| You are here: Louk-Home ⇒ Genealogy ⇒ Kwartierstaat Lapikás ⇒ Gen. nr. 15 |
24120. KERST TRUMPENERS[1], geb. ca. 1500, ovl. na 1559. Hij vestigde zich te Alken (B), tr. Alken
24121. ANNA WILLEMS STRAETMANS, geb. Alken. Van Joes van Streels kocht hij in 1534 een "huys ende hoffgelegen ter Coest, regenoet
Gheert Conraets hoff ter eender ende die straet ter ander syden, met noch
eender weijen dair tegen over gelegen, regenoet Ot Aerts ter eender ende Jan Coesmans ter ander zijden". Het goed was belast met vier mud koren, "elkers
een Goede Vrijdage den aermen van Alken te backen", en ƒ 5½ herencijns.
Joes zou jaarlijks de 36 stuivers erfelijk behouden, die hij tot dusver gold aan
Kersten. Diens schoonvader Willem Straetmans stelde daarvoor 9 roe land "opt
Coestervelt" tot onderpand. Bovendien verbond Willem een gulden rente die
hij trok van Henrick Poelmans te Bokhout als onderpand.[2] Het huis moet nog
zwaarder belast zijn geweest, of Kerst had ter plaatse al een huis, want in 1537
kocht hij van Peter Wouters de 13 stuivers rente af, die deze hief op zijn "huys
ende hoiff, gelegen te Coest".[3] In 1541 gaf Jacop Hauben "ses uaet rogh syfelts"
jaarlijkse pacht op een bunder opden Lynderberch aan Kerst Trumpeneers
voor ƒ 43 zyfelts volgens "der evaluatien nu ter tyt tot Hasselt gepubliceert, te
weetene den eraraus snaphaen voer neghen stuvers 1 ort, den nuwen erardus
penninck stuck voer vyffdalven stuver, den geliesryder voer XXXVIIII stuvers
ende eenen gulden te lycop III stuvers".[4] Bij de boedelscheiding van Willem Straetmans in 1552 tussen zijn zoon Heynken en zijn dochters Jehen en Anna
erfde de laatste 12 roe land in het Coestervelt, 8 roe "opt Verdt bruggen velt",
de helft van de grote 'pot' aldaar, 6 roe "opt Vienster velt", 5 roe beemd "in
die Couwe" en 5½ roe beemd "tot Slegen brouck".[5] Aan zijn zwager Heynken Straetmans verkocht Kerst Trumpeners in 1553 de 33½ stuivers die hij van hem
trok uit goederen "by den hoff van Streels" en van zijn schoonvader had geerfd.[6]
Het laatst wordt Kerst Trumpeneers gezien in 1559, toen hij een rente van ƒ 2
afloste.[7]
24584. ANDRIJS (ARIEN) ALBERTSZ, ovl. na 1562, ambachtsbewaarder van Nieuwkoop (1545).
25672. PETER SNEUWATERS, parentatie niet bewezen,
poorter van Antwerpen 28-4-1570, als riemmaker afkomstig van Lier, en
zn. van Mattheus (Sneuwaters).[17]
XXI Junii 1578 Geordonneert Peeter Sneeuwaters, ter causen vande schapprayen byhem aande stadtpoorten ghemaect om de sleutelen deser stadt daerinne te sluyten, volgende de specificatie (vuyt te reycken de somme van ) VII guldenen...[18]
| COMMENTAAR(¥) Hij is mogelijk identiek met Jan Jans van Eyndhoven die in 1576 voorkomt als koper te Antwerpen. [20] |
| COMMENTAAR(¥) Bij de huwelijken van dochter Lijsbeth en van zoon Adam treedt Pieter van Breusegem, hun oudoom, op als getuige. Deze is kennelijk de Pieter van Breusegem die op 27-8-1614 een erf in een steegje te Amsterdam koopt van Abram Boom. Of deze oudoom Pieter een (aangehuwde) oom is van Adam Sneewater of van Elizabeth Cornelisdr Nason is nog onbekend. |
Begraafboek Weeskamer Amsterdam: Op 9-3-1605 bewijst Elizabeth Nazen (met haar broeder Herbert Nazen) Lijsbeth 4 jaar, en Adam 2 jaar oud, haar kinderen bij wijlen Adam Snewaters, vleyshouwer, 550 gulden voor vaders erf. Genoemd worden: Pieter van Bruegelen, oom van de vrouw, en "der kinderen vrunde van 's vaders sijde in Brabant wonende." [24]
Op 26-3-1650 verkoopt Lijsbeth Sneeuwaters, wed. van Cornelis Egbertsz, geassisteerd met Cornelis Nason haer voogt in desen, Cornelis Jansz, Floris Florisz ende voorn. Nason haeren vierendelen, aan Jelle Pietersz van Blesdijck, turfdrager, een huis en erve staende in het Hemelrijk te Amsterdam. Koopprijs ƒ 1550,--. [25]
Op 28-10-1710 verkopen Arnold Waers en Emilia Alida van Lennep, aan Abraham Warmenhuijsen, een huis en erf in de Enge Kerksteeg achter de Oude Kerk. [30]
Op 28-6-1712 verkoopt Abraham Warmenhuijsen aan Hendrik Eijsendorp, een huis en erf in de Buitensingel (Buitensingel) benoorden de Leidsepoort. [31]
Op 9-7-1712 verkoopt Hilletje Jans, wed. van Abraham Wolmerich aan Abraham Warmenhuijsen, een huis en erf in de Minnebroersteeg (NZ) (Oudekennissteeg) tussen de Oudezijds Voorburgwal en Oudezijds Achterburgwal over de Oude Kerk, waar De Gekroonde Papegaai uithangt. [32]
Op 23-4-1720 verkoopt Abraham Warmenhuijzen deurwaarder van het Hof van Holland, aan Pieter Roberding, huis en erf in de Miinebroerssteeg (Oudekennissteeg), met De Gekroonde Papegaai uithangend, tussen Oudezijds Voorburgwal en Oudezijds Achterburgwal over de Oude Kerk [33]
Op 18-4-1720 verkopen Sara Sneewater en Abraham Warmenhuijzen aan Dirk van Voorst, huis en erf in de Enge Kerksteeg, achter de Oude Kerk [34]
Op 9-12-1721 verkoopt Jacoba Geus, wed. van Jan Geus aan Abraham Warmenhuijsen, een huis en erf in de Eerste Looiersdwarsstraat (WZ), waar Het Schuurtje in de gevel staat. [35]
Op 22-12-1721 verkopen Abraham Warmenhuijzen en Sara Sneewater aan Harmanus Wulphaar, huis en erf in de Eerste Looiersdwarsstraat (WZ), waar Het Schuurtje in de gevel staat. [36]
Op 13-12-1723 verkopen de Erven van Adriaan Pietersz Birot: Marijtje Adriaans Birot, en Pieter Adriaans Birot, aan Abraham van Warmenhuijsen, 2/3 pakhuis en erf genaamd De Hoop op het Realeneiland. [37]
Op 19-6-1730 wordt verkocht uit de Insolvente boedel van Sara Sneewater, wed. mr. Warmenhuijsen, aan Casper Norink 1/4 huis en erf in de Eerste Leidsedwarsstraat of Grote Leidsedwarsstraat (ZZ), tussen Leidsegracht en Leidsestraat ongeveer in het midden, [38]
| Niet geplaatste personen SNEEWATER |
|
Op 4-3-1610 wordt te Arnhem gedoopt Lijsabet Snewater. ZOEK
op in DTB Arnhem Boek 1/46.
Jan Hendriksz Sneeuwater, ovl. vóór 1643? kuiper, tr. Delft 4-11-1618[39] Maria (Maertje) Jasperse, beg.. Delft Nieuwe K. 17-12-1671 (als wed. van Jan Hendricksz Sneewater). Inventaris van de boedel van Jan Hendrixsz Sneewater, gehuwd met Maritgen Jaspers (1643).[40]
Hendrik Cornelisz Sneewater, beg.. Delft Oude K. 5-7-1673, verm. identiek met Henricus Sneeuwater, tr. Delft St. Josephk. 5-6-1689 Alida van Seijl.
|
25674. LEON (LYON, LION) (LE) PETIT, poorter van Antwerpen 11-4-1566, als koopman afkomstig van Doornik, en
zn. van Nicasius (Le Petit) [45], vermeld te Antwerpen (1574, 1578, 1579), als Cappiteyn (1577).
|
De koopman.
Gravure uit "Het Menselijk Bedrijf", door Johannes en Caspaares Luyken. Eerste uitgave : Amsterdam, 1694. klik op plaatje(s) om te vergroten |
Na de overwinning op de Mookerheide op Willem Van Nassau, riepen de Spaanse soldaten om betaling van de hun beloofde soldij. Toen zij dit niet kregen, werd Antwerpen belegerd. De Antwerpenaren traden al snel in onderhandeling met de muitende soldaten en men kwam tot een losgeld van 400.000 gulden. Deze moest worden opgebracht door de inwoners, d.m.v. een "vrijwillige lening".
In het register van deze lening treft men aan :[46]
REGISTER VANDE LEENINGHE. Quohier inhoudende declaratie vanden persoonen die gewillichlyck hebben geaccordeert inde leeninge van IIIIc M guldenen byde Leden deser stadt geaccordeert Zyner Majesteyt, om daermede betalinge te doene den Spaenschen zoldaten, naervolgende dacte vanden consente in date 29 april 1574.
Lyon Petit, wijk XXV .
19-12-1577: Anna Buyschers, wed. van Michiel van Bergen, is in proces tegen Diego De Vides om haar geroofde goederen. Een aantal is nu in handen van Cappiteyn Lion Le Petit, maar deze wil ze niet teruggeven. [47]
9-6-1578: Lion Petit komt voor op de Liste volgende de resolutie vanden Breeden-Raedt vanden IXen Junii 1578, die verwijst naar eeen eerdere lijst : "Dannominatie vanden parsoonen om op te brengen Ic LXXXm guldenen" d.d. 5-6-1578. [48]
27-7-1579 : Lion Petit wordt vermeld als schuldeiser van de stad Antwerpen : "..., oft dat men tselve sal vinden aen tverloop van hunnen renten die sy op dese stadt van Antwerpen syn heffende. Welcken achtervolgende hadden: Vande vyftich gulden ter maent: Lion Petit. [49]
14-4-1584 : Geordonneert Peeter Slachmolder, om te wesen Capiteyn, in plaetse van Lion Le Petit. [50]
25678. JENS JACOBS, ovl. na 1609.
25679. TRIJN JANS, ovl. na 1609.
25680. NN BEKAU, verm. te Ronsse (B).
| COMMENTAAR(¥)
Uit de Rekening der geconfiskeerde onroerende goederen in het Kwartier van Ronse, wegens "les troubles rebellions et désordres", gegeven door Jehan du Jarclin, Escuier grand Bailli de la Ville, terre et seigneurie de Renaix", gaande tot Paschen 1570:[51]
Andrien Baccau, verbannen: Het ¼ van de ½ van een huis "sur le plasch de Renaix, dont á sa mère appartient laultre moitié en propiété et une quart pardroit de viduité (Andrien Baccau, son frère)". Ibidem No. 18942: Roerende goederen: Andrien Baccau aussy banny na delaissé aulcuns meubles s'estant incontinent aux troubles retiré avec sa femme nouvellement alors mariès. Nicollas Maes en Lijsbette Baccau: Een klein huis in het vrijdom van Ronse. (Deze Lijsbette is de zuster van Andries Baccau, ook uitgeweken en van Paul Baccau, gebleven). Zijn Andrien Baccau, Paul Baccau,Lijsbette Baccau verwant aan bovenstaande Pauwels Bekau? |
| COMMENTAAR(¥)
De volgende Maijtgen Becaus kan identiek zijn aan bovenstaande Maycken:[52]
Trouw Leiden 1594 Dec. 24. Bartelmeeus de Lanneer, Wedr v. Ronse, wonende te Leijden X Josijntgen Heijnsdr. v. Ronse, wonende te Leijde vgz. m. Maijtgen Becaus, haar nicht. |
| COMMENTAAR(¥) De volgende Mijntgen Bakaus kan indetiek zijn aan bovenstaande Mynken:[53] Trouw Leiden 1595 Maart 29. Jacques de Key jm. v. Ronse vgz. m. Willem van den Broucke, zijn oom, X Pierijntgen Passeinans, wede Jan van den Cappelle v. Ronse, vgz. m. Mijntgen Bakaus, haar bekende. |
25682. JAN VAN OVERBEECKE, ovl. na 1591, van Ronsse, "es upte getuychnisse van Jan de Haeze van Gent en Adriaen de Visschere, mede van Ronsse, bij burgemeesteren," als poorter te Leiden ontvangen 7-10-1589, woont op de Rijn (1605), tr. vóór ca. 1570
25683. TANNEKE(N) FLORIS, ovl. aan de pest, beg. Leiden Pieters Kerk 16-3-1605 (de huisvrouw van Jan van Overbeecken wonende op de Rijn).
Jan van Overbeecke is borg en getuige bij de poortereed van Willem van Wingen (1589) en Pauwels Bekau (1591), beiden van Ronsse.
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1614: Josijntie van Overbeekr [55]
1616: Gillis van de Wege [56]
1628: Gillis van der Wege [57]
|
Geschilderd portret van Ds. Samuel Ampzing (1590-1632) door Frans Hals (1580-1666)
Olie op koper. Formaat: 16,2 x 12,3 cm Datering: ca. 1630 Locatie: Privé verzameling klik op plaatje(s) om te vergroten |
Aanbevelingsbrief van de Haarlemse Burgermeester, aan de Regent P. Bertius, d.d. 14 April 1608:[65]
"Den brenger deses genaempt Samuel Ampsinck wesende een zoon van Johannes Ampsinck, die alhier t' anderen tyden gestaen ende daernae zyn huysvrouwe ende kinderen verlaten heeft, als wy nyet en twyffelen off is UwerE. oock wel bekent, hebben wy tot desen tydt ter schole gehouden ten laste deser stad. Ende alsoo den voors. Samuel zoe verre gecomen is, dat hij tot hooger schole gesonden moet worden omme zyne studiën te vervolgen, soe hebben wy hem ende dengheenen die voor hem spreken, als zyne voogden geaccordeerd, omme te mogen gaen ende besteet worden tot Leyden in den collegie van Hollant ten costen deser stadt, waeromme wy UwerE. vruntlicken met desen versoucken, dat dezelve UwerE. gelieve den voorn, Samuel Ampsinck in den voors. collegie t'ontfangen ende tracteren laten op de costen deser stadt, die deselve stadt betaelen zal, provisionelick zoe lange tot dater eene plaetse op de burse derzelver stadt zal vaceren."
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1616: Samuel Schoutete [66]
1625: Samuel Schoutete [67]
1630: Samuel Schoutete [68]
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1617: Joost de Dous [69]
25684. JAN FRANCHOISZ CABELJAU, geb. vóór ca. 1540, ovl. na 1598, is volgens Ref. [70] in 1567 met zijn vrouw van Gent naar Leiden verhuisd,
lid (mogelijk Dienaar) van de Nederduits geref. gemeente te Maidstone in Engeland (1572, 1576),
koopt op 7-8-1577 als Jan Franchoisz Cabbelliau, drapier van Ghendt, (lakenverkoper en inwonend poorter), een huis en .. aan de Hoogewoerd te Leiden,[71]
[72]
is op 4-3-1579 als Jan Cabeliau, borg voor Loij Pieters inzake een huisoverdracht te Leiden,[73]
lakenkoper (1581),
huw. get. (1581, 1586),
wordt in 1588 als Jan Cabeljau bij verstek ter dood veroordeeld wegens deelname in 1587 aan een samenzwering om de regering van Leiden omver te werpen, weet blijkbaar te vluchten,
vestigde zich toen met zijn gezin te Meston in Engeland,[74]
is dan ook niet aanwezig als getuige bij het huwelijk van zijn zoon Jacques in 1590, maar weer wel in 1598 bij de inschrijving van deze zoon als poorter van Leiden,
volgens Ref. [75] kolonel onder Leicester,
tr. vóór ca. 1560 (volgens Ref. [76] in 1567)
25685. ANNA VAN DER BRUGG(H)EN, geb. vóór ca. 1540, beg. Rotterdam 10-3-1602 (als de moeder van Jonas Cabbeliaen). In 1592 is Jan Cabeljaeu eigenaar van huizen te Leiden, op de Hogewoerd bon Hogewoerd.
Kervenregister van Leiden 1581:[77] Jan Cabeljau, laeckencoper in de bon Hogewoerd aan de Hogewoerd.
Volkstelling Leiden 1581:[78] Jan Cabbillau, lakenkoper, van Ghendt, Anna, sijn wijf, Lieven, Catharijn, Jan, Frans, Jacob, Abraham, Maertje, Jonas, Annetgen.
Bonboeken Leiden: een huis op de Hogewoerd ZZ bon Hogewoerd, in eigendom van Jan Cabbeljau[79]
14-6-(90, 96 of verm. 98 ): Is bij Franchois Cabeljaeu, procuratie hebbend van Jan Cabeljaeu, sijn vader vercoft aen Jacob Cabejaeu, bel(ast) met 23 st(uive)rs sjaers ende 4 penn(inge)n ende noch 3 gld sjaers losrente aencomende Geertge Adriaensdr sijnde een wed. om eechos?
Akte met veel waterschade. Op 20-7-1580 maakt de notaris een akte op over een bemiddeling inde vergaderinge van de aenclagers. De middelaers zijn Ds Zijbrandus (Trabiuny?) dienaer des goddelijcken woorts tot Antwerpen, Mr Wolphert Westerwolt en Mr. Niclaes Stochius rector van de kinderschoel binnen Leijden. Mogelijk is er een conflict ussen kerken. Verder worden genoemd: Vrancke Jansz en Jop Dircx ende warmoesman hem zeggen te weesen, en Lenaert Willems, schoenmaecker, Claes Jacops backer, Corn. Willems, droogscheerder, Jan Anthonisz schreinwercker, en Jan Cabbellau en anderen die zwaricheijt maecten van haer namen te laten aenteijcenen. [80]
Op 12-1-1583 nieuwe stijl compareerde Jan Cabbellau wonende te Leiden ende heeft mitsdesen specialijck geconstitueert ende maghtig gemaect Jan Michiels wonende tot Alcmaer, omme uijt zijn comparants name ende van zijnentwegen te rechtelicken te mogen doen arresteren ende reclameren alle alsulcken goederen als wijlen Catalijna van der Venne weduwe wijlen .aning de Stoeleraeijematter doot ontruijmt ende achtergelaten heeft ende zulcx deselven tegenwoordelijc in haer sterfhuijse binnen Alcmaer voors. in weesen zyn, ende dat voor t geene hij comparant op ten voorsz. sterfhuijse te zeggen heeft ende voorts alles daer inne, te mogen doen dat hij constituant present zijnde zelfs zoude connen ende mogen doen, alwaert ocke? dat de zaecke specialijc procuratie requireerde, belovende te houden vast ende van waerde alle t geene bij de voorsz Jan Michiels in desen gedaen zal werden onder alle verbanden van rechts wegen daer toe staende, verzoeckende hier van acte etc. [81]
Op 12-1-1584 treedt Jan Cabellau op als medevoogd, door weesmeesters van Leiden daartoe benoemd, van de onmondige weeskinderen Claes en Franchijne van Willem Gamme (uit Vlaenderen en thans wonende te Leiden) en wijlen Jannetgen van Castel. Jan Cabellau tekent Jan Cabeliau.
