This page was last updated : 170322.
File size is: 196 k.
Fragment Genealogie Hovius
Generatie 1
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Fragment Genealogie Hovius,
version 1.1,
Muiden, 2016.
© Copyright 2017 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Hovius Gen. nr. 1
Deze gegevens zijn het resultaat van een zoektocht naar de herkomst van D.(Dirck/Daniel?) Hovius, geb. vóór ca. 1610, meelijwekkende schilder uit Amsterdam (miserrimus pictor Amstelodamensis), die naar Göteborg was gekomen, tr. 1632-1634[1] Margaretha Cabeliau, geb. 1595-1597, ovl. 1669, beg. Vada Kyrka, Valentuna (provincie Stockholm), eerder maitresse van Gustaaf II Adolf koning van Zweden en wed. van 1. Andries Sersanders, 2. Arendt Slots en 3. Jacob Trello(w), dr. van Abra(ha)m Cab(b)el(i)au en van Maeiken (Maria) van Leest (Lust). Zie Margaretha Cabeljau - een veelbewogen leven, en eveneens aldaar voor verder nageslacht uit het huwelijk Hovius-Cabeljau.

Er zijn twee families Hovius gevonden waaraan Dirck/Daniel verwant zou kunnen zijn, doch bewijs daarvoor ontbreekt vooralsnog. De beide families zijn vooralsnog aangeduid als "Gorcum" en "Loosdrecht" naar de plaats waar de eerstgevonden stamvader werkte. Ze zijn uitgewerkt tot begin 19de eeuw. Vermoedelijk zijn deze families onderling verwant, maar ook daarvoor ontbreekt vooralsnog bewijs. Commentaar is welkom.


I Gorcum

Ia. Dr. Jacobus Ho(e)vius, geb. vóór ca. 1595, ovl. (Gouda) 1634[2], medisch doctor, woont te Gorcum (1619), rector van de Latijnse School te Amersfoort voor een salaris van ƒ 625,-- per jaar (1619-1622),[3] rector van de Latijnse School te Gouda (1623-1634),[4] neemt in 1625 als afgevaardigde van Gouda deel aan besprekingen op de Universiteit van Leiden om een 'Hollandsche schoolordre' vast te stellen voor alle Latijnse scholen in de Nederlanden, die later zou worden goedgekeurd door de Staten van Holland, weet in 1626 te bewerkstelligen dat alle daarbij behorende schoolboeken gratis aan de leerlingen werden verstrekt,[5] tr. Theuntje Ariaens, wed. van doctor Jacobus Hovius wonende tot Gorchum (1647). Zij hertr. Utrecht 28-3-1647 (attestatie gegeven om in Gorinchem te trouwen 11-4-1647) Ewout Born, wednr. van Sara Isaax wonende in de Annestraet te Utrecht (1647).

Op 23-5-1619 verleent Hugo Spierinck coopman machtiging aan Albertus Troost, notaris en procureur, om hem bij het gerecht van Gorkum in rechte te vertegenwoordigen teneinde doctor Jacobus Hovius te Gorkum te bewegen hem uit zijn borgtocht te ontslaan. [6]
Op 26-1-1626 machtigt Jan Janss Mom, Raedt der stad Amersfoort, Vitus Besemer procureur voor de Gerechte der stadt Goude om namens hem de 130 gulden te vorderen (met vriendschap of met recht) die Dr. Jacobus Hovius Rector van de Latijnse Schole aldaar aan hem schuldig is, volgens schriftelijke afrekening. Akte ten comptoire mijns notarij. Getuigen: Frederick Jans van Ham en Evert Jacobsz Helt [7]


II Gorcum


COMMENTAAR(¥) Als dat 60 jaar in de volgende akte werkelijk klopt, dan moet Margareta Hoviusdr dus ca. 1595 geboren zijn en haar vader Barnardus Hoviusz vóór ca. 1575. Dat valt moeilijk te rijmen met de tot nu toe bekende gegevens van nr. IIa.
Op 30-11-1655 testeert te Rotterdam Margareta Hoviusdr, dochter van Barnardus Hoviusz, conrector in de Latijnse School, wonende bij haar vader in de Bagijnestraat, oud 60 jaren. Zij benoemt tot erfgenaam haar vader en zijn huidige vrouw, Maria van den Brouck. [12]

IIa. Dr. Bern(h)ardus Ho(e)vius, geb. vóór ca. 1615, beg. Rotterdam 11-1-1665 ("Bernardus Hovius man van Maria van den Broek), heeft volgens Ref. [13] in Harderwijk gestudeerd maar zijn inschrijving is daar niet te vinden, heeft daar gewoond en vertrekt in 1631 naar Leiden,[14] vermeld bij het Staten College in Leiden als Barnardus Hovius famulus ad mensam (1631-..), een betaalde functie als assistent van de schaftmeester die door studenten werd vervuld,[15] praeceptor aan de Latijnsche School te Rotterdam op een traktement van ƒ 400,-- dat bij vroedschapsresolutie d.d. 15-8-1639 werd verhoogd tot ƒ 500,--,[16] jongeman van het Landt Van Der Marcke, praeceptor in de Latijnsche Schole en wonend op de Delfsche Vaert naast De Steur (1639), afkomstig van Westhoven, preceptor tot Rotterdam, wednr. van Anna (de) Colonia en wonend in de Bagijnestraet te Rotterdam (1643), praeceptor 15-8-1639 - 10 sept. 1643 en conrector 1643-1665 (benoemd 10-9-1643) van de Latijnse school te Rotterdam,[17] doopget. te Leiden (1648, bij een kind Hendrick Middelman x Janneken Weijten), doopget. (1655..1658), belender aan de achterzijde van de Torenstraat (1655, 1656), woont vanaf 1640 gedurende zijn verdere leven in het dan gekochte huis in de Bagijnestraat,[18] otr./tr. 1o Rotterdam geref. 1/17-5-1639 Anna (Tanneken) (de) Colonia (Kolonia)(¥), ovl. 1642/43, jongedochter van Rotterdam wonend op de Delfsche Vaert (1639), dr. van Adam Louwijs (de Colonia), kunstschilder en makelaar wonende Princenhof te Delft en op de Delftse Vaart te Rotterdam in de Pot, en van Beatrix Dircx van Beijeren,[19] otr. 2o Rotterdam geref. 16-8-1643 (attestatie gegeven op Amsterdam den 31-8-1643) en otr./tr. 2o Amsterdam geref. 14/30-8-1643 (get. haar vader Guilliaem van den Brouck) Maria van den Broeck(e) (Brouck), ged. geref. Amsterdam Oude Kerk 18-7-1619 (get. Hans van den Berghe, Paulus de Mormont en Susanna van den Broeck), beg. Rotterdam 11-1-1665 ("Maria van den Broeck huisvrouw van Bernardus Hovius), jongedochter van Amsterdam out 23 jaeren wonend op de Fluwelenburgwal te Amsterdam (1643), doopget. (1655), dr. van Guilliaem van den Broecke afkomsig van Hamburg en suikerraffinadeur te Amsterdam, en van diens eerste vrouw Maritje Louris,[20]

COMMENTAAR(¥) Tanneke heeft een broer mester Isack de Colonia, tr. voor 1634 Machtelt Jans Bex/Becks!.[21]

Op 22-10-1640 verkoopt verkoopt Isaacq Susio aan Barnardus Hovius een huis en erf aan de zuidzijde van de Begijnenstraet voor een bedrag van 1.600 gulden. Op het huis rust een hypotheek van 900 gulden die Johan Blenckvliet als borg daarop heeft. Het huis wordt belend ten westen door Adriaen Gerritsz Robijn strekkende voor van de straat tot aan Jan Dircxse Coogel. [22]
Op 20-4-1641 bekent Barnardus Hovius 1300 gulden schuldig te zijn aan Henrikus Swaerdecroon, en aan een ongenoemde weduwe 500 gulden. [23]
Op 25-4-1641 verkoopt Isaacq Susio, coopman, aan Cornelis Panser, apothecaris, voor 1825 gulden, 2 huizen, erven en tuin aan de zuidzijde van de Raemstraat, belend achter Adriaen Emmersael, ten oosten Elias Quackelbeen, ten westen de stede Vestesloot. Bovendien moet de koper borg staan voor de betaling van een lopende schuld van 2000 gulden open, die Borchardus Hovius voor de koop van zijn huis aan de verkoper schuldig is. De betaling moet plaatsvinden "int hange, van den affroll tot Delftshaven". [24]
Op 20-7-1643 verkoopt Cornelis Panser, apotheker, aan Jacobus de Colonia, apotheker, 2 huizen en een tuin aan de Raemstraet. De koopsom bedraagt 2.500? gulden. Buren zijn Elias Quackelbeen en Adriaen van Emmerseel. Koper moet gedogen dat de panden tot zekerheid zijn verbonden aan een hypotheek van Barnardus Hovius op diens huis aan de Begijnestraet. [25]
Op 15-8-1643 testeert Bernardus Hovius, leermeester van de Latijnsche School te Rotterdam. Hij heeft beloofd aan zijn kinderen Margareta en Bernardus de Colonia (!), die hij verwekte bij zijn inmiddels overleden vrouw Anna de Colonia, een bedrag van 450 gulden uit te keren wanneer zij meerderjarig worden of in het huwelijk treden. Adam de Colonia, schilder, grootvader van de kinderen, namens Isaack de Colonia, stelt zich borg voor de voldoening van het bedrag. [26]
Op 23-10-1646 leggen Bernardus Hovius, conrector van de Latijnse school, en zijn vrouw Maria van der Brouck, een verklaring af op verzoek van Neeltge Franssendr, weduwe van Henrick Jacobsz Coning. Maria zegt nooit ontrouw ondervonden te hebben toen Neeltge haar bijstond toen zij onlangs in het kinderbedde lag, zij vindt haar daarentegen trouw en ijverig in haar dienst. [27]
Op 13-12-1646 verklaart Bernardus Hovius, gehuwd geweest met Tanneken de Colonia, vader en voogd van zijn twee kinderen verwekt bij voornoemde Tanneken, te weten, dat de grootmoeder van zijn kinderen, Beatris Dircx, haar kinderen Isaac en Jacob de Colonia heeft benoemd tot haar erfgenamen, mits zij 500 gulden uitkeren aan de genoemde twee kleinkinderen. Dit volgens testament, gepasseerd bij notaris Gerrit Damen. Hij weet ook dat hun grootvader Adam de Colonia, hun bij zijn overlijden 900 gulden nalaat. Bernardus Hovius verklaart ten overstaan van Adam de Colonia, alles in naam van zijn twee kinderen te accepteren en hiermee volkomen genoegen te nemen. [28]
Op 13-12-1646 testeert Adam de Colonia, weduwnaar van Beatris Dircxsdr, burger te Rotterdam, en verklaart het testament van 15-4-1643 en het codicile van 23-7-1643 gemaakt met zijn vrouw, en het testament van 30-11-1643 door zijn vrouw gemaakt, van waarde te houden. Hij benoemt tot zijn erfgenamen Isaac de Colonia en Jacob de Colonia, zijn zonen. Zij zijn gehouden om aan de kinderen van Bernardus Hovius en Tanneken de Colonia boven de 600 gulden van hun grootmoeder nog 900 gulden uit te keren. [29]
Op 4-3-1649 komt Adam de Calonia, wonend op de Delftsevaart, weduwnaar van Beatricx Dircxdr, met zijn twee zoons Ysaacq de Calonia en Jacob de Calonia een nieuwe verdeling van de nagelaten goederen overeen. Beatricx had in testament naast vader Adam de kinderen Ysaacq en Jacob benoemd als erfgenamen, plus een geldbedrag voor de kinderen van haar dochter i.p.v. een legitieme portie. Echter werd daarna per contract bepaald, dat vader Adam diverse nagelaten goederen kon blijven bezitten. Dit contract werd later door Adam vernietigd. Er komt nu na opstelling van een boedelstaat, een geldelijke verdeling door Adam aan de kinderen van 5.523 gulden, tevens komt met een extra regeling - waarbij Bernhardus Hovius, getrouwd met (moet zijn weduwnaar van!) dochter Tanneken, ook compareert - voor elk kind een lijfrente van 1.000 gulden. NB: de familie tekent als de Colonia. [30]
Op 4-5-1649 bekent Bernhardus Hovius, gehuwd met (moet zijn weduwnaar van!) Tanneken de Colonia, ontvangen te hebben van Adam de Colonia, zijn schoonvader, een bedrag van 1.000 gulden, met de belofte het gedurende enkele jaren terug te betalen. [31]
Op 3-6-1650 testeert Adam Louwijsz de Colonia te Rotterdam. Hij legateert aan: -de kinderen van Tanniken Adams en Barent Hovius, conrector in de Latijnse school te Rotterdam, 200 gulden, - Louwijs Jacobs de Colonia, zoon van Jacob de Colonia, diverse goederen, - Adam Isaacks de Colonia, zoon van Isaack de Colonia, diverse kleren. [32]
Op 7-5-1650 bevestigen Henricus Swaerdekroon, rector in de Latynsche schole, en zijn vrouw Sara van den Broeck hun huwelijksvoorwaarden van 29-12-1629 voor notaris Abraham Vliet in Amsterdam. Verder namen zij gedetailleerde beslissingen over verrekeningen en taxaties van waardepapieren en goederen. Genoemd worden o.a. een acte van uitkoop met de voogden van zijn voorkinderen dd. 29-6-1629 voor notaris Pieter van Leeuw te Leyden, door Bonavontuer Elsevier getaxeerde boeken, een door testateur zelf geschreven boek de Arabische Alcoran, de vicarie te Utrecht die gesticht is door Johan van Loenersloot, een voorvader van testateur, testateurs moeder wijlen Elisabeth van Loenersloot en haar zoons Daniel en Theophilis Swaerdekroon, de zilveren lampetkan met het wapen van testateurs en de burgemeesters, woning en landen in de Noortketel aan de Poldervaert, land op 16-3-1650 gekocht van Claes Jansz. Erfgenamen zijn kinderen en kindskinderen, met verrekeningen: voorzoon mr. Barnardus Swaerdekroon, voordochter Willemina Swaerdekroon, getrouwd met haar neef Bernardus Swaerdekroon, Fredericus Swaerdekroon, dochter Machtelt Swaerdekroon. Als evt. voogden worden aangewezen, naast de langstlevende, mr. Daniel Zwaerdekroon, advocaet bij het hof in Utrecht, testateurs aangetrouwde neef dr. Barnardus Hovius, conrector in de Latynsche schole, en voorzoon mr. Barnardus Swaerdekroon, advocaet voor het hof van Hollant. Belendingen: het hofflant, het dorp van Ketel, de Harrichwecht. [33]
Op 12-5-1656 bekent Hendrick Middelman wonende te Leiden 1400 guldxen schuldig te zijn aan Dominus Barnardus Hovius, conrector aan de Latijnse school. De schuld zal met rente worden terug betaald met ingang van Juni 1656. [34]
Na de dood van Barent Hovius en Marya van den Broek in januari 1665 worden aangesteld als voogden over de kinderen uit Barents eerste huwelijk: Jacobus de Colonia, tegelbakker, en Johan de Jongh chirurgijn, en over de kinderen uit Barents tweede hyuwelijk Petrus Swaerdecroon med. doctor, en Johan de Jongh chirurgijn.[35]
Op 24-2-1665 verklaren Henricus Swaerdecroon, en Barbara Sas, weduwe van Joris Nieupoort, in zijn leven secretaris van de weeskamers te Schiedam, van de de obligatie verleden door juffrouw Sas ten behoeve van Bernardus Hovius, in zijn leven conrector, hem overgedragen door Paulus van den Broeck en Henric Middelman, voogden over de minderjarige kinderen van Bernardus Hovius d.d. 28-1-1665 volkomen voldaan te zijn. Ook heeft Henricus Swaerdecroon 10 marge land aan de Schie verkocht en overgedragen aan Barbara Sas, d.d. 31-10-1656 voor het gerecht te Ketel. [36]
Op 12-1-1667 verklaart Johannes Rijnlant, chirurgijn, koper, eigenaar en bewoner van het huis en erf aan de westzijde van de Hoofdsteeg, met Petrus Swaerdecroon en Johan de Jongh, chirurgijns, executeurs van het testament van Barnardus Hovius, die conrector van de Latijnse school was, en die de vader van de vrouw van Rijnlant was, en wiens huis in de Bagijnestraat als onderpand diende voor het huis van Rijnlant, overeen gekomen te zijn, dat de verkoop bij executie van het huis in de Hoofdsteeg voldoende is voor de aflossing van 2 jaar verlopen rente van een kapitaal van 5500 gulden. De executie was gevraagd door Joan van der Goes, namens de houder van de rentebrief van 5500 gulden, waarvan het huis als onderpand diende. Hij zal het huis 1-5-1667 verlaten. Hij machtigt Swaerdecroon en de Jongh om het huis in de Bagijnestraat te verhuren of aan, en zijn verdere zaken te regelen. [37]

