This page was last updated : 111012.
File size is: 604 k.
Kwartierstaat Lapikás
Generatie 10
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Lapikás,
version 9.8,
Muiden, 2010.
© Copyright 2011 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Lapikás Gen. nr. 10

672. EGIDIUS VASTRE, geb. vóór ca. 1665, tr. Tienen 12-2-1688[1]

673. CATHARINA DEBOES, geb. vóór ca. 1670.

760. J(E)AN TRIMPENEERS[9], ged. Gelinden (B) 20-5-1660, ovl. Gelinden 27-7-1719, tr. 1o Gelinden 24-11-1680 CHRISTINA STEVENS, dr. van Lambrecht Stevens, oudste schepen van Gelinden, en zijn zwager wijlen Georgius Bartheleyns, ook schepen, verkochten in 1687 te Gelinden voor ƒ 700 de winninge "ende eenige meubelen dienende voor die agricultere" tegen een jaarlijkse rente van ƒ 45 in aanwezigheid van Jan Trimpeners nomine uxoris Christina, dochter van genoemde Lambrecht.[10] tr. 2o 1686-1691

761. MARIA LUSSIS, ovl. na 1721 (1722?), wordt in 1721 vermeld als huurster van de Marsnillerhoeve gelegen langs het oude voetpad dat van Middelheers naar Mechelen-Bovelingen leidde.[11]

Nadat Jan Trimpeneers in 1719 te Gelinden was gestorven, testeerde zijn weduwe Maria Lussis in 1721 op haar ziekbed. Zij maakte haar zoon Peter Trimpeneers tot universele erfgenaam "van de winninge, weijwassen ende pachtlanden soe sij tegenwoordicht instaet is, gelegen onder Gelinden als onder andere jurisdictien, ende oock alle bestialen als andere meubelen." Peter moet elk jaar aan zijn zus, de begijn Jenne Marie Trimpeneers, "tot haer noodtdruft oft onderhaldt om te leven" ƒ 100,-- geven, alsmede een "vet vercken, getaxeert op vijfentwintocht guldens, met een ton boter van dartocht pondt". Aan zijn zus Anne Margriet Trimpeneers moest Peter ƒ 500,-- eens geven op haar trouwdag en een bed met toebehoren. Zolang zij onmondig was, zou ze bij Peter in de kost blijven. Aan het kind van zijn zus Marie moest Peter op haar bruiloft "een peerdt met een koije" of ƒ 100,-- eens geven. Haar winning "tot Mersnit aen de linde onder Gelinden" liet ze aan Peter op voorwaarde dat deze de winning weer aan een van diens kinderen zou laten. De testatrice tekende met een kruisje.[12]

763. MARIE TIEUNIS, ovl. 1744,[16]

768. DIRK CORNELISZ VAN PIJLEN, geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1723, betaalt als Dirck Cornelisz van Pijlen, veenman te Nieuwkoop, ƒ 1:2 familiegeld (1674), vermeld te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 3 personen in de klasse arbeiders en onvermogenden,[18] doopget. (1684), geref. lidmaat te Nieuwkoop 10-4-1689 op belijdenis [19], koopt op 13-3-1693 te Nieuwkoop van Ari Cornelisz Keijser een perceel veenland, groot ca. 80 roeden met twee schuren erop, en een perceel veenland van 180 roeden met een schuur erop [20], treedt op als bloedvoogd voor de kinderen van zijn zuster Marritje (1693), woont nog te Nieuwkoop in 1704, otr./tr. 2o Wilnis/Nieuwkoop ("pro deo" in de geref. kerk[21]) 8/30-1-1704 (gaarder Nieuwkoop 10-1-1704) ADRIAANTJE PIETERS KOOT(¥), ovl. na 1723, wed. van Jan Marcelisz Boekhoudt en wonende te Wilnis (1704), tr. 1o voor 1671 (NB hiaat trouwboek Nieuwkoop 1659-1684)

769. TEUNTJE CORNELIS (VAN) WARRE (WAARD) (¥), geb. vóór ca. 1650, ovl. 1689-1704(¥), geref. lidmaat te Nieuwkoop 10-4-1689 op belijdenis.

COMMENTAAR(¥) Arentie Cornelis Warre, beg. Nieuwkoop 10-3-1700 (gaarder pro deo). Zou dit "Teuntje" zijn? Leesfout?


COMMENTAAR(¥) is er verband met Anna Dirks te Koot, "die een los en geabandoneerd leeven heeft en geleyd" en wier kind om het leven is gebracht" etc. [22]


COMMENTAAR(¥)
Claasje Ernst van Warre, j.d. van Oudenwater, geref., tr. Woerden 18-2-1720 Jan Cornelisz van de Poel.[23]

Op 11-4-1723 compareren te Achttienhoven Dirk Cornelisz van Pijlen en Adriaantje Pieters Koot, vermoedelijk om hun testament te laten opmaken. Zoek op Ref. [24].

770. PIETER PIETERSE OUDSHOORN(¥), tr. vóór 1686

771. NN.

COMMENTAAR(¥) Niet goed is hier Pieter Janse Oudshoorn x Mergje Gerts van Staveren als ouders. Zij is verm. dr. van Gerrit Gerritsz (van Staveren), geb. voor 1623, zn. van Gerrit Cornelisz van Staveren en Stijntge Jans.[32] Pieter en Mergje compareren 21-3-1696 te Ter Aar, vermoedelijk om hun testament te laten opmaken [33].
Mogelijk verwant aan Willem Jansze Outshoorn, tr. Alphen 9-12-1703 Trijntje Claase van de Akker,[34].
en aan Pieter Jacobsze Oudshoorn x Mensje Sijmonse, Pieter Dirksze Oudshoorn x Aagje Ariens Koppersluijs, Pieter Gerritse Oudshoorn x Maartje Claasse Raaphorst, Pieter Cornelisze Oudshoorn x Jannetje van Leeuwen.
en aan Pieter Claasse Outshoorn, ged. Nieuwkoop 28-2-1731, zn. van Claas Cornelisz Outshoorn en Maritje Andries van Staveren, tr. Nieuwkoop gerecht 5-5-1760 Maritje Cornelisdr van Wieringen, ged. Nieuwkoop 27-11-1735, dr. van Cornelis Hendriks van Wieringen en Maria Ariens Bouman. [35] [36]
Uit Hendrik Claes Oudshoorn ged Nieuwkoop Rem. 18-8-1697 Trijntje Hendriks Oudshoorn
Verder lijkt er geen verband met een geslacht Oudshoorn te Alkemade.[37]
Vul aan Dirk Dirksz Oudshoorn.[38]
Claas Janse Outshoorn, ged. Oudshoorn 8-3-1676, tr. ald. 14-12-1664 Mijnsje Michiels Outshoorn, ged. Alphen 18-3-1635, ovl. Oudshoorn 1693[39]

772. CORNELIS (VERDUYN)(¥).

COMMENTAAR(¥) Er is mogelijk verband met de volgende :
Dirk Willems Verduijn waaruit Gerrit Dirckse Verduijn ged. Nieuwkoop Rem. 5-7-1682.
Teunis Jansz Verduijn waaruit Barber Teunisse Verduijn ged. Nieuwkoop Rem. 6-6-1683.
Adriaen Verduijn waaruit Engel Adriaensen Verduijn ged. Nieuwkoop Rem. 19-11-1684.
Jan Hendriksz Verduijn waaruit Neeltje Jansz Verduijn ged. Nieuwkoop Rem. 19-9-1688.
Gerrit Klaas Verduyn x Pietertje Klaas van Leeuwen. Zij hertr. Nieuwkoop 11-5-1732 Pieter Dircks Zoutman.[41]

776. WILLEM PIETERSE VAN VEEN, beg. Nieuwkoop 17-4-1745 (als Willem van Veen), tr. Nieuwkoop 13-1-1701

777. ANNETJE AMEN VERMEY, ged. Nieuwkoop Rem. 13-11-1672, ovl. Nieuwkoop 1-2-1752,[45]

Op 29-12-1702 krijgt Willem Pieterse van Veen bij de verdeling van zijn vaders erfenis een huis, erf, schuur en veenland in het Noordeinde "in de polder" alsmede honders caroliguldens.[46]

778. JAN CORNELISZ T(E)IJSTERMAN (DE JONGE?), beg. Nieuwkoop geref. 17-3-1747, woont te Nieuwkoop (1710, 1722), tr. wellicht voor 1710 AALTJE GIJSDR JONKHART, woont te Nieuwkoop (1710, 1722).

Op 15-5-1710 verkoopt Jan Cornelisz Teijsterman, getrouwd met Aeltje Gijsbertsdr Jonckhart te Nieuwkoop, aan Jan Swaneken een erf gelegen aan de Hei onder Aarlanderveen, belend ten oosten het water van Aarlanderveen en ten noorden Willem Jansz van Pijlen. De koopsom is 50 gulden. [50]
Op 13-5-1722 compareren Hendrik Gerritsz Nederstigt, Gerrit Gijsen Nederstigt, Pieter Gijsen Nederstigt, Jan Cornelisz Jonkhart, Annetie Cornelisdr Jonkhart, weduwe van Maarten Ariensz Breetvelt te Aarlanderveen, Gerrit Willemsz Nederstigt, Marrijtie Willemsdr Nederstigt te Korteraar, en Jan Cornelisz Tijsterman, getrouwd met Aaltje Gijsdr Jonkhart te Nieuwkoop, allen als mede-erfgenamen van Cornelis Gerritsz Nederstigt en Neeltje Jansz Hogenboom, in leven echtelieden. Zij machtigen Johannes Kalshoven te Alphen en Cornelis van Leeuwen te Nieuwkoop om de nagelaten goederen te verkopen. De akte is van 12-1-1722. [51]

780. = 770. PIETER PIETERSE OUDSHOORN.

782. PIETER JANSE(N) HOOGEVEEN, ged. Rem. Nieuwkoop 16-5-1662, beg. Nieuwkoop geref. 21-9-1748 (graf. nr. 66),[55] j.m. van Nieuwkoop (1687), treedt op als voogd over het kind van zijn schoonzuster Stijntje Willems van Pijlen (1692), vermeld in een akte te Zevenhuizen (5-1-1707), [56] veenman te Nieuwkoop, betaalt ƒ 6,-,- Personele Quotisatie (1742), "geroyeert" (1747),[57], otr./tr. Nieuwkoop gerecht 22-11/9-12-1687

783. AELTGEN WILLEMS VAN PIJLEN, ged. Rem. Nieuwkoop 15-8-1666 (vader Willem Eckberden, geen moedersnaam genoemd), ovl. 1697-1749,[58] j.d. van Nieuwkoop (1687).

Wapen Van Pijlen: in rood 3 zwartgepunte pijlen schuinrechts geplaatst, gevederd van goud en zwart.
Dit wapen komt voor als deel van een alliantiewapen Van Pijlen - van Wieringen op een zerk in de NH Kerk te Nieuwkoop.[59] De kleuren zijn gebaseerd op een wapen Pijl in Rietstap.

De veender.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

klik op plaatje(s) om te vergroten

798. JACOB HUYBERTS (KRANENBURG), geb. vóór ca. 1665, tr. vóór 1687 NN.

800. ALBERT GERRITSE, ged. Amsterdam Zuiderk. 14-6-1676 (get. Kasper Alberts, Lijsbetie Corse en Anna Roelofs), beg. Amsterdam Leidsekh. 21-12-1712 (laat 4 kinderen na), ingeboren poorter van Amsterdam 18-3-1705 als kuyper, woonde Prinsegracht (1705), Leidsegracht (1705, 1712), otr. Amsterdam 20-3-1705 (get. Gerrit Casperse, sijn vader)

801. AALTJE BLOCK, ged. Amsterdam Eilandskerk 1-11-1676 (get. Jan Gerritsz, Elisabeth Isaacx, Feijtje Gerrits), beg. Amsterdam Oude kh. 19-5-1750, woonde Nieuwe Zijds Houttuinen (1697), Brouwerskade (1705) en Leidsegracht tussen de Prinsegracht en de Baangracht (1750), otr. 1o Amsterdam 26-4-1697 (get. Marten Tromp, sijn vader en Albert Claes, haar voogd, de rato caveerende voor zijn medevoogd Barent Wedding, haar ouders dood)(¥) JOHANNES MARTENSZ (TROMP), ged. Amsterdam Noorderk. 15-2-1673 (get. (Liensaert?) Harperse en Annetie Pieters), beg. Amsterdam Oude kh. 25-7-1698, seylemacker van de Brouwerskaay (1697, 1698), poorter van Amsterdam 14-3-1696, zn. van Marten Herpersz (Tromp), aanspreker (1696) en eigenaar van een huis en erve op de Brouwersgracht ofte Tijgracht omtrent de Vissersstraat (1693) [69] en Stintien Jans.

COMMENTAAR(¥) zie kw. nr. 3207 sub b1.
HERZIE het volgende: Aannemende dat Olphert Claas Molenaar geen voorgangers als voogd heeft gehad, zou hij als zodanig benoemd moeten zijn na zijn meerderjarigheid (25 jaar), dus na ca. 1684. De voorzichtige conclusie kan dus getrokken worden dat de ouders van Aaltje Blok overleden moeten zijn tussen 1684 en 1693, wanneer Olphert Claas Molenaar optreedt als voogd over haar zuster Marretje Dirks Blok. Of is hij dan voogd, terwijl een van de ouders toch nog leeft?
Van Barent Wedding geen huwelijk te Amsterdam gevonden.