Op 13-1-1588 wordt in een proces voor schout en schepenen te Leiden Jan Cabbeljau beschuldigd van poging tot omverwerping der stadregering en aanzetten tot oproer, verspreiden van schotschriften en meinedigheid. Het vonnis (bij verstek) luidt: het afkappen van twee vingers van de rechterhand, onthoofding waarna vierendeling, het hoofd en de vier delen ten toon te stellen op de vijf stadspoorten, alsmede levenslange verbanning uit Leiden, Rijnland, Den Haag en Haagambacht en confiscatie. [82]
Jan Cabbeljau maakt deel uit van een samenzwering geleid door kolonel Cosmo de Pescarengis, kapitein Nicolas de Maulde, Prof. Adriaen Saravia en Adolf van Meetkercke.[83]
De samenzweerders zouden zich ten dienste van de landvoogd Robert Dudley graaf van Leicester, meester maken van Leiden. De samenzwering mislukte, de hoofdaanleggers werden in 1587 ter dood gebracht.[84]
De van Italiaanse adel zijnde Cosmo de Pescarengis was aanvankelijk tafelhouder in de bank van lening te Leiden, daarna kolonel in 't leger der Staten.[85] Hij werd in 1587 ter dood gebracht. Kapitein Nicolas de Maulde, aanvoerder van het vendel, waarmede de regering zou veranderd worden, werd in 1587 geëxecuteerd, niettegenstaande Prins Maurits nog voor hem pleitte, en een jonge Leidse vrouw zich aanbood om met hem te trouwen.[86] Aan Adolf van Meetkercke, ex-president van Vlaanderen, en Prof. Adriaen Saravia, hoogleraar theologie aan de Universiteit van Leiden, werd hetzelfde ten laste gelegd als aan Jan Cabeljau, en zij kregen (bij verstek) hetzelfde vonnis.[87] Ze wisten te vluchten, Saravia week uit naar Engeland.
|
Handtekening van Jan Cabeliau (~1540 - na 1598) onder de notariële akte van 12-1-1584.
klik op plaatje(s) om te vergroten |
| COMMENTAAR(¥) Het is onduidelijk op welke bron Ref. [92] dit huwelijk baseert. Wel te vinden in de literatuur is een huwelijk van Lieven Werckendet x 1610 Susanna van Hertsbeke. |
Bonboeken Leiden (tekst nog opzoeken):
1593-1609: Joost Wijten, Dwarskamp, Bon Hogewoerd [93]
Op 18-7-1614 machtigt Catheline Cabbeljaus weduwe van Joost Weijten wonende te Leiden Benjamin van Rijswijc bedienaer des heiligen evangeliums te Eertswoude, haar zwager, om ƒ 186,-- te innen van Jan Jansz wonende te Hoorn ter zake van geleverde waren volgens haer register en verklaring dienaangaande heden voor schepenen van Leiden gedaan. W.g. Catheline Cabbeljaus. [94]
Op 24-1-1624 machtigt Cathalina Cabbeljaus weduwe van Joost Weijten wonende te Leiden Abraham Cabbeljau, reeckenmeester van zijne Ed. Majesteijt van Sweden, haar broeder, om de roerende en onroerende goederen te aanvaarden en te verkopen die haar aanbestorven zijn door het overlijden van Jan Weijten, in zijn leven coopman tot Stocholm in Sweden, haer zoon, mitsgaders door het overlijden van zijne kinderen, en de nalatenschap te scheiden met de nagelaten weduwe van voorsz Jan Weijten. [95]
Op 30-12-1601 machtigt Franchois Gabellieau, koopman te Amsterdam, Claes Jansz. van der Wout. [98]
| COMMENTAAR(¥) Wanneer Abraham Cabeljau naar Zweden vertrekt is onduidelijk, de jaartallen 1605[107] , 1607[108] en 1609[109] worden genoemd. Voorts worden er in de periode 1606-1610 nog drie kinderen van hem in Amsterdam gedoopt. Wellicht is hij meerdere malen tussen Amsterdam en Göteborg heen en weer gereisd. |
| COMMENTAAR(¥) Susanna van Quickelbergh(e) behoorde tot een familie uit Oudenaerde. Zij is een dochter van van Jkvr. Aldegonde Maelbrancke filia Georg, ovl. tussen 30 sept. 1601 en 16 mei 1606, tr. Nürnberg (St. Sebald) 11-2-1568 Steven Stevens van Quickelberg de jonge, geb. te Oudenaerde 1541, verbannen door Alva (hij had als wachtcommandant de beeldenstormers de Baarpoort ingelaten), zijdewever, burger van Neurenberg 4-4-1569, een roerig Calvinist, voerde in 1575 te Neurenberg het zijdeverven in tezamen met zijn schoonvader, zijdehandelaar, in 1593 naar elders vertrokken, ovl. Rotterdam in de Hoogstraat "in Noerenberch" aug. 1599. Steven kon zich met de Lutherse doop in Neurenberg niet verenigen en liet naar bekend een der kinderen in Freystadt dopen, mogelijk dus Susanna - in Frankfort bij een bezoek aan de Messe.[114] |
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1626: Jonas Cabiljauw [115]
1650: Susanna van Duickelberch (!) de weduwe van Jonas Cabiljauw [116]
| COMMENTAAR(¥)
Een huwelijk tussen Pieter Kolbert Prins en Anna (Tanneke) Cabbeljau werd te Amsterdam niet gevonden. Wel een vermoedelijk eerder huwelijk:
Pieter Kolber Prins, wednr. van Lijsbet Jans, brouwer tot Naerde (1601), wonende te Naerden (1601) otr. Amsterdam pui 5-5-1601 Annetje Diericsdr van Groenewegen, woont te Delff (1601). |
25686. JAN DU BOIJS, geb. vóór ca. 1540, koopman te Lissabon, (1594),
woont te Londen (1603), te Middelburg (1605).
NOG UITZOEKEN:[117] Stols' biographies mention a Joao du Bois who resided in Lisbon prior to 1600. Joao du Bois acted as an agent for a Flemish firm trading on Asia and in 1615 he held the tax farm on the African trade. In 1629, two Du Bois daughters entered a convent of Flemish nuns in Spain at the tender ages of 10 and 8, but it is not clear whether this was just for schooling or as a permanent 'vocation'. If the Du Bois family had Sephardic roots, Joao Du Bois's ties with the convent show that outwardly he was a good New Christian.
Op 16-9-1594 legt Pieter van der Heijden, zuijckerbacker en refinadeur, 35 jr, een verklaring af op verzoek van Franchois de Bije, coopgeselledienaer van Jan du Boijs, coopman te Lisbona. Het betreft de zeer slechte staat van kisten poederzuijckers in het schip van Jan de France, schipper. [118]
Op 17-9-1594 leggen Pieter van der Heijden, 35 jr, Pieter Claesz Winter, 25 jr, en Reijer Maertensz van Beaumont, 30 jr, zuijckerbackers en rafinadeurs, op verzoek van Franchoijs du Bije, coopgeselledienaer van Jan du Boijs, coopman te Lisbona een verklaring af. Het betreft de waarde van diverse soorten suiker. [119]
Op 30-10-1602 machtigt Jacques Lhermite, coopman, die een schriftelijke machtiging heeft van Jan de Wael, coopman, wonend te Leijden, gedateerd 29 oktober, Esau van der Heijden, om beslag te leggen op twee boten corenten, die door Wouter Aertsz de jonge, neef van De Wael, verkocht waren aan Jan Du Boys. De corenten waren te Rotterdam geladen door Joseph Scholing, Engelsman, in de boten van Joost de Coninck om naar Jaremuijen in Engeland te varen. [120]
Op 14-10-1603 vindt arbitrage plaats tussen Abraham Dircxz, "schoonvader"(=stiefvader?) van Antoni Victor te Engeland en zijn broer Jacob Victor te Engeland en Jan du Bois te Londen. De arbiters zijn Pieter van Vosselen, coopman, Gleyn Blauvoet, coopman, en Lijsbeth Victor. Het betreft uitvoering van een testament verleden voor notaris Balthazar van Barle d.d. 28.05.1594. [121]
Hof van Holland:[122]
Op 26-5-1605 compareert Jan du Bois te Middelburch jegens Claes Cornelisz Draeck, schipper van Edam.
Claes Cornelis Draecx schipper en collecteur der verpondingente Middelie, procedeert van 6-3-1608 tot 26-3-1616 voor de Hoge Raad van Holland tegen Jan du Boys, een Portugees, waarvoor hij een lading suiker, katoen, gember en brazielhout van Brazilië naar Lissabon vervoerde. [123]
Op 18-11-1598 leggen Wouter Cornelisz Cuyper, poortier van de Delffschepoort, Bartholomeus Pieters, schrijver in dezelfde poort en Hans Jans, tijckmaecker, wonende bij deze poort naast het huis, genaamd 't Wapen van Nassauwen, ongeveer 34 jaar, een verklaring af op verzoek van Joris Jans uit Schotlandt, wonende in 't Wapen van Nassauwen bij de Delffschepoort. Joris Jans en zijn vrouw en jonckwijff vormen een keurig gezin, dat niemand overlast bezorgt. [124]
Op 16-3-1609 verkoopt Peter Henricxz Strijpen, voerman op Delft, een huis en erve aan Hans Jansz tijcktwercker, gelegen aan de Delftschevaert, aan de Doelwech, voor de somma van 800 gulden plus vier ellen grauw Engels laken. [125]
Op 22-4-1610 verklaren Aert Pietersz, blauverwer, die machtiging heeft van jouffrou N.N. de Marees, wonend te Amsterdam, Hans Jansz, tijcktwercker, namens Floris van Ruven en Pieter Romborch, beiden coopluyden te Amsterdam, Poulus Timmers, namens Bitter van Rijes, wonend te Dordrecht, Jacob Jansz, namens Niclaes Gherrartsz, wonend te Dordrecht, dat zij Hans Costers, tijcktwercker alhier belooft hebben om zich 14 dagen vrijelijk binnen deze stad te kunnen ophouden, om met zijn crediteuren een oplossing te zoeken. [126]
Op 27-9-1610 testeren te Rotterdam Hans Jans, tijckmaecker, en zijn vrouw Grietgen Ghijsbrechts Vernijen, beiden van Turnhout, wonend alhier, benoemen elkaar tot erfgenaam, met een bepaling t.a.v. de kinderen. [127]
Op 29-6-1611 verklaren op verzoek van Joris Jansz Black, Schotsman te Enckhuysen, Hans Jansz, 42 jr. tijcktwercker, en Bartholomeus Petersz, 65 jr. schrijver in de Delffse Poort, dat Joris Jansz Black 10 jaar geleden in het Schilt van Nassauwen aan de Delffse Poort gewoond heeft, waar hij als tapper werkzaam was, en dat getuigen zijn naaste buren waren en hem goed gekend hebben en dat zij niets ten nadele van de requirant ten laste kunnen leggen. [128]
Op 8-2-1634 testeren Pieter van der Beeck en zijn vrouw Grietghen Vermeyen wonende bij de Delfsche poort. Zij herroepen hun eerder gemaakt testament en benoemen elkaar tot hun erfgenaam. Na overlijden van hen beiden moeten de goederen onder beider families worden verdeeld. Aan Grietghens dochter Sara Jansdr du Bois, vrouw van Samuel Cabbeljauw, en aan Pieters broers en hun kinderen. [129]
Op 8-3-1635 machtigt Grietge Verneye, weduwe van Pieter Verbeeck, Samuel Cabeljau te Leyden om Antony Jansz van Cempen gifte te doen van een huis en de kooppenningen ten bedrage van 3490 gulden te innen. [130]
| COMMENTAAR(¥) In het begraafregister staat: Maria Beeckmans, wed. van Pieter Beeckmans. Dat zou er op kunnen duiden dat zij hertrouwd zou zijn tussen 1633 en 1649. Zo'n huwelijk valt in Rotterdam niet te vinden, evenmin als verdere informatie over een Pieter Beeckmans. Kennelijk is hier verwarring ontstaan met haar stiefvader Pieter van der Beeck (Verbeeck) die in 1634 is overleden. |
Maria Beeckmans door haar moeder Susanna Pietersdr van Rhee van de verdrinkingsdood gered.
Maria's broer Isaac Beeckman schrijft in zijn Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 á 1634: "Men behoort aen honden te leeren hoe men een verdroncken mensche het water bequaemst door den neuse uyt de longher suyghen sal konnen. Want op die manniere heeft myn moeder, soveel als elckeen konde mercken, myn suster Mary van den doot opgeweckt, doordien elckeen seyde datse al doot was, ende verroerde in langhe gheen lidt van haer lichaam. Maer als het water uit de longher was, ende dat moeder haer per anum geblasen hadde, begon men te sien dat sy wat verroerde, ende so ginck moeder haer met warme doecken (die elcke (keere) staegh vernieuwende) so coesteren dat se s'anderdaeghs alweer op strate liep spelen."
Abraham Jansz du Bois en Maria Beeckmans waren verwant zoals blijkt uit:
1. Een noot in Isaac Beeckman, Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 á 1634 waarin staat: "Abraham Jansz du Bois, waarschijnlijk geboren Delfshaven, zoon van Hans Jansz du Bois en Grietken Verneyen, dus verwant aan Beeckman."
2. Fragment uit een brief van Jacob Beeckman (Maria's broer), te Rotterdam, aan Justinus van Assche, te Keulen, d.d. 28-6-1623:[135]:
Frater abest, etiam uxor, a mea et Thoma Colio salvebis. Maria nostra nuper sobrino suo nupsit Abrahamo Janssz, textori qui in angulari domo ad Portam Delphensem habitat.
Vertaling: Mijn broer (=Isaac Beeckman) is afwezig, evenals zijn echtgenote (=Catalina de Cerf), je wordt gegroet door de mijne (=Janneken van Ryckegem) en door Thomas Colius. Onze Maria (= Maria Beeckman, zuster van Jacob) is onlangs getrouwd met neef Abraham Janssz (=Abraham Janssen du Bois), wever die in het hoekhuis bij de Delftse Poort woont.
De verwantschap is aldus: Abrahams moeder Grietken Verneyen is een dochter van Gysbrecht Verneyen x Grietken Beeckmans. Maria's vader Abraham Beeckman is een zoon van Hendrick Beeckmans x Henriette NN. Grietken Beeckmans en Hendrick Beeckmans waren zuster en broer (ex patre Gerard Beeckmans).
Op 12-1-1626 machtigen Jacob Beeckman, rector in de Latijnsche Schole, Isaac Beeckman, mede namens Hester Beeckman en Abraham Beeckman, en Abraham de Bois, man van Maria Beeckman, allen kinderen van wijlen Abraham Beeckman uit Middelburch, hun moeder Susanna Pietersdr en Hans Koene, timmerman te Middelburch, om namens hen huizen, een hofstede, een plaats enz., over te dragen, alles gelegen in Middelbuch. Met name wordt genoemd een huis en hofstede gelegen aan de Hoochstraet te Middelburch. Het huis aan de Hoochstraat ligt tussen het huis van Lieven Velderman(s) en de Twee Haentgens. Voorts een achterhuys achter genoemde Lieven en aan de andere zijde tegen de Coning Salemon, een hof, die uitkomt op de haven naast het huis de Salm en zich uitstrekt tegen de Lombert en de Coning Salemon, nog een huis, waarin Sander Elle woont, en tot slot een hof achter het huis de Salm, dat een uitgang heeft in de Sint Jansgang. [136]
Isaac Beeckman, Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 á 1634. Tome 2: 1619-1627: [137] "Abraham Jansen de Boos, myn swagher, hadde gebeelde keersen voor (syn) deure hanghen, waervan er twee hinghen ende drupten door de warmte, ende de andere niet. Die niet en drupten hadde hy gegoten met heet roet, de andere met heel koel roet." Hierna volgt een beschouwing over kaarsenmaken.
Op 21-1-1628 verklaart Huybert Jansz, 31 jr, zeevarentman, op verzoek van Cornelis Jansz caersmaecker, dat Maerten Jansz uit het Weeshuis in gezelschap van een onbekend gebleven medebewoner een partij smeer bij de kaarsenmaker heeft afgeleverd. Op 30-3-1628 en 15-4-1628 leggen Aryen Aryensz, 29 jr, zeevarentman en Abraham Jansz, 31 jr, smelter, verklaringen af over het gewicht van diezelfde partij smeer. [138]
Op 17-10-1633 testeren Abraham Jansz du Bois en zijn vrouw Maria Beeckmans, en benoemen elkaar tot erfgenaam, alsmede hun kinderen als zij volwassen zijn. Tot voogden worden benoemd de vrouws broer Isaac Beeckman, en Samuel Cabbeljau. [139]
Op 10-9-1639 verklaren Abraham Verlinden, 40 jaar oud, en Hendrick du Bois, 50 jaar oud, beiden schilders, op verzoek van Marie Bekemans, weduwe van Abrahem Janss de Bois, dat zij het huis van Marie, dat ongeveer 3 maanden geleden geverfd is, maar waarvan de verf of olie nog niet droog is, bekeken hebben. De verf is goed, maar de olie die daarvoor gebruikt is, niet, die is met traan vervalst. Zij verklaren verder dat zij van Josua Pieterss Offerman, schilder, gehoord hebben dat hij zijn wagen met olie, die hij evenals Marie bij Abraham Besemer gehaald heeft, geverfd heeft en hem hetzelfde overkomen is, zoals op nog meer plaatsen gebeurd is. [140]
Op 13-9-1652 verklaren Commer Leendertsz Smeresteyn (Smeeresteyn), Johan (Jan) de Vries, Pouwelsz Jansz Gever(t)s, Hillegont Gerritsz, weduwe van Stoffel Jacobsz Langeberg, Jacob Ernestus en Abraham Dubois, smeersmelters, op verzoek van de Amsterdamse smeersmelters en kaersmaekers, dat zij al jaren de smeren, die zij overal inkopen, simpel aangeven en jaarlijks pacht betalen, dit zonder een verder bewijs te tonen. De pachters hebben wel getracht een peiling te doen, doch dat is tot nu toe niet geschied. Ook hebben zij de pachter op zijn verzoek enige penningen in mindering van de betaling gegeven. [142]
Op 6-11-1658 legt Abraham du Bois, kaersmaecker en smeercooper, een verklaring af op verzoek van Catalijntge Stoffels, kaersmaeckster en smeercoopster, betreffende de overeenkomst met Jan Blieck, pachter van de impost op 't roetsmeer en de kaarsen. [143]
Op 4-5-1665 leggen Abraham du Boys (40), Jan Cornelisz van Wyck (64), Pieter Ottens (37), allen kaersmaecker, een verklaring af op verzoek van Nicolaes Lesier, kaersmaker te Dordrecht. Zij zeggen dat de pachters op de impost op de smeren en kaarsen te Rotterdam slechts 2 x per jaar komen peilen. Nieuwe pachters moeten afrekenen met de kaarsmakers en dat doen toekomen aan de oude betreffende pachter, hetgeen niet altijd gebeurd is. Vorige pachters hebben nooit met hulp van justitie tussentijdse peilingen gedaan. [144]
Op 5-9-1668 verklaren Abraham du Bois en Laurens van Royen, handelaers van talck en smeeren tevens caersmaeckers, op verzoek van Christina Reyniers, jongedochter en coopvrouwe, dat de talck en smeer die zij aan Christina verkocht en geleverd hebben, van goede kwaliteit zijn door henzelf gesmolten. Het is hollandse talck of smeer, zonder toevoeging van buitenlandse. Du Bois heeft op 5 juni jl. 24 tonnen verkocht en Van Royen op 15 juni jl. 11 tonnen en beide partijen via de Wage geleverd. [145]
Op 1-2-1684 verklaren Samuel Dubois, gehuwd met Cornelia Versluys, en Abraham Dubois, gehuwd met Catarina Versluys, cooplieden te Rotterdam, (op verzoek van) Joost Janssen van der Goes, gehuwd met Annetje Pieterse van der Wey (die daarvoor weduwe was van Adriaen Claessen van der Wey), 200 gulden en 50 stuivers ontvangen te hebben. Dit is de rest + rente van een schuldrentebrief van 2200 gulden, die door de voornoemde Adriaen van der Wey ten behoeve van Samuel en Abraham Dubois voor de schepenen alhier opgesteld is op 9 mei 1678. Verder verklaren de heren Dubois Joost Janssen van der Goes te vrijwaren van alle rechten die de stiefvader van hun echtgenotes, te weten Cornelis van der Lee, eventueel zou beweren te hebben op het huis en erf, dat door Adriaen Claassen van der Wey gekocht is en in de voornoemde schuldrentebrief wordt genoemd. N.B. Samuel Dubois tekent als Samuel du Bois. Abraham Dubois tekent als Abraham du Bois. [146]
Op 20-11-1684 machtigen Abraham en Samuel Dubois, beiden cooplieden te Rotterdam, capiteyn Jacob Laa, wonende te Edenbirgh in Schotlant, speciaal om geld te vorderen en te ontvangen van Johan Macke, coopman wonend in Schotlant, wegens geleverde koopwaren en bij onwilligheid van betaling hun belangen voor het gerecht te behartigen. Abraham Dubois heeft 153 gulden tegoed volgens een obligatie die door Johan Macke ten behoeve van Abraham Dubois is gepasseerd op 20 juli 1683. Samuel Dubois heeft 77 gulden tegoed volgens een obligatie die door Johan Macke ten behoeve van Samuel Dubois is gepasseerd op 29 juli 1683. N.B. AAbraham Dubois tekent als Abraham du Bois. Samuel Dubois tekent als Samuel du Bois. [147]
| Du Boys |
|
Het verband van de onderstaande personen Du Boys met (de nazaten van) bovenstaand kwartier nr. 25686 is nog onduidelijk. Dat het er wel moet zijn is vrij waarschijnlijk
NN du Boys, geb. vóór ca. 1555. Hieruit:
Dubois te Londen ---------------- Sara du Bois, doopget. (1593) |
27784. = 6224. JAN ARIENSZ TEIJSTERMAN.
27785. = 6225. (SYBURCH?) NN.
27788. GERRIT (VAN STAVEREN).
27824. DIRCK HEIJNRICXZOEN, ovl. maart 1522-1540, vermeld te Aarlanderveen (1522), tr.[151]
27825. GHEERT NN, ovl. 1544, betaalt 10e penning te Aarlanderveen (1544).
| Wapen Dirck Heijnricxz: In goud 3 klimmende rode leeuwen, 2,1 geplaatst. [152] |
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [153]. |
Op 11-3-1522 erkent Dirck Heynricxz schuldig te zijn aan Hadewij, wed. van Jacop Nuweveensz een rente van 10 pond verzekerd op 26 morgen land "streckende uijten Rijn in des Sgraven wildernis" in Aarlanderveen. [154]
Kohieren van de 10de penning van de Staten van Holland voor Aarlanderveen over 1544:[155]
- Gheert, Dirck Heinjrick, weduwe, ghebruick 26 morgen en 1ae (?) hont ende de gezworenen hebben 't getaxeert anschounemende van buerlant elke morgen voir i kg (=kar gulden)
- Noch die selve een eigh huijs ende is gheset des jaers voir iiii kg
Daarna volgt Bouwen Mees, vervolgens:
- Jochem Dirck een eigh huijs ende is gheset jaerlix te huer voir iiii kg
1549: Verveningskohier van Schoot (verdwenen plaats, lag tussen Zevenhoven en Ter Aar):[158]
- Joachim Dircxsz tot Aerlanderveen, in 2 marghen, noorden Cornelis Gijsbrechtsz, zuijden de Schootdijck. Borghe Heijdrick Dircxsz, sijn broeder.
| COMMENTAAR(¥) Vul aan akten Ref. [159]. |
28032. DIRCK JANSZ WITTEBOL, geb. vóór ca. 1510, ovl. 1554-1556, belender te Hazerswoude (voor 1563),[160]
verkoopt op 15-1-1554 een schuldbrief aan Zweer Harmansz van der Pol houdende 6 gulden per jaar,
tr. vóór ca. 1535
28033. JOOSGIEN JACOPSDR, ovl. na 1570, als weduwe van Dirk Wittebol, belendster bij de Dwarswetering (1560), bij de lagemoer in Hoogeveen (1568, 1570), aan de Buitenweg (1570), te Hazerswoude (ca. 1556..1570).
