Werken op hoogte Wet- en regelgeving
Beleidsregel 3.16. Voorzieningen bij valgevaar
Grondslag: Arbobesluit artikel 3.16, eerste en tweede lid.
3. Hekwerken cq. randbeveiligingen worden als doelmatig aangemerkt indien:
a. ten aanzien van de constructie
1. zij aan de bovenzijde zijn voorzien van een stevige leuning op tenminste 1,0 m boven het werkvlak,
2. zij bij open constructies aan de onderzijde aansluitend op het werkvlak zijn voorzien van een kantplank van 15 cm hoog, indien uitsteeksels het aansluiten verhinderen, is hierop enige afwijking (15 cm) toegestaan, mits in overeenstemming met het gestelde in artikel 3.17 maatregelen zijn genomen die voorkomen, dat personen kunnen worden getroffen door voorwerpen, die door de aldus ontstane opening(-en) vallen of rollen en
3. in open constructies de openingen zodanig beperkt blijven, dat een kubus met zijden van 47 cm de openingen niet kan passeren.
b. ten aanzien van de sterkte
1. zij niet bezwijken bij een op de meest ongunstige plaats aangebrachte neerwaartse belasting van 1,25 kN danwel de vervorming ten gevolge van die belasting van dien aard is dat de functionaliteit van het hekwerk c.q. de randbeveiliging gewaarborgd blijft,
2. zij zijdelings niet meer dan 3,5 cm doorbuigen en niet worden verplaatst bij een horizontale belasting van 0,3 kN en
3. zij in functie blijven (niet uit een aanwezige bevestiging worden getild) bij een opwaarts
gerichte belasting van 0,3 kN.
4. Hekwerken cq. randbeveiligingen kunnen bij niet schuine werkvlakken achterwege blijven, indien de arbeid op meer dan 4,0 m afstand van de rand van het werkvlak wordt uitgevoerd en de arbeidszone alsmede de weg daar naar toe duidelijk gemarkeerd zijn Indien de arbeidszone en de weg daar naar toe tevens zijn afgezet, kan deze afstand tot 2,0 m beperkt worden.
5. Werkvloeren zijn altijd gesloten of dichtgelegd. Voor afwateringsdoeleinden e.d. zijn geringe openingen toegestaan, die door een kubus met zijden van 8 cm met kunnen worden gepasseerd.
6. Onder "het verrichten van arbeid waarbij valgevaar bestaat" wordt ook verstaan het zich begeven naar de arbeidsplaats. Doelmatige voorzieningen hiervoor kunnen ladders zijn, mits deze bij klimhoogten van 10 m of meer op maximale afstanden van 7,50 m zijn onderbroken door rustbordessen. Op het te betreden vlak is aan weerszijden van de toegang randbeveiliging aangebracht over een lengte van 4,0 m of sluit de toegang aan op de aanwezige randbeveiliging.
Arbobesluit
Artikel 3.16. Voorkomen valgevaar
* 1.Bij het verrichten van arbeid waarbij valgevaar bestaat is zo mogelijk een veilige steiger, stelling, bordes of werkvloer aangebracht of is het gevaar tegengegaan door het aanbrengen van doelmatige hekwerken, leuningen of andere dergelijke voorzieningen.
* 2.Er is in elk geval sprake van valgevaar bij aanwezigheid van risicoverhogende omstandigheden, openingen in vloeren, of als het gevaar bestaat om 2,5 meter of meer te vallen.
* 3.Het eerste lid is niet van toepassing op arbeid onder omstandigheden waarin het gebruik van ladders en trappen is toegestaan als bedoeld in artikel 7.23, tweede lid.
* 4.Indien de in het eerste lid genoemde voorzieningen niet of slechts ten dele kunnen worden aangebracht of indien het aanbrengen of wegnemen daarvan grotere gevaren meebrengt dan de arbeid ter beveiliging waarvan zij zouden moeten dienen, zijn ter voorkoming van het gevaar voldoende sterke en voldoende grote vangnetten op doelmatige plaatsen en wijze aangebracht of worden doelmatige veiligheidsgordels met vanglijnen van voldoende sterkte gebruikt dan wel worden andere technische middelen toegepast, die ten minste een zelfde mate van beveiliging van de in het eerste lid bedoelde arbeid geven. Daarbij hebben maatregelen gericht op collectieve bescherming de voorrang boven maatregelen gericht op individuele bescherming.
Artikelen wet en regelgeving
Ladders, trappen:
Abrobesluit, artikelen 3.16 en 7.33
Beleidsregels 3.16 en 7.4-4 Arbobesluit
NEN 2484 Draagbaar klimmaterieeel-ladders en trappen , inclusief correctieblad C1:1990.
van den Berg C.H., Mak H.J., Zwaard A.W., Praktijkgids arbeidsveiligheid Alphen aan den Rijn 2009 (465-468).
Rolsteigers:
NEN 2718, Rolsteigers, opgebouwd uit geprefabriceerde onderdelen.
NEN 1298, Rolsteigers, Regels en leidraad voor het opstellen van een handleiding voor de opbouw en het gebruik.
“Besluit draagbaar klimmaterieelâ€, het Arbeidsomstandighedenbesluit 3.16 en 7.33, de Arbobeleidsregels 3.16, 7.4, 7.33, 7.34 en 7.4-4 en de Arbo-Informatiebladen AI-16, AI-17 en A-21
Daken:
Arbobesluit, artikel 3.16, 3.28 lid 1
Beleidsregel 3.16 arbobesluit
Arboinformatieblad AI-15, veilig werken op daken, Sdu Den Haag
Keuzewijzer valbeveiliging