Poorterbewijs van Albert Gerrits (1676-1712) afgegeven te Amsterdam 18-3-1705.
klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 18-8-1705 testeren te hunnen huize Albert Gerritse mr. kuijper en Aaltje Blok, echtelieden, wonend aan de westzijde van de Leidsegracht tussen de Prinsegracht en de Baangracht. Zij benoemen elkaar tot algeheel erfgenaam, op voorwaarde dat indien testateur overlijdt zonder kinderen uit het huwelijk, zijn vader een legitieme portie krijgt. De langstlevende is gehouden de eventuele kinderen op te voeden en "te laten leren lesen, schrijven en enig eerlijk ambagt, stijl ofte oefening". Aan kinderen dient bij hun meerderjarigheid of aan dochters bij hun huwelijk hun deel bewezen te worden. Indien de langstlevende een ander huwelijk sluit, dient hij de minderjarige kinderen hun erfenis te bewijzen, zoveel als de langstlevende goeddunkt, en een of twee voogden te kiezen met uitsluiting van de weeskamer. Getuigen zijn Jan Jacob van Scherpenzeel en Jacobus Swart, bewoners dezer stad [70].

Op 6-6-1709 verkopen Maria Pagendarm, wed. en boedelhoudster van Erasmus Block (¥), haar zoon Jan Block, Simon Aertsz van Sprang en Jan Smaddes? aan Albert Gerrits, mr. kuyper, voor ƒ 2500,-- een huis en erve op de Leidsegracht aan de zuidzijde tussen de grote en de kleine dwarssstraat, "daar de driehoek in de gevel staat", tegenwoordig bewoond door Jean Loussaje, med. doctor, belend oostzijde de wed. Johannis Calve, westzijde de erfgenamen van Claas Cock, achterzijde Cornelis Boon en Cornelis Borstelman [71].

COMMENTAAR(¥) Deze Erasmus Block lijkt niet verwant te zijn aan Aaltje Blok. Immers, in 1671 wordt hij poorter van Amsterdam, als geelgieter van Hamburg.
Op 30-1-1710 verkopen Albert Gerritsz als gehuwd met Aaltje Block, voor 8/14 part, Luijtje Jans, wed. van Olfert Claesz Molenaar voor 1/14 part, Claas Jansz Lelie voor 1/14 part, Gerrit Jans de Jongh voor 1/14 part, Claas Purmerent als gehuwd met Luijtje Gerrits voor 1/14 part, Grietje Gerrits, wed . van Willem Vosman, voor 1//14 part, en nog de voorn. Claas Purmerent en Claas Jansz Lelie als gesurrogeerde voogden over Annetje Jans, minderjarige dr. van Annetje Jans voor het resteerdende 1/14 part, tesamen erfgenamen van Fijtje Gerrits, doch ten reguarde van de voorn. onmondige geaprobeert sijnde bij schepenen deser steede volgens appointemente op requeste van de voorn. voogden verleent d.d. 12-1-1709, sijnde de voorn. wed. geassisteerd met Albert Gerritsz als hare gekooren voogd in dese, Claas Purmerent, Claas Jansz Lelie ende verder Albert Geritsz hare vierendeelen soonen de naast soude gekrijgen, verkopen aan Hendricktje Willemsz en Cornelia Sijmensz, bejaarde dochters, een huis en erf genaamd De Leunstoel in de Sint Nicolaasstraat. Er wordt verwezen naar de oude brief van kwijtschelding d.d. 2-5-1642 ten behoeve van Gerrits Gerritsz, makelaer. [72]
Op 31-3-1719 compareert Aalijd Blok, laatst wed. van Albert Gerritsz, mr. kuiper, en benoemt met uitsluiting van de weesmeesteren tot voogden van haar minderjarige kinderen en tot administrateurs van hun vaderlijke en moederlijke goederen na haar overlijden Klaas Jansz Lelie (zie kw. nr. 3207 sub b2) wonende aan de zaagmolen De Lelie, en haar goede vriend Jan Jansz de Wit, wonende aan de zaagmolen De Duyf, en als plaatsvervanger haar goede vriend Daniel Mooy, wonende aan de zaagmolen De Hoop. Indien twee van de drie voogden zijn overleden, mag de overblijvende bij notariele acte een nieuwe voogd kiezen. De voogden of hun plaatsvervangers kunnen nooit aansprakelijk gesteld worden voor "eenige schaden, bankroeten ofte andere bedagte ofte onbedagte swarigheden" tijdens hun voogdijschap. Getuigen zij Jan Willemsz en Dirk van Alteren [73].
Op 17-9-1750 verkopen de erven van Albert Gerritsz, en de erven van Aaltje Blok, wed. van Albert Gerritsz Blok (!), aan Dirk Blok 2 huizen en deel erf op de Leidsegracht (ZZ), tussen de Lange Leidsedwarsstraat en de Korte Leidsedwarsstraat [74]

Poorterbewijs van Dirk Alberts Blok (1708-..) afgegeven te Amsterdam op 3-3-1733. Verantwoording d.d. 30-4-1786 door de voogden Jan van Rossen en Gerrit Andries Scheer over het kapitaal dat de drie minderjarige kinderen Grietje, Gerrit en Roelof Blok ontvingen uit de nalatenschap van hun oom en tante Dirk Blok en Maria de Ree.[75]
klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 17-9-1750 verkopen de erven van Albert Gerritsz, en de erven van Aaltje Blok, wed. van Albert Gerritsz Blok (!), aan Dirk Blok 2 huizen en deel erf op de Leidsegracht (ZZ), tussen de Lange Leidsedwarsstraat en de Korte Leidsedwarsstraat [76]
Op 31-12-1773 testeren Dirk Blok en Maria de Ree, echtelieden wonend op de Nieuwe Zijds Achterburgwal, en benoemen elkaar tot enige universele erfgenaam. Voorts verklaren beiden, indien zij de langstlevende zullen zijn tot erfgenamen voor gelijke helften te zullen benoemen Aaltje Blok, nagelaten dochter van wijlen testateurs broer Gerrit Blok en de drie kinderen Grietje, Gerrit en Roelof Blok van Jan Blok, zoon van testateurs voornoemde broer. Dit alles met plaatsvervulling bij vooroverlijden. Deze erfgenamen zullen verplicht zijn uit de boedel uit te keren de volgende legaten met plaatsvervulling :
  • ƒ 500,-- aan de kinderen van Matthijs Dalemans, nagelaten broederszoon van testatrices eerdere echtgenoot wijlen Johannes Dalemans.
  • ƒ 1000,-- aan Matthijs Schuijlenburg, nagelaten zusterszoon van Johannes Dalemans voornoemd, en ƒ 500,-- aan de kinderen van Matthijs Schuijlenburg.
  • ƒ 500,-- aan de kinderen van Jan Schuijlenburg, broer van Matthijs voornoemd.
  • aan Anthony Coffrier, thans meesterknecht en waarnemer in de boekdrukkerij van testanten, indien deze dan nog bestaat, en hij er nog waarnemer is, de "gehele boekdrukkerij, met alle de letters, parssen, en verdere gereedschappen en ingredienten", de boekenkast met boeken en het recht om het huis van testanten, zolang hij daar de boekdrukkerij in blijft drijven, te huren voor ƒ 300,-- per jaar.
  • aan de Diaconiearmen van de Gereformeerde Nederlandse Gemeente alhier ƒ 8000,-- onder voorwaarde dat de Diaconie wekelijks tot haar overlijden dient uit te keren ƒ 4,-- aan Neeltje van der Klijn, dienstmeid der testanten, indien zij dan nog in dienst is.
Al deze legaten dienen binnen drie maanden na overlijden van de langstlevende der testanten te worden uitgekeerd. De langstlevende der testanten wordt verzocht tot redders van de nalatenschap en voogden van eventuele minderjarige belanghebbenden te benoemen Jan van Rossen en Gerrit Andries Scheer. Zij dienen de erfportie van minderjarigen bij de Weeskamer te administreren. Testanten behouden zich het recht voor van wijziging bij onderhandse dispositie of notariele akte. Getuigen zijn Lucas van Diepen en Christiaan Doonas [77].
Op 15-3-1776 verkoopt Suzanna de Warm, wed. Gerrit Blok, aan Dirk Blok een ½ huis en erf op Leidsegracht tussen de twee Leidsedwarsstraten. [78]
Op 10-5-1799 verkopen Alida Wieben, wed. van Jan Blok, de erven van Dirk Blok, de erven van Jan Loosjes en de erven van Reijnoutje Kouter, wed. van Leendert van der Horst, aan Jan Eeden, de houtzaagmolen De Witte Lelie op het Kwakerseiland buiten de Raampoort. [79]
Op 15-11-1799 verkopen de erven van Dirk Blok en Maria de Ree, alsmede Gerrit Andries Scheer namens zijn echtgenote Aaltje Blok, aan Gerrit van Tijen een huis en erf, op de Nieuwezijds Achterburgwal (OZ), op de noorderhoek Keizerrijk bezuiden de Paleisstraat (Stilsteeg). [80]

802. JOHANNES (JAN) DE WARM, ged. Amsterdam Westerk. 21-12-1687 (get. Johannes de Warm en Sara Becqu), beg. Amsterdam Westerkh. 30-1-1758 (klasse ƒ 0-15-0), wever (1709), woonde Lojersstraat (1709) en Prinsegracht (1758), poorter van Amsterdam 10-6-1710 als fluweelwerker, als J. de Warm vermeld (1742) met een katoenwinkel aan de Prinsegracht, huur ƒ 330,--, inkomen ƒ 1000,--,[81] doopget. (1719..1745), otr. Amsterdam 6-9-1709 (get. Ambrosius de Warm, sijn vader en Aaltje Adriaans, haer moeder)

803. TRIJNTJE STEVENS (STRUIJS), ged. Amsterdam Noorderk. 6-5-1691 (get. Trijntje Jans en Geesje Barents), beg. Amsterdam Westerkh. 3-12-1756 (klasse ƒ 0-15-0), woonde Vinkestraat (1709), Prinsegracht (1756), doopget. (1726..1752).

Op 23-2-1724 verkopen de erven van Cornelis Simon Breur aan Abraham Struis, en Jan de Warm, een huis en erf in de Boomstraat (ZZ) (Boomstraat) het elfde huis voorbij de dwarsstraat te Amsterdam. [82]
Op 27-4-1724 verkopen Abraham Struijs en Jan de Warm, aan Juriaan Nagel, een huis en erf in de Boomstraat (ZZ) (Boomstraat) het elfde huis voorbij de dwarsstraat te Amsterdam. [83]
Op 9-5-1724 verkopen Sijmon Aertsz van Sprang en Jan Bakker, aan Assuerus Groenevelt, en Jan de Warm, een huis en erf in de Looiersdwarsstraat tussen Oude Looiersstraat en Looiersgracht te Amsterdam. [84]
Op 20-10-1724 verkopen de erven van Reijnier Slot en Trijntje Dirks echtgenote van Eric Willekes, aan Jan de Warm, Hendrik van Dijk, en Assuerus Groeneveld, een erf en getimmertein in de Kleine Leidsedwarsstraat (NZ) te Amsterdam. [85]
Op 20-6-1725 verkoopt Jan de Warm aan Assuerus Groenevelt, een 1/2 huis en erf in de Eerste Looiersdwarsstraat tussen Looiersgracht en Looiersstraat te Amsterdam. [86]
Op 11-7-1725 verkopen Jan de Warm, Hendrik van Dijk, en Assuerus Groeneveld aan Willem van Campen, een erf in de Kleine Leidsedwarsstraat (NZ) te Amsterdam. [87]
Op 31-3-1734 verkopen de erven van Claas Arendsz de Vries echtgenoot van Grietie Gerbrands de Ridder aan Jan de Warm, een huis en erf, waar De Gekroonde Hazewindhond uithangt, op de Prinsengracht (WZ) tussen Egelantiersstraat en Tuinstraat te Amsterdam. [88]
Op 22-4-1766 verkopen de erven van Jan de Warm aan Johannes George Born, een, huis en erf, waar De Gekroonde Hazewindhond uithangt, op de Prinsengracht (WZ) tussen Tuinstraat en Egelantiersstraat te Amsterdam. [89]

804. BARENT LINDE(MA)N, geb. Deckmolt 1664/5, beg. Amsterdam St. Anthonieskh. 27-9-1708 (laat 5 kinderen na), wordt onder de naam Barent Tops (sic!) poorter van Amsterdam 3-6-1694 als komenijhouder van Depmolt in Cleefland, passer(?) (1693), woonde St. Annastraat (1693), Raamgracht bij de moddermolen (1708), doopget. (1688, 1696), otr. Amsterdam 24-4-1693 (get. Casper Lindeman, sijn broeder en Anna Elisabeth Duijtjes (sic! elders Deutgenius), haar behuwd zuster)

805. HENDRI(C)KJE TOPS, ged. Elburg 22-11-1665, beg. Amsterdam Karthuizerkh. 21-12-1738 (laat 2 kinderen na), doopget. (1688..1733), huwelijksget. (1719..1724), woonde Niezel (1693), "agter 't Kathuijserskerkhof over 't weduwenhofje" (1738).

806. JAN JACOBS POTSER, ged. Meppel 10-8-1666, ovl. 1711-1726, woont te Meppel (1697), tr. Meppel 10-2-1697

807. WIJGHERTJEN HENDRIX TISSINCK, ovl. 1711-1732, woont te Oosterboer (1697).

808. NN MOUTON (MATON), tr.

809. EMILIA VAN DE WATER, beg. Rotterdam Cool gaarder 31-1-1707 (als huisvrouw van NN Mouton), wonend op de Schie (1707).