Weeskamer Leiden 23-8-1533 :
6 gouden karolus guldens losrente den penning 16 op Dirck Janszn Wittebol van Hasertswoude.[161]
In 1542 erkent Dirck Jansz Wittebol voor den Schout van Hazerswoude, verkocht te hebben aan het gasthuijs van Sinte Katrijne, een rente van 6 gouden carolus guldens losbaar met 100 gulden, en verzekerd op 2 1/2 morgen land, tusschen Voorwech en Afterwech: Acht hondt aldaar, 2 morgen tusschen Heerwech en Dwarsweterinck en een woning met 8 morgen aan de Westvaert tusschen de Delftwech en Voerwech aldaar. (1542. 4 Juni : nae gemeen scriven der kercke van Utrecht).[162]
Register van inkomsten en uitgaven, van den pastoor Philips van Hogesteijn, herder van 1559-1567 te Hazerswoude (zie Bijdragen Bisdom Haarlem 1881):
Jan Janszoon's weduwe ende Pieter Wittebol, op haer lant, buytenwech. Petri s' jaers X st. en 3 mand(en) turf:
Joosgien Jacopsdr weduwe van Dirk Wittebol is sculdich jaerlicx op de Dresschcamp after die Westvaert: IIIJ st. 4 korf turf.[163]
Weeskamer Leiden 6-4-1559 :[164]
- Een eeuwige rente van 4 karolus guldens tsiaers op Dirck Janszn Wittebol tot Hazertswoude wordende jaerlickx betaelt bij eenen Pieter Ouwerickszn tot Hazertswoude.
- Een losrente van 6 pont hollants op de voirs. Dirck Janszn Wittebol.
Akte zonder datum (protocol 1555-1557): Jan Dircksz Wittebol ter eenre en Adriaen Dircksz, Jacob Dircksz, Cornelis Dircksz, Maritje Dircksdr en Maddeleen Dircksdr, vervangende haar jonge zuster ter andere zijde, allen zusters en broers, hebben bij advies van moeder en naaste vrienden het volgende geregeld. Jan Dircksz zal ontvangen een leenakker met het eigen land dat daaraan ligt, groot 7 hond, strekkende van de voorweg tot de Delff toe, belend ten oosten Claes Dircksz Een Ooch en ten westen Willem Eeuwoutsz, zonder dat Jan Dircksz iets anders zal hebben of mogen eisen van zijn vaders erfdeel. [165]
In nov. 1556 is Joosgen Jacobsdr, weduwe van Dirck Jansz Wittebol met haar voogd Pieter Jansz Wittebol, schuldig aan Aernt Gerritsz 3 gulden per jaar losrente met hypotheek op haar huis, berg, schuur en 11½ morgen ½ hond land gelegen bij de Westvaart, belend ten oosten voornoemde vaart, ten westen Jan Willemsz, Cornelis Dircksz en Cornelis Jansz Wittebol, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de schuldenares. Borg Jacob Jansz Wittebol. [166]
Op 1-11-1565 verkoopt Joosje Jacobsdr, weduwe van Dirck Jansz Wittebol met Jacob Jansz Wittebol haar voogd, aan Vranck Jansz 3 hond slagturfland gelegen boven weg, belend ten oosten de koper, ten westen Jasper Adriaensz, ten zuiden Toenis Adriaensz en ten noorden Jan Pietersz, met waarborg een huis met berg en schuur en 15½ morgen land, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de Nieuwe vaart en eensdeels tot de dwarswetering toe, belend ten oosten de Westvaart en ten westen Cornelis Dircksz, Cornelis Cornelisz en Jan Bruijnensz. [167]
Op 27-12-1577 verkoopt Joris Cornelisz Schoeneman, wonende aan de Groenendijk, aan Gijsbert Dircksz Gool en Gerrit Jacobsz als ooms en voogden van Margriete Claesdr, weeskind te Leiden, een bezegelde brief beginnende "Ick Zweer Harmansz van der Pol houdende op Dirck Jansz Wittebol 6 gulden per jaar" van 15-1-1554 de verkoper opgekomen van Cornelis Eeuwouts Schoeneman zijn vader, welke nu betaald worden door Cornelis Dircksz Wittebol. [168]
Op 3-4-1583 stellen Cornelis Dircksz Wittebol, Adriaen Lambertsz gehuwd met Hillegont Dircksdr, Dirck Cornelisz gehuwd met Maritje Dircksdr, tezamen vervangende Barbara Dircksdr en ouwe Maritje Dircksdr, wonende te Danswijck, dat Anna Dircksdr haar zuster van Joosje Jacobsdr haar moeder heeft aangestaan gehad in haar leven 4 morgen land gelegen buiten weg, belend ten oosten Adriaen Lambrechtsz voorsz., ten westen Jan Cornelisz Wittebol, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart, belast met 18 gulden lijfrente ten behoeve van de kinderen van Mr Jan Dammasz en 100 gulden ten behoeve van Maritje in Oostland ivm haar vaders erfdeel en 100 gulden die Anna zelf daarop sprekende had van haar vaders erfdeel en stellen dat zij na hun moeders dood Anna voorsz. hebben opgedragen een stuk lagemoers land in de Hoogeveen alsmede de gehele inboedel, mits Anna nu aan Barbara zal betalen 60 gulden alsmede 30 gulden die haar zelfs gebreken van het testament van Jan Dircksz Wittebol. [169]
In een contract te Hazerwoude van 1570, verkoopt Jan Dircksz Wittebol, 100 morgen lands, terwijl Jacop Jansz. Wittebol, dertigh honds lands van Claes Jacops. van Leeuwen koopt, en in een schuldbekentenis ten name van Pieter Claesz Verdeleer, geteekend 3 Jan. 1570, heeft hij te vorderen de somma van acht honderd Carolus guldens.[170]
Op 30-10-1580 verkopen Claes Andriesz man en voogd van Maritje Cornelisdr, Maritje Adriaensdr, weduwe van Gerrit Adriaensz en Nanna Cornelisdr, weduwe van Jacob Dircksz Wittebol ter ene zijde voor de helft met Cornelis Hugenz hun gekoren voogd en ..... zijn broer ..... Cornelisz als man en voogd van ..... vervangende ..... Neeltje Willemsdr hun broer en zuster voor de andere helft aan Bertha Gijsbrechtdr, weduwe van Jan Engebrechtsz en Cornelis Joostensz haar zwager 7 morgen land gelegen buiten weg, belend ten oosten Hendrick Cornelisz Croeswijck en de erfgenamen van Jan van Rossum en ten westen Jacob Vos, Jacob Wittebols weduwe, Sijmon Dircksz en de erfgenamen van Gerrit Koeij, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de dwarswetering toe, onder overhandiging van de oude brief van 15-08-1575. [171]
Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Hazerswoude : in Den Bent:
Dirck Cornelisz. Keyser op 32£, heeft gedoleert ende bij eede zijne goederen begroot beneden de 4000 gl., daeromme in verdubbleringe vermindert op 30 gl.
Op 28-5-1628 verkopen Cornelis Sijmonsz Stoopenburgh, Agniesje Anthonisdr, weduwe van Dirck Sijmonsz, Emmetje Govertsdr, weduwe van Jan Jacobsz Wittebol en Maritje Dircksdr, weduwe van Dirck Cornelisz Keijser, gezamenlijk erfgenamen van Cornelis Cornelisz jonge Koning, aan Luijt Reijersz, wonende te Haechambacht, 9 hond hooiland in het Rietveld, belend ten oosten de koper, ten westen Huijch Jan Thonisz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden Pieter Jansz. Koopsom 248 gulden. [172]
Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Hazerswoude: 't Westeynde:
Adriaen Lambrechtsz op zesendertich ponden, comt 72 gl.
28034. JAN NN (PIETERS?), geb. vóór ca. 1520, tr. vóór ca. 1545
28035. MARGRIET WILLEMSDR, geb. vóór ca. 1525, ovl. vóór 1584, die in de akte van 16-2-1582 Grietje Jan Pietersdr heet (mogelijk Grietje wed. van Jan Pieters?)
tr. 2o voor 1563
ADRIAEN EIJMBRECHTSZ VAN DER DOES(¥), geb. vóór ca. 1530, ovl. vóór 1584, belender met een kooi in de buurt van de Achterweg (ca. 1556), aan de Binnenweg (1556..1563), aan de Buitenweg (1565), te Hazerswoude (ca. 1556..1568).
| COMMENTAAR(¥) Te Hazerswoude bezaten midden 16e eeuw enkele andere personen met de naam van der Does eveneens land. Om uit te zoeken of bovenstaande Adriaen Eijmbrechtsz van der Does met hen verwant was werden de 15e- en 16e-eeuwse leden van dit geslacht, voornamelijk rond Leiden, Rijnsburg en Noordwijk, in kaart gebracht (zie Fragment Van der Does ). De voorlopige conclusie moet luiden dat er geen verwantschap aantoonbaar is. Adriaen Eijmbrechtsz komt in het Oud Rechterlijk Archief van Hazerswoude ook dikwijls alleen onder patroniem voor, en soms met de achternaam Verdoes. |
Akte zonder datum (protocol Hazerswoude 1555-1557). Adriaen Eijmbertsz van der Does heeft verkocht in mei 1554 aan Jacob Willemsz coman, drie percelen land aan elkaar, tezamen groot 5 morgen min 2 hond, waarin een vogelkooi ligt op het Zuideinde, groot met zijn akker 4 hond, strekkende de kooi van Cornelis Claesz land af noordwaarts tot een akker erfpachtland behorende in de 5 morgen min 2 hond land tot Claes Heijnesz land toe dat bezijden aan de akker ligt, belend de kooi, ten oosten Eijmbrecht Hendricksz, aan de westzijde van de kooi ligt het tweede perceel groot 3 morgen, strekkende van Cornelis Claesz land noordwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten op het zuidwesteinde de voorzegde vogelkooi, en van de kooi noordwaarts een akker erfpachtland groot 8 hond ook behorende in de voorzegde 5 morgen min 2 hond land, belend ten westen Maritje, weduwe van Pieter Hugensz en ten noorden de koper, welke 3 morgen met nog 1 morgen op het zuidwaartse einde daaraan liggend en nu toebehoort Cornelis Claesz en Willem Jacobsz die daar nog tegen aan ligt, eertijds bij de heer van Cruijningen uitgegeven aan Jan Gerritsz Meesz met een ander perceel land, dat nu toebehoord aan Jacob Hugensz, brouwer te Leiden, tezamen om 30 stuivers, waarvan Jacob Hugensz altijd betaald heeft 18 stuivers en de rest of 12 stuivers bij de voorzegde Adriaen Eijmbrechtsz en nu moeten worden betaald door de koper (voor de eerste 3 morgen 8 stuivers en bij Willem Jansz wiens land aan de landscheiding competeert 4 stuivers), het derde perceel is de voorzegde erfpachtakker die de heer van Cruijningen uitgegeven heeft om 52½ stuivers pacht per jaar, strekkende van de voorzegde kooi tot de Achterweg toe, belend ten oosten Claes Heijnesz en ten westen de akker en de voorzegde 3 morgen, welke voorzegde 5 morgen min 2 hond eertijds bij de verkoper zijn gesteld als waarborg voor een huis met erf dat hij verkocht had aan Wouter Cornelisz en voor alle schaden en interest die boven de voorzegde lasten mogen komen over de voorzegde landen stelt hij tot waarborg zijn huis en erven alsmede 3½ morgen erfpachtland van de erfgenamen van de heer van Alckemade voor 21 gulden per jaar, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, welk huis en erf belend is ten oosten Jan Willem Jan Aertsz, ten westen Neel Adriaen IJsbrantsz, ten zuiden de Heerweg en ten noorden Joosje, weduwe van Dirck Wittebol. [173]
Op 12-1-1556 scheldt Jan Cornelisz Schoeneman Willem Brunenz de huur kwijt die Willem jegens hem gemaakt had uit kracht van welke huur Willem nog een jaar de woning van Jan Cornelisz in Bentvelt gebruik zou hebben, welk jaar huur Willem overgedaan had aan Cornelis Willemsz van Hout. Willem Claesz is schuldig aan Leendert Claesz 19 gulden voor een jaar huur. Adriaen van der Does is schuldig aan Andries Claesz 16 gulden. [174]
In maart 1556 verkoopt Wouter Cornelisz aan zijn vader Cornelis Claesz een huis, erf met berg, schuur en 2½ morgen land, belend ten oosten Jan Bloc, ten westen Gerrit Claesz, Pieter Jansz en Jan Dircksz Wittebol, strekkende van de Voorweg over de nieuwe vaart zuidwaarts tot aan de Achterweg, belend en belast zoals hij het gekocht heeft van Adriaen van der Does, onder overhandiging van de oude waarbrief d.d. 12-12-1552. Maart 1556. Doorverkoop aan zijn broer Andries Claesz met waarborg 2½ morgen land in de Watergang, belend ten oosten Cornelis Vranckensz, ten westen Dirckje, weduwe van Adriaen Pietersz, ten zuiden de Achterweg en ten noorden de Voorweg.
Vervolg a. maart 1556. Volgt schuldbrief van 450 gulden met hypotheek op het gekochte. [175]
Akte zonder datum (protocol Hazerswoude 1555-1557). Jacob Willemsz coman heeft gekocht van Adriaen van der Does 5 morgen eensdeels pacht- en eensdeels vrij land en heeft daarvoor een schuldbekentenis verleden, welke brief overgedragen is aan Jan Meijnertsz, waarop nog 6 termijnen van 53 gulden dienen te worden voldaan, waarvoor hij 5 morgen land overdraagt, waarvan 8 hond pachtland ten behoeve van de heer van Cruijningen d.d. 12-11-1555 en de andere ten behoeve van Willem Jacobsz Craen d.d. 30-6-1555. [176]
Akte zonder datum (protocol Hazerswoude 1555-1557). Adriaen van der Does 24 gulden van 2 koeien. [177]
Akte zonder datum (protocol Hazerswoude 1555-1557). Floris Gerritsz is schuldig aan Cornelis Vranckensz 72 gulden met hypotheek op 8 hond land. Eeuwout Jansz 27 gulden. Neel Vredericxz is schuldig aan Cornelis Vranckensz 4 gulden. Cornelis Willem Jan Aertsz schuldig aan Jan Cornelisz 20 gulden wegens een roodblaar vroekalfkoe. Adriaen van der Does wegens 2 vaarsen 22 gulden. [178]
Akte zonder datum (protocol Hazerswoude 1555-1557). Adriaen van der Does is schuldig aan Govert Jacobsz 24½ gulden wegens een koe en een varken. [179]
Akte zonder datum (protocol Hazerswoude 1555-1557). Adriaen van der Does is schuldig aan Cornelis Claesz 60 gulden wegens koop van 1 morgen land met een huis daarop, belend ten noorden en westen de schuldenaar, ten zuiden Cornelis Dircksz en ten oosten Eijmbrecht Hendricksz. [180]
Op 23-12-1561 verkoopt Willem Jacobsz (volgens opschrift Craen) aan Adriaen Eijmbrechtsz van der Does 4 morgen land binnen weg, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Jan Hugenz en ten westen Pieter Jan Lambrechtsz, betaald met een rentebrief.
Vervolg a. 23-12-1561. Volgt schuldbrief van 32 gulden met hypotheek op het gekochte, alsmede op een huis, berg en schuur, belend ten oosten Jan Willemsz, ten westen Neel Adriaen IJsbrantsz, ten noorden de Nieuwe vaart en ten zuiden de Voorweg, 3 morgen land, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Neel Adriaensz en Jan van Rijswijck en ten westen Cornelis Dircksz. [181]
Op 15-2-1563 verkoopt Adriaen Eijmbrechtsz van der Does aan zijn zwager (= stief-schoonzoon) Eeuwout Willemsz 2 morgen 1 hond land met een vogelkooi en de eenden en ander toebehoren, belend ten oosten Eijmbrecht Hendricksz, ten westen Willem Crijnen, ten zuiden Cornelis Dircksz Wittebol en ten noorden Claes Hendricksz en Aem Jansz, waarvan 7 hond pachtland is voor 2½ stuiver ten behoeve van de heer van Cruijningen volgens de pachtbrief en de rest is eigen land. [182]
Op 8-8-1563 verkoopt Adriaen Eijmbrechtsz van der Does aan zijn zwager (=stief-schoonzoon) Eeuwout Willemsz de beterschap van een huis en erf met 3½ morgen weiland zo hij het eerder in erfpacht genomen heeft van Willem van Alckemade voor 24 gouden gulden per jaar, met uitzondering van een nieuw getimmerd huis en erf, belast met 7 stuivers per jaar ten behoeve van Willem Jacobsz Craen, met waarborg het voornoemde huis.
Vervolg a. 1-11-1563. Volgt schuldbrief van 550 gulden met hypotheek op het gekochte, belend het huis ten westen Neel Adriaen IJsbrantsz en ten oosten Neel van Hout en de schuldeiser, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de Nieuwe vaart, het land belend ten oosten Neel Adriaensz en Dirck Adriaensz en ten westen Cornelis Dircksz, strekkende het oosterse weer van Aeltje corte Pieren erf af zuidwaarts tot Dirck Adriaensz, het westerse weer van de Voorweg tot de Achterweg. [183]
Op 18-2-1565 heeft Adriaen Eijmbrechtsz van der Does gekocht van Cornelis Vredericksz 4 morgen 2 hond land, belend ten oosten Aeltje, weduwe van Jan Adriaensz, ten westen Crijn Aertsz en Cornelis Vredericksz, ten zuiden Bruijn Jansz en ten noorden Neel, weduwe van Adriaen IJsbrantsz, belast met 4 pond vlaams. Hij zal de verkoper schadeloos houden van 24 gulden per jaar ten behoeve van de erfgenamen van Neeltje, weduwe van Dirck Ottensz te Leiden, elk pond te lossen met 100 gulden, met waarborg door Adriaen Eijmbrechtsz van het voornoemde land alsmede een huis en erf belast met 7 stuivers per jaar, belend ten oosten Cornelis Willemsz van Hout, ten westen en noorden Eeuwout Willemsz en ten zuiden de Heerweg.
Vervolg a. 18-2-1565. Cornelis Vredericksz draagt over op Adriaen Eijmbrechtsz van der Does bovengenoemde 4 morgen 2 hond land, belast met 4 pond vlaams. [184]
Op 11-12-1569 verkoopt Adriaen Eijmbertsz van der Does aan Eeuwout Willemsz zijn huisvrouwen behuwdzoon een huis en erf als hij zelf bewoont, belast met 7 stuivers per jaar, belend ten oosten Cornelis Willemsz van Hout, ten westen en ten noorden de koper en ten zuiden de Voorweg. [185]
Op 11-12-1569 verkoopt Adriaen Eijmbertsz van der Does aan Huijch Florisz 4 morgen land gelegen binnen weg, belend ten oosten Jan Hugenz en Adriaen Jansz, ten westen Pieter Jan Lambertsznz, ten zuiden de Achterweg en ten noorden de Voorweg, belast met 32 gulden per jaar, te lossen met 50 gulden? onder overhandiging van de oude brief van 23-12-15..? [186]
Op 19-2-1581 gaan Claertje Leendertsdr en Leendert Leendertsz met Adriaen Claesz, hun oom en gekoren voogd en hen sterk makende voor Cornelis Leendertsz, hun onmondige broer waar de voorsz. Adriaen Claesz mede voogd over is, Margriet, Neel Vranckensz weduwe, Cornelis Cornelisz en Willem Cornelisz zo voor hen zelven en haar sterk makende voor Adriaen Cornelisz, Harmen Cornelisz en Leendert Cornelisz hun broers, Lijsbeth Jansdr, weduwe van Eeuwout Willemsz en Cornelis Dircksz Wittebol, boedelhouder van Maritje Jansdr in de naam van Adriaen Eijmbertsz van der Does, allen accoord met de verkoop bij decreet van het Hof van Holland ter instantie van Willem Joostensz van 3 percelen land als een woning met 19 morgen land bij Willem Joostensz gekocht voor 500 gulden en 4½ morgen land met vogelkooi gekocht door Daniel Jacobsz voor 190 gulden; 2½ morgen gekocht door Gijsbrecht Hendricksz voor 150 gulden volgens de brieven van decreet van 23-07-1576. [187]
Op 16-2-1582 verkopen Lijsbeth Jansdr, weduwe van Eeuwout Willemsz, Cornelis Dircksz, boedelhouder van Maritje Jansdr en Adriaen Cornelisz, man en voogd van Trijntje Adriaensdr, allen wonende te Hazerswoude en als erfgenamen van Adriaen van der Does of Grietje Jan Pietersdr, zijn vrouw aan de weduwe en erfgenamen van Cornelis Vrericksz een partij slagturfland gelegen buiten weg, belend ten oosten Jan Pietersz Moeij, ten westen Jan van Mathenesse, ten zuiden Pons Gerritsz en ten noorden Crijn Aertsz en bekennen schuldig te zijn de voorsz. weduwe ...... met waarborg door Cornelis Dircksz van zijn woning strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Lijsbeth Jansz en ten westen Jacob Sijmonsz en door Lijsbeth Jansdr haar huis en erf belend ten oosten Pieter Adriaensz clompmaker, ten westen Heijltje Cornelisdr, weduwe van Crijn Sijmonsz te Zevenhuizen, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart. Cornelis Dircksz beloofde de voorsz. weduwe en erfgenamen van Cornelis Vrericksz te indempneren voor een derde deel jegens de boedel van Gijsbert Hendricksz scheepmaker als actie hebbende van de weduwe van Vranck Jansz beroerende de verkoop van 3 morgen land bij executie en decreet van 16-7-1581. Willem Cornelisz en Cors Cornelisz, zonen van Cornelis Vrericksz, stellen dat het land is bezwaard met 38 stuivers per jaar ....... [188]
Op 1-6-1584 stellen Lijsbeth Jansdr, weduwe van Eeuwout Willemsz, Cornelis Dircksz Wittebol, boedelhouder van Maritje Jansdr en Adriaen Cornelisz, man en voogd van Trijn Adriaensdr, allen kinderen van Margriet Willemsdr, huisvrouw geweest van Adriaen Eijmbrechtsz van der Does en Adriaen Cornelisz namens zijn huisvrouw enige dochter van Adriaen Eijmbertsz, dat de boedel van Adriaen Eijmbrechtsz en Margriet Willemsdr hun resp. ouders "overmits de troubles en bederffnisse des lants seer verachtert ende genoechsaem tot nijet geloopen was" zij nochtans geschift en gescheiden hebben. [189]
| Fragment Van der Does | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
15e- en 16e-eeuwse leden van het geslacht Van der Does in Leiden en omgeving.
