| You are here: Louk-Home ⇒ Genealogy ⇒ Kwartierstaat Lapikás ⇒ Gen. nr. 11 |
1520. PIETER TRUMPENERS,[1]
tr.
1521. MARIA VAN HERCK.
Pieter Trumpeners en zijn vrouw Maria van Herck leenden in 1691 een kapitaal van ƒ 400 met als onderpand een halve bunder akkerland "tusschen Cleijngelmen ende den Groenen Schilt op die straet".[2]
| COMMENTAAR(¥) nog doen : Adriaenssen, pagina 282, bibl. NGV |
1536. CORNELIS DIRKSZ FENT / VAN PIJLEN (de oude), ged. geref. Nieuwkoop 6-10-1624, ovl. 1669-1671, doopget. (1643..1652),
j.m. van Nieuwkoop (1648),
belender in het Zuideinde van Nieuwkoop
aan de Achterweg (1671),
aan de buitenweg (1652..1663),
aan de binnenweg (1651),
aan de overweg (1663),
woont in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg (1662, 1663),
komt in 1651 voor het eerst voor als Cornelis Dircxsz Fent van Pijlen,
in 1652 voor het eerst als Cornelis Dircksz van Pijlen,
in 1657 weer als Kornelis Dircksz Fent,
betaalt als Cornelis Dircxsz van Pijlen, veenman te Nieuwkoop, ƒ 1/2 familiegeld (1674),
tr. 2o voor 1671
SUZANNETGEN DIRCXSDR, ovl. na 1671 (verm. voor 1677), doopgetuige (1671),
wordt in 1671 "laatst weduwe" van Cornelis Dircxz Fent den ouden genoemd en was dus verm. eerder gehuwd,
tr. 1o Nieuwkoop geref. 12-1-1648 (als Kornelis Dircksz Fent)
1537. MARRITGEN JANSDR, ovl. vóór 1661, j.d. van Nieuwkoop (1648),
Op 12-5-1661 verkopen Jacob Jansz Verhoef, getrouwd met Neeltgen Jansdr, Hendrick Pietersz, getrouwd met Marritgen Jansdr, "Gert Lopeker als met kennisse van ons schepenen ten desen geconstitueeert van Tijs Aertsz Snell, getrouwt hebbende Jannetgen Jansdr" en Cornelis Dircksz Fent, vader en voogd van Dirck Cornelisz, minderjarig kind geboren bij Marritgen Jansdr, aan Roel Jansz Swanenburch en Neeltgen Jansdr Swanenburch een huis en erf met 4½ morgen land in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend van de Voorwetering tot het land van Roel Jansz, belend ten oosten de nazaten van Cornelis Dammasz van Griecken en ten westen Willem Gertsz Toll en Cornelis Jacobsz, buurman. Koopsom 1.800 gulden. [5]
Op 4-5-1662 is Cornelis Dircxsz Fent te Nieuwkoop 600 gulden schuldig aan Bouwen Pietersz Knecht te Aarlanderveen. Gesteld onderpand: zijn huis en erf met 2 morgen land in het Zuideinde buitenweg, belend ten oosten de weduwe van Jacob Dircxsz Fent, ten zuiden Cornelis Dircxsz Fent, ten westen Cornelis Willemsz Crijger en ten noorden de Wetering, nog 1 morgen hooiland met tuin aldaar, belend ten oosten Arijen Jansz Hogeboom, ten zuiden Pieter Cornelisz van Dobben, ten westen Dammis Cornelisz van Vliet en ten noorden Cornelis Dircxsz Fent. Geroijeerd d.d. 18-06-1682. [6]
Op 18-7-1662 is Cornelis Dircxsz Fent van Pijlen te Nieuwkoop 200 gulden schuldig aan de gereformeerde diaconie te Nieuwkoop. Gesteld onderpand: een perceel hooiland in het Zuideinde buitenweg, groot 2½ morgen, strekkend van het land van Jan Willemsz van Heijningen tot in de Meije, belend ten oosten Sijmen Dircxsz Coij en ten westen Jan Jansz van Leeuwen. [7]
Op 13-12-1662 is Cornelis Dircxsz van Pijlen te Nieuwkoop 350 gulden schuldig aan Gert Gerritsz Koij. Gesteld onderpand: een kamp hooiland in het Zuideinde buitenweg, groot 2 1/2 morgen, strekkend van het land van Jan Willemsz van Heijningen tot in de Meije, belend ten oosten Sijmen Dircxsz Koij en ten westen IJsbrant Jansz en Jan Jansz van Leeuwen. [8]
Op 10-5-1663 is Cornelis Dircxsz Fent te Nieuwkoop 250 gulden schuldig aan Bouwen Pietersz Knecht te Aarlanderveen. Gesteld onderpand: zijn huis en erf met 2 morgen land in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, belend ten oosten de weduwe van Jacob Dircxsz Fent, ten zuiden Cornelis Dircxsz Fent, ten westen Cornelis Willemsz Crijger en ten noorden de Voorwetering, nog een morgen hooiland met tuin aldaar, belend ten oosten de weduwe van Jan Hoogeboom, ten zuiden Cornelis van Dobben, ten westen Dammis Cornelisz van Vlieth en Arien Cornelisz van Wieringen en ten noorden Cornelis Dircxsz Fent. [9]
Op 15-5-1663 verkopen Cornelis Dircxsz Fent den ouden, Cornelis Dircxsz Fent den jongen, Cornelis Claesz Cats, getrouwd met Neeltge Dircxdr Fent, Dammis Cornelisz van Vlieth, getrouwd met Trijntie Dircxsdr Fent en Cornelis Ariensz van Wieringen, getrouwd met Grietge Dircxsdr Fent, allen als kinderen van de overleden Dirck Willemsz Fent, aan Elbert Jan Corsz aan de Meije een kamp hooiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 1½ morgen, strekkend van het land van Arien Cees Hoogeveen tot in de oude Meije, belend ten oosten Pieter Cornelisz van Dobben en ten westen Marcelis Abramsz en genoemde Pieter Cornelisz. [10]
Op 16-9-1663 verkopen Cornelis Dircxsz Fent den ouden en Cornelis Dircxsz Fent den jongen, Cornelis Claes Cats, getrouwd met Trijntge Dircxdr Fent en Cornelis Ariensz van Wieringen, getrouwd met Grietge Dircxsdr Fent, kinderen van de overleden Dirck Willemsz Fent, samen handelend namens Pieter Dircxsz Fent, aan Aelbert Fulpsz van Vlieth een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Dircxsz Fent de ouden tot dat van de weduwe van Roel Gijsen Crijger, belend ten oosten de koper en westen de nazaten van Jacob Pietersz Duijrniet. Koopsom 256 gulden 10 stuivers. [11]
Op 10-6-1668 draagt Cornelis Dircksz Fent de oude in het Zuideinde van Nieuwkoop over aan Johan van Assendelft, brouwer in "het Witte Paert" te Leiden, 2½ morgen hooiland in het Zuideinde buitenweg, strekkend van de weduwe van Jan Willemsz van Heijningen tot in de oude Meije, belend ten oosten de koper en ten westen IJsbrant en Jan Jansz van Leeuwen. Koopsom 1.187 gulden 13 stuivers 1 penning. [12]
Op 23-4-1669 dragen Cornelis Dircksz Fent de jonge, Cornelis Claesz Cats, man en voogd over Neeltgen Dircxsdr, Willem Jacobsz met opdracht van zijn moeder Merritgen Claesdr, weduwe van Jacob Dircksz Fent, Diewertgen Cornelisdr, huisvrouw van Pieter Dircksz Fent, uitlandig persoon, mede handelend namens Cornelis Arijensz van Wieringen, die getrouwd was met Grietgen Dircxsdr, ieder voor 1/7 deel, over aan Cornelis Dircksz Fent de oude, mede-erfgenaam voor 1/7 deel, een huis en erf met 2 morgen weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Cornelis Dircksz Fent de jonge, belend ten oosten de weduwe van Jacob Dircksz Fent en ten westen de weduwe van Cornelis Willemsz Crijger, nog een kamp hooiland aldaar, groot 1 morgen, strekkend van het land van de weduwe van Jacob Dircksz Fent tot het land van Pieter Cornelisz van Dobben, belend ten oosten Jacob Jacobsz van der Bijl en ten westen Cornelis Arijensz van Wieringen. Koopsom 3.350 gulden. [13]
Op 19-5-1671 verkopen Suzannetgen Dircxsdr, laatst weduwe van Cornelis Dircxz Fent den ouden, met als voogd Buijen Dircxsz van der Neut en haar zoon Dirck Cornelisz Fent, mede Cornelis Dircksz Fent de jonge als oom en voogd over het minderjarige kind van Cornelis Dircksz en Suzannetgen, aan Gillis Nouts een huis, erf, berg, schuur en weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Cornelis Dircxsz Fent de jonge, belend ten oosten de weduwe van Jacob Dircksz Fent en ten westen de weduwe van Cornelis Willemsz Crijger, nog een kamp hooiland en henneptuin aldaar, samen groot 676 roeden, belend ten oosten de weduwe van Arijen Jansz Hoogeveen, ten zuiden Pieter Cornelisz van Dobben, ten westen Cornelis Arijensz van Wieringen en Dammas van Vliet en ten noorden Jacob Dircksz van Pijlen. Koopsom 2.404 gulden. [14]
Op 20-1-1693 compareerde Pieter Hendriksz Nap, weduwenaar en boedelhouder van Marritje Cornelis van Pijlen ter eenre, Dirk Cornelisz van Pijlen, oom en naaste bloetvoogt van 's moeders zijde, over Cornelis Pietersz Nap, meijdag 1693 out 8 jaren en Jan Pietersz Nap, den 31 maart 1693 out 1 jaar, kinderen van den voor noemde Pieter Hendriksz Nap, geboren bij de voornoemde Marritje Cornelis van Pijlen. [15]
Op 14-02-1693 komen voor in een akte in Not. Archief Woerden :[16]ZOEK UIT.
- 1) Pieter Willemsz Westveen, in de hoedanigheid van overledene.
- 2) Elsjen Hendricks Kruijswijck, wonend te Achttienhoven, in de hoedanigheid van huwelijkspartner testateur bloedverwant.
- 3) Jan Pietersz Nap, wonend te Achttienhoven, in de hoedanigheid van huwelijkspartner testateur bloedverwant.
- 4) Huijbert Jansz Kruijswijck, in de hoedanigheid van voogd bloedverwant.
- 5) Pieter Hendricksz Nap, in de hoedanigheid van voogd bloedverwant.
- 6) Kors Jansen Kouwenhoven, in de hoedanigheid van voogd.
Op 20-10-1695 komen voor in een akte in Not. Archief Woerden :[17]ZOEK UIT.
- 1) Pieter Jansz Nap, wonend te Zevenhoven, in de hoedanigheid van huwelijkspartner testateur.
- 2) Merrighjen Jans van der Stelt, wonend te Zevenhoven, in de hoedanigheid van huwelijkspartner testateur.
- 3) Pieter Hendricksz Nap, in de hoedanigheid van voogd bloedverwant.
- 4) Maerten Jansz Nap, in de hoedanigheid van voogd bloedverwant.
- 5) Huijbert Jansz Kruijswijck, in de hoedanigheid van voogd.
- 6) Sijmon Hendricksz Spruijt , in de hoedanigheid van voogd.
Op 4-1-1704 compareren voor schout en schepenen van Nieuwkoop en Noorden Pieter Hendriksz Nap, wednr. ende boedelhouder van Marritje Cornelis van Pijlen ter eenre, Dirk Cornelisz van Pijlen, oom en naeste bloetvoogt van 's moeders zijde, over Cornelis Pietersz Nap, meijdag 1693 out 8 jaren en Jan Pietersz Nap den 31 maert 1693 oud 1 jaer, kinderen van den voorn. Pieter Hendriksz Nap geproceert bij de voorn. Marritje Cornelis van Pijlen, zijnde de voorn voogt in reguarde van de versz. kinderen geadsisteert met mij bailjuw en schout voornt., Hend: van Wijk en Gerrit van Dueren, weesmannen van Nieukoop en Noorden, ter ander zijde om de erfenis van Marritje Cornelis van Pijlen te regelen. Zij besluiten tot uitkoop waarbij Pieter Hendriksz Nap alle de goederen actien en geregtigheden enz. behoudt, onder de verplichting de kinderen eerlijk te alimenteeren etc. tot hun mondigheid of tot hun huwelijk. Voorts dient hij aan hen ieder dan mee uit te keren als hun moederlijke erfenis behalve een eerlijke uijtset een somma van ƒ 75,-- ende nog aan ijder kind een goude ring d'welke op den inventaris staen. [18]
Gaarder Achttienhoven: 1706 "den 1en Januarij heeft Pieter Heijndriksz Nap aengegeven om begraven te werden het lijk van zijn vrouws soon Jan Teunissen de Jonge, verklaart te behooren onder het Classis van ƒ 3-0-0".
Gaarder Achttienhoven:
- "ik ondergeschr. Huijbert Maertense Agtienhoven verklare aengevinge gedaan te hebben van het lijk van Pieter Hendrickse Nap behoorende onder de Classis van drie gulden Actum de 11 April 1717 ik segge ƒ 3-0-0"
- "den 18 maart 1718 Bij de wede van Pieter Nap op boelhuijs regh verkoft de meubilie goederen bedragen ƒ 261-0-0, de 40en penning ƒ 6-10-8"
Op 9-10-1722 komen voor in een akte in Not. Archief Woerden :[19]ZOEK UIT.
- 1) Maerten Jansz Nap, wonend te Zevenhoven, in de hoedanigheid van huwelijkspartner voogdijsteller bloedverwant.
- 2) Lijsbeth Jans Schouten, wonend te Zevenhoven, in de hoedanigheid van huwelijkspartner voogdijsteller bloedverwant.
- 3) Pieter Hendrickz Nap, in de hoedanigheid van voogd bloedverwant.
- 4) Pieter Jansz Nap, in de hoedanigheid van voogd bloedverwant.
- 5) Cornelis Hendricksz Bijeman, in de hoedanigheid van voogd bloedverwant.
- 6) Pieter Cornelisz Keijser, in de hoedanigheid van voogd bloedverwant.
- 7) Huijbert Jansz Kruijswijck, in de hoedanigheid van voogd bloedverwant.
Op 30-3-1677 verkoopt Cornelis Dircxsz Fent de jonge aan het weeskind van Cornelis Dircksz Fent de oude, genaamd Marritje Cornelisdr, een kamp hooiland in het Noordeinde van Nieuwkoop, groot 1 morgen, strekkend van het land van de weduwe van Jan Willemsz van Leijden tot aan (niet vermeld), belend ten oosten Pieter Cornelisz van Wieringen en ten westen Dirck Fransz en Tonis Cornelisz. Koopsom 125 gulden. [24]
1538. CORNELIS TONISZ (THEUSZ, JORISZ) WARRE, geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1665, belender in het Zuideinde van Nieuwkoop
aan de binnenweg (1605..1665),
aan de buitenweg (1635..1653),
over de achterweg (1609..1614),
in de Wouden (1649),
achter Nieuwkoop over de Achterweg (1604, 1636, 1639),
treedt op als voogd voor zijn zuster IJdichgen (1610),
en als voogd voor zijn schoonzuster Grietgen Jansdr (1651),
tr. vóór ca. 1645
1539. MARRITGE JANSDR.
Op 14-1-1608 koopt Jacob Adriaensz van Thonis Cornelisz Warre een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop, binnenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van het land van Jacop Pietersz tot het secreetland, belend ten oosten Jan Willem Volckensz en ten westen Gerrit Dircxsz den Jongen. Koopsom 200 gulden. [25]
Op 1-2-1611 verkopen Anthonis Cornelisz, Jasper Cornelisz, Dirck Jaspersz voor zichzelf en Dieloff Willemsz, getrouwd met Marritgen Cornelisdr, allen als erfgenamen van Cornelis Anthonisz Warre, aan Eijmbert Jansz een huis en erf in het Noordeinde van Nieuwkoop, buitenweg, verongeld voor 5 hond, strekkend uit de Voorwetering tot "aen 't slootgen" van het land van Jan Aertsz, belend ten oosten Lauris Mathijsz en ten westen IJillis, de wever. Koopsom 484 gulden. [26]
Op 25-5-1632 verkoopt Dirck Dircxsz als man en voogd van Emmetgen Jansdr, aan Cornelis Anthonisz Warre een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop, binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Stoffelsz tot dat van Dirck Jacobsz, belend ten oosten Jan Maertensz en ten westen Lambert Jacobsz, bode. Als garantie wordt gesteld: dit perceel en nog een perceel aldaar, strekkend van het land van Jan Severtsz tot dat van Sijmon Dircxsz, belend ten oosten Lambert Jacobsz, bode en ten westen Abram Jacobsz Trom. Koopsom 125 gulden. [27]
Op 17-7-1632 verkoopt Jan Claesz in het Zuideinde van Nieuwkoop aan Cornelis Tonisz Warre een bruikweerland in het Zuideinde, buitenweg, verongeld voor 3 morgen 1 hond. Betaald met 1.850 gulden, die Warre te vorderen heeft van Cornelis van Westerhout, wegens land liggend achter Gouda. [28]
Op 2-12-1639 verkoopt Adriaen Pietersz, bakker te Bodegraven, aan Cornelis Anthonisz Warre een perceel veenland achter Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van de landen van Pieter Willemsz Pijnt tot het land van Aris Philipsz, belend ten oosten Gerrit Jansz de Vries en Aert Cornelisz en ten westen de weduwe van Cornelis Sijmonsz en Claes Cornelis Ghijsz. Koopsom 302 gulden. [29]
Op 8-6-1640 is Cornelis Anthonisz Warre te Nieuwkoop 300 gulden schuldig aan Annetgen Ariensdr, weduwe van Huijbert Andries van Eijck te Bodegraven. Gesteld onderpand: een bruikweerland met huis en hof in het Zuideinde buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot de landen van Jan Severtsz, belend ten oosten Dirck Willemsz Fent en ten westen Philips Cornelisz, nog een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Gerrit Willemsz Fent tot dat van Sijmon Dircxsz, belend ten oosten Dirck Sijmonsz en ten westen Abram Jacobsz Trom. [30]
Op 15-5-1642 verkoopt Adriaen Pietersz, bakker te Bodegraven, aan Cornelis Anthonisz Warre een perceel veenland te Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van het land van Pieter Willemsz Pijnt tot dat van Aelbert Philipsz, belend ten oosten Dirck Ermboutsz en Aert Cornelisz en ten westen de weduwe van Cornelis Sijmonsz en Claes Cornelisz Ghijsz. Koopsom 302 gulden. [31]
Op 9-10-1642 verkoopt Cornelis Gerritsz Coij te Nieuwkoop aan Cornelis Thonisz Warre een perceel land in de Wouden, verongeld voor ½ morgen, strekkend van en tot het land van Anna Woutersz, belend ten oosten Anna Jacobsdr en ten westen Anna Woutersdr. Koopsom 600 gulden. [32]
Op 9-10-1642 verkoopt Wouter Heijndricxsz, bakker te Nieuwkoop, aan Cornelis Thonis Warre een kamp hooiland in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 1½morgen, strekkend van het land van Dirck Willemsz Fent tot dat van Dirck Willemsz, belend ten oosten Geerte Jacobsdr en ten westen Dirck Willemsz Fent. Tevens 1/3 deel van een sudde. Koopsom 860 gulden. [33]
Op 11-11-1643 verkoopt Gerrit Willemsz Vermij te Nieuwkoop aan Cornelis Anthonisz Warre een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van daar tot het land van Dirck Cornelisz, belend ten oosten Claes Claesz en ten westen Jan Claesz. Koopsom 125 gulden. [34]
Op 20-11-1643 verkoopt Cornelis Anthonisz Warre te Nieuwkoop aan Cornelis Jacob Arien Jacobsz een perceel veenland achter het dorp over de Achterweg, strekkend van het land van Pieter Willemsz tot dat van Aries Phillipsz, belend ten oosten Dirck Ermboutsz en ten westen Claes Cornelisz Quast. Koopsom 150 gulden. [35]
Op 5-3-1652 is Cornelis Anthonisz Warre te Nieuwkoop 300 gulden schuldig aan Jan Jansz van Leeuwen, lakenkoper te Nieuwkoop. Gesteld onderpand: een bruikweerland met huis en hof in het Zuideinde buitenweg, groot 3 morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Claes Cornelisz, belend ten oosten de nazaten van Dirck Fent en ten westen Elias Cornelisz, nog een perceel veenland aldaar binnenweg, strekkend van het land van Jan Gijsbertsz tot dat van Cornelis Hendricksz, belend ten oosten Dirck Sijmonsz en ten westen Pieter Leendertsz. [36]
Op 12-4-1662 draagt IJsack Pietersz Stouthandel, getrouwd met Marritgen Cornelisdr Warre over aan Cornelis Tonisz Warre een huis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van Marritgen Willemsdr, belend ten oosten Aert IJsacksz en ten westen Gert Willemsz Vermij. Koopsom 154 gulden. [37]
Op 28-2-1666 is Aeltgen Cornelisdr Warre, meerderjarige dochter van Cornelis Theusz Warre en Marritge Jansdr met als voogd Wouter Hendricksz van Swieten, 150 gulden schuldig aan Geertgen Cornelisdr, weduwe van Cos Tijsz van Swanenveld te Aarlanderveen. Gesteld onderpand: een huis en erf met schuur in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van Jan Jacob Aelbertsz, belend ten oosten de weduwe van Aerd IJsaacq en ten westen Gerd Willemsz Vermij. Borg is Wouter Hendricksz van Swieten te Bodegraven. [38]
Op 12-4-1662 draagt IJsack Pietersz Stouthandel, getrouwd met Marritgen Cornelisdr Warre over aan Cornelis Tonisz Warre een huis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van Marritgen Willemsdr, belend ten oosten Aert IJsacksz en ten westen Gert Willemsz Vermij. Koopsom 154 gulden. [39]
1540. PIETER CORNELIS OUDSHOORN, geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1686,[40] parentatie niet bewezen.
Cornelis Pietersz Oudshoorn koopt op 14-2-1686 van Willem Jansz van Staveren voor 375 gulden 300 roeden veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop in de Woude, belend Jan Eewoutsz Heemskercks land.[41]
Op 9-4-1686 draagt Cornelis Pietersz Outshoorn voor zichzelf en opkomende voor zijn vader Pieter Cornelisz Outshoorn, over op Hendrick Joosten Verlaen, wonende in het Noordeinde, 3 morgen weiland, strekkende van de dijk tot Hendrick Jacobsz van der Hoorn, belend ten zuiden en noorden Verlaen voornoemd. De koopsom is 850 gulden. [42]
Cornelis Pieters Outshoorn te Aarlanderveen betaalt 100e penning Rijnland 1697 nomine uxore, als erve van de wed. van Ary Cornelisz Hogeveen.[43]
Kohier van de 100e penning van Rijnland : 1714. Aarlanderveen: Cornelis Pietersz Outshoorn overleden. Erven Fytje Cornelis Outshoorn x Gerrit Huygen Nederstigt op de Vrije Hoeff, Maerten Cornelisz Outshoorn, Pieter Cornelisz Outshoorn en Jan Cornelisz Outshoorn.
COMMENTAAR(¥)
Zijn afkomst volgens :
Gerrit Jansz Oudshoorn, geb. vóór ca. 1690, ovl. Nieuwkoop 17-8-1766, turfschipper,
tr. Nieuwkoop (schepenen) 2-2-1711
Grietje Cornelis Buurman, dr. van Cornelis Cornelisz Buerman de Jonge en Aeltje Cornelisse van Wieringen.
Jan Gerritsz Outshoorn, executeur van Gerrit Jansz Outshoorn, verkoopt op 9-4-1767 voor 233 gulden en zes stuivers aan Klaas Gerritsz Outshoorn, erfgenaam voor een zesde deel van een huis c.a. in het Zuideinde, "leggend in de plas", en vijf zesde parten van een turfschuur, staande als voren [44].
|
Op 20-5-1795 machtigt Cornelis Gerritsz Outshoorn zijn zoon Gerrit Cornelisz Outshoorn, beiden wonende te Nieuwkoop, een partij land, gelegen te Noorden, over te dragen aan Joanna Kleuters wed. van Jacob van der Weijden [45].
Op 10-4-1777 verkoopt Cornelis Gerritse Outshoorn gehuwd met Neeltje Janse Outshoorn, voor een derde erfgename van haar vader Jan Cornelisz Oudshoorn, aan Cornelis Jansz Outshoorn en Cornelis Jansz van Vliet, gehuwd met Trijntje Janse Outshoorn, voor 1550 gulden een derde van een huis en erf in het Zuideinde, een derde van een erf en vier turfschuren, een derde van een huis en erf aan de Vorendijk en een derde in een kamp weiland en diverse andere stukken land.[46]
| COMMENTAAR(¥)
Niet goed is hier Pieter Janse Oudshoorn x Mergje Gerts van Staveren als ouders. Zij is verm. dr. van Gerrit Gerritsz (van Staveren), geb. voor 1623, zn. van Gerrit Cornelisz van Staveren en Stijntge Jans.[47]
Pieter en Mergje compareren 21-3-1696 te Ter Aar, vermoedelijk om hun testament te laten opmaken [48].