810. HENDRIK (VAN) RO(E)SENBOS(CH), ovl. vóór 1707, tr. vóór 1707

811. CORNELIA MATON (MOETON/MOUTON)(¥), woont Botersloot te Rotterdam (1707), tr. 2o Rotterdam geref. 13-3/5-4-1707 (als weduwe van Hendrik van Rosenbosch, afkomstig van Delff) JAN KOSTER, j.m., afkomstig van 's Gravenhage, woont Lombertstraat te Rotterdam (1707), doopget. (1737..1755),

820. PIETER KLAASSE VAN KEULEN, geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1693, parentatie niet bewezen, treedt op als getuige in een akte, wonend te Kerkwerve (1671), wordt als gehuwde man wonend te Elkerzee geref. lidmaat aldaar 1693, landman (1675, 1683) wonend te Cappelle (1675, 1683), tr. vóór 1681

821. SIJTJE CORNELIS, ovl. na 1693.

Op 19-10-1675 machtigt Pieter Claesse van Keulen, landman, wonend te Capelle (Duiveland), Joan Vijnk, procureur. Get. Abram Paulusse, Abram Paulusse. [106]
Op 22-2-1681 wordt een akkoord gesloten tussen Daniel Dingemansse, te Westenschouwen, (gehuwd met?/wednr. van?) Crijntje Dingemans, verwant aan Rens Cornelisse, overleden, secretaris, Pieter Claesse van Keulen, (gehuwd met?) Sijtje Cornelis, Claes Tonisse Lopse, te Elkerzee, Pieterje Cornelisse Maijken Cornelis Aechken Cornelis, te Nieuwerkerk. Get. Jacobus Walrant, koopman, Pieter Pieterse van den Berch. [107]
Op 19-7-1681 machtigt Pieter Claesse van Ceulen, wonend te Capelle (Duiveland), Christoffel van Meerderwerff, notaris, inzake Rens Cornelisse, overleden, secretaris. Get. Pieter Jan Oortse, herbergier, Jan Reijnderse Noom, landman. [108]
Op 26-1-1683 machtigen Pieter Claesse van Keulen en Sijtje Cornelis, wonend te Capelle (Duiveland), NN. Verder genoemd Claes Thonis Lobse, te Elkerzee, Weduwe van Daniel Ockerse, Adriaen van der Hove. Get. Joos Pauwelse, smid, Aert Soetemanse, gareelmaker. [109]
Pro memorij akte d.d. 28-1-1683. Personen: Pieter Claase van Ceulen, comparant, landman te Capelle (Duiveland), Jacob Corstiaense de Maat, comparant, landman te Nieuwerkerk, Daniel Ockerse, overleden, raadsheer. Get. Pieter Jan Oorse, Joannis Oorse, beiden te Zierikzee. Het betreft: overname van de pacht van een boerderij van de weduwe van Daniel Ockerse vlakbij Capelle door De Maat. [110]
Akte van insinuatie d.d. 3-11-1685 Personen: Crijntje Dijngemans, insinuant, Cornelis de Witte, Heer, Reijnier Cornelisse, overleden, Pieter van Keulen, Claes Tonisse Putocq, Cristoffel van Melde. Get. Bastiaen Blom, Claes Bulaert de Jonge. [111]

822. PIETER BOUDEWIJNS, geb. vóór ca. 1685, ovl. na 1736, tr. vóór ca. 1710[112]

823. ELISABETH JANS SWAGER, ovl. Kerkwerve feb. 1736.

Op 9-8-1736 wordt te Kerkwerve boedelinventaris opgemaakt van Elisabeth Janse Swager, overleden te Kerkwerve in feb. 1736. Haar wednr. is Pieter Boudewijnse. Tot voogd wordt benoemd Jochem Janse Swager. Het batig saldo bedraagt £ 87.17.8. De minderjarige kinderen zijn: De meerderjarige kinderen zijn: 3. Krina Pieters, gehuwd met Jacob Kister; 4. Neeltje Pieters, gehuwd met Cornelis Jacobsz. Gertse. 5. Janna Pieters, gehuwd met Job Peute; 6. Geertruijt Pieters, gehuwd met Cornelis Kister. De meerderjarige kinderen deden afstand van hun erfportie. [113] [114]

826. BOUDEWIJN AARTSE VAN DEN ENDE, geb. vóór ca. 1695, ovl. Zierikzee 1740[118], treedt op als get. in akten (1723, 1732), dan wonend te Zierikzee, wednr. van Zierikzee (1728, 1731), otr. 2o Zierikzee geref. 12-8-1728 TONA TONIS DEN BOER, ovl. Zierikzee 1730[119], wed. van Zierikzee (1728), otr. 3o Zierikzee geref. 21-12-1730 WILLEMIJNTJE (WILLEMINA) KOOLE, ovl. Zierikzee 1733[120], wed. van Zierikzee (1731), otr. 1o voor 1720

827. NEELTIE REIJNIERS, ovl. Zierikzee 1727 (als vrouw van Boudewijn van d' Ende)[121].

Op 13-2-1720 testeert te Zierikzee: Neeltie Reijniers, wonend te Zierikzee. verder genoemd : Boudewijn Aartse van den Ende (haar echtgenoot?), Maria Bastiaens, (haar moeder?). Getuigen zijn Jacob Boer en Leendert Beijer beiden wonend te Zierikzee. [122]
Willemyntje Koole wordt vermeld in de weeskamer van Zierikzee (1753).[123]

828. FRANS JACOBSE (DE(N)) BL(E)IJ(C)KER, geb. vóór ca. 1670, ovl. Zierikzee 11-11-1730 [126] [127] , getuigt in akten te Zierikzee (1714..1725),[128] tr. 2o ..esse (Renesse? Spijkenisse?) 2-9-1703 [129] ANNETJE ISAAKS DE BLIJKER, tr. 3o 1708-1712 JANNETJE JAKOBS DEN BLIJKER, ovl. Zierikzee 18-6-1728 [130], tr. 4o Zierikzee 20-6-1728 [131] JANNETJE CORNELISSE DE BLONDE, ovl. Zierikzee 12-1-1744 [132], huw. get. (1737), vermoedelijk dr. van Cornelis de Blonde, slager te Noordgouwe, en Cornelia Pieters,[133] [134] tr. 1o ..esse (Renesse?) 8-9-1691

829. KATELINA KAM(¥), ovl. Zierikzee 1702 [135].

COMMENTAAR(¥) Wat is het verband met Cornelis de Kam, geb. ca. 1630, uit wie Willem Cornelissen de Kam, geb. ca. 1656, tr. 1o ca. 1680 Catelijntje Aernoudts, tr 2) ca. 1690 Louwertie Louwers, otr/tr 3) Koudekerke 12/27-3-1712 Leijntie Cornelis Machielsen. [136]

848. JAN JACOB STUYR (STEUR, STUUR)(¥), geb. vóór ca. 1670, beg. Laren impost 2-2-1736, vermeld als Jan Jacobz Stuur als erfgooier te Laren (1708),[154] betaalt als Jan Stuer ƒ 1,2,-- verponding voor een huis te Laren getaxeerd op ƒ 13,--,--, (1733),[155] tr. (als Jan Jacobsz)

849. GEERTJE JANS.

COMMENTAAR(¥) zoek op vermeldingen van Jan Jacob Stuur in ORA Laren, inv. nr. 3253, f15,134 en 3254, f203, 204, 214. voorts wed. van Gijsbert Jacobs Stuur, in ORA Laren, inv. nr. 3250, f55

Jan Steur wordt te Laren vermeld in de Lijst van gemeente gerechtigden (1708), en in een lijst van Eigendom van bomen (ca. 1740). [156]
Ongedateerde acte te Laren (tussen 1740 en 1744) :
"Weegens boomen die voor de huijse Voor den een, en den anderen Sijn Staande Namelijk Nog het huijs daar Jan Donker van ouds in gewoont heeft. Nu de Erfgenamen Van Jan Steur Staan de boomen Voor 't gemeen" [157]

852. GEURT JANSZ DE WIT, komt in 1717 tweemaal voor als voogd in processen te Laren, [160].

Laren Brandkeur 1696:[161]
"1696 den 2 april is bij die vanden gerechten namentlijk lubbers tuenisen Buuermeester Rutger Martesen/Willem Guertsen ende Willem Cornelis swanicken Sijne scheepenen neeuens de Vier Raden Vant dorp Laeren geresolveert en vast Gesteelt dat alle de in Woonders vant selve Dorp Laer binnen den tijdt van viertien daegen na dato deses sullen moeten Versien van sodanigen brandt gereetschap als bij Jders Naem staet Uijt gedruijckt namentlijck leeren ende staaken de leeren moeten lang sijn 8 sporten en de stocken inde haaken moeten lang sijn 15 voet."
...
Geurt Jansen de Wit

854. PIETER ANXEN(¥), ovl. vóór 1708, tr.

855. NN, ovl. na 1708, komt voor als d'Wed: Pieter Anxen op de lijst van erfgooiers te Laren (1708). [162]

COMMENTAAR(¥) Is zijn broer mogelijk : Claas Assen (of Anxe) (de Groot), vermeld op de erfgooierslijst te Blaricum (1708), bezit het recht tot scharen, maar gebruikt het niet (1706), tr. Blaricum 11-2-1686 Lijsbeth Everts Sas. [163]

856. HENDRIK (VEEN?).

858. TATICK (T(H)AD(D)EUS) CLAASZ (DICK), beg. Weesp 29-9-1683 als Thaddeus Claasz (impost) [164], wednr. van Weesp (1678), genoemd in het Register van de Collaterale Successie [165] te Weesp 28-3-1684 tesamen met Annetie Taticksdr, landschepen van Weespercarspel (1668..1680) telkens afwisselend met Marten Claesz, die mogelijk zijn broer is [166], genoemd in de geref. lidmatenlijst van Weesp in 1650 (¥) en 1672, tr. 1o voor 1672 TRIJNTIE CORNEELIS, beg. Weesp 21-12-1673 (impost), als huisvrouw van Tadeus Claasz, otr. 2o Weesp (gerecht) 21-6-1678 (get. voor haar Annetie Dirks, hij als Tadeus Claasz Dick, wednr. van Weesp)(¥) FRANSIJNTIEN BARENTS, geb. Amsterdam ca. 1642 (¥), beg. Weesp 26-2-1679 (impost) als huisvrouw van Thaddeus Claasz.

COMMENTAAR(¥) of betreft het hier een naamgenoot?


COMMENTAAR(¥) In Boegem, klapper T Weesp staat 21-5-1678 check! een mogelijke otr. te Amsterdam niet gevonden, blijkbaar woonde zij daar nog maar kort.


COMMENTAAR(¥) mogelijk: Fransina Barents, ged. Ev. Luth. Amsterdam 9-10-1639, dr. van Barent Jansz.

860. HUIBERT JANSEN (BOS), geb. vóór ca. 1665, bakker? (1698), tr. vóór 1690

861. AELTJE JANS.

De bakker.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

klik op plaatje(s) om te vergroten

862. WILLEM (VAN DIJK?) (¥), tr. vóór ca. 1700 NN. (Barentje Claes?).

COMMENTAAR(¥) Is Willem van Dijk, commissaris van de brandspuit (1758-1775), en gildemeester van het Timmermans-, Metselaars- en Glazenmakersgilde te Weesp [188] verwant?

868. JACOB AERTSEN SETHOVEN, geb. vóór ca. 1660, ovl. 1696-1701, vermeld te Langer Aar en Korter Aar in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 3 ½ personen in de klasse van de armen of aalmoezen levende, [189] gerechtsbode en deurwaarder van de Gemeene Landsmiddelen van Ter Aar (1685),[190] tr. 2o voor 1685 CORNELIA CORNELIS DE HOUFT, ovl. vóór 1685, tr. 3o Ter Aar geref. 1685 (als haar wednr.),[191] ANNA (ANNETJE) KLAASSE WESELENBURG, ged. Langeraar 1-2-1654, ovl. na 1702, dr. van Claas Jacobs Wezelenburg, bouwman en veenman te Langeraar, diaken en ouderling te Ter Aar, ambachtsbewaarder van Langeraar en Korteraar,[192] en Hillegont Huygen de Heer,[193] tr. 1o

869. GRIETJE ARIENS VAN HIJSELENDOORN.

Kohier van de 100e penning van Rijnland : 1702. Claes Jacobsz Weselenburg te Korteraar overleden. Erven: Huyg Claesz Weselenburg, Jacob Claesz Weselenburg, Jacob Jansz Capiteyn en Annetje Claes Weselenburg, weduwe van Jacob Aertsz Sethoven.

872. PIETER JANS VAN STRATEN, geb. vóór ca. 1660, parentatie niet bewezen, doopget. (1713, 1714, 1719), tr.

873. NN (mogelijk Aeltje Dircks van Dam).

876. JAN CORNELISZ WITTEBOL, geb. vóór ca. 1645, ovl. na 1700, woont te Benthuizen (1671), vermeld in de transportregisters van Hazerswoude (1659-1690), huw. get. (1700), tr. Hazerswoude 17-1-1666[206]

877. JANNETJE CORNELIS HOUWELING, geb. vóór ca. 1645, ovl. na 1714, woont te Benthuizen (1671), doopget. (1711, 1714).

Op 26- 2-1671 compareren Jan Corneliss Wittebol en Jannitgen Cornelis Houwelingh, echtgenoten, en wonende te Benthuizen. [207]

878. FRANS (MAERTENS?) (VAN ZUIJLEN), geb. vóór ca. 1660.

880. SIMON WILLEMS (SCHANSHEER?)(¥), ged. geref. Rijsoord 27-2-1628, genoemd in een akte d.d. 15-2-1687 als erfgenaam, tr.[220] [221] voor 1651.

