This page was last updated : 110918.
File size is: 424 k.
Kwartierstaat Lapikás
Generatie 15
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Lapikás,
version 9.8,
Muiden, 2010.
© Copyright 2011 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Lapikás Gen. nr. 15

24120. KERST TRUMPENERS[1], geb. ca. 1500, ovl. na 1559. Hij vestigde zich te Alken (B), tr. Alken

24121. ANNA WILLEMS STRAETMANS, geb. Alken. Van Joes van Streels kocht hij in 1534 een "huys ende hoffgelegen ter Coest, regenoet Gheert Conraets hoff ter eender ende die straet ter ander syden, met noch eender weijen dair tegen over gelegen, regenoet Ot Aerts ter eender ende Jan Coesmans ter ander zijden". Het goed was belast met vier mud koren, "elkers een Goede Vrijdage den aermen van Alken te backen", en ƒ 5½ herencijns. Joes zou jaarlijks de 36 stuivers erfelijk behouden, die hij tot dusver gold aan Kersten. Diens schoonvader Willem Straetmans stelde daarvoor 9 roe land "opt Coestervelt" tot onderpand. Bovendien verbond Willem een gulden rente die hij trok van Henrick Poelmans te Bokhout als onderpand.[2] Het huis moet nog zwaarder belast zijn geweest, of Kerst had ter plaatse al een huis, want in 1537 kocht hij van Peter Wouters de 13 stuivers rente af, die deze hief op zijn "huys ende hoiff, gelegen te Coest".[3] In 1541 gaf Jacop Hauben "ses uaet rogh syfelts" jaarlijkse pacht op een bunder opden Lynderberch aan Kerst Trumpeneers voor ƒ 43 zyfelts volgens "der evaluatien nu ter tyt tot Hasselt gepubliceert, te weetene den eraraus snaphaen voer neghen stuvers 1 ort, den nuwen erardus penninck stuck voer vyffdalven stuver, den geliesryder voer XXXVIIII stuvers ende eenen gulden te lycop III stuvers".[4] Bij de boedelscheiding van Willem Straetmans in 1552 tussen zijn zoon Heynken en zijn dochters Jehen en Anna erfde de laatste 12 roe land in het Coestervelt, 8 roe "opt Verdt bruggen velt", de helft van de grote 'pot' aldaar, 6 roe "opt Vienster velt", 5 roe beemd "in die Couwe" en 5½ roe beemd "tot Slegen brouck".[5] Aan zijn zwager Heynken Straetmans verkocht Kerst Trumpeners in 1553 de 33½ stuivers die hij van hem trok uit goederen "by den hoff van Streels" en van zijn schoonvader had geerfd.[6] Het laatst wordt Kerst Trumpeneers gezien in 1559, toen hij een rente van ƒ 2 afloste.[7]

24584. ANDRIJS (ARIEN) ALBERTSZ, ovl. na 1562, ambachtsbewaarder van Nieuwkoop (1545).

25672. PETER SNEUWATERS, parentatie niet bewezen, poorter van Antwerpen 28-4-1570, als riemmaker afkomstig van Lier, en zn. van Mattheus (Sneuwaters).[17]

XXI Junii 1578 Geordonneert Peeter Sneeuwaters, ter causen vande schapprayen byhem aande stadtpoorten ghemaect om de sleutelen deser stadt daerinne te sluyten, volgende de specificatie (vuyt te reycken de somme van ) VII guldenen...[18]

Niet geplaatste personen SNEEWATER
Op 4-3-1610 wordt te Arnhem gedoopt Lijsabet Snewater. ZOEK op in DTB Arnhem Boek 1/46.

Jan Hendriksz Sneeuwater, ovl. vóór 1643? kuiper, tr. Delft 4-11-1618[39] Maria (Maertje) Jasperse, beg.. Delft Nieuwe K. 17-12-1671 (als wed. van Jan Hendricksz Sneewater).
Inventaris van de boedel van Jan Hendrixsz Sneewater, gehuwd met Maritgen Jaspers (1643).[40]
    Uit dit huwelijk verm.:
  • a. Hendrick Jansz Sneewater, jongeman (1649), wordt op 17-10- 1651 als mr. stoelverver lid van het stoel-verwersgilde te Delft ("Heinderik Jansz Sneewater heeft hem als Mr. stoellverwer laaten aanteijkenen, opten 17 October 1651, synde Burger betaalt het Recht. 25 st."),[41] otr. Delft Nieuwe K. 23-10-1649 Christina Simons, beg.. Delft Oude K 9-4-1671 (huisvrouw van Hendrick Jansz. Sneewater), jongedochter (1649).
    Inventarissen en rekening van de boedel van Hendrick Jansz Sneewaeter en Christijntje Sijmons (1672, 1675).[42]
    Cornelis Sneeuwater heeft op 29-3-1563 de eedt van trouw gedaan te Antwerpen.[43]
18-3-1610 Uittreksel uit het testament van Margriet Hellinckx, wed. van Cornelis Sneeuwater.[44]

Hendrik Cornelisz Sneewater, beg.. Delft Oude K. 5-7-1673, verm. identiek met Henricus Sneeuwater, tr. Delft St. Josephk. 5-6-1689 Alida van Seijl.
    Uit dit huwelijk:
  • a. Henricus Sneeuwater, ged. Delft St. Josephk. 31-5-1691 (get. Joannes Lesier en Elijsabeth Lesier), ovl. jong?
  • b. Franciscus Xaverius Sneeuwater, ged. Delft St. Josephk. 16-11-1692 (get. Alida van Seijl en Helena van Seijl).
  • c. Rachel Sneeuwater, ged. Delft St. Josephk. 11-10-1694 (get. NN van Sijl ).
  • d. Henricus Sneeuwater, ged. Delft St. Josephk. 12-2-1696 (get. Elijsabetha van Seijl).

25674. LEON (LYON, LION) (LE) PETIT, poorter van Antwerpen 11-4-1566, als koopman afkomstig van Doornik, en zn. van Nicasius (Le Petit) [45], vermeld te Antwerpen (1574, 1578, 1579), als Cappiteyn (1577).

De koopman.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694.

klik op plaatje(s) om te vergroten
Na de overwinning op de Mookerheide op Willem Van Nassau, riepen de Spaanse soldaten om betaling van de hun beloofde soldij. Toen zij dit niet kregen, werd Antwerpen belegerd. De Antwerpenaren traden al snel in onderhandeling met de muitende soldaten en men kwam tot een losgeld van 400.000 gulden. Deze moest worden opgebracht door de inwoners, d.m.v. een "vrijwillige lening".
In het register van deze lening treft men aan :[46]
REGISTER VANDE LEENINGHE. Quohier inhoudende declaratie vanden persoonen die gewillichlyck hebben geaccordeert inde leeninge van IIIIc M guldenen byde Leden deser stadt geaccordeert Zyner Majesteyt, om daermede betalinge te doene den Spaenschen zoldaten, naervolgende dacte vanden consente in date 29 april 1574.
Lyon Petit, wijk XXV .
19-12-1577: Anna Buyschers, wed. van Michiel van Bergen, is in proces tegen Diego De Vides om haar geroofde goederen. Een aantal is nu in handen van Cappiteyn Lion Le Petit, maar deze wil ze niet teruggeven. [47]
9-6-1578: Lion Petit komt voor op de Liste volgende de resolutie vanden Breeden-Raedt vanden IXen Junii 1578, die verwijst naar eeen eerdere lijst : "Dannominatie vanden parsoonen om op te brengen Ic LXXXm guldenen" d.d. 5-6-1578. [48]
27-7-1579 : Lion Petit wordt vermeld als schuldeiser van de stad Antwerpen : "..., oft dat men tselve sal vinden aen tverloop van hunnen renten die sy op dese stadt van Antwerpen syn heffende. Welcken achtervolgende hadden: Vande vyftich gulden ter maent: Lion Petit. [49]
14-4-1584 : Geordonneert Peeter Slachmolder, om te wesen Capiteyn, in plaetse van Lion Le Petit. [50]

25678. JENS JACOBS, ovl. na 1609.

25679. TRIJN JANS, ovl. na 1609.

25680. NN BEKAU, verm. te Ronsse (B).

25682. JAN VAN OVERBEECKE, ovl. na 1591, van Ronsse, "es upte getuychnisse van Jan de Haeze van Gent en Adriaen de Visschere, mede van Ronsse, bij burgemeesteren," als poorter te Leiden ontvangen 7-10-1589, woont op de Rijn (1605), tr. vóór ca. 1570

25683. TANNEKE(N) FLORIS, ovl. aan de pest, beg. Leiden Pieters Kerk 16-3-1605 (de huisvrouw van Jan van Overbeecken wonende op de Rijn).

Jan van Overbeecke is borg en getuige bij de poortereed van Willem van Wingen (1589) en Pauwels Bekau (1591), beiden van Ronsse.

Geschilderd portret van Ds. Samuel Ampzing (1590-1632) door Frans Hals (1580-1666)
Olie op koper.
Formaat: 16,2 x 12,3 cm
Datering: ca. 1630
Locatie: Privé verzameling

klik op plaatje(s) om te vergroten
Aanbevelingsbrief van de Haarlemse Burgermeester, aan de Regent P. Bertius, d.d. 14 April 1608:[65]
"Den brenger deses genaempt Samuel Ampsinck wesende een zoon van Johannes Ampsinck, die alhier t' anderen tyden gestaen ende daernae zyn huysvrouwe ende kinderen verlaten heeft, als wy nyet en twyffelen off is UwerE. oock wel bekent, hebben wy tot desen tydt ter schole gehouden ten laste deser stad. Ende alsoo den voors. Samuel zoe verre gecomen is, dat hij tot hooger schole gesonden moet worden omme zyne studiën te vervolgen, soe hebben wy hem ende dengheenen die voor hem spreken, als zyne voogden geaccordeerd, omme te mogen gaen ende besteet worden tot Leyden in den collegie van Hollant ten costen deser stadt, waeromme wy UwerE. vruntlicken met desen versoucken, dat dezelve UwerE. gelieve den voorn, Samuel Ampsinck in den voors. collegie t'ontfangen ende tracteren laten op de costen deser stadt, die deselve stadt betaelen zal, provisionelick zoe lange tot dater eene plaetse op de burse derzelver stadt zal vaceren."

25684. JAN FRANCHOISZ CABELJAU, geb. vóór ca. 1540, ovl. na 1598, is volgens Ref. [70] in 1567 met zijn vrouw van Gent naar Leiden verhuisd, lid (mogelijk Dienaar) van de Nederduits geref. gemeente te Maidstone in Engeland (1572, 1576), koopt op 7-8-1577 als Jan Franchoisz Cabbelliau, drapier van Ghendt, (lakenverkoper en inwonend poorter), een huis en .. aan de Hoogewoerd te Leiden,[71] [72] is op 4-3-1579 als Jan Cabeliau, borg voor Loij Pieters inzake een huisoverdracht te Leiden,[73] lakenkoper (1581), huw. get. (1581, 1586), wordt in 1588 als Jan Cabeljau bij verstek ter dood veroordeeld wegens deelname in 1587 aan een samenzwering om de regering van Leiden omver te werpen, weet blijkbaar te vluchten, vestigde zich toen met zijn gezin te Meston in Engeland,[74] is dan ook niet aanwezig als getuige bij het huwelijk van zijn zoon Jacques in 1590, maar weer wel in 1598 bij de inschrijving van deze zoon als poorter van Leiden, volgens Ref. [75] kolonel onder Leicester, tr. vóór ca. 1560 (volgens Ref. [76] in 1567)

25685. ANNA VAN DER BRUGG(H)EN, geb. vóór ca. 1540, beg. Rotterdam 10-3-1602 (als de moeder van Jonas Cabbeliaen). In 1592 is Jan Cabeljaeu eigenaar van huizen te Leiden, op de Hogewoerd bon Hogewoerd.

Kervenregister van Leiden 1581:[77] Jan Cabeljau, laeckencoper in de bon Hogewoerd aan de Hogewoerd.

Volkstelling Leiden 1581:[78] Jan Cabbillau, lakenkoper, van Ghendt, Anna, sijn wijf, Lieven, Catharijn, Jan, Frans, Jacob, Abraham, Maertje, Jonas, Annetgen.
Bonboeken Leiden: een huis op de Hogewoerd ZZ bon Hogewoerd, in eigendom van Jan Cabbeljau[79]
14-6-(90, 96 of verm. 98 ): Is bij Franchois Cabeljaeu, procuratie hebbend van Jan Cabeljaeu, sijn vader vercoft aen Jacob Cabejaeu, bel(ast) met 23 st(uive)rs sjaers ende 4 penn(inge)n ende noch 3 gld sjaers losrente aencomende Geertge Adriaensdr sijnde een wed. om eechos?
Akte met veel waterschade. Op 20-7-1580 maakt de notaris een akte op over een bemiddeling inde vergaderinge van de aenclagers. De middelaers zijn Ds Zijbrandus (Trabiuny?) dienaer des goddelijcken woorts tot Antwerpen, Mr Wolphert Westerwolt en Mr. Niclaes Stochius rector van de kinderschoel binnen Leijden. Mogelijk is er een conflict ussen kerken. Verder worden genoemd: Vrancke Jansz en Jop Dircx ende warmoesman hem zeggen te weesen, en Lenaert Willems, schoenmaecker, Claes Jacops backer, Corn. Willems, droogscheerder, Jan Anthonisz schreinwercker, en Jan Cabbellau en anderen die zwaricheijt maecten van haer namen te laten aenteijcenen. [80]
Op 12-1-1583 nieuwe stijl compareerde Jan Cabbellau wonende te Leiden ende heeft mitsdesen specialijck geconstitueert ende maghtig gemaect Jan Michiels wonende tot Alcmaer, omme uijt zijn comparants name ende van zijnentwegen te rechtelicken te mogen doen arresteren ende reclameren alle alsulcken goederen als wijlen Catalijna van der Venne weduwe wijlen .aning de Stoeleraeijematter doot ontruijmt ende achtergelaten heeft ende zulcx deselven tegenwoordelijc in haer sterfhuijse binnen Alcmaer voors. in weesen zyn, ende dat voor t geene hij comparant op ten voorsz. sterfhuijse te zeggen heeft ende voorts alles daer inne, te mogen doen dat hij constituant present zijnde zelfs zoude connen ende mogen doen, alwaert ocke? dat de zaecke specialijc procuratie requireerde, belovende te houden vast ende van waerde alle t geene bij de voorsz Jan Michiels in desen gedaen zal werden onder alle verbanden van rechts wegen daer toe staende, verzoeckende hier van acte etc. [81]
Op 12-1-1584 treedt Jan Cabellau op als medevoogd, door weesmeesters van Leiden daartoe benoemd, van de onmondige weeskinderen Claes en Franchijne van Willem Gamme (uit Vlaenderen en thans wonende te Leiden) en wijlen Jannetgen van Castel. Jan Cabellau tekent Jan Cabeliau.
Op 13-1-1588 wordt in een proces voor schout en schepenen te Leiden Jan Cabbeljau beschuldigd van poging tot omverwerping der stadregering en aanzetten tot oproer, verspreiden van schotschriften en meinedigheid. Het vonnis (bij verstek) luidt: het afkappen van twee vingers van de rechterhand, onthoofding waarna vierendeling, het hoofd en de vier delen ten toon te stellen op de vijf stadspoorten, alsmede levenslange verbanning uit Leiden, Rijnland, Den Haag en Haagambacht en confiscatie. [82]

Jan Cabbeljau maakt deel uit van een samenzwering geleid door kolonel Cosmo de Pescarengis, kapitein Nicolas de Maulde, Prof. Adriaen Saravia en Adolf van Meetkercke.[83]
De samenzweerders zouden zich ten dienste van de landvoogd Robert Dudley graaf van Leicester, meester maken van Leiden. De samenzwering mislukte, de hoofdaanleggers werden in 1587 ter dood gebracht.[84]
De van Italiaanse adel zijnde Cosmo de Pescarengis was aanvankelijk tafelhouder in de bank van lening te Leiden, daarna kolonel in 't leger der Staten.[85] Hij werd in 1587 ter dood gebracht. Kapitein Nicolas de Maulde, aanvoerder van het vendel, waarmede de regering zou veranderd worden, werd in 1587 geëxecuteerd, niettegenstaande Prins Maurits nog voor hem pleitte, en een jonge Leidse vrouw zich aanbood om met hem te trouwen.[86] Aan Adolf van Meetkercke, ex-president van Vlaanderen, en Prof. Adriaen Saravia, hoogleraar theologie aan de Universiteit van Leiden, werd hetzelfde ten laste gelegd als aan Jan Cabeljau, en zij kregen (bij verstek) hetzelfde vonnis.[87] Ze wisten te vluchten, Saravia week uit naar Engeland.

Handtekening van Jan Cabeliau (~1540 - na 1598) onder de notariële akte van 12-1-1584.
klik op plaatje(s) om te vergroten

25686. JAN DU BOIJS, geb. vóór ca. 1540, koopman te Lissabon, (1594), woont te Londen (1603), te Middelburg (1605).

NOG UITZOEKEN:[117] Stols' biographies mention a Joao du Bois who resided in Lisbon prior to 1600. Joao du Bois acted as an agent for a Flemish firm trading on Asia and in 1615 he held the tax farm on the African trade. In 1629, two Du Bois daughters entered a convent of Flemish nuns in Spain at the tender ages of 10 and 8, but it is not clear whether this was just for schooling or as a permanent 'vocation'. If the Du Bois family had Sephardic roots, Joao Du Bois's ties with the convent show that outwardly he was a good New Christian.
Op 16-9-1594 legt Pieter van der Heijden, zuijckerbacker en refinadeur, 35 jr, een verklaring af op verzoek van Franchois de Bije, coopgeselledienaer van Jan du Boijs, coopman te Lisbona. Het betreft de zeer slechte staat van kisten poederzuijckers in het schip van Jan de France, schipper. [118]
Op 17-9-1594 leggen Pieter van der Heijden, 35 jr, Pieter Claesz Winter, 25 jr, en Reijer Maertensz van Beaumont, 30 jr, zuijckerbackers en rafinadeurs, op verzoek van Franchoijs du Bije, coopgeselledienaer van Jan du Boijs, coopman te Lisbona een verklaring af. Het betreft de waarde van diverse soorten suiker. [119]
Op 30-10-1602 machtigt Jacques Lhermite, coopman, die een schriftelijke machtiging heeft van Jan de Wael, coopman, wonend te Leijden, gedateerd 29 oktober, Esau van der Heijden, om beslag te leggen op twee boten corenten, die door Wouter Aertsz de jonge, neef van De Wael, verkocht waren aan Jan Du Boys. De corenten waren te Rotterdam geladen door Joseph Scholing, Engelsman, in de boten van Joost de Coninck om naar Jaremuijen in Engeland te varen. [120]
Op 14-10-1603 vindt arbitrage plaats tussen Abraham Dircxz, "schoonvader"(=stiefvader?) van Antoni Victor te Engeland en zijn broer Jacob Victor te Engeland en Jan du Bois te Londen. De arbiters zijn Pieter van Vosselen, coopman, Gleyn Blauvoet, coopman, en Lijsbeth Victor. Het betreft uitvoering van een testament verleden voor notaris Balthazar van Barle d.d. 28.05.1594. [121]
Hof van Holland:[122]
Op 26-5-1605 compareert Jan du Bois te Middelburch jegens Claes Cornelisz Draeck, schipper van Edam.
Claes Cornelis Draecx schipper en collecteur der verpondingente Middelie, procedeert van 6-3-1608 tot 26-3-1616 voor de Hoge Raad van Holland tegen Jan du Boys, een Portugees, waarvoor hij een lading suiker, katoen, gember en brazielhout van Brazilië naar Lissabon vervoerde. [123]

Du Boys
Het verband van de onderstaande personen Du Boys met (de nazaten van) bovenstaand kwartier nr. 25686 is nog onduidelijk. Dat het er wel moet zijn is vrij waarschijnlijk

NN du Boys, geb. vóór ca. 1555. Hieruit:
  • a. Lowys Duboys, ovl. na 1639, coopman te Venetien (1635).
  • b. Abraham Duboys, ovl. na 1639, coopman te Hamburg (1635).
  • c. Anna Du Boys (Dubois), geb. vóór ca. 1580, ovl. na 1639, beg. Amsterdam Oude Kerk 29-5-1649 ("Anna du Bois, wed. van Jan Andriessen, comt uijt de Barrendesteegh vandaen, ƒ 8,--"), wonende te Amsterdam (1639), tr. vóór 1599 J(oh)an Andriesz de Jacques, ovl. vóór 1624, coopman (1599).
      Uit dit huwelijk (o.a.?)
    • 1. Jacques Jansz, ged. geref. Amsterdam Nieuwe Kerk 10-10-1599 (get. Jaspar van Coellen).
      Aandelenregister VOC 1602-1613:
      Ick Jan andries(oon) de Jacques belove op te brengen in dese comp(tor) op de voorhaelde conditie voor Jan Antonij Jans (soon) van hamborch achtien hondert gul(den) voor Jan soons van Haerlem twaelffhondert gul(den) in dato voors Jan Andries de Jacques [148]
      In 1624 verkopen Henrick Rutghersz en zijn vrouw Anneken Henricxdr van Cauwenhoven aan Joffr. Anna Dubois, weduwe van Johan Andriesz de Jacques, het goed Opburen (later Engels Opburen, Knollenstein, Vechtstroom) ten zuiden van de gemeente Maarssen, aan de Amsterdamse Straatweg, zijnde "seven mergen lants gelegen in den gerechte van Maerssen ten dele boomgart, weijlant ende boulant zijnde, mette huijsinge, schuijren en de drie bergen gelegen ten noorden naest aen de Stene camer genaempt Obbueren, streckende voor utte Vecht tot in de stadtsweteringe toe, daer zuijtwaerts de voorsz stenecamer ende noortwaerts t convent van Sinte Catharijnen t Utrecht naest gelegen sijn". In 1639 koopt zij er nog 1½ morgen weiland, gelegen in de Maten, bij. Na haar overlijden in 1649/50 besluiten haar erfgenamen de eigendommen te laten taxeren. In het taxatierapport wordt dan vermeld: "seeckere huijsinge ende hoffstede, groot ongevaerlijck een mergen gelegen in desz gerechte genaemt Opbueren". De waarde wordt geschat op 3600 gulden. Aan de hand van het taxatierapport wordt verondersteld dat Anna Dubois het huis heeft laten verbouwen tot een buitenplaats. [149]
  • d. Marya Duboys, geb. 1582/83, ovl. na 1639, beg. Amsterdam Oude Kerk 29-12-1664 (Marija Dubois, wed. van Gilles van Luffelen), j.d. (1602), zet als coopvrouwe van wijnnen (1625..1639), na de dood van haar echtgenoot diens wijnkoperij te Rotterdam blijkbaar voort tot 1639 sind wanneer zij in de notariele akten te Rotterdam niet meer voorkomt, vertrekt daarna blijkaar naar Amsterdam (mogelijk met haar in 1639 getrouwde dochter Geertruij), wonende Hooftstraet (1635), Hooftstege (1639) te Rotterdam, was (mogelijk de enige erfgenaam van haar zuster Anna Dubois, van wie zij in 1649 Huize Opburen (later Engels Opburen, Vechtstroom, Knollenstein) ten zuiden van de gemeente Maarssen, aan de Amsterdamse Straatweg, erft,[150] wordt in het geref. lidmatenregister van Maerssen vermeld als "Juffr. van Uffelen op Opbuuren, doot 1665", tr. Rotterdam geref. 8-12-1602 Gielis (Gillis) van Luffel(en) (Nuffelen)(de Jonge), geb. 1573/74, beg. Rotterdam Hoofdsteeg 23-3-1625 (Gillis van Nuffelen), j.m. (1602), is in 1602 28 jr en wonend te Dordrecht, belender bij de Tolbrug aan de landzijde te Dordrecht (1610), koopman (1606..1619), cruyenier (1610), wijncooper (1623), te Rotterdam , doopget. te Amsterdam (1620), zn. van Ghielis van Nuffele de Oude.
    Zie Fragment Genealogie Van den Luffel nr. 2a voor verdere gegevens en nageslacht van dit echtpaar.


