This page was last updated : 100717.
File size is: 348 k.
Kwartierstaat Lapikás
Generatie 14
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Lapikás,
version 9.8,
Muiden, 2010.
© Copyright 2010 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Lapikás Gen. nr. 14

12060. WILLEM TRUMPENERS[1], geb. ca. 1530, parentatie niet bewezen. Hij kocht in 1556 onder borgstelling van zijn vader een huis met hof en 11 roeden land te Alken van mr Simon van den Spicker.[2] Met wie hij was getrouwd, is niet gebleken, maar wellicht kan een lid van zijn schoonfamilie worden herkend in Haub Hauben, wiens van zijn vader Haub Hauben geerfde kindsgedeelte Willem in 1557 opkocht[3]. Hetzelfde geldt voor Jan Briers, met wie hij in 1562 een erfmangeling aanging[4], en voor Cornelis Zemss, die in 1568 van Willems vrouw een wei int Ulencoet naderde.[5] In 1558 verwierf hij een deel in 14 roe land op den Bunderberch[6], in 1562 een bunder land opt Coestervelt.[7] Ten slotte was Willem onder Alken gegoed opden Tript, waar hij in 1571 land verkocht.[8]

12288. WILLEM (FENT), geb. vóór ca. 1545, alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon:

12290. DIRCK (VAN DER PIJL(EN)?), geb. alleen bekend uit het patroniem van zijn dochter:

12292. CORNELIS ARIEN AELBERTSZ, geb. ca. 1526, ovl. 1599-1609, vermeld in 1562, 1589.[9]

12440. ARIEN DIRCXSZ TWAELFFHOVEN(¥), ovl. vóór 1624, tr. vóór ca. 1585?

12441. AELTGEN CORNELISDR, ovl. na 1624, tr. 2o 1624-1626 MAERTEN STOFFELSZ.

Op 10-12-1624 verkoopt Machteltgen Heijndricxdr, weduwe van Cornelis Jansz met als voogd haar zoon Pieter Cornelisz aan Aeltgen Cornelisdr, weduwe van Arien Dircxsz Twaelffhoven, een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van het land van Dirck Willemsz tot dat van Cornelis Pietersz Lange, belend ten oosten Dirck Willemsz en ten westen Jan en Gerrit Cornelisz Staveren. Koopsom 384 gulden. [11]
Op 1-4-1626 verkoopt Maerten Stoffelsz, man en voogd van Aeltgen Cornelisdr, laatst weduwe van Adriaen Dircxsz Twaelffhoven, aan Cornelis Willem Jacobsz een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van Dirck Willem Lousz en het land van Willem Cornelisz tot dat van Willem Pietersz, belend ten oosten Dirck Willemsz en ten westen Gerrit Cornelisz. De koop deels te betalen aan Gooltgen Cornelisdr. Koopsom 320 gulden. [12]


COMMENTAAR(¥) Vermoedelijk niet goed is hier: 12440. ARIEN WILLEMSZ TWAALFHOVEN(¥), vermeld voor de weeskamer Bodegraven 1-12-1612, [13]
    Uit hem mogelijk:
  • a. Geertje Adriaans Twaelffhoven, vermeld voor de weeskamer Bodegraven 4-12-1590, [14] tr. verm. Pieter Dircxsz. Hieruit kinderen onmondig in 1609.
  • b. Meijntje Aries Twaalfhoven, vermeld voor de weeskamer Bodegraven 1-12-1612. [15]

12462. ADRIAEN NN, geb. vóór ca. 1540, ovl. vóór 1607.

Op 10-3-1607 verkopen Dirck Laurisz, getrouwd met Duijffgen Ariensdr, voor 1/5 deel, Adriaen Claesz, molenaar, voor zichzelf, Ghijsbert Andriesz Quast, getrouwd met Marritgen Claesdr, Elbert Cornelisdr, getrouwd met Trijntgen Claesdr, Cornelis Jansz Lieff, getrouwd met Soetgen Claesdr, Aelbert Jacobsz, getrouwd met Anna Claesdr, allen als kinderen van jonge Claes Claesz, die getrouwd was met Marritgen Ariensdr, voor het tweede 1/5 deel, Phillips Gerritsz, getrouwd met Stijntgen Jacobsdr, Arien Aertsz, getrouwd met Gooltgen Jacobsdr, Dammas Cornelisz als vader en voogd over Willen en Cornelis Dammasz en mede handelend namens Gerrit Jansz ter Aer, getrouwd met Erck Dammasdr, kinderen van Dammas Cornelisz en Marritgen Jacobsdr, allen als kinderen van Jacob Adriaensz, voor het derde 1/5 deel, Arien Cornelisz, Pieter Cornelisz, Cors Cornelisz en Jan Cornelisz voor zichzelf, Heijndrick Dircxsz Spijcker, getrouwd met Aeltgen Cornelisdr, IJsack Jochumsz, getrouwd met Marritgen Cornelisdr, Heijndrick Willemsz, getrouwd met Trijntgen Cornelisdr, Jan Cornelisz, getrouwd met Marritgen Jansdr, dochter van Jan Andriesz en Stijntgen Cornelisdr, en Pieter Claesz Duijersz, vader en voogd van zijn vier kinderen geboren bij Anna Cornelisdr, allen als kinderen en kindskinderen van Cornelis Adriaensz, voor het vierde 1/5 deel, Cornelis en Adriaen Aelbertsz voor zichzelf, Phillips Jansz, getrouwd met Marritgen Aelbertsdr, allen als kinderen van Aelbert Cornelisz en Alijdt Adriaensdr, voor het vijfde 1/5 deel, allen als erfgenamen van hun overleden oom Jan Adriaensz, in leven wonend te Nieuwkoop achter de kerk, aan Cornelis Anthonisz, secretaris, een perceel land met huis, hof, berg en schuur achter de kerk, verongeld voor 2½ morgen, strekkend uit de Kerkgracht tot aan het land van Jheremias Oisterlingh, belend ten oosten Willem Cornelisz van Grieken en ten westen Cornelis Anthonisz, secretaris. Koopsom 3.225 gulden. [18]

12528. = 6144. WILLEM WILLEMSZ FENT.

12529. = 6145. MARITGEN DIRCXDR (VAN DER PIJL(EN)?).

12836. J(OH)AN SNEEWATER, ovl. 1613-1626, mr. goudsmid en juwelier, wonende in Den Haag (1605), otr./tr. Den Haag Grote K. 14-2/12-3-1598 (als j.m. wonend in Den Haag) [19]

12837. CATHALINA (CATELIJN, KATRYNA) PETIT, geb. Antwerpen, ovl. na 1637, j.d. wonend in Den Haag (1598). woont Bloemdwarsstraat te Amsterdam (1626), otr. 2o Amsterdam 24-10-1626 WILLEM HARMSSEN, geb. (Hamburg??), wednr. van Judith Jans.

De goudsmid.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

klik op plaatje(s) om te vergroten
In 1605/1606 is mr. J(oh)an Sneewater, goudsmid en juwelier, wonende in Den Haag betrokken bij de taxatie van goederen, afkomstig uit Oostindie, van Balthasar de Moucheron. "Tacxatie van goederen ende gesteenten hijernaer volgende, gedaen bij mij ondergeschreven Johan Sneewater, goutsmidt ende juweelier, woonende in sGravenhaege, op huijden den 4 en April 1606 in den Brielle, ter requesitie van Balthasar de Moucheron." Alsdan volgt een lijst van edelgesteenten, ruim 3 bladzijden in folio. ... "d'selve andermael zijn oversien ende gesorteert in presentie van joffrouwe Elisabeth van Crompvliet, als procuratie hebbende van haren man Sr. Balthasar de Moucheron, in date den 15 December 1605, geassisteert met Sr. Pierre Lijmoine ende haeren substituijt mr. Jan Sneewater, juwelier, die bij de voorn. De Moucheron tot d'voorsz. sorteringe es affgesonden ..." [20]

12838. JAN PIETERSZ, geb. (Housum?) 1588/9, ovl. na 1611, varendgezelle wonend op het Wandelpad (1609). otr. Amsterdam 21-3-1609 (get. Jens Jacobs, haar vader en Trijn Jans, haar moeder (¥))

12839. MARRITJEN JENSDR, geb. Dierstede(¥) 1589/90, ovl. na 1633, woonde op het Spaense leger (1609).

COMMENTAAR(¥) Over Jan Pietersz staat in de otr. akte "cujus pr. habitat (in pa...) nec aliquid alimentii ab ipso habuit" = "wiens vader woont (in ...) en geen enkel voedsel van zichzelf heeft".


COMMENTAAR(¥) Dierstede = Wijk bij Duurstede?

12840. PAUWELS BEKAU (BE(C)KOU), geb. Ronse (B) vóór ca. 1570, ovl. 1632-1634 (na 1636?)(¥), is als Pauwels Bekau, van Ronsse "upte getuychnisse van Jan van Overbeecke (Ronse) ende Adriaen de Visscher (Ronse) bij Burgemeesteren poorter ontfangen aen wiens handen hij den gewoonlichen eedt gedaen heeft ende getuigen stellen hen tsaemen borge voor den poorter, actum desen 16 Octobris 1591 voor schepenen" van Leiden,[22] huurde als P. Beckou op 17-12-1592 het 16-de baairaam in de vijfde "streec" om zijn weefsels op te hangen,[23] baaidrapier (borg voor Anthonis van der Hagen (Ronse, 5-7-1593),[24] bezit een baaigetouw in 1602,[25] is als Pouwels Bekou buurtheer van de buurt Bisdom van Napels te Leiden (benoemd 18-06-1626),[26] doopget. (1622..1632), otr. Leiden geref. 6-4-1591 (get. Willem van den Hage en Thonis van den Hage, sijn cosijnen, Tanneke van Overbeeck, haar moeder, en Josijntgen van Overbeeck)

12841. MAYKE VAN OVERBEE(C)K, geb. Ronse (B) vóór ca. 1570, ovl. na 1634, huw. get. (1617..1634), doopget. (1621..1632), woont op de Middelwech te Leiden (1627..1634).

COMMENTAAR(¥) Zijn overlijdensjaar is onzeker, in 1635 en 1636 is hij nog doopgetuige, terwijl bij het huwelijk van zijn dochter zijn vrouw als weduwe wordt aangeduid!


Titelblad van het boek "Aanmerkingen op de Neederduitsche taale" door Petrus Leupenius (1607-1670).
Bron: Ref. [37].

klik op plaatje(s) om te vergroten
Publicaties van Petrus Leupenius:
  • De geessel der sonden, vertoonende het wesen, oorsaken, eigenschappen en werkingen der sonden, als ook middelen tegen deselve. uitg. Hendryk Donker, Amsterdam, 1651.
  • Petrus Leupenius. Aanmerkingen op de Neederduitsche taale. uitg. Hendryk Donker, Amsterdam, 1653.
  • Petrus Leupenius. Naaberecht gedaan op J. v. Vondelens Noodigh berecht over de nieuwe Nederduitsche misspellinge. uitg. Hendryk Donker, Amsterdam, 1654
Advertentie in de Oprechte Haerlemse Courant d.d. 21-6-1670:[38]
Tot Amsterdam sal op Dinghsdagh den 8 Iuly verkocht werden een seer curieuse Bibliotheeck, bestaende in schoone, soo Latijnsse, Engelsse als Nederduytse Boecken, fraey gebonden, naergelaten by zal: Do. Petrus Leupenius, in sijn leven getrouw Dienaer Iesu Christi in sijn Gemeynte aldaer: waer van de Catalogi te bekomen zijn by de Weduwe van zal: Abraham vanden Burgh en by Hendrick Doncker, by de Nieubrugh, tot Amsterdam.

Links: Frontpagina van "De zee-atlas ofte water-waereld: vertoonende alle de zee-kusten van het bekende deel des aerd-bodems seer dienstigh voor alle schippers en stuurlieden, mitsgaders koop-lieden om op 't kantoor gebruyckt te werden. Nieuwelijcks aldus uytgegeven." t'Amsterdam. By Hendrick Doncker Boeckverkooper en Graet-boogh-maecker, in de Nieuwe-brug-Steegh, in't Stuurmans Gereetschap. Anno 1659

Rechts: het voorwoord van Hendrick Doncker (1625/26-1699) op deze zeeatlas.
Bron: National Library of Australia

klik op plaatje(s) om te vergroten

Schets van een Bberderij op de noordhoek van de Amstelveense weg en de Kalfjeslaan door Johannes Leupenius (1647-1693).
Datering: 10-4-1684.
Locatie: Gedeelte van schetsblad van terreinmeting uit het Scbetsboek van J. Leupenius. Archief Hoogheemraadschap van Zeeburg en Diemerdijk.
Bron: Ref. [58]
Gravure (tekening?) van huize Goudesteyn te Maarssenveen aan de Vecht door Johannes Leupenius (1647-1693).
Datering: ca. 1690.
Goudesteyn was in het bezit van de rijke Amsterdamse koopmansfamilie Huydecoper.
Bron: Ref. [59].

klik op plaatje(s) om te vergroten

12842. JAECQUES (JACOB) JANSZ CABBELJOU, geb. vóór ca. 1570, ovl. 1598-1604, wordt bij zijn otr. vermeld als "heer van Mullem", wordt poorter van Leiden 13-11-1598 (get. zijn vader Jan Cabbeljau), otr. Leiden geref. 3-3-1592 (get. voor hem: Franchoys Cabbeljau(¥), voor haar: Symon du Boys, haar oom, Jozyna Lagers, huisvr van Antonis Zayon, haar bekende)

12843. SARA DU BOYS, geb. vóór ca. 1570, afkomstig van Middelburch, huw. get. (1609, 1614), doopget. (1622, 1626), is als Sara de wed. van Jacob Cabeliau tot Leijden doopget. te Amsterdam (1604), tr. 1o voor 1592 JAN MOENES, tr. 3o Leiden geref. 24-3-1608 (get. Johan Pellicorne, zijn bekende, Proontgen Blocx, haar bekende) PIETER VAN DER SCHUYRE, geb. vóór ca. 1560, ovl. na 1623, als Pieter van der Schuyre, van Cassel (Arr. Duinkerken) in Vlaanderen "es poorter ontfangen bij 't collegie van Burgmeesteren ten bijzijn van schepenen ende zijn borge es Cornelis Wittebol (Veurne), saeytrapier, actum den 6 Aprilis 1584", verver (1608), huw. get. (1607..1614), doopget. (1623), wednr. van Fransijn Dircksdr, (zie Fragment Van der Schuyre ), en zn. van Lambrecht van der Schuere en Maeyken NN.

COMMENTAAR(¥) Dat Jacobs vader Jan Cabeljau in 1592 niet als getuige bij het huwelijk aanwezig is ligt voor de hand. Hij is immers in 1588 bij verstek ter dood veroordeeld en levenslang verbannen uit Leiden, Rijnland, Den Haag en Haagambacht. Wie is nu de getuige Franchoys Cabbeljau? Deze is ongetwijfeld identiek met François (Franchoys) Cabbeliau, geb. vóór ca. 1570, ovl. na 1609, poorter van Amsterdam 7-11-1592 als lakenkoper van Gent, get. bij het huwelijk van Pieter van der Brugge en Abigel Vrombout te Leiden 9-4-1592.

Pieter van der Schuyre treedt op als borg en getuige bij de poorterinschrijvingen te Leiden van Pieter Menigeer (1586), van Jan Jacobszone Heelen (1592) en van Pieter van den Born (11-10-1593).
Sint Catharinagasthuis Leiden: Eigendomsbewijs van een rente van 12 gulden en 10 stuiver per jaar ten laste van Jacob Cabbeljau en Pieter van der Schuyre vanwege de koop van een huis op de hoek van de Hogewoerd en het Steenschuur, 1604. [62]

Fragment Du Bois

Ia. Jan du Bois, (Jan du Boijs, coopman te Lisbona, 1594?), vermeld 1602, 1603, tr. vóór ca. 1605 Grietgen Vermeyen. Zij hertr. Pieter van der Beeck.

Op 8-2-1634 testeren Pieter van der Beeck en zijn vrouw Grietghen Vermeyen wonende bij de Delfsche poort. Zij herroepen hun eerder gemaakt testament en benoemen elkaar tot hun erfgenaam. Na overlijden van hen beiden moeten de goederen onder beider families worden verdeeld. Aan Grietghens dochter Sara Jansdr du Bois, vrouw van Samuel Cabbeljauw, en aan Pieters broers en hun kinderen. [64]
    Uit dit huwelijk:
  • a. Sara Jansdr du Bois, geb. vóór ca. 1615, j.d. afkomstig van Rotterdam (1632), otr./tr. Rotterdam geref. 21-11/14-12-1632 Samuel Cabbeljau (Cabelian), zie hierboven.
    Op 16-11-1632 sluiten Samuel Cabeljaeuw, a.s. bruidegom, weduwnaar van Mayken Beurs, wonende te Leyden, geassisteerd met zijn zwager Salomon Geversz en Samuel Cabbeljauw, zijn neef, en Sara Jansdr du Bois, a.s. bruid, geassisteerd met haar voogd Isaac Beeckman rector van de Latijnsche Schoole te Dordrecht namens haar moeder Grietgen Vermeyen een huwelijk onder voorwaarden. De akte wordt opgemaakt ten huize van Pieter van der Beeck staande op de Doelwech. [65]
  • b. Abraham Jansz du Bois, geb. vóór ca. 1600, ovl. 1633-1639, doopget. (1620), verschijnt op 21-1-1633 voor de weeskamer te Middelburg (er zijn mogelijk drie wezen, Abraham, Daniel, Gedeon),[66] otr./tr. Rotterdam 11-6/4-7-1623 (als Abraham Janssoon), otr. Middelburg geref. 26-6-1623 (als Abraham Janss) Maria Beeckmans (Berckmans!), dr. van Abraham Beeckman en Susanna Pietersdr.
    Op 17-10-1633 testeren Abraham Jansz du Bois en zijn vrouw Maria Beeckmans, en benoemen elkaar tot erfgenaam, alsmede hun kinderen als zij volwassen zijn. Tot voogden worden benoemd de vrouws broer Isaac Beeckman, en Samuel Cabbeljau. [67]

Fragment Van der Schuyre
Pieter van der Schuyre, otr. 1o Leiden geref. 26-11-1583 (get. Lambrecht van der Schuere, zijn vader, Jan de Honc, haar neef) Fransijn Dirck Christiaensdr, ovl. 1607/08, huw. get. (1607).
    Uit het huwelijk (van der Schuyre-Dirckdr):
  • a. Susanna van der Schuyre, geb. vóór ca. 1590, ovl. 1609-1622, afkomstig van Leyden, otr. Leiden geref. 7-11-1609 (get. Joost Weyten, zijn vader, Pieter van der Schuyre, haar vader, Sara van der Schuyre, haar moeder (sic!)) Christiaen Weytens, afkomstig van Hontschoten, vachtenploter (1609), wednr. van Franchijntgen van Hamme. Hij hertr. Leiden geref. 18-8-1622 Mary Cornelisdr van Delff.
  • b. Sara van der Schuyre (Verscheure), geb. vóór ca. 1590, ovl. 1607-1620, afkomstig van Leiden (1607), otr. Leiden geref. 16-1-1607 (get. voor hem Marcus de Wit, zijn vader, Pieter van der Schuyre (zijn)? toekomstig schoonzoon ??, voor haar: Franchijntgen Dircx, haar moeder) Marcus de Witte, afkomstig van Brugge. Hij hertr. Leiden geref. 25-5-1620 Annetgen van Pene.
  • c. Judick van der Schuyre, geb. vóór ca. 1595, afkomstig van Leyden, otr. Leiden geref. 4-4-1614 (get. voor hem: Pieter van der Schuyre, zijn schoonvader, voor haar Sara van der Schuyre haar schoonmoeder(¥)) Jacob Cabbeljau, geb. vóór ca. 1595, afkomstig van Leyden, lakenbereider (1614), doopget. (1629, 1631), wonend op de Hoogewoert (1647).