881. JANNETJE CORNELIS.

COMMENTAAR(¥) Verdere gegevens Schansheer te Ridderkerk (ook veel Schansman aangetroffen!, dit lijkt dezelfde familie te zijn :
Willempje Schansheer, v.v. Gerrit Verhoeve, zij geref. lidmate te Hendrik Ido Ambacht, 1792.[222]

vul aan Kron. 9(2000)117

882. ELDERT GERRITS, parentatie niet bewezen.

883. MARYTIEN JANS, parentatie niet bewezen.

884. JAN PLEUNEN (DE) GELDER (alias GELDERSZ)(¥), ged. Rijsoord 6-4-1642, ovl. 1686-1688,[257] [258] j.m. van Ridderkerk (1671), bakker (1675) op de Oostendam (1680), woont te Hendrik Ido Ambacht op de Oostendam (1674..1680), otr./tr. 1o Hendrik-Ido-Ambacht/Ridderkerk(attestatie gegeven) 18-10/7-11-1671[259] ARIAENTJE CORNELIS BOOGAERTS, j.d. van Hendrik-Ido-Ambacht (1671), tr. 2o 1671-1680 ARIAANTJE LEENDERTS BLOCK IJsselmonde, ovl. 1682-1689, dr. van Leendert Huigen Block, armmeester en mr. timmerman te IJsselmonde, en Neeltje Cornelis Clootwijk,[260] tr. 2o Dordrecht (huw. voorw. 1-11-1680)[261]

885. LIJSJE (LIJGJE, CLEISJE, LEIJTGEN) MICHIELS SNOUCK (HOEK ![262])(¥), ged. Sleeuwijk 21-10-1665, ovl. Hendrik-Ido-Ambacht 1692-1710, doopget. (1689),[263] mogelijk identiek met Lijsebet Michielse, die in 1689 wordt vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Hendrik-Ido-Ambacht wonend op de Kerkwegh aldaar en op 9-10-1690 is vertrokken naar Rotterdam, tr. 2o Hendrik Ido Ambacht 8-1-1690[264] WIL(LE)M AERTS (DE KONING), ovl. Ridderkerk 18-9-1738,[265] moet, na de grote brand te Ridderkerk (1731), als bewoner van een huis aan de Meulendijk zorg dragen voor de aanwezigheid van 1 lantaarn, 1 brandemmer, en 1 leer van 12 sporten, [266] verm. zn. van Aert Cornelis Koning.[267]

Wapen Snoek (Gorinchem): Effen groen met een hermelijnen schildhoofd en in een gouden vrijkwartier een groengeknopte en -gepunte rode roos. Helmteken: een verticaal geplaatste snoek van natuurlijke kleur, met de kop naar beneden, tussen een gouden vlucht. Dekkleden: zilver en groen. Schildhouders: twee gouden griffioenen met de staart tussen de achterpoten doorgaande. De oudste gebruiker van dit wapen is Jan Snoeck Jacobsz, raad (1558) en schepen (1564) van Gorinchem. [268]


COMMENTAAR(¥) Is er verband met
Cornelis Hermans (de Gelder) te Dubbeldam 1631.[269]
een geslacht Gelder te Charlois [270].
Neeltje Pieters de Gelder te Ridderkerk ca. 1700.[271]
Jan de Gelder, ged. Heerjansdam 3-4-1672 (get. Jan Dircksen van Driel, Maeijke Melsen en Trijntje Jans) als zn. van Wilm Ariensen de Gelder en Teuntje Jans van Driel.[272]
Jan Staese van Gelder, beg. Poortugaal 3-1-1676 (in de kerk), timmerman, tr. Poortugaal 5-4-1637, als j.m. van Rhoon, met Leijgje Bastiaens Spruijt j.d., geb. 1611, ovl. 31-7-1655, beg. Poortugaal 3-8-1655 (in de kerk, oud 44 jaar, 7 mnd) dr. van Bastiaen Pietersz Spruijt en Neeltje Jansdr Koman.[273]
Pieter Pleune Gelder, woont bij de Ridderkerkse korenmolen (1677).[274]
Er lijkt geen verband te bestaan met een geslacht Gelder te Charlois ca. 1600-1700.[275]
vul aan OV 55(2000)308


COMMENTAAR(¥) Is er verband met
Grietie Pleune Snoek otr.IJsselmonde 28-4-1709 met Cornelis Hendricksse van Mullum, ged. Charlois 15-10-1684, ovl. aangegeven IJsselmonde 28-4-1723 (Corn Heijnd. van Mulm, aangeefster Grietie Pleune Snoek), zn. van Hendrik Hendricks van Mullem en Lijsbeth Stoffels de Groot.[276]
Op 27-2-1671 verkoopt Grietje Pietersdr, wed. van wijlen Pleun Leenderts Gelder wonend onder Ridderkerk, aan haar zoon Jan Pleunen Gelder "een hoog aertschuijt met zeijl ende verder aancleven van dien zoo de zelve rijld en zeijlt" voor de som van 40 car. gld alle 't welke voors. is en contant heeft betaald. [277]
Op 4-6-1674 verkoopt Leendert Reijersz van der Sint, wonende aan de Korenmolen te Ridderkerk, aan Jan Pleunen Gelder, wonende aan de Oostendam 12 roeden land, gesitueerd recht achter Jan Pleune. Belend ten Oosten Cornelis Herbertsz de jonge, ten Westen een tuin of boomgaard van Geertie Pieters tijdens haar leven bewoond en nu toebehorende aan de voornoemde comparant, behalve de gang of slop die tussen beide huizen ligt, dit is voor wederzijds gebruik. [278]
Op 4-2-1675 verklaren Jan Pleune Gelder, bakker op de Oostendam en Ariaentie Leendert Block, zijn huisvrouw, op verzoek van Claes Jansz van de Linde, dat hij voor 30 december 1674 altijd bij hen brood heeft gehaald. [279]
Op 4-2-1675 verklaren Bastiaen Jansz van Gelder en Dirck Cornelisz Bogaert, metselaar wonende op de Oostendam, Ariaentie Leenderts Blocq, vrouw van Jan Pleune Gelder, backer en Maaijken Leenders, huisvrouw van Gerrit Hendricxsz van der Hoep, waard wonende op de Oostendam, op verzoek van Claes Jansz van de Linde dat op 30 december 1674 de drost van Zuid Holland met zijn paard op de Oostendam is geweest op zoek naar Claes Jansz, met de bedoeling hem te arresteren. Hij heeft zich echter op de bovenkamer verstopt, zodat hij onverrichterzake weer moest vertrekken. [280]
Op 11-3-1675 verklaren Jan Pleunen Gelder, bakker en Jan Bastiaensz, meester metselaar, beiden wonende op de Oostendam op verzoek van Claes Jansz van de Linde, kramer, dat Claes bij de voornoemde Jan Pleunen jaren achter elkaar brood heeft gehaald en soms deed zijn zoontje dit (die verleden zomer is verongelukt). Zij leggen een verklaring af inzake het gebeurde op 30 december 1674. [281]
Op 25-2-1677 maken Ariaantje Leenderts Block en Jan Pleunen Gelder huwelijkse voorwaarden te Dordrecht.[282]
Op 24-5-1677 benoemt Jan Pleune Gelder wonende te Hendrik Ido Ambacht op de Oostendam zijn dochter Ariaentie Jans tot zijn erfgenaam. Mocht zij voor overlijden dan komen zijn broers en zus, met name Pieter Pleune Gelder, Cornelis Pleune Gelder en Maeijcken Pleune Gelder in aanmerking. Tot voogd en boedelbeheerder stelt hij aan zijn broer Pieter Pleune Gelder. [283]
Op 1-11-1680 maken Jan Pleunen Gelder, laatst wednr. van Ariaentgen Leenderts Block, toekomemde bruidegom wonend onder Hendrik-Ido-Ambacht, en Leijtgen Michiels, j.d. mede wonende aldaar, toekomende bruid, geasst. met mij notaris en gekoren voogd, huwelijkse voorwaarden. Zij trouwen buiten gemeenschap van goederen, en brengen ieder roerende en onroerende goederen in tot onderstant van hun huwelijk. [284]
Op 28-5-1689 huurt Leygie Michielsdr Snoeck, wed. van Jan Pleune Gelder voor twee jaar 1 morgen boomgaard genaamd "Danckeren Bogaert" aan de Pruymendijck in Oud Reywerwaard van Barber Claesdr.[285]
Op 5-4-1710 kavelen de erfgenamen de boedel van Leijgje Michielsdr Snoek, overleden te Hendrik-Ido-Ambacht. Antonie Joppen Verschoor bekent ontvangen te hebben uit handen van Pleun Jans de Gelder een som van 30 gld. in voldoening van een som van 86 gld. van gehuurd vlasland door zijn stiefvader Willem de Conick gehuurt te hebben van mijn schoonvader Pieter Ariens Huigen bekenne met deze som van 30 gld. ten volle voldaan te zijn bij akkoord door Willem de Coninck en mijn ondergeschreven gemaakt in data 20-4-1710 als schoonzoon van Ariaentje Ariens Snoeck wed. van Pieter Huigen. Ondertekend door Antonie Joppen Veschoor. [286]

886. CORNELIS GERRITSE NEUTEBOOM(¥), j.m. van Barendrecht, woont te Barendrecht (1672), otr./tr. Barendrecht 29(20?)-10-1672 / Heerjansdam,[291] [292]

887. ANNICHIEN HENDRIX, ged. Puttershoek 4-9-1650,[293] j.d. van Puttershoek, woont te Barendrecht (1672), is doopget. (1682).

COMMENTAAR(¥) Is er verband met Bastiaantje en Maria Maartens Neuteboom, doopget. te Maasdam na 1680.[294]
Bastiaen Adriaensz Noteboom betaalt 5 pond hoofdgeld te Charlois (1623) [295]
Maerten Jacobsz Neuteboom te Maasdam 1640-1719.[296]

894. CORNELIS JANSZ KLOOSTER, ovl. 1706-1746, j.m. van Vriesekoop, otr. Leimuiden 4-11-1696 (pro deo, met attestatie naar Rijnsaterwoude) en otr./tr. Rijnsaterwoude 20-10/4-11-1696

895. NEELTJE ABRAHAMSE DE LANGE, ovl. Oudshoorn, beg. Leimuiden geref. 28-11-1746 (graf 50, weduwe van Cornelis Klooster), j.d. te Rijnsaterwoude.

900. CORNELIS BREES (BRIE), geb. Eemnes, beg. verm. Amersfoort Lieve Vrouwe Kapel 8-3-1742 (als Cornelis Brees, laat kinderen na), vermels in de lisjt van 1688 als geref. ldimaat te Amersfoort wonend nabij de Kapel, wordt als Cornelis Brees, afkomstig van en geboren te Emmenes, burger van Amersfoort op 27-3-1702, tr. vóór 1700

901. TRIJNTJE PIETERS, ovl. na 1707.

904. GERRIT WILLEMSZ (VAN) CRAJEKAMP, ged. Amersfoort 24-1-1661, ovl. na 1714, schepen van het gerecht Hoogland (9-1-1695 tot 1714) [311], otr./tr. Amersfoort/Barneveld geref. 29-1/19-2-1693 als j.m. van Amersfoort, met betoon op Barneveld 17-2-1693

905. AALTJE(N) HENDRICKS BERGHUI(J)S, geb. vóór ca. 1675, ovl. na 1697, j.d. wonend te Barneveld (1693).

906. JAN DIRKSEN, geb. vóór ca. 1680, te Barnevelt treedt in 1741 op als momber van de kinderen van zijn dochter Aalten Jans.

908. HESSEL HESSELSEN(¥), otr./tr. Nijkerk 16-4/7(?)-5-1705, als j.m. onder Nijkerk

909. METJEN JANS, j.d. onder Nijkerk.

COMMENTAAR(¥) Is Klaesje Hessels, j.d. van Nijkerk, die tr. Barneveld 1709 [312], mogelijk zijn zuster?

910. DIRK (THEODORUS) JANS (BOON/BONERT), ged. Amersfoort RK Muurhuizen 5-5-1679, beg. Amersfoort Lieve Vrouwe Kapel 30-1-1745 (laat kinderen na), otr./tr. Amersfoort geref. 4/24-3-1707 als Dirk Jansen j.m. van Amersfoort

911. JANNETJE DIRKS BONEKAMP, ged. geref. Amersfoort 1-1-1679, ovl. 1728-1745, wed. van Amersfoort (1707). otr./tr. 1o Amersfoort geref. 7/23-12-1703 GERRIT KOLCKMAN, ovl. 1704-1707 (beg. te Amersfoort niet gevonden), ruijter onder ritmr. de Bitter (1703).

Op 19-11-1727 koopt Dirck Boon van de heer Lion Parnase van de Hoogduijtse joodse natie binnen Amsterdam een tabaxschuer met een hof daarachter bij de Utrechtse Poort binnen Amersfoort voor 550 guldens boven eene stuiver op de gulden tot randsoen monterende same 577 guldens. De 40ste penning wordt op 3-1-1728 bij R. Goudoever te Amersfoort betaald.[313]
Op 9-1-1728 verkoopt Cosmanus Gomperts, als speciale gemachtigde van Leon Gomperts, Parnasse van de Hoogduitse Joodse Natie van Amsterdam en als gemagtigde van Levi Marcus, Salomon Jacobs, Salomon Moses, Salomon Levi, Aaren Abraham en Alexander Levi, regerende Parnassen van de Hoogduijtse Joodse Natie, tesamen gestelde executeurs over den boedel en nalatenschap van Joseph de Beer, aan Dirk Boon en zijn vrouw Jannitje Boonecamp, een tabaxschuur met hof daarachter en een mestvaaltplaats daarvoor, gelegen bij de Utrechtsepoort, belend aan de ene zijde Johannes Ebbenhorst, aan de andere zijde de stadswal. [314]
Op 31-5-1745 verkopen Dirk Boom, meerderjarige Jongman, Jan Boom en zijn vrouw Elsje van Westeneng, Leendert Boom en zijn vrouw Claartje Boom, Adam Binksteen en zijn vrouw Cornelia Boom, Jan Willemsz en zijn vrouw Willemijntje Boom, enige nagelaten kinderen en behuwdkinderen van Dirk Boom en Jannitje Bonekamp, gewezen echtelieden (coopcedule d.d. 5-4-1745), aan Coenraad Temmink, Raad in de Vroedschap en Schepen dezer stad, een tabakschuurtje van 5 vakken met het huisje daar annex, het hofje daarachter en de grond daarbij, belend aan de ene zijde Johannes Ebbenhoven, aan de andere zijde de Stadswal. [315]
NB Boom zal hier wel verkeerd gelezen zijn : Boon?

