| You are here: Louk-Home ⇒ Genealogy ⇒ Van Pijlen ⇒ Gen. nr. 6 |
| Willem Willemsz Tak |
6hh. JAN WILLEMSZ VAN PIJLEN, geb. 1682/3, ovl. Roelofarendsveen, beg. Rijnsaterwoude 7-2-1748 (impost Alkemade ƒ 15 aangever zijn zwager)[1], teelman (1731, 1742) te Roelevaartjesveen,[2]
betaalt ƒ 6,-- belasting (classe 1),
weesman van Alkemade (1737),[3]
woont te Roelofarendsveen (1719),
vermeld als belender te Alkemade (1747) [4],
tr. Alkemade schepenen (gaarder, RK) 8-10-1731
ANTJE JOPPEN BOXE, geb. Alkemade ca. 1700, ovl. (kort voor) 1776,[5].
vermeld als belendster te Alkemade (Roelevaartjesveen)
(1749 [6]
), (1751, 1769, 1779 [7]
),
woont te Roelofarendsveen ten zuiden van het huis en erf van de kinderen van Gerrit Willemse Kasteleijn (1759),[8]
dr. van Jop Teunissen Boxe, scheepmaker en armmeester te Roelevaartjesveen [9]
[10]
,[11]
, en Maertgen Dirksdochter Clutz.[12]
6a. PIETER JANSZ VAN PIJLEN, ged. Nieuwkoop 4-3-1725, ovl. Nieuwkoop 6-2-1789, beg. Nieuwkoop op kosten van de Remonstrantse buiten armen (gaarder pro deo), j.m. van Nieuwkoop (1745),
otr./tr. 1o Nieuwkoop (gaarder, gerecht) 23-8-1745
WILLEMIJNTJE TEUNISSE QUAST, geb. Nieuwkoop, ovl. 1749-1750, j.d. van Nieuwkoop (1745),
dr. van Teunis Gijsbertse Quast en Maritje Eeuwouts van Leeuwen, (zie onder 3e1),
tr. 2o Nieuwkoop 26-4-1750
ANNIGJE GERRITSE VERDUYN, ged. geref. Nieuwkoop 1-6-1727, ovl./beg. Nieuwkoop 3-9-1783 (impost pro deo, aangever : Pieter Jansz van Pijlen, echtgenoot), dr. van Gerrit Cornelisz Verduyn.
6b. MICHIEL CORNEILLE VAN PIJLEN (PEIJLLE), geb./ged. Amsterdam Walenk. 20/23-1-1718, beg. Amsterdam Ooster Kh. 6-2-1745, poorter van Amsterdam 26-10-1740 als scheepstimmerman van Amsterdam, en zn. van Pieter Cornelis van Pijlen,
vaart als Michiel Cornelisz van Pijlen, afkomstig uit Amsterdam in de rang Oppertimmerman op 23-10-1741 met het schip Bosbeek voor de kamer Amsterdam van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 26-2-1742 en vertrek 11-3-1742) naar Batavia alwaar aankomst op 24-05-1742, vaart op 26-12-1742 met het schip Ruiter voor de kamer Amsterdam via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 11-03-1743 en vertrek 21-03-1743) terug naar Nederland, alwaar aankomst op 19-07-1743 (hij heeft geen maandbrief, wel een schuldbrief),[30]
is scheepstimmerman (1745) op de werf "De Gouden Leeuw" op de Cadijk,
woonde op de Cadijk (1743), otr. Amsterdam 4-10-1743 (get. zijn vader Pieter Cornelis van Pijlen en haar vader Izak de Vrolik)
JOHANNA DE VROLICK, ged. Amsterdam Oude K. 24-1-1721 (get. Jan Bos en Annitje Wijckmans), beg. Amsterdam Zuiderk. 3-11-1789, doopget. (1763..1778),
woonde op de Cadijk (1743, 1747) en op Cattenburg (1769, 1789),
dr. van Izak de Vrolick, scheepstimmerman van de Nieuwe Zeedijk en Aagje Hendricks.
Zij hertr. Amsterdam 19-5-1747 Pieter de Boer, wednr. van Grietje Potter, op Cattenburg.
