This page was last updated : 130622.
File size is: 64 k.
Fragment Genealogie Ferreris
Generatie 2
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Fragment Genealogie Ferreris,
version 1.2,
Muiden, 2010.
© Copyright 2013 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Ferreris Gen. nr. 2

2a. Theodo(o)r Ferreris, geb. vóór ca. 1570, ovl. 1633-1636, tafelhouder van de Bank van Leningh te Amersfoort (1618, 1621), treedt op als getuige (1621..1632), belender in de Scherbierstraat (1623), buiten Blommendaal (1624), in de Muurhuizen (1633), woont te Amersfoort (1622..1633), otr. 1o Amersoort geref. 21-4-1595 Sara Fonteijne, wonend te Hoorn, otr. 2o Amersfoort geref. 3-5-1600 Hendrickgen (Jansdr) Both (Bots), geb. vóór 1584, ovl. 1613-1625, afkomstig van Amersfoort (1600), dr. van Jan Wouterszn Both en Claesgen NN. [1]

Op 16-6-1608 verkopen Henrick Huijgen van Oucoop en Beseltgen, zijn vrouw, aan Theodoor Ferreris en Henrick, zijn vrouw, een hof buiten Bloemendaal in de Horscheweijde, vanaf de weg tot aan de boomgaard van Claes van Vlooswijck, belend door 't land van Cornelis Aertsz Moij, en door de erfgenamen van Jan Willemsz. [2]
Op 3-5-1609 verkopen burgemeester en schepenen van Amersfoort, op verzoek van Dirckgen Campen, weduwe van Jan van den Rijn, bij openbare verkoop aan Theodoor Ferreris huis, hof en hofstede in de Scherbierstraat, nagelaten door zaliger Vonck Evertsz van Dompselaer, door koper heden gebruikt, met overgang naast de raamten, belend door de raamten en de erfgenamen van Gijsbert van der Maeth, en door de erfgenamen van Mr. Evert van Meervelt. Koopsom 650 Carolus gulden. [3]
Op 20-5-1610 verklaart Polidorus Cats (tekent Polyder Adrianis alias Cats) bij ware woorden, ten verzoeke van Theodoor Ferreris, dat deze omtrent 4 dagen voor zijn vertrek van Amsterdam met Marike Damen, weerd in de Blanckenham aldaar, afgerekent heeft en alsdoen bevonden wordt bij hem niet meer verteerd te zijn dan 170 carolus guldens. Hij verklaart omtrent drie of vier dagen nog gebleven te zijn ten huyze van Marike Damen, niet gelovende dat hij in diezelfde drie of vier dagen boven 10 of 12 guldens hoogst verteerd zou hebben. Verder verklaart Cats nog dat hij wel omtrent 14 dagen of drie weken ten huyze van Marike Damen was gelogeerd alvorens Theodoor Ferreris ten huyze van Capitein Barent Hendricxzn Schaeff zijn verteringe afbetaalde. Hij verklaart dat hij Theodoor voor de voornoemde betalinge aan Capitein Barent gedaan, enige goederen ter selfder tijde in handen gegeven had, gelijk hij ten tijde ten huyze van Marike Damen quam en Marike ook enige goederen in bewaring gegeven heeft. Indien verzocht wil hij dit met de eed gestant doen. Gedaan te Amersfoort, ter wonplaatse van Pouwels Ferreris. Getuigen: Christoffel van Blocklant en Aernt vander Wall. [4]

Op 19-7-1610 verklaart Sijmon van Alphen, inwoner van Amersfoort, oud ca. 46 jaren, "bij ware woorden", ten verzoeken van Theodoor Ferreris, hoe hij ten tijde Theodoor mitsgaders Polidoor Cats te Amsterdam gelogeert waren in de Blanckenham ten huyze van Douw Sijmons, ook zelf daar eenmaal gelogeert is geweest en dat hij alsdoen geslapen heeft naast de bedstee van Theodoor. Tussen dewelke was een cleyn beschoth en zijluyden hielden des morgens jegens de ander verscheyden propoosten. Daarbij heeft comparant niet gehoord dat Theodoor te eniger tijd beloften voor de verteringe van Polidoor aan de weerdinne heeft gedaan. Hij wil dit te allen tijde met de eed staven. Getuigen: Kaerl Choudron en Lambert Lamberts. [5]

