| You are here: Louk-Home ⇒ Genealogy ⇒ Kwartierstaat Lapikás ⇒ Gen. nr. 13 |
6080. SYMON TRUMPENERS, geb. omstreeks 1570, ovl. Velm (B) 6-3-1646 als "vir longe aevus, pius et pacificus (oude, vrome en vreedzame man)". In 1640 procedeerde hij voor de officiaal van de prins-bisschop te Luik tegen Leonardt Princen en Sebastiaen Smolders over een 'weiwas' te Herk, waarover hij de naaste pretendeerde te zijn, bij die gelegenheid werd hij bijgestaan door zijn 'schoonzoon' Jan Verbiest.[1] Hij tr.
6081. ANNA ROIJFEROIJ (sive RAVERLOOZ), ovl. 31-12-1657, tr. 1o JAN CROE(CH)S. Bij de huwelijksaantekening van Carel Trimpeneers in 1640 worden diens ouders Simon Trimpeneers en Anna Croechs genoemd. Anna testeerde in mei 1657, in het woonhuis van haar dochter Oda, met wie zij een geschil uit de weg wilde ruimen.[2] Als Symons weduwe lag Anna in 1653 voor de Luikse officialiteit in proces met haar 'neef' Johan Croes, die van zijn 'grootmoeder' Anna Raverlooz ƒ 300 eiste, die zij hem voor zijn bruiloft zou hebben beloofd.[3] In deze in genealogisch opzicht verwarende akte figureren voorts Anna's 'zoon' Symon Trimpeneers en 'schoonzoon' Jan Morren. 'Zoon' is korrekt, de 'schoonzoon' blijkt in andere akten te zijn getrouwd met Anna Trimpeneers Jans dochter. Bij de huwelijksinschrijving van haar zoon Caerl, in 1640, werd zij Anna Croechs genoemd. Uit het cijnsboek van Vuytenbroeck van 1587-1619 blijkt dat "Jan Croechs modo Symon Trumpeners nomine uxoris" een cijns gold uit een huis te Runkelen.[4] Voorts compareerde Jan Croechs in 1649 als een van de verwanten van Lambrecht Trimpeners bij de opstelling van de zoenbrief wegens diens doodslag.[5] Jan Croechs (de jonge), burger van Sint-Truiden, wordt in de Gingelomse gichtboeken gezien tot in 1679.[6]
6144. WILLEM WILLEMSZ FENT (de oude), geb. vóór ca. 1560, ovl. na 1631, vermeld als Willem Willemsz Fent, belender in het Zuideinde van Nieuwkoop
aan de buitenweg (1603..1631),
aan de binnenweg (1605..1627),
aan de Achterweg (1603..1618),
in het Noordeinde van Nieuwkoop
aan de binnenweg (1611..1630),
aan de Achterweg (1611..1631),
in Noorden,
aan de buitenweg (1631),
vermeld als Willem Fent, belender in de Oude Meije (1620),
in Zuideinde van Nieuwkoop
aan de buitenweg (1621),
aan de binnenweg (1620-1621),
aan de Achterweg (1621..1630),
in het Noordeinde van Nieuwkoop
aan de binnenweg (1622, 1632),
was Wees- of Heilige Geestmeester (armmeester) van Nieuwkoop en in die hoedanigheid in 1608 betrokken bij een nieuwe keur van 41 artikelen voor de Nieuwkoopse weeskamer,[16]
treedt in 1615 op als voogd van Clara en Lijsbet Pieterdrs, kinderen van de overleden Pieter Cornelisz Langen wiens nageslacht zich Van der Pijl gaat noemen (zie
⇒ Fragment Van der Pijl II
),
bezit 4½ hond land in het Zuideinde van Nieuwkoop, gelegen in een perceel van 12 morgen (1626),
tr. vóór ca. 1585
6145. MARITGEN DIRCXDR (VAN DER PIJL(EN)?), geb. vóór ca. 1565, ovl. na 1623. Zij wonen te Nieuwkoop, vermoedelijk in de Kerkbuurt (1603).
|
Wapen Van Pijlen: in rood 3 zwartgepunte pijlen schuinrechts geplaatst, gevederd van goud en zwart.
Dit wapen komt voor als deel van een alliantiewapen Van Pijlen - van Wieringen op een zerk in de NH Kerk te Nieuwkoop.[17] De kleuren zijn gebaseerd op een wapen Pijl in Rietstap. |
|
Zerk in de NH Kerk te Nieuwkoop te voorschijn gekomen bij de restauratie van de kerk in 1984 (zie Ref. [18] voor een uitgebreid verslag hiervan). De tekst luidt:
"Hier is begraven Willem Willemssoon Fent ende hij is gerust de ... OCTOBER ANNO 1634".
Bron: Ref. [19] klik op plaatje(s) om te vergroten |
In het Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600 komen onder Nieuwkoop ca. twintig aangeslagenen voor. Daarbij is geen Willem Willemsz (Fent).
Op 12-11-1603 draagt Willem Willemsz Fent te Nieuwkoop op aan Marijtgen Cornelisdr een rentebrief d.d. 5-3-1603, inhoudend de koop van een huis en erf in de Kerkbuurt. Betaald met een schuldbrief van 290 gulden. [20]
Op 4-2-1604 koopt Willem Willemsz Fent van Laures Willemsz, smid, een perceel veenland in het Noordeinde van Nieuwkoop, binnenweg, strekkend van het land van Elias Jansz tot dat van Jan Pietersz, belend ten oosten Elijas Jansz en ten westen Jan Claesz, Jan Barentsz en Aper Fransz. Koopsom 398 gulden. [21]
Op 30-10-1605 is Pleun Barentsz 48 gulden schuldig aan Willem Willemsz Fent. Gesteld onderpand: een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van het land van Jan Corsz Plemp (?) tot dat van Aper Fransz, belend ten oosten Gerrit Jaep Pietersz en ten westen Jan Maerten Burgh.[22]
Op 22-12-1605 verkoopt Cornelis Anthonisz, secretaris, aan Willem Willemsz Fent een perceel veenland achter het dorp over de Achterweg, strekkend van het land van Cornelis Arien Jacobsz tot dat van Volck Jochumsz, belend ten oosten Pieter Cornelisz Lange en ten westen Ghijsbert Ariensz Quast. Koopsom 280 gulden. [23]
Op 10-3-1606 verkoopt Jan Willem Volckersz aan Willem Willemsz Fent een perceel in het Zuideinde van Nieuwkoop, binnenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van de Voorendijk tot het land van Gerrit Jonge Dircken, belend ten oosten Theus Theuisz, dekker en ten westen Gerrit Gerritsz. Koopsom 375 gulden. [24]
Op 5-5-1608 verkopen Pieter Cornelisz voor zichzelf, Christoffel IJllisz, getrouwd met Marritgen Cornelisdr, met als voogden Cornelis Cornelisz Ouwe Neel en Cornelis Aelbertsz, aan Willem Willemsz Fent een perceel weiland in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 1 morgen 4½ hond, strekkend van het land van Cornelis Andriesz van de dam af tot het land van Heijnrick Willemsz, belend ten oosten Cornelis Adriaensz en ten westen de weduwe en kinderen van Jan Willem Volckersz. Koopsom 656 gulden. [25]
Op 28-2-1609 verkoopt Willem Willemsz Fent aan Abraham Jacobsz Trom een huis met een perceel land in het Zuideinde binnenweg, verongeld voor ½ morgen, strekkend van de Vorendijk tot het land van Willem Sijmonsz, belend ten oosten Theus Matheusz, dekker en ten westen Gerrit Gerritsz. Koopsom 600 gulden. [26]
Op 28-12-1609 is Pleun Barentsz te Nieuwkoop 88 gulden schuldig aan Willem Willemsz Fent. Gesteld onderpand: een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van het land van Aper Fransz tot Jan Corsz, belend ten oosten Gerrit Jacobsz en ten westen Jan Maertensz. [27]
Op 13-11-1613 is Lauris Dircxsz te Nieuwkoop 100 gulden schuldig aan Willem Willemsz Fent. Gesteld onderpand: een bruikweerland in het Zuideinde buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Geerte Buurman, belend ten oosten Philips Dircxsz en ten westen Arien Cornelisz. [28]
Op 11-12-1613 verkoopt Willem Jansz te Nieuwkoop aan Willem Willemsz Fent een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van Pieter Lambertsz tot het land van Jan Eliasz, belend ten oosten Gerrit Cornelisz Staveren en ten westen Pieter Stoffelsz. Koopsom 30 gulden. [29]
Op 2-6-1615 is Lauris Dircxsz te Nieuwkoop 150 gulden schuldig aan Willem Willemsz Fent. Gesteld onderpand: een bruikweerland in het Zuideinde buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Geert Buijerman, belend ten oosten Philips Dircxsz en ten westen Adriaen Cornelisz. [30]
Op 14-10-1615 verkoopt Willem Willemsz Jonge Fent te Nieuwkoop aan Michiel Gerritsz Goetknecht een bruikweerland met huis en hof in het Noordeinde binnenweg, verongeld voor 1 morgen 5 hond, strekkend van de Vorendijk tot het land van de verkoper, belend ten oosten Claes Gerritsz en ten westen Adriaen Sijmonsz. Koopsom 1.650 gulden. Gestelde garantie: een perceel veenland in het Noordeinde over de Achterweg, strekkend van het land van Gerrit Dircksz tot dat van Cornelis Anthonis, belend ten oosten Cornelis Anthonisz en ten westen jonker Willem van Montfoort. [31]
Op 15-12-1615 verkoopt Willem Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Arien Aelbertsz een stuk land, genaamd "de Loet" in het Noordeinde over de Meije, strekkend uit de Nieuwe Meije tot in de Oude Meije toe. Koopsom 470 gulden. [32]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Willem Willemsz Fent ende Maritgen Dircxdr sijn huijsvr met Gerrit heur soon(¥) - 3 hoofden". [33]
COMMENTAAR(¥) De andere veronderstelde kinderen zijn kennelijk al vertrokken.
Op 20-10-1624 verkoopt Willem Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Aert Jansz Heer een bruikweerland te Noorden buitenweg, verongeld voor 2½ morgen, strekkend uit de Voorwetering tot Willem Willemsz Fent, belend ten oosten Trijntgen Pietersdr te Amsterdam en ten westen Aeltgen Maertensdr. Betaald met een schuldbrief, groot 2600 gulden, ten laste van Aert Jansz, op genoemd bruikweer en op een perceel land in het Noordeinde binnenweg, strekkend van het land van Dirck Meesz tot Vreeck Maertensz toe, belend ten oosten Volcken Cornelisz en ten westen Elias Jansz, mede nog een obligatie op Marritgen Jansdr, weduwe van Lauris Leendertsz, groot 325 gulden. [34]
In 1633 besluiten de baljuw, ambachtsheemraden en gekwalificeerde ingelanden van Nieuwkoop en Noorden, om alle dijksloten noordwaarts de Nieuwkoopse Dijk, van de woning van Van Pijlen tot aan de Basgesbrug, ter breedte van de huiswerven af te dammen en de werven vast te maken. [35]
Dit is de vroegst gevonden vermelding van de naam Van Pijlen te Nieuwkoop. Het betreft hier mogelijk de woning van Willem Willemsz Fent of van een van diens zonen.
|
Zerk in de NH Kerk te Nieuwkoop te voorschijn gekomen bij de restauratie van de kerk in 1984 (zie Ref. [37] voor een uitgebreid verslag hiervan). De tekst luidt:
"Hier is begraven Willem Willemssoon Fent ende hij is gerust de ... OCTOBER ANNO 1634".
Bron: Ref. [38] klik op plaatje(s) om te vergroten |
In het register van het Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623 komt viermaal een Maritgen Willemsdr voor die identiek zou kunnen zijn met bovenstaande:
Jan Lenaertsz Bloem ende Maritgen Willemsdr sijn huijsvrouwe met Willem heur soon.
Cornelis Jacob Jansz ende Maritgen Willemsdr sijn huijsvrouwe met Gerit ende Leuntgen heure kinders.
Cornelis Cornelisz Bailluis ende Maritgen Willemsdr sijn huijsvre met Cornelis, Pieter, Dirck, Maritgen ende Jannichgen heure kinders.
Maritgen Willemsdr, wede van Dirck Willemsz
6146. PIETER CORNELIS ARISZ (ANDRIESZ) (PIETER CORNELIS BACKER), geb. ca. 1555, ovl. 1623-1625, weerbare man te Nieuwkoop (1599), kerkmeester te Nieuwkoop (1618),
tr. vóór ca. 1580[39]
6147. MARITGEN DIRCXDR, geb. vóór ca. 1560, ovl. na 1623, doopget. (1620).
Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Nieuwkoop
Pieter Cornelis Arysz op twintich ponden comt 40 gl.
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Pieter Cornelis Andriesz ende Maritgen Dircxdr sijn huijsvre met Geertgen Pietersdr ende Dirck Jansz Cool - 4 hoofden". [40]
Rinse Penningen Nieuwkoop:[41]
1625: vermelding van Pieter Cornelis Andriesz met zijn huisvrouw overleden. Erven van hem: Cornelis Pietersz Backer, Aris Pietersz Backer, de weeskinderen van de jonge Cornelis Pietersz, Maerten Pietersz Scheepmaecker te Boskoop, Aeltgen Pieters, Marytgen Pieters, Geertgen Pieters, de weeskinderen van Tryntgen Pieters te Bodegraven, erven van haar: Jan Jansz Cock, het weeskind van Dirck Jansz Cock. Keuntgen Jans ter Goude, de weeskinderen van Leuntgen Jans en Anntgen Jans te Alkemade.
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Cornelis Pietersz backer ende Teuntgen Jansdr sijn huijsvr met Abigel Joosten een weeskint ende Geertgen Claesdr t jongwijf - 4 hoofden". [44]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Arijs Pietersz backer ende Maritgen Sijmonsdr sijn huijsvr met Sijmon, Pieter, Jan, Neeltgen, Maritgen, Emmetgen ende Baeltgen heure kinders item Maritgen Geritsdr haer jongwijff - 10 hoofden". [47]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Annetgen Lenaertsdr wede van Cornelis Pietersz met Lenaert, Henrick, Pieter, Neeltgen ende Maritgen hare kinders, 6 hoofden". [51]
Op 11-3-1612 koopt Jan Harmensz van Pieter Cornelis Andriesz als vader en voogd van Geertgen Pietersdr een perceel maland in het Zuideinde, buitenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van de landen van Jacob Cornelisz en Willem Leendertsz tot in de Oude Meije, belend ten oosten Gerrit Gerritsz en ten westen Willem Willemsz Fent. Koopsom 564 gulden. [63]
6152. CORNELIS ANTHONIS WARRE, geb. vóór ca. 1545, ovl. 1606-1611, belender in het Noordeinde van Nieuwkoop aan de buitenweg (1605..1610), aan de binnenweg (1603..1607), tr. 2?) voor 1606 ANNA JACOBSDR, ovl. na 1606, mogelijk dr. van Aeltgen Willemsdr,
Op 31-12-1603 verkoopt Cornelis Thonisz Warre te Nieuwkoop aan Thomas Jansz een perceel land in het Noordeinde van Nieuwkoop, buitenweg, strekkend van het land van Ghijsbert Andriesz Quast tot Dirck Pietersz, secretaris te Zevenhoven, belend ten oosten de erfgenamen van Pieter Heijnricxsz te Woerden en ten westen de erfgenamen van Willem Poulisz te Amsterdam. Koopsom 100 gulden. [65]
Op 5-6-1606 delen Cornelis Anthonisz Warre, man en voogd van Anna Jacobsdr, ter ene en Jan Aertsz Poel, man en voogd van Jannetgen Willemsdr, ten andere zijde, beiden als erfgenamen van Aeltgen Willemsdr, de nalatenschap. Cornelis Thonisz komt toe een perceel weiland in het Noordeinde van Nieuwkoop, buitenweg, strekkend van het land van Cornelis Thonisz tot aan de Masloot, belend ten oosten Cornelis Thonisz zelf en ten westen Gerrit Willemsz Stichter, nog de helft van een huis en erf in het Noordeinde van Nieuwkoop, binnenweg, strekkend van de Voorendijk tot het land van Fijtgen Jansdr, belend ten oosten Ghijsbert Jheremiasz en ten westen Jan Aertsz Poel. Jan Aertsz komt toe een perceel land in het Noordeinde van Nieuwkoop, buitenweg, strekkend van het land van Jan Aertsz zelf tot dat van Cornelis Thonisz, belend ten oosten Jan Aertsz en ten westen Cornelis Thonisz, nog de helft van een huis en erf, welke hierboven is beschreven. [66]
Op 1-2-1611 verkopen Anthonis Cornelisz, Jasper Cornelisz, Dirck Jaspersz voor zichzelf en Dieloff Willemsz, getrouwd met Marritgen Cornelisdr, allen als erfgenamen van Cornelis Anthonisz Warre, aan Eijmbert Jansz een huis en erf in het Noordeinde van Nieuwkoop, buitenweg, verongeld voor 5 hond, strekkend uit de Voorwetering tot "aen 't slootgen" van het land van Jan Aertsz, belend ten oosten Lauris Mathijsz en ten westen IJillis, de wever. Koopsom 484 gulden. [67]
6220. DIR(C)K A(D)RI(A)E(N)SZ TWAELFFHOVEN, geb. vóór ca. 1585, ovl. 1640-1642, vermeld voor de weeskamer Bodegraven 4-12-1590,[70]
belender te Zwammerdam (1609),[71]
belender in het Noordeinde van Nieuwkoop
aan de buitenweg (1612..1634),
aan de binnenweg (1618..1638),
aan de Achterweg (1623..1630),
aan de bovenweg (1634),
in het Zuideinde van Nieuwkoop
aan de buitenweg (1630..1640),
aan de binnenweg (1637, 1640),
aan de overweg (1630),
aan de achterweg (1631),
treedt op als oom en bloedvoogd, wonend te Nieuwkoop,
van de onmondige kinderen van Pieter Dircxsz en Geertgen Ariensz (1612),[72]
vermeld voor de weeskamer Bodegraven 24-6-1623,[73]
7-4-1631.[74]
tr. vóór ca. 1610
6221. NEELTGEN CORNELISDR, geb. vóór ca. 1590, ovl. 1623-1642.
Op 6-10-1607 verkoopt Claes Jan Claesz aan Dirck Ariensz Twaelffhoven een perceel veenland in het Noordeinde van Nieuwkoop, binnenweg, strekkend van Arien Maertensz tot het land van Arien Maertensz, belend ten oosten Maerten Col en ten westen Cornelis Jonge Lens, nog een perceel gelegen als het vorige, strekkend van het land van Arien Maertensz tot aan het land van Dirck Ariensz toe, belend ten oosten Laurens Lenertsz. Koopsom 207 gulden. [75]
Op 22-12-1611 koopt Dirck Ariensz Twaelffhoven van Goolte Sijmonsdr, weduwe van Pieter Heijnricxsz met haar voogd Sijmon Jansz voor de helft en Cornelis Dircxsz als oom en voogd over de vier onmondige kinderen van Pieter Heijnricxsz, voor de andere helft, een perceel land met huis en hof in het Zuideinde van Nieuwkoop, buitenweg, verongeld voor 2½ morgen, strekkend uit de Voorwetering tot de Masloot en het land van Dirck Lauwen, belend ten oosten Dirck Laurisz en ten westen Jacob Willemsz en Andries Ghijsbertsz Quast. [76]
Op 18-5-1612 verkoopt Willem Sijmonsz te Nieuwkoop aan Dirck Adriaensz Twaelffhoven een perceel veenland in het Noordeinde, binnenweg, strekkend van het land van Dirck Ariensz, belend ten oosten Cornelis Pietersz Boetenkees en ten westen Willem Jan Lauwen, Cornelis Leendertsz en Maerten Cornelisz. Koopsom 92 gulden. [77]
Op 1-8-1621 verkoopt Heijndrick Gerritsz te Bodegraven aan Dirck Ariensz Twaelffhoven een perceel veenland in het Zuideinde, binnenweg, strekkend van het land van Jacob Jochumsz tot de kinderen van Pieter Jansz, belend ten oosten de kinderen van Erm .... en Jaep Tol en ten westen Willem Fent. Koopsom 37 gulden 10 stuivers. [78]
Op 21-12-1622 verkopen Cornelis Pietersz en Claes Dircxsz aan de Meije aan Dirck Ariensz Twaelffhoven een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van Dirck Ariensz tot het land van Egbert Willemsz, belend ten oosten Jaep Tol en ten westen Willem Willemsz Fent. Koopsom 42 gulden. [79]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Dirck Ariensz Twaelfhoven ende Neeltgen Cornelisdr sijn huijsvrouwe met Arien, Cornelis, Huijbert, Arien, Pieter, Maritgen, Gerrichgen, Neeltgen ende Lijsbet heure kinderen - 11 hoofden". [80]
Op 1-11-1624 is Willem Pijnt den Ouden 130 gulden 16 stuivers 5 penningen schuldig aan Cornelis Jansz, scheepmaker te Spaarndam, wegens een pont. Gesteld onderpand: de pont "nae waterbrieffsrecht". Dirck Ariensz Twaelffhoven en Machteltgen Heijndricxdr, weduwe, zijn 125 gulden 10 stuivers 3 penningen schuldig aan Cornelis Jansz Floren wegens een nieuwe pont. Geroijeerd d.d. 3-1-1627. [81]
Op 18-4-1630 verkoopt Maritgen Claesdr, weduwe van Cornelis Anthonisz met als voogd haar broer Gerrit Claesz Heemskerck, aan Dirck Ariensz Twaelffhoven een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, genaamd "Vossenland", strekkend van daar tot het land van Jan Heijndricxsz, belend ten oosten Jan Severtsz en ten westen Jan Heijndricxsz, schipper. Koopsom 500 gulden. [82]
Op 19-8-1636 verkoopt Jan Jansz, kleermaker te Nieuwkoop, aan Dirck Ariensz Twaelffhoven een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van de verkoper zijn land tot dat van Jan Roelen, belend ten oosten Andries Gerritsz en ten westen Willem Dammasz "naesaet". Koopsom 600 gulden. [83]
Op 1-3-1639 verkoopt Dirck Ariensz Twaelffhoven te Nieuwkoop aan Pieter Luloffsz een perceel veenland in het Noordeinde binnenweg, strekkend van het land van Pieter Luloffsz tot het land van Aris Willem Jan Lauwen, belend ten oosten Arien Harmensz en ten westen de weduwe van Aert Cornelisz. Koopsom 202 gulden. [84]
Op 26-2-1640 verkoopt Dirck Ariensz Twaelffhoven te Nieuwkoop aan Jan Huijbertsz Brack een perceel veenland in het Noordeinde binnenweg, strekkend van het land van Cors Claesz tot dat van Arien Ariensz, belend ten oosten Jacob Sijmon Bouwensz en ten westen Dirck Ghijsz. Koopsom 75 gulden. [85]
Op 7-10-1642 delen Huijbert Dircxsz, Arien Dircxsz Twaelffhoven, Joost Pietersz, getrouwd met Gerritgen Dircxdr, Jasper Ghijsz, getrouwd met Lijsbet Dircxsdr en Marritgen Dircxsdr met haar broer Adriaen Dircxsz Twaelffhoven, Harmen Cornelisz Heer als voogd over het kind van de overleden (?) Adriaen Dircxsz Twaelffhoven en Cornelis Pieter Sijmonsz als voogd van Marritgen Pietersdr, weeskind van de overleden Pieter Dircxsz Twaelffhoven, samen kinderen van Dirck Ariensz Twaelffhoven en Neeltgen Cornelisdr, beiden overleden, de nalatenschap. Joost Pietersz ontvangt een voorhuis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het achterhuis van Marritgen Dircxsdr, belend ten oosten Gerrit Claes Gerritsz en ten westen Steven Cornelisz, nog een perceel veenland binnenweg, verongeld voor 4 hond, strekkend van het deel van Marritgen Dircxdr tot het land van Huijb Dircxsz, belend ten oosten Pieter Stoffel Jacobsz en ten westen Jacob Heijndricxsz. Marritgen Dircxsdr komt toe een achterhuis, berg, schuur en erf aan het Zuideinde buitenweg, strekkend van het genoemde voorhuis van Joost Pietersz tot het weiland van Huijbert Dircxsz, belend ten oosten Gerrit Claes Gerritsz en ten westen Steven Cornelisz, nog een deel van een stuk veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Willem Jacobsz tot het land van Joost Pietersz, belend ten oosten Pieter Stoffel Jacobsz en ten westen Jacob Heijndricxsz, schipper. Huijbert Dircxsz valt ten deel enkele wei- en hooilanden in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 8 hond, strekkend van de werf van Marritgen Dircxdr tot in de Masloot, belend ten oosten Gerrit Claesz en ten westen Pieter Huijgensz. Hij moet 650 gulden uitkeren aan de weeskinderen van Adriaen Dircxsz en Pieter Dircxsz. Jasper Ghijsbertsz, getrouwd met Lijsbet Dircxdr, ontvangt een kamp hooiland in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend van het land van Jan Claesz van Leijen tot in de oude Meije, belend ten oosten Cornelis Huijbertsz en ten westen de kinderen van Jacob Jochumsz. Lijsbet Adriaensdr en Marritgen Pietersdr, de genoemde weeskinderen, ontvangen een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van de kinderen van Jacob Jochumsz tot dat van Arien Bouwensz, belend ten oosten Lenert Roelen en ten westen Ghijsbert Cornelisz Crijger, nog een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van daar tot het land van Cornelis Jan Heijndricxsz, genaamd "Vossenland", nog 650 gulden, uit te keren door Huijbert Dircxsz. [86]
Op 19-8-1636 verkoopt Jan Jansz, kleermaker te Nieuwkoop, aan Cornelis Dircxsz Twaelffhoven een huis en erf in het Zuideinde binnenweg, verongeld voor 4 hond, strekkend van de Vorendijk tot het land van Jan Jansz, belend ten oosten Andries Gerritsz en ten westen Willem Dammasz "naesaet". Koopsom 838 gulden 6 stuivers. [87]
Op 25-5-1638 verkopen Willem Jacob Pietersz, weduwnaar van Catharina Adriaensdr ter ene en Sijmon Ariensz Lijnt voor zichzelf, Cornelis Dircxsz Twaelffhoven, getrouwd met Marritgen Ariensdr, mede handelend namens Jan Ariensz Lijnt, hun absente broer, allen als voorkinderen van de overleden Trijntgen Ariensdr voornoemd, geboren uit haar huwelijk met Arien Sijmonsz Lijnt, mede Marritgen en Grietgen Willemsdr, haar kinderen uit het huwelijk met voornoemde Willem Jacob Pietersz, aan Adriaen Adriaensz Lijnt, mede zoon en erfgenaam, een bruikweerland met huis en hof aan het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg in de Vierschouwerij, groot 7 hond, strekkend uit de Voorwetering tot aan het land van Wouter Cornelisz van Waerder, belend ten oosten de weduwe van Pieter Thomas en ten westen Cornelis Huijbertsz. Belast met 475 gulden, toekomend aan de kinderen van Cornelis Cornelisz Boer 275 gulden en aan Robbertus van der Houve 200 gulden. Koopsom 1.425 gulden. [88]
Op 25-5-1638 verkopen Willem Jacob Pietersz, weduwnaar van Catharina Adriaensdr ter ene en Sijmon Ariensz Lijnt voor zichzelf, Cornelis Dircxsz Twaelffhoven, getrouwd met Marritgen Ariensdr, mede handelend namens Jan Ariensz Lijnt, hun absente broer, allen als voorkinderen van de overleden Trijntgen Ariensdr voornoemd, geboren uit haar huwelijk met Arien Sijmonsz Lijnt, mede Marritgen en Grietgen Willemsdr, haar kinderen uit het huwelijk met voornoemde Willem Jacob Pietersz, aan Adriaen Adriaensz Lijnt, mede zoon en erfgenaam en Jan Willemsz Wit als voogden over de kinderen van de overleden Pieter Ariensz en Pietertgen Arisdr een perceel veenland in het Noordeinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van Jan Cornelisz Boetenkees tot dat van Cornelis Arien, buurman, belend ten oosten de erfgenamen van Aper Fransz en ten westen Cornelis Jaenensz. Koopsom 280 gulden. [89]
Op 6-8-1640 verkoopt Jan Jansz, lakenkoper te Nieuwkoop, aan Cornelis Dircxsz Twaelffhoven een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van de erven van Cornelis Dirck Ariensz Twaelffhoven en van Andries Gerritsz Coij tot het land van Willem Cornelis Dirck Jan, belend ten oosten Adriaentgen Philipsdr en ten westen Jacob Heijndricxsz, schipper. Betaald met de overdracht van een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Ariensz Nat tot het land van Willem Cornelisz, belend ten oosten Jan Woutersz en ten westen Cornelis Stoffel Jacobsz. Cornelis Dircxsz moet 751 gulden 18 stuivers bij betalen. [90]
Op 3-11-1642 verkoopt Cornelis Dircxsz Twaelffhoven te Nieuwkoop aan Cors Claesz een perceel veenland in het Noordeinde binnenweg, strekkend van het land van Arien Arien Sijmonsz tot dat van Willem Cornelisz, belend ten oosten Leendert Meertensz Cols en ten westen DIrck Gijs Neel Gijsz. Koopsom 60 gulden. Cors dit land meteen door aan Jan Cornelisz jonge Lenen, mede voor 60 gulden. [91]
Op 3-11-1642 verkoopt Cors Claesz aan Cornelis Dircxsz Twaelffhoven een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend van het land van Jan Willem E... tot dat van Aris Gerritsz Staveren, belend ten oosten Dirck Pietersz Velssen en ten westen Jaep Evertsz en Roel Sijmensz. Koopsom 60 gulden. [92]
Op 9-7-1659 verkoopt Marritgen Arijensdr, weduwe van Cornelis Dircxsz Twaelffhoven met als voogd Hendrick van Sevenhoven, aan Jacob Gerritsz Breda een perceel veenland achter het dorp Nieuwkoop, groot 54 roeden, strekkend van het land van Rijck Huijgen Versneij tot dat van Sijmen Roelen van Beijeren, belend ten oosten Pieter Tomasz van Vliet en ten westen Jan Cornelisz Blesgraeff. Koopsom 162 gulden. [93]
Op 13-7-1653 dragen Matheus Cornelisz Teijsterman, getrouwd met Marritgen Willemsdr en Arijen Dircksz Twaelfhoven, getrouwd met Grietgen Willemsdr als erfgenamen van (schoon)vader Willem Jacob Pietersz, over aan Thomas Gerritsz Lievenheer te Gouda een schuldbrief d.d. 26-6-1645 waarvan nog resteert 1.318 gulden 13 stuivers 6 penningen ten laste van Pieter Pietersz Heijnen en ten behoeve van Willem Jacob Pietersz. Geroijeerd d.d. 8-5-1665 ten behoeve van de erfgenamen van Gert Pietersz Heijn en Marritie Gerritsdr Gerberse. [94]
Op 6-3-1667 dragen Arijen Joosten Samsom en Dirck Louwen voor hen zelf en handelend namens alle meerderjarige en de voogden van de minderjarige erfgenamen van Marritgen Dircxsdr Twaelfhoven, over aan Arijen Dircksz Twaelfhoven de helft van een huis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg waarvan de wederhelft genoemde Samsom toekomt, verongeld voor 2 hond, strekkend van de middenmuur van het huis tot het land van IJsbrant Jansz van Leeuwen, belend ten oosten Cornelis Maertensz te Aarlanderveen en ten westen Jan Willemsz Poengaerd, nog 70 roeden veenland aldaar binnenweg, strekkend van het land van de weduwe van Jan Hendricksz Huweling tot het land van Arijen Joosten, belend ten oosten Jan Jansz van Leeuwen en ten westen Philips Jansz Geestdorp. Koopsom 200 gulden. [95]
Op 2-2-1646 verkoopt Jan Jansz, lakenkoper te Nieuwkoop, aan Adriaen Dircxsz Twaelffhoven een huis en erf in het Zuideinde binnenweg, verongeld voor ½ morgen, strekkend van de Vorendijk tot het land van Jan Jansz, belend ten oosten Huijbert Dircxsz Twaelffhoven en ten westen Jan Jansz, Josef Jansz en Cornelis Arensz Nat, nog een perceel veenland daarachter, strekkend van het land van Jan Jansz tot dat van Cornelis Stevertsz, belend ten oosten Cornelis Pieter Sijmonsz en Cornelis Stoffelen en ten westen Cornelis Ariensz Nat, Ghijsbert Cornelis Gijsz en Jan Jansz en Willem Cornelis. Koopsom 2.040 gulden. [96]
