National Institute for Subatomic Physics

Overige risico’s

Fysische en fysieke factoren

Inleiding
In dit hoofdstuk worden een aantal fysische en fysieke factoren, van toepassing binnen het Nikhef, kort behandeld. Fysische factoren zijn bijvoorbeeld  geluid en licht. Lichamelijke belasting is verantwoordelijk voor de fysieke factoren. Te denken is dan aan tillen en dragen, maar ook beeldschermwerk.

Fysische factoren

Geluid
Gehoorschade ontstaat geleidelijk. Als eerste vallen de hoge tonen weg, een gehoorapparaat, of harder praten helpt niet.

De grens waarboven risico bestaat voor gehoorschade  ligt op 80 dB(A). 5 tot 6 procent van de mensen die in hun arbeidsleven langdurig werden blootgesteld aan 86 dB(A), loopt gehoorschade op. Bij een niveau van 90 dB(A) is het aantal mensen met gehoorschade al 50 %. Naarmate het niveau en of de blootstellingsduur hoger  is, neemt het risico toe. Bij een niveau dat 3 db (A) hoger is mag het gehoor maar half zo lang worden blootgesteld.

Wanneer uit een beoordeling blijkt dat communicatie zonder stemverheffing  op ongeveer 1 meter onderlinge afstand mogelijk is, behoeft geen meting te worden uitgevoerd.

In geval van twijfel kan de afdeling SVM worden benaderd voor het doen van metingen.

Naast gehoorschade kunnen ook andere effecten optreden, zoals stijging van de bloeddruk, stressverschijnselen, schrikreflex en verstoring van de waarneming.

Hieronder een grafiek waarin geluid en de schadelijkheid uitgezet zijn tegen de duur van belasting. Klik hier voor meer info.

Normen en richtlijnen.
Over de risico’s van lawaai is er sinds februari 2006 een nieuwe Europese richtlijn van kracht. 

De voorschriften hierin zijn uitsluitend gebaseerd op de beoordeling van de dagelijkse blootstelling van de werkenemer aan lawaai, de dagdosis of het geluidsexpositieniveau.

De blootstelling van de werknemer, rekening houdend met het effect van gebruikte gehoorbeschermingsmiddelen, mag in geen geval de grenswaarde van de dagdosis van 87 de (A) overschrijden.

Bij een waarde van 80 db (A) en hoger - rekening houdend met het effect van gebruikte gehoorbeschermingsmiddelen - moeten, naast het aanbieden van doeltreffende voorlichting en onderhoud, passende naar behoren aangemeten individuele gehoorbeschermers ter beschikking gesteld worden. 

Bij een waarde van 85 db (A) - rekening houdend met het effect van gebruikte gehoorbeschermingsmiddelen - moet een plan van aanpak opgesteld en uitgevoerd worden met technische en organisatorische maatregelen om lawaaiblootstelling tot een minimum te beperken.

Bij een waarde van 87 db (A) - rekening houdend met het effect van gebruikte gehoorbeschermingsmiddelen - moeten door de werkgever onmiddellijk maatregelen worden genomen.          

 

Cirkelzaag

 

 

96 dB(A)

 

 

Freesmachine

 

 

94 dB(A)

 

 

Montage/klusgeluiden

 

 

74 dB(A

 


Verlichting

Over werkverlichting stelt het arbobesluit dat werkplekken voldoende en doelmatig verlicht moeten zijn. Dat kan met daglicht, kunstlicht, of een combinatie van beide. Uit onderzoek is gebleken dat voldoende daglicht op de werkplek zorgt voor productievere werknemers. Daglicht zorgt er bovendien ook voor dat werknemers zich goed voelen. Het is daarom van belang dat de werkgever en werknemer een goede lichtsituatie op de werkplek creëert.

Omdat het gemiddeld aantal zonuren niet toereikend is zal meestal aanvulling van kunstmatig licht noodzakelijk zijn. 

De Nederlandse norm, NEN 1891, of Europese norm, NEN-EN 12464-1, omschrijft de voorwaarden waaraan de verlichtingssystemen voor werkplekken binnen, met het oog op visuele taak, comfort en veiligheid, moeten voldoen. Bij het verlichtingsontwerp in een nieuwe ruimte wordt rekening gehouden met de normeringen. 

Een werkruimte waar men langer dan twee uur per dag verblijft moet zijn voorzien van lichtopeningen, waardoor daglicht kan toetreden. De gezamenlijke oppervlakte van de lichtopeningen waardoor daglicht kan toetreden, is bij voorkeur ten minste gelijk aan 1/20 deel van de vloeroppervlakte van de ruimte. 