Mogelijk verwant aan Willem Jansze Outshoorn, tr. Alphen 9-12-1703 Trijntje Claase van de Akker,[49]. en aan Pieter Jacobsze Oudshoorn x Mensje Sijmonse, Pieter Dirksze Oudshoorn x Aagje Ariens Koppersluijs, Pieter Gerritse Oudshoorn x Maartje Claasse Raaphorst, Pieter Cornelisze Oudshoorn x Jannetje van Leeuwen. Verder lijkt er geen verband met een geslacht Oudshoorn te Alkemade.[50] |
1552. PIETER GIJSBERTSZ VAN VEEN, geb. vóór ca. 1680, ovl. kort voor 1702.
| COMMENTAAR(¥)
Wie is Maerten Jacobs van Veen, veenman, ovl voor 1682, tr voor mei 1670 Marrigje Jansdr. van Cats, waaruit een dr. Erkje 1684.[51]
en een zn. Hendrik Maartens van Veen.[52]
.
Hij is ex Jacob Maerten Jansz, vermeld Nieuwkoop 20-6-1651, tr. voor 1623 Annickjen Hencrickxdr.
Hij is ex Maerten Jansz, woont te Nieuwkoop 1623, tr. Leuntgen Cornelisdr.[53]
Neeltje Corn. van Veen tr 1e. voor ca 1670 Heyndrik Egbertsz van Pijlen, otr./tr. 2e. Zegveld/Nieuwkoop geref. 9-1/3-2-1686 (met attestatie van Zegveld) Willem Lodewijck (Cornelis?)van Eijck, wednr. van Jannetje Jacobs Sael van Segvelt, zn. van Cornelis Hendricks van Eijck en Merrighje NN.[54] Jacob Cornelis van Veen waaruit ged Nieuwkoop Rem. 1-1-1678 Dirck Jacobs van Veen. Cornelis Jacobze van Veen waaruit ged Nieuwkoop Rem. Aris Cornelisse van Veen 18-5-1692 en Margriet Cornelisse van Veen 25-3-1696. |
Op 16-5-1714 worden de bezittingen van Simon Cornelisz Teijsterman, die waarschijnlijk kinderloos is overleden, door zijn erfgenamen verkocht. Dit waren Jan Cornelisz Teijsterman en Gerrit Cornelisz Teijsterman, broers, Jannetgen Cornelisdr. Teijsterman, zuster, Jan Pietersz van Veen gehuwd met Marrigje Dircks Twaelfhoven, Jacob Dammisz van Vliet gehuwd met Ariaantje Pieters Teijsterman, Jacob Teeuwisse Versney gehuwd met Marrigje Jans Teijsterman en Gerrit Arisz Teijsterman.[56]
1554. AEM SYMON CRIJNEN (VERMEY)(¥), geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1701, vermeld als Aem Sijmonsz bakker te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het
lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 4½ personen in de klasse kleine getaxeerden,
[57]
tr. 2o Nieuwkoop 6-11-1701[58]
NEELTIE PIETERS WIT, ovl. na 1733, tr. 1o voor 1672[59]
1555. NEELTJE HUYBERTS TWAELFFHOVEN, geb. vóór ca. 1650, ovl. Nieuwkoop 30-4-1700 (gaarder ƒ 3,--).
| COMMENTAAR(¥) Zou Cornelis Crijnen Vermij, veenman en bouwman te Nieuwkoop die ƒ 1 familiegeld betaalt (1674), zijn broer zijn. |
Op 15-8-1760 compareerden voor schout en schepenen van Nieuwkoop: Jan Vermeij gehuwd met Aaltje Aris Bouman, Symen Amen Vermeij, gehuwd met Weijntje Cornelis van Wieringen, Pieter Claasse Outshoorn gehuwd met Marritje Cornelis van Wieringen, kinderen van Cornelis van Wieringen en Marijtje Ariens Bouman, voor de helft erfgenamen van Arij Bouman en Marritje Claas van Pijlen. Zij verkopen voor 2000 gld. aan Cornelis Willems van Leyden hun aandeel in huis, erf, berg, schuur en landerijen in het Zuideinde van Nieuwkoop. [63] [64]
1556. CORNELIS SYMONSZ (TIJSTERMAN) (DE JONGE), geb. ca. 1600 (in 1621 nog minderjarig), ovl. ca. 1644, parentatie niet bewezen.
verkoopt goederen te Nieuwkoop (1638..1640),
tr.[65]
1557. LEUNTJE CLAESDR VAN WIERINGEN, ovl. na 1624, doopget. (1619..1624).
Op 12-8-1638 verkoopt Cornelis Symonsz Teijsterman voor een custingbrief van ƒ 432,-- een perceel land in het Noordeinde aan Heijndrick Cornelisz.[66]
Op 15-11-1639 verkoopt Cornelis Symonsz Teijsterman voor een custingbrief van ƒ 1690,-- een perceel land in het Zuideinde aan Maerten Stoffelsz.[67]
Op 31-12-1640 verkoopt Cornelis Symonsz Teijsterman voor ƒ 979,-- een partij land in het Zuideinde aan Cornelis Ariens Wit.[68]
Op 23-8-1640 verkoopt Cornelis Symonsz Teijsterman voor ƒ 1220,-- contant een huis en erve in de Vierschouwerije aan Adriaen Symonsz Teijsterman, zijn broer.[69]
Op 6-9-1642 deelde Cornelis Symonsz Teijsterman mee in de zeer uitgebreide nalatenschap van zijn schoonvader. Neeltgen Dircks, wed. van Claes Fransz van Wieringen, maakte toen voor schepenen van Nieuwkoop een boedelscheiding ten behoeve van zichzelf en al haar kinderen : nl. Frans, Louris, Ghisbert, Dirck en Jan Claeszn van Wieringen, Cornelis Symonsz Teijsterman, gehuwd met Leuntgen Claesdr, Jan Gerritsz, gehuwd met Aeltgen Claesdr, Piete Dircksz Velsen, gehuwd met Geertgen Claesdr, alsmede de nog minderjarige Maritgen Claesdr.[70]
| COMMENTAAR(¥) vul aan GBLO 8(1993)129. |
Kohier van de 1e 100e penning van Rijnland : 1692. Elbert Dierten Verhoeff overleden. Erven zijn kinderen Willem Andriesz Blijleven nom. ux., Symon Cornelisz Teysterman nom. ux. en de kinderen van Cornelis Elbertsz Verhoeff.
Op 16-5-1714 worden de bezittingen van Simon Cornelisz Teijsterman, die waarschijnlijk kinderloos is overleden, door zijn erfgenamen verkocht. Dit waren Jan Cornelisz Teijsterman en Gerrit Cornelisz Teijsterman, broers, Jannetgen Cornelisdr. Teijsterman, zuster, Jan Pietersz van Veen gehuwd met Marrigje Dircks Twaelfhoven, Jacob Dammisz van Vliet gehuwd met Ariaantje Pieters Teijsterman, Jacob Teeuwisse Versney gehuwd met Marrigje Jans Teijsterman en Gerrit Arisz Teijsterman.[72]
Kohier van de 100e penning van Rijnland : 1715. Nieuwkoop: Symon Cornelisz Teysterman overleden. Erven Willem Andriesz Blijleven 1/2, Marrigje Cornelis Teysterman, weduwe van Cornelis Andriesz van Staveren 1/4, Geertje Sabers 1/12, Coenraad de Snijder 1/12, en de weduwe van Cornelis Aerden 1/12.
Symon Cornelisz Teijsterman wonende aan het Zuideinde, Pieter Jansz van Wieringen en Pieter Cornelis van Schagen, omen en bloedvoogden over Maritge, oud 15, Trijntge, oud 13 jaren, nagelaten weeskinderen van Dirck Cornelisz Twaelffhoven en Jaepge Cornelis Teijsterman, verklaren op 22-2-1695 voor weesmeesters dat de boedel van de overledenen zeer sober is en alleen bestaat uit een praam, een schuit, wat turf en enig huisraad, "van weinigh importantie". Daartegenover staat een schuld van ƒ 80,--. De omen verklaren "uyt liefde ende affectie voor de kinderen om haer fatson op te houden en niet tot laste van de armen te laten raecken" de weinige goederen te willen verhandelen om uit de opbrengst de kosten te betalen. Zij beloven verder voor de kinderen te zullen zorgen. [73]
1560. = 1540. PIETER CORNELIS OUDSHOORN.
1564. JAN CORNELISZ HOGEVEEN, geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1674, belender in het Noordeinde van Nieuwkoop
aan de buitenweg (1661),
vermeld als bouwman in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680), in het ambacht Nieuwkoop en Noorden in de klasse kleine getaxeerden met 6 personen.
tr. vóór 1669[74]
1565. FIJTJE PIETERSDR VAN NES.
Op 2-9-1663 verkoopt Willem Jan Gertsz te Nieuwkoop aan Jan Cornelisz Hoogeveen een kamp hooiland met een tuin in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 1 morgen 1 hond, strekkend van het land van Aert Gijsbertsz Sas tot dat van Cornelis Hermensz, belend ten oosten Elbert Dierten en ten westen Cornelis Claesz van der Ham, nog een kamp hooiland aldaar, strekkend van het land van Elbert Dierten tot dat van Arien Evertsz, belend ten oosten Neeltge Dammisdr en ten westen Cornelis Hermensz, nog een perceel veenland aldaar, groot 300 roeden, strekkend van en tot het land van Cornelis Jacobsz Hoogeveen, belend ten oosten Pieter Claes Cooningh en ten westen Jan Jansz Poel. Koopsom 2.100 gulden. [75]
Op 8-5-1665 verkopen Jan Cornelisz Hoogeveen voor zichzelf en Tonis Corssen van Swanenburch, getrouwd met Lijsbet Cornelisdr Hoogeveen, mede samen handelend namens Gerrit Gielen, getrouwd met Merritge Cornelisdr Hoogeveen en voor Grietge Cornelisdr Hoogeveen, jongedochter, allen als erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen en Arriaentge Aertsdr, in leven wonend in het Noordeinde van Nieuwkoop, aan Hilletge Jansdr van Leeuwen, weduwe van Jan Andriesz van Wieringen. een kamp weiland in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend van het land van Elbert Dierten tot de Masloot, belend ten oosten deze Dierten en Johanna de Vogel en ten westen de weduwe van Gijsbert Aertsz Sas. Koopsom 1.760 gulden. [76]
Op 2-9-1665 draagt Jan Cornelisz Hoogeveen te Nieuwkoop over aan Cornelis Willemsz van Leijden twee stukjes hooiland met een tuintje in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 7 hond, strekkend van het land van Aert Gijsbertsz Sas tot dat van Cornelis Hermensz en dat van Arijen Wertsz, belend ten oosten Elbert Diertensz en de weduwe van Gijsbert Aertsz Sas en ten westen Cornelis Claesz van der Ham en Cornelis Hermensz. Koopsom 775 gulden. [77]
Op 4-10-1665 verkopen Jan Cornelisz Hoogeveen, Teunis Corsz Swanenburch, getrouwd met Lijsbeth Cornelisdr Hoogeveen, Gerrit Michielsz, getrouwd met Marritge Cornelisdr Hoogeveen, mede vervangend verdere erfgenamen, aan Arien Jansz van Wijngerden een perceel veenland met schuur in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van de koper tot de Achterweg, belend ten oosten Pieter Cornelisz van Wieringen en ten westen Arien Japen Hoogeveen, nog een schuur en schuurstaal achter het erf van de koper. Koopsom 308 gulden. [78]
Op 7-3-1666 verkoopt Jan Cornelisz Hoogeveen aan Pieter Huijbertsz Brack een kamp weiland in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van het land van Cornelis Claesz van der Ham tot 3 roeden over de dam ten noorden van voornoemd kamp, belend ten oosten Aert Sas en ten westen Jan Jansz Poel. Koopsom 600 gulden. [79]
Op 1-7-1666 delen Jan Cornelisz Hoogeveen, Tonis Corsz van Swanenburch, man en voogd van Lijsbeth Cornelisdr Hoogeveen, Gerd Chielen, getrouwd met Marretij Cornelisdr Hoogeveen en Gijsbert Cornelisz Tuernhout, man en voogd van Grietgen Cornelisdr Hoogeveen, samen kinderen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen en Arijaentgen Aertsdr, de nalatenschap. Jan Cornelisz, Tonis Corsz en Gerd Chielen behouden alle roerende en onroerende goederen met de inschulden. Mede ook nemen zij op zich "alle lasten des boedels". Gijsbert Cornelis Tuernhout ontvangt 325 gulden. Ze stellen als garantie aan Tuernhout: het huis en erf in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Elberd Dierten, belend ten oosten Tonis Corsz met een huis en erf en ten westen Hendrick Jacobsz, kleermaker, nog twee percelen veenland aldaar, belend ten oosten de successeurs van Philips Arijen Jan Claesz, ten zuiden Dirck Fransz van Wieringen, ten westen de weduwe van Jan Jansz Poel en ten noorden Tonis Cors. [80]
Op 29-8-1666 verkoopt Jan Cornelisz Hoogeveen te Nieuwkoop aan Dirck Fransz van Wieringen een stuk veenland in het Noordeinde buitenweg, groot 250 roeden, strekkend van het land van Gerd Chielen tot dat van Pieter Gijsbertsz Brack, belend ten oosten Pieter Claesz Coningh en ten westen de erfgenamen van Jan Jansz Poel. Koopsom 705 gulden. Gesteld onderpand: dit veenland en nog een stuk weiland aldaar, strekkend van deze van Wieringen tot het land van de weduwe van Gijsbert Aertsz Sas, belend ten oosten Hilletgen Jansdr van Leeuwen en ten westen Arijen Cornelisz, klapperman, en Elbert Dierten. Geroijeerd d.d. 18-09-1667. [81]
| COMMENTAAR(¥) Zij zou ook kunnen zijn: Merritjen Jans Hogeveen, ged. Rem. Nieuwkoop 1-5-1678, als dr. van Jan Ariensz Hogeveen. Marritje Jans Hogeveen, ged. Rem. Nieuwkoop 3-6-1676, ovl. vóór 1746, tr. Nieuwkoop 5-3-1713[85] Pieter Cornelisse van Staveren, ged. Nieuwkoop 29-7-1686, ovl. vóór 1764, zn. van Cornelis Pietersz van Staveren en Annetge Pieters Vermey. Hij hertr. 1746. |
Op 9-7-1699 koopt Hendrick Cornelisz van Wieringen voor 275 gld. een huis, scheepstimmerhuis en erf c.a. in het Noordeinde van Jacob Willemsz van Swieten. Als onderpand diende zijn huis en scheepstimmerhuis aan de Voorwetering in het Noordeinde.[86]
Op 10-6-1729 verkoopt Marrigje Jans Hoogeveen, wed. van Hendrik Cornelisz van Wieringen, voor ƒ 500,-- aan haar zoon Jan Hendriksz van Wieringen een huis (kennelijk het bovenstaande) aan de Voorwetering in het Noordeinde van Nieuwkoop.[87]
Op 27-12-1758 taxeren Jan van Wieringen en Gerrit Geerlofse van Vliet, scheepmakers te Nieuwkoop, op verzoek van Cornelis van Wieringen een turfpontschip verkocht aan Jan Claasse Ponet. Het schip is "lang over steven 58 voet, wijt ellf voet en ses duijm, hol ses voet en twee duijm, lang in 't hol 33 voet". Het schip is getaxeerd op 1200 gulden. [89]
Op 15-6-1775 verkoopt Jan Hendriksz van Wieringen aan Jan Kornelisz van Wieringen, beijde wonende alhier een "huijs, erv, timmerhuijs, houtloos en brantschuurtje en verdere bepotinge en beplantinge daar op staande ... als mede de helling met slee met het vaste en loopende blokker met vijff schijven, rolle en zaagbanken, nog een glaase kas en verders plaaten, haartijzers, vatebanke, bedstee planken en regntonplanken ... in het Noordeinde van Nieuwkoop". De verkoper mag in het voorhuis van de genoemde huijsinge blijven wonen. De somma is 1500 gulden [90]
Op 19-7-1757 verkoopt Crijn van Wieringen te Haarlem zn. en mede erfgenaam van zijn overleden moeder Merrigje Jans Hoogeveen, in leven wed. van Hendrik Corn. van Wieringen enkele percelen veen- en hooiland in het Noordeinde van Nieuwkoop aan zijn broer Jan Hendriksz van Wieringen. [91].
1566. WILLEM EGBERTSZ VAN PIJLEN, geb. vóór ca. 1640, ovl. 1666-1672, belender in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg (1667-1677?),
tr. vóór 1662[92]
[93]
1567. MARITGEN CORNELISDR, geb. vóór ca. 1645, tr. 2o Nieuwkoop 17-1-1672[94] JACOB PIETERSZ VAN LEEUWEN, wednr. van (kennelijk een andere) Maritgen Cornelisdr.
Te Nieuwkoop vinden we in het kohier van het Familiegeld (1674):
Jacob van Leeuwen' weduwe, brandewijnvercoopster ƒ ½.
Jacob Pietersz van Leeuwen, veenman ƒ ½.
Op 16-3-1666 draagt Harmen Gijsbertsz van der Deijl over aan Willem Egbertsz van Pijlen een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, belend ten oosten de koper, ten zuiden Jacob Pietersz van Leeuwen, ten westen het Cloosters volck en ten noorden de weduwe van Harmen Cornelisz. Koopsom 150 gulden. [95]
1600. GERRIT CASPERS (KARSTENS), ged. Amsterdam Oude K. 29-10-1647 (get. Annetje Gerrits), beg. Amsterdam Noorderkh. 21-4-1719, kuyper (1670, 1681, 1705), mr. kuijper (1719), woont Anjeliersstraat (1670),
Singel (1681), Prinsegracht op de Noordermarkt (1719),
poorter van Amsterdam,
otr. 2o Amsterdam 27-9-1681 (beide voldoen de weeskamer 8/9-10-1681(¥))
LIJS(E)BET CORNELIS, geb. Amsterdam 1641/42, ovl. 1706-1733, beg. verm. Amsterdam Leidse Kh. 21-6-1707, wed. van Frederik Arents Helt, kuiper op de Prinsegracht (bij wie voorkinderen)
woonde Egelantiersstraat (1662), verm. Singel bij de Regelierstoorn (1707),
doopget. (1676),
otr. 1o Amsterdam 18-4-1670 (get. Carsten Albers, sijn vader en Lijsbet Cornelis, haar moeder)
1601. MARRITJE ROELOFS, geb. Amsterdam 1648/9 (doop ald. niet gevonden), beg. Amsterdam Leidse Kerkh. 17-9-1680 (laat 3 kinderen na), woont in de Jonge Roelofssteeg (1670), "op de Singel over de Regelierstoon" (1680).
Op 9-10-1681 verklaart Gerrit Caspers, wednr. van Marritje Roelofs, voor de Weeskamer "geen middelen te hebben om sijne kinderen iets voor moeders erff te kommen bewijsen, 't welck Lijsbeth Corssen, de grootmoeder getuijgde waeraghtigh te sijn" [97].
COMMENTAAR(¥) ZOEK OP haar voldoening aan de WK, bij het ovl. van Fredrick Arentz Heltt beg. Oude Kerk 16-8-1678.
Gerrit Kaspers testeert op 9-3-1718 voor Nots. Francois Meerhout. ZOEK OP!
Op 21-7-1694 verkopen de ervan van Abraham ten Brinck, en de erven van Dirck Jansz Cramer: met name Geertruijd Dircx aan Lijsbet Cornelis en Gerrit Caspersz, een huis en erf op de Nieuwezijds Achterburgwal (OZ) (Spuistraat) noordoosthoek van de Pottebakkerssteeg te Amsterdam. [98]
Op 21-10-1727 verkoopt Teunis Lagewaert gehuwd met Neeltje Helt, die dochter en mederfgename is van Lijsbet Cornelis, eerder weduwe van Fredrik Arentsz Helt, en laatst huisvrouw van Gerrit Caspersz, en alzo gerechtigd tot 1/4 part, en nog hij comparant nomine uxoris als eenige erfgenaem ab intestato van wijlen haer suster Ariaentje Helt in haer leven meerderjarige ongehuwde dochter en medeerfgename van voorn. Lijsbet Cornelis vooe een gelijk 1/4 part, also gerechtigd tot de helft van een huis, dat d.d 21-7-1694 door Gerrit Caspersz mr. kuijper en Lijsbet Cornelis verkregen was, aan Hendrik Houhof, mr. schoenmaker 1/2 huis en erf in de Nieuwezijds Achterburgwal (OZ) (Spuistraat), belend ZZ de Pottebakkerssteeg en de wed. Ringelenberg, NZ van de straet tot achter aan Rijnbregt Akersloot. Borgen zijn Jan van Zeijl, schuytevoerder in de Bloetsraet, en Cornelis van Zeijl voorsanger in de Zuijderkerk. Koopprijs ƒ 2000,--. [99]
Op 4-12-1733 compareren Maria Alberts Siewerts en Catharina Alberts Siewerts, meerderjarige en ongehuwde dochters, beijde kinderen van Jannetje Gerrits en Albert Siewerts, die door het overlijden van hun moeder het recht hebben gekregen op 1/4 part van het navolgende huis volgens testament door hun grootvader Gerrit Kaspers op 9-3-1718 gepasseerd voor Nots. Francois Meerhout alhier. Comparanten worden geassisteerd met Barent Luijkink als hun gekooren voogd, en Jan Luijkink, Joost Wiggers en de voorn. Barent Lijkink als hun vierendeelen. Zij verkopen aan Simon Appelboom, groenverkooper, 1/4 part van huis en erf, dat d.d 21-7-1694 door Gerrit Caspersz mr. kuijper en Lijsbet Cornelis verkregen was, in de Nieuwezijds Achterburgwal (OZ) (Spuistraat) op de noordoosthoek van de Pottenbakkerssteeg te Amsterdam. Koopprijs ƒ 975,-- [100]
COMMENTAAR(¥)
Er is ook een andere Barend Luijkink x Maria de Hen.
Er zijn nog ca. 20 transportakten met Barend Luijkink tot 1763
Op 18-11-1763 verkopen de erven van Barend Luijkink aan Joseph David Levij, een huis en erf op de Houtgracht (Waterlooplein) naast de brouwerij, te Amsterdam. [101] Op 14-12-1780 verkopen de erven van Barend Luijkink aan Paulus Luderus, 1/4 bierbrouwerij en mouterij met molen en huizing genaamd De Wereld op de Oudeschans einde- hoek Achterstraat bij de Steenvoetssluis te Amsterdam. [102] Op 14-12-1780 verkopen de erven van Barend Luijkink aan Paulus Luderus, 1/4 stuk land groot 3 morgen in de Oetewaal strekkende van de weg tot de Scheensloot, te Amsterdam. [103] Op 30-10-1782 verkopen de erven van Barend Luijking aan Hendrik Joannes Koekebakker, 2 pakhuizen en erven genaamd Het Noorden en Het Zuiden op het Realeneiland te Amsterdam. [104] |
1602. DIRCK PIETERSZ BLOCK, geb. Amstelveen 1645/6, ovl. 1687-1693(¥)), poorter van Amsterdam 26-11-1671 als spijkerverkoper van Amstelveen, betaalt ƒ 50,-- belasting voor de 200e penning als houtcoper (1674) in wijk 52 (=omgeving Haarlemmerdijk, Brouwersgracht),[105] otr. Amsterdam 10-4-1671 (get. Cornelis Dircse Bakker(¥), zijn voogd en Gerrit Gerritsz, haer vader)
1603. TRIJNTJE GERRITSZ, ged. Amsterdam Nieuwe K. 1-8-1645 (get. Belij Gerrits en Grietge (Arents?)), ovl. 1687-1693(¥), doopget. (1672, okt. 1687)
woonde Bickerseiland (1671).
| COMMENTAAR(¥)
In de periode 1684-1693 wordt te Amsterdam geen Dirck Pieters Block begraven. Wel is er zesmaal een Dirck Pieters begraven (Wester Kerkhof 16-4-1687, Heiligewegs- en Leidsche Kerkhof 1-12-1689, 2-12-1691, 12-12-1691 en 16-7-1693, Ooster Kerk 25-4-1693). Het valt nog te bezien of een van hen identiek is aan Dirck Pieters Block kw. nr. 1602.
In de periode 1687-1693 wordt te Amsterdam ca. 15 maal een Trijntje Gerrits begraven. Het is onduidelijk of Trijntje Gerrits kw. nr. 1603 daaonder is. |
| Cornelis Dircxe Bakker |
|
Voor het vinden van de doop en of ouders van Dirck Pieters Block kan wellicht diens mogelijk verwantschap met zijn voogd Cornelis Dircxe Bakker een aanknopingspunt vormen. Het volgende fragment levert een aanzet tot de beantwoording van deze vraag.
