geen schuldbrief),[538]
testeert met Cornelia op 18-10-1734 te Ambon,
zn. van Coenradus van Loo te Nedermeer in Oostfriesland,
tr. 3o 28-11-1735[539]
Lu(b)bertus Vermehr (Ver Mehr, Vermeer), geb. Wamel 27-9-1696, ovl. Batavia (NI) 12-8-1749, geref. lidmaat te Meenen op belijdenis 25-3-1717,
cadet in het regiment van Welderen,
vaart als sergeant afkomstig van Wamel voor de kamer Amsterdam van de VOC met het schip Berbices naar Batavia (uitreis 12-7-1723, aankomst 21-3-1724, verbintenis beeindigd door zijn overlijden 12-8-1749 in Azie (geen maandbrief, geen schuldbrief),[540]
kapitein der VOC (1734),
opperkoopman van Ternate, "gehuwde vrijgezel",[541]
zn. van Johannes Vermehr, ontvanger der verpondingen in Maas en Waal, ondercommies van 's landsmagazijnen en amunitie van oorlog te Meenen, kazernemeester aldaar, diaken van de geref. gemeente te Meenen, en Johanna Mesteecker.[542]
VOC-Documenten:
1734: Instructie aan den capiteijn Vermehr en de fiscaal Van Alderweereld tot haar narigt in de commissie na Boeleboele geintrageert (den 2 Julij 1734 per den vrijburger Harmen Mulder ontvangen). [543]
1734: Brief door gecommitteerdens den capiteijn Vermehr en de fiscaal Van Alderweereld aan de Macassaarse bedientens gerigt op den 14 Junij 1734 (den 2 Julij 1734 per den vrijburger Harmen Mulder ontvangen). [544]
1734: Relaas door de overheden van het schip Rijxdorff ten overstaan van de gecommitteerdens den capiteijn Vermehr en de fiscaal Van Alderweereld gedaan van het verongelukken van genoemde bodem (den 2 Julij 1734 per den vrijburger Harmen Mulder ontvangen). [545]
Uit haar eerste huwelijk (Hartholt-Westhoven):[546]
-
1. Philippina Cornelia Hartholt, geb. Batavia 17-8-1726, ovl. Amboina 28-8-1758,[547]
j.d. afkomstig van Batavia (1746),
otr./tr. Makassar 11/28-8-1746[548]
[549]
Godert Ludolph van Beusechem, geb. Harmelen 11-10-1717, ovl. Harmelen 13-1-1803, vaart als Godert Ludolph van Beusichem, afkomstig uit Utrecht, in de rang Adelborst op 12-7-1737 met het schip Hogersmilde voor de kamer Amsterdam van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 24-11-1737 en vertrek 12-12-1737) naar Batavia alwaar aankomst op 31-3-1738, waar zijn verbintenis met de VOC eindigt op 13-12-1763 (laatste vermelding in Azie),[550]
onderkoopman der VOC en soldijboekhouder te Makassar (1743),
resident van Maros (1743),[551]
ondercoopman en guarnisoen-boekhouder in Comps. dienst te Makssar (1746),
koopman en fiscaal te Ambon (1749-1751),
opperhoofd van Hila (1751), hoofd van Saparoea (1752),
opperkoopman en hoofdadministrateur van Ambon (1761-1762),
provisioneel gezaghebber te Ambon (1763),
heer van Harmelen (29-10-1763),
boekhouder-generaal te Batavia 1763-1765,
zn. van Ludolph Jan van Beusechem, heer van Harmelen, en Anna Cornelia de Roy.[552]
Hieruit verder nageslacht bekend.
VOC-Documenten:
1750: Origineel briefje door den fiscaal Van Beusechem (aan haar hoog Eds.) geschreven den 17 Maij 1750. [553]
1750: Origineel briefje door den fiscael Van Beusechem geschreven den 17 Maij 1750 (ontfangen den 8 Junij 1750 per de chialoup van den burger capitain Casper Trout). [554]
1751: Briefje door den fiscael G.L. van Beusechem aan haar hoog edelens geschreven gedateert 28 Maij 1751. [555]
1763: Missive (secrete) aan haer hoog edelens van den provisioneel gezaghebber Van Beusechem en den raad te Amboina in dato 25 Meij 1763. [556]
1767: Extract resolutie van weesmeesteren te Amboina van den 20 Maij 1767 annex berigt en eenige daartoe gehoorende bijlagen nopens de decortatie van den 10 en 100 penningen van het capitaal der vier kinderen van den gerepatrieerden opperkoopman Van Beusechem. [557]
-
2. Maria Reiniera Hartholt, ged. Batavia (NI) Holl. kerk 9-12-1727, afkomstig van Batavia (1748),
otr. Makassar geref. 2-11-1748[558]
[559]
Godfried Carel Meurs, geb. vóór ca. 1715, vaart als Godfried Carel Meurs, afkomstig uit Den Bos, in de rang Adelborst op 24-10-1737 met het schip Rooswijk voor de kamer Amsterdam van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 8-6-1738 en vertrek 27-6-1738) naar Batavia alwaar aankomst op 23-9-1738 (zijn verbintenis met de VOC eindigt op 14-4-1780 wegens overlijden in Azie),[560]
j.m., ondercoopman en winkelier, afkomstig van 's-Hertogenbosch (1748),
resident te Boelecomba's (1759), onderkoopman (1761),
hoofdadministrateur (1774), koopman en secunde (1775-1777) te Ternate.
Hieruit verder nageslacht bekend.
VOC-Documenten:
1759: Berigt van den oppercoopman Sinkelaar weegens de nodeloose verspilling van buskruijt en loodkogels door Boelecomba's resident Meurs (anno 1759 ontvangen).[561]
1761: Copia verantwoording van den ondercoopman en gewesen Boelecombas resident Godfried Carel Meurs aan den gouverneur generaal Van der Parra, op de accusatie nopens het gebruijk van een valsche rijst maat gedateerd 15 October 1764, annex diverse bijlagen daartoe specteerende zedert 9 Julij 1761 tot 4 April 1762.[562]
1774: Berigt van den Ternaats hoofd administrateur Meurs nopens het agterstal van den geweeze Gorontaals resident Houque, 2 Junij 1774.[563]
1775 Bevindingen op de negotieboeken van 't gouvernement Ternaten de anno 1775-1776 ofte van primo September 1775 tot ultimo Augustus 1776 gehouden en geslooten door den koopman en secunde Godfried Carel Meurs onder het bestier van den heer Paulus Jacob Valckenaer gouverneur en directeur der Moluccos (ontvangen anno 1780).[564]
1776: Bevindingen op de negotieboeken van 't gouvernement Ternaten de anno 1775-1776 ofte van primo September 1775 tot ultimo Augustus 1776 gehouden en geslooten door den koopman en secunde Godfried Carel Meurs onder het bestier van den heer Paulus Jacob Valckenaer gouverneur en directeur der Moluccos (ontvangen anno 1780).[565]
1776: Bevinding op de negotieboeken van 't gouvernement Ternaten d'anno 1776-1777 tot ultimo Augustus anno 1777 gehouden en geslooten door den koopman en secunde Godfried Carel Meurs onder het bestier van den heer Paulus Jacob Valckenaer gouverneur en directeur der Moluccos (ontvangen anno 1780).[566]
1777: Bevinding op de negotieboeken van 't gouvernement Ternaten d'anno 1776-1777 tot ultimo Augustus anno 1777 gehouden en geslooten door den koopman en secunde Godfried Carel Meurs onder het bestier van den heer Paulus Jacob Valckenaer gouverneur en directeur der Moluccos (ontvangen anno 1780).[567]
1780: Bevindingen op de negotieboeken van 't gouvernement Ternaten de anno 1775-1776 ofte van primo September 1775 tot ultimo Augustus 1776 gehouden en geslooten door den koopman en secunde Godfried Carel Meurs onder het bestier van den heer Paulus Jacob Valckenaer gouverneur en directeur der Moluccos (ontvangen anno 1780).[568]
1780: Bevinding op de negotieboeken van 't gouvernement Ternaten d'anno 1776-1777 tot ultimo Augustus anno 1777 gehouden en geslooten door den koopman en secunde Godfried Carel Meurs onder het bestier van den heer Paulus Jacob Valckenaer gouverneur en directeur der Moluccos (ontvangen anno 1780).[569]
Uit haar derde huwelijk (Vermehr-van Westhoven) :[570]
-
1. Johan Vermeer (Vermehr), geb. 1736, ovl. vóór 1762,[571]
afkomstig van Amboina (1758),
onderkoopman en collationist ter generale secretarije der VOC (1758),
tr. Batavia 14-12-1758[572]
Cornelia Magdalena Jacoba Dellafaille, geb. 30-4-1743[573], afkomstig van Batavia (1758, 1762),
dr. van Mr. Coenraad Cornelis de la Faille, onderkoopman en koopmandispensier bij de VOC, ouderling te Batavia, en Magdalena Clara Schaghen.[574]
Zij hertr. Makassar 14/31-10-1762 Jan Adriaan (Hendrik) Hodenpijl, plaatsvervangend assistent in Comps. dienst.[575]
[576]
[577]
Rekening weeskamer Batavia 1747: Anna Theodors Elisabeth en Cornelia Msgdelena
Elisabeth de la Faille ontfangen van hun stiefvader Thomas Christiaan Montagne (x Magdalena Clara Schaghen)
de som van 4000 gulden.[578]
-
2. Leendert Hendrik Vermeer (Vermehr), geb. 1737, ovl. Semarang 23-4-1791 (volgens Ref. [579] Pekalongan 30-4-1790), afkomstig uit Amboina vaart in de rang Sergeant op 10-4-1759 met het schip Nijenborg voor de kamer Hoorn van de VOC naar Batavia alwaar aankomst op 12-10-1759, welke verbintenis met de VOC eindigt op 23-4-1791 door zijn overlijden in Azie,[580]
vaandrig (benoemd 21-7-1761), luitenant (13-12-1763) en kapitein (13-12-1765) der cavallerie,
testeert 26-3-1774 als kapitein van de lijfgarde van de sultan,
oppercoopman en ritmeester op Djocjacarta in Mataram (1779),
wordt op 7-4-1778
commandant der militie op Java (aangesteld 7-4-1778, op 31-7-1781 met de titel van majoor),
gecomittteerde op Java (1788)
in patria aangesteld tot majoor 28-4-1789,
is als ltnt. kolonel hoofd der militie te Semarang (1790),[581]
tr. Kaapstad 12-8-1759[582]
[583]
Catharina Abigal le Fébre, ovl. 1823, dr. van Reynier le Fébre en Anthonia Leever.
Zij testeren samen 13-5-1760 voor notaris Zalle te Batavia.[584]
In 1782
transporteren Leendert Hendrik Vermehr c.s. als erfgenamen van wijlen mr. Anthony van Westhoven (ovl. 1779) en diens hvr. Margaretha Forangier (ovl. 1780) een huis en erf aan de Oudegracht NZ met stal daarachter uitkomend aan de Laat, aan Jan Ferdinant van Gaart, brouwer in de Eenhoorn en het Zwaard.
[585]
[586]
VOC-Documenten:
1788: Instructie voor den majoor titulair en commandant der militie Leendert Hendrik Vermehr, den capitain ingenieur en commandant der arthillerij tot Samarang Jan Baptist Pilou, den koopman en tweede resident te Souracarta Egbert Arend de Wilde, den capitain der cavallerij te Souracarta Johan Adolph Faupelle en den luijtenant ingenieur Johan Reede, om te strekken ter hunner narigt ende te doene opneem van compagnies logie en gebouwen te Souracarta gedateerd 25 Meij 1788 (ontvangen anno 1788). [587]
1788: Rapport geschreven door den majoor titulair en commandant der militie Leendert Hendrik Vermehr, den capitain ingenieur en commandant der arthillerij tot Samarang Jan Baptist Pilou, den koopman en tweede resident te Souracarta Egbert Arend de Wilde, den capitain der cavallerij te Souracarta Johan Adolph Faupelle en den luijtenant ingenieur Johan Reede aan den heer gouverneur Jan Greeve en raad tot Samarang gedateerd 27 Junij 1788 (ontvangen anno 1788). [588]
1788: Briefje geschreven door den majoor titulair en commandant der militie Leendert Hendrik Vermehr, den capitain ingenieur en commandant der arthillerij tot Samarang Jan Baptist Pilou, den koopman en tweede resident te Souracarta Egbert Arend de Wilde, den capitain der cavallerij te Souracarta Johan Adolph Faupelle en den luijtenant ingenieur Johan Reede aan den heer gouverneur Jan Greeve en raad tot Samarang gedateerd 20 Junij 1788 (ontvangen anno 1788). [589]
1788: Briefje geschreven door de gecommitteerden Leendert Hendrik Vermehr, Johan Adolph Faupelle, C. A. C. Boze en J. J. C. Meijer aan den heer gouverneur Jan Greeve gedateerd Souracarta 31 Julij 1788 (ontvangen anno 1788). [590]
1788: Calculatie der te doen onkosten tot hertelling van eenige gebreeken in het compagnies fort te Souracarta welke gebreeken door de gecommitteerden Vermehr, Faupell, Bose en Meijer in een berigt de dato 31 Julij 1788 aan den weledele gestrenge heer gouverneur opgegeeven zijn gedateerd 17 Julij 1788 (ontvangen anno 1788). [591]
1788: Briefje geschreven door den majoor titulair en commandant der militie Leendert Hendrik Vermehr aan den heer gouverneur Jan Greeve gedateerd Samarang 15 December 1788 (ontvangen anno 1788).[592]
Uit Leendert Hendrik Vermehr en een onbekende vrouw(¥):
| COMMENTAAR(¥)
Het omkeren van de achternaam (Vermehr - Rhemrev) duidt erop dat het kind afkomstig is uit een relatie met een njai (concubine).