912. OLOF HENRICKSZ COCK, geb. vóór ca. 1670, beg. Amersfoort St. Joriskh. 29-5-1726 (laat kinderen na), j.m. (1691), woont te Amersfoort (1704), bombazijnwerker te Amersfoort, get. (1712) als oom van Steven Janssen, huw. get. (1706, 1716), otr. 2o Amsterdam pui/Amersfoort gerecht 9/13-5-1704 (hij als wednr. van Margriet Sponsis, zij oud 36 jaar, haar ouders dood, geast. met Marretie Hartman) MARIA (MARRETJE) JANSSE, geb. Amersfoort 1667/68, ovl. 1726-1729, j.d., woont te Amsterdam op de Fluweleburgwal (1704), otr./tr. 1o Amersfoort gerecht 3/17-4-1691 (get. zijn vader Henrick Cock, haar vader Johannis Jurriaen Sponsis) en tr. Amersfoort RK 17-4-1691 (get. Catharina Spons)

913. MARGARETA JANS SPONSUS, geb. vóór ca. 1670, ovl. 1699-1704 (beg. te Amersfoort niet gevonden op achternaam en patroniem), j.d. (1691).

Op 2-5-1713 machtigt Maria Wouters van Diemen, wed. van Theunis Bartsz van de Boomgaert, Olof Cock, bombazijdewerker in Amersfoort de nalatenschap te administrieren en te redden. Erfgenamen zijn de kinderen van Theunis. [335]
Op 3-6-1726 machtigt Maria Jans, boedelhoudster, "lijfftogteresse", wonend te Amersfoort, wed. van Oloff Cock, "in leven bombasijdewerker alhier", Jacob Hendrikse Graaff, schipper van Tessel, om haar belangen te behartigen bij Cornelis de Jongh, mede schipper wonende te Tessel, om van hem arbeidsloon en verschot te innen voor haar. [336]
Op 23-6-1726 vindt de boedelscheiding plaats van de nalatenschap van Oloff Cock, overleden, echtgenoot van Maria Jans, en eerder gehuwd met Margrieta Jans. Het betreft een huijsinge, winkel en winkelwaren. Comparanten zijn Maria Jans, wed. en boedelhoudster en lijftochteresse van Olof Cock, en Hannes Kok als oudste nagelaten zoon en erfgenaam van Oloff Cok, meerderjarig, en Pieter Birkhoven, man van Annetje Cock, dochter en medeerfgenaam, wonende alhier. Hannes en Annetje zijn kinderen uit het eerste huwelijk, uit het tweede huwelijk is Geertruijd Cock, minderjarige jonge dochter. Gemachtigden voor de scheiding zijn Steven Janse namens eerste comparant en Jan en Pieter Kok wegens de twee laatste comparanten. [337] Er wordt verwezen naar een Testament: d.d. 10-6-1704 [338].

914. JOHANNES POUWELS (DE) PIJP(H)ER, ged. geref. Amersfoort 15-10-1667, ovl. na 1727 (beg. te Amersfoort niet gevonden op achternaam en patroniem), j.m. (1689), otr./tr. 1o Amersfoort gerecht 9/27-4-1689 (get. zijn moeder Cornelia Wulphertsz nu h.v. van Jan Lambertsz, en haar bekende Hendrijn Jacobs en Laurens Stevens) en tr. 1o Amersfoort Kr. Elleboog 26-4-1689 MARIA SESARIEN (CAESARIUS), ovl. 1694 (beg. te Amersfoort niet gevonden), ouderloze j.d (1689), mogelijke dezelfde als Maria Cesarius, echtgenote van Cornelis van Vilvoorden die octrooi krijgt om te testeren te Utrecht 10-2-1681.[343] Zij is mogelijk nazaat van Ds. Hendrik Caesarius.[344] . Hij tr. 2o Amersfoort gerecht 2/20-10-1694 (als wednr. van Marijtje Secarius, zij met consent van haar moeder Cathrina Bossen wed. van Jacob Dircksz Geeldorp, en geast. met haar oom Henrick van Raalt, kuiper) en tr. 2o Amersfoort RK Kr. Elleboog 20-10-1694

915. ANNITJE (ANNA) JACOBS, geb. vóór ca. 1675, ovl. na 1725 (diverse begraven komen in aanmerking), j.d. (1694), doopget. (1724, 1725).

916. JORDANUS BOTTER, geb. vóór ca. 1670 (doop te Amersfoort geref. niet gevonden), ovl. na 1720 (beg. wellicht te Amersfoort 1749 of 1752 als Goris Botter), j.m. (1688), otr./tr. Amersfoort gerecht 18-5/2-6-1688 (get. zijn vader Jan Botter, zij geast. met haar moeij Maria Mojaart h.v. van Abraham Abrahamsz in plaats van haar vader Philip Mojaart te Leiden die consent geeft ) en tr. Amersfoort Kr. Elleboog 2-6-1688

917. ANNA MARIA (PHILIPS) MOJAART (MOIJERS), geb. vóór ca. 1670 (vóór ca. 1655?), ovl. na 1724 (beg. niet gevonden te Amersfoort op achternaam en patroniem), j.d. (1688), doopget. (1716..1724), huw. get. (1717). Zij woont kennelijk van 1688 tot (na) 1706 in Amersfoort wanneer haar kinderen daar worden gedoopt, met uitzondering van (een periode rond) 1702, wanneer haar dochter Agnes in Leiden wordt gedoopt en zij zelf in Leiden als getuige optreedt bij de doop van een kind van Gerrard van Loenhorst en Josina de Pauw. Zij treedt in 1692 en 1694 op als doopget. te Amersfoort (Oud Kath. 't Zand) bij dopen van natuurlijke kinderen van Martinus NN en Geertruid Jans. In 1673 is een Anna Maria Moyaert te Leiden getuige bij de doop (RK Bakkersteeg) van een onecht kind van Bernard Haes en Marie Jans van Betou. Als het hier kw. nr. 917 betreft dan moet zij dus geboren zijn vóór ca. 1655.

Op 6-10-1692 compareren te Utrecht de erven van Neeltien Egberts, in leven wed. van Willem Coot, met name Hendrik van Wamell, steenbacker wonend te Zuylen, en gehuwd met Maria Coot, hun dochter, mede namens haar broer Joost Coot, en Goris Botter, metselaer en steencoper wonend te Amersfoort. Het betreft een procuratie tot het innen van geld van procureur NN Visser, als curator van de boedel van wijlen Hendrikien Hermens te Amersfoort, vanwege geleverde stenen.[345]
Op 15-1-1750 compareert te Utrecht Adriaen Hennebo, coopman wonend aldaar, om procuratie te verlenen aan Antony van Veersen, procureur voor den geregte van Amersfoort, om geld in te vorderen van Bart van Hoevelaak, Ryk Cruyf, David Moesman, Mordechay Levi, Goris Botter, N.N., wed. Jan van Raeld, Wulvert Hyne, Fredrik Fennis, Paulus Eykhout, Wynand van den Bosch en Gysbert van Couverden, wegens geleverde tabak, en van Willem Muys, wegens geleend geld en geleverde tabak.[346]
Op 20-2-1679 testeert te Amersfoort Maria Moja(a)rt, sieck te bedde liggende, wonend te Amersfoort, wed. van Hans van Bijlevelt. Zij vermaakt aan haar nicht Anna Maria Mojaert, dochtertje van haar broer Philip Mojaert, haar silverwerck, haar clederen, 2 gouden ringen, bedlakens enz., van alles het beste, en verzoekt Anthoni Jacobs van Soest deze goederen in bewaring te nemen totdat Anna Maria mondig is of trouwt. Zij secludeert de weeskamer. Indien Anthoni Jacobs voor haar overlijdt, dan benoemt zij in zijn plaats Jan Jacobs van Beeftingh. Getuigen zijn Casper Jans(en) van Holt, Joost Salomons en Jacob Willemsen, borgers van Amersfoort. In margine: op 25-10-1680 gerevoceert folio 4. zie hiervoor recordnr. 8858) [347]

918. JAN KEMP(S), alleen bekend uit het patroniem van zijn dochter, tr. vóór ca. 1695

919. NN.

920. ADOLPH (AART, ARNULPHUS) THOMASZ (VAN LONDEN), ged. ca. 1659-1665, ovl. 1710-1720, parentatie niet bewezen, j.m. (1688), van Amersfoort (1710), uitlandig (1722), echter zijn dr. Baatje is bij huwelijk 1720 ouderloos (sic!), otr./tr. 2o Amersfoort geref. 7/25-3-1710 (als wednr. van Woutertje Jacobs van Wichraet) GEERTRUIJD MORRE(N), ged. voor 1685 (doop geref. Amersfoort niet gevonden), ovl. na 1710 (beg. te Amersfoort niet gevonden), van Amersfoort (1710), wed. Jacobus Hendrijksen (huw. 1706), otr./tr. 1o Amersfoort gerecht 11/26-5-1688 (get. zijn moeder Maria Tielemans, wed. van Thomas Jacobsz Londen, zijn broer Thielman Thomasz Londen, haar vader Jacob Jansz van Wickra)

921. WOUTERTJE (WOU(L)TERA) JACOBS(EN) VAN WICHRAET (WIGGERAAT), ged. vóór ca. 1665 (doop geref. Amersfoort niet gevonden), ovl. Amersfoort (reg. ovl. RK Kromme Elleboog) 13-1-1710, j.d. (1688), doopget. (1701..1709).

922. HENDRICK GERRITSZ VAN BEMMEL, beg. Amersfoort St. Joriskh 20-10-1740 (als Hendrik van Bemmel, laat kinderen na), mogelijk identiek met Henrick van Bemmel, geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 24-12-1699, tr. vóór 1710 (geref. en overig Amersfoort niet gevonden)[353]

923. JACOBJE JANS BEEKMAN, ged. geref. Amersfoort 4-11-1687, beg. Amersfoort Lieve Vrouwe Kapel 3-2-1739 (laat kinderen na).

924. ARIEN (ARENT) WILLEMSZ (PRONCKER(T)), ged. Amersfoort Oud Kath. Muurhuizen 29-2-1676 (get. Geertrude Joppen), ovl. 1709-1712 (beg. niet gevonden te Amersfoort op achternaam en patroniem);(¥) otr./tr. Amersfoort geref. 5/30-1-1700 als Arien Willemsz, j.m. wonend te Amersfoort

925. GEERTJE TIJLEMANS(¥), ovl. na 1712, wonend te Amersfoort (1700), doopget. (1700), tr. 1o voor 1700 PETER LAMPHEN(¥), tr. 3o Amersfoort geref. 11-11-1712 (als wed. van Arien Willemsz Pronckert) JAN PETERSEN, j.m. wonend te Amersfoort (1712)

COMMENTAAR(¥) Is C.P. Pronckert predikant te Woudenberg verwant?[355]


COMMENTAAR(¥) Zij is wellicht dr. van :
Baijrent Tieleman zoek op patroniem
Henrick Tijleman, in de Groten Haag te Amersfoort betaalt nihil familiegeld (1675).[356]


COMMENTAAR(¥) Hij is mogelijk zn. van Cornelis Lamphen. Een eventueel huwelijk Peter Cornelisz (Lamphen) met Geertruy (Tielemans) te Amersfoort geref. niet gevonden. Zoek nog gerecht e.d.
Cornelis Lamphen betaalt ƒ 6,5,0 familiegeld in de Hellestraat te Amersfoort.[357]

926. JOCHEM P(I)ETERSZ (TEUNISZ?) VAN COUWENHOVEN, ged. Amersfoort RK Kromme Elleboog 5-3-1691 (get. Anna Maria van Sijl), beg. Amersfoort St. Joriskh. (impost, naar Leusden) 14-3-1741, j.m. (1718), otr./tr. Amersfoort gerecht 21-12-1717/8-1-1718 (get. zijn moeder Weijntie Willems, wed. van Peter Jansz van Couwenhoven, en haar vader Peter Evertsen van Kerkhoven)

927. EVERTJE (EVERARDA) PETERS (VAN) KER(C)KHOVEN, geb. vóór ca. 1695, ovl. Amersfoort (reg. ovl. RK Kromme Elleboog) 12-4-1777, j.d. (1718).

942. HEN(D)RICK (ARENTS) DIEP(E)RIN(C)K (DIEP(E)RING(H)), ged. geref. Amersfoort 15-7-1659, beg. Amersfoort Lieve Vrouwe Kapel 6-10-1717, woont te Amersfoort (1681), tr. 1o voor 1681 (geref. Amersfoort niet gevonden) HILLETJE VOSCAMP, ovl. vóór 1681, otr./tr. 3o Amersfoort geref. 15-11/1-12-1695 MARIA CORNELIS (KRAYEKAMP), ovl. na 1719, dr. van Reinier Antoniese Kraaykamp en Janna Everts van Breukelerveen (zie kw. nr. 3617 sub b1), (zij hertr. als zijn wed. in 1719), otr./tr. 2o Amersfoort geref. 22-7/14-8-1681

943. AMMERENTIA (EMERENTIA) JANS, ovl. 1693-1695 (beg. te Amersfoort niet gevonden op patroniem), van Amersfoort (1681).

944. HEERE REYNIERSZOON(¥), ovl. 1701-1713, j.m. wonend te Amersfoort (1695) otr./tr. Amersfoort geref. 15-11/3-12-1695

945. HENDRIKJE EVERTS, beg. verm. Amersfoort 1717 of 1738 j.d. wonend te Amersfoort (1695), otr./tr. 2o Amersfoort geref. 25-8/15-9-1713 (als wed. van Hero Reijniersz) VALENTIJN SALEMAN, j.m. van Pruijssen, soldaat in de Compagnie van Vlierden, in garnizoen te Utrecht.