Dubois te Londen
----------------
Sara du Bois, doopget. (1593)

27784. = 6224. JAN ARIENSZ TEIJSTERMAN.

27785. = 6225. (SYBURCH?) NN.

27788. GERRIT (VAN STAVEREN).

27824. DIRCK HEIJNRICXZOEN, ovl. maart 1522-1540, vermeld te Aarlanderveen (1522), tr.[151]

27825. GHEERT NN, ovl. 1544, betaalt 10e penning te Aarlanderveen (1544).

Wapen Dirck Heijnricxz: In goud 3 klimmende rode leeuwen, 2,1 geplaatst. [152]


COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [153].
Op 11-3-1522 erkent Dirck Heynricxz schuldig te zijn aan Hadewij, wed. van Jacop Nuweveensz een rente van 10 pond verzekerd op 26 morgen land "streckende uijten Rijn in des Sgraven wildernis" in Aarlanderveen. [154]
Kohieren van de 10de penning van de Staten van Holland voor Aarlanderveen over 1544:[155]
- Gheert, Dirck Heinjrick, weduwe, ghebruick 26 morgen en 1ae (?) hont ende de gezworenen hebben 't getaxeert anschounemende van buerlant elke morgen voir i kg (=kar gulden)
- Noch die selve een eigh huijs ende is gheset des jaers voir iiii kg
Daarna volgt Bouwen Mees, vervolgens:
- Jochem Dirck een eigh huijs ende is gheset jaerlix te huer voir iiii kg

28032. DIRCK JANSZ WITTEBOL, geb. vóór ca. 1510, ovl. 1554-1556, belender te Hazerswoude (voor 1563),[160] verkoopt op 15-1-1554 een schuldbrief aan Zweer Harmansz van der Pol houdende 6 gulden per jaar, tr. vóór ca. 1535

28033. JOOSGIEN JACOPSDR, ovl. na 1570, als weduwe van Dirk Wittebol, belendster bij de Dwarswetering (1560), bij de lagemoer in Hoogeveen (1568, 1570), aan de Buitenweg (1570), te Hazerswoude (ca. 1556..1570).

Weeskamer Leiden 23-8-1533 :
6 gouden karolus guldens losrente den penning 16 op Dirck Janszn Wittebol van Hasertswoude.[161]
In 1542 erkent Dirck Jansz Wittebol voor den Schout van Hazerswoude, verkocht te hebben aan het gasthuijs van Sinte Katrijne, een rente van 6 gouden carolus guldens losbaar met 100 gulden, en verzekerd op 2 1/2 morgen land, tusschen Voorwech en Afterwech: Acht hondt aldaar, 2 morgen tusschen Heerwech en Dwarsweterinck en een woning met 8 morgen aan de Westvaert tusschen de Delftwech en Voerwech aldaar. (1542. 4 Juni : nae gemeen scriven der kercke van Utrecht).[162]
Register van inkomsten en uitgaven, van den pastoor Philips van Hogesteijn, herder van 1559-1567 te Hazerswoude (zie Bijdragen Bisdom Haarlem 1881):
Jan Janszoon's weduwe ende Pieter Wittebol, op haer lant, buytenwech. Petri s' jaers X st. en 3 mand(en) turf:
Joosgien Jacopsdr weduwe van Dirk Wittebol is sculdich jaerlicx op de Dresschcamp after die Westvaert: IIIJ st. 4 korf turf.[163]
Weeskamer Leiden 6-4-1559 :[164]
- Een eeuwige rente van 4 karolus guldens tsiaers op Dirck Janszn Wittebol tot Hazertswoude wordende jaerlickx betaelt bij eenen Pieter Ouwerickszn tot Hazertswoude.
- Een losrente van 6 pont hollants op de voirs. Dirck Janszn Wittebol.
Akte zonder datum (protocol 1555-1557): Jan Dircksz Wittebol ter eenre en Adriaen Dircksz, Jacob Dircksz, Cornelis Dircksz, Maritje Dircksdr en Maddeleen Dircksdr, vervangende haar jonge zuster ter andere zijde, allen zusters en broers, hebben bij advies van moeder en naaste vrienden het volgende geregeld. Jan Dircksz zal ontvangen een leenakker met het eigen land dat daaraan ligt, groot 7 hond, strekkende van de voorweg tot de Delff toe, belend ten oosten Claes Dircksz Een Ooch en ten westen Willem Eeuwoutsz, zonder dat Jan Dircksz iets anders zal hebben of mogen eisen van zijn vaders erfdeel. [165]
In nov. 1556 is Joosgen Jacobsdr, weduwe van Dirck Jansz Wittebol met haar voogd Pieter Jansz Wittebol, schuldig aan Aernt Gerritsz 3 gulden per jaar losrente met hypotheek op haar huis, berg, schuur en 11½ morgen ½ hond land gelegen bij de Westvaart, belend ten oosten voornoemde vaart, ten westen Jan Willemsz, Cornelis Dircksz en Cornelis Jansz Wittebol, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de schuldenares. Borg Jacob Jansz Wittebol. [166]
Op 1-11-1565 verkoopt Joosje Jacobsdr, weduwe van Dirck Jansz Wittebol met Jacob Jansz Wittebol haar voogd, aan Vranck Jansz 3 hond slagturfland gelegen boven weg, belend ten oosten de koper, ten westen Jasper Adriaensz, ten zuiden Toenis Adriaensz en ten noorden Jan Pietersz, met waarborg een huis met berg en schuur en 15½ morgen land, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de Nieuwe vaart en eensdeels tot de dwarswetering toe, belend ten oosten de Westvaart en ten westen Cornelis Dircksz, Cornelis Cornelisz en Jan Bruijnensz. [167]
Op 27-12-1577 verkoopt Joris Cornelisz Schoeneman, wonende aan de Groenendijk, aan Gijsbert Dircksz Gool en Gerrit Jacobsz als ooms en voogden van Margriete Claesdr, weeskind te Leiden, een bezegelde brief beginnende "Ick Zweer Harmansz van der Pol houdende op Dirck Jansz Wittebol 6 gulden per jaar" van 15-1-1554 de verkoper opgekomen van Cornelis Eeuwouts Schoeneman zijn vader, welke nu betaald worden door Cornelis Dircksz Wittebol. [168]
Op 3-4-1583 stellen Cornelis Dircksz Wittebol, Adriaen Lambertsz gehuwd met Hillegont Dircksdr, Dirck Cornelisz gehuwd met Maritje Dircksdr, tezamen vervangende Barbara Dircksdr en ouwe Maritje Dircksdr, wonende te Danswijck, dat Anna Dircksdr haar zuster van Joosje Jacobsdr haar moeder heeft aangestaan gehad in haar leven 4 morgen land gelegen buiten weg, belend ten oosten Adriaen Lambrechtsz voorsz., ten westen Jan Cornelisz Wittebol, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart, belast met 18 gulden lijfrente ten behoeve van de kinderen van Mr Jan Dammasz en 100 gulden ten behoeve van Maritje in Oostland ivm haar vaders erfdeel en 100 gulden die Anna zelf daarop sprekende had van haar vaders erfdeel en stellen dat zij na hun moeders dood Anna voorsz. hebben opgedragen een stuk lagemoers land in de Hoogeveen alsmede de gehele inboedel, mits Anna nu aan Barbara zal betalen 60 gulden alsmede 30 gulden die haar zelfs gebreken van het testament van Jan Dircksz Wittebol. [169]

28034. JAN NN (PIETERS?), geb. vóór ca. 1520, tr. vóór ca. 1545

28035. MARGRIET WILLEMSDR, geb. vóór ca. 1525, ovl. vóór 1584, die in de akte van 16-2-1582 Grietje Jan Pietersdr heet (mogelijk Grietje wed. van Jan Pieters?) tr. 2o voor 1563 ADRIAEN EIJMBRECHTSZ VAN DER DOES(¥), geb. vóór ca. 1530, ovl. vóór 1584, belender met een kooi in de buurt van de Achterweg (ca. 1556), aan de Binnenweg (1556..1563), aan de Buitenweg (1565), te Hazerswoude (ca. 1556..1568).

COMMENTAAR(¥) Te Hazerswoude bezaten midden 16e eeuw enkele andere personen met de naam van der Does eveneens land. Om uit te zoeken of bovenstaande Adriaen Eijmbrechtsz van der Does met hen verwant was werden de 15e- en 16e-eeuwse leden van dit geslacht, voornamelijk rond Leiden, Rijnsburg en Noordwijk, in kaart gebracht (zie Fragment Van der Does ). De voorlopige conclusie moet luiden dat er geen verwantschap aantoonbaar is. Adriaen Eijmbrechtsz komt in het Oud Rechterlijk Archief van Hazerswoude ook dikwijls alleen onder patroniem voor, en soms met de achternaam Verdoes.

Akte zonder datum (protocol Hazerswoude 1555-1557). Adriaen Eijmbertsz van der Does heeft verkocht in mei 1554 aan Jacob Willemsz coman, drie percelen land aan elkaar, tezamen groot 5 morgen min 2 hond, waarin een vogelkooi ligt op het Zuideinde, groot met zijn akker 4 hond, strekkende de kooi van Cornelis Claesz land af noordwaarts tot een akker erfpachtland behorende in de 5 morgen min 2 hond land tot Claes Heijnesz land toe dat bezijden aan de akker ligt, belend de kooi, ten oosten Eijmbrecht Hendricksz, aan de westzijde van de kooi ligt het tweede perceel groot 3 morgen, strekkende van Cornelis Claesz land noordwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten op het zuidwesteinde de voorzegde vogelkooi, en van de kooi noordwaarts een akker erfpachtland groot 8 hond ook behorende in de voorzegde 5 morgen min 2 hond land, belend ten westen Maritje, weduwe van Pieter Hugensz en ten noorden de koper, welke 3 morgen met nog 1 morgen op het zuidwaartse einde daaraan liggend en nu toebehoort Cornelis Claesz en Willem Jacobsz die daar nog tegen aan ligt, eertijds bij de heer van Cruijningen uitgegeven aan Jan Gerritsz Meesz met een ander perceel land, dat nu toebehoord aan Jacob Hugensz, brouwer te Leiden, tezamen om 30 stuivers, waarvan Jacob Hugensz altijd betaald heeft 18 stuivers en de rest of 12 stuivers bij de voorzegde Adriaen Eijmbrechtsz en nu moeten worden betaald door de koper (voor de eerste 3 morgen 8 stuivers en bij Willem Jansz wiens land aan de landscheiding competeert 4 stuivers), het derde perceel is de voorzegde erfpachtakker die de heer van Cruijningen uitgegeven heeft om 52½ stuivers pacht per jaar, strekkende van de voorzegde kooi tot de Achterweg toe, belend ten oosten Claes Heijnesz en ten westen de akker en de voorzegde 3 morgen, welke voorzegde 5 morgen min 2 hond eertijds bij de verkoper zijn gesteld als waarborg voor een huis met erf dat hij verkocht had aan Wouter Cornelisz en voor alle schaden en interest die boven de voorzegde lasten mogen komen over de voorzegde landen stelt hij tot waarborg zijn huis en erven alsmede 3½ morgen erfpachtland van de erfgenamen van de heer van Alckemade voor 21 gulden per jaar, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, welk huis en erf belend is ten oosten Jan Willem Jan Aertsz, ten westen Neel Adriaen IJsbrantsz, ten zuiden de Heerweg en ten noorden Joosje, weduwe van Dirck Wittebol. [173]
Op 12-1-1556 scheldt Jan Cornelisz Schoeneman Willem Brunenz de huur kwijt die Willem jegens hem gemaakt had uit kracht van welke huur Willem nog een jaar de woning van Jan Cornelisz in Bentvelt gebruik zou hebben, welk jaar huur Willem overgedaan had aan Cornelis Willemsz van Hout. Willem Claesz is schuldig aan Leendert Claesz 19 gulden voor een jaar huur. Adriaen van der Does is schuldig aan Andries Claesz 16 gulden. [174]
In maart 1556 verkoopt Wouter Cornelisz aan zijn vader Cornelis Claesz een huis, erf met berg, schuur en 2½ morgen land, belend ten oosten Jan Bloc, ten westen Gerrit Claesz, Pieter Jansz en Jan Dircksz Wittebol, strekkende van de Voorweg over de nieuwe vaart zuidwaarts tot aan de Achterweg, belend en belast zoals hij het gekocht heeft van Adriaen van der Does, onder overhandiging van de oude waarbrief d.d. 12-12-1552. Maart 1556. Doorverkoop aan zijn broer Andries Claesz met waarborg 2½ morgen land in de Watergang, belend ten oosten Cornelis Vranckensz, ten westen Dirckje, weduwe van Adriaen Pietersz, ten zuiden de Achterweg en ten noorden de Voorweg.
Vervolg a. maart 1556. Volgt schuldbrief van 450 gulden met hypotheek op het gekochte. [175]
Akte zonder datum (protocol Hazerswoude 1555-1557). Jacob Willemsz coman heeft gekocht van Adriaen van der Does 5 morgen eensdeels pacht- en eensdeels vrij land en heeft daarvoor een schuldbekentenis verleden, welke brief overgedragen is aan Jan Meijnertsz, waarop nog 6 termijnen van 53 gulden dienen te worden voldaan, waarvoor hij 5 morgen land overdraagt, waarvan 8 hond pachtland ten behoeve van de heer van Cruijningen d.d. 12-11-1555 en de andere ten behoeve van Willem Jacobsz Craen d.d. 30-6-1555. [176]
Akte zonder datum (protocol Hazerswoude 1555-1557). Adriaen van der Does 24 gulden van 2 koeien. [177]
Akte zonder datum (protocol Hazerswoude 1555-1557). Floris Gerritsz is schuldig aan Cornelis Vranckensz 72 gulden met hypotheek op 8 hond land. Eeuwout Jansz 27 gulden. Neel Vredericxz is schuldig aan Cornelis Vranckensz 4 gulden. Cornelis Willem Jan Aertsz schuldig aan Jan Cornelisz 20 gulden wegens een roodblaar vroekalfkoe. Adriaen van der Does wegens 2 vaarsen 22 gulden. [178]
Akte zonder datum (protocol Hazerswoude 1555-1557). Adriaen van der Does is schuldig aan Govert Jacobsz 24½ gulden wegens een koe en een varken. [179]
Akte zonder datum (protocol Hazerswoude 1555-1557). Adriaen van der Does is schuldig aan Cornelis Claesz 60 gulden wegens koop van 1 morgen land met een huis daarop, belend ten noorden en westen de schuldenaar, ten zuiden Cornelis Dircksz en ten oosten Eijmbrecht Hendricksz. [180]
Op 23-12-1561 verkoopt Willem Jacobsz (volgens opschrift Craen) aan Adriaen Eijmbrechtsz van der Does 4 morgen land binnen weg, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Jan Hugenz en ten westen Pieter Jan Lambrechtsz, betaald met een rentebrief.
Vervolg a. 23-12-1561. Volgt schuldbrief van 32 gulden met hypotheek op het gekochte, alsmede op een huis, berg en schuur, belend ten oosten Jan Willemsz, ten westen Neel Adriaen IJsbrantsz, ten noorden de Nieuwe vaart en ten zuiden de Voorweg, 3 morgen land, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Neel Adriaensz en Jan van Rijswijck en ten westen Cornelis Dircksz. [181]
Op 15-2-1563 verkoopt Adriaen Eijmbrechtsz van der Does aan zijn zwager (= stief-schoonzoon) Eeuwout Willemsz 2 morgen 1 hond land met een vogelkooi en de eenden en ander toebehoren, belend ten oosten Eijmbrecht Hendricksz, ten westen Willem Crijnen, ten zuiden Cornelis Dircksz Wittebol en ten noorden Claes Hendricksz en Aem Jansz, waarvan 7 hond pachtland is voor 2½ stuiver ten behoeve van de heer van Cruijningen volgens de pachtbrief en de rest is eigen land. [182]
Op 8-8-1563 verkoopt Adriaen Eijmbrechtsz van der Does aan zijn zwager (=stief-schoonzoon) Eeuwout Willemsz de beterschap van een huis en erf met 3½ morgen weiland zo hij het eerder in erfpacht genomen heeft van Willem van Alckemade voor 24 gouden gulden per jaar, met uitzondering van een nieuw getimmerd huis en erf, belast met 7 stuivers per jaar ten behoeve van Willem Jacobsz Craen, met waarborg het voornoemde huis.
Vervolg a. 1-11-1563. Volgt schuldbrief van 550 gulden met hypotheek op het gekochte, belend het huis ten westen Neel Adriaen IJsbrantsz en ten oosten Neel van Hout en de schuldeiser, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de Nieuwe vaart, het land belend ten oosten Neel Adriaensz en Dirck Adriaensz en ten westen Cornelis Dircksz, strekkende het oosterse weer van Aeltje corte Pieren erf af zuidwaarts tot Dirck Adriaensz, het westerse weer van de Voorweg tot de Achterweg. [183]
Op 18-2-1565 heeft Adriaen Eijmbrechtsz van der Does gekocht van Cornelis Vredericksz 4 morgen 2 hond land, belend ten oosten Aeltje, weduwe van Jan Adriaensz, ten westen Crijn Aertsz en Cornelis Vredericksz, ten zuiden Bruijn Jansz en ten noorden Neel, weduwe van Adriaen IJsbrantsz, belast met 4 pond vlaams. Hij zal de verkoper schadeloos houden van 24 gulden per jaar ten behoeve van de erfgenamen van Neeltje, weduwe van Dirck Ottensz te Leiden, elk pond te lossen met 100 gulden, met waarborg door Adriaen Eijmbrechtsz van het voornoemde land alsmede een huis en erf belast met 7 stuivers per jaar, belend ten oosten Cornelis Willemsz van Hout, ten westen en noorden Eeuwout Willemsz en ten zuiden de Heerweg.
Vervolg a. 18-2-1565. Cornelis Vredericksz draagt over op Adriaen Eijmbrechtsz van der Does bovengenoemde 4 morgen 2 hond land, belast met 4 pond vlaams. [184]
Op 11-12-1569 verkoopt Adriaen Eijmbertsz van der Does aan Eeuwout Willemsz zijn huisvrouwen behuwdzoon een huis en erf als hij zelf bewoont, belast met 7 stuivers per jaar, belend ten oosten Cornelis Willemsz van Hout, ten westen en ten noorden de koper en ten zuiden de Voorweg. [185]
Op 11-12-1569 verkoopt Adriaen Eijmbertsz van der Does aan Huijch Florisz 4 morgen land gelegen binnen weg, belend ten oosten Jan Hugenz en Adriaen Jansz, ten westen Pieter Jan Lambertsznz, ten zuiden de Achterweg en ten noorden de Voorweg, belast met 32 gulden per jaar, te lossen met 50 gulden? onder overhandiging van de oude brief van 23-12-15..? [186]
Op 19-2-1581 gaan Claertje Leendertsdr en Leendert Leendertsz met Adriaen Claesz, hun oom en gekoren voogd en hen sterk makende voor Cornelis Leendertsz, hun onmondige broer waar de voorsz. Adriaen Claesz mede voogd over is, Margriet, Neel Vranckensz weduwe, Cornelis Cornelisz en Willem Cornelisz zo voor hen zelven en haar sterk makende voor Adriaen Cornelisz, Harmen Cornelisz en Leendert Cornelisz hun broers, Lijsbeth Jansdr, weduwe van Eeuwout Willemsz en Cornelis Dircksz Wittebol, boedelhouder van Maritje Jansdr in de naam van Adriaen Eijmbertsz van der Does, allen accoord met de verkoop bij decreet van het Hof van Holland ter instantie van Willem Joostensz van 3 percelen land als een woning met 19 morgen land bij Willem Joostensz gekocht voor 500 gulden en 4½ morgen land met vogelkooi gekocht door Daniel Jacobsz voor 190 gulden; 2½ morgen gekocht door Gijsbrecht Hendricksz voor 150 gulden volgens de brieven van decreet van 23-07-1576. [187]
Op 16-2-1582 verkopen Lijsbeth Jansdr, weduwe van Eeuwout Willemsz, Cornelis Dircksz, boedelhouder van Maritje Jansdr en Adriaen Cornelisz, man en voogd van Trijntje Adriaensdr, allen wonende te Hazerswoude en als erfgenamen van Adriaen van der Does of Grietje Jan Pietersdr, zijn vrouw aan de weduwe en erfgenamen van Cornelis Vrericksz een partij slagturfland gelegen buiten weg, belend ten oosten Jan Pietersz Moeij, ten westen Jan van Mathenesse, ten zuiden Pons Gerritsz en ten noorden Crijn Aertsz en bekennen schuldig te zijn de voorsz. weduwe ...... met waarborg door Cornelis Dircksz van zijn woning strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Lijsbeth Jansz en ten westen Jacob Sijmonsz en door Lijsbeth Jansdr haar huis en erf belend ten oosten Pieter Adriaensz clompmaker, ten westen Heijltje Cornelisdr, weduwe van Crijn Sijmonsz te Zevenhuizen, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart. Cornelis Dircksz beloofde de voorsz. weduwe en erfgenamen van Cornelis Vrericksz te indempneren voor een derde deel jegens de boedel van Gijsbert Hendricksz scheepmaker als actie hebbende van de weduwe van Vranck Jansz beroerende de verkoop van 3 morgen land bij executie en decreet van 16-7-1581. Willem Cornelisz en Cors Cornelisz, zonen van Cornelis Vrericksz, stellen dat het land is bezwaard met 38 stuivers per jaar ....... [188]
Op 1-6-1584 stellen Lijsbeth Jansdr, weduwe van Eeuwout Willemsz, Cornelis Dircksz Wittebol, boedelhouder van Maritje Jansdr en Adriaen Cornelisz, man en voogd van Trijn Adriaensdr, allen kinderen van Margriet Willemsdr, huisvrouw geweest van Adriaen Eijmbrechtsz van der Does en Adriaen Cornelisz namens zijn huisvrouw enige dochter van Adriaen Eijmbertsz, dat de boedel van Adriaen Eijmbrechtsz en Margriet Willemsdr hun resp. ouders "overmits de troubles en bederffnisse des lants seer verachtert ende genoechsaem tot nijet geloopen was" zij nochtans geschift en gescheiden hebben. [189]

Fragment Van der Does
15e- en 16e-eeuwse leden van het geslacht Van der Does in Leiden en omgeving.
Generatie I

Ia. Dirk (Hugens) van der Does, telg uit een zijtak van het adellijke geslacht Van der Does, tr. Elisabeth Henrica van Heenvliet, dr. van Hendrik van Heenvliet.


