This page was last updated : 100212.
File size is: 540 k.
Kwartierstaat Lapikás
Generatie 12
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Lapikás,
version 9.8,
Muiden, 2010.
© Copyright 2010 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Lapikás Gen. nr. 12

3040. SYMON TRUMPENEERS, ovl. Sint-Truiden 18-6-1667, heette in 1661 Symon Trimpeneers van Gelmen d'alde[1] en in 1663 'nu woonachtig te Velm'.[2] In 1655 kocht hij met het uitgaan van de brandende kaars een bunder land te Velm[3] en in 1659 blijkt hij gegoed te zijn "op die Catsije" en "op het Culderken tot Gingelom."[4] Hij tr.

3041. ELISABETH MEUTELEERS, transporteerde in 1674 aan haar 'neef' Simon Trimpeneers, te weten "haers opdragersse soens soen, studerende der philosophie binnen die hooghe universiteijt der stadt Loven, in faveur ende subsidie synder voorschreven studie" 208 gulden Luiks geld ad 20 stuivers.[5]

3072. DIRCK WILLEMSZ FENT / VAN DER PIJLEN, geb. vóór ca. 1595, ovl. 9-11-1647, beg. Nieuwkoop NH Kerk (zie zerk), woont te Nieuwkoop (1623), landgebruiker te Nieuwkoop (1631-1636), was als Dirk Willems Fent ambachtsbewaarder van Nieuwkoop en Noorden (1633),[12] doopgetuige (1622, 1638), draagt als Dirk Willemz Fent in 1648 (postuum!) ƒ 15,-- bij aan het bouwfonds voor de bouw van een eigen remonstrantse kerk in Nieuwkoop,[13] tr. vóór ca. 1617

3073. MARITGE PIETERS (VAN WIERINGEN), geb. vóór ca. 1600, ovl. 1660-1665.

Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Dirck Willemsz ende Maritgen Pietersdr huijsvre met Jacob, Neeltgen, Trijntgen ende Grietgen heure kinders - 6 hoofden". [14]
Register of Morgenboek van Nieuwkoop:[15]
1631 - ½ morgen op Dirck Willemsz Fent
1636 - op Ijsbrant Jansz.
Rinse Penningen 1665 : de weduwe van Dirck Willemsz Fent overleden.[16]

Zerk in de NH Kerk te Nieuwkoop te voorschijn gekomen bij de restauratie van de kerk in 1984 (zie Ref. [17] voor een uitgebreid verslag hiervan). De tekst luidt:
"Hier is gerust Dirck Willemszoon van der Pijlen ende hij is gestorven den 8 november Ao 1647"
Foto: L. Lapikás, 2008
Detailopname van het wapen op deze zerk. Blazoenering: Gedeeld: A. drie gevederde pijlen schuinrechts geplaatst, B. een versmalde balk vergezeld van drie staande leeuwen, getongd en genageld, 1,2 geplaatst.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Het wapen op bovenstaande zerk lijkt een alliantiewapen Van Pijlen - van Wieringen te zijn.
Van Pijlen: in rood 3 zwartgepunte pijlen schuinrechts geplaatst, gevederd van goud en zwart. Kleuren gebaseerd op een wapen Pijl in Rietstap.
Van Wieringen: in goud een versmalde rode balk vergezeld van drie klimmende rode leeuwen, zwart getongd en genageld, 1,2 geplaatst. Dit wapen is een variant op het wapen van Dirck Heijricxzoon [18] (zie Kwartierstaat Lapikás nr. 27824 ).

klik op plaatje(s) om te vergroten

3076. ANTHONIS (TONIS) CORNELISZ WARRE, geb. vóór ca. 1565, ovl. 1622/23, woont te Aarlanderveen (1614, 1616), belender in het Zuideinde van Nieuwkoop, aan de binnenweg (1604..1622), (mrt 1623, de erfgenamen van Anthonis Cornelisz Warre over de Achterweg (1604..1614),

Op 26-6-1616 verkoopt Anthonis Cornelisz Warre te Aarlanderveen aan Gerrit Reijersz een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, verongeld voor 2 hond, strekkend van het land van Gerrit Reijersz tot dat van Dirck Jacobsz, belend ten oosten Gerrit Cornelisz en ten westen Maerten Jansz en Jan Cornelisz. Koopsom 243 gulden. [26]
Op 27-12-1623 verkopen Jan Pietersz, molenaar als man en voogd van IJechgen Tonisdr, Pieter Jansz, man en voogd van Marritgen Tonisdr, Cornelis Claesz, man en voogd van Leuntgen Tonisdr en Jasper Cornelisz, man en voogd van Aeltgen Tonisdr en Dirck Philipsz, vader en voogd van Adriaen Philipsz, weeskind van Neeltgen Tonisdr, allen als erfgenamen van Tonis Cornelisz Warre, in leven wonend te Aarlanderveen, aan hun zwager Cornelis Tonisz Warre als zoon en mede-erfgenaam van genoemde Anthonis Cornelisz een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, waarvan Cornelis Tonisz zelf al 1/6 deel toekomt, groot ½ morgen, strekkend van het land van Jan Roelen tot dat van Jan Ariensz Jan, belend ten oosten Jan Cornelisz Verburch, brouwer te Delft en ten westen Abram Jacobsz Trom. Koopsom 250 gulden. [27]

3078. JAN NN.

3108. SYMON CRIJNEN (VERMIJ), geb. vóór ca. 1620, belender in het Noordeinde van Nieuwkoop aan de Achterweg (1638..1651), aan de binnenweg (1640..1651), is gebruiker van land met een huis, berg en schuur in het Noordeinde van Nieuwkoop, groot 9½ morgen (1669).

Op 10-11-1639 verkoopt Roeloff Cornelisz, getrouwd met Marritgen Crijnendr te Nieuwkoop, aan Sijmon Crijnen Vermij een perceel veenland in het Noordeinde binnenweg, strekkend van het land van Jan de Vogel tot het land van Marritgen Crijnen, belend ten oosten Cornelis Roel Jansz en Marritgen Crijnendr en ten westen Jan Ariensz Vermij, bakker, nog een perceel over de Achterweg, strekkend van daar tot het land van Dirck Meesz, belend ten oosten de weduwe van Aert Willem Jan Louwen en ten westen Michiel Cornelisz. Koopsom 580 gulden. [37]
Op 1-10-1641 verkoopt Dirck Meesz te Nieuwkoop aan Sijmon Crijnen een perceel veenland in het Noordeinde over de Achterweg, strekkend van en tot het land van de koper, belend ten oosten Adriaen Arien Sijmonsz en ten westen Michiel Cornelisz. Koopsom 38 gulden. [38]

NIET GEPLAATSTE FRAGMENTEN VERMEIJ

Jan Aries Vermey, ged. Bodegraven 17-4-1707, beg. Bodegraven 24-12-1753, otr./tr. 1o Zegveld/Hoogblokland 14-2/9-3-1727[39] Grietje Ariens Koy, ged. Hoogblokland 9-4-1702, beg. Bodegraven 28-7-1736, otr./tr. 2o Bodegraven/Nieuwkoop 19-10/3-11-1737[40] Aeltje Aris Bouman, wed. van Wm Jans van Stavoren. Hij ex : Ary Cornelis Vermey, ged. Bodegraven 25-2-1671, otr./tr. Bodegraven/Nieuwkoop 29-7/14-8-1695 [41] [42] Magteltje Doedens van der Bergh, geb. Vinckeveen, ged. Wilnis 24-2-1667, beg. Bodegraven 8-1-1716. Hij ex : Cornelis Claas Vermey (van der My), van Bodegravenmye. tr. Bodegraven 19-11-1656[43] Marrigje Gysberts van Leyden, geb, beg. Zwammerdam 15-5-1688, van Zegveldermye.
Jannetje Ariens Vermey, tr. Bodegraven 19-11-1716 Gerrit Willemsze van der Giezen [44].
Jan Aris Vermey tr. voor 1738 Aaltje Aris Bouman.[45]
Annetje Pieters Vermey tr. (voor 1684) Cornelis Pietersz van Staveren.
Willem Jansz Vermey, overleden, vermeld in Kohier 200e penning Rijnland, Langer en Korteraar, 1625.
Jan Willemsz Vermij te Korteraar ende Geertgen Jansdr sijn huijsvr. vermeld met 2 hoofden in Hoofdgeld Ter Aar 1623. [46]
Willem Jansz Vermij te Korteraar ende Maritgen Jansdr sijn huijsvr. met David, Pieter, Willem, Machtelt, Maritgen ende Aeltgen heurl kinders, vermeld met 8 hoofden in Hoofdgeld Ter Aar 1623. [47]
Jan Claesz Vermij, kaeskoper te Aarlanderveen, is de enige erfgenaam van Claes Vermij uit Leiden. Hij betaalt 100e penning Rijnland, 1698.
Simon Jansz Vermey x Hillegont Reijers, waaruit Cornelis Symonsz Vermey te Oudshoorn, ca. 1650,[48] schepen aldaar, wiens wapen voorkomt op een gebrandschilderd raam van de ambagten van Outshoorn en Gnephoek, anno 1670, in de Ned. Herv. kerk te Oudshoorn.[49]
Cornelis Symensz (Vermey) x Geertje Symons (Schenckevelt). Hieruit Cornelis Vermey, ged. Oudshoorn geref. 31-1-1666 get. Annetje Thomas.[50] Hillegont Vermey 8-9-1669 get. Trijntje Symens.[51]
Gerrit Claes Vermey x Aeltgen Jansdr, waaruit dr. Jannitgen Gerritsdr, die tr. na 1592 Arie Jan Louwen, ambachtsbewaarder te Aarlanderveen.[52]
Jan Gerrits Vermij, armmeester, wiens wapen voorkomt op een gebrandschilderd raam van de ambagten van Outshoorn en Gnephoek, anno 1670, in de Ned. Herv. kerk te Oudshoorn.[53]

3110. HUYBERT DIRCKSZ TWAELFFHOVEN(¥), geb. vóór ca. 1605, ovl. na ca. 1680. belender in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de binnenweg (1632..1652), aan de buitenweg (1645), woont te Noorden (1653), baggerman (1673), betaalt als baggerman te Nieuwkoop, ƒ ½ familiegeld (1674), vermeld te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 4 personen in de klasse van de armen of aalmoezen levende. [54] tr. 2o Nieuwkoop 3-7-1651[55] GERRITGE CORNELIS, wed. van Govert Jans, woont te Noorden (1653), tr. 1o voor 1651[56]

3111. ANNETGE CORNELIS, ovl. vóór 1651.

COMMENTAAR(¥) Hij tr. ook voor 1648 Annetgen Huijbertsdr waaruit kinderen onmondig in 1648.

Op 20-11-1629 verkoopt Geerloff Philipsz te Nieuwkoop aan Huijbert Dircxsz Twaalfhoven een huis en erf in het Zuideinde, binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot Pieter Worboutsz, belend ten oosten Joost Pietersz en ten westen Pieter Worboutsz. Belast met 100 gulden, toekomend Crijn Jacobsz, weeskind te Bodegraven. Koopsom 275 gulden. [57]
Op 7-10-1642 delen Huijbert Dircxsz, Arien Dircxsz Twaelffhoven, Joost Pietersz, getrouwd met Gerritgen Dircxdr, Jasper Ghijsz, getrouwd met Lijsbet Dircxsdr en Marritgen Dircxsdr met haar broer Adriaen Dircxsz Twaelffhoven, Harmen Cornelisz Heer als voogd over het kind van de overleden (?) Adriaen Dircxsz Twaelffhoven en Cornelis Pieter Sijmonsz als voogd van Marritgen Pietersdr, weeskind van de overleden Pieter Dircxsz Twaelffhoven, samen kinderen van Dirck Ariensz Twaelffhoven en Neeltgen Cornelisdr, beiden overleden, de nalatenschap. Joost Pietersz ontvangt een voorhuis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het achterhuis van Marritgen Dircxsdr, belend ten oosten Gerrit Claes Gerritsz en ten westen Steven Cornelisz, nog een perceel veenland binnenweg, verongeld voor 4 hond, strekkend van het deel van Marritgen Dircxdr tot het land van Huijb Dircxsz, belend ten oosten Pieter Stoffel Jacobsz en ten westen Jacob Heijndricxsz. Marritgen Dircxsdr komt toe een achterhuis, berg, schuur en erf aan het Zuideinde buitenweg, strekkend van het genoemde voorhuis van Joost Pietersz tot het weiland van Huijbert Dircxsz, belend ten oosten Gerrit Claes Gerritsz en ten westen Steven Cornelisz, nog een deel van een stuk veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Willem Jacobsz tot het land van Joost Pietersz, belend ten oosten Pieter Stoffel Jacobsz en ten westen Jacob Heijndricxsz, schipper. Huijbert Dircxsz valt ten deel enkele wei- en hooilanden in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 8 hond, strekkend van de werf van Marritgen Dircxdr tot in de Masloot, belend ten oosten Gerrit Claesz en ten westen Pieter Huijgensz. Hij moet 650 gulden uitkeren aan de weeskinderen van Adriaen Dircxsz en Pieter Dircxsz. Jasper Ghijsbertsz, getrouwd met Lijsbet Dircxdr, ontvangt een kamp hooiland in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend van het land van Jan Claesz van Leijen tot in de oude Meije, belend ten oosten Cornelis Huijbertsz en ten westen de kinderen van Jacob Jochumsz. Lijsbet Adriaensdr en Marritgen Pietersdr, de genoemde weeskinderen, ontvangen een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van de kinderen van Jacob Jochumsz tot dat van Arien Bouwensz, belend ten oosten Lenert Roelen en ten westen Ghijsbert Cornelisz Crijger, nog een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van daar tot het land van Cornelis Jan Heijndricxsz, genaamd "Vossenland", nog 650 gulden, uit te keren door Huijbert Dircxsz. [58]
Op 21-3-1648 verkoopt Cornelis Dammasz van Griecken te Nieuwkoop aan Huijbert Dircxsz Twaelffhoven een perceel land in het Noordeinde binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot de Zevenhovense dijk, belend ten oosten Cornelis Abrahamsz en Cornelis Anthonisz de Jong en ten westen Pieter Egbertsz en de verkoper. Koopsom 1.540 gulden. [59]
Op 6-7-1648 verkoopt Huijbert Dircxsz Twaelffhoven aan Claes Cornelisz Boertgen een perceel veenland in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van de verkoper tot aan de Achterweg, belend ten oosten Jan Louwen en ten westen Pieter Egbertsz. Koopsom 600 gulden. [60]
Op 15-12-1648 verkopen Cornelis Dircxsz Twaelffhoven en Marten Ghijsbertsz, ooms en voogden van de onmondige kinderen van Huijbert Dircxsz Twaelffhoven en Annetgen Huijbertsdr, aan IJsbrant Jansz van Leeuwen, lakenkoper te Nieuwkoop, een perceel land in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 11 hond, strekkend van de werf van Maritgen Dircxsdr tot de Masloot belend ten oosten Gerrit Claes Gerritsz en ten westen Pieter Huijgen. 15-12-1648. IJsbrant Jansz van Leeuwen, lakenkoper te Nieuwkoop, is 1.800 gulden schuldig aan Cornelis Dircxsz Twaelffhoven en Marten Ghijsbertsz, ooms en voogden van de onmondige kinderen van Huijbert Dircxsz Twaelffhoven en Annetgen Huijbertsdr, wegens koop van bovengenoemd onroerend goed. [61]
Op 21-3-1651 verkoopt Cornelis Dircxsz Twaelffhoven te Nieuwkoop als oom en bloedvoogd van de kinderen van Huijbert Dircxsz Twaelffhoven aan Jan Tomasz van Vliet een huis en erf in het Zuideinde binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot aan het huis en erf van Adriaen Dircxsz Twaelffhoven, belend ten oosten Cornelis Pietersz Teijsterman en ten westen Adriaen Dircxsz Twaelffhoven. Koopsom 700 gulden. Geroijeerd d.d. 8-1-1664. [62]
Op 25-5-1651 is Gerricjen Cornelisdr, weduwe van Govert Jansz te Noorden met als voogd Willem Jansz 50 gulden schuldig aan de Armen van Noorden. Gesteld onderpand: een huis en erf te Noorden buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot aan het land van Cornelis Jansz, belend ten oosten Maerten Maertensz Vreken en ten westen de weduwe van Jan Jansz Braets. [63]
Op 4-1-1652 verkoopt Huijbert Dircxsz Twaelfhoven te Nieuwkoop aan Harmen Cornelisz van Griecken een bruikweerland in het Noordeinde binnenweg, verongeld voor 2 morgen 23 roeden, strekkend van de Vorendijk tot het land van Claes Cornelisz Boertge, belend ten oosten Gerrit Pietersz en Kors Claesz en ten westen de nazaten van Pieter Egbertsz. Koopsom 1.100 gulden. [64]
Op 2-4-1653 draagt Huijbert Dircxsz Twaelfhoven te Noorden over aan Luijt Cornelisz Padenburch een huis, erf en schuur op een bruikweerland in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van Claes Cornelisz Boertge, belend ten oosten Gerrit Pietersz en Cors Claesz en ten westen de nazaten van Pieter Egbertsz. Koopsom 321 gulden 8 stuivers 12 penningen. [65]

3112. SYMON JANSZ TEIJSTERMAN, ovl. 1623-1637. belender in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de binnenweg (), aan de achterweg (1606), vermeld in RA Nieuwkoop (1608), woont te Nieuwkoop (1623), tr. vóór ca. 1590[68]

3113. GEERTGEN JANSDR, ovl. vóór 1621.

Op 26-5-1608 verkoopt Symon Jansz Teijsterman voor ƒ 957,-- een perceel weiland met hennepakker aan Gijsbert Jeremiasz Oosterlick. [69]
Op 17-6-1608 verkoopt Symon Jansz Teijsterman voor ƒ 2922,-- een "bruyckweer lants" met huis en erve in het Noordeinde aan Jan Maertensz.[70]
Op 3-6-1621 delen Sijmon Jansz Teijsterman, weduwnaar van Geertgen Jansdr, ter ene en Pieter Sijmonsz Teijsterman, Jan Sijmonsz, Ouwe Cornelis Sijmonsz en Adriaen Sijmonsz voor hen zelf, en Cornelis Jonge Bloem als voogd over Jonge Cornelis Sijmonsz en Maritgen Sijmonsdr, allen als kinderen van Geertgen Jansdr, ter andere zijde de nalatenschap, waarbij geen nadere details worden vermeld. [71]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Sijmon Jansz Teijsterman wedr met Cornelis ende Maritgen sijn kinders - 3 hoofden". [72]
Op 4-6-1637 delen Adriaen Sijmonsz Teijsterman en Cornelis Sijmonsz Teijsterman voor zichzelf, Cornelis Pietersz Teijsterman voor zichzelf en Pieter Dircxsz Twaelffhoven, getrouwd met Annetgen Pietersdr, Jan Cornelisz Staveren, als oom en voogd van de kinderen van de overleden Pieter Sijmonsz Teijsterman, Aris Cornelisz Quast als oom en voogd van de kinderen van de overleden oude Cornelis Sijmonsz Teijsterman, Willem Elbertsz van Sevenhoven als voogd over de kinderen van de overleden Jan Sijmonsz Teijsterman, allen als kinderen van Sijmon Jansz Teijsterman, die woonde te Nieuwkoop, de nalatenschap. Cornelis Sijmonsz Teijsterman valt ten deel een huis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg in de Vierschouwerij, verongeld voor ½ morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Arien Sijmonsz, belend ten oosten Cornelis Jansz Poel en ten westen Arien Cornelisz. Hij zal 103 gulden ontvangen van de kinderen van Jan Sijmonsz Teijsterman. Adriaen Sijmonsz Teijsterman is aanbedeeld met een kamp weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, groot 1 morgen 394 roeden, strekkend van de werf van Cornelis Sijmonsz tot het land van de kinderen van oude Cornelis Sijmonsz, belend ten oosten Cornelis Jansz Poel en ten westen Arien Cornelisz. De kinderen van oude Cornelis Sijmonsz komt toe een kamp land met een henneptuin aldaar gelegen, groot 756 roeden, strekkend van het land van Adriaen Sijmonsz tot aan de blokkamp van de kinderen van Pieter Sijmonsz, belend ten oosten Jacob Jansz Pijper en ten westen Dirck Pietersz Velssen, nog een perceel veenland binnenweg, strekkend van en tot Arien Cornelisz, belend ten oosten Cornelis Harmensz en ten westen Jan Arisz. Ze ontvangen 108 gulden, uitgereikt door de kinderen van Jan Sijmonsz. De kinderen van Pieter Sijmonsz ontvangen een blokkamp land in het Zuideinde buitenweg, groot 805 roeden, strekkend van het land van de kinderen van oude Cornelis Sijmonsz tot aan de Masloot, belend ten oosten Aris Gijsz Quast en ten westen Arien Sijmonsz Teijsterman. Zij ontvangen 297 gulden van de kinderen van Jan Sijmonsz. De kinderen van Jan Sijmonsz Teijsterman ontvangen een kamp hooiland achter het bruikweer van de overleden Sijmon Jansz, groot 1.450 roeden, strekkend van de Masloot tot het land van Willem Cornelisz van Griecken, belend ten oosten deze van Griecken en ten westen de Twaelffmorgen. [73]

