| You are here: Louk-Home ⇒ Genealogy ⇒ Kwartierstaat Lapikás ⇒ Gen. nr. 16 |
48242. WILLEM STRAETMANS, ovl. ca. 1552.
Bij de boedelscheiding van Willem Straetmans in 1552 tussen zijn zoon Heynken en zijn dochters Jehen en Anna erfde de laatste 12 roe land in het Coestervelt, 8 roe "opt Verdt bruggen velt", de helft van de grote 'pot' aldaar, 6 roe "opt Vienster velt", 5 roe beemd "in die Couwe" en 5 1/2 roe beemd "tot Slegen brouck".[1]
49068. AELBERT PYTERSZ.
51344. MATTHEUS SNEUWATERS.
51348. NICASIUS (LE PETIT), verm. wonend te Doornik.
51368. FRANCHOIS CABELJAU(¥), geb. vóór ca. 1520, alleen bekend uit het patroniem van zijn zoon:
| COMMENTAAR(¥) De afstamming van Franchois Cabeljau is nog onduidelijk. Hij zou identiek kunnen zijn met Frans Cabeliau, zevende heer van Mullem, x Jossine de Backere (zie ⇒ Fragment Cabeljau - heren van Mullem, nr. Va ) Onder de bekende kinderen van dit echtpaar komt echter geen Jan voor. Wellicht is er nog een eerder huwelijk van Frans Cabeliau, waaruit Jan zou kunnen stammen. Van belang in dit verband is nog dat Jan's zoon Jaecques Cabeljau zich bij zijn huwelijk te Leiden in 1592 ook heer van Mullem noemt. |
51370. NN VAN DER BRUGG(H)EN.
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1595: Pieter van der Brugge, drapier [8]
Bonboeken Leiden (tekst nog opzoeken):
1665-1689: Pieter van der Brugge en Hester Arentz van Overzee, Bakkersteeg, Bon Oost-Marendorp-Landzijde [9]
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1629-1630: Jacob van der Brugge [10]
1630-31: Jacob van der Brugge [11]
1635: Jacob van der Brugge, Obligatie [12]
1644: Jacob van der Brugge [13]
1652: Jacob van der Brugge [14]
Bonboeken Leiden (tekst nog opzoeken):
1661-1668: Jacob van der Brugge, saaidrapier, en Petronella Tonisdr, Gansoord, Bon Gansoord [15]
1661-1668: Jacob van der Brugge, saaidrapier, en Petronella Tonisdr, Nieuwe Oosterlingplaats, Bon Oost-Nieuwland [16]
1661-1668: Jacob van der Brugge, saaidrapier, en Petronella Tonisdr, Bakkersteeg, Bon Zuid-Rapenburg[17]
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1590: Gillis van den Brugge, koopman [18]
1599: Gillis van der Brugge, geh. met Guilhanette de Balloin [19]
Bonboeken Leiden (tekst nog opzoeken):
1596-1598: Gillis van der Brugge , koopman, Marendorp, Bon West-Marendorp-Landzijde[20]
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1625: Jan van der Brugge [21]
Bonboeken Leiden (tekst nog opzoeken):
1615: Jan van der Brugge , saaidrapier, Kijffhoek of Kijfhoeksteeg, Bon West-Nieuwland[22]
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1623: Jannitie van der Brugge [23]
51372. NN DU BOYS.
| COMMENTAAR(¥)
In het Register op de Journalen van Constantijn Huygens Jr staat:
"Simon du Bois, zoon van Hendrick d. B. en Helena Leonora Sieveri, geboren te Antwerpen, † 1708. Leerling van Wouwermans, portretschilder, sinds 1685 te Londen gevestigd met zijn broer Edward, die geboren was 1622, † 1699, en een minder bekwaam schilder was dan hij. Verwijst naar NNBW dl I, 379. II, 316. |
Op 10-9-1639 verklaren Abraham Verlinden, 40 jaar oud, en Hendrick du Bois, 50 jaar oud, beiden schilders, op verzoek van Marie Bekemans, weduwe van Abrahem Janss de Bois, dat zij het huis van Marie, dat ongeveer 3 maanden geleden geverfd is, maar waarvan de verf of olie nog niet droog is, bekeken hebben. De verf is goed, maar de olie die daarvoor gebruikt is, niet, die is met traan vervalst. Zij verklaren verder dat zij van Josua Pieterss Offerman, schilder, gehoord hebben dat hij zijn wagen met olie, die hij evenals Marie bij Abraham Besemer gehaald heeft, geverfd heeft en hem hetzelfde overkomen is, zoals op nog meer plaatsen gebeurd is. [26]
Notitie in Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 à 1634. Tome 3: 1627-1634 (1635) (ed. C. de Waard).:
Sans doute Hendrik du Bois, né vers 1587. Il était en 1602 élève du peintre Hans de Wael à Anverse ou il se maria, en 1614, avec Helena Elandt Trompersdr, née à Rotterdam. C'est dans cette ville que du Bois se fixa peu après 1632 et Beeckman le mentionne en janvier 1634 dans ses notes personnelles (fol. 237recto). A Rotterdam Maria Beeckman, veuve du Abraham Jansz du Bois, invoqua, le 10 Septembre 1639, son témoignage de peintre et celui de collègue. La femme de Hendrick du Bois mourut en 1645, et lui en octobre 1646. Leurs portraits furent faits par Anthony van Dyck.
|
Geschilderd portret van Hendrick du Bois (ca. 1589-1646) door Anthony van Dyck (1599-1641).
(Olie?) op doek, hxb =100 x 82,5 cm Datering: na 1630 Locatie: Staedelsches Kunstinstitut, Frankfurt am Main (D) (blijkbaar in 1909, thans (2011) niet in Städel Museum aldaar) Bron: Emil Schaeffer, Van Dyck, Des Meisters Gemälde, Stuttgart, 1909 |
Geschilderd portret van Helena Dubois (=Helena Elandt Trompersdr (voor 1594-1645)) door Anthony van Dyck (1599-1641).
| (Olie?) op doek, hxb =100 x 83 cm Datering: na 1630 Locatie: Art Institute, Chicago (USA) (blijkbaar in 1909, thans (2011) niet in The Art Institute of Chicago aldaar) Bron: Emil Schaeffer, Van Dyck, Des Meisters Gemälde, Stuttgart, 1909 klik op plaatje(s) om te vergroten |
|
Gravures door Cornelis Visscher (1629-1662) gemaakt naar de bovenstaande schilderijen van Anthony van Dyck.
De geportretteerden heten hier nu Helena Leonora de Sieveri en Hendurukus du Booys!
Gravure, 21,2x18,4 cm Datering: ca. 1640 |
In beide gravures staat in de linkerbenedenhoek "Ant. van Dyck pinxcit", eronder "Corn. Visscher sculp.", en rechts: "Edewaert du Booys excudit".
| Gravure, 21,1x18,1 cm Datering: ca. 1640 klik op plaatje(s) om te vergroten |
| COMMENTAAR(¥) In verschillende bronnen waaronder NNBW, heet zij Sara van den Velde, dr. van de schilder Willem van de Velde the Younger. In de trouwinschrijving van 1707 heet zij echter Sarah Atkins. Zij zou 1. een dr. Van de Velde kunne zijn die eerst trouwde met NN Atkins, en als diens weduwe (maar onder diens naam) hertrouwde met Simon Du Bois, of 2. van haar meisjesnaam Sara Atkins heten, getrouwd geweest zijn met een van de zonen van Willem van de Velde the Younger en daarna (na diens overlijden) hertrouwd met Simon Du Bois. |
Testament van Simon Du Bois: legaten aan zijn vrouw en relaties, laat na aan Lord Somers "my father's and mother's pictures drawn by Van Dyke, and my case of books and the books therein", en aan zijn vrouw "the copper-plates of my father and mother, and the prints printed from the same.". [32]
|
Portret van Simon du Bois (1632-1708) door onbekende kunstenaar.
Tekening? Datering: onbekend Locatie: onbekend Bron: Ref. [33] klik op plaatje(s) om te vergroten |
56064. JAN JANSZOON (WITTEBOL), geb. vóór ca. 1490, ovl. vóór ca. 1560, tr. vóór ca. 1510
56065. NN, als zijn weduwe genoemd 1559-1567.
Register van inkomsten en uitgaven, van den pastoor Philips van Hogesteijn, herder van 1559-1567 te Hazerswoude (zie Bijdragen Bisdom Haarlem 1881):
Jan Janszoon's weduwe ende Pieter Wittebol, op haer lant, buytenwech. Petri s' jaers X st. en 3 mand(en) turf:
Joosgien Jacopsdr weduwe van Dirk Wittebol is sculdich jaerlicx op de Dresschcamp after die Westvaert: IIIJ st. 4 korf turf.[34]
In feb. 1557 verkopen Jacob Hugensz, Cornelis Hugensz en Jan Hendricksz, man en voogd van Katrijn Hugensdr, aan Pieter Jansz Wittebol hun deel van de erfenis welke hen is aanbestorven van Maritje, weduwe van Neel Jansz, eerst in een woning met 14 morgen land met twee huizen, schuren en bergen, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de Poeten, belend ten oosten Neel Adriaensz en de erfgenamen van Gerrit Pietersz en ten westen Aelbert Brunensz, Jacob Cornelisz Craen en Adriaen Brunensz, nog in een binnenweg saet, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, groot 11½ hond, belend ten oosten Neel Claesz Woutersz en ten westen Marie Pouwels. [36]
Op 16-2-1557 geeft Jan Jacobusz, schipper en wonende te Leiden, procuratie op Pieter Jansz Wittebol en Cornelis Gerritsz Keijser. [37]
Op 15-12-1565 is Toenis Adriaensz schuldig aan Pieter Jansz Wittebol 2 gulden per jaar met hypotheek op zijn huis en erf, zo hij dit nu bewoont, gelegen buiten weg, belend ten oosten Pieter Dircksz, ten westen Cornelis Gerritsz Keijser en Jacob Corsz, ten noorden de Nieuwe vaart en ten zuiden de Voorweg. Afgelost 8-12-1587. [38]
Op 28-8-1569 verkoopt Adriaen Willem Hendricksznz aan Pieter Jansz Wittebol een schepenbrief van 130 gulden van 13-12-1568 ten laste van Adriaen Jacob Govertsznz met waarborg zijn huis en erf, belend ten oosten Wouter Cornelisz, ten westen Jacob Lourisz, Louris Pietersz en Maritje Proeijten, ten zuiden de Voorweg en ten noorden Aernt Gerritsz. [39]
Op 1-2-1570 verkoopt Claes Jacobsz van Leeuwen aan Pieter Jansz Wittebol 13 hond land met een vogelkooi volgens de oude brieven en zal de koper schadeloos houden van 5 gulden 5 stuivers per jaar ten behoeve van de kerkmeesters van Hazerswoude, met waarborg 2½ morgen land gelegen binnen weg, belend ten oosten Pons Gerritsz, ten westen Maritje Cornelisdr, ten zuiden de Achterweg en ten noorden Pieter Dircksz en Dirck Adriaensz. [40]
Op 1-3-1570 is Jacob Jansz Wittebol schuldig aan Claes Jacobsz alias Claes van Leeuwen 300 gulden met hypotheek op 13 hond land daarvan de penningen roerende zijn, die Pieter Jansz Wittebol van Claes had gekocht en van wie Jacob de koop heeft overgenomen, daarin begrepen een vogelkooi, belend ten oosten Jasper Engebrechtsz, ten westen Reijer Gerritsz, ten noorden Hendrick Engebrechtsz en de weduwe van Aem Jansz, ten zuiden dezelfde weduwe, alsmede op 4½ morgen 1½ hond weiland, gelegen binnen weg, belend ten oosten de Oostka, ten westen de weduwe van Wouter Cornelisz, ten zuiden de Achterweg en ten noorden de Voorweg. [41]
Op 1-3-1570 verkoopt Claes Jacobsz van Leeuwen aan Jacob Jansz Wittebol 13 hond land, welke hij betaalt met een schuldbrief, welk land is belast met 5 gulden 5 stuivers ten behoeve van de kerkmeesters van Hazerswoude, welke rente Adriaen Jansz daarna op zich genomen heeft, met waarborg 2½ morgen land gelegen binnen weg, belend ten oosten Pons Gerritsz, ten westen Maritje Cornelisdr, ten zuiden de Achterweg en ten noorden Pieter Dircksz en Dirck Adriaensz. [42]
Op 14-11-1570 is Engebrecht Hendricksz schuldig aan Maritje Dircksdr, weduwe van Pieter Jansz Wittebol 3 gulden per jaar met hypotheek op zijn woning, als huis met berg en schuur en 3 morgen land, belend ten oosten Jan Claesz en Dieuwer Claesdr wonende te Leiden, ten westen Michiel Boeijenz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart, afgelost 26-6-....? [43]
Op 24-12-1570 is Cornelis Corstensz schuldig aan de erfgenamen van Pieter Jansz Wittebol 47½ stuivers per jaar met hypotheek op 8 hond land gelegen boven weg, belend ten oosten Pieter Corstensz, ten westen Govert Jacobsz, ten noorden de Achterweg en ten zuiden Gerrit Claesz. [44]
Op 19-3-1571 is Neeltje Adriaensdr, weduwe van Jan Cornelisz Schoeneman met Cornelis Willemsz van Hout, haar zoon, schuldig aan Maritje Dircksdr weduwe van Pieter Jansz Wittebol 6 gulden per jaar, met hypotheek op haar woning als huis met berg en schuur alsmede 13 morgen 1½ hond land gelegen buiten weg, belend ten oosten de erfgenamen van Pieter Jansz Wittebol, ten westen Jacob Pietersz Craen, Cornelis Hugenz en Pieter Claesz backwer, ten zuiden de Voorweg en ten noorden Pieter Claesz voorsz. en de dwarswetering. Afgelost 12-3-1572. [45]
Op 19-3-1571 is Eeuwout Cornelisz Schoeneman schuldig aan Maritje Dircksdr weduwe van Pieter Jansz Wittebol 1000 gulden met hypotheek op haar huis en erf met berg en schuur alsmede 14 hond land, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Jan Cornelisz, Dirck Jansz en Eeuwout Cornelisz, ten westen Gijsbert Mattheusz erfgenamen en Cornelis Jansz Wittebol, daarvan de penningen roerende zijn, met waarborg.... hond land liggende ten oosten van deze woning, belend ten oosten Adriaen Jacob Bouwensznz, ten westen de voorsz. woning, ten zuiden de Achterweg en ten noorden Jan Cornelisz Jut en Dirck Jansz.
