| You are here: Louk-Home ⇒ Genealogy ⇒ Kwartierstaat Lapikás ⇒ Gen. nr. 12 |
3040. SYMON TRUMPENEERS, ovl. Sint-Truiden 18-6-1667, heette in 1661 Symon Trimpeneers van Gelmen d'alde[1]
en in 1663 'nu woonachtig te Velm'.[2]
In 1655 kocht hij met het uitgaan van de brandende kaars een bunder land te Velm[3]
en in 1659 blijkt hij gegoed te zijn "op die Catsije" en "op het Culderken tot Gingelom."[4]
Hij
tr.
3041. ELISABETH MEUTELEERS, transporteerde in 1674 aan haar 'neef' Simon Trimpeneers, te weten "haers opdragersse soens soen, studerende der philosophie binnen die hooghe universiteijt der stadt Loven, in faveur ende subsidie synder voorschreven studie" 208 gulden Luiks geld ad 20 stuivers.[5]
3072. DIRCK WILLEMSZ FENT / VAN DER PIJLEN, geb. vóór ca. 1585, ovl. 9-11-1647, beg. Nieuwkoop NH Kerk (zie zerk), belender in het Zuideinde van Nieuwkoop
aan de Achterweg (1607..1629),
aan de buitenweg (1615..1646), (1652, 1671: kinderen van Dirck Willems Fent)
aan de binnenweg (1615..1638),
in het Noordeinde van Nieuwkoop
aan de overweg (1625),
aan de Achterweg (1615..1630),
achter Nieuwkoop binnenweg (1644),
woont te Nieuwkoop (1623),
landgebruiker te Nieuwkoop (1631-1636),
was als Dirk Willems Fent ambachtsbewaarder van Nieuwkoop en Noorden (1633),[12]
treedt op als voogd van zijn nichtje Grietje Willems Fent (1634, 1635),
doopgetuige (1638),
draagt als Dirk Willemz Fent in 1648 (postuum!) ƒ 15,-- bij aan het bouwfonds voor de bouw van een eigen remonstrantse kerk in Nieuwkoop,[13]
tr. vóór ca. 1617
3073. MARITGE PIETERS (VAN WIERINGEN), geb. vóór ca. 1600, ovl. 1660-1665, doopget. (1647).
Op 8-12-1615 verkoopt Claes Willemsz te Nieuwkoop aan Dirck Willemsz Fent een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Jacob Ariensz tot de Achterweg, belend ten oosten Gerrit Jacob Pietersz en ten westen Cornelis Pietersz. Koopsom 116 gulden 2 stuivers 10 penningen. [14]
Op 4-2-1616 verkoopt Sijmon Jansz Jonge Snoeck te Zwammerdam aan Dirck Willemsz Fent een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van het land van Philips Barentsz tot van de koper, belend ten oosten Gerrit Cornelisz en ten westen Lenert Willemsz. Koopsom 200 gulden. [15]
Op 31-12-1618 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Leendert Willemsz een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van het land van de koper en dat van de verkoper tot het land van Lenert Cornelisz, belend ten oosten Dirck Willemsz Fent en ten westen Leendert Willemsz. Koopsom 62 gulden.[16]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Dirck Willemsz ende Maritgen Pietersdr huijsvre met Jacob, Neeltgen, Trijntgen ende Grietgen heure kinders - 6 hoofden". [17]
Op 15-5-1624 verkoopt Pieter Cornelis Andriesz te Nieuwkoop aan zijn zwager Dirck Willemsz Fent een bruikweerland in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 3 morgen, strekkend uit de Voorwetering tot aan de Masloot, belend ten oosten Dirck Willemsz Fent en Gerrit Gerritsz en ten westen Jan Claesz en Sijmon Jansz. Belast met een jaarlijkse pacht van 8 gulden, de koper toekomend. Koopsom 2.175 gulden. [18]
Op 10-8-1624 verkopen Pleun Bouensz (Barentsz?) en Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Jan Jansz, Jan Heer, een perceel land met schuur in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van het land van Cornelis Anthonisz tot dat van Jan Eliasz, belend ten oosten Gerrit Jacobsz en Gerrit Cornelisz en ten westen Lenert Willemsz. Koopsom 600 gulden. [19]
Op 22-10-1627 ruilen Dirck Willemsz Fent en Jan Willemsz Cats te Nieuwkoop onderling land. Dirck Willemsz Fent krijgt in eigendom een perceel veenland in het Noordeinde over de Achterweg, strekkend van het land van Willem Willemsz Cats tot dat van Ghijsbert Dricxsz van Vliet, belend ten oosten Anthonis Gerritsz en ten westen Jan Willemsz Lous. Jan Willemsz Cats ontvangt een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Jan IJsbrantsz tot de Achterweg, belend ten oosten Gerrit Jacobsz en ten westen Annetgen Lenertsdr. [20]
Op 22-10-1627 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Claes Willemsz Cats een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van het land van Adriaen Huijgensz tot dat van Cornelis Cornelisz Baillius, belend ten oosten Harmen Cornelisz Heer en Annetgen Lenertsdr en ten westen Cornelis Stoffelen. Koopsom 172 gulden. [21]
Op 30-11-1630 verkopen Dirck Willemsz Fent voor zichzelf en Frans Jaspersz, scheepmaker, getrouwd met Annetgen Willem Fentendr, kinderen van Willem Willemsz Fent, aan Cornelis Cornelisz Baillius een bruikweerland in het Zuideinde van Nieuwkoop, binnenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend van de Vorendijk tot het land van Cornelis Willemsz, belend ten oosten Claes Dircxsz en Willem Cornelisz en ten westen Jan Arien Jansz en Cornelis Stoffelsz. Koopsom 2.100 gulden. [22]
Register of Morgenboek van Nieuwkoop:[23]
1631 - ½ morgen op Dirck Willemsz Fent
1636 - op Ijsbrant Jansz.
Op 24-5-1635 verkoopt Cornelis Gerritsz Coij te Nieuwkoop aan Dirck Willemsz Fent een bruikweerland in het Zuideinde binnenweg, verongeld voor ½ morgen, strekkend van de Vorendijk tot aan de Achterweg, belend ten oosten Jan Jansz van Erckelen, de kinderen van Jacob Jochumsz en Pieter Tomasz en ten westen Pieter Janensz, Willem Jacobsz, Arien Aelbertsz en de weduwe van Philips Jansz. Koopsom 3.700 gulden. [24]
Op 24-5-1635 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Ghijsbert Ariensz een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van de weduwe van Jan Heijndricken tot aan mr. Cornelis van Sevenhoven, baljuw en het land van Willem Cornelisz, belend ten oosten Pieter Thomasz en ten westen Dirck Willemsz. Koopsom 700 gulden. [25]
Op 24-5-1635 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan mr. Cornelis van Sevenhoven, baljuw en schout, een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Dirck Willemsz tot aan de Achterweg, belend ten oosten Willem Cornelisz en Arien Aelbertsz en ten westen de baljuw zelf en Aris Philipsz. Koopsom 600 gulden. [26]
Op 24-5-1635 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Jacob Gerritsz Vermij een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Arimaat tot dat van Jan Isbrantsz, belend ten oosten Jan Gerritsz en ten westen Claes Jan Cluft en Jan Jacob Bouwensz. Koopsom 105 gulden. [27]
Op 5-11-1635 verkoopt Dirck Willemsz Fent aan Andries Pietersz een perceel veenland achter het dorp Nieuwkoop overweg, strekkend van Aris Gerritsz Coij tot het land van de koper, belend ten oosten de kinderen van Teus Gerritsz en ten westen Gerrit Jan de Vries. Koopsom 100 gulden. [28]
Op 5-11-1635 verkoopt Andries Pietersz, bakker te Nieuwkoop, aan Dirck Willemsz Fent een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van Willem Cornelisz tot aan de Achterweg, belend ten oosten Jan Fransz en Aechte Dircxsdr en ten westen de weduwe van Egbert Willemsz en Dirck Ariensz Twaelffhoven. Koopsom 40 gulden.
Op dezelfde dag 5-11-1635 verkoopt Dirck Willemsz Fent bovengenoemd perceel aan Jan Jansz, kleermaker. Koopsom 72 gulden. [29]
Op 12-5-1637 verkopen Pieter Andriesz Baillius voor zichzelf en Cors Cornelisz van Dijck (Eijck), getrouwd met Jannetgen Andriesdr, kinderen van de overleden Andries Cornelisz Baillius, aan Jacob Pietersz Duijerniet en Dirck Willemsz Fent een kamp weiland, te verongelden voor 2 morgen, strekkend van het land van Ghijsbert Cornelisz tot het blokkamp van Cornelis Jansz, belend ten oosten Adriaen Matheusz, secretaris en ten westen Cornelis Jansz. Koopsom 1.800 gulden. [30]
Op 11-6-1637 verkoopt Frans Jaspersz, scheepmaker, getrouwd met Annetgen Willem Fentendr, aan zijn zwager Dirck Willemsz Fent een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van Dirck Willemsz tot de Achterweg, belend ten oosten Dirck Ariensz Twaelffhoven en ten westen Jacob Pietersz en Adriaen Bouwensz. Koopsom 480 gulden. [31]
Op 11-6-1637 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Heijndrick Jochumsz een huis en erf in het Zuideinde binnenweg, verongeld voor ½ morgen, strekkend van de Vorendijk tot de weduwe van Jacob Jochumsz, belend ten oosten Jan Jansz van Erckel en ten westen de verkoper. Koopsom 975 gulden. Heijndrick Jochumsz draagt meteen dit huis over aan Pieter Ghijsbertsz, alias jonge Piet. Koopsom 1.150 gulden. [32]
Op 6-9-1638 verkoopt Cornelis Willem Jansz te Nieuwkoop aan Dirck Willemsz Fent een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Jan Andriesz tot aan de Achterweg, belend ten oosten de weduwe van Jacob Jochemsz en ten westen Cornelis Jansz. Koopsom 550 gulden. [33]
Op 15-9-1638 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Ghijsbert Cornelisz Crijger een perceel veenland binnenweg, strekkend van de verkoper tot aan de Achterweg, belend ten oosten Dirck Ariensz Twaelffhoven en ten westen Arien Bouwensz. Koopsom 567 gulden. [34]
Op 11-2-1639 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Cors Gerritsz een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Willem Jacob Dircksz tot dat van mr. Cornelis van Sevenhoven, belend ten oosten Claes Cornelisz Coij en ten westen Arien Aelbertsz van Wieringen. Koopsom 375 gulden. [35]
Op 11-2-1639 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Claes Cornelisz Coij een huis en erf met een perceel veenland daarbij gelegen in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, verongeld voor 3 hond, strekkend van de Vorendijk tot mr. Cornelis van Sevenhoven, belend ten oosten Pieter Ghijsz jonge Piet, de kinderen van Jacob Jochumsz en Ghijsbert Ariense Wit en ten westen Willem Jacob Dircksz en Cors Gerritsz. Koopsom 1.350 gulden. [36]
Op 1-9-1640 verkopen Roeloff Jacobsz, zwager en Willem Ghijsz, getrouwd met Marritgen Jacobsdr, handelend namens Cornelis Ariensz, oom en voogd van oude Jan Jacobsz en Neeltgen Jacobsdr, allen kinderen van Jacob Ariensz en Marritgen Roelendr, beiden overleden, aan Dirck Willemsz Fent een perceel veenland in Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van Jan Cornelisz van der Aer en dat van Dirck Claes Fransz tot de Achterweg, belend ten oosten Dirck Cornelisz, smid en ten westen de weduwe van Jan Pietersz van Aarlanderveen. Koopsom 915 gulden. [37]
Op 14-11-1640 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Aert Cornelisz van Vliet en Aris Jansz een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Jan Arisz tot aan de Achterweg, belend ten oosten de weduwe van Jacob Jansz en ten westen Cornelis Jansz. Koopsom 550 gulden. [38]
Op 14-11-1640 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Arien Willem Jan Huijgen een perceel veenland in het Noordeinde binnenweg, strekkend van het land van Jacob Sijmon Bouwensz tot dat van Cornelis Ariensz, buurman, belend ten oosten Cornelis Jacob Jansz en ten westen Arien Ariensz. Koopsom 565 gulden. [39]
Op 14-11-1640 verkoopt Dirck Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Adriaen Matheusz, secretaris van Nieuwkoop, een kamp weiland en tuinen in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van het land van Ghijsbert Cornelisz Heer tot dat van Jacob Pietersz Duijerniet, belend ten oosten de koper en ten westen Cornelis Jansz. Koopsom 1.075 gulden. [40]
Op 9-5-1646 verkopen Cornelis Maertensz en Jan Ariensz, aan de Meije onder Zegveld voor hen zelf en Jan Maertensz en Jan Cornelisz van Leeuwen als ooms en voogden over Pieter Ariensz, Trijntgen, Claesgen en Neeltgen Adriaensdrs, minderjarige kinderen van Arien Maertensz en Annichgen Cornelisdr, die woonden aan de Meije, aan Dirck Willemsz Fent een kamp hooiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend uit de Masloot tot in de oude Meije, belend ten oosten Geert Lamberden en ten westen Jan Teusz Crijger. Koopsom 1.225 gulden. [41]
Op 15-5-1663 verkopen Cornelis Dircxsz Fent den ouden, Cornelis Dircxsz Fent den jongen, Cornelis Claesz Cats, getrouwd met Neeltge Dircxdr Fent, Dammis Cornelisz van Vlieth, getrouwd met Trijntie Dircxsdr Fent en Cornelis Ariensz van Wieringen, getrouwd met Grietge Dircxsdr Fent, allen als kinderen van de overleden Dirck Willemsz Fent, aan Elbert Jan Corsz aan de Meije een kamp hooiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 1½ morgen, strekkend van het land van Arien Cees Hoogeveen tot in de oude Meije, belend ten oosten Pieter Cornelisz van Dobben en ten westen Marcelis Abramsz en genoemde Pieter Cornelisz. [42]
Op 16-9-1663 verkopen Cornelis Dircxsz Fent den ouden en Cornelis Dircxsz Fent den jongen, Cornelis Claes Cats, getrouwd met Trijntge Dircxdr Fent en Cornelis Ariensz van Wieringen, getrouwd met Grietge Dircxsdr Fent, kinderen van de overleden Dirck Willemsz Fent, samen handelend namens Pieter Dircxsz Fent, aan Aelbert Fulpsz van Vlieth een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Dircxsz Fent de ouden tot dat van de weduwe van Roel Gijsen Crijger, belend ten oosten de koper en westen de nazaten van Jacob Pietersz Duijrniet. Koopsom 256 gulden 10 stuivers. [43]
Rinse Penningen 1665 : de weduwe van Dirck Willemsz Fent overleden.[44]
Op 23-04-1669 dragen Cornelis Dircksz Fent de jonge, Cornelis Claesz Cats, man en voogd over Neeltgen Dircxsdr, Willem Jacobsz met opdracht van zijn moeder Merritgen Claesdr, weduwe van Jacob Dircksz Fent, Diewertgen Cornelisdr, huisvrouw van Pieter Dircksz Fent, uitlandig persoon, mede handelend namens Cornelis Arijensz van Wieringen, die getrouwd was met Grietgen Dircxsdr, ieder voor 1/7 deel, over aan Cornelis Dircksz Fent de oude, mede-erfgenaam voor 1/7 deel, een huis en erf met 2 morgen weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Cornelis Dircksz Fent de jonge, belend ten oosten de weduwe van Jacob Dircksz Fent en ten westen de weduwe van Cornelis Willemsz Crijger, nog een kamp hooiland aldaar, groot 1 morgen, strekkend van het land van de weduwe van Jacob Dircksz Fent tot het land van Pieter Cornelisz van Dobben, belend ten oosten Jacob Jacobsz van der Bijl en ten westen Cornelis Arijensz van Wieringen. Koopsom 3.350 gulden. [45]
|
Zerk in de NH Kerk te Nieuwkoop te voorschijn gekomen bij de restauratie van de kerk in 1984 (zie Ref. [46] voor een uitgebreid verslag hiervan). De tekst luidt:
"Hier is begraven Dirck Willemszoon van der Pijlen ende hij is gestorven den 9 november Ao 1647" Foto: L. Lapikás, 2008 |
Detailopname van het wapen op deze zerk. Blazoenering: Gedeeld: A. drie gevederde pijlen schuinrechts geplaatst, B. een versmalde balk vergezeld van drie staande leeuwen, getongd en genageld, 1,2 geplaatst.
| klik op plaatje(s) om te vergroten |
|
Het wapen op bovenstaande zerk lijkt een alliantiewapen Van Pijlen - van Wieringen te zijn.
Van Pijlen: in rood 3 zwartgepunte pijlen schuinrechts geplaatst, gevederd van goud en zwart. Kleuren gebaseerd op een wapen Pijl in Rietstap. Van Wieringen: in goud een versmalde rode balk vergezeld van drie klimmende rode leeuwen, zwart getongd en genageld, 1,2 geplaatst. Dit wapen is een variant op het wapen van Dirck Heijricxzoon [47] (zie ⇒ Kwartierstaat Lapikás nr. 27824 ). klik op plaatje(s) om te vergroten |
Op 7-7-1667 dragen Aeltgen Pietersdr Haseboom, huisvrouw van Jan Gijsbertsz Sas, nu buitenlands, met als voogd Hendrick van Sevenhoven, secretaris en mr. Rudolphus Camphuijsen voor zichzelf en handelend namens Aert Gijsbertsz Sas, over aan Cornelis Quirijnsz van Swieten een rentebrief d.d. 18-7-1655 gepasseerd door Jacob Dircksz van Pijlen ten behoeve van Jan Dammas Gijsbertsz Sas, groot 400 gulden. [48]
Op 23-4-1669 dragen Cornelis Dircksz Fent de jonge, Cornelis Claesz Cats, man en voogd over Neeltgen Dircxsdr, Willem Jacobsz met opdracht van zijn moeder Merritgen Claesdr, weduwe van Jacob Dircksz Fent, Diewertgen Cornelisdr, huisvrouw van Pieter Dircksz Fent, uitlandig persoon, mede handelend namens Cornelis Arijensz van Wieringen, die getrouwd was met Grietgen Dircxsdr, ieder voor 1/7 deel, over aan Cornelis Dircksz Fent de oude, mede-erfgenaam voor 1/7 deel, een huis en erf met 2 morgen weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Cornelis Dircksz Fent de jonge, belend ten oosten de weduwe van Jacob Dircksz Fent en ten westen de weduwe van Cornelis Willemsz Crijger, nog een kamp hooiland aldaar, groot 1 morgen, strekkend van het land van de weduwe van Jacob Dircksz Fent tot het land van Pieter Cornelisz van Dobben, belend ten oosten Jacob Jacobsz van der Bijl en ten westen Cornelis Arijensz van Wieringen. Koopsom 3.350 gulden. [49]
Op 7-4-1660 verkopen Aert Gijsbertsz Sas en Jannitjen Philipsdr van Vlieth, laatst weduwe van Matijs Meesen van Dobben met als voogd Hendrick van Sevenhoven, secretaris, aan ieder voor de helft aan Jacob Claesz Cats en Dammis Cornelisz van Vlieth enkele akkers houtland, hooi- en veenland met vogelkooi in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van het land van Sijmen Roelen en Cornelis Stoffelsz tot het land van Sijmen Roelen, belend ten oosten Cornelis Dammisz van Griecken en ten westen Claes Claesz van der Laen. Koopsom 550 gulden. [51]
Op 15-5-1663 verkopen Cornelis Dircxsz Fent den ouden, Cornelis Dircxsz Fent den jongen, Cornelis Claesz Cats, getrouwd met Neeltge Dircxdr Fent, Dammis Cornelisz van Vlieth, getrouwd met Trijntie Dircxsdr Fent en Cornelis Ariensz van Wieringen, getrouwd met Grietge Dircxsdr Fent, allen als kinderen van de overleden Dirck Willemsz Fent, aan Elbert Jan Corsz aan de Meije een kamp hooiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 1½ morgen, strekkend van het land van Arien Cees Hoogeveen tot in de oude Meije, belend ten oosten Pieter Cornelisz van Dobben en ten westen Marcelis Abramsz en genoemde Pieter Cornelisz. [52]
Op 15-10-1664 verkoopt Jan Jansz van Erckel voor zichzelf en met procuratie van de verdere erfgenamen van Jan Jansz van Erckel de Oude, aan Dammis Cornelisz van Vlieth en deze Dammis Cornelisz weer aan Neeltie Pietersdr, met haar zoon Johannes de Vogel, een huis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, verongeld voor 1½ hond, strekkend van de Vorendijk tot het land van de weduwe van Harmen van Griecken, belend ten oosten de erfgenamen van Cornelis Jansz en ten westen Jan Jansz van Bemmel. Koopsom Dammis van Vliet 250 gulden en Neeltie Pietersdr 312 gulden 10 stuivers. [53]
Op 1-5-1665 verkoopt Jan Jacobsz van Wieringen te Nieuwkoop aan Dammis Cornelisz van Vliet een kamp hooiland in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 1 morgen 23 roeden, strekkend van het land van Arien Gijsen Nath tot dat van Cornelis Aertsz, snijer, belend ten oosten Gerrit Gerritsz van Staveren en ten westen Cornelis Willemsz van Leijden. Koopsom 650 gulden. [54]
Op 31-5-1665 is Dammis Cornelisz van Vliet te Nieuwkoop 250 gulden schuldig aan Trijntge Cornelisdr, weduwe van Cornelis Jansz Bouwman. Gesteld onderpand: een kamp hooiland, groot 7 hond, strekkend van het land van Cornelis Ariensz van Wieringen tot dat van Pieter Cornelisz aan de Meije, belend ten oosten Cornelis Dircksz Fent en ten westen Jan Jacopsz van Wieringen. [55]
| COMMENTAAR(¥) zie kopie p 129 |
3076. ANTHONIS (TONIS) CORNELISZ WARRE, geb. vóór ca. 1565, ovl. 1622/23, woont te Aarlanderveen (1614, 1616),
belender in het Zuideinde van Nieuwkoop,
aan de binnenweg (1604..1622), (mrt 1623, de erfgenamen van Anthonis Cornelisz Warre
over de Achterweg (1604..1614),
Op 26-6-1616 verkoopt Anthonis Cornelisz Warre te Aarlanderveen aan Gerrit Reijersz een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, verongeld voor 2 hond, strekkend van het land van Gerrit Reijersz tot dat van Dirck Jacobsz, belend ten oosten Gerrit Cornelisz en ten westen Maerten Jansz en Jan Cornelisz. Koopsom 243 gulden. [62]
Op 27-12-1623 verkopen Jan Pietersz, molenaar als man en voogd van IJechgen Tonisdr, Pieter Jansz, man en voogd van Marritgen Tonisdr, Cornelis Claesz, man en voogd van Leuntgen Tonisdr en Jasper Cornelisz, man en voogd van Aeltgen Tonisdr en Dirck Philipsz, vader en voogd van Adriaen Philipsz, weeskind van Neeltgen Tonisdr, allen als erfgenamen van Tonis Cornelisz Warre, in leven wonend te Aarlanderveen, aan hun zwager Cornelis Tonisz Warre als zoon en mede-erfgenaam van genoemde Anthonis Cornelisz een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, waarvan Cornelis Tonisz zelf al 1/6 deel toekomt, groot ½ morgen, strekkend van het land van Jan Roelen tot dat van Jan Ariensz Jan, belend ten oosten Jan Cornelisz Verburch, brouwer te Delft en ten westen Abram Jacobsz Trom. Koopsom 250 gulden. [63]
Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623: "Jan Pietersz, molenaer, ende Ijdetgen Tonisdr sijn huijsvre met Jan, Willem, Annetgen ende Neeltgen heur kinderen". [64]
Op 13-3-1630 verkoopt Cornelis Theunisz Warre als voogd van IJdichgen Tonisdr, weduwe van Jan Pietersz, molenaar te Aarlanderveen, aan Cornelis Ariensz, vogelaar te Aarlanderveen, enkele percelen veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van de landscheiding tot de landen van Cornelis Harmensz en Claes Pietersz, belend ten zuidoosten Willem Jansz en ten noordoosten de weduwe van Claes Claesz, nog een perceel, strekkend van de landscheiding tot het land van Willem Jansz, belend ten zuidoosten de weduwe van Claes Claesz en ten noordoosten Willem Jansz. Borgen zijn Bouwen Cornelisz en Cornelis Cornelisz. Koopsom 300 gulden. [65]
Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623: "Pieter Jansz, ende Maritgen Tonisdr sijn huijsvre met Neeltgen ende Geertgen heure kinders". [66]
Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623: "Cornelis Claesz, ende Appelonia Thonisdr sijn huijsvrouwe met Aeltgen heurluijder kint, item Maritgen Jansdr sijn moeder bij hem innewonende". [67]
Op 7-9-1614 regelen Dirck Philipsz, weduwnaar van Neeltgen Tonisdr ter ene en Tonis Cornelisz Warre te Aarlanderveen als grootvader en voogd van Adriaen Dircksz, kind van voornoemd echtpaar, ter andere zijde, de moederlijke uitkoop. Dirck Philipsz is gehouden zijn zoon te onderhouden en op te voeden tot zijn achttiende jaar en hem dan te geven 36 gulden. Gestelde garantie: zijn huis en erf in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van Philips Ariensz, belend ten oosten Trijn Cornelisdr en ten westen Ghijsbert Cornelisz. [70]
3078. JAN NN.
Op 2-5-1651 is Grietgen Jansdr, vrouw van Adriaen Evertsz met als voogden haar schoonvader Evert Cornelisz en haar zwager Cornelis Antonisz Warre, 150 gulden schuldig aan Cornelis Hermensz, biersteker te Zwammerdam. Gesteld onderpand: vier hond land in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend van het land van Willem Jan Gerritsz tot dat van Evert Cornelisz, belend ten oosten Arien Cornelisz Segvelder en ten westen Evert Cornelisz. [71]
Op 2-5-1651 is Grietgen Jansdr, vrouw van Adriaen Evertsz met als voogd haar zwager Cornelis Anthonisz Warre 150 gulden schuldig aan haar schoonvader Evert Cornelisz. Gesteld onderpand: vier hond land in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend van het land van Willem Jan Gerritsz tot dat van Evert Cornelisz, belend ten oosten Arien Cornelisz Segvelder en ten westen Evert Cornelisz. [72]
3108. SYMON CRIJNEN (VERMIJ), geb. vóór ca. 1620, belender in het Noordeinde van Nieuwkoop aan de Achterweg (1638..1651), aan de binnenweg (1640..1651), is gebruiker van land met een huis, berg en schuur in het Noordeinde van Nieuwkoop, groot 9½ morgen (1669).
Op 10-11-1639 verkoopt Roeloff Cornelisz, getrouwd met Marritgen Crijnendr te Nieuwkoop, aan Sijmon Crijnen Vermij een perceel veenland in het Noordeinde binnenweg, strekkend van het land van Jan de Vogel tot het land van Marritgen Crijnen, belend ten oosten Cornelis Roel Jansz en Marritgen Crijnendr en ten westen Jan Ariensz Vermij, bakker, nog een perceel over de Achterweg, strekkend van daar tot het land van Dirck Meesz, belend ten oosten de weduwe van Aert Willem Jan Louwen en ten westen Michiel Cornelisz. Koopsom 580 gulden. [73]
Op 1-10-1641 verkoopt Dirck Meesz te Nieuwkoop aan Sijmon Crijnen een perceel veenland in het Noordeinde over de Achterweg, strekkend van en tot het land van de koper, belend ten oosten Adriaen Arien Sijmonsz en ten westen Michiel Cornelisz. Koopsom 38 gulden. [74]
| NIET GEPLAATSTE FRAGMENTEN VERMEIJ |
|
Jan Aries Vermey, ged. Bodegraven 17-4-1707, beg. Bodegraven 24-12-1753, otr./tr. 1o Zegveld/Hoogblokland 14-2/9-3-1727[75] Grietje Ariens Koy, ged. Hoogblokland 9-4-1702, beg. Bodegraven 28-7-1736, otr./tr. 2o Bodegraven/Nieuwkoop 19-10/3-11-1737[76] Aeltje Aris Bouman, wed. van Wm Jans van Stavoren. Hij ex : Ary Cornelis Vermey, ged. Bodegraven 25-2-1671, otr./tr. Bodegraven/Nieuwkoop 29-7/14-8-1695 [77] [78] Magteltje Doedens van der Bergh, geb. Vinckeveen, ged. Wilnis 24-2-1667, beg. Bodegraven 8-1-1716. Hij ex : Cornelis Claas Vermey (van der My), van Bodegravenmye. tr. Bodegraven 19-11-1656[79] Marrigje Gysberts van Leyden, geb, beg. Zwammerdam 15-5-1688, van Zegveldermye. Jannetje Ariens Vermey, tr. Bodegraven 19-11-1716 Gerrit Willemsze van der Giezen [80]. Jan Aris Vermey tr. voor 1738 Aaltje Aris Bouman.[81] Annetje Pieters Vermey tr. (voor 1684) Cornelis Pietersz van Staveren. Willem Jansz Vermey, overleden, vermeld in Kohier 200e penning Rijnland, Langer en Korteraar, 1625. Jan Willemsz Vermij te Korteraar ende Geertgen Jansdr sijn huijsvr. vermeld met 2 hoofden in Hoofdgeld Ter Aar 1623. [82] Willem Jansz Vermij te Korteraar ende Maritgen Jansdr sijn huijsvr. met David, Pieter, Willem, Machtelt, Maritgen ende Aeltgen heurl kinders, vermeld met 8 hoofden in Hoofdgeld Ter Aar 1623. [83] Jan Claesz Vermij, kaeskoper te Aarlanderveen, is de enige erfgenaam van Claes Vermij uit Leiden. Hij betaalt 100e penning Rijnland, 1698. Simon Jansz Vermey x Hillegont Reijers, waaruit Cornelis Symonsz Vermey te Oudshoorn, ca. 1650,[84] schepen aldaar, wiens wapen voorkomt op een gebrandschilderd raam van de ambagten van Outshoorn en Gnephoek, anno 1670, in de Ned. Herv. kerk te Oudshoorn.[85] Cornelis Symensz (Vermey) x Geertje Symons (Schenckevelt). Hieruit Cornelis Vermey, ged. Oudshoorn geref. 31-1-1666 get. Annetje Thomas.[86] Hillegont Vermey 8-9-1669 get. Trijntje Symens.[87] Gerrit Claes Vermey x Aeltgen Jansdr, waaruit dr. Jannitgen Gerritsdr, die tr. na 1592 Arie Jan Louwen, ambachtsbewaarder te Aarlanderveen.[88] Jan Gerrits Vermij, armmeester, wiens wapen voorkomt op een gebrandschilderd raam van de ambagten van Outshoorn en Gnephoek, anno 1670, in de Ned. Herv. kerk te Oudshoorn.[89] |
3110. HUYBERT DIRCKSZ TWAELFFHOVEN(¥), geb. vóór ca. 1605, ovl. na ca. 1680, belender in het Zuideinde van Nieuwkoop
aan de binnenweg (1632..1652),
aan de buitenweg (1645),
woont te Noorden (1653),
baggerman (1673),
betaalt als baggerman te Nieuwkoop, ƒ ½ familiegeld (1674),
vermeld te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het
lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 4 personen in de klasse van de armen of aalmoezen levende.