6c. CORNEILLE PIERRE (CORNELIS) VAN P(E)IJLEN, geb./ged. Amsterdam Walenk. 29-8/1-9-1720, beg. Amsterdam St. Anthoniskh. 10-11-1772 (laat 4 kinderen na), vaart als Cornelis Pietersz van Peijlen uit Amsterdam in de rang ondertimmerman op 20-8-1747 met het schip Schellag voor de kamer Zeeland van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 18-12-1747 en vertrek 16-01-1748) naar Batavia alwaar aankomst op 18-05-1748 naar Batavia, vaart op 29-09-1751 met het schip Getrouwigheid voor de kamer Amsterdam via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 25-12-1751 en vertrek 12-01-1752) terug naar Nederland, alwaar aankomst op 05-05-1752 (hij heeft geen maandbrief, wel een schuldbrief),[33]
wordt poorter van Amsterdam 17-6-1752 als scheepstimmerman en zn. van
Pieter Cornelis van Peilen, scheepstimmerman,
vaart als Cornelis Pietersz van Pijlen, afkomstig uit Amsterdam in de rang Oppertimmerman op 3-9-1753 met het schip Amstelveen voor de kamer Amsterdam van de VOC via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 30-6-1753 en vertrek 18-7-1753) naar Batavia alwaar aankomst op 15-12-1753, vaart op 31-10-1758 met het schip Bosschenhove voor de kamer Amsterdam via Kaap de Goede Hoop (alwaar aankomst 104-01-1759 en vertrek 26-02-1759) terug naar Nederland, alwaar aankomst op 24-06-1759 (hij heeft een maandbrief en schuldbrief, waarvan de begunstigde is zijn vader: Pieter Cou..s van Pijl uit Amsterdam,[34]
woont op de Cadijk (1759),
in de Calverstraat hoek Jonge Roelofsstraat (1764),
op Kattenburg (1772),
otr. Amsterdam 14-12-1759 (get. zijn vader Pieter Cornelisz van Pijlen en haar broer Hendrik Croese)
FEMMETJE CROESE, ged. Amsterdam Nieuwe K. 25-7-1728 (get. Claas
Jacobs en Willemina Jacobs), beg. Amsterdam St. Anthoniskh. 3-2-1793 (laat 1 kind na), woonde Antonibreestraat (1759),
Cattenburg (1772), Kleine Cattenburgerstraat (1793),
dr. van Hendrik Croese, hoedenwinkelier op de Nieuwendijk,[35] en Femmetje Jacobs.
6d. CLAAS VAN PIJLEN, ged. Amsterdam Nieuwe K. 10-5-1747, ovl. Amsterdam 18-12-1820 in het Oudemannenhuis aan de Amstel, woonde Rotterdam, Bikkerseijland (1773), Braak zuidzijde (1783),
Haarlemmerdijk (1785, 1787, 1789) en
op Het Water voor de Paapenbrug (1790, 1791),
doopget. (1802),
otr. 1o Amsterdam 17-9-1773 (get. Pieter Booy op 't Rejaleneiland en haar vader Hendrik van Elsen)
MARIA JOHANNA VAN ELSEN, ged. geref. Zwolle 12-3-1752, beg. Amsterdam Eilandk. 14-10-1783, woont op 't Bikkerseiland (1773),
dr. van Hendrik van Elsen en Gezina van Es,
otr. 2o Amsterdam 20-10-1785
BARBARA SCHUURMAN, van Nieuwer Amstel.
6e. JAN KLAASZ VAN PIJLEN (PEILEN), ged. Nieuwkoop 27-7-1732, ovl. na 1786, wordt in 1763 lidmaat van de Remonstrantse gemeente te Zevenhoven wonend in de Noordtsche Buurt,
herhaaldelijk genoemd als aangever bij begraven te Zevenhoven (1772..1786),
vermeld als lidmaat van de Remonstrantse gemeente te Zevenhoven in de lijst van 1780,
tr. Zevenhoven (gaarder) 18-2-1763
BAALTJE DIRKSE BLESGRAAF, ovl. na 1789, wordt in 1762 lidmaat van de Remonstrantse gemeente te Zevenhoven wonend in de Noordtsche Buurt,
vermeld als lidmaat van de Remonstrantse gemeente te Zevenhoven in de lijst van 1780,
doopget. (1789),
verm. dr. van Dirk Blesgraaf en Jannetje Cornelis van Noorden, Rem. lidmaten in de Noordtsche Buurt te Zevenhoven.
Op 30-4-1839 wordt de akte geroyeerd.
[59]
Op 22-9-1838 testeert zij opnieuw.
[70]
6f. JACOB KLAASZ VAN PIJLEN, ged. Nieuwkoop 10-4-1735, ovl./beg. Nieuwkoop /gaaarder 18/23-1-1810 (oud 77 jaar (sic!), laat 3 kinderen na), woont te Nieuwkoop (1810),
tr. vóór 1756
AALTJE JANSE PIJPER, ovl./beg. Nieuwkoop 28-2-1784 (impost pro deo, aangever : Jacob van Pijlen, echtgenoot).
6g. KLAAS (NICOLAAS) CLAESZ (VAN) PIJL(EN), ged. RK Wassenaar 23-12-1755, ovl. 1784-1790, tr. vóór 1784
JACOBA JANSON, ged. verm. RK Rotterdam Leeuwenstraat 30-9-1755 (get. Jacobus Janson en Jacoba Peijs), wonend te Bergsenhoek binnen Hillegersberg ("zijnde van de Roomsche Religie") 1790,
verm. dr. van Michiel Janson en Anna Francke.
Zij hertr. Hillegersberg ambachtstrouw 9-5-1790 Jan van Velthoven.
