This page was last updated : 110701.
File size is: 72 k.
Fragment Genealogie Ferreris
Generatie 3
Refer to these data as:
L. Lapikás,
Fragment Genealogie Ferreris,
version 1.2,
Muiden, 2010.
© Copyright 2011 : L. Lapikás, Muiden, The Netherlands. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise without the prior written permission of the publisher. An exemption is made for genealogical publications provided that adequate reference is being made.
You are here: Louk-Home Genealogy Ferreris Gen. nr. 3

3a. Dr. Mr. Bernard (Beernt) Ferreris (Farreris), geb. Amersfoort 1603/04, ovl. na 1641, ingeschreven als student rechten aan de Illustre School te Harderwijk 1623 ("Bernardus Farreris"), [1] ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 31-3-1624 ("Bernardus Farreris, Amersfurtius. 20"(jaar)),[2] doctor juris te Amersfoort (1628), licentiaat rechten (1628-1641), advocaat aan het Hof van Utrecht (1630), tafelhouder van de bank van lening te Enkhuizen (1641), otr. Amersfoort geref. 4-10-1628, otr./tr. Enkhuizen gerecht 13/24-10-1628 Susanna (de) Lavia, ovl. na 1668, j.d. wonend op de Breestraat te Enkhuizen (1628), doopget. (1637, 1648), dr. van François (Fransisco) Corneliszn Lavia, bank van leninghouder te Enkhuizen, en Cornelia Battibois (zie Kwartierstaat Van Schothorst nr. 2714).

Zusanna la Via en echtgenoot Bernardijn Ferreris, advocaat aan het Hof van Utrecht, vragen octrooi aan om te testeren 1-5-1630.[3]
Op 15-9-1636 verkoopt Mr. Bernard Ferreris, der beiden rechten licentiaet, voor hemzelf en zich sterkmakend voor zijn vrouw en zijn mondige zusters en broeders, mitsgaders namens Pauli Ermilio Ferreris als oom en momber over de onmondige zusters van de comparant, aan jonker Jelis de Ridder van Lunenborch, huis, hof en hofstede staande en gelegen in de Scherbierstraat mitsgaders twee bezijden woningen aan de kopzijde van dien zoals nagelaten zijn door wijlen Theodoro Ferreris,. [4]
Op 1-6-1641 verkopen Joanna Ferreris, mondige dochter van zaliger Theodoro Ferreris en Juffrouwe Henrica Both, haar overleden ouders en Paulo Emilis Ferreris als gemachtigde van Bernard Ferreris, licentiaat in de rechten en ten behoeven van de bank van leningen te Enkhuizen voor hemzelf en zijn huisvrouw, en zijn broer Henric Ferreris en zijn vrouw, voorts voor alle zijn broers en zusters, mede-erfgenamen van zijn ouders Theodoro Ferreris en Henrica Both (procuratie Enkhuizen) aan Henric en Willem Jansz van Raelthe, broers en hun huisvrouwen en erven, zekere Alingh hog, tevoren twee halve, nu samen, buiten de Bloemendalsepoort in de Horseweide, belend door Roel Boelhouwer, met hof en boomgaard, door de weduwe van Beernt Huijgen en Gerard de Wijs, met hoven en boomgaarden, door de weduwe en erfgenamen van Willem Moij, voor: de gemene weg, achter: de buursteeg. Er is sprake van 300 gulden aan oud-burgemeester Peter de Goijer. Voldaan. [5]
Op 1-6-1641 verkoopt Paulo Emilis Ferreris, gemachtigde voor Bernard Ferreris, licentiaat in de rechten en tafelhouder van de bank van lening te Enkhuizen, voor hemzelf en voor hun vrouwen, zijn broer Henric Ferraris en zijn vrouw en namens al hun andere zusters en broers, erfgenamen Constituanis Ouders Theodoro Ferreris en Henrica Both zaliger (procuratie te Enkhuizen), aan Gerard Martenss Verwel, zijn vrouw en hun erven, 3 huizen met hoven daarachter, in de Muurhuizen en het ledige erfje ervoor met een houten schutting, belend door de erfgenamen van Joris van der Maeth, door Johan Baptissen Bollano, belast met 9 stuivers, 2 pennigen per jaar aan de Vicarie bij Cornelis Both, 3 gulden, 10 stuivers per jaar aan Gerard van Ameronghen te Rhenen voor hemzelf of zekere vicarie, nog 12 gulden per jaar aan de burgemeester Jonker Johan van Wijnbergen. Voldaan. [6]

Allegorie op Het goede bestuur door T(heodorus) Ferreris (1639-1692).
Schoorsteenstuk, 191x181 cm
Datering: 1671
Locatie: Stadhuis Haarlem
Idem met lijst en deel van de schouw
Foto's: (c) Peter L. Goutbeek, 2010

klik op plaatje(s) om te vergroten

3b. Hen(d)rick Ferreris, j.m. van Amersfoort, wonend op de Brestraat te Enkhuizen (1634), otr. Amersfoort geref. 4-12-1634 (de geboden zijn aangetekend te Enkhuizen), otr. Enkhuizen 15-12-1634 (3e gebod), Hester (Esther) Lavia, ged. Enkhuizen 12-5-1611[38], j.d. van Enkhuizen (1634), wonend op de Brestraat te Enkhuizen (1634), doopget. (1635..1649), dr. van François (Fransisco) Corneliszn Lavia, bank van leninghouder te Enkhuizen, en Cornelia Battibois (zie Kwartierstaat Van Schothorst nr. 2714).