Claes Egbertsz, ovl. 1658-1684, schipper (1627), booromslagmaker (1637), ijzerkramer (1643), huw. get. (1658), tr. vóór 1627 Anne(tjen) Willems.
|
Op 5-2-1683 verkopen Gerrit Soutens zoon en medeerfgenaam van Dieuwertje Gerrits Groot, die een dochter en medeerfgenaam was van Gerrit Marisz Groot, aan Dirk Block(¥), makelaer, een huis en erf in de Haarlemmerstraat (NZ), belend etc. [107]
COMMENTAAR(¥) Het is onzeker of deze Dirk Block identiek is met Dirck Pietersz Block.
Op 20-6-1684 verkopen Pieter Claasz, varentman, zoon en medeerfgenaam van zijn vader Claas Egbertsz, voor de ene helft en Dirk Pietersz Blok voor de andere helft, aan Hercules Bouman, blauwsteenkooper een Huis en erf op de Brouwersgracht (NZ), belend w.z. de wed. Jan Pronk, o.z. Philips Huijbertsz, achter Meijndert van Kunen. Borgen zijn Teunis Dirx Vreeland en Gerrit Gerritsz elk voor de helft van het huijs. [108]
Op 10-2-1687 verkopen Hendrik Gerritse Bronchorst en Jacob Jansz Wobbes aan Dirk Block, Jan Aldertsz, Jan Block Jan van Rijn en Dirck Corver een balkzaegmolen genaamd De Witte Lelie, huis, 2 tuinen en houtloodsen, op het Kwakerseiland tussen Leidsepoort en Raampoort, waarvoor aan de stad werd betaald een grondhuur van ƒ 42,11,6. [109]
Volgen vijf afzonderlijke akten op 11-2-1687 waarin elk van de vijf kopers voor zijn 1/5 deel wordt aangesproken.[110]
Op 11-2-1687 verkoopt Jan Aldertsz aan Dirk Block 1/4 part in een houtzaegmolen genaamd De Munnik op het Kwakerseiland, met 1/4 part in de huijsinge, schuijten en gereetschappen daartoe gehorend, waarvoor aan de stad werd betaald een grondhuur van ƒ 43,16,14. [111]
|
Poorterbewijs van Dirck Pietersz Block (ca. 1645-ca. 1690) afgegeven te Amsterdam op 26-11-1671.
klik op plaatje(s) om te vergroten |
| COMMENTAAR(¥) Is Dirck, zn. van Dirck Pietersz en Wijntje Gerrits, ged. Amsterdam Oude kerk 25-2-1678 (get. Annetje Claes) ook een zoon ? |
| COMMENTAAR(¥) In de periode 1693-1695 wordt vijfmaal een Marretje Dirks begraven. Wie van hen bovenstaande echtgenote van Jan Cornelisz Uit den Bogaert is, is onzeker. Mogelijk, maar niet bewezen is: beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 7-11-1694 (Marritje Dirks op de Haerlemmerstraat). |
| COMMENTAAR(¥) Jan Jansz Block, de voogd, is mogelijk dezelfde al de Jan Jansz Block in het onderstaande Fragment Block te Rietwijk. |
| COMMENTAAR(¥) In de periode 1696-1703 worden vier kinderen gedoopt van Jan Cornelis en Lijsbeth Floris. Het is niet duidelijk of het hier het echtpaar Uit den Bogaert-van den Wick betreft. Ook de doopgetuigen bieden geen aanknopingspunten. |
| Fragment Block te Rietwijk |
|
In de archieven van het Burgerweeshuis te Amsterdam komen onder de
boedelpapieren [112] van de
erfgenamen van Dirk Pietersz Blo(c)k (zie kw. nr. ⇒ 1602 ) een aantal stukken voor, betreffende
een familie Blo(c)k te Rietwijck en Rietwijckeroort (Rijckeroort). Hieruit laat zich het volgende fragment samenstellen :
Pieter Jansz Block, ovl. vóór 1625, tr. (huw. noch dopen van kinderen gevonden te Amsterdam en Sloten) Aeltgen Jansdr, ovl. vóór 1625 te Rijckeroort.
Uit het feit dat deze stukken zich onder de boedelpapieren van de erven van Dirk Pietersz Blok bevinden moet geconcludeerd worden dat er hier van afstamming in de mannelijke hetzij in de vrouwelijke lijn sprake moet zijn. Een bewijs daarvan is echter nog niet te leveren bij gebrek aan gegevens over de ouders van Dirk Pietersz Blok. Aansluiting zal verder bestaan (maar is nog niet aangetoond) met Kornelis (Block?), geb. vóór ca. 1650.
Jan (Block?), geb. vóór ca. 1650.
|
1604. AMBROSIUS DE WARM, ged. Amsterdam Westerk. 22-10-1656 (get. Marrijken Snewaters), ovl. na 1737 (beg. niet gevonden te Amsterdam), woont in de Elandsstraat (1682),
poorter van Amsterdam 13-4-1683 als greinwerker,
(zijde)grijnwerker (1683..1730),
doopget. (1717..1728),
otr. Amsterdam 29-8-1682 (get. Johannes de Warm, sijn vader en Jannetje Beku, "vader ziek")
1605. SUSANNA (SANNEKE) CLAES (BEKU(E)), ged. Amsterdam Oude K. 17-2-1661 (get. Jasper de Keijsers en Trijntje Juriaans), beg. Amsterdam Karthuizerkh. 26-12-1737 (een baar, laat 4 kinderen na), woonde Oude Lojersstraat (1682, 1737),
doopget. (1716..1730).
1606. STEVEN LEENDERSZ (STRUIJS), ged. Amsterdam Noorderk. 6-7-1659 (get. Issack Stevens, Greijtien Jurrijans en Marike Meijssels), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 29-4-1708 (een baar, laat 3 kinderen na), kleermaker in de Mouthaansteegh (1682), poorter van Amsterdam
26-3-1682 als korendrager (zijn schoonvader Adriaen Bastiaans is factoor),
woont Vinkestraat hoek Mouthaansteeg (1708),
doopget. (1708),
otr. Amsterdam 27-2-1682 (get. Trijntje Jans, sijn moeder en Geesje Barents, haar moeder)
1607. AERTJE (AALTJE) ADRIAENS, ged. Amsterdam Noorderk. 12-10-1653 (get. Greijtgen Tijsse), beg. Amsterdam Karthuizerkh. 5-10-1728 (wed. van Steven Struijs, een baar), woonde in de Vinkedwarsstraat (1682),
op de Princegragt tussen de Tuin- en de Egelantiersstraat (1728),
doopget. (1708..1717).
Op 23-2-1724 verkoopt Cornelis Simons Breur, enige erfgenaam van zijn moeder Marritje Jans Herrigen in huwelijk verwekt bij Simon Cornelisz Breur, en na scheidng en overdracht door zijn halfbroer en halfzuster Claas Simons Breur en Baefje Simons Breur voor schout en schepenen van Ouder Amstel d.d. 6-9-1712, eigenaar van nagenoemd perceel, aan Abraham Struis en Jan de Warm, een huis en erf in de Boomstraat (ZZ) het elfde huis voorbij de dwarsstraat te Amsterdam, aan de ZZ naast De Vergulde Valk wederzijds met vrije muren belend, , WZ Laurens Meijer, OZ MAria van der Klok. Borgen zijn Claas Simons Breur en Jan Cornelis Poes wonend te Ouder Amstel. Koopsom ƒ 1250,--. [113]
Op 27-4-1724 verkopen Abraham Struijs en Jan de Warm, aan Juriaan Nagel, een huis en erf in de Boomstraat (ZZ) het elfde huis voorbij de dwarsstraat, te Amsterdam. [114]
Op 18-10-1730 verkopen de erven van Abraham van Eijk aan Abraham Stevensz Struijs, een huis en erf, waar Amstelveen uithangt, in de Boomstraat (ZZ) tegenover de dwarsstraat te Amsterdam. [115]
Op 14-9-1736 verkopen Hendrik Balk en Sijbrand Hasselaar, aan Abraham Struijs, Jan Mol, Mijndert Mol, en Hendrik Swart, een huis, achterhuis en erf in de Goudsbloemgracht (NZ) (Willemsstraat) het derde huis van de Palmstraat, te Amsterdam. [116]
Op 24-12-1748 wordt verkocht uit de insolvente boedel van Jan Mol aan Abraham Struijs, 1/4 huis en erf in de Tollengang bij de Willemsstraat (Goudsbloemgracht) NZ naast en bewesten het derde huis voorbij de Palmdwarsstraat aan het einde van de gang, te Amsterdam. [117]
Op 16-4-1766 verkopen de erven van Abraham Stevensz Struijs echtgenoot van Aaltje Moll aan Jan Struijs, en Willem van der Put 1/4 huis en erf, waar Amstelveen uithangt, in de Boomstraat (ZZ) tegenover de dwarsstraat te Amsterdam. [118]
In 1771 verkopen de erven van Abraham Stevensz Struijs echtgenoot van Aaltje Mol aan Jan Struijs en aan Willem van der Put, 1/4 huis en erf, waar Amsterdam uithangt, in de Boomstraat (ZZ) over de dwarsstraat te Amsterdam. [119]
Op 16-12-1803 verkopen de erven van Abraham Stevensz Struijs, echtgenoot van Aaltje Mol en de ervan van Jan Struijs echtgenoot van Maria Catharina Minne, en de erven van Willem van de Put, echtgenoot van Aaltje Struijs aan Jannetje Holenga, een huis en erf in de Lindeboomstraat (ZZ) (Lindenstraat) over de dwarsstraat te Amsterdam. [120]
Op 4-3-1766 verkopen de erven van Doe Schim, echtgenoot van Maria Garengroot aan Johannes Struijs, de helft van 2 huizen met huisjes, tuinen en erven op het Oetgenspad buiten de Weesperpoort te Amsterdam. [121]
In 1771 verkopen de erven van Abraham Stevensz Struijs echtgenoot van Aaltje Mol aan Jan Struijs en aan Willem van der Put, 1/4 huis en erf, waar Amsterdam uithangt, in de Boomstraat (ZZ) over de dwarsstraat te Amsterdam. [122]
In 1771 verkopen de erven van Abraham Stevensz Struijs echtgenoot van Aaltje Mol aan Jan Struijs en aan Willem van der Put, 1/4 huis en erf, waar Amsterdam uithangt, in de Boomstraat (ZZ) over de dwarsstraat te Amsterdam. [123]
1608. NN (LINDEMAN?), ovl. vóór 1687.
1610. TOP LAMBERTS(EN), geb. ca. 1620?, beg. Elburg 10-6-1675 ("in de trans int kruiswerck den 10en Juny 1675, is voer kercken gerechticheit 4 - 4 - 0"), heeft als Top Lamberts zijn wasgelt betaald (1640),
is gildemeester (1647-1648, 1658-1659), en gildebroeder (1670, 1672) van
het schoenmakersgilde te Elburg,
[124]
belender in het Goor (1655),
belender bij de Goorpoort (1657, 1667),
momber over het onmondige kind van Albert Tops (1667),
vermeld als diaken te Elburg (1661),
[125]
woont in het westerkwartier van Elburg, betaalt schoorsteengeld
voor 3 vuursteden
(6-7-1677 "van Grietjen Harmens betaelt op de naam van
Top Lambertsen" f 1-10-0, 27-4-1677 van de wed. van Topp Lambertsen "modo (= heden) Aelt Top" f 6-0-0, 1678[126],
tr. 2o Elburg 11-1-1674 (met attestatie op Hattem)
GEERTRUIT GERRITSEN, ovl. na 1677, j.d. van Hattem.
tr. 1o ca. 1642?
1611. GEERTIE LAMBERTS (COOPS), beg. Elburg 29-4-1670 (als Geertjen Coops huisvrouwe van Top Lambersen is bergaven in de trans, bedraeght voor de kercke 4 - 4 - 0 , borge Lubbert Geldorp).
Op 17-7-1675 verkopen Dibbolt Meyer en Weima de Vos, echtelieden, aan Aalt Lambertsen Top een hof voor de Goorpoort tussen Beert Albertsen Penninck en Celeman van Ommeren. Zij stellen tot waarborg Gerrit Vos. [127]
Op 18-9-1675 verkopen Henrick Gerritsen en Stijne Aerts, echtelieden aan Aalt Top het 6e deel van de kleine "Feussenhoop" waarvan koper en zijn zoon de andere 5/6 bezitten. actum den 18 sept coram Erkelens en Henricides (1675) [128]
Op 24-8-1677 Henrik Jansen van Sittardt als momber over de kinderen van Barthold Evertsen met namen Cornelia en Thiman en Henrik Jansen Dronkelaar als momber van het nagelaten kind van Aelt Top, genaamd Henrik Top ten aanzien van des kinds gerechtigheid van te mogen trekken uit een van de 3 voedergrondsen verkopen dit aan Meintjen Jans enz. [129]
NB Indien het hier bovenstaande Aelt Top (kw. nr. 1610) betreft dan zou uit deze akte blijken dar er in 1667 een minderjarige nagelaten zoon Henrik Top is.
| COMMENTAAR(¥)
De volgende kinderen van Lambert Top (deze?) worden begraven te Amsterdam :
kind van Lambert Top in de Bloetstraat, beg. St. Anthonieskh. 9-6-1681, kind van Lambert Top op de Bierkaay, beg. St. Anthonieskh. 17-6-1686, kind van Lambert Top in de Leidsekruissteeg, beg. St. Anthonieskh. 23-6-1681. |
| COMMENTAAR(¥)
Hoe past hierin:
Grietje Top, ged. geref. Amsterdam AmstelK. 16-3-1710 (get. Dirck Jansz Conincx en Trijntje Hendricx Drost), dr. van Lambert Top en Harmeijntje Konincx.
Hendrick Top, ged. geref. Amsterdam ZuiderK. 15-1-1713 (get. Breghie Hendricks en Barent Nadorf), zn. van Lambertus Top en Hermijntie Kooningh. |
Op 3-11-1751 verkopen de erven van Johannes Hobroek aan Willem Monnikhoff, een huis en erf op de Fluwelenburgwal (OZ) (Oudezijds Voorburgwal) over de Bierkaaij het tweede huis bezuiden de Kreupelsteeg, te Amsterdam. [131]
Op 9-12-1728 verkoopt Roelof van Dijck aan Swaantje Gerrits, wed. van Wouter Roosendaal, een huis en erf in de Koningsstraat (Koningsstraat) achter het hoekhuis op de Oudeschans te Amsterdam. [132]
| COMMENTAAR(¥) Twee kinderen van hem: beg Amsterdam 14-10-1726 (kinderlijken, kind van Roelof van Dijk), beg Amsterdam 18-1-1728 (kinderlijken, kind van Roelof van Dijk). |
| COMMENTAAR(¥)
Jacob Top was mogelijk eerder gehuwd te Elburg:
Jacob Top, tr. Elburg 29-10-1676 Stijntien Loefsen, (beg. niet gevonden te Elburg) Hieruit:
|
| COMMENTAAR(¥)
Er zijn blijkbaar twee personen Anna Elizabet Deutgenius:
A. Anna Elisabeth Deutgenius, beg. Amsterdam Wester Kh. 26-1-1749 (hv. van Claas Croese), tr. vóór 1728 Claas (Nicolaas) Croese, ovl. na 1749, doopget. (1731).
B. Anna Elisabeth Deutgenius, beg. Amsterdam Oude Kh. 22-4-1746 (hv. van Leonard Deutgen), tr. vóór 1729 Leonard Deutgen, ovl. 1746-1762, beg. Amsterdam Oude Kh. 19-4-1752 of 22-9-1761, wijnkoper te Amsterdam.
|
Op 21-8-1694 wordt verkocht uit de insolvente boedel van Sieuwert Jansz aan Dirk Soepenkamp, een huis en erf, waar Het Lam in de gevel staat, op de Oude Herengracht (OZ) bij de Wijde Heisteeg, te Amsterdam. [137]
Op 14-11-1743 verkopen de erven van Dirk Soepenkamp aan Hillebrand Moens, een huis en erf op de Herengracht (OZ) benoorden de Wijde Heisteeg, te Amsterdam. [138]
1612. JACOB JANS POTSER, geb. vóór ca. 1635, beg. Amsterdam 4-7-1673 (int Swarte Bijlsteegie), woont te Dingsterveen (1660), Amsterdam (1673),
tr. 1o voor 1657
JENTJEN JACOBS, ovl. 1657-1660, tr. 2o IJhorst/De Wijk 12-2/18-3-1660
1613. JANTJEN REIJNTS, ovl. na 1695, woont te De Wijck (1660).
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten aangegeven dat Geesien de Marre, Trijntien Potser, Jantien Potser, alle drie tot Amsterdam, Jacob Potser, Jacob van den Bergh tot Zwolle, Jan Roelofs aan de Swartesluis, en Trijne Roelofs tot Hasselingen, van Hendrik Arents Potser hadden geërft iedere veertigh Car. gld. e nheeft daarvan den impost of twintigste pennink betaalt met 14 Car. gld. [139]
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten tot Meppel aangegeven dat hij selfs, Peter Wolthorst, Jan Alberts Poster, Jan Jans Potser en Gretien Jacobs als voor 6/13 parten erfgenamen tot Henderik Arents te samen hadden geërft 240 Car. gld. en heeft daarvan de 40e penninck betaalt met 6 Car. gld. Zijnde de 7/13 andere dertiende parten hier boven f:19 nr.7 sub capite van de buitenl(andse) erfenissen verrekent. [140]
Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten aangegeven dat Geesien de Marre, Trijntien Potser, Jantien Potser, alle drie tot Amsterdam, Jacob Potser, Jacob van den Bergh tot Zwolle, Jan Roelofs aan de Swartesluis, en Trijne Roelofs tot Hasselingen, van Hendrik Arents Potser hadden geërft iedere veertigh Car. gld. enheeft daarvan den impost of twintigste pennink betaalt met viertien Car. gld. [141]
1640. CLAES LAUWERSE VAN KEULEN/CEULEN, geb. vóór ca. 1620, ovl. na 1683, treedt op als getuige in akten (1667..1683),
treedt op in een verkoopakte (1674),
arbeider (1667..1681),
wonend te Zierikzee (1671..1683).
Op 24-7-1673 wordt een akoord gesloten tussen Gritje Gillis, wed. van Bartel Laurisse van Keulen, en Claes van Keulen, arbeider, over de onmondige kinderen Lauris Bartelse 3 jaar, Elisabeth Bartels 1 jaar. Get. Jan Roelantse van der Braal, en Lowijs del Forterie, beiden te Zierikzee. [142]
Op 30-6-1683 legt Claes van Ceulen wonend te Zierikzee, een verklaring af op vezoek van Crijn Rommel te Zierikzee, betreffende Dingeman NN, knecht, en Jan Jorisse. Get. Adriaen Jacobse, Pieter Quackel. [143]
1644. BOUDEWIJN WOUTERSE, ovl. (kort?) voor 1716, schoolmeester en voorzanger van Rengerskerke en Zuidland (1663-1716),[145] schepen aldaar (1663..1705), secretaris van Rengerskerke en Zuidland was in de periode (1679)-1716.[146]
Op 15-1-1687 verkoopt Stoffel Cornelisz Peute aan Secretaris Boudewijn Wouterse een huis met gevolgen onder Rengerskerke/Zuidland [147]
Op 27-2-1698 compareerden Boudewijn Wouterse en Cornelis Geeritse, beiden als grootvader van de 2 wezen van Johannes Boudewijns en Gerrije Corn., beide zal(iger). [148]
Op 27-2-1698 wordt de boedelrekening opgemaakt door Boudewijn Wouterse, als grootvader en voogd van de wezen, nagelaten door ,Johannes Boudewijnse en Geertie Cornelisse, beiden zaliger. Het batig saldo bedraagt £ 24.11.9. [149]
Akte van schuldbekentenis d.d. 10-4-1700. Personen: Cornelis Govertse, comparant, te Rengerskerke, Matthijs Keijser, Boudewijn Wouterse, comparant, secretaris, Willem Boudewijnse, comparant. Hat betreft geleend geld 16 pond 13 schelling en 4 groote. Boudewijn Wouterse en Willem Boudewijnse stellen zich borg voor terugbetaling van het geleende geld. Get. Hendrick Baleman, Dingeman Decker. [150]
Op 18-10-1703 compareerden Boudewijn Wouterse, Secretaris van Rengerskerke en grootvader van alle vier weeskinderen, ten eenre, Jacob Cornelisz Gertse, ten tweede, en Bartel Cornelisz Gertse met Gert Cornelisz Gertse, tezamen ten derde zijde, betreffende: a. twee weeskinderen van Johannes Boudewijnse en Geertje Cornelisse Gertse, b. Cornelis Leendertse, geb. te Brijdorpe, zn. van Leendert Cornelisz Gertse en Madeleine Boudewijnse c. Lijsbeth Leendertse, geb. te Rengerskerke, mede-weeskind van Leendert Cornelisz Gertse. [151]
Op 18-2-1716 wordt te Kerkwerve boedelinventaris opgemaakt van Meester Boudewijn Wouterse, overleden ...., door Pieter Boudewijnse en Pieter Jorisse van de Waerde, gehuwd met Madeleene Boudewijnse. [152]
Op 17-3-1717 wordt te Kerkwerve door Jan Honingh boedelrekening opgemaakt van de overleden Secr. Boudewijn Wouterse. De kinderen zijn: 1. Pieter Boudewijnse, 2. Marinus Adriaanse en Janneken Boudewijnse. [153]
1646. JAN CORNELISZ SWAGER/ZWAGER, ovl. verm. 1719-1724, wordt in de periode 1708-1711 vele malen vermeld als voogd over nagelaten kinderen van Jan Leendertsz Kister en Neeltje Crijns,[159]
landman (1684) en
weesmeester te Rengerskerke (1711, 1713, 1720), met een eigen handmerk,[160]
tr. vóór ca. 1690(¥)[161]
1647. NEELTJE HEERTJES.
| COMMENTAAR(¥)
Een mogelijk huwelijk zou kunnen zijn
Jan Cornelisse, otr./tr. geref. Zierikzee dec. 1685
Neeltje Machiels.
of Jan Cornelisse, tr. geref. Zierikzee 9-9-1694 Neeltje Machiels. |
Op 29-4-1684 wordt een verklaring afgelegd door Jan Cornelisse Swager, landman wonend te Rengerskerke, en Marinis Boot, landman wonend te Rengerskerke, ten behoeve van Lieven Rijmberg, wonend Moriaanshoofd, wed. van Dominee Kerckhoven. Het betreft een huis aan de Karnemelksvaart te Zierikzee. Get. Abram Janse te Renesse, Daniel van Hulle te Haamstede. [162]
Op 13-2-1719 testeren Jan Cornelisz Swager en Neeltje Heertjes. Tot voogden worden benoemd hun zoons Cornelis Jansz Zwager en Jochum Jansz Zwager. [163]
Op 30-9-1768 testeert Neeltje Kitser (!), wonend te Poortambacht, wed. van Jochem Janse. Genoemd worden: Lijsbet Jochems, Geertruij Jochems, Leendert Jochems, Stoffelina Jochems, Neeltje Jochems, Jan Fonse, Hugo Zandijk, landmeester. Get. Gillis van IJsselsteijn, Hendrik Ferleman. [166]
1652. ADRIAAN (AERNOUT, AART) BOUDEWIJNSE VAN DEN ENDE(¥), geb. vóór ca. 1670, parentatie niet bewezen,
treedt op als getuige in akten (1676, 1678), woont te Oosterland (1678(.
| COMMENTAAR(¥)
Hij is zeer waarschijnlijk identiek met een of meerdere van de volgende drie personen:
- Adriaan van den Ende, geb. vóór ca. 1655, j.m., varendeman van Antwerpen, wonend te Zierikzee (1679), otr. Zierikzee geref. 23-4-1679 Adriaantje Cornelis, wed. van Nieuwerkerk (Duiveland), wonend te Zierikzee (1769). of - Adriaan Boudewijnse van den Ende, geb. vóór ca. 1655, j.m. van Zierikzee (1680), otr. Zierikzee geref. 22-12-1680 Jobje Jacobs, j.d. van Zierikzee (1680). Een Jobje Jacobs ovl. Zierikzee 1719.[173] Dezelfde? of - Adriaan Boudewijnsze van den Ende, geb. vóór ca. 1660 j.m. van Zierikzee (1684), otr. Zierikzee geref. 12-11-1684 Gelyntje Pieters, van Haamstede, won. te Zierikzee (1684). |
1656. JACOB DE BLEIKER, geb. vóór ca. 1650, parentatie niet bewezen
doopsgez. leraar te Sommelsdijk (1693).[176].