6h. HUIJG (HUGO) CLAAS VAN P(E)IJLEN, geb./ged. RK Wassenaar 8/9-2-1765, ovl. Wassenaar 2-9-1820, doopget. (1789),
j.m. wonend te Wassenaar (1794),
bakker (1813-1815),
[76]
kiesgerechtigd (1815),[77]
otr. Wassenaar gerecht-2-3-1794
JANNETJE HENDRIKS VAN NOORD (NOORT, OORT), ged. Wassenaar RK 9-9-1763, ovl. Wassenaar 22-1-1830, j.d., wonend te Wassenaar (1794, 1824),
dr. van Hendrik van Oort (sic!) en Trijntie Cnelis Verhoef.
6i. CORNELIS VAN PIJLEN, geb. vóór ca. 1765, ovl. vóór 1815, is mogelijk Cornelis sub 6a/3,
tr. vóór 1790
ARIAANTJE (ADRIANA) VAN DER MEER, geb. 1747/48, ovl. Voorburg 26-12-1815.
Handtekeningen van Jan Willemsz van Pijlen en Antje Joppen Boxen onder hun mutueel testament d.d. 17-1-1731.
klik op plaatje(s) om te vergroten
Kohier van de 100e penning van Rijnland: 1714.
Alkemade-Rijpwetering: Cornelis Jansz van Egmont overleden. Erven Willem Willemsz van Doorn ƒ 17, Niesje Jans van Egmont, f. 9, Willem Theunisz van Wieringen f. 9, Jan Willemsz van Peylen f. 2,10, en Maartje Willems van Peylen f. 2,10.
Op 11-10-1719 wordt Jan Willemsz van Pijlen hij door de dood van zijn neef Willem Willemsz van Doorn beleend met 2 morgen toegemaakt land te Alkemade en 2 morgen, 100 roeden hooi- en ruigland, met een akker ten zuiden van het ruigland, gelegen in Roelofarendsveen, leenroerig aan de hofstede Warmond. Het leen betreffende de 2 morgen toegemaakt land droeg hij op 10-7-1720 over aan Cornelis Cornelisz Warmerdam.[13]
Op 19-6-1720 wordt Jan Willemsz van Pijlen genoemd als executeur testamentair van Willem Willemsz van Doorn (overleden te Roelofarendsveen), en op 19-7-1720 wordt hij genoemd als één van diens erfgenamen. De anderen zijn: Willem Theunisz. van Wieringen, Susjen Willems van Pijlen, Dieuwertjen Willems van Pijlen en Claes Woutersz van Thol als getrouwd met Maertjen Willems van Pijlen. [14]
Kohier van de 100e penning van Rijnland : 1720.
Willem Willemsz van Doorn overleden. Erven Willem Teunisz van Wieringen,
Jan Willemsz van Peylen, Maartje Willems van Peylen, Dieuwertje Willems van Peylen en Claes Woutersz van Tol nom(ine) ux(oris).
Op 12-3-1726 maken Jan Willemsz van Pijlen en zijn zuster Dieuwertje Willems van Pijlen (beiden wonende te Roelofarendsveen, gezond en niet gequotiseerd voor de 200ste penning) hun testament op te Oude Wetering. Ze kennen hun moeder een bedrag van ƒ 400 toe voor haar legitieme portie en benoemen elkaar tot universeel erfgenaam. Dieuwertje tekent met een kruisje en Jan met "Jan Willemse van Pijlen". [15]
Op 20-11-1728 compareren ter ene zijde Jan Willems van Pijlen, meerderjarige j.m., ter andere zijde Dieuwertje Willemsdr van Pijlen geassisteerd met haar echtgenoot Jacob Dirkse van Bemmel. Zij verdelen het huijs, erve en landerijen hen opbesturven door het overlijden van Willem van Doorn, hun neef, als van hun moeder en schoonmoeder Niesje Jansdr van Egmond, wed. en boedelhoudster van Willem Egberts van Pijlen, die mede-erfgename was gebleven van Cornelis Janse van Egmond en bij de scheiding van diesns boedel het recht had verkregen op vijff mergen lands, alle bij Jan Willems van Pijlen en Dieuwertje Willemsdr van Pijlen tot nu toe in het gemeen bezeten.
Jan Willems van Pijlen krijgt
- een huijs en erve groot 250 roeden, te verongelden voor 240 roeden, gelegen in Roelevaartjesveen met het recht van de vrije vaart voor zijn werf aan de zuidzijde buiten Jacob Dirkse van Bemmel.
- 800 roeden lands zijnde de helft van het land aan het bovenstaande huijs en erve gelegen ten zuiden, en bestaande in vier teelakkers.
- een houtakker gelegen in de Lijkerpolder te verongelden in het ambagt voor 75 roeden en in de polder voor 110 roeden
Dieuwertje Willemsdr van Pijlen en Jacob Dirkse van Bemmel krijgen
- de wederhelft van het land gelegen aan het bovenvermelde huis en erve gelegen in Roelevaartjesveen groot 800 roeden bestaande mede in vier teelakkers ten noorden; - een hoekje lands, gelegen op Abbenes, aan de groote meer, met Dirk Bont gemeen leggende.
