| You are here: Louk-Home ⇒ Genealogy ⇒ Kwartierstaat Lapikás ⇒ Gen. nr. 14 |
12060. WILLEM TRUMPENERS[1], geb. ca. 1530, parentatie niet bewezen.
Hij kocht in 1556 onder borgstelling van zijn vader een huis met hof en 11 roeden land te Alken van
mr Simon van den Spicker.[2] Met wie hij was getrouwd, is niet gebleken, maar wellicht kan een lid van zijn schoonfamilie worden herkend in
Haub Hauben, wiens van zijn vader Haub Hauben geerfde kindsgedeelte
Willem in 1557 opkocht[3]. Hetzelfde geldt voor Jan Briers, met wie hij in
1562 een erfmangeling aanging[4], en voor Cornelis Zemss, die in 1568 van
Willems vrouw een wei int Ulencoet naderde.[5] In 1558 verwierf hij een
deel in 14 roe land op den Bunderberch[6], in 1562 een bunder land opt
Coestervelt.[7] Ten slotte was Willem onder Alken gegoed opden Tript,
waar hij in 1571 land verkocht.[8]
12288. WILLEM (FENT), geb. vóór ca. 1545, alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon:
12290. DIRCK (VAN DER PIJL(EN)?), geb. alleen bekend uit het patroniem van zijn dochter:
12292. CORNELIS ARIEN AELBERTSZ, geb. ca. 1526, ovl. 1599-1609, vermeld in 1562, 1589.[9]
12440. ARIEN DIRCXSZ TWAELFFHOVEN(¥), ovl. vóór 1624, tr. vóór ca. 1585?
12441. AELTGEN CORNELISDR, ovl. na 1624, tr. 2o 1624-1626 MAERTEN STOFFELSZ.
Op 10-12-1624 verkoopt Machteltgen Heijndricxdr, weduwe van Cornelis Jansz met als voogd haar zoon Pieter Cornelisz aan Aeltgen Cornelisdr, weduwe van Arien Dircxsz Twaelffhoven, een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg, strekkend van het land van Dirck Willemsz tot dat van Cornelis Pietersz Lange, belend ten oosten Dirck Willemsz en ten westen Jan en Gerrit Cornelisz Staveren. Koopsom 384 gulden. [11]
Op 1-4-1626 verkoopt Maerten Stoffelsz, man en voogd van Aeltgen Cornelisdr, laatst weduwe van Adriaen Dircxsz Twaelffhoven, aan Cornelis Willem Jacobsz een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van Dirck Willem Lousz en het land van Willem Cornelisz tot dat van Willem Pietersz, belend ten oosten Dirck Willemsz en ten westen Gerrit Cornelisz. De koop deels te betalen aan Gooltgen Cornelisdr. Koopsom 320 gulden. [12]
COMMENTAAR(¥)
Vermoedelijk niet goed is hier:
12440. ARIEN WILLEMSZ TWAALFHOVEN(¥), vermeld voor de weeskamer Bodegraven 1-12-1612,
[13]
|
Op 12-9-1643 verkoopt Dirck Laurisz, getrouwd met Lijsbet Ariensdr als mede-erfgenaam van Dirck Ariesz Twaelffhoven, aan Ghijsbert Cornelisz Crijger een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van het land van de kinderen van Jacob Jochumsz tot dat van Arien Bouwensz, belend ten oosten Willem Cornelisz en ten westen de koper. Koopsom 195 gulden. [16]
Op 12-9-1643 verkoopt Dirck Laurisz, getrouwd met Lijsbet Ariensdr als mede-erfgenaam van Dirck Ariesz Twaelffhoven, aan Cornelis Jan Heijndricken een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van daar tot het land van de koper, belend ten oosten Jan Claesz en Jan Stevertsz en ten westen de koper. Koopsom 350 gulden. [17]
12462. ADRIAEN NN, geb. vóór ca. 1540, ovl. vóór 1607.
Op 10-3-1607 verkopen Dirck Laurisz, getrouwd met Duijffgen Ariensdr, voor 1/5 deel, Adriaen Claesz, molenaar, voor zichzelf, Ghijsbert Andriesz Quast, getrouwd met Marritgen Claesdr, Elbert Cornelisdr, getrouwd met Trijntgen Claesdr, Cornelis Jansz Lieff, getrouwd met Soetgen Claesdr, Aelbert Jacobsz, getrouwd met Anna Claesdr, allen als kinderen van jonge Claes Claesz, die getrouwd was met Marritgen Ariensdr, voor het tweede 1/5 deel, Phillips Gerritsz, getrouwd met Stijntgen Jacobsdr, Arien Aertsz, getrouwd met Gooltgen Jacobsdr, Dammas Cornelisz als vader en voogd over Willen en Cornelis Dammasz en mede handelend namens Gerrit Jansz ter Aer, getrouwd met Erck Dammasdr, kinderen van Dammas Cornelisz en Marritgen Jacobsdr, allen als kinderen van Jacob Adriaensz, voor het derde 1/5 deel, Arien Cornelisz, Pieter Cornelisz, Cors Cornelisz en Jan Cornelisz voor zichzelf, Heijndrick Dircxsz Spijcker, getrouwd met Aeltgen Cornelisdr, IJsack Jochumsz, getrouwd met Marritgen Cornelisdr, Heijndrick Willemsz, getrouwd met Trijntgen Cornelisdr, Jan Cornelisz, getrouwd met Marritgen Jansdr, dochter van Jan Andriesz en Stijntgen Cornelisdr, en Pieter Claesz Duijersz, vader en voogd van zijn vier kinderen geboren bij Anna Cornelisdr, allen als kinderen en kindskinderen van Cornelis Adriaensz, voor het vierde 1/5 deel, Cornelis en Adriaen Aelbertsz voor zichzelf, Phillips Jansz, getrouwd met Marritgen Aelbertsdr, allen als kinderen van Aelbert Cornelisz en Alijdt Adriaensdr, voor het vijfde 1/5 deel, allen als erfgenamen van hun overleden oom Jan Adriaensz, in leven wonend te Nieuwkoop achter de kerk, aan Cornelis Anthonisz, secretaris, een perceel land met huis, hof, berg en schuur achter de kerk, verongeld voor 2½ morgen, strekkend uit de Kerkgracht tot aan het land van Jheremias Oisterlingh, belend ten oosten Willem Cornelisz van Grieken en ten westen Cornelis Anthonisz, secretaris. Koopsom 3.225 gulden. [18]
12528. = 6144. WILLEM WILLEMSZ FENT.
12529. = 6145. MARITGEN DIRCXDR (VAN DER PIJL(EN)?).
12836. J(OH)AN SNEEWATER, ovl. 1613-1626, mr. goudsmid en juwelier, wonende in Den Haag (1605),
otr./tr. Den Haag Grote K. 14-2/12-3-1598 (als j.m. wonend in Den Haag) [19]
12837. CATHALINA (CATELIJN, KATRYNA) PETIT, geb. Antwerpen, ovl. na 1637, j.d. wonend in Den Haag (1598).
woont Bloemdwarsstraat te Amsterdam (1626), otr. 2o Amsterdam 24-10-1626
WILLEM HARMSSEN, geb. (Hamburg??), wednr. van Judith Jans.
|
De goudsmid.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694. klik op plaatje(s) om te vergroten |
In 1605/1606 is mr. J(oh)an Sneewater, goudsmid en juwelier, wonende in Den Haag betrokken bij de taxatie van goederen, afkomstig uit Oostindie, van Balthasar de Moucheron. "Tacxatie van goederen ende gesteenten hijernaer volgende, gedaen bij mij ondergeschreven Johan Sneewater, goutsmidt ende juweelier, woonende in sGravenhaege, op huijden den 4 en April 1606 in den Brielle, ter requesitie van Balthasar de Moucheron." Alsdan volgt een lijst van edelgesteenten, ruim 3 bladzijden in folio. ... "d'selve andermael zijn oversien ende gesorteert in presentie van joffrouwe Elisabeth van Crompvliet, als procuratie hebbende van haren man Sr. Balthasar de Moucheron, in date den 15 December 1605, geassisteert met Sr. Pierre Lijmoine ende haeren substituijt mr. Jan Sneewater, juwelier, die bij de voorn. De Moucheron tot d'voorsz. sorteringe es affgesonden ..." [20]
In 1637/38 koopt Leon Sneewater een huis in de Egelantiersstraat. [21]
12838. JAN PIETERSZ, geb. (Housum?) 1588/9, ovl. na 1611, varendgezelle wonend op het Wandelpad (1609). otr. Amsterdam 21-3-1609 (get. Jens Jacobs, haar vader en Trijn Jans, haar moeder (¥))
12839. MARRITJEN JENSDR, geb. Dierstede(¥) 1589/90, ovl. na 1633, woonde op het Spaense leger (1609).
| COMMENTAAR(¥) Over Jan Pietersz staat in de otr. akte "cujus pr. habitat (in pa...) nec aliquid alimentii ab ipso habuit" = "wiens vader woont (in ...) en geen enkel voedsel van zichzelf heeft". |
| COMMENTAAR(¥) Dierstede = Wijk bij Duurstede? |
12840. PAUWELS BEKAU (BE(C)KOU), geb. Ronse (B) vóór ca. 1570, ovl. 1632-1634 (na 1636?)(¥), is als Pauwels Bekau, van Ronsse "upte getuychnisse van Jan van Overbeecke (Ronse) ende Adriaen de Visscher (Ronse) bij Burgemeesteren poorter ontfangen aen wiens handen hij den gewoonlichen eedt gedaen heeft ende getuigen stellen hen tsaemen borge voor den poorter, actum desen 16 Octobris 1591 voor schepenen" van Leiden,[22]
huurde als P. Beckou op 17-12-1592 het 16-de baairaam in de vijfde "streec" om zijn weefsels op te hangen,[23]
baaidrapier (borg voor Anthonis van der Hagen (Ronse, 5-7-1593),[24]
bezit een baaigetouw in 1602,[25]
is als Pouwels Bekou buurtheer van de buurt Bisdom van Napels te Leiden (benoemd 18-06-1626),[26]
doopget. (1622..1632), otr. Leiden geref. 6-4-1591 (get. Willem van den Hage en Thonis van den Hage, sijn cosijnen, Tanneke van Overbeeck, haar moeder, en Josijntgen van Overbeeck)
12841. MAYKE VAN OVERBEE(C)K, geb. Ronse (B) vóór ca. 1570, ovl. na 1634, huw. get. (1617..1634), doopget. (1621..1632),
woont op de Middelwech te Leiden (1627..1634).
| COMMENTAAR(¥) Zijn overlijdensjaar is onzeker, in 1635 en 1636 is hij nog doopgetuige, terwijl bij het huwelijk van zijn dochter zijn vrouw als weduwe wordt aangeduid! |
| COMMENTAAR(¥)
Volgens Ref. [35] is Petrus L(e)upenius een zoon van Pieter Leupen en Barberra Elzevier van Heule, doch hiervoor wordt geen bron vermeld. Laatstgenoemde zou de Barbertgen Leupen kunnen zijn die bij zijn huwelijk als getuige optreedt.
Volgens Ref. [36] is Petrus L(e)upenius een zoon van Willem Leupe x Carstyne van Vermaes. |
|
Titelblad van het boek "Aanmerkingen op de Neederduitsche taale" door Petrus Leupenius (1607-1670).
Bron: Ref. [37]. klik op plaatje(s) om te vergroten |
Publicaties van Petrus Leupenius:
- De geessel der sonden, vertoonende het wesen, oorsaken, eigenschappen en werkingen der sonden, als ook middelen tegen deselve. uitg. Hendryk Donker, Amsterdam, 1651.
- Petrus Leupenius. Aanmerkingen op de Neederduitsche taale. uitg. Hendryk Donker, Amsterdam, 1653.
- Petrus Leupenius. Naaberecht gedaan op J. v. Vondelens Noodigh berecht over de nieuwe Nederduitsche misspellinge. uitg. Hendryk Donker, Amsterdam, 1654
Advertentie in de Oprechte Haerlemse Courant d.d. 21-6-1670:[38]
Tot Amsterdam sal op Dinghsdagh den 8 Iuly verkocht werden een seer curieuse Bibliotheeck, bestaende in schoone, soo Latijnsse, Engelsse als Nederduytse Boecken, fraey gebonden, naergelaten by zal: Do. Petrus Leupenius, in sijn leven getrouw Dienaer Iesu Christi in sijn Gemeynte aldaer: waer van de Catalogi te bekomen zijn by de Weduwe van zal: Abraham vanden Burgh en by Hendrick Doncker, by de Nieubrugh, tot Amsterdam.
COMMENTAAR(¥)
|
Hendrick Doncker koopt een huis in de Nieuwebrugsteeg (1650-1652).[43]
|
Links: Frontpagina van
"De zee-atlas ofte water-waereld: vertoonende alle de zee-kusten van het bekende deel des aerd-bodems seer dienstigh voor alle schippers en stuurlieden, mitsgaders koop-lieden om op 't kantoor gebruyckt te werden. Nieuwelijcks aldus uytgegeven."
| |
t'Amsterdam. By Hendrick Doncker Boeckverkooper en Graet-boogh-maecker, in de
Nieuwe-brug-Steegh, in't Stuurmans Gereetschap. Anno 1659
| Rechts: het voorwoord van Hendrick Doncker (1625/26-1699) op deze zeeatlas. Bron: ⇒ National Library of Australia klik op plaatje(s) om te vergroten |
Werken van Jo(h)annes Leupen(ius):[55] [56] Kaarten: delen van de Afrikaanse kust, ca. 1670, hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard, 1681-1682, Purmer, 1683 heerlijkheid Jaarsveld, 1685, hofstede en landerijen in 's-Graveland, 1692-1693. Prenten: kasteel Nijenrode, Hooge Sluis te Amsterdam bij den Buiten-Amstel, landkaart van Cales tot Cadix.
In 1698 koopt Maria Minuit een huis op de Binnen Amstel te Amsterdam.
In 1717 koopt Maria Minuit een huis op het Rokin te Amsterdam. [57]
|
Schets van een Bberderij op de noordhoek van de Amstelveense weg en de Kalfjeslaan door Johannes Leupenius (1647-1693).
Datering: 10-4-1684. Locatie: Gedeelte van schetsblad van terreinmeting uit het Scbetsboek van J. Leupenius. Archief Hoogheemraadschap van Zeeburg en Diemerdijk. Bron: Ref. [58] |
Gravure (tekening?) van huize Goudesteyn te Maarssenveen aan de Vecht door Johannes Leupenius (1647-1693).
| Datering: ca. 1690. Goudesteyn was in het bezit van de rijke Amsterdamse koopmansfamilie Huydecoper. Bron: Ref. [59]. klik op plaatje(s) om te vergroten |
Sara Leupenius wed. (...) Torion koopt een huis, tuin en erf op de Keizersgracht zuidwestzijde het vierde huis benoorden de Nieuwe Spiegelstraat (1751).[60]
12842. JAECQUES (JACOB) JANSZ CABBELJOU, geb. vóór ca. 1570, ovl. 1598-1604, wordt bij zijn otr. vermeld als "heer van Mullem",
wordt poorter van Leiden 13-11-1598 (get. zijn vader Jan Cabbeljau),
otr. Leiden geref. 3-3-1592 (get. voor hem: Franchoys Cabbeljau(¥), voor haar: Symon du Boys, haar oom, Jozyna Lagers, huisvr van Antonis Zayon, haar bekende)
12843. SARA DU BOYS, geb. vóór ca. 1570, afkomstig van Middelburch,
huw. get. (1609, 1614), doopget. (1622, 1626),
is als Sara de wed. van Jacob Cabeliau tot Leijden doopget. te Amsterdam (1604),
tr. 1o voor 1592
JAN MOENES, tr. 3o Leiden geref. 24-3-1608 (get. Johan Pellicorne, zijn bekende, Proontgen Blocx, haar bekende)
PIETER VAN DER SCHUYRE, geb. vóór ca. 1560, ovl. na 1623, als Pieter van der Schuyre, van Cassel (Arr. Duinkerken) in Vlaanderen
"es poorter ontfangen bij 't collegie van Burgmeesteren ten bijzijn van schepenen ende zijn borge es Cornelis Wittebol (Veurne), saeytrapier, actum den 6 Aprilis 1584",
verver (1608), huw. get. (1607..1614), doopget. (1623),
wednr. van Fransijn Dircksdr, (zie
Fragment Van der Schuyre
),
en zn. van Lambrecht van der Schuere en Maeyken NN.
| COMMENTAAR(¥) Dat Jacobs vader Jan Cabeljau in 1592 niet als getuige bij het huwelijk aanwezig is ligt voor de hand. Hij is immers in 1588 bij verstek ter dood veroordeeld en levenslang verbannen uit Leiden, Rijnland, Den Haag en Haagambacht. Wie is nu de getuige Franchoys Cabbeljau? Deze is ongetwijfeld identiek met François (Franchoys) Cabbeliau, geb. vóór ca. 1570, ovl. na 1609, poorter van Amsterdam 7-11-1592 als lakenkoper van Gent, get. bij het huwelijk van Pieter van der Brugge en Abigel Vrombout te Leiden 9-4-1592. |
Pieter van der Schuyre treedt op als borg en getuige bij de poorterinschrijvingen te Leiden van Pieter Menigeer (1586), van Jan Jacobszone Heelen (1592) en van Pieter van den Born (11-10-1593).
Sint Catharinagasthuis Leiden: Eigendomsbewijs van een rente van 12 gulden en 10 stuiver per jaar ten laste van Jacob Cabbeljau en Pieter van der Schuyre vanwege de koop van een huis op de hoek van de Hogewoerd en het Steenschuur, 1604. [62]
Op 29-8-1616 machtigt Lenert Jacobsz Cabelau (tekent Cabeliaeu), zeevarende, te Goedereede, namens zijn vrouw Pieternelletge Adriaens, zijn broer Jacob Jacobsz Cabelau en zwager Jan Garbrantsz, beiden te Goedereede, inzake de erfenis van haar vader Adriaen Lenertsz, gestorven te Veere. [63]
| Fragment Du Bois |
| Fragment Van der Schuyre | |
Pieter van der Schuyre, otr. 1o Leiden geref. 26-11-1583 (get. Lambrecht van der Schuere, zijn vader, Jan de Honc, haar neef)
Fransijn Dirck Christiaensdr, ovl. 1607/08, huw. get. (1607).
|
12844. HANS JASPERSZ (JASPARSSEN), geb. ... 1582/3, ovl. 1615, rouzijdewerker in de Bagijnesteeg (1605), mogelijk dezelfde als Hans Jaspersz, poorter van Amsterdam mei 1607, otr. Amsterdam 14-5-1605
12845. CORNELISJE GIJSBERTSDR., geb. 1584/5, ovl. na 1633 (dan is zij doopget.), woonde in de Kalverstraat (1605), Bloemstraat (1616),
otr. 2o Amsterdam 17-12-1616 (zijn ouders dood)
CLAAS PIETERSZ, geb. 1586/7, bouratwerker(¥)
in de Bloemstraat (1616).
| COMMENTAAR(¥) bourat = sajetgaren |
12880. LAMBERT TOP(¥), ovl. 1589-1594, parentatie niet bewezen, woont te Elburg (1589), kerkmr. te Doornspijk (1565),[68] [69] tr. vóór 1594
12881. GRIETE NN, ovl. na 1594.
| COMMENTAAR(¥) Hij is mogelijk verwant aan Aelbert Top op Topserve,[70] [71] en Bartolt Top die in 1517 land koopt te Elburg.[72] |
Op 21-4-1589 compareren te Elburg: Aaltje Reefsen met Evert Reefsen mede als haar gekozen momber en zich sterk makend voor Wulf Reefsen en Jacob Reefsen welke erflijk op zich nemen te betalen in naam van Henrikje Smits zolang als Henrikje leeft zodanige 6 daalder rente als Lambert Top hiervan heeft item de 4 daalder zo de Weezen van ons hebben (te ontvangen) met de expresse conditie dat mede Henrikje voorschr rente en de hoofdsom weer vallen zullen te betalen op Hendrikjes erfgenamen en stellen daarvoor tot onderpand haar huis tussen Lambert Top en de stege. Gesciedt voor Harmen Brinck en Engbert ter Bruggen am 21 april 1589. [73]
Op 4-11-1594 verkopen erflijk Henrik Dirricksen met Metje zijn huisvrouw en Harman Willemsen mede als gevolm. Van zijn vrouw Engele Beernts met Johan van holthe haar momber zich sterk makend voor haar zoon Jan Beernts, aan Griete Lambert Top weduwe met Otto Fristelman en zijn huisvrouw een half mudde land de "Soppenhof" geheten hetwelk huis lange in pandschap gehad, gelegen in deze stadsvrijheid oostw de Nonnen zuidw Lambert Muller westw Augustijn voorschr. en noordw kopers voorschr kommervrij Geschiedt voor Arnt Franksen en Henrik Reiniersen am 4 nov 1594. [74]
In de civiele procesdossiers in het rechterlijk archief van Elburg [77] komt voor onder nr. 11 Top Lamberts contra Tijs Greve (1586) en onder nr. 14 Top Lamberts contra Johan Heinecke (1587).