Op 18-8-1648 verkoopt Jan Jansz van Leeuwen, lakenkoper te Nieuwkoop, aan Adriaen Dircxsz Twaelffhoven een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van Huijbert Dircxsz Twaelffhoven tot het land van de verkoper, belend ten oosten Pieter Sijmonsz en ten westen Cornelis Ariensz Nath. Koopsom 466 gulden 4 stuivers. [97]
Op 29-4-1668 draagt Arijen Joosten Samsom met opdracht van de weduwe van Arijen Dircksz Twaelffhoven over aan Gerrit Gertsz van Staveren een huis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van IJsbrant Jansz van Leeuwen, belend ten oosten Cornelis Maertensz van Aarlanderveen en ten westen Jan Willemsz Poenjaert. Koopsom 295 gulden. [98]
Op 3-6-1668 draagt Grietje Willemsdr, weduwe van Arijen Dircksz Twaelffhoven met als voogd Hendrick van Sevenhoven, over aan Arijen Gijsen Boer een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van Arijen Arijensz Kint tot de weduwe van Bouwen Gerrit Reijersz, belend ten oosten Pieter Egbertsz en ten westen de weduwe van Jan de Rijck, nog een perceel veenland aldaar, strekkend van het land van de weduwe van Cornelis Hendricksz Huwelingh tot de landen van Arijen Joosten en Dirck Huijgen Versneij, belend ten oosten Jan Jansz van Leeuwen en ten westen Philips Jansz Geestdorp. Koopsom 382 gulden 1 stuiver. [99]
Op 12-9-1668 draagt Grietge Willemsdr, weduwe van Arijen Dircksz Twaelffhoven in het Zuideinde van Nieuwkoop, met als voogd Hendrick van Sevenhoven, over aan Gerrit Cornelisz van Staveren een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, groot 96 roeden 2 voet, belend ten oosten Cornelis Pieter Sijmonsz en ten zuiden, westen en noorden de weduwe van Cornelis Stoffelsz, nog een perceel veenland aldaar binnenweg, belend ten oosten Cornelis Pieter Sijmonsz, ten zuiden Dammas Cornelisz van Griecken, ten westen Cornelis Willemsz van Leijden en ten noorden de weduwe van Claes Stoffels. Koopsom 433 gulden 13 stuivers. [100]
Op 4-6-1637 compareren Adriaen Sijmonsz Teijsterman en Cornelis Sijmonsz Teijsterman voor zichzelf, Cornelis Pietersz Teijsterman voor zichzelf en Pieter Dircxsz Twaelffhoven, getrouwd met Annetgen Pietersdr, Jan Cornelisz Staveren, als oom en voogd van de kinderen van de overleden Pieter Sijmonsz Teijsterman, Aris Cornelisz Quast als oom en voogd van de kinderen van de overleden oude Cornelis Sijmonsz Teijsterman, Willem Elbertsz van Sevenhoven als voogd over de kinderen van de overleden Jan Sijmonsz Teijsterman, allen als kinderen van Sijmon Jansz Teijsterman, die woonde te Nieuwkoop. Regeling van de deling van de nalatenschap. Cornelis Sijmonsz Teijsterman valt ten deel een huis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg in de Vierschouwerij, verongeld voor 1/2 morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Arien Sijmonsz, belend ten oosten Cornelis Jansz Poel en ten westen Arien Cornelisz. Hij zal 103 gulden ontvangen van de kinderen van Jan Sijmonsz Teijsterman. Adriaen Sijmonsz Teijsterman is aanbedeeld met een kamp weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, groot 1 morgen 394 roeden, strekkend van de werf van Cornelis Sijmonsz tot het land van de kinderen van oude Cornelis Sijmonsz, belend ten oosten Cornelis Jansz Poel en ten westen Arien Cornelisz. De kinderen van oude Cornelis Sijmonsz komt toe een kamp land met een henneptuin aldaar gelegen, groot 756 roeden, strekkend van het land van Adriaen Sijmonsz tot aan de blokkamp van de kinderen van Pieter Sijmonsz, belend ten oosten Jacob Jansz Pijper en ten westen Dirck Pietersz Velssen, nog een perceel veenland binnenweg, strekkend van en tot Arien Cornelisz, belend ten oosten Cornelis Harmensz en ten westen Jan Arisz. Ze ontvangen 108 gulden, uitgereikt door de kinderen van Jan Sijmonsz. De kinderen van Pieter Sijmonsz ontvangen een blokkamp land in het Zuideinde buitenweg, groot 805 roeden, strekkend van het land van de kinderen van oude Cornelis Sijmonsz tot aan de Masloot, belend ten oosten Aris Gijsz Quast en ten westen Arien Sijmonsz Teijsterman. Zij ontvangen 297 gulden van de kinderen van Jan Sijmonsz. De kinderen van Jan Sijmonsz Teijsterman ontvangen een kamp hooiland achter het bruikweer van de overleden Sijmon Jansz, groot 1.450 roeden, strekkend van de Masloot tot het land van Willem Cornelisz van Griecken, belend ten oosten deze van Griecken en ten westen de Twaelffmorgen. [101]
Op 4-6-1637 verkopen Cornelis Pietersz Teijsterman voor zichzelf, Pieter Dircxsz Twaelffhoven, getrouwd met Annetgen Pietersdr en Jan Cornelisz Staveren als voogd over de onmondige kinderen van de overleden Pieter Sijmonsz, aan Cornelis Sijmonsz Teijsterman een blokkamp land in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van het land van Adriaen Sijmonsz tot de Masloot, belend ten oosten Aris Ghijsz Quast en ten westen Adriaen Sijmonsz. Koopsom 1.120 gulden. [102]
Op 28-12-1637 verkoopt Jan Roeloffsz te Nieuwkoop aan Annetgen Pietersdr, weduwe van Pieter Dircxsz Twaelffhoven met als voogd haar broer (=schoonbroer) Cornelis Pietersz Teijsterman, een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Dirck Ariensz Twaelffhoven tot dat van de verkoper, belend ten oosten Pieter Stoffel Jacobsz en ten westen Jacob Heijndricxsz, schipper. Koopsom 650 gulden. Geroijeerd d.d. 25-10-1644. [103]
Op 14-1-1644 verkoopt Annetgen Pietersdr, weduwe van Pieter Dircxsz Twaelffhoven met als voogd Cornelis Pietersz Sijmensz Teijsterman, aan Pieter Worboutsz een perceel veenland achter Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van Jan Louwen tot dat van Cornelis Claesz, waard, belend ten oosten Pieter Dircxsz Velss en Jan Cornelisz van der Aer en ten westen Gijsbert Aertsz Sas en Cornelis Claesz, waard. Koopsom 875 gulden. [104]
Op 11-11-1660 is Jacob Gertsz Breda, getrouwd met Marritgen Pietersdr Twaelffhoven, 250 gulden schuldig aan Gert Gertsz Coij. Gesteld onderpand: een kamp weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend van de werf van Gert Pietersz Teijsterman tot het land van Cornelis Pieter Sijmensz, belend ten oosten de weduwe van Claes Jansz en ten westen Jacob Jacobsz van der Bijll. [105]
Op 12-12-1662 is Jacob Gertsz Breda te Nieuwkoop 100 gulden schuldig aan Gert Gertsz Koij. Gesteld onderpand: een kamp weiland in het Zuideinde buitenweg, strekkend van het huis van deze Breda tot het land van Cornelis Pietersz Teijsterman, belend ten oosten Cors Claes Jansz en ten westen Jacob Jansz van der Bijl. [106]
Op 4-12-1663 is Jacob Gertsz Breda te Nieuwkoop 150 gulden schuldig aan Gert Gerritsz Coij. Gesteld onderpand: een kamp land in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 4 hond, strekkend van zijn huis tot het land van Cornelis Pietersz Teijsterman, belend ten oosten Cors Claes Jan Dircxsz en ten westen Jacob Jacobsz van der Bijll. [107]
Op 6-12-1663 verkoopt Gerrit Pietersz Teijsterman te Zevenhoven aan Jacob Gertsz Breda een huis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 4 hond, strekkend uit de Voorwetering tot het land van de koper, belend ten oosten Cors Claes Jan Dircxsz en ten westen Jacob Jacobsz van der Bijll. Koopsom 560 gulden. [108]
Op 16-9-1664 is Jacob Gertsz Breda te Nieuwkoop 200 gulden schuldig aan Cors Evertsz Swanenburch wegens koop van een schip. Gesteld onderpand: zijn huis en erf met 7½ hond land in het Zuideinde, strekkend van de Voorwetering tot het land van de verkoper, belend ten oosten de weduwe van Claes Jan Dircxsz en ten westen Jacob Jacobsz van der Bijll. [109]
Op 24-3-1666 verkoopt Jacob Gertsz Breda te Nieuwkoop aan Cornelis Pietersz Teijsterman een kamp weiland in het Zuideinde in de polder, verongeld voor 1 morgen 52 roeden, strekkend van het erf van de verkoper tot het land van de koper, belend ten oosten de weduwe van Claes Jan Dircksz en ten westen Jacob Jacobsz van der Bijl. Koopsom 1.135 gulden. [110]
4 morgen ½hond land aan de Quadendijk te Zwammerdam, belend ten oosten: het godshuis van Swaemberdamme, ten westen: Boudijn Hugez, leenroerig aan de hofstad te Hontshol :[111]
11-4-1647: Gijsbrecht Jansz Butterboer, hulde door Johan Ver1oo, bij dode van zijn vader Willem Jansz en draagt het leen over aan Gerrit Dircxz Twaelfhouven.
16-1-1669: Fijtge Cornelis van der Hoek na overdracht door Gerrit Dircxz. Twaelfhoeven.
Op 7-11-1660 verkopen Jan Gertsz van Staveren, getrouwd met Marritgen Cornelis Theusz Crijger en Leendert Gertsz Twaelffhoven, getrouwd met Crijntgen Cornelis Theusz Crijger voor 2/3 deel erfgenamen van Cornelis Theusz Crijger, aan Cornelis Crijnen, getrouwd met Fijtgen Cornelis Theusz Crijger 2/3 deel van een huis en erf en 3½ morgen weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld in het geheel 3 morgen 257 roeden, strekkend van de Voorwetering tot het land van Gert Gertsz Coij, belend ten oosten deze Coij en ten westen Gert Jacobsz, scheepmaker en Cornelis Evertsz. Koopsom 2231 gulden. [113]
Op 4-2-1650 zijn Pieter Joosten Butterman, Gijsbert Joosten Butterman en Annetje Joosten Butterman, gehuwd met Ary Gerritsz.Twaalfhoven erfgenamen van Cornelis Joosten Butterman, hun broer. De erflater legateert 500 car. gld. aan de kerk te Zwammerdam. [115]
Op 16-5-1695 draagt Gerrit Areysz Twaalfhoven op aan de erfgenamen van Joost Gijsbertsz Butterman en Jannetje Velthuysen, in haar leven echtelieden, de helft van een stuk land, in het geheel groot omtrent 7 morgen 1½ hont gelegen aan de oudt Bodergravendijk voor 350 gld. contant.61 [116]
6224. JAN ARIENSZ TEIJSTERMAN, ovl. na 1606 (voor 1623?), verm. afkomstig uit Aarlanderveen, vermeld te Nieuwkoop op 2-8-1583 [117], daagt Jacob Stoffelsz, die hem geld schuldig is, voor het gerecht op 22-11-1583,[118] betaalt als Jan Adriaensz Teysterman te Nieuwkoop capitale lening (vermogensbelasting) "op vijffentwintich ponden comt 50 gl." (1600), verkoopt op 1-4-1606 een gezegelde rentebief van ƒ 200,-- hoofdsom aan "de armen van Nieuwkoop",[119] koopt op 8-4-1606 voor 140 Car. gld. een perceel weiland van Jan Willem Volckertsz,[120] tr.
6225. (SYBURCH?) NN.
6230. DIRCK LOURISZ (WIT), geb. vóór ca. 1540, ovl. 1608/09, belender in het zuideinde in de ban en vrije heerlijkheid van Nieuwkoop (1561), [121] belender in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de binnenweg (), aan de buitenweg (), belender in het Noordeinde van Nieuwkoop aan de binnenweg (1604..1608), (1609: (de erven van)), aan de buitenweg (1605..1608), in de Kerkbuurt buitenweg (1608), tr. vóór ca. 1595[122]
6231. DUYFKEN ADRIAENSDR, geb. vóór ca. 1575, ovl. 1613-1623, woont als weduwe ten huize van Aelbert Jacobsz te Nieuwkoop (1613).
Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Nieuwkoop : Dirck Lourisz. op vijftien ponden comt 30 gl.NB erlijken minstens twee personen Dirck Laurisz te zijn.
Op 26-4-1606 verkoopt Dirck Laurisz Wit aan Heijndrick Heijndricksz, buurman, een perceel land met schuur in het Noordeinde van Nieuwkoop, binnenweg, verongeld voor 2 morgen 1½ hond, strekkend van de Voorendijk en het erf van Gerrit Jaenen tot de Achterweg, belend ten oosten Gerrit Jaenen en ten westen Dirck Meesz. Koopsom 1.137 gulden 10 stuivers. [123]
Op 26-4-1606 verkoopt Dirck Laurisz Wit aan Gerrit Jaenen een huis, erf en een perceel land in het Noordeinde van Nieuwkoop, binnenweg, verongeld voor 2 morgen 1½ hond, strekkend van het huis van de Voorendijk af tot het land van Heijndrick Buijerman en het land van de Voorendijk tot aan de Achterweg, belend ten oosten Jacob Bouw ensz en ten westen Heijndrick Heijndricksz. Koopsom 1.137 gulden 10 stuivers. [124]
Op 18-4-1608 verkoopt Dirck Laurisz aan Claes Pietersz een huis en erf met land, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Egbert Cornelisz, belend ten oosten Arien Sijmonsse en ten westen Egbert Cornelisz in de Voor- en Uitwetering. Koopsom 2.400 gulden. [125]
Op 8-5-1609 verkopen Adriaen Cornelisz en Adriaen Claesz als voogden over Duijfken Adriaensdr, weduwe van Dirck Laurisz voor een helft en Lauris Dircxsz voor zichzelf, Claes Fransz, getrouwd met Neeltgen Dircxsdr, Elbert Cornelisdr als oom en voogd van de kinderen van Jan Cornelisz en de overleden Alijdt Dircxsdr, Willem Jacobsz als vader en voogd van Jan Willemsz van wie moeder was voornoemde Alijdt Dircxdr voor de andere helft, aan Heijndrick Dircxsz Spijcker een erf in het Noordeinde van Nieuwkoop, binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van Claes Fransz, belend ten oosten Gijsbert Heijndricxsz en ten westen Claes Fransz. Borgen zijn Pieter Dominicusz en Philips Jansz. Koopsom 400 gulden. [126]
Op 8-5-1609 verkopen Lauris Dircxsz voor zichzelf, Claes Fransz, getrouwd met Neeltgen Dircxsdr, Elbert Cornelisdr als oom en voogd van de kinderen van Jan Cornelisz en de overleden Alijdt Dircxsdr, Willem Jacobsz als vader en voogd van Jan Willemsz van wie moeder was voornoemde Alijdt Dircxdr, als kinderen en erfgenamen van Dirck Laurisz, aan zijn weduwe Duijffgen Ariensdr de helft van een huis en erf in de Kerkbuurt van Nieuwkoop, buitenweg, waarvan de weduwe de andere helft toekomt, verongeld voor ½ morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Cornelis Cornelis Lauwen, belend ten oosten Cornelis Cornelis Lauwen en ten westen Willem Cornelisz. Koopsom 318 gulden. [127]
Op 8-5-1609 verkopen Elbert Cornelisz, oom en voogd van de kinderen van Jan Cornelisz en Willem Jacobsz als vader en voogd van Jan Willemsz, weeskinderen van Alijd Dircxsdr, als medeerfgenamen van hun grootvader Dirck Laurisz, aan Claes Fransz, getrouwd met Neeltgen Dircxsdr, de helft van 7 morgen maland, waarvan de kinderen 1/3 deel is toegewezen, waar Claes Fransz met zijn helft ten westen is gelegen, de andere helft behoort aan Lauris Dircxsz, in het geheel gelegen in het Noordeinde van Nieuwkoop, buitenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van de Masloot tot het land van Aper Fransz, belend ten oosten Lauris Dircxsz en ten westen Jan Maertensz en Claes Gerritsz. [128]
Op 8-5-1609 verkoopt Duyfken Adriaensdr, wed. van Dirck Lourisz samen met haar kinderen Louris Dircksz, Neeltgen Dircksdr, gehuwd met Claes Fransz, alsmede Elbert Cornelisz, als oom en voogd van de kinderen van Jan Cornelisz en Alijdt Dircksdr, voor ƒ 325,-- een perceel land in het Noordeinde aan Hendrick Dircxsz Spijcker. Op dezelfde dag verkopen vorengenoemde kinderen hun helft van een huis in de Kerkbuurt voor een custingbrief van ƒ 318,-- aan hun moeder, die de andere helft reeds bezit.[129]
Op 1-6-1613 testeert Duijfgen Ariensdr, weduwe van Dirck Laurisz, woonachtig ten huize van Aelbert Jacobsz te Nieuwkoop. Ze schenkt aan de Armen van Nieuwkoop een rentebrief van 72 gulden, sprekend op het bruikweer van Cornelis Buurmannen voor een helft, die nu Dirck Lauwen Wit moet uitkeren en de andere helft op Thomas Jansz en Aris Cornelisz Quast. Aan de kerk van Nieuwkoop wordt toebedeeld een obligatie, groot 50 gulden op Cornelis Anthonisz, oud-secretaris, op voorwaarde dat ze een graf in de kerk zal krijgen. Haar goederen vallen ten deel aan Soetgen Claesdr of bij haar eerder overlijden aan haar kinderen. [130]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Louris Dircxz Wit ende Aeltgen Jansdr sijn huijsvr met Jan, Pieter ende Stijntgen heur kinders - 5 hoofden". [132]
6256. JACOB (HOOGEVEEN).
COMMENTAAR(¥)
Wie is dit:
Pieter Cornelis Hoogeveen, geb. vóór ca. 1640, woont in 1652 aan de Mije,
tr. vóór ca. 1665[133]
Heijltje Jans Griffioen, dr. van Jan Cornelis Griffioen, boer in Zegveld, en verm. Aegje Thonisdr Rewiel.[134]
|
6264. = 6144. WILLEM WILLEMSZ FENT.
6265. = 6145. MARITGEN DIRCXDR (VAN DER PIJL(EN)?).
6412. GERRIT GERRITSE (DE OUDE), ovl. na 1631.
6414. ISAACK NN.
6416. NN DE WARM, geb. vóór ca. 1610, woont verm. te Alkmaar, verm. identiek met Aembroeis de Waerm, beg. Amsterdam Karthuizer Kerkhof 1-3-1637.
6418. CORNELIS SNEEWATER, geb. Den Haag 1612/3, beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 7-1-1683 (met een baar, laat 2 kinderen na), caffawerker (1633), podesoywercker (1660),
treedt op als borg voor zijn zwager Pieter Janse Water(mee) (1660),
woonde Bloemgracht (1633), Egelantiersgracht (1683) tussen de eerste twee bruggen,
otr. Amsterdam 1-1-1633 (get. Cathalina Petit, sijn moeder en Marritje Jans, haer moeder)
6419. MARRITJE JANS, ged. Amsterdam 5-7-1611 (get. Margriete Mat(tij)s), ovl. na 1683, woonde Prinsegracht (1633).
Op 16-8-1660 sluiten Elias Suderman, passementwercker te Rotterdam en Pieter Jans Water, podesoywercker te Amsterdam een contract van compagnieschap voor het bewerken van podesoyen of toerssen. Cornelis Sneewater, podesoywercker te Amsterdam, zwager van Water stelt zich borg. Suderman woont in de Lombertstraet. [138]
Op 28-8-1687 machtigt Anna Maria de Roij, weduwe van Matthijs van Wechelen, koopvrouw, NN, wonende te Amsterdam, om haar zaak als gedaagde tegen Elisabeth Sneewater, wonende te Amsterdam, de eiseres, voor het gerecht van Amsterdam of waar dan ook waartenemen. [139]
|
Leiden, ca. 1650.
Kaart uit "Toneel der Steden", door Joan Blaeu. Eerste uitgave : Amsterdam, 1652. Scan http://grid.let.rug.nl/~welling/maps/blaeu.html klik op plaatje(s) om te vergroten |
6420. (NI)C(O)LAES BEKAUD (BECAUD, BEKOE, BEKOU(B), BEKAUB, BOCOUW, BECCENE, BELCUST, BECCU, BEGIENNE, BEQUE), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1643, afkomstig van Leiden (1621),
vachtenploter (1621-1628),
vettewarier (1626) te Leiden,
tr. 2o 1629/30 (niet gevonden te Leiden)
JEANNE (JANNE, JENNE) ANGLOES (L'ANGLOIS, L'ANGLEX, L'ANGLESZ, LENGLE(T))(¥), ovl. na 1656, huw. get. (1656),
tr. 1o Leiden geref. 9-4-1621 (hij als Nicolaes Bocouw, zij als Susanna Cabbeljaeus)
6421. SUSANNA CABBELJAEUS (VERSCHEURE), geb. vóór ca. 1600, ovl. 1628-1630, afkomstig van Leiden.
Zij noemt zich bij de dopen van haar kinderen naar haar stiefvader Susanna Verscheure.
| COMMENTAAR(¥) Als de naam Langlois (en varianten) erop duidt dat zijn van Engelse afkomst is dan zou zij kunnen zijn Jeane, ged. Amsterdam Engels Presbyt. Kerk 3-5-1610 als dr. van Henry Toppen, of Jeane, ged. Amsterdam Engels Presbyt. Kerk 29-5-1613 als dr. van Thomas Johnson. |
| Wapen Cabeliau: In rood twee ruggelings toegewende zilveren kabeljauwen. [140] |
Op 4-3-1626 bekent Claas Bekou eertijts velleploter ende jegentwoordich vettewarier te Leiden schuldig te zijn aan Jan en Pieter Longespee gebroeders coopluijden 736 gulden tot 40 groten tstuc ende 12 stuvers ter saecke ende als reste der cope van schaepsvellen door hem van de gebroeders gekocht, welke som hij belooft te betalen op 1-5-1626 eerstcomende 100 gulden en voorts telcken half jare daer aen volgende 50 gulden tot aan de 36 gulden 12 st. [141]
Op 17-7-1628 compareerden Sara du Boijs eertijts weduwe van Jacob Cabbeljau en Susanna Cabbeljaus huijsfrouwe van Claes Boccou, velleploter, beide wonend te Leiden, erfgenamen van za: Isaac Cabbeljau, respectievelijk hun zoon en broeder, die jongman sijnde omtrent twee jarens geleden van Amsterdam op t'jacht genaemt Diemen naar Oost Indie gevaeren en op de selve reijse deser wereldt aflevig is. Zij comparanten machtigen Jacob Cabbeljau, mede wonend te Leiden, respectievelijk hun zoon en broeder, om te innen alle openstaende gagien ende verdiensten als voors. Isack Cabbeljau op sijn Oost Indische reijse verdient heeft, mitsgaders sodanige andere penningen als van wegen de voors. Isack Cabbeljau nae sijn doot ontfangen ende geprofijteert ofte desselfs ondergemachtigden van hare ontfang, handelinge ende tgeven soingeaande desen wegens gedaen, gehouden blijven te verantwoorden als naer behoeren etc. Get. Jacob Jacobszvan Nieustad en David Davit Davitsz, beiden schippers. W.g. Sara Du Bois, Susanna Cabeliaus. [142]
COMMENTAAR(¥)
Blijkbaar een andere Sara Becu is:
Sara Becqu (Becku), beg. Amsterdam Oude Kh. 15-11-1649 (hv. van Jakop de Roo), wonend op de Vischmarct (1636),
otr. Leiden geref. 18-6-1636 (get. Jan de Roo, zijn vader uit Engelant, Rachael de Bane, haar moeye uit Amsterdam)
Jakop Jansz de Roo, geb. Belle, ovl. na 15-11-1649, beg. Amsterdam Oude Kerk 2-12-1649 of St. Anthonis Kerkhof 5-12-1669, garentwijnder wonend op de Nieuwen Rijn (1636).
|
6422. JASPER JANSZ (KEIJSER), ged. Amsterdam Nieuwe K. 27-11-1605 (get. Ot Jansz), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 22-3-1685 (laat 1 kind na), tabackpijpmaecker in de Passeerdersstraat (1630),
arbeider (1657),
woont vooraan in de Looyersstraat (1685),
otr. Amsterdam 11-5-1630 (get. Cornelisje Gijsberts, zijn moeder en Aeltje Jans, haer petemoei, haar ouders dood)
6423. TRIJNTJE JEURIAENS, geb. De Rijp 1605/6, ovl. na 1678 (dan is zij doopgetuige), beg.. verm. Amsterdam Heligewegs- en Leidsche Kh. 6-4-1684, woonde op de Heregracht (1630).
Op 26-4-1650 verkoopt Simon Bonte, zadelmaker, voor ƒ 760,-- aan Jasper Jansz een huis en erve in de Looiersstraat [143].
| COMMENTAAR(¥) hier heet de moeder Trijntje Hermans CHECK! |
6424. STEVEN (STRUIJS), ovl. vóór 1645.
| COMMENTAAR(¥) Zoek op. Hij is wellicht : Abraham, ged. geref. Amsterdam Oude kerk 11-3-1638 als zn. van Steven Hermansz, platwerker, en Jacomijntjen IJsaax. |
6440. WI(J)CHMAN GERRITSEN (TOP), geb. vóór ca. 1585, ovl. 1648-1652, gildebroeder (1604, 1630),
gildemeester van het schoenmakersgilde te Elburg (nieuw 1609, 1627-1628, 1635-1637, 1640-1641),
[144]
belender met land buitendijks (1648) te Elburg,
tr. vóór ca. 1615
6441. EGBERTIEN GERRITS, ovl. na 1652.
Egbertien Gerrits weduwe van wijlen Wichman Gerritsen geass. met haar zoon Lambert Wichmansen Topp mitsgaders Momme Wichmans en Hermen Baeck gezamelijke broeders en zwagers en hun respective vrouwen zusters en kinderen verkopen aan Gerrit Andriesen muller en Betje Peters echtel. een schepel gezaai naast Gerbert Jansen west en noordw de weg en oostw Abraham Noeyen voor een som hun ten danke betaald get 30 oct 1652. [145]
| COMMENTAAR(¥)
FRAGMENTEN TOP
Lambert Hendriksz Top, burger van Elburg, woont in 1725 al 2 jaar in Elburg, brouwer, wesemr. ald., beg. Elburg 11-3-1729, otr 2) Epe 12-2-1719 Weintje Gerrits, ged. Epe, 24-3-1699 (woonden 1725 Beekstraat 45) Hendrik Top, 1725 burger van Elburg, woont in 1725 al 2 jaar in Elburg, schoenmaker, beg. Elburg 10-4-1751, otr Elburg 19-6-1701 Susanna Hendriks Bast, beg. Elburg 13-9-1730 (woont Ellestraat 27). [146] Johan Top Jr. te Elburg, geerfde op de Veluwe 21-12-1734, van wie genoemd worden een wapen monogram van de letters J en T. Helmteken een boom.[147] |
In de civiele procesdossiers in het rechterlijk archief van Elburg [148] komt voor onder nr. 11 Top Lamberts contra Tijs Greve (1586) en onder nr. 14 Top Lamberts contra Johan Heinecke (1587).
Top Lamberts is belender in de Beekstraat te Elburg (1618). [149]
ZOEK UIT tzt diverse geslachten Top met herengoederen in het dorp Nunspeet.[150]
| COMMENTAAR(¥)
NIET GEPLAATSTE TOP
Helmich Top, burge te Elburg (1660), beg. Elburg 5-12-1671 ("Helmigh Top is begraven in de zuijer ganck. Bedraeght 3 - 3 - 0 , Den 5 Dec: Ao 1671. Borge Gerrit Martenzen. Truighien Tops, wier graf wordt vermeld (1662, 1664) in de kerk te Elburg. Jacobus Tops, wiens graf wordt vermeld (1664) in de kerk te Elburg. |
Lambert Wichmansen Top verkoopt aan zijn zwager en zuster Hermen Baeck en Grietje Wichmans echtel. 6 voedergrondsen op de Mheen zoals van zijn ouders aangeerft enz hem ter danke betaald get 4 febr 1654 coram Heeck et Reefsen. [151]
Lambert Top voor hem zelf en zijn onmondige kinderen bij Hendrickje Baecks erwonnen aan de ene zijde en Hermen Baeck en Grietgen Wichmans echtel. aan de andere zijde verloten 2 huizen staande in de Kerkstraat naast Willem Limburch westw en Hermen Jansen oostw welke hun bij versterf van hun olderen aangekomen zijn. Lambert Top zal hebben het huis aan de oostzijde en Hermen Baeck het huis aan de westzijde naast Willem Limburch get 16 jan 1656. [152]
In de civiele procesdossiers in het rechterlijk archief van Elburg [153] komt voor onder nr. 152 Gerrit Lambertss Top contra Griete Wijckmans wed. Baeck (1665).
Op 4-9-1657 verkopen Momme Wychmans en Cornelisje Hendriks echtel. mitsgaders Aert Jansen Hagedoorn en Evert Top als mombers over Mommes kinderen bij zall. Dreesje Top verwonnen, aan Willem Velicke en Egbertje Wolters echtel. een hof gelegen buiten de Goorpoort waarnaast gehovet is zuidw Gerrit Top westw koper zelf en noordw het wegje langs de gracht en oostw Jenneke Herms get 4 sept 1657 coram Ommeren et Bigge. [155]
Op 29-1-1698 vindt een rechtszaak plaats warin sprake is van het stelen van traen uit het pothuys van Henrick Mommen. [156]
| COMMENTAAR(¥)
Er zijn blijkbaar meerdere personen met de naam Gerrit Top:
Gerrit (Dircksen?) Top, belender in de Westerbloemstraat (1626, 1636), in de Beekstraat (1627) te Elburg, in het Mheenwegje (1631) aan de Goorpoort (1632), bij de Mheenpoort (1632), treedt op als momber (1631), [157] tr. Anna NN, ovl. 1628/29, tr. 2o voor 1632 Wichmoet Alberts.
|
Op 19-5-1648 verschenen voor schepenen Gerrit Heeck den jongen en vertoonde een zekere volmacht op sijn persoon uit den namen en van wegen den heer Rutger Huigens Ridder, raedt in Gelderland en gecommitteerde ter vergadering dan haere hoochmogentheden en regeerders der stad 's Gravenhage 16 mei gepasseert. Hij verkoopt aan Gerrit Top en Betje Coops, echtelieden, een kamp land groot 13 gresen "de Feyssenhoop" genaamd waaraan oostw. Grevenheefjen, zuidw. Winand van Ommeren, westw. de Somerdijk en noordw. Jan Francksen gelandet is voor een som hem ter danke betaalt get 19 mei 1648 coram Lutteken et Bigge. [166]
Op 30-5-1651 verklaren Gerrit Top en Bette Coops echtel. aan de ene zijde hoe dat Aalt Top voorzoon van hem Gerrit Top zoude mede participeren in zodanige penningen betaald voor een herengoed onder Doornspijk gelegen van haar Bettien aangebracht en heengekomen zoals bij het afsterven van haar voordochter Grietien Coops gedevaleert was en hoe dat mede aan de andere zijde haar oudste zoon Albert Top bij hun samen geprocureert zoude na haar overlijden vooruit profiteren zeker tiende gen. Bitterstiende gelegen onder Oosterwolde. Is gedisponeert dat hiervoor de andere kinderen te weten Grietien Top, Peter Top, Jennechien Top en Bettien Top na haar sterven tegenover Aalt Top en Albert Top zullen behouden de som van ƒ 300,- zonder tegenspraak erfelijk te profiteren Actum 30 mei 1651 coram Heeck et Reefsen. [167]
Op 12-3-1650 verkopen Warner Gerritsen en Fenneken Gerrits echtel aan Aalt Top en Annechien Campers echtel. een hof buiten de Mheenpoorte waaraan oostw de dijk noordw Heimen Timmerman westw Bartolt Lambertsen en zuidw het gemene pad gelandet is. Actum 12 maart 1650 coram Feith en Reefsen [170]
De gemene schepenen verkopen aan Aalt Top en Annechien Campers echtel. een hoekje weg aan de zuidzijde van die hof zoals dat bij die hof ligt en er nu bij hoort en voor ƒ 10,- verkocht hebben actum 6 april 1650 [171]
Op 20-7-1650 verkopen Johan Frankesen en Gesien Feith echtel. aan Aalt Top een half gres in het Goor gelegen get 20 juli 1650 coram Lutteket et Bigge. [172]
Op 28-5-1651 verkopen Adriaan van Holthen en juffr Catharina van Eckvelt echtel. aan Aalt Top en Hendrikien Hendriks(¥) echtel. de helft van 2 mudde gen. "Crachtsenscamp" waaraan oostw Geertje Top zuidw de kerkdijk en west en noordw de kerk van Doornspijk gelandet is. Stellen tot waarborg 3 schepel land in de nieuwstad westw de weg, noordw Dirk Rijksen zuidw Otto van Vierholten en oostw Munters erfgen. gelandet zijn. Get 28 mei 1651 coram Heeck et Hegeman [173]
COMMENTAAR(¥) Welke Aalt Top x Hendrikien Hendriks zouden dit zijn. Kennelijk niet bovenstaande Aalt Gerrits Top want diens vrouw Annetje Campers is na 1656 overleden. Mogelijke kinderen van Aalt Top x Hendrikien Hendriks zijn te Elburg in ieder geval niet gedoopt.