Al het bonvenstaande komt uit de scheiding van de boedel van Willem van Doorn op 19-6-1728 voor schout en schepenen van Alkemade.
Zij krijgen verder nog
- een houtakker gelegen in de Lijkerpolder te verongelden in het ambacht voor 75 roeden en in de polder voor 88 roeden; - een partij teelland gelegen als voren te verongelden in het ambacht voor 25 roeden en in de polder 225 roeden lands.
- 5 morgen van 7 morgen lands gekomen uit de boedel van Cornelis Jans van Egmond gelegen in de Veenderpolder onder Esselijkerwoude belend OZ de Kerksloot, ZZ de wed. van Jan van de Wetering en de Heer Rippert van de Velde, WZ de Rijpwateringerdijck, NZ Gerrit Abrahms van der Veen.
Tussen de comparanten wordt nog in het gemeen gehouden het eerste houtakker gelegen in de Lijkerpolder in Alkemade belend OZ de Kerksloot, ZZ Pieter van Hees en Bartholomees Srtijdhagen, WZ Cornelis Pieter Dammasz van Egmond, NZ Dirk Endelstaart, te verongelden in het ambacht voor 350 roeden en in de polder voor 323 roe 4 voet, gekomen uit de boedel van hun voorsz. moeder.
Voorts zijn de contante penningen en de meubile goederen verdeeld.
[16]
Op 17-1-1731 testeren te Leiden d'eersaeme Jan Willemse van Pijlen, teelman, en d'eerbaere Antie Jopsdr Boxen, echtelieden wonende in de Roelofaartienveen, beiden gezond van lichaam en verstand. Zij maken een mutueel testament en benoemen de langstlevende tot enige en universeel erfgenaam, onder de voorwaarde dat deze eventuele kinderen tot hun 25e jaar of eerder huwelijk zal opvoeden en alimenteren. Langstlevende mag eventuele kinderen bij huwelijk naar goeddunken een uitzet geven in plaats van de legitime portie. Indien testatrice overlijdt zonder kinderen na te laten dan dient haar achtergebleven echtgenoot aan testatrices vader - indien deze dan nog leeft - uit te keren ƒ 300,-- in plaats van de legitieme portie. Indien een van beide testateurs overlijdt zonder kinderen na te laten en opnieuw trouwt dan dient deze aan de nabeschreven vrienden van de eerstoverledene uit te keren ƒ 300,--. Indien ook de langstlevende ongehuwd overlijdt dan erven de vrienden van weerszijden elk de helft. In dien testateur de langstlevenede is en weder trouwt of overlijdt dan dient testatrices vader - als hiij dan nog leeft - zijn ƒ 300,-- weer in de gemene boedel aan te brengen. Voorts benoemen zij, onder uitsluiting van weesmeesters of enige andere autoriteit, elkaar tot voogden over eventueel na te laten minderjarige kinderen, en bij hertrouwen tevens testatrices broeder Teunis Joppe Boxen en Gerrit Gijsen Outshoorn.
In margine: De comparanten hebben verklaard in het Quhier van de 200e penning beneden ƒ 4000,-- bekend te staan.
[17]
Op 4-3-1748 toont Antje Joppen Boxe voor de weeskamer van Alkemade het testament van haar en haar overleden man Jan Willemse van Pijlen, dat op 17-11-1731 was gepasseerd voor notaris Hendrik Wilmers te Leiden. In dit testament werd zij gesteld tot voogd over haar minderjarige kinderen, met uitsluiting van de weeskamer.[18]
Op 25-11-1762 verschijnt Antje Joppen Boxe ter secretarie van Alkemade (te Oude Wetering) om te verklaren dat zij en haar erven voor 340 gulden verkocht hebben aan de heer Gerard Schouten en Jan van den Bogaerd: een houtakker, 103 roeden groot, in de Lijkerpolder met als belendingen: OZ: Jacob van Hees & Barend Neels, ZZ: Cornelis Mous, WZ: Izak de Jong, en NZ: Hendrik Meijer.[19]
Op 11-10-1719 wordt Jan Willemsz van Pijlen, oud 36 jaar, bij dode van
Willem Willemsz van Doorn, zijn neef, beleend met 2 morgen toegemaalt
land te Alkemade, leenroerig aan de hofstede Warmond. Op 10-7-1720
draagt hij het leen over aan Cornelis Cornelisz Warmerdam
[20].
Op 11-10-1719 wordt Jan Willemsz van Pijlen, oud 36 jaar, bij dode
van Willem Willemsz van Doorn, zijn neef, beleend met 2 morgen 1 hont
zowel hooi- als ruigland, waarin een akker ten zuiden van het ruigland,
gelegen in Alkemade in Roelevaartjesveen, en leenroerig aan de hofstede
Warmond.
Op 8-10-1748 doen Anton Boxen en Gerard Oudshoorn hulde
voor de ene helft van het leen ten behoeve van Willem van Pijlen,
oud 16 jaar, bij dode van Jan, diens vader.