[593]
|
-
aa. Leendert (Hendrik) Rhemrev, geb. 1759 (?), ovl. Tegal 26-4-1828,[594]
vermeld als inwoner van Tegal (1818..1827),[595]
pakhuismeester te Tegal (1819, 1821),[596]
tr. vóór 1786[597]
Margrethe Helene (?) NN, ovl. Tegal 1826 (als M.H. Rhemrev v(rouw))[598]. Hieruit verder nageslacht bekend (Rhemrev).
Uit zijn huwelijk (Vermehr-le Fébre):
-
bb. Johanna (Anna) Vermehr, geb. 1765, ovl. Pekalongan 29-2-1804,[599]
tr. Semarang 1788[600]
Willem Beeckman, geb. vóór ca. 1750, ovl. na 1807, vaart als Wilhelmus Beekman, afkomstig uit Nijmwegen in de rang Jongmatroos op 21-10-1772 met het schip Duivenbrug voor de kamer Amsterdam van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 11-04-1773 en vertrek 01-07-1773) naar Batavia alwaar aankomst op 10-2-1773, en waar zijn verbintenis met de VOC eindigt op 9-12-1807 wegens repatriering met een particulier schip (hij heeft geen maandbrief, wel een schuldbrief),[601]
wordt in 1798 vermeld als koopman en administrateur "In den Oosthoek ten Comptoir Soerabaja" in dienst van de commissaris-generaal,[602]
klom in Batavia op van boekhouder naar klerk van de politie en later tot resident van Pekalogan, repatrieerde op 24-8-1808 met het Deense schip "De Kroonprins Maria" en vestigde zich te Kampen, alwaar hij zitting nam in de Raad,[603]
zn. van Gijsbert Beeckman en Elizabeth Faber.[604]
Hieruit verder nageslacht bekend (Beeckman).
-
cc. Elisabeth van Rhijn Vermehr, geb. Djokjakarta 29-12-1771, ovl. Besoeki 21-5-1823,[605]
tr. Semarang 17-9-1793[606]
Aart Quirijn Palm, geb. Bandjermasin 24-2-1772, ged. Batavia 22-6-1777, ovl. Semarang nov. 1809,[607]
poorter te Delft 29-12-1789,[608]
ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 11-1-1790 ("Aart Quirijn Palm, Indo-Batavus, 17 (jaar)" (sic!))[609]
vaart als Aert Quirijn Palm, afkomstig uit Banjermassing in de rang Assistent op 12-9-1791 met het schip Rozenburg voor de kamer Delft van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 22-12-1791 en vertrek 5-1-1792) naar Batavia alwaar aankomst op 1-4-1792, en waar zijn verbintenis met de VOC eindigt op/na 30-6-1798 (laatste vermelding),[610]
wordt bij patriase missive van 22-12-1791 aangesteld als onderkoopman (bekend gemaakt bij res. GG en Raden van Ned.-Indië van) 13-9-1792,
verblijft aanvankelijk buiten emplooi te Batavia en Semarang -1795,[611]
onderkoopman, soldijboekhouder en scriba te Soerabaja 26-10-1795 tot 1801 "In den Oosthoek ten Comptoir Soerabaja" in dienst van de commissaris-generaal,[612]
eerste resident te Palembang 1801-1806,
verblijft 1806-1809 buiten emplooi te Semarang,[613]
zn. van Willem Adriaan Palm, laatstelijk eerste resident te Soerakarta, en Elisabeth Morison.[614]
Hieruit verder nageslacht bekend.
-
dd. Anthony Vermehr van Westhoven, geb./ged. Djokja (NI) 6-11-1776/9-7-1777,[615]
-
3. Jacob Adolph Vermeer, ovl. 1764.
-
4. Gerard Arnoldus Vermeer, ovl. Batavia 24-7-1738[616].
Uit zijn tweede huwelijk (van Westhoven-van Heeselenberg):[617]
-
d. Geertruij Westhoven, ged. geref. Alkmaar Grote Kerk 24-10-1713.
-
e. Cornelia Catharina Westhoven, ged. geref. Alkmaar Grote Kerk 6-11-1714.
-
f. Gerard Gerardtsz Westhoven, beg. Alkmaar 4-10-1715 (klasse ƒ 15,--,--, "bij avond een kind 5 gld").
-
g. Dr. Mr. Anthony van Westhoven, ged. geref. Alkmaar Grote Kerk 10-11-1716, beg. Alkmaar 22-6-1779 (klasse ƒ 30,--,-- , "de weledel gestrenge hr. Anthonie van Westhoven 49 gld"), ingeschreven als student aan de Universiteit van Leiden 19-9-1732 ("Antonius van Westhoven, Alkmariensis. 17 (jaar)"),[618]
promoveert aldaar op 1-10-1738 in de rechten op een dissertatie getiteld "de Quasipupillari substitutione" ("Antonius van Westhoven, Alcmariensis Batavus"),[619]
verblijft van 1741 tot ca. 1746 in NOI,
president heemraad van de Schermer, aan welk waterschap
hij enige geslepen glazen schonk, gesierd met zijn
wapen, die thans nog in het bezit van het waterschap zijn,
schepen (1757/'76), vroedschap van Alkmaar (1770-..),
Kapitein van het Groene Vendel der Schutterij,
belender op de Nieuwe Bierkaay (1768, 1770),
tr.[620]
Margaretha Forangier, beg. Alkmaar 28-10-1780 (klasse ƒ 15,--,-- als Margaretha Vorange, wed. van de hr. Anthonie Westhoven, "43 gld 12 st laat kindskinderen na(¥)"). Zij testeren Alkmaar 9-9-1774 voor notaris J. v. Bodeghem.
| COMMENTAAR(¥)
Deze vermelding suggereert dat er kinderen geweest zijn uit dit huwelijk. Deze zijn echter niet gevonden te Alkmaar.
|
Anthonij van Westhoven, afkomstig uit Alkmaar vaart in de rang sergeant als passagier op 18-5-1741 met het schip Huis den Eult voor de kamer Amsterdam van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 4-11-1741 en vertrek 3-12-1741) naar Batavia alwaar aankomst op 25-02-1742. Hij vaart terug met het schip Hogersmilde, kennelijk voor 1746 wanneer zijn verbintenis met de VOC, die op 18-5-1741 begonnen was, eindigt.
[621]
In de Grote Kerk te Alkmaar bevindt zich in eem medaillon de wapens van Mr. Anthony van Westhoven en Margaretha Forangier :
[622]
In een medaillon twee geaccoleerde wapens, 1 en 2 ; 1. op
een grond een plant, waaruit drie aren ontspruiten (de twee
buitenste omgebogen) aan beide zijden een vogel, de koppen naar
de plant gewend. 2. Een ovaal schild met een St. Andrieskruis,
waarvan de twee bovenste uiteinden zijn verbonden. In elk der vier
vakken, waarin het schild door het kruis wordt verdeeld: een
lelie, zoodanig dat de bovenste lelie valt binnen den driehoek,
die door het bovenbeschreven kruisfiguur wordt gevormd. Helm
met kroon van negen parelen. Helmteeken: een vogel. - (176).
Op 9-1-1754
transporteren Hendrik van Wijk, heemraad van de Heer Hugowaard en Arent Kok, gerechtsbode als boedelbeheerders van de nalatenschap van wijlen Angelica en Geertruyd Bosschaert, kinderen van Jacob Bosschaert,
1. dubbelt huis en erf Oudegracht NZ,
belend oost Hendrik van Wijk, west erven Catharina Baert,
met stal daarachter uitkomende op de Laat en
2. een wagenhuis aan de Oudegracht ZZ over de brug van de Samaritaanstraat,
aan mr. Anthony van Westhoven (Gerritsz) voor ƒ 2025,--.
[623]
Op 25-2-1767
transporteert Reynier Post
een huis en erf op de ZZ van het Eiland,
belend: oost Crijn Roose, west Willem Bregman,
aan mr. Anthony van Westhoven.
[624]
Op 17-1-1772 transporteert mr. Anthony van Westhoven hetzelde huis
aan Everhard van der Hart voor ƒ 580,--.
[625]
-
h. Theodora Westhoven, ged. geref. Alkmaar Grote Kerk 10-2-1718.
-
i. Pieter Westhoven, ged. geref. Alkmaar Grote Kerk 2-7-1719, tweeling met
-
j. Johanna Westhoven, ged. geref. Alkmaar Grote Kerk 2-7-1719.
Een van de tweeling overlijdt spoedig: "Gerrit zijn kraemkint Westhoven", beg. Alkmaar 7-8-1719 (klasse ƒ 15,--,--, "bij avont 5 gld")
|
3904. LAURENS KLERCK, geb. vóór ca. 1615, burger van Utrecht 28-2-1640 als hantschoenmaecker in de Schalckwijckstraat, geref., van Utrecht,
woont in de Schalckwijckstraat (1634, 1640),
geref. lidmaat te Utrecht 1638 of 1643 (tweemaal een Laurens Clerck genoemd, zoek uit),
tr. Utrecht Geertek. geref. 8-4-1634
3905. AEFKEN (AELTJEN) EVERS, woont in de Wijstraat (1635), Nieuwstraat (1634, 1644), Schalckwijckstraat (1638).
-
a. Willem Klerck , ged. geref. Utrecht Geertek. 15-2-1635 (ouders wonen in Wijstraat), (=kw. nr. 1952).
-
b. Aechien Klerck, ged. geref. Utrecht Geertek. 27-11-1636.
-
c. Aeltgen Klerck, ged. geref. Utrecht Nicolayk. 28-10-1638 (ouders wonen in Schalckwijckstraat).
-
d. Rebecca Klerck, ged. geref. Utrecht Domk. 8-11-1644 (ouders wonen in Nieustraat).
-
e. Evert Klerck, ged. geref. Utrecht Geertek. 22-1-1650.
-
f. Herman(nus) Klerk, ged. (niet gevonden te Utrecht), ovl. na 1690, boekdrukker te Utrecht (1672, 1673),[626]
op de Lange Nieuwstraet,[627]
woont op de Nieuwekamp (1670), Vrouw Juttestr (1677),
voogd over de onmondige kinderen van zijn broer Willem (1690),
otr./tr. Utrecht Domk. 14-11/1-12-1669 (get. NN Clerck, broer van de bruidegom en Aeltje Aelberts van Vollenhoven, moeder van de bruid)
Maria van Vollenhoven.
Uit dit huwelijk gedoopt te Utrecht :
-
1. Laurens Clerck, ged. geref. Utrecht Jacobik. 3-6-1670.
-
2. Alletta Clerck, ged. geref. Utrecht Catharijnek. 29-10-1671.
-
3. Pieter Clerck, ged. geref. Utrecht Buurk. 14-10-1674 (hier heet de moeder Maria Clerck), te Utrecht als boekdrukker vermeld. [628]
-
4. Aelbertus Clerck, ged. geref. Utrecht Geertek. 18-3-1677.
|
Fragment Clerck |
Vermoedelijk niet verwant is de volgende familie Clerck:
J(oh)an Clerck, geb. waarsch. 1670-1675, woont achter het Stadhuijs (1693), Pauwelsbrugh (1696) te Utrecht,
te Amersfoort (1698),
blijkbaar leerling pruikmaker (1693) bij Jacob de la Verge (x Elisabeth van Deutecom), meester paruykemaker te Utrecht (1710),[629]
als Jean Clercq, paruijckmaker, afkomstig van Languedocq,
burger van Amersfoort op 11-6-1703, ("verclaerd te wesen borger deser stad", benevens sijne kinderen),
tr. Utrecht Anthoniegasthuis 14-3-1693 (get. Jacob la Verge, zijn meester, en Josijntje van Deutecom haar moeder)
Sara van Deutecom(¥).
COMMENTAAR(¥)
De wed. van Johannes Clercq wordt genoemd als belendster van een stuk land te Nigtevecht (1742).[630]
Betreft het hier Sara van Deutecom?
|
-
a. Abraham Klerk, ged. Utrecht Catharijnek. 13-3-1694.
-
b. Abraham Klerk, ged. Utrecht Buurk. 17-4-1696.
-
c. Maria Klerk, ged. Amersfoort 3-6-1698.
-
d. Joannes Klerk, ged. Amersfoort 28-12-1700.
-
e. Susanna Klerk, ged. Amersfoort 19-11-1702, filiatie niet bewezen, is zij soms kw. nr. 976 sub e?
-
f. Annetje Jansen Klark, filiatie niet bewezen,
otr./tr. Amersfoort 17-10/6-11-1727 als j.d. van Amersfoort
Bart Willemsen, j.m. van Amersfoort.