[90]
tr. 2o Nieuwkoop 3-7-1651[91]
GERRITGE CORNELIS, wed. van Govert Jans,
woont te Noorden (1653),
tr. 1o voor 1651[92]
3111. ANNETGE CORNELIS, ovl. vóór 1651.
| COMMENTAAR(¥) Hij tr. ook voor 1648 Annetgen Huijbertsdr waaruit kinderen onmondig in 1648. |
Op 20-11-1629 verkoopt Geerloff Philipsz te Nieuwkoop aan Huijbert Dircxsz Twaalfhoven een huis en erf in het Zuideinde, binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot Pieter Worboutsz, belend ten oosten Joost Pietersz en ten westen Pieter Worboutsz. Belast met 100 gulden, toekomend Crijn Jacobsz, weeskind te Bodegraven. Koopsom 275 gulden. [93]
Op 7-10-1642 delen Huijbert Dircxsz, Arien Dircxsz Twaelffhoven, Joost Pietersz, getrouwd met Gerritgen Dircxdr, Jasper Ghijsz, getrouwd met Lijsbet Dircxsdr en Marritgen Dircxsdr met haar broer Adriaen Dircxsz Twaelffhoven, Harmen Cornelisz Heer als voogd over het kind van de overleden (?) Adriaen Dircxsz Twaelffhoven en Cornelis Pieter Sijmonsz als voogd van Marritgen Pietersdr, weeskind van de overleden Pieter Dircxsz Twaelffhoven, samen kinderen van Dirck Ariensz Twaelffhoven en Neeltgen Cornelisdr, beiden overleden, de nalatenschap. Joost Pietersz ontvangt een voorhuis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het achterhuis van Marritgen Dircxsdr, belend ten oosten Gerrit Claes Gerritsz en ten westen Steven Cornelisz, nog een perceel veenland binnenweg, verongeld voor 4 hond, strekkend van het deel van Marritgen Dircxdr tot het land van Huijb Dircxsz, belend ten oosten Pieter Stoffel Jacobsz en ten westen Jacob Heijndricxsz. Marritgen Dircxsdr komt toe een achterhuis, berg, schuur en erf aan het Zuideinde buitenweg, strekkend van het genoemde voorhuis van Joost Pietersz tot het weiland van Huijbert Dircxsz, belend ten oosten Gerrit Claes Gerritsz en ten westen Steven Cornelisz, nog een deel van een stuk veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Willem Jacobsz tot het land van Joost Pietersz, belend ten oosten Pieter Stoffel Jacobsz en ten westen Jacob Heijndricxsz, schipper. Huijbert Dircxsz valt ten deel enkele wei- en hooilanden in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 8 hond, strekkend van de werf van Marritgen Dircxdr tot in de Masloot, belend ten oosten Gerrit Claesz en ten westen Pieter Huijgensz. Hij moet 650 gulden uitkeren aan de weeskinderen van Adriaen Dircxsz en Pieter Dircxsz. Jasper Ghijsbertsz, getrouwd met Lijsbet Dircxdr, ontvangt een kamp hooiland in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend van het land van Jan Claesz van Leijen tot in de oude Meije, belend ten oosten Cornelis Huijbertsz en ten westen de kinderen van Jacob Jochumsz. Lijsbet Adriaensdr en Marritgen Pietersdr, de genoemde weeskinderen, ontvangen een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van de kinderen van Jacob Jochumsz tot dat van Arien Bouwensz, belend ten oosten Lenert Roelen en ten westen Ghijsbert Cornelisz Crijger, nog een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van daar tot het land van Cornelis Jan Heijndricxsz, genaamd "Vossenland", nog 650 gulden, uit te keren door Huijbert Dircxsz. [94]
Op 21-3-1648 verkoopt Cornelis Dammasz van Griecken te Nieuwkoop aan Huijbert Dircxsz Twaelffhoven een perceel land in het Noordeinde binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot de Zevenhovense dijk, belend ten oosten Cornelis Abrahamsz en Cornelis Anthonisz de Jong en ten westen Pieter Egbertsz en de verkoper. Koopsom 1.540 gulden. [95]
Op 6-7-1648 verkoopt Huijbert Dircxsz Twaelffhoven aan Claes Cornelisz Boertgen een perceel veenland in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van de verkoper tot aan de Achterweg, belend ten oosten Jan Louwen en ten westen Pieter Egbertsz. Koopsom 600 gulden. [96]
Op 15-12-1648 verkopen Cornelis Dircxsz Twaelffhoven en Marten Ghijsbertsz, ooms en voogden van de onmondige kinderen van Huijbert Dircxsz Twaelffhoven en Annetgen Huijbertsdr, aan IJsbrant Jansz van Leeuwen, lakenkoper te Nieuwkoop, een perceel land in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 11 hond, strekkend van de werf van Maritgen Dircxsdr tot de Masloot belend ten oosten Gerrit Claes Gerritsz en ten westen Pieter Huijgen. 15-12-1648. IJsbrant Jansz van Leeuwen, lakenkoper te Nieuwkoop, is 1.800 gulden schuldig aan Cornelis Dircxsz Twaelffhoven en Marten Ghijsbertsz, ooms en voogden van de onmondige kinderen van Huijbert Dircxsz Twaelffhoven en Annetgen Huijbertsdr, wegens koop van bovengenoemd onroerend goed. [97]
Op 21-3-1651 verkoopt Cornelis Dircxsz Twaelffhoven te Nieuwkoop als oom en bloedvoogd van de kinderen van Huijbert Dircxsz Twaelffhoven aan Jan Tomasz van Vliet een huis en erf in het Zuideinde binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot aan het huis en erf van Adriaen Dircxsz Twaelffhoven, belend ten oosten Cornelis Pietersz Teijsterman en ten westen Adriaen Dircxsz Twaelffhoven. Koopsom 700 gulden. Geroijeerd d.d. 8-1-1664. [98]
Op 25-5-1651 is Gerricjen Cornelisdr, weduwe van Govert Jansz te Noorden met als voogd Willem Jansz 50 gulden schuldig aan de Armen van Noorden. Gesteld onderpand: een huis en erf te Noorden buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot aan het land van Cornelis Jansz, belend ten oosten Maerten Maertensz Vreken en ten westen de weduwe van Jan Jansz Braets. [99]
Op 4-1-1652 verkoopt Huijbert Dircxsz Twaelfhoven te Nieuwkoop aan Harmen Cornelisz van Griecken een bruikweerland in het Noordeinde binnenweg, verongeld voor 2 morgen 23 roeden, strekkend van de Vorendijk tot het land van Claes Cornelisz Boertge, belend ten oosten Gerrit Pietersz en Kors Claesz en ten westen de nazaten van Pieter Egbertsz. Koopsom 1.100 gulden. [100]
Op 2-4-1653 draagt Huijbert Dircxsz Twaelfhoven te Noorden over aan Luijt Cornelisz Padenburch een huis, erf en schuur op een bruikweerland in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van Claes Cornelisz Boertge, belend ten oosten Gerrit Pietersz en Cors Claesz en ten westen de nazaten van Pieter Egbertsz. Koopsom 321 gulden 8 stuivers 12 penningen. [101]
Bonboeken Leiden (tekst nog opzoeken):
1666-1681: Adriaen Huybertsz van Twaelphoofden en Marijtge Thomas, Raamsteeg, Bon Oost-Nieuwland [103]
Op 17-7-1679 wordt op verzoek van Pieter van de Casteele, Heer van de buurt van de Gaermarckt te Leiden, in het Weeshuis te Leiden opgenomen Jan, 11 jaar, zn. van Adriaen Huybersz van Twaelffhooffen, van Nieucoop, en Mary Thomas Ciae, van Leijden, en beiden te leiden overleden. "Dit kint wert buyten costen van deser huyse aengenoomen bij Gerrit van Tol, soo langh hij in vermogen is. Mits dat hetselve kint enenige goederen heeft dat hetselve sall genieten als hij tot sijn jaeren compt. [104]
3112. SYMON JANSZ TEIJSTERMAN, ovl. 1623-1637.
belender in het Zuideinde van Nieuwkoop
aan de binnenweg (),
aan de achterweg (1606),
vermeld in RA Nieuwkoop (1608),
woont te Nieuwkoop (1623),
tr. vóór ca. 1590[105]
3113. GEERTGEN JANSDR, ovl. vóór 1621.
Op 26-5-1608 verkoopt Symon Jansz Teijsterman voor ƒ 957,-- een perceel weiland met hennepakker aan Gijsbert Jeremiasz Oosterlick. [106]
Op 17-6-1608 verkoopt Symon Jansz Teijsterman voor ƒ 2922,-- een "bruyckweer lants" met huis en erve in het Noordeinde aan Jan Maertensz.[107]
Op 3-6-1621 delen Sijmon Jansz Teijsterman, weduwnaar van Geertgen Jansdr, ter ene en Pieter Sijmonsz Teijsterman, Jan Sijmonsz, Ouwe Cornelis Sijmonsz en Adriaen Sijmonsz voor hen zelf, en Cornelis Jonge Bloem als voogd over Jonge Cornelis Sijmonsz en Maritgen Sijmonsdr, allen als kinderen van Geertgen Jansdr, ter andere zijde de nalatenschap, waarbij geen nadere details worden vermeld. [108]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Sijmon Jansz Teijsterman wedr met Cornelis ende Maritgen sijn kinders - 3 hoofden". [109]
Op 4-6-1637 delen Adriaen Sijmonsz Teijsterman en Cornelis Sijmonsz Teijsterman voor zichzelf, Cornelis Pietersz Teijsterman voor zichzelf en Pieter Dircxsz Twaelffhoven, getrouwd met Annetgen Pietersdr, Jan Cornelisz Staveren, als oom en voogd van de kinderen van de overleden Pieter Sijmonsz Teijsterman, Aris Cornelisz Quast als oom en voogd van de kinderen van de overleden oude Cornelis Sijmonsz Teijsterman, Willem Elbertsz van Sevenhoven als voogd over de kinderen van de overleden Jan Sijmonsz Teijsterman, allen als kinderen van Sijmon Jansz Teijsterman, die woonde te Nieuwkoop, de nalatenschap. Cornelis Sijmonsz Teijsterman valt ten deel een huis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg in de Vierschouwerij, verongeld voor ½ morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Arien Sijmonsz, belend ten oosten Cornelis Jansz Poel en ten westen Arien Cornelisz. Hij zal 103 gulden ontvangen van de kinderen van Jan Sijmonsz Teijsterman. Adriaen Sijmonsz Teijsterman is aanbedeeld met een kamp weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, groot 1 morgen 394 roeden, strekkend van de werf van Cornelis Sijmonsz tot het land van de kinderen van oude Cornelis Sijmonsz, belend ten oosten Cornelis Jansz Poel en ten westen Arien Cornelisz. De kinderen van oude Cornelis Sijmonsz komt toe een kamp land met een henneptuin aldaar gelegen, groot 756 roeden, strekkend van het land van Adriaen Sijmonsz tot aan de blokkamp van de kinderen van Pieter Sijmonsz, belend ten oosten Jacob Jansz Pijper en ten westen Dirck Pietersz Velssen, nog een perceel veenland binnenweg, strekkend van en tot Arien Cornelisz, belend ten oosten Cornelis Harmensz en ten westen Jan Arisz. Ze ontvangen 108 gulden, uitgereikt door de kinderen van Jan Sijmonsz. De kinderen van Pieter Sijmonsz ontvangen een blokkamp land in het Zuideinde buitenweg, groot 805 roeden, strekkend van het land van de kinderen van oude Cornelis Sijmonsz tot aan de Masloot, belend ten oosten Aris Gijsz Quast en ten westen Arien Sijmonsz Teijsterman. Zij ontvangen 297 gulden van de kinderen van Jan Sijmonsz. De kinderen van Jan Sijmonsz Teijsterman ontvangen een kamp hooiland achter het bruikweer van de overleden Sijmon Jansz, groot 1.450 roeden, strekkend van de Masloot tot het land van Willem Cornelisz van Griecken, belend ten oosten deze van Griecken en ten westen de Twaelffmorgen. [110]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Maritgen Cornelisdr wede van Cornelis Sijmonsz met Jan, Theus, Maritgen, Aeltgen ende Sijburch haer kinders - 6 hoofden (onvermogent)". [119]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Adriaen Sijmonsz ende Maritgen Geritsdr sijn huijsvre met Arien, Jan, Crijn, Gerit, Stijntgen, Gooltgen, Annetgen ende Aeltgen heure kinderen mitsgaders Maritgen Sijmonsdr haer jongwijff - 11 hoofden". [123]
3114. CLAES FRANSZ, geb. ca. 1560/65, ovl. na 1623, voor 6-9-1642, schepen (1608) en weesmeester (1614) van Nieuwkoop,[125] [126] tr. vóór 1609[127]
3115. NEELTGEN DIRCSDR WIT, ovl. na 1642.
| Wapen Claes Fransz: In blauw een gouden ring voorzien van een gouden (eikel). [128] |
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [129]. |
Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Nieuwkoop : Claes Fransz op vijftien ponden comt 30 gl.
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Claes Fransz ende Neeltgen Dircxdr sijn huijsvrouwe met Louris, Gijsbert, Dirck, Jan, Leuntgen, Maritgen, Aeltgen ende Geertgen heure kinders - 10 hoofden". [130]
Op 6-9-1642 wordt de omvangrijke nalatenschap van Claes Fransz, grotendeels bestaande uit percelen wei- en veenland, verdeeld tussen zijn weduwe, die bijgestaan werd door haar broer Louris Dircxz Wit, en de negen kinderen Frans, Louris, Ghijsbert, Dirck en Jan Claeszonen van Wieringen , Cornelis Symonsz Teijsterman, gehuwd met Leuntgen Claesdr, Jan Gerritsz, gehuwd met Aeltgen Claesdr, Pieter Dircksz Velsen, gehuwd met Geertgen Claesdr, alsmede de minderjarige Maritgen Claesdr.[131]
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [136]. |
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Frans Claesz ende Weijntgen Stoffelsdr sijn huijsvr met Stoffel ende Dirck heure kinders - 4 hoofden". [137]
voeg toe akten GBLO 8(1993)54
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [145]. |
Op 4-9-1670 verkoopt Cornelis Antonisz 't Hart, wonende te Aarlanderveen, aan Jan Fransz van Wieringen, wonende te Nieuwkoop, een perceeltje veenland in het Zuideinde van Aarlanderveen. De koopsom is 650 gulden. [148]
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [158]. |
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [161]. |
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [164]. |
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [166]. |
3128. CORNELIS JACOBSZ (VAN) HOOGEVEEN, geb. vóór ca. 1615, ovl. 1664-1665, belender
in het Noordeinde van Nieuwkoop
aan de buitenweg (1653..1663),
aan de overweg (1653),
aan de binnenweg (1660, 1664),(1671: de erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen),
aan de Achterweg (1671: de erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen),
in het Zuideinde van Nieuwkoop
aan de binnenweg (1663),
achter Nieuwkoop aan de vaarlandscheiding (1669: de erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen),
tr. vóór ca. 1640
3129. ARRIAENTGE AERTSDR, geb. vóór ca. 1620. Zij wonen "in leven" in het Noordeinde van Nieuwkoop.
Op 30-4-1647 verkoopt Heijndrick Jaspersz, timmerman te Nieuwkoop, aan Cornelis Jacobsz van Hoogeveen een huis en erf met een akker land in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor ½ morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Evert Cornelisz, belend ten oosten Elbert Dietersz en ten westen de koper en de kinderen van Philips Ariensz. Cornelis Jacobsz van Hoogeveen te Nieuwkoop is schuldig aan Heijndrick Jaspersz, timmerman, een bedrag van 800 gulden wegens koop van dit huis. [171]
Op 8-5-1665 verkopen Jan Cornelisz Hoogeveen voor zichzelf en Tonis Corssen van Swanenburch, getrouwd met Lijsbet Cornelisdr Hoogeveen, mede samen handelend namens Gerrit Gielen, getrouwd met Merritge Cornelisdr Hoogeveen en voor Grietge Cornelisdr Hoogeveen, jongedochter, allen als erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen en Arriaentge Aertsdr, in leven wonend in het Noordeinde van Nieuwkoop, aan Hilletge Jansdr van Leeuwen, weduwe van Jan Andriesz van Wieringen. een kamp weiland in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend van het land van Elbert Dierten tot de Masloot, belend ten oosten deze Dierten en Johanna de Vogel en ten westen de weduwe van Gijsbert Aertsz Sas. Koopsom 1.760 gulden. [172]
Op 4-10-1665 verkopen Jan Cornelisz Hoogeveen, Teunis Corsz Swanenburch, getrouwd met Lijsbeth Cornelisdr Hoogeveen, Gerrit Michielsz, getrouwd met Marritge Cornelisdr Hoogeveen, mede vervangend verdere erfgenamen, aan Arien Jansz van Wijngerden een perceel veenland met schuur in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van de koper tot de Achterweg, belend ten oosten Pieter Cornelisz van Wieringen en ten westen Arien Japen Hoogeveen, nog een schuur en schuurstaal achter het erf van de koper. Koopsom 308 gulden. [173]
Op 1-7-1666 delen Jan Cornelisz Hoogeveen, Tonis Corsz van Swanenburch, man en voogd van Lijsbeth Cornelisdr Hoogeveen, Gerd Chielen, getrouwd met Marretij Cornelisdr Hoogeveen en Gijsbert Cornelisz Tuernhout, man en voogd van Grietgen Cornelisdr Hoogeveen, samen kinderen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen en Arijaentgen Aertsdr, de nalatenschap. Jan Cornelisz, Tonis Corsz en Gerd Chielen behouden alle roerende en onroerende goederen met de inschulden. Mede ook nemen zij op zich "alle lasten des boedels". Gijsbert Cornelis Tuernhout ontvangt 325 gulden. Ze stellen als garantie aan Tuernhout: het huis en erf in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Elberd Dierten, belend ten oosten Tonis Corsz met een huis en erf en ten westen Hendrick Jacobsz, kleermaker, nog twee percelen veenland aldaar, belend ten oosten de successeurs van Philips Arijen Jan Claesz, ten zuiden Dirck Fransz van Wieringen, ten westen de weduwe van Jan Jansz Poel en ten noorden Tonis Cors. [174]
Op 4-5-1667 is Tonis Corsz Swanenburch te Nieuwkoop 109 gulden schuldig aan Pieter Huijbertsz Brack, die Swanenburch moet voldoen uit de boedel van Cornelis Jacobsz Hoogeveen. Gesteld onderpand: 100 roeden veenland in het Noordeinde buitenweg, strekkend van de werf van Roel Joosten tot het land van Gerrit Gielen, belend ten oosten Dirck Fransz, Arijen Hermensz en Aerd Jan Pieten en ten westen Jan Jansz Poel. [175]
3132. EGBERT WILLEMSZ FENT, geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1674?, belender achter Nieuwkoop dorp over de Achterweg (1619, 1622),
in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de buitenweg (1625), aan de binnenweg (1626), aan de Achterweg (1628..1632), aan de overweg (1632),
(de kinderen van Egbert Willemsz Fent zijn belenders te Nieuwkoop 1666),
j.m. van Nieuwkoop (1629),
is doopgetuige (1624, 1625, 1627), mogelijk schepen van Nieuwkoop (1673, 1674)
als Egbert van Pijlen [176],
tr. (niet gevonden Nieuwkoop geref. 1619 (begin trouwboek) -1623);(¥)
MARITGEN PIETERSDR, geb. vóór ca. 1605, doopget. (1620).
| COMMENTAAR(¥)
Er is nog een huwelijk van een Egbert Willemsz:
Egbert Willemsz, j.m. van Nieuwkoop, tr. Nieuwkoop geref. 25-11-1629 STIJNTGE HEIJNDRIXS, j.d. van Nieuwkoop (1629). Het is onzeker of het hier een tweede huwelijk van bovenstaande Egbert Willemsz betreft. Andere inschrijvingen in het geref. trouwboek maken wel degelijk onderscheid tussen een j.m. en een wednr. |
Op 11-11-1620 verkoopt Stoffel Cornelisz Mul te Nieuwkoop aan Egbert Willemsz Fent een bruikweer met huis en hof in het Zuideinde buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Jan Dirck Pietersz, belend ten oosten Cornelis Stoffelsz en Jan Hamers en ten westen Willem Pijnt. Onder voorwaarde dat Stoffel Cornelisz en zijn vrouw hun leven lang in het kleine huisje mogen blijven wonen. Koopsom 2.700 gulden. [177]
Op 25-9-1621 verkoopt Cornelis Sijmonsz, man en voogd van Maritgen Claesdr, die eerder getrouwd was met Heijndrick Dircxsz, aan Egbert Willemsz Fent een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van de kinderen van Pieter Jansz aan 't bruggetgen tot aan de Achterweg, belend ten oosten Jacob Sijmonsz Tol en ten westen Willem Fent. Koopsom 40 gulden. [178]
Op 28-12-1621 verkoopt Egbert Willemsz Fent aan Johan Theusz, dijkgraaf en Arien Claesz D'Erckel, drossaard, een perceel veenland achter het dorp, overweg, strekkend van het land van de weduwe van Arien Elisz tot aan Johan Theusz, belend ten oosten Dirck Gerritsz Coij en Dirck Jan Aelbertsz en ten westen Johan Theusz. Koopsom 250 gulden.[179]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Egbert Willemsz ende Maritgen Pietersdr sijn huijsvre met Neeltgen Pietersdr haer jongwijf - 3 hoofden". [180]
Op 2-1-1627 verkoopt Dirck Pietersz Velssen te Nieuwkoop aan Egbert Willemsz Fent een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Dirck Meesz tot de Achterweg, belend ten oosten Willem Willemsz Fent en ten westen de weduwe van Lambert Ariensz. Koopsom 450 gulden. [181]
Op 7-2-1629 verkoopt Egbert Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Arien Huijgen een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van het land van Dirck Fent tot dat van Claes Matsen, belend ten oosten de weduwe van Cornelis Jan Heer en ten westen Cornelis Stoffelen. Koopsom 175 gulden. [182]
Kohier van de 2b 200e penning van Rijnland: 1676. Nieuwkoop: de erven van Aryen Bouwensz Capiteyn zijn Pieter Egbertsz Fent van Pylen en Willem Egbertsz Fent van Pylen.
| COMMENTAAR(¥) Er zijn blijkbaar twee personen Pieter Egbertsz van Pijlen. De tweede is betaalt als Pieter Egbertsz van der Pijlen, veenman te Nieuwkoop, ƒ 1/2 familiegeld (1674), en wordt vermeld als Pieter Egbertsz van Pijlen, te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 2 personen in de klasse arbeiders en onvermogenden.[185] Zijn afstamming is vooralsnog onduidelijk. |
Kohier van de 2e 200e penning van Rijnland: 1676. Nieuwkoop: de erven van Aryen Bouwensz Capiteyn zijn Pieter Egbertsz Fent van Pylen en Willem Egbertsz Fent van Pylen.
| COMMENTAAR(¥) vul aan kopie 129 en Kuipers 5058 |
Op 29-8-1687 compareren voor schout en schepenen van Nieuwkoop en Noorden Marritje Jans Quast, weduwe en boedelhoudster van Claes Egberts van Pijlen, ter eenre zijde, en Pr.? Egbertsz van Pijlen oom ende naeste bloetvoogd over Marritje Claes van Pijlen, Willempje Claes van Pijlen, Egbert Claes van Pijlen, Dirk Claes van Pijlen, Aeltje Claes van Pijlen ende Stijntje Claes van Pijlen, zijnde de voorn. voogt geasst. met mij Bailjuw en Schout voornt., Hendrik van Wijk ende Gerrit van Dueren, weesmannen van Nieucoop en Noorden ter andere sijde, om de erfenis van Claes Egberts van Pijlen te regelen. Zij besluiten tot uitkoop waarbij Marritje Jans Quast het vruchtgebruik krijgt van alle roerende en onroerende goederen en inkomsten enz., onder de verplichting de kinderen op te voeden en te alimenteeren etc. tot hun mondigheid of huwelijk. Voorts dient zij aan hen ieder dan mee uit te keren als hun vaderlijke erfenis behalve een eerlijke uijtset een somma van ƒ 10,--. [187]
| COMMENTAAR(¥) Een Hendrick Pijlen treedt op als getuige in een notariële akte te Uithoorn (1671).[189] Is hij bovenstaande Heijndrik Egbertsz (Egberden) van Pijlen? |
|
Amsterdam, ca. 1650.
Kaart uit "Toneel der Steden", door Joan Blaeu. Eerste uitgave : Amsterdam, 1652. Scan http://grid.let.rug.nl/~welling/maps/blaeu.html klik op plaatje(s) om te vergroten |
3200. CARSTEN ALBERTS, geb. (Kuythuijsen??) 1611/12, ovl. na 1676 (dan is hij doopgetuige), schoenmakersgesel in de Hout(steeg?) (1643), otr. Amsterdam 2-1-1643 (haar ouders dood)
3201. JANNETJE DIRCX, geb. ... 1610/11, ovl. na 1654, woont in de Hout(steeg?) (1643).
Op 11-4-1650 verkoopt Cornelis Dirxsz Haen aan Carstiaen Albertsz(¥), een huis en erf in de Haantjessteegje (Hanengang) bij de Goudsbloemstraat te Amsterdam. [190]
COMMENTAAR(¥) Het is onzeker of het hier kw. nr. 3200 betreft.
3202. ROELOF NOMES(SEN) (MOOMERKEN) (VAN DER BERG), beg. Amsterdam Heiligewegs- en Leidsche Kh. 14-5-1676 (Roelof Nomes in de Jonge Roelofssteegh, laat 1 kind na), kleinpoorter van Amsterdam 9-5-1659 als schoenlapper van Semensbergen(¥), doopget. (1672), otr. vóór ca. 1648 (niet gevonden te Amsterdam)
3203. LIJS(A)BET CORNELIS (CORSSE) (VAN MARKEN), geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1689, beg. verm. Amsterdam St. Anthonis Kh. 18-9-1695 (Lijsbet van Marken in het Oude Manhuijs), doopget. (1671..1676).
| COMMENTAAR(¥) waar ligt dat ? |
Op 5-4-1701 maken Frans Carel Geun, kuijper, en Annetie Roelofs van den Bergh, echtelieden, wonend op de Rechtboomsloot, mutueel testament. Zij benoemen elkaar tot enige algehele erfgenamen, eventuele kinderen tot medeerfgenamen in de legitieme portie, mits de langstlevende de kinderen zal opvoeden etc. Indiën de langstlevende hertrouwt dan zullen de kinderen hun kindsdeel krijgen zonder inventaris en opening van de boedel. De langstlevende mag een medevoogd benoemen met uitsluiting van de weeskamer. Indien zij kinderloos overlijden dan gaat de erfenis naar de wederzijdse vrinden. Op het omslag van de acte staat : geen making van fidei-commis. inkomsten van man en vrouw, welke verklaren niet gegoed te zijn boven f 2000,--. Getuigen zijn Roelof Jansz en Barent Vlieghuis [191].
In 1702 verkopen de erven van Marretie Thijsse, wed. van Sijbrand Joosten aan Frans Geun, een 1/2 huis en erf op Uilenburg over de Schollenvangersgang te Amsterdam. [192]
Op 2-3-1702 verkopen de erven van Sijbrand Joosten aan Frans Geun, een 1/2 huis en erf op Uilenburg tegenover Schollenvangersgang te Amsterdam. [193]
Op 5-12-1708 verkoopt Frans Geun aan de Diakenen van de Hervormde Gemeente een 1/2 huis en erf in de Schollenvangersgang op Uilenburg te Amsterdam. [194]
Op 15-7-1710 verkopen de erven van Dorothé Jacobs, wed. van Jacob Morre aan Frans Carels Geun, een huis en erf in de Korte Koningsstraat over Armeense Kerk te Amsterdam. [195]
Op 12-3-1711 verkopen de erven van Hendrik Grauhart aan Frans Geun, een achterhuis en huis ernaast en erven in de Bloedstraat (NZ) hoek Oudezijds Achterburgwal te Amsterdam. [196]
Op 31-3-1719 verkopen de erven van Lijsbeth Gerrits, wed. van Sieuwert van der Werff aan Frans Geun, een huis en erf in de Jonkerstraat (NZ) te Amsterdam. [197]
Op 18-2-1729 verkopen Lucas van de Commer en de erven van Jan Claasz, aan Frans Geun, een huis en erf zijnde een grutterij op het Fransepad (ZZ) (Willemsstraat) bij de Lijnbaansgracht (Baangracht) te Amsterdam. [198]
Op 3-3-1729 verkopen de erven van Grietje Jans, wed. van Jacob de Vos aan Frans Geun, een huis en erf in de Gruttersgang bij de Willemsstraat (Oude Fransepad) ZZ te Amsterdam. [199]
Op 18-6-1733 verkopen de erven van Bruijn Jansz Voets aan Frans Geun, een huis en erf, waar De Gekroonde Meshamer in de gevel staat, in de Haarlemmerstraat (NZ) (Haarlemmerdijk) tussen de Binnen Oranjestraat en Korte Prinsengracht (Eenhoornsluis) te Amsterdam. [200]
Op 18-6-1738 verkopen de erven van Frans Carel Geun aan Louis Berli, een huis en erf in de Gruttersgang bij de Willemstraat (Oude Fransepad) ZZ te Amsterdam. [201]
Op 18-6-1738 verkopen de erven van Frans Carel Geun aan Alexander Rutgers en Matthijs Hanenberg, een huis onder een dak en erf en huis en erf ernaast op de Oudezijds Achterburgwal (NZ) hoek Bloedstraat te Amsterdam. [202]
Op 18-6-1738 verkopen de erven van Frans Carel Geun aan Alexander Rutgers en Matthijs Hanenberg, een Achterhuis in de Bloedstraat (NZ bij de Oudezijds Achterburgwal te Amsterdam. [203]
Op 18-6-1738 verkopen de erven van Frans Carel Geun aan Barend Tier, een huis en erf in de Jonkerstraat (NZ) op de westhoek van de Oosterdwarsstraat te Amsterdam. [204]
Op 18-6-1738 verkopen de erven van Frans Carel Geun aan Huijbert van Duijkeren, een huis en erf, waar De Gekroonde Meshamer in de gevel staat, in de Haarlemmerstraat (NZ) (Haarlemmerdijk) tussen de Binnen Oranjestraat en de Korte Prinsengracht (Eenhoornsluis) te Amsterdam. [205]
Op 18-6-1738 verkopen Hendrik Schuyl en Thomas Noortwijn, executeurs testamentair van Frans Carel Geun, laatst echtgenoot van Anna Bouwater, en als gevolmachtigden van Dirk Alberts Blok en Marretie en Catharina Sieuwerts, gedrieen voor 3/8 gerechtigd in de nalatenschap van Annetie Roelofs van den Bergh, echtgenote van Frans Carel Geun en zuster van hun grootmoeder Marretie Roelofs van den Bergh, voor ƒ 5337:10:-- aan Gerrit Blok, winkelier, 7/8 van een grutterij met gereedschappen zoals "grutmolen, eest, backen en 'tgeen verder tot de grutterij werd vereijscht", gelegen aan de Goudsbloemgracht zuidzijde bij de Baangracht, belend Hendrik Claasz en Catharina Momma, wed. Jan Pietersz westzijde, Abraham Riemont oostzijde, de grutterij van de wed. Jan Pietersz en Sara Suttes achterzijde [206].
Op 27-3-1765 verkopen de erven van Frans Karel Geun aan Aukie Bouwis, echtgenote van Cornelis de Boer, een huis en erf in de Goudsbloemgracht (Willemsstraat) bij de Lijnbaansgracht (Baangracht) te Amsterdam. [207]
Uit de reqisters der collaterale successie te Amsterdam:[208]
Elisabeth van Noorle, ovl. 24-10-1760, weduwe van Carel Geun. Erven 2 broeders o.a. Hermanus van Noorle.
3206. GERRIT GERRITSE (DE JONGE), geb. Amsterdam 1596/97, ovl. na 1671 (dan is hij otr. getuige), voor 1678 (poorterinschrijving schoonzoon), scheepstimmergesel (1631),
makelaer (1642),
scheepstimmerman (1643, 1645, 1671), schoenlapper (1643), woont op
het Bickerseyland (1643),
otr. 1o Amsterdam 27-11-1631 (get. sijn vader Gerrit Gerritse de Oude)
LUTJE ARENTS, geb. (Edam?(¥)) 1603/04, ovl. 1639-1643 (niet gevonden te Amsterdam), wed. van Pieter Pieters, woont ...., dr. van ...(¥).
otr. 2o Amsterdam 11-6-1643 (haar ouders doot?)
3207. AEL(TJE) IJSAACX, geb. ... 1604/05, beg. Amsterdam Noorder Kh. 6-6-1664 (int Oostervack graf N17), huw. get. (1658), doopget. (1663),
woont Bickerseylant (1664).
| COMMENTAAR(¥) bij haar eerste huwelijk woont haar moeder te Edam. |
| COMMENTAAR(¥) VUL AAN |
Op 2-5-1642 koopt Gerrits Gerritsz, makelaer, een huis en erf in de Sint Nicolaasstraat genaamd De Leunstoel belend door de erve van Anthoni Lubberts van ... .. Jan Dansz huijckemaker ... [209]
|
De scheepstimmerman.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694. klik op plaatje(s) om te vergroten |
| COMMENTAAR(¥) Het meest waarschijnlijk is dat Luijtje Gerrits (de Jongh/Jonge) een zuster is van Grietje (Giertje) Gerrits de Jongh/Jonge. Zij treedt op als getuige bij de dopen van de kinderen van laatstgenoemde en erft een even groot part 1/14 van het grootouderlijk huis genaamd De Leunstoel. Een doop om deze veronderstelling te bevestigen kon echter niet gevonden worden. |
| COMMENTAAR(¥)
Zijn doop niet gevonden te Amsterdam 1650-1670, wel is er een Olfert Claes, ged. 10-11-1652, ex Claes Olffersz en Achtien Gijssen, en een Olfert Claes
die belijdenis doet en daarna wordt gedoopt 26-4-1669.