1696. JACOB JANSZ STUER(¥), beg. Laren impost 9-11-1714.
| COMMENTAAR(¥) Is hij verwant aan Willem Gijsbertse St(e)ur, betaalt ƒ 2,10 verponding (1733) als eigenaar van een huis te Bussum, waarvan het voorste deel is verhuurd voor ƒ 16,--, en het achterste deel in gebruik bij verscheidene partijen, in totaal getaxeerd op ƒ 30,--, tr. Naarden 3-5-1709[180] Weegje Willemsen, geb./ged. RK Bussum/Naarden 14-9-1684,[181]? waaruit Aaltje Willemse Steur, geb./ged. RK Bussum/Naarden 4-11-1723. |
1716. CLAAS TATEN, geb. vóór ca. 1620??, ovl. na 1678?, tr.
NN.
| COMMENTAAR(¥) ZOEK OP H31A p3,35 |
| Fragment Cornelisz | ||
|
Onderstaande gegevens volgens Genealogie Cornelisz [183] aangevuld met gegevens van personen met de naam of patroniem Tatick te Weesp. Het verband hiervan met bovengenoemde Claas Taten kw. nr. 1716 is nog onduidelijk. Gijsbert Martensz, geb. 1590, ovl. 1646.
|
1720. JAN (BOS?).
Op 26-3-1706 is Jan Cossen medeondertekenaar, als geerfde en inwoner van Baambrugge, van een verzoek aan de Staten van Utrecht tot het instellen van een nachtwacht [187]. Is hij Jan Bos? In Weesp wordt rond die tijd vermeld Jan Jochemsz Bos [188], commissaris van de schaal aldaar [189]. Is hij Jan Bos?
10-6-1762: Testament en wettig huwelijk van Willem Jansz Pronk en Marritje Dirkse Bos weduwe van Dirk van Dijk, te Abcoude in 't Geijn.[191]
1736. AART PIETERSE SETHOVEN[192], geb. vóór ca. 1635.
1738. ARIJEN PIETERSZ VAN HIJSELENDOORN, geb. vóór ca. 1630, tr. vóór ca. 1655
1739. LIJSBET (ELISABETH) ABRAHAMSDR VAN WIERINGEN, geb. vóór ca. 1635. Zij (of hun kinderen) wonen in 1699 te Boskoop.
Kohier van de 100e penning van Rijnland : 1699. De weduwe van Abraham Isaacksz van Wieringen overleden. Erven Isak Abrahamsz van Wieringen, Jan Arentsz van Es nom(ine) ux(oris), Gangert Jansz 't Hoen, weduwnaar van Sara Abrahams van Wieringen, Geertje Abrahams, weduwe van Dirck Jansz van Griecken, beiden op de Oude Wateringh en de kinderen van Ary Pietersz van Hijselendoorn x Elisabeth Abrahams te Boskoop.
Kohier van de 100e penning van Rijnland : 1695. Jacob Dircksz Dobbe overleden. Erven Dirck Jacobsz Dobbe, Willem Jacobsz Dobbe, Grietje Jacobs Dobbe x Cors Ariensz van Leeuwen, het weeskind van Fytje Jacobs Dobbe en Jannetje Ariens Hijselendoorn, weduwe van Jacob Dircksz Dobbe, nu hertrouwd met Frans Hendricksz Binnendijck te Leiderdorp.
1744. JAN (VAN STRATEN), geb. vóór ca. 1640.
1752. CORNELIS JANSZ WITTEBOL, geb. vóór 1622 (vóór ca. 1617), ovl. 1670-1672, belender aan
de Binnenweg 1654..1664 (in 1672, 1675 de weduwe van Cornelis Jansz Wittebol),
de Bovenweg (1667),
te Hazerswoude,
is mogelijk in 1669/1670 al ziek of afwezig want laat zich in akten van die jaren door zijn broer vervangen,
doopget. (1680),
tr. 1626-ca. 1645
1753. JANNETGE JANS, geb. vóór ca. 1595, ovl. na 1675, belendster te Hazerswoude als de weduwe van Commer Jansz(1628, 1629),
en als de weduwe van Cornelis Jansz Wittebol (1672, 1675),
tr. 1o vóór ca. 1615
COMMER JANSZ, beg. Hazerwoude 17-4-1626 (diaconieontvangsten), belender aan de Buitenweg (1618, 1622), in de Bent (1622) te Hazerswoude.
| COMMENTAAR(¥)
Het huwelijk van Cornelis Jansz Wittebol en Jannetge Jans valt niet te vinden. Wel is in de relevante periode bekend:
Cornelis Janss (Wittebol), j.g. van Haserswoude, otr. Hazerswoude geref. 28-11-1638 (met attestatie) Machteltgen Thomas, j.d. van Haserswoude. Cornelis Janss laat te Hazerswoude geref. dopen 31-10-1638 Jan (geen moedersnaam genoemd, get. Jacob Janss, Jan Janss, Aefje Jansdr) Cornelis Janss, wednr. van Hasertswoude, otr./tr. Hazerswoude geref. 3-9/1-10-1628 Annetgen Jansdr, wede. van Wensveen, won. tot Haserswoude. Cornelis Janss & Janneke Jansdr (dezelfden als hierboven?) laten te Hazerswoude geref. dopen 2-9-1629 Trintgen (get. Crinke Jans, Wouter Huijgen). |
Op 29-11-1611 verkoopt Leendert Cornelisz aan Commer Jansz een huis en erf met 2½ morgen land of water, gelegen binnenweg, belast met 6 gulden per jaar rente, verder belend volgens de oude brief welke overhandigd wordt. Leendert zal de oude custing, welke hij nog schuldig is wegens de koop, aan Jan Eeuwoutsz aflossen. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 29-11-1611. Volgt schuldbrief van 300 gulden met hypotheek op het gekochte. [194]
Op 28-3-1616 verkoopt Gerrit Claesz aan Commer Jansz 5½ hond slagturfland of water gelegen buitenweg, belend en belast zoals verkoper het had verkregen bij brief van 11-12-1604 van Floris Cornelisz, welke brief wordt overhandigd. Voldaan met een obligatie van 20 gulden en 60 ton turf. [195]
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
te Hazerswoude : Commer Jansz ende Jannetgen Jansdr, "onvermogent", met Jan, Gijs, Ariaentgen ende Aeltgen heure kinderen - 6 hoofden.
Op 22-8-1660 maken Corns Janss Wittebol en Jannetge Jans, echtelieden, zij wonend op de Achterweg in Hazerswoude en eerder wed. van Commer Janss, een codicil. [196]
| COMMENTAAR(¥) Op 6-4-1626 en 7-4-1626 wordt het begraven aangegeven van twee niet met name genoemde kinderen van Commer Janss. |
Op 22-1-1641 verkopen Hendrick Jansz, scheepmaker, voor zich zelf en nog met Willem Dircksz Schoemaker, wonende te Benthuizen, als voogden over de twee minderjarige weeskinderen van Hendrick Willemsz en Weijntje Reijersdr en nog Willem Dircksz als vader en voogd over zijn drie minderjarige kinderen bij Annetje Reijersdr, allen kinderen van Reijer Cornelisz Buijtewech en Grietje Cornelisdr, beiden overlden, aan Gijsbert Commersz 6 hond slagturfland of water met schuur, belend ten oosten Adriaen Pietersz, ten westen Jan Dirck Florisz, ten zuiden de Nieuwe vaart en ten noorden Cornelis Jan Neel Vranckenz. Voldaan met een schuldbrief bij assignatie op Engebrecht Hendricksz van 263 gulden.
Vervolg a. 22-1-1641. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [197]
Op 25-2-1641 verkoopt Jan Dirck Florisz aan Gijsbert Commersz, wonende in het Westeinde, 9 hond slagturfland of water gelegen Buitenweg, belend ten oosten Reijer Cornelisz Buijtewech, ten westen Willem Reijersz en Willem Leendertsz Roos, ten zuiden de Nieuwe vaart en ten noorden Cornelis Jan Neel Vranckenz. Voldaan met een schuldbrief van 350 gulden.
Vervolg a. 25-2-1641. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Leendert Jansz. [198]
In het Rechthuis van Esselickerwoude wordt op 3-8-1735 door Cornelis Wittebol 22 hoopen turf geschat, voor Schout en Schepenen en Hoogheemraden van Rijnland en hij verbindt zich, wanneer ingevolge van eenig gewijsde van 'den Regter in voorschrevene saken In cas van bekeninge, de gemelde somme van ƒ 342, 18 stuivers: in de plaats van voorschrevene turf bij provisie of ten diffinitive, in 't geheel of ten deele zouden moeten voldaan en betaald worden. Verbinde daarvoren, zijn goederen stellende deselve subject allen regten en de regteren ende specialijk de Judicature van de WelEd. Heeren Dijkgraaf en Hoogheemraden van Rijnland. Actum binnen Esselickerwoude 28 Maart 1736.[201]
Op 6-12-1738 geeft Cornelis Jacobsz Wittebol, het lijk aan ter begraving te Esselickerwoude (Woubrugge) van zijn vrouw Stijntje Franse van Suijlen, onder de classis van ƒ 3,--.[202]
1754. CORS THIJSZ HOUWELING, geb. Hazerswoude voor 1622, ovl. na 1676, vermeld als Cors Thijss in de transportregisters van Hazerswoude (1649, 1676),
woont in Zoeterwoude en Benthuizen,
betaalt als veenman te Benthuizen ƒ 1/2 familiegeld Rijnland (1674),
tr. Hazerswoude geref. 24-3-1647[220]
1755. MAERTJE GOVERTS VAN HIJZELENDOORN, geb. ca. 1620, ovl. Zoeterwoude voor 20-1-1695.
Kohier van de 100e penning van Rijnland : 1714. Zoeterwoude: Ary Jansz Ackersdijck overleden. Erven Pieter Jansz Sevenhuysen te Zoetermeer 1/8, Aert Jansz Bos x Pietertje Ackersdijck te Zoetermeer 5/24, Joannes Ackersdijck te Leiderdorp 5/24, en Cornelis Buytendijck x Neeltje Ackersdijck te Leiderdorp 5/24, Govert Korsz Houwelingh x Grietje Pieters van Hoorn 1/12, Jan Pietersz van Hoorn 1/12, en Claes van Duyn x Annetje Pieters van Hoorn 1/12.
1756. MAERTEN (VAN ZUIJLEN), geb. vóór ca. 1640.
Op 30-9-1670 is Pieter Maertensz van Leeuwen, wonende Aarlanderveen Lage Zijde, schuldig aan Neeltgen Maertensdr van Leeuwen, weduwe van Pieter van Rijssen, wonende te Alphen, een bedrag van 2.000 gulden. Gesteld onderpand: een huis, erf, berg, schuur en beplanting met 6 morgen land onder Aarlanderveen Lage Zijde, strekkende van de Lage Rijndijk tot het land van Reijer Beusecum, belend ten oosten Pieter Claesz van Leeuwen en ten westen het Jaagpad. Dit land is hem toegekomen van Maerten Pietersz van Leeuwen en Jannetge Jansdr(¥), nog in leven, zijn ouders. Schuldbrief geroijeerd 11-2-1710. [225]
COMMENTAAR(¥) Dit zou dus suggereren dat kw. nr. 1756 zou zijn Maerten Pietersz van Leeuwen! NB de aktedatum kan ook niet kloppen met de ovl datum van Pieter!
1760. WILLEM CORNELIS (SCHANSHEER/SCHANSMAN), ovl. na 1649, j.m. van Ridderkerk (1613),
tr. Ridderkerk 20-10-1613[227]
1761. SYERGEN (ZIJTGEN, SIJGJE) DIRKS, geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1649, j.d. van Ridderkerk (1613).
VUL AAN Schansman, Prom. 14, p243
Op 15-11-1649 compareren Cornelis Dirks van der Goude, Willem Cornelisse Schansman als man van Sytgen Dirksdr, Jan Henricxz als man van Pietertje Dircksdr, kinderen en erfgenamen van 's vaders zijde, voor de helft, ende Henrick Egberts voor sijn selven mitsgaders hem sterck maeckende voor Govert Bastiaens ende voor Jacob Willems Moockhoek als man van Jorisje Cornelisdr ende noch als oom ende bloetvoocht, hier mede present, neffens Jan Aryens Punct, mede oom ende bloetvoocht van de nagelaten weeskinderen van sa. Lenert Aryens Punct en Lyntgen Egbertsdr sa., ende noch transport hebbende (soo hij seyde) van Bastiaen Cornelisse, all tesamen mede kinderen ende erfgenamen van 's moeders syde elc voor een gerecht sesde part, in de wederhelft van de nagelaten boedel van sa. Dirck Pieters van der Goude ende Neeltje Cornelisdr sa. hare vader ende moeder, schoonvader ende schoonmoeder respectieve. Zij verkoopen ende transporteeren aan Cornelis Henricxs als man van Grietje Gornelisdr, eertijds weduwe van Gijsbert Daniels die mede een dochter is van de voors. Neeltje Cornelisdr sa. ende oversulcks mede-erfgenaam in de wederhelft voor een gelijck sesde part, een huysinghe, erve ende boomgaert aan den buytenkant van den droosgewaerd onder dese jurisdictie. [228]
Op 10-6-1648 verklaren Willem Dircxsz, timmerman 46 jaar, Arijen Quierijnen Huijser, 36 jr, Dirck Arijensz op 't Dorp, 48 jr, Pleun Querijnen Huijser, 40 jr, Cornelis Cornelisz Kuit 40 jaar, Harmen Lenert Vrancken 60 jaar en Cornelis Willemsz Schansman 34 jaar, op verzoek van Hermen Celosse, predikant, dat zij ten huize van Pouwels Arijensz Kranendonck zijn geweest en vertellen over de predikant en zijn vrouw, die zich verschillende malen onbehoorlijk zouden hebben gedragen. [232]
Op 26-8-1666 testeren Cornelis Willemsz Schansheer en zijn vrouw Lijsbeth Leenderts (ziek op bed), wonende aan de Pruijmendijk te Ridderkerk. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. De langstlevende zal de eventuele minderjarige kinderen opvoeden tot hun mondige dagen of huwelijk. [233]
Op 21-7-1668 compareren te Ridderkerk Leendert Cornelisz Coman, wonende onder Mijnheerenlant van Moerkercken en getrouwd met Maritie Ariensdr, Pieter Ariens, Claes Jansz Schellingh, wonende in Westmaas en getrouwd met Ariaentie Ariensdr, Leendert Ariensz, Bastiaen Ariensz wonende in Dubbeldam, Huijgh Ariensz en Willem Ariensz wonende in Oud Beijerland, alle kinderen en zwagers van Arien Pietersz Zeeuw en Jannitie Pieters, beiden zaliger. Zij zien van hun erfenis af ten behoeve van Cornelis Ariensz en Arien Ariensz, hun broer en zwager. De laatstgenoemden aanvaarden de erfenis in zijn geheel. [237]
Op 8-4-1672 Pieter Cornelis Soeteman, Marichie Cornelis, Bastiaen Cornelisz, Cornelis Ariensz Zeeuw, Pietertie Ariens, Leendert Cleijsz, wonende aan de Pruimendijk, vertellen op verzoek van dominee J. Coxius, predikant te Molenaarsgraaf, dat Jan Cornelis Maertensz ongeveer acht jaar geleden van L. Vinck, schout van Grote Lindt, een aveling heeft gehuurd, gelegen buiten de grote Nes. Hij heeft daar enige jaren geleden de 'rijs' gekapt, en later nog een appelboom, waartegen is geprotesteerd. [238]
Op 29-3-1732 bekent Arie Teunisse van der Wiel wonende te Ridderkerk aan Willem Cornelisz de Zeeuw wonende aan de Pruimendijk een bedrag van 300 gulden schuldig te zijn. [243]
1768. PLEUN LENAERTS (LEENDERTS) GELDER, geb. 1607/08, ovl. 1667-1671, j.g. van den Oostendam (1629),
woont te Ridderkerk (1659, 1661)
testeert met zijn vrouw Dordrecht,[251]
tr. Hendrik Ido Ambacht 13-5-1629[252]
[253]
1769. GRIETJE PIETERS, ovl. na 1676 j.d. wonend aan den Droogendijck (1629).
Op 25-8-1659 verklaren Wouter Jacobsz 't Hoen, woonachtig op de Oostendam te Hendrik Ido Ambacht, 48 jaar, Pleun Leendertsz Gelder, 51 jaar, Cornelis Pleunen, 30 jaar, en Pieter Pleunen, 28 jaar, op verzoek van Neeltgen Ariens, weduwe van Jan Cornelisz van Papendrecht, woonachtig ongeveer bij de Oostendam te Ridderkerk, dat zij bij het ziekbed zijn geroepen van Jan Cornelisz die hen meedeelde dat het zijn wens was dat zijn echtgenote na zijn dood hun gehele boedel zou behouden. [254]
Op 7-4-1661 maken Pleun Leenderts Gelder en Grietje Pietersdr, zijn huisvrouw wonend te Ridderkerk een testament voor de langstlevende en benoemen elkaar over en weer tot erfgenaam.[255] [256]
Op 16-4-1667 compareren de eerzame Pleun Leenderts Gelder, Willem Leenderts Gelder en Arij Leenderts Gelder, allen kinderen en erfgenamen van Leendert Gelder ende Neeltie Willems haar comparanten vader en moeder beiden zaliger in haar leven gewoond hebbende aan de Molendijk onder Ridderkerk. Zij verdelen in vriendschap de boedel. Pleun Leenderts Gelder valt ten deel een boomgaard gelegen boven veertien voeten van de voors. dijk waar aan belent is ten oosten Berber Teunis, en nog de helft van zeven ackeren griend staande op zelve twaalf roeden medegelegen aldaar waarvan de wederhelft is toekomede Pleun Willems. De voorn. Willem Leenderts Gelder is ten dele gevallen een huis en boomgaard waar van de diverse tuijnen bij de voorn. Pleun Leenderts en Willem Leenderts tot laatste is nemende den dijck, mitsgaders 't uitpad ieder voor zijn werf ende griend en boomgaard gelijk daaraan van ouds is geweest, als mede schouw daarop te verwachten en te voldoen. De voorn. Arij Leenderts Gelder is ten dele gevallen een som van 130 car. gld, en is gelijk betaald uit handen van voorn Pleun Gelder, zijn broer, en beloven elkaar over en weer het volle effect ervan te zullen laten genieten. Pleun Leenderts Gelder en Arij Leenderts Gelder, ondertekenen met een handmerk, Willem Leenderts Gelder met een kruisje. [257] [258]
Op 27-2-1671 verkoopt Grietje Pietersdr, wed. van wijlen Pleun Leenderts Gelder wonend onder Ridderkerk, aan haar zoon Jan Pleunen Gelder "een hoog aertschuijt met zeijl ende verder aancleven van dien zoo de zelve rijld en zeijlt" voor de som van 40 car. gld alle 't welke voors. is en contant heeft betaald. [259]
Op 24-5-1677 benoemt Jan Pleune Gelder wonende te Hendrik Ido Ambacht op de Oostendam zijn dochter Ariaentie Jans tot zijn erfgenaam. Mocht zij voor overlijden dan komen zijn broers en zus, met name Pieter Pleune Gelder, Cornelis Pleune Gelder en Maeijcken Pleune Gelder in aanmerking. Tot voogd en boedelbeheerder stelt hij aan zijn broer Pieter Pleune Gelder. [260]
Catelijntje Jans, wed. van Pieter Pleune Gelder, verhuurt aan Arij Cornelis van Wingerden een huis en boomgaart en melioratie van dijkerf staande en gelegen aan de Pruimendijk onder Ridderkerk voor 1 jaar ingaande de eerste mei 1688 voor de som van 20 gld. met die afspraak dat zij elkander 3 maanden voor mei 1689 zullen waaeschuwen om nieuwe huur te maken. [263]
Op 15-5-1710 wordt Catelijntje Jans, wed van Pieter Pleune Gelder, vermeld als belendster met bruikeer van land gelegen aan den Oostendam bij de Tiendweg en Zeedijk. [264]
1770. MICHIEL JACOBS(EN) SNOUCK (SNOECK), geb. (Sleeuwijk?) ca. 1630, ovl. vóór 2-11-1680 [270], otr. 2o Sleeuwijk 11-3-1668[271]
[272]
MAIJKEN CORNELISDR, geb. Almkerk, ovl. na 1684. Zij hertr. Sleeuwijk 2-11-1680 Claas Pieters Romeijn en 19-11-1684 Cornelis Bastiaans.
Hij
tr. 1o voor 1652[273]
[274]
[275]
1771. HENDRIKSJE MELISDR VERSCHOOR, geb. (Sleeuwijk?) ca. 1625, ovl. na 25-7-1666[276]
, voor 11-3-1668 [277]
.
| Wapen Verschoor: Gedeeld: I. in goud een uitgerukte boom vergezeld boven van twee eikels van natuurlijke kleur, II. doorsneden: a. in zilver een pauselijke tiara van goud, gaande over twee schuingekruiste gouden sleutels, b. in goud een rode dwarsbalk vergezeld van 21 koeken van hetzelfde, waarvan in het schildhoofd 6 en 5 en in de schildvoet 4,3,2,1. Helmteken: de boom uit het schild. Dekkleden: goud en groen. |
Het boerengeslacht van ' t Sant woonde eertijds op Vlietestein, de mooiste boerderij van Sleeuwijk, gebouwd op een terp. [294]
1774. HENDRIK PIETERS, tr. Puttershoek 16-1-1647 (hij met attestatie van Rotterdam, zij met attestatie van Barendrecht),[300]
1775. HARMTJE (ERMTJE) GERRITS VAN WASSENBERGH.
1788. JAN KLOOSIER (KLOOSTER?), parentatie niet bewezen, vermeld in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) in de klasse arbeiders en onvermogenden, met 3½ personen in het ambacht Rijnsaterwoude.