Generatie II

IIa. Hendrik Dirksz van der Does, ovl. Leiderdorp 1447, tr.[191] Machteld Isaacxzdr Vranckens, dr. van Vranck Isaacxz, schepen van Leiden.


Generatie III

IIIa. Dirk Hendriksz van der Does, ovl. 1458-1462, wordt schepen van Leiden (1436), tr. 1o Machtelt Hendriksdr van Oudshoorn, dr. van Hendrik Hendriksz van Oudshoorn, vroedschap van Leiden, die schoonvader van Dirk Hendriksz van der Does wordt genoemd,[195] tr. 2o Jkvr. Liesbeth Adriaensdochter van Matenes, verm. dr. van Adriaen van Matenesse bezitter van de halve hofstede te Hillegersberg,[196] en Alijt van der Spangen.

LENEN VAN DE HOFSTEDE HONINGEN
Te Leiderdorp nr. 101.[197]
3 morgen land tussen Sijl en Maern (1462: tussen Zijll en Maren), belend ten westen: Wormbout Nannez., ten noorden: Alijt Dircxdochter van Alcamade, ten oosten: de erfgenamen van Jan Willemsz die brouwer, ten zuiden: Pouwels Reynersz.
28-2-1449: Dirck van der Does (23-3-1458: Dirck van der Does Heynricxz krijgt toezegging dat het leen zal versterven op zijn oudste zoon bij ionkvrouwe Liesbeth Adriaensdochter van Matenes).
9-1-1462: Adriaen van der Does, bij dode van zijn vader Dirck van der Does.
3-12-1465: Willem van der Does, oudste broer van- en na overdracht door Adriaen van der Does.
25-2-1510: Joffrouw Adriaene van der Does, weduwe van Jan van der Lochorst, zoon: Gerijt van der Lochorst, bij dode van haar vader Willem van der Does.
31-5-1515: Adriana van der Does, weduwe van Jan van Lockhorst, krijgt het leen ten vrij eigen in ruil voor het leen no. 102.
    Uit zijn huwelijk(en):[198]

Generatie IV

IVa. Adriaen Dircksz van der Does, geb. vóór ca. 1455, ovl./beg. Rijnsburg in het klooster 22/24-2-1502[200] [201] , baljuw van Noordwijk (1486..1498),[202] [203] rentmeester van het klooster Rijnsburg (1481-1492),[204] beleend (1462, 1481), tr. 1o vóór ca. 1480[205] Jkvr. Elisabeth Jacobsdochter van Cats, geb. vóór ca. 1435, ovl. 30-4-1477, wed. van Floris van Cralingen, tr. 2o 1477-vóór ca. 1480[206] [207] Ge(e)rtru(i)de van Reimerswael (Rom(m)erswalle), ovl. na 1513[208], dr. van Adriaan van Reimerswaal (is dood 17 nov. 1490) en Margaretha van Egmond (ovl. voor 1498).

Lenen van de Grafelijkheid in Rijnland:
nr. 249. [209]: 40 morgen land in Noordwijk, (1396: genaamd Wouters land), waar op 20 morgen een woning staat, behorend aan de leenheer, en een woning, behorend aan Arnout Gerardsz, jaarlijks 50 oude schilden waardig.
... 6-12-1481: Adriaan van der Does bij overdracht door Adriaan Stoop voor Katharina Simonsd, diens nicht, voor ƒ 400,- rijns.
4-5-1502: Willem van Reimerswaal voor Jan van der Does, zijn neef, bij dode van Adriaan, diens vader, met lijftocht van Geertruida van Reimerswaal, Adriaans weduwe, op 100 pond hollands.
14-8-1512: Hulde van Jan van der Does. 5-4-1530: Adriaan Stalpart, raad en rentmeester-generaal van Kennemerland en Friesland, zoals Jan van der Does na proces met Dirk van der Does en diens vrouw tegen de kinderen uit het tweede huwelijk van wijlen Adriaan van der Does.
...
Onderdelen uit het Testament d.d. 7-2-1502 van Jan van Noortich tot Noortigerhout, ovl. 9-2-1502:[210]
23. Adriaan van der Does, zwager van Jan, zou een kroes ter waarde van van 8 lb. krijgen, wanneer hij van zijn ziekte zou genezen. Dit gebeurde niet, want hij stierf op 22 februari 1502, dus 2 weken nadat het testament gemaakt was, in het klooster Rijnsburg, waar hij ook begraven werd. Hij was getrouwd geweest met Geertruida van Reimerswaal, een zuster van Jans derde vrouw, Johanna van Reimerswaal.
    Uit zijn eerste huwelijk (van der Does-van Catz):[211] [212]
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Gillis de Reulijn.
    • 2. Francois de Reulijn.
    • 3. Aeth de Reulijn, woont in Henegouwen (1569).
    • 4. Marguerite (Margaretha) (van) Reuling Rulijn, Ruelin), geb. vóór ca. 1520, ovl. 28-10-1556, beg. Gent St. Michiel,[223] volgens Ref. [224] genaamd Maria de Rulijn, tr. 1o [225] Pierre van Coyghem (Cuinghien), tr. 2o 1541[226] [227] Jacques (Jacob) Cabeliau, geb. 1507, ovl. 1-8-1557, beg. Gent St. Michiel, zn. van Jacques Cabeliau en Marguerite van den Da(e)le.
      Kerk van St. Michiel te Gent:[228]
      "Hier licht begraeven Jhr. Jacques Cabellau, heere van Gruete van Ghendt heere van Vorst en de Conroet etc. stierf anno 1557 den le ougste."
      Zijn kwartieren zijn: "CABELLAU, MUNTE, DE VOOCHT, SCHUETELAUS, VAN DAELE, BERSYLORS, MILORS, CULSBROECK"
      "Hier Licht begraeven bij haeren man Jkvr. Margrite de Ruelin geselnede van Jhr. Jacques de Cabellau heere van Grute van Gendt, heere van Voorst en van Coenroet etc. Sy was dochter van Gillis en van Margrite Verneborcht overled: den 28 8bre 1556.
      Haar kwartieren zijn "DE RUELIN, DE CRAENE, MASELANT, DE HOVE, VAN DOES dit VERNEBORCHT, MATENES, ROMERSWAEL, EGMONT".
      8 kwartieren van Marguerite Rulijn
      De Ruelin De Craene Maselant De Hove Dirck Heynricxz van der Does (..- voor 1462) Jkvr. Liesbeth Adriaensdr van Matenes Adriaan van Reimerswaal (..-1490) Margaretha van Egmond (..-voor 1498)
      De Ruelin Maselant Adriaen van der Does Gertrude van Rom(m)erswael
      Gilles De Ruelin Maria (Margaretha?) Van (der) Does (dit Verneborcht) (vóór ca. 1500-..)
      Marguerite Rulijn (..-1556)
        Uit haar tweede huwelijk (Cabeliau-van der Does):[229] [230]
      • aa. Jhr. Jacques (Jacob) Cabeliau, geb. na 1541, ovl. na 1584. Heer van de Gruute van Gent,[231] mogelijk identiek met Jacob Cabelliau die op 14-7-1550 goederen in Hazerswoude, Boskoop en Alphen in doto ontvangt van Margriete van der Does, (of betreft het hier zijn glijknamige vader?) wonende binnen Gent doch de laatste tijd te Utrecht (1584), tr. 1569[232] Geertruida de Grutere, dr. van Jan de Gruutere, heer van Varnewyck en Mariekercke en Christophine van Megrode[233] (in sommige bronnen Marie de Liceboene de Lixbonne).
        Op 10-9-1584 verkoopt Jonkheer Jacques Cabilion (sic!), wonende binnen Gent doch de laatste tijd te Utrecht, als erfgenaam van jonkvrouw Margriete van der Does, zijn oude moeder (=grootmoeder!), aan Geertruijt Damensdr, weduwe van Claes Jansz Oom te Leiden een rentebrief van 18 gulden ten laste van jonkheer Hendrick van der Does van 14-5-1567. [234]
      • bb. Gerard Jan Cabeliau, geb. 1540, ovl. Wenen (1582?).
      • cc. Jean Cabeliau, geb. 1542, ovl. Doornik 29-12-1576, beg. Doornik St Piat, priester?
      • dd. Etienne Cabeliau, geb. 1543, ongehuwd?
      • ee. Marguerite Cabeliau, geb. 1545.
    Uit zijn tweede huwelijk (van der Does-van Reimerswael):
  • d. Elisabeth van der Does, geb. ca. 1480, ovl. na 1558, non in het klooster Leeuwenhorst (1499...), leefde in 1553 buiten het klooster.
  • e. Cornelia van der Does, geb. ca. 1497?, ovl. 1570-1572, non in het klooster Leeuwenhorst (1499...).
    Archief van de Abdij Rijnsburg nr. 1046.[235]
    11-10-1499: Fridericus, markgraaf van Baden, bisschop van Utrecht, staat aan de abdis en het convent in Reynsborch, in zijn diocees gelegen, toe, de gezusters Cornelia en Elizabeth, wettige dochters van Adrianus van der Does met de gebruikelijke plechtigheden als nonnen in het convent op te nemen, in tegenwoordigheid van de ouders, familieleden en vrienden, die bij de maaltijden en de offerande binnen de grenzen van het con- vent en ook in de "clausura" aanwezig mogen zijn. Fridericus, marchio de Baden . . . Datum nostro sub sigillo ad causa^ . . . anno Domini mllesimo quadringentesimo nonage- simo nono mensis Octobris die vndecima. W. Buser sst.
    Schenkers van glasramen aan de abdij Leeuwenhorst:[236]
    1558/59: Elizabeth van der Does, een glasraam in de keuken van abdis Johanna van der Does, betaling abdij 2 pond 1 schelling 4 denier. Elizabeth van der Does, geb. omstr. 1480, vanaf 1482/83 in Rijnsburg in de kost, na 11 okt. 1499 intrede ald., ovl. na 1558/59, dr. van Adriaan van der Does (ovl. 24 febr. 1502) en (2e vrouw) Geertruida van Reimerswaal (ovl. na 1513/14).
    1558/59: Cornelia van der Does, een glasraam in de keuken van abdis Johanna van der Does, betaling abdij 2 pond 1 schelling 4 denier. Cornelia van der Does, geb. omstr. 1497, vanaf 1 nov. 1498 in Rijnsburg in de kost, intrede ald. na 11 okt. 1499, leefde nog op 6 febr. 1570, maar was al gestorven op 19 juni 1572, dr. van Adriaan van der Does (ovl 24 febr. 1502) en (2e vrouw) Geertruida van Reimerswaal.
    Elizabeth en Cornelia van der Does verkregen in 1502 een pauselijke aflaat (kwijtschelding van straf die na de vergiffenis van zonden is overgebleven) ter gelegenheid van het Heilig Jaar 1500. Hun beider vader, Adriaan van der Does, die van 1481 tot zijn dood in 1502 rentmeester van Rijnsburg was, betaalde geen kost- en intredegeld voor zijn dochters, die respectievelijk vanaf 1482/83 en 1 nov. 1498 in Rijnsburg verbleven. Hij betaalde alleen 32 pond kostgeld voor het verblijf van zijn dochters tussen 1 nov. 1498 en 14 okt. 1499 in Rijnsburg. Voor de trompetters en tambourijnbespelers, die voor het inkledingsfeest gehuurd werden, legde Rijnsburg 16 schelling op tafel. Elizabeth van der Does leefde in 1553 buiten het klooster, maar werd wel door het klooster onderhouden.
    Uit het eerste of tweede huwelijk van Adriaen van der Does:
  • f. Adriaan Adriaansz van der Does, geb. vóór ca. 1485, ovl. 1528-1543, volgt Vb.

IVb. Jhr. Willem van der Does, geb. vóór ca. 1440, ovl. (kort voor) 1509, vroedschap, schepen en burgemeester van Leiden,[238] tr. 1465[239] [240] Henrica van Poelgeest, dr. van Jan van Poelgeest, Heer van Oud-Teylingen onder Warmond, en van Margaretha van Swieten.

De huwelijken der drie dochters van Willem van der Does blijken uit een akte van het jaar 1509, waarbij zij vaderlijke goederen verkopen aan Deputaten van St. Pieter, en uit onderscheidene kwitantiën door hen geteekend wegens achterstallige renten door de stad Leyden aan hunne vader verschuldigd. [241]

De dochters van Willem van der Does en haar echtgenoten komen voor op een triptiek geschilderd door C. Engehrechtsz (1465-1533), waarvan alleen de zijpanelen bewaard zijn gebleven.[242]
    Uit dit huwelijk (o.a.?):
  • a. Adriaene van der Does, geb. 1468/69, ovl. 1553 ("op 84-jarigen leeftijd")[243], leenvolgster van haar ouders, werd in 1509 verleyd met het leen Oud-Teylingen onder Warmond, met Ruyschenboomgaard en drie morgen land onder Leijderdorp, kreeg in 1535 van het huis Brederode de belening van vaderlijke en zusterlijke goederen, beleend (1509..1535), tr. vóór 1510[244] J(oh)an van (der) Loc(k)horst van der Merwede, ovl. vóór 1510, beg. Leiden St. Pieterskerk, heer van Lockhorst en Slydrecht, met beide beleend na doode zijns vaders in 1480, schepen en veertigraad van Leiden,[245] zn. van Gerhard van Lockhorst, Heer van Lockhorst en Slydrecht, Heer van Merwede, en van Catharina van Ryswyck gezegd Heerman van Oegstgeest. Hieruit verder nageslacht bekend. .
  • b. Henrica van der Does, geb. vóór ca. 1490, werd op den 16-1-1509 na het overlijden van haar vader door de Burggravin van Leyden beleend met de helft der smaltienden onder Leyderdorp en werd de hulde gedaan door Jacob Heerman haar echtgenoot,[246] tr. vóór 1509 Jacob Heerman van Oegstgeest, schepen der stad Leyden.
  • c. Margaretha van der Does, ovl. kinderloos (1535?), hield twee lenen van het huis van Brederode, die in 1535 op haar zuster Adriana overgingen tr. 1o [247] [248] Willem Jan Kerstandsz (Stoop), ovl. 1518 (kinderloos), schepen te Leyden, zn. van Jan Kerstantsz, (blauw)verver, brouwer en veertigraad, en van NN Willem Claeszdr,[249] tr. 2o [250] Dr. Clement Janse, doctor in de medicijnen.
  • d. Dirck Willemsz van der Does, vermeld in de rekeningen van Rijnsburg (1487), [251] verblijft te Mechelen (1496).
    In het archief van de Abdij Rijnsburg[252] bevindt zich onder nr. 1014 een brief d.d. 9-8-1496 van Dierick van der Does aan zijn oom Adriaen van der Does, rentmeester van het klooster Rijnsburg. Hij besluit de brief: "Eerbare, wyse ende zeer geminde Adriaen van der Does . . . Ghescreuen met haesten te Mecgelen vp den ixten dach van Augustus. uwen arme neef ende dienner Dierick van der Does".

Generatie V

Va. Dirk van der Does, geb. vóór ca. 1480, ovl. na 1502, ridder, heer van Kattendijke, Stavenisse en Noordwijk, neemt op 29-3-1502 voor zijn zoon Jan na de dood van diens oudoom Jan van Noordwijk, heer van Noordwijkerhout, ridder, de erfenis over,[253] tr. vóór 1502[254] [255] Josine van Zuylen, vrouwe van Noordwijk, dr. van Werner van Zuylen van Zevender en Henrika van de Boekhorst, erfdochter van Noordwijk.

Onderdelen uit het Testament d.d. 7-2-1502 van Jan van Noortich tot Noortigerhout, ovl. 9-2-1502:[256]
2. Jan van der Does, zoon van Josina van Zuilen (dochter van Hendrika van de Boekhorst, een zuster van Jan en Dirk van der Does?) kreeg, als hij 25 jaar en dus meerderjarig zou zijn en wanneer Johanna van Reimerswaal (derde vrouw van Jan van Noortich tot Noortigerhout) gestorven was, 50 lb. per jaar erfelijke inkomsten uit de derde penning van het baljuwschap. het schoutambacht Noordwijk en het schoutbodeambacht en de smoutmolen in Noordwijk. Omdat het baljuwschap een ambt was, dat ter begeving stond van de landsheer had Jan voor het maken van zijn testament toestemming van Philips de Schone nodig. Wanneer Jan van der Does voor zijn 25e jaar sterft, komen deze inkomsten aan de volgende zoon van Josina van Zuilen. Als er geen zoon beschikbaar is, komen deze rechten aan: Jan van Woerden van Vliet, zoon van Badeloge van de Boekhorst, en Jan Willemsz van Vliet. Jan van Woerden van Vliet zal dezelfde naam dragen als Jan van Noortich tot Noortigerhouts vader zaliger Jan van de Boekhorst, opdat deze naam zal worden voortgezet. Daar Jan van Woerden van Vliets moeder Badeloge van de Boekhorst op 24 augustus 1491 overleden was, werden als voogden van moederszijde Jan van Noortich tot Noortigerhout en Willem van Noordwijk van de Boekhorst aangesteld. Badeloge van de Boekhorst was een dochter van Hendrik van de Boekhorst, een zuster van Jan en Jan Florisz. van de Boekhorst. Hendrika en Jan van de Boekhorst waren op of voor 30 mei 1464 getrouwd. Badeloge hertrouwde na de dood van haar eerste man, Jan van Vliet, met Warnar van Zuilenl. In 1486 was het kennelijk duidelijk geworden dat Jan van wettig nageslacht verstoken zou blijven en werd zijn zwager Adriaan van der Does tot zijn opvolger als baljuw benoemd. In 1499 werd deze opvolging toegezegd aan Adriaans zoon Dirk van der Does. Aangezien Dirk van der Does, gezien het feit dat zijn minderjarige zoon erfde, ook overleden was, kwam nu Jan Dirksz. van der Does voor het baljuwschap in aanmerking.
5. Dirk van der Does en zijn vrouw Josina van Zuilen kregen elk 1 lb. in contanten.
23. Adriaan van der Does, zwager van Jan, zou een kroes ter waarde van van 8 lb. krijgen, wanneer hij van zijn ziekte zou genezen. Dit gebeurde niet, want hij stierf op 22 februari 1502, dus 2 weken nadat het testament gemaakt was, in het klooster Rijnsburg, waar hij ook begraven werd. Hij was getrouwd geweest met Geertruida van Reimerswaal, een zuster van Jans derde vrouw, Johanna van Reimerswaal.
    Uit dit huwelijk:[257] [258] [259]

Vb. Adriaan Adriaansz van der Does, geb. vóór ca. 1485, overleden voor 8-9-1543[264], bezit land bij de Coppieren kade te Hazerswoude (voor 1565), tr. vóór ca. 1510 Digna (Dugnum) Gou(d)t, beg. 's-Gravenhage 5-3-1559 ("beluidt Joffr Dympne Goudts, wed. van der Does, thyen poesen met de grote clock XXIII £")[265], wed. van Dirk Godschalks, rentmeester-generaal van Noord-Holland (waaruit zes voordochters), dr. van Korstiaen Dammasz Goudt, schepen en burgemr. van Vlaardingen, en Alijt (de Jode?).[266]

Op 8-9-1543 verkoopt Digna Goudts, wed. van Adriaen van der Does haar huis aan de Kneuterdijk te 's-Gravenhage, waar zij in woont. [267]
24-12-1539: Testament van Willem Goudt, raad en ontvanger-generaal van de beden van de keizer in Hollandt, en ionkvrouwe Marie Geritsdochter, zijn vrouw.[268] Hieruit o.a.: Adriaen van der Does, zoon van zijn zuster Dignum Korstiaen Goutsdochter, krijgt een rente van 150 karolus gulden per jaar, behoudens het vruchtgebruik ervan voor Aernt Korstiaen Goutsdochter, zuster van testateur, respectievelijk voor haar kinderen. Adriaen zal zijn rechten verspelen indien hij tegen de wil van zijn moeder of van haar zes naaste bloedverwanten trouwt, dan komt zijn aandeel aan zijn tantes Marritge en Dignum, respectievelijk aan hun erfgenamen.

Akten betreffende de verdeling van de lenen en de boedel van Willem Goudt 15-5-1544:[269] [270]
".... testateurs zuster Dignum Korstiaen Goudtsdochter heeft een zoon Adriaen van der Does en dochters Alijt, Marijke, Grietie en Annetge Dircxdochters en Neeltie en Machteld (nonnen) in het klooster te Poell".
    Uit dit huwelijk:[271]

Vc. Jhr. Hendrick van der Does, ovl. na 1577?, student te Leuven, ontving de inkomsten der vicarie op het altaar van den H. Geest in de parochiekerk van Reynsburch, reeds in de jaren 1515-1519, maar deed op 8-5-1530 afstand van de vicarie,[272] woont te Rijnsburg (1565..1569), is erfgenaam van zijn broer Adriaen van der Does (1565).

