This page was last updated : 170914.
File size is: 1392 k.
Kwartierstaat Van Schothorst
Generatie 11
NB Het symbool voor een kwartiernummer leidt naar de vader en/of moeder
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Kwartierstaat Van Schothorst,
version 10.2,
Muiden, 2016.
© Copyright 2017 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Kwartierstaat Van Schothorst Gen. nr. 11

1024. HENDRICK REIJERSEN (ONTHEIJN, VAN BITTERSCHOTTEN), ovl. na 4-1-1635[1], woont op Callenbroek (1635).

Register van overleden keurmedigen van de Kelnarij van Putten :[2] 1614 : "Obierat nullo ita pridem (niet zo lang geleden overleden) in pago Woenbergh (Woudenberg) Diocaesis Traiectensis Aelt Reijers Ontheijn filius Anthoniae Willmsen colonae qoundam in bono Bitterschotten, cuius cormedam redemit Henrich Reijnerzen Ontheijn 28 fl. Holl. intercedente et mediante Everhardo Schrasser. Nota scribes pro cormedam 26,5 gld. qua 1,5 gld. insumpti, pro vino, quando e meo confre redemire cormedam. Reliquit dictus Altetus (Aelt) frates Henrich supradictum item Jan et Willm Reijnersen Ontheinen. Item sorore Luitgen et Willmtgen Reijnersen Ontheinen. Nottandum porro qoud. 16 (Junij 1626) Obierat op Kleen Bitterschotten Henrich Reijnersen et solvi filii ipsius pro censu Capitali 2 gld. 10 stb. et pro equa traxerem vendita, accepti 26 gld. unde familia habet 30 stb.
VERTALEN

1026. OTTO JOCHEMS, zn. van Jochim Otten, van Barneveld (1630), op Burgstede onder Barneveld (1632), landbouwer,[5] tr. 1o vóór ca. 1610[6] NN, otr. 2o Barneveld geref. 15-8-1630[7]

1027. BAA(R)TJE JANS, geb. vóór ca. 1610, dr. van Jan Wulfersen, van Barneveld (1630).

Is hij mogelijk Ott Joachimsz, zn. van Joachim Otten, pachter van Groot Haversteeg te Manen (1575), die als gevolmachtigde optreedt van zijn zwagers Henrick Jansz, Dirrick Cornelisz, Evert Aersz en wijlen Goert Gerritsz i.v.m. de nagelaten goederen van wijlen Jacob Joachimsz (zijn broer?)[8] [9]

1028. TOENIS WILLEMSEN VAN LUNTEREN?,[11] parentatie niet bewezen.

1030. HENDRIK WILLEMS, renunciatie van het halve herengoed De Vaerst te Barneveld 8-6-1616.[13]

1040. GERRIT GOOSSENS (TOT VELTHUIJZEN) (VAN DE WETERING?[14], landbouwer [15] te Veldhuizen bij Ede (1624) [16] , had tot 1614 een wei aan de Slunderstege te Ede (Velthuijzen).[17]

1048. AELBERT HENDRICKSZ VAN RAVENHORST, geb. Lunteren ca. 1590, tr. Scherpenzeel 13-2-1614[21]

1049. WILLEMIJNTJE CORNELISZ WILDEMANS, geb. Scherpenzeel ca. 1590.

1080. WOUTER HENRICKZ, geb. Ede (Doesburg) ca 1620[23], ovl. Ede, landbouwer, krijgt op 14-1-1643 investituur voor het herengoed "Beterum" te Ede, daarna oprukking op 20-1-1649 en 10-10-1655 [24].

vul aan HV 1/5

1082. JAN HENDRIKS HAALBOOM, geb. ca. 1600-1610, ovl. 1674 [28], tr. 1646 (huw. voorw. 28-2-1646)

1083. GEURTIE CORNELISSE (volgens Ref. [29] Evertje Cornelisse), ovl. na 1666. Zij erven het herengoed Haelboom van zijn vader en zijn eigenaars (1632-1674). Zij erven het herengoed Den Bruggen van haar moeder, en zijn eigenaars.(1666-1683?).

Het herengoed Haelboom te Bennekom in het Dorp:[30]
9-3-1598 Jelis Haelboom oprukking.
19-4-1610 Jelis Haelboom oprukking, tevens afdracht van holthouwing, op verzoek van zijn zoon Henrick Jeliss Haelboom. N.B. Gelost een half mld. rogge jaarlijks van Grijet Gerrit Jansz dochter.
19-5-1610 Jelis Haelboem consent voor houthouwing (29-4-1611).
4-2-1615 Henrick Jelisz Haelboem consent voor houthouwing (24-4-1615).
15-3-1617 Jelis Haelboem oprukking. N.B. Heeft ingelost van Lubbert Custers 6 schepel.
21-11-1623 Jelis Haelboom, oprukking.
20-11-1624 Henrick Jelissen (Haelboem), investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader. N.B. Heeft de 3/25 delen van Jan Reijnen ingelost.
15-1-1625 Henrick Jelissen consent houthouwing.
7-4-1632 Jan Henricks, investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Henrick Jelis Haelboom.
12-5-1638 Jan Hendricxen Haelboom oprukking.
3-11-1638 Sir Henrij Herbert, Ridder en Colonel van een regiment Engelschen, krijgt transport na overdracht door Johan Henrics Haelboom, van enige percelen te weten de Driest mitten Heijligenberch en Clootgen groot vier molder, dat heggestuck en noch een acker achter die hegh streckende op die Wildgraeff groot een molder geseijs, welken tot een bijzondere zaalweer worden opgedragen.
12-1-1639 De percelen die tot een bijzondere zaalweer zijn opgedragen, zijn gevrijd en tot een tynsgoed gemaakt.
3-6-1644 Jan Henricxen Haelboom oprukking (16-5-1651, 18-10-1658, 23-4-1664, 25-6-1670).
13-6-1646 Jan Henricx Haelboom approbatie van huwelijksvoorwaarden d.d. 28-2-1646.
30-12-1674 Henrick Janss Haelboom investiture en oprukking (16-2-1683).
25-3-1693 Metien Wouters, weduwe van Henrick Jansen Haelboom, oprukking.
5-3-1701 Metjen Wouters, weduwe van Hendrick Haelboom, consent voor het houwen van bomen.
9-6-1703 Jan Haelboom consent voor h et houwen van bomen.
28-6-1710 Metje Wouters oprukking.
11-3-1719 Jan Haelboom consent voor het houwen van bomen.
26-11-1720 Gerrit Haelboom, weduwnaar van Stijntje Roest, approbatie voor een verpanding aan: Derck Woutersen van Eck co Neeltje Haelboom en Evert Gosens x Geertje Haelboom, van het herengoed.
18-7-1722 Jan Haelboom, investiture en oprukking, als erfgenaam van zijn vader Hendrik Haelboom.
25-8-1739 Johanna Haelboom x Aert Buijtenhuijs, approbatie van een testamentaire dispositie in haar vijfde part. Zij legateert de helft aan de kerk van Ede en de andere helft aan de Armen van Ede.
3-4-1743 Jan Haelboom oprukking.
20-3-1753 Jan Haelboom consent tot het houwen van bomen (07-12-1754).
12-2-1757 Hendrik Haalboom, investiture en oprukking, als erfgenaam van zijn vader Jan Haalboom.
9-4-1757 Hendrik Haalboom consent voor het houwen van bomen (22-12-1759, 16-5-1766, 7-2-1767).
9-6-1780 Geurtie Haalboom approbatie van een besloten testament.
22-3-1790 Gerrit Hendrix Haalboom, investiture en oprukking, als erfgenaam van zijn vader Hendrik Haalboom.
Het herengoed Den Bruggen te Ede in het buurtschap Manen:[31]
N.B. Bijzondere zaalweer, afgesplitst van 8, in 1721 Griet Jochumsgoed genaamd.
13-4-1627 Gerrit Gerrits Butseler oprukking voor een bijzondere zaalweer - ingevolge gemaakte afspraken - na transport door Nicolaes Jans x Reijntgen Wolters zijnde 'Huis, hof gen. Den Bruggen, groot omtrent drie sch. gezaais, ende het Horskampken gelegen aende Maenderdijck'.
13-4-1627 Grietgen Goert Jochems oprukking na transport door Gerrit Gerritssen (06-10-1630, 8-10-1642, 18-11-1648, 12-4-1656, 5-11-1662).
12-10-1666 Geurtie Cornelisse x Jan Hendricks Haalboom investiture en oprukking als erfgename van haar moeder, Grietje Geurt Jochems dr. omtrent een jaar geleden overleden.
17-5-1683 Roetert Haelboom investiture en oprukking, het is hem aangekomen bij deling tussen hem en zijn broeders, vorige eigenaar was zijn broeder Hendric Haelboom.
4-1-1698 Roetert Haalboom oprukking (13-12-1704).
30-4-1721 Roetert Haelboom oprukking.
13-12-1721 Jan Hendriksen van Gellikenhorst x Elbertje Jochems van Manen, approbatie van een wederzijdse lijftucht, ingevolge huwelijksvoorwaarden d.d. 19-12-1716 (in hun gedeelte).
14-10-1730 Hendrick Haalboom oprukking (05-4-1741, 1-11-1751).
26-2-1757 Geurtje Haalboom investiture en oprukking als enige zuster en erfgename van haar broer Hendrik Haalboom.
15-12-1770 Geertje Haalboom oprukking.
11-12-1781 Hendrik Evers c.s. investiture en oprukking als erfgenaam van Geurtje Haalboom, ingevolge test. van 6-6-1780.
11-12-1781 Egbert Jansen investiture en oprukking na transport door Hendrik Evers, mede namens de andere erfgename van Geurtje Haalboom.
22-12-1787 Egbert Janssen oprukking.
In 1647 neemt Jan Hendriks Haalboom een obligatie van ƒ 100,-- over van zijn zuster Gerritgen ten laste van Roetert Jansen en Rijckien Alberts. Deze worden door de raden van het vorstendom Gelre en het graafschap Zutphen gelast kapitaal en interest onmiddellijk te betalen. Er gebeurt niets, waarmee Jan het recht krijgt om andere gerechtelijke stappen te ondernemen [32].

1084. AERT GEURTS (GERRITS) VAN BUTSELER, ovl. na 1654?[64]) landbouwer[65], wonend op Huyckenhorst in Barneveld (1675), mogelijk ook op Boetseler,[66] otr. Barneveld geref. feb. 1632[67]

1085. JANNETJE GERRITSEN VAN SCHARRENBURG(¥), dr. van Gerrit Wouters, van Scharrenburg tot Lunteren (1632).

COMMENTAAR(¥) Volgens Ref. [68] hertr. zij in 1652. Deze inschrijving luidt echter:
Evert Everts, wednr. van Evert[69] Heijmen, tot Harsseler, otr./tr. Barneveld 22-2/17-3-1652 Jannetje Gerrits, dr. van Gerrit Wouters, op Scharrenborch onder Lunteren.
Er staat niet bij dat zij weduwe is.

Zoek op VG 24(1999)42-63 en 25(2000)270. Wellicht is Aerts Geurts een zn. van Gerrit Reijers van Butseler.

1112. EGBERT CRUIMER, ovl. vóór 1610, tr.[75]

1113. LUITTE STEVENS.

1116. JAN PETERS HISSINCK, geb. ca. 1600, ovl. verm. Voorst,[78] woont te Voorst.

1120. WOLTER JANS, geb. ca 1580, ovl. na 1620-1637[80], eigenaar van 'Den Pass' of 'Egbert van Ordensgoed' (investiture op 29-10-1608) en van 'Ritbroeck'/'Ritbergh' (investiture op 29-10-1608),[81] tr. vóór 1600;(¥)

1121. WOUTERTJE LUBBERTS, geb. ca. 1575, ovl. na 1626.

COMMENTAAR(¥) ZOEK OP Arch. Rekenkr. 1551/310, 1551/311.
vul aan VWG

Op 30-10-1620 verkrijgt Wolter Janss "afdracht van misbruick voor ses jaeren opruckingen van seecker vrij herengoet in den Ampte van Apeldoorn und Buerschap Orden" [82].

Omstreeks 1624 verpacht Wolter Jans een goet "Homoet" in zijn herengoed "De Pas" in Orden aan Thiman Jacobs om er een papiermolentje op te timmeren, aangezien "een waterken vuydt idt selve goedt sijnen oorspronck was hebben". Drie jaarlater blijkt deze z.g. Ordermolen inderdaad gebouwd te zijn als Tymen Jacobsz er 5 pond waterpacht voor moet geven [83].

Op 1-7-1626 verkrijgt Wolter Janss prolongatie van "ses jaeren opruckinge van 2 Heerengoederen beide gelegen te Apeldoorn in de Buerschap Orden, te weten Den Pas en Ritbergh" [84].

In 1632 verkrijgt Wolter Janss afdracht van "seecker Heerengoet in den Ampte Barneveld, Buerschap Essen, seecker Heerengoet Hergelpraeten uit een Heerengoet Bart Stevens gent. in den Ampt Barneveld ende Buerschap Essen" [85].

vul aan HV 4/631 en 4/640.

1132. =560. CORNELIS WOLTERS (VAN ASSELT/GOUDKUIJL).

1133. =561. LYSKEN ROELOFS.

1134. JAN BREUNIS.

1152. HENDRIK BERENTS (VAN ULSEN), geb. ca. 1635, ovl. 1671-1680, voor het eerst vermeld als Henrik Berents in het boterpachtregister van Vriezenveen 1671,[99] tr. vóór ca. 1660

1153. NN, wordt in 1680 en 1681 in de boterpachtregisters genoemd als de weduwe van Henrik van Ulsen (in 1680 wordt haar de boterpachtverplichting kwijt gescholden "om Godes wille").[100]

In het boterpachtregister van Vriezenveen 1682 luidt de vermelding: "wede. Henr. Berents of Berent Henrix". Deze laatste is dus kennelijk haar zoon.[101]

1154. BERENT CLAASSEN SNIJDER (SNIEDER), geb. ca. 1620, ovl. Vriezenveen na 1683, had een erf van een halve akker aan het Oosteinde van Vriezenveen, wordt voor het eerst in het boterpachtregister Vriezenveen van 1678 genoemd (de naam staat vermeld in plaats van de doorgestreepte naam "de erfgenamen van Jan Heineman", is wellicht kleermaker.[103]

1220. GIJSBERT DERCKSEN("VAN DEN TOP")[105](¥), woont op de Kleine Top,[106] als Gijsbert Dircksen op den Top geref. lidmaat te Kootwijk 1644, tr. vóór ca. 1630[107]

1221. GRIETE JANSEN.

COMMENTAAR(¥) niet Gijsbert Stevens, zn. van Steven Evers, wonend op Zatterbroek onder Lunteren, tr. Kootwijk 13-6-1640 [108] Aaltje Gerrits, dr. van Gerrit Jans wonend op de Top. Zie Pub. VG. ...

Op 25-10-1735 comparereen de samentlijke erffgenaemen van wijlen Reijer Gijsbertsen van den Top, met naemen
Cnelis Gijsbertsen soon van Trijntjen Derks, die een dogter was van Derk Gijsbertsen, met sijn huysvrouw Grietje Philipsen, voor de eerste staek.
Voorts Jan Stevensen Rickbroek en sijn vrouw Aeltjen Hendriks doghter van Nennetje Beerts zijnde geweest een doghter van Beernt Gijsbertsen, voor de tweede staek.
Wijders Gijsbert Jansen x Willemtjen Jacobs, Geurt Jansen x Engeltjen Sanders en Harmen Ernsten met sijn vrou Jannetjen Elissen, doghter van Trijntje Jans, kinderen van Jan Gijsbertsen, voor de derde staek.
Alsmede Gijsbert Otten, Wouter Otten, Jan Jansen Mulder x Aeltjen Otten, Aert Jacobsen x Grietjen Otten en Jan Claessen x Beertjen Otten, kinderen van Oth Gijsbertsen, voor de vierde staek.
Vervolgens Gijsbert Geursen voor hem selfs en voor de drie kinderen van wijlen sijn broer Jan Geursen, genaemt Geurt Janssen, Merritje Jansen en Steventje Jans, neffens Geurt Woutersen voor hem selfs en voor sijn broer Tijmen Woutersen, Dirk Cornelissen x Merritje Wouters, Wouter Woutersen, Jorden Woutersen en Gijsbert Woutersen kinderen van Wouter Geurtsen, welke alle kinderen geweest zijn van Geurt Gijsbertsen, voor de vijfde staek.
En laestelijk Hendrik Jacobsen en Geurt Jacobsen neffens Sweer Arissen x Trijntje Jacobs, kinderen van Merritje Gijsberts, voor de sesde staek.
Zij alle te saemen en ieder voor haere hereditaire portien hebben vercoft en alnu getransporteert aen Dub Jacobsen x Beertjen Jans vier tiende parten, aan Jan Carel Lugtigh x Willemina van den Ham twee tiende parten, aan Hendrik Gerritsen van Heerd x Evertjen van Estvelt insgelijks twee tiende parten en aen Gerard van de Vliert en Aelt van de Vliert met haere respective huysvrouwen ieder een. zijnde de twee resterende tiende parten, van 't erff en goed den Top daer Lambert Philipsen woont, gelegen in de buurschap 't Cootwijkerbroek, daer aen de eene kant het erve den Grooten Top, soo bij Reijer Jansen gebruykt word en aen de andere kant het goedje daer Gijsbert Jansen woont mede den Top genaemt, in dier voegen als het selve goed door Reijer Gijsbertsen stervende nagelaten en door desselfs weduwe Aertjen Derks tot haer dood toe in tught beseeten is, zijnde vrij allodiael deylbaer goed, niet belast edogh tientpligtig, doende jaerlijks in 't quoier van verpondinge vier gulden seventien stuyvers voor de coopspenningen van een duysent vijff hondert vijftigh gulden en elff stuyvers. Geerfden zijn Hendrik van Heerd, Jan van Wolfswinkel. [109]

1222. RIJCK WOUTERS, pachter van Stromansgoedt te Stroe (1659).

Op 26-1-1659 krijgt Rijck Wolters als erfgenaam van zijn vader Wolter Rijcks, investiture en oprukking van het Stromansgoedt te Stroe, groot twaalf mld gesaijs gnt. 't Olde landt, noch 3 mld gsaaija gnt. 't Nije landt. Und op die saelwehr staet een huijs van 5 gebont, berch, schuijrken ende schaepschot. Maer geen opgaende eijekenholt, heeft oeck mede sijne gerexhtigheijt in het Gardermalefeldt van een schaepatraij ende torf te meijen. Hij krijgt verder oprukking op 4-4-1663, 27-10-1670, 26-10-1676, 27-10-1665. Zijn zoon Wouter wordt op 7-4-1788 (Klopt dat wel, 1688?) genoemd als zijn erfgenaam. [116]

1248. AERT LUBBERTS DROST, ovl. 1619-1639;(¥) genoemd als bezitter van een herengoed te Nunspeet (1613-1619), tr. vóór ca. 1620

1249. MERRIJKEN JANSEN, ovl. 1631-1639.

COMMENTAAR(¥) vul aan VG 22(1997)246 e.v.

1252. WILLEM LAMBERTS (TOE WESTENDORP), ged. Epe 11-10-1607, ovl. Epe 1650-1658, kerkmester te Epe (1637-1650),[120] [121] erft het herengoed tot Westendorp van zijn vader 24-2-1632,[122] tr. Epe ca. 1630

1253. ANNIGJE HERMENS (TOE WESTENDORP),[123] [124] , ovl. na 1650.

vul aan HV 571
Een herengoed tot Westendorp: Op 24-2-1632 krijgt Willem Lamberts investiture en oprukking als erfgenaam van zijn vader Lambert Aerts. Tevens krijgt hij consent voor lijftuchting van zijn huisvrouw Enneken Hermens. [125]

1254. JACOB JANS VORSTELMAN, ged. Epe 27-5-1609 [127] , ovl. Epe 1668-1688[128] afkomstig uit Westendorp,[129] te Epe/Emsterenck,[130] tr. Epe voor 1638

1255. ELISABETH (LYSBETH) LAMBERTS BRUIJNIS (BROENISSEN), ged. Epe/Emsterenck geref. 13-7-1617[131], ovl. vóór 1680, tr. 1o voor 1636[132] JAN JACOBS (BOS), ged. Epe 30-4-1609, ovl. Epe voor 1639, zn. van Jacob Aelts.

Jacob en zijn vrouw bezaten de helft van een herengoed aan de Hegel, onder de Emster Enk. [133]
Op 22-9-1636 krijgt Jan Jacobs approbatie voor de lijftuchtiging van zijn huisvrouw Elisabeth Lamberts, in zijn halve herengoed aan de Emsterenk, buurtschap Hege, onder momberschap van haar oom Hendrick Jansen Broenis.[134]
vul aan HV 514 en 521, 554, 564

1260. = 1220. GIJSBERT DERCKSEN ("VAN DEN TOP").

1262. = 1222. RIJCK WOUTERS.

1264. MEIJNT (GOOSSENS).

Rechtzaak voor de bank Nijkerk, civiele rechtspraak, 1651[172] tussen Jan Bartolts en Trijntgen van Asselt contra Meynt Goossens. De kwestie handelde over de pacht van een huis en hof te Elspeet, die al 12 jaar niet door Meynt betaald zou zijn. In de bank van Barneveld 1653 wordt genoteerd dat Jan Bartols zo kwaad zou zijn geworden, dat hij met zijjn roer een schot hagel door Meynt's 'middeldeure' heeft afgevuurd. Meynt wil daar f 25 voor vangen wegens geleden schade. Is Meynt de vader van Helmert Meynten? Is Trijntgen van Asselt identiek met Catharina van Asselt, dr. van Helmert van Asselt en Jenne Hendrikcs.[173]

Wat is verder het verband met de volgende van Asselt's die voorkomen in de Schattingslijsten van het Ambt en Kerspel Apeldoorn i.v.m. vermogenbelasting[174] :

Helmert Aernts van Asselt, te Zoeren, 1598-1606, ƒ 1,--,

"Uitheemsen" :Derick van Asselt, 1620, Derick van Asselt de jonghe, 1621, 1 oortje

vul aan HV 4/682

1280. JAN VAN DER MEULEN, ovl. vóór 1629, woont in Den Haag op de Gevolde Gracht,[175] tr. vóór ca. 1620[176]

1281. ANNEKE SMULDERS, ovl. na 1648, testeert te Den Haag 18-1-1645,[177] tr. 2o Den Haag 21-10-1629[178] ROELOF HENDIKSZ ROONTOORN (ROEIJENTHOOREN, ROODENTOORN, ROONTOOREN), ovl. 1629-1645.

ONA 's-Gravenhage
Tekst nog opzoeken
Anneken Smulders, wed. van Jan van der Meulen, 4-10-1630, inv. nr. 24, f 155v, Nots. JvdL
Anneken Smulders, wed. van Roelant Hendricksz Roeijenthooren, test., 18-1-1645, inv. nr. 41, f 25, Nots. LK
Anneken Smulders, wed. van Roelant van Roodentoorn, 23-7-1647, inv. nr. 20, f 612, Nots. GvW
Anneken Smulders, wed. van Roelandt Roontooren, 20-10-1648, inv. nr. 205, f 85, Nots. GSvL

1282. JOOST JANSZ VAN DER ELST, ovl. 1642-1648, schoenmaker (1635, 1636), schoenverkoper, wonende op de Gracht (1635) te Den Haag (1636), woont in Den Haag op de Gevolde Gracht,[180] mr. schoenmaker, vermeld 1635-1642, wonend in de Caterstraet aen de noortzijde betaalt klapwakersgeld (1642),[181] doopget. (1644), otr./tr. 2o Delft 5/20-1-1636 CATELIJNTGE GILLIS, ovl. 1668/69?, jongedochter wonend in de Vlamingstraat te Delft (1636), woonde later te Delft, tr. 1o voor 1615

1283. NEELKEN CORNELISDR VAN EMMERIK, ovl. vóór 1635.


Joost van der Elst, out schoenmaker op het Speuij aen de westzijde betaalt klapwakersgeld te 's-Gravenhage (1642).[182]
Joost van der Elst, schoenlapper in de Corte St. Jacobsstraet aen de oostzijde, betaalt klapwakersgeld te 's-Gravenhage (1642),[183]
Joost Jansz van der Elst, wonend in de Caterstraet aen de noortzijde betaalt klapwakersgeld (1642),[184]
ONA 's-Gravenhage
Tekst nog opzoeken

Joost van der Elst, schoenverkoper, wednr. van Neeltien Cornelis, wonende op de Gracht, 19-12-1635, inv. nr. 33, f 341, Nots. LK
Cathalijntken Joostendr van der Elst, en Jan Joosten van der Elst, zn. van Joost van der Elst, 19-12-1635, inv.nr. 33, f341, Nots. LR
Joost van der Elst, oude schoenmaker, get. 3-5-1635, inv. nr. 129, f 60v, Nots. JdV
Joost Jansz van der Elst, getuige, 9-9-1640, inv. nr. 14, f 174 en 116, Nots. GvT
Joost Jansz van der Elst, 24-3-1642, inv. nr. 39, f 88, Nots. LK
Joost van der Elst, 28-12-1642, inv. nr. 133, f 231v, Nots. DvSch
Joost Jansz van der Elst, sal. man van Cathalina Gillisdr, 19-7-1648?, inv. nr. 58, f 191, Nots. AvdD
Joost van der Elst zal. geh. met Catharina Gillis, 9-1-1661, inv. nr. 199, f 148,149,345,482, Nots. TS
Joost van der Elst zal., 31-1-1661, inv. nr. 562, f 246, 248, 260, Nots. CvdB
Joost Jansz van der Elst, 9=7-1664, inv. nr. 147, f 342, Nots. DvSch
Joost van der Elst zal. man van Catharijntge Gillis, 5-11-1667, inv. nr. 200, f 188, Nots. FSch
Joost van der Elst zal. man van Catharijntge Gillis, 30-7-1668, inv. nr. 200, f 246, Nots. FSch
Joost van Elst, get. 12-4-1669, inv. nr. 620, f 235v, Nots. JW
Joost van der Elst man van Catharina Gillis, beide zal. te Delft, 5-5-1669, inv. nr. 200, f 305, Nots. FSch
Joost Jans van der Elst, 22-10-1670, inv. nr. 582, f 89, Nots. PnP

Ongeplaatste Fragmenten Van der Elst

7-7-1588. Joost van der Elst van Dordt wordt poorter te Delft. [188]
Willem Jansz van der Elst begraven Naaldwijk 12-7-1661. Volgens akte recht.arch. Honsholredijk 12-1-1655 is de boedel van wijlen Leendert Pietersz 't Hert schuldig aan Willem Jansz van der Elst,waard in Torenburch, de somma van elf gulden voor verteerde kosten.[189]
Joost van der Elst, tr. Catharina Florisdr, dr. van Floris Willemszn en Heyltje Aertmuts wonende te Dordrecht.
    Uit dit huwelijk 4 kinderen :[190]
  • a. NN, tr. 1o Gijsbert Corneliszn van der Meulen, betaalt als Gijsbert van der Meulen, wonend in de Hogewoerd in de wijk Hogewoerd te Leiden, ƒ 10-- 200ste penning (1674),[191] en ƒ 0-3- Klein Familiegeld (1674),[192] tr. 2o Jacob van Dueren, wonende te Leiden (1686).

    Merkwaardig is, dat a. in de Leidse registers niet van der Elst heet, doch van Groenewegen, en haar vader Simon. Op 31 Augustus ondertrouwde nl. te Leiden Jacob van Duren, wednr. van Grietje Dielefs, wonende te Amsterdam, vergezeld van zijn halve broeder Hermanus Besiclc, wonende op de Heerengracht te Leiden, met Anna van Groenewegen, wed. van Gijsbert van der Meulen, wonende op de Hoogewoerd, vergezeld van hare schoonzusters Adriana en Helena van der Meulen. Op 10-9-1669 testeerden te Leiden voor notaris Carel Outerman: Gijsbert van der Meulen en Anna van Groenewegen, terwijl aldaar op 11-4-1665(68?) in ondertrouw gingen Gijsbert van der Meulen, lakenwerker, j.m. van Dordrecht, en Anna Simonsdr van Groenewegen, j.d. van Leiden, vergezeld van hare zuster Cornelia.
  • b. NN van der Elst, tr. Anthony van Biesheuvel, koopman te Dordrecht, leeft 1686.
  • c. Florentia van der Elst, leeft 1686.
  • d. NN van der Elst, met zijn vrouw in 1686 reeds overleden, terwijl toen leefden hun kinderen Hartman, Florentia en Catharina.

1284. CORNELIS HOOGENBOOM, parentatie niet bewezen, tr. mogelijk

1285. CATHARINA NN.

1300. MELCHIOR EDIGIELLE (YDICELLE), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1654, boratwerker (1624), huw. get. (1654), woont op de Beestemarckt (1654) te Leiden, tr. 1o voor 1623 MARIA HASART, ovl. Leiden 14-12-1623 (in de vrouwen betersael van het Gasthuis), wellicht dr. van Guillame Hasart, poorter van Leiden sept. 1582 als backer van Belle,[214] tr. 2o Leden geref. 8-3-1624

1301. LOUWERENSE BREYNE (BRAINE), geb. vóór ca. 1600, ovl. na 1650, woont op de Beestemarckt (1632), op de Nyeuwe Varckemarckt (1636), doopget. (1625..1650), tr. 1o voor 1618 GO(U)TIER (GONTIE(U)R, GAUTIE) MO(U)TON, ovl. 1622-1624, woont op de Oosterlingplaats (1618), doopget. (1620).

1303. LOUYSA (LOUYSGE) LE PAR/PER (LEPER, ook LE FEVRE!), geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1662, woont in de St. Aechtenstraet (1654..1662).


Fragmenten Le Per
Louysa le Par/Per (kw. nr. 1303) is mogelijk identiek met:
Loyse le Pierre, weduwe van Bernart Fovarcque, wonend in de Fockersteech (1636), otr. Leiden geref. 8-2-1636 (get. voor haar Mary Tronsau, haar nicht wonend in de Fockersteech, voor hem Franchoys Joly, haar bekende wonend in de Haerlemstraet bij de Fusteynhal, NB De geboden zijn geroyeerd, de bruid is nog geen 6 mnd weduwe) Gille Henry, weduwnaar van Baertgen Willemsdr, wonend in de Haerlemstraet bij de Fusteynhal (1636).
Daarmee is het waarschijnlijk dat zij verwant is aan een van de onderstaande naamgenoten Le Per. Dit is vooralsnog echter onbewezen.

Ia. Daniel de Per (le Paer), tr. Leiden Magdalena Plouie.

IIa. Jean le Per/Peer/Pair, ged. Waals Leiden 1-3-1607[215] kammer, woont op de Nieuwe Beestenmart (1626), otr. 1o voor 1622 Marie Favarcque, ovl. Leiden voor 1626. otr. 2o Leiden 10-6-1626 Pirrone de Halewijn, geb. Tourcoing, woont op de Nieuwe Beestenmart (1626).

    Uit zijn tweede huwelijk (le Per-de Halewijn):[218]
  • d. Marie le Per, ged. Waals Leiden 20-2-1627 (get. Jean de Lamay, André et Jeanne Catoire, Cathelyne de Beinne, moedersnaam niet vermeld), ovl. jong?
  • e. Marie le Per, ged. Waals Leiden 18-2-1628 (get. Pierre Halwijn, Jossen et Jeanette Halewijn).
  • f. Judith le Per, ged. Waals Leiden 22-7-1629 (get. Gillis Quase, Anthoine Desrousjeans, Marie de Halewijn, Marie Bonne), doopget. (1659..1666).
  • g. Pierre le Per, ged. Waals Leiden 29-9-1632 (get. Jean Six, Philippe del Planque, Jeanne Haluwijn, Sara Perevost).
  • h. Jeane/Johanna (Jannetje) le Pair/Perre, ovl. na 1695, huw. get. (1695), otr. Leiden Waals 1-3-1658 (get. Jacque Reijnen, sijn bekende, en haar moeder Ploon de Sulveryes (!?)) André Gelton, geb. Doornick, woonde in de Jan Vossensteegh en in het St. Aegtenhaer, drapier.
      Uit dit huwelijk:[219]
    • 1. Jeanne Gelton, ged. Waals Leiden 22-1-1659 (get. Francois le Roij, Jonathan de le Perre, Judith et Susanne le Per).
    • 2. Marie Gelton, ged. Waals Leiden 29-5-1661 (get. Abraham Dygel(¥), Francois Fuau, Jeanne le Perre et Marie Paieroij).