1790. ABRAHAM JANSZ (DE LANGE)(¥), vermeld als Abraham Jansz arbeider te Oude Wetering in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 2 personen in de klasse kleine getaxeerden,[305]
tr. vóór 1659
1791. INGETJE CORNELISDR.
| COMMENTAAR(¥)
Er is mogelijk verwantschap met Kors Jacobsz de Lange, j.m. van Rijnsaterwoude , otr/tr Purmerend/Rijnsaterwoude 21-9-1675/13-10-1675 Dieuwertge Jans, j.d. van Purmerend.
en Cors Rieuwersz de Lange, j.m. van Rijnsaterwoude en Grietge Claas van Kraneveld, j.d. van Oudewater, otr. Oudewater 7-7-1674. |
1808. WILLEM BREUNISSEN (VAN) KRAAJENKAMP, geb. Barneveld ca. 1632, ovl. 1684-1701, aanvankelijk landbouwer te Barneveld, later pachter van de hoeve Over Seldert
onder Hoogland [307],
geref. lidmaat te Amersfoort 30-9-1660 op belijdenis, woont dan in de Coninckstraat
[308], burger van Amersfoort 30-4-1660, afkomstig uit Barneveld,
betaalt ƒ 12,10,-- Familiegeld (1675) als Willem Bruijnissen, verbouwt tabak op Overzeldert te Hoogland, met vrouw en twee kinderen (oud 3 en 1 jaar) heeft een voorzoontje genaamd Gerrit Willemsen (oud 13 jaar) van moeder bestorven, wiens goederen door de vader in lijftocht worden bezeten,[309]
otr. 2o Amersfoort 25-8-1671 (als wednr. van Aeltjen Willems)
GEERTJE JOOSTEN, ovl. na 1702, j.d. van Barneveld, wonend te Hoogland,
otr./tr. 1o Amersfoort 17-3/3-4-1660, als j.m. van Barneveld, met betoon van Barneveld, alwaar de geboden gaan
1809. AELTJEN WILLEMS, beg. Amersfoort St. Jorisk. 7-9-1668 (als h.v. van Willem Breunissen "in de Noortkerck met een platte kist", impost ƒ 10,--), j.d. van en wonend te Barneveld.
|
De landman.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694. klik op plaatje(s) om te vergroten |
Op 6-9-1684 krijgen Willem Breunisz Crayencamp en Geertie Joosten octrooi om te testeren.[310]
Op 4-9-1684 maken Willem Breunissen Crayencamp, "sieck te bedde leggende" en Geertje Joosten, "gesont", echtelieden en burgers van Amersfoort, wonende op Overseldert onder het gerecht Hogelandt een mutueel testament. Zij geven elkaar vruchtgebruik en lijftocht van de wederzijdse goederen, en willen dat hun goederen onverdeeld blijven totdat het jongste kind mondig of getrouwd zal zijn. Willem Breunissen Crayencamp prelegateert aan zijn nakinderen ƒ 600,-- voor moeders goed, hetgeen minder is omdat "hij comparant door de franse tijd groote schade heeft gehad". Dit alles onder uitsluiting van de weeskamer. De akte is gedaan op Overseldert onder getuigenis van (Daniel?) Wouters wonend op de Wetering, Wouter Barts en Jacob Gerrits, beide wonend op Overseldert. Was getekend door Willem Breunissen Crayencamp en van kruisjes voorzien door Geertje Joosten en de getuigen. [311]
Op 18-10-1702 compareren Geertje Joosten, wed. en "boedelharster en lijftogterse" van Willem Breunisz Craeyencamp, Breunis Willems Craeyecamp gehuwd met Leentje Jans, "waer bij hij blijckende geboorte heeft", Gerrit Heijmensen Edelman gehuwd met Elbertje Willems Craeyecamp, Joost Willems Craeyecamp gehuwd met Maria de Hoogh, "waer voor hij sich bij desen sterck maekt", Hendrick Willems Craeyecamp gehuwd met Martijntje Huijberts, Arien Reijerts gehuwd met Aeltge Willems Craeycamp, en Hendrick van Couchine gehuwd met Hendrina Willems Craeyecamp. Zij machtigen Hendrick Lodewijcks van Steijnfort, gerechtsbode van 't Hogeland, om in hun naam voor schout en schepen aldaar te "cederen, transporteren ende over te geven ten behoeve van Meerten Hendricksz ende Neeltge Gerrits seeckere omtrent se(..) (gameten?) lands gelegen op Nederseldert onder de geregte van 't Hogeland", belend ter ene zijde "den (erve?) A..hoeve?, genaempt De Hof tot Amersfoort", ter andere zijde de (hoeve?) .. Gerrets van haer Ed. Mog. heren kapittel van St. Jan van Utrecht". Het land is vrij van lasten "uijgesondert de .. gelde schilt schellinge ende mergengelden, polder ende dijckgelden" en "servituijten soo van wegen sloten uijt ende overgangen" als vermeld in de koopcedulle. Het vorenstaande wordt "geinsereert met belofte van vrijdinge ende waringe als erfcooprecht ende costuijme van de landen. Zij bekennen "met eenen van de comparanten van de totale cooppennighen te zijn voldaen". De acte wordt gepasseerd "ten comptoire" van de notaris met als getuigen Wijnand van Leeuwen en Herman van Houten. De acte wordt met "+" gemerkt door Geertje Joosten, "x" door Arien Reijertsz, "+" door Aeltge Willems Crayecamp, "+" door Hendrina Willems, en getekend door verdere comparanten en getuigen. [312]
Op 24-9-1742 transporteren Betje Stevens, wed. van Jan Derksen, Jan Breunissen Craijcamp x Stijntjen Jans en Evert Hendriksen x Lijsbertjen Jans
- aan Johan Walburgh, scholtis van Barnevelt x Willemina van Barnevelt, een camp landt in buijrschap Esvelt, op Rootseler, alwaer oost Hendrikje van der Vliert, west Saertje Pieters, suijdt Hendrik Barten en noord de weduwe Ardesch, voor de somma van ƒ 301,10,-. [313]
- aan Ariaen Berents van Maurick x Hendrikjen Aarts, een campje saaijlant in buurschap Esvelt op Rootseler, alwaer oost Hermen Verschuur, west Captein van Dompselaers erffgenaemen, suijdt den coper, noort Hendrikje van de Vliert, voor een somma van ƒ 188,--. [314]
- aan Aart Berends weduwenaer van zalliger NN (naam staat niet vermeld) en erven, een halff huijs en hoff waarvan Hendrik Jansen de wederhelft toebehoort gelegen in Barneveld aan het Molenend tussen de behuijsinge van Jacob Beertsen en Hendrick Beesen voor een somma ƒ 84,--. [315]
Op 27-7-1729 vindt te Amersfoort de boedelscheiding plaats van Maria de Hoog(h), overleden 16-10-1728, echtgenote van Joost Craijenkamp, borger. Het betreft 2 schuren annex met een huijsje daarin en den hoff daarbij met 2 oude tabaxkisten in de Walikersteeg, de helft van een huijs in de Krommestraat voor Machteld van Dompselaar, grafsteen in de Lieve Vrouwe Capelle van Goossen Reijersen, Maria de Hoog's grootvader van moeders kant. Voorts een "hoedekas" vol oude papieren en geschriften en documenten, boeken, koopmanschappen en winkelwaren, kinderkleding, tabak, zuikergoed. Verder veel huisraad (alles verkocht). Tijdens het huwelijk is aangeerft: Johannes de Hoog vererft aan zijn zuster Maria de Hoogh volgens testament van 21-8-1715: een huysinge staande aan den hoff of Coornmerkt in Amersfoort met het halve huisje aldaar in de Crommestraat. Er wordt verwezen naar een boedelbeschrijving: d.d. 28-1-1729, een testament: d.d. 15-8-1728 [316] (op de langstlevende), huwelijksvoorwaarden d.d. 7-8-1701 [317]. Enige erfgenaam volgens testament van Maria de Hoogh is Jurriaen Sieberg, borger, mr. smit in Amersfoort, gehuwd met Magteld van Dompselaar van wie Maria de Hoog de moeije is. [318]
Op 8-8-1729 lenen Juriaan Sieberg, mr. smith, en sijn vrouw Machteld van Dompselaer, burgers, van Evert Schember, meerderjarige jongman, burger, tweemaal een bedrag van 500 gulden, met als onderpand (1) huis staande aan de Hof of Coornmarkt, en (2) een huis in de Vijver. Beide huizen zijn aan Machteld van Dompselaer aangekomen door doode van haar moeije Maria de Hoog en bij maaggescheid agter den invents staande haar toegescheijden, waaraan Joost Craijencamp, weduwnaar van gemelte Maria den Hoog sijn leven lang, gedurende de lijftogt, is competerende. [319]
Op 9-8-1730 lenen Joost Craijenkamp en zijn vrouw Jannetje Calje, van Jogem van Goudoever in qualite als collecteur van de Tertien der Vicarijen, een bedrag van 125 gulden tot de Vicarije van de heer van Leuwerecht en dan nog 46 gulden en 14 stuijvers behorende aan de Vicarije waarvan tegenwoordig vicarissen zijn de heer Willem van Geijn en de soon van de heer Bekker, met als onderpand haare helfte in twee schuuren annex den anderen met een huijsje daarin en den hoff daarbij in de Walickersteeg, belend aan de ene zijde Arien van de Maath, aan de andere zijde Evert Kuijper. [320]
Op 11-14-1740 verkopen Jan van de Posthoorn voor zichzelf en zijn broer Gijsbert van de Posthoorn, aan Hendrik Craijkamp en zijn vrouw Martina Harthoorn, een huis en schuur op de Zuidsingel, met hof erachter aan de Koesteeg uitkomend en afgeschoten aldaar met een planken heining en poort, belend aan de ene zijde: juffrouwen van Zevender, aan de andere zijde: de Calandermolen. [321]
Op 5-5-1744 lenen Hendrik Kraeijkamp en zijn vrouw Marthijntje Harthoorn, burgers, van Catharina Gabrij, een bedrag van 399 gulden en 18 stuijvers, met als onderpand huis, schuur en hof daarachter op de Cingel, belend aan de ene zijde: Juffrouwen van Zevenders, aan de andere zijde: de participanten van de Calandermolen. [322]
Op 7-1-1747 lenen Hendrik Kraijkamp en zijn vrouw Martina Hartshoorn, burgers, van juffr. Catharina Gabrij, meerderjarige dochter, een bedrag van 550 gulden, met als onderpandIn de marge staat: schuld voldaan op 22-1-1751, waarvan acte 15-3-1751, getekend door Catharina Gabrij [323]
- 1. 'n huis en schuur met de hof daarachter aan de Koesteeg uitkomende en staande op de Singel, belend aan de ene zijde: de juffrouwen van Zevender, aan de andere zijde: de Calander molen,
- 2. 't huisje achter het voornoemde huis in een gangetje aan de Singel uitkomende,
- 3. 'n grote morgen bouwland met zijn Houtgewas aan de Woestijgerweg,
- 4. 'n morgen land aan de Woestijgerweg, belend aan de ene zijde: de Woestijgerweg Cornelis Corssen, aan de andere zijde: de Vrouwen Conventen,
- 5. nog twee campen land met houtgewas daarvoor, daarachter en terzijde daarvan, aan de Woestijgerweg, belend aan de ene zijde: de Vrouwen Conventen, aan de andere zijde: 't St. Pieters Gasthuis,
- 6. 'n dammaat land achter voorschreven land, uitkomende op de Leusderweg allen buiten de Slijkpoort in de vrijheid van deze stad.
Op 22-1-1751 verkopen te Amersfoort Martijntje Hartshoorn, weduwe van Hendrick Kraykamp, en Cornelia Kraijkamp, meerderjarige dochter, wonend te Amersfoort,Gemachtigde van de verkopers is Catharina Gabrij, die op 20-2-1751 tekent voor ontvangst van geld, nadat op 22-1-1751 6 percelen werden geveild. (zie recordnrs. 7676 t/m 7679.) [324]
- bouwland met houtgewasch voor de Woesteyger wegh en land buyten de Slijkpoort. (nog verhuurd), (koper: W.J. Steenbergh, getuigen: Diderik Albert Schaghen, clercq, en Jacobus Cok, deurwaarder alhier).
- 2 land met houtgewasch gelegen aan de Woesteijgerweg en land agter het voorgaande met uijtwegh aan de Leusderwegh, (nog verhuurd) (verkoop is opgehouden).
- 3 huysinge met schuur met een hoff daaragter, uijtkomende aan de Koeijsteeg, staande op den Cingel, bewoond door de verkoopers (de verkoop is opgehouden).
Op 17-3-1751 verkopen Martijntje Hartshoorn, weduwe van Hendrik Kraijkamp en Cornelia Kraijkamp, meerderjarige dochter, aan Willem Jacob van Steenbergh, voorzittend Raad en oud-schepen der stad, een 'n groot morgen bouwland met zijn houtgewas voor de Woestijgerweg en voorts om het Land. En 't morgen land daarachter zonder houtgewas, beide gelegen buiten de Slijkpoort in de vrijheid der stad, belend aan de ene zijde: aan de Woestijgerweg de weduwe Cornelis Corssen, aan de andere zijde: de Vrouwenconventen. [325]
Op 21-3-1753 verkopen Martina Hertshoorn, weduwe van Hendrik Kreijenkamp, Cornelia Kreijenkamp, meerderjarige ongehuwde dochter en enige erfgenaam van haar vader Hendrik Kreijenkamp, aan Hendrikje Hendriks, weduwe van Dirk van de Kortelet, een 'n huis, 'n schuur en hof aan de Singel, uitkomend op de Koeysteeg, belend aan de ene zijde: de weduwe Muijlwijk, aan de andere zijde: de Calandermolen. [326]
Op 11-5-1753 verkoopt Catharina Gabrij voor Marritje Hartshoorn, weduwe van Hendrik Kraijenkamp en voor Cornelia Kraijenkamp, meerderjarige ongehuwde dochter en enig erfgename van haar vader Hendrik Krayenkamp, aan Hendrikje Hendriks, weduwe van Dirk van de Kortelet,[327]
- 1. 2 kampen lands met 't houtgewas daar voor, achter en terzijde aan de Woesteygerweg, belend aan de ene zijde: de Vrouwe Conventen, aan de andere zijde: 't St. Pieters Gasthuis of de Mans Conventen,
- 2. 1 dammaat of Kamp lands, achter twee campen lands aan de Woesteijgerweg, met uitweg aan de Leusderweg,
1810. HENDRIK JACOBSEN BERGHUIS, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1669-1691, tr. 2o 1664-1669 ANNETGEN HESSELS, ovl. na 1669, tr. 1o (huw. voorw. 12-7-)1658
1811. ELBERTJEN WIJN(N)EN, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1664-1669, vermeld 17-12-1658 als Elbertje Wijnen, wed. van Reyer van Esvelt, en haar tegenwoordige man Hendrik Jacobs, wier erfgenamen belenders zijn te Barneveld (1677), tr. 1o voor 1658 REYER VAN ESTVELT, ovl. vóór 1658, vermeld 4-3-1648.[328]
Elbertje Wijnen en Hendrik Jacobs Berchuis, vermeld 1664. [329]
In 1768 wordt Hendrik Berghuys vermeld als curator ofte administrateur van een seekere somma familiegelt heencomende van Elbertjen Wijnen (die zijn betovergrootmoeder is, zie Fragment Berghuijs ).[330]
Op 4-5-1669 wordt seekere gedeelte vant erff gent. Creijencamp en van Oldenbernevelt twelck Jan Tuenissen en Aeltijen Hendricks, door dode en offsterven van zal. Elbertijen Wijnnen is angeerfft neffens sodane erff en versterffenis als haer eluijden, van voors. zal. Elbertijen Wijnnen is angeerfft, beswaert met 250 gl. ten behoeve van Hendrick Jacopsen Berghuijs en Annetgen Hessels eluijden. Geregistreert den 16 nov. 1676.[331]
Op 5-6-1744 zijn Jan van Dompseler Heijmans x Maria van Coot, wegens opgenomen penningen, schuldig aan Cornelis Gerritsen en Jan Brouwer als naast bestaanden van Elbertje Wijnen en uijt dien hoofde wettige administrateurs, van een capitael groot ƒ 1100,-- soo gemelte Elbertjen Wijnen in conformite van haar huwelijkse voorwaarden met haar bruijdegom Hendrik Jacobsen in dato den 12 julij 1658 opgerigt heeft, gemaakt om bij twee van haar naaste vrinden te worden belegd en de renten te betalen aan haare behoeftige vrinden of armen van Barneveld. Als onderpand dient al hun aangedeelde en aangekogte goederen aan en op het erf en goed de Coot. Geroijeert den 7 julij 1774. [332]
1820. JAN CORNELISSEN (BOON), ovl. vóór 1691, woont in De Birk (1670), tr. Amersfoort RK 't Zand en Soest[335] 25-7-1670
1821. WEIJNGEN EVERS, ovl. na 1705, woont in De Birk (1670), voorheen in Celschuijr(¥) in de vrijheid van Amersfoort (1691),
huw. get. (1705),
otr./tr. 2o Amersfoort gerecht 4/8-12-1691 (als wed. van Jan Cornelissen Boon)
WOUTER HENRICKSEN, meerderj. j.m. wonend te Isselt onder de vrijheid van Amersfoort (1691).
| COMMENTAAR(¥) In het Familiegeld van Amersfoort 1675[336] komt voor een inschrijving van de huisman op T(?)alschuijr goet f6,5,--. |
| COMMENTAAR(¥) zie EK22/56 voor twee kinderen. |
1822. DIRK HENDRICKS BONE(N)KAMP(¥), geb. Beusichem, ovl. 1692-1726, j.m. van Beusekom, woont te Amersfoort achter de Camp (1660), als Dirck Henricksz Bonencamp, afkomstig en geboortigh van Beusecom, burger van Amersfoort op 28-6-1675, otr./tr. Amersfoort gerecht 19-4/20-5-1660 (hij met attestatie van Beusekom en geast. met Geurt Petersen, zij met haar tante Geertjen Cornelis)
1823. CLAARTJEN REIJERS, ged. Amersfoort 29-1-1637, ovl. na 1692, woont te Amersfoort in de Kreupelstraat.
De erfgenamen van Dirck Boonekamp zijn in 1726 belenders in de Utrechtsestraat.
| COMMENTAAR(¥)
Wie is Marritje, wed. Boonecamp, beg. Amersfoort 30-11-1720?
Hendrik Dirk Booncamp, geb. te Amersfoort, acte van benoeming tot soldaat 7-2-1705 in dienst van de VOC te Ceylon,[339] vaart op 16-10-1721 als korporaal afkomstig uit Amsterdam op het schip Noordbeek voor de kamer Amsterdam van de VOC naar Batavia maar overlijdt op 21-2-1722 nog voordat het schip op 27-4-1722 in Kaap de Goede Hoop aankomt (hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief).[340] |
Op 31-12-1692 verkopen Dirck Henrickse Bonecamp en zijn vrouw Claertje Reijers, Beernt Lasserij en zijn vrouw Mechteld Reijers, Ceel Jansen en Jannitgen Reijers, insgelijks echtelieden, alle wonende binnen deze stad, mitsgaders Jannitgen Willems, weduwe van Willem Reijersse te Amsterdam, aan Claes Claessen Mierus, voerman, zijn vrouw en hun erfgenamen, een camp land, daar van een morgen aan Cornelis van Liender verkocht is, genaamd de Geercamp soo groot en klein dezelfde gelegen is tegenover de behuizing genaamd het "Swarte Berghje", belend aan de oostzijde de Lieve Vrouwe Capelle, aan de zuidzijde het voorzeide morgen land, aan de westzijde het bos van Hooft, aan de noordzijde de heuvel van Vlooswijck's erfgenamen. [341]
Op 17-10-1729 verkopen Barent Nieuwenburgh, verwer, en zijn vrouw Elisabeth Cocq, Aertje Nieuwenburgh, bejaarde ongehuwde dogter, erfgenamen van haare moeder Aleijda van Kampen, die weduwe was van haere overleden vader Johannes Nieuwenburgh, aan Pieter Boonekamp, burger, een huis, erf en grond in de Mooierstraat, belend aan de ene zijde de weduwe van Carel Gabrij, aan de andere zijde Marthen van Dolre met het huis vanouds genaamd de Kegelbaan. [342]
Op 14-5-1737 vindt de boedelscheiding plaats van Annitje (Josanna) van Schoonemaade, overleden te Amersfoort, echtgenote van P(i)eter Boonekamp, bombasijdewerker. De drie kinderen, Helena Boonekamp, Dirkje Boonekamp, en Gerrit Boonekamp, zijn erfgenamen. [343] Er wordt verwezen naar een Testament: d.d. 3-2-1731 [344]
Op 7-5-1738 verkopen Geertuijd Beks, weduwe van Wouterus van Ommen, Johannes van Ommen en zijn vrouw Sophia van Roosendaal, Willem van Eldert en zijn vrouw Antje van Ommen, aan Peter Boonenkamp en zijn vrouw Sara van Diest, een huis, erf en grond aan de Langegracht, belend ten oosten Jan Petersen, ten westen de ontvanger Jan Methorst of diens moeder de weduwe van Gijsbertus Methorst. [345]
Op 17-3-1751 lenen Peter Bonekamp en Elsje Bonekamp, weduwe van Jacobus Botter, burgers, van Catharina Gabrij, meerderjarige dochter, een bedrag van 300 gulden, met als onderpand (1) hun huis, hof en hofstede aan de zuijdzijde van de Utrechtsestraat, belend aan de ene zijde: de weduwe Nicolaas Methorst, aan de andere zijde: de erfgenamen van Hendrik Petersen, lijnslager, (2) hun huis, hof en hofstede aan de noordzijde van de Utrechtsestraat, belend aan de ene zijde: Aert van Doornik, aan de andere zijde: de erfgenamen van Gerrit van Beek. De akte is geheel doorgehaald. In de Marge staat: Catharina Gabrij, koper geworden van de twee huizen, vraagt ontslag van huis, hof en hofstede aan de noordzijde van de Utrechtsestraat, met behoud van de andere plechte (akte 1753-2-5). Hendrik van Westerhof verklaard ontvangst van ƒ 300 met rente, waarvan akte 5-2-1798. [346]
Op 13-3-1752 verkoopt Evert van Gelder, schoolmeester en burger, gemachtigde van Jan Ponse en zijn vrouw Grietje Koeling, wonend te Amsterdam, aan Jan Priem, exploiteur, een huis, erf en hof op de Kampstraat, van achteren uitkomend in de Sogstraat, met een gang, belend aan de ene zijde Wouter Aelten, rademaker, aan de andere zijde Jordanus van der Maath. [348]
Op 3-2-1753 verkopen Gerrit Bonekamp, burger, Evert van Gelder en zijn vrouw Dirkje Bonekamp, burgers, Arien van Liendert, soldaat in 't regiment van Generaal Bekker, thans in garnizoen alhier en zijn vrouw Helena Bonekamp, aan Jan van Westerhoff, meerderjarige jongeman, een huis en hofstede in de Mooyestraat, met alles erin dat aard- en nagelvast is, belend aan de ene zijde Gerrit van Westerhoff, bombazijdewerker, met het huis "de Kegelbaan", aan de andere zijde Catharina Gabrij. [349]
Op 11-10-1759 vindt te Amersfoort de boedelscheiding plaats van Evert van Gelder, schoolmeester, overleden te Amersfoort, echtgenoot van Dirkje Bonekamp. Er wordt verwezen naar een testament: d.d. 29-1-1740 [350] , huwelijkse voorwaarden d.d. 11-10-1759 [351] (2e echt), en een voogdbenoeming: d.d. 11-10-1759 [352] . Dirkje Bonekamp is hertrouwd met Cornelis Sas. [353]
Op 24-6-1724 lenen Reijnier van Wijk en Jacomina Mandshert, echtelieden en borgers, van Jacobus Botter, verwer en Elsje Bonecamp echtelieden en borgers. Het onderpand is een huis met hof daarachter in de Utrechtsestraat, "met alle 't geene daer inne aart en nagelvast is waer onder mede begrepen zijn platen, bedplanken, onderlagen", belend aan de ene zijde: naar de poort toe Jacob Craanen, aan de andere zijde: de weduwe van Johannes Nieuburg. Het huis is belast met 500 gulden ten behoeve van Willem van Domselaar, secretaris van Hoevelaken, Op de last van drie gulden per jaar ten behoeve van het Sint Pietersgasthuis en zestien stuivers per jaar t.b.v. de kerk van Hoevelaken. Verkoop geschiedt met de voorwaarde dat verkopers tot mei 1725 blijven wonen "in een buijten camertje en int voorhuijs tot haar gebruick hebben een venster tot haer neringe, sonder daer over huur te geven". [354]
Op 8-8-1746 vindt te Amersfoort de boedelscheiding plaats van Jacobus Botter, overleden te Amersfoort, echtgenoot van Elsje Dirks Boonekamp. Er wordt verwezen naar een testament: d.d. 19-9-1746 [355] Erfgename is hun enige ind: Geertruijd Botters. [356]
Op 19-12-1753 verkoopt Eefje (sic!) Bonekamp, weduwe van Jacobus Botter, aan Gerrit van Westerhof, bombazijdewerkersbaas,
- 1. een huis, hof en hofstede staande aan de noordzijde van de Utrechtsestraat, belend aan de ene zijde Aart van Doornik, tabaksplanter, aan de andere zijde de erfgenamen van Gerrit van Beek.