Op 29-7-1656 verkopen Hendrik Benier en Debora Verree echtel. aan Aalt Top en Hendrikje Hendriks echtel. de helft van 2 molder gezaai "Craftenscamp" gen. waarvan de helft kopers reeds toebehoort aan welke kamp de kerk van Doornspijk met een akker lands aan de Elburger kant noordw Dries Petersen zuidw de Vetcamp gelandet is actum ut supra coram fidem (Get 29 juli 1656 coram Feith et Hegeman ). [174]
Op 18-2-1659 verkoopt Aalt Top Gerritsen aan Aert Beersen en Geertje Alberts echtel. derdehalf gres land in de Vrijheid dezer stad waaraan oostw Aaltje Crafts zuidw Gerrit Uilenbroek. westw ,Hartger Rentsen en noordw kopers zelf gelandet zijn doende afstand onder waarborg van 4 gresen gelegen aan het Mheenwegje get 18 febr 1659 coram Heeck et Reefsen. [175]
Op 25-10-1660 verkopen Aalt Gerritsen Top en Geertje Reyersen echtel. aan Steintje Heimans weduwe van wijlen Hendrik Reefsen een kamp land van 4 gresen over de Mheen waaraan de weduwe Reefsen zuidw en oostw en oostw de Bullinksmate en westw get Weeshuis gelandet is onderpand haar huis in de Westerkerkstraat naast Egbert Olofsen oostw en Liesbeth Berteltsen westw gehuiset is get 25 oct 1660 coram Heeck et Coetenberch. [176]
Op 7-5-1663 verkoopt Albert Top als momber van de kinderen van zijn afgestorven broer Aalt Top bij Anneke Campers verwekt, aan Coendert Gerrits Pennink de helft van derdehalf voedergrondsen buitendijks op de haven waarvan de rest Goris Franksen toebehoort Get 7 mei 1663 coram Hegeman et Reefsen. [177]
Op 4-7-1663 verkopen Geertje Segersen weduwe van Aalt Gerritsen Top en Albert Top als momber van de kinderen aan Coendert Gerritsen Pennink voor ƒ 30,- een voedergronds op de haven Mheen waaraan zuidw het collegie noordw de stad gelandet is get 4 juli 1663 coram et fidem. [178]
| COMMENTAAR(¥) Bij de otr. inschrijving in Elburg heet zij Hannisje Egberts, bij de tr. inschrijving te Amsterdam Hannesje Dries! |
Op 12-2-1666 verkopen Eybert Gerritsen en Gerritje Jacobs echtel. aan Gerrit Franksen het 1/4 part van vierdehalf voedergrondsen waarvan 1/4 part Hendrik Top(¥) met Wolter Sneller de resterende 1/4 parten toebehoren naast Herbert Jansen muller gelegen get 12 oct 1666 et fidum. [179]
COMMENTAAR(¥) Is Hendrik Top met zijn 10 jaren oud genoeg om in deze akte genoemd te worden? Of is er sprake van een andere Hendrik Top?
In de civiele procesdossiers in het rechterlijk archief van Elburg [180] komt voor onder nr. 216 de erven Hendrik Top contra de pretense erven van Hannissen Dries (1705).
Breuckhaftigen over 1693 te Elburg : Henrick Top en Elias Hermsen malkander geslagen tot tweemaal toe, eens in sijn huis, en dan op de strate en hem gescholden voor een leugenaer en dief, omdat hem weigerde gelt te geven, presenteerende Elias met twee verklaringen dat hij Hermen niet eerst gestoten of geslagen hadde ( blijft in staet tot tijt dese saake tussen partijen afgepleyt is. [181]
Breuckhaftigen over 1700 te Elburg : Peter Feith en Henr. Top malkander geslagen aan geeischt sijnde, niet verschenen (elk 2 pond). [182]
Op 29-1-1698 vindt een rechtszaak plaats waarin sprake is van het stelen van traen uit het pothuys van Henrick Mommen. [185]
Op 17-3-1683 vindt een rechtszaak plaats over het neerslaan van Jan Gerberts. [186] De tekst volgt volledig.
Interrogatoria den edelen en achtbaren gerichte der stadt Elburch, seer reverrentelick overgegeven door en van wegen Jan Gerbertsen om daer op bij ede te examineeren Jan Jantsz woenende aen de Soemerdijck daer toe gerichtelick gearresteert.
1. Getuigen olderdom.
1A. Oldt omtrent 27 jaeren.
2. Of getuige Jan Jantsz niet en weet, en gesien heeft dat voorleden sonnedach voormiddach (doorh.: onleesb.) gaende met Jan Gerbertsz, en Hendrick d'Groot alias Robacker over het lant van de wesemeister Toe Water, Hendrick d'Groot Jan Gerbertsz met een essen hevel op d'kop heeft geslagen dat hij beswijmt op de aerde neerviel, en het bloet liggende op de aerde, (doorh.: onleesb.) spuit sijn hooft over sijn gantsche lichaem ter aerde neerliep?
2A. Affirmeet den inhoudt deser doch, niet selve te konnen getuygen, off het een essen hevel, off (doorh.: onleesb.) een ander holt ofte hevel geweest sij.
3. Of Jan Gerbertsen, Hendrick d'Groot wel redenen tot sulck moordadich slaan heeft gegeven?
3A. Verklaert dat Henrick de Groot tegen Jan Gerbrechtsen gesecht hadde, off hij die courage noch wel hadde, als gisteren, doen hij Jan hem Henrick, in 't huys sloegh, waer op Jan geantwoort hadde, backer ghij hadt ongelijck. Waer op de selve backer eenige woorden spreeckende, aenstonts met de hevel toegeslaegen hadde.
42.2. 4. Of getuige niet gesien heeft dat Hendrick d'Groot al met sijn duivels opset, Jan Gerbertsz soo gesteken en gesneen heeft dat hij doort veelvoudich bloetvergieten flau op de aarde neder bleef liggen?
4A. Affirmat, doch niet gesien te hebben, wie eerst het mes getrocken heeft, alsoo met de rugge naer Jan Gerbrechtsen staende, de backer vast geholden hadde.
5. Of getuige niet geseit heeft tegens Hendrick d'Groot hoe gaet ghij soo met de keerel aen ghij sult hem vermoren.
5A. Verklaert dat tegens Hendrick de Groot gesecht hadde, soo ghij hem saa soo slaet, ghij sult hem doot slaen.
6. Of getuige d' gewonde, niet gesleept heeft, machteloos sijnde vant bloen int lant nae het huis van Hendrick Geerlifsen?
6A. Getuyght, dat Jan Gerbrechtsen noch eenighsins konde gaen, maer dat hem gevatt hebbende, sechden, dat flaeu wierde.
7. Of getuige niet gehoort en gesien heeft Jan Gerbertsz int am(..)roos liggende int huis tegen d'Groot, de robacker geseit heeft staadt op du duivel du hont ghij hebt noch sulcken noot niet en of hij hem niet weder te lieve wol?
7A. Secht, dat Henrick de Groot doenmaels gesecht hadde, staet op, ghij hebt sulcken noot niet.
8. Of getuige Jan Jantsz, Jan Gerbertsz sijn wonden aen beide sijn armen niet toe gewoelt en heeft omt bloet te stempen, vresende dat hij sou doot bloen?
8A. Getuyght, dat de eene arm seer bloedende met peerdemessche in een doeck toegewoelt, ende alsoo 't bloet gestempt heeft.
42.3. 9. Of joncker Niuvelt, ende Beert Stuirman niet sijn gekomen ten huise van Hendrick Geerlifsen desselfs huisvrouwe uit roept en krijt, en seide tegens Niuvelt en Stuirman d'd'man die sterft, ende of jonker Niuwelt niet van daer is gegaan nae Altena en heeft wijn gecommandeert voor d'gewonde flau liggende om sijn herte daer mede te verstercken?
9A. Verklaert, dat ten dien eynde met joncker Nievelt naer Altena gegaen was, ende de vrouwe in Altena de wijn selfs aldaer gebracht hadde.
10. En wat getuige hier meer van weet.
10A. Getuyght hier van niet meerder te weeten, als alleen dat naer sijn oordeel hadde moeten dootbloeden, invall hij getuyge het bloedt niet gestempt hadde, ende daerenboven dat (doorh.: onleesb.) hij getuyge willende den barbier haelen, den gequetsten gesecht hadde, dat sulcks onnodich was, door dien hij soo lange het niet soude konnen maecken, ende versocht hadde, dat hij getuyge om hem gerack te doen (doorh.: soo lan) bij hem blijven mochte, maer dat wel wilde, dat een ander (doorh.: onleesb.) naer de barbier liep.
Juravit coram Ingen et Lutteken, den 17 meert 1683. Me praesente.
Albert Top en zijn vrouw zijn borg te Elburg (1667). [187] Hertrouwt hij dus na het overlijden van Fije Wilhelms?
Albert Top tr. Elburg 11-1-1674 Geertruijt Gerrits. Is hij dat ook?
Op 27-10-1689 worden in een rechtszaak te Elburg over gebruik van heidegronden als getuigen gehoord Herman Lambertsen, omtrent 76 jaeren oldt, Herman Gerritsen omtrent 68 jaeren, en Willem Henricksen, 78 jaeren. [188]
Op 26-10-1663 verkopen Peter Gerritsen Top en Aaltje Stevens echtel. voor ƒ 400,- aan Willem Hendriksen schoenmaker en Grietje Top echtel. anderhalf en een half vierendeel gres lands in een kamp gen. "Foeysele hoop" waarvan de andere gedeelten hem en Jenneke Herms en Albert Top toebehoren en waaraan noordw Joan Franksen oostw de stad en Truitje Top zuidw de kleine Foeiselenhoop en westw de dijk gelandet get 26 oct 1663 coram Heeck et Coetenberch. [189]
In 1704 procedeert Arent Freriks Waterbeek nomine uxoris tegen de wed. van Aart Lucassen Bolt.
In 1705 procederen de erven van Hendrik Top tegen de pretense erven van Hannissen Dries. [191]
Op 30-3-1706 compareerde te Elburg Stijntje Lamberts wed. Bolts geassisteerd met Evert Henriksen en Aalt Top als gevolmachtigden van Bartold Harmensen van der Heeghe en Batje Top echtelieden, volgens acte te Deventer gepasseert en mede voor Arent Frederiks Waterbeek en Jannetje Top echtelieden, erfgenamen van Henrik Top en Hannesje Driesen echtelieden. Zij verkopen voor ƒ 700,-- aan Aert Heimonsen en Fennetje Driesen echtelieden, 7/8 parten in een huis en hof neffens 6 gresen land alwaar noordw Heimen Petersen, oostw Jacob Gerritsen en zuid en westw Wijne Gerrits gelandet is. [192]
Op 15-12-1671 verkopen Bartoldt Harms van Deventer en Betje Top echtel. vermogens procuratie der stad Deventer 11 dec 1671 gepasseert met macht om transport en sessie te doen 8 voedergrondsen, nader omschreven. aan Henrik Lambertsen en Aaltje Dircks echtel. Get 15 dec 1671 coram Feith et Wolfsen [194]
| COMMENTAAR(¥) Zou zijn dezelfde zijn als Truchien Tops, beg. Elburg 2-11-1670 ("Den 2. November is begraven Truchien Tops in de suder cappelle is 3 - 3 - 0. Burrge Momme Wygemans"). |
Op 25-1-1640 verkopen Heyman Pietersen en Henrickje Thijs, echtel., aan zal. Henrik Top en en Truichien Feith echtel. Een half mudde gelegen op de Dam in Oosbeke onder Doornspijk zijnde voor dezen heerengoed geweest doch onder de naam van Olof Egberts heerengoed mede aldaar gelegen vrijgekocht En also kopers voorschr. weduwe vermeende uit die cessie niet genoegzaam verzekert te zijn heeft de verkoper tot meerder wissinge dezelve ten onderpand gesteld een akker land in de Vrijheid bij Beert Jansens huis. [197]
Op 8-4-1671 bekennen Evert Top en Hannegien Franckesens echtel. schuldig te wezen aan onze mede raadsvriend Henrick Bigge en Antonia Reefsens echtel. de som van ƒ 400,- condities omschreven, Stellende tot onderpand een mudde land in de Niestadt nader omschreven. Den 8 april 1671 coram Henr Feith [199]
Jan en Evert Top zijn belenders over de Mheen (1673). Wie is deze Jan Top?
Breuckhaftige over 1680 te Elburg : Hannesje Top mit haer dochter schuldt gegeven dat de hoff van burgem. toe Water ingegaen soude hebben ( non comparant). [200]
| COMMENTAAR(¥)
NIET GEPLAATST FRAGMENT TOP/MOMME
Momme Jans, ovl. vóór 1649, tr.? Beertien Momme, ovl. vóór 1649. Op 7-3-1649 verkoopt Jan Lambertsen als gevolm. van Lijsbettien Jans, wed. van wijlen Jacob Momme, volgens volmacht 23 maart 1649 te Amsterdam gepasseert, aan Marcus Momme ende Jan Top Momme, item Bartolt Momme ende Cornelisje Beerts nagelaten kind van zall. Beert Momme een zeker tiende deel van een huis in de Olde strate waaraan noordw. kortelasse ? zuidw. de wed. van zall. Andries Radmaker, oostw. de straat, westw. de stadsmuur gelegen is Voor een som hem ter danke betaalt actum 7 maart 1649 coram Nagge et Hegeman. [202] Op 17-5-1649 verkoopt Jan Lambertsen als gevolm. van Lysebet Jans weduwe van wijlen Jacob Momme volgens volmacht van d.d. 19 mei 1649 te Amsterdam gepasseert aan Marcus Momme en mede als momber van neffens Joachim Loefsen over het nagelaten kind van wijlen Beert Momme, item Jan Top Momme en Bartolt Momme zodanig versterf en erfenis mitsgaders uit en inschulden aan alle goederen zoals hier en elders gelegen zijn zoals zall Momme Jans en Beertien Momme nagelaten hebben en op hem Jacob Momme gedevolveert zoals hij in kwaliteit em met consent der magistraat verkocht heeft get 17 mei 1649 coram Heeck et Feith. [203] Op 7-6-1649 verkoopt Jonker Christoffel van Boecop voor hem zelf en als gevolm. van Ernst van Boecop en Margaretha en Helena van Boecop volgens volmacht van 2 oct 1647 te St Michielsgestel onder de Meierij van den Bosch gelegen gepasseert aan Marcus Momme voor zich zelf en mede als momber neffens Joachim Loefsen van Cornelisje Berents nagelaten dochter van zall. Beert Momme. Item Jan Top Momme zekere 5 gresen land waaraan oostw Glauwens erfgen. cum suis zuidw de Sterfkamp westw de Lammemate en noordw de Weezen van Elburg gelandet zijn met 3 stuivers en een oortje aan thinsen get 7 juni 1649 coram Reefsen et Feith [204] Op 6-5-1665 hebben Marcus Momme en Geertje Jacobs weduwe van wijlen Bartolt Momme geass. met haar zwager Marcus Momme, item Joan Loefsen en Cornelisje Berents met noch Rutger Uilenbroek als momber van Momme Jacobs zelf mede present wezende voor de nagelaten goederen van Jacob Momme tesamen erfgenamen van Joan Top, overgegeven aan Herbert Jansen Backer en Aaltje Aarts echtel een huis aan de Beekstraat waaraan zuid en oostw gehuizet is Joan de Vos en noordw de stege bij de stadsmuur chietende westw de gedachte strate gelegen en bezwaart met ƒ 300,- aan Joan Munther, doende afstand mits dezen. Actum den 6 mei 1665 [205]
|
6586. JAN HERCKELSE (HERCULISSE), geb. 's-Heer Hendrikskinderen (in 't land van der Goes), ovl. feb/maart 1660, woont onder Rengerskerke, otr. 1o Noordgouwe 18-4-1610[211] Janneke Willems, geb. Nieuwerkerke (Sch.), woont te Zierikzee, otr. 2o Noordgouwe 14-4-1620[212] Adriaenken Claes, woont te Rengerskerke.
6864. CLAAS TATICKSZ, geb. vóór ca. 1580;(¥)
| COMMENTAAR(¥) Mogelijk verwant zijn de volgende personen vermeld in het register van geref. lidmaten Weesp 23-5-1630 : Haesgen Taten x Claes Gijsbertsen (buiten de Muijerpoort), Jannetje Taten x Claes Marten Bruijnen (aan 't Gein oostzijde), Trijntgen Roel Taten (op de Hooghstraat), Nelletgen Taten (in de St. Jorisstraat). |
6946. PIETERS SYMONSZ TEIJSTERMAN, ovl. 1623-1637, in 1621 meerderjarig,
tr. vóór ca. 1615[216]
6947. GEERTGEN CORNELISDR VAN STAVEREN, ovl. na 1646, vermeld in 1646.
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Pieter Sijmonsz ende Geertgen Cornelisdr sijn huijsvrouwe met Cornelis, Jan, Gerrit, Annetgen, Sijburch ende Maritgen heure kinders - 8 hoofden". [217]
Op 4-6-1637 compareren Arien en Cornelis Symons Teijsterman voor henzelf, Cornelisz Pieters Teijsterman en Annetgen Pieters Teijsterman, gehuwd met Pieter Dircksz Zethoven, alsmede voogd over de nog onmondige kinderen van Pieter Symonsz Teijsterman , Aris Cornelisz Quast als voogd over de kinderen van Ouwe Cornelis Symonsz Teijsterman en de voogd over de kinderen van Jan Symonsz Teijsterman, allen erfgenamen van Symon Jansz Teijsterman, in zijn leven gewoond hebbend te Nieuwkoop [218].
6954. JAN (VAN DER) GROOS, alleen bekend uit het patroniem van zijn vermoedelijke kinderen.
Op 24-2-1655 compareren Isaack Abrahamsz van Wieringen, getrouwd geweest met Marritgen Pietersdr, voor zichzelf, mede als vader en voogd van Jan Isaacksz van Wieringen en Dirck Mathijsz Verhaer, scheepmaker, getrouwd geweest met Martijntje Pietersdr, voor zichzelf als vader over Jannitgen en Mathijs Dircxs, geassisteerd met Anthonis Jansz van der Groos, bode van Boskoop, als oudoom der kinderen, erfgenamen, kinderen en kindskinderen van Pieter Jansz, oud-schoolmeester van Aarlanderveen. Zij gaan over tot deling der nalatenschap. Isaack Abrahamsz valt ten deel de helft van een schuldbrief op Claes Cornelisz Cleijn Pieren, groot 1036 gulden 5 stuivers, en verder de helft van enkele rentebrieven en obligaties. Dirck Mathijsz ontvangt de andere helft der schuldbrieven en enkele obligaties in de akte nader omschreven. Isaack Abrahamsz van Wieringen zegt toe zijn zoon Jan Isaacksz te onderhouden tot de leeftijd van 20 jaar, hem dan uit te keren zijn moederlijk erfdeel, groot 1200 gulden en te geven zijn uitzet. [219]
6956. IJSAECK(I(J)S(A)CK) JOACHIMSZ (JOCHUMSZ, JOCHEMSZ), geb. vóór ca. 1560, ovl. na 1607, weerbare man (1599),
belender in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg (1604..1606),
tr. 2o [220]
MERRITGEN CORNELISDR, wed. van Marten Heijnrixz,
dr. van Cornelis Adriaensz,
tr. 1o vóór ca. 1585[221]
6957. GEERTGEN (GRIETGEN, GERTGEN) AERTS, ovl. vóór 1603.
Op 9-4-1603 verkopen IJsaack Jochemsz, weduwnaar van Geertgen Aerts, voor zichzelf en zijn zwager Jacob Aertsz als voogd over de minderjarige kinderen, aan Cornelis Cornelisz Corsgen, wonende te Aarlanderveen, een koopbrief van 2 morgen land gelegen in het Zuideinde van Aarlanderveen, strekkende uit de Molenwetering tot de tuin van Pieter Jansz Talinx, belend ten noorden Volck Bouwensz en ten zuiden Corsgen voornoemd. Ten bedrage van 225 carolus gulden à 40 groten Vlaams - gecasseerd 16 mei 1617. [222]
Op 31-12-1605 verkoopt IJsack Jochumsz aan Pieter Jochumsz een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van het land van Cornelis Jansz tot dat van Jacob Cornelisz, belend ten oosten Pieter Cornelisz Lange en ten westen Anna Willemsdr. Koopsom 175 gulden. [223]
Op 10-3-1607 verkopen
Dirck Laurisz, getrouwd met Duijffgen Ariensdr, voor 1/5 deel,
Adriaen Claesz, molenaar, voor zichzelf, Ghijsbert Andriesz Quast, getrouwd met Marritgen Claesdr, Elbert Cornelisdr, getrouwd met Trijntgen Claesdr, Cornelis Jansz Lieff, getrouwd met Soetgen Claesdr, Aelbert Jacobsz, getrouwd met Anna Claesdr, allen als kinderen van jonge Claes Claesz, die getrouwd was met Marritgen Ariensdr, voor het tweede 1/5 deel,
Phillips Gerritsz, getrouwd met Stijntgen Jacobsdr, Arien Aertsz, getrouwd met Gooltgen Jacobsdr, Dammas Cornelisz als vader en voogd over Willen en Cornelis Dammasz en mede handelend namens Gerrit Jansz ter Aer, getrouwd met Erck Dammasdr, kinderen van Dammas Cornelisz en Marritgen Jacobsdr, allen als kinderen van Jacob Adriaensz, voor het derde 1/5 deel,
Arien Cornelisz, Pieter Cornelisz, Cors Cornelisz en Jan Cornelisz voor zichzelf, Heijndrick Dircxsz Spijcker, getrouwd met Aeltgen Cornelisdr, IJsack Jochumsz, getrouwd met Marritgen Cornelisdr, Heijndrick Willemsz, getrouwd met Trijntgen Cornelisdr, Jan Cornelisz, getrouwd met Marritgen Jansdr, dochter van Jan Andriesz en Stijntgen Cornelisdr, en Pieter Claesz Duijersz, vader en voogd van zijn vier kinderen geboren bij Anna Cornelisdr, allen als kinderen en kindskinderen van Cornelis Adriaensz, voor het vierde 1/5 deel,
Cornelis en Adriaen Aelbertsz voor zichzelf, Phillips Jansz, getrouwd met Marritgen Aelbertsdr, allen als kinderen van Aelbert Cornelisz en Alijdt Adriaensdr, voor het vijfde 1/5 deel,
allen als erfgenamen van hun overleden oom Jan Adriaensz, in leven wonend te Nieuwkoop achter de kerk, aan Cornelis Anthonisz, secretaris, een perceel land met huis, hof, berg en schuur achter de kerk, verongeld voor 2½ morgen, strekkend uit de Kerkgracht tot aan het land van Jheremias Oisterlingh, belend ten oosten Willem Cornelisz van Grieken en ten westen Cornelis Anthonisz, secretaris. Koopsom 3.225 gulden. [224]
Op dezelfde datum verkopen dezelfde personen aan Eijmbert Jansz een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg in Coemansland, strekkend van het land van Mathijs Meesz tot dat van Pieter Jan Heeren, belend ten oosten Trijn Sijmonsdr en ten westen Adriaen Cornelisz. Koopsom 300 gulden. [225]
Op dezelfde datum verkopen dezelfde personen aan Lauris Dircxsz twee perceeltjes veenland in het Noordeinde van Nieuwkoop over de Achterweg, het ene strekkend van het land van Lauris Dircxsz tot het baljuwsland, het tweede strekkend van het land van Ais Ghijsbertsz tot dat van Cornelis Andriesz, belend ten oosten Ghijsbert Cornelisz en ten westen de Zevenhovense vaart. Koopsom 441 gulden. [226]
Op dezelfde datum verkopen dezelfde personen aan Aris Ghijsbertsz een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van het baljuwsland tot het land van Ghijsbert Jheremiasz, belend ten oosten Ghijsbert Cornelisz en ten westen de Zevenhovense Vaart. Koopsom 230 gulden. [227]
Op dezelfde datum verkopen dezelfde personen aan aan Willem Jheremiasz Oisterlingh, baljuw en schout, een perceel veenland in het Noordeinde over de Achterweg, strekkend van het land van Ghijsbert Jheremiasz tot dat van Aris Ghijsbertsz, belend ten oosten Ghijs Neel Ghijssen en ten westen de Zevenhovense Vaart. Koopsom 290 gulden. [228]
Op dezelfde datum verkopen dezelfde personen aan aan Philips Gerritsz een perceel "maelants" in het Noordeinde, buitenweg, verongeld voor 2 hond. Koopsom 76 gulden.
Op 4-6-1640 verkoopt Cornelis Ghijsbertsz van Vliet, schoenmaker, aan IJsack Jochumsz van Wieringen een huis en erf in het Noordeinde binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot de dwarssloot, belend ten oosten Jan Elbertsz en ten westen Cornelis Dirck Arisz. Koopsom 496 gulden. [229]
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [232]. |
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Joachim IJsaacx ende Maritgen Lodewijcxdr sijn huijsvr met Pieter ende Maritgen Pieters soon ende dochter mitsgaders Henrick, IJsaack ende Geertgen Joachims hare respective kinderen - 7 hoofden". [233]
Op 5-9-1626 verkoopt Arien Jochumsz te Nieuwkoop aan Dirck Meesz een kamp land en veenland in het Noordeinde binnenweg, verongeld voor 1½ morgen, strekkend van de Vorendijk tot aan Jan Huijbertsz en Griet Bouwens, belend ten oosten Aeltgen Ariensdr, weduwe van Bouwen Sijmonsz en ten westen Jacob Reijersz, brouwer. Betaald met de overname van een schuld van 100 gulden, toekomend de Armen van Nieuwkoop. Mede aan Gerrit Jan van Boriff (Bodegraven) 100 gulden, aan de erfgenamen van Dammas Cornelisz of de Armen en Arien Jochumsz 364 gulden. Nog te betalen aan Laurus Jansz 150 gulden hoofdsom, mede nog aan Jochum IJsacksz 222 gulden 4 stuivers 4 penningen en tenslotte nog 936 gulden 4 stuivers 4 penningen contant. [234]
Op 23-3-1641 in de avond zijn Schout en schepenen van Nieuwkoop bijeen in vergadering ten huize van Marritgen Lodewijckendr, weduwe van Jochum IJsacxsz van Wieringen, waardinne te Nieuwkoop. Zij vinden er Marritgen Lodewijcken "sieckelijck te bedde leggen". Ze maakt haar testament, waarbij ze overmaakt aan de armen van Nieuwkoop 50 gulden en eenzelfde bedrag aan de kerk van Nieuwkoop. Ze bepaalt verder dat de goederen die uit haar nalatenschap zouden zijn toegekomen aan haar inmiddels overleden zoon Hendrick Jochumsz van Wieringen, nu "sullen aenerven" aan diens zoon Adriaen Hendricksz van Wieringen. Bij kinderloos overlijden van deze Adriaen zullen deze goederen overgaan op haar verdere kinderen en kindskinderen. [235]
Op 4-12-1641 verkoopt Marritgen Lodwijckendr, weduwe van Jochem IJsacxsz van Wieringen met als voogd haar zoon IJsack Jochumsz, aan Heijndrick Jacobsz 't jonge Kijnt een perceel land in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van het land van Adriaen Cornelisz tot dat van Willem Jan Gerritsz, belend ten oosten de secretaris en Ghijsbert Aertsz en ten westen de koper. Koopsom 675 gulden. Geroijeerd d.d. 26-5-1661. [236]
Op 14-11-1642 delen IJsack Jochumsz van Wieringen voor zichzelf, Jan Ariensz van Staveren, getrouwd met Geertgen Jochumsdr en Lodewijck Pietersz,als voogd over Adriaen Heijndricxsz, weeskind van de overleden Heijndrick Jochumsz, de nalatenschap van hun overleden vader Jochum IJsacxsz van Wieringen, samen met hun moeder Marritgen Lodewijcken, welke als voogd heeft haar zoon Lodewijck Pietersz Spijcker. Marritgen Lodewijcken behoudt in eigendom een huis en erf in Nieuwkoop binnenweg, strekkend van de straat tot het kamp land van IJsack Jochumsz, belend ten oosten Ghijsbert Jansz Brack en ten westen IJsack Jochumsz. Nog komt haar 3.000 gulden toe, die IJsack Jochumsz aan haar moet uitkeren vanwege het grote huis en erf, mede nog 1.200 gulden vanwege de roerende goederen, mede nog 1.700 gulden van inkomende boekschulden en een rentebrief van 675 gulden op Heijndrick Jacob Barenden. [237]
Op 13-11-1642 compareren Marriten Lodwijckendr, weduwe van Jochum IJsacxsz van Wieringen met als voogd haar oudste zoon Lodewijck Pietersz Spijcker ter ene en Jan Ariensz van Staveren, getrouwd met Geertgen Jochumsdr en Lodewijck Pietersz Spijcker als voogd over Adriaen Heijndricxsz, weeskind van de overleden Heijndrick Jochumsz van Wieringen, ter andere zijde. Deling van de nalatenschap. IJsack Jochumsz ontvangt een huis en erf met kaatsbaan en een achterliggend kamp land, strekkend van de straat tot het veenland van Lambert Jacobsz Boer, belend ten oosten Marritgen Lodewijcken en Ghijsbert Jansz Brack en ten westen het raadhuis van Nieuwkoop, Claes Huijbertsz, bakker en Aris Cornelisz Quast. Hij ontvangt mede een boekschuld van 770 gulden, mede zal hij 465 gulden ontvangen van zijn zwager Jan Ariensz. Aan moeder Marritgen Lodewijcken moet hij 3.000 gulden uitbetalen en voor de roerende goederen nog 1.200 gulden. Jan Ariensz van Staveren krijgt in eigendom een perceel veenland met schuur achter het dorp Nieuwkoop binnenweg, groot 255 roeden, strekkend van het land van Claes Cornelisz, smid tot de landen van Pieter Thomasz van Vliet en Claes Pietersz Mutsges, belend ten oosten Ghijsbert Jansz Brack en ten westen Jan Cornelisz van der Aer, nog een deel van een perceel land aan het Zuideinde buitenweg, strekkend van het weiland van Jan Ariensz tot aan het land van Aris Gijsz Quast, belend ten oosten de secretaris en Adriaen Huijgen en ten westen Adriaen Sijmonsz Teijsterman. Mede is hem 770 gulden toebedeeld. Hij moet 465 gulden uitkeren aan zijn zwager IJsack Jochumsz en aan het weeskind van Heijndrick Jochumsz 14 gulden. Adriaen Heijndricxsz van Wieringen, onmondige zoon van Heijndrick Jochumsz, ontvangt een perceel veenland achter Nieuwkoop in het Noordeinde over de Achterweg, strekkend van daar tot het land van Lenert Willemsz van Griecken, belend ten oosten Cornelis Aertsz en Joost Pietersz en ten westen de weduwe van Pieter Jan Heijndricken, nog een gedeelte houtland in de Wouden, groot 27 roeden, mede nog 770 gulden van boekschulden en nog 456 gulden 4 stuivers 8 penningen als deel van de roerende goederen, mede nog 14 gulden,hem toekomend van Jan Ariensz van Staveren. [238]
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [240]. |
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Aert IJsaaecxz ende Maritgen Theeusdr sijn huijsvr met IJsaac, Cornelis ende Geertgen heurl kinders - 5 hoofden". [241]
6958. CORNELIS (VAN CLEVESTEIJN?), geb. vóór ca. 1575, alleen bekend uit het patroniem van zijn veronderstelde kinderen.
| COMMENTAAR(¥) Waar zijn patroniem Vriesen vandaan komt is onduidelijk. Voorts moet hij haast wel verwant zijn aan de Celevseijns in het Fragment hieronder, omdat hij ook als erfgenaam voorkomt van Pieter Aertsz van Clevesteijn in de akte van 1603 hieronder, en tevens blikbaar 'de Burch' te Zwammerdam in zijn bezit heeft dat al in 1593 in het bezit was van Pieter Aertsz van Clevesteijn. |
Op 25-7-1621 verkopen Bouwen en Sijmon Claesz Coster, wonend te Zwammerdam, aan Arien Cornelisz Vriesen, wonend te Zwammerdam, de helft van 3 morgen 2 hond land in een weer van 10 morgen, het geheel strekkend uit de Rijn tot de Achterdijk, belend ten oosten Lucas Jansz en ten westen Joost Cornelisz Butterman.