Op 20-2-1753 verkrijgt
Anton Boxen ook de westelijke helft van het leen voor Willem Jansz van Pijlen,
oud 20 jaar, bij overdracht door Pieter Cornelis Bikbergen voor
f 500,-- en 15 stuivers.
Op 4-2-1769 verkrijgt Jacob Gerardsz Kastelein
het gehele leen voor Niesje van Pijlen, dr. van
Jan van Pijlen, zijn vrouw, bij dode
van Willem van Pijlen, haar broer.
Op 30-7-1774 verkrijgt Cornelis Kastelein
het leen voor Niesje van Pijlen bij dode van Jacob Kastelein.
Op 13-5-1776 verkoopt Niesje van Pijlen het leen aan
Hermanus Nieuwenhuizen te Roelevaartjesveen, oud 58 jaar, voor ƒ 1060,--
[21].
Op 30-4-1776 worden de nagelaten onroerende goederen, voor zover nog niet publiekelijk verkocht, door de erfgenamen (haar drie dochters) van Antje Joppen Boxe als volgt verdeeld:
Marijtje Jansdr van Peijlen, ongehuwd, en Antje Jansdr van Peijlen, weduwe van Dirk van der Starre (Sterre) krijgen samen:
1. Een huis en erf in Roelofarendsveen, nr. 171 in de protocollen en in de verpondingen aangeslagen tot ƒ 3:7:0, belend OZ: de hierna te noemen akkers, ZZ: Pieter van Klink, WZ: de Veenwetering, en NZ: Corstiaan Oversloot. Belast met onderhoud van 14 roeden 4 voeten Veenderdijk (nr. 35), en met de helft van de kosten in de heul bezuiden de werf, waardoor Pieter van Klink vrije doorvaart heeft.
2. Vier akkers aan de oostzijde van de Veenderdijk in de Veenderpolder, te verongelden met het voornoemde huis samen voor 474 roeden "laagbon" in het ambacht en 2 morgen 67 roeden in de polder, belend OZ: Pieter Corsz van Duuren, ZZ: Pieter Bandhout, NZ: Pieter van Klink, en WZ: het voornoemde huis met erf. Belast met onderhoud van 7 roeden 5 voet 6 duim kade in de Veenderpolder in het tweede 50 nr. 44, het tweede gedeelte.
Niesje Jansdr van Peijlen, vrouw van Jacob Akerboom, krijgt:
1. Een houtakker aan de westzijde van de Veenderdijk in de Veenderpolder, te verongelden in het ambacht voor 400 roeden laagbon en in de polder voor 1 morgen 226 roeden. OZ: Willem Tilleman, zuid: Pieter Bandhout en Jan Bezuijen, NZ: Mathijs van Zaal en de weduwe van Wouter Akerboom, en WZ: de Loetsloot. Belast met onderhoud van 2 roeden 9 voet kade in de Veenderpolder in het eerste 50 nr. 22.
[22]
Uit dit huwelijk:
Uit haar eerste huwelijk (Casteleijn-van Pijlen) (o.a.?) :
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
Archief van het ambacht, later gemeente Alkemade:[27]
1806: Aantekening van de secretaris van Alkemade betreffende de beediging van Antje van Pijlen, weduwe van D. van der Sterre, en anderen tot schatters en schatsters van de mobilaire goederen,
Op 6-4-1811 verklaart
Klaas van Vliet, wonende te Alphen, schuldig te zijn aan
Antje Jansdr van Pijlen, weduwe van Dirk van der Star, wonende te Roelofarendsveen, een bedrag
van 499 gulden. Als onderpand wordt gesteld een huis en erf in de Steekt, tussen de Rijndijk
en de Rijn, belend ten oosten en westen Willemina van der Hoeve.
[28]
Dirck Willemsz Tak
Uit zijn eerste huwelijk (van Pijlen-Quast):
Uit zijn tweede huwelijk (van Pijlen-Verduyn):
Op 2-6-1747 bewijst Johanna de Vrolijk voor de weeskamer aan haar kind het
vaderlijk erfdeel [31].
Uit het huwelijk Van Pijlen-de Vrolik :
Op 24-8-1774
verkoopt Dirk Valk echtgenoot van Lijsbeth van Lien aan Frans Aart de Jong,
een huis, achterhuis en erven in de Grote Wittenburgerstraat (ZOZ) park B te Amsterdam.
[32]
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
Uit dit huwelijk:
Op 4-11-1785 compareren te Amsterdam Claas van Pijlen, wednr. van
Maria Johanna van Elsen, wonende te Amsterdam, en Barbera Schuurman,
minderjarige dr., geassisteerd met haar vader en voogd Frederik Schuurman,
wonend op het Jan Hansenpad te Nieuwer Amstel. Zij verklaren te
Amsterdam en Nieuwer Amstel in ondertrouw te zijn gegaan, doch dat sindsdien
"tussen hen comparanten zulke verregaande onaangenaamheden zijn
voorgevallen, dat zij comparanten, begrijpende dat hun huwelijk,
indien zij hetzelve kwamen te voltrekken, met veel verdriet en
verregaande oneenigheden verzelt zoude gaan, om verdere verdrietelijkheden
te prevenieeren geresolveert waren om hun voorgenomen huwelijk
niet te voltrekken." Zij ontslaan elkaar van wederzijdse trouwbeloften
en machtigen de betreffende autoriteiten om de huwelijksproclamatien
te royeren. Zij, Barbera Schuurman, dient aan hem, Claas van Pijlen,
ƒ 42,-- te restitueren wegens door hem betaald middel op het trouwen
en verdere kosten gemaakt voor het aanstaande huwelijk. Bovendien
dient zij de rekening van de notaris te betalen. Getuigen zijn
Daniel Lublink en Jacobus de Booy
[43].