Lofdicht op Erasmus door Willem Hovius (1646-1736) gepubliceerd in 1685. Inzending, die niet heeft gewonnen, voor de nieuwe sokkel van het standbeeld van Erasmus in Rotterdam. Rechts de vertaling volgens Ref. [49].
klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 17-4-1679 testeert Anthonetta Hollaer, vrouw van dominee Wilhelmus Hovius, preceptor in de Latijnse school. Als zij als eerste, voor haar man, zonder kinderen overlijdt, dan blijft van kracht het gezamenlijke testament dat op 27-12-1674 voor notaris Vitus Mustelius passeerde. Maar als zij voor haar man overlijdt en er zijn wel kinderen, dan geldt voorgaand testament niet, maar laat ze alles na aan haar kinderen. Voogd over die kinderen zullen zijn: - dominee Johannes Silvius, conrector van de Latijse school, haar zwager, en - Adriaen van der Wel, haar neef uit Delft. [50]
Op 15-12-1684 verklaart de notaris op verzoek van Anthonij de Jongh, wijncooper alhier, dat hij in het bijzijn van Wilhelmus Ovius en Johannis Hovius, apotheecker, beide wonende alhier, enkele kamers en kasten heeft verzegeld in het huis van de voornoemde de Jongh, waarvan in één der verzegelde kamers het dode lichaam van Willem Hollaert ligt. [51]
Op 5-4-1694 verzoekt Johan Koppers insinuatie aan Giulielmus Hovius, preceptor in de Latijnse School, om beloofde kooppeningen voor aankoop van een huis met erf aan de westzijde van de Lombardstraat niet te overhandigen aan François Galancini of Willem van der Sprough. Op 5 april d.o.v. is deze notaris dit gaan aanzeggen, waarop werd geantwoord "Ik zal mij houden aan het advies van de heren van de wet van deze stad", waarop de notaris protesteerde en een copie van de acte overhandigde. [52]
Op 13-4-1694 verzoekt Johan Koppers insinuatie aan Giulielmus Hovius, preceptor in de Latijnse School, om het in koop gegeven huis met erf aan de westzijde van de Lombardstraat op generlei wijze te doen repareren of te verhuren. Hierop is deze notaris op 13 april dit gaan aanzeggen, waarop is geantwoord met "Ik hoor, ik zie", waarop de notaris protesteerde en een copie van de acte overhandigde. [53]
Willem Hovius maakt in 1727 zijn testament voor notaris W. van Rijp.[54]

IIb. Adrianus Hovius, geb. 1609/10, ovl. vóór 1668, filiatie niet bewezen, ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Leiden 23-6-1633 ("Adrianus Hovius, Slusanus Batavus, 23 (jaar),[62] j.m. van Maeslant wonend op de Nyeuwen Rhijn te Leiden (1634), doopget. te Leiden (1634, 1635), vermeld in 1643 als rector te Gorcum, conrector van de Hieronimusschool te Utrecht (1652), otr. Leiden geref. 4-4-1634 (get. voor hem Jacob Weyten, zijn toekomstige zwager wonend op de Hogewoert, voor haar Susanna Weyten, haar zuster wonend in de Houtstraet) Anneken (Anna) Wytens (Weyten), geb. vóór ca. 1595, ovl. 1637-1668, afkomstig van Leiden, wonend op de Rijn (1631), op de Nyeuwen Rijn (1634), huw. get. (1631, 1637), doopget. (1625, 1635), wed. van Jan Pieters Verbeeck (zie hieronder Jan Pieters Verbeeck ) wonend op de Nyeuwen Rhijn te Leiden (1634), dr. van Joost Weyten(s en van Cathelyne Jansdr Cabbeljau (zie Fragment Genealogie Cabeljau nr. 2b sub 2 ).

Vermelding in de "Bibliographia mathematica et artificiosa novissima..." uit 1688,[63] van een rekenkundig boek door Adrianus Hovius uitgegeven te Utrecht in 1652.
klik op plaatje(s) om te vergroten
Op 30-10-1636 machtigt Zuzanna van Quickelberch, wed. van Jonas Cabeliaeu, coopvrouw, Jonas Cabelliaeuw junior, haar zoon te Leyden, om gelden te innen van Anna Weyten, voorheen vrouw van Jan van der Beecq en nu van Joannes Horeus of Hoveus (sic!) te Leyden, wegens levering van graeu papier en kantwerk. [64]
Op 22-5-1643 benoemen Melchior van Slingerlant en Cathalyna Verbeeck echtelieden wonende te Utrecht, aen de grafte by de Reguliersbrugh, Johan Hendrixss van Slingerlant, zijn vader, wonende te Dordrecht, en Adrianus Hovius, rector tot Gorcum, haar schoonvader (=stiefvader(¥)), tot voogden over hun onmondige na te laten kinderen en erfgenamen. [65]
Op 30-10-1652 staat Adrianus Hovius conrector van de Hieronimischoole te Utrecht, borg voor Thomas Foster te Utrecht ter voldoening van de som van ƒ 82-11- die hy krachtens vonnis aan Jacob van Borculo wyncooper verschuldigd is vanwege gehaalde wynen. Met garantie van schadeloosstelling door Antoni de la Porte, notaris te 's-Gravenhage ten behoeve van eerste party. De akte is geroyeerd wegens aflossing d.d. 9-4-1653. TEKST NOG DOEN [66]

Jan Pietersz Verbeeck
Jan Verbeeck (van der Beecq), ovl. 1629-1634, j.m. van Leiden, schoenmaker (1605), schoenmaker en wednr. van Tryntgen Cornelisdr (1615), otr. 1o Leiden geref.08-11-1605 (get. zijn vader Pieter Verbeeck en haar moeder Lyntgen Henricxdr) Tryntgen Cornelisdr, j.d. van Leiden (1605), otr. 2o Leiden geref. 7-8-1615 (get. zijn vader Pieter Verbeeck en haar moeder Cathelyne Cabbeljaus) Anneken W(e)yten(s), geb. vóór ca. 1595, ovl. 1637-1668, afkomstig van Leiden, wonend op de Rijn (1631), op de Nyeuwen Rijn (1634), huw. get. (1631, 1637), doopget. (1625, 1635), wed. van Jan Verbeeck wonend op de Nyeuwen Rhijn te Leiden (1634), dr. van Joost Weyten(s en van Cathelyne Jansdr Cabbeljau (zie Fragment Genealogie Cabeljau nr. 2b sub 2 ).
    Uit zijn tweede huwelijk (Verbeeck-Weytens):
  • 1. Jan Verbeeke, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 24-4-1622 (get. Jan Weijtens, Janneken Taijl).
  • 2. Maria Verbeeck, ged. geref. Leiden Pieterskerk 29-5-1624 (get. Lucas Dircx, Anna Weijtens).
  • 3. Susanna Verbeeke, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 13-5-1627 (get. Benjamijn van Rijswijck, Susanna Verbeeke).
  • 4. Pieter Verbeecke, ged. geref. Leiden Hooglandsche Kerk 10-6-1629 (get. Mauritius Agache, Elisabeth Denys).


III Gorcum

IIIe. Ds. Josephus Hovius, geb. (Gorcum?) 1639-1643, ovl. (Willemstad?) 1670, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 16-9-1660 ("Josephus Hovius", Gorichomo-Batavus, 20 (jaar)"),[67] doopget. te Leiden (1663), bij huwelijk predicant tot Tricht afkomstig van Gorcum out 25 jaeren wonend tot Tricht (1668), wordt als kandidaat bevestigd te Tricht 30-6-1667, geref. predikant aldaar 1667-1670, neemt afscheid 4-9-1670,[68] doet zijn intree als predikant te Willemstad 5-10-1670, tot zijn overlijden geref. predikant aldaar (1670-1673),[69] otr. Amsterdam 16-2-1668 (get. haar vader Hans van der Hielen, zijn ouders doot) Cornelia van der Hielen, ged. geref. Amsterdam Oude Kerk 30-8-1643, afkomstig van Amsterdam out 24 jaren wonend opt Nieu Eijland (1668), dr. van Hans van der Hielen koopman te Amsterdam en van Agnes (Niesken) de Bruin (afkomsig van Gorcum).



I Delft / Loosdrecht

De herkomst van nr. IIb Matthias Joannis Hovius (Verhouf) bleek eerst na uitvoerig onderzoek van het echtpaar Maritgen Mathijsdr (Thijssendr) x 1584 Ds. Jan Anthonisz (Theunisz). Voor beide echtelieden was dit het tweede huwelijk en pas bij onderzoek naar haar ouders doken enkele akten op die het familieverband duidelijk maakten.

Ia. Ds. Jan Anthonisz (Theunisz), geb. vóór ca. 1540, beg. Delft Nieuwe Kerk 24-2-1600 ("Jan Antonissz, Predicant van Maeslant wonend in de Kromstraat te Delft), bij huwelijk wednr. (van een niet genoemde vrouw) en "dienaer des woorts te Maeslant" (1584), geref. predikant te Poortugaal (..-1583), vandaar beroepen naar Maasland, geref. predikant aldaar (1583-1599) tot zijn afscheid op 27-5-1599, waarna met emeritaat,[71] treedt in 1595 op als Jan Anthonides (niet gepromoveerd) genezer te Maasland [72] vermeld als Jan Anthonisz, predikant te Maasland, gehuwd met Maritgen Thijsdr wed. van Michiel Loquefier in de comparitieregisters van de Weeskamer Delft (voor 1618), tr. 1o vóór ca. 1565 NN, bij wie minstens een zoon (zie hieronder), otr. 2o Delft 24-3-1584 Maritgen Mathijsdr (Thijssendr), geb. vóór ca. 1555, wed. van Michiel Vlymertz wonend aan de Turfmarkt te Delft (1584), woont te Maasland (1588), woon te Delft 1606, bij wie een zoon Mathhijs (zie hieronder). dr. van Machtelt Jansdr en Mathijs Dircksz (zie De ouders van Maritgen Mathijsdr. ).
Haar eerdere huwelijk was:
Maritgen Mathijsdr (Thijssendr), geb. vóór ca. 1555, tr. 1o vóór ca. 1575 Michiel Vlymertz (Loquefier), geb. ca. 1532, ovl. 1579-1584, wordt vermeld als Michiel Lokefier met zijn vrouw als onvermogenden te Gent,[73] wordt volgens de "Liste des executés et des bannis, pour cause de troubles, dans la ville de Gand et la chatellenie du Vieux -Bourg: 1568" met zijn vrouw verbannen ("Michiel Lokefier et sa femme"),[74] en als Michel Lokefier, cité devant le Conseil des Troubles, banni avec sa femme",[75] gaat kennelijk naar de Noordelijke Nederlanden want wordt in een akte van 1579 vermeld als "Michiel Roo? Loquifyer, coopman van Rotterdam oudt ontrendt 47 jaeren". Hieruit drie kinderen bekend (zie hieronder).