      COMMENTAAR(¥) Zou Abraham Dygel identiek zijn met Abraham Ediselle (kw. nr. 650)?
    • 3. André Andrész Gelton, ged. Waals Leiden 13-4-1664 (get. Pierre Copin, Francois Allart, Judith le Perre et Stevenette del Beecq).
    • 4. Judich Gelten/Gelton, ged. Waals Leiden 7-1-1666 (get. Simon Gelton, Judith le Perre), j.d. woonde in de Kruysstraet(1696) te Leiden, otr. Leiden 13-5-1695 (get. sijn bekende Pieter de Kin wonende aan de Maerepoort, en haar moeder Jannetje Lepeer) Evert Jansz van Ossenbrugge, geb. 's-Hertogenbosch, wednr. van Trijntje Jans van Koesvelt, woonde op de Grotemart (1696) te Leiden. Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 5. Jean Gelton, ged. Waals Leiden 5-5-1669 (get. Jean le Per, Michez (?) le Loir, Marqueritte le Per, Marie Wallij).
    • 6. Caterine Gelton, geb./ged. Waals Leiden 8/10-2-1672 (get. Anthoine le Pers et Johanna le Pers).
    • 7. Pierre Gelton, geb./ged. Waals Leiden 8/10-11-1675 (get. Jehan le Per, Marie Derveau, Jacqueline Francker).


en verder
Is er mogelijk verband met
Magdalena de (le) Per(re), tr. Leiden WK 4-9-1622 Jacques Joly.[220]
Esther le Per, otr. Leiden 1619 Jean Hennebo[221] [222]
Anne le Per, j.d. van Mark (F), geb. Marcq en Baroeul (F nord) tr. Leiden WK 24-7-1615 Jean du Pree, geb. Maquette bij Lille, baaiwerker.[223] [224]
Judith le Per ovl. voor okt. 1619, tr. verm Tourcoing (F nord) ca. 1610 Abraham du Pon geb. Wambrechies (F nord), fusteinreder.[225]
Michiel Per (Peer) van Keseneth (=Quesnoy sur Deulle) wordt poorter van Leiden 25-7-1590, get. Pieter Bats van Hoogstade en Christiaen Merleyn van St. Thomas. Hij is getuige bij andere poorterinschrijvingen in 1595 (dan is hij greinwerker), 1602 (dan is hij saaidrapier).[226]
Mary le Perre, geb. Wasquehal otr. 1o Leiden 1617 Pierre du Canno.[227]

1304. JACOB JORI(J)SZ VAN DE(R) KELDER(¥), geb. Leiden vóór ca. 1610, ovl. tussen 1675 en 11-10-1677,[228], fusteinvolder (1633), fusteinzwartverver (1652), schipper op Haerlem (1674, 1675), betaalt wonend op Nieuwmaren te Leiden, ƒ 0-4- Klein Familiegeld (1674),[229] doopget. (1627..1665), huw. get. (1664, 1675), treedt op als gemachtigde van zijn vader (1651), wonend op Nieuwmaren te Leiden (1663..1674), Langegraft (1675), otr. Leiden geref. 18-11-1633 (get. Pieter Arentsz van Kegelenberch, zijn oom, "de bruidegom heeft attestatie overgeleverd" (van Voorburg?))

1305. (E)LYS(A)BETH CLAESDR (VAN TOL), geb. Voorburg vóór ca. 1615, ovl. tussen 14-9-1674 en 11-10-1677, doopget. (1657, 1665), huw. get. wonend op de Langegraft (1669).

COMMENTAAR(¥) Is er een verband met Anna van de Kelder, beg. Den Haag 10-6-1674, dr. van de klokkenmaker Jan Jacobsz van de Kelder, uit wier relatie met Maurits, prins van Oranje, graaf van Nassau etc. geboren werd Carel Maurits, bastaard van Nassau, geb. na 27-2-1616, ovl. voor 14-9-1646 (waarsch. te Antwerpen)? [230].

Op 9-8-1652 verzoeken Frederik Wevel, Arent Jorisz van de Kelder en Jacob Jorisz van de Kelder, fusteinzwartververs, aan het gerecht van Leiden, hun toe te slaan de winst uit de gemeene bus uitsluitend tusschen hen te verdeden, daar hun confrater Jan Leendertsz Overmeer sinds lang geen diensten meer aan de nering bewijst. Het verzoek wordt toegestaan.[231]
Huurcontract te Leiden: Op 12-8-1673 compareren Pr. Willems, schoenmaker wonende tot Warmond als verhuijrder ter eene, ende Jacob Jorisz van der Kelder, schipper op Haerlem, wonende binnen deser stede, als huijrder ter andere sijde, mij notaris wel bekent, ende bekende sijl(ieden)verhuijrt ende gehuijrt te hebben sekere huijsinge ende erve staende ende gelegen binne deser stede op de Langegraft ende dat voor de tijt van drie jaren inne teg gaen op de eersten meij aenstaende van den jare 1674 ende eijndende te selve dage van den jare 1677 ende jaerlijks om tweentagtig gld. ende tien stuivers te betalen alle 1/4 jaer een geregt vierdepart van een geheel jaer huijrs, ider verschijndag precijs, met conditie dat de verhuijrder tselve huijs glas ende dak digt sal opleveren, ende sal de huijrder 'tselve huijs metten uitganen van de huijr weder glas digt moeten opleveren, dog de glasen die van buijten innegeslag(en) werden sal de verhuijrder, moeten betalen, alles ter goeder trouwe sonder bedrog, onder verbant als naar regten, consenteeren hier van aen wedersijde acte in forma. Aldus gedaen ende verleden ter comptoire mijn notaris staende op de Oude Maren present de ondergesch. getuijgen. W.g. Peeter Willems Schoenmaecker, Willem Leopoldus, Jacob Jorijsz van der Kelder, Cornelis Verbeek Cornelisz. [232]

Handtekening van Jacob Jorijsz van der Kelder (ca. 1610 - 1675/77) onder bovenstaand huurcontract van 12-8-1673.
klik op plaatje(s) om te vergroten

1306. ANTHOINE (ANTHONY) DE LA CROIX (CROY(X))(¥), geb. vóór ca. 1615, ovl. 1643-1661, kammer, afkomstig van Waterloop, wonend op de Langegraft (1637), doopget. (1629, 1648, 1656, 1657, 1659), otr. Leiden geref. 12-2-1637 (get.voor hem Samuel de Roy, zijn neef wonend in de Santstraet, voor haar Maria de Tombe, haar zuster wonend op de Hogewoert),[236]

1307. MAGDALEINE (MAGDALENA) DE(S) (DEL) TOMBE(¥), geb. vóór ca. 1610, ovl. 1661-1665, afkomstig van Bondu, wonend in de Meutgenssteech (1627), op de Beestemarct (1637), op de Gaernmarckt (1658), in de Haerlemstraet (1661), otr. 1o Leiden geref. 8-4-1627 (get. voor haar Marij del Tombe, haar zuster wonend bij de Jan Vossenbrug, en Marij Plantefebers wonend in de Meutgenssteech, voor hem Guillame de Buijnge, zijn broer wonend bij de Zijlpoort, en Pieter le Mair wonend op de Langegraft) PASSCHIER DE BEUNJE (BUYNGE), ovl. 1627-1637, kammer, afkomstig van Templeu bij Doornic, wonend op de Verckemarct (1627), otr./tr. 3o Leiden/Valckenburch Waalse Kerk 31-3/18-4-1661 (get. voor haar Mary del Tombe, haar zuster wonend op de Langebrugge, voor hem Jaecq de Mortier, zijn zwager wonend op de Langegraft) haar zwager ANDRIES CATHOIR, ovl. 1665-1670, wednr. van Cathalyna Beunge, wonend op de Nieuwe Mare (1661, 1665), als Andries Catoor buurtheer van de buurt Breekhoven te Leiden (benoemd 28-5-1654 tot 1670 wegens overlijden), [237] Hij hertr. Leiden Waals 6-3-1665 Cathalyna del Ruw, wed. van Jaecq Mortier, wonend op de Langegraft.

COMMENTAAR(¥) Een Antoni de Croi kammer, afkomstig van Waterlo, otr. Leiden geref. 2-7-1625 Mary Payen, afkomstig van Arras. Dit zou een eerder huwelijk van hem kunnen zijn.

Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1626-1631: Passchier del Beugne [238]
1630: Magdalena des Tombes [239]

Fragment Beunje

Ia. NN Beunje, tr. Martijne des Obry, huw. get. wonend op de Varckenmarct (1627), op de Nieuwen Maren (1635). Hieruit:

  • d. Pierron de Beunge, afkomstig van Robyn bij Ryssele, otr. Leiden geref. 22-7-1611 (get. voor haar Margriete Fortery, haar bekende, Jenne de la No, haar bekende, voor hem Jan Gechier, zijn zwager, en Guilliame de Beun, toekomstig schoonbroer) Jan de la No, fusteinwerker, afkomstig van Moevan bij Rijssel (1611).
  • e. Jenne de Beunje, afkomstig van Ron bij Rijssel, wonend op de Nieuwen Maren, otr. Leiden geref. 9-3-1635 (get. voor haar Marteyne des Obry, haar moeder wonend op de Nieuwen Maren, voor hem Anthony de Tombe, zijn vader) Pieter de Tombe, bakker, afkomstig van Tourcongien, wonend op de Oude Chingel,

IIa. Passchier de Beunje (Buynge), ovl. 1627-1637, kammer, afkomstig van Templeu bij Doornic, wonend op de Verckemarct (1627), otr. Leiden geref. 8-4-1627 (get. voor hem Guillame de Buijnge, zijn broer wonend bij de Zijlpoort, en Pieter le Mair wonend op de Langegraft, voor haar Marij del Tombe, haar zuster wonend bij de Jan Vossenbrug, en Marij Plantefebers wonend in de Meutgenssteech) Magdalena del Tombe, geb. vóór ca. 1610, ovl. 1661-1665, (zie kw. nr. 1307 hierboven).



COMMENTAAR(¥) Is er verband met Henri del Croix tr. Barbara del Forge of Guillaume del Croix tr. Maya Jacobs Ciseur.[242]
Is er verband met de volgende poorters van Leiden (1576-1603)[243] : Andries de Croys, Franchois de Croys, van Alveringen, Geleijn de Croys, van St. Pol, Guillaume de Croys?
Philips de Croy, vul aan Prom. 15 p130
Jean del Croy, ged. Waals Leiden, 21-6-1637, wolkammer, zn. van Rafael del Croy en Catalina del Forge, tr. Leiden Catelijne le Dru.[244] Rafael ex Jean Delacroix x Catherine de Livregnies. [245]


COMMENTAAR(¥) Jacob de Beunge in het Gasthuisvierendeel, schoolmeester, ƒ 0-2- Klein Familiegeld (1674).
meester Jan de Beunge, op de Hogewoerd, schoolmeester, ƒ 0-2- Klein Familiegeld (1674).
Gijsbert de Beungie, in Noord-Rapenburg, backer, ƒ 0-1- Klein Familiegeld (1674).
Abraham de Beunje, op Nieuwmaren, timmerman, ƒ 0-1- Klein Familiegeld (1674). [246]


COMMENTAAR(¥) Is er verband met :
Pieter Del Tombe, afkomstig van Turcoingen bij Rijssel, wolcammer otr./tr. Leiden (schepenen) 15-9-1618/3-2-1619 Anna Sparre, afkomstig van Engelandt.


COMMENTAAR(¥) Abraham de Croy, op Zuid-Rapenburg, warmoesier, ƒ 0-1- Klein Familiegeld (1674).
Philip de Croy, in het Vleeshuis, boekdrukker, ƒ 0-1- Klein Familiegeld (1674).
Salomon de Croy, op West-Nieuwland, taback en brandewijnvercooper, ƒ 0-1- Klein Familiegeld (1674).
Philip del Croy, op Oost-Nieuwland, greinwerker, ƒ 0--6 Klein Familiegeld (1674). Hester la Croy, op West-Marendorp landzijde, coordewinckeltge, ƒ 0--6 Klein Familiegeld (1674).

1310. NN (GOIS?), tr. vóór ca. 1605

1311. NN RAUSSOU, heeft een ongehuwde zuster Jeanne Raussou.

1312. GERRIT JANSZ VAN DER BYE(¥), ovl. na 1697, compareert te Heenvliet 11-12-1693,[247] belender te Heenvliet in de Ring van het Marktveld (1696), otr./tr. 2o Abbenbroek/Heenvliet kerkelijk 2/16-6-1680[248] MAERTJE JANSDR, ovl. vóór 1697, wed. van Jan Gerritszn Sneeuw, met wie zij compareert te Heenvliet 27-10-1673.[249]. Zij is mogelijk een dr. van Jan Cornelisse Hodenpijl, schepen te Heenvliet (1659).[250]. Hij tr. 1o

1313. MAERTIE(N) HENDRICKSDR VAN RIJ, ovl. vóór 1694.

COMMENTAAR(¥) Is er verband met Vincent Jansz van der Bie, die beleend wordt met 2 gemet land in Bornesse (Heenvliet) 21-3-1603, dat overgaat 24-2-1615 op Jan van der Bie te Den Briel na de dood van Vincent (1610/1611).[251]


COMMENTAAR(¥) Het is onzeker of zijn eerste huwelijk blijkt uit de huwelijksaantekening (te Geervliet?/Heenvliet?) : "13-3-1644 Gerrit Janszn Bakker, j.m. van Bommel tr. (...Hendrik...) j.d. van Heenvliet" [252]. De slecht leesbare naam van de vrouw zou dan identiek moeten zijn aan kw. nr. 1313.

Op 28-4-1694 transporteren Pieter Wildenboer, schout van de Nieuwe Goote, Jacob Gerritsz van der Bije, Jan Arens Roggebroot en de heer Stopman, samen executeurs van het testament van Jan Gerritsz van der Bije en Maartgen Hendriks van Rij, [253]
  • aan Adriaan van der Eijk 3 G 144 1/2 R onder Abbenbroek in de Bieshoek nr. 17.
  • aan Cornelis Gerritsz Schordijk 2 G 113 R onder Abbenbroek op de Vlieger nr. 45, belast met ƒ 6 per jaar tbv. van de H. Geestarmen van Abbenbroek.
  • aan Pouwelis Cornelisz 2 G 93 R onder Abbenbroek in de Vlieger nr.46.
  • aan Heijndrik Dirksz van der Meer een woning, wagenschuur en ovenkeet en twee boomgaarden, samen 1 G 142 R in de Abbenbroekse grond met Zuidland bedijkt nr. 9, belast met een mud tarwe jaarlijks voor de Armen v.Abbenbroek, nog 2 G 38 R waarop de woning staat aldaar nr. 10, nog 2 G 26 R wei nr. 11, 2 G 12 R nr. 12, 1 G 256 R nr.13 en 2 G 218 R nr.14.
  • aan de heer (Dirk) Caperman, schout van Zuidland 5 G 216 R onder Abbenbroek in de Munnikenhoek nr.3.
  • aan Dirk Caperman, schout van Zuidland, 4 G 114 R onder Abbenbroek in de Grootenhoek nr.10.
  • aan de wed. van Cornelis Dirksz van der Houck 1 G 86 R onder Abbenbroek in de Bieshoek nr. 11.
Op 28-2-1697 transporteert Gerrit Jansse van der Bije aan zijn zoon Cornelis Gerritsz van der Bije, wonend in Heenvliet, 155 r. boomgaard in de Kerkhoek nr. 8, belend: o. de boomgaard van Maertie Jans, w. de Kerkweg, n. de Ou de Kulck, z. de boomgaard van de pastorie van Heenvliet, voor 260 g. Cornelis Gerritsz neemt in mindering van voors. som tot zijn last te betalen aan de diaconiearmen van Heenvliet 150 g., die de diaconie op deze boomgaard sprekende heeft volgens een schuldbrief van 28-4-1669. Met de rest worden andere schulden van Gerrit Jansz betaald. [254]
2 gemet 77 roeden land in de Zuythouck van de Ee te Heenvliet, leenroerig aan Heenvliet :
Op 3-11-1697 Andries Ariensse Vlielander oud 14 jaren. Hulde door zijn vader Arie Andriesz. Vlielander, die het leen heeft gekocht, nadat het door de erfgenamen van Maertje Jans, weduwe van Jan Gerrits Sneeuw, is verlaten.[255]).

1314. SIJBRANT ARENTSZ.

1324. KORNELIS KORNELISZ (WAELBOER)(¥), geb. vóór ca. 1640, tr. vóór ca. 1665

1325. MAARTJE PIETERS KNOOP.

COMMENTAAR(¥) Zie ook Ref. [265]

1344. PIETER JACOBSZ VAN DER JACHT, geb. 1599/1600, ovl. 1654-1659, visser (1629, 1634) en stierman (1641, 1643) te Maassluis, koopt 29-12-1656 een eigen graf nr. 112 in de Grote Kerk [275], vermeld in notarieel archief Maassluis 24-3-1651, 1-4-1666 (dan overleden),[276] tr. Maassluis 14-5-1628

1345. MAERTJE GOVERTSDR VAN WIJN, beg. Maassluis Grote K. (graf nr. 210) 5-3-1682 [277] [278] , tr. 1o Maassluis 3-5-1626 COENRAET ENGELSZ BOCXHOORN, geb. vóór ca. 1600, ovl. 1627 (verdronken in zee), visser, wednr. van Jannitgen Cornelisdr. van der Swaluw. zn. van Engel Leendertsz Bocxhoorn en Neeltgen Huijgen (zie Fragment Genelogie Boxhoorn nr. IIIe ).

Wapen Van Wijn : In goud een beurtelings gekanteelde zwarte dwarsbalk vergezeld van boven vier en beneden drie bijen. Helmteken : een vlucht [279].
vul aan Prom. 17, p 345 Teunis Jacobsz van der Jacht.
Weeskamer Maassluis:[280]
Pieter Jacobsz van der Jacht
7-10-1642 inv. nr. 4, f. 68v
21-11-1653 inv. nr. 5, f. 75
28-4-1655 inv. nr. 5, f.106v
16-5-1659 inv. nr. 5, f.171v
Maertgen Gover(t)sdr van Wijn
7-10-1642 inv. nr. 4, f. 68v
16-5-1659 inv. nr. 5, f.171v
Weeskamer Maassluis:[281]
Coen Engels
26-4-1625 2, f. 45
21-5-1625 2, f. 47v (visser, wednr. v. Jannetge Cornelis)
zaliger Coenraet Engels 14- 4-1627 2, f. 84 geh. met Maritgen Govers
Op 28-3-1643 verklaren de zwagers Willem Govertsz van Wijn, stierman op een hoekerschip, oud 24 jaren en Pieter Jacobsz van der Jacht, bootsgesel, oud 42 jaren, dat op 5-12-1642 een schip verloren is gegaan "naer huys seijlende van Fransois Schot capiteyn uit Vlaenderen sijn genomen, den welcken het schip in de gront doen hacken hebbende haer deposanten alle heeft medegenomen ende tot Duynkercken in de gevancknisse heeft doen brengen." [282].
Op 12-12-1641 komen voor in een Attestatie te Maassluis: Pieter Jacobss van der Jacht stierman, oud 41 jr., en zijn vennoot Gerrit Claess, oud 19 jr. [283]
Op 14-3-1682 vindt te Maassluis boedelscheiding plaats van Maertje Goverts van Wijn echtgenote van wijlen Pieter Jacobszoon van der Jacht, stuurman. Er zijn 4 kinderen : NN Pieters van der Jacht =Barber, huisvr. van Job Jorisz Swartewaal, Jacob Pietersz van der Jacht, NN Pieters van der Jacht =Sara (mogelijk gehuwd met Willem Gerritsz Haringman), Ermpje P. Scharp en Pieter P. Scharp, kinderen van Maertje Pieters van der Jacht, en verder? Jan Joris NN. Reden van de opmaak: het overlijden in 1680 van JPvdJ, visser beroep: 1/2 kap. Boedelbeschrijving : 1 huis gelegen aan de noordzijde van de Zuidvliet, 1 huis(en erf) gelegen aan de westzijde van de Hoogstraat, obligaties ter waarde van ƒ 578.90, geld ter waarde van ƒ 190.00. In het voorhuis: 2 schilderijtjes, 8 aardewerken schotels, 1 bruine kast, 2 stoelen, 3 blauwe zitkussens, 1 paars zitkussen, zeven stuks aardewerk op de kast, 1 geverfde bank. In de keuken: 1 bed, 1 peluw, 2 dekens, 1 beddekleed, 2 blauwe gordijnen, 1 rabat, 1 blauw schoorsteenkleed, 6 schilderijen, 6 stoelen, 1 bankje, 1 kapstok, 18 schotels, 6 tafelborden, 3 pulletjes, 2 koppen, 1 spiegel, 1 achtkantige tafel, 1 ronde doos, 1 geverfd kastje, 1 bierkan, 4 zilveren lepels, 1 zilveren ketting met een haakje, 19 pond garen, 2 pond vlas, 1 paars schortekleed, 2 blauwe schortekleden, 4 mutsen, 7 halsjes, 18 halsdoeken, 18 zakneusdoeken, een webbe van 30 ellen wit linnen, een webbe van 10 ellen wit linnen, 1 naaikussen, 1 nachtmantel. Op de zolder: 1 bed, 1 peluw, 2 hoofdkussens, 2 dekens, 1 beddekleed, 2 gordijnen, 1 rabat, 5 klerenstokken, 1 koperen wasketel, 1 koperen asketel, 1 koperen potje, 1 koperen schuimspaan, 1 ijzeren hangijzer, 1 beugeltouw, 1 tang, 1 asschep, 1 koekepan, 1 kandelaar, 2 oude linnen lakens, 25 linnen slaaplakens, 22 linnen slopen, 6 linnen slopen, 2 linnen tafellakens, 5 vierkante linnen tafellakens, 32 linnen servetten, 5 linnen hemden, 3 mantels, 2 rokken, 3 schorten, 2 rijglijven, 3 schorten, 4 steekmutsen, 2 mopmutsen, 2 linnen mutsen, 1 zilver hoofdijzer, 10 hemden, 2 kousen. Verder zijn er de volgende schulden wegens doodskist ƒ 7.00, wegens kleed ƒ 8.45, wegens maken van graf f4.90, wegens vlees ƒ 11.35, wegens zalm ƒ 11.30, wegens bier ƒ 7.85, wegens suiker en kaken ƒ 12.10, wegens boter en kaas ƒ 5.35, wegens brood ƒ 4.05, wegens huur van tin ƒ 2.65, doodschuld ƒ 14.10, wegens afleggen ƒ 8.30, wegens braad en vlees ƒ 0.90. Totaal der schulden ƒ 152.80. [284]

1346. JAN JANSZ (VAN WILLIGEN??)(¥), tr. vóór ca. 1635

1347. MACHTELT VOLCKERS VAN ERCKELENS, geb. vóór ca. 1615, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk 21/27-9-1676 (graf nr. 207) [299], tr. 2o vóór ca. 1645 GIJSBERT BAERENSE LANGERACK(¥), geb. 1616/7, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk 3/7-12-1690 (graf nr. 207) [300], wordt ook genoemd Gijsbert van Schoonhoven, wanneer hij dit graf koopt op 29-7-1661, vermeld in notarieel archief Maassluis 1661-1663, [301] kaasverkoper (1663).

COMMENTAAR(¥) Is er verband met Mr. Heijndrick Hendricxz van Willigen, advocaat voor den Hove van Holland (1624),[302] schepen van Delft ( 1620),[303], wiens zegel is : een diagonaal geplaatst zwaard, gevest in de rechteronderhoek?
of met Catharina van Willigen, wed. van wijlen Robbrecht van den Bergh, te Maassluis 1644[304]
of met een geslacht Van Willigen te Rotterdam/Delft, waarin diverse naamdragers Jan die in aanmerking zouden kunnen komen als kw. nr. 1346.


COMMENTAAR(¥) Is er een verband met Gijsbert (van Langerack te Nieuwpoort.[305]

Wapen Van Erckelens : Drie vierbladige rozen 2 en 1 geplaatst.[306]
Weeskamer Maassluis:[307]
Machtelt Volcker(t)sdr
18-10-1664 6, f. 21v
11-10-1666 6, f.129 Gysbrecht (Ghysbert) Barentsz Langera(c)k
..-..-1671 7, f.219v
1-11-1686 8, f.223v
2- 3-1691 8, f.323
Graf in de Grote Kerk van Maassluis :[308]
Hier leyt begraven Machtelt Volckers van Erckelens, de huysvrou van Gijsbert Barentsen Langerack gestorven den 21en September 1676 ende haer man Gijsbert Baerensen Langerack oudt 73 jaer is gestorven den 3en December anno 1690.

1348. ROMBOUT (ROMMER) ROMBOUTSZ VAN BESOYEN, geb. vóór ca. 1615, beg. Maassluis 19-3-1696, kagenaar (1642, 1643), koopt 30-12-1664 graf nr. 33 in de Grote Kerk van Maassluis [313], vermeld in notarieel archief Maassluis 1665, 1666 ("op de wip"?), [314] tr. 2o Maassluis 13-8-1665 ADA (ADEWIJ) PIETERS, ovl. 1665-1696, weduwe (1665), tr. 1o Maassluis 22-1-1640

1349. NEELTJE GERRITS, ovl. 1653-1665, tr. 1o Maassluis 7-4-1630 BENJAMIN JACOBSZ (DE) HAAIJ, geb. 1610, ovl. 1638-1640, visser (1633). zn. van Jacob Engelbrechtsz de Haeij.

Op 25-4-1642 gaat Heyndrick van Besoyen met Adam Adriaans Corporaal en Rombout Rombouts van Besoyen, kagenaar, een maatschap van kapenaars aan. [315] [316]
Op 20-5-1643 gaat Rombout Romboutss van Besoijen, kagenaar, weer een contract aan. [317]
Weeskamer Maassluis:[318]
Benjamin Jacobs
24- 6-1620 1, f.153 (9 jr)
26- 4-1625 2, f. 44 (15 jr)
20- 3-1631 2, f.154v
zaliger Benjamin Jacobsz de Haeij
9-10-1638 3, f.154 geh. met Neeltge Gerrits
Rombout Romboutsz van Besooye,
17-12-1688 8, f.267
zaliger Rombout Romboutss Besoijen, laatst wednr. v. Adewij Pieters 23- 3-1696 9, f.108

1350. SYMON CLAES (VAN DER SWET / APPENBRROCK?)(¥), geb. Maassluis vóór ca. 1620, scheepmaker (1638), tr. Maassluis geref. 4-7-1637

1351. JANNETJE JACOBS LEVERSTEYN(S), geb. Maassluis vóór ca. 1620, beg. Maassluis 16-8-1682, vermeld in notarieel archief Maassluis 1650, 1656. [320]

COMMENTAAR(¥) Is hij mogelijk verwant aan
vul aan Kron. 6 (1997) 194 2x
Arent Jans van der Swet, die in 1631 in de Lier komt wonen "in de woning van Gerrit Willems", en uit wie mogelijk : a) Jan Arends van Sweth, b) Jannetje Arens van Sweth, beg. De Lier 1672/73 (impost fl 8,--) tr. Gerrit Gerrits, c) Wijven Arens van Sweth, beg. De Lier 1668/69 (impost f 8,--) [321].
of aan Cornelis Pieters van Sweth, tr. le Hilletgen Jansdr, tr. 2e Wateringen gerecht 15-4-1681 Barber Pietersdr. van der Houven (van Wateringen).[322]
of Michiel Harmansz van der Sweth, geb. ca 1620, wonend te Overschie, ambachtsbewaarder van Schieveen, boer aan de Swetheul, ovl. 1668, tr. Overschie 30-10-1647 Neeltje Pieterse Ackersdijck [323], zn. van Harman Michielsz (van der Swet), geb. Overschie ca . 1572, wonend te Schieveen, ambachtsbewaarder van de 64 hoeven, ovl. na 23-4-1651 en Ariaantje Dircxdr. van Dijck etc.
of Jan Rijers van der Swet, schoolmr., wordt 7-4-1731 het weeshuis te Maassluis uitgezet wegens dronkenschap en onbehoorlijk gedrag.[324]
Mattheus Pieterse van Swet, j.m., otr/tr. Maasland 28-4/20-5-1691 Pietertje Claes van der Cijs beide won. Maasland.
Paulus Pieterse van Swet, j.m., otr/tr. Maasland 30-10/15-11-1693 Aeghje Cornelis Beresteyn, wed. beide won. Maasland.

Weeskamer Maassluis:[325]
Jannetje Jacobsdr Leversteyn
7- 7-1673 7, f.328
Simon Claesz Appenbrouck/-broeck
7-10-1664 6, f. 15
8-10-1664 6, f. 19
7- 7-1673 7, f.328

1352. WILLEM ARIJ(A)ENSZ (ARENTSZ) BREUR, geb. 1612/13, ovl./beg. Maassluis Grote Kerk 19-5-1660 (graf nr. 344) [330], koopt op 17-12-1652 dit graf in de Grote Kerk, ook genoemd als Willem Arensz van Opdam,[331] reder en/of boekhouder te Maassluis, gecommitterde van de visserij (1640-1641) en president (1642) van het college van de visserij te Maassluis [332], koopman (1650, 1659), vermeld in 14 notarië akten te Maassluis 1650(dan 37 jr.)-1666 en van 1662-1664 als Willem Adrijaens Breur zaliger,[333] tr. Maassluis juli 1636 (attestatie naar Vlaardingen 14-5-1636)

1353. WIJVE ROCHUS (VAN POMEREN), geb. Vlaardingen vóór ca. 1615, ovl./beg. Maassluis (impost) 25/26-1-1697, wordt vermeld als rechthebbende in een boedelscheidingsakte te Vlaardingen 17-7-1662 vanwege het overlijden van haar moeder [334].

Wapen Breur : Een zeilend schip, in een gedeeld schildhoofd I. een leeuw, II. een vogel. [335] Dit wapen komt voor op zijn grafzerk in de Grote Kerk te Maassluis.

Graf in de Grote kerk van Maassluis nr. 344 :[336]
D. G. H. T. W. A. B. (dit graf hoort toe Willem Ariensen Breur) Hier leyt begraven Aeltge Willems de dochter van Willem Aeriensen Breur sij sterf int jaer 1642 den 17 October en was ontrent out jaren ende haer vader Willem Aryensen Breur sterf den 19-7-1660 oudt 47 jaren.

klik op plaatje(s) om te vergroten
Weeskamer Maassluis:[337]
Wijve Rochusz/Rochusdr
3-12-1664 6, f. 25v
2-12-1666 6, f.162v
Willem Arenss Breur wordt vermeld in twee notariële akten te Maassluis:
Akte van voogdij d.d. 12-10-1639, dan geh. met Wijve Rochus, zuster van Jacob Rochuss en Arij Rochuss, [338]
Attestatie d.d. 9-11-1639, dan koopman te Maassluis, oud 26 jr. [339]
In een akte van Procuratie d.d. 10-6-1644 wordt vermeld Wijvetje Rochusdr van Pomeren, geh. met Willem Adriaenss Breur. Zij is dr. van Aeltgen Pellen zaliger, haar tante is Anneke Pelle. [340]
Wijve Rochusdr van Pomeren komt voor in een tiental akten te Maassluis (1653..1666). [341]
In 1674 wordt de tuin van Wijve Rochus van Pomeren, wed. van Willem Adriaensz Breur, aan de zuidzijde van de Lange Boonestraat te Maassluis aangekocht ten behoeve van de bouw van het Hervormde Weeshuis aldaar [342].

1354. JAN WILLEMSZ SCHIM, geb. Maassluis, ovl. 1659-1663, zeilmaker wonend te Maassluis, testeert op 16-6-1636 met zijn vrouw Claesge Claes,[360] vermeld als zn. van Wm. Jansz Schim zaliger, koopman te Maassluis, en Annitge Leendersdr in een overeenkomst d.d. 27-11-1636,[361] zeilenmaker (1631..1656), koopt op 7-10-1656 graf nr. 364 in de Grote Kerk te Maassluis [362], vermeld in notarieel archief Maassluis 1656..1665 (in 1663 zaliger!),[363] belender te Vlaerdingerwout (1659),[364], otr. 2o Maasluis (attestatie 1650) LIJSBETH LOUWEN, weduwe wonend te Maasland (1650), tr. 1o Maassluis 12-5-1630 (zij onder patroniem)

1355. CLAESJE CLAAS TOUWE, geb. Vlaardingen, ovl. Maassluis 1648-1650.

Wapen Touw (van der Burch) : In goud een rode rechterschuinbalk.[365].
Weeskamer Maassluis:[366]
Jan Willemsz Schim
..-..-1649 4, f.147v (zeilmaker)
17- 8-1658 5, f.162
Claesge Claesdr Touw
..-..-1649 4, f.147v
Lysbeth Louwen
10-12-1681 8, f.112v

1356. PIETER (PETRUS) VAN WAESBERG(H)E(N), geb. Rotterdam 20-5-1599, beg. Rotterdam 6-11-1661, doopget. (1628..1646), koopman (1627), boekverkoper en boekdrukker te Rotterdam (1622-1661) op 't Steiger by de Merckt (1634-1661), met als uithangbord "In De Zwarte Klock" (1634-1650) en "In De gekroonde Leeuw" (1650-1661) stadsdrukker te Rotterdam (1633-1652), [368] en drukker van het Ed. Mog. Coll. der Admiraliteit op de Maze, belender, samen met meester Davit (zie kw. nr. 851 sub b), schoolmeester, met het huis het "Swijnshooft" op het West-Nieuwland (1629),[369] treedt op als medevoogd van de kinderen van Louris Lourisz (1640), [370] woont op de Delfsevaert (1660), doopget. (1659, 1660), otr./tr. 2o Rotterdam/Kralingen geref. 18-7/15-8-1660 (met attestatie van Rotterdam naar Cralingen) als weduwnaar afkomstig van Rotterdam MARIA CORNELISDR. VAN T(H)UYL(L), j.d., afkomstig van Bommel, woont op de Delfsevaert (1660, 1662), doopget. (1663). Zij hertr. als zijn weduwe wonend op de Delfse Vaart Rotterdam geref. 25-6/18-7-1662 Samuel Langle(e) (Langke), j.m., afkomstig van Rotterdam, wonend op de Beeste Mart, bij wie zij nog 3 kinderen krijgt. Hij otr. 1o Rotterdam geref. 10-5-1626 (met attestatie naar Enkhuizen), otr./tr. 1o Enkhuizen 8-5/9-6-1626 [371]

1357. CATHARINA (CATELINA) LA VIE (VIA), geb. Enkhuizen 4-11-1602, ovl./beg. Rotterdam 25/26-1-1659, woont op de Brestraat te Enkhuizen (1626). doopget. te Rotterdam (1628..1646), te Leiden (1632) en te Enkhuizen (1650).

