This page was last updated : 111005.
File size is: 720 k.
Kwartierstaat Lapikás
Generatie 11
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Lapikás,
version 9.8,
Muiden, 2010.
© Copyright 2011 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Lapikás Gen. nr. 11

1520. PIETER TRUMPENERS,[1] tr.

1521. MARIA VAN HERCK.

Pieter Trumpeners en zijn vrouw Maria van Herck leenden in 1691 een kapitaal van ƒ 400 met als onderpand een halve bunder akkerland "tusschen Cleijngelmen ende den Groenen Schilt op die straet".[2]

1536. CORNELIS DIRKSZ FENT / VAN PIJLEN (de oude), ged. geref. Nieuwkoop 6-10-1624, ovl. 1669-1671, doopget. (1643..1652), j.m. van Nieuwkoop (1648), belender in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de Achterweg (1671), aan de buitenweg (1652..1663), aan de binnenweg (1651), aan de overweg (1663), woont in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg (1662, 1663), komt in 1651 voor het eerst voor als Cornelis Dircxsz Fent van Pijlen, in 1652 voor het eerst als Cornelis Dircksz van Pijlen, in 1657 weer als Kornelis Dircksz Fent, betaalt als Cornelis Dircxsz van Pijlen, veenman te Nieuwkoop, ƒ 1/2 familiegeld (1674), tr. 2o voor 1671 SUZANNETGEN DIRCXSDR, ovl. na 1671 (verm. voor 1677), doopgetuige (1671), wordt in 1671 "laatst weduwe" van Cornelis Dircxz Fent den ouden genoemd en was dus verm. eerder gehuwd, tr. 1o Nieuwkoop geref. 12-1-1648 (als Kornelis Dircksz Fent)

1537. MARRITGEN JANSDR, ovl. vóór 1661, j.d. van Nieuwkoop (1648),

Op 12-5-1661 verkopen Jacob Jansz Verhoef, getrouwd met Neeltgen Jansdr, Hendrick Pietersz, getrouwd met Marritgen Jansdr, "Gert Lopeker als met kennisse van ons schepenen ten desen geconstitueeert van Tijs Aertsz Snell, getrouwt hebbende Jannetgen Jansdr" en Cornelis Dircksz Fent, vader en voogd van Dirck Cornelisz, minderjarig kind geboren bij Marritgen Jansdr, aan Roel Jansz Swanenburch en Neeltgen Jansdr Swanenburch een huis en erf met 4½ morgen land in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend van de Voorwetering tot het land van Roel Jansz, belend ten oosten de nazaten van Cornelis Dammasz van Griecken en ten westen Willem Gertsz Toll en Cornelis Jacobsz, buurman. Koopsom 1.800 gulden. [5]
Op 4-5-1662 is Cornelis Dircxsz Fent te Nieuwkoop 600 gulden schuldig aan Bouwen Pietersz Knecht te Aarlanderveen. Gesteld onderpand: zijn huis en erf met 2 morgen land in het Zuideinde buitenweg, belend ten oosten de weduwe van Jacob Dircxsz Fent, ten zuiden Cornelis Dircxsz Fent, ten westen Cornelis Willemsz Crijger en ten noorden de Wetering, nog 1 morgen hooiland met tuin aldaar, belend ten oosten Arijen Jansz Hogeboom, ten zuiden Pieter Cornelisz van Dobben, ten westen Dammis Cornelisz van Vliet en ten noorden Cornelis Dircxsz Fent. Geroijeerd d.d. 18-06-1682. [6]
Op 18-7-1662 is Cornelis Dircxsz Fent van Pijlen te Nieuwkoop 200 gulden schuldig aan de gereformeerde diaconie te Nieuwkoop. Gesteld onderpand: een perceel hooiland in het Zuideinde buitenweg, groot 2½ morgen, strekkend van het land van Jan Willemsz van Heijningen tot in de Meije, belend ten oosten Sijmen Dircxsz Coij en ten westen Jan Jansz van Leeuwen. [7]
Op 13-12-1662 is Cornelis Dircxsz van Pijlen te Nieuwkoop 350 gulden schuldig aan Gert Gerritsz Koij. Gesteld onderpand: een kamp hooiland in het Zuideinde buitenweg, groot 2 1/2 morgen, strekkend van het land van Jan Willemsz van Heijningen tot in de Meije, belend ten oosten Sijmen Dircxsz Koij en ten westen IJsbrant Jansz en Jan Jansz van Leeuwen. [8]
Op 10-5-1663 is Cornelis Dircxsz Fent te Nieuwkoop 250 gulden schuldig aan Bouwen Pietersz Knecht te Aarlanderveen. Gesteld onderpand: zijn huis en erf met 2 morgen land in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, belend ten oosten de weduwe van Jacob Dircxsz Fent, ten zuiden Cornelis Dircxsz Fent, ten westen Cornelis Willemsz Crijger en ten noorden de Voorwetering, nog een morgen hooiland met tuin aldaar, belend ten oosten de weduwe van Jan Hoogeboom, ten zuiden Cornelis van Dobben, ten westen Dammis Cornelisz van Vlieth en Arien Cornelisz van Wieringen en ten noorden Cornelis Dircxsz Fent. [9]
Op 15-5-1663 verkopen Cornelis Dircxsz Fent den ouden, Cornelis Dircxsz Fent den jongen, Cornelis Claesz Cats, getrouwd met Neeltge Dircxdr Fent, Dammis Cornelisz van Vlieth, getrouwd met Trijntie Dircxsdr Fent en Cornelis Ariensz van Wieringen, getrouwd met Grietge Dircxsdr Fent, allen als kinderen van de overleden Dirck Willemsz Fent, aan Elbert Jan Corsz aan de Meije een kamp hooiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 1½ morgen, strekkend van het land van Arien Cees Hoogeveen tot in de oude Meije, belend ten oosten Pieter Cornelisz van Dobben en ten westen Marcelis Abramsz en genoemde Pieter Cornelisz. [10]
Op 16-9-1663 verkopen Cornelis Dircxsz Fent den ouden en Cornelis Dircxsz Fent den jongen, Cornelis Claes Cats, getrouwd met Trijntge Dircxdr Fent en Cornelis Ariensz van Wieringen, getrouwd met Grietge Dircxsdr Fent, kinderen van de overleden Dirck Willemsz Fent, samen handelend namens Pieter Dircxsz Fent, aan Aelbert Fulpsz van Vlieth een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Dircxsz Fent de ouden tot dat van de weduwe van Roel Gijsen Crijger, belend ten oosten de koper en westen de nazaten van Jacob Pietersz Duijrniet. Koopsom 256 gulden 10 stuivers. [11]
Op 10-6-1668 draagt Cornelis Dircksz Fent de oude in het Zuideinde van Nieuwkoop over aan Johan van Assendelft, brouwer in "het Witte Paert" te Leiden, 2½ morgen hooiland in het Zuideinde buitenweg, strekkend van de weduwe van Jan Willemsz van Heijningen tot in de oude Meije, belend ten oosten de koper en ten westen IJsbrant en Jan Jansz van Leeuwen. Koopsom 1.187 gulden 13 stuivers 1 penning. [12]
Op 23-4-1669 dragen Cornelis Dircksz Fent de jonge, Cornelis Claesz Cats, man en voogd over Neeltgen Dircxsdr, Willem Jacobsz met opdracht van zijn moeder Merritgen Claesdr, weduwe van Jacob Dircksz Fent, Diewertgen Cornelisdr, huisvrouw van Pieter Dircksz Fent, uitlandig persoon, mede handelend namens Cornelis Arijensz van Wieringen, die getrouwd was met Grietgen Dircxsdr, ieder voor 1/7 deel, over aan Cornelis Dircksz Fent de oude, mede-erfgenaam voor 1/7 deel, een huis en erf met 2 morgen weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Cornelis Dircksz Fent de jonge, belend ten oosten de weduwe van Jacob Dircksz Fent en ten westen de weduwe van Cornelis Willemsz Crijger, nog een kamp hooiland aldaar, groot 1 morgen, strekkend van het land van de weduwe van Jacob Dircksz Fent tot het land van Pieter Cornelisz van Dobben, belend ten oosten Jacob Jacobsz van der Bijl en ten westen Cornelis Arijensz van Wieringen. Koopsom 3.350 gulden. [13]
Op 19-5-1671 verkopen Suzannetgen Dircxsdr, laatst weduwe van Cornelis Dircxz Fent den ouden, met als voogd Buijen Dircxsz van der Neut en haar zoon Dirck Cornelisz Fent, mede Cornelis Dircksz Fent de jonge als oom en voogd over het minderjarige kind van Cornelis Dircksz en Suzannetgen, aan Gillis Nouts een huis, erf, berg, schuur en weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Cornelis Dircxsz Fent de jonge, belend ten oosten de weduwe van Jacob Dircksz Fent en ten westen de weduwe van Cornelis Willemsz Crijger, nog een kamp hooiland en henneptuin aldaar, samen groot 676 roeden, belend ten oosten de weduwe van Arijen Jansz Hoogeveen, ten zuiden Pieter Cornelisz van Dobben, ten westen Cornelis Arijensz van Wieringen en Dammas van Vliet en ten noorden Jacob Dircksz van Pijlen. Koopsom 2.404 gulden. [14]

1538. CORNELIS TONISZ (THEUSZ, JORISZ) WARRE, geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1665, belender in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de binnenweg (1605..1665), aan de buitenweg (1635..1653), over de achterweg (1609..1614), in de Wouden (1649), achter Nieuwkoop over de Achterweg (1604, 1636, 1639), treedt op als voogd voor zijn zuster IJdichgen (1610), en als voogd voor zijn schoonzuster Grietgen Jansdr (1651), tr. vóór ca. 1645

1539. MARRITGE JANSDR.

Op 14-1-1608 koopt Jacob Adriaensz van Thonis Cornelisz Warre een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop, binnenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van het land van Jacop Pietersz tot het secreetland, belend ten oosten Jan Willem Volckensz en ten westen Gerrit Dircxsz den Jongen. Koopsom 200 gulden. [25]
Op 1-2-1611 verkopen Anthonis Cornelisz, Jasper Cornelisz, Dirck Jaspersz voor zichzelf en Dieloff Willemsz, getrouwd met Marritgen Cornelisdr, allen als erfgenamen van Cornelis Anthonisz Warre, aan Eijmbert Jansz een huis en erf in het Noordeinde van Nieuwkoop, buitenweg, verongeld voor 5 hond, strekkend uit de Voorwetering tot "aen 't slootgen" van het land van Jan Aertsz, belend ten oosten Lauris Mathijsz en ten westen IJillis, de wever. Koopsom 484 gulden. [26]
Op 25-5-1632 verkoopt Dirck Dircxsz als man en voogd van Emmetgen Jansdr, aan Cornelis Anthonisz Warre een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop, binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Stoffelsz tot dat van Dirck Jacobsz, belend ten oosten Jan Maertensz en ten westen Lambert Jacobsz, bode. Als garantie wordt gesteld: dit perceel en nog een perceel aldaar, strekkend van het land van Jan Severtsz tot dat van Sijmon Dircxsz, belend ten oosten Lambert Jacobsz, bode en ten westen Abram Jacobsz Trom. Koopsom 125 gulden. [27]
Op 17-7-1632 verkoopt Jan Claesz in het Zuideinde van Nieuwkoop aan Cornelis Tonisz Warre een bruikweerland in het Zuideinde, buitenweg, verongeld voor 3 morgen 1 hond. Betaald met 1.850 gulden, die Warre te vorderen heeft van Cornelis van Westerhout, wegens land liggend achter Gouda. [28]
Op 2-12-1639 verkoopt Adriaen Pietersz, bakker te Bodegraven, aan Cornelis Anthonisz Warre een perceel veenland achter Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van de landen van Pieter Willemsz Pijnt tot het land van Aris Philipsz, belend ten oosten Gerrit Jansz de Vries en Aert Cornelisz en ten westen de weduwe van Cornelis Sijmonsz en Claes Cornelis Ghijsz. Koopsom 302 gulden. [29]
Op 8-6-1640 is Cornelis Anthonisz Warre te Nieuwkoop 300 gulden schuldig aan Annetgen Ariensdr, weduwe van Huijbert Andries van Eijck te Bodegraven. Gesteld onderpand: een bruikweerland met huis en hof in het Zuideinde buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot de landen van Jan Severtsz, belend ten oosten Dirck Willemsz Fent en ten westen Philips Cornelisz, nog een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Gerrit Willemsz Fent tot dat van Sijmon Dircxsz, belend ten oosten Dirck Sijmonsz en ten westen Abram Jacobsz Trom. [30]
Op 15-5-1642 verkoopt Adriaen Pietersz, bakker te Bodegraven, aan Cornelis Anthonisz Warre een perceel veenland te Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van het land van Pieter Willemsz Pijnt tot dat van Aelbert Philipsz, belend ten oosten Dirck Ermboutsz en Aert Cornelisz en ten westen de weduwe van Cornelis Sijmonsz en Claes Cornelisz Ghijsz. Koopsom 302 gulden. [31]
Op 9-10-1642 verkoopt Cornelis Gerritsz Coij te Nieuwkoop aan Cornelis Thonisz Warre een perceel land in de Wouden, verongeld voor ½ morgen, strekkend van en tot het land van Anna Woutersz, belend ten oosten Anna Jacobsdr en ten westen Anna Woutersdr. Koopsom 600 gulden. [32]
Op 9-10-1642 verkoopt Wouter Heijndricxsz, bakker te Nieuwkoop, aan Cornelis Thonis Warre een kamp hooiland in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 1½morgen, strekkend van het land van Dirck Willemsz Fent tot dat van Dirck Willemsz, belend ten oosten Geerte Jacobsdr en ten westen Dirck Willemsz Fent. Tevens 1/3 deel van een sudde. Koopsom 860 gulden. [33]
Op 11-11-1643 verkoopt Gerrit Willemsz Vermij te Nieuwkoop aan Cornelis Anthonisz Warre een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van daar tot het land van Dirck Cornelisz, belend ten oosten Claes Claesz en ten westen Jan Claesz. Koopsom 125 gulden. [34]
Op 20-11-1643 verkoopt Cornelis Anthonisz Warre te Nieuwkoop aan Cornelis Jacob Arien Jacobsz een perceel veenland achter het dorp over de Achterweg, strekkend van het land van Pieter Willemsz tot dat van Aries Phillipsz, belend ten oosten Dirck Ermboutsz en ten westen Claes Cornelisz Quast. Koopsom 150 gulden. [35]
Op 5-3-1652 is Cornelis Anthonisz Warre te Nieuwkoop 300 gulden schuldig aan Jan Jansz van Leeuwen, lakenkoper te Nieuwkoop. Gesteld onderpand: een bruikweerland met huis en hof in het Zuideinde buitenweg, groot 3 morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Claes Cornelisz, belend ten oosten de nazaten van Dirck Fent en ten westen Elias Cornelisz, nog een perceel veenland aldaar binnenweg, strekkend van het land van Jan Gijsbertsz tot dat van Cornelis Hendricksz, belend ten oosten Dirck Sijmonsz en ten westen Pieter Leendertsz. [36]
Op 12-4-1662 draagt IJsack Pietersz Stouthandel, getrouwd met Marritgen Cornelisdr Warre over aan Cornelis Tonisz Warre een huis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van Marritgen Willemsdr, belend ten oosten Aert IJsacksz en ten westen Gert Willemsz Vermij. Koopsom 154 gulden. [37]

1540. PIETER CORNELIS OUDSHOORN, geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1686,[40] parentatie niet bewezen.