Op 30-11-1606 testeert Maritgen Thijszdr, laatst wed. van Jan Anthonisz in zijn leven dienaar des woordts te Maeslant, wonend te Delft aen de NZ van de Molslaan, en prelegateert aan haar dochter Zara Michielsdr uit haar eerste huwelijk met Michiel Loockefier, al haar wollen en linnen kleren en al haar ringen, en voorts ƒ 300,-- die zij jaarlijks zal genieten en ontvangen uit de huur van zekere huijsinge en erven staande aan de NZ van de Molslaan, westwaerts van de huijsinge daer tegenwoordich de Reael vuijthangt. Wel moet zij daarvan belastingen, reparaties en andere kosten betalen. Zij mag tevens bij voorkeur het voorste huis en erve bewonen en gebruiken. Nadere bepalingen omtrent de huur worden gemaakt. Get. Jacob Joosten tot Berckel en Huijbrecht Pietersz tot Catwijck in Pijnacker. W.g. Maritgen Mathijssen en etuigen. [76]

De ouders van Maritgen Mathijsdr.
Mathijs (Thijs) Dircxsz, geb. vóór ca. 1535, ovl. vóór 1584, timmerman, tr. vóór ca. 1555 Machtelt Jansdr, geb. vóór ca. 1535, ovl. na 1588, gaat kennelijk na het overlijden van haar man bij haar dochter en schoonzoon in Maeslant wonen, woont te Maasland (1584), poorteres van Delft (1588), testeert 17-2-1588.
Op 25-8-1584 testeert Machtelt Jansdr wed. van wijlen Mathijs Dircksz, timmerman, wonende in Maeslant, en legateert aan de kinderen van Michiel Loquifiersz geprocreeert bij haar dochter Maritgen Thijssen, met name Gedeon Michielsz, Sara Michielsdr en Margrieta Michielsdr, elk 300 Car. gulden, en benoemt haar dochter Maritgen Thijssen tot haar alghehele erfgename. TEKST verder nog lezen. Get. Pieter van Opmeer te Delft, Arent Pietersz van der Houck te Delft. [77]
Op 17-2-1588 testeert Machtelt Jansdr wed. van wijlen Mathijs Dircksz, timmerman, wonende te Delft. Zij herroept " om redenen hem (!) daer toe porrende ende moverende" haar testament van 25-8-1584, en verzoekt de notaris daarvan een of meer acten in forma. Get. Jan Jacobsz Blanckert te Delft, en Gerrit Jaspersz cuijper te Delft. [78]
Op 16-3-1588 testeert Machtelt Jansdr wed. van wijlen Thijs Dircksz timmerman, poortersche van Delft. wonende te Delft. Zij legateert aan de kinderen van Marritgen Thijssendr wonende te Maasland, haar dochter, bij Michiel Loquefijer, haar vorige man, met name Gedeon Michielsz, Sara Michielsdr en Grietgen Michielsdr, mitsgaders aan t kint geprocreeert bij Jan Anthonisz dienaer godts in Maeslant, haar tegenwoordigen man, genaemt Mathijs Jansz, ƒ 900,--. Er volgen verder bepalingen. TEKST verder nog lezen. Get. Borgher Jacobsz van den Block te Delft , en Claes Arrisz Boomgaert te Delft. [79]
    Uit dit huwelijk (enige erfgename in 1631):
  • 1. Maritgen Mathijsdr, geb. vóór ca. 1555, zie boven.

Kinderen uit de drie huwelijken van Jan Anthonisz en Maritgen Mathijsdr


Blazoen van de Delftse rederijkerskamer "De Rapenbloem", waarvan Gedeon Lokefier (~1575-1644) lid was.
Datering: 1617
Bron: DBNL
Knie-Ghedicht door Gideon Loockefier voor de rederijkerskamer "Den Olyvenboom" te Maesland op de wedstrijd te Vlaerdingen (1616), gepubliceerd in Vlaerdings Redenrijck-bergh (1617).
Alle kniedichten bestaan uit 4 strofen van 13 regels en worden ingeleid met de plaatsnaam en de naam van Kamer.

Bron: DBNL

klik op plaatje(s) om te vergroten

Jan Lokefier van Rijsborch en zijn nakomelingen
Waarom Jan Lokefier zich Lokefier van Rijsborch gaat noemen is vooralsnog onbekend. Gaandeweg begint Lokefier(s) een patroniem te lijken, valt het weg en heten zijn kleinkinderen eigenlijk alleen nog van Rijsborch. Zowel Lokefier als Rijsborch worden in talloze varianten geschreven. 1585 markies van Rijsborgh, burggraaf van Gent

I

Ia. Jan Loquefier (Lokevier) (van Rijsborch), geb. ca. 1600, ovl. april-nov. 1662, wordt vanwege zijn kwaliteiten direct aangenomen als mr. plateelschilder in het St. Lucasgilde te Delft zonder voorafgaande formaliteiten (1617),[107] [108] j.g., meester plateelbacker wonende int Oosteijnde te Delft (1626), wednr., plateelschilder wonende in de Kerksteeg (1636), wednr. ("Jan Locquefiersz van Rijsburch") wonend in de Vlamingstraet (1643), tegelbacker (1648), reder (1649, 1650), koopman (1650), doopget. (1628..1651), otr./tr. 1o Delft 24-5-1626? / 9-5-1626 Engeltgen Coertendr, ovl. 1631-1636, j.d. wonend aen de Oude Delft (1626), doopget. (1628), otr./tr. 2o Delft 19-1/03-2-1636, ovl. 1643 Annetgen Hendricx, ovl. feb.-juli 1643, j.d. wonende op de Voldersgracht (1636), otr./tr. 3o Delft 4/19-7-1643 Aeltgen Jans Ackersdijck, ovl. na 1682, j.d. wonend in de Zeepsteegh (1643), is als de weduwe van Jan van Rijsburg belendster aan de Oude Haven te Delfshaven (1682).

St. Lucasgilde Delft:[109]
Op den 9-10-1617 aengenomen als mr. Jan Loquefier door last van de Wet colegialiter vergaedert, op seeckere requeste toegelaten Mr. Platielbacker betaelt als sijnd - burger 6 gul.
In ditzelfde boek heet hij in lijst van plateelschilders: "Jan Loeckevier, de soen van Gedion Loeckevier".
Op 11-12-1648 heeft Adriaen Leendertsz Hartogh, huijstimmerman, bij Isaacq de Jongh een schuld van 500 gulden, vanwege geleend geld. Voor dit bedrag staan Jan Wolfertsz van der Wolff, coopman, en Joan Loquefier van Rijsburgh, tegelbacker, borg. [110]
Op 22-2-1649 leggen Jan Loquefier Rijsborch en Willem Dammasz Roos een verklaring af op verzoek van Huijch Jans Beer. Zij verklaren dat zij bij Jacomina Jans waren toen Beer hen vroeg of zij gezien hadden dat zijn vrouw Lijsbeth Heijndricks gesmeten had. [111]
Op 20-8-1649 verlenen Arien Pouwels, coopman te Rotterdam, Jan Loquefier van Rijsborch, Gerrit Cornelisz Groenrijs, Jan Wolpherts Wolff en Isaack de Jong, allen gewezen reders van het schip de Hoop, uit de Virginis gevaren met schipper Isaack Jacobs Coet, machtiging aan de voorn. Coot, om van Wolter Cheijls, coopman in de Virginis, alle goederen te ontvangen die zij nog tegoed hebben. [112]
Op 8-8-1650 leggen Willem Joppen Neutenboom, schipper op de Eendracht, Bastiaen Fransz, scheeptimmerman, en Steven Ariens, scheeptimmerman, een verklaring af op verzoek van Isaack de Jong en Jan Loquefiers Rijsborch. Joppen verklaart dat hij in 1647 en 1648 in Virginis is geweest en het cargesoen van Jemston tot de Opperpak (?) heeft verhandeld. Isaack Jacobs Coot, schipper op de Hoop, heeft ook gehandeld. Joppen was toen schipper en coopman op het schip de Swaen, Ariens was scheeptimmerman op de Hoop en Fransz scheeptimmerman op de Roos, waar schipper op was Claes Baerthouts Roos. [113]
Op 14-8-1650 leggen Arien Claesz Hartichvelt en Jan Fransz van der Putte te Schiedam, een verklaring af op verzoek van Jan Loquefiers Rijsborch en Isaack de Jong, cooplieden. Zij verklaren dat zij met schipper Isaack Coot op het schip de Hoop, in de Virginis zijn geweest. Jan Fransz verklaart dat hij zijn cargasoen verhandeld heeft. Zij verklaren ook dat meester Walter Ceijts zichzelf, van het begin van de reis af, tot meester van het schip heeft gesteld en de goederen van het schip heeft gehaald. Jan Fransz was cock en Arien Claesz was bootsgesel op het schip. De akte is verleden in het huis de Salm. [114]
Op 15-8-1650 leggen Mr. Water Chiles, Engels coopman voorheen wonende in de Engelse Verginies nu alhier, en Jan Laquefiera Rijsburch, Jan Wolpherts Wolff, Isaack de Jong, Claes Baerthouts Roos namens Isaack Jacobs Coot die schipper was op 't Hoop', en Adriaen Pouwels hun geschil betreffende lading in genoemd schip in Delfshaven in 1648 ter arbitrage voor aan Maerten de Reus, Cornelis Symons Overzee, Willem Herris en Ritchart Fort. Op 16-8-1650 bepaalden de arbiters dat genoemde Chiles de anderen 500 gld. moet betalen en een sloep berustende onder Thomas Chely. [115]
Op 11-12-1650 sluiten Jan Loquefier Rijsborg en Adriaen Claesz Hartichvelt, cooplieden, een contract. Rijsborch zal de helft van de winst of het verlies dragen van het haringschip het Vergulde Hart, waar stierman op is Cornelis van Scheveling. [116]
Op 4-11-1659 transporteren Jan Loquefier van Rijsburgh en Adriaen Coornhart, executeurs van het testament van Willem Verhoeff, een obligatie van 500 gulden uit de nalatenschap van Willem Verhoeff over aan Leendert Govertsz van Groenevelt, op last van de Admiraliteit van Rotterdam. De obligatie staat op naam van Neeltge Michielsdr. [117]
Op 4-2-1660 testeren Jan Loquefier van Rijsburgh, ziekelijk, en zijn vrouw Aeltge Jans. Zij herroepen een eerder testament van 9-11-1649 verleden bij notaris Cornelis Cleijn. Hij benoemt tot erfgenaam zijn kinderen verwekt bij zijn huidige vrouw, genaamd Geertruijt, Aerjaentge en Catrijna en de kinderen van Coert Jansz, zijn zoon uit zijn eerder huwelijk met Lijsbeth Heijndricks, en Michiel Jansz, eveneens uit zijn eerder huwelijk met Engeltge Coerten. Aeltge Jans benoemt haar man tot erfgenaam. [118]
Op 1-5-1660 verklaart Jan Lockefier van Rijsburch, voogd van de kinderen van Willem Dammasz Roos, dat Roos op 1-2-1659 bij de weeskamer van Delft, in aanwezigheid van Joris van der Hout, medevoogd, een onvolledig overzicht heeft gegeven van zijn goederen en de uitkoop van zijn kinderen, verwekt bij wijlen Trijntge Cornelisdr van Houten. Er worden nu bepalingen gemaakt ten aanzien van de vijf minderjarige voorkinderen van Roos, waarvan Lijsbet Willemsdr het jongste kind is. Daarnaast wordt melding gemaakt van 'vier innocente kinderen'. [119]
Op 27-4-1662 testeren Jan Loquefier van Rijsburgh en zijn vrouw Aeltge Jans. Zij keuren hun testament van 4-2-1660 goed, maar bepalen nu dat hun jongste dochter Catrijna van Rijsburgh evenveel ontvangt als haar oudere zusters, dat zijn Geertruijt en Aerjaentge. Er is een legaat voor hun zoon Mighiel Jans van Rijsburgh, Coert Jansz Rijsburgh, uit een eerder huwelijk met Lijsbet Heijndricx behoort evenveel te krijgen als de overige kinderen. [120]
Op 2-11-1662 bekennen Aeltge Jansdr, weduwe en boedelhoudster van wijlen Jan Loquefier van Rijsburgh als principaal, en Gerrit den Appel, reijsbode van de burgemeesters van Delff, als borg 800 gulden schuldig te zijn aan Yda Jans, weduwe van Pieter Jacobsz Staes wegens geleend geld. Volgens aantekening in de marge is de akte op 17-5-1666 ingetrokken. [121]
Op 30-6-1662 sluiten Gerrit Groenrijs, coopman, als koper van een huis met loods van Marinus Antheunisz Sluijs, en Aeltge Jansdr, weduwe van Jan Rijsburgh, geassisteerd door Gerrit den Appel uit Delff, executeur van het testament van Jan Rijsburgh, een overeenkomt inzake het leegruimen van de loods gelegen tegen de noordmuur van Aeltge Jansdr. [122]
    Uit zijn eerste huwelijk (Loquefier-Coertendr):