Vervolg a. 19-3-1571. Overdracht van de voorsz. woning met waarborg de helft van 4 morgen 1½ hond land, waarvan de wederhelft toebehoort aan Aeltje, Jan Adriaensz weduwe, haar zuster, strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de dwarswetering toe, belend ten oosten Bouwen Willemsz tot Heemskerck en Jan Willemsz te Koudekerk en ten westen Bouwen Willemsz. [46]
Op 29-7-1571 is Vranck Gerritsz schuldig aan Thijs Jacobsz te Leiden ?40 gulden wegens geleend geld, met hypotheek op zijn woning als huis met berg en schuur alsmede de helft van 7 morgen land, belend ten westen Dirckje Adriaen Pietersz weduwe en ten oosten Gerrit Jansz Koeij, waarvan de wederhelft toebehoort aan de boedel van Maritje Pouwels Adriaensz weduwe, strekkende tezamen van de Voorweg en de Kerk van Hazerswoude zuidwaarts tot de Achterweg, te betalen ½ jaar na de dood van Maritje Dircksdr, zijn moeder(¥), weduwe van Pieter Jansz Wittebol. [47]
COMMENTAAR(¥) Wordt hiermee bedoeld dat Vranck Gerritsz een zoon is van Maritje Dircksdr, weduwe van Pieter Jansz Wittebol? Deze Maritje zou dan blijkbaar eerder gehuwd geweest moeten zijn met een Gerrit NN, anders kan het patroniem van Vranck niet verklaard worden.
Op 9-1-1572 is Eijmbrecht Hendricksz schuldig aan Maritje Dircksdr, weduwe van Pieter Jansz Wittebol, 3 gulden per jaar met hypotheek op zijn woning met huis, berg en schuur alsmede 3 morgen land, belend ten oosten Jan Claesz en Dieuwertje Claesdr, wonende te Leiden, ten westen Michiel Boonen, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart. Afgelost 18-6-1595. [48]
In 1572 schijnt Pieter Jansz Wittebol overleden te zijn. In een koopcontract 14 Jan. 1572, waarvan het begin luidt: Wij Harmanszoon van Poli, Bailjuw en Schout, Doe Jacopszoen en Frans Cornelisz beijden Schepenen van den Ambagte en Heerlyckheit van Hasaertswoude doen kondt dat voor ons gecomen en gecompareert hebben, selfs in persoon: Marijtje Dircks wed. van Pieter Janszoon Wittebol en heur soon en gekosen voight in deesen, ende bekende voor heuren erfgenamen en nacomers wettelijck vercoft te hebben aen Jan Anthonisz. Timmermans, een huijs met erven belent enz. enz.[49]
Op 15-8-1570 is Cornelis Jansz Wittebol schuldig aan Machteltje Gerritsdr, weduwe van Jeronimus Maertensz wonende te Leiden, 6 gulden per jaar met hypotheek op een woning als huis met schuren, berg en het land daar achter liggende, groot 4 morgen gelegen binnen weg, belend ten oosten Pieter Jansz Wittebol en de erfgenamen van Gijsbrecht Mattheusz, ten westen Pieter Jacobsz Craen, ten noorden de Voorweg en de voornoemde erfgenamen en ten zuiden de Achterweg; 3 morgen 4½ hond land in de Waterganck, belend ten oosten Leendert Adriaensz, schout te Koudekerk, ten westen Pieter Jansz Wittebol, ten zuiden Andries Claesz en ten noorden de Kerkwegswetering. [51]
Op 27-2-1572 is Adriaen Jacobsz Craen schuldig aan Cornelis Jansz Wittebol 8 gulden per jaar met hypotheek op zijn woning als huis met berg en schuur alsmede 12½ morgen 2½ hond land gelegen binnen weg, belend ten oosten Cornelis Gerritsz Keijser en ten westen Jacob Cornelisz, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg. Hij is voldaan door Stijntje Claesdr van wie hij land gekocht had en die aan Cornelis Jansz Wittebol schuldig was. Borg Jacob Cornelisz Craen zijn vader met 3 morgen land, belend ten oosten Adriaen Cornelisz Craen, ten westen Cornelis Aelbertsz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart. Afgelost 9-12-1598. [52]
Op 20-8-1582 testeren Cornelis Cornelisz jonge Coninck en Gerritje Philipsdr, echtelieden. Zij verwijzen naar ongedateerde huwelijksvoorwaarden gepasseerd voor schout en schepenen van Hazerswoude. Bij kinderloos overlijden de langstlevende het vruchtgebruik van de nalatenschap en na overlijden van de langstlevende moet de nalatenschap gedeeld worden tussen hun beider naaste erfgenamen half bij half. Sijmon Dircksz, man en voogd van Aef Jansdr, Pouwels Gerritsz voor hem zelf en zich sterk makende voor zijn zwagers erfgenamen en kinderen van Gerrit Jansz Koeij en Jan Jacobsz Wittebol voor hem zelf en vervangende Anna Jacobsdr, zijn zuster, kinderen van Jacob Jansz Wittebol, Adriaen Lambrechtsz namens zijn vrouw en zich sterk makende voor Cornelis Dircksz Wittebol, Dirck Cornelisz, man en voogd van Maritje Dircksdr en andere zijn huisvrouwen zusters allen kinderen van Dirck Jansz Wittebol en overzulks naaste vrienden en bloedverwanten van Cornelis Cornelisz jonge Coninck. Zij verklaren dat zij gelijkelijk zijn gerechtigd tot de goederen van Cornelis Jansz Wittebol, de vader van de voorsz. Cornelis Cornelisz jonge Coninck achtergelaten volgens testament, waarmee zij beloofden hen nu te behelpen en hij mag alles verkopen. [53] [54]
Op 27-1-1586 verkoopt Gerritje Philipsdr met Cornelis Cornelisz Wittebol, haar man, aan Dirck Adriaen Jansznz 13 hond land gelegen buiten weg, belend ten oosten de erfgenamen van Dirck Mouwerijnsz, ten westen de Piswetering, ten noorden Gijsbert Florisz en ten zuiden de Otweg, belast met 45 stuivers per jaar (zijnde een gedeelte van meerder) ten behoeve van jonkheer IJsbrant van Merode, met waarborg 2 morgen land Gerritje aangekomen van Sijmon Philipsz haar broer, welke in gebruik zijn bij Dirck Cornelisz Keijser, ook gelegen buiten weg, belend ten oosten Reijer Pietersz, ten westen en ten noorden Engebrecht Jansz en ten zuiden Dirck Cornelisz voorsz. Er wordt overgelegd zekere akte waarbij de naaste vrienden van Gerritje hebben toegestaan het voorsz. land te verkopen niettegenstaande het haar bij testament van Philips Gerritsz en Maritje Gijsbertsdr haar ouders was verboden, betaald met een rentebrief.
Vervolg a. 27-1-1586. Rentebrief van 18 gulden per jaar met hypotheek op het gekochte alsmede op 2 morgen land die de koper had gekocht van Leendert Dircksz Roes, belend ten oosten de Piswetering, ten westen de erfgenamen van Mr Gerrit Melisz, ten zuiden Willem Claesz en ten noorden de weduwe van Claes Florisz en Pouwels Willemsz. [55]
Op 20-3-1586 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol alias jonge Coninck aan Maritje Dircksdr, weduwe van Jacob Jansz Wittebol, 17 hond land gelegen buiten weg, belend ten oosten Neeltje Adriaensdr, ten westen Hubrecht Adriaensz, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden Pieter Thomasz weduwe met waarborg zijn woning met 8 morgen land gelegen buiten weg, belend ten oosten Jan Jansz en Maritje Hendricksdr, ten westen Maritje Hendricksdr en Dirck Boeles, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden Gerrit Lourisz kinderen en Joris Claesz Oosterlinck. [56]
Op 30-1-1587 heeft Jacob Sijmonsz ontvangen van Sijmon Gerritsz en Cornelis Cornelisz jonge Coninck 120 gulden 8 stuivers toebehorende Leendert Woutersz, onmondig weeskind van Wouter Adriaensz Pollandt, die ene Gijsbert Florisz heeft gelost, met waarborg zijn woning alsmede 6 morgen 2½ hond land gelegen binnen weg, belend ten oosten Cornelis Dircksz Wittebol, ten westen Mees Willemsz en de westvaart, ten zuiden Mees Willemsz voorsz. en de Achterweg en ten noorden de Voorweg. [57]
Akte zonder datum (protocollen Hazerswoude 1555-1557). Cornelis Claesz Woutersz verkoopt aan Aelbrecht Jansz, priester te Leiden, een rentebrief d.d. 14-6-1556 van 20 gulden op Jacob Jansz Wittebol met waarborg 4 morgen land buiten weg, strekkende van de Nieuwe vaart tot de Dwarswetering, belend ten westen Machtelt, weduwe van Nijs Gerritsz en Jacob Gerritsz en ten oosten Jacob Eeuwoutsz, Cornelis Claesz en Jan Claesz. [59]
in okt. 1557 is Jacob Jansz Wittebol schuldig aan Steffenie Jacobsdr 100 pond hollands met hypotheek op al zulke delen en porties die hij gekocht heeft van de gemene erfgenamen van Maritje Neel Jansz, eerst in de woning waar hij in woont met beide huizen, bergen, schuren en 14 morgen land, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de Poeten toe, belend ten westen Adriaen Brunensz, Jacob Cornelisz Craen en Aelbert Brunensz en ten oosten de erfgenamen van Gerrit Pietersz en Cornelis Adriaensz, nog een binnen weg saete, groot 12½ hond land, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belend ten oosten Cornelis Claesz Woutersz en ten westen Maritje Pouwels. Borg Cornelis Claesz. [60]
Op 21-10-1567 stellen Cornelis Claesz, houtkoper te Leiden en Leendert Adriaensz, wonende te Hazerswoude, naaste vrienden van Maertje Mattheusdr, Elijsabeth Mattheusdr en Elsgen Mattheusdr, in 1559 verkocht te hebben aan Jacob Jansz Wittebol 3/26 delen van een woning en landen zoals de drie dochters hadden geërfd van hun moeder Maritje, weduwe van Neel Jansz, te weten 14 morgen met twee huizen, twee bergen en twee schuren, strekkende van de Voorweg noordwaarts over de dwarswetering tot aan Rijnenburgerlaan, belend ten oosten de erfgenamen van Cornelis Adriaensz en van Gerrit Pieter Cornelisznz en ten westen Aelbrecht Bruijnensz backer, Jacob Cornelisz Craen en Dirck Pietersz, nog in een zaat gelegen binnen weg, groot 11 hond 56 roeden, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belend ten oosten Cornelis Claesz en ten westen Marij Pouwels. [61]
Op 6-1-1570 verkoopt Jacob Jansz Wittebol aan Pieter Claesz 2 bezegelde brieven van de eigendom van 4 morgen land, strekkende van de Voorweg tot de Delft toe, belend ten oosten Joris Cornelisz Schoeneman en Cornelis Hugenz en ten westen Boeijen Dircksz en Huijch Florisz, met waarborg 11½ hond land, belend ten oosten Cornelis Claes Woutersznz en ten westen Maritje Pouwels, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg.
