| You are here: Louk-Home ⇒ Genealogy ⇒ Kwartierstaat Lapikás ⇒ Gen. nr. 18 |
226560. HENDRICK JANSZ SNOECK, geb. vóór ca. 1420, heeft een geschil met de stad Woudrichem over de visserij (in de Lek),[1]
schepen van Gorinchem (1456..1465).[2]
Op 5-8-1510 werd tussen de onmondige kinderen van Henrick Jansz Snoeck en diens weduwe het ouderlijk goed verdeeld, waarbij oom Jan Snoeck als voogd der minderjarigen optrad. [7]
226562. EVERT LOEFF, alleen bekend uit het patroniem van zijn dochter:
226576. ROELOF WILLEMS VAN DALEM, geb. vóór ca. 1405, ovl. feb-sept. 1479, heer van Dongen (na 1438), erfde de hoeve Lichtenberch te
Tilburg uit de nalatenschap van zijn vader, trof hierover in
1423 en 1424 vele regelingen met zijn broeder Willem,
erfde diens heerlijkheid Dongen en droeg 26-3-1439
de Zwaluwe op aan zijn broeder Jan, wordt nog vermeld op 19-2-1479,
doch was op 10-9-1479 niet meer in leven,[15]
tr. ca. 18-9-1428 [16]
JUTTA VAN DYEMERBROECK.
| COMMENTAAR(¥) Van een huwelijk/relatie met Engel NN volgens Ref. [35] wordt in Ref. [36] niet gerapporteerd. |
226580. OTTO HERBARENSZ heer VAN ASPEREN EN VUREN, geb. vóór ca. 1385, ovl. 1473-1475, beleend met Huis te Vuren 1424,[37]
beleend met de tiende uit heer Koenenhoeve te Asperen (1430),
heer van Spijk (1434..1441),
neemt de leenhoogheid over van een leen te Beesd leenroerig aan de hofstad te Spijck (15-3-1438),[38]
beleend met Enspijk (1438),[39]
beleend met goederen te Rumpt, Tricht en Vuren (1468) leenroerig aan Ark.Hoeve/huis Rumpt,[40]
dagelijks gerecht Enspijk 1468 (archief Huis Spijk),
vermeld te Enspijk (1475),[41]
tr. 2o [42]
AGNES VAN RIJN, ovl. na 20-11-1478[43], wed. van Jan Renesse,
(zij hertrouwt 1475 Johan van Noordwijk[44])
tr. 1o vóór ca. 1420[45]
226581. ARNOLDA DE COCK VAN OPIJNEN.
|
Wapen Van Asperen: 2 beurtelings
gekanteelde dwarsbalken, schildhouder: een leeuw.[46]
Lakzegel van Otto van Asperen, Heer tot Spijk. |
Bezitting den wind te Herwijnen samen met Johan van Herwinen Johanssoon te Herwijnen 1438 [47] , verkoopt dit aan Walraven van Haeften 1445 [48] , Johan van Herwinen Willemsz tot behoeff van Otto 1438 [49] , bezitting in Enspijck 1456, getuige 1458 bij Agnes weduwe van Otto van Heukelom (Archief heren/graven van Culemborg). [50]
Lenen Gelre en Zutphen:[51]
nr. 46 Buren: 8 mergen lants, gelegen tot Tricht, in den lande van Buren, daer an d' een sijde naest gelant plag te wesen Johan van der Donck ende an d' ander sijde Willem Rolofssoons erfgenamen.
geerft tot Zutphenschen rechten van Herman van Hoekelom op Jut Wannen, weduwe Rolof Gadertssoon, diet met haren soon Gadert transporteert op Otto van Vueren tot eenen rechten erfleen, anno 1439.
Ot van Asperen van Vueren ontfengt 8 mergen lants, gelegen op Tricht, geheiten die Arkelsche hoeve, gelegen in de Maet beneven Jans lant van der Donck, anno 1468.
Otto van Vueren Herbertssoon vernijt eed ende vercrigt dat dit leen erven sal op Alijt van Heukelom Adams dochter, ende so sij geen kinder nalaet, weder vallen op Otten erven, 5 Octobris 1473.
Alijt van Heukelom, huysfrou Jans van Weerdenborch, 24 Septembris 1475.
etc.
Hofstede Asperen
Asperen nr. 6.[52] De tiende uit heer Koenenhoeve in Asperen en uit alle hoeven tussen Koenenhoeve en de Lange steeg, strekkend van de tiendweg tot de achter dijk.