-
g. Caspar Jansen Clerk, filiatie niet bewezen.
otr./tr. Amersfoort geref. 16-10/3-11-1739
Catharina van Steenderen, beg. Amersfoort 22-1-1778 (als Kaatje van Steenderen in de Koningsstraat), j.d. van Amersfoort.
|
3906. AERT LUCASZ VAN AMMEL, vraagt als vettewarier en burger van Utrecht, met zijn echtgenote Lucia Melchiorsdr octrooi aan om te testeren 13-9-1631 (Nots. Nicolaas van der Molen).[631]
In de Jacobikerk te Utrecht ligt een grafsteen (no. 246) waarop de tekst
"Dit is de grafsteen van Arent Luykassoon van Ammel".[632]
Uit zijn huwelijk(en) verm. geboren (o.a.?) :
-
a. Maria Aertsdr van Ammel, (=kw. nr. 1953).
-
b. Aeltgen Aertsdr van Ammel, vraagt met haar echtgenoot Gerrit Jansz van Ceulen, burger van Utrecht, octrooi aan om te testeren 11-3-1644 (Nots. G.D. Houtman).[633]
-
c. Mechtelt Arents van Ammel, ovl. na 1672, tr. vóór 1643
Dirck Anthonisz van Doorn, ovl. 1643-1672.
Mechtelt Arents van Ammel vraagt met haar echtgenoot Dirck Anthonisz van Doorn, van Utrecht, octrooi aan om te testeren, 25-11-1643 (Nots. Frederick Wtdenbogaerdt)?[634]
Op 13-9-1672 compareert te Utrecht Mechteltgen Arents van Ammel,
wed. van Dirck Theuniss van Doorn, wonend te Utrecht, om procuratie te verlenen aan Anthonis Dirckss van Doorn, haar zoon,
tot het vorderen van gage van de VOC te Amsterdam van haar zoon
Art Dirckss van Doorn.[635]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Anthonis Dirckss van Doorn, ovl. na 1672.
Op 10-1-1701 bekennen Teunis Dircksz van Doorn en Gerrit Teunisz van Doorn schuldig te zijn aan
Lourens van Lanckeren, raed in de vroedschap van Utrecht,
f 900.- wegens lening i.v.m. koop van een gedeelte van een boomgaard
[636]
-
2. Art Dirckss van Doorn, ovl. na 1672.
-
d. Emerentia Aerts van Ammel, geb. vóór ca. 1615, ovl. 1636-1648, filiatie niet bewezen,
tr. Utrecht 12-9-l636[637]
Willem Gerritsz van Woerden, ovl. Utrecht 26-5-1673. Hij hertr. 3-4-1648 Janneke Elias Schijff.[638]
3908. GERRIT (GEERT) MINNEN(¥), geb. Dordrecht 1588/89.
controlleur te Hoorn (1619, 1626, 1629), wonend aldaar (1619) in de Ramen (1626, 1629)
otr. Amsterdam/Hoorn 13-15-1619 (hij oud 40 jaar, zij heeft bij de Weeskamer goed ingebracht)
3909. JACOMIJNTJE RUTTEN, geb. Haarlem 1589/90, woont op de Langedijckstraat (1619),
otr. 1o Amsterdam 21-4-1612
JOOST (DE) PALM(AN), geb. ??? (onleesbaar) 1583/84, beg. Amsterdam Nieuwe K. 26-9-1617, diamantslijper (1612), woont in de Gasthuijssteegh te Amsterdam (1612).
COMMENTAAR(¥)
Hij is mogelijk (verwant aan) :
Joris Minne, wonend te Amsterdam, afkomstig van Den Haag, geref.,
otr. Amsterdam 1666 (volgens DTB Utrecht, echter te Amsterdam niet gevonden)
Annetje van Cooten, afkomstig van Utrecht, wonend te Amsterdam.
Is zij Annetie Pieters, beg. Amsterdam 17-9-1673 als huisvrouw van Joris Minne?
Henricus van Minnen, van Varik, geref.,
otr. Utrecht (attestatie gegeven om te Varik te trouwen 10-10-1669, get. Mr. Caspar Baltusse, oom van de bruidegom, Margrietje Peters, goede kennis van de bruid, tevens schriftelijke toestemming van de moeder van de bruid te Varik)
Neeltje Gijsberts, wonend Lange Jansstraat, afkomstig van Rhenen.
Rutger Minne, burger van Utrecht 10-3-1647 als boekbinder,
wonend op de Neude (1647), geref.,
otr./tr. Leeuwarden/Utrecht (attestatie gegeven 24-10-1647 naar Leeuwarden)
Annitjen Henricks, wonend te Leeuwarden.
Cornelis Jansz Minne koopt 14-12-1546 en verkoopt 15-12-1546 een huis in de
Pankouckstraet te Rotterdam.[639]
Adriaen Jacobsz Minne bezit een loods aan de haven te Rotterdam 27-6-1547.[640]
Een verband met het Hoornse geslacht Minnes lijkt er niet te zijn.
[641],
[642]
De volgende poorters van Leiden:[643]
Jacques Minne van Hondschooten, poorter van Leiden 5-4-1590, bezit een saaigetouw.
Lodewijck Minne, saaywerker van Hondschoten 7-5-1593,
Joost Minne van Belle(=Bailleul) 8-12-1589 legt de eed af 6-5-1594 als rasdrapier,
Lieven de Minne, van Antwerpen, 26-5-1590, zelf get. 1593.
|
Uit haar eerste huwelijk (Palm-Rutten) geref. gedoopt te Amsterdam :
-
a. Geertruyt Palmans, ged. Nieuwe K. 10-3-1615 (get. Niesje Duijtsenburgh), beg. Amsterdam Nieuwe Kh. 6-8-1616 (kind van Joost de Palm).
-
b. Geertruyt Palm, ged. Nieuwe K. 27-10-1616 (get. Claertje Quintens).
-
c. Josijntje Palma, ged. Nieuwe K. 25-3-1618 (get. Niesjen Deutendorp).
Uit haar tweede huwelijk (Minne-Rutten) geboren (o.a.?, hiaat doopboek Hoorn 1620-1624, te Amsterdam geen dopen gevonden)[644] :
-
a. Lijsbeth Minne, ged. Hoorn 29-3-1626.
-
b. Pieter Minne, ged. Hoorn 20-9-1629, (=kw. nr. 1954).
-
c. Jacob Minne, ovl. na 1683, burger van Utrecht 10-3-1647 als goutwercker van Hoorn,
wonend in de Coorstraat te Utrecht (1651), geref.,
goudwerker (1661), goutslaeger (1667) en
goudsmit (1683) te Utrecht,
otr./tr. Hoorn/Utrecht (attestatie gegeven 5-10-1651 naar Hoorn)
Margriete (Grietje) Alberts Kroek, geb. Hoorn, ovl. 1661-1683, wonend te Hoorn (1651).
Jacob Minne, goudwerker en burger van Utrecht, en zijn echtgenote Grietgen Alberts Crock, vragen octrooi om te testeren, 23-3-1661 (Nots. Lucas van Vuijren).[645]
Op 29-3-1667 compareert Jacobus Minne, goutslaeger te Utrecht, namens de erven van Dieuwer Symons t.b.v een procuratie aan Pieter van de Vlede, procureur voor den hove van Hollandt om te procederen.
[646]
Op 22-3-1683 compareren te Utrecht Jacob Minne, goudtsmith wonend te Utrecht, wedr. van Grietjen Aelberts Crock ter ene zijde, en Niclaes Kos, secretaris van Sybecarspell en Benninghbroeck als gemachtigde van de erven van Grietjen Aelberts Crock, met name Jannitjen Aelberts Crock wed. van Gerbrant Muyltjes, wonend te Hoorn, en Aelbert Krock, bode te Medenblick.
Het betreft afstand van de
roerende goederen uit de boedel van Grietjen Aelberts Crock.
Verwijzingen: procuratie d.d. 17-3-1683 voor notaris J. Cos te Medemblik,
Verwijzingen: testament d.d. 23-3-1661 voor notaris L. van Vuyren.
Bijzonderheden: cedent zal levenslang rente ontvangen over helft van de
geschatte waarde.[647]
-
d. Grietje Minne, filiatie niet bewezen.
tr. Hoorn 31-10-1660
Cornelis Gerrits Fonteyn.
3910. CORNELIS GERRITZEN VAN MEERWIJCK, geb. Utrecht 27-11-1598, geref., woont op de Lijnmerckt (1624), in de Schoutensteeg (1634,1638),
schoenmaker en burger van Utrecht (1625),
tr. Utrecht Buurk. 11-4-1624
3911. GRIETGEN DAMEN (BOR), geb. vóór ca. 1605, afkomstig van Utrecht, woont Schoutensteeg (1624,1634,1638),
geref. lidmaat te Utrecht 18-4-1622, als j.d. wonend in de ..., (get. Dirckje Jans en Neeltje (Hermens?),
Cornelis Gerritsz van Meerwijck, schoenmaker en burger van Utrecht en zijn echtgenote Grietgen Damen Bor vragen octrooi aan om te testeren, 25-3-1625 (Nots. Willem van Galen)[648].
"Postreme soo behoort tot de kinderen van
Geert van Meerwijck, Cornelis Gerritss van Meerwyck geboren den
27 Novemb(er) 1598 getrout met Grietgen Damen, hier
comt van Daem van Meerwyck."
[649]
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Utrecht :
-
a. Grietgen van Meerwijck, ged. Buurk. 20-4-1628, (=kw. nr. 1955).
-
b. Daem (Damiaen) van Meerwijck, ged. Domk. 5-2-1630, ovl. na 1685, coopman van leer (1670),
is voogd over de onmondige kinderen van Joriaen Haegman by
wijlen Lysbeth de Booth (1674),[650]
belender te Utrecht (1685),[651]
tr. vóór 1670
Anna van Houten, ovl. na 1670.
Daem van Meerwijck, van Utrecht, en zijn echtgenote Anna van Houten, van Utrecht, vragen octrooi aan om te testeren 27-9-1670, (Nots. Borchardus de Vrij).[652]
Op 17-12-1670 compareren te Utrecht Damiaen van Meerwyck, coopman van leer wonend te Utrecht, en Isaac van Doorn, coopman, wonend te Utrecht, terzake van de verkoop van een lootse met erf cum annexis, gelegen tegen de walle buiten Utrecht, belend voor St. Merrien, zw de vercoper, nw de koper.
[653]
-
c. Gerrit van Meerwijck, ged. Jacobik. 16-2-1634 (get. de vader).
-
d. Steven van Meerwijck, ged. Jacobik. 2-5-1638 ("de vader present"), woont Schoutensteeg (1667).
tr. Utrecht Kranegasthuis 25-10-1667 (get. Pieter Minne, zwager van de bruidegom, en Margriet, huisvrouw van Jacobus Minne)
Christina Happelius, afkomstig van Den Ham, woont Schoutensteeg (1667).
-
e. Jannetje van Meerwijck, filiatie niet bewezen,
die als Anna in 1656 doopget. is te Amsterdam,
en in 1692 huw.get. te Utrecht (zie kw. nr. ⇒ 977 ).
3912. WILLEM JANSZ VAN RAELT, ovl. na 1667, als Willhem Jansz van Raelt, burger van Amersfoort op 27-10-1623,
geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 20-4-1644 als bakker op de Camp,
[654]
woont te Amersfoort (1651),
belender aan de Liendertseweg (1667),
[655]
otr./tr. 2o Amersfoort/Hoevelaken geref. 10/25-5-1651 (met attestatie naar Hoevelaken 25-5-1651, hij als wednr. van Aelten van Schaijck)
JANNETJE JANS PALMA(R)(¥), geb. vóór ca. 1610 (verm. ged. geref. Amersfoort 4-2-1608 (als dr. van Jan Jansz, geen moedersnaam genoemd), ovl. na 1667, wed. van Cornelis Laurentsz,
j.d. van Amersfoort (1631), huw. get. (1667),
dr. van Jan Jansz Palmer(t), sijdewercker, cramer en kaarsenmaker, en Fijtge (Fietgen) Galtus (zie kw. nr. ⇒ 7769 sub a/1),
otr./tr. 1o Amersfoort geref. 11/19-10-1623
3913. AELTIEN VAN SCHAECK(¥), ovl. vóór 1651, j.d. wonend te Amersfoort (1623).
Zij is vermoedelijk Aeltgen Arisdr van Schadijck, ged. geref. Amersfoort 27-1-1596
als dr. van Aris van Schadijck, en als Aeltien Aris van Schayck geref. lidmaat
te Amersfoort op belijdenis 24-12-1620.[656].
COMMENTAAR(¥)
Is zij verwant aan Cornelis Ammelsen van Schayck, ca. 1600 te Amersfoort.[657]
of Aeltgen Jans van Schaeck, j.d. van Amersfoort, otr/tr Amersfoort/Leusden geref. 22/30-6-1622 Seger Lambertsen, j.m. van Amersfoort
|
Op 3-8-1652 is Willem Jansz van Raelt belender (oost) van een huis aan de Langestraat. De belenders west zijn de erven van zaliger Jan van Raelt. Zou dat zijn vader zijn?