Vervolg a. 6-1-1570. Schuldbrief van 230 gulden met waarborg de voornoemde 4 morgen, waarvan de penningen roerende zijn. [62]
Op 1-3-1570 is Jacob Jansz Wittebol schuldig aan Claes Jacobsz alias Claes van Leeuwen 300 gulden met hypotheek op 13 hond land daarvan de penningen roerende zijn, die Pieter Jansz Wittebol van Claes had gekocht en van wie Jacob de koop heeft overgenomen, daarin begrepen een vogelkooi, belend ten oosten Jasper Engebrechtsz, ten westen Reijer Gerritsz, ten noorden Hendrick Engebrechtsz en de weduwe van Aem Jansz, ten zuiden dezelfde weduwe, alsmede op 4½ morgen 1½ hond weiland, gelegen binnen weg, belend ten oosten de Oostka, ten westen de weduwe van Wouter Cornelisz, ten zuiden de Achterweg en ten noorden de Voorweg. [63]
In een contract te Hazerswoude van 1570, verkoopt Jan Dircksz Wittebol, 100 morgen lands, terwijl Jacop Jansz. Wittebol, dertigh honds lands van Claes Jacops. van Leeuwen koopt, en in een schuldbekentenis ten name van Pieter Claesz Verdeleer, geteekend 3 Jan. 1570, heeft hij te vorderen de somma van acht honderd Carolus guldens.[64]
Op 20-12-1583 verkoopt Maritje Dircksdr, weduwe van Jacob Jansz Wittebol met Jan Jacobsz, haar zoon, aan Pouwels Gerritsz 13 hond land gelegen boven weg, belend ten oosten Thees Engebrechtsdr, ten westen Cornelis Adriaensz Lodder, ten zuiden jonge Jan Ponsz, ten noorden dezelfde en Cornelis Hendrick Engebrechtsznz weeskind, waarvan 7 hond in erfpacht worden gehouden van de heer van Cruijningen tegen 5 groot per jaar onder overhandiging van 3 oude brieven met een copie van een voorgaande brief, waarvan de zesde (sic) ten behoeve van Jacob Jansz Wittebol van 1-3-1570. [65]
Op 20-3-1586 verkoopt Cornelis Cornelisz Wittebol alias jonge Coninck aan Maritje Dircksdr, weduwe van Jacob Jansz Wittebol, 17 hond land gelegen buiten weg, belend ten oosten Neeltje Adriaensdr, ten westen Hubrecht Adriaensz, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden Pieter Thomasz weduwe met waarborg zijn woning met 8 morgen land gelegen buiten weg, belend ten oosten Jan Jansz en Maritje Hendricksdr, ten westen Maritje Hendricksdr en Dirck Boeles, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden Gerrit Lourisz kinderen en Joris Claesz Oosterlinck. [66]
Op 6-1-1587 is Maximiliaen heer van Cruijningen etc. schuldig aan Roelof Adriaensz 200 gulden en zolang dit niet is terugbetaald zal Roelof 6 gulden inhouden vanwege de erfpacht van landen eertijds bij Aelbert Bruijnenz in erfpacht genomen en hij mocht sijn behouff ontvanghen 20 stuivers per jaar die Melten Aelbrechtsz uit dezelfde pacht tijnsbaar is alsmede 4 gulden 10 stuivers als Roelof Adriaensz, Maritje Jacob Wittebol en Alijdt Willemsdr schuldig zijn. Afgelost 12-03-1607. [67]
Op 3-4-1588 verkopen Maritje Dircksdr, weduwe van Jacob Jansz Wittebol en Annetje Jacobsdr en Jan Jacobsz Wittebol elk voor hen zelven en Jan nog als voogd van zijn moeder en zuster aan Sijmon Dircksz hun broer en oom 1/3 gedeelte van 11 morgen 1½ hond land met huis, berg en schuur op hetzelfde 1/3e gedeelte, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de kopers land toe, zodat nu de koper het gehele weer competeert, strekkende voorts tot de oude dwarswetering toe, belend ten oosten Jacob Vasz werff en Bertge Gijsbrechtsdr, weduwe van Jan Engebrechtsz en ouwe Cornelis Joostensz, haar zwager en ten westen Leendert Crijnenz, onder overhandiging van de oude brieven die zij van hetzelve goed hadden als gekomen van Pieter Jansz Wittebol, die gehuwd was met de weduwe van Gerrit Jacobsz Craen als een erfpachtsbrief van schepenen van Leiden waarbij het gehele weer land, strekkende van de Voorweg tot de Rijn eertijds in erfpacht was uitgegeven aan Govert Jacobsz voor 13 pond hollands per jaar met een transport onder het zegel van Willem Jacobsz Craen daarbij het voorsz. goed op Gerrit Jacobsz Craen voorsaet van Pieter Jansz Wittebol van 19-08-1526 is overgegeven en nog een brief beginnende "Ick Willem Jacobsz Craen schout van Hazerswoude" van 10-12-1525 waarbij Pieter Dirck Willemsznz van Govert Jacobsz 8½ morgen 1 hond land, strekkende van uit de Rijn tot aan de oude dwarswetering om 13 pond holl. per jaar uit kracht waarvan Sijmon Dircksz jaarlijks dezelve pacht ontvangen mag van Gerrit Clementsz te Koudekerk en moet die weder uitkeren aan heer Aernt Thou als possesseur van zekere vicarij, nog een brief onder het zegel van Deken en Capittel van de Hooglandse Kerk te Leiden van 1519 daarbij de uitgifte van de voorsz. eerste erfpacht is geratificeerd en nog een rentebrief beginnende "Ick Sander Jansz Block houdende op enen Claes Hendricksz 2 pond hollands per jaar die de voorsz. Sijmon Dircksz uit kracht van dien zijnde van 22-1-1538 jaarlijks zal ontvangen en moet uitkeren aan de Kerkmeesters van Hazerswoude. Betaald met penningen en met zekere schuldbrief.
Vervolg a. 3-4-1588. Schuldbrief van 1000 gulden, terwijl er al 300 gulden is betaald, waarin begrepen een losrente van 6 gulden per jaar, met hypotheek op het gekochte. [68]
Kohier van de Capitale Leninge van het jaar 1600: Hazerswoude : in 't dorp van Oosten aen:
Jacob Jansz. Wittebol's weduwe 100 pond. Jacob Jansz. Wittebol (sic! moet zijn Jan Jacobsz Wittebol) heeft vanwegen sijne moeder gedoleert ende bij waere woorden in plaetse van eede hare goederen begroot op 17000 gl., daerom in de verdubbelinge 180 gl.
| COMMENTAAR(¥) De weduwe van Jan Jacobsz Wittebol is belendster te Hazerswoude 1616. Dat klopt niet met het Hoofdgeld van 1622 wanneer zij nog leeft. Zijn er twee personen Jan Jacobsz Wittebol? |
Op 28-10-1609 verkoopt Dirck Leendertsz aan Jan Jacobsz Wittebol een huis en erf gelegen buitenweg, belend ten oosten Gerrit Sijmonsz, ten zuiden de Voorweg, ten westen Jacob Cornelisz en Cornelis Jacob Doesz, onder overhandiging van de oude brief. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg a. 28-10-1609. Volgt schuldbrief van 475 gulden met hypotheek op het gekochte. Afgelost 18-10-1616. [71]
Op 17-12-1609 compareert Anna Jaspersdr, weduwe van Govert Jacobsz met Gerrit van Tol, secretaris van Hazerswoude als haar gekoren voogd voor de helft, Jasper Govertsz, Cornelis Govertsz en Pieter Govertsz elk voor henzelf, Jan Jacobsz Wittebol, man en voogd van Emmetje Govertsdr, Adriaen Jansz met Reijer Hugenz, voogden over de vier kinderen van Maritje Govertsdr bij Cors Hugenz, waarvan de voorsz. Adriaen Jansz de oudste Geertje Corsdr heeft gehuwd, elk voor 1/5 in de wederhelft, allen erfgenamen ab intestato van Jacob Govertsz en Anna Jaspersdr. Zij ontvangt voor haar helft 16 hond weiland gelegen binnenweg, belend ten oosten de boedel van Christiaen Cornelisz en de boedel van Jan Jansz van Velsen, ten westen Aelwijn Dircksz en Roelof Jansz, strekkende van de Achterweg noordwaarts tot de Voorweg, een losrente van 7 gulden per jaar welke zij zelf schuldig was volgens obligatie welke mits deze gecasseerd is, een nieuwe schuit met zeil en gereedschap en het bed dat Jacob toekwam, des zij een ander bed dat minder waard is geven zal, de andere erfgenamen elk 1/5 en wel Jasper Govertsz 3 morgen en 4½ hond slagturfland of water gelegen bovenweg, tezamen belend ten noorden Anna Jaspersdr en Trijn Dircksdr, ten oosten Adriaen Cornelisz uit de wilde venen, Trijn Dircksdr voorsz., ten zuiden Adriaen voorsz. en de landscheiding en ten westen dezelfde Adriaen, mits dat de voorsz. 4½ hond subject zijn zekere jaarlijkse erfpacht ten behoeve van de heer van Hazerswoude, waarvoor hij 5 stuivers moet betalen. Cornelis Govertsz ontvangt 3 percelen slagturfland of water gelegen bovenweg, als eerst 3 morgen belend ten oosten Jan Jacobsz Wittebol voorsz., ten westen IJsbrant Pietersz de Bije, ten noorden Martijn Adriaensz en ouwe Cornelis Joostenz; 3 hond land belend ten oosten Jan Adriaen Sijmonsz, ten westen ouwe Cornelis Joostenz voorsz., ten zuiden Jasper Govertsz voorsz. en ten noorden Pieter Govertsz voorsz., de helft van 3½ hond belend deze helft ten oosten Dirck Aemsz, ten zuiden Jan Jacobsz Wittebol voorsz. en ten westen en noorden ouwe Cornelis Joostenz en moet betalen aan de andere erfgenamen 200 gulden. Pieter Govertsz ontvangt een turfschuur met schuurstaal gelegen bovenweg, belend ten oosten Michiel Bonenz, ten zuiden Sijmon Eeuwoutsz en Cors Pietersz, ten westen Cors Pietersz voorsz. en ten noorden de Achterweg met alle turf en moet de andere erfgenamen uitkeren 10 gulden. Jan Jacobsz Wittebol ontvangt 200 gulden, de vier kinderen van Maritje Govertsdr ontvangen 1/3 van 550 gulden custingpenningen die Jan Daemsz van Oultshoorn te Kortenhoef schuldig is van koop van land en waarvan de kinderen al 2/3 deel bezitten, 1/3 van 48 gulden welke 48 gulden uitstaan onder Cornelis Gerritsz Versloet te Vreeland alsmede de 10 gulden voorsz. en nog 8 gulden uit de boedel. Gemeen blijft de helft van 5 morgen 5½ hond land, waarvan de andere helft Jan Jacob Willemsz gelegen in Bocxhol behoort, belend ten oosten Jasper Govertsz en Cornelis Govertsz, ten westen Adriaen Andriesz, ten zuiden de Vinkeveense wetering en ten noorden Jan Leendertsz.
Vervolg a. 18-12-1609. Anna Jaspersdr, weduwe van Govert Jacobsz met haar zoon Jasper Govertsz en haar zwager Jan Jacobsz Wittebol als haar gekoren voogden, aan haar zoon Cornelis Govertsz, wonende aan de Achterweg, de voorsz. 16 hond land. Voldaan met een rentebrief van 1000 gulden.
