4a. Dr. Nicolaus (Nicolaes) Specht (Speght), geb. Culemborg 1664, beg. Rotterdam Groote Kerk 23-3-1735 (in de Trans no. 154, oud 69½ jaar, wonende op de Hoogstraat over d Hr. van Belle, nalatende 2 minderjarige en 3 meerderjarige kinderen),[1]
j.m. (1701), wonende in de Torenstraat (1701..1706),
ingeschreven als student aan de Universiteit van Utrecht 1688 ("Nicolaus Specht, Culenburgensis")[2]
promoveert aldaar op 14-6-1688 in de geneeskunde op een dissertatie getiteld "de Nephritide",[3]
geneesheer van de Admiraliteit te Rotterdam,[4]
brandmeester van de Vijfde Wijk te Rotterdam (1910),[5]
doopget. (1727..1732),
otr./tr. Rotterdam geref. 2/16-10-1701[6]
Adriana van Rosendael, ged. Rotterdam geref. 19-11-1679 (get. Kornelia Velsenaer), beg. Rotterdam Groote Kerk 9-8-1758 (eijge kelder, in de Trans no. 154, oud 79 jaar, wonende Korte Hoogstraat, nalatende 4 meerderjarige kinderen),[7]
j.d. van Rotterdam en wonende tot Schiedam (1701),
doopget. (1727..1732),
dr. van Kornelis van Rosendael en Maria Velsenaer.
Op 26-9-1701 maken
Nicolaus Specht, jongman, geassisteerd met zijn vader Ds. Philippus Specht, predikant te Opheusden in de Neder-Betuwe, en Adriana van Rosendael, jongedochter, geassisteerd met haar moeder Maria Velsenaer, laatst weduwe van Jacob Domp-
selaar, wonende te Schiedam, huwelijksvoorwaarden.
[8]
Op 11-1-1726 testeren te Rotterdam
Nicolaus Specht en Adriana van Rosendael. Zij bepalen o.a. dat alle portretten, schilderijen en geslachtsregister
van de Spechten zullen komen aan de zonen, beginnende
met de oudste.
Het huis Hoogstraat, Prot. no. 555, gekocht 20 Januari
1707, ging later volgens testament over aan Adriaan van Eijk,
ged. Rotterdam 18 September 1732.
[9]
Uit dit huwelijk:[10]
[11]
-
1. Philippus Specht, ged. geref. Rotterdam 15-8-1702 (get. Ds. Philippus Specht en Hillegonda van Vollenhoven), beg. Rotterdam Grote Kerk 24-12-1735, oud 33 jaar, als man van Magdalena van Brienen, wonende op de Wijnhaave Beesemakerssteeg, geen kinderen), jongeman van Rotterdam, wonend in de Wijnstraat (1734),
koopman in wijnen,
otr. Rotterdam geref. 20-6-1734,
otr./tr. Rhenen 17-6/11-7-1734
Anna Magdalena van Bri(e)nen, geb. Rhenen, jongedochter van Rhenen, wonend te Rhenen (1734),
dr. van Dirk van Brienen, heer van Lievendaal, commandeur op een uitlegger ten dienste van de Geunieerde Nederlanden, en burgemeester te Rhenen, en Anna Margaretha de Ruyter.
-
2. Jacoba Marya Specht, ged. geref. Rotterdam 17-2-1704 (get. Marija Velsenaer), jongedochter van Rotterdam , wonend in de Hoogstraat (1733),
otr./tr. Rotterdam geref. 4-6/17-5-1733 (met dispensatie van het Hof van Gelre 2-4-1733, "broederskinderen")[12] haar volle neef
Ds. Philippus Gerardsz Specht, jongeman, wonend te Opheusden, predikant te Opheusden (1733),
zn. van Gerard Specht (zie nr. 4c).
-
3. Hillegonda Specht, ged. geref. Rotterdam 27-4-1706 (get. Hillegonde Specht), beg. Rotterdam 5-5-1706.
-
4. Hillegonda Jacoba Specht (Spegt), ged. geref. Rotterdam 10-7-1707 (get. Hillegonda van Vollenhoven), beg. Rotterdam Grote Kerk 17-2-1763 (Trans l54, oud 66 jaar), jongedochter, wonend te Rotterdam (1727),
tr. Rotterdam schepenen 29-1-1727 (ten huise van de bruid door de dhr van Meel)[13]
Jan Gerardsz van Eijk, geb. verm. 1686-1688[14], jongeman, wonend te Rotterdam (1727)
zn. van Gerrit van Eyk en Willemetta Swanevelt.[15]
Hieruit verder nageslacht bekend (de familie {Specht van Eyk}).