Mogelijk is hij Olphert Claasz Molenaar, ged. Oostzaan 17-11-1658 als zn. van Claas Olphertsz Molenaar, molenaar van de oliemolen "De Drie Olievaten" in Oostzaan, en Grietje Pieters Booker.[210] |
| COMMENTAAR(¥)
Jan Blo(c)k, van Amsterdam, molenaar buiten de Utrechtse poort,
otr. Amsterdam 1-3-1715 (get. zijn vader Jacob Blok en haar voogden
Neu(?) Pieterse en Claas Clijn, haar ouders dood) Marretje Claas,
wonend buiten de Raampoort.[215] De vader Jacob Blok blijkt te zijn
Jacob Jacobszn Blok, van wie een rekeningenboek getiteld
"Het Houdt Boeck van d'Moole d'Spaare Boom , Jacob Jacobszn Blok den 1 januari 1714" bewaard is gebleven en dat is voortgezet door zijn zoon Jan Blo(c)k, en door Arie van den Berg.[216] Een verband met kwartier nr. 1602 Dirck Pietersz Block is vooralsnog onduidelijk.
Echter de volgende akte lijkte te suggereren dat zo'n verband er wel is. UITZOEKEN! Op 10-5-1799 verkopen Alida Wieben, wed. van Jan Blok, de erven van Dirk Blok, de erven van Jan Loosjes en de erven van Reijnoutje Kouter, wed. van Leendert van der Horst, aan Jan Eeden, de houtzaagmolen De Witte Lelie op het Kwakerseiland buiten de Raampoort. [217] |
'De oude adellijke huijsinge en hoffstad Craijestijn' met 'den Toom of Heerenhuijs', een groot bouwhuis met stallen voor de koeien en paarden, koetshuis, tuinmanshuisje erachter en diverse boomgaarden en landerijen werden op 5 oktober 1737 door Jan Claeszn Lelij en Marretje Hoogwater uit de nalatenschap van de familie Meurs voorf 13.825,- gekocht. Voor het sluiten van het huwelijk tussen Jan en Catharina Elisabeth, werden op 25 februari 1750 huwelijkse voorwaarden gemaakt, waarbij zij bepaalden dat de langstlevende erfgenaam zou zijn.
In de nacht van 13 op 14 februari 1782 werd op huize Craijesteijn te Tricht ingebroken door vier onbekende mannen met zwart gemaakte gezichten. Het huis werd in die tijd bewoond door Catharina Elizabeth Kemp, weduwe van Jan Claeszn Lelij, haar zuster Maria Kemp, en een twintigjarige knecht en een veertigjarige dienstmaagd. De inbrekers forceerden de voordeur en knevelden het inmiddels ontwaakte en toegelopen personeel. De knecht werd onder bedreiging met doodschieten of halsafsnijden gedwongen om te vertellen waar het geld en de juwelen waren verstopt. Intussen werd Catharina Elisaberh door een van de andere mannen geslagen, op de grond gegooid en tegen haar hoofd geschopt. Hij dreigde haar nek te breken als ze niet zou stoppen met schreeuwen. Maria werd door twee mannen gegrepen en vastgebonden, maar hoorde, omdat zij doof was de dreigementen niet. Na ongeveer anderhalf uur slaagde zij erin zich los te maken en de anderen te bevrijden, waarna zij constateerden dat de sloten van de kasten en van het 'bureaux' waren opgebroken. Er was voor 600 gulden aan contanten en 2000 gulden aan sieraden gestolen, waaronder een 'grote boot met 11 stenen en een gouden boot' (= ovale siersluiting voor een ketting) en zilveren voorwerpen, zoals 'ordel(or)ijndoosjes' (= eau de la reine, d.w.z. reukwater) en tafelgerei. [218]
Op 10 november 1788 testeerden Catharina Elisabeth Kemp en Arien van den Berg en bepaalden zij dat de langstlevende vruchtgebruik van de boedel zou krijgen. Indiën zij als eerste overlijdt, moet hij jaarlijks een lijftocht van ƒ 200,- aan haar zuster Maria Kemp uitkeren 'tot haar alimentatie', die zij niet mag vervreemden of bezwaren. Catharina Elisabeth was goed op de hoogte van de precaire situatie van haar zuster. Zij prelegateert aan haar nicht Catharina Elisabeth Kemp, dochter van haar broer Cornelis Kemp, al haar lijfgoed en sieraden en aan haar zuster Maria al haar ongemunt goud en zilver. Verder aan de kerk van Tricht ƒ 300,- voor de aankoop van twee koperen kronen, waar bovenin naamplaatjes met haar naam en de wapenschilden van haar en haar laatste man moeten komen. De ene kroon zal komen te hangen voor het gestoelte van Craijesteijn en de andere voor die van het Hoff. Haar erfgenamen zullen zijn haar zuster Maria en de kinderen van haar broers Cornelis en Jan, elke staak voor een derde. Haar erfgenamen moeten 't Hoff aannemen. Als haar erfgenamen problemen maken, dienen zij onterfd te worden. Zij stelde als executeurs aan, bij akte van 6 januari 1809, haar neef Hendrik Nicolaas Kemp, wonende te Beusichem, en bij diens overlijden zijn broer Anthonij Kemp, wonende te Tricht, en Jan Drost, wonende te Tricht, en bij diens overlijden Johannes Koedam, wonende te Zoelmond. Hiervoor stelde zij een vergoeding van ƒ 300,- vast. In het rekeningenboek van Hendrik Nicolaas Kemp vinden we een afrekening: aan de kinderen van Jan Kemp 3200 gulden, nog aan Karel Evert Kemp te betalen 600 gulden, aan 'Drost' en Anthonie Kemp, 1600 gulden en aan de collaterale successie 180 gulden. Aan het einde van haar leven heeft Catharina Elisabeth haar gezichtsvermogen verloren (1811). Zij doneerde aan Hendrik Nicolaas, omdat hij haar zaken behartigde, boven het hem al toekomende erfdeel, nog eens twee onderhandse obligaties van ieder 1000 gulden, diverse meubelen, waaronder haar bed, maar ook een schilderij van de Oude Kerk te Amsterdam en een van Craijesteijn, toentertijd gewaardeerd op respectievelijk ƒ 12,- en ƒ 3,-.[219]
| COMMENTAAR(¥) Hun begraven is onzeker : zijn Fijtgen Gerrits beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 11-12-1679 "in de Slooterdijckse(straet?) over de ...", en Dirk Jacobse, beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 5-11-1679 "op de Goudsblomgracht aan de noortsij bij de ...baan", de juiste personen? |
Op 30-1-1710 verkopen Albert Gerritsz als gehuwd met Aaltje Block, voor 8/14 part, Luijtje Jans, wed. van Olfert Claesz Molenaar voor 1/14 part, Claas Jansz Lelie voor 1/14 part, Gerrit Jans de Jongh voor 1/14 part, Claas Purmerent als gehuwd met Luijtje Gerrits voor 1/14 part, Grietje Gerrits, wed . van Willem Vosman, voor 1//14 part, en nog de voorn. Claas Purmerent en Claas Jansz Lelie als gesurrogeerde voogden over Annetje Jans, minderjarige dr. van Annetje Jans voor het resteerdende 1/14 part, tesamen erfgenamen van Fijtje Gerrits, doch ten reguarde van de voorn. onmondige geaprobeert sijnde bij schepenen deser steede volgens appointemente op requeste van de voorn. voogden verleent d.d. 12-1-1709, sijnde de voorn. wed. geassisteerd met Albert Gerritsz als hare gekooren voogd in dese, Claas Purmerent, Claas Jansz Lelie ende verder Albert Geritsz hare vierendeelen soonen de naast soude gekrijgen, verkopen aan Hendricktje Willemsz en Cornelia Sijmensz, bejaarde dochters, een huis en erf genaamd De Leunstoel in de Sint Nicolaasstraat. Er wordt verwezen naar de oude brief van kwijtschelding d.d. 2-5-1642 ten behoeve van Gerrits Gerritsz, makelaer. [220]
3208. JOHANNES (JAN) DE WARM (WAAREM), geb. Alkmaar 1631/2, beg. Amsterdam Westerkh. 11-10-1693 (een baar, klasse ƒ 16,--), zijgrofgrainwerker (1655), woonde Baangracht (1655),
sijgrijnwerker in de Laurierstraat tussen de
Prinsegracht en de eerste dwarsstraat (1693),
otr. Amsterdam 6-11-1655 (get. Ambrosius de Warm, sijn broeder en Cornelis Snewater, haer vader)
3209. CATERINA (TRIJNTJE) CORNELIS SNE(U)WATER(S), ged. Amsterdam 19-7-1633 (get. Elena Ruijters), beg. Amsterdam Westerkh. 1-11-1718 (wed. van Frans Fransz van der Riviere in de Loijersstraat naast de hoeksteen, 1 baar), woonde Baangracht (1655), Elandsstraat (1699), Looiersstraat (1718),
otr. 2o Amsterdam 3-10-1699 (in margine : "also haer zoon Abrosius de Warm in judicio gecompareert is en heeft bekend van sijn moeder wegens sijn vaders goet voldaen te sijn")
FRANS FRANSZ (VAN DER RIVIERE)(¥), ged. Amsterdam Nieuwe K. 27-11-1639 (get. Maritje Tomas), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 26-1-1716 (1 baar, 16 dragers, pro deo). Zie
Frans Fransz van der Riviere
voor verdere gegevens en zijn eerdere drie huwelijken.
| COMMENTAAR(¥) Is hij wellicht verwant aan Jan van de Riviere (vermeld 1579) en diens zoon Pieter van de Riviere (vermeld 1602) met een leen (vrije akker) te Heemskerk [221]? |
| Frans Fransz van der Riviere |
| Frans Fransz van der Riviere (van de Revier), ged. Amsterdam Nieuwe K. 27-11-1639 (get. Maritje Tomas), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 26-1-1716 (1 baar, 16 dragers, pro deo), woont in de Conijnestraat (1679, 1699), bij de Lauriergracht (1716), arbeider op de Baangracht (1659), (stads?)arbeider op de Braeck (1662), koorndrager (1699), poorter van Amsterdam 23-9-1659 als arbeider, zn. van Frans Thomasse, poorter en schoenlapper op de Looiersgracht (1633), en Lijntje Pasquiers, otr. 1o Amsterdam 15-3-1659 (get. Lijntje Pasquers, sijn moeder en (Sijbrigh?) Pieters, haar moeder) Metje Jans, geb. Alkmaar 1638/39, beg. Amsterdam Noorder Kerk 12-9-1662 (in de kraam van haar derder kind), woont in de Looiersstraat of Laurierstraat (1659), waaruit 3 kinderen gedoopt te Amsterdam (1660-1662), otr. 2o Amsterdam 13-10-1662 (get. (Sijtje?) Jans, haar moeder) Hendrikje Jans, geb. Nimwegen 1634/35, ovl. 1678/79, beg. Amsterdam Nieuwe Zijds Kapel 27-9-1679 of Karthuizer Kerkhof 19-11-1679, woont in de Laurierdwarsstraat (1662), waaruit 9 kinderen gedoopt te Amsterdam (1664-1678), otr. 3o Amsterdam 21-1-1679 (get. Grietie Thoenes, "haer slaepvrou, haer ouders doot") Jannetje Willems, geb. Aken 1642/43, ovl. 1684-1699, waaruit 3 kinderen gedoopt te Amsterdam (1679-1684), otr. 4o Amsterdam 3-10-1699 Caterina Sne(u)water(s) (Trijntje Cornelis), ged. Amsterdam 19-7-1633 (get. Elena Ruijters), beg. Amsterdam Westerkh. 1-11-1718, (zie kw. nr. ⇒ 3209 ). |
|
De zijdereder.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694. klik op plaatje(s) om te vergroten |
3210. (NI)C(O)LAAS (NI)C(O)LAESZ (BECU, BEKU(E), BEKAUD), ged. Leiden Hooglandse K. 8-3-1629 (get. Paulus Bekaud, Pieter de Wilde en Cathalina Verschoten), beg. Amsterdam Leidse Kh. 12-5-1687 (met een diakens lootje, laat 1 kind na), passementwerker in de Loyersstraat (1656),
poorter van Amsterdam 12-1-1657 als passementwerker komende van Leiden, turfdrager (1683),
woonde in de Lange Leidsedwarsstraat (1687) naast Vredenburgh,
otr. Amsterdam 1-7-1656 ("de geboden zijn in de Walekerk gegaen", get. Jeanne Angloes, sijn moeder en Jasper Kaijser, haer vader)
3211. JANNETJE JASPERS (KEIJSER(S)), ged. Amsterdam Nieuwe K. 24-2-1636 (get. Stijntje Pieters), ovl. na 1686, woonde in de Loijersstraat (1656),
doopget. (1686).
3212. LEENDERT STEVENS (STRUIJS), geb. Heemstede 1617/8, beg. Amsterdam Noorder Kh. 27-9-1684, varentgesel, wonend in de Herenstraat (1650),
op de hoek van der Haerlemmerstraat (1655), in de Langestraat (1684),
doopget. (1651),
otr. Amsterdam 12-3-1650 (beider ouders dood)
3213. TRIJNTJE JANS, geb. Uithoorn 1623/4, ovl. na 1691 (dan is zij doopgetuige), woonde in de Haerlemmerstraat (1650).
3214. A(D)RIAEN BASTIAENSZ, geb. Het Bilt 1622/3, ovl. (niet gevonden te Amsterdam) 1668-1682, gortmaecker in de Anjeliersstraet (1644), poorter van Amsterdam 20-5-1644 als grutter van Bilt in Friesland, bij de poorterinschrijving (1682) van zijn schoonzoon Steven Leendersz Struijs wordt als zijn beroep opgegeven factoor en is hij reeds overleden, otr. Amsterdam 16-1-1644 (get. Cornelisz Jans, zijn neve, beider ouders dood)
3215. GEESJE BARENTS, geb. ... 1620/1, ovl. na 1691 (dan is zij doopgetuige), woonde in de Lindestraat (1644).
3220. LAMBERT WICHMANSEN TOP(P), geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1674 (beg. niet gevonden te Elburg), mondig 1654.
belender bij het kerkhof te Elburg (1659, 1661),
bij de Goorpoort (1662),
woont in de Kerkstraat (1662),
tr. vóór 1635
3221. HENDRICKJE BAE(C)KS, ovl. vóór 1656.
In de civiele procesdossiers in het rechterlijk archief van Elburg [222] komt voor onder nr. 33 Griete Peeters contra Lambert Top (1607) en onder nr. 73 Henrick Hartgers c.s. contra Lambert Top c.s. (1632).
Lambert Top is belender bij de Goorpoort te Elburg 1638. [223]
Lambert Wichmansen Top verkoopt aan zijn zwager en zuster Hermen Baeck en Grietje Wichmans echtel. 6 voedergrondsen op de Mheen zoals van zijn ouders aangeerft enz hem ter danke betaald get 4 febr 1654 coram Heeck et Reefsen. [224]
Lambert Top voor hem zelf en zijn onmondige kinderen bij Hendrickje Baecks erwonnen aan de ene zijde en Hermen Baeck en Grietgen Wichmans echtel. aan de andere zijde verloten 2 huizen staande in de Kerkstraat naast Willem Limburch westw en Hermen Jansen oostw welke hun bij versterf van hun olderen aangekomen zijn. Lambert Top zal hebben het huis aan de oostzijde en Hermen Baeck het huis aan de westzijde naast Willem Limburch get 16 jan 1656. [225]
Op 12-12-1656 verkoopt Lambert Top mede als momber zijner Kinderen bij zall. Hendrikje Baeck verwekt aan burgem. Hendrik Bigge en Antonia Reefsen echtel. zijn huis staande in de Nieuwepoort strate waaraan oostw Maes Witte en Momme Wychmans, noordw Willem toe Waters weduwe en westw kopers zelf gehuiset zijn get 12 dec 1656 coram Feith et Hegeman. [226]
Op 26-2-1662 heeft Lambert Top opgenomen ƒ 58,- a 6% rente, van de afgestorven ontvanger der stad zoals alhier bij liquidatie der boekhouding van Joachim Loefsen en Maria Lutteken echtel. is bevonden, onderpand zijn huis in de Kerkstraat waaraan oostw Hermen Jansen westw Herman Baeck gehuiset zijn get 26 febr 1662 coram Bigge et Wolfsen. [227]
Cars Aettien Gesien en Gerrit Lambertsen Top(¥) tesamen kinderen van Lambert Wychmansen Top verkopen aan Gosen Jansen en Peter Kellier? Beniers (een hof) voor de Goorpoort op de grachte naast Willem Velicke oostw zuidw Wolter Willems schoenmaker em westw Jan Jacobsen Backer get 25 april 1667 coram Hegeman et Wolfsen. [228]
COMMENTAAR(¥) Mogelijk Cors Lambertsen Top, Aelt Lambertsen Top, Gesien (Goesentien?) Lambertsen Top en Gerrit Lambertsen Top. Dat zou betekenen dat de andere hieronder genoemde kinderen overleden zijn voor 1667. Top Lambertsz staat er helemaal niet bij!
Op 1-9-1674 bekent Aleida Feith wed. van de scholtus Nucke verkocht te hebben aan Lambert Top 2 Goorgresen voor een somme haar ten danke betaald. actum i sept 1674 [229]
In de civiele procesdossiers in het rechterlijk archief van Elburg [230] komt voor onder nr. 152 Gerrit Lambertss Top contra Griete Wijckmans wed. Baeck (1665).
| COMMENTAAR(¥) Huwelijk te Elburg niet gevonden. Wel Jan Gerrits tr. Elburg 21-6-1674 Engeltje Bartsen de Wit, maar dat lijkt onwaarschijnlijk. |
In de civiele procesdossiers in het rechterlijk archief van Elburg [232] komt voor onder nr. 170 Casparus Strycker contra Jan Gerritsen Top (1684).
Breuckhaftige over 1683 te Elburg : Jan Gerritsen Top sijn vrouwen militie gedreyght voor op 't stadhuis met de voeten te stooten ( 4 h.ponden ). [233]
In juni 1667 verkopen Lubbert Hendriksen van Geldrop en Top Lamberts als mombers van Albert Tops onmondige kind, aan Aalt Top Lamberts de helfte van de kleine "Fotsenhoop" groot 4 gresen voor ƒ 400,- waarvan de wederhelft westw de dijk gelegen zuidw de weduwe van Beernt Feith ut supra coram filiatio. [234]
Op 5-12-1659 verkopen Adriaan van Holten en juffr Catharina van Eekholt echtel aan Aalt Lambertsen Top 2 kampen land naast elkaar gelegen in de Stoopschere in de vrijheid dezer stad met een kamp zaailand "de Rennenberg" gen. waaraan noordw Gerrit Heeck zuidw St Jans vicarie en Sijmen Lamberts oostw palend langs zeker wegje tussen de Stoopschere heenschietend alles voor een zekere somme ter danke betaald get 5 dec 1659 coram Ommeren et Bigge. [235]
Op 29-5-1660 verkopen Willem van Heuclum als gevolm. van Jan Henriksen vermogens procuratie op zijn persoon voor Joost van Erkelens verwalter en scholt van Doornspijk op zegel den 2 april gepasseert, aan Dries Hendriksen en Aaltje Jans echtel een ¼ van een huis waarvan koper ¼ en Aalt Top Lamberts de helft toekomt, Staande in de Susterenstrate waaraan westw de weduwe Breunis Bartoltsen, oostw Hendrik Petersen metselaar zuidw de straat mitsgaders het 1/8 deel van een hof en de rest Lambert Beerntsen toekomt gelegen voor de Goorpoorte aan de eerste gank oostw Hendrik Sijmensen zuidw Gerrit Martenmsen en Albertje Loefsen en noordw Gerrit Uilenbroek gehovet is get 29 mei 1660 coram Feith et Hegeman. [236]
Op 18-6-1660 verkopen Jan Lubbertsen en Gerrit Hendriksen als gevolm. van Gele Teunis volgens acte voor Gerhard ten Holte scholt te Epe op 28 dec 1658 gepasseert en Jacob Evertsen en Jennechien Teunis echtel., aan de edele Haecke Glints en juffr Sophie Margaretha op de Berch echtel. haar erven een halve hof in de vrijheid dezer stad waarvan in de andere helfte, het ¼ part Engele Hendriks en de rest Aalt Top Lamberts toekomt en waaraan naast gehovet de weduwe van burgem. Gerrit Aaltsen zuidw de gank en noordw Jan Wolfsen en Mechteld Top Lamberts gehovet is get 18 juni 1660 coram Feith et Hegeman. [237]
Op dezelfde datum verkopen dezelfden aan Louwe Loefsen en ( Geertien ) Aalts Top Lambertsen(¥) echtel. het gerecht derde deel van 5 voedergrondsen op de Mheen Coram et Fidem. [238]
COMMENTAAR(¥) Wat betekent die notatie?
Op 26-11-1664 hebben Joan Petersen lakenkoper en Joost van Erkelens als Gasthuismeesters opgedragen aan Aalt Top Lambertsen een gres in het Goor door de ontvanger overgedragen coram et fidum. [239]
Op 30-4-1669 verkopen Willem Jansen van der Horst en Juffr Berta van Heuclum echtel, aan Aalt Lambertsen Top de helfte van ¼ part in een kamp van 10 gresen voor ƒ 1000,- en een aanpart in andere helfte van ¼ parten van 3 voedergrondsen in een kamp van 10 gresen van burgem Brant Franksen zallen burgem. Gerrit Heecks erfgen. toekomen en aan het Goor gelegen oost west en noordw de kopers hofstede en zuidw de kerkdijk gelegen onderpand hun huis in de Kerkstrate naast de erfgen. van Hendrik Beertsens huis get 30 april 1669. [240]
Op 21-5-1672 verkopen Jan Hoedemaker als momber over de kinderen van zall. Dries Henriksen en Ale Jans geass. met Momme Wychmans aan Engele Henriksen en Jutte Lambertsen echtel. een half huis waarvan de wederhelfte Aalt Top toebehoort staande in de Schoolstraat tussen de huizen van Henrik Petersen en Breunis Bartoltsen. get 21 mei 1672 Sticker Feith et Ommeren [241]
Op 26-3-1676 vindt een rechtszaak plaats over het neerslaan van een man in de straat voor het huis van Aelt Topp in Elburg. [242]
3222. LAMBERT COEPS, parentatie niet bewezen, gildebroeder (1609) van het schoenmakersgilde te Elburg, [243]
3224. JAN (POTSER), geb. vóór ca. 1610, alleen bekend uit het patroniem van zijn (veronderstelde) kinderen:
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten aangegeven dat Geesien de Marre, Trijntien Potser, Jantien Potser, alle drie tot Amsterdam, Jacob Potser, Jacob van den Bergh tot Zwolle, Jan Roelofs aan de Swartesluis, en Trijne Roelofs tot Hasselingen, van Hendrik Arents Potser hadden geërft iedere veertigh Car. gld. e nheeft daarvan den impost of twintigste pennink betaalt met 14 Car. gld. [244]
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten tot Meppel aangegeven dat hij selfs, Peter Wolthorst, Jan Alberts Poster, Jan Jans Potser en Gretien Jacobs als voor 6/13 parten erfgenamen tot Henderik Arents te samen hadden geërft 240 Car. gld. en heeft daarvan de 40e penninck betaalt met 6 Car. gld. Zijnde de 7/13 andere dertiende parten hier boven f:19 nr.7 sub capite van de buitenl(andse) erfenissen verrekent. [245]
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten aangegeven dat Geesien de Marre, Trijntien Potser, Jantien Potser, alle drie tot Amsterdam, Jacob Potser, Jacob van den Bergh tot Zwolle, Jan Roelofs aan de Swartesluis, en Trijne Roelofs tot Hasselingen, van Hendrik Arents Potser hadden geërft iedere veertigh Car. gld. e nheeft daarvan den impost of twintigste pennink betaalt met 14 Car. gld. [246]
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten tot Meppel aangegeven dat hij selfs, Peter Wolthorst, Jan Alberts Poster, Jan Jans Potser en Gretien Jacobs als voor 6/13 parten erfgenamen tot Henderik Arents te samen hadden geërft 240 Car. gld. en heeft daarvan de 40e penninck betaalt met 6 Car. gld. Zijnde de 7/13 andere dertiende parten hier boven f:19 nr.7 sub capite van de buitenl(andse) erfenissen verrekent. [247]
Op 5-1-1746 en 13-12-1746 heeft Niesijn Wolters, wed. van Jan Potser tot Meppelte aangegeven dat sij wegens Trijntien Potsers en Jan de Marre tot Amsterdam, aan Albert Oostinjen een huis verkogt hadden voor ƒ 390,-- en de 40e penn. betaalt met ƒ 4,17,8. [248]
Op 12-8-1746 heeft Johan Meijer betaalt ƒ 17,4,-- tot voldoeninge van de 40e penningh van ƒ 688,-- waarvoor Harm Bijlevelt een huis en land in den boedel van Jan Potzer heeft aangekoft. [249]
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten aangegeven dat Geesien de Marre, Trijntien Potser, Jantien Potser, alle drie tot Amsterdam, Jacob Potser, Jacob van den Bergh tot Zwolle, Jan Roelofs aan de Swartesluis, en Trijne Roelofs tot Hasselingen, van Hendrik Arents Potser hadden geërft iedere veertigh Car. gld. e nheeft daarvan den impost of twintigste pennink betaalt met 14 Car. gld. [250]
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten tot Meppel aangegeven dat hij selfs, Peter Wolthorst, Jan Alberts Poster, Jan Jans Potser en Gretien Jacobs als voor 6/13 parten erfgenamen tot Henderik Arents te samen hadden geërft 240 Car. gld. en heeft daarvan de 40e penninck betaalt met 6 Car. gld. Zijnde de 7/13 andere dertiende parten hier boven f:19 nr.7 sub capite van de buitenl(andse) erfenissen verrekent. [251]
Op 5-1-1746 en 13-12-1746 heeft Niesijn Wolters, wed. van Jan Potser tot Meppelte aangegeven dat sij wegens Trijntien Potsers en Jan de Marre tot Amsterdam, aan Albert Oostinjen een huis verkogt hadden voor ƒ 390,-- en de 40e penn. betaalt met ƒ 4,17,8. [252]
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten aangegeven dat Geesien de Marre, Trijntien Potser, Jantien Potser, alle drie tot Amsterdam, Jacob Potser, Jacob van den Bergh tot Zwolle, Jan Roelofs aan de Swartesluis, en Trijne Roelofs tot Hasselingen, van Hendrik Arents Potser hadden geërft iedere veertigh Car. gld. e nheeft daarvan den impost of twintigste pennink betaalt met 14 Car. gld. [253]
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten tot Meppel aangegeven dat hij selfs, Peter Wolthorst, Jan Alberts Poster, Jan Jans Potser en Gretien Jacobs als voor 6/13 parten erfgenamen tot Henderik Arents te samen hadden geërft 240 Car. gld. en heeft daarvan de 40e penninck betaalt met 6 Car. gld. Zijnde de 7/13 andere dertiende parten hier boven f:19 nr.7 sub capite van de buitenl(andse) erfenissen verrekent. [254]
In 1729 koopt Geesje Poster een huis op de Prinsengracht bij de Amstel. [255]
Op 11-11-1710 staat gemeldt dat den rendant van de adv(ocaa)t Oosting hadde ontfangen ƒ 26,12,0 zijnde den 40e penning van twee derde parten van 800 £ zo Arent Hilberts en zijn broeder Jacob Potzer uit Overijssel van haar overleden broeder Harmen Coops Potzer zijn nalatenschap alhier in de lantschap hadden geprofiteert, ende heeft den rendant van het resterende derde part des lantscaps quote van Jan Coops als een ingesetene zijnde ontfangen ter somma van ƒ 6,13,-- die hierna onder de binnenlantsche collaterale succesien. Fol. 29 voor ontfank staat uitgetrocken. [256]
Op 9-2-1746 hebben Derk Kikken en Arent Coerts van Meppelte aangegeven dat sij van Coop Jans Potser een huis en leege plaatse hebben aangekogt voor 1120 Car. gl, en den 40e penn. betaalt met ƒ 28,--. [257]
Op 22-7-1755 aangifte wegens Jan Uitterwijk van 499 gulden waarvoor (hij) een huis tot Meppel van Coop Potser heeft aangekoft, betaalt de 40e penning ƒ 12,9,9. [258]
Op 8-5-1719 heeft de Schultis Schickhart, wegens Jacob Potser tot Zwolle, aangegeven dat de selve hadden verkoft een twaalfde part van een huis tot Meppel aan de pander, voor 20 Car. gld. en heeft daarvoor den impost betaalt met ses stuivers. [259]
Nog heeft de Schultis Schickhart aangegeven wegens de vors. Jacob Potser, dat de selve hadden verkoft een hoff met een huisien, voor 289 Car. gld. en 16 stuivers, en hier van voor den selven den impost betaalt met 4 Car.gld. 7 stuivers. [260]
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten aangegeven dat Geesien de Marre, Trijntien Potser, Jantien Potser, alle drie tot Amsterdam, Jacob Potser, Jacob van den Bergh tot Zwolle, Jan Roelofs aan de Swartesluis, en Trijne Roelofs tot Hasselingen, van Hendrik Arents Potser hadden geërft iedere veertigh Car. gld. e nheeft daarvan den impost of twintigste pennink betaalt met 14 Car. gld. [263]
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten tot Meppel aangegeven dat hij selfs, Peter Wolthorst, Jan Alberts Poster, Jan Jans Potser en Gretien Jacobs als voor 6/13 parten erfgenamen tot Henderik Arents te samen hadden geërft 240 Car. gld. en heeft daarvan de 40e penninck betaalt met 6 Car. gld. Zijnde de 7/13 andere dertiende parten hier boven f:19 nr.7 sub capite van de buitenl(andse) erfenissen verrekent. [264]
3226. REIJNT ROELEFS.
3280. LAURIS VAN KEULEN.
Op 24-7-1673 wordt een akoord gesloten tussen Gritje Gillis, wed. van Bartel Laurisse van Keulen, en Claes van Keulen, arbeider, over de onmondige kinderen Lauris Bartelse 3 jaar, Elisabeth Bartels 1 jaar. Get. Jan Roelantse van der Braal, en Lowijs del Forterie, beiden te Zierikzee. [265]
3292. CORNELIS CRIJNSZ ZWAGER/SWAGER, ovl. 1660-1669, woonde te Rengerskerke, vermeld als erfgenaam van zijn schoonvader (1660),[266] tr.[267]
3293. NEELTJE JANS HERCKELSE, ovl. vóór 9-3-1660 [268]
3304. BOUDEWIJN VAN DEN ENDE, geb. vóór ca. 1650, (zie Fragment Van den Ende voor een mogelijke verwant), alleen bekend uit de patroniemen van zijn mogelijke zoons:
Op 27-5-1727 testeert te Zierikzee: Maria van Staalen, wonend te Zierikzee. Verder genoemd : Jan van den Ende, overleden (haar echtgenoot?), Andries Jans van den Ende, Anna Jans van den Ende, Huigje Kornelis Keijser, Kornelis Keijser. Getuigen zijn Willem de Vos en Eeuwout Bodt. [270]
Op 1-10-1726 testeert te Zierikzee: Helena Jans van den Ende, wonend te Zierikzee. Verder genoemd : Christiaan Hendrikse Nieman, overleden, (haar echtgenoot?), Huijgje Cornelisz. Keijser, Qurijn Andriesz. van den Ende, Lena Cornelisz. Maria Andries Jan Boudewijnse van den Ende, overleden, (haar vader?). Getuigen zijn Jacob Kempe en Cornelis de Laat. [273]
Op 1-19-1727 testeert te Zierikzee: Huijgtje Cornelisz. Keijser, wonend te Zierikzee. Verder genoemd : Anna Jans van den Ende Huijgje Cornelisz. Keijser, Getuigen zijn Willem de Vos en Tonis Jacobsz. [274]
| Fragment Van den Ende | |
|
Een mogelijke broer of zoon van Boudewijn van den Ende zou kunnen zijn:
Cornelis van den Ende, geb. vóór ca. 1645.
|
3312. JACOB JACOBSZ BLEIJCKER(¥), parentatie niet bewezen genoemd in 1652 als grondeigenaar en gebruiker van land in de polder Klinkerland in Grijsoord/Nieuw Tonge.[294]
| COMMENTAAR(¥)
Wat is het verband met:
Adriaantje Aelbrechts Bleijker, doopsgezind, ged. geref. belijdenis Elkerzee 22-3-1654 [295]. Arjaantje Willems Bleijckers, tr. 1o na mrt 1667 Jacob Gabriels Schelhouck, geb verm. Spijkenisse (mennoniet), landbouwer te Spijkenisse 1648, won. Oud-Beierland ca. 1635, vermeld ald. 1636, dijkgraaf in de ring van Putten 1657, ovl. Spijkenisse voor 1681, wednr. van Maartgen Borrusdr en Jannetje Gabrielsdr Koijer [296] , tr. 2o Spijkenisse 19-10-1681 [297] Hugo Berents van der Clock, leerlooier en schoenmaker te Geervliet, doopsgezind voorganger aldaar, predikt te Ouddorp (1665, 1684, 1686) [298] ovl. (impost) Geervliet 25-10-1703 [299] |
3432. TATICK NN (Claasz?), geb. vóór ca. 1620. Hieruit mogelijk :
3472. PIETER DIRCKSZ ZETHOVEN, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1637, parentatie niet bewezen, tr. vóór 1637
3473. ANNETGEN PIETERS TEIJSTERMAN, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1637, parentatie niet bewezen,
Op 4-6-1637 compareren Arien en Cornelisz Symons Teijsterman voor henzelf, Cornelisz Pieters Teijsterman en Annetgen Pieters Teijsterman, gehuwd met Pieter Dircksz Zethoven, alsmede voogd over de nog onmondige kinderen van Pieter Symonsz Teijsterman , Aris Cornelisz Quast als voogd over de kinderen van Ouwe Cornelis Symonsz Teijsterman en de voogd over de kinderen van Jan Symonsz Teijsterman , allen erfgenamen van Symon Jansz Teijsterman, in zijn leven gewoond hebbend te Nieuwkoop [300].