13892. =3112. SYMON JANSZ TEIJSTERMAN.
13893. =3113. GEERTGEN JANSDR.
13894. CORNELIS GERRITSZ (VAN STAVEREN), ovl. verm. voor 1623.
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Gerrit Cornelisz Staveren ende Stijntgen Jansdr sijn huijsvr met Cornelis, Andries, Gerit, Annetgen, Maritgen ende Annichgen heure kinderen - 8 hoofden". [79]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Pieter Lulufsz ende Annetgen Geritsdr sijn huijsvr met Roeloff, Jan, Annetgen, Leuntgen ende Maritgen heure kinders - 7 hoofden". [82]
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Willem Cornelisz Staveren ende Maritgen Jansdr sijn huijsvr met Cornelis, Gerrit, Trijntgen, Annetgen ende Maritgen heurl kinders mitsgaders Ariaentgen haer jongwijff - 8 hoofden". [87]
| COMMENTAAR(¥) vul aan |
Hoofdgeld van Nieuwkoop anno 1623: "Jan Cornelisz Staveren ende Neeltgen Jansdr sijn huijsvrouwe - 2 hoofden". [92]
Op 13-12-1637 verkoopt Jan Cornelisz van Staveren, oom en voogd van Maerten Gerritsz van Staveren en Annetge Gerritsdr van Staveren aan Aris Gerritsz van Staveren een stuk veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop.[93]
Op 6-11-1643 verkoopt Jan Cornelisz van Staveren voor ƒ 300,-- een perceel veenland aan Cornelis Gerrit Jacobsz.[94]
Op 22-5-1646 compareerden Jan Cornelisz van Staveren voor zichzelf, Cornelis Willemsz van Staveren voor zichzelf en voor zijn andere broers en zusters, kinderen van Willem Cornelisz van Staveren, Cornelis Gerritsz van Staveren voor zichzelf en voor zijn absente broers en zusters, kinderen van Gerrit Cornelisz van Staveren, Cornelis Pieter Gerritsz, oudste zoon van Geertgen Cornelisdr, Pieter Luloffsz en Jacob Pietersz Duyrniet voor hun vrouwen en voor Maritgen Gerritsdr en Jannitgen Gerritsdr, kinderen van Gerrit Gerritsz van Staveren in verband met de verdeling van de nalatenschap van Philip Gerritsz van Staveren wiens medeerfgenamen zij waren.
Op 30-12-1652 verkopen Jan Cornelisz van Staveren en Willem Jansz van Staveren, zijn zoon, c.s. voor ƒ 487,-- een perceel veenland aan Apollonia Crijnen, wed. van Adriaen Jansz Hoogeboom.[95]
Op 20-2-1681 compareerden Willem Jansz van Staveren en Jan Eeuwoutsz Heemskerck gehuwd met Neeltge Jans van Staveren, kinderen en erfgenamen van Jan Cornelisz van Staveren en Neeltgen Jansdr, beiden overleden, voor de scheiding van de nalatenschap van hun ouders. Willem kreeg o.a. 10 hond hooiland in het Zuideinde van Nieuwkoop, alsmede een aantal kleinere perceeltjes veenland. [96]
Kohier van de 1e 200e penning van Rijnland : 1676 Jan Cornelisz van Staveren overleden. Erve Willem Jansz van Staveren en Jan Ewoutsz.
Kohier van de 100e penning van Rijnland : 1692. De weduwe van Cornelis Jansz Bouman overleden. Erven Jan Cornelisz Bouman, Grietje Cornelis Bouman, weduwe van Harmen van Griecken, Willem Jansz van Staveren x Aeltje Cornelis Bouman en Gerrit Koy de jonge.
| COMMENTAAR(¥) vul aan |
13912. JOACHIM DIRCKSZ, geb. ca. 1520, ovl. 1568-1577, huiseigenaar te Aarlanderveen (1544),
veenman te Schoot en wonend te Aarlanderveen (1549),
tr.[100]
13913. MACHTELT NN, ovl. 1588-1592.
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [101]. |
1549: Verveningskohier van Schoot (verdwenen plaats, lag tussen Zevenhoven en Ter Aar):[102]
- Joachim Dircxsz tot Aerlanderveen, in 2 marghen, noorden Cornelis Gijsbrechtsz, zuijden de Schootdijck. Borghe Heijdrick Dircxsz, sijn broeder.
Kohieren van de 10de penning van de Staten van Holland voor Aarlanderveen over 1544:[103] - Jochem Dirck een eigh huijs ende is gheset jaerlix te huer voir iiii kg
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [106]. |
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [108]. |
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [111]. |
Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623: "Dirck Joachimsz ende Ermpgen Cornelisdr sijn huijsvre met Joachim, Wouter ende Abraham heurluijder kinderen - 5 hoofden". [112]
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [114]. |
Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Aarlanderveen
Cornelis Joachimsz op tweenendertich ponden, heeft gedoleert ende sijn goederen bij eede begrootet beneden zesduysent gulden, oversulcx de dubbleringe vermindert op 50 gl.
Hoofdgeld van Aarlanderveen anno 1623: "Jacob Marcelisz ende Agata Joachimsdr sijn huijsvrouwe met Joachim haer soon - 3 hoofden". [117]
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [118]. |
14016. CORNELIS DIRCKSZ WITTEBOL, geb. vóór ca. 1535, ovl. na 1600, belender
aan de Voorweg (1568),
aan de Binnenweg (1569..1587),
aan de Buitenweg (1573),
te Hazerswoude (1560..1582),[119]
genoemd in een pachtcontract van 1573,[120]
is borg voor zijn zoon Cornelis Cornelisz alias Cleijn Nees (1597),
tr. vóór 1581
14017. MARITJE JANSDR, geb. vóór ca. 1560, ovl. vóór 1581, wier zuster wellicht is Lijsbeth Jansdr, weduwe van Eeuwout Willemsz, gezien de akte van 19-2-1581.
In feb. 1556 heeft Anthonis Cornelisz in erfpacht aangenomen van Cornelis Dircksz Wittebol voor 10 stuivers per jaar een erf waar Anthonis een huis op heeft getimmerd en dat door hem wordt bewoond, gelegen buiten weg in het Westeinde, belend ten oosten Joostje, weduwe van Dirck Wittebol, ten westen en noorden Cornelis Dircksz en ten zuiden de Heerweg. Volgt uitgifte en aanname van de erfpacht. Anthonis Cornelisz is schuldig aan Cornelis Dircksz 10 stuivers van de erfkoop. Arij Jacobsz is schuldig 2 gulden. [121]
In sept. 1557 verkoopt Thoenis Cornelisz aan Adriaen Willemsz Pollant een huis en erf belast met 10 stuivers eeuwige erfpacht ten behoeve van Cornelis Dircksz Wittebol, belend volgens de oude brief waar deze brief doorgestoken is. [122]
Akte zonder datum (protocol 1555-1557): Jan Dircksz Wittebol ter eenre en Adriaen Dircksz, Jacob Dircksz, Cornelis Dircksz, Maritje Dircksdr en Maddeleen Dircksdr, vervangende haar jonge zuster ter andere zijde, allen zusters en broers, hebben bij advies van moeder en naaste vrienden het volgende geregeld. Jan Dircksz zal ontvangen een leenakker met het eigen land dat daaraan ligt, groot 7 hond, strekkende van de voorweg tot de Delff toe, belend ten oosten Claes Dircksz Een Ooch en ten westen Willem Eeuwoutsz, zonder dat Jan Dircksz iets anders zal hebben of mogen eisen van zijn vaders erfdeel. [123]
Op 7-3-1569 verkoopt Cornelis Dircksz Wittebol aan Erm Aem Jansz weduwe en haar weeskinderen 12 hond land water of slagturf, belast met 4 stuivers per jaar eeuwige erfpacht ten behoeve van de heer van Cruijningen, liggende boven weg, belend ten oosten Cornelis Vredericksz, ten westen Willem Crijnsz, ten zuiden de landscheiding en ten noorden Claes Jacobsz van Leeuwen, met waarborg 3 morgen land gelegen buiten weg, belend ten oosten Joosje Jacobsdr, weduwe van Dirck Jansz Wittebol, ten westen Alijt, weduwe van Jan Cornelisz Cocx, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de Nieuwe vaart. [124]
Op 19-2-1581 gaan Claertje Leendertsdr en Leendert Leendertsz met Adriaen Claesz, hun oom en gekoren voogd en hen sterk makende voor Cornelis Leendertsz, hun onmondige broer waar de voorsz. Adriaen Claesz mede voogd over is, Margriet, Neel Vranckensz weduwe, Cornelis Cornelisz en Willem Cornelisz zo voor hen zelven en haar sterk makende voor Adriaen Cornelisz, Harmen Cornelisz en Leendert Cornelisz hun broers, Lijsbeth Jansdr, weduwe van Eeuwout Willemsz en Cornelis Dircksz Wittebol, boedelhouder van Maritje Jansdr in de naam van Adriaen Eijmbertsz van der Does, allen accoord met de verkoop bij decreet van het Hof van Holland ter instantie van Willem Joostensz van 3 percelen land als een woning met 19 morgen land bij Willem Joostensz gekocht voor 500 gulden en 4½ morgen land met vogelkooi gekocht door Daniel Jacobsz voor 190 gulden; 2½ morgen gekocht door Gijsbrecht Hendricksz voor 150 gulden volgens de brieven van decreet van 23-07-1576. [125]
Op 16-2-1582 verkopen Lijsbeth Jansdr, weduwe van Eeuwout Willemsz, Cornelis Dircksz, boedelhouder van Maritje Jansdr en Adriaen Cornelisz, man en voogd van Trijntje Adriaensdr, allen wonende te Hazerswoude en als erfgenamen van Adriaen van der Does of Grietje Jan Pietersdr, zijn vrouw aan de weduwe en erfgenamen van Cornelis Vrericksz een partij slagturfland gelegen buiten weg, belend ten oosten Jan Pietersz Moeij, ten westen Jan van Mathenesse, ten zuiden Pons Gerritsz en ten noorden Crijn Aertsz en bekennen schuldig te zijn de voorsz. weduwe ...... met waarborg door Cornelis Dircksz van zijn woning strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Lijsbeth Jansz en ten westen Jacob Sijmonsz en door Lijsbeth Jansdr haar huis en erf belend ten oosten Pieter Adriaensz clompmaker, ten westen Heijltje Cornelisdr, weduwe van Crijn Sijmonsz te Zevenhuizen, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart. Cornelis Dircksz beloofde de voorsz. weduwe en erfgenamen van Cornelis Vrericksz te indempneren voor een derde deel jegens de boedel van Gijsbert Hendricksz scheepmaker als actie hebbende van de weduwe van Vranck Jansz beroerende de verkoop van 3 morgen land bij executie en decreet van 16-7-1581. Willem Cornelisz en Cors Cornelisz, zonen van Cornelis Vrericksz, stellen dat het land is bezwaard met 38 stuivers per jaar ....... [126]
Op 1-6-1584 stellen Lijsbeth Jansdr, weduwe van Eeuwout Willemsz, Cornelis Dircksz Wittebol, boedelhouder van Maritje Jansdr en Adriaen Cornelisz, man en voogd van Trijn Adriaensdr, allen kinderen van Margriet Willemsdr, huisvrouw geweest van Adriaen Eijmbrechtsz van der Does en Adriaen Cornelisz namens zijn huisvrouw enige dochter van Adriaen Eijmbertsz, dat de boedel van Adriaen Eijmbrechtsz en Margriet Willemsdr hun resp. ouders "overmits de troubles en bederffnisse des lants seer verachtert ende genoechsaem tot nijet geloopen was" zij nochtans geschift en gescheiden hebben. [127]
Op 27-2-1595 verkoopt Cornelis Cornelisz alias Cleijn Nees met zijn vader Cornelis Dircksz Wittebol met consent van zijn vader aan Margriet Bruijnendr, weduwe van Inge Leendertsz, de helft van 9½ hond land gelegen binnen weg, belend ten oosten de koopster met land achter haar woning, ten noorden de koopster met de andere helft, ten zuiden de Achterweg en ten westen Dirck Hendrick Ruttenz, Cornelis Cornelisz Adelborst en Jacob Leendertsz Roos, voldaan met een obligatie. [128]
Op 18-12-1597 is Cornelis Cornelisz alias Cleijn Nees schuldig aan Roelof Adriaensz, secretaris van Hazerswoude, 108 gulden wegens verschoten penningen, zo van de afkoop van de erfpacht als lastgeld met hypotheek op 14½ hond land gelegen buiten weg, belend ten oosten Adriaen Cornelisz, ten westen Gerrit en Trijn Adriaen backers, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden niet ingevuld; 12½ hond turf- en houtland gelegen boven weg, belend ten oosten de kinderen van Aem Jansz en zijn broer Jan Cornelisz, ten westen jonge Jan Cornelisz Craen, ten noorden jonge Jan Ponsz en ten zuiden de landscheiding, nog zijn huis en erf, belend ten oosten Cornelis Cornelisz Buijtewech, ten westen Cornelis Toenisz Ruter, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart, belast met 29 gulden ten behoeve van Jan Sijmonsz, stoeldraaier in den Haag, het huis met 300 gulden ten behoeve van Cornelis Rippertsz. Roelof heeft hem nog verschoten 120 gulden in handen van Johan van der Meer. Borg zijn vader Cornelis Dircksz Wittebol, die aan Roelof Adriaensz overgedragen heeft een obligatie op zijn zoon Jan Cornelisz houdende boven de 700 gulden welke daarop betaald zijn nog 900 gulden, volgens de obligatie van 1-11-1592. [129]
Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Hazerswoude: In 't dorp van Oosten aen"
Cornelis Dircxz op 32£, heeft gedoleert ende bij eede zijne goederen begroot beneden de 4000 gl., daerom in de verdubbleringe vermindert op 30 gl.
Op 14-5-1581 zijn Jan Cornelisz Wittebol en Toenis Toenisz 148 gulden schuldig aan Pieter Hendricksz wegens koop van 5 hond land gelegen boven weg, belend ten oosten Adriaen Lambrechtsz, ten westen Cornelis Cornelisz, ten noorden Cornelis Cornelisz voorsz. en ten zuiden Pieter Hendricksz te Leiden, met waarborg door Jan Cornelisz op zijn huis en erf met 3 morgen land, belend ten oosten Anna Dircksdr en ten westen Alijt Jan Cocx erfgenamen, strekkende van de Voorweg tot de nieuwe vaart. Met de overdracht door Pieter Hendricksz. (zie invnr. 18 akte folio 432) [130]
Op 22-3-1587 is Willem Sijmonsz Holbol schuldig aan Jan Cornelisz Wittebol 70 gulden wegens koop van een schip van circa 2 jaar met het gereedschap. [131]
| Pons Gerritsz |
| Eind 16de eeuw komen er in Hazerswoude twee personen met de naam Pons Gerritsz voor. De eerste Pons Gerritsz - en na uitvoerig onderzoek gebleken te zijn kwartier nr. 14018 - is voor 1573 gehuwd met Machtelt Cornelisdr, en overlijdt in de periode 1589-1591, zoals af te leiden valt uit de onderstaande akten. De tweede Pons Gerritsz, wiens kinderen zich later Van Sluijs noemen, is voor 1578 gehuwd met Lijsbeth Willemsdr, en overlijdt in de periode 1638-1640 (zie onderstaand fragment Pons Gerritsz x Lijsbeth Willemsdr ). Hieruit kan worden geconcludeerd dat het niet kan gaan om één Pons Gerritsz die tweemaal gehuwd is. Vooralsnog is uit niets gebleken dat de beide heren verwant zijn, ofschoon zij best (gelijknamige) halfbroers zouden kunnen zijn uit het eerste en tweede huwelijk van Gerrit Ponsz (zie kw. nr. ⇒ 28036 ). |
14018. PONS GERRITSZ, geb. vóór ca. 1545, ovl. 1589-1591, belender met land aan de Binnenweg (1569..1583) te Hazerswoude,
tr. vóór 1573
14019. MACHTELT CORNELISDR, ovl. na 1598, belendster te Hazerswoude (1591).
Op 2-2-1568 verkoopt Lijsbeth Jansdr, weduwe van Gerrit Ponsz met Pieter Jansz Wittebol, haar voogd, aan Pons Gerritsz, haar mans voorzoon, 2½ morgen land gelegen binnen weg, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belend ten oosten Jacob Claesz en ten westen Sijmon Cornelisz en Dirck Adriaensz, belast met 10 gulden ten behoeve van de erfgenamen van Cornelis Willemsz te Leiden. [132]
Op 27-5-1573 is Pons Gerritsz schuldig aan Maritje Cornelisdr, zijn wijfs zuster wonende te Alphen, 80 gulden met hypotheek op 2½ morgen land gelegen binnen weg, belend ten oosten Jacob Claes Doensznz en Anna Wermboutsdr weduwe van Jan Dirck Claesznz en ten westen Sijmon Cornelisz Tange en Thijs Jan Hugenznz, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg. [133]
Op 17-11-1578 verkoopt Willem Bruijnensz, wonende te Kalslagen, aan Pons Gerritsz zekere 3 schatbrieven tezamen inhoudende 14½ hond land hem toegeschat bij schepenen van Hazerswoude, belend ten oosten Cornelis Willem Jan Aertsz, ten westen Adriaen Jansz backer, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden Jacob Matthijsz. Met schuldbrief van 48 gulden met hypotheek op het gekochte. [134]
Op 16-12-1584 verkoopt Jacob Corstensz aan Pons Gerritsz een bezegelde koopbrief van 30-3-1584 getransfixeert op een brief van decreet van het Hof van Holland van 10-9-1582 groot 6 hond land met huis en schuur, belend ten oosten de verkoper, ten westen Maritje Cornelisdr, weduwe van Adriaen Cornelisz Ouwe Jan met gelijke 6 hond land en een huis, strekkende het noordeinde van de Voorweg zuidwaarts tot Aert Sijmonsz rietdekker. Vervolg: 16-12-1584. Schuldbrief van 100 gulden met hypotheek op het gekochte. [135]
Op 8-9-1591 verkoopt Cornelis Ponszn met Jan Gerritszn en Willem Gerritszn, zijn omen en bloedvoogden, Cornelis Corneliszn Wittebol hun zwager de helft van 10 hond land gelegen buiten weg, belend oost Machtelt Cornelisdr wed. van Pons Gerritszn, de voorsz. Cornelis Ponszn moeder, west Cornelis Dirckszn Roos, zuid Bastiaen Thijszn en noord de Voorweg daarvan de andere helft aan de koper als gehuwd met Anna Ponsdr toekomt. Cornelis Corneliszn voorsz. verkoopt Gerrit Ponszn zijn zwager de gehele 10 hond land, waarvoor hij een custingbrief passeert. [136]
Op 8-9-1591 is Gerrit Ponszn met Jan Gerritszn en Willem Gerritszn zijn omen en gekoren voogden schuldig aan Cornelis Corneliszn Wittebol zijn zwager 304 Kar. gld. met hypotheek op het gekochte. [137]
Op 26-9-1591 verkoopt Roelof Adriaensz aan Arent Jansz, drapenier te Leiden, een bezegelde schoutenbrief van 9 gulden 7½ stuivers per jaar ten laste van Pons Gerritsz. [138]
Op 26-11-1595 is Machtelt Cornelisdr, weduwe van Pons Gerritsz met Roelof Adriaensz, haar gekoren voogd, schuldig aan haar broer Jacob Cornelisz, wonende te Alphen, 54 gulden met hypotheek op 2½ morgen land met huis gelegen binnen weg, belend ten westen Cornelis Dircksz Roos en ten oosten Cornelis Pietersz Speelman en Cornelis Dircksz voorsz., strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg toe. Afgelost 7-6-1606. [139]
Op 31-8-1598 is Machtelt Cornelisdr, weduwe van Pons Gerritsz met haar zoon Gerrit Ponsz, schuldig aan Jacob Doesz 72 gulden spruitende uit zake van een schuld van 72 gulden die haar dochter Lijsbeth Ponsdr aan Jacob Doesz schuldig was, waarvoor Cornelis Cornelisz alias Cleijn Nees en Gerrit Ponsz, haar zwager en zoon, borg waren. Lijsbeth heeft nu geen middelen om te betalen en daarom heeft Machtelt de voorsz. 72 gulden tot haar last genomen om als een eigen schuld te voldoen. Zij geeft hypotheek op haar woning als huis met berg en schuur alsmede 2½ morgen land daar achter, belend ten oosten Cornelis Pietersz Speelman en Cornelis Dircksz Roos, ten westen Gerrit Ponsz en Dirck Aemsz, ten noorden de Voorweg en ten zuiden de Achterweg. Afgelost 7-6-1606. [140]
Op 23-10-1595 zijn Maritje Adriaensdr, huisvrouw van Willem Sijmonsz Holbol hebbende de regering van haar boedel met Jan Jacobsz Ket, haar gekoren voogd en ook als borg voor haar en voor Jan Dircksz met Willem Stevensz, borg voor hem en Pieter Cornelis Hendricksz met Cornelis Cornelisz Buijtewech, zijn borg, schuldig aan Cornelis Ponsz 164 gulden wegens leverantie van turf.