3114. CLAES FRANSZ, geb. ca. 1560/65, ovl. na 1623, voor 6-9-1642, schepen (1608) en weesmeester (1614) van Nieuwkoop,[88] [89] tr. vóór 1609[90]

3115. NEELTGEN DIRCSDR WIT, ovl. na 1642.

Wapen Claes Fransz: In blauw een gouden ring voorzien van een gouden (eikel). [91]


COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [92].
Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Nieuwkoop : Claes Fransz op vijftien ponden comt 30 gl.
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Claes Fransz ende Neeltgen Dircxdr sijn huijsvrouwe met Louris, Gijsbert, Dirck, Jan, Leuntgen, Maritgen, Aeltgen ende Geertgen heure kinders - 10 hoofden". [93]
Op 6-9-1642 wordt de omvangrijke nalatenschap van Claes Fransz, grotendeels bestaande uit percelen wei- en veenland, verdeeld tussen zijn weduwe, die bijgestaan werd door haar broer Louris Dircxz Wit, en de negen kinderen Frans, Louris, Ghijsbert, Dirck en Jan Claeszonen van Wieringen , Cornelis Symonsz Teijsterman, gehuwd met Leuntgen Claesdr, Jan Gerritsz, gehuwd met Aeltgen Claesdr, Pieter Dircksz Velsen, gehuwd met Geertgen Claesdr, alsmede de minderjarige Maritgen Claesdr.[94]

3128. CORNELIS JACOBSZ (VAN) HOOGEVEEN, geb. vóór ca. 1615, ovl. 1664-1665, belender in het Noordeinde van Nieuwkoop aan de buitenweg (1653..1663), aan de overweg (1653), aan de binnenweg (1660, 1664),(1671: de erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen), aan de Achterweg (1671: de erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen), in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de binnenweg (1663), achter Nieuwkoop aan de vaarlandscheiding (1669: de erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen), tr. vóór ca. 1640

3129. ARRIAENTGE AERTSDR, geb. vóór ca. 1620. Zij wonen "in leven" in het Noordeinde van Nieuwkoop.

Op 30-4-1647 verkoopt Heijndrick Jaspersz, timmerman te Nieuwkoop, aan Cornelis Jacobsz van Hoogeveen een huis en erf met een akker land in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor ½ morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Evert Cornelisz, belend ten oosten Elbert Dietersz en ten westen de koper en de kinderen van Philips Ariensz. Cornelis Jacobsz van Hoogeveen te Nieuwkoop is schuldig aan Heijndrick Jaspersz, timmerman, een bedrag van 800 gulden wegens koop van dit huis. [134]
Op 8-5-1665 verkopen Jan Cornelisz Hoogeveen voor zichzelf en Tonis Corssen van Swanenburch, getrouwd met Lijsbet Cornelisdr Hoogeveen, mede samen handelend namens Gerrit Gielen, getrouwd met Merritge Cornelisdr Hoogeveen en voor Grietge Cornelisdr Hoogeveen, jongedochter, allen als erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen en Arriaentge Aertsdr, in leven wonend in het Noordeinde van Nieuwkoop, aan Hilletge Jansdr van Leeuwen, weduwe van Jan Andriesz van Wieringen. een kamp weiland in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend van het land van Elbert Dierten tot de Masloot, belend ten oosten deze Dierten en Johanna de Vogel en ten westen de weduwe van Gijsbert Aertsz Sas. Koopsom 1.760 gulden. [135]
Op 4-10-1665 verkopen Jan Cornelisz Hoogeveen, Teunis Corsz Swanenburch, getrouwd met Lijsbeth Cornelisdr Hoogeveen, Gerrit Michielsz, getrouwd met Marritge Cornelisdr Hoogeveen, mede vervangend verdere erfgenamen, aan Arien Jansz van Wijngerden een perceel veenland met schuur in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van de koper tot de Achterweg, belend ten oosten Pieter Cornelisz van Wieringen en ten westen Arien Japen Hoogeveen, nog een schuur en schuurstaal achter het erf van de koper. Koopsom 308 gulden. [136]
Op 1-7-1666 delen Jan Cornelisz Hoogeveen, Tonis Corsz van Swanenburch, man en voogd van Lijsbeth Cornelisdr Hoogeveen, Gerd Chielen, getrouwd met Marretij Cornelisdr Hoogeveen en Gijsbert Cornelisz Tuernhout, man en voogd van Grietgen Cornelisdr Hoogeveen, samen kinderen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen en Arijaentgen Aertsdr, de nalatenschap. Jan Cornelisz, Tonis Corsz en Gerd Chielen behouden alle roerende en onroerende goederen met de inschulden. Mede ook nemen zij op zich "alle lasten des boedels". Gijsbert Cornelis Tuernhout ontvangt 325 gulden. Ze stellen als garantie aan Tuernhout: het huis en erf in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Elberd Dierten, belend ten oosten Tonis Corsz met een huis en erf en ten westen Hendrick Jacobsz, kleermaker, nog twee percelen veenland aldaar, belend ten oosten de successeurs van Philips Arijen Jan Claesz, ten zuiden Dirck Fransz van Wieringen, ten westen de weduwe van Jan Jansz Poel en ten noorden Tonis Cors. [137]

3132. EGBERT WILLEMSZ, geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1674?, j.m. van Nieuwkoop (1629), is doopgetuige (1624, 1625, 1627), mogelijk schepen van Nieuwkoop (1673, 1674) als Egbert van Pijlen [139], tr.(¥) voor 1623 MARITGEN PIETERSDR, geb. vóór ca. 1605, doopget. (1620).

COMMENTAAR(¥) Er is nog een huwelijk van een Egbert Willemsz:
Egbert Willemsz, j.m. van Nieuwkoop, tr. Nieuwkoop geref. 25-11-1629 STIJNTGE HEIJNDRIXS, j.d. van Nieuwkoop (1629).
Het is onzeker of het hier een tweede huwelijk van bovenstaande Egbert Willemsz betreft. Andere inschrijvingen in het geref. trouwboek maken wel degelijk onderscheid tussen een j.m. en een wednr.

Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Egbert Willemsz ende Maritgen Pietersdr sijn huijsvre met Neeltgen Pietersdr haer jongwijf - 3 hoofden". [140]

Amsterdam, ca. 1650.
Kaart uit "Toneel der Steden", door Joan Blaeu. Eerste uitgave : Amsterdam, 1652. Scan http://grid.let.rug.nl/~welling/maps/blaeu.html

klik op plaatje(s) om te vergroten

3200. CARSTEN ALBERTS, geb. (Kuythuijsen??) 1611/12, ovl. na 1676 (dan is hij doopgetuige), schoenmakersgesel in de Hout(steeg?) (1643), otr. Amsterdam 2-1-1643 (haar ouders dood)

3201. JANNETJE DIRCX, geb. ... 1610/11, ovl. na 1654, woont in de Hout(steeg?) (1643).

3202. ROELOF NOMES(SEN) (MOOMERKEN) (VAN DER BERG), beg. Amsterdam Heiligewegs- en Leidsche Kh. 14-5-1676 (Roelof Nomes in de Jonge Roelofssteegh, laat 1 kind na), kleinpoorter van Amsterdam 9-5-1659 als schoenlapper van Semensbergen(¥), doopget. (1672), otr. vóór ca. 1648 (niet gevonden te Amsterdam)

3203. LIJS(A)BET CORNELIS (CORSSE) (VAN MARKEN), geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1689, beg. verm. Amsterdam St. Anthonis Kh. 18-9-1695 (Lijsbet van Marken in het Oude Manhuijs), doopget. (1671..1676).

COMMENTAAR(¥) waar ligt dat ?

3206. GERRIT GERRITSE (DE JONGE), geb. Amsterdam 1596/97, ovl. na 1671 (dan is hij otr. getuige), voor 1678 (poorterinschrijving schoonzoon), scheepstimmergesel (1631), scheepstimmerman (1643, 1645, 1671), schoenlapper (1643), woont op het Bickerseyland (1643), otr. 1o Amsterdam 27-11-1631 (get. sijn vader Gerrit Gerritse de Oude) LUTJE ARENTS, geb. (Edam?(¥)) 1603/04, ovl. 1639-1643 (niet gevonden te Amsterdam), wed. van Pieter Pieters, woont ...., dr. van ...(¥). otr. 2o Amsterdam 11-6-1643 (haar ouders doot?)

3207. AELTJE ISAACX, geb. ... 1604/05, beg. Amsterdam Noorder Kh. 6-6-1664 (int Oostervack graf N17), woont Bickerseylant (1664).

COMMENTAAR(¥) bij haar eerste huwelijk woont haar moeder te Edam.


COMMENTAAR(¥) VUL AAN

De scheepstimmerman.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

klik op plaatje(s) om te vergroten

3208. JOHANNES (JAN) DE WARM (WAAREM), geb. Alkmaar 1631/2, beg. Amsterdam Westerkh. 11-10-1693 (een baar, klasse ƒ 16,--), zijgrofgrainwerker (1655), woonde Baangracht (1655), sijgrijnwerker in de Laurierstraat tussen de Prinsegracht en de eerste dwarsstraat (1693), otr. Amsterdam 6-11-1655 (get. Ambrosius de Warm, sijn broeder en Cornelis Snewater, haer vader)

3209. CATERINA (TRIJNTJE) CORNELIS SNE(U)WATER(S), ged. Amsterdam 19-7-1633 (get. Elena Ruijters), beg. Amsterdam Westerkh. 1-11-1718 (wed. van Frans Fransz van der Riviere in de Loijersstraat naast de hoeksteen, 1 baar), woonde Baangracht (1655), Elandsstraat (1699), Looiersstraat (1718), otr. 2o Amsterdam 3-10-1699 (in margine : "also haer zoon Abrosius de Warm in judicio gecompareert is en heeft bekend van sijn moeder wegens sijn vaders goet voldaen te sijn") FRANS FRANSZ (VAN DER RIVIERE)(¥), ged. Amsterdam Nieuwe K. 27-11-1639 (get. Maritje Tomas), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 26-1-1716 (1 baar, 16 dragers, pro deo). Zie Frans Fransz van der Riviere voor verdere gegevens en zijn eerdere drie huwelijken.

COMMENTAAR(¥) Is hij wellicht verwant aan Jan van de Riviere (vermeld 1579) en diens zoon Pieter van de Riviere (vermeld 1602) met een leen (vrije akker) te Heemskerk [159]?

Frans Fransz van der Riviere
Frans Fransz van der Riviere (van de Revier), ged. Amsterdam Nieuwe K. 27-11-1639 (get. Maritje Tomas), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 26-1-1716 (1 baar, 16 dragers, pro deo), woont in de Conijnestraat (1679, 1699), bij de Lauriergracht (1716), arbeider op de Baangracht (1659), (stads?)arbeider op de Braeck (1662), koorndrager (1699), poorter van Amsterdam 23-9-1659 als arbeider, zn. van Frans Thomasse, poorter en schoenlapper op de Looiersgracht (1633), en Lijntje Pasquiers, otr. 1o Amsterdam 15-3-1659 (get. Lijntje Pasquers, sijn moeder en (Sijbrigh?) Pieters, haar moeder) Metje Jans, geb. Alkmaar 1638/39, beg. Amsterdam Noorder Kerk 12-9-1662 (in de kraam van haar derder kind), woont in de Looiersstraat of Laurierstraat (1659), waaruit 3 kinderen gedoopt te Amsterdam (1660-1662), otr. 2o Amsterdam 13-10-1662 (get. (Sijtje?) Jans, haar moeder) Hendrikje Jans, geb. Nimwegen 1634/35, ovl. 1678/79, beg. Amsterdam Nieuwe Zijds Kapel 27-9-1679 of Karthuizer Kerkhof 19-11-1679, woont in de Laurierdwarsstraat (1662), waaruit 9 kinderen gedoopt te Amsterdam (1664-1678), otr. 3o Amsterdam 21-1-1679 (get. Grietie Thoenes, "haer slaepvrou, haer ouders doot") Jannetje Willems, geb. Aken 1642/43, ovl. 1684-1699, waaruit 3 kinderen gedoopt te Amsterdam (1679-1684), otr. 4o Amsterdam 3-10-1699 Caterina Sne(u)water(s) (Trijntje Cornelis), ged. Amsterdam 19-7-1633 (get. Elena Ruijters), beg. Amsterdam Westerkh. 1-11-1718, (zie kw. nr. 3209 ).

De zijdereder.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

klik op plaatje(s) om te vergroten

3210. (NI)C(O)LAAS (NI)C(O)LAESZ (BECU, BEKU(E), BEKAUD), ged. Leiden Hooglandse K. 8-3-1629 (get. Paulus Bekaud, Pieter de Wilde en Cathalina Verschoten), beg. Amsterdam Leidse Kh. 12-5-1687 (met een diakens lootje, laat 1 kind na), passementwerker in de Loyersstraat (1656), poorter van Amsterdam 12-1-1657 als passementwerker komende van Leiden, turfdrager (1683), woonde in de Lange Leidsedwarsstraat (1687) naast Vredenburgh, heeft verm. een zuster Sara en een broer Jan, otr. Amsterdam 1-7-1656 ("de geboden zijn in de Walekerk gegaen", get. Jeanne Angloes, sijn moeder en Jasper Kaijser, haer vader)

3211. JANNETJE JASPERS (KEIJSER(S)), ged. Amsterdam Nieuwe K. 24-2-1636 (get. Stijntje Pieters), ovl. na 1686, woonde in de Loijersstraat (1656), doopget. (1686).

3212. LEENDERT STEVENS (STRUIJS), geb. Heemstede 1617/8, beg. Amsterdam Noorder Kh. 27-9-1684, varentgesel, wonend in de Herenstraat (1650), op de hoek van der Haerlemmerstraat (1655), in de Langestraat (1684), doopget. (1651), otr. Amsterdam 12-3-1650 (beider ouders dood)

3213. TRIJNTJE JANS, geb. Uithoorn 1623/4, ovl. na 1691 (dan is zij doopgetuige), woonde in de Haerlemmerstraat (1650).

3214. A(D)RIAEN BASTIAENSZ, geb. Het Bilt 1622/3, ovl. (niet gevonden te Amsterdam) 1668-1682, gortmaecker in de Anjeliersstraet (1644), poorter van Amsterdam 20-5-1644 als grutter van Bilt in Friesland, bij de poorterinschrijving (1682) van zijn schoonzoon Steven Leendersz Struijs wordt als zijn beroep opgegeven factoor en is hij reeds overleden, otr. Amsterdam 16-1-1644 (get. Cornelisz Jans, zijn neve, beider ouders dood)

3215. GEESJE BARENTS, geb. ... 1620/1, ovl. na 1691 (dan is zij doopgetuige), woonde in de Lindestraat (1644).

3220. LAMBERT WICHMANSEN TOP(P), geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1674 (beg. niet gevonden te Elburg), mondig 1654. belender bij het kerkhof te Elburg (1659, 1661), bij de Goorpoort (1662), woont in de Kerkstraat (1662), tr. vóór 1635

3221. HENDRICKJE BAE(C)KS, ovl. vóór 1656.

In de civiele procesdossiers in het rechterlijk archief van Elburg [160] komt voor onder nr. 33 Griete Peeters contra Lambert Top (1607) en onder nr. 73 Henrick Hartgers c.s. contra Lambert Top c.s. (1632).
Lambert Top is belender bij de Goorpoort te Elburg 1638. [161]
Lambert Wichmansen Top verkoopt aan zijn zwager en zuster Hermen Baeck en Grietje Wichmans echtel. 6 voedergrondsen op de Mheen zoals van zijn ouders aangeerft enz hem ter danke betaald get 4 febr 1654 coram Heeck et Reefsen. [162]
Lambert Top voor hem zelf en zijn onmondige kinderen bij Hendrickje Baecks erwonnen aan de ene zijde en Hermen Baeck en Grietgen Wichmans echtel. aan de andere zijde verloten 2 huizen staande in de Kerkstraat naast Willem Limburch westw en Hermen Jansen oostw welke hun bij versterf van hun olderen aangekomen zijn. Lambert Top zal hebben het huis aan de oostzijde en Hermen Baeck het huis aan de westzijde naast Willem Limburch get 16 jan 1656. [163]
Op 12-12-1656 verkoopt Lambert Top mede als momber zijner Kinderen bij zall. Hendrikje Baeck verwekt aan burgem. Hendrik Bigge en Antonia Reefsen echtel. zijn huis staande in de Nieuwepoort strate waaraan oostw Maes Witte en Momme Wychmans, noordw Willem toe Waters weduwe en westw kopers zelf gehuiset zijn get 12 dec 1656 coram Feith et Hegeman. [164]
Op 26-2-1662 heeft Lambert Top opgenomen ƒ 58,- a 6% rente, van de afgestorven ontvanger der stad zoals alhier bij liquidatie der boekhouding van Joachim Loefsen en Maria Lutteken echtel. is bevonden, onderpand zijn huis in de Kerkstraat waaraan oostw Hermen Jansen westw Herman Baeck gehuiset zijn get 26 febr 1662 coram Bigge et Wolfsen. [165]
Cars Aettien Gesien en Gerrit Lambertsen Top(¥) tesamen kinderen van Lambert Wychmansen Top verkopen aan Gosen Jansen en Peter Kellier? Beniers (een hof) voor de Goorpoort op de grachte naast Willem Velicke oostw zuidw Wolter Willems schoenmaker em westw Jan Jacobsen Backer get 25 april 1667 coram Hegeman et Wolfsen. [166]

COMMENTAAR(¥) Mogelijk Cors Lambertsen Top, Aelt Lambertsen Top, Gesien (Goesentien?) Lambertsen Top en Gerrit Lambertsen Top. Dat zou betekenen dat de andere hieronder genoemde kinderen overleden zijn voor 1667. Top Lambertsz staat er helemaal niet bij!
Op 1-9-1674 bekent Aleida Feith wed. van de scholtus Nucke verkocht te hebben aan Lambert Top 2 Goorgresen voor een somme haar ten danke betaald. actum i sept 1674 [167]

3222. LAMBERT COEPS, parentatie niet bewezen, gildebroeder (1609) van het schoenmakersgilde te Elburg, [181]

3224. JAN (POTSER), geb. vóór ca. 1610, alleen bekend uit het patroniem van zijn (veronderstelde) kinderen:

3226. REIJNT ROELEFS.

3304. BOUDEWIJN VAN DEN ENDE, geb. vóór ca. 1650, (zie Fragment Van den Ende voor een mogelijke verwant), alleen bekend uit de patroniemen van zijn mogelijke zoons:


Fragment Van den Ende
Een mogelijke broer of zoon van Boudewijn van den Ende zou kunnen zijn:
Cornelis van den Ende, geb. vóór ca. 1645.
    Uit hem:
  • a. Cornelis Cornelisse van den Ende, geb. St. Maartensdijk vóór ca. 1670, ovl. Zierikzee 1733 (als Cornelis van den Ende)[210], j.m. geb. te St. Maartensdijk (1692), treedt op als get. in akten te Zierikzee (1694..1730), bierdrager te Zierikzee (1697..1729), tr. Zierikzee geref. 12-9-1692[211] tr. Poortvliet geref. 24-9-1692 Adriana van Es(sen), j.d. geb. te Poortvliet (1692).
    Cornelis van den Ende en Adriana van Essen worden vermeld in de weeskamer van Zierikzee (1748-1754).[212]
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Adriaan van den Ende, geb./ged. Zierikzee 24/28-6-1699 (get. Johannes Commerse, Pieternella Baaks), ovl. Zierikzee 29-4-1762,[213] j.m. van Zierikzee (1727), timmerman (1727..1734), genoemd in akten te Zierikzee (1727..1745), otr./tr. Goes/Zierikzee 11-4/7-5-1727;(¥) Cornelia Soetebier, ged. Goes 17-12-1694 (get. Catharina van Oosten), beg. Zierikzee 13-5-1762,[214] j.d. van Goes (1727).