Vervolg b. 18-12-1609. Volgt rentebrief van 1000 gulden met hypotheek op het gekochte. Afgelost 2-2-1620. [72]
Op 1-12-1610 is Roelof Jansz, timmerman, schuldig aan Jan Jacobsz Wittebol een jaarlijkse losrente van 8 gulden 10 stuivers met hypotheek op een huis en erf gelegen binnenweg, belend ten oosten Anna Jaspersdr, ten zuiden Aelwijn Dircksz, ten westen de weduwe van Pieter Hubertsz en Claes Woutersz en ten noorden de Voorweg; 2 morgen 4 hond 86 roe land gelegen buitenweg, belend ten oosten de heer van Hazerswoude en Wouter Hugenz, ten westen Vranck Jacobsz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart; 4 morgen 5 hond land gelegen bovenweg in de Watergang, belend ten oosten Tuenis Jacobsz, ten westen het Gasthuis te Leiden en de weduwe van Jan Tuenisz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart. [73]
Op 1-5-1611 verkoopt Dirck Leendertsz aan Jan Jacobsz Wittebol een bezegelde losrentebrief d.d. 8-1-1608 van 25 gulden per jaar ten laste van Pieter Adriaensz als schuldenaar en Rut Adriaensz als borg, voor 400 gulden, welke de koper zal betalen aan Grietje Jansdr, weduwe van Jan niet ingevuld, drapier te Leiden, als kwijting van een rente van 25 gulden per jaar die ene Dirck Cornelisz alias Cleijn Dirck eertijds op de voorsz. Grietje c.s. had verleden en de verkoper door koop aangekomen was. [74]
Op 29-11-1611 is Adriaen Cornelisz Voshol schuldig aan Jacob Doesz en Jan Jacobsz Wittebol 4 gulden 10 stuivers per jaar met hypotheek op een huis en erf groot 8 hond gelegen bovenweg, belend ten oosten Martijn Adriaensz en Jan Gerritsz, ten zuiden Adriaen Adriaensz Vogelaer, ten westen de heer van Hazerswoude en ten noorden de Achterweg. [75]
Op 9-8-1612 verkoopt Cornelis Fransz Somer aan Jan Jacobsz Wittebol 1/5 gedeelte van een schuldbrief hem nomine uxoris aangekomen van zijn schoonvader Joost Claesz, pro resto groot 175 gulden ten laste van Dirck Jacobsz Rijck van 4-6-1611. Koopsom 157 gulden. [76]
Op 4-10-1612 verkopen Jacob Cornelisz, man en voogd van Geertje Joostendr, Aeltje Joostendr en ...... Joostendr geholpen door Gerrit van Tol, hun gekoren voogd te dezer zake en Jacob Cornelisz, kuiper, man en voogd van Maritje Claesdr vervangende zijn zwagers Joost Claesz en Claes Claesz, kinderen van Claes Joostenz, allen kinderen en kleinkinderen van Joost Claesz de Blindt, aan Jan Jacobsz Wittebol 4/5 deel van een schuldbrief hen in kwaliteit als voren opgekomen, pro resto 1075 en dus 4/5 deel 860 gulden ten laste van Dirck Jacobsz Rijck van 4-6-1611. Koopsom 612 gulden 10 stuivers. [77]
Op 19-4-1613 verkoopt Hendrick Jansz Koij aan Jan Jacobsz Wittebol een bezegelde schuldbrief ten laste van Jan Willemsz en Martijn Dircksz, gehuwd met Maritje Willemsdr, groot 1/3 van 1650 gulden, zijnde 550 gulden d.d. 8-4-1613. Koopsom 377 gulden 7 stuivers. [78]
Op 25-9-1614 compareert Anna Jaspersdr, weduwe van Govert Jacobsz met haar gekoren voogd Gerrit Hendricksz van Tol ter eenre, Jasper Govertsz, Cornelis Govertsz en Pieter Govertsz, Jan Jacobsz Wittebol, man en voogd van Emmetje Govertsdr, Adriaen Jansz, man en voogd van Geertje Corsdr, Jan Cornelisz, man en voogd van Maertje Corsdr en Jasper Govertsz en Reijer Hugenz als voogden over Lucas en Govert Corsz, kinderen van Maritje Govertsdr bij Cors Hugenz, allen kinderen en kindskinderen van Anna Jaspersdr ter andere zijde. Anna is hoog bejaard en impotent en de kinderen komen overeen, dat moeder al haar goederen afstaat en dat de kinderen haar zullen onderhouden en wel elk kind 20 gulden per jaar. Anna heeft buiten de betaalde 100 gulden per jaar nog 75 gulden per jaar inkomsten aan losrenten, mocht Anna daar niet van kunnen komen dan zullen de kinderen samen nog 25 gulden per jaar betalen. De goederen worden verdeeld. Jan Jacobsz Wittebol ontvangt een huis en erf met 3 morgen 50 roe land en 4 hond 25 roe land of water daar achter gelegen aan de Achterweg, belend ten oosten Cornelis Adriaensz Voshol c.s., ten zuiden Cornelis Govertsz en ten westen de weduwe van Adriaen Sijmonsz en Cornelis Govertsz en moet toegeven 950 gulden. Pieter Govertsz ontvangt 16 hond weiland gelegen binnenweg, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Jan Hendricksz Koeij en ten westen Aelwijn Dircksz en Hubert Cornelisz Lock, 3½ hond slagturfland of water, belend ten noorden Dirck Gerritsz, ten oosten Jan Wouter Hugenz c.s., ten zuiden de weduwe van Adriaen Sijmonsz en ten westen Dirck Gerritsz c.s. en moet toegeven 400 gulden. Cornelis Govertsz ontvangt 4 morgen 5½ hond land in het Rietveld, belend ten noorden Jan Cornelis Bruijnenz, ten oosten ........... en 10½ hond slagturfland gelegen bovenweg, belend ten noorden de Achterweg, ten oosten Dirck Pieter Corsz c.s., ten zuiden Jasper Govertsz en ten westen ouwe Neel Joostenz c.s. en 3 hond slagturfland of water gelegen bovenweg, belend ten oosten en zuiden Jasper Govertsz, ten westen en noorden Trijn Dircksdr, weduwe van Pieter Corsz, de 10½ hond belast met een erfpacht waarvan deze partij moet betalen 10 stuivers per jaar en moet toegeven 350 gulden. Jasper Govertsz en de kinderen van Maritje Govertsdr ontvangen ieder 850 gulden. [79]
Op 26-11-1614 verkopen Maritje Hendricksdr, weduwe van Jacob Vasz, timmerman met haar zoon Michiel Jacobsz en Michiel voorsz. ook voor zichzelf, aan Cornelis Matthijsz, schoolmeester, een huis en erf met schuur en schuitenhuis gelegen buitenweg, belend ten noorden en oosten de gemeenweg, ten zuiden de Voorweg en ten westen Jan Martijnsz backer, belast met 3 gulden per jaar ten behoeve van de erfgenamen van Gerrit Bueckelsz, alles volgens de oude brieven, waarvan de laatste is van 14-10-1605, welke brieven worden overhandigd. Voldaan met 2 schuldbrieven.
Vervolg a. 26-11-1614. Volgt schuldbrief van 612 gulden 10 stuivers met hypotheek op het gekochte. Vervolg b. 26-11-1614. Cornelis Matthijsz, schoolmeester, is schuldig aan zijn zwager Michiel Jacobsz wegens koop van de helft van het voorsz. huis en schuur aan Jan Jacobsz Wittebol 612 gulden 10 stuivers met hypotheek op het gekochte. [80]
Op 3-2-1615 verkoopt Adriaen Cornelisz Thoen aan Jan Jacobsz Wittebol een bezegelde schuldbrief van 978 gulden 10 stuivers ten laste van Willem Meesz d.d. 14-8-1614. Koopsom 767 gulden 18 stuivers 8 penningen. Afgelost 1622. [81]
Op 11-10-1615 verkoopt Anthonis Jansz aan Jan Jacobsz Wittebol een bezegelde schuldbrief verleden op 13-5-1615 door Adriaen Cornelis Corsz als principaal en Aelwijn Pietersz en Cornelis Pietersz als zijn borgen, groot 174 gulden 5 stuivers 11 penningen. Koopsom 138 gulden. [82]
Op 11-9-1618 is Willem Adriaensz Boer, biersteker, schuldig aan Jan Jacobsz Wittebol een jaarlijkse losrente van 12 gulden 10 stuivers met hypotheek op zijn huis en erf gelegen buitenweg in het Westeinde op het Dorp, belend ten noorden de nieuwe vaart, ten oosten Volckaert Claesz Korffbreijer, ten zuiden de Voorweg en ten westen de Westvaart. [83]
Op 9-11-1618 verkoopt Dirck Jansz Rijck aan Jan Jacobsz Wittebol een schuldbrief, welke verkoper sprekende had op Jan Hugenz, wonende alhier in het Westeind, d.d. 1-4-1613, groot 625 gulden. Koopsom 460 gulden 16 stuivers 8 penningen. [84]
Hoofdgeld Rijnland 1622 en Hoofdgeld Hazerswoude 1623:
Te Hazerswoude : Jan Jacobsz Wittebol ende Emmeken Govertsdr met Maritgen, Anna ende Sara heure kinderen, 5 hoofden.
Hazerswoude 1624 : Akte van transport door Gerrit van Tol, notaris te 's-Gravenhage, van een losrente op veertien morgen en een hont met een vogelkooi in de Behouwen Costpolder, aan Jan Jacobsz. Wittebol (1 charter, gecancelleerd). [85]
Op 9-1-1628 verkoopt Jan Jacobsz Speijert aan Emmetje Govertsdr, weduwe van Jan Jacobsz Wittebol, 200 gulden als rest van een schuldbrief, alhier door zijn zonen Huijch Jansz en Cornelis Jansz ten behoeve van hem gepasseerd op 5-7-1620. Koopsom 200 gulden. [86]
Op 1-5-1628 is Jan Cornelisz Koij schuldig aan Emmetje Govertsdr, weduwe van Jan Jacobsz Wittebol, 1.500 gulden met hypotheek op zijn huis met berg en schuur alsmede 3 morgen 4 hond land, strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de Molenwatering en voorts daarover tot het land van het weeskind van Adriaen Eeuwoutsz, belend ten oosten Pieter Heeren en Adriaen en Jan Pieter Gerritsz, belast met 20 stuivers erfpacht zijnde een gedeelte van 9 gulden waarvan de rest staat ten laste van Pieter Heeren en Adriaen Dircksz ten behoeve van de Heilige Geest armen van Hazerswoude en nog 24 stuivers per jaar ten behoeve van de kerk van Koudekerk, de helft van 3 schild per jaar ten behoeve van het Kruisgilde te Hazerswoude, waarvan de wederhelft betaald wordt door het weeskind van Adriaen Eeuwoutsz; 3½ morgen land gelegen in het Rietveld in de Kijffpolder, belend ten oosten Adriaen Stalpaert te Leiden, Govert Cornelisz en Jan Gijsenz, ten westen en zuiden Jan Gijsenz voornoemd en Sijmon Jan Reijersz en ten noorden Wouter Jansz te Leiden. Afgelost 9-5-1632. [87]
Op 28-5-1628 verkopen Cornelis Sijmonsz Stoopenburgh, Agniesje Anthonisdr, weduwe van Dirck Sijmonsz, Emmetje Govertsdr, weduwe van Jan Jacobsz Wittebol en Maritje Dircksdr, weduwe van Dirck Cornelisz Keijser, gezamenlijk erfgenamen van Cornelis Cornelisz jonge Koning, aan Luijt Reijersz, wonende te Haechambacht, 9 hond hooiland in het Rietveld, belend ten oosten de koper, ten westen Huijch Jan Thonisz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden Pieter Jansz. Koopsom 248 gulden. [88]
Op 15-6-1628 verkoopt Gijsbert Ponsz, bakker, aan Emmetje Govertsdr, weduwe van Jan Jacobsz Wittebol, een schuldbrief ten laste van jonge Cornelis Adriaensz, molenaar, pro resto 116 gulden 13 stuivers 8 penningen. Koopsom 100 gulden. [89]
Op 1-2-1629 verkoopt Adriaen Ponsz aan Emmetje Govertsdr, weduwe van Jan Jacobsz Wittebol, negen schuldtermijnen, elk van 200 gulden, ten laste van Claes Ruttenz alles volgens de brief van 15-3-1628. Koopsom 1.155 gulden 17 stuivers 8 penningen. [90]
Op 7-7-1678 verkopen Willem van Bilderbeeck, koopman en Gijsbertus Sittert, med. dokter, wonende te Leiden als executeurs van het testament van Pieter Rooijaert, in leven koopman te Leiden, en als voogden over de nagelaten minderjarige erfgenamen van Anneke Wittebol, aan Hubert van Spruijtenburgh een rentebrief van 300 gulden, pro resto 150 gulden, ten laste van Bastiaen Mathijsz en IJsbrant Claesz, nu ten laste van Pieter Jansz Vonck als eigenaar van een huis en erf gelegen op het Dorp Hazerswoude zijnde een gedeelte van de hypotheek, alles volgens de brief van 31-10-1595. [93]