Vervolg: Op 26-10-1595 verkoopt Cornelis Ponsz aan Jacob Doesz de voorgaande brief voor een schuld van 80 gulden op Pieter Jacobsz. [141]
Op 2-1-1595 is Cornelis Cornelisz Wittebol schuldig aan zijn zwager Daem Jacobsz, man en voogd van Lijsbeth Ponsdr, 153 gulden met hypotheek op 2 morgen 2 1/2 hond land gelegen buiten weg, welke hij van zijn zwagers Daem Jacobsz en Gerrit Ponsz gekocht heeft en zoals de penningen uit de helft van de koop spruitende zijn, belend ten oosten Adriaen Cornelisz 't Jeuter, ten westen Crijn Adriaensz backer, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden Cornelis Claesz brouwertgen.
Vervolg 2-1-1595. Volgt de overdracht doch Cornelis Cornelisz Wittebol, nu anders genaamd Cleijn Nees. [143]
Op 29-11-1613 gaan Gerrit Ponsz en Aelwijn Pietersz ruilen. Gerrit draagt over aan Aelwijn 5 hond hooiland gelegen binnenweg, belend ten oosten Aelwijn Pietersz voorsz., ten zuiden Dirck Aemsz, ten westen Adriaen Cornelisz Roos en ten noorden Gerrit Ponsz zelf en Aelwijn draagt over aan Gerrit een tuintje met een uitgemoerde slagturfakker daar achter liggende, groot 1 hond, liggende binnenweg, belend ten oosten Aelwijn Pietersz, ten westen Gerrit Ponsz, ten noorden de ruilers tezamen en ten zuiden uitstekende tussen de swetten ter wederzijde de voorsz. akker.
Vervolg 29-11-1613. Aelwijn Dircksz is schuldig aan Gerrit Ponsz 175 gulden wegens de ruiling met hypotheek op het geruilde. [144]
Op 13-12-1617 verkoopt Jan Reijersz Schenaert, kleermaker, aan Gerrit Ponsz 5 1/2 hond slagturfland of water gelegen binnenweg, belast met 15 stuivers eeuwige pacht ten behoeve van de heer van Hazerswoude, belend volgens de oude brief en nog belast met 62 gulden 8 stuivers 12 penningen die Jacob Sijmonsz als curator van de boedel van Gerrit Sijmonsz op het land competeert. [145]
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Te Hazerswoude : Gerrit Ponsz ende Anna Jacobsdr met Jacob, Pons en Machtelt hun kinderen, en "Bijde selve een huijs" Maritgen Cornsdr, wed. van Jacob Corsz.
Op 22-9-1643 verkoopt Salomon Willemsz van Anen aan Jacob Gerrit Ponsz de helft van 5 hond 45 roeden slagturfland of water, belend ten oosten en westen de koper, ten zuiden Cornelis Damenz en ten noorden Cornelis Pietersz van Luijck. Voldaan met een schuldbrief van 225 gulden.
Vervolg 22-9-1643. Bovengenoemde schuldbrief met hypotheek op het gekochte. [146]
Op 11-3-1670 delen Gerrit Jacobsz Pons en Claes Jacobsz Pons, Jacob Ariensz Doeff, gehuwd met Annetje Jacobsdr Pons en Neeltje Jacobsdr Pons, Lijsbeth Jacobsdr Pons en Machtelt Jacobsdr Pons, ongehuwd persoon met Cornelis Veenbergen, allen nagelaten kinderen van Jacob Gerritsz Pons en Maritje Leendertsdr beiden overleden in het Westeinde, de boedel. Gerrit Jacobsz Pons ontvangt 14 hond slagturfland of water gelegen Binnenweg, belend ten oosten Leendert Cornelisz Houweling, Leendert Pietersz Craen, Hendrick Pietersz Craen en Arie Dircksz van Leeuwen, ten zuiden de Achterweg, ten westen David Pietersz Keijser, Pieter Claesz Boscooper en de weduwe van Cornelis Woutersz Speelcoorn en ten noorden Cornelis Buijtewech, nog 2 partijen slagturfland of water gelegen als voren, het ene groot 2 hond 22½ roeden en het andere 13½ hond, belend tezamen ten oosten Cornelis Claesz Molenaer, ten zuiden de Achterweg, ten westen Arie Leendertsz Hoochbrugge, Simon Dircksz Langendam, Leendert Amen en Cornelis Cornelisz Somer en ten noorden Gerrit Jacobsz Pons en moet uitkeren aan Claes Jacobsz Pons, Neeltje, Lijsbeth en Machtelt Jacobsdr Pons tezamen 80 gulden. Jacob Ariensz Doeff ontvangt een nieuw huis en erf gelegen Binnenweg in het Westeinde, groot 2 hond 23½ roeden, belend ten oosten Cors Lourisz van de Hofstede, ten zuiden Pons Gerritsz, ten westen Cornelis Cornelisz Baes en ten noorden de Voorwegse wetering en moet aan de genoemde personen 300 gulden uitkeren. Claes Jacobsz Pons, Neeltje, Lijsbeth en Machtelt Jacobsdr Pons ontvangen de voornoemde 80 en 300 gulden, alsmede een huis en erf met slagturfland of water gelegen Binnenweg, groot 1 hond, belend ten oosten Dirck Cornelisz Amerongen, Cornelis Buijtewech en de weduwe van Cornelis Woutersz Speelcoorn, ten zuiden Cornelis Claesz Molenaer, ten westen Cornelis Buijtewech en Pons Gerritsz en ten noorden de Voorwegse wetering. Neeltje, Lijsbeth en Machtelt ontvangen nog voor kleding of uitzet tezamen 150 gulden, Claes Jacobsz ontvangt 24 gulden. [147]
Op 15-7-1641 verkoopt Pons Gerrit Ponsz aan Jacob Gerrit Ponsz de helft van 1 morgen land gelegen Binnenweg, belend ten oosten Pieter Ponsz en Cornelis Cornelisz Baesgen, ten westen Pieter Ponsz en Cornelis Damen met de wederhelft, ten zuiden de Achterweg en ten noorden Jacob van Damme en de koper ...... 1.000 gulden. [148]
Op 15-7-1641 verkoopt Pons Gerrit Ponsz aan Cornelis Damen 1 morgen land gelegen Binnenweg, belend ten oosten Pieter Ponsz en Jacob Gerrit Ponsz ........ Voldaan met een schuldbrief door Cornelis Damen en Jacob Gerrit Ponsz tezamen 1.000 gulden.
Vervolg 25-7-1641. Volgt schuldbrief door elk voor de helft van 2 morgen land, belend in zijn geheel ten oosten Cornelis Cornelisz Baesgen en Pieter Ponsz, ten westen Jacob Jansz van Damme, Leendert Ponsz Comen en Jacob Cornelisz Comen en Huijch Florisz, ten zuiden de Achterweg, ten noorden Jan Cornelis Engebrechtsz, Jacob Gerrit Ponsz, Cornelis Pietersz van Luijck en Does Cornelisz. [149]
Op 7-12-1643 verkoopt Pieter Claesz Hogenboom, metselaar, aan Pons Gerrit Ponsz een derde gedeelte van een huis en erf met schuur gelegen Binnenweg alsmede 6 hond 75 roeden land, de verkoper aangekomen bij overlijden van de weduwe van Gerrit Ponsz, zijn schoonmoeder, belend ten oosten en zuiden Cornelis Hendricksz Crooswijck, ten westen Cornelis Cornelisz Baes en ten noorden de Voorweg. Koopsom 506 gulden. [150]
Op 7-12-1643 verkoopt Pons Gerrit Ponsz aan Gerrit Jansz Langenberch, kleermaker, een schuldbrief ten laste van Jacob Gerrit Ponsz en Cornelis Damenz, pro resto groot 600 gulden. Koopsom 500 gulden. [151]
Op 2-1-1595 is Cornelis Cornelisz Wittebol schuldig aan zijn zwager Daem Jacobsz, man en voogd van Lijsbeth Ponsdr, 153 gulden met hypotheek op 2 morgen 2 1/2 hond land gelegen buiten weg, welke hij van zijn zwagers Daem Jacobsz en Gerrit Ponsz gekocht heeft en zoals de penningen uit de helft van de koop spruitende zijn, belend ten oosten Adriaen Cornelisz 't Jeuter, ten westen Crijn Adriaensz backer, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden Cornelis Claesz brouwertgen.
Vervolg 2-1-1595. Volgt de overdracht doch Cornelis Cornelisz Wittebol, nu anders genaamd Cleijn Nees. [152]
Hoofdgeld Hazerswoude 1623: onvermogent Lijsbet Ponssendr weduwe van Daem Jacobsz met Cornelis, Jan, Jacob ende Annetgen heure kinders - 5 hoofden
| Pons Gerritsz x Lijsbeth Willemsdr |
PONS GERRITSZ (VAN SLUIJS), geb. vóór ca. 1555, ovl. 1638-1640, wonende onder het ambacht van Hoogeveen (1580, 1583),
aan de Rijndijk (1587), aan de Buitenweg "met het land daar zijn huis op staat" (1593), in een huis met berg alsmede 8 morgen weiland gelegen Buitenweg (1598), op 't Westeynde (1600), te Hazerswoude (1623),
belender met land aan de Buitenweg (1578..1638) naast de Legewerff (1595, 1599), aan de Bovenweg (1595..1628), aan de Achterweg (1598), in het Rietveld (1618), te Hazerswoude,
vermeld met een leengoed van Cruijningen te Hazerswoude (1582-1584),
Heilige Geestmeester van Hazerswoude (1615),
wiens zwager (schoonzoon?) is Adriaen Jansz Moij (1615, hoe?),
tr. vóór 1578
LIJSBETH WILLEMSDR, ovl. 1623-1640, dr. van Willem Eeuwouts en Anna Harmansdr.
Zij wonen te Hazerswoude (1623).
Op 11-6-1578 verkopen ....... voor de helft en 1/10 in de wederhelft, Floris Willemsz, Claes Willemsz, Harman Willemsz, Cornelis Pietersz, man en voogd van Aeltje Willemsdr, Claes Claesz, man en voogd van Meijnsje Willemsdr, Pons Gerritsz, man en voogd van .. Willemsdr vervangende Aert Claesz, man en voogd van Maritje Willemsdr, elk voor 1/10 in de wederhelft, aan Aert Willemsz, man en voogd van Machtelt Willemsdr hun mede-erfgenaam voor 1/10 gedeelte elk hun aandeel van een huis met berg en schuur met al het verbrande hout, steen en andere overblijfselen van de verbrande woning met het land van 5 morgen 5½ hond, strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de dwarswetering toe, belend ten oosten de erfgenamen van Pieter Vranckensz en ten westen Claes Willemsz Ket met de actie van de huurlanden bij Willem Eeuwoutsz tot nu toe gebruikt ........, een perceel land groot 11 hond?, belend ten oosten Crijn Aertsz, ten westen ......, ten zuiden Gerrit Gerritsz Koeijt .......; 3½ morgen, belend ten oosten Jacob Sijmonsz en Leendert Woutersz en ten westen Cornelis Cornelisz te Valkenburg en Adriaen Jansz ....... of zijn kinderen, strekkende uit de nieuwe vaart noordwaarts tot de Delff. Zij vrijen het land uitgezonderd 9 gulden 15 stuivers per jaar en verscheidene kleine renten staande op enige der voorsz. landen, namelijk 2 gulden 5 stuivers ten behoeve van de weeskinderen? van Hillegont Eeuwoutsdr en Maerten Evertsz, Adriaen Jansz backer, 30 stuivers per jaar ten behoeve van de erfgenamen van Aeltje Jansdr en Maria ouwe Gerritsdr, tezamen 4 gulden 10 stuivers en 30 stuivers per jaar ten behoeve van Cornelis Gerritsz Keijser. [153] Op 11-6-1578 is Aert Willemsz, nu wonende in Friesland, schuldig aan Willem Eeuwoutsz en zijn kinderen, te weten Willem Eeuwoutsz zelf namens Aecht Willemsdr, Floris Willemsz, Claes Willemsz, Harm Willemsz en Cornelis Pietersz, man en voogd van Aeltje Willemsdr, Claes Claesz, namens Meynsje Willemsdr, Dirck Claesz, man en voogd van Maritje Willemsdr, Aert Nyclaesz, man en voogd van Neeltje Willemsdr en Pons Gerritsz, man en voogd van Lijsbeth Willemsdr en Aert Willemsz voors. namens Machtelt Willemsdr ......... zeven maal 108 gulden in mindering van als voren die beheerd zullen worden tot de kaveling van moeders erf of huwelijks goed voor Claes Willemsz en Willem Eeuwoutsz namens Aecht Willemsdr, Maritje Willemsdr, Lijsbetgen Willemsdr, Harmen Willemsz en Meijnsge Willemsdr tezamen 2006 gulden tot de andere kinderen elk gelijke 108 gulden ontvangen hebben zulks dat nog resteert 1544 gulden die hij beloofde te betalen op 5 mei dagen, met hypotheek op ........ tot de dwarswetering toe, ten westen Floris Adriaen Jansz en .... Jacobsz, ten oosten de kinderen van jonge Jan Dircksz Wittebol en Joris Cornelisz Schoeneman, groot 12 morgen 1½ hond, nog 11 hond land belend ten oosten Crijn Aertsz, ten westen de Westvaart, ten zuiden Gerrit Gerritsz Koeijt, ten noorden Sijmon Dircksz en 3½ morgen land, belend ten oosten Jacob Sijmonsz en Leendert Woutersz, ten westen Cornelis Cornelisz te Valkenburg en Adriaen Jansz backer of zijn kinderen, strekkende uit de nieuwe vaart noordwaarts tot de Delff toe. Op 25-1-1580 is Pons Gerritsz, wonende onder het ambacht van Hoogeveen, schuldig aan Anna Worboutsdr, weduwe van Jan Dircksz, 12 gulden per jaar wegens koop van 14 hond land gelegen buiten weg, belend ten oosten Adriaen Jacobsz Craen en ten westen Jan van Mathenes en van Lis en Cornelis Gerritsz, scheepmaker, strekkende uit de nieuwe vaart noordwaarts tot aan Crijn Aertsz en meer landen. Zie voor de overdracht invnr. 18 akte folio 293v. [155] Op 21-8-1583 is Hendrick Bouwensz schuldig aan Pons Gerritsz en Claes Willemsz 550 gulden wegens koop van 4 morgen land dat ter leen wordt gehouden van de heer van Cruijningen gelegen binnen weg, belend ten oosten Willem Sijmonsz en ten westen Maritje, Jan Pietersz weduwe, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, waaronder begrepen de huiswerven van de schuldenaar en Jan Joostensz Block, met waarborg zijn huis strekkende van de Voorweg tot de nieuwe vaart, belend ten oosten Anna Cornelisdr, weduwe van mr Jeroen Foppenz en ten westen het voorsz. leengoed alsmede nog een binnenweg sate van 13½ hond, belend ten oosten Claes Dircksz en ten westen Joost Claesz, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg en 15 hond land in het Rietveld, belend ten oosten Ot Adriaensz, ten westen Jacob Vassensz, ten zuiden de Kerkweg en ten noorden Gerrit Clementsz c.s. [156] Op 21-8-1583 verkopen Pons Gerritsz, wonende in het ambacht van Hoogeveen en Claes Willemsz, wonende aan de Rijndijk, zijn zwager, aan Maerten Zweersz van der Poll de voorsz. schuldbrief. Mede compareert Dirck Claesz, hun zwager, wonende aan de Rijndijk, met waarborg 3½ morgen land, belend ten westen Adriaen Jansz bakker en zijn kinderen en Cornelis Cornelisz te Valckenburg, ten oosten Jacob Sijmonsz en Leendert Woutersz, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden Jan Bruijnenz en Anna Claesdr. [157] Op 26-8-1584 verkoopt Pons Gerritsz aan Pieter Adriaen Reijersznz 4½ hond land gelegen buiten weg hem aangekomen door koop van Anna Worboutsdr, weduwe van Jan Dircksz, van 25-1-1580, belend ten oosten Adriaen Jacobsz Craen, ten westen Cornelis Gerritsz scheepmaker en Jan van Mathenesse, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden Adriaen Cornelisz Voshol, belast met 12 gulden losrente ten behoeve van Anna Worboutsdr, betaald met een obligatie. [158] Op 11-5-1587 verkoopt Aert Willemsz voor hem zelve en ook als man en voogd van Machtelt Willemsdr, wonende in Vriesland, aan Pons Gerritsz en Dirck Claesz, zijn zwagers, een woning als huis met berg en schuur alsmede 5 morgen 5 hond 43 roe land, belend ten oosten Claes Willemsz Ket en Jan Claesz en ten westen Claes Willemsz Ket voorsz., strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de oude dwarswetering toe, nog de helft van 4 morgen 1 hond 77 roe land waarvan de wederhelft toebehoort aan Leendert Adriaensz van Outshoorn, strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de voorsz. oude dwarswetering, belend ten oosten Jan Willem Louwerisznz te Koudekerk en ten westen de woning en land van Stopenburch toebehorende de gemene erfgenamen van Bouwen Willemsz; 8 morgen 4 hond 12 roe land strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de dwarswetering toe, belend ten westen Adriaen Jacobsz Craen en Floris Adriaen Jansznz en ten oosten Boeijen Dircksz, het volgende perceel en Salomon Jorisz en nog oost daaraan liggende een perceel van 3 morgen 3½ hond land hoewel het kleiner is, belend ten oosten de leenakker van Cornelis Joostensz en ten westen het voorgaande perceel, strekkende van de nieuwe vaart af tot Salomon Jorisz land toe; 10 hond 22 roe land eertijds gekomen van Thijs Pietersz snijder en een hond daaraan liggende, tezamen 11 hond volgens het morgenboek, belend ten oosten Crijn Aertsz, ten westen de Westvaart, ten zuiden Gerrit Gerritsz Koeijt en Jeroen Gerritsz en ten noorden Sijmon Dircksz, de bruikwaar van 8 morgen 2½ hond huurland eigenaar de kerk van Sint Pieter te Leiden en het Sint Catharijnen Gasthuis aldaar, belast met 9 gulden en 145 stuivers per jaar onder overhandiging van de oude brief van 11-06-1578 en 16 gulden ten behoeve van Willem Eeuwoutsz haar huisvrouwen vader, te lossen met 1000 gulden. vervolg: 11-5-1587. Schuldbrief van 3800 gulden met hypotheek op het gekochte. [159] Op 21-6-1587 is Pons Gerritsz, wonende aan de Rijndijk, schuldig aan Roelof Adriaensz 9 gulden 7½ stuivers per jaar met hypotheek op de helft van alle goederen en percelen van landen als hij en Dirck Claesz, zijn zwager, onlangs van Aernt Willemsz, hun zwager, hebben gekocht en met behoorlijke eigendomsbrieven ontvangen hebben op 12-5-1587. Dirck Claesz en Pons Gerritsz zullen enige penningen op rente moeten lichten om de 300 gulden te "furneeren die sij gereet betaelen moeten". Deze schuld gaat voor de schuld aan Aernt Willemsz, hun zwager, groot 3800 gulden, welke clausule ook in die schuldbrief is vermeld. De hypotheek wordt gevestigd op een woning als huis met berg en schuur alsmede 5 morgen 5 hond 43 roe land, belend ten oosten Claes Willemsz Ket en Jan Claesz en ten westen Claes Willemsz Ket voorsz., strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de