4-4-1413: De leenheer mag lossen met ƒ 1000,- hollands van Herbaren van Asperen alias van Vuren, die zegelt: twee beurtelings gekanteelde dwarsbalken, die dan binnensjaars zal beleggen, (Familie Van Boetselaer, inv. nr. 894.)
26-3-1430: Otto van Asperen van Vuren zoals Herbaren, zijn vader, (A fol. 8.)
20-12-1472: Gijsbert van Giessen, (RA. Utrecht, Collectie Van Winsen, VI fol. 227v.)
18-2-1486: Pieter van Boxmeer, bastaard van Willem van Boxmeer, ridder, bij overdracht door Gijsbert van Giessen en Maria van Groenenberg, diens vrouw, en Katharina van Giessen, gehuwd met Jan van Bommel, doen afstand van hun lijftocht met lijftocht van Adriaan, Pieters vrouw, op de helft, I fol. 5.
etc.
Hofstede Arkel
Heukelum nr. 17.[53] Een koren en smaltiende in Spijk, zijnde een derde van vier blokken, genaamd de Overste en Nederste Rietwortel, het Middelblok en de Vijfhoeven, en de helft van de Polre.
...
29-12-1437: Elisabeth, weduwe Jan Sandersz, draagt met Hendrik, haar zoon, over aan Otto van Asperen, heer van Spijk, (Spijk, charter). De volgende beleningen zijn gelijk aan nr. 16 (zie hieronder).
Lenen van de Graaf van Holland in Gelre
Heukelum nr. 24.[54] Zijn huis (1441: de burcht, genaamd Markenburg), met de singelgraaf (1441: met timmering en poting en twee voorburgen, gelegen tussen Boonackers hofstede en de Asperse vliet en strekkend van de Lingestroom tot de Heukelumse zijdwinde).
...
10-11-1441: Jan van Arkel, heer van Heukelum, verpandt samen met de hoge en lage heerlijkheid aan Otto van Asperen, heer van Spijk, wegens een schuld van ƒ 350.- rijns, te lossen binnen 10 jaar, (RA. Arnhem, Heren van Culemborg, inv. 6459).
Beleningen
Hofstede Arkel
Heukelom nr. 16.[62] Het halve dorp Spijk, waar de kerk in staat, met de heerlijheid hoog en laag, (volgen belendingen in verdere jaren).
31-3-1414: Heer Splinter van Loenersloot zoals hij en zijn ouders hielden van Arkel, (LRK 56 in fine).
30-11-1450: Johan van Vuren Ottenz, beleend door de hertog van Gelre met het huis, dat open zal zijn, (Leenhof Gelre, nr. 2 fo. 43v, nr. 4 fo. 62v, nr. 5 fo. 39v en nr..6 fo. 131).
2-1-1467: Jan van Vuren, heer van Spijk, (LRK 117b fo. 59~).
4-2-1473: Otto van Vuren en Spijk Walravenz bij dode van Jan van Vuren, zijn oom, (LRK 118 c.Arkel fo. 12~).
16-3-1480: Otto van Vuren en Spijk, (LRK 119 c.Arkel fo. 4.)
31-12-1518: Lijftocht van Janna, natuurlijke dochter van Jan van Wulven, maarschalk van Amersfoort en Eemland, wegens haar huwelijk met Otto van Asperen en Vuren, heer van Spijk, en ƒ l0.- goud van haar morgengave op de tienden en smaltienden en op een hofstede in de stad Heukelum, eigen, (LRK 124 c.Arkel fo. 12-13.)
30-3-1519: Walraven Rudolfsz bij dode van Otto van Vuren van Spijk, zijn oom, (LRK 124 c.Arkel fo. 13.)
9-8-1532: Belast voor mr. Cornelis Bertout Jansz met ƒ 24.- karolus goud door Walraven Rudolfsz, te lossen 1: 16, (LRK 125 c.Arkel fo. 24v-25~).
21-5-1533: Belast voor mr. Cornelis Bertout Jansz met ƒ 36.- karolus door Walraven Rudolfsz, te lossen 1: 14, (LRK 125 c.Arkel fo. 29v-30~).
8-11-1534: Belast voor mr. Cornelis Bertout Jansz met ƒ l00.- karolus door Walraven Rudolfsz, te lossen 1: 14, (LRK 125 c.Arkel fo. 36-37). De rentes zijn gelost.
27-7-1542: Mr. Gerard van Rhenoy, raad en meester van de rekeningen te den Haag, bij overdracht door Walraven Rudolfsz, heer van Spijk, (LRK 126 c.Arkel fo. 32).
etc.