Op 17-5-1613 testeren Theodoor Ferreris (tekent Farreris), cranck te bedde liggende, en Hendrickgen Both. Zij vermaken elkaar de lijftocht van hun bezit ter lester dood toe. Zij vermaken alle goederen van deze lijftocht aan Beernt, Henrick en Helmich Ferreris (hun sonen), Aeltgen, Sara en Janneken Ferreris (hun dochters) en de kinderen die zij nog mogen verwekken, bij gelijke en egale portie, sonder dat de oudste voor de jongste of de zoon voor de dochter meet zal genieten. Zij secluderen de weeskamer. Theodoor stelt tot momber van zijn kant: Pouwel Ferreris (zijn broer) en Reconimus del Pont, en Hendrickgen aan haar zijde: Fabricio Berzeth en Maes Lambertzn (haar zwagers). Getuigen: Jan Rogaties, Jacob Aertszn en Anthonis Willemzn Vastrick. [6]
Op 29-1-1618 (O.S.) machtigt Theodoor Ferreris (Farreris), tafelhouder van de Leningh te Amersfoort, Hugho van Groenwegen, Procureur postulerende voor de Vijerschair (= Vierschaar) der Stad Amsterdam, om uit zijn naam Gerrit Gerritsz en diens vrouw Jannichgen Jans, wonend tot Amsterdam, met justitie te laten betalen, en resteert uit krachte van de obligatie van 3-06-1612. Getuigen: Anthonis Willems Vastrick en Gerrit Willems. [7]
Op 14-8-1621 testeert Jean Valleran (tekent: Jan Waelran),Dienaer in de Bancke van Leninge van Sr. Theodor Ferreris, "swack van lichaeme te bedde leggende" als volgt. Hij wil dat bij zijn overlijden door Theodoor Ferreris uit zijn nalatenschap een eerlijke uitvaart en begrafenisse gedaan zal worden en zijn uit- en doodschulden zullen worden betaald. Hij stelt Theodoor Ferreris tot executeur van zijn testament. Hij legateert aan: - de Armen van de Kercke van Amersfoort 60 Carolus gulden, ter uitdeling door de predikanten en diaconen van de kerk, - Neeltgen, de tegenwoordige dienstmaagd van Theodoor Ferreris, wanneer zij bij zijn overlijden nog bij Ferreris in dienst is, 24 gulden; - de kinderen van Theodoor Ferreris 20 gulden. - Elisabeth, zijn "pille" (= petekind), dochter van Huftrie du Pier (wever, wonend tot Thuin in het land van Ludick [8]) 50 Carolus gulden. Dit bedrag zal uitbetaald worden aan Sr. Carolo Muijs (wonend tot Bergen in Henegouwen), om op renten te houden t.b.v. Elisabeth, tot zij 20 jaren oud zal zijn. Hij bemaakt zijn na te laten goederen als volgt: - voor tweederde parten aan de kinderen van Anthoneta Walleraen (de volle zuster van zijn vader zaliger, gehuwd met Anthoni Dudan, wonend tot Obrie bij Valencien in Henegaouwen); - het resterende derde part aan de kinderen van Marie (de halve zuster van zijn vader, gehuwd met Mathieu Heele, eveneens wonend tot Obrie). Theodoor Ferreris (als executeur) moet zijn klederen en zijn mobilia verkopen om te gelde gemaakt te worden voor de voornoemde legaten of ten behoeve van de erfgenamen. Akte ten woonplaatse van Theodoor Ferreris. Getuigen: Willem van Schadyck (tekent: Willem van Schaeck), Raedt van Amersfoort, Jacob Wouters (tekent: Jacob Wolters, vleyshouwer, en Willem Martens, cleermaker. [9]
Op 8-11-1621 machtigt Theodoor Ferreris (tekent: Farreris), tafelhouder van de Leninge tot Amersfoort, Johan Fonteyn, borger tot Utrecht, en Evert van Wede, procureurs voor de Hove van Utrecht, om namens hem arrest te verzoeken op de penningen, actien en renten die Gerardt Schulten uitstaande heeft aan de Deken en kapelaan van St. Peters tot Utrecht, daartoe te procederen of hem in persoon te doen arresteren. Getuigen: Reyer Claess Buys en Harman Peters d'Ruijch. [10]