1552. PIETER GIJSBERTSZ VAN VEEN, geb. vóór ca. 1680, ovl. kort voor 1702.

1554. AEM SYMON CRIJNEN (VERMEY)(¥), geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1701, vermeld als Aem Sijmonsz bakker te Nieuwkoop en Noorden in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 4½ personen in de klasse kleine getaxeerden, [57] tr. 2o Nieuwkoop 6-11-1701[58] NEELTIE PIETERS WIT, ovl. na 1733, tr. 1o voor 1672[59]

1555. NEELTJE HUYBERTS TWAELFFHOVEN, geb. vóór ca. 1650, ovl. Nieuwkoop 30-4-1700 (gaarder ƒ 3,--).

COMMENTAAR(¥) Zou Cornelis Crijnen Vermij, veenman en bouwman te Nieuwkoop die ƒ 1 familiegeld betaalt (1674), zijn broer zijn.

1556. CORNELIS SYMONSZ (TIJSTERMAN) (DE JONGE), geb. ca. 1600 (in 1621 nog minderjarig), ovl. ca. 1644, parentatie niet bewezen. verkoopt goederen te Nieuwkoop (1638..1640), tr.[65]

1557. LEUNTJE CLAESDR VAN WIERINGEN, ovl. na 1624, doopget. (1619..1624).

Op 12-8-1638 verkoopt Cornelis Symonsz Teijsterman voor een custingbrief van ƒ 432,-- een perceel land in het Noordeinde aan Heijndrick Cornelisz.[66]
Op 15-11-1639 verkoopt Cornelis Symonsz Teijsterman voor een custingbrief van ƒ 1690,-- een perceel land in het Zuideinde aan Maerten Stoffelsz.[67]
Op 31-12-1640 verkoopt Cornelis Symonsz Teijsterman voor ƒ 979,-- een partij land in het Zuideinde aan Cornelis Ariens Wit.[68]
Op 23-8-1640 verkoopt Cornelis Symonsz Teijsterman voor ƒ 1220,-- contant een huis en erve in de Vierschouwerije aan Adriaen Symonsz Teijsterman, zijn broer.[69]
Op 6-9-1642 deelde Cornelis Symonsz Teijsterman mee in de zeer uitgebreide nalatenschap van zijn schoonvader. Neeltgen Dircks, wed. van Claes Fransz van Wieringen, maakte toen voor schepenen van Nieuwkoop een boedelscheiding ten behoeve van zichzelf en al haar kinderen : nl. Frans, Louris, Ghisbert, Dirck en Jan Claeszn van Wieringen, Cornelis Symonsz Teijsterman, gehuwd met Leuntgen Claesdr, Jan Gerritsz, gehuwd met Aeltgen Claesdr, Piete Dircksz Velsen, gehuwd met Geertgen Claesdr, alsmede de nog minderjarige Maritgen Claesdr.[70]

1560. = 1540. PIETER CORNELIS OUDSHOORN.

1564. JAN CORNELISZ HOGEVEEN, geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1674, belender in het Noordeinde van Nieuwkoop aan de buitenweg (1661), vermeld als bouwman in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680), in het ambacht Nieuwkoop en Noorden in de klasse kleine getaxeerden met 6 personen. tr. vóór 1669[74]

1565. FIJTJE PIETERSDR VAN NES.

Op 2-9-1663 verkoopt Willem Jan Gertsz te Nieuwkoop aan Jan Cornelisz Hoogeveen een kamp hooiland met een tuin in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 1 morgen 1 hond, strekkend van het land van Aert Gijsbertsz Sas tot dat van Cornelis Hermensz, belend ten oosten Elbert Dierten en ten westen Cornelis Claesz van der Ham, nog een kamp hooiland aldaar, strekkend van het land van Elbert Dierten tot dat van Arien Evertsz, belend ten oosten Neeltge Dammisdr en ten westen Cornelis Hermensz, nog een perceel veenland aldaar, groot 300 roeden, strekkend van en tot het land van Cornelis Jacobsz Hoogeveen, belend ten oosten Pieter Claes Cooningh en ten westen Jan Jansz Poel. Koopsom 2.100 gulden. [75]
Op 8-5-1665 verkopen Jan Cornelisz Hoogeveen voor zichzelf en Tonis Corssen van Swanenburch, getrouwd met Lijsbet Cornelisdr Hoogeveen, mede samen handelend namens Gerrit Gielen, getrouwd met Merritge Cornelisdr Hoogeveen en voor Grietge Cornelisdr Hoogeveen, jongedochter, allen als erfgenamen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen en Arriaentge Aertsdr, in leven wonend in het Noordeinde van Nieuwkoop, aan Hilletge Jansdr van Leeuwen, weduwe van Jan Andriesz van Wieringen. een kamp weiland in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend van het land van Elbert Dierten tot de Masloot, belend ten oosten deze Dierten en Johanna de Vogel en ten westen de weduwe van Gijsbert Aertsz Sas. Koopsom 1.760 gulden. [76]
Op 2-9-1665 draagt Jan Cornelisz Hoogeveen te Nieuwkoop over aan Cornelis Willemsz van Leijden twee stukjes hooiland met een tuintje in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 7 hond, strekkend van het land van Aert Gijsbertsz Sas tot dat van Cornelis Hermensz en dat van Arijen Wertsz, belend ten oosten Elbert Diertensz en de weduwe van Gijsbert Aertsz Sas en ten westen Cornelis Claesz van der Ham en Cornelis Hermensz. Koopsom 775 gulden. [77]
Op 4-10-1665 verkopen Jan Cornelisz Hoogeveen, Teunis Corsz Swanenburch, getrouwd met Lijsbeth Cornelisdr Hoogeveen, Gerrit Michielsz, getrouwd met Marritge Cornelisdr Hoogeveen, mede vervangend verdere erfgenamen, aan Arien Jansz van Wijngerden een perceel veenland met schuur in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van de koper tot de Achterweg, belend ten oosten Pieter Cornelisz van Wieringen en ten westen Arien Japen Hoogeveen, nog een schuur en schuurstaal achter het erf van de koper. Koopsom 308 gulden. [78]
Op 7-3-1666 verkoopt Jan Cornelisz Hoogeveen aan Pieter Huijbertsz Brack een kamp weiland in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van het land van Cornelis Claesz van der Ham tot 3 roeden over de dam ten noorden van voornoemd kamp, belend ten oosten Aert Sas en ten westen Jan Jansz Poel. Koopsom 600 gulden. [79]
Op 1-7-1666 delen Jan Cornelisz Hoogeveen, Tonis Corsz van Swanenburch, man en voogd van Lijsbeth Cornelisdr Hoogeveen, Gerd Chielen, getrouwd met Marretij Cornelisdr Hoogeveen en Gijsbert Cornelisz Tuernhout, man en voogd van Grietgen Cornelisdr Hoogeveen, samen kinderen van Cornelis Jacobsz Hoogeveen en Arijaentgen Aertsdr, de nalatenschap. Jan Cornelisz, Tonis Corsz en Gerd Chielen behouden alle roerende en onroerende goederen met de inschulden. Mede ook nemen zij op zich "alle lasten des boedels". Gijsbert Cornelis Tuernhout ontvangt 325 gulden. Ze stellen als garantie aan Tuernhout: het huis en erf in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Elberd Dierten, belend ten oosten Tonis Corsz met een huis en erf en ten westen Hendrick Jacobsz, kleermaker, nog twee percelen veenland aldaar, belend ten oosten de successeurs van Philips Arijen Jan Claesz, ten zuiden Dirck Fransz van Wieringen, ten westen de weduwe van Jan Jansz Poel en ten noorden Tonis Cors. [80]
Op 29-8-1666 verkoopt Jan Cornelisz Hoogeveen te Nieuwkoop aan Dirck Fransz van Wieringen een stuk veenland in het Noordeinde buitenweg, groot 250 roeden, strekkend van het land van Gerd Chielen tot dat van Pieter Gijsbertsz Brack, belend ten oosten Pieter Claesz Coningh en ten westen de erfgenamen van Jan Jansz Poel. Koopsom 705 gulden. Gesteld onderpand: dit veenland en nog een stuk weiland aldaar, strekkend van deze van Wieringen tot het land van de weduwe van Gijsbert Aertsz Sas, belend ten oosten Hilletgen Jansdr van Leeuwen en ten westen Arijen Cornelisz, klapperman, en Elbert Dierten. Geroijeerd d.d. 18-09-1667. [81]

1566. WILLEM EGBERTSZ VAN PIJLEN, geb. vóór ca. 1640, ovl. 1666-1672, belender in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg (1667-1677?), tr. vóór 1662[92] [93]

1567. MARITGEN CORNELISDR, geb. vóór ca. 1645, tr. 2o Nieuwkoop 17-1-1672[94] JACOB PIETERSZ VAN LEEUWEN, wednr. van (kennelijk een andere) Maritgen Cornelisdr.

Te Nieuwkoop vinden we in het kohier van het Familiegeld (1674):
Jacob van Leeuwen' weduwe, brandewijnvercoopster ƒ ½.
Jacob Pietersz van Leeuwen, veenman ƒ ½.
Op 16-3-1666 draagt Harmen Gijsbertsz van der Deijl over aan Willem Egbertsz van Pijlen een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, belend ten oosten de koper, ten zuiden Jacob Pietersz van Leeuwen, ten westen het Cloosters volck en ten noorden de weduwe van Harmen Cornelisz. Koopsom 150 gulden. [95]

1600. GERRIT CASPERS (KARSTENS), ged. Amsterdam Oude K. 29-10-1647 (get. Annetje Gerrits), beg. Amsterdam Noorderkh. 21-4-1719, kuyper (1670, 1681, 1705), mr. kuijper (1719), woont Anjeliersstraat (1670), Singel (1681), Prinsegracht op de Noordermarkt (1719), poorter van Amsterdam, otr. 2o Amsterdam 27-9-1681 (beide voldoen de weeskamer 8/9-10-1681(¥)) LIJS(E)BET CORNELIS, geb. Amsterdam 1641/42, ovl. 1706-1733, beg. verm. Amsterdam Leidse Kh. 21-6-1707, wed. van Frederik Arents Helt, kuiper op de Prinsegracht (bij wie voorkinderen) woonde Egelantiersstraat (1662), verm. Singel bij de Regelierstoorn (1707), doopget. (1676), otr. 1o Amsterdam 18-4-1670 (get. Carsten Albers, sijn vader en Lijsbet Cornelis, haar moeder)

1601. MARRITJE ROELOFS, geb. Amsterdam 1648/9 (doop ald. niet gevonden), beg. Amsterdam Leidse Kerkh. 17-9-1680 (laat 3 kinderen na), woont in de Jonge Roelofssteeg (1670), "op de Singel over de Regelierstoon" (1680).

Op 9-10-1681 verklaart Gerrit Caspers, wednr. van Marritje Roelofs, voor de Weeskamer "geen middelen te hebben om sijne kinderen iets voor moeders erff te kommen bewijsen, 't welck Lijsbeth Corssen, de grootmoeder getuijgde waeraghtigh te sijn" [97].

COMMENTAAR(¥) ZOEK OP haar voldoening aan de WK, bij het ovl. van Fredrick Arentz Heltt beg. Oude Kerk 16-8-1678.
Gerrit Kaspers testeert op 9-3-1718 voor Nots. Francois Meerhout. ZOEK OP!
Op 21-7-1694 verkopen de ervan van Abraham ten Brinck, en de erven van Dirck Jansz Cramer: met name Geertruijd Dircx aan Lijsbet Cornelis en Gerrit Caspersz, een huis en erf op de Nieuwezijds Achterburgwal (OZ) (Spuistraat) noordoosthoek van de Pottebakkerssteeg te Amsterdam. [98]
Op 21-10-1727 verkoopt Teunis Lagewaert gehuwd met Neeltje Helt, die dochter en mederfgename is van Lijsbet Cornelis, eerder weduwe van Fredrik Arentsz Helt, en laatst huisvrouw van Gerrit Caspersz, en alzo gerechtigd tot 1/4 part, en nog hij comparant nomine uxoris als eenige erfgenaem ab intestato van wijlen haer suster Ariaentje Helt in haer leven meerderjarige ongehuwde dochter en medeerfgename van voorn. Lijsbet Cornelis vooe een gelijk 1/4 part, also gerechtigd tot de helft van een huis, dat d.d 21-7-1694 door Gerrit Caspersz mr. kuijper en Lijsbet Cornelis verkregen was, aan Hendrik Houhof, mr. schoenmaker 1/2 huis en erf in de Nieuwezijds Achterburgwal (OZ) (Spuistraat), belend ZZ de Pottebakkerssteeg en de wed. Ringelenberg, NZ van de straet tot achter aan Rijnbregt Akersloot. Borgen zijn Jan van Zeijl, schuytevoerder in de Bloetsraet, en Cornelis van Zeijl voorsanger in de Zuijderkerk. Koopprijs ƒ 2000,--. [99]
Op 4-12-1733 compareren Maria Alberts Siewerts en Catharina Alberts Siewerts, meerderjarige en ongehuwde dochters, beijde kinderen van Jannetje Gerrits en Albert Siewerts, die door het overlijden van hun moeder het recht hebben gekregen op 1/4 part van het navolgende huis volgens testament door hun grootvader Gerrit Kaspers op 9-3-1718 gepasseerd voor Nots. Francois Meerhout alhier. Comparanten worden geassisteerd met Barent Luijkink als hun gekooren voogd, en Jan Luijkink, Joost Wiggers en de voorn. Barent Lijkink als hun vierendeelen. Zij verkopen aan Simon Appelboom, groenverkooper, 1/4 part van huis en erf, dat d.d 21-7-1694 door Gerrit Caspersz mr. kuijper en Lijsbet Cornelis verkregen was, in de Nieuwezijds Achterburgwal (OZ) (Spuistraat) op de noordoosthoek van de Pottenbakkerssteeg te Amsterdam. Koopprijs ƒ 975,-- [100]

1602. DIRCK PIETERSZ BLOCK, geb. Amstelveen 1645/6, ovl. 1687-1693(¥)), poorter van Amsterdam 26-11-1671 als spijkerverkoper van Amstelveen, betaalt ƒ 50,-- belasting voor de 200e penning als houtcoper (1674) in wijk 52 (=omgeving Haarlemmerdijk, Brouwersgracht),[105] otr. Amsterdam 10-4-1671 (get. Cornelis Dircse Bakker(¥), zijn voogd en Gerrit Gerritsz, haer vader)

1603. TRIJNTJE GERRITSZ, ged. Amsterdam Nieuwe K. 1-8-1645 (get. Belij Gerrits en Grietge (Arents?)), ovl. 1687-1693(¥), doopget. (1672, okt. 1687) woonde Bickerseiland (1671).

