This page was last updated : 120115.
File size is: 768 k.
Kwartierstaat Lapikás
Generatie 13
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Lapikás,
version 9.8,
Muiden, 2010.
© Copyright 2012 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Lapikás Gen. nr. 13

6080. SYMON TRUMPENERS, geb. omstreeks 1570, ovl. Velm (B) 6-3-1646 als "vir longe aevus, pius et pacificus (oude, vrome en vreedzame man)". In 1640 procedeerde hij voor de officiaal van de prins-bisschop te Luik tegen Leonardt Princen en Sebastiaen Smolders over een 'weiwas' te Herk, waarover hij de naaste pretendeerde te zijn, bij die gelegenheid werd hij bijgestaan door zijn 'schoonzoon' Jan Verbiest.[1] Hij tr.

6081. ANNA ROIJFEROIJ (sive RAVERLOOZ), ovl. 31-12-1657, tr. 1o JAN CROE(CH)S. Bij de huwelijksaantekening van Carel Trimpeneers in 1640 worden diens ouders Simon Trimpeneers en Anna Croechs genoemd. Anna testeerde in mei 1657, in het woonhuis van haar dochter Oda, met wie zij een geschil uit de weg wilde ruimen.[2] Als Symons weduwe lag Anna in 1653 voor de Luikse officialiteit in proces met haar 'neef' Johan Croes, die van zijn 'grootmoeder' Anna Raverlooz ƒ 300 eiste, die zij hem voor zijn bruiloft zou hebben beloofd.[3] In deze in genealogisch opzicht verwarende akte figureren voorts Anna's 'zoon' Symon Trimpeneers en 'schoonzoon' Jan Morren. 'Zoon' is korrekt, de 'schoonzoon' blijkt in andere akten te zijn getrouwd met Anna Trimpeneers Jans dochter. Bij de huwelijksinschrijving van haar zoon Caerl, in 1640, werd zij Anna Croechs genoemd. Uit het cijnsboek van Vuytenbroeck van 1587-1619 blijkt dat "Jan Croechs modo Symon Trumpeners nomine uxoris" een cijns gold uit een huis te Runkelen.[4] Voorts compareerde Jan Croechs in 1649 als een van de verwanten van Lambrecht Trimpeners bij de opstelling van de zoenbrief wegens diens doodslag.[5] Jan Croechs (de jonge), burger van Sint-Truiden, wordt in de Gingelomse gichtboeken gezien tot in 1679.[6]

6144. WILLEM WILLEMSZ FENT (de oude), geb. vóór ca. 1560, ovl. na 1631, vermeld als Willem Willemsz Fent, belender in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de buitenweg (1603..1631), aan de binnenweg (1605..1627), aan de Achterweg (1603..1618), in het Noordeinde van Nieuwkoop aan de binnenweg (1611..1630), aan de Achterweg (1611..1631), in Noorden, aan de buitenweg (1631), vermeld als Willem Fent, belender in de Oude Meije (1620), in Zuideinde van Nieuwkoop aan de buitenweg (1621), aan de binnenweg (1620-1621), aan de Achterweg (1621..1630), in het Noordeinde van Nieuwkoop aan de binnenweg (1622, 1632), was Wees- of Heilige Geestmeester (armmeester) van Nieuwkoop en in die hoedanigheid in 1608 betrokken bij een nieuwe keur van 41 artikelen voor de Nieuwkoopse weeskamer,[16] treedt in 1615 op als voogd van Clara en Lijsbet Pieterdrs, kinderen van de overleden Pieter Cornelisz Langen wiens nageslacht zich Van der Pijl gaat noemen (zie Fragment Van der Pijl II ), bezit 4½ hond land in het Zuideinde van Nieuwkoop, gelegen in een perceel van 12 morgen (1626), tr. vóór ca. 1585

6145. MARITGEN DIRCXDR (VAN DER PIJL(EN)?), geb. vóór ca. 1565, ovl. na 1623. Zij wonen te Nieuwkoop, vermoedelijk in de Kerkbuurt (1603).

Wapen Van Pijlen: in rood 3 zwartgepunte pijlen schuinrechts geplaatst, gevederd van goud en zwart.
Dit wapen komt voor als deel van een alliantiewapen Van Pijlen - van Wieringen op een zerk in de NH Kerk te Nieuwkoop.[17] De kleuren zijn gebaseerd op een wapen Pijl in Rietstap.


Willem Willemsz Fent en Maritgen Dircxdr wonen te Nieuwkoop, en krijgen daar minstens vier zoons, die bij elkaars kinderen als doopgetuigen optreden en wier afstammelingen allen in de loop van de 17de eeuw de naam (Fent) Van (der) Pijlen gaan voeren. De voorzichtige conclusie moet luiden dat Maritgen Dircxdr uit een geslacht Van (der) Pijlen stamt. Haar mogelijke vader Dirck van Pijlen is echter (nog) niet gevonden. Er zijn wel diverse personen Dirck Pijll te Amersfoort en Utrecht in de 16de eeuw, met wie echter geen verband is aan te tonen.
Zerk in de NH Kerk te Nieuwkoop te voorschijn gekomen bij de restauratie van de kerk in 1984 (zie Ref. [18] voor een uitgebreid verslag hiervan). De tekst luidt: "Hier is begraven Willem Willemssoon Fent ende hij is gerust de ... OCTOBER ANNO 1634".
Bron: Ref. [19]

klik op plaatje(s) om te vergroten
In het Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600 komen onder Nieuwkoop ca. twintig aangeslagenen voor. Daarbij is geen Willem Willemsz (Fent).
Op 12-11-1603 draagt Willem Willemsz Fent te Nieuwkoop op aan Marijtgen Cornelisdr een rentebrief d.d. 5-3-1603, inhoudend de koop van een huis en erf in de Kerkbuurt. Betaald met een schuldbrief van 290 gulden. [20]
Op 4-2-1604 koopt Willem Willemsz Fent van Laures Willemsz, smid, een perceel veenland in het Noordeinde van Nieuwkoop, binnenweg, strekkend van het land van Elias Jansz tot dat van Jan Pietersz, belend ten oosten Elijas Jansz en ten westen Jan Claesz, Jan Barentsz en Aper Fransz. Koopsom 398 gulden. [21]
Op 30-10-1605 is Pleun Barentsz 48 gulden schuldig aan Willem Willemsz Fent. Gesteld onderpand: een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van het land van Jan Corsz Plemp (?) tot dat van Aper Fransz, belend ten oosten Gerrit Jaep Pietersz en ten westen Jan Maerten Burgh.[22]
Op 22-12-1605 verkoopt Cornelis Anthonisz, secretaris, aan Willem Willemsz Fent een perceel veenland achter het dorp over de Achterweg, strekkend van het land van Cornelis Arien Jacobsz tot dat van Volck Jochumsz, belend ten oosten Pieter Cornelisz Lange en ten westen Ghijsbert Ariensz Quast. Koopsom 280 gulden. [23]
Op 10-3-1606 verkoopt Jan Willem Volckersz aan Willem Willemsz Fent een perceel in het Zuideinde van Nieuwkoop, binnenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van de Voorendijk tot het land van Gerrit Jonge Dircken, belend ten oosten Theus Theuisz, dekker en ten westen Gerrit Gerritsz. Koopsom 375 gulden. [24]
Op 5-5-1608 verkopen Pieter Cornelisz voor zichzelf, Christoffel IJllisz, getrouwd met Marritgen Cornelisdr, met als voogden Cornelis Cornelisz Ouwe Neel en Cornelis Aelbertsz, aan Willem Willemsz Fent een perceel weiland in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 1 morgen 4½ hond, strekkend van het land van Cornelis Andriesz van de dam af tot het land van Heijnrick Willemsz, belend ten oosten Cornelis Adriaensz en ten westen de weduwe en kinderen van Jan Willem Volckersz. Koopsom 656 gulden. [25]
Op 28-2-1609 verkoopt Willem Willemsz Fent aan Abraham Jacobsz Trom een huis met een perceel land in het Zuideinde binnenweg, verongeld voor ½ morgen, strekkend van de Vorendijk tot het land van Willem Sijmonsz, belend ten oosten Theus Matheusz, dekker en ten westen Gerrit Gerritsz. Koopsom 600 gulden. [26]
Op 28-12-1609 is Pleun Barentsz te Nieuwkoop 88 gulden schuldig aan Willem Willemsz Fent. Gesteld onderpand: een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van het land van Aper Fransz tot Jan Corsz, belend ten oosten Gerrit Jacobsz en ten westen Jan Maertensz. [27]
Op 13-11-1613 is Lauris Dircxsz te Nieuwkoop 100 gulden schuldig aan Willem Willemsz Fent. Gesteld onderpand: een bruikweerland in het Zuideinde buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Geerte Buurman, belend ten oosten Philips Dircxsz en ten westen Arien Cornelisz. [28]
Op 11-12-1613 verkoopt Willem Jansz te Nieuwkoop aan Willem Willemsz Fent een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van Pieter Lambertsz tot het land van Jan Eliasz, belend ten oosten Gerrit Cornelisz Staveren en ten westen Pieter Stoffelsz. Koopsom 30 gulden. [29]
Op 2-6-1615 is Lauris Dircxsz te Nieuwkoop 150 gulden schuldig aan Willem Willemsz Fent. Gesteld onderpand: een bruikweerland in het Zuideinde buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Geert Buijerman, belend ten oosten Philips Dircxsz en ten westen Adriaen Cornelisz. [30]
Op 14-10-1615 verkoopt Willem Willemsz Jonge Fent te Nieuwkoop aan Michiel Gerritsz Goetknecht een bruikweerland met huis en hof in het Noordeinde binnenweg, verongeld voor 1 morgen 5 hond, strekkend van de Vorendijk tot het land van de verkoper, belend ten oosten Claes Gerritsz en ten westen Adriaen Sijmonsz. Koopsom 1.650 gulden. Gestelde garantie: een perceel veenland in het Noordeinde over de Achterweg, strekkend van het land van Gerrit Dircksz tot dat van Cornelis Anthonis, belend ten oosten Cornelis Anthonisz en ten westen jonker Willem van Montfoort. [31]
Op 15-12-1615 verkoopt Willem Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Arien Aelbertsz een stuk land, genaamd "de Loet" in het Noordeinde over de Meije, strekkend uit de Nieuwe Meije tot in de Oude Meije toe. Koopsom 470 gulden. [32]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Willem Willemsz Fent ende Maritgen Dircxdr sijn huijsvr met Gerrit heur soon(¥) - 3 hoofden". [33]

COMMENTAAR(¥) De andere veronderstelde kinderen zijn kennelijk al vertrokken.
Op 20-10-1624 verkoopt Willem Willemsz Fent te Nieuwkoop aan Aert Jansz Heer een bruikweerland te Noorden buitenweg, verongeld voor 2½ morgen, strekkend uit de Voorwetering tot Willem Willemsz Fent, belend ten oosten Trijntgen Pietersdr te Amsterdam en ten westen Aeltgen Maertensdr. Betaald met een schuldbrief, groot 2600 gulden, ten laste van Aert Jansz, op genoemd bruikweer en op een perceel land in het Noordeinde binnenweg, strekkend van het land van Dirck Meesz tot Vreeck Maertensz toe, belend ten oosten Volcken Cornelisz en ten westen Elias Jansz, mede nog een obligatie op Marritgen Jansdr, weduwe van Lauris Leendertsz, groot 325 gulden. [34]
In 1633 besluiten de baljuw, ambachtsheemraden en gekwalificeerde ingelanden van Nieuwkoop en Noorden, om alle dijksloten noordwaarts de Nieuwkoopse Dijk, van de woning van Van Pijlen tot aan de Basgesbrug, ter breedte van de huiswerven af te dammen en de werven vast te maken. [35]
Dit is de vroegst gevonden vermelding van de naam Van Pijlen te Nieuwkoop. Het betreft hier mogelijk de woning van Willem Willemsz Fent of van een van diens zonen.

Zerk in de NH Kerk te Nieuwkoop te voorschijn gekomen bij de restauratie van de kerk in 1984 (zie Ref. [37] voor een uitgebreid verslag hiervan). De tekst luidt: "Hier is begraven Willem Willemssoon Fent ende hij is gerust de ... OCTOBER ANNO 1634".
Bron: Ref. [38]

klik op plaatje(s) om te vergroten

6146. PIETER CORNELIS ARISZ (ANDRIESZ) (PIETER CORNELIS BACKER), geb. ca. 1555, ovl. 1623-1625, weerbare man te Nieuwkoop (1599), kerkmeester te Nieuwkoop (1618), tr. vóór ca. 1580[39]

6147. MARITGEN DIRCXDR, geb. vóór ca. 1560, ovl. na 1623, doopget. (1620).

Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Nieuwkoop
Pieter Cornelis Arysz op twintich ponden comt 40 gl.
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Pieter Cornelis Andriesz ende Maritgen Dircxdr sijn huijsvre met Geertgen Pietersdr ende Dirck Jansz Cool - 4 hoofden". [40]
Rinse Penningen Nieuwkoop:[41]
1625: vermelding van Pieter Cornelis Andriesz met zijn huisvrouw overleden. Erven van hem: Cornelis Pietersz Backer, Aris Pietersz Backer, de weeskinderen van de jonge Cornelis Pietersz, Maerten Pietersz Scheepmaecker te Boskoop, Aeltgen Pieters, Marytgen Pieters, Geertgen Pieters, de weeskinderen van Tryntgen Pieters te Bodegraven, erven van haar: Jan Jansz Cock, het weeskind van Dirck Jansz Cock. Keuntgen Jans ter Goude, de weeskinderen van Leuntgen Jans en Anntgen Jans te Alkemade.

6152. CORNELIS ANTHONIS WARRE, geb. vóór ca. 1545, ovl. 1606-1611, belender in het Noordeinde van Nieuwkoop aan de buitenweg (1605..1610), aan de binnenweg (1603..1607), tr. 2?) voor 1606 ANNA JACOBSDR, ovl. na 1606, mogelijk dr. van Aeltgen Willemsdr,

Op 31-12-1603 verkoopt Cornelis Thonisz Warre te Nieuwkoop aan Thomas Jansz een perceel land in het Noordeinde van Nieuwkoop, buitenweg, strekkend van het land van Ghijsbert Andriesz Quast tot Dirck Pietersz, secretaris te Zevenhoven, belend ten oosten de erfgenamen van Pieter Heijnricxsz te Woerden en ten westen de erfgenamen van Willem Poulisz te Amsterdam. Koopsom 100 gulden. [65]
Op 5-6-1606 delen Cornelis Anthonisz Warre, man en voogd van Anna Jacobsdr, ter ene en Jan Aertsz Poel, man en voogd van Jannetgen Willemsdr, ten andere zijde, beiden als erfgenamen van Aeltgen Willemsdr, de nalatenschap. Cornelis Thonisz komt toe een perceel weiland in het Noordeinde van Nieuwkoop, buitenweg, strekkend van het land van Cornelis Thonisz tot aan de Masloot, belend ten oosten Cornelis Thonisz zelf en ten westen Gerrit Willemsz Stichter, nog de helft van een huis en erf in het Noordeinde van Nieuwkoop, binnenweg, strekkend van de Voorendijk tot het land van Fijtgen Jansdr, belend ten oosten Ghijsbert Jheremiasz en ten westen Jan Aertsz Poel. Jan Aertsz komt toe een perceel land in het Noordeinde van Nieuwkoop, buitenweg, strekkend van het land van Jan Aertsz zelf tot dat van Cornelis Thonisz, belend ten oosten Jan Aertsz en ten westen Cornelis Thonisz, nog de helft van een huis en erf, welke hierboven is beschreven. [66]
Op 1-2-1611 verkopen Anthonis Cornelisz, Jasper Cornelisz, Dirck Jaspersz voor zichzelf en Dieloff Willemsz, getrouwd met Marritgen Cornelisdr, allen als erfgenamen van Cornelis Anthonisz Warre, aan Eijmbert Jansz een huis en erf in het Noordeinde van Nieuwkoop, buitenweg, verongeld voor 5 hond, strekkend uit de Voorwetering tot "aen 't slootgen" van het land van Jan Aertsz, belend ten oosten Lauris Mathijsz en ten westen IJillis, de wever. Koopsom 484 gulden. [67]

6220. DIR(C)K A(D)RI(A)E(N)SZ TWAELFFHOVEN, geb. vóór ca. 1585, ovl. 1640-1642, vermeld voor de weeskamer Bodegraven 4-12-1590,[70] belender te Zwammerdam (1609),[71] belender in het Noordeinde van Nieuwkoop aan de buitenweg (1612..1634), aan de binnenweg (1618..1638), aan de Achterweg (1623..1630), aan de bovenweg (1634), in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de buitenweg (1630..1640), aan de binnenweg (1637, 1640), aan de overweg (1630), aan de achterweg (1631), treedt op als oom en bloedvoogd, wonend te Nieuwkoop, van de onmondige kinderen van Pieter Dircxsz en Geertgen Ariensz (1612),[72] vermeld voor de weeskamer Bodegraven 24-6-1623,[73] 7-4-1631.[74] tr. vóór ca. 1610