Ia. Dirk (Hugens) van der Does, telg uit een zijtak van het adellijke geslacht Van der Does,
tr.
Elisabeth Henrica van Heenvliet, dr. van Hendrik van Heenvliet.
IIa. Hendrik Dirksz van der Does, ovl. Leiderdorp 1447, tr.[191]
Machteld Isaacxzdr Vranckens, dr. van Vranck Isaacxz, schepen van Leiden.
IIIa. Dirk Hendriksz van der Does, ovl. 1458-1462, wordt schepen van Leiden (1436),
tr. 1o
Machtelt Hendriksdr van Oudshoorn, dr. van Hendrik Hendriksz van Oudshoorn, vroedschap van Leiden, die schoonvader van Dirk Hendriksz van der Does wordt genoemd,[195]
tr. 2o
Jkvr. Liesbeth Adriaensdochter van Matenes, verm. dr. van Adriaen van Matenesse bezitter van de halve hofstede te Hillegersberg,[196] en Alijt van der Spangen.
IVa. Adriaen Dircksz van der Does, geb. vóór ca. 1455, ovl./beg. Rijnsburg in het klooster 22/24-2-1502[200]
[201]
, baljuw van Noordwijk (1486..1498),[202]
[203]
rentmeester van het klooster Rijnsburg (1481-1492),[204]
beleend (1462, 1481),
tr. 1o vóór ca. 1480[205]
Jkvr. Elisabeth Jacobsdochter van Cats, geb. vóór ca. 1435, ovl. 30-4-1477, wed. van Floris van Cralingen,
tr. 2o 1477-vóór ca. 1480[206]
[207]
Ge(e)rtru(i)de van Reimerswael (Rom(m)erswalle), ovl. na 1513[208], dr. van Adriaan van Reimerswaal (is dood 17 nov. 1490) en Margaretha van Egmond (ovl. voor 1498).
IVb. Jhr. Willem van der Does, geb. vóór ca. 1440, ovl. (kort voor) 1509, vroedschap,
schepen en burgemeester van Leiden,[238]
tr. 1465[239]
[240]
Henrica van Poelgeest, dr. van Jan van Poelgeest, Heer van Oud-Teylingen onder Warmond, en van Margaretha van Swieten.
Va. Dirk van der Does, geb. vóór ca. 1480, ovl. na 1502, ridder, heer van Kattendijke, Stavenisse en Noordwijk,
neemt op 29-3-1502 voor zijn zoon Jan na de dood van diens oudoom Jan van Noordwijk, heer van Noordwijkerhout, ridder, de erfenis over,[253]
tr. vóór 1502[254]
[255]
Josine van Zuylen, vrouwe van Noordwijk,
dr. van Werner van Zuylen van Zevender en Henrika van de Boekhorst, erfdochter van Noordwijk.
Vb. Adriaan Adriaansz van der Does, geb. vóór ca. 1485, overleden voor 8-9-1543[264], bezit land bij de Coppieren kade te Hazerswoude (voor 1565),
tr. vóór ca. 1510
Digna (Dugnum) Gou(d)t, beg. 's-Gravenhage 5-3-1559 ("beluidt Joffr Dympne Goudts, wed. van der Does, thyen poesen met de grote clock XXIII £")[265], wed. van Dirk Godschalks, rentmeester-generaal van Noord-Holland (waaruit zes voordochters),
dr. van Korstiaen Dammasz Goudt, schepen en burgemr. van Vlaardingen, en Alijt (de Jode?).[266]
Vc. Jhr. Hendrick van der Does, ovl. na 1577?, student te Leuven, ontving de inkomsten der vicarie op het altaar van den H. Geest in de parochiekerk van Reynsburch, reeds in de jaren 1515-1519, maar deed op 8-5-1530 afstand van de vicarie,[272]
woont te Rijnsburg (1565..1569),
is erfgenaam van zijn broer Adriaen van der Does (1565).
VIa. J(oh)an van der Does van Noordwijk, geb. 1477-1502, ovl. 1550[291]
[292]
, onmondig in 1502.
ridder, heer van Noordwijk,
tr. 1o [293]
Wilhelm(in)a van Beyeren en Schagen, tr. 2o 1543[294]
[295]
Anna van Nyenrode, ovl. 1550[296]
[297]
, vrouwe van Bergesteyn,[298]
wordt ca. 1547 beleend met Bergesteyn na doode harer moeder,
dr. van Frans van Nyenrode, Raad Ordinaris in den Hove van Utrecht, in de Ridderschap van Utrecht, Commissaris van den Keizer, en van Johanna van Zuylen van Natewisch, Vrouwe van Bergesteyn.[299]
Uut zijn tweede huwelijk (o.a.?):[300]
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
28036. GERRIT PONSZ, geb. vóór ca. 1520, ovl. 1566-1567, belender aan de Voorweg (1556), aan de Binnenweg (1556..1564, in 1567 zijn erven), aan de Buitenweg (1565-1566) te Hazerswoude (1562..1565),
getuige (1559),
tr. 2o voor 1567
LIJSBETH JANSDR, ovl. 1572-1584, belendster (als wed. van Gerrit Ponsz) aan de Buitenweg (1567, 1571), aan de Bovenweg (1568-1570), Achterweg (1569) te Hazerswoude (1572, in 1584 de erfgenamen van Lijsbeth, Gerrit Ponsz weduwe),
tr. 1o vóór ca. 1545
28037. TRIJNTJE CORNELISDR CRAEN, geb. vóór ca. 1525, ovl. vóór 25-1-1566[329].
Op 3-3-1555 verkoopt Cornelis Willemsz, drapenierder, wonende te Leiden, aan Gerrit Ponsz twee bezegelde schoutenbrieven van 3 morgen houtland met hypotheek op ca. 3 morgen land en nog op 1/5 deel van een halve morgen aan de Rijndijk in twee weren, genaamd het ene Buttermans weer nu in gebruik bij Joris Cornelisz Schoeneman, hem aangekomen van Trijntje Adriaen Jans en haar kinderen.
Vervolg: 3-3-1555. Volgt schuldbrief van 10 gulden per jaar met hypotheek op het gekochte, belend ten oosten de weduwe van Dirck Wittebol en Cornelis Dircksz Een Ooch, ten westen Sijmon Cornelisz Tang, Pieter Garbrantsz en Garbrant Jansz, ten zuiden de Achterweg en ten noorden de Voorweg, zijn huis en erf met 1 morgen land waar het huis op staat, belend ten oosten en zuiden Hendrick Claesz, ten westen Huijch Florisz en ten noorden de Voorweg, belast met 3 1/2 pond hollands per jaar ten laste van Willem Craen; 1 1/2 morgen vrij buurland gelegen boven weg, belend ten oosten en zuiden Ael Jan Lammen, ten westen Pieter Pijnssen en ten noorden jonge Dirck Claesz. [330]
Op 4-5-1561 verkoopt Cornelis Willemsz aan Gerrit Ponsz twee percelen land, het ene belend ten oosten Aernt Gerritsz, ten westen Govert Jacobsz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de Nieuwe vaart en het andere belend ten oosten Floris Gerritsz en Cornelis Claesz brouwer, ten westen Jan Willemsz, ten zuiden de Nieuwe vaart en ten noorden Gerrit Lourisz, onder de voorwaarden dat "also dese landen met eenige ander landen toebehoorende Jan Willemsz de voorsz. Cornelis Willemsz, broer tezamen aan een perceel in de laatste meting gemeten op 8 morgen 5 hond 86 roe, soe sullen Gerrit Ponsz en Jan Willemsz voorsz. tesamen hoere landen verongelden elck even hooch en evenveel", met waarborg een kamp land, groot 1 1/2 morgen, gekomen van Joosje, weduwe van Dirck Wittebol, belend ten oosten Cornelis van Hout, ten westen Cornelis Willemsz, ten zuiden Adriaen Willemsz Veltheer en ten noorden de Voorweg, betaald met een rentebrief.
Vervolg 4-5-1561. Gerrit Ponsz is schuldig aan Cornelis Willem Jan Aertsz een jaarlijkse rente van 36 gulden met hypotheek op het gekochte alsmede op een huis en erf met 7 hond land, belast met 3 1/2 pond hollands per jaar ten behoeve van Willem Craen, belend ten oosten Hendrick Claesz, ten westen Huijch Florisz, ten zuiden Hendrick Claesz en ten noorden de Voorweg, 1 1/2 morgen land boven weg, belend ten oosten Ael Jan Lammen, ten westen Pieter Pijnsz, ten zuiden Ael Jan Lammen en ten noorden jonge Dirck Claesz, 2 1/2 morgen land binnen weg, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Jacob Claesz Doe, ten westen Sijmon Cornelisz Tang en Garbrant Jansz, belast met 10 gulden losrente per jaar ten behoeve van de erfgenamen van Cornelis Willemsz alias Neel Otten te Leiden. [331]
Op 7-12-1562 verkoopt Cornelis Willem Jan Aertsz aan zijn schoonvader Pieter Jacobsz Craen een bezegelde rentebrief d.d. 4-5-1561 op Gerrit Ponsz, groot 36 gulden. [332]
Op 2-2-1568 verkoopt Lijsbeth Jansdr, weduwe van Gerrit Ponsz met Pieter Jansz Wittebol, haar voogd, aan Pons Gerritsz, haar mans voorzoon, 2½ morgen land gelegen binnen weg, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belend ten oosten Jacob Claesz en ten westen Sijmon Cornelisz en Dirck Adriaensz, belast met 10 gulden ten behoeve van de erfgenamen van Cornelis Willemsz te Leiden. [333]
Op 8-1-1581 verkoopt Gerrit Ponsz aan Jacob Cornelisz Craen, zijn oom(¥), een stuk land strekkende van Trijn Cornelisdr, de zuster van Gerrit Ponsz (sic! hoe zit dat?), land af noordwaarts tot de dwarswetering toe, belend ten oosten Eeuwout Gerritsz en de heer van Cruijningen en ten westen Willem Pietersz, wel verstaande dat Trijn Cornelisdr daarin een henneptuin heeft aan de dwarswetering op de oostkade groot de helft van 5 morgen 15 roe, belast met de helft van 30 gulden, waarvan Trijn Cornelisdr de wederhelft moet betalen; 18 gulden ten behoeve van Aelbrecht Hendricksz en 12 gulden ten behoeve van Joost Jacobsz te Leiden. [334]
COMMENTAAR(¥) Dit valt alleen maar te begrijpen als Jacob Cornelisz Craen zijn oudoom is en niet zijn oom. En verder leeft Trijn Cornelisdr blijkbaar in 1581 dus is zij niet de eerste echtgenote van Gerrit Ponsz want overleden voor 1566. Wie Gerrit Ponsz, de verkoper, is, blijft ook een raadsel. Hij kan niet de zoon zijn van Pons Gerritsz x Machtelt Cornelisdr want die in in 1591 nog onmondig. Raadsels dus.
Op 20-12-1579 is Cornelis Cornelisz jonge Soontge schuldig aan Wouter Cornelisz 72 gulden wegens koop van de helft van 8½ hond slagturfland en 500 tonnen turf, belend ten oosten Maerten Adriaensz, ten westen Sijmon Dircksz, ten zuiden de landscheiding en ten noorden Jan Adriaen Jansz, waarvan de wederhelft toebehoort aan Jan Gerrit Ponsz. [335]
Op 15-1-1581 verkoopt Jan Gerritsz aan Rutgert Adriaensz 7 hond land met een huisje gelegen binnen weg, belend ten oosten en zuiden Willem Cornelisz, ten westen Adriaen Adriaensz Prins en ten noorden de Voorweg. Met rentebrief (zie invnr. 18 akte folio 379v) ten behoeve van Jan Gerrit Ponsz van 6 gulden per jaar. Afgelost d.d. 27-02-1621. [336]
Op 11-12-1583 verkopen Jan Gerrit Ponsznz en Dirck Hendricksz, zijn zwager (=schoonzoon?), aan Jan Jansz van Velsen een derde gedeelte van 9½ hond land gelegen boven weg, belend het gekochte ten oosten Jan Joostensz, ten westen Claes Dircksz, ten zuiden Anna Gerritsdr en ten noorden Maritje Gerritsdr, betaald met een obligatie. [337]
Op 4-5-1586 verkoopt Jan Gerrit Ponsznz aan Hendrick Cornelisz Croeswijck een bezegelde rentebrief op Rutgert Adriaensz van 6 gulden per jaar van 15-1-1580, betaald door overdracht van land in Benthuizen. [338]
Op 5-3-1613 (compareren) Gerrit Jansz, Adriaen Jansz en Jan ........... te Mijdrecht, man en voogd van Lijsbeth Jansdr, allen kinderen en erfgenamen van Jan Gerrit Ponsz. De boedelverdeling is enige jaren geleden overeengekomen. Gerrit en Adriaen ontvangen alle onroerende goederen welke hen van het sterfhuis van hun moeder zijn aanbestorven, waartegen Jan Jansz zal hebben 200 gulden. [339]
Op 24-5-1615 verkopen Pons Gerritsz en Pieter Govertsz, Heilige Geestmeesters van Hazerswoude, aan Pieter van Eijndoven een huis en erf gelegen buitenweg in het Westeinde, belend ten noorden en oosten Jacob Cornelisz, ten zuiden de Voorweg en ten westen de weduwe van Cornelis Hugenz, zoals Dirck Jansz van Goch het huis bewoonde en sinds overlijden aan de Heilige Geestarmen is gedevolveerd overmits hij uit de inkomsten van dien was onderhouden, belast met 2 gulden 8 stuivers 2 penningen per jaar ten behoeve van de armen en 55 gulden die door de Heilige Geest betaald zijn aan de erfgenamen van Jan Gerrit Ponsz over de verlopen custingpenningen van het voorsz. erf. Voldaan met een schuldbrief boven de belasting ........... onder overhandiging van de oude brief van 22-1-1590.
Vervolg 24-5-1615. Volgt schuldbrief van 216 gulden met hypotheek op het gekochte. [340]
Op 6-4-1610 stelt Adriaen Jansz mede-erfgenaam van zijn vader Jan Gerrit Ponsz dat Dirck Jansz van Goch nog als rest van een schuldbrief schuldig was 55 gulden wegens koop van een erf dat Dirck bewoont. De Heilige Geest heeft hem de 55 gulden betaald aangezien Dirck "impotent en stock oudt is" en armoedig. [341]
Op 29-3-1619 delen Gerrit Willemsz voor zichzelf en als voogd over de twee weeskinderen van Willem Willemsz bij Maritje Cornelisdr Speelman, Wouter Cornelisz, gehuwd met Maritje Willemsdr, Leendert Willemsz, Cornelis Hendricksz Crooswijck, gehuwd met Annetje Willemsdr, allen kinderen en kleinkinderen van Willem Gerrit Ponsz en Heijltje Willemsdr, overleden alhier, de boedel. Leendert Willemsz en Cornelis Hendricksz Crooswijck ontvangen tezamen 7 hond slagturfland of water met een erf daarin begrepen met een huisje en schuur daarop staande gelegen binnenweg, belend ten noorden de Voorweg en Wouter Cornelisz, ten oosten Maritje Cornelisdr, weduwe van Jacob Corsz, ten zuiden Gerrit Ponsz, Wouter Cornelisz comen en Claes Cornelisz Soontgen en Wouter Cornelisz Speelman, 8 1/2 hond slagturfland of water gelegen bovenweg, belend ten noorden Jacob Woutersz en Pieter van Luijck, ten oosten Jan Dircksz Verkade, ten zuiden de landscheiding en ten westen Leendert Dirck Claesz, 2 1/2 hond slagturfland of water gelegen binnenweg, belend ten noorden de Voorweg, ten oosten Sijmon Corsz, ten zuiden Wouter Cornelisz comen en ten westen Claes Adriaensz, molenaar en moeten aan de anderen uitkeren 432 gulden. Wouter Cornelisz krijgt 319 gulden die hij inhouden zal van een schuldbrief welke hij aan de boedel schuldig is pro resto 525 gulden en blijft schuldig 206 gulden, Gerrit Willemsz met de kinderen van Willem Willemsz ontvangen tezamen eerst de voornoemde 432 gulden en nog de 206 gulden. [342]
28038. CORNELIS NN.
Op 27-5-1573 is Pons Gerritsz schuldig aan Maritje Cornelisdr, zijn wijfs zuster wonende te Alphen, 80 gulden met hypotheek op 2½ morgen land gelegen binnen weg, belend ten oosten Jacob Claes Doensznz en Anna Wermboutsdr weduwe van Jan Dirck Claesznz en ten westen Sijmon Cornelisz Tange en Thijs Jan Hugenznz, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg. [343]
Op 26-11-1595 is Machtelt Cornelisdr, weduwe van Pons Gerritsz met Roelof Adriaensz, haar gekoren voogd, schuldig aan haar broer Jacob Cornelisz, wonende te Alphen, 54 gulden met hypotheek op 2½ morgen land met huis gelegen binnen weg, belend ten westen Cornelis Dircksz Roos en ten oosten Cornelis Pietersz Speelman en Cornelis Dircksz voorsz., strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg toe. Afgelost 7-6-1606. [344]
28080. PIETER GOVERTSZ, ovl. Hazerswoude 25-??-1628,[345] parentatie niet bewezen.
28320. AERT JANSZ SNOECK, geb. Gorinchem 1486, ovl. Gorinchem tussen 6-3 en 4-4-1543, bewoonde in het laatst van zijn leven een huis en hofstad over
de haven bij de Groote Steiger te Gorinchem, aanvankelijk klerk
onder zijn vader de stadssecretaris, aangesteld tot gezworen
roedrager en bode der stad Gorinchem (1526), keurmeester van
de haring (1534), manhuismeester (1542), stadhouder
(=plaatsvervanger) van de drossaard van Gorinchem en het Land van Arkel
(tot 1543),[346]
tr. 2o [347]
MARIA LAURENS MATTHIJSZDR, ovl. 1541, tr. 3o [348]
YKEN AERT VINCKENDR, ovl. na 1543, tr. 1o [349]
28321. NN JANSDR VERPOORT.
Op 6-3-1543 legde Aert Jansz Snoeck nog voor de vierschaar getuigenis af bij zijn eed als oud-schut, op 4-4-1543 komt zijn vrouw als weduwe voor. [350]
Op 25-2-1559 dragen de gemeene erfgenamen van heer Jan Snouck Aerdtssz, priester en kanunnik te Gorkum, n.1. Frans Snouck Aerdtssz, Adriaen Snouck Aerdtssz, Govert Aerdtssz, als man en voogd van Aeff Snouck Aerdtsdr, en nog als zich sterk makende voor Thonis Volkertsz, als man en voogd van Marij Snouck Aerdtsdr, en voor Peter Jelissz., als man en voogd van Griete Snouck Aerdtsdr, beiden wonende te Amsterdam, allen gebroeders en gezusters, op aan Aerdt Aerdtsz twee kamers bezijden mekaar, staande in een stadssteeg achter het huis den Slijpsteen, voor 120 Karolusguldens. [351]
Op 16-12-1559 Frans Snouck Aerdtssz, Adriaen Snouck Aerdtssz., Govardt Aerdtssz van Genderen, als man en voogd van Aeff Snouck Aerdtsdr, (en nog als gemachtigde van Anthonis Volckardtssz, als man en voogd van Marijken Snouck Aerdtsdr, en van Peter Gielilsz, als man en voogd van Grietgen Snouck Aerdtsdr , alle vijf broers cn zusters, droegen op (1) aan heer mr Jan Back, priester en kanunnik van de kollegiale parochiekerk van St Martijn en St Vincent binnen Gorkum, een huis en hofstad op het kerkhof, bij heer Jan Snouck, ook priester en kanunnik te Gorkum, nagelaten en tot in het laatste van zijn leven bewoond, voor 500 Karolusguldens. [352]
Blijkens een akte van 12-5-1545 had zijn neef Jan Jacopsz Snoeck hem (Jan Aertsz Snoeck) herhaaldelijk met geld geholpen, zoo voor zijn verblijf aan de hoogeschool te Leuven en in het aannemen van den priesterlijken staat, als bij het verkrijgen van de kanunniksproven te Gorinchem en de vicarie van Wijk bij Heusden, alles te zamen tot een bedrag van 500 carolusgulden.
