Gassen in het kort
Inleiding
Het gebruik van gassen (en gasflessen) maakt onderdeel uit van het risicogebied gevaarlijke stoffen. Dit hoofdstuk beschrijft zowel het beleid als de regels rondom het gebruik van gassen en gasflessen bij Nikhef.
Beleid
Het beleid aangaande gasflessen binnen Nikhef is erop gericht dat er op een veilige manier wordt omgegaan met gasflessen (zowel het in voorraad nemen als het aan- en afkoppelen van gasflessen) maar ook dat de voorraad zo beperkt mogelijk blijft.
De volgende veiligheidsmaatregelen zijn altijd van kracht binnen Nikhef:
Opslag van gasflessen
- Gasflessen worden opgeslagen in het gasflessenhok.
De volgende scheiding is aangebracht en moet gehandhaafd blijven:
- Hok 1 (H0102D): Niet brandbare gassen en zuurstof (of gasmengsels verrijkt met zuurstof).
- Hok 2 (H0102C): Lege gasflessen of flessen die afgevoerd moeten worden.
- Hok 3 (H0102B): Brandbare gassen.
Gasflessen voorraadhok:
- Zowel gasflessen in voorraad als gasflessen in gebruik bij Nikhef (ongeacht de plaats) moeten op een deugdelijke manier beveiligd zijn tegen omvallen.
- De afsluiter van een niet aangesloten fles moet door een kap tegen beschadiging zijn beschermd.
- Gasflessen waarvan de keuringstermijn (staat gekerfd op de fles) is verstreken mogen niet worden opgeslagen of gebruikt worden. Indien beschadigingen, of een verlopen keuringsdatum, geconstateerd worden moet dit gemeld worden aan de afdeling SVM. Deze zorgt voor verdere afhandeling.
Vervoer van gasflessen
- vervoer alleen met een beschermkap
- vervoer alleen met een daartoe geschikt vervoermiddel.
Wenken voor het gebruik
- Zet de gasflessen op een deugdelijke manier vast.
- Aansluiten van gasflessen:
- Gasflessen mogen alleen met een passend en gekeurd reduceerventiel met een onbeschadigde afdichtingring aangesloten worden.
- LET OP: Voor het aansluiten van zuurstof of acetyleen gasflessen gelden speciale regels.
- Voorzichtig openen en sluiten van de fles en aansluitingen controleren op lekken.
- Er moet een afsluitsleutel OP DE AFSLUITER aanwezig zijn om tijdens een noodsituatie de gastoevoer snel te kunnen stoppen.
- Bij het niet in gebruik zijn van gasflessen, deze afsluiten en de slangen legen.
- Batterijen van gascilinders worden niet op arbeidsplaatsen opgesteld maar mogen alleen buiten het gebouw worden opgesteld. De ruimten waarin batterijen staan zijn alleen van buitenaf toegankelijk. Deze ruimten moeten zijn voorzien van veiligheidssignalering. Definitie batterij: opstelling waarbij minstens 4 flessen door een hoge drukleiding aan elkaar gekoppeld zijn.
- Gasflessen mogen niet opgesteld zijn nabij een warmtebron.
- Gasflessen moeten tijdens een brand eenvoudig en snel te verwijderen zijn.
- Na gebruik moeten gasflessen zo snel mogelijk opgeborgen worden in het gashok 2 (m.b.v. geschikte flessenkar).
Gebruik van gasflessen binnen Nikhef
Het is niet toegestaan gasflessen binnen de ruimten te plaatsen en gebruiken tenzij er doorslaggevende argumenten zijn om van deze regel af te wijken.
Indien er afgeweken wordt van deze regel geldt het volgende:
- Ruimte is bij voorkeur begane grond.
- Ruimte dient voldoende geventileerd te worden.
- Voor brandbare gassen en andere gevaarlijke gassen moet er een doeltreffend gasalarm aanwezig zijn, verbonden met de centrale alarmmeldinstallatie.
- Bij het gebruik van gassen in het algemeen moet gelet worden op verdringing van zuurstof.
- Binnen de ruimte is een rookverbod van kracht (zie ook rookbeleid Nikhef).
- Aan de buitenkant van de ruimte moet kenbaar zijn welke gassen en hoeveel cilinders er in de ruimte aanwezig zijn. Een standaardformulier is aanwezig bij SVM.
- De afdeling SVM moet altijd betrokken worden bij de beargumentering en het plaatsen van gasflessen in ruimten.
- Voor plaatsen van gasfleshouders moet contact worden opgenomen met het hoofd-THD.
Organisatie
- De beheerder van de ruimte is verantwoordelijke voor de juiste uitvoering van de werkzaamheden. De beheerder is bekend bij de bewaking en kan geraadpleegd worden
- Er is een vervanger voor de beheerder.
- Bij nieuwe experimenten vindt altijd overleg plaats met de afdeling SVM. Essentiële punten zijn:
- ventilatie
- gasdetectie
- risico inventarisatie
- eventueel testprocedures vastleggen
- Aan de buitenkant van de ruimte moet kenbaar zijn welke gassen en hoeveel cilinders er in de ruimte aanwezig zijn. Dit geldt ook voor andere mogelijk aanwezige gevaren (chemicaliën, ioniserende straling etc). Een standaardformulier is aanwezig bij SVM. De beheerder ziet erop toe dat wijzigingen worden bijgehouden
- De beheerder draagt er zorg voor dat niet gebruikte gasflessen direct worden opgeslagen in de daartoe aangewezen gashokken.
Voorraadbeleid
Het is niet mogelijk een oneindig grote voorraad aan gasflessen aan te houden. Ruimte is namelijk een schaars goed en voor de gasflessen wordt huur betaald. Daarom zijn de volgende aandachtspunten opgesteld:
- De bijlage geeft een overzicht van alle gassen die op voorraad zijn en in welke hoeveelheden.
- Bestellingen lopen via de financiële afdeling.
- De financiële afdeling is verantwoordelijk voor het bijhouden van de gasvoorraad en de administratie van binnengekomen en afgevoerde gasflessen
- Indien gasflessen in gebruik worden genomen of geplaatst worden in een van de gashokken moet dit gemeld worden bij de FA.
Betrokken afdelingen, personen en functies:
Afdeling | Naam | Functie | telefoonnummer |
SVM | M. Vervoort | Veiligheidskundige | 2289 |
THD | A. Witlox | Hoofd-THD | 5047 |
FA | M. Pancar | FA-medewerker | 5119 |
FA | F. Bulten | Hoofd-FA | 5020 |
Nieuws
Evenementen
Vacatures
Laatste aanpassing 23-05-2012 11:03:00