- 2. een huis, hof en hofstede staande aan de zuid- of overzijde van die straat, bewoond door Cornelis van Naarden en Pieter Bootsman, belend aan de ene zijde de weduwe van Claas Methorst, aan de andere zijde Hendrik Sitter, lijmslager. [357]
Op 17-3-1751 lenen Peter Bonekamp en Elsje Bonekamp, weduwe van Jacobus Botter, burgers, van Catharina Gabrij, meerderjarige dochter, 300 gulden, met als onderpand: (1) hun huis, hof en hofstede aan de zuijdzijde van de Utrechtsestraat, belend aan de ene zijde: de weduwe Nicolaas Methorst, aan de andere zijde: de erfgenamen van Hendrik Petersen, lijnslager, (2) hun huis, hof en hofstede aan de noordzijde van de Utrechtsestraat belend aan de ene zijde: Aert van Doornik aan de andere zijde: de erfgenamen van Gerrit van Beek. Deze akte is geheel doorgehaald.In de Marge: Catharina Gabrij, koper geworden van de twee huizen, vraagt ontslag van huis, hof en hofstede aan de noordzijde van de Utrechtsestraat, met behoud van de andere plechte (akte 5-2-1753). Hendrik van Westerhof verklaard ontvangst van ƒ 300 met rente, waarvan akte 5-2-1798. [358]
1824. HENRICK OLOFSZ COCK, geb. vóór ca. 1645, ovl. 1698-1706, huw. get. (1691, 1698).
| COMMENTAAR(¥) zoek op EK 20/129. |
1826. JOHANNES JURRIAEN (GEORGIUS) SPONSIS, geb. Warendorp, ovl. na 1693, als Johannes Joriaen Sponsis, bombasijnwercker, afkomstig en geboortigh van Warendorp, burger van Amersfoort op 13-1-1661, tr. vóór ca 1665 (huwelijk niet gevonden op achternaam)
1827. GUILHELMA (WILLEMINA) (JANS) VAN (A) LIENDER, geb. vóór ca. 1645, ovl. na 1703, doopget. (1692..1703).
| COMMENTAAR(¥) zoek op EK 22/55 |
| COMMENTAAR(¥) Wie is Maria Jacobs van de Modderbeek, beg. Amersfoort 21-10-1755 als wed. van Jan Sponze. |
Op 14-1-1722 verkopen Anthonij Hamel, borger tot Breda voor hemzelf en als gemachtigde van Anna Oudendoelen zijn huisvrouw en Willem Rijken, medeborger aldaar, insgelijks voor hemzelf en als gemachtigde van zijn huisvrouw Hendrina Oudendoelen, aan Catherina Sponsius laast weduwe van Hendrick Jacobsen, wonende buiten de Grote Koppelpoort alhier voor de ene helft en Anthony Boldoot, meesterzeilmaker, weduwenaar van Anna Henriks Poort mede wonende aldaar voor de andere helft, een huis, erve en grond, mitsgaders de bleyk en het eyland daar annex buiten de Grote Koppelpoort, belend aan de oostzijde het huis, schuur en pakhuis van Pons van der Linden, aan de westzijde het huis, schuur en pakhuis van Pons van der Linden, aan de zuidzijde de Stadsgracht, aan de noordzijde Evers Rijksen Stuyvenbergh. De genoemde huisvrouwen zijn de enige nagelaten kinderen van Rutger Oudendoelen, vooroverleden zoon van Jan Rutgersen Oudendoelen en Anna Talens, uit dien hoofde volgens magescheid met Margareta van Birckhoven als weduwe en boedelhardster van Jan Rutgersen Oudendoelen, op 26-12-1720 het recht op genoemd onroerend goed verkregen. [359]
Op 5-11-1723 verkopen Wouter van Lockhorst en Theuntje Feer. echtelieden en borgers, voor de ene helft en Neeltje Feer, weduwe van Johannes Smit zaliger, wonende te Eemnes buitendijks, voor de andere helft, aan Catharina Sponsius, laatst weduwe van Henrik Jacobsen, wonende buiten de Grote Koppelpoort in de vrijheid, een huis schuur en hof buiten de Koppelpoort door de acceptanten zelf bewoond, strekkende voor van de straat tot achter aan de Oude Eem toe, belend aan de ene zijde Jan Backer, aan de andere zijde de weduwe van Evert Henricksen Struijvenbergh. [360]
Op 8-12-1751 verkoopt Gerrit van der Locht, executeur van de nalatenschap van Catharina Sponsius, laatst weduwe van Hendrik Jacobsen van Woerden, aan Aalbert van Beek junior, de halve bleek met halve huisinge en verder opstal even buiten de Grote Koppelpoort, strekkend van de stadsgracht tot aan het huis en grond genaamd "t Veerhuijs" met de halve hof of het eilandje erbij, belend achter de huijsinge bewoond door Gijsbertus Harderwijk, schepen. [361]
| COMMENTAAR(¥) vul aan EK 20/87. |
Op 25-5-1754 verkopen Gerrit van der Logt, koopman in graenen, en zijn vrouw Elisabeth van Woerden, aan Johanna van Voskuijlen, weduwe van Aart van Eemdre, een huis met annex woningen, gelegen op Bloemendal, met een gang daarnaast en een hof daarachter, belend aan de ene zijde Jan van Grootweede, aan de andere zijde Gerrit van Detr. [362]
Op 12-6-1755 verkopen Hendrik Nieuwlandt, veerschipper van hier op Amsterdam, en zijn vrouw Arnolda Warneke, burgers, aan Gerrit van der Logt, coopman, seekere leedigen plaats, liggende aan de noortwestzijde van de huijsinge, gegenswoordigh competerende de kinderen van Jan Poort, staande en gelegen buijten de Koppelpoort, strekkende voor van de straat tot agter in de oude Eem toe, aan de straat ter breedte 33 voeten en drie duijmen, hollandse maat, regt op na de nooteboom aan de noordzijde een kram in de noteboom geslagen en verder tot in Oud-Eem zijnde de geheele schuttinge, palen en hekken langs de straat daaronder begrepen., belend aan de ene zijde de voorschreeven huijsinge en hof, aan de andere zijde hof en grond van Jan van Hutte. [363]
Op 12-6-1755 verkopen Gerrit Jansen Logt en zijn vrouw Elisabeth van Woerden, burgers, aan mr. Godefridus Amelis Schook, advocaat, woonende te Amsterdam, een seekere leedigen plaats, liggende aan de noortwestzijde van de huijsinge, gegenswoordigh competerende de kinderen van Jan Poort, staande en gelegen buijten de Koppelpoort, strekkende voor van de straat tot agter in de Oude Eem toe, aan de straat ter breedte 33 voeten en drie duijmen, hollandse maat, regt op na de nooteboom aan de noordzijde een kram in de noteboom geslagen en verder tot in Oud-Eem zijnde de geheele schuttinge, palen en hekken langs de straat daaronder begrepen., belend aan de ene zijde de voorschreeven huijsinge en hof, aan de andere zijde hof en grond van Jan van Hutte. [364]
1828. PAULUS PIJPER, ovl. 1673-1675, woont te Amersfoort (1666), tr. 1o voor 1663 JANNETJE VAN DIJCK, ovl. 1663-1666, tr. 2o Amersfoort geref. 8-11-1666 (hij als haar wednr., get. haar moeder Woutertjen Cornelis)
1829. CORNELIA WULPHERTSZ, ovl. na 1689, j.d. van Scherpenzeel, wonend te Amersfoort (1666),
betaalt nihil Familiegeld (1675) als wed. van Paulus Pijper in de Muurhuizen te Amersfoort,[365]
mogelijk identiek met Cornelia Pijpers vermeld in 1688 in de lijst van geref. lidmaten te Amersfoort wonend in de Valkestraat,
tr. 2o Amersfoort geref. 19-11/9-12-1675 (als wed. van Paulus Pijper)
JAN (JOHANNES) LAMBERTSZ, j.m. van en wonend te Amersfoort.
1830. JACOB DIRCKSZ GEELDORP (VAN GIJSDORP), ovl. vóór 1694, tr. vóór ca. 1675
1831. CATH(A)RINA HENDRICKS BOSSEN (BOSCH), ovl. na 1699, doopget. (1695, 1697, 1699).
| COMMENTAAR(¥) vul aan EK 23/13. |
1832. JAN (JOANNIS) JACOBS (BOTTER), ovl. na 1688, beg. verm. Amersfoort 31-10-1716 (als Jan Botter), j.m. van Amersfoort (1664),
betaalt nihil Familiegeld (1675) als Jan Potter, arm, op de Weverssingel te Amersfoort,[366]
tr. 2o Amersfoort geref. 15-11/22-12-1678 (als wednr. van Jannitjen Jordes (sic!));(¥)
DIRKJE GIJSBERTS PINS, j.d. wonend te Amersfoort,
tr. 1o Amersfoort geref. 15-9-1664 (get. zijn vader Jacob Botter, voor haar Catrijntje Sijlbachs)
1833. BARTHA JORDENSSE (JORDAANS) VAN ECK, j.d. van Amersfoort,
doopget. (1689, 1693).
| COMMENTAAR(¥) Dat klopt dus niet als zijn eerste vrouw nog in 1693 als doopgetuige optreedt. Is dit dus een andere Jan Botter? |
1834. PHILIP(PUS) FETTER (VERDER, VETTER)(¥), geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1696, kleermaker, afkomstig uit de Nederpals (1653), mr. kleermaker (1654),
noemt zich na ca. 1680 PHILIP MOJAART,
woont te Leiden (1653..1688), in de Ketelboetersteech (1653), op het Rapenburch (1654), op het Steenschuyr (1663, 1669), op de Corte Oude Vest (1680), in de Vegtersteeg (1681),
doopget. (1656..1696),
otr. 1o Leiden geref. 15-8-1653 (get. voor haar Marya Moyaerts, haar schoonzuster wonend op de Houck van de Clocksteech, voor hem Jan van Maerlant, zijn bekende wonend in de Berckelstraet)
MARYA MOYAERT, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1654-1663, afkomstig van Leiden, wonend in de Berckelstraet (1653),
dr. van Franchoys Moyaert (de Oude) en Martyne Rotsaerts (Rudsaers) (zie
⇒ Fragment Genealogie Mooyaert
),
tr. 2o Leiden geref. 22-8-1663 (met consent verleend 8-9-1663 om te Oestgeest te trouwen) (get. voor haar Marya Moyaerts haar bekende wonend op het Raepenburch)
CORNELIA CORNELIS, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1663-1669, wed. van Joris Cornelisz van Dorp, boekverkoper (huw. 1657),
afkomstig van Harderwijck (1657),
wonend in de Nobelstraet (1657), op de Steenschuyr (1663),
otr. 3o Leiden geref. 11-4-1669 (get. Cornelis Driehuysen, zijn neef(¥) wonend op het Rapenburgh, Anna Vroman haar bekende wonend op het Rapenburch),
tr. Valckenburch
MARIA (MAERTGE) VRO(O)MAN(S), ovl. Oegstgeest, beg. buiten Leiden (gereg. 24-7-1679), mogelijk identiek met Maritje Bartholomeus Vromans, doopget. (1659).
| COMMENTAAR(¥) Cornelis Driehuysen, boekverkoper op het Rapenburgh (x Elysabeth Moijaert), is eigenlijk een aangetrouwd neefje (tantezegger) van Philips eerste vrouw Maria Moyaert |
| COMMENTAAR(¥)
Er is lang gezocht naar kwartier nr. 1834, de vader van Anna Maria Mojaart die Philip zou moeten heten. Een Philip Mojaart komt vanaf 1680 voor te Leiden, maar uit de huwelijksjaren van zijn kinderen berekent men dat hij vóór ca. 1655 getrouwd zou moeten zijn. Een dergelijk huwelijk valt echter niet te vinden in Leiden. Wel vinden we Marya Moyaert, otr. Leiden geref. 15-8-1653 Philps Fetter (Verder). Het is vrijwel zeker dat deze Philps de gezochte is. In 1663 en 1669 hertrouwt hij, en lijkt zich sindsdien naar zijn eerste vrouw Mojaart te noemen. In het bovenstaande is Philps Fetter (Verder) als kwartier nr. 1834 aangemerkt.
Er zijn kinderen van Philips Fetter (Verder) zoals hieronder vermeld. Wie de moeder is blijft vooralsnog onzeker. Het feit dat die kinderen zich Mooyaert noemen (en niet Fetter) en later Philips zelf ook, is een aanwijzing dat Maria Moyaert hun moeder is. Het is echter geen bewijs en derhalve is Maria Moyaert vooralsnog niet als kwartier nr. 1835 opgevoerd. Haar afstamming en verwanten kunnen worden gevonden in de ⇒ Fragment Genealogie Mooyaert. |
Op 30-9-1654 compareren de eersame Philps Fedder, mr. cleermaker en de eerbare Maria Moijaerts, echteluijden, wonende te Leiden op het Rapenburch, neijde clouck ende gesont van lichame, gaende ender staende haer verstandt, redenen ende memorie wel machtich ende ten volle gebruijckende, welcke verclaerden van voornemens te wesen net van deser weerelt te scheijden sonder eerste ende alvoorens van haer tijtlijkcen goederen gedisponeert te hebben. Zij maken een mutueel testament en benoemen elkaar tot universeel erfgenaam. Er is een uitkering van 25 gulden te 40 grooten vlaems tstuck indien de langstlevende een tweede huwelijk sluit. Mocht bij het eerst overlijden van testateur diens vader Johannes Fedder nog in leven zijn dan krijgt deze in plaats van de ƒ 25,-- een legitieme portie. W.g. Fillip Vetter, Marije Moiaert. [368]
De kinderen van de heer Mojert op de Havik te Amersfoort betalen ƒ 25,--,-- Familiegeld (1675).[369]
| COMMENTAAR(¥) Vanaf 1690 worden nog een aantal kinderen gedoopt te Leiden van Pieter Mojaart en Sophia van de Walle. Het is onzeker of het hiwe om een tweede huwelijk van bovenstaande Pieter gaat. |
| COMMENTAAR(¥) Leesfout? Moet dat zijn Merrij P(hilips) Moejaart? |
1840. THOMAS JACOBSZ ((VAN) LONDEN), ged. Amersfoort geref. 21-12-1638, ovl. moet zijn tussen 1670 en 1682, wellicht beg. Amersfoort (reg. beg. St. Pietersgashuis) 1-8-1681 (als Antoni Jacobs, engelsman), j.m. van en wonend te Amersfoort in de Teut (1659),
otr./tr. Amersfoort geref. 18-8/16-9-1659 (get. zijn vader Jacob Evertsen, voor haar Weijmpjen Hendriks namens haar moeder)
1841. MARIA (MARIJ) TIELEMANS, ged. vóór ca. 1640, ovl. na 1696, j.d. van en wonend te Amersfoort op de Cingel bij het oude weeshuijs, huw. get. (1686, 1688).
| COMMENTAAR(¥) zoek op EK 22/74 |
Op 18-5-1700 doen de erven Cornelis Jansz Verkuyl, met name zijn zuster Maeychie Jans Verkuyl, echtgenote van Hendrick Dirckss Deurgoed, en de verdere erffgenamen, ten behoeve van Jan Thomeasz van Londen, afstand van de resterende huur van twee morgen land, gelegen in Oostveen, gehuurd van de vicarie van Oudmunster. er wordt verwezen naar een akte van huur en verhuur d.d. 21-1-1695 voor het kapittel van Oudmunster te Utrecht. [373]
Op 30-12-1704 vindt te Utrecht de uitkoop plaats uit de boedel van Ernst van Groenewou. Ter ene zijde compareert Petronella van Royen, wed. Ernst van Groenewou in leven hovenier, eerder wednr. van Jannigien Teunis van Cuylenburgh, wonend op Lauwenregt, tegensover ten Hoeve, geassisteerd met Jacobus van Royen, haar broer. Ter andere zijde compareren de erven van Ernst van Groenewou, met name de onmondige kinderen Ernst van Groenewou by Jannigien Teunis van Cuylenburgh te weten : Gysbertie van Groenewou, Cornelis van Groenewou, Antony van Groenewou, en Maria van Groenewou, voor wie als voogd optreedt Jan Teunisz van Cuylenburg, hun oom, en de onmondige kinderen van Ernst van Groenewou by Petronella van Royen te weten : Petronella van Groenewou en Jannigien van Groenewou, voor wie als voogd optreden Willem van Malsen, hun oom, en Jan Tomassen van Londen, hun oom. [374]
NB volledige text nog doen
Op 3-9-1708 vindt te Utrecht een openbare verkoping plaats. Comparanten zijn ter ene zijde Abraham de Groot, mr. schoenmaacker wonend te Utrecht, en ter andere zijde Willem van Malsem , voor wie als borg optreedt Jan Tomisse van Londen. Het betreft een camer c.a. gelegen aan de muure van den Draywegh in het gerecht Lauwerecht, belend achter: het water, aan de ene zyde: de verkopers, aan de andere zyde: de wed. van NN Kerkraad. [375]
NB volledige text nog doen
Op 7-11-1709 verhuurt Steven Pelt, med. doctor wonend te Utrecht, aan Jan Tomasz van Londen, hovenier wonend op Lauwenrecht, drie mergen weyland, gelegen op de quaekeldyck in het gerecht Lauwenrecht, belend achter: het Swartewater. [376]
NB volledige text nog doen
Op 3-1-1714 verhuurt Steven Pelt, med. doctor wonend te Utrecht, aan Jan Tomass van Londen, wonend op Lauwenrecht, zz Draywech, een huyssinge, hoff c.a., groot 482 roeden, gelegen zz Draywech in het gerecht Lauwenrecht, belend ww: de wed. van NN Kerkenraad, ow: de wed. van Peter van Oostveen, zw: Willem van Vianen en uytgang op de veengraft. [377]
NB volledige text nog doen
Op 24-7-1716 verhuren Jan Thomas van Londen en Dirck van Schaik, wonend te Lauwerecht, aan Gerrit Bom wonend te Utrecht, 2 mergen weylant, gelegen aan de Groeneweg in het gerecht Oostveen. [378]
NB volledige text nog doen
Op 3-8-1720 verhuurt Gerard Pelt, wonend te Utrecht, aan Jan Tomass van Londen, wonend op Lauwenregt, 3 mergen weyland, gelegen aan de Veengraff of Swarte water in het gerecht Lauwenregt, belend achter: de Quaekeldyk. [379]
NB volledige text nog doen
Op 10-9-1728 benoemen Jan Thomasz van Londen en zijn echtgenote Marighje Cornelis van Groenewouw, wonend te Lauwerecht, de langstlevende tot voogd. [380]
NB volledige text nog doen
Op 3-12-1733 verkoopt Jan Thomasse van London, wonend buyten de Weertpoort, aan Thomas van Londen, zijn zoon, een camere c.a., en moestuyn, gelegen aan de muur van den Draayweg in het gerecht Lauwenregt, belend achter en ene zyde: de wed. van NN Bosch, achter: Waater, andere zyde: de wed. van NN de Kerkraad. Er wordt verwezen naar een akte van transport d.d. 3-10-1707 voor het gerecht van Lauwerecht. De verkoop geschiedt met toestemming door verkopers overige kinderen: Theunis Verwey en Haassie van London, echtelieden, Cornelia van London, Cornelis van Alphen en Maria van London, echtelieden. Voorts wordt vermeld dat de heer van Lauwerecht recht heeft op voor- en nakoop op onderhavig onroerend goed. De ondertekening van Cornelia van London ontbreekt. [381]
NB volledige text nog doen
Op 24-12-1735 verhuurt Hendrik van Dam, notaris 's hoofs van Utregt, als administrateur van de boedel van Gerardus Pelt, aan Jan Tomassen van Londen, wonend te Lauwenrecht, een huyzinge c.a., groot 482 roeden land, in het gerecht Lauwenregt. [382]
NB volledige text nog doen
Op 10-10-1702 verkopen Jan Henricksen van Bruuijnhoven en zijn vrouw Willemijntje Thomas van Londen, borgers, aan Henricus de Hoogh,
1. een huis, hof en hofstede, staande achter het Oude Weeshuis, belend aan de ene zijde aan de ene zijde Hubert de Wijse te Amsterdam, aan de andere zijde aan de andere zijde Jan Claas Miens. [391]
2. een huis, hof en hofstede, staande in de Teut, tegenwoordig bij Jan van Rhijs bewoond, belend aan de ene zijde aan de ene zijde de weduwe van Jan van Deventer, aan de andere zijde aan de andere zijde de kinderen van Claes Wouters van Bogerijden. [392]
3. een huis, hof en hofstede, staande in de Hellestraat, tegenwoordig door Amerent Aelten in huur gebruikt, belend aan de ene zijde aan de ene zijde Cornelis van Middendorp, brouwer, aan de andere zijde aan de andere zijde ..... [393]
4. het recht van koop aan zeker huis, hof en hofstede, staande op de Weverssingel, bewoond wordende bij Thomas de Linnenwever, belend aan de ene zijde geen. [394]
1842. (JA)COBUS JANSEN (VAN WICHELRAAD), ged. vóór ca. 1640 (doop niet gevonden Amersfoort geref.), ovl. 1701-1720, j.m. van en wonend te Amersfoort (1662),
hoedemaker (1697),
mogelijk dezelfde als Jacob Jansen, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 14-4-1661, als j.m. "tot Cornelis de smitt" in de Slijckstraet,
belender aan het huis van zijn broer Pouwels (Paulus) Jansen in de Kamperbinnenpoort (1681),[395]
otr. Amersfoort geref. 25-9-1662 (get. zijn vader Jan Pauwelsen, voor haar Breunisje Dircks) met attestatie naar Loenen
1843. PETERTJEN HERMENS, geb. vóór ca. 1640, ovl. Amersfoort (reg. ovl. RK Kromme Elleboog) 26-6-1723 (als Peetertien Hermans), huw. get. (1720, 1722).
Op 8-11-1697 verkopen Jacobus Janszn van Wickeraad, hoedemaker, en zijn vrouw Petertje Harmens, burgers, aan Annitje Caspers Birckeneer, jongedochter, en haar erfgenamen, een huis, hof en hofstede, staande en gelegen in de Kamperbinnenpoort, belend aan de ene zijde Jacobus Doorncamp, aan de andere zijde Evert Corneliszn Speuijenburgh. [396]
Op 30-10-1715 verkopen Henrikje den Elsen, laatst weduwe van Elbert Aertsen van de Vegt, borgerse, geassisteerd met haar zoon Henrick Schruijer, droogscheerder, en Jan Mol, linnenwerker, in huwelijk hebbende Catharina Schruijer, der comparants dochter, aan Harman Wijckeraed en zijn vrouw Christijntje Boeckhorst, borgers, een huis, hof en hofstede, staande in de Lange Sint-Jorisstraat. Het huis is belast met 300 gulden ten behoeve van de heer Schijff, schout van de Sint-Janskerk te Utrecht. [397]
| COMMENTAAR(¥) zoek op EK 20/242 |
Op 30-4-1732 lenen Theodorus Wansink en sijn vrouw Anna Wichenraad, van Elisabeth Clerk, meerderjarige dogter, en haare erfgenaamen, een bedrag van honderd en vijfftig gulden, met als onderpand sekere huijsinge in de L.V.straat met het huijsje daar achter en't bleijkveltje daarbij, belend aan de ene zijde Barend de linnewever, aan de andere zijde Machiel van den Berg. [398]
Op 26-8-1743 verkopen Theodorus Wansing en zijn vrouw Anna van Wickenraad, burgers, aan Elisabeth Clercq, meerderjarige dochter, en burgeres, een huis, achterhuisje en bleekveldje met vrije uitgang op de Langegraft, staande in de Lieve Vrouwestraat over 't kerkhof, belend tussen de huizen van Willem van Hoogbetrom en Jan Schouten, aan de ene zijde Barend Steuk, aan de andere zijde Michiel van den Bergh. [399]
| COMMENTAAR(¥) zoek op EK 20/236 |
1844. GERRIT (GOOSWIJNS) VAN BEMMEL, geb./ged. Amersfoort geref. 18/19-1-1637, ovl. na 1668, j.m. van Amersfoort (1658), bakker (1659),
parentatie niet bewezen,
otr./tr. Amersfoort/Utrecht geref. 4/23-2-1658 (get. zijn vader Gooswijn Janssen van Bemmel, en haar zuster Cornelia Hendrix),[400]
[401]
1845. GRIETJEN (MARGARITA) HENDRICX, j.d. van Amersfoort (1658).
Gerrit van Bemmel, backer, en zijn h.v. Griettien Hendrickx worden geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 3-4-1659 in de Sevenhuijsen in de wijk Camp.
Dit echtpaar komt niet voor in het register van het Familiegeld Amersfoort 1675, zijn broers en zusters wel.
Op 16-12-1744 vindt te Amersfoort de boedelscheiding plaats van Anna van Bemmel, overleden augustus 1744 in Amersfoort, wed. van Simon Van Wisseling, borger en tabaxplanter. Het betreft : een huysje op de Cingel, een schuur op Ysselt, een huys op Bloemendal op de hoek van de Cingel, een 1/2 Tabaxschuur (12 gebinten) op de Liesevoorder Eng, en 5 oude tabaxkisten ieder met 12 luijken. Erfgenamen zijn Gerard van Wisselingh, gehuwd met Sophia van Drakenburgh, Elbert van Wisselingh, gehuwd met Sophia van Lingh, Godert van Wisselingh, Jan van Dam (een neef), gehuwd met Geertruyd van Wisselingh. [406]
Op 31-3-1746 vindt te Amersfoort de boedelscheiding plaats van Goderd van Wisselingh, borger en tabaxplanter, overleden 26-7-1745 in Amersfoort, wednr. van Elisabeth Puijk. Het betreft de lijftocht van zijn vrouw Elisabeth Puijk die hij bezit : te weten, 2/3 van een herberg, hof en hofstede Den Doorne Engh genaamd met de landerijen in Hoogland aen de Niekerker wegh met schuurtje, een huysinge, hof en hofstede op de Wevercingel kort bij de Camperbinnenpoort, verdeeld in 2 woningen, waarvan een door G. van Wisselingh bewoond, een tabaxschuur 13 1/2 vak met hofje annex buiten de Bloemendaalse poort, in 't bovenste van de Engh 5 mergen en 80 roeden tabaxland, en voorts gouden en zilveren penningen. Dit alles uit de boedelscheiding met zijn zwager Jan Puijk van november 1741 bij Brinckesteijn. De Boedelinventaris van Godert van Wisselingh betreft : 6 Gebinten in de tabaxschuur op de Liesevoorder Engh onder de Heerlijkheid van Isselt (in deze schuur bezitten: Gerard van Wisselingh 6 gebinten en Jan van Dam, gehuwd met Geertruijd van Wisselingh 12 gebinten), de helft van 5 tabaxkisten ter grote van 11 luijken op de Liesevoorder Engh, een huysinge op de Cingel en capitaal geerft van hun (de broers Godard, Geraard en Elbert) moeder Anna van Bemmel, gehuwd met Simon van Wisselingh (boedelscheiding: d.d. 16-12-1744), de helft van de huijsinge verdeeld in 2 woningen op Bloemendaal (de andere helft behoord aan Gerard van Wisselingh), de helft van 't Leijhuijs, en voorts gouden penningen en zilveren ducaten. Genoemd worden nog de boedelscheidingen 16-12-1744 (van G. van Wisselingh) en november 1741 (van Jan Puijk) bij not. Brinckesteijn. Opmerkingen Erfgenamen zijn zijn 2 broers: Gerard van Wisselingh, gehuwd met Sophia van Drakenburgh en Elbert van Wisselingh, gehuwd met Sophia van Lingh. [407]
Op 16-11-1742 wordt een regeling getroffen voor de begrafenis van Evertje Boeijingh, overleden 15-11-1742. Zij dreef een winkeltje van coffiebonen, thee, zuiker en enig sajet, spelden en naalden. Evertje was de dochter van Neeltje van Bemmel, borgeresse, wed. van Aelbert Boeijingh. De moeder, oud en tot niets in staat, heeft geen geld om de schulden van haar dochter en de begravenis te betalen. De neef van de moeder, Gerard van Wisselingh, raad van Amersfoort, zal de begravenis regelen. [410]
1846. JAN JACOBSZ BEEKMAN, ged. geref. Amersfoort 22-12-1657, ovl. 1697-1730, j.m. van Amersfoort (1681),
ontvangt van zijn debiteur Lucas Barentsen ƒ 18,-- (29-1-1690),
[411]
otr./tr. Amersfoort geref. 25-5/16-6-1681
1847. MARIA DIRKS (VAN) OU(DE)WATER, ged. Rem. Amersfoort 22-8-1658 (get. Antonia Willems van Outwater, zuster van de vader), j.d. wonend te Amersfoort (1681).