Beleningen
Lenen Gelre/Zutphen
Enspyck
nr. 261[65]: Eenen camp lants tot Enspick gelegen, geheiten "die Hoeve" tot Zutphensen rechten ontfangen bij
Otto van Vueren Otten soon, anno 1451 (het leen heet hier de Lange Hoeve en was mogelijk met nr. 260 eerder een geheel)
Griet van Vueren Otten dochter eedt vernijt van een camp lants to Enspick gelegen, geheiten die Lange Hoeve anno 1465. Haer hulder is Henrick van Tuyl.
Margriet van Vueren Otten dochter eedt vernijt van een camp lants to Enspick gelegen, geheiten die Lange Hoeve, daer naest gelant is Jan Pieck an d'een ende die gemeyn stege an d'ander sijde, 15 Octobris anno 1473. Haer hulder is Gijsbert van Haeften.
Otto van Asperen ende van Vueren Walravens soon, heer tot Spijck, thoont bescheyt dat Johan, Otto ende Walraven, sonen sijnes ooms Otten, gewesen heer to Spijck, op malcanderen erven sollen tot der derden cluften to sonder hare angedeylde goeder te mogen vercopen noch alieneren, ende dan dieselve gebroder alle 3 sonder andere kinder als hij doot ende sijn ooms Otten dochter Margriet, cloosterjuffer t'Utrecht, oyck gestorven sijnde, wort beleent als erve sijner nichten Margriet, 9 Julij 1481.
Hofstede te Boxmeer.
nr. 1. Een derde van de tienden met smaltiende in Enspijk.[66]
12-5-1454: Otto van Vuren, neef van de leenheer, zoals Otto, zijn vader, met lijftocht van Klara van Gellicum, zijn vrouw, "zwager" van de leenheer, 6667 p. 8.
1-6-1461: Hendrik van Tuil Gijsbertsz voor Klara van Gellicum voor haar leven, 6667 p. 13.
18-8-1472: Otto van Tuil Gijsbertsz met lijftocht van Klara van Gellicum, zijn moeder, 6667 p. 17.
18-8-1472: Gijsbert van Haaften bij overdracht door Margaretha van Vuren zoals Otto van Asperen van Vuren, haar vader, met lijftocht van haar moeder, 6667 p. 18.
30-1-1474: Gijsbert van Haaften met lijftocht van Klara van Gellicum, 6667 p. 21.
12-7-1481: Otto van Vuren, heer van Spijk, met lijftocht van Klara van Gellicum, 6667 p. 33.
24-3-1482: Gijsbert van Giessen met lijftocht van Klara van Gellicum, 6667 p. 33.
22-3-1489: Gijsbert van Herwijnen, gehuwd met Gerard, dochter van Wouter van Beesd, bij overdracht door Gijsbert van Giessen, waarna overdracht aan Jan van Herwijnen, zijn jongste zoon, met hun lijftocht, 6667 pp. 36-37.
etc.
236036. GERRIT VAN BEMMEL, geb. vóór ca. 1420, ovl. 1480-1487,[75]
pacht land te Wijck 1461,[76] wordt beleend met goed te Wijck
bij Duurstede 1478[77] met zijn moeder Beatrix 1480 als boven.
236436. EEUWOUT JANSZ VAN DER STOCK, raad in de vroedschap (1495-1510), schepen (1496, 1497, 1499, 1503), tresorier (1498, 1500, 1501, 1504-1506), boonheer (1501), burgemeester (1507-1509) van Rotterdam, tr.[82]
236437. NN PIETER PIETERSZ PRINSDR.
236438. GOOSSEN ADRIAENSZ GROENHOUT, droogscheerder,[84]
schepen van Rotterdam,[85]
tr. vóór ca. 1530[86]
236439. AEFJE MATTHIJSDR VAN MULICX (MUYLWIJCK?), beg. verm. Rotterdam 3-12-1601 (de wed. van Goessen Adriaentsz Groenhout).
| Wapen Groenhout: In purper een zilveren verkort kruis beladen met een barensteel met drie hangers. Zegel van Goessen Adriaensz van Groenhout als schepen van Rotterdam 1579.[87] De kleuren zijn hier afgeleid van het wapen van Mr. Johannes van Goenhout.[88] |
Lakenververij De Gulden Boom gelegen op Oppert OZ te Rotterdam.[90]
Medeeigenaren zijn o.a. Adriaen Goosensz Groenhout, vroedschap, Jan Eeuwoutsz van der Stock, vroedschap, en Willem Cornelsiz van Muylwijck, vroedschap. Bij de opheffing in 1582 zijn medeeigenaren: de erfgenamen van Adriaen Goosensz Groenhout, van Jan Eeuwoutsz van der Stock en van Willem Cornelsiz van Muylwijck.