COMMENTAAR(¥) Is er verband met Hero Laurensz van Hoochpalen in wiens nageslacht diverse Hero's voorkomen?

946. CORNELIS PHILIPSZ DE ROGIER (ROSI(ER)), ged. geref. Amersfoort 26-1-1668, beg. Amersfoort St. Joriskh. 5-5-1740 (als Cornelis Rosier), j.m. geboren en wonend te Amersfoort (1689), bewoont als Cornelis Rosier een huijsinge cum annexis staande aan de Langestraat genaamt de Bonte Koeij (1731), [360] otr./tr. Amersfoort geref. 22-2/10-3-1689

947. (CA)TRIJNTJE JANS (VAN DE BREE), ged. geref. Amersfoort 28-11-1669, beg. Amersfoort St. Joriskh. (impost) 6-11-1747 (als wed. van Cornelis Rosier), j.d. van Amersfoort (1689).

948. REIJNIER ANTHONISZ (THEUNISSE) VAN LING (LIJN), geb. vóór ca. 1640 (doop te Amersfoort niet gevonden op van Ling), beg. Amersfoort St. Joriskh. 4-4-1716 (laat kinderen na), wordt Rem. lidmaat te Amersfoort 25-12-1657 na gedane belijdenis, j.m. van en wonend te Amersfoort bij de St. Janskerk (1662), betaalt ƒ 6,5,0 familiegeld, wonende op de Weverscingel (1675),[373] treedt op als Reijnier van Lijngen, ouderling van de Remonstrantse kerk te Amersfoort (1690), otr./tr. Amersfoort geref. 15/26-8-1662 (get. zijn broer Aardt Theunissen van Lijn, en Claes Jacobsen van Groenenberg)

949. MARIJTJE CLAES (VAN) GROENENBERG, ged. verm. Amersfoort geref. 16-9-1638 (als Marritjen, dr. van Claes Jacobsz), ovl. 1677-1741 (beg. niet gevonden te Amersfoort), als Merritien Claes Jacobs geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 24-12-1657, op de Singel, j.d. van en wonend te Amersfoort op de Cingel (1662).

Op 8-3-1741 vindt het vervolg plaats van de boedelscheiding van Reijnier van Ling en Maria van Groenenburgh, beiden overleden. Het betreft een deel uit de nalatenschap dat de kinderen nog gemeenschappelijk bezitten, te weten een huysinge met een kleijn huijsje dien annex en hoven daarachter op de Wevercingel. Erfgenamen zijn de kinderen: Anthony van Ling, mr. timmerman, meerderjarig, Nicolas van Ling, mr. kuijper, gehuwd met Agnes van Struijvenbergh, Dirkje van Ling, gehuwd met Evert Kerkhoven, zijdereder. [374]

950. BARTHOLOMEUS DIRKSZ (VAN) STUYVENBERG, ged. geref. Amsterdam Oude K. 3-4-1636 (als Bartelt, zn. van Dirck Bartelsz en Anne Ides), ovl. 1703-1710, j.m. van Amsterdam (1667), schilder (1668), als Bartholomeus van Stuvenburgh, afkomstig van en geboren te Amsterdam, burger van Amersfoort op 28-6-1669, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 26-6-1670, wonend over de Capel, betaalt ƒ 6,5,0 familiegeld, wonende op de Krankeleedestraat (1675),[375] treedt op wegens de Noothulp (1690) en als penningmeester van den Armen Noothulp (1698, 1700) te Amersfoort,[376] otr./tr. Amersfoort geref. 24-7/10-8-1667 (get. zijn vader Dirck Bartholomeessen, en Rutger Jansen)

951. SARA RUTGERS, ged. Amersfoort geref. 12-11-1637, ovl. na 1710, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 25-12-1661, wonend aan het Vrouwenkerkhof, wijk Rotoorn.

zoek beg. van beiden
Op 19-5-1668 testeren te Amersfoort Bartholomeus Dirkszn Stuyvenburgh, schilder, en zijn echtgenote Sara Rutgers. Het echtpaar vermaakt aan elkaar de lijftocht van al hun bezittingen tot wederhuwelijk van de langstlevende. Zij secluderen de Heeren van de Weeskamer tot opzichters van onmondigen. Bartholomeus verklaart te niet te doen alle testamenten en codecillen die hij in Alkmaar gemaakt heeft en eventuele andere elders. Getuigen zijn Lambert Segers, Henrick Ellertszn Smith en Steven Versteegh, wonend te Amersfoort. [377]
Op 2-3-1681 verkoopt Catharina Marschier, weduwe van Dominee Johannes Sanius, predicant tot Sunderdorp ende haer bij deser sterckmakende ende de rato caverende voor Pieter Porsoy, onmondige naegelaten soone van Michiel Porsoy en sijn vrouw Catharina Bartels Marchien, tevens voor Cornelis Henricsz Marschier, jegenswoordich uitlandich, tesamen erfgenamen van Anthoni Bartelsz Marschier, aan Bartholomeus van Stuyvenbergh een huis, staande aan het Lieve Vrouwe Kerckhoff sijnde gecomen en naegelaeten bij de voornoemde Anthonie Marschier ende bij Steven Versteegh sijn leven langh daar van't gebruick gehad, belend aan de ene zijde Oth Arisz, aan de andere zijde de Lieve Vrouwe Capelle. [378]
Op 30-8-1703 verkoopt Harmannus Craan, procureur als gemachtigde van Everardt van der Burgh en Cornelia Cruijff, echtelieden, aan Rogier Camerbeecq, oud-schepen en raad, voor 500 gulden ten behoeve van Bartholomeus van Stuijvenburgh en 451 gulden ten behoeve van den rentmeester van het Vrouwe Convent, een huis, hof en hofstede gelegen aan de Langestraat belend aan de ene zijde Daniel van Coeverden, aan de andere zijde Johan Nooijen. Procuratie is verleend voor notaris Eduard van Co everden op 27-8-1703, verleden op het Hogelandt. De akte is oorgehaald en geroyeerd door Rogier Camerbeek op 31-1-1719. [379]
Op 30-8-1703 verkoopt dezelfde voor eenzelfde prijs een vierde part in een tabaksschuur en de helft van een morgen land in de Lageweg, met Willem Cruijff Jansoon gemeen en onverdeeld. Procuratie is verleend voor notaris Eduard van Co everden op 27-8-1703. De akte is oorgehaald en geroyeerd door Rogier Camerbeecq op 16-6-1725. [380]
Op 10-7-1710 vindt te Amersfoort de boedelscheiding plaats van Bartholomeus van Stuijvenburgh, overleden, echtgenoot van Sara Rutgers. Zijn weduwe, Sara Rutgers, ten eenre en Pieter de Rijcke, weduwnaar van Aleijda van Stuijvenburgh, dochter van Sara Rutgers, ter andere zijde, willen scheiding van de gemeenschappelijke boedel. De inschulden en effecten des boedels zijn ontvangen, alle lasten en schulden voldaan. De groene tabak op 't veld zal Pieter de Rijcke hebben en behouden, alle onkosten daarvan zijn tot zijn last. De weduwnaar zal uit de boedel ook het beste bed hebben, de beste "zitse" deken, een paar van de beste lakens, een oorkussen en een hoofdpeluw met de slopen daarbij behorende. Ook houdt hij het geverfde (?) grenenhouten kastje. De bakermand met zijn toebehoren en het zilveren paplepeltje zal tussen de twee comparanten worden verdeeld. Hij is schuldig aan Sara Rutgers ƒ 49.8.8 en belooft die over 10 maanden te betalen. [381]

952. JOANNES (JAN) VAN GROENINGEN, geb. vóór ca. 1635, als Johannes van Groeningen, apothekar, afkomstig van en geboren te Amersfoort, burger van Amersfoort op 1-6-1657 ("gebooren uijt een moeder borgerse en van ouder tot ouder uijt borgers deser stad gesproten"), wordt in 1667 als Johan van Groeningen, apotecair, aangewezen als momber over de neefjes van de testerende Oloff Aertsz van Ceulen, schoolmeester, en Aeltgen Reijers van Rootselaer,[395] ruijter in de Compagnie Lievendael in garnizoen te Amersfoort, betaalt in 1675 ƒ 6,5,0 familiegeld, wonende in de Krommestraat te Amersfoort [396]. Een Barbara van Groeningen wonend idem betaalt eveneens ƒ 6,5,0. Hij treedt op als getuige (1671),[397] en is belender (1675).

De apotheker.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

klik op plaatje(s) om te vergroten

954. JAN (RUTGERS?/ROELOFS?) VAN COELEN(¥), ovl. verm. Amersfoort (reg. ovl. RK Kromme Elleboog) 28-10-1758 (als Jan van Coelen).

COMMENTAAR(¥) Is Neeltie Rutte, doopget. (1709) zijn zuster?
Is Joanna Hendericx van Coelen, doopget. (1719), verwant?
Is hij dezelfde als Jan Rutten buiten de Koppelpoort te Amersfoort betaalt nihil Familiegeld (1675).[398]
Jan Rutgersen, op de Camp te Amersfoort betaalt ƒ 6,5,-- Familiegeld (1675).[399]
Jan Rutgersz, geboortigh van Deventer, wordt burger van Amersfoort 21-6-1675
Roeloff Petersen van Koelen echtgenoot van Jannichien Jans van Loenden krijgt octrooi om te testeren 3-7-1688 voor Nots. G. van Bijlevelt.[400]
Jan Jansen Coelen, ovl voor 1655 zie EK 25/424
Op 9-2-1733 verkopen Jan van Coelen en zijn vrouw Gijsberta Soetenaar aan Jacobus van de Rouweduijst een huis met een gemeene plaets en pomp aan de Varkemarkt, belend aan de ene zijde Pieter Feer, aan de andere zijde de weduwe Ebbenhorst. [401]

960. VINCENT LIFOR, geb. Dusseldorp 1654/55, ovl. vóór 1728 (niet gevonden te Amsterdam op Lifor, Lefort, Lafort, Lavoor, Laavoor, etc. noch op Jelles Jansen), kleermaker in de Jonge Roelofssteeg (1687). geen poorterinschrijving van hem te Amsterdam gevonden, otr. Amsterdam 29-3-1687(¥) (get. Claas Otten en Hendrickje (Crocx?), beider ouders zijn dood)

961. ANNETJE AREN(T)S(¥), geb. Amersfoort 1656/57, beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 9-3-1728 (wed. van Vincent Lavoor op de Keijsersgracht tussen de Prinsestraat en de Brouwersgracht), woont op de Elandsgracht (1687), Keijsersgracht (1728).

COMMENTAAR(¥) ZOEK OP zijn otr. te Amersfoort. Niet gevonden geref., gerecht.


COMMENTAAR(¥) zoek haar doop te Amersfoort

962. STOFFEL THOMASSEN, ged. geref. Amersfoort 26-7-1660[419], beg. Amersfoort St. Joriskh. 24-1-1725 (laat kinderen na), treedt op als getuige (tekent met een huismerk) (1693), doopget. (1722), otr./tr. 1o Amersfoort geref. 16-12-1681/6-1-1682 RUTJEN JACOBS, ovl. 1686-1688, j.d. van Amersfoort (1682), otr./tr. 2o Amersfoort geref. 24-8/9-9-1688 als wednr. van Rutjen Jacobs

963. AALTJE JACOBS(¥), geb. vóór ca. 1670, ovl. na 1732,[420] j.d. van Amersfoort (1688), gebruikt als wed. van Stoffel Tomassen een huisje met erff in de Stovestraat (1732).

COMMENTAAR(¥) Zijn Rutjen en Aaljte Jacobs wellicht zusters?

De wed. van Stoffel Tomassen gebruijkt een huisje met erff in de Stovestraat (1732 of 1712). [421]

968. JACOB (VAN PIPPIN?)(¥).

COMMENTAAR(¥) Is hij wellicht Jacob Isaacksz x Willemtien Reijers, uit wie kinderen 1655-1669 waaronder een Isaack ged. 17-5-1657, maar geen Roelof.
Jacob Isacksz, bakker op Bloemendal te Amersfoort betaalt ƒ 18,15,-- Familiegeld (1675).[446]

970. JACOB GOOSSENS (BOSCH)(¥), ged. (geref. niet gevonden Amersfoort), ovl. na 1682, j.m. wonend te Amersfoort in de Slijckstraedt (1669), betaalt als Jacob Bosch, in de Havik te Amersfoort, nihil Familiegeld (1675),[448] otr./tr. Amersfoort geref. 29-7/5-8-1669

971. REBECKA JANS (PALMER), ged. geref. Amersfoort 20-12-1640, ovl. na 1682, j.d. wonend te Amersfoort in de Peperstraedt (1669). Jacob Gosens en zijn huisvrouw Rebecca Jans worden geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 23-4-1671.[449]

COMMENTAAR(¥) Isaack Bosch, in de Kerkstraat te Amersfoort betaalt ƒ 6,5,-- Familiegeld (1675).[450] Is hij zijn broer?