3c. Mr. Bernard Pauloszn (de) Ferreris (Fararis, Faratis, Farrans, Ferrerus), geb./ged. geref. Amersfoort 14/16-4-1605, ovl. Amsterdam ca. 1-7-1672, beg. Sneek, ingeschreven als leerling aan de illustere school of gymnasium te Harderwijk (1623),[47] ingeschreven als student rechten aan de Universiteit van Leiden 31-3-1624 ("Bernardus Farreris, Amersfurtius, 20 (jaar) sic!"),[48] afkomstig van Utrecht en Amersfoort (1635), tafelhouder te Sneek, Deventer (1640-1660), Arnhem Oeverstraat (1657-1672),[49] vluchtte in 1672 voor de invallende Franse troepen met met zijn vrouw en zoon Gisbert eerst naar Sneek, en van daar naar Amsterdam,[50] otr./tr. 1o Sneek geref. 4/23-4-1635 Elisabeth Kriex (Criecks), ged. geref. Sneek 13-2-1610, ovl./beg. Sneek Martinik. 13/22-10-1650, dr. van Gijsbrecht Kriex, tafelhouder te Sneek (1606-1629) en Bolsward (1612-1629), en Alexandrina de Balbian,[51] otr./tr. 2o Nijmegen 21-9/7-10-1651 [52] Beatrix Dermel (Darmel), ovl. na 1672, dr. van Philibert Dermel, tafelhouder te Nijmegen, en Jaepken Goertsdr van Epe (Elst).

Op 3-9-1654 (ouden stijl) verklaren Bernard De Farreris en Jacob(us) De Farreris, gebroeders, (ook als executeuren van de uiterste wille van hun moeder Catharina van Schaack) volmacht te hebben gegeven aan Nicolaes van Merkerk (procureur voor het Gerecht van de stad Utrecht), met macht van substitutie. Akte te Amersfoort, ten woonplaatse van de Bancque van Leninghe. Get.: Henrick van Schaack (tekent als: H.V. Schaeck. Med. Doctor en indertijd schepen van Amersfoort) en J(oh)an van Loon (knecht in de Bancque van Leninghe). [53]
Bernhardus Ferraris, banckhouder binnen Arnhem, verzoekt met zijn vrouw tot het Avondmaal te worden toegelaten. Een bezwaar daartgen wordt door de buitengewone Tielsche classisvergadering van 18-8-1657 besproken en verworpen omdat "de ew. classis, den inhout en reden van dit gravamen overwogen hebbende en voor vast stellende alle hetgene daerin aengaende den persoon van den banckhouder Bernhardus Ferraris, so weegen den gemaetichden intrest, die hi soude genieten, als oock (van) sijn stichtelick leven (getuigd wordt), soude geen swaericheyt maken om sijn persoon en dessen huisvrouw mitsgaders sijne domesticken die gesont in gelove en stichtelick van wandel bevonden worden, aen de taeffel des Heeren te admitteren". [54]
De exploitatie van de Bank van Lening te Deventer was ca. 1670 in een impasse geraakt. Bernard Pauloszn de Ferreris had bij raadsresolutie van 10-2-1654 verlenging van zijn octroy voor de tijd van 16 jaar verkregen, op condities als vastgesteld bij het aan Gabriël de Olario, na de dood van diens voorgangers Johan Dermel en compagnon Andries Bussonet op 8-8-1611 voor 12 jaar verleende octroy. De interest bedroeg 20 pond? p/jaar, terwijl een pensioen van 100 cgls. jaarlijks aan het St. Elisabethsgasthuis verschuldigd was. Wegens pest was de Bank van Lening in 1666 geruime tijd gesloten. Bernard de Ferreris exerceerde eveneens de Tafel te Arnhem, woonde aldaar in de Oeverstraat. Het geeft de indruk, dat hij de zaken te Deventer voor het grootste deel aan zijn "kassier en dienaeren" aldaar heeft overgelaten. De Franse bezetting in 1672 was en voor de Stad en voor de burgers ruineus, in verband met de vele en hoge schattingen die werden opgelegd. Vermoedelijk werd na 1674 de Tafel de eerste jaren door de Stad zelf geexploiteerd, met Emanuel van Arssen als kassier.[55] Zie voor hem Kwartierstaat Lapikas nr. 3898.
GA Utrecht: Archief nederlandse hervormde kerk:
Akte van schuldbekentenis van Bernard de Farreris te Arnhem, aan luitenant Gillis Manard, 1670, met aantekening betreffende de interest, 1671 en 1672. [56]
Advertentie in de Oprechte Haerlemse Courant d.d. 18-4-1675: [57]
De Curateuren van den Boedel van Bernhart de Ferreris en Beatrix Dermel, in haer leven echte Luyden, zijn van meyninge binnen Arnhem, op den 3 Mey deses Jaers 1675, Oude-stijl, des naermiddaghs omtrent twee uren, ten Huyse van Coenraet Munter, Wijn-koper, in 't openbaer aen de Meestbiedende, by brandende Kaersse, te verkoopen elf Jaren Octroys van de Banck van Leeninge binnen de voorsz. Stadt, met de beleende Panden en het recht van dien. Die ondertusschen de Conditien begeert te weten, addresseere sigh aen Dr. Otto Engelen en aen d'andere Curatoren, binnen de voorsz. Stadt woonachtigh.