II
  • 1. Dirck Loquevier, ged. Delft 7-1-1627 (get. Gedion Loquevier en Maertge Maertens sijn huijsvrouw), beg. verm. Delft Nieuwe Kerk 17-10-1635 (een kint van Louckevijer int Oosteinde).
  • 2. Andries Jansz Loquevier / van Rijsburch, ged. Delft 24-2-1628 (get. Franchoijs Meerman, Gedion Loquevier en Maertge Quirijns), beg. verm. Delft 3-12-1650 ("Andries Michielsz (!) wonend in de Molsteeg"), j.m. ("Andries van Rijsburch") wonende in de Vlouw (1649), otr. Delft 30-10-1649 (in margine: attestatie gg:op Delfshaven den 14-11-1649) Willempgen Jans, j.d. wonend in het Noordeijnde (1649).
      Uit dit huwelijk:
    • a. Engeltgen (van) Rijsburch, ged. geref. Delft 6-2-1650 (postuum?) (get. Jan Jansz Ackersdijck, Trijntgen Jacobs en Maria N), beg. Delft Nieuwe kerk 5-3-1731 ("Engeltje Rijsberg bej. dogter op de Warmoesbrugge, na de middag in de Kerk, met koetsen "voor de Kerk gebragt, 18 stv."), wordt genoemd als legataris in het testament van haar tante Catharina Rijsburgh (1687), bejaarde dogter te Delft (1725, 1728).
      Op 10-11-1716 testeren Engeltje van Rijsburgh en Cornelia van Rijsburgh beiden bejaarde ongehuwde dochter van Sr. Michiel van Rijsburg zaliger(¥), wonende op de Warmoesbrugge te Delft. Beiden zijn gezond. Zij benoemen elkaar tot enige uiversele erfgename. De langstlevende dient te legateren aan hun nicht Jacoba van Rijsburgh dochter van Jacobus van Rijsburg wonende op de Leidschendam, een obligatie ten laste van het Gemene Lant van Hollant en West Vrieslant ten kantore Delft groot ƒ 600,--, behoudens het vruchtgebruik daarvan, dat toekpmt aan haar zuster Heijltje van Rijsburgh. De langstlevende zal verder tot universle erfgenamen benoemen het Weeshuis te Delft en het Caritaathuijs te Delft ieder voor de helft. Tot executeurs en voogden worden benoemd Mr. Arent Hogenhoek, Samuel Crukius en Nicolaas Crukius, onder uitsluiting van de weesmeesters. W.g. Engeltje van Rijsburgh en Cornelia van Rijsburgh en getuigen. [123]

      COMMENTAAR(¥) Engeltje van Rijsburgh (ex patre Andries) en Cornelia van Rijsburgh (ex patre Michiel) zijn feitelijk geen zusters, maar nichten. Dat zij elkaar zuster noemen kan alleen maar verklaard worden als men aanneemt dat Engeltje op jonge leeftijd is opgenomen in het gezin van haar oom en tante Michiel Loquevier / van der Rijsburch x Lijsbeth Jans de Visch. Dat zou gebeurd kunnen zijn wanneer haar vader Andries Loquevier / van Rijsburch kort na het huwelijk met Willempgen Jans is overleden. Inderdaad vindt men Andries Michielsz (!), beg. Delft 3-12-1650, wonend in de Molsteeg. Het lijkt zeer waarschijnlijk dat deze - ondanks het 'verkeerde' patroniem - identiek is met Andries Loquevier / van Rijsburch.
      Op 7-4-1725 verkopen Engeltje Rijsburg bejaarde ongehuwde dogter, voor zichzelf en als enige gesubstitueerde erfgenaam van haar zuster Cornelia van Rijsburg voor ƒ 1000,--, aan Pieter Raatman en Maria Raatman, broeder en zuster, een huis te Delft vanouds genaamd het Westerse Silverpant op het Marktvelt Oz over de Warmoesbrugge, belend Z: Anthonetta van den Berg, N: Evert Mulder en voor tot aan Jacob de Vogel. Broeder en zuster moeten de koopsom aflossen aan de erfgenamen van Engeltje Rijsburg, totdien mag laatsgenoemde het huis vrijelijk bewonen. De kopers kunnen na het overlijden van Engeltje al "de bedstee, schoorsteen, bottelarij, en kelder planken en losse plaaten" behouden zonder daarvoor te hoeven betalen. W.g. Engeltje Rijsburg en kopers. Vertoond wordt de brief van eigendom d.d. 1-5-1715 waarbij Engeltje Rijsburg en Cornelia Rijsburg het pand verkregen hebben [124]
      Op 13-7-1728 compareert Engeltje Rijsburgh bejaarde dogter wonende te Delft. Zij approbeert de acte van executeur en voogdijschap door haar gedaan samen met haar zuster Cornelia Rijsburgh op 10-11-1716 voor Nots. Jan de Bries, en ook de onderhandse acte d.d. 5-8-1723. Mocht de aangewezen executeur en voogd Nots. Jan de Bries voor haar overlijden dan benoemt zij in diens plaats Jacob van der Werff, advocaat en notaris te Delft, onder bepaaling dat deze niet vervangen mag worden door Francois Boogert advocaat en notaris te Delft. W.g. Engeltje Rijsburgh . [125]
      Naamlijst van personen, die (van 1615-1797) de Kamer van Charitaten te Delft met een bedrag van 1000 gulden en meer begiftigd hebben:[126]
      1731: Engeltje Rijsburch, maakte de Kamer van Charitaten en het Weeshuis erfgenaam, daarvan kwam ƒ 10392.14.2.
  • 3. Michiel Loquevier, ged. Delft 20-12-1629 (get. Dirck Cornelisz en Sara Loqueviers), beg. verm. Delft Nieuwe Kerk 25-7-1632 ("een kint van Jan Loocquefier, platielbacker"), ovl. jong?
  • 4. Coert Jansz Loquefier / van Rijsburch, ged. Delft 9-11-1631 (get. Maertge Melsen, Gedion Loquefier en Maria Maertens), beg. Delft Nieuwe kerk 17-3-1659 ("Coert van Rijsburg int Achterom"), j.m. ("Coert Jansz van Rijsburch") wonend in de Gasthuijslaan (1654), otr. Delft 21-11/6-12-1654 Lijsbeth Heijndricx van der Graeff, j.d. wonend in het Zuijdeijnde (1654), wed. van Court Jansz Rijsburch wonend in de Huijtersteeg (1662). Zij hertr. Delft 18-3-1662 (met attestatie naar Voorburg) Pieter Harmensz van Thuijnhuijsen, wednr. wonend in de Molsteeg (1662).
      Uit dit huwelijk:
    • a. Jan Coertsz van Rijsburch, wordt genoemd als legataris in het testament van zijn tante Catharina Rijsburgh (1687).
    • b. Jacobus Coertsz van Rijsburch, wordt genoemd als legataris in het testament van zijn tante Catharina Rijsburgh (1687).
        Uit hem:
      • aa. NN Rijsburgh, beg. Delft Oude kerk 10-9-1687 ( een kint van Jacobus Rijsburgh in het Ickersteegje, op het kerkhof 's morg(ens)).
  • 5. Michiel Loquevier / van der Rijsburch, ged. Delft 1-9-1633 (get. Maertge Maertens, Dirck van Rijn en Sara Loqueviers), beg. verm. Delft Oude kerk 14-9-1686 ("Michiel Rijsburgh krankbesoeker wonend aan de Koornmarkt"), j.m. wonend int Oosteijnde (1652), wednr. ("Michiel Loquesier van der Rijsburch") wonend achter de Nieuwe kerk (1658), woont te Delft (1673), doopget. (1656..1682), woont in de Kloksteeg (1659), mr. plateelbacker (1680), koopt van Martinus Gouda de plateelbakkerij genaamd de Romein in het Achterom te Delft (1679), stelt daar als meesterknecht aan Mr. Samule Pererius van Berenvelt, en verkoopt de Romein in 1680,[127] gaat vermoedelijk in samenwerking met Martinus Gouda verder, welke laatstgenoemde in 1680 zijn handelsmerk deponeert,[128] otr. 1o Delft 26-10-1652 (attestatie op Schipluiden 10-11-1652) Lijsbeth Jans de Visch, beg. Delft Nieuwe kerk 15-12-1657 ("Lijsbeth Jans, huisvrouw van Michiel Loockeviersz in de Zusterlaan'), j.d. wonend int Oosteijnde (1652), doopget. (1656), otr./tr. 2o Delft 12/31-10-1658 Trijntge Cornelis van Rodenburch, j.d. wonend in de Kloksteeg (1658), doopget. (1661, 1682, 1687).
    St. Lucasgilde Delft:[129]
    Den 2-10-1679 laat Machiel van Rijsborgh hem als winkelhouder aanteijckenen in de Romein, zijnde borger, tregt betaalt. . . . ƒ 6,-,-.
    ONA Samuel van Berevelt 1679
    Charters in de Kamer van Charitate, Delft:

    - Op 11-5-1679 bekent Michiel Rijsburg ƒ 2000,-- schuldig te zijn aan Martinus Gouda voor de koop van een huis, erf en plateelbakkerij in het Achterom te Delft. Er wordt een afbetalingregeling afgesproken. NB Reg. 4W, f. 201. Protocol f. 14 en 15. Afgelost 1680. [130]

    - Op 31-8-1680 bekennen Allardus (Alewijn) Cleijnoven en zijn vader Quirijn Cleijnoven die tevens borg is, schuldig te zijn aan Michiel van Rijsburg, mr. plateelbakker, ƒ 2500,--, wegens de koop van een plateelbakkerij, huis en erf aan de oostzijde van het Achterom, genaamd de Romeijn, met een schuldbrief die op dit huis rust ten name van juffrouw Alenburg. NB Reg. 4W, f. 315. [131]


In camaïeu geschilderd bord, toebehorend (1878) aan J.W. baron Constant Rebecque van Loosduinen, waarop het embleem van de plateelbakkerij "de Romein" afgebeeld staat. Michiel Loquefier van Rijsburch (1633-1686?) kocht "de Romein" te Delft in 1679.
Bron: Ref. [132]

klik op plaatje(s) om te vergroten
      Uit zijn eerste huwelijk (Loquevier / van der Rijsburch-van Rodenburch):
    • a. Johannes Loquevier, ged. Delft 8-4-1653 (get. Agniesgen Jans, Marijtgen Loquevier en Arent Jansz).
    • b. Gedion Loqueviers, ged. Delft 25-11-1657 (get. Maria Loqueviers, Arent Jansz en Grietje Michiels).
      een van beiden is verm. NN Loockeviersz, beg. Delft Nieuwe kerk 24-2-1662 (kind van Michiel Loockeviersz op de Oude Langendijk).
      Uit zijn tweede huwelijk (Loquevier / van der Rijsburch-de Visch):
    • c. Cornelia Loquevier, ged. Delft 28-9-1659 (get. Maria Loqueviers, Grietge Cornelis en Arent Janse), beg. Delft Nieuwe kerk 1-1-1660 (kint van Michiel Loockeviers in de Kloksteeg).
    • d. Cornelia van Rijsburch, ged. Delft 8-5-1661 (get. Marija van Rijsburch, Grietge Cornelis en Arent van Lier), beg. Delft Nieuwe kerk 19-7-1723 ("Cornelia Reijsberge b(ejaarde) d(ogte)r op de Warmoesbrugge, na de middag in de kerk, 14 stv."), wordt genoemd als legataris in het testament van haar tante Catharina Rijsburgh (1687).
      Op 10-11-1716 testeren Engeltje van Rijsburgh en Cornelia van Rijsburgh beiden bejaarde ongehuwde dochter van Sr. Michiel van Rijsburg zaliger(¥), wonende op de Warmoesbrugge te Delft. Beiden zijn gezond. Zij benoemen elkaar tot enige uiversele erfgename. De langstlevende dient te legateren aan hun nicht Jacoba van Rijsburgh dochter van Jacobus van Rijsburg wonende op de Leidschendam, een obligatie ten laste van het Gemene Lant van Hollant en West Vrieslant ten kantore Delft groot ƒ 600,--, behoudens het vruchtgebruik daarvan, dat toekpmt aan haar zuster Heijltje van Rijsburgh. De langstlevende zal verder tot universle erfgenamen benoemen het Weeshuis te Delft en het Caritaathuijs te Delft ieder voor de helft. Tot executeurs en voogden worden benoemd Mr. Arent Hogenhoek, Samuel Crukius en Nicolaas Crukius, onder uitsluiting van de weesmeesters. W.g. Engeltje van Rijsburgh en Cornelia van Rijsburgh en getuigen. [133]

