This page was last updated : 110417.
File size is: 100 k.
Fragment Genealogie Mooijaart
Generatie 1
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Fragment Genealogie Mooijaart,
version 1.1,
Muiden, 2009.
© Copyright 2011 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Mooijaart Gen. nr. 1

Diverse personen 1a, ... 1g van wie een onderlinge relatie vooralsnog niet is aangetoond. Commentaar is zeer welkom!


Fragment 1 --- Leiden

Ia. NN Moyaert.

IIa. Franchoys Moyaert (de Oude), geb. vóór ca. 1580, ovl. na 1647, afkomstig van Loo in Vlaenderen (1606), koopman (1606, 1642) buurtheer van de buurt Heren- en Salomonstraten te Leiden (benoemd 3-5-1618 tot 1643 wegens vertrek),[1] huw. get. (1610, 1631), doopget. (1624..1643), woont in de Salomonsstraat (1631), tr. 1o voor 1606 Maycken de Coursellis, ovl. vóór 1606, otr. 2o Leiden geref. 22-12-1606 (get. voor hem Philps Fornier, zijn bekende, voor haar Syntgen Febers, haar moeder) Martyne Rotsaerts (Rudsaers), ovl. na 1647, afkomstig van Wervicke in Vlaenderen (1606). In 1642 is Francoys Moyaert den Ouden eigenaar van huizen te Leiden in de Nieuwsteeg bon Zevenhuizen en in de Salomonstraat bon Zevenhuizen.

Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
6-7-1628: Francois Moyaert treedt op als buurtheer [2]
Op 5-9-1647 compareren Franchois Moijaart de Oude en Martijntgen Rudsaers, echtelieden wonende te Leiden, beiden gezond. Zij maken een mutueel langstlevende testament. De langstlevende zal gehouden zijn aan Maria Moijaerts hun testateurs dochter wanneer zij 25 jaar wordt of eerder indien zij trouwt, uit te keren ƒ 200,-- , dit ter compensatie van wat Franchois Maoijaert de Jonge hun soon van hun comparanten bij zijn huwelijk ontvangen heeft. Een een ander met plaatsvervulling in geval van vooroverlijden. Zij benoemen elkaar tot voogd over na te laten kinderen en goederen. W.g. Franchois Moijaert , door haar een merk. [3]

Raadsel Mooyaart
Lees de volgende akte van 1679
Op 20-2-1679 testeert te Amersfoort Maria Moja(a)rt, sieck te bedde liggende, wonend te Amersfoort, wed. van Hans van Bijlevelt. Zij vermaakt aan haar nicht Anna Maria Mojaert, dochtertje van haar broer Philip Mojaert, haar silverwerck, haar clederen, 2 gouden ringen, bedlakens enz., van alles het beste, en verzoekt Anthoni Jacobs van Soest deze goederen in bewaring te nemen totdat Anna Maria mondig is of trouwt. Zij secludeert de weeskamer. Indiën Anthoni Jacobs voor haar overlijdt, dan benoemt zij in zijn plaats Jan Jacobs van Beeftingh. Getuigen zijn Casper Jans(en) van Holt, Joost Salomons en Jacob Willemsen, borgers van Amersfoort. In margine: op 25-10-1680 gerevoceert folio 4. zie hiervonder [5]

Op 25-10-1680 verklaart Maria Mojaert, wonend te Amersfoort, echtgenote van Abraham Abrahamszn, dat haar codecil van 20-2-1679 voor notaris A. v. Brinckesteyn te niet gedaan wordt alsof dit nooit gepasseerd is. [6]

Hieruit zou moeten worden geconcludeerd dat de zieke Maria Moja(a)rt een broer Philip Mojaart heeft met een dochterje Anna Maria. Deze Philip Mojaart bestaat inderdaad maar heette eerst Philips Fetter. Zou de zieke Maria Moja(a)rt dan eerst Fetter geheten hebben? Daarvan is geen enkel bewijs. Mogelijk dat het vinden van de huwelijksakte van Maria Moja(a)rt en haar eerste man Hans van Bijlevelt daarover opheldering kan verschaffen. Te Amersfoort en Leiden werd dit huwelijk vooralsnog niet gevonden. Uit een verdere akte blijkt er nog een zuster Agniet Moijaerts te zijn die ovl. voor 1655.