oude dwarswetering toe, de helft van 4 morgen 1 hond 77 roe land waarvan de wederhelft toebehoort aan Leendert Adriaensz van Outshoorn, strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de oude dwarswetering toe, belend ten oosten Jan Willem Lourisznz te Koudekerk en ten westen de woning en landen van Stoopenburch, toebehorende de gemene erfgenamen van Bouwen Willemsz, een weer van 8 morgen 4 hond 12 roe, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de voorsz. dwarswetering toe, belend ten westen Adriaen Jacobsz Craen en Floris Adriaen Jansznz en ten oosten Boeijen Dircksz en het navolgende perceel en Salomon Jorisz, oost waarvan liggende 3 morgen 3½ hond land, belend ten oosten de leenakker van Cornelis Joostensz en ten westen het voorsz. perceel, strekkende van de nieuwe vaart af noordwaarts tot Salomon Jorisz land toe; 11 hond land belend ten oosten Crijn Aertsz, ten westen de westvaert, ten zuiden Gerrit Gerritsz Koeijt en Jeroen Gerritsz en ten noorden Sijmon Dircksz van al welke landen de wederhelft toekomt aan Dirck Claesz, zijn zwager. [160] Op 7-6-1589 scheiden Dirck Claesz en zijn zwager Pons Gerritsz goed dat zij gekocht hebben van hun zwager Aert Willemsz volgens de scheidbrief van 11-5-1587. Dirck Claesz ontvangt de woning als huis met berg en schuur alsmede 5 morgen 5 hond 43 roe land, belend ten oosten Claes Willemsz Ket en Jan Claesz en ten westen Claes Willemsz Ket voorsz., strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de oude dwarswetering toe met de helft van 4 morgen 1 hond 77 roe waarvan de andere helft toebehoort aan Leendert Adriaensz van Outshoorn, strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de voorsz. dwarswetering toe, belend ten oosten Jan Willem Louwen, ten westen de woning en landen van Stoopenburg, toebehorende Martijn Jacobsz Marlijn in de naam van Catharina Bouwensdr, zijn huisvrouw, belast met de helft van een rente van 1000 gulden hoofdsom waarvan men betaalt 60 gulden per jaar ten behoeve van Willem Eeuwoutsz haarlieder huisvrouwen vader, 4 gulden 10 stuivers per jaar losrente ten behoeve van Lambrecht Claesz te Leiden en de bruikwaar van 8 morgen 2½ hond land waarvan de eigendom toebehoort aan de Sint Pieterskerk en het Sint Catharijnen Gasthuis te Leiden en Pons Gerritsz ontvangt 8 morgen 4 hond 12 roe land strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de voorsz. dwarswetering, belend ten westen Adriaen Jacobsz Craen en Floris Adriaen Jansz, en ten oosten Boeijen Dircksz en het hierna volgende perceel en Salomon Jorisz, nog een perceel land oostwaarts naast het voorgaande perceel groot 3 morgen 3½ hond, belend ten oosten de leenakker nu ter tijd toebehorende Dirck Boeijensz als actie hebbende van Cornelis Joostenz en ten westen het voorsz. perceel, strekkende van de nieuwe vaart noordwaarts tot Salomon Jorisz land toe, 10 hond 22 roe land eertijds gekomen van Matthijs Pietersz snijder mitsgaders nog 1 hond land daaraan liggende makende tezamen 11 hond, belend ten oosten Crijn Aertsz, ten westen de Westvaart, ten zuiden Jeroen Gerritsz en Gerrit Sijmonsz en Sijmon Dircksz, welverstaande dat Pons Gerritsz daarop behoudt eerst de andere helft van 1000 gulden hoofdgeld toekomende Willem Eeuwoutsz, 30 stuivers per jaar ten behoeve van de erfgenamen van Adriaen backer en 2 gulden 5 stuivers per jaar ten behoeve van de weduwe van Aert Maertensz en Pons Gerritsz beloofde zijn zwager Dirck Claesz schadeloos te houden van een brief van 9 gulden 7½ stuiver per jaar die hij gepasseerd heeft op Roelof Adriaensz op de helft van alle voorsz. percelen. Nog heeft Pons Gerritsz tot zijn last genomen een rente van 30 stuivers per jaar ten behoeve van Cornelis Gerritsz Keijser. [161] Op 21-11-1593 komen Adriaen Jacobsz Craen en Pons Gerritsz naast elkander geland buiten weg neffens de woning van Grietje Bruijnendr, weduwe van Inge Leendertsz, te weten Adriaen ten westen met een lege werf en Pons met het land daar zijn huis op staat ten oosten waarvan tot gerief en behoef van de voorsz. Grietje Bruijnendr haar erven en nakomers possesseurs, van de woning groot 13 hond belend ten oosten Claes Dircksz en Adriaen Claesz, en ten westen zij zelf en Cornelis Cornelisz alias Cleyn Nees, strekkende voor van de Heerweg zuidwaarts tot de Achterweg, overeen dat de bezitters van de voorsz. woning gebruik mogen maken van een tochtsloot liggende tussen Pons Gerritsz ten oosten en Adriaen Jacobsz Craen ten westen van de nieuwe vaart af tot de Voorweg toe. [162] Op 21-11-1593 zijn Gerrit Cornelisz scheepmaker en Pons Gerritsz schuldig aan de weduwe en erfgenamen van Crijn Aertsz 300 gulden wegens koop van 2 morgen en 7 hond slagturfland, belend de 2 morgen ten oosten Jan Pietersz Moeij, ten westen de voorsz. 7 hond, ten zuiden Adriaen Claesz molenaar en ten noorden Otto Pietersz, de 7 hond ten oosten de voorgaande 2 morgen, ten westen Pons Gerritsz, ten zuiden Adriaen Jansz Moeij en ten noorden Aert Pietersz. [163] Op 13-9-1598 is Pons Gerritsz schuldig aan Jan Gerritsz Buijtewech te Leiden 50 gulden per jaar met hypotheek op zijn woning als huis met berg alsmede 8 morgen weiland gelegen buiten weg, strekkende voor ........, noordwaarts tot de oude dwarswetering toe, belend ten oosten de schuldenaar en de weduwe van Salomon Jorisz en ten westen Floris Adriaensz; 3½ morgen land, belend ten westen de voorsz. 8 morgen, ten oosten Adriaen Claesz molenaar, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden de weduwe van Salomon Jorisz. Afgelost 28-6-1630. [164] Op 3-12-1598 stelt Cornelis Worboutsz voor zichzelf en zich sterk makende voor zijn broers en zusters, allen erfgenamen van hun zuster Anna Worboutsdr, weduwe van Jan Dircksz Een Ooch voor de helft en Pons Gerritsz zich sterk makende voor zijn zwager Harman Willemsz, die te anderen tijde gehuwd had Aeltje Jansdr, dochter van Jan Dircksz en Anna Worboutsdr voor de andere helft, dat Joris Claesz Oosterlinck aan hen afgelost heeft een rente van 6 gulden per jaar met de hoofdsom van 100 gulden als rest van 18 gulden per jaar losbaar met 300 gulden, waarvan 200 gulden tevoren waren gelost, waarvan de brief was van 30-10-1570, geregistreerd in het 5e register. De brief was in handen van Harman Willemsz doch hem bij "quade fortune affhandich gemaeckt". [165] Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Hazerswoude op 't Westeynde: Op 16-7-1613 verkopen Adriana Claesdr, weduwe van Cornelis Adriaensz Lodder met haar zoon Jan Cornelisz Lodder voor de helft en Jan Cornelisz Lodder voorsz. voor zichzelf voor de andere helft, aan Pons Gerritsz en Gijsbert Ponsz tezamen 6 morgen 1 hond land gelegen buitenweg onder Sijmon Jansz polder, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de Kerkwegsewatering toe, belend ten oosten de weduwe van Jan Anthonisz en het Sint Catharijnen Gasthuis te Leiden en ten westen ouwe Cornelis Joostenz, voldaan met 150 gulden, door Jan Cornelisz Lodder ontvangen en met een rentebrief van 12 gulden 10 stuivers per jaar en een schuldbrief van 350 gulden. Op 30-3-1615 is Adriaen Jansz Moij schuldig aan Sijmon Meesz een jaarlijkse losrente van 7 gulden 10 stuivers met hypotheek op 1/3 gedeelte van een huis en erf gelegen buitenweg, belend in zijn geheel ten oosten Sijmon Cornelisz, ten zuiden de Heerweg, ten westen zijn zwager Pons Gerritsz, 3 morgen 1½ hond slagturfland of water gelegen buitenweg, belend ten noorden Pons Gerritsz, ten oosten Pieter Jansz en Jacob Sijmonsz, ten zuiden Eeuwout Ponsz en Pieter Jansz voorsz. en ten westen de Westvaart, mits dat Hillegont Dircksdr daarin heeft liggen 2 schuren, betaald eensdeels door cassatie van een obligatie en voorts met gehaald bier en verteerde kosten voor de ander afgerekend. [167] Op 24-11-1615 verkoopt Leentje Jansdr, weduwe van Claes Leendertsz met Claes Jansz en Vranck Jacobsz, haar broer en mans ..........., aan Pons Gerritsz, Eeuwout Ponsz en Gijsbert Ponsz 14 hond land gelegen in het Rietveld, welke door Claes Leendertsz tijdens zijn leven waren verkocht, belend ten oosten de Coppierenkade, ten zuiden de Kerkwegsevaart, ten westen Cornelis Hugenz en ten noorden Sijmon Jan Reijersz. Koopsom 150 gulden. [168] Op 2-5-1621 verkopen Pons Gerritsz en Gijsbert Ponsz Backer aan Eeuwout Ponsz en Cornelis Dircksz, hun zoon en schoonzoon, broer en zwager, 2/3 deel van 14 hond land te weten aan Eeuwout Ponsz 5 hond en 5/6 deel van 1 hond en aan Cornelis Dircksz ...onleesbaar... in het Rietveld, belend ten oosten de kopers, ten westen Lucas Corsz, ten zuiden de Kerkwegsevaart en ten noorden Sijmon Jan Reijersz. Koopsom 200 gulden. [169] Op 2-5-1621 verkoopt Pons Gerritsz aan zijn zoon Gijs Ponsz en aan zijn zwager (hier te lezen als schoonzoon) Cornelis Dircksz, te weten aan Gijs het kampje land strekkende van zijn 3 morgen af zuidwaarts tot aan de Dwarssloot toe en aan Cornelis Dircksz het kampje strekkende van de voornoemde Dwarssloot af tot de Heerweg, tezamen groot de helft van 6 morgen 1 hond, gelegen Buitenweg onder Sijmon Jansz polder, belend ten westen Cornelis Joostenz en ten oosten Sijmon Pietersz Keijser, belast met 100 gulden ten behoeve van de weduwe van Cornelis Adriaensz Lodder te Alphen. Voldaan met een schuldbrief door Gijs Ponsz van 350 gulden en door Cornelis Dircksz van 450 gulden. Op 20-3-1622 verkoopt Pons Gerritsz aan Pieter Adriaensz en Adriaen Ponsz 3 morgen 3½ hond merendeel hooi- en de rest gebroken veenland gelegen Buitenweg, strekkende van de Nieuwe vaart noordwaarts tot de erfgenamen van IJsbrant Pietersz de Bije toe, belend ten westen de verkoper en ten oosten Sijmon Cornelisz als eigenaar van een leenakker met turfschuur. Voldaan met een schuldbrief bij assignatie ten behoeve van Arien Joppenz, vlaskoper te Gouda. Hoofdgeld Hazerswoude 1623: Op 25-4-1640 verkopen Gijsbert Ponsz van Sluijs, Eeuwout Ponsz van Sluijs, Adriaen Ponsz van Sluijs, Pieter Ponsz van Sluijs, Dirck Ponsz van Sluijs en Cornelis Dircksz, gehuwd met Catarina Ponsdr van Sluijs, allen kinderen en erfgenamen van Pons Gerritsz van Sluijs en Lijsbeth Willemsdr, aan Cornelis Cornelisz van Tol een huis en erf met berg en schuur met 2 hond land gelegen Buitenweg, belend ten oosten Claes Maertensz Snouckrt, ten westen Eeuwout Ponsz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de Nieuwe vaart, belast met 1 stuivers 8 penningen werfhuur per jaar ten behoeve van de ambachtsheer van Hazerswoude. Voldaan met een schuldbrief van 1.700 gulden. Volgt schuldbrief ook d.d. 25-4-1640 met hypotheek op het gekochte. [172] Op 25-4-1640 verkopen Gijsbert Ponsz van Sluijs, Eeuwout Ponsz van Sluijs, Adriaen Ponsz van Sluijs, Dirck Ponsz van Sluijs en Cornelis Dircksz, gehuwd met Catarina Ponsdr van Sluijs, allen kinderen en erfgenamen van Pons Gerritsz van Sluijs en Lijsbeth Willemsdr, aan hun broer Pieter Ponsz van Sluijs 2/3 van de helft van een perceel weiland gelegen Buitenweg, waarvan de koper 1/3 toekomt en de wederhelft aan Cornelis Cornelisz van Tol, groot 3 hond, belend in zijn geheel ten oosten Willem Ponsz en Adriaen Ponsz, ten westen Bouwen Florisz, ten zuiden de Nieuwe vaart en ten noorden Pieter Ponsz alsmede 2/3 van de helft van 3 hond oud turfland of water, waarvan de koper 1/3 heeft en de wederhelft aan Cornelis Cornelisz van Tol, belend in zijn geheel ten westen, zuiden en noorden Claes Cornelisz Soontgen en ten oosten Claes Maertensz Snouckert. Voldaan met schuldbrieven door Pieter van 783 gulden en Cornelis Cornelisz van Tol van 1.100 gulden.
|
14040. GOVERT PIETERS HIJSELENDOORN,[176]
14160. FRANS AERTSZ SNOECK, geb. ca. 1510, ovl. ca. 1564 (voor 1572), koopt het ouderlijk huis "Over de Haven" te Gorinchem (1544),
tr. vóór ca. 1540[178]
14161. ANNA WALRAVENSDR VAN DALEM, geb. vóór ca. 1520, ovl. na 1602.
In 1544 nam Frans Aertsz Snoeck van zijn zuster Aefke Aerts Snoeck voor 1100 gulden het huis over de haven te Gorinchem over, waarin zijn vader overleden was. Zijn weduwe verkocht in 1572 met haar kinderen voor 300 gulden een huis in de Krijtstraat tegenover de Zustersteeg. [179] [180]
Op 28-8-1584 gaan Dirck Aertsz Snouck, halfoom van vaderszijde, en Lijsken Fransd Snouck een accoord aan over de verdeling van de nalatenschap van Gijsbert Aertsz Snouck, resp. halbroer en volle oom van beide partijen.[185]
Geertruyt Snoeck en Japa Goevertsz verkopen in 1596 een morgen land te Arkel, door haar na den dood van haar eersten man bij erflating verkregen. [189]
14168. MELIS HERMANSZ VERSCHOOR, geb.. ca. 1540, afgevaardigde van Sleeuwijk als geerfde en waarschijnlijk als
heemraad (1571). [190]
14464. GERRIT HENDRICKSZN VAN DE CRAEIJENKAMP, geb. Barneveld ca. 1545.
14465. NEELTJE JANSDR., van Amersfoort.
14752. AELBERT JANSZ VAN BEMMEL, geb. vóór ca. 1545, ovl. verm. 1577, wordt volgens de "Geslagt Tafel" in zijn huis te Wijk
doodgeschoten door plunderende Spanjaarden uit
Zutfen (vermoedelijk einde 1577),
zijn broer Gijsbert Jansz van Bemmel en Jan Wolckens
worden medio januari 1578 vermeld als voogden over zijn kinderen,[203]
tr. vóór 1566
14753. NN.
Van de in Ref. [206] opgevoerde Joost Aelbertse van Bemmel wordt in Ref. [207] aangetoond dat deze geen zoon is uit dit huwelijk.
14754. FRANS NN.
14768. MAES (BEECKMAN)(¥), geb. vóór ca. 1560, alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon, afkomstig van Nijkerk:
COMMENTAAR(¥)
Er is verm. een verband met Maes Beeckman en Peel Beeckman Wolterss, voorkomende in de volgende documenten:
Brieven van het Hof van Gelre en Zutphen aan het Kwartier van Veluwe:Verder vermeldt Ref. [221] Peel Wolters Maassen Beekman, (ex patre Wolter Maassen Beekman, ex patre Maas Wolters Beekman) bouwman, tr. Aeltje Reyners, ovl. 1586/87.
|
14770. PEEL NN, of is hij Maes P(e)elen die tekent met Maes Peelen Robort (1619).
Op 20-5-1618 verkopen Peel Maesz en zijn vrouw Grietgen Peelen, aan Bruenis Peelen huis, hof en hofstede op de Kamp met schuur, berg en uitgang op de Sint Jansstraat belend 1. Cornelis Aertsz Moij, of die daarna het recht heeft verkregen, 2. Jacob Evertsz, brouwer. [222]
Op 22-4-1619 testeren: Broenis Peelen, olislager, en zijn echtgenote Anna Evertsdr, "sijeck van lichaeme synde", borgers en inwoonders van Amersfoort. Over en weer bemaken zij elkaar de lijftocht van hun na te laten goederen, met een volkomen bewind en administratie. Indien zij kinderen hebben, duurt deze lijftocht tot hertrouwen toe. Mochten ten tijde van het overlijden geen kinderen in leven zijn (of geen nalatende geboorte daarvan), dan is de lijftocht levenslang. De langstlevende zal gehouden zijn deselve geboorte eerlijk op te brengen en te onderhouden. Zij secluderen de Weeskamer. Akte ten woonplaatse van de comparanten. Getuigen: Aert Beerntsz (tekent met merk), Thonis Rycxz (tekent: Rycksen) en Gysbert Jacobsz. , speciaal geroepen als "gebuyren". [223]
Op 20-5-1618 verkopen Willem Peelen en zijn vrouw Arisgen Wouters aan Peel Maesz en zijn vrouw Grietgen Peelen, een huis, hof en hofstede op de Kamp met een uitgang in de Sint Jansstraat, belend 1. Rijck Willemsz, 2. Gerrit Cornelisz. Opm: Last van 325 gulden hoofdsom, tegenwoordig het eigendom van Aert Aertsz Trichtenaer. [224]
Op 20-5-1618 verkopen Steven Goortsz en zijn vrouw Marritgen Jacobsz, aan Willem Peelen, huis, hof en hofstede op de Kamp met een uitgang in de Sint Jansstraat, belend aan de ene zijde Rijck Willemsz, aan de andere zijde Gerrit Cornelisz. Last van 325 gulden hoofdsom, tegenwoordig het eigendom van Aert Aertsz Trichtenaer. [225]
14776. AUGUSTIJN WILLEMSZ VAN OUDEWATER, geb. vóór ca. 1565, ovl. 1602-1609, cremer (1595), is als Augustijn Willems, busmeester van 't cremergilde te Amersfoort (1597), belender in de Langestraat (1596), in de Peperstraat (1597), tr. vóór ca. 1590
14777. ARMGART WILLEM DIRCXZN VASTRICXDR, geb. vóór ca. 1570, ovl. na 1628, is als de weduwe van Augustijn Willemsz belendster in de Peperstraat (1609), in de Langestraat (1611), buiten de Sint Andriespoort (1628).