3476. PIETER ADRIAANSZ (VAN HIJSELENDOORN), geb. vóór ca. 1605, tr. vóór ca. 1630[301]
3477. JANNITGEN JANS VAN GROOS, geb. vóór ca. 1610.
3478. ABRAHAM YSACKSZ VAN WIERINGEN, geb. vóór ca. 1595, ovl. 1667/68, lakenverkoper, kleermaker,
schepen van Aarlanderveen (1630..1639),
wonende te Aarlanderveen Dorp (1667),
tr. vóór 1623[303]
[304]
3479. ARRIAANTJE CORNELISDR VAN CLEVESTEIJN(¥), geb. vóór ca. 1605, ovl. 1670- (kort) voor 1699, belendster in het Noordeinde van Aarlanderveen (1668).
[305]
| COMMENTAAR(¥) Aanvullen akten Ref. P.D. Meijer en A.M.L. van Wieringen. |
Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623: "Abraham IJsaacxz ende Adriaentgen sijn huijsvrouwe met IJsaac heur kint, item een knecht genaemt (niet ingevuld) die bij hem werct - 4 hoofden". [306]
Op 28-7-1630 komt Abraham Isaacxsz van Wieringen, schepen van Aarlanderveen, overeen met Jan Salomonsz van Swanenburch, ambachtsbewaarder van Aarlanderveen, dat deze het erf tussen hun beider huizen in bezit zal krijgen. De koopsom is 27 gulden. [307]
Op 18-5-1631 zijn Grietgen Jacobsdr, huisvrouw van Adriaen Gerritsz, die onder curatele staat van het Hof van Holland, geassisteerd met Gilles Americx, secretaris, mede Gerrit Adriaensz voor zichzelf en opkomend voor zijn twee zusters, schuldig aan Abraham IJsaacxsz van Wieringen, schepen van Aarlanderveen, een losrente van 7 gulden 10 stuivers per jaar, hoofdsom 125 gulden. Gesteld onderpand is een huis en erf met 2½ morgen land in het Noordeinde van Aarlanderveen. [308]
Op 10-5-1667 is Pieter Cornelisz Cleijn, wonende in het Zuideinde van Aarlanderveen, schuldig aan Abraham IJsaacqsz van Wieringen, wonende Aarlanderveen Dorp, een bedrag van 600 gulden a 40 groten Vlaams, wegens geleverde waren. Gesteld onderpand is 3 morgen 1½ hond land in de Zuideinderpolder, strekkende van het land van Gerrit Gerritsz Cleijn tot de Molenwetering, belend ten zuiden Claes Bouwensz Vermij en ten noorden de weduwe en kinderen van Sijmon Willemsz. [309]
Op 4-5-1668 verkoopt Ariaentge Cornelis, weduwe van Abraham Isaacxsz van Wieringen, geassisteerd met haar schoonzoon Jan Esch, aan Cornelis Isaacxsz een huis, erf en schuur in het dorp van Aarlanderveen, strekkende van de dijk tot het erf van Jan Salomonsz van Swanenburch, belend ten noorden Swanenburch voornoemd en ten zuiden de laan van de kinderen van Gerrit Gijsz. De koopsom is 1200 gulden. [310]
Op 29-5-1670 is Pieter Cornelisz Cleijn schuldig aan Arrijaentgen Cornelisdr, weduwe van Abraham IJsaacksz van Wieringen, een bedrag van 500 gulden a 40 groten. Gesteld onderpandis 3 morgen 1½ hond land in het Zuideinde, strekkende van Lambert Pietersz tot de Molenwetering, belend ten zuiden de weduwe en kinderen van Claes Bouwensz en ten noorden de weduwe van Sijmen Willemsz. [311]
Kohier van de 100e penning van Rijnland : 1699. De weduwe van Abraham Isaacksz van Wieringen overleden. Erven Isak Abrahamsz van Wieringen, Jan Arentsz van Es nom(ine) ux(oris), Gangert Jansz 't Hoen, weduwnaar van Sara Abrahams van Wieringen, Geertje Abrahams, weduwe van Dirck Jansz van Griecken, beiden op de Oude Wateringh en de kinderen van Ary Pietersz van Hijselendoorn x Elisabeth Abrahams te Boskoop.
Op huijden den 29e mey 1701 compareerde voor mij: Willen van Heijningen, notaris publijcq bij den hoove van Hollant geadmitteert, tot Reijnsaterwoude residerende, ende voor de nabeschreven getuijgen, Machtelt Abrahams van Wieringen, weduwe ende boedelhoudster wijlen Jan Aertse van Nes wonende onder de jurisdictie van Aerlanderveen, Cornelis Dircksz van Grieken sigth sterk makende ende de rato caverende voor zijn moeder Geertje Abrahams van Wieringen, wonende onder de heerlijckheijt van Alckemade op de Oude Wateringh, Gangert Jansz 't Hoen, mede wonende op de dicte Wateringe voors., als weduwnaer van Sara Abrahams van Wieringen, Leendert Cornelis 't Hoen, wonende tot Wensveen, in huwelijk hebbende Arijaentje Huijberts van Heijn, soo voor hem selve als sigh starck makende ende de rato caverende soo voor Dirck Teinigs Bloet in huwelijck hebbende Sijbrugh Huijberts van Heijn, als voor Catarina Huijberts van Heijn, kinderen van Sara Abrahams van Wieringen, Frans Hendricksz Binnendijck in huwelijck hebbende Jannetje Arijens van Hijselendoorn, wonende onder den ambachte van Leijderdorp, Teunis Arijensz Hijselendoorn, Dirck Ariensz Hijselendoorn ende Dirck Aertsz van Leeuwen, in huwlijk hebbende Anneje Aryens van Hijselendoorn, wonende tot Boscoop, alle kinderen van Lijsbet Abrahams van Wieringen, ende nogh de voorn. Teunis Arijensz Hijselendoorn ende Dirck Aersse Hijselendoorn in qualite als voogden over Pieter Jacobsz Sethoven, jegenwoordigth uytlandigh zijnde, dewelcke een soon is van Grietje Arijens van Hijselendoorn, die een dogters dogter is van Abraham IJsacksz van Wieringen ende Ariaentje Cornelis van Clevesteijn en Claes Gerritsz van der Put, woonende tot Aerlanderveen, als vader ende voogt over zijn minderjarige dogter Grietje Claes van der Put, gewonnen bij Lijsbet Cornelis Loendersloot, dogter van Ariaentje Pieters Hoogeveen, die in huwelijck gehadt heeft IJsack Abrahamsz van Wieringen, alle kinderen, kintskinderen ende kintskintkind(eren) ende sulcx mede-erfgenamen van Abraham IJsaecksz van Wieringen ende Ariaentje Cornelis van Clevesteijn, de welcken verclaerden te approberen soodanige vercooping van partije lant gelegen onder den ambaghte van der Aer, als Cornelis IJsacksz van Wieringen, soon van IJsack Abrahamsz van Wieringen ende sulcx een mede-erfgenaem van de voorn. Abraham IJsacksz van Wieringen ende Ariaentje Cornelis van Clevesteijn door ordre van de comparanten aen Gijs Pieters Gijsz, woonende op de Hoeff, uitterhant heeft vercocht. Verclarende wijders sij comparanten de voorn. Cornelis IJsackse van Wieringen te constitueren ende volmachtigh te maken sulcx sij doen bij desen, specialijck omme alle de verdere goederen, soe roerende als onroerende uijt als vooren de comparanten aengecoomen ende die.. in wesen ende in hunnen wesen soude mogen sijn te mogen vercopen off verbuijren, 't sij uijtterhant ofte int openbaer ende voor alsulcken somme van penningen ende op alsulcke conditien als hij geconstitueerde goet ende raedtsaem vinden sal, ten dien eijnde oock omme te compareren voor de gerechte alwaer de voorsz. vaste goederen, de welcke albereijts sijn vercogt ofte nogh vercogt soude mogen werden, gelegen zijn ende voorts ter plaetse daer sulcx nodigh gevonden sal werden om aende koopers van den selven te doen opdragte de cooppenningen te ontfangen ende daer van te geven behoorlijck quitantie ende voorts nogh omme te ontfangen van alle debiteuren soodanige penningen als te innen ende te ontfangen staen, de quaede, willige in rechten (ist noot) te betrecken ende daer toe een off meer penoonen te mogen substitueren alsmede omme met een ider vanden crediteuren die het hem geconstitueerde sal goet vinden te mogen accorderen ende compromitteren ende vanden ontfangen der voorsz. crediteuren mede te verleenen quitantie ende voorts omme meer te doen soodanige betalinge als den comparanten in qualite voorsz. verschult zijn. Ende dit alles onder approbatie ende ratificatie als regt is, mits doende behoorlijcke rekeninge, bewijs ende reliqua. Consenterende hier van gemaeckt ende gelevert te werden procuratie in forma. Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie van Jan vander Maes ende Dirck Reijersz Vermij als getuijgen ten desen versogt die de minute deses, beneffens de comparanten ende mij notario. geschreven zijnde op een zegel van twaelff stuijvers, mede hebbende ondertekent. Tijde ut supra.onderstont 't Welck ick affirmere ende was geteijckent W. van Heijningen nots. publ.[312]
Op huijden den 28e december seventien hondert en een compareerde voor mij Willem van Heijningen, notaris publique bij den hove van Hollant geadmitteert, tot Reijnsaterwoude residerende ende voor de nabeschreven getuygen, Annetje Claes Weselenburgh, weduwe ende boedelhoudster wijlen Jacob Aertsz Sethoven, die te bevoren in huwelijck heeft gehadt Grietje Ariens Hijselendoorn ende welcke Grietje Hijselendoorn een (doghters?)doghter is geweest van Abraham IJsacksz van Wieringen ende Ariaentje Cornelis van Clevesteijn ende naer gelaten heeft twee kinderen als namentlijck Pieter Jacobsz Sethoven, tegenwoordigh uijtlandigh ende Lijsbet Jacobs Sethoven ende van wel de voors. Lijsbet Jacobs den meergemelte Jacob Arisse Sethoven volgens testamentaire dispositie is erfgenaem gebleven ende vervolgens benevens meer anderen mede gerechtigt tot de nalatenschap van Abraham IJsacksz van Wieringen ende Ariaentje Cornelis van Clevesteijn, beijde overleden, voor de voorn. Lijsbet Jacobs Sethoven, de welcke in qualite voors. verclaerde te approberen soodanige vercopinge van een partije lant gelegen onder den ambachte van der Aer als Cornelis Isacksz van Wieringe, soon van Isaack Abrahamsz van Wieringen ende Ariaentje Cornelis door ordere van de voorn. comparante in qualite voornt ende dien volgende voor soo veel haer gedeelte conserneert aen Gijs Pieter Gijsz, wonende op te Hoeff, uijtterhant heeft vercogt. Verclaerde wijders sij comparante den voorn. Cornelis IJsackse van Wieringen te constitueren ende volmachtigtih te maken sulcx sij doet bij dese specialijck omme alle de verdere goederen, soo roerende als onroerende ende waer toe de voorn. comparante uijt hoofden als vooren gerechtigt ende die regte in wegen soude mogen zijn te mogen vercoopen off verhuijren 't sij uijtterhant ofte in het openbaer ende voor al sulcke somme van penningen ende op alsulcke conditien als den geconstitueerde goedt ende raedtsaem vinden sal. Ten dien eijnde oock omme te compareeren voor de gerechte al waer de voors. vaste goederen, dewelcke al bereijts sijn vercogt ende nogh vercogt soude mogen werden gelegen zijn ende voorts ter plaetse daer sulcx sal noodigh bevonden werden om aen de coopers vande selve te doen opdragt, de cooppenningen te ontfangen ende daer van te geven behoorlijcke quitantie ende voorts nogh omme te ontfangen van alle debiteuren soodanige penningen als te inne ende te ontfangen staen, de quaeddwilligen in regten (is 't noodt) te betrecken ende daer toe een off meer persoonen te mogen substitueren. Als mede omme met een ider van de crediteuren die het hem geconstitueerde sal goet vinden te mogen accorderen ende compromitteren ende van dien te ontfanghen der voors. crediteuren mede te verleenen quitantie ende voorts omme mede te doen soodanige betalinge als de compamrante in qualite voors. verschult is, ende dit alles onder approbatie, ratificatie als reght is, mits doende behoorlijde rekeninge. bewijs en de relliqua, consenteerende hier van gemaeckt ende gelevert te werden procuratie in forma. Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie van Pieter van Heijningen ende Huijbert Jansz Bouman als getuijgen ten deses versogt die de minute deses, geschreve zijnde op eenen segel van twaelff stuijvers, beneffens de comparante ende mijn notario mede hebben onderteijckent. Tijde ut supra onderstont. 't Welck ick affirmere ende was getekent W. van Heijningen nots. publ.[313]
Op 15-5-1702 verkoopt Cornelis IJsacksz van Wieringen, met volmacht van de mede-erfgenamen,
- 1 aan Pieter Maertensz Stichter een perceel land in het Zuideinde van Aarlanderveen, verongeld voor 3 morgen 150 roeden, strekkend van het land van Lambert Pietersz van Zijl tot in de Molenwetering, belend ten zuiden Hendrick Roelen Stichter en ten noorden Arij Sijmonsz. De koopsom is 654 gulden. [314]
- 2 aan Lambert Pietersz van Zijl een huis en erf in het Zuideinde van Aarlanderveen, verongeld voor 12½ roeden, strekkend van de Aarlanderveensedijk tot aan "hem selver", belend ten zuiden Hendrick Roelen Stichter en ten noorden Arij Sijmonsz. De koopsom is 200 gulden. [315]
- 3 aan Cornelis Pietersz Kleijn een perceel teelland onder Aarlanderveen, verongeld voor 3 hond, strekkend van de weduwe van Claes Cornelisz Kleijn tot Hendrick Jacobsz van der Hoorn, belend ten zuiden en noorden deze Van der Hoorn. De koopsom is 80 gulden. N.B. In deze akte is Jan Aertsz van Nes vermeld als Jan Ariensz van Es. [316]
Op 3-7-1669 verkoopt Pieter Maertensz Verlaen aan Jan Ariensz van Esch 75 roeden boomgaard achter de kerk van Aarlanderveen, strekkende van de Kerkvaartskade tot de boomgaard van Pieter Tijsz, belend ten oosten Willem Cornelisz en ten westen Jan Heijndrick Stichter. De koopsom is 300 gulden.
| COMMENTAAR(¥) Volgens Ref. [325] is hij ovl. 1681. Gezien de onderstaande akte van 1693 waarin Gangert optreedt kan dit niet kloppen. |
Op 30-1-1676 verkoopt Erassemis Jacobsz van Swieten aan Sara Abrahamsdr van Wieringen, weduwe van Huijbert Pietersz Heijnsen, 1 morgen weiland in de Westeinderpolder, verongeld voor 4½ hond, belend ten oosten Huijbert Huijbertsz, ten westen Cornelis Jillisz Schouten, ten zuiden de Geerdijk en ten noorden Jan Meesen. De koopsom is 550 gulden. [326]
Op 21-5-1693 compareren te Nieuwveen Gangert Janse 't Hoen te Leimuiden, weduwnaar van Sara Abrahamsdr van Wieringen, die eerder weduwe was van Hubert Pieter Heijnen, voor een helft, mede Sijberig Huberts Heijnen, wonend in het Noordseveen, weduwe van Isaac 't Hoen, Catarina Huberts Heijnen, meerderjarig ongetrouwde dochter, wonend mede aldaar, en Lenard 't Hoen, wonend onder Zuid-Waddinxveen, getrouwd met Adriana Huberts Heijnen. Sijberig, Catarina en Adriana als kinderen en enige erfgenamen, ieder voor 1/3 deel, van Sara Abrahamsdr van Wieringen, van de wederhelft. De voornoemde weduwe en ongetrouwde dochter worden geassisteerd door hun voogd Isaac Abrahamsz van Wieringen, wonend te Aarlanderveen. Zij verkopen aan Geleijn Clase Prins, wonend te Leimuiden, 1 morgen land in de Westeindse polder, belend ten oosten de nazaten van Hubert Hubertse, ten zuiden de Geerdijk, ten westen Cornelis Gillisse van der Schilde en ten noorden de erfgenamen van Jan Meese van Teijlingen. Dit land was opgedragen aan de overleden Sara Abrahamsdr op 30-1-1676. De koopsom is 155 gulden. [327]
Op 24-2-1655 compareren Isaack Abrahamsz van Wieringen, getrouwd geweest met Marritgen Pietersdr, voor zichzelf, mede als vader en voogd van Jan Isaacksz van Wieringen en Dirck Mathijsz Verhaer, scheepmaker, getrouwd geweest met Martijntje Pietersdr, voor zichzelf als vader over Jannitgen en Mathijs Dircxs, geassisteerd met Anthonis Jansz van der Groos, bode van Boskoop, als oudoom der kinderen, erfgenamen, kinderen en kindskinderen van Pieter Jansz, oud-schoolmeester van Aarlanderveen. Zij gaan over tot deling der nalatenschap. Isaack Abrahamsz valt ten deel de helft van een schuldbrief op Claes Cornelisz Cleijn Pieren, groot 1036 gulden 5 stuivers, en verder de helft van enkele rentebrieven en obligaties. Dirck Mathijsz ontvangt de andere helft der schuldbrieven en enkele obligaties in de akte nader omschreven. Isaack Abrahamsz van Wieringen zegt toe zijn zoon Jan Isaacksz te onderhouden tot de leeftijd van 20 jaar, hem dan uit te keren zijn moederlijk erfdeel, groot 1200 gulden en te geven zijn uitzet. [331]
Op 18-8-1671 verkopen IJsaack Abrahamsz van Wieringen met opdracht van zijn moeder Ariaentge Cornelisdr van Klevesteijn en Heijndrick Leendertsz Hoogeveen aan Claes Gerritsz Outshoorn 180 roeden veenland in het Zuideinde van Aarlanderveen, belend ten oosten de erfgenamen van Leendert Jansz Hoogeveen c.s., ten westen en noorden Krijn Pietersz Podt en ten zuiden de koper. De koopsom is 70 gulden. [332]
Kohier van de 100e penning van Rijnland : 1702. Isaack Abrahamsz van Wieringen te Aarlanderveen overleden. Erven: Cornelis Isaacksz van Wieringen en Grietje Claes van de Put.
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [337]. |
Op 30-7-1671 verkoopt Cornelis Everts van Swaenenburgh, curator over de geabandoneerde boedel van Aert Jacobsz Stouthandel aan Jan IJsaacksz van Wieringen, kleermaker wonende te Aarlanderveen Dorp, een huis en erf in Aarlanderveen Dorp strekkende van de Heerweg tot de wed. van Sijmen Dircksz Verhaer, belend ten noorden Willem Stouthandel en ten zuiden de wed. van Sijmen Dircksz Verhaer. De koopsom is 875 gulden. [339]
3504. JAN CORNELISZ WITTEBOL (alias CLEIJN NEES), geb. vóór ca. 1590, ovl. 1653 (dus niet beg. Hazerswoude 12-5-1647 als Jan Cornelisz.
belender aan
de Binnenweg 1619..1649 (in 1653..1668 de weduwe en/of kinderen van Jan Cornelisz Wittebol),
de Bovenweg 1627..1653 (in 1654..1663 de weduwe en/of kinderen van Jan Cornelisz Wittebol),
in de lage Moeren onder Hoogeveen (1638),
in de Kijfpolder in het Rietveld 1647..1651 (in 1675 de erfgenamen van Jan Cornelisz Wittebol),
in de Vrouwe Opdamspolder (1648),
te Hazerswoude (1619..1653),
woont aan de Achterweg te Hazerswoude (1640, 1644),
koopt o.a. een huis en erf met kaatsbaan en schuur gelegen op het Dorp Buitenweg, alwaar "de Hollantsche thuijn" uithangt (1647),
treedt op als oom en voogd over Pieter Jansz Vonck en Emmerentia Jansdr Vonck (1649),
is borg voor Jan Jansz van Geneuchten (1639),
en voor Claes Pietersz van Hijselendoorn (1651),
tr. vóór 1613
3505. TRIJNTJE (CRIJNTJE) PIETERS CORDT, beg. geref. Hazerswoude 15-5-1669 ("het lijk van Trijntje Pieters Cordt, huijsfrou van Jan Cornelisz Wittebol"),[340]
wonende aan de Achterweg (1654..1665).
Op 29-4-1613 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol aan zijn zoon Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Pietersz 14½ hond land eensdeels geheel en eensdeels gebroken gelegen buitenweg, belend ten oosten Pouwels Woutersz, ten zuiden de nieuwe vaart, ten westen Sijmon Cornelisz en Florisz Cornelisz en ten noorden dezelfden, voldaan met een schuldbrief. [341]
In vervolg hierop verklaren op 29-4-1613 Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Pietersz, zwagers, schuldig te zijn 425 gulden met hypotheek op het gekochte. Borg Pieter Adriaensz voor respectievelijk zijn zwager en zijn zoon. [342]
Op 2-12-1616 verkoopt Adriaen Cornelisz Schouten aan Jan Cornelisz Wittebol 6 partijen slagturfland of water tezamen 5 kleine morgen en 4 hond, eerst 5 hond, 3½ hond en 6 hond tezamen belend ten noorden Martijn Dircksz en Jan Willem Sijmonsz, ten oosten Jasper Govertsz, ten zuiden de landscheiding en ten westen Cornelis Pieter Corsz, 3½ hond en 8 hond tezamen belend ten noorden de weduwe van Pieter Corsz en Jasper Govertsz, ten oosten Cornelis Sijmonsz en Dirck Sijmonsz, ten zuiden de landscheiding en ten westen Jasper Govertsz en 8 hond belend ten noorden Dirck Pieter Corsz met zijn huiswerf, ten oosten de weduwe van Pieter Corsz, ten zuiden dezelfde en ten westen Cornelis Govertsz, de 5 hond belast met een erfpacht van 10 stuivers 4 penningen per jaar ten behoeve van de heer van Hazerswoude. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 2-12-1616. Volgt schuldbrief van 180 gulden met hypotheek op het gekochte. [343]
Op 11-4-1617 verkoopt Pieter Adriaensz aan zijn zwager Jan Cornelisz Wittebol een huis en erf gelegen binnenweg, belend ten noorden Sijmon Meesz, ten oosten de Westvaartskant, ten zuiden de verkoper en ten westen de kinderen van Aernt Gerritsz. Koopsom 150 gulden. De koper heeft het huis en erf doorverkocht aan Jacob Dircksz Cluijt en is voldaan met een partij slagturfland in Hoogeveen, hetwelk Jacob aldaar zal beschrijven. [344]
Op 11-4-1617 verkoopt Claes Adriaen Hugenz aan Jan Cornelisz Wittebol 1 morgen weiland zoals de verkoper op 9-3-1616 met opdrachtbrief van Aelwijn Pietersz verkregen had, belend en belast volgens de brief. Voldaan met een custing van 240 gulden.
Vervolg a. 11-4-1617. Jan Cornelisz Wittebol als principaal schuldenaar en Pieter Adriaensz, zijn borg, indempneren de voorsz. verkoop voor 240 gulden als Claes Adriaen Hugenz pro resto nog schuldig was vanwege de voorsz. koop van Aelwijn Pietersz volgens de oude brief, welke Jan zal betalen. [345]
Op 12-4-1621 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Crijn Pietersz 3½ hond en 8 hond slagturfland gelegen bovenweg, tezamen belend ten oosten Cornelis Sijmonsz, en Dirck Sijmonsz, ten westen de koper, ten zuiden de landscheiding en ten noorden de weduwe van Pieter Corsz en de koper. Voldaan met een obligatie van 165 gulden. [346]
Op 9-3-1620 verkoopt Sijmon Claesz aan Jan Cornelisz Wittebol 10 hond 75 roe slagturfland of water gelegen binnenweg, belend ten noorden Floris Dirck Florisz, ten oosten Floris Reijersz, ten zuiden de Achterweg en ten westen Jan Hugenz. Laatste waarbrieven van 8-5-1569 en 17-4-1594. Koopsom 99 gulden.
Vervolg a. 9-3-1620. Doorverkoop aan Claes Adriaensz, molenaar, voor 100 gulden. [347]
Op 9-3-1620 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Claes Adriaen Hugenz 13 hond slagturfland of water gelegen bovenweg, belend ten noorden Jacob Dirck Florisz, ten oosten Adriaen Cornelis Pieter Corsz en Willem Adriaensz Boer, ten zuiden de landscheiding en ten westen Adriaen Jacob Woutersz. Jongste waarbrief van 2-12-1616. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 9-3-1620. Bovengenoemde schuldbrief van 240 gulden met hypotheek op het gekochte. [348]
Op 22-11-1620 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Jacob Doesz een schuldbrief ten laste van zijn zwager Bastiaen Cornelisz op 12-3-1620 te Hazerswoude verleden pro resto 250 gulden, met waarborg zijn huis en erf gelegen Binnenweg, belend ten oosten Claes Adriaen Hugenz en Joost Dircksz, ten westen de weduwe van Dirck Aemsz, ten noorden Aelwijn Pietersz en ten zuiden de Achterweg. Slot van de akte onleesbaar. [349]
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Op den Achterwech te Hazerswoude : Jan Cornelisz Wittebol ende Trijntgen Pietersdr met Cornelis, Annetgen, Ariaentgen ende Barber heure kinderen, 6 hoofden.
Op 3-5-1624 verkoopt Joost Dircksz Vercade aan Jan Cornelisz Wittebol 15 hond weiland gelegen ten westen van de Westvaert Binnenweg, belend ten oosten de Westvaart, ten westen Willem Jan Hugenz, ten zuiden Pieter Leendertsz Scheepmaker en ten noorden Jan Cornelisz Soontgen. Voldaan met een schuldbrief bij assignatie ten behoeve van Pieter Adriaensz van Diependorst, groot 1.900 gulden.
Vervolg a. 3-5-1624. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte alsmede op zijn huis en erf aan de Achterweg, belend ten oosten Claes Adriaen Hugenz, ten westen Pieter Ponsz, ten zuiden de Achterweg en ten noorden de erfgenamen van Aelwijn Pietersz. [350]
Op 2-4-1628 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol aan Jan Cornelisz Wittebol \derde van 7 hond slagturfland of water gelegen Binnenweg, belend ten oosten Geleijn Adriaensz, ten westen en noorden Louris Jansz Smetser en ten zuiden de Achterweg. Koopsom 60 gulden. [351]
Op 2-4-1628 verkoopt Thijs Cornelisz aan Jan Cornelisz Wittebol 4 hond turfland gelegen Bovenweg, belend ten oosten en noorden Maurits de Viri, baljuw, ten westen Vranck Jacobsz en ten zuiden Maritje Vranckendr. Koopsom 8 gulden. [352]
Akte met schepenen van Hoogeveen. Op 5-4-1638 verkopen Cornelis Anthonisz Ruijter en Pieter Gerritsz Heemstee, wonende te Katwijk, aan Jan Cornelisz Wittebol 2 morgen slagturfland of water gelegen in de Lagemoeren onder Hoogeveen, belend ten oosten Adriaen Jansz Mous, ten zuiden Jan Pietersz van IJperen en Jan Jansz Mous, ten westen de weduwe van Joost van Sonnevelt en ten noorden de voornoemde Jan van IJperen, 2 hond 75 roeden oude akkeren slagturfland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten Cornelis Adriaensz van Tol, ten zuiden de landscheiding en ten westen en noorden Claes Maertensz Snouckaert. Voldaan met een schuldbrief van 230 gulden. [353]
Op 20-5-1638 verkopen Govert Cornelisz als testamentaire voogd over de twee onmondige kinderen van Willem Dircksz Val bij Grietje Cornelisdr, Cornelis Adriaensz anders genaamd Cornelis Cornelisz, gehuwd met Lijsbeth Dircksdr en Eeuwout Cornelisz Craen als gehuwd gehad hebbende Geertje Dircksdr, waarvan hij boedelhouder is, kinderen en kindskinderen en mede-erfgenamen in de voornoemde kwaliteit, te weten Pieter Bonifaesz, Aert Cornelisz Craen, Cornelis Dircksz, ouwe Maritje en jonge Maritje, Dirck Wouter Dircksz, Claes Dircksz en Cornelis Adriaensz van zaliger Dirck Cornelisz Val en Trijntje Woutersdr elk voor 1/10 deel van vaderszijde in de ene helft en elk voor 1/9 deel van moederszijde in de andere helft en de voornoemde Grietje Cornelisdr en Eeuwout Cornelisz Craen, elk voor 1/9 deel van moederszijde in de andere helft en de voornoemde Grietje Cornelisdr en Eeuwout Cornelisz Craen elk voor (onleesbaar), de twee kinderen van Willem (onleesbaar) voor 1/9 deel van hun voornoemde grootmoeder, aan Jan Cornelisz Wittebol 16 hond land gelegen in het Rietveld, belend ten oosten de weduwe van Claes Claesz de Jonge en Aert Cornelisz Craen, ten westen en noorden de weduwe van Govert Cornelisz Val en ten zuiden de Nieuwe vaart. Voldaan met een schuldbrief van 545 gulden. [354]
Op 5-4-1639 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Mouring Sijmonsz van Hoochbrugge twee percelen veenland of water gelegen Bovenweg, tezamen groot 8 hond, elk van 4 hond, volgende de jongste waarbrieven van 11-9-1622 en 2-4-1628, tezamen belend ten oosten Adriaen Willemsz Cas en Dirck Jansz Soontgen, ten westen Vranck Jacobsz, ten zuiden Adriaen Willemsz Cas en IJsbrant Claesz Boscooper en ten noorden Dirck Jansz Soontgen en de weduwe van Wouter Cornelisz Speelman. Voldaan met een obligatie van 174 gulden. [355]
Op 16-7-1640 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Adriaen Cornelisz van Cranenburgh 5 hond veenland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten en zuiden Jan Cornelis Tonisz, ten westen Jan Claesz Vercade en de koper en ten noorden Cornelis Bastiaensz. Voldaan met een obligatie van 160 gulden. [356]
Op 16-7-1640 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Job Jacobsz van der Vis 6 hond 50 roeden slagturfland of water gelegen Buitenweg, belend ten oosten Eeuwout Ponsz, ten westen Gerrit Cornelisz Buijtewech, ten zuiden Jacob Cornelisz Comen en ten noorden de kinderen van Gerrit Jacobsz. Voldaan met een schuldbrief boven een schuit gerekend op 30 gulden en boven een rozenobel als speldegeld met 440 gulden.