COMMENTAAR(¥) In de periode 1684-1693 wordt te Amsterdam geen Dirck Pieters Block begraven. Wel is er zesmaal een Dirck Pieters begraven (Wester Kerkhof 16-4-1687, Heiligewegs- en Leidsche Kerkhof 1-12-1689, 2-12-1691, 12-12-1691 en 16-7-1693, Ooster Kerk 25-4-1693). Het valt nog te bezien of een van hen identiek is aan Dirck Pieters Block kw. nr. 1602.

In de periode 1687-1693 wordt te Amsterdam ca. 15 maal een Trijntje Gerrits begraven. Het is onduidelijk of Trijntje Gerrits kw. nr. 1603 daaonder is.

Cornelis Dircxe Bakker
Voor het vinden van de doop en of ouders van Dirck Pieters Block kan wellicht diens mogelijk verwantschap met zijn voogd Cornelis Dircxe Bakker een aanknopingspunt vormen. Het volgende fragment levert een aanzet tot de beantwoording van deze vraag.

Claes Egbertsz, ovl. 1658-1684, schipper (1627), booromslagmaker (1637), ijzerkramer (1643), huw. get. (1658), tr. vóór 1627 Anne(tjen) Willems.
    Uit dit huwelijk:
  • a. Willem Claesz, ged. geref. Amsterdam Oude K. 7-10-1627.
  • b. Egbert Claesz, ged. geref. Amsterdam Oude K. 4-7-1630, doopget. (1668).
  • c. Jacob Claesz, ged. geref. Amsterdam Oude K. 18-7-1632.
  • d. Grietje Claesdr, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 28-11-1634, ovl. na 1685, woont Bickerseijland (1658), otr. Amsterdam 30-1-1658 (get. zijn moeder (=stiefmoeder) Aeltje Isaacs, en Claas Egbertsz, haer vader) Jan Gerrits, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 13-11-1633 (get. Annetje Arents), ovl. 1675-1685, zn. van Gerrit Gerritse (de Jonge) en diens eerste vrouw Lutje Arents (zie kw. nr. 3206 ).
  • e. Pieter Claesz, ged. geref. Amsterdam Oude K. 28-5-1637, ovl. jong?
  • f. Aerjaentje Claesdr, ged. geref. Amsterdam Nieuwe K. 13-9-1639, doopget. (1668), wonend op het Bickerseiland (1670), otr.. Amsterdam 29-3-1670 (get. haar broeder (Egb?)ert Claesz) Cornelis Dircxe Bakker, van Amstelveen en aldaar wonend, bierbeschooier, wednr. van Lijsbet Jans.
  • g. Pieter Claesz, ged. geref. Amsterdam Oude K. 30-7-1643, ovl. na 1684.
    Op 20-6-1684 verkopen Pieter Claasz, varentman, zoon en medeerfgenaam van zijn vader Claas Egbertsz, voor de ene helft en Dirk Pietersz Blok voor de andere helft, aan Hercules Bouman, blauwsteenkooper een Huis en erf op de Brouwersgracht (NZ), belend w.z. de wed. Jan Pronk, o.z. Philips Huijbertsz, achter Meijndert van Kunen. Borgen zijn Teunis Dirx Vreeland en Gerrit Gerritsz elk voor de helft van het huijs. [106]

Op 5-2-1683 verkopen Gerrit Soutens zoon en medeerfgenaam van Dieuwertje Gerrits Groot, die een dochter en medeerfgenaam was van Gerrit Marisz Groot, aan Dirk Block(¥), makelaer, een huis en erf in de Haarlemmerstraat (NZ), belend etc. [107]

COMMENTAAR(¥) Het is onzeker of deze Dirk Block identiek is met Dirck Pietersz Block.
Op 20-6-1684 verkopen Pieter Claasz, varentman, zoon en medeerfgenaam van zijn vader Claas Egbertsz, voor de ene helft en Dirk Pietersz Blok voor de andere helft, aan Hercules Bouman, blauwsteenkooper een Huis en erf op de Brouwersgracht (NZ), belend w.z. de wed. Jan Pronk, o.z. Philips Huijbertsz, achter Meijndert van Kunen. Borgen zijn Teunis Dirx Vreeland en Gerrit Gerritsz elk voor de helft van het huijs. [108]
Op 10-2-1687 verkopen Hendrik Gerritse Bronchorst en Jacob Jansz Wobbes aan Dirk Block, Jan Aldertsz, Jan Block Jan van Rijn en Dirck Corver een balkzaegmolen genaamd De Witte Lelie, huis, 2 tuinen en houtloodsen, op het Kwakerseiland tussen Leidsepoort en Raampoort, waarvoor aan de stad werd betaald een grondhuur van ƒ 42,11,6. [109]
Volgen vijf afzonderlijke akten op 11-2-1687 waarin elk van de vijf kopers voor zijn 1/5 deel wordt aangesproken.[110]
Op 11-2-1687 verkoopt Jan Aldertsz aan Dirk Block 1/4 part in een houtzaegmolen genaamd De Munnik op het Kwakerseiland, met 1/4 part in de huijsinge, schuijten en gereetschappen daartoe gehorend, waarvoor aan de stad werd betaald een grondhuur van ƒ 43,16,14. [111]

Poorterbewijs van Dirck Pietersz Block (ca. 1645-ca. 1690) afgegeven te Amsterdam op 26-11-1671.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Fragment Block te Rietwijk
In de archieven van het Burgerweeshuis te Amsterdam komen onder de boedelpapieren [112] van de erfgenamen van Dirk Pietersz Blo(c)k (zie kw. nr. 1602 ) een aantal stukken voor, betreffende een familie Blo(c)k te Rietwijck en Rietwijckeroort (Rijckeroort). Hieruit laat zich het volgende fragment samenstellen :
Pieter Jansz Block, ovl. vóór 1625, tr. (huw. noch dopen van kinderen gevonden te Amsterdam en Sloten) Aeltgen Jansdr, ovl. vóór 1625 te Rijckeroort.
    Uit dit huwelijk:
  • a. Jacop Pietersz Block, geb. vóór ca. 1600, (huw. noch dopen van eventuele kinderen gevonden te Amsterdam en Sloten), heeft een werf te Rijckeroort (1625), schout van Rietwijck en Rijckeroort (1636-1639), benoemd als zodanig 14-10-1636, legt de eed af 30-10-1636.
  • b. Jan Pieters Block, geb. vóór ca. 1600, (huw. noch dopen van eventuele kinderen gevonden te Amsterdam en Sloten), heeft een werf te Rijckeroort (1625).
  • c. Katrijna Pietersdr (Block), geb. vóór ca. 1600, tr. vóór 1625 (huw. noch dopen van eventuele kinderen gevonden te Amsterdam en Sloten) Arent Stevensz (Broer), waaruit mogelijk Leendert Arrentsz, belender (1625).

Uit het feit dat deze stukken zich onder de boedelpapieren van de erven van Dirk Pietersz Blok bevinden moet geconcludeerd worden dat er hier van afstamming in de mannelijke hetzij in de vrouwelijke lijn sprake moet zijn. Een bewijs daarvan is echter nog niet te leveren bij gebrek aan gegevens over de ouders van Dirk Pietersz Blok. Aansluiting zal verder bestaan (maar is nog niet aangetoond) met
Kornelis (Block?), geb. vóór ca. 1650.
    Uit hem (o.a.?):
  • a. Pieter Kornelis Block, geb. vóór ca. 1675, beg. Rietwijk 19-3-1719 (gaarder ƒ 3,--, aangever Jan Cornelisse Block), j.m. van Aelsmeer (1696), otr. Rietwijk 3-11-1696 (gaarder ƒ 3,--) Engeltie Jans, beg. Rietwijk 9-11-1729 (gaarder ƒ 3,--, aangever Dirck Gerritse Fock), j.d. wonend te Rietwijckeroort (1696).
    De erfgenamen van de wed. van Pieter Block betalen ƒ 2,10 verponding voor een bouwhuijs in Rietwijckeroort (1733).
      Uit dit huwelijk verm.:
    • 1. Jannitie Pieters Block, geb. vóór ca. 1705, beg. Rietwijk 27-2-1752 (gaarder ƒ 6,--, aangever Pieter Arisz Lely), otr. Rietwijk 17-7-1726 (gaarder ƒ 6,--) Dirck Gerritse Fock, beg. Rietwijk 4-7-1750 (gaarder ƒ 6,--, aangever Cornelis Blok), treedt op als aangever (1729).
      Dirk Gerritse Fock en Cornelis Pieterse Block betalen ƒ 2,10 verponding in Rietwijckeroort (1733).
    • 2. Cornelis Pieterse Block, geb. Rietwijkeroordt ca. 1710, beg. Rietwijk 25-2-1752 (gaarder ƒ 6,--, aangever Jacob van der Hoeven), minderjarige j.m. wonend op Rietwijkeroordt (1732) treedt op als aangever (1735..1750), otr. Rietwijk 19-1-1732 (gaarder ƒ 6,--) Jannitie Cornelis Candelaer, beg. Rietwijk 26-12-1746 (gaarder ƒ 6,--, aangever haar echtgenoot Cornelis Block), minderjarige j.d. wonend onder Mijdreght (1732).
        Uit dit huwelijk (o.a.?):
      • aa. NN Cornelis Block, beg. Rietwijk 9-6-1735 (gaarder ƒ 6,--, aangever de vader Cornelis Block).
      • bb. NN Cornelis Block, beg. Rietwijk 11-1-1742 (gaarder ƒ 6,--, aangever de vader Cornelis Block), tegelijk aangegeven met
      • cc. NN Cornelis Block, beg. Rietwijk 11-1-1742 (gaarder ƒ 6,--, aangever de vader Cornelis Block).
      • dd. NN Cornelis Block, beg. Rietwijk 10-11-1742 (gaarder ƒ 6,--, aangever de vader Cornelis Block).
      • ee. NN Cornelis Block, beg. Rietwijk 2-8-1745 (gaarder ƒ 6,--, aangever de vader Cornelis Block).
      • ff. Jannetje Cornelis Blok, beg. Rietwijk 8-7-1760 (aangever Willem Candelaar, "het lijk hoort onder de classe ƒ 6,- dog om dat dezelve ongehuwd is overleden en haare goederen collateraal moeten geerft worden dubbelt regt betaald" ƒ 12,--).
      • gg. Pieter Blok, filiatie niet bewezen, treedt op als aangever (van het lijk van Willem Candelaar 1767, en verder tot 1805), schepen van Rietwijk (1773).
      • hh. Jan Blok, geb. vóór ca. 1765, beg. Rietwijk 16-4-1799 (gaarder ƒ 3,--, aangever Cornelis Alberts), filiatie niet bewezen, j.m. wonende op Rietwijckeroort (1777) treedt op als aangever (1772..1797), otr. Rietwijk 18-4-1777 (gaarder ƒ 15, attestatie verleend om te Ouderkerk te trouwen 4-5-1777) Pietertje Janse Stip, beg. Rietwijk (jan?) 1805 (gaarder ƒ 3,--, aangever Pieter Blok), j.d. wonend onder Ouderkerk (1777).
          Uit hem:
        • aaa. NN Jans Blok, beg. Rietwijk 8-6-1786 (gaarder ƒ 15,--, aangever de vader Jan Blok).
        • bbb. Neeltje Blok, beg. Rietwijk 5-7-1786 (gaarder ƒ 15,--, aangever de vader Jan Blok).
        • ccc. NN Jans Blok, beg. Rietwijk 24-6-1790 (gaarder ƒ 3,--, aangever de vader Jan Blok).
        • ddd. Jannetje Blok, beg. Rietwijkeroort 23-1-1792 (gaarder ƒ 6,--, aangever de vader Jan Blok).
        • ddd. Cornelis Blok, beg. Rietwijkeroort 5-4-1798 (gaarder ƒ 3,--, aangever de vader Jan Blok).
      • ii. Cornelis Blok, beg. Rietwijk 13-7-1772 (aangever Jan Blok van het "lijk van zijn broeder Cornelis Blok alhier overleden, gehoort onder de classe van ƒ 15,-- dog om dat dezelve ongehuwt is overleden betaalt dubbelt regt dus ƒ 30,--).
    • 3. NN Pieters Block, beg. Rietwijk 21-7-1700 (gaarder ƒ 3,--, aangever de vader Pieter Korn. Block).
    • 4. NN Pieters Block, beg. Rietwijk 31-8-1704 (gaarder ƒ 3,--, aangever de vader Pieter Cornelisz Block).
    • 5. NN Pieters Block, beg. Rietwijk 4-8-1706 (gaarder ƒ 3,--, aangever de vader Pieter Cornelisz Block).
  • b. Jan Cornelisz Block, geb. vóór ca. 1685, ovl. na 1706, aangever (1719, 1721), tr. vóór 1706 NN.
      Uit dit huwelijk:
    • 1. NN Jans Block, beg. Rietwijk 4-4-1706 (gaarder ƒ 3,--, aangever de vader Jan Cornelisz Block).

Jan (Block?), geb. vóór ca. 1650.
    Uit hem (o.a.?):
  • a. Jan Jansz Block, geb. vóór ca. 1675, ovl. na 1719, j.m. wonend te Rietwijk (1700), treedt op als aangever (1719), otr. Rietwijk 9-4-1700 (gaarder ƒ 2,--) Marritie Tamis, j.d. wonend op Rietwijckeroort (1700).
      Uit dit huwelijk verm.:
    • 1. Aaltjen Jans Block, geb. vóór ca. 1710, j.d. uijt Buijtenvelderd onder de gereghte van N. Amstel otr. Rietwijk 23-2-1730 (gaarder ƒ 6,--) Jan Cornelissen Manck, j.m. van Rietwijckeroordt, verm. zn. van Cornelis Gerritse Manck en Marritje Schoolenaer.

1604. AMBROSIUS DE WARM, ged. Amsterdam Westerk. 22-10-1656 (get. Marrijken Snewaters), ovl. na 1737 (beg. niet gevonden te Amsterdam), woont in de Elandsstraat (1682), poorter van Amsterdam 13-4-1683 als greinwerker, (zijde)grijnwerker (1683..1730), doopget. (1717..1728), otr. Amsterdam 29-8-1682 (get. Johannes de Warm, sijn vader en Jannetje Beku, "vader ziek")

1605. SUSANNA (SANNEKE) CLAES (BEKU(E)), ged. Amsterdam Oude K. 17-2-1661 (get. Jasper de Keijsers en Trijntje Juriaans), beg. Amsterdam Karthuizerkh. 26-12-1737 (een baar, laat 4 kinderen na), woonde Oude Lojersstraat (1682, 1737), doopget. (1716..1730).