3d. Jacobus Pauloszn de Ferreris, geb. Grave 25-3-1611, ovl. na 1675, kassier van de Tafel te Arnhem (1639), tafelhouder te Deventer in compagnie met zijn vader en broeder Bernard (1640-1646), woont te Amersfoort (1653, 1658), tafelhouder te Amersfoort in cie. met zijn vader (1653-1663), daarna aldaar alleen tot 1675, failleert dan, belender in de Muurhuizen (1663, 1667), woont te Enkhuizen (1673), heeft een obligatie van ƒ 950,-- verstrekt (1675), otr./tr. 1o Utrecht/Arnhem 20-1/6-2-1639[77] Elisabeth Jansdr van Voorst, geb. Arnhem, beg. Arnhem (beluid) 20-7-1652, dr. van Jan van Voorst, tafelhouder te Arnhem (1609-1638) en Deventer (1639-1640), en Hilleken Tulleken, otr./tr. 2o Amersfoort/Eemnes 12-8/3-9-1653 (als Jacob de Ferreris, geboden gaan tot Arnhem, get. schepen Schaack en Maria Schaack),[78] Hildegonda (Hillegont) Maszon (Masson), ged. Amersfoort 4-4-1629, ovl./beg. Workum 10/14-11-1679, als j.d. wonend op de Camp geref. lidmaat te Amersfoort 4-7-1646 op belijdenis, j.d. wonend te Amersfoort (1653), dr. van Bartholomeus Masson, courachier, ritmeester onder het regiment van den Hertog van Saxen, ritmeester ten dienste van Zijne Koninklijke Majesteit van Denemarken, Capiteyn, en Maria van der Eem.

Op 3-9-1654 (ouden stijl) verklaren Bernard De Farreris en Jacob(us) De Farreris, gebroeders, (ook als executeuren van de uiterste wille van hun moeder Catharina van Schaack) volmacht te hebben gegeven aan Nicolaes van Merkerk (procureur voor het Gerecht van de stad Utrecht), met macht van substitutie. Akte te Amersfoort, ten woonplaatse van de Bancque van Leninghe. Get.: Henrick van Schaack (tekent als: H.V. Schaeck. Med. Doctor en indertijd schepen van Amersfoort) en J(oh)an van Loon (knecht in de Bancque van Leninghe). [79]
Op 16-6-1657 neemt de gemachtigde van Dirck Croock en Juffrouwe Anna Sickama zijn vrouw, een lening op van Jacobus Farreris en Hillegunda Masson, zijn vrouw en hun erven voor ontvangen van Mr. Jacob van Lijsevoord als momber van voornoemde Hillegunda en Agnis Masson, haar zuster, De losrente is 32 gulden, 10 stuivers per jaar. Hoofdsom 650 gulden. Tot onderpand dient huis, hof en hofstede in de Muurhuizen, belend door Coenraet Temmingh en Catharina Loeijmans. In margine: Op 17-7-1658 verklaart Paulo Emilis de Farreris, als vader van Jacob de Farreris, dat de schuldsom van Eva van Bloecklant als eigenaar van de hypotheek door zijn zoon ontvangen is. [80]
Op 28-5-1658 (ouden stijl) testeren Jacobus De Farreris "sijeck van lichame sijnde" en zijn echtgenote Hillegunda Masson, borgers en inwoonders van Amersfoort. Er zijn open besegelde brieven van Octroij (Hove van Utrecht) d.d. 9-6-1654. Zij beiden herroepen het door hen gemaakte codicil voor Notaris Dirck Matheus. d.d. 18-6-1654. Zij disponeren nu als volgt: Over en weer bemaken zij elkaar de lijftocht van al hun na te laten goederen, met een volkomen bewind en administratie, zonder aan iemand staat of inventaris van de boedel te leveren, tot het hertrouwen toe van de langstlevende. Zij secluderen de Heeren Weesmeesteren uit hun boedel, of die van de Weeskamer van Amersfoort of elders, waar hun sterfhuys zou mogen komen te vallen. Akte ten huyse van de comparanten. Getuigen: Mr. Gijsbert van Dompzelaer (schepen), Ds. Arnoldus Crinius (bedienaar des Goddelijken Woords te Amersfoort) en Petrus Schut (conrector van de Latijnsche Schole). [81]
Op 2-7-1673 (O.S.) verlenen Annetgen en Marrijtgen Barten, gesusters ende bejaerde dochters, wonend te Amersfoort, volmachtaan Elisabeth Hermans, huysvrouw van Cornelis van Moorselaer, haerlieder nichte om uit hun resp. naam en tot haer nodigh onderhout te innen ende te eyschen van Jacobus de Ferreris, voor zichzelf en als mede-erfgenaam van Poulo Emilio de Ferreris, drie kapitalen van 300 gulden elk resp. als zij aan De Ferreris en zijn vader op renten hebben gedaan volgens obligaties (dd. 29-2-1659, 3-6-1659 en 5-5-1664) met alle verschenen en onbetaalde renten te ontvangen. Akte gepasseerd ten huyse van Herman Barts, mandemaker. Getuigen: Jan Willems ende Claes Roeloffsz, borgers van Amersfoort. [82]
Op 17-9-1673 (O.S.) machtigen Johannis van Tinnenbergh, en Joannes van Bemmel, borgers van Amersfoort, en mede-testamentaire mombers van de onmundige kinderen van Willem Willems Mack saliger en Henrickje Jans Blanckebijl, Salomon Steijnforts, gehuwd met genoemde Henrickje Jans (haar 2e huwelijk), om drie kapitalen (groot 1350 gulden) op te eisen die Jacobus de Farreris (Ferreris), nu residerende te Enckuysen, tafelhouder, van Willem Willems Mack, opgenomen heeft als obligatien. Getuigen: Thomas Thomas en Anthoni van Wittenburgh. [83]
Op 6-7-1674 machtigt Godert Camper, oudt scheepen van Naerden, wonend te Utrecht Philips van Meeckeren, zijn zwager, wonend te Utrecht om vorderingen te innen van de erven van Paulo Emilio de Ferreres en van Jacobus de Ferreris respectievelyk ƒ 1000,- en ƒ 600,- [84]
Op 19-8-1675 transporteert Jannitgen Aelten, weduwe en boedelharste van Jan Borssier o.a. een obligatie ter waarde van de helft van 1900 gulden, in meerdere kapitalen, ten laste van Jacobus de Ferreris. [85]
Op 8-6-1678 verkopen Cornelis van Bael en Anthony van Brinkesteyn als gecommitteerden van de gemeene crediteuren van den boedel van Jacobus de Farreris en zijn vrouw Hillegonda de Masson aan Aelt Huybert van Loenen zodanig recht van coop als de gemeene crediteuren hebben op de huysinge, hof en hofstede, bestaende in twee woningen bij den voorzegde Farreris gecocht van Annitgen Andries, weduwe van Gerrit Martensz, volgens coopcedulle van 8 november 1662. Zij bekennen van de voorzegde cessie met 900 gulden ingevolg van de coopcondities van dato 9 november 1677, voldaan te zijn. [86]