Op 14-6-1622 compareren Theodora Campen (tekent als Theodorica, wed. van Andries Van Eck), omtrent 60 jaar oud, Peter Sebastiaens, oud omtrent 61 jaren, Cornelis Willems (tekent: Cornelys Wyllemsen), schipper, oud omtrent 59 jaren. De comparanten leggen een verklaring af op verzoek van Theodoor Ferreris. Een muur van de schuur van genoemde Ferreris aan de kant van de "raempten" (ramen), heeft altijd, zolang de comparanten zich kunnen herinneren, een "geut"-gat gehad, waardoor het water uit de schuur in de "raempten" afgevoerd kon worden. Theodora Campen verklaart dat zij vroeger in het bezit is geweest van de huijsinge en de voornoemde schuur en dat zij in die schuur toen koeien had staan, waarvan de "ael door het voornoemde goetgat door de voornoemde raempten geexonereert" is geweest. Peter Bastiaens en Cornelis Willems verklaren dat zij daar lang in de buurt hebben gewoond, en dat gootgat meerdere keren hebben gezien en dat dat gat in de muur veel groter is geweest dan dat het nu door Theodor Ferreris bij het vernieuwen van de muur gemaakt is. Akte ten woonplaatse van Ferreris. Getuigen: Jan Jans en Jan Vastius. [11]
In het testament van Henrick Both d'Oude d.d. 4-8-1625 (O.S.) worden als legatarissen genoemd o.a.: de kinderen van Henrickgen Boths zaliger (in haar leven huysvrouw van Aernt van Westrenen) elk 50 Carolus gulden, de kinderen van Henrickgen Boths zaliger (in haar leven huysvrouw van Theodoor Ferreris) samen 100 Carolus gulden. [12]
In de latere testamente van 20-3-1630 en 20-6-1635 wordt dit vrijwel herhaald: de kinderen van Henrickgen Boths, in haar leven huysvrouw van E. Aernt van Westrhenen saliger, die testateurs dood zullen beleven, elk 50 car. guldens eens, de kinderen van Henrickgen Boths (in haar leven huysvrouw van Theodoor Ferreris), die testateurs dood zullen beleven, tesamen 200 car. guldens,[13]
Op 11-9-1626 passeert te Amersfoort een akte van voogdijstelling door Theodoor Ferreris, borger en inwoonder van Amersfoort. Hij verklaart gezond te zijn van lichame. Hij wil zijn kinderen trouwe mombers bezorgen. Hij secludeert de weeskamer van Amersfoort. Tot mombers over zijn kinderen benoemt hij zijn broeder Paulus Emelio Ferreris en Octavio del Pento (beide wonend tot Utrecht) en Henrick Both (kerckmeester te Amersfoort). Hij verzoekt Henrick Both dit te aanvaarden. Hij wil dat zijn onmundige kinderen de regering van deze mombers zullen volgen, met advies van zijn oudste zonen en dat de mombers nadien niets ten laste zal worden gelegd. Getuigen: Henrick Aertsz van Osch en Frederick Janss van Ham. [14]
Op 21-12-1629 en machtigt Theodoor Farreris (Ferreris), borger en inwoner van Amersfoort, Jan de Breij (procureur te Amsterdam) om 300 gulden te vorderen van Jelis Dodeus, welk bedrag hij hem in kontant geld had gegeven om over te maken op Franckrijck (wat niet is gebeurd), en al hetgeen te doen wat de zaak vereist. Getuigen: Helmich Ferreris en Reynier van Ingen.
Op 12-3-1630 machtigt hij Pieter Bladel!, coopman te Amsterdam, om uit zijn naam te ontvangen de helft van 300 gulden die Jelis Dodeus hem schuldig is, berustend onder zekere notaris te Amsterdam, quitantie te geven en verder te doen wat nodig is. Getuigen: Helmich Ferreris en Cornelis van Ingen. [15]
Op 7-1-1633 testeert Theodoor Farreris, ziek van lichaam te bedde liggende, wonend te Amersfoort. Om redenen en "sonderlinge consideratie" hem daartoe moverende, prelegateert hij aan zijn jongste dochters, Bartholomea Farreris en Joanna Farreris, elk 800 carolus guldens. Getuigen: mr. Johan Hamel, schepen van Amersfoort, Jan Janzn, bombazijdewerker en Cornelis van Ingen, mede-notaris. [16]
Op 15-9-1636 verkoopt Mr. Bernard Ferreris, der beiden rechten licentiaet, voor hemzelf en zich sterkmakend voor zijn vrouw en zijn mondige zusters en broeders, mitsgaders namens Pauli Ermilio Ferreris als oom en momber over de onmondige zusters van de comparant, aan jonker Jelis de Ridder van Lunenborch, huis, hof en hofstede staande en gelegen in de Scherbierstraat mitsgaders twee bezijden woningen aan de kopzijde van dien zoals nagelaten zijn door wijlen Theodoro Ferreris,. [17]
