| You are here: Louk-Home ⇒ Genealogy ⇒ De Weert ⇒ Gen. nr. 2 |
2a. Hans de Weert, geb. 1548, beg. Amsterdam Oude K. 4-9-1609 (Hans de Waert), koopman te Antwerpen, in 1569 gevlucht naar Keulen, keert ca. 1578 terug naar Antwerpen, burgemeester te Antwerpen (1585),[1]
ondertekenaar van de overgave overeenkomst van Antwerpen aan de Spanjaarden (1585),
vertrekt 1585/86 naar Middelburg, is daarna koopman te Amsterdam (1591..1607),
doopget. (1597),
otr./tr. (Antwerpen?) 25-1/16-2-1562 (stylo roma)
Clara Wonderer (Wanderer), geb. Antwerpen ca. 1542, ovl. 17-1-1595, dr. van Sebaldus Wonderer, koopman van Norenbergch wonende te Antwerpen, en Clara Cocx.
Johannes Antonides van der Linden trad in 1639 in de voetsporen van zijn voorganger en leermeester Prof. Dr. Menelaus Winsemius. Zijn studie te Leiden (1625-1629) had hij te Franeker voortgezet. Hij woonde toen bij Winsemius. Op 18 oktober 1630 was hij bij hem gepromoveerd. Van der Lindens verdiensten voor de hortus waren zo groot, dat Gedeputeerde Staten de tuin lieten uitbreiden en er een woning voor de hoogleraar in de geneeskunde lieten aanbouwen. Van der Linden trok nogal wat Engelse studenten, Hij was meer een theoreticus dan een practicus. Zijn vermaardheid had hij te danken aan zijn enorme belezenheid. In 1651 werd hij te Leiden benoemd. Zijn diepe verering voor de oude leerstellingen van Hippocrates en Galenus brachten hem ertoe te beweren, dat Harvey's ontdekking van de bloedsomloop reeds door Hippocrates gedaan, doch in vergetelheid geraakt zou zijn: Hippocrates de circuitu sanguinis (Leiden 1661). De kritiek op dit boekje was vernietigend.
Johannes Antonides van der Linden zou als medicus reeds lang in vergetelheid geraakt zijn, als hij niet de medische bibliografie "De scriptis medicis" had samengesteld. De eerste editie verscheen in 1637 bij Johan Blaeu te Amsterdam, waar Van der Linden zich als arts gevestigd had. Dit werk is een aanbeveling geweest voor zijn benoeming te Franeker in 1639. De tweede en derde druk werden ook door Blaeu verzorgd, respectievelijk in 1651 en 1662.
De 65-jarige professor Verhel heeft op 14 juli 1648 het bibliothecaraat met goedkeuring van de Staten van Friesland aan zijn jongere collega, de bibliograaf en bibliofiel Van der Linden, overgedragen. Het toezicht op de bibliotheek had hij eerder al overgelaten aan de pedel Maevius. Diens beheer en Verhels goedheid -- hij was als een vader voor de studenten -- zijn nadelig geweest voor de bibliotheek: bij controle ontdekte Van der Linden dat meer dan 100 werken ontvreemd waren, ondanks de kettingen. Het is Van der Lindens verdienste geweest, dat de bibliotheek in korte tijd werd aangevuld met behulp van gelden die hij van bestuurders en rijke particulieren wist te verkrijgen.
Volgens artikel 25 van de academiestatuten waren de professoren verplicht een boek aan de bibliotheek te legateren. In 1623 heeft de senaat besloten, dat nieuwe hoogleraren bij hun intrede een boek moesten schenken en in 1631 dat promovendi (doctoren en licentiaten) zes respectievelijk drie gulden (magisters) voor de bibliotheek moesten afgeven. Van der Linden heeft tijdens zijn verblijf te Franeker 12 werken aan de bibliotheek geschonken.
Van der Lindens eigen bibliotheek is in april 1665 te Leiden geveild.
Handschrift Familie-Registertje van Hans of Jan de Weert x Clara Wonderer:[2]
Den 25 January Ao. 1562 stylo roma, soo dede ick Hans de Weert oudt sijnde omtrent 23 jaeren en een half ondertrau, ter eeren godts en ter mijner zielen salicheit. Amen.