Sickman-Rappardus-Ferreris
Ds. Hillebrand(us) Sickman(s) (Sicman, Sicma), geb. Groningen "bij de Craen", ged. geref. Groningen A-kerk 5-8-1656, ovl. Assen 29-1-1695, ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Groningen 14-9-1675 ("Hilbrandus Sicman, Groninganus"),[90] geref. predikant te Finsterwolde (aug. 1682-1684),[91] komt op 1-2-1685 als predikant van Finsterwolde naar Assen, geref. predikant te Assen (1685-1695),[92] zn. van Ds. Casparus Sikman, geref. predikant te Tolbert en Westerdijkshorn,[93] en Maria Hillebrants Boelens, tr. 1o Groningen geref. 24-6-1682 (get. haar broeder Monsr. Johannes Adolphus Rappardus, de geboden gaan mede tot Finsterwolde, attestatie daarheen) Marg(a)ret(h)a Rappardus, geb. Orsoy (D) 16-9-1654[94], ovl. vóór 1693, die bij haar geboorte onmiddellijk wees werd aangezien haar vader een week voor haar stierf, en haar moeder daags na haar in het kraambed, dr. van Ds. Johannes Rappardus, predikant te Orsoy, en Margaretha Emmius, otr. 2o Sneek gerecht 12-8-1693, otr./tr. 2o Sneek geref. 23/12-8-1693 Maria Ferreris (Ferrerus), ged. geref. Amersfoort 16-6-1657, ovl. 1696-1729, afkomstig van Sneek (1693), dr. van Jacobus Pauloszn de Ferreris en Hildegonda (Hillegont) Maszon (Masson) (zie nr. 3d).
Haardstedegeld Rolde: Assen:[95]
1691: Dom. Sickman Predicant tot Assen half, ƒ 2,00,00
1692: Dom. Sickman Pastr. te Assen half, ƒ 2,00,00
1693: Dom. Sickman Pastr. tot Assen half, ƒ 2,00,00
1694: Dom. E. Sickman Pastr. tot Assen, ƒ 2,00,00
1695: Dom. E. Sickmans weduwe, ƒ 2,00,00
Etstoel Drenthe:[96]
Maria Ferreris treedt viermaal voor de Etstoel op. [97]
4-6-1695: Luitenant Lubbertus Stullinga als momber over Sikmans kind uit diens tweede huwelijk en Maria Ferreres als weduwe voor zichzelf en wettelijke voogdes (legitima tutrix) over haar minderjarige kind, maar in verwachting van een tweede kind (tegenswoordig van een tweede vrucht partus proxima) verzoeken goedkeuring en bevestiging van een akkoord dat Sikman op 19 sept. 1694 gesloten had over de opvoeding van de kinderen uit zijn eerste huwelijk met Margrieta Rappardus. Blijkbaar is 1200 gld beschikbaar gesteld, maar wordt dit door de voogden over deze laatste kinderen onvoldoende geacht. Rappardus en Sikman waren kennelijk buiten gemeenschap van goederen getrouwd geweest.
8-6-1696: Maria Ferreres als legitima tutrix over haar twee (het tweede kind is dus intussen geboren) kinderen. Er is sprake van een eerste en een tweede huwelijk van Sikman. Uit het eerste huwelijk zijn drie kinderen geboren (geen namen) en uit het tweede huwelijk: één kind (bedoeld is kennelijk dat er maar één kind tijdens Sikmans leven geboren is). Ter sprake komen vaste goederen in Friesland.
    Uit zijn eerste huwelijk (Sickman-Rappardus):[98]
  • 1. Margaretha Sicman(s) (Siekman), geb. ca. 1682-1685, afkomstig van Assen (1700), otr./tr. Groningen geref. 16-11/7-12-1700 (get. Casparus Sickman, haar broeder),[99] J(oh)an (Jannes) Tideman, geb. Groningen in de Herestraat, ged. geref. Groningen A-kerk 15-3-1669, praeceptor arithmeticae (20-2-1696 tot 1726) aan de Latijnse school te Groningen,[100] afkomstig van Groningen (1700), zn. van Jannes Tijdeman en Geesjen Arents Renemans.
      Uit dit huwelijk:
    • a. Gesina Tideman, geb. Groningen Turftorenstraat, ged. geref. Groningen A-kerk 11-3-1702, ovl. jong?
    • b. Gesina Tideman, geb. Groningen Oude Kijk in 't Jatstraat, ged. geref. Groningen A-kerk 28-10-1703.
    • c. J(o)annes Tideman, geb. Groningen Oude Kijk in 't Jatstraat, ged. geref. Groningen A-kerk 16-12-1705, beg. Groningen 5-3-1779 (John Tijdeman (ongeh.) in de Turftoorenstraat), ingeschreven als student filosofie aan de Universiteit van Groningen 5-7-1720 ("Joannes Tideman, Groninganus, Praecept. Gron. filius gratis").[101]