Op 1-6-1641 verkoopt Paulo Emilis Ferreris, gemachtigde voor Bernard Ferreris, licentiaat in de rechten en tafelhouder van de bank van lening te Enkhuizen, voor hemzelf en voor hun vrouwen, zijn broer Henric Ferraris en zijn vrouw en namens al hun andere zusters en broers, erfgenamen Constituanis Ouders Theodoro Ferreris en Henrica Both zaliger (procuratie te Enkhuizen), aan Gerard Martenss Verwel, zijn vrouw en hun erven, 3 huizen met hoven daarachter, in de Muurhuizen en het ledige erfje ervoor met een houten schutting, belend door de erfgenamen van Joris van der Maeth, door Johan Baptissen Bollano, belast met 9 stuivers, 2 pennigen per jaar aan de Vicarie bij Cornelis Both, 3 gulden, 10 stuivers per jaar aan Gerard van Ameronghen te Rhenen voor hemzelf of zekere vicarie, nog 12 gulden per jaar aan de burgemeester Jonker Johan van Wijnbergen. Voldaan. [18]
Op 1-6-1641 verkopen Joanna Ferreris, mondige dochter van zaliger Theodoro Ferreris en Juffrouwe Henrica Both, haar overleden ouders en Paulo Emilis Ferreris als gemachtigde van Bernard Ferreris, licentiaat in de rechten en ten behoeven van de bank van leningen te Enkhuizen voor hemzelf en zijn huisvrouw, en zijn broer Henric Ferreris en zijn vrouw, voorts voor alle zijn broers en zusters, mede-erfgenamen van zijn ouders Theodoro Ferreris en Henrica Both (procuratie Enkhuizen) aan Henric en Willem Jansz van Raelthe, broers en hun huisvrouwen en erven, zekere Alingh hog, tevoren twee halve, nu samen, buiten de Bloemendalsepoort in de Horseweide, belend 1) Roel Boelhouwer, met hof en boomgaard, 2) de weduwe van Beernt Huijgen, en Gerard de Wijs, met hoven en boomgaarden, 3) de weduwe en erfgenamen van Willem Moij, 4) voor: de gemene weg, achter: de buursteeg. Opmerkingen: 300 gulden aan oud-burgemeester Peter de Goijer. Voldaan. [19]

2b. Paulus Emilius de Ferreris, geb. Montechiaro (Piemonte, I) 29-6-1574, ovl./beg. Amersfoort St. Jorisk. 24-4/12-5-1663[30], tafelhouder te Amersfoort, Utrecht (1633), en Deventer, wordt door de vroedschap van Utrecht op 4-12-1643 aangenomen tot tafelhouder voor de ene helft tesamen met Johanna del Corne, wede. van een der vorige tafelhouders en schoonmoeder van Justus Kriex, voor de andere helft[31] treedt op in een akte voor zijn zoon Jacobus (1657), otr./tr. Amersfoort (attestatie)/Utrecht Jacobik. 30-7/7-8-1603 Catharijne (Trijntje) Jacobsdr van Schayck (Schaeck), geb. ca. 1580, ovl. Utrecht 27-6-1653, beg. Jacobikerk[32], dr. van Jacob Willems van Scha(d)yck en Maria Kars.

In het testament (1619) van Aert Willems van Schadick en zijn vrouw Anna Baerntsdr worden als erfgenamen aangewezen de kinderen van Jacob Willems van Schadyck te weten: Willem van Schadick, Mr. Cornelis van Schadick, Jeremias van Schadijck en Catharina van Schadijck. [33]
Oud archief van de gemeente 's-Gravenhage: 6-14 nov. 1633:
Notari\ele en gerechtelijke verklaringen van de houders van de banken van lening Andries Mahieu te Haarlem en Culemborch, Jacques de Mol te Dokkum, Paulo Emilio Ferreris te Utrecht en Willem de Jongh te Gorkum, betreffende de belening van lakens en karsayen. [34]
Inventaris van het archief van de Bank van Leening te Leiden: [35]
Request van Paulus Emilius de Ferreris te Utrecht, (en zijn schoonzoons) Caspar de Baron te Dordrecht en Martinus Kriex te Sneek, tafelhouder, om octrooi voor de Bank van Leening binnen Leiden (ca. 1634).