[658]
Op 5-3-1655
verkopen Jan Amsijngh, tinnegieter, en Lijsbeth Jans zijn vrouw voor de ene helft, en Willemtgen Jans, weduwe van Jan Buijck, in leven tinnegieter,
aan Willem Jansen van Raelt, en zijn vrouw,
'n hof tussen de Andriespoort en de Kamppoort,
belend aan de ene zijde: de erven van Joost van Vanevelt,
aan de andere zijde: Gisbert Jansen Methorst,
aan de oostzijde: Willem Jansen van Raelt,
aan de westzijde: de gemene weg.
[659]
Op 7-5-1663
verkopen Willem Jansz van Roelt en Jannitgen Jans Palmer, echtelieden,
aan Hilletgen Barents, weduwe en boedelharster van Herman Cornelis Cruijs,
huis, grond en toebehoren in Langestraat,
belend: Dirck Breecker, en de weduwe van Hendrick Oucoop.
De verkoop geschiedt op de last van 150 gulden t.b.v. 't blockland gasthuis, 100 gulden t.b.v. de erfgenamen van Carman, 200 gulden t.b.v. het Sint Pieters gasthuis en 100 gulden t.b.v. Sint Elisabeths gasthuis.
[660]
Op 28-12-1667
verkopen Wilhem Janz van Raelt en zijn vrouw Jannitje Jans,
aan Jan Wilhems van Raelt en zijn vrouw,
zekere hof gelegen buiten de Kamppoort aan de Flierbeek,
belend aan de ene zijde Thimooth Janz van Borculo,
aan de andere zijde Gijsbert Jansen Methorst.
[661]
Uit zijn eerste huwelijk (van Raelt-van Schayck) verm. geref. gedoopt te Amersfoort :
-
a. Jannitgen Willems van Raelt, ged. 16-3-1627.
-
b. Jan Willemsz, (=kw. nr. 1956).
Er zijn een aantal dopen te Amersfoort van een Jan, zn, van een Willem, gevonden die in aanmerking komen : ged. Jan. zn van Willem Jansz, Jan Willemsz ged. 12-10-1624 (beroep vader is kistemaker), 17-8-1632, 12-7-1635.
3914. ANTHONY MATHEUSSEN, ged. geref. Naarden 29-1-1617 (als Tuenis), ovl. 1669/70, bakker (1642..1669),
j.m. van Amersfoort (1637),
als Anthoni Mattheussen, wonend in de Muerhuyssen, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 24-12-1638,
belender buiten de Andriespoort (1642),
otr. 2o Amersfoort/Putten voor 1669 (get. zijn broer Matheus Matheussen, en Claas Hendrix, verwant van de bruid),[662]
AARTJE TEUNISSE VAN GENEN, ovl. na 1670, j.d. van Putten, (zij hertr. 1670),
tr. 1o Amersfoort geref. 15-7-1637 (get. zijn vader Matheus Petersz, zij als wed. van Wouter Thijmensz)[663]
3915. JACOBIEN SIMONS, geb. Groeningen, ovl. 1655-1669, woont te Amersfoort (1628)
geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 9-4-1631 in de Muerhuisen, als h.v. van Wouter Tijmessen, backer,
otr./tr. 1o Amersfoort geref. 19-4/11-5-1628
WOUTER THIJMENSZ, ovl. 1636/1637, j.m. van en wonend te Amersfoort, soldaet onder Edwart Veer (1628), bakker (1631, 1633),
geref. lidmaat op belijdenis van Amersfoort 13-7-1633 in de Muerhuysen bij de Stoofstraat.
Op 29-3-1655
lenen Anthonis Matheeuwsz, bakker, en Jacobgen Simons zijn vrouw,
van Herman Lap en Grietgen Henricx, zijn vrouw, en hun erven,
een bedrag van een losrente van 48 Carolus gulden per jaar over een hoofdsom van 800 Carolus gulden,
met als onderpand (1) 'n huis, hof en hofstede in de Muurhuizen, door comparanten bewoond.,
belend aan de ene zijde: Willem Rijcksz, kramer,
aan de andere zijde: Robbert Holland.
Deze akte bestaat uit 4 delen, (zie ook ID 6511, 6513 en 61514). De akte is geheel doogehaald. In de marge: Johan Narot, bij erfenis van zijn moeder zaliger de plechte verkregen, verklaart van Margaretha Anthonis Lamberts, weduwe van Jan Willems van Raalt en dochter van Anthonis Mattheusz. Backer en Jacobgen Simons zijn vrouw, de schuldsom ontvangen te hebben. Akte 24-6-1691.
[664]
Op 29-5-1669
verkoopt Steven Reijerz van Voorthuijsen voor hemzelf en als weduwnaar en boedelharder van Sibbera Jansen, zijn overleden vrouw,
aan Antonis Matheusz, backer,
een huis, hof en hofstede staande en gelegen in de Nieuwstraat,
belend aan de ene zijde de koper zelf,
aan de andere zijde Marcelus Loockerman.
[665]
Op 23-8-1669
verkopen Anthoni Matheusen en zijn vrouw Aertgen Tonissen,
aan Jan Willemsen van Raelt,
een huis, hof en hofstede bij de pomp in de Muurhuizen,
belend aan de ene zijde de erfgenamen van Willem Rijcksen,
aan de andere zijde Marcelis Loockerman.
[666]
Uit zijn eerste huwelijk (Matheussen-Simons) (bij geen van de dopen een moedersnaam genoemd) :
-
a. Margriet(jen) Anthonis(se), ged. geref. Amersfoort 5-6-1638, beg. Amersfoort 6-11-1689, (=kw. nr. 1957).
-
b. Stijntgen Anthonisse, ged. geref. Amersfoort 6-4-1640.
-
c. Peter Anthonisse, ged. geref. Amersfoort 21-8-1642.
-
d. Catharina Anthonisse, ged. geref. Amersfoort 14-3-1645.
Uit haar eerste huwelijk (Thijmensz-Simons) ((bij geen van de dopen een moedersnaam genoemd) :
-
a. Bruenisgen Wouters, ged. geref. Amersfoort 17-9-1630.
-
b. Trijntgen Wouters, ged. geref. Amersfoort 21-2-1632.
-
c. Grietgen Wouters, ged. geref. Amersfoort 19-11-1633.
-
d. Abram Wouters, ged. geref. Amersfoort 3-4-1636.
3918. JAN WILLEMSZ HAEN, geb. ca. 1600, ovl. 1667-1675, geref. lidmaat op belijdenis van Amersfoort 1-4-1648 bij de St. Janskerk, wijk Camp,
tr.
3919. WILLEMKEN HUYBERTS, geb. ca. 1605, ovl. na 1675, geref. lidmaat op belijdenis van Amersfoort 27-9-1645 achter de Camp, h.v. van Jan Haen.
De wed. van Jan Haan, op de Singel bij de Triesjenstraat in de wijk Camp buiten, betaalt ƒ 6,5,-- Familiegeld (1675).[667]
In de Groote of St. Joriskerk te Amersfoort bevindt zich een grafzerk met de tekst "Jan Haen ..... Sittert".[668]
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Amersfoort :[669]
-
a. Evertje Jans, geb. vóór ca 1625 (doop niet gevonden), (=kw. nr. 1959).
-
c. Jan Jans, als Jan Haen belender in de Walickersteegh (1677),
[670]
tr. Amersfoort 19-4-1655[671]
Metje Willems.
-
d. Bregjen (Brechtien, Gerbrecht) Jans de Haen, ged. 10-3-1637, ovl. na 1677, geref. lidmaat van Amersfoort 24-12-1660 met attestatie van Leiden, als j.d. woont in de Camp,
j.d. van Amersfoort, woont te Amersfoort bij St. Janskerkhof (1663),
otr./tr. Amersfoort geref. 7/25-8-1663 (get. voor haar Willemtje Huijberts)
Jan Willemsz Cruyff, ged. Amersfoort 17-8-1632[672], wednr. van Lijsbeth Wachtmeester, woont te Amersfoort in de Cromstraet (1663),
belender in de Krommestraat (1676),
[673]
Op 23-2-1677 machtigt te Amersfoort
Jan Cruyff, adelborst in de Compagnie Capt. Wederhorst in garnisoen van Amersfoort, echtgenoot van Brechje Haen, zijn echtgenote Brechje Haen.
Getuigen zijn : Thomas Janszn. de Haen en Anthoni van der Houven.
[674]
Op 3-12-1731 wordt de nalatenschap verdeeeld
[675]
van de
overleden Gerbrecht Jans Cruijff nalatende tot haare geinstitueerde erfgenamen
A) voor de ene helft :Anthonij Cruijff voor een vierde part, de kinderen van Gijsbert Cruijff voor een vierde part, Sophia Cruijff voor een vierde part en de kinderen van Jan Cruijff voor 't resterende vierde part,
B) voor de andere helft Gerbrecht van der Burgh, huijsvrouw van Johan van Asch.
Er wordt geloot tussen de voornoemde kinderen en kindskinderen van Willem Jansen Cruijff voor't eerste lot, en Johan van Asch ende Bregje van der Burg, voor 't tweede lot.
De verdeling wordt niet helemaal duidelijk maar de te verdelen goederen blijken te bestaan uit:
1) een mergen lands mette schuur buijten de Camppoort tusschen de Lageweg en 't voetpad aan de sijde nae Hoevelake met het hoekje over 't voetpad,
2) het huijs waarjegens Johan van Asch ende Bregje van der Burg, voor 't tweede lot toegevallen is,
3) een huis in de Crommestraat,
4) huis, hoff en hoffstede in de Potstraat,
5) een vierdel lands aan 't Watersteegje gekoomen van Aart Aelbertsen erfgenamen,
6) een vierdel aan de Lagewegh bij het steene cruijs laastelijk het graft in de Grote Kerk.
Er wordt verwezen naar een magescheid d.d. 16-4-1685 ondertekend door Antonis Cruijff, Bartholomeus Cruijff, Gijsbert Cruijff, Bart Hagen, Sophia Cruijff, Brechje de Haan, Evert van der Burg,[676] Jan van Asch, Bregjen van der Burgh, onderstond en getuige D. Schut notaris 1685. A. van Raalt notaris 1685. Lagenstond bekenne ik Jacobus van Nek de vorenstaande maaggescheijd bij de heer Johan van Bemmel en Anthonis van Brinckesteijn als mijn gematigdens op gisteren opgeregt te approbere bij desen actum den 1685-04-17 getekend J.v.Neck.
-
e. Thomas Jans de Haen, ged. 16-6-1640, ovl. na 1696, geref. lidmaat op belijdenis van Amersfoort 1-7-1666 op de Hoff,
betaalt nihil Familiegeld (1675) als Thomas Haen,
op de Nieuwmarkt te Amersfoort.[677]
tr. Amersfoort 21-4-1665[678]
Hester Cornelis van Beeftingh, ged. Amersfoort 30-8-1639.
Een Thomas de Haen is getuige bij een notariële aktes te Amersfoort (1675, 1696). [679]
[680]
vul aan EK 25/183, Ek 25/521
-
1. Cornelia Thomas (Haen), geb. 1677/78, opgenomen in het Burgerweeshuis te Amersfoort 24-12-1688, out 10 jaeren,
gepresenteert bij Emmerent Haen, als meuije.[681]
-
2. Hester Thomas (Haen), geb. 1678/79, opgenomen in het Burgerweeshuis te Amersfoort 7-10-1688, out 9 jaeren,
gepresenteert bij Emmerent Haen, als meuije.[682]
-
f. Deliana Jans Haen, ged. 23-9-1642, geref. lidmaat op belijdenis van Amersfoort 22-3-1668 bij de St. Janskerk,
tr. Soest mei-juni 1662[683]
Meijns Theunisz, geb. Soest.
-
g. Dionisius Jans Haen, ged. 6-9-1646.
-
h. Willem Jans Haen, ovl. na 1718, als Willem Jansz Haen, afkomstig van en geboren te Amersfoort,
burger van Amersfoort op 3-2-1679,
belender in de Coninckstraat (1695, 1697),
[684]
[685]
tr. Amersfoort gerecht 23-3-1667[686]
Geertje Meertens, ged. Amersfoort 1-10-1643.
-
i. Teuntje Jans Haan, geb. vóór ca. 1655, tr. Amersfoort gerecht 8-5-1675[687]
Evert Geurtsz van Helmerhorst, geb. vóór ca. 1655, zn. van Geurt Cornelisz van Helmerhorst en Annetje Jans.
-
1. Andreas van Helmerhorst, ged. RK Amersfoort Muurhuizen 19-2-1676, beg. Amersfoort 2-7-1750, otr./tr. 1o Amersfoort gerecht/RK Õt Zand 16/27-12-1718[689]
Hendrina Lamberts, ged. RK Amersfoort Õt Zand 19-1-1683, beg. Amersfoort 19-7-1731, otr./tr. 2o Amersfoort gerecht/RK Kromme Elleboog 19-7-1732[690]
Claasje Matthijs van Eldert, ovl. na 1740.
Op 26-5-1740 verkopen Andries Evertsen van Helmenhorst en zijn vrouw
Claasje van Eldert aan Willem Craijkamp, gewoond hebbend op den Tholik onder het gerecht van Hoogland en nu
wonend binnen deze stad, een bouwhuis, met hof en hofstede en overweg
terzijde de Stadswalle aan de Coninckstraat (Koningstraat) aan de westzijde bij
de trap van de wal, belend aan de ene zijde het huis door Evert Roelen
bewoond.