      COMMENTAAR(¥) In het register Overleden personen Zierikzee komen drie onbenoemde kinderen voor van Adriaen van den Ende , ovl. 1727, 1728 en 1729. Het is onduidelijk om welke kinderen het gaat.
      Cornelia Soetebier en Adriaan van den Ende zijn op huwelijkscontract gehuwd. Op 29-4-1727 compareren voor de notaris Zijwert van der Bilt Adriaen van den Ende en Cornelia Soetebier, voor haar wordt gereserveerd een somma van 200 pond Vls. Indien er geen kinderen in leven zijn, is haar broer Adolf Soetebier haar erfgenaam en na hem haar andere broers en zusters, hen wordt dan nagelaten de somma van 100 pond Vls. tesamen. [215]
      Op 23-5-1728 testeren te Zierikzee: Adriaen van den Ende, timmerman, en Cornelia Soetebier, beiden wonend te Zierikzee. Verder genoemd: Zijwert van der Bilt, notaris, en Adolff Soetebier. Getuigen zijn Cornelis van der Hoeven en Boudewijn de Rijke, beiden wonend te Zierikzee. [216]
      Op 10-4-1730 testeren te Zierikzee: Adriaen van den Ende, timmerman, en Cornelia Soetebier, beiden wonend te Zierikzee. Verder genoemd: Zijwert van der Bilt, notaris, en Adolff Soetebier. Getuigen zijn Jan Swen en Claas Reijngout, beiden wonend te Zierikzee. [217]
      Op 12-6-1734 compareren te Zierikzee: Adriaen van den Ende, timmerman, wonend te Zierikzee, en Adolph Soetebier, wonend te Goes. Akte van procuratie. Verder genoemd: Cornelia Soetebier, Marinis Soetebier. Getuigen zijn Barent van der Jagt en Marinis van der Jagt, beiden wonend te Zierikzee. [218]
      Op 21-6-1734 testeren te Zierikzee: Adriaen van den Ende, timmerman, en Cornelia Soetebier, beiden wonend te Zierikzee. Verder genoemd: Adolph Soetebier, Marinis Soetebier, Johanna Soetebier, Jacobus Buijghanan, Jan Cornelisse Soetebier. Getuigen zijn Adriaen Mulock en Barend van der Jagt, beiden wonend te Zierikzee. [219]
    • 2. Cornelis van den Ende, geb. vóór ca. 1705, ovl. na 1740, j.m. van Zierikzee (1726), zeilmaker wonend te Zierikzee (1727, 1740), otr./tr. Zierikzee geref. 16-5/25-6-1726 (He)Lena Lauwrensdr van den Hoeke, ovl. na 1740.
      Op 10-10-1727 testeren te Zierikzee: Cornelis van den Ende, zeilmaker, en Lena van den Hoeke, beiden wonend te Zierikzee. Getuigen zijn Gijdeon de Vooght en Pieter van Es, beiden wonend te Zierikzee. [220]
      Op 5-5-1740 testeren te Zierikzee: Cornelis van den Ende, zeilmaker, en Lena Laurus van den Hoeke, beiden wonend te Zierikzee. Verder genoemd: Getuigen zijn Charles s' Graauwen en Barend van der Jagt, beiden wonend te Zierikzee. [221]
      Cornelis van den Ende en Helena Lauwrensdr. van den Hoeke worden vermeld in de weeskamer van Zierikzee (1753).[222]
        Uit dit huwelijk verm.:
      • aa. NN van den Ende, ovl. Zierikzee 1730 (kind van Cornelis van d' Ende)[223].
      • bb. Lourens (Laurens) van den Ende, geb. 1734/35, ovl. Zierikzee 4-3-1814 (oud 79 jaar), j.m. van en wonend te Zierikzee (1766), wednr. van en wonend te Zierikzee (1781), treedt veelvuldig op in akten te Zierikzee (1774..1809), vermeld als inwoner van Zierikzee in 1798 (oud 61 jaar, sic!) en 1811 (dan "voilier" oud 76 jaar), hypothecair schuldenaar in Zierikzee (1811), zeilmaker te Zierikzee (1785..1814), tr. 1o Zierikzee geref. 9-2-1766 Helena Bodt, ovl. 1766-1780, j.d. van en wonend te Zierikzee (1766), doopget. te Noordgouwe (1774), tr. 2o Zierikzee geref. 17-7-1781 Johanna Mommaas, ovl. Zierikzee 31-7-1820, j.d. van en wonend te Zierikzee (1781), zeilmaakster (1820), dr. van Martinus Mommaas en Neeltje de Vos. Hieruit verder nageslacht bekend.
      • cc. Maria van den Ende, geb. vóór ca. 1740, j.d. van en wonend te Zierikzee (1766), tr. Zierikzee geref. 9-2-1766 Ewout Bodt, j.m. van en wonend te Zierikzee (1766). Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 3. NN van den Ende, ovl. Zierikzee 1706 (kind van Cornelis van den Ende)[224].

3312. JACOB JACOBSZ BLEIJCKER(¥), parentatie niet bewezen genoemd in 1652 als grondeigenaar en gebruiker van land in de polder Klinkerland in Grijsoord/Nieuw Tonge.[225]



COMMENTAAR(¥) Wat is het verband met:
Adriaantje Aelbrechts Bleijker, doopsgezind, ged. geref. belijdenis Elkerzee 22-3-1654 [226].
Arjaantje Willems Bleijckers, tr. 1o na mrt 1667 Jacob Gabriels Schelhouck, geb verm. Spijkenisse (mennoniet), landbouwer te Spijkenisse 1648, won. Oud-Beierland ca. 1635, vermeld ald. 1636, dijkgraaf in de ring van Putten 1657, ovl. Spijkenisse voor 1681, wednr. van Maartgen Borrusdr en Jannetje Gabrielsdr Koijer [227] , tr. 2o Spijkenisse 19-10-1681 [228] Hugo Berents van der Clock, leerlooier en schoenmaker te Geervliet, doopsgezind voorganger aldaar, predikt te Ouddorp (1665, 1684, 1686) [229] ovl. (impost) Geervliet 25-10-1703 [230]

3432. TATICK NN (Claasz?), geb. vóór ca. 1620. Hieruit mogelijk :

3472. PIETER DIRCKSZ ZETHOVEN, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1637, parentatie niet bewezen, tr. vóór 1637

3473. ANNETGEN PIETERS TEIJSTERMAN, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1637, parentatie niet bewezen,

Op 4-6-1637 compareren Arien en Cornelisz Symons Teijsterman voor henzelf, Cornelisz Pieters Teijsterman en Annetgen Pieters Teijsterman, gehuwd met Pieter Dircksz Zethoven, alsmede voogd over de nog onmondige kinderen van Pieter Symonsz Teijsterman , Aris Cornelisz Quast als voogd over de kinderen van Ouwe Cornelis Symonsz Teijsterman en de voogd over de kinderen van Jan Symonsz Teijsterman , allen erfgenamen van Symon Jansz Teijsterman, in zijn leven gewoond hebbend te Nieuwkoop [231].

3476. PIETER ADRIAANSZ (VAN HIJSELENDOORN), geb. vóór ca. 1605, tr. vóór ca. 1630[232]

3477. JANNITGEN JANS VAN GROOS, geb. vóór ca. 1610.

3478. ABRAHAM YSACKSZ VAN WIERINGEN, geb. vóór ca. 1595, ovl. 1667/68, lakenverkoper, kleermaker, schepen van Aarlanderveen (1630..1639), wonende te Aarlanderveen Dorp (1667), tr. vóór 1623[234] [235]

3479. ARRIAANTJE CORNELISDR VAN CLEVESTEIJN(¥), geb. vóór ca. 1605, ovl. 1670- (kort) voor 1699, belendster in het Noordeinde van Aarlanderveen (1668). [236]

COMMENTAAR(¥) Aanvullen akten Ref. P.D. Meijer en A.M.L. van Wieringen.

Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623: "Abraham IJsaacxz ende Adriaentgen sijn huijsvrouwe met IJsaac heur kint, item een knecht genaemt (niet ingevuld) die bij hem werct - 4 hoofden". [237]
Op 28-7-1630 komt Abraham Isaacxsz van Wieringen, schepen van Aarlanderveen, overeen met Jan Salomonsz van Swanenburch, ambachtsbewaarder van Aarlanderveen, dat deze het erf tussen hun beider huizen in bezit zal krijgen. De koopsom is 27 gulden. [238]
Op 18-5-1631 zijn Grietgen Jacobsdr, huisvrouw van Adriaen Gerritsz, die onder curatele staat van het Hof van Holland, geassisteerd met Gilles Americx, secretaris, mede Gerrit Adriaensz voor zichzelf en opkomend voor zijn twee zusters, schuldig aan Abraham IJsaacxsz van Wieringen, schepen van Aarlanderveen, een losrente van 7 gulden 10 stuivers per jaar, hoofdsom 125 gulden. Gesteld onderpand is een huis en erf met 2½ morgen land in het Noordeinde van Aarlanderveen. [239]
Op 10-5-1667 is Pieter Cornelisz Cleijn, wonende in het Zuideinde van Aarlanderveen, schuldig aan Abraham IJsaacqsz van Wieringen, wonende Aarlanderveen Dorp, een bedrag van 600 gulden a 40 groten Vlaams, wegens geleverde waren. Gesteld onderpand is 3 morgen 1½ hond land in de Zuideinderpolder, strekkende van het land van Gerrit Gerritsz Cleijn tot de Molenwetering, belend ten zuiden Claes Bouwensz Vermij en ten noorden de weduwe en kinderen van Sijmon Willemsz. [240]
Op 4-5-1668 verkoopt Ariaentge Cornelis, weduwe van Abraham Isaacxsz van Wieringen, geassisteerd met haar schoonzoon Jan Esch, aan Cornelis Isaacxsz een huis, erf en schuur in het dorp van Aarlanderveen, strekkende van de dijk tot het erf van Jan Salomonsz van Swanenburch, belend ten noorden Swanenburch voornoemd en ten zuiden de laan van de kinderen van Gerrit Gijsz. De koopsom is 1200 gulden. [241]
Op 29-5-1670 is Pieter Cornelisz Cleijn schuldig aan Arrijaentgen Cornelisdr, weduwe van Abraham IJsaacksz van Wieringen, een bedrag van 500 gulden a 40 groten. Gesteld onderpandis 3 morgen 1½ hond land in het Zuideinde, strekkende van Lambert Pietersz tot de Molenwetering, belend ten zuiden de weduwe en kinderen van Claes Bouwensz en ten noorden de weduwe van Sijmen Willemsz. [242]
Kohier van de 100e penning van Rijnland : 1699. De weduwe van Abraham Isaacksz van Wieringen overleden. Erven Isak Abrahamsz van Wieringen, Jan Arentsz van Es nom(ine) ux(oris), Gangert Jansz 't Hoen, weduwnaar van Sara Abrahams van Wieringen, Geertje Abrahams, weduwe van Dirck Jansz van Griecken, beiden op de Oude Wateringh en de kinderen van Ary Pietersz van Hijselendoorn x Elisabeth Abrahams te Boskoop.
Op huijden den 29e mey 1701 compareerde voor mij: Willen van Heijningen, notaris publijcq bij den hoove van Hollant geadmitteert, tot Reijnsaterwoude residerende, ende voor de nabeschreven getuijgen, Machtelt Abrahams van Wieringen, weduwe ende boedelhoudster wijlen Jan Aertse van Nes wonende onder de jurisdictie van Aerlanderveen, Cornelis Dircksz van Grieken sigth sterk makende ende de rato caverende voor zijn moeder Geertje Abrahams van Wieringen, wonende onder de heerlijckheijt van Alckemade op de Oude Wateringh, Gangert Jansz 't Hoen, mede wonende op de dicte Wateringe voors., als weduwnaer van Sara Abrahams van Wieringen, Leendert Cornelis 't Hoen, wonende tot Wensveen, in huwelijk hebbende Arijaentje Huijberts van Heijn, soo voor hem selve als sigh starck makende ende de rato caverende soo voor Dirck Teinigs Bloet in huwelijck hebbende Sijbrugh Huijberts van Heijn, als voor Catarina Huijberts van Heijn, kinderen van Sara Abrahams van Wieringen, Frans Hendricksz Binnendijck in huwelijck hebbende Jannetje Arijens van Hijselendoorn, wonende onder den ambachte van Leijderdorp, Teunis Arijensz Hijselendoorn, Dirck Ariensz Hijselendoorn ende Dirck Aertsz van Leeuwen, in huwlijk hebbende Anneje Aryens van Hijselendoorn, wonende tot Boscoop, alle kinderen van Lijsbet Abrahams van Wieringen, ende nogh de voorn. Teunis Arijensz Hijselendoorn ende Dirck Aersse Hijselendoorn in qualite als voogden over Pieter Jacobsz Sethoven, jegenwoordigth uytlandigh zijnde, dewelcke een soon is van Grietje Arijens van Hijselendoorn, die een dogters dogter is van Abraham IJsacksz van Wieringen ende Ariaentje Cornelis van Clevesteijn en Claes Gerritsz van der Put, woonende tot Aerlanderveen, als vader ende voogt over zijn minderjarige dogter Grietje Claes van der Put, gewonnen bij Lijsbet Cornelis Loendersloot, dogter van Ariaentje Pieters Hoogeveen, die in huwelijck gehadt heeft IJsack Abrahamsz van Wieringen, alle kinderen, kintskinderen ende kintskintkind(eren) ende sulcx mede-erfgenamen van Abraham IJsaecksz van Wieringen ende Ariaentje Cornelis van Clevesteijn, de welcken verclaerden te approberen soodanige vercooping van partije lant gelegen onder den ambaghte van der Aer, als Cornelis IJsacksz van Wieringen, soon van IJsack Abrahamsz van Wieringen ende sulcx een mede-erfgenaem van de voorn. Abraham IJsacksz van Wieringen ende Ariaentje Cornelis van Clevesteijn door ordre van de comparanten aen Gijs Pieters Gijsz, woonende op de Hoeff, uitterhant heeft vercocht. Verclarende wijders sij comparanten de voorn. Cornelis IJsackse van Wieringen te constitueren ende volmachtigh te maken sulcx sij doen bij desen, specialijck omme alle de verdere goederen, soe roerende als onroerende uijt als vooren de comparanten aengecoomen ende die.. in wesen ende in hunnen wesen soude mogen sijn te mogen vercopen off verbuijren, 't sij uijtterhant ofte int openbaer ende voor alsulcken somme van penningen ende op alsulcke conditien als hij geconstitueerde goet ende raedtsaem vinden sal, ten dien eijnde oock omme te compareren voor de gerechte alwaer de voorsz. vaste goederen, de welcke albereijts sijn vercogt ofte nogh vercogt soude mogen werden, gelegen zijn ende voorts ter plaetse daer sulcx nodigh gevonden sal werden om aende koopers van den selven te doen opdragte de cooppenningen te ontfangen ende daer van te geven behoorlijck quitantie ende voorts nogh omme te ontfangen van alle debiteuren soodanige penningen als te innen ende te ontfangen staen, de quaede, willige in rechten (ist noot) te betrecken ende daer toe een off meer penoonen te mogen substitueren alsmede omme met een ider vanden crediteuren die het hem geconstitueerde sal goet vinden te mogen accorderen ende compromitteren ende vanden ontfangen der voorsz. crediteuren mede te verleenen quitantie ende voorts omme meer te doen soodanige betalinge als den comparanten in qualite voorsz. verschult zijn. Ende dit alles onder approbatie ende ratificatie als regt is, mits doende behoorlijcke rekeninge, bewijs ende reliqua. Consenterende hier van gemaeckt ende gelevert te werden procuratie in forma. Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie van Jan vander Maes ende Dirck Reijersz Vermij als getuijgen ten desen versogt die de minute deses, beneffens de comparanten ende mij notario. geschreven zijnde op een zegel van twaelff stuijvers, mede hebbende ondertekent. Tijde ut supra.onderstont 't Welck ick affirmere ende was geteijckent W. van Heijningen nots. publ.[243]
Op huijden den 28e december seventien hondert en een compareerde voor mij Willem van Heijningen, notaris publique bij den hove van Hollant geadmitteert, tot Reijnsaterwoude residerende ende voor de nabeschreven getuygen, Annetje Claes Weselenburgh, weduwe ende boedelhoudster wijlen Jacob Aertsz Sethoven, die te bevoren in huwelijck heeft gehadt Grietje Ariens Hijselendoorn ende welcke Grietje Hijselendoorn een (doghters?)doghter is geweest van Abraham IJsacksz van Wieringen ende Ariaentje Cornelis van Clevesteijn ende naer gelaten heeft twee kinderen als namentlijck Pieter Jacobsz Sethoven, tegenwoordigh uijtlandigh ende Lijsbet Jacobs Sethoven ende van wel de voors. Lijsbet Jacobs den meergemelte Jacob Arisse Sethoven volgens testamentaire dispositie is erfgenaem gebleven ende vervolgens benevens meer anderen mede gerechtigt tot de nalatenschap van Abraham IJsacksz van Wieringen ende Ariaentje Cornelis van Clevesteijn, beijde overleden, voor de voorn. Lijsbet Jacobs Sethoven, de welcke in qualite voors. verclaerde te approberen soodanige vercopinge van een partije lant gelegen onder den ambachte van der Aer als Cornelis Isacksz van Wieringe, soon van Isaack Abrahamsz van Wieringen ende Ariaentje Cornelis door ordere van de voorn. comparante in qualite voornt ende dien volgende voor soo veel haer gedeelte conserneert aen Gijs Pieter Gijsz, wonende op te Hoeff, uijtterhant heeft vercogt. Verclaerde wijders sij comparante den voorn. Cornelis IJsackse van Wieringen te constitueren ende volmachtigtih te maken sulcx sij doet bij dese specialijck omme alle de verdere goederen, soo roerende als onroerende ende waer toe de voorn. comparante uijt hoofden als vooren gerechtigt ende die regte in wegen soude mogen zijn te mogen vercoopen off verhuijren 't sij uijtterhant ofte in het openbaer ende voor al sulcke somme van penningen ende op alsulcke conditien als den geconstitueerde goedt ende raedtsaem vinden sal. Ten dien eijnde oock omme te compareeren voor de gerechte al waer de voors. vaste goederen, dewelcke al bereijts sijn vercogt ende nogh vercogt soude mogen werden gelegen zijn ende voorts ter plaetse daer sulcx sal noodigh bevonden werden om aen de coopers vande selve te doen opdragt, de cooppenningen te ontfangen ende daer van te geven behoorlijcke quitantie ende voorts nogh omme te ontfangen van alle debiteuren soodanige penningen als te inne ende te ontfangen staen, de quaeddwilligen in regten (is 't noodt) te betrecken ende daer toe een off meer persoonen te mogen substitueren. Als mede omme met een ider van de crediteuren die het hem geconstitueerde sal goet vinden te mogen accorderen ende compromitteren ende van dien te ontfanghen der voors. crediteuren mede te verleenen quitantie ende voorts omme mede te doen soodanige betalinge als de compamrante in qualite voors. verschult is, ende dit alles onder approbatie, ratificatie als reght is, mits doende behoorlijde rekeninge. bewijs en de relliqua, consenteerende hier van gemaeckt ende gelevert te werden procuratie in forma. Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie van Pieter van Heijningen ende Huijbert Jansz Bouman als getuijgen ten deses versogt die de minute deses, geschreve zijnde op eenen segel van twaelff stuijvers, beneffens de comparante ende mijn notario mede hebben onderteijckent. Tijde ut supra onderstont. 't Welck ick affirmere ende was getekent W. van Heijningen nots. publ.[244]
Op 15-5-1702 verkoopt Cornelis IJsacksz van Wieringen, met volmacht van de mede-erfgenamen,
  • 1 aan Pieter Maertensz Stichter een perceel land in het Zuideinde van Aarlanderveen, verongeld voor 3 morgen 150 roeden, strekkend van het land van Lambert Pietersz van Zijl tot in de Molenwetering, belend ten zuiden Hendrick Roelen Stichter en ten noorden Arij Sijmonsz. De koopsom is 654 gulden. [245]
  • 2 aan Lambert Pietersz van Zijl een huis en erf in het Zuideinde van Aarlanderveen, verongeld voor 12½ roeden, strekkend van de Aarlanderveensedijk tot aan "hem selver", belend ten zuiden Hendrick Roelen Stichter en ten noorden Arij Sijmonsz. De koopsom is 200 gulden. [246]
  • 3 aan Cornelis Pietersz Kleijn een perceel teelland onder Aarlanderveen, verongeld voor 3 hond, strekkend van de weduwe van Claes Cornelisz Kleijn tot Hendrick Jacobsz van der Hoorn, belend ten zuiden en noorden deze Van der Hoorn. De koopsom is 80 gulden. N.B. In deze akte is Jan Aertsz van Nes vermeld als Jan Ariensz van Es. [247]

3504. JAN CORNELISZ WITTEBOL, geb. vóór ca. 1590, ovl. 1642-1654 (mogelijk beg. Hazerswoude 12-5-1647 als Jan Cornelisz, belender te Hazerswoude (1619..1642), woont aan de Achterweg te Hazerswoude (1640), tr. vóór 1613

3505. TRIJNTJE PIETERS CORDT, beg. geref. Hazerswoude 15-5-1669 ("het lijk van Trijntje Pieters Cordt, huijsfrou van Jan Cornelisz Wittebol"),[271] vermeld als Trijntge Pietersdr wed. van Jan Corneliss Wittebol in de transportregisters van Hazerswoude (1654-1669).

Op 29-4-1613 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol aan zijn zoon Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Pietersz 14½ hond land eensdeels geheel en eensdeels gebroken gelegen buitenweg, belend ten oosten Pouwels Woutersz, ten zuiden de nieuwe vaart, ten westen Sijmon Cornelisz en Florisz Cornelisz en ten noorden dezelfden, voldaan met een schuldbrief. [272]
In vervolg hierop verklaren op 29-4-1613 Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Pietersz, zwagers, schuldig te zijn 425 gulden met hypotheek op het gekochte. Borg Pieter Adriaensz voor respectievelijk zijn zwager en zijn zoon. [273]
Meer akten 1616..1642, NOG TOEVOEGEN
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Op den Achterwech te Hazerswoude : Jan Cornelisz Wittebol ende Trijntgen Pietersdr met Cornelis, Annetgen, Ariaentgen ende Barber heure kinderen, 6 hoofden.
Op 17-7-1640 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol, wonende aan de Achterwech 650 Roeden lands voor 448 Carolus guldens, en in een stuk van 23-9-1640 is hij principaal bij verkoop van grond te Haserswoude.[274]

3508. THIJS CORSE, geb. ca. 1590, beg. Hazerswoude 6-11-1652[338], vermeld in de transportregisters van Hazerswoude (1640-1647), woont te Hazerswoude (1640-1647), tr. vóór ca. 1615[339]

3509. MARIJTGEN JANS VAN GENEUCHTEN, geb. ca. 1600, beg. Hazerswoude na 19-7-1677 (als Maertje Jans, wed. van Tijs Corssen).