Op 7-7-1611 testeert: Gerrichgen Jansdr, kranck te bedde liggende, wed. van Joris Dircxzn Zij institueert tot haar enig en universeel erfgenaam Armgart Willem Dircxzn Vastricxdr, weduwe van Augustijn Willemzn, of bij haar overlijden haar kinderen. Getuigen: Jan van Dael Henricxzn, Evert van Diest en Dirck van Houwen. [226]
Op 1-6-1614 compareren: Wouter Evertzn, coeckebacker wonend te Amersfoort, en zijn echtgenote Weymtgen Dircx. Zij cederen en geven over aan Armgert Willems, weduwe van Augustijn Willemszn en haar erven, zekere rente van 2 guldens en 5 stuivers jaarlijks in hoofdsom 45 guldens, die hen competeert uit kracht van zekere coopcedulle dd. 29-2-1563, uit zekere huysinge, staande op de Kamp, bij Jan Wouters (cremer) tegenwoordig gepossideert. Zij bekennen van de voornoemde hoofdsom met verschenen en toekomende rente van mei 1613 afgelopen en nog tot de aflossing toe te coopen bij de voornoemde Armgert Willems, ten volle gedaan en gecontenteerd te zijn. Zij beloven mede daarvan naar de gerechtelijke cessie te doen, waarvan Armgert W. verzoekt om een akte. Getuigen: Jan Bode de Jonge en Steven Bode. [227]
Op 24-2-1619 verkopen Mathijs Harmansz voor zichzelf en voor zijn vrouw Aeffgen, aan Armgert Willems, huis en hof in de Hellestraat, belend aan de ene zijde Dirck Martensz, aan de andere zijde Armgert Willems, een last van 125 gulden hoofdsom t.b.v Harman Jacobsz. [228]
Op 8-6-1648 transporteren Elsgen van Dael, weduwe van Willem Augustijnsz van Oudewater met Augustijn van Oudewater, haar zoon, erfgenamen van Willem Augustijnsz, voor zichzelf en samen voor hun zonen en dochters, zwagers, broers en zusters, tezamen voor de ene helft, en Gerard Thins, Willem van Schaick en Henrick van Dompselaer, wees-meester als oppervoogden en Wouter van Veen als oom en momber van de onmondige nagelaten kinderen van Jan van Gelder zaliger en Catarina van Oudewater, zijn weduwe, samen voor de andere helft, aan Hessel Breecker, schout, zijn vrouw en hun erven, een hof met een houten huisje, met alle bomen en plantsoen, voor de Sint Andriespoort, nagelaten door Sophia van Oudewater zaliger, en voor de helft bij testament vermaakt aan de onmondige kinderen van voorschreven Jan van Gelder, belend aan de ene zijde: oosten: een gemene watergang of sloot, aan de andere zijde: zuiden: Jan Claesz, vleeshouwer, noorden en westen: de gemene weg. De koopsom is voldaan. Er is een lening van 200 gld. aan zaliger Maria van Hoorn. [229]
Op 29-10-1651 verkopen Willem van Schaeck en Mr. Gijsbert van Dompselaer, met Henrick van Dompselaer, nu absent, weesmeesters dezer stad, en oppervoogden na 't sterven van Wouter van Veen, in leven behuwd-oom en momber over de onmondige kinderen van Catharina van Oudewater en Johan van Gelder haar overleden man, die voor de helft erfgenamen zijn van zaliger Sophia Augustijns van Oudewater, hun overleden tante, aan Willem Jansz van Raelt, nagelaten onmondige zoontje en universele erfgenaam van zaliger Jan Henricxsz van Raelt en Emmerentiana van Oudewater in leven echtelieden, zijn overleden ouders en daarmee recht op de helft van het navolgende huis: 1. 'n huis bij schenking van Elsgen van Daell, hun moeder; 't eigendom van de voornoemde kinderen Catharina van Oudewater de helft van een huis aan de Hof (=Coornmercht), belend de weduwe en erven van Jan Jacobsz van Bemmell, aan de ander zijde Jan Jansz Vlieger, 2. Tevens van Catharina 'n kleiner huisje, achter en annex genoemd huis, aan de Langestraat, Beide huizen geheel door Sophia Augustijns van Oudewater nagelaten en ontruimd, belend aan de ene zijde: Wessel Jansz, aan de andere zijde de weduwe en erven van zaliger Willem Augustijnsz van Oudewater. [230]
Op 8-3-1645 verkopen Johan van Gelder, brouwer en Catharina Augustijns van Oudewater, echtelieden, aan Judith van Rhijn, weduwe van zaliger Willem Moij, een huis, hof, hofstede en schuur, genaamd "de Clock" staande op Havick, belend aan de ene zijde Willem van Lierlaer, aan de andere zijde Elias Hermanss, bakker. [231]
Op 29-10-1651 verkopen Willem van Schaeck en Mr. Gijsbert van Dompselaer, met Henrick van Dompselaer, nu absent, weesmeesters dezer stad, en oppervoogden na 't sterven van Wouter van Veen, in leven behuwd-oom en momber over de onmondige kinderen van Catharina van Oudewater en Johan van Gelder haar overleden man, die voor de helft erfgenamen zijn van zaliger Sophia Augustijns van Oudewater, hun overleden tante, aan Willem Jansz van Raelt, nagelaten onmondige zoontje en universele erfgenaam van zaliger Jan Henricxsz van Raelt en Emmerentiana van Oudewater in leven echtelieden, zijn overleden ouders en daarmee recht op de helft van het navolgende huis: 1. 'n huis bij schenking van Elsgen van Daell, hun moeder; 't eigendom van de voornoemde kinderen Catharina van Oudewater de helft van een huis aan de Hof (=Coornmercht), belend de weduwe en erven van Jan Jacobsz van Bemmell, aan de ander zijde Jan Jansz Vlieger, 2. Tevens van Catharina 'n kleiner huisje, achter en annex genoemd huis, aan de Langestraat, Beide huizen geheel door Sophia Augustijns van Oudewater nagelaten en ontruimd, belend aan de ene zijde: Wessel Jansz, aan de andere zijde de weduwe en erven van zaliger Willem Augustijnsz van Oudewater. [232]
14778. J(OH)AN HENRICXZ VAN DAEL, geb. vóór ca. 1560, ovl. 1629-1633, kerkmeester (1596, 1597, 1607), adjunct-kerkmeester (1609), oudkerkmeester (1607, 1609) van de Onze Lieve Vrouwekapel,
treedt op als momber van Maria Claes, weduwe van Henrick Fredericksz (1610),
schepen (1614, 1618, 1619, 1621, 1624, 1626, 1628),
oudt-schepen (1621, 1622, 1629) van Amersfoort,
belender buiten de Sint Andriespoort (1596), aan de Vismartkt (1613), in de Langestraat (1614), in de Mooierstraat (1618, 1620), buiten de Camppoort (1612),
tr. vóór 1583
14779. GOUTGEN FRANSDR, ovl. 1621, is in 1616 "impotent van lichaam", vermeld als Goutyen huisvrouw van Jan van Dael op de lijst van geref. lidmaten te Amersfoort opgemaakt in 1621 (in margine: "doot").
Op 16-3-1596 verkopen Maes Thomasz en Aeltgen zijn vrouw, aan Jan van Dael Henricksz en Goutgen zijn vrouw, een hofje buiten de Sint Andriespoort, belend Jan van Dashorst, een hofje van de vicarie van Cornelis Jansz van Amerongen, achter: Henrick Dour, naast: de openbare weg. [233]
Op 25-7-1597 verkopen Wouter van Bijlaer de Beer en Evert Segersz als kerkmeesters van de Onze Lieve Vrouwekapel de anno 1596, aan Jan van Dael Henricxz en Goutgen zijn vrouw, de helft van een stukje land in de Westeijgen, samen met de erfgenamen van Claes Jacobsz, waarvan de andere helft aan de Onze Lieve Vrouwekapel behoort, belend aan beide zijden Zeger Hart. [234]
Op 4-1-1598 verkoopt Jan van Dael Henricksz, mede voor Goutgen zijn vrouw, aan Seger Hert en Hermantgen zijn vrouw, de helft van een stukje land in de Woesteijgen, samen met de erfgenamen van Claes Jacobsz, waarvan het deel van de verkopers een halve morgen is, belend beide zijden: Seger Hert. [235]
Op 25-2-1598 lenen Wouter Harmensz, smid en Merritgen zijn vrouw, van Jan van Dael Henricxz en zijn vrouw, 25 gulden, met als onderpand huis, hof en hofstede in de Slijckstraat (= Arnhemsestraat), belend Mathijs Lambertsz, Gosen Jansz, In de marge: Jan van Dael verklaart van Merritgen, weduwe van Wouter Harmensz, smid, de schuldsom ontvangen te hebben. Akte 20-12-.. [236]
Op 23-4-1607 verkopen Lambertgen Brincken, weduwe van Dommen Dommensz met Jan van Ingen haar momber, Dommen Dommensz haar zoon en voor de kinderen van zaliger Lambertus Brinckhuis en Marritgen, dochter van Anthonia Dommis, aan Jan van Dael Henricksz, zijn vrouw en hun erven, een huis in de Krommestraat, belend de erfgenamen van Cornelis Jansz, Jan Ghijsbertsz van Dompselaer, Op last van 100 gulden aan Rijck van Leemputten; 200 gulden aan voorgaande; 6 gulden, 15 stuivers aan Willem Pijls erven; 17 stuivers per jaar aan Adriaen Jansz Roemer; 3 gulden, 10 stuivers per jaar aan de Rederijkerskamer; 6 gulden per jaar aan de erven van Maria Bessels; 6 gulden, 5 stuivers per jaar aan Anthonia Jacobs. [237]
Op 10-7-1607 verkoopt Jan van Dael, aan Hillitgen, weduwe van Peter van Dael, - een huis in de Kamperbinnenpoort, belend de rederijkerskamer, een openbare weg, op last van 14 stuivers per jaar aan Aeltgen Gerrits, - een hof in de Zochstraat, belend de Poth, Marritgen Hillebrants, op last van 5 stuivers per jaar aan de Onze Lieve Vrouwekapel. [238]
Op 9-1-1613 testeren Jan Henricxzn van Dael, en zijn echtgenote Goutgen Fransdr., onder verwijzing naar de brief van Octroy: d.d. 23-8-1604 voor het Hof van Utrecht. Zij verklaren alle eerdere disposities van nul en generlei waarde. Zij vermaken elkaar de lijftocht van hun bezit. Zij prelegateren Frans van Dael, de oudste zoon, in plaats van zijn voordeel, 150 carolus guldens, of bij zijn overlijden de dan oudste zoon, 100 car. guldens. Zij prelegateren aan Cornelis en Gerrit, hun zonen, in recompense van de clederen, juwelen en costen des bruilofts, bij de andere getrouwde kinderen genoten, elk 250 car. guldens. Dit legaat vervalt als zij trouwen tijdens het leven van de ouders of tegen hun wil trouwen. Frans, hun oudste zoon, moet weer in de boedel inbrengen, de huisinge, hem in huwelijk meegegeven, vrij van alle lasten, of 1.200 guldens tot zijn optie mitsgaders 100 guldens hem daarboven nog in huwelijk meegegeven. Idem dat Henrick, Janneken en Elsgen elk in de boedel inbrengen moeten 900 guldens, bij hen in huwelijk genoten. En voorts al hetgeen zij met de dood ontruimen en achterlaten zullen, zoo heerlijke als deylbare, roerende, onroerende, renten, acten en credieten gemaakt, aan de voornoemde Frans, Cornelis, Gerrit, Janneken en Elsgen, of bij overlijden van enigen van hen, de kinderen in hun plaats, en de tegenwoordige en de toekomende kinderen van Henrick, hun zoon, in plaats van hun vader, bij gelijke egale portie, zonder enig voordeel, genoten zal worden. Zij institueren hen daarmee, wel verstaande dat hun zoon Henrick genieten en behouden zal, in plaats van zijn legitieme portie, de 900 guldens die hem in huwelijk zijn meegegeven. Henrick daarin mede instituerende en zullen zijn kinderen de 900 guldens worden gekort aan de portie hun alhier gemaakt. Welverstaande dat hun voornoemde kinderen die lijfrenten 't haarluyder lijve beleyt, elcx die zijne zullen behouden en daarvoor in de boedel-collatie brengen en goeddoen die penningen daarvoor deselve beleyt zijn, met expresse verbant en restrictie, dat indien iemand van hun erfgenamen quam te overlijden zonder wettige geboorte na te laten, op de anderen zullen vererven ter lester dood toe en bij afsterven van de leste, op de naaste van hun, comparantes, zijde. Zij benoemen tot mombers over hun zonen, Cornelis en Gerrit + over de kinderen van hun zoon Henrick, om redenen hen daartoe moverende: Evert van Dael en Ernst van Diest, hun broer en zwager, mitsgaders mr. Evert van der Schuer, advocaat. Bevelende hun erfgenamen hen in alles te gehoorzamen op poene dat de onwilligen metterdaad vervallen zullen zijn van hetgeen hen hierbij gemaakt is, behoudende deselve alleen zijn legitieme portie, waarna de willigen het restant zullen erven. Zij secluderen de weeskamer. Getuigen: Evert van der Schuer (advocaat), Evert van Dael Henderijckzn en Ernst van Diest. [239]
Op 19-6-1616 testeren Jan Van Dael Henricxzn en zijn echtgenote Goutgen Fransdr, impotent van lichaam, onder verwijzing naar een octroy d.d. 23-8-1604 voor het Hof van Utrecht. Zij verklaren alle eerder gemaakte testamenten en disposities van nul en geen waarde. Zij vermaken opnieuw uit kracht van genoemd octroy elkaar de lijftocht van al hun bezittingen. Zij prelegateren aan: - Frans van Dael (hun oudste zoon), in plaats van zijn voordeel volgens de ordonantie van dese stad en voor zijn heerlijkheid, 150 guldens, of bij zijn overlijden, de oudste alsdan, 100 guldens, - Cornelis van Dael (hun jongste zoon), in recompensie van de clederen, juwelen en costen des bruiloffs door de andere getrouwde kinderen genoten, 250 guldens, onder voorwaarde dat indien hij gedurende het leven van de comparant of een van hen beiden huwt, dit prelegaat zal vervallen. Voorts willen comparanten dat Frans in de boedel zal inbrengen de huysinge, hem ten huwelijk meegegeven, vrij van alle lasten, of 1.200 guldens en nog 100 guldens die hem in huwelijk zijn meegegeven. Idem dat Henrick, Janneken en Elsgen elk in de boedel brengen 900 guldens, bij hun huwelijk genoten. Zij willen tevens dat zeker accoort tussen Willem Augustijnszn. en Elsgen van Dael (zijn huysvrouw) enerzijds en comparanten en hun kinderen anderzijds, met betrekking tot de huysinge van Willem en Elsgen, effect sorteren en voortgang hebben zal (acte van 31-12-1615 notaris Joh. van Ingen). Zij institueren tot hun erfgenamen van al hun bezittingen, hun kinderen: Frans, Henrick, Cornelis, Janneken en Elsgen, of bij overlijden hun kinderen, bij gelijke egale portie zonder enig voordeel anders als boven vermeld. Welverstaande dat deze kinderen hun lijfrente zullen behouden en daarvoor in de boedel de overeenkomstige penningen zullen inbrengen. Indien een van hem komt te overlijden zonder wettige geboorte, dan vererft diens portie op de anderen en bij overlijden van de laatste, erven de naasten van comparantes zijde. Zij secluderen de weeskamer deser stad. Getuigen: Rijck Jacobzn Heelt en Lourens Corneliszn. [240]
Op 4-6-1617 verkoopt Ghijsbert Ghijsbertsz van Oudewater mede voor zijn vrouw Gerritgen Maes (?) aan Johan van Dael en Goutgen zijn vrouw, een huis op de Kamp. Opm.: 400 Carolus gulden gevestigd door Aert Berents en zijn vrouw Armgertjen, plecht d.d. 4-2-1590. [241]
Op 13-5-1617 verkopen Daem Claesz Soest en zijn vrouw Geertgen Versteech wonende te Barneveld, aan Johan van Dael en zijn vrouw Goutgen, hoofdsom 100 Philippus guldens gevestigd door Gerrit Spruijt Jansz en zijn vrouw Weyndelmaet op al hun goederen in dit gerecht gelegen de dato 26 april 1549, een rente van vijf Philippus guldens tot 25 stuivers 't stuk. [242]
Op 17-2-1618 lenen Jacob Dircksz van Romerskerck en zijn vrouw Willmtgen Joosten, van Johan van Dael, 300 gulden hoofdsom, met als onderpand twee huizen in de Godschalckstraat, belend Juffrouw Poijten, Lieve van der Meer. [243]
Op 31-8-1619 (ouden stijl) testeren Jan Henricxz van Dael en zijn vrouw Goutgen Fransdr, "impotent van lichaeme synde", met octroy van den Hove van Utrecht d.d. 23-8-1604. Over en weer bemaken zij elkaar de levenslange lijftocht van hun na te laten goederen. Zij prelegateren aan: - Frans van Dael, hun oudste zoon, 150 gulden in plaats van zijn voordeel en voor zijn heerlijkheid. Mocht hij overleden zijn, dan krijgt de dan oudste zoon 100 gulden. - hun jongste zoon Cornelis 250 Carolus gulden, ter compensatie voor klederen, juwelen en bruiloftskosten die de andere kinderen genoten hebben, onder voorbehoud dat mocht Cornelis tijdens hun leven met hun consent huwen of tegen de wil van de comparanten huwen, dan zal dit prelegaat nietig zijn. - Zij willen dat hun oudste zoon Frans weder in de boedel inbrengen zal de huysinge, door hem ten huwelijk genoten, vrij van lasten, of, naar keuze, 1200 gulden, ook al zou de huysinge meer waard zijn, plus nog 100 gulden die hem daarboven ten huwelijk meegegeven was. - Ook Jannichgen en Elisgen moeten ieder de 900 gulden inbrengen die zij ten huwelijk genoten hebben.
Zij willen dat volgens het akkoord tussen Willem Augustijns en zijn huysvrouw Elsgen van Dael aan de ene zijde en zij, comparanten, met hun andere kinderen ter andere zijde, de overdracht van de huysinge aan Willem Augustijns en zijn huysvrouw, plaats zal vinden volgens het akkoord van 6-12-1615, berustend bij bovengenoemde notaris. De testateurs bemaken hun kinderen Frans, Cornelis, Annichgen en Elsgen elk een vijfde part. Zoon gaat voor dochter, de oudste gaat voor de jongste van de genoemde kinderen. Voor de kinderen zijn voor ieder de lijfrenten ten haren live belegd, welke zij in moeten brengen. Bij overlijden van kinderen zonder na te laten geboorte, zal hun deel op elkaar vallen en ook op de kinderen van Henrick van Dael in plaats van op hun vader. Aan hun zoon Henrick van Dael is volgens hun verklaring ten huwelijk gegeven 900 gulden boven de klederen, juwelen en de kosten van de bruiloft, die 200 gulden bedroegen. De comparanten hebben aanzienlijke sommen van penningen gegeven tot onderhoud en hebben zijn kinderen mede onderhouden, welke zij nog onderhouden. Deze Henrick van Dael heeft zekere schulden gemaakt (en onbetaald gelaten), tot zijn vertrek toe onlangs, wat was op 15 juli l.l. en welke aan Willem Augustijnss aangebracht en nog aan te brengen, alleen de schulden tot aan zijn vertrek en geen andere.