Hij
otr. 3o Amsterdam 16-3-1787 (get. Jan Keyer, haar ouders dood)
GERRITJE MULDER, ged. Amsterdam Eilandk. 22-3-1753 ("in huys", get. Hendrik Vosbrink en Elisabeth Mulder), beg. Amsterdam St. Anthoniskh. 13-4-1799, woonde op de Hoogte Kadijk naast de Toren van Kordaen (1799),
dr. van Gerrit Mulder, kassier op de Oude Zijds Achterburgwal
[44] en Catharina Roosman.
In 1774 koopt Claas van Pijlen een huis en erf
op het Kattenburgerplein oostzijde bij de zuidhoek van de Grote Kattenburgerstraat.
[45]
Op 23-1-1776
verkopen de erven van Roeloff Roelvink, echtgenoot van Elsje Visschers aan Claas van Pijlen,
een huis en erf in de Haarlemmerdijk (Haarlemmerstraat) hoek Rode Koegang tussen Binnen Vissersstraat en Binnen Wieringerstraat te Amsterdam.
[46]
Op 28-11-1776
verkoopt Frans Barendsz wednr. van Maria Offenberg aan Claas van Peijlen,
een huis, achterhuis en erven, waar De Rode Koe in de gevel staat, op de Palmgracht (ZZ) het derde huis van de Palmdwarsstraat te Amsterdam.
[47]
Op 28-11-1776
verkoopt Frans Barendsz, wednr. van Maria Offenberg aan Claas van Peijlen,
een huis, achterhuis en erven, waar Het Melkmeisje in de gevel staat, in de Braak (ZZ) (Palmgracht) tussen Brouwersgracht en Palmdwarsstraat te Amsterdam.
[48]
Op 7-7-1779 verkoopt Maria Alijda Swavink, wed. voor ƒ 1925,-- aan
Claas van Pijlen een huis en erf op het Kattenburgerplein oostzijde, op
de zuiderhoek van de Grote Kattenburgerstraat [49].
Op 27-1-1790
verkoopt Claas van Peijlen aan Anna Margaretha Sijbilla Turburg, wed. van Michiel Hegeman,
een huis, achterhuis en erven, waar De Rode Koe in de gevel staat, op de Palmgracht (ZZ) het derde huis van de Palmdwarsstraat te Amsterdam.
[50]
Op 27-1-1790
verkoopt Claas van Peijlen aan Evert Kunst,
een huis, achterwoning en erven op de Haarlemmerdijk (Haarlemmerstraat) hoek Rode Koegang tussen Binnen Wieringerstraat en Binnen Vissersstraat te Amsterdam.
[51]
Op 27-1-1790
verkoopt Claas van Peijlen aan Lodewijk Emmer,
een huis, achterhuis en erf, waar Het Melkmeisje in de gevel staat, in de Braak (ZZ) (Palmgracht) tussen Palmdwarsstraat en Brouwersgracht te Amsterdam.
[52]
Op 13-1-1808
verkoopt Claas van Pijlen aan Fredrik Sieveking,
een scheepstimmerwerf, huis en loods genaamd De Pelikaan op de Hoogte Kadijk te Amsterdam.
[53]
Uit zijn eerste huwelijk (van Pijlen-van Elsen) gedoopt te Amsterdam :
Uit dit huwelijk (o.a.?):
Uit dit huwelijk (o.a?):
Uit zijn tweede huwelijk (van Pijlen-Mulder) :
Egbert Willemsz Tak
In de Opregte Haarlemsche Courant d.d. 22 en 24-9-1814 verschijnt de volgende advertentie:
Uit de hand te Koop: Een kapitaal en weldoortimmerd HUIS en ERVE, zeer geschikt voor eene Boeren-Woning, met een HEEREN OPTREK, staande in den Dorpe Zevenhoven, te bevragen bij AART VERLAAN, te Zevenhoven, of bij KLAAS van PIJLEN, te Nieuwkoop.
Wiens huis zou dat betreffen?
Uit dit huwelijk geref? gedoopt te Zevenhoven :
Op 4-7-1815 komen voor in een akte in Not. Archief Woerden :
1) Cornelis van Pijlen, boer wonend te Mijdrecht, in de hoedanigheid van executeur-testamentair.
2) Aart Verlaan, schipper wonend te Zevenhoven, in de hoedanigheid van executeur-testamentair.