We weten:

    • a. Philip Mojaart, wiens zuster in elk geval is
    • b. Maria Mojaart, geb. vóór ca. 1635, ovl. na 1708 (niet gevonden te Amersfoort op Mojaart, div. patr. komen in aanmerking), huw. get. (1675, 1688), doopget. (1682, 1684), tr. 1o voor 1655 Hans van B(e)ijlevelt, ovl. 1675-1679, bombasijdewercker en inwoonder van Amersfoort (1655), betaalt nihil Familiegeld, wonend op de Weverssingel (1674), not. get. (1675), otr./tr. 2o Amersfoort gerecht 11/29-11-1679 Abraham Abrahamsz, geb. ca. 1645, ovl. na 1708, ovl verm. Amersfoort (overledenen en begravenen voorkomend in het archief van het St. Pietersgasthuis) 1-11-1728 (als Abram Abramsen), j.m. "in de 30 jaar" (1679), als bombasijdewercker not. get. (1693).
      Op 4-3-1655 (ouden stijl) machtigt Hans van B(e)ijlevelt, bombasijdewercker, inwoonder van Amersfoort zijn huysvrouw Maria Moijaerts om de erfenis te vorderen, te innen en te ontvangen, die haar is aanbestorven door de dood van haar zuster Agniet Moijaerts binnen Amersfoort. Getuigen zijn Jacob Wi(j)llem(s) Snaren en Gerrit Aertss, borgers en inwoonders van Amersfoort. [7]
    • c. Agniet Moijaerts, ovl. Amersfoort voor 1655, laat na aan haar zuster Maria.

IIIa. Franciscus (Franchoys, Frans) Moyaerd (Moiaerd, Moiaert, Moyardus, etc.) (de Jonge), geb. vóór ca. 1620, ovl. 1662-1665, boekbinder, afkomstig van Leiden, wonend in de Salomonstraet (1642), vermeld als boekdrukker te Leiden (1644-1662),[8] doopget. (1652, 1658), otr. Leiden geref. 6-3-1642 (get. voor hem Franchoys Moyaert, zijn vader wonend in de Salomonstraet, voor haar Susanna Servijs, haar moeye wonend op de Oude Vest) Maria (Barents) Orleans (Orlinqck), geb. vóór ca. 1625, ovl. na 1669, wonend in de Molensteech te Leiden (1642), op het Rapenburgh (1664), te Leyderdorp (1665), doopget. (1661..1669), dr. van Barent Willemsz Oorling, kleermaker, en diens eerste vrouw Lijsbeth van Houten (zie Kwartierstaat Lapikás nr. 12841 sub d ). Zij hertr. Leiden geref. 1-8-1665 Daniel Cornelisz de Rou.

In 1637 wordt de gemene boedel beschreven van Baernt Willemsz Oorling, cleermaker en Annetgen Bekou echteluijden ten behoeve van zijn enige erfgen. Maria Baerentsdr Oorling, over welcke hij tot voogden bij tetstamente heeft gestelt Jacob Verschuire ... en Jan Vereecke? siekenbesoucker, en van haar erfgenamen Paulus Bekoub, haar vader, ende Maijcke van Overbeke, haar moeder (zie Kwarierstaat Lapikás nr. 12840 ). Volgt de boedelbeschrijving van vijf kantjes, die eindigt met "Blijvende 't weeskint tot voldoeninge van voorsz. 200 gld. aen Pauls Bekue schuldich ƒ 758,--." [9]
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1642: Franchois Moijaart de jonge [10]
Bonboeken: een huis in de Nieuwesteech westzijde In Sevenhuijsen
1-6-1643: is bij Jannetge du Pree, weduwe en boedelhoudster, vercoft en de bij haer gemachtigde opgedraegen aen Francoijs Moijaert (den Ouden) ... gl.
13-7-1648: onduidelijke doorgheaalde tekst
2-6-1651: ... bij erfstellinge aen Thobias Moijaert
19-4-1669: ...
Bonboeken Leiden: een huis in de Morsstraat bon Hogemors: [11] 1663-1684: Maria Orlingh en Francoys Moyaert
Bonboeken Leiden: een huis op het Utrechtseveer bon Zuid-Rijnevest: [12] 1685: Maria Orliens en Frans Moyaert.
Bonboeken Leiden: een huis op de Hogewoerd bon Zuid-Rijnevest: 1685: Maria Orliens en Frans Moyaert.

IIb. NN Moijaert, geb. vóór ca. 1560, broer van Franchoys Moyaert.