Voorpagina van de "Ordonnantie, Edict ende Ghebodt, Ons's Heeren des Koninghs, Op 't stuck van de Criminele Justitien, in dese Nederlanden", uitgegeven door Pieter van Waesberge (1599-1661), Ordinaris Drucker der Stad Rotterdam, op 't Steygher in de ghekroonde Leeuw, anno 1650
Bron : brochure "Anno 1590", uitg. drukkerij Van Waesberghe en Van Sijn, Rotterdam

klik op plaatje(s) om te vergroten
zoek op testament van Pieter van Waesberge
Op 6-7-1627 bevestigt Pieter van Waesberge, coopman, schuldig te zijn aan Isaac Quesne een bedrag van 400 gulden wegens geleend geld. [372]
Op 31-1-1630 verklaart Pieter van Waesberghen, 30 jr, op verzoek van Barent Arentsz, beiden Bouckvercooper te Leeuwaerden in Vrieslant(¥) dat hij, Pieter van Waesberghen in augustus 1628 aan Barent Arentsz enkele ongebonden boeken heeft verkocht voor 74 gulden. Hiervoor ontving hij een obligatie. Het bedrag is nog niet aan hem voldaan. Tevens verklaart Pieter van Waesberghen dat zijn zwager mr. Davidt van Hoogenhuysen met deze zaak niets uitstaande heeft. [373]

COMMENTAAR(¥) Uit niets blijkt dat Pieter van Waesberghen ook bouckvercooper te Leeuwaerden was. Hoe zit dat? ZOEK UIT
Op 2-2-1630 verkoopt Pieter van Waesberghen, bouckvercooper, aan Cornelis Jansz Bosch, een huis en erve staande aan de zuidzijde van het Marckvelt, belend ten oosten Claes Matheeusz Verhoeven, ten westen Cornelis van Geel, waert in het Gouden Laecken, strekkende achter aan het erf van mr. Davidt van Hoogerhuysen. [374]
Op 25-4-1630 bevestigen Pieter van Waesbergen en zijn vrouw Catharina La Via of Lavia of Delavia, schuldig te zijn aan mr. David van Hoogenhuyse een bedrag van 1.200 gulden en verbinden als zekerheid hun vordering groot 3.000 gulden op Franchois Cornelisz de La Via te Enckhuysen. [375]
Op 30-6-1631 draagt Catrina Dupiere, weduwe van Jan van Waesbergen, alle uitstaande schulden in Brabant en Vlaenderen over, aan haar zoon Pieter van Waesbergen. Volgens machtiging gepasseerd voor Hendrick van Groynbergen, notaris d.d. 8 april verleden. Uitgezonderd is een aanspraak op Pieter van de Manacker. [376]
Op 7-10-1631 machtigt Heynrick de Leeuw, capiteyn, Cornelis van Crimpen advocaat, om het beslag dat Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, op zijn gage heeft gelegd, aan te vechten. [377]
Op 2-9-1632 heeft Adriaen van Asperen, wijncoper, aan Pieter van Waesbergen, coopman alhier tegenwoordig verblijvend in Antwerpen bij Jan van Cnobbaert, boeckvercoper wonende bij de Jesuwytekerck, met schipper Swart Thijsz acht vaten Franse wijnen gezonden om deze voor hem, tegen door hem vastgestelde prijzen, te verkopen. Hij machtigt nu Philips Heemssen, cruydenier wonende te Antwerpen, om aan Van Waesbergen te verzoeken het geld en de eventueel onverkochte wijnen aan hem over te dragen, zonodig met behulp van justitie. [378]
Op 15-2-1633 wordt verslag gedaan van een bijeenkomst op verzoek van Reynier van Percijn, raadsheer, in het huis van Adriaen Jansz Breetvelt, man van Annetgen Vrericxdr, waarbij ook aanwezig was Sara van Mistelen, vrouw van Percijn, bijgestaan door Pieter van Waesbergen. Zij meent nog geld tegoed te hebben van Annetgen Vrericxdr, maar haar man beweert dat de rekening geheel is voldaan. [379]
Op 8-2-1634 bekent Pieter van Waesbergen, boeckvercoper van het Steyger, 800 gld schuldig te zijn aan Anthonis Huygen Keyser. Borg is zijn broer Abraham van Waesbergen. [380]
Op 15-4-1634 dragen Jacob de Mars notaris alhier, mede namens zijn zwager Lodewijck Pijn, weduwnaar van Elysabet de Mars, alsook voor Grietgen de Mars zijn zuster, en procuratie hebbende van Lodewijck Pijn als voogd over Jan en Harmen de Mars zijn minderjarige broers, allen erfgenamen van hun ouders Jan de Mars en Cornelia Jacobsdr, over aan Pieter van Waesberghen, boekvercooper, een vordering van tachtig gulden op Jan van de Velde. De akte is opgemaakt in herberg het Swijnshoofd. [381]
Op 9-6-1634 ontslaan Arent de Vries, Jan van de Berch, Boudewijn van Berendrecht en Pieter van Waesbergen, ieder voor 1/8 deel, Frans van Bonchelwaert en Pieter Berckenij, ieder voor 1/4 deel, reders van het schip "de Grooten Nachtegael", de laatste 2 reders van de borgtocht van 22000 gulden, die zij aangegaaan zijn ten behoeve van de admiraliteyt. Capiteyn op het schip is Robbrecht Baerthouts Post van Delft. [382]
Op 19-6-1634 (de datum kan ook 9-6 zijn) sluiten Francoys van Bonckelwaert, Pieter Berckenij, ieder voor 1/4 deel, Arent de Vries, Jan van den Berch, Boudewijn van Berendrecht en Pieter Waesbergen, ieder voor 1/8 deel, reders ter vrije nering van het schip "de Grooten Nachtegael" een contract. Ieder zal zijn deel inbrengen en kan dit niet overdragen. Capiteyn op het schip is Robbrecht Baerthouts Post van Delft. Bouckelwaert wordt als boekhouder aangesteld. [383]
Op 8-2-1635 bekent Pieter van Waesberge, koopman, ƒ 648,- schuldig te zijn aan zijn broer Abraham van Waesberge, die ook koopman is. [384]
Op 26-2-1635 passeert een identieke akte. [385]
Op 13-10-1635 heeft Abraham van Waesbergen, coopman, zich borg gesteld voor Pieter Waesbergen, zijn broer, die 800 gulden schuldig is aan Anthonis Huygen Keyser en komt nu met hem een betalingsregeling overeen. Borgstelling volgens akte gepasseerd voor Adriaen Kieboom, notaris d.d. 8-2-1634. [386]
Op 2-6-1636 hebben Pieter van Waesberghen, bouckvercooper te Rotterdam, en zijn zwager Charles Lavia, taeffelhouder van de Banck van Leeninghe te Schiedam, een geschil omtrent de eigendom van de Bank van Leening. Na arbitrage belooft Lavia 1.150 gulden aan Van Waesbergen te betalen. De arbiters zijn: Jan van Aller, notaris en procureur, en mr. Davidt van Hoogenhuysen te Amsterdam. [387]
Op 14-7-1636 Charles Lavya, taeffelhouder v.d. Bank van Leenninge te Schiedam, bekent met toestemming van zijn zwager Pieter van Waesberghen, bouckvercooper, schuldig te zijn de somma van 1.000 gulden aan Jan Jacobsz Ketelaer, sulversmit. [388]
Op 21-6-1637 passeren de verkoopvoorwaarden van een huis en erf, vanouds genaamd Leckerkerk, door Abraham van Waesbergen verkocht aan Isaac van Waesbergen, zijn broer. De volgende personen worden genoemd: Pieter Ariensz Moyman te Zevenhuysen, Johannes van der Vucht in Waddincxveen, hun andere broer Pieter van Waesbergen en Adriaen Lievensz van Haemstede. [389]
Op 29-7-1637 draagt Anthonis Verhaer, capiteyn, over aan Pieter van Waesbergen, bouckvercoper, een restcedulle ten laste van de admiraliteit verleden ten behoeve van Arent de Four of Defour van Nimmeghen en een ordenante ten behoeve van Anthonis Dircksz die gediend heeft bij capiteyn Heyndrick de Leeuw, eerste man van Verhaers vrouw. Deze tweede ordonnantie is getekend door de heer Wolterus, raet van de admiraliteyt en is ten laste van Johan van IJck, ontfanger-generael. [390]
Op 21-7-1638 worden op verzoek van Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, verklaringen afgelegd door Pieter van Ghelen, 53 jaar, schoolmeester. en Stheven Wielickx, bouckdrucker 50 jaar. Door attestanten zijn in 1638 bij de weduwe van Mathijs Sebasteansz boeken gedrukt voor Isaack van Waesberghen, bouckvercooper, die van de weduwe boeken kocht gemaakt door domine Episcopius, tegen zekere boekjes getiteld Arcanius Arminanismi. In aanwezigheid van Isaac en Sebastiaen Mathijsz de zoon van voorn. weduwe van Mathijs Sebasteaensz zijn de boeken geteld waarbij is gebleken dat te veel bladen zijn gedrukt. [391]
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1638: Pieter van Waesbergen, Obligatie [392]
Op 22-5-1639 verrekenen Abraham van Waesbergen en zijn broer Isaacq van Waesbergen wederzijdse schulden en vorderingen. Het betreft: een obligatie van 900 gld. t.b.v. Adriaen Lievens van Haemstede, de kosten van een huis en erf genaamd 'Leckerkerck' staande in de Hoochstraet, een betaling van Gerard Barentsz, wijncooper, Willem Jacobsz en Pieter van Waesbergen, hun broer. [393]
Op 28-3-1640 bekent Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, 600 gulden schuldig te zijn aan Everardus Cloppenburch. bouckvercooper te Amsterdam, wegens een obligatie verschuldigd aan Jan Evertsen Cloppenburch, vader van Everardus Cloppenburch. [394]
Op 27-8-1642 bekent Willem Strick, koopman, wonend te Utrecht, 127 gulden schuldig te zijn aan Pieter Waesbergen, bouckvercooper, voor de levering van boucken en coopmanschappen. [395]
Op 19-3-1643 bekent Geurt Jansz Vermarck (tekent: Vermerck), bouckebinder, 400 gulden schuldig te zijn aan Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, voor de leverantie van boeken. [396]
Op 26-3-1643 doet Davit van Hogenhuijsen, die van IJsaac Waesbergen actie en transport heeft volgens transport van 5-8-1642 bij notaris Jan Verheijen, voor een ordonnnatie ten laste van de Raet ter Admiraliteyt van 400 gulden, dd. 22-5-1642, hier geheel afstand van, en autoriseert Pieter Waesbergen tot de ontvangst. [397]
Op 2-8-1644 bekent Pieter van Waesbergen 1.000 car. gulden schuldig te zijn aan Wessel Egbertsz van der Heul, substituut secretaris. In de marge: afgelost 7-6-1645. [398]
Op 25-7-1650 stelt Johannes Neranus, bouckvercooper, zich voor 200 carolus gulden borg ten behoeve van Pieter van Waesberghen, bouckvercooper, voor Jacob Colum, bouckvercooper te Amsterdam. [399]
Op 22-1-1652 heeft te Rotterdam Mathijs Jorisz van Aerts, vader van zijn overleden zoon Phillips van Aerts, een bedrag van 168 gulden ontvangen uit handen van Pieter van Waesbergen, als zijn deel in diens nalatenschap. Phillips was getrouwd met Susanneken Huysman, dochter van Anthony Huysman, notaris en procureur te Batavia. De nalatenschap was geregeld bij testament voor secretaris Pieter Hackius te Batavia d.d. 19-2-1650. [400]
Op 20-1-1656 gaat Pieter van Waesbergen, boeckvercoper, akkoord met de behandeling van zijn zaak tegen Joannis Neramis, boeckvercoper, zoals die door Joannes van Weel notaris en procureur behandeld is en tegen Hieronimus Carim of Caum, lettersetter en boekdrucker, en die tegen Abraham Jansz Leffers anders genoemd Lessenaer, boeckbinder. Hij machtigt hem verder te gaan met de zaak tegen Abraham Jansz Leffers. Verder machtigt hij Mr. Pieter Verschuer advocaat om met zijn zaken verder te gaan. [401]

1358. GERRIDT (GERARDUS) WILLEMSZ VAN DIJ(C)K, geb. Utrecht, beg. Rotterdam 6-7-1664 (als Gerrit Dijk, weduwnaar), woont te Utrecht (1630), notaris, deurwaarder voor het Hof van Utrecht, doopget. (1660) otr./tr. Utrecht schepenen/RK 22/29-5-1630 (beide zijn RK)

1359. MEIJNTJE (WE(IJ)NDELMOED) HARMENS (VAN RAMSDONCK), geb. Utrecht, ovl. vóór 1664 (volgens onbekende Ref. Rotterdam 3-6-1660, doch aldaar geen beg. gevonden), woont te Utrecht (1630). Weijndelmoed van Ramsdonck en echtgenoot Gerrit vanDijck, deurwaarder aan het Hof, vragen octrooi aan om te testeren 2-3-1631 (Dirk Bosch, procureur).[408]

1360. Ds. JACOB(US) (JANS) RIDDERUS, geb. Leiden 1594, ovl. Middelharnis 1663, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 13-4-1619,[413] afkomstig van Leiden, predikant te Warmenhuysen bij Alkmaer (1617-1619), aldaar ontslagen,[414] predikant te Middelharnis (1621-1663, bevestigd 30-11-1621),[415] doopget. (1653, 1661), otr. 2o Middelharnis 14-8-1654[416] en tr. 2o Brielle geref. 8-9-1654[417] [418] MARIA PIETERSDR (VAN DER) WELLE, ovl. na 1660, wed. van Ds. Johannes Courtenius, predikant te Oudenhoorn (1637) en Scheveningen (1645), (zn. van Ds. Johannes Willemsz Coourtenius, predikant te Nieuwenhoorn (1619), en Goedereede (1621-1647),[419] wordt geref. lidmaat te Brielle 2-1-1648 met attestatie van Goedereede,[420] otr. 1o Leiden geref. 1-9-1617 (get. Jan de Ridder, zijn vader, en Phillippina Pit, haar zuster)

1361. ANNA PIT (PYTHIUS), geb. vóór ca. 1600, ovl. 1638-1654, j.d. van Leiden (1617), doopget. te Leiden (1638).

Acta van de kerkeraad van Middelharnis van 3 Julij 1635: "D. Ridderus heeft volgens syne credentie raet van de E. Vergaderinge gesocht om te steuten ende voor te comen de groote insolentie ende stouticheyt van de Mennisten, derselver stouticheyt eenige exemplen verhalende. De Vergaderinge heeft goetgevonden dat D. Ridderus, geassisteert met D. Hartwech ende D. Pantechem, eerst dese insolentie sullen remonstreren aen de Ambachtsheeren met versoeck dat deselfde door haer authoriteit geweert werde, ende niet connende iet vruchtbairlix utrichten, sullen vermogen verder te remonstreren by de Hooge Overicheyt, ja alles int werck te stellen wat sy om een goet effect te betomen sullen goetvinden te behooren."[421]
Ds. Jacobus Ridderus, predikant te Middelharnis, treedt op als getuige in akten van huw. voorw. 21-3-1636,[422] testament 30-9-1636, 15-7-1637, 17-7-1637,[423] en huw. voorw. 6-5-1648.[424]
In 1662 verkoopt Ds. Ridderus, als echtgenoot van de weduwe van Ds. J. de Court, en de kinderen van Joannes de Court, het huis, genaamd "het Paradijs", dat in 1649 door Joannes de Court te Brielle gekocht was.[425]

Handtekeningen, waaronder die van Joannes Ridderus (1661-1716), onder de hieronder beschreven akte van attestatie d.d. 11-12-1698.
klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 11-12-1698 verklaren Isbrand van der Elst, Abraham Corssendonck, Joannes Ridderus, Cornelis Luda, Abaraham Paradijs, Willem Kinke en Jochem van den Ende, allen coopluijden te Delft, ten verzoeke van Joannes Femwijck?, coopman ende raffinadeur te Rotterdam, dat zij gedurende 3 jaren met hem handel gedreven hebben, en dat hij een eerlijck ende fatsoenlijk coopman is. [439]

1362. JAN DAVIDSZ CAPERMAN, geb. vóór ca. 1605, ovl. na 1630, parentatie niet bewezen, wonende op de Grevelingendijk onder Geervliet (1628), belender te Geervliet bij de Hoenderhoekseweg (1632).

Op 8-11-1628 transporteert Jan Davidsz Caperman aan Cornelis Ariens Compeer als oom en voogd van de weeskinderen van Cornelis Ariens Compeer (sic, bedoeld zal zijn Gerrit) - 3 G in Oud Markenburg (belend n. Claas Gillisz, o. Wouter Jacobsz, z. de kinderen van Lenert Ariens, w. de Hogelandseweg. - 1 G 100 R in Oud Tolland (belend o. de Noorddijk, z. Lodewijk de Labije, w. Meeus Thomasz, n. Cornelis Jansz burgemeester). [440]
Op 16-11-1628 wordt Jan Davidsz Caperman, bij overdracht door mr. Maximiliaan van Bekerke, beleend met 1/6 deel van de Middeldijk van de Kapershoek (sic!) strekkend van de scheiding van Geervliet en Spijkenisse tot Oosterlekerdam, zo breed als beide sloten. Het hele leen is belast met 3 pond hollands jaarlijks en leenroerig aan de hofstede Putten.[441]
Op 16-11-1628 compareerden in Den Haag, Jacob Jansz Coppert, Cornelis Jan Lenerts, Jacob Jansz en Jan Davidts Caperman, allen wonende op de Grevelingendijk onder Geervliet. Zij bekenden schuldig te zijn aan mr. Maximiliaen van Bekercken, "advocaet voor den voorz. Hove", de somme van 370 Car. guldens tot 10 grooten 't stuck ter saecke ende reste van den cooppenningen van den voorz. Groenendijck, henluijden op huijden voor stadthouder ende leenmannen van Holland overgedragen. [442]
Op 20-8-1629 bekent Jan Davidsz Caperman aan de erfgenamen van Hendrik Jansz in leven gewoond hebbende aan de Conijndijk, een schuld van ƒ 2000 wegens koop van een huis, erf, keet, berge etc. aan de Conijndijk en een boomgaard in Schiekamp tegenover de woning, met overname van 60 G bruikwaar. [443]
Op 23-2-1630 transporteren Jan Davidsz Caperman en Arie Dirksz Hoenderhoek als erfgenamen van wijlen David Jansz Caperman aan Johan v.d. Werve, heer van Urk en Emmeloord, 4 G in Oud Noordeland (belend o. de koper, z. de Geervlietsedijk, w. de koper en de vrouwe van Ghijssenburg, n. de Oud-Noordelandsedijk). [444]
Op 23-2-1630 transporteren de erfgenamen van David Jansz Caperman aan Jacob Ariens Koelbier, schepen van Geervliet, ca 1 G buitengors aan de Oudhoenderhoeksedijk (belend o. en w. de erfgenamen van Beresteijn, z. de Bernisse, n. voornoemde dijk). [445]

1366. = 1354. JAN WILLEMSZ SCHIM.

1367. = 1355. CLAESJE CLAES TOUWE.

1368. JOORIS MAERT(EN)SZ (VISSCHER)(¥), ovl. 1636-1643 of voor 1632?, wordt genoemd als Jooris Maertsz, vader van Ary Jorisz, bij de doop van diens zoon Joris Arens in 1636, tr. vóór ca. 1609?

1369. CRIJNTGEN HUBRECHTSDR.

Weeskamer Maassluis:[451]
Neeltge Maertens (sic!) wed. van za. Joris Maertensz, visser.
7- 4-1632 3, f. 23
Crijntgen Hubrechtsdr, wonend te Maassluis, wed. van Joris Maertss Visscher, testeert te Maassluis 5-9-1643. Zij is moeder van Jan Joriss.

1370. = 2690. GOVERT PIETERSZ VAN WIJN.

1371. = 2691. TRIJNTJE JACOBSDR VAN VELDEN.

1372. LEENDERT GERRITSZ BOCXHOORN, geb. Maasland 1574/75, ovl./beg. Maassluis Grote K. 1-10-1638/okt. 1638 (graf nr. 141) [455], diaken (1608) [456] en ouderling (1637) [457] van de geref. kerk, koopman, burgemeester (1622..1634), schepen (1636-1637) van Maassluis [458] en als reder/boekhouder gecommitteerde van de visserij aldaar (1612, 1616, 1620),[459] koopman (1622..1638), reder (1616..1635) te Maassluis, tr. 2o 1631-1638 NEELTGE GERRITSDR, ovl. na 1643, koopvrouw (1641), woont te Maassluis (1638..1643), tr. 1o voor 1607

1373. TEUNTJE WILLEMS, ovl./beg. Maassluis Grote K. 31-3/april-1631 (graf nr. 141) [460].

Weeskamer Maassluis:[461]
Leendert Gerritsz Boxhoorn,
5-12-1636 3, f.120v koopman
3-11-1638 3, f.155 koopman, geh. met Neeltge Gerrits
..-..-1644 4, f. 99 koopman
Graf nr. 141 in de grote Kerk van Maassluis:[462]
Dit graf hoort toe Gerret Leenderts Buxhoorn. (Twee wapens : 1. drie springende bokken. Helmteken: een boom.) Hier leyt begraven Trientgen Willemsd. sterf den 31e Maert anno 1631. Hier leyt begraven Leendert Gerritz. Buxhoorn sterf den ... October 1638 was out 63 jaren. Hier leyt begraven Leentje Gerritdr. Buxhoorn sterf den 19-11-1646 was out 14 jaer en 7 maenden. Hier leyt begraven Gerrit Leendertsz. Buxhoorn stierf den 2en November ao. 1670 was out 63 jaren en 5 maenden.
Graf nr. 179: den 4 Octob. 1715 sterf Leendert G. B. out 72 jaer.
Op 14-7-1634 machtigen Leonardt Gerritsz Bocxhoorn, Aert Jansz van Waerdenburch, en Adriaen Jansz Schoonhoven, mede namens Gerrit Cornelisz Boudesteyn, en Hendrick Steffensz van der Laen, regenten van het dorp van Maessluys, Cornelis Pieck, procureur, om hun zaken in rechte waar te nemen. [463]
Op 9-10-1634 komen Aerten Jansz Waerdenburch en Leendert Gerritsz Bocxhoorn uit Maeslantsluys, reders, en Dirck Wijersz Vonck, schipper van het schip de Fortuyn, te Sleckvoorden in Noorwegen geladen met hout, overeen dat de laatste een waarborg van 600 carolusgulden betaalt nu het schip veilig ligt afgemeerd aan het Haringvliet hier ter stede, nadat het door Oostendenaers onder Jasper Houttebeen was genomen doch na 4 etmalen ontzet door Flips Jacobsz Schoneman, capiteyn, die voor voornoemde reders vaart. [464]
Op 30-6-1635 presenteert notaris Nicolaas Vogel Adriaansz aan Gerard Pijl, vendumeester van de admiraliteyt, een insinuatie. Voorn. Pijl is mede-reder van het schip ten oorloge ter zee, ter vrije nering uitgerust op bestelling van de Prince van Oranigen met capiteyn Philips Jacobsz Schoneman van Delfshaven. Dit schip, de St. Thomas met schipper Jan Wijnton, heeft 25 stukken laken vervoerd, waard volgens de reders 400 ponden Vlaems. De lading is opnieuw getaxeerd door Jan Quarles en Joris Chaundler, cooplieden van de Engelsche natie, en geschat op 301 pond en 9 schellingen. Bij afwezigheid van voorn. Pijl is de insinuatie overhandigd aan Leonard Gerardsz Bocxhoorn en Aert Jansz van Waerdenburch, beiden wonend te Maassluys en mede-reders, en wordt geprotesteerd tegen deze mistaxatie en de hierdoor opgelopen schade. De opdrachtgever ondertekent met Barney Reymes. [465]
Op 20-12-1635 komen Nicolaes de Smith, coopman te Gent in Vlaenderen, Louijs Jacobsz Vermande, eveneens coopman en Leendert Gerritsz Bocxhoorn uit Maessluys, met elkaar overeen dat de laatste in Brielle, Vlaerdingen en Maessluys zoveel mogelijk cabeljau, schelvis, heylbot en eventueel gezouten vis zal opkopen en naar Biervliet zenden, waarna hij met wisselbrieven zal worden betaald. [466]
Op 25-9-1636 compareert te Maassluis Leendert Gerritsz Bocxhoorn, oud 61 jr., koopman te Maassluis, voor een Attestatie. [467]
Op 28-9-1638 compareren te Maassluis Leendert Gerritsz Bocxhoorn, koopman wonend te Maassluis en zijn echtgenote Neeltge Gerritsdr wonend te Maassluis, voor een Akte van voogdij. [468]
Neeltgen Gerritsdr, wed. van Leendert Gerritss Bocxhoorn, koopvrouw wonend te Maassluis, compareert te Maassluis voor akten van Procuratie 5-3-1641 en 1-3-1643. [469]

1374. HERTICH ARYENSZ (ADRIAENSS) (HOOGHWERF)(¥), ovl. 1609-1619, tr. Maassluis 11-1-1609

1375. AELTJE FRANSEN, ovl. vóór 1619, tr. 2o voor 1619 PIETER LENERTSZ.

COMMENTAAR(¥) Is hij mogelijk een broer van Lenert Adriaensz Hartoich, ovl. 1586-1593, die tr. Maertgen Heindricxdr, ovl. na 1593, woont dan St. Pieterssteeg te Schiedam, uit welk echtpaar Cornelis Leenderts Hartich te Schiedam [474]?
of verwant aan Aryen Symonsz de Hoochwerff, tr. Naaldwijk 26-11-1617 Lidewij Jansdr.[475]

Weeskamer Maassluis:[476]
zaliger Aeltge Frans,
28- 4-1619 1, f.125 gehuwd met Pieter Lenertsz, eerder wed. van Hartoch Adriaenss

1376. LUCAS JANSZ (VAN VOLKOM), geb. Dordrecht, betaalt ƒ 2 hoofdgeld (1622) als eigenaar van een huis aan de Steegoversloot, met huurwaarde YYY, bewoond door 1 man, [478] schippersgezel onder de kapitein van de ponten van Dordrecht wonend op het Nieuwkerkhof te Dordrecht (1627), otr. Dordrecht (schepenen?) 12-9-1627 otr./tr. Dordrecht geref. 26-9/5-12-1627 (in margine: Michiel de Haes, bakker, getuigt dat de moeder van de bruid hiervoor toestemming geeft),[479]

1377. SARA ABRA(HA)MS (ABRAHAM PIETERSDR), afkomstig van Haarlem, wonend in het Torenstraatje (1627).

1380. BAREN(D)T VERHOEVEN (VERHOEF), ged. Doopsgez. 1652.

1381. MAYCKEN GILLIS (GILLES, JIELIS, JELISSEN).

Is er een verband met een geslacht Verhoeven te Dordrecht ca. 1600-1650?[481]

1384. ABRAHAM TARGIER (TARSIERS, TERSIER), geb. Doopsgez. Dordrecht vóór ca. 1615, ovl. Dordrecht doopsgez. 12-2-1676 ("Abraham Tergier, diaken dienaar"), j.m., twijnder wonend te Dordrecht (1640), grutter te Dordrecht, huw. get. (1658), burger van Dordrecht (1671), diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1676), otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 28-11/26-12-1640 (get. voor hem Cornelis Dierxsz van Oosterwijck, en Tanneken Jans, haar moeder)

1385. LIJSBETH JOCHEMS VAN GENT, geb./ged. Doopsgez. Dordrecht ../22-3-1637, ovl. 1698/99, j.d. wonend te Dordrecht (1640), huw. get. (1678..1683), wordt als "D'Wed: en kinderen van Abraham Tersier" aangeslagen in de 4de klasse (koffie/theegeld ƒ 4,--) voor de betaling van "Impost op de consumptie van coffij, thee, chocolate, sorbeth, born-water, limonade en andere drancken met water gemenght" (1698).[482]

Op 23-1-1691 verleent Ariaentje Claesdr hypotheek van ƒ 2000 aan Abraham Tergier, koopman. Als onderpand dient een pand genaamd de "Eenhoorn" in de Nieuwkerkstraat te Dordrecht, belend door Pieter Gront, ijzerkoper, en Pieter Gront, bakker. Overige personen Elisabeth van Gent (weduwe), Francois Mutsert en Abraham Tergier (overleden). [483]
In 1699 zijn de erfgenamen van de weduwe van Abraham Targier belenders in de Voorstraat te Dordrecht.

Dr. Bartholomeus Tersier (1744-1824), wandelend aan het Korte Spaarne met op de achtergrond een van zijn bezittingen: molen Het Fortuin. Geportretteerd door Johannes Pieter Visser Bender (1785-1813). [527] Frontpagina van het boek "Materia Chirurgica of verhandeling over de werkingen der Middelen, die in de heelkunde gebruikelijk zyn", door Joseph Jakob von Plenk, vertaald uit het Duits in het Nederlands door Bartholomeus Tersier (1744-1824), en uitgegeven door Gisbert Timon van Paddenburg, Utrecht, 1772.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Bijdrage door B(artholomeus) van Gent in het boekje met gedichten "Ter Bruyloft van Joachim van Gent en Susanna van Loon, Vereenight binnen Utrecht 4/14 Junij 1682". Bruid en bruidegom waren zijn volle neef en zijn volle nicht (zie kw. nr. 2771 sub c).
klik op plaatje(s) om te vergroten

Bijdrage door D(irck) van Deyl in het boekje met gedichten "Ter Bruyloft van Joachim van Gent en Susanna van Loon, Vereenight binnen Utrecht 4/14 Junij 1682". Bruid en bruidegom waren zijn aangetrouwde neef en nicht (zie kw. nr. 2771 sub c).
klik op plaatje(s) om te vergroten

1386. ANTONI(J) TERWEN, geb. Doopsgez. Dordrecht, ovl. Dordrecht doopsgez. 6-10-1681 ("Antonij Terwen, diaken dienaar"), beg. Dordrecht 7-10-1681, winkelier, burger van Dordrecht (1679), huw. get. (1678, 1681), diaken van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht (1681), tr. Utrecht (schepenen) 10-3-1661

1387. SARA VAN DE(R) POEL, geb. vóór ca. 1640, ovl. 1707-1731, huw. get. (1681, 1688), wordt als D'Wed. Antonij Teruwe aangeslagen in de3de klasse (koffie/theegeld ƒ 6,--) voor de betaling van "Impost op de consumptie van coffij, thee, chocolate, sorbeth, born-water, limonade en andere drancken met water gemenght" (1698),[554] testeert in1707, voert blijkens testament op latere leeftijd een gezamenlijke huishouding met haar drie ongehuwde dochters Anna, Barbera en Sara, bezit een tuin, gelegen buiten Dordrecht in het Meepaadje (1707). Zij wonen te Dordrecht (1681).

Op 16-5-1679 compareren Cornelis Teruwe, Anthonij Teruwe en Hendrick Teruwe, burgers van Dordrecht, erfgenamen van wijlen Jan Cornelisz Vijgenboom, hun oom en executeurs van het testament van Jan Cornelisz Vijgenboom en diens echtgenote Maria Jacobsdr Metschert. Compareren mede Jan Smith en Jan van Rixtel, getrouwd met Maria Smits, wonende te Amsterdam, voor 2/3 parten erfgenaam van Maria Jacobsdr Metschert, resp. hun tante en behuwd tante. Comparanten verklaren, dat bij de deling en scheiding van de boedel, nagelaten door Vijgenboom en Metschert, aan Hendrick Teruwen is toebedeeld een huis over de brug bij het Bagijnhof naast de gracht, staande tussen de gracht en het huis van Michiel van der Kesel, door Vijgenboom "nieuw getimmerd" en naderhand door hem en zijn vrouw bewoond, in welk huis zij ook zijn overleden. De overige comparanten verklaren, dat zij en hun mede-erfgenamen gecompenseerd zijn met andere goederen uit voornoemde nalatenschap. [555]
Op 26-5-1707 testeert Sara van de Poel, weduwe van Anthonij Terwen, wonende te Dordrecht, gezond van lichaam en geest. Zij legateert aan haar ongehuwde dochters Anna Terwen, Barbera Terwen en Sara Terwen elk een somma van 1400 gl., welke haar getrouwde kinderen reeds hebben gekregen "en in cas imande haar testatrices voorsz. dogters soude willen imputeren ofte affvorderen voldoeninge van de alimentatie die hare voorsz. drie dogters sedert hare meerderjarigheijt soude genoten hebben, 't welcke hare meijninge, begeerte nogte intentie in geen manieren niet en is, soo verclaert de testatrice de voorn. alimentatie ende verder en andersints ja selfs tot haren overlijden toe de opgemelte hare drie dogters bij dese te remitteren in recompense van de diensten haer huijshouden en andersints gedaen, gelijk de testatrice insgelijks is doende aen de dogter van Abraham Targier en Geertruijd Terwen die al eenigen tijde ten haren huijse heeft gewoont." Testatrice wil, dat haar drie ongehuwde dochters hun leven lang gedurende het bezit en vrije gebruik zullen hebben van haar tuin, gelegen buiten Dordrecht in het Meepaadje, zonder daarvoor iets te moeten betalen of in haar boedel in te brengen, evenwel op voorwaarde, dat zij de tuin goed zullen onderhouden, de gewone en buitengewone lasten daarvan zullen betalen en dat degene, die zal gaan trouwen, daarmee het recht op het bezit en gebruik van de tuin zal verliezen. Zij legateert voorts aan haar genoemde dochters een obligatie van 3200 gl. ten laste van Gelijn Clood en diens vrouw met de daarop verlopen interest. Aan haar dochter Anna Terwen legateert zij de jaarlijkse interest van een kapitale somma van 2000 gl. en na het overlijden van Anna aan haar testatrices behoeftige, na te laten kinderen of nakomelingen, totdat de laatste van haar kinderen zal zijn overleden. De eigendom van die 2000 gl. zal daarna toevallen aan haar kleinkinderen, doch in staken en niet per hoofd. Aan haar dochter Sara Terwen legateert zijn haar beste bed, de gordijnen voor de bedstee, de rabatten voor de bedstee en voor de schoorsteen en een stuk goud, waarop "de slag van Vlaenderen" staat. Haar kleren laat zij na aan haar vijf dochters Anna Terwen, Janneken Terwen, Barbera Terwen, Geertruijd Terwen en Sara Terwen. Aan haar kleinkinderen, die de voornaam Anthonij of Sara dragen, vermaakt zij een bedrag van 100 gl. Tot universele erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zoon Pieter Terwen, haar dochter Anna Terwen, haar dochter Janneken Terwen, echtgenote van Joan Copijn, haar dochter Barbera Terwen, haar dochter Sara Terwen en de kinderen van Geertruijd Terwen, bij haar verwekt door Abraham Targier. Haar zoon Jacobus Terwen benoemt zij tot haar mede-erfgenaam in de "blote" legitieme portie, waarop hem zal worden aangerekend al hetgeen hij reeds van haar heeft gekregen. Doch indien hij "sig komt te gedragen in alle moderaetheijt en sonder eenige de alderminste oppositie ofte quaetaerdigheijt door middelen van regten off daer buijten tegens de executeurs van desen testamente en voogden over de minderjarige", stelt zij hem aan tot erfgenaam in een zevende part van haar na te laten goederen. Aan haar dochter Geertruijd Terwen en haar man Abraham Targier legateert zij de opbrengsten, hun leven lang gedurende, van de goederen, die hun kinderen van haar zullen erven. Tot executeurs-testamentair stelt zij aan haar zoon Pieter Terwen, haar schoonzoon Joan Copijn en haar dochter Barbera Terwen en tot voogden Pieter Terwen en Joan Copijn. Zij tekent met haar naam. [556]
De bepaling in bovenstaand testament dat na het overlijden van dochter Anna het legaat ten goede moet komen aan behoeftige descendenten van Sara van de Poel zal in 1734 leiden tot een daartoe strekkend verzoek van Anna's schoonzuster Catharina van de Velde, wed. van Jacobus Terwen (zie hieronder sub i voor de gevolgen).