      COMMENTAAR(¥) Engeltje van Rijsburgh (ex patre Andries) en Cornelia van Rijsburgh (ex patre Michiel) zijn feitelijk geen zusters, maar nichten. Dat zij elkaar zuster noemen kan alleen maar verklaard worden als men aanneemt dat Engeltje op jonge leeftijd is opgenomen in het gezin van haar oom en tante Michiel Loquevier / van der Rijsburch x Lijsbeth Jans de Visch. Dat zou gebeurd kunnen zijn wanneer haar vader Andries Loquevier / van Rijsburch kort na het huwelijk met Willempgen Jans is overleden. Inderdaad vindt men Andries Michielsz (!), beg. Delft 3-12-1650, wonend in de Molsteeg. Het lijkt zeer waarschijnlijk dat deze - ondanks het 'verkeerde' patroniem - identike is met Andries Loquevier / van Rijsburch.
    Uit zijn tweede huwelijk (Loquefier-Hendricx):
  • 6. Heijndricus Loquefier, ged. Delft 19-12-1636 (get. Aechjen Jacobs, Marritjen Ariens en Jacob Cornelisz van Sierickse).
  • 7. Geertruijt Lokefier, ged. Delft 1-2-1643 (get. Aefje van Castel, Geertruijt van Castel en Pieter Stocholm), ovl. 1676-1678, testeert 1668, 1670, 1672, 1673, tr. 1673-1676 Jacobus Vugter, ovl. na 1687.
    Op 8-11-1678 testeert Jacobus Vugter, wedr. van Geertruyd van Rijsburg. Hijherroept zijn testament bij notaris Abraham van der Velse te Delft op 18-4-1674 gemaakt, en benoemt tot zijn erfgenamen, indien hij ongehuwd komt te overlijden, de twee zusters van zijn vrouw, Adriana en Catharina van Rijsburg, mits zij legaten uitkeren aan zijn zusters Eva Vugter, huisvrouw van Sprouw en Marya Vugter, elk voor 1/3 part en aan Jannetgen en Grietgen Jacobs Burger, kinderen van wijlen zijn zuster, Jenneke Vugter, samen voor 1/3 part. De voorsz Jacob Sprouw, zijn zwager heeft aan hem een schuld volgens acte d.d. 10-5-1677 gepasseerd bij notaris Johan Boogert. Voogden: Pieter Hermansz Grevenbroek en Dirk Gout te Den Haag. Jacobus Vugter ondertekent Jacobus Vuchter. [134]
    Op 12-4-1679 testeert Jacobus Vugter, wednr. van Geertruyd Rijsburg. Hij vernietigt het testament van 8-11-1678, voor deze notaris gepasseerd. Legaten voor, Pieter Jansz Cap of Cop, man van de nagenoemde Jannetge Jacobs Burger van de Diaconie- Armen. Erfgenamen, zijn beide zusters, Eva en Maria Vugter elk voor 1/3 part en indien zij kind of kinderen hebben, 1/6 part en deze kinderen ook 1/6 part. De kinderen van wijlen zijn zusters, Jenneken Vugter genaamd, Jannetgen en Grietgen Jacobs Burger samen 1/3 part. Voogden: Pieter Harmansz Grevenbroek en Dirk Goud in den Hage. [135]
    Op 24-5-1679 verkoopt Jacobus Vugters, wedr. van Geertruyd van Rijsburg aan Adriana van Rijsburg, jonge dochter de helft van een tegelbakkerij met de stenen en materialen waarvan zij reeds de andere helft bezit, tevens 1/3 part van een huis en erf en tegelbakkerij aan de Oude Haven te Delfshaven en een tuintje, waarvan 1/3 part toekomt aan Catharina van Rijsburg, jonge dochter, haar zuster, te betalen onder meer met een obligatie ten laste van zijn zwager Jacob Sprouw won. in de Hage die gepasseerd is voor notaris Johan Bogert te Delft. [136]
      Uit dit huwelijk:
    • a. Johannis Vuchter, ged. geref. Rotterdam 12-2-1675 (get. Michiel van Rijsburgh, Adrijana van Rijsburg, Kathrina van Rijsburg).
    • b. Alida Vuchter, ged. geref. Delfshaven 18-9-1676 (get. Michiel van Rijsburgh, Catharina van van Rijsburgh).
    Uit zijn derde huwelijk (Loquefierse / van Rijsborch-Ackersdijck):
  • 8. Ariaentje (Adriana) Loquefiersse van Rijsborch, ged. geref. Delfshaven 27-2-1647 (get. Jan Jansz Ackersdijck, Maertje Jans Ackersdijk en Grietje Jans Ackersdijk), ovl. na 1690, j.d. van Delfshaven (1679), testeert 1668, 1670, 1672, 1673, verwerft de complete tegelbakkerij van haar vader aan de Oude Haven te Delfshaven (1679), bij verkoop in 1687 aangeduid als waschplaatse of aerdewasserije, gelegen beneden de dijk aan de Schie, doopget. (1675, 1693), otr. Delfshaven geref. 9-7-1679 en tr. Schiedam Aert van Eck, ovl. na 1695, j.m. van Rotterdam (1679), meester-tegelbacker (1687, 1695), doopget. (1693).
    Op 27-9-1679 testeert het echtpaar Aert van Eck en Adriana Rijsburgh. Zij benoemen elkaar tot enige erfgenaam. Mochten er kinderen zijn, dan moeten die behoorijk opgevoed worden, en als ze volwassen zijn of trouwen krijgen ze 500 gulden in plaats van de legitieme portie. Het echtpaar verkiest het aasdoms en sterfrecht zoals dat in Leiden geldt boven het schepenenrecht. Als de erfgenamen hiermee instemmen laat men na aan de kinderen van Jan van Eck, de broer van Aert, 100 gulden, en aan Geertruyd van Eck, de zuster van Aert, 300 gulden, als Aert het eerst sterft. Sterft Adriana het eerst dan zou haar zuster Catarina Rijsburgh 900 gulden plus kleding en haar broer Mighiel van Rijsburgh 100 gulden krijgen. De weesmeesteren van Delft worden uitgesloten van de voogdij. De langstlevende wordt voogd en mag een medevoogd benoemen. [137]
    Op 16-5-1682 verklaart Wolfert Jansz de Wolff dat Jan Loockefierse van Rijsburgh die is overleden en Isaack Koot zich in 1644 borgen hadden gesteld voor 1500 gulden voor de kooppenningen van een haringplaats die de overleden vader van Wolfert de Wolff n.l. Jan Wolferts Wolff gehuwd met Annetje Claesdr van de Oostindische Compagnie op Delfshaven gekocht had. Aert van Eek gehuwd met Aerjaentje Rijsburgh en zijn zuster Catarina Rijsburgh zijn gemaand om de som af te lossen, als erfgenaam van Jan Loockefiers van Rijsburgh. Wolfert Jansz de Wolff verklaart nu als contraborg op te treden. [138]
    Op 25-11-1687 hebben Aert van Eck, meester-tegelbacker, gehuwd met Adriana van Rijsburgh, en Catharina van Rijsburgh, allen erfgenamen van respectievelijk hun (schoon)ouders Jan van Rijsburgh en Aeltge Jansdr Ackersdijck, van Jacob de Vughter, weduwnaar en boedelhouder van wijlen Geertruijd van Rijsburgh, volgens opdrachtbrief van 14-6-1679 een erf gekocht. Dit erf is in gebruik geweest als waschplaatse of aerdewasserije, gelegen beneden de dijk aan de Schie. Zij verkopen het erf voor 30 gld. aan Cornelis Klaesz Perveen, meester-schoenmaker. Belending: 's Heerenwegh, en Joris Jansz, mandemaecker. [139]
      Uit dit huwelijk:
    • a. Alida van Eck, ged. geref. Delfshaven 3-4-1680 (get. Michiel van Rijsburgh, Catarina van Rijburgh, Geertruijd van Eck), ovl. jong?
    • b. Alida van Eck, ged. geref. Delfshaven 13-4-1681 (get. Michiel van Rijsburgh, Catharina van Rijsburg, Geertruij van Eck), ovl. jong?
    • c. Alida van Eck, ged. geref. Delfshaven 14-6-1682 (get. Michiel van Rijsburgh, Catharina van Rijsburg, Trijntje Cornelis).
    • d. Maria van Eck, ged. geref. Delfshaven 17-9-1684(get. Gerrit den Appel, Margrieta Ackersdijk, Catharina van Rijsburg).
    • e. Geertruijd van Eck, ged. geref. Delfshaven 10-12-1687 (get. Antonij de Heus, Catrina Rijsburg, Catrijntje Cornelis ).
    • f. Johannes van Eck, ged. geref. Delfshaven 4-1-1690 (get. Isaak Vogels, Catharina Rijsburg, Elisabeth Willms).


II Delft / Loosdrecht

IIb. Matthias Joannis Hovius (Verhouf), geb. (Delft?) 1584/85, ovl. (Loosdrecht?) 1636, zei dat het 'sijne nature was medelijden te hebben met degene die onderdruct wierden',[150] ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 5-7-1605 ("Matthias Joannis Verhouf Delphensis, 20 (jaar)")[151] bij huwelijk: dienaer des H. Ev(an)gelii aen de oude kerc in Loosdrecht (1609), geref. predikant in Oud-Loosdrecht (1608-1636), werd als goed geoefende proponent door de classis Amsterdam omstreeks Pasen 1608 als invalkracht naar Oud-Loosdrecht gezonden vanwege de vacature aldaar, viel in de smaak, werd beroepen en op 30-6-1608 op 23-jarige leeftijd bevestigd, kwam in oktober 1614 in conflict met de rechtzinnige Amsterdamse classis over "'t stuck van d'overalwesentlijcke tegenwoordicheijt Godes" en moest zich daarover herhaaldelijk verantwoorden, o.a. tegenover Ds. Petrus Plancius, waarna pas een half jaar later de kwestie eindigde doordat Hovius bij de classis een 'cartabel' (een klein geschriftje) inleverde waarin hij de opvattingen van Calvijn onderschreef, werd in februari 1619 door de classis met o.a. Plancius verdacht van remonstrantse sympathieën, hetgeen hij bestreed, al wilde hij wel toegeven gezegd te hebben, dat sommigen de genade Gods misbruiken als ze voor de middag in de kerk en na de middag '"te bier ende in 't hoerenhuijs" gaan, kon echter zijn predikanstchap voortzetten, maar werd wel vermaand wegens het niet houden van (sinds de Synode van Dordrecht verplichte) catechismuspreken en vanwege zijn nalatigheid in het bijwonen van de classicale vergaderingen, hetgeen volgens zijn vrouw kwam doordat hij "niet wel te voet" was geweest, werd kennelijk door zijn gemeente wel gewaardeerd daar er van haar uit nooit klachten over hem bij de classis kwamen, overleed in 1636 zoals op 1-9-1636 door een ouderling en een diaken uit Oud-Loosdrecht in de classis werd medegedeeld,[152] vermeld in het Kohier van de 200ste penning te Loosdrecht 1631 als Mattheus Hobius (sic!), predicant voor £ 10,--,[153] otr. Delft 26-4-1609 Cathalina Ewouts (van Geldria)(¥), geb. vóór ca. 1590, ovl. vóór 1642, afkomstig (van de Geldria? onzeker of dit een eigennaam is of een plaats van herkomst) en wonend op Broerhuiskerchoff te Delft (1609).

COMMENTAAR(¥) In een notariële akte van 1611 komt als getuige voor Euwout Euwoutsz Geldersman, vercooper. Hij zou Cathalina's broer of vader kunnen zijn.

Procuratieboek van de vierschaar te Vlaardingen:[154]
Op 18-12-1628 verleent Dirck Cornelisz van Rijn, wonende Vlaardingen gehuwd met Sara Loquefiers voor zichzelf en met procuratie van Mathias Hobius (sic!) predikant te Loosdrecht (procuratie verleden 9-3- 1628 voor schepenen van Loosdrecht), tezamen erfgenamen van Maritge Thijssendr, erfgenaam van Mathijs Dircxz en Machtelt Jans zijn huisvrouw machtiging aan Johan de Jonge, procureur voor de Hoge Raad.
Hof van Holland: Decreten, Onwillig Decreet
7-4-1631: impetranten Matheus Hovius, predikant in Loosdrecht, en Dirck Cornelisz van Rijn, als man en voogd van Sara Loockefier, tezamen erfgenamen van Maritgen Mathijsdr, zaliger, en als enige erfgename van Mathijs Dircxsz, zaliger, en van Machtelt Jansdr, zaliger
Eigenaren Eduwart Pietersz, als man en voogd van Jannetgen Huijbrechtsdr, die een mede erfgenaam was van Huijbrecht Arisz rietdecker, en van Geertgen Dircxdr, haar vader en moeder, intervenierende en de garantie aangenomen hebbende van Joris Crijnen, wonende te Delft.
Opposanten Eduwart Pietersz, als man en voogd van Jannitgen Huijbrechtsdr, die mede erfgenaam was van Huijbrecht Arisz, rietdecker, haar vader en moeder, en bemiddelend voor en garant staande voor Joris Crijnen, wonende te Delft
Kopers Gerrit Jacobsz, en Claes Huijbrechtsz, beiden wonende binnen Delft
Het betreft Onroerend- en roerend goed Delft. Zusterlaan. Erf met al het getimmer daarop staande, zo groot en klein en met alzulke recht tot de uitgang of de poort uitkomende aan de Zusterlaan, zoals het gekomen is van het huis en erf genoemd St. Joseph staande aan de westzijde van het oosteinde van Delft [155]
Onroerend goed Delft - Kohier van de herziene verpondingen der huizen, tuinen, boomgaarden, land en scheepstimmerwerven buiten de Rotterdamse, Kethel- en Waterslootse poorten, 1632-1640:[156]
"in de poort" nr. g. Mathias Hovius predicant, ƒ 5,--
Eronder staat: nu Abram Jansz Ballemar.


III Delft / Loosdrecht

IIIc. Abraham Ho(u)vius (Hovijus, Hovijns), geb. (Loosdrecht?) 1616/17, ovl. vóór 1689, ebbenhoutwercker van Loosdrecht geen ouders hebbend out 25 jaer wonend in de Jongeroelofssteech (1642), wordt poorter van Amsterdam 13-4-1644 als Abraham Hovius ebbenhoutwerker uyt de Loosdrecht, treedt op als gemachtigde van zijn broer Isaac (1644), huw. get. (1645), herbergier in de Ster te Rotterdam (1652), otr. Amsterdam geref. 24-5-1642 Annetje Abrahams, ovl. vóór 1689, afkomstig van de Niewendijck geen ouders hebbend out 20 jaer wonend in de Jongeroelofssteech, zij woont nu in de Nieuwe Lelijstraet (1642), herbergierster in de herberg De Sterre tegenover het Admiraliteitshof te Rotterdam (1652).

Op 22-6-1652 verklaren Annitgen Abrahams, 30 jaar, vrouw van Abraham Hovius, herbergierster in de herberg De Sterre tegenover het Admiraliteitshof, en Geertge Cornelis, haar dienstmaagd van 23 jaar, op verzoek van Francois Verboom, baljuw, dat op Pinksteravond Cornelis Aldertsz de Blencq en Jan Soetendael, luitenant bij kapitein Berckhoff, bij hen waren en dat Den Blencq zonder enige reden Soetendael op de grond heeft gegooid en met zijn mes heeft gestoken. Annitgen heeft het mes kunnen afnemen en Geertge heeft het aan iemand, die bij hen logeerde, gegeven. [164]
Op 3-8-1652 verklaren Abraham Hovius, herbergier in de Ster, en Meuus Jansz, varentgesel, op verzoek van Andries Andriesz dat zij weten dat Juriaen Olofse in dienst is geweest van de Staten Generael. Zij hebben Olofse horen zeggen dat hij in zijn slaapstede bij ene Olsen boij op de Schiedamschen dijck bij het Schotse Wapen goederen, zoals zijn beste pak kleding, een hoed, 3 nieuwe hemden, een roodscharlaken hemdrock en 60 gulden heeft laten liggen. Olofse zei in hun aanwezigheid tegen Andries dat Andries zijn kameraad was. Zij hadden afgesproken dat de eerstoverlijdende van hun twee de goederen zal hebben die ieder van hen in zijn slaapstee heeft, met alle gagie, maandgelden en buitgeld. [165]

IIId. Isaack Hovius, geb. (Loosdrecht?) 1620/21, beg. Amsterdam Nieuwe Kerk en Engelse Kerk 18-12-1670 ("Isaacq Hovius"), coopman van Loosdrecht out 24 jaer wonend op de Fluwelenburgwal (1645), doopget. (1648), genoemd als Isaacq Hovius coopman te Amsterdam voogd over de na te laten onmondige kinderen en erfgenamen van Johan Henricxss van Deventer x Judith Claesdochter van Nichtevecht (1664), vermeld als koopman te Amsterdam (1664, 1668), woont op de Ossesluys (1668), otr. Amsterdam geref. 17-6-1645 (get. sijn broeder Abraham Hovius, en haer moeder Geertie Bastiaens, in margine: juramente se dixit libere) Tietje Pieters Hettema(e), ged. geref Amsterdam Nieuwe Kerk 22-8-1627, ovl. na afkomstig van Amsterdam wonende voor het Uijterse Veer out 20 jaer (1645), doopget. (1647), huw. get. (1673, 1677, 1686), dr. van Pieter Arentsz en van Geertje Bastiaens.