IIIb. T(h)obias Moyaert, geb. vóór ca. 1585, ovl. na 1639? doopget. (1621..1644), afkomstig van Middelburgh in Zeeland (1610), hosenverver (1610..1631), verver (1625), koopman (1636) wonend op de Hogelantsche Kerckgraft (1631), otr. 1o Leiden Waalse Kerk 21-03-1610 (get. voor hem Franchoys Moyaert, zijn oom, voor haar Jenne Face, haar moeder) Jannetje Agache, ovl. 1623-1625, afkomstig van Leyden, doopget. (1622), otr. 2o Leiden geref. 20-6-1625 Susanna (Bartolomeusdr?) Verbeecque, ovl. 1629-1631, afkomstig van Leyden, otr. 3o Leiden geref. 27-2-1631 (get. voor hem Franchoijs Moijaert, zijn oom wonend in de Salomonstraet, voor haar Emerentia van Otten, echtgenote van David des Urssijns, haar bekende wonend in de Corssteech) (E)Lijs(a)beth (De)nijs, weduwe van Jheronimus le Monier, en eerder van Marcus de Meulenaer, afkomstig van Lyer in Brabant (1617) wonend in de Corssteech (1631). In 1628 is Tobias Moyaert, hozenverver, eigenaar van een huizen te Leiden in de Nieuwstraat bon Burgstreng en op de Pancras Kerkgracht bon Kerkvierendeel. In 1636 zijn Tobias Moyaert, koopman, en Elisabeth Nijs eigenaar van huizen te Leiden op de Oude Rijn bon Marendorp-Rijnzijde, in de Dwarskorenbrugsteeg bon Wanthuis en in de Breestraat bon Wanthuis. In 1662 is Tobias Moyaert eigenaar van een huis op de Herengracht bon Havenbon te Leiden.

Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1618: Thobias Moijaart [29]
1625: Tobias Moijaert [30]
1625: Tobias Moijaert [31]
1628: Tobias Moijaert [32]
1631: Tobias Moijaert [33]
1631: Tobias Moijaert [34]
1633: Tobijas Moijaert [35]
1639: Sr Tobias Moyaart [36]

IIIc. Samuel Moijaert (Moujaar), geb. vóór ca. 1595, ovl. na 1661, afkomstig van Middelburg in Zeelandt, wonend in Leyden (1619), velleploter (1619), koopman (1662), doopget. (1621..1661), otr. Leiden geref. 28-6-1619 Laurentia (Laurensgen) Clement(s), afkomstig van Leyden, doopget. (1671). In 1662 zijn Samuel Moyaert, koopman, en Laurentia Clement eigenaar van huizen te Leiden op de Hooigracht bon Kerkvierendeel, op de Oude Rijn bon Marendorp-Rijnzijde.

Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1637: verklaring door Samuel Moijaert [37]
1637: Samuel Moijaert [38]

FRAGMENT 2 ---- Leiden

Ia. Hugo Moyart, ovl. vóór 1568, tr. Lowysken Kijckenpoost (Loyze Kijkempoost), geb. Ronse ca. 1508, ovl. (terechtgesteld) Ronse 29-7-1568, wordt begin 1568 gevangengenomen wegens het toestaan van gereformeerde preken in haar schuur te Ronse in 1560, wordt veroordeeld en terechtgesteld met het zwaard, mogelijk dochter of zuster van Maitre Antoine Kijkempoost.

Uit het Martelarenboek van Adriaan van Haemstede: [51]
JAAR 1568.
Lowysken Kijckenpoost (Loyze Kijkempoost), weduwe van Hugo Moyart, geboren te Ronse, was omtrent zestig jaren oud en een zeer deugdzame en Godzalige vrouw. Door de overheid van Ronse werd zij, in het jaar van onze enige Verlosser en Zaligmaker Jezus Christus 1568, gevangen genomen, omdat zij en haar kinderen in het jaar 1560 toegestaan hadden, dat een bedienaar van het Goddelijke Woord in haar schuur predikte. En, aangezien er geen waar geloof kan bestaan zonder vrucht, zoals de heilige Schrift leert, was zij vooral in haar tijd met vele deugden versierd.
Immers, als andere lieden gastmalen aanrichtten voor hun vrienden of rijken, noodde zij de armen en behoeftigen, die haar niets konden vergelden, zoals Christus leerde. Nadat zij omtrent zeven maanden gevangen gezeten had, werd zij door de overheid veroordeeld om de 29e juli met het zwaard te worden gedood.
Toen het doodsvonnis over haar was uitgesproken, kwam de pastoor van St. Martenskerk, heer Willem genaamd, tot haar in de gevangenis, die dacht, dat zij bij hem zou biechten. Doch Lowysken, die zeer begaafd was met de geest des verstands en der vrijmoedigheid, sprak hem zeer vriendelijk en al lachende met zulke roerende woorden toe, dat hij bitter begon te wenen, en haar nauwelijks enige woorden kon toespreken. Hij vertrok aldus wenende uit de gevangenis, en zei, dat hij gekomen was om haar te troosten, "maar," zei hij, "gij mag dit mij wel doen."
Daarna bezocht haar dienstbode haar, over wie zij tante was. Deze nam onder bittere tranen afscheid van haar, en vermaande haar, tot lijdzaamheid en standvastigheid in de Heere. Zij antwoordde de dienstbode, dat zij zeer bereid was om te sterven, en verlangde dat zij haar kinderen zou vermanen, wanneer zij die in Engeland vinden zou en alles aan hen te doen, aangezien deze daar ook verstrooid waren wegens de belijdenis der waarheid.
Daarna werd Lowysken uit de gevangenis gehaald en naar de plaats geleid, waar zij als een slachtlam van Christus zou worden opgeofferd. Zeer blijmoedig vertoonde zij zich aan het volk, en werd alzo met het zwaard gedood. Zij ontsliep standvastig in de Heere op de 29e juli in het jaar onzes Heeren en Zaligmakers Jezus Christus 1568.
Daar God de almachtige Heere wonderbaar is in Zijn werken en onnaspeurlijk in Zijn oordelen, geschiedde het in die tijd te Ronse, dat een zwangere vrouw, van welke Lowysken de tante was, in barensnood verkeerde, toen zij de rouwklok hoorde luiden over haar tante, als deze de dood nabij was. Zij verkeerde in die nood drie achtereenvolgende weken, zodat de vrucht in haar lichaam dag en nacht heen en weer schoot als een weversspoel, en, toen na drie weken het kind dood ter wereld kwam, had dit een houw in de nek, en was het hoofd bijna van de romp gescheiden.
In waarheid kan men hieruit opmerken en besluiten, dat de bloeddorstige en wrede tirannen waarlijk een oorzaak geweest zijn van de dood van dit onschuldige kind, wegens welke verschrikkelijke geschiedenis en geboorte zij de genoemde pastoor lieten roepen. Toen deze dit onbegrijpelijke werk des Heeren zag, verschrikte hij daardoor zo hevig, dat hij in onmacht viel, en daarna geen gezond uur meer had.
Hierin zien wij nu, christelijke lezer, dat niemand Gods rechtvaardige hand kan ontlopen, die over het verborgene van de mens kan oordelen, hen zonden hun voor ogen stellen en een iegelijk vergelden naar zijn werken.