Op 1-6-1641 verkoopt Paulo Emilis Ferreris, gemachtigde voor Bernard Ferreris, licentiaat in de rechten en tafelhouder van de bank van lening te Enkhuizen, voor hemzelf en voor hun vrouwen, zijn broer Henric Ferraris en zijn vrouw en namens al hun andere zusters en broers, erfgenamen Constituanis Ouders Theodoro Ferreris en Henrica Both zaliger (procuratie te Enkhuizen), aan Gerard Martenss Verwel, zijn vrouw en hun erven, 3 huizen met hoven daarachter, in de Muurhuizen en het ledige erfje ervoor met een houten schutting, belend door de erfgenamen van Joris van der Maeth, door Johan Baptissen Bollano, belast met 9 stuivers, 2 pennigen per jaar aan de Vicarie bij Cornelis Both, 3 gulden, 10 stuivers per jaar aan Gerard van Ameronghen te Rhenen voor hemzelf of zekere vicarie, nog 12 gulden per jaar aan de burgemeester Jonker Johan van Wijnbergen. Voldaan. [36]
Op 4-7-1645 stelt Gerrit Maertensz den Ouden, tafelbouckmaker, zichzelf borg ten behoeve van Poulo Emilio de Farreris en Robbrecht van Belle voor de schulden, die zijn kleinzoon Gerrard de Jongh eventueel zal maken. [37]
Op 31-8-1654 (ouden stijl) compareert Paulo Amilio de Farreris, tafelhouder van de Bancque van Leeninghe binnen de stad Utrecht, weduwnaar, boedelharder en lijftochtenaar van Catharina van Schaeck. Hij machtigt Nicolaes van Merkerck, procureur voor het Gerecht van Utrecht om te compareren voor het gerecht of de commissarissen, om een met lak toegesloten cohier over te leveren, zijnde de inventaris van hem en van zijn overleden huisvrouw Catharina van Schaeck. Met macht om in zijn naam bij ede te verklaren dat de inventaris en boedelcedulle was zoals de boedel was op datum van overlijden van zijn vrouw en dat die te goeder trouw was gemaakt. Niettemin onder reserve dat hij zich ergens in heeft vergist, etc. Akte te Amersfoort, ten huyse van Jacobus de Farreris (tafelhouder binnen Amersfoort). Getuigen: Gerrit No(e)ijen en Johan van Loon knecht in de Bancque van Leninghe te Amersfoort. [38]
Op 3-9-1654 (ouden stijl) verklaren Bernard De Farreris en Jacob(us) De Farreris, gebroeders, (ook als executeuren van de uiterste wille van hun moeder Catharina van Schaack) volmacht te hebben gegeven aan Nicolaes van Merkerk (procureur voor het Gerecht van de stad Utrecht), met macht van substitutie. Akte te Amersfoort, ten woonplaatse van de Bancque van Leninghe. Get.: Henrick van Schaack (tekent als: H.V. Schaeck. Med. Doctor en indertijd schepen van Amersfoort) en J(oh)an van Loon (knecht in de Bancque van Leninghe). [39]
Op 23-9-1654 (ouden stijl) compareren te Amersfoort Joannes De Milaen, eiser, Canonick ten Capittule van Sinte Marie tot Utrecht, als nomine uxoris mede-erfgenaam, en Paulo Aemilio De Farreris, gedaagde, weduwnaar en boedelharder. De eerste comparant is namens zijn vrouw mede-erfgenaam van wijlen Catharina van Schaeck en eiser in het proces voor het Gerecht van Utrecht, de tweede comparant, de gedaagde, is haar weduwnaar en boedelharder. Beiden zijn tot een akkoord gekomen om alle processen en moeiten te voorkomen en hebben in vriendschap met elkaar het volgende akkoord gesloten:
- Joannes De Milaen mag het testament lichten van Joffr. van Schaeck, berustend bij Notaris Verduijn tot Utrecht, en ter Secretarie van het Gerecht van de stad Utrecht de besloten inventaris lichten die Paulo Aemilio De Farreris d.d. 1-9-1654 ter rolle had gepresenteerd.
- Joannes De Milaen krijgt een maand de tijd vanaf het lichten, om over de inventaris te debatteren.
- Paulo Aemilio De Farreris zal binnen 8 dagen de in de inventaris genoemde documenten laten zien en authentieke copie laten volgen voor het verifiëren ervan.
In geval van geschil met voornoemde Milaen zal hij procederen om te komen tot behoorlijke scheiding en deling gevolgd door de erfportie van Milaens vrouw, met de vruchten, baten en profijten, of de legitiemen, indien Farreris daaraan de lijftocht mocht toekomen. In geval van een geschil zal een onpartijdig rechtsgeleerde met arbiters uitspraak doen. De kosten die reeds zijn gemaakt en nog zullen komen, zullen ten laste komen van de gemene boedel en de processen zullen eindigen. De comparanten zullen dit akkoord gerechtelijk bekennen voor het Gerecht van Utrecht. Gepasseerd ten huyse van Jacobus de Farreris, tafelhouder van de Bancque van Leninghe binnen Amersfoort. Getuigen: Gerard No(e)ijen, borger van Amersfoort, Joannes (Jan) van Loon, knecht in de Bancque van Leninghe te Amersfoort, inwoonder van Amersfoort). [40]
Op 6-7-1674 machtigt Godert Camper, oudt scheepen van Naerden, wonend te Utrecht Philips van Meeckeren, zijn zwager, wonend te Utrecht om vorderingen te innen van de erven van Paulo Emilio de Ferreres en van Jacobus de Ferreris respectievelyk ƒ 1000,- en ƒ 600,- [41]

Alexandrina Kriex (..-1701) door Nicolaes Maes.