Goossen Gerritsz Smith ende Dirck Adriaensz Groenhout, voochden over de nagelaten kinderen van Cornelis Cornelisz Post en Annetge Adriaens, beide sal(iger), vervangende Pieter Cornelis Post, mede voogd. Gift 13-6-1611. Rotterdam.[92]
Op 1-10-1621 wordt op verzoek van Lysbeth Jansdr, weduwe van Olivyer Lodewijcxs Couijen, een verklaring afgelegd door Margrietge van Nesch of Esch, 57 jr. weduwe van Cornelis Dircxz Groenhout, dat Margaretha Aryens, moeder van Cornelis Dircxz Groenhout, patrona en collatrice is geweest van een vicarie of capelrie op het Sinte Jeroensaltaar in de Sinte Laurenskerck welke vicarie zij in 1593 gegeven heeft aan Cornelis Oliviersz, zoon van Olivyer Lodewijcxs Couijen, na diens dood is de vicarie door Groenhout gegeven aan haar zoon Olivyer Oliviersz, broer van Cornelis Oliviersz. [93]
Op 15-2-1640 vindt arbitrage plaats in een geschil over de nalatenschap van Cornelis Dircx Groenhout. Na de dood van zijn vrouw Grietgen van Osch moest zijn huis, land en rente naar zijn bloedverwanten gaan. Ocker Pieters Pesser en Cornelia Pessers hoorden bij die bloedverwanten. Adriaen Dircx Groenhout en Jan Ariensz van Wijngaerden, voogden van het weeskind van Ocker ter ene zijde en Abel Fransz Otterdijck getrouwd met Elisabeth Jans, de weduwe en erfgenaam van Ocker Pesser en Cornelis Cleywech, erfgenaam van Cornelia Pesser ter andere zijde, besluiten zich neer te leggen bij arbitrage door de Raad van Hollant. [94]
| COMMENTAAR(¥) Niet te verwarren [96] met haar gelijknamige jongere zuster: ("Jonge") Maria Cornelisdr Elsewael(¥), geb. Rotterdam, tr. Rotterdam schepenen 16-4-1619 Cornelis Govertsz. van der Stael, brouwer in de Flappe te Gouda. |
Op 15-7-1616 gaat Adriaen Dircksz. Groenhout, weduwnaar van Maria Cornelis Elsenwaelsdochter za(liger) ged(achtenis), geassisteerd met zijn vader, Dirck Adriaensz Groenhout, over tot scheiding en verdeling van "de sterfhuyse van de zelve Maria Cornelis Elsenwaelsdochter met Gijsbert ende Pieter Cornelis Elsenwaelszoonen, elk voor heurzelven, Govert Joosten Clinquebijl, als man en voogt van Fijtqen Cornelis Elsenwaelsdochter ende voorn. Gijsbert Elsenwael, Pieter Elsenwael ende Govert Joosten 't samen heurl. sterck maeckende ende de rato caveerende voor Cornelis Cornelisse Elsenwael, ende de voors. Gijsbert Elsenwael noch als voogt over Emmitgen, Stephania ende Jonge Maritqen Cornelis Elsenwaelsdochteren, altsamen broeders en zusters ende mitsdien ab intestato erfgenamen van voors. Maria van Elsenwael. enz. [97]
| COMMENTAAR(¥) Deze filiatie is niet in overeenstemming met Ref. [99] waar beweerd wordt dat ("Oude") Maria Cornelisdr Elsewael kinderloos overlijdt. |
Handschriftenverzameling (Rotterdam):[101]
5-8-1614: Akte, verleden voor schepenen van Gorinchem, waarbij Esaias Cornelisz Groenhout als administrateur over de goederen van zijn zoon Dirck Esaiasz, uit handen van Margrieta van Nes, weduwe van Cornelis Dircxsz Groenhout een bedrag van 600 carolus gulden ontvangt, die zijn zoon zijn gelegateerd door zijn grootvader. Perkament. Met twee uithangende zegels in bruine was t.n.v. Jacob Cornelisz Vervoorn en Balthazar Jansz Wevelinckhoven, schepenen.
Handschriftenverzameling (Rotterdam):[102]
26-8-1614: Akte van kwijtschelding wegens de ontvangst van een bedrag van 600 gulden door Frans Willemsz van Minnebeeck, goudsmid, gehuwd met Niesgen Cornelis, uit handen van zijn schoonmoeder Margriete van Nes, weduwe van Cornelis Dircxsz Groenhout. Perkament.