6221. NEELTGEN CORNELISDR, geb. vóór ca. 1590, ovl. 1623-1642.

Op 6-10-1607 verkoopt Claes Jan Claesz aan Dirck Ariensz Twaelffhoven een perceel veenland in het Noordeinde van Nieuwkoop, binnenweg, strekkend van Arien Maertensz tot het land van Arien Maertensz, belend ten oosten Maerten Col en ten westen Cornelis Jonge Lens, nog een perceel gelegen als het vorige, strekkend van het land van Arien Maertensz tot aan het land van Dirck Ariensz toe, belend ten oosten Laurens Lenertsz. Koopsom 207 gulden. [75]
Op 22-12-1611 koopt Dirck Ariensz Twaelffhoven van Goolte Sijmonsdr, weduwe van Pieter Heijnricxsz met haar voogd Sijmon Jansz voor de helft en Cornelis Dircxsz als oom en voogd over de vier onmondige kinderen van Pieter Heijnricxsz, voor de andere helft, een perceel land met huis en hof in het Zuideinde van Nieuwkoop, buitenweg, verongeld voor 2½ morgen, strekkend uit de Voorwetering tot de Masloot en het land van Dirck Lauwen, belend ten oosten Dirck Laurisz en ten westen Jacob Willemsz en Andries Ghijsbertsz Quast. [76]
Op 18-5-1612 verkoopt Willem Sijmonsz te Nieuwkoop aan Dirck Adriaensz Twaelffhoven een perceel veenland in het Noordeinde, binnenweg, strekkend van het land van Dirck Ariensz, belend ten oosten Cornelis Pietersz Boetenkees en ten westen Willem Jan Lauwen, Cornelis Leendertsz en Maerten Cornelisz. Koopsom 92 gulden. [77]
Op 1-8-1621 verkoopt Heijndrick Gerritsz te Bodegraven aan Dirck Ariensz Twaelffhoven een perceel veenland in het Zuideinde, binnenweg, strekkend van het land van Jacob Jochumsz tot de kinderen van Pieter Jansz, belend ten oosten de kinderen van Erm .... en Jaep Tol en ten westen Willem Fent. Koopsom 37 gulden 10 stuivers. [78]
Op 21-12-1622 verkopen Cornelis Pietersz en Claes Dircxsz aan de Meije aan Dirck Ariensz Twaelffhoven een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van Dirck Ariensz tot het land van Egbert Willemsz, belend ten oosten Jaep Tol en ten westen Willem Willemsz Fent. Koopsom 42 gulden. [79]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Dirck Ariensz Twaelfhoven ende Neeltgen Cornelisdr sijn huijsvrouwe met Arien, Cornelis, Huijbert, Arien, Pieter, Maritgen, Gerrichgen, Neeltgen ende Lijsbet heure kinderen - 11 hoofden". [80]
Op 1-11-1624 is Willem Pijnt den Ouden 130 gulden 16 stuivers 5 penningen schuldig aan Cornelis Jansz, scheepmaker te Spaarndam, wegens een pont. Gesteld onderpand: de pont "nae waterbrieffsrecht". Dirck Ariensz Twaelffhoven en Machteltgen Heijndricxdr, weduwe, zijn 125 gulden 10 stuivers 3 penningen schuldig aan Cornelis Jansz Floren wegens een nieuwe pont. Geroijeerd d.d. 3-1-1627. [81]
Op 18-4-1630 verkoopt Maritgen Claesdr, weduwe van Cornelis Anthonisz met als voogd haar broer Gerrit Claesz Heemskerck, aan Dirck Ariensz Twaelffhoven een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, genaamd "Vossenland", strekkend van daar tot het land van Jan Heijndricxsz, belend ten oosten Jan Severtsz en ten westen Jan Heijndricxsz, schipper. Koopsom 500 gulden. [82]
Op 19-8-1636 verkoopt Jan Jansz, kleermaker te Nieuwkoop, aan Dirck Ariensz Twaelffhoven een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van de verkoper zijn land tot dat van Jan Roelen, belend ten oosten Andries Gerritsz en ten westen Willem Dammasz "naesaet". Koopsom 600 gulden. [83]
Op 1-3-1639 verkoopt Dirck Ariensz Twaelffhoven te Nieuwkoop aan Pieter Luloffsz een perceel veenland in het Noordeinde binnenweg, strekkend van het land van Pieter Luloffsz tot het land van Aris Willem Jan Lauwen, belend ten oosten Arien Harmensz en ten westen de weduwe van Aert Cornelisz. Koopsom 202 gulden. [84]
Op 26-2-1640 verkoopt Dirck Ariensz Twaelffhoven te Nieuwkoop aan Jan Huijbertsz Brack een perceel veenland in het Noordeinde binnenweg, strekkend van het land van Cors Claesz tot dat van Arien Ariensz, belend ten oosten Jacob Sijmon Bouwensz en ten westen Dirck Ghijsz. Koopsom 75 gulden. [85]
Op 7-10-1642 delen Huijbert Dircxsz, Arien Dircxsz Twaelffhoven, Joost Pietersz, getrouwd met Gerritgen Dircxdr, Jasper Ghijsz, getrouwd met Lijsbet Dircxsdr en Marritgen Dircxsdr met haar broer Adriaen Dircxsz Twaelffhoven, Harmen Cornelisz Heer als voogd over het kind van de overleden (?) Adriaen Dircxsz Twaelffhoven en Cornelis Pieter Sijmonsz als voogd van Marritgen Pietersdr, weeskind van de overleden Pieter Dircxsz Twaelffhoven, samen kinderen van Dirck Ariensz Twaelffhoven en Neeltgen Cornelisdr, beiden overleden, de nalatenschap. Joost Pietersz ontvangt een voorhuis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het achterhuis van Marritgen Dircxsdr, belend ten oosten Gerrit Claes Gerritsz en ten westen Steven Cornelisz, nog een perceel veenland binnenweg, verongeld voor 4 hond, strekkend van het deel van Marritgen Dircxdr tot het land van Huijb Dircxsz, belend ten oosten Pieter Stoffel Jacobsz en ten westen Jacob Heijndricxsz. Marritgen Dircxsdr komt toe een achterhuis, berg, schuur en erf aan het Zuideinde buitenweg, strekkend van het genoemde voorhuis van Joost Pietersz tot het weiland van Huijbert Dircxsz, belend ten oosten Gerrit Claes Gerritsz en ten westen Steven Cornelisz, nog een deel van een stuk veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van Cornelis Willem Jacobsz tot het land van Joost Pietersz, belend ten oosten Pieter Stoffel Jacobsz en ten westen Jacob Heijndricxsz, schipper. Huijbert Dircxsz valt ten deel enkele wei- en hooilanden in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 8 hond, strekkend van de werf van Marritgen Dircxdr tot in de Masloot, belend ten oosten Gerrit Claesz en ten westen Pieter Huijgensz. Hij moet 650 gulden uitkeren aan de weeskinderen van Adriaen Dircxsz en Pieter Dircxsz. Jasper Ghijsbertsz, getrouwd met Lijsbet Dircxdr, ontvangt een kamp hooiland in het Noordeinde buitenweg, verongeld voor 2 morgen, strekkend van het land van Jan Claesz van Leijen tot in de oude Meije, belend ten oosten Cornelis Huijbertsz en ten westen de kinderen van Jacob Jochumsz. Lijsbet Adriaensdr en Marritgen Pietersdr, de genoemde weeskinderen, ontvangen een perceel veenland in het Zuideinde binnenweg, strekkend van het land van de kinderen van Jacob Jochumsz tot dat van Arien Bouwensz, belend ten oosten Lenert Roelen en ten westen Ghijsbert Cornelisz Crijger, nog een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van daar tot het land van Cornelis Jan Heijndricxsz, genaamd "Vossenland", nog 650 gulden, uit te keren door Huijbert Dircxsz. [86]

6224. JAN ARIENSZ TEIJSTERMAN, ovl. na 1606 (voor 1623?), verm. afkomstig uit Aarlanderveen, vermeld te Nieuwkoop op 2-8-1583 [117], daagt Jacob Stoffelsz, die hem geld schuldig is, voor het gerecht op 22-11-1583,[118] betaalt als Jan Adriaensz Teysterman te Nieuwkoop capitale lening (vermogensbelasting) "op vijffentwintich ponden comt 50 gl." (1600), verkoopt op 1-4-1606 een gezegelde rentebief van ƒ 200,-- hoofdsom aan "de armen van Nieuwkoop",[119] koopt op 8-4-1606 voor 140 Car. gld. een perceel weiland van Jan Willem Volckertsz,[120] tr.

6225. (SYBURCH?) NN.

6230. DIRCK LOURISZ (WIT), geb. vóór ca. 1540, ovl. 1608/09, belender in het zuideinde in de ban en vrije heerlijkheid van Nieuwkoop (1561), [121] belender in het Zuideinde van Nieuwkoop aan de binnenweg (), aan de buitenweg (), belender in het Noordeinde van Nieuwkoop aan de binnenweg (1604..1608), (1609: (de erven van)), aan de buitenweg (1605..1608), in de Kerkbuurt buitenweg (1608), tr. vóór ca. 1595[122]

6231. DUYFKEN ADRIAENSDR, geb. vóór ca. 1575, ovl. 1613-1623, woont als weduwe ten huize van Aelbert Jacobsz te Nieuwkoop (1613).

Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Nieuwkoop : Dirck Lourisz. op vijftien ponden comt 30 gl.
NB erlijken minstens twee personen Dirck Laurisz te zijn.
Op 26-4-1606 verkoopt Dirck Laurisz Wit aan Heijndrick Heijndricksz, buurman, een perceel land met schuur in het Noordeinde van Nieuwkoop, binnenweg, verongeld voor 2 morgen 1½ hond, strekkend van de Voorendijk en het erf van Gerrit Jaenen tot de Achterweg, belend ten oosten Gerrit Jaenen en ten westen Dirck Meesz. Koopsom 1.137 gulden 10 stuivers. [123]
Op 26-4-1606 verkoopt Dirck Laurisz Wit aan Gerrit Jaenen een huis, erf en een perceel land in het Noordeinde van Nieuwkoop, binnenweg, verongeld voor 2 morgen 1½ hond, strekkend van het huis van de Voorendijk af tot het land van Heijndrick Buijerman en het land van de Voorendijk tot aan de Achterweg, belend ten oosten Jacob Bouw ensz en ten westen Heijndrick Heijndricksz. Koopsom 1.137 gulden 10 stuivers. [124]
Op 18-4-1608 verkoopt Dirck Laurisz aan Claes Pietersz een huis en erf met land, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Egbert Cornelisz, belend ten oosten Arien Sijmonsse en ten westen Egbert Cornelisz in de Voor- en Uitwetering. Koopsom 2.400 gulden. [125]
Op 8-5-1609 verkopen Adriaen Cornelisz en Adriaen Claesz als voogden over Duijfken Adriaensdr, weduwe van Dirck Laurisz voor een helft en Lauris Dircxsz voor zichzelf, Claes Fransz, getrouwd met Neeltgen Dircxsdr, Elbert Cornelisdr als oom en voogd van de kinderen van Jan Cornelisz en de overleden Alijdt Dircxsdr, Willem Jacobsz als vader en voogd van Jan Willemsz van wie moeder was voornoemde Alijdt Dircxdr voor de andere helft, aan Heijndrick Dircxsz Spijcker een erf in het Noordeinde van Nieuwkoop, binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van Claes Fransz, belend ten oosten Gijsbert Heijndricxsz en ten westen Claes Fransz. Borgen zijn Pieter Dominicusz en Philips Jansz. Koopsom 400 gulden. [126]
Op 8-5-1609 verkopen Lauris Dircxsz voor zichzelf, Claes Fransz, getrouwd met Neeltgen Dircxsdr, Elbert Cornelisdr als oom en voogd van de kinderen van Jan Cornelisz en de overleden Alijdt Dircxsdr, Willem Jacobsz als vader en voogd van Jan Willemsz van wie moeder was voornoemde Alijdt Dircxdr, als kinderen en erfgenamen van Dirck Laurisz, aan zijn weduwe Duijffgen Ariensdr de helft van een huis en erf in de Kerkbuurt van Nieuwkoop, buitenweg, waarvan de weduwe de andere helft toekomt, verongeld voor ½ morgen, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Cornelis Cornelis Lauwen, belend ten oosten Cornelis Cornelis Lauwen en ten westen Willem Cornelisz. Koopsom 318 gulden. [127]
Op 8-5-1609 verkopen Elbert Cornelisz, oom en voogd van de kinderen van Jan Cornelisz en Willem Jacobsz als vader en voogd van Jan Willemsz, weeskinderen van Alijd Dircxsdr, als medeerfgenamen van hun grootvader Dirck Laurisz, aan Claes Fransz, getrouwd met Neeltgen Dircxsdr, de helft van 7 morgen maland, waarvan de kinderen 1/3 deel is toegewezen, waar Claes Fransz met zijn helft ten westen is gelegen, de andere helft behoort aan Lauris Dircxsz, in het geheel gelegen in het Noordeinde van Nieuwkoop, buitenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van de Masloot tot het land van Aper Fransz, belend ten oosten Lauris Dircxsz en ten westen Jan Maertensz en Claes Gerritsz. [128]
Op 8-5-1609 verkoopt Duyfken Adriaensdr, wed. van Dirck Lourisz samen met haar kinderen Louris Dircksz, Neeltgen Dircksdr, gehuwd met Claes Fransz, alsmede Elbert Cornelisz, als oom en voogd van de kinderen van Jan Cornelisz en Alijdt Dircksdr, voor ƒ 325,-- een perceel land in het Noordeinde aan Hendrick Dircxsz Spijcker. Op dezelfde dag verkopen vorengenoemde kinderen hun helft van een huis in de Kerkbuurt voor een custingbrief van ƒ 318,-- aan hun moeder, die de andere helft reeds bezit.[129]
Op 1-6-1613 testeert Duijfgen Ariensdr, weduwe van Dirck Laurisz, woonachtig ten huize van Aelbert Jacobsz te Nieuwkoop. Ze schenkt aan de Armen van Nieuwkoop een rentebrief van 72 gulden, sprekend op het bruikweer van Cornelis Buurmannen voor een helft, die nu Dirck Lauwen Wit moet uitkeren en de andere helft op Thomas Jansz en Aris Cornelisz Quast. Aan de kerk van Nieuwkoop wordt toebedeeld een obligatie, groot 50 gulden op Cornelis Anthonisz, oud-secretaris, op voorwaarde dat ze een graf in de kerk zal krijgen. Haar goederen vallen ten deel aan Soetgen Claesdr of bij haar eerder overlijden aan haar kinderen. [130]

6256. JACOB (HOOGEVEEN).

6264. = 6144. WILLEM WILLEMSZ FENT.

6265. = 6145. MARITGEN DIRCXDR (VAN DER PIJL(EN)?).

6412. GERRIT GERRITSE (DE OUDE), ovl. na 1631.

6414. ISAACK NN.

6416. NN DE WARM, geb. vóór ca. 1610, woont verm. te Alkmaar, verm. identiek met Aembroeis de Waerm, beg. Amsterdam Karthuizer Kerkhof 1-3-1637.

6418. CORNELIS SNEEWATER, geb. Den Haag 1612/3, beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 7-1-1683 (met een baar, laat 2 kinderen na), caffawerker (1633), podesoywercker (1660), treedt op als borg voor zijn zwager Pieter Janse Water(mee) (1660), woonde Bloemgracht (1633), Egelantiersgracht (1683) tussen de eerste twee bruggen, otr. Amsterdam 1-1-1633 (get. Cathalina Petit, sijn moeder en Marritje Jans, haer moeder)

6419. MARRITJE JANS, ged. Amsterdam 5-7-1611 (get. Margriete Mat(tij)s), ovl. na 1683, woonde Prinsegracht (1633).


Leiden, ca. 1650.
Kaart uit "Toneel der Steden", door Joan Blaeu. Eerste uitgave : Amsterdam, 1652. Scan http://grid.let.rug.nl/~welling/maps/blaeu.html

klik op plaatje(s) om te vergroten

6420. (NI)C(O)LAES BEKAUD (BECAUD, BEKOE, BEKOU(B), BEKAUB, BOCOUW, BECCENE, BELCUST, BECCU, BEGIENNE, BEQUE), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1643, afkomstig van Leiden (1621), vachtenploter (1621-1628), vettewarier (1626) te Leiden, tr. 2o 1629/30 (niet gevonden te Leiden) JEANNE (JANNE, JENNE) ANGLOES (L'ANGLOIS, L'ANGLEX, L'ANGLESZ, LENGLE(T))(¥), ovl. na 1656, huw. get. (1656), tr. 1o Leiden geref. 9-4-1621 (hij als Nicolaes Bocouw, zij als Susanna Cabbeljaeus)

6421. SUSANNA CABBELJAEUS (VERSCHEURE), geb. vóór ca. 1600, ovl. 1628-1630, afkomstig van Leiden. Zij noemt zich bij de dopen van haar kinderen naar haar stiefvader Susanna Verscheure.

COMMENTAAR(¥) Als de naam Langlois (en varianten) erop duidt dat zijn van Engelse afkomst is dan zou zij kunnen zijn Jeane, ged. Amsterdam Engels Presbyt. Kerk 3-5-1610 als dr. van Henry Toppen, of Jeane, ged. Amsterdam Engels Presbyt. Kerk 29-5-1613 als dr. van Thomas Johnson.

Wapen Cabeliau: In rood twee ruggelings toegewende zilveren kabeljauwen. [140]
Op 4-3-1626 bekent Claas Bekou eertijts velleploter ende jegentwoordich vettewarier te Leiden schuldig te zijn aan Jan en Pieter Longespee gebroeders coopluijden 736 gulden tot 40 groten tstuc ende 12 stuvers ter saecke ende als reste der cope van schaepsvellen door hem van de gebroeders gekocht, welke som hij belooft te betalen op 1-5-1626 eerstcomende 100 gulden en voorts telcken half jare daer aen volgende 50 gulden tot aan de 36 gulden 12 st. [141]
Op 17-7-1628 compareerden Sara du Boijs eertijts weduwe van Jacob Cabbeljau en Susanna Cabbeljaus huijsfrouwe van Claes Boccou, velleploter, beide wonend te Leiden, erfgenamen van za: Isaac Cabbeljau, respectievelijk hun zoon en broeder, die jongman sijnde omtrent twee jarens geleden van Amsterdam op t'jacht genaemt Diemen naar Oost Indie gevaeren en op de selve reijse deser wereldt aflevig is. Zij comparanten machtigen Jacob Cabbeljau, mede wonend te Leiden, respectievelijk hun zoon en broeder, om te innen alle openstaende gagien ende verdiensten als voors. Isack Cabbeljau op sijn Oost Indische reijse verdient heeft, mitsgaders sodanige andere penningen als van wegen de voors. Isack Cabbeljau nae sijn doot ontfangen ende geprofijteert ofte desselfs ondergemachtigden van hare ontfang, handelinge ende tgeven soingeaande desen wegens gedaen, gehouden blijven te verantwoorden als naer behoeren etc. Get. Jacob Jacobszvan Nieustad en David Davit Davitsz, beiden schippers. W.g. Sara Du Bois, Susanna Cabeliaus. [142]

6422. JASPER JANSZ (KEIJSER), ged. Amsterdam Nieuwe K. 27-11-1605 (get. Ot Jansz), beg. Amsterdam Karthuizer Kh. 22-3-1685 (laat 1 kind na), tabackpijpmaecker in de Passeerdersstraat (1630), arbeider (1657), woont vooraan in de Looyersstraat (1685), otr. Amsterdam 11-5-1630 (get. Cornelisje Gijsberts, zijn moeder en Aeltje Jans, haer petemoei, haar ouders dood)

6423. TRIJNTJE JEURIAENS, geb. De Rijp 1605/6, ovl. na 1678 (dan is zij doopgetuige), beg.. verm. Amsterdam Heligewegs- en Leidsche Kh. 6-4-1684, woonde op de Heregracht (1630).