    COMMENTAAR(¥) Als Sara van der Schuyre (=Sara du Boys) werkelijk "haar" schoonmoeder is dan moet dat haast wel betekenen dat zij dus ook de moeder is van Jacob Cabbeljau die dan blijkbaar zn. is uit haar huwelijk met Jaecques Cabbeljou.
      Uit dit huwelijk verm.:
    • 1. Thobias Cabeljauw, lakenbereider afkomstig van Leyden, wonend op de Oude Voldersgraft (1647), otr. Leiden geref. 7-6-1647 (get. voor hem Jacob Cabeljauw, zijn vader wonend op de Hoogewoert, voor haar Susanna Jansdr, haar bekende wonend in de Toornsteech) Claesgen Barentsdr, afkomstig van Leyden, wonend in de Vrouwensteech (1647).
  • d. Abigail van der Schuren (Verscheure), geb. vóór ca. 1605, filiatie niet bewezen, doopget (1636, 1638), tr. vóór 1629 Jacob Ardinois.
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Pieter Ardinois, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 3-7-1629 (get. Jacob Cabeljauw, Elizabeth de Vrede).
    • 2. Maerten Ardinois, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 23-12-1631 (get. Jacob Cabeljauw, Maertgen de Neut).

12844. HANS JASPERSZ (JASPARSSEN), geb. ... 1582/3, ovl. 1615, rouzijdewerker in de Bagijnesteeg (1605), mogelijk dezelfde als Hans Jaspersz, poorter van Amsterdam mei 1607, otr. Amsterdam 14-5-1605

12845. CORNELISJE GIJSBERTSDR., geb. 1584/5, ovl. na 1633 (dan is zij doopget.), woonde in de Kalverstraat (1605), Bloemstraat (1616), otr. 2o Amsterdam 17-12-1616 (zijn ouders dood) CLAAS PIETERSZ, geb. 1586/7, bouratwerker(¥) in de Bloemstraat (1616).

COMMENTAAR(¥) bourat = sajetgaren

12880. LAMBERT TOP(¥), ovl. 1589-1594, parentatie niet bewezen, woont te Elburg (1589), kerkmr. te Doornspijk (1565),[68] [69] tr. vóór 1594

12881. GRIETE NN, ovl. na 1594.

COMMENTAAR(¥) Hij is mogelijk verwant aan Aelbert Top op Topserve,[70] [71] en Bartolt Top die in 1517 land koopt te Elburg.[72]

Op 21-4-1589 compareren te Elburg: Aaltje Reefsen met Evert Reefsen mede als haar gekozen momber en zich sterk makend voor Wulf Reefsen en Jacob Reefsen welke erflijk op zich nemen te betalen in naam van Henrikje Smits zolang als Henrikje leeft zodanige 6 daalder rente als Lambert Top hiervan heeft item de 4 daalder zo de Weezen van ons hebben (te ontvangen) met de expresse conditie dat mede Henrikje voorschr rente en de hoofdsom weer vallen zullen te betalen op Hendrikjes erfgenamen en stellen daarvoor tot onderpand haar huis tussen Lambert Top en de stege. Gesciedt voor Harmen Brinck en Engbert ter Bruggen am 21 april 1589. [73]
Op 4-11-1594 verkopen erflijk Henrik Dirricksen met Metje zijn huisvrouw en Harman Willemsen mede als gevolm. Van zijn vrouw Engele Beernts met Johan van holthe haar momber zich sterk makend voor haar zoon Jan Beernts, aan Griete Lambert Top weduwe met Otto Fristelman en zijn huisvrouw een half mudde land de "Soppenhof" geheten hetwelk huis lange in pandschap gehad, gelegen in deze stadsvrijheid oostw de Nonnen zuidw Lambert Muller westw Augustijn voorschr. en noordw kopers voorschr kommervrij Geschiedt voor Arnt Franksen en Henrik Reiniersen am 4 nov 1594. [74]

13892. =3112. SYMON JANSZ TEIJSTERMAN.

13893. =3113. GEERTGEN JANSDR.

13894. CORNELIS GERRITSZ (VAN STAVEREN), ovl. verm. voor 1623.

13912. JOACHIM DIRCKSZ, geb. ca. 1520, ovl. 1568-1577, huiseigenaar te Aarlanderveen (1544), veenman te Schoot en wonend te Aarlanderveen (1549), tr.[100]

13913. MACHTELT NN, ovl. 1588-1592.

COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [101].

1549: Verveningskohier van Schoot (verdwenen plaats, lag tussen Zevenhoven en Ter Aar):[102]
- Joachim Dircxsz tot Aerlanderveen, in 2 marghen, noorden Cornelis Gijsbrechtsz, zuijden de Schootdijck. Borghe Heijdrick Dircxsz, sijn broeder.
Kohieren van de 10de penning van de Staten van Holland voor Aarlanderveen over 1544:[103] - Jochem Dirck een eigh huijs ende is gheset jaerlix te huer voir iiii kg

14016. CORNELIS DIRCKSZ WITTEBOL, geb. vóór ca. 1535, ovl. na 1600, belender aan de Voorweg (1568), aan de Binnenweg (1569..1587), aan de Buitenweg (1573), te Hazerswoude (1560..1582),[119] genoemd in een pachtcontract van 1573,[120] is borg voor zijn zoon Cornelis Cornelisz alias Cleijn Nees (1597), tr. vóór 1581

14017. MARITJE JANSDR, geb. vóór ca. 1560, ovl. vóór 1581, wier zuster wellicht is Lijsbeth Jansdr, weduwe van Eeuwout Willemsz, gezien de akte van 19-2-1581.

In feb. 1556 heeft Anthonis Cornelisz in erfpacht aangenomen van Cornelis Dircksz Wittebol voor 10 stuivers per jaar een erf waar Anthonis een huis op heeft getimmerd en dat door hem wordt bewoond, gelegen buiten weg in het Westeinde, belend ten oosten Joostje, weduwe van Dirck Wittebol, ten westen en noorden Cornelis Dircksz en ten zuiden de Heerweg. Volgt uitgifte en aanname van de erfpacht. Anthonis Cornelisz is schuldig aan Cornelis Dircksz 10 stuivers van de erfkoop. Arij Jacobsz is schuldig 2 gulden. [121]
In sept. 1557 verkoopt Thoenis Cornelisz aan Adriaen Willemsz Pollant een huis en erf belast met 10 stuivers eeuwige erfpacht ten behoeve van Cornelis Dircksz Wittebol, belend volgens de oude brief waar deze brief doorgestoken is. [122]
Akte zonder datum (protocol 1555-1557): Jan Dircksz Wittebol ter eenre en Adriaen Dircksz, Jacob Dircksz, Cornelis Dircksz, Maritje Dircksdr en Maddeleen Dircksdr, vervangende haar jonge zuster ter andere zijde, allen zusters en broers, hebben bij advies van moeder en naaste vrienden het volgende geregeld. Jan Dircksz zal ontvangen een leenakker met het eigen land dat daaraan ligt, groot 7 hond, strekkende van de voorweg tot de Delff toe, belend ten oosten Claes Dircksz Een Ooch en ten westen Willem Eeuwoutsz, zonder dat Jan Dircksz iets anders zal hebben of mogen eisen van zijn vaders erfdeel. [123]
Op 7-3-1569 verkoopt Cornelis Dircksz Wittebol aan Erm Aem Jansz weduwe en haar weeskinderen 12 hond land water of slagturf, belast met 4 stuivers per jaar eeuwige erfpacht ten behoeve van de heer van Cruijningen, liggende boven weg, belend ten oosten Cornelis Vredericksz, ten westen Willem Crijnsz, ten zuiden de landscheiding en ten noorden Claes Jacobsz van Leeuwen, met waarborg 3 morgen land gelegen buiten weg, belend ten oosten Joosje Jacobsdr, weduwe van Dirck Jansz Wittebol, ten westen Alijt, weduwe van Jan Cornelisz Cocx, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de Nieuwe vaart. [124]
Op 19-2-1581 gaan Claertje Leendertsdr en Leendert Leendertsz met Adriaen Claesz, hun oom en gekoren voogd en hen sterk makende voor Cornelis Leendertsz, hun onmondige broer waar de voorsz. Adriaen Claesz mede voogd over is, Margriet, Neel Vranckensz weduwe, Cornelis Cornelisz en Willem Cornelisz zo voor hen zelven en haar sterk makende voor Adriaen Cornelisz, Harmen Cornelisz en Leendert Cornelisz hun broers, Lijsbeth Jansdr, weduwe van Eeuwout Willemsz en Cornelis Dircksz Wittebol, boedelhouder van Maritje Jansdr in de naam van Adriaen Eijmbertsz van der Does, allen accoord met de verkoop bij decreet van het Hof van Holland ter instantie van Willem Joostensz van 3 percelen land als een woning met 19 morgen land bij Willem Joostensz gekocht voor 500 gulden en 4½ morgen land met vogelkooi gekocht door Daniel Jacobsz voor 190 gulden; 2½ morgen gekocht door Gijsbrecht Hendricksz voor 150 gulden volgens de brieven van decreet van 23-07-1576. [125]
Op 16-2-1582 verkopen Lijsbeth Jansdr, weduwe van Eeuwout Willemsz, Cornelis Dircksz, boedelhouder van Maritje Jansdr en Adriaen Cornelisz, man en voogd van Trijntje Adriaensdr, allen wonende te Hazerswoude en als erfgenamen van Adriaen van der Does of Grietje Jan Pietersdr, zijn vrouw aan de weduwe en erfgenamen van Cornelis Vrericksz een partij slagturfland gelegen buiten weg, belend ten oosten Jan Pietersz Moeij, ten westen Jan van Mathenesse, ten zuiden Pons Gerritsz en ten noorden Crijn Aertsz en bekennen schuldig te zijn de voorsz. weduwe ...... met waarborg door Cornelis Dircksz van zijn woning strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Lijsbeth Jansz en ten westen Jacob Sijmonsz en door Lijsbeth Jansdr haar huis en erf belend ten oosten Pieter Adriaensz clompmaker, ten westen Heijltje Cornelisdr, weduwe van Crijn Sijmonsz te Zevenhuizen, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart. Cornelis Dircksz beloofde de voorsz. weduwe en erfgenamen van Cornelis Vrericksz te indempneren voor een derde deel jegens de boedel van Gijsbert Hendricksz scheepmaker als actie hebbende van de weduwe van Vranck Jansz beroerende de verkoop van 3 morgen land bij executie en decreet van 16-7-1581. Willem Cornelisz en Cors Cornelisz, zonen van Cornelis Vrericksz, stellen dat het land is bezwaard met 38 stuivers per jaar ....... [126]
Op 1-6-1584 stellen Lijsbeth Jansdr, weduwe van Eeuwout Willemsz, Cornelis Dircksz Wittebol, boedelhouder van Maritje Jansdr en Adriaen Cornelisz, man en voogd van Trijn Adriaensdr, allen kinderen van Margriet Willemsdr, huisvrouw geweest van Adriaen Eijmbrechtsz van der Does en Adriaen Cornelisz namens zijn huisvrouw enige dochter van Adriaen Eijmbertsz, dat de boedel van Adriaen Eijmbrechtsz en Margriet Willemsdr hun resp. ouders "overmits de troubles en bederffnisse des lants seer verachtert ende genoechsaem tot nijet geloopen was" zij nochtans geschift en gescheiden hebben. [127]
Op 27-2-1595 verkoopt Cornelis Cornelisz alias Cleijn Nees met zijn vader Cornelis Dircksz Wittebol met consent van zijn vader aan Margriet Bruijnendr, weduwe van Inge Leendertsz, de helft van 9½ hond land gelegen binnen weg, belend ten oosten de koopster met land achter haar woning, ten noorden de koopster met de andere helft, ten zuiden de Achterweg en ten westen Dirck Hendrick Ruttenz, Cornelis Cornelisz Adelborst en Jacob Leendertsz Roos, voldaan met een obligatie. [128]
Op 18-12-1597 is Cornelis Cornelisz alias Cleijn Nees schuldig aan Roelof Adriaensz, secretaris van Hazerswoude, 108 gulden wegens verschoten penningen, zo van de afkoop van de erfpacht als lastgeld met hypotheek op 14½ hond land gelegen buiten weg, belend ten oosten Adriaen Cornelisz, ten westen Gerrit en Trijn Adriaen backers, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden niet ingevuld; 12½ hond turf- en houtland gelegen boven weg, belend ten oosten de kinderen van Aem Jansz en zijn broer Jan Cornelisz, ten westen jonge Jan Cornelisz Craen, ten noorden jonge Jan Ponsz en ten zuiden de landscheiding, nog zijn huis en erf, belend ten oosten Cornelis Cornelisz Buijtewech, ten westen Cornelis Toenisz Ruter, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart, belast met 29 gulden ten behoeve van Jan Sijmonsz, stoeldraaier in den Haag, het huis met 300 gulden ten behoeve van Cornelis Rippertsz. Roelof heeft hem nog verschoten 120 gulden in handen van Johan van der Meer. Borg zijn vader Cornelis Dircksz Wittebol, die aan Roelof Adriaensz overgedragen heeft een obligatie op zijn zoon Jan Cornelisz houdende boven de 700 gulden welke daarop betaald zijn nog 900 gulden, volgens de obligatie van 1-11-1592. [129]
Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Hazerswoude: In 't dorp van Oosten aen"
Cornelis Dircxz op 32£, heeft gedoleert ende bij eede zijne goederen begroot beneden de 4000 gl., daerom in de verdubbleringe vermindert op 30 gl.

Pons Gerritsz
Eind 16de eeuw komen er in Hazerswoude twee personen met de naam Pons Gerritsz voor. De eerste Pons Gerritsz - en na uitvoerig onderzoek gebleken te zijn kwartier nr. 14018 - is voor 1573 gehuwd met Machtelt Cornelisdr, en overlijdt in de periode 1589-1591, zoals af te leiden valt uit de onderstaande akten. De tweede Pons Gerritsz, wiens kinderen zich later Van Sluijs noemen, is voor 1578 gehuwd met Lijsbeth Willemsdr, en overlijdt in de periode 1638-1640 (zie onderstaand fragment Pons Gerritsz x Lijsbeth Willemsdr ). Hieruit kan worden geconcludeerd dat het niet kan gaan om één Pons Gerritsz die tweemaal gehuwd is. Vooralsnog is uit niets gebleken dat de beide heren verwant zijn, ofschoon zij best (gelijknamige) halfbroers zouden kunnen zijn uit het eerste en tweede huwelijk van Gerrit Ponsz (zie kw. nr. 28036 ).

14018. PONS GERRITSZ, geb. vóór ca. 1545, ovl. 1589-1591, belender met land aan de Binnenweg (1569..1583) te Hazerswoude, tr. vóór 1573

14019. MACHTELT CORNELISDR, ovl. na 1598, belendster te Hazerswoude (1591).

Op 2-2-1568 verkoopt Lijsbeth Jansdr, weduwe van Gerrit Ponsz met Pieter Jansz Wittebol, haar voogd, aan Pons Gerritsz, haar mans voorzoon, 2½ morgen land gelegen binnen weg, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belend ten oosten Jacob Claesz en ten westen Sijmon Cornelisz en Dirck Adriaensz, belast met 10 gulden ten behoeve van de erfgenamen van Cornelis Willemsz te Leiden. [132]
Op 27-5-1573 is Pons Gerritsz schuldig aan Maritje Cornelisdr, zijn wijfs zuster wonende te Alphen, 80 gulden met hypotheek op 2½ morgen land gelegen binnen weg, belend ten oosten Jacob Claes Doensznz en Anna Wermboutsdr weduwe van Jan Dirck Claesznz en ten westen Sijmon Cornelisz Tange en Thijs Jan Hugenznz, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg. [133]
Op 17-11-1578 verkoopt Willem Bruijnensz, wonende te Kalslagen, aan Pons Gerritsz zekere 3 schatbrieven tezamen inhoudende 14½ hond land hem toegeschat bij schepenen van Hazerswoude, belend ten oosten Cornelis Willem Jan Aertsz, ten westen Adriaen Jansz backer, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden Jacob Matthijsz. Met schuldbrief van 48 gulden met hypotheek op het gekochte. [134]
Op 16-12-1584 verkoopt Jacob Corstensz aan Pons Gerritsz een bezegelde koopbrief van 30-3-1584 getransfixeert op een brief van decreet van het Hof van Holland van 10-9-1582 groot 6 hond land met huis en schuur, belend ten oosten de verkoper, ten westen Maritje Cornelisdr, weduwe van Adriaen Cornelisz Ouwe Jan met gelijke 6 hond land en een huis, strekkende het noordeinde van de Voorweg zuidwaarts tot Aert Sijmonsz rietdekker. Vervolg: 16-12-1584. Schuldbrief van 100 gulden met hypotheek op het gekochte. [135]
Op 8-9-1591 verkoopt Cornelis Ponszn met Jan Gerritszn en Willem Gerritszn, zijn omen en bloedvoogden, Cornelis Corneliszn Wittebol hun zwager de helft van 10 hond land gelegen buiten weg, belend oost Machtelt Cornelisdr wed. van Pons Gerritszn, de voorsz. Cornelis Ponszn moeder, west Cornelis Dirckszn Roos, zuid Bastiaen Thijszn en noord de Voorweg daarvan de andere helft aan de koper als gehuwd met Anna Ponsdr toekomt. Cornelis Corneliszn voorsz. verkoopt Gerrit Ponszn zijn zwager de gehele 10 hond land, waarvoor hij een custingbrief passeert. [136]

Op 8-9-1591 is Gerrit Ponszn met Jan Gerritszn en Willem Gerritszn zijn omen en gekoren voogden schuldig aan Cornelis Corneliszn Wittebol zijn zwager 304 Kar. gld. met hypotheek op het gekochte. [137]
Op 26-9-1591 verkoopt Roelof Adriaensz aan Arent Jansz, drapenier te Leiden, een bezegelde schoutenbrief van 9 gulden 7½ stuivers per jaar ten laste van Pons Gerritsz. [138]
Op 26-11-1595 is Machtelt Cornelisdr, weduwe van Pons Gerritsz met Roelof Adriaensz, haar gekoren voogd, schuldig aan haar broer Jacob Cornelisz, wonende te Alphen, 54 gulden met hypotheek op 2½ morgen land met huis gelegen binnen weg, belend ten westen Cornelis Dircksz Roos en ten oosten Cornelis Pietersz Speelman en Cornelis Dircksz voorsz., strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg toe. Afgelost 7-6-1606. [139]
Op 31-8-1598 is Machtelt Cornelisdr, weduwe van Pons Gerritsz met haar zoon Gerrit Ponsz, schuldig aan Jacob Doesz 72 gulden spruitende uit zake van een schuld van 72 gulden die haar dochter Lijsbeth Ponsdr aan Jacob Doesz schuldig was, waarvoor Cornelis Cornelisz alias Cleijn Nees en Gerrit Ponsz, haar zwager en zoon, borg waren. Lijsbeth heeft nu geen middelen om te betalen en daarom heeft Machtelt de voorsz. 72 gulden tot haar last genomen om als een eigen schuld te voldoen. Zij geeft hypotheek op haar woning als huis met berg en schuur alsmede 2½ morgen land daar achter, belend ten oosten Cornelis Pietersz Speelman en Cornelis Dircksz Roos, ten westen Gerrit Ponsz en Dirck Aemsz, ten noorden de Voorweg en ten zuiden de Achterweg. Afgelost 7-6-1606. [140]