Vervolg: Schuldbrief van voorgaande koop, groot 1750 (!) gulden. Geroijeerd 10-7-1635. [242]
Hoofdgeld Zwammerdam 1623:
Aries Vriesen (!) ende Annetgen Cornelisdr sijn huijsvre met Pieter, Grietgen, Neeltgen, Maritgen ende Leentgen heure kinderen, item Arien Woutersz heurluijder knecht - 8 hoofden.
Op 3-3-1624 compareren te Zwammerdam Jan Cornelisz, Dirck Cornelisz, Maerten Cornelisz, Cornelis Cornelisz Bestebroer, ieder voor zichzelf, Arien Cornelisz van Clevesteijn, getrouwd met Annetgen Cornelisdr Bestebroer, allen kinderen van Maritgen Dircxsdr, weduwe van Cornelis Cornelisz Bestebroer. Zij delen de nalatenschap als volgt: aan Maerten Cornelisz voor zijn ½ deel is toegevallen de helft van 3½ morgen land onder Aarlanderveen en de helft van het vaderlijk huis en erf, berg en beplanting, strekkend uit de Meije of het "uuijtsniepen de tuijntgen" van Maerten van Schouwen Oudegeest en Heijndrick Mathijsz, die elk hier aanbelend zijn. Hij krijgt hiervan ook de wederhelft en betaalt hiervoor aan zijn broers en zuster elk 150 gulden. Zijn broers en zuster behouden de helft van 16 morgen bruikland met de helft van een huis, schuur en berg onder Zwammerdam op de Burch, strekkend uit de Rijn tot over de Dammekade, belend ten noorden de weduwe van Ariaen Jacobsz Brabander, ten zuiden de erfgenamen van wijlen Pieter Dircxsz Capiteijn. [243]
Op 3-3-1624 verkopen Dirck Cornelisz Bestebroer en Arij Cornelisz van Clevesteijn, wonend te Zwammerdam, aan Jan en Cornelis Cornelisz Bestebroer, hun broers en zwagers, 4 morgen land liggend in 16 morgen met ¼ deel van een huis, berg en beplanting op de Burch, strekkend uit de Rijn over de Dammekade, belend ten noorden de erfgenamen van Pieter Dircxsz Capiteijn. De voornoemde Jan en Cornelis Cornelisz bezitten al de resterende 12 morgen. De koopsom is 3000 gulden. [244]
Op 13-5-1638 dragen Annetje Cornelisdr, weduwe van Arien Cornelisz Clevesteijn met Pieter Ariensz Clevesteijn, haar zoon als voogd, mede optredend voor de verdere kinderen van voornoemde Annetge, over op Johan Verloo een woning met huis, berg, schuur en beplanting met 21 morgen land, waarvan 7 morgen vicarieland door de comparanten in huur gebruikt, de overige 14 morgen belast met een rente aan de pastorie te Middelburg, strekkend, in twee weren, uit de Rijn tot over de Dammekade, belend ten noorden Cornelis Ariensz Verburch, eigenaar en Pieter Jansz Poelgeest, bruiker en ten zuiden de kinderen van Joost Cornelisz Butterman, zijnde patrimoniale goederen. [245]
Op 30-3-1648 verkopen Jan Theunisz en Adriaen Adriaensz, gehuwd met Grietje Theunisdr, beiden wonende te Laag Boskoop, aan Thijs Lucasz en Pieter Adriaensz van Clevesteijn 4 hond 25 roeden land gelegen in het Rietveld in de Kijfpolder, belend ten oosten Neeltje Reijersdr, ten westen en zuiden Lucas Reijersz en ten noorden Claes Keijser als bruiker. Koopsom 240 gulden. [246]
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1655: Pieter Arijensz van Klevesteijn en echtgenote Aaghien Lucas, Testament[247]
1655: Pieter Arijensz Klevesteijn, Voogdijschap [248]
Op 16-4-1664 verkopen Machtelt Cornelisdr, weduwe van Claes Reijersz van Leeuwen, Reijer Claesz van Leeuwen en Teunis Claesz van Leeuwen en Jan Simonsz Cop als testamentaire voogd en Gijsbert Gerritsz Outshoorn als geassumeerde voogd over de na te laten minderjarige kinderen voor de helft, Weijntje Thijsdr weduwe Lucas Reijersz van Leeuwen voor 1/4e, Pieter Arijaensz Clevesteijn, gehuwd geweest met Aechje Lucasdr van Leeuwen voor 1/8, aan Matthijs Lucasz van Leeuwen, wonende in het Rietveld, 7/8 van 13 morgen land in het Rietveld met daarin een vogelkooi met het tamme gevogelte en gereedschap, waarvan de koper al 1/8 deel bezit, belend in zijn geheel ten oosten Pieter Berckel en Teunis Maertensz, ten zuiden de schout van Boskoop, Willem Cornelisz Oosterling, Bouwen Maertensz, Cornelis Maertensz, Jan Cornelisz kuiper, de ambachtsheer van Hazerswoude en Cornelis Jansz Verheij, ten westen Teunis Maertensz en Willem Ariensz, ten noorden dezelfde Willem Ariensz en Weijntje Thijsdr en haar kinderen. Koosom 975 gulden ten behoeve van de weduwe en Matthijs Lucasz en Pieter Ariensz Clevesteijn en een obligatie van 1.300 gulden ten behoeve van de weduwe en kinderen van Claes Reijersz.
Vervolg: De vogelkooi, het tamme gevogelte en het gereedschap wordt geschat op 175 gulden [249]
Op 23-5-1665 delen Weijntje Thijsdr van Teelingen, weduwe van Lucas Reijersz van Leeuwen met haar broer Cornelis Thijsz van Teelingen en Eeuwout Cornelisz Craen als haar voogden, ter ene en Matthijs Lucasz van Leeuwen en Pieter Ariensz Clevesteijn, gehuwd geweest met Aefje Lucasdr van Leeuwen, beiden nagelaten kinderen ter andere zijde, de boedel. Weijntje Thijsdr ontvangt 20 hond weiland in het Rietveld, belend ten oosten Matthijs Lucasz en Pieter Ariensz Clevesteijn met hun deel, ten zuiden dezelfde Matthijs Lucasz, ten westen Willem Ariensz Vos en ten noorden de Kerkvaart en moet van de kinderen 1.400 gulden ontvangen. De kinderen ontvangen een huis met berg en schuur alsmede 8 hond 50 roeden weiland, belend ten oosten de kinderen met zekere partij en nog Matthijs Lucasz c.s., ten zuiden de Kerkvaart, ten westen het weeskind van IJsbrant van Swaenswijck en ten noorden de kinderen van Claes Reijersz, Matthijs Lucasz en Pieter Ariensz Clevesteijn, nog een vogelkooi genaamd de Appelkooi, belend ten oosten de Knotters en Boudewijn van Hijselendoorn, schout van Boskoop, ten zuiden dezelfde Hijselendoorn en Matthijs Lucasz, ten westen de moeder en ten noorden de Kerkvaart en moeten 1.400 gulden toegeven aan hun moeder. De kinderen gaan delen. Pieter Ariensz Clevesteijn ontvangt 14 hond land gelegen ten oosten van de Vogelkooi, belend ten oosten de Knotters, ten zuiden de schout van Boskoop, ten westen Matthijs Lucasz met zijn deel en ten noorden de Kerkvaart. Matthijs Lucasz ontvangt de vogelkooi en het verdere land alsmede het huis,berg en schuur. Vervolg 27-5-1665: Pieter Ariensz Clevesteijn te Koudekerk verkooptaan Boudewijn van Hijselendoorn de bovengenoemde 14 hond land. Koopsom 477 gulden boven 1 pistoleth van 9 pond tot speldegeld. [250]
Bonboeken Leiden (tekst nog opzoeken):
1694: Johannes Brouwer en Jannetje Pieters Klevesteyn, Ververstraat, Bon Havenbon [252]
Op 12-3-1675 is Jacob Ariensz Clevesteijn, wonende te Koudekerk, 220 gulden schuldig aan zijn nicht Erckje Pietersdr Clevesteijn wegens cassatie van een obligatie en verloop van dien of geleende penningen, met waarborg l/3 deel van 3 morgen land in de Rijnenburger polder, belend ten oosten Reijnout Michielsz, ten zuiden juffrouw Hoogeveen, ten westen Jacob Dircksz Keth en ten noorden de Rijndijk. [253]
Op 12-6-1677 verkoopt Erckgen Pietersdr Clevesteijn, meerderjarige dochter en enig erfgename van Pieter Ariensz Clevesteijn en Aechje Lucasdr van Leeuwen, aan Pieter Aernoutsz, advocaat en wonende te Amsterdam, als vader en voogd over Rombout Aernoutsz, een erf of boomgaard met schuur gelegen tussen de Hoge Rijndijk en het Utrechtse Jaagpad, groot 89 roeden, belend ten noorden het jaagpad, ten zuiden de dijk, ten oosten de koper en ten westen Jan Lourisz Steenvoorn, belast met l/3 deel van 2 gulden per jaar erfpacht ten behoeve van de hofstede van Rijnenburg. Jongste waarbrief d.d. 19-5-1644. Koopsom 315 gulden en 1 ducaton als speldegeld. [254]
Op 3-5-1641 verkoopt Arien Cornelisz Coster van Toll aan Grietgen Ariensdr van Clevesteijn een eigendomsbrief d.d. 24-1-1635, van een huis en erf in 't Zuideinde van Alphen, strekkend van de Heereweg tot de Rijn, belend ten zuiden de erfgenamen van Bartholomeus Reael, ten noorden Arien Cornelisz Coster en Evert Aertsz Blaser. Borgen: Jan Meusz van Clevesteijn en Dirck Cornelisz Bestebroer. Koopsom 1675 gulden. Met schuldbrief. [255]
Op 3-5-1645 draagt Cornelis Jansz, getrouwd met Grietgen Ariensdr van Clevesteijn, over op Cornelis Jansz Cluijs, bakker, een huis en erf in het Zuideinde van Alphen, strekkend van de Heerestraat tot in Alphen, belend ten zuiden Franchois Reael, ten noorden Arien Maertensz Vercade. Koopsom 1.890 gulden. Schuldbrief geroijeerd d.d. 19-6-1693. [256]
| Fragment Clevesteijn | |||||
De herkomst van kw. nr. 6958 Cornelis (van Clevesteijn?) is vooralsnog onduidelijk. Wellicht heet zijn vrouw van Clevesteijn en hebben de kinderen die naam overgenomen. Een verband met een geslachte Clevesteijn te Gorinchem kon (nog?) niet worden aangetoond.
Ia. Aert (van Clevesteijn), geb. vóór ca. 1535.
IIa. Mees Aertsz (van Clevesteijn), geb. vóór ca. 1570, ovl. na 1622, kramer (1618), woont te Bodegraven (1618, 1622).
IIb. Jan Aertsz Reyger (van Clevesteijn), ovl. 1603-1615, wonend te Zevenhuizen (1603),
tr. (als "haer leste man")
Leentgen Jansdr, ovl. na 1615, "voortijts wedue geweest van Pieter Adriaensz Hoogeveen".
IIIa. Adriaen Meesz van Clevesteijn, schoenmaker te Koudekerk (1644).
|
7008. CORNELIS CORNELISZ WITTEBOL (alias CLEYN NEES), geb. vóór ca. 1565[292], ovl. 1647-1649, veenman (1598),
woont op de Voorweg te Hazerswoude (1593), te Waddinxveen (1597),
koopt en verkoopt land te Hazerswoude (1591-1613),
belender aan de
Voorweg (1598),
Bovenweg (1591..1617),
Binnenweg (1593..1647), in 1647 in het Westeinde, in 1658 de erfgenamen van Cornelis Cornelisz Wittebol
Buitenweg (1593..1646) in 1595 met een vogelkooi, in 1639 omtrent de Westbrug,
op het Dorp in het Westeinde (1619),
te Hazerswoude (1590..1647),
maakt zich sterk voor Matheus Fransz, brouwer in de Laars te Delft (1592),
is borg voor Machtelt Cornelisdr, weduwe van Pons Gerritsz (1598),
tr. 2o 1618-1622
GRIETGEN MAERTENSDR, ovl. na 1649 (verm. voor 1659),[293]
tr. 1o voor 1591
7009. ANNA PONSDR, geb. vóór ca. 1570, ovl. Hazerswoude voor 16-4-1618,[294]
Op 9-5-1591 verkoopt Dirck Adriaensz aan Cornelis Cornelisz Wittebol een huis en erf gelegen boven weg, belend ten oosten Maritje Jacob Houweling en Cornelis Hendricksz weduwe, ten westen Dirck Adriaensz en Cornelis Cornelisz zelf, ten noorden de Achterweg en ten zuiden Dirck Adriaensz zelf, belast met 6 gulden ten behoeve van Dirck Adriaensz, 4½ gulden en 6 gulden en 3 gulden erfpacht ten behoeve van de heer van Cruijningen, waarvan de verkoper 30 stuivers draagt, de koper 15, Dirck Pietersz 7½ stuivers en Gerrit Sijmonsz 7½ stuivers, betaald met een rente- en een schuldbrief.
Vervolg a. 9-5-1591: Cornelis Cornelisz Wittebol alias Cleijn Nees is schuldig aan zijn zwager Dirck Adriaen Reyersz 192 gulden met hypotheek op het gekochte.
Vervolg b 9-5-1591: Dezelfde is schuldig aan dezelfde 6 gulden per jaar met hypotheek op het gekochte. [295]
Op 8-9-1591 verkoopt Cornelis Ponszn met Jan Gerritszn en Willem Gerritszn, zijn omen en bloedvoogden, aan Cornelis Corneliszn Wittebol, hun zwager, de helft van 10 hond land gelegen buiten weg, belend oost Machtelt Cornelisdr, wed. van Pons Gerritszn, de voorsz. Cornelis Ponszn moeder, west Cornelis Dirckszn Roos, zuid Bastiaen Thijszn en noord de Voorweg daarvan de andere helft aan de koper als gehuwd met Anna Ponsdr toekomt. Cornelis Corneliszn voorsz. verkoopt Gerrit Ponszn zijn zwager de gehele 10 hond land, waarvoor hij een custingbrief passeert. [296]
Op 8-9-1591 is Gerrit Ponszn met Jan Gerritszn en Willem Gerritszn zijn omen en gekoren voogden schuldig aan Cornelis Corneliszn Wittebol zijn zwager 304 Kar. gld. met hypotheek op het gekochte. [297]
Op 24-5-1592 verkoopt Johan van der Meer, baljuw van Hazerswoude, met procuratie van Mattheus Fransz van der Houve, brouwer te Delft, aan Cornelis Cornelisz Wittebol 2 huizen en erven gelegen buiten weg, belend ten oosten Adriaen Claesz molenaar en ten westen Lijsbeth Jansdr, weduwe van Eeuwout Willemsz en de erfgenamen van Cornelis Jansz Buijtewech, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de nieuwe vaart toe, belast met 5 gulden 10 stuivers per jaar ten behoeve van IJsbrant Sterck deurwaarder, 6 gulden per jaar ten behoeve van Jacob Sijmonsz, onder overhandiging van de oude brief d.d. 27-04-1591 waarbij Gerrit Sijmonsz het voorsz. land aan Mattheus had verkocht, voldaan met een schuldbrief van 900 gulden.
Vervolg a. 24-5-1592. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [298]
Op 26-4-1593 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol anders gezegd Cleijn Nees aan Adriaen Cornelisz een huis en erf gelegen buiten weg, belend ten oosten Adriaen Claesz molenaer, ten westen de verkoper met zijn huis en erf, ten zuiden de Heerweg en ten noorden de verkoper. Cornelis vrijwaart de koper van alle custingpenningen en rente als hij nog schuldig is wegens de koop van twee huizen en erven van Matheus Fransz, brouwer te Delft, voldaan met een schuldbrief van 500 gulden.
Vervolg a. 26-04-1593: Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [299]
Op 26-4-1593 verkoopt Dirck Pietersz Cabouter aan Cornelis Cornelisz Wittebol, wonende aan de Voorweg, 13 hond land of slagturfakkers gelegen boven weg in de woning van Garbrant Jansz, belend ten oosten Jan Cornelisz Wittebol en Jan Aemsz, ten westen de weeskinderen van Pieter Jansz en jonge Jan Craen met een turfschuur, ten noorden jonge Jan Jan Ponsz en Jan Cornelisz Wittebol en ten zuiden de landscheiding, voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 26-4-1593. Volgt schuldbrief van 150 gulden met hypotheek op het gekochte. [300]
Op 6-2-1594 is Jan Jacobsz Ket schuldig aan Cornelis Cornelisz Wittebol alias Cleijn Nees 228 gulden wegens koop van een huis en erf met 3 hond land, dat Cornelis verkocht had van Claes Cornelisz en door Jan genaast gelegen boven weg, belend ten oosten Maritje, weduwe van Jan Jaepen, Cornelis Adriaensz en Maritje Hugendr, weduwe van Cornelis Hendricksz, ten westen de schuldeiser en Dirck Adriaensz, ten zuiden Dirck Adriaensz voorsz. en ten noorden de Achterweg.
Vervolg a. 6-2-1594: Volgt de overdracht. [301]
Op 20-3-1594 verkoopt Cornelis Rippertsz, timmerman, aan Cornelis Cornelisz Wittebol alias Cleijn Nees een huis en erf met schuur gelegen buiten weg, belend ten oosten Adriaen Jacobsz Craen, ten westen Cornelis Toenisz Ruijter, ten noorden de nieuwe vaart en ten zuiden de Voorweg, groot 2½ hond, zoals hem aangekomen is van Dirck Willemsz, timmerman, volgens de brieven, waarvan de laatste is van 31-1-1588 en twee oude brieven mentionerende van 15 stuivers op rente waarmede het goed is belast alsmede het transport ten behoeve van Jacob Cornelisz Craen verleden op 10-12-1581, voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 20-3-1594: Volgt schuldbrief van 800 gulden met hypotheek op het gekochte. [302]
Op 1-5-1594 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol alias Cleijn Nees aan Jacob Sijmonsz een huis en erf gelegen buiten weg, belend ten oosten Adriaen Cornelisz lindewever, Bastiaen Cornelisz en Crijntje Claesdr, ten westen Lijsbeth Jansdr en Cornelis Dircksz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart, belast met 5½ gulden per jaar die IJsbrant Sterck deurwaarder ontvangt als rentmeester en 6 gulden ten behoeve van de koper. De verkoper indempneert de koper van de custingpenningen die hij nog schuldig is aan Mattheus Fransz van der Houve, brouwer te Delft.
Vervolg a. 1-5-1594. Volgt schuldbrief van 355 gulden met hypotheek op het gekochte. Afgelost 18-11-1595. [303]
Op 2-1-1595 is Cornelis Cornelisz Wittebol schuldig aan zijn zwager Daem Jacobsz, man en voogd van Lijsbeth Ponsdr, 153 gulden met hypotheek op 2 morgen 2 1/2 hond land gelegen buiten weg, welke hij van zijn zwagers Daem Jacobsz en Gerrit Ponsz gekocht heeft en zoals de penningen uit de helft van de koop spruitende zijn, belend ten oosten Adriaen Cornelisz 't Jeuter, ten westen Crijn Adriaensz backer, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden Cornelis Claesz brouwertgen.
Vervolg 2-1-1595. Volgt de overdracht door Cornelis Cornelisz Wittebol, nu anders genaamd Cleijn Nees. [304]
Op 27-2-1595 verkoopt Cornelis Cornelisz alias Cleijn Nees met zijn vader Cornelis Dircksz Wittebol met consent van zijn vader aan Margriet Bruijnendr, weduwe van Inge Leendertsz, de helft van 9½ hond land gelegen binnen weg, belend ten oosten de koopster met land achter haar woning, ten noorden de koopster met de andere helft, ten zuiden de Achterweg en ten westen Dirck Hendrick Ruttenz, Cornelis Cornelisz Adelborst en Jacob Leendertsz Roos, voldaan met een obligatie. [305]
Op 28-3-1595 verkoopt Leendert Crijnenz aan Cornelis Cornelisz Wittebol alias Cleijn Nees en Cornelis Tonisz Ruijter 3 morgen land met turfschuur zoals hij van Jan van der Meer heeft gekocht volgens de brief van 03-7-1594, belend ten oosten Claes Jansz en Clement Claesz en ten westen Dirck Adriaen Reijersz, strekkende van de Achterweg zuidwaarts tot de Snijdelwijckse ka toe. Voldaan met een schuldbrief van 900 gulden.
Vervolg a. 28-3-1595. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte, hetwelk nog is belast met 495 gulden ten behoeve van Jan van der Meer. De schuldbrief wordt overgedragen aan Jan van der Meer totdat deze is afbetaald. [306]
Op 24-10-1597 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol anders genaamd Cleijn Nees, aan Johan van der Meer, baljuw en schout van Hazerswoude, een bezegelde schuldbrief d.d. 26-4-1593 ten laste van Adriaen Cornelisz, linnenwever te Naaldwijk. [307]
Op 18-12-1597 is Cornelis Cornelisz alias Cleijn Nees schuldig aan Roelof Adriaensz, secretaris van Hazerswoude, 108 gulden wegens verschoten penningen, zo van de afkoop van de erfpacht als lastgeld met hypotheek op 14½ hond land gelegen buiten weg, belend ten oosten Adriaen Cornelisz, ten westen Gerrit en Trijn Adriaen backers, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden niet ingevuld; 12½ hond turf- en houtland gelegen boven weg, belend ten oosten de kinderen van Aem Jansz en zijn broer Jan Cornelisz, ten westen jonge Jan Cornelisz Craen, ten noorden jonge Jan Ponsz en ten zuiden de landscheiding, nog zijn huis en erf, belend ten oosten Cornelis Cornelisz Buijtewech, ten westen Cornelis Toenisz Ruter, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart, belast met 29 gulden ten behoeve van Jan Sijmonsz, stoeldraaier in den Haag, het huis met 300 gulden ten behoeve van Cornelis Rippertsz. Roelof heeft hem nog verschoten 120 gulden in handen van Johan van der Meer. Borg zijn vader Cornelis Dircksz Wittebol, die aan Roelof Adriaensz overgedragen heeft een obligatie op zijn zoon Jan Cornelisz houdende boven de 700 gulden welke daarop betaald zijn nog 900 gulden, volgens de obligatie van 1-11-1592. [308]
Op 23-3-1598 is Cornelis Cornelisz alias Cleijn Nees schuldig aan zijn moei Lijsbeth Jansdr(¥), weduwe van Eeuwout Willemsz, wegens gehaald brood en andere waren 100 gulden met hypotheek op zijn huis en erf gelegen buiten weg, belend ten oosten Cornelis Cornelisz Buijtewech, ten westen Cornelis Toenisz Ruijter, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart. [309]
COMMENTAAR(¥) Mogelijk een tante van zijn moederskant?
Op 5-4-1598 bekende Cornelis Cornelisz alias Cleyn Nees schuldig te zijn aan Jan van der Meer, schout van Hazerswoude, 7 termijnen van 90 gulden volgens de brief van 28-3-1595 bezet op slagturfland en zal dit land niet slagturven aleer de termijnen zijn voldaan en heeft daarvoor nog verbonden zijn huis en erf, belend ten oosten Cornelis Cornelisz Buijtewech, ten westen Cornelis Toenisz Ruyter, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart. [310]
Akte d.d. 13-11-1600. Op 14-1-1600 heeft Jan Jacobsz Ket, bode van Hazerswoude, ter instantie van Jan van der Meer in zijn privé naam als actie en transport hebbende van Cornelis Cornelisz Wittebol in arrest genomen ..........., belend ten oosten Bastiaen Cornelisz cuper met zijn vrouws zuster, ten westen en noorden Jacob Sijmonsz en ten zuiden de Voorweg, laatst toebehoord hebbende Adriaen Cornelisz, linnenwever te Naaldwijk, om daaraan te verhalen 36 gulden volgens de schuldbrief op het huis en erf groot 180 gulden ten behoeve van Jan van der Meer. [311]
Op 13-2-1612 verkopen Adriaentje Jansdr, weduwe van Cornelis Jacob Doesz met haar vader Jan Joostenz als haar gekoren voogd en Jacob Doesz met ..........., aan Cornelis Cornelisz Wittebol een stuk land met turfschuur, zijnde het noordeinde van een kamp land, te verongelden in het geheel voor 8 hond, gelegen buitenweg, strekkende uit het noorden van de nieuwe vaart zuidwaarts tot de tweede dwarssloot toe daar het zuidwesteinde van het voorsz. perceel nu gekocht is door Sijmon Meesz voorsz., belend ten oosten de weduwe en kinderen van Cornelis Jacob Doesz en ten westen Jacob Cornelisz. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 13-2-1612. Volgt schuldbrief van 600 gulden ten behoeve van Gillis Thijmansz, korenkoper te Leiden als actie hebbende van de weduwe en de voogden van de vier nagelaten weeskinderen van Cornelis Jacob Doesz met hypotheek door Cornelis Cornelisz Wittebol op het gekochte land en op zijn huis en erf gelegen buitenweg, belend ten noorden de nieuwe vaart, ten oosten Andries Gerritsz, ten zuiden de Voorweg en ten westen Cornelis Toenisz Ruijter en door zijn borg Adriaen Jansz Moij op een derde gedeelte van een huis en erf gelegen buitenweg, waarvan twee derde delen toekomen aan Claes Boeijenz, belend in zijn geheel ten noorden de nieuwe vaart, ten oosten Sijmon Cornelisz, ten [312]
Op 29-4-1613 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol aan zijn zoon Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Pietersz 14½ hond land eensdeels geheel en eensdeels gebroken gelegen buitenweg, belend ten oosten Pouwels Woutersz, ten zuiden de nieuwe vaart, ten westen Sijmon Cornelisz en Florisz Cornelisz en ten noorden dezelfden, voldaan met een schuldbrief. [313]
In vervolg hierop verklaren op 29-4-1613 Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Pietersz, zwagers, schuldig te zijn 425 gulden met hypotheek op het gekochte. Borg Pieter Adriaensz voor respectievelijk zijn zwager en zijn zoon. [314]
Op 2-12-1616 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol aan Jan Cornelis Willemsz 13 hond slagturfland of water gelegen bovenweg, belend ten noorden Jacob Dirck Florisz, ten oosten Willem Adriaensz Boer en Adriaen Cornelis Pieter Corsz, ten zuiden de landscheiding en Adriaen Jacob Woutersz en ten westen Pieter Leendertsz c.s. Koopsom 150 gulden. [315]
Op 2-1-1617 verkoopt Cornelis Cornelisz (Cleijn Nees doorgehaald) Wittebol aan Jan Cornelisz Soontgen 5 hond 25 roe land of water en een turfschuur, gelegen bovenweg, belend ten oosten Joost Dircksz en de koper zelf, ten zuiden Cornelis Hugenz coman of zijn kinderen, ten westen de weduwe van Dirck Pietersz Cabouter en ten noorden de Achterwegse wetering, onder overhandiging van de oude brieven. Koopsom 120 gulden. De koper draagt het goed op aan Adriaen Gerritsz Schoutlenen. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 3-1-1617. Volgt schuldbrief van 169 gulden met hypotheek op het gekochte. [316]
Op 20-10-1617 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol aan aan Huijch Cornelisz comen een perceel land of water met daarop een turfschuur, zijnde het noordwaartse eind van een kamp land van 8 hond en waarvan deze partij groot is 4½ hond gelegen buitenweg in het Westeind, belend en belast volgens de oude brief van 13-2-1612. Verkoper vrijwaart de koper van 3 x 75 gulden 13 stuivers aan custingpenningen die hij wegens de voorgaande koop nog verschuldigd is. Voldaan met een schuldbrief van 700 gulden.
Vervolg a. 20-10-1617. Volgt schuldbrief van 700 gulden met hypotheek op het gekochte. Afgelost 10-6-1624. [317]
Op 3-4-1618 is Cornelis Cornelisz Wittebol alias Cleijn Nees schuldig aan Claes Jansz en Martijn Jacob Vasz, Heilige Geestmeesters van Hazerswoude, een rente van 6 gulden 5 stuivers per jaar met hypotheek op zijn huis en erf gelegen buitenweg, belend ten oosten Aris Gerritsz, ten zuiden de Voorweg, ten westen Cornelis Tuenisz Ruijter en ten noorden de Voorweg. [318]
Op 12-5-1619 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol alias Cleijn Nees aan de Heilige Geestarmen van Hazerswoude een schuldbrief d.d. 20-10-1617 houdende boven de 200 gulden welke daarop zijn afgelost een bedrag van 500 gulden ten laste van Huijch Cornelisz comen, met waarborg een huis en erf gelegen in het Westeinde van het Dorp, belend ten noorden de Nieuwe vaart, ten oosten Adriaen Gerritsz, ten zuiden de Voorweg en ten westen Cornelis Toenisz Ruijter. Voldaan met contant geld. [319]
Op 1-6-1620 verkoopt (...onleesbaar...) aan Cornelis Cornelisz Wittebol 1 hond land gelegen Buitenweg, belend ten oosten en zuiden de verkoper, ten westen Leendert Adriaensz Preuijt en ten noorden Cornelis Hugenz Comen. Voldaan met een obligatie van 145 gulden. [320]
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Te Hazerswoude : Cornelis Cornsz en Grietgen Maertensdr, sijn huijsvrouwe. Kinderen: Jan, Maerten, Lijsbet. 5 hoofden.