De comparanten willen dat deze schulden, na hun dood, uit het vijfde part wat Henrick van Dael zou toekomen, betaald zullen worden. Zij bemaken Henrick de legitieme portie en willen dat de andere kinderen aan Henrick jaarlijks 34 Carolus gulden zullen uitreiken zo lang hij leeft. Tevens bepalen zij dat de lijfrenten die zij op Henrick belegd hebben, onder de executeurs zullen blijven. Het resterende deel van het aan Henrick van Daels toekomende vijfde part in hun na te laten goederen (na aftrek van de genoemde 900 gulden en de tot aan zijn vertrek gemaakte schulden) bemaken zij aan de kinderen van Henrick van Dael bij Geertgen Maes, zijn overleden huysvrouw, en de te verwekken kinderenj bij zijn toekomende echte huysvrouw, die hij met advies van zijn naaste vrunden (=familie), raad en consent zal trouwen. Mocht hij trouwen zonder dit consent, dan zullen zijn nakinderen onterfd zijn.
Zij legateren aan: - Aeltgen Vossen, dochter van Jannichgen van Dael, de comparantes "beste versette (=?) rock met een fluwele lijff"; - al haar klederen ten lijve behorende, aan haar dochters Jannichgen en Elsgen van Dael. - al zijn klederen ten lijve behorende aan zijn zonen Frans en Cornelis van Dael. Zij secluderen de Weeskamer. Zij stellen tot executeurs: - hun zwagers (=schoonzoons) Cornelis Vosch en Willem Augustyns van Oudewater; - Evert van Dael en Eernst van Diest, resp. hun broeder en zwager en - de adjunct van Johan van Ingen, Notaris. En tot mombers over de kinderen van Henrick van Dael: Cornelis Vosch en Willem Augustijnsz. Akte ten woonplaatse van de comparanten. Getuigen: E(e)rnst van Diest en Peter Harmansz. [244]
Op 26-6-1621 lenen Jacob Aertsz Appel en zijn vrouw, van Jan van Dael, 250 gulden hoofdsom, met als onderpand huis en hofstede staande alhier aan de Kortegracht, belend Albert van Rijn, Cornelis Vosch. In margine: Compareerde Johannes van Dael, schepen hoofdsom toekomende de comparant en zijn vrouw zaliger betaald door Looch Woutersz, 15-8-1626. [245]
Op 12-8-1625 lenen Wouter Woutersz en Neeltgen Jans zijn vrouw, van Jan van Dael Henricksz voor hemzelf en als boedelhouder van Goutgen Frans zaliger, zijn vrouw, 600 gulden, met als onderpand een huis op 't Havik, belend aan de ene zijde Dirck Servaes, aan de andere zijde Betgen, weduwe van Goort Bosch, In de marge: Henrick Jans van Raelt laatst weduwenaar van Aeltgen Reyersz verklaart, dat hij van Reyer Maesz Robbert de schuldsom ontvangen heeft. Akte 16-5-1663 [246]
Op 10-1-1626 (ouden stijl) testeert Johan van Dael, (tekent: "Jan van Dael Hendricksen"), schepen van Amersfoort. Hij verklaart dat hij alle disposties herroept die hij samen met zijn overleden huysvrouw Goutgen Frans voor mij notaris en getuigen op 31-8-1619 heeft gemaakt, uitgezonderd de reciproke lijftocht die hij opnieuw ratificeert krachtens het Octroij van de Hove van Utrecht verleend d.d. 23-8-1604. Hij noemt in dit testament zijn zonen Frans en Henrick en zijn dochters Jannichgen en Elsgen.
Hij testeert als volgt: - Hij wil dat zijn oudste zoon Frans van Dael in plaats van zijn genoten huwelijksgoed, 1300 Carolus gulden in zal brengen in de boedel, te weten de helft van 1300 gulden ten regarde van de erfenis van de testateur en gelijke helft ten regarde van de erfenis van zijn moeder. - Zijn dochters Jannichgen en Elsgen van Dael, zullen voor huwelijksgoed ieder 900 gulden inbrengen, eveneens in gelijke helften als voren. - De testateur zal het accoord van 31-12-1615 tussen hem en zijn zwager Willem Augustijns van Oudewater gestand doen, over de huysinge die zijn zwager bewoont. - Hij institueert Frans van Dael in zijn legitieme portie, waarin de helft van voornoemde 1300 gulden worden meegerekend. Het vierde part van zijn nalatenschap, waarin Frans ab intestato zou hebben gesuccedeerd, bemaakt hij aan de kinderen van Frans van Dael, met de levenslange lijftocht daarvan voor Frans en zijn huysvrouw Anna Jans. Welverstaande dat het huwelijksgoed van hun vader en datgene wat hen nog betaald zou mogen worden, meer bedraagt dan zijn legitiema, aan hun erfdeel gekort en gerekend zal worden. - Hij bemaakt aan Jannichgen en Elsgen van Dael elk een vierde part van zijn nalatenschap en bij overlijden aan hun nalatende geboorte. - Voor zijn kinderen en kindskinderen zijn lijfrenten belegd, waarvoor zij in de boedel de kapitalen daarvoor zullen vergoeden waarmee die zijn aangekocht. Met voorwaarden voor vererving daarvan.
- De testateur verklaart dat zijn zoon Henrick van Dael 900 gulden ten huwelijk is gegeven, boven de klederen, juwelen en onkosten van de bruiloft, welke wel 200 gulden bedroegen. Hij en zijn overleden huisvrouw hebben "merckelijke" sommen aan geld en onderhoud verstrekt, en de kinderen onderhoudt hij nog. Henrick van Dael heeft tot zijn vertrek op 15 juli 1619 schulden gemaakt en onbetaald gelaten, welke aangebracht zijn aan Willem Augustyns, welke vanaf die tijd lopen met de interest. De comparant wil dat die na zijn dood voor de helft betaald zullen worden uit het vierde deel wat Henrick van Dael zou erven, evenals de andere helft van de interest. Henrick van Daels huwelijksgoed zal in zijn legittima worden verrekend. Mocht dat wat Henrick en zijn kinderen in huwelijk genoten en aan hen "te cost geleyt" zal zijn meer bedragen dan Henricks legitieme portie, dit aan de kinderen gekort zal worden, uitgezonderd het onderhoud van de kinderen wat de testateur niet gekort wil hebben. Zijn executeurs zullen aan Henrick van Dael levenslang 50 Carolus gulden uitkeren uit de goederen van zijn kinderen, mits daarmee de 34 gulden jaarlijks zullen stoppen welke hij en zijn overleden vrouw in voorgaand testament hebben bemaakt. Mocht het vierde part waarin Henrick erven zou meer bedragen dan deze schulden, dan bemaakt hij deze aan de wettige kinderen van Henrick van Dael, met verrekening van de belegde kapitalen ten behoeve van de lijfrenten van hen. Hij secludeert de Weeskamer. Hij stelt tot executeurs van zijn testament aan zijn zwagers Eernst van Diest en Willem Augustijns van Ouwater. Akte te Amersfoort ten woonplaatse van de testateur. Getuigen: Eernst van Diest en Wessel Henricxz, bombesydewercker. [247]
Op 8-11-1628 testeert Johan Henricxzn van Dael, (oud-schepen van Amersfoort) onder verwijzing naar een Brieve van octroy: d.d. 23-8-1607 hof van Utrecht, en Testament: 10-1-1626 Nots. J. van Ingen, Hij wil dat het testament van 1626 wordt gehandhaafd met uitzondering van de 50 gulden jaarlijks aan Henrick van Dael, zijn zoon. In plaats daarvan heeft hij deze zoon zijn leven lang vermaakt en langer niet, de lijftocht van al de goederen die Henrick van Daels kinderen zullen erven, onder aftrek van hetgeen comparantes andere kinderen nog van hun broer (Henrick) tegoed hebben ten tijde van comparantes overlijden. Zijn andere kinderen dienen dan ook te verrekenen hetgeen zij elkaar nog schuldig zijn. Akte ter woonplaats van de borgemeester Adriaen van Westrhenen. Getuigen: Henrick Martenzn en Steven Henricxzn [248]
Op 23-3-1633 machtigen Frans Henriczn van Dael, liggende in garnisoen te Hattem, voor zichzelf en zich sterkmakende voor, Hillichgen Jans, zijn huysvrouw, Jan Harmanszn, wonend te Amsterdam, voor zichzelf en als man en voogd van, Goutgen Henricx van Dael, en zich tevens sterkmakend voor , Adriana Henricx van Dael, zijn huysvrouw's zuster, mede wonend te Amsterdam, Frans Janzn van Dael, hun oom om uit hun naam en in kwaliteit van mede-erfgenaam van zaliger Jan van Dael en Goutgen Fransdr, in leven echtelieden, bestevader en bestemoeder (= grootouders), met de andere mede-erfgenamen te procederen om te komen tot scheiding en deling van de boedel voorzover dat nog niet is gebeurd en eventueel maechescheyt op te richten, in voornoemde kwaliteit, uit naam van de comparanten te ondertekenen en ratificeren wat nodig is ten overstaan van de executeurs van het testament van zaliger Johan van Dael en zijn huysvrouw. Tevens om met Henrick van Dael, hun vader, een scheiding en deling te maken tussen hem en zijn kinderen, en toe te staan dat hij, de mobilia door hen uit de boedel gekocht en door deling aangenomen, zal nemen en gebruiken. Comparanten zullen in hun portie het deel beheren ten behoeve van hun onmondige broer en zusters tot zij mundich geworden zijn. Comparanten bekennen uit handen van Willem Augustijn van Oudewater, hun oom en mede-erfgenaam, uit hun erfenis reeds ieder 100 gulden ontvangen te hebben. Dat bedrag zullen ook hun onmondige broer en zusters die er zijn en nog komen mochten, bij hun mondigheid ontvangen, uit hun bestemoeders, Goutgen Frans, erfenis. Comparanten beloven zich te zullen houden aan datgene dat hun gemachtigde heeft gedaan en nog zal doen, uitgezonderd de overeenkomst die zij tot hun eigen tevredenheid met hun vader sluiten. Getuigen: Wessel Henricxzn. en Steven Henricxzn. [249]
Op 25-8-1606 verkopen Hillitgen Pouwels, weduwe van Peter van Dael met Rijck Bosch haar momber. Huijbert van Dael als momber over de kinderen van genoemde Peter van Dael en voor Jan van Dael zijn mede-momber, aan Cornelis Vos en Jannitgen zijn vrouw, huis, hof en hofstede in de Langestraat, belend Wouter Buijs Claesz, de weduwe van aliger Henrick Coninck, Op last van 300 Carolus gulden aan Jan van der Burch; 100 gulden aan Peter Herbertsz; 300 gulden aan Cornelis de Ruijter te Utrecht; 300 gulden aan Mr. Louwrus Botter [250]
Op 27-5-1614 verkopen Gerbertgen Claes, Engeltgen van Dijck, weduwe wijlen Evert Claesz, met Lambert Bruinisz ende Wouter Buijs Claesz hare gekoren mombers indeze, aan Cornelis Vos en Annitgen van Dael en zijn vrouw te weten d'voorz Gerbertgen Claes voor de gerechte, Engeltgen van Dijcke voor een vierde part, Claes Evertsz ende Roetert Gerritsz nog voor een achtste part, zekere hof gelegen buiten de Triesgenspoort, belend Otto van Bladel, Cornelis Jansz van Wijck en hare hoven. [251]
Op 1-11-1618 verkopen Jan Cornelisz Cruijff en zijn vrouw Dilliaen Thonis, aan Cornelis Vosch, huis en hofstede op de Appelmarkt, belend de weduwe van Henrick Jansz, Marritgen Jan Gompgertsz. In de marge: Compareerd de weduwe van Cornelis Vosch hoofdsom ontvangen: 11-10-1628, tekent Jannitgen van Dael. [252]
Op 17-5-1621 verkopen Roeloff Dirckssz van Baarn voor zichzelf, Isibrant Willemsz in de naam van Marritgen Dircks, weduwe van Joost Gerritsz, de moeder van zijn vrouw, Jacob Dirckssz van Eemnes, Dirck Dircksz van Ankeveen voor hunzelf en verder zich sterkmakende voor hun vrouwen, en ook voor Thijman Rugerssz en zijn vrouw Anna Dircks, mitsgaders voor Jacob Besselssz en zijn vrouw Bijtgen Jans mede aanveng allen tezamen erfgenamen van Jacob Roeloffssz van Wijckerslooth en Truijtgen zijn zuster zaliger van vaderszijde, aan Cornelis Vosch en zijn vrouw Annitgen van Dael, een klein huis met de gang, hof en hofstede aan de Kortegracht achtergelaten door Jacob Roeloffssz van Wijckerslooth en zijn zuster Druijtgen in gebruik bij Aeltgen Everts gedeeeltelijk in gebruik, belend Jacob Aertssz, Jan Harmanssz. [253]
Op 29-10-1624 lenen Jacob Aertssz Appel en Marritgen Ghijsberts zijn vrouw, van Jannitgen van Dael, weduwe van Cornelis Vos en haar erven, een losrente 12 gulden per jaar en 10 stuivers, Hoofdsom 200 gulden, met als onderpand huis en hofstede op de Kortegracht, belend aan de ene zijde de openbare straat, aan de andere zijde de hof van Juffrouwe Ida van Zuijlen van Nijvelt. [254]
Op 18-6-1625 verkoopt Henrick Thijssz voor hemzelf en voor Fijtgen Jansdochter zijn vrouw, aan Jannitgen van Dael, weduwe van Cornelis Vos en haar erven, een erfelijke losrente van 93 gulden, 15 stuivers per jaar. Hoofdsom 1500 gulden, op land van Holland en Westfriesland bij Joachim van Nierop, [255]
Op 11-7-1625 verkoopt de Curator over de desolate boedel van Jan Harmansz en Catharina Cornelis zijn vrouw, aan Jannitgen van Dael, weduwe van Cornelis Vos, een huis met kamer er achter, op de Korte Gracht, belend aan de ene zijde Jannitgen van Dael, aan de andere zijde Elis Dircksz, voor 730 gulden. 300 gulden ten behoeve van de oudste crediteuren van Johan Harmensz en zijn vrouw: Jannichgen van Dael, weduwe van Cornelis Vos [256]
Op 31-7-1626 compareren Jan Henricxs Bil, drager (tekent met huismerk)), en Jan Jacobsz van Bemmel, keurmeester (tekent met merk), beiden meerderjarig, op verzoek van Jannichgen van Dael, weduwe van Cornelis Vos. Zij verklaren dat zij hebben onthouden dat in het laatst van 1625 (zonder de precieze tijd te hebben onthouden), Jan Henricxz (mede-getuige) een vaatje wijn heeft uitgeslagen uit de kelder van Clemens van Dashorst op de kar van Cors ..... (karman van Bunschoten), waarvan de "ceeltgens" door Jan Henricxz aan de producente en aan de andere pachters van de wijnen zijn gebracht. De producente heeft vervolgens op dit vaatje beslag laten leggen op de kar van Cors voor de deur van de producente, voor Jan Jacobss als keurmeester, waarop Jan Henricxz (drager) dit vaatje wijn van de kar heeft afgeslagen in de huysinge van de producente. Akte te Amersfoort, ten woonplaatse van de producente. Getuigen: Jan van Capelle (tekent met huismerk, in de vorm van een kapel?) en Goort Adriaens Noorwegen (tekent: Guert Aryaensen). [257]
Op 31-7-1626 compareren: Gysbert Peters, deurwaarder, en Jan Henricxz Bil , drager (tekent met huismerk). De comparanten leggen een verklaring af op verzoek van Jannichgen van Dael, weduwe van Cornelis Vos. Dat sedert verleden Pasen herwaarts, Gysbert Peterss door de dochter van de producente verzocht was om een vaatje te ijken, waarop Gysbert had gezegd dat hij niet kwam omdat hij geoccupeerd was, en dat men dat voor deze keer ongeijkt zou uitslaan, tot het vaatje opnieuw te ijken kwam. Toen Jan Henricxz (mede-getuige) daarna ten huyse van de producente kwam, had zij hem verzocht dat tonneken te ijken, wat hij had aangenomen. Het bleek dat Lambert Broenis met de heren op de dijk en Willem Henricxs niet thuis waren en Ghysbert Peters zei dat men het tonneken voor deze keer ongeijkt zou uitslaan en ijken zou wanneer het terugkwam. Omdat hij daarop toen niet kon wachten. Akte te Amersfoort ten woonplaatse van de producente. Getuigen: Jan van Capelle (tekent met huismerk in de vorm van kapel / kerk?) en Jacob Claes van Groenenberch (tekent als: Jacob van Gruenenberch). [258]
Op 10-6-1627 compareren: Adriaen Van Westrhenen, borgemeester, als man en voogd van zijn vrouw: Jannichgen Van Dael, en Anthonij Ellertsz van (der) Houff. De comparanten zijn eigenaars van hun naast elkaar gelegen huisingen, staande in de Langestraat. Beiden verklaarden dat de muur tussen hen beiden wat betreft het voorhuis en de keukengang ("koeckengange") gemeen is en dat zij die muur en de daarop liggende goot ("geute") tesamen moeten onderhouden. De verdere muur tot op het eind toe is van Borgemeester Westrhenen. Anthonis van Houff had "die camer vorder ten hoff waert" uitgezet en was van plan die met een nieuwe zolder en balken te vertimmeren. De comparanten accorderen dat Anthonis van den Houff tegen de muur van Westrhenen een nieuwe muur zal mogen leggen van een steens of halve steens dikte, van het begin tot het eind van zijn kamergang, zonder dat hij komen zal in de muur van Westrhenen, en de goot op dat deel zal Anthonis of zijn erfgenamen onderhouden. Met aanvullende voorwaarden. Akte te Amersfoort, ten woonplaatse van de Borgemeester Westrhenen, zonder verdere getuigen. [259]
Op 31-7-1626 compareert: Jacob Claes van Groenenberch (ook: Van Gruenenberch), coster van de Vrouwen Capelle te Amersfoort. Hij legt een verklaring af op verzoek van Jannichgen van Dael, weduwe van Cornelis Vos. Hij verklaart dat hij 30 jaar in dit "offitie" (ambt) geweest is en dat hij wel weet dat de wijn die in die jaren in 't "nachtmael" (= Avondmaal) in de Gereformeerde Kercke van St. Joris te Amersfoort werd gebruikt, altijd gehaald werd ten huijse van Beernt Cock, weerd in de Roode Leuw. Akte te Amersfoort, ten woonplaatse van de producente. Getuigen: Jan van Capelle (tekent met huismerk in de vorm van kapel?) en Gysbert Peters (deurwaarder). [260]
Op 18-9-1626 verkoopt Beatris Gerrits, eigenaares van de plechte, aan Adriaen van Westrenen en Jannitgen van Dael zijn ondertrouwde vrouw, een plechte van 150 gulden bij Andrijes Wodde en zijn vrouw, ten behoeve van Lijsbeth Bruijnen, de dochter zaliger van Beatris Gerrits, uit haar huis en toebehoren aan de Singel (100 gulden voldaan). Deze akte is geheel doorgehaald. In margine: De originele plechte is op 10 september 1695 gecasseerd. [261]
Op 2-11-1626 leent Jan Gijl, harnasmaker, voor hemzelf en voor Lijsbeth Jans zijn vrouw (procuratie te 's Gravenhage), van Adriaen van Westrenen, schepen, en Jannitgen van Dael zijn vrouw, 800 gulden, met als onderpand een huis aan de Langestraat, uitgaande in de Nieuwstraat, belend aan de ene zijde Willem Petersz Soes, aan de andere zijde Jan Andrijess voor en achter, In de marge: Jannitgen van Dael, huisvrouw van Adriaen van Westrenen, burgemeester verklaart dat de schuldsom door Johan Deyst, schepen, eigenaar van de plechte, is voldaan. Akte 23-6-1627 Ondertekend door Jannitgen van Dael en door Adriaen van Westrenen. [262]
Op 9-5-1627 verkoopt Neeltgen Harmans, weduwe van Wouter Calesz Buijs met Beernt Harmansz Sell als medemomber van de onmondige kinderen van Harman en Claes Buijs, aan Adriaen van Westrenen, oud-burgemeester en Jannitgen van Dael zijn vrouw, een afdakje en getimmerte, naast de schuur van de ontvanger met de uitgang in de Mooierstraat, [263]
Op 8-11-1628 testeert: Jannichgen (Jannitgen) van Dael, eerder wed. van Cornelis Vos, thans gehuwd met Adriaen van Westrhenen, indertijd borgemeester van Amersfoort, onder verwijzing naar een Brieve van octroy: 19-8-1620 hof van Utrecht, en een Testament: 02-07-1624 J. Wzn. van Schoonhoven. Zij handhaaft het testament van 2-7-1624 en legateert daarbij aan haar kinderen die ten tijde van haar overlijden nog ongehuwd zijn, ieder 50 carolus guldens eens, tegen de huisraad die haar gehuwde kinderen van haar hebben ontvangen. Verder nog aan Adriaen Vos, haar oudste zoon, 100 car. guldens voor de kleren van zijn vader en "velteyken die op verderff lagen" en verkocht en in de boedel gekomen zijn. Getuigen: Henrick Martenszn en Steven Henricxzn, [264]