Vervolg a. 16-7-1640. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [357]
Op 17-7-1640 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol, wonende aan de Achterwech 650 Roeden lands voor 448 Carolus guldens, en in een stuk van 23-9-1640 is hij principaal bij verkoop van grond te Haserswoude.[358]
Op 24-9-1640 verkoopt Adriaen Stalpaert, wonende te Leiden, aan Jan Cornelisz Wittebol een perceel slagturfland of water zijnde het oostwaartse deel gelegen van de Wildert, belend ten oosten Cornelis Corsz, ten zuiden Cornelis Sijmonsz, ten westen het westwaartse gedeelte van de Wildert en ten noorden Jan Maertensz Snouckert. Voldaan met een schuldbrief van 1.025 gulden.
Vervolg a. 24-9-1640. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Cornelis Cornelis Claesz. [359]
Op 24-9-1640 verkoopt Maurice de Viri, baljuw van Hazerswoude, aan Jan Cornelisz Wittebol, wonende aan de Achterweg, een huis en erf eertijds toebehoord hebbende aan Claes Gerritsz anders genaamd Claes Marri Thoenen, gelegen op het Dorp Binnenweg, belend ten oosten en zuiden Dirck Ponsz, ten westen Adriaen Huijgenz de Vries en ten noorden de Voorweg, waarvan de opstaande penningen uit de kooppenningen zullen worden voldaan. Voldaan met een schuldbrief van 182 gulden.
Vervolg a. 24-9-1640. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Gerrit Cornelisz Buijtewech. [360]
Op 3-6-1641 verkoopt Cornelis Leendertsz Does aan Jan Cornelisz Wittebol een werf groot 1 hond, belend ten oosten Cornelis Cornelisz Somer en Cornelis Claesz Boscoper, ten westen Crijn Cornelis Dircksz, ten zuiden de Nieuwe vaart en ten noorden de verkoper. Voldaan met een schuldbrief van 160 gulden.
Vervolg a. 3-6-1641. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [361]
Op 8-9-1642 verkoopt Sijmon Cornelisz Langendam aan Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Cornelisz 7½ hond slagturfland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten Claes Jacobsz Ket, ten westen en zuiden Thijs Cornelisz en ten noorden de Achterweg. Voldaan boven twee rozenobel met een schuldbrief van 875 gulden.
Vervolg a. 8-9-1642. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [362]
Op 26-1-1643 (1653?) verkopen Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Cornelisz, molenaar, aan Adriaen Leendert Pieter Corsz een derde gedeelte van 7½ hond slagturfland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten Claes Jacobsz Keth, ten westen de verkopers, ten zuiden Thijs Cornelisz en ten noorden de Achterweg. Voldaan met een schuldbrief van 725 gulden.
Vervolg a. 26-1-1643. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Afgelost 17-5-1655. [363]
Op 13-6-1644 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol, wonende aan de Achterweg, aan Adriaen Hendricksz, biersteker, een werf gelegen Buitenweg, groot 1 hond, belend ten oosten Cornelis Claesz Boscooper, ten westen Crijn Cornelis Dircksz, ten zuiden de Nieuwe vaart en ten noorden de koper. Voldaan met een schuldbrief van 210 gulden.
Vervolg a. 13-6-1644. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [364]
Op 14-10-1647 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Jacob Jansz Keuijer drie partijen slagturfland of water gelegen Bovenweg, groot 5, 3½ en 6 hond, tezamen belend ten oosten de koper, ten westen Adriaen Aenen, ten zuiden de landscheiding en ten noorden Maerten Dircksz Buijren, de 5 hond belast met een jaarlijkse erfpacht van 10 stuivers 4 penningen ten behoeve van de ambachtsheer van Hazerswoude. Voldaan met een schuldbrief boven de belasting van 400 gulden.
Vervolg a. 14-10-1647. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [365]
Op 14-10-1647 verkopen Cornelis Jansz Vonck, Joseph Jansz Vonck en Cornelis Jansz Goedhart, gehuwd met Judick Jansz, Mouringh Sijmonsz Hooch als voogd over Pieter en Emerensje Jansdr Vonck, minderjarige kinderen van Jan Gillisz Vonck en Neeltje Cornelisdr, beiden te Hazerswoude overleden, aan Jan Cornelisz Wittebol een huis en erf met kaatsbaan en schuur gelegen op het Dorp Buitenweg, alwaar "de Hollantsche thuijn" uithangt, belend ten oosten de laan van Ulrick Christiaensz, ten westen Jacob Dircksz Vercade, ten zuiden de Heerweg en ten noorden de sloot, belast met 12 gulden 10 stuivers per jaar ten behoeve van de erfgenamen van Aper Fransz, brouwer in de "Dubbele hellebaert" te Delft. Voldaan met een schuldbrief boven de belasting van 1.480 gulden.
Vervolg a. 14-10-1647. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [366]
Op 4-11-1647 verkoopt Jacob Lambrechtsz van Hoochbrugge, wonende te Hoogeveen, aan Jan Cornelisz Wittebol de helft van 5 morgen 3 hond 50 roeden slagturfland of water, belend ten oosten en zuiden de weduwe van Dirck Jansz, ten westen Adriaen Jansz Moes en ten noorden Willem Cornelisz Hogeveen. Voldaan met een schuldbrief van 1.050 gulden.
Vervolg a. 4-11-1647. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Adriaen Cornelisz Molenaer. [367]
Op 27-4-1648 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Willem Maertensz Snouckaert een staal met turfschuur gelegen Binnenweg, groot 1 hond, strekkende uit ten noorden van het land van Cornelis Hendricksz Crooswijck zuidwaarts tot buiten de esseboom op het staal staande, belend ten zuiden de verkoper, ten westen Pieter Ponsz van Sluijs en ten oosten Dirck jonge Roos. Voldaan met een obligatie van 252 gulden. [368]
Op 18-6-1648 verkoopt Cornelis Claesz van Leeuwen aan Jan Cornelisz Wittebol 2 morgen 4 hond 66 roe hooiland gelegen in Vrouw Opdamspolder in het Rietveld, belend ten oosten Inge Pietersz, ten westen Boon Michielsz, ten zuiden Jan Cornelisz Neleman en ten noorden de Kerkvaart, belast met 733 gulden 6 stuivers 10 penningen schuldpenningen ten behoeve van Jan Cornelisz Neleman. Voldaan boven de belasting met 72 gulden 4 stuivers 8 penningen. [369]
Op 8-2-1649 bekende Jan Cornelisz Wittebol bij ruiling van 3 morgen 25 roeden slagturfland of water gelegen Bovenweg welke hem op heden opgedragen zijn, te hebben opgedragen aan Sijmon Cornelisz Langendam 9 hond weiland gelegen Binnenweg, belend ten oosten Pieter Thonisz van Blommendael, ten westen Willem Cornelisz Boscoper, ten zuiden de Achterweg en ten noorden Dirck Jacobsz Vas en ontvangt nog een obligatie van 340 gulden.
Vervolg a. 8-2-1649. Taxatie van bovengenoemde 9 hond op 1.050 gulden.
Vervolg b. 8-2-1649. De overdracht aan Jan Cornelisz Wittebol van de voornoemde 3 morgen 25 roeden land, belend ten oosten Hendrick Adriaensz Pruijt en de kinderen van oude Neel Joostenz, ten westen Maerten Dircksz Buijren, ten zuiden Jacob Jansz Keuijer en ten noorden Jan Claesz Vercade.
Vervolg c. 8-2-1649. Taxatie van bovengenoemde 3 morgen 25 roeden op 800 gulden. [370]
Op 10-5-1649 verkoopt Oude Cornelis Cornelisz Somer, wonende te Leiden, aan Jan Cornelisz Wittebol twee partijen slagturfland of water gelegen Bovenweg, groot 16 hond 75 roeden, belend ten oosten Cornelis Jaspersz en Willem Dirck Florisz, ten zuiden Adriaen Hendricksz biersteker, ten westen de weduwe van Jan Cornelisz en ten noorden de Achterweg. Voldaan met een schuldbrief bij assignatie ten behoeve van Gerrit van Beest, raad en tresaurier van Gouda, van 1.000 gulden. Cornelis Somer heeft contant ontvangen 799 gulden 18 stuivers 6 penningen. [371]
Op 5-7-1649 verkopen Grietje Maertensdr, weduwe van Cornelis Cornelisz Wittebol, Jan Cornelisz Wittebol, Jacob Jacobsz Rijsdam, gehuwd met Maritje Cornelis Wittebol, Willem Gerritsz Schout, gehuwd met Joosje Cornelisdr Wittebol, Cornelis Jansz Vonck, Joseph Jansz Vonck, Jan Cornelisz Wittebol en Jacob Jacobsz Rijsdam als ooms en voogden over Pieter Jansz Vonck en Emmerentia Jansdr Vonck, geprocureerd bij Neeltje Cornelisdr Wittebol, Cornelis Jansz Goethart, weduwnaar van Judith Jansdr voor zichzelf en als vader en voogd van Maritje Cornelisdr bij Judith Jansdr, Mouring Sijmonsz Hoochbrugge, gehuwd met Lijsbeth Cornelisdr Wittebol, Maerten Cornelisz Wittebol en jonge Jan Cornelisz Wittebol, allen kinderen en kleinkinderen van Cornelis Cornelisz Wittebol, aan Jan Claesz Soontgen een huis en erf met schuur en berg in het Westeinde, belend ten oosten Aris Gerritsz Keijser, ten westen Cornelis Pietersz, scheepmaker, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de Nieuwe vaart, belast met 100 gulden ten behoeve van de Heilige Geest armen, 100 gulden ten behoeve van Pieter Fransz, klompmaker en 100 gulden ten behoeve van Leendert Leendertsz Smetser. Voldaan met een schuldbrief van 1.645 gulden.
Vervolg 5-7-1649. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Cornelis Pietersz, scheepmaker. [372]
Op 5-7-1649 verkopen dezelfden aan Leendert Cornelisz Craen 2½ hond slagturfland of water gelegen Buitenweg, belend ten oosten en ten zuiden Gerrit Cornelisz Buijtewech, ten westen Jan Claesz Soontgen, Pieter Corsz en Adriaen Hendricksz en ten noorden Jacob Cornelisz Comen. Voldaan met een schuldbrief van 190 gulden.
Vervolg a. 5-7-1649. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Cornelis Leendertsz van Tol. [373]
Op 7-12-1649 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Cornelis Stalpaert als testamentaire voogd van de moederlijke goederen ...... 14 hond land, belend ten oosten Huijch Jansz Speijert en Jan Reijersz, ten westen de commies Martini, ten zuiden de Kerkvaart en ten noorden Niclaes Isaacsz van Gerwen. Koopsom 1.000 gulden. [374]
Op 23-5-1650 verkopen Pieter Cornelis Claesz en Floris Cornelis Claesz voor zich zelf en als ooms en voogden over de nagelaten kinderen van Maritje Cornelisdr bij Engebrecht Hendricksz en de nagelaten kinderen van Jan Cornelis Claesz bij Lijsbeth Willemsdr Cas en nog over de nagelaten kinderen van Cornelis Cornelisz bij Lijsbeth Danielsdr, Johannes Danielsz, gehuwd met de weduwe van Jan Cornelis Claesz en Adriaen Elbertsz, gehuwd met de weduwe van Cornelis Cornelisz, allen kinderen en kleinkinderen van Cornelis Claesz en Annetje Cornelisdr, aan Jan Cornelisz Wittebol een huis en erf met twee schuren en schuitenhuis alsmede 8 hond slagturfland of water gelegen Buitenweg, belend ten oosten Adriaen Pietersz clompenmakers weduwe en Jacob de Haen, ten westen Adriaen Jansz van Achteren, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de Nieuwe vaart. Voldaan met een schuldbrief van 1.000 gulden.
Vervolg a. 23-5-1650. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Gerrit Cornelisz Buijtewech. [375]
Op 23-5-1650 verkoopt Cornelis Bastiaensz aan Jan Cornelisz Wittebol de helft van 11 hond weiland gelegen Binnenweg, belend ten oosten Maerten Dircksz Keijser en de ambachtsvrouwe van Hazerswoude, ten westen Cornelis Dircksz Keijser, ten zuiden Pieter Claes Jansz met de wederhelft en ten noorden Sijmon Cornelisz Langendam. Koopsom 860 gulden 6 stuivers 12 penningen.
Vervolg a. 23-5-1650. Jan Cornelisz Wittebol is schuldig aan de Heilige Geestarmen van Hazerswoude 608 gulden met hypotheek op het gekochte. Borgen Adriaen Cornelisz Molenaer en Dirck Jansz Wittebol. [376]
Op 17-8-1650 verkoopt "Dezelfde" (ZOEK OP vorige acte) aan Jan Cornelisz Wittebol een huis en erf met boomgaard, barg en schuur alsmede 11 hond land gelegen Bovenweg, belend ten oosten en ten westen Teunis Cornelisz van Aenen, ten zuiden Adriaen Pietersz Koij en ten noorden de Achterweg. Voldaan met een schuldbrief van 420 gulden bij assignatie ten behoeve van de voorseids van Beest en Verboom.
Vervolg a. 17-8-1650. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen Dirck Jansz Wittebol en Dirck Cornelisz Langendam. [377]
Op 29-8-1650 verkopen Aagje Evertsdr, weduwe van Sijmon Adriaensz van Swanenburgh, overleden te Hazerswoude in het Oosteinde, voor de helft en Abraham Adriaensz van Swanenburgh als bij testament aangewezen tot redding van de boedel, voor de andere helft, aan Jan Cornelisz Wittebol en Pieter Leendertsz van Tol 7½ hond weiland gelegen in het Oosteinde van Hazerswoude Binnenweg, belend ten oosten Pleun Gerritsz van der Plas en ten westen Pieter Roijert, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belast met twee hoofdsommen tezamen 500 gulden, waarvan 200 gulden ten behoeve van Maerten Cornelisz Rossum en 300 gulden ten behoeve van de Heilige Geest van Hazerswoude. Voldaan boven de belasting met een schuldbrief van 525 gulden.
Vervolg a. 29-8-1650. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [378]
Op 24-3-1651 verkopen Cornelis Dircksz en Willem Cornelisz Hogeveen met procuratie van Jan Cornelisz Engebrechtsz, hun schoonzoon en zwager, tegenwoordig wonende in Island in het land van Overijsel, aan Jan Cornelisz Wittebol een huis en erf met berg met een stuk slagturfland of water gelegen Binnenweg in het Oosteinde, belend ten oosten Adriaen Willemsz Craen en Baefje Comen Neelen, ten westen en zuiden Jan Cornelisz van Tol en ten noorden de Voorweg. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 24-3-1651. Bovengenoemde schuldbrief van 980 gulden met hypotheek op het gekochte. Borg Sacharias Reijersz. [379]
Op 24-3-1651 verkopen Cornelis Dircksz en Willem Cornelisz Hogeveen met procuratie van Jan Cornelisz Engebrechtsz, hun schoonzoon en zwager, tegenwoordig wonende in Island in het land van Overijsel, aan Jan Cornelisz Wittebol een huis en erf met schuur gelegen Buitenweg in het Westeinde, belend ten oosten Pieter Claesz Tack, ten westen Jacob Crijnenz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden Cornelis Dircksz Loot. Voldaan met een schuldbrief van 671 gulden.
Vervolg a. 24-3-1651. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen Dirck Jansz Wittebol en Adriaen Cornelisz Molenaer. [380]
Op 13-2-1651 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Jan Leendertsz Vermeulen een huis en erf met slagturfland of water gelegen Binnenweg, groot 6 hond, belend ten oosten Adriaen Willemsz Craen en Baefje Comen Neelen, ten zuiden en westen Jan Cornelisz van Tol en ten noorden de Voorweg. In margine 21-1-1654 koper insolvent.
Vervolg a. ongedateerd. Volgt schuldbrief van 1.370 gulden met hypotheek op het gekochte. Beide akten zijn niet ondertekend. [381]
Op 21-4-1651 verkoopt Jacob Bastiaensz, koopman, aan Jan Cornelisz Wittebol een partij veenland, dobben en plassen in Hazerswoude en in Hogeveen met een schuur, strekkende uit ten noorden van Gijsbert Cornelisz land zuidwaarts over de Hazerwoudse landscheiding tot aan de landen van Hendrick Reijersz en Floris Reijersz, broers, belend ten oosten in Hazerswoude de verkoper en in Hogeveen Hendrick en Floris Reijersz en ten westen in Hazerswoude Cornelis Elbertsz Jonck en in Hogeveen Hendrick en Floris Reijersz. Voldaan met een schuldbrief bij assignatie ten behoeve van Pieter Kievit te Gouda, groot 2.200 gulden.
Vervolg a. 21-4-1651. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Afgelost 10-3-1664. [382]
Op 8-5-1651 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol, wonende aan de Achterweg, aan Cornelis Jacobsz Doenen te Koudekerck 2 morgen 4 hond 66 roeden hooiland in Vrouw Opdamspolder in het Rietveld, belend ten oosten de weduwe van Claes Claesz, ten zuiden Jan Cornelisz, ten westen Pieter Thonisz Bloemendael en ten noorden de Kerckvaart. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 8-5-1651. Bovengenoemde schuldbrief van 1.350 gulden met hypotheek op het gekochte. Afgelost 20-10-1652. [383]
Op 3-5-1654 verkoopt Gerritje Michielsdr, weduwe van Cornelis Jansz Vonck, bode te Hazerswoude voor 1/5 erfgename van haar schoonouders Johannes Gillisz Vonck en Neeltje Cornelisdr, aan Jan Fransz van Leeuwen, notaris te Hazerswoude, 1/5 deel van een schuldbrief door Jan Cornelisz Wittebol wegens koop van een huis en erf gelegen op het Dorp waar de "Hollantsche Tuijn" uithangt gepasseerd en onder Joseph Johannesz mede-erfgenaam van Johannes Gillisz en Neeltje Cornelisdr berustende, groot boven de penningen van de lasten 200 gulden hoofdsom 1.400 gulden voor 80 gulden als voor 2 jaar huur van de voornoemde Van Leeuwen en 160 gulden over andere gerede penningen genoten. [384]
Op 12-10-1654 verkoopt Crijntje Pietersdr, weduwe en testamentaire boedelhoudster van Jan Cornelisz Wittebol, wonende aan de Achterweg met haar hulp Mouring Sijmonsz van Hoochbrugge aan Cornelis Jacobsz Verbaen te Koudekerk 16 hond land in het Rietveld, belend ten oosten de weduwe van Claes Claesz de Jonge en Aert Cornelisz Craen en ten westen en noorden de kinderen van Jan Pietersz Keth. Voldaan met een schuldbrief van 800 gulden.
Vervolg a. 12-10-1654. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Afgelost 22-11-1684. [385]
Op 31-5-1655 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol, wonende aan de Achterweg, aan de broers Cornelis Maertensz Keijser en Dirck Maertensz Keijser de helft van 11 hond land gelegen Binnenweg, belend ten oosten Dirck Maertensz Keijser, Cornelis Stevensz Dobbe en de ambachtsheer van Hazerswoude, ten westen Cornelis Dircksz Keijser, ten zuiden Pieter Claesz Hans met de wederhelft en ten noorden Jan Dircksz Keijser, belast met 608 gulden 13 stuivers ten behoeve van de Heilige Geest van Hazerswoude. Koopsom 47 gulden 6 stuivers 10 penningen boven de belasting. [386]
Op 27-8-1655 verkoopt Pieter Andriesz Keijser aan Trijntje Pietersdr, weduwe en ex testamento boedelhoudster van Jan Cornelisz Wittebol een schuur met schuurstaal gelegen Bovenweg, groot 25 roeden, belend ten oosten en noorden Pieter Claesz Boscoper, ten westen Adriaen Leendertsz Cranenburch en ten zuiden Adriaen Cornelisz, molenaar. Koopsom 292 gulden.
Vervolg a. 28-8-1655. Doorverkoop aan Pieter Claesz Boscoper voor 249 gulden. [387]
Op 7-3-1656 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol aan Maerten Lammertsz, wonende in het Westeinde, een huis en erf alsmede 8 hond slagturfland of water gelegen in het Westeinde Buitenweg, belend ten oosten Jacob de Haes en de weduwe van Willem Speelman, ten zuiden de Voorweg, ten westen Adriaen Jansz van Achteren en ten noorden de Bentvaart. Voldaan met een schuldbrief van 700 gulden.
Vervolg a. 7-3-1656. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg is Joris Claesz Oosterling. [388]
Op 2-12-1658 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol met haar zoon Bastiaen Jansz Wittebol aan Willem Adriaensz van der Tange 50 roeden erf gelegen aan de Achterweg, belend ten oosten en zuiden de verkoopster, ten westen Crijn Commersz en ten noorden de Achterweg. Koopsom 100 gulden. [389]
Op 22-9-1659 verkopen Maerten Cornelisz Wittebol en Jan Cornelisz Wittebol, Mouring Sijmonsz Hoochbrugge, gehuwd met Lijsbeth Cornelisdr Wittebol, elk voor zichzelf en de voornoemde Hoochbrugge vervangende Maertje Cornelisdr Wittebol, Willem Gerritsz Outshoorn, gehuwd met Joosje Cornelisdr Wittebol, Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol, Joseph Johannesz, timmerman voor zichzelf en vervangende zijn absente broer en zusters, kinderen van Neeltje Cornelisdr Wittebol, allen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Cornelis Cornelisz Wittebol en Grietje Maertensdr, aan Dirck Jansz Verburch een partij slagturfland of water gelegen Binnenweg, belend ten oosten Cornelis Florisz, ten zuiden Cornelis Jansz Backer, ten westen Willem Cornelisz Hoogeveen, Teunis Jansz van Kempen en Leendert Cornelisz Craen en ten noorden Adriaen Cornelisz Hoochbrugge. Koopsom 80 gulden. [390]
Op 19-5-1662 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol met haar zwager Adriaen Cornelisz Molenaer, aan Willem Maertensz Snoeckaert een huis en erf met boomgaard gelegen Bovenweg, groot 2 hond, belend ten oosten Adriaen Leendertsz Craen, ten westen de weduwe van Thijs Corsz, ten zuiden de verkoopster en ten noorden de Achterweg. Voldaan met een schuldbrief van 478 gulden.
Vervolg a. 19-5-1662. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Afgelost 15-7-1663. [391]
Op 9-2-1663 verkopen Aeltje Cornelisdr, weduwe van Pieter Leendertsz van Tol met haar voogd Adriaen Cornelisz Craen voor de helft en Adriaen Leendertsz van Tol, Cornelis Leendertsz van Tol, Cornelis Jansz Kuijer, gehuwd met Maritje Leendertsdr van Tol, Leendert Leendertsz van Tol, Cornelis Leendertsz van Tol, Joost Jorisz van Dipten, gehuwd met Trijntje Leendertsdr van Tol, Claertje Leendertsdr van Tol en Neeltje Leendertsdr van Tol, nagelaten kinderen van oude Leendert Leendertsz van Tol, elk voor zichzelf en vervangende Leendert Jansz van Tol, zoon van Jan Leendertsz van Tol, allen erfgenamen van voornoemde Pieter Leendertsz van Tol, voor de andere helft, aan Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol en haar kinderen de helft van 7½ hond geheel land liggende in de Bovenwegse polder ofte Watergang, belend ten oosten Pleun Gerritsz van der Plas, ten zuiden de Achterweg, ten westen Pieter Roijaert en ten noorden de Voorweg, belast met de helft van 600 gulden wegens de voorgaande koop nog te betalen. Koopsom 212 gulden 10 stuivers boven de belasting. [392]
Op 19-11-1663 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol met haar zoon Bastiaen Jansz Wittebol als voogd, aan Crijn Jansz van Heijningen een huis en erf gelegen Bovenweg, groot 11 hond, belend ten oosten Adriaen Hendricksz Geur en Cornelis Elbertsz, ten westen Gerrit Buijtewech, ten zuiden Adriaen Hendricksz Geur en ten noorden de Achterweg. Voldaan met een schuldbrief van 420 gulden.
Vervolg a. 19-11-1663. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Dirck Commersz van Heijningen en Claes Jansz van Heijningen. [393]
Op 2-6-1664 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol met haar zwager Adriaen Cornelisz Molenaer, aan de kinderen van Leendert Adriaensz Slick en Aeltje Pietersdr Craen een hoekje slagturfland of water gelegen Bovenweg, groot 2 hond 75 roeden, belend ten oosten Claes Amen, ten zuiden de Hazerwoudse landscheiding en ten westen en noorden Claes Maertensz Snoeckaert. Koopsom 100 gulden. [394]
Op 25-2-1665 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol, wonende aan de Achterweg met haar zoon Dirck Jansz Wittebol, aan Joseph Johannesz, timmerman, een huis en erf gelegen Buitenweg, belend ten oosten Pieter Claesz Tack, ten zuiden de Voorweg, ten westen Jacob Crijnenz en ten noorden de weduwe van Cornelis Dircksz Loot, waarvan de belasting uit de kooppenningen zal worden afgelost. Voldaan met een schuldbrief van 925 gulden.
Vervolg a. 25-2-1665. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [395]
Op 25-11-1666 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol met haar zoon Bastiaen Jansz Wittebol, aan Hendrick Ariensz Geur 5 morgen 2 hond slagturfland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten de weduwe van Gerrit Buijtewech en Jacob Jacobsz van der Does, ten zuiden de landscheiding, ten westen Dirck Claesz Hijselendoorn, Frans Ariensz Geur, Cornelis Ariensz Roskam en de verkoopster en ten noorden de verkoopster. Voldaan met een schuldbrief van 400 gulden.
Vervolg a. 25-11-1666. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [396]
Op 12-3-1669 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol met haar zoon Dirck Jansz Wittebol, aan Claes Jansz van der Willick een huis en erf gelegen Binnenweg bij het Dorp, belend ten oosten en zuiden Arie Leendertsz Slootweg, ten westen Cornelis Ariensz Craen en ten noorden de Heerweg. Koopsom 514 gulden, waarvan 278 gulden 10 stuivers contant en 235 gulden 10 stuivers met een obligatie. [397]
Op 12-3-1669 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol met haar zoon Dirck Jansz Wittebol, aan Dirck Claesz Hijselendoorn en Leendert Jansz van Leeuwen een huis, herberg, boomgaard en schuur met een kaatsbaan, genaamd de Hollandsche Tuin, gelegen op het Dorp, belend ten oosten Uldrick Christiaensz, ten westen Pieter Jansz Vonck, ten zuiden de Heerweg en ten noorden een sloot. Voldaan met een schuldbrief van 1.300 gulden.
Vervolg a. 12-3-1669. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [398]
Op 30-12-1669 verkopen Dirck Jansz Wittebol, Bastiaen Jansz Wittebol, Arie Cornelisz Molenaer, gehuwd met Ariaentje Jansdr Wittebol, Barent Jansz Ophoven, gehuwd met Annetje Jansdr Wittebol, Huijch Thijsz als man en voogd van Appolonia Jansdr Wittebol, ieder voor zichzelf en tezamen vervangende Cornelis Jansz Wittebol, Trijntje Jansdr Wittebol en Willem Dircksz Decker, gehuwd met Barbara Jansdr Wittebol, nagelaten kinderen van Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol, aan de erfgenamen van Pieter Bonefaesz van Outshoorn, overleden te Hazerswoude, een schuldbrief d.d. 12-10-1654 ten laste van Cornelis Jacobsz Verbaen, groot 800 gulden pro resto 600 gulden. De koopsom is 719 gulden 5 stuivers, inclusief de achterstallige rente van 4 jaar en 5 maanden. [399]
Op 4-3-1660 verkopen Hendrick Veenbergen, enige zoon van Cornelis Maertensz Veenbergen, Willem Maertensz Vas vanwege zijn kinderen Cornelis Willemsz Vas en Dirck Pietersz, gehuwd met Erckje Willemsdr Vas, Jacob Davidsz en Cornelis Davidsz, kinderen van Annetje Maertensdr Vas en nog Maritje Maertensdr Vas zich sterk makend voor Annetje Huijgendr en Adriaen Adriaensz van Tol, gehuwd met Maritje Hendricksdr Romeijn, allen testamentaire erfgenamen van Maerten Jacobsz Vas, hun grootvader, aan Barent Jansz, wonende aan de Achterweg, een erfje gelegen Binnenweg, belend ten oosten en noorden Cornelis Jansz Backer, ten zuiden de Achterweg en ten westen Uldrick Christiaensz. Voldaan met een schuldbrief van 202 gulden.
Vervolg a. 4-3-1660. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg is Pieter Jansz Liefste. [400]
Op 24-5-1664 verkoopt Willem Maertensz Vas aan Annetje Jansdr Wittebol, tegenwoordig huisvrouw van Barent Jansz, wonende aan de Achterweg, een huis en erf gelegen Binnenweg, belend ten oosten en noorden Cornelis Jansz backer, ten westen Uldrick Christiaensz en ten zuiden de Achterweg. Koopsom 202 gulden 16 stuivers. Doorgehaald aangezien dit goed al door de erfgenamen van Maerten Jacobsz Vas op 4-3-1660 aan Barent Jansz was overgedragen. [401]
Op 18-9-1654 verkoopt Pieter Arisz Keijser aan Adriaen Cornelisz Molenaer 2 hond 75 roeden slagturfland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten Pieter Dircksz Cabouter, ten westen Adriaen Leendertsz, ten zuiden Thijs Corssenz en ten noorden Pieter Claesz Boscooper met zijn werf. Voldaan met een schuldbrief van 400 gulden.
Vervolg a. 18-9-1654. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg is Dirck Jansz Wittebol. [403]
Op 18-9-1654 verkoopt Adriaen Cornelisz Molenaer aan Jacob Jansz een schuur met schuurstaal gelegen Bovenweg, groot 25 roeden, belend ten oosten Claes Adriaensz, ten westen de weduwe van Aem Dircksz, ten zuiden de verkoper en ten noorden de weduwe van Pieter Dircksz Vercade. Voldaan met een schuldbrief ten behoeve van Pieter Arisz Keijser van 174 gulden.
Vervolg a. 18-9-1654. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg is Adriaen Adriaensz Bent. [404]
Op 28-3-1663 verkoopt Uldrick Christiaensz van der Leeuw aan Adriaen Cornelisz Molenaer en Dirck Willemsz Koij 5 hond 25 roeden zo geheel als gebroken slagturfland of water gelegen Bovenweg, gekomen van Jacob Dircksz Vercade, met een schuur op de grond van Leendert Adriaensz van Griecken die de kopers daarvan af hebben moeten halen, belend ten oosten Dirck Engebrechtsz, ten zuiden Dirck Willemsz Koij, ten westen Adriaen Amenz van Griecken en ten noorden de Achterweg en Leendert Adriaensz van Griecken. Voldaan met een schuldbrief van 841 gulden.
Vervolg a. 28-3-1663. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Huijch Thijsz en Jan Claesz Dwaling. [405]
Op 27-10-1664 verkoopt Arie Leendertsz Hoogbrugge aan Arie Cornelisz Molenaer 23 hond slagturfland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten Leendert Ariensz van Griecken, Gerrit Buijtewech, Willem Elbertsz Jonck, ten zuiden de koper en Claes Amen Akersloot, ten westen dezelfde Akersloot, Cornelis Cornelisz Baes en Dirck Alewijnsz en ten noorden Dirck Alewijnsz en Arie Amen van Griecken. Voldaan met een schuldbrief van 180 gulden.
Vervolg a. 27-10-1664. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen Dirck Jansz Wittebol en Jan Dircksz van de Geneuchten. [406]
Op 31-8-1665 verkoopt Claes Jansz Soontgen, scheepmaker en tegenwoordig wonende te Benthuizen, aan Arie Cornelisz Molenaer en Cornelis Simonsz Langendam een huis en erf met schuur, helling en scheepmakerij aan de Gemeneweg, groot 50 roeden, belend ten oosten dezelde weg, ten zuiden Floris Ariensz Roskam, ten westen de weduwe van Gerrit Jan Maertensz en Aert Cornelisz Craen en ten noorden de Nieuwe Vaart. Voldaan met een schuldbrief van 810 gulden.