IIa. NN (Pieter?) Moyaert, geb. vóór ca. 1530, wordt als Pieter Moyaert poorter van Leiden 17-8-1577 als Peter Moyaert afkomstig van Ronse,[54]

IIIa. Daniel Moyaert, geb. vóór ca. 1560, beg. Leiden Hooglandse Kerk 16-9-1616 (Daniel Moeiaert op de Voldersgracht), volder (1590, 1592), wordt poorter van Leiden 6-2-1592 als volder van Ronse,[57] huw. get. (1602), roltrapier (1607), dekendrapier afkomstig van Ronssen (1615), woont op de Voldersgracht (1603, 1616), tr. 1o voor 1603 Jannetgen van Pladesse, ovl. 1603-1615, otr./tr. 2o Leiden Pieterskerk geref. 17-4/3-5-1615 (get. voor hem Joost van den Bulcke, zijn bekende, voor haar Mayckens Hane, haar zuster) Christijntgen Hane, ovl. Leiden Gasthuis in "De vrouwen betersael" 30-7-1622 (Colijnke de Haen, wed, van Daniel Moyart), afkomstig van Poperingen, wed. van Claes van Tybrigem. In 1590 is Daniel Moyaert, volder, eigenaar een huis te Leiden in de Krauwelsteeg bon Hogewoerd.

Poorters van Leiden:[58] 1594 Juni 27. Giellis Reviel afkomstig van Ronse. Getuigen: Daniel en Pieter Moeyart, mede van Ronse.
Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1615: Daniel Moijaert [59]
Leiden 1607 : Akte van schuldbekentenis door Daniel Moyaart, roltrapier te Leiden, onder borgstelling van Pieter Moyaart, zijn broer, wegens de koop van een huis aan de oostzijde van de Nieuwe Volmolensgracht, belast met een losrente van twaalf gulden voor de kinderen van Klaas Cornelisz van Noordt, weesmeester, ten behoeve van Jacob de Looper, molenvolder. [60]

IVa. Pieter Mo(e)yaert, geb. vóór ca. 1580, ovl. 1602-1637, voller, afkomstig van Ronsen in Vlaenderen (1602), otr. Leiden geref. 17-12-1602 (get. voor hem Daniel Moyaert, zijn vader en Pieter Moyaert zijn oom, voor haar Ida Rombouts, haar bekende, Jannetgen Lodewijcx, haar bekende) Geertgen Jans, afkomstig van Borkeem in het Sticht van Munster (1602), weduwe van Abraham Antonisz. Zij hertr. Leiden (schepenen) 14-11/6-12-1637 Jan de Moer, beiden wonen dan in het Clooster van Nasaret.

Vermeldingen in ONA Leiden (tekst nog opzoeken):
1614: Pieter Moijaert [61]

FRAGMENT 4 ---- Leiden

1f. David(t) Moyaert, geb. vóór ca. 1585, ovl. 1605-1643, zijdelakenkoper afkomstig van Leiden, wonend te Embden (1605), otr. Leiden geref. 16-9-1605 (get. voor hem Daniel Bruggeman, zijn oom, voor haar Janneken van Winghen, haar moeder) Sara van Winghen, afkomstig van Londen in Engelandt, wonend te Leiden (1605).