  • 2. Marie Sic(k)man, geb. ca. 1682-1690, afkomstig van Assen (1706), vermeld met haar echtgenoot in de door hem opgemaakte lijst van geref. lidmaten te Veendam feb. 1709, wonend aan het Oosterdiep,[102] otr. Groningen geref. 30-1-1706 (get. haar oom Nicolaes Sickman, attestatie),[103] Ds. Meijnardus Tideman, geb. Groningen in de Turftorenstraat, ged. geref. Groningen Nieuwe Kerk 21-4-1676, ovl. 1740, ingeschreven als student aan de Universiteit van Groningen 7-7-1694 ("Meinardus Tideman, Groninganus"),[104] afkomstig van Groningen (1694, 1706), geref. predikant te Garrelsweer (1705-1708),[105] bevestigd als geref. predikant te Veendam 14-10-1708 "Hebbende sijn inleidings Praedicatie gedaan uit den 2 S. tot de Cor: het 5 cap: vs.20,21",[106] geref. predikant te Veendam (1708-1740),[107] treedt op namens de classis van Weeda (1734, 1736), zn. van Jannes Tijdeman en Geesjen Arents Renemans.
      Uit dit huwelijk:
    • a. Hildebrandus Tideman, geb./ged. geref. Veendam 17/18-5-1710, ovl. jong?
    • b. Hildebranda Margareta Tideman, geb./ged. geref. Veendam 21/23-8-1711.
    • c. Margareta Tideman, geb./ged. geref. Veendam 10/11-12-1712, ovl. jong?
    • d. Gesina Tideman, geb./ged. geref. Veendam 24/30-6-1715, ovl. jong?
    • e. Gesina Tideman, geb./ged. geref. Veendam 2/4-6-1717.
    • f. Margareta Tideman, geb./ged. geref. Veendam 18/22-1-1719, wordt als j.d. geref. lidmaat op belijdenis te Veendam mrt 1738,[108] tr. Veendam 14-8-1740 Adolf Blincke, wednr. van Lijsbeth Eppes, collector in Veendam (1732). Hieruit verder nageslacht bekend.
      RA Veendam: 28-7-1740 Huw. contract tussen Adolf Blincke en Margareta Tideman . ZOEK OP tekst.
    • g. Dr. Hildebrandus Tideman, geb./ged. geref. Veendam 29/29-3-1722, beg. Groningen 12-10-1779, ingeschreven als student letteren aan de Universiteit van Groningen 9-10-1739 ("Hildebrandus Tideman, Oldamtinus"), promoveert aldaar 9-9-1746 in de geneeskunde op een proefschrift getiteld De motibus convulsivis infantum (Hildebrandus Tideman, Oldamptinus), [109] j.m., medisch doctor afkomstig van Veendam en wonende te Amsterdam (1748), doopget. (1753), woont in de Kijk in 't Jatstraat te Groningen (1779), otr. Veendam geref. (attestatie verleend 20-1-1748), otr./tr. Amsterdam Oude Kerk 5/26-1-1748 (huwelijkscontract Veendam jan. 1748),[110] Cornelia Gordon, ged. geref Amsterdam Oude kerk 27-7-1714 (get. Barent Haan, Cornelia van Waerd), beg. Groningen 29-4-1775 ("Cornelia Gardon"), wed. van de juwelier Albertus Haverink wonende te Amsterdam (1714), doopget. (1753), woont in de Oude Kijk in 't Jatstraat te Groningen (1775), dr. van Rutgerus Gordon, koopman en perkamentbereider, en Anna de Ridder. Hieruit verder nageslacht bekend.
    • h. Johannes Tideman, geb./ged. geref. Veendam 29/29-7-1725, beg. Groningen 6-10-1753, ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Groningen 22-12-1741 ("Joannes Tideman, Veendam Oldambtinus").[111] wordt geref. lidmaat te Veendam 6-5-1751 als Dm. Joh. Tideman s.s.m. Cand. v. Gron,[112] woont in de Turfthorenstaat te Groningen (1753).
  • 3. Casper Sicman, geb. ca. 1682-1683, ovl. na 1701 ("ongehuwd gestorven",[113]), huw. get. te Groningen (1700), ingeschreven als student theologie aan de Universiteit van Groningen 29-8-1701 ("Casparus Tideman, Finserwolda Oldamptinus").[114] wordt als Casparus Sicman, S.Th.Stud. wonend "Bij de Wegh" geref. lidmaat te Noordhorn op belijdenis 4-9-1701 en vertrekt vandaar naar Groningen 10-9-1701.[115]
    Uit zijn tweede huwelijk (Sickman-Ferreris) in 1696 twee kinderen in leven:
  • 4. NN Sickman, geb. verm. 1694, ovl. na 1696.
  • 5. Hillebranda Anna Sikmans, geb. verm. postuum juni-sept 1695, ovl. 1717-1728, afkomstig van Sneek (1717), otr. Sneek gerecht 28-8-1717, otr./tr. Sneek geref. 28-8/16-9-1717 Pieter Jans Sterkenburg, ged. geref. Sneek 7-12-1687, afkomstig van Sneek (1717), zn. van Jan Pyters Sterkenburgh en Baukien Hotses. Hij hertr. Sneek geref. 2-5-1728 Tjiets Willems.
      Uit dit huwelijk (o.a.?):