Vervolg a. 31-8-1665. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Dirck Cornelis Engebrechtsz en Huijch Thijsz. [407]
Op 25-10-1667 verkoopt Cornelis Cornelisz Baesgen aan Arie Cornelisz Molenaer twee partijen slagturfland of water gelegen Bovenweg, tezamen groot 22 hond, belend in zijn geheel ten oosten Arie Cornelisz Molenaer met twee partijen, Claes Amen, Cors Reijer Huijgenz en Jacob Jansz Kuijer, ten zuiden de landscheiding en Dirck Amen, ten westen Dirck Amen en de weduwe van Cornelis Leendertsz van Tol, Jacob Jansz Kuijer en Dirck Amen voornoemd en ten noorden dezelfde Dirck Amen en Dirck Alewijnsz. Koopsom 1 gulden. [408]
Op 25-6-1671 verkopen Cornelis Simonsz Langendam en Ariaentje Jansdr Wittebol, weduwe van Arie Cornelisz Molenaer, aan de kinderen van Frans Jansz van Leeuwen een huis en erf met schuur en timmerhuis en helling gelegen Buitenweg, belend ten oosten de Gemeneweg, ten zuiden Floris Ariensz Roskam, ten westen de weduwe van Gerrit Maertensz en Aert Cornelisz Craen en ten noorden de Nieuwe Vaart. Koopsom 650 gulden boven 1 gouden ducaton als speldegeld. [409]
Op 30-5-1673 hebben Dirck Willemsz Koij en Ariaentje Jansdr Wittebol, weduwe van Arie Cornelisz Molenaer, beiden wonende aan de Achterweg, gemeen 5 hond veenland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten Dirck Engebrechtsz, ten zuiden voornoemde Koij, ten westen Arie Amen en ten noorden de Achterweg en Leendert Ariensz van Griecken. Zij gaan delen. Dirck Willemsz Koij ontvangt de westwaartse helft en Ariaentje Jansdr Wittebol de oostwaartse helft. [410]
Op 30-5-1673 verkoopt Ariaentje Jansdr Wittebol, weduwe van Arie Cornelisz Molenaer, aan Leendert Ariensz van Griecken de helft van 2½ hond slagturfland of water gelegen Bovenweg met schuur, belend ten oosten Dirck Engebrechtsz, ten zuiden de verkoopster, ten westen de koper en ten noorden de Achterweg. Koopsom 360 gulden. [411]
Op 22-6-1676 verkoopt Maritje Woutersdr Cleijenburgh, weduwe van Willem Jansz Clevesteijn, wonende te Koudekerk met haar zoon Wouter Willemsz Clevesteijn, aan Dirck Jansz Wittebol en Ariaentje Jansdr Wittebol, weduwe van Arie Cornelisz Molenaer, een partij hooiland in de Rietveldse polder, belend ten oosten Cornelis Sijmonsz Keijser, ten zuiden de Rietveldse vaart, ten westen Willem Maertensz Keijser en ten noorden Arie van Buuren, belast met 16 pond erfpacht per jaar ten behoeve van het Sint Jans Hofje te Leiden. Koopsom 1.800 gulden. [412]
Op 4-9-1676 verkoopt Ariaentje Jansdr Wittebol, weduwe van Arie Cornisz Molenaer, aan haar schoonzoon Jan Ariensz Buijtewech de helft van een partij hooiland in de Rietveldse polder, waarvan de wederhelft toebehoort aan haar broer Dirck Jansz Wittebol, belend in zijn geheel ten oosten Cornelis Sijmonsz Keijser, ten zuiden de Rietveldse Vaart, ten westen Willem Maertensz Keijser en ten noorden de advocaat van Buijren, belast met de helft van 16 pond erfpacht per jaar ten behoeve van het Sint Jans Hofje te Leiden. Koopsom 300 gulden boven de belasting. [413]
| COMMENTAAR(¥) Zou zij identiek zijn met "Barber Jans, een vreemde arme vrouw", beg. Hazerswoude op 30-12-1675. |
Op 2-12-1658 verkoopt Neeltje Pietersdr, weduwe van Pieter Dircksz Cabouter met haar voogd Cornelis Pietersz Craen aan Bastiaen Jansz Wittebol een huis en erf met boomgaard alsmede 12 hond 25 roeden slagturfland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten Adriaen Dircksz Loot en de weduwe van Jan Cornelisz Soontgen, ten westen Pieter Claesz Boscoper en Adriaen Cornelisz, molenaar c.s., ten zuiden de weduwe van Jan Cornelisz Soontgen en ten noorden de Achterweg. Voldaan met een schuldbrief ten behoeve van Perijntje Pietersdr Buijck van 320 gulden.
Vervolg a. 2-12-1658. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Dirck Jansz Wittebol en Leendert Pietersz Craen. [418]
Op 12-5-1664 verkoopt Bastiaen Jansz Wittebol aan Arie Elbertsz van Anen een huis en erf met 12 hond 25 roeden land gelegen Bovenweg, belend ten oosten Arie Dircksz Loet en Arie Hendricksz Liefste, ten westen Arie Cornelisz Molenaer, Maertje Jansdr, weduwe van Thijs Cornelisz en Pieter Claesz Boscoper, ten zuiden Arie Hendricksz Liefste en ten noorden de Achterweg. Koopsom 500 gulden boven 6 rijksdaalders als speldegeld. [419]
Op 21-10-1667 verkopen Maritje Pietersdr Hijselendoorn, weduwe van Willem Cornelisz Hoogeveen, voor de helft en Dirck Gerritsz Langendam, gehuwd met Maritje Willemsdr Hoogeveen, Jan Cornelisz van Luijck, gehuwd met Neeltje Willemsdr Hoogeveen, Bastiaen Jansz Wittebol, gehuwd met Lijsbeth Willemsdr Hoogeveen, Cornelis Govertsz als man en voogd van Annetje Willemsdr Hoogeveen, Crijn Cornelisz Hoogeveen en Cornelis Cornelisz Baes als testamentaire voogden over Pieter Willemsz Hoogeveen en Annetje Willemsdr Hoogeveen, alsnog minderjarig, allen kinderen en mede-erfgenamen van Willem Cornelisz Hoogeveen voor 6/7 deel in de wederhelft, aan Jan Claesz Vercade, schoonzoon en zwager, gelijke delen in een huis en erf met twee schuren, berg, schuitenhuis en boomgaard gelegen Buitenweg, belend ten oosten voor eerst de verkopers met een erf en daaraan Crijn Cornelisz Hoogeveen eensdeels mede met zeker erf en anderdeels met een eigen sloot en daarover de verkopers met een sloot, ten oosten Crijn Maertensz Snoeckaert, ten zuiden de Voorweg, ten noorden de Nieuwe Vaart en ten westen de weduwe en kinderen van Cornelis Jansz Kuijer en Arie Leendertsz van Tol, belast met 400 gulden ten behoeve van Cornelis Daemsz Hoogenberch te Gouda, waarvan de koper l/7 deel toekomt. Voldaan met een schuldbrief boven de belasting van 626 gulden 15 stuivers 12 penningen.
Vervolg a. 21-10-1667. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Dirck Gerritsz Langendam. [420]
Op 21-10-1667 verkopen dezelfden aan Dirck Gerritsz Langendam 6/7 deel in een turfschuur met staling gelegen Buitenweg, groot 20 roeden, belend ten oosten Joachim Pietersz Moij, ten zuiden Crijn Maertensz Snoeckaert, ten westen de Westvaart en ten noorden Dirck Claesz Hijselendoorn, waarvan de koper l/7e deel toekomt. Koopsom 115 gulden. [421]
Op 21-10-1667 verkopen dezlefden aan Leendert Pietersz Craen een turfschuur met staling gelegen Binnenweg, belend ten oosten de kinderen van Dirck Jansz Verburch, ten zuiden Cornelis Jansz van der Willick, ten westen de Westvaart en ten noorden Leendert Cornelisz Craen. Jongste waarbrief d.d. 11-6-1647. Koopsom 132 gulden. [422]
Op 21-10-1667 verkopen dezelfden aan Gerrit Ponsz 5 grote morgen slagturfland of water met twee schuren gelegen in de Gemenewegs polder, belend ten oosten IJsbrant Claesz Boscoper en Arie Cornelis Paulusz, ten zuiden de Nieuwe Vaart, ten westen Arie Leendertsz van Tol en ten noorden de erfgenamen van Cors Vincentenz. Koopsom 2.000 gulden, waarvan 400 gulden contant en 1.600 gulden met een schuldbrief.
Vervolg a. 21-10-1667. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Pons Gerritsz en Simon Dircksz Langendam. [423]
Op 21-10-1667 verkopen dezelfden aan Jan Cornelisz Engebrechtsz twee partijen slagturfland of water gelegen Bovenweg, het ene belend ten oosten Willem Maertensz Snoeckaert, Dirck Jansz Wittebol, Pieter Claesz Boscoper en Dirck Willemsz, ten zuiden Cornelis Jansz Wittebol en Dirck Jansz Wittebol, ten westen dezelfde Dirck Jansz Wittebol en Dirck Cornelis Engebrechtsz en ten noorden Willem Simonsz Tange en Willem Maertensz Snoeckaert en het andere belend ten oosten Crijn Maertensz Snoeckaert en Willem Maertensz Keijser, ten zuiden Dirck Jansz Wittebol, ten westen Willem Maertensz Snoeckaert en ten noorden Cornelis Ariensz Elsthout alsmede zekere schuurstaal gelegen op het erf, belend ten oosten, ten westen en ten noorden Dirck Jansz Wittebol en ten zuiden de weduwe van Arie Bovenwater, geheel groot 7 morgen 80 roeden. Voldaan met een schuldbrief van 101 gulden.
Vervolg a. 21-10-1667. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Dirck Cornelisz Langendam en Geleijn Leendertsz van der Chijs. [424]
Op 21-10-1667 verkopen dezelfden aan Willem Maertensz Snoeckaert en Arie Cornelisz Craen een turfschuur met staling gelegen Buitenweg, groot 18 roeden, belend ten oosten Pieter van Heijningen, ten zuiden de Bentvaart en ten westen en noorden de weduwe van Andries Claesz. Voldaan met een schuldbrief van 140 gulden.
Vervolg a. 21-10-1667. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Pieter Claesz Craen en Cornelis Ariensz Elsthout. [425]
Op 28-10-1658 verkopen Neeltje Jacobsdr, weduwe van Hendrick Adriaensz Pruijt en Adriaen Hendricksz Pruijt, Govert Hendricksz Pruijt, Claes Hendricksz Pruijt en Jacob Hendricksz Pruijt, Hendrick Adriaensz Geur gehuwd met Pietertje Hendricksdr Pruijt, Dirck Engebrechtsz, man en voogd van Grietje Hendricksdr Pruijt, Neeltje Hendricksdr Pruijt, weduwe van Johannes Paulusz en Maritje Hendricksdr en Annetje Hendricksdr, beiden meerderjarige dochters van Hendrick Adriaensz Pruijt, de voornoemde weduwe en de meerderjarige dochters met hun hulp Gijsbert Gijsbertsz Corfbreijer, aan Dirck Jansz Wittebol en Bastiaen Jansz Wittebol, broers, 2 morgen 3 hond 25 roeden slagturfland of water met een schuur gelegen Bovenweg, belend ten oosten Cornelis Hendricksz van Kempen, ten westen Dirck Jansz van Geneuchten, Jan Fonteijn, Dirck Amen en Jan Jacobsz van der Does, ten zuiden Adriaen Hendricksz Pruijt en ten noorden Dirck Engebrechtsz. Voldaan met een schuldbrief van 569 gulden.
Vervolg a. 28-10-1658. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Claes Jansz, scheepmaker en Cornelis Hendricksz van Kempen. [434]
Op 28-10-1658 verkopen Neeltje Jacobsdr, weduwe van Hendrick Adriaensz Pruijt en Adriaen Hendricksz Pruijt, Govert Hendricksz Pruijt, Claes Hendricksz Pruijt en Jacob Hendricksz Pruijt, Hendrick Adriaensz, Geur gehuwd met Pietertje Hendricksdr Pruijt, Neeltje Hendricksdr Pruijt, weduwe van Johannes Paulusz en Maritje Hendricksdr en Annetje Hendricksdr, beiden meerderjarige dochters van Hendrick Adriaensz Pruijt, de voornoemde weduwe en de meerderjarige dochters met hun hulp Gijsbert Gijsbertsz Corfbreijer, aan Dirck Engebrechtsz, wonende aan de Achterweg, 17/18 deel van 9 hond slagturfland of water met schuur gelegen Bovenweg, waarvan de koper 1/18 deel toekomt, belend in zijn geheel ten oosten Willem Adriaensz Vaerle en ten westen Jan Jacobsz van der Does en Dirck Amen, strekkende uit ten noorden van Cornelis Fransz van Geneuchten af zuidwaarts tot aan de afpaling tussen dit perceel en de partij gekocht door Dirck Jansz Wittebol en Bastiaen Jansz Wittebol. Voldaan met een schuldbrief van 425 gulden.
Vervolg a. 28-10-1658. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Jacob Hendricksz Pruijt en Hendrick Adriaensz Geur. [435]
In een notarieel stuk van 4-1-1653, is Dirric Jansz Wittebol borg voor de somma van ƒ 1240,--. [437]
Op 2-12-1658 verkopen Cornelis Hendricksz van Kempen, Dirck Jansz Wittebol, gehuwd met Grietje Hendricksdr van Kempen, Claes Jansz Soontgen, gehuwd met Magdalena Hendricksdr elk voor zichzelf en voor Neeltje Hendricksdr van Kempen, allen kinderen van Hendrick Cornelisz van Kempen, aan namens hen zelf en namens hun moeder en schoonmoeder Jannetje Cornelisdr aan Cornelis Jansz van der Willick een partij slagturfland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten en ten noorden de koper, ten zuiden de Achterweg en ten westen Cornelis Florisz Uttenbenth. Voldaan met een schuldbrief van 650 gulden.
Vervolg a. 2-12-1658. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [438]
Op 2-12-1658 verkopen dezelfden aan Leendert Adriaensz Slick, wonende aan de Achterweg, een partij slagturfland of water met schuur gelegen Bovenweg, groot 4 morgen, belend ten oosten de kinderen van Govert Cornelisz, Dirck Elbertsz van Anen en Jacob Dircksz Dobbe, ten westen Dirck Elbertsz van Anen en Dirck Jansz Wittebol, ten noorden de verkopers en ten zuiden de laan. Voldaan met een schuldbrief van 515 gulden.
Vervolg a.2-12-1658. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg is Leendert Pietersz Craen. [439]
Op 19-3-1669 verkoopt Leendert Amen, wonende aan de Achterweg, aan Dirck Jansz Wittebol 11½ hond slagturfland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten Willem Maertensz Keijser en Pieter Claesz Boscoper, ten zuiden en westen Willem Cornelisz Hoogeveen en ten noorden dezelfde en Willem Maertensz Snoeckaert, nog 3 morgen 50 roeden slagturfland of water gelegen als voren, belend ten oosten voornoemde Hoogeveen en de koper, ten zuiden Willem Tonisz, ten westen Jan Amen en ten noorden Dirck Engebrechtsz. Koopsom 1.160 gulden boven 24 gulden 9 stuivers als speldegeld en nog met 290 gulden te betalen binnen 14 dagen na heden. [440]
Op 5-12-1672 verkopen Jacob Ariensz Elsthout, gehuwd met Maritje Eeuwoutsdr, Claes Amen Akersloot en Jan Maertensz Snoeckaert als testamentaire voogden over Dirck Eeuwoutsz, beiden kleinkinderen en erfgenamen van Anna Cornelisdr, in haar leven weduwe van Dirck Cornelisz Roos, aan Dirck Jansz Wittebol 4½ hond heel land gelegen Binnenweg, strekkende uit ten zuiden van de Achterwegse Binnenwetering af noordwaarts tot de afpaling tussen deze partij en de partij gekocht door Simon Pietersz Langendam, belend ten oosten de kinderen van Jacob Cornelisz Houweling en ten westen de weduwe van Cornelis Jansz Wittebol en Arie Dircksz van Leeuwen. Voldaan met een schuldbrief van 1.105 gulden.
Vervolg a. 5-12-1672. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Huijch Thijsz Morael en Cornelis Gerritsz van Kempen. [441]
Op 26-1-1675 verkoopt Dirck Jansz Wittebol, wonende aan de Achterweg, aan Claes Amen Akersloot 4½ hond slagturfland of water gelegen Binnenweg, belend ten oosten Pieter Claesz Craen, ten zuiden de Achterwegse wetering, ten westen de weduwe van Cornelis Jansz Wittebol en Arie Dircksz van Leeuwen en ten noorden Simon Pietersz Langendam. Voldaan met een schuldbrief van 1.050 gulden en 4 ducatons als speldegeld.
Vervolg a. 26-1-1675. Bovengenoemde schuldbrief met hijpotheek op het gekochte. [442]
Op 22-6-1676 verkopen Jan Thijsz Houweling en Cors Thijsz Houweling, Arie Dircksz Loot, gehuwd met Maritje Thijsdr Houweling en Leendert Leendertsz van Tol als man en voogd van Geertje Thijsdr Houweling, allen kinderen en erfgenamen van Thijs Corsz Houweling, voor zichzelf en vervangende hun moeder Maritje Jansdr, aan Dirck Jansz Wittebol 3 hond 65 roeden heelland in de Binnenwegse polder, strekkende uit ten zuiden van de afpaling tussen dit perceel en de partij gekocht door Dirck Egbertsz Langenbenth af noordwaarts tot Jan Joppenz, belend ten oosten de weduwe van Abraham Geleijnsz Roos en ten westen Arent Jansz Berckel. Voldaan met een schuldbrief van 550 gulden boven 3 ducatons als speldegeld.
Vervolg a. 22-6-1676. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Bastiaen Jansz Wittebol en Cornelis Ariensz Molenaer. [443]
Op 22-6-1676 verkoopt Maritje Woutersdr Cleijenburgh, weduwe van Willem Jansz Clevesteijn, wonende te Koudekerk met haar zoon Wouter Willemsz Clevesteijn, aan Dirck Jansz Wittebol en Ariaentje Jansdr Wittebol, weduwe van Arie Cornelisz Molenaer, een partij hooiland in de Rietveldse polder, belend ten oosten Cornelis Sijmonsz Keijser, ten zuiden de Rietveldse vaart, ten westen Willem Maertensz Keijser en ten noorden Arie van Buuren, belast met 16 pond erfpacht per jaar ten behoeve van het Sint Jans Hofje te Leiden. Koopsom 1.800 gulden. [444]
Op 14-11-1678 verkopen Claes Pietersz Vercade, Pieter Abrahamsz en Maerten Abrahamsz en nog voornoemde Claes Pietersz Vercade als testamentaire en Joost Pietersz Remunt als gekozen voogden over Jacob Abrahamsz en Isaack Abrahamsz, beiden minderjarige kinderen van Machtelt Pietersdr Vercade, Jan Claesz Dwaling, gehuwd met Aeltje Pietersdr Vercade, Maritje Jacobsdr, gehuwd geweest met Pieter Pietersz Hoogendijck, geassisteert door Eeuwout Cornelisz Craen, haar hulp, gezamenlijk erfgenamen van Neeltje Jansdr Vercade, hun moeder, schoonmoeder en grootmoeder, aan Arie Hendricksz Pruijt en Jacob Hendricksz Pruijt, wonende aan de Achterweg, tezamen de helft en aan Dirck Jansz Wittebol, mede wonende alhier, de wederhelft van 17 hond land in de Binnenwegse polder, belend ten oosten Arie Cornelisz Craen, ten zuiden de Achterweg, ten westen Jacob Verburgh en de weduwe van Jan Cornelisz van Rijn en ten noorden de Nieuwe Vaart. Koopsom 2.650 gulden, waarvan betaald door de Pruijten 1.325 gulden contant en door Dirck Jansz Wittebol 864 gulden 5 stuivers contant en 460 gulden 15 stuivers met een schuldbrief.
Vervolg a. 14-11-1678. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [445]
Wordt Elisabeth Dircks Wittebol echt 95 jaar oud of is dit een andere?
Op 3-12-1676 verkoopt Claes Jansz van der Wilck aan Trijntje Jansdr Wittebol een huis en erf met schuur gelegen Binnenweg gelegen omtrent het Dorp, belend ten oosten en zuiden Arie Leendertsz Slootwech, ten westen Huijch Tijsz en ten noorden de Heerweg. Koopsom 467 gulden 10 stuivers, waarvan 236 gulden contant en 231 gulden 10 stuivers met een schuldbrief.
Vervolg 3-12-1676. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [475]
Op 14-5-1658 verkoopt Dirck Willemsz Koij, wonende aan de Achterweg, aan Huijch Thijsz een huis en erf met boomgaard gelegen aan de Achterweg, groot 1 hond, belend ten oosten Jan Cornelisz Hert, ten westen Pieter Leendertsz van Tol, ten noorden de Achterweg en ten zuiden Adriaen Amenz van Griecken. Voldaan met een obligatie van 442 gulden alsmede 1 rozenobel tot speldegeld. [476]
Op 9-5-1667 verkopen Jan Claesz Hijselendoorn en Dirck Claesz Hijselendoorn aan Huijch Thijsz en Jan Claesz Dwaling, wonende aan de Achterweg, 1 hond 75 roeden slagturfland of water gelegen Bovenweg, belend ten oosten Jan Claesz Dwaling, ten zuiden de verkopers, ten westen Dirck Willemsz Koij en ten noorden voornoemde Dwaling. Koopsom 560 gulden, waarvan 150 gulden contant boven 20 gulden speldegeld en 410 gulden met een schuldbrief.
Vervolg a. 9-5-1667. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [477]
Op 18-6-1671 verkopen Cornelis Ariensz Craen, Dirck Cornelisz Craen, Arie Cornelisz Craen en Trijntje Cornelisdr Craen, nagelaten mondige kinderen van Lijsbeth Dircksdr en Cornelis Ariensz Craen, aan Huijch Thijsz een huis en erf gelegen Binnenweg, belend ten oosten Claes Jansz van der Wilck, ten zuiden Arie Leendertsz Slootweg, ten westen Arie Maertensz Decker en ten noorden de Voorweg, belast met de helft van 1/6 van 1/5 tot onderhoud van Jaep Pier Kranenbrugge. Voldaan met een schuldbrief van 425 gulden.
Vervolg a. 18-6-1671. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg is Dirck Jansz Wittebol. [478]
Op 12-11-1674 verkoopt Cornelis Jansz van der Wilck aan Huijch Thijsz Morael en Leendert Cornelisz van Tol 4 hond 75 roe heelland gelegen Binnenweg, strekkende uit ten zuiden noordwaarts tot de weduwe van Arie Cornelisz Molenaer, Leendert Pietersz Craen en Arie Hendricksz Elsthout, belend ten oosten Cornelis Ariensz Diependorst, de voorseids Elsthout en de Molenweg en ten westen de Westvaart. Voldaan met een schuldbrief van 805 gulden en 1 zilveren ducaton.
Vervolg a. 12-11-1674. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [479]
Op 29-5-1679 verkoopt Leendert Pietersz Craen aan Apolonia Jansdr Wittebol, weduwe van Huijch Thijsz, een schuurstaal gelegen Binnenweg, belend ten oosten de weduwe van Arie Cornelisz Molenaer, ten zuiden de koopster, ten westen de Westvaart en ten noorden de weduwe van Leendert Cornelisz Craen. Koopsom 55 gulden. [480]
Op 12-8-1678 verkoopt Jan Cornelisz de Bruijn aan Pieter Pietersz Wittebol een partij slagturfland of water gelegen Binnenweg in de Binnenwegse polder, eertijds gekomen van Leendert Smetser, belend ten oosten de weduwe van Abraham Geleijnsz Roos, ten zuiden de Achterweg, ten westen Cornelis Ariensz Rutten en ten noorden Jan Quoot, nog een partij slagturfland of water gekomen van Arie Elbertsz van Anen, belend ten oosten en zuiden de koper, ten westen Jan Quoot en ten noorden Arie Cornelis Paulusz, nog een partij eertijds gekomen van Cornelis Dirck Heijn Ruttenz, belend ten oosten de Remonstrantse kerk van Zoetermeer, ten zuiden en westen de koper en ten noorden Arie Cornelis Paulusz, nog een partij gekomen van Cornelis Simonsz Wittemoer, belend ten oosten Arie Aertsz en de erfgenamen van Anna Cornelisdr, ten zuiden de Achterweg, ten westen Willem Geleijnsz Roos en ten noorden de koper, welke partijen de verkoper laatst zijn aangekomen van Cornelis Jansz van der Wilck. Koopsom 750 gulden, waarvan 378 gulden contant en 372 gulden met een schuldbrief.
Vervolg a. 12-8-1678. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Jan Davidsz Boscooper en Jan Cornelisz Soontgen. [482]
In een acte van 25 Maart 1748, vraagt Abraham Pietersz Wittebol ontheffing over zijn voogdschap en het beheer over de nagelaten inboedel enz. van Wouter Jacobsz Vis en Machteld Jacobs van de Geneugte, hem opgedragen bij test. beschikking van 14 Dec. 1722, hij draagt dit over aan zijn schoonzoon Pieter van Willigen, Gerechtsbode en Gaarder van de middelen op het beestiaal, binnengebrouwen, bieren, wijnen, mee-azijn, brandewijn en verdere gedistilleerde waren, "om zeer wettige redenen".[490]
Volgens het Haarlemsche Poorterboek, vestigt zich aldaar 1752 Pieter Wittebol, scheepseigenaar en handelaar in turf, komende van Hazerswoude, met acte voor hem op de Kleine Houtwegh, oostzijde. Volgens het grafboek der Nieuwe Kerk te Haarlem, wordt aldaar 29 Mei 1792, in eigen graf begraven Pieter Abrahamsz Wittebol 73 jaar, ziekte verval van krachten , onder de classis van ƒ 15. Het zelfde grafboek, meldt 8 Mei overleden en 12 Mei 1798 in het eigen graf, Nieuwe Kerk begraven Elisabeth Hussen, oud 77 jaar, ziekte koortsen, onder de classis van ƒ 30.[494]
In een notariële acte, waarschijnlijk tevens gepresenteerd aan Heer, Bailjuw en Schepenen van Hasaertswoude, den 20 Jan, 1755, opgemaakt vraagt Maria Wittebol, huijsvrouw van Pieter van Willigen, gaerder op gedisteleerd, inkomende granen, tabak enz. borg voor haar man te mogen wezen. 30 Jan. 1772 wordt deze acte geroijeerd, evenzoo van twee andere borgen, Gerard Spoors en Paulus Batelaan, beide schepenen van Hazerswoude. Het echtpaar maakt 27 Nov. 1750 testament, met vernietiging van alle reeds bestaande stukken , de langst levende hunner, universeel erfgenaam wordt, van alle roerende of onroerende goederen. Maria Wittebol, sterft 4 April 1783, als weduwe van Pieter van Willigen, en wordt te Hazerswoude begraven, onder de classis van ƒ 30. De aangifte is onderteekend door P. Wittebol en J. Breeroo.[496]
3508. THIJS CORSE HOUWELING, geb. ca. 1590, beg. Hazerswoude 6-11-1652[501], vermeld in de transportregisters van Hazerswoude (1640-1647),
woont te Hazerswoude (1640-1647),
tr. vóór ca. 1615[502]
3509. MARIJTGEN JANS VAN GENEUCHTEN, geb. ca. 1600, beg. Hazerswoude na 19-7-1677 (als Maertje Jans, wed. van Tijs Corssen).
Vul aan akten 1611
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Op den Achterwech te Hazerswoude : Tijs Corssoon ende Maritgen Jansdr met Cornelis, Maritgen, Geertgen, Jan ende Cors heure kinderen, 7 hoofden.
Op 22-6-1676 verkopen Jan Thijsz Houweling en Cors Thijsz Houweling, Arie Dircksz Loot, gehuwd met Maritje Thijsdr Houweling en Leendert Leendertsz van Tol als man en voogd van Geertje Thijsdr Houweling, allen kinderen en erfgenamen van Thijs Corsz Houweling, voor zichzelf en vervangende hun moeder Maritje Jansdr, aan Dirck Egbertsz Langenbenth 7 hond 10 roeden heelland in de Binnenwegse polder, strekkende uit ten zuiden van de Achterwegse wetering af noordwaarts tot de afpaling tussen het verkochte en de partij gekocht door Dirck Jansz Wittebol, belend ten oosten de weduwe van Jan Cornelisz van Rijn en ten westen Arent Jansz Berckel. Voldaan met een schuldbrief van 1.100 gulden.
Vervolg a. 22-6-1676. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Arie Hendricksz Pruijt en Jacob Hendricksz Pruijt. [503]
Op 26-6-1676 verkopen dezelfden aan Dirck Jansz Wittebol 3 hond 65 roeden heelland in de Binnenwegse polder, strekkende uit ten zuiden van de afpaling tussen dit perceel en de partij gekocht door Dirck Egbertsz Langenbenth af noordwaarts tot Jan Joppenz, belend ten oosten de weduwe van Abraham Geleijnsz Roos en ten westen Arent Jansz Berckel. Voldaan met een schuldbrief van 550 gulden boven 3 ducatons als speldegeld.
Vervolg a. 22-6-1676. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Bastiaen Jansz Wittebol en Cornelis Ariensz Molenaer. [504]
3510. GOVERT PIETERS VAN HIJZELENDOORN (ook BROER?), geb. ca. 1590, beg. Hazerswoude 12-11-1656[505]
of 13-11-1656[506]
, j.g. wonend te Hazerswoude (1621),
vermeld in de transportregisters van Hazerswoude, wonend in de Bent (1645-1650),
tr. Leiden schepenen 22-5-1621 (als Govert Pietersz)[507]
[508]
3511. DIEWERTGEN DIRCXDR, geb. ca. 1600, beg. Hazerswoude 30-4-1667, j.d. wonend te Hazerswoude (1621).
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Govert Pietersz ende Dieuwer Ariensdr, 2 hoofden.
COMMENTAAR(¥) Zou Dieuwer Ariensdr identiek zijn met Dieuwertgen Dircxdr? De vader van Dieuwertgen Dircxdr heet Dirck Ariens Janse, dus dat is mogelijk.
3520. CORNELIS (SCHANSMAN), alleen bekend uit het patroniem van zijn vermoedelijke zoons.
Op 20-2-1654 verkopen de voogden over de nagelaten weeskinderen van Jacob Ariensz. Sevenbergen en Lijntgen Jans een pand met toebehoren aan de oostzijde van de IJsselmondse Hordijk aan Cornelis Jansz Schansman. [509]
Op 9-3-1659 verklaren Jan Cornelisz Schansman, 60 jaar en Pietertgen Pieters, weduwe van Pieter Cornelisz, 27 jaar, op verzoek van Pleun Quirijnen Huijser dat Quijrijn Quirijnen Huijser (halfbroer van Pleun) toen hij getrouwd was samen met zijn vrouw bij zijn moeder Neeltgen Gerrits, weduwe van Quirijn Adriaensz Huijser, heeft ingewoond. Ook zijn broer Gerrit Quirijnen Huijser en zijn zus Leija Quirijnen Huijser hebben daar ingewoond. Schansman was hun buurman en Pietertgen was dienstmaagd bij Neeltgen. [510]
Op 21-4-1655 testeren Cornelis Jansz Schansman en Stijntgen Arijens (ziek op bed liggende), wonende aan de Hordijk te West IJsselmonde, echtpaar, en benoemen elkaar tot erfgenaam. [511]
Op 26-3-1656 benoemen de zieke Arijen Quirijnen de jonge te Oost IJsselmonde en Neeltgen Jansdr. Schansman (zwanger zijnd), als voogd over eventueel na te laten minderjarige kinderen hun naaste bloedverwandten. [512]
3522. DIRCK PIETERS VAN DER GOUDE, geb. vóór ca. 1560, ovl. 1607-1649, tr. 2o Ridderkerk 25-11-1607[513] FYCKEN ARYENS, wed. van NN, tr. 1o vóór ca. 1585[514]
3523. NEELTJE CORNELISDR, geb. vóór ca. 1565, ovl. vóór 1607, tr. 1o vóór ca. 1585[515]
EGBERT NN, ovl. vóór ca. 1585.