Op 12-1-1636 machtigt Jannetgen van Dael, wonend te Amersfoort, wed. van Adriaen van Westrhenen (in leven oud-borgemeester van Amersfoort), Evert Gijsberts (wonende op Spakenborch, in het gerecht Bunschoten) om voor het gerecht aldaar te compareren en ten behoeve van Jacob Gijsberts te transporteren 1½ dammaat land, gelegen te velde in voornoemd gerecht, genaamd De Havercamp, belofte van vrijinge en waringe van alle lasten te doen, uitgezonderd "'s Heeren ongelden" (=grondbelastingen) en te bekennen dat de kooppenningen aan haar zijn betaald. Getuigen: Reynier van Ingen en Daniel Carelzn Choudron. [265]
Op 22-5-1639 verkoopt Jannitgen van Dael laatst weduwe van Adrijen van Westrhenen, aan Maritgen Mechtelt nagelaten dochter van Claes Bosch, Een hof met een huisje daarin gelegen binnen de Sint Andriespoort (Triesgenspoort), belend aan de ene zijde Johan van Dashorst, aan de andere zijde Wouter Cornelissen kleermaker. [266]
Op 26-10-1644 verkoopt Jannitgen van Dael, weduwe en boedelhoudster van Cornelis Vosch., aan Steven Claesz en Gerritgen Henricsz zijn huisvrouw en hun erven, 'n huis met een camer, achter aan op de Cortegraft., belend aan de ene zijde aan de ene zijde Jannitgen van Dael, aan de andere zijde aan de andere zijde Elis Dircsz. [267]
Op 21-11-1644 verkoopt Jannitgen van Dael, weduwe laats van Adriaen van Westrhenen, in leven oud- burgemeester, aan Regenten van Armennoothulp ten behoeve van selven armen. op 't corpus van Holland en Westvrieslandt geinstitueerd ten behoeve van Henric Thijssen. [268]
Op 8-3-1648 compareren Jannitgen van Daell, laatst weduwe van: Adriaen van Westrhenen, en als moeder van haar zoon Adriaen Vosch, Caecilia Elberts, weduwe van Peter Pelen, moeder van haar dochter Margareta Peters, zij tekent: "Ceelgen Elbers"). De comparanten verklaarden in te stemmen met de lijftocht als de voornoemde zoon, resp. dochter (echteluyden) aan elkaar hebben bemaakt of nog zullen bemaken. De comparanten doen tevens afstand van die legitieme of andere portie die naar rechte uit de voornoemde lijftocht zou komen, en dat de langstlevende van genoemde echtelieden die lijftocht zonder enige aftrek zal genieten. Akte te Amersfoort ten huyse van voornoemde Adriaen Vosch. Getuigen: Jacob van Grootwijck (schepen van Amersfoort) en Dirck Daniels (tekent als: Dierck Danielsen) [269]
Op 3-3-1649 lenen Jannichgen van Daell, laatst weduwe van Adriaen van Westrenen en haar erven, aan Jacob Aertsz Appel en Marrichgien Gijsberts zijn vrouw, een losrente 6 gld. 5 stuivers, Hoofdsom 100 gulden, met als onderpand: huis en hofstede aan de Kortegracht op de hoek van de Muur- huizen, belend aan de ene zijde Willem Augustijns, aan de andere zijde de gemene straat van de Muurhuizen. [270]
Op 23-7-1652 lenen Henrick Jansz van Bemmel en Margareta Soest zijn vrouw, van Jannitgen van Daell, laatst weduwe van Adriaen van Westrhenen, oud-burgemeester, een losrente 7 gulden, 10 stuivers per jaar, over een hoofdsom van 150 gulden, met als onderpand een huis aan de Hof, belend aan de ene zijde aan de ene zijde het onmondige kind van Johan van Raelt, aan de andere zijde aan de andere zijde de weduwe van Gerrit Jansz, kleermaker. [271]
Op 8-1-1618 lenen Jan Fransz en zijn vrouw Jacopgen, van Henrick van Dael, die 't recht heeft op de navolgende plegt voor de helft, 't recht op de helft van 400 gulden beleden door Jan Fransz en zijn vrouw Jacopgen t.b.v. Jan Maesz op 1-4-1595, met als onderpand huis op de Kamp, In margine: Compareerde Jan Seijl verklaart voldaan te zijn met de betaling van 200 gulden door Jan Fransz als de eigenaar van de hypotheek. Akte 1-4-1620 [272]
Op 9-2-1626 verkopen Adriaen van Westrenen en Johan van Dael, schepenen voor de onmondige weeskinderen van Jacob Maesen, Henrick van Dael als vader van zijn kinderen bij Geertgen Maes zaliger, Gijsbert Gijsbertsen van de Karsbergen als man en voogd van Gerritgen Maes, samen erven van zaliger Jannitgen Maes, vrouw van Henrick van Haeckxbergen, aan Willem Augustijnsen van Ouwater, zijn vrouw en hun erven, huis, hof en hofstede in de Teutstraat, belend aan de ene zijde de erfgenamen van Henrick Dircksen van Rijnesteijn, aan de andere zijde Grijetgen Kuijckens. [273]
Op 15-4-1619 verkopen Sicke Diardts en Hessel Fransz voor zichzelf en als man en voogden van Elisabeth en Willemtgen Adriaens, beiden gerestitueerde erfgenamen van Anna en Goortgen Claes Vlugh in deze mede voor Adriaen Claes Vlugh het onroerende goed is hun aangekomen door dode van Anna en Goortgen Claes Vlughdochter, aan Frans van Dael en zijn vrouw Anna Jans, een derde deel van een huis aan de hof aan de Korenmarkt, met als onderpand Peter Harmansz Both, belend Jan Carreman. [274]
Op 23-5-1620 verkopen Marritgen Jans, weduwe van Steven Claesz Vlugh, Evert Jansz en Claes Evertsz, kistemaker als naaste vrienden en voogden van de onmondige kinderen van Steven Claesz Vlugh, aan Frans van Dael, het derde deel van een huis aan de Hof (waarvan de andere twee delen het eigendom zijn van de ontvanger), belend Peter Harmansz Bok, Gijsbert Rijcken. [275]
Op 27-6-1623 lenen Frans van Dael en Anna Jans zijn vrouw, van Jan van de Inghe en zijn vrouw, een losrente 12 gulden per jaar. Hoofdsom 200 gulden, met als onderpand 1) een huis in de Krommestraat, belend aan de ene zijde Jan van Dompselaer, aan de andere zijde Zeel Servaes, 2) een huis aan de Markt, waar 't Vergulde schepel uithangt, door de comparant bewoond, belend aan de ene zijde Jan Carreman, aan de andere zijde Sijman de Groen zaligers erfgenamen. Deze akte is geheel doorgehaald. In margine: Johan van Ingen verklaart het recht op de hypotheek ontvangen te hebben van het huis waar de vergulde Schepel uithangt. Akte 20-6-1626 In margine: Reynier van Ingen als erfgenaam van Jan van Ingen, verklaart dat de schuldsom voldaan is. Akte 1-7-1644 [276]
Op 10-4-1628 lenen Frans van Dael en Annitgen Jans zijn vrouw, van Willem Moy, brouwer, zijn vrouw en hun erven, 200 gulden, met als onderpand een huis aan de Markt, belend aan de ene zijde Herman Bosch, aan de andere zijde Jan Jansz Bosch. [277]
Op 20-5-1628 lenen Frans van Dael en Anna Jans zijn vrouw, van Gerrit Zoes en Mechtelt Louwen zijn vrouw, 200 gulden, met als onderpand huis op de Hof, waar het schepel uithangt, belend aan de ene zijde Harman Bosch, aan de andere zijde Jan Poth. [278]
Op 10-1-1629 verkopen Frans van Dael en Anna Jans zijn vrouw, aan Jan Cornelisz, bakker, zijn vrouw en hun erven, een hof buiten Blommendaal in de Eerste Steeg, belend aan de ene zijde St. Peters Gasthuis, aan de andere zijde Henrick van Hattum. [279]
Op 20-3-1638 verkopen Frans van Daell en zijn vrouw Annitgen Jans, aan Herman Jacobsz. vleeshouwer en zijn vrouw IJtgen Everts, zeker huis staande in de Krommestraat, belend aan de ene zijde Jan van Dompselaer of waar diens erfgenamen het recht gelaten hebben, aan de andere zijde Tel Servaessen. [280]
Op 4-5-1644 compareren Frans van Dael, weduwnaar en boedelhouder van niet vermelde vrouw, en Willem van Dael en Geertgen Claes (echtelieden), Claes van Dael en Margareta van Sneul (echtelieden) en Heyman Verhel en Goutgen van Dael (echtelieden). Samen met zijn mede-comparanten machtigt hij bij deze Willem Augustynzn van Oudewater om uit hun naam, ten behoeve van Jacob Peterzn van Hoorn, voor hemzelf en als weduwnaar en boedelhouder van zijn overleden huisvrouw en hun erfgenamen, te transporteren het zestiende deel van het huis genaamd De Wildeman, aan de Langestraat en van de twee woningen daarachter in de Goodschalkstraat, alsmede van de twee huisjes in de Moystraat, belend aan de ene zijde de Armen van de Poth en aan de andere zijde Aeltgen, weduwe van Jan de Bour, belofte van "vrijnge en waringe" te doen en verder alles wat zij, comparanten zelf zouden doen. Getuigen: Henrick Aertzn van Os en Frederick van Emelaer. [281]
Op 10-1-1648 transporteren Frans van Dael en Claes van Dael, zijn zoon voor hemzelf en als weduwnaar en boedelhouder van Anna Jans zijn vrouw, en samen voor hun respectieve kinderen en broers, aan Lambert Evertss Cremer, zijn vrouw en hun erven, 'n huis aan de Markt waar 't Gulde Schepel uithangt, belend aan de ene zijde Bartel Simonss, aan de andere zijde Jan de Vlieger. Zij lenen 200 gld. aan Moijs weduwe en 200 gld. aan Gerrit Soest en 200 gld. aan Peter Loochss. Voldaan. [282]
Op 9-10-1663 verkopen Willem van Dael en Geestgen Claes echtelieden, Henrick van Dael en Merritgen Franz echtelieden, Heijmen Ellertz Verhel als vader nevens de voorn. Willem van Dael mombers over de onmondige kinderen bij de voorn. Heijman verwekt en Goutgen van Dael, tezamen zonen en schoondochters mitsgaders kindskinderen en mede erfgenamen van Frans van Dael en Annitgen Jans in hun leven echtelieden, aan Frans Goris Verhoef, raad en schepen dezer stad, 3/5 part in een huis in de Mooierstraat, waarvan de acceptant eigenaar is van 2/5 part, [283]
Op 9-5-1643 verkopen Cornelis Gorotsz en Maritgen Dircx zijn vrouw, aan Willem van Dael en Geertgen Claes Bosschendochter zijn vrouw, een huis in de Vijver, belend aan de ene zijde de weduwe en erfgenamen van Johan Bloeijland van Arnhem. Opm.: 10 gulden en 83 gulden en 10 stuivers hoofdsom aan de H. Geestschool; 100 gulden de erven van Mr. Johan Tol, musicus; 100 gulden't Armenweeshuis. Voldaan. [284]
Op 30-11-1646 lenen Johan Mom, zijn huisvrouw en erven, van Willem van Dael en Geertgen Claes Bosser, echtelieden, een losrente 9 gulden per jaar. Hoofdsom 150 gulden, 20 stuivers 't stuk, met als onderpand: hun huis in de Vijver, belend aan de ene zijde ten wederzijden de weduwe van Jan Bleijlant van Arnem. [285]
Op 2-6-1660 verkopen Cornelis Harmans en zijn vrouw Margareta van Sneull tevorens weduwe van Claes van Daell en Willem van Daell als bloedmomber over de onmondige kinderen van Claes van Daell bij de voornoemde Margareta van Sneull verwekt, aan Frans Goris Verhoeff, raad en cameraer, en zijn vrouw Annitgen Willemsdr van Oudewater, een vijfde part van een huis, hof en hofstede, gelegen in de Moijestraet (Mooierstraat), belend aan de ene zijde aan de ene zijde Henrick Wesselsen, aan de andere zijde aan de andere zijde Harman Dircksen van Voortshuijsen. [286]
14780. JOACHIM NN, tr. vóór ca. 1570
14781. NN WOUTERS, geb. vóór ca. 1550, ovl. vóór 1624.
Op 28-1-1625 compareren Evert Goortsz (tekent met merk) en Bart. Adriaens. De comparanten zijn mede-mombers (van de vaderszijde) van de kinderen van zaliger Evert Joris en diens vrouw Reynsgen Alberts. Zij hebben Beernt Joachims, mede-momber van de onmundige kinderen van moederszijde, gemachtigd om mede uit hun naam en in de voorschreven kwaliteit de penningen te ontvangen uit het sterfhuis en van de verkochte goederen van Aelbert Joachims en zijn vrouw Riickgen (of Ruckgen?) Frans, gestorven tot Baern, bestevader en bestemoeder (=grootouders) van deze onmundigen, en een of meer procureurs te substitueren etc. Akte te Amersfoort. Getuigen: Henrick Aerts van Os en Henrick Jans, cuper. [287]
14816. JAN WILLEMSZ COUWENHOVEN(¥), geb. vóór ca. 1560, ovl. vóór 1595, parentatie niet bewezen, lijndraaier, tr. vóór ca. 1585[288]
14817. SUSANNA PIETERS DIEPHORST (alias SOOS), geb. vóór ca. 1565, ovl. 1595-1637, parentatie niet bewezen.
|
Wapen Diephorst: Gevierendeeld:
I en IV in rood een gouden burcht. II en III in
zilver een rode gekanteelde balk en daaronder een zwarte
windhond. Hartschild: in zwart een hertengewei met schedeldak
van natuurlijke kleur. Helmteken: een gouden vlucht.
Dekkleden: goud en zwart.[289]
Dit wapen komt voor op een geschilderd portret van Susanna's vader Pieter Cornelisz Diephorst. |
| COMMENTAAR(¥) Hij is wellicht verwant aan Gerrit (Jansz Couwenhoven), mogelijk tot ca. 1600 pachter van het erf Couwenhoven in de buurschap Ceulhorst op het Hoogland onder Amersfoort en misschien identiek met de Gerrit Jansz Couwenhoven die in 1564 vermeld wordt als pachter van land van de familie Van Vaneveld. [290] |
Eigenboek Gouda:[291] Op 13-5-1595 verkoopt Sanna Pietersdochter, weduwe wijlen Jan Willemsz, lijndraijer, een huijs ende erve staende ende gelegen opten, langen tiendewech.
Eigenboek Gouda:[292] Op 25-7-1595 verkoopt Sanne Pietersdr met Pieter Cornelisz Soos, haer vader ende gecoren voocht in desen, aan Willem Joosten een lijnbaen gelegen aen de noordsijde van Jan verswollenbrugge.
Op 13-8-1615 testeert Jan Rijckzn Pueth. Hij verklaart onder meer schuldig te zijn aan Willem Janszn van Couwenhoven, omtrent 9 en een halve gulden, terwijl die hem nog "eensijde getouwe" schuldig is. [294]
Op 16-4-1619 machtigt Willem Jansz Couwenhoven (borger en inwoonder van Amersfoort) mede als man en voogd van zijn vrouw Geertgen Jans, Jacob Dircxz Horn, procureur tot Woerden, om namens hem "met vruntschap (= familie) ende recht", indien nodig, te vorderen de betaling van 2 jaren renten. De laatste rente was verschenen Petri ad Cathedram 1619 tot laste van een huysinge staande binnen Woerden. Get. Frederick Janss van den Ham en Ryck Evertsz. [295]
Op 2-9-1627 compareerden te Gouda Cornelis Cornelissz Diephorst, poorter deser stede, Willem Jansz Couwenhoven wonende tot Amersfoort, Aelbert Jansz Spelt, en Jan Woutersz Doe, alle erfgenamen van Marritien Pieters de Soos (elders Marritien Pieters Diephorst, in haer leven huijsvrouwe van Huijbert Cornelis Pater zaliger, in dijer qualite voor hen zelven en sterck makende voor heure mede erfgenamen, ende hebben geconstitueert ende volmachticht, constitueerden ende volmachtichden bij desen d' E. Doctor Martinus Blonck, oudt Schepen deser Stede, heuren mede erfgenaam", etc. [296]
In het archief van de Weeskamer van Woerden bevindt zich een afschrift van een akte voor notaris Jacob Willemsz van Schoonhoven te Amersfoort waarin Willem Jansz Couwenhoven x Geertge Jans te Amersfoort iemand machtigen i.v.m. een plecht haar aangekomen na dode van haar tante Nellichge Gerritsdr zaliger. [297]
Op 26-10-1642 verkopen schout, burgemeester en schepenen in kracht van 'n verjaarde plechte op verzoek Henrick Jansz van Hardenberch, zijdenlakenkoper, burger van Utrecht, bij executie aan Frans Marcelissen een huis in de Muurhuizen, behorend aan Geertgen Jans, weduwe van Willem Jansz van Couwenoven, belend oostzijde: Anselin Ruijsch, westzijde: Reyertgen Reumelaers. [298]
14818. CORS JANSZN, ovl. vóór 1628, tr. vóór ca. 1595
14819. CATHARINA THEUSDR, ovl. na 1628.
Op 2-3-1628 testeert Jan Peterszn, borger van Amersfoort, zoon van zaliger Peter Janszn Damen en Jannichgen Corsdr, in leven echtelieden. Hij wil zich op reis begeven naar Oost Indien en vermaakt aan Catharina Theusdr, weduwe van Cors Janszn, zijn bestemoeder (=grootmoeder), 25 carolus guldens en de lijftocht van al zijn verdere goederen die hij zal nalaten, haar hiermede instituerende voor haar legitieme portie. Na haar dood zal Geertgen Corsdr, huysvrouw van Lambert Peterszn, zijn moeye, uit zijn goederen vooruit genieten 300 guldens. Zijn verdere na te laten goederen zullen door Geertgen Corsdr en Henrickgen Corsdr, zijn moeye, huysvrouw van Cornelis Gerritszn, elk voor de helft genoten worden, mits dat uit deze erfenis vooraf aan de armen, in de kerckenbuydel, na de dood van zijn grootmoeder, 150 guldens eens betaald worden. Acte ten huize van Claes Evertszn, kleermaker. Get. Geerloff Frederickzn, houtcoper, en Evert Lambertszn, schrijnwerker. [299]
Een paar weken later, op 28-3-1628 machtigt hij daarom Lambert Peterszn Feer en Geertgen Corsdr, zijn vrouw, om bij zijn afwezigheid zijn zaken te regelen, penningen te ontvangen enzovoorts en hem daarvan rekening en bewijs te leveren. Acte ten huize van Lambert Peters Feer. Getuigen: Claes Evertzn, cleermaker, Geerloff Frederickzn en Evert Lambertzn, schrijnwerker. [300]
Op 28-5-1644 verkopen Lambert Petersz Feer en Geertgen Corssen, echtelieden, aan Simon Gerritsz en zijn erven, met als onderpand: hun huis, hof en hofstede aan de Campstraat, belend aan de ene zijde Geerloff Fredericksz, houtkoper, aan de andere zijde Herbert Fransz. [301]
15520. WILLEM BOSCH, geb. vóór ca. 1525, vooralsnog alleen bekend uit het patroniem van zijn mogelijke zoons:
Op 1-5-1613 verkoopt Aeltgen, weduwe ende boedelharster van za: Willem Willemsz Bosch met Willem Bosch haar zoon en gecozen momber in deze, aan Gijsbert Rutgersz van Liender en de Cunera zijn huisvrouw, zeker huis en hofstede in de Krommestraat , belend enerzijds de weduwe van Willem Gijsbertsz Bosch, achter de verkopers zelf. Op laste van vier honderd gulden hoofdsom waarvan de jaarlijkse rente betaald vindt 25 gulden competerende de voornoemde Aeltgen [302]
15522. JACOB JANSZ, geb. vóór ca. 1530, vooralsnog alleen bekend uit het patroniem van zijn mogelijke dochters:
Op 26-8-1614 wordt door Nots. J. van Ingen te Amersfoort, op verzoek van Elisabeth Rijcx, weduwe van Dirck van der Wall, uit naam van Elisabeth Jacobs, weduwe van Adriaen vander Wall, Thomas en Pouwels Henricxzn, Anthonis (Thoenis) Bosch, vanwegen Sophia Jacobs, zijn moeye, Rijck Bosch, vanwegen Geertruyt Roeloffs, zijn nicht, Roelof Dircxzn te Baarn, Joost Gerritszn, als man en voogd van zijn vrouw, wonend te Baarn, het besloten testament voorgelezen van Wilhelmina Lumans, echtgenote van Jkhr. Gerrit Soudenbalch. Volgt inhoud testament. [303]
COMMENTAAR(¥) Men zou hieruit kunnen concluderen dat Sophia Jacobs een zuster is van Lutgen Jacobs (kw.nr. 7761) en daarmee dus de tante (=moeye) van Anthonis (Thoenis) Bosch. Mogelijk is ook Elisabeth Jacobs, weduwe van Adriaen vander Wall, een zuster van Lutgen Jacobs.