56072. PONS NN, geb. vóór ca. 1495, ovl. na 1568? staat borg voor zijn kleinzoon (1568).
Op 23-2-1555 is Jan Ponsz schuldig aan Cornelis Coenraetsz 18 gulden met hypotheek op een huis en erf met 3 morgen land, belend ten westen Engebrecht Hendrick Florisz c.s., ten noorden de Achterweg, ten oosten Alijt, weduwe van Jan Schouten en ten zuiden Dirck Engebrechtsz. [94]
Jan Ponsz is schuldig aan Cornelis Claesz 9 gulden (ca. 1555-1560). [95]
In nov. 1555 is Jan Ponsz schuldig aan Cornelis Claesz 20 gulden wegens de koop van twee koeien. [96]
Jan Ponsz is schuldig aan Cornelis Claesz 36½ gulden, daaronder stellende twee beesten, het ene een pikzwarte koe en het andere een witvale vaars, de vaars gekomen van Floris Gerritsz en de koe van Dirck Jansz in het Rietvelt (ca. 1555-1565). [97]
Op 15-12-1563 is Jan Ponsz schuldig aan Adriaen IJsbrantsdr, weduwe van Pel Dircksz, 12 pond groot vlaams wegens koop van linnen met hypotheek op een woning met 3 morgen land, belend ten oosten Ael Jan Schouten, ten westen Eijmbrecht Hendricksz, IJsbrant Cornelisz en Bruijn Ponsz, ten zuiden Dirck Eijmbrechtsz en ten noorden de Achterweg. [98]
Op 15-10-1568 is Adriaen Jan Ponsznz schuldig aan Cornelis Adriaensz 3 gulden 10 stuivers per jaar met hypotheek op een huis en erf, zoals hij het thans bewoont, belend ten westen Hendrick Engebrechtsz, ten oosten en zuiden Jan Ponsz en ten noorden de Achterwegsewetering, met waarborg door de vader van Jan Ponsz met een woning met 2 morgen 5½ hond land (elke morgen 7 hond), strekkende van de Achterweg tot Dirck Engebrechtsz, belend ten oosten Alijt, weduwe van Jan Schouten en ten westen Hendrick Engebrechtsz, Dirck Engebrechtsz, IJsbrant Cornelisz, Huijbert Pietersz en Bruijn Ponsz. [99]
Op 26-3-1592 testeert Neeltje Jansdr, ongehuwd persoon. Zij vermaakt Neeltje Toenisdr die lang bij haar woont en haar vele diensten bewezen heeft al haar inboedel, huisraad en 100 gulden die Hubrecht Adriaensz backer van haar onder zich heeft. Zij benoemt tot erfgenamen haar broer Jan Jansz voor 1/4, Ermpje Adriaensdr, dochter van haar overleden broer Adriaen Jansz voor 1/4, Geertje Ponsdr, dochter van haar broer Pons Jansz voor 1/4 en Neeltje Tonisdr voorsz. met haar broer Adriaen Tonisz, kinderen van haar zus Meijnsje Jansdr bij Tonis Bouwensz tezamen voor 1/4. [100]
Op 1-3-1610 verkopen Jannetje Chijsdr, weduwe van Jan Jan Ponsznz met Jan Jacobsz Craen, haar gekoren voogd voor de helft, Geertje Ponsdr, weduwe van Dirck Pietersz Cabouter met Jan Jacobsz Craen haar gekoren voogd, Adriaen Tonisz voor zichzelf en Sijmon Bastiaensz, man en voogd van Neeltje Tonisdr en vervangende Ermpje Adriaensdr, allen als erfgenamen van Jan Jan Ponsz, voor de andere helft, aan Aem Dircksz een turfschuur met de staal gelegen bovenweg, belend ten oosten Adriaen Adriaensz Vogelaer en voorts rondom de verkopers. Het goed is verbonden voor een jaarlijkse erfpacht ten behoeve van de heer van Hazerswoude. Voldaan met een obligatie. [101]
Op 2-3-1610 verkopen Jannetje Chijsdr, weduwe van Jan Jan Ponsznz met Jan Jacobsz Craen, haar gekoren voogd voor de helft, Geertje Ponsdr, weduwe van Dirck Pietersz Cabouter met Jan Jacobsz Craen haar gekoren voogd, Adriaen Tonisz voor zichzelf en Sijmon Bastiaensz, man en voogd van Neeltje Tonisdr en vervangende Ermpje Adriaensdr, allen als erfgenamen van Jan Jan Ponsz, voor de andere helft, de heer van Hazerswoude alzulke erfpacht als Jan Jan Ponsz van de koper in erfpacht had en zoals hij verkocht had op 12-2-1610 aan Jacob Dircksz, maar door de koper genaast werd, namenlijk een huis met berg en schuur alsmede 5 morgen 2 hond land gelegen bovenweg, belend ten oosten Adriaen Cornelisz Voshol, Adriaen Adriaensz Vogelaer, Cornelis Sijmonsz Tange, Pieter Jansz van Luijck en Willem Gerrit Ponsz en ten westen Adriaen Adriaensz Vogelaer voorsz., strekkende van de Achterweg tot Aem Dircksz zijn schuurstaal toe. Voldaan met twee schuldbrieven.
Vervolg 2-3-1610. Volgt schuldbrief van 500 gulden met hypotheek op gekochte ten behoeve van Jannetje Gijsdr, weduwe Jan Jan Pietersz. Borg Gerrit van Tol.
Vervolg 2-03-1610. Volgt schuldbrief van 500 gulden ten behoeve van de ... [102]
Op 25-8-1613 verkoopt de heer van Hazerswoude aan Leendert Dircksz al zulke goederen die Jan Jan Ponsz van de verkoper in erfpacht had gehad en door zijn weduwe en erfgenamen verkocht aan Jacob Dircksz en door de verkoper genaast, te weten een huis en erf met berg en schuur alsmede 5 morgen 2 hond land gelegen bovenweg, belend ten oosten Adriaen Cornelisz Voshol, Adriaen Adriaensz Vogelaer, Cornelis Sijmonsz Tange, Pieter Jansz van Luijck en Willem Gerrit Ponsz en ten westen Adriaen Adriaensz Vogelaer, strekkende van de Achterweg tot de schuurstaal van Aem Dircksz toe, vrij van erfpacht. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg 25-8-1613. Volgt schuldbrief van 1675 gulden met hypotheek op het gekochte. Borgen Cornelis Dircksz Verkade en Cornelis Vranckenz. Afgelost 1-8-1621. [103]
Op 6-3-1618 verkoopt Geertje Ponsdr, weduwe van Pieter Dircksz Cabouter met haar gekoren voogd Pieter van Eijndoven, aan Cornelis Elbertsz 11 hond slagturfland of water gelegen bovenweg, belend volgens de oude waarbrief welke wordt overhandigd. Voldaan met een schuldbrief.
Vervolg 6-3-1618. Volgt schuldbrief van 690 ton turf te leveren binnen 6 eerstkomende jaren, met hypotheek op het gekochte gelegen bovenweg in de polder, belend ten oosten Pieter Toenisz Geldersman en Willem Govertsz, ten zuiden de Snijdelwijckerkade, ten westen Sijmon Adriaensz en ten noorden de boedel van Jan Gerritsz. Afgelost 19-04-1626. [104]
Op 18-8-1561 verkoopt Govert Jacobsz aan Bruijn Ponsz, wonende aan de Achterweg, een slagturfakkertje aan de boven weg, belend ten oosten Jan Ponsz, ten westen de koper en Wouter Cornelisz, ten zuiden Stijntge Boonen en Dirck Engebrechtsz, ten noorden Jan Adriaensz en IJsbrant Cornelisz, betaald met een rentebrief, met waarborg 3 morgen land, belend ten oosten Mees Adriaensz, ten westen Cornelis Willemsz Craen, ten zuiden Govert Jacobsz zelf en ten noorden de Achterweg.
Vervolg 18-8-1561. Volgt schuldbrief ten behoeve van Govert Jacobsz groot 6 pond hollands per jaar met hypotheek op het gekochte alsmede op 14 1/2 hond slagturfland waarvan de penningen roerende zijn, alsmede op zijn huis, berg, schuur en 2 morgen land, belend ten oosten Adriaen Roelofsz, ten westen Mees Adriaensz, ten noorden de Achterweg en ten zuiden de schuldenaar, 9 1/2 hond land waarin een vogelkooi is, belend ten oosten Jan Adriaensz en IJsbrant Cornelisz en de schuldenaar, ten westen Mees Adriaensz en Adriaen Willem Hendriksz, ten zuiden Wouter Cornelisz en ten noorden de schuldenaar en Adriaen Roelofsz.
Vervolg 1-9-1561. Govert Jacobsz verkoopt aan Aernt Gerrit Eeuwoutsz, poorter te Leiden, de voornoemde rentebrief op Bruijn Ponsz van 6 pond hollands. [105]
Op 14-2-1564 is Bruijn Ponsz schuldig aan Adriaen Roelofsz met actie van Pieter Jacobsz 10 gulden 10 stuivers per jaar volgens de brief d.d. 10-06-1553. [106]
Op 12-10-1580 verkoopt Roelof Adriaensz als curator op eigen verzoek van Jan Ponsz over 3 morgen 1½ hond land gelegen aan de boven weg met het huis daarop staande, belend ten oosten en ten zuiden Huijch Jansz en zijn kinderen, ten westen het weeskind van Hendrick Egbertsz en ten noorden de Achterweg. Gemijnd door Adriaen Jacobsz alias Adriaen Broer voor 441 gulden en schepenen hebben Jan Ponsz onterfd. Adriaen Jacobsz had gemijnd voort Claes Dircksz van Montfoort. [107]
Op 31-10-1580 Roelof Adriaensz curator van de desolaten boedel van Bruijn Ponsz heeft ten verzoeke van Vincent van Wijeringen, Mr Gerrit van Hogeveen als bewindhebber van de boedel van Sijmon Jan Reijersznz en Maritje Sijmonsdr, weduwe van Adriaen Roelofsz, crediteuren van de boedel met consent van Soetje Jansdr, weduwe van Bruijn Ponsz, verkocht 6 morgen ½ hond land aan elkander beoosten de landen van Claes Dircksz van Montfoort, zijnde zowel het land dat Bruijn Ponsz gekocht had van Govert Jacobsz als het land en de woning die hij gedurende lange jaren bezeten heeft en er wordt nu verkocht 3 morgen 4 hond land met timmerage gelegen boven weg, belend ten oosten Adriaen Roelofsz weduwe, Adriaen Sijmonsz, IJsbrant Cornelisz en Hubert Pietersz alsmede de boedel van Bruijn Ponsz zelf en ten westen Claes Dircksz van Montfoort tot Leiden en Jan Mattheusz, ten noorden de Achterweg en ten zuiden Wouter Cornelisz belast met de helft van 4 stuivers 1 blanc waarvan Wouter Cornelisz de wederhelft betaald als eeuwige erfpacht ten behoeve van de heer van Cruijningen en gekocht door Pieter Claesz Tas voor 202 gulden. [108]
Op 19-5-1555 geeft Cornelis Brunenz procuratie op Reijer Maertensz, Jan Woutersz, Willem Brunenz, Adriaen Vranckensz, Cornelis Alewijnsz en Roelof Adriaensz. [109]
Manslag op Cornelis Brunenz(¥). Op 11-5-1559 ...... (compareren?) zijn broer Cornelis Roelofsz, zijn oom Adriaen Eeuwoutsz en Toenis Cornelisz aan de andere zijde vervangende voorts hun andere vrienden Adriaen Roelofsz en Roelof Adriaensz namens Bruijn Ponsz en zijn vrienden, en Gerrit Bouwensz, schout van Boskoop en Jan Willemsz, wonende te Berkenwoude, namens Adriaen Geerlofsz en zijn vrienden. Het betreft de manslag door Adriaen Geerlofsz op Cornelis Brunenz. Adriaen Geerlofsz zal Bruijn Ponsz en zijn vrienden vrij, kosteloos en schadeloos houden van ..... Adriaen moet binnen 14 dagen 5 gulden betalen en tot onderhoud van de arme weeskinderen van Cornelis Brunenz 22 gulden. (Getuigen?:)Gerrit Ponsz en Jan Ponsz en aan de andere zijde Gerrit Bouwensz en Jan Willemsz. [110]
1-1-1561 Huwelijksvoorwaarden tussen Cornelis Bruijnenz(¥) en Maritje Cornelisdr. Bij kinderloos overlijden gaat alles terug naar de kant waarvan het goed gekomen is. Op 22-1-1569 heeft Cornelis Brunenz toen hij was gekwetst door Toenis Adriaensz, zijn uiterste sacramenten ontvangen in presentie van de pastoor en buren. [111]
COMMENTAAR(¥) Uit beide bovenstaande akten is niet duidelijk of Cornelis Brunenz de manslag in 1559 nu overleefd heeft of niet. Trouwt hij in tweede echt met Maritje Cornelisdr?