Doek 111,5 x 88,5 cm
linksonder gesigneerd en gedateerd "N.MAES/1670"
Locatie: Wallraf-Richartz-Museum, Keulen
Bron: Ref. [64]

klik op plaatje(s) om te vergroten

2c. Bertholomeus Jacobsz Ferreris (Ferreus, Serreris), geb. vóór ca. 1565, ovl. na 1607 (verm. voor 1614), jongeman afkomstig uit Haarlem, wonend te Rotterdam (1588), wordt poorter van Delft 16-6-1589 als Barthelemees Ferreris Jacobs (borg: Jacob Alexandersz Balbyaen,[75] woont te Delft (1589), tafelhouder te Rotterdam en Leiden (1598-1607),[76] failliet voor 1607, en wordt op 25-5-1607 ontslagen als "Lombardenier" te Leiden,[77] kunstschilder en kunstverzamelaar te Leiden (1603), die volgens zijn vriend Karel van Mander les kreeg van Antonis Mor, en Pieter en Francisco Poerbus, en "op zijn Cabinet oft Const-camer" werken bezit van Michiel Ianssen Miereveldt, Cornelis Cornelisz, Quintijn Messijs, Lucas van Leyden, Hans Holbeen, Henricus Goltzius, otr. Rotterdam geref. 31-1-1588, otr./tr. Delft geref. 30-1/14-2-1588 Janneken Balbiaens, jongedochter wonend op de Verwersdijk te Delft (1588), dr. van Alexander Balbian, tafelhouder te Delft (1575-1584).[78]

Op 2-6-1589 verzoekt Bartholomees Ferreris, wonend te Delft, Goessen Adriaensz Groenhout om vrijgave van in beslag genomen gelden uit verkochte panden van de Tafel van Leninge, berustend onder Adriaen Willemsz van der Chijs, secretaris dezer stede (Rotterdam). [79]
Stadsarchief van Leiden: [80]
Contract tussen Jan François Susio en de stad omtrent het houden van een bank van lening, 1598. In dorso verklaringen dat Bartholomees Ferreris en Jan Kalfkens ook deel hebben in de onderneming. En een stuk houdende verklaring van laatstgenoemden zich aan het verdrag te zullen houden, 1598.
Karel van Mander, draagt zijn Het tweede Boeck, van het Leven der Schilders (Haarlem, 1603)[81] op "Aen Eersamen, seer achtbaren Heer, Bartholomeus Ferreris, Schilder, en Schilder-const liefhebber, mijnen besonderen goeden vriendt", van wie hij verder in de inleiding zegt dat hij de schilderkunst "heel toeghedaen zijt, door ghenoechsaem kennis, die V.E. (als selfs constigh oeffenaer by lust) onder uytnemende Meesters, als Antonis Moro, Pieter en Francisco Poerbus, heeft ghecreghen."
Hypotheekboeken Leeuwarden:
Akte d.d. 19-4-1606: Op 27-12-1604 heeft Andries Andriesz, alhier, een schuldvordering (£ 1272,--) op mr Jaques Balbian, binnen Delft en Alexander Balbian, binnen Delft en Bartholom(e)eus Forreres (Ferreris), binnen Leijden. [82]
Hypotheekboeken Leeuwarden:
Akte d.d. 28-5-1606: Op 5-4-1605 hebben Alexander Balbian binnen Delft en Jacob Alexandersz Balbian binnen Delft zich tot borgen gesteld voor Bartelmees Ferreris (Freerks) binnen Leijden, ter saecke van een schuld ad ƒ 2.220.-- die deze verschuldigd is aan Cornelis Jansz van der Burck alhier. [83]
Inventaris van het archief van de Bank van Leening te Leiden: [84]
Stukken betreffende het accoord van de tafelhouders Bartholomeus Ferreris en Jan Franchoys de Susio met hun crediteuren, 1606
In 1608 is sprake van de crediteuren van een 'desolate' boedel van de bank van lening te Rotterdam, gedreven door Francoijs Susio en Barth. Ferreris. [85]
Rechterlijk Archief Leiden, Getuigenisboek:[86] Maerten Tieule vertoont 3 obligaties ten laste van de gefailleerde koopman Bartholomeus Ferreris.