Op 2-4-1628 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol aan Jan Cornelisz Wittebol 1/3 van 7 hond slagturfland of water gelegen Binnenweg, belend ten oosten Geleijn Adriaensz, ten westen en noorden Louris Jansz Smetser en ten zuiden de Achterweg. Koopsom 60 gulden. [321]
Op 5-7-1649 verkopen Grietje Maertensdr, weduwe van Cornelis Cornelisz Wittebol, Jan Cornelisz Wittebol, Jacob Jacobsz Rijsdam, gehuwd met Maritje Cornelis Wittebol, Willem Gerritsz Schout, gehuwd met Joosje Cornelisdr Wittebol, Cornelis Jansz Vonck, Joseph Jansz Vonck, Jan Cornelisz Wittebol en Jacob Jacobsz Rijsdam als ooms en voogden over Pieter Jansz Vonck en Emmerentia Jansdr Vonck, geprocureerd bij Neeltje Cornelisdr Wittebol, Cornelis Jansz Goethart, weduwnaar van Judith Jansdr voor zichzelf en als vader en voogd van Maritje Cornelisdr bij Judith Jansdr, Mouring Sijmonsz Hoochbrugge, gehuwd met Lijsbeth Cornelisdr Wittebol, Maerten Cornelisz Wittebol en jonge Jan Cornelisz Wittebol, allen kinderen en kleinkinderen van Cornelis Cornelisz Wittebol, aan Jan Claesz Soontgen een huis en erf met schuur en berg in het Westeinde, belend ten oosten Aris Gerritsz Keijser, ten westen Cornelis Pietersz, scheepmaker, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de Nieuwe vaart, belast met 100 gulden ten behoeve van de Heilige Geest armen, 100 gulden ten behoeve van Pieter Fransz, klompmaker en 100 gulden ten behoeve van Leendert Leendertsz Smetser. Voldaan met een schuldbrief van 1.645 gulden.
Vervolg 5-7-1649. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Cornelis Pietersz, scheepmaker. [322]
Op 5-7-1649 verkopen dezelfden aan Leendert Cornelisz Craen 2½ hond slagturfland of water gelegen Buitenweg, belend ten oosten en ten zuiden Gerrit Cornelisz Buijtewech, ten westen Jan Claesz Soontgen, Pieter Corsz en Adriaen Hendricksz en ten noorden Jacob Cornelisz Comen. Voldaan met een schuldbrief van 190 gulden.
Vervolg a. 5-7-1649. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Cornelis Leendertsz van Tol. [323]
Op 22-9-1659 verkopen Maerten Cornelisz Wittebol en Jan Cornelisz Wittebol, Mouring Sijmonsz Hoochbrugge, gehuwd met Lijsbeth Cornelisdr Wittebol, elk voor zichzelf en de voornoemde Hoochbrugge vervangende Maertje Cornelisdr Wittebol, Willem Gerritsz Outshoorn, gehuwd met Joosje Cornelisdr Wittebol, Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol, Joseph Johannesz, timmerman voor zichzelf en vervangende zijn absente broer en zusters, kinderen van Neeltje Cornelisdr Wittebol, allen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Cornelis Cornelisz Wittebol en Grietje Maertensdr, aan Dirck Jansz Verburch een partij slagturfland of water gelegen Binnenweg, belend ten oosten Cornelis Florisz, ten zuiden Cornelis Jansz Backer, ten westen Willem Cornelisz Hoogeveen, Teunis Jansz van Kempen en Leendert Cornelisz Craen en ten noorden Adriaen Cornelisz Hoochbrugge. Koopsom 80 gulden. [324]
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Daniel de Vos ende Maritgen Cornelisdr met Johannes, Cornelis, Anna, Lijsbeth ende Maritgen heure kinderen. Onvermogent, 7 hoofden.
Op 16-7-1640 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Job Jacobsz van der Vis 6 hond 50 roeden slagturfland of water gelegen Buitenweg, belend ten oosten Eeuwout Ponsz, ten westen Gerrit Cornelisz Buijtewech, ten zuiden Jacob Cornelisz Comen en ten noorden de kinderen van Gerrit Jacobsz. Voldaan met een schuldbrief boven een schuit gerekend op 30 gulden en boven een rozenobel als speldegeld met 440 gulden.
Vervolg a. 16-7-1640. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [327]
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Te Hazerswoude : Willem Gerritsz en Joosgen Cornsdr, aan de Achterwech. 2 hoofden.
Op 24-6-1670 verkopen Meijnsje Gerritsdr Outshoorn met haar hulp Frans Vogels als erfgename van Willem Gerritsz Outshoorn, overleden in de Bent, Maritje Cornelisdr Wittebol, Maerten Cornelisz Wittebol, Jan Cornelisz Wittebol, Dirck Jansz Wittebol voor zichzelf en als oom en voogd over de weeskinderen van Pieter Jansz Wittebol en nog vervangende Cornelis Jansz Wittebol, Willem Dircksz Decker, gehuwd met Barbara Jansdr Wittebol, Trijntje Jansdr Wittebol, Huijch Thijsz als man en voogd van Appolonia Jansdr Wittebol, Bastiaen Jansz Wittebol, Ariaentje Jansdr Wittebol en Barent Jansz Ophoven, gehuwd met Annetje Jansdr Wittebol, nagelaten kinderen of kleinkinderen van Jan Cornelisz Wittebol, Joseph Johannesz Vonck voor zichzelf en als oom en voogd over het weeskind van Judith Jansdr Vonck, Pieter Jansz Vonck, Aert Willemsz Meurs, gehuwd met Cornelia Cornelisdr Vonck voor zichzelf en vervangende zijn zwager en schoonzuster, kinderen van Cornelis Jansz Vonck, allen descendenten van Neeltje Cornelisdr Wittebol, Cornelis Simonsz Langendam, gehuwd met Aeltje Mouringsdr Hoochbrugge en Hendrick Pietersz Craen, gehuwd met Claertje Mouringsdr Hoochbrugge, elk voor zichzelf en als ooms en voogden over het nagelaten weeskind van Maritje Mouringsdr Hoochbrugge en over het weeskind van Annetje Mouringsdr Hoochbrugge, nagelaten kinderen of kleinkinderen van Lijsbeth Cornelisdr Wittebol, allen tezamen broeders, zuster als broers of zusters kinderen en erfgenamen ex testamento van Joosje Cornelisdr Wittebol, overleden huisvrouw van Willem Gerritsz Outshoorn, aan Gerrit Jacobsz Pons een partij land als water met een vogelkooi en een houttuin ten noorden daarvan liggende in de Bent, groot 11 hond, belend ten oosten Cornelis Gerritsz Langendam en Willem Bouwensz Loofiet, ten zuiden de partij gekocht door Reijer Isbrantsz en Gijsbert Pietersz, ten westen Jan Jansz Vermeulen en ten noorden Paulus Cornelisz Batelaen en Pieter van Heijningen. Voldaan met een schuldbrief van 800 gulden.
Op 24-6-1670 volgt bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Claes Roetenz van der Wilck en Gerrit Jansz Outshoorn. [328]
Op 24-6-1670 verkopen dezelfde personen aan Reijer Isbrantsz een huis en erf met schuur, berg en boomgaard alsmede het land daaraan behorende gelegen in de Bent, groot 6 hond, belend ten oosten Gijsbert Pietersz, ten zuiden en westen Jan Jansz Vermeulen en ten noorden de partij gekocht door Gerrit Jacobsz Pons. Voldaan met een schuldbrief van 632 gulden.
Vervolg 24-6-1670. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Jan Jansz Vermeulen en Claes Alewijnsz.
Vervolg 25-6-1670. De erfgenamen van Joosje Cornelisdr Wittebol verkopen aan Abraham Ariensz Elsthout en Isaac Ariensz Elsthout, broers, de schuldbrief hiervoor genoemd ten laste van Reijer Isbrantsz met de voornoemde borgen, pro resto 526 gulden 13 stuivers 6 penningen. Koopsom 506 gulden. [329]
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Te Hazerswoude : Johannes Gillisz en Neeltgen Cornsdr. Kinderen: Corns, Joseph, Annetgen, mitsgaders Anna Maertensdr van Oudewater, heur dienstmaecht. 6 hoofden.
Op 13-5-1644 is Aernt Cornelisz van Brunswijck, gewoond hebbende te Leiderdorp en tegenwoordig ruiter onder de Compagnie van de Ritmeester Schouburgh te den Bosch, schuldig aan Willem Jeronimusz van der Sluijs, biersteker te Leiderdorp, 358 gulden 18 stuivers wegens cassatie van een obligatie door hem met zijn vrouw Neeltje Cornelisdr Wittebol eergisteren voor notaris Claes Claesz Moij gepasseerd, met hypotheek op zijn huis en erf gelegen op het Dorp alwaar "de Hollantschen tuijn" uithangt, strekkende voor van de Heerweg tot achter aan Jacob Dircksz Vercade, belend ten westen Jacob Dircksz Vercade en ten oosten de laan van Ulrick Christiaensz. [330]
Op 14-10-1647 verkopen Cornelis Jansz Vonck, Joseph Jansz Vonck en Cornelis Jansz Goedhart, gehuwd met Judick Jansz, Mouringh Sijmonsz Hooch als voogd over Pieter en Emerensje Jansdr Vonck, minderjarige kinderen van Jan Gillisz Vonck en Neeltje Cornelisdr, beiden te Hazerswoude overleden, aan Jan Cornelisz Wittebol een huis en erf met kaatsbaan en schuur gelegen op het Dorp Buitenweg, alwaar "de Hollantsche thuijn" uithangt, belend ten oosten de laan van Ulrick Christiaensz, ten westen Jacob Dircksz Vercade, ten zuiden de Heerweg en ten noorden de sloot, belast met 12 gulden 10 stuivers per jaar ten behoeve van de erfgenamen van Aper Fransz, brouwer in de "Dubbele hellebaert" te Delft. Voldaan met een schuldbrief boven de belasting van 1.480 gulden.
Vervolg a. 14-10-1647. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [331]
Op 3-5-1654 verkoopt Gerritje Michielsdr, weduwe van Cornelis Jansz Vonck, bode te Hazerswoude voor 1/5 erfgename van haar schoonouders Johannes Gillisz Vonck en Neeltje Cornelisdr, aan Jan Fransz van Leeuwen, notaris te Hazerswoude, 1/5 deel van een schuldbrief door Jan Cornelisz Wittebol wegens koop van een huis en erf gelegen op het Dorp waar de "Hollantsche Tuijn" uithangt gepasseerd en onder Joseph Johannesz mede-erfgenaam van Johannes Gillisz en Neeltje Cornelisdr berustende, groot boven de penningen van de lasten 200 gulden hoofdsom 1.400 gulden voor 80 gulden als voor 2 jaar huur van de voornoemde Van Leeuwen en 160 gulden over andere gerede penningen genoten. [332]
Op 25-2-1665 verkoopt Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol, wonende aan de Achterweg met haar zoon Dirck Jansz Wittebol, aan Joseph Johannesz, timmerman, een huis en erf gelegen Buitenweg, belend ten oosten Pieter Claesz Tack, ten zuiden de Voorweg, ten westen Jacob Crijnenz en ten noorden de weduwe van Cornelis Dircksz Loot, waarvan de belasting uit de kooppenningen zal worden afgelost. Voldaan met een schuldbrief van 925 gulden.
Vervolg a. 25-2-1665. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [333]
Op 5-4-1639 verkoopt Jan Cornelisz Wittebol aan Mouring Sijmonsz van Hoochbrugge twee percelen veenland of water gelegen Bovenweg, tezamen groot 8 hond, elk van 4 hond, volgende de jongste waarbrieven van 11-9-1622 en 2-4-1628, tezamen belend ten oosten Adriaen Willemsz Cas en Dirck Jansz Soontgen, ten westen Vranck Jacobsz, ten zuiden Adriaen Willemsz Cas en IJsbrant Claesz Boscooper en ten noorden Dirck Jansz Soontgen en de weduwe van Wouter Cornelisz Speelman. Voldaan met een obligatie van 174 gulden. [334]
Op 21-11-1670 is Mouring Simonsz Hoogbrugge, wonende aan de Westbrugge en weduwnaar van Lijsbeth Cornelisdr Wittebol, 300 gulden schuldig aan Arent Jansz Berckel, wonende op het Dorp, met waarborg zijn huis en erf met herberg van de Posthoorn staande aan de Westbrugge Binnenweg, belend ten oosten de Westvaart, ten zuiden de weduwe van Tonis Jansz van Kempen, ten westen Leendert Pietersz Cranenburch en ten noorden de Voorwegse wetering. [335]
Op 10-1-1675 verkopen Hendrick Pietersz Craen, gehuwd met Claertje Mouringsdr Hoochbrugge, Cornelis Pietersz, scheepmaker en Maerten Cornelisz Wittebol als testamentaire voogden over het weeskind van Annetje Mouringsdr Hoochbrugge alsmede het weeskind van Maritje Mouringsdr Hoochbrugge, nagelaten dochter of dochterskinderen van Mouring Simonsz Hoochbrugge, aan Cornelis Langendam 3/4 deel van een huis en erf, herberg, kaatsbaan, klos- en heulbaan en schuur, waar is uithangende de "Vergulde Posthoren" gelegen aan de Westbrugge, waarvan de koper 1/4 toekomt, belend ten oosten het gangpad, ten zuiden de weduwe van Tonis van Kempen, ten westen dezelfde en Leendert Pietersz Craen en ten noorden de Voorwegse wetering, belast met 600 gulden ten behoeve van Arent Jansz Berckel van twee brieven elk van 300 gulden. Voldaan boven de belasting met een schuldbrief van 405 gulden.
Vervolg a. 10-1-1675. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borgen zijn Dirck Jansz Wittebol en Annetje Simonsdr Langendam, meerderjarige dochter. [336]
Op 22-9-1659 verkopen Maerten Cornelisz Wittebol en Jan Cornelisz Wittebol, Mouring Sijmonsz Hoochbrugge, gehuwd met Lijsbeth Cornelisdr Wittebol, elk voor zichzelf en de voornoemde Hoochbrugge vervangende Maertje Cornelisdr Wittebol, Willem Gerritsz Outshoorn, gehuwd met Joosje Cornelisdr Wittebol, Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol, Joseph Johannesz, timmerman voor zichzelf en vervangende zijn absente broer en zusters, kinderen van Neeltje Cornelisdr Wittebol, allen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Cornelis Cornelisz Wittebol en Grietje Maertensdr, aan Dirck Jansz Verburch een partij slagturfland of water gelegen Binnenweg, belend ten oosten Cornelis Florisz, ten zuiden Cornelis Jansz Backer, ten westen Willem Cornelisz Hoogeveen, Teunis Jansz van Kempen en Leendert Cornelisz Craen en ten noorden Adriaen Cornelisz Hoochbrugge. Koopsom 80 gulden. [337]
7010. PIETER ADRIAENSZ (CORDT?), ovl. na 1617, is borg voor zijn zoon Adriaen Pietersz en zijn zwager (hier te lezen als schoonzoon) Jan Cornelisz Wittebol (1613, 1617).
Op 29-4-1613 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol aan zijn zoon Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Pietersz 14½ hond land eensdeels geheel en eensdeels gebroken gelegen buitenweg, belend ten oosten Pouwels Woutersz, ten zuiden de nieuwe vaart, ten westen Sijmon Cornelisz en Florisz Cornelisz en ten noorden dezelfden, voldaan met een schuldbrief. [338]
In vervolg hierop verklaren op 29-4-1613 Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Pietersz, zwagers, schuldig te zijn 425 gulden met hypotheek op het gekochte. Borg Pieter Adriaensz voor respectievelijk zijn zwager en zijn zoon. [339]
Op 11-4-1617 verkoopt Pieter Adriaensz aan zijn zwager (=schoonzoon) Jan Cornelisz Wittebol een huis en erf gelegen binnenweg, belend ten noorden Sijmon Meesz, ten oosten de Westvaartskant, ten zuiden de verkoper en ten westen de kinderen van Aernt Gerritsz. Koopsom 150 gulden. De koper heeft het huis en erf doorverkocht aan Jacob Dircksz Cluijt en is voldaan met een partij slagturfland in Hoogeveen, hetwelk Jacob aldaar zal beschrijven. [340]
Op 11-4-1617 verkoopt Claes Adriaen Hugenz aan Jan Cornelisz Wittebol 1 morgen weiland zoals de verkoper op 9-3-1616 met opdrachtbrief van Aelwijn Pietersz verkregen had, belend en belast volgens de brief. Voldaan met een custing van 240 gulden.
Vervolg a. 11-4-1617. Jan Cornelisz Wittebol als principaal schuldenaar en Pieter Adriaensz, zijn borg, indempneren de voorsz. verkoop voor 240 gulden als Claes Adriaen Hugenz pro resto nog schuldig was vanwege de voorsz. koop van Aelwijn Pietersz volgens de oude brief, welke Jan zal betalen. [341]
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Te Hazerswoude : Pieter Adriaensz Loot en Grietgen Woutersdr met Adriaen, Claes ende Maritgen hun kinderen, 5 hoofden.
COMMENTAAR(¥) Zou het Cordt of Loot zijn?
7016. CORS JACOBSZ HOUWELING, geb. vóór ca. 1565, ovl. vóór 1622, tr. vóór ca. 1590
7017. JANNETGEN SIJMONSDR, ovl. na 1622, woont in 1622 bij haar zoon Cornelis Corsz aan de Achterwech te Hazerswoude.
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Aan de Achterwech te Hazerswoude: Cornelis Corsz ende Aefgen Cornelisdr met Corneliss, Maritgen, Anna heure kinderen,"Noch aldaer: Jannetgen Sijmonsdr, wede. v. Cors Jacobsz"
7018. JAN GERRITS VAN GENEUCHTEN, ovl. vóór 1-4-1618,[342] woont op de Achterweg te Hazerswoude (1617), tr. vóór ca. 1600
7019. ANNA JANSDR, ovl. 1624-1643,[343] als wed. van Jan van de Geneuchten vermeld in de transportregisters van Hazerswoude (1-5-1643).
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Te Hazerswoude aan de Achterwech: Anna Jansdr, wed. van Jan Gerritsz met Claes, Pieter, Dirck, Neeltgen hare kinders, 5 hoofden.
7020. PIETER GOVERTS HIJSELENDOORN, beg. Hazerswoude 26-12-1627,[344]
tr. vóór ca. 1595
7021. CLAESJE CLAESDR, beg. Hazerswoude 17-2-1648[345] (ontvangst wegens begraven diaconie 18-2-1648).
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Te Hazerswoude: Pieter Govertsz ende Claesgen Claesdr met Cors, Jacob, Anna ende Machtelt heure kinderen, 6 hoofden.
Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Claes Pietersz ende Lijsbeth Dircxdr met Jan ende Neeltgen heure kinderen - 4 hoofden.
7022. DIRCK ARIENS JANSE, geb. ca. 1560, beg. Hazerswoude 22-7-1625,[347] tr. 2o vóór ca. 1605[348] MAERTGEN CORNELISDR, geb. ca. 1560, ovl. na 1623, tr. 1o voor 1595[349]
7023. AELTJE FLOREN, ovl. vóór 22-11-1595, beg. Hazerswoude,[350]
Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Hazerswoude : Den Bent : Dirck Adriaensz met zijn ongehuwde kinderen 30 £, comt 60 gl.
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Op den Bent te Hazerswoude : Dirck Arien Jansz ende Maritgen Cornelisdr met Cornelis heur kint en Aeltgen Jacob Wouterszdr haer dienstmaecht, 4 hoofden.
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Te Hazerswoude: Sprong Dircxz ende Crijntgen Ariensdr met Arien Ariensz, van Haserswoude, heur knecht, 3hoofden.
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Te Hazerswoude: Cornelis Ariensz ende Aeltgen Sprongen met Arien, Maritgen ende Lijsbet heure kinderen, 5 hoofden.
7046. CORNELIS NN, alleen bekend uit het patroniem van zijn dochter:
7080. LAMBRECHT FRANSZ SNOE(C)K, geb. Gorinchem voor 1540, ovl. vóór 22-3-1623 (1614-1625), woonde aanvankelijk te Gorinchem, later te Sleeuwijk,
tr. 1o voor 1567[354]
[355]
[356]
GEERTGEN ADRIAENS, ovl. 1567-1577, tr. 2o Gorinchem 21-1-1590[357]
[358]
[359]
7081. LIJSKE JANSDR, geb. Spijk ca. 1570, ovl. Arkel voor 1621.
In 1567 verkopen Lambert Fransz Snoeck en zijn vrouw Geertgen Adriaens land te Rietveld. [360]
| COMMENTAAR(¥) Wie is Jacob Snoeck, afkomstig uit Gorkum, varend als gemeen soldaat op het schip Tortelduijf behorend bij het regiment Van den Brande, die sneuvelt op 19-2-1649 in de strijd bij Guarapes in Brazilie tegen de Portugezen? [361] |
Bij de verdeeling van de nalatenschap van hun moeder Geertgen Adriaens, op 23-9-1577, werd aan elk der 3 kinderen 10 carolusgulden beloofd, uit te betalen op ieders 13den verjaardag. [364]
7084. ARIEN MELISZ VERSCHOOR, geb. ca. 1570, ovl. vóór 9-4-1632, eigenaar van land te Sleeuwijk en Uppel, collecteur van de
verpondingen te Sleeuwijk (1604-1607), secretaris van Sleeuwijk
(1617/18),[369]
tr.[370]
7085. MAIJKEN CORSTENDR, geb. ca. 1580, ovl. na 1631.
7326. HENRICK MEIJNSEN, ovl. vóór 1660? tr. vóór ca. 1635
7327. EVERTGEN BRANTS, ovl. vóór 1660?
Op 29-3-1660 verkopen Henrick Bossch en zijn vrouw Mechteltgen Henricx, borgers, Willem Henricksen, de broeder van Mechtelgen Henricx, en de kinderen van Gerritgen Henricx, allen erfgenamen van Henrick Meijnsen en zijn vrouw Evertgen Brants, aan Maes Cornelisen als enige erfgenamen van Cornelis Maesen en zijn vrouw Claesgen Martens, een huis, hof en hofstede, gelegen op Bloemendal met het hofken daarachter met planken afgevreet (omheind) belend aan de ene zijde: Henrick Meijnsen, maar nu Gerritgen Cornelis, cremster, aan de andere zijde: de weduwe van Rijck Heijmansen. [371]
7232. HENDRICK GERRITSZN. VAN CRAEIJENKAMP, geb. Barneveld ca. 1572, landbouwer.
tr. Amersfoort geref. 30-6-1603
7233. WILLEMPJE JANSDR, j.d. van Amersfoort.
7292. WILLEM REIJERSZ, tr. vóór 1612[372]
7293. HAESGEN NN.
7294. CORNELIS EVERTSZ.
7376. JAN AELBERTS VAN BEMMEL, geb. Wijk 1566, ovl. Wijk bij Duurstede juli 1653, cameraar, raad en kerkmeester te Wijk bij Duurstede,[374]
tr. 2o Wijk bij Duurstede geref. 2-2-1617[375]
HENDRICKGIEN HERMANS VAN BEMMEL, geb. Wijk bij Duurstede, tr. 1o vóór ca. 1600[376]
7377. NEELTJE GOOSEN VAN SETTENDR (DETTEN?), ovl. 1615-1617, die voorkomt in het testament van Jfr. Anna van Zetten, huisvrouw van Evert van Netelroij (1591).
Neeltje Gosen van Settensdr, huisvrouw van Jan Aelbertsz van Bemmel testeert 6-8-1615 te Wijk bij Duurstede[377] waaruit blijkt dat het echtpaar slechts drie kinderen had, namelijk Aelbert, Gosen en Jan. Rutger is dus zeker geen zoon van dit echtpaar geweest.[378]
Van de in Ref. [381] opgevoerde zoon Rutger Janssen van Bemmel wordt in Ref. [382] aangetoond dat deze geen zoon is uit dit huwelijk.
Van de in Ref. [401] genoemde zoon Dirck Jacobsx van Bemmel is aangetoond[402] dat hij uit een Barnevelds geslacht van Bemmel stamt.
7376. GERRIT GERRITSZ VAN GOOR (SCHOUTEN), geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1623, als Gerrijt Schouten, afkomstig van Deventer, burger van Amersfoort op 1-9-1606,
vermeld als geref. lidmaat te Amersfoort 1621,
otr. Amersfoort (gerecht) 15(13)-8-1606 (hij als Gerrit Schouten van Deventer, zij als Hilletje Fransdr, zuster van Jan Fransz)
7377. HILLETGEN FRANSDR, ovl. na 1623, als h.v. van Gerrit Geritsz van Goor geref. lidmaat te Amersfoort
op belijdenis 5-7-1623 in de Langestraat tegenover de Groote Kerck.
7384. PEEL MAESSEN BEECKMAN, geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1621, wordt als Peel Maesz Beeckman, afkomstig van Nijkerk, burger van Amersfoort op verzoek 18-1-1609,
treedt op als getuige in een akte (1615),
rameacker (1615),
otr./tr. Amersfoort geref. 2/10-4-1608
7385. GRIETGEN (MARGRIETA) PEELENDR, ovl. na 1621.
Op 1-3-1610 verkopen Peel Maes en Margrieta Pelen, zijn vrouw, een huis, hof en hofstede op de Kamp, strekkend tot achter aan de schuur van Dirck Meijnsz. belend 1. de straat aan de Stadswal 2. een stenen poort Opme. Op last van 600 gulden aan Gerritgen Jacobs; 200 gulden aan Lubbert Gerritsz. [415]
Op 20-5-1618 verkopen Peel Maesz en zijn vrouw Grietgen Peelen, aan Bruenis Peelen huis, hof en hofstede op de Kamp met schuur, berg en uitgang op de Sint Jansstraat belend 1. Cornelis Aertsz Moij, of die daarna het recht heeft verkregen, 2. Jacob Evertsz, brouwer. [416]
Op 20-5-1618 verkopen Willem Peelen en zijn vrouw Arisgen Wouters aan Peel Maesz en zijn vrouw Grietgen Peelen, een huis, hof en hofstede op de Kamp met een uitgang in de Sint Jansstraat, belend 1. Rijck Willemsz, 2. Gerrit Cornelisz. Opm: Last van 325 gulden hoofdsom, tegenwoordig het eigendom van Aert Aertsz Trichtenaer. [417]
Op 29-7-1618 lenen Peel Maesz Beekman en zijn vrouw Grijetgen Peelen van het St. Pietersgasthuis een losrente, hoofdsom 100 gulden, met als onderpand een huis en hofstede op de Kamp belend 1. Rijck Willemsz, Raijmaecker 2. Gerrit Cornelisz. In margine: "Compareerde Frans Jacobsen rentmeester indertijd van St. Pietersgasthuis, hoofdsom plus de rente betaald door Henrick Everts Brut als eigenaar van de hypotheek, geeft toestemming tot cassatie, 26-11-1623. [418]
Op 23-8-1618 lenen Peel Maesz Beekman en zijn vrouw Grijetgen Peelen van het rademakers-, kuipers- en stoelenmakersgilde te Amersfoort 50 gulden hoofdsom, met als onderpand huis en hofstede bij de Kamppoort, belend 1. Rijck Willemsz, 2. Gerrit Cornelisz. [419]
Op 9-12-1618 lenen Peel Maesz Beekman en zijn vrouw Grietgen Peelen van het St. Pietersgasthuis een refelijke losrente 200 gulden hoofdsom, met als onderpand huis, hof en hofstede met een uitgang in de Sint Jansstraat op de Kamp belend 1. Rijck Willemsz, 2. Gerrit Cornelisz. Opm. "voorz. hypotheek is niet meer bezwaard dan met een hoofdsom van 425 gulden". [420]
Op 25-4-1621 verkopen Peel Maes Beeckman en zijn vrouw Grietgen Pelen aan Henrick Evertsz Bout(h) en zijn vrouw Wijntgen Willems (tekent met een merk), een huysinge, hof en hofstede staande aan de Campstraet, met een vrije uitgang in de St. Jansstraet, belend aan de ene zijde: Rijck Willems, ramaecker, aan de andere zijde: Gerrit Cornelisz Het pand is in gebruik bij de verkopers. De kopers betalen 225 Carolus gulden en nemen bij de aanvaarding van dit perceel ook de lasten over van het kapitaal dat er op rust, zijnde 675 gulden en verdeeld als volgt: - 325 gulden ten behoeve van de kinderen van Aert den Trichtenaer; - 200 gulden ten behoeve van het Ste Elisabeths Gasthuys. - 100 gulden ten behoeve van het Ste Peters Gasthuys; - 50 gulden ten behoeve van het Ramaeckers Gilde. Bovendien mogen de kopers de koopsom met 125 gulden verminderen wegens het overnemen van de betaling van 125 gulden aan Geert van Sneul, cameraer van Amersfoort, die resteren uit de verkoop van bomen. Verder mogen de kopers de koopsom met 100 gulden verminderen wegens het overnemen van de betaling van een vordering die Gerrit Henricxs Smit op de verkopers heeft. Verkoop volgens erfkoopsrecht. De verkopers zullen het perceel meteen transporteren. Onder de koop is begrepen dat wat in de huysinge aard- en nagelvast is en het gereedschap behorende tot het ramaeckers ambacht. [421]
Op 26-4-1621 verkopen Peel Maesz Beeckman en zijn vrouw Grijertgen Pelen, aan Hendrick Evertsz Bouth en zijn vrouw Wijntgen Willems een huis, hof en hofstede aan de Kampstraat met een vrije uitgang aan de Sint Jansstraat, belend 1. Rijck Wursz, raaimaker 2. Gerrit Cornelisz. Opm.: Last van 325 gulden hoofdsom competerend de kinderen van Aert de Trichtenaer, nog 200 gulden competerende het St. Elisabeths Gasthuis, nog 100 gulden het St. Pieters Gasthuis, nog 50 gulden het raaimakersgilde. [422]
Op 8-6-1644 verkopen Jan Corneliss Cruijff voor zich en als weduwnaar van Deliana Thonisdr zijn overleden huisvrouw en voor Willem Jansz Cruijff, Aelbert Maessen en Frederic van den Booch, respectievelijk zijn zoon, schoonzoon en neef met echtgenoten, aan Jan Peelen en Grietgen Peters zijn huisvrouw en hun erven, 1) 'n huis en erf in de St. Jansstraat. belend aan de ene zijde Rijck Gerardts, aan de andere zijde de steeg van 't huis van Claes Henricxz staande aan de Camp, daarachter Claes Henricxz met de hof van het huis, 2) 'n bergschuur en erf annex in de Sint Jansstraat tot aan 't huis van Cornelis Loochsz op de Camp, belend aan de ene zijde de steeg voornoemd, aan de andere zijde Maritgen en Dirckgen Versteech met hun schuur. [423]
Op 7-6-1646 verkopen Zeger Peterss en Maritgen Jans, echtelieden, Jan Jacobsz en Elbertgen Peters, echtelieden, Jan Pelen en Grietgen Peterss, echtelieden, Luijtgen Reijers, weduwe van Pauls Peterss, Maritgen Elberts, huisvrouw van Jan Geurtsz en tevoren weduwe van Jan Peterss, allen voor zichzelf en samen voor Jan Goortsz voorschreven die ziek te bed ligt., aan Peter Henricxz, schoenmaker en Neeltgen Rutgers zijn huisvrouw en hun erven, 'n huis, schuur en berg en getimmerte en grond en camer op Bloemendael., belend aan de ene zijde aan de ene zijde Marten Graeff, aan de andere zijde aan de andere zijde de Bolderstraat. [424]
Op 25-2-1665 leent de gemachtigde van Margareta Peters, weduwe en boedeharster van Jan Peelen van Jacob Peelen, smit, 610 gulden met als onderpand a. huis, hof en hofstede aan de Kampstraat, b elend 1. Claes Henrickzen van Gemen, schepen, 2. Wouter Jacobsz, smit, b. huis, schuur, schuurberf, hof en hofstede achter de kamp, strekkende tot aan het erf van Henrick Cornelisz de Prins toe, belend 1. de weduwe van Wulphert Evertrsz, 2. Dirck van Roomen. Opm: 610 gulden, het geld zowel door Jacob Peele verstrekt en voorgeschoten voor de comparante en haar man zaliger voor het geld verstrekt aan Melis Henriks in de Gort voor de verpander van Rhijn alsmede aan Jacob Peelen zeker te stellen van de borgtocht die hij voor comparante en haar man zaliger t.b.v. Jannitgen Henricx, jongedochter heeft gegeven, verder ter zake van andere geleende penningen door Jacob Peelen aan Margaretha Peters of haar man zaliger voorgeschoten. In margine: "Compareerde Seger Wouters ten Bosch, gehuwd met Jannitje Peelen die verklaart van Wouter Rijksz van de Berg als koper van het in deze akte gemelde huis ontvangen te hebben het restant van deze plecht van 250 gulden. Hij stemt daarom toe in de cassatie 3-4-1719. [425]
Op 19-8-1681 verkopen Peel Jacobsz, smid en zich sterkmakende voor zijn broer, zwagers en zusters, voor de ene helft, en Willem Adriesz als gemachtigde van Henrick Breunisse en Willem Breunisse, beiden wonende te Rhenen, vermogens procuratie op den 31 augustus 1677 voor Anthonie van Brinckesteyn gepasseerd, voor de andere helft, erfgenamen van Jan Peelen Thimon Wulphertsz, wonende op Schaffelaar, mede erfgenaam van Grietgen Peters en zich sterkmakende voor de verdere erfgenamen van Grietgen Peters, welcke Jan Peelen en Grietgen Peters geweest zijn echtelieden, a) aan de erfgenamen van Aeltgen Baltus, een vervallen huis of schuur, staande achter de Kamp ofwel de Lange Sint Jansstraat, belend aan de ene zijde Hendrick Jansz, rademaker, aan de andere zijde de gang van het huis van Aeltgen Cooth nu Thimon Jacobse, smid competerende, b) aan de kinderen van Geertie Geurts, gewese weduwe van Henrick Cornelisse Prins, een schuur, staande achter de Kamp, belend aan de ene zijde de gang van het huis nu competerende Thiman Jacobsz, smid, aan de andere zijde Cornelis Jansz Schoe. [426]
7388. WILHEM AUGUSTIJNSZ VAN OUDEWATER (CREMER?), geb. vóór ca. 1590, ovl. 1647/48, afkomstig van Amersfoort (1611),
treedt op als get. in akten (1613..1643),
belender in de Lieve Vrouwestraat (1640), in de Goodschalckstraat (1644), in de Teut (1647, in 1648 zijn erfgenamen),
wordt aangewezen als momber over de kinderen van zijn zwager Hendrik van Dael (1619),
cruenier (=handelaar in kruiden) en borger van Amersfoort (1624),
vermeld als ouderling en lidmaat van de Remonstrantse Gemeente te Amersfoort in de lijst van 24-9-1643,
wiens erfgenamen belender zijn in de Langestraat (1680), en buiten de Kamppoort (1664), op de Kortegracht (1667), aan de Hof (1651),
regent in de Broederschap der Lieve Vrouwe Capelle te Amersfoort (benoemd 1634),[427]
raad van Amersfoort,
rentmeester van het Spinhuis (1641),
oud-raad (1642),
otr./tr. Amersfoort geref. 12/20-1-1611
7389. ELSGEN VAN DAELL, geb. vóór ca. 1590, ovl. 1669-1681, afkomstig van Amersfoort (1611),
vermeld als particulier en lidmaat van de Remonstrantse Gemeente te Amersfoort in de lijst van 24-9-1643,
ontvangt als weduwe van Willem Augustijns van Oudewater 3 gulden per jaar uit een berg en schuur met het afdak om deze berg, een hofje daarachter, in de Walikerstraat (1652),[428]
borgerse en inwoonster van Amersfoort (1669),
maakt een codicil (1660), testeert (1669),
bezat een huysinge staande aan de Langestraet, op de hoek van de Vischmerckt (1660),
belendster met een schuur bij de Muurhuizen (1664),
is hypotheekgever (ƒ 50,--) van een huis op de hoek van de St. Jorisstraat (1660, 1663).