Op 15-11-1649 compareren Cornelis Dirks van der Goude, Willem Cornelisse Schansman als man van Sytgen Dirksdr, Jan Henricxz als man van Pietertje Dircksdr, kinderen en erfgenamen van 's vaders zijde, voor de helft, ende Henrick Egberts voor sijn selven mitsgaders hem sterck maeckende voor Govert Bastiaens ende voor Jacob Willems Moockhoek als man van Jorisje Cornelisdr(¥) ende noch als oom ende bloetvoocht, hier mede present, neffens Jan Aryens Punct, mede oom ende bloetvoocht van de nagelaten weeskinderen van sa. Lenert Aryens Punct en Lyntgen Egbertsdr sa., ende noch transport hebbende (soo hij seyde) van Bastiaen Cornelisse, all tesamen mede kinderen ende erfgenamen van 's moeders syde elc voor een gerecht sesde part, in de wederhelft van de nagelaten boedel van sa. Dirck Pieters van der Goude ende Neeltje Cornelisdr sa. hare vader ende moeder, schoonvader ende schoonmoeder respectieve. Zij verkoopen ende transporteeren aan Cornelis Henricxs als man van Grietje Gornelisdr(¥), eertijds weduwe van Gijsbert Daniels die mede een dochter is van de voors. Neeltje Cornelisdr sa. ende oversulcks mede-erfgenaam in de wederhelft voor een gelijck sesde part, een huysinghe, erve ende boomgaert aan den buytenkant van den droosgewaerd onder dese jurisdictie. [516]
COMMENTAAR(¥) Het is onduidelijk hoe Jorisje Cornelisdr en Grietje Gornelisdr verwant zijn aan Neeltje Cornelisdr. Het lijkt onwaarschijnlijk dat zij haar zusters zijn, doch als zij haar dochters zijn zou Neeltje Cornelisdr met een Cornelis NN getrouwd moeten zijn geweest, hetgeen nergens in de akte blijkt. Of zouden Jorisje en Grietje wel dochters zijn die het patroniem Cornelisse van hun moeder hebben overgenomen?
Op 17-4-1631 koopt Lenert Ariens wooninge, berch, schuyre en boomgaard, staende en gelegen onder Nieuw-Reyerwaerd aan Slickerveer op de 22e hoeve volgens het dorpscohier. [521]
Op 15-11-1656 koopt Bastiaen Cornelisse Bestebreur huys, berch, keet, metten eigendomme van de coerffen daeraan behoorende, staende en gelegen in den dorpe van Maasdam. [522]
Op 1-5-1675 koopt Ary Leenderts Punt van Gerrit Sydervelt huis en erve aan de Zuid-Beierlandsche dijk, en ruilt dit huis en erve op 11-5-1678 tegen een huis binnen het dorp Klaaswaal. [524]
Op 3-3-1680 koopt Aryen Leenderse Punt, onse inwoonder in Claaswaal, huis e.a. aan de dijk van Klaaswaal. Idem, wonende aan de dijk van Groot-Cromstrijen, transporteert dit huis 1-4-1685 aan Dammas Gerrits. [525]
Op 4-1-1698 sluiten Lysbet Gerrits Kraeck en haar kinderen Gerrit Aryens Punt, oud omtrent 23 jaar, Leendert Aryens Punt, oud 18 jaar, en Neeltje Aryens Punt, oud 13 jaar, een accoord. [526]
3536. LEENDERT ARIENS GELDER, ovl. vóór 1667, woont aan de Molendijk onder Ridderkerk, tr.
3537. NEELTIE WILLEMS, ovl. vóór 1667.
Een Leendert Gelder wordt beg. (rekeningen kerkmrs) Geref. Kerk Charlois 15-2-1664.[527]
Op 16-4-1667 compareren de eerzame Pleun Leenderts Gelder, Willem Leenderts Gelder en Arij Leenderts Gelder, allen kinderen en erfgenamen van Leendert Gelder ende Neeltie Willems haar comparanten vader en moeder beiden zaliger in haar leven gewoond hebbende aan de Molendijk onder Ridderkerk. Zij verdelen in vriendschap de boedel. Pleun Leenderts Gelder valt ten deel een boomgaard gelegen boven veertien voeten van de voors. dijk waar aan belent is ten oosten Berber Teunis, en nog de helft van zeven ackeren griend staande op zelve twaalf roeden medegelegen aldaar waarvan de wederhelft is toekomede Pleun Willems. De voorn. Willem Leenderts Gelder is ten dele gevallen een huis en boomgaard waar van de diverse tuijnen bij de voorn. Pleun Leenderts en Willem Leenderts tot laatste is nemende den dijck, mitsgaders 't uitpad ieder voor zijn werf ende griend en boomgaard gelijk daaraan van ouds is geweest, als mede schouw daarop te verwachten en te voldoen. De voorn. Arij Leenderts Gelder is ten dele gevallen een som van 130 car. gld, en is gelijk betaald uit handen van voorn Pleun Gelder, zijn broer, en beloven elkaar over en weer het volle effect ervan te zullen laten genieten. Pleun Leenderts Gelder en Arij Leenderts Gelder, ondertekenen met een handmerk, Willem Leenderts Gelder met een kruisje.[528]
3540. JACOB LAMBRECHTSZ SNOEK, geb. (Gorinchem ?) ca. 1597 (oud 53 jaar in 1650), ovl. 1664-1669,[529]
(voor 13-11-1669 te Sleeuwijk ten huize van Corn A. Snoeck [530]
), heemraad, schepen van Sleeuwijk (1650),[531]
tr. 2o voor 21-2-1649[532]
[533]
MAIJKEN HERMENSDR VERSCHOOR, ovl. 1649-1660, dr. van Herman Melissen Verschoor en Pietertje Joppen,[534]
tr. 3o (huw. voorw. Gorinchem 12-4-1660) [535]
,[536]
MAYKE JOOSTENDR SNOEK, geb. Emmikhoven, tr. 1o voor 1630[537]
[538]
[539]
3541. LEITGHEN NN.
3542. MELIS ADRIAENSEN VERSCHOOR, geb. (Sleeuwijk?) ca. 1600, ovl. 1636-1639, tr.[540]
3543. MAIJKEN JANS, geb. (Sleeuwijk?).
3550. GERRIT (VAN WASSENBERGH).
3580. JAN (DE LANGE)(¥).
| COMMENTAAR(¥)
Hij is mogelijk identiek met
- Jan Abrahamsz x Leentje Corssen die 1649 een zn. Arien laten dopen waarbij getuigen zijn Dirk Abrahamsen en Machtelt Cornelis. - Jan Dircxe de Lange, vermeld te Leimuiden in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 3 personen in de klasse arbeiders en onvermogenden. [541] |
3616. BREUNIS CRAEYENKAMP, geb. Barneveld ca. 1606, landbouwer aldaar.
tr. Barneveld 1628
3617. HENDRIJNA WILLEMSDR., j.d. van Barneveld.
| COMMENTAAR(¥) In het register Familiegeld Amersfoort (1675) komen nog voor Rijck Breunis en Hendrick Breunis. Zijn zij verwant? |
COMMENTAAR(¥)
Wie is
Antony Reiniersen Kraaykamp,
j.m. wonend te Amersfoort,
otr./tr. Amersfoort geref 12/29-3-1723
Willemijntje Severijn, j.d. wonend te Amersfoort.
|
3642. EVERT (NN).
3646. REIJER WILLEMSZ, ged. Scherpenzeel 28-3-1612, tr. Leusden 7-7-1634[544]
3647. HENDRIKJE CORNELIS, geb. Leusden vóór ca. 1615.
Op 31-12-1692 verkopen Dirck Henrickse Bonecamp en zijn vrouw Claertje Reijers, Beernt Lasserij en zijn vrouw Mechteld Reijers, Ceel Jansen en Jannitgen Reijers, insgelijks echtelieden, alle wonende binnen deze stad, mitsgaders Jannitgen Willems, weduwe van Willem Reijersse te Amsterdam, aan Claes Claessen Mierus, voerman, zijn vrouw en hun erfgenamen, een camp land, daar van een morgen aan Cornelis van Liender verkocht is, genaamd de Geercamp soo groot en klein dezelfde gelegen is tegenover de behuizing genaamd het "Swarte Berghje", belend aan de oostzijde de Lieve Vrouwe Capelle, aan de zuidzijde het voorzeide morgen land, aan de westzijde het bos van Hooft, aan de noordzijde de heuvel van Vlooswijck's erfgenamen. [545]
7296. AERT OLOFSEN, huurt een huis achter aan de Coornmerct (voor 1644), tr. vóór 1644
7297. ANNA CLAES.
Op 13-5-1644 verkopen Thijman Reijersen Calveen en Petertgen Henricx echtelieden., aan Peter Petersz Both, wieldraaier en Maijken Lasson zijn huisvrouw en hun erven, 'n huis achter aan de Coornmerct, bestaande in voorhuis, keuken en kamer, laatst door Aert Oloffssen in huur gebruikt, strekkende voor van de straat waar 'n huis staat tot' de Krommestraat daarachter. belend aan de ene zijde: Gijsbert Gijsbertsz van Lilaer, tinnegieter, aan de andere zijde: Jan Abrahamsz Cool. Op last van 1 gld en 10 st. t.b.v. St Joriskerk en 2 gld, en 18 st, jaarlijks aan zekere Vicarije. Nog ƒ 500,-- hoofdsom, t.b.v. Maritgen Gijsberts, weduwe van Aert Verhell. Overeenkomst over bewoning en betimmering van de woning. [550]
Op 9-6-1646 verkopen Peel Henricsz Koest (Roest?) voor hem en zijn erfgenamen., aan Aert Oloffsz en Anna Claes zijn huisvrouw en hun erven., een huis en hofstede in de Crommestraet, belend aan de ene zijde: een gemene steeg, aan de andere zijde: de kinderen van Herman Woutersz Buijs. [551]
3648. OLOF (OLEPHIER)AERTSZ (COCK?/VAN CEULEN?), ovl. 1660-1675. Aaltje Reijers, wed. van Oloff Aardsen in de Krommestraat te Amersfoort, betaalt ƒ 12,10,-- Familiegeld (1675).[552]
Op 7-2-1667 testeren: Oloff Aertsz van Ceulen (tekent: O. Aertsz, schoolmeester, borgers en inwoonders van Amersfoort) Echtgenoot Aeltgen Reijers van Rootselaer (tekent: Aeltgen Reijers) Akten Testament: 7-2-1667 (ouden stijl) Notaris R. van Ingen AT008 a002 folio 136 V. Open brieven van Octroij (Hove van Utrecht) d.d. 12-10-1666. Over en weer bemaken zij elkaar de levenslange lijftocht van al hun na te laten goederen, inclusief juwelen, met een volkomen bewind en administratie. Zij secluderen de Weeskamer. Aeltgen Reijers van Rootselaer legateert uit haar na te laten goederen aan haar broeder Brandt Reyersz. van Rootselaer of bij vooroverlijden, diens dochter Barbara Brandtsdr 100 Caroli gulden. Onverminderd de lijftocht bemaken de testateuren al hun na te laten goederen, inclusief de lijfsklederen van Oloff Aertsz. (maar niet die van zijn vrouw en haar kleinodien en juwelen van goud en zilver) aan de nagelaten onmundige zoontjes van haar broeder Christiaen Reijersz. van Rootselaer zaliger (in zijn leven boeckvercoper) en Mechtelt Aerts van Ceulen, diens nagelaten weduwe (zijn zuster), in gelijke portien: - Arnoldus Christiaensz. van Rootselaer; - Reijnier Christiaensz. van Rootselaer. - Wilhelmus Christiaensz. van Rootselaer. Bij hun overlijden te vererven op elkaar wanneer zij geen nalatende geboorte hebben. Mocht Oloff Aertsz. van Ceulen overlijden voor zijn moeder Anna Claes, weduwe van zijn vader Aert Oloffs. van Ceulen, dan zal bij expiratie van de lijftocht van zijn vrouw aan deze goederen, de levenslange lijftocht daarvan toekomen aan zijn moeder. Verder is het een voorwaarde dat mocht een van hun neefjes trouwen met een dochter van Aernt Jacobsz. Buijs (bombasijdeverwer, tegenwoordig wonend in de Slijckstraet), deze neef dadelijk onterfd zal worden en zal diens portie vervallen op zijn broeders of hun resp. geboorte, die niet getrouwd zijn met een dochter van voornoemde Aernt Jacobss. Buijs. Zij stellen tot mombers en administrateurs over hun neefjes: - Johan van Groeningen (apotecair); - en Peter Fredericks. Noroth (glaseschrijver, borgers en inwoonders van Amersfoort). Onder het geven van een jaarlijkse afrekening voor de Weesmeesteren of de Weeskamer, met behoorlijk salaris, zonder bewind of opzicht op de kinderen of hun goederen. Akte ten huyse van de comparanten, staande in de Crommestraat. Getuigen: Steven Alberts. Thonis Aelten Versteech tekent: Antony Aelten, backer) en Elbert Jans. (tekent: Elbert Jans van Hoevelaeck, backer), allen borgers en inwoonders van Amersfoort. [553]
Op 7-2-1667 testeren: Aeltgen Reijers van Rootselaer (tekent: Aeltgen Reijers, borgerse en inwoonster van Amersfoort) huysvr. van: Oloff Aerts van Ceulen, schoolmeester te Amersfoort. Zij legateert aan Dirckgen Jacobs, mundige nagelaten dochter van Jacob Dircxs Neus zaliger en Marritgen Jansdr, diens nagelaten weduwe (wonende bij de Camppoort binnen Amersfoort), al haar klederen en haar kleinodien en juwelen van goud en zilver tot haar lijve behorende. Behoudens dat haar man, indien hij dat begeert, daaraan zijn lijftocht heeft, volgens hun gezamenlijk testament op heden voor mij notario. Zij legateert nog aan dezelfde Dirckgen Jacobsdr een bed met hoofdpeluw, zijnde het beste naast het beste. In dit legaat consenteert haar man, die mede compareert. Akte ten huyse van de comparanten, staande in de Crommestraet. Getuigen: Steven Albertsz Versteech (tekent: Steven Versteech), Thonis Aelten (tekent: Antonij Aelten, backer) en Elbert Jansse (tekent: Elbert Jans van Hoevelaack, backer), allen borgers en inwoonders van Amersfoort. In margine is genoteerd dat dit codicil d.d. 22-4-1674 herroepen is door een ander codicil voor Notaris Reijnier van Ingen. [554]
| COMMENTAAR(¥) Aert Oloffzn not. get. (1616..1640), boeckbijnder (1632, 1637) Aert Olofszn. van Ceulen (1644-1646), olof aertszn not. get 1647 1648 Mr. Oloff Aertsz. van Ceulen (tekent: O. Aertz.. Duijts schoolmeester) not.get. (1667), Henrick Oleviers Cock not. get. 1688 |
| COMMENTAAR(¥) Aert Oloffsz (boekvercoper) en zijn huysvrouw (of hun kinderen) 25 gulden en zes van de "hembden" van de comparante. Semmendochter, Arisgen Wouter legateert [555] Willemtgen Jorriaensdr. (weduwe, boedelharster en lijftochterse, borgerse en inwoonster van Amersfoort) Echtgenoot (wed. van:) Jan Marsile Tahier (bombasijdewercker op de Breedestraet binnen Amersfoort) Zij legateert aan: - Oloff Aertsz. van Culen (schoolmeester) en zijn vrouw Aeltgen Reijers van Rootselaer samen de beste eiken kast, die staat in het voorhuys en 250 Carolus gulden. Testament: 25-02-1667 (oude stijl) Notaris R. van Ingen AT008 a002 folio 150 V |
| COMMENTAAR(¥)
Is Aert Oloffsz, beg. Amersfoort St. Joriskh. 15-10-1646, mogelijk zijn vader, en
Aert Olofsz, ovl Amersfoort (reg. beg. Pietersgasthuis) 8-3-1586, mogelijk zijn overgrootvader? |
Op 1-4-1653 verklaren Frans Lamphertsz, burger, glazenmaker en Teuntje Gerrits, zijn vrouw, schuldig te zijn aan Olephier Aertsz van Ceulen een hoofdsom van 300 gulden, met een losrente van 18 gulden per jaar. Zij stellen als onderpand een huis bestaande uit twee woningen aan de Hof, belend aan de ene zijde de weduwe van Claes van Geijn, aan de andere zijde Gosen Reijersz. In de marge: Oloff Aertzen verklaart van Frans Lampfen van Schaacke, glazenmaker, de schuldsom ontvangen te hebben, waarvan akte d.d. 24-7-1660. [556]
COMMENTAAR(¥)
Elisabeth Oloffsz, echtgenote van Govert van Groenendael, krijgt octrooi om te testeren, 2-11-1685.[557] Is zij een dochter?
Op 20-2-1658 verkopen Aert Fennis, timmerman en Lijsbeth Oloffs, zijn vrouw, aan Anthoni Cruijff, zijn vrouw en hun erven, een huis op dehoek van de Sprengel bij de Varkensmarkt belend aan de ene zijde: de Sprengel, aan de andere zijde: Aelt Wouterzen, hoedenmaker. 300 gulden aan Jacob Simonsen Verhoeff, burgemeester van Naarden. Voldaan. [558] Op 19-3-1661 verkopen Lowies Olivier en zijn vrouw Marritgen Wouters, aan mr. Gisbert van Dompselaer, schepen, een huis en hofstede, gelegen in de Muurhuizen belend aan de ene zijde: ten oosten Casper Oloffsz, bombasijdewerker, aan de andere zijde: ten westen mr. Gisbert van Dompselaer. : Compareerde ter secretarie alhier Bartholomeus van Olden Barnevelt voor sijn selven ende Joost van Dijck nomine uxoris ende bekende van de capitale sommen van 150 gld in de nevenstaande plechte vervat met de verschenen interesse vandien in qualite als erfgenamen van salige mr. Gijsbert van Dompselaer voldaen ende betaelt te sijn. Actum 27-8-1675. [559] |
Verklaring afgelegd "Ten Tijde Der Troubles Tot Amersfoort, 1703"
Wij Borgemeesteren ende Schepenen der stad Amersfoort, certificeeren Dat voor ons gecomen is, Gerritje Bastiaans, huisvrouw van Oloff Dircksen Cock, Borger alhier! oud omtrend 40 jaeren, verdagvaert, verclaerende onder solemnelen eede wettelijck afgenoomen ten verzoeke van Henrick Both, regerende Borgemeister dezer stad, waerachtig te wesen. Dat op Donderdagh den 19 April deses jaers 1703 des naermiddag wesende ten huyse van voorz. Hr. Both, requirant, makende aldaar schoon ende wesende int voorkamertje, alsdoen gehoord heeft, dat hij heer Both seer vloeckte, ende met de voeten tegen de aerde trapte en tegen zyn huysvrouw seyde, al praat gij nogh sooveel, ik sal dogh het Burgermeesterampt niet aennemen, dat sij getuyge de huysvrouw van gemelte Both alsdoen heeft horen seggen ende gezien haer man omhelsen al schreijende en seggende, liefste ick versoeck neemt dogh aen om U kinderen, ende den Borger te stillen, ende dat zij getuyge medeschreijende hem heer Both daermede toe versogt en gebeden heeft, omdat de Borgers in ruste comen souden. Hij heer Both seyde, tiswel sal alsdan oock medegaan, maar neemt het dogh niet aan, dat sy getuyge even daerna nogh gesien heeft dat eenige Borgeren by haer hebbende een vaendel voor de deur van gemelte heer Both syn gecomen om hem als Burgemeester op 't stadhuys te halen 't welck de Heer Both al wederom tegensprack en thoonde volcomen ongenegen te wesen het Borgermeesterampt aen te nemen, dogh eindelyck heeft laten bewegen en daerop is medegcgaen. Soo waerlyk machte haer getuijge God Almaghtig helpen, des toorconde hebben wy stads secreetsegel onder op 't spatium deses doen drucken - 12 October 1703. - [560]
| COMMENTAAR(¥) zoek op |
3658. NN (WULPHERT?) (VAN DIJCK), tr.
3659. WOUTERTJEN CORNELIS, ovl. na 1666.
3662. HENRICK BOSSEN (BOSCH)(¥), ovl. na 1660 burger van Amersfoort, tr. vóór ca. 1655
3663. MECHTELTGEN HENRICX, geb. vóór ca. 1635, ovl. na 1660, burger van Amersfoort.
| COMMENTAAR(¥) In 1653 en 1657 is sprake van de onmondige kinderen van Henrick Bosch zaliger. Een andere Henrick dus? |
Op 29-3-1660 verkopen Henrick Bossch en zijn vrouw Mechteltgen Henricx, borgers, Willem Henricksen, de broeder van Mechtelgen Henricx, en de kinderen van Gerritgen Henricx, allen erfgenamen van Henrick Meijnsen en zijn vrouw Evertgen Brants, aan Maes Cornelisen als enige erfgenamen van Cornelis Maesen en zijn vrouw Claesgen Martens, een huis, hof en hofstede, gelegen op Bloemendal met het hofken daarachter met planken afgevreet (omheind) belend aan de ene zijde: Henrick Meijnsen, maar nu Gerritgen Cornelis, cremster, aan de andere zijde: de weduwe van Rijck Heijmansen. [562]
Op 12-10-1653 verkopen Jan ter Dort, man van Grietgen Hendricksz, eerder weduwe van Cornelis Jansz Veen en voor haar kinderen bij Cornelis voornoemd verwekt, allen erven van Abram Jansz Veen hun oom-zaliger voor een vijfde part in de helft van 'n hof, Dirckjen Goosens (procuratie te Utrecht), weduwe van Jan Geurtsen als momber over Grietgen Cornelis Veen, onmondige dochter van Cornelis Jansz Veen bij Aertgen Goossens, medeerfgename, en voor Steven Fredericksen wonend te Ingen in de Neder-Betuwe (procuratie te Utrecht.) voor 1/6 part in de helft van 'n hof, aan Henrick Jansz van Raelt, de helft van 'n hof en grond buiten de Andriespoort, waarvan de andere helft reeds door Arien Jansz Veen is getransporteerd in 1652, aan Henrick Jansen van Buscoop, zijn vrouw en hun erven, belend aan de ene zijde: Jan Claesz Vleeshouwer, aan de andere zijde: Henrick Jansz van Raelt. Inventarisnummer 436-22 [564]
3664. JACOB (BOTTER)(¥), alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon.
| COMMENTAAR(¥) Vooralsnog lijkt onderstaande Jan Jacobs Botter niet de zoon van jonkheer Jacob Botter (de Oude), krijgt octrooi om te testeren 15-8-1646 voor Nots. C. van Ingen,[565] wordt burger van Amersfoort op 17-6-1650, x Margareta Verhorst, betaalt als wed. van Jacob Botter, in de Muurhuizen te Amersfoort, ƒ 25,--,-- Familiegeld (1675).[566] Hun enige universele erfgenaam wordt genoemd Jacob Botter (de Jonge). [567] |
3668. JOHANNES FEDDER, geb. vóór ca. 1605, ovl. na 1654, genoemd in het testament van zijn zoon Philips (1654).
3680. JACOB EVERTSEN, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1659, is hij Jacob Evertsse, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 24-12-1641, wonend in de wijk Camp, backer,[568] huw. get (1659), betaalt nihil familiegeld wonend in de Groten Haag (1675),[569] tr. NN. Er zijn twee huwelijken geref. Amersfoort die in de betreffende periode in aanmerking komen : Jacob Evertsz, van Amersfoort, wonend te Deventer x 27-6-1621 Jannitgen Mets, van en wonend te Deventer, en Jacob Evertsen, j.m van Barneveld x 4/21-9-1624 Anna Jans, j.d. van Amersfoort.
3684. JAN PAUWELSEN, geb. vóór ca. 1620, beg. Amersfoort St. Joriskh. 5-5-1674, huw. get (1662). In 1668 komen in een akte te Amersfoort voor Jan Pauwelsen en zijn vrouw Sijtgen Peters, wonenden binnen deze stad.[570]
Er worden in deze tijd drie personen van deze naam geref. lidmaat te Amersfoort :
Jan Pauwelsz, 30-6-1627, op de Weverssingel, met attestatie van Ijsselstein, cammer, obiit (1630?),
Jan Pauelssen, 27-6-1640, met attestatie van Rhenen, verwijst naar Stijntje Jans, 31-3-1632, op belijdenis, op de Nieuwemarckt, wed. van Jan Pauwelss (later bijgeschreven).
Jan Pauwels, 2-10-1664, op de Kortegraft, en zijn h.v. Helena Charles.
Voorts is er de inschrijving van
Jan Pouwelsz, afkomstig van en geboren in ter Gouw, burger van Amersfoort op 22-8-1625.
Op 7-4-1681 krijgt Pouwels (Paulus) Jansen, schoenlapper, weduwnaar en boedelhouder van Machteltie Jans sijne overleden huisvrouw en als vader en voogd van zijne kinderen, van Heijltie Tonis, weduwe van Jan Beernts, schoenmaker, een lening van 300 Car. gulden van 20 stuiver het stuk, ter zake van een borchtocht van 200 gulden bij Jan Beernts, ten behoeve van Maria Aleyda van Ingen gepasseerd, item 100 gulden uithanden van de weduwe voorzegd, ontvangen. Als onderpand dient het huis in de Kamperbinnenpoort, belend aan de ene zijde comparants broeder Jacob Jansz, aan de andere zijde Dirck Jansz. [573]
3688. GOOSSEN JANSEN VAN BEMMEL, geb. Wijk bij Duurstede 4-8-1604, ovl. Amersfoort 18-4-1660, j.m. van Wijck bij Duerstadt (1627),
als Goossen Jansz, afkomstig van Bemmel burger van Amersfoort op 29-1-1627,
als Gosen Jansen van Bemmel, koeckebacker, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 19-7-1628,
huw. get. (1654, 1658),
weesmeester en raad te Amersfoort,[577]
otr./tr. Amersfoort geref. 20-1/4-2-1627
volgens Ref. [578] 2-3-1627,
tr. Wijk bij Duurstede geref. 24-1-1627 (met attestatie naar Amersfoort)
3689. ANNITGEN GERRITS (VAN GOOR), geb. Amersfoort, ged? 25-12-1608, ovl. na 1654, als Annetgen Gerrits, h.v. van Gosen van Bemmel, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort dec. 1630, huw. get. (1653, 1654).
| COMMENTAAR(¥) Vermoedelijk zal hier de beroepsaanduiding, het Latijnse "Alutarius", waarvan de betekenis is bereider van zacht leer, leerlooier, lerenschoenenmaker, aangezien zijn voor de achternaam. |
Bij het huwelijk van zijn zoon (zie kw. nr. ⇒ 477 sub e) heet hij Johannes Clausingh de jonge, dus de volgende burgerinschrijving betreft wellicht zijn vader :
Jan Clausingh, luthers, afkomstig van en geboren te Amsterdam, burger van Amersfoort op 10-1-1687 ("als Luijters in crachte van den resolutie van den 25e october 1686 geconcedeert ").
3690. HENDRICK NN, alleen bekend uit het patroniem van zijn dochters.
3692. JACOB PEELEN BEEKMAN, geb. vóór ca. 1615, ovl. 1673-1675, j.m. van Amersfoort (1638),
wordt als Jacob Peelen, wonend in de Slijckstraet, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 5-7-1645,
huw. get. (1658),
belender in de Slijckstraat (1660, 1664), buiten de Slijckpoort (1666),
smid (1641..1673),
treedt op als getuige in akte (1673),
otr. Amersfoort geref. 13-1-1638 (hij als Jacob Peelen, geast. met zijn oom Jan Peelen, zij als Fuijsie Jans, geast. met haar moeder Grietgen Willems, met attestatie naar Woudenberg)
3693. FUIJSJE (FEUSJE, VOUSGE, VEUSGEN) JANS (SUIJDWIND), ovl. 1679/80, wordt als Feusge Jans, huisvrouw van Jacob Pelen wonend in de Slijcstraet, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 6-7-1650. betaalt, als wed. van Jacob Peelen wonend in de Slijkstraat te Amersfoort, ƒ 12,10,00 Familiegeld (1675),[622] is als weduwe van Jacob Peelen Beeckman belendster in de Slijkstraat (1678), in 1694 de erfgenamen van Jacob Peelen, smith.
Op 14-4-1641 verkopen Wouter Thonisz en zijn vrouw Trijntgen Jansdochter van Goor, erfgenamen van Theunis Henricxz Smit en 't recht bij erfloting hebbende gekocht van Jacob Rutgersz Buijs, aan Jacob Pelen Smit en zijn vrouw Haesgen Jans (sic!), 1) een huis met een uitgang, strekkende achter op 't buurgen (?) aan de wal in de Arnhemsestraat (Slijkstraat), belend aan de ene zijde: Looch? Woutersz, brouwer, aan de andere zijde: Jacob Rutgersz Buijs, 2) een hof tegenover 't voorzijde buurtje achter het genoemde huis, gekocht van Jacob Rutgersz Buijs belend aan de ene zijde: Abraham Aertsz met Willem Hermansz, aan de andere zijde: met de hof van voornoemde Abraham Davidts. Op last van 200 gulden t.b.v. Sint Joosten Broederschap, idem een last toekomende 't convent van Sint Barbara. [623]
Op 19-10-1648 leent Jan Cornelis Timmerman aan Jacob Pelen Smith, zijn vrouw en hun erven, en transporteert 1) 'n huis met vierkante muren in de Slijckstraat, namelijk het voorhuis, de keuken en kamer, belend aan de ene zijde: Jacob Pelen aan de andere zijde westzijde Jan Cornelisz en Jan Dole, 2) de helft van de hof over de gemene steeg naar de Stadswal tot aan de grond van Lambert Gerritsz en Marritgen Morren zijn vrouw, belend aan de andere zijde: een gemene steeg. Beide dienen als onderpand van de lening. Belast met 18 stuivers per jaar aan. St. Agatha Convent. Voldaan, [624]
Op 31-10-1650 transporteren de executeurs van het testament van zaliger Grietgen Jans, in leven weduwe van Thonis Claesz IJserman aan Jacob Pelen, smid, voor de ene helft en Rutger Henricxsz, timmerman, hun vrouwen en erfgenamen, 'n perceel goeds, bestaande in drie woningen, naast elkaar, met schuur en berg, hof en hofstede aan de Singel: tussen de Varkensmarkt en het Weeshuis, van de Singel tot aan de grond of steeg van Wulphert Stevensz en de Koestraat, belend aan de ene zijde: Wulphert Stevens met zijn grond, aan de andere zijde: Henrick Goortsz, voor 390 gulden. Voldaan, [625]
Op 26-2-1652 verkoopt Jonker Anthonis van Wijnbergen voor hemzelf en voor Beatris Barta Ram zijn vrouw (procuratie te Utrecht voor Notaris Nicolaes de Cruijff), en transporteert aan Jacob Pelen Smith en Teusgen Jans zijn vrouw en hun erven, 'n perceel land van 8 morgen in de Woesteijgen belend aan de ene zijde: de weduwe van Jan Gerritsz Hooft, aan de andere zijde: Dr. Theodorus Schuth. [626]
Op 29-6-1652 verkopen Jacob Pelen, smid en Teusgen Jans, zijn vrouw voor een helft en Evertgen Gerrits, weduwe van Rutger Henricxz, timmerman voor de andere helft, en transporteren aan Peter Willemsz Menheer en Adriaentgen Dircx zijn vrouw en hun erven, een huis en bergschuur aan de Koestraat belend aan de ene zijde: de comparanten, aan de andere zijde: Wulpher Stevensz. [627]
Op 9-3-1658 verkopen Jacob Dirckz Keerom, weduwnaar van Rutgen Loogen. Thobias Gerritzen en Lijsberth Jacobs zijn vrouw. Jacob Janzen en Jannitgen Jacobs zijn vrouw, Jacob Dirckz, mede voor zijn onmondige kinderen, Samen kinderen en schoonzoons van Rutgen Loogen, aan Jacob Pelen(¥) en zijn vrouw, een halve vierdel land aan de Hogeweg, waarvan de andere helft aan Peter Reyeren van Haverloo behoort belend aan de ene zijde: Reyer van Butselaer, aan de andere zijde: St. Peters Gasthuis, Belast met 1000 gulden aan verschillende personen en de helft van 3 gulden aan zekere Vicarie. Jaarlijks. Voldaan [628]
COMMENTAAR(¥) Is dit onze Jacob?