Op 14-10-1644 verleent Isaac Hovius, koopman te Amsterdam, wonend in de Kalverstraat tegenover de Blauwe Hoen, erfgenaam van wijlen zijn ouders Mathijs Hovius en Cathalijntge Ewouts, machtiging aan zijn broer Abraham Hovius eveneens te Amsterdam, om mede namens hem comparant bepaalde onroerende goederen te verkopen, gelegen in't lant ter Toolen, zoals geërfd van hun ouders. [166]
Op 27-4-1662 verkoopt Jacob Barentsz aan Isaak Hovius, een huis en erf zijnde 2 woningen onder een dak in de Kalverstraat bij het Spui (Osjessluis) te Amsterdam. [167]
Hof van Holland: Decreten, Willig Decreet
10-7-1668: impetranten :Cornelia Hettema, weduwe van Pieter van Biericum, geassisteerd door haar voogd notaris Jacobus Snel, Claes Janssen Groenhoven als voogd over de minderjarige kinderen van Saertjen Pieters, verwekt door Johannis Jacot en Bastiaen Pietersen, allen geinstitueerde erfgenamen van Arent Pietersz Hettema en voor 4/5 deel erfgenamen van Grietgen Bastiaens. De eigenaren zijn de erfgenamen van Arent Pietersz Hettema en Grietgen Bastiaens. De koper is Isaacq Hovius, echtgenoot van Grietgen Pieters Hettema. Het betreffende huis en erf werden voor 4/5 deel verkocht. Onroerend- en roerend goed te Amsterdam, op de Koningsgracht (nu Singel), een huis en erf gelegen bij de Vijzelstraat vanouds genoemd Het Verzet van Bergen op den Zoom. [168]
Op 18-9-1668 verleent Jan Henrickss van Deventer meester hoedemaecker wonende te Utrecht, machtiging aan Isaacq Hovius coopman wonende te Amsterdam op de Ossesluys, tot inning van vorderingen op Jacobus Beugel te Amsterdam. [169]
Op 29-4-1676 sluit Tietje Hettema, wed. van Isaack Hovius, voor wie als gemachtigde optreedt haar zoon Matias Hovius, een akkoord met Hendrick van Weert over een regelingvan een schuld van ƒ 90,- van de tweede party. Er wordt verwezen naar een procuratie d.d. 26-6-1675 voor notaris J. Snel te Amsterdam, en naar een eis d.d. 29-2-1676 voor het gerecht van Utrecht. [170]
Hof van Holland: Decreten, Willig Decreet
19-4-1722: impetranten: Abraham Houtman, weduwnaar en geinstitueerde erfgenaam van Geertruijda Hovius, enige dochter en erfgename van haar vader Pieter Hovius zoon en erfgenaam van Isaacq Hovius en Tietje Hettema, voor zich zelven voor een derde part en de zelfde Abrham Houtman weesmeester der stad Amsterdam, gequalificeerd en geauthoriseerd om de nalatenschap van Henricus Hovius die zonder testament te hebben gemaakt is overleden een zoon was van Isaacq Hovius en Tietje Hettema het recht waar te nemen voor zijn minderjarige dochter Sibrilla Margareta Houtman voor een derde part in een derde part, verder Alida du Rieu weduwe van Matthijs Hovius, zoon en erfgenaam van Isaacq Hovius en Tietje Hettema, voor een derde part als moeder en geinstitueerde erfgename van haar dochter Tietje Hovius en Abraham Manschot gehuwd met Johanna Hovius en Alida Hovius meerderjarige en ongehuwde dochter te samen erfgenamen voor een negende part of ieder van hen voor een zeven en twintigste part, verder Pieter van der Sport gehuwd met Cornelia van Rijswijk en haar enige broer Otto van Rijswijk die beiden erfgenamen zijn van Bastiaan Hovius die een zoon was van Isaacq Hovius en Tietje Hettema, en erfgenaam van zijn broer Henricus Hovius voor een derde part in een derde part.
Eigenaren: volgt dezelfde lijst als boven.
Namen kopers Jan van der Strengh en Lucas de Schepper makelaars te Amsterdam.
Onroerend- en roerend goed tw Amsterdam, Vijzelstraat bij de Singel, daar waar de Kramer uithangt, huis en erf. [171]

IIIe. Johannis Hovius, geb. vóór ca. 1615, ovl. na 1655, koeckbacker (1636), burger te Utrecht, pachter van de impost op de wynen over de stad en vryheid van Utrecht (1655), tr. vóór 1636 Margrita (Grietgen) Cornelis van Asperen, dr. van de Gorinchemsche schepen Cornelis Folpertsz Crom van Asperen en van Aefken Aerts Blommert.[180] Zij wonen aen de St. Jacobsbrugh (1636, 1642), aan de Backersbrugh (1639).

Op 23-10-1641 verleent Johannes Hovius gehuwd met Margareta Cornelis, wonende te Utrecht, machtiging aan Abraham Kemp procureur voor den gerechte van Gorinchem om proces te voeren. TEKST NOG DOEN [181]
Op 25-2-1643 testeren Johannes Hovius en zijn echtgenote Grietgen Cornelis van Asperen wonende te Utrecht op de Oudegrafte tusschen St. Jacobsbrugh ende Weertpoort. Zij make een langstlevende testament met lyftocht op de langstlevende en met benoeming van de langstlevende, en zyn zwager Frederick van Eyckelsbeeck te Utrecht en haar zwager Jacob Snoeck te Gorkum tot voogden. TEKST NOG DOEN [182]
Op 8-7-1652 verleent Jan Joosten Colck wyncoper wonende te Utrecht, machtiging aan Joriaen Cram, zijn zwager, wonende te Utrecht, om een vordering van ƒ 188,3,- vanwege geleverde brandewyn te innen van Johannes Hovius te Gorkum en uitvoering te geven aan het vonnis van het gerecht van Gorkum. TEKST NOG DOEN [183]
Op 29-6-1655 bekennen Joannes Hovius, Dirck Manson chirurgyn, en Maria Hovius wed. van Frederick van Eyckelsbeeck schuldig te zijn aan Peter Dirxss van Dusseldorp en Jacob Noorman, ƒ 250-- vanwege voor hem betaalde pacht van de impost op de wynen over de stad en vryheid van Utrecht. [184]


ONBEKEND

----- "Jacobus Hovius Dyestensis Brabantus, 29 jaar", ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Leiden 20-3-1613.[185]
Hij zou identiek kunnen zijn aan 1623-1643 Ds. Jacobus Hovius (Hoevijus), geref. predikant te Krommeniedijk en Knollendam 1623-1643, vertrekt in januari 1643 naar Haarlem en is daar in februari 1657 gestorven.[186]

----- Jacobus Hovius, schoolmeester (praeceptor) aan de Latijnse School te Middelburg voor 25 £ per jaar (1611, 1612),[187] [188]

----- Dirck Hovius, geb. vóór ca. 1650.

Op 12-10-1674 verleent Dirck Hovius machtiging aan NN Overmeer, procureur voor den gerechte van Leyden, om in debat te treden met zyn moeder en oom in verband met zyn voorgenomen huwelyk met Johanna Moyses. [189]

------- Arnoldus Arnoldi Hovius, predikant te Oostvoorn 1587, te Middelharnis 1587-1592, te Renesse 1592-... [190]

----- Jacobus Hovius, hoogleraar rhetorica aan de Universiteit van Leiden (1613). [191]

Het volgende fragment is een zeer beknopte samenvatting van gegevens aangeleverd dooor Jan de Vries.[192] De herkomst van deze Jacobus Hovius kon nog niet worden gevonden evenmin als een verband met de hierboven behandelde geslachten Hovius uit Loosdrecht en Delft.

Ds. Jacobus Hovius, geb. 1619/20, ovl./beg. Enkhuizen Westerkerk (graf nr. 214) 21/27-3-1674 (aetat. 54)), gereformeerd predikant(¥) te Benningbroek (1639-1642), Wormer (1642-1652) en Enkhuizen (1652-1674), tr. vóór 1642 Geertje Pieters, geb. 1619/20, ovl. 22-4-1690, beg. Enkhuizen Westerkerk graf nr. 214.

COMMENTAAR(¥) Het geboortejaar 1619/20 van Ds. Jacobus Hovius is afgeleid uit zijn leeftijd 54 bij zijn overlijden in 1674. Nadere bevestiging daarvan zou kunnen komen van een opgegeven leeftijd in de trouwakte (niet gevonden) of van een inschrijving van Jacobus Hovius als student theologie aan een van de Nederlandse universiteiten. Deze is vooralsnog niet gevonden. Misschien is hij op jeugdige leeftijd naar het Statencollege in Leiden gegaan en vandaar naar de universiteit aldaar. Die inschrijvingen werden wel eens weggelaten is gebleken. Overigens is hij wel op zeer jeugdige leeftijd (20/21) predikant geworden.
In de periode 1620-1640 vinden we wel tweemaal een inschrijving van een Jacobus Houvius als student te Leiden:
7-4-1631 JACOBUS HOUVIUS Delphensis. 22 (jaar), Rechten.
22-9-1632 JACOBUS HOUVIUS Wateringensis Batavus. 22 (jaar), Rechten.
Mogelijk btreft het hier een en dezelfde persoon Jacob(us) Houvius uit de regio Delft, geboren 1608-1610 en ingeschreven als student rechten (een latere switch naar een ander vak bijv. theologie of letteren kwam geregeld voor). Houvius is ongetwijfeld de gelatiniseerde vorm van 'van der Hof/Hove(n)/Hoeve(n)' etc. Als hij identiek met de predikant Jacobus Hovius is, dan moet hetzij de leeftijd 22 bij inschrijving hetzij de leeftijd 54 bij overlijden ca. tien jaar fout zijn, hetgeen onwaarschijnlijk lijkt.

Grafschriften Enkhuizen:
Dr. Jacobus Hovius, in sijn leven bedienaar des godlijken woords deser gemeente, obijt 21 martij 1674, aetat 54, en Geertje Pieters, desselfs gewesene huysvrou, obijt 22-4-1690, aetat 70.[193] [194]
Op 23-4-1666 maken Jacob Hovius, predikant te Enkhuizen en Geertje Pieters, echtelieden, een mutueel testament. Ze benoemen elkaar tot voogd van hun eventuele minderjarige kinderen en sluiten alle weeskamers uitdrukkelijk uit. Bij het overlijden van de laatst stervende ontvangen hun dochters Aefjen en Cornelia, mits nog geen 18 jaar, een prelegaat van 300 gulden. Hun beide oudste kinderen mogen eventueel de voogdij op zich nemen. [195]

-------
De hierna volgende familie is waarschijnlijk katholiek. NB In de Leidse bronnen is de spelling aanvankelijk Honius later evoluerend tot Hovius

Mr. Jan Art(h)us Hovius (Honius), geb. ca. 1545-1550, beg. Leiden Pieterskerk tussen 22 en 29-3-1602[202] afkomstig van Amsterdam, vestigt zich al voor het beleg van Leiden (1573/74) in deze stad op de hoek van de Maarsmansteeg en de Breestraat,[203] wordt op 27-6-1571 als mr. Jan Artus Hovius ingeschreven als poorter van Leiden [204] woont in de Bon Wanthuis (1576..1600), beleend met een huis te Leiden (1577), wachtmeester (1578, 1579), schutter (1580) en reserve schutter (1599) bij de schutterij van Leiden, dokter in de medicijnen (1585..1601), wonende te Leiden, apotheker (1582..1601), verbonden aan het Catharinagasthuis te Leiden,[205] tr. vóór 1580 Marije Dircx, ovl. 1608-1611, huw. get. (1606), woont op de Bredestraet aen de Blauwe Steen te Leiden (1608).