1606. STEVEN LEENDERSZ (STRUIJS), ged. Amsterdam Noorderk. 6-7-1659 (get. Issack Stevens, Greijtien Jurrijans en Marike Meijssels), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 29-4-1708 (een baar, laat 3 kinderen na), kleermaker in de Mouthaansteegh (1682), poorter van Amsterdam 26-3-1682 als korendrager (zijn schoonvader Adriaen Bastiaans is factoor), woont Vinkestraat hoek Mouthaansteeg (1708), doopget. (1708), otr. Amsterdam 27-2-1682 (get. Trijntje Jans, sijn moeder en Geesje Barents, haar moeder)

1607. AERTJE (AALTJE) ADRIAENS, ged. Amsterdam Noorderk. 12-10-1653 (get. Greijtgen Tijsse), beg. Amsterdam Karthuizerkh. 5-10-1728 (wed. van Steven Struijs, een baar), woonde in de Vinkedwarsstraat (1682), op de Princegragt tussen de Tuin- en de Egelantiersstraat (1728), doopget. (1708..1717).

1608. NN (LINDEMAN?), ovl. vóór 1687.

1610. TOP LAMBERTS(EN), geb. ca. 1620?, beg. Elburg 10-6-1675 ("in de trans int kruiswerck den 10en Juny 1675, is voer kercken gerechticheit 4 - 4 - 0"), heeft als Top Lamberts zijn wasgelt betaald (1640), is gildemeester (1647-1648, 1658-1659), en gildebroeder (1670, 1672) van het schoenmakersgilde te Elburg, [124] belender in het Goor (1655), belender bij de Goorpoort (1657, 1667), momber over het onmondige kind van Albert Tops (1667), vermeld als diaken te Elburg (1661), [125] woont in het westerkwartier van Elburg, betaalt schoorsteengeld voor 3 vuursteden (6-7-1677 "van Grietjen Harmens betaelt op de naam van Top Lambertsen" f 1-10-0, 27-4-1677 van de wed. van Topp Lambertsen "modo (= heden) Aelt Top" f 6-0-0, 1678[126], tr. 2o Elburg 11-1-1674 (met attestatie op Hattem) GEERTRUIT GERRITSEN, ovl. na 1677, j.d. van Hattem. tr. 1o ca. 1642?

1611. GEERTIE LAMBERTS (COOPS), beg. Elburg 29-4-1670 (als Geertjen Coops huisvrouwe van Top Lambersen is bergaven in de trans, bedraeght voor de kercke 4 - 4 - 0 , borge Lubbert Geldorp).

Op 17-7-1675 verkopen Dibbolt Meyer en Weima de Vos, echtelieden, aan Aalt Lambertsen Top een hof voor de Goorpoort tussen Beert Albertsen Penninck en Celeman van Ommeren. Zij stellen tot waarborg Gerrit Vos. [127]
Op 18-9-1675 verkopen Henrick Gerritsen en Stijne Aerts, echtelieden aan Aalt Top het 6e deel van de kleine "Feussenhoop" waarvan koper en zijn zoon de andere 5/6 bezitten. actum den 18 sept coram Erkelens en Henricides (1675) [128]
Op 24-8-1677 Henrik Jansen van Sittardt als momber over de kinderen van Barthold Evertsen met namen Cornelia en Thiman en Henrik Jansen Dronkelaar als momber van het nagelaten kind van Aelt Top, genaamd Henrik Top ten aanzien van des kinds gerechtigheid van te mogen trekken uit een van de 3 voedergrondsen verkopen dit aan Meintjen Jans enz. [129]
NB Indien het hier bovenstaande Aelt Top (kw. nr. 1610) betreft dan zou uit deze akte blijken dar er in 1667 een minderjarige nagelaten zoon Henrik Top is.

1612. JACOB JANS POTSER, geb. vóór ca. 1635, beg. Amsterdam 4-7-1673 (int Swarte Bijlsteegie), woont te Dingsterveen (1660), Amsterdam (1673), tr. 1o voor 1657 JENTJEN JACOBS, ovl. 1657-1660, tr. 2o IJhorst/De Wijk 12-2/18-3-1660

1613. JANTJEN REIJNTS, ovl. na 1695, woont te De Wijck (1660).

Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten aangegeven dat Geesien de Marre, Trijntien Potser, Jantien Potser, alle drie tot Amsterdam, Jacob Potser, Jacob van den Bergh tot Zwolle, Jan Roelofs aan de Swartesluis, en Trijne Roelofs tot Hasselingen, van Hendrik Arents Potser hadden geërft iedere veertigh Car. gld. e nheeft daarvan den impost of twintigste pennink betaalt met 14 Car. gld. [139]

Op 31-5-1723 heeft Jan Alberts Scholten tot Meppel aangegeven dat hij selfs, Peter Wolthorst, Jan Alberts Poster, Jan Jans Potser en Gretien Jacobs als voor 6/13 parten erfgenamen tot Henderik Arents te samen hadden geërft 240 Car. gld. en heeft daarvan de 40e penninck betaalt met 6 Car. gld. Zijnde de 7/13 andere dertiende parten hier boven f:19 nr.7 sub capite van de buitenl(andse) erfenissen verrekent. [140]

1640. CLAES LAUWERSE VAN KEULEN/CEULEN, geb. vóór ca. 1620, ovl. na 1683, treedt op als getuige in akten (1667..1683), treedt op in een verkoopakte (1674), arbeider (1667..1681), wonend te Zierikzee (1671..1683).

Op 24-7-1673 wordt een akoord gesloten tussen Gritje Gillis, wed. van Bartel Laurisse van Keulen, en Claes van Keulen, arbeider, over de onmondige kinderen Lauris Bartelse 3 jaar, Elisabeth Bartels 1 jaar. Get. Jan Roelantse van der Braal, en Lowijs del Forterie, beiden te Zierikzee. [142]
Op 30-6-1683 legt Claes van Ceulen wonend te Zierikzee, een verklaring af op vezoek van Crijn Rommel te Zierikzee, betreffende Dingeman NN, knecht, en Jan Jorisse. Get. Adriaen Jacobse, Pieter Quackel. [143]

1644. BOUDEWIJN WOUTERSE, ovl. (kort?) voor 1716, schoolmeester en voorzanger van Rengerskerke en Zuidland (1663-1716),[145] schepen aldaar (1663..1705), secretaris van Rengerskerke en Zuidland was in de periode (1679)-1716.[146]

Op 15-1-1687 verkoopt Stoffel Cornelisz Peute aan Secretaris Boudewijn Wouterse een huis met gevolgen onder Rengerskerke/Zuidland [147]
Op 27-2-1698 compareerden Boudewijn Wouterse en Cornelis Geeritse, beiden als grootvader van de 2 wezen van Johannes Boudewijns en Gerrije Corn., beide zal(iger). [148]

Op 27-2-1698 wordt de boedelrekening opgemaakt door Boudewijn Wouterse, als grootvader en voogd van de wezen, nagelaten door ,Johannes Boudewijnse en Geertie Cornelisse, beiden zaliger. Het batig saldo bedraagt £ 24.11.9. [149]
Akte van schuldbekentenis d.d. 10-4-1700. Personen: Cornelis Govertse, comparant, te Rengerskerke, Matthijs Keijser, Boudewijn Wouterse, comparant, secretaris, Willem Boudewijnse, comparant. Hat betreft geleend geld 16 pond 13 schelling en 4 groote. Boudewijn Wouterse en Willem Boudewijnse stellen zich borg voor terugbetaling van het geleende geld. Get. Hendrick Baleman, Dingeman Decker. [150]
Op 18-10-1703 compareerden Boudewijn Wouterse, Secretaris van Rengerskerke en grootvader van alle vier weeskinderen, ten eenre, Jacob Cornelisz Gertse, ten tweede, en Bartel Cornelisz Gertse met Gert Cornelisz Gertse, tezamen ten derde zijde, betreffende: a. twee weeskinderen van Johannes Boudewijnse en Geertje Cornelisse Gertse, b. Cornelis Leendertse, geb. te Brijdorpe, zn. van Leendert Cornelisz Gertse en Madeleine Boudewijnse c. Lijsbeth Leendertse, geb. te Rengerskerke, mede-weeskind van Leendert Cornelisz Gertse. [151]
Op 18-2-1716 wordt te Kerkwerve boedelinventaris opgemaakt van Meester Boudewijn Wouterse, overleden ...., door Pieter Boudewijnse en Pieter Jorisse van de Waerde, gehuwd met Madeleene Boudewijnse. [152]

Op 17-3-1717 wordt te Kerkwerve door Jan Honingh boedelrekening opgemaakt van de overleden Secr. Boudewijn Wouterse. De kinderen zijn: 1. Pieter Boudewijnse, 2. Marinus Adriaanse en Janneken Boudewijnse. [153]

1646. JAN CORNELISZ SWAGER/ZWAGER, ovl. verm. 1719-1724, wordt in de periode 1708-1711 vele malen vermeld als voogd over nagelaten kinderen van Jan Leendertsz Kister en Neeltje Crijns,[159] landman (1684) en weesmeester te Rengerskerke (1711, 1713, 1720), met een eigen handmerk,[160] tr. vóór ca. 1690(¥)[161]

1647. NEELTJE HEERTJES.

COMMENTAAR(¥) Een mogelijk huwelijk zou kunnen zijn Jan Cornelisse, otr./tr. geref. Zierikzee dec. 1685 Neeltje Machiels.
of Jan Cornelisse, tr. geref. Zierikzee 9-9-1694 Neeltje Machiels.

Op 29-4-1684 wordt een verklaring afgelegd door Jan Cornelisse Swager, landman wonend te Rengerskerke, en Marinis Boot, landman wonend te Rengerskerke, ten behoeve van Lieven Rijmberg, wonend Moriaanshoofd, wed. van Dominee Kerckhoven. Het betreft een huis aan de Karnemelksvaart te Zierikzee. Get. Abram Janse te Renesse, Daniel van Hulle te Haamstede. [162]
Op 13-2-1719 testeren Jan Cornelisz Swager en Neeltje Heertjes. Tot voogden worden benoemd hun zoons Cornelis Jansz Zwager en Jochum Jansz Zwager. [163]

1652. ADRIAAN (AERNOUT, AART) BOUDEWIJNSE VAN DEN ENDE(¥), geb. vóór ca. 1670, parentatie niet bewezen, treedt op als getuige in akten (1676, 1678), woont te Oosterland (1678(.

COMMENTAAR(¥) Hij is zeer waarschijnlijk identiek met een of meerdere van de volgende drie personen:
- Adriaan van den Ende, geb. vóór ca. 1655, j.m., varendeman van Antwerpen, wonend te Zierikzee (1679), otr. Zierikzee geref. 23-4-1679 Adriaantje Cornelis, wed. van Nieuwerkerk (Duiveland), wonend te Zierikzee (1769).
of
- Adriaan Boudewijnse van den Ende, geb. vóór ca. 1655, j.m. van Zierikzee (1680), otr. Zierikzee geref. 22-12-1680 Jobje Jacobs, j.d. van Zierikzee (1680). Een Jobje Jacobs ovl. Zierikzee 1719.[173] Dezelfde?
of
- Adriaan Boudewijnsze van den Ende, geb. vóór ca. 1660 j.m. van Zierikzee (1684), otr. Zierikzee geref. 12-11-1684 Gelyntje Pieters, van Haamstede, won. te Zierikzee (1684).

1656. JACOB DE BLEIKER, geb. vóór ca. 1650, parentatie niet bewezen doopsgez. leraar te Sommelsdijk (1693).[176].

1696. JACOB JANSZ STUER(¥), beg. Laren impost 9-11-1714.

COMMENTAAR(¥) Is hij verwant aan Willem Gijsbertse St(e)ur, betaalt ƒ 2,10 verponding (1733) als eigenaar van een huis te Bussum, waarvan het voorste deel is verhuurd voor ƒ 16,--, en het achterste deel in gebruik bij verscheidene partijen, in totaal getaxeerd op ƒ 30,--, tr. Naarden 3-5-1709[180] Weegje Willemsen, geb./ged. RK Bussum/Naarden 14-9-1684,[181]? waaruit Aaltje Willemse Steur, geb./ged. RK Bussum/Naarden 4-11-1723.