FRAGMENT 5 ---- Amsterdam / Leiden

1g. Jan Moyaert, geb. vóór ca. 1580.


FRAGMENT 6 ---- Amsterdam / Leiden

1i. Johan Moyaert, geb. vóór ca. 1630, woont te Amsterdam, chirurgijn otr./tr. Leiden (schepenen)/Amsterdam 17-5-1653/... Volckgien Ravens, woont te Amsterdam.


FRAGMENT 7 ---- Amsterdam / Ceylon

Wapen Mooyaart: Een meerman, op eene zee zwemmend, in de rechterhand eene opgeheven drietand houdende. Helmteeken : de meerman uitkomende, de drietand in de hand. [64] Dit wapen komt voor op de grafsteen van Anthony Mooyaart (1698-1767) in de Jaffnakerk te Colombo.

1j. NN Mooyaart. Volgens Ref. [65] mogelijk een zoon van Claas Glaassoon Mooyaart, raad van Amsterdam Ao 1562.


FRAGMENT 8 ---- Amersfoort

1k. Cornelis (Cornelio) Mojaert (Moijen), geb. Amsterdam RK 1624[76], ovl. 1668-1676, koopman (1659) op Spanje en West Indië in compagnie met zijn zwagers Balthasar Schoutten en Philippo van Hulten, woonde aan het Singel op de Rouaansekade in de 'Olyphant', en sinds 1658 te Amersfoort in de Muurhuizen in 'de Lombart',[77] belender in de Muurhuizen (1668, in 1681 zijn erfgenamen), tr. Amsterdam pui 2-7-1651 Maria van Hulten, geb. Amsterdam RK 1626, beg. Amsterdam Nieuwe K. 4-11-1673, woonde sinds 1672 bij haar broer Philippo van Hulten te Amsterdam, op de Keizersgracht (1673), dr. van Nicolaes Matteuszn van Hulten, koopman op Spanje en West Indië, en Odilia Hendricx van der Winden.[78] Zij beiden treden in 1666 te Amersfoort op als getuigen bij het huwelijk van haar zuster Aleid van Hulten.