Wetgeving
In de Arbowet zijn geen eisen gesteld aan verlichting op de werkplek. De wet geeft aan dat de werkgever er in het algemeen (dus ook als het om verlichting gaat) naar moet streven de arbeidsomstandigheden zo goed mogelijk te maken, tenzij dit redelijkerwijs niet haalbaar is.
 In het arbobesluit is opgenomen dat er voldoende daglicht binnen moet komen op de werkplek. Naast daglicht moeten er voldoende voorzieningen zijn voor kunstlicht. Het aanwezige dag- en kunstlicht mag geen gevaar op leveren voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers. Werknemers moeten invallend zonlicht kunnen weren.

In de onderstaande tabel zijn een aantal vereiste praktijkverlichtingssterktes aangegeven binnen gebouwen.                                    

 

Soort ruimte, taak of activiteit

 

 

Praktijkverlichtingssterkte (EM) Lux

 

 

Gangpaden magazijn (bemand)

 

 

150

 

 

Expeditie/verpakkingsrimte

 

 

300

 

 

Lassen

 

 

300

 

 

Machinale metaalbewerking (grof en gemiddeld)

 

 

300

 

 

Assemblage metaal fijn

 

 

500

 

 

Maken van gereedschap (metaal)

 

 

750

 

 

Machinale houtbewerking

 

 

500

 

 

Kantoren (receptiebalie)

 

 

300

 

 

Kantoren (gegevensverwerking, lezen, schrijven)

 

 

500

 


Meer informatie is te verkrijgen bij de afdeling SVM

Literatuur:

Van den Berg C.H., Praktijkgids arbeidsveiligheid 2009, Alphen aan den Rijn 2009 (p 418 tm 424).

link arboportaal 

Niet ioniserende straling
Verschillende vormen van elektromagnetische straling

 

Soort straling

 

 

Golflengte

 

 

Frequentie

 

 

ELF-straling

 

 

Ø 1000km

 

 

< 300 hz

 

 

Radiogolven

 

 

1m – 1000 km

 

 

300 Hz – 300 MHz

 

 

Microgolfstraling

 

 

1 mm – 1 m

 

 

300 MHz – 300 GHz

 

 

Infraroodstraling

 

 

780 nm – 1 mm

 

 

300 GHz – 385 THz

 

 

Zichtbaar licht

 

 

400 – 780 nm

 

 

385 THz – 750 THz

 

 

UV-straling

 

 

100 – 400 nm

 

 

750 THz – 3 PHz

 

 

Ioniserende straling

 

 

< 100 nm

 

 

Ø 3 PHz

 

Uv-straling
UV-straling kan schadelijk zijn voor de huid en de ogen.
blootstelling aan UV-straling vindt niet alleen plaats in Zonlicht, maar ook bij laswerkzaamheden.
Meer informatie is te verkrijgen bij de afdeling SVM.

Laser
Als er met laserlicht gewerkt gaat worden dat sterker is dan klasse 1, moet met de afdeling SVM overlegd worden over de maatregelen. 

Na een ongeval met een laser, waarbij het vermoeden van oogletsel bestaat, wordt aanbevolen binnen 72 uur naar een oogarts te gaan met het verzoek om oogheelkundig onderzoek en vastlegging van eventuele schade, mogelijk met behulp van fotografie.

Zichtbaar licht
Teveel zichtbaar licht kan schade veroorzaken aan met name de ogen. 

Infraroodstraling
Infraroodstraling kan schade veroorzaken aan het netvlies, en kan bij chronische blootstelling staar veroorzaken.

Microgolfstraling
Microgolfstraling veroorzaakt een stijging van de temperatuur van het blootgestelde weefsel. De meest gevoelige organen voor temperatuurstijging zijn de ogen en de testikels.

Radiogolven
De effecten van radiogolven op de mens zijn in grote lijnen gelijk aan microgolven. Het aanraken van een metalen voorwerp, zoals een auto, in sterke radiofrequente straling kan daarnaast een stroom veroorzaken die sterk genoeg is om een brandwond te veroorzaken.

Extreem laagfrequente elektromagnetische velden (ELF-straling)
Over de effecten bij verhoogde blootsteling aan ELF-straling is bekend dat ze de werking van elektromagnetische hulpmiddelen als gehoorapparaten of pacemakers kunnen beïnvloeden.

Ioniserende straling
Zie het hoofdstuk ioniserende straling in het kort.


Bijzondere stoffen

Risico’s

Bij inademing kunnen stofdeeltjes in de luchtwegen achterblijven en een hinderlijke of schadelijke werking uitoefenen. Afhankelijk van de aard van de stof, de deeltjesgrootte, de frequentie en de duur van de blootstelling kan er irritatie of schade ontstaan in de luchtwegen. Dit kan variëren van hoesten tot longoedeem, kortademigheid of allergische reacties.

Bij het bewerken van beton, kalkzandsteen, baksteen en tegels kan kwartstof ontstaan. Kwartsstof is kankerverwekkend.