Vul aan akten 1611
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Op den Achterwech te Hazerswoude : Tijs Corssoon ende Maritgen Jansdr met Cornelis, Maritgen, Geertgen, Jan ende Cors heure kinderen, 7 hoofden.

3510. GOVERT PIETERS VAN HIJZELENDOORN (ook BROER?), geb. ca. 1590, beg. Hazerswoude 12-11-1656[340] of 13-11-1656[341] , j.g. wonend te Hazerswoude (1621), vermeld in de transportregisters van Hazerswoude, wonend in de Bent (1645-1650), tr. Leiden schepenen 22-5-1621 (als Govert Pietersz)[342] [343]

3511. DIEWERTGEN DIRCXDR, geb. ca. 1600, beg. Hazerswoude 30-4-1667, j.d. wonend te Hazerswoude (1621).

Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Govert Pietersz ende Dieuwer Ariensdr, 2 hoofden.

COMMENTAAR(¥) Zou Dieuwer Ariensdr identiek zijn met Dieuwertgen Dircxdr? De vader van Dieuwertgen Dircxdr heet Dirck Ariens Janse, dus dat is mogelijk.

3520. CORNELIS (SCHANSMAN), alleen bekend uit het patroniem van zijn vermoedelijke zoons.

3522. DIRCK PIETERS VAN DER GOUDE, geb. vóór ca. 1560, ovl. 1607-1649, tr. 2o Ridderkerk 25-11-1607[348] FYCKEN ARYENS, wed. van NN, tr. 1o vóór ca. 1585[349]

3523. NEELTJE CORNELISDR, geb. vóór ca. 1565, ovl. vóór 1607, tr. 1o vóór ca. 1585[350] EGBERT NN, ovl. vóór ca. 1585.

Op 15-11-1649 compareren Cornelis Dirks van der Goude, Willem Cornelisse Schansman als man van Sytgen Dirksdr, Jan Henricxz als man van Pietertje Dircksdr, kinderen en erfgenamen van 's vaders zijde, voor de helft, ende Henrick Egberts voor sijn selven mitsgaders hem sterck maeckende voor Govert Bastiaens ende voor Jacob Willems Moockhoek als man van Jorisje Cornelisdr(¥) ende noch als oom ende bloetvoocht, hier mede present, neffens Jan Aryens Punct, mede oom ende bloetvoocht van de nagelaten weeskinderen van sa. Lenert Aryens Punct en Lyntgen Egbertsdr sa., ende noch transport hebbende (soo hij seyde) van Bastiaen Cornelisse, all tesamen mede kinderen ende erfgenamen van 's moeders syde elc voor een gerecht sesde part, in de wederhelft van de nagelaten boedel van sa. Dirck Pieters van der Goude ende Neeltje Cornelisdr sa. hare vader ende moeder, schoonvader ende schoonmoeder respectieve. Zij verkoopen ende transporteeren aan Cornelis Henricxs als man van Grietje Gornelisdr(¥), eertijds weduwe van Gijsbert Daniels die mede een dochter is van de voors. Neeltje Cornelisdr sa. ende oversulcks mede-erfgenaam in de wederhelft voor een gelijck sesde part, een huysinghe, erve ende boomgaert aan den buytenkant van den droosgewaerd onder dese jurisdictie. [351]

COMMENTAAR(¥) Het is onduidelijk hoe Jorisje Cornelisdr en Grietje Gornelisdr verwant zijn aan Neeltje Cornelisdr. Het lijkt onwaarschijnlijk dat zij haar zusters zijn, doch als zij haar dochters zijn zou Neeltje Cornelisdr met een Cornelis NN getrouwd moeten zijn geweest, hetgeen nergens in de akte blijkt. Of zouden Jorisje en Grietje wel dochters zijn die het patroniem Cornelisse van hun moeder hebben overgenomen?

3536. LEENDERT ARIENS GELDER, ovl. vóór 1667, woont aan de Molendijk onder Ridderkerk, tr.

3537. NEELTIE WILLEMS, ovl. vóór 1667.

Een Leendert Gelder wordt beg. (rekeningen kerkmrs) Geref. Kerk Charlois 15-2-1664.[362]
Op 16-4-1667 compareren de eerzame Pleun Leenderts Gelder, Willem Leenderts Gelder en Arij Leenderts Gelder, allen kinderen en erfgenamen van Leendert Gelder ende Neeltie Willems haar comparanten vader en moeder beiden zaliger in haar leven gewoond hebbende aan de Molendijk onder Ridderkerk. Zij verdelen in vriendschap de boedel. Pleun Leenderts Gelder valt ten deel een boomgaard gelegen boven veertien voeten van de voors. dijk waar aan belent is ten oosten Berber Teunis, en nog de helft van zeven ackeren griend staande op zelve twaalf roeden medegelegen aldaar waarvan de wederhelft is toekomede Pleun Willems. De voorn. Willem Leenderts Gelder is ten dele gevallen een huis en boomgaard waar van de diverse tuijnen bij de voorn. Pleun Leenderts en Willem Leenderts tot laatste is nemende den dijck, mitsgaders 't uitpad ieder voor zijn werf ende griend en boomgaard gelijk daaraan van ouds is geweest, als mede schouw daarop te verwachten en te voldoen. De voorn. Arij Leenderts Gelder is ten dele gevallen een som van 130 car. gld, en is gelijk betaald uit handen van voorn Pleun Gelder, zijn broer, en beloven elkaar over en weer het volle effect ervan te zullen laten genieten. Pleun Leenderts Gelder en Arij Leenderts Gelder, ondertekenen met een handmerk, Willem Leenderts Gelder met een kruisje.[363]

3540. JACOB LAMBRECHTSZ SNOEK, geb. (Gorinchem ?) ca. 1597 (oud 53 jaar in 1650), ovl. 1664-1669,[364] (voor 13-11-1669 te Sleeuwijk ten huize van Corn A. Snoeck [365] ), heemraad, schepen van Sleeuwijk (1650),[366] tr. 2o voor 21-2-1649[367] [368] MAIJKEN HERMENSDR VERSCHOOR, ovl. 1649-1660, dr. van Herman Melissen Verschoor en Pietertje Joppen,[369] tr. 3o (huw. voorw. Gorinchem 12-4-1660) [370] ,[371] MAYKE JOOSTENDR SNOEK, geb. Emmikhoven, tr. 1o voor 1630[372] [373] [374]

3541. LEITGHEN NN.

3542. MELIS ADRIAENSEN VERSCHOOR, geb. (Sleeuwijk?) ca. 1600, ovl. 1636-1639, tr.[375]

3543. MAIJKEN JANS, geb. (Sleeuwijk?).

3550. GERRIT (VAN WASSENBERGH).

3580. JAN (DE LANGE)(¥).

COMMENTAAR(¥) Hij is mogelijk identiek met
- Jan Abrahamsz x Leentje Corssen die 1649 een zn. Arien laten dopen waarbij getuigen zijn Dirk Abrahamsen en Machtelt Cornelis.
- Jan Dircxe de Lange, vermeld te Leimuiden in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 3 personen in de klasse arbeiders en onvermogenden. [376]

3616. BREUNIS CRAEYENKAMP, geb. Barneveld ca. 1606, landbouwer aldaar. tr. Barneveld 1628

3617. HENDRIJNA WILLEMSDR., j.d. van Barneveld.

3642. EVERT (NN).

3646. REIJER WILLEMSZ, ged. Scherpenzeel 28-3-1612, tr. Leusden 7-7-1634[379]

3647. HENDRIKJE CORNELIS, geb. Leusden vóór ca. 1615.

Op 31-12-1692 verkopen Dirck Henrickse Bonecamp en zijn vrouw Claertje Reijers, Beernt Lasserij en zijn vrouw Mechteld Reijers, Ceel Jansen en Jannitgen Reijers, insgelijks echtelieden, alle wonende binnen deze stad, mitsgaders Jannitgen Willems, weduwe van Willem Reijersse te Amsterdam, aan Claes Claessen Mierus, voerman, zijn vrouw en hun erfgenamen, een camp land, daar van een morgen aan Cornelis van Liender verkocht is, genaamd de Geercamp soo groot en klein dezelfde gelegen is tegenover de behuizing genaamd het "Swarte Berghje", belend aan de oostzijde de Lieve Vrouwe Capelle, aan de zuidzijde het voorzeide morgen land, aan de westzijde het bos van Hooft, aan de noordzijde de heuvel van Vlooswijck's erfgenamen. [380]

3648. OLOF (OLEPHIER)AERTSZ (COCK?/VAN CEULEN?), ovl. 1660-1675. Aaltje Reijers, wed. van Oloff Aardsen in de Krommestraat te Amersfoort, betaalt ƒ 12,10,-- Familiegeld (1675).[385]

COMMENTAAR(¥) Is Aert Oloffsz, beg. Amersfoort St. Joriskh. 15-10-1646, mogelijk zijn vader, en
Aert Olofsz, ovl Amersfoort (reg. beg. Pietersgasthuis) 8-3-1586, mogelijk zijn overgrootvader?

Op 1-4-1653 verklaren Frans Lamphertsz, burger, glazenmaker en Teuntje Gerrits, zijn vrouw, schuldig te zijn aan Olephier Aertsz van Ceulen een hoofdsom van 300 gulden, met een losrente van 18 gulden per jaar. Zij stellen als onderpand een huis bestaande uit twee woningen aan de Hof, belend aan de ene zijde de weduwe van Claes van Geijn, aan de andere zijde Gosen Reijersz. In de marge: Oloff Aertzen verklaart van Frans Lampfen van Schaacke, glazenmaker, de schuldsom ontvangen te hebben, waarvan akte d.d. 24-7-1660. [386]

3658. NN (WULPHERT?) (VAN DIJCK), tr.

3659. WOUTERTJEN CORNELIS, ovl. na 1666.

3662. HENRICK BOSSEN (BOSCH).

3664. JACOB (BOTTER)(¥), alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon.

COMMENTAAR(¥) Vooralsnog lijkt onderstaande Jan Jacobs Botter niet de zoon van jonkheer Jacob Botter (de Oude), krijgt octrooi om te testeren 15-8-1646 voor Nots. C. van Ingen,[391] wordt burger van Amersfoort op 17-6-1650, x Margareta Verhorst, betaalt als wed. van Jacob Botter, in de Muurhuizen te Amersfoort, ƒ 25,--,-- Familiegeld (1675).[392] Hun enige universele erfgenaam wordt genoemd Jacob Botter (de Jonge). [393]

3668. NN MOYAERT(¥), geb. vóór ca. 1605.

COMMENTAAR(¥) Voor een aantal mogelijk verwante families Mooijaart zie Fragment Genealogien Mooijaart.

3680. JACOB EVERTSEN, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1659, is hij Jacob Evertsse, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 24-12-1641, wonend in de wijk Camp, backer,[397] huw. get (1659), betaalt nihil familiegeld wonend in de Groten Haag (1675),[398] tr. NN. Er zijn twee huwelijken geref. Amersfoort die in de betreffende periode in aanmerking komen : Jacob Evertsz, van Amersfoort, wonend te Deventer x 27-6-1621 Jannitgen Mets, van en wonend te Deventer, en Jacob Evertsen, j.m van Barneveld x 4/21-9-1624 Anna Jans, j.d. van Amersfoort.

3684. JAN PAUWELSEN, geb. vóór ca. 1620, beg. Amersfoort St. Joriskh. 5-5-1674, huw. get (1662). In 1668 komen in een akte te Amersfoort voor Jan Pauwelsen en zijn vrouw Sijtgen Peters, wonenden binnen deze stad.[399]

Er worden in deze tijd drie personen van deze naam geref. lidmaat te Amersfoort :
Jan Pauwelsz, 30-6-1627, op de Weverssingel, met attestatie van Ijsselstein, cammer, obiit (1630?),
Jan Pauelssen, 27-6-1640, met attestatie van Rhenen, verwijst naar Stijntje Jans, 31-3-1632, op belijdenis, op de Nieuwemarckt, wed. van Jan Pauwelss (later bijgeschreven).
Jan Pauwels, 2-10-1664, op de Kortegraft, en zijn h.v. Helena Charles.
Voorts is er de inschrijving van
Jan Pouwelsz, afkomstig van en geboren in ter Gouw, burger van Amersfoort op 22-8-1625.

3688. GOOSSEN JANSEN VAN BEMMEL, geb. Wijk bij Duurstede 4-8-1604, ovl. Amersfoort 18-4-1660, j.m. van Wijck bij Duerstadt (1627), als Goossen Jansz, afkomstig van Bemmel burger van Amersfoort op 29-1-1627, als Gosen Jansen van Bemmel, koeckebacker, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 19-7-1628, huw. get. (1654, 1658), weesmeester en raad te Amersfoort,[406] otr./tr. Amersfoort geref. 20-1/4-2-1627 volgens Ref. [407] 2-3-1627, tr. Wijk bij Duurstede geref. 24-1-1627 (met attestatie naar Amersfoort)

3689. ANNITGEN GERRITS (VAN GOOR), geb. Amersfoort, ged? 25-12-1608, ovl. na 1654, als Annetgen Gerrits, h.v. van Gosen van Bemmel, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort dec. 1630, huw. get. (1653, 1654).

3690. HENDRICK NN, alleen bekend uit het patroniem van zijn dochters.

3704. JAN AERTSZ VAN COUWENHOVEN(¥), ovl. na 1690, vermeld 1660 (zie EK 25, p 522, als verwant van Peternelle Claes, j.d. wonend te Amersfoort), tr. vóór ca. 1655 (niet gevonden op achternaam en patroniem)

3705. ANNETJE (ADE) JANS, ovl. na 1687, huw. get. (1687).

COMMENTAAR(¥) Jan Aertsz, zadelmaker, is borg (1652),[451]
Jan Aertsz, sadelmaeker, wiens huis in de Utrechtsestraat executoriaal wordt verkocht, (1676),[452]

3706. WILLEM THEUNISZ, ovl. vóór 1687, tr. vóór ca. 1665;(¥)

3707. CUIJNDERTJE MEIJNSZ, ovl. na 1687, doopget. (1687).

COMMENTAAR(¥) zie EK 25/522

3708. EVERT PIETERSZ (VER)KERCKHOFF, ovl. 1689-1697, tr. vóór ca. 1650 (huwelijk niet gevonden)

3709. TRIJNTJE LUCAS, ovl. na 1699.

COMMENTAAR(¥) In de onderstaande akten komt een aantal personen met de naam Kerkhoven voor. Het is onduidelijk of het hier de kinderen van Evert Pieters (Ver)kerckhoff betreft.

Op 6-1-1732 vindt te Amersfoort de boedelscheiding plaats van Anna Maria Kerkhoven, overleden, echtgenote van Willem Ducaat (Dukaet), bombazijdewerker. Het betreft vaste goederen en koopmanschappen. Erfgenamen zijn (voor ¼ deel:) haar broer Peter Kerkhoven, (voor ¼ deel:) Catharina Kerkhoven, gehuwd met Aert van Eldert, (voor ¼ deel:) de kinderen van haar overleden broer Hendrik Kerkhoven, met name: Evert Kerkhoven, Jacomina Kerkhoven, gehuwd met Gerrit Koopman, Lucretia Kerkhoven, gehuwd met Jan Lambertsen van Daal, (voor ¼ deel:) de kinderen van haar overleden broer Johannes Kerkhoven, met name: Johannes Kerkhoven, meerderjarig, te Leusden. Evertje Kerkhoven, gehuwd met Wouter Queij in Amersfoort, en verdere kinderen. [454]

3710. PAULUS (VAN RODERSTEIJN), alleen bekend uit het patroniem van zijn dochters.

3770. ANDRIES VAN DER VEEN, ovl. vóór 1678, tr. vóór ca. 1635

3771. JUDITH FREDERICX, ovl. na 1678, woont te Amersfoort (1678).

3786. DIRK JASPERSEN (BURCHART), j.m. van Amersfoort, als Dirck Jasperss geref. lidmaat te Amersfoort 27-9-1634 [457] als echtgenoot Grietgen Carels, otr./tr. Amersfoort geref. 18-5/6-6-1633 (get. Henric Jaspersen namens zijn moeder, en Neeltje Choudron namens haar ouders)

3787. GRIETGEN CARELS (CHOUDRONS), ged. Amersfoort 1-4-1596, j.d. van Amersfoort (1633), als Grietjen Charles Choudrons geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 25-4-1625 wonend in de Krommestraat (in margine "doot").


Amersfoort, ca. 1650.
Kaart uit "Toneel der Steden", door Joan Blaeu. Eerste uitgave : Amsterdam, 1652. Scan http://grid.let.rug.nl/~welling/maps/blaeu.html

klik op plaatje(s) om te vergroten

3792. CORNELIS VAN LIJN, ovl. vóór 1687, tr. vóór ca. 1600

3793. NN.

Op 24-7-1687 compareren:
  • Trijntge Pauwels, weduwe van Aert van Lijn, voor haarzelf en haar 2 kinderen,
  • Jan Anthonis van Lijn,
  • Reynier van Lijn.
    Zij compareren tevens voor:
  • Joost Henricks Schol en
  • Anna Henricks Schol, gehuwd met Edmond Obreijn, (kinderen van Lijsbeth van Lijn).
    Verder compareren:
  • Johannes van Kempen, (zoon van Aeltje Jans van Lijn),
  • Peter Gou, (voor hemzelf en voor zijn zieke zuster Atris Gou, kinderen van Jan Gou, en Petertje Jans van Lijn),
  • Samuel Lievens, (voor hemzelf en voor zijn uitlandige broer Johannes Lievens, en zijn zuster Grietge Lievens, kinderen van wijlen Lieven Samuels),
  • Metgen Coopse, weduwe van Cornelis Samuels, (voor haarzelf en als momber voor haar 2 onmondige zoontjes),
  • Samuel Cornelis,
  • Gerrit Henricks, als man en voogd van Geertruyd Cornelis, (voorkinderen van Cornelis Samuels),
  • Rijck Dirckszn, weduwnaar van Jannetje Thonis, (als vader en voogd van 3 onmondige kinderen: Dirck, Teuntje en Neeltje Rijcks),
  • Evert Cornelis, als man en voogd van Marry Rijcks, (dochter van Jannetje Thonis en Rijck Dircks),
  • Levy Craen (voor de kinderen van Aert Samuels).
De comparanten machtigen Reynier van Lijn, Jan Gou (of Goud) en Levy Craen om te compareren voor de heren Diakonie van Amsterdam in verband met de erfenis van Neeltje Gerrits, overleden te Amsterdam, om gezamenlijk 1/5 part te ontvangen van de erfenis. De bovengenoemde nrs. 1 - 5 zijn kinderen en nakomelingen van Thonis Cornelis en Merritgen Ghijsberts van Rijn, weduwe en boedelhoudster van Jan Jans van Lijn. Voor haarzelf en voor haar man's voorzoon en als moeder en momberse van de onmondige kinderen van haar en Jan Jans van Lijn. Lieven Samuel, Cornelis Samuels en Aert Samuels zijn voorkinderen van Neeltje Cornelis. Zij allen zijn de erfgenamen van: Jan Cornelis van Lijn, Anthony (Thonis) Cornelis van Lijn en Neeltje Cornelis van Lijn (kinderen van wijlen Cornelis van Lijn). Zij erfden ieder 1/3 deel van 1/5 deel van Neeltje Gerrits. (zie ook recordnrs.: 9953, 9954 en 9955.) [458]

3796. JACOB CLAESSEN (VAN) GROENENBERCH, coster, genoemd als geref. lidmaat te Amersfoort in de lijst van 1621, otr./tr. 2o Amersfoort geref. 19-11/8-12-1631 (als wednr. van Aeltgen Dirckx) ANNITGEN HENRICKX BLONDE, geb. vóór ca. 1590, van en wonende te Amersfoort (1608, 1631), wed. van Thomas Daffij, engelsman, soldaat onder kolonel Veer (huw. 1627), eerder wed. van Helmich Petersen (huw. 1608), die in de geref. lidmatenlijst van 1621 voorkomt als Helmich, de kleermaker, en zijn h.v. Anneke, binnenmoeder van het weeshuijs, waarbij later bijgeschreven is "nu h.v. van Jacob Claessen", tr. 1o Amersfoort geref. 1591 (als Jacop Claessen)

3797. AELTGEN DIRICK POUELSDR, ovl. vóór 1620-1631, wordt als Aeltge Dircks geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 8-7-1620 in de Cromstraat (is zij dat wel?).

3798. WOUTER (VAN BURGHSTEIJN), alleen bekend uit het patroniem van zijn kind(eren).

3804. JAN SEGERSEN, ovl. 1604-1630, tr. Amersfoort gerecht 2-11-1586

3805. DIRCKJE BAERTS, ovl. na 1630, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 10-7-1630 als wed. van Jan Segersen, wonend tegenover Surckesteijn.

3848. STOFFEL T(H)OMASZ, geb. Lu.. boven Wesel (D), als Stoffel Tomasz, afkomstig van en geboren in Lu.. boven Wesel, burger van Amersfoort op 15-10-1627, tr. vóór ca. 1631

3849. NN, ovl. "eenighe jaren" voor 1636.

3880. JACOB GIJSBERTSZ BOSCH(¥), geb. vóór ca. 1575, ovl. 1626-1637, treedt op als momber voor zijn moeder (1610), get. in not. akte (1612).