[691]
-
2. Cornelius van Helmerhorst, ged. RK Amersfoort Muurhuizen 19-2-1676.
-
3. Joannes (Jan) Evertsz (van) Helmerhorst, ged. RK Amersfoort Muurhuizen 14-1-1678, ovl. na 1743, tr. 1o voor 1701[692]
Lambertje Roelofs, ged. Amersfoort 19-9-1678, ovl. 1718-1743, dr. van Roelof Jansz en Claasje Baltus,
tr. 2o Amersfoort 12-5-1743[693]
Johanna Hendriks.
Uit zijn eerste huwelijk (Helmerhorst-Roelofs) :[694]
-
aa. Teuntje Jans van Helmerhorst, ged. Amersfoort 14-9-1701, ovl. na 1750, tr. Amersfoort gerecht/RK Kromme Elleboog 29-7-1724/..,[695]
Coenraad Berents Weijman, geb. Gessemen? in het Lunenburger Land (D) ca. 1700, ovl. 1737-1750, zn. van Berent Weijman.
Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
-
bb. Geurt van Helmerhorst, ged. Amersfoort 21-1-1703.
-
cc. Geurt van Helmerhorst, ged. Amersfoort 24-11-1705, ovl. 21-2-1767, tr. Amersfoort gerecht 2 juni 1725[696]
Elbertje Peters Severijn.
-
dd. Merritje van Helmerhorst, ged. Amersfoort 21-6-1707.
-
ee. Cornelia van Helmerhorst, ged. Amersfoort 2-1-1709.
-
ff. Cornelis van Helmerhorst, ged. Amersfoort 27-8-1710, tr. Amersfoort 2-9-1731[697]
Reijertje Cornelis van Leuverden.
-
gg. Joannes van Helmerhorst, ged. RK Amersfoort Kromme Elleboog 29-12-1712.
-
hh. Claasje van Helmerhorst, ged. RK Amersfoort Kromme Elleboog 19-11-1714, ovl. 1734-1738, tr. Amersfoort RK Kromme Elleboog 10-4-1734 en gerecht,[698]
Willem de Bruijn.
-
ii. Everardus van Helmerhorst, ged. RK Amersfoort Kromme Elleboog 12-5-1718.
-
j. Emerentia (Amerent) (de) Haen, ovl. 1688-1696.
Op 29-1-1696
verkoper Johan de Goeije, eerste klerk ter secretarije, als curateur,
aan Jan Claessen Mieris, tabacker,
zeker huis, hof en hofstede, mitsgaders tabaksschuur en de aankleven van dien, staande en gelegen op de hoek van de St. Jansstraat ende bij Amerent de Haen zaliger in bezit was en nagelaten is,
belend aan de ene zijde het Weeshuis met haar behuizingen,
aan de andere zijde de weg of straat van St. Janskerkhof.
[699]
|
Utrecht, ca. 1650.
Kaart uit "Toneel der Steden", door Joan Blaeu.
Eerste uitgave : Amsterdam, 1652.
Scan http://grid.let.rug.nl/~welling/maps/blaeu.html
klik op plaatje(s) om te vergroten |
4032. CORNELIS JACOBSZ NOEST, geb. Utrecht (waarschijnlijk voor 1612, wanneer het doopboek begint), ovl. na 1680, getuige te Utrecht (1628)
geref. lidmaat te Utrecht 1634, als schoenmaecker, wonend in de Beekerbrugge naast de Groene Draeck (get. Albert van Hattum),
woont op de Steenweg (1634),
genoemd als voogd over de kinderen van zijn schoondochter Johanna Coninck (1670),
tr. 2o 1650-1657
AELTGEN GORIS, ovl. 1657-1684, tr. Utrecht Geertek. 7-10-1634
4033. AEFGEN (AELTJE) (VAN) EM(M)ENES (PINC(H)AS), geb. Leiden ca. 1610, ovl. 1650-1657;(¥)
woont in de Oude Munstertrans. Zij beiden wonen op het Buurkerkhof
(1639..1650).
| COMMENTAAR(¥)
Is Anthonis Dircksz van Emmenes, burger en cleermaker te Utrecht, die tr. Utrecht 7-2-1630
Elisabeth Aertsdr de Cruijff wellicht verwant?[700]
|
Op 6-11-1648 transporteren
Cornelis Jacobsen Noest, voor hemzelf en als lasthebber van Maijcken Jacobs zijn zuster, Aelbert van Hattem, als man en voogd van Geertruijd Jacobs Noest, in die kwaliteit mede voor hemzelf en beiden als gemachtigden van Floris de Ruijter, burger te Woerden, als man en voogd van Hendrickgen Jacobs Noest, en Christoffel Martens, burger te Leiden, als man en voogd van Willemtgen Jacobs Noest, mitsgaders Anthonij van Hemert, burger te Utrecht, als man en voogd van Willemtgen Jacobs Noest zijn vrouw volgens procuratie van 27-10-1648 voor notaris Gerrit Houtman, met Johan van Hemert en Geertruijd Jacob Noestdr zijn vrouw, kinderen erfgenamen van Jacob Hendricks Noest, burger te Utrecht, en Huijbertje Willems Schade, in leven echtelieden, hun zal. vader en moeder, schoonvader en schoonmoeder, etc. (ZOEK OP)
[701]
Testament van Cornelis Jacobsz Noest, burger van Utrecht, en Aefgen Pineas (Pincas) te Utrecht 8-10-1650. [702]
ZOEK OP Nots. G. Houtman.
Cornelis Noest, burger van Utrecht, en echtgenote Aeltgen Goris, vragen octrooi aan om te testeren, 10-4-1657 (Nots. Willem van de Houve).[703]
Cornelis Noest, vader van Cornelia Noest, buiten Utrecht, krijgt octrooi om te testeren 23-10-1680.[704]
In de "Memorie van utgeef soo tot de begraeffenisse als andersints,
voor moeder vrouwe Mechteld Catharine van Santen sal." door
Wilh. van der Muelen komt voor de post
24-12-1677 voor 2 uer luys in Buerkerck aan Cornelis Noest betaelt ƒ 0-4-4
item, voor zegel an den selve ƒ 0-1-11.[705]
Op 31-12-1679 (oude stijl) compareert Jacob Bodegraven, die bij deze
machtigt Cornelis Noest, om toe te stemmen in een akkoord, heden bereikt door
overige medecrediteuren van Willem Boom, bakker en burger
in Utrecht. Deze moet zijn schulden binnen 6 weken voldoen.
Getuigen zijn Gerard Noest en Jochem van Kleeff. Was getekend allen.[706]
Op 25-6-1684 laten de kinderen van Bastiaen Dirckssen van Cuylenburch ter
ene zijde, een akte van insinuatie door de notaris voorlezen aan
Cornelia Noest, stiefdochter van wijlen Aeltgen Goris, en
Gerard Noest, stiefzoon van wijlen Aeltgen Goris, terzake van aanspraken
op de nalatenschap van Aeltgen Goris. De moeder van insinuanten was een
nicht ("twee gesusters kinderen") van Aeltgen Goris. Er wordt verklaard
"dat de voorn Aeltgen Goris saliger de insinuanten altijt voor haere
nichten en erfgenamen ab intestato heeft gehouden" en "dat volgens de
rechten en costumen der stadt end provincie Utrecht een vrouw aan haer
man noch aan desselfs voorkinderen staande huwelijck geen testament
maecken can". Voorts "dat derhalve de gesamentlijcke kinderen van
Bastiaen Dirckssen van Cuylenburch vrindelijck versoecken haer de
erfenisse van de voors. Aeltgen Goris niet te willen onthouden noch
te zwaaren met onnodighe vracht costen te beswaren namentlijck die
geene die sij weten het haare soo van noden te hebben, presenterende
de insinuanten oversulx Indiën yets tegens haer recht tot de
voors. erfenisse soude connen of mogen te seggen vallen te selvighe
ende alles wel te willen stellen aen twee ofte meer onpartijdighe
rechtsgeleerden oof andere goede mannen. hun des
verstaende (versochte?) mitsdien dat de voor gemelte
Cornelia ende Gerardus Noest haer in t geene voors. contentement
sullen (nenien?) en dat alles het sij aan onpartijdighe off andersints
oock bij onderlingh verdrach in den minne sal cunnen afgedaen werden
ende sal den notaris hiertoe versocht sijn wedervaren sulx onder
inscrijving stellen en relaterende etc."
De notaris heeft assistentie ingeroepen van "Nicolaas van de Kempe,
clercq in den kapittele van den Dom ende Wilhelmus van Rhenen,
secretaris tot Werckhoven getuijgen hiertoe versocht" die "mij
verclaert ten huijse van Cornelia en Gerardus Noest en haer lieden
de vorenstaende acte van insinuatie door mijn notaris van woorde tot
woorde voorgelesen sijnde gaf den voorn. Gerardus Noest tot antwoord :
wij sullen daar in voorsien, wij weten haer niet te wel ende antwoorde
Cornelia Noest noch ick wij sullen mijn hr. de Heus daerover afspreecken". Aldus gedaen etc. [707]
-
a. Cornelia Noest, ged. geref. Utrecht Domk. 20-7-1635, ovl. jong?
-
b. Maria Noest, ged. geref. Utrecht Domk. 22-7-1639.
-
c. Jacobus Noest, ged. geref. Utrecht Domk. 1-8-1641, (=kw. nr. 2016).
-
d. Adriaen Noest, ged. geref. Utrecht Domk. 11-8-1644, greinwerker, afkomstig van Utrecht, wonend in de Coppenhincksteegh te Leiden (1680),
huw. get. wonend in de Jan Vossensteegh (1688),
otr. Leiden geref. 23-10-1680 (get. Jacob Springhvliet, zijn bekende wonend in de Sonneveltsteegh, Marya Pijnias, haar bekende wonende in de Meutjessteegh)
Marya de Deught, afkomstig van Rotterdam, wonend in de Coppenhincksteegh (1680).
Uit een vermoedelijk eerder huwelijk (of voorechtelijk?):
-
1. Nicolaes Noest, ged. geref. Hooglandsche Kerk 27-11-1672 (hier heet de vader Adriaen Hoest !, get. Susanna de Deugt
-
2. Cornelis Noest, ged. Leiden Pieterskerk 18-12-1669[708], ovl. na juni 1716, greinwever wonend in de Jan Vossensteegh (1686),
otr./tr. Leiden Pieterskerk geref. 1/16-3-1686 (get. Adriaen Noest, zijn vader wonend in de Jan Vossensteegh, Marytge Gunst, haar bekende wonend in de Claresteegh),[709]
Margrieta (Grietje) Jacobsdr, geb. Nijmegen, wonend in de Claresteegh (1686).
-
aa. Jacobus Noest, ged.. geref. Leiden Marekerk 1-2-1702 (get. Sara Stivas (Steen?)).
-
bb. Gerrit Noest, ged.. geref. Leiden Hooglandsche kerk 20-1-1704 (get. Andries Gabriels, Maria de Haan).
-
3. Huyberta Noest, geb. Leyden vóór ca. 1670, ovl. 1689/90, wonend op de Langegraft (1689),
otr. Leiden geref. 23-7-1689 (get. Mourits Agricola, zijn bekende wonend op de Doelgraft, Maria de Deucht haar moeder wonend op de Langegraft)
Johannes van Kuyck, kleermaker, afkomstig van Nimwegen, wonend op de Langegraft (1689), op de Hogewoert (1690),
als Johannes van der Kuyck buurtheer van de buurt Leeuwenburg te Leiden (benoemd 14-10-1672 tot 1677 wegens vertrek).
[710]
Hij hertr. Leiden geref. 18-8-1690 Sussanna de Vivie.
-
e. Geraert Noest, ged. geref. Utrecht Buurk. 12-4-1646 (get. Hr. Nicolaes van der Meer, raedt in de vroetschap der Stadt, en Hester Hendericks (van Kircharten), in den Iseren Man op den Steenwech wonend, zie
Fragment Kircharten
), ovl. 1699-1715, voorleser van de Buerkerk te Utrecht (1685, 1689),
treedt op als voogd voor de kleinkinderen van zijn tante Willemijntgen Jacobsdr Noest,
belender in de Choorstraet te Utrecht (1699),[711]
tr.
Jacomyna van Eyndhoven, ovl. na 1715.
Op 12-6-1675 compareert Gerard Noest,
deser stads borger, ende verclarende bij desen
(seelg) borge te constituereeren voor Margarita Boone,
wed. ende boedelhoudster
van Willem van Beeck, in sijn leven
pander van de Ed. Mog. heeren Staeten
slants van Utrecht, ten behoeve
van de selve haer Ed. Mog. omme
t'allen tijde, des vermaent sijnde,
aen veelgemelte haer Ed. Mog. opte
leveren de goederen ofte imboedel
bij de voors. wed. van Willem van Beeck
jegenwoordigh gepossideert
wordende, sulx de selve te haeren huijse
wegens haer Ed. Mog. op gisteren door
de exploicteur Cuijlenborgh in arrest
ofte versekeringe sijn genomen, en ten
overstaen van (...) des
gerechte der stadt Utrecht geinventariseert,
ofte andersints te voldoen
de somme waer op de gemelte goederen
op heeden door ordre van haer Ed.