Behalve de luchtwegen, kunnen ook de ogen en de huid hinder of schade ondervinden van stof. Houtstof kan bijvoorbeeld huidaandoeningen veroorzaken.

Voor veel typen vezels kan nog niet op grond van uitputtend wetenschappelijk onderzoek worden vastgesteld of er risico’s zijn voor de gezondheid en zo ja welke dat zijn en hoe groot die zijn. Er bestaan wel theorieën dat vezels die voldoen aan de volgende criteria kankerverwekkend zijn:

- lengte > 5 micrometer;

- diameter < 3 micrometer;

- lengte/diameterverhouding > 3;

- slechte oplosbaarheid in het longvocht.

Alle vezels die voldoen aan deze criteria moeten met voorzichtigheid worden gebruikt. Nader wetenschappelijk onderzoek moet uitwijzen of deze voorzichtigheid geboden blijft of onnodig is.

Aan de hiervoor genoemde vezelmaterialen (asbest, keramische vezels, glas- en steenwol) is dergelijk onderzoek gedaan. Het verschil in gezondheidsrisico tussen asbest en keramische vezels enerzijds (kankerverwekkend) en glas- en steenwol anderzijds (niet kankerverwekkend) vindt zijn verklaring met name in het grote verschil in oplosbaarheid in het longvocht (de duurzaamheid van de vezels). Maar ook het vermogen van asbestvezels om in zeer dunne vezels op te splitsen – dit in tegenstelling tot glas- en steenwol – speelt daarbij een rol.

Glasfibers brengen vergelijkbare risico’s met zich mee als glasvezels zoals in glaswol. 

Glasvezels

Glasvezels kunnen irritatie van de luchtwegen en ogen veroorzaken.

Voor verdere informatie zie:

www.ppg.com/glass/fiberglass/about/Documents/MSDS-Dutch.pdf

Tonerstof

Er zijn geen wetenschappelijke aanwijzingen dat tonerstof schadelijk is voor de gezondheid. Wel wordt geadviseerd hoge concentraties te vermijden. Een printer of kopieermachine staat op het nikhef daarom in een open of goed geventileerde ruimte. 

Hieronder volgt een indeling van veel toegepaste natuurlijke en synthetische vezels. Synthetische vezels kunnen organisch (A) of anorganisch (B) van aard zijn. Ook bij natuurlijke vezels onderscheidt men organische (C) en anorganische soorten (D). 

 Maatregelen

Bij het toepassen van maatregelen wordt de bronaanpak gehanteerd.

1 Aanpak bij de bron. Voorkom stof door bijvoorbeeld nat zagen en boren.

2 Afzuiging en goede ventilatie.

3 Beperking van de blootstellingstijd.

4 Persoonlijke beschermingsmiddelen.

Als er tijdens werkzaamheden stof vrijkomt, moet adembescherming met een geschikt stoffilter gedragen worden. Voor de bescherming van de handen, handschoenen van rubber of kunststof. Oogbescherming: Veiligheidsbril met zijkleppen 

Overzicht van te treffen maatregelen bij omgaan met verschillende soorten van vezels, uitgesplitst naar soorten van werkzaamheden

 

Groep

 

 

Ontvangst/opslag

 

 

Bewerken/verwerken

 

 

Inspecteren

 

 

Slopen

 

 

Afvalverwerking

 

 

A

 

 

1

 

 

2

 

 

2

 

 

2

 

 

2

 

 

A (Aramide)

 

 

1

 

 

3

 

 

3

 

 

3

 

 

3

 

 

B1A (Glas- steenwol)

 

 

1

 

 

3

 

 

3

 

 

3

 

 

3

 

 

B1A (Glasachtige keramische vezels)

 

 

1

 

 

5 (6)

 

 

4

 

 

5 (6)

 

 

5 (6)

 

 

B1B

 

 

1

 

 

4

 

 

2

 

 

5

 

 

5

 

 

B2

 

 

1

 

 

1

 

 

1

 

 

1

 

 

1

 

 

C

 

 

1

 

 

1

 

 

1

 

 

1

 

 

1

 

 

D1

 

 

1

 

 

2

 

 

1

 

 

1

 

 

1

 

 

D2 (Asbest)

 

 

1 (6)

 

 

5 (6)

 

 

5 (6)

 

 

5 (6)

 

 

5 (6)

 

 

D2 (Non- asbest)

 

 

1

 

 

2

 

 

2

 

 

2

 

 

2

Verklaring van de nummers:

1: Toegestaan zonder speciale maatregelen

2: Draag een P2-masker

3: Draag een P2-masker en gesloten kleding

4: Draag een P3-masker

5: Draag een P3-masker en een wegwerpoverall

6: Maak een verwerkingsplan

Toelichting:

 

P2 masker:

 