COMMENTAAR(¥) Hij is mogelijk identiek met Jacob Gijsbertsen, van Amersfoort, tr. Amersfoort geref. 15-9-1586 Hillitgen Coenraets, van Amersfoort.

17-10-1610. Het Amersfoorts gerecht legt vast dat Jacob Bosch en zijn erven een huis, hof en hofstede op Õt Havik hebben gekocht van Mouris Pannekoeck en zijn vrouw. Het huis is belast met ƒ 200 aan de kinderen van Raesvelt.[470]
23-3-1613. Jacob Gijsbertsz Bosch, die bij het gerecht bekende "wel deuchelijk schuldig te zijn uit al zijn goederen roerend en onroerend van wijlen Jonker Hubrecht van Breegel of 't recht van hemzelf hebbende", verklaarde een lening te hebben genomen van ƒ 400 Caroli waarover ƒ 25 van 20 gesalueerde stuiver losrente. Als onderpand dient zijn huis, hof en hofstede staande alhier binnen Amersfoort op Havick en "verklaarde comparant dat zijn huis niet meer dan met 200 gulden hoofdsom bezwaard is, competerende de kinderen van Raesvelt". Op 25-10-1621 is de hoofdsom met de verlopen rente afgelost en voldaan, hetgeen Jan van de Bosch als gemachtigde, bij procuratie van Aeren van Oth als rentmeester van zaliger Hubrecht van Bengel, verklaart.[471]
Op 3-6-1613 heeft Henrick Dircxzn, borger te Amersfoort, als man en voogd van zijn huysvrouw, in die qualite, gemachtigd Aernt van Hardicxfelt en Jan Strick, procureurs van de Hove van Utrecht, gelijkelick of elck bijsonders speciaal in de zaak die hij heeft tegen Jacob Bosch. Getuigen: Lambert Boreniszn en Jan Dircxzn. [472]
Op 13-9-1616 leent dat Jacob Ghijsbertusz Bosch ƒ 300 van Aelbert van Rijn. Als onderpand dient het huis en hof aan 't eind van de Krommestraat, belend voor de herenstraat, achter 't Havik, ten westen het huis van Bram Henricksz. Opmerking: ingevolge van uitspraak van dit gerecht op 6-9-1615. [473]
1-9-1618. Het transport wordt geregistreerd van een schuur geschikt tot een woning in de Coninckstraat met de lege plaats strekkende tot de bergschuur van Henrick Jacobsz, dat Jacob Gijsberts Bosch heeft verkocht aan Wulpher Stevens en vrouw.[474]
16-2-1619. Met consent van zijn broeders en zijn zwager, compareert Jacob Ghysberts Bosch bij notaris E. van Mulenborch te Amersfoort. Hier wordt de akte opgesteld van de openbare verkoop van zeker veen en grond, gelegen in het Hateveen, gelegen onder het Gerecht van 't Hoochlandt gelegen tussen een gemeene weg en die Laeck. Het is een tiendvrij leengoed, gekocht door Jorden van der Maeth, die eveneens aanwezig is. In 1622 wordt een akte van transport ten overstaan van schout, buurmeester en schepen van Hoogland overlegd.[475]
23-6-1626. Jacob Gijsbertsz Bosch heeft een huis, hof en hofstede aan 't eind van de Krommestraat, tegenover de Vijver en achter belend aan de gracht van Õt Havik verkocht aan de timmerman Oth Willemsz en vrouw, hetgeen bij het gerecht wordt vastgelegd.[476]

3884. ABRAHAM JANSZ (DE) PALMA(R)/PALM(A)ER, geb. Brugge vóór ca. 1585, ovl. na 1624, als Abraham Jansz Palmar, geboren in Brugge, burger van Amersfoort op 13-3-1620, schoenlapper, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 15-4-1620, wonend in de Langestraet, wijk Breul, "doot" (blijkbaar nadien bijgeschreven?), not. get. (1620..1624), tr. vóór ca. 1610

3885. GEERTGEN VAN HOUDT, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 24-12-1624, wonend in de Langestraet in de 3 Stellingen, als huisvrouw van Abraham de Palma. Geertruijt van Hout, echtgenote van Adriaen van Schaijck, glasschrijver, buiten Utrecht, krijgt octrooi om te testeren 11-3-1632.

Op 25-7-1620 (ouden stijl) compareren Jan Jansz Palmer (Palmaers) en Abraham Jansz Palmer (tekent: Palmaer), borgers en inwoonders van Amersfoort. Zij verklaren dat zij en hun zusters Sara Palmer en Judith Palmer kinderen zijn van Jan Palmer en Jannichgen Meuwen. Zij begrijpen dat na de dood van hun ouders aan hen en hun zusters enige erfenis in Vlaanderen zou zijn aangeërfd door het overlijden van hun nicht Maijken, die tot Leyden in Hollant gestorven is. Deze erfenis zou ter Weeskamer in de stad Vueren in Vlaanderen uitstaande zijn. Daarom machtigen de comparanten hun zwager Jan Moreel, wonende tot Haarlem, om hun portie voor hen te ontvangen, te weten voor ieder van hen een vierdepart van de erfenis, en verder af te handelen. Getuigen zijn Frederick Janss van den Ham, Lamffert Arisz van Schadijck (tekent: Laemffert Aerrissen). [478]
Op 31-8-1623 verklaren Jan Jans, trompetter, Abraham Jans Palmer, en Jacob Claesz van Gronenberch, coster, allen poorters van Amersfoort, op verzoek van Adriaen Jans van Texel, dat zij zekere tabak geproeft hebben van Cornelis Peters, woonachtig tot Bunschoten, bij Adriaen Jans, de requirent, en gekocht hadden en zij hadden die tabak bevonden geen koopmansgoed te zijn. Ook andere personen hebben deze tabak geproeft, maar men heeft deze tabak niet kunnen verkopen. Waarvan Adriaen Jans verzocht akte. Getuigen zijn Jan Frans Cremer, en Lourens van Wyelant (tekent: Lourens van Wijlant). [479]

3886. BERENT NN, tr. vóór ca. 1615

3887. GRIETGEN JANS, ovl. na 1634.

3898. RUTGER ANTHONIE HESELENBERGH, geb. vóór ca. 1625, ovl. vóór 1704.


Fragment Westhoven
I. NN van Westhoven, (misschien Derck van Westhoven en zijn vrouw Nietien Bever (1666)) Hieruit:

IIa. Hendrik van Westhoven, te Deventer, is een broer van

IIb. Gerrit (Gerard) (van) Westhoven, geb. vóór ca. 1680, ovl. na 1729, betaalt familiegeld wonend in de Langestraat NZ te Alkmaar (1716), vaart in 1721 voor de kamer Amsterdam van de VOC op het Schip Schonenberg (hij wordt vermeld als afkomstig van Deventer),[521] vermeld op de (zeer uitgbreide) "Lees-Rol1 der Lijkstatie van sijn Edelheijd Den Wel Edelen Hoog agtb. Heer Mattheus De Haan, Gouverneur Generaal van Nederlands Indië q.q. (ovl./beg. Batavia 1/4-6-1729),[522] tr. 1o vóór ca. 1705 Philippa Loeffs, tr. 2o voor 1714[523] Maria Reyniera Heeselenberg, geb. vóór ca. 1695, ovl. na 1719, dr. van Anthonie Heselenbergh en Geertruyt van Arssen (zie kw. nr. 3898 sub d).

    Uit zijn eerste huwelijk (van Westhoven-Loeffs):
  • a. Adolf (van) Westhoven, geb. vóór ca. 1705, ovl. Batavia 10-2-1746, vaart voor de VOC als jongmatroos (1720), onderstuurman (1725), opperstuurman (1732, 1736), naar Nederlands Oost Indië, schipper (1745, 1746) op de "Hillegonda" (1745), tr. Alkmaar 10-4-1735 (volgens Ref. [524] 17-4-1735) Elisabeth Johannes Meeuwsen, ged. geref. Alkmaar 20-1-1700, ovl./beg. Alkmaar Grote K. 16/20-9-1752 (op het koor nr. 173), als rentenierster huurster (1744) van een pand in Alkmaar dat een jaar later door haar zwager Emanuel Ras werd gekocht,[525] wed. van Hendrik Danielsz Ras (ex Daniel Adriaansz Ras x Cornelia Catharina van Arssen, dr. van Johannes Meeuwsen, wijnroeier, teerkooper, brouwer in den Eenhoorn, en Hendrina Moy.
    Adolph Westhoven, afkomstig uit Alkmaar vaart in de rang Jongmatroos op 25-4-1720 met het schip Valkenbos voor de kamer Rotterdam van de VOC naar Batavia alwaar aankomst op 21-1-1721. Hij vaart terug met het schip Schoteroog. Zijn verbintenis met de VOC eindigt in 1722. [526]
    Adolff Westhoven, afkomstig uit Amsterdam vaart in de rang Derdewaak op 1-9-1723 met het schip Castricum voor de kamer Amsterdam van de VOC naar Batavia alwaar aankomst op 1-5-1723 (moet leesfout zijn 1724?). Hij vaart terug met het schip Middelwoud. Zijn verbintenis met de VOC eindigt in 1724. [527]
    Adolff Westhoven, afkomstig uit Amboina vaart in de rang Onderstuurman op 1-10-1725 met het schip Aadelaar voor de kamer Zeeland van de VOC naar Batavia alwaar aankomst op 24-4-1726. Hij vaart terug met het schip Cats. Zijn verbintenis met de VOC eindigt in 1728. [528]
    Adolph Westhoven, afkomstig uit Amboina vaart in de rang Opperstuurman op 14-1-1732 met het schip Den Dam voor de kamer Zeeland van de VOC naar Batavia alwaar aankomst op 20-7-1732. Hij vaart terug met het schip 't Vliegend Hart. Zijn verbintenis met de VOC eindigt in 1734. [529]
    Adolph Westhoven, afkomstig uit Amboina vaart in de rang Opperstuurman op 3-1-1736 met het schip Vlissingen voor de kamer Zeeland van de VOC naar Batavia alwaar aankomst op 11-9-1736. Hij vaart terug met het schip Meijenburg. Zijn verbintenis met de VOC eindigt in 1737. Hij heeft een schuldbrief en een maandbrief. [530]
    Adolf van Westhooven, afkomstig uit Alkmaar vaart in de rang Sergeant op 27-10-1740 met het schip Weltevreden voor de kamer Amsterdam van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 31-1-1741 en vertrek 19-2-1741) naar Batavia alwaar aankomst op 22-5-1741. Zijn verbintenis met de VOC eindigt op 10-2-1746 wegens ovelijden in Azie. Hij heeft een schuldbrief en een maandbrief waarvan de begunstigde is zijn vrouw Elisabeth Meeuwisz. [531]
    Uit de krant "Bataviaase Nouvelles en Politique Raissonementen":[532]
    8-2-1745: Adolph van Westhoven, schipper, is het commando van het schip de "Hillegonda" opgedragen.
    Februari 1746: Overleden 98 Europese mannen, waaronder Adolph van Westhoven, schipper.
  • b. Cornelia van Westhoven, geb. Ambon (Molukken, NI) vóór ca. 1705, ovl. 3-2-1766, otr. 1o Batavia (NOI) 1-4-1723[533] Ds. Johannes Hartholt, geb. Sneek, ovl. 29-3-1728, beg. Batavia Binnen Portugeesch Kh. 30-3-1728, ingeschreven als student aan de Universiteit van Franeker 1717 ("Johannes Hardholt, Sneca Frisius"),[534] predikant, vertrok in 1721 naar Java, vaart als predikant afkomstig van Sneek voor de kamer Amsterdam van de VOC met het schip Kommerrust naar Batavia (uitreis 15-12-1721, aankomst 21-7-1722, verbintenis beeindigd door zijn overlijden 29-3-1728 in Azie (geen maandbrief, geen schuldbrief),[535] tr. 2o 1728-1734[536] Ds. Warnerus (Wernrus) van Loo, ovl. Ambon 2-1-1735, ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Groningen 19-9-1719 ("Warnerus a Lohe, Frisius Orientalis"),[537] vaart als predikant afkomstig van Nedermohr voor de kamer Amsterdam van de VOC met het schip Elisabeth naar Batavia (uitreis 1-20-1730, aankomst 5-5-1730, verbintenis beeindigd door zijn overlijden 2-1-1735 in Azie (geen maandbrief, geen schuldbrief),[538] testeert met Cornelia op 18-10-1734 te Ambon, zn. van Coenradus van Loo te Nedermeer in Oostfriesland, tr. 3o 28-11-1735[539] Lu(b)bertus Vermehr (Ver Mehr, Vermeer), geb. Wamel 27-9-1696, ovl. Batavia (NI) 12-8-1749, geref. lidmaat te Meenen op belijdenis 25-3-1717, cadet in het regiment van Welderen, vaart als sergeant afkomstig van Wamel voor de kamer Amsterdam van de VOC met het schip Berbices naar Batavia (uitreis 12-7-1723, aankomst 21-3-1724, verbintenis beeindigd door zijn overlijden 12-8-1749 in Azie (geen maandbrief, geen schuldbrief),[540] kapitein der VOC (1734), opperkoopman van Ternate, "gehuwde vrijgezel",[541] zn. van Johannes Vermehr, ontvanger der verpondingen in Maas en Waal, ondercommies van 's landsmagazijnen en amunitie van oorlog te Meenen, kazernemeester aldaar, diaken van de geref. gemeente te Meenen, en Johanna Mesteecker.[542]
    VOC-Documenten:
    1734: Instructie aan den capiteijn Vermehr en de fiscaal Van Alderweereld tot haar narigt in de commissie na Boeleboele geintrageert (den 2 Julij 1734 per den vrijburger Harmen Mulder ontvangen). [543]
    1734: Brief door gecommitteerdens den capiteijn Vermehr en de fiscaal Van Alderweereld aan de Macassaarse bedientens gerigt op den 14 Junij 1734 (den 2 Julij 1734 per den vrijburger Harmen Mulder ontvangen). [544]
    1734: Relaas door de overheden van het schip Rijxdorff ten overstaan van de gecommitteerdens den capiteijn Vermehr en de fiscaal Van Alderweereld gedaan van het verongelukken van genoemde bodem (den 2 Julij 1734 per den vrijburger Harmen Mulder ontvangen). [545]
      Uit haar eerste huwelijk (Hartholt-Westhoven):[546]
    • 1. Philippina Cornelia Hartholt, geb. Batavia 17-8-1726, ovl. Amboina 28-8-1758,[547] j.d. afkomstig van Batavia (1746), otr./tr. Makassar 11/28-8-1746[548] [549] Godert Ludolph van Beusechem, geb. Harmelen 11-10-1717, ovl. Harmelen 13-1-1803, vaart als Godert Ludolph van Beusichem, afkomstig uit Utrecht, in de rang Adelborst op 12-7-1737 met het schip Hogersmilde voor de kamer Amsterdam van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 24-11-1737 en vertrek 12-12-1737) naar Batavia alwaar aankomst op 31-3-1738, waar zijn verbintenis met de VOC eindigt op 13-12-1763 (laatste vermelding in Azie),[550] onderkoopman der VOC en soldijboekhouder te Makassar (1743), resident van Maros (1743),[551] ondercoopman en guarnisoen-boekhouder in Comps. dienst te Makssar (1746), koopman en fiscaal te Ambon (1749-1751), opperhoofd van Hila (1751), hoofd van Saparoea (1752), opperkoopman en hoofdadministrateur van Ambon (1761-1762), provisioneel gezaghebber te Ambon (1763), heer van Harmelen (29-10-1763), boekhouder-generaal te Batavia 1763-1765, zn. van Ludolph Jan van Beusechem, heer van Harmelen, en Anna Cornelia de Roy.[552] Hieruit verder nageslacht bekend.
      VOC-Documenten:
      1750: Origineel briefje door den fiscaal Van Beusechem (aan haar hoog Eds.) geschreven den 17 Maij 1750. [553]
      1750: Origineel briefje door den fiscael Van Beusechem geschreven den 17 Maij 1750 (ontfangen den 8 Junij 1750 per de chialoup van den burger capitain Casper Trout). [554]
      1751: Briefje door den fiscael G.L. van Beusechem aan haar hoog edelens geschreven gedateert 28 Maij 1751. [555]
      1763: Missive (secrete) aan haer hoog edelens van den provisioneel gezaghebber Van Beusechem en den raad te Amboina in dato 25 Meij 1763. [556]
      1767: Extract resolutie van weesmeesteren te Amboina van den 20 Maij 1767 annex berigt en eenige daartoe gehoorende bijlagen nopens de decortatie van den 10 en 100 penningen van het capitaal der vier kinderen van den gerepatrieerden opperkoopman Van Beusechem. [557]
    • 2. Maria Reiniera Hartholt, ged. Batavia (NI) Holl. kerk 9-12-1727, afkomstig van Batavia (1748), otr. Makassar geref. 2-11-1748[558] [559] Godfried Carel Meurs, geb. vóór ca. 1715, vaart als Godfried Carel Meurs, afkomstig uit Den Bos, in de rang Adelborst op 24-10-1737 met het schip Rooswijk voor de kamer Amsterdam van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 8-6-1738 en vertrek 27-6-1738) naar Batavia alwaar aankomst op 23-9-1738 (zijn verbintenis met de VOC eindigt op 14-4-1780 wegens overlijden in Azie),[560] j.m., ondercoopman en winkelier, afkomstig van 's-Hertogenbosch (1748), resident te Boelecomba's (1759), onderkoopman (1761), hoofdadministrateur (1774), koopman en secunde (1775-1777) te Ternate. Hieruit verder nageslacht bekend.
      VOC-Documenten:
      1759: Berigt van den oppercoopman Sinkelaar weegens de nodeloose verspilling van buskruijt en loodkogels door Boelecomba's resident Meurs (anno 1759 ontvangen).[561]
      1761: Copia verantwoording van den ondercoopman en gewesen Boelecombas resident Godfried Carel Meurs aan den gouverneur generaal Van der Parra, op de accusatie nopens het gebruijk van een valsche rijst maat gedateerd 15 October 1764, annex diverse bijlagen daartoe specteerende zedert 9 Julij 1761 tot 4 April 1762.[562]
      1774: Berigt van den Ternaats hoofd administrateur Meurs nopens het agterstal van den geweeze Gorontaals resident Houque, 2 Junij 1774.[563]
      1775 Bevindingen op de negotieboeken van 't gouvernement Ternaten de anno 1775-1776 ofte van primo September 1775 tot ultimo Augustus 1776 gehouden en geslooten door den koopman en secunde Godfried Carel Meurs onder het bestier van den heer Paulus Jacob Valckenaer gouverneur en directeur der Moluccos (ontvangen anno 1780).[564]
      1776: Bevindingen op de negotieboeken van 't gouvernement Ternaten de anno 1775-1776 ofte van primo September 1775 tot ultimo Augustus 1776 gehouden en geslooten door den koopman en secunde Godfried Carel Meurs onder het bestier van den heer Paulus Jacob Valckenaer gouverneur en directeur der Moluccos (ontvangen anno 1780).[565]
      1776: Bevinding op de negotieboeken van 't gouvernement Ternaten d'anno 1776-1777 tot ultimo Augustus anno 1777 gehouden en geslooten door den koopman en secunde Godfried Carel Meurs onder het bestier van den heer Paulus Jacob Valckenaer gouverneur en directeur der Moluccos (ontvangen anno 1780).[566]
      1777: Bevinding op de negotieboeken van 't gouvernement Ternaten d'anno 1776-1777 tot ultimo Augustus anno 1777 gehouden en geslooten door den koopman en secunde Godfried Carel Meurs onder het bestier van den heer Paulus Jacob Valckenaer gouverneur en directeur der Moluccos (ontvangen anno 1780).[567]
      1780: Bevindingen op de negotieboeken van 't gouvernement Ternaten de anno 1775-1776 ofte van primo September 1775 tot ultimo Augustus 1776 gehouden en geslooten door den koopman en secunde Godfried Carel Meurs onder het bestier van den heer Paulus Jacob Valckenaer gouverneur en directeur der Moluccos (ontvangen anno 1780).[568]
      1780: Bevinding op de negotieboeken van 't gouvernement Ternaten d'anno 1776-1777 tot ultimo Augustus anno 1777 gehouden en geslooten door den koopman en secunde Godfried Carel Meurs onder het bestier van den heer Paulus Jacob Valckenaer gouverneur en directeur der Moluccos (ontvangen anno 1780).[569]
      Uit haar derde huwelijk (Vermehr-van Westhoven) :[570]
    • 1. Johan Vermeer (Vermehr), geb. 1736, ovl. vóór 1762,[571] afkomstig van Amboina (1758), onderkoopman en collationist ter generale secretarije der VOC (1758), tr. Batavia 14-12-1758[572] Cornelia Magdalena Jacoba Dellafaille, geb. 30-4-1743[573], afkomstig van Batavia (1758, 1762), dr. van Mr. Coenraad Cornelis de la Faille, onderkoopman en koopmandispensier bij de VOC, ouderling te Batavia, en Magdalena Clara Schaghen.[574] Zij hertr. Makassar 14/31-10-1762 Jan Adriaan (Hendrik) Hodenpijl, plaatsvervangend assistent in Comps. dienst.[575] [576] [577]
      Rekening weeskamer Batavia 1747: Anna Theodors Elisabeth en Cornelia Msgdelena Elisabeth de la Faille ontfangen van hun stiefvader Thomas Christiaan Montagne (x Magdalena Clara Schaghen) de som van 4000 gulden.[578]
    • 2. Leendert Hendrik Vermeer (Vermehr), geb. 1737, ovl. Semarang 23-4-1791 (volgens Ref. [579] Pekalongan 30-4-1790), afkomstig uit Amboina vaart in de rang Sergeant op 10-4-1759 met het schip Nijenborg voor de kamer Hoorn van de VOC naar Batavia alwaar aankomst op 12-10-1759, welke verbintenis met de VOC eindigt op 23-4-1791 door zijn overlijden in Azie,[580] vaandrig (benoemd 21-7-1761), luitenant (13-12-1763) en kapitein (13-12-1765) der cavallerie, testeert 26-3-1774 als kapitein van de lijfgarde van de sultan, oppercoopman en ritmeester op Djocjacarta in Mataram (1779), wordt op 7-4-1778 commandant der militie op Java (aangesteld 7-4-1778, op 31-7-1781 met de titel van majoor), gecomittteerde op Java (1788) in patria aangesteld tot majoor 28-4-1789, is als ltnt. kolonel hoofd der militie te Semarang (1790),[581] tr. Kaapstad 12-8-1759[582] [583] Catharina Abigal le Fébre, ovl. 1823, dr. van Reynier le Fébre en Anthonia Leever. Zij testeren samen 13-5-1760 voor notaris Zalle te Batavia.[584]
      In 1782 transporteren Leendert Hendrik Vermehr c.s. als erfgenamen van wijlen mr. Anthony van Westhoven (ovl. 1779) en diens hvr. Margaretha Forangier (ovl. 1780) een huis en erf aan de Oudegracht NZ met stal daarachter uitkomend aan de Laat, aan Jan Ferdinant van Gaart, brouwer in de Eenhoorn en het Zwaard. [585] [586]
      VOC-Documenten:
      1788: Instructie voor den majoor titulair en commandant der militie Leendert Hendrik Vermehr, den capitain ingenieur en commandant der arthillerij tot Samarang Jan Baptist Pilou, den koopman en tweede resident te Souracarta Egbert Arend de Wilde, den capitain der cavallerij te Souracarta Johan Adolph Faupelle en den luijtenant ingenieur Johan Reede, om te strekken ter hunner narigt ende te doene opneem van compagnies logie en gebouwen te Souracarta gedateerd 25 Meij 1788 (ontvangen anno 1788). [587]
      1788: Rapport geschreven door den majoor titulair en commandant der militie Leendert Hendrik Vermehr, den capitain ingenieur en commandant der arthillerij tot Samarang Jan Baptist Pilou, den koopman en tweede resident te Souracarta Egbert Arend de Wilde, den capitain der cavallerij te Souracarta Johan Adolph Faupelle en den luijtenant ingenieur Johan Reede aan den heer gouverneur Jan Greeve en raad tot Samarang gedateerd 27 Junij 1788 (ontvangen anno 1788). [588]
      1788: Briefje geschreven door den majoor titulair en commandant der militie Leendert Hendrik Vermehr, den capitain ingenieur en commandant der arthillerij tot Samarang Jan Baptist Pilou, den koopman en tweede resident te Souracarta Egbert Arend de Wilde, den capitain der cavallerij te Souracarta Johan Adolph Faupelle en den luijtenant ingenieur Johan Reede aan den heer gouverneur Jan Greeve en raad tot Samarang gedateerd 20 Junij 1788 (ontvangen anno 1788). [589]
      1788: Briefje geschreven door de gecommitteerden Leendert Hendrik Vermehr, Johan Adolph Faupelle, C. A. C. Boze en J. J. C. Meijer aan den heer gouverneur Jan Greeve gedateerd Souracarta 31 Julij 1788 (ontvangen anno 1788). [590]
      1788: Calculatie der te doen onkosten tot hertelling van eenige gebreeken in het compagnies fort te Souracarta welke gebreeken door de gecommitteerden Vermehr, Faupell, Bose en Meijer in een berigt de dato 31 Julij 1788 aan den weledele gestrenge heer gouverneur opgegeeven zijn gedateerd 17 Julij 1788 (ontvangen anno 1788). [591]
      1788: Briefje geschreven door den majoor titulair en commandant der militie Leendert Hendrik Vermehr aan den heer gouverneur Jan Greeve gedateerd Samarang 15 December 1788 (ontvangen anno 1788).[592]
        Uit Leendert Hendrik Vermehr en een onbekende vrouw(¥):