1388. PIETER GERRITSZ HULSTMAN(S), geb. Oosterhout vóór ca. 1615, ovl. Dordrecht doopsgez. 29-9-1654, jongman wonende te Oosterhout (1641), huw. get. (1643), otr./tr. Dordrecht gerecht/doopsgez. 23-4/20-5-1641 (get. Bartholomeus Leendertsz van Steijn, zijn goede bekende, en Janneken Baltens van Horick, weduwe van Isaac Gerritsz Cuijp, haar moeder)

1389. GEERTRUYT ISAACS CUYP(SDR), geb. Dordrecht vóór ca. 1620, jonge dochter van Dordrecht (1641).

Wapen Cuyp : Een zwart veld met drie zespuntige gouden sterren, 2,1 geplaatst.[600]

1390. ISAAC(Q) STOFFELS TI(E)RION, ged. Rotterdam 16-2-1628, beg. Gouda 21-12-1699, woonde in Rotterdam, later te Gouda, waar hij deken was in de Doopsgez. kerk [605], perkamentbereider te Gouda (1660), betaalt zout-, zeep-, heren- en redemptiegeld te Gouda (1680), als perkamentwerker op de Kleiweg, wz.,[606] tr. 2o (huwelijk niet gevonden te Amsterdam 1661-1675) SUZANNA NIEUKER(C)K, geb. (niet gevonden te Amsterdam 1611-1660(¥)), ovl. na 1701, van Amsterdam,[607] wordt lidmaat van de doopsgezinde Gemeente Bij 't Lam en de Toren te Amsterdam 17-4-1701 als wed. van Isaak Tirion, op attestatie, tr. 1o Gouda (schepenen) 10-3-1661 [608]

1391. AELTGEN JANS, geb. Doopsgez. Gouda.

COMMENTAAR(¥) wellicht veel later Doopsgez. gedoopt?

Op 17-4-1660 compareerde Isaac Stoffelsz Tierion, Parckement bereider, tegenwoordig wonende binnen Gouda, en bekende wel en deugdelijk schuldig te zijn aan Heijndrick van der Heijme, Regerend Schepen en Brouwer in de Brouwerij van "de Swarte Leeuw" binnen Schiedam, de somma van 300 Car. guldens, ter zake van deugdelijk geleende penningen. [609]

1402. WOUTER JANSZ CLOECK, geb. Gouda, ovl. Dordrecht, korenmeester te Dordrecht. mogelijk als Wouter van der Cloeck Jansz belender in de Nieuwstraat (1699), tr. 1o? MAGDALIENTJE VELTKAMP, otr./tr. Dordrecht/Papendrecht 23-10/6-11-1672

1403. AELTJE HERMANS (HERMENS).

1406. JOHANNES (JAN) BASTIAANS(SEN) (SEBASTIANUS) (SOETHOU(D)T), ged. RK Loon op Zand 4-12-1633[643], ovl. na 1668, verm. voor 1673, j.m. van Loon (1655), als landbouwer, tapper vermeld op de 'Lijst van personen met bezittingen die minder waard zijn dan 2000 gulden' te Loon op Zand (1665),[644] woont te Loon op Zand (1668), otr. 2o 1665-1668 THEUNISKEN PETERS TALEN, mogelijk identiek met Theunesken Peters, ged. geref. Sprang 6-11-1639 als dr. van Peter Theunes Pennings, otr./tr. 1o Sprang geref. 21-7/29-8-1655

1407. THEUNISKEN (ANTHONIA) CORNELIS(SEN) ((DE) LEEUW) (LION), ged. geref. Sprang 17-6-1635(¥), ovl. 1665-1668?, j.d. van Sprang (1655).

COMMENTAAR(¥) Gezien haar trouwdatum (1655) moet Theunisken Cornelis Leeuw geboren zijn vóór ca. 1635. Een doop valt rond die tijd te Sprang niet te vinden. Wel vermeldt het geref. doopboek op 17-6-1635: "Cornelis Petersen aan den Eijkendeick, s(oon) Thoenes". Van een Thoenes Cornelisz Leeuw wordt te Sprang niets meer gevonden. De conclusie moet luiden dat de scribent van het doopboek (predikant of koster) hier hoogstwaarschijnlijk een verschrijving heeft gedaan en dat er moet staan "d(ochter) Thoenesken". In het doopboek zijn meer verschrijvingen aan te wijzen.

Op 28-12-1660 transporteert Jan Bastiaen Janssen Soethout goederen aan zijn broer Aert Bastiaen Janssen Soethout, die bekent schuldig te zijn aan zijn broer Jan een bedrag van 260 gulden terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 1-1-1663 ingelost is. [645]
Op 31-1-1662 wordt Jan Bastiaenssen Soethout aangesteld als opvolger van Wijtman Peeters, samen met Jan Adriaenssen Roosenbrant als voogd over Peeter en Adriaentken, onmondige kinderen van wijlen Bastiaen Jan Adriaens. [646]
Op 8-1-1665 transporteren Jan Willemssen Cuijlman en Bastiaen Tunussen van Vuijtwijck, als voogden over de vier onmondige kinderen van Niclaes Wouterssen van Doremael en Anneken Jan Peeters, goederen aan Jan Bastiaenssen Soethout. [647]

Op dezelfde datum 8-1-1665 bekent Jan Bastiaenssen Soethout schuldig te zijn aan Anneken Jan Peeters en haar kinderen een bedrag van 575 gulden terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 2-11-1670 ingelost is. [648]
Op 9-2-1673 doen Huijbert Bastiaens Soethout en Floris Huijberts de Pruijser, als voogden over de twee onmondige kinderen van Jan Bastiaens Soethout en Anthonia Cornelis de Leeuw, afstand van goederen aan Robbert Adriaens Breeckelmans, Hl. Geestmeester op het Vaertskwartier, ten behoeve van de Hl. Geest. [649]

1410. GEURT JANSEN, geb. vóór ca. 1610, molenaar op de Puurveense Molen bij Barneveld,[653] zn. van Jan Jansen, van Barneveld (1636), wednr. wonend te Barneveld (1639), otr./tr. 2o Barneveld geref. 24-3/12-4-1639[654] FRANSJE FRANCKEN, wed. van Evert Maassen, van Barneveld (1639), otr./tr. 1o Barneveld geref. 28-8/18-9-1636[655]

1411. MARIJTJE JANS, ovl. vóór 24-3-1639[656], dr. van Jan Jansen,van Barneveld (1636).

1416. EVERT MAASSEN VAN VELDHUIJSEN, geb. vóór ca. 1630, ovl. Ede-Veldhuizen 31-12-1709, pachter van 'De Slijpkruik' te Ede-Veldhuizen op het landgoed Kernhem,[658] tr. vóór ca. 1655[659] GERRITJE JANS VAN LANGEVELD, of JANTJE CLAASSEN VAN (DE) LANGEVELD, of LIJSBETH JACOBSEN.

1420. AART CORNELISSEN (VAN DER MEIJDEN)(ook genaamd Van de Geer)[661], geb. ca. 1625.

Op 4-2-1694 wordt het graf nr. 49 in de kerk van Veenendaal verkocht aan Dirck Aertsz en Gerrit Aertsz, gebroeders, voor ƒ 10,--,--.
vul aan Kw. VG 178

1422. REM (ROMBOUT) REMMERTSEN (ROMBOUTSZ) BULL DE JONGE, geb. vóór ca. 1610, ovl. na 1669, j.m. van Veenendaal (1636), schoolmeester en koster, landeigenaar,[669] otr./tr. Amersfoort geref. 20-2/11-3-1636[670]

1423. GIJSBERTJE WOUTERS, geb. vóór ca. 1615, j.d. van Groep bij Renswoude, wonend te Amersfoort (1636), landeigenares.[671]

1456. GUILLAUME (GUILLIAM) WALRAVEN / VAN STEENHUYS(EN), geb. vóór ca. 1615, ovl. 1666-1676, j.m. van Oplo (1638), is bewindvooerder voor de erfgenamen van Cryn Cornelissen schipper (1646), corporaal van de adelborsten onder den Heer van Oploo(¥) (1642), onder de compagnie van den ouden Heer van Oploo zaliger (1659), onder de compagnie van de majoor en kapitein luitenant Fouljouw (1660), onder de compagnie van de kapitein Hemert (1662) onder de compagnie van de kapitein Wittensteijn (1663, 1664), treedt op als not. get. (1663), belender aan de oostzijde van de Hoofschestraat te Grave (1655, in 1682 zijn erfgenamen), otr. 1o Creveceur 28-10-1638, otr./tr. 1o Grave geref. 30-10/31-11-1638 GERTRUIJDA (BERTRUD, GEERTIEN) JANSSEN (VAN WALBEECK), ovl. 1640-1643, j.d. van Grave (1638), dr. van Jan van Walbeeck, otr./tr. 3o Grave geref. 15-11/3-12-1659 CATHARINA ANTONISENS MUI(J)TERS, ovl. na 1666, j.d. van Grave, otr./tr. 2o Grave geref. 5/23-7-1642

1457. LEONORA (VAN) NIEUKERCKEN (NIJKERCK), ovl. 1656-1659, j.d. wonende in de Grave (1642), (mogelijk uit een geslacht Neukirchen).

COMMENTAAR(¥) Toeval of niet, met "den Heer van Oploo" kan niemand anders bedoeld zijn dan Godert van Steenhuijs, Heer van Oploe, Ambtman van het Graafschap en het Land van Cuijck. Zie Fragment Steenhuijs waarin de voornamen Walraven en Ludolph.

Op 25-7-1645 vesten Gerit Willemssen Schetter en Anneken Janssen e.l. voor zichzelf en zich sterkmakende voor Gerit, Jan en Anthoni Janssen van Walbeeck, broers van voornoemde Anneken Jans, van wie comparanten beloven binnen twee maanden na dato dezer procuratie te zullen overleggen, en voor Guille van Steenhuys als man en momboir van Geertien Jans(¥), voor Wolff en Herman Jans, resp. zwager en broers van voornoemde Anneken, schepen Willem Wouterssen en Isabeel Teyts e.l. de kamp bouw- of teuland op den Ham, schietend met het ene einde op de Ham aan de gemene weg, aan de andere zijde naast het erf van Grietien Roumen, komende met de twee andere zijden op het erf van Gerit Luenissen met geen andere lasten dan drie vat en een half rogge aan de H. Sacraments broederschap. Scholtis, schepenen de Puth en de Jong. [672]
Op 29-11-1645 vest Peter Bressers Lertouwer voor zichzelf en uit kracht van procuratie van zijn echtgenote Anneken Abrahams van Vossen voor burgemeesters en schepenen der stad Breda dd 31-10-1644 ondertekend Hanecops en met het stadszegel bezegeld, schepenen gebleken, Guille van Steenhuys en Leonore Nyeukercken(¥) e.l. het huis en erf in de Hoofschestraat, aan de ene zijde en achter schietend aan het erf van Hilleken Rutgers, aan de andere zijde het erf van Dierick van Balveren en voor aan de gemene straat, met geen andere lasten dan een malder rogge geestelijke pacht te betalen met twee gulden, een malder rogge aan het Cloester van Maria Graeff te betalen met dertig stuivers. Scholtis, schepenen Paulus Franck en Johan de Jong. [673]

COMMENTAAR(¥) CHECK! Hoe kan Guille van Steenhuys in 1645 nu man en momboir van Geertien Jans zijn en ook echtgenoot van Leonore Nyeukercken. Zou bedoeld worden "man en momboir van wijlen Geertien Jans"?
Op 8-10-1646 heeft Peter Vergheest na viermaal beslag doen panden aan het huis en erf van de erfgenamen van Cryn Cornelissen schipper voor de som van zestien philippusgulden waarvan mededeling is gedaan aan de bewindvoerder Guille van Steenhuys. Scholtis, schepen Willem Wouters die het Jacob Casembroot zal aandienen. [674]
Op 20-2-1647 heeft Guille van Steenhuys na viermaal beslag doen panden op de kooppenningen van het huisje van Cryn Cornelis schipper berustend onder Simon Versluysen voor de som van honderdtien gulden. Scholtis, schepen dr Frencely die het Casembroot zal aandienen. [675]
Op 6-2-1649 vesten Gerit van Althoff en Anna Willems e.l. voor zichzelf en zich sterkmakend voor Jan Joordens wonende te Keent in Maas en Waal voor drievierde, Guille van Steenhuys en Leonora van Nyeukercken e.l. voor het resterende vierde part Hendrick Schut en Margriet Hendrick e.l. het huis en erf in het Vissersstraatje, aan de ene zijde naast het erf van Hendrick Uldricx, aan de andere zijde naast het erf van Frans Wiricx Laymaker, achter schietend op het erf van de eenhoren en voor aan de gemene straat, met geen andere lasten dan 's heren poortchijns. Scholtis, schepenen Wolters en Casembroot [676]
Op 15-1-1656 heeft Guiliam van Steenhuijs een som van tweehonderdvijf gulden bij de schepenbank geconsigneerd in mindering van de kooppenningen van het huis genaamd de zak, gelegen in de Ridderstraat, verkocht door Christiaen van Wessum, voor hemzelf en Jan de Meijer en Bartolt Hendricx als momboirs van Wessums kinderen. Dit bedrag is gelicht door Casper Hogendorp als Volmr van de erfgenamen van rentmeester Verbolt, in het geval van naermaninge of calangie door de kinderen van Van Wessum vanwege dit huis compareert Wemmer Aerts die zich borg stelt, i.h.b. met zijn woonhuis in de Hamstraat en verder met al zijn andere gerede en ongerede goederen. [677]
Op 1-11-1656 vesten Christiaen van Wessum en Catharina Lenssen e.l., Jan de Meijer en Bartolt Henricx als curatoren over Wouter Carels onmondige zoon van wijlen Carel Wouters zadelmaker, Bartolt Henricx zich sterk makend voor zijn neef Hendrick Sleger, Guiliam van Steenhuijs en Leonora Nijkerck e.l. het huis, de stal en de hof in de corte Ridderstraat, genaamd de zak, aan de ene zijde naast het erf van zijne genade de graaf van Hoorn, aan de andere zijde naast de armenhuisjes met de uitgang aan het Cranevelt, welke uitgang (die is toegemaakt) door de transportanten vooreerst niet kan worden geleverd en door commissarissen uit de magistraat Casembroot en Vogelvangers is getaxeerd op vijftig gulden die Steenhuijs mag korten op de kooppenningen, bij levering naderhand zal restitutie plaatsvinden van deze som. Voorts eist Steenhuijs nog hogen ten bedrage van dertig gulden, dit te beslissen door de magistraat as dinsdag met geen andere lasten dan 's heren poortchijns a vier of vijf stuivers. Scholtis, schepenen Vogelvangers en Heuckelhoven. Met uitspraak van de magistraat over de hogen dd 7-11-1656. [678]
Op 24-4-1660 testeren van Guiliam van Steenhuijs korporaal onder de compagnie van de majoor en kapitein luitenant Fouljouw en Catharina Anthoni Muijters e.l. Gesproken wordt over hun huis aan en omtrent het kasteel. Getuigen Jacob Tyssen en Heijman Heijmanss pompmaker. [679]
Op 11-8-1662 maken Guilliam van Steenhuijse korporaal van de adelborsten van de compagnie van de kapitein Hemert en Chatarina Antonis Muijters e.l., een besloten testament onder herroeping van hun testament voor notaris de Haen dd 24-4-1660. 11-8-1662. In dorso: kopie van de akte van superscriptie van dit testament dd 11-8-1662 voor notaris de Blanchevoije, getuigen Joost de Goeij en Jan Ckreemer. Met enkele beschadigde identieke zegels in rode lak. [680]
Op 4-11-1663 verklaart Guilliam van Steenhuijs, korporaal van de adelborsten onder de compagnie van de kapitein Wutensteijn, op verzoek van Michiel Rebons sergeant onder dezelfde compagnie dat hij juffrouw van Loo weduwe van de ontvanger Bringel wonende te Zutphen te Ravenstein heeft gearresteerd i.v.m. zijn vordering op de boedel van haar broer Gijsbert van Loo in leven vaandrig van de compagnie van de kapitein van de Graeff, waarop juffrouw van Loo te Ravenstein een borg heeft gesteld te weten Jan Aerts Visscher. Voorts, dat hij met succes tegen juffrouw van Loo en haar borg heeft geprocedeerd, dat de borg in aanwezigheid van het gericht heeft gezegd dat hij van juffrouw van Loo tweehonderdtien gulden had ontvangen om comparant te betalen. Getuigen Johan van Galle en Derck van Wanroij. [681]
Op 8-3-1664 machtigen Ludolph Walraven Steenhuijse richter in Heumen en Malden en scholtis der heerlijkheid Oploo, Wichman Andriessen schepen en Guilliam van Steenhuijs korporaal van de adelborsten onder de compagnie van de kapitein Wittensteijn, de eerste twee als bloedmomboirs en de derde als vader van zijn onmondige kinderen uit zijn huwelijk met wijlen Leonora Nijkerck, Hendrick van Dart wijnkoper te Venlo om de moes- of koolhof buiten de L(..)poort (?) te Venlo van van Steenhuijs en diens kinderen publiek te verkopen. Getuigen: Peter Giesmer (Geismer),chirurgijn en Jacob Caspers mr swertveger [682]
Op 29-10-1666 vesten Guiliam van Steenhuijs en Catharina Anthoni e.l., Catharina met haar man als momboir, Ludolph Walraven richter te Hoemen en Malden een rente van vijfentwintig gulden losbaar met 500 gulden, met als eerste pachtdag 24-6-1667, uit het huis en erf in de sack, aan de ene zijde naast het erf van wijlen de graaf van Hornes, aan de andere zijde het erf van Johan Haernkens de oude, achter schietend op het erf van de graaf van Hornes en voor aan de gemene straat, en het huis en erf in de Hoofschestraat naast en achter het erf van Simon de Langh, aan de andere zijde het erf van Derck van Balfort en voor aan de gemene straat, het huis in de sack met geen andere lasten dan 's heren poortchijns, driehonderd gulden aan de kinderen van Guiliam van Steenhuijs verwekt bij zijn overleden echtgenote Leonora van Nykercken, het andere huis met geen andere lasten dan 's heren poortchijns, twee gulden aan ZH, een gulden 10 stuivers aan de nieuwe bagijnen, tweehonderd gulden kapitaal aan de voornoemde kinderen, de 300 en 200 gulden in deze huizen gehypothekeerd als moederlijk goed van deze kinderen onder verbintenis van al hun gerede en ongerede goederen. Substituutscholtis, schepenen Bernts en Heymans. [683]
Op 5-5-1668 blijken de onmondige kinderen in echt verwekt door Johannes du Blanchevoy en Reyntjer Borsteldonck schuldig te zijn tweehonderd gulden kapitaal aan Guiliam van Steenhuijs en Catharina Muyters e.l. [684]
Op 29-6-1676 vesten Ludolph Walraven richter der vrijheerlijkheid Hoemen als oom en momboir van de nagelaten meer- en minderjarige kinderen van wijlen zijn broer Guiliam Walraven verwekt in het eerste huwelijk bij Leonora van Nijkercken en in het tweede bij Leonora Moijters, en Jacomina de Blans e.l. Johan Beringhs apotheker en Johanna Roggen e.l. het huis en erf en het recht dat de comparanten uit kracht van hun constitutiebrief van 500 gulden kapitaal met de verlopen renten van dien hebben te pretenderen in de groote sack, aan de ene zijde en achter schietend aan het erf van het huis van de erfgenamen van de graaf van Hornes, aan de andere zijde de erven van Johan Haernkens en het gasthuis met geen andere lasten dan 's heren poortchijns. Scholtis, schepenen Wassenbergh en Cruijsier. [685]

Drie (onder)trouwinschrijvingen van Guillaume van Steenhuysen in het geref. trouwboek van Grave in 1638, 1642 en 1659.
klik op plaatje(s) om te vergroten

Cornelis Walravens en zijn beide echtgenotes
Cornelis Walravens, ged.. geref. Grave 14-2-1653, ovl./beg. Nijmegen Stevenskerk 13/17-6-1722 (Walraven, ambtman, avondbegravenis ƒ 50--, voor de hoge baar ƒ 5-12-, voor zes weken spreien ƒ 5-12- en een grafdaalder ƒ 1-10-) [689], jonge man van de Grave (1683), is voogd over het onmondige kind van Elisabeth Michels en Arnolt van Steenhuijsen (1700), notaris (1701), rentmeester en ambtman van de stad Nijmegen, beedigd op 15-2-1708, treedt op als erffpagter in het Rijk van Ooy (1710..1720),[690] heemraad voor de Heerlijkheid Ooij, ambtman van de graaf Van Bijlandt, heer van Ooij en Persingen, (1718-1719), gecommitteerde (ambtman) van het Polderdistrict Circul van de Ooij en Millingen (1720),[691] Amptman ende Rigter der Vrije Heerlijkheden Ooij en Persingen (1720), otr. 1o Nijmegen geref. 1-7-1683 (met proclamatie te Heusden) Maria Peters van Oije(n), ovl. 1687-1699, wed. van Francois de Soet, wonend te Nijmegen, otr./tr. 2o Nijmegen 26-2/5-3-1699 (met attestatie op Hees 12-3-1699) [692], (huw. voorw. 24-2-1699), tr. 2o Hees geref. 12-3-1699[693] Johanna de Haart, geb. 1656/57, beg. Nijmegen Stevenskerk 1-10-1751 (als wed. van Cornelis Walraven, bij avond begraven ƒ 50--, voor de hoge baar ƒ 5-12-, en een grafdaalder ƒ 1-10-.)[694], was een liefhebster van de dichtkunst, van wie nog verzen bestaan, die zij in haar 89e, 90e en 91e jaar heeft gemaakt, waarondere een vers gemaakt bij het hertrouwen van haar neef Gerard Cruitman met juffrouw Johanna Catharina van Troest? op 15-10-1747,[695] dr. van Dr. Lambert(us) de Haart, procurator, schepen en burgemeester te Nijmegen, en Barbara Mannis (zie Fragment De Haert nr. IVa voor haar afkomst). Cornelis Walravens en Johanna de Haart zijn eigenaar van 7 huizen te Nijmegen, Johanna als zijn weduwe van 5 huizen.
Op 26-9-1685 draegt Hermannis van Trijst voor hem selffs en als volmr. voor sijn huijsfrouw Sophia Maria Daniels, en mede als volmr. van sijn Broeder Petrus van Triest, beijde de volmagte de Hr. Rigter en schepenen gebleeke en vertoont, op aen Cornelis Walravens en Maria Peters van Oijen Echtel:. eerstelick eene mergen Landts genaemt Bart Goris mergen, nogh een stuck Landts genaemt de Laeck, groot omtrent drie mergen, Breeder te sien bij d’Acte van opdragt ten Gerigt Signate in dato den 26-9-1685. Regt eod die. [696]
Op 18-4-1687 Anneken Gijsen, huijsfrouw van Herman Hendrix van Sambeecq tegenwoordigh uitlandigh sijnde, geassisteert met de hr. Scheepen Gerardt Verheijden, als in deese specialick daertoe geautoriseert sijnde, Jan en Jenneken Rijcken voor haer selven, en haer ijeder int'besonder mits deesen sterckmakende en caverende voor haer suster Lijsbeth Rijcken, cederen en draegen op aen Cornelis Walravens en Maria Peters Echtel: seeckere hoffsteede bestaende in huijs, hoff, Boomgardt en Bouwlandt, groot ongeveer twee mergen geleegen int'Quartier van Flieren, voor vrij Erff en goedt, uijtgenoomen een halff malder Wintergarst Arnhemsche maete, en een halve maddagh off vijff St. daervoor soo de Erffgen: van Jo: Johan van Balveren en nogh drie schepel haever, maete voors:, als de Vrouwe Abdisse van Nij Clooster jaerlix daeruijt geldende hebben, en een roede en anderhalve voet Dijcx, alwaer aen de aenschouw Peter Elshout en aende affschouw Kerst Hendrix gedijckslaeght sijn, Breder d'acte van Opdracht te Gericht Signate in dato den 18 Aprill 1687. Regt eod die. [697]
Grafregisters van de Stevenskerk te Nijmegen:[698]
Nr. 370. De erfgenamen van Cornelis van Munster
Door de Heer Cornelis Walravens en Juffr. Johanna de Haar echtelieden aangekocht van de erfgenamen van Cornelis van Munster de 12-12-1711
Deze bovenstaande groeve en zerk heeft Aleijda van Munster weduwe Johannes van der Heijden en hare kinderen, zo voor haar zelve en als het recht hebbende van Do. Jacob van Munster, erfelijk verkocht en opgedragen aan de Heer Cornelis Walravens, Amptman en Rigter van Ooij en Juffrouw Johanna de Haerdt echtelieden en hun erven de 12-12-1711
De weduwe van Cornelis Walravens: 1-10-1751
Besaat: 16-9-1716 Metten Heere Peter Beeckman der beyden rechten dr. en Stadtholder des Rijcx van Nijmegen oyrcond Gerichtsluijden de Heeren van Leeuwen en Rens doet den HoogWelgeb: Gestr: Heere Jacob van Randwijck, Vrijheer van Beeck, Borghgraaff des Rijcx ende Richter der Stad Nijmegen ratione officy t’allen rechten besaat aan huys en Hoffstadt met bijgehorende middelweert, soo althans bij Theunis van Gendt in pacht gebruyckt word met daar bij en aangehorende Landerijen en Risweerden onder Oij in den Rijcke van Nijmegen gelegen, voor de portie en het recht soo de HoogWelgeb: Vrouwe douariere van Kilckbergh daar in is competerende, om te horen verclaren, dat den Notaris Cornelis Walravens als Volmr. van de vrouwe geimpeteerde sedert den 19-7-1701 in verwin heeft beseten voorgem: huijs en goederen hier boven gespecificeert. Eerstelijck voor eene Capitale sa van 2000 gl. metten interesse van dien a die morae mitsgrs. van 4000 gl. mede cum interesse a die morae ende deselve uyt craght dien in besit gehouden en aan andere verhuijrt heeft, sonder dat hetselve bij decreet laten vercopen off daar op uijtslagh van den gerichte versoght heeft ende sonder dat naar vercoop van den tijd van redemptie ingevolgen van den 4. Art. des Zrs. Ordonn. Op den 80. 40. of 20. penn. geëmaneert den 80. off den 40. penn: van de actie waar voor den Coop off verwin vercregen is, is betaalt, waar door gy vrouwe geimpetreerde ingevolge den 2. en 19 Art. der gem: Ordonn: vervallen bent in de boete van 20 gl. van ijder hondert boven den impost voor den gemeijne saack breder in cas van onverwaghte oppositie ten dage dienende te deduceren. Exp. Actum den 18. Sept. 1716 Regm. den 18 7br 1716 [699]
24-2-1699 Huwelijkse voorwaarden te Nijmegen, van Cornelis Walravens en Johanna de Haert.
Kopie Sambeek 18-7-1722 in Index schepenprotocol Sambeek Toeg. nr. 7040, inv. nr. 342 (7040.342) "Houwelix voorwaerde geprothocolleert ter rquisitie van de Heer Doctor L(?) de Haert als volmachtiger van Juffr. Johanna de Haert weduwe wijlen Corn. Walravens luijdende als volgt".
Kopie gemaakt op 17-7-1722 door de secretaris van Oploo van de huwelijkse voorwaarden van Cornelis Walravens weduwnaar (niet vermeld van wie), ter eenre en Johanna de Haert, jonge juffrouw, bruid ter andere zijde. Zij trouwen buiten gemeenschap van goederen, waaronder expresselijk vallen leengoederen in de Heerlijckheijden Opploo en Heumen. De bruidegom geeft aan de bruid als morgengave een somma van ƒ 2000,--, terwijl de bruid aan de bruidegom een morgengave geeft van ƒ 1000,--, alles Hollants gelts ad 20 st. het stuck. De akte van huwelijkse voorwaarden was opgemaakt te Nijmegen 24-2-1699 en getekend:(¥) L. Walravens, Johanna de Haart, Ludolph van Steenhuijs, chirurgijn, Barbara Mannis j.d. Haert, Joh: Verstegen, Pompejus Hullekens, en Beeckman Eccles: Neomag. en S. van Herwaerden, Secret(aris). [700]