Kohieren van gedwongen leningen 1576 en 1600 te Leiden
Jan Artus Hovius wonend in de Bon Wanthuis betaalt £ 18,-- voor de gedwongen lening van 1576 (1% van het vermogen). [206]
Jan Artus Hovius, apotheker wonend in de Bon Wanthuis 5 betaalt ƒ 100,-- voor de gedwongen lening van 1600 (1% van het vermogen). [207]
Leiden Aflezingsboeken (publicaties van de overheid):[208]
Jan Artus
18-11(of 12)-1576: Schuldeiser van het Schotse garnizoen
Mr. Jan Artus Hovius, apotheker
25-4-1578: Aangesteld tot wachtmeester bij de schutterij (onder Van Warmen)
29-9-1578: Opnieuw officieel als zodanig genoemd
25-10-1578: Wachtmeester bij de nachtwacht
25-5-1579: Officieel genoemd als wachtmeester bij de schutterij (onder Van Warmen)
22-11-1580: Schutter in het rot van Willem Cornelisz.
1-4-1599: Aangesteld tot reserve-schutter
Volkstelling Leiden 1581.
Bon Wanthuis: mr. Jan Artus Hovius, met 5 kinderen.
Getuigenisboeken te Leiden:
Jan Hovius dokter 1586/1589 [209]
Jan Hovius 1591/1594 (dan 45 jaar oud).[210]
Het Kasboek van Jan van Matenesse, Heer van Dever, 1587:[211]
Item opten 14den (January 1587) betaelt Mr. Jan Artus apteker te Leyden 7 st. voor seker pouder gedaen in seven brieffgens, 't welck mijn moeder sal innemen voor de steen seven dagen after den anderen, telcken soe veel als in elck brieffgen is ƒ 7 st.
Vermeldingen in ONA Leiden - nog opzoeken
9-2-1585 Jan Arents (!!) en Marijtgen Dircxdr.[212]
19-3-1585 Jan Artus Hovius, dokter.[213] Hieruit blijkt leeftijd.
12-4-1588 Jan Artus Hovius, dokter.[214]
15-5-1591 Jan Artus Hovius, dokter.[215]
8-10-1597 Jan Artus en Maritgen Dircx, .[216]
8-5-1601 Jan Artus Hovius, dokter.[217]
20-8-1601 Jan Artus Hovius, dokter.[218]
Op 31-12-1601 betaalt het St. Catharinagasthuis aan mr. Jan Artus voor het leveren van geneesmiddelen. [219]
Op 7-4-1608 testeert Marije Dircx, wed. van wijlen Mr. Jan Artus Hovius dokter in de medicijnen, wonende te Leiden. Zij benoemt, in aanvuling op een eerder codicil opgemaakt d.d. 1-12-1606 bij deze notaris Salomon Lenaertsz van der Wurt, tot haar universele erfgenamen haar kinderen Dirck Hovius, Willem Hovius, Jan Hovius, Dirckgen Hovius, Jannetgen Hovius, Geertgen Hovius en Barbera Hovius. Zij krijgen voorts ieder ƒ 600,-- ten behoueve van Artus Hovius, haer vuijtlandige zoon, in plaats van diens legitieme portie. Tot executeurs benoemt zij Claes Dircxsz, haar broeder, Pieter Pau, doctor in de medecijnen, en Claes van Noort haecnene? schepen van Leiden. Er worden nadere bepalingen gemaakt. De akte wordt opgemaakt ten huijse van de testatrice staende op de Bredestraet aen de Blauwe Steen te Leiden. [220]
BELENINGEN
Grafelijke Lenen in Rijnland:
nr. 145. Het stenen huis van de leenman in Leiden (1347: op de hoek van de Bruggestraat; 1522: van de Maarsmansteeg: 1446: genaamd Klokhuis), naast het Blauwe steen, waar de brandklok aan hangt, (1639 noord: de Maarsmansteeg, zuid: mr. Bernard de Haan, kleermaker, strekkend van de Breestraat tot de koper), (1462: belast met pacht).[221]
....
16-7-1577: Jan Arthus Hovius bij overdracht door Dirk Bernardsz
11-5-1609: Hendrik Cornelisz met de helft en Geertje en Barbara Hovius elk met een vierde
8-8-1614: Hendrik Cornelisz met de andere helft bij overdracht door Jan Crap, doctor in de medicijnen, te Utrecht voor de delen van Geertje Hovius, diens vrouw, en Barbara Hovius
28-4-1617: Matthijs Betten Lijwater te Leiden bij overdracht door Hendrik Cornelisz, secretaris van Leiden
....
Buurquestieboeken Leiden:
2-11-1611: Samuel de Neukele, stoeldraaier, tegenover Henric Cornelisz en Dirc Artus Hovius (=Dirck Jansz Hovius?) beiden apothekers, vanwege de erfgenamen van mr. Jan Artus Honius en diens weduwe. Locatie: Cathelijnesveststeeg Samuel eist vergoeding voor de betimmering van een hem toekomende zijgevel door Hovius c.s. [222]
Lijfrenten te Leiden.[223]
In 1582 koopt Jan Aerntsz Hovius apotheker, een lijfrente groot ƒ 9.1.4, tegen een rente van ƒ 0.22.8 (8e penning) ingaande 4 jan. Begunstigde is Willem Jansz Hovius zijn zoon, oud 2 jaar. Heffer: de vader Jan Aerntsz Hovius apotheker via zijn huisvrouw.
In 1601 koopt mr. Jan Artus Hovius apotheker, een lijfrente groot ƒ 75.5, tegen een rente van ƒ 10.15 (7e penning) ingaande 22 feb. Begunstigde is Barbara Jansdr Artus Hovius zijn dochter, oud 13 jaar. Heffer: de vader mr. Jan Artus Hovius apotheker.
In 1601 koopt mr. Jan Artus Hovius apotheker, een lijfrente groot ƒ 75.5, tegen een rente van ƒ 10.15 (7e penning) ingaande 22 feb. Begunstigde is Jan Jansz Artus Hovius zijn zoon, oud 9 jaar. Heffer: de vader mr. Jan Artus Hovius apotheker.