        COMMENTAAR(¥) Het omkeren van de achternaam (Vermehr - Rhemrev) duidt erop dat het kind afkomstig is uit een relatie met een njai (concubine). [593]
      • aa. Leendert (Hendrik) Rhemrev, geb. 1759 (?), ovl. Tegal 26-4-1828,[594] vermeld als inwoner van Tegal (1818..1827),[595] pakhuismeester te Tegal (1819, 1821),[596] tr. vóór 1786[597] Margrethe Helene (?) NN, ovl. Tegal 1826 (als M.H. Rhemrev v(rouw))[598]. Hieruit verder nageslacht bekend (Rhemrev).
        Uit zijn huwelijk (Vermehr-le Fébre):
      • bb. Johanna (Anna) Vermehr, geb. 1765, ovl. Pekalongan 29-2-1804,[599] tr. Semarang 1788[600] Willem Beeckman, geb. vóór ca. 1750, ovl. na 1807, vaart als Wilhelmus Beekman, afkomstig uit Nijmwegen in de rang Jongmatroos op 21-10-1772 met het schip Duivenbrug voor de kamer Amsterdam van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 11-04-1773 en vertrek 01-07-1773) naar Batavia alwaar aankomst op 10-2-1773, en waar zijn verbintenis met de VOC eindigt op 9-12-1807 wegens repatriering met een particulier schip (hij heeft geen maandbrief, wel een schuldbrief),[601] wordt in 1798 vermeld als koopman en administrateur "In den Oosthoek ten Comptoir Soerabaja" in dienst van de commissaris-generaal,[602] klom in Batavia op van boekhouder naar klerk van de politie en later tot resident van Pekalogan, repatrieerde op 24-8-1808 met het Deense schip "De Kroonprins Maria" en vestigde zich te Kampen, alwaar hij zitting nam in de Raad,[603] zn. van Gijsbert Beeckman en Elizabeth Faber.[604] Hieruit verder nageslacht bekend (Beeckman).
      • cc. Elisabeth van Rhijn Vermehr, geb. Djokjakarta 29-12-1771, ovl. Besoeki 21-5-1823,[605] tr. Semarang 17-9-1793[606] Aart Quirijn Palm, geb. Bandjermasin 24-2-1772, ged. Batavia 22-6-1777, ovl. Semarang nov. 1809,[607] poorter te Delft 29-12-1789,[608] ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 11-1-1790 ("Aart Quirijn Palm, Indo-Batavus, 17 (jaar)" (sic!))[609] vaart als Aert Quirijn Palm, afkomstig uit Banjermassing in de rang Assistent op 12-9-1791 met het schip Rozenburg voor de kamer Delft van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 22-12-1791 en vertrek 5-1-1792) naar Batavia alwaar aankomst op 1-4-1792, en waar zijn verbintenis met de VOC eindigt op/na 30-6-1798 (laatste vermelding),[610] wordt bij patriase missive van 22-12-1791 aangesteld als onderkoopman (bekend gemaakt bij res. GG en Raden van Ned.-Indië van) 13-9-1792, verblijft aanvankelijk buiten emplooi te Batavia en Semarang -1795,[611] onderkoopman, soldijboekhouder en scriba te Soerabaja 26-10-1795 tot 1801 "In den Oosthoek ten Comptoir Soerabaja" in dienst van de commissaris-generaal,[612] eerste resident te Palembang 1801-1806, verblijft 1806-1809 buiten emplooi te Semarang,[613] zn. van Willem Adriaan Palm, laatstelijk eerste resident te Soerakarta, en Elisabeth Morison.[614] Hieruit verder nageslacht bekend.
      • dd. Anthony Vermehr van Westhoven, geb./ged. Djokja (NI) 6-11-1776/9-7-1777,[615]
    • 3. Jacob Adolph Vermeer, ovl. 1764.
    • 4. Gerard Arnoldus Vermeer, ovl. Batavia 24-7-1738[616].
    Uit zijn tweede huwelijk (van Westhoven-van Heeselenberg):[617]
  • d. Geertruij Westhoven, ged. geref. Alkmaar Grote Kerk 24-10-1713.
  • e. Cornelia Catharina Westhoven, ged. geref. Alkmaar Grote Kerk 6-11-1714.
  • f. Gerard Gerardtsz Westhoven, beg. Alkmaar 4-10-1715 (klasse ƒ 15,--,--, "bij avond een kind 5 gld").
  • g. Dr. Mr. Anthony van Westhoven, ged. geref. Alkmaar Grote Kerk 10-11-1716, beg. Alkmaar 22-6-1779 (klasse ƒ 30,--,-- , "de weledel gestrenge hr. Anthonie van Westhoven 49 gld"), ingeschreven als student aan de Universiteit van Leiden 19-9-1732 ("Antonius van Westhoven, Alkmariensis. 17 (jaar)"),[618] promoveert aldaar op 1-10-1738 in de rechten op een dissertatie getiteld "de Quasipupillari substitutione" ("Antonius van Westhoven, Alcmariensis Batavus"),[619] verblijft van 1741 tot ca. 1746 in NOI, president heemraad van de Schermer, aan welk waterschap hij enige geslepen glazen schonk, gesierd met zijn wapen, die thans nog in het bezit van het waterschap zijn, schepen (1757/'76), vroedschap van Alkmaar (1770-..), Kapitein van het Groene Vendel der Schutterij, belender op de Nieuwe Bierkaay (1768, 1770), tr.[620] Margaretha Forangier, beg. Alkmaar 28-10-1780 (klasse ƒ 15,--,-- als Margaretha Vorange, wed. van de hr. Anthonie Westhoven, "43 gld 12 st laat kindskinderen na(¥)"). Zij testeren Alkmaar 9-9-1774 voor notaris J. v. Bodeghem.

    COMMENTAAR(¥) Deze vermelding suggereert dat er kinderen geweest zijn uit dit huwelijk. Deze zijn echter niet gevonden te Alkmaar.
    Anthonij van Westhoven, afkomstig uit Alkmaar vaart in de rang sergeant als passagier op 18-5-1741 met het schip Huis den Eult voor de kamer Amsterdam van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 4-11-1741 en vertrek 3-12-1741) naar Batavia alwaar aankomst op 25-02-1742. Hij vaart terug met het schip Hogersmilde, kennelijk voor 1746 wanneer zijn verbintenis met de VOC, die op 18-5-1741 begonnen was, eindigt. [621]
    In de Grote Kerk te Alkmaar bevindt zich in eem medaillon de wapens van Mr. Anthony van Westhoven en Margaretha Forangier : [622]
    In een medaillon twee geaccoleerde wapens, 1 en 2 ; 1. op een grond een plant, waaruit drie aren ontspruiten (de twee buitenste omgebogen) aan beide zijden een vogel, de koppen naar de plant gewend. 2. Een ovaal schild met een St. Andrieskruis, waarvan de twee bovenste uiteinden zijn verbonden. In elk der vier vakken, waarin het schild door het kruis wordt verdeeld: een lelie, zoodanig dat de bovenste lelie valt binnen den driehoek, die door het bovenbeschreven kruisfiguur wordt gevormd. Helm met kroon van negen parelen. Helmteeken: een vogel. - (176).
    Op 9-1-1754 transporteren Hendrik van Wijk, heemraad van de Heer Hugowaard en Arent Kok, gerechtsbode als boedelbeheerders van de nalatenschap van wijlen Angelica en Geertruyd Bosschaert, kinderen van Jacob Bosschaert, 1. dubbelt huis en erf Oudegracht NZ, belend oost Hendrik van Wijk, west erven Catharina Baert, met stal daarachter uitkomende op de Laat en 2. een wagenhuis aan de Oudegracht ZZ over de brug van de Samaritaanstraat, aan mr. Anthony van Westhoven (Gerritsz) voor ƒ 2025,--. [623]
    Op 25-2-1767 transporteert Reynier Post een huis en erf op de ZZ van het Eiland, belend: oost Crijn Roose, west Willem Bregman, aan mr. Anthony van Westhoven. [624]
    Op 17-1-1772 transporteert mr. Anthony van Westhoven hetzelde huis aan Everhard van der Hart voor ƒ 580,--. [625]
  • h. Theodora Westhoven, ged. geref. Alkmaar Grote Kerk 10-2-1718.
  • i. Pieter Westhoven, ged. geref. Alkmaar Grote Kerk 2-7-1719, tweeling met
  • j. Johanna Westhoven, ged. geref. Alkmaar Grote Kerk 2-7-1719.
    Een van de tweeling overlijdt spoedig: "Gerrit zijn kraemkint Westhoven", beg. Alkmaar 7-8-1719 (klasse ƒ 15,--,--, "bij avont 5 gld")

3904. LAURENS KLERCK, geb. vóór ca. 1615, burger van Utrecht 28-2-1640 als hantschoenmaecker in de Schalckwijckstraat, geref., van Utrecht, woont in de Schalckwijckstraat (1634, 1640), geref. lidmaat te Utrecht 1638 of 1643 (tweemaal een Laurens Clerck genoemd, zoek uit), tr. Utrecht Geertek. geref. 8-4-1634

3905. AEFKEN (AELTJEN) EVERS, woont in de Wijstraat (1635), Nieuwstraat (1634, 1644), Schalckwijckstraat (1638).


Fragment Clerck
Vermoedelijk niet verwant is de volgende familie Clerck:
J(oh)an Clerck, geb. waarsch. 1670-1675, woont achter het Stadhuijs (1693), Pauwelsbrugh (1696) te Utrecht, te Amersfoort (1698), blijkbaar leerling pruikmaker (1693) bij Jacob de la Verge (x Elisabeth van Deutecom), meester paruykemaker te Utrecht (1710),[629] als Jean Clercq, paruijckmaker, afkomstig van Languedocq, burger van Amersfoort op 11-6-1703, ("verclaerd te wesen borger deser stad", benevens sijne kinderen), tr. Utrecht Anthoniegasthuis 14-3-1693 (get. Jacob la Verge, zijn meester, en Josijntje van Deutecom haar moeder) Sara van Deutecom(¥).

COMMENTAAR(¥) De wed. van Johannes Clercq wordt genoemd als belendster van een stuk land te Nigtevecht (1742).[630]
Betreft het hier Sara van Deutecom?
    Uit dit huwelijk:
  • a. Abraham Klerk, ged. Utrecht Catharijnek. 13-3-1694.
  • b. Abraham Klerk, ged. Utrecht Buurk. 17-4-1696.
  • c. Maria Klerk, ged. Amersfoort 3-6-1698.
  • d. Joannes Klerk, ged. Amersfoort 28-12-1700.
  • e. Susanna Klerk, ged. Amersfoort 19-11-1702, filiatie niet bewezen, is zij soms kw. nr. 976 sub e?
  • f. Annetje Jansen Klark, filiatie niet bewezen, otr./tr. Amersfoort 17-10/6-11-1727 als j.d. van Amersfoort Bart Willemsen, j.m. van Amersfoort.
  • g. Caspar Jansen Clerk, filiatie niet bewezen. otr./tr. Amersfoort geref. 16-10/3-11-1739 Catharina van Steenderen, beg. Amersfoort 22-1-1778 (als Kaatje van Steenderen in de Koningsstraat), j.d. van Amersfoort.

3906. AERT LUCASZ VAN AMMEL, vraagt als vettewarier en burger van Utrecht, met zijn echtgenote Lucia Melchiorsdr octrooi aan om te testeren 13-9-1631 (Nots. Nicolaas van der Molen).[631]

In de Jacobikerk te Utrecht ligt een grafsteen (no. 246) waarop de tekst "Dit is de grafsteen van Arent Luykassoon van Ammel".[632]

3908. GERRIT (GEERT) MINNEN(¥), geb. Dordrecht 1588/89. controlleur te Hoorn (1619, 1626, 1629), wonend aldaar (1619) in de Ramen (1626, 1629) otr. Amsterdam/Hoorn 13-15-1619 (hij oud 40 jaar, zij heeft bij de Weeskamer goed ingebracht)

3909. JACOMIJNTJE RUTTEN, geb. Haarlem 1589/90, woont op de Langedijckstraat (1619), otr. 1o Amsterdam 21-4-1612 JOOST (DE) PALM(AN), geb. ??? (onleesbaar) 1583/84, beg. Amsterdam Nieuwe K. 26-9-1617, diamantslijper (1612), woont in de Gasthuijssteegh te Amsterdam (1612).

COMMENTAAR(¥) Hij is mogelijk (verwant aan) :
Joris Minne, wonend te Amsterdam, afkomstig van Den Haag, geref., otr. Amsterdam 1666 (volgens DTB Utrecht, echter te Amsterdam niet gevonden) Annetje van Cooten, afkomstig van Utrecht, wonend te Amsterdam. Is zij Annetie Pieters, beg. Amsterdam 17-9-1673 als huisvrouw van Joris Minne?
Henricus van Minnen, van Varik, geref., otr. Utrecht (attestatie gegeven om te Varik te trouwen 10-10-1669, get. Mr. Caspar Baltusse, oom van de bruidegom, Margrietje Peters, goede kennis van de bruid, tevens schriftelijke toestemming van de moeder van de bruid te Varik) Neeltje Gijsberts, wonend Lange Jansstraat, afkomstig van Rhenen.
Rutger Minne, burger van Utrecht 10-3-1647 als boekbinder, wonend op de Neude (1647), geref., otr./tr. Leeuwarden/Utrecht (attestatie gegeven 24-10-1647 naar Leeuwarden) Annitjen Henricks, wonend te Leeuwarden.
Cornelis Jansz Minne koopt 14-12-1546 en verkoopt 15-12-1546 een huis in de Pankouckstraet te Rotterdam.[639]
Adriaen Jacobsz Minne bezit een loods aan de haven te Rotterdam 27-6-1547.[640]
Een verband met het Hoornse geslacht Minnes lijkt er niet te zijn. [641], [642]
De volgende poorters van Leiden:[643] Jacques Minne van Hondschooten, poorter van Leiden 5-4-1590, bezit een saaigetouw. Lodewijck Minne, saaywerker van Hondschoten 7-5-1593, Joost Minne van Belle(=Bailleul) 8-12-1589 legt de eed af 6-5-1594 als rasdrapier, Lieven de Minne, van Antwerpen, 26-5-1590, zelf get. 1593.

3910. CORNELIS GERRITZEN VAN MEERWIJCK, geb. Utrecht 27-11-1598, geref., woont op de Lijnmerckt (1624), in de Schoutensteeg (1634,1638), schoenmaker en burger van Utrecht (1625), tr. Utrecht Buurk. 11-4-1624

3911. GRIETGEN DAMEN (BOR), geb. vóór ca. 1605, afkomstig van Utrecht, woont Schoutensteeg (1624,1634,1638), geref. lidmaat te Utrecht 18-4-1622, als j.d. wonend in de ..., (get. Dirckje Jans en Neeltje (Hermens?), Cornelis Gerritsz van Meerwijck, schoenmaker en burger van Utrecht en zijn echtgenote Grietgen Damen Bor vragen octrooi aan om te testeren, 25-3-1625 (Nots. Willem van Galen)[648].

"Postreme soo behoort tot de kinderen van Geert van Meerwijck, Cornelis Gerritss van Meerwyck geboren den 27 Novemb(er) 1598 getrout met Grietgen Damen, hier comt van Daem van Meerwyck." [649]

3912. WILLEM JANSZ VAN RAELT, ovl. na 1667, als Willhem Jansz van Raelt, burger van Amersfoort op 27-10-1623, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 20-4-1644 als bakker op de Camp, [654] woont te Amersfoort (1651), belender aan de Liendertseweg (1667), [655] otr./tr. 2o Amersfoort/Hoevelaken geref. 10/25-5-1651 (met attestatie naar Hoevelaken 25-5-1651, hij als wednr. van Aelten van Schaijck) JANNETJE JANS PALMA(R)(¥), geb. vóór ca. 1610 (verm. ged. geref. Amersfoort 4-2-1608 (als dr. van Jan Jansz, geen moedersnaam genoemd), ovl. na 1667, wed. van Cornelis Laurentsz, j.d. van Amersfoort (1631), huw. get. (1667), dr. van Jan Jansz Palmer(t), sijdewercker, cramer en kaarsenmaker, en Fijtge (Fietgen) Galtus (zie kw. nr. 7769 sub a/1), otr./tr. 1o Amersfoort geref. 11/19-10-1623

3913. AELTIEN VAN SCHAECK(¥), ovl. vóór 1651, j.d. wonend te Amersfoort (1623). Zij is vermoedelijk Aeltgen Arisdr van Schadijck, ged. geref. Amersfoort 27-1-1596 als dr. van Aris van Schadijck, en als Aeltien Aris van Schayck geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 24-12-1620.[656].