3) Harmen Verduijn, in de hoedanigheid van erflater geldgever bloedverwant.
4) Leendert Harmense Verduijn, wonend te Zevenhoven in de hoedanigheid van erfgenaam erflater huwelijkspartner bloedverwant.
5) Jacob Harmense Verduijn, in de hoedanigheid van erfgenaam bloedverwant.
6) Kornelis Harmense Verduijn, in de hoedanigheid van erfgenaam bloedverwant.
7) Jan Harmense Verduijn, in de hoedanigheid van erfgenaam bloedverwant.
8) Aafje de Wit boerin wonend te Bodegraven in de hoedanigheid van attestant erfgenaam huwelijkspartner bloedverwant
ZOEK UIT.
[55]
Uit dit huwelijk:[56]
COMMENTAAR(¥)
Er staat echt 30 Julij geboren en 9 Junij gedoopt! De predikant zal de maanden wel verwisseld hebben.
Op 5-7-1837 passeert een
akte van schuldbekentenis met hypotheekstelling, groot 1.000 gulden, ten laste van Aaltje van Pijlen, weduwe van Krijn de Keijzer, grondeigenaresse, wonende te Noorden, gemeente Nieuwkoop en ten behoeve van Jacob Verduin, bouwman in de Meije onder Zegveld. Losbaar ten allen tijde na een voorafgaande waarschuwing van 6 maanden, doende interest ad vijf procent per jaar en gevestigd op diverse percelen, landerijen en huizen, staande en gelegen onder de gemeente van Zevenhoven en Noorden.
[58]
Op 26-11-1838 verkopen Jacob Verduijn, bouwman, wonende onder Zegveld en Jan van Pijlen, bouwman, wonende onder Mijdrecht, in kwaliteit van enige erfgenamen van Aaltje van Pijlen, weduwe van Krijn de Keijzer, gewoond hebbende en overleden te Noorden, meubelen en huisraad, samen ter somma van 390 gulden 80 cent.
[60]
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
Op 23-5-1812 verkoopt
Cors Kroft, te Noorden onder Nieuwkoop, aan Krijn de Keijzer, te Noorden onder Nieuwkoop, een perceel weiland, gelegen onder Nieuwkoop. Koopsom 420 francs.
[61]
Op 23-5-1812 verkoopt
Marrigie Jdr Outshoorn, weduwe van Klaas de Keijzer, aan Krijn de Keijzer, wonende te Noorden, percelen land, een huis en veenland. Koopsom 1.470 francs.
[62]
Op 24-8-1814 wordt een
borgtocht, groot 200 gulden, gegeven door Pieter Taat en Cors Kroft, beide wonende onder de gemeente van Nieuwkoop, wegens 130 roeden baggerturf, te venen door Krijn de Keijzer te Nieuwkoop en waarvan ten behoeve van het syndicaat 's-lands impost, collectief zegel en 15 procent zal moeten worden betaald.
[63]
Op 28-12-1818 verkopen
Cornelis Frets, bouwman, wonende te Zevenhuizen en Jacob Frets, bouwman wonende te Aarlanderveen, twee boerenwoningen cum annexis, met ruim 57 morgen wei-, hooi-, en veenlanden, staande en gelegen onder Zuid Achttienhoven, in de Noordsebuurter veenpolder. Kopers zijn Cornelis Jacobse van der Weijden, Gerret van der Weijden, Willem Serré, Gerret van der Weijden Dirkszoon, Klaas de Wit, Hendrik van Wingarden, Krijn de Keijzer, Jan van Haringen, Cornelis Pieterse Outshoorn en Cornelis Maartenszoon van der Weijden, allen veenlieden en wonende onder Nieuwkoop, Arij Kooij, veenman te Thamen, Frans Winters en Barend Riesenberg, veenlieden te Aarlanderveen, Albert Kromwijk, bouwman te Barwoutswaarder en Willem Zijderveld en Cornelis van der Vlugt, bouwlieden onder Zevenhoven. Koopsom 19.425 gulden.
[64]
Op 18-1-1826 testeren te Nieuwkoop en Noorden Krijn de Keijzer, veen- en bouwman, wonende te Noorden gemeente Nieuwkoop,
[65]
en Aaltje van Pijlen, echtgenote van Krijn de Keijzer, veen- en bouwman, samen wonende onder Nieuwkoop.
[66]
OPZOEKEN
Op 3-4-1837 wordt de
inventaris opgemaakt van de gemeenschappelijke boedel van Krijn de Keijzer, gewoond hebbende en overleden te Noorden, en zijn nagelaten weduwe Aaltje van Pijlen. Erfgenamen zijn Aaltje van Pijlen, weduwe van Krijn de Keijzer, zonder beroep, wonende te Nieuwkoop, zo uit krachte der gemeenschap van goederen als uit krachte van geinstitueerde vruchtgebruikster, Pieter Janse Outshoorn, schippersknecht, Arie Janse Outshoorn, ook van beroep schippersknecht, beide wonende onder Nieuwkoop, Geertje Outshoorn, zonder beroep, in huwelijk hebbende Arie Vergeer, winkelier, beide te Nieuwveen, Maartje Outshoorn, zonder beroep, echtgenote van de korenmolenaar Izaac Paulus Bronkhorst, Aagje Outshoorn, zonder beroep, in huwelijk hebbende de timmermansknecht Pieter Krook, allen wonende te Nieuwveen en Cornelis Outshoorn Janszoon, particulier, wonende te Amsterdam.