    • a. Bau(c)kjen Pieters Sterkenburg, ged. geref Sneek 28-11-1717, otr. Sneek geref., gerecht 19-1-1743, tr. IJlst geref., gerecht 10-2-1743 Stephanus Theodorus van Loonsma, afkomstig van IJlst (1743), schoolmr. en organist wonend te Ylst (1741..1754), medelid van de "Sociëteit der Muzijck" te Alkmaar (1743), componeerde ook, wordt als mr. Loonsma, schoolmeester te Ylst met een "geringh" vermogen van ƒ 100,-- en een gezin van drie volwassenen en twee kinderen aangeslagen voor ƒ 19,9,0 Personele Quotisatie (1749). Hieruit verder nageslacht bekend (dopen te IJlst 1743-1753).
      Publicaties van Stephanus Theodorus van Loonsma:
      • Muzicaal A,B,-Boek, Of den Organist in zyn Leerjaren. Zynde een Kort Begrip wegens de Behandeling van het Clauwier of Clavicimbaalspel. Opgesteld ten dienste voor de eerst beginnende Jeugd, die haar tot den Organist-Konst willen laten instrueren. Step. Theod. van Loonsma, Organist etc. te Ylst. A. Olofsen, Amsterdam, 1741.
      • Cantata of het beroemde Te Deum laudamus, in 't Latyn en Nederd., voor de Viool of Dwarsfluit en Violen met bas contenu. Amst. 1749. quarto.[116]
      • Zinnebeeldige beschrijvinge van 't land der Cannibalen door Steph. Theod. Loonsma, organist te IJlst. P. Koumans, 1754.[117]
      Op 8-6-1743 compareren ter ene zijde Rudolph Hilterman, apothekaris wonend te Utrecht, en Johan Spillenaar, echtgenoot van Johanna Henrietta Dekeling "daar hij levende geboorte bij heeft", zijnde de enige geinstitueerde erven van Matthias van Woensel, in leven predikant te Sneek, en curator over Baukjen Pieters Sterkenburg, en ter andere zijde Stephanus Theodorus van Loonsma, organist wonend te Ylst, en zijn echtgenote Baukjen Pieters Sterkenburg, beiden wonend te IJlst. Zij maken een afrekening van het nog onder Matthias van Woensel berust hebbende restant van de ½ erfportie van haar grootmoeder Maria Ferreris, in leven wed. van NN Sickmans, na wiens overlijden een boedelbeschrijving en boedelscheiding d.d. 20-10-1729 was gemaakt. Daarbij was aan Baukjen toebedeeld de helft van 3/8 parten in een huis staande te Harlingen, welke 3/16 portie zij reeds heeft ontvangen, de helft van ƒ 877,19,9 zijnde ƒ 438,19,12½, die bij van Woensel waren en ze nu krijgt met ƒ 10,- rente sedert 1-5-1742 tot 27-11-1742, die al aan haar vader Pieter Sterkenburg was betaald, voorts enige linnen klederen en nog een portie in enige schilderijen. Tevens ontvangt zij ƒ 300,--, aan haar gelegateerd door Matthias van Woensel bij testamentaire dispositie d.d. 13-4-1737 te Sneek, en aan haar uit te keren bij huwelijk of meerderjarigheid. Het totaal bedraagt ƒ 748,19,12½, Hiervan moet afgetrokken worden hetgeen Pieter Sterkenburg al heeft ontvangen en voorts ƒ 22,18 die Pieter Sterkenburg nog schuldig is gebleven aan de eerste comparanten wegens 3/16 part in de reparatie van het huis te Harlingen, zijnde ƒ 31,19,10, en verdere rente ƒ 10,13,14, in totaal ƒ 65,11,8. Er blijft dus uit te betalen ƒ 683,8,4½, die de eerste comparanten overhandigen, benevens het recht van zeker renversaal d.d. 4-3-1735 houdende tot profijte van Jentje Rolma, coopman, en Jeltje Pyters, echtelieden te Sneek, ten laste van de heer Johannes Hasenhoek en Aalk Salings, echtelieden te Sneek, groot aan capitaal 720 car gld. met daar boven drie silveren ducatons of de waarde vandien, wegens coop van zekere huijsinge cum annexis staande tot Sneek waar de eerste comparanten het recht bekomen hebben als enige geinstituueerde erfgenamen van genoemde Matthias van Woensel, die daar toe gerechtigd is geworden bij acte van cessie d.d. 16-7-1735 te Sneek, bij de voor Jentje Rolma, coopman, en Jeltje Pyters, echtelieden ter eenre en gemelde Mathhias van Woensel ter andere zijde, beijden in originali aan de laatse comparanten overhandigd met rente sinds 16-11-1742. De laatste comparanten betalen voor de waarde van het renversaal aan de eerste ƒ 46,-,11, zodat resteert ƒ 729,9-. De hr. Hasenhoek krijgt een insinuatie en als hij deze niet accepteert dan machtigen de eerste comparenten den voornoemde Stephanus Theodorus van Loonsma om het van de debiteuren te innen. Get. Christiaan Roek en Aerricus van Westervelt. [118]