Op 30-6-1730 oorkonden Patricius Hendrik Landsaij, schout, Hendrik Janssen en Jan Claassen van Velsen, schepenen van de Duist, de Haar en Zevenhuizen, dat Anthonij Methorst, gemachtigde van Maria van Oudewaater, weduwe van Jan Jacobsz Beekman, Jacob Jansz Beekman en Johanna van Raald, zijn vrouw, Albert Gruson en Sophia Beekman, zijn vrouw, en Neeltje Beekman, kinderen van Maria en Jan, heeft overgedragen aan de regenten van het Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis 5 dammaten land in de polder de Duist, aan de oostzijde begrensd door Jan Mets, aan de westzijde dezelfde, aan de zuidzijde Aart Aartsen van Romen, aan de noordzijde de heer Zas. Met zegel van de schout, afgesleten en beschadigd [412]
Op 13-2-1738 scheiden Peel Jacobsz Beekman, Grietjen Beekman en Jan Jacobs Beekman de boedel van Jacob Peelen Beekman en zijn echtgenote Fuijsje Suijdwind, "jaren geleden" overleden te Amersfoort. Het betreft een huis, hof en hofstede in de Slijkstraat. [413]
Op 31-1-1747 scheiden Lijsbet Roodhuijsen, Jannetje Roodhuijsen en Marie Roodhuijsen, kinderen van Roelof Roodhuijsen, overleden, wednr. van Diliana Beekman, de boedel. [414]
Op 2-5-1740 verkoopt Jannitje Jacobs Pijl, laatst weduwe van Seger Woutersen ten Bosch aan Jacob Beekman, burger, a. ¼ part van de beekvierel zijnde tabaks- en weiland aan de Hogeweg, in huur bij Wouter ten Bosch en Dirk van Bemmel, belend aan de oostzijde zeker vicarije land, aan de westzijde de heren Regenten van 't Pieters Gasthuis, [416] b) 1/12 part van een huis en schuur met hof daarachter in de Arnhemsestraat (Slijkstraat), grotendeels gebruikt door Jochum Gerritsen Tanwaard, beledn aan de ene zijde: Johan Dalekamp, aan de andere zijde: Cornelis Ebbenhorst. [417]
Op 17-11-1742 nemen Jacob Beekman en zijn vrouw Johanna van Raalt een lening van ƒ 700,-- op van Dirkje van Goudoever, meerderjarige dochter met als onderpand een vierdel tabaksland en weiland, waarvan de wederhelft behoort aan het clopje van Ingen, aan de Hoogeweg, belend aan de ene zijde: naast de vierdel van 't St. Pieters Gasthuis. De akte is geheel doorgehaald, in de marge: schuldsom voldaan op 22 september 1772. [418]
Op 10-6-1756 scheiden Maria Beekman, Catharina Beekman, Elisabeth Beekman, Jan Beekman en Pieter Beekman, kinderen van Johanna van Raalt, "enige jaren geleden" overleden te Amersfoort, en Jacob Beekman, de boedel. [419]
Op 16-6-1760 verkoopt Leendert de Heer als gemagtigde voor Jacob Hiacint Dierhont, heer van Ganswijk, voor de eene helfte en nog als gemagtigde van Jacob Beekman en zijn vrouw Anna Feyt aan de Heren Watergraaff en Hoogheemraden van de rivier de Eem, beeken en aankleven van dien het agterste gedeelte weijland van zekere beeksvierdel, omtrent drie honderd roeden gelegen aan den beek, zijnde een gedeelte van een beek vierel, liggende aan de Hoogewegh, belend aan de stadszijde het gegraven retranchement, aan de andere zijde een vicarije vierel. [420]
Op 8-8-1761 verkopen Cornelis van Werckhoven en zijn vrouw Maria Oudendoelen uit Rotterdam aan Jacob Beekman een tabaksschuur groot elf gebinten staande op een der beekvierels aan de Hoogewegh, gelegen aan de Vicarije even voorbij 't Lazarushuijs en retrenchement (verschansing). [421]
Op 27-4-1771 verkopen de weduwe en erfgenamen van Jacob Beekman, te weten: - Anna Feijt, weduwe en boedelharster van Jacob Beekman; - Jan Beekman en zijn vrouw Elizabeth Mulder. - Jacob van Dijk en zijn vrouw Catrina Beekman; - Maria Beekman. - Pieter Beekman; - Rijk Smit, weduwnaar van Elizabeth Beekman, als vader en voogd van hun twee onmondige kinderen, aan Gijsbert van Raalt en zijn zuster Elizabeth van Raalt, zekere huizinge staande op de Appelmerkt aan de westzijde en achter uitkomende in de Papenhofstede, van ouds genaamd de "Corps de Garde", belend aan de ene zijde op de Appelmarkt: Wouter Huijsteen, aan de andere zijde: Huijg Corton. Namens de verkopers treedt op als gemachtigde: Gijsbert Gerrit Methorst (notaris alhier) volgens procuratie opgenomen in de publieke koopconditien d.d. 5-6-1770 voor Notaris Anthonij Methorst. Jacob van Dijk was gemachtigd door Maria Beekman, Pieter Beekman en Rijk Smit volgens procuratie d.d. 10-3-1770 voor Notaris Ermond van der Voord te Amsterdam. Op dit pand rust een jaarlijkse uitgang ten behoeve van het Capittel van St. Joris van 1 gulden 10 stuivers en 8 penningen. [422]
Op 6-1-1759 scheiden Rijk Smit en zijn kinderen Johanna Smit en Maria Smit, zijn kinderen bij Elisabet Beekman, overleden te Amersfoort, de boedel. [423] Er wordt verwezen naar een Testament d.d. 11-10-1758. [424]
Op 14-3-1797 wordt de boedel gescheiden van Jan Beekman, schuitenvoerder en zijn echtgenote Elizabeth Mulder Het betreft te Amersfoort: 3 huisjes op het Spoeij zuidzijde aan de Wal, + 7 ligters en schuiten. [425]
Op 6-5-1731 compareert: Albertus de Gruson, mr. schoenmaker en borger alhier. medeerfgenaam van Jan de Gruson(¥), konstschilder tot Middelburgh. Hij machtigt zijnen neef Abraham de Gruson wonende te Middelburgh. i.v.m. vaste goederen tot Middelburgh. [426]
COMMENTAAR(¥) Kennelijk Johannis Philippus Gruson, wonende in de Zusterstraat te Middelburg, beg. Middelburg Franse Kerk 3-4-1731
Burgerweeshuis te Amersfoort, Stukken betreffende de afwikkeling van nalatenschappen ten behoeve van in het weeshuis opgenomen weeskinderen:
1772: Jannetje van Dorenik, weduwe van Abraham Gruson. [427]
Op 25-11-1772 wordt Hendrik Gruson, zoon van Abraham Gruson en Jannetje van Doornik, oudt geweest den 16 maart twaalf jaeren gepresenteert door Casper van Coot, als oom, opgenomen in het Burgerweeshuis te Amersfoort. Den 1 maij 1780 met genoegen uijtgegaan om alhier te werken als straatemakersknecht. [428]
Op 10-6-1771 leent Hendrik de Gruson, borger en inwoonder van Amersfoort, van Anna Maria Gabrij, weduwe van Steven van Brinkesteijn (notaris en eerste clercq), 399 gulden en 18 stuivers tegen een jaarlijkse rente van 4%, met als onderpand een huizinge, herberg en grond, staande aan de Verkemerkt , daar Utrecht uithangt, met een stallinge daarachter en uitkomende in een steeg, en waar de Utrechtsche kar afrijdt en aankomt, bewoond door De Gruson. belend aan de ene zijde: de Roode Leeuw, aan de andere zijde : het Roode Hart, Deze lening was aangegaan ter aflossing van gelijk kapitaal ten behoeve van Jan van Veerssen, die gevestigd was in deze hypotheek, staande op naam van Hendrik de Gruson en zijn overleden huisvrouw Johanna ter Maaten. Het onderpand was aan hen getransporteerd d.d. 4-3-1758. Op vertoon van de kwitantie en consent van Sophia van Brinkesteijn, weduwe van J.G. Methorst, en haar toegewezen bij maaggescheid, is deze plecht geroyeerd d.d. 1-3-1787. [429]
Op 4-3-1758 verkopen Geertruida van Hoogbetrum, weduwe en boedelhoudster van Geurt van den Brand, moeder en voogd over haar twee kinderen Johanna en Jan van den Brand. Elbertus de Gruson en zijn vrouw Catharina van den Brand. Everardus van den Brand en zijn vrouw Johanna van de Rouwenhorst en Dirk van Killesteijn en zijn vrouw Elisabeth van den Brand wonende in Vianen, aan Hendrik de Gruson, stratemaker alhier, huis, herberg en grond staande aan de Verkenmerkt, daar Utrecht uijthangt en de Utrechtse kar afrijdt en aankomt, met een stal daarachter in een steeg uitkomende, belend aan de ene zijde de Rode Leeuw, aan de andere zijde het Rode Hert. [430]
Op 8-4-1758 verkopen dezelfden aan Sophia Gabrij, weduwe van Reijnier van Coeverden, raad en schepen, een tabaksschuur groot elf gebinten of tien vakken, breed veertig voeten, met spijlen en planken, staande aan de Laagewegh, bij het stenen kruijs op 't land van Herman Stemfort, belend aan de stads zijde de weduwe van Joan Montauban, aan de andere zijde de weduwe van Aloisius van Muijlwijk. [431]
Op 18-4-1769 scheiden Jan de Wit en zijn kinderen Jan de Wit en Jacomina de Wit, zijn kinderen bij Neeltjen Beekman, de boedel van hun moeder Neeltjen Beekman, "enige jaren geleden" overleden te Amersfoort, omdat hun vader Jan de Wit op 19-4-1769 hertrouwt met Aleyda de Wijs. [433]
Op 31-1-1783 verkopen Merritje Heek en Dirkje Heek. aan Jan de Wit en zijn vrouw Aleyda de Wijs (borgers), zekere huizinge, hof en hofstede staande in de Uitrechtsestraat, met (o.a.) de winkel en de toonbank, bedsteden etc, belend aan de ene zijde: Adolph Hulverscheid, aan de andere zijde: de erfgenamen van Thomas van den Bergh. Namens de verkopers treedt op als gesubstitueerde: Christoffel Vestner volgens procuratie opgenomen in de koopconditie d.d. 19-11-1782 voor Notaris Simon van Wisselingh. Gemachtigde van de verkopers is Cornelis Kloot volgens procuratie d.d. 25-2-1780 voor Notaris Mr. Jan Both Hendriksen. Op dit perceel rust een uitgang van 2 gulden 5 stuivers en 10 penningen ten behoeve van de Lieve Vrouwe Capelle. Voor dit transport wordt toestemming gegeven door Mr. Willem Methorst, als regent van de Lieve Vrouwe Capel alhier. Verkoop volgens erfkoopsrecht. [434]
1848. WILLEM (WILHELMUS) ADRIAENSZ (DE) PRONCKER(T), ovl. 1679-1686, betaalt ƒ 6,5,-- (verminderd tot ƒ 3,2,8) Familiegeld (1675) als Willem Pronckert in de Muurhuizen te Amersfoort,[435] otr./tr. 2o Amersfoort gerecht 29-10/11-11-1678 (hij als wednr. van Geertruit Wouters, zij geast. met haar vader Barent Baltusz) en tr. 2o Amersfoort Oud Kath. 't Zand 12-11-1678 ENGELTJE BARENTS, j.d. van Amersfoort, doopget. (1677, 1679 bij de kinderen van Margareta Beyerts de Toeter) (zij hertr. Amersfoort 19-6/11-7-1686 Hendrick Aertsz van den Oudenaller), tr. 1o voor 1673
1849. GEERTRUIJDT WOUTERS VAN DIJC, ovl. 1677/78.
1852. PETER JANSZ VAN COUWENHOVEN, geb. vóór ca. 1665, beg. Amersfoort 2-1-1717, otr./tr. Amersfoort RK Kromme Elleboog 28-1-1687, gerecht 14/28-1-1687 (get. zijn moeder Annetje Jans, h.v. van Jan Aertsz van Couwenhoven, die consenteert (indispositie), en haar moeder Cuijndertje Meijnsz, wed. van Willem Theunisz)
1853. WEIJNTIE WILLEMS, geb. vóór ca. 1665, beg. Amersfoort 22-7-1724, j.d.
| COMMENTAAR(¥) zoek op EK 25/60. |
1854. PETER EVERTSEN (VAN) KERKHOVEN (KERCKHOFF), geb. vóór ca. 1665, beg. mogelijk Amersfoort (impost) 26-1-1747 (als Peeter Kerkhof), j.m.
otr./tr. 2o Amersfoort gerecht 13/30-5-1711 (als wednr. van Anna Paulus)
HENRICKJE JANS, doopget. (1737),
wed. Hans Jurrien de Graaff.
otr./tr. 1o Amersfoort gerecht 11/26-11-1687 (get. zijn vader Evert Petersz Karckhof, en haar zuster Lambertje Paulus van Rodersteijn, h.v. van Willem Hendricksz, wollewever)
1855. ANNITJE PAULUS VAN RODERSTEIJN, geb. vóór ca. 1665, ovl. Amersfoort 4-5-1710 (als Annitje Paulus), j.d.
| COMMENTAAR(¥) zoek op EK 20/53 |
1884. ARENT DIEPRINCK, geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1674, geref. lidmaat te Amersfoort 17-4-1652 als schoolmr. op de Cingel (wijk Bloemendaal),[437] treedt op in akten als Mr. Aernt Dieprinck, duijts schoolmeester en borger te Amersfoort wonend op de Bredestraat (1664..1674), tr. vóór 1655 (huwelijk niet gevonden te Amersfoort op achternaam)
1885. ANNA VAN (DER) VEEN, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1659-1678.
|
De schoolmeester.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694. klik op plaatje(s) om te vergroten |
Op 12-4-1678 machtigt Judith Fredericx, wonend te Amersfoort, wed. van Andries van der Veen, Samuel Thiens, schepen van Amersfoort om haar bezit te verkopen en hieruit schulden en begrafeniskosten te betalen en het overschot aan haar dochters nagelaten kinderen bij Arent Diepringh uit haar (de dochter) verweckt, te voldoen. Zij verzoekt van het weinige dat zij bezit om een eerlijke begrafenis. [438]
1888. REYN(N)(IER) HE(E)(R)RES (HEERTS) (POTJE, POTSMA)(¥), geb. Sneek, als Reinier Heeres geref. lidmaat te Sneek op belijdenis 10-3-1671 [439] pottebakker te Sneek (1674), wordt als Reijnier Heres Potje, afkomstig van en geboren te Sneeck in Vriesland, burger van Amersfoort op 22-5-1693, otr. Sneek geref. en gerecht 8-5-1669 (als Reynnier Heerts Potsma) tr. Sneek geref. 4-6-1669
1889. ANTIE (ANTJE) HEERTS.
| COMMENTAAR(¥) Zou hij dezelfde zijn als Rein, ged. geref. Bolsward 10-1-1650 als zn. van Heere Fransen en een niet genoemde moeder? Dit is de enige doop van een Rein Heres in heel Friesland rond die tijd. |
1890. EVERT NN, otr. wellicht Jacobje NN (naamgeving kleinkinderen!)
1892. PHILIP(S) PHILIPS DE ROGIER (ROSIER)(¥), beg. Amersfoort 12-12-1716 (als Philip Rosie, laat kinderen na), j.m. van Amersfoort (1657), geref. lidmaat te Amersfoort 20-9-1657 op belijdenis, woont dan op den Hof [442], komt op de lijst van Familiegeld (1675) niet voor onder patroniem of achternaam, wel is er een Philip, daghuurder in de Scherbierstraat die nihil betaalt,[443], otr./tr. 2o Amersfoort geref. 29-3-1704 (hij als wednr. van Hester Dircks van Borghorst) met attestatie naar Utrecht PETRONELLA VAN HINTMAN, j.d. wonend te Utrecht (1704), otr./tr. 1o Amersfoort 5/31-3-1657
1893. HESTER DIRKS BURGHORST (BORCKHORST), ged. Amersfoort 1-1-1637, ovl. 1681-1704, j.d. van Amersfoort (1657),
geref. lidmaat 30-9-1655 te Amersfoort [444].
| COMMENTAAR(¥)
Is Carel Rossier, otr. Amersfoort 1652, wellicht zijn broer?
In 1666 is te Lochem sprake van Capit. Rogier [445]. Is er verband? In 1621 wordt te Vlissingen begraven Jan Logier [446].Is er verband? |
| COMMENTAAR(¥) check! hoezo 2e huwelijk? |
Op 10-10-1729 compareren te Amersfoort Daniel de Rosier en Pieter Buijs, borgers. Zij regelen de begravenis, met het recht op eventuele nalatenschap, van hun beider schoonmoeder Catharina Tallart, overleden, wed. van Jan Kock. [447]
Op 8-8-1733 verkopen Jan Schouten voor hemselve en als gemagtigde van Ammerentia van Os sijne huijsvrouwe, Margaretha van Speuijenburg, Maria van Speuijenburg, Clementia van Speuijenburg, Cornelis van Meijn, Cornelis van Birkhoven, de kinderen van Hendrik van Raelt ende Ida van Os, aan Daniel Rosij, bombasijdewerker, een sekere huijsinge hof ende hofstede staende op Bloemendal, belend aan de westsijde daaraen de rechtersijde Maria Terling, aen de linkersijde de steeg. Authorisatie d.d. 12-11-1731 en procuratie d.d. 6-12-1731 voor notaris Steven van Brinckesteijn. [448]
Op 8-8-1733 lenen Daniel Rosij ende Catharina Kok, egtelieden, van Wilhelmus de Bruijn, predicant tot Cootwijk, een bedrag van 300 gulden, met als onderpand sekere huijsinge hof ende hofstede staande alhier op Bloemendal, belend aen de westzijde, daar aen de rechtersijde Maria Terling, aen de linkersijde een steeg. [449]
Op 13-4-1744 verkopen Jacob Janszen Veldhuisen en zijn vrouw Meijnsje van Langelaar, en Cornelia Langelaar, weduwe van Daniel Rosier, aan Hendrikje Spoor, meerderjarige dochter, twee huisjes in de Creupelstraat, belend aan de ene zijde: van het ene huisje Rijk de Wijs en Gerrit Overkamp, aan de andere zijde: van het andere huisje Johannes Spoor en Johannes van Bennekom. [450]
| COMMENTAAR(¥) zoek op |
| COMMENTAAR(¥) vul aan EK 19/108 |
1894. JAN JANSZ VAN BREE(¥), geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1684, wordt als Jan Jansen van Beer op de Heyligenbergh, van Utrecht, met zijn huisvrouw Neeltien Cornelis geref. lidmaat te Amersfoort 22-6-1662,[454] treedt op als get. in akten (1676), tr. 2o 1669-1684 NEELTGEN JANS, tr. 1o voor 1662
1895. NEELTJE CORNELIS, ovl. 1669-1684.
| COMMENTAAR(¥) Is er verband met Laurens van Bree, zadelmaker uit Utrecht, die burger wordt van Amersfoort 21-12-1657? |
Op 4-6-1684 verkoopt Rutger Jacobus van Drakenburgh, voor hemzelf en zich sterkmakende voor zijn broeders, zusters, zwagers en kinderen en erfgenamen van Everard van Drakenburgh in zijn leven majoor dezer stad, mede erfgenamen van Rutger Evertgen van Drakenburgh bij zijn leven oud burgemeester en Sophia Henricx, gewezen echtgenote, aan Jan Jansen van Bree en zijn vrouw Neeltgen Jans, een huis, hof en hofstede staande en gelegen aan de Breedestraet op de hoek van 't Lieve Vrouwen Kerckhoff, waer het huis zijn uitgang heeft, belend aan de ene zijde het zelve kerckhoff, aan de andere zijde Jan Thonissen, metselaer. [455]
1896. ANTHONIS CORNELIS VAN LIJN(G), geb. vóór ca. 1590, ovl. 1649-1666, afkomstig van Amersfoort (1615),
belender in de St. Jansstraat (1620),
timmerman (1622),
vermeld als Tonis Cornelissen van Lijng op de lijst van Remonstrantse lidmaten te Amersfoort opgemaakt op 24-9-1643,
otr. Amersfoort geref. 15-10-1615 (beiden onder patroniem, met attestatie naar Woudenberg)
1897. DIRCKGEN AERTS, ovl. na 1649, afkomstig van Woudenberg (1615).
Op 21-6-1620 verkopen Tonis Cornelisz en zijn vrouw Dirrickgen Aerts, aan Steven Claesz, een huis op de hoek van de Sint Jansstraat belend aan de ene zijde: de St. Jansstraat, aan de andere zijde: de transportanten. [456]
Op 2-7-1622 verkopen Thonis Cornelisz, timmerman, en zijn vrouw Dirckgen Aerts, aan Reijer Cornelisz Taets en zijn vrouw Anna Thonis, een huis op de Singel belend aan de ene zijde: Henrick Both, aan de andere zijde: Peter Crijnen. Op een last van 100 gulden hoofdsom toekomende de weduwe en erfgenamen van Evert Claesz, kistemaker, nog 225 gulden t.b.v. Mr. Henrick Willebrantsz, captein der Armes, nog 100 gulden hoofdsom t.b.v. Anthonia Melis van Dronckelaaersdochter [457]
Op 26-4-1649 lenen Leendert Jansz, korenkoper en Henrick Temminck en hun respectieve erfgenamen, van Tonis Cornelisz en Dirckjen Aerts zijn vrouw. Jan Cornelisz en Neelgen Jans zijn vrouw. Teunis Gerritsz en Neeltgen Cornelis zijn vrouw, met als onderpand: twee huizen met hof en hofstede: 1) de eerste in de Sint Jansstraat, belend aan de ene zijde: Claes Evertsz, kistenmaker, aan de andere zijde: Atris Willems, 2) de andere op de Singel, belend aan de ene zijde: Jan Henricksz, kleermaker, aan de andere zijde Wiecheman Jansz, linnenwever. Voldaan. [458]
| COMMENTAAR(¥) Geen geref. dopen te Amersfoort gevonden. Wellicht waren zij al Remonstrants. |
| COMMENTAAR(¥) In 1647 worden Aart Thonisse van Lijn en Baptist Hendriksen Mol, echtgenoten, Rem. lidmaat te Amersfoort na gedane belijdenis. Wie is hij? Baptist Henricksen gebruikt in 1693 een huis in de Lavendelstraat. Zij is kennelijk een dr. van Hendrick Gerritsen Mol en Margriet Baptist. |
Op 3-8-1678 lenen Willem van Liender en Jan Aertsz Moms, als speciale gemachtigden van Philips Gijsbertsz Buijs en zijn vrouw Engeltje Martens Eemnes, van de ergenamen van Aleijda van Ingen, een plechte van 200 gulden van 28 juni 1615, tot welke plechte den voornoemde Philips Gijsbertsz als een mede erfgenaam van Aeltgen Jan Philipsdochter in haar leven huisvrouw van Gijsbert van Lielaar, oud-schepen en raad, met als onderpand huis, hof en hofstede op de Kamp waarvan eigenaar is Aert Antonisz van Lijn. [460]
Op 8-2-1696 leent de speciaal gemachtigde van Trijntje Paulussen, weduwe van Aert van Lijn, van de diaconie der Remonstrantse gemeente, 900 carolij gulden à twintig stuivers per stuk, met als onderpand: huis, hof en hofstede staande en gelegen aan de Kamp (op de Campstraat), met de hof daarachter gelegen, belend aan de ene zijde: Anthonij van Voskuijlen, aan de andere zijde: Trijntje Paulussen zelf. [461]
Op 25-1-1699 verkoopt Anthony van Goudoever, procureur, als curator over de boedel en nalatenschap van de weduwe Aert Anthonissz van Lijn, geaufugeerde (=weggevluchte), en heeft in die kwaliteit op 19-23-1698 de boedel verkocht,
- 1. aan Ellert van Bemmel, factoir in tabak, een huis, hof en hofstede, gelegen aan de Kampstraat, zijnde de hof op het einde omtrent 34 voeten breed aan welkers einde Henrick Rutgers, tabaksman, met zijn hof tegenaan gelegen is, belend aan de ene zijde ..., aan de andere zijde het andere huis van de geaufugeerde door Cornelis van Coevorden gekocht. [462]
- 2. aan Cornelis van Coeverden, een huis, hof en hofstede, staande aan de Kampstraat, wezende de hof op het einde 24 voeten breed aan welker einde Henrick Rutgers, tabaksman met zijn hof voor een gedeelte tegenaan gelegen is, hebbende dit huis een vrije uitgang in de Conincxstraat (Coninckstraat) en wezende voor de helft gerechtigt tot de put op het einde van de hof, belend door het huis waar de geaufugeerde ingewoond heeft en door Ellert van Bemmel gekocht. [463]
Op 25-1-1662 verkopen Oth Harmans van den Treeck als gemachtigde van Evert Gerrit van Malsen en zijn vrouw Geurtgen Goris Botter alsmede Anna Goris Botter, genoemde Geurtgen en Anna mede kinderen en erfgenamen van Goris Aertz Botter. Krachtens twee distincte procuraties renuntieren zij van de genoemde goederen, aan Elisabeth van Kempen, als moeder en momberse van haar onmondige kinderen, geprocreëert door Aert Goris zaliger, een huis, hof en hofstede, staande en gelegen op de Haviker Graft door de behout vader en moeder en de eigen vader en moeder resp. nagelaten belend aan de ene zijde: Lambert Willemz, metselaer, aan de andere zijde: Aert Gerritz. Procuratie op 7-9-1661 voor Thomas Masius procuratie op 26-9-1661 voor Dirck de Romare, notaris te Utrecht. [464]
Op 28-11-1688 testeren Jan Thonis van Lijn, metselaer wonend te Amersfoort, en zijn echtgenote Elisabeth Henricx. Zij vermaken elkaar de lijftocht van hun bezit, waaronder stenen, pannen, kalck etc., waar ook gelegen, behalve die linnen en wollen clederen en cleynoden ten lijve van Jan, die zullen gaan naar zijn zoon Anthonis Jans van Lijn en die van Elisabeth naar hun dochter Dirckje Jans van Lijn. Ook blijft buiten de lijftocht het linnen tot de huishouding behorende. Indien zoon Anthonis bij hun overlijden nog ongehuwd is ontvangt hij 150 gulden. De getrouwde kinderen van de comparante zijn uit het gemeen uitgezet en hun dochter Dirckje is wel gekleed en gereed, daarom prelegateren zij nog aan Goris Aert Botter, (voorzoon van Elisabeth), een wapenring, aan Herman Aerts Botter een ring met 7 steentjes, aan zoon Anthonis van Lijn een ring met 3 steentjes en aan Dirckje haar dubbele hoepring. Zij secluderen de weeskamer etc. Getuigen: Cornelis Jacobs en W. Pannecoeck. [465]
COMMENTAAR(¥)
De volgende hoort hier vermoedelijk niet thuis:
|
1898. CLAES JACOBSEN VAN GROENENBERG, ged. Amersfoort geref. 15-4-1596, ovl. na 1672, j.m., wonend te Amersfoort (1621),
huw. get. (1656, 1662),
geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 24-12-1619, wonend op de Weverscingel,
timmerman,
otr./tr. Amersfoort geref. 13/21-10-1621
1899. PETERTGEN WOUTERS (VAN BURGHSTEEN), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1672, j.d. van Amesfoort (1621).