Op 5-4-1565 is Hendrick van der Does, wonende te Rijnsburg, voor zichzelf als erfgenaam onder beneficie van beschrijving van Adriaen van der Does, zijn overleden broer en zich sterk makende voor zijn consorten, schuldig aan Gerrit Melisz van Hogeveen, secretaris van Leiden, 36 gulden per jaar met hypotheek op kleine 8 morgen 4 hond 39 roeden land die Adriaen van der Does, zijn overleden vader, bezeten heeft, gelegen bij de Coppieren kade, belend ten oosten deze kade, ten westen de Toegang, ten zuiden Mees Gijsbrechtsz en Gerrit van Leeuwen en ten noorden de Kerkweg, nog acht weren strekkende voor uit de wetering genaamd de Kerkweg ten noorden over een dwarssloot tot de helft van de sloot over de slootweg ten zuiden gelegen, belend de drie oostweren, het eerste groot 6 morgen 3 hond 29 roeden 83 voet 9 duim, het tweede 8 morgen 3 hond 49 roeden en 5 voet, het derde 3 morgen 4 voet, tezamen 18 morgen 1 hond 4 roeden 9 duim, ten oosten de Abdis van Rijnsburg, ten westen een weer land genaamd het Zwaluwtgen thans bezeten bij de erfgenamen van Nicasius Anthonisz van Flori, groot 3 morgen 375 roeden 9½ voet en de vijf westweren, waarvan het eerste aan de westzijde van het Zwaluwtgen is gelegen, groot 4 morgen 62 roeden 6½ voet, het andere 7 morgen 5 hond 37 roeden 8 voet, het derde 4 morgen 1 hond 24 roeden 11½ voet, het vierde 6 morgen 78 roeden 5 voet, het vijfde 6 morgen 5 hond 83 roeden 8½ voet, tezamen 29 morgen 1 hond 87 roeden en 3½ voet, belend ten oosten het Zwaluwtgen en ten westen het Cappelrieland, welke percelen tot speciale waring van vier percelen zijn gesteld voor tezamen 9 morgen in Lisse, eigendom van Gerrit Melisz van Hogeveen, belend en belast volgens de oude brief en nog tot bevrijding van de borgtocht van Gerrit Melisz. [273]
Op 13-5-1567 verkoopt Jonkheer Hendrick van der Does, wonende te Rijnsburg, aan zijn zuster jonkvrouw Margrieta van der Does een rente van 18 gulden per jaar met hypotheek op 57 morgen land, waarvan 8 morgen 4 hond 39 roeden weiland, belend ten oosten de Coppierenkade, ten westen een schouwbare vaart genaamd de Toegang, ten zuiden de erfgenamen van Mees Gijsbertsz van Leeuwen en Gerrit van Leeuwen en ten noorden de Kerkweg, acht weren land strekkende voor van zekere watering genaamd de Kerkweg uit de noorden over de dwarssloot tot de helft van de sloot over de Loetweg ten zuiden gelegen, belend de drie oostweren, groot 18 morgen 1 hond 4 roeden, belend ten oosten de Abdis van Rijnsburg en ten westen zekere weer land genaamd "het zwaluwgen" nu bezeten door de erfgenamen van Nicasius Anthonisz van Florij, groot 3 morgen 3 hond 75 roeden en de vijf westweren, tezamen groot 29 morgen 1 hond 87 roeden, belend ten oosten het voornoemde Zwaluwgen en ten westen het Cappelrieland van Hazerswoude, welke goederen afkomstig zijn van het sterfhuis van hun broer Adriaen van der Does. [274]
Op 19-5-1568 is Hendrick van der Does, wonende te Rijnsburg, 300 gulden schuldig aan Gerrit Bouwensz te Boskoop en Aem Claesz voor zich zelf en vervangende hun medestanders, waarvoor zij mogen gebruiken een perceel land dat zij nu in huur hebben en zoals dat toebehoord heeft aan de erfgenamen van Adriaen van der Does, te weten 8½ morgen 1 hond 39 roeden, belend ten oosten het Cappelerieland, ten westen de Toegang, ten zuiden Neel Claes Reijntgen en Gerrit van Leeuwen en ten noorden de Kerkweg, 15 morgen 5½ hond 6 roeden land, strekkende van de Kerkweg tot de Loetweg, belend ten oosten de vrouwe van Rijnsburg en ten westen het Cappelrieland, tezamen groot 57 grote morgen. Gerrit Bouwensz en Aem Claesz nemen tot hun last 6 pond vlaams per jaar ten behoeve van Gerrit Melisz, pensionaris van Leiden en 3 pond groot vlaams mede rentende de kinderen van Gillis de Reulijn, waarvan Claes Jansz Oom te Leiden ontvanger is. [275]
Akte met schepenen van Rijnsburg. Op 25-7-1569 verkoopt Jonker Hendrick van der Does, wonende te Rijnsburg, aan Gerrit Jacobsz, drapier te Leiden, Gerrit Bouwensz, schout en Aem Claesz, bode tot Boskoop c.s. 8½ morgen land, belend ten oosten de Coppierekade, ten westen de Toegangswetering, ten noorden de Kerkwegswatering en ten zuiden Gerrit van Leeuwen, Aem Meesz van Leeuwen en Cornelis Claes Reijntgens, 8 weren land groot 47 morgen 3 hond, strekkende uit de Kerkweg tot de Loetweg of Nootweg, belend de 3 westweren ten westen het Cappelrieland van Hazerswoude, ten oosten een weertje land van de erfgenamen van Nicasius Anthonisz, 5 weren belend ten westen het voornoemde weertje, ten oosten de vrouwe van Rijnsburg, belast met 3 pond vlaams te lossen met 300 gulden ten behoeve van de kinderen van Reulijn, 6 pond vlaams te lossen met 600 gulden ten behoeve van Gerrit Melisz, raadspensionaris van Leiden, 300 gulden waarvoor de schout en bode van Boskoop met hun medestanders het gebruik van de bovenstaande landen hadden boven de belasting, met waarborg zijn huis en erf te Rijnsburg, belend ten westen Jan van Eck en ten oosten de weduwe van Jacob Dammasz, strekkende voor uit de Vliet tot achter in de conventssloot.
Vervolg a. 25-7-1569. De kopers erkennen het land met de diverse renten daarop gekocht te hebben. [276]
Op 25-7-1569 verklaart Hendrick van der Does, wonende te Rijnsburg, dat Cornelis Gijsbertsz van Leeuwen en Willem Gijsbertsz van Leeuwen, wonende te Leiden, bezitten 3 morgen land, te anderen tijde gekomen van Adriaen van der Does zijn broer, belend ten oosten Coppierekade, ten westen Aem Meesz van Leeuwen, ten noorden Neel Claes Reijntgens en ten zuiden de Loetwetering daaraan Hendrick zo voor hem zelve als actie hebbende van zijn zuster te anderen tijde aanwassing heeft gedaan van 2/3 delen, uit zake van welke tussen Hendrick en Adriaen. Hij garandeert Cornelis en Willem Gijsbertsz zeker proces, gevoerd voor de vierschaar van Hazerswoude en daarna voor het Hof van Holland. Hendrick heeft de erfenis onder voorbehoud van boedelbeschrijving aanvaard, de 3 morgen waren tot waarborg gesteld en hij heeft deze heden overgedragen. [277]
Op 3-10-1569 kopen Gerrit Jacobsz, drapier te Leiden, voor hem en zijn medestanders die hij vervangt voor 3/4 en Gerrit Bouwensz, schout en Aem Claesz, bode tot Boskoop, voor ¼ van Jr Hendrick van der Does tot Rijnsburg 8 morgen 3 hond land, belend ten oosten Coppierekade, ten westen de toeganckweg, ten noorden de Kerkwegswetering, ten zuiden Gerrit van Leeuwen, Aem Meesz van Leeuwen en Cornelis Claesz; 8 weren land groot 47 morgen 3 hond land strekkende uit de Kerkweg tot de Loetweg daarvan de 3 westerse weren belend zijn ten westen het Cappelrieland van Hazerswoude, ten oosten een weertje van de erfgenamen van Nicasius Anthoniusz, terwijl Hendrick van der Does daaraan zijn actie houdt, de andere 5 weren, belend ten westen het voornoemde weertje, ten oosten de vrouwe van Rijnsburg en de verkopers houden de kopers schadeloos van de renten als volgt: 3 pond groot vlaams ten behoeve van de kinderen van Reulijn, 6 pond groot vlaams ten behoeve van mr. Gerrit Melisz, pensionaris van Leiden. [278]
Op 30-8-1577 verklaart Stephania van Rossum, abdis van Rijnsburg, oud 49 jaar, een aantal zaken naar aanleiding van een proces van Henrick van der Does tegen Adriaen van Zuylen. Hierin valt o.a. te lezen dat "dat de familie Van der Does een grafstede heeft gehad in de kerk van het convent onder het orgel, waar de vader, Adriaen van der Does Dircxz, rentmeester-generaal van Reinsborch, en de moeder (Geertruid van Reimerswaal) van Henrick van der Does begraven zijn, en dat boven dit graf een ,"memorietaefel" heeft gehangen, waarop Sint Gregorius met andere personen was afgebeeld, terwijl op de deuren (luiken) van dit tafereel de 16 kwartieren van Van der Does en de 16 kwartieren van Roemerswael waren geschilderd, welk tafereel op Henrick's verzoek naar Stephania's woning is gebracht". [279]
    Uit hem (o.a.?):
  • a. Jkvr. Alijt (Aleijd, Alida) Hendriksdr van der Does, geb. vóór ca. 1540, ovl. 1581-1612, filiatie niet bewezen, volgens Ref. [280] (die overigens fouten vertoont) is zij dr. van Hendrik van der Does, ridder, en van Catharina de Vriese, vermeld 1581 als erfgenaam van Dirck van der Does, tr. (verm. vóór ca. 1560)[281] Jhr. Adriaen van Haemstede en van Moermont, ovl. vóór 1581, schildknaap,[282] verkrijgt op 15-10-1550 het leen "een corenthiende uit 112 morgen in de Wercken", is "in het begin der troebelen uit Zeeland naar Brabant gevlucht",[283] verm. zn. van Francois van Haemstede en Maria van Hoogelande.
    Op 13-10-1581 is Sijmon Jan Reijersz schuldig aan jonkvrouw Alijt van der Does, weduwe van jonkheer Adriaen van Haemstede en van Moermont, en haar kinderen 240 gulden met hypotheek op 2 percelen land, het eerste 5 morgen 2 hond met huis, belend ten oosten Cornelis Claesz Een Ooch en Gijsbert Jansz Bijl en ten westen Wouter Hugenz en Willem Cornelisz schoenmaker, strekkende uit de Kerkweg het ene weer tot de molenwetering toe, het andere weer een kampje over dezelfde wetering tot het land van Gijsbert Jansz Bijl voorsz. en het andere 5 morgen land, belend ten oosten het cappelrieland van Hazerswoude en ten westen Ada Bouwensdr te Boskoop, strekkende van de nieuwe vaart die men noemt de Kerkweg zuidwaarts tot het weeskind van Gerrit Jan Dirck Bruijnenz toe, waarvan de penningen roerende zijn. Afgelost 19-6-1588. [284]
    Akte met schepenen van Alphen. Op 13-10-1581 verkoopt Jan Hendricksz van Alphen als procuratie hebbende van Jan van Naeltwijck, man en voogd van Franchoijse van Haemstede, Alijt van der Does voor haar zelve en als voogdes van Catharijna van Haemstede en Digna van Haemstede, aan Sijmon Jan Reijersz 5 morgen 2 hond land met het huis, strekkende van de nieuwe vaart noordwaarts het oosterse weer tot de molenwatering van de Rijffmolen en het westerse weer een kamp over de molenwatering tot het land van Gijsbert Jansz Bijl toe, belend ten oosten Cornelis Claesz Een Ooch en de voorsz. Gijsbert Jansz Bijl en ten westen Wouter Hugenz en Willem Cornelisz schoenmaker; 5 morgen land belend ten oosten het Cappelrieland en ten westen Ada Bouwensdr, Jan Meesz weduwe te Boskoop, strekkende van de Kerkweg zuidwaarts tot Gerrit Dirck Jan Bruijnenz weeskinds land toe, belast met 3 gulden erfpacht ten behoeve van de Heilige Geest te Hazerswoude, 2 gulden 5 stuivers ten behoeve van het Gilde van Hazerswoude, 3 gulden 2½ stuivers en 2 gulden 5 stuivers erfpacht beide ten behoeve van de weduwe van Aert Gerritsz te Leiden met waarborg een derde gedeelte van 15 morgen land toekomende Alijt van der Does liggende in Alphen, gemeen met de erfgenamen van Dirck van der Does c.s., belend ten oosten het Catharina Gasthuis te Leiden en ten westen de weduwe en erfgenamen van Dirck Gerritsz Capiteijn c.s., strekkend van de Rijn tot de Burch Ooch toe. [285]
      Uit dit huwelijk:[286]
    • 1. Jkvr. Franchoijse van Haemstede, geb. vóór ca. 1560, tr. vóór 1581[287] Jhr. Jan van Naeltwijck, geb. 1550, ovl. 1619, erfmaarschalk van Holland, lid der Ridderschap van Holland (1585), zn. van Adriaan van Naeltwijck en van Alijt van Ophemert genaamd van Bloemendaal).[288] Hieruit verder nageslacht bekend. Hij hertr. Anna van Cuijlenburg, wed. van Jan van Drongelen.
    • 2. Catharijna van Haemstede.
    • 3. Digna van Haemstede, ovl. 1614, tr.[289] Willem van Boschhuijzen, ambachtsheer van Burgh, zn. van Willem van Boschhuijzen en Maria van Kerkwerve. Hij hertr. Zierikzee/Haamstede 18-10-1615/.. Catharina van Haamstede en Moermont, dr. van Adolf van Haamstede en Maria van der Lisse.[290]

Generatie VI

VIa. J(oh)an van der Does van Noordwijk, geb. 1477-1502, ovl. 1550[291] [292] , onmondig in 1502. ridder, heer van Noordwijk, tr. 1o [293] Wilhelm(in)a van Beyeren en Schagen, tr. 2o 1543[294] [295] Anna van Nyenrode, ovl. 1550[296] [297] , vrouwe van Bergesteyn,[298] wordt ca. 1547 beleend met Bergesteyn na doode harer moeder, dr. van Frans van Nyenrode, Raad Ordinaris in den Hove van Utrecht, in de Ridderschap van Utrecht, Commissaris van den Keizer, en van Johanna van Zuylen van Natewisch, Vrouwe van Bergesteyn.[299] Uut zijn tweede huwelijk (o.a.?):[300]

VIb. Wern(a)er van der Does, geb. vóór 1505, ovl. 1566/67, schildknaap (1536), beleend (1530..1550), rentmeester (1549), huw. get. (1566),[309] woont te Voorhout, tr. vóór 1550[310] Elisabeth Dever van Mijnden, geb. 1503, ovl. 1563-1565, beleend (1550, 1563), dr. van Joost Dever van Mijnden, baljuw van Beverwijk en van Brederode, en Alijd van Mathenesse.[311]

LENEN VAN DE HOFSTEDE BREDERODE HEEMSKERK. nr. 72. [312] Twee akkers in de ban van Heemskerk, oost: de leenman met een boomgaard, zuid: de Veerweg, west: de leenman, noord: de beek.
1-10-1474: Joost van Mijnden bij opdracht uit eigen in ruil voor nr. 160.
23-1-1526: Joost van Brederode, natuurlijke broer van de leenheer, voor Maria van Mijnden
7-8-1563: Werner van der Does voor Elisabeth Dever van Mijnden, zijn vrouw.
29-3-1565: Werner van der Does bij dode van Elisabeth Dever van Mijnden, zijn vrouw.
7-7-1568: Adriaan van der Does, baljuw van Schieland, bij dode van Werner, zijn oom.
LENEN VAN DE HOFSTEDE DE HAAR BULWIJK en CROMWIJK
nr. IA.[313] 53 morgen in Bulwijk en Cromwijk
9-3-1552: Werner van der Does, neef van de leenheer,bij overdracht door Steven van Zuilen, neef van de leenheer, met lijftocht van Elisabeth Dever van Mijnden, zijn vrouw, eventueel te komen op jonge Johan van Noordwijk Jansz, zijn neef.
22-7-1567: Johan van der Does, heer van Noordwijk, schoonzoon van de leenheer, bij dode van Werner van der Does, zijn oom.
5-5-1568: Adriaan van der Does, baljuw en dijkgraaf van Schieland, schildknaap, gehuwd met Maria van Borsele, die te Voorhout woont en een ander huis te Leiden heeft, bij dode van Werner van der Does, gehuwd met Elisabeth Dever van Mijnden, schildknaap, hun oom, te Voorhout, beleend door de graaf van Holland, omdat de leenheer belening weigerde.

nr. IB.[314] 9 morgen in Bul wijk, waar de steenoven op staat (1551: waar de oude steenoven op stond), in het land van Woerden, oost: Linschoterdijk, noord en zuid: de graaf van Holland, west: Hendrik de Voogd van Rijneveld (1551: Laurens de Voogd van Rijneveld).
19-5-1530: Werner van der Does, neef van de leenheer, bij overdracht door Gijsbert van Zuilen, broer van de leenheer, waarna overdracht aan Cornells Jansz. voor die van Woerden, die willen gebruiken als land om steen van te bakken, waarna zij het land moeten herstellen.
LENEN VAN DE HOFSTEDE MONTFOORT BLOKLAND nr. 51.[315] Een halve hoeve land in Blokland, boven: de leenman (1550: Floris Jacobsz.), beneden: de leenheer met Dirk van Zuilen van Heemskerk Dirksz. (1586: mr. Floris Thin).
25-1-1454: Jan Dever van Mijnden met lijftocht van Aleid, dochter van Nikolaas die Wale, zijn vrouw, eventueel te komen op zijn jongste erfgename.
26-4-1476: Joost de bastaard van Brederode voor Maria van Mijnden, zijn vrouw.
3-7-1550: Werner van der Does voor Elisabeth, dochter van Joost Dever van Mijnden, zijn vrouw.
25-9-1562: Jacob van Kats voor Giseline van Schoten, zijn vrouw, 288 fo. 209.
7-10-1562: Werner van der Does voor Elisabeth, dochter van Joost Dever van Mijnden, zijn vrouw, bij dode van Maria, dochter van Joost Dever van Mijnden, haar zuster.
22-12-1564: Jan van Vrijhuizen te Utrecht voor Jacob van Kats voor Joost, diens zoon, bij dode van Gijsberta alias Giseline van Schoten, Joosts moeder.
23-3-1565: Werner van der Does bij dode van Elisabeth Dever van Mijnden, zijn vrouw.
3-2-1580: Pieter van Meerhout, rector te Amsterdam, voor Maria van Kats bij dode van Joost van Kats, haar broer, 290 fo. 373.
LEENKAMERS VAN DE GRAVEN VAN BLOIS NOORDWIJK nr. 107.[316] De ambachtsheerlijkheid van Noordwijk met wind en (1478: zuid) mo- len, het schoutambt en een derde van de boetes, die de baljuw berecht, met toebehoren.
2-2-1439: Jan van de Boekhorst, die het geld op het schoutambt mag lossen, te komen op zijn erven bij Elisabeth van Alkemade, zijn vrouw.
17-12-1439: Jan van de Boekhorst bevestigd.
31-1-1457: Jan van Noordwijk bij dode van Jan van de Boekhorst, zijn vader, na proces.
20-11-1478: Lijftocht van Agnes van Rijn, gehuwd met Jan van Noordwijk, heer van Noordwijkerhout, op de mindere helft.
29-3-1502: Dirk van der Does voor Jan, zijn zoon, bij dode van Jan van Noordwijk, heer van Noordwijkerhout, ridder, diens oudoom, met lijftocht van Johanna, dochter van Jan van Reimerswaal, weduwe Jan van Noordwijk, op 200 pond hollands.
13-1-1520: Hulde van Jan van der Does.
21-3-1525: Belast voor Gerard van Lokhorst, ridder, met 20 pond door Jan van der Does Dirksz., te lossen 1:16.
12-7-1536: Jan van Noordwijk heeft gelost.
22-1-1551: Werner van der Does voor Jan van der Does van Noordwijk, zijn neef, bij dode van Jan, diens vader.
LENEN VAN DE HOFSTEDE TEILINGEN VOORHOUT nr. 74.[317] De woning, waar de leenman in woont, (1442: hofstede; 1447: en huizing; 1354: in Voorhout), en de Croft, waar hij eveneens in woont, en een kamp ten noorden van zijn woning, (1301: zijnde 12; 1354: 10; 1447: 4; 1452: 8, morgen hij 's-Gravendam bij de Lee), enerzijds (1354: de leenheer; 1452: zuid: met de wildernis), anderzijds (1354: de abdis), (1447: strekkend binnen de heerweg zuid tot de wildernis), (1447: noord: Jan van de Boekhorst, west: 's-Gravendam; 1452: en oost: Gerard Albout), (1410: verminderd met*2 morgen, enerzijds: Gerard Albout, anderzijds: de leenman).
11-9-1536: Werner van der Does, schildknaap, bij overdracht door Jacob Jeroensz van Velsen en krijgt ten eigen in ruil voor 8 morgen in Voorhout.
LENEN VAN DE HOFSTEDE HEEMSKERK HEEMSKERK nr. 23.[318] 2 akkers land ten noorden van zijn zaat ten halve lande en de noordertuin in Heemskerk, strekkend van de Beifertse weg tot de Broeksloot, zuid: de leenman (1410: Geertruida, weduwe Dirk Haaskensz.), noord: Dirk Haaskensz. en Willem Nikolaasz. (1410: de leenman).
7-9-1526: Joost, bastaard van Brederode, voor Maria van Mijnden, zijn vrouw, bij dode van Joost Dever van Mijnden, haar vader.
28-7-1563: Werner van der Does voor Elisabeth Dever van Mijnden, zijn vrouw, bij dode van Maria, haar zuster.
7-5-1569: Adriaan van der Does, schildknaap, baljuw van Schieland, bij dode van Werner, zijn oom.
LENEN VAN DE HOFSTEDE HONTHORST CROMWIJK nr. 6.[319] 11 morgen land in het land van Woerden in Cromwijk, (1530: strekkend van de Cromwijker dijk tot de kade van Waarder], beiderzijds (1530: noord en zuid) : de leenheer (1530: met twee weren van 11 morgen) land van de hofstede Honthorst
22-3-1530: Werner van der Does bij overdracht door Willem Dirksz voor Katharina, dochter van Jan Jansz., diens vrouw.
9-1-1537: Jan Hugenz bij overdracht door Werner van der Does
GRAFELIJKE LENEN IN RIJNLAND VOORHOUT nr. 354.[320] 8 morgen vedolven weiland in 21 morgen in Voorhout (1583: in de helft waarvan een vogelkooi ligt), strekkend van 's-Gravendam tot Dammas die Smittenveen, oost: de banwetering (1583: zuidoost: de Noordwetering), west(1583: zuidwest): 's-Gravendam, zuid: IJsbrand Willemsz. (1581: noordoost (!): Adriaan van der Does C.S.), noord: Herbaren Nikolaasz. (1583: erven Pieter Nikolaasz. in de Klei; 1589: Krijn Smit te Noordwijk), jaarlijks belast met 9 st. 1 oortje tijns (1581: met f 8,- karolus).
11-9-1536: Werner van der Does bij opdracht in ruil voor het leen Teilingen, nr. 74 waarop een oud huis en met land van kleine waarde, dat met de wildenis gemeen zal raken, niet te versterven.
27-4-1568: Adriaan van der Does, baljuw van Schieland, schildknaap, bij dode van Werner, zijn oom.
28-8-1581: Maarten Ruighaver met de helft bij decreet zoals Adriaaen van der Does voor ƒ 362,-, LRK 135 fo 294v-295~.
24-12-1583: Maarten Ruighaver met de andere helft bij decreet voor ƒ 312,-
LENEN VAN DE HOFSTEDE EGMOND HEEMSKERK nr. 107. [321] Geye Vriezen werf in Heemskerk, noord: de leenman met leen, van heer Wouter van Heemskerk, rondom: de leenman; 4 1/20e geers in Vijfhoeven aldaar, zuid: Gijsken Jutten man, noord: Gerard Foymansz., een kamp in de Poel, zuid: de heer van Breda met Elands kamp, noord: de Poel: (1435: vermeerderd met zijn singel: 1603: bij het vervallen huis te Reewijk in Heemskerk: en grote boomgaard met haar gracht, oost, zuid en noord: de leenman, west: Hugo van der Meer).
... 4-9-1562: Johan van Matenesse bij dode van Maria van Mijnden, zijn nicht.
12-8-1563: Werner van der Does voor Elisabeth Dever van Mijnden, zijn vrouw, bij dode van Maria Dever van Mijnden maar Werner en oude lieden weten de percelen niet te liggen.
7-5-1569: Adriaan van der Does, schildknaap, baljuw van Schieland, bij dode van Werner, zijn oom, die aankwam van Elisabeth, diens vrouw.
.-1569: Johan van Matenesse, die geschil heeft met Adriaan van der Does en niet in het bezit is, vermeld.
2-4-1603: Hendrik Jansz. Cursoir, procureur postulant bij het gerecht van Haarlem, voor Johan van der Does, heer van Noordwijk enz., bij dode van Werner van der Does, diens oom, fo. 21 lv-215~. 10-4-1604: Willem van der Duin Joostenz te Den Haag voor Adriaan van Matenesse, heer van Matenesse, Riviere enz., bij dode van Johan, diens vader. 2-9-1606: Hendrik Jansz. Cursor voor Steven van der Does, heer van Noordwijk, bij dode van Johan, diens vader. 25-7-1622: Johan van Matenesse bij dode van Adriaan, zijn vader. 9-1-1625: Cornelis Adriaansz. Seigneur te Heemskerk voor Dirk van der Does, baljuw van Rijnsburg, en François van der Does voor Dirk van der Does, hun neef, bij dode van Steven, diens vader.