Actum 13 Augustus 1607.
In 1619 is sprake van "de curator van de boedel van Susio Bartholomeus Freris, lombarden te Delft en Leiden". [87]
Op 18-11-1628 verklaart "Daniel Heynsius Historiographus v. d. Ed. H. M. Heeren St(aten). v. H(olland). en Historiurum prof. Leyden" ten verzoeke van Otto van Erckelens te Leiden, dat hem nog wel indachtig is dat de reqt. v. d. boedels van Barth. Ferreris en Johan Susio taeffelhrs (houders eener bank van leening), tot Leyden en Rott. geduyrende twee jaren veel en verscheyden reysen heeft gehadt ende voor deselve boedels naer het Leger van Syne Print. Exe. (Prins Frederik Hendrik) met groot gevaer en peryckel, geadeisteert met Doctor Tuningh, als oock met Doctor Pineecker, professoren alhr, vertrocken is geweest om yet favorabels by Syne Hoochgem. Pr. Exe tot voordeel van selve boedels te impetreren", en dat hij groote besoignes daarmede heeft gehad "daardoor hy zyn nering en winkel van goudsmeden" heeft moeten verzuimen en groote schade heeft beloopen. [88]
De betrokkenheid van de beide hoogleraren wordt in Ref. [89] als volgt verklaard: "... doet vermoeden, dat Ferraris en Susio, als houders van leenbanken in Z-Holland, waar men bizonder streng de lombardhuizen in 't oog hield, zich aan woeker zullen hebben schuldig gemaakt, of daarvan verdacht zullen zijn geweest. En dat mitsdien hunne boedels verbeurd zullen zijn verklaard ten behoeve van den Staat of van de provincie. Weshalve gezegde Leidsche professoren, als rechtsgeleerden, in 't belang der erfgenamen in den arm zullen zijn genomen, om van Prins Frederik Hendrik eene gunstige beschikking te erlangen."
In 1629 worden obligaties overgedragen ten laste van Bartholomeus Ferrens, Jan Kelffken en Jan Franchoys Susio. [90]

Referenties van de gegevens van generatie 2 staan ook
hier
Referenties Fragment Genealogie Ferreris --- Generatie 2 ( 92 refs.)
Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld.
  1. ⇒ amersfoort3.htm
  2. GA Amersfoort, Transportregisters ORA, inv. nr. 436-13, d.d. 1608-6-16
  3. GA Amersfoort, Transportregisters ORA, inv. nr. 436-13, d.d. 1609-5-3
  4. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, inv. nr. AT 002a001 f110v
  5. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, inv. nr. AT 002a001 f120
  6. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, inv. nr. AT 002a001 f278
  7. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, inv. nr. AT002 a002 f11r
  8. = Luik
  9. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, inv. nr. AT002 a002 f215r
  10. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, inv. nr. AT002 a002 f225r
  11. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, inv. nr. AT002 a002 f 253 v
  12. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, inv. nr. AT002 a002 f442v
  13. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, inv. nr. AT 002a003 f153v, en AT 002a003, folio 360 V - 362 V
  14. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, inv. nr. AT002 a002 f522r
  15. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, inv. nr. AT 002a003 f138 en f153
  16. GA Amersfoort, ONA, Nots. R. van Ingen, inv. nr. AT 002a003, f282 V
  17. GA Amersfoort, Transportregisters ORA, inv. nr. 436-18, blz. 7v, d.d. 1636-09-15
  18. GA Amersfoort, Transportregisters ORA, inv. nr. 436-19, d.d. 1641-6-1
  19. GA Amersfoort, Toegangsnummer 0012, Stadsgerecht Amersfoort
  20. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, inv. nr. AT 002a003 f281
  21. Nav. 62(1913)113
  22. ⇒ amersfoort3.htm
  23. Hasselt Historiael 27(2010)29, www.historischevereniginghasselt.nl
  24. Hasselt Historiael 27(2010)29, www.historischevereniginghasselt.nl
  25. GA Amersfoort, Transportregisters ORA, inv. nr. 436-19, d.d. 1641-6-1