COMMENTAAR(¥) In welke relatie de ondertekenaars staan tot het bruidspaar wordt in het afschrift niet vermeld. Bekend is het volgende:
Ludolph van Steenhuijs, chirurgijn: is waarschijnlijk niet identiek met Ludolph van Steenhuijsen (zie kw. nr. 364 ) die later blijkbaar de naam Walravens gebruikt na zijn huwelijk met Johanna (E)leonora Walraven(s), het nichtje (oomzegster) van Cornelis Walravens. Laatstgenoemde treedt immers in 1700 nog op als momboir van het onmondig kind van Elisabeth Michels en Arnolt van Steenhuijsen, waarmee allen maar Ludolph bedoeld kan zijn.
Barbara Mannis: moeder van Johanna de Haart.
J. de Haert: mogelijk een broer of oom van Johanna de Haart, haar vader is in 1694 al overleden.
Joh: Verstegen: onbekend
Pompejus Hullekens: kennelijk Pompejus Hul(c)kens, brouwer, burger van Nijmegen 18-1-1680, gemeensman, burgerluitenant en diaken te Nijmegen (zie kw. nr. 2935 sub a)
Beeckman Eccles: Neomag. : vermoedelijk Ds. Engelbertus Beeckman geref. predikant van de Stevenskerk te Nijmegen (1656-1703) (namens de kerk van Nijmegen?).
Op 12-1-1700 transporteert Elisabeth Michels met haar vader Willem Michels als momboir over haar onmondig kind, echtelijck verwekt door Arnolt van Steenhuijsen zal. en met volmacht van de de andere momboir Cornelis Walravens volgens octrooi van 9-12-1699 en 20-12-1699, aan Peter Jans Geubbels & Maria Jans echtelieden, bouwland, genaamd den Reuver, groot 4½ morgen en gelegen in de Aembeten aan de hei, belend met een sijde Wolter Jans erf, de andere sijde Hendrik van Slijpenbeeckx erf, met een eijndt uijtschietende op de heijde en het ander eijndt op Willem Michels vrij erf. Voor 353 gulden. [701]
Handelingen en resoluties van de Staten van Gelre en Zutphen Landdagsrecessen 1713[702]
Extra-ordinaris Landdag te Arnhem 20 januari-11-2-1713 :
Rekest van Cornelis Walravens met verzoek een appelprocedure voor het Hof aan te spannen tegen Bernhard Frans van Sevenaer tot Wolferen. Besluit H.E.M. tot uitstel van de zaak tot de eerstvolgende Landschapsvergadering.[703]
Recessen van de ordinaris Landdagen in 1714 te Zutphen gehouden (18-28 april en van 19 september-2 oktober) en de extra-ordinaris Landdag van 1-4 augustus) te Zutphen.
Machtiging verleend aan het Hof om zich uit te spreken over de appellabiliteit of inappellabiliteit van een vonnis gewezen tussen Bernhard (Berent) Frans van Sevenaer en Cornelis Walravens voor het landgericht van Over-Betuwe.[704]
Op 19-4-1718 transporteren Ludolph Walravens & Johanna Eleonora Walravens echtelieden, aan hun oom Cornelius Walravens Amptman en Richter van de Vrije Heerlijckheden Oij en Persingen & juffr. Johanna De Haard echtelieden een hofstede bestaande uit: * een huis, schuur, hof, boomgaard en bouwland, belend van beijde de kanten van Straet tot Mullem, aan de heijde kenbaar gelegen, voor desen toebehoort hebbende aan de erfgenamen van Jan Brienen zalr., groot ongeveer 23 kleine morgen 109 roeden, belast met 21 sester rogge Graafse maat geestelijcke pacht; * het bouwland gelegen langs het Nij Erff, groot 8 morgen 37½ roede is tiendvrij. * een weiland in het Beeckbroeck neffens Elsholdts erf, groot 3 morgen, vrij erf; * Nij Erff bij het voornoemd tiendvrij land, groot 4 morgen 100 roeden, vrij erf behalve 2 keer 1½ stuiver aan beide Heren. Coopspenn: ƒ 3000,0,0; 21 sest. rogge ƒ 367,10,0; 3 st. chijns ƒ 3,15,0, totaal ƒ 3371,5,0. [705]
Schepenprotocollen Nijmegen:[706] Akte 11-9-1719:tekst nog opzoeken Vermeld: Johanna de Haert gehuwd met Cornelis Walravens, Elisabeth Michaels wed. van Arnold Walravens, Elionora Walravens, gehuwd met Ludolph Walravens Aelbert Walravens, gehuwd met Adriana Fenacolia, Elisabeth Walravens gehuwd met Justus Brouwer, handelt voor Hendrik de Haart. Verder: Johan Martijn Walravens N. Brouwer, Otto Cornelis de Haart handelt voor Wijer Vermeer, Cornelis Brouwer, Justus jr Brouwer.
In najaar 1720 compareerden den Heer Cornelis Walravens Amptman ende Rigter der Vrije Heerlijkheden Ooij en Persingen en Juffr. Johanne de Haert Echtel: ende bekenden voor eene welbetaelde somme van vijf hondert en vijf en twintigh gulden wettelijken verkogt gecedeert ende opgedragen te hebben, sulx doende cracht dezes aan Jan Gerrits van Goch en Jenneken Otten Echtel: haeren Erven zekere vier morgen Bouwlants waervan den eenen morgen genaemt is Bart Gorise mergen, ende het ander parceel groot drie morgen van outs de Laak genaemt edogh zo groot en cleijn als beide de voorn: parcelen landts met den aencleven van dien int quartier van Flijren onder de voors: Stadt en Heerlijkheit gelegen zijn, palende juxta littera, zijnde vrij Erff en goet, uijtgezondert 's Heren schattinge, het recht van Thienden, voorts gemeine dijk en weteringe en uijtwege van outs ende met recht daer toegehorende. Bekennende, Belovende ... (restant van de akte ontbreekt, de akte zit tussen akten van 27-9-1720 en 9-1-1721). [707]
Op 20-8-1722 passeert de taxatie van de goederen nagelaten door Cornelis Walraven, overleden op 13-6-1722 te Nijmegen en waarvan volgens het huwelijkscontract het vruchtgebruik is gedevolveerd aan zijn echtgenote Johanna de Haert en eigendom aan Ludolph Walraven. Het betreft een stuk bouwland, groot ca 10 kleine morgen, genaamd den Breemheuvel, grenzend oost en west de erven van de heer de Creff, zuid Anthonij Aben en noord de gemene straat gelegen binnen Oploo. Zie ook volgende akte. [708]
Op 27-8-1722 passeert de taxatie van de goederen nagelaten door Cornelis Walraven, overleden op 13-6-1722 te Nijmegen en welke goederen volgens leenrecht zijn gedevolveerd op zijn oudste neef Ludolph Walraven. Het betreft een stuk bouwland, groot ca 10 kleine morgen, genaamd den Breemheuvel, grenzend oost en west de erven van de heer de Creff, zuid Anthonij Aben en noord de gemene straat gelegen binnen Oploo. Zie ook vorige akte. [709]
Op 28-10-1723 wordt Anneken van de Poel wed. van wijlen Lambert Hulsmeijer, voor den Hr. Burchgraaff oirkond gerichtel. den Hr. Johan Ingenool en Hendrik van Leeuwen door Dr. P. de Haart als volmr. van Juffr. Joh. de Haard, Wed. Boedelhouderse en Tochtenaarse van wijlen Cornelis Walravens in hare gerede en ongerede goederen onder Oij Rijcks met Besaat aangesproken ten eijnde als breder bij t Dagelijcks Signaat. quo relatio. Regm: den 28. Octob: 1723 [710]
Op 4-2-1724 wordt Thijs van Gijsteren met den Hr. Burchgraaff Jacob van Randwijck oirkond Gerichtsl. door Dr. P. de Haard als volmr. van Juffr. Johanna de Haart Wed. Walravens in zijne gereede en ongereede goederen onder Oij Rijcks geleegen met Besaat aangesprooken, ten eijnde als breder bij 't dagelijcks Signaat. Quo relatio. Regm: den 7. Febr: 1724
Akte in het geheel doorgehaald: Compareerde den advt P. de Haart als Volmr. van Juffr. Johanna de Haart Wed. Walravens verzoekende dat deze Besaating mach worden geroijeerd actum den 31. Maart 1729. [711]
Op 19-12-1727 passeert de taxatie van het nagelaten vruchtgebruik van de goederen door Johanna de Haert weduwe van Cornelis Walravens. Het betreft het vruchtgebruik van een stuk bouwland groot ca. 10 kleine morgen, gelegen te Oploo, getaxeerd op ƒ 57-10-. [712]
Op 20-11-1736 wordt Johanna de Haert uit eijgen hooffde, en als Wed. en getochtigde Boedelhouderse van wijlen Cornelis Walravens, in alle zoodaene gereede en ongereede goederen ... Regm: den 20. Novemb: 1736 Deze acte lijkt incompleet te zijn, wel staat onder de acte de hiernavolgende aantekening, echter zonder naam of ondertekening: Uit kragt der authorisatie bij resolutie van den 1. Meij 1758 en 31. Julij 1760 respective op mij verleent /: aan de requisitie bij dezelve vervat voldaan zijnde :/ zoo heb deze geroijeert den 15. Januarij 1761 [713]
Schepenprotocollen Nijmegen: 22-3-1742 vermeld: G.E. Cohen, Johanna de Haert, wed. van Cornelis Walravens, P. de Haert, Pompejus Hillekens, overleden NN Pelle, overleden Het betreft een huis in de Priemstraat. [714]
In 1752 wordt aangetekend dat op 5-8-1752 de erfgenamen van juffrouw Johanna de Haert, weduwe van Cornelis Walraven, zijn aangeschreven inzake het verzuim van het betalen van collaterale rechten van een bouwhof gelegen onder Sambeek. De boete zou ƒ 400,-- bedragen. Volgens een brief van de heer Graeve van Linden van 15-11-1752 is een en ander verholpen. Waarvan memorie. [715]


Huizen in eigendom in Nijmegen
Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Hezelstraat (kadaster C1716):[716]
Cornelis Walravens en Johanna de Haert (1721-1736),
Johanna de Haert, wed. van Cornelis Walravens (1736-1754)

Eigenaren van een huis, stal en erf gelegen te Nijmegen in de Priemstraat (kadaster C1239) - Belast met een rente van 7 Philips guldens t.b.v. het kapittel van de St. Stevenskerk -:[717]
Cornelis Walravens Oud-Rentmeester, en Johanna de Haert (1720-1722),
Ludolph Walravens en Eleonora Walravens (1722-1754),
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755).

Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Lange Nieuwstraat (kadaster C 624):[718]
Oth de Haert (1655-1670),
Cornelis Walravens en Johanna de Haert (1702-1754),
Peter de Haart, advocaat en Cornelia B. Cop (1754-1757),

Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Lange Nieuwstraat (kadaster C 644):[719]
Cornelis Walravens (1712-1754),
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755)

Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Voerweg (kadaster C442) - Belast met een rente van 15 stuivers t.b.v. Rijk Tijssen -:[720]
Cornelis Walravens, rentmeester (1721-1754),
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755),
Peter de Haart, advocaat en Cornelia B. Cop (1754-1754)

Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Voerweg (kadaster C443) - Belast met een rente van 15 stuivers t.b.v. Rijk Tijssen -:[721]
Cornelis Walravens, rentmeester (1721-1754),
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755),
Peter de Haart, advocaat en Cornelia B. Cop (1754-1754)

Eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Rozemarijngas (kadaster C473):[722]
Johanna de Haert, wed. van Cornelis Walravens (1722-1754),
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755)

eigenaren van een huis en erf gelegen te Nijmegen in de Voerweg (kadaster C472):[723]
Cornelis Walravens en Johanna de Haert (1721-1722),
Ludolph Walravens (1722-1754),
Johanna E. Walravens (1722-1754)
Johanna de Haart en Cornelis Walravens (1721-1754)
Johanna E. Walravens, wed. van Ludolph Walravens (1754-1755)


COMMENTAAR(¥) Maria Soet, geboren Rhenen 19-6-1637, gehuwd met Dirk Walraven te Arnhem.[724]

Francois de Soet x Maria Peters van Oije en hun kinderen
Francois de Soet, geb. vóór ca. 1640, ovl. 1675-1683, luitenant, tr. vóór ca. 1660 Maria Peters van Oije, geb. vóór ca. 1640, ovl. vóór 1699, woont te Nijmegen (1683). Zij hertr. Nijmegen geref. 1-7-1683 (met proclamatie te Heusden) Cornelius Walravens. Zie hierboven.
Op 26-8-1675 bekennen Hermen Hendrix van Sambeeck en Anneke Gijsen Echtel: schuldig te zijn aen hr. Francois de Soet en sijn huijsfrou drij hondert vijftig gl: Capital ad 5 p.ct. en verbijnden daar voor huijs en hoffstadt met boomgaert en boulant groot 2 mergen in't Q[725] van Fliere gelegen breder vermogens de schultbek: van de .. augusti 1675 voor richter Dr. Will: Roukens oircondt de Greve en Romburg schepene gepasseert. Regta: den 26 Augusti 1675. [726]
In 1684 procedeert Cornelis Walravens, nazaat (sic!) van Luit. Francois de Soet contra Jr. Johan van Hacfort, Heer tot Waeijestein. Het betreft een verrekening van voorschotten en arbeidsloon om de Heer Hackfort "in de kleren" te houden. [727]
Op 1-8-1711 transporteren Jacobus de Soet Predicant tot Luyck voor sig selven ende de rato caverende voor sijne absente huysvrouw Maria Antonetta van de Poll, Peter de Soet en Geertruyd Bonenbacker E.L., mitsgaders Reijnier de Soet en Agnes Maria Verbeeck E.L., insampt ofte ieder int bijsonder haer sterckmakende en de rato caverende voor haer absente suster Johanna de Soet wede wijlen Johan van der Leij en derselver mundige als onmundige kinderen, oyrcond Erffpagteren Derck de Vries en Theod. Lom voor eene somme van vijff hondert gulden qua pessoluta (?) aan haren schoonvader (hier te lezen als stief-schoonvader) Cornelis Walravens en Johanna de Haard E.L. en haren Erven, sekere geregte vier thiende parten in eenen camp wey of hooijlants genamt den Peppelencamp groot int geheel ongeveerlijck vijff mergen lands edog soo groot en cleijn den voorn: camp lands gelegen is, en waer van de geregte andere ses thiende parten de voorn: Egteluyden Coperen in eygendom sijn toestendigh, sijnde vrij allodiael erff en goed, uijtgesondert sodane rente van 4 - 19 - des jaers als den Rentmr: Cornelis Beeckman q.q. daer uyt te vorderen heeft, met belofte van waren en vrijen, Cap: 500 gln. Rent voor 4 tiendeparten in capitael 39 gulden samen 539 gl: bet: den 40 penn: met 13 - 9 - 9 Regm: 4 aug 1711 [728]
    Uit het huwelijk (de Soet-van Oije) (o.a.?):
  • a. Ds. Jacobus de Soet(t), geb. Nijmegen vóór ca. 1665, ovl. Dendermonde ? 18-11-1729[729], ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Franeker 30-8-1683 ("Jacobus de Soet, Neomago Gelrus"),[730] ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Harderwijk 2-2-1687 ("Jacobus Soet, Neomagensis"),[731] legerpredikant vanaf 13-3-1695, legerpredikant te Poederoijen-Loevestein (1697-1706), te Aalst (1706-1711),[732] op de citadel te Luyck (1711),[733] predikant te Dendermonde (1718),[734] tr. vóór 1704 Maria Antonetta (Anthonia) van de Poll, ovl. 's-Hertogenbosch 12-4-1754[735], eigenaar van een huis genaamd het Marktschip op Leijden op de Breede Haven te 's-Hertogenbosch (1699-1716),[736] Hieruit verder nageslacht bekend.
    Op 10-7-1716 verkoopt Johan Versfelt te 's-Hertogenbosch, gemachtigd van Jacobus de Soet, Ned. Geref. predikant op de citadel van Luik, man en momboir van Maria Anthonia van de Poll, voor notarissen te Luik op 23-5-1716, het huis: het Marktschip op Leijden op de Breede Haven tussen het huis van Jacob Papegaij en de huijsing van Abraham van de Poll, Maria Anthonia aangekomen bij erfdeling van de goederen van wijlen haar ouders voor notaris J. van Campne op 25-7-1699 tegen haar broeders en zusters, aan Philips Webster havenmeester, voor ƒ 1800,-. [737]
  • b. Peter (Petrus) de Soet, geb. vóór ca. 1675, ovl. na 1711, geref. lidmaat te Nijmegen St. Stevenskerk 26-3-1701 wonend in de Burghstraat, tr. vóór 1699 Geertruyd Bonenbacker, geb. vóór 1681, ovl. na 1711, dr. van Hendrick Bonenbacker en Reynera Celen.
    Op 11-2-1681 vesten Hendrick Bonenbacker en Anna Catharina Batharel e.l. Johanna, Johan en Geertruijt Bonenbacker verwekt door de voornoemde Bonenbacker bij wijlen zijn eerste echtgenote Reynera Celen een kapitaal van eenduizend gulden uit het huis en erf in de Hoofschestraat, aan de ene zijde naast het erf van de erfgenamen van Herman Boener, aan de andere zijde naast het erf van Lieuwen Hendricx, achter schietend op het erf van Johan Haernkens en voor aan de gemene straat, tot zekerheid van de 1000 gulden door Bonenbacker t.b.v. zijn kinderen gehypothekeerd in zijn huis te Nijmegen in de Broerstraat, met geen andere lasten dan 600 gulden kapitaal vanouds aan Maria Pierlingh. scholtis, schepenen Cruijsier en de Greve. 11-2-1681. doorgehaald, in de marge: Peter de Soet voor zichzelf en uit kracht van procuratie van zijn echtgenote Geertruijt Bonenbacker en van Hendrick Bonenbacker, schepenen gebleken, Johanna Bonenbacker met Peter de Soet als momboir, verklaren dat deze vest door de advocaat van de Gronde is betaald, derhalve geroyeerd, Grave 16-12-1699, schepenen de Greve en Meuleman [738]
  • c. Reijnier de Soet, geb. Nijmegen voor 1683, beg. Nijmegen in de Stevenskerk 17-11-1722 (een luidaalder ƒ 1-10- - een grafdaalder ƒ 1-10-), geref. lidmaat te Nijmegen St. Stevenskerk 22-4-1698 komend van 's Gravenhage, ondertekent in 1702 het "Onderlingh verbant van associatie" als lid van het zilversmidsgilde te Nijmegen, [739] is borg voor Johan Verbeek (1706, 1711), is betrokken in een proces wegens verwonding van Lucas Brouwer (1711-1714),[740] meester zilversmid (1707..1722), transporteert met zijn vrouw voor ƒ 3625,-- een perceel uiterwaard onder Gendt aan Jacobus Kleynpenningh en diens vrouw Maria Verbeek 20-2-1721,[741] otr. Nijmegen 10-4-1698 (met attestatie naar Hees 25-4-1698) Agnes Maria Verbee(c)k, beg. Nijmegen 17-11-1722, dr. van Joan Verbeeck, commissaris. Hieruit verder nageslacht bekend.
    Op 6-11-1720 Comparuerunt Reinier de Soet Meester Zilversmit binnen de Stadt Nimegen en Agnes Maria Verbeek Echteluijden geassisteert met den Secretaris dezer Stadt en Heerlijkheit Nicolaas Schmitz geautoriseert sijnde van de WelEd: Agtbare Magistraet der Stadt Nijmege ende sulx uijt cragt van de Resolutie van de Ed: Mog: Heeren … des Vorstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen in dato den 17. October 1720 en bekenden voor eene somme van Drieduijzent zeshondert vijf en twintigh gl: waer van zij den eersten en laatsten penningh bekennen ontfangen te hebben, verkogt, gecedeert en opgedraegen te hebben doende sulx cragt dezes aen Jacob Kleijnpenningh en Maria Verbeek Echtel: een parceel Uijterweert bestaande in hooij en weijlandt met alle ap- en dependentien, groot omtrent tien mergen, edogh de mate on..pen gelegen onder de Stadt en Heerlijkheit Gent, palende Oostwaerts de Heer van Hartefeldt, Zuijdwaerts de Hr Baron van Gent, westw: de Vrouw van Nieu Closter, Noordtw: Jan Gerrits aen de Kerck voor vrij Erff ende goet met geende Jaarlijkse lasten off uijtgangen beswaart, zullende het verbandt van fidei commis, waermede hetzelve beswaart was, uijt cragt van de voorst: landtschaps resolutie in het protocol van beswaar geroijeert wordende, edogh uijtgenomen verpondinge, dorps en Heerlijkheits lasten van outs en met regt daertoe staande, Bekennende, Belovende, actum coram judice oircondt schepenen Derck Sweers en Nicolaas Schmitz. Den 20-2-1721 Reg: den 22 febr: 1721 [742]

    Zie Groot Gelders Placaet-Boeck: Van den Jare 1699 tot den Jare 1740, Volume 3, voor de tekst van dit verzoek.
    Op 2-11-1707 wordt door de Gelderse Ordinaris Landdag te Nijmegen het erzoek afgewezen van Reijnier de Soet, meester zilversmid, om ontheffing van een fideï-commis op een stuk weiland in de heerlijkheid Gendt om hetzelve te verkopen of te bezwaren wegens behoeftige omstandigheden. [743]

    Ordinaris Landdag 17-10-1707: Verzoek van Reijnier de Soet om ontheffing van een fideï-commis op een stuk weiland onder de heerlijkheid Gendt ten einde het te verkopen wegens behoeftige onmstandigheden van zijn gezin. Verzoek toegestaan mits de ontvangen penningen worden belegd als lijfrente voor de kinderen. [744]
    Schepenprotocollen Nijmegen: 18-8-1710. Hierin treden op: Reinier de Soet x Agnes Maria Verbeek echtelieden, Hermanus Verbeek x Amilia Margrita Verbeek (overleden), begunstigde: Helena Verbeek handelt voor zich: Johan Verbeek begunstigde: Johanna Geertruy Verbeek Datum document: 18/8/1710 [745]
    Schepenprotocollen Nijmegen: 14-8-1711. Hierin treden op: Gerrit de Hoogh, overleden, Naleken van Kempen wed. van Johan Verbeeck Melchior Omelingh Reijnier de Soet x Agnis Maria Verbeeck echtelieden Helena Verbeeck, handelt voor zich:
    Het betreft een huis in de Steenstraat te Nijmegen. [746]
  • d. Johanna (de) Soet, geb. vóór ca. 1660, ovl. na 1722, jonge dochter te Nijmegen (1678), otr. Nijmegen 3-2-1678 Johan Jurjens van der Leij, ged. Rinsumageest 30-8-1646, beg. Leeuwarden 1-3-1709, jonge man te Nijmegen (1678), wijnhandelaar wonend te Leeuwarden met een wijnhuis in de Toren van Babel aan de Nieuwstad, burgerhopman en lid van de vroedschap van Leeuwarden 1699..1709, was in 1698 eigenaar van stem 15 en 16 Hylaard en voor een deel van stem 3 Huins, zn. van Mr. Jurjen Jans van der Leij, secretaris van Dantumadeel en advocaat bij het Hof van Friesland, en Sjoerdje Reyns van Rheen.[747] Hieruit verder nageslacht bekend (10 kinderen).

    COMMENTAAR(¥) Wie is: Maria Soet, geboren Rhenen 19-6-1637, gehuwd met Dirk Walraven te Arnhem.[748]

1458. WILLEM MICH(A)ELS, geb. vóór ca. 1645, ovl. 1706-1709, woont te Sambeek (1663), vermeld als ontvanger van een tijns te Sambeek (1669), get. in een not. akte te Sambeek (1676), belender in de Aembeten onder Sambeek (1700), aan de gemeijne Strate (1706), aan de Heijde onder Sambeek (1718), wiens lening wordt afgelost door Ludolph Walravens (zijn kleinzoon?), tr. vóór 1677

1459. MARIA PHILIPSEN, ovl. na 1706.

Raad van Brabant: In 1663 procedeert Johan van Afferden, drossaard van Boxmeer, voor gravin van den Berg, vrouwe van Sambeek, contra Willem Michels in Sambeek: door Michels voor schout van Land van Cuijk afgelegde getuigenis over dood van Thijs Jansen. [779]
Op 9-2-1677 transporteren Dirck Aertz & Marij Jans echtelieden, aan Willem Michels & Marij echtelieden, een huis, schuur, schop, put en hof, groot 60 roeden en gelegen aan de Vriethoff bij de Berckhoff. Behalve de gewone lasten belast met een oort tijns aan de erfgenamen van Willem van Elderom. Verder alle rechten en plichten zoals hun was aangevallen op 4-1-jongstleden bij erfdeling. [780]
Op 28-3-1677 transporteren Willem Michaels & Maria Philpsen echtelieden, aan Peter Jans & Deriske echtelieden, huis, schuur, schop, put en aangelegen hof, gelegen aan de Friethoff met de plantage van ooftbomen en heggen bij de Kerckhoff, vrij erf behalve de gewone lasten en 14 stuiver erfelijke cijns aan de erfgenamen van Willemke van Eldrum, nu Willem Michaels. Tevens is bepaald dat Willem Michaels en zijn erven de watergraaf en kuil in de voornoemde hof die zij van ouders geërfd hadden, naar eigen goeddunken 12 voet verderop mogen graven, naar het pad van Aldert Michels, mits zij deze zullen onderhouden. De graaf is 1½ voet breed en de kuil 7 voet binnenwerks. Het aanleggen zal gebeuren in de toekomende lente of herfst met het recht van de 'deyckleder'. 340 gulden. [781]
Op 4-1-1685 verkopen Willem Michels en zijn huisvrouw Marrij Philipse, aan Gerrit Gerrits en zijn huisvrouw Leijsbeth Gerrits, een stuk hooiland genaamd het Aeijen, zuidwaarts grenzend aan de Lange Jans Camp te Vierlingsbeek. Dit land heeft zijn erfweg van de Holtesche Steegh langs de heg door de Lange Jans Camp. [782]
Rekeningen van het dorp Sambeek Rendant Willem Michaels. Afhoring. 19-3-1685. [783]
Op 2-11-1690 lenen Willem Michels & Maria Philipsen echtelieden, 300 gulden tegen 4% van de Eerw: Maters ende Conventualinnen tot Ostrum, met als onderpand een weikamp genaamd de Broexen Camp, groot 4 morgen vrij erf, wel belast met 3 sester rogge erfpacht en verder al hun gerede en ongerede goederen zoals vermeld in de obligatie van 25-10-1690. Deze obligatie is gequiteerd en ingelost. [784]
Op 15-2-1697 verkoopt Willem Michels "aenden openbaeren perck" aan Jacob Pouwels bouwland, groot 4 morgen 34 roeden en gelegen in de Aembeten, vrij erf behalve de normale lasten en leenroerig aan Boxmeer met 1 oort gouds. [785]
Op 19-5-1699 lenen Willem Michels & Maria Philippusen echtelieden, 200 gulden Hollants van jonker Carolus van Eijk, met als onderpand een wei- of hooikamp, groot 4 morgen en gelegen aan de Heghse straat, vrij erf behalve 3 sester rogge: 2 voor de Kerk en een voor de kosterij van Sambeeck. [786]
Op 12-1-1700 transporteert Elisabeth Michels met haar vader Willem Michels als momboir over haar onmondig kind, echtelijck verwekt door Arnolt van Steenhuijsen zal. en met volmacht van de de andere momboir Cornelis Walravens volgens octrooi van 9-12-1699 en 20-12-1699, aan Peter Jans Geubbels & Maria Jans echtelieden, bouwland, genaamd den Reuver, groot 4½ morgen en gelegen in de Aembeten aan de hei, belend met een sijde Wolter Jans erf, de andere sijde Hendrik van Slijpenbeeckx erf, met een eijndt uijtschietende op de heijde en het ander eijndt op Willem Michels vrij erf. Voor 353 gulden. [787]
Op 14-2-1700 transporteren Willem Michels & Maria Philippusen echtelieden, aan Goosen de Bruijn & Margrieta de Hoog Willem Michels & Maria Philippusen e.l. dragen op aan Goosen de Bruijn & Margrieta de Hoog e.l., bouwland genaamd den Kruijstocksen Saal, groot 1½ morgen en gelegen in de Aembeten, vrij erf. Voor 180 gulden en 12 hogen. [788]
Op 27-2-1700 transporteren Willem Michels & Maria Philipsen echtelieden, aan Peter Jans van Mil & Tunisken Cornelisen echtelieden, bouwland genaamd Cox mergen en gelegen in de Aembeten, vrij en teindvrij erf. Voor 170 gulden en 4 hogen. [789]
Op 15-3-1700 transporteren Willem Michels & Maria Philipsen echtelieden, aan Wijnant Verhaert & Willemken Hendrix echtelieden, bouwland genaamd den Reuver, groot 1½ morgen en gelegen in de Aembeten, vrij erf. Voor 180 gulden en 7 hogen. [790]
Op 21-3-1700 transporteren Willem Michels & Maria Philipsen echtelieden, aan Reijn Jans de Hoogh & Hermken Willems echtelieden, bouwland genaamd het Nieuw Erff, groot 1½ morgen en gelegen aan de heide, vrij erf. Voor 91 gulden en 3 hogen. [791]
Op 3-5-1706 transporteren Willem Michels & Maria Philippesen echtelieden, aan Jeuxken Aerts en haar erfgenamen, huis met hof aan de gemeijne Straete, belast met 1 kapoen thijns aan Willem Michels, vrij erf. Voor 150 gulden. [792]
Op 5-9-1706 leent Willem Michels 300 gulden van Hermanus van der Horst, borger en koopman te Grave, met als waarborg 2 langs elkaar gelegen weilanden op de Hegge den eersten met de een sijde neffens Jan de Wildts erf, de ander sijde Alardt Brouwers ende Jan Tijssen erf schietende van de Hegse Straet toto op Jan Simons erf, groot 5 morgen 19 roeden en 2 morgen 57 roeden, den tweeden camp daer aaen gelegen met eene sijde neffens Jan Tijssen erf, de ander sijde den heer van Cappellens erf, schietende van den voorsz eersten camp tot op Jan van Elsens erf, groot 2 morgen 57 roeden. Afgelost op 10-9-1722 door Ludolph Walravens. [793]
Op 2-11-1707 wordt te Sambeek de taxatie gamaakt van nalatenschap van Joncker Carolus van Eijck, overleden 1707. Onder de baten komt voor:
Een gehipotiseerde obligatie van hondert guldens staende tot last van Wilm Michaels ende Meri Phijlipsen. [794]
Op 27-7-1709 transporteert Procureur Anthoni van Elderon met volmacht van de erfgenamen van Willem Michels zal., aan Jacob Haevens & Jeuxken echtelieden, een hooikamp genaamd het Swinler, groot 1½ kleine morgen aan de Swinlerse Straet, belast met 3 schepel wijt Heijense maet, 1 gans, 1 hoen en ongeveer 1 stuiver thijns aan de Kerck van Afferden. Voor 44 gulden en 22 hogen. [795]

1460. =1456. GUILLAUME (GUILLIAM) WALRAVEN / VAN STEENHUYS(EN), geb. vóór ca. 1615, ovl. 1666-1676.

1461. =1457. LEONORA (VAN) NIEUKERCKEN (NIJKERCK), ovl. 1656-1659.

1464. P(I)ETER NO(L)LENS (DE JONGE), ovl. Roermond tussen 16-9-1673 en 29-6-1682, was evenals zijn vader maasschipper en koopman te Roermond en ook burger van deze stad, vermeld als Peter Nollens op de "Lijste van alle schipperburgers der stadt Ruremonde, die servies zullen moeten betalen" (11-2-1644), [799] tr.

1465. AGNES VISS(CH)ERS, dr. van Jan Vischers den ouden zaliger van Eijsden.

Op 27-11-1649 verkocht Pieter "Nollens" te Dordrecht. voor notaris Daniel Eelboo, aan "Jan Vischers de Jongen sijnen swaeger mede maeschipper ende Borger tot Remundt" zijn aandeel, zijnde 1/3 in het ouderlijk huis Vissers, gelegen te Eisden en bewoond door hun oom Pieter Pauwelsen (of Peter Pauwels Petermans) [800].

1466. JACOB BOURS (BOERS)(¥), geb. ca. 1625, ovl. 1680[811], mr. maasschipper en koopman, burger van Dordrecht, sinds 16-7-1669 burger en sinds 5-8-1670 grootburger van Nijmegen. Ook Jacob Bours hoorde tot een typische maasschippersfamilie welke uit Elslo stamde en, evenals de familie Clouns, verwant was met de bekende Limburgs- Dords-Nijmeegse schippersgeslachten gelijk Blanckaerts, Coninx, Jorissen, Morees, Vermaessen, enz. Bij al deze families treft men zowel katholieke als hervormde takken. Hij otr./tr. Nijmegen (St. Steven) en Maastricht/Eijsden geref. 6-11/14-12-1659[812] (¥)

1467. MARIA CLOUNS (CLOENS), ged. Maastricht 17-8-1642[813] , ovl. Dordrecht 10-7-1711[814] , dochter uit een oude Eisdense familie van maasschippers die zich vooral te Dordrecht en Nijmegen gevestigd had. Haar ouders waren zeer waarschijnlijk Jan Cloens en Aeltje (Aletta) Melsers [815]. Zij tr. 2o Nijmegen (St Steven) 16-5-1687 (zij ouder dan 36 jaar, hij 36 jaar oud)[816] PETRUS NOLENS, ged. Roermond (St Christoffel) 1-1-1651, ovl. vóór 3-4-1707, (zie kw. nr. 1464 sub d, zie aldaar). Evenals zijn vader was hij maasschipper en beleed de geref. godsdienst. Op 29-6-1682 verbleef hij te Dordrecht. Op 26-5-1687 werd hij burger, op 25-6-1688 grootburger van Nijmegen[817], in welke stad hij ook meester van het schippersgilde (1688, 1697) is geweest.

COMMENTAAR(¥) vul aan burger etc.[818] , familiegeld,[819] , logb 1844


COMMENTAAR(¥) check met Paquay, is dit zijn tweede huwelijk?


COMMENTAAR(¥) vul aan burgerbrief,[820] , doopget. Nijmegen (1683),[821] woont te Nijmegen 1659,[822] , 1669,[823] , zie schema H206, akten H212,213,214

vul aan H216, 220
Maria Cloens testeerde 9-9-1707 te Dordrecht [824]. Op 7-11-1668 had zij reeds met haar eerste man voor notaris Corstius te Maastricht een mutueel testament opgericht en daarmede een vorig, enige jaren eerder te Dordrecht voor notaris van Noetten gemaakt, herroepen [825]. Op 10 juli overleed zij te Dordrecht, "sijnde weinige weken van te vooren van Luyck na Dordt afgekomen met verscheydene schepen geladen met Spykers, Yserwerk, Coolen, Gruys etc.". Te Luik moest zij toen nog enige leveranciers voldoen, maar de afnemers van haar koopwaren te Dordrecht hadden haar reeds een groot deel van de prijs betaald. nl. 36582 gulden.[826]
In haar laatste levensjaren had Maria Cloens als zetschipper en vertrouwensman haar schoonzoon Anthony Louis, echtgenoot van Joanna Boers. De boekhouding echter was ze tot het einde toe zelf blijven voeren.[827]
Toen de kinderen van Maria Cloens, die allen uit haar eerste huwelijk waren, 10-10-1711 te Dordrecht twee paatschepen, drie aken en een roeischuitje van wijlen hun moeder lieten veilen, bleken deze onverkoopbaar wegens ouderdom. Maria Cloens had meer dan dertig jaren met oude schepen de Maas bevaren.[828] De onroerende goederen van haar nalatenschap lagen o.a. te Wessem, Elslo, Breust en Eisden.

1468. GEURT (GODFRIES, GERARD) NOLENS, geb. ca. 1620, ovl.beg Eisden 25/26-1-1694, vestigde zich te Eisden, maar, blijkens een notariële akte op 30-12-1651 te Maastricht gepasseerd, ook burger van Roermond [873], maasschipper, schepen in Eisden (1665, 1686)[874], aangenomen als geref. lidmaat te Eijsden (1656) en vermeld als lidmaat (1678), diaken en ouderling (1693)[875]. Kort voor Kerstmis 1693 ging hij over tot de Katholieke Kerk en kreeg onderricht van de paters Capucijnen van Maastricht. Toen hij vlak hierna ziek werd, probeerde dominee Sylvius van Eisden hem herhaaldelijk tot andere gedachten te brengen. Geurt Nolens echter verbood tenslotte aan de dominee zijn huis te betreden. Daar deze laatste zulks in zijn pastorale ijver toch nog deed, liet Geurt Nolens "deur sijne huysvrau ende domestiken" de hulp van de gebiedende heer van Eisden inroepen om van voortgaande huisvredebreuk gevrijwaard te blijven. Op 24 en 25-1-1694 liet Geurt Nolens van het gebeurde een omstandig notarieel verslag opmaken [876] 's-Daags erna, 26 jan., werd hij reeds in de kerk van Eisden begraven, terwijl zijn dienst 4 febr. plaats vond[877]. Hij otr./tr. 2o Eijsden geref. 9/27-5-1677 (27-7-1677[878] (als wedr. van Meijcken Lemmen) MERRIJ (MARIA) AUSEMS(¥), ovl. na 1693, j.d. van ('s-Graven)Voeren (1677), tr. 1o voor 1647[879]

1469. MARIA TERFFS (LEMMEN), ged. RK Eijsden 29-7-1613, ovl. 1658-1677.

COMMENTAAR(¥) mogelijk ex notaris Aussems te Maastricht?[880]

Geurth Nolens, maasschipper, door de Dordtse nots. G. Waltherij op 4-5-1682 vermeld in een extract uit 1656 als debiteur van Juffr. Magdalena Vermaese, koopvrouw in zout en burgeres van Dordrecht[881].
In de periode dat Geurt Nolens maasschipper wordt genoemd blijkt hij ook herhaaldelijk elders te vertoeven. Zo bekent hij 29-11-1649 te Dordrecht aan Willem Wijers schuldig te zijn, wegens aankoop van kanterkaas en kruisharing, de toen grote som van 1958 gulden, en op 20-8-1651 blijkt hij aldaar in kalk en koren te hebben gehandeld [882], in 1656 was hij debiteur van juffrouw Magdalena Vermaese, koopvrouwe in zout en burgeresse van Dordrecht [883].
In 1656 en 1657 procedeert voor de Schepenbank Breust : Willem Weyers tegen Geurt Nolens wegens een schuldvordering. [884]

1470. HUBRECHT (HUBERTUS) FRAMBACH, ged. Eijsden RK 1-4-1624[908], ovl. vóór 1695, schepen van Eisden, collecteur, mogelijk dezelfde als Huibert Frambach, diaken te Eijsden 1678, tr.