Pons Gerritsz x Lijsbeth Willemsdr
PONS GERRITSZ (VAN SLUIJS), geb. vóór ca. 1555, ovl. 1638-1640, wonende onder het ambacht van Hoogeveen (1580, 1583), aan de Rijndijk (1587), aan de Buitenweg "met het land daar zijn huis op staat" (1593), in een huis met berg alsmede 8 morgen weiland gelegen Buitenweg (1598), op 't Westeynde (1600), te Hazerswoude (1623), belender met land aan de Buitenweg (1578..1638) naast de Legewerff (1595, 1599), aan de Bovenweg (1595..1628), aan de Achterweg (1598), in het Rietveld (1618), te Hazerswoude, vermeld met een leengoed van Cruijningen te Hazerswoude (1582-1584), Heilige Geestmeester van Hazerswoude (1615), wiens zwager (schoonzoon?) is Adriaen Jansz Moij (1615, hoe?), tr. vóór 1578 LIJSBETH WILLEMSDR, ovl. 1623-1640, dr. van Willem Eeuwouts en Anna Harmansdr. Zij wonen te Hazerswoude (1623).
Op 11-6-1578 verkopen ....... voor de helft en 1/10 in de wederhelft, Floris Willemsz, Claes Willemsz, Harman Willemsz, Cornelis Pietersz, man en voogd van Aeltje Willemsdr, Claes Claesz, man en voogd van Meijnsje Willemsdr, Pons Gerritsz, man en voogd van .. Willemsdr vervangende Aert Claesz, man en voogd van Maritje Willemsdr, elk voor 1/10 in de wederhelft, aan Aert Willemsz, man en voogd van Machtelt Willemsdr hun mede-erfgenaam voor 1/10 gedeelte elk hun aandeel van een huis met berg en schuur met al het verbrande hout, steen en andere overblijfselen van de verbrande woning met het land van 5 morgen 5½ hond, strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de dwarswetering toe, belend ten oosten de erfgenamen van Pieter Vranckensz en ten westen Claes Willemsz Ket met de actie van de huurlanden bij Willem Eeuwoutsz tot nu toe gebruikt ........, een perceel land groot 11 hond?, belend ten oosten Crijn Aertsz, ten westen ......, ten zuiden Gerrit Gerritsz Koeijt .......; 3½ morgen, belend ten oosten Jacob Sijmonsz en Leendert Woutersz en ten westen Cornelis Cornelisz te Valkenburg en Adriaen Jansz ....... of zijn kinderen, strekkende uit de nieuwe vaart noordwaarts tot de Delff. Zij vrijen het land uitgezonderd 9 gulden 15 stuivers per jaar en verscheidene kleine renten staande op enige der voorsz. landen, namelijk 2 gulden 5 stuivers ten behoeve van de weeskinderen? van Hillegont Eeuwoutsdr en Maerten Evertsz, Adriaen Jansz backer, 30 stuivers per jaar ten behoeve van de erfgenamen van Aeltje Jansdr en Maria ouwe Gerritsdr, tezamen 4 gulden 10 stuivers en 30 stuivers per jaar ten behoeve van Cornelis Gerritsz Keijser. [153]
Op 11-6-1578 is Aert Willemsz, nu wonende in Friesland, schuldig aan Willem Eeuwoutsz en zijn kinderen, te weten Willem Eeuwoutsz zelf namens Aecht Willemsdr, Floris Willemsz, Claes Willemsz, Harm Willemsz en Cornelis Pietersz, man en voogd van Aeltje Willemsdr, Claes Claesz, namens Meynsje Willemsdr, Dirck Claesz, man en voogd van Maritje Willemsdr, Aert Nyclaesz, man en voogd van Neeltje Willemsdr en Pons Gerritsz, man en voogd van Lijsbeth Willemsdr en Aert Willemsz voors. namens Machtelt Willemsdr ......... zeven maal 108 gulden in mindering van als voren die beheerd zullen worden tot de kaveling van moeders erf of huwelijks goed voor Claes Willemsz en Willem Eeuwoutsz namens Aecht Willemsdr, Maritje Willemsdr, Lijsbetgen Willemsdr, Harmen Willemsz en Meijnsge Willemsdr tezamen 2006 gulden tot de andere kinderen elk gelijke 108 gulden ontvangen hebben zulks dat nog resteert 1544 gulden die hij beloofde te betalen op 5 mei dagen, met hypotheek op ........ tot de dwarswetering toe, ten westen Floris Adriaen Jansz en .... Jacobsz, ten oosten de kinderen van jonge Jan Dircksz Wittebol en Joris Cornelisz Schoeneman, groot 12 morgen 1½ hond, nog 11 hond land belend ten oosten Crijn Aertsz, ten westen de Westvaart, ten zuiden Gerrit Gerritsz Koeijt, ten noorden Sijmon Dircksz en 3½ morgen land, belend ten oosten Jacob Sijmonsz en Leendert Woutersz, ten westen Cornelis Cornelisz te Valkenburg en Adriaen Jansz backer of zijn kinderen, strekkende uit de nieuwe vaart noordwaarts tot de Delff toe.
Vervolg: Op 11-6-1578 verkoopt Aert Willemsz, wonende in Friesland, aan Dirck Claesz zijn zwager 3½ morgen land gelegen buiten weg, als hiervoor vermeld, doch nu strekkende van de nieuwe vaart noordwaarts tot Jan Bruijnensz en Anna Claesdr land toe.
Vervolg: Op 11-06-1578. is ...... (Dirck Claesz) schuldig aan Aert Willemsz 500 gulden met waarborg 3½ morgen land zoals hij hiervoor heeft gekocht van Aert Willemsz. [154]
Op 25-1-1580 is Pons Gerritsz, wonende onder het ambacht van Hoogeveen, schuldig aan Anna Worboutsdr, weduwe van Jan Dircksz, 12 gulden per jaar wegens koop van 14 hond land gelegen buiten weg, belend ten oosten Adriaen Jacobsz Craen en ten westen Jan van Mathenes en van Lis en Cornelis Gerritsz, scheepmaker, strekkende uit de nieuwe vaart noordwaarts tot aan Crijn Aertsz en meer landen. Zie voor de overdracht invnr. 18 akte folio 293v. [155]
Op 21-8-1583 is Hendrick Bouwensz schuldig aan Pons Gerritsz en Claes Willemsz 550 gulden wegens koop van 4 morgen land dat ter leen wordt gehouden van de heer van Cruijningen gelegen binnen weg, belend ten oosten Willem Sijmonsz en ten westen Maritje, Jan Pietersz weduwe, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, waaronder begrepen de huiswerven van de schuldenaar en Jan Joostensz Block, met waarborg zijn huis strekkende van de Voorweg tot de nieuwe vaart, belend ten oosten Anna Cornelisdr, weduwe van mr Jeroen Foppenz en ten westen het voorsz. leengoed alsmede nog een binnenweg sate van 13½ hond, belend ten oosten Claes Dircksz en ten westen Joost Claesz, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg en 15 hond land in het Rietveld, belend ten oosten Ot Adriaensz, ten westen Jacob Vassensz, ten zuiden de Kerkweg en ten noorden Gerrit Clementsz c.s. [156]
Op 21-8-1583 verkopen Pons Gerritsz, wonende in het ambacht van Hoogeveen en Claes Willemsz, wonende aan de Rijndijk, zijn zwager, aan Maerten Zweersz van der Poll de voorsz. schuldbrief. Mede compareert Dirck Claesz, hun zwager, wonende aan de Rijndijk, met waarborg 3½ morgen land, belend ten westen Adriaen Jansz bakker en zijn kinderen en Cornelis Cornelisz te Valckenburg, ten oosten Jacob Sijmonsz en Leendert Woutersz, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden Jan Bruijnenz en Anna Claesdr. [157]
Op 26-8-1584 verkoopt Pons Gerritsz aan Pieter Adriaen Reijersznz 4½ hond land gelegen buiten weg hem aangekomen door koop van Anna Worboutsdr, weduwe van Jan Dircksz, van 25-1-1580, belend ten oosten Adriaen Jacobsz Craen, ten westen Cornelis Gerritsz scheepmaker en Jan van Mathenesse, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden Adriaen Cornelisz Voshol, belast met 12 gulden losrente ten behoeve van Anna Worboutsdr, betaald met een obligatie. [158]
Op 11-5-1587 verkoopt Aert Willemsz voor hem zelve en ook als man en voogd van Machtelt Willemsdr, wonende in Vriesland, aan Pons Gerritsz en Dirck Claesz, zijn zwagers, een woning als huis met berg en schuur alsmede 5 morgen 5 hond 43 roe land, belend ten oosten Claes Willemsz Ket en Jan Claesz en ten westen Claes Willemsz Ket voorsz., strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de oude dwarswetering toe, nog de helft van 4 morgen 1 hond 77 roe land waarvan de wederhelft toebehoort aan Leendert Adriaensz van Outshoorn, strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de voorsz. oude dwarswetering, belend ten oosten Jan Willem Louwerisznz te Koudekerk en ten westen de woning en land van Stopenburch toebehorende de gemene erfgenamen van Bouwen Willemsz; 8 morgen 4 hond 12 roe land strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de dwarswetering toe, belend ten westen Adriaen Jacobsz Craen en Floris Adriaen Jansznz en ten oosten Boeijen Dircksz, het volgende perceel en Salomon Jorisz en nog oost daaraan liggende een perceel van 3 morgen 3½ hond land hoewel het kleiner is, belend ten oosten de leenakker van Cornelis Joostensz en ten westen het voorgaande perceel, strekkende van de nieuwe vaart af tot Salomon Jorisz land toe; 10 hond 22 roe land eertijds gekomen van Thijs Pietersz snijder en een hond daaraan liggende, tezamen 11 hond volgens het morgenboek, belend ten oosten Crijn Aertsz, ten westen de Westvaart, ten zuiden Gerrit Gerritsz Koeijt en Jeroen Gerritsz en ten noorden Sijmon Dircksz, de bruikwaar van 8 morgen 2½ hond huurland eigenaar de kerk van Sint Pieter te Leiden en het Sint Catharijnen Gasthuis aldaar, belast met 9 gulden en 145 stuivers per jaar onder overhandiging van de oude brief van 11-06-1578 en 16 gulden ten behoeve van Willem Eeuwoutsz haar huisvrouwen vader, te lossen met 1000 gulden. vervolg: 11-5-1587. Schuldbrief van 3800 gulden met hypotheek op het gekochte. [159]
Op 21-6-1587 is Pons Gerritsz, wonende aan de Rijndijk, schuldig aan Roelof Adriaensz 9 gulden 7½ stuivers per jaar met hypotheek op de helft van alle goederen en percelen van landen als hij en Dirck Claesz, zijn zwager, onlangs van Aernt Willemsz, hun zwager, hebben gekocht en met behoorlijke eigendomsbrieven ontvangen hebben op 12-5-1587. Dirck Claesz en Pons Gerritsz zullen enige penningen op rente moeten lichten om de 300 gulden te "furneeren die sij gereet betaelen moeten". Deze schuld gaat voor de schuld aan Aernt Willemsz, hun zwager, groot 3800 gulden, welke clausule ook in die schuldbrief is vermeld. De hypotheek wordt gevestigd op een woning als huis met berg en schuur alsmede 5 morgen 5 hond 43 roe land, belend ten oosten Claes Willemsz Ket en Jan Claesz en ten westen Claes Willemsz Ket voorsz., strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de oude dwarswetering toe, de helft van 4 morgen 1 hond 77 roe land waarvan de wederhelft toebehoort aan Leendert Adriaensz van Outshoorn, strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de oude dwarswetering toe, belend ten oosten Jan Willem Lourisznz te Koudekerk en ten westen de woning en landen van Stoopenburch, toebehorende de gemene erfgenamen van Bouwen Willemsz, een weer van 8 morgen 4 hond 12 roe, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de voorsz. dwarswetering toe, belend ten westen Adriaen Jacobsz Craen en Floris Adriaen Jansznz en ten oosten Boeijen Dircksz en het navolgende perceel en Salomon Jorisz, oost waarvan liggende 3 morgen 3½ hond land, belend ten oosten de leenakker van Cornelis Joostensz en ten westen het voorsz. perceel, strekkende van de nieuwe vaart af noordwaarts tot Salomon Jorisz land toe; 11 hond land belend ten oosten Crijn Aertsz, ten westen de westvaert, ten zuiden Gerrit Gerritsz Koeijt en Jeroen Gerritsz en ten noorden Sijmon Dircksz van al welke landen de wederhelft toekomt aan Dirck Claesz, zijn zwager. [160]
Op 7-6-1589 scheiden Dirck Claesz en zijn zwager Pons Gerritsz goed dat zij gekocht hebben van hun zwager Aert Willemsz volgens de scheidbrief van 11-5-1587. Dirck Claesz ontvangt de woning als huis met berg en schuur alsmede 5 morgen 5 hond 43 roe land, belend ten oosten Claes Willemsz Ket en Jan Claesz en ten westen Claes Willemsz Ket voorsz., strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de oude dwarswetering toe met de helft van 4 morgen 1 hond 77 roe waarvan de andere helft toebehoort aan Leendert Adriaensz van Outshoorn, strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de voorsz. dwarswetering toe, belend ten oosten Jan Willem Louwen, ten westen de woning en landen van Stoopenburg, toebehorende Martijn Jacobsz Marlijn in de naam van Catharina Bouwensdr, zijn huisvrouw, belast met de helft van een rente van 1000 gulden hoofdsom waarvan men betaalt 60 gulden per jaar ten behoeve van Willem Eeuwoutsz haarlieder huisvrouwen vader, 4 gulden 10 stuivers per jaar losrente ten behoeve van Lambrecht Claesz te Leiden en de bruikwaar van 8 morgen 2½ hond land waarvan de eigendom toebehoort aan de Sint Pieterskerk en het Sint Catharijnen Gasthuis te Leiden en Pons Gerritsz ontvangt 8 morgen 4 hond 12 roe land strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de voorsz. dwarswetering, belend ten westen Adriaen Jacobsz Craen en Floris Adriaen Jansz, en ten oosten Boeijen Dircksz en het hierna volgende perceel en Salomon Jorisz, nog een perceel land oostwaarts naast het voorgaande perceel groot 3 morgen 3½ hond, belend ten oosten de leenakker nu ter tijd toebehorende Dirck Boeijensz als actie hebbende van Cornelis Joostenz en ten westen het voorsz. perceel, strekkende van de nieuwe vaart noordwaarts tot Salomon Jorisz land toe, 10 hond 22 roe land eertijds gekomen van Matthijs Pietersz snijder mitsgaders nog 1 hond land daaraan liggende makende tezamen 11 hond, belend ten oosten Crijn Aertsz, ten westen de Westvaart, ten zuiden Jeroen Gerritsz en Gerrit Sijmonsz en Sijmon Dircksz, welverstaande dat Pons Gerritsz daarop behoudt eerst de andere helft van 1000 gulden hoofdgeld toekomende Willem Eeuwoutsz, 30 stuivers per jaar ten behoeve van de erfgenamen van Adriaen backer en 2 gulden 5 stuivers per jaar ten behoeve van de weduwe van Aert Maertensz en Pons Gerritsz beloofde zijn zwager Dirck Claesz schadeloos te houden van een brief van 9 gulden 7½ stuiver per jaar die hij gepasseerd heeft op Roelof Adriaensz op de helft van alle voorsz. percelen. Nog heeft Pons Gerritsz tot zijn last genomen een rente van 30 stuivers per jaar ten behoeve van Cornelis Gerritsz Keijser. [161]
Op 21-11-1593 komen Adriaen Jacobsz Craen en Pons Gerritsz naast elkander geland buiten weg neffens de woning van Grietje Bruijnendr, weduwe van Inge Leendertsz, te weten Adriaen ten westen met een lege werf en Pons met het land daar zijn huis op staat ten oosten waarvan tot gerief en behoef van de voorsz. Grietje Bruijnendr haar erven en nakomers possesseurs, van de woning groot 13 hond belend ten oosten Claes Dircksz en Adriaen Claesz, en ten westen zij zelf en Cornelis Cornelisz alias Cleyn Nees, strekkende voor van de Heerweg zuidwaarts tot de Achterweg, overeen dat de bezitters van de voorsz. woning gebruik mogen maken van een tochtsloot liggende tussen Pons Gerritsz ten oosten en Adriaen Jacobsz Craen ten westen van de nieuwe vaart af tot de Voorweg toe. [162]
Op 21-11-1593 zijn Gerrit Cornelisz scheepmaker en Pons Gerritsz schuldig aan de weduwe en erfgenamen van Crijn Aertsz 300 gulden wegens koop van 2 morgen en 7 hond slagturfland, belend de 2 morgen ten oosten Jan Pietersz Moeij, ten westen de voorsz. 7 hond, ten zuiden Adriaen Claesz molenaar en ten noorden Otto Pietersz, de 7 hond ten oosten de voorgaande 2 morgen, ten westen Pons Gerritsz, ten zuiden Adriaen Jansz Moeij en ten noorden Aert Pietersz. [163]
Op 13-9-1598 is Pons Gerritsz schuldig aan Jan Gerritsz Buijtewech te Leiden 50 gulden per jaar met hypotheek op zijn woning als huis met berg alsmede 8 morgen weiland gelegen buiten weg, strekkende voor ........, noordwaarts tot de oude dwarswetering toe, belend ten oosten de schuldenaar en de weduwe van Salomon Jorisz en ten westen Floris Adriaensz; 3½ morgen land, belend ten westen de voorsz. 8 morgen, ten oosten Adriaen Claesz molenaar, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden de weduwe van Salomon Jorisz. Afgelost 28-6-1630. [164]
Op 3-12-1598 stelt Cornelis Worboutsz voor zichzelf en zich sterk makende voor zijn broers en zusters, allen erfgenamen van hun zuster Anna Worboutsdr, weduwe van Jan Dircksz Een Ooch voor de helft en Pons Gerritsz zich sterk makende voor zijn zwager Harman Willemsz, die te anderen tijde gehuwd had Aeltje Jansdr, dochter van Jan Dircksz en Anna Worboutsdr voor de andere helft, dat Joris Claesz Oosterlinck aan hen afgelost heeft een rente van 6 gulden per jaar met de hoofdsom van 100 gulden als rest van 18 gulden per jaar losbaar met 300 gulden, waarvan 200 gulden tevoren waren gelost, waarvan de brief was van 30-10-1570, geregistreerd in het 5e register. De brief was in handen van Harman Willemsz doch hem bij "quade fortune affhandich gemaeckt". [165]
Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Hazerswoude op 't Westeynde:
Pons Gerrytsz op 20 £, comt 40 gl.
Op 16-7-1613 verkopen Adriana Claesdr, weduwe van Cornelis Adriaensz Lodder met haar zoon Jan Cornelisz Lodder voor de helft en Jan Cornelisz Lodder voorsz. voor zichzelf voor de andere helft, aan Pons Gerritsz en Gijsbert Ponsz tezamen 6 morgen 1 hond land gelegen buitenweg onder Sijmon Jansz polder, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de Kerkwegsewatering toe, belend ten oosten de weduwe van Jan Anthonisz en het Sint Catharijnen Gasthuis te Leiden en ten westen ouwe Cornelis Joostenz, voldaan met 150 gulden, door Jan Cornelisz Lodder ontvangen en met een rentebrief van 12 gulden 10 stuivers per jaar en een schuldbrief van 350 gulden.
Vervolg 16-7-1613. Volgt rentebrief van 12 gulden 10 stuivers per jaar ten behoeve van Adriana Claesdr met hypotheek op het gekochte.
Vervolg 16-7-1613. Volgt schuldbrief van 350 gulden ten behoeve van Adriana Claesdr met hypotheek op het gekochte. [166]
Op 30-3-1615 is Adriaen Jansz Moij schuldig aan Sijmon Meesz een jaarlijkse losrente van 7 gulden 10 stuivers met hypotheek op 1/3 gedeelte van een huis en erf gelegen buitenweg, belend in zijn geheel ten oosten Sijmon Cornelisz, ten zuiden de Heerweg, ten westen zijn zwager Pons Gerritsz, 3 morgen 1½ hond slagturfland of water gelegen buitenweg, belend ten noorden Pons Gerritsz, ten oosten Pieter Jansz en Jacob Sijmonsz, ten zuiden Eeuwout Ponsz en Pieter Jansz voorsz. en ten westen de Westvaart, mits dat Hillegont Dircksdr daarin heeft liggen 2 schuren, betaald eensdeels door cassatie van een obligatie en voorts met gehaald bier en verteerde kosten voor de ander afgerekend. [167]
Op 24-11-1615 verkoopt Leentje Jansdr, weduwe van Claes Leendertsz met Claes Jansz en Vranck Jacobsz, haar broer en mans ..........., aan Pons Gerritsz, Eeuwout Ponsz en Gijsbert Ponsz 14 hond land gelegen in het Rietveld, welke door Claes Leendertsz tijdens zijn leven waren verkocht, belend ten oosten de Coppierenkade, ten zuiden de Kerkwegsevaart, ten westen Cornelis Hugenz en ten noorden Sijmon Jan Reijersz. Koopsom 150 gulden. [168]
Op 2-5-1621 verkopen Pons Gerritsz en Gijsbert Ponsz Backer aan Eeuwout Ponsz en Cornelis Dircksz, hun zoon en schoonzoon, broer en zwager, 2/3 deel van 14 hond land te weten aan Eeuwout Ponsz 5 hond en 5/6 deel van 1 hond en aan Cornelis Dircksz ...onleesbaar... in het Rietveld, belend ten oosten de kopers, ten westen Lucas Corsz, ten zuiden de Kerkwegsevaart en ten noorden Sijmon Jan Reijersz. Koopsom 200 gulden. [169]
Op 2-5-1621 verkoopt Pons Gerritsz aan zijn zoon Gijs Ponsz en aan zijn zwager (hier te lezen als schoonzoon) Cornelis Dircksz, te weten aan Gijs het kampje land strekkende van zijn 3 morgen af zuidwaarts tot aan de Dwarssloot toe en aan Cornelis Dircksz het kampje strekkende van de voornoemde Dwarssloot af tot de Heerweg, tezamen groot de helft van 6 morgen 1 hond, gelegen Buitenweg onder Sijmon Jansz polder, belend ten westen Cornelis Joostenz en ten oosten Sijmon Pietersz Keijser, belast met 100 gulden ten behoeve van de weduwe van Cornelis Adriaensz Lodder te Alphen. Voldaan met een schuldbrief door Gijs Ponsz van 350 gulden en door Cornelis Dircksz van 450 gulden.
Vervolg 2-5-1621. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [170]
Op 20-3-1622 verkoopt Pons Gerritsz aan Pieter Adriaensz en Adriaen Ponsz 3 morgen 3½ hond merendeel hooi- en de rest gebroken veenland gelegen Buitenweg, strekkende van de Nieuwe vaart noordwaarts tot de erfgenamen van IJsbrant Pietersz de Bije toe, belend ten westen de verkoper en ten oosten Sijmon Cornelisz als eigenaar van een leenakker met turfschuur. Voldaan met een schuldbrief bij assignatie ten behoeve van Arien Joppenz, vlaskoper te Gouda.
Vervolg 20-3-1622. Bovengenoemde schuldbrief van 900 gulden met hypotheek op het gekochte. [171]
Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Pons Gerritsz ende Lijsbet Willemsdr - 2 hoofden
Op 25-4-1640 verkopen Gijsbert Ponsz van Sluijs, Eeuwout Ponsz van Sluijs, Adriaen Ponsz van Sluijs, Pieter Ponsz van Sluijs, Dirck Ponsz van Sluijs en Cornelis Dircksz, gehuwd met Catarina Ponsdr van Sluijs, allen kinderen en erfgenamen van Pons Gerritsz van Sluijs en Lijsbeth Willemsdr, aan Cornelis Cornelisz van Tol een huis en erf met berg en schuur met 2 hond land gelegen Buitenweg, belend ten oosten Claes Maertensz Snouckrt, ten westen Eeuwout Ponsz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de Nieuwe vaart, belast met 1 stuivers 8 penningen werfhuur per jaar ten behoeve van de ambachtsheer van Hazerswoude. Voldaan met een schuldbrief van 1.700 gulden. Volgt schuldbrief ook d.d. 25-4-1640 met hypotheek op het gekochte. [172]
Op 25-4-1640 verkopen Gijsbert Ponsz van Sluijs, Eeuwout Ponsz van Sluijs, Adriaen Ponsz van Sluijs, Dirck Ponsz van Sluijs en Cornelis Dircksz, gehuwd met Catarina Ponsdr van Sluijs, allen kinderen en erfgenamen van Pons Gerritsz van Sluijs en Lijsbeth Willemsdr, aan hun broer Pieter Ponsz van Sluijs 2/3 van de helft van een perceel weiland gelegen Buitenweg, waarvan de koper 1/3 toekomt en de wederhelft aan Cornelis Cornelisz van Tol, groot 3 hond, belend in zijn geheel ten oosten Willem Ponsz en Adriaen Ponsz, ten westen Bouwen Florisz, ten zuiden de Nieuwe vaart en ten noorden Pieter Ponsz alsmede 2/3 van de helft van 3 hond oud turfland of water, waarvan de koper 1/3 heeft en de wederhelft aan Cornelis Cornelisz van Tol, belend in zijn geheel ten westen, zuiden en noorden Claes Cornelisz Soontgen en ten oosten Claes Maertensz Snouckert. Voldaan met schuldbrieven door Pieter van 783 gulden en Cornelis Cornelisz van Tol van 1.100 gulden.
Vervolg 25-4-1640. Volgt schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [173]
    Uit dit huwelijk:
  • a. Gijbert Ponsz (Backer / van Sluijs), geb. vóór ca. 1590, ovl. na 1640.
    Op 16-7-1613 verkopen Adriana Claesdr, weduwe van Cornelis Adriaensz Lodder met haar zoon Jan Cornelisz Lodder voor de helft en Jan Cornelisz Lodder voorsz. voor zichzelf voor de andere helft, aan Pons Gerritsz en Gijsbert Ponsz tezamen 6 morgen 1 hond land gelegen buitenweg onder Sijmon Jansz polder, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de Kerkwegsewatering toe, belend ten oosten de weduwe van Jan Anthonisz en het Sint Catharijnen Gasthuis te Leiden en ten westen ouwe Cornelis Joostenz, voldaan met 150 gulden, door Jan Cornelisz Lodder ontvangen en met een rentebrief van 12 gulden 10 stuivers per jaar en een schuldbrief van 350 gulden.
    Vervolg 16-7-1613. Volgt rentebrief van 12 gulden 10 stuivers per jaar ten behoeve van Adriana Claesdr met hypotheek op het gekochte.
    Vervolg 16-7-1613. Volgt schuldbrief van 350 gulden ten behoeve van Adriana Claesdr met hypotheek op het gekochte. [174]
  • b. Eeuwout Ponsz (van Sluijs), geb. vóór ca. 1590, ovl. na 1640, belender aan de Buitenweg (1615, 1619, 1620, 1640), te Hazerswoude (1640).
  • c. Adriaen Ponz van Sluijs, ovl. na 1640, belender aan de Buitenweg (1640).
  • d. Pieter Ponsz van Sluijs, geb. vóór ca. 1595, ovl. na 1641, belender aan de Bovenweg (1620), aan de Binnenweg (1621, 1641), te Hazerswoude (1641), tr. vóór 1620 Ariaentje Dircksdr, erft van haar vader een huis en erf met land of water groot 4 1/2 hond gelegen Binnenweg te Hazerswoude (1620).
    Op 9-7-1628 verkoopt Aem Dircksz, tegenwoordig ambachtsbewaarder van Hazerswoude, aan Pieter Ponsz de helft van 15 hond land gelegen Binnenweg, waarvan de wederhelft aan de koper toebehoort, belend ten oosten Jan Cornelisz Wittebol, ten westen Gerrit Ponsz, ten zuiden de Achterweg en ten noorden Adriaen Cornelisz Roos. Voldaan met een schuldbrief van 650 gulden.
    Vervolg 9-7-1628. Volgt schuldbrief, waarbij Aem Dircksz zwager wordt genoemd van Pieter Ponsz, met hypotheek op het gekochte. [175]
    dr. van Dirck Aemsz en Maritje Thijsdr.
  • e. Dirck Ponsz van Sluijs, geb. vóór ca. 1595, ovl. na 1640, belender aan de Buitenweg (1620).
  • f. Catarina Ponsdr van Sluijs, ovl. na 1640, tr. vóór 1640 Cornelis Dircksz, ovl. na 1640.