Op 26-4-1650 verkoopt Simon Bonte, zadelmaker, voor ƒ 760,-- aan Jasper Jansz een huis en erve in de Looiersstraat [143].

6424. STEVEN (STRUIJS), ovl. vóór 1645.

6440. WI(J)CHMAN GERRITSEN (TOP), geb. vóór ca. 1585, ovl. 1648-1652, gildebroeder (1604, 1630), gildemeester van het schoenmakersgilde te Elburg (nieuw 1609, 1627-1628, 1635-1637, 1640-1641), [144] belender met land buitendijks (1648) te Elburg, tr. vóór ca. 1615

6441. EGBERTIEN GERRITS, ovl. na 1652.

Egbertien Gerrits weduwe van wijlen Wichman Gerritsen geass. met haar zoon Lambert Wichmansen Topp mitsgaders Momme Wichmans en Hermen Baeck gezamelijke broeders en zwagers en hun respective vrouwen zusters en kinderen verkopen aan Gerrit Andriesen muller en Betje Peters echtel. een schepel gezaai naast Gerbert Jansen west en noordw de weg en oostw Abraham Noeyen voor een som hun ten danke betaald get 30 oct 1652. [145]


COMMENTAAR(¥) FRAGMENTEN TOP
Lambert Hendriksz Top, burger van Elburg, woont in 1725 al 2 jaar in Elburg, brouwer, wesemr. ald., beg. Elburg 11-3-1729, otr 2) Epe 12-2-1719 Weintje Gerrits, ged. Epe, 24-3-1699 (woonden 1725 Beekstraat 45)
Hendrik Top, 1725 burger van Elburg, woont in 1725 al 2 jaar in Elburg, schoenmaker, beg. Elburg 10-4-1751, otr Elburg 19-6-1701 Susanna Hendriks Bast, beg. Elburg 13-9-1730 (woont Ellestraat 27). [146]
Johan Top Jr. te Elburg, geerfde op de Veluwe 21-12-1734, van wie genoemd worden een wapen monogram van de letters J en T. Helmteken een boom.[147]
In de civiele procesdossiers in het rechterlijk archief van Elburg [148] komt voor onder nr. 11 Top Lamberts contra Tijs Greve (1586) en onder nr. 14 Top Lamberts contra Johan Heinecke (1587).
Top Lamberts is belender in de Beekstraat te Elburg (1618). [149]
ZOEK UIT tzt diverse geslachten Top met herengoederen in het dorp Nunspeet.[150]

6586. JAN HERCKELSE (HERCULISSE), geb. 's-Heer Hendrikskinderen (in 't land van der Goes), ovl. feb/maart 1660, woont onder Rengerskerke, otr. 1o Noordgouwe 18-4-1610[211] Janneke Willems, geb. Nieuwerkerke (Sch.), woont te Zierikzee, otr. 2o Noordgouwe 14-4-1620[212] Adriaenken Claes, woont te Rengerskerke.

6864. CLAAS TATICKSZ, geb. vóór ca. 1580;(¥)

COMMENTAAR(¥) Mogelijk verwant zijn de volgende personen vermeld in het register van geref. lidmaten Weesp 23-5-1630 : Haesgen Taten x Claes Gijsbertsen (buiten de Muijerpoort), Jannetje Taten x Claes Marten Bruijnen (aan 't Gein oostzijde), Trijntgen Roel Taten (op de Hooghstraat), Nelletgen Taten (in de St. Jorisstraat).
Is hij Claes Dirk Tatic, schutter te Weesp (1635).

6946. PIETERS SYMONSZ TEIJSTERMAN, ovl. 1623-1637, in 1621 meerderjarig, tr. vóór ca. 1615[216]

6947. GEERTGEN CORNELISDR VAN STAVEREN, ovl. na 1646, vermeld in 1646.

Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Pieter Sijmonsz ende Geertgen Cornelisdr sijn huijsvrouwe met Cornelis, Jan, Gerrit, Annetgen, Sijburch ende Maritgen heure kinders - 8 hoofden". [217]
Op 4-6-1637 compareren Arien en Cornelis Symons Teijsterman voor henzelf, Cornelisz Pieters Teijsterman en Annetgen Pieters Teijsterman, gehuwd met Pieter Dircksz Zethoven, alsmede voogd over de nog onmondige kinderen van Pieter Symonsz Teijsterman , Aris Cornelisz Quast als voogd over de kinderen van Ouwe Cornelis Symonsz Teijsterman en de voogd over de kinderen van Jan Symonsz Teijsterman, allen erfgenamen van Symon Jansz Teijsterman, in zijn leven gewoond hebbend te Nieuwkoop [218].

6954. JAN (VAN DER) GROOS, alleen bekend uit het patroniem van zijn vermoedelijke kinderen.

6956. IJSAECK(I(J)S(A)CK) JOACHIMSZ (JOCHUMSZ, JOCHEMSZ), geb. vóór ca. 1560, ovl. na 1607, weerbare man (1599), belender in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg (1604..1606), tr. 2o [220] MERRITGEN CORNELISDR, wed. van Marten Heijnrixz, dr. van Cornelis Adriaensz, tr. 1o vóór ca. 1585[221]

6957. GEERTGEN (GRIETGEN, GERTGEN) AERTS, ovl. vóór 1603.

Op 9-4-1603 verkopen IJsaack Jochemsz, weduwnaar van Geertgen Aerts, voor zichzelf en zijn zwager Jacob Aertsz als voogd over de minderjarige kinderen, aan Cornelis Cornelisz Corsgen, wonende te Aarlanderveen, een koopbrief van 2 morgen land gelegen in het Zuideinde van Aarlanderveen, strekkende uit de Molenwetering tot de tuin van Pieter Jansz Talinx, belend ten noorden Volck Bouwensz en ten zuiden Corsgen voornoemd. Ten bedrage van 225 carolus gulden à 40 groten Vlaams - gecasseerd 16 mei 1617. [222]
Op 31-12-1605 verkoopt IJsack Jochumsz aan Pieter Jochumsz een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van het land van Cornelis Jansz tot dat van Jacob Cornelisz, belend ten oosten Pieter Cornelisz Lange en ten westen Anna Willemsdr. Koopsom 175 gulden. [223]
Op 10-3-1607 verkopen
Dirck Laurisz, getrouwd met Duijffgen Ariensdr, voor 1/5 deel,
Adriaen Claesz, molenaar, voor zichzelf, Ghijsbert Andriesz Quast, getrouwd met Marritgen Claesdr, Elbert Cornelisdr, getrouwd met Trijntgen Claesdr, Cornelis Jansz Lieff, getrouwd met Soetgen Claesdr, Aelbert Jacobsz, getrouwd met Anna Claesdr, allen als kinderen van jonge Claes Claesz, die getrouwd was met Marritgen Ariensdr, voor het tweede 1/5 deel,
Phillips Gerritsz, getrouwd met Stijntgen Jacobsdr, Arien Aertsz, getrouwd met Gooltgen Jacobsdr, Dammas Cornelisz als vader en voogd over Willen en Cornelis Dammasz en mede handelend namens Gerrit Jansz ter Aer, getrouwd met Erck Dammasdr, kinderen van Dammas Cornelisz en Marritgen Jacobsdr, allen als kinderen van Jacob Adriaensz, voor het derde 1/5 deel,
Arien Cornelisz, Pieter Cornelisz, Cors Cornelisz en Jan Cornelisz voor zichzelf, Heijndrick Dircxsz Spijcker, getrouwd met Aeltgen Cornelisdr, IJsack Jochumsz, getrouwd met Marritgen Cornelisdr, Heijndrick Willemsz, getrouwd met Trijntgen Cornelisdr, Jan Cornelisz, getrouwd met Marritgen Jansdr, dochter van Jan Andriesz en Stijntgen Cornelisdr, en Pieter Claesz Duijersz, vader en voogd van zijn vier kinderen geboren bij Anna Cornelisdr, allen als kinderen en kindskinderen van Cornelis Adriaensz, voor het vierde 1/5 deel,
Cornelis en Adriaen Aelbertsz voor zichzelf, Phillips Jansz, getrouwd met Marritgen Aelbertsdr, allen als kinderen van Aelbert Cornelisz en Alijdt Adriaensdr, voor het vijfde 1/5 deel,
allen als erfgenamen van hun overleden oom Jan Adriaensz, in leven wonend te Nieuwkoop achter de kerk, aan Cornelis Anthonisz, secretaris, een perceel land met huis, hof, berg en schuur achter de kerk, verongeld voor 2½ morgen, strekkend uit de Kerkgracht tot aan het land van Jheremias Oisterlingh, belend ten oosten Willem Cornelisz van Grieken en ten westen Cornelis Anthonisz, secretaris. Koopsom 3.225 gulden. [224]

Op dezelfde datum verkopen dezelfde personen aan Eijmbert Jansz een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg in Coemansland, strekkend van het land van Mathijs Meesz tot dat van Pieter Jan Heeren, belend ten oosten Trijn Sijmonsdr en ten westen Adriaen Cornelisz. Koopsom 300 gulden. [225]

Op dezelfde datum verkopen dezelfde personen aan Lauris Dircxsz twee perceeltjes veenland in het Noordeinde van Nieuwkoop over de Achterweg, het ene strekkend van het land van Lauris Dircxsz tot het baljuwsland, het tweede strekkend van het land van Ais Ghijsbertsz tot dat van Cornelis Andriesz, belend ten oosten Ghijsbert Cornelisz en ten westen de Zevenhovense vaart. Koopsom 441 gulden. [226]

Op dezelfde datum verkopen dezelfde personen aan Aris Ghijsbertsz een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van het baljuwsland tot het land van Ghijsbert Jheremiasz, belend ten oosten Ghijsbert Cornelisz en ten westen de Zevenhovense Vaart. Koopsom 230 gulden. [227]

Op dezelfde datum verkopen dezelfde personen aan aan Willem Jheremiasz Oisterlingh, baljuw en schout, een perceel veenland in het Noordeinde over de Achterweg, strekkend van het land van Ghijsbert Jheremiasz tot dat van Aris Ghijsbertsz, belend ten oosten Ghijs Neel Ghijssen en ten westen de Zevenhovense Vaart. Koopsom 290 gulden. [228]

Op dezelfde datum verkopen dezelfde personen aan aan Philips Gerritsz een perceel "maelants" in het Noordeinde, buitenweg, verongeld voor 2 hond. Koopsom 76 gulden.
Op 4-6-1640 verkoopt Cornelis Ghijsbertsz van Vliet, schoenmaker, aan IJsack Jochumsz van Wieringen een huis en erf in het Noordeinde binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot de dwarssloot, belend ten oosten Jan Elbertsz en ten westen Cornelis Dirck Arisz. Koopsom 496 gulden. [229]

6958. CORNELIS (VAN CLEVESTEIJN?), geb. vóór ca. 1575, alleen bekend uit het patroniem van zijn veronderstelde kinderen.


Fragment Clevesteijn
De herkomst van kw. nr. 6958 Cornelis (van Clevesteijn?) is vooralsnog onduidelijk. Wellicht heet zijn vrouw van Clevesteijn en hebben de kinderen die naam overgenomen. Een verband met een geslachte Clevesteijn te Gorinchem kon (nog?) niet worden aangetoond.

I

Ia. Aert (van Clevesteijn), geb. vóór ca. 1535.

Op 30-5-1589 verkopen Ghijs Woutersz, weduwnaar van Grietgen Aertsdr, zijn eerste vrouw, Pieter Aertsz, Jan Aertsz en Mees Aertsz, broers, ieder voor zichzelf, mede Pieter Aertsz als oom en bloedvoogd van 5 weeskinderen van hun overleden zuster Anna Aertsdr en Leendert Korsz, Kors Claesz getrouwd met Hauchgen (Hanchgen?) Aertsdr, Dirck Thoenisz Calff, getrouwd met Marijtgen Aertsdr, Adriaen Adriaensz Truernijet, getrouwd met Gerrichgen Aertsdr en Cornelis Jansz alias Jonge Neel, getrouwd met Trijntgen Aertsdr, aan Meijnsgen, weduwe van Dirck Henricx, een erf met stenen en andere materialen, waar Meijnsgen een nieuw huis laat bouwen, liggend te Zwammerdam, strekkend van de Kerkstraat tot de sloot langs de Kerklaan, belend ten oosten Marijtgen, weduwe van Dirck Kossen en ten westen het schoolhuis en erf van Zwammerdam. Belast met 4 gulden per jaar aan de kerk. [257]
    Uit hem:
  • a. Grietgen Aertsdr, ovl. vóór 1589, tr. Ghijs Woutersz, ovl. na 1589. Hij hertr. voor 1589 NN.
  • b. Pieter Aertsz van Clevesteijn, geb. vóór ca. 1560, ovl. 1601-1603, woont te Zwammerdam op de Burch (1581..1601), treedt op als voogd over de kindern van zijn zuster Annichgen Aertsdr (1590), belender te Zwammerdam (1596), is in 1600 gegoed voor ƒ 5000,--, tr. (verm. in tweede huwelijk) voor 1589 Leentgen Jansdr, ovl. 1601-1603. Zij overlijden kennelijk kinderloos en laten na (o.a.) aan de hierna volgende broers en zusters van Pieter.
    Op 5-6-1581 verkoopt Dirck Andriesz, wonend te Gouda, aan Pieter Aertsz, wonend te Zwammerdam op de Burch, 9 morgen land in het Broekveld, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot de Groenewegswetering, belend ten noorden Jan Dircksz, brouwer en ten zuiden Cornels van Mieroop (?), wonend te Leiden.
    Vervolg a: 5-6-1581. Pieter Aerts is schuldig aan Dirck Andriesz een losrentebrief, hoofdsom 600 gulden. Gesteld onderpand bovengenoemde aankoop.
    Vervolg b.: 5-6-1581. Schuldbrief, groot 500 gulden, betreffende bovengenoemde aankoop. [258]
    Op 10-4-1589 verkoopt Willem Claesz, wonend te Bodegraven in de Weipoort, aan Gerrit Willemsz Onderwater de helft van 10 morgen land, waarvan 3 morgen 2 hond eigen- of erfpachtland is, verder huurland. De andere helft behoort aan Pieter Aertsz met de weduwe en kinderen van Claes Aertsz. De 10 morgen is genaamd "Claes Zoelen ofte Noelemoersweer" op de Lage Burch, strekkend uit de Rijn tot over de Achterdijk, belend ten oosten de weduwe met het weeskind van Jan Lucasz te Leiden, waarvan Pieter Aertsz bruiker is en ten westen Cornelis Ghijsbertsz. Gerrit Willemsz Onderwater aan meteen de voornoemde helft van de 10 morgen door aan voornoemde Pieter Aertsz. [259]

    COMMENTAAR(¥) Dus wellicht:(NB betreft dit wel Pieter Aertsz van Clevesteijn?)
    Aert, geb. vóór ca. 1530.
      Uit hem verm.:
    • a. Pieter Aertsz.
    • b. Claes Aertsz, geb. vóór 1555, ovl. vóór 1589, tr. vóór ca. 1580 Marijtgen Huijgendr, ovl. na 1596, belendster te Zwammerdam (1596).
      Op 26-2-1593 is Pieter Huijgensz, wonend te Zwammerdam, schuldig aan zijn zuster Marijtgen Huijgendr, weduwe van Claes Aertsz, een losrente, hoofdsom, 225 gulden. Gesteld onderpand: 12½ morgen land met huis, berg en schuur, waarvan 10 morgen eigen land is en 2½ morgen papelijke proven, strekkend uit de Rijn over de Achterdijk, belend ten oosten Louris Huijgensz Gaell en ten westen Cornelis Claes Lambrechtsz c.s. Geroijeerd (geen datum vermeld). [260]
        Uit dit huwelijk:
      • 1. Aert Claesz, ovl. na 1603.
      • 2. Marijtgen Claesdr, ovl. na 1603.
      • 3. Grietgen Claesdr, ovl. na 1603.
      • 4. Annichgen Claesdr, ovl. na 1603.
      • 5. Machteltgen Claesdr, ovl. na 1603.
      • 6. Trijntgen Claesdr, ovl. na 1603.
      • 7. Pietertgen Claesdr, geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1603, tr. vóór 1603 Simon Simonsz, ovl. na 1603.
      • 8. Gerrichgen Claesdr, geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1603, tr. vóór 1603 Henrick Jansz, ovl. na 1603.
    Op 16-9-1590 schenkt Pieter Aertsz, wonend op de Burch te Zwammerdam, nu ziek, bij leven met bijzondere dank aan zijn broer Mees Aertsz en aan zijn neef(¥) Adriaen Cornelisz, de zoon van Cornelis Aertsz en Margriete Adriaensz, samen een bedrag van 200 gulden. Zijn verder bezit zal gelijkelijk worden verdeeld aan al zijn broers en zusters, volgens testament van hem, Pieter Aertsz en Leentgen Jansdr, zijn tegenwoordige vrouw. [261]