1471. CATHARINA DE BOTH.

1480. NN (HANSSEN?), tr.

1481. MECHTELT WIELHESEN.

Burgerweeshuis te Arnhem: [916]
nr. 492: 1636: Staatje met aantekeningen betreffende legaten aan het Burgerweeshuis van Anneke Brants, weduwe van Peter Jansen, van Henderske Tulleken, van Albert Hansen en diens moeder, Mechtelt Wielhesen, van Geertruit Gerritsen, van Anneke, dochter van Gerrit de Witter, en - onder zekere voorwaarden - van Ariën Michiels en diens vrouw Estel Jansen.

1482. NN ESBUELEN.

1504. TEUNIS JANSZ. VAN DER WIEL, geb. ca. 1645, ovl. Niemantsvrient (Sliedrecht) voor 10-5-1692, testeerde met zijn vrouw 16-2-1676 voor notaris Arent van Neten te Dordrecht, tr. ca. 1670[917]

1505. DIVERTGEN ARYENSDR, ovl. na 13-11-1710.

1506. JOOST JANSZ SLAG(H)BOOM, geb. Papendrecht ca. 1649, tr. ca. 1680

1507. JACOMIJNTJE ANDRIESDR VAN DER SLUIJS, geb. ca. 1654.

1508. LEENDERT CORNELISSE BOER, geb. Molenaarsgraaf ca. 1637, ovl. 1711-1719;, tr. Molenaarsgraaf 20-10-1668[932]

1509. NEELTJE CLAES VAN CRIMPEN, geb. Bleskensgraaf ca. 1639.

1510. CORNELIS JANSZ WAERT, geb. ca. 1635, tr. ca. 1670[934]

1511. MARICHJE ROOCKEN, geb. ca. 1642.

1568. HIL(LE)BRAN(D)T P(I)ETERSZ, geb. vóór ca. 1620, beg. Amsterdam St. Anthonis Kerkhof 21-11-1680 )"Hilbrant Pietersz, Kijserdwarsstraet int Sacksteeghien"), bij huwelijk te Zwolle vermeld als Peter Hillebrants sone voor de Camper-poorte (1642), wordt poorter van Amsterdam 16-4-1643 als schoenmaker van Swoll, later sluijswachter in de Koestraet, tr. Zwolle geref. 1-11-1642

1569. JANNEKEN (JANNETJEN) JANS, geb. vóór ca. 1625, beg. Amsterdam St. Anthonis Kerkhof 5-5-1684 ("Jannetie Jans, wed. van Hilbrant Pietersz sluijswachter in de Koestraet"), bij huwelijk vermeld als Jan Dercksen dochter in de Sassen-strate (1642).

Op 22-10-1671 verkopen de erven van Ludolff van Oosdorp per executie voor ƒ 1730,-- aan Daniel Jeremiasz, als cooper, en Hilbrand Pietersz als borg en medestander, 2 huizen en erven onder een dak in het Zaksteegje (thans Lange Keizersdwarsstraat) uitkomende in de Koningsdwarsstraat te Amsterdam, getekent n° 2, belend WZ Jan Reijndertsz met een gemene muer, NZ Ludolff van Oosdorp en Jacob Coerten, OZ de heer Nicolaes van Waveren met n° 3 met een gemene muer. [936]
Op 16-6-1682 verkopen Jannetje Jans, wed. en boedelhoudster van Hillebrant Pieters, geassisteerd met haare gekooren voogd Barent Holscher, en Barent Jansz, Jan Gerritsz en de voornoemde Holscher, haar vierendelen, aan Casper Voorraet, een huis en erf in de Saksteechjen bij de Keizersdwarsstraat te Amsterdam. Koopprijs ƒ 600,-- contant. [937]

1584. HENDRIK VELSINK, geb. ca. 1610, ovl. Heemse voor mei 1667.

1586. JAN RIBBERINGH (RIPPERINGK), ovl. vóór 1671.

1604. NN COUPER/CUIPER(S).


Fragment Couper
J(oh)an Cuiper, geb. vóór ca. 1615, ovl. Goor 2-3-1676, burgemeester van Goor (1670-1676), tr. vóór ca. 1640 Barbara van Eibergen, ovl. Goor 12-1-1676. Zij woeden vermeld als "Johan Cuiper met sijn vrou Barbara van Eibergen ende sijn dochter Stijnken huisvrou van Rutg. ten Hengel" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658.[946]
Kerkenboek van Goor:[947]
1676 Op nieu Jaersdagh wort kranck na gehouden Godsdienst en sterfft Jan. 12 Barbara van Eibergen vrou van Borgmr. Jan Cuiper.

1676 Mart. 2 sterfft Borgmr. Jan Cuiper en volcht so haest sijn vrouwe.
    Uit dit huwelijk:
  • a. Wolter(us) Couper (Cuiper), geb. vóór ca. 1635, ovl. Goor 1672 ("doch door het vluchten niet aengeteekent"), filiatie niet bewezen (hij zou ook een zoon van Hendrik Couper x Trijntje Mullers kunnen zijn), schoolmeester te Goor (1658) tr. vóór 1658 Bernerdina (Berentken) ten Hengel. Zij worden vermeld als "Wolterus Cuiper, schoelmr. en sijn vrou Berentken ten Hengel in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658.[948] Zij hertr. Goor geref. 24-5-1674 Jan Cuiper wednr. van Anneken van Coesvelt (zie hieronder).
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Fenne(ken) (Fenna) Cuiper(s) (Coupers), geb. vóór ca. 1660, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 26-3-1676,[949] tr. Goor 31-12-1684[950] [951] Ds. Johannes Benjamin Putman, geb. 1654/55, ovl. Goor 11-11-1722[952], volgens aantekening van zijn vader in het Kerkenboek van Goor[953] op 17-6-1679 "tot Deventer geexamineert met contentement des classis mijn soon Jan Benjamin Putman en tot proponent aangenomen", ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 17-10-1680,("Johannes Benjamin Putmannus, Gorensis. 25 (jaar)")[954] predikant te Goor 1684-1722, wednr. van Anneken Vat(e)bender (huw. Goor 10-12-1682), zn. van Ds. Abraham Putman, predikant te Weerselo, Diepenheim en Goor, en Christina Borgerink.
        Uit dit huwelijk:[955]
      • aa. Anna Christina Putman, ged. geref. Goor 13-9-1685.
      • bb. Abraham Putman, ged. geref. Goor 29-4-1688.
      • cc. Wolter Putman, ged. geref. Goor 16-2-1690.
      • dd. Wolter Joan Putman, ged. geref. Goor 26-5-1695.
    • 2. Bernardina/Berendina Couper(s), ged. Goor 24-10-1663, dogter van zal: Wolter Couper binnen Goor (1686), otr. 1o Goor 7-2-1686[956] otr. 1o Delden geref. 7-2-1686 (attestatie verleend 28-2-1686) Helmich Helmichs, ovl. 1688-1693, zn. van zal: Borgermeester Conraet Helmichs binnen Delden, otr./tr. 2o Delden 5/27-8-1693[957] Gerrit van Heek, geb. Delden ca. 1668, ovl. 1733, zn. van Herman Laurens van Heek, burgemeester van Delden, en Mechteld ten Grootenhuys.
        Uit haar eerste huwelijk nageslacht Helmich.
        Uit haar tweede huwelijk nageslacht Van Heek.
    • 3. Jan Cuiper, ged. geref. Goor Misericord (=tweede zondag na Pasen) 1670.
    • 4. Henricus Couper, geb. vóór ca. 1665, filiatie niet bewezen, geref. lidmaat te Goor op belijdenis 24-9-1682, tr. Goor geref. 7-8-1692 Jacomina Hildrink, dr. van Joan Hildrink, burgemeester van Goor.
      Kerkenboek van Goor:[958]
      - 1682 Dom. 15 Trin. (24 Sept.) gecommuniceert ende aengenomen na examinatie Henricus Cuiper soon van Z. Wolter Cuiper Scholtus.
      - 1692 Gecop. Augustus 7 Henricus Couper soon van W. Wolter Couper Jacomina Hildrink dochter van Burgemeester Joan Hildrink.
        Uit dit huwelijk:[959]
      • aa. Wolter Couper, ged. geref. Goor 11-6-1693.
  • b. Ds. Rutger(us) Couper, geb. Goor 1637, ovl. 19-3-1723[960], afkomstig van Goor, ingeschreven als student filosofie en theologie aan de Universiteit van Groningen 7-3-1657 ("Rutgerus Couper, Gora Transisalanus"),[961] predikant te Rekken (1676-1694) otr./tr. Goor 19/16-4-1676 Catharina Raterink, dr. van Henricus Raeterinck, brouwer, burgemeester van Goor, en Geertruida toe Laer.[962]
    Kerkenboek van Goor:[963]
    1676 Mart. 19 op Palm. geproclameert: Rutgerus Cuiper, soon van Z. Borgmr. Jan Cuiper, Predicant in Recken Catharina Rateringh, dochter van Z. Borgmr. Henricus Rateringh, Copulati Goor Dom. Jubilate April 16.
    Beleningen:[964]
    Nijenhuis te Diepenheim
    30-5-1695: Rutgerus Cuper voor hemzelf en tevens namens Hoseas Meylink, predikanten te Rekkum en Goor, na opdracht door Elbert Derk Adriaan van Hertevelt en zijn vrouw N van Beverforde.
    10-11-1710: Rutgerus Cuper, predikant te Reccum, namens zijn zwager Hoseas Meilink, predikant te Goor, met lediger hand.
    16-5-1718: Seino Meilink, predikant te Goor, na de dood van zijn vader Hoseas Meilink.
      Uit dit huwelijk (o.a.?):[965]
    • 1. Johanna Coupers (Cuiper, Kuijpers), ged. Rekken 11-4-1679, ovl. na 1720,[966] tr. Rekken 1702[967] Otto Schutte, geb. vóór ca. 1670, ovl. Diepenheim 1715, ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 11-2-1684 ("Otto Schutte, Diepenheima-Tubantus"),[968] wordt geref. lidmaat te Diepenheim op belijdenis Pasen 1685, vermeld als geref. lidmaat te Diepenheim in de lijst opgemaakt Pasen 1696, burgemeester en rechter te Diepenheim, zn. van Hendrik Schutte en Agnita Schrunder.
        Uit dit huwelijk,[969]
      • aa. Agnes (Agneta/Agnita) Schutte(n), geb. Diepenheim 5-1-1706, ovl. Rouveen 2-3-1793, wordt geref. lidmaat te Diepenheim op belijdenis 29-6-1725, otr. Rouveen 27-6-1732[970] otr. Diepenheim 13-7-1732[971] Ds. Willem Sluiter, ged. Raalte 24-11-1700, ovl. Rouveen 15-5-1776, proponent in 1721, beroepen te Rouveen in 1722, predikant te Rouveen (1723-1776), bevestigd aldaar 10-10-1723 door zijn vader, deed 10-10-1773 zijn 50-jarige preek te Rouveen,[972] zn. van Ds. Jo(h)annes Sluiter, laatstelijk predikant te Steenwijk, en Maria Sluiter (zie kw. nr. 1765 sub a/2). Voor nageslacht van dit echtpaar zie kw. nr. 1765 sub a/2/dd.
  • c. Stijnken Cuiper, geb. vóór ca. 1640, vermeld als Stijnken huisvrou van Rutg. ten Hengel in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658, tr. vóór 1658 Rutg. ten Hengel.
  • d. Geesken Cuiper, geb. vóór ca. 1650, otr. Goor geref. 4-12-1670 Herman de Ram, wednr. van Josina van Hulst te Nijmegen.
    Kerkenboek van Goor:[973]
    1670 Dom. z advent. (4 Dec.) geproclameert Herman de Ram, wedeman van Z. Josina van Hulst tot Nimmegen, ende Geesken Cuiper, dochter van Borgmr. Jan Cuiper.
  • e. Trijnken (Catharijna) Cuipers, geb. vóór ca. 1655, otr./tr. Goor geref. 11-4/9-5-1675 Egbert Seemsmaker, zn. van Henrick Seemsmaker, burgemeester van Goor.
    Kerkenboek van Goor:[974]
    1675 April II Quasimodo geproclameert Egbert Seemsmaker, soon van Borgmr. Henrick Seemsmaker, Trijnken Cuipers dochter van Borgmr. Jan Cuiper Getrout Dom. Rogat. may 9.
      Uit dit huwelijk:[975]
    • 1. Hendrikus Seemsmaker, ged. Goor 7-12-1684.
    • 2. Barbara Seemsmaker, ged. Goor 6-6-1686.
    • 3. Hendrick Seemsmaker, ged. Goor 16-9-1688.
    • 4. Hendrika Seemsmaker, ged. Goor 4-5-1690, tr. Fijke Rombartus Altena. Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 5. Wolter Seemsmaker, ged. Goor 11-9-1692.
  • f. Fenneken Cuiper, geb. vóór ca. 1655, otr. Goor geref. 11-6-1676, tr. Rekken Gerrit Scholten, j. m., zn. van Derck Scholten te Arnhem.
    Kerkenboek van Goor:[976]
    1676 Dom. 3 post Trin. (11 Juni) geproclameert Gerrit Scholten j. m. soon van Derck Scholten tot Arnhem, Fenneken Cuiper dochter van Z. Borgmr. Jan Cuiper. Copulati in Recken.
      Uit dit huwelijk (o.a.?):[977]
    • 1. Jan Scholten alias Cremers, geb. vóór ca. 1704, kotter te Stockum, tr. Markelo 27-11-1729[978] Berendje Kremers, geb. Markelo 1708 dr. van Jan Kremers en Aaltjen Mensink. Hieruit verder nageslacht bekend.
========

Hen(d)rick Couper, geb. vóór ca. 1620, ovl. 1655/56, burgemeester van Goor, vermeld te Borculo 1655,[979] procurator te Goor, tr. vóór ca. 1645 Trijntje Mullers, ovl. na 1656.
    Uit dit huwelijk:
  • a. Derck Couper (Cuijper(s)), vermeld als het nagelaten kind van wijlen Henrick Couper en diens wed. Trijntje Mullers (1656),[980] onmondig (1656, 1657).
  • b. J(o)an Cuiper/Couper, geb. vóór ca. 1645, ovl. na 1675, volgens Ref. [981] is hij een zn. van burgemeester Hendrick Cuiper en Agnes Pothof, bakker (1671), otr./tr. 1o Goor geref. 8/23-8-1668 Anneken van Coesvelt, geb. vóór ca. 1650, ovl. Goor 11-8-1671 (in het kraambed), dr. van Hendrick van Coesvelt herbergier "in den Engel" te Goor (1668), en Hilleken Hoefslach,[982] otr. 2o Goor geref. 24-5-1674 Bernardina (Berentken) ten Hengel, wed. van Wolter Cuiper, schoolmr.
    Kerkenboek van Goor:[983]
    - 1668 Dom. 8 Trin. geproclameert Jan Cuiper soon van Borgmr. Hendrick Cuiper en Anneken van Coesvelt, dochter van Hendrick van Coesvelt, Copul. Dom. XIV Trin. Aug. 23.
    - 1671 Aug. XI kort na den middagh sterfft seer onverwacht int Craembedde, sonder verlost te worden na weinig uren arbeits met een bloetstortinge Enneken van Coesvelt, dochter wt den Engel vrou van Jan Cuiper die Backer.
    - 1674: May 24 Geproclameert Jan Cuiper Wedeman van Z. Anneken van Coesvelt ende Bernardina ten Hengel, weduwe van Z. Wolter Cuiper schoelmr. Geproclameert met die derde proclamatie na den middagh in die Kercke. Wolter Cuiper gestorven in 1672 doch door het vluchten niet aengeteekent.
      Uit zijn eerste huwelijk:[984]
    • 1. Hendrick Cuiper, ged. geref. Goor 16-5-1669.
      Uit zijn tweede huwelijk:[985]
    • 2. Anna Gertruit Cuiper/Couper, ged. geref. Goor 3-1-1675, tr. Goor geref. 29-5-1698 Gerhard (Gerrit) Holst, ged. Bad Bentheim (D) 16-4-1676, ovl. Rijssen Stad voor 1734,[986] chirurgijn te Goor, wednr. van Aleida Holst, zn. van Derk Holst, chirurgijn te Schüttorf (D) en Clara Homoet. Hieruit verder nageslacht bekend.
      Kerkenboek van Goor:[987]
      1698 Gecopul. 29 Mey Gerhard Holst soon van W. Derk Holst Anna Geertruid Couper dogter van Joan Couper.
  • c. Anna (Anneken) Kuipers, geb. vóór ca. 1650, dr. van "Heijndrick Kuiper, Procurator tot Goor" (1668), otr. Oldenzaal geref. 13-12-1668, otr./tr. Goor geref. 20-12-1668/7-2-1669, Gerrit Pot(t), tinnegieter afkomstig van Oldenzaal, zn. van Berent Pot(t), te Oldenzaal.
    Kerkenboek van Goor:[988]
    1668 Dom. 4 advent (20 Dec.) geproclameert Gerrit Pot Tinnegieter soon van Berent Pot, tot Oldenzael, en Anna Kuipers, dochter van Borgmr. Hendrick Kuiper gecopuleert, Ao. 69 Febr. 7.
  • d. Wolter Cuiper/Couper, geb. vóór ca. 1650, filiatie niet bewezen, burgemeester van Goor (1678..1692).
      Uit hem:
      Kerkenboek van Goor:[989]
      - 1675 April 7 Woensdagh na Paeschen gestorven aen die bleken een kint van Wolter Cuiper.
      - 1676 Febr. 20 Reminis, gedoopt Hendrick een soon van Wolter Cuiper.
      - 1678 Dom. 24 Trin. (10 Nov.) gedoopt Wolter een kint van Borgmr. Wolter Cuiper.
      - 1681 Saterdag morgen op Kersavent gedoopt een kranck kint van Borgmr. Wolter Cuiper 'is gnt. Elsken.
    • 1. NN Cuiper, ovl. Goor 7-4-1675.
    • 2. Hendrick Cuiper, ged. geref. Goor 20-2-1676.
    • 3. Wolter Cuiper, ged. geref. Goor 10-11-1678.
    • 4. Elsken Cuiper, ged. geref. Goor 24-12-1681.
    • 5. (Joh)Anna Couper(s), geb. vóór ca. 1675, ovl. na 1720, tr. Goor geref. 30-10-1692 Egbert Schutten, ovl. vóór 1720, zn. van Mr. Jacob Schutten.
      Kerkenboek van Goor:[990]
      1692 Gecopuleert Oct. 30 Egbert Schutten soon van Meister Jacob Schutten Anna Coupers dogter van Burgemeester Wolter Couper.
      Op 22 -8-1720 compareren te Lochem Dr. Lod. Joh. Bomble als volmachthebber vam Theodorus en Abraham Schutten, voorts mede van Juffr. Johanna Couper, wed. Schutte, voor haar zelve, en als moeder van haar kinderen, en Juffr. Margarita Schutte. [991]
    • 6. J(o)an Couper, geb. vóór ca. 1670, tr. Goor geref. 19-2-1693[992] Elisabeth Meyer(s), dr. van Adolph Meyer, chirurgijn, en Janna Brants.
      Kerkenboek van Goor:[993]
      1693 Gecopul. Febr. 19 Joan Couper soon van Burgermeester Wolter Couper Elisabeth Meyer dogter van Adolph Meyer.
        Uit dit huwelijk:[994]
      • aa. Jan Couper, ged. geref. Goor 10-5-1695.
      • bb. Anna Elisabeth Couper, ged. geref. Goor 13-12-1696.
      • cc. Adolphina Couper, ged. geref. Goor 12-3-1699.
    • 7. Johanna Catharina Couper, geb. vóór ca. 1690, filiatie niet bewezen, tr. 1o voor 1719 NN Hasebroek, tr. 2o voor 1719 (gesepareerd 1719/20) Jan Teger (Jr.).
      Akten te Lochem:
      Ingekomen 9-8-1719 request d.d. van Joost Hendr. Bomble en Hendrick Gerverdinck als gericht. gestelde momberen over Jan Willem Hasebroeck, onmondig en van wijlen Floris Jan Hasebroek en Johanna Catharina Couper, nu getr. aan Jan Teger. [995] [996]

      Op 22-8-1720 transporteren Johanna Catharina Couper, gesepareerde vrouw van Jan Teger Jr., in deze geass. met Dr. Lod. Joh. Bomble, voorts Joost Hendr. Bomble en Hendr. Gerverdinck, als gericht. momberen van haar voorzoon Jan Willem Hasebroeck, enz., aan den Heer Pieter Scheene de helft van het erve en goed den Palsenberg, Scholtambt Lochem, boerschap Boshuijrne. [997]
        Uit haar eerste huwelijk (Hasebroeck-Couper) :
      • aa. Jan Willem Hasebroeck, onmondig in 1719.
      • bb. Floris Jan Hasebroek, ovl. vóór 1719.
  • e. Gerrit Cuiper, sone van wijlen Henr. Cuiper wonend te Ootmarsum (1688), afkomstig van Ootmarsum (1688), otr./tr. Ootmarsum geref. 8-4/15-5-1688 Gesina Cramers, doghter van wijlen Arent Cremer wonend te Ootmarsum (1688).
=====

Lambert Cuiper, geb. vóór ca. 1620, ovl. 1660-1667, burgemeester van Goor, vermeld in akten te Borculo 1654-1660,[998] tr. vóór ca. 1645 Agnes Pothof(¥), ovl. na 1671.

COMMENTAAR(¥) Wessel Jalinck en sijn huisvrou Agnes Pothof worden vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658.[999] Zijn deze beide Agnessen dezelfde persoon?
    Uit dit huwelijk:
  • a. Joannes Cuiper, geb. vóór ca. 1645, ovl./beg. Deventer 2 of 3 maart/6-3-1671, rector van de school te Grol (1671)
    Kerkenboek van Goor:[1000]
    1671: Joannes Cuiper soon van Z. Lambert Cuiper S. S. Th. Candidatus en Rector van die schoele tot Grolle, coemt krank aan die teeringe tot Goor tot sijn moeder, gevoelende geen beterschap treckt na Deventer sterfft aldaer bij sijn broeder tusschen Mart. 2 & 3 is begraven Mart. 6 tot Deventer op Saterdagh.
  • b. Lammertina Cuipers, geb. vóór ca. 1650, wordt geref. lidmaat te Goor op belijdenis 7-4-1667, otr. Goor geref. 18-7-1675 (krijgt attestatie 1-8-1675) Derck Cramer, zn. van Arent Cramer te Ootmarssum.
    Kerkenboek van Goor:[1001]
    1667 Op Paschen (7 April) gecommuniceert ende aengenomen Lammertina Cuipers, dochter van Z. Lambert Cuiper.

    1675 Trin. 7 Juli 18 geproclameert Derck Cramer soon van Z. Arest Cramer tot Oetmarsen Lammbertina Cuipers dochter van Z. Lambert Cuiper, in sijn leven Borgmr alhijr. Gegeven attestatie Dom. 1X Trin. Aug. I.
  • c. Trijnken Cuiper, ovl. Amsterdam aug. 1669 (overluid te Goor 19-8-1669).
    Kerkenboek van Goor:[1002]
    1669 In Aug. gestorven een dochter van Z. Lambert Cuiper en Agnes Pothof tot Amsterdam gnt Trijnken overluit Aug. 19.
  • d. NN Cuiper, ovl. Deventer april 1676, tr.? Helmich.
    Kerkenboek van Goor:[1003]
    1676 April sterfft tot Deventer vrou Helmich dochter van Lamb. Cuiper.
  • e. Jo(h)anna Maria Cupers, dr. van Lambert Couper, burgemr. van Goor (1690), tr. Laren (Gld) en Goor geref. 29-11-1690 Ds. Georgh (Georgius) Claphouwer, afkomstig van Warnsfeld, ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 27-5-1662 ("Georgius Claphouwer, Warnsfeldensis"),[1004] predikant te Laren (1690).
    Kerkenboek van Goor:[1005]
    1690 Gecopuleert 29 Nov. D. Georgius Claphouwer Predicant in Laren Joanna Maria Cupers dochter van W. Lambert Cuper alhier.
      Uit dit huwelijk (o.a.?):[1006]
    • 1. Johanna Maria Margarieta Claphouwer, geb. vóór ca. 1705, ovl. 1722-1736, otr. Goor 20-2-1722[1007] Dr. Mr. Hendrik Mich(g)orius, ingeschreven als student aan De Illustre School te Deventer 4-10-1705 ("Henricus Michorius, Haxbergensis Transisulanus"),[1008] ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Groningen 22-9-1707("Henricus Michorius, Holsberga Tubantinus"), promoveert aldaar in de rechten op 17-3-1710 op een dissertatie getiteld "Quinquaginta controversiae" ("Henricus Michorius, Henrici filius, Haxberga Transisalanus"),[1009] lidmaat 1709, advocaat-fiscaal van het Drostambt Haaksbergen en Diepenheim, burgemeester van Goor, zn. van Hendrik Michgorius, burgemeester, bierbrouwer, gecommitteerd Goedsheer, provisor, ouderling en diaken te Haaksbergen, en Mechteld Manten. Hij hertrouwt Neede 11-2-1736 Hendrika Weddelink.
======

Lambert Cuiper, geb. vóór ca. 1630, vermeld als echtgenoot van Aeltjen van Hemeren in akte te Borculo (1656),[1010] tr. vóór 1656 Aeltjen van Hemeren, vermeld in akten van de Heerlijkheid Borculo 1656.
=====

Jenneken Cuijper(s) Kuijper, geb. vóór ca. 1630, ovl. na 1658, vermeld als echtgenote van Gerrit Wolff, wed. van Gerrit Muller in akten te Borculo (1655..1658),[1011] tr. 1o voor 1655 Gerrit Muller(s), ovl. vóór 1655, tr. 2o voor 1655 Gerrit Wolff(s).

====

Wie zijn dit?
Kerkenboek van Goor:[1012]
- 1685 Angenomen op Kersmis Wolter Cuper.
- 1695 Aangenomen op Paeschen Agnes Cuper. ===
diverse vermeldingen:
Jacob Couper, vermeld 29-7-1665.[1013]
Tonnis Cuijper, vermeld 6-7-1663.[1014]
Willem Cuijper, vermeld 8-6-1660.[1015]
Aeltien Cuijpers, wed. Jan Oldenborgh, vermeld 23-6-1660.[1016]
Anna Cuijpers, vermeld 17-11-1663 (ovl).[1017]
Geertken Cuipers, geb. vóór ca. 1640, tr. vóór 1658 Albert Pothof, vermeld als "Albert Pothof met sijn vrou Geertken Cuipers" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[1018]
Aeltjen Cuipers, geb. vóór ca. 1640, tr. vóór 1658 Arnoldus Nienhuis, vermeld als "Arnoldus Nienhuis en sijn husvrou Aeltjen Cuipers" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[1019]
Albertken Cuipers, geb. vóór ca. 1640, tr. vóór 1658 Johan Hilderingh, vermeld als "Johan Hilderingh met sijn vrou Albertken Cuipers" in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658,[1020]
Anna Coupers, tr. Laren (Gld) geref. 28-4-1703 (met att. v. Goor) Jan Jacob Stromeijer.
Fenna Coupers, wed. Haselbroeck moeder van Joan (1681),[1021]
Fenna Coupers, en Maria Coupers, vermeld in akten te Borculo (1683),[1022]
Garridt Phijlips, soon van Phijlips Couper onder Goor, tr. Geesteren geref. 19-7-1698 Roelefken Janssen, dochter van Jan Egginck onder Geesteren.
Derck Couper, doopgetuige te Breedevoort 1648.

Fragmenten Jalink en Coesvelt
Mr. Wessel Jalinck(¥), geb. vóór ca. 1625, ovl. Goor 13-7-1675, regent (1675). tr. vóór ca. 1650 Aeltjen Cuipers, geb. vóór ca. 1630, ovl. Goor 10-12-1673.

COMMENTAAR(¥) Hij wordt een paar genoemd met de titel Mr., maar een inschrijving aan een der Nederlandse universiteiten is niet te vinden.
Kerkenboek van Goor:[1023]
1673 Xbr. 10 s'morgens omtrent 4 uren sterfft Aeltjen Cuipers vrou van Wessel Jalingh, welcke oock te doot kranck was.
1675 Juli 13 op dinxcdagh na Deventersche kermisse na langjarige quyninge sterfft Wessel Jalingh regent na dat hij drie weken gelegen hadde.


COMMENTAAR(¥) Wessel Jalinck en sijn huisvrou Agnes Pothof worden vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Goor opgemaakt in juni 1658.[1024] Dit is blijkbaar een andere Wessel?
    Uit dit huwelijk (o.a.?):
  • a. Werner Jalinck (Jr.), geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1680, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 27-9-1668,[1025] otr./tr. Goor geref. Pinkstermaandag/8-8-1668 Geertken Peters, ovl. na 1680, wed. van Wolter Welmers.
    Kerkenboek van Goor:[1026]
    1668 Dom. X1X Trin. (27 Sept.) gecommuniceert ende aengenomen Werner Jalinck, soon van Mr. Wessel Jalinck.
    1669 Op Pincxster Maendagh geproclameert Werner Jalingh soon van Wessel Jalingh ende Geertken Peters, weduwe van Z. Wolter Welmers. Gecopuleert Dom. 1X Trin. Aug. 8.
      Uit dit huwelijk:[1027]
    • 1. Aeltjen Jalinck, ged. geref. Goor 27-2-1670, geref. lidmaat op belijdenis te Goor Pasen 1695.[1028]
    • 2. Wolterken Jalinck, ged. geref. Goor 4-2-1672, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 1689.[1029]
    • 3. Elske Jalinck, ged. geref. Goor 17-6-1677.
    • 4. Janna Jalinck, ged. geref. Goor 18-4-1680.
  • b. Wolter Jalinck, geb. vóór ca. 1650, ovl. na 1685, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 7-4-1672 (Pasen),[1030] smid,[1031] otr./tr. Goor geref. 21/28-5-1676 Engelken van Coesvelt, ovl. na 1685, dr. van Hendrick van Coesvelt herbergier "in den Engel" te Goor (1668), en Hilleken Hoefslach.[1032]
    Kerkenboek van Goor:[1033]
    1676 Dom. Misericordia (21 Mei) geproclameert Wolter Jalinck, soon van Z. Wessel Jalingh Regent Engelken van Coesvelt dochter van Z. Hendrick van Coesvelt in den Engel. Copulati Dom. I Trin. May 28.
      Uit dit huwelijk:[1034] [1035]
    • 1. Wessel Jalink, ged. Goor 29-9-1676, ovl. Goor 25-8-1737, burgemeester, testeert 7-10-1730, tr.[1036] Hendrina van Leeuwen.
    • 2. Hendrick Jalingh, ged. geref. Goor 4-8-1678, geref. lidmaat op belijdenis te Goor Pasen 1695.[1037]
    • 3. Gerrit Jalingh, ged. geref. Goor 4-4-1680.
    • 4. Aelken Jalingh, ged. geref. Goor 3-12-1682.
    • 5. Helena Jalink, ged. geref. Goor 18-1-1685.
  • c. Elske(n) Jalinck, geb. vóór ca. 1655, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 7-4-1672 (Pasen),[1038] otr./tr. Goor geref. 21/28-5-1676 Derck van Coesvelt, geb. vóór ca. 1660, ovl. 1692-1696, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 25-12-1676, herbergier in de Engel (1675-1687), zn. van Hendrick van Coesvelt herbergier "in den Engel" te Goor (1668), en Hilleken Hoefslach.[1039]
    Kerkenboek van Goor:[1040]
    1676 Op kersdach gecommuniceert ende, aengenomen Derck van Koesvelt weert in den Engel.
    Dom. Nisericordia (21 Mei) geproclameert Derck van Coesvelt soon van Z. Hendrick van Coesvelt in den Engel, Elske Jalingh dochter van Z. Wessel Jalingh Regent. Copulati Dom. I Trin. May 28.
      Uit dit huwelijk:[1041]
    • 1. Hilleken (Helena) van Coesvelt, ged. geref. Goor 4-2-1677, geref. lidmaat op belijdenis te Goor Pasen 1695,[1042] tr. Goor geref. 25-10-1696 Hendrik Giffel, zn. van wijlen Christiaan Giffel, tr. 2o [1043] NN ten Tije. Hieruit verder nageslacht bekend.
      Kerkenboek van Goor:[1044]
      1696 Gecopul. Oct. 25 Hendrik Giffel soon van W. Christiaan Giffel en Helena van Coesvelt dogter van W. Derk van Coesvelt.
    • 2. Aelken van Coesvelt, geb./ged. geref. Goor 7/9-5-1678 ("op Hemelvaert gedoopt, verlost den voorigen dinxdagh"), tr. Goor geref. 8-5-1698[1045] Willebrant Boreas, raad van Goor,[1046] zn. van Wolter Boreas, koster te Goor. Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 3. Hendrick van Coesvelt, ged. geref. Goor 22-6-1679, ovl. Goor 1-8-1680.
    • 4. Hendrick van Coesvelt, ged. geref. Goor 6-3-1681, tr. Goor geref. 8-5-1698[1047] J(oh)anna Stroink, geb. Enschede Stad 1671-1681, (zie kw. nr. 851 sub c voor verder gegevens van dit echtpaar).
    • 5. Jo(h)anna van Coe(t)svel(d)t, geb. verm. 1683 (doopregisters Goor over dit jaar ontbreken), ovl./beg. 's-Gravenhage Grote K. nov./2-12-1768, geref. lidmaat te Goor op belijdenis Pasen 1700,[1048] volgens Willem Bilderdijk dienstmeid van haar latere echtgenoot Mr. Simon van Slingelandt,[1049] koopt een graf in de Grote Kerk te 's-Gravenhage 29-10-1756, otr./tr. 's-Gravenhage 29-9-1726[1050] [1051] Mr. Simon van Slingelandt, geb./ged. Dordrecht 14/21-1-1664, beg. 's-Gravenhage 6-12-1736[1052], wednr. van Susanna de Wildt, raadpensionaris van Holland en Westfriesland (1727-1736), zn. van Mr. Govert van Slingelandt, pensionaris van Dordrecht, en Arnoudina van Beaumont.
      Johanna van Coesvelt testeert te 's-Gravenhage 1767. [1053] Collaterale successie 's-Gravenhage 1768. ZOEK OP!