Op 27-12-1607 sluiten te Rotterdam voor notaris Jacob Duijffhuijsen huwelijksvoorwaarden Willem Maertensz van Duijnen en Lucretia Cornelis Groenhouts, waarbij deze laatste geassisteerd wordt door haren vader Cornelis Dirxs Groenhout en haren broer Esaias Cornelisz Groenhout. [103]
Grafschriften in de Groote Kerk te Rotterdam.[104]
Hierleit begraven Gooswijn Adriaens van Groenhout gewesen schepen ende president deser stede Rotterdam sterf den 10 November anno 1633 oudt sijnde 86 jaere ende Dirckgen van de Graef sijn huisvrouw sterf den len Januari ano 1610 oudt 63 jaere. Hier leyt begraven Machtelt Jans de Groot huysvrouw van Willem Schoonebeeck is gestorven op den 14en January ao. 1667 oudt sijnde 37 jaaren. W. (Een merk.) S. (Wapen uitgekapt.)
Op 9-6-1587 legt Mathijs Ghijsbrechts te Sevenhuysen op de Rotte, 27j., een verklaring af op verzoek van Goessen Adriaens Groenhout. Het betreft de betaling van Gijsbrecht Andriesz uit Stolck, zijn vader, aan de vader van Groenhout. De schuld is betaald met een brief verleden voor schout en schepenen van de Vlist en Boenrepas, door Jan Lourisz ten behoeve van Jan Lourisz, zijn bestevader. [105]
Op 1-6-1589 wordt een akte geschreven, doorgehaald, niet afgemaakt en niet ondertekend, betreffende Franchoys Susio, boeckhouder en administrateur van de Tafele van Leeninge, en de erfgenamen van Jacques Ferreris, tafelhouder. Genoemd wordt Goessen Adriaensz Groenhoudt. N.B. Akte is doorgehaald, niet afgemaakt en niet ondertekend. [106]
Op 7-6-1589 verklaart Franchoijs Susio, administrateur van de Banke van Leeninge, dat Goessen Adriaensz Groenhoudt gelden uit verkochte panden in beslag heeft laten nemen die aan de bank toekomen. Het geld berustte onder Adriaen Willemsz van der Chijs, secretaris van Rotterdam. Hij verzoek Groenhoudt deze gelden vrij te geven en aan de bank te verstrekken. [107]
Op 28-4-1590 verklaart Maritge Reijersdr, weduwe van Toenis Jansz Boll, schipper van de zeeboeijer Santa Maria, geassisteert met Dirck Willemsz Vastrick, verklaart dat zij op 11 februari met Dirck Willemsz in de herberg Noortvaerder is geweest. Daar waren ook aanwezig Melis Jansz Bijlewerff en Goessen Adriaensz Groenhout, reders van het schip. Deze reders, alsmede Pouwels van Beerensteijn te Delft, en Pieter Dircxz Tuijlenburch te Middelburch, eveneens reders van het schip, hadden hun aandeel in het schip en de laatste bevrachting, aangegaan met Jan Dircxz Groenewegen te Delf, aan Maritge Reijersdr geschonken, zodat zij daarmee het rantsoen kon betalen van haar man die in die tijd in duinkerken gevangen zat en gewond was. Met hun goedkeuring heeft zij het schip verkocht aan Pieter Claesz van der Horst, Jacques Merchijs en Hans (ook als Jan)Clementsz de Goer, en zij machtigt hen het schip, liggende in Maesterlandt, in ontvangst te nemen. [108]
Op 19-1-1592 verklaart Jan Christiaensz, bleicker lijwatier, wonende aan de Leuve, 35 jaar, op verzoek van Goessen Adriaens Groenhout, man van Dirckgen Jansdr, dat dezelve Dirckgen op 11 juli 1690 met hem tot een accoord is gekomen met betrekking tot de koop van Linnewaets, waarvoor zij aan hem een obligatie heeft gegeven. Deze obligatie heeft zij later geheel aan hem voldaan. Bij de onderhandelingen over de koop heeft hij gehoord dat Eeuwout Goessensz van der Stock voorstelde de linnewaets met raad en advies van Grietgen Dammisdr, de vrouw van Jacob Sandersz, voor Dirckgen in Zeeland te willen verkopen, en dat deze hem gelaste de linnewaets te brengen naar een schip dat lag bij de Roedebrugge. Dit heeft hij vervolgens gedaan. NB.: Onderaan staat dat de akte is opgemaakt ten huize van de comparant (Jan Christiaensz) staande op de Spuijevaert. [109]
Op 20-7-1594 legt Goessen Adriaensz Groenhout, out-schepen, 47 jr, op verzoek van Claesgen van Ruven, weduwe van Bernardus Wely, in zijn leven procureur-generael van den Hove van Hollant een verklaring af. Het betreft de vraag of Jacob Leeuw deze Bernardus Wely heeft gekend. [110]