Den 16 Februarij Ao. 1562 soo traude ick mijn Huijsfrouwe Clara Wonderer oudt zijnde omtrent 20 jaren. godt de heere verleene ons peijs en vreede in onsen huwelijcken state en naemaels het eeuwich leven. Amen,
Op 17-8-1585 geeft de stad Antwerpen zich over aan de Spanjaarden. De overgave wordt getekend door
Philips van Marnix van St. Aldegonde, Willem van Merode, Jan van Schoonhoven, Andries Hessels, Mattheus van Lannoy, Loys Meganc, Cornelis Pruynen, Philips de Lantmeter, Adriaen Bardoul, Hans de Weert, Gillis Sautijn, Aert of Arnoult Boudewijns, Willem van Schooten, Johan Godin, Balthasar de Moucheron in plaetse van Louis Malepart, Jan Rademaker, Herman van Dadenborch, Henrick van Erp, Dierick van Os en Jean Garin.[3]
In 1592 worden 3 Amsterdamse assurantiepolissen voor schepen naar Genua uitgegeven ten name van Hans de Weerth.
[4]
In het archief van Daniël van der Meulen en zijn vrouw Hester de la Faille
bevinden zich 51 brieven van Hans de Weert en Sebalt de Weert uit Amsterdam, uit de periode 1591-1599.
[5]
Op 3-5-1607 compareren Merten van den Sande, voogd van de
twee nog minderjarige kinderen van wijlen Pieter de Schilder (zie
⇒ Fragment Genealogie De Schilder sub 1a
), in tegenwoordigheid van de oudste van de
twee kinderen, Pieter de Schilder en sr. Johannes de Laet, enige zoon en erfgenaam van sr. Hans de Laet,
die eveneens voogd was van voornoemde weeskinderen
laten vastleggen, dat tussen hen een geschil
was gerezen over een schepenkennis (schuldvordering)
ten laste van Hans de Waert, waarop nog ƒ 1250,--
moest worden betaald. Partijen komen nu overeen, dat
Johan de Laet 1/3e deel van dit bedrag zal vergoeden.
De weeskinderen moeten derhalve een verlies van
2/3e deel incasseren. Zou alsnog, tegen de verwachting
in, geld binnenkomen dan zou dat naar rato
moeten worden verdeeld. Johan verklaart, dat hij geen
honorarium zal vorderen voor het door zijn vader
gevoerde beheer.
[6]
Uit dit huwelijk:[7]
Op 22-3-1606
verkoopt Elbert Lucasz aan Bartelmeus Jacobsz,
een tuin op de Sint Antoniesbreestraat buiten de Sint Antoniespoort binnendijks te Amsterdam.
[9]
Op 2-11-1609
verkoopt Bartholomeus Jacobsz aan Nicolaes du Gardijn,
een tuin op de Buitensingel (Buitensingel) buiten de Sint Antoniespoort binnendijks te Amsterdam.
[10]
Aankomst van Sebald de Weert in Matecalo.
Bron: Wikipedia
klik op plaatje(s) om te vergroten
In het archief van Daniël van der Meulen en zijn vrouw Hester de la Faille
bevinden zich 51 brieven van Hans de Weert en Sebalt de Weert uit Amsterdam, uit de periode 1591-1599.
[17]
Uit dit huwelijk:
Handschrift:
David natus est Coloniae Ao. 1574 2 Jan: suceptor ejus fuit David de Lommel. Fuit Praeses Sylvae-ducis et duxit Hesther v.d. Echt, ex qua ei inter alisa defunctos ... Maria nupta Joanni de Beveren gubernatori Montis Sanctae Gertrudis
Geschilderd portret van Antonius Antonides van der Linden (1570/71-1633) door Hendrik Meerman.
Olieverf op paneel (88 x 63 cm)
Datering: 1633
Locatie: Rijksmuseum Amsterdam
Bron: Ref. [32]
Geschilderd portret van Sara Sweerts de Weert (1579-..) door Hendrik Meerman.