[67]
Op 30-6-1837 verkopen
Pieter Janse Outshoorn, schippersknecht, Arie Janse Outshoorn, schippersknecht, beide te Nieuwkoop, Jannegie Kluis, weduwe van Dirk van der Valk, onderwijzeres der jeugd, te Aarlanderveen, Geertje Outshoorn, zonder beroep, echtgenote van Arie Vergeer, winkelier, Maartje Outshoorn, zonder beroep, huisvrouw van Izaac Paulus Bronkhorst, korenmolenaar, Aagje Outshoorn, zonder beroep, echtgenote van de timmermansknecht Pieter Krook, allen te Nieuwveen woonachtig en Cornelis Outshoorn Janszoon, particulier, te Amsterdam, allen in hun kwaliteit van enige en algehele geinstitueerde erfgenamen van Krijn de Keijzer, aan Aaltje van Pijlen, weduwe van Krijn de Keijzer, zonder beroep, wonende te Noorden, van tien percelen, zowel huizen als landerijen, staande en gelegen onder de gemeente van Zevenhoven en Nieuwkoop en Noorden, benevens de roerende goederen tot de nalatenschap van Krijn de Keijzer behoord hebbende en dat voor de som van 712 gulden.
[68]
Op 30-6-1837 testeert Aaltje van Pijlen, weduwe van Krijn de Keijzer, grondeigenaresse, wonende te Noorden, gemeente Nieuwkoop.
[69]
OPZOEKEN.
Op 5-7-1837 passeert een
akte van schuldbekentenis met hypotheekstelling, groot 1.000 gulden, ten laste van Aaltje van Pijlen, weduwe van Krijn de Keijzer, grondeigenaresse, wonende te Noorden, gemeente Nieuwkoop en ten behoeve van Jacob Verduin, bouwman in de Meije onder Zegveld. Losbaar ten allen tijde na een voorafgaande waarschuwing van 6 maanden, doende interest ad vijf procent per jaar en gevestigd op diverse percelen, landerijen en huizen, staande en gelegen onder de gemeente van Zevenhoven en Noorden.
[71]
Op 30-4-1839 wordt de akte geroyeerd.
[72]
Op 26-11-1838 verkopen Jacob Verduijn, bouwman, wonende onder Zegveld en Jan van Pijlen, bouwman, wonende onder Mijdrecht, in kwaliteit van enige erfgenamen van Aaltje van Pijlen, weduwe van Krijn de Keijzer, gewoond hebbende en overleden te Noorden, meubelen en huisraad, samen ter somma van 390 gulden 80 cent.
[73]
Op 31-12-1838 verkopen
Jacob Verduijn, bouwman, wonende onder Zegveld, en Cornelis van Pijlen, bouwman, wonende onder Mijdrecht, in kwaliteit van enige erfgenamen van Aaltje van Pijlen, weduwe van Krijn de Keijzer, gewoond hebbende en overleden te Noorden,
diverse percelen vaste en onroerende goederen, staande en gelegen onder de gemeente Nieuwkoop en Noorden, en Zevenhoven, en behorende tot de boedel en nalatenschap van Aaltje van Pijlen, weduwe van Krijn de Keijzer. Kopers zijn Jan Verhaar, bouwman onder Zevenhoven, Jan Goozen, bouwman, Jacobus van der Weijden Gerritszoon, veenman, beide mede onder Zevenhoven woonachtig, en Gerrit Sijerveld de Jonge, bouwman, Pieter Kroft, veenman, beide onder Nieuwkoop, Jan Nieuwendijk, bouwman, onder Achttienhoven en Cornelis Zuijdervliet, veenman, onder Nieuwkoop woonachtig. Koopsom 3.217 gulden.
[74]
Memorie van successie van Krijn van Pijlen(¥), ovl. Nieuwkoop en Noorden (14-10-1838?).
[75]
COMMENTAAR(¥)
Hier zal waarschijnlijk bedoeld zijn Aaltje van Pijlen, wed. van Krijn de Keizer?
Uit dit huwelijk Rem. gedoopt te Nieuwkoop :
Onbekende Tak I
Uit dit huwelijk (o.a.?): (leesfouten in de index Teijl, Deijl)
Uit dit huwelijk:
Uit dit huwelijk:
Onbekende Tak III
Uit dit huwelijk (o.a.?) :
Referenties van de gegevens van generatie 6 staan ook hier
| Referenties Genealogie Van Pijlen --- Generatie 6 ( 80 refs.) Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld. |
||
|
|
|
Back to the genealogy page |
contents |
Go to the index |
generation 7 |
generation 5 |
Directly go to generation : 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 |