Op 27-4-1598 legt Jan Cornelisz alias Broer, zeevarende man, ongeveer 41 jaar, een verklaring af op verzoek van Dirckgen Jans van der Graeff, vrouw van Goessen Adriaensz Groenhout betreffende de levering van een zak gengeber. [111]
Op 6-11-1599 testeren Goossen Adriaens Groenhout en zijn vrouw Dirckgen Jans, en benoemen elkaar tot erfgenaam met een bepaling t.a.v. hun kinderen, te weten - hun 2 jongste kinderen Adriaen en Sibilla, - hun oudste dochter Marie en - hun gehuwde zoon Cornelis. [112]
Op 12-3-1605 vindt arbitrage plaats tussen Jan Dircks van Coelen te Schiedam, Pleuntgen Jorisdr weduwe van Gijsbert Michielsz Schilperoort, Goossen Ariensz Groenhout, Cornelis Dircxz Groenhout, Ewout Gerritsz Vermuelen de Lakenbereyder. Het betreft arbitrage in een geschil om 2 huizen. [113]
Op 20-12-1609 herroepn Goessen Adriaensz Groenhout en zijn vrouw Dirckgen Jansdr, ziekelijk, hun testament gemaakt op 6-11-1599 bij Nots. Jacob Symonsz en benoemen elkaar tot erfgenaam. Er volgen verschillende bepalingen aangaande de te erven gelden en goederen door hun vier kinderen, te weten Cornelis Goessensz, Maria Goessens, Adriaen Goessens en Sibilla Goessens. [114]
Op 12-2-1610 wordt op verzoek van Goossen Adriaensz Groenhout man van Dirckgen Jansdr, een verklaring afgelegd door Dirck Willemsz Vastrick, 67 jr., dat Willem Claesz van Sorgen, man van Pietertgen Symonsdr ouders van Claes Willemsz van Sorgen, overleden, hem verzocht heeft om aan Dirckgen Jansdr een kwitantie te vragen over de betaalde rente over een bedrag van 500 gulden dat zij aan Pietertgen Symonsdr geleend heeft. [115]
Op 24-6-1610 leggen Aeffgen Jans, weduwe van Dirck Willems Vastrick, 64j., en Cornelis Goossens Groenhout te Vianen, 35j., een verklaring af op verzoek van Susanna Adriaens, weduwe van Claes Willems van Sorgen, en Victor Odulphi, voogd over hun kinderen. Het betreft de onenigheden met Dirckgen Jans za., vrouw van Goessen Adriaens Groenhout, en Pietertgen Sijmons, vrouw van Willem Claesz van Sorgen. Diens dochter, Heyltgen Willems werd om tussenkomst gevraagd. [116]
Op 10-12-1615 testeert Goeswijn Adriaensz Groenhout, aanvullend op testament met wijlen zijn echtgenote Dirckgen Jansdr. Hij trekt het legaat in aan kinderen van dochter Maria Groenhout, en legateert zoon Cornelis Groenhout. [117]
Op 20-10-1620 hebben op verzoek van Cornelis Groenhout, wonende te Vianen, Gooswijn Adriaensz Groenhout, oud 74 jaar en zijn vrouw Sara Cassiopijnsdr, oud 58 jaar wonende in de Nyeupoort een verklaring afgelegd over een stuk 1lywaet dat volgens de schippersvrouw van de marktschuit van Vianen door requirant was meegegeven maar was gestolen en de schippersvrouw zou gaan zien of het stuk in de lombert was. [118]
Op 20-10-1620 heeft op verzoek van Cornelis Groenhout, wonende te Vianen, Janneken Cabbeliaus, oud 33 jaar, vrouw van Philips de Lariviere cassier van de Bancke van Leeninge verklaard dat de schippersvrouw van de marktschuit van Vianen bij haar geinformeerd heeft of een stuk 1lywaet dat uit haar schuit was gestolen in de lombert gebracht was. [119]
Op 11-10-1621 geeft Goossen Adriaensz Groenhout als collator aan Willem Cornelis Groenhout, zoon van Cornelis Goossens Groenhout de eigendom van een vicarie op het altaar van Sinte Joris in de kerk van Rotterdam. De vicarie was vacant gekomen door overlijden van Jan Gijsbrechts Tromper(¥). [120]
COMMENTAAR(¥) Waar komt die vicarie vandaan? Zie WVH 1910 JAN TROMPER ex GHIJSBRECHT ADRIAENSZ Tromper x MARIA ELANTSDR. VAN HOGENDORP, dochter van ELAND Pietersz. en MARITGE HENDRICXSDR. GHIJSBRECHT ADRIAENSZ Tromper ex ADRIAAN JACOBSZ. TROMPER x GATHARINA VAN ZOELEN, dochter van JOHAN VAN ZOELEN en 1GNATIA VAN DER HORST ADRIAAN JACOBSZ. TROMPER ex JACOB PIETERSZ. TROMPER x ADRIANA HUBRECHTSDR. ER is vooralsnog geen verband met Groenhout.