VIc. Adriaan van der Does, geb. vóór ca. 1510, ovl. 1563, beg. in de kerk van Leeuwenhorst, schildknaap, welgeborene van Rijnland (1533), onderrentmeester van Leeuwenhorst voor Delfland 1553/54-1559, rentmeester van Leeuwenhorst 18-1-1559 (dood van zijn oom Warnaar van der Does)-1563, hoogheemraad van Delfland 1557-1563, baljuw van Schieland 1559-1563, transporteert land in Hazerswoude in Den Haag op 18-3-1534, tr. vóór 26-5-1557[322] Maria van Borsele, geb. 1527-1539, ovl. 1568-1579 (kort voor 1579?), was in 1538/39 drie maanden bij de zusters in het klooster Leeuwenhorst geweest, is in 1552 minderjarig, beleend (1557), woont te Voorhout en heeft een ander huis te Leiden (1568), dr. van Nikolaas van Borsele en Elizabeth Dirksdr van der Does, genaamd Cleverdam (nicht van Adriaan Adriaansz van der Does).

Lenen van de Grafelijkheid in Rijnland:
nr. 313.:[323] Het ambacht van Foreest (1348: van Middelburg; 1327: en Spoelwijk) met tienden, land, (1348: zijnde 300 morgen; 1472: zijnde ca. 250 morgen verdolven land, jaarlijks 11 pond waardig; 1521: zijnde 100 morgen, west, oost en noord: de Alpherkade, zuid: de leenman, en 150 morgen, strekkend van de dijk van Middelburg tot het halve veld, zuid: de kerk van Middelburg, noord: de kade, west: Foreest, en 8 hont, strekkend van de dijk van Middelburg tot de Schinkeldijk, zuid en noord: de leenman), en gerecht (1392: zoals de ambachtsheer toekomt), (1472: jaarlijks 7 à 8 pond waardig maar meer vergend van kosten; 1521: waarvan de tienden jaarlijks 22 à 23 stuivers waardig zijn).
17-1-1540: Nikolaas van Borsele bij dode van Jacob van Borsele, gehuwd met Ursula van Foreest, zijn vader, na verzuim.
23-2-1552: Lijftocht van Elisabeth van der Does, gehuwd met Nikolaas van Borsele.
10-10-1552: Vincent van Wieringen voor Maria van Borsele bij dode van Nikolaas, haar vader.
26-5-1557: Adriaan van der Does Adriaansz voor Maria van Borsele, zijn vrouw.
24-11-1579: Jan van Gelmen voor Maria van der Does, zijn vrouw, bij dode van Maria van Borsele, haar moeder.
29-7-1583: Anton van Leiden, zoon van Gijsbert Dirksz., kruidenier te IJsselstein met 101½ morgen in Middelburg in het vierkant, genaamd Spoelwijk, bij overdracht door Adriaan van der Does, die hield met Middelburg.
2-3-1592: Anton Gijsbertsz. en Gijsbert Dirksz, zijn vader, doen afstand aan Johan van Gelmen, gehuwd met Maria van der Does.
8-3-1611: Jan van Gelmen bij dode van Maria van der Does, zijn moeder.
14-10-1623: Cornelis Vosmeer, notaris te den haag, voor Maria Rataller, weduwe Jan van Gelmen, heer van Middelburg en Kattendijke, voor Josina van Gelmen, haar dochter, bij dode van Jan Filips van Gelmen, haar broer, die aankwam van Jan van Gelmen, diens vader.
....
    Uit dit huwelijk:[324]
  • a. Josina van der Does, stom geboren dochter, ontving als adellijke meisje een uitkering uit de pachtinkomsten van het klooster Leeuwenhorst dat bij de Reformatie gesloten werd.[325]
    Gerechtsdagboeken van Leyden d.d. 24-6-1583 en 17-5-1584:[326]
    Jhr. Jacques Cabelajau, Heer van de Grute te Gent, oudoom van Hendrik van der Does komt voor in een akte, waarbij gehandeld wordt om de stom geborene dochter van Adriaan van der Does, genaamd Josine te Boskoop voor zekere som te besteden.
  • b. Digna van der Does, ontving als adellijke meisje een uitkering uit de pachtinkomsten van het klooster Leeuwenhorst dat bij de Reformatie gesloten werd.[327]
  • c. Maria van der Does, ovl. 1592-1611, ontving als adellijke meisje een uitkering uit de pachtinkomsten van het klooster Leeuwenhorst dat bij de Reformatie gesloten werd,[328] beleend (1579), tr. vóór 1579 Jan van Gelmen, ovl. na 1592. Hieruit verder nageslacht bekend.

28036. GERRIT PONSZ, geb. vóór ca. 1520, ovl. 1566-1567, belender aan de Voorweg (1556), aan de Binnenweg (1556..1564, in 1567 zijn erven), aan de Buitenweg (1565-1566) te Hazerswoude (1562..1565), getuige (1559), tr. 2o voor 1567 LIJSBETH JANSDR, ovl. 1572-1584, belendster (als wed. van Gerrit Ponsz) aan de Buitenweg (1567, 1571), aan de Bovenweg (1568-1570), Achterweg (1569) te Hazerswoude (1572, in 1584 de erfgenamen van Lijsbeth, Gerrit Ponsz weduwe), tr. 1o vóór ca. 1545

28037. TRIJNTJE CORNELISDR CRAEN, geb. vóór ca. 1525, ovl. vóór 25-1-1566[329].

Op 3-3-1555 verkoopt Cornelis Willemsz, drapenierder, wonende te Leiden, aan Gerrit Ponsz twee bezegelde schoutenbrieven van 3 morgen houtland met hypotheek op ca. 3 morgen land en nog op 1/5 deel van een halve morgen aan de Rijndijk in twee weren, genaamd het ene Buttermans weer nu in gebruik bij Joris Cornelisz Schoeneman, hem aangekomen van Trijntje Adriaen Jans en haar kinderen.
Vervolg: 3-3-1555. Volgt schuldbrief van 10 gulden per jaar met hypotheek op het gekochte, belend ten oosten de weduwe van Dirck Wittebol en Cornelis Dircksz Een Ooch, ten westen Sijmon Cornelisz Tang, Pieter Garbrantsz en Garbrant Jansz, ten zuiden de Achterweg en ten noorden de Voorweg, zijn huis en erf met 1 morgen land waar het huis op staat, belend ten oosten en zuiden Hendrick Claesz, ten westen Huijch Florisz en ten noorden de Voorweg, belast met 3 1/2 pond hollands per jaar ten laste van Willem Craen; 1 1/2 morgen vrij buurland gelegen boven weg, belend ten oosten en zuiden Ael Jan Lammen, ten westen Pieter Pijnssen en ten noorden jonge Dirck Claesz. [330]
Op 4-5-1561 verkoopt Cornelis Willemsz aan Gerrit Ponsz twee percelen land, het ene belend ten oosten Aernt Gerritsz, ten westen Govert Jacobsz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de Nieuwe vaart en het andere belend ten oosten Floris Gerritsz en Cornelis Claesz brouwer, ten westen Jan Willemsz, ten zuiden de Nieuwe vaart en ten noorden Gerrit Lourisz, onder de voorwaarden dat "also dese landen met eenige ander landen toebehoorende Jan Willemsz de voorsz. Cornelis Willemsz, broer tezamen aan een perceel in de laatste meting gemeten op 8 morgen 5 hond 86 roe, soe sullen Gerrit Ponsz en Jan Willemsz voorsz. tesamen hoere landen verongelden elck even hooch en evenveel", met waarborg een kamp land, groot 1 1/2 morgen, gekomen van Joosje, weduwe van Dirck Wittebol, belend ten oosten Cornelis van Hout, ten westen Cornelis Willemsz, ten zuiden Adriaen Willemsz Veltheer en ten noorden de Voorweg, betaald met een rentebrief.
Vervolg 4-5-1561. Gerrit Ponsz is schuldig aan Cornelis Willem Jan Aertsz een jaarlijkse rente van 36 gulden met hypotheek op het gekochte alsmede op een huis en erf met 7 hond land, belast met 3 1/2 pond hollands per jaar ten behoeve van Willem Craen, belend ten oosten Hendrick Claesz, ten westen Huijch Florisz, ten zuiden Hendrick Claesz en ten noorden de Voorweg, 1 1/2 morgen land boven weg, belend ten oosten Ael Jan Lammen, ten westen Pieter Pijnsz, ten zuiden Ael Jan Lammen en ten noorden jonge Dirck Claesz, 2 1/2 morgen land binnen weg, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Jacob Claesz Doe, ten westen Sijmon Cornelisz Tang en Garbrant Jansz, belast met 10 gulden losrente per jaar ten behoeve van de erfgenamen van Cornelis Willemsz alias Neel Otten te Leiden. [331]
Op 7-12-1562 verkoopt Cornelis Willem Jan Aertsz aan zijn schoonvader Pieter Jacobsz Craen een bezegelde rentebrief d.d. 4-5-1561 op Gerrit Ponsz, groot 36 gulden. [332]
Op 2-2-1568 verkoopt Lijsbeth Jansdr, weduwe van Gerrit Ponsz met Pieter Jansz Wittebol, haar voogd, aan Pons Gerritsz, haar mans voorzoon, 2½ morgen land gelegen binnen weg, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belend ten oosten Jacob Claesz en ten westen Sijmon Cornelisz en Dirck Adriaensz, belast met 10 gulden ten behoeve van de erfgenamen van Cornelis Willemsz te Leiden. [333]
Op 8-1-1581 verkoopt Gerrit Ponsz aan Jacob Cornelisz Craen, zijn oom(¥), een stuk land strekkende van Trijn Cornelisdr, de zuster van Gerrit Ponsz (sic! hoe zit dat?), land af noordwaarts tot de dwarswetering toe, belend ten oosten Eeuwout Gerritsz en de heer van Cruijningen en ten westen Willem Pietersz, wel verstaande dat Trijn Cornelisdr daarin een henneptuin heeft aan de dwarswetering op de oostkade groot de helft van 5 morgen 15 roe, belast met de helft van 30 gulden, waarvan Trijn Cornelisdr de wederhelft moet betalen; 18 gulden ten behoeve van Aelbrecht Hendricksz en 12 gulden ten behoeve van Joost Jacobsz te Leiden. [334]

COMMENTAAR(¥) Dit valt alleen maar te begrijpen als Jacob Cornelisz Craen zijn oudoom is en niet zijn oom. En verder leeft Trijn Cornelisdr blijkbaar in 1581 dus is zij niet de eerste echtgenote van Gerrit Ponsz want overleden voor 1566. Wie Gerrit Ponsz, de verkoper, is, blijft ook een raadsel. Hij kan niet de zoon zijn van Pons Gerritsz x Machtelt Cornelisdr want die in in 1591 nog onmondig. Raadsels dus.

28038. CORNELIS NN.

28080. PIETER GOVERTSZ, ovl. Hazerswoude 25-??-1628,[345] parentatie niet bewezen.

28320. AERT JANSZ SNOECK, geb. Gorinchem 1486, ovl. Gorinchem tussen 6-3 en 4-4-1543, bewoonde in het laatst van zijn leven een huis en hofstad over de haven bij de Groote Steiger te Gorinchem, aanvankelijk klerk onder zijn vader de stadssecretaris, aangesteld tot gezworen roedrager en bode der stad Gorinchem (1526), keurmeester van de haring (1534), manhuismeester (1542), stadhouder (=plaatsvervanger) van de drossaard van Gorinchem en het Land van Arkel (tot 1543),[346] tr. 2o [347] MARIA LAURENS MATTHIJSZDR, ovl. 1541, tr. 3o [348] YKEN AERT VINCKENDR, ovl. na 1543, tr. 1o [349]

28321. NN JANSDR VERPOORT.

Op 6-3-1543 legde Aert Jansz Snoeck nog voor de vierschaar getuigenis af bij zijn eed als oud-schut, op 4-4-1543 komt zijn vrouw als weduwe voor. [350]
Op 25-2-1559 dragen de gemeene erfgenamen van heer Jan Snouck Aerdtssz, priester en kanunnik te Gorkum, n.1. Frans Snouck Aerdtssz, Adriaen Snouck Aerdtssz, Govert Aerdtssz, als man en voogd van Aeff Snouck Aerdtsdr, en nog als zich sterk makende voor Thonis Volkertsz, als man en voogd van Marij Snouck Aerdtsdr, en voor Peter Jelissz., als man en voogd van Griete Snouck Aerdtsdr, beiden wonende te Amsterdam, allen gebroeders en gezusters, op aan Aerdt Aerdtsz twee kamers bezijden mekaar, staande in een stadssteeg achter het huis den Slijpsteen, voor 120 Karolusguldens. [351]
Op 16-12-1559 Frans Snouck Aerdtssz, Adriaen Snouck Aerdtssz., Govardt Aerdtssz van Genderen, als man en voogd van Aeff Snouck Aerdtsdr, (en nog als gemachtigde van Anthonis Volckardtssz, als man en voogd van Marijken Snouck Aerdtsdr, en van Peter Gielilsz, als man en voogd van Grietgen Snouck Aerdtsdr , alle vijf broers cn zusters, droegen op (1) aan heer mr Jan Back, priester en kanunnik van de kollegiale parochiekerk van St Martijn en St Vincent binnen Gorkum, een huis en hofstad op het kerkhof, bij heer Jan Snouck, ook priester en kanunnik te Gorkum, nagelaten en tot in het laatste van zijn leven bewoond, voor 500 Karolusguldens. [352]

28322. WALRAVEN ROELOFSZ VAN DALEM, geb. ca. 1480, ovl. 1553-1559, als Walraven Roelofsz, heer van Spijk (1519, 1531),[379] beleend met Spijk bij dode van zijn oom Otto van Vueren van Spijk (1519), verkoopt Spijk aan Mr. Gerard van Rhenoy (1542), op 20-3-1536 vermeld voor de Vierschaar van Gorinchem, tr.[380]

28323. ELIZABETH LAMBERTSDR, ovl. na 1559.

Wapen Walraven Roelofsz: 2 beurtelings gekanteelde dwarsbalken, helmteken: een vlucht, helm: gekroond.[381]
Lakzegel van Walraven Roelofsz, Heer van Spijk.
Beleningen
Hofstede Arkel
Heukelom nr. 16.[382] Het halve dorp Spijk, waar de kerk in staat, met de heerlijheid hoog en laag, (volgen belendingen in verdere jaren).
31-3-1414: Heer Splinter van Loenersloot zoals hij en zijn ouders hielden van Arkel, (LRK 56 in fine).
30-11-1450: Johan van Vuren Ottenz, beleend door de hertog van Gelre met het huis, dat open zal zijn, (Leenhof Gelre, nr. 2 fo. 43v, nr. 4 fo. 62v, nr. 5 fo. 39v en nr..6 fo. 131).
2-1-1467: Jan van Vuren, heer van Spijk, (LRK 117b fo. 59~).
4-2-1473: Otto van Vuren en Spijk Walravenz bij dode van Jan van Vuren, zijn oom, (LRK 118 c.Arkel fo. 12~).
16-3-1480: Otto van Vuren en Spijk, (LRK 119 c.Arkel fo. 4.)
31-12-1518: Lijftocht van Janna, natuurlijke dochter van Jan van Wulven, maarschalk van Amersfoort en Eemland, wegens haar huwelijk met Otto van Asperen en Vuren, heer van Spijk, en ƒ l0.- goud van haar morgengave op de tienden en smaltienden en op een hofstede in de stad Heukelum, eigen, (LRK 124 c.Arkel fo. 12-13.)
30-3-1519: Walraven Rudolfsz bij dode van Otto van Vuren van Spijk, zijn oom, (LRK 124 c.Arkel fo. 13.)
9-8-1532: Belast voor mr. Cornelis Bertout Jansz met ƒ 24.- karolus goud door Walraven Rudolfsz, te lossen 1: 16, (LRK 125 c.Arkel fo. 24v-25~).
21-5-1533: Belast voor mr. Cornelis Bertout Jansz met ƒ 36.- karolus door Walraven Rudolfsz, te lossen 1: 14, (LRK 125 c.Arkel fo. 29v-30~).
8-11-1534: Belast voor mr. Cornelis Bertout Jansz met ƒ l00.- karolus door Walraven Rudolfsz, te lossen 1: 14, (LRK 125 c.Arkel fo. 36-37). De rentes zijn gelost.
27-7-1542: Mr. Gerard van Rhenoy, raad en meester van de rekeningen te den Haag, bij overdracht door Walraven Rudolfsz, heer van Spijk, (LRK 126 c.Arkel fo. 32).
etc.

28336. HERMAN MELISZ SCHOIR, geb. ca. 1510, schout (1553), taxateur van de 10e penning (1553) en heemraad (1560) van Sleeuwijk, afgevaardigde van Sleeuwijk in een proces voor het Hof van Holland (1560), gebruiker van 56 morgen van "Mijn G(enadige) Heren vand(en) Lande" en eigenaar van 22 morgen (1553) te Sleeuwijk.

29504. JAN AELBERTS VAN BEMMEL, geb. vóór ca. 1520, woont febr. 1546 in de Peperstraat te Wijk bij Duurstede, wapen: drie kookpotten, stamvader van een geslacht Van Bemmel te Wijk, later Amersfoort, vermeld 1580, tr. vóór 1546[387] [388]

29505. LIJSBETH DIRX BOCK, ovl. na 1587.

29554. WILLEM DIRCXZN VASTRICX, geb. vóór ca. 1550, ovl. 1598-1607, afkomstig van Amersfoort (1592), treedt op als getuige en momber in akten (1594..1598), raad (1586, 1588-1592) en schepen (1596), van Amersfoort,[407] otr. 2o Amersfoort geref. 12-12-1592 WILLEMTGEN REYERS VAN WEIJNCKOM, geb. vóór ca. 1550, ovl. na 1611, afkomstig van Amersfoort (1592), woont te Amersfoort (1607), dr. van Mr. Reyner van Wijnckum, raad, schepen, cameraar en weesmeester van Amersfoort,(¥) tr. 1o vóór ca. 1570

29555. SOPHIA DOMINICUSDR, geb. vóór ca. 1550, ovl. 1592.

COMMENTAAR(¥) Mr. Reyner van Wijnckum, raad, schepen, cameraar, weesmeester, van Amersfoort, tr. 1o NN, tr. 2o NN.
    Uit het ene huwelijk:
  • a. Willemtgen Reyers van Weijnckom, geb. vóór ca. 1550, ovl. na 1611, (zie boven)
  • b. Aeltgen Reyers;, ovl. na 1611, wonende te Danswijck (1607) tr. vóór 1607 Anthonis Ariaenszn Spijcker.
    Uit het andere huwelijk:
  • c. Weymtgen Reyers, ovl. na 1611, wonend te Amersfoort (1607).
  • d. Sander Reyers, ovl. na 1611, wonend te Lopick (1607).
      Uit hem:
    • 1. Reyer Sanders, ovl. na 1607.