In 1544 nam Frans Aertsz Snoeck van zijn zuster Aefke Aerts Snoeck voor 1100 gulden het huis over de haven te Gorinchem over, waarin zijn vader overleden was. Zijn weduwe verkocht in 1572 met haar kinderen voor 300 gulden een huis in de Krijtstraat tegenover de Zustersteeg. [357] [358]
In 1618 richtten de gezamenlijke doktoren (onder wie Dr. Aegidius Snoeck) en apothekers van Amsterdam een verzoekschrift tot Burgemeesteren en Regeerders der Steede Amsterdam, waarin zij verzochten "de Vergadering der Doctooren ende Apothekers over seer veele Jaeren ingestelt, totten Jaere 1593 onderhouden ende noyt van UUEE afgeschaft, maer alleene vande voorsaten van den voorschreven Doctooren ende Verthooners niet vervolgens gebruyckt, wederom hernomen ende onderhouden machte werden, met bevestiginghe van articulen". Tevens werd verzocht een "Medicinalen Cruythoff" aan te leggen. Beide verzoeken zijn niet ingewilligd. [368]
Op 16-1-1637 werden vier inspectores benoemd van het Collegium Medicum te Amsterdam, nl. Aegidius Snoeck en Egbertus Bodaeus, doktoren in de Medicijnen, benevens Jan Jansz Commersteyn en Rembertus Fonteyn. [369]
Album Amicorum van Gerard Thibault:[376]
blz. 41/42: Nederlandse inscriptie van Pieter Jansz. Snoeck. Amsterdam, 3 dec. 1615. Met wapen en devies.
Op 9-2-1559 dragen Claes Claessz, brouwer over de haven te Gorum, en Marijken Willemsdr, zijn wettige huisvrouw, op aan Dirck Snouck Aerdtssz, als man van Marijken Jan Claessdr, en Jenneken Jan-Claessdr, gezusters, van wie de voornoemde Marijken Willemsdr de moeder is, boven de penningen, aan Govardt Aerdtssn van de komparanten kompeteerende, de beterschap van den inboedel en het braugetauu: van ketel, kuipen, koelvat, tonnen enz. die de komparanten bezitten in de huizing en brouwerij over de haven, welke zij van Govardt Aerdtssz in huur hebben, benevens de huishuren die den komparanten nog aan de huizing en brouwerij kompeteeren , en dat in betaling van 120 Karolusguldens die Marijken Willemsdr, wede van den voorz. Jan Claessz, beloofd heeft aan haar dochters (ieder 60 Karolusguldens) te betalen over haar vaderlijke erfenis, naar uitwijzen van een vertichtbrief van 19 Oktober 1535, en nog in betaling van 107 Karolusguldens, waarvoor Dirck Snouck Aerdtssz, als borg voor Claes Claessz voorn. beloofd heeft aan Clara Peter-Eeymanssz wed., en waarvoor Cornelis Heymanssz, als houder van de obligatie, den 23en Juni 1557 een vangbrief op hem gewonnen heeft, zoodat hij gedrongen is geweest die som te betalen. [377]
Op 28-8-1584 gaan Dirck Aertsz Snouck, halfoom van vaderszijde, en Lijsken Fransd Snouck een accoord aan over de verdeling van de nalatenschap van Gijsbert Aertsz Snouck, resp. halbroer en volle oom van beide partijen.[378]
28322. WALRAVEN ROELOFSZ VAN DALEM, geb. ca. 1480, ovl. 1553-1559, als Walraven Roelofsz, heer van Spijk (1519, 1531),[379]
beleend met Spijk bij dode van zijn oom Otto van Vueren van Spijk (1519),
verkoopt Spijk aan Mr. Gerard van Rhenoy (1542),
op 20-3-1536 vermeld voor de Vierschaar van Gorinchem,
tr.[380]
28323. ELIZABETH LAMBERTSDR, ovl. na 1559.
|
Wapen Walraven Roelofsz: 2 beurtelings gekanteelde dwarsbalken, helmteken: een vlucht, helm: gekroond.[381]
Lakzegel van Walraven Roelofsz, Heer van Spijk. |
Beleningen
Hofstede Arkel
Heukelom nr. 16.[382] Het halve dorp Spijk, waar de kerk in staat, met de heerlijheid hoog en laag, (volgen belendingen in verdere jaren).
31-3-1414: Heer Splinter van Loenersloot zoals hij en zijn ouders hielden van Arkel, (LRK 56 in fine).
30-11-1450: Johan van Vuren Ottenz, beleend door de hertog van Gelre met het huis, dat open zal zijn, (Leenhof Gelre, nr. 2 fo. 43v, nr. 4 fo. 62v, nr. 5 fo. 39v en nr..6 fo. 131).
2-1-1467: Jan van Vuren, heer van Spijk, (LRK 117b fo. 59~).
4-2-1473: Otto van Vuren en Spijk Walravenz bij dode van Jan van Vuren, zijn oom, (LRK 118 c.Arkel fo. 12~).
16-3-1480: Otto van Vuren en Spijk, (LRK 119 c.Arkel fo. 4.)
31-12-1518: Lijftocht van Janna, natuurlijke dochter van Jan van Wulven, maarschalk van Amersfoort en Eemland, wegens haar huwelijk met Otto van Asperen en Vuren, heer van Spijk, en ƒ l0.- goud van haar morgengave op de tienden en smaltienden en op een hofstede in de stad Heukelum, eigen, (LRK 124 c.Arkel fo. 12-13.)
30-3-1519: Walraven Rudolfsz bij dode van Otto van Vuren van Spijk, zijn oom, (LRK 124 c.Arkel fo. 13.)
9-8-1532: Belast voor mr. Cornelis Bertout Jansz met ƒ 24.- karolus goud door Walraven Rudolfsz, te lossen 1: 16, (LRK 125 c.Arkel fo. 24v-25~).
21-5-1533: Belast voor mr. Cornelis Bertout Jansz met ƒ 36.- karolus door Walraven Rudolfsz, te lossen 1: 14, (LRK 125 c.Arkel fo. 29v-30~).
8-11-1534: Belast voor mr. Cornelis Bertout Jansz met ƒ l00.- karolus door Walraven Rudolfsz, te lossen 1: 14, (LRK 125 c.Arkel fo. 36-37). De rentes zijn gelost.
27-7-1542: Mr. Gerard van Rhenoy, raad en meester van de rekeningen te den Haag, bij overdracht door Walraven Rudolfsz, heer van Spijk, (LRK 126 c.Arkel fo. 32).
etc.
28336. HERMAN MELISZ SCHOIR, geb. ca. 1510, schout (1553), taxateur van de 10e penning (1553) en heemraad (1560) van Sleeuwijk, afgevaardigde van Sleeuwijk in een proces voor het Hof van Holland (1560), gebruiker van 56 morgen van "Mijn G(enadige) Heren vand(en) Lande" en eigenaar van 22 morgen (1553) te Sleeuwijk.
29504. JAN AELBERTS VAN BEMMEL, geb. vóór ca. 1520, woont febr. 1546 in de Peperstraat te Wijk bij Duurstede,
wapen: drie kookpotten, stamvader van een geslacht Van Bemmel te Wijk, later Amersfoort,
vermeld 1580,
tr. vóór 1546[387]
[388]
29505. LIJSBETH DIRX BOCK, ovl. na 1587.
Van de in Ref. [399] opgevoerde Cornelis Willems van Bemmel wordt in Ref. [400] aangetoond dat deze geen zoon is uit dit huwelijk.
29554. WILLEM DIRCXZN VASTRICX, geb. vóór ca. 1550, ovl. 1598-1607, afkomstig van Amersfoort (1592),
treedt op als getuige en momber in akten (1594..1598),
raad (1586, 1588-1592) en schepen (1596),
van Amersfoort,[407]
otr. 2o Amersfoort geref. 12-12-1592
WILLEMTGEN REYERS VAN WEIJNCKOM, geb. vóór ca. 1550, ovl. na 1611, afkomstig van Amersfoort (1592),
woont te Amersfoort (1607),
dr. van Mr. Reyner van Wijnckum, raad, schepen, cameraar en weesmeester van Amersfoort,(¥)
tr. 1o vóór ca. 1570
29555. SOPHIA DOMINICUSDR, geb. vóór ca. 1550, ovl. 1592.
COMMENTAAR(¥)
Mr. Reyner van Wijnckum, raad, schepen, cameraar, weesmeester, van Amersfoort,
tr. 1o
NN, tr. 2o
NN.
|
Op 1-5-1588 verkopen Cornelis Albertsz. en zijn vrouw Maria, aan Servaes Janssen en Evertgen zijn vrouw, zeker huis staande in de Peperstraat belend aan de ene zijde: Cornelis Rijcxs erfgenamen, aan de andere zijde: Jacob van Haeften. Op de lasten van 50 gulden hoofdsom t.b.v. Willem Dircxz Vastricx. [408]
Op 27-5-1592 testeren te Rotterdam, Willem Dircx Vastrick en zijn vrouw Sophia Dominicusdr, wonende te Amersfoort. Zij benoemen hun kind of kinderen tot erfgenaam. Het testament is opgemaakt ten huize van Dirck Willemsz Vastrick in Quaeckernaeck, aan de oostzijde van de Buttersloot. [409]
Op 18-6-1594 verkopen Jan Evertss van Barnevelt en Aeltgen zijn vrouw, aan Mr. Cornelis van Ingen en Sophia zijn vrouw, huis, hof en hofstede met halve put en halve steeg naar de openbare straat, genaamd den Oliphant, in de Nieuwstraat, zoals heden gekocht. Op last van 250 gulden aan Jan Wouterss Both en 50 gulden aan Willem Dirckss Vastricx. [410]
Op 21-6-1594 verkoopt Evert Albertsz, aan Cornelis Albertsz en Maeritgen zijn vrouw, het derde deel van 'n huis, hof en hofstede op Bloemendal belend aan de ene zijde: Jacob de touwer, aan de andere zijde: zaliger Andries Gerritz's erven. Op last van vierdelhalve gulden per jaar aan de Arme wezen; 2 gulden, 10 stuivers per jaar aan Willem Dircxz Vastricx, losbaar met 50 gulden; 25 gulden aan Evert Woutersz; 14 stuivers per jaar aan het schoenmakersgilde. [411]
Op 26-7-1553 leent Geertruyt, Henrick Quinten weduwe, met Zweer van Daetzeler haar gekozen voogd, van Claes Werboutszn en zijn vrouw Elysabeth, een losrente van 1 gulden, te lossen met 20 keizersgulden payment, met als onderpand: het halve huis, hof en hofstede staande aan de Langestraat, belend aan de ene zijde: Steven Henricxzn erfgenamen, aan de andere zijde: Jacob Willemss. Op 6-6-1595 verscheen Willem Dircxzn Vastricx en verklaarde dat de hoofdsom afgelost en voldaan was. [412]
Op 1-4-1595 verkopen Mr. Matheus Toll en Agnietgen zijn vrouw, aan Anthoenis Thoenisz en Reijertgen zijn vrouw, een hof buiten de Sint Andriespoort belend aan de ene zijde: Jan en Gerrit van Dashorst, aan de andere zijde: Bartholomeus Rijcxz. Op last van 100 gulden aan Willem Dircksz Vastrick. [413]
Op 19-12-1597 verkopen Willem Dircxz Vastrik, mede voor zijn huisvrouw en kinderen voor 1/6 deel. Dominicus Dommensz, mede voor alle andere erven van zaliger Dommen Dommensz voor 1/6 deel. Neeltgen, weduwe van Jochem Evertsz, mede voor haar kinderen, met Evert van der Schuer haar momber voor 1/6 deel. Gerritgen Jorris Dircxz' weduwe, mede met Evert van der Schuer als momber 1/6 deel. Geertgen Aert Janszdochter mede voor haar zuster, ook met Evert voorschreven als momber voor 1/6 deel. Dominicus voorschreven mede voor Peter Jansz te Woudenberg voor 1/6 deel. Jannitgen, weduwe van Aert Gerritsz met Peter Bot Hermansz haar momber, genoemde Peter Both voor hemzelf en mede voor zijn broer Gerrit Both, aan Dominicus Dommensz als momber van de kinderen van zaliger Lambertus Dommensz voor de ene helft en de weduwe van dezelfde Lambertus voor de andere helft, een hof buiten Bloemendal, belend aan de ene zijde voor: de openbare weg, aan de andere zijde ernaast een steeg, aan de andere zijde Franck de molenaar. [414]
Op 16-9-1607 testeert: Willemtgen Reyersdr wonend te Amersfoort, wed. van Willem Dircxzn Vastrick. Zij legateert aan: - Aeltgen Reyers, huysvrouw van Anthonis Ariaenszn Spijcker, wonende te Danswijck, haar zuster, haar beste heuck en twee gouden ringen en 200 carolus guldens, die zij of haar erfgenamen zullen nemen uit haar gereedste goederen; - Sander Reyers, haar halve broer wonend te Lopick, 100 gulden hoofdsom, wesende lijfrenten op de stad Amersfoort, bij de comparante ten lijven van Sander gecoft. - Reyer Sanders, zoontje van (genoemde) Sander Reyers, haar pille (?) en een oude rosenobel; - Weymtgen Reyers, haar half zuster wonend te Amersfoort, haar dagelijkse heuk, haar zilveren onderriem en alle halsdoeken en huyfke tot haar lijf behorende plus 100 gulden hoofdsom ten lijve van Weymtgen, op deze stad gekocht. Zij benoemt tot haar erfgenamen, haar zuster Aeltgen Reyers voor de helft en Sander Reyers en Weymtgen Reyers samen voor de andere helft. Zij secludeert de weeskamer te Amersfoort. Getuigen: Henrick Rijcxzn, Evert Aertszn en Henrick Janszn [415]
Op 8-4-1611 testeert: Willemtgen Reyers, krank van lichaam te bedde liggende, wed. van Willem Dircxzn Vastrick, onder verwijzing naar een testament d.d. 11-9-1607 voor Nots. J. van Ingen. Zij wenst te legateren aan: - Weymtgen Reyers, haar halve zuster, het halff kastken staande in de keuken, haar dagelikse zwarte rock, haar pels en een blauwe onderrok; - Trijntje en Cornelia, dochters van Dirck Co...... tot de gedenkenis ieder een oude dubbele ducaat van 8 gulden. Approberende het testament van notaris Joh. van Ingen dd. 11-9-1607, willende dat het van kracht zal blijven voor zover het bij desen niet wordt veranderd. Akte ten huize van de comparant. Getuigen: Henrick Evertzn, schoenmaker, Willem Rijcxzn, snijder, en Gosen Janzn. [416]
Op 17-6-1611 verkopen Henr. Dircksz, zoon van Dirck Jansz, voor zichzelf en zich sterkmakende voor Evertgen zijn huisvrouw, voor d'ene helfte, Henr. Henrsz van Hardenteen en Antonia zijn huisvrouw als 't recht van deze hebbende voor d'andere helft, aan t.b.v. Willemtgen naegelaten weduwe van Willem Dircksz Vastrix, zekere plechte met hoofdsomme van 200 gulden met de rente van jaarlijks 12 Keijzers gulden eertijds belden bij mr. Henr. Gout uijt crachte van procuratie t.b.v. Jan Dircksz van Wageningen en de Dirck zijn soon wesende deselve plechte van date de 7e oktober 1566 hierdoor getransficeert. [417]
Op 24-9-1611 testeert: Willemtgen Reyers, crank van lichaam te bedde liggende, wed. van Willem Dircxzn Vastrick, onder verwijzing naar een testament d.d. 11-9-1607 voor Nots. J. van Ingen, en een Codicille d.d. 16-4-1611 voor Nots. J. van Ingen. Zij wil persisteren het testament van 1607 en het codicille van 1611. Het moet volkomen effect sorteren uitgezonderd dat die beste heuck en 2 gouden ringen op Aeltgen Reyers geprelegateerd zullen komen in gemene deylinge op haar geinstitueerde erfgenamen. Te weten voor de ene helft op genoemde Aeltgen Reyers en de andere helft op Sander Reyers en Weymtgen Reyers, mitsdien zal 'tselve prelegaat diensaangaande succeren. Blijven de verdere inhoud van het testament en codicille van volle waarde. Getuigen: Gosen Janzn, Lambert Egberts en Jacob Corneliszn als geburen hiertoe verzocht, ten huize van de comparant. [418]
Op 20-12-1590 koopt Dominicus Willemszn Vastrick koopt een huis te Rotterdam in het Oostvierendeel Binnendijks.[419]
Op 17-7-1612 testeert Aeltgen Jansdr van der Velde, weduwe van Dominicus Willemsz Vastrick, vermaakt aan haar zoon Willem Dominicusz haar huis en erf op de Hoochstraete, op de hoek van de Gasthuysstege. Hij zal een bedrag van 1.000 gulden tot zijn last nemen, dat toekomt aan het weeskind van Grietgen Dominicusdr, haar dochter en Huijch Jacobsz Steur, predicant te Oostvoorn, het weeskind krijgt tevens 1.500 gulden, en verschillende goederen. Zij benoemt tot erfgenaam haar zoon Willem Dominicusz, en het weeskind van haar dochter Grietgen Dominicusdr [420]
Op 30-5-1613 testeren Willem Dominicusz Vastrick en zijn vrouw Henrickgen Lambrechtsdr. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. De langstlevende dient aan hun kinderen een bedrag van 600 gulden te vermaken. [422]
Op 22-5-1614 sluit Jacob Carpentier, predicant in Middelhernis 't welk men noemt Sincte Michiel in Putten, bruidegom, een contract van huwelijksvoorwaarden met Aertgen Lambrechtsdr, weduwe van Pieter Willemsz Berckel, wonend in Middelhernis, bruid, geassisteerd door haar ouders capiteijn Lambrecht Henricxsz en Neeltgen Aertsdr, en haar zwager Willem Dominicusz Vastrick. [423]
Op 25-4-1621 machtigt Willem Dominicus Vastricx, Gillis Simonsz te Brielle, tot incasso van vorderingen in Brielle en in het Lant van Voorne. [424]
Op 29-7-1624 maken Willem Dominicuss Vastrick, en zijn vrouw Sara Davidtsdr van de Corput een mutueel testament met voorzieningen voor zijn kinderen en voorkinderen. Zij legateert aan haar nicht Geertruyt van der Tocht haar klederen. [425]
Op 11-2-1632 testeren Willem Willemsz Nobel en zijn vrouw Margareta Vastrick. Zij annuleren hun huwelijksvoorwaarden en benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. [427]
Op 29-6-1634 testeert Grietgen Willems Vastrick, echtgenote van Willem Willemsz Nobel, wonende op de Haringvliet. Zij herroept eerdere wilsbeschikkingen en benoemt haar man tot erfgenaam. Haar kleding en linnengoed, plus gouden armband wordt gelegateerd aan Aechgen Lambrechsdr, haar tante. Haar broer Henrick Willemsz Vastricx krijgt het vierde part van een erfdeel dat testatrice kreeg van haar grootvader, vice-admirael Lambert, n.l. een stuk land in het land van Putten, en 4 obligaties van 3200 gulden ten laste van Johan van Ick, waar haar vader Dominicus Vastrick de rente van krijgt. [428]
Op 9-7-1634 testeert Grietgen Willems Vastrick, vrouw van Willem Willemsz Nobel, wonende op de Haringvliet. Zij herroept haar eerdere wilsbeschikking van 29-6-1634 en benoemt haar man tot enig erfgenaam. Tante Aechgen Lambrechsdr krijgt de kleding en de gouden armband. Vader Dominicus Vastricx en broer Henrick Willemsz Vastricx krijgen ieder geld en/of waardepapieren ter waarde van 3000 gulden. [429]
Op 17-2-1635 wordt een bevrachtingsovereenkomst gesloten. Joost Adriaensz van Coulster rust zijn schip 'de Winthont' uit voor de walvisvangst bij Islant. Deelnemers in de overeenkomst zijn: - secretaris Noortwijck en Luyt Hendricxsz, Mees Bastiaensz (tekent als Mees Basten du Bien), Cornelis Bastiaensz, Hendrick Vastrick, Jacob de Vael, Willem Willemsz Nobel, Josias Musch, Jacob van der Veen, Adriaen van Berckel, Willem de Crijger, Hendrick Meusz Cool, Daniel Jacobsz, [432]
Op 8-12-1656 wordt een verklaring afgelegd voor Heindrick Vastrick, koopman te Amsterdam, door Gerard(t) van Berg(h)en, raad en vroedschap, en Saertgen Teunis, weduwe van Jan Romboutsz. Ze verklaren dat Heindrick de enige universele erfgenaam is van wijlen Aertgen Lambrechsdr, in leven weduwe van oud-burgemeester Joost van Coulster. Van Bergen is schoonzoon van Coulster en Saertgen is nicht van Aertgen. [433]
COMMENTAAR(¥)
Is hij identiek met:
Anthonis Willemsz. Vastricx, ovl. 1613-1625, schepen van Wijk bij Duurstede (1591),
|
Op 3-4-1599 lenen Thoenis Egbertsz en zijn vrouw, van Thoenis Willemsz en zijn vrouw, 48 gulden, met als onderpand: hun huis in de Nieuwstraat, belend aan de ene zijde: Pauls Costerus, aan de andere zijde: Willem Petersz Schaij. In margine: Gijsbertgen Maes, weduwe van Thonis Willemsz Vastrick verklaart dat Henrick Evertsz Vos de schuldsom heeft voldaan. Akte 18-3-1624. [438]
Op 20-4-1554 lenen Jan Spruyt Henricxzn en zijn vrouw Weyndelmoet, van Jan Lubbertszn de Jonge en zijn vrouw Gerberich, een losrente van 3 keizersgulden, te lossen met 50 keizersgulden, met als onderpand: een huis en hofstede staande in de Peperstraat, belend aan de ene zijde: Goessen Camp, aan de andere zijde: Cornelis Rijcxzn. Op 10-3-1610 verscheen Anthonis Willems Vastricxs en verklaarde dat deze plechte was afgelost door Thyman Henricxzn als bezitter van het onderpand. [439]
Op 1-6-1610 verkopen Johan van Ingen en Geertruijt Sarcerius zijn vrouw, aan Johan Breecker, zijn vrouw en hun erven, een huis, hof en hofstede genaamd den Olyphant, met een halve steeg en halve put op de Nieuwstraat, met recht op uitgang in de Muurhuizen belend aan de ene zijde: het steegje, aan de andere zijde: Cornelis Fredericksz Taets, Op last van 250 gulden aan Jan Petersz van Colenberch; 50 gulden aan Anthonis Willemsz Vastrich. [440]