"Met schepenen van Hoogeveen". Op 6-2-1563 zijn Pieter Dircksz Cabouter en Cornelis Brunenz schuldig aan Claes Lambrechtsz te Leiden 270 gulden roerende van 4 morgen veenland gelegen in Hoogeveen, belend ten noorden Adriaen Jacobsdr, ten zuiden het Sint Katharijnen Gasthuis te Leiden, ten westen het kleine vaartje en ten oosten bijnops vaart, met hypotheek op het gekochte en Pieter Dircksz op zijn huis en erf, belend ten westen Anthonis Adriaensz cuijper, ten zuiden de Heerweg en ten noorden de Nieuwe vaart en door Cornelis Brunenz op 2 morgen land, belend ten westen Pieter Dircksz, ten zuiden de Heerweg, ten noorden Neel Vrericksz en ten oosten Alijt, weduwe van Jan Adriaensz. [112]
Op 6-10-1563 is Cornelis Brunenz schuldig aan Jan Thijmens timmerman 106 gulden met hypotheek op een huis en erf, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de nieuwe weg toe, belend ten oosten Willem Dircksz en ten westen Dirck Jansz. [113]
56074. CORNELIS ADRIAENSZ CRAEN, geb. vóór ca. 1500, ovl. vóór 25-1-1566.
Op 25-1-1566 verkopen Jacob Cornelisz Craen, Adriaen Cornelisz, Cornelis Cornelisz Craen, ouwe Jan Cornelisz, jonge Jan Cornelisz, Crijn Aertsz, man en voogd van Maritje Cornelisdr, Pieter Sijmonsz als voogd van zijn moeder Fije Cornelisdr, weduwe van Sijmon Jacobsz, Magdalena Cornelisdr, weduwe van Adriaen Willemsz Veltheer, Anna Cornelisdr, weduwe van Jeroen Foppensz met hun broer Adriaen Cornelisz als voogd, allen kinderen en erfgenamen van oude Cornelis Adriaensz, aan Eeuwout Cornelisz Schoeneman 16 hond land te Hazerswoude, belend ten oosten Cornelis Eeuwoutsz en Jan Woutersz, ten westen Jan Willem Lourisznz, ten zuiden de dwarswetering en ten noorden Jan Woutersz, betaald met een obligatie. [114]
Op 8-1-1581 verkoopt Gerrit Ponsz aan Jacob Cornelisz Craen, zijn oom, een stuk land strekkende van Trijn Cornelisdr, de zuster van Gerrit Ponsz (sic! verschrijving, moet zijn zuster van Jacob Cornelisz Craen), land af noordwaarts tot de dwarswetering toe, belend ten oosten Eeuwout Gerritsz en de heer van Cruijningen en ten westen Willem Pietersz, wel verstaande dat Trijn Cornelisdr daarin een henneptuin heeft aan de dwarswetering op de oostkade groot de helft van 5 morgen 15 roe, belast met de helft van 30 gulden, waarvan Trijn Cornelisdr de wederhelft moet betalen; 18 gulden ten behoeve van Aelbrecht Hendricksz en 12 gulden ten behoeve van Joost Jacobsz te Leiden. [116]
Op 16-3-1556 passeren de voorwaarden tot verkoop door Cornelis Coenraetsz Messingh van een huis, schuur, berg en 3 morgen 1½ hond weg gelegen binnen weg, belast met 5½ pond hollands per jaar, 2 morgen 26 roeden zo slachturf- als houtland, gelegen boven weg, zoals gekocht van Jasper Thomasz met een schuur daarop staande. Gekocht door Jan Cornelisz Craen voor 612 gulden, borg zijn broer Jacob Cornelisz Craen. [117]
56640. JAN JACOBSZ SNOECK, geb. vóór ca. 1460, ovl. ca. 1527[118], wonende aan het Marktveld te Gorinchem, aangesteld (1501) tot
secretaris van Gorinchem (1501-1517),
en het Land van Arkel, werkzaam als zodanig 1501-1517,
Heilige-Geestmeester van Gorinchem (1519,1520),[119]
[120]
tr. vóór 1484[121]
56641. MARGRIET (MARGARETHA) AERTSDR.
In april 1515 treden Jan Jacobsz. Snoeck en Roelof Melsersz op als testamentaire erfgenamen van Maria Evertsdr Loeff.[122]
Op 19-12-1517 deelt Jan Jacobsz Snoeck met zijne zwagers de goederen, nagelaten door zijne schoonouders Aert Adriaensz en Aleyt, alsmede door zijn zwager Heer Adriaen Aertsz, priester. Bij die verdeeling verkreeg Jan Jacobsz Snoeck een rentebrief van 7 schilden 's jaars, terwijl bovendien aan zijn zoon Jacop eene jaarlijksche rente van 6 rijnsgulden werd verzekerd. Deze Jacop beloofde in 15-4(??) aan zijne ouders levenslang 4 rijnsgulden maandelijks, welke uitkeering, wanneer een hunner zou komen te overlijden, verminderd zou worden tot 3 rijnsgulden ten behoeve van den langstlevende. [123]
Op 20-8-1525, testeren Jacop Jansz Snoeck en Adriana Ketelaer ten overstaan van schepenen van Gorinchem, en maakten zij elkander over en weer tot erfgenaam van al hun goed. [130]
"Jacop Snoeck Janssoen ende Adriana Dircxdochter sijn geechte wijff maken deen den anderen ende den lancxsten levende van hen beyden allen hooren goeden ruerende ende onruerende die sij hebben ende vercrijgen moegen zee wnir die gelegen sijn ende bevonden moegen worden omme den lancxsten levende van hen beyden sijnen vrijen wille ende believen daermede te moegen doen, mit, voirwaerden dat die lancxste levende van hen beyden gehouden sall wesen uuyt te rovcken Jan Snoeck hoeren zoen zoo wanneer hii huwelickte bii goetduncken van vader ofte moeder off bij goetduncken van twee sijne naeste vrienden ende magen v... off sess hondert rijnsgulden, sonder argelist.
In 1532 procedeerde Adriana Ketelaer voor de vierschaar over de levering van een door haar gekochten koralen paternoster ter waarde van 100 philipsgulden. [131]
In 1540 geeft Adriana Ketelaer een volmacht aan haar zwager Aert Snoeck. [132]
Zerk in de NH Kerk te Gorinchem:[138]
nr. 51. Wapen gedeeld: I. Snoeck. II. Drie St. Andrieskruisjes (Sevenbergen).
Hier leyd begraven Jan Snoeck Jacobsen borgemeester eersaen (3) die anno 42 tot welvaert deser stede was uytgegaan buyten dede graven het nieuwe diep off haven, sterft 1585 den 24 Augustus en Anna van Sevenbergen Huygenszdogter sijn huysvrouw sterft 1586 den 6 November naar dat se 54 jaren met malkanderen in den egtstaet geleeft hadde.
Zerk in de NH Kerk te Gorinchem:[140]
nr. 60. Wapen gedeeld: I. Twee afgewende zalmen vergezeld van negen herkruiste kruisen met spitsen voet (3,3,3) (Van Rijswijck), II. Snoeck. Vier kwartieren: 1. Van Rijswijck 2. Snoeck 3. drie sterren 4. drie rozen.
Hier leyt begraven Joost van Rijswijck Joostensoon, sterft den 12 September 1557 en Anna Snoeck Jacobsdogter sterft......
Op 16-1-1560 heeft de scheiding van goederen plaats tusschen Marcelis van Aelst, en zijn zoon Aert uit zijn huwelijk met Belyken Dirck Jansdr en de drie voorkinderen van zijn vrouw.
Op 26-1-1564 heeft de scheiding plaats van de nalatenschap van Margriet Joostdr van Rijswijck tusschen Marcelis van Aelst en de twee kinderen, uit dit huwelijk gesproten, over wie voogden waren Jacob van Rijswijk als oom, Jan Snouck Jacobsz als oud-oom, en Jan de Feyter Brienensz, man van Elisabeth van Rijswijck, als behuwdoom. Op 16-6-1579 scheidden Peterken Jan Mathijssdr en zijn eenig overgebleven zoon van Marcelis van Aelst de nalatenschap van Marcelis van Aelst. [144]
==== BELENINGEN ====
Grafelijke Lenen In Het Land Van Altena:
nr. 33A. Een hophof te Woudrichem.[146]
8-9-1542: Jan Schellart zoals Gillis, zijn vader
13-9-1553: Maria Schellart bij overdracht door Jan, haar vader met het eerste perceel
26-7-1561: Jacob van Rijswijk voor Maria Schellart, zijn vrouw
..-.-1569: Maria Schellart, gehuwd met Jacob van Rijswijk
nr. 43. 3 morgen land in Woudrichem in de Hengemenge[147]
20-10-1515: Gillis Schellart bij overdracht door Jacob Sasse Jansz.
14-12-1534: Jan Schellart bij dode van Gillis, zijn vader.
9-9-1561: Mr. Jan Dimmer, advokaat bij het Hof van Holland, voor mr. Gillis Schellart bij dode van Jan, diens vader, waarna overdracht aan mr. Joost van Rijswijk, advokaat bij het Hof van Holland, voor Maria Schellart, gehuwd met Jacob van Rijswijk, Gillis' zuster.
5-3-1563: Jacob van Rijswijk voor Maria Schellart, zijn vrouw
18-10-1578: Cornelis van Wijtvliet voor Maria Schellart, zijn vrouw
15-9-1593: Joost van Rijswijk bij dode van Maria Schellart, zijn moeder
15-9-1593: Hendrik van Nispen, dijkgraaf van het land van Altena, voor Antonia, dochter van Jacob van Rijswijk, bij dode van Maria Schellart, haar moeder
20-7-1616: Mr. Dirk de Cocq, advokaat bij het Hof van Holland, voor Johan van Rijswijk, zijn neef, ook voor Maria, diens zuster, bij dode van Joost van Rijswijk, baljuw van Woudrichem en het land van Altena, hun vader
24-4-1626: Hulde van Johan van Rijswijk
13-4-1638: Johan van Engelen te Woudrichem bij overdracht door Johan van Rijswijk ook voor Maria, diens zuster
Rechtboek Van Uitwijk:[148] Anno 1579 heeft Jan de Feyter Brienensz den oude als voogd van de wezen van wijlen Jacob van Rijswijck arrest gedaan op zeker gemeyt raapzaad liggend op land gekomen van de oude Jan Gerritsz Boot, laatst gebruikt door Arent Reyniersz, uit oorzaak van een jaarlijkse rente van 12 car. gld. van vele verlopen paschen daar men te dage dienende breder bewijs van zal geven. Akte voor schout Wouter Schrieck en heemraden Ocker Woutersz en Jasper Gijsbertsz. (De akte is niet gedateerd maar ingeschreven tussen 25 mei en 21 juni 1579.)
==== BELENINGEN ====
Lenen van de Hofstede Arkel in het Land van Arkel
nr. 11. 3 morgen land in Rietveld, strekkend van de Lingestroom tot de achterdijk
9-2-1541: Joost van Rijswijk Joostenz bij overdracht door Adriaan Adriaansz. voor Elisabeth, diens vrouw
31-8-1558: Joost van Rijswijk, advokaat bij het Hof van Holland, bij dode van Joost, zijn vader
5-3-1563: Jacob van Rijswijk voor Joost van Rijswijk, zijn neef, bij dode van Joost, diens vader
22-12-1590: Brien de Feiter bij dode van Joost van Rijswijk, zijn neef
7-11-1598: Dammas van Bleijenburg voor Jan de Feiter bij dode van Brien, diens vader, met lijftocht van Maria van Hofwegen, Jans moeder
29-5-1611: David de Feiter bij koop van de voogden van Jan de Feiter
28-7-1622: Johan Doedijns Cornelisz., secretaris van Gorinchem, voor Haasje de Feiter, zijn vrouw, bij dode van David, haar oom,
11-12-1626: Dirk de Reuver voor Brien Doedijns Jansz. bij dode van Haasje de Feiter, diens moeder
4-1-1640: Filips Doubleth te den Haag voor Jacob van Paffenrode, drost van Gorinchem en het land van Arkel, bij overdracht door Brien Doedijns
56644. ROELOF (PETERSZ ???) VAN DALEM(¥), vermeld 1436-1442,
tr. vóór ca. 1480[153]
56645. NN WALRAVENDR VAN ASPEREN VAN VUEREN, geb. vóór ca. 1460.
| COMMENTAAR(¥) Zijn filiatie is onzeker. In Ref. [154] wordt hij niet genoemd als een van de (bastaard)kinderen van Roelof Willemsz van Dalem, heer van Dongen, en Engele NN. |
56646. LAMBERT DAENEN, ovl. vóór 1584, woont te Gorinchem, tr.[155]
56647. ALIJT NN.
59008. AELBERT HUYGHENSZ VAN DER WEIJ(D)E (VERWEY), geb. vóór 1481, ovl. 1518-1524, vermeld 1505..1518,
wonend op de Wijkersloot (1508),
tr. waarschijnlijk voor 1507[156]
59009. NN VAN BEMMEL, dr. van Mercelis van Bemmel uit Cothen.
Hugo van der Weye werd op 24 juni 1481 beleend met een Culemborgs leen, gelegen in Altena (Outena) onder Everdingen. Bij die belening werd bepaald, dat Cornelia, zijn vrouw (d.w.z. de vrouw van zijn zoon Jacob Hugenz) de lijftocht zou hebben en dat het leen zou vererven op zijn jongste zoon Aelbert. [157]
Op 10 juni 1505 werd dienovereenkomstig Aelbert van der Weyde Hugensz beleend na dode van zijn vader.