Volgens haar testament bestaan er contrefeijtsels van dit echtpaar.
Op 13-2-1639 lenen Michiel Paijs en zijn vrouw Lucretia Carelsdr, van Willem Augustijnssen van Oudewater en zijn vrouw Elsgen van Dael, 225 gulden, met als onderpand voor sooveel het noot sij met advies en gevolge van Henric van Dael en Gerard Willemsen als aangestelde mombers over de onmondige kinderen van Lucretia Carelsdr behouden van haar voor-man Helmich Lubbertsen, 1. hun huis gelegen in de Arnhemsestraat (Slijkstraat), belend aan de ene zijde Jan Helmichsen, aan de andere zijde Johan Cornelissen, 2. hun huis gelegen in de Haegh, belend aan de ene zijde Cornelis Joosten van Utrecht, aan de andere zijde zij komparanten met dezelfde Cornelis Joosten nog onverdeeld, 3. mitsgaders nog de helfte van zeker hun hof gelegen in de Koesteegh gemeen met Alracom Davidtsen. [429]
Op 9-2-1626 verkopen Adriaen van Westrenen en Johan van Dael, schepenen voor de onmondige weeskinderen van Jacob Maesen, Henrick van Dael als vader van zijn kinderen bij Geertgen Maes zaliger, Gijsbert Gijsbertsen van de Karsbergen als man en voogd van Gerritgen Maes, samen erven van zaliger Jannitgen Maes, vrouw van Henrick van Haeckxbergen, aan Willem Augustijnsen van Ouwater, zijn vrouw en hun erven, huis, hof en hofstede in de Teutstraat, belend aan de ene zijde de erfgenamen van Henrick Dircksen van Rijnesteijn, aan de andere zijde Grijetgen Kuijckens. [430]
Op 8-6-1648 transporteren Elsgen van Dael, weduwe van Willem Augustijnsz van Oudewater met Augustijn van Oudewater, haar zoon, erfgenamen van Willem Augustijnsz, voor zichzelf en samen voor hun zonen en dochters, zwagers, broers en zusters, tezamen voor de ene helft, en Gerard Thins, Willem van Schaick en Henrick van Dompselaer, wees-meester als oppervoogden en Wouter van Veen als oom en momber van de onmondige nagelaten kinderen van Jan van Gelder zaliger en Catarina van Oudewater, zijn weduwe, samen voor de andere helft, aan Hessel Breecker, schout, zijn vrouw en hun erven, een hof met een houten huisje, met alle bomen en plantsoen, voor de Sint Andriespoort, nagelaten door Sophia van Oudewater zaliger, en voor de helft bij testament vermaakt aan de onmondige kinderen van voorschreven Jan van Gelder, belend aan de ene zijde: oosten: een gemene watergang of sloot, aan de andere zijde: zuiden: Jan Claesz, vleeshouwer, noorden en westen: de gemene weg. De koopsom is voldaan. Er is een lening van 200 gld. aan zaliger Maria van Hoorn. [431]
Op 27-4-1650 lenen Elbert Jansz, timmerman en burger voor hemzelf en voor Wulphertje Claes- dochter zijn vrouw, van Elsgen van Dael, weduwe en boedelhoudster van Wilhelm Augustijnsz van Oudenwater en haar erven, een losrente 6 gulden per jaar. Hoofdsom obligatie 100 gulden bij Evert Willemsz, timmerman en Marrichjen Jansz in leven echtelieden, nu aan Willem Augustijns erven, met als onderpand 'n huis, hof en hofstede aan de Weverssingel, belend aan de ene zijde Brant Gijsbertsz, aan de andere zijde Reijer Brantsz, zijdewerker, [432]
Op 28-8-1658 schenkt Elsgen van Dael, weduwe van Willem Augustijnse van Oudewater aan de Remonstrautse gemeente in Amersfoort de huizen en plaatsen in de Vijver, waarop het getimmerte staat van 't Predikhuis van die gemeente, alleen door die gemeente te gebruiken. [433]
Op 2-5-1661 verkopen Dirck Andriez, borger en zijn vrouw Elbertgen Remmerts aan Elsgen van Dael, weduwe van zalige Willem Augustijnz van Oudewater, een huis staande in de Langestraat belend aan de ene zijde den acceptant. aan de ander zijde Jan Willemz, cleermaecker Opm.: Belast met 10 st. jaarlijks ter saecke van Maker van de Niebrugh t'eijnde de Crommestraet, losbaer met tien carolus gulden. [434]
OP 17-9-1669 (oude stijl) testeert Elsgen van Daell, borgerse en inwoonster van Amersfoort, wed. van Wilhem Augustijnsz van Oudewater, onder verwijzijng naar een brief van Octroy (Hove van Utrecht) d.d. 7-8-1612.
Zij herroept, alvorens dat zij haar codicil herroept van 2-11-1660 voor Nots. Cornelis van Ingen: - het prelegaat aan haar zoon Gerard van Oudewater, Raad van Amersfoort, waarin hij kreeg toebedeeld het beste bed met toebehoren, servietten, een zilveren bierbeker; - van kracht blijft dat Gerard de contrefeijtsels krijgt van haar en haar man met de lijsten. - zij herroept dat gewin aan hem gedaan en ook de jaarlijkse rente van een kapitaal van 1000 gulden; - en zij herroept het prelegaat aan haar zoon betreffende de huysinge staande aan de Langestraet, op de hoek van de Vischmerckt met de somme van aanneminge. - zij herroept het prelegaat van haar klederen tot haar lijve behorende, aan haar dochters Thoontgen, Jannitgen, Annitgen en Goutgen van Oudewater.
Onverminderd de lijftocht prelegateert zij aan: - haar dochter Thoontgen van Oudewater, resp. haar kinderen samen, 300 gulden; - de kinderen van haar overleden dochter Anna van Oudewater 300 gulden. - haar zoon Gerard van Oudewater 300 gulden; - Wilhem van Raelt, enige zoon van haar overleden dochter Armgert van Oudewater, 300 gulden. - haar dochter Goutgen van Oudewater 200 gulden; - haar zoon Dirck van Oudewater 200 gulden. - de twee zonen (of de langstlevende van hen beiden) van haar overleden zoon Augustijn van Oudewater, 200 gulden.
Deze prelegaten moeten uitgekeerd worden voordat de kinderen van haar overleden dochter Jannitgen van Oudewater, tot Barnevelt in haar boedel mee zullen mogen delen. Zij prelegateert aan de 4 voorkinderen van deze Jannitgen van Oudewater en haar overleden man Maes van Geijn, uit haar boedel samen 500 gulden, alvorens de 3 nakinderen van voornoemde Jannitgen van Oudewater zaliger en Henrick Morren, brouwer tot Barnevelt, haar nagelaten weduwnaar, ter deling in haar nalatenschap mogen komen. Verder is het haar uitdrukkelijke wens dat haar erfgenamen de open staande schulden aan haar van haar overleden dochter Jannitgen van Oudewater en haar weduwnaar Henrick Morren, niet mogen vorderen of korten aan de voornoemde 4 voorkinderen van Jannitgen van Oudewater, noch aan Henrick Morren of aan haar 3 nakinderen.
Zij prelegateert aan haar zoon Gerard van Oudewater, de hoff en het huysgen daarin staande, gelegen buiten de Slijckpoort, welke hoff afkomstig was van Johan de Ridder zaliger. mits haar zoon daarvoor 800 Carolus gulden in zal brengen in de gemene boedel. Zij prelegateert aan haar nichte Aerntgen van Geijn die bij haar woont, 100 Carolus gulden tot een rouwkleed. Akte gepasseerd te Amersfoort ten woonplaatse van de comparante, zijnde ten huyse van haar zoon Gerard van Oudewater, Raad van Amersfoort. Getuigen: Rijck Evertsz van Horssevoord, Harman van Ingen en Johannes de Bruijn, sijde- en wolle-lakencoper, borgers en inwoonders van Amersfoort. [435]
Op 6-6-1687 compareren: Johan van Dael, out-raad, wonend Amersfoort en Willem van Raelt, out-schepen van Amersfoort. Zij zijn erfgenamen van Elsje van Dael, hun overleden grootmoeder en machtigen Dirck Woertman, notaris/procureur van het gerecht van Utrecht, om te innen 4 jaar rente als verschenen op zekere plechte bij Cornelis Helmerts, voor henzelf en als mede-boedelhouders van wijlen Dirck Cornelis van Busbroeck, geassisteerd met Paulus van Nieudorp, haer schoonzoon, voor schout en gerecht van Leusderbroeck, den 5e May 1676 gepasseerd en verschenen 5-5-1687 onder afslag van 2 gulden daarop betaald. Getuige, o.a. Aert van Osch. [436]
Op 22-9-1684 compareren Gerrit van Oudwater en zijn echtgenote Margareta Peters voor het maken van een besloten testament. Zij verwerpen alle eerdere codecillen of testamenten door hun gemaakt, speciaal die van 30-4-1667 voor notaris Jacob Morray, als nooit gepasseerd zijnde. Zij vermaken elkaar de lijftocht van hun bezit, uitgezonderd de clederen en cleynodien tot hun lijve behorende. Zij willen dat de langstlevende in het rustige bezit hiervan blijft zonder dat hij of zij een staat van inventaris moet leveren.
Margareta Peters prelegateert al haar clederen en cleynodien aan de samentlijcke nagelaten kinderen van wijlen Emmerentia Huyberts, in leven huysvrouw van Albertus van Ommeren. In dit prelegaat zijn niet begrepen hetgeen zij hiervan nog bij monde of schriftelijk aan iemand zal geven. Verder wil zij dat het briefje dat zij dienaangaande zal schrijven, gerespecteerd zal worden. Zij nomineert tot haar erfgenamen: a. Johan van Dael voor 1/3 part, b. Catharina Verhoeff, dochter van wijlen Maria Huyberts voor 1/3 part. c. de gezamenlijke kinderen van Emmerentia Huyberts voor 1/3 part. Ingeval a en b vóór haar overlijden zonder nakomelingen, dan gaat hun erfportie naar de erfgenamen van c, bij staken van alle haar overleden broers kinderen en kindskinderen. Indien Catharina Verhoeff na Margareta, zonder nakomelingen overlijdt, dan gaat hetgeen zij erfde naar a en c. Catharina zal ook niet delen in de inboedel en huisraad en alles dat tot de inboedel behoort, maar dat haar 1/3 part zal worden "geweerdert" en dat zij van de waarde hiervan behoorlijke rente zal genieten.
Gezamenlijk willen de erflaters dat indien eenn van de erfgenamen van de langstlevende een staat van inventaris wil eisen of borgen wil eisen voor de lijftocht, dat deze persoon dan als erfgenaam wordt gesecludeerd en de andere erfgenamen in zijn plaats komen. De weeskamer in Amersfoort zal alles erven ingeval alle erfgenamen tegen dit testament zullen protesteren.
Verder wil Margareta Peters dat ingeval op haar overlijden of na de expiratie van de lijftocht op haar man, "bij Catharina Verhoeff nog niet was voldaan en den boedel van Anthonia van Oudewater en mijn tweede man saliger niet ware gevrijdt van die borgtochten die zij samen en elcx bijsonder voor Goris Verhoeff (Catharina's vader) ten behoeve van Willem van Raelt en Ghijsbert Michielsen hebben gepasseert, dat alsdan al hetgeen aan die borgtochten nog te betalen staat en hetgeen daarvan alsdan mocht sijn voor haar vader betaald aan haar portie, daar zij hier in voren geinstitueerd wordt, alvorens zij zal worden gekort en hetgeen haar erfportie meerder bedraagt sal sijn en blijven verbonden als gewild is".
Zij secluderen de weeskamer etc. Op 22-9-1684 hebben zij dit gesloten testament bij not. A. van Brinckesteyn gepasseert In dorso stont: "Op heden 22-9-1684 hebben Gerrit van Outwater, out schepen en raad van Amersfoort, en Margareta Peters, dit besloten papier op 4 plaatsen door not. A. van Brinckesteyn gecachetteerd, hetgeen hun uiterste wil bevat, voor de notaris en getuigen passeerd ten huyze van de comparanten". Getuigen waren: Peter van Aecken, schepen van Amersfoort, Johannes Verhoeff en Winand Pannecoeck, "als getuigen weerdig van gelove hiertoe verzocht". [437]
Heden, 12-4-1687 compareert Gerard van Outwater ("Gerrit" is doorgestreept), outschepen en raad van Amersfoort, weduwnaar van Margareta Peters, en exhibeerde dit besloten testament, die bevonden is ongevitieert en op 4 plaatsen bezegelt te zijn en in bijzijn van de notaris en Peter van Aecken en Johannes Verhoeff als getuigen enz. Overige comparanten: Johan van Dael, outraad van Amersfoort. Aelbert van Ommeren, als vader en voogd van zijn kinderen bij hem en Emmerentia Huyberts. Evert Treurniet, als man en voogd van Catharina Verhoeff, nagelaten dochter van wijlen Maria Huyberts, erfgenamen van Margareta Peters. Dat dit gesloten testament geopend wordt, aan hun voorgelezen en geregistreerd wordt om copiën te geven, zoals behoort. Aldus gedaan in het sterfhuis op 10-4-1687. [438]
Op 5-3-1691 testeert Gerard van Oudtwater, Schepen en Raadt van Amersfoort, onder verwijzing naar een open brieve van Octroy 7-5-1667 voor den Hove van Utrecht van hem en zijn overleden huijsvrouw. Zijn vrouw saliger is Grietgen Peters. Zijn huidige vrouw wordt niet met name genoemd. Hij herroept eerdere testamenten, speciaal die van 22-5-1684 voor mij notario, met uitzondering van de lijftocht die zijn vrouw saliger hem had bemaakt. Hij legateert aan: - het Arme Weeshuijs te Amersfoort 500 Carolus gulden, te betalen wanneer zijn zuster Goutgen van Oudtwater, weduwe van Advocaat Morraij, zal zijn overleden. De executeurs zullen ten behoeve van het Weeshuijs jaarlijks 4% van dat bedrag betalen ten laste van zijn boedel; - zijn zuster Goutgen van Oudtwater jaarlijks 100 gulden tot haar onderhoud en alimentatie zolang zij leeft (en per kwartaal te voldoen) en 12 gulden jaarlijks tot haar kamerhuur. Na zijn overlijden zal men haar rouwkleren geven en bij haar overlijden de begrafenis uit zijn boedel bekostigen. Deze onkosten zullen echter wel gekort worden op de portie van haar dochter Catharina Morray. verkopen De testateur wil dat de executeurs zijn inboedel en huisraad publiek zullen verkopen, zijn schulden betalen en de erfgenamen van Grietgen Peters, zijn huijsvrouw saliger, uit deze opbrengst en uit zijn gerede penningen betalen. De testateur wil dat zijn vaste goederen en effecten onverdeeld blijven zolang zijn zuster leeft, en onder de administratie van de executeurs. Hij benoemt tot zijn erfgenamen: - voor een zevende part: Willem van Oudtwater, zoon van Augustijn van Oudtwater; - voor een zevende part: Elias, Beernt, Emmerenten, Maria en Jannitgen van Outwater, de kinderen van Dirck van Outwater. - voor een zevende part: de kinderen en kindskinderen van Teuntje van Outwater in vier staken: (1). Jan van Dael, (2). Catharina Verhoeff, gehuwd met Evert Treumoet, dochter van Maria Huijberts, (3). de kinderen van Emmerent Huijberts en (4). Hubrecht Cortrecht, weduwe van Peter Wachtmeester; - voor een zevende part de kinderen van Jannitgen van Outwater in vijf staken: (1). de kinderen van Jan van Geyn, (2). Arentje van Geyn, (3). Mor van Herdevelt, (4). Willem van Herdevelt en (5). Ghijsbert van Herdevelt. - voor een zevende part: de descendenten van Annitgen van Outwater in 5 staken: Hillegunda, Elsebe, Emmerent, Sophia Verhoeff en de kinderen van Maria Verhoef; - voor een zevende part: Mr. Willem van Raelt, zoon van Ermgert van Outwater en - voor een zevende part: Catharina Morray, dochter van Goutgen van Outwater. Zij zal gekort worden als voorschreven. Hij secludeert de Weeskamer. Hij stelt tot executeurs aan: zijn neven Jan Breecker en Carel Gabrij, waarvoor zij ieder 50 gulden zullen genieten. De administratie komt eerst op Breecker, het verhuren en alle voorvallen met advies van de mede-executeur. Met een jaarlijkse rekening aan de erfgenamen. Bij zijn overlijden voor zijn huidige vrouw hoeven de executeurs of erfgenamen geen eed op de inventaris van haar te eisen. Getuigen: Albertus van Bemmel, Johannis Verhoeff en Jan Maes, allen borgers van Amersfoort. [439]
Op 13-4-1649 transporteren Cecilia Elberts, weduwe van zaliger Peter Pelen haar man en Gerard Vosch voor hemzelf en als man en voogd van zijn (huisvrouw ?), Augustijn van Oudewater als naaste bloedvrinden en in die kwaliteit mombers over de onmondige kinderen van zaliger Huijbert Petersz en Antonia van Oudenwater, beiden ook voor Margareta Peters, weduwe van Adriaen Vosch, raad dezer stad, aan Steven Reijersz, zijn huisvrouw en hun erven, een huis op de hoek van de Muurhuizen bij de Kamperbinnenpoort, belend aan de ene zijde: op de andere hoek Cornelis Evertsz de Ruijch aan de andere zijde: stadwaarts: Jan Harmansz. [440]
Op 2-5-1677 machtigt Anthonia van Oudewater, (tekent als Theunge van Koertrecht), wonend te Amersfoort, wed. van Dirck van Cortrecht, Mr. Willem van Raalt, advocaat voor het Hof van Utrecht, om te innen de huishuur van Cornelis Morray, wonend trUtrecht. [441]
| COMMENTAAR(¥) De naam van zijn vader Frans Gorissen Verhoeff moet een verschrijving of leesfout zijn. Uit de Zwolse ondertrouw inschrijving blijkt duidelijk dat het Jan Gorissen Verhoeff moet zijn. |
Op 20-3-1686 verkoopt Jonkvrouwe (!) Catharina Verhoeff, mondige nagelaten dochter van Maria Huyberts zal. wonende tot Swolle in die kwaliteit mede erfgenaam van Anthonija van Oudewater letst weduwe van Dirck van Cortrecht en in kwaliteit 't recht van maechescheyt tussen de gezamelijke erfgenamen, geassisteerd met Evert Treurniet haar bruidegom waarmee zij onder geboden staat, aan Cornelis Janssen Schoe en zijn vrouw Jannitgen Melis Brets een hof gelegen buiten de Kamppoort aan de stadsgracht tussen de poort en het stenen bruggetje, belend aan de ene zijde Bartholomeus de Vries aan de andere zijde acceptant zelf. [442]
Op 1-11-1686 verkopen Hubrechta van Cortrecht, wed. van Peter Wachtmeester voor de ene helft, Evert Treurniet en zijn vrouw Catharina Verhoeff, enig nagelaten dochter van Maria Huyberts voor de andere helft als mede erfgenamen van Anthonia van Oudtwater in leven laatst weduwe van Dirck van Cortrecht, hun moeder en grootmoeder zaliger, aan Huybert de Bruijn, koopman tot Amsterdam, een plecht van 900 gulden. [443]
Op 4-2-1688 compareert: Evert Treurniet, wonende tot Swol, tegenwoordig wesende te Amersfoort, als man en voogd van Catharina Verhoeff. Catharina is mede geinstitueerde erfgename van wijlen Margareta Peters, huysvrouw van Gerard van Outwater, schepen en raad van Amersfoort. Evert machtigt Johan van Dael, out Raad van Amersfoort, zijn oom, om voor hem de verdeling van de nalatenschap waar te nemen. [444]
Lenen van het Stift Essen: Stadsgericht Zwolle / buurschap Assendorp[446]
nr. 399: Het gerechte vyfftepart van een stuck landes, genoemt den Enck, gelegen in de vryheyt van Swolle, buyrschap Assendarp, sampt die ackeren ende anders daertoe behoorende, gelegen in Westenholte. Afgespleten van nr. 397, naderhand samengevoegd met nr. 398 tot nr. 400.
10-11-1648: Frans Goris Verhoeff met de ledige hand
10-11-1648 Johan Goris Verhoeff na opdracht door zijn broer Frans Goris Verhoeff
Op 2-6-1660 verkopen Cornelis Harmans en zijn vrouw Margareta van Sneull tevorens weduwe van Claes van Daell en Willem van Daell als bloedmomber over de onmondige kinderen van Claes van Daell bij de voornoemde Margareta van Sneull verwekt, aan Frans Goris Verhoeff, raad en cameraer, en zijn vrouw Annitgen Willemsdr van Oudewater, een vijfde part van een huis, hof en hofstede, gelegen in de Moijestraet (Mooierstraat), belend aan de ene zijde aan de ene zijde Henrick Wesselsen, aan de andere zijde aan de andere zijde Harman Dircksen van Voortshuijsen. [447]
Op 11-8-1660 lenen Henrick Rugertsen, deurwaarder, als gemachtigde van Claes Meijndertsen en Jannitgen Wolffs, tevorens weduwe van Wessel Peters, tegenwoordig echtelieden, terwij lmede compareerden Rutger Evertsen, schepen dispensier en mederegent van de Lieve Vrouwe Capelle, die consenteerde in deze vestenis, van Frans Goris Verhoeff, raad en cameraar en zijn vrouw Anna van Oudewater 600 gulden wegens gehaalde bieren, 200 gulden van geleend geld en de borgtocht voor een obligatie van 300 gulden door Frans Verhoeff voor Wessel Peters zaliger en Jannitgen Wolffs tot stand gebracht ten behoeve van Margareta Peters weduwe van Adriaen Vossch. Onderpand is een huis, hof en hofstede, staande in de Pothstraat, belend aan de ene zijde Helmich van Westrenen aan de andere zijde mr. Peter Volwensch Opm. procuratie op 7-8-1660 ter secretarie alhier. [448]
Op 9-10-1663 verkopen Willem van Dael en Geestgen Claes echtelieden, Henrick van Dael en Merritgen Franz echtelieden, Heijmen Ellertz Verhel als vader nevens de voorn. Willem van Dael mombers over de onmondige kinderen bij de voorn. Heijman verwekt en Goutgen van Dael, tezamen zonen en schoondochters mitsgaders kindskinderen en mede erfgenamen van Frans van Dael en Annitgen Jans in hun leven echtelieden, aan Frans Goris Verhoef, raad en schepen dezer stad, 3/5 part in een huis in de Mooierstraat, waarvan de acceptant eigenaar is van 2/5 part, [449]
Op 18-6-1674 lenen Henrich van Houten, momber over de onmondige kinderen van Gerrit Verburgh en zijn vrouw Gijsbertje Frans, alsmede geassisteerd met Maria Verburgh ende Harman Verburgh van de kinderen en erfgenamen van Frans Goris Verhoeff ende Annitje van Oudewater, 650 gulden bij den comparant van Hilligunda Verhoeff mede, erfgename van de voorz. Frans Goris Verhoeff, ontvangen, met als onderpand huis, hofstede op de Kortegracht, uijtkomende uit het Valkestraatje, nagelaten bij den voorn. Gerrit Verburgh, tegenwoordig bewoont wordende bij Jan Cornelissen van Venendael, belend aan de ene zijde Gosuijn de Beuningh, aan de andere zijde de erfgenamen van Maria van Vanevelt Opm. acte doorgehaald en geroyeerd op 21 juni 1699 [450]
De kinderen van Frans Goris Verhoeff betalen wonend op de Koretgracht te Amersfoort, ƒ 12,10,00 Familiegeld (1675).
Huwelijkse voorwaarden d.d. 19-4-1677 tussen Johan van Rijn, weduwnaar, en Maria Verhoeff, voor Nots. Anthonie van Brinckesteyn te Amersfoort. Scheiding 9-3-1680 met de familie Van Rhijn door Isack van Goudoever, gehuwd met Maria Verhoeff, weduwe van Jan van Rhijn, voor Nots. Anthonie van Raelt te Amersfoort. Scheiding 11-12-1708 IJsacq van Goudoever, weduwnaar van Maria Verhoef, voor Notaris Anthonie van Goudoever te Amersfoort.[456]
Op 2-7-1658 verkoopt de gemachtigde van Dirck Morraij en Gouda van Oudewater zijn vrouw, aan Gerrit van Oudewater, zijn zwager en haar zuster, een hof met plantsoenen erop en erom, buiten de Arnhemsepoort, waarvan hof en grond gekomen zijn van wijlen Jan de Ridder, in leven schepen, belend oostwaarts: een eigen weg, westwaarts: Harman Bortsen zuidwaarts: Gerrit Hillebrantsen noordwaarts: Roeloff den Elingh. [457]
Op 29-10-1651 verkopen Willem van Schaeck en Mr. Gijsbert van Dompselaer, met Henrick van Dompselaer, nu absent, weesmeesters dezer stad, en oppervoogden na 't sterven van Wouter van Veen, in leven behuwd-oom en momber over de onmondige kinderen van Catharina van Oudewater en Johan van Gelder haar overleden man, die voor de helft erfgenamen zijn van zaliger Sophia Augustijns van Oudewater, hun overleden tante, aan Willem Jansz van Raelt, nagelaten onmondige zoontje en universele erfgenaam van zaliger Jan Henricxsz van Raelt en Emmerentiana van Oudewater in leven echtelieden, zijn overleden ouders en daarmee recht op de helft van het navolgende huis: 1. 'n huis bij schenking van Elsgen van Daell, hun moeder; 't eigendom van de voornoemde kinderen Catharina van Oudewater de helft van een huis aan de Hof (=Coornmercht), belend de weduwe en erven van Jan Jacobsz van Bemmell, aan de ander zijde Jan Jansz Vlieger, 2. Tevens van Catharina 'n kleiner huisje, achter en annex genoemd huis, aan de Langestraat, Beide huizen geheel door Sophia Augustijns van Oudewater nagelaten en ontruimd, belend aan de ene zijde: Wessel Jansz, aan de andere zijde de weduwe en erven van zaliger Willem Augustijnsz van Oudewater. [458]
Op 12-5-1665 verkoopt Willemina van Schoonhoven weduwe van Aegustijn van Oudewater, aan Aleijda van Ingen bejaarde dochter, een vijfde part van 1½ morgen land in de tweede steeg in de Horseweide, waarvan het overige vier vijfde deel aan Willem Reijersz twee, haar zuster Geurtje Goossen van Zuijlen een deel toekomt. 300 gulden [459]
Op 2-6-1666 verkoopt Jannitgen Hendrix weduwe van Jacubus van Schoonhoven en Frans van Hulsen en Geurt van Walickenbergh, mombers over het onmondige kind ders voorn. Schoonhoven aan de comparante verwekt, aan Willemina van Schoonhoven weduwe van Augustijn van Oudewater in zijn leven procureur voor deze Ed. gerecht, de helft een huis, hof en hofstede in de Nieuwstraat waarvan de andere helft het eigendom is van de weduwe Oudewater. [460]
Op 22-5-1666 verkoopt Willemina van Schoonhoven weduwe van Augustijn van Oudewater, aan Hendrik van Ommeren, schepen dezer stad, 1) het halve huis van comparanten in de Nieuwstraat, belend aan de ene zijde de kinderen van Johan Neuijen, aan de andere zijde Mr. Johan van Bilderbeeck, oudeburgemeester, 2) hun deel in een stuk land genaamd de Horseweide buiten de Bloemendalsepoort, belend aan de ene zijde Antonis Peelen aan de andere zijde het Sint Pietersgasthuis.