Op 3-12-1610 verkopen Gerrit Jansz Vercat als momber over Aeltgen Heijmans, en Lourens Huijgensz als man en voogd van Geertruijt de Wijs, aan Lourens Jacobsz en Herman Jansz als borgen voor Coenraet Jansz, een huis, hof en hofstede in de Utrechtsestraat belend aan de ene zijde: Marten Cornelisz Boschman, aan de andere zijde:: de weduwe van Peter van Loenresloot. Op last van 3 gulden per jaar aan 't Sint Pietersgasthuis, 3 gulden per jaar aan Frans Gerritsz, 16 stuivers per jaar aan Anthonis Willemsz Vastricx, 4 stuivers, 8 penningen per jaar aan Geertruijt de Wijs. [441]
Op 3-12-1610 verkopen Lourens Jacobsz en Herman Jansz, Lourens Huijgens als man en voogd van Geetruijt de Wijs, aan Willem Jansz en Evertgen zijn vrouw, huis, hof en hofstede in de Utrechtsestraat belend oost: de weduwe van Peter van Loenresloot, west: Marten Cornelisz, lintslager, voor: de openbare weg, achter: Jacob Hermansz. Op last van 3 gulden per jaar aan Sint Petersgasthuis; 3 gulden per jaar aan Frans Gerritsz; 16 stuivers per jaar aan Anthonis Willemsz Vastricx; 400 gulden aan Aeltgen Heijman Huijbertsz. Voorwaarde: De ontvangers zullen 400 gulden moeten aflossen als Aeltgen Heijmans mondig zal zijn geworden. Nog 4 stuivers, 8 penningen per jaar aan Lourens Huijgens als man en voogd van Geertruijt de Wijs. [442]
Op 30-8-1613 verkoopt Cornelis van Zurckensteijn als dispensier vant arme weeshuis alhier, aan Goort Bosch ende Betgen zijn huisvrouw, Huis, hof en hofstede gelegen op Havick belend aan de ene zijde: de weduwe van Bor Jansz, aan de andere zijde: Zervaes, schoenmaker. Op laste van vier gulden jaarlijks competerende Thonis Willemsz Vastrick, noch twee gulden en acht stuiver jaarlijks competerende St. Jacobsz Broederschap [443]
Op 4-4-1618 verkopen Peter Henricsz Goijer en zijn vrouw ... Toenis Vastrix Jitgen (?), aan Evert van Dael en zijn vrouw Weijn Jans, 1) huis, hof en hofstede aan de Langestraat genaamd de Wildeman 2) twee woningen met een uitgang aan de Goetschalkstraat belend aan de ene zijde: Ewolt van Oyenen (?) Jan Rijxsz. Met een last van 3 gulden, 12 stuivers toekomende aan het kapittel van St. Joris en 12 stuivers aan het schoenmakersgilde, bovendien nog een last van 1350 gulden t.b.v. verscheidene personen. [444]
Op 12-8-1625 verkopen Betgen, weduwe van Goort Bosch met Jan Baptist haar zwager, aan Wouter Woutersz en Neeltgen Jans zijn vrouw, een huis, hof en hofstede op 't Havik belend aan de ene zijde: Dirck Servaesz, aan de andere zijde: transportante. Op laste van de helft van 600 gulden hoofdsom aan Willem Jansz Schaeij, de helft van 500 gulden per jaar aan de weduwe van Anthonis Willemsz Vastricx, de helft van 2 gulden, 8 stuivers per jaar aan St. Jacobs broederschap [445]
Op 31-12-1616 verkopen Henrick Jansz en zijn vrouw Marritgen Lambertsz, aan Judith Maes, huis en hofstede in de Nieuwstraat belend aan de ene zijde: de Heerenstraat, aan de andere zijde: Henrick Rijcxsz. In margine: Compareerde Margareta Vastrick huisvrouw wijlen Henrick Boeker als een medeerfgename van Margareta Peters de Wilt die erfgenaam is geweest van Judith Maes die verklaart ontvangen te hebben van Marcelis Sokermans, eigenaar van de nevenstaande hypotheek in minderinge daarvan 25 gulden 19-3-1666. Margareta Vastrick die verklaard ontvangen te hebben van Marcelis Sokermans 150 gulden. 4-7-1667 [447]
Op 1-7-1634 verkopen Henrick Brecker en zijn vrouw Margarietgen Thonis Vastrix voor een helft. Notaris Dirck Matheusz als gemachtigde voor Thomas Antonisz Vastrix, apotecaris te Amsterdam, voor de andere helft, aan Jan Henricksz, backer, een seeckere hoffstede en getimmer daarop staande gelegen in de Walickersteech (Walikerstraat) belend aan de ene zijde: de voorschreven ontvanger, aan de andere zijde: Peter Harmansz. Volgens procuratie bij notaris Peter Caerelsz te Amsterdam gepasseerd op 19-6-1634. [448]
Op 1-7-1634 verkopen Henrick Brecker en zijn vrouw Margarietgen Thonis Vastrix voor een helft, Notaris Dirck Matheusz als gemachtigde voor Thomas Antonisz Vastrix, apotecaris te Amsterdam, voor de andere helft, aan Evert Woutersz, een hoff gelegen buijten de Triesgenspoort (Sint Andriespoort) belend aan de ene zijde: een buijrsteech, aan de andere zijde: Jan Breker, aan de andere zijde: Jacobgen Passchiers, aan de andere zijde: Johan Coninck en Casper Cristiaensz. Volgens procuratie bij notaris Peter Caerelsz te Amsterdam gepasseerd op 19-6-1634. [449]
Op 9-2-1642 verkoopt de gemachtigde van Henric Breker en Margareta van Vastricx zijn vrouw, aan Johan van Ingen, zijn vrouw en hun erven, een derde part van een plechte van zestig Rijnse guldens, uit een huis in de Utrechtsestraat uit 't jaar 1529. [450]
Op 5-4-1642 verkopen Henric Breker en Margareta Vastricxz zijn vrouw, aan Willem Willemsz Mack en zijn erven, een hof met het huisje daarin, met alle bepoting en beplanting belend aan de ene zijde: Anthonis Jacobsz, aan de andere zijde: Dirck Brant. Opm. :300 gulden aan Willemtgen Willems, moeder van ontvanger dezes. Voldaan. [451]
Op 26-8-1670 verkoopt Grietje Anthonis Vastrik, aan Arnoldus Crinius, bedienaar des goddelijken woorts alhier, een huis aan de Langestraat, bewoond door Jan Hermansz. Een plecht van 400 Carolus guldens Grietje Anthonis Vastrik heeft het recht op deze plecht verkregen via cessi het recht van de erfgenamen van Margareta Peters de Wilt op de goederen van Judith Maas waarbij betaling van de rente is beloofd door Jan Hermanz, schoenmaker, en zijn vrouw t.b.v. Margareta Peters de Wilt. [452]
Op 9-4-1620 koopt Thomas Thonisz Vastrick, 1/5 huis en erf in de Leliestraat te Amsterdam, waar De Zilveren Prinsendaalder uithangt, [453] en 4/5 huis en erf van idem.[454]
Op 26-2-1620 koopt Thomas Thonis Vastrik, een huis en erf in de Oude Leliestraat te Amsterdam. [455]
Op 25-1-1627 verkoopt Barent Pietersz aan Thomas Vastrick, een huis en erf op de Warmoesgracht (ZZ) (Raadhuisstraat) te Amsterdam. [456]
Op 14-6-1662 verkopen Marritie Leenderts, wed. van Maurits Reijers en de erven van Leendert Adriaensz, aan Anthonij Vastrick, en aan Robbert Vastrick, 1/2 huis in de Pijlsteeg achterhuis en erven te Amsterdam, genaamd De Rode Klok. [457]
29556. HENRIK JANSZ VAN DAEL, geb. vóór ca. 1535, ovl. vóór 1596, tr. vóór ca. 1560
29557. GOUTGEN NN, ovl. na 1596.
Op 28-7-1551 transporteert Henrick Jansz van Dael aan Peter van Dam te Amersfoort een vyerdel van een huysinge ende hoffstede mitten werff, daeraen geleege, staende aen die Camper Vypoort, daer aen die eene die stadsingel ende aen dander syde die Vypoort naest geleegen zyn. [458]
Op 28-7-1551 transporteerden Geryt van Dael en Geertruyt zyn wyff een huizinge en hofstede, gelegen in de Vypoort te Amersfoort, aan Peter van Dam, terwijl laatstgenoemde dien dag het laatstbedoelde huis met nog een hof, gelegen "aen de pot" weer terug-transporteerde aan G. van Dael en zijne vrouw. [459]
Op 2-2-1596 lenen Peter Franss, schipper en Grietgen zijn vrouw, van 1) Aeltgen Jurphaes van Suemeren, wonend te Utrecht, 2) En nog van Aeltgen, weduwe van Willem Willemsz en Goutgen, weduwe van Henrick van Daell alhier 1) 100 gulden, 2) 200 gulden met als onderpand het huis waarin zij woont, belend Peter Gijsbertsz, Servaes Jansz, In de marge: Heijman Evertsz te Voorthuizen, verklaart van Aeltgen Jansz de schuldsom ontvangen te hebben. Akte 7-8-1640. [460]
Op 14-11-1561 lenen Bart Meynss en zijn vrouw Fey Jansdr, van Peter Foyt Peterss t.b.v. Joost, Herman de Hoemakers' onmondige kind, een losrente van 5½ karolusgulden sjaars, te lossen met 100 karolus gulden payment, met als onderpand een huis en hofstede, staande aan de Langestraat in de Krommestraat, belend aan de noordzijde Meerten Peterss, mandemaker, aan de zuidzijde Jacob Meynss., Op 18-12-1612 verscheen Goossen Albertss die de rechten op deze plechte bezit en verklaarde dat alles aan zijn handen was afgelost door Evert van Dael als possesseur van het hypotheek. [462]
Op 19-4-1610 verkoopt Jacob Matheusz, aan Evert van Dael en Weijmtgen zijn vrouw, een hof met toebehoren buiten de Sint Andriespoort, belend zuid- en oostwaarts een openbare weg, west: Judith Maes, noord: Dirck Petersz Schaij, [463]
Op 16-11-1616 testeren: Evert Henricxzn van Dael, en zijn echtgenote Weymtgen Jans,(borgers van Amersfoort) Zij vermaken elkaar de lijftocht van al hun bezittingen en daarbuiten reserveert Evert al zijn clederen en zijn zilveren zegel, terwijl Weymtgen de som van 1.000 carolus guldens buiten de lijftocht houdt, plus de inboedel die zij van Nennitgen Jans (haar petemoeder) heeft geerfd en haar clederen, cleynodien, linnen, wollen tot haar lijf behorende. Evert verklaart nog dat genoemde Nennitgen Jans aan Weymtgen Jans (haar dochters dochter), zijn vrouw, beloofd heeft te geven 300 guldens, die Nenninchen om zekere reden niet in de huwelijkse voorwaarden heeft opgenomen. Deze 300 guldens heeft Evert bij de "consummatie des huwelickx" uit handen van Nennintgen ontvangen en dat deze alsnog bij de huwelijkse voorwaarden genoemd zullen worden. Getuigen: Henrick Aertszn van Osch, Gerrit Willemszn en Cornelius J. Sarcerius. [464]
Op 16-11-1616 testeert: Evert van Dael. Hij legateert aan: - Johan van Dael Henricxzn (zijn broeder), zijn rouwmantel; - Cornelis van Diest (zoon van Evert van Diest en Neeltgen van Dael, comparantes zuster), zijn beste lakense mantel. Zijn verdere clederen zullen door de erfgenamen gelijkelijk worden verdeeld. - Adriana Willems (zuster van zijn vrouw), de som van 200 carolus guldens uit zijn gereedste goederen, voor zover dit bedrag niet door hem aan Adriana ten huwelijk is gegeven. Getuigen: Henrick Aertszn van Osch, Gerrit Willemszn en Cornelius J. Sarcerius. [465]
Op 16-11-1616 testeert Weymtgen Jans, echtgenote van Evert Henricxzn van Dael, Zij vermaakt al haar bezit aan haar zuster Adriana Willemsdr, welverstaande dat comparantes man daarvan de lijftocht zal genieten zijn leven lang, uitgezonderd de som van 1.000 carolus guldens, de huysraad die comparante heeft geerfd van Nennitgen Jans (haar petemoeder), de clederen, cleynodien tot haar lijf behorende, welke door Adriana direct na comparantes dood genoten zullen worden. Hiermede institueert zij Adriana tot haar universele erfgenaam, of bij vooroverlijden, haar kinderen. Getuigen: Henrick Aerts van Osch, Gerrit Willems en Cornelius J. Sarcerius. [466]
Op 14-5-1617 verkoopt Evert van Dael als man en voogd van zijn vrouw Weijntgen Jans, de enige erfgenaam van Agnennitgen Jans in haar leven de vrouw van Mr. Jacob organist, aan Henrick van Oldenburch en zijn vrouw Trijn Stenemans, een huis in de Molenstraat en het ledige plaatsje achter de achterdeur van dit huis groot in de lengte en breedte enige voeten, belend Dirck Gerritsz, Henrick Goortsz. [467]
Op 8-1-1618 lenen Jan Fransz en zijn vrouw Jacopgen, van Henrick van Dael, die 't recht heeft op de navolgende plegt voor de helft, 't recht op de helft van 400 gulden beleden door Jan Fransz en zijn vrouw Jacopgen t.b.v. Jan Maesz op 1-4-1595, met als onderpand een huis op de Kamp. In de marge: Compareerde Jan Seijl verklaart voldaan te zijn met de betaling van 200 gulden door Jan Fransz als de eigenaar van de hypotheek. Akte 1-4-1620. [468]
Op 4-4-1618 verkopen Peter Henricsz Goijer en zijn vrouw ... Toenis Vastrix Jitgen (?), aan Evert van Dael en zijn vrouw Weijn Jans, 1) huis, hof en hofstede aan de Langestraat genaamd "de Wildeman", 2) twee woningen met een uitgang aan de Goetschalkstraat belend Ewolt van Oyenen (?), Jan Rijxsz met een last van 3 gulden, 12 stuivers toekomende aan het kapittel van St. Joris en 12 stuivers aan het schoenmakersgilde, bovendien nog een last van 1350 gulden t.b.v. verscheidene personen. [469]
Op 10-10-1620 verkopen Evert van Dael en zijn vrouw Weijmpten Jans, aan Thomas Hedel en zijn vrouw Marritgen Thonis, huis, hof en hofstede in de Onze Lieve Vrouwenstraat strekkende achter tot aan de stadssingel, belend de erfgenamen van Andries, inbrouwer, Cornelis Jansz, metselaar. [470]
Op 8-12-1620 verkopen Goossen Reijersz en zijn vrouw Metgen Aerts, aan Wijmptgen Jans voor zichzelf en als weduwe en boedelharster van Evert van Dael, huis, hof en hofstede met een zijkamer in de Mooierstraat, opzij van de Muurhuizen, belend Peter Sebastiaensz, Jorden van der Maeth. Op de last van 1 gulden, 10 stuivers die toekwam aan het timmerliedengilde en na de koopdatum is afgelost. [471]
Op 12-2-1622 verkopen Cornelis Ariaens en zijn vrouw Aeltgen Jans die het recht op genoemde plegt verkregen hebben van Cecilia Willems hun moeder en schoonmoeder, aan Weijntgen Jans, weduwe van Evert Henricksz van Dael, een plecht van 80 gulden hoofdsom beleden door Jan Jansz, wolverver op zekere huis op de Singel d.d. 3-10-1586, belend Cornelis Michielsz, Jan Philipsz. [472]
Op 24-7-1622 leent Henrickgen Beernts, van Wijmtgen, weduwe van Evert van Dael, 200 gulden hoofdsom, met als onderpand het huis dat zij heden ontvangen heeft in de Breestraat, belend 't Paternostersteegje, de erfgenamen van Henrick Reijerts. In de marge: Compareerde Wijmtgen weduwe van Evert van Dael, het bedoelde huis is gekocht door Marten Gerritsz, 27-6-1627. [473]
Op 16-4-1624 machtigt Weymtgen Jans (zij wordt ook genoemd: Weymtgen van Dael, borgerse van Amersfoort), wed. van Evert van Dael, Cornelis Quint (borger van Utrecht) om uit haar naam 150 Carolus gulden te ontvangen, die zij sprekende heeft op de huysinge tot Utrecht, staande tussen de St. Jansbrug en de Backerbrug en laatst in het bezit was van Cornelis Jobsz. Dit krachtens een plecht die op 20-6-1565 voor het Gerecht van Utrecht gepasseerd was door Jacob Gysberts. (boutmaecker) en Marten Jacobs., ten behoeve van Marrichgen Jan Martensz. dochter, van wie haar zuster Nennitgen Jans dat recht bij successie verkregen had, en daarna op haar, comparante, gekomen was als universele erfgename van Nennichgen Jans, haar beste moeder (=grootmoeder). De comparante geeft Cornelis Quint volkomen last en procuratie om bij het lichten van het voorschreven kapitaal, de plecht te beëindigen op het protocol en een verklaring af te leggen dat de hoofdsom en de verlopen renten afgelost zijn. Akte te Amersfoort. Getuigen: Jacob Peters van Hoorn en Cornelis van Ingen. [474]
Op 13-7-1624 leent Albert Petersz voor hemzelf en als vader van zijn onmondige kinderen bij Jannitgen Aelbers zijn overleden vrouw, van Weyntgen Jans, weduwe van Evert van Dael, een losrente 6 Carolus gulden per jaar. Hoofdsom 100 gulden, met als onderpand huis en hofstede in de Lieve Vrouwestraat, belend aan de ene zijde de weduwe van Aernt van de Wall, aan de andere zijde Dirck van Geijn. In de marge: Reinier van Ingen als rentmeester van Armen Weeshuis, in naam van de heren Mr. Willem van Dam, burgemeester en Henrick Both, regenten van het Weeshuis, bij 't recht van legaat van Weijmtgen Jans, weduwe van Evert van Dael, verklaren van Herman Hermansz als eigenaar van de hypotheek de schuldsom ontvangen te hebben. Akte 6-10-1657 [475]
Op 13-9-1644 verkopen Willem Augustijnsz van Oudenwater en Elsgen van Dael, echtelieden als mede erfgenamen van zaliger Evert van Dael en Wijntgen Jans zestiende part en mede voor Frans van Dael voor zich en als weduwnaar en boedelhouder van zijn over- leden huisvrouw en zijn kinderen, mede van Gerrit van Dael Henricsz en van Jan Hermans en hun huisvrouwen (procuratie Amsterdam), Willem ook als momber over de minderjarige en voor de mondige kinderen, uitlandige, van Frans en Henrick van Dael, voor de resterende zestien parten, aan Jacob Petersz van Hoorn voor hemzelf en als weduwnaar en boedelhouder van zaliger Adriana Willems en hun erfgenamen, drie zestiende parten van 1) een huis aan de Langestraet, genaamd de Wildeman, belend aan de ene zijde Henrick van Diemen, aan de andere zijde de erfgenamen van Jan Rijcsz, bakker, 2) twee huisjes naast elkaar achteraan in de Goodschalkstrate, 3) van twee huisjes naast elkaar in de Moijstraat. [476]
Op 2-5-1642 verkopen Wouter Petersz van Lochorst, timmerman, voor een derde part. Neeltgen van Dael, weduwe van Ernst van Diest als grootmoeder van de onmondige kinderen van zaliger Jan Petersz van Lockhorst en Elsgen Ernsts van Diest in leven echtelieden. Wouter Petersz mede als momber over die onmondige kinderen voor een derde part. Catharina Thijmans, weduwe van Aelbert Jan Quintijnsz voor een derde part, aan Seger Joosten, metselaar, zijn vrouw en hun erven, een huis op Havik met een plaats en een huis in de Muurhuizen, belend aan de ene zijde Oth Jansz, metselaar, aan de andere zijde Claertgen, weduwe van Henric Pelen, olieslager, [478]
Op 18-6-1642 verkopen Neeltgen van Dael, weduwe van Ernst van Driessen met Cornelis en Henric Ernsts van Driessen (sic!) haar zonen, mede voor hun afwezige zusters en broers en voor de andere mede-erfgenamen, aan Jacob Peterss van Hoorn en Ariana Willems zijn vrouw en hun erven, 1) het vierde part van een huis genaamd "De Wildeman" in de Langestraat, 2) het vierde part van de twee huisjes daar achter in de Valkstraat, 3) het vierde part van de tweehuisjes naast elkaar in de Mooierstraat, belend aan de ene zijde 't Godshuis de Poth, aan de andere zijde de weduwe van Jan de Boer. [479]
Op 11-5-1644 verkopen Neeltgen van Dael, weduwe van zaliger Ernst van Diest voor zich en voor Wijnand van Diest en Ds. Henricus Harlingen, predikant te Nichtervecht als man en voogd van Annnitgen van Diest zijn huisvrouw (proc. te Amsterdam), Cornelis van Diest en Weijmtgen Laurensdr echtelieden, Anna van Diest weduwe van Reijer Thonissen. Henric van Diest en Derckgen Wouters echtelieden, samen voor de onmondige kinderen van zaliger Elsgen van Diest en zaliger Jan Gouvert. aan Jorian Rijcxz van Nestevelt, bakker, en Maritgen Jacobs zijn huisvrouw en hun erven, 'n huis aan de Langestraat met het kamerken daarachter, met de uitgang in de Goodschalckstraat en een achterhuisken op de hoek staande in de Goodschalck straat dat aan de transportanten behouden blijft. Op de last van f100,= hoofdsom, competerende: Willemtgen, weduwe van Gerit van Dashorst. [480]
Grafschrift in de Kerk te Westbroek:[485]
Henricus Martini ab Harlingen.