14040. GOVERT PIETERS HIJSELENDOORN,[176]

14160. FRANS AERTSZ SNOECK, geb. ca. 1510, ovl. ca. 1564 (voor 1572), koopt het ouderlijk huis "Over de Haven" te Gorinchem (1544), tr. vóór ca. 1540[178]

14161. ANNA WALRAVENSDR VAN DALEM, geb. vóór ca. 1520, ovl. na 1602.

In 1544 nam Frans Aertsz Snoeck van zijn zuster Aefke Aerts Snoeck voor 1100 gulden het huis over de haven te Gorinchem over, waarin zijn vader overleden was. Zijn weduwe verkocht in 1572 met haar kinderen voor 300 gulden een huis in de Krijtstraat tegenover de Zustersteeg. [179] [180]

14168. MELIS HERMANSZ VERSCHOOR, geb.. ca. 1540, afgevaardigde van Sleeuwijk als geerfde en waarschijnlijk als heemraad (1571). [190]

14464. GERRIT HENDRICKSZN VAN DE CRAEIJENKAMP, geb. Barneveld ca. 1545.

14465. NEELTJE JANSDR., van Amersfoort.

14752. AELBERT JANSZ VAN BEMMEL, geb. vóór ca. 1545, ovl. verm. 1577, wordt volgens de "Geslagt Tafel" in zijn huis te Wijk doodgeschoten door plunderende Spanjaarden uit Zutfen (vermoedelijk einde 1577), zijn broer Gijsbert Jansz van Bemmel en Jan Wolckens worden medio januari 1578 vermeld als voogden over zijn kinderen,[203] tr. vóór 1566

14753. NN.

14754. FRANS NN.

14768. MAES (BEECKMAN)(¥), geb. vóór ca. 1560, alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon, afkomstig van Nijkerk:

14770. PEEL NN, of is hij Maes P(e)elen die tekent met Maes Peelen Robort (1619).

14776. AUGUSTIJN WILLEMSZ VAN OUDEWATER, geb. vóór ca. 1565, ovl. 1602-1609, cremer (1595), is als Augustijn Willems, busmeester van 't cremergilde te Amersfoort (1597), belender in de Langestraat (1596), in de Peperstraat (1597), tr. vóór ca. 1590

14777. ARMGART WILLEM DIRCXZN VASTRICXDR, geb. vóór ca. 1570, ovl. na 1628, is als de weduwe van Augustijn Willemsz belendster in de Peperstraat (1609), in de Langestraat (1611), buiten de Sint Andriespoort (1628).

Op 7-7-1611 testeert: Gerrichgen Jansdr, kranck te bedde liggende, wed. van Joris Dircxzn Zij institueert tot haar enig en universeel erfgenaam Armgart Willem Dircxzn Vastricxdr, weduwe van Augustijn Willemzn, of bij haar overlijden haar kinderen. Getuigen: Jan van Dael Henricxzn, Evert van Diest en Dirck van Houwen. [226]
Op 1-6-1614 compareren: Wouter Evertzn, coeckebacker wonend te Amersfoort, en zijn echtgenote Weymtgen Dircx. Zij cederen en geven over aan Armgert Willems, weduwe van Augustijn Willemszn en haar erven, zekere rente van 2 guldens en 5 stuivers jaarlijks in hoofdsom 45 guldens, die hen competeert uit kracht van zekere coopcedulle dd. 29-2-1563, uit zekere huysinge, staande op de Kamp, bij Jan Wouters (cremer) tegenwoordig gepossideert. Zij bekennen van de voornoemde hoofdsom met verschenen en toekomende rente van mei 1613 afgelopen en nog tot de aflossing toe te coopen bij de voornoemde Armgert Willems, ten volle gedaan en gecontenteerd te zijn. Zij beloven mede daarvan naar de gerechtelijke cessie te doen, waarvan Armgert W. verzoekt om een akte. Getuigen: Jan Bode de Jonge en Steven Bode. [227]
Op 24-2-1619 verkopen Mathijs Harmansz voor zichzelf en voor zijn vrouw Aeffgen, aan Armgert Willems, huis en hof in de Hellestraat, belend aan de ene zijde Dirck Martensz, aan de andere zijde Armgert Willems, een last van 125 gulden hoofdsom t.b.v Harman Jacobsz. [228]

14778. J(OH)AN HENRICXZ VAN DAEL, geb. vóór ca. 1560, ovl. 1629-1633, kerkmeester (1596, 1597, 1607), adjunct-kerkmeester (1609), oudkerkmeester (1607, 1609) van de Onze Lieve Vrouwekapel, treedt op als momber van Maria Claes, weduwe van Henrick Fredericksz (1610), schepen (1614, 1618, 1619, 1621, 1624, 1626, 1628), oudt-schepen (1621, 1622, 1629) van Amersfoort, belender buiten de Sint Andriespoort (1596), aan de Vismartkt (1613), in de Langestraat (1614), in de Mooierstraat (1618, 1620), buiten de Camppoort (1612), tr. vóór 1583

14779. GOUTGEN FRANSDR, ovl. 1621, is in 1616 "impotent van lichaam", vermeld als Goutyen huisvrouw van Jan van Dael op de lijst van geref. lidmaten te Amersfoort opgemaakt in 1621 (in margine: "doot").