1716. CLAAS TATEN, geb. vóór ca. 1620??, ovl. na 1678?, tr. NN.


Fragment Cornelisz

Onderstaande gegevens volgens Genealogie Cornelisz [183] aangevuld met gegevens van personen met de naam of patroniem Tatick te Weesp. Het verband hiervan met bovengenoemde Claas Taten kw. nr. 1716 is nog onduidelijk.
Gijsbert Martensz, geb. 1590, ovl. 1646.
    Uit hem :
  • a. Marten Gijsbertsz, geb. 1615, ovl. 1678, tr. Haesgie Gerritsdr, geb. 1615, ovl. 1668.
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Tatick Martensz, geb. 1641, ovl. 1721, tr. vóór 1670 Merritje Jans, geb. 1644, ovl. 1698.
        Uit dit huwelijk:
      • aa. Haasie Taticks (Tedeus, Thadeus, Tedewes), geb. 1670, beg. Weesp 5-7-1729 (impost), tr. Weesp 2-5-1699 Jacob Aertsz Verlaan, beg. Weesp 20-3-1725.
        Wie is Haasje Roelofs Taticks, beg. Weesp 8-12-1757,
        en Haasie Taticks
        , otr./tr. Weesp 20-4/10/12-5-1697 Roeloff Gerritse (van der Horst), beg. Weesp 15-4-1724.
      • bb. Neeltje Taticksdr, geb. 1672, ovl. 1729, tr. Jan Barentsz.
      • cc. Jan Taticks (Taticse), geb. 1674, beg. Weesp 25-8-1740 (impost), turf en korendrgaer te Weesp, tr. Weesp 3-1-1699 Lea (Martens) Veerman, geb. vóór ca. 1675, beg. Weesp 28-2-1715, verm. dr. van Marten Hendrickxsz Veerman en Maritje Gijsberts Listingh (huw. 1673).
          Uit dit huwelijk:
        • aaa. een kind, beg. Weesp 3-6-1699.
      • dd. Marten Taticks (Taticken), geb. 1678, beg. Weesp 20-4-1748 (impost), woont op de boerenhofstede "De Hollandsche Kade" aan het Gein, betaalt ƒ 2,--,-- verponding voor een huijsje met getaxeerde huurwaarde ƒ 24,-- aan de Oostzijde van het Geijn te Weesperkarspel (1733), tr. 1o voor 1711 NN, ovl. 1717-1720, otr./tr. 2o Weesp 10/24-7-1720 Gijsbertje Dirksdr (Schouten), geb. 1680, beg. Weesp 19-10-1723, verm. dr. van Dirck Elberse Schouten en Geertje Franse (huw. 1698), wed. van Hendrick Jansz Rooyen (huw 1718), otr./tr. 3o Weesp 6/23-1-1724 Trijntje (Tijmentje) Martens Bl(e)ij, geb. 1691, beg. Weesp 27-4-1752 (impost). Marten Taticks verklaarde dat zijn vrouw Gijsbertje Dirksdr geen andere goederen in het Collateraal heeft nagelaten, 4-12-1723[184]. (¥) Gijsbertje Dirksdr Schouten erft in 1720 van Hendrick Jansz Rooyen "een vrije opstal van huis, schuur en schuitenhuis, mitsgaars de veerschuit van 't Geyn op Amsterdam" (waar later de herberg De Vink aan het Gein staat). Marten Taticksz erft dit vervolgens van Gijsbertje Dirksdr Schouten in 1723, waarna zijn derde vrouw Tijmentje Martens Bl(e)ij dit van hem erft in 1748. Haar zoon Cornelis Martensz erft in 1752 als enig kind de roerende en onroerende goederen ter grootte van 8 roeden en 84 ellen van zijn moeder Tijmentje Martens Bl(e)ij.
        zie ook Reg. Coll. Successie 4-12-1723,M31D, ZOEK OP!
          Uit zijn eerste huwelijk (Taticks-NN) :
        • aaa. Marritje Martensdr, geb. 1711.
        • bbb. Tatick Martensz, geb. 1712.
        • ccc. Albert martensz, geb. 1714, ovl. 1718.
        • ddd. Dirk Martensz, geb. 1717, ovl. 1718.
          Uit zijn tweede huwelijk (Taticks-Schouten) : geen kinderen.
          Uit zijn derde huwelijk (Taticks-Bleij) :
        • eee. Meijntje (Trijntje) Martensdr, geb. 1728, beg. Weesp 28-12-1728 (impost).
        • fff. Cornelis Martensz, geb. 1729, ovl. 1803, woont op de boerenhofstede "De Hollandsche Kade" aan het Gein, tr. 3-11-1765 Nies Joosten van Nigtevegt, geb. 1737, ovl. 1805. Hieruit verder nageslacht bekend onder de naam Cornelisz.
          Wapen Cornelisz : in blauw een zilveren vos op grond. Helmteken : de vos omgewend. Dekkleden : zilver en blauw.[185]
      • ee. Cornelis Taticks (Tatix), geb. 1681, beg. Weesp 28-2-1736 (impost), benoemd tot turfdrager te Weesp 12-8-1724 [186] tr. Weesp 6-11-1710 Neeltje Christiaans (Robijn), geb. 1684, beg. Weesp 1-10-1737 (als zijn wed., impost).
          Uit dit huwelijk verm. geboren :
        • aaa. Tatick Cornelisz, geb. vóór ca. 1715, otr./tr. Weesp 19-10/3-11-1737 Arrejaantje Jans (Bout), mogelijk. dr. van Jan Cornelis Bout en Emmetje Jacobs (huw. 1675).
        • bbb. Claes Taticksz, geb. 1683.
    • 2. Cornelis Martensz, geb. 1643.
    • 3. Hilligie Martensdr, geb. 1645.
    • 4. Cornelis Martensz, geb. 1647.

1720. JAN (BOS?).

Op 26-3-1706 is Jan Cossen medeondertekenaar, als geerfde en inwoner van Baambrugge, van een verzoek aan de Staten van Utrecht tot het instellen van een nachtwacht [187]. Is hij Jan Bos? In Weesp wordt rond die tijd vermeld Jan Jochemsz Bos [188], commissaris van de schaal aldaar [189]. Is hij Jan Bos?

1736. AART PIETERSE SETHOVEN[192], geb. vóór ca. 1635.

1738. ARIJEN PIETERSZ VAN HIJSELENDOORN, geb. vóór ca. 1630, tr. vóór ca. 1655

1739. LIJSBET (ELISABETH) ABRAHAMSDR VAN WIERINGEN, geb. vóór ca. 1635. Zij (of hun kinderen) wonen in 1699 te Boskoop.

Kohier van de 100e penning van Rijnland : 1699. De weduwe van Abraham Isaacksz van Wieringen overleden. Erven Isak Abrahamsz van Wieringen, Jan Arentsz van Es nom(ine) ux(oris), Gangert Jansz 't Hoen, weduwnaar van Sara Abrahams van Wieringen, Geertje Abrahams, weduwe van Dirck Jansz van Griecken, beiden op de Oude Wateringh en de kinderen van Ary Pietersz van Hijselendoorn x Elisabeth Abrahams te Boskoop.

1744. JAN (VAN STRATEN), geb. vóór ca. 1640.

1752. CORNELIS JANSZ WITTEBOL, geb. vóór 1622 (vóór ca. 1617), ovl. 1670-1672, belender aan de Binnenweg 1654..1664 (in 1672, 1675 de weduwe van Cornelis Jansz Wittebol), de Bovenweg (1667), te Hazerswoude, is mogelijk in 1669/1670 al ziek of afwezig want laat zich in akten van die jaren door zijn broer vervangen, doopget. (1680), tr. 1626-ca. 1645

1753. JANNETGE JANS, geb. vóór ca. 1595, ovl. na 1675, belendster te Hazerswoude als de weduwe van Commer Jansz(1628, 1629), en als de weduwe van Cornelis Jansz Wittebol (1672, 1675), tr. 1o vóór ca. 1615 COMMER JANSZ, beg. Hazerwoude 17-4-1626 (diaconieontvangsten), belender aan de Buitenweg (1618, 1622), in de Bent (1622) te Hazerswoude.

COMMENTAAR(¥) Het huwelijk van Cornelis Jansz Wittebol en Jannetge Jans valt niet te vinden. Wel is in de relevante periode bekend:
Cornelis Janss (Wittebol), j.g. van Haserswoude, otr. Hazerswoude geref. 28-11-1638 (met attestatie) Machteltgen Thomas, j.d. van Haserswoude.
Cornelis Janss laat te Hazerswoude geref. dopen 31-10-1638 Jan (geen moedersnaam genoemd, get. Jacob Janss, Jan Janss, Aefje Jansdr)
Cornelis Janss, wednr. van Hasertswoude, otr./tr. Hazerswoude geref. 3-9/1-10-1628 Annetgen Jansdr, wede. van Wensveen, won. tot Haserswoude.
Cornelis Janss & Janneke Jansdr (dezelfden als hierboven?) laten te Hazerswoude geref. dopen 2-9-1629 Trintgen (get. Crinke Jans, Wouter Huijgen).

Op 29-11-1611 verkoopt Leendert Cornelisz aan Commer Jansz een huis en erf met 2½ morgen land of water, gelegen binnenweg, belast met 6 gulden per jaar rente, verder belend volgens de oude brief welke overhandigd wordt. Leendert zal de oude custing, welke hij nog schuldig is wegens de koop, aan Jan Eeuwoutsz aflossen. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 29-11-1611. Volgt schuldbrief van 300 gulden met hypotheek op het gekochte. [194]
Op 28-3-1616 verkoopt Gerrit Claesz aan Commer Jansz 5½ hond slagturfland of water gelegen buitenweg, belend en belast zoals verkoper het had verkregen bij brief van 11-12-1604 van Floris Cornelisz, welke brief wordt overhandigd. Voldaan met een obligatie van 20 gulden en 60 ton turf. [195]
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
te Hazerswoude : Commer Jansz ende Jannetgen Jansdr, "onvermogent", met Jan, Gijs, Ariaentgen ende Aeltgen heure kinderen - 6 hoofden.
Op 22-8-1660 maken Corns Janss Wittebol en Jannetge Jans, echtelieden, zij wonend op de Achterweg in Hazerswoude en eerder wed. van Commer Janss, een codicil. [196]

1754. CORS THIJSZ HOUWELING, geb. Hazerswoude voor 1622, ovl. na 1676, vermeld als Cors Thijss in de transportregisters van Hazerswoude (1649, 1676), woont in Zoeterwoude en Benthuizen, betaalt als veenman te Benthuizen ƒ 1/2 familiegeld Rijnland (1674), tr. Hazerswoude geref. 24-3-1647[220]

1755. MAERTJE GOVERTS VAN HIJZELENDOORN, geb. ca. 1620, ovl. Zoeterwoude voor 20-1-1695.

1756. MAERTEN (VAN ZUIJLEN), geb. vóór ca. 1640.

1760. WILLEM CORNELIS (SCHANSHEER/SCHANSMAN), ovl. na 1649, j.m. van Ridderkerk (1613), tr. Ridderkerk 20-10-1613[227]

1761. SYERGEN (ZIJTGEN, SIJGJE) DIRKS, geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1649, j.d. van Ridderkerk (1613).

VUL AAN Schansman, Prom. 14, p243
Op 15-11-1649 compareren Cornelis Dirks van der Goude, Willem Cornelisse Schansman als man van Sytgen Dirksdr, Jan Henricxz als man van Pietertje Dircksdr, kinderen en erfgenamen van 's vaders zijde, voor de helft, ende Henrick Egberts voor sijn selven mitsgaders hem sterck maeckende voor Govert Bastiaens ende voor Jacob Willems Moockhoek als man van Jorisje Cornelisdr ende noch als oom ende bloetvoocht, hier mede present, neffens Jan Aryens Punct, mede oom ende bloetvoocht van de nagelaten weeskinderen van sa. Lenert Aryens Punct en Lyntgen Egbertsdr sa., ende noch transport hebbende (soo hij seyde) van Bastiaen Cornelisse, all tesamen mede kinderen ende erfgenamen van 's moeders syde elc voor een gerecht sesde part, in de wederhelft van de nagelaten boedel van sa. Dirck Pieters van der Goude ende Neeltje Cornelisdr sa. hare vader ende moeder, schoonvader ende schoonmoeder respectieve. Zij verkoopen ende transporteeren aan Cornelis Henricxs als man van Grietje Gornelisdr, eertijds weduwe van Gijsbert Daniels die mede een dochter is van de voors. Neeltje Cornelisdr sa. ende oversulcks mede-erfgenaam in de wederhelft voor een gelijck sesde part, een huysinghe, erve ende boomgaert aan den buytenkant van den droosgewaerd onder dese jurisdictie. [228]

1768. PLEUN LENAERTS (LEENDERTS) GELDER, geb. 1607/08, ovl. 1667-1671, j.g. van den Oostendam (1629), woont te Ridderkerk (1659, 1661) testeert met zijn vrouw Dordrecht,[251] tr. Hendrik Ido Ambacht 13-5-1629[252] [253]

1769. GRIETJE PIETERS, ovl. na 1676 j.d. wonend aan den Droogendijck (1629).

Op 25-8-1659 verklaren Wouter Jacobsz 't Hoen, woonachtig op de Oostendam te Hendrik Ido Ambacht, 48 jaar, Pleun Leendertsz Gelder, 51 jaar, Cornelis Pleunen, 30 jaar, en Pieter Pleunen, 28 jaar, op verzoek van Neeltgen Ariens, weduwe van Jan Cornelisz van Papendrecht, woonachtig ongeveer bij de Oostendam te Ridderkerk, dat zij bij het ziekbed zijn geroepen van Jan Cornelisz die hen meedeelde dat het zijn wens was dat zijn echtgenote na zijn dood hun gehele boedel zou behouden. [254]
Op 7-4-1661 maken Pleun Leenderts Gelder en Grietje Pietersdr, zijn huisvrouw wonend te Ridderkerk een testament voor de langstlevende en benoemen elkaar over en weer tot erfgenaam.[255] [256]
Op 16-4-1667 compareren de eerzame Pleun Leenderts Gelder, Willem Leenderts Gelder en Arij Leenderts Gelder, allen kinderen en erfgenamen van Leendert Gelder ende Neeltie Willems haar comparanten vader en moeder beiden zaliger in haar leven gewoond hebbende aan de Molendijk onder Ridderkerk. Zij verdelen in vriendschap de boedel. Pleun Leenderts Gelder valt ten deel een boomgaard gelegen boven veertien voeten van de voors. dijk waar aan belent is ten oosten Berber Teunis, en nog de helft van zeven ackeren griend staande op zelve twaalf roeden medegelegen aldaar waarvan de wederhelft is toekomede Pleun Willems. De voorn. Willem Leenderts Gelder is ten dele gevallen een huis en boomgaard waar van de diverse tuijnen bij de voorn. Pleun Leenderts en Willem Leenderts tot laatste is nemende den dijck, mitsgaders 't uitpad ieder voor zijn werf ende griend en boomgaard gelijk daaraan van ouds is geweest, als mede schouw daarop te verwachten en te voldoen. De voorn. Arij Leenderts Gelder is ten dele gevallen een som van 130 car. gld, en is gelijk betaald uit handen van voorn Pleun Gelder, zijn broer, en beloven elkaar over en weer het volle effect ervan te zullen laten genieten. Pleun Leenderts Gelder en Arij Leenderts Gelder, ondertekenen met een handmerk, Willem Leenderts Gelder met een kruisje. [257] [258]
Op 27-2-1671 verkoopt Grietje Pietersdr, wed. van wijlen Pleun Leenderts Gelder wonend onder Ridderkerk, aan haar zoon Jan Pleunen Gelder "een hoog aertschuijt met zeijl ende verder aancleven van dien zoo de zelve rijld en zeijlt" voor de som van 40 car. gld alle 't welke voors. is en contant heeft betaald. [259]

1770. MICHIEL JACOBS(EN) SNOUCK (SNOECK), geb. (Sleeuwijk?) ca. 1630, ovl. vóór 2-11-1680 [270], otr. 2o Sleeuwijk 11-3-1668[271] [272] MAIJKEN CORNELISDR, geb. Almkerk, ovl. na 1684. Zij hertr. Sleeuwijk 2-11-1680 Claas Pieters Romeijn en 19-11-1684 Cornelis Bastiaans. Hij tr. 1o voor 1652[273] [274] [275]

1771. HENDRIKSJE MELISDR VERSCHOOR, geb. (Sleeuwijk?) ca. 1625, ovl. na 25-7-1666[276] , voor 11-3-1668 [277] .

Wapen Verschoor: Gedeeld: I. in goud een uitgerukte boom vergezeld boven van twee eikels van natuurlijke kleur, II. doorsneden: a. in zilver een pauselijke tiara van goud, gaande over twee schuingekruiste gouden sleutels, b. in goud een rode dwarsbalk vergezeld van 21 koeken van hetzelfde, waarvan in het schildhoofd 6 en 5 en in de schildvoet 4,3,2,1. Helmteken: de boom uit het schild. Dekkleden: goud en groen.

1774. HENDRIK PIETERS, tr. Puttershoek 16-1-1647 (hij met attestatie van Rotterdam, zij met attestatie van Barendrecht),[300]

1775. HARMTJE (ERMTJE) GERRITS VAN WASSENBERGH.

1788. JAN KLOOSIER (KLOOSTER?), parentatie niet bewezen, vermeld in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) in de klasse arbeiders en onvermogenden, met 3½ personen in het ambacht Rijnsaterwoude.