Op 15-2-1659 verkoopt Jacob van Westrenen, mede voor Juffrouwe Andrea Leydecker, zijn vrouw, aan Cornelis Moijaert, koopman, zijn vrouw en hun erven, een huis, hof en hofstede in de Muurhuizen, met de hof er tegenover, belend door Mr. Gisbert van Dompselaer en door Annitgen Andries van Nieuwenburgh. [79]
Op 12-8-1668 verkopen Cornelis Janz van Sneldert en zijn vrouw Merritgen Aerts van Arckell, en Weijmptgen Frans van Sneldert, weduwe van Jacob Henrickz en haar zoon Hendrick Jacobsen, tezamen erfgenamen van Jan Jansz van Sneldert, bomesijdewerker, en zijn vrouw Grietgen Jans aan Cornelis Mojaert en zijn vrouw 2 huisjes nu tot een geapproprieert, staande en gelegen in de Muurhuizen omtrent de Ketelaersbrug belend aan beide zijden door Jan Gerritsen van Borculoo. [80]
Op 11-2-1676 verklaart Johannes Buijs, als speciale gemachtigde van Rijckje Pieters, weduwe van Sander Sandersz geleend te hebben van Willem Muijs 1600 gulden en 12 stuivers, spruitende uit sake van geleverde woll, kettinggaren, verschoten penningen aan Balthasar Schouten, aen Cornelis Moijen sa(liger): aen Joffr. Ida van Diden, weduwe van Nicasius Bor. Tot onderpand dienen 1) een huis, hof en hofstede in de St. Jansstraat, belend aan de ene zijde Cornelis van Liende, aan de andere zijde Dirck Jans, bleijker, 2) vier huizen staende in de Coninckstraat, waarvan twee op ijdere hoeck van t Brandsteegje en de andere twee naast het huis van majoor Veenhuijzen aan de ene zijde en aan de andere zijde Melis de schoenlapper, 3) een huis in het Pisstraatje, ten sijden de wall. [81]
Op 25-11-1685 testeert te Amersfoort Catharina van Hulten, wonend te Amersfoort. Zij geeft aan en ten behoeve van de samenlijcke kinderen van wijlen Maria van Hulten, haar zuster, verwekt bij wijlen Cornelis Mojaert : 1) een schepenkennissen van 5.000 gulden kapitaal dd. 30-8-1661 bij Barthout Ockers, ten behoeve van de erfgenamen van wijlen Nicolaes van Hulten, beleden uit zijn huysinge staande op de Oudezijts Achterburghwal te Amsterdam, 2) idem 3.000 gulden kapitaal als resterende aan een schepenkennissen van 30-8-1668, beleden als voren, 3) en dan nog al 't geen sij te Groningen of in die provintie en daer omtrent, soo van capitaal als renten, resterende cooppenningen, en ook de Veenen daer omtrent gelegen, te goede mocht hebben en uytstaende is. Dit sonder dat de voornoemde kinderen van wijlen haar zuster zullen behoeven te voldoen, na te komen en uit te keren 2.000 gulden die haar overleden vader in de beecker aangetekend heeft. Onder conditie nochtans dat zij haar leven lang zal genieten de jaarlijkse interesse en inkomen van de schepenkennissen plus hetgeen in Groningen uitstaande is. Verdere conditie is dat uit deze gifte aan Margaretha Theresia Mojaert zal moeten worden voldaan 1.400 gulden, die zij van de comparanten tegoed heeft, indien dat bedrag niet voor haar overlijden terugbetaald is. Verder compareert Nicolaas Mojaart, wonend te Amersfoort, die voor hemzelf en voor zijn broers en zusters verklaart bovengenoemde donatie te aanvaarden. ("dit is de gift van zijn moeye met behoorlijcke schuldige dankbaarheid".) [82]
Op 26-1-1686 compareren te Amersfoort Nicolaes Mojaert (tekent: Moijaert), wonend te Amersfoort, tevens als gemachtigde voor Franciscus Moijaert, zijn broer, tegenwoordig uitlandig, Catharina Moijaert, weduwe van Sampson Spiegel, Maria Koedijck, weduwe van doctor Cornelis Mojaert, als moeder en momberse van haar onmondige kinderen. Zij zijn kinderen en erfgenamen van Cornelis Mojaert en Maria van Hulten, hun overleden ouders. Zij machtigen Lucas Dillingh, wonend te Groeningen, om uit hun naam te accorderen over zodanige actie als de erfgenamen van wijlen Cornelis Mojaert in te pretenderen hebben op Siriacus (of Siriaens, Siriaeus) Tissinck, de penningen te ontvangen en quitinge te doen. Getuigen: Allert Henricks en Willem Bruck. [83]
Op 1-7-1693 verkoopt Nicolaas Mojaart, koopman te Amsterdam, voorzichzelf en als speciaal gemachtigde voor Odilia Mojaart, Maria Koedijck, weduwe van Cornelis Mojaart, voor haarzelf en haar twee minderjarige kinderen, en voor haar broer Joan Mojaart en voor Catharina Mojaart en Margareta Teresia Mojaart, wonende alhier, haar zusters, aan Henrick Janszn Wolspinder zeker huis en erf staande en gelegen in de Muurhuizen, belend aan de ene zijde Jan Gerritszn van Borculo, aan de andere zijde Jan Gerritszn van Borculo. [84]