Opm. comp. 11-6-1680 Petronella van Ommeren, weduwe van Willem van Hoorn als mede erfgenaam van Henrick van Ommeren, geld ontvangen en toestemming van cassatie akte. [461]
Op 9-6-1666 verkoopt Willemina van Schoonhoven weduwe van Augustijn van Oudewater voor haar zelf en als moeder en mombers over haar onmondige kinderen, aan weesmeesteren als administrateurs van de boedel en nalatenschap van wijlen Capitein Robert Giffen , ter voldoening van de kooppenningen op het halve huis door haar bewoond en door haar gekocht van Anna Henricx en de mombers over de kinderen van zaliger Jacobus van Schoonhoven haar broeders; 1. haar huis, hof en hofstede in de Nieuwestraat; 2. met nog een vijfde part in de Horseweide buiten de Bloemendalsepoort, belend aan de ene zijde de erfgenamen van Gerrit Nuijs, aan de andere zijde de erfgenamen van Haasje Rijcx van Oldenbarnevelt. Koopsom 1100 gulden. [462]
7390. BEERNT JOACHIMZEN, geb. vóór ca. 1595, ovl. 1655-1658, bombasijdewercker (1653),
belender onder het bolwerk van de stad in de Haag (1653), aan de Kortegracht (1654)
otr./tr. Amersfoort gerecht 22(21)/26-8-1620
7391. NEELTGEN ELIS (VAN ARNHEM), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1663.
Op 7-6-1628 sluiten Wouter Beerentss en Beernt Joachimsz, zijn neef (lees kleinzoon?), een overeenkomst. Beernt Joachims zal Wouter Beerntss, zijn grootvader (bestevaer) onderhouden in kost, drank, kleren zowel wollen als linnen, vuur en licht, bewassing en andere zorg, zijn levenlang. Wouter cediert dan aan Beernt Joachim zijn vrouw en hun erven, de helft van huis, hof en hofstede in de Haag aan de waal en helft van 200 gulden hoofdsom op Reijer Arisz en de helft van een huisje en hofje in de Haag op de hoek van de Koestraat, helft van inboedel en huisraad. Nu door Beernt Joachimsz gebruikt en de andere helft aan Wouter Beernts overleden vrouw behoort hij in lijftocht bezit. Cedeert nog aan Beernt en zijn erven bij zijn overlijden: kleren, wollen en linnen, uitgezonderd het beddegoed Op last van 1 gulden, 1 stuivers per jaar aan de erven van Catharina Brants; 20 stuivers aan de erven van Wouter Beernts zaliger huisvrouw. [463]
Op 23-6-1629 lenen Beernt Jochumsz en Neeltgen Elis zijn vrouw, van Joost van Sundert, zijn vrouw en hun erven, 200 gulden, met als onderpand huis, hof en hofstede in de Haag, belend aan de ene zijde Elbert Maesz, schoenmaker, aan de andere zijde de stadswallen. [464]Op 19-7-1654 lenen Beerent Joachimsz en Neeltgen Elis zijn vrouw, aan Gijsbertgen Nagels, weduwe van Cornelis Cornelisz en hun erven, een losrente van 18 gulden per jaar over een hoofdsom van 300 gulden, met als onderpand 'n huis, hof en hofstede aan de Kortegracht, belend aan de ene zijde aan de ene zijde: Haesgen Rijcx, weduwe van Evert Sijmonsz van Velsen, aan de andere zijde: Aert Rijcksz van Rhijn. [465]
Op 28-4-1655 lenen Beernt Jochumsz en zijn vrouw Neeltgen Everts (sic!), van Johan Block, koopman te Amsterdam, 200 Carolus gulden voor levering van Brunswijksgaren tegen een rente van 20 gulden per jaar, met als onderpand huis, hof en hofstede aan de Kortegracht, belend aan de ene zijde aan de ene zijde: Haesgen Rijcke, weduwe van Evert Simonsz van Velsen, aan de andere zijde aan de andere zijde: Aert Rijcksz van Rhijn. [466]
Op 23-10-1658 lenen Neeltgen Elis, laatst weduwe van Beernt Joachimzen en Dirck van Oudewater, haar schoonzoon, man van Deliana Beernts haar enige nagelaten dochter, van Gijsbertgen Nagels, weduwe van Cornelis Cornelizen en haar erven een hoofdsom van 100 gulden, met een Losrente van 6 Carolus gulden per jaar, met met als onderpand huis, hof en hofstede aan de Korte Gracht, belend aan de ene zijde Gerard van Bornbergen, brouwer, aan de andere zijde Aert Rijcksen van Rhijns, weduwer. In margine: Peter Camp en Frans Boelhouwer namens zijn vrouw, mede-erfgenamen van Jan Camp den Oudsten, verklaren bij legaat van Gisbertgen Nagels het recht op voorstaande plechte bekomen te hebben, mede handelend voor voornoemde Jan Kamp. Verklaren de schuldsom van Lourens Charles ontvangen te hebben. Akte 23-3-1669. [467]
Op 26-6-1661 verkopen Neeltgen Elis, voor haarzelf en als weduwe en boedelharster van Beernt Jochemz haar overleden man, geassisteerd met haar schoonzoon Dirck van Oudenwater als haar gekozen momber, aan Aert Looghz, brouwer, raad en borger, kapitein van deze stad en zijn vrouw Reijntgen Thomas een huis, hof, hofstede gelegen alhier in Den Haegh, belend aan de ene zijde Frans Goris, brouwer en oud-cameraar, aan de andere zijde Gerrit Janz van Lin, timmerman. [468]
Op 23-7-1663 verkopen Dirck van Oudewater en zijn vrouw Johanna (sic!) Beernts voor de ene helft en Driel v. O. als gemachtigde van Neelgen van Arnhem, weduwe van Beernt Joachims voor de andere helft, aan Sr. Lourens Clarles, koopman tot Amsterdam, een huis, hof en hofstede aan de Kortegracht. Opm. Op dit huis is een last gevestigd van 400 gulden t.b.v. Gisbertgen Nagels en 200 gulden t.b.v. Sr. Johan Block tot Amsterdam, idem 112 gulden twee stuivers toekomende de regeerders dezer stad ter zake van 't maken van de wef en een jaarlijkse uitgang van 1 gulden 10 stuivers op zekere vicarie gefundeerd op het St. Stevens ende Laurens altaar in de Joriskerk. [469]
7408. A(D)RIAEN JANSSEN COUWENHOVEN (COUNOVEN), geref. lidmaat te Amersfoort 24-12-1619 (als Adriaen Jansz),
getuigt in een notariële aktie te Amersfoort(1622),
otr. Amersfoort geref. 13-5-1615 (met attestatie naar Leusden)
7409. JANNITGEN CORSSEN, beg. Amersfoort St. Joriskh. 5-11-1653 (als Jannetie Korsen), van Amersfoort,
geref. lidmaat te Amersfoort 24-12-1622 als h.v. van Arien Jansz ("doot"),
otr./tr. 1o Amersfoort 22/30-10-1608
PEETER JANSEN (DAMEN), ovl. 1612-1615, zn. van Jan Willemsz Daems.
Op 30-4-1612 verkkopt Peter Jan Willemsz voor zichzelf en zich sterkmakende voor Jannitgen, zijn huisvrouw, aan Mathijs Egla Gorotsz van 't Wout en Machtelt, zijn huisvrouw, de helft van alle stuk goederen en land gelegen in de stadsvrijheid aan de Berch genaamd de Vijerdel, wesende omtrent een of twee en vijftig morgen so aengemaect als onaangemaeckt land, zo groot en klein als Willem Daemsz zijn comparants grootvader gehad en de achtergelaten heeft, wezende thient ..., gelegen boven d'birckt ter einde aan de Engge, strekkende van Cossijnsweg tot aan attenderpfore daer noordwaarts d'onde Utrechtseweg naast gelegen zijn. Bekende hij comparant van de cooppenningen ter volle betaald te zijn. [470]
Op 19-4-1619 sluit Jan Petersz, wednr. van Goutgen Claes Vluggendr een accoord met Frans Jansz van Dael als getrouwd met Anna Jansdr en met Adriaen Jansz Couwenhoven (Counoven) als getrouwd met Jannitgen Corsdr, moeder van de onmondige kinderen van zaliger Peter Jansz.[471]
Op 27-4-1619 verkoprn Jannitje Cornelisdr als moeder, Peter Daemsz en Henrick Both als naaste bloedveranten van de onmondige kinderen van zaliger Peter Jansz verwekt aan Jannitgen Cornelisdr voornoemd, aan Jan Jansz een halve hof in de eerste steeg buiten de Bloemendalse poort, zoals door Goutgen Claes Vluggedochter is nagelaten, belend enerzijds St. Pietersgasthuis anderzijds de erfgenamen van Bernt Schade. [472]
Op 2-3-1628 testeert Jan Peterszn, borger van Amersfoort, zoon van zaliger Peter Janszn Damen en Jannichgen Corsdr, in leven echtelieden. Hij wil zich op reis begeven naar Oost Indien en vermaakt aan Catharina Theusdr, weduwe van Cors Janszn, zijn bestemoeder (=grootmoeder), 25 carolus guldens en de lijftocht van al zijn verdere goederen die hij zal nalaten, haar hiermede instituerende voor haar legitieme portie. Na haar dood zal Geertgen Corsdr, huysvrouw van Lambert Peterszn, zijn moeye, uit zijn goederen vooruit genieten 300 guldens. Zijn verdere na te laten goederen zullen door Geertgen Corsdr en Henrickgen Corsdr, zijn moeye, huysvrouw van Cornelis Gerritszn, elk voor de helft genoten worden, mits dat uit deze erfenis vooraf aan de armen, in de kerckenbuydel, na de dood van zijn grootmoeder, 150 guldens eens betaald worden. Acte ten huize van Claes Evertszn, kleermaker. Get. Geerloff Frederickzn, houtcoper, en Evert Lambertszn, schrijnwerker. [473]
Een paar weken later, op 28-3-1628 machtigt hij daarom Lambert Peterszn Feer en Geertgen Corsdr, zijn vrouw, om bij zijn afwezigheid zijn zaken te regelen, penningen te ontvangen enzovoorts en hem daarvan rekening en bewijs te leveren. Acte ten huize van Lambert Peters Feer. Getuigen: Claes Evertzn, cleermaker, Geerloff Frederickzn en Evert Lambertzn, schrijnwerker. [474]
| COMMENTAAR(¥) Fransgen Couwenoven, echtgenote van Joost Bijls, buiten Amersfoort, krijgt octrooi om te testeren, 20-9-1651.[475] Is zij een dochter? |
7416. P(I)ETER KERCKHOF(F), geref. lidmaat van Amersfoort 29-3-1651 met attestatie van Wijck te Duerstede, wonend in de Hellestraet.
7572. CHARLE(S) (CAERL) CHAUDRON (CHOUDRON), geb. Ekelsbeecke (B) vóór ca. 1565, ovl. na 1641, tamboerijn (1589), slotenmaker (1613), getuige in notariële akten (1609..1635),[476] belender in de Crommestraat (1611) te Amersfoort, aan wie in 1636 bij resolutie van het stadsbestuur van Amersfoort, als ziekentrooster, een hoger salaris wordt toegekend wegens de heersende pestziekte,[477] tr. 2o voor 1608 (niet gevonden te Amersfoort) HESTER(A) CHRISTIAENS, ovl. 1621-1641, vermoedelijk afkomstig uit (de omgeving van) Xanten / Wesel, tr. 1o Amersfoort geref. 27-7-1589
7573. MARTIJNTJE JACOBS SCHERPIJNCK, geb. Eeklo (B) ca. 1570, ovl. 1589-1610.
Op 21-7-1609 verkoopt Eechtgen, weduwe van Seger Gerritsz, met Rijck Bosch, haar momber, aan Chaerle Choudron en Hestera, zijn vrouw, een plaatsje achter het huis van Caerl, door hem betimmerd en een afvoer achter het huis nu van Goesen Roeloffsz Vlug, aan de Hof. [478]
Op 8-6-1610 machtigt Chaerl Choudron, borger te Amersfoort, Samuel Mostert, wonende binnen Santen, om uit zijn naam te vorderen alzulke erfenisse en besterfenisse als hem als man en voogd van Hester Christiaens (Cristiani) aanbestorven is door de dode van saliger Trijn Jannes, gestorven binnen Wesel (Hester's oude moije) en alles te doen wat hij zelf present zijnde zou doen. Get.: Andries van Wayenborch en Frederick Jans. [479]
Op 5-11-1618 leggen Caerl Choudron (tekent: Caerle Chaudron) en Jan Janss, borgers van Amersfoort, de volgende verklaring af:[480]
- Harman Thomas Celens is als curateur aangesteld over de goederen van de minderjarige Willem Cornelis. De comparanten waren op diens verzoek in het sterfhuis van Jan Willems saliger. Zij vonden daar Evert Janss Snel, die door de genoemde curateur en de Weesmeesters belast was met de bewaring van de goederen die zich in het sterfhuis bevinden, en waartoe Willem Cornelis gerechtigd zou zijn, volgens de heden gepasseerde akte. De Lieutenant scholt met twee dienaren van justitie verklaarden opdracht te hebben van het Gerecht om Evert Janss Snel uit het sterfhuis te zetten. Bij navraag bleek de lieutenant scholt daarvan geen akte van te hebben, maar mondeling opdracht te hebben gekregen en geen akte van node zou hebben. Voor een uitzetting had hij echter wel een akte nodig, zodat de door de curateur gemachtigde in het sterfhuis zou blijven. De curateur had Evert Jans in zijn plaats gecommitteerd, welke een eerlijk man was. Deze bewaringe mocht men niet weigeren, omdat men partij in de boedel was. De lieutenant scholt heeft Evert Jansz Snell door de dienaars van justitie uit het sterfhuis doen leiden, waartegen de curateur geprotesteerd heeft. De comparanten, die daarbij aanwezig waren, hebben dit gehoord. Evert Jans Snel, mede-comparant, verklaart dat de Lieutenant Schoudt zijn akte van commissie in het sterfhuis heeft gelezen en hem als voorschreven, uit het sterfhuis heeft doen leiden. Akte ten woonplaatse van Gysbert van Raesfelt. Get.: de genoemde van Raesfelt (tekent: Gysbert van Raesvelt) en Symon Gerbrandss van Alphijn (tekent: Symon van Alphyn).
- De comparanten leggen deze verklaring af op verzoek van Gijsbert van Langevelt d'Jonge en van Gysbert van Langevelt d'oude (als vader en optredend voor zijn dochter Agneta van Langevelt en als voogd van zijn onmundige kinderen). Zij waren heden aanwezig in het sterfhuis van Jan Willems zaliger, alwaar zij de kinderen van Gysbert van Langevelt met Gysbert van Langevelt d'Jonge hebben helpen bewaren de door Jan Willems nagelaten roerende goederen, die zich in het sterfhuis bevonden. Aldaar kwam de lieutenant scholt met twee dienaren van Justitie, namens het Gerecht, om de kinderen Van Langevelt uit het sterfhuis te zetten. Op de vraag van Langevelt of hij daarvoor een akte had, bleek hij slechts mondeling belast te zijn, zodat Van Langevelt van mening was dat zijn kinderen daar bleven. Daarop heeft de Lieutenant-Schoudt de dienaars opgedragen Gysbert van Langevelt d'Jonge met de kinderen Agneta, Weymtgen en Mauritius van Langevelt uit het sterfhuis te zetten, waartegen Van Langevelt protesteerde. Akte ten woonplaatse van Gysbert van Raesfelt. Getuigen: Dezelfde Raesfelt (tekent: Gysbert van Raesvelt) en Sijmon Gerbrantsz van Alphyn.
Caerl Chaudron wordt vermeld als geref. lidmaat te Amersfoort in de lijst van 1621 en sijn huisvrouw (in margine "doot", "doot").
Op 15-7-1641 verkoopt Mr. Carel Chaudron voor hemzelf als weduwenaar van Hester Christiaens en voor Cornelis Balthessen en Stijntgen Carels zijn vrouw en voor Martijntgen Carels zijn dochters en schoonzoon samen voor hun kinderen, zusters en broeders, aan Jan Henricxz van Osch, zijn vrouw en hun erven, een huis in de Krommestraat, belend enerzijds Mr. Lodewijck van Muijlenborch, anderzijds Evert Verburch. Opm.: 200 gulden aan Henrickgen van Schaeck, nu vrouw van Johan van Schadijck. Voldaan. [481]
Op 2-7-1667 verkopen de curatoren over de boedel van Wouter Willemsen Caelbaert voor de ene helft en Jan Bossier en zijn vrouw Jannitgen Aelten voor de andere helft, erfgenamen van Evert Woutersen van Snorrenhoef, mitsgaders Jacob Petersen en zijn vrouw Aessgen Gerritsen, Jan Pouwelsen en zijn vrouw Fijtgen Petersen wonende alhier, Jacob Rijcks en zijn vrouw Teetske Peters, Marritgen Peters, weduwe van Thonis Jansen, Peter Sijmonsen Boeijer en zijn vrouw Beatris Willemsen de Heer te Naarden, Grijtgen Rijcs weduwe van Hendrik Bruijnes, Aelt Gerritsen Stroom voor het weesmeesterschap te Naarden als oppervoogd en Peter Sijmons Boeijer als bloedmomber over Cornelis Willemsen de Heer, Gijsbert de Paep, herbergier in het Ploegje als gemachtigde van Thomas Cornelis, een zoon van Cornelis Petersen en zijn vrouw Marritgen Thomas, tezamen erfgenamen van Anna Jans in haar leven echtgenote van de voornoemde Evert Woutersen van Snorrenhoeff, aan Samuel Thiens en zijn vrouw, zekere kamp land, groot ruim een morgen, genaamd de Lewerijcke camp met het houtgewas daarop staande en gelegen buiten de Slijkpoort en voorts nog een half morgen land gelegen achter de voornoemde Lewerijcke camp omverdeeld in een morgen land gemeen met Cornelis van Liendert. [488]
Op 6-6-1668 doen "Wij Schout , burgemeesteren en schepenen cond dat wij gezien hebben de cedulle opgemaakt" tussen de gezamenlijke erfgenamen van Evert Woutersen van Snorrenhoeff en Anna Jans zijn vrouw als volgt: Jacob Coopall, burgemeester en mr. Hendrick Thierens, secretaris tot Naarden, gestelde curateurs over de boedel van Wouter Willemsen Caalbaart voor de ene helft en Jan Bossier ende zijn vrouw Annetje Aalten voor de andere helfte, erfgenamen van Evert Woutersen van Snorrenhoef, mitsgaders Jacob Petersen man en voogd van Aaltje Gerrits, zich sterk makende en caverende bij dezen, Jan Pauwelsen en zijn vrouw Sijtgen Peters, wonenden binnen deze stad, Jacob Rijksen en zijn vrouw Jeltske Pieters, Maritje Pieters, weduwe van Thonis Jansen, Beatris Willems, weduwe van Pieter Simonsen Boeyer tot Naarden, Grietje Rijksen, weduwe van Henrick Bruijns, Jan Reijersen, weesmeester der stad Naarden en voogd over Cornelis Willemsz de Heer, nagelaten zoon van Willem Rijksen de Heer en zijn vrouw Gerritje Henricks, tegenwoordig uitlandig. Ghisbert de paap, herbergier int Ploegje als gemachtigde van Thomas Cornelissen, een soon van Cornelis Petersen en zijn vrouw Merritje Thomas, volgens procuratie gepasseerd op 17 april 1667 en tesamen erfgenamen van Anna Jans, vrouw van de voornoemde Evert Woutersen van Snorrenhoeff, verkopen aan de heren Regenten van het Blocklands Gasthuis, zeker perceel land genaamd de Buijser, gelegen buiten de Bloemendalse poort, groot omtrent vier morgen op de Liendertse weg. belend aan de zuidkant de erfgenamen van Meester Pieter van Schaack, aan de noordzijde Henrick van Veen, westwaarts Jacob van Westrhenen, oostwaarts de heerweg. [489]
Op 22-12-1668 verkopen Jan Bossier en zijn vrouw Jannitgen Aelten voor zichzelf en als gemachtigden voor Jacob Coopal en N. Tijerens als curatoren over de boedel van Wouter Caelbaert, aan Jan Pauwels en Sijtgen Peterz en hun erfgenamen, een vierde part van twee woningen in de Kamperbinnenpoort, waarvan de andere drievierde parten reeds aan de kopers toebehoren, belend aan de ene zijde de gemeene trap, aan de andere zijde Jan Leendersen van de Duijst. [490]
Op 29-6-1669 verkopen Jan Bossier en zijn vrouw Jannitgen Aelten, aan Elbert Janz van Hoevelaecken en zijn vrouw, de helft van zekere hof eerder eigendom van zal. Evert Wouterz van Snorrenhoef en zijn vrouw Anna Jans en waarvan de koper de andere helft bezit, gelegen buiten het schoolpoortje, belend aan de ene zijde de weduwe van de heer Meester Johan van Bildersen, aan de andere zijde de koper zelf, voor de gemeene steeg en achter Simon Bartelsen, koekebakker. [491]
Op 29-7-1675 verkoopt Jannitjen Aelten, weduwe van Jan Bossier, aan 't onmondige kind van Za: Hermen Arisz, voor 300 gulden van 20 st het stuk, een huis, hof en hofstede aan de Langestraat, omtrent de Varkensmarkt belend aan de ene zijde Jan Palmert, aan de andere zijde Jacobus Lucassen. [492]
Op 31-7-1675 verkoopt Jannitgen Aelten, weduwe en boedelhoudster van Jan Bossier,
- 1. aan Sophia Henricx, weduwe van Rutger Evertse Drakenburgh, oud-burgemeester en schepen, voor 250 Car. gulden van 20 st. het stuk, uit zake van geleverde wol, door haar man Za ontvangen, een huis aan de Langestraat, door erfenis verkregen, belend aan de ene zijde Jan Jansz Palmen, aan de andere zijde Jacobus Johannis, chirurgijn. [493]
- 2. aan Jan Henricksz van Ruitenbeecq voor 400 Car. gulden van 20 stuivers het stuk, een huis, staande in de Lieve Vrouwestraat, belend aan de ene zijde Cornelis Boelhouwer, aan de andere zijde Jacob Wouters, botercoper. [494]
- 3. aan Jan Henricksz van Ruitenbeecq voor 400 Car. gulden van 20 stuivers het stuk , een huis, staande aan de Langestraat, belend aan de ene zijde Jacob Lucasz, aan de andere zijde Jan Palmen. [495]
- 4. aan Jan Henricksz van Ruitenbeecq voor 400 Car. gulden van 20 stuivers het stuk, het halve huis staande in de Lieve Vrouwestraat, gemeen met de erfgenamen van Bart Gijsberts, belend aan de ene zijde Fraderick Knopenmacker, aan de ander zijde de erfgenamen van vrouw Cock. [496]
Op 20-8-1675 verkoopt Jannitgen Aelten, weduwe van Jan Bossier, aan Cornelis Boelhouwer voor 100 Car. gulden van 20 stuivers het stuk, een huis, hof en hofstede aan de Langestraat, omtrent de Varkensmarkt, belend aan de ene zijde Jan Palmen, aan de andere zijde Jacobus Lucasz. [497]
Op 31-12-1677 verklaren Henrick Wormker, bombasijnwercker, en zijn echtgenote Grietge Bossier(¥), schuldig te zijn ƒ 200,- aan Gerrit Endenburgh, zijn huysvrouw en beide erfgenamen, vanwege een obligatie. Tevens compareren Boudewijn Bassier, wolcammer te Amersfoort, en Rutger Everts, portier van de Coppelpoort, die zich hiervoor borg stellen. Getuige o.a. Matheus van Esch. [503]
COMMENTAAR(¥) Grietje Bossier trouwt dus wellicht 2) met Henrick Wormker?
Op 29-2-1670 machtigen Gijsbert Jans van Haestrecht en Boldewijs Bossier (tekent: Boudewijn Borssgeren) als zwagers en ooms en bloetmombers over Reijer Rijckszn (jongeman) en Annitje Rijcx (jongedochter), nagelaten kinderen van Rijck Henricks en wijlen Gerbrichge Jochems van Veen (echtelieden wonend Barneveld), mede erfgenamen van Gerrit Govertzn. van Steenbeeck (jongeman), overleden te Amsterdam, NN Oly notaris te Amsterdam. [506]
| COMMENTAAR(¥) In 1629 is een Neeltje Chaudron belendster in de in de Lieve Vrouwestraat. Het is onzeker of het hier bovenstaande Neeltje betreft. Zij zou dan 16 jaar zijn, hetgeen vrij jeugdig is om huiseigenaar te zijn. Een mogelijkheid is dat zij dit huis van haar moeder Hester Christaens heeft geërfd. (Haar vader leeft nog in 1629.) Hiervoor zijn echter geen aanwijzingen te vinden. |
Op 18-8-1644 verkopen Johan Bode van Romswinckel en Johan van Schadijck, vaders van 't St. Peters- gasthuis, aan Frederic Jacobsz van Zuijlen en zijn huisvrouw en erven, 'n huis, hof en hofstede in de Cranckenledenstraat tot achter in de Cingelgracht, gekomen van zaliger Neeltgen Chaudron, belend aan de ene zijde Thonis Helmichsz, aan de andere zijde Johan Ranij, metselaar. [509]
7760. GIJSBERT WILLEMSZ BOSCH, geb. vóór ca. 1530, ovl. vóór 1608 verm. voor 1598, belender aan De Hof te Amersfoort (1562),
tr. vóór 1561[510]
7761. LUTGEN JACOBS(¥), geb. vóór ca. 1530, ovl. 1611-1614, wordt vermeld als Lutgen Bossen, belendster buiten de Utrechtsepoort (1606).[511]
| COMMENTAAR(¥) Is zij de weduwe van Ghijsbert Bosch, belendster in de Zochstraat (1596) en op de Kamp (1596) te Amersfoort. |
Op 13-5-1561 verkopen Henrick van Weynckum en zijn vrouw Elysabeth van Dompseler aan Ghijsbert Willemszn Bosch en zijn vrouw Lutgen Jacob Janszndochter, een huis met de hofsteden, gelegen aan De Hof (Den Hoff) en in de Krommestraat, strekkende voor van Den Hoff tot achter in de Krommestraat, belend aan de ene zijde Ghijsbert Ghijsbertszn Suffoyeken, aan de andere zijde Barbera Aelten, achter aan de ene zijde Peter Peterss en aan de andere zijde Evert van Heesen erfgenamen. Het huis is belast met 7½ stuiver sjaars die de broederschap van Sint-Jan gewoonlijk zijn te manen. [512]
17-11-1608. De weduwe Lutgen, met haar momber Cornelis Fredericxs, verklaart bij het Amersfoorts gerecht dat ze een huis, hof en hofstede aan de Hof, achter met een uitgang in de Krommestraat, heeft verkocht aan Henrick Huijgen van Ancoop en zijn vrouw. Het huis is belast met zeven stuivers per jaar aan de broederschap van Sint Jan.[513]
15-9-1610. Lutgen Jacobs, de weduwe van Gijsbert Bosch met Jacob Bosch als haar momber, verklaart bij het gerecht dat ze ƒ 100 heeft geleend van de molenaar Gerrit Gerritsz en zijn vrouw op de molen buiten de Arnhemsepoort als huurder. Ze zal de interest korten op de huur van de molen, die met het land daarvoor dient als onderpand. Gerrit Gerritsz stelt zijn huurderschap veilig, zolang de hoofdsom met interest nog niet is afgelost.[514]
25-6-1611. De weduwe Lutgen, vergezeld door haar gekozen momber Henrick van Rijn, verklaart voor het gerecht een "zeekere borch met een cleijn hofgen, staande in de Pothstraat" te hebben verkocht aan Goossen Cornelis Taets en zijn huisvrouw. Zowel kopers als verkoper zijn belendend hieraan.[515]
20-4-1614. Jacob Bosch en de Rijck Bosch voor zich zelf en zich sterkmakende voor Anthonis Bosch en Anthonia Bosch zijn broeder en zuster, allen tezamen erfgenamen van Lubgen Boschgen haar zaliger moeder, beleiden voor het gerecht schuldig te zijn aan de erfgenamen van Servaes Jansz een jaarlijkse losrente van 5 gulden over een hoofdsom van 83 gulden en voorts alle andere goederen die Lutgen Bosch zal toebehoord hebben. Het onderpand is een zekere schuur staande bij de Poth in de Coninckstraat aan de Gemeene straat. Op 30-9-1648 verklaart Tijelleman Servaes dat de schuld is afgelost.[516]
Op 26-8-1614 wordt door Nots. J. van Ingen te Amersfoort, op verzoek van Elisabeth Rijcx, weduwe van Dirck van der Wall, uit naam van Elisabeth Jacobs, weduwe van Adriaen vander Wall, Thomas en Pouwels Henricxzn, Anthonis (Thoenis) Bosch, vanwegen Sophia Jacobs, zijn moeye, Rijck Bosch, vanwegen Geertruyt Roeloffs, zijn nicht, Roelof Dircxzn te Baarn, Joost Gerritszn, als man en voogd van zijn vrouw, wonend te Baarn, het besloten testament voorgelezen van Wilhelmina Lumans, echtgenote van Jkhr. Gerrit Soudenbalch. Volgt inhoud testament. [517]
COMMENTAAR(¥) Men zou hieruit kunnen concluderen dat Sophia Jacobs een zuster is van Lutgen Jacobs (kw.nr. 7761) en daarmee dus de tante (=moeye) van Anthonis (Thoenis) Bosch. Mogelijk is ook Elisabeth Jacobs, weduwe van Adriaen vander Wall, een zuster van Lutgen Jacobs.
Op 14-2-1619 worden de Condities vastgelegd voor de openbare verkoop van een tiendvrij leengoed veen en grond, gelegen in het Hateveen, gelegen onder het Gerecht van 't Hoochlandt, belend aan de ene zijde: Jorden van der Maeth, aan de andere zijde: Reijer Jan Gouwen belend voor: een gemeene weg en achter: die Laeck. De koper zal de koopsom in twee termijnen (400 gulden per mei 1619 en de resterende kooppenningen per mei 1620) moeten betalen aan Rijck Bosch of aan Albert van Rijn. Boven de kooppenningen betaalt de koper van iedere gulden "een oortgen tot rantsoen en een oortgen te gelage". Namens Jorden van der Maeth wordt voor ƒ 640 het veen en grond verkocht, waarna Jacob Ghijsberts Bosch, met consent van zijn broeders en zijn zwager, en Jorden van der Maeth op 16-2-1619 de koopakte tekenen. Akte op 't Hoochlant ten huyse van Thomas Volckenss Weerdt. [518]
Op 14-7-1631 compareren de broeders en zuster Anthonis Bosch, Rijck Bosch en Anthonia Bosch en verklaren dat zij totnutoe alle goederen in gemeenschappelijk bezit hadden, maar dit nu wensen te scheiden. Aan Rijck Bosch wordt toegedeeld een stukje veen in Vrouweclooster Veen, gekocht van Jan Aertszn, een zeker eigendom in gerecht Baarn, gekocht van de erven van Marichgen Jan Lamphertzn, een zekere "afgrifte" van de veenen in gerecht Amerongen in het kerkeveen gelegen, gekocht van de weduwe van Johan van Loersum, en een zeker "afgrifte" van veen genaamd de Rosmolen, gekocht van Henrick Janszn Drost te Amerongen. Anthonis en Anthonia verklaren dat Rijck hiervoor jaarlijks de som van 350 gulden moet betalen, gedurende zijn leven en langer niet, waartegen zij beiden voor zichzelf en hun erfgenamen alle andere goederen behouden zullen, dus huys, hoff, land en alle roerende en onroerende goederen zowel aangekocht als aanbestorven, niet alleen in de provincie Utrecht, maar ook in Gelderland en elders en daartoe alle acten, credieten, inschulden enzovoorts en op voorwaarde dat zij daarvoor alle lasten betalen, waarin Rijck voordien nog deelde en dat Rijck zijn best zal doen voor het innen van pachten enzovoorts die nog uitstaan. Getuigen: Frederick Janzn. van Ham en Henrick Peelen. [519]
De boedelscheiding wordt teniet gedaan door een nieuwe op 6-3-1642 ondertekend door Rijck Bosch en Anthonia Bosch.