15642. EVERT TEUNISZ VAN VOORST, ovl. 1572, koekbakker te Utrecht (1569),
tr. op St Maertensdach 1559[304]
15643. HENDRICKJE WILLEMS.
In de verzamelingen van het CBG te 's-Gravenhage berust een fragment van een handschrift in klein octavo, dat dienst deed als algemeen notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst, volgens zijn eigenhandige aanteekening "koeckenbacker tot Utrecht anno 1569". Behalve posten betrekking hebbende op zijn bedrijf, vermeldt het verschillende kleine uitgaven van vermoedelijk voor genoemd jaar. Doch behalve soortgelijke aantekeningen heeft hij van af 1559, het jaar zijns huwelijks, de geboorte zijner kinderen te boek gesteld op de eigenaardige, in die tijden gebruikelijke wijze. Na zijn dood bleef dit registertje voor de familie een legger voor welk doel bij anderen de bijbel dienst deed en zijn de mutaties tot 1622 bijgehouden.[305]
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[306]
" Item doe men screff 1559 jaer doe vergaeyrde(n) ick Evert Toenisz en(de) Heinrickjen Willemsdochter in den echten staet op sinte mertens dach smorgem dat een was gen wonder saevens croepen wy by menkander onder, ut lieffden."
"De voortelinge van Evert van Voorst, outste soon van Teunis van Voorst, Ao 1559 op Ste Maertensdach, is Evert Teunisz van Voorst getrout met Hendrickge Willems. Ao 1561 Petri ad Cathedram is geboren Willem Evertss van Voorst, Ao 1563 daechs nae Vroulichmis is gebooren Grietjen Everts, Ao 1564 op den tweden dach Juny is geboren Teunis Evertsz, Ao 1565 dinchsdachs nae Amsteldamsche kerckmis is geboren Aefjen Everts, Ao 1566 op Alderkinderendach is geboren Teunis Evertsz, Ao 1568 s maendachs voor lichmis is geboren Jacob Evertsz, Ao 1569 is geboren Hieronymus Evertsz. Hij is gestorven in den jare 1572 en nae syn doot den 22 Octob(er) heeft syn vrou gekraemt en geboren en is genaemt Evert Evertsz van Voorst." [307]
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[308]
"Item doe men screff 1568 jaer doen was ick Evert Toenis en(de) Jan Lubbersz te saemen in Vriesland tot Leuerde(n) en(de) Fraenicker ende Harlinge en(de) waeren op korsaevent te Stafferen en(de) maeckten goede sier en (de) op korsdach ontrent acht ueren gingen wij over die see nae Enckhuysen en(de) ons mueten (ontmoetten?) twe slejen mit menschen en(de) die reden nae Staefferden toe en(de) wy quaemen te 12 ueren te Enckhusen binnen."
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[311]
"Item doe men screff 1561 jaer op sinte peters dach in die vasten tsaevens tussen negen een tien ueren wort Wyllem geboeren en(de) sin peten sin Toenis Evertsz min vaeder en(de) Egbert Wyllem en(de) Beelichjen van As, een goet mensge moet het worden ofte vroech in de(n) hemel."
De outste soon van Evert van Voorst genaemt Willem Evertsz van Voorst is getrout met Aefje Lucas de Swart, waarvan geboren is Ao 1590 den 9 Septemb(er) Lucas van Voorst, noch synder geweest twe soonen de een genaemt Willem, getrout t' Antwerpen en aldaar gestorven, de andere genaemt Geurt die in Vranckryck gestorven is. Lucas van Voorst is getrout Ao 1618 den 13 Novemb(er) met Catharina van Voorst syn nicht, hier van comen van daen Gysbert van Voorst cum a." [312]
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[313]
(met andere hand) "Item doe men screff 1583 doe vergaeyrd(en) ick Wyllem Eversz ende Atten Luckas de Swarten dochter in den echten staet dynsdach voor synte Wychtoer smorgens dat en was gheen wonder savens croepen wy by menkander onder, in lieffden."
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[315]
(met andere hand) "Item doe men screff 1684 Jaer vrydach voor Synte Wychtoer smorgens tussen vyer ende vyef ueren woort Heynrickjen gheboeren en syn peeten syn Wyllem de Swart ende Wyllempe Mue ende Gryete ons suester, een goet mensge moet het woerden off vroech in den hemel."
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[316]
(met andere hand) "Item doe men screff 1586 jaer op koersdaech smorgens tussen aecht en(de) neyge(n) uueren woort Cristiaen gheboeren en(de) syn peeten syn Ghysbert Tuensz. van Voorst en(de) Gherret Eersten en(de) Cornelysjen ons suster, een goet mensge moet het woorden oft vroech in den hemel."
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[317]
(met andere hand) "Item doe men screff 1587 jaer dinsdach nae nyen jaer daech smorghens tot neeghen uueren woert Cornielesen gheboeren en(de) haer peten sin Joep Willemsz en(de) Jaecope niecht en(de) Fransse nicht, een ghoet mensch moet het woerden oft vroech in den hemel."
| COMMENTAAR(¥) Wie deze Catharina van Voorst is, blijft vooralsnog onduidelijk. |
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[318]
(met andere hand) "Item doe men screff 1588 jaer Vriedaech nae sinte victoris savens tussen ses en(de) seven uueren woert Evert gheboeren en(de) sien peten syn Antonis Ghisbertsz van Voorst en(de) Ghisbert Bernssen van Voorst en(de) Cornelisen ons suster, een goet mensge moet het werden offt vroech in den hemel."
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[320]
(met andere hand) "Item doe men scref 1590 den negenden September namiedags tuesen twee en(de) drie ueuren woert Lueckas geboesen en(de) syn peten syn Geret Eersen ons swager, en(de) Jan Jansz van Brockhuesen ons swager, en(de) Merchgen mue, een goet mensse moet het woerden oft vroeh in den hemmel. 1590."
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[321]
(met andere hand) "Item doen men scrijf 1617 den 29 aprilis doen vergaderden Ick Lucas van Voorst ende Catelyn van Voorst dochter van Antones van Voorst."
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[325]
(met andere hand) "Item doe men scref 1593 jaer de 29 Junis op Sinte peter en(de) paulis daech snamiedaech drie en(de) vier uueren weert Guert geboeren en(de) syn peten syn Ghert Eersten ons suager en(de) Bartelemeus Diercksoen en(de) Ghyertie niecht Ghysbert neef wif, een goit mens moet het woerden oft vroech in den hemmel. 1593."
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[326]
(met andere hand) "Item doe men scref 1594 jaer den 30 Julius op dynsdachs tuessen 4 en(de) 6 uueren woert Diercken geboren en(de) syn peten syn Jan Jacobsoen van Santen en(de) Cornelisen ons suister en(de) maeniecht Huech neef wyf, een goet mensse moet het woerden oft vroech in den himmel. 1594."
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[327]
(met andere hand) "Item doe men scref 1596 jaer wort Govert geboiren op Sonnendach den 28 September XII daeden (dagen) voor synte Wychtordach ende syn peten syn nette mue en(de) neef van Huesden, een goet mins moet het woerden of vroich in den himmel."
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[328]
(met andere hand) "Item doe men scref 1699 jaer woort Willem geboeren op Synte mertens daich tuisse ses en(de) seven uueren en(de) syn peten syn nyecht Guebel."
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[329]
"Item doe men screff 1564 jaer op den 2 dach Junius wort Toenis geboeren des nachts tusen ellyff en twaelyffen en(de) die peten bin min moeder ende min broer Coernelis en(de) Merten Jacobsz min oem, een goet mensge moet het worde(n) ofte vroech in den hemel."
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[330]
"Item doe men screff 1565 jaer dinsdaegens nae Amsterdamse kermis wort Aefjen geboere(n) smorgens tusschen seven en(de) acht ueren en(de) die peten sin Peter Geritsz min om en(de) min Niesjen mu(j)e en(de) Willemjen, een goet mensg(e) moet het worden ofte vroech in de(n) hemel."
"De dochter Aefjen Everts geboren 1565 is geweest de moeder van Hendrikjen, waarvan comt Peter-nicht met de haeren." [331]
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[332]
"Item doe men screff 1566 jaer op sinten Symen Zuendach smorgens te hallyff drie ueren wort Toenis geboeren en(de) die peten sin Egbert Wyllemsz en(de) Coernelis Toenisz en(de) Merichjen Ghysbert bruers wyff, een goet mensge moet het worden ofte vroech in de(n) hemel."
Teunis Everstz geboren Ao 1566, is geweest de vader van Hendrickie-nicht onlangs gestorven. [333]
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[335]
"Item doe men screff 1568 jaer smaenendaege(s) voer lichmus tusen ses en(de) sueven smorgens wort Jaecop geboeren en(de) sin peten sin Hubert Jaecopsz min oem en(de) Heinrick Jacobsz min om en(de) Merichjen Boeners, een goet mensge moet het worden ofte vroech in den hemel."
"Jacob Evertsz is geboren Ao 1568 en getrout met Alfert van Schadew-broeck en zonder kinderen gestorven Ao 1643 den derden Martii."
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[336]
(met een andere hand tussengevoegd) "Item doen men schref 1643 den 3 Mert smarggens ten half eenen sterft Jacob Everts van Voorst in den Heer seer chrystelick, ghewest heft myn vaders broeder (get.:) Lucas v. Voorst."
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[337]
"Item doe men screff 1569 jaer op de(n) 4 november scaevens tussen 4 en(de) 5 ueren worde Jeronymus geboeren en(de) sin peten sin Jan va(n) As en(de) Mauvers Gysbersz ende Weinjen nicht."
Familieregister in het notitieboek van Evert Thoenisz van Voorst:[338]
(met andere hand) "Item doe men schreeff 1572 den 22 oecktober wert Evertgen gebooren na sye vaders doodt syn peeten syn Cornelis Tonisz ende Foeckert van Noert ponder ende myn moer."
15644. JACOB (BOR?).
| COMMENTAAR(¥)
Wat is het verband met :[344]
Cornelis Bor, ovl. 1612, beg. Vlaardingen, baljuw en schout te Vlaardingen, tr. 1584[345] Anna Gerritsdr van Kelst, ovl. Dordrecht 1622.
|
Claas Aartsz van Blanckendaal testeert te Utrecht 2-2-1631 en stelt tot erfgenamen zijn oom's dochter Elbrecht van Blanckendaal en haar man Peter Bor.[348]
Peter Cornelisz Bor, brouwer in de Eenhoorn, verleent op 6-9-1634 een plecht aan Cornelis van Blanckendael op alle goederen nagelaten aan Pieter Cors Bors vrouw, welke enig erfgenaam was van haar neef Claes Aersz van Blanckendael (zie kw. nr. ⇒ 7822 sub b). [349]
15646. HENDRICK VAN VOORST, geb. vóór ca. 1555, ovl. Utrecht 10-11-1595, tinnegieter in de Schoutensteeg te Utrecht,[351]
tr. vóór ca. 1580[352]
[353]
15647. ANNA CORNELIS FRANSDR DE B(R)URE, ovl. Utrecht 26-11-1610, "een schoone vrouwe die hem veel kijnderen baerde".
16128. HENRIK NOEST, geb. vóór ca. 1565, vermoedelijk verwant aan een of meerdere van de personen vermeld in de onderstaande Fragmenten Noest , doch thans alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon :
| Fragment Noest I | ||
Gijsbert (Noest).
|
| Fragmenten Noest II |
|
Hendrick Noest, ovl. vóór 1636, tr. vóór 1636 Elske Hendricks, die als zijn weduwe, wonend te Wijk bij Duurstede, hertr. Wijk bij Duurstede geref. 19-6-1636 Bernt Andriessen, j.m., soldaet onder de comp. van sijn gen. van Cuijlenburch. Begraafboeken Utrecht : aangifte 11-7-1625 Joffr. Johanna Noest, wede van zal. capiteyn Buth, nalatende een mundige dochter, in de Buerkerck.[386] Gerrit Noest tr. Anna Bleykersvelt, woont Langegragt in de Timmermanspoort (1734). Zij hertr. Leiden (schepenen) 19-2/6-3-1734 Louys Smit. Hieruit Cornelis Noest, geb. Leyden, woont Heeregragt, rokjeswever (1745), otr/tr Leiden (schepenen) 16-4/1-5-1745 Helena van den Bergh, geb. Leyden, woont Heeregragt (1745). Cornelis Noest tr. Magdalena van den Berg. Hieruit Johannes (Jan) Noest, geb. Leiden 1754/55, ovl. Leiden 2-1-1814, glanzer, tr. Johanna Helmes. Hieruit a) Cornelis Noest, geb. 1791 (!), b) Gerrit Noest geb. Leiden 5-10-1797, ovl. na 1863, kantoorbediende, woonde op het Rapenburg te Leiden, tr. Leiden 6-11-1823 NN.[387] Gerrit Noest, stadsbestuurder van Schoonhoven (1636-1655).[388] Dirckgen Noesten, en echtgenoot Anthoni van Hengst, burger van Wijk bij Duurstede, vragen octrooi aan om te testeren, 21-6-1639 (Nots. Nicolaas Verduijn).[389] Henrick Noest, gasthuismeester binnen Tiel (1649, 1650), belender te Rijswijk (1652). ZOELEN. Op 4-11-1649 prom(iserunt) Philips van Dam en juffr. Beatris van den Steenhuijs echtel. aan Gerard Adriaenss de Vreede en Henrick Noest, gasthuismeesters binnen Tiel 300 gld. cum interesse, uit 8 hond land op Ter Weyde onder Zoelen, O: en N: dr. Westenburch, Z: debiteuren zelf, W: Emanuel Wolboocker. Voorts uit de helft van 7 hond land mede aldaar op Ter Weyde, O: dr. Westenburch, Z: de meergraaf, W: jr. Everard de Cock van Oppijnen, N: debiteuren zelf. Get. Joost van Bueren, Cornelis Foijert. [390]Frans Noest, ovl. 1627-1642, tr. vóór 1627 Henrisken van Haesselt, ovl. na 1642, als zijn wed. belendster is te Kerk-Avezaath (1637, 1642). Op 17-4-1627 prom(iserun)t Marten van Ewick en Maria van Hattem, echtelieden, aan Frans Noest en Henrisken van Haesselt, echtelieden, uit 2 1/2 mn Lants "de Heeren" te Maurik. Belend ten O de kinderen van Reijer Verbrugh met Griet Verbrugh, ten Z en W Anna en Nies van Essevelt, ten N de weduwe Cornelis Verbrugh en haar kinderen. [392]Jan Noist (Noest), thijnsgenoot te Utrecht (1494), zegelt met "een kruis met 3 vogels". [393] Gerrit Noest.
Beleningen van de hofstede Wijk [395] : nr. 16. Huis en hofstede te Rijnestein in Cothen in de Rijn. ... 22-2-1516: Joost Noest voor Johanna, dochter van Johan van Niewaal van Rijnestein, bij dode van haar vader en van Balthasar, haar grootvader, 279 fol. 62. 4-5-1518: Johan Noest voor Johanna, dochter van Johan van Niewaal van Rijnestein, 282 fol. 17v. 11-5-1525: Johan Noest voor Johanna, dochter van Johan van Niewaal van Rijnestein, 285 fol. 5v-6. 15-7-1529: Johan Noest voor Johanna, dochter van Johan van Niewaal van Rijnestein, lh. 133 fol. 11v. 3-5-1537: Jerefaas van Hattem voor Johanna van Niewaal van Rijnestein, zijn vrouw, bij dode van Johan Noest, 133 fol. 11v. 2-6-1567: Jan van Hattem bij overdracht door Jerefaas van Hattem voor Johanna, dochter van Johan van Niewaal van Rijnestein, zijn ouders, met hun lijftocht, 134 fol. 43-44. Wat is de relatie van Johan (Joost) Noest met Johanna? Gerefaes Noest, geb. vóór ca. 1530, beleend (1538), [396] Beleningen van de St. Paulusabdij: De rechte helft van 2 stukken land, waarvan een stuk land genaamd de Lange Weijde, ca. 9 morgen, te Lienden, en de ander de Buijckreet, 7 morgen : 10-4-1538 Seger van Wijck. 10-4-1538 Gerefaes Noest beleend met de Buijckreet door opdracht van Seger van Wijck. 28-6-1549 Adriaen Noes door opdracht van Gerefaes Noest, zijn vader. Present: Zeger van Wijck, leenman. ??-??-???? Zeger van Wijck. 13-9-1567 Jilis van Wijck beleend met de helft van de Lange Weijde na overlijden van Zeger van Wijck, zijn vader.
8065. Ludolf Noest, (te Lienden? voor 1337)
8065. Luloff Noest, ovl. na 1565.
8065. Jan Noest, ovl. na 1668, vermeld te Rhenen 1651,
[427]
betaalt als eygenaar, bruiker en aenwijzer van 2 haardsteden
in de stadts courtequarde te Veenendaal en Rhenen
f 4-0-0 haardestedgeld (1665),[428]
tr. vóór 1651
Jannichje Jans Paus, ovl. na 1668.
|
16132. EDEWART WILLEMSZ (VAN STEENWIJCK), geb. vóór ca. 1555, ovl. na 1602, poorter van Leiden 30-7-1577 als Eduwaert Willems geboren van Steenwijck (in Overijsel), huw. get., coussemaecker (1602), tr. (vóór ca. 1580 verm.)
16133. JACOBMYNTGEN MAERTENSDR, parentatie niet bewezen, afkomstig van Hontschoten, otr. 2o Leiden geref. 9-2-1608 (zij als wed. van Eduward Willemsz, get. Claes Symonsz Suyck zijn bekende, en Helena de Witte, haar bekende) HANS PIETERSZ, wednr. van Dieuwertgen Jansdr wonend op het Vliet (1608).
16134. ADRIAEN VAN DER MEER, geb. vóór ca. 1560.
| Referenties Kwartierstaat Lapikás --- Generatie 14 ( 432 refs.) Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld. |
||
|
|
|
Back to the genealogy page |
contents |
Go to the index |
generation 15 |
generation 13 |
Directly go to generation : 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 |