Opdracht in zijn boek De Wech des Levens (2de druk, Enkhuizen, 1658) door Ds. Guiljelmus Saldenus aan zijn beide zusters:
"Toe-eygeningh aan de eerbare, Deuchtsame Petronella Salden huysvrouw van den E. Salomo Gordon, commies van de Reden van Brabandt tot B. op Zoom mitsgaders de Begaafde, zedenrijke Susanna Salden, Jonge dochter".[499]
|
Ds. Martinus van Harlingen (1643-1721) door Pieter Jansz van Ruyven (1651-1719).
Prent Datering: onbekend Locatie: Rijskprentenkabinet, Amsterdam. Bron: Ref. [500] klik op plaatje(s) om te vergroten |
29558. FRANS NN.
Op 18-3-1603 oorkonden Dirck Creyll, schout, Henrick Claess en Meyns Jansz, schepenen van de Duist en de Haar, dat Dirck Dircxz Crachtwyck, gemachtigde voor Jacob vander Maeth, oom en voogd van Cornelis Schenck, zoon van zijn zuster, voor hemzelf en namens zijn zusters, Coenraet Fransz, man en voogd van Marritgen, en Jochem van Westrenen namens zijn moeder Johanna van Westrenen, hebben overgedragen aan het Sint Pietersgasthuis 4,5 dammaten in de Brede Haer, ongedeeld met het gasthuis in 18 dammaten, strekkende van de Lodijk tot de Haarse wetering, aan de noordzijde begrensd door Mechtelt van Westrenen, aan de zuidzijde Elias van Oldenbarnevelt, geïnsereerd de procuratie van 14 februari voor de griffie van het Hof van Utrecht door Jacob vander Maeth aan Dirck Dircxz van Crachtwijck om aan Jan Willemsz, huismeester van het gasthuis, over te dragen 2,25 dammaten, het deel van Cornelis Schenck. Met zegels van de oorkonders. [504]
Op 20-5-1608 verkopen Dirckgen Aelten met haar momber Rijck Bosch voor de helft. Assuerus Bartholomeusz voor hemzelf en voor het onnozele kind, nagelaten door zijn broer Henrick. Bessel Ariensz en Henrick Willemsz als momber over de kinderen van zaliger Willem Bartholomeusz. Henrick Willemsz ook als man en voogd van zijn vrouw. Bartholomeus Henrickss voor hemzelf, samen voor de andere helft, aan Coenraet Fransz en Maria zijn vrouw, een hof buiten de Koppelpoort belend aan de ene zijde: voor: de kinderen van Henrick Bartholomeus, aan de andere zijde: noord: de bleek van Anna, weduwe van Franck de molenaar, aan de andere zijde: zuid: Peter Hermansz Both. Op last van 5 stuivers, 8 penningen per jaar aan de melaatsen. [505]
Op 11-8-1614 verkopen Coenraedt Fransz, indertijd schepen deser stad, als boedelharder van Marritgen Dirrickss, dochter zijne zal: overleden huisvrouw(¥) voor de eene, mitsgaders Henrick Dircksz Mas als Petervader en de momber over de onmondige kinderen van zal: Frans Gerbertsz voor de andere helft, aan Willem Cornelisz Moy en Judith van Wijs zijn vrouw, zeker huis, hof en hofstede met de schuur als oko den Eijgendom op die stege tot op die Langegracht toe en de die geute zo en in zulke wegen als die overgevend ende hun voorzaten de zelve alhijts tot dato van de verkoping to gecompeteerd heeft, staende en gelegen aan de Langestraat int quartier van de Breul belend aan de ene zijde: oostwaarts de erfgenamen van zal.: Catharina Gerits, aan de andere zijde: westwaarts Lubber Gerritsz. Op laste van 17 gulden en 10 stuiver jaarlijks losrente daarinne gehipothequeerd t.b.v. Aeltgen Jacobszdochter tot Amsterdam. [506]
COMMENTAAR(¥) Dit dochter zijne zal: overleden huisvrouw moet haast wel verkeerd gelezen zijn. Het lijkt er op dat Marritgen Dirrickss identiek is aan de overleden Maria Dirks van Crachtwijck.
Op 15-2-1615 verklaren Coenraet Fransz oud ca. 72 jaar, en Albert Claesz, 88 jaar, ten verzoeke van Peter Schade, Wouter Claesz. Buys en Grietgen Wouter Reyersdochter, dat hun bekend is dat enige jaren geleden Aert Rutgersz. Buys overleden is en dat zijn naaste erfgenamen zijn Aertgen Jan Buyssendochter, huisvrouw Peter Schade, Wouter Claesa. Buys voornoemd en zijn broers en zuster, en Grietgen Wouter Reyersdochter voornoemd. Aert was de oudoom van de requiranten. [507]
Op 28-10-1616 verkopen Harmantgen Ammel weduwe van Cornelis Francken, geass. met Gerrit van Mulenborch en Coenraet Fransz indertijd burgemeester, aan Wulpher Gerritsz, bakker en zijn vrouw Neeltgen Jacobs, ten eerse 't hofje van voorzz. Harmantgen gelegen buiten de Koppelpoort en 1 hofje van Coenraet Fransz, tevens buiten de Koppelpoort belend aan de ene zijde: Peter Harmansz Both, aan de andere zijde: de bleek van Wulpher Gerritsz. Op een last van 11 stuiver t.b.v. de melaten buiten Amersfoort [508]
Op 3-2-1618 verkopen Hans Jan Weegl en zijn vrouw Eechgen, aan Coenraet Frans, een obligatie van 400 Carolus guldens beleden bij de Mater Procuratrice van 't Sint Agnieten convent gedateerd 15 januari 1584, met hun persoon en goederen onderworpen aan het hof van Utrecht. [509]
Op 11 april, 18 april en 29 mei 1621 laat Coenraad Fransz, oud-burgemeester, na het overlijden van zijn vrouw Maria Dirks van Crachtwijck scheiding maken inzake haar bezit ten behoeve van hemzelf en t.b.v. Johan, Rutger en Jacoba Westrhenen te samen en t.b.v. Dirk van Crachtwijck en diens drie zusters, t.w. Christina, Judith en Haesgen van Crachtwijck, en van Johanna van Crachtwijck, huisvr. van Adriaan van Westrhenen, zijnde de overledene Maria Dirks van Crachtwijck hun aller moeye. [510]
29562. WOUTER BEERNTSZ, ovl. na 1628, belender in de Haag te Amersfoort (1625, 1627), tr. vóór ca. 1550
29563. AELTGEN HENRICX, ovl. 1624-1628.
Op 26-1-1622 verkopen Wouter Beerntsz en zijn vrouw Aeltgen Henrickszdochter, aan Gerrit Aertsz en zijn vrouw Jannitgen, een huis in de Slijkstraat met een hof en hofstede met de halve steeg en halve put, de hof strekt tot aan de grond van Gerrit Ghijsbertsz zoals deze tegenwoordig is afgevreest (afgezet met een vreding), belend aan de ene zijde de weg van Jacob Ghijsbertsz, molenaar, aan de andere zijde Jan Petersz, smit, Een last van 200 gulden heden voor deze datum afgelost. [511]
Op 14-7-1624 testeren: Wouter Beerntsz (tekent met merk) en zijn echtgenote Aeltgen Henricx, (tekent met merk), borgers en inwoonders van Amersfoort) onder verwijzing naar een open brief van Octroij (Hove van Utrecht) d.d. 17-2-1610. Over en weer bemaken zij elkaar de levenslange lijftocht van al hun na te laten goederen met een volkomen bewind en administratie. Al hun na te laten goederen bemaken zij voor de ene helft aan Beernt Joachims, de zoon van hun overleden dochter en voor de andere helft aan Deliana, het onmundige kind van zaliger Andries Joachims (de zoon van hun overleden dochter) resp. hun nalatende geboorte bij vooroverlijden. Op conditie dat Beernt Joachims niet gehouden zal zijn in te brengen dat wat zijn moeder ten huwelijk ontvangen heeft, noch dat het kind van Andries Joachims in zal moeten brengen wat de moeder van Andries ten huwelijk heeft ontvangen. Beernt Joachims heeft van de comparanten 200 gulden op renten gehad evenals Andries Joachims zaliger in zijn leven 100 Carolus gulden. De comparanten willen dat Beernt Joachims de 100 gulden die hij meer op renten heeft dan Andries, behouden zal voor zijn heerlijkheid en voordeel. De honderd gulden die ieder dan nog op renten heeft, zal ieder behouden en zal gecompenseerd zijn. Met voorwaarden voor de vererving van de nalatenschap wanneer ook nalatende geboorte van hun erfgenamen mocht overlijden. Eventueel te vererven op de zijde van hen comparanten. Zij stellen het kind van Andries Joachims onder de Weeskamer van de stad Amersfoort. Akte te Amersfoort ten woonplaatse van de comparanten. Getuigen: Jeronimus Moret (tekent met merk) en Jacob Cornelis (tekent met merk), gebuyren van de comparanten. [512]
Op 7-6-1628 sluiten Wouter Beerentss en Beernt Joachimsz, zijn neef (lees kleinzoon?), een overeenkomst. Beernt Joachims zal Wouter Beerntss, zijn grootvader (bestevaer) onderhouden in kost, drank, kleren zowel wollen als linnen, vuur en licht, bewassing en andere zorg, zijn levenlang. Wouter cediert dan aan Beernt Joachim zijn vrouw en hun erven, de helft van huis, hof en hofstede in de Haag aan de waal en helft van 200 gulden hoofdsom op Reijer Arisz en de helft van een huisje en hofje in de Haag op de hoek van de Koestraat, helft van inboedel en huisraad. Nu door Beernt Joachimsz gebruikt en de andere helft aan Wouter Beernts overleden vrouw behoort hij in lijftocht bezit. Cedeert nog aan Beernt en zijn erven bij zijn overlijden: kleren, wollen en linnen, uitgezonderd het beddegoed Op last van 1 gulden, 1 stuivers per jaar aan de erven van Catharina Brants; 20 stuivers aan de erven van Wouter Beernts zaliger huisvrouw. [513]
29634. PIETER CORNELISZ DIEPHORST (alias SOOS), geb. 1520/21, beg. Gouda St. Janskerk nov/dec 1599 (Pieter Corn. Zoes ƒ 2,8,9, "overgeluijt 3 middaechs poessen ƒ 3,12,0"), voor het eerst vermeld in het Verlijboek van Gouda 1551,
geadmitteerd als notaris te Gouda 10-2-1563,[514]
procureur voor het gerecht van Gouda (1569..1599),
tr. vóór ca. 1550[515]
29635. GEERTE JANSDR, geb. vóór ca. 1530, ovl. na 1587.
|
Pieter Cornelis Diephorst (ca. 1521-1599).
Schilderij zich bevindend in het Museum te Gouda (1959), dat reeds in 1647 bekend stond als 'de Laarzeman'. Schilder onbekend, vermoedelijk Pieter Aertsz. In de rechterbovenhoek staat: ANNO DNI 1567, daaronder AETATIS 46. Op de lijst staat: OMNIS LAVS IN ACTIONE CONSISTIT VIRTVTIS. Op het enigszins accoladevormig uitgesneden bord, dat aan de onderzijde van de lijst is aangebracht, staat te lezen: Dit paer laersen wil ick vrolick schincken De man, die zijn wijf niet en ontsiet verre heb ick mij helle doen klincken roupen en wincke Maer noch en heb ick hem gevonde niet Aldus coem ick om weten alsomen mij ziet of hij mach zijn int goudtse dal Die mij Dese laersen of halen zal BELLUM PRECOR ITA SVSCIPIATVR VT NIHIL ALIVD NISI PAX QVESTTA VIDEATVR Dr. Martinus Blonck, gehuwd met de kleindochter Adriana de Jong van Pieter Cornelis Diephorst kocht het schilderij op 27-3-1647 uit de boedel van Adriaen Jansz Diephorst. [516] klik op plaatje(s) om te vergroten |
Verlijboek Gouda: Op 8-8-1576 compareerde Pieter Cornelisz Soos procur(eur) voor de gerechte deser Stede Ende constitueerde hem zelven borge voor Cornelis Pietersz, zijn zoon, Daem Joppen, en Henrick Ariensz, alle poorters deser Stede", etc.[517]
Verlijboek Gouda: Op 5-8-1587 compareert "Geerte Jansdr, huyssvrouw van Pieter Corn. Soos, procur(eur), ende belooffde alle de goederen binnen haren huijsse syn(de) zoe wel mobilia, linne, tinne, huysraet als anderts egeen wtgesondert wel en getrouwelicken by den' anderen te houden en bewaren. Sonder dselve daer wt te vervreempden, ofte doen vervreempden directe1. noch indirectel. op pene van aen haer verhaelt en gestraft te worden als diefte. Ende Jan Dircx van Berghen (mede compeeren(de)) Constitueerde hem borghe ome de voorsz goederen tallen tijden des vermaent syn(de) In sulcker state te leveren, daer Inne de selve' Jegenwoordich zijn, zonder datter eenighe verminderinghe aff. sall zijn gedaen".[518]
Op 3-12-1637 compareerden te Gouda "deersame Jan Woutersz Backer, poorter deser stede als getrout hebbende Geertgen Jansdr ende Neeltgen Jansdr, hare suster met haer gecoren vooght, vervangende tzamen hare suster Grietgen Jansdr, alle dochters van z. Neeltgen Pietersdr Diephorst, ter eenre, Item Neeltgen Gijsberts Pater met haer gecooren voocht Mr. Nicolaes Huijgen Hopcooper, horologiemaker, vervangende bij haerluijder toestaen Cornelis Michielsz, Jan Michiels en derffgenamen van z. Grietgen Michielsdr, alle wonende buijten deser steede versz, Melchior Andries Outerkens als man en vooght van Geertgen Huijgendr, Neeltgen Raesdr, weduwe wijlen Aert Pietersz Vermeij, met haer gecooren vooght in desen, Mees Dircksz Motreghen, getrout hebbende Aechgen Andriesdr, Pieter Cornelisz de Graeff vervangende zijne meede Crediteuren van z. Grietgen Ctalen? overleden tot Amsterdam, Item Cornelis Cornelisz Diephorst vervangende sijne mede Erffgenamen van wegen de staeck van zijne za. beste vader Cornelis Pietersz Diephorst in zijn leven Secret(ari)s tot Moordreght, Doctor Martinus Blonck, nomine uxoris vervangende sijn mede Erff genamen van wegen sijn z. moeder Cecilia Pietersdr Diephorst, Ende Mr Barent Rhijnenburg voor mijn selven uijt wettelicke actie hebbende van Willem Jansz Kouwenhove z. die een soone was van za. Suzanna Pieters Diephorst, ter Andere zijde, de welcke alle verclaarden en verclaren mits deesen hoe dat sij metten anderen zijn verdragen ende geaccordeert nopende seeckere questie van seven hondert Carolus gulden met den Intrest van dien de welcke de voornoemde Jan Woutersz Cum socius (op den boel van za. Huijbert Cornelisz Pater ende Maritgen Pietersdr Diephorst, zijne huijsvrouw za.) hadden pretenderen, Ende noch in proces ongedeert was hangende voor den Hove van Hollant staende (?)thien mits desen aff alle Pretensien en questien dies aengaende Ende sij (?)thien bekenden mits deesen Int minnël verdragen ende veraccordeert te zijn op conditie dat den voornoemden Jan Woutersz cum socius voor uijt de gereetste pen. van vercopinge van huijs en erff staende opten corten tiende wegh naest daer tmelckmeijsgen uijthangt van zaliger Huijbert Cornelisz Pater ende Maritgen Pieters Diephorst naergelaten dat de versz. Jan Woutersz cum suis sal hebben en genieten de somme van drie hondert ende vijftigh Carolus gulden eens, dat mits desen bij den selve versz erffgenamen wort verstaen tot openbare vercopinge vant zelve huijs ende Erve met cöpensatie van costen onvermindert haere vorder actie die zij als mede erffgenamen hebben te pretenderen op de selve erffnisse voor haer Contingent", etc. [519]
Op 5-9-1621 compareerde voor schout en schepenen van Moordrecht "Maritgen Jans weduwe van Cornelis Pietersz Soos zal. ende Adriaen Dircksz van Zalen, Secretarijs alhijer haren gecooren vocht in desen, ende bekende voor haer ende haren erven en nacomelingen vercoft opgedragen geseedert en getransporteert te hebben aen Dirck Corn. Soos, haeren zoon, een erve met een schuijer daerop staende geleegen aent dorp van Moordrecht voorsz streckende vanden dijck aff tot Inder Issel toe", etc. [522]
Eigenboek Gouda: Op 11-8-1630 compareren Dr. Martinus Blonck, vervangende en hem sterckmaeckende voor Beuckel Janssz Schoemaecker, beijden als voochden vant naergelaten weeskindt van wijlen Thijs Hendricxssz sa. geprocreert bij Leentgen Govert Mangelaersdr, voor d'een helfte en Jan Cornelissz de Jonge mitsgaders Corn. Arijenssz Verboon, beijde als voochden van weeskinderen van Maritgen Cornelisdr geprocreert bij Corn. Cornelissz Diephorst voor d'ander helft", etc. [523]
Op 31-1-1634 maken d'E. Cornelis Cornelissz van Dijephorst, Jonghman, toekomende bruijdegom, geassiteert met d'E doctor Martinus Blonck, oudt Schepen der voorsz Stede, Jan Wouterssz Doen, Dirck Henrickxssz Teems, ende Jan Cornsz de Jonghe, alle als zijne vooghden, ter eene, en Leentghen Meesszdr, Jonge dochter, toecomende bruijdt, geassisteert met Jan Crijnen van der IJssel, en Evert Janssz backer, haere vooghden Ter andere sijde huwelijkse voorwaarden, etc. [528]
Op 30-1-1667 compareerden Dirck Cornelissz Diepenhorst (oudt 72 Jaren (is doorgehaald)), Daniel Jansz Smit, Cornelis Arienssz Sticker en Brant Janssz Cos, alle van Competenten ouderdom wonende tot Moordrecht, de welcke ten versoecke vande opsienders vande Remonstrantse gemeente tot Moordrecht voorsz getuijcht gecertificeert ende verclaert hebben sulcx sij doen midts desen, waerachtich te (sijn) dat het huijs ofte leerplaets vande voorsz Remonstranten tot Moordrecht, twelcke Inden Jare 1655, ende 1656 is vernieuwd geworden, staet op een en dezelfde plaetsche daer het oude Leerhuijs ofte leerplaets heeft gestaen, ende dat tselve leerhuijs vernieuwt is geworden Is gecomen omdat het oude niet langer con staen, en om In te leeren door den ouderdom, en t'lecken bij regen, gans onbequaem was, dat mede het voorsz huijs (als opde selve plaets staende) is geweest een gedeelte vant huijs vanden voorn. Dirck Cornelisz. Diepenhorst", etc. [529]
Op 2-9-1627 compareerden te Gouda Cornelis Cornelissz Diephorst, poorter deser stede, Willem Jansz Couwenhoven wonende tot Amersfoort, Aelbert Jansz Spelt, en Jan Woutersz Doe, alle erfgenamen van Marritien Pieters de Soos (elders Marritien Pieters Diephorst, in haer leven huijsvrouwe van Huijbert Cornelis Pater zaliger, in dijer qualite voor hen zelven en sterck makende voor heure mede erfgenamen, ende hebben geconstitueert ende volmachticht, constitueerden ende volmachtichden bij desen d' E. Doctor Martinus Blonck, oudt Schepen deser Stede, heuren mede erfgenaam", etc. [540]
31284. TEUNIS EVERTS VAN VOORST, ovl. na 1561, doopget. (1561) bij zijn kleinzoon Willem,
tr. (huw. voorw Utrecht St. Catharinedach) 1539[541]