3e. Dr. Jacobus Ferrerus, geb. Delft 1588/89, ingeschreven als student in de 'artes liberales' aan de Universiteit van Leiden 15-12-1605 ("Jacobus Ferrerus, Delphensis, 16(jaar)"),[119] afkomstig van Leiden, wonend in Leyden (1626), doktor in de medicijnen (1626, 1630), otr. Leiden geref. 5-10-1626 (get. Dirck Lucasz van Walbeecq, veertigraad van Leiden, en Clara Bontius, haar zuster ) Alita Bontius, afkomstig van Leiden (1626).

Stadsarchief van Leiden: [120]
Contract tussen Jacob Susio en Jacob Ferreris(¥) en de stad omtrent het houden van een bank van lening, 1614.

COMMENTAAR(¥) Het is onzeker of deze Jacob Ferreris bovenstaande nr. 3e is.
Stadsarchief van Leiden: [121]
Contract tussen de stad en Jacob Ferreris en Jan François Susio namens zijn zoon Jacob Susio, betreffende het houden van een bank van lening, 1617.

COMMENTAAR(¥) Het is onzeker of deze Jacob Ferreris bovenstaande nr. 3e is.

Referenties van de gegevens van generatie 3 staan ook
hier
Referenties Fragment Genealogie Ferreris --- Generatie 3 ( 122 refs.)
Referenties voorafgegaan door het ⇒ symbool verwijzen naar (aanklikbare) externe url's waarvan alleen het laatste deel van de naam wordt vermeld.
  1. D.A. Wittop Koning, Bijdrage tot reconstructie album studiosorum illustre school of gymnasium te Harderwijk, in: Gelders Oudheidkundig Contactbericht (1980) nr. 86.
  2. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  3. Putman, Octrooien, l.c.
  4. GA Amersfoort, Transportregisters ORA, inv. nr. 436-18, blz. 7v, d.d. 1636-09-15
  5. GA Amersfoort, Transportregisters ORA, inv. nr. 436-19, d.d. 1641-6-1
  6. GA Amersfoort, Transportregisters ORA, inv. nr. 436-19, d.d. 1641-6-1
  7. NL 88(1971)249
  8. NL 88(1971)249
  9. NL 88(1971)249
  10. GA Amersfoort, akten van overdracht, inv. nr. 436-22, d.d. 22-2-1653
  11. Jb. CBG 23(1969)318
  12. zie ook Jb. CBG 23(1969)318
  13. Jb. CBG 23(1969)318
  14. Jb. CBG 23(1969)318
  15. Jb. CBG 26(1972)202
  16. Jb. CBG 26(1972)202
  17. Jb. CBG 26(1972)202
  18. S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
  19. Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen, 1915
  20. Romein, l.c.
  21. GA Leeuwarden, Bijl. Civ. Sententies nr. 74-28, gecit. in Jb. CBG 26(1972)204
  22. R.A. Leeuwarden. Bijlagen Civ. Sententies nr. 223-30, gecit. in Jb. CBG 26(1972)202
  23. Jb. CBG 26(1972)202
  24. Jb. CBG 26(1972)202
  25. S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
  26. Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen, 1915
  27. Romein, l.c.
  28. Jb. CBG 26(1972)202
  29. Romein, l.c.
  30. Album Studiosorum Academiae Rhenotraiectinae, 1636-1886, Utrecht, 1886
  31. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  32. Hasselt Historiael 27(2010)29, www.historischevereniginghasselt.nl
  33. Hasselt Historiael 27(2010)29, www.historischevereniginghasselt.nl
  34. A. Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, herdruk Amsterdam, 1976, ⇒ www.dbnl.org
  35. Hasselt Historiael 27(2010)29, www.historischevereniginghasselt.nl
  36. ⇒ www.rkd.nl
  37. ⇒ www.dbnl.org
  38. Mededeling M.C. de Haan te Veldhoven
  39. NL 87(1970)15
  40. zie ook NL 68(1951)30 en NL 87(1970)15
  41. NL 68(1951)30
  1. zie ook NL 87(1970)15
  2. NL 87(1970)15
  3. NL 87(1970)15
  4. GA Enkhuizen No. 1652 e.v., dossier Blauwhulk
  5. zie ook Hasselt Historiael 27(2010)29, www.historischevereniginghasselt.nl
  6. Gelders Oudheidkundig Contactbericht 86(1980)III, p1
  7. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  8. Jb. CBG 26(1972)202
  9. Jb. CBG 31(1977)70
  10. Jb. CBG 31(1977)70
  11. Jb. CBG 31(1977)70
  12. GA Amersfoort, ONA, Nots. R. van Ingen, inv.nr. AT008 a001, folio 99 R
  13. Nav. 29(1879)331
  14. GN 30(1975)128
  15. GA Utrecht, Toegangsnummer: 758, nederlandse hervormde kerk, 2.1.3.1.1.1. , akte nr. 8
  16. ⇒ ohc75a.htm
  17. Jb. CBG 31(1977)70
  18. Jb. CBG 10(1956)194
  19. S.J. Fockema Andreae en Th. J. Meijer, Album Studiosorum Academiae Franekerensis I, Franeker, 1968