1790. ABRAHAM JANSZ (DE LANGE)(¥), vermeld als Abraham Jansz arbeider te Oude Wetering in de Legger op het gemaal in het lager kwartier van Rijnland (ca. 1680) met 2 personen in de klasse kleine getaxeerden,[305] tr. vóór 1659

1791. INGETJE CORNELISDR.

COMMENTAAR(¥) Er is mogelijk verwantschap met Kors Jacobsz de Lange, j.m. van Rijnsaterwoude , otr/tr Purmerend/Rijnsaterwoude 21-9-1675/13-10-1675 Dieuwertge Jans, j.d. van Purmerend.
en Cors Rieuwersz de Lange, j.m. van Rijnsaterwoude en Grietge Claas van Kraneveld, j.d. van Oudewater, otr. Oudewater 7-7-1674.

1808. WILLEM BREUNISSEN (VAN) KRAAJENKAMP, geb. Barneveld ca. 1632, ovl. 1684-1701, aanvankelijk landbouwer te Barneveld, later pachter van de hoeve Over Seldert onder Hoogland [307], geref. lidmaat te Amersfoort 30-9-1660 op belijdenis, woont dan in de Coninckstraat [308], burger van Amersfoort 30-4-1660, afkomstig uit Barneveld, betaalt ƒ 12,10,-- Familiegeld (1675) als Willem Bruijnissen, verbouwt tabak op Overzeldert te Hoogland, met vrouw en twee kinderen (oud 3 en 1 jaar) heeft een voorzoontje genaamd Gerrit Willemsen (oud 13 jaar) van moeder bestorven, wiens goederen door de vader in lijftocht worden bezeten,[309] otr. 2o Amersfoort 25-8-1671 (als wednr. van Aeltjen Willems) GEERTJE JOOSTEN, ovl. na 1702, j.d. van Barneveld, wonend te Hoogland, otr./tr. 1o Amersfoort 17-3/3-4-1660, als j.m. van Barneveld, met betoon van Barneveld, alwaar de geboden gaan

1809. AELTJEN WILLEMS, beg. Amersfoort St. Jorisk. 7-9-1668 (als h.v. van Willem Breunissen "in de Noortkerck met een platte kist", impost ƒ 10,--), j.d. van en wonend te Barneveld.

De landman.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 6-9-1684 krijgen Willem Breunisz Crayencamp en Geertie Joosten octrooi om te testeren.[310]
Op 4-9-1684 maken Willem Breunissen Crayencamp, "sieck te bedde leggende" en Geertje Joosten, "gesont", echtelieden en burgers van Amersfoort, wonende op Overseldert onder het gerecht Hogelandt een mutueel testament. Zij geven elkaar vruchtgebruik en lijftocht van de wederzijdse goederen, en willen dat hun goederen onverdeeld blijven totdat het jongste kind mondig of getrouwd zal zijn. Willem Breunissen Crayencamp prelegateert aan zijn nakinderen ƒ 600,-- voor moeders goed, hetgeen minder is omdat "hij comparant door de franse tijd groote schade heeft gehad". Dit alles onder uitsluiting van de weeskamer. De akte is gedaan op Overseldert onder getuigenis van (Daniel?) Wouters wonend op de Wetering, Wouter Barts en Jacob Gerrits, beide wonend op Overseldert. Was getekend door Willem Breunissen Crayencamp en van kruisjes voorzien door Geertje Joosten en de getuigen. [311]
Op 18-10-1702 compareren Geertje Joosten, wed. en "boedelharster en lijftogterse" van Willem Breunisz Craeyencamp, Breunis Willems Craeyecamp gehuwd met Leentje Jans, "waer bij hij blijckende geboorte heeft", Gerrit Heijmensen Edelman gehuwd met Elbertje Willems Craeyecamp, Joost Willems Craeyecamp gehuwd met Maria de Hoogh, "waer voor hij sich bij desen sterck maekt", Hendrick Willems Craeyecamp gehuwd met Martijntje Huijberts, Arien Reijerts gehuwd met Aeltge Willems Craeycamp, en Hendrick van Couchine gehuwd met Hendrina Willems Craeyecamp. Zij machtigen Hendrick Lodewijcks van Steijnfort, gerechtsbode van 't Hogeland, om in hun naam voor schout en schepen aldaar te "cederen, transporteren ende over te geven ten behoeve van Meerten Hendricksz ende Neeltge Gerrits seeckere omtrent se(..) (gameten?) lands gelegen op Nederseldert onder de geregte van 't Hogeland", belend ter ene zijde "den (erve?) A..hoeve?, genaempt De Hof tot Amersfoort", ter andere zijde de (hoeve?) .. Gerrets van haer Ed. Mog. heren kapittel van St. Jan van Utrecht". Het land is vrij van lasten "uijgesondert de .. gelde schilt schellinge ende mergengelden, polder ende dijckgelden" en "servituijten soo van wegen sloten uijt ende overgangen" als vermeld in de koopcedulle. Het vorenstaande wordt "geinsereert met belofte van vrijdinge ende waringe als erfcooprecht ende costuijme van de landen. Zij bekennen "met eenen van de comparanten van de totale cooppennighen te zijn voldaen". De acte wordt gepasseerd "ten comptoire" van de notaris met als getuigen Wijnand van Leeuwen en Herman van Houten. De acte wordt met "+" gemerkt door Geertje Joosten, "x" door Arien Reijertsz, "+" door Aeltge Willems Crayecamp, "+" door Hendrina Willems, en getekend door verdere comparanten en getuigen. [312]

1810. HENDRIK JACOBSEN BERGHUIS, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1669-1691, tr. 2o 1664-1669 ANNETGEN HESSELS, ovl. na 1669, tr. 1o (huw. voorw. 12-7-)1658

1811. ELBERTJEN WIJN(N)EN, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1664-1669, vermeld 17-12-1658 als Elbertje Wijnen, wed. van Reyer van Esvelt, en haar tegenwoordige man Hendrik Jacobs, wier erfgenamen belenders zijn te Barneveld (1677), tr. 1o voor 1658 REYER VAN ESTVELT, ovl. vóór 1658, vermeld 4-3-1648.[328]


Elbertje Wijnen en Hendrik Jacobs Berchuis, vermeld 1664. [329]
In 1768 wordt Hendrik Berghuys vermeld als curator ofte administrateur van een seekere somma familiegelt heencomende van Elbertjen Wijnen (die zijn betovergrootmoeder is, zie Fragment Berghuijs ).[330]
Op 4-5-1669 wordt seekere gedeelte vant erff gent. Creijencamp en van Oldenbernevelt twelck Jan Tuenissen en Aeltijen Hendricks, door dode en offsterven van zal. Elbertijen Wijnnen is angeerfft neffens sodane erff en versterffenis als haer eluijden, van voors. zal. Elbertijen Wijnnen is angeerfft, beswaert met 250 gl. ten behoeve van Hendrick Jacopsen Berghuijs en Annetgen Hessels eluijden. Geregistreert den 16 nov. 1676.[331]
Op 5-6-1744 zijn Jan van Dompseler Heijmans x Maria van Coot, wegens opgenomen penningen, schuldig aan Cornelis Gerritsen en Jan Brouwer als naast bestaanden van Elbertje Wijnen en uijt dien hoofde wettige administrateurs, van een capitael groot ƒ 1100,-- soo gemelte Elbertjen Wijnen in conformite van haar huwelijkse voorwaarden met haar bruijdegom Hendrik Jacobsen in dato den 12 julij 1658 opgerigt heeft, gemaakt om bij twee van haar naaste vrinden te worden belegd en de renten te betalen aan haare behoeftige vrinden of armen van Barneveld. Als onderpand dient al hun aangedeelde en aangekogte goederen aan en op het erf en goed de Coot. Geroijeert den 7 julij 1774. [332]

1820. JAN CORNELISSEN (BOON), ovl. vóór 1691, woont in De Birk (1670), tr. Amersfoort RK 't Zand en Soest[335] 25-7-1670

1821. WEIJNGEN EVERS, ovl. na 1705, woont in De Birk (1670), voorheen in Celschuijr(¥) in de vrijheid van Amersfoort (1691), huw. get. (1705), otr./tr. 2o Amersfoort gerecht 4/8-12-1691 (als wed. van Jan Cornelissen Boon) WOUTER HENRICKSEN, meerderj. j.m. wonend te Isselt onder de vrijheid van Amersfoort (1691).

COMMENTAAR(¥) In het Familiegeld van Amersfoort 1675[336] komt voor een inschrijving van de huisman op T(?)alschuijr goet f6,5,--.

1822. DIRK HENDRICKS BONE(N)KAMP(¥), geb. Beusichem, ovl. 1692-1726, j.m. van Beusekom, woont te Amersfoort achter de Camp (1660), als Dirck Henricksz Bonencamp, afkomstig en geboortigh van Beusecom, burger van Amersfoort op 28-6-1675, otr./tr. Amersfoort gerecht 19-4/20-5-1660 (hij met attestatie van Beusekom en geast. met Geurt Petersen, zij met haar tante Geertjen Cornelis)

1823. CLAARTJEN REIJERS, ged. Amersfoort 29-1-1637, ovl. na 1692, woont te Amersfoort in de Kreupelstraat. De erfgenamen van Dirck Boonekamp zijn in 1726 belenders in de Utrechtsestraat.

COMMENTAAR(¥) Wie is Marritje, wed. Boonecamp, beg. Amersfoort 30-11-1720?
Hendrik Dirk Booncamp, geb. te Amersfoort, acte van benoeming tot soldaat 7-2-1705 in dienst van de VOC te Ceylon,[339] vaart op 16-10-1721 als korporaal afkomstig uit Amsterdam op het schip Noordbeek voor de kamer Amsterdam van de VOC naar Batavia maar overlijdt op 21-2-1722 nog voordat het schip op 27-4-1722 in Kaap de Goede Hoop aankomt (hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief).[340]

Op 31-12-1692 verkopen Dirck Henrickse Bonecamp en zijn vrouw Claertje Reijers, Beernt Lasserij en zijn vrouw Mechteld Reijers, Ceel Jansen en Jannitgen Reijers, insgelijks echtelieden, alle wonende binnen deze stad, mitsgaders Jannitgen Willems, weduwe van Willem Reijersse te Amsterdam, aan Claes Claessen Mierus, voerman, zijn vrouw en hun erfgenamen, een camp land, daar van een morgen aan Cornelis van Liender verkocht is, genaamd de Geercamp soo groot en klein dezelfde gelegen is tegenover de behuizing genaamd het "Swarte Berghje", belend aan de oostzijde de Lieve Vrouwe Capelle, aan de zuidzijde het voorzeide morgen land, aan de westzijde het bos van Hooft, aan de noordzijde de heuvel van Vlooswijck's erfgenamen. [341]

1824. HENRICK OLOFSZ COCK, geb. vóór ca. 1645, ovl. 1698-1706, huw. get. (1691, 1698).

1826. JOHANNES JURRIAEN (GEORGIUS) SPONSIS, geb. Warendorp, ovl. na 1693, als Johannes Joriaen Sponsis, bombasijnwercker, afkomstig en geboortigh van Warendorp, burger van Amersfoort op 13-1-1661, tr. vóór ca 1665 (huwelijk niet gevonden op achternaam)

1827. GUILHELMA (WILLEMINA) (JANS) VAN (A) LIENDER, geb. vóór ca. 1645, ovl. na 1703, doopget. (1692..1703).

1828. PAULUS PIJPER, ovl. 1673-1675, woont te Amersfoort (1666), tr. 1o voor 1663 JANNETJE VAN DIJCK, ovl. 1663-1666, tr. 2o Amersfoort geref. 8-11-1666 (hij als haar wednr., get. haar moeder Woutertjen Cornelis)

1829. CORNELIA WULPHERTSZ, ovl. na 1689, j.d. van Scherpenzeel, wonend te Amersfoort (1666), betaalt nihil Familiegeld (1675) als wed. van Paulus Pijper in de Muurhuizen te Amersfoort,[365] mogelijk identiek met Cornelia Pijpers vermeld in 1688 in de lijst van geref. lidmaten te Amersfoort wonend in de Valkestraat, tr. 2o Amersfoort geref. 19-11/9-12-1675 (als wed. van Paulus Pijper) JAN (JOHANNES) LAMBERTSZ, j.m. van en wonend te Amersfoort.

1830. JACOB DIRCKSZ GEELDORP (VAN GIJSDORP), ovl. vóór 1694, tr. vóór ca. 1675

1831. CATH(A)RINA HENDRICKS BOSSEN (BOSCH), ovl. na 1699, doopget. (1695, 1697, 1699).

1832. JAN (JOANNIS) JACOBS (BOTTER), ovl. na 1688, beg. verm. Amersfoort 31-10-1716 (als Jan Botter), j.m. van Amersfoort (1664), betaalt nihil Familiegeld (1675) als Jan Potter, arm, op de Weverssingel te Amersfoort,[366] tr. 2o Amersfoort geref. 15-11/22-12-1678 (als wednr. van Jannitjen Jordes (sic!));(¥) DIRKJE GIJSBERTS PINS, j.d. wonend te Amersfoort, tr. 1o Amersfoort geref. 15-9-1664 (get. zijn vader Jacob Botter, voor haar Catrijntje Sijlbachs)

1833. BARTHA JORDENSSE (JORDAANS) VAN ECK, j.d. van Amersfoort, doopget. (1689, 1693).

COMMENTAAR(¥) Dat klopt dus niet als zijn eerste vrouw nog in 1693 als doopgetuige optreedt. Is dit dus een andere Jan Botter?

1834. PHILIP(PUS) FETTER (VERDER, VETTER)(¥), geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1696, kleermaker, afkomstig uit de Nederpals (1653), mr. kleermaker (1654), noemt zich na ca. 1680 PHILIP MOJAART, woont te Leiden (1653..1688), in de Ketelboetersteech (1653), op het Rapenburch (1654), op het Steenschuyr (1663, 1669), op de Corte Oude Vest (1680), in de Vegtersteeg (1681), doopget. (1656..1696), otr. 1o Leiden geref. 15-8-1653 (get. voor haar Marya Moyaerts, haar schoonzuster wonend op de Houck van de Clocksteech, voor hem Jan van Maerlant, zijn bekende wonend in de Berckelstraet) MARYA MOYAERT, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1654-1663, afkomstig van Leiden, wonend in de Berckelstraet (1653), dr. van Franchoys Moyaert (de Oude) en Martyne Rotsaerts (Rudsaers) (zie Fragment Genealogie Mooyaert ), tr. 2o Leiden geref. 22-8-1663 (met consent verleend 8-9-1663 om te Oestgeest te trouwen) (get. voor haar Marya Moyaerts haar bekende wonend op het Raepenburch) CORNELIA CORNELIS, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1663-1669, wed. van Joris Cornelisz van Dorp, boekverkoper (huw. 1657), afkomstig van Harderwijck (1657), wonend in de Nobelstraet (1657), op de Steenschuyr (1663), otr. 3o Leiden geref. 11-4-1669 (get. Cornelis Driehuysen, zijn neef(¥) wonend op het Rapenburgh, Anna Vroman haar bekende wonend op het Rapenburch), tr. Valckenburch MARIA (MAERTGE) VRO(O)MAN(S), ovl. Oegstgeest, beg. buiten Leiden (gereg. 24-7-1679), mogelijk identiek met Maritje Bartholomeus Vromans, doopget. (1659).