    COMMENTAAR(¥) Als met neef hier wordt bedoeld 'oomzegger' dan zou het aldus kunnen zitten:
    Aert.
      Uit hem:
    • a. Pieter Aertsz.
    • b. Cornelis Aertsz, mogelijk identiek met kw. nr. 6958, tr. Margriete Adriaensz.
        Uit dit huwelijk:
      • 1. Adriaen Cornelisz, mogelijk identiek met Arien Cornelisz van Clevesteijn (alias Adriaen Vriesen Kors, Arien Cornelisz Vriesen, Arien Vriesen van Clevesteijn
    Op 26-2-1593 vermeldt een akte dat Pieter Aertsz van Clevesteijn, wonend op de Burch te Zwammerdam, op 4-6-1589 verkocht aan Ghijsbert Roeloffsz, wonend te Zwammerdam, een huis, berg en schuur op 8 morgen huurland in de Binnenpolder, in 1589 voor de helft toebehorend aan Jonker Jasper van Poelgeest en de andere helft aan de Staten van Holland, gekomen in plaats van het klooster te Roomburg buiten Leiden. Gestelde waarborg: 9 morgen land in het Broekveld, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot in de Groenewegswetering, belend ten noordwesten Jan Dircksz, brouwer en secretaris van Bodegraven, met zijn kinderen en ten zuidoosten Henrick Gerrit Loeffsz. [262]
    Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600, Zwammerdam:
    "Pieter Aertsz dertich ponden, comt 60 gl.
    Opten 26 Mey 1601 heeft Pieter Aertsz gedoleert ende aen handen van de Burgermeester Duyc bij eede geëxpurgeert ende zijn goeden daerbij begroot op 5000 gl."
    Op 13-10-1601 dragen Pieter Aertsz van Clevesteijn en Leentgen Jansdr, man en vrouw, wonend op de Burch, over aan de Armen van Zwammerdam een losrentebrief, hoofdsom 90 gulden. [263]
    Op 5-2-1603 verkopen Mees Aertsz voor zichzelf en als broer en voogd van Hantgen Aertsdr, met procuratie zijn broer van Jan Aertsz, wonend te Zevenhuizen, van zijn zuster Marritgen Aertsdr, wonend te Lopik, en van Adriaen Adriaensz, man en voogd van zijn zuster Gerrichje Aertsdr, wonend te Nieuwpoort, Cornelis Jansz Jonge Neel, man en voogd van Trijntgen Aertsdr, Adriaen Cornelisz alias Adriaen Vriesen Kors en Aert Leenertsz, broers (?), ieder voor zichzelf, Leenert Korsz als vader en voogd van zijn kinderen Dirck Leenertsz, Ghijsgen en Lijsbeth Leenertsdr, geboren bij zijn overleden vrouw Annichgen Aertsdr, allen erfgenamen van Pieter Aertsz van Clevesteijn, die woonde op de Burch, Jan Gerritsz voor zichzelf, Jan Bouwensz, man en voogd van Hennichgen Gerritsdr, Aert Dirck Aertsz voor zichzelf en opkomend voor zijn moeder Marijtgen Dirck Aertsdr weduwe, met procuratie van Jan Rijckens, wonend te Linschoten, man en voogd van Ghijseltgen Dircksdr, van Jan Korsz, wonend te Amsterdam, en voor diens broer Jan (!) Korsz, wonend in Oostland, mede voor Kors Cornelisz, Cornelis Cornelisz en Machteltgen Cornelisdr, zijn zusters kinderen en voor zijn broer Cornelis Korsz, wonend in Zevenbergen en voor Kors Dircxsz en Dirck Dircxsz, broers, wonend te Bloemendaal aan de Gouwekade, voor Dirck Lenertsz als vader en voogd van Neeltgen Dircxdr, Gerrit Cornelis Ghijsbertsz, man en voogd van Jannichgen Dircxdr en voornoemde Gerrit opkomend voor Marijtgen Hermansdr, Henrick Gerritsz, wonend te Bodegraven bij de Brug met procuratie van Neeltgen Elbertsdr, weduwe van Lambert Pietersz, Simon Jacopsz, wonend te Sluipwijk, man en voogd van Annichgen Korsdr, Roeloff Simonsz, secretaris van Zwammerdam met procuratie van Pieter Rijckesz, wonend te Oudewater, man en voogd van Adriaentge Claesdr, allen erfgenamen van Leentgen Jansdr, in leven vrouw van Pieter Aertsz voornoemd, aan Jan Joostensz, wonend te Bodegraven, 9 morgen ½ hond land in het Broekveld van Zwammerdam, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot in de Groenewegswetering, belend ten noorden Jan Dircksz, brouwer, oud-secretaris van Bodegraven en ten zuiden de weduwe en erfgenamen van Henrick Gerrit Loeffs. Belast met een losrente, hoofdsom 600 gulden, toekomend Dirck Andriesz te Gouda. [264]
    Op 9-4-1603 verkopen Mees Aertsz voor zichzelf en als broer en voogd van Hantgen Aertsdr met procuratie van zijn broer Jan Aertsz, wonend te Zevenhuizen, van zijn zuster Marritgen Aertsdr, wonend te Lopik en van Adriaen Adriaensz, man en voogd van zijn zuster Gerrichje Aertsdr, wonend te Nieuwpoort, Cornelis Jansz Jonge Neel, man en voogd van Trijntgen Aertsdr, Adriaen Cornelisz alias Adriaen Vriesen Kors en Aert Leenertsz, broers (?), ieder voor zichzelf, Leenert Korsz als vader en voogd van zijn kinderen Dirck Leenertsz, Ghijsgen en Lijsbeth Leenertsdr, geboren bij zijn overleden vrouw Annichgen Aertsdr, allen erfgenamen van Pieter Aertsz van Clevesteijn, die woonde op de Burch, Jan Gerritsz voor zichzelf, Jan Bouwensz, man en voogd van Hennichgen Gerritsdr, Aert Dirck Aertsz voor zichzelf en opkomend voor zijn moeder Marijtgen Dirck Aertsdr weduwe, met procuratie van Jan Rijckens, wonend te Linschoten, man en voogd van Ghijseltgen Dircksdr, van Jan Korsz, wonend te Amsterdam, en voor diens broer Jan (!) Korsz, wonend in Oostland, mede voor Kors Cornelisz, Cornelis Cornelisz en Machteltgen Cornelisdr, zijn zusters kinderen en voor zijn broer Cornelis Korsz, wonend in Zevenbergen, en voor Kors Dircxsz en Dirck Dircxsz, broers wonend te Bloemendaal aan de Gouwekade, voor Dirck Lenertsz als vader en voogd van Neeltgen Dircxdr, Gerrit Cornelis Ghijsbertsz, man en voogd van Jannichgen Dircxdr en voornoemde Gerrit opkomend voor Marijtgen Hermansdr, Henrick Gerritsz, wonend te Bodegraven bij de Brug met procuratie van Neeltgen Elbertsdr, weduwe van Lambert Pietersz, Simon Jacopsz, wonend Sluipwijk, man en voogd van Annichgen Korsdr, Roeloff Simonsz, secretaris van Zwammerdam met procuratie van Pieter Rijckensz, wonend te Oudewater, man en voogd van Adriaentge Claesdr, allen erfgenamen van Leentgen Jansdr, in leven vrouw van Pieter Aertsz, voornoemde Aert Claesz, voor zichzelf, en als broer en voogd van Marijtgen, Grietgen, Annichgen, Machteltgen en Trijntgen Claesdr, Simon Simonsz, man en voogd van Pietertgen Claesdr en Henrick Jansz, man en voogd van Gerrichgen Claesdr, allen kinderen van Claes Aertsz, aan Claes Adriaensz en Adriaen Cornelisz alias Adriaen Vriesen 3 morgen eigen land, waarvan de erfgenamen van voornoemde Pieter Aertsz en zijn vrouw 2½ morgen toebehoort en de erfgenamen van Claes Aertsz een ½ morgen, liggend in een weer van 10 morgen, waarvan 7 morgen huurland, toekomend Dominicus van Cassiapijn, de 10 morgen op de Burch, strekkend uit de Rijn over de Achterdijk belend ten oosten de weduwe en weeskind van Jan Lucasz te Leiden en ten westen Joost Cornelisz Jongen Butterman. [265]
    1604: Uitspraak in appel van het Hof van Holland in de zaak van Aert Aertsz de Jonge, Pieter Claesz, Lambrecht Pietersz, Dirck Claes Blockhouwer, Gerrit Gerritsz Twaelfhoven, Maerten Jacobsz Craen, Adriaen Roeloffsz, timmerman, Gerrit Evertsz, Claes Adriaensz, Pieter Aertsz van Clevesteyn, Bouwen Gijsbrechtsz, Joost Cornelisz Jonge Bestebroer, Geerloff Jacobsz, Willem Jan Willemsz, Claes Pietersz, timmerman, Jan Hagens, Adriaen Jacobsz Brabander, Matheus Willemsz Verhoeff, Lenert Cornelisz, Aechgen Pieter Huygen weduwe, Maritgen Claes Aertsz weduwe, Johan Woutersz als voogd van Janneken Wouters Sijmonsz weduwe zijn moeder, Cornelis Hendricxcz molenaar, Cornelis Dirck Pietersz, Adriaen Dirck Pietersz, Jacob Willemsz Onderwater, Pieter Dircxsz Capiteyn, Hendrick Thijsz en Adriaen Gerritsz, smid, allen buren of ingelanden van Zwammerdam, met Helena gravin van Manderscheyt, vrouwe van Brederode, Voshol enzovoorts, en schout en heemraden van Zwammerdam als gevoegden enerzijds tegen de dijkgraaf van Rijnland anderzijds over de competentie van Rijnland. Appellanten hadden herstel (relief) gevraagd van twee procedurefouten: zij hadden de appeltermijn laten verstrijken en meenden ten onrechte geen declinatoire exceptie te hebben opgeworpen, omdat naar hun mening niet de hoogheemraden van Rijnland maar de door de heer van Voshol (en Zwammerdam) aangestelde schout en heemraden bevoegd zouden zijn. Het Hof heeft de eerste vormfout hersteld en appellanten ten aanzien van de tweede vormfout niet in hun stelling willen volgen. Hoogheemraden hadden op 1 april 1597 Aert Aertsz de Jonge c.s. bij verstek veroordeeld op vordering van de dijkgraaf wegens overtreding van de artikelen 77 (overpad op de Rijndijk) en 82 (met paard en wagen rijden op de Rijndijk) van Rijnlands keur 1596. [266]
      Uit dit huwelijk (in 1590 in leven)
    • 1. Kors Leenertsz, geb. vóór 1589.
      Hoofdgeld Zwammerdam 1623: "Cors Lenaertsz jongman (in huijs bij Aert Lenaertsz)- 1 hooft".
    • 2. Aert Leenertsz, geb. vóór 1589.
      Hoofdgeld Zwammerdam 1623: "Aert Lenaertsz ende Stijntgen Jansdr sijn huijsvre met Jan Dircxz haer knecht - 3 hoofden".
    • 3. Dirck Leenertsz, geb. vóór 1589, ovl. na 1603.
      Hoofdgeld Zwammerdam 1623: Dirck Lenaertsz ende Heijltgen Cornelisdr sijn huijsvrouwe met Annetgen heur dochter ende Grietgen Jacobsdr vuijt Vrieslant haer jongwijff- 4 hoofden".
    • 4. Ghijsgen Leenertsdr, geb. vóór 1589, ovl. na 1603.
    • 5. Lijsbeth Leenertsdr, geb. vóór 1589, ovl. na 1603.


II

IIa. Mees Aertsz (van Clevesteijn), geb. vóór ca. 1570, ovl. na 1622, kramer (1618), woont te Bodegraven (1618, 1622).

Op 12-6-1622 compareerde Meus Aertsz, wonend in Bodegraven, als "oudtoom van der kinderen bestevaderswegen" in een uitkoopacte van kleinkinderen van Dirck Jansz Bos. [271]
    Uit hem (o.a.?):
  • a. Marritgen Meesen van Clevesteijn, ovl. na 1653, tr. vóór 1653 Hendrick Arijensz, ovl. vóór 1653, kaaskoper te Bodegraven.
    Op 10-9-1653 verkoopt Neeltjen Arijensdr Verhouff, weduwe van Pouwels Fransz Starevelt (?), met Adrijaen Jansz Brouwer, haar schoonzoon als voogd, aan Marritgen Meesen van Clevesteijn, weduwe van Hendrick Arijensz, kaaskoper te Bodegraven, een korenmolen met woonhuis en erf te Zwammerdam, strekkend uit de Rijn tot de Hoge Rijndijk, belend ten oosten Jacob Willemsz Neut en ten westen Andries Hendricsz van der Sluijs. Belast met 800 gulden toekomend de weeskinderen van Crijn Jacobsz, nog met 300 gulden toekomend de Armen van Zwammerdam, nog met 700 gulden toekomend de heer Kievith en nog met 1000 gulden toekomend Pieter Jansz Stomwijck te Gouda. Koopsom 1600 gulden. [272]
  • b. Jan Meese Clevesteijn, geb. vóór ca. 1595, ovl. 1663-1668, smid (1618, 1663), belender te Alphen aan de Rijn (1636..1657), is borg (1641), tr. Aaltjen Dircx van Lelie. Zij overlijden vermoedelijk kinderloos.
    Op 29-8-1618 verkoopt Aert Dircxsz, schoenmaker, wonende in het Noordeinde van Alphen, aan Jan Meesz, smid, een huis en erf in het Noordeinde van Alphen, strekkende van de Heereweg tot in de Rijn, belend ten zuiden de steeg van de kinderen van mr. Jacob van Leeuwen en de weduwe van Bouwen Adriaensz, snijder, ten noorden Jan Jacobsz, bakker. Borg: Mees Aertsz, kramer te Bodegraven, als vader. Koopsom 1.300 gulden. Met schuldbrief, groot 1.050 gulden, geroijeerd 20-2-1629. [273]
    Op 18-12-1658 is Jan Meesz Cleversteijn, wonend te Alphen, schuldig aan de kinderen van wijlen Dirck Jansz Buijtendijk en Willemtgen Ariensdr Clevesteijn een bedrag van 350 gulden. Gesteld onderpand: een huis en erf in 't Noordeinde van Alphen, strekkend van de Heerestraat tot in de Rijn, belend ten zuiden de Gemenesteeg, ten noorden Hendrick Willemsz Oostenrijck. Geroijeerd 30-12-1723. [274]
    Op 2-1-1663 verkoopt Jan Meesz Cleversteijn, wonend te Alphen, aan Jan Gerritsz Brillenburgh, jonggezel, mede wonend te Alphen, een huis en erf in Alphen en alle smederijbenodigdheden, strekkend van de Heerestraat tot in de Rijn, belend ten zuiden een steeg, ten noorden Hendrik Willemsz Oostenrijck. Belast met 350 gulden aankomend de kinderen van Dirck Jansz Buijterdijck en Willemtgen Ariensdr Clevesteijn. d.d. 18-12-1658. Koopsom 2.250 gulden. Schuldbrief geroijeerd d.d. 31-8-1668.
    Vervolg: Taxatie van het smidsgereedschap van vorige akte. [275]
    Op 24-5-1668 verkopen Dirck Pietersz van Lelie en Dirck Cornelisz van Lelie, erfgenamen van Jan Meesz Clevesteijn en Aaltjen Dircx van Lelie, mede opkomend voor Arien Ariensz Clevesteijn en Arien Hendricksz Verhoeck als mede-erfgenamen, met procuratie van Jan Gerritsz Brillenburch, aan Gerrit Gerritsz Brillenburch, smid te Alphen, een huis en erf in Alphen, strekkend van de Heerestraat tot in de Rijn, belend ten zuiden een steeg, ten noorden Hendrick Willemsz Oostenrijck, belast met een schuld van 350 gulden toekomend de kinderen van Dirck Jansz Buijtendijck en Willempgen Ariensdr Clevesteijn. Koopsom 609 gulden 9 stuivers. Mede-erfgenaam (volgens schuldbrief) is tevens Grietje Pietersdr van Lelie, weduwe van Pieter Jansz van Leeuwen. Schuldbrief geroijeerd 17-8-1671. [276]

IIb. Jan Aertsz Reyger (van Clevesteijn), ovl. 1603-1615, wonend te Zevenhuizen (1603), tr. (als "haer leste man") Leentgen Jansdr, ovl. na 1615, "voortijts wedue geweest van Pieter Adriaensz Hoogeveen".

Op 21-6-1615 transporteren de erfgenamen van wijlen Jan Aertsz Reyger enkele stukken land in Zevenhuizen, namelijk zijn weduwe Leentgen Jansdr voor de helft en Dirck Jan Aertsz wonende tot Waddingsveen voor hem zelf en als oom en voogd van de 3 nagelaten weeskinderen van Comelis Jan Aertsz voor de andere helft. [277]
    Uit een verm. eerder huwelijk van Jan Aerts:
  • a. Dirck Jan Aertsz (Bos), ovl. 1615-1621, wonend te Waddingsveen (1615).
    Op 12-6-1622 compareerde Meus Aertsz, wonend in Bodegraven, als "oudtoom van der kinderen bestevaderswegen" in een uitkoopacte van kleinkinderen van Dirck Jansz Bos. [278]
  • b. Cornelis Jan Aertsz. Hieruit verder nageslacht bekend.


III

IIIa. Adriaen Meesz van Clevesteijn, schoenmaker te Koudekerk (1644).

Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1634: Adriaen Meesz van Clevesteijn [279]
Op 19-5-1644 verkopen Hendrick Florisz, wonende aan de Hoge Rijndijk te Hazerswoude en Eeuwout Jansz, wonende op het Dorp met procuratie van de gemene erfgenamen van Pieter Jan Gijsenz, overleden te Hazerswoude, aan Adriaen Meesz van Clevesteijn, schoenmaker te Koudekerk, 2/3 deel van een uiterdijk, groot 1 hond 26 roeden, belend ten oosten Sijmon van Baersdorp, ten westen Cornelis Cornelisz Boshoven, ten zuiden de Hoge Rijndijk en ten noorden de Rijn, te verongelden voor 2/3 van 2 hond, belast met 2/3 van 2 gulden erfpacht per jaar ten behoeve van de Hofstede van Rijnenburg. Koopsom 657 gulden 13 stuivers 4 penningen. [280]
    Uit hem verm.:
  • a. Arien (Adriaen) Ariensz Clevesteijn, ovl. na 1679, woont te Koudekerk (1658), belender te Hazerswoude (1668), betaalt ƒ 1,-- Familiegeld als cramer te Koudekerk (1674).
    Op 11-5-1657 verkoopt Jacob Adriaensz Clevesteijn te Koudekerk aan zijn broer Adriaen Adriaensz Clevesteijn een erf, belend ten oosten Clement Gerritsz Keth, ten westen de sloot gelegen tussen deze partij en het schouwpad, ten zuiden Pieter Cornelisz Lelievelt en ten noorden Willem Claesz Keth. Koopsom 270 gulden. [281]
    Op 20-5-1658 verkoopt Pieter Cornelisz Lelievelt, wonende aan de Hoge Rijndijk, aan Adriaen Adriaensz van Clevesteijn te Koudekerk een erf land met sloot, groot 23½ roeden, belend ten oosten Clement Gerritsz Keth, ten zuiden de Hoge Rijndijk, ten westen de sloot gelegen tussen dit erf en het schouwpad en ten noorden de koper, alles volgens de waarbrief van 3-12-1653. Koopsom 240 gulden. [282]
    Op 18-5-1679 verkoopt Arie Ariensz Clevesteijn aan Barent Hendricksz van Selm, ijzersmid, een huis en erf met smederij aan de Hoge Rijndijk, belend ten oosten Jan Claesz Keth, ten zuiden de Heerweg, ten westen de sloot tussen het Schouwpad en ten noorden Cornelis Quiringsz van Arckel. Koopsom 439 gulden.
    Vervolg: Barent Hendricksz van Selm is 400 gulden schuldig aan Abraham Basse, koopman te Leiden, met hypotheek op het gekochte. Afgelost d.d. 23-1-1730. [283]
  • b. Willempgen Ariensdr Clevesteijn, geb. vóór ca. 1635, tr. vóór 1658 Dirck Jansz Buijtendijck, ovl. vóór 1658. Hieruit nageslacht, (nog) niet verder onderzocht.
    Op 18-12-1658 is Jan Meesz Cleversteijn, wonend te Alphen, schuldig aan de kinderen van wijlen Dirck Jansz Buijtendijk en Willemtgen Ariensdr Clevesteijn een bedrag van 350 gulden. Gesteld onderpand: een huis en erf in 't Noordeinde van Alphen, strekkend van de Heerestraat tot in de Rijn, belend ten zuiden de Gemenesteeg, ten noorden Hendrick Willemsz Oostenrijck. Geroijeerd 30-12-1723. [284]
  • c. Jacob Adriaensz Clevesteijn, ovl. 1675-1677, belender te Alphen (1653), woont te Koudekerk (1657..1674), tr. 1o voor 1665 Stefje Pietersdr Stoopenburch, ovl. vóór 1674, wellicht dr. van Pieter Cornelisz Stoopenburch en Trijntje Joppendr te Hazerswoude, tr. 2o voor 1677 Aeltje Jacobsdr, obl na 1677.
    Op 3-12-1653 verkoopt Dirck Jansz Vromesteijn, wonende aan de Hoge Rijndijk, aan Jacob Adriaensz van Clevesteijn een erf groot 23½ roe, strekkende voor uit ten westen van de sloot gelegen tussen het schouwpad en deze partij oostwaarts op tot de merkpaal aldaar, ten zuiden Pieter Cornelisz Lelievelt en ten noorden Willem Claesz Keth. Voldaan met een schuldbrief van 256 gulden.
    Vervolg: Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [285]
    Op 11-5-1657 verkoopt Jacob Adriaensz Clevesteijn te Koudekerk aan zijn broer Adriaen Adriaensz Clevesteijn een erf, belend ten oosten Clement Gerritsz Keth, ten westen de sloot gelegen tussen deze partij en het schouwpad, ten zuiden Pieter Cornelisz Lelievelt en ten noorden Willem Claesz Keth. Koopsom 270 gulden. [286]
    Op 17-3-1665 hebben Philips Stoopenburch en Dirck Stoopenburch, oom en neef en tezamen voogden over Dirck Pietersz Stoopenburch, Job Pietersz Stoopenburch, Cornelis Pietersz Stoopenburch, Maritje Pietersdr Stoopenburch en Jannetje Pietersdr Stoopenburch, ter ene en Jacob Ariensz Clevesteijn, gehuwd met Stefje Pietersdr Stoopenburch, ter andere zijde, gemeen in de Gemenewegse polder 9 rijnlandse morgen 4 hond 66 roeden land, belend ten oosten Matheus Cornelisz Poelwijck en de kinderen van Jan Dircksz van der Hidde, ten zuiden de Dwarswetering, ten westen de weduwe van Simon Stoopenburch en ten noorden de Rijn en nog 16 hond 50 roeden land, belend ten oosten Lourens Dircksz van Tol, ten zuiden Dirck Cornelisz van Leeuwen, ten westen Joris Claesz Oosterling en ten noorden de Dwarswetering. Zij gaan delen. De minderjarige en ongehuwde kinderen ontvangen 9 morgen 4 hond 65 roeden land en Jacob Ariensz Clevesteijn ontvangt de 16 hond 50 roeden land. De laatste moet 75 gulden toegeven. [287]
    Op 16-5-1667 verkoopt Jacob Ariensz Clevesteijn, wonende te Koudekerk, aan Dirck Cornelisz van Leeuwen 16 hond 50 roeden land in de Delffpolder, belend ten oosten Louris Dircksz van Tol, ten zuiden de koper, ten westen Joris Claesz Oosterling en ten noorden de Dwarswetering. Koopsom 1.766 gulden 13 stuivers 6 penningen contant boven 15 gulden speldegeld alsmede een rentebrief van 883 gulden 6 stuivers 11 penningen.
    Vervolg: Bovengenoemde rentebrief met hypotheek op het gekochte. [288]
    Op 22-2-1674 verkoopt Jacob Ariensz Clevesteijn, gehuwd geweest met Stefje Pietersdr van Stoopenburch, aan de nagelaten weeskinderen van Dirck Simonsz Stoopenburch en Annetje Ariensdr van Vliet 1/10 in 1/5 deel van het bovengenoemde onroerend goed 910 morgen land in de Gemwewegse polder), hem aangekomen bij erfenis van zijn zwager Dirck Pietersz Stoopenburch. Koopsom 235 gulden. [289]
    Op 12-3-1675 is Jacob Ariensz Clevesteijn, wonende te Koudekerk, 220 gulden schuldig aan zijn nicht Erckje Pietersdr Clevesteijn wegens cassatie van een obligatie en verloop van dien of geleende penningen, met waarborg l/3 deel van 3 morgen land in de Rijnenburger polder, belend ten oosten Reijnout Michielsz, ten zuiden juffrouw Hoogeveen, ten westen Jacob Dircksz Keth en ten noorden de Rijndijk. [290]
    Op 4-6-1677 verkopen Job Pietersz Stoopenburgh, Aeltje Jacobsdr, weduwe van Jacob Ariensz Clevesteijn, die eerder getrouwd is geweest met Stefgen Pietersdr Stoopenburgh, elk voor l/3 en Job Pietersz Stoopenburgh en Cornelis Pietersz Stoopenburgh, Hendrick Jansz van de Woesteijne, gehuwd met Jannetgen Pietersdr Stoopenburgh en zich sterk makende voor Pieter Jacobsz Clevesteijn, nagelaten weeskind van Jacob Ariensz Clevesteijn bij Stefgen Pietersz Stoopenburgh, tezamen erfgenamen van Maritje Pietersdr Stoopenburgh en in die kwaliteit voor het resterende derde deel, aan Philip Corsz Duijnmeijer, tegenwoordig wonende te Koudekerk, een partij land in de Rijnenburger polder, belend ten oosten Reijnout Michielsz van Arckel, ten zuiden juffrouw Hoogeveen, ten westen Jacob Dircksz Keth en ten noorden de Rijndijk, belast met 4 gulden per jaar ten behoeve van de ambachtsheer van Hazerswoude. Koopsom 1.145 gulden, waarvan 572 gulden 10 stuivers contant en 572 gulden 10 stuivers met een rentebrief.
    Vervolg: Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [291]
      Uit zijn eerste huwelijk (Clevesteijn-Stoopenburgh):
    • 1. Pieter Jacobsz Clevesteijn, ovl. na 1677.
  • d. Aeltge Adriaens Clevesteyn, betaalt ƒ 1,-- Familiegeld als bouman (!) te Koudekerk (1674).

7008. CORNELIS CORNELISZ WITTEBOL (alias CLEYN NEES), geb. vóór ca. 1565[292], ovl. 1647-1649, veenman (1598), woont op de Voorweg te Hazerswoude (1593), te Waddinxveen (1597), koopt en verkoopt land te Hazerswoude (1591-1613), belender aan de Voorweg (1598), Bovenweg (1591..1617), Binnenweg (1593..1647), in 1647 in het Westeinde, in 1658 de erfgenamen van Cornelis Cornelisz Wittebol Buitenweg (1593..1646) in 1595 met een vogelkooi, in 1639 omtrent de Westbrug, op het Dorp in het Westeinde (1619), te Hazerswoude (1590..1647), maakt zich sterk voor Matheus Fransz, brouwer in de Laars te Delft (1592), is borg voor Machtelt Cornelisdr, weduwe van Pons Gerritsz (1598), tr. 2o 1618-1622 GRIETGEN MAERTENSDR, ovl. na 1649 (verm. voor 1659),[293] tr. 1o voor 1591

7009. ANNA PONSDR, geb. vóór ca. 1570, ovl. Hazerswoude voor 16-4-1618,[294]

Op 9-5-1591 verkoopt Dirck Adriaensz aan Cornelis Cornelisz Wittebol een huis en erf gelegen boven weg, belend ten oosten Maritje Jacob Houweling en Cornelis Hendricksz weduwe, ten westen Dirck Adriaensz en Cornelis Cornelisz zelf, ten noorden de Achterweg en ten zuiden Dirck Adriaensz zelf, belast met 6 gulden ten behoeve van Dirck Adriaensz, 4½ gulden en 6 gulden en 3 gulden erfpacht ten behoeve van de heer van Cruijningen, waarvan de verkoper 30 stuivers draagt, de koper 15, Dirck Pietersz 7½ stuivers en Gerrit Sijmonsz 7½ stuivers, betaald met een rente- en een schuldbrief.
Vervolg a. 9-5-1591: Cornelis Cornelisz Wittebol alias Cleijn Nees is schuldig aan zijn zwager Dirck Adriaen Reyersz 192 gulden met hypotheek op het gekochte.
Vervolg b 9-5-1591: Dezelfde is schuldig aan dezelfde 6 gulden per jaar met hypotheek op het gekochte. [295]
Op 8-9-1591 verkoopt Cornelis Ponszn met Jan Gerritszn en Willem Gerritszn, zijn omen en bloedvoogden, aan Cornelis Corneliszn Wittebol, hun zwager, de helft van 10 hond land gelegen buiten weg, belend oost Machtelt Cornelisdr, wed. van Pons Gerritszn, de voorsz. Cornelis Ponszn moeder, west Cornelis Dirckszn Roos, zuid Bastiaen Thijszn en noord de Voorweg daarvan de andere helft aan de koper als gehuwd met Anna Ponsdr toekomt. Cornelis Corneliszn voorsz. verkoopt Gerrit Ponszn zijn zwager de gehele 10 hond land, waarvoor hij een custingbrief passeert. [296]

Op 8-9-1591 is Gerrit Ponszn met Jan Gerritszn en Willem Gerritszn zijn omen en gekoren voogden schuldig aan Cornelis Corneliszn Wittebol zijn zwager 304 Kar. gld. met hypotheek op het gekochte. [297]
Op 24-5-1592 verkoopt Johan van der Meer, baljuw van Hazerswoude, met procuratie van Mattheus Fransz van der Houve, brouwer te Delft, aan Cornelis Cornelisz Wittebol 2 huizen en erven gelegen buiten weg, belend ten oosten Adriaen Claesz molenaar en ten westen Lijsbeth Jansdr, weduwe van Eeuwout Willemsz en de erfgenamen van Cornelis Jansz Buijtewech, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de nieuwe vaart toe, belast met 5 gulden 10 stuivers per jaar ten behoeve van IJsbrant Sterck deurwaarder, 6 gulden per jaar ten behoeve van Jacob Sijmonsz, onder overhandiging van de oude brief d.d. 27-04-1591 waarbij Gerrit Sijmonsz het voorsz. land aan Mattheus had verkocht, voldaan met een schuldbrief van 900 gulden.
Vervolg a. 24-5-1592. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [298]
Op 26-4-1593 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol anders gezegd Cleijn Nees aan Adriaen Cornelisz een huis en erf gelegen buiten weg, belend ten oosten Adriaen Claesz molenaer, ten westen de verkoper met zijn huis en erf, ten zuiden de Heerweg en ten noorden de verkoper. Cornelis vrijwaart de koper van alle custingpenningen en rente als hij nog schuldig is wegens de koop van twee huizen en erven van Matheus Fransz, brouwer te Delft, voldaan met een schuldbrief van 500 gulden.
Vervolg a. 26-04-1593: Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [299]
Op 26-4-1593 verkoopt Dirck Pietersz Cabouter aan Cornelis Cornelisz Wittebol, wonende aan de Voorweg, 13 hond land of slagturfakkers gelegen boven weg in de woning van Garbrant Jansz, belend ten oosten Jan Cornelisz Wittebol en Jan Aemsz, ten westen de weeskinderen van Pieter Jansz en jonge Jan Craen met een turfschuur, ten noorden jonge Jan Jan Ponsz en Jan Cornelisz Wittebol en ten zuiden de landscheiding, voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 26-4-1593. Volgt schuldbrief van 150 gulden met hypotheek op het gekochte. [300]
Op 6-2-1594 is Jan Jacobsz Ket schuldig aan Cornelis Cornelisz Wittebol alias Cleijn Nees 228 gulden wegens koop van een huis en erf met 3 hond land, dat Cornelis verkocht had van Claes Cornelisz en door Jan genaast gelegen boven weg, belend ten oosten Maritje, weduwe van Jan Jaepen, Cornelis Adriaensz en Maritje Hugendr, weduwe van Cornelis Hendricksz, ten westen de schuldeiser en Dirck Adriaensz, ten zuiden Dirck Adriaensz voorsz. en ten noorden de Achterweg.
Vervolg a. 6-2-1594: Volgt de overdracht. [301]
Op 20-3-1594 verkoopt Cornelis Rippertsz, timmerman, aan Cornelis Cornelisz Wittebol alias Cleijn Nees een huis en erf met schuur gelegen buiten weg, belend ten oosten Adriaen Jacobsz Craen, ten westen Cornelis Toenisz Ruijter, ten noorden de nieuwe vaart en ten zuiden de Voorweg, groot 2½ hond, zoals hem aangekomen is van Dirck Willemsz, timmerman, volgens de brieven, waarvan de laatste is van 31-1-1588 en twee oude brieven mentionerende van 15 stuivers op rente waarmede het goed is belast alsmede het transport ten behoeve van Jacob Cornelisz Craen verleden op 10-12-1581, voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 20-3-1594: Volgt schuldbrief van 800 gulden met hypotheek op het gekochte. [302]
Op 1-5-1594 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol alias Cleijn Nees aan Jacob Sijmonsz een huis en erf gelegen buiten weg, belend ten oosten Adriaen Cornelisz lindewever, Bastiaen Cornelisz en Crijntje Claesdr, ten westen Lijsbeth Jansdr en Cornelis Dircksz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart, belast met 5½ gulden per jaar die IJsbrant Sterck deurwaarder ontvangt als rentmeester en 6 gulden ten behoeve van de koper. De verkoper indempneert de koper van de custingpenningen die hij nog schuldig is aan Mattheus Fransz van der Houve, brouwer te Delft.
Vervolg a. 1-5-1594. Volgt schuldbrief van 355 gulden met hypotheek op het gekochte. Afgelost 18-11-1595. [303]
Op 2-1-1595 is Cornelis Cornelisz Wittebol schuldig aan zijn zwager Daem Jacobsz, man en voogd van Lijsbeth Ponsdr, 153 gulden met hypotheek op 2 morgen 2 1/2 hond land gelegen buiten weg, welke hij van zijn zwagers Daem Jacobsz en Gerrit Ponsz gekocht heeft en zoals de penningen uit de helft van de koop spruitende zijn, belend ten oosten Adriaen Cornelisz 't Jeuter, ten westen Crijn Adriaensz backer, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden Cornelis Claesz brouwertgen.
Vervolg 2-1-1595. Volgt de overdracht door Cornelis Cornelisz Wittebol, nu anders genaamd Cleijn Nees. [304]
Op 27-2-1595 verkoopt Cornelis Cornelisz alias Cleijn Nees met zijn vader Cornelis Dircksz Wittebol met consent van zijn vader aan Margriet Bruijnendr, weduwe van Inge Leendertsz, de helft van 9½ hond land gelegen binnen weg, belend ten oosten de koopster met land achter haar woning, ten noorden de koopster met de andere helft, ten zuiden de Achterweg en ten westen Dirck Hendrick Ruttenz, Cornelis Cornelisz Adelborst en Jacob Leendertsz Roos, voldaan met een obligatie. [305]
Op 28-3-1595 verkoopt Leendert Crijnenz aan Cornelis Cornelisz Wittebol alias Cleijn Nees en Cornelis Tonisz Ruijter 3 morgen land met turfschuur zoals hij van Jan van der Meer heeft gekocht volgens de brief van 03-7-1594, belend ten oosten Claes Jansz en Clement Claesz en ten westen Dirck Adriaen Reijersz, strekkende van de Achterweg zuidwaarts tot de Snijdelwijckse ka toe. Voldaan met een schuldbrief van 900 gulden.
Vervolg a. 28-3-1595. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte, hetwelk nog is belast met 495 gulden ten behoeve van Jan van der Meer. De schuldbrief wordt overgedragen aan Jan van der Meer totdat deze is afbetaald. [306]
Op 24-10-1597 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol anders genaamd Cleijn Nees, aan Johan van der Meer, baljuw en schout van Hazerswoude, een bezegelde schuldbrief d.d. 26-4-1593 ten laste van Adriaen Cornelisz, linnenwever te Naaldwijk. [307]
Op 18-12-1597 is Cornelis Cornelisz alias Cleijn Nees schuldig aan Roelof Adriaensz, secretaris van Hazerswoude, 108 gulden wegens verschoten penningen, zo van de afkoop van de erfpacht als lastgeld met hypotheek op 14½ hond land gelegen buiten weg, belend ten oosten Adriaen Cornelisz, ten westen Gerrit en Trijn Adriaen backers, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden niet ingevuld; 12½ hond turf- en houtland gelegen boven weg, belend ten oosten de kinderen van Aem Jansz en zijn broer Jan Cornelisz, ten westen jonge Jan Cornelisz Craen, ten noorden jonge Jan Ponsz en ten zuiden de landscheiding, nog zijn huis en erf, belend ten oosten Cornelis Cornelisz Buijtewech, ten westen Cornelis Toenisz Ruter, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart, belast met 29 gulden ten behoeve van Jan Sijmonsz, stoeldraaier in den Haag, het huis met 300 gulden ten behoeve van Cornelis Rippertsz. Roelof heeft hem nog verschoten 120 gulden in handen van Johan van der Meer. Borg zijn vader Cornelis Dircksz Wittebol, die aan Roelof Adriaensz overgedragen heeft een obligatie op zijn zoon Jan Cornelisz houdende boven de 700 gulden welke daarop betaald zijn nog 900 gulden, volgens de obligatie van 1-11-1592. [308]
Op 23-3-1598 is Cornelis Cornelisz alias Cleijn Nees schuldig aan zijn moei Lijsbeth Jansdr(¥), weduwe van Eeuwout Willemsz, wegens gehaald brood en andere waren 100 gulden met hypotheek op zijn huis en erf gelegen buiten weg, belend ten oosten Cornelis Cornelisz Buijtewech, ten westen Cornelis Toenisz Ruijter, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart. [309]