Waarschijnlijk dezelfde Aelbert van der Weye Hugensz werd in 1507 beleend met 14 hont land in de Wegemaat onder Wijk bij Duurstede, een leen van het Kapittel van Oudmunster, na opdracht door Evert en Jan Marcelisz. van Bemmel.[158]
28-3-1508 Mercelis van Bemmel en Aelbert Hugens huren voor 10 jaar 14 morgen te Cothen van de Dom. [159]
11-7-1508 Aelbert Hugensz Verweij wonend op de Wijkersloot machtigt o.a. Jan Ruysch. [160]
14-2-1510 Aelbert Hugensz van der Weij wordt na opdracht door Mercelis van Bemmel beleend met de vrije thinsweer van 3 morgen 2 hont te Cothen. [161]
1511 Mercelis van Bemmel, is doorgehaald en verbeterd in: Aelbert Hughens 29 morgen idem. Er staat bij: betaald: Aelbert Hughen Verwey.[162]
29-5-1518 Aelbert Hugensz wordt na opdracht door Evert Mercelisz van Bemmel beleend met de thinsweer van 10 Hont te Cothen. [163]
16-8-1524 Hughe Aelbertsz van der Weij ontvangt na opdracht van zijn broer Peter Aelbertsz van der Weij (die het was aangekomen bij dode van zijn vader Aelbert Huigens) de vrije thinsweer van 3 morgen 2 hont te Cothen als voren. [166]
1536 Huych Aelberts gebruikt 26 morgen van de Dom. [167]
28-10-1561 Huych Alardts in Cothen gebruikt 30 morgen van de Dom waarvan 26 morgen in Cothen en 4 morgen in Nederlangbroek bij het huis Sterkenburg. [168]
1567 Hughe Aelbertss gebruikt 26 morgen te Cothen van de Dom. [169]
1574 Wilhelma wed. Huge Aelbertsz gebr. 26 morgen als voren. [170]
1580 Jan Huigen en Jan van Schayck gemachtigden van de weduwe van Huge Aelbertss huren 26 moregn van de Dom te Cothen. [171]
21-3-1590 Cornelis Willemsz gebruikt 26 morgen van de Dom te Cothen die Wed. van Huge Aelbertsz laatst had. [172]
1600 Cornelis Willemsz Harthals gebruikt 26 morgen van de Dom te Cothen. [173]
1536 Gijsbert Aelbertsz gebruikt 24 morgen van de Domproost te Cothen. [176]
1542/46 Gijsbert Aelberts na Willem Modde gebruikt 24 morgen + 2 morgen alsvoren. [177] NB: het wapen van de vrouw van Gijsbert is volgens de aantekeningen van Booth: een keper met 3 lelies, 2,l. Zo zegelt zijn kennelijke schoonvader Willem Modde 7-12-1499 als schout van Cothen.
1561 Gijsbert Aelbertsz betaalt pacht voor genoemd land op 28 juni, op 8 november betaalt de weduwe van Gijsbert. [178]
1572 Jan van Schayck als getrouwd de weduwe van Gijsbert Aelbertsz, gebruikt land als voren. [179]
1588 Jan van Schayck, nu na transport: Willem Jansz, molenaar in Cothen gebruikt idem. [180]
1600 Willem Jansz te Cothen gebruikt 24 morgen van Domproost te Cothen. [181]
1536 Peter Aelbertsz gebruikt 14 morgen te Cothen van de Dom.
1552 Peter Aelbertsz huurt 14 morgen alsvoren die hij laatst gebruikt heeft.
10-4-1562 Weduwe van Peter Aelbertsz huurt 14 morgen die haar man gebruikte.
11-4-1570 Cornelis Petersz huurt 14 morgen alsvoren die de weduwe van Peter Aelbertsz laatst had.[182]
11-12-1579 Frans Willemsz huurt idem na Cornelis Petersz (In het trans-portregister van Wijk komt voor 21-1-1590 Frans Willemsz Cleutingh als getr. Aelbertge Peter Aelbertsdr.[183]
59108. DIRCK WILLEMSZ VASTRICK, geb. 1542/43, beg. Rotterdam 20-2-1610, woont in Quaeckernaeck, aan de oostzijde van de Buttersloot, te Rotterdam (1592),
is get. bij huw. voorwaarden (1600), woont te Delft (1600),
treedt op als momber in een akte (1610),
wiens erfgenamen belenders zijn in de Raemstraat (1618),
tr.
59109. AEFFGEN JANS VAN DER STOCK, geb. 1545/46, ovl. 1610-1633, huw. get. (1604).
| Wapen Van der Stock: in goud een groene boom, een schaap in natuurlijke kleur voor den stam gaande op een groenen grasgrond. Dekkleeden : groen en zilver. [186] |
Op 14-7-1614 verkopen Willem Gerritsz Vastrick en Geertgen Jans van Velsen zijn vrouw ende Geertgen Gerrits Vastrick met Evert van Mulenborch hare gecozen momber in dese aan Peter Schade en Aertgen Buys zijn vrouw, Een plechte van 200 gulden hoofdsom mette verschenen en onbetaalde renten als de voorz. comparanten competeren zijnde bij zal: Gerrit Willems Vastrick ende Annitgen Gijsberts zijn vrouw beleden t.b.v. Dirck Willemsz Vastrick ende Aertgen Jans zijn vrouw op 30-3-1590. [187]
Op 28-4-1590 verklaart Maritge Reijersdr, weduwe van Toenis Jansz Boll, schipper van de zeeboeijer Santa Maria, geassisteert met Dirck Willemsz Vastrick, verklaart dat zij op 11 februari met Dirck Willemsz in de herberg Noortvaerder is geweest. Daar waren ook aanwezig Melis Jansz Bijlewerff en Goessen Adriaensz Groenhout, reders van het schip. Deze reders, alsmede Pouwels van Beerensteijn te Delft, en Pieter Dircxz Tuijlenburch te Middelburch, eveneens reders van het schip, hadden hun aandeel in het schip en de laatste bevrachting, aangegaan met Jan Dircxz Groenewegen te Delf, aan Maritge Reijersdr geschonken, zodat zij daarmee het rantsoen kon betalen van haar man die in die tijd in duinkerken gevangen zat en gewond was. Met hun goedkeuring heeft zij het schip verkocht aan Pieter Claesz van der Horst, Jacques Merchijs en Hans (ook als Jan)Clementsz de Goer, en zij machtigt hen het schip, liggende in Maesterlandt, in ontvangst te nemen. [188]
Op 28-4-1590 stelt Dirck Willemsz Vastrick zich borg ten behoeve van Pieter Cleasz van der Horst, wonende in de Nieupoortstraet, Jacques Merchijs, en Hans Cleements d'Goer, aan wie Maritgen Reijersdr, weduwe van Teunis Jansz Boll, in zijn leven schipper van het genoemde schip, op 11 februari een zeeboijer genaamd Santa Maria heeft verkocht. [189]
Op 7-3-1591 transporteert Dirck Willemsz Vastrick aan Heynrick Croes een huis aan de Hoochstraet (in 1619 genaamd de "Drie Granaatappelen". [190]
Op 27-5-1592 testeren te Rotterdam, Willem Dircx Vastrick en zijn vrouw Sophia Dominicusdr, wonende te Amersfoort. Zij benoemen hun kind of kinderen tot erfgenaam. Het testament is opgemaakt ten huize van Dirck Willemsz Vastrick in Quaeckernaeck, aan de oostzijde van de Buttersloot. [191]
Op 6-10-1601 heeft Dirck Willemszn Vastrick procuratie van Ewout Goosenszn van der Stock te Middelburg, om een tuin in Voor-Rubroek te verkopen.[192]
Op 10-6-1603 verklaren Pieter Pietersz van der Heede (58), Dirck Willemsz Vastrick (60) en Jan Jansz Snaets (43) op verzoek van Cornelis Claesz, marktschipper op Utrecht, dat zij op zijn verzoek als arbiters zijn opgetreden in een financieel geschil tussen hem en Cornelis Aertswaeger. Zij hebben daartoe in herberg Antwerpen in de Hoochstraet de betreffende rekening ingezien. [193]
Op 12-2-1610 wordt op verzoek van Goossen Adriaensz Groenhout man van Dirckgen Jansdr, een verklaring afgelegd door Dirck Willemsz Vastrick, 67 jr., dat Willem Claesz van Sorgen, man van Pietertgen Symonsdr ouders van Claes Willemsz van Sorgen, overleden, hem verzocht heeft om aan Dirckgen Jansdr een kwitantie te vragen over de betaalde rente over een bedrag van 500 gulden dat zij aan Pietertgen Symonsdr geleend heeft. [194]
Op 24-6-1610 leggen Aeffgen Jans, weduwe van Dirck Willems Vastrick, 64j., en Cornelis Goossens Groenhout te Vianen, 35j., een verklaring af op verzoek van Susanna Adriaens, weduwe van Claes Willems van Sorgen, en Victor Odulphi, voogd over hun kinderen. Het betreft de onenigheden met Dirckgen Jans za., vrouw van Goessen Adriaens Groenhout, en Pietertgen Sijmons, vrouw van Willem Claesz van Sorgen. Diens dochter, Heyltgen Willems werd om tussenkomst gevraagd. [195]
Op 30-9-1610 maakt Aeffgen Jans van der Stock, weduwe van Dirck Willems Vastrick, maakt haar testament. Zij vermaakt legaten aan: -de kinderen van Grietgen Ockers, haar zuster, en Claes Henricx Pieck -de kinderen van Annitgen Eeuwouts van der Stock, dochter van haar broer, en Franchoys Spiering, -Thoenis Willems Vastrick te Amersfoort, -Dirck Gerrits, nu winckelknecht van Willem Dominicus Vastinck, -Gerritgen Gheerlofs, vrouw van Henrick Reyniers, te Goude, -Jan Joachims, -Grietgen, -Lijbeth Dircx en Beatrijs Adriaens, wonend in het Mennonijtenhuis, -de 2 kinderen van Herman de Keuckelaer en Maritgen Adriaens za. -Jan Reyers Quijstgoet, wonend in de Lombertstraet, -Grietgen Eeuwouts, dochter van Eeuwout Jans van der Stock, haar broer, -Eeuwout Jans van der Stock -Haduwij Vassten -de kinderen van meester Pieter van der Stock, haar broers zoon za., -Sijmon Ockers, zoon van haar zuster, Neeltgen Jans van der Stock, -Eeuwout Ghoessens van der Stock, haar broers zoon, -Henrick Eeuwouts van der Stock, zoon van Eeuwout Goessens van der Stock. [196]
Op 21-6-1633 machtigt Annetgen Cornelisdr van Souburch, weduwe van Jan Symons Pesser, mede namens Dirck Symons Pesser als mede-erfgenaam van Dirck Willems Vastrick en Aeffgen Jansdr, Andries Soury, out-schepen, om aan Juliana van Oldenbarnevelt, laatst weduwe van mr. Lieven de With, te transporteren het huis waarin zij woont op de Botersloot aan de oostzijde genaamd de Achterwech. Het huis is door Juliana van Oldenbarnevelt gekocht van de erflaters. [197]