 

fijnstoffilter volgelaatmasker

 

 

P3 masker:

 

 

fijnstoffilter volgelaatmasker,

 

 

Gesloten kleding:

 

 

waaronder handschoenen met lange kappen, helm of papieren helmmuts

 

 

Wegwerpoverall:

 

 

rekening houden met temperatuurbestendigheid tot 60°C

 

Ongeacht het type vezel gelden de volgende maatregelen altijd:

- niet eten, drinken of roken op de werkplek;

- juist gebruik en onderhoud van werkkleding;

- goede persoonlijke verzorging;

- werkplek goed schoonhouden;

- stofontwikkeling voorkomen door materiaal nat te houden, tenzij dat de kwaliteit van het op te leveren resultaat nadelig beïnvloedt;

- stof opzuigen en niet vegen;

- afval verzamelen en volgens voorschrift afvoeren.

- Met het gebruik van ademhalingsbeschermingsmiddelen moet worden begonnen voor het betreden van de werkplek en mag pas worden gestopt nadat de met vezels besmette werkkleding en andere beschermingsmiddelen zijn uitgetrokken.

- Als veiligheidsschoeisel moeten hoge veiligheidsschoenen of eventueel laarzen gedragen worden, met de broekspijpen erover heen. Deze kunnen na gebruik worden afgezogen. In ‘koude’ omstandigheden kunnen zogenaamde wegwerp-schoenovertrekken worden gebruikt.

- De aanbevolen maatregelen onder de kolom ‘ontvangst/opslag’ gaan ervan uit, dat het materiaal zodanig is verpakt, dat geen vezels vrijkomen. Indien dat niet zo is, of de verdenking bestaat dat dit niet zo is, moeten de maatregelen onder de kolom ‘bewerken/verwerken’ worden genomen.

- De risico’s van glasachtige keramische vezels zijn groter naarmate ze langer aan hoge temperaturen hebben blootgestaan (cristoballiet-vorming) en bij bewerking. Daarom zijn de aanbevolen maatregelen voor die situaties het strengste.

- Er zijn omstandigheden denkbaar, waaronder gebruik van de aanbevolen beschermingsmiddelen onmogelijk of zeer bezwaarlijk is. Wegwerpoveralls hebben bijvoorbeeld een temperatuurbestendigheid tot 60 °C. In die gevallen moet altijd overleg worden gepleegd met een veiligheidsdeskundige over het nemen van alternatieve maatregelen.

Fysieke Factoren

Tillen en dragen
In de meeste sectoren geldt een maximaal aanbevolen tilgewicht van 23 kg. 

Aan de hand van het maximaal aanbevolen tilgewicht, de tilfrequentie, tilduur, rusttijd en de manier van tillen is een maximaal tilgewicht te berekenen. De uitkomst is het tilgewicht waarbij fitte medewerkers op de lange duur naar alle waarschijnlijkheid geen gezondheidsschade oplopen. Via de onderstaande link is de berekening eenvoudig te maken:

Link arbobondgenoten 

Overige fysieke factoren
Andere fysieke factoren zijn: duwen en trekken, werkhouding, repeterende handelingen, energetische belasting en beeldschermwerk. Over beeldschermwerk is een apart hoofdstuk geschreven: RSI in het kort

Om een indruk te geven welke fysieke en fysische factoren binnen het Nikhef voor een risico kunnen zorgen zijn in de onderstaande tabel werkzaamheden weergegeven in relatie tot de mogelijke fysieke of fysische risico’s. 

 

Werkzaamheid

 

 

Fysieke factoren

 

 

Fysische factoren

 

 

Opmerking

 

 

Lassen

 

 

Tillen en dragen, Duwen en trekken, werkhouding

 

 

Geluid, elektrocutie, UV-straling

 

 

UV-straling schadelijk voor ogen en huid

 

 

Hout- metaalbewerking

 

 

Tillen en dragen

 

 

Geluid

 

 

Zie ook hout- en metaalbewerkingsmachines

 

 

Afgelegen ruimtes

 

 

 

Verlichting, klimaat

 

 

Zie ook risicogebied per afdeling

 

 

Laboratoria

 

 

 

Laserlicht

 

 

Zie ook risicogebied per afdeling

 

 

Werken met bronnenmateriaal

 

 

 

Ioniserende straling

 

 

Zie hoofdstuk ‘Straling’ in deze arbosite

 

 

Clean room

 

 

 

Verlichting

 

 

Zie ook risicogebied per afdeling

 

Meer informatie over de beschreven en niet beschreven risicofactoren is te verkrijgen bij de afdeling SVM, Marcel Vervoort, of Nico Rem.

Literatuur:
Van den Berg C.H., Praktijkgids arbeidsveiligheid 2009, Alphen aan den Rijn 2009 (p 377 tm 390, 406-417).