Mog. heeren gecommitteerden ter Camere
deser stadt sijn geestimeert, bedragende
in toto, uijtgesondert de goederen
in de versegelde kaste, die in haer
geheel sijn gelaten, salvo (calvulo?)
de somme van negen
hondert acht en sestigh gulden sestig,
alles tot optie van meergemelte
haer Ed. Mog. , verbindende daer
voor sijn comparants persoon ende
goederen onder t verband ende submissie
als na rechten, met renuntiatie ende
exceptie van expressie, (deoraihie?)
van die hem comparant beduijt, constitueerende
ende magchtigh maeckende
bij dese omwederroepelijck omme t geene voors.
desnoots ende versoght sijnde gerechtelijcke
te reitereren, mitsgaders hem comparant
daerinne vrijwilichlijck te laten
condemneren de eerste Procu(..)
(..) de hove ofte gerechte deser
stadt Utrecht hier toe versocht
belovende de rato versoeckende hier
van acte aldus gedaen ende gepasseert
binnen Utrecht ten huijse van de comparant
ten overstaen van Johan van Schoonhoven
ende Anthonij Wersteegh als getuigen
W.g. allen.[712]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
-
1. Cornelis Noest, ovl. na 1715, woont te Leiden (1715).
Op 6-3-1715 compareert te Utrecht Cornelis Noest, meerderjarige j.m.
wonend te Leiden, zoon van wijlen Gerard Noest in zijn leven voorleser
en koster van de Buyrkerck te Utrecht, en Jacomyna van Eyndhoven,
gewesene echtelieden. Hij geeft te kennen dat aan hem comparant door
de heren Johan Baerle ende Alexander Carel Philip van Wagtendonck
als kerckmrs. indertijt van voorsz Buyrkerck bij acte d.d. 22-8-1699
was gegunt en gegeven, vermits de vrijwillige afstant van sijns
comparants voorsz vader, het bewaren en uitreiken van laekens en
kinderkleetjens van de lijcken op de profijte ende emolumenten
daervan dependerende, mits daervan het incomen de kerke toebehorende
d'eerste woensdach in ijdere maend werde verantwoort ende betaelt aen
kerkmrs, ende onder conditie dat de voors Cornelis Noest profijte
daervan comende aen desselfs moeder Jaecomijne van Eijndhoven haer
leven lang sal moeten uijtreiken off dat sij desen sal mogen ontfangen.
Dan alsoo is bevonden dat de heeren kerkmrs. indertijt van voors
Buyrkerck enige jaeren al voor de voorsz 22-8-1699, namentlijk op
de 20-12-1693, aen Nicolaes Spoltman doetgraver van voors. kerck bij
acte ook hadden vergunt ende gegeven het bewaren en uitreijken van de
voorsz laekens en kinderkleetjens, in maniere als hiervoren is
uitgedrukt, sonder uijtkeringe aen hem comparant off sijn voorn.
moeder te doen. Soo is echter dienaengaende tusschen hem Spoltman
ende sijn comparants voorn. moeder voor haer selfven in naeme van
hem comparant nader geaccordeert dat hij Spoltman
de bedieninge van het bewaren en uitreijken van gemelte laekens en
kinderkleetjens soude hebben ende behouden ende dat hij daervan alle
jaeren ingegeaen den 1-1-1702 aen hem comparant tot sijn onderhoud
en opvoeding soude uijtkeren
de somme van 36 gulden te geduijren ter tijt toe dat den comparant
sal bereijkt hebben de ouderdom van 25 jaeren ende niet langer, maar
soude alsdan die uijtkeringe cesseren, ingevoege van welk gemaeckt
acoord de voorn. Nicolaes Spoltman de voorgemelte bedieninge heeft
waergenomen ende vervolgens
ook de voorgemelte uijtkering van 36 gld tjaeren aen ende ten
behoeve van hem comparant tot sijn ouderdom van 25 jaeren is gedaen,
en't laetste bij het passeren deses (waarop?)
hij comparant bekent daermede ten vollen betaelt te sijn sonder
uitsondering op den voorn Spoltman ter saeke van voorsz
bedieninge te reserveren, gelijk hij comparant ook heeft int
alderminst geen pretentie op de voors bedieninge niet behoud
ende hij comparant ook bij dese de voors Nicolaes Spoltman
in de gerustige possessie van dien ende 't genot van de
profijten en emolumenten daer van dependerende gelove wil laten
continueren sijn leven geduijrende sonder ijts daaervan te
sullen pretenderen.
Belovende hem ook Nicolaes Spoltman aff te houden de
namaninge van de pretentie dewelken sijn comparants voorn moeder
uijt krachte van de voorgemelte acte van 22-8-1699 op de jaerlijkse
emolumenten en de profijten van de voors. meergemelte bediening van
laekens en kinderkleetjens soude mogen maeken ende dat
coste ende schadeloos. Beloven ook hij comparant niet alleen de
principale acte van voorsz 22-8-1699 aen hem Nicolaes Spoltman,
wanneer die hem ter handen comt, af te leveren maar ook ende nader
acte off hantschrift bij sijn
voorn moeder te passeren waer bij sij hem Spoltman mede quiteert
ende voorsz pretentie op de voorsz. emolumenten der laekens en kleetjens
aen haars voor haar leven toegeschickt (da sal uliven?).
Alsoo hem Spoltman bij vorige acte tselve al was gegeven versakende
ende consenterende hiervan die dese is aldus gepasseert binnen
Utrecht ter presentie van Govert Luijkeman ende
Balthaser Lemarcier, borger desers stadt. Was getekend allen.[713]
-
f. Cornelia Noest, ged. geref. Utrecht Buurk. 3-4-1648 (get. Hr. Nicolaes van der Meer, raedt in de vroetschap der Stadt, en Hester Hendericks (van Kircharten), in den Iseren Man op den Steenwech wonend, zie
Fragment Kircharten
), ovl. tussen 2-8-1685 en 11-10-1685, tr. kort voor 2-8-1685
Nicolaas Jonollin de Rochely (Ro(s)cheli), geb. vóór ca. 1660, ovl. na 1685, wiens filiatie mogelijk is als in
Fragment Jonolin de Rochely
Op 2-8-1685 maken Nicolaes Jonollin de Ro(s)cheli, j.m. en
Cornelia Noest, j.d., huwelijkse voorwaarden. Het huwelijk is al gesloten.
Hij brengt in ƒ 700,-- contant en zijn wollen en linnen klederen en nader
te omschrijven meubelen en huisraad.
Zij brengt in ƒ 500,-- contant plus wollen en linnen klederen en kleinodien
en nader te omschrijven meubelen en huisraad. Zij benoemen elkaar tot
wederzijds erfgenaam en de langstlevende tot voogd over eventuele
kinderen. Getuigen zijn Johan Friss(aert?) en Gijsbartus van Neede.[714]
Op 11-10-1685 oude stijl compareren te Utrecht
Nicolaes Jonolin de Rocheli,
wednr. en boedelhouder van Cornelia Noest ter eenre zijde,
ende Gerard Noest, voorleeser van de Buerkerk binnen
dese stad ter andere zijde, ende verklaerden met elkanderen
overkomen ende veraccordeert te sijn, dat
de eerste comparant aen hem laetste
comparant in ..tiutes van sijne pretensie dat hij
op den boedel van de voorn. Cornelia Noest
is (surhiuders?) uijt sekere acte van donatie bij
sijne laetste comparants moeder des 11-2-1680 (1685?),
voor Willem van der Houven nots.
en haeren getuijgen binnen deser stad gepasseert, daer
bij de somme van acht hondert gulden aen voorn.
Cornelia Noest is gemaekt of gegeven onder
verband op den laatste comparant, eens boven
de vijftigh gulden die laetste comparant volgens
handschrift aen de boedel schuldig is, ende die bij deselven
worden gequiteert, nog sal voldoen een somme
van vier hondert guldens, en daerbij aen hem
noch uijt de boedel overgeven een (bolef?) met gouden
knopfens en vier hembden, tot voldoening van welke vier hondert
guldens (...) in mindering overgegeven worden
bij dese sodanige drie hondert guldens resterende
capitaal ten laste van Sr. Jacob van Hattum
als bij obligatie van 10-2-1680 vervat sijn,
welke obligatie te dese eijnde aende voorn. Noest
bij desen is overgelevert, sullende de verdere
hondert guldens voldaen worden met meubelen ende
goederen des boedels ter estimatie oft anders
in contante geld daer van te maeken, ten (beurse?)
vande eerste comparant, waerende alle verdere
actien ende (pusien?) die hij eenigsints op den anderen
noch mochte hebben ofte (secluderen?), bedagt ofte
onbedachte uijt wat hoofde deselve eenigsints
soude mogen spruiten ende uijtgesondert de actie
op de grafstede ofte (beede?) inde Buerkerck
die partijen wedersijts openhouden, sullen sijn ende
blijven (geectengeeert?), ende daermede daerege?
heven? proceduijrs cesseren met compensatie
van costen, consenterende vervolgens de laatsten
comparant in de ontsegeling der goederen, bij hem
door de hr Schout ende eenige Schepenen uit
de gerechte deser stad voor eenige dagen doen
doe tot naecominge vant geene voornoemt verbinden
partijen hare persone ende goederen, deselve onder
werpende de Ed. hove ende Gerechte van Utrecht
ende alle andere heeren, hoven, rechten ende gerechten
consenterende des te behouden aande anderen, hier
van acte (verdut?) gedaen ende gepasseert binnen
Utrecht ter presentie van Sr. Willem Barbe
voorleser van de Janskerck binnen dese
stad, ende Bernard Barbe procureur voor de
voors. gerechte als getuigen hier toe versogt.
w.g.
N. Jonolin d' Roschelij, G. Noest, W. Barbe, B. Barbe.
[715]
-
g. Huberta Noest, ged. geref. Utrecht Buurk. 2-6-1650, ovl. 1689/90?.
|
Fragment Jonolin de Rochely |
|
Ia. NN Jonolin (de Rochely), geb. vóór ca. 1580.
Uit hem (volgorde onbekend):
IIa. Thomas Jonoli(j)n, geb. vóór ca. 1635, die met zijn vrouw gedurende veertien jaar wordt onderhouden door zijn broer Jean,
waarvoor laatsgenoemde een vordering hield die tot niet minder dan 5300 rijksdaalders was opgelopen, toen hij in 1673 daarvoor als onderpand een perceel akkerland en vier percelen hooiland verwierf,[716]
tr. vóór 1660
Anna NN, geb.
-
a. Vienna Jonolijn, ged. geref. Rotterdam 7-4-1660 (get. Johannes Jonolijn, Susanna NN (Planchard?), Nicolaes Travens).
-
b. Nicolaas Jonollin de Rochely (Ro(s)cheli)(¥), geb. vóór ca. 1660, ovl. na 1685, filiatie niet bewezen,
tr. kort voor 2-8-1685
Cornelia Noest, ged. geref. Utrecht Buurk. 3-4-1648 (get. Hr. Nicolaes van der Meer, raedt in de vroetschap der Stadt, en Hester Hendericks (van Kircharten), in den Iseren Man op den Steenwech wonend), ovl. tussen 2-8-1685 en 11-10-1685, dr. van Cornelis Jacobsz Noest en Aefgen (Aeltgen) Pineas.
| COMMENTAAR(¥)
Nicolaes Jonoli(e)n en Maria de Klerck laten 3 kinderen geref. dopen in de Grote Kerk te 's-Hertogenbosch : Johannes 16-12-1687, Maurits 10-9-1690, Helena 11-12-1692. Zou dit een tweede huwelijk van bovenstaande Nicolaas zijn?
|
IIb. Jean Jonolin, geb. vóór ca. 1605, ovl. na 1683, réfugié, kleermaker en diaken van de Waalse kerk te 's-Gravenhage,
die als klanten talrijke adellijke officieren heeft onder wie de heer van Langerack,
wordt later mr. tailleur van de Prins van Oranje en de koning van Engeland (Willem III) genoemd,
[717]
In dec. 1683 procedeert
Petronella Kenens, weduwe van Hermanus van Schoorstraten, impetrant, voor de Hoge Raad contra Jean Jonolijn, meester kleermaker in den Hage, gecondemeerde.
[718]
-
a. Johannes Jonolin Roschelius, geb. vóór ca. 1630, wordt als Johan Jonolin de Roschely, Hoogdijk en waterheemraad, met sijn dogter Johanna Jonolin, geref. lidmaat te Langerak op attestatie van de Fransche gemeente in 's-Gravenhage 1685 (in margine: vertrokken),
dyck en waterheemraed van de Overweert (1685),
tr. vóór ca. 1655
Susanna Planchard, beg. Langerak in de kerk (zie beschrijving zerk hieronder), doopget. (1660)
Zerk in de Ned. Herv. Kerk te Langerak (ZH):
Twee wapens:
I. Gevierendeeld: 1 en 4 eene staande vrouw, 2 en 3 een breedarmig kruis. Helmteeken een zittende hond.
II. Een kasteel, waarboven een dubbele adelaar. Helmteeken een kind, dat een stok in de rechterhand houdt.
"Hier leyt begraven Susanna Jonolin Roschelius a Bonorando
gebooren Planchard huisvrou van d Heer
Johannes Jonolin Roschelius a Bonoranda Hoogen Dijck . . . ."