COMMENTAAR(¥) Mogelijk een tante van zijn moederskant?
Op 5-4-1598 bekende Cornelis Cornelisz alias Cleyn Nees schuldig te zijn aan Jan van der Meer, schout van Hazerswoude, 7 termijnen van 90 gulden volgens de brief van 28-3-1595 bezet op slagturfland en zal dit land niet slagturven aleer de termijnen zijn voldaan en heeft daarvoor nog verbonden zijn huis en erf, belend ten oosten Cornelis Cornelisz Buijtewech, ten westen Cornelis Toenisz Ruyter, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart. [310]
Akte d.d. 13-11-1600. Op 14-1-1600 heeft Jan Jacobsz Ket, bode van Hazerswoude, ter instantie van Jan van der Meer in zijn privé naam als actie en transport hebbende van Cornelis Cornelisz Wittebol in arrest genomen ..........., belend ten oosten Bastiaen Cornelisz cuper met zijn vrouws zuster, ten westen en noorden Jacob Sijmonsz en ten zuiden de Voorweg, laatst toebehoord hebbende Adriaen Cornelisz, linnenwever te Naaldwijk, om daaraan te verhalen 36 gulden volgens de schuldbrief op het huis en erf groot 180 gulden ten behoeve van Jan van der Meer. [311]
Op 13-2-1612 verkopen Adriaentje Jansdr, weduwe van Cornelis Jacob Doesz met haar vader Jan Joostenz als haar gekoren voogd en Jacob Doesz met ..........., aan Cornelis Cornelisz Wittebol een stuk land met turfschuur, zijnde het noordeinde van een kamp land, te verongelden in het geheel voor 8 hond, gelegen buitenweg, strekkende uit het noorden van de nieuwe vaart zuidwaarts tot de tweede dwarssloot toe daar het zuidwesteinde van het voorsz. perceel nu gekocht is door Sijmon Meesz voorsz., belend ten oosten de weduwe en kinderen van Cornelis Jacob Doesz en ten westen Jacob Cornelisz. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 13-2-1612. Volgt schuldbrief van 600 gulden ten behoeve van Gillis Thijmansz, korenkoper te Leiden als actie hebbende van de weduwe en de voogden van de vier nagelaten weeskinderen van Cornelis Jacob Doesz met hypotheek door Cornelis Cornelisz Wittebol op het gekochte land en op zijn huis en erf gelegen buitenweg, belend ten noorden de nieuwe vaart, ten oosten Andries Gerritsz, ten zuiden de Voorweg en ten westen Cornelis Toenisz Ruijter en door zijn borg Adriaen Jansz Moij op een derde gedeelte van een huis en erf gelegen buitenweg, waarvan twee derde delen toekomen aan Claes Boeijenz, belend in zijn geheel ten noorden de nieuwe vaart, ten oosten Sijmon Cornelisz, ten [312]
Op 29-4-1613 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol aan zijn zoon Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Pietersz 14½ hond land eensdeels geheel en eensdeels gebroken gelegen buitenweg, belend ten oosten Pouwels Woutersz, ten zuiden de nieuwe vaart, ten westen Sijmon Cornelisz en Florisz Cornelisz en ten noorden dezelfden, voldaan met een schuldbrief. [313]
In vervolg hierop verklaren op 29-4-1613 Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Pietersz, zwagers, schuldig te zijn 425 gulden met hypotheek op het gekochte. Borg Pieter Adriaensz voor respectievelijk zijn zwager en zijn zoon. [314]
Op 2-12-1616 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol aan Jan Cornelis Willemsz 13 hond slagturfland of water gelegen bovenweg, belend ten noorden Jacob Dirck Florisz, ten oosten Willem Adriaensz Boer en Adriaen Cornelis Pieter Corsz, ten zuiden de landscheiding en Adriaen Jacob Woutersz en ten westen Pieter Leendertsz c.s. Koopsom 150 gulden. [315]
Op 2-1-1617 verkoopt Cornelis Cornelisz (Cleijn Nees doorgehaald) Wittebol aan Jan Cornelisz Soontgen 5 hond 25 roe land of water en een turfschuur, gelegen bovenweg, belend ten oosten Joost Dircksz en de koper zelf, ten zuiden Cornelis Hugenz coman of zijn kinderen, ten westen de weduwe van Dirck Pietersz Cabouter en ten noorden de Achterwegse wetering, onder overhandiging van de oude brieven. Koopsom 120 gulden. De koper draagt het goed op aan Adriaen Gerritsz Schoutlenen. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 3-1-1617. Volgt schuldbrief van 169 gulden met hypotheek op het gekochte. [316]
Op 20-10-1617 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol aan aan Huijch Cornelisz comen een perceel land of water met daarop een turfschuur, zijnde het noordwaartse eind van een kamp land van 8 hond en waarvan deze partij groot is 4½ hond gelegen buitenweg in het Westeind, belend en belast volgens de oude brief van 13-2-1612. Verkoper vrijwaart de koper van 3 x 75 gulden 13 stuivers aan custingpenningen die hij wegens de voorgaande koop nog verschuldigd is. Voldaan met een schuldbrief van 700 gulden.
Vervolg a. 20-10-1617. Volgt schuldbrief van 700 gulden met hypotheek op het gekochte. Afgelost 10-6-1624. [317]
Op 3-4-1618 is Cornelis Cornelisz Wittebol alias Cleijn Nees schuldig aan Claes Jansz en Martijn Jacob Vasz, Heilige Geestmeesters van Hazerswoude, een rente van 6 gulden 5 stuivers per jaar met hypotheek op zijn huis en erf gelegen buitenweg, belend ten oosten Aris Gerritsz, ten zuiden de Voorweg, ten westen Cornelis Tuenisz Ruijter en ten noorden de Voorweg. [318]
Op 12-5-1619 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol alias Cleijn Nees aan de Heilige Geestarmen van Hazerswoude een schuldbrief d.d. 20-10-1617 houdende boven de 200 gulden welke daarop zijn afgelost een bedrag van 500 gulden ten laste van Huijch Cornelisz comen, met waarborg een huis en erf gelegen in het Westeinde van het Dorp, belend ten noorden de Nieuwe vaart, ten oosten Adriaen Gerritsz, ten zuiden de Voorweg en ten westen Cornelis Toenisz Ruijter. Voldaan met contant geld. [319]
Op 1-6-1620 verkoopt (...onleesbaar...) aan Cornelis Cornelisz Wittebol 1 hond land gelegen Buitenweg, belend ten oosten en zuiden de verkoper, ten westen Leendert Adriaensz Preuijt en ten noorden Cornelis Hugenz Comen. Voldaan met een obligatie van 145 gulden. [320]
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Te Hazerswoude : Cornelis Cornsz en Grietgen Maertensdr, sijn huijsvrouwe. Kinderen: Jan, Maerten, Lijsbet. 5 hoofden.
Op 2-4-1628 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol aan Jan Cornelisz Wittebol 1/3 van 7 hond slagturfland of water gelegen Binnenweg, belend ten oosten Geleijn Adriaensz, ten westen en noorden Louris Jansz Smetser en ten zuiden de Achterweg. Koopsom 60 gulden. [321]
Op 5-7-1649 verkopen Grietje Maertensdr, weduwe van Cornelis Cornelisz Wittebol, Jan Cornelisz Wittebol, Jacob Jacobsz Rijsdam, gehuwd met Maritje Cornelis Wittebol, Willem Gerritsz Schout, gehuwd met Joosje Cornelisdr Wittebol, Cornelis Jansz Vonck, Joseph Jansz Vonck, Jan Cornelisz Wittebol en Jacob Jacobsz Rijsdam als ooms en voogden over Pieter Jansz Vonck en Emmerentia Jansdr Vonck, geprocureerd bij Neeltje Cornelisdr Wittebol, Cornelis Jansz Goethart, weduwnaar van Judith Jansdr voor zichzelf en als vader en voogd van Maritje Cornelisdr bij Judith Jansdr, Mouring Sijmonsz Hoochbrugge, gehuwd met Lijsbeth Cornelisdr Wittebol, Maerten Cornelisz Wittebol en jonge Jan Cornelisz Wittebol, allen kinderen en kleinkinderen van Cornelis Cornelisz Wittebol, aan Jan Claesz Soontgen een huis en erf met schuur en berg in het Westeinde, belend ten oosten Aris Gerritsz Keijser, ten westen Cornelis Pietersz, scheepmaker, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de Nieuwe vaart, belast met 100 gulden ten behoeve van de Heilige Geest armen, 100 gulden ten behoeve van Pieter Fransz, klompmaker en 100 gulden ten behoeve van Leendert Leendertsz Smetser. Voldaan met een schuldbrief van 1.645 gulden.
Vervolg 5-7-1649. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Cornelis Pietersz, scheepmaker. [322]
Op 5-7-1649 verkopen dezelfden aan Leendert Cornelisz Craen 2½ hond slagturfland of water gelegen Buitenweg, belend ten oosten en ten zuiden Gerrit Cornelisz Buijtewech, ten westen Jan Claesz Soontgen, Pieter Corsz en Adriaen Hendricksz en ten noorden Jacob Cornelisz Comen. Voldaan met een schuldbrief van 190 gulden.
Vervolg a. 5-7-1649. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. Borg Cornelis Leendertsz van Tol. [323]
Op 22-9-1659 verkopen Maerten Cornelisz Wittebol en Jan Cornelisz Wittebol, Mouring Sijmonsz Hoochbrugge, gehuwd met Lijsbeth Cornelisdr Wittebol, elk voor zichzelf en de voornoemde Hoochbrugge vervangende Maertje Cornelisdr Wittebol, Willem Gerritsz Outshoorn, gehuwd met Joosje Cornelisdr Wittebol, Trijntje Pietersdr, weduwe van Jan Cornelisz Wittebol, Joseph Johannesz, timmerman voor zichzelf en vervangende zijn absente broer en zusters, kinderen van Neeltje Cornelisdr Wittebol, allen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van Cornelis Cornelisz Wittebol en Grietje Maertensdr, aan Dirck Jansz Verburch een partij slagturfland of water gelegen Binnenweg, belend ten oosten Cornelis Florisz, ten zuiden Cornelis Jansz Backer, ten westen Willem Cornelisz Hoogeveen, Teunis Jansz van Kempen en Leendert Cornelisz Craen en ten noorden Adriaen Cornelisz Hoochbrugge. Koopsom 80 gulden. [324]

7010. PIETER ADRIAENSZ (CORDT?), ovl. na 1617, is borg voor zijn zoon Adriaen Pietersz en zijn zwager (hier te lezen als schoonzoon) Jan Cornelisz Wittebol (1613, 1617).

Op 29-4-1613 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol aan zijn zoon Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Pietersz 14½ hond land eensdeels geheel en eensdeels gebroken gelegen buitenweg, belend ten oosten Pouwels Woutersz, ten zuiden de nieuwe vaart, ten westen Sijmon Cornelisz en Florisz Cornelisz en ten noorden dezelfden, voldaan met een schuldbrief. [338]
In vervolg hierop verklaren op 29-4-1613 Jan Cornelisz Wittebol en Adriaen Pietersz, zwagers, schuldig te zijn 425 gulden met hypotheek op het gekochte. Borg Pieter Adriaensz voor respectievelijk zijn zwager en zijn zoon. [339]
Op 11-4-1617 verkoopt Pieter Adriaensz aan zijn zwager (=schoonzoon) Jan Cornelisz Wittebol een huis en erf gelegen binnenweg, belend ten noorden Sijmon Meesz, ten oosten de Westvaartskant, ten zuiden de verkoper en ten westen de kinderen van Aernt Gerritsz. Koopsom 150 gulden. De koper heeft het huis en erf doorverkocht aan Jacob Dircksz Cluijt en is voldaan met een partij slagturfland in Hoogeveen, hetwelk Jacob aldaar zal beschrijven. [340]
Op 11-4-1617 verkoopt Claes Adriaen Hugenz aan Jan Cornelisz Wittebol 1 morgen weiland zoals de verkoper op 9-3-1616 met opdrachtbrief van Aelwijn Pietersz verkregen had, belend en belast volgens de brief. Voldaan met een custing van 240 gulden.
Vervolg a. 11-4-1617. Jan Cornelisz Wittebol als principaal schuldenaar en Pieter Adriaensz, zijn borg, indempneren de voorsz. verkoop voor 240 gulden als Claes Adriaen Hugenz pro resto nog schuldig was vanwege de voorsz. koop van Aelwijn Pietersz volgens de oude brief, welke Jan zal betalen. [341]
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Te Hazerswoude : Pieter Adriaensz Loot en Grietgen Woutersdr met Adriaen, Claes ende Maritgen hun kinderen, 5 hoofden.

COMMENTAAR(¥) Zou het Cordt of Loot zijn?

7016. CORS JACOBSZ HOUWELING, geb. vóór ca. 1565, ovl. vóór 1622, tr. vóór ca. 1590

7017. JANNETGEN SIJMONSDR, ovl. na 1622, woont in 1622 bij haar zoon Cornelis Corsz aan de Achterwech te Hazerswoude.

7018. JAN GERRITS VAN GENEUCHTEN, ovl. vóór 1-4-1618,[342] woont op de Achterweg te Hazerswoude (1617), tr. vóór ca. 1600

7019. ANNA JANSDR, ovl. 1624-1643,[343] als wed. van Jan van de Geneuchten vermeld in de transportregisters van Hazerswoude (1-5-1643).

Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Te Hazerswoude aan de Achterwech: Anna Jansdr, wed. van Jan Gerritsz met Claes, Pieter, Dirck, Neeltgen hare kinders, 5 hoofden.

7020. PIETER GOVERTS HIJSELENDOORN, beg. Hazerswoude 26-12-1627,[344] tr. vóór ca. 1595

7021. CLAESJE CLAESDR, beg. Hazerswoude 17-2-1648[345] (ontvangst wegens begraven diaconie 18-2-1648).

Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Te Hazerswoude: Pieter Govertsz ende Claesgen Claesdr met Cors, Jacob, Anna ende Machtelt heure kinderen, 6 hoofden.

7022. DIRCK ARIENS JANSE, geb. ca. 1560, beg. Hazerswoude 22-7-1625,[347] tr. 2o vóór ca. 1605[348] MAERTGEN CORNELISDR, geb. ca. 1560, ovl. na 1623, tr. 1o voor 1595[349]

7023. AELTJE FLOREN, ovl. vóór 22-11-1595, beg. Hazerswoude,[350]

Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Hazerswoude : Den Bent : Dirck Adriaensz met zijn ongehuwde kinderen 30 £, comt 60 gl.
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Op den Bent te Hazerswoude : Dirck Arien Jansz ende Maritgen Cornelisdr met Cornelis heur kint en Aeltgen Jacob Wouterszdr haer dienstmaecht, 4 hoofden.

7046. CORNELIS NN, alleen bekend uit het patroniem van zijn dochter:

7080. LAMBRECHT FRANSZ SNOE(C)K, geb. Gorinchem voor 1540, ovl. vóór 22-3-1623 (1614-1625), woonde aanvankelijk te Gorinchem, later te Sleeuwijk, tr. 1o voor 1567[354] [355] [356] GEERTGEN ADRIAENS, ovl. 1567-1577, tr. 2o Gorinchem 21-1-1590[357] [358] [359]

7081. LIJSKE JANSDR, geb. Spijk ca. 1570, ovl. Arkel voor 1621.

In 1567 verkopen Lambert Fransz Snoeck en zijn vrouw Geertgen Adriaens land te Rietveld. [360]


COMMENTAAR(¥) Wie is Jacob Snoeck, afkomstig uit Gorkum, varend als gemeen soldaat op het schip Tortelduijf behorend bij het regiment Van den Brande, die sneuvelt op 19-2-1649 in de strijd bij Guarapes in Brazilie tegen de Portugezen? [361]

7084. ARIEN MELISZ VERSCHOOR, geb. ca. 1570, ovl. vóór 9-4-1632, eigenaar van land te Sleeuwijk en Uppel, collecteur van de verpondingen te Sleeuwijk (1604-1607), secretaris van Sleeuwijk (1617/18),[369] tr.[370]

7085. MAIJKEN CORSTENDR, geb. ca. 1580, ovl. na 1631.

7326. HENRICK MEIJNSEN, ovl. vóór 1660? tr. vóór ca. 1635

7327. EVERTGEN BRANTS, ovl. vóór 1660?

Op 29-3-1660 verkopen Henrick Bossch en zijn vrouw Mechteltgen Henricx, borgers, Willem Henricksen, de broeder van Mechtelgen Henricx, en de kinderen van Gerritgen Henricx, allen erfgenamen van Henrick Meijnsen en zijn vrouw Evertgen Brants, aan Maes Cornelisen als enige erfgenamen van Cornelis Maesen en zijn vrouw Claesgen Martens, een huis, hof en hofstede, gelegen op Bloemendal met het hofken daarachter met planken afgevreet (omheind) belend aan de ene zijde: Henrick Meijnsen, maar nu Gerritgen Cornelis, cremster, aan de andere zijde: de weduwe van Rijck Heijmansen. [371]

7232. HENDRICK GERRITSZN. VAN CRAEIJENKAMP, geb. Barneveld ca. 1572, landbouwer. tr. Amersfoort geref. 30-6-1603

7233. WILLEMPJE JANSDR, j.d. van Amersfoort.

7292. WILLEM REIJERSZ, tr. vóór 1612[372]

7293. HAESGEN NN.

7294. CORNELIS EVERTSZ.

7376. JAN AELBERTS VAN BEMMEL, geb. Wijk 1566, ovl. Wijk bij Duurstede juli 1653, cameraar, raad en kerkmeester te Wijk bij Duurstede,[374] tr. 2o Wijk bij Duurstede geref. 2-2-1617[375] HENDRICKGIEN HERMANS VAN BEMMEL, geb. Wijk bij Duurstede, tr. 1o vóór ca. 1600[376]

7377. NEELTJE GOOSEN VAN SETTENDR (DETTEN?), ovl. 1615-1617, die voorkomt in het testament van Jfr. Anna van Zetten, huisvrouw van Evert van Netelroij (1591).

Neeltje Gosen van Settensdr, huisvrouw van Jan Aelbertsz van Bemmel testeert 6-8-1615 te Wijk bij Duurstede[377] waaruit blijkt dat het echtpaar slechts drie kinderen had, namelijk Aelbert, Gosen en Jan. Rutger is dus zeker geen zoon van dit echtpaar geweest.[378]

7376. GERRIT GERRITSZ VAN GOOR (SCHOUTEN), geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1623, als Gerrijt Schouten, afkomstig van Deventer, burger van Amersfoort op 1-9-1606, vermeld als geref. lidmaat te Amersfoort 1621, otr. Amersfoort (gerecht) 15(13)-8-1606 (hij als Gerrit Schouten van Deventer, zij als Hilletje Fransdr, zuster van Jan Fransz)

7377. HILLETGEN FRANSDR, ovl. na 1623, als h.v. van Gerrit Geritsz van Goor geref. lidmaat te Amersfoort op belijdenis 5-7-1623 in de Langestraat tegenover de Groote Kerck.