Mr. Simon van Slingelandt (1664-1736).
Epitaaf?
Locatie: onbekend.

klik op plaatje(s) om te vergroten
    • 6. Geertrui van Coesvelt, ged. geref. Goor 24-1-1686.
    • 7. Wessel van Coesvelt, ged. geref. Goor 16-10-1687, tr.[1054] NN. Hieruit verder nageslacht bekend.
    • 8. Elisabeth van Coesvelt, ged. geref. Goor 16-10-1687, tr.[1055] Petrus Schiphorst, kamerbewaarder van H. E. Gr. Mog. de Heeren Staten van Holland en Westfriesland.
    • 9. Jan van Coesvelt, ged. geref. Goor 30-1-1692.
  • d. Der(c)k Jalin(c)k, ged. geref. Goor Goede Vrijdag 1662, ovl. Goor 1710[1056], weerd in de Prins 1696-1710,[1057] tr. Goor geref. 28-4-1695 Margrieta toe Meerman, testeert te Goor 30-8-1718,[1058] wed. van Hendrik van Coesvelt.
    Kerkenboek van Goor:[1059]
    1662 Op stillen Vrijdach gedoopt een kint van Wessel Jalinck Derk.
    1695 Gecopul. 28 April Derk Jalink soon van wijlen Wessel Jalink Margrieta toe Meerman wed. van wijlen Hendrik van Coesvelt.
  • e. Berent Jalink, ged. geref. Goor 17-2-1667, ovl. Goor 22-7-1669.
    Kerkenboek van Goor:[1060]
    1667 Quinquag. (17 Febr.) gedoopt Berent een soon van Mr. Wessel Jalinck.
    1669 Juli 22 sterft het jongsten kint van Wessel Jalinck Berent out int derde.
  • f. Gerrit (Gerhard) Jalingh, geb. vóór ca. 1665, ovl. (Goor?) 1714, geref. lidmaat op belijdenis te Goor 26-12-1681 (tweede Kerstdag),[1061] j.m. wonend te 's-Gravenhage (1680), burgemeester van Goor,[1062] woont te Goor (1689), otr. 1o Zwolle geref. 24-12-1680 (proclamatien gaen mede in 's Gravenhage), tr. 1o 's-Gravenhage 12-1-1681[1063] Katharina de Bruin, ovl. 1681-1686, j.d. wonende te Zwolle (1680), otr. 2o 's-Gravenhage 17-3-1686[1064] Lubberta Beekmans, geb. ('s-Gravenhage?), ovl. 1686-1689, wonend te Zwolle (1686), wed. van Gerrit NN, otr./tr. 3o 's-Gravenhage/Lossduinen geref. 23-10/6-11-1689[1065] Aaltje Haaffkens, woont te Bredevoort (1689).

1640. BERENT BRAAKMAN (BRAECKMAN), geb. vóór ca. 1620.

1690 mei 5, Heino. Jan Braeckman, brouwer te Raalte, mede voor zijn vrouw en als voogd van de kinderen van Herman Jacobsen Backer. Anthony Braeckman, mede voor zijn vrouw en broeder. Gerrit Braeckman, mede als momber van de kinderen van wijlen Berent Braeckman, in leven scholtus van Heino. Gerrit Eysinck, procurator, en Gerrit Lucasz Kortenhorst, als mombers van de kinderen van Herman Jacobsen Backer en wijlen Grietjen Berentsen, Herman Jacobsz Backer als momber van de kinderen van Tonis Luicas en wijlen Jannechien Berents en van de kinderen van wijlen Jacob Jansen en wijlen Geertien Berentsen, enz. [1066]

1656. WILLEM EVERTS SMITS (SMITT), tr. vóór 1658

1657. IDA (IDE) GERRITS. Zij wonen in het dorp Raalte (1658, 1664).

1660. WILLEM BO(E)MER, geb. vóór ca. 1620, ovl. 1668-1670, kerkmeester te Twello (1647..1666).[1086]

1662. PETER TER MEULEN, geb. vóór ca. 1625, ovl. vóór 1670.

1668. MR. MARTINUS (MAARTEN) JANSEN VRIESE VAN STEENKERCKE(¥), geb. vóór ca. 1565, ovl. verm. na 1628, woont in de Voorstraate te Zwolle (1622, 1628), otr. Zwolle geref. 31-12-1588

1669. CLEMENTIA WOLFFS, geb. vóór ca. 1570. Hindrick Wolffs dochter van Campen (1588).

COMMENTAAR(¥) Wat is het verband met:
Timen Petersen Steenkercke, tr. vóór 1624 Marijken Peters. Zij hertr. Zwolle geref. 9-3-1624 Derck Gerrijts van Aemsfoort, Schipper.

Stadsarchief van Zwolle:[1091]
1611-1612:[1092] De rentmeester van het stift Zwartewater procedeert tegen Maarten Jans Steenkerck, optredende voor zijn pachter Otto Jans, over een vordering in geld wegens een jaarlijkse rente, gaande uit een stuk land te Berkum.
1617:[1093] De rentmeester van het stift Zwartewater procedeert tegen Maarten Jans Steenkerck, optredende voor zijn pachter Tonnis Jans, over een vordering in geld wegens een jaarlijkse rente, gaande uit een stuk land te Berkum.

1670. GORIS (GORRYS) ECKBERS (ELBERTS) VERHO(E)F(F), geb. vóór ca. 1580, ovl. 1625-1627, gemeensman te Zwolle (1606),[1095] wonende bij de Vischpoort (1616, 1624), heeft een dienstmaagd (1616), tr. vóór ca. 1605

1671. HILLEKEN FRANSSEN, ovl. 1627-1638 (kort voor 1638?).

Lenen van het Stift Essen: Stadsgericht Zwolle / buurschap Assendorp[1096]
nr. 397: 't Erve unnd guidt genoempt den Engk, tusschen datt Hillige Kreutze unnd Franckhuis gelegenn, mit dre stucken landes, waterenn unnd visscherienn, dycken, dammen unnd aller schlachter nöth, sampt allenn hoghenn unde legenn thobehoir, nichtz darvan uthgesondert. In 1610: "... 3 stucken bouwlandts, groedt vierdehalff acker, gelegen in den Koenynenbergh [1097], gelyck borgemeister Brandenbergh ende Wolter ter Borgh dieselve goederen als pachters in 't gebruyck hadden"; 1638: "een stucke landes, genoemt den Enck, gelegen in de vryheyt van Swolle, buyrschap Assendarp, sampt ackeren ende anders daertho gehoerende, gelegen in Westenholte". Hiervan afgespleten de nrs. 398, 399, 410 en 416.
9-10-1572: Dr. Otto Tengenegell denn jongenn, als volmacht van zijn moeder Alheid Tengenegel
22-1-1596: Reyner Gansneb genant Tengneghel, als oom en voogd van Otto Gansneb Tengeneghel, gelijk eertijds Arendt Gansneb genent Tengeneghel daarmee was beleend
13-1-1597: Reyner Gansneb genant Tengneghel, burgemeester van Campen, als voogd van Otto Gansneb Tengneghel, zoontje van wijlen juffer Henrica van Wermeloe, weduwe van Arendt Gansneb Tengneghel, vestigt ten behoeve van Gherrydt Brandenburgh en diens vrouw Jenneke een jaarlijkse rente van 46½ gulden, te lossen met 700 gulden
8-12-1600 Otto Gansneb genant Tengheneghel en zijn moeder juffer Henrica van Wermeloe, weduwe van Arendt Tenghneghel, met haar zoon als haar voogd, vestigen ten behoeve van joncker Gerhardt van Wermeloe, drost van Sallandt, en diens vrouw juffer Judith Renghers een jaarlijkse rente van 25 gulden, te lossen met 400 gulden
23-1-1606: Herman Gansneb genant Tenghneghel vestigt ten behoeve van Wilhelma, weduwe van Egbert Wyllemssen, een jaarlijkse rente van 37 gulden, te lossen met 600 gulden
30-5-1610: Assuerus Gansneb genandt Tengnaegel na de dood van Otto Gansneb Tengnagel
30-5-1610: Gorys Albertszen na opdracht door Assuerus Gansneb genant Tengnagell, welke opdracht geschiedde met toestemming van zijn moeder juffer Henrica van Wermeloe, weduwe van Arendt Tenghnagell, alsmede blijkens een volmacht van zijn zusters, de juffers Geertruydt, Elysabeth en Heylena Tengnegel en van zijn broer Otto Tenghneghell.
4-10-1625: Gorys Alberts en zijn vrouw Hilleken Frans, met Johan Martenssen als haar voogd, begiftigen elkaar over en weer met het vruchtgebruik van het goed, tevens verkrijgen zij goedkeuring van hun testamentaire bepalingen
3-9-1627: Hilleken Franssen, weduwe van Gorrys Elberts, stelt na de dood van haar man tot hulder Johan Martenssen Steenkercke.
12-2-1638: Johan Gorys Verhoeff na de dood van zijn moeder, vanwie hij het goed krachtens haar testamentaire bepalingen had geërfd

1672. JOHAN(NES) PALTHE, geb. Bentheim [1125] 1566/67 (in 1627 "60 jr. oud")[1126] , ovl. 1628, bijgenaamd "De Jonge", rentmeester van het huis Ootmarsum (1596-1628), vermeld in de verponding van Twente (1601), secretaris van Gisbrecht Uff den Berge, Commandeur van het huis Ootmarsum van de Duitse Orde(¥), burger van Ootmarsum (1601),[1127], burgemeester (1602-1617(?)), kerkmeester (1603) te Ootmarsum, keurnoot van richter Henrik Voltelen (1604) en diens opvolger als schrijver [1128], keurnoot van het Landgericht Oldenzaal (1609, 1619), vertegenwoordiger van de Commandeur van de Duitse Orde (1619), in 1608 met zijne vrouw Henrika, beiden te Ootmarsum, in de Bentheimsche kerkerekening vermeld,[1129] tr. vóór 1608

1673. HENRIKA VAN (VON) UELSEN.

COMMENTAAR(¥) De Commanderie "St. Joris" van de Duitse Orde ("de hospitaalridders") ten zuidoosten van Ootmarsum wordt gesticht in 1262, in 1644 is het bezit aangegroeid tot 88 boerenerven tesamen groot 827 mudden gezaai en 250 dagwerk hooi en weiland [1130].

Verpondingsregister Twenthe (1601) [1131] :
Richterambt Ootmarsum :
nr. 1026 : Egbert ten Maetkatte tesamen met Johan Palte unde sin suster Hermen 1 dachmal hoies, f 4,3,8.
nr. 1039 : Johan Palte, 5 schepel fryes landes, 2 mudde in die hore.
Stadgericht Ootmarsum :
nr. 2859 : Johan Palthe, 3 scepel eigen, .. ten 1 kamp gepachtet van Andries Boese jaerlix voer 9 daler, f 1,19,12.
nr. 2860 : Herman van Ulsen, 3 scepel eigen, f 0,11,4. (Is hij Johans schoonvader of zwager?)

1601 : Johan Palthe heeft "leddere emmers betalt".[1132]

1602 : Johan Palthe is "itziger Zeit Diener des Hauses Othmarssen".[1133]

1620 : Johan Palthe is voor zijn zoon Gerhard Palthe bezitter van de vicarie St. Catharinae te Denekamp.[1134] Volgens Ref. [1135] in 1617.

"Johannes Palthe, saligen Bernards Sohn, itziger Zeit des Herrn Compturs zu Othmarschen Schreiber und Henrica von Uelsen Eheleute verkaufen den Eheleuten Henrich Nibberich, Gerichtsschreiber und Walburg von Bevern den Apfelhoff oder das Immehoeveken zwischen Henrich Nibberichs Mathe, item Johan von Soests Garten, item den Presentien Garten und den Gruetzkamp in Bentheim gelegen." Bentheim 20-10-1611 [1136].

Landgericht Oldenzaal d.d. 27-6-1618:[1137]
Erschennen die weerdige heer Henricus van Wijrden ende (?) alsodaenen koep so hie hierbefuirentz ahm 10den Januarij Anno 1618 voer deesen gerichte mit verhoeginge verworven hefft, vann seeckere maeth die welcke Johan Palte hierbevorents mit rechte ingewonnen und op dato voerg. verkofft, gelegen in der buijrschap Boeningen aen den Soggen Maeth, allent in conformiteit der acten der verkoepinge op dach und dato voerg: daer van alhier voer den gedelegierden richter van Oetmerssen geprothocolliert, also dat voerges. Palthe daer mit henferners mach doen und laeten, sunder inspieringe van voerg. Wijrden, so als sijn gueden raet? draegen sall, und ontsliet ock voerges. Palthe der voerges. Wijrden, kost und schadeloes van den voerges. koep
Landgericht Oldenzaal d.d. 29-4-1620:[1138]
Erschennen Johan Palthe und hefft aen handen van Herman Schulte toe Boeninge geteldt, die summa van thien daler current, so gemelten Palthe van den heeren droste van Twente, geordonniert jaerlicx uuith die vicarije Sanct Catharinen toe Denigkamp, tot reparatie der kercken te betaelen, und dit wegen vergangen jaer 1619 op Martini verschennen. Waertegen Schulte praesentiert hett miskoern in die Marcke Boeninge tott voerschr. vicarije gehoerende, volgen te laeten.
Op 25-7-1627 wordt Johan Palten, 60 jaar gehoord ten overstaan van schepenen en raad van Ootmarsum. Hij verklaart van voor 1597 binnen Ootmarsum te wonen [1139].


COMMENTAAR(¥) Ongeplaatst fragment Palthe : Alert Palthe, geb. vóór ca. 1630, tr. vóór ca. 1655 Gesina Holst. Zij hertr. Ootmarsum geref. 29-11-1663/3-1-1664 Gerrit Kremer.[1140]
    Uit dit huwelijk (o.a.?): d'16 Maart
  • a. Wilhelm Palte, ovl. 1688-1694, soon van sal. Alerd Palthe in Ootmarsum (1679), otr./tr. Ootmarsum geref.16-3/11-5-1679 Johanna Staverman, doghter van sal. Joan Staverman, burgemeester te Ootmarsum, woont te Ootmarsum (1679, 1694). Zij hertr. Ootmarsum 28-1/14-12-1694 Berent van Asten.
      Uit dit huwelijk:
    • 1. Alerdt Palthe, ged. geref. Ootmarsum 29-11-1685.
    • 2. Alerd Jan Palthe, ged. geref. Ootmarsum 7-10-1688.
    • 3. Fenne Margareta Palthe, ged. geref. Ootmarsum 21-8-1692.

1690. HERMAN VAN MIDDACHTEN, geb. ca. 1580, vermeld 1628, '37, '40 als rentmeester van zijn neef Reinier van Raesfelt, heer van Roenborg, Hervelt en Middachten.[1212]

1694. REINT (REYNDT) VAN BEVERVOORDE, geb. vóór ca. 1590, hofrichter en hofmeier te Ootmarsum,[1214] tr. Ootmarsum 1612[1215]

1695. MARGARETHA BENNINKS, geb. vóór ca. 1590.

1696. BEREND LASONDER (alias SMIT), geb. Enschede 1603-1605, ovl. Gronau na 1645, smid te Gronau, tr. vóór 1635[1217]

1697. STIJNE BEKKER, geb. 1595-1607, ovl. na 1635, woonde te Enschede Stad.

1700. JORRIEN STROYNCK, geb. Delden 1611-1621, ovl. Enschede 20-8-1684 (een grafsteen van burgemr. Jurrian Stroink Rutgersz ligt in 1768 nog in de Grote Kerk van Enschede [1223]), vestigt zich te Enschede ca. 1642, wanneer hij een huis koopt aan de Marktstraat, vermeld op de lijst van schutters te Enschede (1646),[1224] en als zodanig ondertekenaar van het Usseler Markeboek, graankoper (1649, 1650, 1659), herbergier en burgemeester (1651..1676), neemt tijdens de verkiezing van een nieuw stadsbestuur op 22/23-2-1660 te Enschede deel aan rellen en vechtpartijen, die het gevolg zijn van een uit de hand gelopen avondmaaltijd in het stadhuis, otr. Goor geref. 27-3-1676 ("Op Paeschmaendagh"),[1225] tr. 2o Enschede 6-4-1676 MARGARETHA TE MEERMAN(¥), geb. Goor 1620-1635, ovl. Enschede 1-1-1685, wed. van Henrich (ten) Spraeckel, klokkenmaker uit Goor (huw. Goor geref. 23-9/7-10-1666)[1226], dr. van Mr. Gerrit te Meerman en NN, tr. 1o Enschede voor 1642

1701. JUDITH WAGEL(A)ER, geb. Enschede 1605-1626, ovl. Enschede 1651-1676.

COMMENTAAR(¥) Volgens Ref. [1227] is zij ook wed. van Hendrik van Coesvelt. Deze ovl. Goor 21-11-1668 als "Weert in den Engel in die fleur sijns levens".[1228] Echter in het Kerkenboek van Goor[1229] staat zij bij haar huwelijk aldaar in 1676 duidelijk als weduwe van Z. Henrick Sprakel.

In 1651 lenen Jorrien Stroynck en Jetken, eheluyden, aan Henrich ten Spraekel en Jenneken zijn huisvrouw honderd daeler.

In 1667 spreekt burgemeester Jorrien Stroynck van Enschede de wed. Tusschede aan voor de in 1661 gekochte ouderlijke huisstede in Delden.

1702. J(OH)AN BECKER, geb. Enschede Stad 1620-1658, ovl. Enschede Stad 1675-1698,[1272] koopt 12 mudde molt (1626) [1273], olderman van het snijdersgilde (1630) [1274], vermeld als burgemeester te Enschede (1644, 1650) herbergier (1650) [1275], neemt als "olte burgemeester" ook deel aan de bovengenoemde rellen in het stadhuis (1661), brouwer te Enschede Stad,[1276] wordt genoemd in het testament van zijn neef (oomzegger) Lucas Verwolt als diens erfgenaam, tr. 1o [1277] ARSELE VAN COESVELT, geb. Enschede Stad 1610-1623, ovl. Enschede Stad 1647-1653, dr. van Hendrik van Coesvelt en Anna NN, tr. 2o na 1649[1278]

1703. HERMKE(N) JORISSE(N), geb. Enschede Stad 1615-1632, ovl. Enschede Stad na 1698.

Op 4-2-1698 testeert Hermken Jorisse wed. van burgermeester Joan Becker, geassisteerd met burgemeester Lucas Becker.[1279] In het testament worden genoemd haar zoons: Derck, Gerrit, Egbert, Jan en Hendrick Becker en haar dochters Arsele, Wendela en Woltertjen Becker en de kinderen van haar dochter Annetjen Becker gehuwd met Jan Reiners.

Johan Becker en Tryne Engerkick kopen 3/4 huis op de Oude Gracht (1636) en kopen op 6-11-1637 het resterende vierde deel.[1280] In 1649 verkopen zij het aan richter Herman van Hovel [1281] .

Jan Beckers en Berent Paschen lenen f 1200,-- (1646) [1282].
Overstichtse en Overijsselse Lenen: nr. 331: Den halven Horst, gelegen aen Enscheder Esch (Richterambt Enschede, buurschap Enscheder Esch).[1283] Beleningen :
18-9-1649 : Gerrit Backer van Enschede, zoals Albert van Tongeren daarmee was beleend.
17-6-1686 : Lucas Bekker namens Lucas Bekker Junior, die in het buitenland was, zoals diens vader Gerrit Bekker daar in 1649 mee was beleend. (Den halven Horst anders genaamt Klein Weldink, gelegen aan Ensscheder Esch)
23-12-1749 : Hermannus Becker. (De halve Horst of zogenaamde Lutteke Welding).
21-6-1766 : Lucas Becker, rentmeester van de "Malthezer Commande te Steinfurt", na de dood van zijn oom Hermannus Becker.
15-12-1770 : Henrik Zwiers, burgemeester van Enscheide, namens de stad Enscheide als koper na opdracht door Lucas Becker. (Het erve en goed Luttike Weldinck off soogenaamde Halve Horst, geleegen in de Eschmarcke gerigts Enschede).
In 1636 kopen Johan Becker x Trijne Engerkinkc drie delen, kopen 6-11-1637 het vierde deel verkopen weer in 1649 ... WAT? ZOEK OP [1284]
Juridische deskundigen oordelen over een ingewikkelde kwestie (1696-1698):
"In zaaken exceptioneel voor Burgermeesteren der Stad Enschede, strydig en ongedecideerd hangende, tuschen br(burgemeester?) Lucas Gerritsen Bekker, origineele Impetrant en geëxcipieerde ter eenre, en br(burgemeester?) Lucas Jansen Bekker, Hendrik Jansen Bekker , Frerik Jansen Bekker, Jan Stroink nomime uxoris, Assele Jansen Bekker, Derck Jansen Bekker, Gerrit Jansen Bekker, Egbert Stroink nomine uxoris, Wolter Jansen Bekker, Berent Bussier nomine uxoris, Wendele Bekker en Henr. Bekker Junior, naargelaatene Kinderen van wylen Jan Bekker geïmpetreerde en Excipienten ter andere zyde,- waar by den Impetrant deed voordraagen, dat wylen Lucas Verwolt by- zeker Testament by hem en zyn Huisvrouw Anneken Keilevers opgericht, hadde gedisponeerd in manieren, dat eersten voor af aan zyn Huisvrouw het vrugtgebruik van alle zyne natelaatene goederen, geene uitgezonderd, en aan de Armen een jaarlyksche renthe had gelegateerd, en al 't geene boven gedaane Legaaten zoude komen over te schieten, in val hy zonder Kinderen of wettelyke lyfsgeboorte kwame te overlyden, (gelyk geschied waar) hadde gegeeven aan zyne twee Oomen Jan Bekker en Hendrik Bekker, of derzelver Kinderen naar haarlieder afsterven, mitsgaders aan de Kinderen van zyn zalr. oom Geert Bekker, in haar Vaders plaats, dezelve tot zyn wettige Erfgenaamen stellende, en alzoo zyn geheele nalaatenfehap in drie deelen divideerende: in het eerfte zyn Oom Jan, in het tweede zyn oom Hendrik, of derzelver Kinderen na zyn afsterven, en in het derde deel de Kinderen van zyn Oom zalr. Geert Bekker, institueerende in haarlieder Vaders plaats: dat diensvolgens den Impetrant in stede van wylen zyn vader Geert Bekker, een gerechte derdepart van opgemelde Lucas Verwold zyn nalaatenfchap competeerde. En ofschoon de Kinderen van Hendrik Bekker daar niettegen hadden, en de voorfz. Testateurs uiterste wille bereid waren op te volgen, zoo zouden doch die van Jan Bekker , Geimpetreerde in deezen, zulks trachten te betwisten, waarom dan Impetrant te raade was geworden de middelen Rechtens by der hand te neemen, en contendendo te doen concludeeren, dat hy Impetrant zoude werden verklaart in plaats van zyn vader Geert Bekker, van wylen Lucas Verwolde voor een gerechte derde part Erfgenaam te zyn, en de Geïmpetreerden gecondemneert zulks te gedoogen en toetestaan, in cas van Proces eisch maakende, van kosten, schaaden en intressen - of tot een anderen alzulken fine, als omni meliore modo ac via hadde behooren te geschieden.
Volgt een lange juridische beschouwing. Uitspraak is op 29-6-1698. Uit de behandeling van de zaak blijkt verder dat Lucas Gerritsen Bekker (in 1696) enige zoon is van Geert Bekker, en dat Lucas Verwolt in 1693 is overleden zonder kinderen na te laten. [1285]

1704. =1702. J(OH)AN BECKER.

1705. =1703. HERMKEN JORISSE.

1708. =1696. BEREND LASONDER (alias: SMIT).

1709. =1697. STIJNE BEKKER.

1724. =1702. J(OH)AN BECKER.

1725. =1703. HERMKEN JORISSE.

1728. HERMAN RERINC(¥), geb. vóór ca. 1610, ovl. vóór 1667, portier van de Molenpoort tegen een salaris van ƒ 6,6,0 per jaar (1635).[1313]

COMMENTAAR(¥) Wie is Griete Rerinck, doopget. te Bredevoort 1659.
Johan Rerinck, tr. Grietien Rerinck, waaruit Huge Rerincks, koopt als wed. op 14-11-167? een stuk land te Zelhem, het "Ickingslag", tr. Albert Besselink.[1314]

Bertha van Karvenhem, wed. Harckels, vermits Herman Rerinck oerer gekarener momber (25-3-1630). Bertha maakt aanspraak op een deel van de goederen, welke door haar overleden zoon Hendrick tho Harckell uit de erfenis van zijn vader zijn ontvangen.[1315]
zie copie

1732. JAN PA(E)UWEN, geb. ca. 1614 (verm. ged. Lochem jan-1614[1326] ), ovl. tussen 23-4-1676 en 4-12-1681[1327] , tr. vóór 1642[1328]

1733. JENNEKE NIJKAMP, geb. ca. 1622/24, ovl. na 1681, otr. 2o Lochem 4-12-1681 EGBERT JOOSTEN, ovl. vóór 1706[1329], zn. van wijlen Joost Arents, van Holten.

27-2-1643 : Jan Pauwen en Jenneke Nijkamp verkopen hun gaard voor de Smedespoort in Lochem[1330]
eind 1646 : Jan Pauwen heeft een huis in Lochem en 1/2 molder saet land in de Sijden Enck, alsmede enkele gepachte stukken land.[1331]
6-5-1658 : Contract tussen Berent Smidt en Jan Pauwen over "seker secreet".[1332].
7-7-1663 : Jan Pauwen en Jenneke Nijkamp verkopen een hof aan het Molgerinck [1333].
7-7-1663 : Fam. Pauwen en Peterken Jans van Westerholt wed. van wijlen Roeloff van Steenbergen, geasst. met Willem Lunfert, voor haar zelve en als volmr. van haar broeder (sic!) Jan Pauwen (volm. Nienkirchen 20-3-1663).[1334].
14-8-1665: Goesen Schoemaker, Burgemr. en zijn h.v. Elisabeth Tiesinck transporteren aan Jan Pauwen, Gerrit Thomas, Derrick Volmers en Berent Janknecht, en hun huisvrouwen,[1335].
1672, 1674 : Jan Pauwen vermeld als een der voor acht maanden aangestelde regenten van de gecommitteerde raden van Lochem en als pachter van het weiland Heynck Hack.[1336]
1674 : Provisionele stadsregering: Bruno van Dam, schout, Johan Schutte, Johan Westenberch, Cornelis van Lobberich, Gerrit van Campen, Hendrick Beijen, Bartholt Schomaecker, Wanardt Weeninck en Jan Pauwen, regenten, Johan te Winckel, als ontvanger gecontinueerd, benoeming d.d. Den Haag 12-5-1674[1337].
11-3-1675 : Jan Pauwen (60 jaar oud) en Wolter Pauwen (28 jaar) leggen een verklaring af : in jan. 1614 liet Jaen Pauen een kindt dopen waarvan de naam niet vermeld staat. [1338]
1675 : Jan Pauwen treedt op als borg.[1339]
23-4-1676 : Jan Pauwen is dronken geweest - mogelijk op de bruiloft van zijn dochter Geertjen die een week tevoren ondertrouwde - en is uit berouw borg geworden [1340]
15-10-1684 : De dochter Gertjen van Jan Pauwen is 42/43 jaar oud [1341]. Hij zal dus voor 1642 getrouwd zijn. Jenneke Nijkamp kreeg kinderen van 1642 tot 1671 (doop Egbert 10 juni). Zij moet dus ca. 1625 zijn geboren.

1734. HENRICK WILLEKES, ged. geref. Lochem 9-11-1617 ("Jann Wylkes, Aelkenn sien vroue, ein kint Hendrick, get. Berendtt Smidt"), ovl. na 1693. Hij treedt op (1653) als momber over de onmondige kinderen van Jenneken ter Beecke, wed. van zaliger Serris van Menen. [1375]

Henrick Willekes, Arent Arents en zijn h.v. Jenneken Willekes, 23-5-1693[1376].
Tonnis Duijmen en Derrick Moijderman als gericht. gestelde momberen over Aeltje en Jutte Willekes, voorts Henrick Willekes, voor zichzelf enz. 1-6-1658[1377].

1744. GEERT (GERRIT) BRETHOUWER (alias WICKERINCK), geb. vóór ca. 1635, ovl. 1680-1689, treedt op als getuige (Gerrit) te Bredevoort (1666), woont te Aalten in de Heurne (1675), otr./tr. 2o Aalten geref. 31-1/14-3-1675 GEESKEN VERHOLT, geb. Silvolde ca. 1655, dr. van wijlen Gert Verholt in Silvolden, (zij hertr. Aalten geref. 27-10/17-11-1689 Derk Hoorneborg)[1403], tr. 1o vóór ca. 1660

1745. GRIETE NN, geb. vóór ca. 1635.

Rekenbueck 1674 van Kerckmeester Guert Evers te Aalten:[1404]
Wij ondergeschr. Wijnen Peter, Karst te Huijsstede, Garritt Stapelkam, Geertt Brethouwer ende Berent Brethouwer Bekennen ondergeschr. uijtt handen van de kerckmr. Goertt Evers ontfangen te hebben de somma van twintigh gulden vijfftien stuijver wegens verdienden arbeitsloon an de poppelen in dijck voor de kerck gedaen. Bedanckem ons voor goeder betaelinge den 24en januari 1677, ƒ 20,15,0
In de marge: Also men bevint dat een merckelins aen poppelen is uijtgegeven, wordt den kerckmeijsteren geinjungeert (=opgelegd) die geërfden aen te wijsen waertoe die plancken verbruickt bennen.
Dit is het Y marckt van Karst te Huijstede. Dit is het marckt A van Garritt Stapelkamp. Dit is het marckt W van Geertt Brethouwers. Dit is het UU marckt van Berent Brethouwers. Peter Garwijns.

1746. COPE (COOP) TE(N) PASKE (PASSE), geb. ca. 1595, ovl. 1667-1677, doopget. (1656), woont te Aalten (IJzerlo).

1748. JAN SLOTBOOM, geb. ca. 1605, ovl. vóór 1671, woont te Varsseveld.

COMMENTAAR(¥) Is er verband met: Jan ten Slotboom, op Graste in de buurschap Huppel en Henxel bij Winterswijk, betaalt ƒ 41,13,-- verponding voor "Een veenigen camp, 5 mlr. op de derde gerve" (1647).

1750. HENDRICK GERWIJNS, geb. vóór ca. 1625, woont te Aalten, tr. vóór ca. 1650[1412]

1751. GEERTJEN NN, geb. ca. 1639.

1760. Ds. WESSEL(US) WESTENBERG, ovl. 1607 aan de pest, predikant te Oehne (Bentheim) 1583,[1414], "die de eerste geweest is, die de gezuiverde leer openlijk aan de burgers van Oehne heeft geleerd, alzoo de reformatie in 1564 onder de Bentheimers doorbrak", opvolger ald. van zijn schoonvader,[1415] tr. (volgens Ref. [1416] Schüttorf (voor?) 1595

1761. SOPHIA SUTORIS (alias SCHUHMACHER), geb. 1567, ovl. Neede 20-8-1638, vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Neede, opgemaakt in de jaren 1624-1655, als (Sof)fia Westenbergs doopget. te Neede (1633, 1634).

Op 28-5-1618 verkopen de broeders Johannes Westenberg, Elbertt Westenberg en Bernhardt Westenberg voor zich en voor hun moeder Feyen, en Ortwin Westenberg bij volmacht, "Ir Vatter- und Mutterlich anererbt hausz, Hoff, grundt und daruff stehenden Spycker, wonnunge ... alhir zu Bentheim an der straszen zwischen Lambert oder Herman Schlutersz oder Johanninghs hausz unnd Johann Stoltenkamps oder Schmits hausz und grundt gelegenn." [1417].