Op 16-3-1596 verkopen Maes Thomasz en Aeltgen zijn vrouw, aan Jan van Dael Henricksz en Goutgen zijn vrouw, een hofje buiten de Sint Andriespoort, belend Jan van Dashorst, een hofje van de vicarie van Cornelis Jansz van Amerongen, achter: Henrick Dour, naast: de openbare weg. [233]
Op 25-7-1597 verkopen Wouter van Bijlaer de Beer en Evert Segersz als kerkmeesters van de Onze Lieve Vrouwekapel de anno 1596, aan Jan van Dael Henricxz en Goutgen zijn vrouw, de helft van een stukje land in de Westeijgen, samen met de erfgenamen van Claes Jacobsz, waarvan de andere helft aan de Onze Lieve Vrouwekapel behoort, belend aan beide zijden Zeger Hart. [234]
Op 4-1-1598 verkoopt Jan van Dael Henricksz, mede voor Goutgen zijn vrouw, aan Seger Hert en Hermantgen zijn vrouw, de helft van een stukje land in de Woesteijgen, samen met de erfgenamen van Claes Jacobsz, waarvan het deel van de verkopers een halve morgen is, belend beide zijden: Seger Hert. [235]
Op 25-2-1598 lenen Wouter Harmensz, smid en Merritgen zijn vrouw, van Jan van Dael Henricxz en zijn vrouw, 25 gulden, met als onderpand huis, hof en hofstede in de Slijckstraat (= Arnhemsestraat), belend Mathijs Lambertsz, Gosen Jansz, In de marge: Jan van Dael verklaart van Merritgen, weduwe van Wouter Harmensz, smid, de schuldsom ontvangen te hebben. Akte 20-12-.. [236]
Op 23-4-1607 verkopen Lambertgen Brincken, weduwe van Dommen Dommensz met Jan van Ingen haar momber, Dommen Dommensz haar zoon en voor de kinderen van zaliger Lambertus Brinckhuis en Marritgen, dochter van Anthonia Dommis, aan Jan van Dael Henricksz, zijn vrouw en hun erven, een huis in de Krommestraat, belend de erfgenamen van Cornelis Jansz, Jan Ghijsbertsz van Dompselaer, Op last van 100 gulden aan Rijck van Leemputten; 200 gulden aan voorgaande; 6 gulden, 15 stuivers aan Willem Pijls erven; 17 stuivers per jaar aan Adriaen Jansz Roemer; 3 gulden, 10 stuivers per jaar aan de Rederijkerskamer; 6 gulden per jaar aan de erven van Maria Bessels; 6 gulden, 5 stuivers per jaar aan Anthonia Jacobs. [237]
Op 10-7-1607 verkoopt Jan van Dael, aan Hillitgen, weduwe van Peter van Dael, - een huis in de Kamperbinnenpoort, belend de rederijkerskamer, een openbare weg, op last van 14 stuivers per jaar aan Aeltgen Gerrits, - een hof in de Zochstraat, belend de Poth, Marritgen Hillebrants, op last van 5 stuivers per jaar aan de Onze Lieve Vrouwekapel. [238]
Op 9-1-1613 testeren Jan Henricxzn van Dael, en zijn echtgenote Goutgen Fransdr., onder verwijzing naar de brief van Octroy: d.d. 23-8-1604 voor het Hof van Utrecht. Zij verklaren alle eerdere disposities van nul en generlei waarde. Zij vermaken elkaar de lijftocht van hun bezit. Zij prelegateren Frans van Dael, de oudste zoon, in plaats van zijn voordeel, 150 carolus guldens, of bij zijn overlijden de dan oudste zoon, 100 car. guldens. Zij prelegateren aan Cornelis en Gerrit, hun zonen, in recompense van de clederen, juwelen en costen des bruilofts, bij de andere getrouwde kinderen genoten, elk 250 car. guldens. Dit legaat vervalt als zij trouwen tijdens het leven van de ouders of tegen hun wil trouwen. Frans, hun oudste zoon, moet weer in de boedel inbrengen, de huisinge, hem in huwelijk meegegeven, vrij van alle lasten, of 1.200 guldens tot zijn optie mitsgaders 100 guldens hem daarboven nog in huwelijk meegegeven. Idem dat Henrick, Janneken en Elsgen elk in de boedel inbrengen moeten 900 guldens, bij hen in huwelijk genoten. En voorts al hetgeen zij met de dood ontruimen en achterlaten zullen, zoo heerlijke als deylbare, roerende, onroerende, renten, acten en credieten gemaakt, aan de voornoemde Frans, Cornelis, Gerrit, Janneken en Elsgen, of bij overlijden van enigen van hen, de kinderen in hun plaats, en de tegenwoordige en de toekomende kinderen van Henrick, hun zoon, in plaats van hun vader, bij gelijke egale portie, zonder enig voordeel, genoten zal worden. Zij institueren hen daarmee, wel verstaande dat hun zoon Henrick genieten en behouden zal, in plaats van zijn legitieme portie, de 900 guldens die hem in huwelijk zijn meegegeven. Henrick daarin mede instituerende en zullen zijn kinderen de 900 guldens worden gekort aan de portie hun alhier gemaakt. Welverstaande dat hun voornoemde kinderen die lijfrenten 't haarluyder lijve beleyt, elcx die zijne zullen behouden en daarvoor in de boedel-collatie brengen en goeddoen die penningen daarvoor deselve beleyt zijn, met expresse verbant en restrictie, dat indien iemand van hun erfgenamen quam te overlijden zonder wettige geboorte na te laten, op de anderen zullen vererven ter lester dood toe en bij afsterven van de leste, op de naaste van hun, comparantes, zijde. Zij benoemen tot mombers over hun zonen, Cornelis en Gerrit + over de kinderen van hun zoon Henrick, om redenen hen daartoe moverende: Evert van Dael en Ernst van Diest, hun broer en zwager, mitsgaders mr. Evert van der Schuer, advocaat. Bevelende hun erfgenamen hen in alles te gehoorzamen op poene dat de onwilligen metterdaad vervallen zullen zijn van hetgeen hen hierbij gemaakt is, behoudende deselve alleen zijn legitieme portie, waarna de willigen het restant zullen erven. Zij secluderen de weeskamer. Getuigen: Evert van der Schuer (advocaat), Evert van Dael Henderijckzn en Ernst van Diest. [239]
Op 19-6-1616 testeren Jan Van Dael Henricxzn en zijn echtgenote Goutgen Fransdr, impotent van lichaam, onder verwijzing naar een octroy d.d. 23-8-1604 voor het Hof van Utrecht. Zij verklaren alle eerder gemaakte testamenten en disposities van nul en geen waarde. Zij vermaken opnieuw uit kracht van genoemd octroy elkaar de lijftocht van al hun bezittingen. Zij prelegateren aan: - Frans van Dael (hun oudste zoon), in plaats van zijn voordeel volgens de ordonantie van dese stad en voor zijn heerlijkheid, 150 guldens, of bij zijn overlijden, de oudste alsdan, 100 guldens, - Cornelis van Dael (hun jongste zoon), in recompensie van de clederen, juwelen en costen des bruiloffs door de andere getrouwde kinderen genoten, 250 guldens, onder voorwaarde dat indien hij gedurende het leven van de comparant of een van hen beiden huwt, dit prelegaat zal vervallen. Voorts willen comparanten dat Frans in de boedel zal inbrengen de huysinge, hem ten huwelijk meegegeven, vrij van alle lasten, of 1.200 guldens en nog 100 guldens die hem in huwelijk zijn meegegeven. Idem dat Henrick, Janneken en Elsgen elk in de boedel brengen 900 guldens, bij hun huwelijk genoten. Zij willen tevens dat zeker accoort tussen Willem Augustijnszn. en Elsgen van Dael (zijn huysvrouw) enerzijds en comparanten en hun kinderen anderzijds, met betrekking tot de huysinge van Willem en Elsgen, effect sorteren en voortgang hebben zal (acte van 31-12-1615 notaris Joh. van Ingen). Zij institueren tot hun erfgenamen van al hun bezittingen, hun kinderen: Frans, Henrick, Cornelis, Janneken en Elsgen, of bij overlijden hun kinderen, bij gelijke egale portie zonder enig voordeel anders als boven vermeld. Welverstaande dat deze kinderen hun lijfrente zullen behouden en daarvoor in de boedel de overeenkomstige penningen zullen inbrengen. Indien een van hem komt te overlijden zonder wettige geboorte, dan vererft diens portie op de anderen en bij overlijden van de laatste, erven de naasten van comparantes zijde. Zij secluderen de weeskamer deser stad. Getuigen: Rijck Jacobzn Heelt en Lourens Corneliszn. [240]
Op 4-6-1617 verkoopt Ghijsbert Ghijsbertsz van Oudewater mede voor zijn vrouw Gerritgen Maes (?) aan Johan van Dael en Goutgen zijn vrouw, een huis op de Kamp. Opm.: 400 Carolus gulden gevestigd door Aert Berents en zijn vrouw Armgertjen, plecht d.d. 4-2-1590. [241]
Op 13-5-1617 verkopen Daem Claesz Soest en zijn vrouw Geertgen Versteech wonende te Barneveld, aan Johan van Dael en zijn vrouw Goutgen, hoofdsom 100 Philippus guldens gevestigd door Gerrit Spruijt Jansz en zijn vrouw Weyndelmaet op al hun goederen in dit gerecht gelegen de dato 26 april 1549, een rente van vijf Philippus guldens tot 25 stuivers 't stuk. [242]
Op 17-2-1618 lenen Jacob Dircksz van Romerskerck en zijn vrouw Willmtgen Joosten, van Johan van Dael, 300 gulden hoofdsom, met als onderpand twee huizen in de Godschalckstraat, belend Juffrouw Poijten, Lieve van der Meer. [243]
Op 31-8-1619 (ouden stijl) testeren Jan Henricxz van Dael en zijn vrouw Goutgen Fransdr, "impotent van lichaeme synde", met octroy van den Hove van Utrecht d.d. 23-8-1604. Over en weer bemaken zij elkaar de levenslange lijftocht van hun na te laten goederen. Zij prelegateren aan: - Frans van Dael, hun oudste zoon, 150 gulden in plaats van zijn voordeel en voor zijn heerlijkheid. Mocht hij overleden zijn, dan krijgt de dan oudste zoon 100 gulden. - hun jongste zoon Cornelis 250 Carolus gulden, ter compensatie voor klederen, juwelen en bruiloftskosten die de andere kinderen genoten hebben, onder voorbehoud dat mocht Cornelis tijdens hun leven met hun consent huwen of tegen de wil van de comparanten huwen, dan zal dit prelegaat nietig zijn. - Zij willen dat hun oudste zoon Frans weder in de boedel inbrengen zal de huysinge, door hem ten huwelijk genoten, vrij van lasten, of, naar keuze, 1200 gulden, ook al zou de huysinge meer waard zijn, plus nog 100 gulden die hem daarboven ten huwelijk meegegeven was. - Ook Jannichgen en Elisgen moeten ieder de 900 gulden inbrengen die zij ten huwelijk genoten hebben.
Zij willen dat volgens het akkoord tussen Willem Augustijns en zijn huysvrouw Elsgen van Dael aan de ene zijde en zij, comparanten, met hun andere kinderen ter andere zijde, de overdracht van de huysinge aan Willem Augustijns en zijn huysvrouw, plaats zal vinden volgens het akkoord van 6-12-1615, berustend bij bovengenoemde notaris. De testateurs bemaken hun kinderen Frans, Cornelis, Annichgen en Elsgen elk een vijfde part. Zoon gaat voor dochter, de oudste gaat voor de jongste van de genoemde kinderen. Voor de kinderen zijn voor ieder de lijfrenten ten haren live belegd, welke zij in moeten brengen. Bij overlijden van kinderen zonder na te laten geboorte, zal hun deel op elkaar vallen en ook op de kinderen van Henrick van Dael in plaats van op hun vader. Aan hun zoon Henrick van Dael is volgens hun verklaring ten huwelijk gegeven 900 gulden boven de klederen, juwelen en de kosten van de bruiloft, die 200 gulden bedroegen. De comparanten hebben aanzienlijke sommen van penningen gegeven tot onderhoud en hebben zijn kinderen mede onderhouden, welke zij nog onderhouden. Deze Henrick van Dael heeft zekere schulden gemaakt (en onbetaald gelaten), tot zijn vertrek toe onlangs, wat was op 15 juli l.l. en welke aan Willem Augustijnss aangebracht en nog aan te brengen, alleen de schulden tot aan zijn vertrek en geen andere.
De comparanten willen dat deze schulden, na hun dood, uit het vijfde part wat Henrick van Dael zou toekomen, betaald zullen worden. Zij bemaken Henrick de legitieme portie en willen dat de andere kinderen aan Henrick jaarlijks 34 Carolus gulden zullen uitreiken zo lang hij leeft. Tevens bepalen zij dat de lijfrenten die zij op Henrick belegd hebben, onder de executeurs zullen blijven. Het resterende deel van het aan Henrick van Daels toekomende vijfde part in hun na te laten goederen (na aftrek van de genoemde 900 gulden en de tot aan zijn vertrek gemaakte schulden) bemaken zij aan de kinderen van Henrick van Dael bij Geertgen Maes, zijn overleden huysvrouw, en de te verwekken kinderenj bij zijn toekomende echte huysvrouw, die hij met advies van zijn naaste vrunden (=familie), raad en consent zal trouwen. Mocht hij trouwen zonder dit consent, dan zullen zijn nakinderen onterfd zijn.
Zij legateren aan: - Aeltgen Vossen, dochter van Jannichgen van Dael, de comparantes "beste versette (=?) rock met een fluwele lijff"; - al haar klederen ten lijve behorende, aan haar dochters Jannichgen en Elsgen van Dael. - al zijn klederen ten lijve behorende aan zijn zonen Frans en Cornelis van Dael. Zij secluderen de Weeskamer. Zij stellen tot executeurs: - hun zwagers (=schoonzoons) Cornelis Vosch en Willem Augustyns van Oudewater; - Evert van Dael en Eernst van Diest, resp. hun broeder en zwager en - de adjunct van Johan van Ingen, Notaris. En tot mombers over de kinderen van Henrick van Dael: Cornelis Vosch en Willem Augustijnsz. Akte ten woonplaatse van de comparanten. Getuigen: E(e)rnst van Diest en Peter Harmansz. [244]
Op 26-6-1621 lenen Jacob Aertsz Appel en zijn vrouw, van Jan van Dael, 250 gulden hoofdsom, met als onderpand huis en hofstede staande alhier aan de Kortegracht, belend Albert van Rijn, Cornelis Vosch. In margine: Compareerde Johannes van Dael, schepen hoofdsom toekomende de comparant en zijn vrouw zaliger betaald door Looch Woutersz, 15-8-1626. [245]
Op 12-8-1625 lenen Wouter Woutersz en Neeltgen Jans zijn vrouw, van Jan van Dael Henricksz voor hemzelf en als boedelhouder van Goutgen Frans zaliger, zijn vrouw, 600 gulden, met als onderpand een huis op 't Havik, belend aan de ene zijde Dirck Servaes, aan de andere zijde Betgen, weduwe van Goort Bosch, In de marge: Henrick Jans van Raelt laatst weduwenaar van Aeltgen Reyersz verklaart, dat hij van Reyer Maesz Robbert de schuldsom ontvangen heeft. Akte 16-5-1663 [246]
Op 10-1-1626 (ouden stijl) testeert Johan van Dael, (tekent: "Jan van Dael Hendricksen"), schepen van Amersfoort. Hij verklaart dat hij alle disposties herroept die hij samen met zijn overleden huysvrouw Goutgen Frans voor mij notaris en getuigen op 31-8-1619 heeft gemaakt, uitgezonderd de reciproke lijftocht die hij opnieuw ratificeert krachtens het Octroij van de Hove van Utrecht verleend d.d. 23-8-1604. Hij noemt in dit testament zijn zonen Frans en Henrick en zijn dochters Jannichgen en Elsgen.
Hij testeert als volgt: - Hij wil dat zijn oudste zoon Frans van Dael in plaats van zijn genoten huwelijksgoed, 1300 Carolus gulden in zal brengen in de boedel, te weten de helft van 1300 gulden ten regarde van de erfenis van de testateur en gelijke helft ten regarde van de erfenis van zijn moeder. - Zijn dochters Jannichgen en Elsgen van Dael, zullen voor huwelijksgoed ieder 900 gulden inbrengen, eveneens in gelijke helften als voren. - De testateur zal het accoord van 31-12-1615 tussen hem en zijn zwager Willem Augustijns van Oudewater gestand doen, over de huysinge die zijn zwager bewoont. - Hij institueert Frans van Dael in zijn legitieme portie, waarin de helft van voornoemde 1300 gulden worden meegerekend. Het vierde part van zijn nalatenschap, waarin Frans ab intestato zou hebben gesuccedeerd, bemaakt hij aan de kinderen van Frans van Dael, met de levenslange lijftocht daarvan voor Frans en zijn huysvrouw Anna Jans. Welverstaande dat het huwelijksgoed van hun vader en datgene wat hen nog betaald zou mogen worden, meer bedraagt dan zijn legitiema, aan hun erfdeel gekort en gerekend zal worden. - Hij bemaakt aan Jannichgen en Elsgen van Dael elk een vierde part van zijn nalatenschap en bij overlijden aan hun nalatende geboorte. - Voor zijn kinderen en kindskinderen zijn lijfrenten belegd, waarvoor zij in de boedel de kapitalen daarvoor zullen vergoeden waarmee die zijn aangekocht. Met voorwaarden voor vererving daarvan.
- De testateur verklaart dat zijn zoon Henrick van Dael 900 gulden ten huwelijk is gegeven, boven de klederen, juwelen en onkosten van de bruiloft, welke wel 200 gulden bedroegen. Hij en zijn overleden huisvrouw hebben "merckelijke" sommen aan geld en onderhoud verstrekt, en de kinderen onderhoudt hij nog. Henrick van Dael heeft tot zijn vertrek op 15 juli 1619 schulden gemaakt en onbetaald gelaten, welke aangebracht zijn aan Willem Augustyns, welke vanaf die tijd lopen met de interest. De comparant wil dat die na zijn dood voor de helft betaald zullen worden uit het vierde deel wat Henrick van Dael zou erven, evenals de andere helft van de interest. Henrick van Daels huwelijksgoed zal in zijn legittima worden verrekend. Mocht dat wat Henrick en zijn kinderen in huwelijk genoten en aan hen "te cost geleyt" zal zijn meer bedragen dan Henricks legitieme portie, dit aan de kinderen gekort zal worden, uitgezonderd het onderhoud van de kinderen wat de testateur niet gekort wil hebben. Zijn executeurs zullen aan Henrick van Dael levenslang 50 Carolus gulden uitkeren uit de goederen van zijn kinderen, mits daarmee de 34 gulden jaarlijks zullen stoppen welke hij en zijn overleden vrouw in voorgaand testament hebben bemaakt. Mocht het vierde part waarin Henrick erven zou meer bedragen dan deze schulden, dan bemaakt hij deze aan de wettige kinderen van Henrick van Dael, met verrekening van de belegde kapitalen ten behoeve van de lijfrenten van hen. Hij secludeert de Weeskamer. Hij stelt tot executeurs van zijn testament aan zijn zwagers Eernst van Diest en Willem Augustijns van Ouwater. Akte te Amersfoort ten woonplaatse van de testateur. Getuigen: Eernst van Diest en Wessel Henricxz, bombesydewercker. [247]
Op 8-11-1628 testeert Johan Henricxzn van Dael, (oud-schepen van Amersfoort) onder verwijzing naar een Brieve van octroy: d.d. 23-8-1607 hof van Utrecht, en Testament: 10-1-1626 Nots. J. van Ingen, Hij wil dat het testament van 1626 wordt gehandhaafd met uitzondering van de 50 gulden jaarlijks aan Henrick van Dael, zijn zoon. In plaats daarvan heeft hij deze zoon zijn leven lang vermaakt en langer niet, de lijftocht van al de goederen die Henrick van Daels kinderen zullen erven, onder aftrek van hetgeen comparantes andere kinderen nog van hun broer (Henrick) tegoed hebben ten tijde van comparantes overlijden. Zijn andere kinderen dienen dan ook te verrekenen hetgeen zij elkaar nog schuldig zijn. Akte ter woonplaats van de borgemeester Adriaen van Westrhenen. Getuigen: Henrick Martenzn en Steven Henricxzn [248]
Op 23-3-1633 machtigen Frans Henriczn van Dael, liggende in garnisoen te Hattem, voor zichzelf en zich sterkmakende voor, Hillichgen Jans, zijn huysvrouw, Jan Harmanszn, wonend te Amsterdam, voor zichzelf en als man en voogd van, Goutgen Henricx van Dael, en zich tevens sterkmakend voor , Adriana Henricx van Dael, zijn huysvrouw's zuster, mede wonend te Amsterdam, Frans Janzn van Dael, hun oom om uit hun naam en in kwaliteit van mede-erfgenaam van zaliger Jan van Dael en Goutgen Fransdr, in leven echtelieden, bestevader en bestemoeder (= grootouders), met de andere mede-erfgenamen te procederen om te komen tot scheiding en deling van de boedel voorzover dat nog niet is gebeurd en eventueel maechescheyt op te richten, in voornoemde kwaliteit, uit naam van de comparanten te ondertekenen en ratificeren wat nodig is ten overstaan van de executeurs van het testament van zaliger Johan van Dael en zijn huysvrouw. Tevens om met Henrick van Dael, hun vader, een scheiding en deling te maken tussen hem en zijn kinderen, en toe te staan dat hij, de mobilia door hen uit de boedel gekocht en door deling aangenomen, zal nemen en gebruiken. Comparanten zullen in hun portie het deel beheren ten behoeve van hun onmondige broer en zusters tot zij mundich geworden zijn. Comparanten bekennen uit handen van Willem Augustijn van Oudewater, hun oom en mede-erfgenaam, uit hun erfenis reeds ieder 100 gulden ontvangen te hebben. Dat bedrag zullen ook hun onmondige broer en zusters die er zijn en nog komen mochten, bij hun mondigheid ontvangen, uit hun bestemoeders, Goutgen Frans, erfenis. Comparanten beloven zich te zullen houden aan datgene dat hun gemachtigde heeft gedaan en nog zal doen, uitgezonderd de overeenkomst die zij tot hun eigen tevredenheid met hun vader sluiten. Getuigen: Wessel Henricxzn. en Steven Henricxzn. [249]

14780. JOACHIM NN, tr. vóór ca. 1570

14781. NN WOUTERS, geb. vóór ca. 1550, ovl. vóór 1624.

14816. JAN WILLEMSZ COUWENHOVEN(¥), geb. vóór ca. 1560, ovl. vóór 1595, parentatie niet bewezen, lijndraaier, tr. vóór ca. 1585[288]

14817. SUSANNA PIETERS DIEPHORST (alias SOOS), geb. vóór ca. 1565, ovl. 1595-1637, parentatie niet bewezen.

Wapen Diephorst: Gevierendeeld: I en IV in rood een gouden burcht. II en III in zilver een rode gekanteelde balk en daaronder een zwarte windhond. Hartschild: in zwart een hertengewei met schedeldak van natuurlijke kleur. Helmteken: een gouden vlucht. Dekkleden: goud en zwart.[289]
Dit wapen komt voor op een geschilderd portret van Susanna's vader Pieter Cornelisz Diephorst.