Op 6-2-1671 treedt Jacob Gosens op als gemachtigde van Bessel Gerrits, wonend te Stoutenburgh, t.l.v.: hr. Ferreris in de leenbanck, Willem Jans van Raelt's erfgenamen. Herman van Voorthuysen's erfgenamen. Herman van Bombergen. Thomaes Aeltgen erfgenamen. Willem Reyers Ramakers. Jan Willems in Leusderbroek. Henrick Claeszn op 't Veen. [451]
Op 10-1-1676 compareren te Amersfoort Abraham Palmer en Jacob Bosch, als man en voogd van Rebecca Palmer. Beide comparanten zijn ook gemachtigden voor Beernt Palmer, soldaat, Ghijsbert Craen en zijn vrouw Catrarina Palmers, en Sara Palmer, kinderen van Jan Abrahams Palmer en Anna Beernts, beide overleden. De Diaconije van de Gereformeerde Kercke van Amersfoort heeft een vordering op de huijsinge op Havick, op de hoek van de Havickerbrugh, belend: Gerritje Roelofs en Willem Davits, welk huis zwaarder belast is dan de waarde ervan. De comparanten machtigen de Diaconen in de Geref. Kercke alhier het huis te verkopen of te verhuren. Getuigen zijn Anthonie van der Houve en Lodewijck Doens. [452]
Jacob Bosch gebruikt zekere behuizing staande in de Krommestraat (1692). [453]

974. JOHANNIS (ANTHONIJ) EDELINGH (EDELIJN), geb. vóór ca. 1665, ovl. na 1704 (beg. te Amersfoort niet gevonden), j.m. van Deventer (1685), doopget. (1685), otr./tr. Amersfoort geref. 18-7/9-8-1685

975. ARIAENTJE SIJMON(T)S (CORTOUW, COURTAU, COURTON), geb. vóór ca. 1665, ovl. na 1704 (beg. te Amersfoort niet gevonden), j.d. van Amersfoort (1685), doopget. (1685, 1687), betaalt als Ariaentje Corton, in de Paternosterstraat te Amersfoort, ƒ 6,5,-- Familiegeld (1675).[454]

NB Ariaantje Corton, jd. wonend te Amersfoort, otr/tr Amersfoort geref. 10-10?/28-01?-1677 Jan Mareij wednr. Dorothe Claes, wonend te Amersfoort.
Op 6-4-1716 wordt te Amersfoort inventaris gemaakt van de nalatenschap van Adriaantje Corton, overleden 8-2-1716, echtgenote van Jan Morée. Het betreft een huis in de Bredestraat. Aan geld in huis is ƒ 285:7:4 en een klein zakje met "Luijckse oortiens". Verder het huis in de Bredestraat, bewoond door de weduwnaar. Er wordt verwezen naar de huwelijksvoorwaarden: d.d. 24-1-1677 [455]. [456]
NB dit lijkt dus niet Ariaentje Sijmons Cortouw te zijn.

976. JOHANNES KLERK (CLERCK, CLERQ), geb. (Utrecht?) ca. 1670, beg. Amersfoort St. Jorisk. 18-9-1748 (laat kinderen na), boekdrukker te Utrecht in de Lange Janstraat (1688),[460] woont Jansstraat (1692) te Utrecht, als Johannes Clercq, boeckdrucker, afkomstig van en wonende tot Utrecht, burger van Amersfoort op 17-10-1692, vermeld als boekdrukker te Amersfoort 1693-1732,[461] benoemd tot stadsdrukker van Amersfoort 17-10-1692,[462] van wie stadsdrukwerk bekend is sinds 1703,[463] boekdrukker aan de Langestraat bij de Camper binnepoort te Amersfoort (1692-1748),[464] belender in de Langestraat (1717, 1737), op Bloemendal (1743), op Havik (1745). Hij geeft in 1695 een aantal pamfletten uit van Ds. Jacob Visvliet naar aanleiding van het overlijden van Maria Stuart, en produceert voorts uitgaven die betrekking hebben op een loterij, geloofsproblemen, de regeringswisseling in Amersfoort van 1703 en een "Oratio pro scholis" gehouden door Franc Lentfrink.[465] Hij treedt op als borg voor zijn zuster Agatha Clerq (1707, zie onder kw. nr. 1953 sub e). Zijn erfgenamen betalen ƒ 8,-,- huisgeld voor een huis op Havik op de hoek van de Lavendelstraat (1755).[466] Hij tr. Utrecht Anthonigasthuis 13-3-1692 (get. Johannes van Stuyvesand, zijn stiefbroer en Jannickje van Meerwijk, haar tante)

977. MARG(A)RIET(E) MINNE(N) (MINUS), ged. Amsterdam Zuiderk. 31-10-1657, beg. Amersfoort St. Joriskh. 3-3-1727 (laat kinderen na), woont Jansstraat (1692) te Utrecht.

Drukkersmerk van Johannes Clerck : een denkende man onder een boom waardoorheen een motto "Meditando et Legendo".[467]
Op 24-7-1709 verkopen Henri Arent van Zevender, weduwnaar, boedelharder en lijftochtenaar van Simonida Petronella Maria van Muijlwijk zaliger, en Johan van Muijlwijk, voor zichzelf en als voogd over Alowidius van Muijlwijk en Gouda van Muijlwijk, zijn minderjarige broeder en zuster, en zich sterk makende voor Maria en Simona Maria van Muijlwijk, zijn meerderjarige zusters, mitsgaders Joseph, Frans en Gerardus van Muijlwijk, meerderjarige broeders, aan Johannes Clerck, stadsdrukker, een huis, erf, hof en hofstede, staande aan de Langestraat met zijn hof, stalling en schuur in de Muurhuizen uitkomende, belend aan de ene zijde Arnoldus Brouwer, medicine doctor, aan de andere zijde Johan Noijen, apothecair. [468]
Op 19-1-1719 compareert te Utrecht Johannes Clercq, boekdrucker der stad Amersfoort, jegenwoordig sijnde alhier, voor sig selven en als in huwelijk hebbende Juff. Margareta Minne, "daarbij sijn E. ter desertijt levende blijkende geboorte heeft". Hij verkoopt aan Jacob Reaal, en Michiel Reaal, executeurs van de nalatenschap van Nicolaes van der Poort ten behoeve van diens erfgenamen, twee obligaties, ieder groot ƒ 500,- ten laste van de provincie Utrecht, door hem comparant beleijd ten kantore van de hr Adriaen Gentman op 6-6-1704, de ene ten lijve van zijn dochter Maria Clercq doen oud 8 jaar waarvan de moeder is Margareta Minne, en de andere ten lijve van zijn zoon Willem Clercq doen oud 6 jaren, moeder ut supra, welke lijfrenten de 31 Mey 1714 geconverteerd zijn in losrente a 3 ½ % volgens de nieuwe obligatien daar voor gewisseld en gedateerd 28-3-1715. Get. zijn Mr Thiens, advocaat en Willem Clercq, zoon van de eerste comparant. Was getekend allen.[469]
Op 7-10-1719 verkoopt Maria van Swijnevoort, borgerse aan Johannes Clerck, boekdrukker, en Margareta Nimmer (sic!), echtelieden, voor 800 gulden een huis staande alhier aan de Langestraat bij de Kamperbinnenpoort op de hoek van de Muurhuizen. [470]
Op 10-5-1728 verkoopt Johannes Clercq, weduwnaar van Margareta Weinen (sic!), boekdrukker, aan Ezechiel Cohen, coopman in tabak, en zijn vrouw Meerte Cohen, een seeker gebouw of schuurtje, staande in de Muurhuizen achter de hof van de comparants principalen, met de muur aan de straat van de hoff daar ter zijde, tot op seven voeten nae van de muur ter zijde Louis van den Lodijk, soodat sijn principaal voor hem behoud een uijtgang van seven voeten wijt, tot in de Muurhuizen. [471]
Op 20-7-1729 verkoopt Johan Hendrik van der Linden, clercq alhier, als speciale gemagtigde van Hendrik van Kempen, verwer, en zijn vrouw Elisabeth van de Pel, burgers, aan Johannes Clercq, weduwnaar van Margareta Minnen, boekdrukker, voor 399 gulden, een halve vierendeel of twee mergen tabaksland, gelegen buijten de Kamppoort, tusschen de Tweede en Derdesteeg, strekkende voor van de Hogeweg tot agter aan de Hoevelaekerwetering, belending aan de oostzijde Louis Corton, aan de westzijde Theodorus van Lielaar. [472]
Op 31-7-1733 laat de hoogwelgeboren vrouwe Maria Cornelia van der Burg, douariere van de hoogwelgeboren heer Olivier van Hacfort, vrouwe van de Horst den Ham, voor zichzelf en als speciale gemachtigde van haar zuster de hoogwelgeboren Jv. Aletta van der Borgh, veilen en verkopen de hierna te beschrijven hofstede en landerijen te Baambrugge. De koper moet de eerste helft betalen voor 1-11-1733 en de andere helft voor 1-5-1734. Uit de akte blijkt dat een eerdere koper niet de vereiste twee borgen kon stellen, waardoor er opnieuw geveild moet worden op 31-7-1733 ten huijze van Jan Sluijter, hospes aan de brug te Baambrugge. De goederen bestaan uit een huijsinge hofstede met berg en schuur nevens 22 mergen 147 roeden wey- en hoylanden onder het gerecht van Abcoude bij Baambrugge strekkende van het zandpad tot de Indijk, belend ten zuiden de Molenkade en de heer Valkenier, ten noorden de heer Bosch. De goederen zijn thans in bezit van de verkoopster en thans nog in gebruik bij Frank Verhoef. De veiling wordt ingezet door Hendrik van Westervoord op ƒ 2750,--, en verhoogd door Johannes Clercq die de goederen daarmee koopt voor ƒ 2850,--. Getuigen zijn Jan Sluijter en Frank Verhoef. Was getekend door allen.[473]
Op 31-7-1737 verkoopt Alida van Deventer, weduwe van Jan van Raalt, in leven organist en klokkenist, die de enige nagelaten dochter is van haar moeder Marritje van Brinckesteijn en haar man Gijsbert van Deventer, mede erfgename van haar grootvader Steven Geurtsen van Brinckesteijn, aan Johannes Clerck, boekverkoper, eenhuis, erf en grond op de hoek van de Havik, belending aan de ene zijde, in de Lavendelstraat, Benjamin Vermeer aan de andere zijde op de Havik: Johannes Kaas. [474]
Op 21-9-1739 verkoopt Johannes Clercq, boekverkoper, aan Jan Veenendaal, zijdereder, en zijn vrouw Gerritje Bootsman, een huis en hof en hofstede, met een gang in de Muurhuizen uitkomend, in de Langestraat, belend aan de rechterzijde de erven van weduwe Louis van de Lodijk, aan de andere zijde: Wilhelmus Noyen. [475]
Op 21-9-1739 verkoopt Jan Veenendaal, zijdereder en burger, aan Johannes Clercq, boekverkoper, voor 1000 gulden een huis en hof en hofstede, met een gang in de Muurhuizen uitkomend, in de Langestraat, belend aan de rechterzijde de erven van weduwe Louis van de Lodijk, aan de andere zijde: Wilhelmus Noyen. [476]
Op 20-6-1740 verkoopt Johannes Clercq, weduwnaar van Margaretha Minnen aan Anthonij van Veerssen, notari s en procureur, zekere plechtbrief groot 999 gulden van 20-7-1729, met renten ten lasten van Hendrik van Kempen, verwer en Elisabeth van de Pel, in leven echtelieden. Het betreft de hypotheek van 'n halve vierendeel of 2 morgen tabaksland buiten de Kamppoort tussen de Tweedesteeg en Derdesteeg, van de weg tot achter aan de Hoeflaker Weteringe toe, belend aan de ene zijde: oostzijde Louis Corton, aan de andere zijde: westzijde de weduwe Theodorus van Lilaar. [477]
Op 30-1-1743 verkopen Helena Jans Kees, weduwe van Pieter van Hoppesteijn voor de ene helft, Dirk van Hoppesteijn en zijn vrouw Maria van Eldert voor de andere helft aan Johannes Clercq, boekverkoper een huis, hof en hofstede aan de oostzijde van Bloemendal, belend aan de ene zijde: Johannes van Oort met het huis "De Roode Haan", aan de andere zijde: Hermannus van Steenderen. [478]
Op 3-7-1743 verleent Johannes Klerk, boekverkoper en stadsdrukker te Amsterdam, broer en erfgenaam van Wilhelmina Klerk, wegens zijn hoge ouderdom Hendrik Burgers, boekverkoper te Amsterdam, om de ervenis te regelen van Wilhelmina Klerk, overleden, wed. van Evert Plangman. Het betreft roerend en onroerend goed. [479]
Er wordt verwezen naar een testament in Amsterdam: d.d. 15-5-1743. [480]
Op 19-6-1751 compareren te Amersfoort de erven van Johanna Sophia Gronchart, overleden op 16-2-1751 te Amsterdam, met name Willem Klerck, Johannes Ouwerkerk, gehuwd met Elisabeth Clerck, Maria Clerck, meerderjarige dochter, en Evertje van Raalt, weduwe en boedelhoudster van Pieter Clerck, overleden may 1751 (bij testament 5-3-1751 voor notaris A. van Bemmel), allen inwoners van Amersfoort. De erven verlenen volmacht aan Dirk Heck, veerschipper van hier op Amsterdam om namens neven en nichten van de overledene ƒ 800,- te ontvangen van de heer Rut van Kranenburg. Getuigen: Willem de Wijs en Jacobus van Weijland. [481]
In 1755 betalen de erfgenamen van Jordanus (Johannes?) Klerk ,ƒ 2,13,8 huisgeld voor een huis op Bloemendal, tussen de Teut en de Weverscingel. De volgende eigenaren zijn : de erfgenamen van Pieter Klerk en daarna Evert Klerk [482].