-
5. Cornelis Specht, ged. geref. Rotterdam 23-6-1709 (get. Maria Velsenaar), ovl. Batavia 14-12-1732, adelborst bij de Oost-Indische Compagnie,[16]
in dienst bij de VOC 10-10-1730, uit dienst 14-12-1732 (wegens overlijden in Azie), vaart als Adelborst afkomstig van Rotterdam voor de kamer Rotterdam van de VOC met het schip Hofvliet via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 16-3-1731 en vertrek 7-4-1731) naar Batavia, alwaar aankomst 4-7-1731 (hij heeft geen maandbrief, en geen schuldbrief.[17]
-
6. Maria Specht, ged. geref. Rotterdam 3-9-1711 (get. Maria Velsenaar, wed. van I. Dompselaar), jongedochter van Rotterdam, wonend in de Korte Hoogstraat (1741),
otr./tr. Rotterdam geref. 9/25-4-1741
Ds. Johannes Schu(i)l, jongeman van 's-Gravenhage, wonend te Assendelft, predikant (1741).
-
7. Johannis Specht, ged. Rotterdam geref. 31-1-1713 (get. Maria Velseman (sic!)), doopget. (1763),
wellicht identiek met
Johannes Specht, beg. Rotterdam Grote kerk 3-8-1773 ("in eige kelder", bejaarde jongeman, wonende in de K. Hoogstraat vooraan).
4b. Ds. Herman(n)us Specht, geb. 1654/55, ovl. 10-4-1715,[18].
ingeschreven als student letteren aan de Universiteit van Leiden 10-9-1675 ("Hermannus Specht, Crimpensis Batavus. 20 (jr.)"),[19]
j.m., bedienaar des godlijck woordts tot Willige-Langerack (1683),
predikant te Willige-Langerak (voor 1683 -1691), en Brouwershaven (1691-1715),[20]
doopget. te Brouwershaven (1694, 1701),
tr. Heerjansdam 27-10-1683[21]
Maria Staphorst(ius), ged. Heerjansdam 30-7-1662 (get. Casparus Staphorstius, en de heer Aernout van Ravesteijn), j.d. van Heerjansdam en aldaer wonende (1683).
dr.v an Ds. Samuel Staphorst(ius) en Johanna van Ravesteijn (zie nr. 4d).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
1. Ds. Samuel Specht, geb. Wilige-Langerak 1683/84, ovl. 17-3-1752[22], volgt 5a.
-
2. Casparus Specht, ged. geref. Brouwershaven 7-4-1692 (get. Jacobus Hartman en Elizabeth Hobius).
-
3. Jan Specht, ged. geref. Brouwershaven 12-7-1696 (get. Isaacus de Meij en Catharina Hartmans).
Uit hem mogelijk:
Samuel Janse Specht, geb. vóór ca. 1735, filiatie niet bewezen,
tr. vóór 1756
Martijntje Cornelis Dancker(t)s (Fonteijn?).
Uit dit huwelijk (Specht=Danckers):
-
a. Willemijntje Specht, ged. geref. Dreischor 4-7-1756 (hier heet de vader Samuel JANSE Specht), is mogelijk identiek met Willemina Spegt, oud 58 jaar overleden
in het armhuis Bruinisse 9-3-1807 (maar dan klopt de leeftijd niet).
-
b. Levina Specht, ged. geref. Dreischor 22-4-1759 (hier heet de vader Samuel JANSE Specht).
-
4. Jacobus Specht, ged. geref. Brouwershaven 3-10-1697 (get. Isaacus de Meij en Maria van der Baars).
-
5. Hermanus Specht, ged. geref. Brouwershaven 3-8-1698 (get. Coenraed de Crijger en Maria van der Baars).
-
6. Maria Johanna Specht, ged. geref. Brouwershaven 11-3-1700 (get. dhr. Isaacus de Meij en Maria Juffr. van der Baars), ovl. jan. 1768, doopget. te Zonnemaire (1744),
vermeld als geref. lidmaat te Zonnemaire (1756, 1766),
tr. vóór 1756
Bastiaan Braam, vermeld als geref. lidmaat te Zonnemaire (1756, 1766), vertrokken naar Brouwershaven.
-
7. Cornelia Jacoba Specht, ged. geref. Brouwershaven 13-12-1702 (get. Johanna Bolle).
4c. Gerhard Specht. -
1. Ds. Philippus Specht, jongeman, wonend te Opheusden,
beroepen als predikant te Opheusden 24-11-1728,[24]
predikant te Opheusden (1728 tot 1784?),
otr./tr. Rotterdam geref. 4-6/17-5-1733 (met dispensatie van het Hof van Gelre 2-4-1733, "broederskinderen")[25] zijn volle nicht
Jacoba Marya (Maria) Specht, ged. Rotterdam 17-2-1704, jongedochter van Rotterdam, wonend in de Hoogstraat (1733),
dr. van Dr. Nicolaus Specht en Adriana van Rosendael (zie nr. 4a).
Uit dit huwelijk (o.a.?):
-
a. Gerharda Wilhelmina Specht, ged. Opheusden 12-4-1744, ovl. Zutphen 19-12-1816, tr. Opheusden 15-8-1769
Ds. Henricus Grijp, geb. Metslawier 16-9-1734, ovl. Wageningen 6-9-1783, predikant, laatst te Wageningen,
zn. van Ds. Henricus Grijp, predikant, laatst te Veenendaal, en Anna Geertruida Marinus.
Hieruit verder nageslacht bekend, waaronder een zoon Philippus die zich {Specht Grijp} gaat noemen.[26]
Referenties van de gegevens van generatie 4 staan ook hier