COMMENTAAR(¥) Is zij verwant aan Cornelis Ammelsen van Schayck, ca. 1600 te Amersfoort.[657]
of Aeltgen Jans van Schaeck, j.d. van Amersfoort, otr/tr Amersfoort/Leusden geref. 22/30-6-1622 Seger Lambertsen, j.m. van Amersfoort

Op 3-8-1652 is Willem Jansz van Raelt belender (oost) van een huis aan de Langestraat. De belenders west zijn de erven van zaliger Jan van Raelt. Zou dat zijn vader zijn? [658]
Op 5-3-1655 verkopen Jan Amsijngh, tinnegieter, en Lijsbeth Jans zijn vrouw voor de ene helft, en Willemtgen Jans, weduwe van Jan Buijck, in leven tinnegieter, aan Willem Jansen van Raelt, en zijn vrouw, 'n hof tussen de Andriespoort en de Kamppoort, belend aan de ene zijde: de erven van Joost van Vanevelt, aan de andere zijde: Gisbert Jansen Methorst, aan de oostzijde: Willem Jansen van Raelt, aan de westzijde: de gemene weg. [659]
Op 7-5-1663 verkopen Willem Jansz van Roelt en Jannitgen Jans Palmer, echtelieden, aan Hilletgen Barents, weduwe en boedelharster van Herman Cornelis Cruijs, huis, grond en toebehoren in Langestraat, belend: Dirck Breecker, en de weduwe van Hendrick Oucoop. De verkoop geschiedt op de last van 150 gulden t.b.v. 't blockland gasthuis, 100 gulden t.b.v. de erfgenamen van Carman, 200 gulden t.b.v. het Sint Pieters gasthuis en 100 gulden t.b.v. Sint Elisabeths gasthuis. [660]
Op 28-12-1667 verkopen Wilhem Janz van Raelt en zijn vrouw Jannitje Jans, aan Jan Wilhems van Raelt en zijn vrouw, zekere hof gelegen buiten de Kamppoort aan de Flierbeek, belend aan de ene zijde Thimooth Janz van Borculo, aan de andere zijde Gijsbert Jansen Methorst. [661]

3914. ANTHONY MATHEUSSEN, ged. geref. Naarden 29-1-1617 (als Tuenis), ovl. 1669/70, bakker (1642..1669), j.m. van Amersfoort (1637), als Anthoni Mattheussen, wonend in de Muerhuyssen, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 24-12-1638, belender buiten de Andriespoort (1642), otr. 2o Amersfoort/Putten voor 1669 (get. zijn broer Matheus Matheussen, en Claas Hendrix, verwant van de bruid),[662] AARTJE TEUNISSE VAN GENEN, ovl. na 1670, j.d. van Putten, (zij hertr. 1670), tr. 1o Amersfoort geref. 15-7-1637 (get. zijn vader Matheus Petersz, zij als wed. van Wouter Thijmensz)[663]

3915. JACOBIEN SIMONS, geb. Groeningen, ovl. 1655-1669, woont te Amersfoort (1628) geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 9-4-1631 in de Muerhuisen, als h.v. van Wouter Tijmessen, backer, otr./tr. 1o Amersfoort geref. 19-4/11-5-1628 WOUTER THIJMENSZ, ovl. 1636/1637, j.m. van en wonend te Amersfoort, soldaet onder Edwart Veer (1628), bakker (1631, 1633), geref. lidmaat op belijdenis van Amersfoort 13-7-1633 in de Muerhuysen bij de Stoofstraat.

Op 29-3-1655 lenen Anthonis Matheeuwsz, bakker, en Jacobgen Simons zijn vrouw, van Herman Lap en Grietgen Henricx, zijn vrouw, en hun erven, een bedrag van een losrente van 48 Carolus gulden per jaar over een hoofdsom van 800 Carolus gulden, met als onderpand (1) 'n huis, hof en hofstede in de Muurhuizen, door comparanten bewoond., belend aan de ene zijde: Willem Rijcksz, kramer, aan de andere zijde: Robbert Holland. Deze akte bestaat uit 4 delen, (zie ook ID 6511, 6513 en 61514). De akte is geheel doogehaald. In de marge: Johan Narot, bij erfenis van zijn moeder zaliger de plechte verkregen, verklaart van Margaretha Anthonis Lamberts, weduwe van Jan Willems van Raalt en dochter van Anthonis Mattheusz. Backer en Jacobgen Simons zijn vrouw, de schuldsom ontvangen te hebben. Akte 24-6-1691. [664]
Op 29-5-1669 verkoopt Steven Reijerz van Voorthuijsen voor hemzelf en als weduwnaar en boedelharder van Sibbera Jansen, zijn overleden vrouw, aan Antonis Matheusz, backer, een huis, hof en hofstede staande en gelegen in de Nieuwstraat, belend aan de ene zijde de koper zelf, aan de andere zijde Marcelus Loockerman. [665]
Op 23-8-1669 verkopen Anthoni Matheusen en zijn vrouw Aertgen Tonissen, aan Jan Willemsen van Raelt, een huis, hof en hofstede bij de pomp in de Muurhuizen, belend aan de ene zijde de erfgenamen van Willem Rijcksen, aan de andere zijde Marcelis Loockerman. [666]

3918. JAN WILLEMSZ HAEN, geb. ca. 1600, ovl. 1667-1675, geref. lidmaat op belijdenis van Amersfoort 1-4-1648 bij de St. Janskerk, wijk Camp, tr.

3919. WILLEMKEN HUYBERTS, geb. ca. 1605, ovl. na 1675, geref. lidmaat op belijdenis van Amersfoort 27-9-1645 achter de Camp, h.v. van Jan Haen. De wed. van Jan Haan, op de Singel bij de Triesjenstraat in de wijk Camp buiten, betaalt ƒ 6,5,-- Familiegeld (1675).[667]

In de Groote of St. Joriskerk te Amersfoort bevindt zich een grafzerk met de tekst "Jan Haen ..... Sittert".[668]

Utrecht, ca. 1650.
Kaart uit "Toneel der Steden", door Joan Blaeu. Eerste uitgave : Amsterdam, 1652. Scan http://grid.let.rug.nl/~welling/maps/blaeu.html

klik op plaatje(s) om te vergroten

4032. CORNELIS JACOBSZ NOEST, geb. Utrecht (waarschijnlijk voor 1612, wanneer het doopboek begint), ovl. na 1680, getuige te Utrecht (1628) geref. lidmaat te Utrecht 1634, als schoenmaecker, wonend in de Beekerbrugge naast de Groene Draeck (get. Albert van Hattum), woont op de Steenweg (1634), genoemd als voogd over de kinderen van zijn schoondochter Johanna Coninck (1670), tr. 2o 1650-1657 AELTGEN GORIS, ovl. 1657-1684, tr. Utrecht Geertek. 7-10-1634

4033. AEFGEN (AELTJE) (VAN) EM(M)ENES (PINC(H)AS), geb. Leiden ca. 1610, ovl. 1650-1657;(¥) woont in de Oude Munstertrans. Zij beiden wonen op het Buurkerkhof (1639..1650).

COMMENTAAR(¥) Is Anthonis Dircksz van Emmenes, burger en cleermaker te Utrecht, die tr. Utrecht 7-2-1630 Elisabeth Aertsdr de Cruijff wellicht verwant?[700]

Op 6-11-1648 transporteren Cornelis Jacobsen Noest, voor hemzelf en als lasthebber van Maijcken Jacobs zijn zuster, Aelbert van Hattem, als man en voogd van Geertruijd Jacobs Noest, in die kwaliteit mede voor hemzelf en beiden als gemachtigden van Floris de Ruijter, burger te Woerden, als man en voogd van Hendrickgen Jacobs Noest, en Christoffel Martens, burger te Leiden, als man en voogd van Willemtgen Jacobs Noest, mitsgaders Anthonij van Hemert, burger te Utrecht, als man en voogd van Willemtgen Jacobs Noest zijn vrouw volgens procuratie van 27-10-1648 voor notaris Gerrit Houtman, met Johan van Hemert en Geertruijd Jacob Noestdr zijn vrouw, kinderen erfgenamen van Jacob Hendricks Noest, burger te Utrecht, en Huijbertje Willems Schade, in leven echtelieden, hun zal. vader en moeder, schoonvader en schoonmoeder, etc. (ZOEK OP) [701]
Testament van Cornelis Jacobsz Noest, burger van Utrecht, en Aefgen Pineas (Pincas) te Utrecht 8-10-1650. [702]
ZOEK OP Nots. G. Houtman.
Cornelis Noest, burger van Utrecht, en echtgenote Aeltgen Goris, vragen octrooi aan om te testeren, 10-4-1657 (Nots. Willem van de Houve).[703]
Cornelis Noest, vader van Cornelia Noest, buiten Utrecht, krijgt octrooi om te testeren 23-10-1680.[704]
In de "Memorie van utgeef soo tot de begraeffenisse als andersints, voor moeder vrouwe Mechteld Catharine van Santen sal." door Wilh. van der Muelen komt voor de post
24-12-1677 voor 2 uer luys in Buerkerck aan Cornelis Noest betaelt ƒ 0-4-4
item, voor zegel an den selve ƒ 0-1-11.[705]
Op 31-12-1679 (oude stijl) compareert Jacob Bodegraven, die bij deze machtigt Cornelis Noest, om toe te stemmen in een akkoord, heden bereikt door overige medecrediteuren van Willem Boom, bakker en burger in Utrecht. Deze moet zijn schulden binnen 6 weken voldoen. Getuigen zijn Gerard Noest en Jochem van Kleeff. Was getekend allen.[706]
Op 25-6-1684 laten de kinderen van Bastiaen Dirckssen van Cuylenburch ter ene zijde, een akte van insinuatie door de notaris voorlezen aan Cornelia Noest, stiefdochter van wijlen Aeltgen Goris, en Gerard Noest, stiefzoon van wijlen Aeltgen Goris, terzake van aanspraken op de nalatenschap van Aeltgen Goris. De moeder van insinuanten was een nicht ("twee gesusters kinderen") van Aeltgen Goris. Er wordt verklaard "dat de voorn Aeltgen Goris saliger de insinuanten altijt voor haere nichten en erfgenamen ab intestato heeft gehouden" en "dat volgens de rechten en costumen der stadt end provincie Utrecht een vrouw aan haer man noch aan desselfs voorkinderen staande huwelijck geen testament maecken can". Voorts "dat derhalve de gesamentlijcke kinderen van Bastiaen Dirckssen van Cuylenburch vrindelijck versoecken haer de erfenisse van de voors. Aeltgen Goris niet te willen onthouden noch te zwaaren met onnodighe vracht costen te beswaren namentlijck die geene die sij weten het haare soo van noden te hebben, presenterende de insinuanten oversulx Indiën yets tegens haer recht tot de voors. erfenisse soude connen of mogen te seggen vallen te selvighe ende alles wel te willen stellen aen twee ofte meer onpartijdighe rechtsgeleerden oof andere goede mannen. hun des verstaende (versochte?) mitsdien dat de voor gemelte Cornelia ende Gerardus Noest haer in t geene voors. contentement sullen (nenien?) en dat alles het sij aan onpartijdighe off andersints oock bij onderlingh verdrach in den minne sal cunnen afgedaen werden ende sal den notaris hiertoe versocht sijn wedervaren sulx onder inscrijving stellen en relaterende etc." De notaris heeft assistentie ingeroepen van "Nicolaas van de Kempe, clercq in den kapittele van den Dom ende Wilhelmus van Rhenen, secretaris tot Werckhoven getuijgen hiertoe versocht" die "mij verclaert ten huijse van Cornelia en Gerardus Noest en haer lieden de vorenstaende acte van insinuatie door mijn notaris van woorde tot woorde voorgelesen sijnde gaf den voorn. Gerardus Noest tot antwoord : wij sullen daar in voorsien, wij weten haer niet te wel ende antwoorde Cornelia Noest noch ick wij sullen mijn hr. de Heus daerover afspreecken". Aldus gedaen etc. [707]

Fragment Jonolin de Rochely

Ia. NN Jonolin (de Rochely), geb. vóór ca. 1580.

    Uit hem (volgorde onbekend):

IIa. Thomas Jonoli(j)n, geb. vóór ca. 1635, die met zijn vrouw gedurende veertien jaar wordt onderhouden door zijn broer Jean, waarvoor laatsgenoemde een vordering hield die tot niet minder dan 5300 rijksdaalders was opgelopen, toen hij in 1673 daarvoor als onderpand een perceel akkerland en vier percelen hooiland verwierf,[716] tr. vóór 1660 Anna NN, geb.

    Uit dit huwelijk:
  • a. Vienna Jonolijn, ged. geref. Rotterdam 7-4-1660 (get. Johannes Jonolijn, Susanna NN (Planchard?), Nicolaes Travens).
  • b. Nicolaas Jonollin de Rochely (Ro(s)cheli)(¥), geb. vóór ca. 1660, ovl. na 1685, filiatie niet bewezen, tr. kort voor 2-8-1685 Cornelia Noest, ged. geref. Utrecht Buurk. 3-4-1648 (get. Hr. Nicolaes van der Meer, raedt in de vroetschap der Stadt, en Hester Hendericks (van Kircharten), in den Iseren Man op den Steenwech wonend), ovl. tussen 2-8-1685 en 11-10-1685, dr. van Cornelis Jacobsz Noest en Aefgen (Aeltgen) Pineas.

    COMMENTAAR(¥) Nicolaes Jonoli(e)n en Maria de Klerck laten 3 kinderen geref. dopen in de Grote Kerk te 's-Hertogenbosch : Johannes 16-12-1687, Maurits 10-9-1690, Helena 11-12-1692. Zou dit een tweede huwelijk van bovenstaande Nicolaas zijn?

IIb. Jean Jonolin, geb. vóór ca. 1605, ovl. na 1683, réfugié, kleermaker en diaken van de Waalse kerk te 's-Gravenhage, die als klanten talrijke adellijke officieren heeft onder wie de heer van Langerack, wordt later mr. tailleur van de Prins van Oranje en de koning van Engeland (Willem III) genoemd, [717]

In dec. 1683 procedeert Petronella Kenens, weduwe van Hermanus van Schoorstraten, impetrant, voor de Hoge Raad contra Jean Jonolijn, meester kleermaker in den Hage, gecondemeerde. [718]
    Uit hem vermoedelijk:
  • a. Johannes Jonolin Roschelius, geb. vóór ca. 1630, wordt als Johan Jonolin de Roschely, Hoogdijk en waterheemraad, met sijn dogter Johanna Jonolin, geref. lidmaat te Langerak op attestatie van de Fransche gemeente in 's-Gravenhage 1685 (in margine: vertrokken), dyck en waterheemraed van de Overweert (1685), tr. vóór ca. 1655 Susanna Planchard, beg. Langerak in de kerk (zie beschrijving zerk hieronder), doopget. (1660)
    Zerk in de Ned. Herv. Kerk te Langerak (ZH):
    Twee wapens:
    I. Gevierendeeld: 1 en 4 eene staande vrouw, 2 en 3 een breedarmig kruis. Helmteeken een zittende hond.
    II. Een kasteel, waarboven een dubbele adelaar. Helmteeken een kind, dat een stok in de rechterhand houdt.
    "Hier leyt begraven Susanna Jonolin Roschelius a Bonorando gebooren Planchard huisvrou van d Heer Johannes Jonolin Roschelius a Bonoranda Hoogen Dijck . . . ." [719]
    Op 2-6-1685 (ver)koopt Jurriaen ter Horst wonend te Langeraek over Leck aan Jean Jonolin de Rochely, dyck en waterheemraed van de Overweert,
    - 4½ mergen wey-, hoy- en bouwland, gelegen aan de dyckslooth in het gerecht Langeraeck over Leck, belend achter: de Goudriaense lantscheydinge, ow: de kinderen van Willem Damen, ww: Teunis Willem Damen
    - 2 mergen bouwland met huys gelegen aan de dyckslooth in het gerecht Langeraeck over Leck, belend achter: de Tientwegh, ow: Joost Willemss Stuyvenbergh ww: Pieter Blom c.s. [720]
    In de onmiddelijk hierop volgende akte van 2-6-1685 verklaart Jean Jonolin de Rochely, dyck en waterheemraed van de Overweert, dat hy bereid is om huis en land in Langerak terug te verkopen aan Jurriaen ter Horst voor ƒ 500,--. Er wordt verwezen naar koop en verkoop d.d. 2-6-1685 voor notaris H. Ribbius. [721]
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Johanna Jonolin, geb. vóór ca. 1665, wordt geref. lidmaat te Langerak op attestatie van de Fransche gemeente in 's-Gravenhage 1685 (in margine: vertrokken).
    • 2. Jean (Johan(nes)) Jonnelyn (Joneli(j)n) (de Roschelm), geb. vóór ca. 1655, ovl. na 1716, filiatie niet bewezen, afkomstig van 's-Gravenhage (1673), ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Groningen 10-10-1673 (Johannes Jonolinus A. Rochelaen, Hagensis"),[722] verandert blijkbaar zijn studierichting in geneeskunde (promotie niet gevonden), wordt als Johan Jonolin de Roschely m.d. (medicinae doctor) geref. lidmaat te Langerak op attestatie van 's-Gravenhage 1685 (in margine: vertrokken), doctor te Delfshaven (1702..1705), tr.eedt op als Jan Jonelyn medicine doctor, wonend te Utrecht, gemachtigde voor Maria Magister (procuratie 9-4-1715 ter secretarie van Suriname), [723] docter tot Utrecht (1716),(¥) tr. Schoonhoven juni 1692[724] Catharina Pelt, ovl. na 1715.
      Uit de boedelinventaris van Pieter Van Gasten te Delfshaven d.d. 25-1-1702, blijkt dat hij o.a. een schuld heeft aan dokter Sonolin (sic!). [725]

      Op 20-10-1702 treedt dokter Johan Sonolingh (sic!) op als medevoogd van de kinderen van Aerjaentie Willems van Bergen, wed. van Claes Walingsse Walingh te Delfshaven. [726]

      Uit de boedelinventaris van Meynsie Aertsdr, vrouw van Leendert Janse van der Jagt, te Delfshaven d.d. 20-10-1702, blijkt dat zij o.a. een schuld heeft aan docter Johan Sonnolinn (sic!). [727]

      Uit de boedelinventaris van Lysbeth Barens, weduwe van Claes Dircxse van Kimmenaer, te Delfshaven d.d. 9-1-1703, blijkt dat zij o.a. een schuld heeft aan docter Johan Jonolin. [728]

      Uit de boedelinventaris van Hendrick van Schie, wednr. van Maritje Dircxdr te Delfshaven d.d. 4-2-1705, blijkt dat hij o.a. een schuld heeft aan Doctor Johan Jonnolin. [729]

      Uit de boedelinventaris van Cornelis Dircxsz Proper, wednr. van Geertje Jansdr Kranendonck te Delfshaven d.d. 25-5-1705, blijkt dat hij o.a. een schuld heeft aan Johan Jonnolin, doctor. [730]
      Op 7-8-1716 eist Barendt Buddingh van Jean Jonnelyn, docter tot Utrecht het voldoen van een wissel : "Suriname den 31en Maij 1716 voor ƒ 500,-- Courant geldt, etc.". [731]
      Johan Jonolijn wordt genoemd in de vonnissen Rechtspraak civiele zaken, van de Raad van Brabant in de periode 1721 - 1727.[732] Betreft het hier Jean Jonolin?
        Uit dit huwelijk (o.a.?):
      • aa. Maria Jonelin, ged. Rem. Delfshaven 24-3-1699 (in huis gedoopt, get. Maria Pelt), beg. verm. Delfshaven (gaarder) 13-1-1702 (kind van Johan Jonnolin doctor).
      • bb. Susanna Jon(n)elijn, ged. Rem. Rotterdam (Delfshaven?) 16-9-1701 (in huis gedoopt), beg. Rotterdam 20-2-1783, als bejaarde jongedochter wonend in de Lomberstraat bij de Beursteeg.
      • cc. Lena Jonelijn, ged. Rem. Rotterdam (Delfshaven?) 10-3-1704.
      • dd. Catharina Jonolin (Jonelijn), ged. Rem. Rotterdam (Delfshaven?) 7-4-1706 (get. Maria Pelt), beg. Rotterdam Franse kerk 25-7-1725, jongedochter van Delfshaven, wonend te Rotterdam, woont op de L'haave bij de Varkesteegh (1725) otr./tr. Rotterdam schepenen 14/29-4-1725 (betalen ijder 30 gld.) Johannes Cors(t)ius, jongeman van Amsterdam (1725).

4034. ANTHONI MICHIELSZ CONINCK, ovl. vóór 1668, kleermaker bij de St. Jansbrug te Utrecht,[733] in juli 1631 benoemd tot voogd over een onmondig kind van zijn broer Peter Michielsz Coninck,[734] tr. vóór 1632

4035. MARGRITA (GRIETJE) DAMEN (KIRRICHGARDEN), geb. vóór ca. 1610, zie voor haar mogelijke verwantschappen Fragment Kircharten.

Op 10-11-1670 machtigt Jacobus Noest, suyckerbacker en burger te Utrecht, gehuwd met Johanna Koninck, zijn zwager en schoonzuster Michiell Coninck en Elysabet Meyeringh, echtelieden, om voor het gerecht van Utrecht te transporteren hun aandeel in een huysinge c.a. te Utrecht in de Vinckenborchsteege nz, ten behoeve van Johannes Looff, burger te Utrecht. Jacobus Noest is medeerfgenaam van zijn schoonouders Anthoni Koninck, burger te Utrecht, x Margareta Kirrichgarden. [735]

Fragment Kirckharten
Grietje Damen Kirichgarden is zeer waarschijnlijk verwant aan een geslacht Kirchgarten te Utrecht[737]:

Ia. Jan (Smit), ovl. (verm. Kirchherten) voor 1597, tr. vóór ca. 1570 Truychje (Smit), ovl. (verm. Kirchherten) voor 1597.