978. WILLEM (JANSZ) VAN RAALT(¥), ged. geref. Amersfoort 7-6-1657, ovl. 1698-1700, organist (1674-1701) van de Grote of Sint-Joriskerk te Amersfoort,[547] woont te Amersfoort (1690), otr./tr. 2o Amersfoort geref. 20-3/8-4-1690 ELISABETH BRAEMS, ged. Amsterdam Zuiderk. 21-3-1668 (get. Thomas Braems en Janneke Braems), beg. Amersfoort St. Joriskh. 25-5-1740 (laat kinderen na), j.d., wonend te Amersfoort (1690). woont Langestraat (1715), dr. van Carel Braems, blauwselverver afkomstig van Haarlem, en Judith de Molijn, otr./tr. 1o Amersfoort geref. 30-3/16-4-1676

979. EVERARDA (EVERTGE) WESSELS (VAN) SCHUURBEECK, ged. geref. Amersfoort 13-1-1650, ovl. 1685-1689, j.d. (1676) geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort 25-12-1670 (als Evertien Wessels), j.d. in de Langstraat (Camp) [548].

COMMENTAAR(¥) Blijkbaar een ander is Mr. Willem van Raalt, schepen (1681, 1682) te Amersfoort, schepen en raad dezer stad, belender buiten de Driesjespoort [549], belender in de Utrechtsestraat (1692), die als advocaat wonend te Utrecht, otr. Amersfoort 14-5-1680 Maria van Gheyn. Hij is ook oud ouderling (1679).[550]
Op 6-6-1668 leent Ghijsbertjen Willems, weduwe en boedelharster van Geurt Claassen ende als moeder ende momberse over haar onmondige kinderen bij dezelve aan haar verwekt, van de mombers van Willem van Raalt de jonge, nagelaten zoon van Jan van Raelt, een bedrag van 200 carolij gulden, met als onderpand huis, hof en hofstede met de steeg daarnevens, staande en gelegen in de Utrechtse straat, belend aan de ene zijde Geertje Vinck, aan de andere zijde Willem Cornelissen. [551]

voeg toe verklaring Brongers ??
Boedelscheiding van Willem van Raelt, organist, wedr. van Evertje Wessels, met zijn kinderen Jan, Evert en Evertje. ZOEK OP GA Amersfoort, Nots. A. van Brinckesteijn, inv. nr AT015b013, f... d.d. 13-12-1689.
Op 16-7-1691 maken Mr. Willem van Raelt en Elisabeth Braems, echtelieden en burgers wonende te Amersfoort een mutueel testament. Zij vermaken aan elkaar, d.w.z. aan de langstlevende die daarvoor borgen zal behoeven te stellen, "de lijftogt en vruchtgebruik van alle roerende en onroerende goederen, obligatien, inboedel, huisraad, gelt, goud gemunt en ongemunt, clederen, cleijnodien". Elisabeth Braems stelt, indien zij zonder kinderen komt te overlijden, tot erfgenamen Jan van Raelt en Evert van Raelt, voorkinderen van haar man, voor gelijke delen, en bij vooroverlijden de langstlevende van hen. In geval bij haar overlijden haar moeder Judith de Molin nog in leven is dan krijgt deze uit haar nalatenschap een legitieme portie. Indien het laatste kind van haar man komt te overlijden en haar man nog in leven is, dan erven hun kinderen bij representatie van hun ouders. Indien deze er niet zijn dan gaat haar nalatenschap naar haar zijde, d.w.z. naar de naasten in bloed, zonder dat de goederen komen op haar man. Dit alles onder uitsluiting van de weeskamer. Voorts benoemen zij de langstlevende van hen tot voogd over eventueel na te laten kinderen. De akte is gepasseerd ten huize van de comparanten, getekend door hen en door de getuigen Aert Laurens van Bergambacht, Bartholomeus (onleesbaar), en Aert Vlugh, alle burgers van Amersfoort. [552]
Op 15-6-1698 verkopen Juffrouw Geertruijd van Wijckerslooth, weduwe van de heer Doctor Cornelis van Gessel te Utrecht en de heer Cornelis Schoorel, haar schoonzoon te Amsterdam aan Willem van Raalt , organist dezer stad, omtrent vijf morgen tabaks- en bouwland, gelegen tussen de Utrechtsepoort en de Arnhemsepoort (Slijkpoort), strekkende uit het voetpad langs de Cingelgracht ter breedte tussen de straaten ten beide zijden doorgaans op tot aan de landen van de weduwe van Jan Willemszn van Raalt en de erfgenamen van Thonis Eliszn Molenaar toe. [553]
Op 23-11-1700 verkopen de gemachtigde van Maria van Schaak en Sophia van Schaak, mitsgaders David van Schaak en Marcus van Schaak, haar sterk makende voor haar uitlandige broeder Andries van Schaak, tesamen kinderen en erfgenamen van wijlen Evert van Schaak en zijn vrouw Annitje Vogelsangh, aan Elisabeth Braems voor haarzelf en als weduwe en boedelharster van Willem van Raalt in zijn leven organist, een huis, hof en hofstede met de molenwerf alsmede omtrent een morgen land, gelegen buiten de Arnhemsepoort (Slijkpoort), belend ten oosten de weduwe Van Raalt, ten westen het Watersteegje, ten noorden de kinderen van Thonis Elissen, ten zuiden de gemene weg. Er is procuratie verleend op 15-11-1699 voor notaris Johannes Boots te Amsterdam. [554]
Op 24-3-1701 vraagt Elisabeth Braams, weduwe van Willem van Raald in zijn leven organist geassisteerd met Rutger Dibbits, haar gekozen momboir, toestemming uit krachte van de fidei-commisse(¥) vervat in het testament door wijlen Sara de Molijn op den 8-4-1655 voor notaris Frans Wttenbogaert te Amsterdam, de goederen gelegen te Amersfoort te mogen hypothekeren, met name zeven morgen tabaksland met de tabaksschuur daarop staande, gelegen buiten de Arnhemsepoort (Slijkpoort) aan de stadspoort, strekkende tot aan de Utrechtsepoort. [555]

COMMENTAAR(¥) fidei-commis = erfstelling over de hand, aanwijzing als erfgenaam met de verplichting dat hij de erfenis moet bewaren en deze na zijn dood moet nalaten aan een aangewezen derde. Hij mag het goed dus niet vervreemden. Van deze aan het Romeinse recht ontleende instelling werd bovenal door de adel gebruik gemaakt om bepaalde goederen binnen de familie te houden.
Op 4-11-1654 lenen David van Schadijck en Geertruijt Claes van Daelen zijn vrouw, van Aleijda en Jacomina Bor, kinderen van Anthonis Bor en Jacobgen Cornelis zijn overleden vrouw, een losrente van 18 Carolus gulden per jaar, over een hoofdsom van 300 gulden, met als onderpand: een huis met omtrent anderhalve morgen land, buiten de Arnhemsepoort (Slijkpoort), belend aan de ene zijde: een gemene steeg, aan de andere zijde: Mr. Clemens van Gessel, advocaat voor de Edele Hove van Utrecht. Deze akte geheel doorgehaald, In margine: Cornelis van Schuijlenburgh, notaris 's Hoofs van Utrecht, gehuwd met Aleijda Bor, bij erfloting Jacomina Bor, verklaart van Elisabeth Braems, weduwe van Willem van Raelt in leven organist, de som van de plechte ontvangen te hebben. Akte 5-10-1702. [556]
Op 17-11-1708 leent Elisabeth Braems, weduwe en boedelharster van Willem van Raelt in zijn leven borger en organist, voor zichzelf en als moeder en momboir van haar vier minderjarige kinderen, en Johan van Raelt, borger en organist, meederjarige zoon van de voornoemde Willem van Raalt, mede voor zichzelf en als gemachtigde van zijn huisvrouw Aletta van Deventer en ook als gemachtigde van zijn meerderjarige broeder Evert van Raelt en zijn vrouw Luijte Dove,
  • 1 van Cornelia van Wijckerslooth, wonende te Utrecht, een bedrag van 3000 gulden, met als onderpand zeven morgen tabaksland met een woning en tabaksschuur, gelegen tussen de Utrechtsepoort en de Arnhemsepoort (Slijkpoort), belend aan de oostzijde de Stadsgraft, ten zuiden de Steenstraat buiten de Slijckpoort, ten noorden de Steenstraat buiten de Utrechtsepoort. De akte is doorgehaald en geroyeerd op 22-6-1725 door Cornelis van Gessel als executeur van het testament van Cornelia van Wijckersloot, gepasseerd voor Jacob Woertman te Utrecht op 14-2-1722. Ontvangen uit handen van Johan Harderwijk de somma van 3000 gulden [557]
  • 2 van Agatha Murraij, weduwe en boedelharster van Livius Harderwijck in zijn leven decaan van het Kapittel van Sint-Joriskerk, een bedrag van 1000 gulden, met als onderpand winkelwaren. De akte is doorgehaald en geroyeerd door Johan Harderwijk op 30-6-1725. [558]
Op 30-3-1717 compareerde Jan van Raalt, organist en klokkenist, die verklaarde als gemachtigde van Evert van Raelt en zijn vrouw Luijtje Dove te Amsterdam volgens procuratie voor notaris Juriaen Verbeeck gepasseerd te consenteren in de royering van de helft van genoemde plechte. [559]
Op 11-11-1710 leent Elisabeth Braems, borgerse, als weduwe en boedelharster van Willem van Raalt, in zijn leven organist, mitsgaders als moeder en momboorse over haar vier onmondige kinderen met name Carel, Judith, Aleijda en Jasper van Raalt, van de executeurs van het testament van Agatha Morraij in haar leven echtgenote van Livius Harderwijck een bedrag van 600 gulden met als onderpand (een huis) met zeven morgen tabaksland met een woning en tabaksschuur daarop staande, gelegen aan de Utrechtse- en de Arnhemsepoort (Slijckpoort), belend aan de oostzijde de stadsgracht, ten zuiden de Steenstraat, buiten de Arnhemsepoort (Slijckpoort) , ten noorden de Steenstraat buiten de Utrechtsepoort. Medecomparanten zijn Jan van Raelt, organist, alsmede Evert van Raelt, wonende te Amsterdam, en Everarda van Raelt, onmondige voorkinderen van Willem van Raelt zaliger, en verklaarden te constitueren borgers elkeen voor allen als principaal de twee onmondige kinderen van de genoemde Agatha Morray. De akte is doorgehaald en geroyeerd op 30-6-1725 door Johan Harderwijk, notaris en procureur, die daartoe bij maaggescheid het recht van de hypotheek verkregen had. [560]
Op 17-11-1715 leent Elisabeth Braams, weduwe van Willem van Raalt van Evertje van Raalt, jongedochter, een bedrag van 300 gulden, met als onderpand een tabaksschuur met alle landerijen daarbij behorende, staande buiten de Arnhemsepoort (Slijckpoort), strekkende van de stadsbuitengracht tot aan de Watersteeg en in de breedte tot aan de Utrechtseweg, zoals het in huur gebruikt werd bij Johan van Raalt, organist en klokkenist. De akte is doorgehaald en geroyeerd op 24-2-1717 door Pieter Clercq, borger, getrouwd met Evertje van Raalt, die verklaarde van Elisabeth Braams, weduwe van Willem van Raelt de 300 gulden ontvangen te hebben [561]
Op 30-3-1717 compareerde Jan van Raalt, organist en klokkenist, die verklaarde als gemachtigde van Evert van Raelt en zijn vrouw Luijtje Dove te Amsterdam volgens procuratie voor notaris Juriaen Verbeeck gepasseerd te consenteren in de royering van de helft van genoemde plechte. [562]
Op 2-6-1725 verkoopt Elisabeth Braams, boedelharster van Willem van Raalt,
  • 1 aan Anthony Hoogland seeker parceel, zijnde toebaks- en bouwland met de grond daar de schuur opgestaan heeft, tevens de berken boomen langs 't voetpad aan de waterkant, alsmede de erste elsewegh met twee voeten gronds daarbuijten groot een morgen, soo groot en klein, gelegen aan de Utrechtsepoort en de Arnhemsepoort (Slijkpoort), strekkende uijt 't voetpad langs de Cingelgracht ter breete tussen de straaten in beijder seijden doorgaans tot aan de eerste else heg toe, belend steande door 't selve land aan de westzijde met te twee voeten gronds daarbuiten. [563]
  • 2 aan Saar Hendriks seekere twee vakken toebaxland, gebruikt door de erfgenamen van Arent van Veenhuijzen, schout, met de twee else heggen, in twee voeten gronds buijten de laatste hegh gelegen, buijten de Utrechtsepoort en de Arnhemsepoort (Slijkpoort), tuschen de selver twee straaten daar, belend aan de ene zijde Anthony Hoogland, aan de andere zijde Lodewijk van Birkhoven. [564]
  • 3 aan Lodewijk van Birkhoven seekere twee vakken tabaxland, met de twee else heggen en twee voeten gronds, buijten de laatste hegg, gelegen buijten de Utrechtsepoort en de Arnhemsepoort (Slijkpoort), tusschen de selvers twee straaten, belend aan de ene zijde Saar Hendriksen, aan de andere zijde Casparus Bor en de erfgenamen van Thonis Eijerssen, molenaar. [565]
  • 4 aan Casparus Bor een huis, hof en hofstede, bestaande uit twee aparte woningen en schuurtje daar annex, met twee hofjens en de molenwerff en het hout daarop staande. [566]
  • 5 aan Casparus Bor een morgen bouwland beneffens 't eijken hout langs 't waterwegje tot aan en met de dwarsheg daarop en omme staande edog soo groot en kleijn 't selve gelegen is buijten de Arnhemsepoort (Slijkpoort), belend ten oosten Lodewijk van Bunschoten, ten westen 't Watersteegje, ten noorden de kinderen en erfgenamen van Thonis Elissen. [567]