Op 1-5-1588 verkopen Cornelis Albertsz. en zijn vrouw Maria, aan Servaes Janssen en Evertgen zijn vrouw, zeker huis staande in de Peperstraat belend aan de ene zijde: Cornelis Rijcxs erfgenamen, aan de andere zijde: Jacob van Haeften. Op de lasten van 50 gulden hoofdsom t.b.v. Willem Dircxz Vastricx. [408]
Op 27-5-1592 testeren te Rotterdam, Willem Dircx Vastrick en zijn vrouw Sophia Dominicusdr, wonende te Amersfoort. Zij benoemen hun kind of kinderen tot erfgenaam. Het testament is opgemaakt ten huize van Dirck Willemsz Vastrick in Quaeckernaeck, aan de oostzijde van de Buttersloot. [409]
Op 18-6-1594 verkopen Jan Evertss van Barnevelt en Aeltgen zijn vrouw, aan Mr. Cornelis van Ingen en Sophia zijn vrouw, huis, hof en hofstede met halve put en halve steeg naar de openbare straat, genaamd den Oliphant, in de Nieuwstraat, zoals heden gekocht. Op last van 250 gulden aan Jan Wouterss Both en 50 gulden aan Willem Dirckss Vastricx. [410]
Op 21-6-1594 verkoopt Evert Albertsz, aan Cornelis Albertsz en Maeritgen zijn vrouw, het derde deel van 'n huis, hof en hofstede op Bloemendal belend aan de ene zijde: Jacob de touwer, aan de andere zijde: zaliger Andries Gerritz's erven. Op last van vierdelhalve gulden per jaar aan de Arme wezen; 2 gulden, 10 stuivers per jaar aan Willem Dircxz Vastricx, losbaar met 50 gulden; 25 gulden aan Evert Woutersz; 14 stuivers per jaar aan het schoenmakersgilde. [411]
Op 26-7-1553 leent Geertruyt, Henrick Quinten weduwe, met Zweer van Daetzeler haar gekozen voogd, van Claes Werboutszn en zijn vrouw Elysabeth, een losrente van 1 gulden, te lossen met 20 keizersgulden payment, met als onderpand: het halve huis, hof en hofstede staande aan de Langestraat, belend aan de ene zijde: Steven Henricxzn erfgenamen, aan de andere zijde: Jacob Willemss. Op 6-6-1595 verscheen Willem Dircxzn Vastricx en verklaarde dat de hoofdsom afgelost en voldaan was. [412]
Op 1-4-1595 verkopen Mr. Matheus Toll en Agnietgen zijn vrouw, aan Anthoenis Thoenisz en Reijertgen zijn vrouw, een hof buiten de Sint Andriespoort belend aan de ene zijde: Jan en Gerrit van Dashorst, aan de andere zijde: Bartholomeus Rijcxz. Op last van 100 gulden aan Willem Dircksz Vastrick. [413]
Op 19-12-1597 verkopen Willem Dircxz Vastrik, mede voor zijn huisvrouw en kinderen voor 1/6 deel. Dominicus Dommensz, mede voor alle andere erven van zaliger Dommen Dommensz voor 1/6 deel. Neeltgen, weduwe van Jochem Evertsz, mede voor haar kinderen, met Evert van der Schuer haar momber voor 1/6 deel. Gerritgen Jorris Dircxz' weduwe, mede met Evert van der Schuer als momber 1/6 deel. Geertgen Aert Janszdochter mede voor haar zuster, ook met Evert voorschreven als momber voor 1/6 deel. Dominicus voorschreven mede voor Peter Jansz te Woudenberg voor 1/6 deel. Jannitgen, weduwe van Aert Gerritsz met Peter Bot Hermansz haar momber, genoemde Peter Both voor hemzelf en mede voor zijn broer Gerrit Both, aan Dominicus Dommensz als momber van de kinderen van zaliger Lambertus Dommensz voor de ene helft en de weduwe van dezelfde Lambertus voor de andere helft, een hof buiten Bloemendal, belend aan de ene zijde voor: de openbare weg, aan de andere zijde ernaast een steeg, aan de andere zijde Franck de molenaar. [414]
Op 16-9-1607 testeert: Willemtgen Reyersdr wonend te Amersfoort, wed. van Willem Dircxzn Vastrick. Zij legateert aan: - Aeltgen Reyers, huysvrouw van Anthonis Ariaenszn Spijcker, wonende te Danswijck, haar zuster, haar beste heuck en twee gouden ringen en 200 carolus guldens, die zij of haar erfgenamen zullen nemen uit haar gereedste goederen; - Sander Reyers, haar halve broer wonend te Lopick, 100 gulden hoofdsom, wesende lijfrenten op de stad Amersfoort, bij de comparante ten lijven van Sander gecoft. - Reyer Sanders, zoontje van (genoemde) Sander Reyers, haar pille (?) en een oude rosenobel; - Weymtgen Reyers, haar half zuster wonend te Amersfoort, haar dagelijkse heuk, haar zilveren onderriem en alle halsdoeken en huyfke tot haar lijf behorende plus 100 gulden hoofdsom ten lijve van Weymtgen, op deze stad gekocht. Zij benoemt tot haar erfgenamen, haar zuster Aeltgen Reyers voor de helft en Sander Reyers en Weymtgen Reyers samen voor de andere helft. Zij secludeert de weeskamer te Amersfoort. Getuigen: Henrick Rijcxzn, Evert Aertszn en Henrick Janszn [415]
Op 8-4-1611 testeert: Willemtgen Reyers, krank van lichaam te bedde liggende, wed. van Willem Dircxzn Vastrick, onder verwijzing naar een testament d.d. 11-9-1607 voor Nots. J. van Ingen. Zij wenst te legateren aan: - Weymtgen Reyers, haar halve zuster, het halff kastken staande in de keuken, haar dagelikse zwarte rock, haar pels en een blauwe onderrok; - Trijntje en Cornelia, dochters van Dirck Co...... tot de gedenkenis ieder een oude dubbele ducaat van 8 gulden. Approberende het testament van notaris Joh. van Ingen dd. 11-9-1607, willende dat het van kracht zal blijven voor zover het bij desen niet wordt veranderd. Akte ten huize van de comparant. Getuigen: Henrick Evertzn, schoenmaker, Willem Rijcxzn, snijder, en Gosen Janzn. [416]
Op 17-6-1611 verkopen Henr. Dircksz, zoon van Dirck Jansz, voor zichzelf en zich sterkmakende voor Evertgen zijn huisvrouw, voor d'ene helfte, Henr. Henrsz van Hardenteen en Antonia zijn huisvrouw als 't recht van deze hebbende voor d'andere helft, aan t.b.v. Willemtgen naegelaten weduwe van Willem Dircksz Vastrix, zekere plechte met hoofdsomme van 200 gulden met de rente van jaarlijks 12 Keijzers gulden eertijds belden bij mr. Henr. Gout uijt crachte van procuratie t.b.v. Jan Dircksz van Wageningen en de Dirck zijn soon wesende deselve plechte van date de 7e oktober 1566 hierdoor getransficeert. [417]
Op 24-9-1611 testeert: Willemtgen Reyers, crank van lichaam te bedde liggende, wed. van Willem Dircxzn Vastrick, onder verwijzing naar een testament d.d. 11-9-1607 voor Nots. J. van Ingen, en een Codicille d.d. 16-4-1611 voor Nots. J. van Ingen. Zij wil persisteren het testament van 1607 en het codicille van 1611. Het moet volkomen effect sorteren uitgezonderd dat die beste heuck en 2 gouden ringen op Aeltgen Reyers geprelegateerd zullen komen in gemene deylinge op haar geinstitueerde erfgenamen. Te weten voor de ene helft op genoemde Aeltgen Reyers en de andere helft op Sander Reyers en Weymtgen Reyers, mitsdien zal 'tselve prelegaat diensaangaande succeren. Blijven de verdere inhoud van het testament en codicille van volle waarde. Getuigen: Gosen Janzn, Lambert Egberts en Jacob Corneliszn als geburen hiertoe verzocht, ten huize van de comparant. [418]

29556. HENRIK JANSZ VAN DAEL, geb. vóór ca. 1535, ovl. vóór 1596, tr. vóór ca. 1560

29557. GOUTGEN NN, ovl. na 1596.

Op 28-7-1551 transporteert Henrick Jansz van Dael aan Peter van Dam te Amersfoort een vyerdel van een huysinge ende hoffstede mitten werff, daeraen geleege, staende aen die Camper Vypoort, daer aen die eene die stadsingel ende aen dander syde die Vypoort naest geleegen zyn. [458]
Op 28-7-1551 transporteerden Geryt van Dael en Geertruyt zyn wyff een huizinge en hofstede, gelegen in de Vypoort te Amersfoort, aan Peter van Dam, terwijl laatstgenoemde dien dag het laatstbedoelde huis met nog een hof, gelegen "aen de pot" weer terug-transporteerde aan G. van Dael en zijne vrouw. [459]
Op 2-2-1596 lenen Peter Franss, schipper en Grietgen zijn vrouw, van 1) Aeltgen Jurphaes van Suemeren, wonend te Utrecht, 2) En nog van Aeltgen, weduwe van Willem Willemsz en Goutgen, weduwe van Henrick van Daell alhier 1) 100 gulden, 2) 200 gulden met als onderpand het huis waarin zij woont, belend Peter Gijsbertsz, Servaes Jansz, In de marge: Heijman Evertsz te Voorthuizen, verklaart van Aeltgen Jansz de schuldsom ontvangen te hebben. Akte 7-8-1640. [460]

Ds. Martinus van Harlingen (1643-1721) door Pieter Jansz van Ruyven (1651-1719).
Prent
Datering: onbekend
Locatie: Rijskprentenkabinet, Amsterdam.
Bron: Ref. [500]

klik op plaatje(s) om te vergroten

29558. FRANS NN.

29562. WOUTER BEERNTSZ, ovl. na 1628, belender in de Haag te Amersfoort (1625, 1627), tr. vóór ca. 1550

29563. AELTGEN HENRICX, ovl. 1624-1628.

Op 26-1-1622 verkopen Wouter Beerntsz en zijn vrouw Aeltgen Henrickszdochter, aan Gerrit Aertsz en zijn vrouw Jannitgen, een huis in de Slijkstraat met een hof en hofstede met de halve steeg en halve put, de hof strekt tot aan de grond van Gerrit Ghijsbertsz zoals deze tegenwoordig is afgevreest (afgezet met een vreding), belend aan de ene zijde de weg van Jacob Ghijsbertsz, molenaar, aan de andere zijde Jan Petersz, smit, Een last van 200 gulden heden voor deze datum afgelost. [511]
Op 14-7-1624 testeren: Wouter Beerntsz (tekent met merk) en zijn echtgenote Aeltgen Henricx, (tekent met merk), borgers en inwoonders van Amersfoort) onder verwijzing naar een open brief van Octroij (Hove van Utrecht) d.d. 17-2-1610. Over en weer bemaken zij elkaar de levenslange lijftocht van al hun na te laten goederen met een volkomen bewind en administratie. Al hun na te laten goederen bemaken zij voor de ene helft aan Beernt Joachims, de zoon van hun overleden dochter en voor de andere helft aan Deliana, het onmundige kind van zaliger Andries Joachims (de zoon van hun overleden dochter) resp. hun nalatende geboorte bij vooroverlijden. Op conditie dat Beernt Joachims niet gehouden zal zijn in te brengen dat wat zijn moeder ten huwelijk ontvangen heeft, noch dat het kind van Andries Joachims in zal moeten brengen wat de moeder van Andries ten huwelijk heeft ontvangen. Beernt Joachims heeft van de comparanten 200 gulden op renten gehad evenals Andries Joachims zaliger in zijn leven 100 Carolus gulden. De comparanten willen dat Beernt Joachims de 100 gulden die hij meer op renten heeft dan Andries, behouden zal voor zijn heerlijkheid en voordeel. De honderd gulden die ieder dan nog op renten heeft, zal ieder behouden en zal gecompenseerd zijn. Met voorwaarden voor de vererving van de nalatenschap wanneer ook nalatende geboorte van hun erfgenamen mocht overlijden. Eventueel te vererven op de zijde van hen comparanten. Zij stellen het kind van Andries Joachims onder de Weeskamer van de stad Amersfoort. Akte te Amersfoort ten woonplaatse van de comparanten. Getuigen: Jeronimus Moret (tekent met merk) en Jacob Cornelis (tekent met merk), gebuyren van de comparanten. [512]
Op 7-6-1628 sluiten Wouter Beerentss en Beernt Joachimsz, zijn neef (lees kleinzoon?), een overeenkomst. Beernt Joachims zal Wouter Beerntss, zijn grootvader (bestevaer) onderhouden in kost, drank, kleren zowel wollen als linnen, vuur en licht, bewassing en andere zorg, zijn levenlang. Wouter cediert dan aan Beernt Joachim zijn vrouw en hun erven, de helft van huis, hof en hofstede in de Haag aan de waal en helft van 200 gulden hoofdsom op Reijer Arisz en de helft van een huisje en hofje in de Haag op de hoek van de Koestraat, helft van inboedel en huisraad. Nu door Beernt Joachimsz gebruikt en de andere helft aan Wouter Beernts overleden vrouw behoort hij in lijftocht bezit. Cedeert nog aan Beernt en zijn erven bij zijn overlijden: kleren, wollen en linnen, uitgezonderd het beddegoed Op last van 1 gulden, 1 stuivers per jaar aan de erven van Catharina Brants; 20 stuivers aan de erven van Wouter Beernts zaliger huisvrouw. [513]

29634. PIETER CORNELISZ DIEPHORST (alias SOOS), geb. 1520/21, beg. Gouda St. Janskerk nov/dec 1599 (Pieter Corn. Zoes ƒ 2,8,9, "overgeluijt 3 middaechs poessen ƒ 3,12,0"), voor het eerst vermeld in het Verlijboek van Gouda 1551, geadmitteerd als notaris te Gouda 10-2-1563,[514] procureur voor het gerecht van Gouda (1569..1599), tr. vóór ca. 1550[515]

29635. GEERTE JANSDR, geb. vóór ca. 1530, ovl. na 1587.

Pieter Cornelis Diephorst (ca. 1521-1599).
Schilderij zich bevindend in het Museum te Gouda (1959), dat reeds in 1647 bekend stond als 'de Laarzeman'. Schilder onbekend, vermoedelijk Pieter Aertsz.
In de rechterbovenhoek staat: ANNO DNI 1567, daaronder AETATIS 46. Op de lijst staat: OMNIS LAVS IN ACTIONE CONSISTIT VIRTVTIS. Op het enigszins accoladevormig uitgesneden bord, dat aan de onderzijde van de lijst is aangebracht, staat te lezen: Dit paer laersen wil ick vrolick schincken De man, die zijn wijf niet en ontsiet verre heb ick mij helle doen klincken roupen en wincke Maer noch en heb ick hem gevonde niet Aldus coem ick om weten alsomen mij ziet of hij mach zijn int goudtse dal Die mij Dese laersen of halen zal BELLUM PRECOR ITA SVSCIPIATVR VT NIHIL ALIVD NISI PAX QVESTTA VIDEATVR
Dr. Martinus Blonck, gehuwd met de kleindochter Adriana de Jong van Pieter Cornelis Diephorst kocht het schilderij op 27-3-1647 uit de boedel van Adriaen Jansz Diephorst. [516]

klik op plaatje(s) om te vergroten
Verlijboek Gouda: Op 8-8-1576 compareerde Pieter Cornelisz Soos procur(eur) voor de gerechte deser Stede Ende constitueerde hem zelven borge voor Cornelis Pietersz, zijn zoon, Daem Joppen, en Henrick Ariensz, alle poorters deser Stede", etc.[517]
Verlijboek Gouda: Op 5-8-1587 compareert "Geerte Jansdr, huyssvrouw van Pieter Corn. Soos, procur(eur), ende belooffde alle de goederen binnen haren huijsse syn(de) zoe wel mobilia, linne, tinne, huysraet als anderts egeen wtgesondert wel en getrouwelicken by den' anderen te houden en bewaren. Sonder dselve daer wt te vervreempden, ofte doen vervreempden directe1. noch indirectel. op pene van aen haer verhaelt en gestraft te worden als diefte. Ende Jan Dircx van Berghen (mede compeeren(de)) Constitueerde hem borghe ome de voorsz goederen tallen tijden des vermaent syn(de) In sulcker state te leveren, daer Inne de selve' Jegenwoordich zijn, zonder datter eenighe verminderinghe aff. sall zijn gedaen".[518]
Op 3-12-1637 compareerden te Gouda "deersame Jan Woutersz Backer, poorter deser stede als getrout hebbende Geertgen Jansdr ende Neeltgen Jansdr, hare suster met haer gecoren vooght, vervangende tzamen hare suster Grietgen Jansdr, alle dochters van z. Neeltgen Pietersdr Diephorst, ter eenre, Item Neeltgen Gijsberts Pater met haer gecooren voocht Mr. Nicolaes Huijgen Hopcooper, horologiemaker, vervangende bij haerluijder toestaen Cornelis Michielsz, Jan Michiels en derffgenamen van z. Grietgen Michielsdr, alle wonende buijten deser steede versz, Melchior Andries Outerkens als man en vooght van Geertgen Huijgendr, Neeltgen Raesdr, weduwe wijlen Aert Pietersz Vermeij, met haer gecooren vooght in desen, Mees Dircksz Motreghen, getrout hebbende Aechgen Andriesdr, Pieter Cornelisz de Graeff vervangende zijne meede Crediteuren van z. Grietgen Ctalen? overleden tot Amsterdam, Item Cornelis Cornelisz Diephorst vervangende sijne mede Erffgenamen van wegen de staeck van zijne za. beste vader Cornelis Pietersz Diephorst in zijn leven Secret(ari)s tot Moordreght, Doctor Martinus Blonck, nomine uxoris vervangende sijn mede Erff genamen van wegen sijn z. moeder Cecilia Pietersdr Diephorst, Ende Mr Barent Rhijnenburg voor mijn selven uijt wettelicke actie hebbende van Willem Jansz Kouwenhove z. die een soone was van za. Suzanna Pieters Diephorst, ter Andere zijde, de welcke alle verclaarden en verclaren mits deesen hoe dat sij metten anderen zijn verdragen ende geaccordeert nopende seeckere questie van seven hondert Carolus gulden met den Intrest van dien de welcke de voornoemde Jan Woutersz Cum socius (op den boel van za. Huijbert Cornelisz Pater ende Maritgen Pietersdr Diephorst, zijne huijsvrouw za.) hadden pretenderen, Ende noch in proces ongedeert was hangende voor den Hove van Hollant staende (?)thien mits desen aff alle Pretensien en questien dies aengaende Ende sij (?)thien bekenden mits deesen Int minnël verdragen ende veraccordeert te zijn op conditie dat den voornoemden Jan Woutersz cum socius voor uijt de gereetste pen. van vercopinge van huijs en erff staende opten corten tiende wegh naest daer tmelckmeijsgen uijthangt van zaliger Huijbert Cornelisz Pater ende Maritgen Pieters Diephorst naergelaten dat de versz. Jan Woutersz cum suis sal hebben en genieten de somme van drie hondert ende vijftigh Carolus gulden eens, dat mits desen bij den selve versz erffgenamen wort verstaen tot openbare vercopinge vant zelve huijs ende Erve met cöpensatie van costen onvermindert haere vorder actie die zij als mede erffgenamen hebben te pretenderen op de selve erffnisse voor haer Contingent", etc. [519]

31284. TEUNIS EVERTS VAN VOORST, ovl. na 1561, doopget. (1561) bij zijn kleinzoon Willem, tr. (huw. voorw Utrecht St. Catharinedach) 1539[541]

31285. GEERTRUIJT JACOB GIJSBERTSDR(¥), ovl. na 1576. Zij testeert 7-4-1576.

COMMENTAAR(¥) In onderstaand manuscript abusievelijk genoemd Geertruyt Jans.

"Onse Genealogie kannen wij niet vaster maken als beginnen(de) van Teunis Evertsz van Voorst wyens huysvrou heeft geheten Geertruyt Jans, dese heeft gehadt ses soonen, Evert, Cornelis, Gysbert, Willem, Jan, Hieronimus en een dochter genaemt Cornelia, de memorietafel waarin hy met syn sonen en dochter geschildert nae de wyse doen gebruykel(yck) als in den jare 1566, berust by Lucas van Voorst, vroetschap t Utrecht (nota bene). Dese Teunis Evertsz van Voorst heeft onder de eerste t Utrecht mede een smaeck gekregen van de Greformeerde religie soo dat hy in de Klaeskerk op een seeckeren tyt publiquel(yck) de pastoor heeft tegengesproken hem van leugenen beschuldigend en(de) als doen ter tyt Albertus Spigius, deken van St. Jan, inquisitor hereticae pravitatus was soude in groot gevaar gecomen hebben ten waar syn kinderen en vrienden voorgegeven hadden dat hy van ouderdom sufte en niet wel met het hooft bewaert was, waarop belast is dat sy hem wel nau in hups souden bewaren, en hebben niet alleen een eerlycke amende voor de paep moeten geven, maar de kinderen hebben ook in het besonder voor hem als een simpel mensch moeten boete doen." [542]

31292. JOOST VAN VOORST, geb. ca. 1500, ovl. Utrecht 1563, "die des heeren backer was",[568] tr. 1523[569]

31293. WENDELMOET ZANDERSDR VAN RODENBURCH, geb. ca. 1505, ovl. Utrecht na 1563, "sij leefden nae haer man langen tijt ende sterft haestelick opt Bagijnhoff".[570]


Cornelis van Voorst

Ia. Cornelis van Voorst, geb. ca. 1530, ovl. na 1585 ("Hij sterft ao. .... ende wert St. Jacob begraven in syn swager (=schoonzoon) Valentijn van de Voorts graft"[584]), tinnegieter, "ende behielp hem meest met oßeweyden en de coorncoopen",[585] tr. ca. 1560[586] Petronella Claas Gerritsdr van Overmeer, geb. ca. 1535, beg. Utrecht Geertekerk 23-6-1581, "dat een cloecke vrou was die sterft voor haer man anno 1581 ende leyt in de Buerkerck in haer vaders graft begraven",[587] dr. van Claes Gerritsz van Overmeer, kistenmaker, houtkoper, en Oedel Peter Robbertsdr.