Op 13-11-1635 testeert Sara Cassiopijns, weduwe van Goosen Adriaensz Groenhout, en benoemt haar zuster Catalina de Cassiopijn, vrouw van Jan van Leemputte, tot universeel erfgename. Legaten zijn er voor Maria de Cassiopijn, vrouw van Heyndrick de Wees en voor Jan de Cassiopijn en Gerrit de Cassiopijn, kinderen van Pieter Jansz de Cassiopijn, Anna van Hemelcourt, vrouw van Jan Jacobsz Blasier, jonkvrouw Liedewina Muys, weduwe van de heer Dirck van Melissant, heer van Uytwijck en voor Jacob Muliers, coopman. N.B. De testante tekent met Sara de Cassiopy. [121]
Op 2-12-1638 testeert Sara de Cassiopijnsdr, laatste weduwe van Goossen Ariensz Groenhout, die in haar testament van 23-4-1638 de kinderen van Maria Pietersdr Cassiopijn 1000 gulden heeft gelegateerd. Zij verandert dit nu in 1200 gulden, geadministreerd ten behoeve van het kind door Jacob Muliers. [122]
Op 23-4-1638 testeert Sara de Cassiopijnsdr, laatst weduwe van Goossen Adriaensz Groenhout, en herroept alle voorgaande testamenten. Zij legateert aan Jacomo, Thomas, Maria en Johannis, kinderen van Jan de Chassiopijn 2000 gulden met de conditie dat zij jaarlijks aan haar oom Jacques de Chassiopijn 100 gulden zal uitkeren. Nog aan Cornelia Deeckens, dochter van Susanna de Chassiopijn ook 2000 gulden. Aan Jacques de Chassiopijn een obligatie van 600 gulden ten laste van hemzelf, aan zijn kinderen ook 2000 gulden, waarvan hij het vruchtgebruik heeft, aan het nagelaten kind van Cornelis de Chassiopijn 2000 gulden, beheerd door de oudste van het geslacht, wonende in Antwerpen, aan de kinderen van Maria Pietersdr de Chassiopijn 1000 gulden, aan Jan Pietersz de Chassiopijn 400 gulden, aan Gerrit Pietersz de Chassiopijn 800 gulden, aan Anna de Chassiopijn 2000 gulden, aan Jacob Muliers 400 gulden en nog 250 gulden om te verdelen, aan haar dienstmeyt 100 gulden, en aan de wezen 200 gulden. Zij benoemt tot haar erfgenaam in de rest van de goederen Catarina de Chassiopijn, haar zuster en bij haar vooroverlijden Jacob Muliers, haar zoon. [123]
Op 11-10-1621 geeft Goossen Adriaensz Groenhout als collator aan Willem Cornelis Groenhout, zoon van Cornelis Goossens Groenhout de eigendom van een vicarie op het altaar van Sinte Joris in de kerk van Rotterdam. De vicarie was vacant gekomen door overlijden van Jan Gijsbrechts Tromper(¥). [125]
COMMENTAAR(¥) Waar komt die vicarie vandaan? Zie WVH 1910 JAN TROMPER ex GHIJSBRECHT ADRIAENSZ Tromper x MARIA ELANTSDR. VAN HOGENDORP, dochter van ELAND Pietersz. en MARITGE HENDRICXSDR. GHIJSBRECHT ADRIAENSZ Tromper ex ADRIAAN JACOBSZ. TROMPER x GATHARINA VAN ZOELEN, dochter van JOHAN VAN ZOELEN en 1GNATIA VAN DER HORST ADRIAAN JACOBSZ. TROMPER ex JACOB PIETERSZ. TROMPER x ADRIANA HUBRECHTSDR. ER is vooralsnog geen verband met Groenhout.