Proces d.d. 11-5-1597[738] Henrick Jansz, "smit van Kerckharten" machtigt zijn broer Bartholomeus Jans, smit van Kerckharten, de nalatenschap van hun ouders Jan Smit en Truychje Smit, te Kerkhsrten overleden, te regelen. Niet duidelijk is of zij "smid" waren of heetten.[739]
    Uit dit huwelijk (o.a.?):
  • a. Henrick Jansz van Kirckharten, geb. vóór ca. 1570, ovl. 18-9-1626, volgt IIa.
  • b. Bartholomeus Jans van Kirkharten, geb. vóór ca. 1570, ovl. na 1633, smit van Kerckharten (1597), huw. get. (1623), tr. 1o voor 1595[740] Jannichje Jans van Outhuys, tr. 2o okt. 1595 (als Bartholomeus Jans van Cristol, weduwnaar van Jannichje Jans van Outhuys),[741] Tanneke Tack, j.d. van Brugge (zuster van Jacomijntje Cornelis Jansdr. Tack, verm. dr. van Cornelis Jans Tack en Jacomina van Dorssen (zie o.a. GAU. II 174, 30 maart 1612).
    De dochters Tack erfden goederen, gelegen te Dixmuiden in Vlaanderen, van hun vader Cornelis Tack en en hun grootouders Jan Tack x Jannichje NN.[742]

IIa. Henrick Jansz van Kirckharten, geb. vóór ca. 1570, ovl. 18-9-1626, afkomstig van Kirchherten, Kreis Bergheim, Ambt Karster in het land van Jülich, smit van Kerckharten (1597), tr. ca. 1590[743] Jacomijntje Cornelis Jansdr Tack, ovl. 13-6-1631, verm. dr. van Cornelis Jans Tack en Jacomina van Dorssen.

Op 7-7-1626 testeren Henrick van Kirckharten en Jacomijntje Tack Cornelisdr en in hun boedelscheiding van 24-9-1633 worden genoemd Gerard Ruysch, gehuwd met Sara Hendricks van Kirckharten, Bartholomeus Jans van Kirkharten als oom van de voorkinderen van Sara voorn., Jannichie van Kirckharten weduwe van Hans Verstegen, Jan Stevens van Soestdijck gehuwd met Hester van Kirckharten, Ds. Otto Glimmerus, predikant te Breukelen, geh. met Cornelia Henricks van Kirckharten, Ysaack Henricks van Kirckharten.
    Uit dit huwelijk (in 1633 in leven):
  • a. Sara Hendricks van Kirckharten, geb. vóór ca. 1595, ovl. 6-9-1652, tr. 1o 11-8-1612[744] Isaac Gerrits de Backer, j.g. van Leiden, wonend te Utrecht, tr. 2o 16-11-1623[745] Dr. Geer(h)ard Ruys(ch), ovl. 23-8-1652, j.g. van Woerden, wonend te Utrecht (1623), huw. get. (1623, 1640), ingeschreven als student aan de Universiteit van Utrecht 1643 ("Gerardus Ruysch, Ultrajectinus"),[746] promoveert aldaar op 3-6-1647 in de filosofie en vrije kunsten ("Philosophiae Doctores et Liberalium Artium Magistri publice creati sunt").[747]
    Op 7-11-1623 maken Sara Hendricks van Kirckharten en Isaac Gerrits de Backer huwelijks voorwaarden. Getuigen zijn o.a. zijn broeders Bartholomeus Gerrits Ruysch, wonend te Zegveld, en Willem Ruysch, wonend te Woerden. [748] (zie de stukken over de familie Ruysch in Gem. Arch. Utrecht, Cat. Bibliotheek b1.164).
  • b. Jannichie Henricks van Kirckharten, geb. vóór ca. 1595, ovl. 3-8-1674, huw. get. (1640), tr. 19-9-1613[749] Johannes (Hans) Verstegen, ovl. 23-5-1631, afkomstig van Utrecht.
      Uit dit huwelijk:[750]
    • 1. Aaltje Versteegh, geb. vóór ca. 1615, tr. 28-12-1634[751] Hermannus Ribbius, geb. vóór ca. 1610, huw. get. (1640, 1650), zn. van Ds. Hermanus Ribbius, predikant te Paasloo, Oldemarkt en IJsselham, Huizen, Bolsward en Utrecht, en Elisabeth Nagge.[752]
      Zij testeren d.d. 21-1-1636 voor nots. C. Verduyn.
    • 2. Maria Versteech, geb. Utrecht vóór ca. 1620, ovl. vóór 1654, otr./tr. Tiel/Utrecht 9/31-5-1640[753] [754] Cornelis van Niel, ovl. 1670, weesmeester te Tiel (1652-1656), lakenkooper (1655), wednr. van Anneke Rövers (de Roever), zn. van Quiryn van Niel, brouwer, en Margriete Matheusdr van der Steech. Hij hertr. Tiel/Avezaath 18-11-1655 Dirkje van Cattenburch[755] en hertr. Buren 1658 Dirkje van den Kerckhoff.[756] (zie ook ANF 1887)
      Op 16-4-1640 maken Maria Versteech en Cornelis van Niel huwelijks voorwaarden. Getuigen zijn Johan van Eck, schepen van Tiel, en Cornelis Udens, secretaris van Tiel als neven van de bruidegom, en voor de bruid haar moeder Jannichje van Kirckharten, wed. van Hans Versteech, Hermannus Ribbius als schoonbroeder, Isaacq van Kirckharten, oom, Gerard Ruysch en Ds. Otto Glimmerus, predikant te Tiel, als behuwde ooms. [757]
    • 3. Hendricus Versteegh, ged. geref. Utrecht 20-5-1629, ovl. 22-9-1673, werkzaam (1654-1670) als boekverkoper te Utrecht op de Steenwegh (1655) en de Oudegraght tegen over 't Weeshuys (1655-1667),[758] tr. 29-4-1655[759] Elisabeth van Aken, wed. van Johan van Eijckelbeeck.
  • c. Hester Hendricks van Kirckharten, geb. vóór ca. 1600, ovl. 28-8-1655, tr. 1o 29-3-1619[760] Jan Stevens van Soestdijck, ovl. 23-6-1636, huw. get. (1623), ijzerkoper,[761] zn. van Steven Janszn van Soes(t)dijck, tr. 2o 22-2-1646 haar zwager[762] Nicolaas van der Meer, ovl. 24-6-1654, raad en schepen van Utrecht (1646, 1648), wonend in den Iseren Man op den Steenwech (1646, 1648), wednr. van Cornelia van Soestdijck. Nicolaas van der Meer testeert op zijn familie 10-9-1650 voor nots. G. Houtman. Verdere testamenten 15-1-1621 nots. C. Verduyn en 16-3-1630 nots. W. Zwaerdecroon.
    Hestertje Henricks van Kircharten, weduwe van Jan Stevens van Soestdijck, toont op 5 en 7 maart 1638 een acte van seclusie d.d. 10 juli of aug. 1624 waarin tot voogden over haar kinderen worden benoemd de grootvader Steven Jans van Soestdijck en de oom Ysaeck Henrick van Kircharten, die de benoeming aanvaarden.[763]
      Uit haar eerste huwelijk:[764]
    • 1. Geertruidt van Soestdijck, ged. 31-7-1622.
    • 2. Trijntgen van Soestdijck, ged. 11-9-1628.
    • 3. Steven Jans van Soestdijck, geb. vóór ca. 1625, ovl. 15-11-1675, raad van Utrecht, tr. 1o 11-5-1647[765] Huberta van Hattem, ged. 28-10-1627, ovl. 12-3-1649, dr. van Aelbert Dirck Aelbertszn van Hattem en Geertruid Jacob Hendriksdr Noest (zie kw. nr. 80064 sub b), tr. 2o 19-2-1650[766] Maria Flaman, ged. 5-10-1630, ovl. 14-3-1664, dr. van Ds. Joannes Flaman, predikant te Utrecht, en Anna Pieters van Strijp, tr. 3o 24-8-1665[767] Johanna Quint, ged. 22-3-1629, ovl. 18-1-1692, dr. van Cornelis Corneliszn Quint (de jonge), raad en schepen van Utrecht, en Margaritha Henricks van Velthuysen (laatstgenoemde is getuige bij het huwelijk). Hieruit verder nageslacht bekend.
      Op 5-4-1648 maken Steven Jans van Soestdijck en Huberta van Hattem een mutueel testament. [768]
      Op 31-1-1650 maken Steven Jans van Soestdijck en Maria Flaman huwelijksvoorwaarden. Als getuigen treden op voor de bruidegom: Nicolaas van der Meer, raad en oud-schepen van Utrecht, behuwdvader (stiefvader), Hermannus Ribbius, neef, en voor de bruid: haar vader Ds. Joannes Flaman, predikant te Utrecht, haar broeders Ds. Ioannes Flaman, predikant te Eemnes, en Petrus Flaman, apotheker, en de Utrechtse predikant Ds. Arnoldus Teckmannus. Steven tekent "van Soestdijck". [769]
      Ds. Johannes Flaman testeert 16-5-1666 en legateert o.a. aan de onmondige kinderen van zijn dochter Maria Flaman bij Steven van Soestdijck.[770]
  • d. Cornelia Henricks van Kirckharten, geb. vóór ca. 1605, ovl. verm. Tiel, tr. 30-12-1623[771] Ds. Otto Glimmerus, beg. Tiel 14-3-1686 (luiden ƒ 13,--)[772] j.g. van Bommel, dan predikant Schalkwijk, predikant o.a. te Breukelen en Tiel. Hij hertr. Geertruidt van Eck, zie Jaarboek Centr. Bur. v. Geneal. 1951, bl. 51 en 78.
    Akte van huw. voorw. d.d. 18-11-1623 tussen Ds. Otto Glimmerus en Cornelia Henricks van Kirckharten. Getuigen voor hem zijn zijn oom Thomas Ottens van Thiel en zijn neven Claes Willems, burger van Tiel en Adriaan Peters Verthint, borger te Utrecht. Getuigen voor de bruid zijn haar ooms Bartholomeus Jans van Kirckharten en Peter Tacq en haar schoonbroeders Jan Stevens van Soestdijck en Geerhard Ruys. [773]
  • e. Ysaack Henricks van Kirckharten, voogd over de kinderen van zijn zuster Hester (1638), huw. get. (1640).

4092. = 3684. JAN PAUWELSEN.


Referenties van de gegevens van generatie 12 staan ook hier
Referenties Kwartierstaat Lapikás --- Generatie 12 ( 773 refs.)
Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld.
  1. RA.Ht, Velm S.B. 7, p. 436, 19 september 1661.
  2. RA.Ht, Velm S.B. 8, p. 33, 17 november 1663.
  3. R.A.Ht, Velm S.B. 7, p. 239, 1 december f1655.
  4. R.A.Ht, N 4462, ongef., 18 april 1659, 21 april 1659. Cfr. Gingdom S.B. 23, f32, 16 junil 1664.
  5. R.A.Ht, N 4965, 23 juni 1674.
  6. Adriaenssen, l.c. p147
  7. RA.Ht, Velm S.B. 8, p. 51, 3 januari 1665; p. 250, 24 april 1673, f359v, 29 mei 1677. Gingelom S.B. 23, f342, 7 februari 1680. N 4966, no 59,19 december 1664; no 98, 27 augustus 1665; ongef., 18 mei 1669. S.A.S.T., inv. 2119, no 1, 1674. Inv. 2129, no 11, 1684.
  8. S.A.S.T., inv. 134, f65v.
  9. RA.Ht, Velm S.B. 8, p. 182, 16 januari 1670. N 134, no 130, 2 juni 1670.
  10. RA.Ht, N (4461) 25 januari 1655
  11. R.A.Ht, N (4461), 4 februari 1655.
  12. Mededeling Hendrik Battjes te Amsterdam, 2008
  13. Mededeling Hendrik Battjes te Amsterdam, 2008
  14. GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
  15. OA Nieuwkoop, inv. nr. 97, f83, gecit. in Meijer en Van Wieringen, l.c. p45
  16. GA Leiden, Rinse Penningen. medegedeeld door Fons van Wieringen, 2009
  17. Hendrik Battjes, Zerken in de NH Kerk te Nieuwkoop, Nieuwkoop, 2008
  18. Meijer en Van Wieringen, l.c., p249
  19. GBLO 8(1993)129
  20. ONA Ter Aar 9085/ (of 17)
  21. Lidmaten Nieuwkoop 1690-1699, 1700-1707, 1711-1721, ⇒ vpnd
  22. Lidmaten Nieuwkoop 1688-1707, ⇒ vpnd
  23. Lidmaten Nieuwkoop 1688-1707, ⇒ vpnd
  24. Lidmaten Nieuwkoop 1688-1707, ⇒ vpnd
  25. Lidmaten Nieuwkoop 1690-1699, 1700-1707, 1711-1721, ⇒ vpnd
  26. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 57, blz. 7v
  27. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 58, blz. 133v
  28. GA Leiden, Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1406- 1460
  29. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 59, blz. 182
  30. GA Leiden, Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1406- 1460
  31. GA Leiden, Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1406- 1460
  32. GN 40(1985)419
  33. GN 40(1985)419
  34. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 56, blz. 31
  35. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 65, blz. 16v
  36. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 65, blz. 17
  37. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 62, blz. 117
  38. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 62, blz. 246v
  39. Mededeling A. Hofstee te Canada, 1996, en Prom. 14, p16
  40. Mededeling A. Hofstee te Canada, 1996, en Prom. 14, p16
  41. Mededeling A. Hofstee te Canada, 1996
  42. GN 41(1986)440, GN 46(1991)330, en Prom. 14, p16
  43. Mededeling A. Hofstee te Canada, 1996Lieve Vrouwenkh. (impost)
  44. OV ... (1989?), p213
  45. Gen. Bijdragen Leiden. e.o. 6(1991) SR67
  46. ⇒ HOOFDGELD
  47. ⇒ HOOFDGELD
  48. GN 52(1997)57
  49. Bloys van Treslong Prins, ZH
  50. ⇒ www.brouwertree.com
  51. ⇒ www.brouwertree.com
  52. Onze Voorouders III, p67
  53. Bloys van Treslong Prins, ZH
  54. Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 206v volgnr. 668
  55. Kuipers, l.c.
  56. Kuipers, l.c.
  57. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 59, blz. 143
  58. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 63, blz. 2v
  59. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 64, blz. 68v
  60. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 64, blz. 88v
  61. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 64, blz. 134v en 135
  62. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 65, blz. 12v
  63. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 65, blz. 26v
  64. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 65, blz. 72v
  65. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 65, blz. 218v
  66. Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 158v volgnr. 113
  67. C.W. Delforterie, Het Inneemboek van 1668-1680 van het Heilige Geest- of Weeshuis te Leiden, Rijnland ...(1971), Leiden, 1971
  68. GBLO 8(1993)127
  69. ORA Nieuwkoop 55, gecit. in GBLO 8(1993)127
  70. ORA Nieuwkoop 55 gecit. in GBLO 8(1993)127
  71. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 58, blz. 13v
  72. GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
  73. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 61, blz. 170v
  74. GBLO 8(1993)127
  75. GBLO 8(1993)127
  76. Hoofdgeld 1623
  77. GBLO 8(1993)127
  78. Hoofdgeld 1623
  79. Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 174 volgnr. 18
  80. GBLO 9 (1994) 140 e.v.
  81. GBLO 8(1993)127
  82. GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
  83. Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 187v volgnr. 293
  84. Lidmaten Nieuwkoop 1684-1690, ⇒ vpnd
  85. GBLO 8(1993)127
  86. GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
  87. GBLO 8(1993)127
  88. GBLO 8(1993)53
  89. Meijer en Van Wieringen, l.c., p517
  90. GBLO 8(1993)53
  91. Meijer en Van Wieringen, l.c.
  92. Meijer en Van Wieringen, l.c., p517
  93. GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
  94. GBLO 8(1993)53 en Kuipers, l.c., die beide citeren uit ORA Nieuwkoop 62
  95. GBLO 8(1993)53
  96. Meijer en Van Wieringen, l.c., p518
  97. GBLO 8(1993)54
  98. Meijer en Van Wieringen, l.c., p518
  99. Meijer en Van Wieringen, l.c., p518
  100. GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
  101. Meijer en Van Wieringen, l.c., p519
  102. Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 194 volgnr. 416
  103. Meijer en Van Wieringen, l.c., p519
  104. Meijer en Van Wieringen, l.c., p519
  105. Meijer en Van Wieringen, l.c., p519
  106. Meijer en Van Wieringen, l.c., p519
  107. Meijer en Van Wieringen, l.c., p531
  108. Meijer en Van Wieringen, l.c., p532
  109. Meijer en Van Wieringen, l.c., p593
  110. Meijer en Van Wieringen, l.c., p593
  111. RA Aarlanderveen, inv. nr. 64, f271, gecit. in Meijer en Van Wieringen, l.c., p593
  112. Meijer en Van Wieringen, l.c., p519
  113. GBLO 8(1993)53
  114. Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
  115. Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
  116. Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
  117. GBLO 8(1993)53
  118. Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
  119. GBLO 8(1993)53
  120. Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
  121. Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
  122. Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
  123. Meijer en Van Wieringen, l.c., p595
  124. Meijer en Van Wieringen, l.c., p595
  125. Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
  126. Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
  127. Meijer en Van Wieringen, l.c., p594
  128. GBLO 8(1993)53
  129. Meijer en Van Wieringen, l.c., p518
  130. GBLO 8(1993)53
  131. Meijer en Van Wieringen, l.c., p518
  132. GBLO 8(1993)53
  133. Meijer en Van Wieringen, l.c., p518
  134. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 64, blz. 29
  135. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 16
  136. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 33v
  137. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 66v
  138. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 67, blz. 91
  139. ARA, Den Haag, Trouwboek gerecht Nieuwkoop, passim
  140. GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
  141. Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 174v volgnr. 31
  142. Aarlanderveen, Rechterlijk Archief
  143. Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 189 volgnr. 311
  144. Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 178 volgnr. 100
  145. Streekarchief Alphen a/d Rijn, Weeskamer-archief Nieuwkoop en Noorden, weesboek genaamd "Prothocol en vertigting" 1684-1727, 1796, 1809, f12, ⇒ www.den-braber.nl
  146. Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 189 volgnr. 315
  147. ONA Uithoorn, Nots. M.de Witt, d.d. 1 mei 1671, gecit. in ⇒ www.brouwertree.com
  148. GAA, ONA, Nots. P. Carel, inv. nr. 6216 f46, d.d. 5-4-1701
  149. GAA, Kwijtscheldingen
  150. Mededeling Mary Alers, 2008
  151. GN 58(2003)144
  152. GN 58(2003)144
  153. GN 58(2003)144
  154. GN 58(2003)144
  155. GN 58(2003)163
  156. GN 58(2003)163
  157. GN 58 (2003)145
  158. GN 58(2003)146
  159. OV 40(1985)743
  160. ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  161. Protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1615-1641
  162. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  163. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  164. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  165. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  166. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  167. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  168. ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  169. ref ....
  170. ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  171. ORA Elburg, Breuckcedulen 1678-1741
  172. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  173. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  174. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  175. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  176. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  177. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  178. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  179. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1646-1674, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  180. ORA Elburg Criminalia (1549) 1558 - 1809, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  181. ⇒ www.streekarchivariaat.nl, Transcriptie op de archiefstukken van het Schoenmakersgilde Elburg 1594 - 1810
  182. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2195
  183. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2219
  184. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2195
  185. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2219
  186. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p3927 en 3964
  187. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p4097
  188. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2195
  189. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2219
  190. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p3927 en 3964
  191. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2195
  192. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2219
  193. GAA, Kwijtscheldingen
  194. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p1400 en p 1366
  195. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p3966
  196. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p4743
  197. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p1899
  198. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p1900
  199. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2195
  200. RA Drente, Reg. 30e en 40e penningen (1679-1797), p2219
  201. Arch. Schouwen-Duiveland, Inv. nr. 4150-9, Microfiche: 4150/1
  202. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  203. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  204. Arch. Schouwen-Duiveland, Inv. nr. 4150-1, Microfiche: 4150/1
  205. Arch. Schouwen-Duiveland, Inv. nr. 4150-3, Microfiche: 4150/1
  206. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  207. Arch. Schouwen-Duiveland, Weeskamer, inv. nr. 184/26
  208. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  209. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  210. Archief Schouwen-Duiveland, Overleden personen Zierikzee
  211. zie ook Van Zeeuwse Stam 57(1987)84
  212. Arch. Schouwen-Duiveland, Weeskamer, inv. nr. 3125, 4595
  213. Van Zeeuwse Stam 57(1987)84
  214. Van Zeeuwse Stam 57(1987)84
  215. Las. 2163/29.4.1727/fol.193.
  216. Arch. Schouwen-Duiveland, Inv. nr. 4101-163, Microfiche: 4101/9
  217. Arch. Schouwen-Duiveland, Inv. nr. 4101-287, Microfiche: 4101/15