COMMENTAAR(¥) Hij is wellicht verwant aan Gerrit (Jansz Couwenhoven), mogelijk tot ca. 1600 pachter van het erf Couwenhoven in de buurschap Ceulhorst op het Hoogland onder Amersfoort en misschien identiek met de Gerrit Jansz Couwenhoven die in 1564 vermeld wordt als pachter van land van de familie Van Vaneveld. [290]
Eigenboek Gouda:[291] Op 13-5-1595 verkoopt Sanna Pietersdochter, weduwe wijlen Jan Willemsz, lijndraijer, een huijs ende erve staende ende gelegen opten, langen tiendewech.

Eigenboek Gouda:[292] Op 25-7-1595 verkoopt Sanne Pietersdr met Pieter Cornelisz Soos, haer vader ende gecoren voocht in desen, aan Willem Joosten een lijnbaen gelegen aen de noordsijde van Jan verswollenbrugge.

14818. CORS JANSZN, ovl. vóór 1628, tr. vóór ca. 1595

14819. CATHARINA THEUSDR, ovl. na 1628.

Op 2-3-1628 testeert Jan Peterszn, borger van Amersfoort, zoon van zaliger Peter Janszn Damen en Jannichgen Corsdr, in leven echtelieden. Hij wil zich op reis begeven naar Oost Indien en vermaakt aan Catharina Theusdr, weduwe van Cors Janszn, zijn bestemoeder (=grootmoeder), 25 carolus guldens en de lijftocht van al zijn verdere goederen die hij zal nalaten, haar hiermede instituerende voor haar legitieme portie. Na haar dood zal Geertgen Corsdr, huysvrouw van Lambert Peterszn, zijn moeye, uit zijn goederen vooruit genieten 300 guldens. Zijn verdere na te laten goederen zullen door Geertgen Corsdr en Henrickgen Corsdr, zijn moeye, huysvrouw van Cornelis Gerritszn, elk voor de helft genoten worden, mits dat uit deze erfenis vooraf aan de armen, in de kerckenbuydel, na de dood van zijn grootmoeder, 150 guldens eens betaald worden. Acte ten huize van Claes Evertszn, kleermaker. Get. Geerloff Frederickzn, houtcoper, en Evert Lambertszn, schrijnwerker. [299]
Een paar weken later, op 28-3-1628 machtigt hij daarom Lambert Peterszn Feer en Geertgen Corsdr, zijn vrouw, om bij zijn afwezigheid zijn zaken te regelen, penningen te ontvangen enzovoorts en hem daarvan rekening en bewijs te leveren. Acte ten huize van Lambert Peters Feer. Getuigen: Claes Evertzn, cleermaker, Geerloff Frederickzn en Evert Lambertzn, schrijnwerker. [300]

15520. WILLEM BOSCH, geb. vóór ca. 1525, vooralsnog alleen bekend uit het patroniem van zijn mogelijke zoons:

15522. JACOB JANSZ, geb. vóór ca. 1530, vooralsnog alleen bekend uit het patroniem van zijn mogelijke dochters:

15642. EVERT TEUNISZ VAN VOORST, ovl. 1572, koekbakker te Utrecht (1569), tr. op St Maertensdach 1559[304]

15643. HENDRICKJE WILLEMS.

In de verzamelingen van het CBG te 's-Gravenhage berust een fragment van een handschrift in klein octavo, dat dienst deed als algemeen notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst, volgens zijn eigenhandige aanteekening "koeckenbacker tot Utrecht anno 1569". Behalve posten betrekking hebbende op zijn bedrijf, vermeldt het verschillende kleine uitgaven van vermoedelijk voor genoemd jaar. Doch behalve soortgelijke aantekeningen heeft hij van af 1559, het jaar zijns huwelijks, de geboorte zijner kinderen te boek gesteld op de eigenaardige, in die tijden gebruikelijke wijze. Na zijn dood bleef dit registertje voor de familie een legger voor welk doel bij anderen de bijbel dienst deed en zijn de mutaties tot 1622 bijgehouden.[305]
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[306]
" Item doe men screff 1559 jaer doe vergaeyrde(n) ick Evert Toenisz en(de) Heinrickjen Willemsdochter in den echten staet op sinte mertens dach smorgem dat een was gen wonder saevens croepen wy by menkander onder, ut lieffden."
"De voortelinge van Evert van Voorst, outste soon van Teunis van Voorst, Ao 1559 op Ste Maertensdach, is Evert Teunisz van Voorst getrout met Hendrickge Willems. Ao 1561 Petri ad Cathedram is geboren Willem Evertss van Voorst, Ao 1563 daechs nae Vroulichmis is gebooren Grietjen Everts, Ao 1564 op den tweden dach Juny is geboren Teunis Evertsz, Ao 1565 dinchsdachs nae Amsteldamsche kerckmis is geboren Aefjen Everts, Ao 1566 op Alderkinderendach is geboren Teunis Evertsz, Ao 1568 s maendachs voor lichmis is geboren Jacob Evertsz, Ao 1569 is geboren Hieronymus Evertsz. Hij is gestorven in den jare 1572 en nae syn doot den 22 Octob(er) heeft syn vrou gekraemt en geboren en is genaemt Evert Evertsz van Voorst." [307]
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[308]
"Item doe men screff 1568 jaer doen was ick Evert Toenis en(de) Jan Lubbersz te saemen in Vriesland tot Leuerde(n) en(de) Fraenicker ende Harlinge en(de) waeren op korsaevent te Stafferen en(de) maeckten goede sier en (de) op korsdach ontrent acht ueren gingen wij over die see nae Enckhuysen en(de) ons mueten (ontmoetten?) twe slejen mit menschen en(de) die reden nae Staefferden toe en(de) wy quaemen te 12 ueren te Enckhusen binnen."

15644. JACOB (BOR?).

15646. HENDRICK VAN VOORST, geb. vóór ca. 1555, ovl. Utrecht 10-11-1595, tinnegieter in de Schoutensteeg te Utrecht,[351] tr. vóór ca. 1580[352] [353]

15647. ANNA CORNELIS FRANSDR DE B(R)URE, ovl. Utrecht 26-11-1610, "een schoone vrouwe die hem veel kijnderen baerde".

16128. HENRIK NOEST, geb. vóór ca. 1565, vermoedelijk verwant aan een of meerdere van de personen vermeld in de onderstaande Fragmenten Noest , doch thans alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon :


Fragment Noest I
Gijsbert (Noest).
    Uit hem :
  • a. Ari(a)en (Adriaen) (Gijsberts) Noest, ovl. 1657-1669, pachter te Meerten, armenmeester van het weeshuis in Lienderveld (1640), vermeld (1651, 1657), tr. vóór 1642 Maria de Haes, ovl. 1675-1678, huw. get. (1669). Zij is een zuster van Francisca de Haes x Bernt Beerninck, burgemeester van Wageningen, en Henrick de Haes, stadholder.[373]
    ECK. Op 3-1-1640 beloven Teunis Corneliss en Cornelia de Kemp, echtel. aan Arien Willemss en Adolph Willemss te garanderen jegens Arien Noest en Jan van Grootfelt, armenmeesters van het weeshuis in Lienderveld, voor de somma van 200 gld. d.d. 3-1-1640, uit hun huis en hofstad te Wiel. Get. Barent van Proijen, secr. der heerlijkheid Lienden. [374]

    Renten, tijnsen, erfpachten die de kerk van Lienden jaarlijks competeren, geextraheerd uit zekere oude aantekeningen of register d'anno 1614. :
    Meerten : Uit een hofstede toebehorende aan Ernst van Grootfelt voor drievierde deel en Arien Noest Gijsbertss, voor ? deel, O: en N: Claes Peterss, Z: convent van Rhenen, N: Arien Corneliss met het Heilige Kruisland en Dirck Janss, voor 3 gld. [375]
    26-2-1675 Maria de Haes, wed. van wylen Adriaen Noest, geadsisteert met Frans Noest, haeren soon ende in desen haeren momber, is medeerfgenaam van een huis en erf bij de Achterstraat genaemt Bontenburgh te Wageningen [376]
    19-4-1678: Magescheid te Wageningen van den boedel van wijlen Maria de Haes, tusschen hare kinderen, juffrouw Margaretha Noest, gehuwd met Arnolt Vermeer, juffrouw Johanna Noest, gehuwd met Jacob van Ommeren, juffrouw Aletta Noest, gehuwd met Aelbert Steck en Gerard Roest (sic!), medisch doctor, gehuwd met Catharina de Rouck. Arnold Vermeer zal hebben de hofstede onder Wageningen. [377]
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Margaretha Noest, geb. vóór ca. 1640, j.d. van Lienden (1669), otr./tr. Arnhem/Oosterbeek 9/24-10-1669[378] Arnolt Vermeer, geb. Heteren ca. 1634, ovl. 1688-1691, wednr. van Hester van de Velde (huw. 1659), brouwer te Arnhem op de hoek van Nijenstad, erfpachter in Overbetuwe, zn. van Jacob Janszn Vermeer, buurmeester, armmeester en diaken, en Machteld (Metje) de Vree.
      Op 9-10-1669 worden huwelijkse voorwaarden gemaakt tusschen Aernoud Vermeer, weduwnaar van Hester van de Velde, en Margaretha Noest, geassisteerd met Maria de Haes, weduwe Adriaen Noest. [379]
      12-7-1673: Dhr. Aernoudt Vermeer, brouwer tot Arnhem, geeft volmacht op Johan van der Valck, hetgeen verscheidene personen alhier ten achteren zijn terzake geleverde bieren. [380]
      Een opdracht uit Meerten en Aalten:[381]
      18-06-1688: Arnold Vermeer en Margaretha Noest verbinden huis, hof, boomgaard en bouwland 'Den Routenberg' onder Aalst.
      28-03-1691: besaat op de goederen van juffrouw Margaretha Noest, weduwe Arnoldi Vermeer.
    • 2. Johanna Noest, tr. vóór 1678 Jacob van Ommeren.
    • 3. Aletta Noest, geb. vóór ca. 1650, woont te Lienden (1676), tr. 1o voor 1676 Mr. Anthonij de Rijck, otr. 2o Veenendaal geref. 2-1-1676 (met atteststie naar elders 17-1-1676) Aelbert Joosten Steck(¥), j.m. van Rhenen, brouwer te Veenendaal (1667, 1676), veenraad te Veenendaal (1676), belender te Bennekom (1670), woont in het Rheenscheveen, voert een proces (1674),[382] wednr. van Aletta van Wijk.

      COMMENTAAR(¥) Volgens Ref. [383] ook wednr. van Anna Jans Hespel (huw. Rhenen 14-4-1650), welk huwelijk in de DTB van Rhenen echter niet gevonden is.
    • 4. (Dr?) Gerard Noest(¥), geb. 1642/43, vermeld als leerling aan de Hieronymus-school te Utrecht 1659,[384] ingeschreven als student geneeskunde aan de Universiteit van Leiden 22-9-1665 ("Gerardus Noest, Geldrus, 22 (jaar)"),[385] medisch doctor (1678), tr. vóór 1678 Catharina de Rouck.
      Gerard Noest en Cat(ha)rina, eluijden, laten drie kinderen geref. dopen te Eibergen (Susanna 21-4-1689, Arent 3-11-1691, Abraham 14-1-1694). Zou dit het echtpaar Noest-de Rouck zijn?

      COMMENTAAR(¥) Ofschoon hij in het magescheid van 1678 aangeduid staat als medisch doctor, is een promotie van hem noch in Leiden, noch elders aan de Nederlandse universiteiten te vinden.
    • 5. Frans Noest, geb. vóór ca. 1650, ovl. verm. 1675-1678, treedt op als momber voor zijn moeder (1675).

Fragmenten Noest II


Hendrick Noest, ovl. vóór 1636, tr. vóór 1636 Elske Hendricks, die als zijn weduwe, wonend te Wijk bij Duurstede, hertr. Wijk bij Duurstede geref. 19-6-1636 Bernt Andriessen, j.m., soldaet onder de comp. van sijn gen. van Cuijlenburch.

Begraafboeken Utrecht : aangifte 11-7-1625 Joffr. Johanna Noest, wede van zal. capiteyn Buth, nalatende een mundige dochter, in de Buerkerck.[386]

Gerrit Noest tr. Anna Bleykersvelt, woont Langegragt in de Timmermanspoort (1734). Zij hertr. Leiden (schepenen) 19-2/6-3-1734 Louys Smit. Hieruit Cornelis Noest, geb. Leyden, woont Heeregragt, rokjeswever (1745), otr/tr Leiden (schepenen) 16-4/1-5-1745 Helena van den Bergh, geb. Leyden, woont Heeregragt (1745).

Cornelis Noest tr. Magdalena van den Berg. Hieruit Johannes (Jan) Noest, geb. Leiden 1754/55, ovl. Leiden 2-1-1814, glanzer, tr. Johanna Helmes. Hieruit a) Cornelis Noest, geb. 1791 (!), b) Gerrit Noest geb. Leiden 5-10-1797, ovl. na 1863, kantoorbediende, woonde op het Rapenburg te Leiden, tr. Leiden 6-11-1823 NN.[387]

Gerrit Noest, stadsbestuurder van Schoonhoven (1636-1655).[388]

Dirckgen Noesten, en echtgenoot Anthoni van Hengst, burger van Wijk bij Duurstede, vragen octrooi aan om te testeren, 21-6-1639 (Nots. Nicolaas Verduijn).[389]

Henrick Noest, gasthuismeester binnen Tiel (1649, 1650), belender te Rijswijk (1652).
ZOELEN. Op 4-11-1649 prom(iserunt) Philips van Dam en juffr. Beatris van den Steenhuijs echtel. aan Gerard Adriaenss de Vreede en Henrick Noest, gasthuismeesters binnen Tiel 300 gld. cum interesse, uit 8 hond land op Ter Weyde onder Zoelen, O: en N: dr. Westenburch, Z: debiteuren zelf, W: Emanuel Wolboocker. Voorts uit de helft van 7 hond land mede aldaar op Ter Weyde, O: dr. Westenburch, Z: de meergraaf, W: jr. Everard de Cock van Oppijnen, N: debiteuren zelf. Get. Joost van Bueren, Cornelis Foijert. [390]

LIENDEN / LIENDEN-VERHUIZEN. Op 19-4-1650 prom(iserunt) Gevert Aertss, wonende tot Aalst, en Aeltjen van Wijck, echtel. aan Gerard Adriaenss de Vreede en Henrick Noest, gasthuismeesters binnen Tiel, 500 gld. cum interesse, uit huis en hofstad, groot 2 hond te Aalst in de heerlijkheid Lienden, enerzijds naast de bandijk, anderzijds naast de Eng, alwaar de echtelieden wonen. Voorts uit 8 hond boomgaard te Lienden op Verhuizen, O: de sluisgraaf, Z: de soetendaal, W: bandijk en Herman Janss, N: de Marschdijk. Get. J. van Hovel. [391]
Frans Noest, ovl. 1627-1642, tr. vóór 1627 Henrisken van Haesselt, ovl. na 1642, als zijn wed. belendster is te Kerk-Avezaath (1637, 1642).
Op 17-4-1627 prom(iserun)t Marten van Ewick en Maria van Hattem, echtelieden, aan Frans Noest en Henrisken van Haesselt, echtelieden, uit 2 1/2 mn Lants "de Heeren" te Maurik. Belend ten O de kinderen van Reijer Verbrugh met Griet Verbrugh, ten Z en W Anna en Nies van Essevelt, ten N de weduwe Cornelis Verbrugh en haar kinderen. [392]
Jan Noist (Noest), thijnsgenoot te Utrecht (1494), zegelt met "een kruis met 3 vogels". [393]

Gerrit Noest.
    Uit hem :
  • a. Gerrit Gerritsz Noest, beleend 1527.
  • b. Anna Noest, vermeld 1557, tr. vóór 1557 Arnt van Hemert, ovl. vóór 1557.

    Uet den Beershof te Aalst (onder Lienden) werd in 1527 beleend aan Gerrit Gerritsz Noest. De eed werd vernieuwd 1538, 1544 en 1548. Zijn zuster Anna Noest, wed. van Arnt van Hemert, krijgt op 3 Feb. en 16 Mei 1557 uitstel van de kwijting van heergewaad. [394]

Johan (Joost?) Noest, ovl. 1530-1537, hulder te Cothen (1516..1529), hulder voor Margaretha Martina (1530).

Beleningen van de hofstede Wijk [395] :
nr. 16. Huis en hofstede te Rijnestein in Cothen in de Rijn.
...
22-2-1516: Joost Noest voor Johanna, dochter van Johan van Niewaal van Rijnestein, bij dode van haar vader en van Balthasar, haar grootvader, 279 fol. 62.
4-5-1518: Johan Noest voor Johanna, dochter van Johan van Niewaal van Rijnestein, 282 fol. 17v.
11-5-1525: Johan Noest voor Johanna, dochter van Johan van Niewaal van Rijnestein, 285 fol. 5v-6.
15-7-1529: Johan Noest voor Johanna, dochter van Johan van Niewaal van Rijnestein, lh. 133 fol. 11v.
3-5-1537: Jerefaas van Hattem voor Johanna van Niewaal van Rijnestein, zijn vrouw, bij dode van Johan Noest, 133 fol. 11v.
2-6-1567: Jan van Hattem bij overdracht door Jerefaas van Hattem voor Johanna, dochter van Johan van Niewaal van Rijnestein, zijn ouders, met hun lijftocht, 134 fol. 43-44.
Wat is de relatie van Johan (Joost) Noest met Johanna? Gerefaes Noest, geb. vóór ca. 1530, beleend (1538),

[396] Beleningen van de St. Paulusabdij:
De rechte helft van 2 stukken land, waarvan een stuk land genaamd de Lange Weijde, ca. 9 morgen, te Lienden, en de ander de Buijckreet, 7 morgen :
10-4-1538 Seger van Wijck.
10-4-1538 Gerefaes Noest beleend met de Buijckreet door opdracht van Seger van Wijck.
28-6-1549 Adriaen Noes door opdracht van Gerefaes Noest, zijn vader. Present: Zeger van Wijck, leenman.
??-??-???? Zeger van Wijck.
13-9-1567 Jilis van Wijck beleend met de helft van de Lange Weijde na overlijden van Zeger van Wijck, zijn vader.
    Uit hem :
  • a. Adriaen (Noest), geb. vóór 1549, beleend (1549).
      Uit hem :
    • 1. Gerrit Adriaensz Noest, geb. vóór ca. 1565, ovl. 1596-1614, wiens erfgenamen pachters zijn te Aalst (1614). tr. vóór 1596 Janna Jan Hesselsdr.
      Op 20-2-1596 verkopen Gerrit Noest Adriaensz en zijn vrouw Janna Jan Hesselsdr 4 1/2 morgen land te Ingen aan Geurt van Hattem en diens vrouw Dirck van Wijck. [397]

      Renten, tijnsen, erfpachten die de kerk van Lienden jaarlijks competeren, geextraheerd uit zekere oude aantekeningen of register d'anno 1614. :
      Aalst : Uit het oevertje van de erfgenamen van Geertruijt die Bruijn, O: Henrick Rijcken, Z: bandijk, W: erfgenamen van Gerrit Noest, N: de oude Rijnse graaf, voor 2 Rijnse gld. [398]
        Uit dit huwelijk: [399]
      • aa. Johan Noest, geb. vóór ca. 1585, ovl. 1664-1669, buurmeester te Maurik (1625), [400] is op 2/3-5-1636 als Jan Noest, ouderling van Maurik, aanwezig op de vergadering van de classis te Tiel, [401] belender te Maurik (1636, 1651). [402] treedt op als getuige te Maurik (1638), belender in de maalschap Meerten, kerspel Lienden (1646, 1652), hulder voor zijn zuster Anna (1642), wonende te Maurick (1643,1650), te Rhenen (1655), tr. 1o voor 1607 Beatrix (Berta) van Hattem, ovl. 1643-1650, dr. van Gerrit van Hattem, nabuur van Maurik, gerichtsman en Margriet Vonck, otr. 2o Wijk bij Duurstede geref. 28-6-1650 (met attestatie naar Maurick) Deliana Mouthaan, ovl. 1659-1662, wonende te Wijck (1650).