COMMENTAAR(¥) Cornelis Driehuysen, boekverkoper op het Rapenburgh (x Elysabeth Moijaert), is eigenlijk een aangetrouwd neefje (tantezegger) van Philips eerste vrouw Maria Moyaert


COMMENTAAR(¥) Er is lang gezocht naar kwartier nr. 1834, de vader van Anna Maria Mojaart die Philip zou moeten heten. Een Philip Mojaart komt vanaf 1680 voor te Leiden, maar uit de huwelijksjaren van zijn kinderen berekent men dat hij vóór ca. 1655 getrouwd zou moeten zijn. Een dergelijk huwelijk valt echter niet te vinden in Leiden. Wel vinden we Marya Moyaert, otr. Leiden geref. 15-8-1653 Philps Fetter (Verder). Het is vrijwel zeker dat deze Philps de gezochte is. In 1663 en 1669 hertrouwt hij, en lijkt zich sindsdien naar zijn eerste vrouw Mojaart te noemen. In het bovenstaande is Philps Fetter (Verder) als kwartier nr. 1834 aangemerkt.

Er zijn kinderen van Philips Fetter (Verder) zoals hieronder vermeld. Wie de moeder is blijft vooralsnog onzeker. Het feit dat die kinderen zich Mooyaert noemen (en niet Fetter) en later Philips zelf ook, is een aanwijzing dat Maria Moyaert hun moeder is. Het is echter geen bewijs en derhalve is Maria Moyaert vooralsnog niet als kwartier nr. 1835 opgevoerd. Haar afstamming en verwanten kunnen worden gevonden in de Fragment Genealogie Mooyaert.

Op 30-9-1654 compareren de eersame Philps Fedder, mr. cleermaker en de eerbare Maria Moijaerts, echteluijden, wonende te Leiden op het Rapenburch, neijde clouck ende gesont van lichame, gaende ender staende haer verstandt, redenen ende memorie wel machtich ende ten volle gebruijckende, welcke verclaerden van voornemens te wesen net van deser weerelt te scheijden sonder eerste ende alvoorens van haer tijtlijkcen goederen gedisponeert te hebben. Zij maken een mutueel testament en benoemen elkaar tot universeel erfgenaam. Er is een uitkering van 25 gulden te 40 grooten vlaems tstuck indien de langstlevende een tweede huwelijk sluit. Mocht bij het eerst overlijden van testateur diens vader Johannes Fedder nog in leven zijn dan krijgt deze in plaats van de ƒ 25,-- een legitieme portie. W.g. Fillip Vetter, Marije Moiaert. [368]
De kinderen van de heer Mojert op de Havik te Amersfoort betalen ƒ 25,--,-- Familiegeld (1675).[369]
Van de volgende personen is niet bewezen dat zij kinderen zijn van Philip Mojaart. Ze treden allen op als getuigen bij de dopen van kinderen van hun veronderstelde broer Maximiliaan. De beide volgende zusters Marytge en Sara Moyaart zijn vermoedelijk ook kinderen van Philip Mojaart. In elk geval treedt bij de huwelijken van beide zusters telkens Catarina Pieters, vrouw van Maximiliaen Moyaert als getuige op.

1840. THOMAS JACOBSZ ((VAN) LONDEN), ged. Amersfoort geref. 21-12-1638, ovl. moet zijn tussen 1670 en 1682, wellicht beg. Amersfoort (reg. beg. St. Pietersgashuis) 1-8-1681 (als Antoni Jacobs, engelsman), j.m. van en wonend te Amersfoort in de Teut (1659), otr./tr. Amersfoort geref. 18-8/16-9-1659 (get. zijn vader Jacob Evertsen, voor haar Weijmpjen Hendriks namens haar moeder)

1841. MARIA (MARIJ) TIELEMANS, ged. vóór ca. 1640, ovl. na 1696, j.d. van en wonend te Amersfoort op de Cingel bij het oude weeshuijs, huw. get. (1686, 1688).

1842. (JA)COBUS JANSEN (VAN WICHELRAAD), ged. vóór ca. 1640 (doop niet gevonden Amersfoort geref.), ovl. 1701-1720, j.m. van en wonend te Amersfoort (1662), hoedemaker (1697), mogelijk dezelfde als Jacob Jansen, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 14-4-1661, als j.m. "tot Cornelis de smitt" in de Slijckstraet, belender aan het huis van zijn broer Pouwels (Paulus) Jansen in de Kamperbinnenpoort (1681),[395] otr. Amersfoort geref. 25-9-1662 (get. zijn vader Jan Pauwelsen, voor haar Breunisje Dircks) met attestatie naar Loenen

1843. PETERTJEN HERMENS, geb. vóór ca. 1640, ovl. Amersfoort (reg. ovl. RK Kromme Elleboog) 26-6-1723 (als Peetertien Hermans), huw. get. (1720, 1722).

Op 8-11-1697 verkopen Jacobus Janszn van Wickeraad, hoedemaker, en zijn vrouw Petertje Harmens, burgers, aan Annitje Caspers Birckeneer, jongedochter, en haar erfgenamen, een huis, hof en hofstede, staande en gelegen in de Kamperbinnenpoort, belend aan de ene zijde Jacobus Doorncamp, aan de andere zijde Evert Corneliszn Speuijenburgh. [396]

1844. GERRIT (GOOSWIJNS) VAN BEMMEL, geb./ged. Amersfoort geref. 18/19-1-1637, ovl. na 1668, j.m. van Amersfoort (1658), bakker (1659), parentatie niet bewezen, otr./tr. Amersfoort/Utrecht geref. 4/23-2-1658 (get. zijn vader Gooswijn Janssen van Bemmel, en haar zuster Cornelia Hendrix),[400] [401]

1845. GRIETJEN (MARGARITA) HENDRICX, j.d. van Amersfoort (1658). Gerrit van Bemmel, backer, en zijn h.v. Griettien Hendrickx worden geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 3-4-1659 in de Sevenhuijsen in de wijk Camp. Dit echtpaar komt niet voor in het register van het Familiegeld Amersfoort 1675, zijn broers en zusters wel.

1846. JAN JACOBSZ BEEKMAN, ged. geref. Amersfoort 22-12-1657, ovl. 1697-1730, j.m. van Amersfoort (1681), ontvangt van zijn debiteur Lucas Barentsen ƒ 18,-- (29-1-1690), [411] otr./tr. Amersfoort geref. 25-5/16-6-1681

1847. MARIA DIRKS (VAN) OU(DE)WATER, ged. Rem. Amersfoort 22-8-1658 (get. Antonia Willems van Outwater, zuster van de vader), j.d. wonend te Amersfoort (1681).

Op 30-6-1730 oorkonden Patricius Hendrik Landsaij, schout, Hendrik Janssen en Jan Claassen van Velsen, schepenen van de Duist, de Haar en Zevenhuizen, dat Anthonij Methorst, gemachtigde van Maria van Oudewaater, weduwe van Jan Jacobsz Beekman, Jacob Jansz Beekman en Johanna van Raald, zijn vrouw, Albert Gruson en Sophia Beekman, zijn vrouw, en Neeltje Beekman, kinderen van Maria en Jan, heeft overgedragen aan de regenten van het Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis 5 dammaten land in de polder de Duist, aan de oostzijde begrensd door Jan Mets, aan de westzijde dezelfde, aan de zuidzijde Aart Aartsen van Romen, aan de noordzijde de heer Zas. Met zegel van de schout, afgesleten en beschadigd [412]
Op 13-2-1738 scheiden Peel Jacobsz Beekman, Grietjen Beekman en Jan Jacobs Beekman de boedel van Jacob Peelen Beekman en zijn echtgenote Fuijsje Suijdwind, "jaren geleden" overleden te Amersfoort. Het betreft een huis, hof en hofstede in de Slijkstraat. [413]

1848. WILLEM (WILHELMUS) ADRIAENSZ (DE) PRONCKER(T), ovl. 1679-1686, betaalt ƒ 6,5,-- (verminderd tot ƒ 3,2,8) Familiegeld (1675) als Willem Pronckert in de Muurhuizen te Amersfoort,[435] otr./tr. 2o Amersfoort gerecht 29-10/11-11-1678 (hij als wednr. van Geertruit Wouters, zij geast. met haar vader Barent Baltusz) en tr. 2o Amersfoort Oud Kath. 't Zand 12-11-1678 ENGELTJE BARENTS, j.d. van Amersfoort, doopget. (1677, 1679 bij de kinderen van Margareta Beyerts de Toeter) (zij hertr. Amersfoort 19-6/11-7-1686 Hendrick Aertsz van den Oudenaller), tr. 1o voor 1673

1849. GEERTRUIJDT WOUTERS VAN DIJC, ovl. 1677/78.

1852. PETER JANSZ VAN COUWENHOVEN, geb. vóór ca. 1665, beg. Amersfoort 2-1-1717, otr./tr. Amersfoort RK Kromme Elleboog 28-1-1687, gerecht 14/28-1-1687 (get. zijn moeder Annetje Jans, h.v. van Jan Aertsz van Couwenhoven, die consenteert (indispositie), en haar moeder Cuijndertje Meijnsz, wed. van Willem Theunisz)

1853. WEIJNTIE WILLEMS, geb. vóór ca. 1665, beg. Amersfoort 22-7-1724, j.d.

1854. PETER EVERTSEN (VAN) KERKHOVEN (KERCKHOFF), geb. vóór ca. 1665, beg. mogelijk Amersfoort (impost) 26-1-1747 (als Peeter Kerkhof), j.m. otr./tr. 2o Amersfoort gerecht 13/30-5-1711 (als wednr. van Anna Paulus) HENRICKJE JANS, doopget. (1737), wed. Hans Jurrien de Graaff. otr./tr. 1o Amersfoort gerecht 11/26-11-1687 (get. zijn vader Evert Petersz Karckhof, en haar zuster Lambertje Paulus van Rodersteijn, h.v. van Willem Hendricksz, wollewever)

1855. ANNITJE PAULUS VAN RODERSTEIJN, geb. vóór ca. 1665, ovl. Amersfoort 4-5-1710 (als Annitje Paulus), j.d.

1884. ARENT DIEPRINCK, geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1674, geref. lidmaat te Amersfoort 17-4-1652 als schoolmr. op de Cingel (wijk Bloemendaal),[437] treedt op in akten als Mr. Aernt Dieprinck, duijts schoolmeester en borger te Amersfoort wonend op de Bredestraat (1664..1674), tr. vóór 1655 (huwelijk niet gevonden te Amersfoort op achternaam)

1885. ANNA VAN (DER) VEEN, geb. vóór ca. 1635, ovl. 1659-1678.

De schoolmeester.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 12-4-1678 machtigt Judith Fredericx, wonend te Amersfoort, wed. van Andries van der Veen, Samuel Thiens, schepen van Amersfoort om haar bezit te verkopen en hieruit schulden en begrafeniskosten te betalen en het overschot aan haar dochters nagelaten kinderen bij Arent Diepringh uit haar (de dochter) verweckt, te voldoen. Zij verzoekt van het weinige dat zij bezit om een eerlijke begrafenis. [438]

1888. REYN(N)(IER) HE(E)(R)RES (HEERTS) (POTJE, POTSMA)(¥), geb. Sneek, als Reinier Heeres geref. lidmaat te Sneek op belijdenis 10-3-1671 [439] pottebakker te Sneek (1674), wordt als Reijnier Heres Potje, afkomstig van en geboren te Sneeck in Vriesland, burger van Amersfoort op 22-5-1693, otr. Sneek geref. en gerecht 8-5-1669 (als Reynnier Heerts Potsma) tr. Sneek geref. 4-6-1669

1889. ANTIE (ANTJE) HEERTS.

COMMENTAAR(¥) Zou hij dezelfde zijn als Rein, ged. geref. Bolsward 10-1-1650 als zn. van Heere Fransen en een niet genoemde moeder? Dit is de enige doop van een Rein Heres in heel Friesland rond die tijd.

1890. EVERT NN, otr. wellicht Jacobje NN (naamgeving kleinkinderen!)

1892. PHILIP(S) PHILIPS DE ROGIER (ROSIER)(¥), beg. Amersfoort 12-12-1716 (als Philip Rosie, laat kinderen na), j.m. van Amersfoort (1657), geref. lidmaat te Amersfoort 20-9-1657 op belijdenis, woont dan op den Hof [442], komt op de lijst van Familiegeld (1675) niet voor onder patroniem of achternaam, wel is er een Philip, daghuurder in de Scherbierstraat die nihil betaalt,[443], otr./tr. 2o Amersfoort geref. 29-3-1704 (hij als wednr. van Hester Dircks van Borghorst) met attestatie naar Utrecht PETRONELLA VAN HINTMAN, j.d. wonend te Utrecht (1704), otr./tr. 1o Amersfoort 5/31-3-1657

1893. HESTER DIRKS BURGHORST (BORCKHORST), ged. Amersfoort 1-1-1637, ovl. 1681-1704, j.d. van Amersfoort (1657), geref. lidmaat 30-9-1655 te Amersfoort [444].

COMMENTAAR(¥) Is Carel Rossier, otr. Amersfoort 1652, wellicht zijn broer?
In 1666 is te Lochem sprake van Capit. Rogier [445]. Is er verband?
In 1621 wordt te Vlissingen begraven Jan Logier [446].Is er verband?

1894. JAN JANSZ VAN BREE(¥), geb. vóór ca. 1640, ovl. na 1684, wordt als Jan Jansen van Beer op de Heyligenbergh, van Utrecht, met zijn huisvrouw Neeltien Cornelis geref. lidmaat te Amersfoort 22-6-1662,[454] treedt op als get. in akten (1676), tr. 2o 1669-1684 NEELTGEN JANS, tr. 1o voor 1662

1895. NEELTJE CORNELIS, ovl. 1669-1684.

COMMENTAAR(¥) Is er verband met Laurens van Bree, zadelmaker uit Utrecht, die burger wordt van Amersfoort 21-12-1657?