Olieverf op paneel (88 x 63 cm)
Datering: 1636
Locatie: Rijksmuseum Amsterdam
Bron: Ref. [33]
klik op plaatje(s) om te vergroten
Uit dit huwelijk:
Boeken verzamelen - Opstellen aangeboden aan Mr J.R. de Groot bij zijn afscheid als bibliothecaris der Rijksuniversiteit te Leiden, 1983.[41]
Titelpagina van het boek "Selecta medica, et ad ea excercitationes Batavae" door Prof. Dr. Johannis Antonides van der Linden (1609-1664).
Uitgave: Johannes Elsevier, Leiden, 1656
Portret van Jan Antonides van der Linden (1609-1664) door Rembrandt Harmensz van Rijn.
Ets (17 x 10 cm)
Datering: ca. 1665 (!)
Locatie: onbekend
Bron: Ref. [42]
Deze ets staat bekend als de laaste die Rembrandt voor zijn dood maakte.
klik op plaatje(s) om te vergroten
| Rolandus |
|
Ds. Jacobus Rolandus, geb. Delft 1562, ovl. Leiden 5-6-1632, beg. Amsterdam Nieuwe Kerk 8-6-1632, studeert te Antwerpen, ingeschreven als student theologie aan Universiteit van Genève 12-1-1583 ("Jacobus Rolandus, Oryssopolitanus (=uit Delft)"), ingeschreven als student aan Universiteit van Heidelberg 15-11-1585 ("Jacobus Rulandus, Delfensis"), predikant te Wisloch en Germersheim in de Palts (1587-1594), te Delft (1594-1598), Frankenthal (1598-1603) en Amsterdam (1603-1632), woont in de Spinhuisstraat (1619, 1620) Spinsteeg (1623), op de Oude Schans (1632) te Amsterdam, wordt eervol ingeschreven aan de Universiteit van Leiden 9-10-1627 ("Jacobus Rolandus, Delphensis. Pastor Ecclesiae Amsterodamensis, ac versor Novi Testamenti. 66 (jaar), Hon. Causa."),[43] assessor primarius op de Synode de Dordrecht (1618/19), vertaalt het Nieuwe Testament uit het Grieks tijdens welk werk hij overlijdt,[44] tr. 1o 1590[45] Maria Doucy (Marietje Fransdr), ovl./beg. Amsterdam Oude Kerk 12/15-11-1619 ("Marrijtjen Franszen huysfrou van Jacobus Rolandus in de Spynhuissteeg), "een dame van adelijken huize, welker vader ten tijde van de berugte moort van Parijs uit Frankrijk in de Paltsz gevlugt was",[46] otr./tr. 2o Amsterdam 16-7/20-8-1620 (get. Anne Pieters, haar zuster),[47] [48] Frerikje Pieterze de Boer, geb. 1581/82, ovl./beg. Amsterdam 5/8-4-1621,[49] [50] woont in de Nes (1620), dr. van den Procureur de Boer,[51] otr./tr. 3o Amsterdam 3/28-3-1623 (get. David de Weert, haar broeder),[52] Barbara de Weerdt, geb. 1572/73, ovl. na 1640, doopget. (1619), afkomstig van Keulen (1623), woont op de Duijtsche Stijger (1623), op de Bloemgracht (1629) te Amsterdam, volgens Ref. [53] dr. van Raadsheer de Weert (met wie kennelijk bedoeld is haar oudere broer Roelant!). Uit zijn eerste huwelijk 9 kinderen. Op 18-12-1629 verklaart Barbara de Weert, vrouw van Jacobus Roelandus, predikant, wonende op de Bloemgracht, op haar sterfbed, dat de beschuldiging van haar man, dat zij hem ontrouw geweest is en tijdens het huwelijk gestolen heeft, onwaar is. Getuigen: Jacob Harmensz, waagdrager onder de orangien hoeden, Gerrit Gerritsz, huistimmerman.[54] Op 25-6-1640 wordt het willig decreet geregistreerd voor de verkoop door Gillis Vertange als gemachtigde van Joffr. Barbara de Weert aan Jan Deijman, een seeker huijs bij de Huidenstraat op de Herengracht (WZ) te Amsterdam. Koopprijs ƒ 14.500,--. [55] |
| Referenties Fragment Genealogie De Weert --- Generatie 2 ( 55 refs.) Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld. |
||
|
|
|
Back to the genealogy page |
contents |
Go to the index |
generation 3 |
generation 1 |
Directly go to generation : 1 2 3 |