Schets van Swan Theatre op de zuidoever van de Theems te Londen, door Aernout van Buchell (1565-1641) nagetekend van aantekeningen van zijn vriend Johannes de Witt (1566-1622) en gepubliceerd in de Adversaria (Utrecht, ca. 1595-1630). [612] Stadsgezicht op Utrecht vanuit het westen, verschenen in de Diarium (Utrecht, ca. 1593-1600) door Aernout van Buchell (1565-1641). Ingekleurde pentekening.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Aernout van Buchell (1565-1641).
Gravure door Crispijn de Paße (1614). [613]

klik op plaatje(s) om te vergroten
      Uit haar eerste huwelijk (van der Voort-van Voorst) een zoon:[614]
    • 1. Jacob van der Voort, geb. 1587-1590.
      Uit haar tweede huwelijk (van Buchell-van Voorst) een zoon:[615]
    • 1. Aernt van Buchell, geb. 21-4-1594, ovl. 1611.
  • c. Josijntje (Joosintgen, Josina) van Voorst, geb. Utrecht in de Lijnmarckt 1558, ovl. 1580, "was een seer schoone jonge dochter die geboren werde in de Lijnmarckt smanendaechs in de goede weeck ao. 1558", "sterft corts nae haer 2 kijnt voor haer ouders niet veel over de 22 jaer out, wert begraven St. Jacob",[616] tr. ("seer jonck 20 jaer") 1578[617] [618] Thomas Frederiksz van Bree(n). Hieruit twee jong overleden kinderen.
  • d. Jkvr. Geertruijt van Voorst(¥), geb. 1567 ("acht daech voor Mey op een Vrijdach), tr. 1o (huw. voorw. 22-11-1590) Dr. Johan Baptista Schipperius, geb. 1567, ovl./beg. Utrecht Magdalena kerk 26/28-2-1593 ("Johanni Baptistae Schipperio med. doct. immatura morte exstincto, parentes lugentes posuere, vixit annis 25 menses 6 obiit 26 die feb. 1593", "sterft corts an een teerende siecte"[619]), ingeschreven als student aan Universiteit van Heidelberg (D) 3-7-1589 ("Joannes Schipperius, Ultraiectinus"),[620] promoveert in de geneeskunde te Ferrara (1589) ("Joannis Baptista Schipperius promotus est Farrariae Med. D. Anno 1589, Indict. secunda d. 19 May"),[621] zn. van Mr. Martinus Baptista Schipperius, chirurgijn, en Geerichje Nobel, trouwde "hier nae als sij veel vervolch hadde"[622] in 1597 Prof. AElius Everardus Vorstius (Forstius), geb. Roermond 26-9-1565, ovl. Leiden 22-10-1624,[623] ingeschreven als student letteren aan de Universiteit van Leiden 28-4-1580 (Everardus a Vorst, Ruremondensis"),[624] verblijft vervolgens vier jaar te Heidelberg en Keulen, ingeschreven als student aan Universiteit van Heidelberg (D) 18-1-1586 ("Eberhardus Vorstius, Ruremundanus"),[625] ingeschreven als student filosofie en geneeskunde aan Universiteit van Padua (I) 18-5-1587 ("Eberhardus Vorstius, Gelder Ruramondanus"),[626] is van aug. 1588 tot april 1589 bibliothecaris van de Inclyta Natio Germanica Artistarum te Padua, waar hij een hardnekkig wanbetaler blijkt met wie de Natio nog tot in 1599 correspondeert over betaling van zijn schulden, en aan wie de Natio nog in 1605 een brief schrijft wegens het niet betalen van zijn hospita Isabella Columbina aldaar ('Litterae mißae ad Dominum Eberhardum Vorstium Profeßorem in Academia quae est apud Lugdunenses in Hollandia nomine Isabellae Columbinae olim hospitae suae.'), vertrekt in 1589 van Padua naar Bologna[627] en Ferrara,[628] testeert te Delft 11-4-1598,[629] hoogleraar aan de Universiteit van Leiden (1598-1624), benoemd tot buitengewoon hoogleraar natuurkunde aldaar 9-11-1598, tot gewoon hoogleraar natuurkunde en geneeskunde aldaar 22-9-1599, tot bestuurder van de Kruidhof aldaar 8-5-1617, geeft tevens onderwijs in kruidkunde,[630] is viermaal rector magnificus van de Universiteit van Leiden (1609, 1612, 1621, 1622),[631] lijfarts van Prins Maurits.[632] Uit haar beide huwelijken nageslacht bekend.
    Op 11-4-1598 testeren te Delft Dr. Everardus Vorstius en zijn echtgenote en Jkvr. Geertruijt van Voorst, beiden wonend te Delft. Zij legateren aan Jkvr. Claesgen van Voorst, echtgenote van Arent Buchel, Sophia van Voorst, echtgenote van Jan Heijndricksz van Wijckersloot. Maria Buchels, voorts genoemd: Johannes Schepperius, Maertijnken van Bruijntsel, Lijsbeth van Bruijntsel, Martijngen Buchels, Elijsabeth Buchels. Get. Jacob Jansz Graeswijnckel, Sijmon Leenertsz van (der) Beest, beiden wonend te Delft [633]


    COMMENTAAR(¥) Volgens Ref. [634] is zij Grietge van Voorst, dr. van Cornelis Teunisz van Voorst (zie kw. nr. 31285 sub b).
    "'t andere kint is geweest Johannes Baptista Schepperius geboren Ao 1568, heeft eerst te Leyden gestudeert en woonde int huys van Antonius Strutius, is tot groot leetwesen van syn vader paeps geworden, is geweest in Italien en te Ferraren Ao 1589 doctor med. gepromoveert, is ook t Utrecht getrout met Geertruyt van Voorst, en by haar ook twe kinderen geprocreert die vroegh syn gestorven, hy selven is ov(er)leden Ao 1593 den 25 Febr. maar out synde 26 jaar, syn weduwe Geertuyt van Voorst (hertrouwde) aen Elius Everardus Vorstius erst Phisicae daar nae Bot. et Med. Prof. wiens soon Adolphus Vorstius als noch de outste Prof. Med. te Leyden is." [635]
      Uit haar eerste huwelijk (Schipperius-van Voorst) twee jong overleden kinderen.
      Uit haar tweede huwelijk (Vorstius-van Voorst) (o.a.?):
    • 1. Prof. Dr. Adolphus Vorstius, geb. Delft 18-11-1597, ovl. Leiden 6-10-1663,[636] ingeschreven als student letteren aan de Universiteit van Leiden 10-2-1612 ("Adolphus Vorstius, Delfensis. 14 (jaar)"),[637] ingeschreven als student geneeskunde en kruidkunde aan Universiteit van Padua (I) 15-6-1621 ("Adolphus Vorstius, Delpho-Batavus"), is 'consiliarius Bohemicus' en bibliothecaris van de Inclyta Natio Germanica Artistarum te Padua, promoveert aldaar in 1622,[638] ingeschreven als doctor honoris causa in de geneeskunde 28-8-1623 aan de Universiteit van Leiden,[639] hoogleraar te Leiden (1624-1663), benoemd tot buitengewoon hoogleraar geneeskunde aldaar 10-2-1624, benoemd tot gewoon hoogleraar kruidkunde (tevens bestuurder van de Kruidhof) en gewoon hoogleraar geneeskunde aldaar 13-5-1625, onderwees de Aphorismi Hippocratis (1648),[640] is driemaal rector magnificus van de Universiteit van Leiden (1636, 1652, 1660).[641] Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 2. Petronella van Vorst, geb. Leiden 10-8-1599, ovl. Utrecht 12-4-1630, tr. Leiden 9-11-1627 (de bruiloft werd in de galerij van den hof der Academie gevierd),[642] Dr. Mr. Carel Martens, geb. Amsterdam 26-1-1602, ovl. Utrecht 20-5-1649, beg. aldaar Janskerk, was slechts elf jaar oud, toen hij na het overlijden van zijn vader door zijn voogden naar de Leidsche Academie werd gezonden,[643] wordt op 8 en 9 april 1627 door Prof. Dr. Everardus Bronchorstius, hoogleraar rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Leiden, geexamineerd in de rechten, promoveert aldaar op 8-6-1627 tot doctor in de beide rechten, vertrekt omstreeks Nieuwjaar 1628 naar Utrecht om te gaan wonen in een gehuurd huis aan de Kromme Nieuwe gracht bij de St. Hieronymußchool, vestigde zich te Utrecht als advocaat, legde er op 26-1-1633 de burgereed af, wordt in mei 1633 benoemd tot ontvanger der gebeneficieerde goederen 's Lands van Utrecht en van die van het convent Marienborch te Soest, woont met zijn tweede vrouw in een gehuurd huis aan het Oudkerkhof, waar hij een schilderijenverzameling aanlegt, waartoe o.a. een Rembrandt heeft behoord, diaken en ouderling van de geref. gemeente te Utrecht,[644] zn. van Hans Martens, kruidenier te Amsterdam in "de Kat" op de Dam en in "Den Otter" aan het Water, en Mayken Baccher. Hieruit twee jong overleden kinderen. Hij hertr. Vlißingen 19-9-1634 Jacoba Lampsins, waaruit nageslacht.
      Dagboek van Prof. Dr. Everardus Bronchorstius, hoogleraar rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Leiden 1587-1627 [645] Mijn vertaling Latijn-Nederlands, LL

      1627: 8 et 9 Aprilis examinatus est pro gradu Doctoratus Carolus Martini. Duae Leges illi aßignatae sunt: L. Ut vim, tt de Just. et L. Traditionibus, C. de Pact. Respondit commode, sed paulo praecipitantius.
      1627: op 8 en 9 April is geexamineerd voor de graad van Doctor Carel Martens. Deze twee wetten zijn hem voorgelegd: "L. Ut vim, tt de Just. et L. Traditionibus, C. de Pact." Hij heeft voldoende geantwoord, maar een beetje terneergeslagen.