7384. PEEL MAESSEN BEECKMAN, geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1621, wordt als Peel Maesz Beeckman, afkomstig van Nijkerk, burger van Amersfoort op verzoek 18-1-1609, treedt op als getuige in een akte (1615), rameacker (1615), otr./tr. Amersfoort geref. 2/10-4-1608

7385. GRIETGEN (MARGRIETA) PEELENDR, ovl. na 1621.

Op 1-3-1610 verkopen Peel Maes en Margrieta Pelen, zijn vrouw, een huis, hof en hofstede op de Kamp, strekkend tot achter aan de schuur van Dirck Meijnsz. belend 1. de straat aan de Stadswal 2. een stenen poort Opme. Op last van 600 gulden aan Gerritgen Jacobs; 200 gulden aan Lubbert Gerritsz. [415]
Op 20-5-1618 verkopen Peel Maesz en zijn vrouw Grietgen Peelen, aan Bruenis Peelen huis, hof en hofstede op de Kamp met schuur, berg en uitgang op de Sint Jansstraat belend 1. Cornelis Aertsz Moij, of die daarna het recht heeft verkregen, 2. Jacob Evertsz, brouwer. [416]
Op 20-5-1618 verkopen Willem Peelen en zijn vrouw Arisgen Wouters aan Peel Maesz en zijn vrouw Grietgen Peelen, een huis, hof en hofstede op de Kamp met een uitgang in de Sint Jansstraat, belend 1. Rijck Willemsz, 2. Gerrit Cornelisz. Opm: Last van 325 gulden hoofdsom, tegenwoordig het eigendom van Aert Aertsz Trichtenaer. [417]
Op 29-7-1618 lenen Peel Maesz Beekman en zijn vrouw Grijetgen Peelen van het St. Pietersgasthuis een losrente, hoofdsom 100 gulden, met als onderpand een huis en hofstede op de Kamp belend 1. Rijck Willemsz, Raijmaecker 2. Gerrit Cornelisz. In margine: "Compareerde Frans Jacobsen rentmeester indertijd van St. Pietersgasthuis, hoofdsom plus de rente betaald door Henrick Everts Brut als eigenaar van de hypotheek, geeft toestemming tot cassatie, 26-11-1623. [418]
Op 23-8-1618 lenen Peel Maesz Beekman en zijn vrouw Grijetgen Peelen van het rademakers-, kuipers- en stoelenmakersgilde te Amersfoort 50 gulden hoofdsom, met als onderpand huis en hofstede bij de Kamppoort, belend 1. Rijck Willemsz, 2. Gerrit Cornelisz. [419]
Op 9-12-1618 lenen Peel Maesz Beekman en zijn vrouw Grietgen Peelen van het St. Pietersgasthuis een refelijke losrente 200 gulden hoofdsom, met als onderpand huis, hof en hofstede met een uitgang in de Sint Jansstraat op de Kamp belend 1. Rijck Willemsz, 2. Gerrit Cornelisz. Opm. "voorz. hypotheek is niet meer bezwaard dan met een hoofdsom van 425 gulden". [420]
Op 25-4-1621 verkopen Peel Maes Beeckman en zijn vrouw Grietgen Pelen aan Henrick Evertsz Bout(h) en zijn vrouw Wijntgen Willems (tekent met een merk), een huysinge, hof en hofstede staande aan de Campstraet, met een vrije uitgang in de St. Jansstraet, belend aan de ene zijde: Rijck Willems, ramaecker, aan de andere zijde: Gerrit Cornelisz Het pand is in gebruik bij de verkopers. De kopers betalen 225 Carolus gulden en nemen bij de aanvaarding van dit perceel ook de lasten over van het kapitaal dat er op rust, zijnde 675 gulden en verdeeld als volgt: - 325 gulden ten behoeve van de kinderen van Aert den Trichtenaer; - 200 gulden ten behoeve van het Ste Elisabeths Gasthuys. - 100 gulden ten behoeve van het Ste Peters Gasthuys; - 50 gulden ten behoeve van het Ramaeckers Gilde. Bovendien mogen de kopers de koopsom met 125 gulden verminderen wegens het overnemen van de betaling van 125 gulden aan Geert van Sneul, cameraer van Amersfoort, die resteren uit de verkoop van bomen. Verder mogen de kopers de koopsom met 100 gulden verminderen wegens het overnemen van de betaling van een vordering die Gerrit Henricxs Smit op de verkopers heeft. Verkoop volgens erfkoopsrecht. De verkopers zullen het perceel meteen transporteren. Onder de koop is begrepen dat wat in de huysinge aard- en nagelvast is en het gereedschap behorende tot het ramaeckers ambacht. [421]
Op 26-4-1621 verkopen Peel Maesz Beeckman en zijn vrouw Grijertgen Pelen, aan Hendrick Evertsz Bouth en zijn vrouw Wijntgen Willems een huis, hof en hofstede aan de Kampstraat met een vrije uitgang aan de Sint Jansstraat, belend 1. Rijck Wursz, raaimaker 2. Gerrit Cornelisz. Opm.: Last van 325 gulden hoofdsom competerend de kinderen van Aert de Trichtenaer, nog 200 gulden competerende het St. Elisabeths Gasthuis, nog 100 gulden het St. Pieters Gasthuis, nog 50 gulden het raaimakersgilde. [422]

7388. WILHEM AUGUSTIJNSZ VAN OUDEWATER (CREMER?), geb. vóór ca. 1590, ovl. 1647/48, afkomstig van Amersfoort (1611), treedt op als get. in akten (1613..1643), belender in de Lieve Vrouwestraat (1640), in de Goodschalckstraat (1644), in de Teut (1647, in 1648 zijn erfgenamen), wordt aangewezen als momber over de kinderen van zijn zwager Hendrik van Dael (1619), cruenier (=handelaar in kruiden) en borger van Amersfoort (1624), vermeld als ouderling en lidmaat van de Remonstrantse Gemeente te Amersfoort in de lijst van 24-9-1643, wiens erfgenamen belender zijn in de Langestraat (1680), en buiten de Kamppoort (1664), op de Kortegracht (1667), aan de Hof (1651), regent in de Broederschap der Lieve Vrouwe Capelle te Amersfoort (benoemd 1634),[427] raad van Amersfoort, rentmeester van het Spinhuis (1641), oud-raad (1642), otr./tr. Amersfoort geref. 12/20-1-1611

7389. ELSGEN VAN DAELL, geb. vóór ca. 1590, ovl. 1669-1681, afkomstig van Amersfoort (1611), vermeld als particulier en lidmaat van de Remonstrantse Gemeente te Amersfoort in de lijst van 24-9-1643, ontvangt als weduwe van Willem Augustijns van Oudewater 3 gulden per jaar uit een berg en schuur met het afdak om deze berg, een hofje daarachter, in de Walikerstraat (1652),[428] borgerse en inwoonster van Amersfoort (1669), maakt een codicil (1660), testeert (1669), bezat een huysinge staande aan de Langestraet, op de hoek van de Vischmerckt (1660), belendster met een schuur bij de Muurhuizen (1664), is hypotheekgever (ƒ 50,--) van een huis op de hoek van de St. Jorisstraat (1660, 1663). Volgens haar testament bestaan er contrefeijtsels van dit echtpaar.

Op 13-2-1639 lenen Michiel Paijs en zijn vrouw Lucretia Carelsdr, van Willem Augustijnssen van Oudewater en zijn vrouw Elsgen van Dael, 225 gulden, met als onderpand voor sooveel het noot sij met advies en gevolge van Henric van Dael en Gerard Willemsen als aangestelde mombers over de onmondige kinderen van Lucretia Carelsdr behouden van haar voor-man Helmich Lubbertsen, 1. hun huis gelegen in de Arnhemsestraat (Slijkstraat), belend aan de ene zijde Jan Helmichsen, aan de andere zijde Johan Cornelissen, 2. hun huis gelegen in de Haegh, belend aan de ene zijde Cornelis Joosten van Utrecht, aan de andere zijde zij komparanten met dezelfde Cornelis Joosten nog onverdeeld, 3. mitsgaders nog de helfte van zeker hun hof gelegen in de Koesteegh gemeen met Alracom Davidtsen. [429]
Op 9-2-1626 verkopen Adriaen van Westrenen en Johan van Dael, schepenen voor de onmondige weeskinderen van Jacob Maesen, Henrick van Dael als vader van zijn kinderen bij Geertgen Maes zaliger, Gijsbert Gijsbertsen van de Karsbergen als man en voogd van Gerritgen Maes, samen erven van zaliger Jannitgen Maes, vrouw van Henrick van Haeckxbergen, aan Willem Augustijnsen van Ouwater, zijn vrouw en hun erven, huis, hof en hofstede in de Teutstraat, belend aan de ene zijde de erfgenamen van Henrick Dircksen van Rijnesteijn, aan de andere zijde Grijetgen Kuijckens. [430]
Op 8-6-1648 transporteren Elsgen van Dael, weduwe van Willem Augustijnsz van Oudewater met Augustijn van Oudewater, haar zoon, erfgenamen van Willem Augustijnsz, voor zichzelf en samen voor hun zonen en dochters, zwagers, broers en zusters, tezamen voor de ene helft, en Gerard Thins, Willem van Schaick en Henrick van Dompselaer, wees-meester als oppervoogden en Wouter van Veen als oom en momber van de onmondige nagelaten kinderen van Jan van Gelder zaliger en Catarina van Oudewater, zijn weduwe, samen voor de andere helft, aan Hessel Breecker, schout, zijn vrouw en hun erven, een hof met een houten huisje, met alle bomen en plantsoen, voor de Sint Andriespoort, nagelaten door Sophia van Oudewater zaliger, en voor de helft bij testament vermaakt aan de onmondige kinderen van voorschreven Jan van Gelder, belend aan de ene zijde: oosten: een gemene watergang of sloot, aan de andere zijde: zuiden: Jan Claesz, vleeshouwer, noorden en westen: de gemene weg. De koopsom is voldaan. Er is een lening van 200 gld. aan zaliger Maria van Hoorn. [431]
Op 27-4-1650 lenen Elbert Jansz, timmerman en burger voor hemzelf en voor Wulphertje Claes- dochter zijn vrouw, van Elsgen van Dael, weduwe en boedelhoudster van Wilhelm Augustijnsz van Oudenwater en haar erven, een losrente 6 gulden per jaar. Hoofdsom obligatie 100 gulden bij Evert Willemsz, timmerman en Marrichjen Jansz in leven echtelieden, nu aan Willem Augustijns erven, met als onderpand 'n huis, hof en hofstede aan de Weverssingel, belend aan de ene zijde Brant Gijsbertsz, aan de andere zijde Reijer Brantsz, zijdewerker, [432]
Op 28-8-1658 schenkt Elsgen van Dael, weduwe van Willem Augustijnse van Oudewater aan de Remonstrautse gemeente in Amersfoort de huizen en plaatsen in de Vijver, waarop het getimmerte staat van 't Predikhuis van die gemeente, alleen door die gemeente te gebruiken. [433]
Op 2-5-1661 verkopen Dirck Andriez, borger en zijn vrouw Elbertgen Remmerts aan Elsgen van Dael, weduwe van zalige Willem Augustijnz van Oudewater, een huis staande in de Langestraat belend aan de ene zijde den acceptant. aan de ander zijde Jan Willemz, cleermaecker Opm.: Belast met 10 st. jaarlijks ter saecke van Maker van de Niebrugh t'eijnde de Crommestraet, losbaer met tien carolus gulden. [434]
OP 17-9-1669 (oude stijl) testeert Elsgen van Daell, borgerse en inwoonster van Amersfoort, wed. van Wilhem Augustijnsz van Oudewater, onder verwijzijng naar een brief van Octroy (Hove van Utrecht) d.d. 7-8-1612.
Zij herroept, alvorens dat zij haar codicil herroept van 2-11-1660 voor Nots. Cornelis van Ingen: - het prelegaat aan haar zoon Gerard van Oudewater, Raad van Amersfoort, waarin hij kreeg toebedeeld het beste bed met toebehoren, servietten, een zilveren bierbeker; - van kracht blijft dat Gerard de contrefeijtsels krijgt van haar en haar man met de lijsten. - zij herroept dat gewin aan hem gedaan en ook de jaarlijkse rente van een kapitaal van 1000 gulden; - en zij herroept het prelegaat aan haar zoon betreffende de huysinge staande aan de Langestraet, op de hoek van de Vischmerckt met de somme van aanneminge. - zij herroept het prelegaat van haar klederen tot haar lijve behorende, aan haar dochters Thoontgen, Jannitgen, Annitgen en Goutgen van Oudewater.
Onverminderd de lijftocht prelegateert zij aan: - haar dochter Thoontgen van Oudewater, resp. haar kinderen samen, 300 gulden; - de kinderen van haar overleden dochter Anna van Oudewater 300 gulden. - haar zoon Gerard van Oudewater 300 gulden; - Wilhem van Raelt, enige zoon van haar overleden dochter Armgert van Oudewater, 300 gulden. - haar dochter Goutgen van Oudewater 200 gulden; - haar zoon Dirck van Oudewater 200 gulden. - de twee zonen (of de langstlevende van hen beiden) van haar overleden zoon Augustijn van Oudewater, 200 gulden.
Deze prelegaten moeten uitgekeerd worden voordat de kinderen van haar overleden dochter Jannitgen van Oudewater, tot Barnevelt in haar boedel mee zullen mogen delen. Zij prelegateert aan de 4 voorkinderen van deze Jannitgen van Oudewater en haar overleden man Maes van Geijn, uit haar boedel samen 500 gulden, alvorens de 3 nakinderen van voornoemde Jannitgen van Oudewater zaliger en Henrick Morren, brouwer tot Barnevelt, haar nagelaten weduwnaar, ter deling in haar nalatenschap mogen komen. Verder is het haar uitdrukkelijke wens dat haar erfgenamen de open staande schulden aan haar van haar overleden dochter Jannitgen van Oudewater en haar weduwnaar Henrick Morren, niet mogen vorderen of korten aan de voornoemde 4 voorkinderen van Jannitgen van Oudewater, noch aan Henrick Morren of aan haar 3 nakinderen.
Zij prelegateert aan haar zoon Gerard van Oudewater, de hoff en het huysgen daarin staande, gelegen buiten de Slijckpoort, welke hoff afkomstig was van Johan de Ridder zaliger. mits haar zoon daarvoor 800 Carolus gulden in zal brengen in de gemene boedel. Zij prelegateert aan haar nichte Aerntgen van Geijn die bij haar woont, 100 Carolus gulden tot een rouwkleed. Akte gepasseerd te Amersfoort ten woonplaatse van de comparante, zijnde ten huyse van haar zoon Gerard van Oudewater, Raad van Amersfoort. Getuigen: Rijck Evertsz van Horssevoord, Harman van Ingen en Johannes de Bruijn, sijde- en wolle-lakencoper, borgers en inwoonders van Amersfoort. [435]
Op 6-6-1687 compareren: Johan van Dael, out-raad, wonend Amersfoort en Willem van Raelt, out-schepen van Amersfoort. Zij zijn erfgenamen van Elsje van Dael, hun overleden grootmoeder en machtigen Dirck Woertman, notaris/procureur van het gerecht van Utrecht, om te innen 4 jaar rente als verschenen op zekere plechte bij Cornelis Helmerts, voor henzelf en als mede-boedelhouders van wijlen Dirck Cornelis van Busbroeck, geassisteerd met Paulus van Nieudorp, haer schoonzoon, voor schout en gerecht van Leusderbroeck, den 5e May 1676 gepasseerd en verschenen 5-5-1687 onder afslag van 2 gulden daarop betaald. Getuige, o.a. Aert van Osch. [436]

7390. BEERNT JOACHIMZEN, geb. vóór ca. 1595, ovl. 1655-1658, bombasijdewercker (1653), belender onder het bolwerk van de stad in de Haag (1653), aan de Kortegracht (1654) otr./tr. Amersfoort gerecht 22(21)/26-8-1620

7391. NEELTGEN ELIS (VAN ARNHEM), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1663.

Op 7-6-1628 sluiten Wouter Beerentss en Beernt Joachimsz, zijn neef (lees kleinzoon?), een overeenkomst. Beernt Joachims zal Wouter Beerntss, zijn grootvader (bestevaer) onderhouden in kost, drank, kleren zowel wollen als linnen, vuur en licht, bewassing en andere zorg, zijn levenlang. Wouter cediert dan aan Beernt Joachim zijn vrouw en hun erven, de helft van huis, hof en hofstede in de Haag aan de waal en helft van 200 gulden hoofdsom op Reijer Arisz en de helft van een huisje en hofje in de Haag op de hoek van de Koestraat, helft van inboedel en huisraad. Nu door Beernt Joachimsz gebruikt en de andere helft aan Wouter Beernts overleden vrouw behoort hij in lijftocht bezit. Cedeert nog aan Beernt en zijn erven bij zijn overlijden: kleren, wollen en linnen, uitgezonderd het beddegoed Op last van 1 gulden, 1 stuivers per jaar aan de erven van Catharina Brants; 20 stuivers aan de erven van Wouter Beernts zaliger huisvrouw. [463]
Op 23-6-1629 lenen Beernt Jochumsz en Neeltgen Elis zijn vrouw, van Joost van Sundert, zijn vrouw en hun erven, 200 gulden, met als onderpand huis, hof en hofstede in de Haag, belend aan de ene zijde Elbert Maesz, schoenmaker, aan de andere zijde de stadswallen. [464]
Op 19-7-1654 lenen Beerent Joachimsz en Neeltgen Elis zijn vrouw, aan Gijsbertgen Nagels, weduwe van Cornelis Cornelisz en hun erven, een losrente van 18 gulden per jaar over een hoofdsom van 300 gulden, met als onderpand 'n huis, hof en hofstede aan de Kortegracht, belend aan de ene zijde aan de ene zijde: Haesgen Rijcx, weduwe van Evert Sijmonsz van Velsen, aan de andere zijde: Aert Rijcksz van Rhijn. [465]
Op 28-4-1655 lenen Beernt Jochumsz en zijn vrouw Neeltgen Everts (sic!), van Johan Block, koopman te Amsterdam, 200 Carolus gulden voor levering van Brunswijksgaren tegen een rente van 20 gulden per jaar, met als onderpand huis, hof en hofstede aan de Kortegracht, belend aan de ene zijde aan de ene zijde: Haesgen Rijcke, weduwe van Evert Simonsz van Velsen, aan de andere zijde aan de andere zijde: Aert Rijcksz van Rhijn. [466]
Op 23-10-1658 lenen Neeltgen Elis, laatst weduwe van Beernt Joachimzen en Dirck van Oudewater, haar schoonzoon, man van Deliana Beernts haar enige nagelaten dochter, van Gijsbertgen Nagels, weduwe van Cornelis Cornelizen en haar erven een hoofdsom van 100 gulden, met een Losrente van 6 Carolus gulden per jaar, met met als onderpand huis, hof en hofstede aan de Korte Gracht, belend aan de ene zijde Gerard van Bornbergen, brouwer, aan de andere zijde Aert Rijcksen van Rhijns, weduwer. In margine: Peter Camp en Frans Boelhouwer namens zijn vrouw, mede-erfgenamen van Jan Camp den Oudsten, verklaren bij legaat van Gisbertgen Nagels het recht op voorstaande plechte bekomen te hebben, mede handelend voor voornoemde Jan Kamp. Verklaren de schuldsom van Lourens Charles ontvangen te hebben. Akte 23-3-1669. [467]
Op 26-6-1661 verkopen Neeltgen Elis, voor haarzelf en als weduwe en boedelharster van Beernt Jochemz haar overleden man, geassisteerd met haar schoonzoon Dirck van Oudenwater als haar gekozen momber, aan Aert Looghz, brouwer, raad en borger, kapitein van deze stad en zijn vrouw Reijntgen Thomas een huis, hof, hofstede gelegen alhier in Den Haegh, belend aan de ene zijde Frans Goris, brouwer en oud-cameraar, aan de andere zijde Gerrit Janz van Lin, timmerman. [468]
Op 23-7-1663 verkopen Dirck van Oudewater en zijn vrouw Johanna (sic!) Beernts voor de ene helft en Driel v. O. als gemachtigde van Neelgen van Arnhem, weduwe van Beernt Joachims voor de andere helft, aan Sr. Lourens Clarles, koopman tot Amsterdam, een huis, hof en hofstede aan de Kortegracht. Opm. Op dit huis is een last gevestigd van 400 gulden t.b.v. Gisbertgen Nagels en 200 gulden t.b.v. Sr. Johan Block tot Amsterdam, idem 112 gulden twee stuivers toekomende de regeerders dezer stad ter zake van 't maken van de wef en een jaarlijkse uitgang van 1 gulden 10 stuivers op zekere vicarie gefundeerd op het St. Stevens ende Laurens altaar in de Joriskerk. [469]