Referenties van de gegevens van generatie 1 staan ook
hier
Referenties Fragment Genealogie Mooijaart --- Generatie 1 ( 111 refs.)
Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld.
  1. ⇒ walle
  2. RAL, ONA Leiden, Nots. Dirck Traudenius, Archiefnr. 506, inv. nr. 373, akte nr. 040
  3. RAL, ONA Leiden, Nots. Kaerl Outerman, Archiefnr. 506, inv. nr. 440, akte nr. 171
  4. RAL, ONA Leiden, Nots. Kaerl Outerman, Archiefnr. 506, inv. nr. 447, akte nr. 216
  5. GA Amersfoort, Nots. A. v. Brinckesteyn, inv. nr. AT 015a003 folio 48
  6. GA Amersfoort Akten van Testament: A. v. Brinckesteyn AT 015a003 folio 4 V
  7. GA Amersfoort, Nots. R. van Ingen, inv. nr. AT008 a001 folio 110V
  8. ⇒ drukm.htm
  9. RAL, ONA Leiden, Nots. Kaerl Outerman, Archiefnr. 506, inv. nr. 430, akte nr. 121
  10. RAL, ONA Leiden, Nots. Kaerl Outerman, Archiefnr. 506, inv. nr. 435, akte nr. 145
  11. GA Leiden, Bonboeken, arch.nr. 501A, f 441v
  12. GA Leiden, Bonboeken, arch.nr. 501A, f 8v en 60
  13. J.A. Gruys en J. Bos, Adresboek. Nederlandse drukkers en boekverkopers tot 1700, Den Haag,1999
  14. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  15. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  16. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  17. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  18. RAL, ONA Leiden, Nots. Foijt Ghijsbertsz van Sijp, Archiefnr. 506, inv. nr. 167, akte nr. 074
  19. RAL, ONA Leiden, Nots. J. van Heussen, Archiefnr. 506, inv. nr. 215, akte nr. 058 en 059
  20. RAL, ONA Leiden, Nots. Jan Angillis, Archiefnr. 506, inv. nr. 290, akte nr. 139
  21. RAL, ONA Leiden, Nots. Pieter van Velsen, Archiefnr. 506, inv. nr. 306, akte nr. 080
  22. RAL, ONA Leiden, Nots. Ewout Hendricxz Craen, Archiefnr. 506, inv. nr. 143, akte nr. 005
  23. RAL, ONA Leiden, Nots. Foijt Ghijsbertsz van Sijp, Archiefnr. 506, inv. nr. 161, akte nr. 120 en 154
  24. RAL, ONA Leiden, Nots. Ewout Hendricxz Craen, Archiefnr. 506, inv. nr. 148, akte nr. 005
  25. RAL, ONA Leiden, Nots. Dirck Jansz van Vesanevelt, Archiefnr. 506, inv. nr. 344, akte nr. 036
  26. RAL, ONA Leiden, Nots. Jacob Jansz de Haes, Archiefnr. 506, inv. nr. 365, akte nr. 146
  27. RAL, ONA Leiden, Nots. Dirck Jansz van Vesanevelt, Archiefnr. 506, inv. nr. 346, akte nr. 121
  28. RAL, ONA Leiden, Nots. Pieter de Oosterlingh, Archiefnr. 506, inv. nr. 468, akte nr. 12 juni
  29. RAL, ONA Leiden, Nots. Jan Pietersz Dou, Archiefnr. 506, inv. nr. 281, akte nr. 054 B
  30. RAL, ONA Leiden, Nots. Jan Angillis, Archiefnr. 506, inv. nr. 294, akte nr. 093
  31. RAL, ONA Leiden, Nots. Ewout Hendricxz Craen, Archiefnr. 506, inv. nr. 147, akte nr. 081
  32. RAL, ONA Leiden, Nots. Jan Angillis, Archiefnr. 506, inv. nr. 297, akte nr. 139
  33. RAL, ONA Leiden, Nots. Joost Gerritsz van Sandwech, Archiefnr. 506, inv. nr. 355, akte nr. 045 en 046
  34. RAL, ONA Leiden, Nots. Kaerl Outerman, Archiefnr. 506, inv. nr. 431, akte nr. 108vs
  35. RAL, ONA Leiden, Nots. Kaerl Outerman, Archiefnr. 506, inv. nr. 346, akte nr. 059
  36. RAL, ONA Leiden, Nots. Frans Doude, Archiefnr. 506, inv. nr. 294, akte nr. 093
  37. RAL, ONA Leiden, Nots. Cornelis Dircxz van Grotelande, Archiefnr. 506, inv. nr. 323, akte nr. 158
  38. RAL, ONA Leiden, Nots. Kaerl Outerman, Archiefnr. 506, inv. nr. 434, akte nr. 160
  1. GA Leiden, ONA, Nots. Frans Doude, arch. nr. 632, inv. nr. 18, akte nr. 121
  2. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21623790
  3. GA Leiden, ONA, Nots. Frans Doude, arch. nr. 634, inv. nr. 5, akte nr. 121
  4. GA Leiden, ONA, Nots. Frans Doude, arch. nr. 636, inv. nr. 7, akte nr. 121
  5. GA Leiden, ONA, Nots. Frans Doude, arch. nr. 636, inv. nr. 8, akte nr. 121
  6. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21629879
  7. GAA, Transportakten voor 1811; NL-SAA-21630699
  8. GN 25(1970)332
  9. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  10. ⇒ hellevoetsluis-predikant-ouderling-diaken.htm
  11. GN 25(1970)332
  12. GN 25(1970)332
  13. W. Westerbeke (red.), Opkomst en ondergang van de reformatie in en omtrent Ronse in Vlaanderen, Middelburg, 2008