Referenties van de gegevens van generatie 15 staan ook hier
Referenties Kwartierstaat Lapikás --- Generatie 15 ( 645 refs.)
Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld.
  1. R.A.Ht, Alken S.B. 90, f3, 21 april 1550; f12v, 23 juni l550; f227,11 september 1553; f281v, 21 april 1554; f283, 19 april 1554.
  2. R.A.Ht, Alken S.B. 88, f298v, 19 januari 1534.
  3. R.A.Ht, Alken S.B. 89, f62v, 5 maart 1537.
  4. R.A.Ht, Alken S.B. 89, f282v, 17 januari 1541.
  5. R.A.Ht, Alken S.B. 90, f119v, 7 maart 1552.
  6. R.A.Ht, Alken S.B. 91, f148v, 5 oktober 1553.
  7. R.A.Ht, Alken S.B. 92, f51v, 27 november 1559.
  8. R.A.Ht, Alken S.B. 91, f353v, 7 januari 1559. S.B. 92, f57, 8 januari 1560. S.B. 93, f283v, 14 april 1572.
  9. RA.Ht, Alken S.B. 93, f299v, 31 mei 1572; f306, 19 juni 1572.
  10. RA.Ht, Alken S.B. 93, f266v, 4 februari 1572.
  11. RA.Ht, Alken S.B. 93, f395, 7 januari 1574.
  12. RA.Ht, Leenzaal van Kuringen 209, f65v 3 maart 1598.
  13. S.A.S.T., inv. 134, f27v.
  14. S.A.S.T., inv. 2440, f27v, 23 december 1609: de wezen van Bartholomeus Wennen en Maria van Brabant trekken jaarlijks ƒ 7½ uit dit huis.
  15. S.A.S.T., inv. 286, no 30, retroakte de dato 7 februari 1615.
  16. P.D. Meijer en A.M.L. van Wieringen, Van Wieringen in Rijnland, Schoorl, 2005, p36
  17. F. Melis Taeymans, De Antwerpse Poortersboeken 1533-1608, Stadsarchief, Antwerpen, 1977
  18. Antwerpsch archievenblad, dl. 15,16
  19. NL 84(1967)112
  20. Schepenreg. Antwerpen 11 Moy et Neesen, fol. 246, gecit. in NL 84(1967)112
  21. GAA, Loterij 1606
  22. Melis Taeymans, l.c.
  23. Jennifer Kilian, The paintings of Karel Du Jardin, 1626-1678: catalogue raisonné, 2005
  24. M. M. Kleerkooper, Wilhelmus Petrus van Stockum (Jr), De boekhandel te Amsterdam voornamelijk in de 17e eeuw, dl. 2, Deel 10 van Bijdragen tot de geschiedenis van den Nederlandschen boekhandel, 1916
  25. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21621704
  26. J.A. Gruys en J. Bos, Adresboek. Nederlandse drukkers en boekverkopers tot 1700, Den Haag,1999
  27. Nav. 20(1870)501 en 21(1871)176
  28. ⇒ burgerboeken
  29. J.A. Gruys en J. Bos, Adresboek. Nederlandse drukkers en boekverkopers tot 1700, Den Haag,1999
  30. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21648168
  31. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21734663
  32. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21589210
  33. Transportakten voor 1811; NL-SAA-21655527
  34. GAA Transportakten voor 1811; NL-SAA-21655716
  35. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21656092
  36. GAA Transportakten voor 1811; NL-SAA-21656256
  37. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21734907
  38. GAA Transportakten voor 1811; NL-SAA-21589929
  39. Prom. IX, en Prom I (2e dr.)
  40. Regionaal Historisch Centrum Delft, Inventaris van het archief van de weeskamer Delft, nr. 4078
  41. F.D.O. Obreen, Archief voor NEDERLANDSCHE KUNSTGESCHIEDENIS, Rotterdam, 1877
  42. Regionaal Historisch Centrum Delft, Inventaris van het archief van de weeskamer Delft, nr. 6610
  43. Bulletin des archives d'Anvers, Volume 18
  44. Erik Duverger, Antwerpse kunstinventarissen uit de zeventiende eeuw, dl. 1, 1984
  45. Melis Taeymans, l.c.
  46. ⇒ fonds_plaisier.htm
  47. Bron: Requestboek 1577-78, fol. 139 en A.A.B. Deel 24, blz. 129, 130, ⇒ fonds_plaisier.htm
  48. ⇒ fonds_plaisier.htm
  49. Bron: Collegiale Actenboeken 1577-83 en A.A.B. Deel 15, blz. 467, 468, ⇒ fonds_plaisier.htm
  50. Bron: Collegiale Actenboecken 1583-85 en A.A.B. Deel 5, blz. 260, ⇒ fonds_plaisier.htm
  51. ARA Brussel, Chambre des Comptes Nrs. 1843 en volg., gecit. in W. Westerbeke (red.), Opkomst en ondergang van de reformatie in en omtrent Ronse in Vlaanderen, Middelburg, 2008
  52. W. Westerbeke (red.), Opkomst en ondergang van de reformatie in en omtrent Ronse in Vlaanderen, Middelburg, 2008
  53. W. Westerbeke (red.), Opkomst en ondergang van de reformatie in en omtrent Ronse in Vlaanderen, Middelburg, 2008
  54. zie ook Onze Voorouders IV, p363
  55. RAL, ONA Leiden, Nots. Ewout Hendricxz Craen, Archiefnr. 506, inv. nr. 125, akte nr. 099
  56. RAL, ONA Leiden, Nots. J. van Heussen, Archiefnr. 506, inv. nr. 215, akte nr. 030
  57. RAL, ONA Leiden, Nots. Jan (Franssen) van der Meer, Archiefnr. 506, inv. nr. 342, akte nr. 055
  58. J. de Wal, Nederlanders, en personen, die later met Nederland in betrekking stonden, studenten te Heidelberg en te Genève, in: Handelingen en Mededeelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde 1865; en Nederlanders, studenten te Heidelberg (s.1. ,1886)
  59. Nav. 6(1856)51
  60. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  61. J. de Wal, l.c.
  62. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  63. Nav. 45(1895)76
  64. J. de Wal, l.c.
  65. Nav. 6(1856)51
  66. RAL, ONA Leiden, Nots. Jan van Kuyck, Archiefnr. 506, inv. nr. 119, akte nr. 123
  67. RAL, ONA Leiden, Nots. Ewout Hendricxz Craen, Archiefnr. 506, inv. nr. 147, akte nr. 017
  68. RAL, ONA Leiden, Nots. Jan Angillis, Archiefnr. 506, inv. nr. 299, akte nr. 129
  69. RAL, ONA Leiden, Nots. Ewout Hendricxz Craen, Archiefnr. 506, inv. nr. 129, akte nr. 152
  70. Amstelodamum 10(1923)33
  71. NL 79(1962)68
  72. Uit Leiden blz. 198v, reg. F, d.d. 7-8-1577, mededeling door M. van der Tas, 2009
  73. uit Leiden reg. G, f. 118, d.d. 4-3-1579, mededeling door M. van der Tas, 2009
  74. Amstelodamum 10(1923)33
  75. De Waag 14-3-1940
  76. De Waag 14-3-1940
  77. H.P. Ros en D.M. van Eck, Het kervenregister en de volkstelling van Leiden 1581, RU Leiden, 1996, ⇒ easy.dans.knaw.nl
  78. Mededeling M. van der Tas, 2009
  79. RAL, Bonboeken Leiden, Archiefnr. 501A, inv. nr. 6619, f360v
  80. RAL, ONA Leiden, Nots. Salomon Lenaertsz van der Wurt, Archiefnr. 506, inv. nr. 9, akte nr. 180
  81. RAL, ONA Leiden, Nots. Salomon Lenaertsz van der Wurt, Archiefnr. 506, inv. nr. 11, akte nr. 004
  82. H.M. van den Heuvel, De criminele vonnisboeken van Leiden 1533-1811, Leiden, 1977
  83. zie ook NL 79(1962)26
  84. NNBW
  85. K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid Nederland
  86. NL 79(1962)26
  87. H.M. van den Heuvel, De criminele vonnisboeken van Leiden 1533-1811, Leiden, 1977
  88. NNBW, dl. 1, ⇒ www.dbnl.org
  89. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  90. De acta der Nationale Synode te 's Gravenhage, 20 Juni-1 Augustus 1586, ⇒ kerkrecht.massa.netivity.nl
  91. Genealogie voor 1600, ⇒ genealogie.htm
  92. Genealogie voor 1600, ⇒ genealogie.htm
  93. RAL, Bonboeken Leiden, Archiefnr. 501A, inv. nr. XXX, f 349v
  94. RAL, ONA Leiden, Nots. Ewout Hendricxz Craen, Archiefnr. 506, inv. nr. 125, akte nr. 096
  95. RAL, ONA Leiden, Nots. Ewout Hendricxz Craen, Archiefnr. 506, inv. nr. 144, akte nr. 024
  96. ⇒ familienamen.html
  97. ⇒ familienamen.html
  98. ORA Schiedam, inv. nr. 714, f117v, d.d. 30-12-1601
  99. Amstelodamum 10(1923)33
  100. ⇒ 0132.html
  101. NNBW deel 5, ⇒ www.dbnl.org
  102. Svenskt biografiskt handlexikon, sub voce Cabeljau, ⇒ sbh
  103. NL 79(1962)26
  104. Nav. 38(1888)103
  105. Amstelodamum 10(1923)33
  106. ⇒ 0132.html
  107. NL 79(1962)26
  108. Svenskt biografiskt handlexikon, sub voce Cabeljau, ⇒ sbh
  109. ⇒ 0074.html
  110. ONA Rotterdam passim
  111. zie ook NL 79(1962)68
  112. ONA Rotterdam, passim
  113. NL 79(1962)68
  114. RAL, ONA Leiden, Nots. Jan Mote, Archiefnr. 506, inv. nr. 288, akte nr. 107
  115. RAL, ONA Leiden, Nots. Kaerl Outerman, Archiefnr. 506, inv. nr. 443, akte nr. 101
  116. Henriette de Bruyn Kops, A Spirited Exchange, Leiden, 2007
  117. ONA Rotterdam, Nots. Jacob Symonsz, inv. nr. 4, Aktenummer/Blz. 221/401
  118. ONA Rotterdam, Nots. Jacob Symonsz, inv. nr. 4, Aktenummer/Blz. 221/402
  119. ONA Rotterdam, Nots. Gerrit Jansz van Woerden, inv. nr. 24, Aktenummer/Blz. 95/210
  120. ONA Rotterdam, Nots. Jacob Duyfhuysen, inv. nr. 45 Aktenummer/Blz. 123/222
  121. ARA Hof van Holland, nr. 01705, Residentieboek van Mr. A.Duijck, periode 25.04.1605 /5.09.1606, gecit. in Van Zeeuwse Stam 95(1996)249
  122. ARA Hof v. Holland, inv. Nr. 701-708, gecit. in GN 13(1958)116
  123. ONA Rotterdam, Nots. Jacob Symonsz, inv. nr. 6, Aktenummer/Blz. 100/269
  124. ONA Rotterdam, Nots. Jacob Symonsz, inv. nr. 47, Aktenummer/Blz. 18/29
  125. ONA Rotterdam, Nots. Gerrit Jansz van Woerden, inv. nr. 26, Aktenummer/Blz. 181/362
  126. ONA Rotterdam, Nots. Jacob Duyfhuysen, inv. nr. 47, Aktenummer/Blz. 55/203
  127. ONA Rotterdam, Nots. Jacob Duyfhuysen, inv. nr. 48, Aktenummer/Blz. 51/88
  128. ONA Rotterdam, Nots. Jacob Cornelisz van der Swan, inv. nr. 186, Aktenummer/Blz. 114/211
  129. GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Hofflant, inv. nr. 258, akte/blz. nr. 23/34
  130. Isaac Beeckman, Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 à 1634. Tome 4: Supplément
  131. RA Zeeuwse Eilanden inv.nr. 115a, folio 4
  132. NNBW
  133. A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden
  134. Amsterdam, Bibl. Rem. Kerk, bewaard in de UB. - Autograaf, twee bladen, gecit. in C. de Waard, l.c.
  135. ONA Rotterdam, Nots. Jacob Cornelisz van der Swan, inv. nr. 183, Aktenummer/Blz. 134/180
  136. Isaac Beeckman, Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 á 1634. Tome 2: 1619-1627 (ed. Cornelis de Waard). Martinus Nijhoff, Den Haag 1942
  137. ONA Rotterdam, Nots. Arnout Wagensvelt, inv. nr. 140, Aktenummer/Blz. 323/541
  138. ONA Rotterdam, Nots. Jacob Cornelisz van der Swan, inv. nr. 185, Aktenummer/Blz. 256/337
  139. GA Rotterdam, ONA, Nots. Gerrit van der Hout, inv. nr. 289, akte/blz. nr. 117/172
  140. Isaac Beeckman, Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 à 1634. Tome 4: Supplément
  141. GA Rotterdam, ONA, Nots. Gerrit van der Hout, inv. nr. 313, akte/blz. nr. 145/242
  142. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacobus Delphius, inv. nr. 395, akte/blz. nr. 254/494
  143. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacobus Delphius, inv. nr. 397, akte/blz. nr. 231/435
  144. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacobus Delphius, inv. nr. 398, akte/blz. nr. 125/269
  145. GA Rotterdam, ONA, Nots. Daniel de Olyslager, inv. nr. 1238, akte/blz. nr. 2/2
  146. GA Rotterdam, ONA, Nots. Daniel de Olyslager, inv. nr. 1238, akte/blz. nr. 46/82
  147. ⇒ Indie_voc1_trans.html
  148. ⇒ Knollenstein.htm
  149. ⇒ Knollenstein.htm
  150. Meijer en Van Wieringen, l.c., p249
  151. Meijer en Van Wieringen, l.c.
  152. Meijer en Van Wieringen, l.c., p249
  153. GA Leiden, toegang 504, inv. nr. 457, gecit. in Meijer en Van Wieringen, l.c., p249
  154. ARA 3.01.03, gecit. door Fons van Wieringen, 2009
  155. Meijer en Van Wieringen, l.c., p249
  156. Meijer en Van Wieringen, l.c., p250
  157. OA Rijnland, invnr. 1950, fol. 13, gecit. door Fons van Wieringen, 2009
  158. Meijer en Van Wieringen, l.c., p250
  159. OV 31(1976)162
  160. OV 29(1974)324
  161. Nav.78(1929)133
  162. Nav. 78(1929)177
  163. OV 30(1975)79
  164. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude 1555-1557, inv. nr. 16, blz. 109v
  165. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 16, blz. 116v
  166. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 17, blz. 13v
  167. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 18, blz. 55
  168. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 19, blz. 60v
  169. Nav.78(1929)133
  170. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 19, blz. 15
  171. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 24, blz. 128
  172. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 16, blz. 141
  173. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 16, blz. 49v
  174. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 16, blz. 61v, 62
  175. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 16, blz. 140v
  176. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 16, blz. 147v
  177. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 16, blz. 182v
  178. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 16, blz. 186
  179. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 16, blz. 226v
  180. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 16, blz. 408v, 409
  181. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 16, blz. 525v
  182. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 16, blz. 572, 573
  183. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 17, blz. 55v
  184. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 17, blz. 405
  185. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 17, blz. 405v
  186. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 18, blz. 387v
  187. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 18, blz. 531
  188. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 19, blz. 193
  189. zie ook A.J. Brand, Nieuwkomers in de Leidse vroedschap 1420-1510; aanzetten tot een profielschets. In: Macht, aanzien en welzijn. Nieuwelingen in het Leidse stadsbestuur 1200-1795, (2003)
  190. A.J. Brand, Nieuwkomers in de Leidse vroedschap 1420-1510; aanzetten tot een profielschets. In: Macht, aanzien en welzijn. Nieuwelingen in het Leidse stadsbestuur 1200-1795, (2003)
  191. A.J. Brand, Nieuwkomers in de Leidse vroedschap 1420-1510; aanzetten tot een profielschets. In: Macht, aanzien en welzijn. Nieuwelingen in het Leidse stadsbestuur 1200-1795, (2003)
  192. H. Brand, Over macht en overwicht: stedelijke elites in Leiden (1420-1510)
  193. H. Brand, Over macht en overwicht: stedelijke elites in Leiden (1420-1510)
  194. A.J. Brand, Nieuwkomers in de Leidse vroedschap 1420-1510; aanzetten tot een profielschets. In: Macht, aanzien en welzijn. Nieuwelingen in het Leidse stadsbestuur 1200-1795, (2003)
  195. NL 39(1921)167
  196. OV 17(1962)91
  197. A.J. Brand, Nieuwkomers in de Leidse vroedschap 1420-1510; aanzetten tot een profielschets. In: Macht, aanzien en welzijn. Nieuwelingen in het Leidse stadsbestuur 1200-1795, (2003)
  198. H. Brand, Over macht en overwicht: stedelijke elites in Leiden (1420-1510)
  199. Nav. 31(1881)632
  200. Jb. CBG 45(1991)41
  201. OV 60(2005)204
  202. OV 46(1991)139
  203. OV 49(1994)406
  204. Nav. 31(1881)632
  205. Nav. 31(1881)632
  206. Jb. CBG 45(1991)41
  207. Jb. CBG 45(1991)41
  208. OV 44(1989)360
  209. OV 46(1991)139
  210. zie ook ⇒ lovawa
  211. Nav. 31(1881)632
  212. ⇒ rijnsburg
  213. Jb. CBG 45(1991)65
  214. Jb. CBG 45(1991)65
  215. Jb. CBG 45(1991)41
  1. ⇒ Inname_van_Rotterdam_%281488%29
  2. Nav. 4(1854)349
  3. Nav. 8(1858)269
  4. ⇒ lovawa
  5. Nav. 4(1854)349
  6. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 17, blz. 247
  7. ⇒ lovawa
  8. Nav. 4(1854)349
  9. ⇒ lovawa
  10. ⇒ lovawa
  11. NL 79(1962)245
  12. Nav. 8(1858)269
  13. ⇒ lovawa
  14. Nav. 4(1854)349
  15. Nav. 8(1858)268
  16. NL 79(1962)245
  17. Nav. 8(1858)268
  18. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 19, blz. 206
  19. ⇒ rijnsburg
  20. Jb. CBG 45(1991)41
  21. Archief van de Abdij Rijnsburg, nr. 1123, ⇒ rijnsburg
  22. Gen. Her. Bladen (1908)4
  23. OV 72(1955)122
  24. GN 48(1993)465
  25. OV 72(1955)122
  26. OV 72(1955)122
  27. Gen. Her. Bladen (1908)4
  28. OV 72(1955)122
  29. Gen. Her. Bladen (1908)4
  30. OV 72(1955)122
  31. OV 72(1955)122
  32. OV 56(1938)294
  33. A.J. Brand, Nieuwkomers in de Leidse vroedschap 1420-1510; aanzetten tot een profielschets. In: Macht, aanzien en welzijn. Nieuwelingen in het Leidse stadsbestuur 1200-1795, (2003)
  34. OV 72(1955)122
  35. Archief van de Abdij Rijnsburg, ⇒ rijnsburg
  36. ⇒ rijnsburg
  37. OV 40(1985)43
  38. Nav. 31(1881)632
  39. Gen. Her. Bld. 8(1913)109
  40. OV 46(1991)139
  41. ⇒ lovawa
  42. Nav. 31(1881)632
  43. NL 59(1941)371
  44. Nav. 31(1881)632
  45. Gen. Her. Bld. 8(1913)109
  46. Jb. CBG 45(1991)67
  47. OV (1989)474
  48. OV 30(1975)416
  49. OV 30(1975)416
  50. OV 30(1975)416
  51. GA 's-Gravenhage, transporten 1543, nr. 378
  52. OV39(1984)124
  53. OV 25(1970)135
  54. OV 30(1975)416
  55. Jb. CBG 45(1991)67
  56. Archief van de Abdij Rijnsburg, nr. 1129, ⇒ rijnsburg
  57. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 16, blz. 722
  58. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 17, blz. 145
  59. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 17, blz. 248
  60. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 17, blz. 363v, 364v
  61. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 17, blz. 365
  62. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 17, blz. 386
  63. Archief van de Abdij Rijnsburg, nr. 1400, ⇒ rijnsburg
  64. Wap. 12(1908)408
  65. Wap. 12(1908)408
  66. Wap. 12(1908)408
  67. NL 61(1943)221
  68. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 18, blz. 479
  69. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 18, blz. 482
  70. zie ook Wap. 12(1908)408
  71. Wap. 12(1908)408
  72. Wap. 12(1908)408
  73. Wap. 12(1908)408
  74. Wap. 12(1908)417
  75. Nav. 31(1881)632
  76. Gen. Her. Bld. 8(1913)109
  77. Nav. 31(1881)632
  78. Nav. 31(1881)632
  79. Gen. Her. Bld. 8(1913)109
  80. Nav. 31(1881)632
  81. Gen. Her. Bld. 8(1913)109
  82. Gen. Her. Bld. 8(1913)109
  83. Gen. Her. Bld. 8(1913)109
  84. Gen. Her. Bld. 8(1913)109
  85. Gen. Her. Bld. 8(1913)109
  86. NL 42(1924)297
  87. NL 33(1915)247
  88. NL 42(1924)297
  89. NL 69(1952)335
  90. Gen. Her. Bld. 8(1913)109
  91. NL 42(1924)297
  92. ANF 5(188)160
  93. ANF 5(188)160
  94. NL 59(1941)371
  95. NL 59(1941)371
  96. OV 52(1997)153
  97. OV 52(1997)461
  98. OV 52(1997)462
  99. OV 37(1982)315
  100. OV 40(1985)42
  101. OV 40(1985)719
  102. OV 40(1985)739
  103. OV 33(1978)37
  104. OV 45(1990)114
  105. OV 1979)391
  106. Jb. CBG 45(1991)67
  107. OV 1989)474
  108. Jb. CBG 45(1991)67
  109. Jb. CBG 45(1991)67
  110. Nav. 4(1854)349
  111. Jb. CBG 45(1991)67
  112. Jb. CBG 45(1991)67
  113. Mededeling Simon Blok, 2010
  114. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 16, blz. 4v en 5
  115. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 16, blz. 262v en 263
  116. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 16, blz. 504v
  117. Streekarchief Rijnlands Midden, protocollen Hazerswoude 1565-1573, inv. nr. 17, blz. 207v
  118. Streekarchief Rijnlands Midden, protocollen Hazerswoude 1577-1580, inv. nr. 18, blz. 376
  119. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 18, blz. 289v
  120. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 18, blz. 379
  121. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 19, blz. 130
  122. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 19, blz. 292
  123. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 22, blz. 184
  124. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 22, blz. 407 en 407v
  125. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 21, blz. 100v
  126. SRM, ORA, protocollen Hazerswoude, inv. nr. 23, blz. 29
  127. Streekarchief Rijnlands Midden, protocollen Hazerswoude 1565-1573, inv. nr. 17, blz. 656v
  128. Streekarchief Rijnlands Midden, protocollen Hazerswoude 1589-1601, inv. nr. 20, blz. 497
  129. Prom. 17, p363
  130. NL 27(1909)103
  131. NL 27(1909)103
  132. NL 27(1909)103
  133. NL 27(1909)103
  134. NL 27(1909)103
  135. GA Gorkum, schepenakten, d.d. 25-2-1559, gecit. in NL 18(1900)249
  136. GA Gorkum, schepenakten, d.d. 16-12-1559, gecit. in NL 18(1900)250
  137. NL 27(1909)103
  138. NL 27(1909)106
  139. NL 27(1909)106
  140. NL 27(1909)103
  141. NL 27(1909)104
  142. GTMWB 24(2000)303
  143. NL 27(1909)103
  144. NL 27(1909)104
  145. NL 27(1909)104
  146. NL 27(1909)104
  147. NL 27(1909)104
  148. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  149. J.J. Poelhekke, Nederlandse leden van de Inclyta Natio Germanica Artistarum te Padua 1553-1700, Med. Ned. Hist. Inst. Rome, deel XXXI
  150. J.J. Poelhekke, Nederlandse leden van de Inclyta Natio Germanica Artistarum te Padua 1553-1700, Med. Ned. Hist. Inst. Rome, deel XXXI
  151. NL 27(1909)104
  152. Jb. Amsteldodamum 41(1947)57
  153. Jb. Amsteldodamum 41(1947)57
  154. Amstelodamum 82(1995)101
  155. NL 27(1909)104
  156. Amstelodamum 82(1995)101
  157. Jb. Amstelodamum 10(19120150
  158. NL 27(1909)104
  159. Amstelodamum 82(1995)101
  160. Jb. Amsteldodamum 69(1977)52
  161. GA Gorkum, schepenakten, d.d. 9-2-1559, gecit. in NL 18(1900)248
  162. GTMWB 24(2000)303
  163. OV 32(1977)464
  164. ⇒ gd-hoofd.htm
  165. OV 32(1977)464
  166. OV 40(1985)55
  167. ⇒ snoek01.html
  168. ⇒ kwartierstaat
  169. ⇒ gerritvanderbeek
  170. ⇒ gerritvanderbeek
  171. Nav. 98(1960)20
  172. GN 40(1985)543
  173. Nav. 98(1960)20
  174. GN 40(1985)213
  175. Nav. 98(1960)83
  176. Nav. 98(1960)83
  177. GN 40(1985)213
  178. Nav. 98(1960)84
  179. GN 40(1985)213
  180. GN 40(1985)213
  181. GN 40(1985)213
  182. GN 40(1985)213
  183. GN 40(1985)213
  184. GN 40(1985)539
  185. GN 40(1985)213
  186. zie ook GN 40(1985)214
  187. zie ook GN 40(1985)214
  188. GN 40(1985)214
  189. zie ook GN 40(1985)213
  190. GN 40(1985)213
  191. Abraham van Bemmel, Beschrijving van de stad Amersfoort, Utrecht, 1760
  192. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-10, blz. 39v
  193. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Symonsz, inv. nr. 3, akte nr. 318/430
  194. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-11
  195. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-11
  196. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-4, blz. 054v
  197. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-11
  198. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-11
  199. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a001, f24 - 24 V.
  200. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a001 folio 158 V - 159
  201. GA Amersfoort, ONA, Transporten, inv.nr. 436-14
  202. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a001 folio 184 - 184 V
  203. ANF 15(1902)91
  204. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Symonsz, inv.nr. 17, aktenr./blz. 85/293
  205. ANF 15(1902)91
  206. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Symonsz, inv.nr. 18, aktenr./blz. 35/123
  207. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Symonsz, inv.nr. 18, aktenr./blz. 141/468
  208. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacob Duyfhuysen, inv.nr. 38, aktenr./blz. 49/127
  209. GA Rotterdam, ONA, Nots. Willem Jacobsz., inv.nr. 61, aktenr./blz. 81/272
  210. ANF 15(1902)90
  211. GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Wagensvelt, inv.nr. 128, aktenr./blz. 401/1065
  212. GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Wagensvelt, inv.nr. 129, aktenr./blz. 83/259
  213. GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Wagensvelt, inv.nr. 129, aktenr./blz. 85/264
  214. Jb. Amstelodamum 4(1906)94
  215. Jb. Amstelodamum 7(1909)96
  216. GA Rotterdam, ONA, Nots. Adriaan Kieboom, inv.nr. 150, aktenr./blz. 307/497
  1. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacobus Delphius, inv.nr. 394, aktenr./blz. 348/614
  2. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  3. Abraham van Bemmel, Beschrijving van de stad Amersfoort, Utrecht, 1760
  4. Wap. 9(1905)326
  5. ANF 15(1902)91
  6. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-11
  7. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-4, blz. 079v
  8. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-13
  9. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-13
  10. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-13
  11. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-14
  12. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-15
  13. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-16
  14. Abraham van Bemmel, Beschrijving van de stad Amersfoort, Utrecht, 1760
  15. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-15
  16. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-17
  17. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-17
  18. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-19
  19. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-19
  20. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-27
  21. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21610224
  22. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21610225
  23. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21610622
  24. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21613634
  25. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21628135
  26. Protocollen van transporten en plechten van Amersfoort, d.d. 28-7-1551 gecit. in Nav. 65(1916)351
  27. Protocollen van transporten en plechten van Amersfoort, d.d. 28-7-1551 gecit. in Nav. 65(1916)351
  28. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-11, blz
  29. Abraham van Bemmel, Beschrijving van de stad Amersfoort, Utrecht, 1760
  30. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-04, blz 363 verso
  31. GA Amersfoort, ONA, Transporten, inv.nr. 436-13
  32. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a001, f502 - 502 V.
  33. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a001, f503.
  34. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, AT 002a001, f503 V - 504.
  35. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-15
  36. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-15
  37. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-15
  38. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-15
  39. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-15
  40. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-15
  41. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-15
  42. GA Amersfoort, ONA, Nots. Notaris J. van Ingen, AT002 a002, f351 V
  43. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-16
  44. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-20
  45. Abraham van Bemmel, Beschrijving van de stad Amersfoort, Utrecht, 1760
  46. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-19
  47. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-19
  48. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-20
  49. ANF 13(1900)73
  50. OV 19(1964)25
  51. NL 15(1897)111
  52. Nav. 64(1915)76
  53. NL 15(1897)111
  54. Nav. 64(1915)76
  55. ANF 13(1900)73
  56. Nav. 64(1915)76
  57. NL 15(1897)111
  58. OV 19(1964)25
  59. NL 15(1897)111
  60. GN 43(1988)167
  61. NNBW, dl.6
  62. Van der Aa
  63. Nav. 41(1891)198
  64. GN 43(1988)167
  65. G. van den End, Guiljelmus Saldenus (1627-1694). Een praktisch en irenisch theoloog uit de Nadere Reformatie, Leiden, 1991, en proefschrift Utrecht
  66. RHCL, inv. nr. 0540 Huis De Cloese, 2.3. Geslacht Van Harlingen en verwante geslachten
  67. G. van den End, Guiljelmus Saldenus (1627-1694). Een praktisch en irenisch theoloog uit de Nadere Reformatie, Leiden, 1991, en proefschrift Utrecht
  68. GN 43(1988)167
  69. GN 39(1984)89
  70. Abraham van Bemmel, Beschrijving van de stad Amersfoort, Utrecht, 1760
  71. NL 73(1956)288
  72. GA Amersfoort, 0099 Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort, 1326-1983, Toegang 0099, Regest 490
  73. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-13
  74. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-14
  75. Resolutien Amersfoort, gecit. in NL 93(1976)342
  76. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-15
  77. GA Amersfoort, ORA, Transporten, Toegangsnr. 0012 Stadsgerecht Amersfoort, inv.nr. 436-15
  78. GA Amersfoort, ONA, nots. J. van Ingen, fol. 137-139, inv. no. 1674b, gecit. in NL 73(1956)288
  79. GA Amersfoort, ONA, Transporten, inv.nr. 436-15
  80. GA Amersfoort, ONA, Nots. (ouden stijl) Notaris J. van Ingen, AT002 a002, f371 V;
  81. GA Amersfoort, ORA, Transporten, inv.nr. 436-16
  82. Admissen Hof van Holland , d.d. 10-2-1563, gecit. in NL 76(1959)41
  83. NL 76(1959)40
  84. NL 76(1959)40
  85. NL 76(1959)40
  86. NL 76(1959)40
  87. ONA Gouda, Nots. Barend Rhijnenburgh, d.d. 3-12-1637, gecit. in NL 76(1959)37
  88. NL 76(1959)40,45
  89. NL 76(1959)40,45
  90. NL 76(1959)40
  91. NL 76(1959)38
  92. NL 76(1959)40,45
  93. NL 76(1959)38
  94. NL 76(1959)38
  95. NL 76(1959)38
  96. ONA Gouda, Nots Th. Vlack, d.d. 31-1-1634, gecit. in NL 76(1959)38
  97. NL 76(1959)38
  98. NL 76(1959)40
  99. NL 76(1959)40
  100. NL 76(1959)40
  101. NL 76(1959)43
  102. NL 76(1959)45
  103. NL 76(1959)45
  104. J.J. Poelhekke, Nederlandse leden van de Inclyta Natio Germanica Artistarum te Padua 1553-1700, Med. Ned. Hist. Inst. Rome, deel XXXI
  105. NL 76(1959)45
  106. NL 76(1959)40
  107. NL 76(1959)40
  108. NL 76(1959)39
  109. NL 44(1926)2,47
  110. NL 44(1926)47
  111. NL 44(1926)2,47
  112. NL 44(1926)47
  113. NL 44(1926)47
  114. St. Her. 4(1956)222
  115. NL 43(1925)67
  116. NL 43(1925)67
  117. NL 44(1926)47
  118. St. Her. 4(1956)222
  119. St. Her. 4(1956)222
  120. St. Her. 4(1956)222
  121. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  122. NL 43(1925)67
  123. NL 44(1926)47
  124. NL 44(1926)56
  125. NL 44(1926)47
  126. NL 44(1926)47
  127. Nav. 56(1906)661
  128. De Gerechtsbrief van Maire en Schepenen van St. Omer berust in Bibl. Utrecht onder nr. 1778 n
  129. NL 44(1926)47
  130. NL 44(1926)47
  131. NL 44(1926)2
  132. NL 44(1926)2
  133. NL 44(1926)47
  134. NL 44(1926)2
  135. NL 44(1926)47
  136. NL 24(1906)51
  137. NL 44(1926)2
  138. NL 24(1906)51
  139. NL 24(1906)51
  140. NL 24(1906)51
  141. NL 24(1906)51
  142. NL 24(1906)51
  143. NL 44(1926)3
  144. NL 24(1906)51
  145. NL 44(1926)3
  146. NL 24(1906)51
  147. NL 44(1926)3
  148. NL 24(1906)51
  149. NL 44(1926)3
  150. NL 44(1926)3
  151. NL 44(1926)2
  152. NL 24(1906)51
  153. NL 24(1906)51
  154. NL 24(1906)51
  155. NL 24(1906)51
  156. NL 44(1926)3
  157. NL 24(1906)52
  158. NL 44(1926)3
  159. NL 24(1906)52
  160. NL 44(1926)3
  161. ⇒ Kwartierstaat5.html
  162. zie ook ⇒ Kwartierstaat5.html
  163. NL 94(1977)310
  164. NL 32(1914)64
  165. NL 24(1906)52
  166. NL 44(1926)3
  167. NL 94(1977)310
  168. ⇒ buchel.asp
  169. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  170. ⇒ buchel.asp
  171. P.C. Molhuysen, Album Promotorum Academiae Lugduno Batavae 1575-1812, 's-Gravenhage 1913-1924
  172. ⇒ Hs798.htm
  173. ⇒ EGODOC.htm
  174. ⇒ buchel.asp
  175. Bernadette Schöller, Der Kölner Graphikmarkt um 1600. ⇒ buchelius.html
  176. Everardus Bronchorstius, Diarium Everardi Bronchorstii 1591-1627, uitg. door J.C. van Slee, Martinus Nijhoff, 's-Gravenhage 1898, ⇒ www.archive.org
  177. Bernadette Schöller, Der Kölner Graphikmarkt um 1600. ⇒ buchelius.html
  178. ⇒ Hs842.htm
  179. ⇒ Hs842.htm
  180. ⇒ Hs842.htm
  181. ⇒ buchel.asp
  182. NL 24(1906)53
  183. NL 24(1906)53
  184. NL 24(1906)51
  185. ⇒ Kwartierstaat5.html
  186. NL 44(1926)47
  187. NL 24(1906)53
  188. J. de Wal, Nederlanders, en personen, die later met Nederland in betrekking stonden, studenten te Heidelberg en te Genève, in: Hand. en Med. Mij. der Ned. Letterkunde 1865; en Nederlanders, studenten te Heidelberg, 1886
  189. NL 44(1926)56
  190. NL 24(1906)53
  191. C.A. Siegenbeek van Heukelom-Lamme, Album Scholasticum Academiae Lugduno-Batavae 1575-1940, Leiden, 1941
  192. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  193. J. de Wal, Nederlanders, en personen, die later met Nederland in betrekking stonden, studenten te Heidelberg en te Genève, in: Hand. en Med. Mij. der Ned. Letterkunde 1865; en Nederlanders, studenten te Heidelberg, 1886
  194. J.J. Poelhekke, Nederlandse leden van de Inclyta Natio Germanica Artistarum te Padua 1553-1700, Med. Ned. Hist. Inst. Rome, deel XXXI
  195. J.J. Poelhekke, Nederlandse leden van de Inclyta Natio Germanica Artistarum te Padua 1553-1700, Med. Ned. Hist. Inst. Rome, deel XXXI
  196. J.J. Poelhekke, Nederlandse leden van de Inclyta Natio Germanica Artistarum te Padua 1553-1700, Med. Ned. Hist. Inst. Rome, deel XXXI
  197. Loße acte in de Prot. van Nots. Jacob Burgersez. Delft, gecit. in NL 29(1911)11
  198. C.A. Siegenbeek van Heukelom-Lamme, Album Scholasticum Academiae Lugduno-Batavae 1575-1940, Leiden, 1941
  199. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  200. NL 53(1935)278
  201. ONA Delft, Nots. Jacob Borgersz. Jans, inv. nr. 1506, f30
  202. NL 44(1926)47
  203. NL 44(1926)55
  204. C.A. Siegenbeek van Heukelom-Lamme, Album Scholasticum Academiae Lugduno-Batavae 1575-1940, Leiden, 1941
  205. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  206. J.J. Poelhekke, Nederlandse leden van de Inclyta Natio Germanica Artistarum te Padua 1553-1700, Med. Ned. Hist. Inst. Rome, deel XXXI
  207. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  208. C.A. Siegenbeek van Heukelom-Lamme, Album Scholasticum Academiae Lugduno-Batavae 1575-1940, Leiden, 1941
  209. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  210. NL 53(1935)278
  211. NL 53(1935)278
  212. NL 53(1935)278
  213. Everardus Bronchorstius, Diarium Everardi Bronchorstii 1591-1627, uitg. door J.C. van Slee, Martinus Nijhoff, 's-Gravenhage 1898, ⇒ www.archive.org

Back to the
genealogy page
Back to the
contents
Go to the
index
Forward to next
generation 16
Back to previous
generation 14
Directly go to generation :
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43