Op 28-10-1619 verklaren Jacob Jacobsz, tingieter, oud 50 jaar, Jan Jansz, kuyper, oud 36 jaar, op verzoek van Dammas Symonsz, silversmit, en Niesgen Cornelisdr Groenhoudt, dat zij Dammas zeer goed kennen, en dat hij weduwnaar is van Martgen Cornelisdr en dat Niesgen weduwe is van Frans Willems. Beiden zijn nog onhertrouwd, maar hebben elkaar trouwbeloften gegeven. [126]
Op 28-4-1605 testeert Agatha Willemsdr Spaens, en vermaakt als zij de eerststervende is, gelden aan haar man Cornelis Goessenss Groenhout. [127]
Op 1-8-1635 verklaart Dirck Pouwelsz Bosch, 56 jaar, wonende aan de Blommersdijck, op verzoek van Abraham Tonisz dat Cornelis Gosensz Groenhout wonende te Vianen hem ca. 5-6 weken geleden opdracht heeft gegeven met Abraham te spreken over schadevergoeding voor een kwetsuur die de zoon van Cornelis Goossensz hem had toegebracht. Er werd een bedrag van 6 of 7 gulden genoemd, maar zij konden het niet eens worden. Zij zouden hem nader order geven, maar dat is tot nu toe nog niet gebeurd. [128]
Op 5-8-1635 verklaren Christiaen Weyts, 30 jaar, chirurgijn, en Jan Davitsz Schoude(e), 27 jaar, op verzoek van Abraham Tonisz dat toen hij op de kermis door Jasper Cornelisz Groenhout van Vianen aan zijn arm verwond werd, genoemde chirurgijn hem heeft verbonden, deze heeft toen gezegd dat als een nog een dokter aan te pas mocht komen, hij alles zou betalen. Het voldoen van deze gelden werd echter steeds uitgesteld, ook toen zijn vader Cornelis Goossensz Groenhout, wonende te Vianen, erop werd aangesproken. Betaling bleef uit, zodat men hem zou laten arresteren. Jasper Cornelisz was echter vertrokken. Jan Davitsz verklaart dat Jasper bij hem werkte als wijnverlater. Zijn broer Willem Cornelisz Groenhout wilde een schikking en zou 15 of 16 gulden vergoeden. Abraham Tonisz ging hiermee niet akkoord. [129]
Op 15-6-1635 compareert Adam de Colonia, als lasthebber van Cornelis Visitelli, glasmaker te Londen in Engelant, als vader en voogd van zijn 6 minderjarige kinderen, verwekt bij zijn wijlen zijn vrouw Barbra Sayon, dochter van Vincent Sayon en Maria van Groenhout en als lasthebber van Jan Jansz, getrouwd met Maeyken Sayon, zuster van Barbra Sayon, wonend in Haerlem. Hij verzoekt de notaris zich te vervoegen bij Gijsbert van Zoelen en Arent Kivid, als voogden van Willem Bom van Cranenburch, zoon van wijlen Sibille Groenhouts, mede erfgenaam van Goossen Adriaensz Groenhout, om hen te verzoeken hun erfdeel uit te keren. [133]
Op 14-10-1625 wordt op verzoek van Sibilla Goossens Groenhout, weduwe van Jacob Bom doctor in de medicijnen Hoochstraet, een verklaring afgelegd door Franchoys Lantsbergen, 67 jr., doctor in de medicijnen, Pieter Goedereede, 37 jr., doctor in de medicijnen, Jan Domusz van Blenckvliet, 37 jr., doctor in de medicijnen, Eduward Naebels, 37 jr., doctor in de medicijnen, Maerten van Egmont, advocaat te Leyden, betreffende het tekenen van kwitantie door de voornoemde Jacob Bom t.b.v. zijn oom Jan Bom. [139]
Op 15-6-1635 compareert Adam de Colonia, als lasthebber van Cornelis Visitelli, glasmaker te Londen in Engelant, als vader en voogd van zijn 6 minderjarige kinderen, verwekt bij zijn wijlen zijn vrouw Barbra Sayon, dochter van Vincent Sayon en Maria van Groenhout en als lasthebber van Jan Jansz, getrouwd met Maeyken Sayon, zuster van Barbra Sayon, wonend in Haerlem. Hij verzoekt de notaris zich te vervoegen bij Gijsbert van Zoelen en Arent Kivid, als voogden van Willem Bom van Cranenburch, zoon van wijlen Sibille Groenhouts, mede erfgenaam van Goossen Adriaensz Groenhout, om hen te verzoeken hun erfdeel uit te keren. [140]
250272. DIRCK VAN VOERST, geb. ca. 1410, ovl. na 1460, vermeld met "eenige andere butenluden" (1460).[147]
| Referenties Kwartierstaat Lapikás --- Generatie 18 ( 147 refs.) Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld. |
||
|
|
|
Back to the genealogy page |
contents |
Go to the index |
generation 19 |
generation 17 |
Directly go to generation : 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 |