  14. W. Westerbeke (red.), Opkomst en ondergang van de reformatie in en omtrent Ronse in Vlaanderen, Middelburg, 2008
  15. W. Westerbeke (red.), Opkomst en ondergang van de reformatie in en omtrent Ronse in Vlaanderen, Middelburg, 2008
  16. W. Westerbeke (red.), Opkomst en ondergang van de reformatie in en omtrent Ronse in Vlaanderen, Middelburg, 2008
  17. W. Westerbeke (red.), Opkomst en ondergang van de reformatie in en omtrent Ronse in Vlaanderen, Middelburg, 2008
  18. GN 25(1970)331
  19. W. Westerbeke (red.), Opkomst en ondergang van de reformatie in en omtrent Ronse in Vlaanderen, Middelburg, 2008
  20. W. Westerbeke (red.), Opkomst en ondergang van de reformatie in en omtrent Ronse in Vlaanderen, Middelburg, 2008
  21. RAL, ONA Leiden, Nots. Foijt Ghijsbertsz van Sijp, Archiefnr. 506, inv. nr. 155, akte nr. 253
  22. ARA, collectie Verpreide Charters, ⇒ VERSPREidecharterstotaal.htm
  23. RAL, ONA Leiden, Nots. Foijt Ghijsbertsz van Sijp, Archiefnr. 506, inv. nr. 155, akte nr. 101
  24. GAL, ONA Leiden, Nots. Kaerl Outerman, Archiefnr. 506, inv. nr. 436, akte nr. 165
  25. GA Leiden, ONA, Nots. Kaerl Outerman, arch. nr. 506, inv. nr. 442, akte nr. 121
  26. Wap. 1(1897)177
  27. JDBU 2(1909)#1, p28
  28. Nav. 51(1901)307
  29. JDBU 2(1909)#1, p28
  30. Nav. 51(1901)307
  31. Nav. 48(1898)504
  32. JDBU 2(1909)#1, p28
  33. JDBU 2(1909)#1, p28
  34. Nav. 51(1901)307
  35. Nav. 51(1901)307
  36. Nav. 51(1901)307
  37. Nav. 51(1901)307
  38. S.A.C. Dudok van Heel, Van Amsterdamse burgers tot Europese aristocraten, 2008
  1. S.A.C. Dudok van Heel, Van Amsterdamse burgers tot Europese aristocraten, 2008
  2. S.A.C. Dudok van Heel, Van Amsterdamse burgers tot Europese aristocraten, 2008
  3. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-23
  4. GA Amersfoort, Transportakten, inv. nr. 436-26, f102v
  5. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-28, blz. 52
  6. GA Amersfoort Akten van Testament: Notaris A. van Brinckesteyn 25-11-1685 AT 015 a005 folio 38.
  7. GA Amersfoort, Akten Machtiging: 26-01-1686 Nots. A. v. Brinckesteyn AT 015a005 folio 9 V.
  8. GA Amersfoort Transporten, Inv. nr. 436-30 blz. 88, 1-7-1693
  9. zie ook S.A.C. Dudok van Heel, Van Amsterdamse burgers tot Europese aristocraten, 2008
  10. GA Amersfoort, Nots. S. van Brinckesteyn, inv. nr. AT 030b006
  11. Johan de Goeije AT 025a -o-
  12. GA Amersfoort, Nots. S. van Brinckesteyn AT 030b006
  13. Putman, Octrooien, l.c.
  14. DATUM?
  15. GA Amersfoort, Toegangsnummer: 102, Sint Elisabeth Gast- of Ziekenhuis, Bijlage 2, naamlijst van regente(sse)n
  16. GA Amersfoort, Akten van Procuratie: 23-12-1672 Nots. A. v. Brinckesteyn AT 015a001 folio 31 V
  17. Putman, Octrooien, l.c.
  18. GA Amersfoort, Akten van Machtiging: 02-03-1681 A. v. Brinckesteyn AT 015a003 folio 41 V - 42
  19. GA Amersfoort, Akten van Volmacht: 28-06-1682 Notaris A. van Brinckesteyn AT015 a004 folio 23 V
  20. GA Amersfoort, Akten van Transport plecht: 31-12-1683 Nots. A. van Brinckesteyn AT015 a004 folio 4 R
  21. = IJsselsteijn
  22. GA Amersfoort, Akte van scheiding: 17-07-1684 Nots. A. van Brinckesteyn AT015 a004 folio 4 V
  23. GA Amersfoort, Akten Transport en Volmacht: 17-07-1684 Nots. A. van Brinckesteyn AT015 a004 folio 6 R
  24. GA Amersfoort, Akten Machtiging: 16-03-1686, Nots. A. v. Brinckesteyn AT 015a005 folio 23
  25. GA Amersfoort, Nots. S. v. Brinckesteyn, inv. nr. AT 030b002
  26. GA Amersfoort, Transporten, inv. nr. 436-32, f135
  27. DvH
  28. DvH
  29. GA Amersfoort, Toegangsnummer: 102, Sint Elisabeth Gast- of Ziekenhuis, Bijlage 2, naamlijst van regente(sse)n
  30. GA Amersfoort, Transportakten inv. nr. 436-33, blz 7 verso, 1725-08-04
  31. GA Amersfoort, Transportakten inv. nr. 436-36, blz 224, 1751-10-30
  32. GA Amersfoort, Akten van Machtiging: 22-02-1748 A. v. Brinckesteyn AT 039a001 rep 15
  33. GA Amersfoort, Akten Volmacht: 18-07-1684 Nots. A. van Brinckesteyn AT015 a004 folio 8 R
  34. GA Amersfoort Transporten, Inv. nr. 436-30 blz. 88, 1-7-1693
  35. NL 18(1900)177

Back to the
genealogy page
Back to the
contents
Go to the
index
Forward to next
generation 2
Back to previous
generation 0
Directly go to generation :
1 2