[719]
Op 2-6-1685 (ver)koopt Jurriaen ter Horst wonend te Langeraek over Leck
aan Jean Jonolin de Rochely, dyck en waterheemraed van de Overweert,
- 4½ mergen wey-, hoy- en bouwland, gelegen aan de dyckslooth in het gerecht Langeraeck over Leck,
belend achter: de Goudriaense lantscheydinge, ow: de kinderen van Willem Damen,
ww: Teunis Willem Damen
- 2 mergen bouwland met huys gelegen aan de dyckslooth in het gerecht Langeraeck over Leck,
belend achter: de Tientwegh, ow: Joost Willemss Stuyvenbergh
ww: Pieter Blom c.s.
[720]
In de onmiddelijk hierop volgende akte van 2-6-1685 verklaart Jean Jonolin de Rochely, dyck en waterheemraed van de Overweert,
dat hy bereid is om huis en land in Langerak terug te
verkopen aan Jurriaen ter Horst voor ƒ 500,--.
Er wordt verwezen naar koop en verkoop d.d. 2-6-1685 voor notaris H. Ribbius.
[721]
-
1. Johanna Jonolin, geb. vóór ca. 1665, wordt geref. lidmaat te Langerak op attestatie van de Fransche gemeente in 's-Gravenhage 1685 (in margine: vertrokken).
-
2. Jean (Johan(nes)) Jonnelyn (Joneli(j)n) (de Roschelm), geb. vóór ca. 1655, ovl. na 1716, filiatie niet bewezen,
afkomstig van 's-Gravenhage (1673),
ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Groningen 10-10-1673 (Johannes Jonolinus A. Rochelaen, Hagensis"),[722]
verandert blijkbaar zijn studierichting in geneeskunde (promotie niet gevonden),
wordt als Johan Jonolin de Roschely m.d. (medicinae doctor) geref. lidmaat te Langerak op attestatie van 's-Gravenhage 1685 (in margine: vertrokken),
doctor te Delfshaven (1702..1705),
tr.eedt op als Jan Jonelyn medicine doctor, wonend te Utrecht, gemachtigde voor Maria Magister (procuratie 9-4-1715 ter secretarie van Suriname),
[723]
docter tot Utrecht (1716),(¥)
tr. Schoonhoven juni 1692[724]
Catharina Pelt, ovl. na 1715.
Uit de boedelinventaris van Pieter Van Gasten te Delfshaven d.d. 25-1-1702, blijkt dat hij o.a. een schuld heeft aan dokter Sonolin (sic!).
[725]
Op 20-10-1702 treedt dokter Johan Sonolingh (sic!) op als medevoogd van de kinderen van Aerjaentie Willems van Bergen, wed. van Claes Walingsse Walingh te Delfshaven.
[726]
Uit de boedelinventaris van Meynsie Aertsdr, vrouw van Leendert Janse van der Jagt, te Delfshaven d.d. 20-10-1702, blijkt dat zij o.a. een schuld heeft aan docter Johan Sonnolinn (sic!).
[727]
Uit de boedelinventaris van Lysbeth Barens, weduwe van Claes Dircxse van Kimmenaer, te Delfshaven d.d. 9-1-1703, blijkt dat zij o.a. een schuld heeft aan docter Johan Jonolin.
[728]
Uit de boedelinventaris van Hendrick van Schie, wednr. van Maritje Dircxdr te Delfshaven d.d. 4-2-1705, blijkt dat hij o.a. een schuld heeft aan Doctor Johan Jonnolin.
[729]
Uit de boedelinventaris van Cornelis Dircxsz Proper, wednr. van Geertje Jansdr Kranendonck te Delfshaven d.d. 25-5-1705, blijkt dat hij o.a. een schuld heeft aan Johan Jonnolin, doctor.
[730]
Op 7-8-1716 eist Barendt Buddingh van
Jean Jonnelyn, docter tot Utrecht het voldoen van een wissel :
"Suriname den 31en Maij 1716 voor ƒ 500,-- Courant geldt, etc.".
[731]
Johan Jonolijn wordt genoemd in de vonnissen Rechtspraak civiele zaken, van de Raad van Brabant in de periode 1721 - 1727.[732]
Betreft het hier Jean Jonolin?
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
aa. Maria Jonelin, ged. Rem. Delfshaven 24-3-1699 (in huis gedoopt, get. Maria Pelt), beg. verm. Delfshaven (gaarder) 13-1-1702 (kind van Johan Jonnolin doctor).
-
bb. Susanna Jon(n)elijn, ged. Rem. Rotterdam (Delfshaven?) 16-9-1701 (in huis gedoopt), beg. Rotterdam 20-2-1783, als bejaarde jongedochter wonend in de Lomberstraat bij de Beursteeg.
-
cc. Lena Jonelijn, ged. Rem. Rotterdam (Delfshaven?) 10-3-1704.
-
dd. Catharina Jonolin (Jonelijn), ged. Rem. Rotterdam (Delfshaven?) 7-4-1706 (get. Maria Pelt), beg. Rotterdam Franse kerk 25-7-1725, jongedochter van Delfshaven, wonend te Rotterdam,
woont op de L'haave bij de Varkesteegh (1725)
otr./tr. Rotterdam schepenen 14/29-4-1725 (betalen ijder 30 gld.)
Johannes Cors(t)ius, jongeman van Amsterdam (1725).
|
4034. ANTHONI MICHIELSZ CONINCK, ovl. vóór 1668, kleermaker bij de St. Jansbrug te Utrecht,[733]
in juli 1631 benoemd tot voogd over een onmondig kind van zijn broer Peter Michielsz Coninck,[734]
tr. vóór 1632
4035. MARGRITA (GRIETJE) DAMEN (KIRRICHGARDEN), geb. vóór ca. 1610, zie voor haar mogelijke verwantschappen
Fragment Kircharten.
Op 10-11-1670 machtigt Jacobus Noest, suyckerbacker en burger te Utrecht,
gehuwd met Johanna Koninck, zijn zwager en schoonzuster
Michiell Coninck en Elysabet Meyeringh, echtelieden,
om voor het gerecht van Utrecht te transporteren hun aandeel in
een huysinge c.a. te Utrecht in de Vinckenborchsteege nz, ten
behoeve van Johannes Looff, burger te Utrecht.
Jacobus Noest is medeerfgenaam van zijn schoonouders
Anthoni Koninck, burger te Utrecht, x Margareta Kirrichgarden.
[735]
Uit dit huwelijk geboren :[736]
-
a. Cornelia Coninck, ged. 1632, ovl. vóór 1668.
-
b. Janneken Coninck, ged. 1636, ovl. vóór 1668.
-
c. Johanna Coninck, ged. geref. Utrecht Jacobik. 29-11-1640, (=kw. nr. 2017).
-
d. Michiel Coninck, ged. 1642, ovl. na 1670, genoemd als voogd over de kinderen van zijn zuster Johanna Coninck (1670),
tr. vóór 1670
Elysabet Meyeringh.
|
Fragment Kirckharten |
Grietje Damen Kirichgarden is zeer waarschijnlijk verwant aan een geslacht Kirchgarten te Utrecht[737]:
Ia. Jan (Smit), ovl. (verm. Kirchherten) voor 1597, tr. vóór ca. 1570
Truychje (Smit), ovl. (verm. Kirchherten) voor 1597.
Proces d.d. 11-5-1597[738] Henrick Jansz, "smit van Kerckharten"
machtigt zijn broer Bartholomeus Jans, smit van Kerckharten,
de nalatenschap van hun ouders Jan Smit en Truychje Smit, te Kerkhsrten overleden, te regelen. Niet duidelijk is of zij "smid" waren of heetten.[739]
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. Henrick Jansz van Kirckharten, geb. vóór ca. 1570, ovl. 18-9-1626, volgt IIa.
-
b. Bartholomeus Jans van Kirkharten, geb. vóór ca. 1570, ovl. na 1633, smit van Kerckharten (1597),
huw. get. (1623),
tr. 1o voor 1595[740]
Jannichje Jans van Outhuys, tr. 2o okt. 1595 (als Bartholomeus Jans van Cristol, weduwnaar van Jannichje Jans van Outhuys),[741]
Tanneke Tack, j.d. van Brugge (zuster van Jacomijntje Cornelis Jansdr. Tack,
verm. dr. van Cornelis Jans Tack en Jacomina van Dorssen
(zie o.a. GAU. II 174, 30 maart 1612).
De dochters Tack erfden goederen, gelegen te Dixmuiden in Vlaanderen, van hun vader Cornelis Tack en en hun grootouders Jan Tack x Jannichje NN.[742]
IIa. Henrick Jansz van Kirckharten, geb. vóór ca. 1570, ovl. 18-9-1626, afkomstig van Kirchherten, Kreis Bergheim, Ambt Karster in het land van Jülich,
smit van Kerckharten (1597),
tr. ca. 1590[743]
Jacomijntje Cornelis Jansdr Tack, ovl. 13-6-1631, verm. dr. van Cornelis Jans Tack en Jacomina van Dorssen.
Op 7-7-1626 testeren Henrick van Kirckharten en Jacomijntje Tack Cornelisdr en in hun boedelscheiding van 24-9-1633 worden
genoemd Gerard Ruysch, gehuwd met Sara Hendricks van Kirckharten, Bartholomeus Jans van Kirkharten als oom
van de voorkinderen van Sara voorn., Jannichie van Kirckharten
weduwe van Hans Verstegen, Jan Stevens van Soestdijck
gehuwd met Hester van Kirckharten, Ds. Otto Glimmerus,
predikant te Breukelen, geh. met Cornelia Henricks van Kirckharten,
Ysaack Henricks van Kirckharten.
Uit dit huwelijk (in 1633 in leven):
-
a. Sara Hendricks van Kirckharten, geb. vóór ca. 1595, ovl. 6-9-1652, tr. 1o 11-8-1612[744]
Isaac Gerrits de Backer, j.g. van Leiden, wonend te Utrecht,
tr. 2o 16-11-1623[745]
Dr. Geer(h)ard Ruys(ch), ovl. 23-8-1652, j.g. van Woerden, wonend te Utrecht (1623),
huw. get. (1623, 1640),
ingeschreven als student aan de Universiteit van Utrecht 1643 ("Gerardus Ruysch, Ultrajectinus"),[746]
promoveert aldaar op 3-6-1647 in de filosofie en vrije kunsten ("Philosophiae Doctores et Liberalium Artium Magistri publice creati sunt").[747]
Op 7-11-1623 maken Sara Hendricks van Kirckharten en Isaac Gerrits de Backer
huwelijks voorwaarden. Getuigen zijn o.a. zijn broeders Bartholomeus Gerrits Ruysch, wonend te Zegveld, en Willem Ruysch, wonend te Woerden.
[748]
(zie de stukken over de familie Ruysch in Gem. Arch. Utrecht, Cat. Bibliotheek b1.164).
-
b. Jannichie Henricks van Kirckharten, geb. vóór ca. 1595, ovl. 3-8-1674, huw. get. (1640),
tr. 19-9-1613[749]
Johannes (Hans) Verstegen, ovl. 23-5-1631, afkomstig van Utrecht.
-
1. Aaltje Versteegh, geb. vóór ca. 1615, tr. 28-12-1634[751]
Hermannus Ribbius, geb. vóór ca. 1610, huw. get. (1640, 1650),
zn. van Ds. Hermanus Ribbius, predikant te Paasloo, Oldemarkt en IJsselham, Huizen, Bolsward en Utrecht, en Elisabeth Nagge.[752]
Zij testeren d.d. 21-1-1636 voor nots. C. Verduyn.
-
2. Maria Versteech, geb. Utrecht vóór ca. 1620, ovl. vóór 1654, otr./tr. Tiel/Utrecht 9/31-5-1640[753]
[754]
Cornelis van Niel, ovl. 1670, weesmeester te Tiel (1652-1656),
lakenkooper (1655),
wednr. van Anneke Rövers (de Roever),
zn. van Quiryn van Niel, brouwer, en Margriete Matheusdr van der Steech.
Hij hertr. Tiel/Avezaath 18-11-1655 Dirkje van Cattenburch[755]
en hertr. Buren 1658 Dirkje van den Kerckhoff.[756]
(zie ook ANF 1887)
Op 16-4-1640 maken Maria Versteech en Cornelis van Niel
huwelijks voorwaarden. Getuigen zijn Johan van Eck,
schepen van Tiel, en Cornelis Udens, secretaris
van Tiel als neven van de bruidegom,
en voor de bruid haar moeder Jannichje van Kirckharten, wed. van Hans Versteech, Hermannus Ribbius als schoonbroeder, Isaacq van Kirckharten, oom, Gerard Ruysch en Ds. Otto Glimmerus, predikant te Tiel, als behuwde ooms.