Op 11-3-1672 testeren te Amersfoort Claes Jacobs van Groenenbergh ("swack van lichaam etc."), wonend te Amersfoort, en zijn echtgenote Petertje Wouters van Burghsteen. Zij verwerpen alle eerdere wilsbeschikkingen speciaal die van 16-9-1662 voor notaris Dirck Matheus. Zij vermaken elkaar de lijftocht van hun bezit, en prelegateren aan: Jacomina van Groenenbergh, hun dochter voor getrouwe diensten aan haar ouders, aan Johannes Dirks van Groenenbergh, zoon van wijlen hun zoon Dirck Claes van Groenenbergh, aan Oen Joosten, zoon van wijlen Cunera van Groenenbergh. (Verder op in dit testament wordt Petertge Wouters genoemd: Geertge Wouters. Zij tekent als Petertje Wouters. Petertje Wouters van Burghsteen prelegateert aan haar dochters: Marije van Groenenbergh, huysvrouw van Reynier van Lijn (1/4 part), aan Jacomina van Groenenbergh (1/4 part), aan Johannes Dirks van Groenenbergh, zoon van wijlen Dirck van Groenenbergh (1/4 part), aan Oen en Lambert Joosten, zonen van wijlen Cunera van Groenenbergh (1/4 part). Zij secluderen de weeskamer. [467]
In een akte van 1719 wordt verwezen naar een plegt van 500 gulden kapitaal met de interest vandien, op 29-4-1719 gevestigd in een huis staande binnen deze stad op de W everssingel, alles breder omschreven in de plegtbrief daarvan door Claas Jacobsz van Groenenbergh, timmerman en Peter tje Wouters echtelieden, voor schout en schepenen dezer stad, ten behoeve van juffrouwe Geertruijd Cam, weduwe Willem van Schaal. [468]
Op 1-5-1698 presenteren Aleijda Willems, weduwe van Johannes Groenenbergh, als moeje, en Wijmpje Jans, huijsvrouw van Wilhelmus Daff, als nigt, ter opname in het Burgerweeshuis te Amersfoort de dochters Marij, out 6 jaren, Evertje, out 9 jaren, Aris, out 10 jaren, van Gosen Willems, genaemt het Vuller, en Geertjen Aris.[469]
Op 3-12-1689 testeert Jacomijntje Claes van Groenenbergh, meerderjarige dochter, "sieck te bedde leggende", borgerse van Amersfoort. Zij legateert aan: - Johannis van Groenenbergh, zoon van haar broeder Dirck Claes van Groenenbergh saliger 25 gulden; - Odon Joosten, zoon van haar zuster Cunera Claes van Groenenbergh saliger ook 25 gulden. - Margriet Reyniers van Lijn, dochter van haar zuster Maria Claes van Groenenberg, haar bed en toebehoren; - Aleyda van Lijn, dochter van haar zuster Maria, haar kastje en haar beste rok. Zij benoemt tot haar universel erfgename: haar zuster Maria Claes van Groenenbergh, gehuwd met Reynier van Lijn. Zij secludeert de Weeskamer. Akte ten woonplaatse van de testatrice. Getuigen: Jacobus van Coot, Laurens Jacobs (tekent: Louwerens Jacopsen) en Gerrit van Bogerijen, borgers van Amersfoort. [471]
1900. DIRCK BARTHOLOMEESSEN(¥), geb. vóór ca. 1605, ovl. na 1667, lijndraaier (1628), huw get. (1667), tr. vóór 1626
1901. ANNE I(J)DES.
| COMMENTAAR(¥) Is hij Dirck Bartholomeusz van Amersvoort, beg. Amsterdam Nieuwe K. 16-7-1668. |
Op 5-12-1675 leent Agata Peters van Stuijvenberg, van Pieter Jacobsz Feer en zijn vrouw Neeltgen Gijsbertsz Botter, 1000 Car. gulden tot 20 sts 't stuck, met als onderpand: 2 campen land, groot omtrent vier morgen, gelegen aan de Soesterweg, met de schuur daarop, belend aan de ene zijde: Willem Roos. Doorgehaald en geroyeerd op 26 januari 1691, Wouter Peters Eimerman en zijn vrouw Teuntje Peters Feer. Jacobus Craen, bakker en zijn vrouw Peternella Peters Feer, het recht bij maachescheyd tot de nevenstaende plegte becomen hebbende, hebben voldaan en betaald. [472]
Op 7-12-1675 machtigt Agatha Pieters van Stuyvenbergh (borgerse van Amersfoort), Pieter Mullert, clercq ter Secretarie en deurwaarders van Amersfoort om zich schuldig te verklaren aan en ten behoeve van Peter Jacobs Feer en zijn vrouw Neeltgen Ghijsberts Botter, 1000 Carolus gulden, deels spruitende uit een obligatie van 400 gulden, door hen opgenomen, en uit opgenomen gelden. De hoofdsom wordt een jaarlijkse losrente van 60 gulden per jaar. Zij stellen tot een speciale hypotheek twee campen lands, groot vier morgen, aan de Soeserwegh in de Vrijheid van Amersfoort, met schuur, belend: Willem Roos. Het land was aan hun broeder saliger geleverd op 27-12-1666. Getuigen: Steven Versteech en Lodewijck Doensen. [473]
1902. RUTGER JANSEN, ged. Amersfoort geref. 4-9-1599, ovl. na 1669, j.m. van Amersfoort (1627),
geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 19-7-1628 als zoon van Jan Segersen,
metselaar (1631),
huw. get. (1660, 1667),
otr./tr. Amersfoort geref. 10-3/8-4-1627
1903. AGNIESJEN DIRCKX, ovl. 1640-1669, j.d. van Amersfoort (1627),
geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 24-9-1631 als h.v. van Rutger Jansen, metselaar.
|
De metselaar.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694. klik op plaatje(s) om te vergroten |
Op 29-4-1669 verkopen Helmich Barlemeijer en zijn vrouw Emmitgen Jacobs Buijs, aan Rutger Jans, weduwnaar van Agniesgen Dircks, zeker huis met alles wat daar toebehoort, staande en gelegen in de Lieve Vrouwestraat, strekkende voor van de straat tot aan de scheidsmuur toe waarin de balken liggen van de comparant. De omschrijving bepaalt verder dat bouwwerkzaamheden op een verantwoorde manier altijd gedaan mogen worden en gedaan moeten worden en ook dat de waterlozing langs de scheidsmuur goed gehandhaafd blijft. Belend aan de ene zijde de comparant zelf, aan de andere zijde Rutger Jansz. [474]
Op 5-8-1709 verkoopt Harmannus Caan, procureur, als geauthoriseerde volgens appoinctement van het Edele Gerecht van dato den 20e juli 1709 op de requeste van den collecteur van het heerdstedegeld wegens de gedecreteerde huisinge van Rutger Janssen Erven, aan Dirk van Stuijvenbergh, meesterchirurgijn, een huis cum annexis, staande in de Lieve Vrouwestraat, belend aan de ene zijde de transportant, aan de andere zijde Agatha weduwe van Livius Harderwijk zaliger. [475]
Op 19-5-1675 verlenen Jan Rutgers en zijn vrouw cessie ten behoeve van Claes Arents [477]
Op 18-12-1670 testeren Dirck Rutgerszn, lootgieter, wonend Amersfoort, en zijn echtgenote Emmerentia Doedes, ("sieck te bedde liggende" etc.). Zij vermaken aan elkaar de lijftocht van hun bezit waar onder winkelwaren, en secluderen de Weeskamer etc. Getuigen zijn Steven Versteegh, Jan van Doesburgh te Amersfoort en Henrick Everts van Veenendael. [479]
Op 11-5-1677 machtigt Dirck Rutgers, lootgieter, wonend te Amersfoort, Lambert Thonnis, timmerman te Soest, om te ontvangen ƒ 30,- 10 st. voor geleverd lood en arbeidsloon van Johannes van Morst (Mast ?). [480]
1904. POUELS VAN GROENNINGEN, geweesene ruter van Chernasse (1637).
1925. GRIETJE JANS, j.d. van en wonend te Amersfoort.
1941. AELTGEN JANS, beg. Amersfoort 2-2-1680[485], woonde voorheen te Rhenen nu te Amersfoort (1623),
wordt op 26-2-1679 als Aeltie Jans, de huisvrouw van Gosen Bos, provenier in't Blocklants Gasthuijs in het gasthuis ingeschreven wegens haar "groote armoede en hoogen ouderdom",[486]
tr. 1o voor 1623
JAN JANSEN, ovl. vóór 1623. Goosen Bosch en Aeltgen Jans kopen een huis in de Slijckstraat (1645) en wonen daar tot 1679/80.
1924. THOMAS (TEUNIS) STOFFELSZ, geb. ca. 1631, beg. Amersfoort 22-9-1712, opgenomen in het Burgerweeshuis te Amersfoort 10-12-1636,
als "zoon van Stoffel Thomasz, welcke kijnts moeder all over eenighe
jaren was overleden, ende van de doot des vaders men noch geen seeckere
kennisse was hebbende, out omtrent vijff jaren, d' borgemeester
Van Dam uuijt vrije wille volgens sijne presentatie jaerlicks sal
contribueren ses gulden, ende noch gelijcke ses gulden bij de oom
genaempt Dirck Davidtsz, messemaecker",[482]
j.m. van en wonend te Amersfoort (1653),
tr. Amersfoort geref. 8-6-1653 (get. voor hem weesmeester Gerrit Wesselsen, voor haar Gerrichien de Vouw namens haar moeder)
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Amersfoort :
1940. GOOSEN JACOBSZ (BOSCH), geb. Amersfoort vóór ca. 1600, ovl. na 1676 (1679?), wordt als Gosen Jacobsen Bosch, wonend op de Langegraft, Rotoorn, geref. lidmaat te Amersfoort 25-9-1641,[483]
betaalt als Goosen Jacobsz in de Slijkstraat te Amersfoort nihil Familiegeld (1675),[484]
provenier in't Blocklants Gasthuijs (1679),
otr./tr. Amersfoort geref. 19-4/27-4-1623
Op 25-11-1637 laat zijn oom Rijck Gijsbertszn Bosch in zijn testament vastleggen dat terstond na zijn dood, Gosen Jacobszn Bosch een legaat krijgt van ƒ 200 aan geld, zijn dagelijkse lakense clederen, gecoleurde mantel, hoed en zes hemden. Op 6-3-1642 wordt het testament door testateur echter gerevoceerd en geannuleerd.[487]
[488]
25-11-1645. Het transport wordt geregistreerd van een huis, hof en hofstede in de Slijkstraat, dat is verkocht door Jan Lubbertsz aan Goosen Jacobsz Bosch, zijn vrouw en hun erven.[489]
29-10-1651. De burgers Gosen Jacobsz Vosch (sic!) en zijn vrouw Aeltgen Jans hebben ƒ 100 tegen een rente van 6 caroli guldens geleend van Steven Albertsz Versteegh. Het register meldt dat het huis, hof en hofstede in de Slijkpoortsteeg als onderpand dient.[490]
1-3-1653. In het transportregister van Amersfoort wordt vastgelegd dat de borgers Gosen Jacobsz Bosch en zijn vrouw Aeltgen Jans een hypotheek op hun woonhuis in de Slijckstraet van ƒ 100 hebben genomen. De schuld is aan de wijnkoper Gerard van der Meulen en is tegen een losrente van 6 Carolus gulden per jaar.[491]
Op 11-5-1668
verkoopt Gerritgen Andries voor haarzelf en als weduwe en boedelharster van Jacob Woutersz Brinck, geassisteerd met Wouter Jansz, waarover hij Jacob Woutersz in zijn leven momber is geweest,
aan Jan Baan van Sittert,
een huis, hof en hofstede staande in de Arnhemsestraat (Slijckstraat),
belend aan de ene zijde Goosen Jacobsen,
aan de andere zijde Thonis Gijsbertsen, cleermaecker.
Opmerking : "met de vrijheden, gerechtigheden en servituijten, dat Goosen Jacobsen de pomp staande op het geschey van deselve, aldaar moet gedogen en de coste die daaraan soude moeten worden gedaan, half gedragen, mitsgaders gedogen dat hij het water comende uit de voorseide pomp moet leyden door zijn kookhuisje in de Muurhuizen. Zois Thonis Gijsbertsen gehouden in de costen die aan sekere geut souden mogen worden gedaen, leggende tussen desselfs en de comparants huisinge, mede half te dragen.
[492]
14-6-1676. Gosen Jacobsz Bosch woont in de Slijkstraat (Arnhemsestraat) als het huis naast hem wordt getransporteerd.[493]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
1942. JAN ABRAHAMS(EN) (PALMA(R)), geb. vóór ca. 1610, ovl. Amersfoort 27-10-1672 (als Jan Palmar, kostkoper in het St. Pieters- en Bloklandsgasthuis), j.m. van 's Gravenweert (1634),
geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort dec. 1630, op de Langestraat, en opnieuw lidmaat 24-12-1633 op attestatie van Den Bosch ("is wedergecomen"),
momber over Lambertgen Segers, onmondige nagelaten dochter van de deurwaarder Seger Lambertsz, (1653, 1654),[494]
huw. get. (1638..1666),
otr./tr. Amersfoort geref. 29-11/14-12-1634 (get. NN Palmar namens zijn moeder, en haar moeder Grietje Jans)
1943. ANNA BERENTSZ, geb. vóór ca. 1615, ovl. 1666-1676, j.d. van Amersfoort, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 5-4-1634, wonend op het Havick,
huw. get. (1666).
Op 10-5-1647
transporteren Johan Pots, apotheker, en Margareta Both, echtelieden,
aan Jan Abrahamss Palmer en Anna Beernts zijn huisvrouw en hun erven
'n huis aan de Markt, belend
aan de ene zijde: Sophia Augustijns van Oudenwater,
aan de andere zijde: Lambert Evert Wouterss.
Zij lenen daartoe aan Jan Abrahamss Palmer en Anna Beernts een hoofdsom van 400 gulden tegen een losrente van 20 gld.p.jaar.
De hypotheek wordt doorverkocht aan Jan Jansz de Vlieger en Magdalena Rijntsdochter. zijn huisvrouw en hun erven
[495]
Op 14-7-1658
verkoopt de gemachtigde van Johan Poth van Wooningh, gewezen apotheker en burger, voor hemzelf en als weduwnaar van Margareta Both, van Simonides Groen en Jacobus Poth van Wooningh, medisch doctor, kinderen en erven van Margareta Both, hun overleden moeder, aan
Reynier van Ingen, notaris, zijn vrouw en hun erven,
een plechte van 400 gulden, rente 20 gulden per jaar op Jan Abrahamsen Palmer en zijn huisvrouw, gevestigd in het huis van Johan Poth aan de Hof, tegenwoordig behorend aan Nicolaes Pijeck, korenkoper.
[496]
Op 10-1-1676 compareren te Amersfoort Abraham Palmer en
Jacob Bosch, als man en voogd van Rebecca Palmer. Beide comparanten zijn ook gemachtigden voor
Beernt Palmer, soldaat,
Ghijsbert Craen en zijn vrouw Catrarina Palmers,
en Sara Palmer,
kinderen van Jan Abrahams Palmer en Anna Beernts, beide overleden.
De Diaconije van de Gereformeerde Kercke van Amersfoort heeft een vordering op de huijsinge op Havick, op de hoek van de Havickerbrugh, belend: Gerritje Roelofs en Willem Davits, welk huis zwaarder belast is dan de waarde ervan. De comparanten machtigen de Diaconen in de Geref. Kercke alhier het huis te verkopen of te verhuren.
Getuigen zijn Anthonie van der Houve en Lodewijck Doens.
[497]
Op 16-6-1677
verkopen Helmich Barckemeyer, dispensier (huisbestuurder) in den tijd van de Diaconie der Gereformeerde Kerk en Henrick Evertsz van Veenendaal, mede diacen als gemachtigde van Abraham Palmer en Jacob Bosch als man en voogd van Rebecca Palmer en zich sterkmakende voor Barent Palmer, soldaat, Gijsbert Craen en zijn vrouw Catharina Palmer, tevens Sara Palmer, allen kindren van Jan Abramsz Palmer en zijn vrouw Anna Beernts,
aan Wilkens Verhouvel en zijn vrouw Riesgen Jerusalems,
een huis op het Havik, op de hoek bij de Havikerbrug,
belend aan de ene zijde Gerritje Roelofs,
aan de andere zijde de ontvanger van dezer.
[498]
Uit dit huwelijk:(¥)
COMMENTAAR(¥)
In de periode 1634-1660 worden te Amersfoort geref. gedoopt de volgende kinderen met als vader Jan Abrahamsen en geen moedersnaam genoemd. Van geen van hen kan bewezen worden of aannemelijk gemaakt dat de vader Jan Abrahamsen Palma is.
- Hessel Jans, ged. geref. Amersfoort 16-7-1639.
- Hessel Jans, ged. geref. Amersfoort 2-12-1649.
Op 15-2-1692
leent Johan Hogenhonck, als getrouwd hebbende Sara van Herten,
van Abraham Janszn Palmer, meesterschoenmaker,
een bedrag van 676 gulden,
met als onderpand huis, hof en hofstede staande en gelegen op de Hof,
belend aan de ene zijde Aart Gerritzn van Arch,
aan de andere zijde Aart Gerritzn van Arch.
[500]
Op 10-1-1724
lenen Diderik Wijborgh, raad in de vroedschap en cameraar van deze stad en Gerbrand Wijborg ontvanger van 't huisgeld voor de ene helft, en Johan Teschemaacker als in huwelijk hebbende Gouda van Geijn enige nagelaten dochter van Aleijda van der Meulen, weduwe van Ruter van Geijn voor de andere helft, erfgenamen van Dirck van Ommeren zaliger, in zijn leven oud schepen en raad van Amersfoort,
van Willebrordus van Birckhoven, zijdereder en Wilhelma van de Wetering echtelieden, borgers,
een bedrag van een plegt van 172 gulden 10 stuivers,
met als onderpand op een huis in de Peperstraat aan de Hof,
belend aan de ene zijde Hendrik de Hoogh,
aan de andere zijde Nocolaas Calveen (nu Claas Hagen).
Opmerking : van de plegt was eigenarese de weduwe Abraham van Palme, doch nu haar zoon Ysacq van Palme, zijnde de eerste of enigste plegte, het huis met een last van drie gulden en vijf stuivers per jaar t.b.v. het schoenmakersgilde.
[501]
Uit dit huwelijk geref. gedoopt te Amersfoort (o.a.?) :
Op 10-1-1724
lenen IJsacq van Palmen, meesterschoenmaker, en Cornelia Dirckse de Man, echtelieden en borgers alhier,
van Jan van Wijck, looier te Utrecht,
een bedrag van 118 gulden spruitende uit zake van geleverde leder,
met als onderpand huis in de Peperstraat aan de Hof,
belend aan de ene zijde Claas Hagen als akte van koop hebbende van Nicolaes Calveen,
aan de andere zijde Henricus de Hoogh.
[502]
Op 9-9-1729
verkopen Isaak Palmen en zijn vrouw Cornelia de Man, burgers,
aan Jan van Wijk, leercoper tot Utrecht en zijn vrouw Lucretia Vergeel,
een huis, erf en grond in de Peperstraat,
belend aan de ene zijde Nicolaas Hagen met sijn huijs 't Paradijs op den Hof,
aan de andere zijde in de Peperstraat Wilhelmus Noyen.
[503]
Uit zijn tweede huwelijk (Palmer-de Man):
COMMENTAAR(¥)
De wed. van Berend Paliner (leesfout?) wordt beg. Wijk bij Duurstede geref. 7-6-1736 (als in de kerk suyderpand). Is dat Catharina Barents?
COMMENTAAR(¥)
Wat is het verband met de volgende Berent van Palmer:
Berent (van) Palmer(s), geb. vóór ca. 1690, ovl. na 1720, j.m. van en wonend te Amersfoort (1710),
verzoekt, als Barent van Palmer geboren te en afkomstig van Amersfoort, op 27-11-1719 het burgerschap van Amersfoort, met sijn huijsvrouw Agnes Elisabeth Hagen, met haer voor-soon Johannes Hagen, alle alhier geboren, mitsgaders haarlieder twee soonen Anthonij van Palmer, geboren in 't velt in der Staten leger ende Peter van Palmer, alhier geboren",
otr./tr. Amersfoort geref. 5-12-1710/8-1-1711
Agnes Elisabeth Hagen, ovl. na 1720, j.d. van en wonend te Amersfoort (1710).
Op 4-3-1719
verkopen Johannes Scheuningh en Agatha Schothorst, echtelieden,
aan Barent van Palmers en Agnes Elisabeth Hagen, mede echtelieden,
twee mergen bouwland in de Vlasakkeren onder de vrijheid dezer stad,
belend: aan de ene zijde juffrouwe van Ingen,
aan de andere zijde den heer Haverloo.
[504]
Op 29-3-1720
verkopen Baarnt van Palmen en Agnes Elisabeth Hagen, echtelieden, borgers,
aan Jan van Ginkel, kistenmaker, en Fiema van Stuijvenbergh, echtelieden ende medeborgers,
1. een huis staande in de Valkestraat op de hoek van Muurhuizen,
belend aan de andere zijde de weduwe Willem Corton,
2. omtrent twee mergen bouwland met sijn wallen en houtgewas daarop staande in de Vlasakkers in de vrijheid dezer stad belend aan de ene zijde juffrouwe van Ingen, aan de andere zijde Pieter van Haterloo.
[505]
Uit dit huwelijk:
Uit zijn eerste huwelijk (Palmer-van Santen):
Uit zijn tweede huwelijk (Palmer-Barents):