Referenties van de gegevens van generatie 1 staan ook
hier
Referenties Fragment Genealogie Hovius --- Generatie 1 ( 241 refs.)
Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld.
Verkorte verwijzingsvormen voor veelgebruikte literatuur
  • Wiersum-1918 = E. Wiersum, Het receptenboek van Barent Hovius 1678-1696, chirurijn te Rotterdam, Ned. Tijdschr. voor de Geneeskunde, jrg. 18, tweede helft, No 16
  1. NL 60(1942)20 e.v.
  2. P.H.A.M. Abels (red.), Duizend jaar Gouda: een stadsgeschiedenis, Hilversum, 2002
  3. Nav. 53(1903)85
  4. David van Hoogstraten, Matthaeus Brouërius van Nidek, Groot algemeen historisch, geografisch, genealogisch, en oordeelkundig woorden-boek, dl4, Den Haag, 1729
  5. P.H.A.M. Abels (red.), Duizend jaar Gouda: een stadsgeschiedenis, Hilversum, 2002
  6. GA Rotterdam, ONA, Nots. Nicolaas v.d. Hagen, inv. nr. 117, aktenr./blz. 74/154
  7. Archief Eemland, ONA Amersfoort, Nots. J. van Ingen, inv.nr. AT002 a002 folio 476 V
  8. NP 71(1987)34
  9. GA Leiden, Archiefblok nr. 0518, Rubriek II.F, inv. nr. 3027a - 3027c
  10. ONA Rotterdam, passim
  11. Oud-Gorcum Varia 12(1995)#33 p96
  12. GA Rotterdam, Toeg.nr 18, ONA, Nots. Leonard van Zijl, inv. nr. 456, aktenr./blz. 216 / 558
  13. Wiersum-1918
  14. Wiersum-1918
  15. Ronald Sluijter, ‘Tot ciraet, vermeerderinge ende heerlyckmaeckinge der universiteyt', proefschrift, Universiteit van Leiden, 2004
  16. Wiersum-1918
  17. ref artikel
  18. Wiersum-1918
  19. NL 116(1999)396
  20. NP 71(1987)34
  21. NL 116(1999)396
  22. GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Hofflant, inv. nr. 262, aktenr./blz. 378/604
  23. GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Hofflant, inv. nr. 263, aktenr./blz. 59/109
  24. GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Hofflant, inv. nr. 263, aktenr./blz. 60/111
  25. GA Rotterdam, ONA, Nots. Johan Troost Albertsz, inv. nr. 496, aktenr./blz. 2/4
  26. GA Rotterdam, ONA, Nots. Vranck Jacobsz, inv. nr. 429, aktenr./blz. 141/336
  27. GA Rotterdam, ONA, Nots. Leonard van Zijl, inv. nr. 451, aktenr./blz. 272/506
  28. GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Hofflant, inv. nr. 264, aktenr./blz. 428/601
  29. GA Rotterdam, ONA, Nots. Arnout Hofflant, inv. nr. 264, aktenr./blz. 427/600
  30. GA Rotterdam, ONA, Nots. Leonard van Zijl, inv. nr. 458, aktenr./blz. 279/544
  31. GA Rotterdam, ONA, Nots. Leonard van Zijl, inv. nr. 446, aktenr./blz. 326/477
  32. GA Rotterdam, ONA, Nots. Kornelis Kleyn, inv. nr. 3838, aktenr./blz. 228/774
  33. GA Rotterdam, ONA, Nots. Arent van der Graeff, inv. nr. 338, aktenr./blz. 151/369
  34. GA Rotterdam, ONA, Nots. Leonard van Zijl, inv. nr. 447, aktenr./blz. 644/331
  35. Wiersum-1918
  36. GA Rotterdam, ONA, Nots. Adriaan Kieboom, inv. nr. 807, aktenr./blz. 107/164
  37. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jacobus Delphius, inv. nr. 389, aktenr./blz. 3/5
  38. Wiersum-1918
  39. Wiersum-1918
  40. Wiersum-1918
  41. Wiersum-1918
  42. GA Rotterdam, ONA, Nots. Gerrit van der Hout, inv. nr. 316, aktenr./blz. 204/308
  43. Wiersum-1918
  44. Wiersum-1918
  45. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  46. J.J. Vervloet, De Parenteel van Doen Beijensz, Rotterdam 1989, p91
  47. Wiersema-1918
  48. Wiersema-1918
  49. Rot. Jb. 1955, N. van der Blom
  50. GA Rotterdam, ONA, Nots. Philips Basteels, inv. nr. 923, aktenr./blz. 374/1326
  51. GA Rotterdam, ONA, Nots. Daniël de Olyslager, inv. nr. 1238, aktenr./blz. 53/98
  52. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jan van der Hoeven, inv. nr. 1053, aktenr./blz. 30/102
  53. GA Rotterdam, ONA, Nots. Jan van der Hoeven, inv. nr. 1053, aktenr./blz. 31/105
  54. Wiersum-1918
  55. GA Rotterdam, ONA, Nots. Johan van Lodenstein, inv. nr. 1605, aktenr./blz. 40/93
  56. Jb. CBG 51(1997)128
  57. zie ook NL 118(2001)241
  58. NL 118(2001)241
  59. ⇒ 18791-15
  60. GA Rotterdam, ONA, Nots. Johan van Lodenstein, inv. nr. 1605, aktenr./blz. 26/60
  61. GA Utrecht, ONA, Nots. W. Van Vloten, inv.nr. U169a011, akte nr. 129
  62. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  63. Cornelis Beughem, Bibliographia mathematica et artificiosa novissima.., Amsterdam, Jansonius van Waesberghe, 1688
  64. ONA Rotterdam, Nots. Arnout Wagensvelt, inv. nr. 138, Aktenummer/Blz. 257/411
  65. GA Utrecht, ONA, Nots. G. Houtman, inv.nr. U022a015, akte nr. 69
  66. GA Utrecht, ONA, Nots. W. Van Der Houve, inv.nr. U047a001, akte nr. 221
  67. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  68. Reg. Arch. Rivierenland, toeg.nr. 0747 Hervormde Gemeente Tricht, 1646 - 1981
  69. Dominees.nl
  70. zie ook Gen. Her. Bl. 5(1910)472
  71. Dominees.nl
  72. ARA, Archief Classis Delft inv. nr. 1 f 219, 220-221, gecit. in Willem de Blecourt et al. (red.), Grenzen van genezing, Hilversum, 1993
  73. Johan Dambruyne, Corporatieve middengroepen, Gent, Academia Press, 2002
  74. M. Gachard, Analectes Historiques, Xi-XIII series, Bruxelles, 1867
  75. Handelingen der Maatschappij "van Geschiedenis- en Oudheidkundte te Gent, Volumes 8-9, Snoeck-Ducaju., 1908
  76. ONA Delft, Nots. Herman van Overgaeu Cornelis, Inventarisnummer 1539, Folio 138
  77. ONA Delft, Nots. Jan Bom Jansz, Inventarisnummer 1516, Folio 114
  78. ONA Delft, Nots. Jan Bom Jansz, Inventarisnummer 1517, Folio 38
  79. ONA Delft, Notaris Jacob Borgersz. Jans, Inventarisnummer 1508, Folio 249
  80. Jaarboekje van de Historische Vereniging van Maasland, gecit. in ⇒ 1
  81. Retoricaal memoriaal
  1. Retoricaal memoriaal
  2. Retoricaal memoriaal
  3. R.A. Leeuw, I.V.T. Spaander, De Stad Delft, Delft, 1981
  4. Retoricaal memoriaal
  5. Retoricaal memoriaal
  6. F.C. van Boheemen, Th.C.J. van der Heijden, Retoricaal memoriaal, Delft, 1999
  7. F.C. van Boheemen & Th.C.J. van der Heijden, De Delftse rederijkers "Wij rapen gheneucht", Amsterdam 1982, gecit. in ⇒ detail_naam.php?gba_naam=&nfd_naam=Lockefeer&info=documentatie&operator=eq&taal=
  8. DBNL, ⇒ _jaa005198201_01_0008.php
  9. DBNL, ⇒ auteur.php?id=loke001
  10. R.A. Leeuw, I.V.T. Spaander, De Stad Delft, Delft, 1981
  11. R.A. Leeuw, I.V.T. Spaander, De Stad Delft, Delft, 1981
  12. R.A. Leeuw, I.V.T. Spaander, De Stad Delft, Delft, 1981
  13. GA Delft, ANHG, inv. nr. 3, Kerkeraadsnotulen, gecit. in F.C. van Boheemen, Th.C.J. van der Heijden, Retoricaal memoriaal, Delft, 1999
  14. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Johannes Waerts, inv. nr. 3848, aktenr./blz. 32/293
  15. NL 51(1933)114
  16. NL 51(1933)114
  17. ORA Vlaardingen, inv. nr. 147, Procuratieboek van de vierschaar te Vlaardingen 1580-1615, Nr. 509 folio 49v. d.d. 17-07-1606.
  18. Wap. 15(1911)217
  19. NL 51(1933)114
  20. Archief Vlaardingen, Inventaris Hoogendijk nr.65, folio 64
  21. ORA Vlaardingen, inv. nr. 147, Procuratieboek van de vierschaar te Vlaardingen 1580-1615, Nr. 557 folio 56v. d.d. 03-10-1609
  22. ORA Schiedam, Eerste dubbele 1000e penning Anno 1622, inv. nr. 1443
  23. GA Vlaardingen, ORA inv. nr. 148, Nr. 532 folio 104v. d.d. 18-12-1628.
  24. GA Vlaardingen, ORA inv. nr. 148, Nr. 566 folio 111A. d.d. 16-09-1630.
  25. GA Vlaardingen, ORA inv. nr. 148, Nr. 756 folio 169 d.d. 22-05-1640.
  26. Henry Havard, Histoire de la faïence de Delft, Paris, 1878, Google Books
  27. F.D.O. Obreen, Archief voor Nederlandsche kunstgeschiedenis: Verzameling van meerendeels onuitgegeven Berichten, Rotterdam, 1878
  28. F.D.O. Obreen, Archief voor Nederlandsche kunstgeschiedenis: Verzameling van meerendeels onuitgegeven Berichten, Rotterdam, 1878
  29. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Christiaan van Vliet, inv. nr. 3842, aktenr./blz. 80/264
  30. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Kornelis Kleyn, inv. nr. 3838, aktenr./blz. 217/750
  31. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Kornelis Kleyn, inv. nr. 3838, aktenr./blz. 201/696
  32. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Kornelis Kleyn, inv. nr. 3838, aktenr./blz. 255/857
  33. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Kornelis Kleyn, inv. nr. 3838, aktenr./blz. 256/863
  34. GA Rotterdam, ONA, Nots. Adriaan Kieboom, inv. nr. 154, aktenr./blz. 466/750
  35. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Kornelis Kleyn, inv. nr. 3838, aktenr./blz. 231/784
  36. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Christiaan van Vliet, inv. nr. 3839, aktenr./blz. 192/574
  37. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Christiaan van Vliet, inv. nr. 3845, aktenr./blz. 125/573
  38. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Christiaan van Vliet, inv. nr. 3841, aktenr./blz. 33/71
  39. GA Rotterdam, ONA, Nots. Christiaan van Vliet, inv. nr. 3845, aktenr./blz. 172/777
  40. GA Rotterdam, ONA, Nots. Christiaan van Vliet, inv. nr. 3843, aktenr./blz. 117/459
  41. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Christiaan van Vliet, inv. nr. 3839, aktenr./blz. 221/656
  42. GA Delft, ONA, Nots. Jan de Bries, Inventarisnummer 2410I, Folio 532
  43. GA Delft, ONA, Nots. Jan de Bries, Inventarisnummer 2419C, Folio 130
  44. GA Delft, ONA, Nots.Cornelis Pijnakker, Inventarisnummer 2711, Folio 183
  45. ANF 15(1902)213
  46. Henry Havard, Histoire de la faïence de Delft, Paris, 1878, Google Books
  47. Henry Havard, Histoire de la faïence de Delft, Paris, 1878, Google Books
  48. Frederik Daniel Otto Obreen, Archief voor Nederlandsche kunstgeschiedenis: Verzameling van meerendeels onuitgegeven Berichten, Rotterdam, 1878
  49. GA Delft, Kamer van Charitate, Archiefnummer 447, Inventarisnummer 707, Charternummer 3155
  50. GA Delft, Kamer van Charitate, Archiefnummer 447, IInventarisnummer 707, Charternummer 5386
  51. Henry Havard, Histoire de la faïence de Delft, Paris, 1878, Google Books
  52. GA Delft, ONA, Nots. Jan de Bries, Inventarisnummer 2410I, Folio 532
  53. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Johannes Waerts, inv. nr. 3848, aktenr./blz. 40/323
  54. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Johannes Waerts, inv. nr. 3848, aktenr./blz. 59/522
  55. GA Rotterdam, ONA, Nots Delfshaven. Johannes Waerts, inv. nr. 3848, aktenr./blz. 69/661
  56. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Gerrit Post, inv. nr. 3851, aktenr./blz. 55/262
  57. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. , inv. nr. 3854, aktenr./blz. 63/322
  58. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Cornelis van Dam, inv. nr. 3868, aktenr./blz. 132/528
  59. GA Rotterdam, ONA, Nots. Cornelis van Dam, inv. nr. 3868, aktenr./blz. 21/121
  60. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Gerrit Post, inv. nr. 3859, aktenr./blz. 42/320
  61. GA Rotterdam, ONA, Nots. Gerrit Post, inv. nr. 3862, aktenr./blz. 71/252
  62. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Gerrit Post, inv. nr. 3863, aktenr./blz. 14/111
  63. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Johan Verhouff, inv. nr. 3870, aktenr./blz. 39/99
  64. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Johan Verhouff, inv. nr. 3870, aktenr./blz. 60/146
  65. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Ewout van Vliet, inv. nr. 3847, aktenr./blz. 9/28
  66. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Ewout van Vliet, inv. nr. 3847, aktenr./blz. 49/125
  67. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Christiaan van Vliet, inv. nr. 3846, aktenr./blz. 194/781
  68. GA Rotterdam, ONA Delfshaven, Nots. Cornelis van Dam, inv. nr. 3868, aktenr./blz. 114/451
  69. TVE 27(2009)173 e.v.
  70. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  71. TVE 27(2009)173 e.v.
  72. Kohier1631
  73. GA Vlaardingen, ORA inv. nr. 148, Nr. 532 folio 104v. d.d. 18-12-1628.
  74. NA toegang 3.03.01.01, inventarisnummer: 3339/1631/015
  75. GA Delft, Oud Archief stadsbestuur Delft, archiefnummer 0001, inv.nr. 01761_1, f322v
  76. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  77. GA Utrecht, ONA, Nots. W. Van Der Houve, inv.nr. U047a001, akte nr. 206
  78. GA Utrecht, ONA, Nots. W. Van Der Houve, inv.nr. U047a002, akte nr. 119
  79. GA Utrecht, ONA, Nots. L. Van Vuyren, inv.nr. U036a010, akte nr. 72
  80. GA Utrecht, ONA, Nots. N. De Cruyff, inv.nr. U034a004, akte nr. 352
  81. GA Utrecht, ONA, Nots. E. De Leeuw, inv.nr. U099a001, akte nr. 195
  1. GA Utrecht, ONA, Nots. J. Vervoorn, inv.nr. U153a002, akte nr. 112
  2. GA Rotterdam, ONA, Nots. Johan van Weel de Oude, inv. nr. 485, aktenr./blz. 37/60
  3. GA Rotterdam, ONA, Nots. Johan Troost Albertsz, inv. nr. 497, aktenr./blz. 333/400
  4. GAA, SAA 5075 nr. 926 / 232, gcit. door Jan de Vries
  5. GAA, Transportakten voor 1811: NL-SAA-21627966
  6. NA toegang 3.03.01.01, inventarisnummer: 3402, 1668 / 067
  7. GA Utrecht, ONA, Nots. W. Van Lamsweerde, inv.nr. U076a001, akte nr. 90
  8. GA Utrecht, ONA, Nots. J. Duerkant, inv.nr. U070a006, akte nr. 140
  9. NA toegang 3.03.01.01, inventarisnummer: 3487, 1722/009
  10. SAA, Not. Arch. toeg.nr. 5075, Nots. Casparus van Wallendal, inv.nr. 212?, akte nr. ?, URL: ⇒ eknwvjn2w
  11. SAA, Not. Arch. toeg.nr. 5075, Nots. Stephanus Pelgrom, inv.nr. 190, f507, URL: ⇒ eknwvk2va
  12. zie ook NL 37(1919)14
  13. SRM, Protocollen van opdrachten, kustingbrieven en overboekingen, 1706 - 1809,131.1.15-14, inv. nr. 14, blz. 74
  14. GA Leiden, Archiefnr 0501A, inv.nr 6625, f253av
  15. GA Utrecht, ONA, Nots. A. De Coole, inv.nr. U151a002, akte nr. 59
  16. GA Leiden, Register Collaterale Successie, Deel-folio: 9 - 023
  17. GA Leiden, Register Collaterale Successie, Deel-folio:7 - 176 vs
  18. NL 27(1909)70
  19. GA Utrecht, ONA, Nots. G. Houtman, inv.nr. U022a013, akte nr. 123
  20. GA Utrecht, ONA, Nots. G. Houtman, inv.nr. U022a015, akte nr. 35
  21. GA Utrecht, ONA, Nots. G. Houtman, inv.nr. U022a023, akte nr. 116
  22. GA Utrecht, ONA, Nots. L. Van Vuyren, inv.nr. U036a010, akte nr. 72
  23. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  24. ⇒ predikanten
  25. Med. Zeeuws Genootschap dl. 8, 1902 Middelburg
  26. J.G. Voegler, Geschiedenis van het Middelburgsch gymnasium, Middelburg 1892
  27. GA Utrecht, ONA, Nots. J. Van Almeloveen, inv.nr. U073a001, akte nr. 152
  28. Nav. 24(1874)nr 33
  29. Anna Frank-van Westrienen, Het schoolschrift van Pieter Teding van Berkhout, Hilversum, 2007
  30. Mededeling Jan de Vries, Koudum, 2016
  31. Nav. 7(1857)251
  32. Bloys van Treslong Prins
  33. WFA, ONA nr. 1063 / 144, gecit. door Jan de Vries
  34. zie ook Mededeling Jan de Vries, Koudum, 2016
  35. ⇒ f426.htm
  36. Mededeling Jan de Vries, Koudum, 2016
  37. Mededeling Jan de Vries, Koudum, 2016
  38. Mededeling Jan de Vries, Koudum, 2016
  39. Mededeling Jan de Vries, Koudum, 2016
  40. SA 11, inv. 1313, f. 21r, gecit. in Rudolph Ladan, Gezondheidszorg in Leiden in de late middeleeuwen, Hilversum, 2012
  41. Leids Jb. (1962)#7 p53
  42. SA 1, inv. 22, f. 68r, gecit. in Rudolph Ladan, Gezondheidszorg in Leiden in de late middeleeuwen, Hilversum, 2012
  43. Leids Jb. (1962)#7 p53
  44. GA Leiden, Kohieren van gedwongen lening 1576, NL-LdnRAL, SA II (1574-1816), 501A, inv.nr. 3971, folio: 25 v
  45. GA Leiden, Kohieren van gedwongen lening 1600, NL-LdnRAL, SA II (1574-1816), 501A, inv.nr. 3989, folio: 2
  46. GA Leiden, 15-11 Aflezingsboeken 1574 - 1649 NL-LdnRAL-0501A Inv.nrs. 14, 15, 16
  47. GA Leiden, Getuigenisboeken, ORA, Archief inv.nr. 79, C. 1586 november-1589 april
  48. GA Leiden, Getuigenisboeken, ORA, Archief inv.nr. 79, E. 1591 april-1594 mei.
  49. Leids Jb. (1962)#7 p53
  50. GA Leiden, ONA, toeg. nr. 0506, Nots. Nots. Salomon Lenaertsz. van der Wuert,, inv. nr. 13, f032
  51. GA Leiden, ONA, toeg. nr. 0506, Nots. Willem (Claesz) van Oudevliet, inv. nr. 50, f056v
  52. GA Leiden, ONA, toeg. nr. 0506, Nots. Willem (Claesz) van Oudevliet, inv. nr. 53, f068v
  53. GA Leiden, ONA, toeg. nr. 0506, Nots. Willem (Claesz) van Oudevliet, inv. nr. 56, f099v
  54. GA Leiden, ONA, toeg. nr. 0506, Nots. Jacob van Tethrode, inv. nr. 68, f043
  55. GA Leiden, ONA, toeg. nr. 0506, Nots. Salomon Lenaertsz. van der Wuert, inv. nr. 29, f088
  56. GA Leiden, ONA, toeg. nr. 0506, Nots. Willem (Claesz) van Oudevliet, inv. nr. 65, f165
  57. Gh, inv. 302, 1601, f. 84r, gecit. in Rudolph Ladan, Gezondheidszorg in Leiden in de late middeleeuwen, Hilversum, 2012
  58. GA Leiden, ONA, toeg. nr. 0506, Nots. Salomon Lenaertsz van der Wurt, inv. nr. 36, f039
  59. OV 42(1987)700
  60. GA Leiden, NL-LdnRAL, ORA Leiden, 508, inv.nr. 48, Buurquestieboeken, Deel-Folio: C- 38 vso
  61. Streeksarchief Leiden, passim
  62. GA Leiden, 15-11 Aflezingsboeken 1574 - 1649 NL-LdnRAL-0501A Inv.nrs. 16
  63. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  64. GA Leiden, ONA, toeg. nr. 0506, Nots. Kaerl Outerman, inv. nr. 426, f011
  65. GA Leiden, 15-11 Aflezingsboeken 1574 - 1649 NL-LdnRAL-0501A Inv.nrs. 17, 18,19,20
  66. GA Leiden, NL-LdnRAL, ORA Leiden, 508, inv.nr. 48, Buurquestieboeken, Deel-Folio: E-130
  67. GA Leiden, NL-LdnRAL, ORA Leiden, 508, inv.nr. 48, Buurquestieboeken, Deel-Folio: E-139
  68. J.J. Poelhekke, Nederlandse leden van de Inclyta Natio Germanica Artistarum te Padua 1553-1700, Med. Ned. Hist. Inst. Rome, deel XXXI
  69. Nav. 39(1889)141
  70. J.J. Poelhekke, Nederlandse leden van de Inclyta Natio Germanica Artistarum te Padua 1553-1700, Med. Ned. Hist. Inst. Rome, deel XXXI
  71. ONA Utrecht, passim
  72. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  73. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  74. C.A. Siegenbeek van Heukelom-Lamme, Album Scholasticum Academiae Lugduno-Batavae 1575-1940, Leiden, 1941
  75. NNBW dl. 4 p603
  76. NNBW dl. 4 p603
  77. GA Leiden, Getuigenisboeken, ORA, Archief inv.nr. 79, Q 74, S 48v., 98
  78. GA Leiden, Getuigenisboeken, ORA, Archief inv.nr. 79, Q 6
  79. GA Leiden, 15-11 Aflezingsboeken 1574 - 1649 NL-LdnRAL-0501A Inv.nrs. 19

Back to the
genealogy page
Back to the
contents
Go to the
index
Forward to next
generation 2
Back to previous
generation 0
Directly go to generation :
1