        Op 19-11-1632 spreekt Johan Noest aen Johan van Hattem Guertss voor een obl. van 15 Mei 1629. [403]

        Op 7-3-1643 kopen Jan Noest en Beatrix van Hattem, echtelieden, wonende te Maurik, van Jan Jans Rogge en Cornelia Segers de Hert het huis de "Hollandsche Tuin" op het Oudkerkhof te Utrecht.[404] [405]

        In 1650 procederen Willem Jansz Holl c.s. tegen Jan Noest c.s. voor hrt Stadsgerecht Wijk bij Duurstede. [406]

        Beleningen van de hofstede Wijk [407] :
        18A. De helft van 12 morgen land op Cotherveld(1460: strekkend van de Hoge weg tot Wijkersloot, boven: de gezellen ten Dom te Utrecht, beneden: Engbert Hermansz)
        ....
        9-9-1656: Arnout van Zurck, deurwaarder bij het Hof van Utrecht, voor Elisabeth Mouthaan, weduwe David de Lotier, edelman van het geschut, zijn nicht, ook voor Deliana Mouthaan, gehuwd met Johan Noest, en Wilhelmina Mouthaan, gehuwd met Johan van IJzendoorn, schout van Wijk, haar zusters, als naaste en oudste op straat van Hendrik van Bylar, hun oom, 106 fol. 187v-188.
        11-10-1662: Gerard Folkertsz bij overdracht door mr. Johan Haal van Vianen, advokaat bij het Hof van Utrecht, voor Wilhelmina Mouthaan, gehuwd met Johan van IJzendoorn, schout van Wijk bij Duurstede, Elisabeth Mouthaan, weduwe David de Lethier, wijlen Deliana Mouthaan, gehuwd met Johan Noest, en Aleid, dochter van Hendrik van Diller, hun oom, 107 fol. 204v-208.

        nr. 140. 3 1/2 morgen, (1481: vermeerderd tot 5 morgen min 2 hont; 1570: 5 morgen), in de maalschap Rijswijk (1616: met huizing, getimmerte en bepoting), strekkend van de middelweg tot de Broeksteeg, boven (1584: oost): de leenman (1481: Willem van Noorde, 1570: de leenman), beneden (1584: oost): de papenprove (1570: pastorie) van Rijswijk, (1570: jaarlijks Ä36.- waardig).
        ...
        3-5-1598: Hulde van mr. Wolfert van Bylar, 4777 fol. 112.
        21-11-1616: Govert de Man voor Maurits van Bylar bij dode van Wolfert, diens broer, waarna overdracht aan Wijnand van Bylar, diens zoon, met lijftocht van de ouders, 4777 fol. 111v.
        22-12-1642: Johan Noest voor Anna Noesten, zijn zuster, bij dode van Wijnand van Bylar, haar man, 4823 fol. 160.

        Op 17-7-1648 vind plaats de verkoop aan Johan Noest en sijnen erven van 2 ackeren boulants in de Huijsmaten onder de kerspel van Maurick, belend ten Z. en W. Willem van Hattem. [408]
        Wij Frederick Grave van Waldecq Piermont en Cuijlenburgh, vercoopen mits desen aen Johan Noest ende zijnen erven seeckere 2 ackeren boulands gelegen in de Huijsmaten onder den kerspel van Maurick, zuijtwaerts Willem van Hattem. [409]

        MAURIK. Op 19-6-1651 bekent Henrick van Mouderick ontvangen te hebben uit handen van Jan Noest en Huijbert van Wijck 1175 gld. van een pandschap van twee naast elkaar gelegen akkers land op de Lange Hoof onder Maurik, O: zijn broeder en zusters, Z: gemenestraat, W: Cornelis Willemss van de Parsick, N: bandijk, waarvan de ene akker leenroerig aan Culemborg is. En voor een periode van 8 jaar uit een eigen goed in zijn hofstad, O: Cornelis Willemss van de Parrick, Z: gemenestraat, W: de verpander zelf, N: bandijk. Voorts het dwarsland op de Peetsweert, groot 1? morgen, O: jr. Maurick zelf, Z: Jan Noest, W: zijn broeder, N: de heer van Indoornik. Verder de rijsweert, gelegen naast het goed van de heer van Indoornik, de verpander en de graaf van Culemborg, alsmede het vierde part van ca. 4 morgen, genaamd De Waaijweerd, O: broeder van de verpander, Z: bandijk, W: de heer van Indoornik, N: Johan Noest en de graaf van Culemborg. Verder het vierde part van ca. 5? morgen weiland, genaamd De Buitenweerd, O: de verpander zelf en de graaf van Culemborg, Z: en W: de heer van Indoornik, N: de rijsweerd. N.B. Anna Geertruijt Lincias van Cruijcenach heeft enige akte op deze goederen en verklaart dat het voornoemde pandschap en belening van vnd. Jan Noest en Huijbert van Wijck haar rechten zal prefereren. [410]

        Op 7-9-1655 machtigt Johan Noest, voor hemzelf, en als gewezen weduwnaar en boedelhouder van zal. Beatrix van Hattem, wonende te Rhenen, Jacob Modé, apotheker, en zijn vrouw Johanna Noest, zijn dochter, universele erfgenaam ab intestato van haar moeder Beatrix van Hattem onder meer bij magescheid en inventaris d.d. 8-7-1654, die zijn toegescheid een huis genaamd de Hollandse Tuin op het Oudkerkhof te Utrecht. [411]

        OP 13-11-1656 prom(iserun)t Johan van Oort, Gerardt van Oort, Johanna van Oort en Henrica van Oort, cum tutore Dirck Jan Hermansz, rentmeester van de graaf van Culemborg, en Johan Noest 6000 g. etc. [412]

        Op 22-5-1658 const. Jan Noest, als man en voocht van sijn huijsvrouw Deliana Mouthaan NN Toll als procurator. [413]

        Op 30-12-1659 compareerde voor de amptman van de Neder-Betuwe Mr. Gerbrand Schagen, borgermeester der stat Wijck, als gemachtichde van vrouwe Sandrina van Rheede, douagiere van Rijnesteijn, ende de heer Bartijlomeus de Gruijter, een mede crediteur van den heere van Rijnesteijn, ende Jan Noest, voor haer selven ende als gemachtichde van Deliana Mouthaan, zijne huijsfr. ... hebben getransporteert aan Cornelis de Cock van Delwijnen, een hofstede met boomgaerdt, groot 14 mergen en 64 roeden, op Maurick gelegen. [414]

        Op 6-4-1664 heeft Johan Noest opgedragen aan Hubert van Wijck, rentmeester, bouwland van 3 1/2 morgen in de Meijnte en 3 akkers weiland van 3 1/2 morgen in de Huijsmaten. [415]

        Op 10-12-1664 compareren Cornelis van Ravesteyn wonend buyten de Wittevrouwpoort, ter ene zijde en Jordaen Poeyt, ter ander zijde, terzake van rechtshandelingen m.b.t. 1 obligatie van ƒ 100,-- ten laste van generale middelen van de staten van Utrecht, en van 1 obligatie ƒ 500,-- ten laste van Johan Noest te Wyk by Duurstede (uitgegegeven 25-10-1651) uit nalatenschap van Clara Dircxss van Broeckhuysen.[416]

        Op 20-2-1669 machtigt Maria van Beeck wonend te Breuckelen Jakob van Bylert, notaris en procureur voor het gerecht van Wyck, wonend te Utrecht, om van de dochter en enige erfgename van Johan Noest te eisen de aflossing van ƒ 500,--, die hij haar sinds 7-3-1660 bij obligatie schuldig is[417]

          Uit zijn eerste huwelijk (Noest-van Hattem) :
        • aaa. Johanna Noest, geb. vóór ca. 1620, ovl. na 1678, tr. 1o voor 1640 Jacob Modé (Modeus), apotheker (1640, 1655), tr. 2o voor 1678 Bernardt Schagen, deken des Capits. St. Jan tot Wijck bij Duurstede.

          Johanna Noest echtgenote van Jacob Modeus, apotheker, die octrooi aanvragen om te testeren, 26-7-1640.(Nots. Cornelis van Vochten)?[418]

          Op 7-9-1655 machtigt Johan Noest, voor hemzelf, en als gewezen weduwnaar en boedelhouder van zal. Beatrix van Hattem, wonende te Rhenen, Jacob Modé, apotheker, en zijn vrouw Johanna Noest, zijn dochter, universele erfgenaam ab intestato van haar moeder Beatrix van Hattem onder meer bij magescheid en inventaris d.d. 8-7-1654, die zijn toegescheid een huis genaamd de Hollandse Tuin op het Oudkerkhof te Utrecht. [419]

          Op 8-9-1655 verklaarde Hendrik van Leeuwen als gemachtigde van Johan Noest, voor hemzelf en als gewezen weduwnaar en boedelhouder van zal. Beatrix van Hattem, volgens procuratie d.d. 7-9-1655 voor notaris Johan Gilpin te Rhenen, dat Jacob Modé (Modeus), apotheker te Utrecht, en Johanna Noesten, zijn vrouw, comparants dochter, universele erfgenaam van Beatrix van Hattem, haar moeder, volgens onder meer een magescheid achter in de inventaris van 8-7-1654, zijn toegekomen een huis genaamd de Hollandse Tuin. [420]

          Op 21-12-1678 geven Bernardt Schagen, deken des Capits. St. Jan tot Wijck ende als man en voogt van Johanna Noest, en joffr. Aletta van Hattem, weduwe zal. Huijbrecht van Mourick, in zijn leven luijtenant te paerde in dienste van dese Ver. Nederlanden, als moeije en momberse over de onmondige nagelaten kinderen van zal. Willem Ponssen van Hattem en Sophia Jans, in haer leven gewesene e.l., een procuratie tot het verkopen van een huis aan de Waterpoort te Wijk bij Duurstede. [421]

            Uit dit huwelijk (o.a.?) :
          • aaaa. Wouter Modé, geb. vóór 1668.
      • bb. Anna Noesten, ovl. na 1667, tr. vóór 1642 Wijnand van Bylar, ovl. 1616-1642, zn. van Maurits van Bylar.

        Op 3-2-1657 treedt Pontiaen van Hattem op als borg en principaal op voor Wijnand van Ossenberg, in een proces aangespannen door Jvr. Anna Noesten, weduwe van Wijnand van Bijller. [422]

        Op 20-6-1667 verclaerde Goessen Stevensz als speciaele gemachtigde van Joffr. Anna Noesten, weduwe van wijlen de heer Wijnant van Bijler, volgens procuratie voor schout, borgemeesteren en schepenen der stadt Wijck bij Duerstede van 19 Juni 1667, in die qte schuldich te wesen Johan Noest, haeren broeder, een capitael van 2000 car. g. 9-8-1668 gecasseert volgens quitantie bij Johanna Noesten met Wouter Modé, haren soon.

        Op 19-6-1667 verklaart Joffr. Anna Noesten, weduwe van Wijnandt van Bijller, dat haar broer Johan Noest tesamen met haar op 18-2-1663 borg was voor Gerrardt van Bourchelle, kapitein, voor de somma van 2000 car. g., waarbij Johan Noest haar hofstede en landerijen in de Marsche hypothekeerde. Zij verstrekt een machtiging. [423]

8065. Ludolf Noest, (te Lienden? voor 1337)

Ludolf Noest (te Lienden?) had een ongeluk gehad aan Goosen van Grontaeld zaliger. De zaak wordt behandeld door Joost van Zwieten, ambtman van de Nederbetuwe (dus voor 1337 toen hij werd opgevolgd). [424]

8065. Luloff Noest, ovl. na 1565.

Op 22-10-1565 spreekt Joest Roloff Ugen aen Dirrick van Wijck, Luloff Noest als verwin hebbende op 14 mn lantz "die Loeth", eertijts toe te behoeren plach Henrick van Hattem, die er met zijn huisvr. een jaerl. renth van 10 Car g uit verkocht had. [425]

Te Tiel procedeert Johan van Hattem, medicinae doctor, tegen Dr. Noest: 20-02-1651 Doctor Hattem spreeckt aen Dr. Noest, 03-04-1651 Dr. Noest antwoort tegen Dr. Hattem, 01-05-1651 Johan van Hattem, repliceert 15-05-1651 Dr. Noest dupliceert. [426]

8065. Jan Noest, ovl. na 1668, vermeld te Rhenen 1651, [427] betaalt als eygenaar, bruiker en aenwijzer van 2 haardsteden in de stadts courtequarde te Veenendaal en Rhenen f 4-0-0 haardestedgeld (1665),[428] tr. vóór 1651 Jannichje Jans Paus, ovl. na 1668.

Mogelijk identiek met: Jan Gerritsz Noest, geb. Rhenen, wonende te Rhenen (1640). otr. Rhenen geref. 22-3-1640 Jannetjen Jans van Sinderen, geb. Utrecht wonende te Rhenen (1640).

Op 27-9-1651 transporteren te Rhenen de erfgenaemen van za. Aeltgen Bercheijck een huijsinge in de Coninckstraet aen Jan Noest ende sijne erffgenaemen. [429]

Op 27-9-1651 transporteren Jan Noest en Jannichje Paus, echtelieden, voorss. huijsinge. [430]

Op 25-2-1668 bekennen Jan Noest en Jannichje Jans, echtelieden, schuldigh te zijn aan Asuerus Anthonisse Vereest en Geertruijt van Schaijck 225 g. [431]

Ariaentjen Noesten, geb. Rhenen, wonende te Rhenen (1646). otr. Rhenen geref. 24-5-1646 Lowijs Rose, soldaat in de compagnie van Kapt. Armoura, wonende in het Garnizoen Rhenen.

Trijntjen Jans Noest, wonende te Rhenen (1663). otr. Rhenen geref. 10-5-1663 Hendrick Jansz, geb. Rhenen wonende in Rhenen (1663).

Aartien Noesten, wonende te Rhenen (1684). tr. Rhenen geref. 9-7-1684 Tonis Bruns, geb. Staetloon, wonende in Rhenen (1684).

16132. EDEWART WILLEMSZ (VAN STEENWIJCK), geb. vóór ca. 1555, ovl. na 1602, poorter van Leiden 30-7-1577 als Eduwaert Willems geboren van Steenwijck (in Overijsel), huw. get., coussemaecker (1602), tr. (vóór ca. 1580 verm.)

16133. JACOBMYNTGEN MAERTENSDR, parentatie niet bewezen, afkomstig van Hontschoten, otr. 2o Leiden geref. 9-2-1608 (zij als wed. van Eduward Willemsz, get. Claes Symonsz Suyck zijn bekende, en Helena de Witte, haar bekende) HANS PIETERSZ, wednr. van Dieuwertgen Jansdr wonend op het Vliet (1608).