Op 19-7-1631 compareren Anthonis Bosch, Rijck Bosch en Anthonia Bosch te Amersfoort en verklaren voor notaris Johan Moll, op 13-7-1630 een testament gepasseerd te hebben, welke zij hierbij revoceren en te niet doen, 't selve te dien einde in ons presentie aan stukken scheurende. Getuigen: Frederick Janzn. van Ham en Henrick Peelen. [520]
Op 13-9-1616 leent Jacob Ghijsbertusz Bosch ƒ 300 van Aelbert van Rijn. Als onderpand dient het huis en hof aan 't eind van de Krommestraat, belend voor de herenstraat, achter 't Havik, ten westen het huis van Bram Henricksz. Opmerking: ingevolge van uitspraak van dit gerecht op 6-9-1615. [522]
Op 3-5-1621 verkopen Lambert Jansz, trompetter van de Vane van Zijne Prinselijke Excellentie en zijn vrouw Annitgen Lucas, aan Albert van Rhijn en zijn vrouw, een hof met huisje daarin buiten de St. Andriespoort (Triesgenspoort), belend enerzijds Gerrit Henrickssz, kramer, anderzijds Jan Thonissz, timmerman. [523]
Op 3-10-1623 verkoopt Jacob Willemsz van Schoonhouen, curator van de boedel van Elbert Lambertsz, Cors Reyersz en Erlandt Elis, zijn vrouw, aan Albert van Rijn en Thonis Bosch en hun erven, een schuur met twee schuurbergen en grond daarbij, in de Hoefseweg, belend enerzijds de weduwe van Thonis Woutersz, anderzijds Thomas Thomass. [524]
Op 2-3-1624 verkoopt Ghijsbert van Rijn voor hemzelf en voor Jannitgen Bosch, zijn moeder, en voor Gerrit Goortsz, zijn zwager, aan Cunera Thijsen, weduwe van Jan Arissen op Wee en haar erven, een plechte bij Jacob Bosch ten behoeve van zijn ouders. Hoofdsom 300 gulden, gevestigd in huis en hof tegenover de Krommestraat. [525]
Op 23-6-1638 leent de gemachtigde van Peter Cootenberch en zijn vrouw Elsabe Breker van Gijsbert van Rhijn en zijn vrouw, 150 car. gulden. Onderpand is een huis, hof en hofstede staande en gelegen in de Muurhuizen, belend enerzijds de weduwe en erfgenamen van zal. Dirck van Crachtwijck, anderzijds de weduwe en kinderen van zal. Gijsbert van Hoven. [527]
Op 15-3-1641 verkopen Gijsbert van Rhijs! en zijn vrouw Maritgen van de Wal en hebben met ... van Rijck Bosch haar oom en behuwd oom?, aan Johan Baptista Bolland, tafelhouder van Beuningen alhier, huis, hof en hofstede in de Muurhuizen, belend enerzijds de erfgenamen van Jonker Johan van Wijnbergen, anderzijds de Plompetoren voor de gemene straat en achter de Singelgracht. Hierop rust een last van 1 gulden per jaar toekomende de St. Joriskerk. [528]
Op 26-10-1644 verkopen Steven Claesz en Gerritgen Henricx, echtelieden, aan Marritgen van de Wal, weduwe en boedelhoudster van Gijsbert van Rijn, een huis aan de Cortegraft aan de afganck van de Vischmerct met vrije uitgang op de bezijden steege, belend enerzijds de voorschreven steege, anderzijds Steven Henricsz, bakker. [529]
Op 26-10-1644 verkoopt Marritgen van de Wal, weduwe en boedelhoudster van zaliger Gijsbert van Rijn, aan Cristina Arents van Oldenbarnevelt, weduwe en boedelhoudster van zaliger Antonis Loochsz van Ruitenbeeck, een huis aan de Cortegraft aan de afganck van de Vischmerct met vrije uitgang op de bezijden steege, belend enerzijds de voorschreven steege, anderzijds Steven Henricsz, bakker. [530]
Op 21-6-1626 verkopen Gijsbert van Rhijn, Gerrit Goortsz en Aemgert van Rhijn zijn vrouw, samen voor de weduwe van Albert van Rhijn hun moeder en schoonmoeder, aan Cornelis Jacobsz en Sophia Peter de Ruijchs, zijn vrouw, een huis, hof en hofstede in de Mooierstraat, belend enerzijds de Coelsen Dom, anderzijds de weduwe en erfgenamen van Wouter Claesz Buijs. Het huis is belast met ƒ 100 aan 't Spinhuis. [531]
11-10-1610. Rijck Gijsbertsz Bosch en zijn vrouw krijgen van het hof van Utrecht een brieve van octroy om te testeren.[532]
dec. 1616. Het gerecht legt vast dat Rijck Bosch een hof buiten de St. Andriespoort, gelegen aan de beek terzijde van de Stadsgracht, heeft gekocht van de erfgenamen van Jacob Roeloffsz en Druijda Roeloffs zijn zuster.[533]
Op 11-2-1620 laat Rijck Bosch door te Amersfoort een huurcontract opstellen met Willem Claeszoon, die in Eembrugge woont. Hij verhuurt 10 dammaten land gelegen in Eemlant, welke als laatste door de huurder in gebruik zijn. De jaarlijkse huur is 14 Carolus gulden 10 stuivers per dammaat en naar keuze van de huurder voor een periode van 1, 2 of 3 jaren. De huurder zal de sloten, dijken en banwerken uit de schouw houden en onderhouden op zijn kosten. De huurder mag dit land alleen maar weiden en de verhuurder mag de twee achterste dammaten naar zijn believen bemesten en verbeteren in het 1e of 2e jaar van de huur. [534]
23-1-1634. Vastgelegd wordt dat Rijck Bosch een hof gelegen buiten de Sint Andriespoort (Trysgenspoort) bij Monnickendam naast de stadtsgraft heeft verkocht aan Mr. Johan Vercammen en zijn vrouw.[535]
5-5-1634. Rijck Bosch bezit een gerechte helft van een vierdel land gelegen buiten de Camppoort op de Meent gelegen, als het transport van de wederhelft wordt geregistreerd.[536]
1-3-1637. Rijck Bosch cum suis is belendend aan een vierdel land gelegen in de vrijheid aan de Lage Weg bij de quade slengh, als dit bij het Amersfoorts gerecht wordt getransporteerd.[537]
Op 25-11-1637 testeert Rijck Gijsbertszn Bosch, borger van Amersfoort, cranck van lichaam, te bedde liggende. echtgenoot van Mechtelt van Westrhenen. Hij vermaakt al zijn bezittingen aan Gijsbert Bosch, enig kind van hem en zijn vrouw, hem hiermee instituerende tot zijn enige universele erfgenaam. In deze erfenis zijn inbegrepen de kooppenningen van zekere afgegraven venen te Amerongen, die onder andere zitten in de "maechescheyt" van 14-7-1631 tussen testateur en zijn broeder en zuster (voor notaris J. van Ingen), welke boedelscheiding bij deze door testateur wordt gehandhaafd. In dezelfde erfenis zal tevens inbegrepen zijn testateurs portie in het erf Boelenhouff, hem aangeërfd van zijn broer Anthonis Bosch en aangekocht van Rijck van der Wall, alsmede twee lijfrentebrieven (op voornoemde zoon), te Utrecht belegd.
Voorwaarde is dat indien zijn voornoemde zoon overlijdt zonder echte geboorte na te laten of de echte geboorte overlijdt zonder echte geboorte, dan zullen alle goederen en erfenis volgens dit testament vererven en succederen (zonder voorkeur), voor de helft op Gijsbert van Rhijn of bij overlijden op zijn nalatende echte kinderen, en de andere helft op Bettgen Willem Bossendochter, huisvrouw van Dirck Matheuszn, notaris, of bij haar overlijden op haar echte nalatende kinderen. Zij dienen dan wel uit deze erfenis uit te reiken aan: 1) de echte kinderen van Armgert van Rhijn, huisvrouw van Gerrit Goortszn Cryel, 600 gulden; 2) de kinderen van Dirckgen Bossen, huisvrouw van Goort Corneliszn, ook 600 gulden. 3) Willemtgen Bossen of haar erfgenamen, 600 gulden; 4) de echte kinderen van Dirckgen van Raesfelt, huisvrouw van Peter Maeszn, eveneens 600 gulden.
Testateur legateert nog aan: 1) Gosen Jacobszn Bosch (zijn neef, nagelaten zoon van Jacob Bosch, zijn overleden broeder), door Gijsbert Bosch (testateurs zoon) terstond na testateurs dood uit te reiken, 200 gulden aan geld, zijn dagelijkse lakense clederen, "gecoleurde" mantel, hoed en zes hemden; 2) de kinderen van Gerrit Goortzn al hetgeen hij voor hen "verstaeckt" zou hebben en dit zal worden gecompenseerd voor zover hij ze iets verschuldigd is.
Verder verklaart hij dat: 1) Thonis Evert Goortzn (gebruiker van de Boelenhoeff) nog twee jaren vrije pacht heeft, ingaand Petri ad Cathedrum 1638 (= 22-2-1638), volgens de overeenkomst terzake; 2) voornoemde Gijsbert Bosch (zijn zoon) niet mag pretenderen of verwachten de pacht die testateur met zijn neef Gijsbert van Rhijn gemeenschappelijk heeft, evenals die Anthonia Boschen alleen zal hebben en die hij te harer "bate en schade" bij deze legateert.
Hij legateert nog alle verschenen pachten en renten ten behoeve van zijn zuster, Anthonia Bosch. Hij verklaart dat zijn zoon, Gijsbert Bosch, in voornoemde erfenis mede zal hebben het gehele huis, hof en hofstede met de boomgaard, te Amerongen, op last van 5 stuivers jaarlijks, volgens twee "versuymelicke" tienden ten behoeve van de heer van Amerongen, die men gehouden is te betalen Martini in de winter, en op last van een stuiver, acht penningen jaarlijks ten behoeve van Jkhr. Johan van Ravenswaay, en op last van 400 gulden hoofsom daarin gevestigd, ten behoeve van Anthonis van Berck (scholt van 't Hoochlant), waarvan jaarlijks 25 stuivers rente betaald moet worden onder aftrek van de 20e penning. Verder nog op last van 250 gulden hoofsoms daarin gevestigd ten behoeve van Jacob van Sevender (te Utrecht), waarvan de rente betaald moet worden en nog 50 gulden hoofsoms ten gunste van de kerk te Amerongen. Tevens zal in de erfenis begrepen zijn huis, hof en hofstede te Soest, in gebruik bij Jan Loogen, genaamd 't Cleverblad, op de lasten van onbetaalde kooppenningen vandien, hoewel Anthonia Bosch aan genoemde twee percelen (Amerongen en Soest) eveneens haar kooppenningen moet betalen. Zij zal alleen behouden het kampje land met Thonis Evert Goortszn, tegen enige jaren huur, en voor de helft de nieuwe kamp land tegenover de Tolick van Jkhr. Seger van Achtevelt, verkregen door "punitatie" (= straf), en de andere helft is voor Gijsbert Bosch (zijn zoon). Welke twee kampen land testateur zijn voornoemde zuster Anthonia Bosch, de ene geheel en de andere voor de helft legateert.
Hij legateert nog aan Marrichgen Teel Servaesdr, 150 gulden. Hij stelt tot executeurs van dit testament, Gijsbert van Rhijn en Dirck Matheuszn, die gehouden zullen zijn behoorlijke staat en inventaris te maken van zijn nalatenschap, tot tevredenheid van de naaste familie van testateurs zijde, met uitsluiting van de moeder en familie van moeders zijde van zijn voornoemde zoon. Hij secludeert de weeskamer dezer stad. Acte ter woonplaatse van comparant. Getuigen: Otto van Gessel, Symon Gerritzn (Gerardstszn), Cornelis Corneliszn Hoppesteyn.
N.B. 1) Ook zijn zuster Anthonia ondertekent deze akte met merkteken. 2) In de kantlijn bovenaan staat dat dit testament door Rijck Bosch en Anthonia Bosch wordt gerevoceerd en geannuleerd op 6-3-1642 met getuigen Andries Reyers, Cornelis Corneliszn Hoppesteyn en Cornelis Matheus (backer). [538]
Op 29-3-1613 legt Henrick Adriaenszn (oud omtrent 60 jaren, inwoner van Amersfoort) een verklaring af op verzoek van Anthonis Bosch. Hij verklaart "bij ware woorden", dat hij op het erf van Boelenhove, gelegen op het Hoochlant, opgevoed is en daar tot zijn elfde jaar heeft gewoond, etc. (volgt een verklaring over het erf van Groot Weede. [540]
3-10-1623. Het transport wordt geregistreerd van de aankoop door Albert van Rijn en Thonis Bosch en hun erven, van een schuur met twee schuurbergen en grond daarbij, in de Hoefseweg, van de curator Jacob Willemsz van Schoonhouen.[541]
Op 20-6-1635 machtigt Anthonie Bosch(¥), borger van Amersfoort, Dirck Matheus (mede-notaris) in de zaak die hij heeft tegen Petertgen Aerts, weduwe en boedelhoudster van Miciiel Beerntszn. Getuigen: Frederick Jans van Ham en Henrick Peelen. [542]
COMMENTAAR(¥) Hij is dus blijkbaar niet Toenis Bosch, beg. Amersfoort St. Joriskh. (impost) 24-3-1634.
Op 19-11-1597 lenen Johan Philipsz en Anthonia zijn vrouw, ƒ 200,-- van Philips Jansz, zijn vrouw en hun erven. Tot onderpand dient het door hen bewoonde huis in de Langestraat, belend aan de ene zijde Frans Gerritsz, aan de andere zijde Jan Camp. [543]
Op 22-8-1600 wordt Gerrit Cornelisz, zoon van Cornelis Momber, out 6 jaeren, opgenomen in het Burgerweeshuis te Amersfoort, op verzoek van Jochem Evertsz ende Jan Philipsz brouwer, als naeste vrunden. Op 28-9-1600 hebben Jan Philipsz mit sijn broeder ende suster ende het kijnts mueije, dit voorseijde kijnt weder uuijt het weeshuijs genoemen. [544]
Op 22-8-1620 vindt een boedelscheiding plaats tussen Anthonia Ghijsberts (tekent als Antonya Bussen), nagelaten weduwe van Johan Philips en haar twee zonen: Thonis Jansz (tekent: Toenis Jansen) met zijn vrouw Mechtelt Hermans (tekent: Mechteltgen Hermans), en Ghijsbert Jans. De huysinge en brouwerij, staande aan de Langestraat, die nu door partijen gebruikt wordt, met ketel, kuip en al wat tot de brouwerij behoort, wordt toegescheiden aan de zoon Thonis Jans en zijn vrouw voor de somme van 4000 Carolus gulden. Waarvan afgetrokken moet worden: - 600 gulden, die Thonis Jans ten huwelijk is beloofd en nog niet zijn betaald; - 2260 gulden, die Thonis Jans en zijn vrouw tot hun lasten zullen nemen en die Anthonia en haar kinderen schuldig waren aan (en waarvan Anthonia de renten tot op heden voor haar rekening neemt): - de weduwe van Goris Peters 500 gulden; - Dirckgen Henricx 400 gulden. - Jeronimo Moreth (Ruyter) 400 gulden; - Jan Camp Wijcherts 350 gulden. - Brant Killen (cuijper) 225 gulden; - de St. Joriskerck 125 gulden. - Susanna van Dronckelaer 100 gulden; - Grijetgen de With 100 gulden. - en Peter Schade 60 gulden. De resterende 1140 gulden zal Thonis Janss aan zijn broeder Ghijsbert Jans betalen indien hij komt te trouwen: - binnen 6 maanden 300 gulden; - een jaar daarna 300 gulden. Mocht Ghijsbert niet binnen 2 jaar trouwen, dan zal Thonis deze 600 gulden ineens moeten uitkeren. Mocht Ghijsbert niet binnen een jaar trouwen, dan zal Thonis Jans aan zijn broer jaarlijks 30 gulden betalen voor rente op 22-8-1622, enzovoorts, tot zijn trouwen toe. - Van de resterende 540 gulden zal Thonis Jans aan zijn moeder Anthonia op 22-08-1623 jaarlijks 27 gulden rente betalen tot op de datum van aflossing. - Op voorwaarde dat Anthonia haar leven lang mag blijven wonen in de kamer van de voornoemde huysinge en dat Ghijsbert zijn vrije slapinge zal hebben op de "hangcamer" tot op de tijd van zijn huwelijk of zolang hem dat zal gelieven. Akte te Amersfoort. Getuigen: Joost Byls en Aeltgen Jans. [545]
Op 28-4-1621 verkoopt Toentgen Buijssz, weduwe van Jan Philipsz, voor zichzelf en met procuratie van Jan Jansz haar zoon, (procuratie voor notaris Nicolaes Verduijn te Utrecht, gepasseerd 20-4-1621), Aeltgen Jans Philipsdochter, Gijsbert Jansz, en Heyltgen zijn vrouw, Joost Bijlen voor zichzelf en als man en voogd van zijn vrouw Jannitgen, aan Thoenis Jansz en Mechtelt zijn vrouw, vier vijfde van het huis en de brouwerij aan de Langstraat, belend aan de ene zijde Clemens Gerritsz, aan de andere zijde de weduwe van Jan van Bitterschoten. Een last van 125 gulden hoofdsom t.b.v. de St. Joriskerk en 100 gulden toekomende de erfgenamen van Susanne Dronckelaer, idem van 60 gulden toekomende Peter Schade. Met dit transport heeft Toentgen Buijssz afstand gedaan van de lijftocht die haar toekwam uit dit huis en de brouwerij, onder voorwaarde dat zij gedurende haar leven zal mogen blijven wonen in de achterkamer van dit huis zonder huur te betalen. [546]
Op 15-2-1623 worden op verzoek van Anthonia Bossen ende anderen de volgende kinderen opgenomen in het Burgerweeshuis te Amersfoort: Rijck Henricxz, out 14 jaeren, Harmen Henricxz, out elff jaeren, Aeltgen Henricx, out 9 jaeren, alleen broers (sic!). [547]
Uit het testament van Peter Dircxz Pyll (23-12-1623) blijkt dat hij een rentebrief heeft van 100 gulden van Anthonia Jan Philips weduwe. [548]
Op 6-10-1626 (ouden stijl) testeert Thoentgen Buyssendr (tekent: Antonija Gijsberts Bussen), borgerse van Amersfoort, wed. van Jan Philips. Zij had op 11-2-1612 Octroy van den Hove van Utrecht gekregen om te testeren. Zij bemaakt al haar na te laten goederen in gelijke en egale portien, zonder dat de een voor de ander enige heerlijkheid of prerogatie zal genieten, aan: 1) de kinderen van haar overleden zoon Jan Janss met eenre hand; 2) haar zoon Anthonis Janss (brouwer), of diens nalatende geboorte. 3) haar dochter Aeltgen Jans, huysvrouw van Gysbert Gysbertsz van Liender (of haar nalatende geboorte); 4) Joost, zoon van Jannichgen Jans, haar overleden dochter in plaats van de moeder. Mits de kinderen van Jan Janss op elkaar zullen erven en bij het afsterven van de laatste zonder nalatende geboorte op de linie en zijde van haar testatrice. Mocht het kind van Jannichgen Jans sterven zonder echte geboorte na te laten, dan zullen die goederen erven op de zijde en de linie van haar testatrice. Ieder van haar kinderen zal behouden wat zij als huwelijksgoed meegekregen hebben. Uitgezonderd het kind van Jannichgen Jans, dat gehouden zal zijn 400 gulden in te brengen met de interest tegen 5 gulden ten honderd vanaf het huwelijk van zijn moeder, omdat Jannichgen bij haar huwelijk 400 gulden meer heeft gekregen dan de andere kinderen. Of de andere kinderen en kindskinderen zullen eerst 400 gulden met interest erven voordat het kind van Jannichgen mee zal delen. Zij prelegateert aan haar zoon Gijsbert Jans 40 gulden, indien hij bij haar dood in leven is. Zij secludeert de Weeskamer. Akte te Amersfoort, ten comptoire mijns notary. Getuigen: Frederick Jans. van Ham en Gosen van Veen. [549]
6-11-1637. Anthonia Bosch is belendend aan een zekere schuurbergh, woning, hof en hofstede staande en gelegen in de Koestraat, als dit wordt getransporteerd.[550]
30-5-1643. De erfgenamen van zaliger Anthonia Bosch zijn belendend aan een huis, hof en hofstede voor in de Arnhemsestraat aan de Varkensmarkt als dit wordt getransporteerd.
Op 12-6-1639 lenen Thonis Jan Phlipsen, brouwer, en zijn vrouw Mechtelt Hermansen van Thoontgen Buijsz, lest weduwe van Gijsbert van Liender, ƒ 3200,--. Als onderpand dient hun huis en brouwerij en appendentien en dependentien van dien, de kamer en schuur annex, belend enerzijds Herman van Bornbergh, brouwer, anderzijds Anthonis Britego met het huis gekomen van zal. Clemens Gerardsz nomini uxoris. [551]
Op 28-4-1621 lenen Teunis Janssz en zijn vrouw Magelt Hermansdr van Neeltgen van Louresloon, weduwe van Jan de Bruyn en Jannitgen van Louresveen, weduwe van Dr. Otto Anthonides van Warrenslijet, ƒ 400,--. Als onderpand dient haar huis en brouwerij aan de Langestraat, belend enerzijds Clemens Gerritsz, anderzijds de weduwe van Jan van Bittershoven. [552]
Op 26-3-1639 lenen Anthonis Jansz, brouwer, en zijn vrouw Mechtelt Hermans van Gessgen Gerardts, weduwe van Aert Hermanssen van Garderen en zijn erven, ƒ 200,--. Als onderpand dient huis en brouwerij staande aan de Langestraat, belend enerzijds de weduwe en erfgenamen van Clemens Gerardsz, anderzijds Herman Bornbergen. [553]
Op 12-6-1639 lenen Thonis Jan Phlipsen, brouwer, en zijn vrouw Mechtelt Hermansen van Thoontgen Buijsz, lest weduwe van Gijsbert van Liender, ƒ 3200,--. Als onderpand dient hun huis en brouwerij en appendentien en dependentien van dien, de kamer en schuur annex, belend enerzijds Herman van Bornbergh, brouwer, anderzijds Anthonis Britego met het huis gekomen van zal. Clemens Gerardsz nomini uxoris. [554]
Op 11-3-1645 verkopen de schepenen der stad Amersfoort ter verdeling van de boedel van Thonis Jan Philips en Megtelt Hermansdochter, echtelieden, voor 3200 gulden capitaels, aan Thijman Reijersz Calveen en Petertgen Henricx, zijn huisvrouw en hun erven, en aan Anthonia Buijs, een huis, hof, hofstede en brouwerij aan de Langestraat, belend aan de ene zijde Herman van Boonbergen, aan de andere zijde Amgenis Rutse. [555]
Op 9-11-1629 testeren Gijsbert Gijsbertzn Van Liender (de Jonge), sieck van lichaam te bedde liggende, en zijn vrouw Aeltgen Jan Philipsdr, borgers en inwoners van Amersfoort. Zij vermaken elkaar de lijftocht van al hun bezittingen.
Gijsbert G. van Liender (de Jonge) verklaart dat bij testament van zijn vader en overleden moeder (bij deze notaris op 15-9-1629) door hen is vermaakt aan Aeltgen J. Philipsdr, 400 carolus guldens, die zij tegoed hadden van haar moeder, Anthonia Buyssen, en wel direkt na hun overlijden uit te keren, indien comparant voor hen overlijdt. Hij interpreteert de bedoeling van zijn ouders zodanig dat zij zouden hebben gewild dat zijn huysvrouw de halve winst zou genieten van de 800 guldens die comparant en zijn huysvrouw tot dusver uit de boedel van zijn ouders hebben genoten. Hij wil dat zijn huysvrouw direkt na zijn dood over haar huwelijksgoed kan beschikken. Zijn vader, Gijsbert Rutgerszn (!) van Liender (de Oude) (zijn moeder is overleden) is hierin mede-comparant.
Onverminderd de lijftocht aan zijn vrouw en de lijftocht voor zijn vader van zijn moeders nagelaten goederen, vermaakt hij, indien hij zonder geboorte na te laten overlijdt, al zijn bezittingen aan Gijsbert Rutgerzn van Liender. Hij institueert hiermede zijn vader tot zijn universeel erfgenaam, of bij overlijden voor hem (comparant), zijn oomen en moeyen en de kinderen van dien (alle van zijn vaders zijde), op voorwaarde dat zij de doodschulden en uitschulden zullen betalen en de navolgende legaten zullen verstrekken: 1) aan de armen bij de kerckenraedt te Amersfoort, uit te delen 200 carolus guldens; 2) aan de kinderen van Aeltgen Gerrits, zijn moeyens dochter, bij egale portie de helft van twee huysingen aan de Hoff en de Crommestraat en de helft van 3 huysingen in de St. Jansstraat (zijn vader is eigenaar van de andere helft van deze huizen), en nog 400 car. guldens, op voorwaarde dat Aeltgen Gerrits, de moeder van de kinderen, daarvan haar leven lang de lijftocht zal genieten. Alle legaten zullen pas worden uitgekeerd na de lijftochten van zijn vader en zijn (comparants) huysvrouw. Getuigen: Otto van Gessel, Aelt Wouterzn en Cornelis IJsbrantzn. [556]
Op 6-12-1644 verkopen Gerrit Aertsz van Garderen, raemaker en Herman Aertsz van Garderen, bakker, erfgenamen van zaliger Aert Hermansz van Garderen, hun overleden moeder, samen voor andere mede-erfgenamen aan Gijsbert van Lilaer, tinnegieter, en Aeltgen Jan Philipsz zijn huisvrouw en hun erven, een plechte van twee honderd gulden, met twaalf gulden rente per jaar bij Antonis Jansz, brouwer en Mechtelt Hermans, echtelieden, van voorschreven Aeffgen Gerrits. [557]
Op 20-1-1647 verkopen Servaes Dircsz, bakker, en zijn vrouw Henricgen Davids , aan Gijsbert van Liender, tinnegieter, zijn huisvrouw en hun erven, een plechte van 150 gulden ( bij Willem Bosch en Magareta Peters, echtelieden. ) uit huis, hof, hofstede en schuur aan de Weverssingel, belend enerzijds Jan Henricsz, bakker, anderzijds St. Anna steechgen. [558]
Op 8-4-1653 verkopen Gijsbert van Liender, en zijn vrouw Aeltjen Jans, Joost Bijls en Fransjen Jans, zijn vrouw. Aerien Gijsberts Buijs en Metjen Jacobs zijn vrouw voor henzelf en voor Jan, Philips en Jacob Gijsbetsz Buijs en voor Geerit Gerritsz als man van Hendrickjen Jans, mede erfgenamen van zaliger Anthonia Buijs, die erfgename was van zaliger Anthonia van Dronckelaer en hij van Lielaer voornoemd, zo voor zichzelf en als erfgenaam van zijn broer zaliger, die mede erfgenaam was van Anthonia van Dronckelaer zaliger, aan kopers Henrick Henricksz van Overhorst, en Anna Gerrit Collertsdochter, zijn vrouw, huis, hof en hofstede met schuur aan de Achter de Kamp tegenover de St. Janskerk, belend enerzijds een gemene steeg, anderzijds Seger Hillebrantsz. [559]
Op 31-12-1619 (ouden stijl) testeren te Amersfoort Joost Bijls en zijn vrouw Jannichgen Jansdr, borgers van Amersfoort. Over en weer bemaken zij elkaar de levenslange lijftocht van al hun na te laten goederen met een volkomen bewind en administratie. Zij secluderen de Weeskamer. Getuigen: Hillebrant Zegerss, coeckebacker, Jan Wychers Camp en Gerrit Lubbertsz. [560]
Op 19-6-1623 verkopen Gerrit Daemsz Soes en zijn vrouw Mechtelt Louwen , aan Joost Bijls en Annitgen Jans, zijn vrouw, een huis op de hoek van de Varkensmarkt met gang onde het huis tot aan de Sprengel, met onderhoud vandien, belend enerzijds Cornelis Cornelisen de Jonge, anderzijds Ghijsbert Jansen [561]
Op 29-5-1612 verkoopt Geertgen van Raasvelt, weduwe en boedelhardster van za: Willem Bosch, zich sterkmakende voor haar onmondige kinderen, met Rijck Bosch, haren gecozen momber in dezen, aan Reijmbert Evertsz, en zijn vrouw, zeker huis, hof en hofstede staande op Bloemendaal, belend 1) de erven van Jan Jansz, snijder, 2) Cornelis Aertsz, smith. [562]
7768. JAN PALMER(¥), ovl. vóór 1620? tr. vóór ca. 1580
7769. JANNICHGEN MEEUWEN, ovl. vóór 1620?
| COMMENTAAR(¥) mogelijk verwant aan Pieter de Palma van Antwerpen, poorter van Leiden op getuigenis van Andries Janszone Schoth en Jan de Feijer, 10-10-1589. Hij is zelf borg 23-5-1590.[563] |
Op 18-1-1620 verkoopt Jan Jans Palmert (ook: Palnert, Palmaer of Palmairt), trompetter, aan Jan Gerrits, cremer (tekent met huismerk) en zijn vrouw, in erfkoop een huizinge staande aan de Coornmerckt (= Hof), belend aan de ene zijde: de erfgenamen van Thomas Jan Celens, aan de andere zijde: Ghijsbert Rijcken c.s. De koopsom is 1412 Carolus gulden en 10 stuivers, te betalen in 2 termijnen, resp. per mei 1621 en mei 1623, waarna gerechtelijk transport zal plaatsvinden. Tegen een jaarlijkse rente van 6% over het resterende deel. De kopers zullen de 40e penning en de onkosten van het transport voor hun rekening nemen. De verkoper behoudt de kast in het voorhuis met de bottelrije staande in de koecken (= keuken), mits de kopers de bedstede in de keuken mogen behouden. Wijnkoop volgens wijnkoopsrecht (= traditionele aanbetaling). Borge: Gerrit Aerts, zijdelaeckencoper. Getuigen: Hendreijck van Dael en Frans van Dael. Verder heeft de verkoper verklaard zekere termijnen van de koopsom ontvangen te hebben. [564]
Op 14-1-1621 verkoopt Gerrit Cock aan Jan Jansz Palm(a)ert, trompetter, en zijn vrouw, zekere huizinge staande aan de Langestraet, belend aan de ene zijde: Adriaen Rijcxs van Buijren, snijder, aan de andere zijde: Gerrit Beernts, mandemaecker. De verkoop vindt plaats in een eeuwige erfkoop. Op dit pand rusten de volgende lasten:
- een jaarlijkse uitgang van 7 duijts ten behoeve van de Onze Lieve Vrouwen Capelle alhier.
- 250 gulden van Henrick van Nijenrode c.s., met een jaarlijkse rente van 15 gulden.
- 300 gulden van Nijes Barten, met een jaarlijkse rente van 18 gulden 15 stuivers.
- 50 gulden van de erfgenamen van Goort Andrijes, met een jaarlijkse rente van 3 gulden.
- 50 gulden van Jan Tijs, met een jaarlijkse rente van 3 gulden.
De koopsom is 750 Carolus gulden, te betalen in 2 termijnen resp. bij de aanvang en per mei 1622, waarna gerechtelijk transport zal plaatsvinden op kosten van de kopers. De kopers zullen de 40e penning betalen.
Er zijn verder voorwaarden omtrent de muur aan de zijde van de huizinge van Adriaen Rijcxs, gemeen met hem onderhouden, en omtrent een aan te leggen loden goot. Tussen de verkoper en Adriaen Rijcxs was op 24-9-1619 een akkoord opgericht. Boven op de kamer zijn de bedstede, de deur en de schoorsteenmantel nog niet klaar, evenals de beide zolders, wat de verkopers zullen laten maken. De verkopers hebben een proces lopen tegen Frans van Dael, inzake het verkleinen van zekere oven. Deze actie wordt mede verkocht en is in deze koop begrepen, mits de kopers 8 gulden zullen betalen aan de verkopers voor de onkosten. Borge: Frans van Dael. Met vermelding van de ontvangen termijnen door Gerrit Cock. [565]
Op 31-8-1623 verklaren Jan Jans, trompetter, Abraham Jans Palmer, en Jacob Claesz van Gronenberch, coster, allen poorters van Amersfoort, op verzoek van Adriaen Jans van Texel, dat zij zekere tabak geproeft hebben van Cornelis Peters, woonachtig tot Bunschoten, bij Adriaen Jans, de requirent, en gekocht hadden en zij hadden die tabak bevonden geen koopmansgoed te zijn. Ook andere personen hebben deze tabak geproeft, maar men heeft deze tabak niet kunnen verkopen. Waarvan Adriaen Jans verzocht akte. Getuigen zijn Jan Frans Cremer, en Lourens van Wyelant (tekent: Lourens van Wijlant). [566]
Op 2-2-1624 verkopen Jan Jansen Palmert en Geertgen Claes, zijn vrouw. aan Jan Gerritsz en Annitgen Symons, zijn vrouw, een huis, aan de Hof, belend: de erfgenamen van Thomas Jan Ceelensen, en Ghijsbert Rijcken. [567]<