7408. A(D)RIAEN JANSSEN COUWENHOVEN (COUNOVEN), geref. lidmaat te Amersfoort 24-12-1619 (als Adriaen Jansz), getuigt in een notariële aktie te Amersfoort(1622), otr. Amersfoort geref. 13-5-1615 (met attestatie naar Leusden)

7409. JANNITGEN CORSSEN, beg. Amersfoort St. Joriskh. 5-11-1653 (als Jannetie Korsen), van Amersfoort, geref. lidmaat te Amersfoort 24-12-1622 als h.v. van Arien Jansz ("doot"), otr./tr. 1o Amersfoort 22/30-10-1608 PEETER JANSEN (DAMEN), ovl. 1612-1615, zn. van Jan Willemsz Daems.

Op 30-4-1612 verkkopt Peter Jan Willemsz voor zichzelf en zich sterkmakende voor Jannitgen, zijn huisvrouw, aan Mathijs Egla Gorotsz van 't Wout en Machtelt, zijn huisvrouw, de helft van alle stuk goederen en land gelegen in de stadsvrijheid aan de Berch genaamd de Vijerdel, wesende omtrent een of twee en vijftig morgen so aengemaect als onaangemaeckt land, zo groot en klein als Willem Daemsz zijn comparants grootvader gehad en de achtergelaten heeft, wezende thient ..., gelegen boven d'birckt ter einde aan de Engge, strekkende van Cossijnsweg tot aan attenderpfore daer noordwaarts d'onde Utrechtseweg naast gelegen zijn. Bekende hij comparant van de cooppenningen ter volle betaald te zijn. [470]
Op 19-4-1619 sluit Jan Petersz, wednr. van Goutgen Claes Vluggendr een accoord met Frans Jansz van Dael als getrouwd met Anna Jansdr en met Adriaen Jansz Couwenhoven (Counoven) als getrouwd met Jannitgen Corsdr, moeder van de onmondige kinderen van zaliger Peter Jansz.[471]
Op 27-4-1619 verkoprn Jannitje Cornelisdr als moeder, Peter Daemsz en Henrick Both als naaste bloedveranten van de onmondige kinderen van zaliger Peter Jansz verwekt aan Jannitgen Cornelisdr voornoemd, aan Jan Jansz een halve hof in de eerste steeg buiten de Bloemendalse poort, zoals door Goutgen Claes Vluggedochter is nagelaten, belend enerzijds St. Pietersgasthuis anderzijds de erfgenamen van Bernt Schade. [472]

7416. P(I)ETER KERCKHOF(F), geref. lidmaat van Amersfoort 29-3-1651 met attestatie van Wijck te Duerstede, wonend in de Hellestraet.

7572. CHARLE(S) (CAERL) CHAUDRON (CHOUDRON), geb. Ekelsbeecke (B) vóór ca. 1565, ovl. na 1641, tamboerijn (1589), slotenmaker (1613), getuige in notariële akten (1609..1635),[476] belender in de Crommestraat (1611) te Amersfoort, aan wie in 1636 bij resolutie van het stadsbestuur van Amersfoort, als ziekentrooster, een hoger salaris wordt toegekend wegens de heersende pestziekte,[477] tr. 2o voor 1608 (niet gevonden te Amersfoort) HESTER(A) CHRISTIAENS, ovl. 1621-1641, vermoedelijk afkomstig uit (de omgeving van) Xanten / Wesel, tr. 1o Amersfoort geref. 27-7-1589

7573. MARTIJNTJE JACOBS SCHERPIJNCK, geb. Eeklo (B) ca. 1570, ovl. 1589-1610.

Op 21-7-1609 verkoopt Eechtgen, weduwe van Seger Gerritsz, met Rijck Bosch, haar momber, aan Chaerle Choudron en Hestera, zijn vrouw, een plaatsje achter het huis van Caerl, door hem betimmerd en een afvoer achter het huis nu van Goesen Roeloffsz Vlug, aan de Hof. [478]
Op 8-6-1610 machtigt Chaerl Choudron, borger te Amersfoort, Samuel Mostert, wonende binnen Santen, om uit zijn naam te vorderen alzulke erfenisse en besterfenisse als hem als man en voogd van Hester Christiaens (Cristiani) aanbestorven is door de dode van saliger Trijn Jannes, gestorven binnen Wesel (Hester's oude moije) en alles te doen wat hij zelf present zijnde zou doen. Get.: Andries van Wayenborch en Frederick Jans. [479]
Op 5-11-1618 leggen Caerl Choudron (tekent: Caerle Chaudron) en Jan Janss, borgers van Amersfoort, de volgende verklaring af:[480]
  • Harman Thomas Celens is als curateur aangesteld over de goederen van de minderjarige Willem Cornelis. De comparanten waren op diens verzoek in het sterfhuis van Jan Willems saliger. Zij vonden daar Evert Janss Snel, die door de genoemde curateur en de Weesmeesters belast was met de bewaring van de goederen die zich in het sterfhuis bevinden, en waartoe Willem Cornelis gerechtigd zou zijn, volgens de heden gepasseerde akte. De Lieutenant scholt met twee dienaren van justitie verklaarden opdracht te hebben van het Gerecht om Evert Janss Snel uit het sterfhuis te zetten. Bij navraag bleek de lieutenant scholt daarvan geen akte van te hebben, maar mondeling opdracht te hebben gekregen en geen akte van node zou hebben. Voor een uitzetting had hij echter wel een akte nodig, zodat de door de curateur gemachtigde in het sterfhuis zou blijven. De curateur had Evert Jans in zijn plaats gecommitteerd, welke een eerlijk man was. Deze bewaringe mocht men niet weigeren, omdat men partij in de boedel was. De lieutenant scholt heeft Evert Jansz Snell door de dienaars van justitie uit het sterfhuis doen leiden, waartegen de curateur geprotesteerd heeft. De comparanten, die daarbij aanwezig waren, hebben dit gehoord. Evert Jans Snel, mede-comparant, verklaart dat de Lieutenant Schoudt zijn akte van commissie in het sterfhuis heeft gelezen en hem als voorschreven, uit het sterfhuis heeft doen leiden. Akte ten woonplaatse van Gysbert van Raesfelt. Get.: de genoemde van Raesfelt (tekent: Gysbert van Raesvelt) en Symon Gerbrandss van Alphijn (tekent: Symon van Alphyn).
  • De comparanten leggen deze verklaring af op verzoek van Gijsbert van Langevelt d'Jonge en van Gysbert van Langevelt d'oude (als vader en optredend voor zijn dochter Agneta van Langevelt en als voogd van zijn onmundige kinderen). Zij waren heden aanwezig in het sterfhuis van Jan Willems zaliger, alwaar zij de kinderen van Gysbert van Langevelt met Gysbert van Langevelt d'Jonge hebben helpen bewaren de door Jan Willems nagelaten roerende goederen, die zich in het sterfhuis bevonden. Aldaar kwam de lieutenant scholt met twee dienaren van Justitie, namens het Gerecht, om de kinderen Van Langevelt uit het sterfhuis te zetten. Op de vraag van Langevelt of hij daarvoor een akte had, bleek hij slechts mondeling belast te zijn, zodat Van Langevelt van mening was dat zijn kinderen daar bleven. Daarop heeft de Lieutenant-Schoudt de dienaars opgedragen Gysbert van Langevelt d'Jonge met de kinderen Agneta, Weymtgen en Mauritius van Langevelt uit het sterfhuis te zetten, waartegen Van Langevelt protesteerde. Akte ten woonplaatse van Gysbert van Raesfelt. Getuigen: Dezelfde Raesfelt (tekent: Gysbert van Raesvelt) en Sijmon Gerbrantsz van Alphyn.
Caerl Chaudron wordt vermeld als geref. lidmaat te Amersfoort in de lijst van 1621 en sijn huisvrouw (in margine "doot", "doot").
Op 15-7-1641 verkoopt Mr. Carel Chaudron voor hemzelf als weduwenaar van Hester Christiaens en voor Cornelis Balthessen en Stijntgen Carels zijn vrouw en voor Martijntgen Carels zijn dochters en schoonzoon samen voor hun kinderen, zusters en broeders, aan Jan Henricxz van Osch, zijn vrouw en hun erven, een huis in de Krommestraat, belend enerzijds Mr. Lodewijck van Muijlenborch, anderzijds Evert Verburch. Opm.: 200 gulden aan Henrickgen van Schaeck, nu vrouw van Johan van Schadijck. Voldaan. [481]

7760. GIJSBERT WILLEMSZ BOSCH, geb. vóór ca. 1530, ovl. vóór 1608 verm. voor 1598, belender aan De Hof te Amersfoort (1562), tr. vóór 1561[510]

7761. LUTGEN JACOBS(¥), geb. vóór ca. 1530, ovl. 1611-1614, wordt vermeld als Lutgen Bossen, belendster buiten de Utrechtsepoort (1606).[511]

COMMENTAAR(¥) Is zij de weduwe van Ghijsbert Bosch, belendster in de Zochstraat (1596) en op de Kamp (1596) te Amersfoort.

Op 13-5-1561 verkopen Henrick van Weynckum en zijn vrouw Elysabeth van Dompseler aan Ghijsbert Willemszn Bosch en zijn vrouw Lutgen Jacob Janszndochter, een huis met de hofsteden, gelegen aan De Hof (Den Hoff) en in de Krommestraat, strekkende voor van Den Hoff tot achter in de Krommestraat, belend aan de ene zijde Ghijsbert Ghijsbertszn Suffoyeken, aan de andere zijde Barbera Aelten, achter aan de ene zijde Peter Peterss en aan de andere zijde Evert van Heesen erfgenamen. Het huis is belast met 7½ stuiver sjaars die de broederschap van Sint-Jan gewoonlijk zijn te manen. [512]
17-11-1608. De weduwe Lutgen, met haar momber Cornelis Fredericxs, verklaart bij het Amersfoorts gerecht dat ze een huis, hof en hofstede aan de Hof, achter met een uitgang in de Krommestraat, heeft verkocht aan Henrick Huijgen van Ancoop en zijn vrouw. Het huis is belast met zeven stuivers per jaar aan de broederschap van Sint Jan.[513]
15-9-1610. Lutgen Jacobs, de weduwe van Gijsbert Bosch met Jacob Bosch als haar momber, verklaart bij het gerecht dat ze ƒ 100 heeft geleend van de molenaar Gerrit Gerritsz en zijn vrouw op de molen buiten de Arnhemsepoort als huurder. Ze zal de interest korten op de huur van de molen, die met het land daarvoor dient als onderpand. Gerrit Gerritsz stelt zijn huurderschap veilig, zolang de hoofdsom met interest nog niet is afgelost.[514]
25-6-1611. De weduwe Lutgen, vergezeld door haar gekozen momber Henrick van Rijn, verklaart voor het gerecht een "zeekere borch met een cleijn hofgen, staande in de Pothstraat" te hebben verkocht aan Goossen Cornelis Taets en zijn huisvrouw. Zowel kopers als verkoper zijn belendend hieraan.[515]
20-4-1614. Jacob Bosch en de Rijck Bosch voor zich zelf en zich sterkmakende voor Anthonis Bosch en Anthonia Bosch zijn broeder en zuster, allen tezamen erfgenamen van Lubgen Boschgen haar zaliger moeder, beleiden voor het gerecht schuldig te zijn aan de erfgenamen van Servaes Jansz een jaarlijkse losrente van 5 gulden over een hoofdsom van 83 gulden en voorts alle andere goederen die Lutgen Bosch zal toebehoord hebben. Het onderpand is een zekere schuur staande bij de Poth in de Coninckstraat aan de Gemeene straat. Op 30-9-1648 verklaart Tijelleman Servaes dat de schuld is afgelost.[516]
Op 26-8-1614 wordt door Nots. J. van Ingen te Amersfoort, op verzoek van Elisabeth Rijcx, weduwe van Dirck van der Wall, uit naam van Elisabeth Jacobs, weduwe van Adriaen vander Wall, Thomas en Pouwels Henricxzn, Anthonis (Thoenis) Bosch, vanwegen Sophia Jacobs, zijn moeye, Rijck Bosch, vanwegen Geertruyt Roeloffs, zijn nicht, Roelof Dircxzn te Baarn, Joost Gerritszn, als man en voogd van zijn vrouw, wonend te Baarn, het besloten testament voorgelezen van Wilhelmina Lumans, echtgenote van Jkhr. Gerrit Soudenbalch. Volgt inhoud testament. [517]

COMMENTAAR(¥) Men zou hieruit kunnen concluderen dat Sophia Jacobs een zuster is van Lutgen Jacobs (kw.nr. 7761) en daarmee dus de tante (=moeye) van Anthonis (Thoenis) Bosch. Mogelijk is ook Elisabeth Jacobs, weduwe van Adriaen vander Wall, een zuster van Lutgen Jacobs.
Op 14-2-1619 worden de Condities vastgelegd voor de openbare verkoop van een tiendvrij leengoed veen en grond, gelegen in het Hateveen, gelegen onder het Gerecht van 't Hoochlandt, belend aan de ene zijde: Jorden van der Maeth, aan de andere zijde: Reijer Jan Gouwen belend voor: een gemeene weg en achter: die Laeck. De koper zal de koopsom in twee termijnen (400 gulden per mei 1619 en de resterende kooppenningen per mei 1620) moeten betalen aan Rijck Bosch of aan Albert van Rijn. Boven de kooppenningen betaalt de koper van iedere gulden "een oortgen tot rantsoen en een oortgen te gelage". Namens Jorden van der Maeth wordt voor ƒ 640 het veen en grond verkocht, waarna Jacob Ghijsberts Bosch, met consent van zijn broeders en zijn zwager, en Jorden van der Maeth op 16-2-1619 de koopakte tekenen. Akte op 't Hoochlant ten huyse van Thomas Volckenss Weerdt. [518]
Op 14-7-1631 compareren de broeders en zuster Anthonis Bosch, Rijck Bosch en Anthonia Bosch en verklaren dat zij totnutoe alle goederen in gemeenschappelijk bezit hadden, maar dit nu wensen te scheiden. Aan Rijck Bosch wordt toegedeeld een stukje veen in Vrouweclooster Veen, gekocht van Jan Aertszn, een zeker eigendom in gerecht Baarn, gekocht van de erven van Marichgen Jan Lamphertzn, een zekere "afgrifte" van de veenen in gerecht Amerongen in het kerkeveen gelegen, gekocht van de weduwe van Johan van Loersum, en een zeker "afgrifte" van veen genaamd de Rosmolen, gekocht van Henrick Janszn Drost te Amerongen. Anthonis en Anthonia verklaren dat Rijck hiervoor jaarlijks de som van 350 gulden moet betalen, gedurende zijn leven en langer niet, waartegen zij beiden voor zichzelf en hun erfgenamen alle andere goederen behouden zullen, dus huys, hoff, land en alle roerende en onroerende goederen zowel aangekocht als aanbestorven, niet alleen in de provincie Utrecht, maar ook in Gelderland en elders en daartoe alle acten, credieten, inschulden enzovoorts en op voorwaarde dat zij daarvoor alle lasten betalen, waarin Rijck voordien nog deelde en dat Rijck zijn best zal doen voor het innen van pachten enzovoorts die nog uitstaan. Getuigen: Frederick Janzn. van Ham en Henrick Peelen. [519]
De boedelscheiding wordt teniet gedaan door een nieuwe op 6-3-1642 ondertekend door Rijck Bosch en Anthonia Bosch.
Op 19-7-1631 compareren Anthonis Bosch, Rijck Bosch en Anthonia Bosch te Amersfoort en verklaren voor notaris Johan Moll, op 13-7-1630 een testament gepasseerd te hebben, welke zij hierbij revoceren en te niet doen, 't selve te dien einde in ons presentie aan stukken scheurende. Getuigen: Frederick Janzn. van Ham en Henrick Peelen. [520]

7768. JAN PALMER(¥), ovl. vóór 1620? tr. vóór ca. 1580

7769. JANNICHGEN MEEUWEN, ovl. vóór 1620?

COMMENTAAR(¥) mogelijk verwant aan Pieter de Palma van Antwerpen, poorter van Leiden op getuigenis van Andries Janszone Schoth en Jan de Feijer, 10-10-1589. Hij is zelf borg 23-5-1590.[563]