Op 18-4-1661 verkopen Lambert Evertsz en zijn vrouw Marritgen Tobias aan Jacob Peelen, smith, een hof met de bepoting en beplanting, gelegen in de Buijrsteech, strekkende voor van deselve steech af tot aan de huijsinge van Evert Helmichsz en Franck Jansz belend aan de ene zijde Theunis Jansz, smith, aan de andere zijde den acceptant. [629]
Op 18-4-1661 verkopen Lambert Evertsz, cramer, en zijn vrouw Marritgen Tobias, alsmede Jacob Peelen en zijn vrouw Feusie Jans, borgers aan Teunis Jansz, grofsmid, een schuerberch met de grond en twee hoven, nu geapproprieert tot enen hoff, gelegen in een steeg, ingaande aan de Slijckstraet en uitkomende in den Koeijsteech belend aan de ene zijde Theunis Jansz, smith, aan de andere zijde Jacob Peelen. [630]
Op 13-6-1662 verkoopt Henrick Rutgerz, deurwaarder als gemachtigde van Rijckgen Barents voor haarzelf als weduwe ende boedelharster van zal. Peter Gisbertz van Apeldoorn, smith, aan Jacob Pelen, smith, een huis, hof ende hofstede, staande in de Utrechtschestraet belend aan de ene zijde: Jan Aertz, sadelmaker, aan de andere zijde: Jan Ernst, timmerman. 250 gld. Proc. voor notaris Marten van Kempen op 12-6-1662. [631]
Op 25-2-1665 leent de gemachtigde van Margareta Peters, weduwe en boedeharster van Jan Peelen van Jacob Peelen, smit, 610 gulden met als onderpand a. huis, hof en hofstede aan de Kampstraat, b elend 1. Claes Henrickzen van Gemen, schepen, 2. Wouter Jacobsz, smit, b. huis, schuur, schuurberf, hof en hofstede achter de kamp, strekkende tot aan het erf van Henrick Cornelisz de Prins toe, belend 1. de weduwe van Wulphert Evertrsz, 2. Dirck van Roomen. Opm: 610 gulden, het geld zowel door Jacob Peele verstrekt en voorgeschoten voor de comparante en haar man zaliger voor het geld verstrekt aan Melis Henriks in de Gort voor de verpander van Rhijn alsmede aan Jacob Peelen zeker te stellen van de borgtocht die hij voor comparante en haar man zaliger t.b.v. Jannitgen Henricx, jongedochter heeft gegeven, verder ter zake van andere geleende penningen door Jacob Peelen aan Margaretha Peters of haar man zaliger voorgeschoten. In margine: "Compareerde Seger Wouters ten Bosch, gehuwd met Jannitje Peelen die verklaart van Wouter Rijksz van de Berg als koper van het in deze akte gemelde huis ontvangen te hebben het restant van deze plecht van 250 gulden. Hij stemt daarom toe in de cassatie 3-4-1719. [632]
Op 25-5-1669 verkopen Mor en Dirck Lambertsen, gebroeders en geassisteerd door Teunis Morren en Evert Evertz hun oom, aan Jacob Pelen Beeckman en zijn vrouw Feusje Jans, huis en erf gelegen in de Arnhemsestraat (Slijkstraat) in de Buersteegh belend aan de ene zijde: Jacob Pelen Beeckman, aan de andere zijde: Jacob Pelen Beeckman,. [633]
Op 13-5-1670 verkopen Jacob Pelen Beeckman en zijn vrouw Loeisie (!) Jans aan Vincentio van Deuren, bedienaer des Goddelicken Woordt binnen deze stadt, acht morgen land in de Woesteijgen, belend noordzijde Samuel Thiens, zuidzijde de koper, oostzijde Diderick Schut, medecine doctor, westzijde de kinderen van Jan Gerritsen Hooft. [634]
Op 4-11-1673 (ouden stijl) machtigen Jacob Peelen Beeckman, smith, en zijn echtgenote Feusgen Jans, borgers van Amersfoort, hun zoon Peel Jacobs Beeckman om uit hun naam voor het gerecht van Amsterdam of voor de "Commissarisen van d'hijlicx saken" de geboden en huwelijks proclamatien op te houden van Echbert Verbrugh en hun dochter Grietgen Jacobs, omdat zij niet in het huwelijk van hun dochter willen consenteren voor ende aleer behoorlijke huwelijksvoorwaarden ten overstaan van de comparanten zijn opgericht. Getuigen: Steven Versteech en Dirck Breecker (borgers deser stad). [635]
Daaronder: Machtiging van dezelfde comparanten aan hun zoon Peel Jacobs Beeckman, om uit hun naam te eisen en ontvangen door middelen van vrintschap. (N.B. in de kantlijn staat: "Den 13e november 1673 sijn de Fransen vertrocken".) [636]
Op 12-12-1679 testeert Veusgen Jans, sieck te bedde liggende, wed. van Jacob Peelen Beeckman, smith te Amersfoort. Zij prelegateert aan haar jongste zoon, Jan Peelen Beeckman, een bed met toebehoren plus 100 car. gulden plus uit de gemeene boedel een mantel, een pack clederen. Getuige, o.a. Wouter Henricks, bakker. [637]
Op 30-3-1680 verdelen Peel Jacobs Beeckman, tevens als mede-momber van Anthon Jacobs van Ghenen, soon van wijlen Jannitgen Jacobs Beeckman. Jan Jacobs Beeckman, minderjarig, geassisteerd door Peel Jacobs Beeckmen. Egbert ter Brugh, als man en voogd van Grietge Jacobs Beeckman. Ghijsbert Rijks Schouten, als man en voogd van Fijtge Jacobs Beeckman, de erfenis. Zij zijn tesamen kinderen en erfgenamen van Jacob Peelen Beeckman en Vousge Jans. Er is wat onenigheid over de verdeling en thans komen ze tot een accoord dat: - Peel Jacobs Beeckman zal ontvangen 130 gulden plus de zilveren beecker; - de dochters hoeven niets inbrengen van het zilverwerk dat ze reeds hebben ontvangen. - Jan Jacobs Beeckman zal voor 't costgeld, het gelacht (= gelag) van deze avond betalen. Akte ten huyze van Frans Veen (of Veer). Getuigen: Frans Veen (of Veer), Aert en Anthoni Jacobs Buys. [638]
Op 4-8-1676 machtigen Peel Jacobs Beeckman, als mede-erfgenaam van Jan Peelen Gootschalck en als gemachtigde namens de vordere erfgenamen, Thiman Wulpherts (tekent met Thijmen) als 't rechthebbende van de kinderen van Zeger ....(niet ingevuld), mede-erfgenamen van Grietgen Peters, in leven huijsvrouw van Jan Peelen, en als gemachtigde van de vordere erfgenamen, Anthoni van Beeftingh, Procureur voor het Gerecht van Amersfoort. Getuigen: Gerrit Wouters en Anthoni van der Houve. [639]
Op 13-2-1738 scheiden Peel Jacobsz Beekman, Grietjen Beekman en Jan Jacobs Beekman de boedel van Jacob Peelen Beekman en zijn echtgenote Fuijsje Suijdwind, "jaren geleden" overleden te Amersfoort. Het betreft een huis, hof en hofstede in de Slijkstraat. [640]
Op 4-11-1673 (ouden stijl) machtigen Jacob Peelen Beeckman, smith, en zijn echtgenote Feusgen Jans, borgers van Amersfoort, hun zoon Peel Jacobs Beeckman om uit hun naam voor het gerecht van Amsterdam of voor de "Commissarisen van d'hijlicx saken" de geboden en huwelijks proclamatien op te houden van Echbert Verbrugh en hun dochter Grietgen Jacobs, omdat zij niet in het huwelijk van hun dochter willen consenteren voor ende aleer behoorlijke huwelijksvoorwaarden ten overstaan van de comparanten zijn opgericht. Getuigen: Steven Versteech en Dirck Breecker (borgers deser stad). [642]
Daaronder: Machtiging van dezelfde comparanten aan hun zoon Peel Jacobs Beeckman, om uit hun naam te eisen en ontvangen door middelen van vrintschap. (N.B. in de kantlijn staat: "Den 13e november 1673 sijn de Fransen vertrocken".) [643]
Op 10-2-1681 bekennen Egbert Ter Brugh en zijn echtgenote Grietje Jacobs Beeckman, wonend Amersfoort, schuldig te zijn aan Herman van Ruygenduyst, zijn vrouw en beider erfgenamen, een som van 400 car. guldens en beloven dit met 5% rente terug te betalen op Ossemerckt 1681. [644]
Op 11-12-1683 verkopen Eghbert ter Brugh en zijn vrouw Grietie Jacobs mitsgaders Peel Jacobse Berkman (!) en zijn vrouw Jannitgen Peelen, aan de heeren regeerders van de stad Amersfoort, de eerste comparanten helft van een huis, hof en hofstede staande aan de (Slijckstraat??), belend aan de ene zijde Rutger Hermans, aan de andere zijde Gijsbert Schouten De koopsom is 400 gulden. [645]
Op 22-12-1677 machtigt Peel Jacobs Beeckman, borger van Amersfoort, als man en voogd van Jannitge Pijl, Franck Claes, haar zwager, wonend te Amsterdam, om te ontvangen van de bewinthebbers van de Oost Indische Compagnie 1/7 part van de gagie verdient bij Lucas Pijl. Jannitge Pijl is voor 1/7 part erfgenaam van Lucas Pijl, in zijn thuisreis van Oost Indie op het schip 't Romerswael overleden, met het jacht Rhenen in 1672 uitgevaren. [648]
Op 19-8-1681 verkopen Peel Jacobsz, smid en zich sterkmakende voor zijn broer, zwagers en zusters, voor de ene helft, en Willem Adriesz als gemachtigde van Henrick Breunisse en Willem Breunisse, beiden wonende te Rhenen, vermogens procuratie op den 31 augustus 1677 voor Anthonie van Brinckesteyn gepasseerd, voor de andere helft, erfgenamen van Jan Peelen Thimon Wulphertsz, wonende op Schaffelaar, mede erfgenaam van Grietgen Peters en zich sterkmakende voor de verdere erfgenamen van Grietgen Peters, welcke Jan Peelen en Grietgen Peters geweest zijn echtelieden, a) aan de erfgenamen van Aeltgen Baltus, een vervallen huis of schuur, staande achter de Kamp ofwel de Lange Sint Jansstraat, belend aan de ene zijde Hendrick Jansz, rademaker, aan de andere zijde de gang van het huis van Aeltgen Cooth nu Thimon Jacobse, smid competerende, b) aan de kinderen van Geertie Geurts, gewese weduwe van Henrick Cornelisse Prins, een schuur, staande achter de Kamp, belend aan de ene zijde de gang van het huis nu competerende Thiman Jacobsz, smid, aan de andere zijde Cornelis Jansz Schoe. [649]
Op 12-7-1686 verklaren Peel Jacobs Beeckman en zijn echtgenote Jannetje Jacobs, wonend te Amersfoort, schuldig te zijn de rest van een obligatie van 300 gulden aan Thomas Thomaszn, beenhacker, en Sara Willemsen, echtelieden, t.w. 220 gulden en enige jaren rente hierover. Zij beloven dit te voldoen per datum: Ossenmarkt 1686. Zij machtigen mr. Leonard Ruytenbeecq, chirurgijn te Amersfoort om, ingeval zij in gebreke blijven, dan publiek te verkopen: - de helft van zekere beeck vierdel lands aan de Hogeweg, waarvan de wederhelft toekomt aan Jkvr. de wed. van Reynier van Jonge (?); - idem hun huis, hof, hofstede c.s. in de Utrechtsestraat, door hen bewoont. - + een portie van zekere plechte van 350 gulden gevestigt in de huysinge van Maes Eliszn op de Camp. Getuige, o.a. P. Gomperts. [650]
Op 22-11-1711 passeert de inventaris van Jannitje Jacobs Peijl wed. van de overleden Peel Jacobsen (Beeckman), Zijn weduwe Jannitje Jacobs Peijl en zijn erfgenamen, zijn zuster en broeder Grietje Jacobs Beeckman en Jan Jacobsen Beeckman, willen scheiding van de boedel als volgt, doch onverminderd de lijftocht die de weduwe haar leven lang van alle goederen des boedels toekomt. De weduwe belooft aan de erfgenamen te betalen binnen 3 maanden de somma van 28 gulden, zij zal ook de schulden en lasten van de boedel betalen. Het huisraad is tussen hen verdeeld. De weduwe krijgt de koeien, hooi e.d. en de inschulden. Tussen partijen blijft gemeenschappelijk een kapitaal van 300 gulden ten laste van Grietje Jacobs Beeckman, alsmede een plecht van 290 gulden op een huis op de Camp aan de oostzijde, zijnde het 2e huis van de poort. Alsook de helft van een vierdel land buiten de Kamppoort aan de o.z. van de Hogewegh naast de vierdel van St. Peters gasthuijs, belast met een kapitaal van 400 gulden en ook nog 1/6 portie in 't huis aan de z.o. zijde van de Slijckstraat met 1/6 part in de schuur en hof annex. Volgens de lijftocht zal dit pas na de dood van de weduwe worden verdeeld. [651] Er wordt verwezen naar de Boedelscheiding: d.d.22-1-1711. [652]
Op 14-3-1720 scheiden Jannetje Jacobs eerst weduwe van Peel Jacobse Beekman en thans weduwe van Seger Wouterse ten Bosch en Wouter Segersen ten Bosch enige nagelaten zoon van Seger ten Bosch, de boedel. Zij komen overeen als volgt. Jannetje zal niet genieten het voordeel van de gemeenschappelijke boedel, zij zal het huis waarin zij woont ruimen ten behoeve van de 2e comparant, maar dat hij bij haar in kost en inwoning zal blijven tot 1 mei eerstkomende. Zij zal nemen de ene kast in de kamer staande en een kleine kast plus het linnen en wollen goed dat daarin is. Zij zal uit de boedel krijgen een som van 475 gulden uit de kooppenningen van de verkochte tabak en al haar kleding en gouden en zilveren juwelen en kleinodiën. Tevens behoudt zij alle kapitaal en goeden die zij voor haar tweede huwelijk bezat. De tweede comparant zal de beekvierdel gelegen buiten de Camppoort in de stadsvrijheid voor 6 jaar huren, behalve een klein hoekje weiland midden in 't land dat aan de eerste comparant blijft. [653]
Op 2-5-1740 verkoopt Jannitje Jacobs Pijl, laatst weduwe van Seger Woutersen ten Bosch aan Jacob Beekman, burger, a. ¼ part van de beekvierel zijnde tabaks- en weiland aan de Hogeweg, in huur bij Wouter ten Bosch en Dirk van Bemmel, belend aan de oostzijde zeker vicarije land, aan de westzijde de heren Regenten van 't Pieters Gasthuis, [654] b) 1/12 part van een huis en schuur met hof daarachter in de Arnhemsestraat (Slijkstraat), grotendeels gebruikt door Jochum Gerritsen Tanwaard, beledn aan de ene zijde: Johan Dalekamp, aan de andere zijde: Cornelis Ebbenhorst. [655]
3694. DIRCK WILLEMS VAN OUDEWATER, geb. vóór ca. 1625, ovl. 1669-1675, van en wonend te Amersfoort (1650),
busmeester van de St. Lucas Broederschap te Amersfoort (1662),
tr. Amersfoort/Nijkerk geref. 15-6/4-7-1650
3695. DELIJAENTGE BARENTS, geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1675, van en wonend te Amersfoort (1650),
betaalt, als wed. van Dirk van Oudewater wonend in de Utrechtsestraat te Amersfoort, ƒ 6,5,00 Familiegeld (1675).
Op 23-10-1658 lenen Neeltgen Elis, laatst weduwe van Beernt Joachimzen en Dirck van Oudewater, haar schoonzoon, man van Deliana Beernts haar enige nagelaten dochter, van Gijsbertgen Nagels, weduwe van Cornelis Cornelizen en haar erven een hoofdsom van 100 gulden, met een Losrente van 6 Carolus gulden per jaar, met met als onderpand huis, hof en hofstede aan de Korte Gracht, belend aan de ene zijde Gerard van Bornbergen, brouwer, aan de andere zijde Aert Rijcksen van Rhijns, weduwer. In margine: Peter Camp en Frans Boelhouwer namens zijn vrouw, mede-erfgenamen van Jan Camp den Oudsten, verklaren bij legaat van Gisbertgen Nagels het recht op voorstaande plechte bekomen te hebben, mede handelend voor voornoemde Jan Kamp. Verklaren de schuldsom van Lourens Charles ontvangen te hebben. Akte 23-3-1669. [656]
Op 23-7-1663 verkopen Dirck van Oudewater en zijn vrouw Johanna (sic!) Beernts voor de ene helft en Driel v. O. als gemachtigde van Neelgen van Arnhem, weduwe van Beernt Joachims voor de andere helft, aan Sr. Lourens Clarles, koopman tot Amsterdam, een huis, hof en hofstede aan de Kortegracht. Opm. Op dit huis is een last gevestigd van 400 gulden t.b.v. Gisbertgen Nagels en 200 gulden t.b.v. Sr. Johan Block tot Amsterdam, idem 112 gulden twee stuivers toekomende de regeerders dezer stad ter zake van 't maken van de wef en een jaarlijkse uitgang van 1 gulden 10 stuivers op zekere vicarie gefundeerd op het St. Stevens ende Laurens altaar in de Joriskerk. [657]
3704. JAN AERTSZ VAN COUWENHOVEN(¥), ovl. na 1690, vermeld 1660 (zie EK 25, p 522, als verwant van Peternelle Claes, j.d. wonend te Amersfoort),
tr. vóór ca. 1655 (niet gevonden op achternaam en patroniem)
3705. ANNETJE (ADE) JANS, ovl. na 1687, huw. get. (1687).
| COMMENTAAR(¥)
Jan Aertsz, zadelmaker, is borg (1652),[658]
Jan Aertsz, sadelmaeker, wiens huis in de Utrechtsestraat executoriaal wordt verkocht, (1676),[659] |
| COMMENTAAR(¥) zie EK 26/174 |
| COMMENTAAR(¥) zie EK 126/269 |
Op 28-12-1726 verkoopt Elbert Theunissen van Raatsveld aan Yda Hendriks, weduwe van Willem Janssen van Gulik, burger, een huis, hof en hofstede gelegen in het Hellesteegje, belend aan de ene zijde Wouter van Lokhorst, mr timmerman, aan de andere zijde Laurents Keijzer. [660]
| COMMENTAAR(¥) zie EK 22/40 |
3706. WILLEM THEUNISZ, ovl. vóór 1687, tr. vóór ca. 1665;(¥)
3707. CUIJNDERTJE MEIJNSZ, ovl. na 1687, doopget. (1687).
| COMMENTAAR(¥) zie EK 25/522 |
3708. EVERT PIETERSZ (VER)KERCKHOFF, ovl. 1689-1697, tr. vóór ca. 1650 (huwelijk niet gevonden)
3709. TRIJNTJE LUCAS, ovl. na 1699.
| COMMENTAAR(¥)
In de onderstaande akten komt een aantal personen met de naam Kerkhoven voor. Het is onduidelijk of het hier de kinderen van Evert Pieters (Ver)kerckhoff betreft.
Op 6-1-1732 vindt te Amersfoort de boedelscheiding plaats van Anna Maria Kerkhoven, overleden, echtgenote van Willem Ducaat (Dukaet), bombazijdewerker. Het betreft vaste goederen en koopmanschappen. Erfgenamen zijn (voor ¼ deel:) haar broer Peter Kerkhoven, (voor ¼ deel:) Catharina Kerkhoven, gehuwd met Aert van Eldert, (voor ¼ deel:) de kinderen van haar overleden broer Hendrik Kerkhoven, met name: Evert Kerkhoven, Jacomina Kerkhoven, gehuwd met Gerrit Koopman, Lucretia Kerkhoven, gehuwd met Jan Lambertsen van Daal, (voor ¼ deel:) de kinderen van haar overleden broer Johannes Kerkhoven, met name: Johannes Kerkhoven, meerderjarig, te Leusden. Evertje Kerkhoven, gehuwd met Wouter Queij in Amersfoort, en verdere kinderen. [661] |
Wat is het verband met : Evert Hendriksen van Kerckhoven, afkomstig en geboren van Amersfoort, wordt burger van Amersfoort op 27-10-1721 ("voor hem en sijn soon Henrik van Kerckhoven").
| COMMENTAAR(¥) zie EK 21,40. |
Op 11-10-1723 machtigt te Amersfoort Hilletie Alberts, weduwe van Boris Delkoert, Johannes Kerckhooven, haar zwager, om namens haar met de andere erfgenamen de boedel te regelen van Niesie Cornelis Paling, overleden, wed. van Johannes Delkoert, overleden te Leiden. [662]
3710. PAULUS (VAN RODERSTEIJN), alleen bekend uit het patroniem van zijn dochters.
| COMMENTAAR(¥) zie EK 26/61 |
3770. ANDRIES VAN DER VEEN, ovl. vóór 1678, tr. vóór ca. 1635
3771. JUDITH FREDERICX, ovl. na 1678, woont te Amersfoort (1678).
3786. DIRK JASPERSEN (BURCHART), j.m. van Amersfoort,
als Dirck Jasperss geref. lidmaat te Amersfoort 27-9-1634 [664] als echtgenoot Grietgen Carels,
otr./tr. Amersfoort geref. 18-5/6-6-1633 (get. Henric Jaspersen namens zijn moeder, en Neeltje Choudron namens haar ouders)
3787. GRIETGEN CARELS (CHOUDRONS), ged. Amersfoort 1-4-1596, j.d. van Amersfoort (1633), als Grietjen Charles Choudrons geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 25-4-1625 wonend in de Krommestraat (in margine "doot").
|
Amersfoort, ca. 1650.
Kaart uit "Toneel der Steden", door Joan Blaeu. Eerste uitgave : Amsterdam, 1652. Scan http://grid.let.rug.nl/~welling/maps/blaeu.html klik op plaatje(s) om te vergroten |
3792. CORNELIS VAN LIJN, ovl. vóór 1687, alleen genoemd als erflater in onderstaande akte, tr. vóór ca. 1590
3793. NN.
Op 24-7-1687 compareren:De comparanten machtigen Reynier van Lijn, Jan Gou (of Goud) en Levy Craen om te compareren voor de heren Diakonie van Amsterdam in verband met de erfenis van Neeltje Gerrits, overleden te Amsterdam, om gezamenlijk 1/5 part te ontvangen van de erfenis. De bovengenoemde nrs. 1 - 5 zijn kinderen en nakomelingen van Thonis Cornelis en Merritgen Ghijsberts van Rijn is weduwe en boedelhoudster van Jan Jans van Lijn. Voor haarzelf en voor haar man's voorzoon en als moeder en momberse van de onmondige kinderen van haar en Jan Jans van Lijn. Lieven Samuel, Cornelis Samuels en Aert Samuels zijn voorkinderen van Neeltje Cornelis. Zij allen zijn de erfgenamen van: Jan Cornelis van Lijn, Anthony (Thonis) Cornelis van Lijn en Neeltje Cornelis van Lijn (kinderen van wijlen Cornelis van Lijn). Zij erfden ieder 1/3 deel van 1/5 deel van Neeltje Gerrits. (zie ook recordnrs.: 9953, 9954 en 9955.) [665]
- Trijntge Pauwels, weduwe van Aert van Lijn, voor haarzelf en haar 2 kinderen,
- Jan Anthonis van Lijn,
- Reynier van Lijn.
Zij compareren tevens voor:- Joost Henricks Schol en
- Anna Henricks Schol, gehuwd met Edmond Obreijn, (kinderen van Lijsbeth van Lijn).
Verder compareren:- Johannes van Kempen, (zoon van Aeltje Jans van Lijn),
- Peter Gou, (voor hemzelf en voor zijn zieke zuster Atris Gou, kinderen van Jan Gou, en Petertje Jans van Lijn),
- Samuel Lievens, (voor hemzelf en voor zijn uitlandige broer Johannes Lievens, en zijn zuster Grietge Lievens, kinderen van wijlen Lieven Samuels),
- Metgen Coopse, weduwe van Cornelis Samuels, (voor haarzelf en als momber voor haar 2 onmondige zoontjes),
- Samuel Cornelis,
- Gerrit Henricks, als man en voogd van Geertruyd Cornelis, (voorkinderen van Cornelis Samuels),
- Rijck Dirckszn, weduwnaar van Jannetje Thonis, (als vader en voogd van 3 onmondige kinderen: Dirck, Teuntje en Neeltje Rijcks),
- Evert Cornelis, als man en voogd van Marry Rijcks, (dochter van Jannetje Thonis en Rijck Dircks),
- Levy Craen (voor de kinderen van Aert Samuels).
Op 6-6-1646 verkopen Johan Dole en Annitgen Meertens, echtelieden, aan Jan Cornelisz timmerman en Neeltgen Jans zijn huisvrouw en hun erven, 'n schuur of huis met de hoofjes erachter en ervoor, aan de Stadswal, met doorgang in de steeg in de Slijcstraat, belend aan de ene zijde: Jan Cornelisz, als boven, aan de andere zijde: Jacob Pelen Smith. [666]
Op 26-4-1649 lenen Leendert Jansz, korenkoper en Henrick Temminck en hun respectieve erfgenamen, van Tonis Cornelisz en Dirckjen Aerts zijn vrouw. Jan Cornelisz en Neelgen Jans zijn vrouw. Teunis Gerritsz en Neeltgen Cornelis zijn vrouw, met als onderpand: twee huizen met hof en hofstede: 1) de eerste in de Sint Jansstraat, belend aan de ene zijde: Claes Evertsz, kistenmaker, aan de andere zijde: Atris Willems, 2) de andere op de Singel, belend aan de ene zijde: Jan Henricksz, kleermaker, aan de andere zijde Wiecheman Jansz, linnenwever. Voldaan. [667]
Op 16-2-1650 lenen Jan Cornelisz, timmerman en zijn erven, van Casper Christiaens en Fijtgen Claes, zijn vrouw, met als onderpand een hof met de bomen daaraan en de halve steeg buiten de Sint Andriespoort, over de bleek van Jacob Everts, bleker, belend aan de ene zijde: Juffrouwe Margareta van Weede, aan de andere zijde: Evert Woutersz Kalff. Voldaan. [668]
Op 29-5-1674 verkopen Neeltje Jans, weduwe en boedelhoudster van Jan Cornelisz van Tijn (sic!, leesfout?) ende Jan Jansz van Tijn (sic!, leesfout?) voor sijn selve en voor Grietje Jans, ende de onmondige kinderen van Gerrit Jans en de verdere erfgenamen van Jan Cornelisz van Tijn, aan Elbert Jans Backer en zijn vrouw Jacobje Fennis, hof gelegen buijten de St. Andriespoort (Triesgenspoort) belend aan de ene zijde: ten oosten: Evert Wouters erfgenamen, aan de andere zijde: ten westen: de erfgenamen van juffrouw Verdelft, aan de andere zijde: ten noorden: Anthoni Matheusz van Staverden. [669]
Op 27-5-1685 verkopen Jan Janssen van Lijn en Jan Gou, zich sterkmakende voor de erfgenamen van de wed. van Jan Cornelissen van Lijn zaliger, aan Dirck van Sonsbeecq en zijn vrouw, huis, hof en hofstede aan Sint Janskerkhof belend aan de ene zijde: Daniel van Esch, schepen, aan de andere zijde: Jacobus van Lienden. [670]
Op 30-12-1685 verkopen Jan Jansen van Lijn en Jan Goud voor hunzelf en zich sterkmakende en in rato caverende voor de verdere erfgenamen van de wed. van Jan Cornelissen van Lijn, aan Anthonie Jacobsen Buijs en zijn vrouw, twee huisjes achter elkaar in de Slijkstraat met de hoven daaraan en daarachter en daarnaast een gemene steeg en vrije uitgang belend aan de ene zijde: de kinderen van Gerrit Janssen van Lijn, aan de andere zijde: de erfgenamen van Jan Dole. [671]
Op 13-2-1688 verkopen Jan Jansz van Lijn en Jan Goud voor hunzelf en zich sterkmakende en in rato caverende voor de verdere erfgenamen van de weduwe van zal. Jan Cornelisz van Lijn, aan Mighiel de Langh en zijn vrouw, huis, hof en hofstede op de Zuidsingel, aan de Sint Andriesstraat belend aan de ene zijde: het huis genaamd het vergulde hooft, aan de andere zijde: de erfgenamen van Wighman Jansz. [672]
Op 26-4-1649 lenen Leendert Jansz, korenkoper en Henrick Temminck en hun respectieve erfgenamen, van Tonis Cornelisz en Dirckjen Aerts zijn vrouw. Jan Cornelisz en Neelgen Jans zijn vrouw. Teunis Gerritsz en Neeltgen Cornelis zijn vrouw, met als onderpand: twee huizen met hof en hofstede: 1) de eerste in de Sint Jansstraat, belend aan de ene zijde: Claes Evertsz, kistenmaker, aan de andere zijde: Atris Willems, 2) de andere op de Singel, belend aan de ene zijde: Jan Henricksz, kleermaker, aan de andere zijde Wiecheman Jansz, linnenwever. Voldaan. [673]
Op 11-3-1688 compareren : 1) Samuel Cornelis, 2) Gerrit Henricks, man en voogd van Geertruyd Cornelis, (Samuel en Geertruyd zijn voorkinderen van Cornelis Samuels), zij compareren tevens namens en als mombers over hun 2 onmondige broeders (zonen van Cornelis Samuels, en zijn weduwe Metgen Coopsen), 3) Levy Craen, 4) Rijck Dircks (tevens als vader en voogd van: Dirck, Teuntje en Neeltje Rijcks, zijn onmondige kinderen van zijn overleden vrouw Jannetje Thonis), (Levy en Rijck zijn mombers over de kinderen van Aert Samuels: Jacomijn Aerts, Samuel Aerts, Cornelis Aerts, en Neeltje Aerts), 5) Evert Cornelis als man en voogd van Marry Rijcks (dochter van Jannetje Thonis).
De comparanten machtigen Metgen Coopsen, weduwe van Cornelis Samuels en Samuel Lievens, (zoon van Lieven Samuels, die zich tevens sterk maakt voor zijn uitlandige broer en zus), om te ontvangen van de heren Diakonie van Amsterdam etc., voor 4/5 part van de portie van de afkomelingen van Neeltje Cornelis, voor 1/3 part in 1/5 part erfgenamen van Neeltje Gerrits. Het betreft de penningen uit het halve huys etc. (zie recordnr. 9953) (Levy Craan heeft zijn 1/5 part voor zijn vrouw, Henrickje Thonis, reeds ontvangen.) Cornelis Samuels, Aert Samuels en Lieven Samuels waren voorkinderen van Neeltje Cornelis. Wijlen Jannetje Thonis en Hendrickje Thonis, huysvrou van Levy Craan, zijn nakinderen van Neeltje Cornelis. [674]
3796. JACOB CLAESSEN (VAN) GROENENBERCH, coster, genoemd als geref. lidmaat te Amersfoort in de lijst van 1621, otr./tr. 2o Amersfoort geref. 19-11/8-12-1631 (als wednr. van Aeltgen Dirckx) ANNITGEN HENRICKX BLONDE, geb. vóór ca. 1590, van en wonende te Amersfoort (1608, 1631), wed. van Thomas Daffij, engelsman, soldaat onder kolonel Veer (huw. 1627), eerder wed. van Helmich Petersen (huw. 1608), die in de geref. lidmatenlijst van 1621 voorkomt als Helmich, de kleermaker, en zijn h.v. Anneke, binnenmoeder van het weeshuijs, waarbij later bijgeschreven is "nu h.v. van Jacob Claessen", tr. 1o Amersfoort geref. 1591 (als Jacop Claessen)
3797. AELTGEN DIRICK POUELSDR, ovl. vóór 1620-1631, wordt als Aeltge Dircks geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 8-7-1620 in de Cromstraat (is zij dat wel?).
3798. WOUTER (VAN BURGHSTEIJN), alleen bekend uit het patroniem van zijn kind(eren).
Op 25-9-1674 machtigt te Amersfoort Mechtelt Gosens, weduwe en boedelharster van Henrick Wouters van Burghsteijn, de overlui