  26. GA Amsterdam, ONA, Nots. Joannes Weer, gecit. in Hasselt Historiael 27(2010)29
  27. zie ook Hasselt Historiael 27(2010)29, www.historischevereniginghasselt.nl
  28. Hasselt Historiael 27(2010)29, www.historischevereniginghasselt.nl
  29. Hasselt Historiael 27(2010)29, www.historischevereniginghasselt.nl
  30. GN 30(1975)126
  31. Nav. 41(1891)452
  1. GN 30(1975)126
  2. GA Amersfoort, ONA, Nots. J. van Ingen, inv. nr. AT002 a002 f167v
  3. GA Den Haag, Oud archief van de gemeente 's-Gravenhage, Archiefnummer:0350-01, Inventarisnummer:5794
  4. GA Leiden, Toegang: 25: Inventaris van het archief van de Bank van Leening, nv. nr. 2529
  5. GA Amersfoort, Transportregisters ORA, inv. nr. 436-19, d.d. 1641-6-1
  6. ONA Rotterdam, Nots. Arent van der Graeff, inv. nr. 333, akte nr. 190, blz. 401
  7. GA Amersfoort, ONA, Nots. R. van Ingen, inv. nr. AT008 a001, f98 R
  8. GA Amersfoort, ONA, Nots. R. van Ingen, inv.nr. AT008 a001, folio 99 R
  9. GA Amersfoort, ONA, Nots. R. van Ingen, inv. nr. AT008 a001, f100 R
  10. GA Utrecht, ONA, Nots. A. Houtman, inv.nr. U75a1, aktenr. 437, d.d. 06-07-1674
  11. GN 30(1975)126
  12. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  13. Tresoar, Familie Adema, Sneek, inv. nr. 318-01, nr. 11
  14. Album Studiosorum Academiae Rhenotraiectinae, 1636-1886, Utrecht, 1886
  15. Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten, sedert de hervorming tot nu toe in de hervormde gemeenten van Friesland, Leeuwarden, 1886-1888
  16. Jb. CBG 31(1977)70
  17. Jb. CBG 26(1972)202
  18. Jb. CBG 31(1977)70
  19. Jb. CBG 31(1977)70
  20. Jb. CBG 31(1977)67
  21. S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
  22. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  23. Jb. CBG 31(1977)67
  24. GA Utrecht, ONA Nots. Houtman. nr. 206/34, fol. 80, gecit. in JBb. CBG 26(1972)206
  25. Jb. CBG 31(1977)67
  26. Jb. CBG 46(1992)131
  27. Jb. CBG 31(1977)67
  28. Jb. CBG 31(1977)67
  29. Jb. CBG 31(1977)67
  30. Jb. CBG 31(1977)67
  31. GA Amersfoort, ONA, Nots. R. van Ingen, inv. nr. AT008 a001, f100 R
  1. R.A. Leeuwarden. Bijlagen Civ. Sententies nr. 223-30, gecit in in JBb. CBG 26(1972)206
  2. Jb. CBG 46(1992)132
  3. Jb. CBG 31(1977)67
  4. S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
  5. Th.J. Meijer, Album Promotorum Academiae Franekerensis 1591-1811, Franeker 1972
  6. Jb. CBG 31(1977)67
  7. Jb. CBG 31(1977)67
  8. RA Leeuwarden, Weesboek Sneek W/33, fol. 187, gecit. in Jb. CBG 31(1977)67
  9. Ds. T.A. Romein, Naamlijst der predikanten, sedert de hervorming tot nu toe in de hervormde gemeenten van Friesland, Leeuwarden, 1886-1888
  10. S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
  11. Romein, l.c.
  12. GN 48(1993)535
  13. NL 99(1896)186
  14. Jb. CBG 39(1985)147
  15. Nav. 45(1985)187
  16. Jb. CBG 39(1985)147
  17. ONA Rotterdam, Nots. Jacob Symonsz, inv. nr. 2, akte nr. 176, blz. 260
  18. GA Leiden, 501A - Stadsarchief van Leiden 1574-1816, 1.2.2.01.06 Bank van Lening, nr. 2523
  19. ⇒ www.dbnl.org
  20. GA Leeuwarden, Hypotheekboeken, Aktenummer: gg003-120a
  21. GA Leeuwarden, Hypotheekboeken, Aktenummer: gg003-136a
  22. GA Leiden, Toegang: 25: Inventaris van het archief van de Bank van Leening, inv. nr. 2529
  23. Delfland, jg. 4, no. 2, maart 1995
  24. GA Leiden, ORA, Getuigenisboek J. fol. 42 vso., gecit. in Jb. CBG 16(1962)185
  25. ONA Rotterdam, Nots. Jan van Aller Az, inv. nr. 91, akte nr. 47, blz. 111
  26. Nav. 36(1886)449
  27. 40(1890)467
  28. ONA Rotterdam, Nots. Jan van Aller Az, inv. nr. 97, akte nr. 85, blz. 200 en 86/202
  29. ⇒ www.rkd.nl
  30. ⇒ www.rkd.nl

Back to the
genealogy page
Back to the
contents
Go to the
index
Forward to next
generation 3
Back to previous
generation 1
Directly go to generation :
1 2 3