  20. D.G. van Epen, Album Studiosorum Academiae Gelro-Zutphanicae 1648-1818, 's-Gravenhage, 1904
  21. Jb. CBG 31(1977)70
  22. RA Friesland. Bijlagen Civ. Sent. 223-30. 27.10.1670, gecit. in GN 30(1975)126
  23. Jb. CBG 31(1977)70
  24. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  25. Album Studiosorum Academiae Rhenotraiectinae, 1636-1886, Utrecht, 1886
  26. Album Promotorum Academiae Rheno-Trajectinae 1636-1815, Utrecht 1936
  27. RA/Leeuwarden Bijl. Civ. Sent. 223-30, GA/Arnhem Gerichts-signaat nr. 59 fol. 286, fo. 292v., gecit. in Jb. CBG 31(1977)70
  28. GA Utrecht, ONA, Nots. A. Houtman, inv.nr. U75a1, aktenr. 437, d.d. 06-07-1674
  29. GA Utrecht, ONA, Nots. A. Houtman, inv.nr. U82a17, aktenr. 14, d.d. 05-04-1692
  30. ⇒ www.vocsite.nl
  31. Arsip Nasional Wilayah, Djakarta, ⇒ induk.htm
  32. ⇒ obp.tanap.net
  33. NA, Fonds 1.04.02, inv. nr. 8917, sectie Ceylon, p163 - 178
  34. NA, Fonds 1.04.02, inv. nr. 8917, sectie Ceylon, p 309
  35. GA Utrecht, ONA, Nots. A. van Meerwyk, inv.nr. U132a2, aktenr. 34, d.d. 06-03-1706
  36. Jb. CBG 31(1977)70
  37. zie ook Jb. CBG 31(1977)70
  38. GA Amersfoort, ONA, Nots. R. van Ingen, inv.nr. AT008 a001, folio 99 R
  39. GA Amersfoort, Transportregisters ORA, inv. nr. 436-23, d.d. 1657-06-16
  40. GA Amersfoort, ONA, Nots. R. van Ingen, inv. nr. AT008 a001, f163 R
  41. GA Amersfoort, 2-7-1673 (ouden stijl), Nots. A. v. Brinckesteyn AT 015a002 folio 27 R.
  1. GA Amersfoort, ONA, Nots. A. v. Brinckesteyn AT, inv. nr. AT 015a002 f139r
  2. GA Utrecht, ONA, Nots. A. Houtman, inv.nr. U75a1, aktenr. 437, d.d. 06-07-1674
  3. ONA Amersfoort, Nots. A. van Brinckesteyn, AT015 a002, f20V
  4. GA Amersfoort, Transportregisters ORA, Inv. nr. 436-28, blz 160v
  5. GN 30(1975)126
  6. ⇒ vocopvarenden.nationaalarchief.nl
  7. GA Amersfoort, ONA, Nots. S. van Brinckesteyn, inv. nr. AT 030a001 rep VI 44
  8. Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen, 1915
  9. Heino Hermannus Brucherus, Gedenkboek van stad en lande, Groningen, 1792
  10. DA, toegang nr. 0304 Hervormde gemeente Assen
  11. Heino Hermannus Brucherus, Gedenkboek van stad en lande, Groningen, 1792
  12. Bert Blaauw, Genealogie van Ubbo Emmius, 2009
  13. DA, Oude Staten Archieven, inv.nr. 868, Haardstedegeld Rolde: Assen 1691-1695
  14. Mededeling Peter Goutbeek, 2011
  15. Etstoel Drenthe, 31-f.38v/f.40 (4 juni 1695), 31-f.50 (zelfde datum), 32-f.100 (8 juni 1696) en 32-f.124 (zelfde datum).
  16. ANF 16(1903)503
  17. zie ook ANF 16(1903)503
  18. Gron. Arch., inv. nr. 1446 Praedinius-gymnasium
  19. Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen, 1915
  20. ⇒ Veendam.htm
  21. zie ook ANF 16(1903)503
  22. Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen, 1915
  23. Heino Hermannus Brucherus, Gedenkboek van stad en lande, Groningen, 1792
  24. ⇒ Veendam.htm
  25. Heino Hermannus Brucherus, Gedenkboek van stad en lande, Groningen, 1792
  26. ⇒ Veendam.htm
  27. Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen, 1915
  28. NL 87(1970)69
  29. Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen, 1915
  30. ⇒ Veendam.htm
  31. ANF 16(1903)503
  32. Album Studiosorum Academiae Groninganae, Groningen, 1915
  33. ⇒ Noordhorn.htm
  34. A.J. van der Aa, Biografisch Woordenboek der Nederlanden, dl. 8, p192
  35. Dr G.A. Wumkes - Stads- en dorpskroniek van Friesland
  36. GA Utrecht, ONA, Nots. J. Diedenhoven, inv.nr. U182a3, aktenr. 305, d.d. 08-06-1743
  37. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875
  38. GA Leiden, 501A - Stadsarchief van Leiden 1574-1816, 1.2.2.01.06 Bank van Lening, nr. 2524
  39. GA Leiden, 501A - Stadsarchief van Leiden 1574-1816, 1.2.2.01.06 Bank van Lening, nr. 2525
  40. Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae, 1575-1875, 's-Gravenhage, 1875

Back to the
genealogy page
Back to the
contents
Go to the
index
Forward to next
generation 4
Back to previous
generation 2
Directly go to generation :
1 2 3