31285. GEERTRUIJT JACOB GIJSBERTSDR(¥), ovl. na 1576. Zij testeert 7-4-1576.
| COMMENTAAR(¥) In onderstaand manuscript abusievelijk genoemd Geertruyt Jans. |
"Onse Genealogie kannen wij niet vaster maken als beginnen(de) van Teunis Evertsz van Voorst wyens huysvrou heeft geheten Geertruyt Jans, dese heeft gehadt ses soonen, Evert, Cornelis, Gysbert, Willem, Jan, Hieronimus en een dochter genaemt Cornelia, de memorietafel waarin hy met syn sonen en dochter geschildert nae de wyse doen gebruykel(yck) als in den jare 1566, berust by Lucas van Voorst, vroetschap t Utrecht (nota bene). Dese Teunis Evertsz van Voorst heeft onder de eerste t Utrecht mede een smaeck gekregen van de Greformeerde religie soo dat hy in de Klaeskerk op een seeckeren tyt publiquel(yck) de pastoor heeft tegengesproken hem van leugenen beschuldigend en(de) als doen ter tyt Albertus Spigius, deken van St. Jan, inquisitor hereticae pravitatus was soude in groot gevaar gecomen hebben ten waar syn kinderen en vrienden voorgegeven hadden dat hy van ouderdom sufte en niet wel met het hooft bewaert was, waarop belast is dat sy hem wel nau in hups souden bewaren, en hebben niet alleen een eerlycke amende voor de paep moeten geven, maar de kinderen hebben ook in het besonder voor hem als een simpel mensch moeten boete doen." [542]
"Voorders komende tot de twede soon van Teunis Evertsz, die heeft geheten Cornelis, nae dewelcke vorders staat te inquireren." [544]
"De derde soon is geweest Gysbert Teunisz van Voorst en is Ao 1566 getrouwt met Maria Jans van Doorn, hy is een man geweest te Utrecht seer wel bekent lange jaeren voornemen lakenkoper wonen(de) in de Nobel bij de Geertenbruch daar naer is hij geweest Cameraer ook borgerhopman wanneer t' Utrecht maar vier borgerhopmannen waeren, heeft sich seer wel gedragen Ao 1581 in de periculeuse tyden van Lycester gelyk te sien is by Bor alwaar hy gementioneert wort onder den naem van Gysbert Teunisz van Voorst in v(er)scheyde requesten uyten naem van (de) borgerye door de hopluyden ov(er)gegeven. Was ook een iveraar van de religie soo dat hy ook in de periculeuse tyden Ao 68, 69 tot een entseventich toe syn huys meermael verleent heeft om de godtsdienst daar in te plegen, heeft ook v(er)scheyde predicanten geherbercht en meermaels dien vermaerden Petrus Dathenus, ook plachten ordinaris by hem te logieren als een goet vrient Elbertus Leoninius alias Longolius. [549]
Op 23-10-1581 transporteert Jonkfr. Geertruydt Sengers weduwe van za. Floris Florisz, met handen van Peter Glas , haer gecoren voogt in deser saeke, aan Ghijseert Anthonis van Voorst die groote huisinge en hofstede met toebehooren, mitsgaders de achterpoort en woeninge, enz., gelegen aen deser stads grachte opte westzijde tusschen de Geerte- en de Smeebrugge en agter uitgaend opte straet aen het Geertruytkerckhof, met al sijn toebehooren, sodeselve nu ter tijt bij die van de convente van Bethlem bewoont wort en als hij die van Sybrandt Occo ontfangen heeft, met nog die voorcoop van die huisinge boven naest voors. groote huisinge en naest tcleyn steegken oockdaernaest gelegen. [550]
Op 18-4-1589 vestigt Gijsbert Anthonis van Voorst, schepen der stad Utrecht, met Marichjen Jansdr, sijn huisvr., een koopmans brief ten behoeve van Herman van de Poll. Als onderpand stelt hij sijn huisinge en hofstede geheten het Heilige Lant, gelegen aan de westzijde deser stadsgrachte tusschen de St. Geertruydenbrugge en de Smeebrugge, daer hij inne woont. [551]
Op 19-5-1592 geeft Gijsbert Anthonis van Voorst, borger en hier benevens geweest zijnde cameraer deser stad in handen van Joffr. Elisabeth Jansdr huisvr. en gemachtigde van Dr. Wouter de Schoth coopman en inwoonder der stede van Amstelredam, tot desselfs Wouter de Schoth sijne huisvrouw en haere erfgenamen behoeve de vrije eygendom van de alinge huisinge, erf en hofstede, kelder, cluys, enz., met alle toebehooren, uitgezonderd de ketels, kuipen en de gereedschappen tot de brouwerije behoerende, gelegen aan de westzijde van de Oude Gracht tusschen St. Geertruiden- en de Smeebrug, strekkende voor uit de stadsgracht voorts agter tot in de Springwech en nu ten deele bij hem Gijsbert Anthonis van Voorst selfs bewoont werdt en ten deelen aan verscheiden personen verhuyrt is, daer de kinderen en erfgenamen van Gerrit Aertsz van Ruempst suidwaerts boven en Cornelis Jansz in den booten met Thijmen van Cuyck en Thaesgen Frans Foppens here. ofte die sij dat met regt elcq gelaten moge hebben, met seeckere _huisinge, hof en stallinge noortwaerts beneden naest gelegen zijn, sulx hij overgever die van de weduwe van Floris Florisz, muntmeester, gecoft en ontfangen heeft. [552]
| COMMENTAAR(¥)
De geboortedatum blijkt uit
een bewaard gebleven, i.d. Deventer 18 of 28 Dec.
1613 door Mart. Schoock aan zijn tante
Martina van Voorst te Utrecht gerichte brief, waarin o.a.
de volgende merkwaardige zinsnede: "Sy heeft by
d'vyff ende tseventich jaeren gestreden, wilde ghy
haer noch langer laeten getrayvailleert worden in
de droevige batalie?"
Voorts bestaat er een handschrift[556] vermeldende: "Ex Calendario anni 1563 quod fuit avi Martini Schipperii ad d. 4 decemb. haeo legunt hoc die inter horam quintam et septam nata est mihi filia quae nominata fuit Aleydis hanc susceperunt ex Baptisme Dn. Johannes a Duvenvoort, scholasticus in Cathedrale Ecclesia et neptis mea d. Amerongen et neptis mea inper Gerardi Pot, consulis erat antem dies Sabbati." |
Desens soon is geweest Anthonis Gysbertsz van Voorst, onse bestevaer geboren Ao 1569 den 21 January en getrout met Alid Scheperius onse bestemoeder den sestienden April Ao 1588 en is gestorven den 4 Ja(nua)ry Ao 1630 s'nachts tussen 1 en twee, hy is begaaft geweest met een sonderlingh verstant en een rare memorie is heel vroegh aengecomen en(de) nae dat hy syn studien t'Utreoht volbracht hadde in Gymnasio Hieronymiano onder Rectore Lauwermanno en conrectore Eyckio is hy noch geen 16 jaarout synde van syn vader gestuert nae Lyden en heeft aldaar Lipseum horen lesen, dan alsoo hy woonde in het huys van Antonius Strutius, Prof. Logicae en(de) syn vader gewaar werde dat die paaps was sorgen(de) dat hy in het stuck van Godtsdienst soude v(er)keert worden heeft hem thuys ontboden en(de) terstont onbedachsaem genoch met onseker geselschap nae Vranckryck gestuert doch alsoo syn ontrouwe compangons hem door listicheyt al syn gelt ontfutselt hadden, soo is hy gans anders geen uytcomst wetende gaen dwalende als hy plach te seggen by manier van een bedelaar nae Leuven toe tot syn oom Willem van Voorst van dewelcke hier nae breder sal gesproocken worden. Hier vont hy Jacob Evertsz van Voorst, onse Jacob-oom, die Willem syn oom by een (?? onleesbaar gemaakt woord) bestelt hadde omdat hy niet wilde leren, en als Willem en Antoni van Voorst een ketterschen aert merckten soo en heeft hy niet lange daar quartier gehadt, maar door de vader Gysbert Teunisz enich gelt bekomen hebben(de) heeft hem wederom nae Vranckryck gestuert. Dan de goede jonge man die de werelt niet en kende is haest weder geldeloos geworden soo dat hy uyt desperatie dienst heeft genomen onder de Troupen dewelcke Koninck Hendrick de Derde aennam tegen de Koninck van Navarren en is daarmede al verseylt nae Tours toe. De vader ondertussen bekommert synde waar syn soon gebleven was, totdat hy aen een seker Uytersman bekent syn(de) gelegentheyt vont aen syn vader te schryven dewelcke als hem gelt fourneerde voor een gedeelte in Vranckryck en voor een ander gedeelte te Ceulen soo heeft hy sich van den dienst vrygekoft en is met het klyne gelt wat hy hadde syn voeten voor syn peert gebruycken(de) gaen dwalen door Loteringen en (de) Elsas op Straetsborch en van daar op Ceulen, alwaar hy wel syn wissel vont maar is wederom in een nieuw gevaar geraeckt want syn vader aldaar hebbende een factoor van Rijnsche wynen soo was die wynich tyts te vooren doorgegaen met de kas laten(de) op de naem van Gysbert Theunisz van Voorst veel schulden en de de soon ontdeckt synde soudo sekerl(yck) gearresteert geweest ten ware pater Wachtelaar t Utrecht heel wel bekent hem tydel(yck) hadde gewaarschout en is alsoe te voet met een eenige kompanjon de wegen seer onvylich synde door strukers en(de) roovers door Hessen, 't sticht Paderborn, Minden en Munster gedwaelt tot Embden. Twee dingen syn op dese wech remercabel geweest, eerst, dat als hy dwaelde door een onbekent bosch tegen den avont seker man gevonden hebben(de) varsch van(de) moordenaers vermoort, waarom hy met syn cameraet geen ander raet weten(de) geklommen syn op een hoogen boom, en(de) hebben alsoo de nacht met sorge doorgebracht. Ten anderen gecomen synde tot Kassel heeft Willem Lantgraef van Hessen uyt de porters notulen v(er)staen hebben(de) dat hy van Voorst heette op sy(n) hof gevordert en(de) v(er)menende dat hy was van de Edele van Voorsten uyt O(ver)yssel vorstel(yck) tracteerde maar hy niet wetende nae swerelts wyse te simuleren, is syn geboorte plaets en conditie alte ruym uyt bekent. Thuys gecomen synde soo heeft syn vader terstont uyt gevonden (die doen in heel goet crediet was) een eenige dochter die onder de borgers dochters wel de gequalificeerste gerenomeert was, te weten Alid Scheperius onse beste moer, met dewelcke hy getrout is Ao 1588 den 16 April en gaf de vader met hem ten houwel(yck) de hofstede aen de vaert genaemt Bloemendael synde een leen vant capittel van Ste Marie en(de) een hofste in Gervertscop synde een buerschap vant dorp Harmelen alwaar doen de landerye soe slecht waren dat een mergen niet op en brachte de weerdy van drie vette gansen. Net de bruyt wierde gegeven vier duysent gulden. [557]
"Vorders soo hadde Antoni van Voorst tot de hooghste bedininghen van Utrecht tonnen geraken ten ware hy onversichtel(yck) met syn vader Gysbert Teunisz hem in de pacht ingewickelt hadde waar by quam, dat hy lossel(yck) hadde aengenomen een hierusalemsche rijsch onder weddinge van veel honderden, dewelcke als niet voort en gangh heeft hy voor roucoop wel drie a vier honderd guld(en) moeten uyttellen. Ao 1607 op een wintersche avont vallen(de) ov(er) de muer by Catharina Gasthuys heeft syn een oogh verseert doch conde gaen tot den jare 20 toe doch niet lesen, wanneer hy sitten(de) tot syn swager Lucas van Voorst geweldich heeft begonnen te bloeden uyt het verseerde oogh en is van die tyt het ander oogh per consensum soo naar het ander getogen, dat hy 10 jaar geheel blint is geweest, doch wanneer hy noch enighsints tgebruyck des lighs hadde, hadde hy theele nieuwe testament met alle de Psalmen met groote caracteren in v(er)scheyde schryfboecken geschreven, soo dat hy al de psalmen op rym niet alleen maar alse occurreerden in de ordinaris v(er)sen mitsgaders het hele nieuwe testament van buyten coste reciteren, heeft oock in synen ouderdom syn studien neerstich gerecolleert, insonderheyt met syn dochters outste soon Martinus, heeft ook syn andere kintskinderen seer aerdich het a. b. weten te leren." [558]
24-3-1588 : Huwelijksche voorwaarden tusschen Anthonis Gysbertsz van Voorst en Alijt Schipperius.[559]
Wij Gijsbert Antonisz van Voorst, Lumen Gerritz Vosch, Jan Cornelisz van Bloclant ende Gerrit Eerstz van Meerwijk, vanwegen Antoni van Voorst Gijsbertsz ter eenre, Mr. Marten Schipperius, der Medicinen dr., Mrs. Jasper van den Bergh ende Herman van de Poll, in den name ende van wegen Joff. Alyt Mr. Marten Schipperijdr. ter andere zijden, doen weten, dat wij daer aen ende over geweest syn, als ouderen, vrunden en huwelicxluden daertoe respectieve versocht, daer Anth. van Voorst ende Joff. Alyt Schipperius bij haer ouderen en vrunden raet in den naam des Heeren in wettich huwelicke versamelt syn, op conditie hiernae verclaert. Te weten dat Gijsb. Antonisz belooft heeft tot subsidie ende onderstant deses huwelicx metten voorsz. synen sone, eerst de somme van 1000 kar. gl. aen gerede penningen, noch daerbij een hont landt gelegen aen de Vaert, wesende heerlick goet, te leen gehouden van de Ed. Hren. Deken ende Caple van St. Marie t' Utrecht, begroot op 2000 gl. oft 2000 gl. in gelde daer voore binnen 2 jaeren tot huere de toekomende echteluyden. Noch een halve hont lands, wesende vrij eygen goet op Bolgerije in den lande van Vyanen, gewerdeert op gelijcke 1000 gld. Ende daer benevens noch 700 gld. in gerede penn. binnen 's jaers te betalen, mitsgaeyders 4 jaeren voor beijde toecomende echteluyden die kost en woning. Ende hier en tegens belooft Mr. Marten Schipperius met Joff. Alidt syne dre. in rechten huwelicke ende medegave aen los-renten, bedragende de somme van 1300 gld, die gevesticht staen op sekere huysinge op de hooch coornmerct, van outs gen. Raephorst, noch aen gerede penn. oft aen goede rentebrieven de somme van 700 kar. gl. binnen twee jaeren te betalen ofte te versekeren, ende daer benevens 1000 gl. aen gerede penn., met sulcke voorwarden, dat soverre Anth. van Voorst quame te overlijden binnen 's jaers voor Alijt syne huisfr., sonder geboorte van haer bijder lijve gecomen, nae te laten, dat zij in sulcken gevalle vrij sonder schuit te gelden uijtgaen sal met haer medegave, trouwelschat, morgengave ende douarie, die begroot is ter summe van 50 gl. jaerlicx, haer leven gedurende, bovenclederen ende cleijnodien tot haren lijve behorende, welcke duwarie van 50 gl. jaerlicx de toekomende bruyt ook genieten ende behouden sal, indien Ant. v. Voorst, haren toecomenden man naer 't eerste jaer quam te overlijden, 't sy ofte Ant. v. Voorst geboorte achter liete ofte gene, alse sij oock in sulcke gevalle genieten sal haer trouwelschat, cleder ende cleijnoigens ende morgengave als vooren, mit vorwarden dat soverre die contrahenten quamen te overlijden sonder geboorte in desen huwelick gecregen achter te laten, dat in sulcken gevalle de goederen van d' eerst overleden sullen keren aen de sijde daer van die her gekomen syn, ook met 't geene staende huwelick aengeerft ende bestorven soude mogen sijn, ende soverre daer kinderen achter gelaten worden van desen huwelicke, ende een van den contrahenten alsdan comt te sterven, in sulcken gevallen sullen de goederen van de eerstoverleden comen op de selve kijnt of kijnderen, ende sooverre alle d'selve kijnderen comen te sterven, sonder van haere goederen gedisponeert te hebben, sullen alsdan de achtergelaten goederen met-te besterffenisse van vrinden ende magen alsvooren wederom comen ende succedeeren aen de sijde, daer van die gecomen syn, wel1 verstaende, dat winst ende verlies staende huwelick gevallen, deylbaer ende gemeen sal syn. Alle welcke vorwarden te verstaen syn sonder arch ofte list, die partyen contrahenten d'een den anderen beloven t'achtervolgen, nae te gaen ende te voldoen bij goeder trouw, eer ende vromichheijt ende voorts onder allen verbanden ende renuntiatien na rechten daer toe nodich ende behoeff. Des t'eenen oirconde sijn deser brieven, twee alle eens sprekende, beyde bij de ouderen vrunden ende hylicxluden onderteyckent. Ende tot meerder kennisse hebben wij Gysb. Antonisz van Voorst ende Jan Cornelisz van Bloclant over ons selven ende mede over Luman Gerritsz Vosch ende Gerrit Eerstz. van Meerwyk om harer beider gebreck harer segelen ter eenre, ende Mrs. Marten Schipperius, Jaspar van den Berch ende Herman van de Poll ter andere syde, onse segelen uythangende aen desen brief gedaen. Gegeven in 't jaer o. h. 1588 den 24 Martij naer d'oude styl.
"Volgt onder de soonen van Teunis Evertsz van Voorst, Willem van Voorst, die int geslach genoemt wierde "Heerom", was een man niet vreemt inde studie enhadde syn meeste leven te Leuven versleten in welke Accademie als genoteert worden 4 collegia philosophica de naem voeren van haar insignia, te weten Lilium, Castrum, Porcus en Falco, soo was het Collegium falconis seer vervallen door de quade administratie derov(er) gehouden, doch hy hetselve aennemende en geworden synde Canonicus Sint Omer heeft hetselve voersichtel(yck) gerestitueert en is lange jaren Regent van hetselve geweest, heeft verschyde van syn broers kinderen tot sich gevordert en wel willen helpen, dan van het merendeel derselven om de v(er)schydentheyt van religie een afkeer hebben(de) soe is syn affectie meest gevallen op Antonius Vos syns susters Cornelia soon dewelcke als erfgenaem van syn goet hem gesuccedeert heeft in het regentschap en is niet alleen geweest Canonicus Aeriensis maar oock rector Academiae Lovaniensis en(de) wort aldus geintituleert in Fastis Academicis pag. 39, Anthonius Vossius, Ultrajectinus S. Th. L. regens falconis." [561]
"Volgt Jan, de vyfde soon van Teunis Evertsz nae welckers nasaten men moet inquireren synde van hem byt geslachte gekent syn dochter May te Ceulen getrout aen een boeckebinder dese hadde eertyts gewoont by "Heerom" Willem te Leuven." [562]
"De leste soon is geweest Hyeronimius na welckers naesaten men moet inquireren." [565]
De enichste dochter vsn Teunis Evertsz is geweest Cornelia en is getrout aen enen Vos welckers soon is geweest Jan Vos en een geestel(ycke) heer Willem Vos alvorens gespecificeert by Willem van Voorst. Syn ook 3 dochters bekent Aeltjen, die jonge dochter geestel(ycke) gestorven is, een getrout aen van de Kloes procureur t Utrecht, en een getrout aen Wintershoven, dit syn soo wel de nasaten van Teunis Evertsz van Voorst.
Nota bene: dat men noch inquireren moet op het navolgen(de) eerst naar de maechschap van Cornelis Petersz Swanenburch gewesene vroetschap t Utrecht en syne naesaten, 2) hoe nae ons bestaen de paepsche van Voorst, als de tinnegiter, 3) waar de maechschap van daen comt met de Blanckendaels, 4) die nicht van Voorst te Vianen, waar dat die van daen comt." [567]
31292. JOOST VAN VOORST, geb. ca. 1500, ovl. Utrecht 1563, "die des heeren backer was",[568]
tr. 1523[569]
31293. WENDELMOET ZANDERSDR VAN RODENBURCH, geb. ca. 1505, ovl. Utrecht na 1563, "sij leefden nae haer man langen tijt ende sterft haestelick
opt Bagijnhoff".[570]
| Cornelis van Voorst | ||||||||
|
Ia. Cornelis van Voorst, geb. ca. 1530, ovl. na 1585 ("Hij sterft ao. .... ende wert St. Jacob begraven in syn swager (=schoonzoon) Valentijn van de Voorts graft"[584]), tinnegieter, "ende behielp hem meest met oßeweyden en de coorncoopen",[585]
tr. ca. 1560[586]
Petronella Claas Gerritsdr van Overmeer, geb. ca. 1535, beg. Utrecht Geertekerk 23-6-1581, "dat een cloecke vrou was die sterft voor haer man anno
1581 ende leyt in de Buerkerck in haer vaders graft begraven",[587]
dr. van Claes Gerritsz van Overmeer, kistenmaker,
houtkoper, en Oedel Peter Robbertsdr.
|
| Referenties Kwartierstaat Lapikás --- Generatie 15 ( 645 refs.) Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld. |
||
|
|
|
Back to the genealogy page |
contents |
Go to the index |
generation 16 |
generation 14 |
Directly go to generation : 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 |