Geschiedenis
Nikhef werd in 1975 opgericht om de Nederlandse inspanningen op het gebied van subatomaire natuurkunde te bundelen en faciliteren.
Het Nationaal instituut voor subatomaire fysica Nikhef kent een lange geschiedenis. De naam komt van het Nationaal Instituut voor Kernfysica en Hoge Energie-Fysica. Tegenwoordig noemt Nikhef zich Nationaal instituut voor subatomaire fysica.
Door een overeenkomst van FOM, de gemeente Amsterdam en Philips werd in 1946 het ‘Instituut voor Kernfysisch Onderzoek’ (IKO) opgericht. In dit laboratorium werd gedurende dertig jaar met behulp van een cyclotron en een lineaire elektronenversneller onderzoek verricht op het gebied van kernfysica en radiochemie.
Onderzoek op het gebied van elementaire deeltjes (ook hoge-energiefysica) werd ondernomen vanuit het Zeemanlaboratorium van de Universiteit van Amsterdam. Vanaf 1957 werden de experimenten uitgevoerd met de versnellers op CERN (Conseil Europeen pour la Recherche Nucleaire, opgericht in 1954), terwijl de analyses werden verricht in Amsterdam en Nijmegen.
Het onderzoek in de verwante vakgebieden kernfysica en hoge-energiefysica werd midden jaren zeventig gebundeld in een nieuw onderzoeksinstituut. Op 17 juni 1975 werd, na tien jaar voorbereiding, de overeenkomst getekend tot oprichting van het Nationaal Instituut voor Kernfysica en Hoge-Energiefysica (NIKHEF) tussen de Stichting FOM, de Stichting IKO, de Universiteit van Amsterdam en de Katholieke Universiteit van Nijmegen.
In 2025 werd het vijftigjarig jubileum uitgebreid gemarkeerd met zowel het eigen personeel als nationale en internationale partners en relaties. Nikhef was in zijn bestaan regelmatig betrokken bij grote wetenschappelijke doorbraken, zoals de ontdekking van het higgsboson (2012), zwaartekrachtsgolven (2016) en extreem-hoogenergetische neutrino’s (2025).
Sinds de oprichting hebben steeds meer onderzoeksgroepen van andere universiteiten zich bij de samenwerking aangesloten. Nikhef is nu een NWO-instituut met zes universitaire partners: Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit Amsterdam, Radboud Universiteit Nijmegen, Universiteit Utrecht, Rijksuniversiteit Groningen en Universiteit Maastricht.