16134. ADRIAEN VAN DER MEER, geb. vóór ca. 1560.


Referenties van de gegevens van generatie 14 staan ook hier
Referenties Kwartierstaat Lapikás --- Generatie 14 ( 432 refs.)
Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld.
  1. R.A.Ht, Alken S.B. 91, f 353v, 7 januari 1559. S.B. 92, f 57, 8 januari 1560. S.B. 93, f 283v, 14 april 1572.
  2. R.A.Ht, Alken S.B. 91, f 187v, 17 december 1556.
  3. RA.Ht, Alken S.B. 91, f 250, 26 april 1557.
  4. RA.Ht, Alken S.B. 92, f 178v, 12 februari 1562.
  5. RA.Ht, Alken S.B. 93, f 57, 12 februari 1568.
  6. RA.Ht, Alken S.B. 91, f 328v, 20 juni 1558.
  7. RA.Ht, Alken S.B. 92, f 191v, 14 mei 1562. Alken S.B. 94, f 170v, 28 januari 1577: Willem verkoopt voor ƒ 77 Brabants 7 roeden land int Coestervelt.
  8. RA.Ht, Alken S.B. 93, f 256, 10 december 1571.
  9. RA Nieuwkoop, inv. 56,61, gecit. Meijer en Van Wieringen, l.c.
  10. P.D. Meijer en A.M.L. van Wieringen, Van Wieringen in Rijnland, Schoorl, 2005, p36
  11. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 58, blz. 166
  12. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 58, blz. 224
  13. Groenehart Archieven, weeskamer Bodegraven 1612, inv. nr. 5, blz. 033
  14. Groenehart Archieven, weeskamer Bodegraven 1590, inv. nr. 5, blz. 003
  15. Groenehart Archieven, weeskamer Bodegraven 1612, inv. nr. 5, blz. 033
  16. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 63, blz. 63
  17. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 63, blz. 63
  18. SRM, ORA, protocollen Nieuwkoop en Noorden, inv. nr. 54, blz. 122v
  19. Wap. 12(1908)161
  20. ANF 9(1892)31
  21. GAA, Kwijtscheldingen
  22. Desreumaux
  23. Desreumaux
  24. Desreumaux
  25. Desreumaux, l.c.
  26. ⇒ walle
  27. ⇒ www.dbnl.nl
  28. Nav 3(1853)361
  29. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  30. Nav 3(1853)361
  31. ⇒ www.dbnl.nl
  32. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  33. ⇒ www.dbnl.nl
  34. ⇒ www.dbnl.nl
  35. ⇒ www.mijnstambomen.nl
  36. Nav. 3(1853)361
  37. ⇒ www.dbnl.org
  38. ⇒ ohc
  39. zie ook ⇒ www.mijnstambomen.nl
  40. Marijke Donkersloot-de Vrij, Repertorium van Nederlandse Kaartmakers, Utrecht, 2003
  41. BL 2000)221
  42. Marijke Donkersloot-de Vrij, Repertorium van Nederlandse Kaartmakers, Utrecht, 2003
  43. GA Amsterdam, Kwijtscheldingen
  44. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  45. ANF 15(1902)521
  46. ANF 15(1902)521
  47. 32
  48. ⇒ www.bernard-mandeville.nl
  49. ANF 15(1902)521
  50. ANF 15(1902)521
  51. ANF 15(1902)521
  52. Marijke Donkersloot-de Vrij, Repertorium van Nederlandse Kaartmakers, Utrecht, 2003
  53. NNBW VI, blz. 943
  54. ⇒ www.mijnstambomen.nl
  55. Marijke Donkersloot-de Vrij, Repertorium van Nederlandse Kaartmakers, Utrecht, 2003
  56. NNBW VI, blz. 943
  57. GA Amsterdam, Kwijtscheldingen
  58. Jb. Amsteldamum 70(1978)104
  59. ⇒ 1650.htm
  60. GA Amsterdam, Kwijtscheldingen
  61. zie ook Nav. 4(1854)338
  62. Inventaris van het Sint Catharinagasthuis, ⇒ www.leidenarchief.nl
  63. ONA Rotterdam, Nots. Gerrit Jansz van Woerden, inv. nr. 28, Aktenummer/Blz. 75/142
  64. ONA Rotterdam, Nots. Jacob Cornelisz van der Swan, inv. nr. 186, Aktenummer/Blz. 114/211
  65. ONA Rotterdam, Nots. Jacob Cornelisz van der Swan, inv. nr. 186, Aktenummer/Blz. 91/172
  66. RA Zeeuwse Eilanden inv.nr. 115a, folio 4
  67. ONA Rotterdam, Nots. Jacob Cornelisz van der Swan, inv. nr. 185, Aktenummer/Blz. 256/337
  68. ..Westerink, Elburg en Doornspijk, Zutphen, ...
  69. VG 8(1983)227
  70. ..Westerink, Elburg en Doornspijk, Zutphen, ...
  71. VG 8(1983)227
  72. Protocol van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1515-1532, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  73. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1584-1609, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  74. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1584-1609, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  75. Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1584-1609, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  76. Protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1615-1641, ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  77. ⇒ www.streekarchivariaat.nl
  78. GBLO 6(1991)64
  79. GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
  80. GBLO 6(1991)64
  81. zie ook GBLO 8(1993)54
  82. GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
  83. Meijer en Van Wieringen, l.c., p519
  84. Meijer en Van Wieringen, l.c., p519
  85. Groenehart Archieven, inv. nr. 126, blz. 194 volgnr. 416
  86. GBLO 6(1991)64
  87. GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
  88. zie ook GBLO 6(1991)64
  89. GBLO 6(1991)64
  90. GBLO 6(1991)64
  91. GBLO 6(1991)64
  92. GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1095-1164)
  93. ORA Nieuwkoop 61, d.d. 13-12-1637, gecit. in GBLO 6(1991)64
  94. ORA Nieuwkoop 63, d.d. 6-11-1643, gecit. in GBLO 6(1991)64
  95. ORA Nieuwkoop 65, d.d. 30-12-1652 gecit. in GBLO 6(1991)64
  96. ORA Nieuwkoop 69
  97. GBLO 6(1991)64
  98. GBLO 6(1991)64
  99. GBLO 6(1991)64
  100. Meijer en Van Wieringen, l.c., p261
  101. Meijer en Van Wieringen, l.c., p261
  102. OA Rijnland, invnr. 1950, fol. 13, gecit. door Fons van Wieringen, 2009
  103. ARA 3.01.03, gecit. door Fons van Wieringen, 2009
  104. Meijer en Van Wieringen, l.c., p267
  105. Meijer en Van Wieringen, l.c., p407
  106. Meijer en Van Wieringen, l.c., p407
  107. Meijer en Van Wieringen, l.c., p410
  108. Meijer en Van Wieringen, l.c., p410
  109. Meijer en Van Wieringen, l.c., p261
  110. Meijer en Van Wieringen, l.c., p268
  111. Meijer en Van Wieringen, l.c., p268
  112. GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1406- 1460
  113. Meijer en Van Wieringen, l.c., p368
  114. Meijer en Van Wieringen, l.c., p368
  115. Meijer en Van Wieringen, l.c., p267
  116. RA Aarlanderveen, inv. nr. 3, f3, gecit. in Meijer en Van Wieringen, l.c., p267
  117. GA Leiden, Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623, inventarisnr. 4025 ff 1406- 1460
  118. Meijer en Van Wieringen, l.c., p267
  119. zie ook Nav.78(1929)133
  120. Nav.78(1929)133
  121. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude 1555-1565, inv. nr. 16, blz. 53
  122. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude 1555-1565, inv. nr. 16, blz. 107v
  123. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude 1555-1557, inv. nr. 16, blz. 109v
  124. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 17, blz. 328v
  125. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 18, blz. 387v
  126. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 18, blz. 531
  127. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 19, blz. 193
  128. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 20, blz. 418
  129. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 20, blz. 562v
  130. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 18, blz. 431v
  131. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 19, blz. 376v
  132. Streekarchief Rijnlands Midden, protocollen Hazerswoude 1565-1573, inv. nr. 17, blz. 207v
  133. Streekarchief Rijnlands Midden, protocollen Hazerswoude 1565-1573, inv. nr. 17, blz. 656v
  134. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 18, blz. 162
  135. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 19, blz. 229 en 229v
  136. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. 20 f122v
  137. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. 20 f123v
  138. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 20, blz. 128
  139. Streekarchief Rijnlands Midden, protocollen Hazerswoude 1589-1601, inv. nr. 20, blz. 497
  140. Streekarchief Rijnlands Midden, protocollen Hazerswoude 1589-1601, inv. nr. 20, blz. 699
  141. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 20, blz. 481 en 481v
  142. Mededeling Simon Blok, 2010
  143. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 20, blz. 377
  144. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 22, blz. 281 en 281v
  145. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 22, blz. 681
  1. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 27, blz. 213v en 214v
  2. Streekarchief Rijnlands Midden, protocollen Hazerswoude 1639-1642, inv. nr. 25, blz. 384v
  3. Streekarchief Rijnlands Midden, protocollen Hazerswoude 1639-1642, inv. nr. 25, blz. 384v
  4. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 25, blz. 385 en 386
  5. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 27, blz. 234
  6. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 27, blz. 235v
  7. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 20, blz. 377
  8. Streekarchief Rijnlands Midden, protocollen Hazerswoude 1577-1580, inv. nr. 18, blz. 150
  9. Streekarchief Rijnlands Midden, protocollen Hazerswoude 1577-1580, inv. nr. 18, blz. 151, 153, 154
  10. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 18, blz. 293
  11. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 19, blz. 103
  12. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 19, blz. 104
  13. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 19, blz. 208
  14. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 19, blz. 384 en 385
  15. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 19, blz. 406
  16. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 20, blz. 9
  17. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 20, blz. 351
  18. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 20, blz. 352
  19. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 20, blz. 701v
  20. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 20, blz. 647
  21. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 22, blz. 253v, 254
  22. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 22, blz. 390
  23. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 22, blz. 439v
  24. Streekarchief Rijnlands Midden, protocollen Hazerswoude 1619-1625, inv. nr. 23, blz. 163
  25. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 23, blz. 260 en 261v
  26. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 23, blz. 437 en 438
  27. Streekarchief Rijnlands Midden, protocollen Hazerswoude 1639-1642, inv. nr. 25, blz. 163 en 165
  28. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 25, blz. 166 en 167
  29. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 22, blz. 253v, 254
  30. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 24, blz. 143 en 144
  31. Prom. 17, p358
  32. Prom. 17, p351
  33. NL 27(1909)104
  34. NL 27(1909)104
  35. GTMWB 24(2000)303
  36. NL 27(1909)104
  37. GTMWB 24(2000)303
  38. NL 27(1909)104
  39. GTMWB 24(2000)303
  40. GTMWB 24(2000)303
  41. NL 27(1909)104
  42. NL 27(1909)104
  43. Kohier der Verponding 1596, gecit. in GTMWB 24(2000)304
  44. NL 27(1909)104
  45. ⇒ verschoor01.html
  46. ⇒ verschoor01.html
  47. NP 38(1952)331
  48. NP 38(1952)331
  49. NP 38(1952)331
  50. NP 38(1952)331
  51. NP 38(1952)332
  52. NP 38(1952)332
  53. ⇒ kwartierstaat
  54. NP? 59(1976)27
  55. NL 59(1976)27
  56. NP? 59(1976)27
  57. NP? 59(1976)27
  58. Nav. 98(1960)20
  59. Nav. 98(1960)20
  60. GN 40(1985)213
  61. GN 40(1985)214
  62. GN 40(1985)539
  63. GA Utrecht arch. 11 1455-2
  64. GN 40(1985)213
  65. Nav. 98(1960)20
  66. GN 40(1985)213
  67. GN 40(1985)539
  68. GN 40(1985)213
  69. GN 40(1985)213
  70. GN 40(1985)213
  71. GN 40(1985)213
  72. zie ook GN 40(1985)213
  73. GN 40(1985)213
  74. RAG, Toegangsnummer: 0124, Hof van Gelre en Zutphen, inv. nr. 983, nr. 983
  75. RAG, Toegangsnummer: 0124, Hof van Gelre en Zutphen, inv. nr. 983, nr. 2712
  76. VG 5(1989)266
  77. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-15
  78. GA Amersfoort, ONA, Nots. (ouden stijl) Notaris J. van Ingen, AT002 a002, f87 R
  79. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-15
  80. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-15
  81. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a001, f174.
  82. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a001, f360.
  83. GA Amersfoort, ONA, Transporten, inv.nr. 436-15
  84. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-21
  85. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-21
  86. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-20
  87. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-21
  88. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-11
  89. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-11
  90. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-11
  91. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-11, blz
  92. GA Amersfoort, ONA, Transporten, inv.nr. 436-13
  93. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-13
  94. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a001, f249 V - 251 V
  95. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a001, f481 - 482 V;
  96. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-15
  97. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-15
  98. GA Amersfoort, ONA, Transporten, inv.nr. 436-15
  99. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen AT002 a002 folio 103 V
  100. GA Amersfoort, ONA, Transporten, inv.nr. 436-15
  101. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-16
  102. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT002 a002, folio 471 V
  103. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a003, folio 72 V - 73 V.
  104. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen AT 002a003 folio 288 - 288 V
  105. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-13
  106. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-14
  107. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-15
  108. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-15
  109. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-16
  110. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-16
  111. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-16
  112. GA Amersfoort, ONA, Nots. Notaris J. van Ingen, AT002 a002, f516 R
  113. GA Amersfoort, ONA, Nots. Notaris J. van Ingen, AT002 a002, f516 V
  114. GA Amersfoort, ONA, Nots. (ouden stijl) Notaris J. van Ingen, AT002 a002, f560 V
  115. GA Amersfoort, ONA, Nots. Notaris J. van Ingen, AT002 a002, f517 R
  116. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-16
  117. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-16
  118. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-16
  119. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a003, folio 72 - 72 V
  120. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a003, f386.
  121. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-18, blz. 178 recto
  122. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-20
  123. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-20
  124. GA Amersfoort, ONA, Nots. (ouden stijl) Notaris R. van Ingen, AT008 a001, f11 R
  125. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-21
  126. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-22
  127. GA Amersfoort, ONA, Transporten, inv.nr. 436-15
  128. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-16
  129. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-15
  130. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-15
  131. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-16
  132. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-16
  133. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-16
  134. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-16
  135. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-18, blz. 78 recto
  136. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a004, f118 - 118 V.
  137. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-21
  138. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-25
  139. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-19
  140. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-20
  141. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-24
  142. GA Amersfoort, ONA, Nots. Notaris J. van Ingen, AT002 a002, f407 R
  143. NL 76(1959)41
  144. NL 76(1959)44
  145. Jb. CBG 50(1996)175
  1. NL 76(1959)41
  2. NL 76(1959)41
  3. GA Amersfoort, St. Pieters- en Bloklandsgasthuis, inv. nr. 8
  4. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a001 folio 414 V - 415
  5. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT002 a002 folio 87 R
  6. NL 76(1959)39
  7. Jb. CBG 50(1996)178
  8. GA Amersfoort, Transportregisters ORA, inv. nr. 436-19
  9. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a003 folio 36 V - 37 V
  10. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a003 folio 42
  11. GA Amersfoort, Transportregisters ORA, inv. nr. 436-20
  12. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv. nr. 436-14, d.d. 1613-05-01
  13. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a001, folio 371 V - 374
  14. NL 44(1926)47
  15. NL 43(1925)67
  16. NL 43(1925)67
  17. NL 44(1926)47
  18. NL 43(1925)67
  19. NL 44(1926)47
  20. GA Utrecht, Nots. Knyff
  21. NL 43(1925)67
  22. NL 44(1926)47
  23. NL 43(1925)67
  24. NL 44(1926)2,47
  25. NL 43(1925)67
  26. NL 43(1925)67
  27. NL 43(1925)67
  28. NL 43(1925)67
  29. GA Utrecht, nots. Knyff 6.6.1618
  30. NL 43(1925)67
  31. NL 43(1925)67
  32. NL 44(1926)2
  33. ⇒ ~luijt005
  34. ⇒ ~luijt005
  35. NL 43(1925)67
  36. NL 43(1925)67
  37. NL 43(1925)67
  38. NL 43(1925)67
  39. NL 43(1925)67
  40. NL 43(1925)67
  41. NL 44(1926)47
  42. NL 43(1925)67
  43. NL 44(1926)47
  44. GA Utrecht, Nots. W. van Galen
  45. NL 43(1925)67
  46. NL 43(1925)67
  47. NL 43(1925)67
  48. NL 43(1925)67
  49. NL 99(1982)487
  50. GN 43(1988)471
  51. GN 43(1988)471
  52. NL 94(1977)308
  53. GN 43(1988)471
  54. ⇒ hattem_nl.htm
  55. RA Utrecht, Handschriften nr. 391, en Universiteitsbibliotheek Handschriften Bor nr. 1828.33, gecit. in ⇒ hattem_nl.htm
  56. GA Utrecht, Stadsarchief II, nr. 174, 19-11-1634
  57. ⇒ hattem_nl.htm
  58. NL 94(1977)308
  59. GN 43(1988)471
  60. GN 43(1988)471
  61. NL 51(1933)336
  62. NL 24(1906)53
  63. NL 44(1926)4
  64. NL 44(1926)4
  65. NL 44(1926)4
  66. NL 24(1906)53
  67. NL 44(1926)4
  68. NL 44(1926)4
  69. NL 44(1926)4
  70. NL 51(1933)336
  71. NL 24(1906)53
  72. NL 32(1914)64, 96
  73. NL 44(1926)4
  74. NL 51(1933)336
  75. NL 32(1914)64
  76. NL 51(1933)336
  77. NL 32(1914)64
  78. NL 32(1914)64
  79. NL 32(1914)64
  80. NL 32(1914)64
  81. NL 51(1933)336
  82. NL 44(1926)4
  83. VG 8(1983)193
  84. RAG, RA Nederbetuwe, inv.nr 203, deel 2, Protocol van bezwaar, Bank van Kesteren, fol. 101v
  85. RAG, RA Nederbetuwe, inv.nr 203, deel 2, Protocol van bezwaar, Bank van Kesteren, fol. 115v-116v
  86. RAW, inv nr. 174 f143v
  87. ⇒ www.alweer-een-vermeer.nl
  88. ⇒ www.alweer-een-vermeer.nl
  89. ⇒ www.alweer-een-vermeer.nl
  90. ⇒ www.alweer-een-vermeer.nl
  91. ⇒ www.alweer-een-vermeer.nl
  92. GA Utrecht, ONA, passim
  93. VG 25(2000)246
  94. Lijsten van leerlingen der Hieronymus-school te Utrecht, gedurende de jaren 1631, 1632, 1633, 1658 en 1659, Utrecht, 1877
  95. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  96. ANF 13(1900)203
  97. Mededeling Mevr. M. Noest, 2002
  98. GN 44(1989)174
  99. Putman, Octrooien, l.c.
  100. RAG, RA Nederbetuwe, inv.nr 203, deel 2, Protocol van bezwaar, Bank van Kesteren, fol. 94
  101. RAG, RA Nederbetuwe, inv.nr 203, deel 2, Protocol van bezwaar, Bank van Kesteren, fol. 94
  102. RA Gelderland protocol van bezwaar NB 203 fol. 173v, 17-04-1627 ⇒ regesten.htm
  103. ⇒ SCHOUTEN2.pdf
  104. NL 17(1899)103
  105. J.C. Kort, Repertorium op de lenen van Gaasbeek. Historische Reeks Kromme-Rijngebied 6, ISBN 90-6550-676-4
  106. RA Utrecht, St. Paulusabdij nr. 505 deel 5, 10-04-1538
  107. Charterverzameling, Regest, 20-02-1596
  108. RAG, RA Nederbetuwe, inv.nr 203, deel 2, Protocol van bezwaar, Bank van Kesteren, fol. 115v-116v
  109. ⇒ hattem_nl.htm
  110. RA Gelderland protocol van bezwaar NB 200, fol. 121v, 25-05-1625, ⇒ regesten.htm
  111. Tiel, Classis Tiel nr. 1, fol. 194, 02-05-1636
  112. RAG, RA Nederbetuwe, inv.nr 203, deel 2, Protocol van bezwaar, Bank van Kesteren, passim
  113. RA Gelderland ger. signaat Kesteren NB 109 fol. 131,141 19-11-1632
  114. NL 82(1965)311
  115. Utrecht, Transporten 03-07-1643
  116. Streekarchivariaat Kromme-Rijngebied - Utrechtse Heuvelrug, Stadsgerecht Wijk bij Duurstede (67)
  117. J.C. Kort, Repertorium op de lenen van Gaasbeek. Historische Reeks Kromme-Rijngebied 6, ISBN 90-6550-676-4
  118. Archief van de Heren en Graven van Culemborg nr. 4452, 1637
  119. Rentmeesters der voormalige Nassause domeinen in Gelderland nr. 149, fol. 13, 17-07-1648
  120. RAG, RA Nederbetuwe, inv.nr 203, deel 2, Protocol van bezwaar, Bank van Kesteren, fol. 76v
  121. Rhenen, Nots. J. Gilpin nr. 17, 07-09-1655
  122. RA Gelderland protocol van bezwaar NB 204 fol. 43, 13-11-1656
  123. Rhenen, Not. A. van Wijck nr. 533.2, 22-05-1658
  124. RA Gelderland, Recht. archief Neder-Betuwe NB 93, 30-12-1659, ⇒ regesten.htm
  125. RA Gelderland protocol van bezwaar NB 204 fol. 44v, 06-04-1664
  126. GAU, ONA, Nots. W. van Velpen, Akte nr. U72a1-24, d.d. 10-12-1664
  127. GAU, ONA, Nots. W. Zwaerdecroon, Akte nr. U80a1-50, d.d. 20-2-1669
  128. Putman, Octrooien, l.c.
  129. Rhenen, Not. J. Gilpin nr. 17, 07-09-1655
  130. Utrecht, Transporten 08-09-1655
  131. Wijk bij Duurstede, Not. J. van Sandick 21-12-1678
  132. Wijk bij Duurstede nr. 567.2, 03-02-1657
  133. Wijk bij Duurstede nr. 585.14, 19-06-1667
  134. NL 17(1899)103
  135. RA Gelderland ger. signaat Kesteren NB 102 fol. 441, 22-10-1565
  136. Tiel, nr. 63 fol. 42 43v 44v 46
  137. Rhenen, Not. A. van Wijck nr. 513.1, 29-09-1651
  138. ⇒ www.veenendaal.nl
  139. Rhenen, Not. A. van Wijck nr. 513.1, 27-09-1651
  140. Rhenen, Not. A. van Wijck nr. 513.1, 27-09-1651
  141. Rhenen, Not. A. van Wijck nr. 521.1, 25-02-1668
  142. NL 85(1968)31

Back to the
genealogy page
Back to the
contents
Go to the
index
Forward to next
generation 15
Back to previous
generation 13
Directly go to generation :
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43