59112. JAN VAN DAEL, tr. vóór 1544
59113. HAESGEN NN.
Op 13-7-1541 lenen Els van Daell met haar momber Evert Jansoen, van Geryt van Daell en zijn wijf Geertgen, acht hollandse guldens ten behoeve van haar onmondig kind,, met als onderpand: waarvoor Geryt en zijn wijf een hof gelegen op de Camp (Kamp) bij de Pot zonder pacht zullen gebruiken tot Henrick van Daels mondige dagen toe of zij krijgen alle recht en toezeggen, belend aan de ene zijde: de Pot, aan de andere zijde: Evert Lubbertsoen. Genoemde Henrick zal aan het einde van zijn onmondige dagen de gelden vestigen die zijn hoeder Geryt met zijn huisvrouw of de acht gulden teruggeven. Genoemde Geryt met zijn wijf zullen die acht gulden mogen verhalen aan alle goed dat Els heeft of verkrijgt in het gerecht van Amersfoort. [198]
Op 20-3-1542 verkopen Alert Goesensoen en zijn wijf Mery, Dirck Aeltsoen en zijn wijf Geertruyt, aan Gheryt van Daell ten behoeve van het Tymmerlude gilde, tegoedschelding van twee enkelen guldens van 28 hollandse stuivers die zij jaarlijks hebben uit het goed van Cornelis Vos Dircksoen en zijn wijf Agnyes. In de marge: Deze rente heeft Cornelis Vos Dircxzoen afgelost en dit is na opdracht van Aert van Moertselaer, busmeyster, hier aangetekend op 3-2-1549. [199]
Op 8-2-1544 verkopen Agnyes Daem Coppenzoen dochter met haar momber, aan Geryt van Daell en zijn wijf Geertruyt, tegoedschelding van een halve hof en hofstede gelegen in Dirck de Coninx Camp belend aan de ene zijde: De Pot, aan de andere zijde: Evert Lubbertsoen. Mede kwam voor ons Willam Ammelsoen als rentmeyster van Onser Lyven Vrouwen Cape en verpachtte Geryt en Geertruyt deze hof en hofstede tot de eerste brand toe voor de helft van zes pont vijf schellingen, jaarlijks te betalen op Martini hyemalis secundum antiquum consuetudinem. [200]
Op 8-2-1544 hebben Geryt van Dael en zijn wijf Geertgen verklaard, dat zij Agnyes Daem Coppensoendochter vrijen zullen van 9 gouden guldens die Evert Henricksoen erfgenamen jaarlijks hebben uit het goed van Jan van Dael en zijn wijf Haesgen. Als genoemde Agnyes ooit enige hinder of schade kreeg, dan zal zij de schade altijd mogen verhalen aan het goed van Geryt en zijn wijf. [201]
Op 28-7-1551 transporteerden Geryt van Dael en Geertruyt zyn wyff een huizinge en hofstede, gelegen in de Vypoort te Amersfoort, aan Peter van Dam, terwijl laatstgenoemde dien dag het laatstbedoelde huis met nog een hof, gelegen "aen de pot" weer terug-transporteerde aan G. van Dael en zijne vrouw. [202]
Op 13-6-1607 verkopen Jan Gerritsz van Dael voor hemzelf en voor de kinderen van Aeltgen zijn overleden vrouw, aan Job Jacobsz en Leijsabet zijn vrouw, huis, hof en hofstede met schuur daarcahter en de rechten op de gemeenschappelijke steeg op Bloemendaal, geruimd na de dood van Frans Offelaet belend aan de ene zijde: noord: de erfgenamen van zaliger Albert Reijersz, aan de andere zijde: zuid: de weduwe van Peter Thoeniss, aan de andere zijde: voor: de openbare weg, aan de andere zijde: achter: de erfgenamen van Henrick Jansz. Op last van 19 stuivers, 8 penningen per jaar aan erfrente vaan Wouter van Bijlers erven; 3 gulden per jaar aan de melaatsen; 2 gulden, 16 stuivers aan 't Weversgilde per jaar. In margine: Waltheraet van Wael, weduwe van Wouter van Bijler, verklaart van Job Jacobsz de schuldsom ontvangen te hebben. Akte 9-2-1611 [203]
Op 10-7-1607 verkoopt Jan van Dael, aan Hillitgen, weduwe van Peter van Dael, 1) een huis in de kamperbinnenpoort, belend aan de ene zijde: de rederijkerskamer, andere zijde de Poth, op last van 14 stuivers per jaar aan Aeltgen Gerrits 2) een hof in de Zochstraat, belend aan de ene zijde: een openbare weg, andere zijde Marritgen Hillebrants, op last van 5 stuivers per jaar aan de Onze Lieve Vrouwekapel. [204]
Op 21-7-1607 leent Hillegondt Pouwerls, weduwe van Peter van Dael, met Rijck Both haar voogd, van Mr. Jacob de Gouda, kanunnik van St. Pieter te Utrecht, 500 gulden, met als onderpand 1) een huis aan de Kamperbinnenpoort op last van 14 stuivers per jaar aan Aeltgen Gerrits, 2) een huis aan de Poth, op last van 5 stuivers per jaar aan de Lieve Vrouwekapel. In de marge: Johan van Ingen, notaris, voor Mr. Jacob de Gouda, kanunnik van St. Pieter te Utrecht die voor Henrick Buisch, notaris te Utrecht, verklaart de schuldsom van Doctor Joannes van Dijck zijnde 385 gulden, van Bart Willems 115 gulden, ontvangen te hebben. Akte 20-7-1635 [205]
Op 25-8-1606 verkopen Hillitgen Pouwels, weduwe van Peter van Dael met Rijck Bosch haar momber, Huijbert van Dael als momber over de kinderen van genoemde Peter van Dael en voor Jan van Dael zijn mede-momber, aan Cornelis Vos en Jannitgen zijn vrouw, huis, hof en hofstede in de Langestraat belend aan de ene zijde: Wouter Buijs Claesz, aan de andere zijde: de weduwe van zaliger Henrick Coninck. Op last van 300 Carolus gulden aan Jan van der Burch; 100 gulden aan Peter Herbertsz; 300 gulden aan Cornelis de Ruijter te Utrecht; 300 gulden aan Mr. Louwrus Botter [206]
Op 21-7-1607 leent Hillegondt Pouwerls, weduwe van Peter van Dael, met Rijck Both haar voogd, van Mr. Jacob de Gouda, kanunnik van St. Pieter te Utrecht, 500 gulden, met als onderpand 1) een huis aan de Kamperbinnenpoort op last van 14 stuivers per jaar aan Aeltgen Gerrits, 2) een huis aan de Poth, op last van 5 stuivers per jaar aan de Lieve Vrouwekapel. In de marge: Johan van Ingen, notaris, voor Mr. Jacob de Gouda, kanunnik van St. Pieter te Utrecht die voor Henrick Buisch, notaris te Utrecht, verklaart de schuldsom van Doctor Joannes van Dijck zijnde 385 gulden, van Bart Willems 115 gulden, ontvangen te hebben. Akte 20-7-1635 [207]
Op 22-8-1609 leent Hillitgen Pouwels, weudwe van Peter van Dale, met Rijck Bosch haar momber, van Jorden van der Maeth en zijn erven, 400 gulden, met als onderpand: 1) een huis in de Kamperbinnenpoort belend aan de ene zijde: de Stadssingel de andere zijde Armen de Pot, 2) een hof in de Zochstraat, de ene zijde de Retoricamer, aan de andere zijde: Marritgen Hillebrants. In margine: Willem van Grooteloo en Jonker Adriaen van Cuijlen van Nievelt, dispencer van Armen de Poth, erfgenaam van Jorden van der Maat, verklaart van Woutertgen Neuijen, weduwe van doctor Johan van Dijck de schuldsom ontvangen te hebben. Akte 16-9-1639 [208]
Op 1-7-1611 verkoopt Hilletgen Pauwels, weduwe van zaliger Peter van Dael met Henr. van Rijn hare gecozen momber in desen, aan Claes Jansz en de Claesgen Brants zin huijsfrouw, zekere hof gelegen aan de Potstraet strekkende voor van de stad tot achter aan St. Anne bomgaert belend aan de ene zijde: die Poth, aan de andere zijde: Maria Hillebrants. Op laste van 5 stuivers jaerlijks competerende O.L. Vrouwe cappel. [209]
Op 21-3-1614 verkoopt Hillitgen Bentvelsdr (sic!), weduwe van zal: Peter van Dael met Hendrick van Rijn hare gecoren momber, aan Maes Sijmonsz en Jannitgen zijn vrouw, een huis staande in de Camperbinnenpoort belend aan de ene zijde: de camer van van Rijn en de stadsgracht, aan de andere zijde: de gemeene straat. Op laste van 400 gulden hoofdsom waarvan jaarlijks rente betaald wordt aan Jorden van der Maath 6 gulden. [210]
Op 2-2-1619 verkoopt Goort van Isendoorn als curator van de desolate boedel van Claes van Dael en zijn vrouw Geertgen Cornelis, aan Maes Petersz, een last van 800 gulden hoofdsom, gevestigd t.b.v. Wieger van Moerendael, Peecken Smit Peters te Utrecht ? met als onderpand een huis aan het St. Janskerkhof, belend aan de ene zijde: Anne Jans, aan de andere zijde: de erfgenamen van Jan Nagel. [211]
Op 27-7-1596 verkopen IJtgen Wouters, weduwe van Cornelis Gerritsz met Evert Verschuijr haar momber, Wouter Cornelisz haar zoon, Jan Coeninck als momber van Swaentgen Peter van Dael, verwekt bij Swaentgen Cornelis, aan Elias van Wede en zijn erven, 1) huis, hof en hofstede op de Kortegracht en 't kwartier van de Langestraat, 2) twee huisjes achter voorschreven huis met al wat aard- en nagelvast is belend aan de ene zijde: Jan van Westrenen, aan de andere zijde: Lamberich van Sijll. [212]
Op 23-1-1612 verkopen Thonis Henricsz, veerman, voor zichzelf en zich sterkmakende voor Anna zijn huisvrouw, aan Claes van Dael en Geertgen zijn huisvrouw, het achterste deel van een hoff daar Rijck Jacobsz het voorste deel competerende is gelegen buiten de Camppoort en de Koecamp belend aan de ene zijde: Jan van Dael, aan de andere zijde: de erfgenamen van Bartholomeus Rijcksz. [213]
Op 1-3-1612 verkopen Claes Jansz van Dael, kistemaker en borger te Amersfoort, voor zichzelf en de als man en voogd van zijn huisvrouw waar hij blijkende ... hij heeft en bekenden zij comparanten op 20 augustus 1609 gepasserd te hebben, aan Eerw. heer en meester Wieger van Moerendael, deken van de kerk van St. Peters in Utrecht, zekere koopmansbrief van 25 gulden rente jaarlijkse losrente van een hoofdsom van 400 gulden, nog dezelfden koopmansbrief bekende comparanten van Mr. Wilger van Moerendael ontvangen te hebben 400 gulden in goed gangbaar geld. Comparanten stelden tot speciale hypotheek en de onderpand van beider hoofdsomme tesamen 800 gulden, huis, hofstede van voren en tot achteren gelegen op hoek van de Sint Jansstraat en voorts alle andere goederen, wezend en ontverend tegenwoordig en toecomend. In margine: Compareerde etc. Neeltgen Thonis, huisvrouw van Looch Woutersz als passicderende 't hypotheek inde voorsz plechte geneert en de verthoond zo de principalen brijeff vande voorz. plechte geschreven in franstijn (?) en de gecanceleerd daerop in dorso stont "quitantie" volgens welcke Swilligen van Morendael bekende van de hoofdsomme van achthonderd gulden met de verlopen renthen in de plechte gervert aen sijner handen afgelost en voldaan te zijn ende concentereen in de cassatie van selve wes ende de voorz. ... gedateerd den 8e gebruarij dezes jare. Actum de 8e nov. 1619. Actum ter presentie van Isendoorn Lt,schout, Surckensteijn en dr. Cothenberch, schepenen. [214]
Op 30-9-1613 verkopen Claess van Dael ende Geertgen zijn huisvrouw, aan Rijck Jacobsz Heelten ende Weijmtgen zijn husivrouw, zekere hoofgens gelegen buiten de Kamppoort belend aan de ene zijde: Jan van Dael, aan de andere zijde: de kinderen van Aert Bartholomeusz. [215]
Op 29-11-1613 lenen Claes van Dael ende Geertgen zijn huisvrouw, van Aert Louwen en de Haesgen weduwe van zal: Willem Jansz, een losrente van achtijen gulden en vijftijen stuiver jaarlijks van twintig stuiver per stuk over een hoofdsom van drie honderd gld., met als onderpand: het huis door haar selven bewoond, staende in de Sint Jansstraat, belend aan de ene zijde: het huis Anna Jans, aan de andere zijde: het husi van de erfgenamen van zal: Jan Nagel. [216]
59268. CORNELIS PIETERSZ (alias de Soos), parentatie niet bewezen,
woont te Gouda (1567).
Verlijboek van Gouda d.d. 3-1-1567 (1557?):[217]
"Compareerde Cornelis Ps. alias de Soos, ende heeft tot vorder ypoteecque gestelt zijn enthuys daer hy tegenwoordich op woont gecomen van Wm Hendrickssz Omme off de huysinge gecomen van Claes Vercoel bevonden mochte werden nyet goet genouch voor zeeckere custingbrieff verleden by Claes Vercoel voorsz dien hy comparant tzyn Laste genomen heeft, Te betaelen elcke termyn alreheiligen, en mits desz den dag geprolongeert wert elcke termyn van betaelinge paesschen."
62568. EVERT WILLEMSZ VAN VOORST, geb. vóór ca. 1490, ovl. 1576, ouderman (1509) en raad (1512) te Utrecht,[219]
tr. vóór ca. 1520[220]
62569. AELTGEN VAN VELPEN, tr. 2o WILLEM BARENTSZ BEVERDINCK.
"Isser geweest eenen Evert van Voorst, dewelcke scheynt een iverich en voornaem borger geweest te syn, of dese sy geweest de vader van Teunis Evertsz van Voorst onse bekende grootvader en kan ik niet vast seggen, dan mene waarachtich te syn dat dese aen ons geslacht aennex is, om dat ik meermaels van peetvaders za: heb hoeren seggen waarvan ik goede geheugenis heb met hen gaende tot Cornelis Petersz van Swaenenburch en daar haelende de duytsch historie van Holtentius, de metib. Ultrajectinorum de welcke in quaet duyts overgeset ik hem geheel heb moeten lesen, en hy indigneren(de) dat daar in Van Voorst vergeten was, den welcken ik naemaels by Bommelium gevonden hebbe." [221]
| COMMENTAAR(¥) [230] Een Hendrick Jansz van Ratingen, lakenkooper en burger te Utrecht, is blijkbaar gehuwd (vóór ca. 1575) met NN van Broeckhuijsen of NN van Mauderingh waaruit een dr. Jannichgen Hendrickxen tr. Utrecht 13-11-1594 met Jacob Woutersz Lieftinck. |
63570. JACOB GHYSBERTSSOEN.
62584. WILLEM VAN VOORST, geb. ca. 1470, ovl. 1519 [237]
of ovl. 1525, beg Utrecht St. Janskerk,[238]
ouderman (1514) en raad (1511) te Utrecht,[239]
woonde in St. Joost achter het Vleyshuys,[240]
tr.[241]
62585. JOOSTGEN WILLEMS VAN VELPEN, geb. ca. 1475, ovl. 1566, "sij leefden noch nae Haer mans doot anno 1525 als blijct
bij seeckeren erffpachtsbrieff van het capittel van St. Jan".[242]
| COMMENTAAR(¥) Volgens Ref. [250] is deze Beernt een zoon uit het huwelijk (van Voorst-van Velpen) en dus identiek met de hieronder sub f genoemde Beernt. |
62586. SANDER HENDRIKSZ VAN RODENBURCH, tr.[259]
62587. CLAESSGEN HENRICKS.
| Referenties Kwartierstaat Lapikás --- Generatie 16 ( 259 refs.) Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld. |
||
|
|
|
Back to the genealogy page |
contents |
Go to the index |
generation 17 |
generation 15 |
Directly go to generation : 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 |