[757]
-
3. Hendricus Versteegh, ged. geref. Utrecht 20-5-1629, ovl. 22-9-1673, werkzaam (1654-1670) als boekverkoper te Utrecht op de Steenwegh (1655) en de Oudegraght tegen over 't Weeshuys (1655-1667),[758]
tr. 29-4-1655[759]
Elisabeth van Aken, wed. van Johan van Eijckelbeeck.
-
c. Hester Hendricks van Kirckharten, geb. vóór ca. 1600, ovl. 28-8-1655, tr. 1o 29-3-1619[760]
Jan Stevens van Soestdijck, ovl. 23-6-1636, huw. get. (1623),
ijzerkoper,[761]
zn. van Steven Janszn van Soes(t)dijck,
tr. 2o 22-2-1646 haar zwager[762]
Nicolaas van der Meer, ovl. 24-6-1654, raad en schepen van Utrecht (1646, 1648),
wonend in den Iseren Man op den Steenwech (1646, 1648),
wednr. van Cornelia van Soestdijck.
Nicolaas van der Meer testeert op zijn familie 10-9-1650 voor nots. G. Houtman. Verdere testamenten 15-1-1621 nots. C. Verduyn en 16-3-1630 nots. W. Zwaerdecroon.
Hestertje Henricks van Kircharten, weduwe van Jan Stevens van Soestdijck, toont op 5
en 7 maart 1638 een acte van seclusie d.d. 10 juli of aug.
1624 waarin tot voogden over haar kinderen worden benoemd
de grootvader Steven Jans van Soestdijck en de oom Ysaeck Henrick van Kircharten, die de benoeming aanvaarden.[763]
Uit haar eerste huwelijk:[764]
-
1. Geertruidt van Soestdijck, ged. 31-7-1622.
-
2. Trijntgen van Soestdijck, ged. 11-9-1628.
-
3. Steven Jans van Soestdijck, geb. vóór ca. 1625, ovl. 15-11-1675, raad van Utrecht,
tr. 1o 11-5-1647[765]
Huberta van Hattem, ged. 28-10-1627, ovl. 12-3-1649, dr. van Aelbert Dirck Aelbertszn van Hattem en Geertruid Jacob Hendriksdr Noest (zie kw. nr. ⇒ 80064 sub b),
tr. 2o 19-2-1650[766]
Maria Flaman, ged. 5-10-1630, ovl. 14-3-1664, dr. van Ds. Joannes Flaman, predikant te Utrecht, en Anna Pieters van Strijp,
tr. 3o 24-8-1665[767]
Johanna Quint, ged. 22-3-1629, ovl. 18-1-1692, dr. van Cornelis Corneliszn Quint (de jonge), raad en schepen van Utrecht, en Margaritha Henricks van Velthuysen (laatstgenoemde is getuige bij het huwelijk).
Hieruit verder nageslacht bekend.
Op 5-4-1648 maken Steven Jans van Soestdijck en Huberta van Hattem een mutueel testament. [768]
Op 31-1-1650 maken Steven Jans van Soestdijck en Maria Flaman huwelijksvoorwaarden.
Als getuigen treden op voor de bruidegom: Nicolaas van der Meer, raad en oud-schepen van Utrecht, behuwdvader (stiefvader), Hermannus Ribbius, neef, en voor de bruid: haar vader Ds. Joannes Flaman, predikant te Utrecht, haar broeders Ds. Ioannes Flaman, predikant te Eemnes, en Petrus Flaman,
apotheker, en de Utrechtse predikant Ds. Arnoldus Teckmannus.
Steven tekent "van Soestdijck".
[769]
Ds. Johannes Flaman testeert 16-5-1666 en legateert o.a. aan de onmondige kinderen
van zijn dochter Maria Flaman bij Steven van Soestdijck.[770]
-
d. Cornelia Henricks van Kirckharten, geb. vóór ca. 1605, ovl. verm. Tiel, tr. 30-12-1623[771]
Ds. Otto Glimmerus, beg. Tiel 14-3-1686 (luiden ƒ 13,--)[772]
j.g. van Bommel, dan predikant Schalkwijk,
predikant o.a. te Breukelen en Tiel.
Hij hertr. Geertruidt van Eck, zie Jaarboek Centr. Bur. v. Geneal. 1951, bl. 51 en 78.
Akte van huw. voorw. d.d. 18-11-1623 tussen Ds. Otto Glimmerus en Cornelia Henricks van Kirckharten. Getuigen voor hem zijn zijn oom Thomas Ottens van Thiel en zijn neven Claes Willems, burger van Tiel
en Adriaan Peters Verthint, borger te Utrecht. Getuigen
voor de bruid zijn haar ooms Bartholomeus Jans van Kirckharten en Peter Tacq en haar schoonbroeders Jan Stevens van Soestdijck en Geerhard Ruys.
[773]
-
e. Ysaack Henricks van Kirckharten, voogd over de kinderen van zijn zuster Hester (1638),
huw. get. (1640).
|
4092. = 3684. JAN PAUWELSEN.
Referenties van de gegevens van generatie 12 staan ook hier
Referenties Kwartierstaat Lapikás --- Generatie 12 ( 773 refs.) Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld. |
- RA.Ht, Velm S.B. 7, p. 436, 19 september 1661.
- RA.Ht, Velm S.B. 8, p. 33, 17 november 1663.
- R.A.Ht, Velm S.B. 7, p. 239, 1 december f1655.
- R.A.Ht, N 4462, ongef., 18 april 1659, 21 april 1659. Cfr. Gingdom S.B. 23, f32, 16 junil 1664.
- R.A.Ht, N 4965, 23 juni 1674.
- Adriaenssen, l.c. p147
- RA.Ht, Velm S.B. 8, p. 51, 3 januari 1665; p. 250, 24 april 1673, f359v, 29 mei 1677. Gingelom S.B. 23, f342, 7 februari 1680. N 4966, no 59,19 december 1664; no 98, 27 augustus 1665; ongef., 18 mei 1669. S.A.S.T., inv. 2119, no 1, 1674. Inv. 2129, no 11, 1684.
- S.A.S.T., inv. 134, f65v.
- RA.Ht, Velm S.B. 8, p. 182, 16 januari 1670. N 134, no 130, 2 juni 1670.
- RA.Ht, N (4461) 25 januari 1655
- R.A.Ht, N (4461), 4 februari 1655.
- Mededeling Hendrik Battjes te Amsterdam, 2008
- Mededeling Hendrik Battjes te Amsterdam, 2008
- GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
- OA Nieuwkoop, inv. nr. 97, f83, gecit. in Meijer en Van Wieringen, l.c. p45
- GA Leiden, Rinse Penningen. medegedeeld door Fons van Wieringen, 2009
- Hendrik Battjes, Zerken in de NH Kerk te Nieuwkoop, Nieuwkoop, 2008
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p249
- GBLO 8(1993)129
- ONA Ter Aar 9085/ (of 17)
- Lidmaten Nieuwkoop 1690-1699, 1700-1707, 1711-1721, ⇒ vpnd
- Lidmaten Nieuwkoop 1688-1707, ⇒ vpnd
- Lidmaten Nieuwkoop 1688-1707, ⇒ vpnd
- Lidmaten Nieuwkoop 1688-1707, ⇒ vpnd
- Lidmaten Nieuwkoop 1690-1699, 1700-1707, 1711-1721, ⇒ vpnd
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 57, blz. 7v
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 58, blz. 133v
- GA Leiden, Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1406- 1460
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 59, blz. 182
- GA Leiden, Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1406- 1460
- GA Leiden, Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1406- 1460
- GN 40(1985)419
- GN 40(1985)419
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 56, blz. 31
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 65, blz. 16v
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 65, blz. 17
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 62, blz. 117
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 62, blz. 246v
- Mededeling A. Hofstee te Canada, 1996, en Prom. 14, p16
- Mededeling A. Hofstee te Canada, 1996, en Prom. 14, p16
- Mededeling A. Hofstee te Canada, 1996
- GN 41(1986)440, GN 46(1991)330, en Prom. 14, p16
- Mededeling A. Hofstee te Canada, 1996Lieve Vrouwenkh. (impost)
- OV ... (1989?), p213
- Gen. Bijdragen Leiden. e.o. 6(1991) SR67
- ⇒ HOOFDGELD
- ⇒ HOOFDGELD
- GN 52(1997)57
- Bloys van Treslong Prins, ZH
- ⇒ www.brouwertree.com
- ⇒ www.brouwertree.com
- Onze Voorouders III, p67
- Bloys van Treslong Prins, ZH
- Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 206v volgnr. 668
- Kuipers, l.c.
- Kuipers, l.c.
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 59, blz. 143
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 63, blz. 2v
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 64, blz. 68v
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 64, blz. 88v
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 64, blz. 134v en 135
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 65, blz. 12v
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 65, blz. 26v
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 65, blz. 72v
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 65, blz. 218v
- Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 158v volgnr. 113
- C.W. Delforterie, Het Inneemboek van 1668-1680 van het Heilige Geest- of Weeshuis te Leiden, Rijnland ...(1971), Leiden, 1971
- GBLO 8(1993)127
- ORA Nieuwkoop 55, gecit. in GBLO 8(1993)127
- ORA Nieuwkoop 55 gecit. in GBLO 8(1993)127
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 58, blz. 13v
- GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 61, blz. 170v
- GBLO 8(1993)127
- GBLO 8(1993)127
- Hoofdgeld 1623
- GBLO 8(1993)127
- Hoofdgeld 1623
- Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 174 volgnr. 18
- GBLO 9 (1994) 140 e.v.
- GBLO 8(1993)127
- GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
- Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 187v volgnr. 293
- Lidmaten Nieuwkoop 1684-1690, ⇒ vpnd
- GBLO 8(1993)127
- GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
- GBLO 8(1993)127
- GBLO 8(1993)53
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p517
- GBLO 8(1993)53
- Meijer en Van Wieringen, l.c.
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p517
- GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
- GBLO 8(1993)53 en Kuipers, l.c., die beide citeren uit ORA Nieuwkoop 62
- GBLO 8(1993)53
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p518
- GBLO 8(1993)54
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p518
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p518
- GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p519
- Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 194 volgnr. 416
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p519
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p519
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p519
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p519
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p531
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p532
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p593
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p593
- RA Aarlanderveen, inv. nr. 64, f271, gecit. in Meijer en Van Wieringen, l.c., p593
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p519
- GBLO 8(1993)53
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
- GBLO 8(1993)53
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
- GBLO 8(1993)53
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p595
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p595
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
- GBLO 8(1993)53
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p518
- GBLO 8(1993)53
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p518
- GBLO 8(1993)53
- Meijer en Van Wieringen, l.c., p518
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 64, blz. 29
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 16
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 33v
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 66v
- SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 91
- ARA, Den Haag, Trouwboek gerecht Nieuwkoop, passim
- GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
- Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 174v volgnr. 31
- Aarlanderveen, Rechterlijk Archief
- Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 189 volgnr. 311
- Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 178 volgnr. 100
- Streekarchief Alphen a/d Rijn, Weeskamer-archief Nieuwkoop en Noorden, weesboek genaamd "Prothocol en vertigting" 1684-1727, 1796, 1809, f12, ⇒ www.den-braber.nl
- Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 189 volgnr. 315
- ONA Uithoorn, Nots. M.de Witt, d.d. 1 mei 1671, gecit. in ⇒ www.brouwertree.com
- GAA, ONA, Nots. P. Carel, inv. nr. 6216 f46, d.d. 5-4-1701
- GAA, Kwijtscheldingen
- Mededeling Mary Alers, 2008
- GN 58(2003)144
- GN 58(2003)144
- GN 58(2003)144
- GN 58(2003)144
- GN 58(2003)163
- GN 58(2003)163
- GN 58 (2003)145
- GN 58(2003)146
- OV 40(1985)743
- ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- Protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1615-1641
- Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- ref ....
- ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- ORA Elburg, Breuckcedulen 1678-1741
- Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- ORA Elburg Criminalia (1549) 1558 - 1809, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
- ⇒ www.streekarchivariaat.nl, Transcriptie op de archiefstukken van het Schoenmakersgilde Elburg 1594 - 1810
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2195
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2219
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2195
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2219
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p3927 en 3964
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p4097
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2195
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2219
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p3927 en 3964
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2195
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2219
- GAA, Kwijtscheldingen
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p1400 en p 1366
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p3966
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p4743
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p1899
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p1900
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2195
- RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2219
- Arch. Schouwen-Duiveland, Inv. nr. 4150-9, Microfiche: 4150/1
- Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
- Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
- Arch. Schouwen-Duiveland, Inv. nr. 4150-1, Microfiche: 4150/1
- Arch. Schouwen-Duiveland, Inv. nr. 4150-3, Microfiche: 4150/1
- Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
- Arch. Schouwen-Duiveland, Weeskamer, inv. nr. 184/26
- Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
- Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
- Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
- zie ook Van Zeeuwse Stam 57(1987)84
- Arch. Schouwen-Duiveland, Weeskamer, inv. nr. 3125, 4595
- Van Zeeuwse Stam 57(1987)84
- Van Zeeuwse Stam 57(1987)84
- Las. 2163/29.4.1727/fol.193.
- Arch. Schouwen-Duiveland, Inv. nr. 4101-163, Microfiche: 4101/9
- Arch. Schouwen-Duiveland, Inv. nr. 4101-287, Microfiche: 4101/15
-
|