Op 4-6-1684 verkoopt Rutger Jacobus van Drakenburgh, voor hemzelf en zich sterkmakende voor zijn broeders, zusters, zwagers en kinderen en erfgenamen van Everard van Drakenburgh in zijn leven majoor dezer stad, mede erfgenamen van Rutger Evertgen van Drakenburgh bij zijn leven oud burgemeester en Sophia Henricx, gewezen echtgenote, aan Jan Jansen van Bree en zijn vrouw Neeltgen Jans, een huis, hof en hofstede staande en gelegen aan de Breedestraet op de hoek van 't Lieve Vrouwen Kerckhoff, waer het huis zijn uitgang heeft, belend aan de ene zijde het zelve kerckhoff, aan de andere zijde Jan Thonissen, metselaer. [455]

1896. ANTHONIS CORNELIS VAN LIJN(G), geb. vóór ca. 1590, ovl. 1649-1666, afkomstig van Amersfoort (1615), belender in de St. Jansstraat (1620), timmerman (1622), vermeld als Tonis Cornelissen van Lijng op de lijst van Remonstrantse lidmaten te Amersfoort opgemaakt op 24-9-1643, otr. Amersfoort geref. 15-10-1615 (beiden onder patroniem, met attestatie naar Woudenberg)

1897. DIRCKGEN AERTS, ovl. na 1649, afkomstig van Woudenberg (1615).

Op 21-6-1620 verkopen Tonis Cornelisz en zijn vrouw Dirrickgen Aerts, aan Steven Claesz, een huis op de hoek van de Sint Jansstraat belend aan de ene zijde: de St. Jansstraat, aan de andere zijde: de transportanten. [456]
Op 2-7-1622 verkopen Thonis Cornelisz, timmerman, en zijn vrouw Dirckgen Aerts, aan Reijer Cornelisz Taets en zijn vrouw Anna Thonis, een huis op de Singel belend aan de ene zijde: Henrick Both, aan de andere zijde: Peter Crijnen. Op een last van 100 gulden hoofdsom toekomende de weduwe en erfgenamen van Evert Claesz, kistemaker, nog 225 gulden t.b.v. Mr. Henrick Willebrantsz, captein der Armes, nog 100 gulden hoofdsom t.b.v. Anthonia Melis van Dronckelaaersdochter [457]
Op 26-4-1649 lenen Leendert Jansz, korenkoper en Henrick Temminck en hun respectieve erfgenamen, van Tonis Cornelisz en Dirckjen Aerts zijn vrouw. Jan Cornelisz en Neelgen Jans zijn vrouw. Teunis Gerritsz en Neeltgen Cornelis zijn vrouw, met als onderpand: twee huizen met hof en hofstede: 1) de eerste in de Sint Jansstraat, belend aan de ene zijde: Claes Evertsz, kistenmaker, aan de andere zijde: Atris Willems, 2) de andere op de Singel, belend aan de ene zijde: Jan Henricksz, kleermaker, aan de andere zijde Wiecheman Jansz, linnenwever. Voldaan. [458]

1898. CLAES JACOBSEN VAN GROENENBERG, ged. Amersfoort geref. 15-4-1596, ovl. na 1672, j.m., wonend te Amersfoort (1621), huw. get. (1656, 1662), geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 24-12-1619, wonend op de Weverscingel, timmerman, otr./tr. Amersfoort geref. 13/21-10-1621

1899. PETERTGEN WOUTERS (VAN BURGHSTEEN), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1672, j.d. van Amesfoort (1621).

Op 11-3-1672 testeren te Amersfoort Claes Jacobs van Groenenbergh ("swack van lichaam etc."), wonend te Amersfoort, en zijn echtgenote Petertje Wouters van Burghsteen. Zij verwerpen alle eerdere wilsbeschikkingen speciaal die van 16-9-1662 voor notaris Dirck Matheus. Zij vermaken elkaar de lijftocht van hun bezit, en prelegateren aan: Jacomina van Groenenbergh, hun dochter voor getrouwe diensten aan haar ouders, aan Johannes Dirks van Groenenbergh, zoon van wijlen hun zoon Dirck Claes van Groenenbergh, aan Oen Joosten, zoon van wijlen Cunera van Groenenbergh. (Verder op in dit testament wordt Petertge Wouters genoemd: Geertge Wouters. Zij tekent als Petertje Wouters. Petertje Wouters van Burghsteen prelegateert aan haar dochters: Marije van Groenenbergh, huysvrouw van Reynier van Lijn (1/4 part), aan Jacomina van Groenenbergh (1/4 part), aan Johannes Dirks van Groenenbergh, zoon van wijlen Dirck van Groenenbergh (1/4 part), aan Oen en Lambert Joosten, zonen van wijlen Cunera van Groenenbergh (1/4 part). Zij secluderen de weeskamer. [467]
In een akte van 1719 wordt verwezen naar een plegt van 500 gulden kapitaal met de interest vandien, op 29-4-1719 gevestigd in een huis staande binnen deze stad op de W everssingel, alles breder omschreven in de plegtbrief daarvan door Claas Jacobsz van Groenenbergh, timmerman en Peter tje Wouters echtelieden, voor schout en schepenen dezer stad, ten behoeve van juffrouwe Geertruijd Cam, weduwe Willem van Schaal. [468]

1900. DIRCK BARTHOLOMEESSEN(¥), geb. vóór ca. 1605, ovl. na 1667, lijndraaier (1628), huw get. (1667), tr. vóór 1626

1901. ANNE I(J)DES.

COMMENTAAR(¥) Is hij Dirck Bartholomeusz van Amersvoort, beg. Amsterdam Nieuwe K. 16-7-1668.

1902. RUTGER JANSEN, ged. Amersfoort geref. 4-9-1599, ovl. na 1669, j.m. van Amersfoort (1627), geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 19-7-1628 als zoon van Jan Segersen, metselaar (1631), huw. get. (1660, 1667), otr./tr. Amersfoort geref. 10-3/8-4-1627

1903. AGNIESJEN DIRCKX, ovl. 1640-1669, j.d. van Amersfoort (1627), geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 24-9-1631 als h.v. van Rutger Jansen, metselaar.

De metselaar.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 29-4-1669 verkopen Helmich Barlemeijer en zijn vrouw Emmitgen Jacobs Buijs, aan Rutger Jans, weduwnaar van Agniesgen Dircks, zeker huis met alles wat daar toebehoort, staande en gelegen in de Lieve Vrouwestraat, strekkende voor van de straat tot aan de scheidsmuur toe waarin de balken liggen van de comparant. De omschrijving bepaalt verder dat bouwwerkzaamheden op een verantwoorde manier altijd gedaan mogen worden en gedaan moeten worden en ook dat de waterlozing langs de scheidsmuur goed gehandhaafd blijft. Belend aan de ene zijde de comparant zelf, aan de andere zijde Rutger Jansz. [474]
Op 5-8-1709 verkoopt Harmannus Caan, procureur, als geauthoriseerde volgens appoinctement van het Edele Gerecht van dato den 20e juli 1709 op de requeste van den collecteur van het heerdstedegeld wegens de gedecreteerde huisinge van Rutger Janssen Erven, aan Dirk van Stuijvenbergh, meesterchirurgijn, een huis cum annexis, staande in de Lieve Vrouwestraat, belend aan de ene zijde de transportant, aan de andere zijde Agatha weduwe van Livius Harderwijk zaliger. [475]

1904. POUELS VAN GROENNINGEN, geweesene ruter van Chernasse (1637).

1924. THOMAS (TEUNIS) STOFFELSZ, geb. ca. 1631, beg. Amersfoort 22-9-1712, opgenomen in het Burgerweeshuis te Amersfoort 10-12-1636, als "zoon van Stoffel Thomasz, welcke kijnts moeder all over eenighe jaren was overleden, ende van de doot des vaders men noch geen seeckere kennisse was hebbende, out omtrent vijff jaren, d' borgemeester Van Dam uuijt vrije wille volgens sijne presentatie jaerlicks sal contribueren ses gulden, ende noch gelijcke ses gulden bij de oom genaempt Dirck Davidtsz, messemaecker",[482] j.m. van en wonend te Amersfoort (1653), tr. Amersfoort geref. 8-6-1653 (get. voor hem weesmeester Gerrit Wesselsen, voor haar Gerrichien de Vouw namens haar moeder)

1925. GRIETJE JANS, j.d. van en wonend te Amersfoort.

1940. GOOSEN JACOBSZ (BOSCH), geb. Amersfoort vóór ca. 1600, ovl. na 1676 (1679?), wordt als Gosen Jacobsen Bosch, wonend op de Langegraft, Rotoorn, geref. lidmaat te Amersfoort 25-9-1641,[483] betaalt als Goosen Jacobsz in de Slijkstraat te Amersfoort nihil Familiegeld (1675),[484] provenier in't Blocklants Gasthuijs (1679), otr./tr. Amersfoort geref. 19-4/27-4-1623

1941. AELTGEN JANS, beg. Amersfoort 2-2-1680[485], woonde voorheen te Rhenen nu te Amersfoort (1623), wordt op 26-2-1679 als Aeltie Jans, de huisvrouw van Gosen Bos, provenier in't Blocklants Gasthuijs in het gasthuis ingeschreven wegens haar "groote armoede en hoogen ouderdom",[486] tr. 1o voor 1623 JAN JANSEN, ovl. vóór 1623. Goosen Bosch en Aeltgen Jans kopen een huis in de Slijckstraat (1645) en wonen daar tot 1679/80.

Op 25-11-1637 laat zijn oom Rijck Gijsbertszn Bosch in zijn testament vastleggen dat terstond na zijn dood, Gosen Jacobszn Bosch een legaat krijgt van ƒ 200 aan geld, zijn dagelijkse lakense clederen, gecoleurde mantel, hoed en zes hemden. Op 6-3-1642 wordt het testament door testateur echter gerevoceerd en geannuleerd.[487] [488]
25-11-1645. Het transport wordt geregistreerd van een huis, hof en hofstede in de Slijkstraat, dat is verkocht door Jan Lubbertsz aan Goosen Jacobsz Bosch, zijn vrouw en hun erven.[489]
29-10-1651. De burgers Gosen Jacobsz Vosch (sic!) en zijn vrouw Aeltgen Jans hebben ƒ 100 tegen een rente van 6 caroli guldens geleend van Steven Albertsz Versteegh. Het register meldt dat het huis, hof en hofstede in de Slijkpoortsteeg als onderpand dient.[490]
1-3-1653. In het transportregister van Amersfoort wordt vastgelegd dat de borgers Gosen Jacobsz Bosch en zijn vrouw Aeltgen Jans een hypotheek op hun woonhuis in de Slijckstraet van ƒ 100 hebben genomen. De schuld is aan de wijnkoper Gerard van der Meulen en is tegen een losrente van 6 Carolus gulden per jaar.[491]
Op 11-5-1668 verkoopt Gerritgen Andries voor haarzelf en als weduwe en boedelharster van Jacob Woutersz Brinck, geassisteerd met Wouter Jansz, waarover hij Jacob Woutersz in zijn leven momber is geweest, aan Jan Baan van Sittert, een huis, hof en hofstede staande in de Arnhemsestraat (Slijckstraat), belend aan de ene zijde Goosen Jacobsen, aan de andere zijde Thonis Gijsbertsen, cleermaecker. Opmerking : "met de vrijheden, gerechtigheden en servituijten, dat Goosen Jacobsen de pomp staande op het geschey van deselve, aldaar moet gedogen en de coste die daaraan soude moeten worden gedaan, half gedragen, mitsgaders gedogen dat hij het water comende uit de voorseide pomp moet leyden door zijn kookhuisje in de Muurhuizen. Zois Thonis Gijsbertsen gehouden in de costen die aan sekere geut souden mogen worden gedaen, leggende tussen desselfs en de comparants huisinge, mede half te dragen. [492]
14-6-1676. Gosen Jacobsz Bosch woont in de Slijkstraat (Arnhemsestraat) als het huis naast hem wordt getransporteerd.[493]

1942. JAN ABRAHAMS(EN) (PALMA(R)), geb. vóór ca. 1610, ovl. Amersfoort 27-10-1672 (als Jan Palmar, kostkoper in het St. Pieters- en Bloklandsgasthuis), j.m. van 's Gravenweert (1634), geref. lidmaat op belijdenis te Amersfoort dec. 1630, op de Langestraat, en opnieuw lidmaat 24-12-1633 op attestatie van Den Bosch ("is wedergecomen"), momber over Lambertgen Segers, onmondige nagelaten dochter van de deurwaarder Seger Lambertsz, (1653, 1654),[494] huw. get. (1638..1666), otr./tr. Amersfoort geref. 29-11/14-12-1634 (get. NN Palmar namens zijn moeder, en haar moeder Grietje Jans)

1943. ANNA BERENTSZ, geb. vóór ca. 1615, ovl. 1666-1676, j.d. van Amersfoort, geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 5-4-1634, wonend op het Havick, huw. get. (1666).

Op 10-5-1647 transporteren Johan Pots, apotheker, en Margareta Both, echtelieden, aan Jan Abrahamss Palmer en Anna Beernts zijn huisvrouw en hun erven 'n huis aan de Markt, belend aan de ene zijde: Sophia Augustijns van Oudenwater, aan de andere zijde: Lambert Evert Wouterss. Zij lenen daartoe aan Jan Abrahamss Palmer en Anna Beernts een hoofdsom van 400 gulden tegen een losrente van 20 gld.p.jaar. De hypotheek wordt doorverkocht aan Jan Jansz de Vlieger en Magdalena Rijntsdochter. zijn huisvrouw en hun erven [495]
Op 14-7-1658 verkoopt de gemachtigde van Johan Poth van Wooningh, gewezen apotheker en burger, voor hemzelf en als weduwnaar van Margareta Both, van Simonides Groen en Jacobus Poth van Wooningh, medisch doctor, kinderen en erven van Margareta Both, hun overleden moeder, aan Reynier van Ingen, notaris, zijn vrouw en hun erven, een plechte van 400 gulden, rente 20 gulden per jaar op Jan Abrahamsen Palmer en zijn huisvrouw, gevestigd in het huis van Johan Poth aan de Hof, tegenwoordig behorend aan Nicolaes Pijeck, korenkoper. [496]
Op 10-1-1676 compareren te Amersfoort Abraham Palmer en Jacob Bosch, als man en voogd van Rebecca Palmer. Beide comparanten zijn ook gemachtigden voor Beernt Palmer, soldaat, Ghijsbert Craen en zijn vrouw Catrarina Palmers, en Sara Palmer, kinderen van Jan Abrahams Palmer en Anna Beernts, beide overleden. De Diaconije van de Gereformeerde Kercke van Amersfoort heeft een vordering op de huijsinge op Havick, op de hoek van de Havickerbrugh, belend: Gerritje Roelofs en Willem Davits, welk huis zwaarder belast is dan de waarde ervan. De comparanten machtigen de Diaconen in de Geref. Kercke alhier het huis te verkopen of te verhuren. Getuigen zijn Anthonie van der Houve en Lodewijck Doens. [497]
Op 16-6-1677 verkopen Helmich Barckemeyer, dispensier (huisbestuurder) in den tijd van de Diaconie der Gereformeerde Kerk en Henrick Evertsz van Veenendaal, mede diacen als gemachtigde van Abraham Palmer en Jacob Bosch als man en voogd van Rebecca Palmer en zich sterkmakende voor Barent Palmer, soldaat, Gijsbert Craen en zijn vrouw Catharina Palmer, tevens Sara Palmer, allen kindren van Jan Abramsz Palmer en zijn vrouw Anna Beernts, aan Wilkens Verhouvel en zijn vrouw Riesgen Jerusalems, een huis op het Havik, op de hoek bij de Havikerbrug, belend aan de ene zijde Gerritje Roelofs, aan de andere zijde de ontvanger van dezer. [498]