Prof. Dr. Mr. Johannes Ortwinus Westenberg (1667-1737). [1457]
Gravure van J. Houbraken.

klik op plaatje(s) om te vergroten

1762. A(E)RENT (ARNDT) HEUTEN (HOETE(N)), ovl. 1650-1659, vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Neede, opgemaakt in de jaren 1624-1655, vermeld in de Informatiën en kondschappen stad- en landgericht Borculo (1641),[1511] vermeld als eigenaar van een huis en hof in het dorp Neede en de Hoetencamp aan het Kisvelt (1646), medeeigenaar van het erve Wibbelinck en Het Hengeler erve in de buurschap Hoonte (1646), eigenaar van zes tuinen in het Kindergoer in stad Borculo (1646), vermeld als eigenaar van een huis en hof in het dorp Neede (1650), [1512] doopget. te Neede (1617..1639), tr. vóór 1612

1763. MARGARETHA MEI(J)LING, ovl. na 1655?, vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Neede, opgemaakt in de jaren 1624-1655, als Margetta Hoeten doopget. te Neede (1619), mogelijk een zr. van Ds. Henricus Meijling(¥), predikant te Delden (1618-1619) en Ds. Johannes Meijling, predikant te Ruurlo (1607-1617).[1513]

COMMENTAAR(¥) Over Ds. Henricus Meijling wordt verder bericht:[1514]
predikant te Ruurlo als kandidaat in 1602, vandaar naar Huizum beroepen, vertrok zonder ontslag, was te Huizum reeds den 23-10-1605, daar hij toen te Leeuwarden huwde, verroepen naar Arnhem in 1610, zijne laatste handteekening is onder de kerkerekening van dat jaar, die gewoonlijk in Januarij of Februarij gedaan werd. Te Arnhem werd hij van zijnen dienst ontzet in 1619. Tekent ook Meilinck en Meilingius, "dit laatste was zijn eigene handteekening, volgens 't geen mij gebleken is in een Album amicorum van A. à Bootsma.

Op 15-1-1640 wordt Arndt Hoete beleend met (leen nr. 139) "Die Hoentermate, gelegen tuschen Bernt Hueten en Lucen Cotten lant, met den voorgeborchte ende die stege, met noch 2 kempkens, in den Berenhorst gelegen, met heuren gewoonlichen weg deur den Berenhorst", een afsplitsing van het leengoed "to Hoente" te Neede, leenroerig aan het Graafschap Zutphen. Hij verkrijgt het leen "als hebbende d'eene helft bij successie(¥) ende d'ander helfte bij opdracht to landtrecht bij ignorantie van de leenplicht an sich becommen, daervan hij ooc verklaert een geruyme tijt van jaeren in rouwelicke (=rustige) possessie ende gebruyc geweest te zijn" [1515]. Voorts wordt hij nog beleend met een afsplitsing (1396) van dit leen : "een campken in de Beerenhorst in de heerlicheyt Borculo, kerspel Nede, buyrschap Hoente gelegen (...) met een pont goets gelts te verheergewaden". [1516]

COMMENTAAR(¥) wellicht van Greta Cocks (ex patre Rutger de Cock), zijn (schoon)moeder, die de voorgaande lener is (7-10-1606)
Verpondingskohier dorp Neede 1646:[1517]
Aerent Hoeten, huys ende hoff met een haergaerden, groet 2¼ schepel gesaeis. Thins: 1 gulden 7 stuver 8 penningen. Noch thins: 17½ stuver. ƒ 23--.
Noch eenen camp an 't Kisvelt, genoemt Hoetencamp, groet 1½ schepel geseys, tientvrij, geset op 9 gulden 156 stuver. ƒ 10-19-9.
Verpondingskohier buurschap Hoonte 1646:[1518]
Dat erve Wibbelinck. Eygenaers Aerent ende Berent Hoeten, sonder huys. Aen bouwlandt 1526 molder saets, tientvrij, lichte garve. 10527 gulden. Hofflandt 1 molder. An weydelant 628 koeweyden. Aerent geefft voor die helffte 14 daler. 28 daler. Uytganck tot die Wisscherpacht aen 't capittel te Vreden: 6 schepel roggen, 11 schepel haeveren. Pontschattinge: 12 gulden, daervan die helffte in consideratie kompt, ƒ 173-6-11.
Het Hengeler erve, toebehoerende Aerent Hoeten ende schulte toe Giffel. Wort stuckswijse gebouwt, sonder huys. Heefft an bouwlant omtrent 2229 molder 2 schepel ende ¼ spint gesaeys, tientvrij uytgenoemen 5 schepel tientbaer aen Jan van Boockholt te deventer. Doet ter pacht: 19 molder roggen, 12 molder boeckweyten. Hofflandt: 1 schepel. Hyrtoe gehoeren 7 koeweydens, die geset op 31 guldens 20 stuver30. 28 daler. Pontschattinge 16 gulden 2½ stuver, compt voor die helffte in consideratie, ƒ 226-6-6.
Verpondingskohier stad Borculo 1646:[1519]:
Een gaerden in het Kindergoer, toebehoerende Aerent Hoeten, 1 daler, ƒ 1-10-.
Een gaerden in 't Kindergoer, toebehoerende Aerent Hoeten, ƒ 3-15-11.
Een gaerden in 't Kindergoer van Arent Hoetinck, 1 daalder. ƒ 1-10-.
Hendrick van Botaen een gaerdeken in 't Kindergoer, van Arent Hoeten, 1 daalder. ƒ 1-10-.
Een gaerden in 't Kindergoor van Arent Hoeten, 3 daler. ƒ 4-10-.
Een gaerdeken in 't Kindergoer, Eygenaer Arent Hoeten. ƒ 2-5-.

1764. TIELEMAN (TIL(L)MAN) SLUI(J)TER, geb. vóór ca. 1605, ovl. 1655/56, vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Neede, opgemaakt in de jaren 1624-1655, brouwer en koopman te Neede, zette het bedrijf van zijn schoonvader voort, [1521] vlashandelaar te Neede,[1522] is doopget. (1644), setter van het dorp Neede (1646),[1523] heeft tienden op land van Arnt Stoffers in de buurschap Eschsijdt, op land van Jan Muller op de Hanencamp te Geesteren, op land van Joncker Buloe in de buurschap Gelselaar, op diverse goederen in de buurschap Haarlo, op het Wanninckhoff en land van Essel Aerinck, en van Jan Katterman, en de Hellercamp van Gert Arninck, alle in de buurschap Lempel (1646), is medeeigenaar van het Nije slagh in de buurschap Gelselaar (1646), eigenaar van huis, hof en land in het dorp Neede, van Den Beyencamp in de buurschap Mallem, en van de caeterstede Dat Goerhuys te Lochuizen (1646), van bouwland te Borculo (1646), vermeld als eigenaar van een huis en hof in het dorp Neede (1650),[1524] tegenover de kerk,[1525] provisor te Neede (1655), otr. 2o Neede geref. 28-7-1639[1526] ANNA HOETEN, ovl. 1639-1641, mogelijk dr. of zuster van Arndt Hoete (kw. nr. 1762), vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Neede, opgemaakt in de jaren 1624-1655, otr. 3o Neede geref. 21-3-1641[1527] AALTJE HAZEBROEK (HASELBROECK), als Aeltjen Haselbroeck, uxor Til. Sluijter, vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Neede, opgemaakt in de jaren 1624-1655, dr. van Joan Hasebroek, burgemeester te Borculo, en Aeltjen NN, tr. 1o Neede geref. 1625[1528]

1765. GEERTRUID (GERDJEN) JACOBSDR SAALKINK, geb. vóór ca. 1605, ovl. 1637[1529], vermeld in de lijst van geref. lidmaten te Neede, opgemaakt in de jaren 1624-1655, wordt bij de doop van haar kind in 1635 Gertien van Halle genoemd.

Verpondingskohier dorp Neede 1646:[1530]
Telman Sluyters huys ende hoff met een gaerden, 3 spint geseys, 15 gulden. Thins: 2 stuver. ƒ 15--.
Noch een stucke landes geheeten die Huyrne, groet 5 schepel 1¼ spint gesaeys, thientvrij. Thins: 1 gulden 5 stuver. ƒ 10-9-9.
Ende in den Nederbergh an landt 3 schepel gesaeys ongeveer, tientvrij. ƒ 5-19-11.
Noch een huys daer men brant ende saet in vattet ende an landt daerbij 2 schepel ende ½ spint, genoemt die Saelbraecke, tientvrij. Thins: 1 gulden 5 stuver. ƒ 4-4-.
Verpondingskohier buurschap Eschsijdt 1646:[1531]
Arnt Stoffers. Is sijn eigen. Aen gesey 4 molder, thientbaer aen Tilman Sluiter, uitgenomen 1½ molder. ƒ 32-7-10. Hofflant 5 spint. Huis ende hoff is gestelt op 6 daler. ƒ 9--. Hyruit is vercoft aen Jan Peters 5 schepel gesey, thientvrij, op die swaere garve. ƒ 11-19-10 (+) 9-- (+) 32-7-10 (=) ƒ 53-7-8.
Verpondingskohier dorp Geesteren (1646):[1532]
Jan Muller. Item heeft hij 6 schepel gesaey van den Hanencamp, thientbaer aen Tilman Sluiters, 10 daler. ƒ 10-16-.
Verpondingskohier buurschap Gelselaar 1646:[1533]
Joncker Buloe. Noch heeft hij selfs cum suis 1 molder gesays, halff tientbaer aen Telman Sluiters te Nede, op die sware garve. ƒ 8-7-11.
Telman Sluiters met sijne consorten hebben dat Nije slagh. Is 3 dagh werck, slechte gront, 10 daler. ƒ 15--.
Verpondingskohier buurschap Haarlo 1646:[1534]
Tillman Sluiter thient 2½ molder uit Clein Stefken in Eschsijdt, uit Wanninckhoff 15½ molder, uit Brascamp 2 molder, uit Essel Arnincx goet 1½ molder, uit Hellercamp in Lempel 2 schepel, uit den Harencamp in de Steenstraet 1½ molder, en 2 schepel uit Binshorst in Gelseler, gereckent t'samen op 56 gulden. ƒ 56--.
Verpondingskohier buurschap Lempel 1646:[1535]
Wanninckhoff. De heeren van Overissull. Hieruit gaet den thiende met dat stroe aen Telman Sluiters. Aen gesaey 15½ molder. Wordt gebouwt op die vierde gast. Huys ende hoff van 10 schepell, tienbaer, neffens 3 koeweiden, slecht lant. Doet ther pacht 100 gulden. Pontschattinge: 11 gulden, 5 stuiver. Hyr is redelick jonck holt. Jonck holt. ƒ 111-5-.
Essel Aerinck heeft ses schepel eigen landt. Hyruit gaet den thienden aen Telman Sluiters. Lichte garve. ƒ 10-16-.
Jan Katterman. Aen eigen lant 1½ molder. Hyruit gaet van ½ molder den thiende aen Telman Sluiters. Pontschattinge: 1 daler, 6 stuiver, ƒ 11-11-11.
Gert Arninck. Noch in pacht ½ molder gesey, den Hellercamp, tientbaer op die lichte garve aen Telman Sluiters. ƒ 3-12-.
Verpondingskohier buurschap Mallem 1646:[1536]
Den Beyencamp, hoert Tilman Sluiter, heeft in pacht Lubbert toe Legenmorsch ende Berent Beyen. Groot 3½ schepel saet, thientvrij. Doet jaerlix die darde garve. Pontschattinge 1 gulden. ƒ 6-19-10.
Verpondingskohier buurschap Lochuizen 1646:[1537]
Dat Goerhuys. Een caeterstede, toecommende Telleman Sluyters. Hofflant 2¼ schepel gesaeys groet. Aen bouwlandt 2 molder, 2 schepel, 2¼ spint geseys, tientvrij, op die derde garve. Heefft gedaen in 't jaer van 1645 5 molder allerley mancsaet. ƒ 21-4-8.
Verpondingskohier stad Borculo 1646:[1538]
Een stucke bouwlandts van 1 molder, 2½ spint, tientvrij, swaere garve, op den camp t'einders den Buschbergh, toebehoerende Telleman Sluyters, 2 daalder, 15 stuivers, 11 gulden, 1 stuiver, 9 denieren. ƒ 11-1-9
Een koeweyde in Telleman Sluyters maete aen 't Vockinckbroeck, 3 daler. ƒ 4-10-.
Jan Glaesemaecker, die Willigenmaete, twee koeweyden van Telleman Sluyter, ƒ 9--.
Landgericht Borculo : in 1649 procedeert Otto Meilinck voor zich en als conjuncta persona van Telleman Sluiter tegen Henrick Bennekinck. [1539]

Stad- of Landgericht Borculo : in 1655 procederen Tilman Sluijter en Gerhardt ten Caete, provisoren te Neede, tegen Joachym Smidt. [1540]

Verwantschap Sluiter - Olmius ?
Ds. Willem Sluiter wordt op 24-7-1653 bevestigd als predikant te Eibergen door zijn 'neef' Ds. J.L. Olmius. Deze laatste is volgens Ref. [1558]

Ds. Johannes Ludovicus Olmius, geb. Arlon (Lux.) 1613/14, ovl. (Lochem?) 3-1-1682 (68 jaar oud), magister Artes liberales, geref. predikant te Vreden (Westfalen) (tot 1644), te Gelselaar (1644-1652) en te Lochem (1652-1682), tr. vóór 1644 (wellicht tweede huwelijk) Margaretha Gerverdinck, ged. Borculo 1619, ovl. na 1696, dr. van Herman Gerverdinck, verm. mr. barbier, en Elisabeth Cappers. Zie hieronder voor hun kinderen.

Dat Willem Sluiter, met Achterhoekse voorouders, en Johannes Ludovicus Olmius, uit Luxemburg, neven zouden zijn lijkt niet zo waarschijnlijk. Eerder zal er sprake zijn van een aangetrouwde neef. Dan moeten Willem Sluiter en de vrouw van Olmius : Margaretha Gerverdinck (of een mogelijk eerdere echtgenote) dus minstens een gezamenlijke grootouder of een gezamenlijk grootouderpaar hebben.
De (groot)ouders van Willem Sluiter zijn:

*                     |Albert Sluiter
* Tieleman Sluiter ---|
*                     |Maria Telmans
*
*                     |Jacob Saalkinck
* Geertruid Saalkinck-|
*                     |Swenne Kremer.
De (groot)ouders van Margaretha Gerverdinck zijn:

*                     |NN Gerverdinck
* Herman Gerverdinck--|
*                     |NN
*
*                     |NN Cappers
* Elisabeth Cappers---|
*                     |NN
Verwantschap via de grootvaders lijkt dus onmogelijk, via de grootmoeders alleen mogelijk indien Maria Telmans of Swenne Kremer in eerder of later huwelijk met NN Gerverdinck of NN Cappers zijn getrouwd.
Verdere bijdragen aan de oplossing van deze puzzel:
- Bij dopen van kinderen van Herman Gerverdinck en Elisabeth Cappers treedt een Tilman Kappers als getuige op. Hij zou Elisabeth's broer of vader kunnen zijn.
- Johannes Ludovicus Olmius en (wellicht) Margaretha Gerverdinck noemen hun (tweede?) zoon Tilmannus. Dit zou kunnen wijzen op een grootvader van moederszijde Tilmannus (Kappers?).
- Als Ds. Johannes Ludovicus Olmius een eerder huwelijk heeft gehad met bijv. een kleindochter van Albert Sluiter en Maria Telmans (zie kw. nr. 3528 ), dan zou deze kleindochter inderdaad een nicht van Ds. Willem Sluiter zijn. In aanmerking daarvoor zou kunnen komen een dochter, NN van Eibergen, van Jenneke Sluiter en Bernhard van Eibergen, wier (groot)ouders dan zijn:

*                       |Albert Sluiter
* Jenneke Sluiter ------|
*                       |Maria Telmans
*
*                       |Herman van Eibergen
* Bernhard van Eibergen-|
*                       |Mechteld ter Woert.


I. Ds. Johannes Ludovicus Olmius, geb. Arlon (Lux.) 1613/14, ovl. (Lochem?) 3-1-1682 (68 jaar oud), magister Artes liberales, geref. predikant te Vreden (Westfalen) (tot 1644), te Gelselaar (1644-1652) en te Lochem (1652-1682), tr. ca. 1645 (wellicht tweede huwelijk) Margaretha Gerverdinck (Garverdinck), ged. Borculo 1619, ovl. na 1698, doopget. (1643..1648), dr. van Herman Gerverdinck, verm. mr. barbier, en Elisabeth Cappers.
ORA Lochem:
1689: Willem Wagenvoort contra Weduwe Olmius.
1691: Margaretha Gerverdinck wed. predikant L. Olmius contra Johannes Voordaagh.
1693: Gerhardt Olmius c.s. contra Margerita weduwe Olmius.
1698: Margrieta Gerverdinck, wed. Lodovicus Olmius, predikant contra Gerhard Olmius.
    Uit dit huwelijk(¥) (volgorde gedeeltelijk onbekend):

    COMMENTAAR(¥) Ref. [1559] geeft de volgende acht kinderen (in een andere volgorde omdat het doopboek van Gelselaar blijkbaar niet is geraadpleegd)

    In Prot. van Opdrachten enz. der stad Lochem 1679-1720, acte d.d. 22 Mei 1688 en Vol. acten Landgericht Borculo 1689-'96, d.d. 30-7-1692 worden vijf kinderen uit dit huwelijk Olmius-Gerverdinck genoemd, "maar niet de drie oudste kinderen Nicolaus, Sara en Tilmannus. Sproten deze misschien uit een eerder huwelijk?".[1560]
  • a. Nico1aus Olmius, geb. vóór ca. 1648, ovl. vóór 22-5-1688(?), geref. lidmaat te Lochem op belijdenis Oct. 1666.[1561]
  • b. Tilmannus Olmius, geb. vóór ca. 1651, ovl. vóór 22-5-1688(?), geref. lidmaat te Lochem op belijdenis 25-12-1669 als "sone van den Predicant Olmius".[1562]
  • c. Hermannus (Harmen) Olmius, ged. geref. Gelselaar 27-10-1644 (get. Albert Garverdinck, Barthold Couper J.u. Licentiaet ende Richter tot Diepenheim, Elisabeth Cappers, weduwe Garverdinck), ovl. na 1-5-1712, koopman te Londen, tr. vóór 1675[1563] Judith Drigue, geb. ca. 1657, ovl. Londen 28-8-1709, dr. van John Drigue Hieruit verder nageslacht bekend (in Engeland).
  • d. Sara Olmius, ged. geref. Gelselaar 7-6-1646 (get. Nicolaes Theod. Ar.... S.S.-Theol. Doctor ende predikant op 't Tolhuijs, en Mechtelt Garverdinck, Ermgard Mollers weduwe), ovl. jong?
  • e. Josias Olmius, ged. geref. Gelselaar 23-2-1649 (get. Johan Teclaborgh, schoolmeester ende koster alhier, en Anna Garverdinck), ovl. na 27-9-1712, koopman te Rotterdam, luitenant der burgerij ald. ( 1675-1690), commissaris van het watergerecht (1678-1679), vestigde zich ca. 1691 te Doetinchem, tr. Hillegersberg 25-11-1674[1564] Maria van Schoonhoven, geb. vóór ca. 1655, ovl. na 9-10-1714, wed. van Theodorus van der Horst, dr. van Thymon Cornelisz van Schoonhoven, "die met zijn huisvrouw metterwoon naar Nantes vertrok", en Maria Reiniersdr Tinneback/Tenneback.[1565] Hieruit verder nageslacht bekend.
    Op 8-8-1689 wordt een overeenkomst gesloten tusschen den magistraat der stad Doetinchem en Josias Olmius koopman van Rotterdam, waarbij dezen vergund wordt in de jurisdictie der stad mineraal- of oersteen te doen delven, "dienstich om iser te gieten", en ingevolge octrooi van gedeputeerde staten des kwartiers "een watermolen op de Belhemmerbeek te leggen, behoudens eenige voorwaarden.
    Afschrift in het schepen- en resolutieboek van 1629-1694, in loket 26. In Mei 1694 was echter de nieuwe ijzerfabriek nog niet gereed, en vond de magistraat zich verpligt, Josias Olmius door een roedrager aan het accoord te doen herinneren. [1566]
  • f. Sara Olmius, ged. geref. Gelselaar 22-9-1650 (get. Engele Teclaborghs), ovl. vóór 22-5-1688(?), geref. lidmaat te Lochem op belijdenis Pasen 1649 als "j.d. van den Pastor Olmius", nog vermeld (als met attestatie uit Amsterdam te Lochem teruggekeerd) herfst 1671.
  • g. Catharina Elisabeth Olmius, geb. vóór ca. 1657, ovl. na 15-1-1708, geref. lidmaat te Lochem in 1675, woont te Lochem (1678), otr. Lochem geref. 23-6-1678 (Markelo 4 post Tim.),[1567] Ernst (Willem) Brant, ovl. 1694-1704, majoor van Twenthe (wachtmeester van de Landschap Twenthe), scholtis tot Markelo, zn. van wijlen Jan Brant, in sijn leven Schultes tot Marckeloo, Hieruit verder nageslacht bekend.
    BELENING[1568]
    Het Huis ende havesate Scherpenseel met synen annexen ende windemolle, gelegen in het wigbolt van Goor.
    17-3-1694: Ernst Brant, nadat Aleida Agnis van Coeverden toe de Haar dit goed ten behoeve van hem en zijn vrouw Elisabeth Catharina Olmius krachtens een koopovereenkomst van 9-11-1692 had opgedragen.
    27-3-1704: Catharina Elisabeth Olmius, weduwe van Ernst Brant, en haar onmondige kinderen. Hulder Henrik Stam, advocaat.
    Afsplitsing: De windmolen tot Goor cum annexis
    26-8-1713: De kinderen en erfgenamen Brands. Hulder dr. Willem Hulsken.
  • h. Jan Olmius, geb. vóór ca. 1660, ovl. na 30-7-1692, als doopget. vermeld te Rotterdam 27-4-1681 en te Lochem 30-8-1691.[1569]
  • i. Gerhard Olmius (tot Westerholt), geb. vóór ca. 1666, ovl. (tussen 10 feb. en 30 nov.) 1724, geref. lidmaat te Laren (G.) 1684, vandaar met attestatie naar Lochem gekomen in 1686, stadhouder van den richter der heerlijkheid Verwolde (1686), idem van het scholtambt Lochem (1687), later stadhouder, richter en drossaard van de stad en heerlijkheid Bredevoort (1710 en 1712), beleend met de Gelderse lenen den hof te Dedingsweerd, 't goed te Westerholt en 't land de Tesinckmate, otr./tr. Lochem/Laren (G.) 11/29-8-1689[1570] Johanna van Dam, ovl. na 10-2-1744, geref. lidmaat te Lochem Kerstmis 1680, dr. van Bruno van Dam en Elsabe ten Noever. Hieruit verder nageslacht bekend.
Hun kinderen Charlotte en Johannes worden na het jeugdig overlijden van hun moeder ondergebracht bij hun grootmoeder Margaretha van Boekholt, die met ze naar Deventer vlucht.[1571]

Portret van Ds. Willem Sluiter (1627-1673). [1572]
klik op plaatje(s) om te vergroten

Brief d.d. 3-10-1672 van ds. Willem Sluiter (1627-1673/74) vanuit Amsterdam aan ds. Martinus Leo á Koolwijk, "opsiender" der Classis Zutphen. [1573] Transcriptie van deze brief door deelnemers aan de cursus paleografie te Eibergen. [1574]
klik op plaatje(s) om te vergroten

Anagramma.

WILHELMUS SLUYTTERUS:

HUIS-RUSTE LUST MY WELL.

Eyberghen waer soudt ghy gepaster Leeraer vinde
Als Sluytter, die het Buiten-leven soo beminde?
Lant-luyden, wie heeft U soo deftigh afgemaelt
Als Sluytter doet, die U met glans en eer bestraelt?
Ghy sult gesegent zyn en moghen U verblijden
Indien hy by U leeft nogh langh na dese tijden.
U past een man, die 't huys-gewoel en 't stadts gerell
Veragt, en seggen kan, Huis-ruste lust my well.

Vester omni Officio, E. Beckinck, Pastor.
[1575]
Willem Sluiter is de eerste geweest die het woord "Achterhoek" gebruikte voor de streek, heerlijkheid Borculo, waar hij woonde :

"Waer iemant duisent vreugden soek,
Mijn vreugt is in dees' achter-hoek." [1576]

1766. HENDRICK WIJGINCX, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1655, eigenaar van een huis in stad Eibergen (1646), erft het goed Kamphuis in Meddo van zijn ouders, ouderling te Eibergen (1653),[1700] woont met zijn gezin te Eibergen (1657), tr. vóór ca. 1635

1767. MARIA NN.

Op 12-2-1635 wordt Henrick Wigingh de oudste zoon uit het eerste huwelijk van Aeltjen (Gevers) met wijlen Gerrit Wiginck genoemd.[1701]
Op 23-12-1643 is Henrick Wyginck gehuwd met ene Maria.[1702]
Verpondingskohier stad Eibergen 1646::[1703]
Hendrick Wieginck. Sijn huys jaerlix 7 daler. ƒ 10-10-.
Op 12-5-1655 wordt hij in een akte genoemd.[1704]

1768. GODSCHALK TEN CATE (ten Kotte, ten Kate zum Kothen)(¥), geb. Vreden (D) ca. 1590, vlucht op 5-4-1625 (in een groep van 29 burgers met hun gezinnen) de stad Vreden 'om wille van het geloof' naar Winterswijk of Eibergen,[1805] eigenaar van een eigen huis en hof en land te Eibergen (1646), van het erve Hoickinck in de buurschap Hoonte (1646), pacht land te Rekken (1646), burgemeester en kerkmeester te Eibergen (1657..1659), tr. vóór ca. 1630

1769. GE(E)SKE NN.

COMMENTAAR(¥) Zijn broers zijn verm. Wolter ten Cate, die ook burgemeester is geweest van Eibergen, en Johan ten Kate, 'der rechten docter'.[1806]

Verpondingskohier buurschap Hoonte 1646:[1807]
Dat erve Hoickinck. Gehoert toe Godschalck ten Cate met huys ende hoff. Heefft an bouwlandt 1021 molder saets, tientvrij. Geefft die derde garve. Hofflandt ½ molder. Aen weydelant 8 koeweyden ad 4 daler de weyde: 48 gulden. Van de garve is gekoemen in den jaere 1645: 3 molder boeckweyte, ieder schepel 1 gulden, facit 12 gulden, 10 molder roggen ad 22 stuver het schepel, facit 44 gulden. Uytganck an Wisscherpacht an 't capittell te Vreden: 12 schepel roggen, 17 schepel gerstsaet met 3 gulden an gelt, tot last des landtheers. Pont-schattinge: 11 gulden 7 stuver, tot last des pachters, ƒ 135-19-10.
Verpondingskohier buurschap Rekken 1646:[1808]
Godtschalck ten Caete ende die weduwe Kosters hebben in pantschap die Slomersmathe, groot 2 koeweide, jaerlix 15 gulden. ƒ 15--.
Verpondingskohier stad Eibergen 1646:[1809]
Godtschalck ten Caete, sijn eygen huys a 893 daler. ƒ 12--.
Een gaerdeken van 1 spint, 1 daler. ƒ 1-10-.
Aen sijn eygen bouwlandt: 9 schepel gesey, thientvrij, a 994 daler. ƒ 17-19-10.
Een stucksken van 5 spint, gepacht van de geestelickheyt voor 1¼ daler. 1 gulden - 17-6. ƒ 1-17-6
Een stucksken van 3 spint, tientvrij, gepacht van de weduwe Busch, voor 22½ stuver. ƒ 1-2-6.
Twee stucken in die Heemstede, gehoerende in dat erve Luttickholt, pachtlandt, [1810] groet 4 schepel gesey, tientvrij, 4 daler. ƒ 6--.
Twee koeweyden van de geestelickheyt, gepacht voor 795 daler. ƒ 10-10-.
Verpondingskohier buurschap Olden Eibergen 1646:[1811]
't Goet soo Hendrick Ontinck bouwet hoort Gerrit van Hummel ende Godtschalck then Cate. Daertoe is het huys met een gaerden, 1½ schepel, 2 koeweiden. Doen jaerlix ther pacht 6 gulden. Aen bouwlant 8 molder. Daervan den bouwman jaerlix die darde garve geeft. Uytganck uyt 5 molder saet: den 10den gast met den bloetthienden aen 't Huys te Borckuloe. Pontschattinge: 6 gulden 1½ stuver 6 penningen. ƒ 69-19-11.

1770. TEUNIS JANSEN VAN SOMEREN.

1772. = 1764. TIELEMAN SLUITER.

1773. = 1765. GEERTRUID JACOBSDR SAALKINK.

1774. = 1766. HENDRICK WIJGINCX.

1775. = 1767. MARIA NN.

1780. JAN TELMAN, geb. vóór ca. 1595, ovl. na 1646, doopget. (1634), eigenaar van een tuin te Borculo (1646).

Verpondingskohier stad Borculo 1646:[1817]
doorgehaalde tekst: "Noch een stucksken gaerdenlandts van Jan Tellemans, 1 daler. Hyr opgedaen 82 daler." Bij Jan voorscreven selffs angeslaegen.

1782. GO(O)SEN VAN MARHULSEN, geb. 1614/15, ovl. 1665-1670, vermeld in akten te Borculo (1643),[1822] procedeert voor het Landgericht Borculo, (1648),[1823] vermeld in akten te Borculo als gemachtigde (1653, 1654), namens zijn moeder (1654), en met Berentjen Cocks (1654)[1824] procedeert voor het Landgericht Borculo als gerichtsschrijver, (1654),[1825] procedeert voor het stadsgericht Borculo als gerichtsdienaar uit Ruurlo, oud ca. 38 jaar, (1654),[1826] procedeert voor het stadsgericht Borculo (1655),[1827] vermeld in akten te Borculo (1656),[1828] procedeert voor het appelationsgericht van de graafschap Zutphen 30-9-1656 (dan oud 41 jaar), 20-2-1656 (uit Borculo), 8-2-1664 (uit Zutphen), vermeld in akten te Borculo (1664, 1665), [1829] procedeert voor het Stads- of Landgericht Borculo tegen Gerrit Hessels (1665),[1830] tr. vóór 1659

1783. HESTER VAN COL(LE)N, geb. ovl na 1663.

Op 22-10-1659 verschenen voor Drost ende Richter Georgh Nicolaes vander Lawick, Coernoeten Joost ter Vile, Willem Hertlieff te Bredevoort: Goossen van Marhulsen, die bekande voor sich Hester van Collen sijner huijsfrouwen, daervoor de rato cavierende, ende sijnen erven, voor eene walbetaelde Summ geldes ondergemelt, in Pandtschap avergelaeten ende verkofft te hebben ahn Jan ten Brincke, Geessken Nachtegallen sijner huijsfrouwen ende haeren erven, sijnen tijnden ad Vierdehalff Molder Roggen, neffens den gewoontlicken bloet tijnde, Jaerlix op Lichtmisse, uijt den goede Oberinck inden Kerspell Aelten, Buerschap Linteloe gelegen, Deses in qualiteit voorss. gecediert ende uijtgegaen, daerop mit hant ende monde vertegen, die Loesse een Vierendeell Jaers te voren te verkundigen voorbeholden, ende demnae op Lichtmissen, Vijrtijn daegen voor offt nae onverhaelt, mitt die Summa van twiehondert vijff ende twintich dall. hollandts te loessen, allles bij verbandt gemelter thijnden, sampt sijn contingent uht den goede Wehlinck, Boesinck ende Bruijninck, Voorts is geconditioniert ende voorbeholden datt indien pandtverschrijver ende hijsfrouw gemelter thijnden erfflick verkopen wollen, dat alssdan gemelte Pandtholder daertoe die naeste sijn sollen, mitz doende daervoor wat een ander, Alles sonder exception ende argelist. [1831]
Op 25-5-1663 verschenen voor Drost ende Richter Gooswijn Wilhelm van der Lawick, Ceurnooten Wilhelm Hertlieff, Casper Everts te Bredevoort: "Goossen van Marhulsen, Hester van Coln Ehl. die bekanden voor sich ende haeren erven voor eene welbetaelde summa geldes, rechtes steden vasten ende onwederroeplijcken erfkoop, overgelaeten ende verkoft 't hebben an Gerrit Herckinck Hermken Smit Ehluiden ende haeren erven, seeckeren thiende ad vierdehalff molder rogge, neffens den gewoontlijcken bloedigen thiende, uitten Goede Oberinck Kerspel Aelten, Bourschap Linteloo gelegen, soo ende als die verkoopers den selven een tijtlanck gehadt ende beseten voor doorslechtich kommervrij nergens mede beswaert als gemeene Heren lasten ende beswaer, deses erflijck gecedeert ende uitgegaen daer op met hantt ende monde vertegen, waer ende waerschap verner ende beter verschrijvinge ende erfvestenis belooft na Landtrechte, sonder argelist." [1832]
Op 4-11-1663 verkopen Gosen van Marhulsen en zijn vrouw Hester van Coin, Johan Planten en echtgenote Enneke Buyrmans aan Hendrick Schilderinck, zijn huisvrouw en hun erven, hun gezamenlijke vierde deel van een mathe de Vruchte genoemd tussen Tewes Hardtman landerijen en Johan Gosselicks land. [1833]
In 1670 treedt Mr. Gerhard Hessels op voor het Stadsgericht Borculo als executant van Goossen van Marhulsen contra Jan Tiberinck, met wien gevoegd Gerrit Avercamp. [1834]

1784. HERMAN (HARMEN) LUINK (LOEIJNC, LEUNICK toegenaamd KOCK), ovl. vóór 1681, genoemd in 1667, 1669, Hij is mogelijk een (kleinz)oon van Hendrik Luink, wiens dr. tr. Zutphen 1622.

1785. (GERTJEN KOCKS).

voeg toe Regesten Lochem RAGld, inv. nr. 52, 258/20v

1788. AUGUSTINUS (VAN) LOBBERICH(¥), ovl. 1621-1626, tr. vóór 1608

1789. GRIETIEN TEN PERENPAS(S), ovl. na 1627, otr./tr. 2o Lochem geref. 21-5/11-6-1626 (wed. van zal. Augustin van Lobberich) BER(E)NT VAN HAERLO, wednr. van zaliger Stine Gerverdinks uit Haerle.

COMMENTAAR(¥) Wat is het verband met Berndt van Lobberich, van Doesberch, burger van Zutphen donderdag na Invocavit 1568 (=11-3-1568).[1837] Zoek op in Regesten Lochem.

vul aan Regesten Lochem RAGld, inv. nr. 3,251/69v, 2,252/62v